Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Eilen Jewell - Butcher Holler - A Tribute to Loretta Lynn (2010)

0
geplaatst: 20 november 2024, 20:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eilen Jewell - Butcher Holler - A Tribute To Loretta Lynn - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eilen Jewell - Butcher Holler - A Tribute To Loretta Lynn
Butcher Holler van de Amerikaanse singer-songwriter Eilen Jewell stamt al uit 2010, maar de reissue laat horen dat dit fraaie eerbetoon aan het country icoon Loretta Lynn veel meer is dan een tussendoortje
Ik ben een groot fan van Eilen Jewell en ken haar meeste albums, maar Butcher Holler heb ik in 2010 gemist. Het is wat oneerbiedig gezegd een tussendoortje waarop Eilen Jewell een van haar muzikale helden eert. Butcher Holler bevat 15 songs van de Amerikaanse countrylegende Loretta Lynn en daar weet Eilen Jewell wel raad mee. De muzikante uit Idaho vertolkt de songs van Loretta Lynn met veel gevoel en laat horen hoe goed deze songs zijn. In vocaal opzicht overtuigt Butcher Holler makkelijk, maar ook in muzikaal opzicht heeft het album veel te bieden, al is het maar vanwege het fantastische snarenwerk van Jerry Miller, die ook op dit Eilen Jewell album schittert.
Eilen Jewell zag ik eerder dit jaar in de onvolprezen Qbus in Leiden, waar ze, uiteraard samen met meestergitarist Jerry Lewis, liet horen dat ze behoort tot de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment. Ik dacht heel even dat de muzikante uit Boise, Idaho, anderhalf jaar na het prachtige Get Behind The Wheel, misschien wel het beste Eilen Jewell album tot dusver, alweer met een nieuw album op de proppen was gekomen, maar dat blijkt niet het geval.
Het deze week uitgebrachte Butcher Holler verscheen immers al in 2010, maar is deze week wel voor het eerst op vinyl verkrijgbaar. Ik heb het album, dat als tussendoortje verscheen tussen de albums Sea Of Tears uit 2009 en Queen Of The Minor Key uit 2011, overigens twee van de betere albums van de Amerikaanse muzikante, destijds volgens mij niet opgemerkt, waardoor Butcher Holler voor mij toch een beetje een nieuw album is.
Butcher Holler heeft als ondertitel A Tribute To Loretta Lynn en dat is precies wat het is. Op het album, waarvan de titel verwijst naar de geboortegrond van Loretta Lynn in Kentucky, eert Eilen Jewell het werk van een van de grote sterren van de countrymuziek van weleer. Eilen Jewell vertolkte voor Butcher Holler al eens eerder een song van Loretta Lynn, maar op dit eerbetoon heeft ze een ruime en zeer fraaie selectie van maar liefst 15 songs gemaakt uit het werk van het country icoon.
De songs van Loretta Lynn passen uitstekend bij Eilen Jewell, die op haar reguliere albums ook meestal kiest voor wat traditioneler aandoende Amerikaanse rootsmuziek. Butcher Holler wijkt dan ook niet zoveel af van de reguliere albums van de muzikante uit Idaho en ik vind het een mooi Eilen Jewell album.
Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de stem van de Amerikaanse muzikante, die beschikt over een bijzonder maar wat mij betreft ook zeer overtuigend en mooi stemgeluid. Ook op Butcher Holler kan Eilen Jewell een beroep doen op de geweldige gitarist Jerry Miller, die op vrijwel al haar albums schittert.
De Amerikaanse gitarist, niet te verwarren met zijn eerder dit jaar overleden Moby Grape voorman, speelt op het podium echt de pannen van het dak, en stal ook in de Qbus eerder dit jaar de show. Op Butcher Holler is zijn rol wat minder prominent, maar het gitaarwerk en pedal steel spel zijn ook op dit album prachtig.
Loretta Lynn behoort tot de groten uit de countrymuziek en heeft een flink aantal bekende songs op haar naam staan, maar Eilen Jewell koos voor haar eerbetoon aan de countryster vooral haar favoriete Loretta Lynn songs uit, wat een mooie serie songs oplevert. Ze blijft hierbij redelijk dicht bij de originelen en dat is ook terecht, want aan deze originelen valt niet zoveel te verbeteren.
Ondanks de beperkte afstand tot de originelen is Butcher Holler ook in alle opzichten een Eilen Jewell album. Het was in 2010 een aardig tussendoortje en dat is het veertien jaar later nog steeds, al doe je Eilen Jewell’s eerbetoon aan de grote Loretta Lynn met dit predicaat eigenlijk te kort. Butcher Holler wakkert het verlangen naar een nieuw Eilen Jewell album nog maar eens aan, maar het vergeten tussendoortje uit 2010 is ook goed genoeg om er tussen de nieuwe albums van deze week uit te springen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eilen Jewell - Butcher Holler - A Tribute To Loretta Lynn - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eilen Jewell - Butcher Holler - A Tribute To Loretta Lynn
Butcher Holler van de Amerikaanse singer-songwriter Eilen Jewell stamt al uit 2010, maar de reissue laat horen dat dit fraaie eerbetoon aan het country icoon Loretta Lynn veel meer is dan een tussendoortje
Ik ben een groot fan van Eilen Jewell en ken haar meeste albums, maar Butcher Holler heb ik in 2010 gemist. Het is wat oneerbiedig gezegd een tussendoortje waarop Eilen Jewell een van haar muzikale helden eert. Butcher Holler bevat 15 songs van de Amerikaanse countrylegende Loretta Lynn en daar weet Eilen Jewell wel raad mee. De muzikante uit Idaho vertolkt de songs van Loretta Lynn met veel gevoel en laat horen hoe goed deze songs zijn. In vocaal opzicht overtuigt Butcher Holler makkelijk, maar ook in muzikaal opzicht heeft het album veel te bieden, al is het maar vanwege het fantastische snarenwerk van Jerry Miller, die ook op dit Eilen Jewell album schittert.
Eilen Jewell zag ik eerder dit jaar in de onvolprezen Qbus in Leiden, waar ze, uiteraard samen met meestergitarist Jerry Lewis, liet horen dat ze behoort tot de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment. Ik dacht heel even dat de muzikante uit Boise, Idaho, anderhalf jaar na het prachtige Get Behind The Wheel, misschien wel het beste Eilen Jewell album tot dusver, alweer met een nieuw album op de proppen was gekomen, maar dat blijkt niet het geval.
Het deze week uitgebrachte Butcher Holler verscheen immers al in 2010, maar is deze week wel voor het eerst op vinyl verkrijgbaar. Ik heb het album, dat als tussendoortje verscheen tussen de albums Sea Of Tears uit 2009 en Queen Of The Minor Key uit 2011, overigens twee van de betere albums van de Amerikaanse muzikante, destijds volgens mij niet opgemerkt, waardoor Butcher Holler voor mij toch een beetje een nieuw album is.
Butcher Holler heeft als ondertitel A Tribute To Loretta Lynn en dat is precies wat het is. Op het album, waarvan de titel verwijst naar de geboortegrond van Loretta Lynn in Kentucky, eert Eilen Jewell het werk van een van de grote sterren van de countrymuziek van weleer. Eilen Jewell vertolkte voor Butcher Holler al eens eerder een song van Loretta Lynn, maar op dit eerbetoon heeft ze een ruime en zeer fraaie selectie van maar liefst 15 songs gemaakt uit het werk van het country icoon.
De songs van Loretta Lynn passen uitstekend bij Eilen Jewell, die op haar reguliere albums ook meestal kiest voor wat traditioneler aandoende Amerikaanse rootsmuziek. Butcher Holler wijkt dan ook niet zoveel af van de reguliere albums van de muzikante uit Idaho en ik vind het een mooi Eilen Jewell album.
Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de stem van de Amerikaanse muzikante, die beschikt over een bijzonder maar wat mij betreft ook zeer overtuigend en mooi stemgeluid. Ook op Butcher Holler kan Eilen Jewell een beroep doen op de geweldige gitarist Jerry Miller, die op vrijwel al haar albums schittert.
De Amerikaanse gitarist, niet te verwarren met zijn eerder dit jaar overleden Moby Grape voorman, speelt op het podium echt de pannen van het dak, en stal ook in de Qbus eerder dit jaar de show. Op Butcher Holler is zijn rol wat minder prominent, maar het gitaarwerk en pedal steel spel zijn ook op dit album prachtig.
Loretta Lynn behoort tot de groten uit de countrymuziek en heeft een flink aantal bekende songs op haar naam staan, maar Eilen Jewell koos voor haar eerbetoon aan de countryster vooral haar favoriete Loretta Lynn songs uit, wat een mooie serie songs oplevert. Ze blijft hierbij redelijk dicht bij de originelen en dat is ook terecht, want aan deze originelen valt niet zoveel te verbeteren.
Ondanks de beperkte afstand tot de originelen is Butcher Holler ook in alle opzichten een Eilen Jewell album. Het was in 2010 een aardig tussendoortje en dat is het veertien jaar later nog steeds, al doe je Eilen Jewell’s eerbetoon aan de grote Loretta Lynn met dit predicaat eigenlijk te kort. Butcher Holler wakkert het verlangen naar een nieuw Eilen Jewell album nog maar eens aan, maar het vergeten tussendoortje uit 2010 is ook goed genoeg om er tussen de nieuwe albums van deze week uit te springen. Erwin Zijleman
Eilen Jewell - Down Hearted Blues (2017)

4,5
1
geplaatst: 23 september 2017, 09:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eilen Jewell - Down Hearted Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Eilen Jewell ken ik inmiddels precies tien jaar. In 2007 verscheen immers het uitstekende Letters From Sinners & Strangers en sindsdien heb ik een zwak voor de muziek van de singer-songwriter uit Boise, Idaho.
Dat zwak heeft Eilen Jewell vooral verdiend met haar geweldige stem, maar ook de bijdragen van haar vaste gitarist Jerry Miller tillen de platen van de Amerikaanse muzikante stuk voor stuk naar een hoger plan.
Twee jaar na het geweldige Sundown Over Ghost Town is Eilen Jewell terug met Down Hearted Blues. Waar op de platen van Eilen Jewell invloeden uit de folk, country en blues meestal redelijk in balans zijn, slaat de meter dit keer nadrukkelijk uit richting de blues.
Down Hearted Blues bevat, zoals de titel al doet vermoeden, heerlijk bluesy songs, waarin uiteraard vooral de schaduwzijden van de liefde worden bezongen. Eilen Jewell vertrouwde dit keer op de songwriting skills van anderen en komt op de proppen met een aantal blues songs uit de oude doos.
De criticus zal direct roepen dat we te maken hebben met een al dan niet overbodig tussendoortje, maar sinds The Rolling Stones vorig jaar met een plaat vol oude blues hun beste plaat in minstens 35 jaar maakten, ben ik voorzichtig met een te snel oordeel.
Down Hearted Blues moet het misschien doen zonder de scherpe pen van Eilen Jewell, maar de songs op de plaat zijn stuk voor stuk uitstekend en kiezen gelukkig niet voor de wat uitgekauwde blues klassiekers. Ook op haar vorige platen verwerkte Eilen Jewell al met enige regelmaat invloeden uit de blues, dus de klik tussen het genre en de singer-songwriter uit Idaho wekt geen verbazing. Dat die klik zo’n goede en geïnspireerde plaat op zou leveren had ik echter niet verwacht.
Natuurlijk is de rol van Eilen Jewell op de plaat groot, maar haar gitarist Jerry Miller verdient eerst een podium. Op Down Hearted Blues excelleert de ouwe rot (overigens niet te verwarren met de naamgenoot die ooit in Moby Grape schitterde) met geweldig gitaarspel. Jerry Miller speelt hier en daar de veters uit je schoenen met rauwe blues riffs, maar kan ook prachtig subtiel spelen.
Alleen het gitaarspel maakt van Down Hearted Blues al een uitstekende plaat, maar er is nog veel meer moois. Zo speelt de ritmesectie prachtig ingetogen en zijn er hier en daar fraaie gastbijdragen. Het komt allemaal fraai tot zijn recht in de heldere productie, die de gitaar van Jerry Miller alle ruimte geeft, maar er ook voor zorgt dat het gitaargeweld nergens de stem van Eilen Jewell in de weg zit.
Het is een stem die ook van Down Hearted Blues weer een topplaat maakt. De Amerikaanse singer-songwriter beschikt niet alleen over een stem vol dynamiek, maar heeft ook een timing waar de meeste zangeressen alleen maar heel jaloers op kunnen zijn. Het voorziet Down Hearted Blues van heel veel power, maar uiteraard is het ook een plaat vol gevoel.
Eilen Jewell brengt de oude blues songs met zoveel gevoel dat ze alle liefdespijn uit de songs op de luisteraar weet over te dragen. Als Jerry Miller vervolgens zijn gitaar ook nog eens laat janken, speelt Eilen Jewell definitief een gewonnen wedstrijd met haar zoveelste prachtplaat op rij. Niks tussendoortje dus. Prachtplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eilen Jewell - Down Hearted Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Eilen Jewell ken ik inmiddels precies tien jaar. In 2007 verscheen immers het uitstekende Letters From Sinners & Strangers en sindsdien heb ik een zwak voor de muziek van de singer-songwriter uit Boise, Idaho.
Dat zwak heeft Eilen Jewell vooral verdiend met haar geweldige stem, maar ook de bijdragen van haar vaste gitarist Jerry Miller tillen de platen van de Amerikaanse muzikante stuk voor stuk naar een hoger plan.
Twee jaar na het geweldige Sundown Over Ghost Town is Eilen Jewell terug met Down Hearted Blues. Waar op de platen van Eilen Jewell invloeden uit de folk, country en blues meestal redelijk in balans zijn, slaat de meter dit keer nadrukkelijk uit richting de blues.
Down Hearted Blues bevat, zoals de titel al doet vermoeden, heerlijk bluesy songs, waarin uiteraard vooral de schaduwzijden van de liefde worden bezongen. Eilen Jewell vertrouwde dit keer op de songwriting skills van anderen en komt op de proppen met een aantal blues songs uit de oude doos.
De criticus zal direct roepen dat we te maken hebben met een al dan niet overbodig tussendoortje, maar sinds The Rolling Stones vorig jaar met een plaat vol oude blues hun beste plaat in minstens 35 jaar maakten, ben ik voorzichtig met een te snel oordeel.
Down Hearted Blues moet het misschien doen zonder de scherpe pen van Eilen Jewell, maar de songs op de plaat zijn stuk voor stuk uitstekend en kiezen gelukkig niet voor de wat uitgekauwde blues klassiekers. Ook op haar vorige platen verwerkte Eilen Jewell al met enige regelmaat invloeden uit de blues, dus de klik tussen het genre en de singer-songwriter uit Idaho wekt geen verbazing. Dat die klik zo’n goede en geïnspireerde plaat op zou leveren had ik echter niet verwacht.
Natuurlijk is de rol van Eilen Jewell op de plaat groot, maar haar gitarist Jerry Miller verdient eerst een podium. Op Down Hearted Blues excelleert de ouwe rot (overigens niet te verwarren met de naamgenoot die ooit in Moby Grape schitterde) met geweldig gitaarspel. Jerry Miller speelt hier en daar de veters uit je schoenen met rauwe blues riffs, maar kan ook prachtig subtiel spelen.
Alleen het gitaarspel maakt van Down Hearted Blues al een uitstekende plaat, maar er is nog veel meer moois. Zo speelt de ritmesectie prachtig ingetogen en zijn er hier en daar fraaie gastbijdragen. Het komt allemaal fraai tot zijn recht in de heldere productie, die de gitaar van Jerry Miller alle ruimte geeft, maar er ook voor zorgt dat het gitaargeweld nergens de stem van Eilen Jewell in de weg zit.
Het is een stem die ook van Down Hearted Blues weer een topplaat maakt. De Amerikaanse singer-songwriter beschikt niet alleen over een stem vol dynamiek, maar heeft ook een timing waar de meeste zangeressen alleen maar heel jaloers op kunnen zijn. Het voorziet Down Hearted Blues van heel veel power, maar uiteraard is het ook een plaat vol gevoel.
Eilen Jewell brengt de oude blues songs met zoveel gevoel dat ze alle liefdespijn uit de songs op de luisteraar weet over te dragen. Als Jerry Miller vervolgens zijn gitaar ook nog eens laat janken, speelt Eilen Jewell definitief een gewonnen wedstrijd met haar zoveelste prachtplaat op rij. Niks tussendoortje dus. Prachtplaat. Erwin Zijleman
Eilen Jewell - Get Behind the Wheel (2023)

4,5
0
geplaatst: 6 mei 2023, 10:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eilen Jewell - Get Behind The Wheel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eilen Jewell - Get Behind The Wheel
Eilen Jewell werd ver teruggeworpen door het einde van haar huwelijk en de coronapandemie, maar met het deze week verschenen Get Behind The Wheel laat ze weer horen dat ze binnen de rootsmuziek met de besten mee kan
Na bijna vier jaar stilte keert de Amerikaanse muzikante Eilen Jewell deze week terug met Get Behind The Wheel. Het is een album dat direct vertrouwd klinkt door een hecht spelende band, de prachtige bijdragen van snarenwonder Jerry Miller en de zo herkenbare stem van de Amerikaanse muzikante. Als bonus krijgen we dit keer de bijdragen van een andere topgitarist, Will Kimbrough, en bovendien heeft Eilen Jewell een aantal persoonlijke songs geschreven over de tegenslagen van de afgelopen jaren. Het zijn songs die authentiek klinken en met name invloeden uit de folk, country en blues verwerken. Get Behind The Wheel is een typisch Eilen Jewell album en wederom een hele goede.
Sinds het in 2007 verschenen Letters From Sinners & Strangers ben ik een groot fan van Eilen Jewell. De Amerikaanse muzikante staat sinds dit album immers garant voor wat traditioneel aandoende maar ook lekker stevige Amerikaanse rootsmuziek van hoog niveau. Ik schaar Eilen Jewell daarom al ruim vijftien jaar onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar helaas hebben niet alle liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek dit gedaan.
Het ging Eilen Jewell de afgelopen jaren echter voor de wind met twee uitstekende albums, Down Hearted Blues uit 2017 en Gypsy uit 2019, die wat meer aandacht kregen dan haar vorige albums en terecht konden rekenen op zeer positieve recensies. De coronapandemie gooide vervolgens helaas roet in het eten. Het muzikale leven van Eilen Jewell kwam tot stilstand, waarna ook haar huwelijk nog eens op de klippen liep. Na de coronapandemie voelde het alsof ze weer bij nul moest beginnen, maar het deze week verschenen Get Behind The Wheel laat horen dat de muzikante uit Boise, Idaho, haar muzikale leven weer op de rails heeft.
Get Behind The Wheel voelt vanwege de karakteristieke stem van Eilen Jewell en het fantastische gitaarspel van de fantastische Jerry Miller, die gelukkig ook weer van de partij is, direct vertrouwd en heeft het hoge niveau van haar vorige albums vast weten te houden. Jerry Miller, inmiddels al heel wat jaren actief, steelt op Get Behind The Wheel de show met fantastisch gitaarwerk, maar ook de andere muzikanten op het album weten hoe kwalitatief hoogstaande Amerikaanse rootsmuziek moet klinken.
Eilen Jewell’s voormalige echtgenoot Jason Beek tekent ook dit keer voor geweldig drumwerk, terwijl Steve Fulton en Fats Kaplin tekenen voor fraaie bijdragen van respectievelijk de Wurlitzer en de peda steel. Naast de stuwende baspartijen van Matt Murphy duikt naast Jerry Miller nog een snarenwonder op, want op Get Behind The Wheel is een belangrijke rol weggelegd voor stergitarist Will Kimbrough, die niet alleen garant staat voor uitstekend snarenwerk, maar het album bovendien samen met Eilen Jewell produceerde.
Get Behind The Wheel bevat de inmiddels vertrouwde mix van folk, country, blues en rock ’n roll en klinkt weer prachtig authentiek. De instrumentatie is deels subtiel, maar de gitaren mogen ook een stuk steviger klinken, bijvoorbeeld als Jerry Miller zijn kunsten mag vertonen. Eilen Jewell schreef een aantal indringende songs over de zware jaren die achter haar liggen, maar ze vertolkt ook op prachtige wijze Could You Would You van Van Morrison en Jackie DeShannon’s Breakaway.
Het gitaarwerk op het album is, zoals inmiddels meerdere malen gezegd, om je vingers bij af te likken, maar ook dit keer is het de zang van Eilen Jewell die de meeste aandacht opeist. De Amerikaanse muzikante beschikt over een van de meest karakteristieke en wat mij betreft ook een van de mooiste stemmen binnen de Amerikaanse rootsmuziek en door alle ellende van de afgelopen jaren is de zang van Eilen Jewell op Get Behind The Wheel nog wat emotioneler en doorleefder. Ondanks alle persoonlijke misère kan Eilen Jewell vol vertrouwen naar haar muzikale toekomst kijken, want ook op haar nieuwe album laat ze weer horen dat ze behoort tot het beste dat de Amerikaanse rootsmuziek momenteel te bieden heeft. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eilen Jewell - Get Behind The Wheel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eilen Jewell - Get Behind The Wheel
Eilen Jewell werd ver teruggeworpen door het einde van haar huwelijk en de coronapandemie, maar met het deze week verschenen Get Behind The Wheel laat ze weer horen dat ze binnen de rootsmuziek met de besten mee kan
Na bijna vier jaar stilte keert de Amerikaanse muzikante Eilen Jewell deze week terug met Get Behind The Wheel. Het is een album dat direct vertrouwd klinkt door een hecht spelende band, de prachtige bijdragen van snarenwonder Jerry Miller en de zo herkenbare stem van de Amerikaanse muzikante. Als bonus krijgen we dit keer de bijdragen van een andere topgitarist, Will Kimbrough, en bovendien heeft Eilen Jewell een aantal persoonlijke songs geschreven over de tegenslagen van de afgelopen jaren. Het zijn songs die authentiek klinken en met name invloeden uit de folk, country en blues verwerken. Get Behind The Wheel is een typisch Eilen Jewell album en wederom een hele goede.
Sinds het in 2007 verschenen Letters From Sinners & Strangers ben ik een groot fan van Eilen Jewell. De Amerikaanse muzikante staat sinds dit album immers garant voor wat traditioneel aandoende maar ook lekker stevige Amerikaanse rootsmuziek van hoog niveau. Ik schaar Eilen Jewell daarom al ruim vijftien jaar onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar helaas hebben niet alle liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek dit gedaan.
Het ging Eilen Jewell de afgelopen jaren echter voor de wind met twee uitstekende albums, Down Hearted Blues uit 2017 en Gypsy uit 2019, die wat meer aandacht kregen dan haar vorige albums en terecht konden rekenen op zeer positieve recensies. De coronapandemie gooide vervolgens helaas roet in het eten. Het muzikale leven van Eilen Jewell kwam tot stilstand, waarna ook haar huwelijk nog eens op de klippen liep. Na de coronapandemie voelde het alsof ze weer bij nul moest beginnen, maar het deze week verschenen Get Behind The Wheel laat horen dat de muzikante uit Boise, Idaho, haar muzikale leven weer op de rails heeft.
Get Behind The Wheel voelt vanwege de karakteristieke stem van Eilen Jewell en het fantastische gitaarspel van de fantastische Jerry Miller, die gelukkig ook weer van de partij is, direct vertrouwd en heeft het hoge niveau van haar vorige albums vast weten te houden. Jerry Miller, inmiddels al heel wat jaren actief, steelt op Get Behind The Wheel de show met fantastisch gitaarwerk, maar ook de andere muzikanten op het album weten hoe kwalitatief hoogstaande Amerikaanse rootsmuziek moet klinken.
Eilen Jewell’s voormalige echtgenoot Jason Beek tekent ook dit keer voor geweldig drumwerk, terwijl Steve Fulton en Fats Kaplin tekenen voor fraaie bijdragen van respectievelijk de Wurlitzer en de peda steel. Naast de stuwende baspartijen van Matt Murphy duikt naast Jerry Miller nog een snarenwonder op, want op Get Behind The Wheel is een belangrijke rol weggelegd voor stergitarist Will Kimbrough, die niet alleen garant staat voor uitstekend snarenwerk, maar het album bovendien samen met Eilen Jewell produceerde.
Get Behind The Wheel bevat de inmiddels vertrouwde mix van folk, country, blues en rock ’n roll en klinkt weer prachtig authentiek. De instrumentatie is deels subtiel, maar de gitaren mogen ook een stuk steviger klinken, bijvoorbeeld als Jerry Miller zijn kunsten mag vertonen. Eilen Jewell schreef een aantal indringende songs over de zware jaren die achter haar liggen, maar ze vertolkt ook op prachtige wijze Could You Would You van Van Morrison en Jackie DeShannon’s Breakaway.
Het gitaarwerk op het album is, zoals inmiddels meerdere malen gezegd, om je vingers bij af te likken, maar ook dit keer is het de zang van Eilen Jewell die de meeste aandacht opeist. De Amerikaanse muzikante beschikt over een van de meest karakteristieke en wat mij betreft ook een van de mooiste stemmen binnen de Amerikaanse rootsmuziek en door alle ellende van de afgelopen jaren is de zang van Eilen Jewell op Get Behind The Wheel nog wat emotioneler en doorleefder. Ondanks alle persoonlijke misère kan Eilen Jewell vol vertrouwen naar haar muzikale toekomst kijken, want ook op haar nieuwe album laat ze weer horen dat ze behoort tot het beste dat de Amerikaanse rootsmuziek momenteel te bieden heeft. Erwin Zijleman
Eilen Jewell - Gypsy (2019)

4,0
0
geplaatst: 24 augustus 2019, 11:29 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eilen Jewell - Gypsy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eilen Jewell - Gypsy
Eilen Jewell laat nog maar eens horen waarom ze al ruim 10 jaar moet worden geschaard onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek
Ik heb een zwak voor de muziek van Eilen Jewell, waardoor de Amerikaanse singer-songwriter ook op Gypsy weer binnen enkele minuten een gewonnen wedstrijd speelt. Ook op Gyspy speelt gitarist Jerry Miller weer de sterren van de hemel, maar de grootste ster is Eilen Jewell zelf, die weer diep weet te raken met haar van melancholie overlopende vocalen. Na de blues covers van Down Hearted Blues uit 2017 overtuigt Eilen Jewell dit keer weer met eigen songs en laat ze horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek alle kanten op kan. Het is niet eens zo makkelijk om te beschrijven wat er zo bijzonder is aan de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter, maar mij grijpt ze wederom bij de strot.
Sinds de release van haar derde album, Letters From Sinners & Strangers uit 2007, ben ik zeer gecharmeerd van de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Eilen Jewell. De muzikante uit Boise, Idaho, is inmiddels toe aan haar negende album en levert met Gypsy de opvolger van het bijzonder fraaie Down Hearted Blues uit 2017 af.
Op haar vorige album beperkte Eilen Jewell zich op zeer geslaagde wijze tot het vertolken van blues covers, maar op Gypsy horen we weer een serie eigen songs; haar eerste eigen songs sinds de release van Sundown Over Ghost Town in 2015.
Het album opent lekker stevig met Crawl dat een 70s countryrock geluid combineert met opvallende viooluithalen. Na de uptempo opener keert Eilen Jewell terug naar haar zo herkenbare geluid. In de ingetogen instrumentatie is er zoals gewoonlijk een hoofdrol voor het geweldige gitaarspel van veteraan Jerry Miller, maar ook de andere instrumenten hebben een mooi plekje gekregen in de smaakvolle productie van Eilen Jewell’s echtgenoot Jason Beek.
Gypsy bevat zoals gezegd vooral eigen songs, maar ook een cover van You Cared Enough To Lie van de net als Eilen Jewell uit Idaho afkomstige countrymuzikant Pinto Bennett, die lokaal een legende schijnt te zijn. Net als op de meeste van haar vorige albums bestrijkt Eilen Jewell op Gypsy een breed palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Het is rootsmuziek met een hang naar het verleden, maar in tekstueel opzicht staat de muzikante uit Idaho met beide benen in het heden, getuige haar uithaal naar de huidige president van haar vaderland en haar steun voor de #MeToo beweging.
Met een hang naar rootsmuziek uit het verleden vist Eilen Jewell in een momenteel overvolle vijver, maar net als haar vorige albums weet ook Gypsy zich weer voldoende te onderscheiden. Het is deels de verdienste van de fraaie instrumentatie, met een hoofdrol voor het gitaarspel van de al eerder genoemde Jerry Miller, maar ook de songs op Gypsy zijn van hoog niveau.
Over het sterkste wapen van Eilen Jewell heb ik het nog niet eens gehad, want dat is haar uit duizenden herkenbare stem. Het is niet eens zo makkelijk om te beschrijven wat er zo mooi of bijzonder is aan de stem van de Amerikaanse singer-songwriter, maar ook op Gypsy is iedere noot weer raak. Het doet wel wat denken aan de zang van Gillian Welch, maar Eilen Jewell heeft ook een duidelijk eigen geluid, dat vaak wat donker en melancholisch gekleurd is.
In een aantal recensies wordt gesuggereerd dat het nieuwe album van Eilen Jewell weer meer van hetzelfde is, maar ik denk hier toch anders over. Gypsy klinkt zeker anders dan het uitsluitend bluesy Down Hearted Blues, maar valt vergeleken met haar meeste andere albums ook op door psychedelische accenten, die het tijdloze aspect van de muziek van Eilen Jewell nog wat steviger benadrukken.
Zolang Eilen Jewell blijft verrassen met veelzijdige rootssongs met emotievolle en wonderschone vocalen, haar band zo trefzeker blijft spelen en Jerry Miller blijft strooien met gitaarwerk waarvan je alleen maar zielsgelukkig kunt worden, hou ik van de muziek van de muzikante uit Idaho. Ook Gypsy is daarom wat mij betreft weer een album om te koesteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eilen Jewell - Gypsy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eilen Jewell - Gypsy
Eilen Jewell laat nog maar eens horen waarom ze al ruim 10 jaar moet worden geschaard onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek
Ik heb een zwak voor de muziek van Eilen Jewell, waardoor de Amerikaanse singer-songwriter ook op Gypsy weer binnen enkele minuten een gewonnen wedstrijd speelt. Ook op Gyspy speelt gitarist Jerry Miller weer de sterren van de hemel, maar de grootste ster is Eilen Jewell zelf, die weer diep weet te raken met haar van melancholie overlopende vocalen. Na de blues covers van Down Hearted Blues uit 2017 overtuigt Eilen Jewell dit keer weer met eigen songs en laat ze horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek alle kanten op kan. Het is niet eens zo makkelijk om te beschrijven wat er zo bijzonder is aan de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter, maar mij grijpt ze wederom bij de strot.
Sinds de release van haar derde album, Letters From Sinners & Strangers uit 2007, ben ik zeer gecharmeerd van de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Eilen Jewell. De muzikante uit Boise, Idaho, is inmiddels toe aan haar negende album en levert met Gypsy de opvolger van het bijzonder fraaie Down Hearted Blues uit 2017 af.
Op haar vorige album beperkte Eilen Jewell zich op zeer geslaagde wijze tot het vertolken van blues covers, maar op Gypsy horen we weer een serie eigen songs; haar eerste eigen songs sinds de release van Sundown Over Ghost Town in 2015.
Het album opent lekker stevig met Crawl dat een 70s countryrock geluid combineert met opvallende viooluithalen. Na de uptempo opener keert Eilen Jewell terug naar haar zo herkenbare geluid. In de ingetogen instrumentatie is er zoals gewoonlijk een hoofdrol voor het geweldige gitaarspel van veteraan Jerry Miller, maar ook de andere instrumenten hebben een mooi plekje gekregen in de smaakvolle productie van Eilen Jewell’s echtgenoot Jason Beek.
Gypsy bevat zoals gezegd vooral eigen songs, maar ook een cover van You Cared Enough To Lie van de net als Eilen Jewell uit Idaho afkomstige countrymuzikant Pinto Bennett, die lokaal een legende schijnt te zijn. Net als op de meeste van haar vorige albums bestrijkt Eilen Jewell op Gypsy een breed palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Het is rootsmuziek met een hang naar het verleden, maar in tekstueel opzicht staat de muzikante uit Idaho met beide benen in het heden, getuige haar uithaal naar de huidige president van haar vaderland en haar steun voor de #MeToo beweging.
Met een hang naar rootsmuziek uit het verleden vist Eilen Jewell in een momenteel overvolle vijver, maar net als haar vorige albums weet ook Gypsy zich weer voldoende te onderscheiden. Het is deels de verdienste van de fraaie instrumentatie, met een hoofdrol voor het gitaarspel van de al eerder genoemde Jerry Miller, maar ook de songs op Gypsy zijn van hoog niveau.
Over het sterkste wapen van Eilen Jewell heb ik het nog niet eens gehad, want dat is haar uit duizenden herkenbare stem. Het is niet eens zo makkelijk om te beschrijven wat er zo mooi of bijzonder is aan de stem van de Amerikaanse singer-songwriter, maar ook op Gypsy is iedere noot weer raak. Het doet wel wat denken aan de zang van Gillian Welch, maar Eilen Jewell heeft ook een duidelijk eigen geluid, dat vaak wat donker en melancholisch gekleurd is.
In een aantal recensies wordt gesuggereerd dat het nieuwe album van Eilen Jewell weer meer van hetzelfde is, maar ik denk hier toch anders over. Gypsy klinkt zeker anders dan het uitsluitend bluesy Down Hearted Blues, maar valt vergeleken met haar meeste andere albums ook op door psychedelische accenten, die het tijdloze aspect van de muziek van Eilen Jewell nog wat steviger benadrukken.
Zolang Eilen Jewell blijft verrassen met veelzijdige rootssongs met emotievolle en wonderschone vocalen, haar band zo trefzeker blijft spelen en Jerry Miller blijft strooien met gitaarwerk waarvan je alleen maar zielsgelukkig kunt worden, hou ik van de muziek van de muzikante uit Idaho. Ook Gypsy is daarom wat mij betreft weer een album om te koesteren. Erwin Zijleman
Eilen Jewell - Sundown Over Ghost Town (2015)

4,5
0
geplaatst: 24 juni 2015, 16:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eilen Jewell - Sundown Over Ghost Town - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Eilen Jewell maakt inmiddels al weer ruim tien jaar platen, maar de singer-songwriter uit Boise, Idaho, is in rootskringen pas echt bekend sinds het prachtige Letters From Sinners & Strangers uit 2007. Sindsdien maakt Eilen Jewell platen die niet al teveel van elkaar verschillen, maar wel allemaal van een bijzonder hoog niveau zijn.
Sinds Queen Of The Minor Key uit 2011 zijn vier lange jaren verstreken (waarin overigens nog wel een hele aardige live-plaat werd uitgebracht). Eilen Jewell werd in deze periode moeder en keerde terug naar haar geboortegrond, maar pakt nu het maken van platen weer op.
Ze doet dit met een plaat die wederom weinig echte verrassingen bevat, maar ook Sundown Over Ghost Town is weer een hele mooie en overtuigende plaat.
Eilen Jewell werkt al jaren met dezelfde band en deze band duikt ook op haar nieuwe plaat weer op. Dat is goed nieuws, want met name gitarist Jerry Miller kleurt de muziek van Eilen Jewell inmiddels al vele platen prachtig in en doet dat ook dit keer op even mooie als indrukwekkende wijze. Het veelkleurige gitaarspel, dat varieert van ingetogen tot behoorlijk rauw, is ook op Sundown Over Ghost Town van hoog niveau en tilt de plaat in muzikaal opzicht naar een hoger niveau.
In muzikaal opzicht bevat de plaat zoals gezegd weinig grote verassingen. Sundown Over Ghost Town bevat een mix van ingetogen en net wat uitbundigere songs en laat ook dit keer naast geweldig gitaarspel bijzonder fraai pedal steel spel horen. Een al even aangenaam orgeltje, maakt het stemmige geluid compleet. De enige echte verassing komt in Rio Grande, waarin Eilen Jewell met een paar Mariachi trompetten het Noordelijke Idaho tijdelijk verruild voor Arizona of nog zuidelijkere oorden.
Sundown Over Ghost Town kleurt verder redelijk binnen de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek, maar daar heb ik persoonlijk geen problemen mee. De wat donkere mix van folk en een beetje country past immers uitstekend bij de geweldige stem van Eilen Jewell. Het is een wat doorleefd klinkende stem, die de mooie songs op de plaat en de degelijke maar ook zeer doeltreffende instrumentatie voorziet van emotie en bezieling.
Eilen Jewell maakt ook op haar nieuwe plaat weer donker gekleurde Amerikaanse rootsmuziek en het is rootsmuziek die mij ook deze keer flink weet te raken. Het is overigens muziek die ik zelf bij voorkeur met de koptelefoon beluister. De subtiele instrumentatie komt dan nog net wat beter tot zijn recht, waarna de vocalen van Eilen Jewell dwars door de ziel snijden.
Sundown Over Ghost Town bevat 12 songs en het zijn 12 prachtsongs. Eilen Jewell doet misschien niet veel nieuws op haar zevende studioplaat, maar zolang haar platen zo mooi en meeslepend zijn als Sundown Over Ghost Town mag de singer-songwriter uit Boise, Idaho, van mij nog heel lang niet zoveel nieuws blijven doen. Absoluut één van de betere rootsplaten van het moment; ik ben heel blij dat Eilen Jewell terug is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eilen Jewell - Sundown Over Ghost Town - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Eilen Jewell maakt inmiddels al weer ruim tien jaar platen, maar de singer-songwriter uit Boise, Idaho, is in rootskringen pas echt bekend sinds het prachtige Letters From Sinners & Strangers uit 2007. Sindsdien maakt Eilen Jewell platen die niet al teveel van elkaar verschillen, maar wel allemaal van een bijzonder hoog niveau zijn.
Sinds Queen Of The Minor Key uit 2011 zijn vier lange jaren verstreken (waarin overigens nog wel een hele aardige live-plaat werd uitgebracht). Eilen Jewell werd in deze periode moeder en keerde terug naar haar geboortegrond, maar pakt nu het maken van platen weer op.
Ze doet dit met een plaat die wederom weinig echte verrassingen bevat, maar ook Sundown Over Ghost Town is weer een hele mooie en overtuigende plaat.
Eilen Jewell werkt al jaren met dezelfde band en deze band duikt ook op haar nieuwe plaat weer op. Dat is goed nieuws, want met name gitarist Jerry Miller kleurt de muziek van Eilen Jewell inmiddels al vele platen prachtig in en doet dat ook dit keer op even mooie als indrukwekkende wijze. Het veelkleurige gitaarspel, dat varieert van ingetogen tot behoorlijk rauw, is ook op Sundown Over Ghost Town van hoog niveau en tilt de plaat in muzikaal opzicht naar een hoger niveau.
In muzikaal opzicht bevat de plaat zoals gezegd weinig grote verassingen. Sundown Over Ghost Town bevat een mix van ingetogen en net wat uitbundigere songs en laat ook dit keer naast geweldig gitaarspel bijzonder fraai pedal steel spel horen. Een al even aangenaam orgeltje, maakt het stemmige geluid compleet. De enige echte verassing komt in Rio Grande, waarin Eilen Jewell met een paar Mariachi trompetten het Noordelijke Idaho tijdelijk verruild voor Arizona of nog zuidelijkere oorden.
Sundown Over Ghost Town kleurt verder redelijk binnen de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek, maar daar heb ik persoonlijk geen problemen mee. De wat donkere mix van folk en een beetje country past immers uitstekend bij de geweldige stem van Eilen Jewell. Het is een wat doorleefd klinkende stem, die de mooie songs op de plaat en de degelijke maar ook zeer doeltreffende instrumentatie voorziet van emotie en bezieling.
Eilen Jewell maakt ook op haar nieuwe plaat weer donker gekleurde Amerikaanse rootsmuziek en het is rootsmuziek die mij ook deze keer flink weet te raken. Het is overigens muziek die ik zelf bij voorkeur met de koptelefoon beluister. De subtiele instrumentatie komt dan nog net wat beter tot zijn recht, waarna de vocalen van Eilen Jewell dwars door de ziel snijden.
Sundown Over Ghost Town bevat 12 songs en het zijn 12 prachtsongs. Eilen Jewell doet misschien niet veel nieuws op haar zevende studioplaat, maar zolang haar platen zo mooi en meeslepend zijn als Sundown Over Ghost Town mag de singer-songwriter uit Boise, Idaho, van mij nog heel lang niet zoveel nieuws blijven doen. Absoluut één van de betere rootsplaten van het moment; ik ben heel blij dat Eilen Jewell terug is. Erwin Zijleman
El Perro del Mar - Big Anonymous (2024)

4,0
1
geplaatst: 21 februari 2024, 11:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: El Perro Del Mar - Big Anonymous - dekrentenuitdepop.blogspot.com
El Perro Del Mar - Big Anonymous
El Perro Del Mar is de toegankelijke popsongs op Big Anonymous helemaal uit het oog verloren en bedwelmt met een donkere en atmosferische maar ook wonderschone en fascinerende luistertrip
Het is heel lang stil geweest rond El Perro Del Mar, maar deze week keert de Zweedse muzikante Sarah Assbring terug met een nieuw album. Het is een album dat heel af en toe herinnert aan de muziek die ze lang geleden maakte, maar El Perro Del Mar slaat op Big Anonymous vooral andere wegen in. Het nieuwe album van de Zweedse muzikante klinkt als een aardedonkere soundtrack bij een duistere film. Atmosferische klanken worden fraai gecombineerd met de mooie stem van Sarah Assbring en beiden creëren een bijzondere sfeer. Big Anonymous is bij vlagen heel donker en melancholisch, maar de muziek van El Perro Del Mar is ook 44 minuten lang prachtig.
Bij de naam El Perro Del Mar denk ik uitsluitend aan het titelloze album uit 2006 en aan From The Valley To The Stars uit 2008. Het zijn de twee albums die het alter ego van de Zweedse muzikante Sarah Assbring uitbracht na haar debuutalbum Look! It's El Perro Del Mar! uit 2005. Het is zeker niet zo dat Sarah Assbring na 2008 is gestopt met het maken van muziek, want tussen 2009 en 2016 verschenen nog drie albums van de muzikante uit Stockholm. Ik kan me eerlijk gezegd niet herinneren dat ik naar deze albums heb geluisterd. Het zijn albums die in Nederland sowieso nauwelijks aandacht hebben gekregen, maar dat is geen excuus.
Ik heb ze deze week wel beluisterd en vindt ze eerlijk gezegd een stuk minder goed dan de twee albums die ik wel ken van El Perro Del Mar, al zoekt de muzikante uit Stockholm wel het avontuur. Reden om weer eens te luisteren naar de muziek van Sarah Assbring is de release van Big Anonymous. Het zevende album van El Perro Del Mar is verschenen na een stilte van ruim zevenenhalf jaar en verschijnt zestien jaar na het laatste album dat ik goed ken van de Zweedse muzikante.
Op From The Valley To The Stars uit 2008 maakte Sarah Assbring eigenzinnige popsongs. Het waren vooral folky popsongs die opvielen door bijzondere arrangementen en rijke orkestraties, maar de muziek van El Perro Del Mar had ook het onderkoelde van de Scandinavische popmuziek van dat moment. Big Anonymous doet af en toe denken aan de muziek die El Perro Del Mar in een vorig leven maakte, maar het album klinkt ook duidelijk anders.
Gebleven zijn de bijzondere klanken, die hier en daar atmosferisch aan doen en gebleven is ook de mooie heldere stem van Sarah Assbring. Bij beluistering van Big Anonymous hoor ik echter vooral verschillen. El Perro Del Mar neemt op het nieuwe album wat meer afstand van de nog redelijk toegankelijke popsongs uit het verleden.
Big Anonymous valt op door atmosferische klanken die langzaam overdrijven en beelden van de Scandinavische winter op het netvlies toveren. Het geluid op het nieuwe album van El Perro Del Mar wordt gedomineerd door elektronica en de wolken elektronica die overdrijven doen wat mysterieus aan. Het wordt gecombineerd met de mooie stem van Sarah Assbring, die wat mij betreft mooier is gaan zingen.
De tracks op het nieuwe album van El Perro Del Mar creëren een bijzondere sfeer en die wordt versterkt door de fraaie wijze waarop de Zweedse muzikante de spanning opbouwt in haar muziek. Sarah Assbring is de popsong met een kop en een staart absoluut wat uit het oog verloren, maar Big Anonymous is zeker geen ontoegankelijk album. De tien tracks op het album laten zich beluisteren als één lange luistertrip en het is een luistertrip van een bijzondere schoonheid.
Zowel in muzikaal als in vocaal opzicht is de muziek van El Perro Del Mar hier en daar bijna verstild, maar door alle subtiele details gebeurt er ook van alles in de stemmige klanken op het album. De muziek van El Perro Del Mar klinkt op Big Anonymous een stuk donkerder dan op de albums uit het verleden en bij vlagen zelfs aardedonker, maar wanneer je eenmaal gegrepen wordt door de vaak bezwerende klanken komt er steeds meer moois aan de oppervlakte. Het is absoluut even wennen, maar ik ben uiteindelijk heel blij met de terugkeer van El Perro Del Mar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: El Perro Del Mar - Big Anonymous - dekrentenuitdepop.blogspot.com
El Perro Del Mar - Big Anonymous
El Perro Del Mar is de toegankelijke popsongs op Big Anonymous helemaal uit het oog verloren en bedwelmt met een donkere en atmosferische maar ook wonderschone en fascinerende luistertrip
Het is heel lang stil geweest rond El Perro Del Mar, maar deze week keert de Zweedse muzikante Sarah Assbring terug met een nieuw album. Het is een album dat heel af en toe herinnert aan de muziek die ze lang geleden maakte, maar El Perro Del Mar slaat op Big Anonymous vooral andere wegen in. Het nieuwe album van de Zweedse muzikante klinkt als een aardedonkere soundtrack bij een duistere film. Atmosferische klanken worden fraai gecombineerd met de mooie stem van Sarah Assbring en beiden creëren een bijzondere sfeer. Big Anonymous is bij vlagen heel donker en melancholisch, maar de muziek van El Perro Del Mar is ook 44 minuten lang prachtig.
Bij de naam El Perro Del Mar denk ik uitsluitend aan het titelloze album uit 2006 en aan From The Valley To The Stars uit 2008. Het zijn de twee albums die het alter ego van de Zweedse muzikante Sarah Assbring uitbracht na haar debuutalbum Look! It's El Perro Del Mar! uit 2005. Het is zeker niet zo dat Sarah Assbring na 2008 is gestopt met het maken van muziek, want tussen 2009 en 2016 verschenen nog drie albums van de muzikante uit Stockholm. Ik kan me eerlijk gezegd niet herinneren dat ik naar deze albums heb geluisterd. Het zijn albums die in Nederland sowieso nauwelijks aandacht hebben gekregen, maar dat is geen excuus.
Ik heb ze deze week wel beluisterd en vindt ze eerlijk gezegd een stuk minder goed dan de twee albums die ik wel ken van El Perro Del Mar, al zoekt de muzikante uit Stockholm wel het avontuur. Reden om weer eens te luisteren naar de muziek van Sarah Assbring is de release van Big Anonymous. Het zevende album van El Perro Del Mar is verschenen na een stilte van ruim zevenenhalf jaar en verschijnt zestien jaar na het laatste album dat ik goed ken van de Zweedse muzikante.
Op From The Valley To The Stars uit 2008 maakte Sarah Assbring eigenzinnige popsongs. Het waren vooral folky popsongs die opvielen door bijzondere arrangementen en rijke orkestraties, maar de muziek van El Perro Del Mar had ook het onderkoelde van de Scandinavische popmuziek van dat moment. Big Anonymous doet af en toe denken aan de muziek die El Perro Del Mar in een vorig leven maakte, maar het album klinkt ook duidelijk anders.
Gebleven zijn de bijzondere klanken, die hier en daar atmosferisch aan doen en gebleven is ook de mooie heldere stem van Sarah Assbring. Bij beluistering van Big Anonymous hoor ik echter vooral verschillen. El Perro Del Mar neemt op het nieuwe album wat meer afstand van de nog redelijk toegankelijke popsongs uit het verleden.
Big Anonymous valt op door atmosferische klanken die langzaam overdrijven en beelden van de Scandinavische winter op het netvlies toveren. Het geluid op het nieuwe album van El Perro Del Mar wordt gedomineerd door elektronica en de wolken elektronica die overdrijven doen wat mysterieus aan. Het wordt gecombineerd met de mooie stem van Sarah Assbring, die wat mij betreft mooier is gaan zingen.
De tracks op het nieuwe album van El Perro Del Mar creëren een bijzondere sfeer en die wordt versterkt door de fraaie wijze waarop de Zweedse muzikante de spanning opbouwt in haar muziek. Sarah Assbring is de popsong met een kop en een staart absoluut wat uit het oog verloren, maar Big Anonymous is zeker geen ontoegankelijk album. De tien tracks op het album laten zich beluisteren als één lange luistertrip en het is een luistertrip van een bijzondere schoonheid.
Zowel in muzikaal als in vocaal opzicht is de muziek van El Perro Del Mar hier en daar bijna verstild, maar door alle subtiele details gebeurt er ook van alles in de stemmige klanken op het album. De muziek van El Perro Del Mar klinkt op Big Anonymous een stuk donkerder dan op de albums uit het verleden en bij vlagen zelfs aardedonker, maar wanneer je eenmaal gegrepen wordt door de vaak bezwerende klanken komt er steeds meer moois aan de oppervlakte. Het is absoluut even wennen, maar ik ben uiteindelijk heel blij met de terugkeer van El Perro Del Mar. Erwin Zijleman
EL VY - Return to the Moon (2015)

4,0
0
geplaatst: 31 december 2015, 13:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: El Vy - Return To The Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De samenwerking tussen The National voorman Matt Berninger en de vooral van Menomena en Ramona Falls bekende multi-instrumentalist en producer Brent Knopf heb ik heel lang laten liggen, maar Return To The Moon van El Vy blijkt een bijzonder aangename plaat.
Het blijkt ook een opvallend toegankelijke plaat. De openingstrack van de plaat laat zich beluisteren als een vergeten klassieker uit de jaren 80, de tweede track lijkt weggelopen uit de Berlijnse jaren van David Bowie en zo heeft iedere track op de plaat wel wat bekends.
Bowie, New Order, Talking Heads, Depeche Mode, Japan; het zijn maar een paar namen die ik terug hoor op deze verrassend sterke plaat, die uiteraard ook meer dan eens doet denken aan de briljante platen van The National, maar aanmerkelijk minder zwaarmoedig en soms bijna funky klinkt. Return To The Moon is vooral een gitaarplaat, maar zonder de fraaie synths op de plaat had het debuut van El Vy niet zo mooi en bijzonder geklonken.
Door de betrekkelijk toegankelijke songs op Return To The Moon heeft El Vy een plaat gemaakt die heel makkelijk overtuigt, maar de aangenaam klinkende songs op de plaat lopen ook over van ingehouden spanning en dynamiek en geven nog lange tijd nieuwe geheimen prijs.
Het is bijzonder hoe El Vy nadrukkelijk citeert uit de jaren 80, maar toch een plaat heeft gemaakt die met beide benen in het heden staat. Het fraaie werk van synths heb ik al benoemd, maar Return To The Moon is vooral een donker klinkende gitaarplaat. Het donkere geluid past natuurlijk uitstekend bij de herkenbare stem van Matt Berninger, die zich het afgelopen decennium heeft ontwikkeld tot een uitstekend zanger.
Bij eerste beluistering dacht ik nog even dat Return To The Moon vooral een tussendoortje zou zijn met lekker in het gehoor liggende songs, maar langzaam maar zeker raak ik overtuigd van de genialiteit van deze plaat. Return To The Moon van El Vy wordt me ondertussen dierbaarder en dierbaarder en heeft mijn actuele jaarlijstje over 2015 al lang gehaald. Prachtplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: El Vy - Return To The Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De samenwerking tussen The National voorman Matt Berninger en de vooral van Menomena en Ramona Falls bekende multi-instrumentalist en producer Brent Knopf heb ik heel lang laten liggen, maar Return To The Moon van El Vy blijkt een bijzonder aangename plaat.
Het blijkt ook een opvallend toegankelijke plaat. De openingstrack van de plaat laat zich beluisteren als een vergeten klassieker uit de jaren 80, de tweede track lijkt weggelopen uit de Berlijnse jaren van David Bowie en zo heeft iedere track op de plaat wel wat bekends.
Bowie, New Order, Talking Heads, Depeche Mode, Japan; het zijn maar een paar namen die ik terug hoor op deze verrassend sterke plaat, die uiteraard ook meer dan eens doet denken aan de briljante platen van The National, maar aanmerkelijk minder zwaarmoedig en soms bijna funky klinkt. Return To The Moon is vooral een gitaarplaat, maar zonder de fraaie synths op de plaat had het debuut van El Vy niet zo mooi en bijzonder geklonken.
Door de betrekkelijk toegankelijke songs op Return To The Moon heeft El Vy een plaat gemaakt die heel makkelijk overtuigt, maar de aangenaam klinkende songs op de plaat lopen ook over van ingehouden spanning en dynamiek en geven nog lange tijd nieuwe geheimen prijs.
Het is bijzonder hoe El Vy nadrukkelijk citeert uit de jaren 80, maar toch een plaat heeft gemaakt die met beide benen in het heden staat. Het fraaie werk van synths heb ik al benoemd, maar Return To The Moon is vooral een donker klinkende gitaarplaat. Het donkere geluid past natuurlijk uitstekend bij de herkenbare stem van Matt Berninger, die zich het afgelopen decennium heeft ontwikkeld tot een uitstekend zanger.
Bij eerste beluistering dacht ik nog even dat Return To The Moon vooral een tussendoortje zou zijn met lekker in het gehoor liggende songs, maar langzaam maar zeker raak ik overtuigd van de genialiteit van deze plaat. Return To The Moon van El Vy wordt me ondertussen dierbaarder en dierbaarder en heeft mijn actuele jaarlijstje over 2015 al lang gehaald. Prachtplaat. Erwin Zijleman
Elbow - Audio Vertigo (2024)

4,0
4
geplaatst: 26 maart 2024, 16:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Elbow - Audio Vertigo - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elbow - Audio Vertigo
Op het tiende studioalbum slaat de Britse band Elbow weer eens andere wegen in met een opvallend vol, dynamisch of zelfs funky geluid, maar op een of andere manier blijft het toch ook typisch Elbow
Na het verrassend ingetogen Flying Dream 1 vervolgt de Britse band Elbow haar weg met Audio Vertigo. Het is een album dat direct de aandacht trekt met stevig aangezette ritmes en een vaak verrassend vol geluid. Het is een geluid met hier en daar soulvolle en funky accenten, maar bij beluistering van Audio Vertigo is ook direct duidelijk dat het om Elbow gaat, al is het maar vanwege de zo herkenbare zang van voorman Guy Garvey. Het duidelijk andere geluid zorgt er wel voor dat Audio Vertigo een interessante aanvulling is op het prachtige oeuvre van Elbow, dat nu bestaat uit tien uitstekende albums. Audio Vertigo is niet mijn favoriete Elbow album, wel een hele interessante.
Ik volg de Britse band Elbow al sinds het debuutalbum Asleep In The Back uit 2001 en sindsdien kan ieder album van de band uit Manchester op mijn aandacht en sympathie rekenen. Elbow heeft wat mij betreft nog nooit een slecht album gemaakt, maar ik luister zelf het vaakst naar The Seldom Seen Kid uit 2008. Het is met afstand mijn favoriete album van de Britse band en hoewel ik niet denk dat Elbow The Seldom Seen Kid ooit nog gaat overtreffen, ben ik altijd benieuwd naar nieuwe verrichtingen van de Britse band.
Elbow keert deze week terug met Audio Vertigo, het tiende reguliere studioalbum van de band en de opvolger van het in 2021 verschenen Flying Dream 1. Het laatstgenoemde album was binnen het oeuvre van Elbow een opvallend album. Het in de herfst van 2021 verschenen album kleurde prachtig bij het seizoen en liet een verrassend ingehouden en sfeervol geluid horen. Het is een album dat in een aantal recensies saai werd genoemd, maar hoewel het avontuur en de dynamiek van de voorgaande Elbow albums wat ontbraken, vond ik Flying Dream 1 zeker geen slecht album.
Audio Vertigo laat direct bij eerste beluistering horen dat Elbow geen Flying Dream 2 heeft gemaakt. Op het tiende album keert Elbow terug naar het wat dynamischere geluid dat we kennen van de band. Stevig aangezette ritmes van bas en drums spelen een opvallende rol in de instrumentatie op het album, die verder behoorlijk vol klinkt en afwisselend ruimte biedt aan broeierige synths en orgels, bij vlagen lekker venijnig gitaarwerk, bijzonder klinkende strijkers en blazers en meerstemmige zang.
Audio Vertigo klinkt met name door de zo herkenbare zang van Guy Garvey als typisch Elbow, maar de band uit Manchester verwerkt op haar nieuwe album uiteenlopende en ook zeker nieuwe invloeden, waardoor Audio Vertigo toch anders klinkt dan de meeste andere Elbow albums. Zeker wanneer de instrumentatie wat steviger wordt aangezet klinkt Elbow wat soulvoller en funkier dan we van de band gewend zijn, maar Audio Vertigo flirt ook met elektronisch jaren 80 geluid en bouwt ondertussen verder op het indrukwekkende oeuvre van de band.
Zeker na Flying Dream 1 laat de Britse band op Audio Vertigo een behoorlijk rijk en soms bijna overdadig geluid horen, maar het zit allemaal zo knap in elkaar dat je niets wilt missen. Zelf heb ik overigens een duidelijke voorkeur voor de net wat subtieler ingekleurde songs op het album, die net wat minder heftig uit de speakers komen, maar dat is een kwestie van smaak.
Over de zang van Guy Garvey zijn de meningen al sinds de beginjaren van Elbow verdeeld, maar vind de stem van de Britse muzikant, die nog altijd doet denken aan Peter Gabriel, een mooi en onmisbaar ingrediënt van de muziek van Elbow. Ook in muzikaal opzicht doet het album overigens wel wat denken aan de muziek die Peter Gabriel in de tweede helft van de jaren 80 maakte. In de wat voller klinkende songs op het album hoor ik overigens ook wel wat van ABC’s Martin Fry, een associatie die ik nog niet eerder had.
Nu ik Audio Vertigo een paar keer heb gehoord weet ik al zeker dat ik het album niet zo goed ga vinden als The Seldom Seen Kid, maar na het sfeervolle Flying Dream 1 slaagt Elbow er ook op haar tiende album weer in om anders en spannend te klinken. Het is soms wat druk, maar minstens even vaak is Audio Vertigo echt prachtig. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Elbow - Audio Vertigo - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elbow - Audio Vertigo
Op het tiende studioalbum slaat de Britse band Elbow weer eens andere wegen in met een opvallend vol, dynamisch of zelfs funky geluid, maar op een of andere manier blijft het toch ook typisch Elbow
Na het verrassend ingetogen Flying Dream 1 vervolgt de Britse band Elbow haar weg met Audio Vertigo. Het is een album dat direct de aandacht trekt met stevig aangezette ritmes en een vaak verrassend vol geluid. Het is een geluid met hier en daar soulvolle en funky accenten, maar bij beluistering van Audio Vertigo is ook direct duidelijk dat het om Elbow gaat, al is het maar vanwege de zo herkenbare zang van voorman Guy Garvey. Het duidelijk andere geluid zorgt er wel voor dat Audio Vertigo een interessante aanvulling is op het prachtige oeuvre van Elbow, dat nu bestaat uit tien uitstekende albums. Audio Vertigo is niet mijn favoriete Elbow album, wel een hele interessante.
Ik volg de Britse band Elbow al sinds het debuutalbum Asleep In The Back uit 2001 en sindsdien kan ieder album van de band uit Manchester op mijn aandacht en sympathie rekenen. Elbow heeft wat mij betreft nog nooit een slecht album gemaakt, maar ik luister zelf het vaakst naar The Seldom Seen Kid uit 2008. Het is met afstand mijn favoriete album van de Britse band en hoewel ik niet denk dat Elbow The Seldom Seen Kid ooit nog gaat overtreffen, ben ik altijd benieuwd naar nieuwe verrichtingen van de Britse band.
Elbow keert deze week terug met Audio Vertigo, het tiende reguliere studioalbum van de band en de opvolger van het in 2021 verschenen Flying Dream 1. Het laatstgenoemde album was binnen het oeuvre van Elbow een opvallend album. Het in de herfst van 2021 verschenen album kleurde prachtig bij het seizoen en liet een verrassend ingehouden en sfeervol geluid horen. Het is een album dat in een aantal recensies saai werd genoemd, maar hoewel het avontuur en de dynamiek van de voorgaande Elbow albums wat ontbraken, vond ik Flying Dream 1 zeker geen slecht album.
Audio Vertigo laat direct bij eerste beluistering horen dat Elbow geen Flying Dream 2 heeft gemaakt. Op het tiende album keert Elbow terug naar het wat dynamischere geluid dat we kennen van de band. Stevig aangezette ritmes van bas en drums spelen een opvallende rol in de instrumentatie op het album, die verder behoorlijk vol klinkt en afwisselend ruimte biedt aan broeierige synths en orgels, bij vlagen lekker venijnig gitaarwerk, bijzonder klinkende strijkers en blazers en meerstemmige zang.
Audio Vertigo klinkt met name door de zo herkenbare zang van Guy Garvey als typisch Elbow, maar de band uit Manchester verwerkt op haar nieuwe album uiteenlopende en ook zeker nieuwe invloeden, waardoor Audio Vertigo toch anders klinkt dan de meeste andere Elbow albums. Zeker wanneer de instrumentatie wat steviger wordt aangezet klinkt Elbow wat soulvoller en funkier dan we van de band gewend zijn, maar Audio Vertigo flirt ook met elektronisch jaren 80 geluid en bouwt ondertussen verder op het indrukwekkende oeuvre van de band.
Zeker na Flying Dream 1 laat de Britse band op Audio Vertigo een behoorlijk rijk en soms bijna overdadig geluid horen, maar het zit allemaal zo knap in elkaar dat je niets wilt missen. Zelf heb ik overigens een duidelijke voorkeur voor de net wat subtieler ingekleurde songs op het album, die net wat minder heftig uit de speakers komen, maar dat is een kwestie van smaak.
Over de zang van Guy Garvey zijn de meningen al sinds de beginjaren van Elbow verdeeld, maar vind de stem van de Britse muzikant, die nog altijd doet denken aan Peter Gabriel, een mooi en onmisbaar ingrediënt van de muziek van Elbow. Ook in muzikaal opzicht doet het album overigens wel wat denken aan de muziek die Peter Gabriel in de tweede helft van de jaren 80 maakte. In de wat voller klinkende songs op het album hoor ik overigens ook wel wat van ABC’s Martin Fry, een associatie die ik nog niet eerder had.
Nu ik Audio Vertigo een paar keer heb gehoord weet ik al zeker dat ik het album niet zo goed ga vinden als The Seldom Seen Kid, maar na het sfeervolle Flying Dream 1 slaagt Elbow er ook op haar tiende album weer in om anders en spannend te klinken. Het is soms wat druk, maar minstens even vaak is Audio Vertigo echt prachtig. Erwin Zijleman
Elbow - Flying Dream 1 (2021)

4,0
1
geplaatst: 22 november 2021, 15:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Elbow - Flying Dream 1 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elbow - Flying Dream 1
Elbow raakt nog wat verder verwijderd van de spanning en dynamiek van weleer op een uiterst ingetogen en zeer subtiel ingekleurd album, dat wel prachtig past bij het huidige jaargetijde
Elbow debuteerde twintig jaar geleden en heeft inmiddels een fraai en bijzonder oeuvre op haar naam staan. Flying Dream 1, het deze week verschenen negende studioalbum van de Britse band, is het meest ingetogen, meest sobere en ook meest dromerige album van de band tot dusver. De instrumentatie is zeer subtiel, maar verdient het absoluut om uitgeplozen te worden. Ook de zang van Guy Garvey is wat meer ingetogen en wat subtieler, maar het past prachtig bij de sfeervolle klanken, die wel raad weten met de herfstdagen van het moment. De spanningsbogen zijn misschien niet zo hoog als in het verleden, maar er valt verschrikkelijk veel te genieten op het fraaie Flying Dream 1, dat hooguit wat meer tijd vraagt.
Bij de bestudering van het oeuvre van de Britse band Elbow, zag ik, toch wel enigszins tot mijn verbazing, dat het debuutalbum van de band, Asleep In The Back, eerder dit jaar de twintigste verjaardag vierde. Het is een debuutalbum dat me in 2001 zeker opviel, maar op basis van dit debuut had ik niet verwacht dat Elbow de grote band zou worden die het nu is.
Net als vrijwel iedereen die het oeuvre van Elbow hoog heeft zitten, vind ik The Seldom Seen Kid tot dusver het beste album van de band, maar wat mij betreft volgen alle albums die de band uit Manchester sindsdien heeft uitgebracht op slechts kleine afstand. Alle reden dus om met hoge verwachtingen uit te kijken naar Flying Dream 1, dat niet zo heel lang geleden werd aangekondigd en deze week is verschenen.
Het album werd opgenomen in het Theatre Royal in Brighton en uiteraard schitterde het publiek in een door corona getekend jaar door afwezigheid. Muziekliefhebbers die beweren dat de muziek van Elbow sinds The Seldom Seen Kid een stuk minder spannend of zelfs saai is geworden, zullen waarschijnlijk weinig van hun gading vinden op Flying Dream 1, dat met afstand het meest ingetogen Elbow album tot dusver is en bovendien het album dat zich in het laagste tempo afspeelt.
Flying Dream 1 is een zeer subtiel album waarop met veel precisie wordt gemusiceerd, waarop voorman Guy Garvey zijn stem nauwelijks verheft en waarop een met enige regelmaat opduikend koor (London Contemporary Voices) de songs voorziet van een lome of zelfs luie sfeer.
Guy Garvey meldt in een interview met een Brits muziektijdschrift dat Flying Dream 1is beïnvloedt door albums als John Martyn’s Solid Air, PJ Harvey’s Is This Desire?, Hats van The Blue Nile en door Spirit Of Eden en Laughing Stock van Talk Talk. De laatste twee albums werden ten tijde van de release met grote regelmaat saai en bloedeloos genoemd, maar worden inmiddels gerekend tot het beste dat de Britse band maakte.
Of dat met Flying Dream 1 van Elbow ook gaat gebeuren zal de tijd leren, maar duidelijk is wel dat we het nieuwe album van Elbow flink afwijkt van zijn voorgangers. De instrumentatie op het album is uiterst subtiel en soms jazzy, maar het is ook een spannende instrumentatie vol bijzondere wendingen, al zijn ze niet zo duidelijk aanwezig als in het oudere werk van de band.
Ook de zang van Guy Garvey, die me nog steeds aan Peter Gabriel doet denken, is subtieler en ingetogener dan we van hem gewend zijn, maar past perfect bij de sobere klanken op het album. Ik ben nooit zo gek op het gebruik van een koor, maar op Flying Dream 1 past het verrassend goed en voorziet het de songs van iets warms en sfeervols.
Ook ik heb moeten wennen aan het subtiele geluid op het nieuwe album van Elbow, waarbij alles voor het eerst op zijn plek viel toen de zon al geruime tijd onder was. Langzaam maar zeker dringt het album zich echter ook op andere tijdstippen op en hoor ik steeds meer raakvlakken met de genoemde albums van Talk Talk die ik destijds ook heb moeten leren waarderen.
Ook Flying Dream 1 is alles bij elkaar genomen niet zo indrukwekkend als The Seldom Seen Kid, maar ik vind de afstand tot deze Elbow klassieker ook dit keer beperkt. Elbow slaat op Flying Dream 1 wat nieuwe wegen in, die me op een of andere manier wel bevallen en wat mij betreft doen uitzien naar Flying Dream 2. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Elbow - Flying Dream 1 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elbow - Flying Dream 1
Elbow raakt nog wat verder verwijderd van de spanning en dynamiek van weleer op een uiterst ingetogen en zeer subtiel ingekleurd album, dat wel prachtig past bij het huidige jaargetijde
Elbow debuteerde twintig jaar geleden en heeft inmiddels een fraai en bijzonder oeuvre op haar naam staan. Flying Dream 1, het deze week verschenen negende studioalbum van de Britse band, is het meest ingetogen, meest sobere en ook meest dromerige album van de band tot dusver. De instrumentatie is zeer subtiel, maar verdient het absoluut om uitgeplozen te worden. Ook de zang van Guy Garvey is wat meer ingetogen en wat subtieler, maar het past prachtig bij de sfeervolle klanken, die wel raad weten met de herfstdagen van het moment. De spanningsbogen zijn misschien niet zo hoog als in het verleden, maar er valt verschrikkelijk veel te genieten op het fraaie Flying Dream 1, dat hooguit wat meer tijd vraagt.
Bij de bestudering van het oeuvre van de Britse band Elbow, zag ik, toch wel enigszins tot mijn verbazing, dat het debuutalbum van de band, Asleep In The Back, eerder dit jaar de twintigste verjaardag vierde. Het is een debuutalbum dat me in 2001 zeker opviel, maar op basis van dit debuut had ik niet verwacht dat Elbow de grote band zou worden die het nu is.
Net als vrijwel iedereen die het oeuvre van Elbow hoog heeft zitten, vind ik The Seldom Seen Kid tot dusver het beste album van de band, maar wat mij betreft volgen alle albums die de band uit Manchester sindsdien heeft uitgebracht op slechts kleine afstand. Alle reden dus om met hoge verwachtingen uit te kijken naar Flying Dream 1, dat niet zo heel lang geleden werd aangekondigd en deze week is verschenen.
Het album werd opgenomen in het Theatre Royal in Brighton en uiteraard schitterde het publiek in een door corona getekend jaar door afwezigheid. Muziekliefhebbers die beweren dat de muziek van Elbow sinds The Seldom Seen Kid een stuk minder spannend of zelfs saai is geworden, zullen waarschijnlijk weinig van hun gading vinden op Flying Dream 1, dat met afstand het meest ingetogen Elbow album tot dusver is en bovendien het album dat zich in het laagste tempo afspeelt.
Flying Dream 1 is een zeer subtiel album waarop met veel precisie wordt gemusiceerd, waarop voorman Guy Garvey zijn stem nauwelijks verheft en waarop een met enige regelmaat opduikend koor (London Contemporary Voices) de songs voorziet van een lome of zelfs luie sfeer.
Guy Garvey meldt in een interview met een Brits muziektijdschrift dat Flying Dream 1is beïnvloedt door albums als John Martyn’s Solid Air, PJ Harvey’s Is This Desire?, Hats van The Blue Nile en door Spirit Of Eden en Laughing Stock van Talk Talk. De laatste twee albums werden ten tijde van de release met grote regelmaat saai en bloedeloos genoemd, maar worden inmiddels gerekend tot het beste dat de Britse band maakte.
Of dat met Flying Dream 1 van Elbow ook gaat gebeuren zal de tijd leren, maar duidelijk is wel dat we het nieuwe album van Elbow flink afwijkt van zijn voorgangers. De instrumentatie op het album is uiterst subtiel en soms jazzy, maar het is ook een spannende instrumentatie vol bijzondere wendingen, al zijn ze niet zo duidelijk aanwezig als in het oudere werk van de band.
Ook de zang van Guy Garvey, die me nog steeds aan Peter Gabriel doet denken, is subtieler en ingetogener dan we van hem gewend zijn, maar past perfect bij de sobere klanken op het album. Ik ben nooit zo gek op het gebruik van een koor, maar op Flying Dream 1 past het verrassend goed en voorziet het de songs van iets warms en sfeervols.
Ook ik heb moeten wennen aan het subtiele geluid op het nieuwe album van Elbow, waarbij alles voor het eerst op zijn plek viel toen de zon al geruime tijd onder was. Langzaam maar zeker dringt het album zich echter ook op andere tijdstippen op en hoor ik steeds meer raakvlakken met de genoemde albums van Talk Talk die ik destijds ook heb moeten leren waarderen.
Ook Flying Dream 1 is alles bij elkaar genomen niet zo indrukwekkend als The Seldom Seen Kid, maar ik vind de afstand tot deze Elbow klassieker ook dit keer beperkt. Elbow slaat op Flying Dream 1 wat nieuwe wegen in, die me op een of andere manier wel bevallen en wat mij betreft doen uitzien naar Flying Dream 2. Erwin Zijleman
Elbow - Giants of All Sizes (2019)

4,5
4
geplaatst: 12 oktober 2019, 10:27 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Elbow - Giants Of All Sizes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elbow - Giants Of All Sizes
Elbow levert een album af dat voortborduurt op haar inmiddels bekende geluid, maar dat ook stappen zet, waardoor Giants Of All Sizes meer indruk maakt dan zijn directe voorgangers
Elbow grossierde de afgelopen twee decennia in prachtige albums, maar de verrassing was er de laatste jaren wel wat af. Giants Of All Sizes is net wat avontuurlijker dan zijn directe voorgangers en is bovendien wat donkerder. Hier en daar duiken wat ruwere accenten op in de stemmige muziek van de Britse band, maar ook invloeden uit de progrock krijgen zo nu en dan alle ruimte. Giants Of All Sizes is met 39 minuten het kortste Elbow album, maar het is wel een album dat je 39 minuten op het puntje van je stoel houdt. Het niveau van The Seldom Seen Kid was de afgelopen jaren onbereikbaar, maar Giants Of All Sizes komt zeker in de buurt.
Bij beluistering van de albums van de Britse band Elbow moest ik altijd al denken aan de zeer memorabele albums die Peter Gabriel aan het eind van de jaren 70 en het begin van de jaren 80 maakte, met het in 1980 uitgebrachte Peter Gabriel (3) voor mij als onbetwist hoogtepunt.
Giants Of All Sizes, het nieuwe album van Elbow, opent met een track die niet op het album van Peter Gabriel zou hebben misstaan. Bijzondere ritmes, afwisselend atmosferische en dominant aanwezige synths, hier en daar een gitaaruithaal en natuurlijk de stem van Elbow voorman Guy Garvey, die Peter Gabriel nog nooit zo dicht benaderde. Het is een bijna naadloos vervolg op het bijna 40 jaar oude album van Peter Gabriel, maar het is ook onmiskenbaar Elbow.
De band uit Manchester dook aan het eind van de jaren 90 nog wat voorzichtig op, maar bracht vervolgens de ene na de andere prachtplaat uit. The Seldom Seen Kid uit 2008 hoort wat mij betreft bij de mooiste albums van het huidige millennium, maar ook de albums die Elbow hierna uitbracht mochten er zijn. Enig kritiekpunt was wat mij betreft dat Elbow zich de afgelopen tien jaar nauwelijks meer vernieuwde, maar wat maakt dat uit wanneer geweldige albums als Build A Rocket Boys! (2011), The Take Off And Landing Of Everything (2014) en Little Fictions (2017) worden afgeleverd.
Het zijn albums die worden overtroffen door Giants Of All Sizes, want op het nieuwe album van Elbow vernieuwt de band zich wel. Het begint met het stuwende Dexter & Sinistir, dat zoals gezegd begint bij de muziek van Peter Gabriel uit de vroege jaren 80, maar dat in ruim 6 minuten meerdere kanten op schiet en eindigt bij de progrock die Peter Gabriel in 1980 zo verafschuwde. Giants Of All Sizes vervolgt met een track die minder ver is verwijderd van het Elbow geluid van de afgelopen jaren, maar het klinkt net wat spannender. Guy Garvey zingt soepeler, de instrumentatie is spannender en de ritmes zijn avontuurlijker.
Giants Of All Sizes is over de hele linie avontuurlijker en zeker ook dynamischer dan zijn voorgangers. Elbow heeft nog altijd een voorkeur voor lome en stemmige tracks, maar de accenten in de sfeervolle instrumentatie zijn scherper en gedurfder. De ene keer is het gitaarwerk opeens wat steviger dan we van de band gewend zijn, de andere keer mogen de synths ontsporen of experimenteert Elbow met voorzichtige beats. Aan de andere kant zijn er de vele flirts met progrock, waardoor de invloeden van Peter Gabriel zich dit keer niet beperken tot zijn solowerk, maar ook zijn werk als voorman van Genesis wordt meegenomen.
Er gebeurt veel meer in de songs van Elbow en het is daarom misschien maar goed dat de band voor de afwisseling eens geen album van ruim 50 minuten heeft afgeleverd, maar het na nog geen 40 minuten goed vindt. Het zijn veertig minuten van een bijzonder hoog niveau.
Elbow houdt op Giants Of All Sizes vast aan het inmiddels bekende geluid van de band, maar zet ook nieuwe stappen. Elbow klinkt in een aantal songs net wat rauwer dan in het verleden en kiest ook voor een net wat donkerder geluid, wat wordt versterkt door de teksten, die hier en daar zijn getekend door persoonlijke misère of ellende in de wereld in het algemeen en het Verenigd Koninkrijk in het bijzonder.
Elbow kan nog altijd doorslaan richting bombast, zeker wanneer de strijkers aanzwellen, maar houdt haar muziek op Giants Of All Sizes ook prachtig klein. Elbow heeft de afgelopen jaren geen slecht album gemaakt, maar het nieuwe album van de band bevalt me net wat beter dan zijn directe voorgangers. Of Giants Of All Sizes ook de strijd met The Seldom Seen Kid aan kan zal de tijd moeten leren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Elbow - Giants Of All Sizes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elbow - Giants Of All Sizes
Elbow levert een album af dat voortborduurt op haar inmiddels bekende geluid, maar dat ook stappen zet, waardoor Giants Of All Sizes meer indruk maakt dan zijn directe voorgangers
Elbow grossierde de afgelopen twee decennia in prachtige albums, maar de verrassing was er de laatste jaren wel wat af. Giants Of All Sizes is net wat avontuurlijker dan zijn directe voorgangers en is bovendien wat donkerder. Hier en daar duiken wat ruwere accenten op in de stemmige muziek van de Britse band, maar ook invloeden uit de progrock krijgen zo nu en dan alle ruimte. Giants Of All Sizes is met 39 minuten het kortste Elbow album, maar het is wel een album dat je 39 minuten op het puntje van je stoel houdt. Het niveau van The Seldom Seen Kid was de afgelopen jaren onbereikbaar, maar Giants Of All Sizes komt zeker in de buurt.
Bij beluistering van de albums van de Britse band Elbow moest ik altijd al denken aan de zeer memorabele albums die Peter Gabriel aan het eind van de jaren 70 en het begin van de jaren 80 maakte, met het in 1980 uitgebrachte Peter Gabriel (3) voor mij als onbetwist hoogtepunt.
Giants Of All Sizes, het nieuwe album van Elbow, opent met een track die niet op het album van Peter Gabriel zou hebben misstaan. Bijzondere ritmes, afwisselend atmosferische en dominant aanwezige synths, hier en daar een gitaaruithaal en natuurlijk de stem van Elbow voorman Guy Garvey, die Peter Gabriel nog nooit zo dicht benaderde. Het is een bijna naadloos vervolg op het bijna 40 jaar oude album van Peter Gabriel, maar het is ook onmiskenbaar Elbow.
De band uit Manchester dook aan het eind van de jaren 90 nog wat voorzichtig op, maar bracht vervolgens de ene na de andere prachtplaat uit. The Seldom Seen Kid uit 2008 hoort wat mij betreft bij de mooiste albums van het huidige millennium, maar ook de albums die Elbow hierna uitbracht mochten er zijn. Enig kritiekpunt was wat mij betreft dat Elbow zich de afgelopen tien jaar nauwelijks meer vernieuwde, maar wat maakt dat uit wanneer geweldige albums als Build A Rocket Boys! (2011), The Take Off And Landing Of Everything (2014) en Little Fictions (2017) worden afgeleverd.
Het zijn albums die worden overtroffen door Giants Of All Sizes, want op het nieuwe album van Elbow vernieuwt de band zich wel. Het begint met het stuwende Dexter & Sinistir, dat zoals gezegd begint bij de muziek van Peter Gabriel uit de vroege jaren 80, maar dat in ruim 6 minuten meerdere kanten op schiet en eindigt bij de progrock die Peter Gabriel in 1980 zo verafschuwde. Giants Of All Sizes vervolgt met een track die minder ver is verwijderd van het Elbow geluid van de afgelopen jaren, maar het klinkt net wat spannender. Guy Garvey zingt soepeler, de instrumentatie is spannender en de ritmes zijn avontuurlijker.
Giants Of All Sizes is over de hele linie avontuurlijker en zeker ook dynamischer dan zijn voorgangers. Elbow heeft nog altijd een voorkeur voor lome en stemmige tracks, maar de accenten in de sfeervolle instrumentatie zijn scherper en gedurfder. De ene keer is het gitaarwerk opeens wat steviger dan we van de band gewend zijn, de andere keer mogen de synths ontsporen of experimenteert Elbow met voorzichtige beats. Aan de andere kant zijn er de vele flirts met progrock, waardoor de invloeden van Peter Gabriel zich dit keer niet beperken tot zijn solowerk, maar ook zijn werk als voorman van Genesis wordt meegenomen.
Er gebeurt veel meer in de songs van Elbow en het is daarom misschien maar goed dat de band voor de afwisseling eens geen album van ruim 50 minuten heeft afgeleverd, maar het na nog geen 40 minuten goed vindt. Het zijn veertig minuten van een bijzonder hoog niveau.
Elbow houdt op Giants Of All Sizes vast aan het inmiddels bekende geluid van de band, maar zet ook nieuwe stappen. Elbow klinkt in een aantal songs net wat rauwer dan in het verleden en kiest ook voor een net wat donkerder geluid, wat wordt versterkt door de teksten, die hier en daar zijn getekend door persoonlijke misère of ellende in de wereld in het algemeen en het Verenigd Koninkrijk in het bijzonder.
Elbow kan nog altijd doorslaan richting bombast, zeker wanneer de strijkers aanzwellen, maar houdt haar muziek op Giants Of All Sizes ook prachtig klein. Elbow heeft de afgelopen jaren geen slecht album gemaakt, maar het nieuwe album van de band bevalt me net wat beter dan zijn directe voorgangers. Of Giants Of All Sizes ook de strijd met The Seldom Seen Kid aan kan zal de tijd moeten leren. Erwin Zijleman
Elbow - Little Fictions (2017)

4,5
0
geplaatst: 5 februari 2017, 10:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Elbow - Little Fictions - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Little Fictions is al weer de zevende plaat van de uit het Britse Manchester afkomstige band Elbow.
De vorige zes platen van de band waren zo mooi en zo bijzonder dat het voor Elbow zo langzamerhand niet meevalt om nog te verrassen.
Dat doet Little Fictions dan ook niet en zeker niet wanneer je de plaat voor het eerst beluistert. De mokerslag zoals die bijvoorbeeld werd uitgedeeld door het briljante The Seldom Seen Kid uit 2008 blijft hierdoor uit.
Op Little Fictions doet Elbow vooral wat je van de band verwacht na 16 jaar en zes prachtplaten.
Dat zou de suggestie kunnen wekken dat Little Fictions een tegenvallende plaat is, maar dat is het zeker niet. Sterker nog, Little Fictions is een geweldige plaat, die zich kan meten met het beste van de band. Het is uiteindelijk ook een plaat die toch anders klinkt dan de vorige platen van band.
Op het eerste gehoor kleurt de plaat redelijk binnen de lijntjes van het inmiddels bekende Elbow geluid. Dat is een geluid dat een stuk complexer en avontuurlijker is dan dat van de meeste anders bands en qua complexiteit en avontuur mijlenver is verwijderd van het geluid van andere bands met de status van Elbow.
Het bijzondere van de muziek van Elbow is dat de band er in slaagt om muziek te maken die constant buiten de lijntjes kleurt, maar die toch redelijk makkelijk in het gehoor ligt, zeker wanneer je er oppervlakkig naar luistert.
Elbow moet het op Little Fictions doen zonder hun drummer van het eerste uur Richard Jupp. Dat werd gezien als een aderlating, maar juist de bijzondere (elektronisch klinkende) ritmes dragen voor een belangrijk deel bij aan het bijzondere geluid dat zich ontwaart wanneer je Little Fictions vaker hoort en met net wat meer aandacht beluistert.
Little Fictions lijkt vergeleken met zijn voorgangers een redelijk toegankelijke plaat die uit veel minder lagen bestaat dan gebruikelijk bij de band, maar met name de basis van de meeste songs is onnavolgbaar. Op deze complexe basis strooit Elbow verrassend driftig met geweldige melodieën, waarop de prachtstem van voorman Guy Garvey uitstekend gedijt.
Door de stem van Guy Garvey doet de muziek van Elbow me nog steeds denken aan de geweldige platen die Peter Gabriel aan het begin van zijn solocarrière maakte en ook in muzikaal opzicht hoor ik raakvlakken met deze platen.
Door de op het eerste gehoor net wat minder complexe songs dringt Little Fictions zich makkelijk op. Ik was daarom meteen overtuigd van de kwaliteit van de zevende plaat van Elbow, maar nu de plaat voor de vijfde of zesde keer voorbij komt, vind ik Little Fictions nog veel beter.
Elbow heeft een plaat gemaakt die op het eerste gehoor klinkt als typisch Elbow, maar de songs op Little Fictions zitten vol geheimen en verrassingen. In muzikaal opzicht is het weer smullen en Guy Garvey lijkt alleen maar beter te gaan zingen de afgelopen jaren.
En zo groeit een plaat die voor Elbow begrippen in eerste instantie wat gewoontjes overkomt al snel tot grote hoogten. Het is een bijzondere prestatie, want welke band slaagt er in om zeven platen van dit niveau te maken en niet te vallen voor de verleidingen van een nog groter publiek.
Waar een vroege soortgenoot als Coldplay inmiddels is afgegleden in de richting van de zouteloze popmuziek en goedkoop effectbejag, maakt Elbow nog steeds eigenzinnige muziek van een enorme schoonheid.
De vorige zes platen van de band zijn me stuk voor stuk dierbaar en ook voor Little Fictions heb ik inmiddels een plekje in mijn hart ingeruimd. En ondertussen ben ik er ook nog eens van overtuigd dat het steeds spannender klinkende Little Fictions nog lang niet is uitgegroeid. En zo heeft Elbow het weer geflikt om een prachtplaat af te leveren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Elbow - Little Fictions - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Little Fictions is al weer de zevende plaat van de uit het Britse Manchester afkomstige band Elbow.
De vorige zes platen van de band waren zo mooi en zo bijzonder dat het voor Elbow zo langzamerhand niet meevalt om nog te verrassen.
Dat doet Little Fictions dan ook niet en zeker niet wanneer je de plaat voor het eerst beluistert. De mokerslag zoals die bijvoorbeeld werd uitgedeeld door het briljante The Seldom Seen Kid uit 2008 blijft hierdoor uit.
Op Little Fictions doet Elbow vooral wat je van de band verwacht na 16 jaar en zes prachtplaten.
Dat zou de suggestie kunnen wekken dat Little Fictions een tegenvallende plaat is, maar dat is het zeker niet. Sterker nog, Little Fictions is een geweldige plaat, die zich kan meten met het beste van de band. Het is uiteindelijk ook een plaat die toch anders klinkt dan de vorige platen van band.
Op het eerste gehoor kleurt de plaat redelijk binnen de lijntjes van het inmiddels bekende Elbow geluid. Dat is een geluid dat een stuk complexer en avontuurlijker is dan dat van de meeste anders bands en qua complexiteit en avontuur mijlenver is verwijderd van het geluid van andere bands met de status van Elbow.
Het bijzondere van de muziek van Elbow is dat de band er in slaagt om muziek te maken die constant buiten de lijntjes kleurt, maar die toch redelijk makkelijk in het gehoor ligt, zeker wanneer je er oppervlakkig naar luistert.
Elbow moet het op Little Fictions doen zonder hun drummer van het eerste uur Richard Jupp. Dat werd gezien als een aderlating, maar juist de bijzondere (elektronisch klinkende) ritmes dragen voor een belangrijk deel bij aan het bijzondere geluid dat zich ontwaart wanneer je Little Fictions vaker hoort en met net wat meer aandacht beluistert.
Little Fictions lijkt vergeleken met zijn voorgangers een redelijk toegankelijke plaat die uit veel minder lagen bestaat dan gebruikelijk bij de band, maar met name de basis van de meeste songs is onnavolgbaar. Op deze complexe basis strooit Elbow verrassend driftig met geweldige melodieën, waarop de prachtstem van voorman Guy Garvey uitstekend gedijt.
Door de stem van Guy Garvey doet de muziek van Elbow me nog steeds denken aan de geweldige platen die Peter Gabriel aan het begin van zijn solocarrière maakte en ook in muzikaal opzicht hoor ik raakvlakken met deze platen.
Door de op het eerste gehoor net wat minder complexe songs dringt Little Fictions zich makkelijk op. Ik was daarom meteen overtuigd van de kwaliteit van de zevende plaat van Elbow, maar nu de plaat voor de vijfde of zesde keer voorbij komt, vind ik Little Fictions nog veel beter.
Elbow heeft een plaat gemaakt die op het eerste gehoor klinkt als typisch Elbow, maar de songs op Little Fictions zitten vol geheimen en verrassingen. In muzikaal opzicht is het weer smullen en Guy Garvey lijkt alleen maar beter te gaan zingen de afgelopen jaren.
En zo groeit een plaat die voor Elbow begrippen in eerste instantie wat gewoontjes overkomt al snel tot grote hoogten. Het is een bijzondere prestatie, want welke band slaagt er in om zeven platen van dit niveau te maken en niet te vallen voor de verleidingen van een nog groter publiek.
Waar een vroege soortgenoot als Coldplay inmiddels is afgegleden in de richting van de zouteloze popmuziek en goedkoop effectbejag, maakt Elbow nog steeds eigenzinnige muziek van een enorme schoonheid.
De vorige zes platen van de band zijn me stuk voor stuk dierbaar en ook voor Little Fictions heb ik inmiddels een plekje in mijn hart ingeruimd. En ondertussen ben ik er ook nog eens van overtuigd dat het steeds spannender klinkende Little Fictions nog lang niet is uitgegroeid. En zo heeft Elbow het weer geflikt om een prachtplaat af te leveren. Erwin Zijleman
Eleanor Friedberger - New View (2016)

4,5
0
geplaatst: 26 januari 2016, 14:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eleanor Friedberger - New View - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Eleanor Friedberger maakte als helft van het duo The Fiery Furnaces vooral behoorlijk ongrijpbare muziek (waaronder het onbegrepen meesterwerk Blueberry Boat uit 2004), maar sinds ze in 2010 koos voor een solocarrière bewandelt ze een duidelijk andere weg.
Last Summer uit 2011 en Personal Record uit 2013 lieten zich vooral beïnvloeden door de Amerikaanse singer-songwriter muziek uit de jaren 70 en deze invloeden hebben ook hun weg gevonden naar Eleanor Friedberger’s derde soloplaat New View.
De Amerikaanse singer-songwriter verruilde na Personal Record de metropool New York voor een veel rustiger plekje in de staat New York en dat hoor je op New View. De derde soloplaat van Eleanor Friedberger ademt rust en ruimte en is ver verwijderd van de hectiek van The Big Apple.
In muzikaal opzicht kruipt New View nog wat dichter tegen de popmuziek uit de jaren 70 aan dan zijn twee voorgangers. Ook voor New View lijkt de muziek van Harry Nilsson een belangrijke inspiratiebron geweest, maar Pitchfork wijst ook op de invloed van Fleetwood Mac’s Tusk (en dan met name de songs van Lindsey Buckingham op deze plaat) en dat is vergelijkingsmateriaal dat veel te mooi en ook veel te belangrijk is om te laten liggen.
Net als Fleetwood Mac op Tusk, maakt Eleanor Friedberger op New View immers tijdloze popliedjes die makkelijk verleiden, maar die ook niet bang zijn om buiten de lijntjes te kleuren. Het eerste zorgt voor de aangename luisterervaring, het tweede voor het prikkelen van de fantasie.
Dat laatste doet Eleanor Friedberger op subtiele wijze. New View lijkt misschien zo weggelopen uit de jaren 70, maar zit vol subtiele uitstapjes naar andere decennia. Het voorziet de aangename popliedjes op de plaat van diepte en avontuur.
Het solowerk van Eleanor Friedberger wordt, net als het werk van The Fiery Furnaces, makkelijk over het hoofd gezien, maar New View is te mooi om te laten liggen. Veel te mooi. Voor mij is het er in ieder geval een om te koesteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eleanor Friedberger - New View - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Eleanor Friedberger maakte als helft van het duo The Fiery Furnaces vooral behoorlijk ongrijpbare muziek (waaronder het onbegrepen meesterwerk Blueberry Boat uit 2004), maar sinds ze in 2010 koos voor een solocarrière bewandelt ze een duidelijk andere weg.
Last Summer uit 2011 en Personal Record uit 2013 lieten zich vooral beïnvloeden door de Amerikaanse singer-songwriter muziek uit de jaren 70 en deze invloeden hebben ook hun weg gevonden naar Eleanor Friedberger’s derde soloplaat New View.
De Amerikaanse singer-songwriter verruilde na Personal Record de metropool New York voor een veel rustiger plekje in de staat New York en dat hoor je op New View. De derde soloplaat van Eleanor Friedberger ademt rust en ruimte en is ver verwijderd van de hectiek van The Big Apple.
In muzikaal opzicht kruipt New View nog wat dichter tegen de popmuziek uit de jaren 70 aan dan zijn twee voorgangers. Ook voor New View lijkt de muziek van Harry Nilsson een belangrijke inspiratiebron geweest, maar Pitchfork wijst ook op de invloed van Fleetwood Mac’s Tusk (en dan met name de songs van Lindsey Buckingham op deze plaat) en dat is vergelijkingsmateriaal dat veel te mooi en ook veel te belangrijk is om te laten liggen.
Net als Fleetwood Mac op Tusk, maakt Eleanor Friedberger op New View immers tijdloze popliedjes die makkelijk verleiden, maar die ook niet bang zijn om buiten de lijntjes te kleuren. Het eerste zorgt voor de aangename luisterervaring, het tweede voor het prikkelen van de fantasie.
Dat laatste doet Eleanor Friedberger op subtiele wijze. New View lijkt misschien zo weggelopen uit de jaren 70, maar zit vol subtiele uitstapjes naar andere decennia. Het voorziet de aangename popliedjes op de plaat van diepte en avontuur.
Het solowerk van Eleanor Friedberger wordt, net als het werk van The Fiery Furnaces, makkelijk over het hoofd gezien, maar New View is te mooi om te laten liggen. Veel te mooi. Voor mij is het er in ieder geval een om te koesteren. Erwin Zijleman
Eleanor Friedberger - Rebound (2018)

4,5
1
geplaatst: 5 mei 2018, 10:12 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eleanor Friedberger - Rebound - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Eleanor Friedberger dook precies 15 jaar geleden voor het eerst op met het debuut van The Fiery Furnaces. Het duo dat ze samen met haar broer Matthew vormde debuteerde met het uitstekende Gallowsbird’s Bark, dat een bijzondere mix van stijlen liet horen.
Deze mix van stijlen was op het een jaar later verschenen Blueberry Boat nog veel bonter en ongrijpbaarder, maar ook dit was een geweldige plaat. Hierna werden de platen van het Amerikaanse duo echter steeds vreemder en op een gegeven moment haakte ik af.
Het was dan ook een enorme verrassing toen de singer-songwriter uit Brooklyn, New York, in 2011 opdook met een eerste soloplaat vol aangenaam klinkende en vooral door 70s singer-songwriter pop beïnvloede tracks. Deze invloeden stonden ook centraal op de platen die volgden en Last Summer (2011), Personal Record (2013) en New View (2016) doken allemaal op in mijn jaarlijstje of kwamen hier dicht bij in de buurt.
Na de tour die volgde op New View vervulde Eleanor Friedberger haar wens om een langere tijd in Griekenland te verblijven en vestigde ze zich in Athene. Naar verluidt werd ze tijdens haar verblijf in muzikaal opzicht geïnspireerd door de muziek in een club waar vooral muziek uit de 80s werd gedraaid.
Rebound klinkt inderdaad elektronischer dan de twee voorgangers en laat dit keer veel meer dan invloeden uit de glorieuze jaren 70 horen. Op het eerste gehoor klinkt Rebound wat lichtvoetiger dan zijn voorgangers, maar schijn bedriegt.
Op haar nieuwe plaat verrast Eleanor Friedberger met razend knappe en subtiel en avontuurlijk ingekleurde songs die steeds meer geheimen prijs geven. De invloeden uit de tijdloze 70s singer-songwriter pop zijn nog steeds aanwezig, maar zijn dit keer voorzien van een atmosferisch klinkend en elektronisch klankentapijt dat hier en daar neigt naar de muziek die in de jaren 80 werd gemaakt, maar dat in een aantal tracks ook tegen het geluid van Beach House aan schurkt.
Uit de Griekse club die haar inspireerde nam de singer-songwriter wat invloeden uit de postpunk mee, maar Rebound bevat gelukkig ook nog steeds de geweldige popsongs die de vorige platen van Eleanor Friedberger zo interessant maakten.
Ook Rebound sloeg zich, mede door de bijzonder aangename stem van Eleanor Friedberger, direct bij eerste beluistering als een warme deken om me heen, maar sindsdien worden de fraaie popsongs op de vierde plaat van de Amerikaanse muzikante alleen maar mooier en bijzonderder.
Al met al een zeer waardevolle aanvulling op het prachtige oeuvre dat Eleanor Friedberger aan het opbouwen is en een plaat die de komende maanden hier heel wat mooie lente- en zomerdagen zal opluisteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eleanor Friedberger - Rebound - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Eleanor Friedberger dook precies 15 jaar geleden voor het eerst op met het debuut van The Fiery Furnaces. Het duo dat ze samen met haar broer Matthew vormde debuteerde met het uitstekende Gallowsbird’s Bark, dat een bijzondere mix van stijlen liet horen.
Deze mix van stijlen was op het een jaar later verschenen Blueberry Boat nog veel bonter en ongrijpbaarder, maar ook dit was een geweldige plaat. Hierna werden de platen van het Amerikaanse duo echter steeds vreemder en op een gegeven moment haakte ik af.
Het was dan ook een enorme verrassing toen de singer-songwriter uit Brooklyn, New York, in 2011 opdook met een eerste soloplaat vol aangenaam klinkende en vooral door 70s singer-songwriter pop beïnvloede tracks. Deze invloeden stonden ook centraal op de platen die volgden en Last Summer (2011), Personal Record (2013) en New View (2016) doken allemaal op in mijn jaarlijstje of kwamen hier dicht bij in de buurt.
Na de tour die volgde op New View vervulde Eleanor Friedberger haar wens om een langere tijd in Griekenland te verblijven en vestigde ze zich in Athene. Naar verluidt werd ze tijdens haar verblijf in muzikaal opzicht geïnspireerd door de muziek in een club waar vooral muziek uit de 80s werd gedraaid.
Rebound klinkt inderdaad elektronischer dan de twee voorgangers en laat dit keer veel meer dan invloeden uit de glorieuze jaren 70 horen. Op het eerste gehoor klinkt Rebound wat lichtvoetiger dan zijn voorgangers, maar schijn bedriegt.
Op haar nieuwe plaat verrast Eleanor Friedberger met razend knappe en subtiel en avontuurlijk ingekleurde songs die steeds meer geheimen prijs geven. De invloeden uit de tijdloze 70s singer-songwriter pop zijn nog steeds aanwezig, maar zijn dit keer voorzien van een atmosferisch klinkend en elektronisch klankentapijt dat hier en daar neigt naar de muziek die in de jaren 80 werd gemaakt, maar dat in een aantal tracks ook tegen het geluid van Beach House aan schurkt.
Uit de Griekse club die haar inspireerde nam de singer-songwriter wat invloeden uit de postpunk mee, maar Rebound bevat gelukkig ook nog steeds de geweldige popsongs die de vorige platen van Eleanor Friedberger zo interessant maakten.
Ook Rebound sloeg zich, mede door de bijzonder aangename stem van Eleanor Friedberger, direct bij eerste beluistering als een warme deken om me heen, maar sindsdien worden de fraaie popsongs op de vierde plaat van de Amerikaanse muzikante alleen maar mooier en bijzonderder.
Al met al een zeer waardevolle aanvulling op het prachtige oeuvre dat Eleanor Friedberger aan het opbouwen is en een plaat die de komende maanden hier heel wat mooie lente- en zomerdagen zal opluisteren. Erwin Zijleman
Eleanor McEvoy - Naked Music (2016)

4,0
0
geplaatst: 11 januari 2017, 16:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eleanor McEvoy - Naked Music - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Hoe lang was het wel niet geleden dat ik naar een plaat van Eleanor McEvoy had geluisterd?
De singer-songwriter uit Dublin maakte op mij absoluut indruk met haar titelloze plaat uit 1997, waarop ze op bijzonder fraaie wijze een brug sloeg tussen Amerikaanse folk en haar Keltische wortels, maar daarna heb ik haar platen stuk voor stuk gemist en ging ik er eerlijk gezegd van uit dat de Ierse muzikante haar gitaar al lang aan de wilgen had gehangen.
Ik was dan ook flink verrast toen ik Naked Music op zag duiken in een jaarlijstje van een lezer van deze BLOG.
Naked Music is een vlag die de lading uitstekend dekt, want op haar laatste plaat vindt Eleanor McEvoy haar songs opnieuw uit en ze doet dit op uiterst sobere en af en toe zelfs bijna minimalistische wijze.
Voor Naked Music gebruikt Eleanor McEvoy het concept “one instrument, one voice” en het instrument is vrijwel altijd haar akoestische gitaar. In een van de songs is een keyboard te horen, terwijl in twee andere songs de rol van de akoestische gitaar zeer beperkt is en deze slechts wordt gebruikt voor wat eenvoudige percussie, maar meestal moeten we het doen met wat akkoorden op de akoestische gitaar. In deze tijden van productionele overdaad valt het niet mee om te overtuigen met naakte songs als die op Naked Music, maar Eleanor McEvoy slaagt er wat mij betreft glansrijk in.
Dat ligt voor een belangrijk deel aan haar stem, die warm is en die de leegte in haar muziek voor een belangrijk deel vult. De charmante Ierse tongval voegt nog wat onderscheidend vermogen toe aan de stem van de muzikante uit Dublin. Ook de instrumentatie is echter veelzijdiger dan je op basis van het concept zou verwachten. Eleanor McEvoy tovert meerdere klankkleuren uit haar akoestische gitaar, waardoor het gevaar van eentonigheid grotendeels wordt bezworen.
Op Naked Music vindt de Ierse muzikante een deel van haar werk opnieuw uit, maar voor een ieder die, net als ik, was blijven steken bij haar redelijk succesvolle titelloze plaat uit 1997, is het zeker geen feest van herkenning. Voor mij staan er op Naked Music alleen maar nieuwe songs en het zijn songs die iets met me doen.
Eleanor McEvoy zet op haar nieuwe plaat bescheiden middelen in, maar het effect dat deze middelen sorteren is maximaal. Waar naakte versies van songs meestal maar een paar keer leuk zijn, behoort Eleanor McEvoy tot het selecte gezelschap muzikanten (waartoe ook zeker Suzanne Vega behoort) van wie de uitgeklede versies van songs beter zijn dan de aangeklede versies.
Naked Music (dat ook nog eens is voorzien van fraaie cover art) is wat mij betreft een glorieuze terugkeer van een vergeten muzikante (die overigens nooit is weg geweest). Wederom een mooie ontdekking uit een individueel jaarlijstje, want in de meer algemene jaarlijsten ben ik Naked Music van Eleanor McEvoy uiteraard niet tegen gekomen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eleanor McEvoy - Naked Music - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Hoe lang was het wel niet geleden dat ik naar een plaat van Eleanor McEvoy had geluisterd?
De singer-songwriter uit Dublin maakte op mij absoluut indruk met haar titelloze plaat uit 1997, waarop ze op bijzonder fraaie wijze een brug sloeg tussen Amerikaanse folk en haar Keltische wortels, maar daarna heb ik haar platen stuk voor stuk gemist en ging ik er eerlijk gezegd van uit dat de Ierse muzikante haar gitaar al lang aan de wilgen had gehangen.
Ik was dan ook flink verrast toen ik Naked Music op zag duiken in een jaarlijstje van een lezer van deze BLOG.
Naked Music is een vlag die de lading uitstekend dekt, want op haar laatste plaat vindt Eleanor McEvoy haar songs opnieuw uit en ze doet dit op uiterst sobere en af en toe zelfs bijna minimalistische wijze.
Voor Naked Music gebruikt Eleanor McEvoy het concept “one instrument, one voice” en het instrument is vrijwel altijd haar akoestische gitaar. In een van de songs is een keyboard te horen, terwijl in twee andere songs de rol van de akoestische gitaar zeer beperkt is en deze slechts wordt gebruikt voor wat eenvoudige percussie, maar meestal moeten we het doen met wat akkoorden op de akoestische gitaar. In deze tijden van productionele overdaad valt het niet mee om te overtuigen met naakte songs als die op Naked Music, maar Eleanor McEvoy slaagt er wat mij betreft glansrijk in.
Dat ligt voor een belangrijk deel aan haar stem, die warm is en die de leegte in haar muziek voor een belangrijk deel vult. De charmante Ierse tongval voegt nog wat onderscheidend vermogen toe aan de stem van de muzikante uit Dublin. Ook de instrumentatie is echter veelzijdiger dan je op basis van het concept zou verwachten. Eleanor McEvoy tovert meerdere klankkleuren uit haar akoestische gitaar, waardoor het gevaar van eentonigheid grotendeels wordt bezworen.
Op Naked Music vindt de Ierse muzikante een deel van haar werk opnieuw uit, maar voor een ieder die, net als ik, was blijven steken bij haar redelijk succesvolle titelloze plaat uit 1997, is het zeker geen feest van herkenning. Voor mij staan er op Naked Music alleen maar nieuwe songs en het zijn songs die iets met me doen.
Eleanor McEvoy zet op haar nieuwe plaat bescheiden middelen in, maar het effect dat deze middelen sorteren is maximaal. Waar naakte versies van songs meestal maar een paar keer leuk zijn, behoort Eleanor McEvoy tot het selecte gezelschap muzikanten (waartoe ook zeker Suzanne Vega behoort) van wie de uitgeklede versies van songs beter zijn dan de aangeklede versies.
Naked Music (dat ook nog eens is voorzien van fraaie cover art) is wat mij betreft een glorieuze terugkeer van een vergeten muzikante (die overigens nooit is weg geweest). Wederom een mooie ontdekking uit een individueel jaarlijstje, want in de meer algemene jaarlijsten ben ik Naked Music van Eleanor McEvoy uiteraard niet tegen gekomen. Erwin Zijleman
Eleanor McEvoy - The Thomas Moore Project (2017)

4,0
0
geplaatst: 2 januari 2018, 19:27 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eleanor McEvoy - The Thomas Moore Project - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Precies een jaar geleden ontdekte ik via een jaarlijstje van een lezer van deze BLOG Naked van de Ierse singer-songwriter Eleanor McEvoy.
Eleanor McEvoy vond op Naked een deel van haar eerdere werk opnieuw uit en deed dat op bijzonder indrukwekkende en fraaie wijze.
Het was voor mij een hernieuwde kennismaking met de muziek van Eleanor McEvoy, die ik vooral kende van haar uit 1997 stammende en titelloze debuut, waarop ook de bescheiden hit Only A Woman’s Heart te vinden was.
Vorige week ontving ik van dezelfde lezer van mijn BLOG het jaarlijstje over 2017 en tot mijn grote verbazing trof ik er wederom een plaat van Eleanor McEvoy in aan. The Thomas Moore Project verscheen afgelopen zomer en is gestoken in een goedkoop aandoende hoes. Achter de eenvoudige hoes gaat echter een zeer ambitieus project schuil.
Eleanor McEvoy bewerkt op haar laatste plaat werk van de Ierse dichter, schrijver en songwriter Thomas Moore. Deze Thomas Moore leefde tussen 1779 en 1852 en schreef bekende Ierse folksongs als The Minstrel Boy en The Last Rose of Summer. Beide songs zijn te vinden op The Thomas Moore Project, maar Eleanor McEvoy vond er nog negen en het zijn songs van grote schoonheid.
Het verwerken van stokoude volksliedjes levert vaak wat oubollige platen op, maar dit predicaat is zeker niet van toepassing op de laatste plaat van Eleanor McEvoy. De gelouterde Ierse singer-songwriter vertolkt de fraaie teksten van Thomas Moore immers op eigentijdse wijze.
Dit eigentijdse zit vooral in de instrumentatie die opvallend warm en sfeervol klinkt. Voor deze instrumentatie deed Eleanor McEvoy een beroep op de keyboards van de van The Beautiful South bekende Damon Butcher, de bugel van klassiek Eamonn Nolan en op een prachtig spelende ritmesectie. Zelf voegt de Ierse muzikante gitaar, piano en uiteraard haar uit duizenden herkenbare vocalen toe.
Eleanor McEvoy viel direct in 1997 al op door haar mooie en warme stem en het is een stem die in de afgelopen twintig jaar alleen maar mooier en indringender is geworden. De bijzondere stem van de in Dublin geboren maar tegenwoordig in Wexford wonende muzikante, zorgt samen met de prachtige instrumentatie voor het spreekwoordelijke warme bad en het is een warm bad waarin de fraaie songs van de Thomas Moore uitstekend tot zijn recht komen.
Het levert een plaat op die niet onder doet voor het prachtige Naked uit 2016 en die nog maar eens laat horen dat Eleanor McEvoy na haar debuut ten onrechte in vergetelheid is geraakt bij het grote publiek.
Het verwerken van songs van een dichter uit de 18e en 19e eeuw lijkt op voorhand misschien iets voor de fijnproevers, maar The Thomas Moore Project is wat mij betreft voor een veel breder publiek interessant. Zeker wanneer de avonden koud en donker zijn is de laatste plaat van Eleanor McEvoy er immers een om te koesteren en te bewonderen.
Een jaar geleden kondigde ik na het recenseren van Naked aan dat ik Eleanor McEvoy weer beter in de gaten ging houden. Van die belofte is helaas niet veel gekomen, maar gelukkig kan ik dankzij de jaarlijst van een wel oplettende lezer alsnog genieten van deze mooie en bijzondere plaat van een singer-songwriter, die nog maar eens laat horen dat ze nog altijd tot de smaakmakers in het genre behoort. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eleanor McEvoy - The Thomas Moore Project - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Precies een jaar geleden ontdekte ik via een jaarlijstje van een lezer van deze BLOG Naked van de Ierse singer-songwriter Eleanor McEvoy.
Eleanor McEvoy vond op Naked een deel van haar eerdere werk opnieuw uit en deed dat op bijzonder indrukwekkende en fraaie wijze.
Het was voor mij een hernieuwde kennismaking met de muziek van Eleanor McEvoy, die ik vooral kende van haar uit 1997 stammende en titelloze debuut, waarop ook de bescheiden hit Only A Woman’s Heart te vinden was.
Vorige week ontving ik van dezelfde lezer van mijn BLOG het jaarlijstje over 2017 en tot mijn grote verbazing trof ik er wederom een plaat van Eleanor McEvoy in aan. The Thomas Moore Project verscheen afgelopen zomer en is gestoken in een goedkoop aandoende hoes. Achter de eenvoudige hoes gaat echter een zeer ambitieus project schuil.
Eleanor McEvoy bewerkt op haar laatste plaat werk van de Ierse dichter, schrijver en songwriter Thomas Moore. Deze Thomas Moore leefde tussen 1779 en 1852 en schreef bekende Ierse folksongs als The Minstrel Boy en The Last Rose of Summer. Beide songs zijn te vinden op The Thomas Moore Project, maar Eleanor McEvoy vond er nog negen en het zijn songs van grote schoonheid.
Het verwerken van stokoude volksliedjes levert vaak wat oubollige platen op, maar dit predicaat is zeker niet van toepassing op de laatste plaat van Eleanor McEvoy. De gelouterde Ierse singer-songwriter vertolkt de fraaie teksten van Thomas Moore immers op eigentijdse wijze.
Dit eigentijdse zit vooral in de instrumentatie die opvallend warm en sfeervol klinkt. Voor deze instrumentatie deed Eleanor McEvoy een beroep op de keyboards van de van The Beautiful South bekende Damon Butcher, de bugel van klassiek Eamonn Nolan en op een prachtig spelende ritmesectie. Zelf voegt de Ierse muzikante gitaar, piano en uiteraard haar uit duizenden herkenbare vocalen toe.
Eleanor McEvoy viel direct in 1997 al op door haar mooie en warme stem en het is een stem die in de afgelopen twintig jaar alleen maar mooier en indringender is geworden. De bijzondere stem van de in Dublin geboren maar tegenwoordig in Wexford wonende muzikante, zorgt samen met de prachtige instrumentatie voor het spreekwoordelijke warme bad en het is een warm bad waarin de fraaie songs van de Thomas Moore uitstekend tot zijn recht komen.
Het levert een plaat op die niet onder doet voor het prachtige Naked uit 2016 en die nog maar eens laat horen dat Eleanor McEvoy na haar debuut ten onrechte in vergetelheid is geraakt bij het grote publiek.
Het verwerken van songs van een dichter uit de 18e en 19e eeuw lijkt op voorhand misschien iets voor de fijnproevers, maar The Thomas Moore Project is wat mij betreft voor een veel breder publiek interessant. Zeker wanneer de avonden koud en donker zijn is de laatste plaat van Eleanor McEvoy er immers een om te koesteren en te bewonderen.
Een jaar geleden kondigde ik na het recenseren van Naked aan dat ik Eleanor McEvoy weer beter in de gaten ging houden. Van die belofte is helaas niet veel gekomen, maar gelukkig kan ik dankzij de jaarlijst van een wel oplettende lezer alsnog genieten van deze mooie en bijzondere plaat van een singer-songwriter, die nog maar eens laat horen dat ze nog altijd tot de smaakmakers in het genre behoort. Erwin Zijleman
Elena Setién - Moonlit Reveries (2024)

3,5
0
geplaatst: 9 februari 2024, 12:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Elena Setién - Moonlit Reveries - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elena Setién - Moonlit Reveries
De Spaanse muzikante Elena Setién maakt op het eerste gehoor behoorlijk ongrijpbare en bijna minimalistische muziek, maar als alle puzzelstukjes in elkaar grijpen blijkt ook Moonlit Reveries weer een mooi album
Ik heb de muziek van Elena Setién in het verleden vaak te snel terzijde geschoven. Ze maakt immers muziek die zeker niet makkelijk is of zelfs wat tegen de haren instrijkt en ook aan de zang van de Spaanse muzikante moet je absoluut even wennen. Ook haar nieuwe album Moonlit Reveries verdween daarom meerdere keren snel uit beeld, maar uiteindelijk ben ik toch best onder de indruk van dit avontuurlijke album, waarop uiteindelijk veel op zijn plek valt. Het is een album dat moeilijk is in te delen en lastig is te beschrijven, maar na enige gewenning is Moonlit Reveries van Elena Setién zeker niet zo ontoegankelijk als het op het eerste gehoor misschien lijkt.
Twee jaar geleden besprak ik Unfamiliar Minds van de Baskische muzikante Elena Setién. Het was niet mijn eerste kennismaking met haar muziek, maar het vierde album van Elena Setién beviel me een stuk beter dan zijn drie voorgangers, al heb ik naderhand wel een enorm zwak gekregen voor Another Kind Of Revolution uit 2019. Unfamiliar Minds omschreef ik als een bijzondere soundtrack waarbij je zelf de beelden mocht verzinnen en bijzonder was het album zeker. Elena Setién maakte indruk met een bijna minimalistische, soms experimentele maar ook verrassend beeldende instrumentatie en trok bovendien de aandacht met haar bijzondere zang, die de songs op het album een geheel eigen karakter gaf.
Onlangs verscheen het vijfde album van de muzikante die afwisselend in San Sebastian en in Denemarken woont en ook Moonlit Reveries is weer geen heel toegankelijk album. Het album opent met ingetogen klanken en de karakteristieke zang van de Spaanse muzikante, die aandacht trekt met haar Spaanse tongval, maar ook met haar bijzondere stem, die misschien niet per definitie mooi is, maar je wel makkelijk raakt. De openingstrack blijft betrekkelijk sober, maar trekt wel de aandacht met bijzondere percussie.
Moonlit Reveries werd opgenomen in Chicago, waarbij Elena Setién onder andere een beroep op de van Wilco bekende meesterdrummer Glenn Kotche. De Spaanse muzikante deed verder het meeste zelf en tekende ook voor de productie van het album. Net als zijn voorgangers is ook Moonlit Reveries zeker geen makkelijk album. De instrumentatie is ook dit keer bijna minimalistisch, maar de combinatie van klanken heeft ook vaak wat tegendraads. Op een of andere manier werkt het echter wel en combineren de mooie en bijzondere klanken opvallend goed met de stem van Elena Setién.
Het is lastig om Moonlit Reveries in een hokje te duwen of in de tijd te plaatsen. Voor het hokje pop is de muziek van de Spaanse muzikante te experimenteel, maar voor het hokje avant garde hebben haar songs een te duidelijke kop en staart. Moonlit Reveries heeft hier en daar een psychedelisch jaren 60 of een Nico sfeer, maar het is ook een album dat alleen maar uit het heden kan komen. Veel songs op het nieuwe album van Elena Setién lijken nergens heen te gaan, tot opeens alles toch weer op zijn plek valt. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de zang van de Baskische muzikante, die over een behoorlijk groot bereik beschikt.
In muzikaal opzicht zijn de songs van Elena Setién redelijk minimalistisch, maar het zijn ook intrigerende songs, waaraan het fascinerende drumwerk van Glen Kotche nog een extra dimensie toevoegt. Moonlit Reveries is een album dat je bij snelle en oppervlakkige beluistering waarschijnlijk snel terzijde schuift, want het duurt even voordat alles op zijn plek valt.
Ik ben zelf blij dat ik, na mijn goede ervaringen met Unfamiliar Minds en later ook met Another Kind Of Revolution, tijd heb gestoken in het nieuwe album van Elena Setién, want ik hoor steeds meer moois op het razend knap in elkaar stekende Moonlit Reveries, dat in bijna niets lijkt op andere albums die ik de laatste tijd heb beluisterd. Het is dan ook jammer dat de muziek van Elena Setién zo weinig aandacht krijgt. Ook haar nieuwe album verdient een beter lot. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Elena Setién - Moonlit Reveries - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elena Setién - Moonlit Reveries
De Spaanse muzikante Elena Setién maakt op het eerste gehoor behoorlijk ongrijpbare en bijna minimalistische muziek, maar als alle puzzelstukjes in elkaar grijpen blijkt ook Moonlit Reveries weer een mooi album
Ik heb de muziek van Elena Setién in het verleden vaak te snel terzijde geschoven. Ze maakt immers muziek die zeker niet makkelijk is of zelfs wat tegen de haren instrijkt en ook aan de zang van de Spaanse muzikante moet je absoluut even wennen. Ook haar nieuwe album Moonlit Reveries verdween daarom meerdere keren snel uit beeld, maar uiteindelijk ben ik toch best onder de indruk van dit avontuurlijke album, waarop uiteindelijk veel op zijn plek valt. Het is een album dat moeilijk is in te delen en lastig is te beschrijven, maar na enige gewenning is Moonlit Reveries van Elena Setién zeker niet zo ontoegankelijk als het op het eerste gehoor misschien lijkt.
Twee jaar geleden besprak ik Unfamiliar Minds van de Baskische muzikante Elena Setién. Het was niet mijn eerste kennismaking met haar muziek, maar het vierde album van Elena Setién beviel me een stuk beter dan zijn drie voorgangers, al heb ik naderhand wel een enorm zwak gekregen voor Another Kind Of Revolution uit 2019. Unfamiliar Minds omschreef ik als een bijzondere soundtrack waarbij je zelf de beelden mocht verzinnen en bijzonder was het album zeker. Elena Setién maakte indruk met een bijna minimalistische, soms experimentele maar ook verrassend beeldende instrumentatie en trok bovendien de aandacht met haar bijzondere zang, die de songs op het album een geheel eigen karakter gaf.
Onlangs verscheen het vijfde album van de muzikante die afwisselend in San Sebastian en in Denemarken woont en ook Moonlit Reveries is weer geen heel toegankelijk album. Het album opent met ingetogen klanken en de karakteristieke zang van de Spaanse muzikante, die aandacht trekt met haar Spaanse tongval, maar ook met haar bijzondere stem, die misschien niet per definitie mooi is, maar je wel makkelijk raakt. De openingstrack blijft betrekkelijk sober, maar trekt wel de aandacht met bijzondere percussie.
Moonlit Reveries werd opgenomen in Chicago, waarbij Elena Setién onder andere een beroep op de van Wilco bekende meesterdrummer Glenn Kotche. De Spaanse muzikante deed verder het meeste zelf en tekende ook voor de productie van het album. Net als zijn voorgangers is ook Moonlit Reveries zeker geen makkelijk album. De instrumentatie is ook dit keer bijna minimalistisch, maar de combinatie van klanken heeft ook vaak wat tegendraads. Op een of andere manier werkt het echter wel en combineren de mooie en bijzondere klanken opvallend goed met de stem van Elena Setién.
Het is lastig om Moonlit Reveries in een hokje te duwen of in de tijd te plaatsen. Voor het hokje pop is de muziek van de Spaanse muzikante te experimenteel, maar voor het hokje avant garde hebben haar songs een te duidelijke kop en staart. Moonlit Reveries heeft hier en daar een psychedelisch jaren 60 of een Nico sfeer, maar het is ook een album dat alleen maar uit het heden kan komen. Veel songs op het nieuwe album van Elena Setién lijken nergens heen te gaan, tot opeens alles toch weer op zijn plek valt. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de zang van de Baskische muzikante, die over een behoorlijk groot bereik beschikt.
In muzikaal opzicht zijn de songs van Elena Setién redelijk minimalistisch, maar het zijn ook intrigerende songs, waaraan het fascinerende drumwerk van Glen Kotche nog een extra dimensie toevoegt. Moonlit Reveries is een album dat je bij snelle en oppervlakkige beluistering waarschijnlijk snel terzijde schuift, want het duurt even voordat alles op zijn plek valt.
Ik ben zelf blij dat ik, na mijn goede ervaringen met Unfamiliar Minds en later ook met Another Kind Of Revolution, tijd heb gestoken in het nieuwe album van Elena Setién, want ik hoor steeds meer moois op het razend knap in elkaar stekende Moonlit Reveries, dat in bijna niets lijkt op andere albums die ik de laatste tijd heb beluisterd. Het is dan ook jammer dat de muziek van Elena Setién zo weinig aandacht krijgt. Ook haar nieuwe album verdient een beter lot. Erwin Zijleman
Elena Setién - Unfamiliar Minds (2022)

3,5
1
geplaatst: 2 februari 2022, 12:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Elena Setién - Unfamiliar Minds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elena Setién - Unfamiliar Minds
De Baskische muzikante Elena Setién maakt het je op haar vierde album echt geen moment makkelijk, maar investeer wat tijd in dit album en je krijgt een bijzondere soundtrack, waar je zelf de beelden bij mag verzinnen
Unfamiliar Minds van Elena Setién is zeker niet het makkelijkste album dat deze week is verschenen, maar het is wel het album waar je het langst nieuwe dingen op blijft horen. Het album bevat een aantal redelijk toegankelijke tracks, maar de Baskische muzikant zoekt ook het experiment in haar vaak beeldende songs. Het zijn relatief sober of zelfs bijna minimalistisch ingekleurde songs, maar Elena Setién maakt ook bonte muziek vol geheimen. Ik moest er zelf wel even aan wennen, maar als je de schoonheid in de muziek op Unfamiliar Minds eenmaal hebt ontdekt wordt het nieuwe album van Elena Setién alleen maar mooier en interessanter.
De Spaanse of eigenlijk Baskische muzikante Elena Setién maakte oorspronkelijk vooral muziek voor films en series, maar sinds enkele jaren is ze ook actief als popmuzikante. Haar albums Twelve Sisters (2013), Dreaming Of Earthly Things (2017) en Another Kind Of Revolution (2019) heb ik alle drie beluisterd, maar boden mij uiteindelijk onvoldoende houvast, al vond ik de muziek van Elena Setién bij vlagen prachtig of op zijn minst intrigerend.
Ook het deze week verschenen Unfamiliar Minds bood me niet onmiddellijk houvast, maar ik was dit keer toch net wat meer onder de indruk van de muziek van Elena Setién. Dat de muzikante uit San Sebastian een verleden heeft in de filmmuziek is ook op haar nieuwe album duidelijk te horen. De songs op Unfamiliar Minds hebben een beeldend karakter en slagen er bovendien in om een bijzondere sfeer te creëren. Het is vaak een wat unheimische sfeer, waarbij ik zelf overigens de beelden niet onmiddellijk zou kunnen verzinnen.
Elena Setién tekent op Unfamiliar Minds voor keyboards, viool en zang, terwijl de Baskische gastmuzikanten Xabier Erkizia en Joseba Irazoki respectievelijk nog wat extra elektronica en gitaren toevoegen aan het over het algemeen betrekkelijk sobere geluid op het album. Eerstgenoemde produceerde het album bovendien op fraaie wijze.
Het album opent met wat weemoedig klinkende pianoakkoorden en de afwisselend mooie en wat ruwe zang van de Baskische muzikante. De openingstrack, die steeds voller en bijna sprookjesachtig wordt ingekleurd, is met enige fantasie nog wel een conventionele popsong te noemen en dat geldt zeker niet voor alle songs op het album.
Elena Setién experimenteert er op Unfamiliar Minds driftig op los met bijna gesproken woord en zeer elementair en vooral elektronisch ingekleurde songs, die hier en daar zijn verrijkt met samples. Het doet af en toe wel wat denken aan een aantal albums van Lauri Anderson, maar het is soms ook bijna of gewoon helemaal filmmuziek, die vooral tot doel heeft om een bepaalde sfeer of stemming te creëren.
Waar de vorige albums van de Baskische muzikante mijn aandacht uiteindelijk onvoldoende vast wisten te houden, vormen de songs op Unfamiliar Minds op een of andere manier een eenheid en het is een eenheid die zich, in ieder geval bij mij, voldoende opdringt. Echt makkelijk maakt Elena Setién het me overigens nooit. Ik ben geen groot liefhebber van het gesproken woord, maar de Baskische muzikante slaagt er in om gesproken teksten, waaronder twee gedichten van Emily Dickinson, fraai te integreren in haar muziek.
Unfamiliar Minds betoverde me in eerste instantie met het zeer beperkte aantal enigszins toegankelijke popliedjes op het album, maar hierna viel ook in de wat experimentelere songs nog veel op zijn plek. Het is zeker geen album dat op alle momenten tot zijn recht komt, maar zeker bij beluistering met een goede koptelefoon valt er van alles te ontdekken in de muziek van Elena Setién en hoor je vooral hoe knap de arrangementen van de Baskische muzikante in elkaar steken.
Op een Britse muzieksite wordt Unfamiliar Minds niet alleen vergeleken met de muziek van Broadcast, maar ook met die van Beach House en dat is eigenlijk niet eens zo’n gekke vergelijking, al is het wel een hele Spartaanse en experimentele versie van Beach House, maar ook een hele mooie. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Elena Setién - Unfamiliar Minds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elena Setién - Unfamiliar Minds
De Baskische muzikante Elena Setién maakt het je op haar vierde album echt geen moment makkelijk, maar investeer wat tijd in dit album en je krijgt een bijzondere soundtrack, waar je zelf de beelden bij mag verzinnen
Unfamiliar Minds van Elena Setién is zeker niet het makkelijkste album dat deze week is verschenen, maar het is wel het album waar je het langst nieuwe dingen op blijft horen. Het album bevat een aantal redelijk toegankelijke tracks, maar de Baskische muzikant zoekt ook het experiment in haar vaak beeldende songs. Het zijn relatief sober of zelfs bijna minimalistisch ingekleurde songs, maar Elena Setién maakt ook bonte muziek vol geheimen. Ik moest er zelf wel even aan wennen, maar als je de schoonheid in de muziek op Unfamiliar Minds eenmaal hebt ontdekt wordt het nieuwe album van Elena Setién alleen maar mooier en interessanter.
De Spaanse of eigenlijk Baskische muzikante Elena Setién maakte oorspronkelijk vooral muziek voor films en series, maar sinds enkele jaren is ze ook actief als popmuzikante. Haar albums Twelve Sisters (2013), Dreaming Of Earthly Things (2017) en Another Kind Of Revolution (2019) heb ik alle drie beluisterd, maar boden mij uiteindelijk onvoldoende houvast, al vond ik de muziek van Elena Setién bij vlagen prachtig of op zijn minst intrigerend.
Ook het deze week verschenen Unfamiliar Minds bood me niet onmiddellijk houvast, maar ik was dit keer toch net wat meer onder de indruk van de muziek van Elena Setién. Dat de muzikante uit San Sebastian een verleden heeft in de filmmuziek is ook op haar nieuwe album duidelijk te horen. De songs op Unfamiliar Minds hebben een beeldend karakter en slagen er bovendien in om een bijzondere sfeer te creëren. Het is vaak een wat unheimische sfeer, waarbij ik zelf overigens de beelden niet onmiddellijk zou kunnen verzinnen.
Elena Setién tekent op Unfamiliar Minds voor keyboards, viool en zang, terwijl de Baskische gastmuzikanten Xabier Erkizia en Joseba Irazoki respectievelijk nog wat extra elektronica en gitaren toevoegen aan het over het algemeen betrekkelijk sobere geluid op het album. Eerstgenoemde produceerde het album bovendien op fraaie wijze.
Het album opent met wat weemoedig klinkende pianoakkoorden en de afwisselend mooie en wat ruwe zang van de Baskische muzikante. De openingstrack, die steeds voller en bijna sprookjesachtig wordt ingekleurd, is met enige fantasie nog wel een conventionele popsong te noemen en dat geldt zeker niet voor alle songs op het album.
Elena Setién experimenteert er op Unfamiliar Minds driftig op los met bijna gesproken woord en zeer elementair en vooral elektronisch ingekleurde songs, die hier en daar zijn verrijkt met samples. Het doet af en toe wel wat denken aan een aantal albums van Lauri Anderson, maar het is soms ook bijna of gewoon helemaal filmmuziek, die vooral tot doel heeft om een bepaalde sfeer of stemming te creëren.
Waar de vorige albums van de Baskische muzikante mijn aandacht uiteindelijk onvoldoende vast wisten te houden, vormen de songs op Unfamiliar Minds op een of andere manier een eenheid en het is een eenheid die zich, in ieder geval bij mij, voldoende opdringt. Echt makkelijk maakt Elena Setién het me overigens nooit. Ik ben geen groot liefhebber van het gesproken woord, maar de Baskische muzikante slaagt er in om gesproken teksten, waaronder twee gedichten van Emily Dickinson, fraai te integreren in haar muziek.
Unfamiliar Minds betoverde me in eerste instantie met het zeer beperkte aantal enigszins toegankelijke popliedjes op het album, maar hierna viel ook in de wat experimentelere songs nog veel op zijn plek. Het is zeker geen album dat op alle momenten tot zijn recht komt, maar zeker bij beluistering met een goede koptelefoon valt er van alles te ontdekken in de muziek van Elena Setién en hoor je vooral hoe knap de arrangementen van de Baskische muzikante in elkaar steken.
Op een Britse muzieksite wordt Unfamiliar Minds niet alleen vergeleken met de muziek van Broadcast, maar ook met die van Beach House en dat is eigenlijk niet eens zo’n gekke vergelijking, al is het wel een hele Spartaanse en experimentele versie van Beach House, maar ook een hele mooie. Erwin Zijleman
Eleni Mandell - Dark Lights Up (2015)

4,5
0
geplaatst: 6 september 2015, 10:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eleni Mandell - Dark Lights Up - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Eleni Mandell maakt inmiddels al ruim 15 jaar platen en heeft er inmiddels tien op haar naam staan.
Ondanks het feit dat al deze platen bovengemiddeld goed zijn, is de singer-songwriter uit Los Angeles helaas nog altijd vrij onbekend in Nederland en behoort ze ook daarbuiten tot de goed bewaarde geheimen van de Amerikaanse rootsmuziek.
Dat heeft Eleni Mandell voor een belangrijk deel aan zichzelf te danken, want op iedere plaat klinkt ze weer anders, waarbij ze net zo makkelijk traditionele countrymuziek als donkere rockmuziek aflevert, waardoor ze inmiddels is vergeleken met iedereen tussen PJ Harvey en Brenda Lee.
Ook het onlangs verschenen Dark Lights Up klinkt weer anders dan de meeste van zijn voorgangers. Eleni Mandell maakte in het verlegen een aantal behoorlijk donkere platen, maar op Dark Lights Up schijnt de zon.
De zonnige klanken zijn verpakt in songs die makkelijk uit de jaren 50 of nog eerder zouden kunnen stammen. Eleni Mandell gaat dit keer immers aan de haal met de tijdloze popmuziek uit de vorige eeuw en voegt er een snufje country, jazz en rock ‘n roll aan toe.
Dark Lights Up klinkt alsof Patsy Cline de Sun Studio’s in is gedoken met de band van Elvis om popliedjes die eigenlijk voor Doris Day bedoeld waren te vertolken. Dat klinkt misschien niet erg aantrekkelijk, maar het resultaat mag er zijn.
De zoete popliedjes op Dark Lights Up zijn voorzien van een prachtige, stemmige akoestische instrumentatie, die de stem van Eleni Mandell centraal stelt. Het is een stem die zich al in meerdere genres heeft bewezen, maar ook in de honingzoete pop op Dark Lights Up betovert Eleni Mandell met speels gemak.
Dark Lights Up is geen plaat voor alle momenten, maar wat later op de avond of op een lome zondagochtend doet de nieuwe plaat van Eleni Mandell wonderen. Voor alle andere momenten en stemmingen heb ik de rest van haar werkelijk prachtige oeuvre achter de hand. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eleni Mandell - Dark Lights Up - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Eleni Mandell maakt inmiddels al ruim 15 jaar platen en heeft er inmiddels tien op haar naam staan.
Ondanks het feit dat al deze platen bovengemiddeld goed zijn, is de singer-songwriter uit Los Angeles helaas nog altijd vrij onbekend in Nederland en behoort ze ook daarbuiten tot de goed bewaarde geheimen van de Amerikaanse rootsmuziek.
Dat heeft Eleni Mandell voor een belangrijk deel aan zichzelf te danken, want op iedere plaat klinkt ze weer anders, waarbij ze net zo makkelijk traditionele countrymuziek als donkere rockmuziek aflevert, waardoor ze inmiddels is vergeleken met iedereen tussen PJ Harvey en Brenda Lee.
Ook het onlangs verschenen Dark Lights Up klinkt weer anders dan de meeste van zijn voorgangers. Eleni Mandell maakte in het verlegen een aantal behoorlijk donkere platen, maar op Dark Lights Up schijnt de zon.
De zonnige klanken zijn verpakt in songs die makkelijk uit de jaren 50 of nog eerder zouden kunnen stammen. Eleni Mandell gaat dit keer immers aan de haal met de tijdloze popmuziek uit de vorige eeuw en voegt er een snufje country, jazz en rock ‘n roll aan toe.
Dark Lights Up klinkt alsof Patsy Cline de Sun Studio’s in is gedoken met de band van Elvis om popliedjes die eigenlijk voor Doris Day bedoeld waren te vertolken. Dat klinkt misschien niet erg aantrekkelijk, maar het resultaat mag er zijn.
De zoete popliedjes op Dark Lights Up zijn voorzien van een prachtige, stemmige akoestische instrumentatie, die de stem van Eleni Mandell centraal stelt. Het is een stem die zich al in meerdere genres heeft bewezen, maar ook in de honingzoete pop op Dark Lights Up betovert Eleni Mandell met speels gemak.
Dark Lights Up is geen plaat voor alle momenten, maar wat later op de avond of op een lome zondagochtend doet de nieuwe plaat van Eleni Mandell wonderen. Voor alle andere momenten en stemmingen heb ik de rest van haar werkelijk prachtige oeuvre achter de hand. Erwin Zijleman
Eleni Mandell - Wake Up Again (2019)

4,5
0
geplaatst: 9 juni 2019, 11:13 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eleni Mandell - Wake Up Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eleni Mandell - Wake Up Again
Eleni Mandell maakt tot dusver alleen maar bescheiden klassiekers en ook haar nieuwe album is er weer een om intens te koesteren
20 jaar geleden ontdekte ik bij toeval de muziek van Eleni Mandell en sindsdien weet ze me met ieder nieuw album te verrassen. Ook haar nieuwe album is er weer een van een bijzondere schoonheid. Wake Up Again is een wat donker klinkend en opvallend intens album, waarop prachtige gitaarlijnen samenvloeien met de bijzondere stem van de singer-songwriter uit Los Angeles. Eleni Mandell klinkt ook op haar nieuwe album weer net wat anders dan op haar vorige albums, maar de kwaliteit spat er ook dit keer van af. Het is een album dat zich niet in een hokje laat duwen maar meerdere genres laat samenvloeien in een geluid dat intrigeert en betovert. Topalbum nummer 11 van deze helaas zeer onderschatte muzikante.
Als ik een lijstje moet maken met de wat mij betreft meest onderschatte singer-songwriters zal Eleni Mandell hier zeker op staan. De singer-songwriter uit Los Angeles maakt inmiddels precies 20 jaar albums en de een is nog mooier dan de ander.
De tien albums die de Amerikaanse singer-songwriter tussen 1999 en 2015 maakte zijn me allemaal zeer dierbaar en ondanks het feit dat ze allemaal het unieke stempel van Eleni Mandell bevatten, zijn ze ook allemaal verschillend.
Eleni Mandell had in haar jongere jaren niemand minder dan Chuck E. Weiss als mentor en liet zich in deze jaren vooral inspireren door de muziek van haar held Tom Waits. Sindsdien maakte ze net zo makkelijk pure country met een hang naar de jaren 70 als stekelige rock die haar de vergelijking met PJ Harvey opleverde.
De afgelopen jaren was het helaas wat stil rond de singer-songwriter uit Los Angeles, maar Eleni Mandell keerde deze week gelukkig terug met album nummer elf. Wake Up Again kreeg vorm op een moment dat Eleni Mandell songwriting cursussen gaf in een Amerikaanse vrouwengevangenis, wat een aantal mooie en vaak wat donkere verhalen heeft opgeleverd.
Ook Wake Up Again is weer voorzien van een geluid dat onmiskenbaar klinkt als Eleni Mandell, maar de muzikante uit Los Angeles legt ook dit keer weer net wat andere accenten. De openingstrack Circumstance valt direct op met een donkere basis van bas en drums, die wordt doorsneden met bijzonder klinkende gitaarlijnen van de mij onbekende Milo Jones en natuurlijk met de prachtige stem van Eleni Mandell.
De wat uitwaaiende en galmende gitaarlijnen keren terug in alle songs op Wake Up Again en geven de muziek van Eleni Mandell iets ruimtelijks maar ook iets eigenzinnigs. Ik heb altijd al een enorm zwak gehad voor de zang op haar albums, maar op Wake Up Again zingt Eleni Mandell nog net wat intenser, wat de impact van haar songs verder vergroot.
Eleni Mandell deelt haar songwriting skills tegenwoordig kennelijk met anderen, maar blijft zelf een klasse apart. Haar nieuwe album staat vol met songs die je vastgrijpen en die je vervolgens zelf niet meer los wilt laten. Het zijn songs die aanspreken door de teksten en de zang, maar ook de instrumentatie op Wake Up Again is weer een kunststukje.
Eleni Mandell beheerst de zeldzame kunst om Amerikaanse rootsmuziek binnen een paar minuten om te laten slaan in stekelige indie-rock en schakelt ook net zo makkelijk weer terug of verleidt met jazzy klanken. Ook Wake Up Again laat zich hierdoor nauwelijks in een hokje duwen of het moet het hokje albums van een bijzondere schoonheid zijn.
Ik was direct diep onder de indruk van het bijzonder klinkende gitaarwerk op het nieuwe album van Eleni Mandell en van haar zang en beiden worden eigenlijk alleen maar mooier en trefzekerder, waardoor Wake Up Again al snel uitgroeit van een prima plaat tot een van de parels in het bijzondere oeuvre van Eleni Mandell, wat gezien de hoge en constante kwaliteit van haar albums absoluut iets wil zeggen.
Wake Up Again duikt in de meeste releaselijsten van deze week niet op en zelf pikte ik het album ook bij toeval op. Doodzonde, want Wake Up Again behoort deze week, deze maand en dit jaar tot de beste albums. Eleni Mandell is de naam, luister zeker eens naar haar prachtige muziek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eleni Mandell - Wake Up Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eleni Mandell - Wake Up Again
Eleni Mandell maakt tot dusver alleen maar bescheiden klassiekers en ook haar nieuwe album is er weer een om intens te koesteren
20 jaar geleden ontdekte ik bij toeval de muziek van Eleni Mandell en sindsdien weet ze me met ieder nieuw album te verrassen. Ook haar nieuwe album is er weer een van een bijzondere schoonheid. Wake Up Again is een wat donker klinkend en opvallend intens album, waarop prachtige gitaarlijnen samenvloeien met de bijzondere stem van de singer-songwriter uit Los Angeles. Eleni Mandell klinkt ook op haar nieuwe album weer net wat anders dan op haar vorige albums, maar de kwaliteit spat er ook dit keer van af. Het is een album dat zich niet in een hokje laat duwen maar meerdere genres laat samenvloeien in een geluid dat intrigeert en betovert. Topalbum nummer 11 van deze helaas zeer onderschatte muzikante.
Als ik een lijstje moet maken met de wat mij betreft meest onderschatte singer-songwriters zal Eleni Mandell hier zeker op staan. De singer-songwriter uit Los Angeles maakt inmiddels precies 20 jaar albums en de een is nog mooier dan de ander.
De tien albums die de Amerikaanse singer-songwriter tussen 1999 en 2015 maakte zijn me allemaal zeer dierbaar en ondanks het feit dat ze allemaal het unieke stempel van Eleni Mandell bevatten, zijn ze ook allemaal verschillend.
Eleni Mandell had in haar jongere jaren niemand minder dan Chuck E. Weiss als mentor en liet zich in deze jaren vooral inspireren door de muziek van haar held Tom Waits. Sindsdien maakte ze net zo makkelijk pure country met een hang naar de jaren 70 als stekelige rock die haar de vergelijking met PJ Harvey opleverde.
De afgelopen jaren was het helaas wat stil rond de singer-songwriter uit Los Angeles, maar Eleni Mandell keerde deze week gelukkig terug met album nummer elf. Wake Up Again kreeg vorm op een moment dat Eleni Mandell songwriting cursussen gaf in een Amerikaanse vrouwengevangenis, wat een aantal mooie en vaak wat donkere verhalen heeft opgeleverd.
Ook Wake Up Again is weer voorzien van een geluid dat onmiskenbaar klinkt als Eleni Mandell, maar de muzikante uit Los Angeles legt ook dit keer weer net wat andere accenten. De openingstrack Circumstance valt direct op met een donkere basis van bas en drums, die wordt doorsneden met bijzonder klinkende gitaarlijnen van de mij onbekende Milo Jones en natuurlijk met de prachtige stem van Eleni Mandell.
De wat uitwaaiende en galmende gitaarlijnen keren terug in alle songs op Wake Up Again en geven de muziek van Eleni Mandell iets ruimtelijks maar ook iets eigenzinnigs. Ik heb altijd al een enorm zwak gehad voor de zang op haar albums, maar op Wake Up Again zingt Eleni Mandell nog net wat intenser, wat de impact van haar songs verder vergroot.
Eleni Mandell deelt haar songwriting skills tegenwoordig kennelijk met anderen, maar blijft zelf een klasse apart. Haar nieuwe album staat vol met songs die je vastgrijpen en die je vervolgens zelf niet meer los wilt laten. Het zijn songs die aanspreken door de teksten en de zang, maar ook de instrumentatie op Wake Up Again is weer een kunststukje.
Eleni Mandell beheerst de zeldzame kunst om Amerikaanse rootsmuziek binnen een paar minuten om te laten slaan in stekelige indie-rock en schakelt ook net zo makkelijk weer terug of verleidt met jazzy klanken. Ook Wake Up Again laat zich hierdoor nauwelijks in een hokje duwen of het moet het hokje albums van een bijzondere schoonheid zijn.
Ik was direct diep onder de indruk van het bijzonder klinkende gitaarwerk op het nieuwe album van Eleni Mandell en van haar zang en beiden worden eigenlijk alleen maar mooier en trefzekerder, waardoor Wake Up Again al snel uitgroeit van een prima plaat tot een van de parels in het bijzondere oeuvre van Eleni Mandell, wat gezien de hoge en constante kwaliteit van haar albums absoluut iets wil zeggen.
Wake Up Again duikt in de meeste releaselijsten van deze week niet op en zelf pikte ik het album ook bij toeval op. Doodzonde, want Wake Up Again behoort deze week, deze maand en dit jaar tot de beste albums. Eleni Mandell is de naam, luister zeker eens naar haar prachtige muziek. Erwin Zijleman
Elephant - Big Thing (2022)

4,0
1
geplaatst: 3 juni 2022, 15:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Elephant - Big Thing - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elephant - Big Thing
De Rotterdamse band Elephant verrijkt het onweerstaanbare zomergevoel van het Excelsior label met een flinke dosis Americana uit vervlogen tijden, wat de ultieme soundtrack voor de zomer oplevert
Big Thing van Elephant heeft maar een paar minuten nodig om indruk te maken. De Rotterdamse band verrast in die paar minuten met lome en zonnige klanken, met dromerige vocalen en wonderschone harmonieën, met een subtiel spelende ritmesectie, met geweldig gitaarwerk en met flink wat echo’s uit de Amerikaanse countryrock uit de jaren 70. Het is muziek die goed is voor zonnestralen en de ultieme verleiding, maar het is ook muziek die nieuwsgierig maakt, omdat Elephant met enige regelmaat subtiel buiten de lijntjes kleurt. Big Thing is de soundtrack voor een zorgeloze zomer, al is het ook een album dat niet bang is voor wat melancholie. Een geweldige verrassing deze band uit Rotterdam.
Van het Excelsior label verwacht ik, zeker in het huidige jaargetijde, bijzonder aangename gitaarmuziek, die het verlangen naar een eindeloze zomer stevig aanwakkert. Big Thing van de Nederlandse band Elephant is een heerlijke gitaarplaat, die zomaar zou kunnen uitgroeien tot de soundtrack van deze zomer, maar het debuutalbum van de Rotterdamse band is zeker geen typisch Excelsior gitaaralbum.
Elephant put op haar debuutalbum zeker uit de archieven van het inmiddels roemruchte Nederlandse label, maar heeft haar muziek ook voorzien van een stevige Americana injectie. Zeker als de Americana domineert in de muziek van de band neemt Big Thing je mee naar de Californische woestijn en wordt de tijd een jaar of vijftig terug gedraaid.
Elephant is op Big Thing zeker niet vies van de Amerikaanse countryrock uit de jaren 70, maar geeft ook een eigen draai aan de invloeden uit het verleden. Dit zorgt er voor dat de muziek van de band hier en daar opschuift richting The Jayhawks in hun allerbeste jaren, maar Big Thing is ook voorzien van een bijzondere twist, die hoort bij het eigenzinnige label waarop het album is uitgebracht.
De invloeden uit de countryrock hoor je het best wanneer Elephant tekent voor wonderschone harmonieën, die herinneren aan de hoogtijdagen van de Amerikaanse countryrock. Ook de lome en wat dromerige sfeer op het album herinnert aan muziek uit een ver verleden, maar Big Thing valt ook op door geweldig gitaarspel dat de band weer een hele andere richting opduwt.
Elephant staat op haar debuutalbum tien songs lang garant voor prachtige gitaarloopjes, maar er wordt ook heerlijk en soms opvallend ruw gesoleerd. Het gitaarwerk op het album kleurt buiten de lijntjes van de traditionele countryrock, maar ook de ritmesectie voorziet het geluid van Elephant van bijzondere accenten.
Hier en daar vallen de songs van de Nederlandse band op door opvallende ritmes, maar ook als de ritmesectie vooral ondersteunend speelt, zijn de bijdragen van bas en drums opvallend mooi. Zeker als de gitaren er even uit mogen springen schieten de zonnestralen in grote aantallen uit de speakers, maar ook de wat dromerige zang en harmonieën doen verlangen naar lange en bij voorkeur broeierige en als het even kan zorgeloze zomeravonden.
Big Thing is het debuutalbum van Elephant, maar de Rotterdamse band klinkt op haar eerste album als een gelouterde band. Het roept associaties op met heel wat legendarische bands uit het verleden, maar er is altijd wel iets dat de muziek van Elephant een eigentijds karakter geeft. De songs van de Nederlandse band zitten betrekkelijk eenvoudig in elkaar, maar dat maakt de songs alleen maar tijdlozer en onweerstaanbaarder.
Ik heb nog niets gezegd over de productie van het album, maar ook die is fantastisch. Pablo van de Poel van de Limburgse band DeWolff heeft Big Thing prachtig analoog opgenomen en heeft er voor gezorgd dat het album direct vanaf de eerste noten is voorzien van een enorme verleidingskracht.
Ik was na één keer horen compleet verkocht en was nog even bang dat het album na een paar keer horen zou gaan vervelen, maar dat is absoluut niet het geval. Big Thing van Elephant wordt alleen maar leuker en aangenamer en gaat de zomer van 2022 zeker overleven. Een geweldig debuut van eigen bodem en de zoveelste prachtplaat op het fantastische Excelsior label. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Elephant - Big Thing - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elephant - Big Thing
De Rotterdamse band Elephant verrijkt het onweerstaanbare zomergevoel van het Excelsior label met een flinke dosis Americana uit vervlogen tijden, wat de ultieme soundtrack voor de zomer oplevert
Big Thing van Elephant heeft maar een paar minuten nodig om indruk te maken. De Rotterdamse band verrast in die paar minuten met lome en zonnige klanken, met dromerige vocalen en wonderschone harmonieën, met een subtiel spelende ritmesectie, met geweldig gitaarwerk en met flink wat echo’s uit de Amerikaanse countryrock uit de jaren 70. Het is muziek die goed is voor zonnestralen en de ultieme verleiding, maar het is ook muziek die nieuwsgierig maakt, omdat Elephant met enige regelmaat subtiel buiten de lijntjes kleurt. Big Thing is de soundtrack voor een zorgeloze zomer, al is het ook een album dat niet bang is voor wat melancholie. Een geweldige verrassing deze band uit Rotterdam.
Van het Excelsior label verwacht ik, zeker in het huidige jaargetijde, bijzonder aangename gitaarmuziek, die het verlangen naar een eindeloze zomer stevig aanwakkert. Big Thing van de Nederlandse band Elephant is een heerlijke gitaarplaat, die zomaar zou kunnen uitgroeien tot de soundtrack van deze zomer, maar het debuutalbum van de Rotterdamse band is zeker geen typisch Excelsior gitaaralbum.
Elephant put op haar debuutalbum zeker uit de archieven van het inmiddels roemruchte Nederlandse label, maar heeft haar muziek ook voorzien van een stevige Americana injectie. Zeker als de Americana domineert in de muziek van de band neemt Big Thing je mee naar de Californische woestijn en wordt de tijd een jaar of vijftig terug gedraaid.
Elephant is op Big Thing zeker niet vies van de Amerikaanse countryrock uit de jaren 70, maar geeft ook een eigen draai aan de invloeden uit het verleden. Dit zorgt er voor dat de muziek van de band hier en daar opschuift richting The Jayhawks in hun allerbeste jaren, maar Big Thing is ook voorzien van een bijzondere twist, die hoort bij het eigenzinnige label waarop het album is uitgebracht.
De invloeden uit de countryrock hoor je het best wanneer Elephant tekent voor wonderschone harmonieën, die herinneren aan de hoogtijdagen van de Amerikaanse countryrock. Ook de lome en wat dromerige sfeer op het album herinnert aan muziek uit een ver verleden, maar Big Thing valt ook op door geweldig gitaarspel dat de band weer een hele andere richting opduwt.
Elephant staat op haar debuutalbum tien songs lang garant voor prachtige gitaarloopjes, maar er wordt ook heerlijk en soms opvallend ruw gesoleerd. Het gitaarwerk op het album kleurt buiten de lijntjes van de traditionele countryrock, maar ook de ritmesectie voorziet het geluid van Elephant van bijzondere accenten.
Hier en daar vallen de songs van de Nederlandse band op door opvallende ritmes, maar ook als de ritmesectie vooral ondersteunend speelt, zijn de bijdragen van bas en drums opvallend mooi. Zeker als de gitaren er even uit mogen springen schieten de zonnestralen in grote aantallen uit de speakers, maar ook de wat dromerige zang en harmonieën doen verlangen naar lange en bij voorkeur broeierige en als het even kan zorgeloze zomeravonden.
Big Thing is het debuutalbum van Elephant, maar de Rotterdamse band klinkt op haar eerste album als een gelouterde band. Het roept associaties op met heel wat legendarische bands uit het verleden, maar er is altijd wel iets dat de muziek van Elephant een eigentijds karakter geeft. De songs van de Nederlandse band zitten betrekkelijk eenvoudig in elkaar, maar dat maakt de songs alleen maar tijdlozer en onweerstaanbaarder.
Ik heb nog niets gezegd over de productie van het album, maar ook die is fantastisch. Pablo van de Poel van de Limburgse band DeWolff heeft Big Thing prachtig analoog opgenomen en heeft er voor gezorgd dat het album direct vanaf de eerste noten is voorzien van een enorme verleidingskracht.
Ik was na één keer horen compleet verkocht en was nog even bang dat het album na een paar keer horen zou gaan vervelen, maar dat is absoluut niet het geval. Big Thing van Elephant wordt alleen maar leuker en aangenamer en gaat de zomer van 2022 zeker overleven. Een geweldig debuut van eigen bodem en de zoveelste prachtplaat op het fantastische Excelsior label. Erwin Zijleman
Elephant - III (2025)

4,0
1
geplaatst: 2 april 2025, 13:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Elephant - III - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Elephant - III
De Nederlandse band Elephant leverde de afgelopen jaren al twee prachtige albums af en voegt met III nog een minstens even mooi album toe met zowel tijdloze countryrock als uitstapjes buiten de gebaande paden
Het Nederlandse Excelsior label heeft al flink wat geweldige bands voortgebracht en heeft er ook met Elephant weer een onder contract. De band maakte al twee geweldige albums vol tijdloze countryrock en Westcoast pop met een hang naar de jaren 70 en zonnestralen in overvloed en heeft met III een volgend prachtalbum gemaakt. Het is een album dat deels voortborduurt op de eerste twee albums van de Rotterdamse band, maar Elephant slaat ook nieuwe wegen in met wat donkerder getinte teksten en met een aantal songs die het experiment opzoeken. Ook op III domineren echter de tijdloze songs waarvan de zon nog wat feller gaat schijnen.
De Nederlandse band Elephant debuteerde in het prille voorjaar van 2022 prachtig met het uitstekende Big Thing en herhaalde dit kunstje in de vroege herfst van 2023 met het minstens even goede Shooting For The Moon.
Op Big Thing maakte de band uit Rotterdam muziek die net zo naar de lente deed verlangen als een aantal andere albums uit de rijke historie van het Excelsior label waarop het album verscheen, maar het debuutalbum van Elephant riep ook herinneringen op aan de countryrock uit de vroege jaren 70, zeker wanneer de band bijzonder fraaie harmonieën uit de speakers liet komen. Invloeden uit de countryrock aangevuld met een vleugje alt-country keerden terug op Shooting For The Man, maar Elephant verkende op haar tweede album ook andere genres.
Deze week is het derde album van de Nederlandse band verschenen en ook III is weer een uitstekend album. De band uit Rotterdam deed voor de productie van het album ook dit keer een beroep op Pablo van der Poel van DeWolff, die ook de eerste twee albums van Elephant produceerde en wederom tekent voor vakwerk. III is net als het debuutalbum van Elephant verschenen aan het begin van de lente en dat is het juiste seizoen voor de muziek van de band. Ook op haar derde album maakt Elephant immers muziek vol ontluikende zonnestralen.
Het is ook dit keer muziek die zich heeft laten beïnvloeden door de countryrock en de Westcoast pop uit de jaren 70. Dat klinkt bijzonder lekker in combinatie met de lentezon die zich juist deze week gelukkig zo vaak laat zien. Op Shooting For The Moon kleurde de Rotterdamse band al met enige regelmaat buiten de lijntjes van de Californische invloeden uit de jaren 70 en dat doet de band nog wat nadrukkelijker op III.
Dat hoor je wanneer in de openingstrack de gitaren langzaam maar zeker steeds wat steviger klinken, maar je hoort het nog veel beter in de tweede track, waarin elektronica en een vocoder de hoofdrol opeisen, en in de slottrack waarin Elephant zich waagt aan heuse ambient. Van mij mag Elephant zich best beperken tot tijdloze countrypop en Westcoast pop, maar de experimenten maken het album wel een stuk spannender, ook al zijn ze eerlijk gezegd minder aan mij besteed dan de typische Elephant songs op het album.
Wel geslaagd zijn wat mij betreft de tracks waarin Sofie Winterson haar stem toevoegt aan de songs van Elephant en de muziek van de band nog net wat mooier en dromeriger klinkt. Elephant is op III wat minder stijlvast dan op haar eerste twee albums en de teksten van de band zijn wat donkerder dan op de Big Thing en Shooting For The Moon, maar ook op het derde album van de band domineren de lome, zonnige en tijdloze popsongs.
Het zijn popsongs die uitnodigen tot luieren in de lentezon, maar vergeet ook niet om te luisteren hoe goed Elephant is op haar derde album. Het Excelsior label heeft de afgelopen decennia een enorme stapel geweldige albums afgeleverd, waaronder de nodige kroonjuwelen. Tussen deze kroonjuwelen misstaan de drie albums van Elephant wat mij betreft niet. III is van deze drie albums de meest eigenzinnige, maar het album is me net zo dierbaar als de terecht geprezen voorgangers. Hoogste tijd dat de Rotterdamse band het in het buitenland net zo goed gaat doen als in Nederland. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Elephant - III - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Elephant - III
De Nederlandse band Elephant leverde de afgelopen jaren al twee prachtige albums af en voegt met III nog een minstens even mooi album toe met zowel tijdloze countryrock als uitstapjes buiten de gebaande paden
Het Nederlandse Excelsior label heeft al flink wat geweldige bands voortgebracht en heeft er ook met Elephant weer een onder contract. De band maakte al twee geweldige albums vol tijdloze countryrock en Westcoast pop met een hang naar de jaren 70 en zonnestralen in overvloed en heeft met III een volgend prachtalbum gemaakt. Het is een album dat deels voortborduurt op de eerste twee albums van de Rotterdamse band, maar Elephant slaat ook nieuwe wegen in met wat donkerder getinte teksten en met een aantal songs die het experiment opzoeken. Ook op III domineren echter de tijdloze songs waarvan de zon nog wat feller gaat schijnen.
De Nederlandse band Elephant debuteerde in het prille voorjaar van 2022 prachtig met het uitstekende Big Thing en herhaalde dit kunstje in de vroege herfst van 2023 met het minstens even goede Shooting For The Moon.
Op Big Thing maakte de band uit Rotterdam muziek die net zo naar de lente deed verlangen als een aantal andere albums uit de rijke historie van het Excelsior label waarop het album verscheen, maar het debuutalbum van Elephant riep ook herinneringen op aan de countryrock uit de vroege jaren 70, zeker wanneer de band bijzonder fraaie harmonieën uit de speakers liet komen. Invloeden uit de countryrock aangevuld met een vleugje alt-country keerden terug op Shooting For The Man, maar Elephant verkende op haar tweede album ook andere genres.
Deze week is het derde album van de Nederlandse band verschenen en ook III is weer een uitstekend album. De band uit Rotterdam deed voor de productie van het album ook dit keer een beroep op Pablo van der Poel van DeWolff, die ook de eerste twee albums van Elephant produceerde en wederom tekent voor vakwerk. III is net als het debuutalbum van Elephant verschenen aan het begin van de lente en dat is het juiste seizoen voor de muziek van de band. Ook op haar derde album maakt Elephant immers muziek vol ontluikende zonnestralen.
Het is ook dit keer muziek die zich heeft laten beïnvloeden door de countryrock en de Westcoast pop uit de jaren 70. Dat klinkt bijzonder lekker in combinatie met de lentezon die zich juist deze week gelukkig zo vaak laat zien. Op Shooting For The Moon kleurde de Rotterdamse band al met enige regelmaat buiten de lijntjes van de Californische invloeden uit de jaren 70 en dat doet de band nog wat nadrukkelijker op III.
Dat hoor je wanneer in de openingstrack de gitaren langzaam maar zeker steeds wat steviger klinken, maar je hoort het nog veel beter in de tweede track, waarin elektronica en een vocoder de hoofdrol opeisen, en in de slottrack waarin Elephant zich waagt aan heuse ambient. Van mij mag Elephant zich best beperken tot tijdloze countrypop en Westcoast pop, maar de experimenten maken het album wel een stuk spannender, ook al zijn ze eerlijk gezegd minder aan mij besteed dan de typische Elephant songs op het album.
Wel geslaagd zijn wat mij betreft de tracks waarin Sofie Winterson haar stem toevoegt aan de songs van Elephant en de muziek van de band nog net wat mooier en dromeriger klinkt. Elephant is op III wat minder stijlvast dan op haar eerste twee albums en de teksten van de band zijn wat donkerder dan op de Big Thing en Shooting For The Moon, maar ook op het derde album van de band domineren de lome, zonnige en tijdloze popsongs.
Het zijn popsongs die uitnodigen tot luieren in de lentezon, maar vergeet ook niet om te luisteren hoe goed Elephant is op haar derde album. Het Excelsior label heeft de afgelopen decennia een enorme stapel geweldige albums afgeleverd, waaronder de nodige kroonjuwelen. Tussen deze kroonjuwelen misstaan de drie albums van Elephant wat mij betreft niet. III is van deze drie albums de meest eigenzinnige, maar het album is me net zo dierbaar als de terecht geprezen voorgangers. Hoogste tijd dat de Rotterdamse band het in het buitenland net zo goed gaat doen als in Nederland. Erwin Zijleman
Elephant - Shooting for the Moon (2023)

4,0
0
geplaatst: 22 september 2023, 13:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Elephant - Shooting For The Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elephant - Shooting For The Moon
De Nederlandse band Elephant gaat op Shooting For The Moon verder waar het uitstekende Big Thing vorig jaar ophield, maar legt ook een aantal andere accenten en laat bovendien flink wat groei horen
Elephant leverde vorig jaar met Big Thing een heerlijk album af, dat de zomer in huis bracht en eindeloos lang vasthield. De Rotterdamse band deed dit met songs die zich stevig hadden laten beïnvloeden door countryrock uit de jaren 70, maar die ook overweg konden met andere invloeden. Ook Shooting For The Moon heeft zich laten beïnvloeden door countryrock uit het verleden, maar de band zoekt op haar tweede album meer het avontuur en klinkt ook net wat eigentijdser. De zang is, net als op het debuutalbum van Elephant, bijzonder aangenaam, maar ook in muzikaal opzicht valt er veel te genieten, onder andere van het uitstekende gitaarwerk, dat fraai de grenzen verkent.
De Nederlandse band Elephant leverde ruim een jaar geleden met Big Thing een van de leukste en meest aangename zomeralbums van 2022 af. De band uit Rotterdam greep op haar debuutalbum stevig terug op de countryrock uit de jaren 70, maar bleef hier zeker niet in hangen en verwerkte ook invloeden uit de fraaie catalogus van het Excelsior label, waarop het album werd uitgebracht.
De bijzonder lekker in het gehoor liggende en prachtig uitgevoerde songs van Elephant gaven de zomer van 2022 kleur, maar gingen veel langer mee dan de zomer. Ruim een jaar na Big Thing keert Elephant terug met haar tweede album, Shooting For The Moon. Voor de soundtrack van de zomer van 2023 komt het nieuwe album van de Rotterdamse band wat te laat, maar ook op Shooting For The Moon is er geen gebrek aan zonnestralen.
Het tweede album van Elephant opent bijzonder met Post-Punk, waarin de band zowel in muzikaal als in vocaal opzicht een nieuwe weg lijkt in te slaan. Het is absoluut een interessante nieuwe weg, maar ik was zeker niet teleurgesteld toen Elephant in de tweede track op het album terugkeerde op het vertrouwde pad. Ook The Morning is overigens een bijzondere track door de gastvocalen van de Belgische zangeres Meskerem Mees, die met haar stem uitstekend past bij die van zanger Frank Schalkwijk.
In muzikaal opzicht keert Elephant in de tweede track echter terug naar de countryrock uit de jaren 70, waarbij omliggende genres zeker niet worden vergeten. De songs van de Nederlandse band zijn nog altijd heerlijk melodieus en laid-back en brengen het deze week verdreven zomergevoel direct weer terug.
Shooting For The Moon werd, net als het debuut van Elephant, geproduceerd door Pablo van de Poel van DeWolff, die ook dit keer vakwerk heeft afgeleverd. Het tweede album van Elephant is aan de ene kant voorzien van een wat nostalgisch of vintage geluid, maar klinkt ook absoluut fris en als een album van deze tijd.
Net als op Big Thing trekt de stem van zanger Frank Schalkwijk ook op Shooting For The Moon makkelijk de aandacht, net als de harmonieën op het album, maar ook het gitaarwerk op het album valt in positieve zin op. Het is veelkleurig gitaarwerk van Michael Broekhuizen dat varieert van fraai melodieus en ondersteunend tot voorzichtig tegendraads, wat de tijdloze songs van Elephant voorziet van een avontuurlijk tintje. Het heeft af en toe wel wat van de muziek van Wilco, al moet ik nog zien dat de Amerikaanse band later deze maand een album aflevert dat zo goed en aangenaam is als het tweede album van Elephant.
Shooting For The Moon van Elephant is een album waarbij je heerlijk kunt wegdromen en kunt fantaseren over een eindeloze nazomer, maar de heerlijk dromerig voortkabbelende songs van de Rotterdamse band prikkelen ook de fantasie wanneer je met net wat meer aandacht naar Shooting For The Moon luistert.
Ik was vorig jaar behoorlijk onder de indruk van het debuutalbum van Elephant, maar het uitstekende nieuwe album van de band uit Rotterdam sla ik nog net wat hoger aan en is een zeer waardevolle aanvulling op de prachtige catalogus van het Excelsior label, dat er inmiddels al bijna dertig jaar in slaagt om met name de lente en de (na)zomer te voorzien van onweerstaanbaar lekkere soundtracks. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Elephant - Shooting For The Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elephant - Shooting For The Moon
De Nederlandse band Elephant gaat op Shooting For The Moon verder waar het uitstekende Big Thing vorig jaar ophield, maar legt ook een aantal andere accenten en laat bovendien flink wat groei horen
Elephant leverde vorig jaar met Big Thing een heerlijk album af, dat de zomer in huis bracht en eindeloos lang vasthield. De Rotterdamse band deed dit met songs die zich stevig hadden laten beïnvloeden door countryrock uit de jaren 70, maar die ook overweg konden met andere invloeden. Ook Shooting For The Moon heeft zich laten beïnvloeden door countryrock uit het verleden, maar de band zoekt op haar tweede album meer het avontuur en klinkt ook net wat eigentijdser. De zang is, net als op het debuutalbum van Elephant, bijzonder aangenaam, maar ook in muzikaal opzicht valt er veel te genieten, onder andere van het uitstekende gitaarwerk, dat fraai de grenzen verkent.
De Nederlandse band Elephant leverde ruim een jaar geleden met Big Thing een van de leukste en meest aangename zomeralbums van 2022 af. De band uit Rotterdam greep op haar debuutalbum stevig terug op de countryrock uit de jaren 70, maar bleef hier zeker niet in hangen en verwerkte ook invloeden uit de fraaie catalogus van het Excelsior label, waarop het album werd uitgebracht.
De bijzonder lekker in het gehoor liggende en prachtig uitgevoerde songs van Elephant gaven de zomer van 2022 kleur, maar gingen veel langer mee dan de zomer. Ruim een jaar na Big Thing keert Elephant terug met haar tweede album, Shooting For The Moon. Voor de soundtrack van de zomer van 2023 komt het nieuwe album van de Rotterdamse band wat te laat, maar ook op Shooting For The Moon is er geen gebrek aan zonnestralen.
Het tweede album van Elephant opent bijzonder met Post-Punk, waarin de band zowel in muzikaal als in vocaal opzicht een nieuwe weg lijkt in te slaan. Het is absoluut een interessante nieuwe weg, maar ik was zeker niet teleurgesteld toen Elephant in de tweede track op het album terugkeerde op het vertrouwde pad. Ook The Morning is overigens een bijzondere track door de gastvocalen van de Belgische zangeres Meskerem Mees, die met haar stem uitstekend past bij die van zanger Frank Schalkwijk.
In muzikaal opzicht keert Elephant in de tweede track echter terug naar de countryrock uit de jaren 70, waarbij omliggende genres zeker niet worden vergeten. De songs van de Nederlandse band zijn nog altijd heerlijk melodieus en laid-back en brengen het deze week verdreven zomergevoel direct weer terug.
Shooting For The Moon werd, net als het debuut van Elephant, geproduceerd door Pablo van de Poel van DeWolff, die ook dit keer vakwerk heeft afgeleverd. Het tweede album van Elephant is aan de ene kant voorzien van een wat nostalgisch of vintage geluid, maar klinkt ook absoluut fris en als een album van deze tijd.
Net als op Big Thing trekt de stem van zanger Frank Schalkwijk ook op Shooting For The Moon makkelijk de aandacht, net als de harmonieën op het album, maar ook het gitaarwerk op het album valt in positieve zin op. Het is veelkleurig gitaarwerk van Michael Broekhuizen dat varieert van fraai melodieus en ondersteunend tot voorzichtig tegendraads, wat de tijdloze songs van Elephant voorziet van een avontuurlijk tintje. Het heeft af en toe wel wat van de muziek van Wilco, al moet ik nog zien dat de Amerikaanse band later deze maand een album aflevert dat zo goed en aangenaam is als het tweede album van Elephant.
Shooting For The Moon van Elephant is een album waarbij je heerlijk kunt wegdromen en kunt fantaseren over een eindeloze nazomer, maar de heerlijk dromerig voortkabbelende songs van de Rotterdamse band prikkelen ook de fantasie wanneer je met net wat meer aandacht naar Shooting For The Moon luistert.
Ik was vorig jaar behoorlijk onder de indruk van het debuutalbum van Elephant, maar het uitstekende nieuwe album van de band uit Rotterdam sla ik nog net wat hoger aan en is een zeer waardevolle aanvulling op de prachtige catalogus van het Excelsior label, dat er inmiddels al bijna dertig jaar in slaagt om met name de lente en de (na)zomer te voorzien van onweerstaanbaar lekkere soundtracks. Erwin Zijleman
Eliana Glass - E (2025)

4,0
0
geplaatst: 2 mei 2025, 12:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Eliana Glass - E - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Eliana Glass - E
De Australisch-Amerikaanse muzikante Eliana Glass is nog een twintiger, maar klinkt op haar zeer subtiel maar wonderschoon ingekleurde debuutalbum E als een groot jazzzangeres en als een oude ziel
Ik heb een paar keer naar E van Eliana Glass moeten luisteren voor het album bij mij binnen kwam, maar langzaam maar zeker ben ik gefascineerd en gecharmeerd geraakt van het debuutalbum van de muzikante uit New York. E is een jazzalbum en het is een jazzalbum van het lome en subtiele soort. Het pianospel op het album is spaarzaam en langzaam en de rest van de klanken op het album zijn nog wat subtieler. Het levert een bezwerend geluid op, dat de wereld even een stuk minder snel laat draaien. De sobere klanken op E bieden alle ruimte aan de stem van Eliana Glass en wat is het een bijzondere stem, die decennia ouder klinkt dan Eliana Glass daadwerklijk is. Bijzonder album.
Eliana (Colachis) Glass is een in Australië geboren, in Seattle opgegroeide en momenteel in New York woonachtige muzikante, die deze week haar debuutalbum E heeft uitgebracht. Het is een album dat zich af en toe redelijk ver buiten mijn comfort zone beweegt, maar ik keer op een of andere manier toch steeds weer terug naar het album, dat me ook hopeloos intrigeert.
Het is een album waar het etiket jazz op is geplakt en daar valt niets op af te dingen. Het is behoorlijk subtiele jazz, want het grootste deel van de instrumentatie bestaat uit de piano van Eliana Glass. Het is pianospel dat wordt gecombineerd met subtiele baslijnen en nog subtielere bijdragen van onder andere gitaren, drums en synths. Ik ben vrij allergisch voor nerveuze uptempo jazz, maar de dromerige klanken op het debuutalbum van Eliana Glass kan ik prima verdragen en zeker op een lome zondagochtend doet E in muzikaal opzicht wonderen.
Het pianospel van de muzikante uit New York is altijd subtiel, maar soms bijna minimalistisch van aard. Eliana Glass speelt op E geen noot teveel en houdt in de muziek op haar debuutalbum veel ruimte open. Het is ruimte die ze vult met haar stem. De zang op E klinkt geschoold en is behoorlijk veelzijdig. Het is zang die met enige regelmaat betoverend mooi is, maar de stem van Eliana Glass kan ook wel wat tegen de haren instrijken.
Ik ben niet heel erg thuis in de vocale jazz, maar kan me voorstellen dat de zang op het album associaties oproept met grote jazzzangeressen uit het verleden. Pitchfork komt op de proppen met Carla Bley and Annette Peacock en ik geloof de Amerikaanse muziekwebsite op hun woord. Zelf heb ik bij beluistering van E vooral associaties met Nina Simone en van recentere datum Lady Blackbird (en dan met name haar debuutalbum) en Melanie de Biasio.
De muziek op het eerste album van Eliana Glass is zoals gezegd zeer subtiel en het tempo ligt uiterst laag. Daar moet je voor in de stemming zijn en dat geldt in mijn geval ook een beetje voor de stem van de muzikante ujt New York. Ook de zang op E sleept zich langzaam voort, waardoor E je ook langzaam in slaap kan sussen, maar zeker wanneer je het album met volledige aandacht beluistert valt er veel moois te ontdekken op het album, zowel in muzikaal als in vocaal opzicht.
Eliana Glass beschikt over een bijzondere en enorm veelzijdige stem, maar zingt ook met veel gevoel en doorleving en op zeer intense wijze. Ze klinkt als een jazzzangeres op leeftijd, maar tot mijn verbazing is Eliana Glass pas 27 jaar oud. Het maakt de zang op E alleen maar knapper en het album alleen maar bijzonderder.
Voor de songs vertrouwde de Australisch-Amerikaanse muzikante vooral op het werk van anderen, maar omdat ik de originelen niet ken, voelen de songs voor mij aan als Eliana Glass songs. Ik geef eerlijk toe dat ik lang niet altijd in de stemming ben voor E en ook tijdens wandelen heb ik weinig aan het album dat de pas flink vertraagt, maar zo op zijn tijd doet het album wonderen.
Liefhebbers van vocale jazz gaan ongetwijfeld smullen van de muziek en vooral ook de stem van Eliana Glass, maar ook een ieder voor wie E net wat buiten de muzikale comfort zone ligt, zal op het album veel mooie dingen horen. Ik ben in ieder geval blij dat ik het album uiteindelijk toch heb opgepakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Eliana Glass - E - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Eliana Glass - E
De Australisch-Amerikaanse muzikante Eliana Glass is nog een twintiger, maar klinkt op haar zeer subtiel maar wonderschoon ingekleurde debuutalbum E als een groot jazzzangeres en als een oude ziel
Ik heb een paar keer naar E van Eliana Glass moeten luisteren voor het album bij mij binnen kwam, maar langzaam maar zeker ben ik gefascineerd en gecharmeerd geraakt van het debuutalbum van de muzikante uit New York. E is een jazzalbum en het is een jazzalbum van het lome en subtiele soort. Het pianospel op het album is spaarzaam en langzaam en de rest van de klanken op het album zijn nog wat subtieler. Het levert een bezwerend geluid op, dat de wereld even een stuk minder snel laat draaien. De sobere klanken op E bieden alle ruimte aan de stem van Eliana Glass en wat is het een bijzondere stem, die decennia ouder klinkt dan Eliana Glass daadwerklijk is. Bijzonder album.
Eliana (Colachis) Glass is een in Australië geboren, in Seattle opgegroeide en momenteel in New York woonachtige muzikante, die deze week haar debuutalbum E heeft uitgebracht. Het is een album dat zich af en toe redelijk ver buiten mijn comfort zone beweegt, maar ik keer op een of andere manier toch steeds weer terug naar het album, dat me ook hopeloos intrigeert.
Het is een album waar het etiket jazz op is geplakt en daar valt niets op af te dingen. Het is behoorlijk subtiele jazz, want het grootste deel van de instrumentatie bestaat uit de piano van Eliana Glass. Het is pianospel dat wordt gecombineerd met subtiele baslijnen en nog subtielere bijdragen van onder andere gitaren, drums en synths. Ik ben vrij allergisch voor nerveuze uptempo jazz, maar de dromerige klanken op het debuutalbum van Eliana Glass kan ik prima verdragen en zeker op een lome zondagochtend doet E in muzikaal opzicht wonderen.
Het pianospel van de muzikante uit New York is altijd subtiel, maar soms bijna minimalistisch van aard. Eliana Glass speelt op E geen noot teveel en houdt in de muziek op haar debuutalbum veel ruimte open. Het is ruimte die ze vult met haar stem. De zang op E klinkt geschoold en is behoorlijk veelzijdig. Het is zang die met enige regelmaat betoverend mooi is, maar de stem van Eliana Glass kan ook wel wat tegen de haren instrijken.
Ik ben niet heel erg thuis in de vocale jazz, maar kan me voorstellen dat de zang op het album associaties oproept met grote jazzzangeressen uit het verleden. Pitchfork komt op de proppen met Carla Bley and Annette Peacock en ik geloof de Amerikaanse muziekwebsite op hun woord. Zelf heb ik bij beluistering van E vooral associaties met Nina Simone en van recentere datum Lady Blackbird (en dan met name haar debuutalbum) en Melanie de Biasio.
De muziek op het eerste album van Eliana Glass is zoals gezegd zeer subtiel en het tempo ligt uiterst laag. Daar moet je voor in de stemming zijn en dat geldt in mijn geval ook een beetje voor de stem van de muzikante ujt New York. Ook de zang op E sleept zich langzaam voort, waardoor E je ook langzaam in slaap kan sussen, maar zeker wanneer je het album met volledige aandacht beluistert valt er veel moois te ontdekken op het album, zowel in muzikaal als in vocaal opzicht.
Eliana Glass beschikt over een bijzondere en enorm veelzijdige stem, maar zingt ook met veel gevoel en doorleving en op zeer intense wijze. Ze klinkt als een jazzzangeres op leeftijd, maar tot mijn verbazing is Eliana Glass pas 27 jaar oud. Het maakt de zang op E alleen maar knapper en het album alleen maar bijzonderder.
Voor de songs vertrouwde de Australisch-Amerikaanse muzikante vooral op het werk van anderen, maar omdat ik de originelen niet ken, voelen de songs voor mij aan als Eliana Glass songs. Ik geef eerlijk toe dat ik lang niet altijd in de stemming ben voor E en ook tijdens wandelen heb ik weinig aan het album dat de pas flink vertraagt, maar zo op zijn tijd doet het album wonderen.
Liefhebbers van vocale jazz gaan ongetwijfeld smullen van de muziek en vooral ook de stem van Eliana Glass, maar ook een ieder voor wie E net wat buiten de muzikale comfort zone ligt, zal op het album veel mooie dingen horen. Ik ben in ieder geval blij dat ik het album uiteindelijk toch heb opgepakt. Erwin Zijleman
Eliot Bronson - Eliot Bronson (2014)

4,5
0
geplaatst: 22 november 2014, 08:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eliot Bronson - Eliot Bronson - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een aantal Amerikaanse promotors van rootsmuziek leurt al een tijdje met flink wat superlatieven en grootse beloften met de plaat van ene Eliot Bronson, maar tot een paar dagen geleden was het er nog niet van gekomen om naar deze plaat te luisteren.
Toen dat eenmaal gebeurd was, was ik ook direct om, want de titelloze plaat van Eliot Bronson is er een om te koesteren.
Eliot Bronson is een oorspronkelijk uit het noordelijke Baltimore, Maryland, afkomstige singer-songwriter, die sinds hij serieus muziek maakt vanuit het zuidelijke Atlanta, Georgia, opereert.
Vanuit Atlanta maakte Eliot Bronson naar verluid flink wat indruk met zijn band The Brilliant Inventions, maar die naam doet bij mij geen belletje rinkelen. Bronson bracht vervolgens in eigen beheer een aantal platen uit, die lokaal werden bejubeld, maar ook die heb ik gemist. Zijn titelloze derde plaat leek, zoals gezegd, lange tijd geen beter lot beschoren, maar inmiddels zit de plaat al een aantal dagen stevig in de cd speler.
Eliot Bronson had maar een paar noten nodig om me te betoveren met zijn laatste plaat. Het zijn noten waarin zijn werkelijk prachtige stem domineert. Het is een stem die ergens tussen die van Chris Isaak en Ryan Adams in zit en hiernaast iets van Paul Simon heeft. Gepolijst met een rauw randje derhalve of onderkoeld met een golf weemoed en emotie.
Ook in muzikaal opzicht dragen Chris Isaak en Ryan Adams zinvol vergelijkingsmateriaal aan, waarbij de balans langzaam maar zeer zeker opschuift in de richting van laatstgenoemde, die in muzikaal opzicht natuurlijk een stuk interessanter is.
Eliot Bronson maakt op zijn titelloze plaat Amerikaanse rootsmuziek in de brede zin van het woord. Het is rootsmuziek met volop aandacht voor invloeden uit de folk, blues en country, maar ook invloeden uit de rock ’n roll en pop worden door de Amerikaan omarmd.
Eliot Bronson kiest op zijn nieuwe plaat voor een stemmige en warmbloedige instrumentatie, die over het algemeen ingetogen van aard is. Het is een instrumentatie waarin gitaren en een orgel zorgen voor de fraaie accenten, maar uiteindelijk staat de instrumentatie vooral in dienst voor de bijzonder fraaie en ook al snel meeslepende stem van Eliot Bronson.
In eerste instantie had ik nog even het idee dat Bronson vooral de kant van de toegankelijkere pop met rootsinvloeden op zou gaan, maar uiteindelijk heeft Eliot Bronson toch vooral een rootsplaat gemaakt. Het is een rootsplaat met een dun laagje chroom, maar hieronder zit de ruwe en roestige laag die ik op rootsplaten zo graag hoor.
Eliot Bronson heeft een plaat gemaakt vol goede songs en mooie klanken. Zijn prachtige en emotievolle stem zorgt er voor dat het zomaar één van de mooiste rootsplaten van het jaar kan zijn. Hebben die Amerikaanse promotors toch al een aantal maanden gelijk. Groot gelijk zelfs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eliot Bronson - Eliot Bronson - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een aantal Amerikaanse promotors van rootsmuziek leurt al een tijdje met flink wat superlatieven en grootse beloften met de plaat van ene Eliot Bronson, maar tot een paar dagen geleden was het er nog niet van gekomen om naar deze plaat te luisteren.
Toen dat eenmaal gebeurd was, was ik ook direct om, want de titelloze plaat van Eliot Bronson is er een om te koesteren.
Eliot Bronson is een oorspronkelijk uit het noordelijke Baltimore, Maryland, afkomstige singer-songwriter, die sinds hij serieus muziek maakt vanuit het zuidelijke Atlanta, Georgia, opereert.
Vanuit Atlanta maakte Eliot Bronson naar verluid flink wat indruk met zijn band The Brilliant Inventions, maar die naam doet bij mij geen belletje rinkelen. Bronson bracht vervolgens in eigen beheer een aantal platen uit, die lokaal werden bejubeld, maar ook die heb ik gemist. Zijn titelloze derde plaat leek, zoals gezegd, lange tijd geen beter lot beschoren, maar inmiddels zit de plaat al een aantal dagen stevig in de cd speler.
Eliot Bronson had maar een paar noten nodig om me te betoveren met zijn laatste plaat. Het zijn noten waarin zijn werkelijk prachtige stem domineert. Het is een stem die ergens tussen die van Chris Isaak en Ryan Adams in zit en hiernaast iets van Paul Simon heeft. Gepolijst met een rauw randje derhalve of onderkoeld met een golf weemoed en emotie.
Ook in muzikaal opzicht dragen Chris Isaak en Ryan Adams zinvol vergelijkingsmateriaal aan, waarbij de balans langzaam maar zeer zeker opschuift in de richting van laatstgenoemde, die in muzikaal opzicht natuurlijk een stuk interessanter is.
Eliot Bronson maakt op zijn titelloze plaat Amerikaanse rootsmuziek in de brede zin van het woord. Het is rootsmuziek met volop aandacht voor invloeden uit de folk, blues en country, maar ook invloeden uit de rock ’n roll en pop worden door de Amerikaan omarmd.
Eliot Bronson kiest op zijn nieuwe plaat voor een stemmige en warmbloedige instrumentatie, die over het algemeen ingetogen van aard is. Het is een instrumentatie waarin gitaren en een orgel zorgen voor de fraaie accenten, maar uiteindelijk staat de instrumentatie vooral in dienst voor de bijzonder fraaie en ook al snel meeslepende stem van Eliot Bronson.
In eerste instantie had ik nog even het idee dat Bronson vooral de kant van de toegankelijkere pop met rootsinvloeden op zou gaan, maar uiteindelijk heeft Eliot Bronson toch vooral een rootsplaat gemaakt. Het is een rootsplaat met een dun laagje chroom, maar hieronder zit de ruwe en roestige laag die ik op rootsplaten zo graag hoor.
Eliot Bronson heeft een plaat gemaakt vol goede songs en mooie klanken. Zijn prachtige en emotievolle stem zorgt er voor dat het zomaar één van de mooiste rootsplaten van het jaar kan zijn. Hebben die Amerikaanse promotors toch al een aantal maanden gelijk. Groot gelijk zelfs. Erwin Zijleman
Eliot Bronson - Empty Spaces (2020)

4,0
1
geplaatst: 29 juli 2020, 17:45 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eliot Bronson - Empty Spaces - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eliot Bronson - Empty Spaces
Eliot Bronson wordt binnen de Amerikaanse rootsmuziek al jaren een grote belofte genoemd, maar is de belofte absoluut voorbij op het ijzersterke breakup album Empty Spaces
Ondanks het feit dat het zes jaar geleden was dat ik voor het laatst naar een album van Eliot Bronson luisterde, associeerde ik zijn naam direct met kwalitatief uitstekende Amerikaanse rootsmuziek. En terecht, want Empty Spaces is een ijzersterk album met prima songs, een veelheid aan invloeden, een fraaie instrumentatie, een aansprekende stem en geweldige songs. Eliot Bronson kent op zijn breakup album zijn klassiekers, maar maakt ook Amerikaanse rootsmuziek die aansluit bij die van de nieuwe smaakmakers in het genre. De weemoed spat er af en toe van af, maar in muzikaal opzicht schijnt ook vrijwel continu de zon.
Eliot Bronson ken ik eigenlijk alleen van zijn titelloze derde album, dat verscheen in 2014. Het album werd gevolgd door het drie jaar geleden verschenen en vreemd genoeg niet door mij opgemerkte James en nu is er dan Empty Spaces.
Ik was alweer zes jaar geleden zeer gecharmeerd van het titelloze en derde album van de Amerikaanse muzikant, dat fraai geproduceerd werd door Nashville topproducer Dave Cobb.
Ik vergeleek de muziek van Eliot Bronson zes jaar geleden met de muziek van Chris Isaak en vooral Ryan Adams, die op dat moment nog een voorbeeld was voor beginnende rootsmuzikanten. Ook Empty Spaces doet af en toe nog wel wat denken aan Chris Isaak en Ryan Adams, maar Eliot Bronson heeft inmiddels ook een duidelijk eigen geluid.
Empty Spaces volgt op roerige tijden voor de Amerikaanse muzikant. Eliot Bronson zag een lange relatie op de klippen lopen en nam bovendien afscheid van zijn vorige thuisbasis, Atlanta, Georgia. De Amerikaanse muzikant opereert inmiddels vanuit Nashville, Tennessee, en heeft met Empty Spaces een album afgeleverd, waarmee hij zich kan scharen onder de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment.
Eliot Bronson doet dat dit keer zonder de hulp van Dave Cobb, die de vorige twee albums produceerde. Het is niet direct te horen, want Empty Spaces klinkt prachtig vol en hier en daar fraai nostalgisch. Eliot Bronson nam het album op met zijn volledige band en produceerde Empty Spaces met bandlid Wil Robertson.
Of het door de corona pandemie komt weet ik niet, maar we worden momenteel overspoeld met breakup albums. Ook Empty Spaces van Eliot Bronson is er absoluut een. De teksten van de songs gaan vooral over een gebroken hart, verlies en verwerking, wat zorgt voor een wat melancholische sfeer. Het is een sfeer die wordt benadrukt door een behoorlijk ingetogen, maar ook zeer smaakvolle instrumentatie, waarin de gitaren domineren, maar af en toe ook een mellotron opduikt.
Ook in vocaal opzicht is Empty Spaces een album waar de melancholie van af druipt. Eliot Bronson beschikt over een hele mooie stem, maar het is ook een stem die altijd wat weemoedigs heeft. Het is een stem die me zes jaar geleden al opviel, maar in vocaal opzicht is de muzikant uit Nashville flink gegroeid. Bovendien probeert Eliot Bronson niet meer te klinken als zijn grote voorbeelden, waardoor het vleugje Bob Dylan in zijn stem dit keer ontbreekt.
Empty Spaces bevat in de ingetogen tracks vooral invloeden uit de folk, maar Eliot Bronson kan ook in omliggende genres uit de voeten, waardoor het etiket Amerikaanse rootsmuziek net wat beter voldoet dan folk, zeker wanneer de Amerikaanse muzikant kiest voor een net wat steviger geluid en zich dan voorzichtig op het terrein van een muzikant als Tom Petty begeeft.
Empty Spaces is al met al een zelfverzekerd klinkend album waarop Eliot Bronson de belofte van zijn vorige twee albums inlost, maar ook nog groei laat horen. Je hoort het in de zang en in de instrumentatie, maar vooral in de veelzijdigheid en de diepgang van de songs. Het is een album dat het uitstekend doet in de kleine uurtjes, maar het is ook een album dat je stiekem iedere keer weer net wat dierbaarder wordt. Ik reken Eliot Bronson in ieder geval definitief tot de smaakmakers in het genre. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eliot Bronson - Empty Spaces - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eliot Bronson - Empty Spaces
Eliot Bronson wordt binnen de Amerikaanse rootsmuziek al jaren een grote belofte genoemd, maar is de belofte absoluut voorbij op het ijzersterke breakup album Empty Spaces
Ondanks het feit dat het zes jaar geleden was dat ik voor het laatst naar een album van Eliot Bronson luisterde, associeerde ik zijn naam direct met kwalitatief uitstekende Amerikaanse rootsmuziek. En terecht, want Empty Spaces is een ijzersterk album met prima songs, een veelheid aan invloeden, een fraaie instrumentatie, een aansprekende stem en geweldige songs. Eliot Bronson kent op zijn breakup album zijn klassiekers, maar maakt ook Amerikaanse rootsmuziek die aansluit bij die van de nieuwe smaakmakers in het genre. De weemoed spat er af en toe van af, maar in muzikaal opzicht schijnt ook vrijwel continu de zon.
Eliot Bronson ken ik eigenlijk alleen van zijn titelloze derde album, dat verscheen in 2014. Het album werd gevolgd door het drie jaar geleden verschenen en vreemd genoeg niet door mij opgemerkte James en nu is er dan Empty Spaces.
Ik was alweer zes jaar geleden zeer gecharmeerd van het titelloze en derde album van de Amerikaanse muzikant, dat fraai geproduceerd werd door Nashville topproducer Dave Cobb.
Ik vergeleek de muziek van Eliot Bronson zes jaar geleden met de muziek van Chris Isaak en vooral Ryan Adams, die op dat moment nog een voorbeeld was voor beginnende rootsmuzikanten. Ook Empty Spaces doet af en toe nog wel wat denken aan Chris Isaak en Ryan Adams, maar Eliot Bronson heeft inmiddels ook een duidelijk eigen geluid.
Empty Spaces volgt op roerige tijden voor de Amerikaanse muzikant. Eliot Bronson zag een lange relatie op de klippen lopen en nam bovendien afscheid van zijn vorige thuisbasis, Atlanta, Georgia. De Amerikaanse muzikant opereert inmiddels vanuit Nashville, Tennessee, en heeft met Empty Spaces een album afgeleverd, waarmee hij zich kan scharen onder de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment.
Eliot Bronson doet dat dit keer zonder de hulp van Dave Cobb, die de vorige twee albums produceerde. Het is niet direct te horen, want Empty Spaces klinkt prachtig vol en hier en daar fraai nostalgisch. Eliot Bronson nam het album op met zijn volledige band en produceerde Empty Spaces met bandlid Wil Robertson.
Of het door de corona pandemie komt weet ik niet, maar we worden momenteel overspoeld met breakup albums. Ook Empty Spaces van Eliot Bronson is er absoluut een. De teksten van de songs gaan vooral over een gebroken hart, verlies en verwerking, wat zorgt voor een wat melancholische sfeer. Het is een sfeer die wordt benadrukt door een behoorlijk ingetogen, maar ook zeer smaakvolle instrumentatie, waarin de gitaren domineren, maar af en toe ook een mellotron opduikt.
Ook in vocaal opzicht is Empty Spaces een album waar de melancholie van af druipt. Eliot Bronson beschikt over een hele mooie stem, maar het is ook een stem die altijd wat weemoedigs heeft. Het is een stem die me zes jaar geleden al opviel, maar in vocaal opzicht is de muzikant uit Nashville flink gegroeid. Bovendien probeert Eliot Bronson niet meer te klinken als zijn grote voorbeelden, waardoor het vleugje Bob Dylan in zijn stem dit keer ontbreekt.
Empty Spaces bevat in de ingetogen tracks vooral invloeden uit de folk, maar Eliot Bronson kan ook in omliggende genres uit de voeten, waardoor het etiket Amerikaanse rootsmuziek net wat beter voldoet dan folk, zeker wanneer de Amerikaanse muzikant kiest voor een net wat steviger geluid en zich dan voorzichtig op het terrein van een muzikant als Tom Petty begeeft.
Empty Spaces is al met al een zelfverzekerd klinkend album waarop Eliot Bronson de belofte van zijn vorige twee albums inlost, maar ook nog groei laat horen. Je hoort het in de zang en in de instrumentatie, maar vooral in de veelzijdigheid en de diepgang van de songs. Het is een album dat het uitstekend doet in de kleine uurtjes, maar het is ook een album dat je stiekem iedere keer weer net wat dierbaarder wordt. Ik reken Eliot Bronson in ieder geval definitief tot de smaakmakers in het genre. Erwin Zijleman
Elise Davis - Anxious. Happy. Chill. (2021)

4,0
0
geplaatst: 23 april 2021, 15:07 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Elise Davis - Anxious. Happy. Chill. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elise Davis heeft met Anxious. Happy. Chill. een album gemaakt dat je een goed gevoel geeft, maar dat ook mooi klinkt, prima zang bevat en vol staat met songs die zich makkelijk opdringen
Anxious. Happy. Chill. is mijn eerste kennismaking met de muziek van Elise Davis, maar het smaakt echt naar veel meer. De muzikante uit Nashville vindt haar inspiratie zowel in de rootsmuziek als in de pop en rock, beschikt over een bijzonder aangenaam stemgeluid, kleurt haar songs op aantrekkelijke wijze in en schrijft ook nog eens aanstekelijke songs, die zich makkelijk opdringen, die je een goed gevoel geven, maar die ook nog eens makkelijk blijven hangen. Op het eerste gehoor klinkt het misschien wat gewoontjes, maar er is niks gewoon aan een goed gemaakt en mooi klinkend album met prima zang en vol memorabele songs.
De krenten uit de pop: Elise Davis - Anxious. Happy. Chill. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elise Davis heeft met Anxious. Happy. Chill. een album gemaakt dat je een goed gevoel geeft, maar dat ook mooi klinkt, prima zang bevat en vol staat met songs die zich makkelijk opdringen
Anxious. Happy. Chill. is mijn eerste kennismaking met de muziek van Elise Davis, maar het smaakt echt naar veel meer. De muzikante uit Nashville vindt haar inspiratie zowel in de rootsmuziek als in de pop en rock, beschikt over een bijzonder aangenaam stemgeluid, kleurt haar songs op aantrekkelijke wijze in en schrijft ook nog eens aanstekelijke songs, die zich makkelijk opdringen, die je een goed gevoel geven, maar die ook nog eens makkelijk blijven hangen. Op het eerste gehoor klinkt het misschien wat gewoontjes, maar er is niks gewoon aan een goed gemaakt en mooi klinkend album met prima zang en vol memorabele songs.
Elise Leavy - A Little Longer (2023)

4,0
0
geplaatst: 16 augustus 2023, 12:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Elise Leavy - A Little Longer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elise Leavy - A Little Longer
Het is al tijden flink dringen in het genre, maar de Amerikaanse muzikante Elise Leavy levert met A Little Longer een tijdloos singer-songwriter album af dat steeds nadrukkelijker overtuigt en vermaakt
Ik struikel nog altijd wekelijks over enorme stapels albums van vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek en singer-songwriter muziek uit het verleden. Ook Elise Leavy heeft met A Little Longer een album gemaakt dat makkelijk overtuigt met lekker in het gehoor liggende songs, die ook best flink wat decennia oud hadden kunnen zijn. De muzikante uit Boston weet zich wat mij betreft te onderscheiden met sterke songs, een mooi en veelzijdig geluid en vooral met een stem die de ruimte aangenaam verwarmt, maar die ook de aandacht opeist. Ik heb de laatste tijd veel albums als A Little Longer gehoord, maar deze kan met de besten mee.
A Little Longer is het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter Elise Leavy, die in 2015 debuteerde met de EP Boston, Fall 2105 (die op de bandcamp pagina van Elise Leavy overigens Boston Fall 2015 heet). Haar eerste twee albums, Home For The Summer uit 2018 en The Carmel House uit 2022, ken ik niet, maar met het deze week verschenen A Little Longer trok de muzikante uit Boston, Massachusetts, direct mijn aandacht.
Het album opent met mooie pianoklanken en de nog mooiere stem van Elise Leavy, die beschikt over een warm stemgeluid en bovendien met veel gevoel zingt. Direct vanaf de eerste noten maakt Elise Leavy geen geheim van haar inspiratiebronnen. A Little Longer neemt je mee terug naar de singer-songwriter muziek uit de jaren 60 en 70 en naar de muziek die in dezelfde periode werd gemaakt in de Laurel Canyon bij Los Angeles.
Carole King, Joni Mitchell en Judee Sill zijn wat namen die opduiken bij eerste beluistering van het derde album van Elise Leavy en dat zijn namem waart je mee thuis kunt komen. Het zijn ook namen die de afgelopen jaren wel heel vaak opduiken bij het beluisteren van nieuwe albums, maar A Little Longer steekt wat mij betreft boven de middelmaat uit.
Elise Leavy kent haar klassiekers, maar ze heeft een brede smaak, wat een veelkleurig album oplevert. Een aantal songs schuurt dicht tegen de Laurel Canyon folk of de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70 aan, maar in een aantal tracks kruipt de muzikante uit Boston wat dichter tegen de countrymuziek aan of kiest ze voor jazzy accenten. Zowel de instrumentatie als de zang passen zich keer op keer prachtig aan de nieuwe context aan, waardoor A Little Longer een veelzijdig maar ook consistent klinkend album is.
Met name de stem van Elise Leavy vind ik steeds mooier worden. De zang op A Little Longer voelt direct aan als een warm bad, maar de Amerikaanse muzikante zingt zo mooi dat de songs op haar nieuwe album steeds onweerstaanbaarder worden. Het zijn songs die één ding gemeen hebben en dat is dat ze volstrekt tijdloos klinken. A Little Longer is een eigentijds singer-songwriter album, maar het is ook een album dat vijftig jaar geleden gemaakt had kunnen worden.
De zang op het nieuwe album van Elise Leavy springt het meest in het oor, maar de Amerikaanse muzikante trekt ook de aandacht met in kwalitatief opzicht uitstekende songs. Het zijn songs die je makkelijk omarmt, maar de songs van Elise Leavy worden ook nog eens interessanter wanneer je ze vaker hoort.
A Little Longer werd opgenomen in Brooklyn, New York, met behulp van een aantal lokale muzikanten en ook zij leveren een prima prestatie. De songs van Elise Leavy zijn stuk voor stuk sfeervol ingekleurd met fraaie accenten van uiteenlopende instrumenten. De klanken op het album zorgen voor net zo’n warm bad als zang, maar zang en muziek zitten elkaar niet in de weg. De instrumentatie ondersteunt de zang van Elise Leavy op fraaie wijze, wat het album nog wat verder optilt.
Heel veel aandacht zal Elise Leavy hier waarschijnlijk niet trekken met haar muziek, maar liefhebbers van singer-songwriter muziek met een flinke dosis Amerikaanse rootsmuziek, vaak een wat nostalgisch karakter en een stem die je doet smelten, kunnen wat mij betreft niet om dit fraaie album heen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Elise Leavy - A Little Longer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Elise Leavy - A Little Longer
Het is al tijden flink dringen in het genre, maar de Amerikaanse muzikante Elise Leavy levert met A Little Longer een tijdloos singer-songwriter album af dat steeds nadrukkelijker overtuigt en vermaakt
Ik struikel nog altijd wekelijks over enorme stapels albums van vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek en singer-songwriter muziek uit het verleden. Ook Elise Leavy heeft met A Little Longer een album gemaakt dat makkelijk overtuigt met lekker in het gehoor liggende songs, die ook best flink wat decennia oud hadden kunnen zijn. De muzikante uit Boston weet zich wat mij betreft te onderscheiden met sterke songs, een mooi en veelzijdig geluid en vooral met een stem die de ruimte aangenaam verwarmt, maar die ook de aandacht opeist. Ik heb de laatste tijd veel albums als A Little Longer gehoord, maar deze kan met de besten mee.
A Little Longer is het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter Elise Leavy, die in 2015 debuteerde met de EP Boston, Fall 2105 (die op de bandcamp pagina van Elise Leavy overigens Boston Fall 2015 heet). Haar eerste twee albums, Home For The Summer uit 2018 en The Carmel House uit 2022, ken ik niet, maar met het deze week verschenen A Little Longer trok de muzikante uit Boston, Massachusetts, direct mijn aandacht.
Het album opent met mooie pianoklanken en de nog mooiere stem van Elise Leavy, die beschikt over een warm stemgeluid en bovendien met veel gevoel zingt. Direct vanaf de eerste noten maakt Elise Leavy geen geheim van haar inspiratiebronnen. A Little Longer neemt je mee terug naar de singer-songwriter muziek uit de jaren 60 en 70 en naar de muziek die in dezelfde periode werd gemaakt in de Laurel Canyon bij Los Angeles.
Carole King, Joni Mitchell en Judee Sill zijn wat namen die opduiken bij eerste beluistering van het derde album van Elise Leavy en dat zijn namem waart je mee thuis kunt komen. Het zijn ook namen die de afgelopen jaren wel heel vaak opduiken bij het beluisteren van nieuwe albums, maar A Little Longer steekt wat mij betreft boven de middelmaat uit.
Elise Leavy kent haar klassiekers, maar ze heeft een brede smaak, wat een veelkleurig album oplevert. Een aantal songs schuurt dicht tegen de Laurel Canyon folk of de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70 aan, maar in een aantal tracks kruipt de muzikante uit Boston wat dichter tegen de countrymuziek aan of kiest ze voor jazzy accenten. Zowel de instrumentatie als de zang passen zich keer op keer prachtig aan de nieuwe context aan, waardoor A Little Longer een veelzijdig maar ook consistent klinkend album is.
Met name de stem van Elise Leavy vind ik steeds mooier worden. De zang op A Little Longer voelt direct aan als een warm bad, maar de Amerikaanse muzikante zingt zo mooi dat de songs op haar nieuwe album steeds onweerstaanbaarder worden. Het zijn songs die één ding gemeen hebben en dat is dat ze volstrekt tijdloos klinken. A Little Longer is een eigentijds singer-songwriter album, maar het is ook een album dat vijftig jaar geleden gemaakt had kunnen worden.
De zang op het nieuwe album van Elise Leavy springt het meest in het oor, maar de Amerikaanse muzikante trekt ook de aandacht met in kwalitatief opzicht uitstekende songs. Het zijn songs die je makkelijk omarmt, maar de songs van Elise Leavy worden ook nog eens interessanter wanneer je ze vaker hoort.
A Little Longer werd opgenomen in Brooklyn, New York, met behulp van een aantal lokale muzikanten en ook zij leveren een prima prestatie. De songs van Elise Leavy zijn stuk voor stuk sfeervol ingekleurd met fraaie accenten van uiteenlopende instrumenten. De klanken op het album zorgen voor net zo’n warm bad als zang, maar zang en muziek zitten elkaar niet in de weg. De instrumentatie ondersteunt de zang van Elise Leavy op fraaie wijze, wat het album nog wat verder optilt.
Heel veel aandacht zal Elise Leavy hier waarschijnlijk niet trekken met haar muziek, maar liefhebbers van singer-songwriter muziek met een flinke dosis Amerikaanse rootsmuziek, vaak een wat nostalgisch karakter en een stem die je doet smelten, kunnen wat mij betreft niet om dit fraaie album heen. Erwin Zijleman
Eliza Gilkyson - Songs from the River Wind (2022)

4,0
0
geplaatst: 21 januari 2022, 16:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eliza Gilkyson - Songs From The River Wind - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eliza Gilkyson - Songs From The River Wind
Eliza Gilkyson levert met Songs From The River Wind een prachtig en authentiek ingekleurd rootsalbum af, vol mooie verhalen en sterke songs en uiteraard de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante
Ik heb de muziek van Eliza Gilkyson over het algemeen genomen niet heel scherp op het netvlies (of trommelvlies), maar voor het deze week verschenen Songs From The River Wind heb ik voor de afwisseling eens wel de tijd genomen. Daar zal ik niet snel spijt van krijgen, want was is het nieuwe album van Eliza Gilkyson een mooi album geworden. De instrumentatie op het album is wat traditioneel, maar ook zeer smaakvol, met een hoofdrol voor flink wat snareninstrumenten. De songs met vooral invloeden uit de folk en de country vertellen mooie verhalen en de zang van de Amerikaanse muzikante is prachtig. Het levert een doorleefd rootsalbum op dat iedere keer weer net wat meer indruk maakt.
De Amerikaanse singer-songwriter Eliza Gilkyson debuteerde in 1987 en heeft inmiddels een flinke stapel albums op haar naam staan. Hiernaast is ze met enige regelmaat te horen op albums van collega rootsmuzikanten als Grant Peeples, Tom Russell en op die van de projecten als More Than A Song en Red Horse. Bovendien speelde ze een vocale hoofdrol op het album Eolian Minstrel van de Zwitserse harpvirtuoos Andreas Vollenweider.
Ik moet toegeven dat ik haar albums zelf meestal laat liggen. De naam van Eliza Gilkyson komt op deze BLOG voor in een handvol recensies van albums van anderen, maar ik besprak nog niet eerder een album van haar hand. Ik weet niet precies waarom dit zo is, maar het grote aanbod aan nieuwe albums binnen het genre zal ongetwijfeld een rol spelen.
Eliza Gilkyson heeft haar nieuwe album uitgebracht in een relatief rustige releaseweek, waardoor het deze week verschenen Songs From The River Wind wel kon rekenen op voldoende aandacht. Ik heb de meeste muziek van de Amerikaanse muzikante zoals gezegd laten liggen de afgelopen decennia, maar als het allemaal zo goed is als het nieuwe album van Eliza Gilkyson heb ik heel wat in te halen.
De Amerikaanse singer-songwriter maakt op Songs From The River Wind wat traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek met vooral invloeden uit de folk en de country, maar de meer traditionele insteek zit me zeker niet in de weg. Integendeel zelfs, het album klinkt prachtig.
Eliza Gilkyson maakte haar nieuwe album voor een belangrijk deel met muzikant en producer Don Richmond. Laatstgenoemde tekende samen met Eliza Gilkyson voor de productie van het album en nam bovendien een groot deel van de instrumentatie voor zijn rekening, hier en daar bijgestaan door een handvol gastmuzikanten.
De instrumentatie op en productie van Songs From The River Wind zijn prachtig. In deze instrumentatie komt een heel arsenaal aan snareninstrumenten voorbij, die zorgen voor een rijk maar ook subtiel geluid. Een aantal achtergrondvocalisten, een viool, een mandoline en nog wat andere instrumenten, maken het fraaie geluid op het album compleet.
Songs From The River Wind laat zich beluisteren als een traditioneel rootsalbum, maar het is eerder de Texaanse traditionele rootsmuziek dan de variant uit Nashville. Door alle snareninstrumenten en de smaakvolle aanvullingen klinkt het nieuwe album van Eliza Gilkyson warm en vol, maar de muziek op het album is nog altijd sober genoeg om de stem van de Amerikaanse muzikante alle ruimte te geven.
Die stem is voor mij de grootste verrassing op het album. Eliza Gilkyson is de 70 inmiddels gepasseerd, maar haar stem klinkt op Songs From The River Wind loepzuiver. Het is bovendien een stem vol emotie en doorleving, waardoor alle songs op het album flink binnen komen.
Ik mag het oeuvre van Eliza Gilkyson decennia lang grotendeels genegeerd hebben, maar ik ben zeer onder de indruk van het prachtige Songs From The River Wind dat ook nog eens mooie verhalen vertelt. Amerikaanse rootsmuziek hoeft van mij niet altijd zo traditioneel te klinken als op dit album, maar het nieuwe album van Eliza Gilkyson is dertien songs lang prachtig en een ideale soundtrack voor de donkere winteravonden van het moment. Zeer warm aanbevolen aan een ieder die ook maar iets heeft met Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eliza Gilkyson - Songs From The River Wind - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eliza Gilkyson - Songs From The River Wind
Eliza Gilkyson levert met Songs From The River Wind een prachtig en authentiek ingekleurd rootsalbum af, vol mooie verhalen en sterke songs en uiteraard de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante
Ik heb de muziek van Eliza Gilkyson over het algemeen genomen niet heel scherp op het netvlies (of trommelvlies), maar voor het deze week verschenen Songs From The River Wind heb ik voor de afwisseling eens wel de tijd genomen. Daar zal ik niet snel spijt van krijgen, want was is het nieuwe album van Eliza Gilkyson een mooi album geworden. De instrumentatie op het album is wat traditioneel, maar ook zeer smaakvol, met een hoofdrol voor flink wat snareninstrumenten. De songs met vooral invloeden uit de folk en de country vertellen mooie verhalen en de zang van de Amerikaanse muzikante is prachtig. Het levert een doorleefd rootsalbum op dat iedere keer weer net wat meer indruk maakt.
De Amerikaanse singer-songwriter Eliza Gilkyson debuteerde in 1987 en heeft inmiddels een flinke stapel albums op haar naam staan. Hiernaast is ze met enige regelmaat te horen op albums van collega rootsmuzikanten als Grant Peeples, Tom Russell en op die van de projecten als More Than A Song en Red Horse. Bovendien speelde ze een vocale hoofdrol op het album Eolian Minstrel van de Zwitserse harpvirtuoos Andreas Vollenweider.
Ik moet toegeven dat ik haar albums zelf meestal laat liggen. De naam van Eliza Gilkyson komt op deze BLOG voor in een handvol recensies van albums van anderen, maar ik besprak nog niet eerder een album van haar hand. Ik weet niet precies waarom dit zo is, maar het grote aanbod aan nieuwe albums binnen het genre zal ongetwijfeld een rol spelen.
Eliza Gilkyson heeft haar nieuwe album uitgebracht in een relatief rustige releaseweek, waardoor het deze week verschenen Songs From The River Wind wel kon rekenen op voldoende aandacht. Ik heb de meeste muziek van de Amerikaanse muzikante zoals gezegd laten liggen de afgelopen decennia, maar als het allemaal zo goed is als het nieuwe album van Eliza Gilkyson heb ik heel wat in te halen.
De Amerikaanse singer-songwriter maakt op Songs From The River Wind wat traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek met vooral invloeden uit de folk en de country, maar de meer traditionele insteek zit me zeker niet in de weg. Integendeel zelfs, het album klinkt prachtig.
Eliza Gilkyson maakte haar nieuwe album voor een belangrijk deel met muzikant en producer Don Richmond. Laatstgenoemde tekende samen met Eliza Gilkyson voor de productie van het album en nam bovendien een groot deel van de instrumentatie voor zijn rekening, hier en daar bijgestaan door een handvol gastmuzikanten.
De instrumentatie op en productie van Songs From The River Wind zijn prachtig. In deze instrumentatie komt een heel arsenaal aan snareninstrumenten voorbij, die zorgen voor een rijk maar ook subtiel geluid. Een aantal achtergrondvocalisten, een viool, een mandoline en nog wat andere instrumenten, maken het fraaie geluid op het album compleet.
Songs From The River Wind laat zich beluisteren als een traditioneel rootsalbum, maar het is eerder de Texaanse traditionele rootsmuziek dan de variant uit Nashville. Door alle snareninstrumenten en de smaakvolle aanvullingen klinkt het nieuwe album van Eliza Gilkyson warm en vol, maar de muziek op het album is nog altijd sober genoeg om de stem van de Amerikaanse muzikante alle ruimte te geven.
Die stem is voor mij de grootste verrassing op het album. Eliza Gilkyson is de 70 inmiddels gepasseerd, maar haar stem klinkt op Songs From The River Wind loepzuiver. Het is bovendien een stem vol emotie en doorleving, waardoor alle songs op het album flink binnen komen.
Ik mag het oeuvre van Eliza Gilkyson decennia lang grotendeels genegeerd hebben, maar ik ben zeer onder de indruk van het prachtige Songs From The River Wind dat ook nog eens mooie verhalen vertelt. Amerikaanse rootsmuziek hoeft van mij niet altijd zo traditioneel te klinken als op dit album, maar het nieuwe album van Eliza Gilkyson is dertien songs lang prachtig en een ideale soundtrack voor de donkere winteravonden van het moment. Zeer warm aanbevolen aan een ieder die ook maar iets heeft met Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman
Eliza McLamb - Going Through It (2024)

4,5
0
geplaatst: 25 januari 2024, 15:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eliza McLamb - Going Through It - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eliza McLamb - Going Through It
Eliza McLamb maakt de indiepop en indierock die de laatste jaren heel veel wordt gemaakt, maar in kwalitatief opzicht is Going Through It een stuk beter dan het gemiddelde album in het genre
Het debuutalbum van Eliza McLamb klinkt direct bekend in de oren. Zachte en breekbare maar ook mooie vocalen, afwisselend ingetogen en wat stevigere klanken, lekker in het gehoor liggende maar ook spannende songs en persoonlijke verhalen die een inkijkje geven in de wereld van een jonge vrouwelijke singer-songwriter. Het is de afgelopen jaren al vaak gedaan, maar slechts zelden zo mooi als Eliza McLamb het doet op haar debuutalbum Going Through It. De muzikante uit Los Angeles heeft een prachtig klinkend album gemaakt, maar wat zit het ook knap in elkaar en wat vertelt Eliza McLamb indringende verhalen. Een uitschieter in het genre wat mij betreft.
Going Through It is het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Eliza McLamb, die met dit album een fraai visitekaartje afgeeft. De muzikante uit Los Angeles, werkt op haar debuutalbum samen met producer Sarah Tudzin, die we vooral kennen als de vrouw achter de Illuminati Hotties, maar die ook productieklussen voor Weyes Blood en Boygenius op haar naam heeft staan.
Al voor ik las wie het debuutalbum van Eliza McLamb heeft geproduceerd moest ik bij beluistering van Going Through It denken aan de muziek van Boygenius. Net als Phoebe Bridgers, Julien Baker en Lucy Dacus schakelt Eliza McLamb makkelijk tussen indiepop en indierock, waarbij ze rock lijkt te prefereren boven pop, maar altijd de perfecte popsong in het achterhoofd houdt. In muzikaal opzicht zit de muzikante uit Los Angeles ergens tussen de drie leden van Boygenius in, wat betekent dat Eliza McLamb zich bevindt in een overvolle vijver. Going Through It heeft echter genoeg te bieden om juist het album van Eliza McLamb er uit te vissen.
Net als zoveel van haar soortgenoten zingt de muzikante uit Los Angeles vooral fluisterzacht, maar ik vind de zang op Going Through It interessanter dan die op het gemiddelde album in het genre. Eliza McLamb doet meer dan mooi en fluisterzacht zingen, want ze kan ook expressief en met veel gevoel zingen, wat haar songs voorziet van een bijzondere dynamiek en wat er bovendien voor zorgt dat het album niet eenvormig klinkt.
In muzikaal opzicht springt het album er voor mij nog net wat meer uit. Eliza McLamb varieert flink in de inkleuring van haar songs en kiest net zo makkelijk voor behoorlijk ingetogen en spaarzaam ingekleurde folksongs als voor wat stevigere rocksongs en schuwt incidenteel ook het gebruik van strijkers niet. Eliza McLamb overdrijft de inkleuring van haar songs niet, wat een zeer smaakvol geluid oplevert, dat prachtig is geproduceerd door Sarah Tudzin.
De producer van het debuutalbum van Eliza McLamb was zoals gezegd ook een van de producers van het debuutalbum van Boygenius en heeft daar goed opgelet, want een aantal songs op Going Through It had qua inkleuring en productie niet misstaan op het fantastische The Record. Dat is nog duidelijker het geval wanneer meerdere lagen vocalen zijn te horen, maar meestal is de zang betrekkelijk sober.
Eliza McLamb is pas 23, maar ze laat op haar debuutalbum horen dat ze een uitstekend songwriter is. Going Through It valt niet alleen op door een grote verscheidenheid, maar ook door de hoge kwaliteit van de songs. Het zijn, wederom net als bij Boygenius, songs die je direct raken door de bijzondere schoonheid, maar het zijn ook fantasierijke songs, die het verdienen om volledig uitgeplozen te worden.
Dat geldt overigens ook voor de teksten, waarin Eliza McLamb zich volledig bloot geeft. Going Through It is een zeer persoonlijk album vol persoonlijke misère en vooral worstelingen van een jonge vrouw, die genoeg heeft meegemaakt om een album te vullen met persoonlijke ontboezemingen. Het levert een aantal indrukwekkende verhalen op.
Eliza McLamb heeft een album gemaakt in een genre waarin het aanbod al een tijd zo groot is dat verzadiging op de loer ligt. Ook ik pak zeker niet alles meer op dat in het genre verschijnt, maar soms heb je albums die er uit springen en heel soms zijn er albums die er flink uit springen. Going Through It van Eliza McLamb zit absoluut in de laatste categorie. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Eliza McLamb - Going Through It - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Eliza McLamb - Going Through It
Eliza McLamb maakt de indiepop en indierock die de laatste jaren heel veel wordt gemaakt, maar in kwalitatief opzicht is Going Through It een stuk beter dan het gemiddelde album in het genre
Het debuutalbum van Eliza McLamb klinkt direct bekend in de oren. Zachte en breekbare maar ook mooie vocalen, afwisselend ingetogen en wat stevigere klanken, lekker in het gehoor liggende maar ook spannende songs en persoonlijke verhalen die een inkijkje geven in de wereld van een jonge vrouwelijke singer-songwriter. Het is de afgelopen jaren al vaak gedaan, maar slechts zelden zo mooi als Eliza McLamb het doet op haar debuutalbum Going Through It. De muzikante uit Los Angeles heeft een prachtig klinkend album gemaakt, maar wat zit het ook knap in elkaar en wat vertelt Eliza McLamb indringende verhalen. Een uitschieter in het genre wat mij betreft.
Going Through It is het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Eliza McLamb, die met dit album een fraai visitekaartje afgeeft. De muzikante uit Los Angeles, werkt op haar debuutalbum samen met producer Sarah Tudzin, die we vooral kennen als de vrouw achter de Illuminati Hotties, maar die ook productieklussen voor Weyes Blood en Boygenius op haar naam heeft staan.
Al voor ik las wie het debuutalbum van Eliza McLamb heeft geproduceerd moest ik bij beluistering van Going Through It denken aan de muziek van Boygenius. Net als Phoebe Bridgers, Julien Baker en Lucy Dacus schakelt Eliza McLamb makkelijk tussen indiepop en indierock, waarbij ze rock lijkt te prefereren boven pop, maar altijd de perfecte popsong in het achterhoofd houdt. In muzikaal opzicht zit de muzikante uit Los Angeles ergens tussen de drie leden van Boygenius in, wat betekent dat Eliza McLamb zich bevindt in een overvolle vijver. Going Through It heeft echter genoeg te bieden om juist het album van Eliza McLamb er uit te vissen.
Net als zoveel van haar soortgenoten zingt de muzikante uit Los Angeles vooral fluisterzacht, maar ik vind de zang op Going Through It interessanter dan die op het gemiddelde album in het genre. Eliza McLamb doet meer dan mooi en fluisterzacht zingen, want ze kan ook expressief en met veel gevoel zingen, wat haar songs voorziet van een bijzondere dynamiek en wat er bovendien voor zorgt dat het album niet eenvormig klinkt.
In muzikaal opzicht springt het album er voor mij nog net wat meer uit. Eliza McLamb varieert flink in de inkleuring van haar songs en kiest net zo makkelijk voor behoorlijk ingetogen en spaarzaam ingekleurde folksongs als voor wat stevigere rocksongs en schuwt incidenteel ook het gebruik van strijkers niet. Eliza McLamb overdrijft de inkleuring van haar songs niet, wat een zeer smaakvol geluid oplevert, dat prachtig is geproduceerd door Sarah Tudzin.
De producer van het debuutalbum van Eliza McLamb was zoals gezegd ook een van de producers van het debuutalbum van Boygenius en heeft daar goed opgelet, want een aantal songs op Going Through It had qua inkleuring en productie niet misstaan op het fantastische The Record. Dat is nog duidelijker het geval wanneer meerdere lagen vocalen zijn te horen, maar meestal is de zang betrekkelijk sober.
Eliza McLamb is pas 23, maar ze laat op haar debuutalbum horen dat ze een uitstekend songwriter is. Going Through It valt niet alleen op door een grote verscheidenheid, maar ook door de hoge kwaliteit van de songs. Het zijn, wederom net als bij Boygenius, songs die je direct raken door de bijzondere schoonheid, maar het zijn ook fantasierijke songs, die het verdienen om volledig uitgeplozen te worden.
Dat geldt overigens ook voor de teksten, waarin Eliza McLamb zich volledig bloot geeft. Going Through It is een zeer persoonlijk album vol persoonlijke misère en vooral worstelingen van een jonge vrouw, die genoeg heeft meegemaakt om een album te vullen met persoonlijke ontboezemingen. Het levert een aantal indrukwekkende verhalen op.
Eliza McLamb heeft een album gemaakt in een genre waarin het aanbod al een tijd zo groot is dat verzadiging op de loer ligt. Ook ik pak zeker niet alles meer op dat in het genre verschijnt, maar soms heb je albums die er uit springen en heel soms zijn er albums die er flink uit springen. Going Through It van Eliza McLamb zit absoluut in de laatste categorie. Erwin Zijleman
Eliza McLamb - Good Story (2025)

4,0
0
geplaatst: 28 oktober 2025, 15:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Eliza McLamb - Good Story - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Eliza McLamb - Good Story
De Amerikaanse muzikante Eliza McLamb moet op haar tweede album Good Story concurreren met 1001 andere vrouwelijke muzikanten binnen de indiepop en indierock en dat gaat haar echt uitstekend af
Good Story van Eliza McLamb kan met name in de Verenigde Staten rekenen op zeer positieve recensies. Daar kan ik me van alles bij voorstellen, want direct bij de eerste keer horen was ik heel enthousiast over het album. Dat was ik overigens ook al over het debuutalbum van Eliza McLamb, maar haar nieuwe album is nog een stuk beter. Good Story staat vol met de indiepop en de indierock zoals die op het moment veel vaker wordt gemaakt, maar de songs van Eliza McLamb zijn beter, de muziek op het album is mooier, avontuurlijker en veelzijdiger en de muzikante uit New York is een prima zangeres. Op TikTok is Eliza McLamb al een grootheid, maar ook buiten dit medium gaat haar ster nu snel rijzen.
Er zijn momenteel zoveel vrouwelijke muzikanten actief in de indiepop en indierock dat ik wel eens een naam vergeet. De naam Eliza McLamb kwam mij in ieder geval niet bekend voor toen ik vorige week de lijst met nieuwe albums bestudeerde. Toen ik vrijdag mijn selectie voor deze week maakte beviel haar nieuwe album Good Story me wel meteen.
Het bleek niet de eerste keer dat ik viel voor de muzikale charmes van de Amerikaanse muzikante, want helemaal aan het begin van 2024 was ik ook zeer positief over haar debuutalbum Going Through It. Het was een album dat een geluid liet horen met volop invloeden van met name boygenius en de drie leden van deze ‘supergroep’. Niets nieuws onder de zon dus, maar Eliza McLamb deed alles wel net wat beter dan de meeste andere muzikanten die zich hebben laten beïnvloeden door de vaandeldragers van de indiepop en indierock van het moment.
Het was deels de verdienste van de productie van Sarah Tudzin, de vrouw achter de Illuminati Hotties, maar ook actief als producer voor onder andere Weyes Blood en boygenius, maar Eliza McLamb deed zelf ook een flinke duit in het zakje met een serie aansprekende songs en overtuigende zang.
Ook voor haar tweede album wist Eliza McLamb de zeer getalenteerde Sarah Tudzin te strikken als muzikant en producer. Hiernaast deed ze een beroep op een wat groter aantal muzikanten, deels afkomstig uit de band van Lucy Dacus en Chappel Roan, van wie er een aantal werden gerekruteerd voor de ‘screams’ op het album, wat we op voorhand nieuwsgierig maakte naar Good Story.
Eliza McLamb is in mijn bubbel volgens mij nog niet heel erg bekend, maar ze schijnt groot te zijn op TikTok, wat voor mij nog altijd een onbekend parallel universum is. De muzikante uit Brooklyn, New York, verdient het om ook in mijn bubbel bekend te zijn, want Good Story is nog wat beter dan haar debuutalbum.
Ook Good Story past in de hokjes indiepop en indierock en klinkt direct bekend in de oren, maar waar Eliza McLamb op haar debuutalbum aansloot bij de smaakmakers binnen het genre, klinkt ze op haar tweede album een stuk eigenzinniger. Ze heeft haar songs gevarieerd en fantasierijk ingekleurd, waarbij het gitaarwerk de ene keer lekker staccato of fraai akoestisch klinkt en het volgende moment gierend uit de bocht vliegt, maar Good Story bevat ook een aantal folky popsongs die een stuk meer ingetogen klinken.
Indiepop en indierock gaan op Good Story naadloos in elkaar over en dat is knap. In muzikaal opzicht klinkt Good Story een stuk avontuurlijker en ook beter dan het debuutalbum van Eliza McLamb en ook haar gevarieerdere zang spreekt me nog meer aan dan op haar vorige album.
Het debuutalbum van Eliza McLamb vond ik al beter dan het gemiddelde album binnen de indiepop en de indierock en dat gaat in nog veel sterkere mate op voor Good Story. De muzikante uit Brooklyn is flink gegroeid als songwriter en tovert op haar tweede album de ene na de andere memorabele popsong uit de hoge hoed. Het zijn popsongs die goed passen bij haar leeftijd (23) die die vaak in het teken staan van het volwassen worden.
Ik raak eerlijk gezegd wel eens wat uitgekeken op al die jonge vrouwelijke muzikanten in de indiepop en indierock van het moment, maar van Good Story van Eliza McLamb kan ik alleen maar heel blij worden. Nu nog op zoek naar die ‘screams’, want die ben ik volgens mij nog niet tegengekomen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Eliza McLamb - Good Story - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Eliza McLamb - Good Story
De Amerikaanse muzikante Eliza McLamb moet op haar tweede album Good Story concurreren met 1001 andere vrouwelijke muzikanten binnen de indiepop en indierock en dat gaat haar echt uitstekend af
Good Story van Eliza McLamb kan met name in de Verenigde Staten rekenen op zeer positieve recensies. Daar kan ik me van alles bij voorstellen, want direct bij de eerste keer horen was ik heel enthousiast over het album. Dat was ik overigens ook al over het debuutalbum van Eliza McLamb, maar haar nieuwe album is nog een stuk beter. Good Story staat vol met de indiepop en de indierock zoals die op het moment veel vaker wordt gemaakt, maar de songs van Eliza McLamb zijn beter, de muziek op het album is mooier, avontuurlijker en veelzijdiger en de muzikante uit New York is een prima zangeres. Op TikTok is Eliza McLamb al een grootheid, maar ook buiten dit medium gaat haar ster nu snel rijzen.
Er zijn momenteel zoveel vrouwelijke muzikanten actief in de indiepop en indierock dat ik wel eens een naam vergeet. De naam Eliza McLamb kwam mij in ieder geval niet bekend voor toen ik vorige week de lijst met nieuwe albums bestudeerde. Toen ik vrijdag mijn selectie voor deze week maakte beviel haar nieuwe album Good Story me wel meteen.
Het bleek niet de eerste keer dat ik viel voor de muzikale charmes van de Amerikaanse muzikante, want helemaal aan het begin van 2024 was ik ook zeer positief over haar debuutalbum Going Through It. Het was een album dat een geluid liet horen met volop invloeden van met name boygenius en de drie leden van deze ‘supergroep’. Niets nieuws onder de zon dus, maar Eliza McLamb deed alles wel net wat beter dan de meeste andere muzikanten die zich hebben laten beïnvloeden door de vaandeldragers van de indiepop en indierock van het moment.
Het was deels de verdienste van de productie van Sarah Tudzin, de vrouw achter de Illuminati Hotties, maar ook actief als producer voor onder andere Weyes Blood en boygenius, maar Eliza McLamb deed zelf ook een flinke duit in het zakje met een serie aansprekende songs en overtuigende zang.
Ook voor haar tweede album wist Eliza McLamb de zeer getalenteerde Sarah Tudzin te strikken als muzikant en producer. Hiernaast deed ze een beroep op een wat groter aantal muzikanten, deels afkomstig uit de band van Lucy Dacus en Chappel Roan, van wie er een aantal werden gerekruteerd voor de ‘screams’ op het album, wat we op voorhand nieuwsgierig maakte naar Good Story.
Eliza McLamb is in mijn bubbel volgens mij nog niet heel erg bekend, maar ze schijnt groot te zijn op TikTok, wat voor mij nog altijd een onbekend parallel universum is. De muzikante uit Brooklyn, New York, verdient het om ook in mijn bubbel bekend te zijn, want Good Story is nog wat beter dan haar debuutalbum.
Ook Good Story past in de hokjes indiepop en indierock en klinkt direct bekend in de oren, maar waar Eliza McLamb op haar debuutalbum aansloot bij de smaakmakers binnen het genre, klinkt ze op haar tweede album een stuk eigenzinniger. Ze heeft haar songs gevarieerd en fantasierijk ingekleurd, waarbij het gitaarwerk de ene keer lekker staccato of fraai akoestisch klinkt en het volgende moment gierend uit de bocht vliegt, maar Good Story bevat ook een aantal folky popsongs die een stuk meer ingetogen klinken.
Indiepop en indierock gaan op Good Story naadloos in elkaar over en dat is knap. In muzikaal opzicht klinkt Good Story een stuk avontuurlijker en ook beter dan het debuutalbum van Eliza McLamb en ook haar gevarieerdere zang spreekt me nog meer aan dan op haar vorige album.
Het debuutalbum van Eliza McLamb vond ik al beter dan het gemiddelde album binnen de indiepop en de indierock en dat gaat in nog veel sterkere mate op voor Good Story. De muzikante uit Brooklyn is flink gegroeid als songwriter en tovert op haar tweede album de ene na de andere memorabele popsong uit de hoge hoed. Het zijn popsongs die goed passen bij haar leeftijd (23) die die vaak in het teken staan van het volwassen worden.
Ik raak eerlijk gezegd wel eens wat uitgekeken op al die jonge vrouwelijke muzikanten in de indiepop en indierock van het moment, maar van Good Story van Eliza McLamb kan ik alleen maar heel blij worden. Nu nog op zoek naar die ‘screams’, want die ben ik volgens mij nog niet tegengekomen. Erwin Zijleman
