MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

En Attendant Ana - Principia (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: En Attendant Ana - Principia - dekrentenuitdepop.blogspot.com

En Attendant Ana - Principia
En Attendant Ana maakte met Juillet stiekem een van de leukste albums van 2020, maar laat op het deze week verschenen Principia horen dat het nog aanstekelijker, verleidelijker, avontuurlijker en interessanter kan

En Attendant Ana is een band uit Parijs, maar maakt muziek die je niet verwacht uit de lichtstad. Het vorige album van de band was geweldig, maar het deze week verschenen Principia is nog een stuk beter. De Franse band combineert op haar nieuwe album uiteenlopende invloeden en het maakt muziek vol verrassing en verleiding. Principia wakkert het verlangen naar een lange, warme en zorgeloze zomer aan, maar is ook een spannend album dat je tien tracks lang op het puntje van de stoel houdt. Het zijn tracks die worden gedomineerd door prachtige gitaarlijnen en heerlijke zang, maar ook de ritmesectie en eigenwijze accenten stuwen dit geweldige album steeds weer naar iets grotere hoogten.

Juillet, het tweede album van de Franse band En Attendant Ana, was helemaal aan het begin van 2020 een bijzonder aangename verrassing. De band uit Parijs vermaakte op het album met een even aanstekelijke als avontuurlijke mix van onder andere postpunk, indierock, indiepop, dreampop, lo-fi, shoegaze en zelfs Krautrock. Door de bonte mix van invloeden klonk En Attendant Ana net wat anders dan de Amerikaanse en Britse bands met een voorliefde voor bovengenoemde genres en daar was geen woord Frans voor nodig.

Net iets meer dan drie jaar na Juillet keert de band uit Parijs terug met Principia. Ook het nieuwe album van de band verschijnt weer in de winter, maar net als Juillet is Principia een album dat doet uitzien naar de zomer. Het derde album van de Franse band is een logisch vervolg op het vorige album, maar dat betekent niet dat de albums hetzelfde klinken.

En Attendant Ana verwerkt ook dit keer invloeden uit onder andere de postpunk, indierock, indiepop, dreampop, lo-fi en shoegaze, maar de songs op Principia klinken net wat minder springerig en stekelig dan die op Juillet, dat in 2020 helaas schandalig werd genegeerd. Op het vorige album zette de band uit Parijs een reuzenstap vergeleken met het charmante debuut van de band uit 2018 en ook het nieuwe album van de band laat weer flinke groei horen.

De songs op het nieuwe album zitten knapper in elkaar en laten een duidelijker eigen geluid horen, maar dit is gelukkig niet ten koste gegaan van de zoete verleiding in de songs van de Franse band. Die komt nog altijd voor een belangrijk deel van de stem van Margaux Bouchaudon, de frontvrouw van de band, die ook verantwoordelijk is voor de songs op het album en ook nog eens heerlijk gitaarwerk aandraagt.

Margaux Bouchaudon doet met haar stem wel wat denken aan Harriet Wheeler van The Sundays en maakt op Principia nog wat meer indruk met haar stem dan op Juillet. Ook in muzikaal opzicht valt er meer te beleven op het nieuwe album van En Attendant Ana. Ook dit keer staan heerlijke gitaarloopjes centraal, maar een eigenwijs orgeltje en hier en daar wat blazers geven fraai tegenwicht en een voorzichtige Krautrock impuls, terwijl de diepe basloopjes en de speelse ritmes de boel in goede banen leiden.

In muzikaal opzicht hoor ik wel wat raakvlakken met Stereolab, maar En Attendant Ana heeft ook het dromerige van The Sundays en het verleidelijke van een band als The Cardigans. Heel af en toe gooit Margaux Bouchaudon er wat Franse verleiding doorheen, maar En Attendant Ana haalt haar inspiratie vooral buiten de eigen landsgrenzen.

Juillet bleef me drie jaar geleden maar verrassen en vermaken, maar Principia doet er nog een schepje bovenop en is wat mij betreft een album met jaarlijstjespotentie (Juillet haalde mijn jaarlijstje overigens in 2020 ook al), al vrees ik dat ook dit album niet de aandacht gaat krijgen die het verdient.

Principia doet zoals gezegd verlangen naar de zomer, maar het album is het best wanneer je het met de koptelefoon beluistert en alle bijzondere details in de muziek van de Franse band aan de oppervlakte komen. Zeker de meest aanstekelijke songs op het album moeten iedere muziekliefhebber kunnen verleiden, maar het wordt alleen maar interessanter wanneer En Attendant Ana buiten de lijntjes kleurt. Waanzinnig lekker album dit. Erwin Zijleman

English Teacher - This Could Be Texas (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: English Teacher - This Could Be Texas - dekrentenuitdepop.blogspot.com

English Teacher - This Could Be Texas
English Teacher uit Leeds is sinds haar eerste single een van de grote beloften onder de Britse gitaarbands en maakt dit volledig waar op het verrassend veelzijdige debuutalbum This Could Be Texas

De Britse en Ierse postpunk golf van de afgelopen jaren heeft een aantal geweldige albums opgeleverd, maar zo langzamerhand waren we ook wel weer toe aan iets nieuws. Dat nieuws wordt gebracht door de Britse band English Teacher, die een sensationeel debuutalbum heeft afgeleverd. Het is een debuutalbum met hier en daar wat invloeden uit de postpunk, maar de band uit Leeds kan ook allerlei andere kanten op. English Teacher laat steeds weer een ander geluid horen, maar This Could Be Texas weet de aandacht makkelijk vast te houden. De jonge gitaarbands buitelen momenteel over elkaar heen, maar English Teacher is qua niveau echt van een andere orde.

De Britse band English Teacher was aan het begin van het jaar een van de grote verrassingen tijdens Eurosonic Noorderslag en werd daarom direct geschaard onder de grote beloften voor 2024. Die belofte maakt de band uit Leeds een kleine drie maanden later waar op het deze week verschenen debuutalbum This Could Be Texas.

Er duiken de laatste tijd weer geregeld nieuwe gitaarbands op, maar ik hoor helaas te vaak bands die fantasieloos voortborduren op de postpunk die de afgelopen decennia in meerdere golven tot ons kwam. Het zijn bands die me in muzikaal opzicht meestal nog wel weten te bekoren, maar wanneer een irritante praatzanger het voortouw neemt haak ik meestal onmiddellijk af.

Ook English Teacher laat zich deels inspireren door de postpunk uit het verleden, maar de band blijft zeker niet hangen in de geijkte patronen en zoekt aan alle kanten de grenzen op. De band uit Leeds beschikt in de persoon van Lily Fontaine bovendien over een uitstekende zangeres, die een enkele keer kiest voor het gesproken woord, maar toch vooral zingt. Net als Florence Shaw van Dry Cleaning slaagt Lily Fontaine er overigens in om ook het gesproken woord melodieus te laten klinken, iets waar haar schreeuwerige mannelijke collega’s nog wat van kunnen leren.

Ik hoor haar echter liever zingen en dat doet ze gelukkig volop op het debuutalbum van English Teacher. De zang op This Could Be Texas is uitstekend, maar in muzikaal opzicht is het debuutalbum van English Teacher nog een stuk indrukwekkender. De Britse band wordt momenteel in één adem genoemd met al die andere jonge honden van het moment en door het vrouwelijke boegbeeld ligt vooral de vergelijking met Dry Cleaning en Sprints voor de hand. In muzikaal opzicht is de muziek van English Teacher echter een stuk veelzijdiger en spannender dan die van de concurrentie.

Bij beluistering van This Could Be Texas komen af en toe invloeden uit de postpunk voorbij, maar het album schiet vooral andere kanten op. English Teacher kan verrassend ingetogen en dromerig klinken, maar kan ook ruw en stevig of theatraal en bombastisch klinken, zoals in de fantastische afsluiter Albert Road. Het ene moment hoor je een compromisloos gitaarbandje, maar het volgende moment verrast English Teacher net zo makkelijk met klassiek aandoende arrangementen als met verrassend subtiele en ingetogen klanken.

De band uit Leeds springt in muzikaal opzicht vaker van de hak op de tak dan de gemiddelde experimentele jazzband, maar nagenoeg alle wendingen op This Could Be Texas zijn raak. Het wordt alleen maar versterkt door de zang en het gesproken woord van Lily Fontaine, die in de donkere teksten keer op keer het Verenigd Koninkrijk van 2024 ten grave draagt. Er gebeurt echt idioot veel op het debuutalbum van English Teacher, maar omdat de Britse band de toegankelijke songs nooit helemaal uit het oog verliest, blijf je makkelijk bij de les.

Ik heb al heel lang een zwak voor eigenzinnige gitaarbandjes, maar heb de afgelopen jaren maar weinig albums in het genre gehoord die me echt wat deden. Het debuutalbum van English Teacher doet echter van alles met me. Het is een album dat me constant heen en weer slingert en waarop de verrassingen elkaar in sneltreinvaart opvolgen. Het maakt van This Could Be Texas een album dat zeker bij eerste beluisteringen behoorlijk heftig is, maar uiteindelijk valt alles op zijn plek op dit album dat ik inmiddels best een meesterwerk durf te noemen. Erwin Zijleman

Envy of None - Envy of None (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Envy Of None - Envy Of None - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Envy Of None - Envy Of None
Rush gitarist Alex Lifeson vervolgt zijn carrière met de band Envy Of None, die interessanter is dan je op het eerste gehoor zult vermoeden en die flink wordt opgetild door de jonge zangeres Maiah Wynne

Natuurlijk had ik me verheugd op Rush 2.0, maar dat is de nieuwe band van voormalig Rush gitarist Alex Lifeson zeker niet. Envy Of None kiest voor compactere songs en moet het niet direct hebben van onnavolgbaar muzikaal spierballenvertoon. De door gitaren en synths gedomineerde muur van geluid van Envy Of None klinkt over het algemeen redelijk toegankelijk, al is de muziek van de band complexer wanneer je de verschillende lagen waaruit de muziek bestaat ontrafelt. Ster van de band is niet Alex Lifeson, maar de jonge zangeres Maiah Wynne, die met haar mooie en dromerige stem zorgt voor een uniek geluid. Envy Of None laat horen dat er leven is na Rush en het is interessant leven.

De Canadese muzikant Alex Lifeson was de middelbare school nog niet eens ontgroeid, toen hij aan het eind van de jaren 60 met Geddy Lee een bandje begon. Dat bandje debuteerde in 1973 als Rush en groeide in de decennia die volgden uit tot een van de beste en meest interessante rockbands op het snijvlak van hardrock en progrock. Rush kondigde in 2018 haar afscheid aan en hield het definitief voor gezien toen drummer Neil Peart in 2020 overleed.

Alex Lifeson had kennelijk nog geen zin in zijn muzikale pensioen, want deze week duikt de Canadese gitarist op in zijn nieuwe band Envy Of None. Envy Of None bestaat naast gitarist Alex Lifeson uit bassist Andy Curran, gitarist Alfio Annibalin en zangeres Maiah Wynne. Het viertal grijpt op het titelloze debuut van Envy Of None ook naar flink wat elektronica, waarna twee gastdrummers het geluid van de band compleet maken.

Alex Lifeson stond bij Rush nooit nadrukkelijk in de spotlights en ook bij Envy Of None laat hij dit over aan zangeres Maiah Wynne, die met haar stem het geluid van Envy Of None voor een belangrijk deel bepaalt. Alex Lifeson doet op het debuut van zijn nieuwe band ook geen poging om de muzikale erfenis van Rush een vervolg te geven. De muziek van Envy Of None lijkt in vrijwel niets op de muziek van Rush, want waar de Canadese rockband het vaak zocht in muzikaal spierballenvertoon en complexe songs is de muziek van Envy Of None verrassend toegankelijk.

Zeker bij oppervlakkige beluistering klinkt de Canadese band als een doorsnee rockband met een voorliefde voor flink wat synths, maar de muziek van Envy Of None zit knap in elkaar en onder de laag elektronica is prachtig gitaarwerk verstopt, met hier en daar een heerlijke solo, wat we natuurlijk wel aan Alex Lifeson over kunnen laten. Ook de rest van de instrumentatie laat horen dat de band bestaat uit prima muzikanten, die niet voor de makkelijkste weg kiezen.

In muzikaal opzicht doet de muziek van Envy Of None wel wat aan Depeche Mode en misschien nog wel meer aan Garbage denken, maar ik hoor ook wel wat van Evanescence, al zal dat vooral met de stem van Maiah Wynne te maken hebben, die wel wat doet denken aan die van Amy Lee.

De jonge zangeres bepaalt zoals gezegd voor een belangrijk deel het geluid van de band en dat doet ze op overtuigende wijze. Haar zachte en wat dromerige stem zorgt ervoor dat het soms wat zwaar aangezette rock of synthpop geluid van Envy Of None zich kan onderscheiden van dat van andere bands in het genre.

Dat doet de band rond Alex Lifeson overigens ook in muzikaal opzicht, want zeker bij aandachtige beluistering, hoor je dat de muziek van de band buitengewoon knap in elkaar steekt en bovendien een stuk veelzijdiger en introspectiever is dan die van de bands waarmee ik Envy Of None hierboven vergeleek.

Envy Of None zal door de aanwezigheid van Alex Lifeson natuurlijk worden vergeleken met de muziek van Rush, maar dat is een zinloze vergelijking, al hoor ik heel af en toe wel een vleugje Rush in het gitaarspel, maar lang duurt het nooit. De Canadese gitarist kiest met zijn nieuwe band voor een duidelijk andere muzikale koers en het is er een die ik persoonlijk, na enige gewenning, steeds interessanter vind worden.

Zeker in de wat ruimtelijker en wat meer ingetogen klinkende songs op het album tovert Envy Of None prachtige klanken uit de speakers en maakt Maiah Wynne behoorlijk wat indruk met haar bedwelmende vocalen. De slottrack van het album is Alex Lifeson’s zeer stemmige eerbetoon aan Neil Peart, die zijn kunsten ook prima had kunnen vertonen in het geluid van Envy Of None. Al met al een mooie en interessante volgende stap in de carrière van de Rush gitarist. Erwin Zijleman

Erasure - The Neon (2020)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Erasure - The Neon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Erasure - The Neon
Erasure duikt voor mij toch wat verrassend op in meerdere jaarlijstjes, maar na beluistering van The Neon kan ik alleen maar concluderen dat het Britse duo een uitstekend album heeft afgeleverd

De muziek van Erasure associeer ik vooral met de jaren 80, maar het Britse duo bracht in de jaren 80 maar vier albums uit en hierna een enorme stapel. Desondanks neemt het afgelopen zomer verschenen The Neon me onmiddellijk mee terug naar de jaren 80. Naar de elektronische muziek uit het decennium, waarin Vince Clark tot de pioniers behoorde en naar de aanstekelijke jaren 80 pop, waarin Erasure toen al grossierde. Vince Clark laat op The Neon zo af en toe wat van zijn kunsten horen, maar The Neon is vooral een album met bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes, met Andy Bell als prima zanger. The Neon is een bijzonder lekker album, niks meer, maar ook niks minder.

Toch wel enigszins tot mijn verbazing zag ik de afgelopen weken The Neon van Erasure opduiken in nogal wat aansprekende jaarlijstjes. Ik heb zelf maar drie albums van het Britse duo in mijn bezit en dat zijn de eerste drie albums die Vince Clarke en Andy Bell uitbrachten.

Na 1988 hield ik het wat betreft Erasure voor gezien, maar hierna volgde nog een behoorlijk imposante stapel albums, die ik echter geen van allen heb beluisterd. Hieronder dus The Neon, dat afgelopen zomer werd uitgebracht.

Dat ik Erasure al een aantal decennia negeer is op zich gek, want Andy Bell is een prima zanger, terwijl Vince Clarke natuurlijk een zeer interessant muzikant is. De Brit stond ooit aan de basis van Depeche Mode en timmerde hierna (samen met Alison Moyet) aan de weg met Yazoo.

Vince Clarke is een van de belangrijkste pioniers van de elektronische popmuziek uit de jaren 80, maar koos met Erasure voor een wat lichtvoetiger en meer pop georiënteerd geluid. Voor mijn gevoel is er de afgelopen decennia niet heel veel veranderd in het geluid van Erasure, want The Neon voelde voor mij onmiddellijk als een verrassend warm bad.

Vince Clarke tekent binnen Erasure nog steeds voor lekker in het gehoor liggende beats en voor elektronica die meestal slechts de beats ondersteunt, maar zo af en toe grootser mag klinken en dan herinnert aan de elektronische popmuziek uit de jaren 70 en 80. Andy Bell beschikt nog altijd over een lekker soulvolle stem en het is een stem die de tand des tijds verrassend goed heeft doorstaan.

Niets aan de hand dus, zou je op basis van het bovenstaande kunnen concluderen, maar The Neon is een verrassend lekker album. De elektronica op het album is wat avontuurlijker dan ik me van Erasure herinner en haalt meer dan eens het 80s gevoel naar boven. Nog veel belangrijker is het feit dat Vince Clark en Andy Bell grossieren in geweldige songs.

Het zijn songs die zijn gemaakt voor op de dansvloer of voor een thuisfeestje, maar het zijn zeker geen hapklare brokken die het Britse duo citeert. The Neon staat vol met songs waarmee Erasure het songfestival moet kunnen winnen, maar het zijn ook songs die mij herinneren aan de elektronische popmuziek die in de jaren 80 zo vaak de gitaren verdreef. Je hoort flarden van het vroege werk van Depeche Mode, flink wat van Yazoo en natuurlijk veel van de muziek waarmee Vince Clarke en Andy Bell in de tweede helft van de jaren 80 opdoken.

Aan de ene kant verbaast het me wel wat dat juist dit Erasure album zoveel jaarlijstjes heeft gehaald, maar aan de andere kant verbaast het me ook niet. Erasure is in een donker jaar goed voor een beetje vrolijkheid en een beetje nostalgie en dat kunnen we goed gebruiken. Er wordt misschien niet heel veel gevarieerd op The Neon, maar mede hierdoor gaat het album er bij mij in als koek.

De afgelopen decennia had ik geen enkele behoefte om de muziek van Erasure weer eens uit de kast te trekken, maar het laatste album van het Britse tweetal is aangenaam gezelschap en blijft bij herhaalde beluistering verrassend goed op smaak. Ik vind het album het best wanneer de elektronica voorzichtig los mag gaan, maar ook met de pure pop van Erasure is verrassend weinig mis. Een guilty pleasure ... op zijn minst. Erwin Zijleman

Eric Chenaux - Say Laura (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eric Chenaux - Say Laura - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Eric Chenaux - Say Laura
Say Laura van de Canadese muzikant Eric Chenaux lijkt door de combinatie van experimentele gitaarklanken en wonderschone zang geen moment op andere albums van het moment, maar wat is het mooi en bijzonder

De Britse kwaliteitskrant The Guardian noemt in haar halfjaarlijst Say Laura van Eric Chenaux een van de albums die de eerste helft van 2022 in muzikaal opzicht kleur hebben gegeven en wat is het een geweldige tip. De Canadese muzikant laat op Say Laura een uniek geluid horen. De instrumentatie bestaat voornamelijk uit bij vlagen behoorlijk experimenteel gitaarspel, wat een uniek klankentapijt oplevert. Het is een geluid dat het je niet altijd makkelijk maakt en dat prachtig contrasteert met de mooie stem van Eric Chenaux, die vijf songs en bijna vijftig minuten lang diepe, diepe indruk maakt.

De afgelopen maand zijn weer de nodige halfjaarlijstjes gepubliceerd. Het zijn lijstjes waarin vaak dezelfde albums opduiken, maar alleen de Britse kwaliteitskrant The Guardian wees me op Say Laura van Eric Chenaux. Het is een album dat ik zonder The Guardian niet snel zou hebben opgepikt, want het album van de Canadese muzikant heeft in de reguliere muziekpers weinig tot geen aandacht gekregen en wordt bovendien omschreven als jazz en/of avant-garde en dat zijn geen genres die ik nauwlettend volg. Say Laura van Eric Chenaux maakte echter direct bij eerste beluistering diepe indruk en sindsdien is dit bijzondere album alleen maar mooier en indrukwekkender geworden.

Eric Chenaux is zoals gezegd een Canadese muzikant, die een tijd lang actief was in de eigenzinnige muziekscene van Toronto, voor hij zich in het zuiden van Frankrijk vestigde. Hij heeft inmiddels een flink stapeltje albums op zijn naam staan, waarvan ik alleen Say Laura ken. Het is een album dat zoals gezegd wordt omschreven als jazz en/of avant-garde, maar met het in hokjes duwen doe je dit unieke album wat mij betreft flink tekort.

Eric Chenaux heeft inmiddels zijn sporen verdiend als componist, maar hij is ook een geweldige gitarist. Een heel assortiment gitaren vormt de basis van de instrumentatie op Say Laura, die verder wordt aangevuld met de ook door de Canadese muzikant bespeelde mondharmonica en set elektronica. Eric Chenaux krijgt op Say Laura verder alleen gezelschap van Ryan Driver, die met zijn elektrische Wurlitzer piano nog wat subtiele accenten toevoegt.

Say Laura bevat slechts vijf tracks, maar is toch goed voor bijna 50 minuten muziek. Eric Chenaux neemt de tijd voor zijn muziek, die soms mooi vol maar minstens even vaak verrassend leeg is ingekleurd. Het gitaarspel van de Canadese muzikant kan alle kanten op en varieert van folky akoestisch gitaarspel tot minimalistisch of zeer experimenteel gitaarspel vol vervorming.

Door het fascinerende gitaarspel klinkt Say Laura als geen enkel ander album dat ik ken, al heb ik soms associaties met het slotakkoord van Talk Talk dat minstens even onconventioneel was en op net zo indrukwekkende wijze met minimale middelen een maximaal effect wist te bereiken.

Eric Chenaux combineert het unieke klankentapijt op Say Laura met prachtige zang. De vanuit Zuid-Frankrijk opererende muzikant beschikt over een mooi en helder stemgeluid, dat naast het bij vlagen zeer experimentele gitaarwerk verrassend toegankelijk klinkt. Say Laura van Eric Chenaux intrigeerde me direct bij eerste beluistering hopeloos, maar het album van de Canadese muzikant is ook een album waarvan je moet leren houden en een album dat maar nieuwe dingen blijft laten horen.

Het is een album waarop de eenvoud regeert, maar op hetzelfde moment is de muziek op het album ook complex en boven alles van een unieke schoonheid. Say Laura bevat absoluut ingrediënten uit de jazz en avant-garde, maar het is veel meer dan een jazzalbum of avant-garde album. Het is een album dat ver is verwijderd van alle andere muziek die op het moment wordt gemaakt, maar Say Laura werpt desondanks geen hoge barrières op. Het is misschien heel even wennen, maar al snel hoor je een van de allermooiste albums van 2022. Erwin Zijleman

Eric Church - Mr. Misunderstood (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eric Church - Mr. Misunderstood - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Eric Church dook met het pas in november als verrassing uitgebrachte Mr. Misunderstood op in heel wat Amerikaanse jaarlijstjes. Bij beluistering van de plaat begreep ik onmiddellijk waarom.

Mr. Misunderstood is immers een plaat die het goed zal doen bij liefhebbers van radiovriendelijke Amerikaanse countrymuziek, maar het is een plaat die ook bij liefhebbers van alternatieve country of redelijk groots aangezette rockmuziek zeer in de smaak zal vallen en dat is bijzonder.

Ik had eerlijk gezegd nog nooit van Eric Church gehoord, maar de oorspronkelijk uit Granite Falls, North Carolina, afkomstige, maar inmiddels al weer geruime tijd vanuit Nashville, Tennessee, opererende Amerikaanse muzikant, is zeker geen nieuweling. Eric Church maakt inmiddels al een jaar of tien platen en het zijn platen die door de Amerikaanse critici zeer positief zijn gewaardeerd.

Ik ken vooralsnog alleen Mr. Misunderstood en dit is echt een hele goede plaat. Eric Church is opgegroeid met country en dat hoor je nadrukkelijk op deze plaat, maar de Amerikaan is ook niet bang om zijn vleugels uit te slaan naar omliggende genres. In een aantal tracks schuift hij op richting de muziek van Bruce Springsteen, maar Mr. Misunderstood bevat ook een aantal inventieve rocksongs die je niet verwacht van een muzikant die vooral opduikt in de country charts.

Mr. Misunderstood is hierdoor een lekker afwisselende plaat vol verrassingen. Wanneer de Amerikaan vrouwenstemmen laat opduiken kiest hij voor vocale hoogvliegers als Susan Tedeschi en Rhiannon Giddens (de minder bekende Andrea Davidson en Joanna Cotten maken overigens minstens net zoveel indruk), maar in vocaal opzicht staat Eric Church ook zelf zijn mannetje.

De Amerikaan beschikt over een zowel warme als doorleefde stem die zowel stevig kan rocken als ingetogen kan fluisteren en in beide uitersten overtuigt Eric Church met gemak. Hetzelfde doet hij in de met net wat meer emotie gevulde country songs.

Mr. Misunderstood staat ook nog eens vol met geweldige songs, waardoor de plaat onmiddellijk blijft hangen en vervolgens nog even doorgroeit. De platen van Eric Church doen vooralsnog niet al teveel in Nederland en dat is zonde. Net als bijvoorbeeld Chris Stapleton maakt hij immers muziek die ook ver buiten de traditionele Amerikaanse country kringen gehoord mag, nee moet worden. Erwin Zijleman

Erika de Casier - Lifetime (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Erika de Casier - Lifetime - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Erika de Casier - Lifetime
Ik begreep in eerste instantie niet zo heel veel van alle zeer lovende woorden voor Lifetime van Erika de Casier, maar inmiddels hoor ik wat zo goed is aan het stevig door muziek uit de jaren 90 beïnvloede album

Lifetime is het vierde album van de Deense muzikante Erika de Casier en ook het vierde album dat een aantal respectabele critici goed genoeg vinden voor hun jaarlijstje. De muzikante uit Kopenhagen duikt dit keer ook op in een aantal prestigieuze jaarlijstjes en ik begrijp inmiddels waarom. Wanneer je wat tijd steekt in het album verandert Lifetime van een aangenaam in een aansprekend album. De Deense muzikante heeft lome en dromerige, maar ook avontuurlijke klankentapijten in elkaar gesleuteld en deze combineren fraai met haar al even lome en dromerige stem. Het heeft een hoog jaren 90 gehalte, maar Erika de Casier maakt ook muziek van deze tijd. Knap album.

De Deense muzikante Erika de Casier had de afgelopen jaren de volledige steun van de critici, die haar albums stuk voor stuk stevig bewierookten. Ik heb zelf ook best vaak geluisterd naar haar muziek, zeker toen ze een contract had getekend bij het zeer aansprekende 4AD label en de recensies nog wat positiever werden.

Op een of andere manier raakte ik echter niet overtuigd van de kwaliteiten van de muzikante uit Kopenhagen. Bij beluistering van haar vorige drie albums was ik in eerste instantie enthousiast over de lekker lome sfeer, de wat broeierige klanken en de absoluut aangename stem van Erika de Casier, maar veel meer dan aangenaam vond ik het uiteindelijk niet.

Dat was ook mijn conclusie nadat ik het meerdere malen had geprobeerd met het afgelopen voorjaar verschenen Lifetime. Het is een album dat heel vaak op mijn lijstje heeft gestaan het afgelopen jaar, maar er telkens van af viel als er keuzes moesten worden gemaakt.

Het vierde album van Erika de Casier kwam een paar weken geleden weer op mijn lijstje terecht, want flink wat critici vinden het album goed genoeg voor hun jaarlijstjes. Ik heb het daarom toch weer geprobeerd met de muziek van de Deense muzikante, die haar nieuwe album zelf produceerde. Mijn ervaring was in eerste instantie hetzelfde. Bij eerste beluistering vond ik Lifetime bijzonder lekker klinken, maar op een gegeven moment verdween de muziek ook wel wat naar de achtergrond, om vervolgens wat anoniem voort te kabbelen.

Ik heb het album vervolgens niet teruggelegd op de stapel, maar ben er juist wat dieper in gedoken. Juist bij beluistering met de koptelefoon en met volledige aandacht komt de muziek van Erika de Casier pas echt tot leven. De Deense muzikante laat zich op Lifetime vooral inspireren door muziek uit de jaren 90, zonder direct aan te haken bij een bepaalde inspiratiebron.

De wat ijle synths, de wat broeierige maar ook onderkoelde sfeer, de wat naar de achtergrond gemixte maar ook verleidelijke vocalen en de wat triphop achtige ritmes herinneren onmiddellijk aan muziek uit de jaren 90 en manoeuvreren zich ergens tussen de belangrijke triphop albums en de grote popalbums uit dit decennium.

Het is allemaal knap gemaakt, want zowel in muzikaal als in vocaal opzicht doet Erika de Casier mooie dingen. Zeker bij de eerste beluisteringen van het album klinkt de stem van de muzikante uit Kopenhagen wat anoniem, maar nu ik gewend ben aan het album vind ik de zang op Lifetime mooier en mooier. En dat geldt ook voor de muziek op het album, die zorgt voor een aangename flow.

Erika de Casier schrijft bovendien prima songs, die ook beter worden wanneer je ze vaker hoort. Ik begrijp inmiddels dan ook wel waarom de critici zo enthousiast zijn over de muziek van de Deense muzikante. Het is muziek die niet helemaal in mijn straatje past en waarvoor ik in de stemming moet zijn, maar als ik dat ben hoor ik steeds meer de schoonheid van de songs, de muziek en de stem van Erika de Casier.

4AD heeft zo te zien alweer afscheid genomen van Erika de Casier, maar gezien het niveau van en alle positieve aandacht voor het album kan het Britse label hier wel eens spijt van gaan krijgen, zeker als muziekliefhebbers voor wie Lifetime wat buiten de comfort zone ligt ook gaan vallen voor de vele charmes van dit album, net als bij mij is gebeurd. Erwin Zijleman

Erika Wennerstrom - Sweet Unknown (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Erika Wennerstrom - Sweet Unknown - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Erika Wennerstrom is geen Scandinavische ijsprinses, maar de frontvrouw van de Amerikaanse band Heartless Bastards.

De helaas relatief onbekende band uit Dayton, Ohio, leverde inmiddels vijf uitstekende platen af, waarop bij vlagen stevige rock werd verrijkt met zeer uiteenlopende invloeden, variërend van 60s psychedelica tot 70s countryrock.

Het is een lijn die in de openingstrack van Sweet Unknown wordt doorgetrokken, al rockt Sweet Unknown uiteindelijk een stuk minder dan de platen van de band van Erika Wennerstrom.

Ook op haar solodebuut heeft de Amerikaanse muzikante uit Austin, Texas, een voorkeur voor nogal zwaar aangezette en vol klinkende songs, al klinkt Sweet Unknown wel net wat lichtvoetiger dan de muziek van de band die ze inmiddels 15 jaar aanvoert. Het solodebuut van Erika Wennerstrom is een persoonlijke plaat, die in tekstueel opzicht dieper graaft dan die van Heartless Bastards, maar de songs op Sweet Unknown zijn verrassend toegankelijk en passen af en toe ook in het hokje pop.

Het zijn in de meeste gevallen groots klinkende songs, die worden gedragen door stuwende baslijnen, fascinerende gitaarwolken en sfeervol klinkende synths. Erika Wennerstrom kiest hierbij soms voor redelijk rechttoe rechtaan songs, maar haar muziek kan ook prachtig ontsporen in bezwerende passages met een flinke dosis psychedelica of juist het oor lieflijk strelen met honingzoete melodieën en betoverend mooie klanken.

Ondanks het grootse en meeslepende geluid op de plaat wordt de meeste aandacht nog altijd opgeëist door het indrukwekkende stemgeluid van Erika Wennerstrom. Het is een stemgeluid dat lijkt gemaakt voor de grootse pop- en rocksongs op Sweet Unknown en dat het gevecht met de breed uitwaaiende gitaarlijnen of door synths gecreëerde klankentapijten makkelijk aan kan, maar ook wanneer Erika Wennerstrom kiest voor een wat meer ingetogen en roots georiënteerd geluid, maakt ze indruk met haar zang, die dan voorzichtig opschuift richting k.d. lang.

Sweet Unknown is een plaat vol prima songs en het is een plaat die vrij makkelijk overtuigt, maar toen ik Sweet Unknown een paar keer had gehoord kabbelde het allemaal ook wel erg voort. Net toen ik dacht het allemaal wel gehoord te hebben, werd ik echter toch weer steeds meer geraakt door de mooie popliedjes van Erika Wennerstrom en werd Sweet Unknown me net zo dierbaar als een aantal platen van Heartless Bastards.

De eerste soloplaat van de frontvrouw van deze onderschatte band voegt zeker iets toe aan het oeuvre van de band en biedt een misschien nog wel mooiere en toegankelijkere eerste kennismaking met de bijzondere talenten van Erika Wennerstrom. Erwin Zijleman

Eriksson Delcroix - Heart Out of Its Mind (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eriksson Delcroix - Heart Out Of Its Mind - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Eriksson Delcroix is een Belgische band die is geformeerd rond Bjorn Eriksson (voorheen Maxon Blewitt en Zita Swoon) en Nathalie Delcroix (bekend van Laïs).

Bjorn Eriksson maakte een paar jaar geleden een filmsoundtrack vol vergeten Amerikaanse rootsmuziek, waarna hij samen met Nathalie Delcroix imponeerde met een debuut vol fraaie bluegrass, country en folk.

Twee jaar na For Ever is Eriksson Delcroix terug met Heart Out Of Its Mind en deze plaat is nog overtuigender dan het al zo verrassend sterke debuut.

Ook op Heart Out Of Its Mind maakt het Belgische duo weer indruk met prachtige vocalen die herinneren aan de duetten van Gram Parsons en Emmylou Harris, aan die van Lee Hazlewood en Nancy Sinatra of aan die van Johnny Cash en June Carter, maar het zijn ook duetten die een duidelijk eigen weg in slaan.

Vergeleken met het debuut laat Heart Out Of Its Mind een veel avontuurlijker en broeieriger geluid horen (een pluim voor de geweldige muzikanten is op zijn plaats). Nashville en de Appalachen zijn dit keer verruild voor de woestijn van Arizona, alwaar invloeden uit de muziek van Calexico en de soundtracks bij Spaghetti westerns fraai samenvloeien.

De instrumentatie is soms groots en meeslepend, maar ook vaak klein en ingetogen. In beide gevallen valt op hoe mooi de stemmen van Bjorn Eriksson en Nathalie Delcroix bij elkaar kleuren en hoe zeer deze stemmen elkaar versterken.

Heart Out Of Its Mind is een plaat die nadrukkelijk op de voorgrond kan treden, maar is ook een plaat die genoegen kan nemen met een bescheiden plekje op de achtergrond. Juist de songs waarbij het in eerste instantie vooral heerlijk wegdromen is, blijken over een bijna oneindige groeipotentie te beschikken. In de subtiele maar veelzijdige instrumentatie hoor je steeds weer nieuwe dingen, terwijl met name de stem van Nathalie Delcroix je steeds makkelijker doet smelten.

Heart Out Of Its Mind moet concurreren met platen van heel wat Amerikaanse rootsplaten, maar de 'Belgicana' van Eriksson Delcroix is de concurrentie uiteindelijk makkelijk de baas. For Ever was al goed, maar Heart Out Of Its Mind is nog tien keer beter. Wereldplaat. Erwin Zijleman

Eriksson Delcroix - The Riverside Hotel (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eriksson Delcroix - The Riverside Hotel - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Razendknap hoe Eriksson Delcroix je steeds weer weet mee te slepen naar een andere uithoek van de Verenigde Staten met muziek vol magie

Ik was zeer gecharmeerd van de vorige twee platen van het Belgische duo Eriksson Delcroix, waarop onder andere de country, folk en bluegrass werden geëerd en de band ook nog eens flirtte met Spaghetti westerns. Eriksson Delcroix heeft het kamp dit keer opgeslagen aan de oevers van de Mississippi in het roemruchte Riverside Hotel in Clarksdale. Invloeden uit de blues, cajun en swamprock domineren dit keer. Het levert een broeierige plaat op die wat dieper graaft dan zijn voorgangers, maar die na enige gewenning een bezwerend effect heeft. Eriksson Delcroix heeft de koers weer eens verlegd, maar het resultaat is wederom van een bijzonder hoog niveau.

Het Belgische duo Eriksson Delcroix bestrijkt inmiddels al een aantal jaren op indrukwekkende wijze een opvallend breed palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek.

Bjorn Eriksson (Maxon Blewitt, Zita Swoon) en Nathalie Delcroix (Laïs) namen je de afgelopen jaren mee naar oorsprong van de folk in de Appalachen, naar de wortels van de bluegrass in Kentucky, naar de basis van de country uit Nashville en naar de Americana uit de woestijn van Arizona. Het leverde twee geweldige platen op (de samenwerking met Sun Sun Sun Orchestra niet meegerekend) en ook plaat nummer drie mag er weer zijn.

Bjorn Eriksson en Nathalie Delcroix zijn ditmaal neergestreken in Clarksdale, Mississippi, en hebben hun intrek genomen in het legendarische Riverside Hotel (dat veel kleiner is dan ik had verwacht).

Clarksdale, Mississippi, wordt wel gezien als de bakermat van de zuidelijke blues in de Verenigde Staten en het is dan ook niet zo gek dat Mississippi blues een belangrijke rol speelt op de nieuwe plaat van Eriksson Delcroix. Het Belgische tweetal beperkt zich echter niet tot de blues en verwerkt op The Riverside Hotel nog veel meer invloeden uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten.

Het levert een broeierige plaat op, die de sfeer ademt van de Mississippi delta. Invloeden uit de blues worden op fraaie wijze gecombineerd met invloeden uit onder andere de cajun uit de zuidelijke staten, de rhythm & blues uit het nabijgelegen New Orleans en de swamprock uit Louisiana en Mississippi.

Wanneer Eriksson Delcroix gas terugneemt kun je de plakkerige zweetdruppels bijna voelen, maar het Belgische tweetal voert het tempo af en toe ook flink op. Dat doet zo nu en dan zelfs wat aan de muziek van My Baby denken, al blijft Eriksson Delcroix ver verwijderd van invloeden uit de dance en de wereldmuziek en zijn ook invloeden uit de psychedelica schaarser dan bij de Nederlandse band.

Ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van het geluid dat het Belgische tweetal liet horen op haar eerste twee platen. De country duetten waarin Nathalie Delcroix en Bjorn Eriksson onder andere Gram Parsons en Emmylou Harris naar de kroon staken waren wonderschoon en ook de flirts met Spaghetti westerns op de vorige plaat waren zeer geslaagd. Beide ingrediënten mis ik op The Riverside Hotel, maar we krijgen er veel voor terug.

The Riverside Hotel is een laid-back plaat, maar het is een spannende laid-back plaat met mooie fluisterstemmen, fraai gitaarwerk en een bezwerende en vaak licht experimentele instrumentatie. Het knappe van de platen van Eriksson Delcroix is dat ze je vrijwel onmiddellijk meenemen naar andere oorden. Het ene moment zit je in een druilerig Nederland of België, het volgende moment zit je aan de oevers van de Mississippi in een hotelkamer die in het verleden door menig blueslegende is bewoond.

Het is misschien even wennen, en wat meer wennen dan de vorige twee platen van Eriksson Delcroix, maar al snel is The Riverside Hotel je net zo dierbaar als de vorige platen van dit unieke tweetal en ben je weer een fascinerende muzikale roodtrip rijker. Erwin Zijleman

Erin Rae - Lighten Up (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Erin Rae - Lighten Up - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Erin Rae - Lighten Up
De Amerikaanse muzikante Erin Rae zet, aan de hand van producer en muzikant Jonathan Wilson, zowel in muzikaal als in vocaal opzicht flinke stappen op haar derde album Lighten Up

Ik ben al langer gecharmeerd van de stem van de Amerikaanse muzikante Erin Rae, maar haar eerste twee album vond ik in 2015 en 2018 toch net niet onderscheidend genoeg. Het is allemaal anders op het deze week verschenen Lighten Up, dat in muzikaal en productioneel opzicht grote stappen zet en dat sterkere songs bevat. Het heeft ook gevolgen voor de zang van Erin Rae die nog wat overtuigender is en zich kan meten met het beste in het genre. Hier en daar pakt producer Jonathan Wilson flink uit met onder andere flink wat strijkers, maar Lighten Up bevat ook een aantal meer ingetogen songs. Het album klinkt vaak als een klassieker uit de jaren 70, maar het kan er ook zomaar een uit 2022 worden.

Lighten Up is het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter Erin Rae. Haar eerste twee albums waren op zich prima en de stem van Erin Rae vond ik zelfs erg mooi, maar door het enorme aanbod aan Amerikaanse rootsmuziek vielen deze albums, in ieder geval bij mij, tussen wal en schip. Nu waren deze eerste twee albums misschien ook niet heel onderscheidend, al vond ik ze bij beluistering deze week toch ver boven de grauwe middelmaat uit steken.

Het deze week verschenen Lighten Up doet dat nog wat meer en makkelijker, want Erin Rae levert met haar derde album ook met afstand haar meest ambitieuze album tot dusver af. Dat heeft alles te maken met de productie van het album, waarvoor niemand minder dan Jonathan Wilson tekende. Deze Jonathan Wilson staat bekend om een vol geluid en het verwerken van flink wat invloeden en dat doet hij ook op het derde album van Erin Rae.

Het in zijn studio in California opgenomen Lighten Up bestrijkt binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet, al heeft Erin Rae een lichte voorkeur voor folk en country. Lighten Up is wat rijker georkestreerd dan het gemiddelde country- of folkalbum en voelt direct vanaf de eerste noten aan als een warm bad.

Het is een warm bad dat niet alleen het oor streelt, maar het past ook nog eens perfect bij de mooie stem van Erin Rae, die nog wat overtuigender zingt dan op haar eerste twee albums. Dat doet ze vooral in de wat meer ingetogen songs op het album, waarin ze de grote countryzangeressen uit heden en verleden naar de kroon steekt, maar ook in de uitbundiger ingekleurde songs op het album zijn de vocalen van hoge kwaliteit.

Waar ik me bij de eerste twee albums van Erin Rae nog wel voor kan stellen dat ze niet genoeg opvielen om te concurreren met de rest van het aanbod in het genre, springt Lighten Up er in het genre wat mij betreft flink uit. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de bijzonder fraaie instrumentatie en orkestratie, aan de rijke productie van Jonathan Wilson en aan de prachtige stem van Erin Rae, maar ook de songs van de muzikante uit Nashville, Tennessee, zijn dit keer van een bijzonder hoog niveau.

Jonathan Wilson, die ook een aantal uitstekende muzikanten naar zijn studio haalde, was op zijn eigen albums en bij eerdere productieklussen niet vies van flink wat invloeden uit de jaren 60 en 70 en deze domineren ook op Lighten Up van Erin Rae. Het album bevat een aantal verwijzingen naar de folky albums die in deze decennia in de heuvels rond Los Angeles werden gemaakt, maar ook de countrymuziek die in dezelfde periode in Nashville werd gemaakt heeft zijn sporen nagelaten op het album.

Zelf ben ik inmiddels als een blok gevallen voor het derde album van Erin Rae. Zeker als je het album met een goede koptelefoon beluistert, hoor je de schoonheid van de instrumentatie en de productie, al is het vooral de stem van Erin Rae die bij mij vrijwel continu garant staat voor kippenvel.

Voor liefhebbers van pure en traditionele rootsmuziek klinkt het misschien allemaal wat te vol en zeker wanneer de strijkers aanzwellen misschien ook wel wat te zoetsappig, maar als je eenmaal bent gevallen voor Lighten Up, lig je keer op keer in katzwijm. En Erin Rae? Die promoveert wat mij betreft met onmiddellijke ingang naar de smaakmakers binnen het genre. Erwin Zijleman

Erisy Watt - Not Either or but Everything (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Erisy Watt - not either or but everything - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Erisy Watt - not either or but everything
De Amerikaanse singer-songwriter Erisy Watt heeft de sfeer van het zonnige en zorgeloze Californië uit het verleden en heden prachtig gevangen op haar tweede en zeer aangename album not either or but everything

Ik kon in eerste instantie slechts vluchtig luisteren naar het album van de mij onbekende Erisy Watt, maar haar nieuwe album heeft me direct zeer aangenaam verrast. Het is een album dat met één been in het verleden staat, maar ook met één been in het heden. Het is een album met songs die zowel herinneren aan folkies en singer-songwriters uit het verleden als aan de indiemuzikanten van het moment. not either or but everything voelt direct aan als het spreekwoordelijke warme bad door de lome klanken en de aansprekende stem van Erisy Watt, maar het album staat ook vol uitstekende songs vol groeipotentie. Fraai album, dat echt de aandacht verdient.

Je struikelt momenteel bijna over de jonge vrouwelijke singer-songwriters met een hart voor indie of Americana (of allebei) en zelfs voor een groot liefhebber van deze genres als ik wordt het af en toe wel wat veel van het goede. Toch heb ik geen moment getwijfeld over not either or but everything (geen hoofdletters) van Erisy Watt.

Het is het tweede album van de muzikante uit Los Angeles, want in het voorjaar van 2022 debuteerde ze met Eyes Like The Ocean. Het is een album dat me destijds niet is opgevallen, maar het is een zeer aangenaam album met vooral folky songs, dat in 2022 best een plekje op de krenten uit de pop had verdiend. Dat geldt zeker voor het deze week verschenen not either or but everything, dat ik nog een stuk beter vind.

Ook op haar tweede album maakt Erisy Watt muziek die bijzonder lekker in het gehoor ligt en vaak zwoel en warm klinkt. Op haar debuutalbum koos de muzikante uit Los Angeles vaak voor ingetogen en hierdoor folky aandoende songs, maar op not either or but everything heeft ze haar geluid flink verrijkt.

De songs van Erisy Watt bevatten flink wat invloeden uit de folkmuziek en vooral de singer-songwriter muziek uit het verleden en met name uit de jaren 70, maar ze heeft al deze invloeden fraai geïntegreerd in een geluid dat ook eigentijds en hier en daar wat indie klinkt. Dat is knap gedaan, maar not either or but everything overtuigt in eerste instantie vooral door de opvallend aangename sfeer in de songs van de Amerikaanse muzikante.

Het is een sfeer die je meeneemt naar Californische zomers en zorgeloze tijden. De songs van Erisy Watt klinken warm en soms wat broeierig, maar het zijn ook songs met een laidback en ontspannende sfeer. Het album werd opgenomen op meerdere plekken in California en hoewel ik niet veel informatie heb over het opnameproces klinkt het album alsof het is gemaakt op warme zomeravonden en zonder al te veel zorgen.

Erisy Watt wordt op haar tweede album bijgestaan door een aantal prima muzikanten, onder wie multi-instrumentalist Kosta Galanopoulos, en door producer Luke Temple, die ik eigenlijk alleen ken van het tweede soloalbum van Big Thief’s Adrianne Lenker. De muzikanten en de producer hebben gezorgd voor een zeer smaakvol geluid en het is een geluid dat goed past bij de stem van Erisy Watt.

De singer-songwriter uit Los Angeles beschikt over een zacht en warm stemgeluid dat alleen maar beter wordt wanneer je er vaker naar luistert en hoort dat de zang op het album verrassend veelzijdig is. Hier en daar klinkt ze als een folkie uit een ver verleden, maar Erisy Watt kan in meerdere genres uit de voeten en heeft een eigen geluid.

Door het grote aanbod van het moment valt het niet mee om op te vallen als jonge vrouwelijke singer-songwriter en ik lees dan ook nog niet veel over not either or but everything, dat zeker de afgelopen weken stapels concurrenten heeft. Ik bleef zelf vooral hangen door de zomerse en zorgeloze sfeer op het album, maar werd vervolgens aangenaam verrast door de prachtige klanken, de mooie stem van Erisy Watt en de sterke songs op haar tweede album.

Ondanks de slechte vooruitzichten van een paar dagen geleden schijnt de zon nog altijd heerlijk vandaag en dat voelt nog net wat aangenamer aan met de warmbloedige songs van Erisy Watt op het uitstekende not either or but everything. Absoluut een aanrader. Erwin Zijleman

Erny Belle - Not Your Cupid (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Erny Belle - Not Your Cupid - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Erny Belle - Not Your Cupid
De Nieuw-Zeelandse muzikante Erny Belle debuteerde een jaar geleden zeer overtuigend, maar zet flinke stappen op het prachtig klinkende Not Your Cupid, dat indruk maakt met mooie zang en avontuurlijke songs

In Nieuw-Zeeland is de zomerstop kennelijk nog niet begonnen, want deze week verscheen het tweede album van Aimee Renata, die net iets meer dan een jaar geleden veelbelovend debuteerde als Erny Belle. De Nieuw-Zeelandse muzikante maakt de belofte van haar debuut meer dan waar op Not Your Cupid. Erny Belle is nog beter gaan zingen, heeft een serie aangename maar ook spannende songs geschreven en heeft deze songs met veel fantasie ingekleurd. Het zijn songs waarop rootsmuziek en pop hand in hand gaan, maar liefhebbers van beide genres zullen makkelijk vallen voor de muzikale charmes van de muzikante uit Auckland, die flink verrast met dit uitstekende tweede album.

De nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out Records pikte het nieuwe album van Erny Belle er deze week helaas (nog) niet uit, maar gelukkig heb ik ook de nieuwsbrief van het roemruchte Nieuw-Zeelandse label Flying Nun Records nog, die het tweede album van de Nieuw-Zeelandse muzikante wel een podium gaf. Erny Belle debuteerde een jaar geleden met het uitstekende Venus Is Home, waarop de muzikante uit Nieuw-Zeeland invloeden uit de folk en country combineerde met invloeden uit de pop. Het album krijgt deze week een vervolg met Not Your Cupid.

Erny Belle is het alter ego van Aimee Renata (Ngāpuhi) uit Tāmaki Makaurau, wat de Maori naam voor (een deel van) Auckland is. De Nieuw-Zeelandse muzikante heeft zelf ook een Maori achtergrond, maar die heeft niet veel invloed op de muziek van Erny Belle. Op haar debuutalbum Venus Is Home maakte Erny Belle indruk met sfeervol ingekleurde en knap in elkaar zittende popliedjes en met een mooie en karakteristieke stem. Ik was het album eerlijk gezegd al lang weer vergeten, maar toen ik er naar aanleiding van de release van het nieuwe album weer eens naar luisterde, was ik direct gecharmeerd van de muziek van Aimee Renata.

Er is pas een jaar verstreken sinds het debuutalbum van Erny Belle, maar de progressie die ze laat horen op haar tweede album is indrukwekkend. Ook op Not Your Cupid verwerkt de Nieuw-Zeelandse muzikante zowel invloeden uit de rootsmuziek (en met name de country en folk) als uit de pop, maar ze heeft deze invloeden dit keer samengesmeed in een heel bijzonder geluid.

Dat bijzondere zit hem vooral in de muziek op het album. In de openingstrack Bowman hoor je mooie bijdragen van gitaar en piano, maar de meeste aandacht wordt getrokken door het bijzondere vioolspel en vooral door de bijdragen van de sitar. Het laatstgenoemde instrument geeft de muziek van Erny Belle een wat psychedelisch tintje, maar heel zweverig wordt het niet. Door de bijzondere bijdragen van de viool en de sitar klinkt Not Your Cupid direct anders dan de talloze andere albums van vrouwelijke singer-songwriters die de afgelopen tijd zijn verschenen, maar desondanks drong het album zich bij mij direct nadrukkelijk op.

Het is niet alleen de verdienste van de bijzondere klanken, want ook de zang op het tweede album van Erny Belle is bijzonder mooi. De muzikante uit Auckland is in vocaal opzicht gegroeid en sluit met haar stem prachtig aan bij de bijzondere klanken. De openingstrack van Not Your Cupid is van een bijzonder hoog niveau, maar in de tracks die volgen houdt Erny Belle dit niveau makkelijk vast.

In een aantal tracks klinkt haar muziek net wat conventioneler, maar de instrumentatie, waarin de sitar met enige regelmaat terugkeert, blijft prachtig en hetzelfde geldt voor de zang. De tracks waarin wordt geëxperimenteerd met bijzondere wendingen, en dat zijn er nogal wat, vind ik het leukst, maar ook met de tijdloos klinkende rootssongs op het album met fraai steelguitar werk of stemmige akoestische gitaarakkoorden is helemaal niets mis en ook deze songs kunnen zomaar een onverwachte afslag nemen met bijzondere discussie of elektronische impulsen. Ik heb eigenlijk maar één ding aan te merken op Not Your Cupid en dat is dat het album met 31 minuten muziek aan de korte kant is, maar het is wel 31 minuten lang bijzonder mooi. Erwin Zijleman

Erny Belle - Venus Is Home (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Erny Belle - Venus Is Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Erny Belle - Venus Is Home
De Nieuw-Zeelandse muzikante Erny Belle grossiert op haar debuutalbum in zwoele en aangename roots songs met een vleugje pop, maar het zit allemaal ook nog eens bijzonder knap in elkaar

Bij muziek uit Nieuw-Zeeland refereer ik vaak aan het gezegde “wat je van ver haalt is lekkerder” en dit gezegde gaat ook op voor het debuutalbum van Erny Belle. De Nieuw-Zeelandse muzikante heeft Maori roots, maar op haar debuut verwerkt ze vooral invloeden uit de pop en de rootsmuziek. Het klinkt allemaal aangenaam en toegankelijk, maar Venus Is Home is bijzonder mooi ingekleurd en Erny Belle is een uitstekend zangeres, die ook nog eens aansprekende songs en teksten schrijft. Er komt de laatste tijd veel moois uit Nieuw-Zeeland en het debuutalbum van Erny Belle past hier uitstekend tussen, al is het maar omdat het album het verlangen naar een zorgeloze zomer flink aanwakkert.

Dankzij de nieuwsbrief van Flying Out Records uit Auckland volg ik de Nieuw-Zeelandse muziekscene inmiddels al een aantal jaren op de voet. Het is een nieuwsbrief die net wat andere krenten uit de pop pikt dan de Nederlandse, Britse en Amerikaanse platenzaken met een nieuwsbrief, wat de wekelijkse mailing van Flying Out Records al zeer de moeite waard maakt. Het is bovendien een nieuwsbrief die er keer op keer in slaagt om de essentie van een album in een paar zinnen te vangen, waardoor ik vrijwel onmiddellijk weet of ik een album moet beluisteren of niet.

Op basis van de paar zinnen die werden opgeschreven over Venus Is Home van Erny Belle leek dit album me zeer interessant en na een paar noten kon ik al concluderen dat dit klopte. Erny Belle is het alter ego van Aimee Renata (Ngāpuhi) uit Tāmaki Makaurau, wat volgens mij de Maori naam voor (een deel van) Auckland is. Aimee Renata (Ngāpuhi) heeft zelf ook een Maori achtergrond, maar haar alter ego Erny Belle laat hier niet heel veel van horen.

Venus Is Home is vooral een intiem folkalbum met een vleugje pop en een vleugje country. Zeker wanneer het album wat meer de kant van de pop op gaat, hoor ik wel wat van Lana Del Rey, maar wanneer invloeden uit de rootsmuziek aan terrein winnen, zijn er voorzichtige raakvlakken met landgenoten als Aldous Harding en Reb Fountain. Erny Belle slaagt er wat mij betreft echter vooral in om een eigen geluid te laten horen.

De negens songs op het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse muzikante zijn betrekkelijk sober, maar zeer smaakvol ingekleurd. In een aantal songs hoor je een vleugje country, soms domineert de folk en heel af en toe is er een voorname rol voor pop, maar over het algemeen genomen is Venus Is Home een consistent klinkend album.

Het is een album waarop de stem van Erny Belle alle ruimte krijgt en dat is logisch. De Nieuw-Zeelandse muzikante zingt vooral zacht, maar heeft een warme en aangename stem, die zowel in de meer pop georiënteerde als in de meer roots georiënteerde songs uitstekend uit de voeten kan. Soms hoor ik zoals gezegd een randje Lana Del Rey, maar het is maar een dun randje.

Venus Is Home is een album dat makkelijk in het gehoor ligt en dat mij daarom snel een eenvoudig wist te overtuigen, maar de songs van Erny Bell zijn ook groeibriljanten. De Nieuw-Zeelandse muzikante schrijft scherpe teksten en is zowel in muzikaal als in vocaal opzicht interessanter dan de meeste van haar soort- en tijdgenoten. Venus Is Home is bovendien een lekker veelzijdig album, waarop Erny Belle steeds weer kiest voor net wat andere invloeden.

Zeker de wat zwoelere songs op het album dringen zich al snel genadeloos op, maar inmiddels vind ik alle songs op het album mooi en ben ik verliefd op de prachtige stem van de muzikante uit Auckland. Venus Is Home is in muzikaal, vocaal en tekstueel opzicht een interessant album, maar Erny Belle maakt ook lekker zwoele en zorgeloze popliedjes die doen verlangen naar broeierige zomeravonden.

Het is dringen in het genre van de vrouwelijke singer-songwriters met een voorkeur voor een mix van pop en roots, maar het debuutalbum van Erny Belle zou ik zeker niet laten liggen. Venus Is Home laat nog maar eens horen dat het in de gaten houden van de Nieuw-Zeelandse muziekscene absoluut de moeite waard is. Erwin Zijleman

Esben and the Witch - Older Terrors (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Esben & The Witch - Older Terrors - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Vandaag blik ik voor de laatste keer terug op de vele jaarlijstjes die ik de afgelopen weken heb uitgeplozen en ik heb de meest intrigerende plaat die ik in deze jaarlijstjes ben tegengekomen voor het laatst bewaard.

Esben & The Witch, want dat is de band die verantwoordelijk is voor deze plaat, is tot dusver steeds aan mijn aandacht ontsnapt, waardoor ik eind vorig jaar ook hun vierde plaat Older Terrors heb gemist.

Older Terrors is een buitengewoon ambitieuze plaat, want Esben & The Witch heeft voor de luisteraar slechts vier tracks in petto. Het zijn tracks die allemaal ruim tien minuten duren en wat gebeurt er veel in de ruim 45 minuten muziek op Older Terrors.

Esben & The Witch is een trio uit het Britse Brighton, dat vertrouwd op de drie-eenheid bas-gitaar-drums, al voegt de drummer van de band ook nog wel wat elektronica toe. In de muziek van de band staat de geweldige stem van zangeres Rachel Davies centraal. Het is een stem die in meerdere genres uit de voeten kan en van dat wapen maakt Esben & The Witch dankbaar gebruik. Esben & The Witch schiet op Older Terrors heen en weer tussen meerdere genres, waarvan folk, metal, progrock, shoegaze en new wave de belangrijkste zijn.

Older Terrors is niet alleen een plaat die makkelijk varieert tussen nogal uiteenlopende genres, maar is ook een plaat die bijna naadloos kan schakelen tussen bijna minimalistische en verstilde passages en een enorme bak gitaargeweld. Het zorgt er voor dat Older Terrors overloopt van dynamiek, waardoor je je in tracks van meer dan tien minuten geen seconde hoeft te vervelen.

Het in Berlijn opgenomen Older Terrors is een plaat die je langzaam meesleept met atmosferische passages en vervolgens meedogenloos opslokt met stevige riffs die kunnen ontaarden in bijna apocalyptische klanken.

Het sterkste wapen van Esben & The Witch is wat mij betreft de geweldige stem van Rachel Davies, die kan ontroeren als een folkie, maar ook kan uithalen als een gothic prinses (waarbij ze in beide uitersten raakt aan de al even bijzondere stem van Chelsea Wolfe), maar ook in muzikaal opzicht gebeurt er van alles.

Het gitaarwerk op de plaat is dik in orde, maar ook de ritmesectie is van groot belang in de stuwende muziek op Older Terrors. Esben & The Witch maakt op Older Terrors muziek die het daglicht nauwelijks kan verdragen. De aardedonkere en vaak dreigende klanken nemen je mee naar een wereld die alleen bestaat in sprookjesboeken en het zijn niet de sprookjesboeken die geschikt zijn voor de tere kinderziel.

Older Terrors is aan de ene kant donker en dreigend, maar bevat ook talloze passages van een bijna onwerkelijke schoonheid en tederheid. Het zorgt er voor dat de vierde plaat van Esben & The Witch bij iedere luisterbeurt weer evenveel intrigeert als bij de ontdekking die zo hard aankomt en dat is een effect dat maar weinig bands weten te realiseren (Swans kan het ook heel goed).

Het knapste vind ik dat de Britse band met beperkte middelen een geluid neer kan zetten dat zwaar hypnotiseert of juist alles in de omgeving platwalst. Zeker wanneer je wordt meegezogen in de duistere wereld van Older Terrors is het een plaat die van alles met je doet. Het ene moment zit je nog rustig thuis op de bank, het volgende moment moet je vluchten voor duistere wezens die niet het beste met je voor hebben.

Het is razendknap als een band dit voor elkaar krijgt met haar muziek, waardoor ik alleen maar kan concluderen dat de 1 of 2 personen die deze plaat hoog in hun jaarlijstje hadden gezet gelijk hadden. Vanaf vandaag stapelen de 2017 releases zich al weer op, maar deze bijzondere plaat uit 2016 moet iedereen gehoord hebben. Waanzinnige plaat. Erwin Zijleman

Eska - Eska (2015)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eska - Eska - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Eska (Mtungwazi) is een in Zimbabwe geboren, maar al geruime tijd vanuit Engeland opererende singer-songwriter.

Ze was tot dusver een gewild zangeres op de platen van anderen en toerde met onder andere Cinematic Orchestra, Zero 7 en The Matthew Herbert Big Band, maar inmiddels ligt ook eindelijk haar debuut in de winkel.

Het blijft in Nederland tot dusver opvallend stil rond deze titelloze plaat, maar dat moet echt gaan veranderen. Eska heeft namelijk een hele bijzondere plaat gemaakt, die liefhebbers van onder andere Laura Mvula, Lianne La Havas, Zara McFarlane en Cold Specks zeker aan moet kunnen spreken.

Net als de genoemde zangeressen verwerkt Eska nogal wat genres en stijlen in haar muziek en is ze gezegend met een hele bijzondere stem. Het is een stem die me in eerste instantie af toe nog wel wat in de weg zat, want Eska houdt van flink wat stembuigingen en ik hou daar niet van. Eska overtuigde me in vocaal opzicht uiteindelijk wel, want buiten een stembuiginkje teveel valt er in vocaal opzicht heel veel te genieten op het debuut van Eska.

Eska heeft een prachtig soulvol stemgeluid, maar ze heeft ook een stem die goed uit de voeten kan in meer folky of jazzy tracks. Op het debuut van Eska zijn zowel soulvolle als folky en jazzy tracks te vinden en er zit ook nog hele wereld tussen. Zo gaat Eska aan de haal met jazz en psychedelica en verwerkt ze voorzichtig ook nog wat invloeden uit de Afrikaanse muziek en de reggae in haar bijzondere geluid.

Het is een geluid dat vorm krijgt in lekker in het gehoor liggende songs die soms de R&B kant op gaan (maar dan wel bijzondere R&B zoals bijvoorbeeld Janelle Monaé die maakt), maar Eska is ook niet vies van flink wat experiment en raakt in de uitersten op haar plaat zelfs aan het werk van Kate Bush en nog vaker aan het werk van Prince.

Door de grote variëteit aan genres en stijlen, de bij vlagen complexe en altijd bijzonder veelzijdige instrumentatie (die varieert van jazzy en ingetogen tot elektronisch en uitbundig), de complexe songstructuren en de niet altijd even makkelijke stem van Eska, verwacht ik niet dat het debuut van Eska in dezelfde aantallen over de toonbank gaat als de laatste van Lianne La Havas, maar liefhebbers van bijzondere muziek die lak heeft aan hokjes en grenzen, zouden echt eens naar deze fascinerende plaat moeten luisteren. Erwin Zijleman

Esther Rose - How Many Times (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Esther Rose - How Many Times - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Esther Rose - How Many Times
Esther Rose zet een flinke stap op haar derde album How Many Times dat voller en net wat eigentijdser klinkt dan zijn voorgangers en dat nog altijd opvalt door haar bijzondere stem

Binnen de Amerikaanse rootsmuziek valt op het moment ontzettend veel te kiezen. Zoveel dat ook uitstekende albums buiten de boot vallen, maar het derde album van Esther Rose uit New Orleans zou ik zeker niet laten liggen. De net wat vollere instrumentatie en productie pakken geweldig uit op How Many Times en Esther Rose is een uitstekende zangeres die haar wat weemoedige songs over slechte ervaringen in de liefde met veel gevoel vertolkt. Haar vorige albums vond ik wat te traditioneel en net niet aansprekend genoeg, maar How Many Times is van de eerste tot de laatste noot raak. Ik heb er weer een favoriete rootsmuzikant bij, dat is zeker.

How Many Times is het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter Esther Rose. Voorgangers This Time Last Night uit 2017 en You Made It This Far uit 2019 vond ik op zich best interessante albums, maar ze waren me net wat te traditioneel en klonken naar mijn smaak ook wel wat te kaal.

Voor How Many Times deed Esther Rose voor het eerst een beroep op een producer en dat heeft wat mij betreft zijn vruchten afgeworpen. De singer-songwriter uit New Orleans, Louisiana, koos voor de productie van How Many Times voor de ook uit New Orleans afkomstige en van de synthpop band Video Age bekende Ross Farbe.

Het is een opvallende keuze, maar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek hoeven niet bang te zijn. Op How Many Times is immers geen synthesizer te horen, maar het geluid van Esther Rose klinkt wel een stuk voller.

Net als op haar vorige twee albums spelen de viool en de pedal steel een belangrijke rol in het geluid van Esther Rose, dat verder wordt aangevuld door een prima spelende ritmesectie en vooral door geweldig gitaarwerk van Max Bien Kahn.

De zeer competent spelende muzikanten die Esther Rose om zich heen heeft verzameld tekenen nog altijd voor een wat traditioneel aandoend rootsgeluid met vooral invloeden uit de folk en de country. Dat stond me op de vorige albums nog wat tegen, maar met name door de geweldige gitaarimpulsen, is het geluid van Esther Rose wel wat opgeschoven richting eigentijds klinkende rootsmuziek.

Het geluid klinkt niet alleen een stuk voller dan we van Esther Rose gewend zijn, maar ook een stuk warmer. Zeker door de geweldige bijdragen van gitaar, pedal steel en viool, wordt het geluid op How Many Times een flink stuk opgetild en verleidt het album een stuk makkelijker dan zijn voorgangers.

Dat verleiden doet Esther Rose ook met haar karakteristieke stem. Het is een stem die gemaakt is voor Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en voor countrymuziek in het bijzonder, maar af en toe hoor ik ook wel een randje zwoele pop in de stem van de Amerikaanse muzikante.

Door de stem van Esther Rose en de hier en daar prachtig jankende lap steel krijgt de muziek van de singer-songwriter uit New Orleans iets melancholisch en weemoedigs, wat nog verder wordt versterkt door de teksten, waarin de door de liefde veroorzaakte ellende een belangrijke rol speelt.

Het klinkt misschien wat stereotiep, maar Esther Rose is zeker geen dertien in een dozijn countryzangeres die met een snik in haar stem afrekent met alle overspelige mannen in haar leven. How Many Times doet zoals gezegd wat traditioneel aan, maar na herhaalde beluistering vind ik het toch vooral een eigentijds roots of alt-country album, dat absoluut buiten de lijntjes van het genre durft te kleuren.

Door al het liefdesverdriet dat wordt bezongen is How Many Times een intiem en wat donker album, maar Esther Rose slaagt er absoluut in om je deelgenoot te maken van haar gevoelens, waardoor How Many Times makkelijk indruk maakt.

Het is nog altijd dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar het derde album van Esther Rose zou ik er zeker uit pikken. How Many Times is immers een album dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht makkelijk indruk maakt en ook nog een tijd lang beter wordt. Erwin Zijleman

Esther Rose - Safe to Run (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Esther Rose - Safe To Run - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Esther Rose - Safe To Run
Esther Rose verbrandde de schepen achter zich en maakte een nieuwe start, wat een fris, sprankelend en kwalitatief hoogstaand album met Amerikaanse rootsmuziek en subtiele uitstapjes daarbuiten oplevert

De Amerikaanse muzikante Esther Rose maakte indruk met haar vorige album How Many Times, maar het deze week verschenen Safe To Run vind ik nog een stuk beter. Safe To Run is een persoonlijk album vol optimisme. Esther Rose vond nieuw geluk in New Mexico en heeft een aantal songs geschreven die je aangenaam omarmen. Ook Safe To Run is in de basis een rootsalbum, maar Esther Rose zoekt op subtiele wijze de grenzen van het genre op, wat een aangenaam en fris geluid oplevert. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker, maar het is ook dit keer vooral de geweldige stem van Esther Rose die de aandacht trekt. Wat een sterk album.

De naam Esther Rose deed bij mij niet direct een belletje rinkelen, terwijl ik net iets meer dan twee jaar geleden toch behoorlijk enthousiast was over haar derde album How Many Times. De Amerikaanse muzikante beschikt kennelijk over een naam die niet heel onderscheidend is en hierdoor niet goed blijft hangen, maar ze beschikt gelukkig wel over muzikale kwaliteiten die je bij blijven.

Op How Many Times maakte de muzikante die werd geboren in Detroit, Michigan, lange tijd opereerde vanuit New Orleans, Louisiana, maar nu Taos in New Mexico als thuisbasis heeft, vooral Amerikaanse rootsmuziek, maar liet ze zich niet vastpinnen op één genre. How Many Times viel op door sterke songs en een mooie instrumentatie, maar het was vooral de stem van Esther Rose die de aandacht trok.

Het is een stem die gemaakt is voor Amerikaanse rootsmuziek, maar het is ook een stem waar je van moet houden. Ik kan me goed voorstellen dat de stem van Esther Rose niet iedereen zal aanspreken, maar wanneer je gevoelig bent voor de vocale verleidingen van de Amerikaanse muzikante, was op How Many Times echt iedere noot raak. Het is niet anders op het deze week verschenen Safe To Run, het vierde album van Esther Rose.

Ook Safe To Run is een album waarop invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek domineren en waarop direct vanaf de eerste noten de stem van Esther Rose centraal staat. Ik was zelf zeer gecharmeerd van de zang op haar vorige album en was ook bij eerste beluistering van Safe To Run direct onder de indruk van de vocalen. Het zijn vocalen, die, net als op How Many Times, worden gecombineerd met een veelkleurige instrumentatie, die lekker vol, maar ook ingetogen kan zijn.

Het is een instrumentatie waarvoor Esther Rose een beroep deed op leden van de bands The Deslondes, Silver Synthetic en Hurray For The Riff Raff, die ze nog kent uit de muziekscene van New Orleans. Net als How Many Times werd ook Safe To Run geproduceerd door de van de synthpop band Video Age bekende Ross Farbe, die ook het nieuwe album van Esther Rose heeft voorzien van een smaakvol en vooral door snareninstrumenten ingekleurd rootsgeluid.

Waar Esther Rose op How Many Times vooral binnen de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek bleef, staat Safe To Run vol met uitstapjes buiten de gebaande paden van de Amerikaanse rootsmuziek. Het zijn wel hele subtiele uitstapjes, die de songs van Esther Rose voorzien van een vleugje pop of indie, waardoor het album niet alleen in vocaal, maar ook in muzikaal opzicht zal opvallen in het aanbod van het moment.

Ik vind Safe To Run hierdoor nog een stuk aantrekkelijker en aansprekender dan zijn voorganger. Het zijn overigens niet alleen de uitstapjes buiten de gebaande paden die Safe To Run nog interessanter maken dan het al uitstekende How Many Times, want ik vind ook het geluid op het nieuwe album mooier. Bovendien zingt Esther Rose nog wat zelfverzekerder en heeft ze een serie geweldige songs geschreven.

Safe To Run van Esther Rose is een album dat zich direct aangenaam opdringt, maar het is ook een album dat je langzaam maar zeker steeds dierbaarder wordt. Ik ga haar naam vanaf nu echt proberen te onthouden, maar de geweldige songs op Safe To Run krijg ik met geen mogelijkheid meer uit mijn hoofd. Erwin Zijleman

Esther Rose - Want (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Esther Rose - Want - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Esther Rose - Want
Esther Rose is met Want alweer toe aan haar vijfde album en net als zijn twee voorgangers is ook Want een album dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek moet opvallen met een veelzijdig geluid, sterke songs en uitstekende zang

Esther Rose opereerde een aantal jaren wat in de marge, maar ze trekt gelukkig steeds meer aandacht met haar muziek. Volkomen terecht, want na twee aardige albums leverde ze met How Many Times en Safe To Run twee uitstekende albums af. Die lijn trekt de muzikante uit Santa Fé, New Mexico, door op haar nieuwe album Want. Wat betreft de producer en de muzikanten vertrouwt Esther Rose grotendeels op vaste waarden en uiteraard vertrouwt ze ook dit keer op haar uitstekende stem. In muzikaal opzicht weet de Amerikaanse muzikante zich echter flink te verbreden op haar vijfde album en het derde uitstekende album op rij. Absoluut iemand om in de gaten te houden deze Esther Rose.

Op de eerste twee albums van singer-songwriter Esther Rose hoorde ik, zeker in de zang, wel het talent van de Amerikaanse muzikante, maar This Time Last Night (2017) en You Made It This Far (2019) waren wat mij betreft niet voldoende onderscheidend om de aandacht echt lang vast te houden.

Het ontbrak op de eerste twee albums van Esther Rose vooral aan een goede productie en aan een echt interessante instrumentatie en die hoorde ik wel op het in 2021 verschenen How Many Times. Voor de productie van haar derde album deed de destijds in New Orleans woonachtige muzikante een beroep op stadgenoot Ross Farbe, die ook bekend is van de synthpop band Video Age.

Ross Farbe liet de synths voor deze klus thuis en voorzag How Many Times van een zeer smaakvol Amerikaans rootsgeluid, waarin de stem van Esther Rose mocht schitteren en dat ook deed. Het leverde een album op dat moet worden gerekend tot de betere Amerikaanse rootsalbums van 2021 en dat kunstje herhaalde Esther Rose in 2023 toen haar vierde album Safe To Run verscheen.

Esther Rose had nieuw geluk gevonden in Santa Fé, New Mexico, en dat hoorde je op het prachtig en ook zeker optimistisch klinkende album, dat wederom was geproduceerd door Ross Farbe en bijdragen kende van leden van aansprekende bands uit de New Orleans scene als The Deslondes, Silver Synthetic en Hurray For The Riff Raff.

Deze week is het vijfde album van Esther Rose verschenen en net als zijn twee voorgangers is ook Want een ijzersterk album geworden. De Amerikaanse muzikante woont nog steeds in New Mexico, maar nam haar nieuwe album op in Nashville, waar wederom Ross Farbe aanschoof als producer. Ook meerdere muzikale vrienden uit New Orleans, waaronder leden van The Deslondes, wisten de weg naar de studio in Nashville te vinden, waardoor ook Want weer geweldig klinkt.

Op Safe To Run experimenteerde Esther Rose al met een wat veelkleuriger geluid en dit heeft ze verder ontwikkeld op Want. Het is een uitstekend album geworden waarop Esther Rose put uit meerdere genres, soms ook buiten de Amerikaanse rootsmuziek, en ook nog eens met zevenmijlslaarzen door de tijd stapt.

Alle invloeden worden gecombineerd tot een eigen geluid waarin Esther Rose ook dit keer in eerste instantie vooral indruk maakt met haar stem. De Amerikaanse muzikante zingt met nog wat meer expressie en emotie dan op haar vorige albums en voorziet de vaak zeer persoonlijke songs op het album van veel energie en gevoel.

Die energie en dat gevoel hoor je ook in de muziek op het album. Esther Rose heeft ook dit keer een aantal uitstekende muzikanten om zich heen verzameld en die laten horen in meerdere genres uit de voeten te kunnen. Want bevat een aantal wat stevigere songs met invloeden uit de (country)rock, maar ook voor het meer ingetogen werk ben je bij Esther Rose nog altijd aan het juiste adres.

Met name het gitaarwerk en de bijdragen van de pedal steel op Want zijn prachtig, maar ook de andere muzikanten op het album leveren vakwerk af. Dat doet Esther Rose ook zelf, want ze laat voor de derde keer op rij horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek met de beste zangeressen en de beste songwriters mee kan. Het werk van Esther Rose is helaas nog wat ondergewaardeerd, maar dat moet nu echt gaan veranderen. Erwin Zijleman

Esther Von Haze - Esther Von Haze (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Esther Von Haze - Esther Von Haze - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Esther Von Haze (aka Esther van Hees) is een Belgische singer-songwriter, die al een tijdje in Amsterdam woont. In onze hoofdstad maakte ze samen met het producer duo Nelson & Djosa (namen die bij mij overigens geen belletje doen rinkelen) haar debuut.

Het is een debuut dat in het persbericht wordt omschreven als een album vol echo’s naar het werk van Kate Bush en Joni Mitchell, maar dan bezien vanuit een hedendaags perspectief. Hiermee legt Esther Von Haze de lat wel erg hoog, want zowel Kate Bush als Joni Mitchell behoren tot het zeer selecte gezelschap van vrouwelijke singer-songwriters die de popmuziek wisten te vernieuwen.

Zeker wanneer je verwacht dat de Belgische singer-songwriter op haar debuut in de voetsporen gaat treden van deze twee grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek, en in mijn geval zelfs twee persoonlijke muzikale helden, kan het debuut van Esther Von Haze alleen maar tegenvallen. Bij eerste beluistering hoorde ik op dit debuut weinig van de intense emotie en diepgang van Joni Mitchell en ook niet veel van de baanbrekende experimenteerdrift van Kate Bush.

Het debuut van Esther Von Haze staat vol met modern klinkende popliedjes met soms wat invloeden uit de dance, soms wat invloeden uit de hedendaagse pop en soms wat invloeden uit de jazz. Zeker niet onaangenaam, maar ook zeker niet wat je op basis van het persbericht verwacht. Kortom, niet lezen dat persbericht en onbevangen luisteren naar het titelloze debuut van Esther Von Haze.

Wanneer je zonder torenhoge verwachtingen begint aan de beluistering van haar debuut, hoor je een totaal andere plaat. Het bovenstaande suggereert wellicht dat het debuut van de van uit Amsterdam opererende singer-songwriter een wat doorsnee popplaat is, maar dat is zeker niet het geval. Het debuut van Esther Von Haze staat vol met modern klinkende popliedjes, maar het zijn ook popliedjes die continu sprankelen en die veel interessanter klinken dan die van de meeste van haar soortgenoten.

Als ik het persbericht nog één keer tevoorschijn haal, concludeer ik dat Esther Von Haze zich vergelijkt met zangeressen met een stem die niet onmiddellijk als aangenaam te typeren is. Met zowel Joni Mitchell als Kate Bush kan ik mijn huisgenoten (met de kat voorop) de gordijnen in jagen, maar de stem van Esther Von Haze is juist bijzonder aangenaam. Het is een stem die uitstekend gedijt in frisse popliedjes met wat invloeden uit de dance, maar het is ook een stem die verrassend makkelijk overeind blijft wanneer de Belgische singer-songwriter kiest voor ingetogen ballads waarin de instrumentatie sfeervol en stemmig is en al het vuurwerk van haar stembanden moet komen.

Juist in de wat meer ingetogen songs hoor je het talent van Esther Von Haze. Het zijn songs waarin op subtiele wijze buiten de lijntjes wordt gekleurd en de Belgische muzikante haar roots als jazzzangeres niet verloochent. In vocaal opzicht is het allemaal dik in orde en hoor ik pas na enige tijd toch een klein beetje Kate Bush en ook in muzikaal opzicht is het debuut van Esther Von Haze een interessante plaat.

Het is een plaat die zoals gezegd modern klinkt, terwijl de synths hier en daar zo lijken weggelopen uit de jaren 80 (ik hoor wel wat van Prince protegees Wendy & Lisa en vooral Jill Jones), waardoor Esther Von Haze zich uiteindelijk makkelijk weet te onderscheiden van de concurrentie met een bijzonder eigen geluid.

Ik lees eigenlijk nooit de persberichten bij nieuwe platen en dat had ik ook dit keer niet moeten doen. Esther Von Haze heeft immers een frisse en avontuurlijke plaat gemaakt, die zich nog niet direct op het niveau van de absolute grootheden bevindt, maar wel bol staat van potentie en talent. Ik zet hem absoluut op mijn playlist voor lome zomeravonden. Erwin Zijleman

Etan Huijs - Dreams in Multicolor (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Etan Huijs - Dreams In Multicolor - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Etan Huijs - Dreams In Multicolor
De Nederlandse muzikant Etan Huijs staat inmiddels al enkele jaren garant voor topkwaliteit, wat ook weer is te horen op het misschien wat korte maar wederom ijzersterke mini-album Dreams In Multicolor

Het zal niet meevallen om als muzikant het hoofd boven water te houden in deze vreemde tijden, maar Etan Huijs doet in ieder geval zijn uiterste best. Nog geen jaar na het prachtige The Monochrome Veil keert de muzikant uit Venray terug met een mini-album, Dreams In Multicolor. Wederom met BJ Baartmans achter de knoppen en flink wat instrumenten en met een aantal topmuzikanten, onder wie singer-songwriter Jori van Gemert, maakt Etan Huijs wederom indruk met zijn variant op de Amerikaanse rootsmuziek. Het klinkt allemaal prachtig en de songs zijn ook dit keer ijzersterk. In de VS wordt heel veel muziek gemaakt die minder is dan dit en maar heel weinig muziek die beter is.

De Nederlandse muzikant Etan Huijs maakte vorig jaar behoorlijk wat indruk met zijn derde album The Monochrome Veil, waarop hij invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek combineerde met een vleugje pop en rock en wat singer-songwriter invloeden uit de jaren 70. The Monochrome Veil was zeker geen toevalstreffer, want ook The Battle Of Everything uit 2016 en The Secret Us uit 2018 waren uitstekende albums, al vond ik het derde album van de muzikant uit Venray nog een paar klassen beter.

Net als zoveel andere muzikanten had Etan Huijs vanwege de aanhoudende pandemie vorig jaar alle tijd om nieuwe muziek op te nemen en daarom ligt er nog geen jaar na The Monochrome Veil alweer een nieuw album in de winkel. Een mini-album weliswaar, want Dreams In Multicolor bevat slechts vijf tracks en ruim 17 minuten muziek.

Nu prefereer ik zelf nog altijd het complete album boven losse tracks of slechts een handjevol tracks, het is inmiddels wat ‘old-school’ ik weet het, maar Dreams In Multicolor is te goed om te laten liggen. Ik kan me bovendien voorstellen dat het financieren van een mini-album in deze tijden al lastig genoeg is, maar gelukkig was er voor Etan Huijs een subsidie uit het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Ook op Dreams In Multicolor is alles weer tot in de puntjes verzorgd. Dat begint bij het fraaie artwork, maar uiteindelijk draait natuurlijk alles om de muziek. Etan Huijs werkt ook dit keer samen met producer en multi-instrumentalist BJ Baartmans, die net als op The Monochrome Veil alles uit de kast trekt.

Ook van de partij is zangeres en songwriter Jori van Gemert, die ook dit keer tekent voor een prachtig duet en mooie achtergrondvocalen. Het zijn er niet heel veel, dus laat ik ook de andere muzikanten noemen, al is het maar omdat ook hun bijdragen prachtig zijn. Het betreft de akoestische gitaar van Kyle Janssen, de bas van Rens van Dijk, de cello van Renee Wijnhoven en de viool en accordeon van Alex Akela.

Dan de muziek. Dreams In Multicolor bevat zoals gezegd vijf songs en het zijn vijf pareltjes. De instrumentale openingstrack Octarine trekt onmiddellijk de aandacht met fraai snarenwerk en sfeervolle strijkers, maar het is slechts de opmaat naar het fraaie The Lake, waarin Etan Huijs zich wederom onderdompelt in de countryrock uit de jaren 70.

Het klinkt dankzij het ruime assortiment aan akoestische instrumenten en de hoofdrol voor de viool prachtig, maar ook de stem van Etan Huijs en de fraaie achtergrondzang van Jori van Gemert maken weer diepe indruk. The Lake zou niet hebben misstaan op menig klassieker uit de jaren 70 en dat is knap.

Er verschijnen in de VS momenteel stapels rootsalbums, maar zo mooi als Dreams In Multicolor klinken ze bijna geen van allen. Ook Marigold is, mede dankzij het fenomenale snarenwerk van BJ Baartmans, prachtig en laat horen dat Etan Huijs ook in een relatief sober ingekleurde song makkelijk overeind blijft.

Het bijna zeven minuten durende Bobby is wat mij betreft het hoogtepunt van het album. Dit vanwege de zeer fraaie instrumentatie met prachtig snarenwerk en fraaie celloklanken, maar vooral door de stemmen van Jori van Gemert en Etan Huijs, die elkaar wederom prachtig versterken.

Met Red Blue Yellow duiken we vervolgens nog even de country in en dan zit het er helaas alweer op. Het had van mij minstens twee maar ook best drie keer zo lang mogen duren, maar ook dit mini-album mag er weer zijn. Knappe prestatie weer van deze Nederlandse muzikant. Erwin Zijleman

Etan Huijs - The Monochrome Veil (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Etan Huijs - The Monochrome Veil - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Etan Huijs - The Monochrome Veil
De Nederlandse muzikant Etan Huijs maakte in de herfst van 2018 indruk met zijn tweede album, maar album nummer drie is nog een paar klassen beter en imponeert 38 minuten lang

Ik heb met hooggespannen verwachtingen uitgekeken naar het derde album van Etan Huijs, die met The Secret Us behoorlijk wat indruk maakte. Het zijn verwachtingen die flink zijn overtroffen door The Monochrome Veil, dat vanaf de eerste noten een opvallend hoog niveau aantikt en dat ook niet meer los laat. De vaste band van Etan Huijs speelt ijzersterk, de productie van BJ Baartmans is uitermate trefzeker en dan zijn er ook nog eens de vele talenten van de singer-songwriter uit Venray, die in alle opzichten groei laat horen. The Monochrome Veil omarmt de invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek net wat nadrukkelijker, maar Etan Huijs heeft ook een eigen geluid behouden en het is een geluid waar hij verder mee kan.

The Monochrome Veil is het derde album van de Nederlandse singer-songwriter Etan Huijs. De muzikant uit Venray debuteerde precies vijf jaar geleden met The Battle Of Everything, dat me overigens maar matig wist te overtuigen. Het in de herfst van 2018 verschenen The Secret Us overtuigde me daarentegen volledig.

Het is een album dat de lat hoog heeft gelegd voor het derde album van Etan Huijs, maar direct in de openingstrack van The Monochrome Veil hoor je dat het goed zit. Ghost Town is een track die opvalt door een mooi warm geluid, door een sterke productie, door een prachtige vrouwenstem en natuurlijk ook door de overtuigende zang van Etan Huijs zelf. Het is bovendien een sterke song met een mooi vleugje Amerikaanse rootsmuziek, dat ook op The Secret Us zo fraai betoverde.

Etan Huijs maakte zijn derde album met zijn vaste band en deed voor de productie wederom een beroep op de gelouterde BJ Baartmans, die ook stevig bijdroeg aan de instrumentatie op het album. Etan Huijs zal geen enorm budget hebben gehad voor het maken van zijn derde album, zeker nu de inkomsten uit optredens al een jaar lang zijn weggevallen, maar The Monochrome Veil klinkt fantastisch.

Het geluid is stemmig en gloedvol, maar weet ook steeds op te vallen met net wat andere klanken, met vaak een hoofdrol voor uiteenlopende snareninstrumenten, met hier en daar wat accenten van blazers, strijkers en een accordeon om het af te maken.

Openingstrack Ghost Town is zoals gezegd een uitstekende start, maar met Josephine wordt het album nog wat mooier, al is het maar vanwege de wonderschone zang van Jori van Gemert, die de stem van Etan Huijs fraai weet te versterken, maar wat mij betreft ook zelf een onuitwisbare indruk maakt.

Josephine laat goed horen dat Etan Huijs sinds The Secret Us verder is gegroeid als zanger en songwriter, want dit is een song die menig gelouterd rootsmuzikant graag zou hebben gemaakt en die nog wat extra glans krijgt door de prachtig klinkende blazers. Ook in tekstueel opzicht is overigens groei te horen, want vrijwel alle songs op het album vertellen mooie verhalen.

The Monochrome Veil laat ook horen dat Etan Huijs een veelzijdiger muzikant is geworden. Het hoge niveau van de eerste twee tracks wordt vastgehouden in Arc, dat indruk maakt met meerstemmige countryrock van een niveau dat ik niet zo heel vaak hoor, en een fraai vervolg krijgt in Cautionary Tales, dat ook al associaties oproept met Crosby, Stills & Nash en The Eagles, met de prachtstem van Jori van Gemert als bonus.

Je moet het maar durven als muzikant uit Venray, maar Etan Huijs draait er zijn hand niet voor om en blijft ook in de andere tracks op het album imponeren. Etan Huijs maakt ook dit keer geen geheim van zijn bewondering voor onder andere Johnny Cash en Leonard Cohen, maar The Monochrome Veil laat ook een wat duidelijker eigen geluid horen dat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek op knappe wijze vermengt met een vleugje pop en rock.

Met zijn derde album moet Etan Huijs, mede dankzij zijn uitstekende band (met wat extra credits voor Jori van Gemert) en topproducer en muzikant BJ Baartmans, in Nederland potten kunnen breken, al is het maar vanwege de enorme populariteit van Danny Vera, maar het werkelijk uitstekende The Monochrome Veil beschikt wat mij betreft ook over internationale allure. Wat een knap album van deze Nederlandse muzikant. Erwin Zijleman

Etan Huijs - The Road and the Wilderness (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Etan Huijs - The Road And The Wilderness - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Etan Huijs - The Road And The Wilderness
De Nederlandse muzikant Etan Huijs heeft inmiddels een prachtig stapeltje albums met Amerikaanse rootsmuziek op zijn naam staan en voegt met The Road And The Wilderness weer een geweldig album toe

Het valt als muzikant niet mee om het hoofd boven water te houden, zeker in een klein land als Nederland, maar de uit Venray afkomstige Etan Huijs slaagt hier inmiddels al een aantal jaren in. De Nederlandse muzikant maakt zijn albums met een bescheiden budget, maar ook The Road And The Wilderness klinkt weer fantastisch, wat ook de verdienste is van topproducer BJ Baartmans, die ook stevig bijdraagt aan de bijzonder mooie muziek op het album. The Road And The Wilderness klinkt bij vlagen lekker gruizig, maar ook voor een wonderschone ballad ben je bij Etan Huijs nog altijd aan het juiste adres. De voorgangers waren prachtig, maar ik vind dit nieuwe album weer net wat beter.

De Nederlandse muzikant Etan Huijs had opnieuw een crowdfunding campagne nodig om een nieuw album te kunnen maken. Het was voor de meeste muzikanten al geen vetpot, maar de coronapandemie heeft de portemonnee van de gemiddelde muzikant zeker geen goed gedaan en dat geldt ook voor die van Etan Huijs. Nu staat de muzikant uit Venray inmiddels al flink wat jaren garant voor kwaliteit, waardoor het voor mij geen verrassing was dat ook deze crowdfunding campagne weer tot een goed einde is gebracht.

Het levert deze week het album The Road And The Wilderness op, wat volgens mij het vierde album is van Etan Huijs, die ook nog een aantal prima EP’s en mini-albums maakte. Met The Monochrome Veil uit 2021 en het een jaar later verschenen mini-album Dreams In Multicolor schaarde de muzikant uit Venray zich wat mij betreft onder de smaakmakers binnen de Nederlandse rootsmuziek en dat is een positie die hij consolideert met The Road And The Wilderness.

Voor zijn nieuwe album vertrouwde Etan Huijs wederom op de kunsten van BJ Baartmans, die het album niet alleen prachtig produceerde, maar ook een heel arsenaal instrumenten uit de kast trok voor de muziek op het album. Ook voor zijn nieuwe album had Etan Huijs weer geen enorm budget tot zijn beschikking, maar dat is echt niet te horen op The Road And The Wilderness, dat geweldig klinkt.

Net als de vorige albums van Etan Huijs trekt ook het nieuwe album weer de aandacht met een mooi en veelzijdig geluid. BJ Baartmans kan uit de voeten op flink wat snareninstrumenten en toetsen, waarna strijkers en blazers tekenen voor bijzonder fraaie accenten. The Road And The Wilderness opent lekker stevig met flink wat gruizig en zompig gitaarwerk. Het is een geluid dat we nog niet vaak gehoord hebben van Etan Huijs, maar het smaakt absoluut naar meer. En dat meer krijgen we, want het album bevat meerdere stevigere songs.

De wat meer ingetogen songs klinken wat bekender in de oren, maar net als op zijn vorige albums slaagt de Nederlandse muzikant er in om een verrassend veelzijdig geluid te laten horen. Het is een geluid waarin invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek centraal staan. The Road And The Wilderness werd opgenomen in de studio van BJ Baartmans in Boxmeer, maar het album klinkt alsof het ergens in het zuiden van de Verenigde Staten is opgenomen, al verraadt de tongval van Ethan Huijs hier en daar subtiel zijn afkomst.

Over de zang van de muzikant uit Venray blijken de meningen wat verdeeld, maar ik vind de zang op het album echt prima, zeker in combinatie met de bijzonder mooie klanken, die zijn stem fraai ondersteunen album. Etan Huijs werkte in het verleden vaak samen met zangeres Jori van Gemert, die echt wordt gemist op The Road And The Wilderness, al vult zangeres Amber Kamminga het achtergelaten gat een enkele keer op zeer fraaie wijze.

Over de inkleuring van de songs op The Road And The Wilderness heb ik het al een paar keer gehad, maar ook de songs zelf zijn van het hoge niveau dat we inmiddels van Etan Huijs gewend zijn, maar dat zeker niet gewoon is in de Amerikaanse rootsmuziek die in Nederland wordt gemaakt.

Ook The Road And The Wilderness is weer een album waarmee Etan Huijs alle aandacht verdient, maar ik sluit niet uit dat de Nederlandse muzikant ook in de toekomst weer een crowdfunding campagne nodig heeft voor het maken van een volgend prachtalbum. The Road And The Wilderness laat horen waarom we ook die campagne weer moeten steunen. Erwin Zijleman

Etan Huijs - The Secret Us (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Etan Huijs - The Secret Us - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Nederlandse singer-songwriter levert een buitengewoon knappe en opvallend veelkleurige plaat af
Een jaar of twee geleden wist Etan Huijs me onvoldoende te overtuigen, maar wat heeft hij een sprong gemaakt op The Secret Us. De muzikant uit Venray verrast op zijn nieuwe plaat met over het algemeen rijk georkestreerde popliedjes en het zijn popliedjes die meerdere kanten op schieten en zowel raken aan pop als aan roots. De instrumentatie is bijzonder, de productie is fraai en de vocalen op de plaat (waaronder die van zangeres Jori van Gemert) doen de rest. Etan Huijs schrijft bovendien popsongs die vermaken, die blijven hangen en die intrigeren. Het levert een hele knappe plaat op die alle aandacht verdient.



Waar het aan ligt weet ik niet (misschien is het de eindeloze zomer?), maar de Nederlandse popmuziek floreert op het moment. Met de platen van Judy Blank en Yorick van Norden verschenen de afgelopen twee weken al twee platen die wat mij betreft mee kunnen met het beste dat momenteel verschijnt en nu heeft ook Etan Huijs zo’n plaat gemaakt.

De singer-songwriter uit Venray leverde een jaar of twee geleden een voornamelijk ingetogen plaat met een aantal veelbelovende tracks af, maar heeft een flinke stap vooruit gemaakt op zijn nieuwe plaat The Secret Us.

Met zijn ingetogen songs wist Etan Huijs zich wat mij betreft onvoldoende te onderscheiden van alles dat er al is en daarom is het een verstandige zet dat hij op zijn nieuwe plaat kiest voor een rijker en veelkleuriger geluid.

Voor The Secret Us heeft Etan Huijs een flink arsenaal aan instrumenten uit de kast getrokken en ook in productioneel opzicht is de nieuwe plaat van de Nederlandse singer-songwriter een opvallende plaat, wat de verdienste is van producer BJ Baartmans.

Na een korte, atmosferische en instrumentale openingstrack vervolgt The Secret Us bijzonder sterk met Little Bird. Het is een uptempo popliedje dat na één keer horen niet meer uit je hoofd te krijgen is en dat goed laat horen wat Etan Huijs in huis heeft. Little Bird is voorzien van een spannende en zeer trefzekere instrumentatie en laat bovendien horen dat Etan Huijs een prima zanger is. De tempowisselingen maken de track nog wat interessanter en dan beschikt Etan Huijs ook nog over een geheim wapen in de vorm van de geweldige zang van Jori van Gemert, die de zo knappe track naar een nog wat hoger plan tilt.

Ook op The Secret Us neemt Etan Huijs af en toe gas terug met ingetogen folksongs, maar ook deze zijn voorzien van prachtige arrangementen), waardoor ze zich makkelijk weten te onderscheiden. Naast de fraaie klanken is er vaak die mooie stem van Jori van Gemert, die er voor zorgt dat de stem van Etan Huijs nog wat beter uit de verf komt. Het is een stem met een eigen geluid en het is bovendien een stem die emotie legt in de songs, waardoor de fraaie popliedjes op The Secret Us niet zomaar aan je voorbij gaan.

Etan Huijs maakt op The Secret Us muziek die zich niet zomaar in een hokje laat duwen. De songs van de muzikant uit Venray bevatten flink wat invloeden uit de pop, maar ook folk en country hebben hun sporen nagelaten in de muziek van de Nederlandse singer-songwriter. The Scret Us heeft hiernaast wel iets van de platen van Jeff Buckley, zeker als Etan Huijs de hogere regionen opzoekt, al is de muziek op The Secret Us wel wat opgewekter dan die van de grootheid die ons veel te vroeg heeft verlaten.

Het knappe van The Secret Us is dat Etan Huijs steeds kiest voor een net wat andere invalshoek, waardoor de plaat spannend blijft. Het ene moment vliegen de instrumenten je om de oren, het volgende moment klinkt de plaat sober of worden flink wat strijkers ingezet. Ik beluister platen van eigen bodem altijd net wat kritischer dan die van Britse of Amerikaanse muzikanten, maar kan op The Secret Us geen smetje vinden, zodat ik na Judy Blank en Yorick van Norden ook Etan Huijs kan voorzien van het predicaat “van internationale allure”. Erwin Zijleman

Ethan Johns - Silver Liner (2015)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ethan Johns - Silver Liner - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ethan Johns leek lange tijd in de voetsporen van zijn legendarische vader Glyn Johns te treden.

Glyn Johns (check de fraaie biografie Sound Man) zat als producer achter de knoppen bij heel veel legendarische bands (inclusief The Beatles en The Stones) en had zodoende invloed op flink wat klassiekers uit de muziekgeschiedenis.

Ook Ethan Johns begon als succesvol producer (onder andere bij Ryan Adams, Ray LaMontagne en Emmylou Harris), maar sinds een jaar of wat maakt hij vooral zelf muziek (met als grappig detail dat Ryan Adams zijn debuut produceerde).

Het samen met zijn band The Black Dogs gemaakte Silver Liner is zijn meest recente en ik vind het weer een erg mooie plaat.

Ethan Johns doet in muzikaal opzicht over het algemeen geen hele spannende of verrassende dingen. Hij maakt muziek die direct aansluit op de countryrock die in de jaren 70 werd gemaakt, waardoor Silver Liner liefhebbers van dit genre vrij makkelijk zal overtuigen.

Het is misschien niet heel spannend wat Ethan Johns doet, maar de uitvoering laat echt niets te wensen over. De muzikanten die Ethan Johns om zich heen heeft verzameld laten een degelijk maar zeer smaakvol geluid horen. Het is een rijk geluid waarin steeds flink wat instrumenten opduiken, maar door de knappe productie klinkt het nergens overvol. Met name het pedal steel werk is overigens oorstrelend. Ethan Johns is verder een heel behoorlijk zanger en hij schrijft songs die flink boven de middelmaat uitsteken.

Silver Liner overtuigt door de bekende invloeden zoals gezegd makkelijk, maar het weet de aandacht vervolgens vast te houden met een serie uitstekend uitgevoerde songs die wel degelijk iets toevoegen aan alles wat er al is. Veel songs raken aan het oudere werk van Neil Young (en Crazy Horse), maar Ethan Johns maakt ook zeker geen geheim van zijn bewondering voor Bob Dylan en flirt bovendien eenmaal veelvuldig met psychedelica.

Het levert alles bij elkaar genomen een plaat op die ik bovengemiddeld goed durf te noemen. Een echte krent uit de pop derhalve. Erwin Zijleman

Ethan Johns - The Reckoning (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ethan Johns - The Reckoning - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ethan Johns leek lange tijd in de voetsporen van zijn vader te treden. Zijn vader, Glyn Johns, produceerde vanaf het eind van de jaren 60 platen van onder andere Bob Dylan, The Beatles, The Band, The Rolling Stones, The Who, Led Zeppelin, The Clash, The Small Faces, The Eagles, Emmylou Harris en genoeg andere namen om deze recensie volledig mee te vullen.

Zoon Ethan drukte vanaf de jaren 90 als producer zijn stempel op platen van onder andere Kings of Leon, Paul McCartney, The Jayhawks, Ray LaMontagne, Laura Marling, The Staves, Rufus Wainwright en vooral Ryan Adams (die overigens ook eenmaal een beroep deed op vader Glyn).

Het veelvuldig achter de knoppen zitten in de studio en vooral het als muzikant op het podium staan bij muzikanten als Emmylou Harris, Ryan Adams en Ray LaMontagne inspireerde Ethan Johns tot het maken van zijn eigen muziek, wat vorig jaar resulteerde in het verassend sterke en door vader Glyn geproduceerde debuut If Not Now Then When?.

Op zijn debuut als muzikant liet Ethan Johns een verrassend sober geluid horen. Johns die als producer nog wel eens uit wilde pakken, verraste met uiterst ingetogen folksongs die herinnerden aan de folkies van weleer.

Voor zijn tweede plaat, The Reckoning, deed Ethan Johns geen beroep op zijn vader, maar wist hij Ryan Adams (!) als producer te strikken. Ook Ryan Adams drukt echter geen stempel op de muziek van Ethan Johns, want deze blijft uiterst sober. Ook op The Reckoning domineren de akoestische gitaar en het mooie stemgeluid van Ethan Johns.

Het fraaie en veelzijdige akoestische gitaarspel op de plaat wordt hier en daar bijgekleurd met donkere elektronica of mooi gearrangeerde strijkers en een enkele keer duikt een bluesy elektrische gitaar op. In de meeste gevallen regeert echter de eenvoud. De plaat komt slechts eenmaal tot een uitbarsting van gitaargeweld, maar verder moet je het doen met mooie ingetogen folksongs.

Het is niet makkelijk om je in dit genre te onderscheiden van alles wat er al is en het is zelfs niet makkelijk om de aandacht een hele plaat vast te houden. Ethan Johns heeft hier echter geen moeite mee. Totaal geen moeite. De instrumentatie is weliswaar zeer eenvoudig, maar maakt je toch steeds weer nieuwsgierig naar hetgeen dat komen gaat. Verder is Ethan Johns een uitstekend verhalenverteller (voor de liefhebbers: The Reckoning is een conceptplaat over een Amerikaanse pionier) en vertolkt hij zijn songs vol gevoel.

Net als de grote singer-songwriters uit het verleden (Dylan maar ook zeker Leonard Cohen en Nick Drake), slaagt Ethan Johns er uiteindelijk in om op het eerste gehoor eenvoudige songs te voorzien van steeds meer diepgang en lading.

Ik was vorig jaar al behoorlijk onder de indruk van If Not Now Then When?, maar The Reckoning is nog veel beter. Ethan Johns veroverde eerder al een plekje in de eregalerij van de popmuziek als producer, maar is nu als muzikant ook op de goede weg. The Reckoning kan immers concurreren met het beste dat momenteel verschijnt. Erwin Zijleman

Ethel Cain - Perverts (2025)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ethel Cain - Perverts - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ethel Cain - Perverts
Na een van de mooiste albums van 2022 is het deze week verschenen nieuwe album van Ethel Cain behoorlijk zware kost, met hier en daar een song die niet had misstaan op het vorige album van de Amerikaanse muzikante

Ik dacht in 2022 een behoorlijk obscuur album te pakken te hebben, maar Preacher’s Daughter van Ethel Cain bleek een album dat in brede kring de aandacht wist te trekken. Het was voor mij een van de allermooiste albums van het betreffende jaar, waardoor ik met hooggespannen verwachtingen uitkeek naar het nieuwe album. Dat album verscheen helemaal aan het begin van het nieuwe jaar en het is een behoorlijk lastig album geworden. Het is een album dat vooral voortkabbelt met ambient klanken en duistere geluiden en maar een enkele keer wordt onderbroken door het soort song dat we kennen van Ethel Cain. Die spaarzame hoogtepunten maken Perverts toch interessant, maar ik had er persoonlijk meer van verwacht.

Ethel Cain maakte met Preacher’s Daughter een van de mooiste of misschien zelfs wel het allermooiste album van 2022. Preacher’s Daughter was een aardedonker en bij vlagen loodzwaar album, maar met een song als American Teenager liet de in Tallahassee, Florida, geboren muzikante horen dat ze ook opvallend toegankelijke popsongs kon schrijven.

Ethel Cain trok met Preacher’s Daughter verrassend veel aandacht, waardoor haar concert in Paradiso vorig jaar in een vloek en een zucht was uitverkocht. Met Perverts brengt de Amerikaanse muzikante, die de afgelopen jaren in Indiana, Alabama en Pennsylvania woonde, een nieuw album uit en dat is op zijn zachtst gezegd even slikken.

Na de donkere maar ook wonderschone songs van Preacher’s Daughter zijn de songs op het nieuwe album van Ethel Cain vooral zware kost. Perverts opent direct zwaar met de twaalf minuten durende titeltrack, die begint met was vervormde a capella zang, vervolgens lange tijd alleen ruis en wat achtergrondgeluiden laat horen, waarna er nog wat duistere klanken volgen.

Het heeft de donkere sfeer van Preacher’s Daughter of zelfs wat de unheimische sfeer van de muziek van Grouper, maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat de openingstrack van het nieuwe album van Ethel Cain me aanspreekt. Naarmate de track vordert gaan de klanken wat meer de kant van muziek op, maar in de eerste twaalf minuten van Perverts gebeurt er wat mij betreft te weinig.

Het album vervolgt met Punish, dat niet had misstaan op Preacher’s Daughter en dat sobere pianoakkoorden combineert met duistere achtergrondgeluiden en de prachtige stem van Ethel Cain. Punish creëert de unieke sfeer die ook het vorige album van de Amerikaanse muzikante kenmerkte en is absoluut een kandidaat voor de mooiste en zeker de meest indringende song van 2025, al is het jaar nog pril natuurlijk. De ingetogen klanken worden kort ruw verstoort door hoge gitaarmuren wat het unieke karakter van de muziek van Ethel Cain versterkt.

Na Punish hoopte ik op meer van dit soort tracks, maar het album keert na de prachtige opleving terug naar het geluid van de openingstrack met ambient achtige klanken, dreigende en vaak beangstigende achtergrondgeluiden en geen duidelijke rol voor de zang van Ethel Cain.

Die zang is wel weer te horen in de vierde track, die uiterst spaarzaam is ingekleurd, maar wel weer de magie van Punish laat horen. Het is Ethel Cain zoals ik haar het liefst hoor, maar in track vijf moeten we het weer doen met unheimische klanken met een zeer bescheiden rol voor de stem van Ethel Cain. Er zit wel meer muziek in dan in de openingstrack, maar het is wederom muziek waar je een beetje bang van wordt.

Het gaat ook op voor de drie tracks die volgen, waarna het album mooi afsluit met het zeer stemmige Amber Waves, dat weer meer in de lijn ligt van de songs op Preacher’s Daughter, al is ruim 11 minuten wel een lange zit.

Het zorgt er voor dat Perverts een heel lastig album is geworden. Perverts is drie tracks prachtig, een aantal tracks intrigerend, maar een groot deel van de anderhalf uur (!) die het album duurt kan ik er weinig mee en veel te weinig om het net zo’n meesterwerk te vinden als Preacher’s Daughter.

Natuurlijk siert het Ethel Cain dat ze de muziek maakt die ze zelf wil maken en zich niet laat leiden door commerciële belangen, maar zelf had ik geen enkele moeite gehad met Preacher’s Daughter II. Dat is Perverts zeker niet geworden. Ik hou het voorlopig op de tracks die me wel bevallen. Erwin Zijleman

Ethel Cain - Preacher's Daughter (2022)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ethel Cain - Preacher's Daughter - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ethel Cain - Preacher's Daughter
De Amerikaanse muzikante Hayden Anhedönia debuteert als Ethel Cain met een vijf kwartier durend album dat een groot deel van de tijd imponeert en bezweert met muziek die je genadeloos bij de strot grijpt

Ik had tot deze week nog nooit van Ethel Cain gehoord, maar de Amerikaanse muzieksites scharen haar debuutalbum Preacher’s Daughter vrijwel unaniem onder de beste nieuwe albums van deze week. En terecht. Het is een album dat meerdere kanten op kan, maar over het algemeen genomen maakt het alter ego van de Amerikaanse muzikante Hayden Anhedönia diepe indruk. Ze doet dit met wat trage en meestal opvallend donker ingekleurde songs, wat uitstekend past bij haar mooie stem, die vaak een vleugje Lana Del Rey bevat. De persoonlijke songs op het album zijn vaak lang en bouwen de spanning op bijzondere wijze op, wat kan resulteren in aardedonkere of zelf bijna beangstigende klanken. Bijzonder fascinerend album.

De Amerikaanse muziek website Pitchfork.com wees me op Preacher’s Daughter, het debuutalbum van Ethel Cain. Ethel Cain, een naam die ik nog niet eerder was tegengekomen, is het alter ego van de Amerikaanse muzikante Hayden Anhedönia, die opgroeide in een streng gelovige gemeenschap in Florida, op jonge leeftijd uit de kast kwam, de kerk de rug toe keerde en zichzelf uiteindelijk vond als transgender vrouw.

Als Ethel Cain maakte ze naar verluidt een aantal bijzondere EP’s, die nu gezelschap krijgen van haar eerste volwaardige album. Op Preacher’s Daughter is een voorname plek ingeruild voor alle worstelingen en trauma's uit de jeugd van Hayden Anhedönia, wat een behoorlijk donker album oplevert.

In de openingstrack klinkt Ethel Cain direct als een nog wat melancholischere en donkerdere versie van Lana Del Rey. Nu hoor ik de laatste tijd opvallend veel zangeressen die als Lana Del Rey klinken of proberen te klinken, maar Ethel Cain klinkt door een bijzondere instrumentatie en flink wat bezwering in haar stem een stuk interessanter dan de concurrentie.

Ethel Cain had het geluid van de openingstrack van mij best een heel album vol mogen houden, maar de Amerikaanse muzikante, die haar thuis heeft gevonden in Enterprise, Alabama, vervolgt haat debuut met de groots klinkende pop en rock van American Teenager, die het goed zou hebben gedaan in de jaren 90. Het is een aanstekelijke song, maar wat mij betreft verreweg de minste track op een album dat 13 songs en ruim vijf kwartier muziek bevat.

Ethel Cain is op haar best in de aardedonkere en zich wat langzaam voortslepende songs, die gelukkig domineren op Preacher’s Daughter. Het zijn zo nu en dan behoorlijk lange tracks, waarin de gitaren stevig of zelfs onheilspellend mogen klinken of zelfs mogen ontsporen in diep drones en waarin de Amerikaanse muzikante de zang uit haar tenen haalt.

Zeker in de rustigere passages hoor ik vaak iets van Lana Del Rey, maar wanneer de songs van Ethel Cain langzaam maar zeker exploderen en de zon verdwijnt achter gitzwarte wolken, verdwijnt deze vergelijking als sneeuw voor de zon. De meeste tracks op het album zijn aan de ene kant ingetogen en aan de andere kant zwaar aangezet, wat misschien tegenstrijdig klinkt, maar dat is het niet.

Door het zwaar aanzetten van de instrumentatie, de keuze voor vooral donkere klanken en de emotievolle zang van Hayden Anhedönia, zijn de songs op Preacher’s Daughter vrijwel zonder uitzondering voorzien van een bijzondere lading. Het komt soms behoorlijk overweldigend over, maar de meeste songs op het debuutalbum van Ethel Cain klinken ook persoonlijk en intiem. Dat geldt zeker voor de songs die in het hokje singer-songwriter passen, maar ook als Ethel Cain wat opschuift richting rock of slowcore, maakt de Amerikaanse muzikante songs met veel impact en gevoel.

Ethel Cain laat op haar debuutalbum horen dat ze lekker in het gehoor liggende songs kan schrijven, maar de zich langzaam voortslepende, donkere en dreigende en zich langzaam opdringende songs op het album zijn veel mooier. Hier en daar kiezen deze zich langzaam voortslepende songs vol voor het experiment, wat van Preacher’s Daughter een album met meerdere gezichten maakt.

Met wat meer focus had Ethel Cain een wereldalbum van een klein uur kunnen maken, maar het bonte karakter van het album en de uitersten hebben ook zeker hun charmes. Al met al ben ik behoorlijk onder de indruk van het debuut van Ethel Cain, dat ook in Nederland alle aandacht verdient en deze week inderdaad behoort tot de beste nieuwe albums. Erwin Zijleman

Ethel Cain - Willoughby Tucker, I'll Always Love You (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de ppp:
De krenten uit de pop: Review: Ethel Cain - Willoughby Tucker, I'll Always Love You - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ethel Cain - Willoughby Tucker, I'll Always Love You
Na het niet erg toegankelijke Perverts komt de Amerikaanse muzikante Ethel Cain op de proppen met Willoughby Tucker, I'll Always Love You, dat zowel in muzikaal als in tekstueel opzicht meer lijkt op haar zo imponerende debuutalbum

Ethel Cain maakte in 2022 met Preacher’s Daughter een album dat best een meesterwerk mag worden genoemd. Begin dit jaar verscheen opvolger Perverts, maar dit bleek een lastig te doorgronden album met slechts een zeer beperkt aantal aansprekende songs. Ethel Cain gooit er met Willoughby Tucker, I'll Always Love You nog een album achteraan en dit levert wel hetgeen waarop iedereen die Preacher’s Daughter koestert had gehoopt. Het is wederom een aardedonker album met vooral lange songs. Het zijn songs die flink af kunnen dwalen, maar het zijn ook songs die verrassen met uiteenlopende invloeden en echt prachtige zang. Het is met vijf kwartier muziek een lange zit, maar wat valt er veel moois te ontdekken.

Het is een druk jaar voor de fans van de Amerikaanse muzikante Ethel Cain. Eerder dit jaar verscheen immers haar tweede album Perverts, vlak voor de zomer werd haar debuutalbum Preacher’s Daughter op vinyl uitgebracht en in oktober staat ze twee keer in een uitverkocht TivoliVredenburg. Alsof het nog niet genoeg is verschijnt deze week nog een album van Ethel Cain, Willoughby Tucker, I'll Always Love You.

Terug naar het voorjaar van 2022 toen Preacher’s Daughter, het debuutalbum van het alter ego van Hayden Silas Anhedönia, verscheen. Het album kwam voor mij als een donderslag bij heldere hemel en groeide uiteindelijk uit tot een van de mooiste en meest indrukwekkende albums van 2022. Preacher’s Daughter maakt vijf kwartier indruk met zich langzaam voortslepende en aardedonkere songs. Het is een album met een bijna beklemmende sfeer, maar ook een album dat je af en toe op het verkeerde been zet met een bijna aanstekelijke popsong of juist met aardedonkere passages met loodzwaar gitaarwerk.

Preacher’s Daughter eindigde in 2022 hoog in mijn jaarlijstje, maar het album is me sindsdien alleen maar dierbaarder geworden. Dat laatste geldt ook wel voor het eerder dit jaar verschenen Perverts, dat ik inmiddels meer waardeer dan bij de release, maar op Perverts mis ik een groot deel van de tijd de popsongs met een kop en een staart, die Preacher’s Daughter zo indrukwekkend maakten.

Het deze week verschenen Willoughby Tucker, I'll Always Love You lijkt in meerdere opzichten weer meer op het debuutalbum van Ethel Cain. De Amerikaanse muzikante houdt niet van korte albums, want na de vijf kwartier van Preacher’s Daughter en het anderhalf uur van Perverts komt Ethel Cain wederom met vijf kwartier muziek op de proppen.

Ethel Cain vertelt op Preacher’s Daughter het beklemmende verhaal van een meisje dat wordt misbruikt in een streng religieuze gemeenschap, wegloopt, in verkeerde handen valt en uiteindelijk het leven laat. Willoughby Tucker, I'll Always Love You vertelt het verhaal dat hier aan vooraf gaat, waardoor het in tekstueel opzicht de prequel van Preacher’s Daughter is.

Ook in muzikaal opzicht zijn de twee albums verwant. Waar op Perverts vooral duistere drones waren te horen, staan op Willoughby Tucker, I'll Always Love You de songs met een kop en een staart centraal. Het zijn zich langzaam voortslepende en over het algemeen spaarzaam ingekleurde songs, al is een uitbarsting bij Ethel Cain nooit ver weg, wat haar songs voorziet van een bijzondere onderhuidse spanning.

Willoughby Tucker, I'll Always Love You is een album dat niet heel goed past bij de zomerse dagen van het moment, want Ethel Cain maakt wederom donkere muziek die het daglicht nauwelijks kan verdragen. De songs op het album zijn deels akoestisch ingekleurd, maar dikke lagen ijle synths en al even dikke lagen met gruizige gitaren zijn nooit heel ver weg.

De mix van invloeden is ook dit keer bont met inspiratie uit de slowcoew, folk, country, shoegaze en een vleugje metal. Ethel Cain neemt de tijd voor de songs op Willoughby Tucker, I'll Always Love You, die lange instrumentale passages zeker niet schuwen, waardoor uiteindelijk een substantieel deel van het album instrumentaal is. Toch is Willoughby Tucker, I'll Always Love You, veel meer dan Perverts, een album met redelijk toegankelijke songs.

De muziek op het album is echt prachtig, maar de ware betovering komt ook dit keer van de echt wonderschone stem van Ethel Cain, die kan klinken als een zwaar gedeprimeerde Lana del Rey, maar die ook indruk maakt met betoverend mooie passages. Het is een stem die op Perverts te vaak werd gemist, maar die gelukkig terug is. Perverts viel me uiteindelijk toch tegen, maar Willoughby Tucker, I'll Always Love You is van een bijzondere schoonheid. Erwin Zijleman

Etran de L'Aïr - Agadez (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Etran de L'Aïr - Agadez - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Etran de L'Aïr - Agadez
Mdou Moctar zette de Afrikaanse “woestijnblues” vorig jaar weer stevig op de kaart en geeft het stokje door aan zijn landgenoten Etran de L'Aïr, die met Agadez een opwindend en bezwerend album hebben gemaakt

Etran de L'Aïr uit Agadez in Niger speelde 25 jaar op bruiloften en partijen, maar trok twee jaar geleden de aandacht met een veelbelovend debuutalbum, dat helaas wel wat te lijden had onder de matige geluidskwaliteit. Het deze week verschenen Agadez klinkt gelukkig veel beter en maakt de belofte van het debuut meer dan waar. Etran de L'Aïr maakt typische woestijnblues, maar waar de gitaren in het genre wel eens naar de achtergrond verdwijnen, staan ze bij de band uit Niger weer volledig in de spotlights. Het levert een opwindend album op dat stevig bezweert en hypnotiseert en dat laat horen dat de Afrikaanse woestijnblues weer springlevend is.

De Afrikaanse “woestijnblues” leek de afgelopen jaren wat uit beeld te verdwijnen, maar vorig jaar was er Afrique Victime van de uit Niger afkomstige muzikant Mdou Moctar, die met zijn album terecht in menig jaarlijstje opdook. 2022 is voor het genre prachtig begonnen met Aboogi van het uit Algerije afkomstige Imarhan, dat deze week gezelschap krijgt van Etran de L'Aïr, dat met Agadez haar tweede album aflevert.

Het eerste album van de band, die op dat moment de kost verdiende als bandje voor bruiloften en partijen, verscheen oorspronkelijk in 2018, maar kreeg in 2020 opeens veel aandacht. Het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker koos het album in 2020 zelfs als album van het jaar, maar in Nederland deed het debuut van Etran de L'Aïr niet zo veel.

No. 1 was op zich een bijzonder album, met zeven lange en bezwerende tracks, maar het met een eenvoudige mobiele telefoon opgenomen album klonk echt voor geen meter, wat mijn luisterplezier stevig beperkte. Deze week is het tweede album van de band uit Niger verschenen en Agadez klinkt niet alleen veel beter, maar maakt ook de belofte van het toch wat obscure debuutalbum volledig waar.

Agadez is een stad in het noorden van Niger en ligt in de Sahara. Het is een eeuwenoude handelsstad in de woestijn, maar het is ook de stad die momenteel de hoofdstad van de woestijnblues wordt genoemd. In deze stad timmert Etran de L'Aïr al zo’n 25 jaar aan de weg in het bruiloftencircuit en al die ervaring hoor je op het tweede album van de band.

Bij bands voor bruiloften en partijen denk ik vooral aan bands die zouteloze covers spelen en op een gegeven moment de vogeltjesdans inzetten, maar in Niger gaat het er heel wat opwindender aan toe. Etran de L'Aïr laat op Agadez horen dat het mee kan met de smaakmakers binnen de woestijnblues. De muziek van de band uit Niger bevat alle ingrediënten die de woestijnblues zo’n aantrekkelijk genre maken, maar waar de invloed van de gitaren de afgelopen twee decennia wat kleiner leek te worden, staan deze gitaren centraal in de muziek van Etran de L'Aïr.

Vergeleken met het debuutalbum zijn de songs wat korter en hierdoor ook toegankelijker geworden, maar de muziek van de band uit Niger heeft nog altijd een hoge bezweringsfactor. De band heeft een buitengewoon swingend spelende ritmesectie, maar het zijn de gitaren die de meeste aandacht trekken. Net als bijvoorbeeld Tinariwen in haar jongere jaren hoor je volop invloeden uit de bluesmuziek, waar Etran de L'Aïr vervolgens een geheel eigen draai aan geeft.

De gitarist van de band soleert er stevig op los, terwijl de rest van de band de geoliede machine laat draaien. Ook de zang op Agadez sluit aan bij de zang die we inmiddels kennen in het genre, maar de gitaren staan in de meeste songs op de eerste plek. Het levert een bezwerende of zelfs hypnotiserende luistertrip op en dit keer klinkt het gelukkig fantastisch, waardoor de muziek van de band niet uit een blikken doosje lijkt te komen, maar je 40 minuten lang eregast bent op een broeierige bruiloft in de woestijn.

Alle credits voor The New Yorker, dat de kwaliteit van de band twee jaar geleden al op de juiste waarde wist te schatten, maar op het geweldige Agadez hoor je pas echt hoe goed Etran de L'Aïr is. Grote kans dat dit album het ereplekje van Mdou Moctar gaat overnemen dit jaar. Erwin Zijleman