Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Jennifer Knapp - Set Me Free (2014)

4,0
0
geplaatst: 15 november 2014, 09:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jennifer Knapp - Set Me Free - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Kansas afkomstige Jennifer Knapp is al sinds de eerste helft van de jaren 90 actief en heeft met name in de Verenigde Staten met behoorlijk veel succes aan de weg getimmerd.
Dat deed de Amerikaanse singer-songwriter vooral in de hokjes Reli pop en Christian rock, wat verklaart dat ik nog nooit van haar had gehoord.
In 2003 verdween Jennifer Knapp van de radar om pas in 2010 weer op te duiken met het in eigen beheer uitgebrachte en opvallend seculiere Letting Go. In de tussenliggende jaren bleek Jennifer Knapp zich te hebben gevestigd in Australië, omdat haar lesbische relatie in het oerconservatieve Kansas niet werd geaccepteerd.
Met Letting Go trok Jennifer Knapp de aandacht van Ani DiFranco, die haar vervolgens rekruteerde voor haar Righteous Babe label. Op dit label verscheen onlangs Set Me Free en dat is een plaat waar ik steeds meer verslingerd aan raak.
Voor Set Me Free keerde Jennifer Knapp terug naar de Verenigde Staten en toog ze naar Nashville. Set Me Free is echter zeker geen Nashville country plaat, maar een plaat die aan de ene kant een ruimtelijk rootsrock geluid laat horen en aan de andere kant kies voor mooie ingetogen luisterliedjes.
Met name de wat stevigere songs doen me wel wat denken aan het geluid van de jonge Melissa Etheridge, terwijl de wat minder stevige songs vooral doen denken aan de muziek van Paula Cole.
Net als Paula Cole beschikt Jennifer Knapp over een warm, krachtig en licht eigenzinnig stemgeluid. De mooie, krachtige, emotievolle, maar zeker ook soulvolle vocalen behoren absoluut tot de sterkste wapens van Jennifer Knapp, maar ook de andere ingrediënten van Set Me Free lopen over van de potentie en belofte.
Set Me Free laat goed horen dat Jennifer Knapp al vele jaren muziek maakt. De plaat maakt een gelouterde indruk, maar het terrein waarop Jennifer Knapp zich begeeft is zeker niet alleen bekend terrein. Knapp heeft gebroken met haar verleden en probeert zich met Set Me Free nog verder te bevrijden van alle keurslijven waar een vrouw in conservatief Amerika in wordt gedwongen.
Set Me Free kijkt nadrukkelijk vooruit, maar kijkt ook terug op een jeugd in het conservatieve Kansas en de lastige positie van homosexuele christenen. Het levert mooie, maar vaak ook wat trieste verhalen op.
Jennifer Knapp manifesteert zich op Set Me Free nadrukkelijk als zangeres, maar ook haar lekker in het gehoor liggende songs en de indringende verhalen die ze weet te vertellen maken diepe indruk. Toe aan nog meer verhalen? Binnenkort verschijnt Jennifer Knapp's eerste boek Facing The Music, waarin ze beschrijft hoe ze van een ster een gevallen ster werd; absoluut een een aanrader.
Het geheel wordt afgemaakt met een prachtige ruimtelijke productie (zoals ze die alleen in de VS kunnen maken), waarin meerdere instrumenten worden ingezet, maar de krachtige stem van Jennifer Knapp altijd centraal staat.
Set Me Free van Jennifer Knapp is een heerlijke plaat om bij achterover te leunen, maar het is ook een plaat die steeds meer diepgang laat horen. Het onderstreept het enorme talent van Jennifer Knapp. Haar oude platen kun je, buiten Letting Go uit 2010, wat mij betreft gerust laten staan, maar Set Me Free is daar echt veel te mooi en te knap(p) voor. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jennifer Knapp - Set Me Free - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Kansas afkomstige Jennifer Knapp is al sinds de eerste helft van de jaren 90 actief en heeft met name in de Verenigde Staten met behoorlijk veel succes aan de weg getimmerd.
Dat deed de Amerikaanse singer-songwriter vooral in de hokjes Reli pop en Christian rock, wat verklaart dat ik nog nooit van haar had gehoord.
In 2003 verdween Jennifer Knapp van de radar om pas in 2010 weer op te duiken met het in eigen beheer uitgebrachte en opvallend seculiere Letting Go. In de tussenliggende jaren bleek Jennifer Knapp zich te hebben gevestigd in Australië, omdat haar lesbische relatie in het oerconservatieve Kansas niet werd geaccepteerd.
Met Letting Go trok Jennifer Knapp de aandacht van Ani DiFranco, die haar vervolgens rekruteerde voor haar Righteous Babe label. Op dit label verscheen onlangs Set Me Free en dat is een plaat waar ik steeds meer verslingerd aan raak.
Voor Set Me Free keerde Jennifer Knapp terug naar de Verenigde Staten en toog ze naar Nashville. Set Me Free is echter zeker geen Nashville country plaat, maar een plaat die aan de ene kant een ruimtelijk rootsrock geluid laat horen en aan de andere kant kies voor mooie ingetogen luisterliedjes.
Met name de wat stevigere songs doen me wel wat denken aan het geluid van de jonge Melissa Etheridge, terwijl de wat minder stevige songs vooral doen denken aan de muziek van Paula Cole.
Net als Paula Cole beschikt Jennifer Knapp over een warm, krachtig en licht eigenzinnig stemgeluid. De mooie, krachtige, emotievolle, maar zeker ook soulvolle vocalen behoren absoluut tot de sterkste wapens van Jennifer Knapp, maar ook de andere ingrediënten van Set Me Free lopen over van de potentie en belofte.
Set Me Free laat goed horen dat Jennifer Knapp al vele jaren muziek maakt. De plaat maakt een gelouterde indruk, maar het terrein waarop Jennifer Knapp zich begeeft is zeker niet alleen bekend terrein. Knapp heeft gebroken met haar verleden en probeert zich met Set Me Free nog verder te bevrijden van alle keurslijven waar een vrouw in conservatief Amerika in wordt gedwongen.
Set Me Free kijkt nadrukkelijk vooruit, maar kijkt ook terug op een jeugd in het conservatieve Kansas en de lastige positie van homosexuele christenen. Het levert mooie, maar vaak ook wat trieste verhalen op.
Jennifer Knapp manifesteert zich op Set Me Free nadrukkelijk als zangeres, maar ook haar lekker in het gehoor liggende songs en de indringende verhalen die ze weet te vertellen maken diepe indruk. Toe aan nog meer verhalen? Binnenkort verschijnt Jennifer Knapp's eerste boek Facing The Music, waarin ze beschrijft hoe ze van een ster een gevallen ster werd; absoluut een een aanrader.
Het geheel wordt afgemaakt met een prachtige ruimtelijke productie (zoals ze die alleen in de VS kunnen maken), waarin meerdere instrumenten worden ingezet, maar de krachtige stem van Jennifer Knapp altijd centraal staat.
Set Me Free van Jennifer Knapp is een heerlijke plaat om bij achterover te leunen, maar het is ook een plaat die steeds meer diepgang laat horen. Het onderstreept het enorme talent van Jennifer Knapp. Haar oude platen kun je, buiten Letting Go uit 2010, wat mij betreft gerust laten staan, maar Set Me Free is daar echt veel te mooi en te knap(p) voor. Erwin Zijleman
Jennifer Terran - California National Anthem (2022)

4,0
0
geplaatst: 12 januari 2023, 15:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jennifer Terran - CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jennifer Terran - CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM
Jennifer Terran baarde in 2001 opzien met het cultalbum The Musician, verdween na twee opvolgers uit beeld, maar keert nu terug met een album dat laat horen dat de Californische muzikante er nog steeds toe doet
Ik was de naam Jennifer Terran eerlijk gezegd alweer vergeten, maar toen ze deze week opdook met CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM, was de herinnering aan het briljante The Musician uit 2001 direct weer terug. Het was lang stil rond de Californische muzikante, maar op haar nieuwe album, haar zesde, lijkt de tijd te hebben stil gestaan. Ook op CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM maakt de Amerikaanse muzikante tijdloze singer-songwriter muziek met een eigen twist, waaraan dit keer nog wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek zijn toegevoegd. Het hele oeuvre van Jennifer Terran is inmiddels overigens te beluisteren en dat is echt geweldig nieuws.
Het is deze week kennelijk de week van muzikanten die na hele lange afwezigheid terugkeren met een nieuw album. Angela Strehli deed het na 17 jaar met Ace Of Blues, Grey DeLisle keerde na eveneens 17 jaar terug met Borrowed en ook voor het laatste wapenfeit van de Amerikaanse singer-songwriter Jennifer Terran moesten we tot voor kort een kleine tien jaar terug in de tijd.
Jennifer Terran bracht aan het eind van de jaren 90 twee uitstekende albums (Cruel en Rabbit) uit, maar het zijn helaas albums die nauwelijks aandacht hebben gekregen. Die aandacht kreeg de muzikante uit Los Angeles wel toen ze in 2001 The Musician uitbracht. Het album werd bedolven onder de positieve recensies en zou aan het eind van het jaar zelfs een aantal jaarlijstjes halen, maar het was ook een album dat nauwelijks te krijgen was in een tijdperk waarin de streaming media diensten nog niet in bedrijf waren, waardoor The Musician uitgroeide tot een cultalbum in plaats van een klassieker.
Na een prima live-album in 2004 werd The Musician in 2006 gevolgd door Full Moon In 3, waarna in 2013 met Born From The Womb Of Silence het tot voor kort laatste wapenfeit van Jennifer Terran verscheen. Eind vorig jaar keerde de Californische muzikante dan eindelijk terug met CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM (in hoofdletters), dat vanaf 1 januari ook te vinden is op de streaming media diensten, waarop alle vorige albums van Jennifer Terran gelukkig ook zijn te vinden.
Het is zoals gezegd een kleine tien jaar stil geweest rond Jennifer Terran, maar in muzikaal opzicht is er niet zo heel veel veranderd. De Amerikaanse muzikante maakt ook op CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM stemmige singer-songwriter muziek waarin de hoofdrol wordt opgeëist door haar pianospel en haar bijzondere stem.
De vorige albums van Jennifer Terran deden zowel in muzikaal als in vocaal opzicht wel wat denken aan de albums van Tori Amos en ook bij beluistering van het nieuwe album valt de vergelijking met Tori Amos niet helemaal te onderdrukken. Net als de muziek van Tori Amos was de muziek van Jennifer Terran in het geleden behoorlijk intens en dat is nog steeds zo, al klinkt CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM niet zo heftig als The Musician.
Jennifer Terran verwerkt op haar nieuwe album wat meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en kiest bovendien voor wat meer ingetogen songs. Door het toevoegen van flink wat snarenwerk, waaronder prachtige pedal steel klanken, en een strijkerskwartet klinkt CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM net wat voller dan de vorige albums van Jennifer Terran, maar de Californische muzikante heeft haar karakteristieke geluid behouden.
Een deel van de songs op het album ligt lekker in het gehoor, maar net als op haar vorige albums zoekt Jennifer Terran ook met enige regelmaat het experiment, waardoor ze zich weet te onderscheiden van haar soortgenoten, van wie naast Tori Amos ook Regina Spektor moet worden genoemd.
Het bij Jennifer Terran thuis in Santa Barbara opgenomen CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM deelt natuurlijk niet de mokerslag uit die we in 2001 kregen van The Musician, maar het is, net als zijn twee voorgangers, een interessant album, dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van tijdloze singer-songwriters met een eigenzinnige twist. Het is dan ook goed nieuws dat Jennifer Terran terug is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jennifer Terran - CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jennifer Terran - CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM
Jennifer Terran baarde in 2001 opzien met het cultalbum The Musician, verdween na twee opvolgers uit beeld, maar keert nu terug met een album dat laat horen dat de Californische muzikante er nog steeds toe doet
Ik was de naam Jennifer Terran eerlijk gezegd alweer vergeten, maar toen ze deze week opdook met CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM, was de herinnering aan het briljante The Musician uit 2001 direct weer terug. Het was lang stil rond de Californische muzikante, maar op haar nieuwe album, haar zesde, lijkt de tijd te hebben stil gestaan. Ook op CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM maakt de Amerikaanse muzikante tijdloze singer-songwriter muziek met een eigen twist, waaraan dit keer nog wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek zijn toegevoegd. Het hele oeuvre van Jennifer Terran is inmiddels overigens te beluisteren en dat is echt geweldig nieuws.
Het is deze week kennelijk de week van muzikanten die na hele lange afwezigheid terugkeren met een nieuw album. Angela Strehli deed het na 17 jaar met Ace Of Blues, Grey DeLisle keerde na eveneens 17 jaar terug met Borrowed en ook voor het laatste wapenfeit van de Amerikaanse singer-songwriter Jennifer Terran moesten we tot voor kort een kleine tien jaar terug in de tijd.
Jennifer Terran bracht aan het eind van de jaren 90 twee uitstekende albums (Cruel en Rabbit) uit, maar het zijn helaas albums die nauwelijks aandacht hebben gekregen. Die aandacht kreeg de muzikante uit Los Angeles wel toen ze in 2001 The Musician uitbracht. Het album werd bedolven onder de positieve recensies en zou aan het eind van het jaar zelfs een aantal jaarlijstjes halen, maar het was ook een album dat nauwelijks te krijgen was in een tijdperk waarin de streaming media diensten nog niet in bedrijf waren, waardoor The Musician uitgroeide tot een cultalbum in plaats van een klassieker.
Na een prima live-album in 2004 werd The Musician in 2006 gevolgd door Full Moon In 3, waarna in 2013 met Born From The Womb Of Silence het tot voor kort laatste wapenfeit van Jennifer Terran verscheen. Eind vorig jaar keerde de Californische muzikante dan eindelijk terug met CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM (in hoofdletters), dat vanaf 1 januari ook te vinden is op de streaming media diensten, waarop alle vorige albums van Jennifer Terran gelukkig ook zijn te vinden.
Het is zoals gezegd een kleine tien jaar stil geweest rond Jennifer Terran, maar in muzikaal opzicht is er niet zo heel veel veranderd. De Amerikaanse muzikante maakt ook op CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM stemmige singer-songwriter muziek waarin de hoofdrol wordt opgeëist door haar pianospel en haar bijzondere stem.
De vorige albums van Jennifer Terran deden zowel in muzikaal als in vocaal opzicht wel wat denken aan de albums van Tori Amos en ook bij beluistering van het nieuwe album valt de vergelijking met Tori Amos niet helemaal te onderdrukken. Net als de muziek van Tori Amos was de muziek van Jennifer Terran in het geleden behoorlijk intens en dat is nog steeds zo, al klinkt CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM niet zo heftig als The Musician.
Jennifer Terran verwerkt op haar nieuwe album wat meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en kiest bovendien voor wat meer ingetogen songs. Door het toevoegen van flink wat snarenwerk, waaronder prachtige pedal steel klanken, en een strijkerskwartet klinkt CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM net wat voller dan de vorige albums van Jennifer Terran, maar de Californische muzikante heeft haar karakteristieke geluid behouden.
Een deel van de songs op het album ligt lekker in het gehoor, maar net als op haar vorige albums zoekt Jennifer Terran ook met enige regelmaat het experiment, waardoor ze zich weet te onderscheiden van haar soortgenoten, van wie naast Tori Amos ook Regina Spektor moet worden genoemd.
Het bij Jennifer Terran thuis in Santa Barbara opgenomen CALIFORNIA NATIONAL ANTHEM deelt natuurlijk niet de mokerslag uit die we in 2001 kregen van The Musician, maar het is, net als zijn twee voorgangers, een interessant album, dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van tijdloze singer-songwriters met een eigenzinnige twist. Het is dan ook goed nieuws dat Jennifer Terran terug is. Erwin Zijleman
Jennifer Walton - Daughters (2025)

3,5
1
geplaatst: 2 november 2025, 17:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jennifer Walton - Daughters - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jennifer Walton - Daughters
De Britse muzikante Jennifer Walton heeft met Daughters een album gemaakt dat soms lastig te doorgronden is en soms tegen de haren instrijkt, maar er is ook veel moois te horen in haar bijzondere muzikale universum
Jennifer Walton opereerde tot dusver ver buiten mijn muzikale bubbel, maar met haar debuutalbum Daughters doet ze een poging om mijn bubbel binnen te dringen. Dat doet ze met een bijzonder album vol aardedonkere songs. Het zijn songs die heel af en toe redelijk conventioneel klinken, maar de Britse muzikante zoekt op Daughters ook nadrukkelijk het experiment. Het levert een album op dat ik in ieder geval niet direct kon omarmen, maar waarop steeds meer op zijn plek valt. Het is goed voor een fascinerende luistertrip die het je soms moeilijk maakt, maar die ook zomaar kan betoveren met prachtige klanken. Absoluut een bijzonder album.
Daughter, het debuutalbum van de Britse muzikante Jennifer Walton, is de afgelopen week niet heel breed opgepikt, maar de paar recensies die van het album verschenen waren wel zeer positief. In eerste instantie hoorde ik het zelf niet, want Daughters is zeker geen makkelijk album. Ik vond het debuutalbum van Jennifer Walton bij eerste beluistering vooral ongrijpbaar, maar ik vond de muziek van de Britse muzikante zo af en toe ook ronduit lelijk. Daughters zat dan ook niet bij mijn eerste selectie eind vorige week, maar vanwege de zeer lovende woorden van onder andere Pitchfork en The Guardian, bronnen die ik hoog heb zitten, ben ik het toch blijven proberen met het album, tot het kwartje alsnog viel.
Ik was de naam Jennifer Walton nog niet eerder tegen gekomen, maar de muzikante uit Londen timmert al een aantal jaren aan de weg als, onder andere als DJ en studiotechnicus en vooral in de underground scene. De achtergrond van Jennifer Walton hoor je deels terug op Daughters, maar ze laat ook een nieuwe kant van zichzelf horen.
Op Daughters laat de Britse muzikante vooral songs met een kop en een staart horen. Het zijn songs waarin de soms mooie en soms vervormde stem van Jennifer Walton zorgen voor structuur. Ik heb niet zo veel met elektronisch vervormde zang, maar gelukkig is de zang op het album over het algemeen mooi.
De zang zorgt niet alleen voor structuur, maar is ook een constante factor op Daughters. De muziek op het album is veel minder constant en biedt zeker bij eerste beluistering weinig houvast. Jennifer Walton kiest in een aantal songs voor flink wat elektronica en kiest hiernaast vaak voor experiment, maar haar debuutalbum bevat ook een aantal sfeervolle en voornamelijk ingetogen songs.
Het zijn de laatste songs waarin voor mij alles voor het eerst op zijn plek viel, waarna ik langzaam maar zeker ook de andere songs op het album meer ging waarderen. Prijsnummer is wat mij betreft het prachtige Miss America, waarin de muziek van Jennifer Walton behoorlijk conventioneel klinkt en haar zang op zijn mooist is. Het is de song die me overtuigde om verder te luisteren naar Daughters en daar heb ik geen spijt van gekregen.
Zeker de wat complexere songs op het album hebben wat meer tijd nodig, maar ook in deze tracks heeft de Britse muzikante veel moois en bijzonders verstopt. Het album van Jennifer Walton is op het juiste moment verschenen, want Daughters bevat vooral songs die het daglicht maar nauwelijks kunnen verdragen.
De meeste songs op het album zijn behoorlijk donker en doen me qua sfeer wel wat denken aan de muziek van Ethel Cain, die ook muziek maakt die niet geschikt is voor mensen die het leven uitsluitend door een roze bril willen bekijken of gevoelig zijn voor het effect vallende blaadjes. In muzikaal en vocaal opzicht is het debuutalbum van Jennifer Walton niet te vergelijken met de muziek van Ethel Cain, zeker niet wanneer het aandeel van elektronica wordt vergroot.
Ik ben er nog steeds niet helemaal uit wat ik van het album vind, maar Daughters fascineert me inmiddels wel en het aantal favoriete songs op het album groeit. Het debuutalbum van Jennifer Walton is een album waarover je vooral niet te snel moet oordelen. De schoonheid komt dan vanzelf. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Jennifer Walton - Daughters - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jennifer Walton - Daughters
De Britse muzikante Jennifer Walton heeft met Daughters een album gemaakt dat soms lastig te doorgronden is en soms tegen de haren instrijkt, maar er is ook veel moois te horen in haar bijzondere muzikale universum
Jennifer Walton opereerde tot dusver ver buiten mijn muzikale bubbel, maar met haar debuutalbum Daughters doet ze een poging om mijn bubbel binnen te dringen. Dat doet ze met een bijzonder album vol aardedonkere songs. Het zijn songs die heel af en toe redelijk conventioneel klinken, maar de Britse muzikante zoekt op Daughters ook nadrukkelijk het experiment. Het levert een album op dat ik in ieder geval niet direct kon omarmen, maar waarop steeds meer op zijn plek valt. Het is goed voor een fascinerende luistertrip die het je soms moeilijk maakt, maar die ook zomaar kan betoveren met prachtige klanken. Absoluut een bijzonder album.
Daughter, het debuutalbum van de Britse muzikante Jennifer Walton, is de afgelopen week niet heel breed opgepikt, maar de paar recensies die van het album verschenen waren wel zeer positief. In eerste instantie hoorde ik het zelf niet, want Daughters is zeker geen makkelijk album. Ik vond het debuutalbum van Jennifer Walton bij eerste beluistering vooral ongrijpbaar, maar ik vond de muziek van de Britse muzikante zo af en toe ook ronduit lelijk. Daughters zat dan ook niet bij mijn eerste selectie eind vorige week, maar vanwege de zeer lovende woorden van onder andere Pitchfork en The Guardian, bronnen die ik hoog heb zitten, ben ik het toch blijven proberen met het album, tot het kwartje alsnog viel.
Ik was de naam Jennifer Walton nog niet eerder tegen gekomen, maar de muzikante uit Londen timmert al een aantal jaren aan de weg als, onder andere als DJ en studiotechnicus en vooral in de underground scene. De achtergrond van Jennifer Walton hoor je deels terug op Daughters, maar ze laat ook een nieuwe kant van zichzelf horen.
Op Daughters laat de Britse muzikante vooral songs met een kop en een staart horen. Het zijn songs waarin de soms mooie en soms vervormde stem van Jennifer Walton zorgen voor structuur. Ik heb niet zo veel met elektronisch vervormde zang, maar gelukkig is de zang op het album over het algemeen mooi.
De zang zorgt niet alleen voor structuur, maar is ook een constante factor op Daughters. De muziek op het album is veel minder constant en biedt zeker bij eerste beluistering weinig houvast. Jennifer Walton kiest in een aantal songs voor flink wat elektronica en kiest hiernaast vaak voor experiment, maar haar debuutalbum bevat ook een aantal sfeervolle en voornamelijk ingetogen songs.
Het zijn de laatste songs waarin voor mij alles voor het eerst op zijn plek viel, waarna ik langzaam maar zeker ook de andere songs op het album meer ging waarderen. Prijsnummer is wat mij betreft het prachtige Miss America, waarin de muziek van Jennifer Walton behoorlijk conventioneel klinkt en haar zang op zijn mooist is. Het is de song die me overtuigde om verder te luisteren naar Daughters en daar heb ik geen spijt van gekregen.
Zeker de wat complexere songs op het album hebben wat meer tijd nodig, maar ook in deze tracks heeft de Britse muzikante veel moois en bijzonders verstopt. Het album van Jennifer Walton is op het juiste moment verschenen, want Daughters bevat vooral songs die het daglicht maar nauwelijks kunnen verdragen.
De meeste songs op het album zijn behoorlijk donker en doen me qua sfeer wel wat denken aan de muziek van Ethel Cain, die ook muziek maakt die niet geschikt is voor mensen die het leven uitsluitend door een roze bril willen bekijken of gevoelig zijn voor het effect vallende blaadjes. In muzikaal en vocaal opzicht is het debuutalbum van Jennifer Walton niet te vergelijken met de muziek van Ethel Cain, zeker niet wanneer het aandeel van elektronica wordt vergroot.
Ik ben er nog steeds niet helemaal uit wat ik van het album vind, maar Daughters fascineert me inmiddels wel en het aantal favoriete songs op het album groeit. Het debuutalbum van Jennifer Walton is een album waarover je vooral niet te snel moet oordelen. De schoonheid komt dan vanzelf. Erwin Zijleman
Jennifer Warnes - Another Time, Another Place (2018)

4,0
0
geplaatst: 26 mei 2018, 10:21 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jennifer Warnes - Another Time, Another Place - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jennifer Warnes bracht in 1968 haar debuutalbum uit en maakte aan het begin van de jaren 70 nog een aantal platen. In commercieel opzicht was het, ondanks de steun van groten uit de popmuziek als John Cale, geen groot succes, maar de bijzondere stem van de Amerikaanse zangeres werd zeker opgemerkt.
Jennifer Warnes werd na een aantal mislukte platen een veelgevraagd achtergrondzangeres en werd uiteindelijk opgepikt door Leonard Cohen, die haar meenam op vele tours en uitnodigde voor een groot deel van de platen die hij uitbracht (vooral op I’m Your Man is de bijdrage van Jennifer Warnes groot).
Diezelfde Leonard Cohen zorgde er ook voor dat Jennifer Warnes uiteindelijk toch nog doorbrak als soloartiest. Famous Blue Raincoat: The Songs of Leonard Cohen uit 1987 zette Jennifer Warnes alsnog op de kaart als een van de mooiere stemmen uit de popmuziek en zorgde er voor dat de zangeres uit Seattle, Washington, ook nog eens kon schitteren in de wereldhit (I've Had) The Time of My Life, een duet met Bill Medley (The Righteous Brothers).
Na Famous Blue Coat bracht Jennifer Warnes nog twee platen uit en maar liefst 17 jaar na het uitstekende The Well keert ze terug met Another Time, Another Place. Jennifer Warnes vierde eerder dit jaar haar 71e verjaardag en haar 50 jaar jubileum in de muziek. Het waren lichtpuntjes in jaren waarin de Amerikaanse zangeres te maken kreeg met nogal wat sterfgevallen in haar omgeving (waaronder de dood van Leonard Cohen) en het is dan ook niet zo gek dat de dood centraal staat op het nieuwe album van Jennifer Warnes.
Ook op Another Time, Another Place tekent voormalig Leonard Cohen bandleider Roscoe Beck voor de productie (hij produceerde ook Famous Blue Raincoat en opvolger The Hunter), wat een bijzonder fraai en stemmig geluid oplevert. Het is een geluid dat uiteraard ook de verdienste is van de fantastische muzikanten die Roscoe Beck optrommelde, onder wie pedal steel legende Greg Leisz.
Op haar nieuwe plaat kiest Jennifer Warnes vooral voor een uiterst ingetogen en wat jazzy geluid en het is een geluid dat prachtig kleurt bij haar nog altijd geweldige stem. Ik was in het verleden nooit heel gecharmeerd van de scherpe randjes op de stembanden van Jennifer Warnes, maar deze zijn er inmiddels prachtig afgesleten, wat haar stem voorziet van meer gevoel en doorleving.
Jennifer Warnes heeft altijd een voorkeur gehad voor de songs van anderen en vertolkt ook dit keer geen eigen songs. De songkeuze sluit goed aan bij het wat jazzy repertoire op de plaat, maar is soms ook verrassend. Zo opent de plaat met Pearl Jam’s Just Breathe en draait Jennifer Warnes halverwege de plaat de gashendel open wanneer ze aan de haal gaat met I’m The Big Easy van Ray Bonneville. Onbetwist hoogtepunt is voor mij de hemeltergend mooie versie van So Sad van Mickey Newbury, maar de rest van de plaat blijft niet ver achter.
Op de vroege ochtend klinkt het heerlijk, maar je komt er al snel achter dat deze plaat zo goed is dat je er makkelijk de hele dag mee door komt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jennifer Warnes - Another Time, Another Place - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jennifer Warnes bracht in 1968 haar debuutalbum uit en maakte aan het begin van de jaren 70 nog een aantal platen. In commercieel opzicht was het, ondanks de steun van groten uit de popmuziek als John Cale, geen groot succes, maar de bijzondere stem van de Amerikaanse zangeres werd zeker opgemerkt.
Jennifer Warnes werd na een aantal mislukte platen een veelgevraagd achtergrondzangeres en werd uiteindelijk opgepikt door Leonard Cohen, die haar meenam op vele tours en uitnodigde voor een groot deel van de platen die hij uitbracht (vooral op I’m Your Man is de bijdrage van Jennifer Warnes groot).
Diezelfde Leonard Cohen zorgde er ook voor dat Jennifer Warnes uiteindelijk toch nog doorbrak als soloartiest. Famous Blue Raincoat: The Songs of Leonard Cohen uit 1987 zette Jennifer Warnes alsnog op de kaart als een van de mooiere stemmen uit de popmuziek en zorgde er voor dat de zangeres uit Seattle, Washington, ook nog eens kon schitteren in de wereldhit (I've Had) The Time of My Life, een duet met Bill Medley (The Righteous Brothers).
Na Famous Blue Coat bracht Jennifer Warnes nog twee platen uit en maar liefst 17 jaar na het uitstekende The Well keert ze terug met Another Time, Another Place. Jennifer Warnes vierde eerder dit jaar haar 71e verjaardag en haar 50 jaar jubileum in de muziek. Het waren lichtpuntjes in jaren waarin de Amerikaanse zangeres te maken kreeg met nogal wat sterfgevallen in haar omgeving (waaronder de dood van Leonard Cohen) en het is dan ook niet zo gek dat de dood centraal staat op het nieuwe album van Jennifer Warnes.
Ook op Another Time, Another Place tekent voormalig Leonard Cohen bandleider Roscoe Beck voor de productie (hij produceerde ook Famous Blue Raincoat en opvolger The Hunter), wat een bijzonder fraai en stemmig geluid oplevert. Het is een geluid dat uiteraard ook de verdienste is van de fantastische muzikanten die Roscoe Beck optrommelde, onder wie pedal steel legende Greg Leisz.
Op haar nieuwe plaat kiest Jennifer Warnes vooral voor een uiterst ingetogen en wat jazzy geluid en het is een geluid dat prachtig kleurt bij haar nog altijd geweldige stem. Ik was in het verleden nooit heel gecharmeerd van de scherpe randjes op de stembanden van Jennifer Warnes, maar deze zijn er inmiddels prachtig afgesleten, wat haar stem voorziet van meer gevoel en doorleving.
Jennifer Warnes heeft altijd een voorkeur gehad voor de songs van anderen en vertolkt ook dit keer geen eigen songs. De songkeuze sluit goed aan bij het wat jazzy repertoire op de plaat, maar is soms ook verrassend. Zo opent de plaat met Pearl Jam’s Just Breathe en draait Jennifer Warnes halverwege de plaat de gashendel open wanneer ze aan de haal gaat met I’m The Big Easy van Ray Bonneville. Onbetwist hoogtepunt is voor mij de hemeltergend mooie versie van So Sad van Mickey Newbury, maar de rest van de plaat blijft niet ver achter.
Op de vroege ochtend klinkt het heerlijk, maar je komt er al snel achter dat deze plaat zo goed is dat je er makkelijk de hele dag mee door komt. Erwin Zijleman
Jenny Berkel - These Are the Sounds Left from Leaving (2022)

4,0
2
geplaatst: 16 mei 2022, 15:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jenny Berkel - These Are The Sounds Left From Leaving - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny Berkel - These Are The Sounds Left From Leaving
Na twee uitstekende albums legt de Canadese muzikante Jenny Berkel de lat nog wat hoger op het wonderschone These Are The Sounds Left From Leaving, dat in meerdere opzichten imponeert
De Canadese muzikante Jenny Berkel speelde een tijd in de band van landgenoot Daniel Romano, maar ambieerde een solocarrière. Die solocarrière is inmiddels tien jaar onderweg en krijgt deze week een vervolg met These Are The Sounds Left From Leaving, het derde album van Jenny Berkel. Het is een album dat nog wat meer indruk maakt dan zijn twee voorgangers. De folky songs van de Canadese muzikante zijn echt prachtig ingekleurd en het zijn bovendien sterke songs, maar het is vooral de stem van Jenny Berkel die indruk maakt. Het is een warme en doorleefde stem die continu de aandacht trekt en de songs op These Are The Sounds Left From Leaving flink de hoogte in tilt. Indrukwekkend album.
De twee albums die Jenny Berkel de afgelopen tien jaar uitbracht, Here On A Wire uit 2012 en Pale Moon Kid uit 2016 ontdekte ik pas een jaar of twee geleden, toen Spotify er voor koos om me het laatstgenoemde album te laten horen nadat een ander album was afgelopen (een meestal irritante, maar soms zeer waardevolle feature).
Ik was direct onder de indruk van de stem van de Canadese muzikante met Nederlandse wortels en heb met name Pale Moon Kid de afgelopen twee jaar heel vaak beluisterd. Het was reden genoeg om heel nieuwsgierig te zijn naar het nieuwe album van de Canadese muzikante, dat ik inmiddels al een paar maanden in mijn bezit heb, maar dat nu dan eindelijk is verschenen.
Jenny Berkel speelde een tijd in de band van Daniel Romano, die haar vorige album produceerde. Ze heeft de kunst van het produceren toen goed kunnen afkijken, want These Are The Sounds Left From Leaving produceerde de Canadese muzikante deels zelf, al schoven ook Dan Edmonds en Ryan Boldt van de band The Deep Dark Woods aan voor de productie. Jenny Berkel deed verder een beroep op Colin Nealis (Andy Shauf) voor de strijkersarrangementen en rekruteerde bovendien het duo Kacy & Clayton voor fraaie klanken.
These Are The Sounds Left From Leaving klinkt in muzikaal en productioneel opzicht fantastisch, maar het is ook dit keer de stem van Jenny Berkel die de meeste indruk maakt. De Canadese muzikante beschikt over een warme en wat donkere stem die de ruimte makkelijk vult en die emotievol en doorleefd klinkt. Het is een stem die op de vorige twee albums van Jenny Berkel al diepe indruk maakte, maar op These Are The Sounds Left From Leaving klinkt de zang nog wat mooier.
Alleen vanwege de zang zou ik het derde album van Jenny Berkel al een topalbum vinden, maar ik ben ook zeer gecharmeerd van de zeer smaakvolle instrumentatie op het album. These Are The Sounds Left From Leaving valt op door een rijk en warm klinkend instrumentarium, dat de muziek van Jenny Berkel ook voorziet van wat mysterieuze accenten. Het past goed bij haar songs, die zich vooral door de folk hebben laten beïnvloeden, maar die ook uitstapjes richting andere genres niet schuwen.
Zeker door de inzet van strijkers en wat zwaar aangezette basklanken klinkt These Are The Sounds Left From Leaving niet alleen smaakvol, maar ook wat donker en bezwerend. Het past prachtig bij de stem van Jenny Berkel, die het goed doet in wat voller ingekleurde songs, maar ook in een soberdere setting goed uit de voeten kan en in beide gevallen indruk maakt.
De songs op These Are The Sounds Left From Leaving zijn nog wat beter dan die op de vorige twee albums van Jenny Berkel en tillen het uitstekende album nog wat verder op. Hier en daar voegt Kacy Clayton fraaie maar zeer subtiele achtergrondzang toe en dat had wat mij betreft vaker gemogen, want de stemmen van de twee kleuren prachtig bij elkaar.
Jenny Berkel trok met Here On A Wire en Pale Moon Kid slechts in kleine kring de aandacht in Nederland en ontsnapte in eerste instantie ook aan mijn aandacht, maar met These Are The Sounds Left From Leaving kan ze wat mij betreft met de besten mee. Zeker in vocaal opzicht is het derde album van Jenny Berkel een fantastisch album, maar de instrumentatie en de productie en de songs blijven nauwelijks achter. Ga dit vooral horen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jenny Berkel - These Are The Sounds Left From Leaving - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny Berkel - These Are The Sounds Left From Leaving
Na twee uitstekende albums legt de Canadese muzikante Jenny Berkel de lat nog wat hoger op het wonderschone These Are The Sounds Left From Leaving, dat in meerdere opzichten imponeert
De Canadese muzikante Jenny Berkel speelde een tijd in de band van landgenoot Daniel Romano, maar ambieerde een solocarrière. Die solocarrière is inmiddels tien jaar onderweg en krijgt deze week een vervolg met These Are The Sounds Left From Leaving, het derde album van Jenny Berkel. Het is een album dat nog wat meer indruk maakt dan zijn twee voorgangers. De folky songs van de Canadese muzikante zijn echt prachtig ingekleurd en het zijn bovendien sterke songs, maar het is vooral de stem van Jenny Berkel die indruk maakt. Het is een warme en doorleefde stem die continu de aandacht trekt en de songs op These Are The Sounds Left From Leaving flink de hoogte in tilt. Indrukwekkend album.
De twee albums die Jenny Berkel de afgelopen tien jaar uitbracht, Here On A Wire uit 2012 en Pale Moon Kid uit 2016 ontdekte ik pas een jaar of twee geleden, toen Spotify er voor koos om me het laatstgenoemde album te laten horen nadat een ander album was afgelopen (een meestal irritante, maar soms zeer waardevolle feature).
Ik was direct onder de indruk van de stem van de Canadese muzikante met Nederlandse wortels en heb met name Pale Moon Kid de afgelopen twee jaar heel vaak beluisterd. Het was reden genoeg om heel nieuwsgierig te zijn naar het nieuwe album van de Canadese muzikante, dat ik inmiddels al een paar maanden in mijn bezit heb, maar dat nu dan eindelijk is verschenen.
Jenny Berkel speelde een tijd in de band van Daniel Romano, die haar vorige album produceerde. Ze heeft de kunst van het produceren toen goed kunnen afkijken, want These Are The Sounds Left From Leaving produceerde de Canadese muzikante deels zelf, al schoven ook Dan Edmonds en Ryan Boldt van de band The Deep Dark Woods aan voor de productie. Jenny Berkel deed verder een beroep op Colin Nealis (Andy Shauf) voor de strijkersarrangementen en rekruteerde bovendien het duo Kacy & Clayton voor fraaie klanken.
These Are The Sounds Left From Leaving klinkt in muzikaal en productioneel opzicht fantastisch, maar het is ook dit keer de stem van Jenny Berkel die de meeste indruk maakt. De Canadese muzikante beschikt over een warme en wat donkere stem die de ruimte makkelijk vult en die emotievol en doorleefd klinkt. Het is een stem die op de vorige twee albums van Jenny Berkel al diepe indruk maakte, maar op These Are The Sounds Left From Leaving klinkt de zang nog wat mooier.
Alleen vanwege de zang zou ik het derde album van Jenny Berkel al een topalbum vinden, maar ik ben ook zeer gecharmeerd van de zeer smaakvolle instrumentatie op het album. These Are The Sounds Left From Leaving valt op door een rijk en warm klinkend instrumentarium, dat de muziek van Jenny Berkel ook voorziet van wat mysterieuze accenten. Het past goed bij haar songs, die zich vooral door de folk hebben laten beïnvloeden, maar die ook uitstapjes richting andere genres niet schuwen.
Zeker door de inzet van strijkers en wat zwaar aangezette basklanken klinkt These Are The Sounds Left From Leaving niet alleen smaakvol, maar ook wat donker en bezwerend. Het past prachtig bij de stem van Jenny Berkel, die het goed doet in wat voller ingekleurde songs, maar ook in een soberdere setting goed uit de voeten kan en in beide gevallen indruk maakt.
De songs op These Are The Sounds Left From Leaving zijn nog wat beter dan die op de vorige twee albums van Jenny Berkel en tillen het uitstekende album nog wat verder op. Hier en daar voegt Kacy Clayton fraaie maar zeer subtiele achtergrondzang toe en dat had wat mij betreft vaker gemogen, want de stemmen van de twee kleuren prachtig bij elkaar.
Jenny Berkel trok met Here On A Wire en Pale Moon Kid slechts in kleine kring de aandacht in Nederland en ontsnapte in eerste instantie ook aan mijn aandacht, maar met These Are The Sounds Left From Leaving kan ze wat mij betreft met de besten mee. Zeker in vocaal opzicht is het derde album van Jenny Berkel een fantastisch album, maar de instrumentatie en de productie en de songs blijven nauwelijks achter. Ga dit vooral horen. Erwin Zijleman
Jenny Don't and The Spurs - Broken Hearted Blue (2024)

4,0
0
geplaatst: 15 juni 2024, 10:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jenny Don't & The Spurs - Broken Hearted Blue - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny Don't & The Spurs - Broken Hearted Blue
Zangeres Jenny Don’t en haar band The Spurs vinden op Broken Hearted Blue de grootse vorm en combineren op fraaie en zeer energieke wijze invloeden uit de garagerock, de rockabilly en de country
Ik was tot dusver nog niet heel erg onder de indruk van de muziek van Jenny Don’t & The Spurs, maar het deze week verschenen vierde album van de band uit Portland, Oregon, vind ik een stuk beter. De band zoekt de inspiratie vooral in het verleden en verwerkt uit dit verleden uiteenlopende invloeden. Countrymuziek staat centraal op Broken Hearted Blue, maar Jenny Don’t & The Spurs voegen er lekker ruwe invloeden aan toe. De ritmesectie speelt prima, maar de gitarist van de band steelt de show met prachtig snarenwerk. Ook Jenny Don’t trekt nadrukkelijk de aandacht met een stem die herinnert aan grote countryzangeressen van weleer. Het levert een heerlijk album op.
Jenny Don’t en haar band The Spurs timmeren inmiddels een aantal jaren aan de weg en leveren met Broken Hearted Blue hun vierde album af. De band uit Portland, Oregon, vermengde op haar eerste albums invloeden uit de countrymuziek met invloeden uit de garagerock, een genre dat ook wel wat oneerbiedig ‘cowpunk’ wordt genoemd.
De albums van Jenny Don’t en haar band werden de afgelopen jaren steeds beter, maar ook het in 2021 verschenen Fire On The Ridge vond ik persoonlijk nog niet meer dan leuk. Ik had dan ook geen overdreven hoge verwachtingen van Broken Hearted Blue, maar op het vierde album laten Jenny Don’t & The Spurs enorme groei horen.
Het heeft deels te maken met de geluidskwaliteit, want waar de vorige albums nogal rammelden knalt Broken Hearted Blue uit de speakers. Producer Collin Hegna heeft knap werk geleverd, want de muziek en de zang zijn op het album fraai in balans en alles klinkt even ruimtelijk.
Jenny Don’t & The Spurs hebben naast zang genoeg aan gitaren, bas en drums en vooral het gitaarwerk op Broken Hearted Blue is prachtig. Gitarist Christopher March speelt breed uitwaaiende gitaarlijnen, maar is ook niet vies van stevige riffs. In twee tracks duikt een pedal steel op, maar meestal klinkt de muziek van Jenny Don’t & The Spurs vrij elementair.
Het is muziek die je meestal ver mee terug neemt in de tijd, zeker wanneer The Spurs zich laten inspireren door rockabilly uit de jaren 50 en garagerock uit de jaren 60. Het zijn invloeden die worden gecombineerd met invloeden uit de countrymuziek uit dezelfde periode. Zeker wanneer het tempo hoog is, is het gitaarwerk op het album imponerend goed, maar ook de ritmesectie speelt ijzersterk.
Het combineert allemaal prachtig met de stem van Jenny Don’t. De Amerikaanse muzikante roept met haar stem herinneringen op aan countryzangeressen uit vervlogen tijden en combineert heel veel power en energie met een aangename snik. Ik vond het in het verleden zoals gezegd wel leuk, maar Broken Hearted Blue houdt je tien songs lang in een wurggreep.
Countrymuziek en garagerock zijn wel vaker vermengd, denk bijvoorbeeld aan de geweldige albums van Jason & The Scorchers, maar de stem van Jenny Don’t zorgt toch weer voor een heel ander geluid. Broken Hearted Blue zal vooral in de smaak vallen bij liefhebbers van wat traditionelere en bij voorkeur wat stevigere Amerikaanse rootsmuziek. Dat is normaal gesproken niet de muziek die ik er als eerste uit pik, maar het vierde album van Jenny Don’t & The Spurs kan ik maar moeilijk weerstaan.
Zowel de muziek als de zang op het album zijn zo energiek dat ook de eigen energie alleen maar een boost kan krijgen wanneer Broken Hearted Blue uit de speakers komt. Ik ging er van uit dat ik het na een paar keer horen wat minder interessant zou vinden, maar dat is zeker niet het geval. Met name de zang en het gitaarwerk zijn zo goed dat ik steeds weer naar het album wordt getrokken, waardoor de songs steeds meer blijven hangen.
Fire On The Ridge kreeg drie jaar geleden al behoorlijk goede recensies, maar ik vind Broken Hearted Blue een paar klassen beter. Ik luister de laatste tijd vooral naar moderner klinkende Amerikaanse rootsmuziek, met bij voorkeur een beetje pop, maar ook het zeer oorspronkelijk klinkende Broken Hearted Blue van Jenny Don’t & The Spurs gaat er in als koek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jenny Don't & The Spurs - Broken Hearted Blue - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny Don't & The Spurs - Broken Hearted Blue
Zangeres Jenny Don’t en haar band The Spurs vinden op Broken Hearted Blue de grootse vorm en combineren op fraaie en zeer energieke wijze invloeden uit de garagerock, de rockabilly en de country
Ik was tot dusver nog niet heel erg onder de indruk van de muziek van Jenny Don’t & The Spurs, maar het deze week verschenen vierde album van de band uit Portland, Oregon, vind ik een stuk beter. De band zoekt de inspiratie vooral in het verleden en verwerkt uit dit verleden uiteenlopende invloeden. Countrymuziek staat centraal op Broken Hearted Blue, maar Jenny Don’t & The Spurs voegen er lekker ruwe invloeden aan toe. De ritmesectie speelt prima, maar de gitarist van de band steelt de show met prachtig snarenwerk. Ook Jenny Don’t trekt nadrukkelijk de aandacht met een stem die herinnert aan grote countryzangeressen van weleer. Het levert een heerlijk album op.
Jenny Don’t en haar band The Spurs timmeren inmiddels een aantal jaren aan de weg en leveren met Broken Hearted Blue hun vierde album af. De band uit Portland, Oregon, vermengde op haar eerste albums invloeden uit de countrymuziek met invloeden uit de garagerock, een genre dat ook wel wat oneerbiedig ‘cowpunk’ wordt genoemd.
De albums van Jenny Don’t en haar band werden de afgelopen jaren steeds beter, maar ook het in 2021 verschenen Fire On The Ridge vond ik persoonlijk nog niet meer dan leuk. Ik had dan ook geen overdreven hoge verwachtingen van Broken Hearted Blue, maar op het vierde album laten Jenny Don’t & The Spurs enorme groei horen.
Het heeft deels te maken met de geluidskwaliteit, want waar de vorige albums nogal rammelden knalt Broken Hearted Blue uit de speakers. Producer Collin Hegna heeft knap werk geleverd, want de muziek en de zang zijn op het album fraai in balans en alles klinkt even ruimtelijk.
Jenny Don’t & The Spurs hebben naast zang genoeg aan gitaren, bas en drums en vooral het gitaarwerk op Broken Hearted Blue is prachtig. Gitarist Christopher March speelt breed uitwaaiende gitaarlijnen, maar is ook niet vies van stevige riffs. In twee tracks duikt een pedal steel op, maar meestal klinkt de muziek van Jenny Don’t & The Spurs vrij elementair.
Het is muziek die je meestal ver mee terug neemt in de tijd, zeker wanneer The Spurs zich laten inspireren door rockabilly uit de jaren 50 en garagerock uit de jaren 60. Het zijn invloeden die worden gecombineerd met invloeden uit de countrymuziek uit dezelfde periode. Zeker wanneer het tempo hoog is, is het gitaarwerk op het album imponerend goed, maar ook de ritmesectie speelt ijzersterk.
Het combineert allemaal prachtig met de stem van Jenny Don’t. De Amerikaanse muzikante roept met haar stem herinneringen op aan countryzangeressen uit vervlogen tijden en combineert heel veel power en energie met een aangename snik. Ik vond het in het verleden zoals gezegd wel leuk, maar Broken Hearted Blue houdt je tien songs lang in een wurggreep.
Countrymuziek en garagerock zijn wel vaker vermengd, denk bijvoorbeeld aan de geweldige albums van Jason & The Scorchers, maar de stem van Jenny Don’t zorgt toch weer voor een heel ander geluid. Broken Hearted Blue zal vooral in de smaak vallen bij liefhebbers van wat traditionelere en bij voorkeur wat stevigere Amerikaanse rootsmuziek. Dat is normaal gesproken niet de muziek die ik er als eerste uit pik, maar het vierde album van Jenny Don’t & The Spurs kan ik maar moeilijk weerstaan.
Zowel de muziek als de zang op het album zijn zo energiek dat ook de eigen energie alleen maar een boost kan krijgen wanneer Broken Hearted Blue uit de speakers komt. Ik ging er van uit dat ik het na een paar keer horen wat minder interessant zou vinden, maar dat is zeker niet het geval. Met name de zang en het gitaarwerk zijn zo goed dat ik steeds weer naar het album wordt getrokken, waardoor de songs steeds meer blijven hangen.
Fire On The Ridge kreeg drie jaar geleden al behoorlijk goede recensies, maar ik vind Broken Hearted Blue een paar klassen beter. Ik luister de laatste tijd vooral naar moderner klinkende Amerikaanse rootsmuziek, met bij voorkeur een beetje pop, maar ook het zeer oorspronkelijk klinkende Broken Hearted Blue van Jenny Don’t & The Spurs gaat er in als koek. Erwin Zijleman
Jenny Hval - Blood Bitch (2016)

4,0
1
geplaatst: 22 december 2016, 20:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jenny Hval - Blood Bitch - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Blood Bitch van Jenny Hval staat, toch wel tot mijn verbazing, in de meeste jaarlijstjes die ik tot dusver heb bekeken.
Je zult de plaat bijna nooit vinden in de hogere regionen van deze jaarlijstjes, maar de constante aanwezigheid van de Noorse muzikante is wat mij betreft al opvallend genoeg.
Blood Bitch is immers een plaat die het de luisteraar zeker niet makkelijk maakt en die bij veel muziekliefhebbers tegen de haren in zal strijken.
Tot dusver vond ik de platen van Jenny Hval absoluut fascinerend, maar ook te ongrijpbaar om er uiteindelijk iets mee te kunnen.
Toen ik eerder jaar kort naar Blood Bitch luisterde kwam ik al snel tot de conclusie dat het ook dit keer niets zou worden tussen Jenny Hval en mij. Nieuwsgierig geworden door de aanwezigheid in jaarlijstjes van papieren en digitale media die ik hoog heb zitten, heb ik Blood Bitch echter een nieuwe kans gegeven en heb ik de plaat bovendien volledige aandacht gegeven door er met de koptelefoon naar te luisteren. Vooral door de grotere aandacht viel het kwartje dit keer wel, al heeft het vervolgens nog wel even geduurd voor ik Blood Bitch heb omarmd.
Jenny Hval laat zich op al haar platen beïnvloeden door de klassieke muziek, de avant garde en de elektronische popmuziek en dit zijn invloeden die ook op Blood Bitch domineren. Blood Bitch is een plaat die je op meerdere manieren kunt beluisteren. Als je de muziek op de achtergrond laat voortkabbelen zal je er in de meeste gevallen geen chocola van kunnen maken, maar wanneer je de verschillende lagen in de muziek van de Noorse muzikante van elkaar los pelt gebeurt er iets bijzonders.
De afzonderlijke lagen in de muziek van Jenny Hval blijken wonderschoon. Dit geldt zeker voor de klassiek aandoende en bijna sprookjesachtige klanken, maar het geldt ook voor de op 80s synthpop gebaseerde elektronische klanken. Eenmaal gewend aan de bijzondere klankentapijten op Blood Bitch groeit vervolgens ook de waardering voor de fluistervocalen van ijsprinses Jenny Hval en voor de vele uitstapjes buiten de gebaande paden, die het experiment geen moment schuwen.
Blood Bitch is zeker geen toegankelijke plaat, maar vergeleken met de vorige platen van de Noorse zijn er opvallend veel momenten die neigen naar experimentele pop met een kop en een staart. Hiernaast doet Jenny Hval precies waar ze zelf zin in heeft. Het maakt van Blood Bitch een behoorlijk ongrijpbare plaat, waarop bloed in meerdere gedaanten wordt geëerd.
Als Jenny Hval de volgende keer kiest voor het geluid van de beste songs op Blood Bitch kan ze ook voor mij zomaar een jaarlijstjesplaat afleveren. Voorlopig houd ik het echter op een zeer intrigerende plaat met een aantal wonderschone momenten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jenny Hval - Blood Bitch - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Blood Bitch van Jenny Hval staat, toch wel tot mijn verbazing, in de meeste jaarlijstjes die ik tot dusver heb bekeken.
Je zult de plaat bijna nooit vinden in de hogere regionen van deze jaarlijstjes, maar de constante aanwezigheid van de Noorse muzikante is wat mij betreft al opvallend genoeg.
Blood Bitch is immers een plaat die het de luisteraar zeker niet makkelijk maakt en die bij veel muziekliefhebbers tegen de haren in zal strijken.
Tot dusver vond ik de platen van Jenny Hval absoluut fascinerend, maar ook te ongrijpbaar om er uiteindelijk iets mee te kunnen.
Toen ik eerder jaar kort naar Blood Bitch luisterde kwam ik al snel tot de conclusie dat het ook dit keer niets zou worden tussen Jenny Hval en mij. Nieuwsgierig geworden door de aanwezigheid in jaarlijstjes van papieren en digitale media die ik hoog heb zitten, heb ik Blood Bitch echter een nieuwe kans gegeven en heb ik de plaat bovendien volledige aandacht gegeven door er met de koptelefoon naar te luisteren. Vooral door de grotere aandacht viel het kwartje dit keer wel, al heeft het vervolgens nog wel even geduurd voor ik Blood Bitch heb omarmd.
Jenny Hval laat zich op al haar platen beïnvloeden door de klassieke muziek, de avant garde en de elektronische popmuziek en dit zijn invloeden die ook op Blood Bitch domineren. Blood Bitch is een plaat die je op meerdere manieren kunt beluisteren. Als je de muziek op de achtergrond laat voortkabbelen zal je er in de meeste gevallen geen chocola van kunnen maken, maar wanneer je de verschillende lagen in de muziek van de Noorse muzikante van elkaar los pelt gebeurt er iets bijzonders.
De afzonderlijke lagen in de muziek van Jenny Hval blijken wonderschoon. Dit geldt zeker voor de klassiek aandoende en bijna sprookjesachtige klanken, maar het geldt ook voor de op 80s synthpop gebaseerde elektronische klanken. Eenmaal gewend aan de bijzondere klankentapijten op Blood Bitch groeit vervolgens ook de waardering voor de fluistervocalen van ijsprinses Jenny Hval en voor de vele uitstapjes buiten de gebaande paden, die het experiment geen moment schuwen.
Blood Bitch is zeker geen toegankelijke plaat, maar vergeleken met de vorige platen van de Noorse zijn er opvallend veel momenten die neigen naar experimentele pop met een kop en een staart. Hiernaast doet Jenny Hval precies waar ze zelf zin in heeft. Het maakt van Blood Bitch een behoorlijk ongrijpbare plaat, waarop bloed in meerdere gedaanten wordt geëerd.
Als Jenny Hval de volgende keer kiest voor het geluid van de beste songs op Blood Bitch kan ze ook voor mij zomaar een jaarlijstjesplaat afleveren. Voorlopig houd ik het echter op een zeer intrigerende plaat met een aantal wonderschone momenten. Erwin Zijleman
Jenny Hval - Classic Objects (2022)

4,0
2
geplaatst: 14 maart 2022, 15:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jenny Hval - Classic Objects - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny Hval - Classic Objects
De Noorse muzikante Jenny Hval klinkt op haar nieuwe album Classic Objects weer net iets toegankelijker dan op haar vorige albums, maar ze maakt nog altijd buitengewoon avontuurlijke muziek vol verrassingen
Ik vond de muziek van Jenny Hval in het verleden maar zware kost, maar de Noorse muzikante klinkt op haar laatste albums steeds weer net wat toegankelijker. Het is een lijn die wordt doorgetrokken op het deze week verschenen Classic Objects, dat hier en daar klinkt als een toegankelijk singer-songwriter album, al is toegankelijk in het geval van Jenny Hval een relatief begrip. De songs op Classic Objects liggen makkelijker in het gehoor dan we van Jenny Hval gewend zijn, maar het zijn songs vol verrassende wendingen en dubbele bodems. De instrumentatie bestaat uit meerdere lagen, die prachtig samenvloeien met de stem van de Noorse muzikante, die wederom een prachtalbum heeft afgeleverd.
De Noorse muzikante Jenny Hval zong in haar tienerjaren in een metalband, maakte vervolgens twee albums onder de naam Rockettothesky en levert de afgelopen vijftien jaar albums onder haar eigen naam af. Het zijn tot dusver allemaal fascinerende albums, al was je voor redelijk toegankelijke muziek lange tijd aan het verkeerde adres bij Jenny Hval.
Dat is de afgelopen jaren wel wat veranderd. Blood Bitch noemde ik in 2016 met afstand het meest toegankelijke Jenny Hval tot dat moment en precies hetzelfde schreef ik op in mijn recensie van The Practice Of Love uit 2019. Het is ook weer van toepassing op het deze week verschenen Classic Objects, dat volgt op het vorig jaar verschenen Menneskekollektivet, dat Jenny Hval vorig jaar samen met Håvard Volden onder de naam Lost Girls maakte en dat weer wat minder toegankelijk was.
Classic Objects moeten we zien als de echte opvolger van The Practice Of Love en trekt de lijn van dit album door. Ook op Classic Objects maakt Jenny Hval redelijk toegankelijke muziek, wat niet betekent dat de Noorse muzikante het ons opeens makkelijk maakt met hitgevoelige deuntjes. Op haar nieuwe album maakt Jenny Hval wel songs met een kop en een staart en strijkt ze niet al te nadrukkelijk tegen de haren in, waardoor Classic Objects duidelijk anders klinkt dan de vroege albums van de muzikante uit Oslo.
Het klinkt misschien toegankelijker dan we van Jenny Hval direct zijn, maar direct vanaf de eerste noten spat het avontuur uit de speakers. Jenny Hval heeft haar songs dit keer behoorlijk vol ingekleurd en stapelt direct in de openingstrack meerdere lagen instrumenten op elkaar. Het zijn lagen die niet direct bij elkaar lijken te passen, maar uiteindelijk komt alles samen en kleurt de muziek ook nog eens fraai bij de heldere stem van de Noorse muzikante, die zich manifesteert als een echte Scandinavische ijsprinses.
Classic Objects is het eerste album van Jenny Hval op het roemruchte 4AD label en het is een album dat past bij de rijke historie van dit label, dat in het verleden vaak ruimtelijke en atmosferische albums uitbracht. Ook Classic Objects klinkt bij vlagen ruimtelijk en atmosferisch, maar door de vele lagen die de Noorse muzikante in haar muziek heeft verstopt zijn er ook altijd volop aardse klanken te horen in haar muziek, bijvoorbeeld door bijzondere ritmes toe te voegen aan haar songs.
Classic Objects klinkt misschien anders dan de vorige albums van de muzikante uit Oslo, maar het is een echt Jenny Hval album. Op een aantal momenten klinkt Jenny Hval als een zeer toegankelijke singer-songwriter, maar een verrassende wending is nooit ver weg, zeker niet in de wat langere tracks op het album, die hier en daar een vleugje jaren 80 bevatten.
Ik moest in het verleden altijd heel lang wennen aan de muziek van Jenny Hval en vond deze muziek eerder fascinerend dan mooi, maar op Classic Objects is haar muziek mooi en fascinerend. De stem van Jenny Hval is mijlenver verwijderd van Kate Bush, maar in muzikaal opzicht doet Classic Objects me wel meer dan eens denken aan de muziek van Kate Bush, die in de vroege jaren 80 nog geen beroep kon doen op alle elektronica die Jenny Hval tot haar beschikking heeft.
Classic Objects is direct vanaf de eerste keer horen een bloedmooi album, maar ik weet vrijwel zeker dat ook dit Jenny Hval album nog heel lang mooie geheimen blijft prijs geven. Een prachtige aanwinst voor het legendarische 4AD label dit nieuwe album van Jenny Hval. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jenny Hval - Classic Objects - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny Hval - Classic Objects
De Noorse muzikante Jenny Hval klinkt op haar nieuwe album Classic Objects weer net iets toegankelijker dan op haar vorige albums, maar ze maakt nog altijd buitengewoon avontuurlijke muziek vol verrassingen
Ik vond de muziek van Jenny Hval in het verleden maar zware kost, maar de Noorse muzikante klinkt op haar laatste albums steeds weer net wat toegankelijker. Het is een lijn die wordt doorgetrokken op het deze week verschenen Classic Objects, dat hier en daar klinkt als een toegankelijk singer-songwriter album, al is toegankelijk in het geval van Jenny Hval een relatief begrip. De songs op Classic Objects liggen makkelijker in het gehoor dan we van Jenny Hval gewend zijn, maar het zijn songs vol verrassende wendingen en dubbele bodems. De instrumentatie bestaat uit meerdere lagen, die prachtig samenvloeien met de stem van de Noorse muzikante, die wederom een prachtalbum heeft afgeleverd.
De Noorse muzikante Jenny Hval zong in haar tienerjaren in een metalband, maakte vervolgens twee albums onder de naam Rockettothesky en levert de afgelopen vijftien jaar albums onder haar eigen naam af. Het zijn tot dusver allemaal fascinerende albums, al was je voor redelijk toegankelijke muziek lange tijd aan het verkeerde adres bij Jenny Hval.
Dat is de afgelopen jaren wel wat veranderd. Blood Bitch noemde ik in 2016 met afstand het meest toegankelijke Jenny Hval tot dat moment en precies hetzelfde schreef ik op in mijn recensie van The Practice Of Love uit 2019. Het is ook weer van toepassing op het deze week verschenen Classic Objects, dat volgt op het vorig jaar verschenen Menneskekollektivet, dat Jenny Hval vorig jaar samen met Håvard Volden onder de naam Lost Girls maakte en dat weer wat minder toegankelijk was.
Classic Objects moeten we zien als de echte opvolger van The Practice Of Love en trekt de lijn van dit album door. Ook op Classic Objects maakt Jenny Hval redelijk toegankelijke muziek, wat niet betekent dat de Noorse muzikante het ons opeens makkelijk maakt met hitgevoelige deuntjes. Op haar nieuwe album maakt Jenny Hval wel songs met een kop en een staart en strijkt ze niet al te nadrukkelijk tegen de haren in, waardoor Classic Objects duidelijk anders klinkt dan de vroege albums van de muzikante uit Oslo.
Het klinkt misschien toegankelijker dan we van Jenny Hval direct zijn, maar direct vanaf de eerste noten spat het avontuur uit de speakers. Jenny Hval heeft haar songs dit keer behoorlijk vol ingekleurd en stapelt direct in de openingstrack meerdere lagen instrumenten op elkaar. Het zijn lagen die niet direct bij elkaar lijken te passen, maar uiteindelijk komt alles samen en kleurt de muziek ook nog eens fraai bij de heldere stem van de Noorse muzikante, die zich manifesteert als een echte Scandinavische ijsprinses.
Classic Objects is het eerste album van Jenny Hval op het roemruchte 4AD label en het is een album dat past bij de rijke historie van dit label, dat in het verleden vaak ruimtelijke en atmosferische albums uitbracht. Ook Classic Objects klinkt bij vlagen ruimtelijk en atmosferisch, maar door de vele lagen die de Noorse muzikante in haar muziek heeft verstopt zijn er ook altijd volop aardse klanken te horen in haar muziek, bijvoorbeeld door bijzondere ritmes toe te voegen aan haar songs.
Classic Objects klinkt misschien anders dan de vorige albums van de muzikante uit Oslo, maar het is een echt Jenny Hval album. Op een aantal momenten klinkt Jenny Hval als een zeer toegankelijke singer-songwriter, maar een verrassende wending is nooit ver weg, zeker niet in de wat langere tracks op het album, die hier en daar een vleugje jaren 80 bevatten.
Ik moest in het verleden altijd heel lang wennen aan de muziek van Jenny Hval en vond deze muziek eerder fascinerend dan mooi, maar op Classic Objects is haar muziek mooi en fascinerend. De stem van Jenny Hval is mijlenver verwijderd van Kate Bush, maar in muzikaal opzicht doet Classic Objects me wel meer dan eens denken aan de muziek van Kate Bush, die in de vroege jaren 80 nog geen beroep kon doen op alle elektronica die Jenny Hval tot haar beschikking heeft.
Classic Objects is direct vanaf de eerste keer horen een bloedmooi album, maar ik weet vrijwel zeker dat ook dit Jenny Hval album nog heel lang mooie geheimen blijft prijs geven. Een prachtige aanwinst voor het legendarische 4AD label dit nieuwe album van Jenny Hval. Erwin Zijleman
Jenny Hval - Iris Silver Mist (2025)

4,5
1
geplaatst: 9 mei 2025, 14:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jenny Hval - Iris Silver Mist - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jenny Hval - Iris Silver Mist
De Noorse muzikante Jenny Hval betovert op haar nieuwe album Iris Silver Mist met wonderschone klanken vol avontuur, die je meenemen op een bedwelmende en buitengewoon fascinerende luistertrip
Ik kwam de muziek van de Noorse muzikante Jenny Hval ruim tien jaar geleden voor het eerst tegen en kon er toen nog niet goed mee uit de voeten. Sindsdien is haar muziek stapje voor stapje wat toegankelijker geworden en ben ik steeds meer onder de indruk geraakt van haar muziek. Het zorgt er voor dat ik ieder nieuw album van Jenny Hval weer net wat mooier vind dan het vorige album en dat gaat ook weer op voor haar nieuwe album Iris Silver Mist. Het is een conceptalbum dat continu de fantasie prikkelt, maar dat ook een unieke sfeer creëert. Het is een stuk minder experimenteel dan de muziek die de Noorse muzikante tien jaar geleden maakte, maar het klinkt nog altijd heel bijzonder.
Ik heb een aantal jaren geworsteld met de muziek van de Noorse muzikante Jenny Hval. Haar eerste albums intrigeerden me absoluut en waren bij vlagen ook zeker mooi, maar het waren ook albums waar ik veel te vaak geen chocola van kon maken, waardoor ik ze uiteindelijk toch liet liggen.
Het veranderde in 2016, toen Jenny Hval haar album Blood Bitch uitbracht. Het is een album dat ik pas ontdekte nadat het in meerdere jaarlijstjes was opgedoken, maar vervolgens liet ik me snel overtuigen door de bijzondere mix van elektronische muziek, klassieke muziek en avant-garde en de al even bijzondere zang van Jenny Hval.
Sinds Blood Bitch zijn de albums van de Noorse muzikante steeds iets toegankelijker geworden, waardoor ik The Practice Of Love uit 2020 en Classic Objects uit 2022 nog wat makkelijker omarmde dan Blood Bitch uit 2016. Toegankelijk is in het geval van Jenny Hval overigens een zeer relatief begrip, want voor dertien in een dozijn popsongs ben je bij haar nog altijd niet aan het juiste adres.
Het deze week verschenen Iris Silver Mist is een stuk minder experimenteel dan de vroege albums van Jenny Hval en is weer net wat toegankelijker dan Classic Objects, maar iedereen die op zoek is naar hitgevoelige popsongs die na één keer horen voorgoed in je hoofd zitten, kunnen waarschijnlijk niet overweg met het nieuwe album van Jenny Hval.
De basis van de meeste songs op het nieuwe album van Jenny Hval kreeg vorm tijdens de coronapandemie. De muzikante uit Oslo raakte geïntrigeerd door de wijze waarop geuren verbonden kunnen zijn met herinneringen. Het levert met Iris Silver Mist een conceptalbum op over geuren en herinneringen en ik vind het een bijzonder mooi album.
De geuren moet je er uiteraard zelf bij verzinnen, maar het nieuwe album van Jenny Hval prikkelt wel een aantal andere zintuigen. In de openingstrack hoor je fraaie atmosferische klanken, bijzondere ritmes, uiteenlopende natuurgeluiden en de opvallend mooie zang van de Noorse muzikante, die haar stem ook gebruikt als instrument.
In de openingstrack is er ook weer direct de combinatie van ingrediënten die makkelijk het oor strelen en ingrediënten die de fantasie prikkelen. Het zijn ingrediënten die terugkeren in meerdere songs op het album, hier en daar gecombineerd met bijzondere elektronica, die varieert van nostalgisch tot futuristisch.
Ik zal de muziek van Jenny Hval op Iris Silver Mist niet snel experimenteel noemen of in het hokje avant-garde stoppen, maar alledaags is het album geen moment. Jenny Hval klinkt echt totaal anders dan op haar vroege albums, maar haar muziek is, ondanks het wat toegankelijkere karakter, nog steeds avontuurlijk en verrassend.
Ik moest nog wel even wennen aan haar vorige albums, maar Iris Silver Mist vond ik eigenlijk direct mooi. Het is een album met een duidelijk Scandinavische sfeer, maar het op het legendarische 4AD label verschenen album herinnert ook aan een aantal in het verleden op dit label verschenen albums, zeker wanneer wat ambient achtige klanken domineren.
Iris Silver Mist is soms bedwelmend of sprookjesachtig mooi, maar soms ook vervreemdend en ongrijpbaar. Ik heb lang moeten wennen aan de muziek van Jenny Hval, maar hetgeen dat ze laat horen op haar nieuwe album is bijzonder indrukwekkend en echt wonderschoon. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Jenny Hval - Iris Silver Mist - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jenny Hval - Iris Silver Mist
De Noorse muzikante Jenny Hval betovert op haar nieuwe album Iris Silver Mist met wonderschone klanken vol avontuur, die je meenemen op een bedwelmende en buitengewoon fascinerende luistertrip
Ik kwam de muziek van de Noorse muzikante Jenny Hval ruim tien jaar geleden voor het eerst tegen en kon er toen nog niet goed mee uit de voeten. Sindsdien is haar muziek stapje voor stapje wat toegankelijker geworden en ben ik steeds meer onder de indruk geraakt van haar muziek. Het zorgt er voor dat ik ieder nieuw album van Jenny Hval weer net wat mooier vind dan het vorige album en dat gaat ook weer op voor haar nieuwe album Iris Silver Mist. Het is een conceptalbum dat continu de fantasie prikkelt, maar dat ook een unieke sfeer creëert. Het is een stuk minder experimenteel dan de muziek die de Noorse muzikante tien jaar geleden maakte, maar het klinkt nog altijd heel bijzonder.
Ik heb een aantal jaren geworsteld met de muziek van de Noorse muzikante Jenny Hval. Haar eerste albums intrigeerden me absoluut en waren bij vlagen ook zeker mooi, maar het waren ook albums waar ik veel te vaak geen chocola van kon maken, waardoor ik ze uiteindelijk toch liet liggen.
Het veranderde in 2016, toen Jenny Hval haar album Blood Bitch uitbracht. Het is een album dat ik pas ontdekte nadat het in meerdere jaarlijstjes was opgedoken, maar vervolgens liet ik me snel overtuigen door de bijzondere mix van elektronische muziek, klassieke muziek en avant-garde en de al even bijzondere zang van Jenny Hval.
Sinds Blood Bitch zijn de albums van de Noorse muzikante steeds iets toegankelijker geworden, waardoor ik The Practice Of Love uit 2020 en Classic Objects uit 2022 nog wat makkelijker omarmde dan Blood Bitch uit 2016. Toegankelijk is in het geval van Jenny Hval overigens een zeer relatief begrip, want voor dertien in een dozijn popsongs ben je bij haar nog altijd niet aan het juiste adres.
Het deze week verschenen Iris Silver Mist is een stuk minder experimenteel dan de vroege albums van Jenny Hval en is weer net wat toegankelijker dan Classic Objects, maar iedereen die op zoek is naar hitgevoelige popsongs die na één keer horen voorgoed in je hoofd zitten, kunnen waarschijnlijk niet overweg met het nieuwe album van Jenny Hval.
De basis van de meeste songs op het nieuwe album van Jenny Hval kreeg vorm tijdens de coronapandemie. De muzikante uit Oslo raakte geïntrigeerd door de wijze waarop geuren verbonden kunnen zijn met herinneringen. Het levert met Iris Silver Mist een conceptalbum op over geuren en herinneringen en ik vind het een bijzonder mooi album.
De geuren moet je er uiteraard zelf bij verzinnen, maar het nieuwe album van Jenny Hval prikkelt wel een aantal andere zintuigen. In de openingstrack hoor je fraaie atmosferische klanken, bijzondere ritmes, uiteenlopende natuurgeluiden en de opvallend mooie zang van de Noorse muzikante, die haar stem ook gebruikt als instrument.
In de openingstrack is er ook weer direct de combinatie van ingrediënten die makkelijk het oor strelen en ingrediënten die de fantasie prikkelen. Het zijn ingrediënten die terugkeren in meerdere songs op het album, hier en daar gecombineerd met bijzondere elektronica, die varieert van nostalgisch tot futuristisch.
Ik zal de muziek van Jenny Hval op Iris Silver Mist niet snel experimenteel noemen of in het hokje avant-garde stoppen, maar alledaags is het album geen moment. Jenny Hval klinkt echt totaal anders dan op haar vroege albums, maar haar muziek is, ondanks het wat toegankelijkere karakter, nog steeds avontuurlijk en verrassend.
Ik moest nog wel even wennen aan haar vorige albums, maar Iris Silver Mist vond ik eigenlijk direct mooi. Het is een album met een duidelijk Scandinavische sfeer, maar het op het legendarische 4AD label verschenen album herinnert ook aan een aantal in het verleden op dit label verschenen albums, zeker wanneer wat ambient achtige klanken domineren.
Iris Silver Mist is soms bedwelmend of sprookjesachtig mooi, maar soms ook vervreemdend en ongrijpbaar. Ik heb lang moeten wennen aan de muziek van Jenny Hval, maar hetgeen dat ze laat horen op haar nieuwe album is bijzonder indrukwekkend en echt wonderschoon. Erwin Zijleman
Jenny Hval - The Practice of Love (2019)

4,0
1
geplaatst: 1 januari 2020, 20:38 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jenny Hval - The Practice Of Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny Hval - The Practice Of Love
Jenny Hval maakt het je nog steeds niet makkelijk, maar The Practice Of Love is een relatief toegankelijk album in het oeuvre van de eigenzinnige Noorse muzikante
Bezwerende synths, lome beats, atmosferische klanken en fluisterzachte zang: Jenny Hval kiest op The Practice Of Love zo nu en dan voor lekker in het gehoor liggende componenten, maar vervolgens zet ze haar songs toch weer op eigenzinnige wijze in elkaar. Het was me in het verleden vaak net wat te moeilijk en ook dit keer maakt de Noorse muzikante het je lang niet altijd makkelijk, maar er staat veel moois tegenover. De elektronica schiet alle kanten op en zeker wanneer Jenny Hval je de donkere Scandinavische bossen in trekt valt er veel te genieten op dit album dat eerder deze maand in heel veel jaarlijstjes opdook.
Ik heb het in 2019 heel vaak geprobeerd met The Practice Of Love van Jenny Hval, maar het wilde maar niet klikken met de muziek van de Noorse muzikante, die door de critici daarentegen zeer warm werd onthaald.
Toen ik het album de afgelopen weken zag opduiken in heel veel jaarlijstjes heb ik het nog een paar keer geprobeerd, tot ik voorzichtig wat begon te horen in de bijzondere klanken op het album, die wat mij betreft het best tot hun recht komen in de winter.
Het was direct ook een déjà vu, want in 2016 had ik precies dezelfde ervaring met de muziek van Jenny Hval. Het in dat jaar verschenen Blood Bitch werd vrijwel zonder uitzondering onthaald met superlatieven en dook uiteindelijk op in heel veel jaarlijstjes, maar meer dan flarden schoonheid kon ik niet ontdekken op het album.
Met The Practice Of Love was het in eerste instantie niet anders. De avontuurlijke muziek van de Noorse muzikante bestaat uit onderdelen die makkelijk verleiden. Dromerige klanken, bezwerende elektronica en fluisterzachte zang zijn beproefde ingrediënten van flink wat albums die ik zeer kan waarderen, maar Jenny Hval maakt het je vervolgens niet makkelijk met lastig te doorgronden songs, die ook zijn voorzien van beats, gesproken woord en soundscapes.
Op The Practice Of Love wordt de muzikante uit Oslo bijgestaan door onder andere Vivian Wang, Laura Jean en Felicia Atkinson, die ook niet bekend staan om lekker in het gehoor liggende popdeuntjes. Toch is The Practice Of Love voor Jenny Hval begrippen een relatief toegankelijk album. De Noorse muzikante put uit de archieven van de elektronische dansmuziek van de jaren 90, flirt met elektronica uit de jaren 70 en synthpop uit de jaren 80 en overgiet alle elektronica op het album met flink wat Scandinavische mystiek en zweverigheid.
Zeker wanneer de zang wordt vervangen door gesproken woord is Jenny Hval me snel kwijt, maar The Practice Of Love bevat ook heel veel moois. De Noorse muzikante beschikt over een prachtig heldere stem, die het best tot zijn recht komt in combinatie met dromerige en atmosferische klanken. Jenny Hval kiest met enige regelmaat voor deze beproefde combinatie, waarna het tempo van de synths en de beats voorzichtig wordt opgeschroefd.
Zeker in de wat toegankelijkere songs op het album is het een combinatie die uitstekend werkt, zeker wanneer je je mee laat voeren door de ruimtelijke klanken op het album. Hier en daar hoor ik iets van Björk, heel af en toe zelfs iets van Kate Bush en hoe vaker ik naar The Practice Of Love luister, hoe meer er op zijn plek valt.
Het is knap hoe Jenny Hval een evenwicht weet te vinden tussen behoorlijk toegankelijke elektronische popmuziek en met grote regelmaat tegen de haren instrijkende avant-garde en het is nog knapper hoe ze de flink tegenstribbelende luisteraar (want in die categorie schaar ik mezelf nog steeds) uiteindelijk toch mee weet te slepen met bijzondere klanken, bezwerende vocalen en vervreemdende effecten.
Ik ben er nog steeds niet uit wat ik nu van de muziek van Jenny Hval moet vinden, maar meer dan bij Blood Bitch hoor ik op The Practice Of Love dan eindelijk de schoonheid die de meeste critici er onmiddellijk in hoorden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jenny Hval - The Practice Of Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny Hval - The Practice Of Love
Jenny Hval maakt het je nog steeds niet makkelijk, maar The Practice Of Love is een relatief toegankelijk album in het oeuvre van de eigenzinnige Noorse muzikante
Bezwerende synths, lome beats, atmosferische klanken en fluisterzachte zang: Jenny Hval kiest op The Practice Of Love zo nu en dan voor lekker in het gehoor liggende componenten, maar vervolgens zet ze haar songs toch weer op eigenzinnige wijze in elkaar. Het was me in het verleden vaak net wat te moeilijk en ook dit keer maakt de Noorse muzikante het je lang niet altijd makkelijk, maar er staat veel moois tegenover. De elektronica schiet alle kanten op en zeker wanneer Jenny Hval je de donkere Scandinavische bossen in trekt valt er veel te genieten op dit album dat eerder deze maand in heel veel jaarlijstjes opdook.
Ik heb het in 2019 heel vaak geprobeerd met The Practice Of Love van Jenny Hval, maar het wilde maar niet klikken met de muziek van de Noorse muzikante, die door de critici daarentegen zeer warm werd onthaald.
Toen ik het album de afgelopen weken zag opduiken in heel veel jaarlijstjes heb ik het nog een paar keer geprobeerd, tot ik voorzichtig wat begon te horen in de bijzondere klanken op het album, die wat mij betreft het best tot hun recht komen in de winter.
Het was direct ook een déjà vu, want in 2016 had ik precies dezelfde ervaring met de muziek van Jenny Hval. Het in dat jaar verschenen Blood Bitch werd vrijwel zonder uitzondering onthaald met superlatieven en dook uiteindelijk op in heel veel jaarlijstjes, maar meer dan flarden schoonheid kon ik niet ontdekken op het album.
Met The Practice Of Love was het in eerste instantie niet anders. De avontuurlijke muziek van de Noorse muzikante bestaat uit onderdelen die makkelijk verleiden. Dromerige klanken, bezwerende elektronica en fluisterzachte zang zijn beproefde ingrediënten van flink wat albums die ik zeer kan waarderen, maar Jenny Hval maakt het je vervolgens niet makkelijk met lastig te doorgronden songs, die ook zijn voorzien van beats, gesproken woord en soundscapes.
Op The Practice Of Love wordt de muzikante uit Oslo bijgestaan door onder andere Vivian Wang, Laura Jean en Felicia Atkinson, die ook niet bekend staan om lekker in het gehoor liggende popdeuntjes. Toch is The Practice Of Love voor Jenny Hval begrippen een relatief toegankelijk album. De Noorse muzikante put uit de archieven van de elektronische dansmuziek van de jaren 90, flirt met elektronica uit de jaren 70 en synthpop uit de jaren 80 en overgiet alle elektronica op het album met flink wat Scandinavische mystiek en zweverigheid.
Zeker wanneer de zang wordt vervangen door gesproken woord is Jenny Hval me snel kwijt, maar The Practice Of Love bevat ook heel veel moois. De Noorse muzikante beschikt over een prachtig heldere stem, die het best tot zijn recht komt in combinatie met dromerige en atmosferische klanken. Jenny Hval kiest met enige regelmaat voor deze beproefde combinatie, waarna het tempo van de synths en de beats voorzichtig wordt opgeschroefd.
Zeker in de wat toegankelijkere songs op het album is het een combinatie die uitstekend werkt, zeker wanneer je je mee laat voeren door de ruimtelijke klanken op het album. Hier en daar hoor ik iets van Björk, heel af en toe zelfs iets van Kate Bush en hoe vaker ik naar The Practice Of Love luister, hoe meer er op zijn plek valt.
Het is knap hoe Jenny Hval een evenwicht weet te vinden tussen behoorlijk toegankelijke elektronische popmuziek en met grote regelmaat tegen de haren instrijkende avant-garde en het is nog knapper hoe ze de flink tegenstribbelende luisteraar (want in die categorie schaar ik mezelf nog steeds) uiteindelijk toch mee weet te slepen met bijzondere klanken, bezwerende vocalen en vervreemdende effecten.
Ik ben er nog steeds niet uit wat ik nu van de muziek van Jenny Hval moet vinden, maar meer dan bij Blood Bitch hoor ik op The Practice Of Love dan eindelijk de schoonheid die de meeste critici er onmiddellijk in hoorden. Erwin Zijleman
Jenny Lewis - Joy'All (2023)

4,0
0
geplaatst: 14 juni 2023, 10:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jenny Lewis - Joy'All - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny Lewis - Joy'All
Jenny Lewis draait al een tijd mee, eerst als zangeres van de band Rilo Kiley en later als solomuzikant, maar met het wat meer in de richting van de Amerikaanse rootsmuziek opschuivende Joy’All zet ze een mooie stap
Jenny Lewis heeft inmiddels meer soloalbums uitgebracht dan albums met haar band Rilo Kiley, die nooit zo groot werd als verwacht. De soloalbums van Jenny Lewis zijn stuk van stuk van hoog niveau, maar ze schoten ook wat teveel kanten op, waardoor haar muziek in te kleine kring werd gewaardeerd. Op Joy’All kiest Jenny Lewis, samen met topproducer Dave Cobb, voor een wat consistenter geluid dat wat dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek blijft en dat doet haar muziek goed. Jenny Lewis schrijft nog altijd aanstekelijke songs en zingt ze vol overtuiging, maar ze slaagt er ook in om zich wat meer te focussen, wat in haar geval echt heel goed uitpakt. Uitstekend album.
De Amerikaanse muzikante Jenny Lewis voerde tussen 1998 en 2007 de inmiddels alweer bijna vergeten band Rilo Kiley aan. De band maakte vier albums vol frisse indiepop en viel langzaam maar zeker uit elkaar toen de band dan eindelijk (terecht) leek door te breken naar een groot publiek. Het einde van Rilo Kiley was de officiële start van de solocarrière van Jenny Lewis, maar in 2005 leverde de Amerikaanse muzikante samen met de muzikale tweeling The Watson Twins al het uitstekende Rabbit Fur Coat af.
Jenny Lewis heeft sinds het einde van Rilo Kiley meerdere dingen gedaan, maar het interessantst zijn toch haar soloalbums Acid Tongue uit 2008, The Voyager uit 2014 en On The Line uit 2019. Van deze albums vind ik de laatste twee, allebei geproduceerd door voormalig wonderkind Ryan Adams, het best. Het zijn album waarop Jenny Lewis niet alleen laat horen dat ze een uitstekende zangeres is, maar waarop ze ook bewijst dat ze een goed gevoel heeft voor tijdloze popliedjes, die zich door uiteenlopende genres hebben laten beïnvloeden.
Rilo Kiley werd jarenlang geschaard onder de beloften van de Amerikaanse popmuziek, maar maakte dit nooit echt waar. Ook Jenny Lewis is ondanks haar vele talenten volgens mij nog niet echt doorgebroken naar een groot publiek, in ieder geval niet in Nederland. Mogelijk gaat het deze week verschenen Joy’All hier verandering in brengen. De muzikante die haar tijd momenteel verdeelt tussen Los Angeles en Nashville heeft in ieder geval gekozen voor een wat consistenter geluid, al blijft dit in het geval van Jenny Lewis een relatief begrip.
Joy’All werd opgenomen in Nashville in de studio van Nashville wonderboy Dave Cobb, die het album ook produceerde en bovendien zijn vaste band naar de studio haalde. De songs voor Joy’All kwamen op bijzondere wijze tot stand. Jenny Lewis nam tijdens de lockdowns vanwege de coronapandemie deel aan een door Beck georganiseerde songwriting workshop, waarin de deelnemers in korte tijd meerdere songs moesten schrijven. Jenny Lewis schreef de songs die zijn terecht gekomen op haar nieuwe album en het zijn net wat soberder klinkende songs, al is ook dit in het geval van Jenny Lewis een relatief begrip.
Joy’All leunt wat meer tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan en dat is een prima besluit. In de wat soberdere setting van de Amerikaanse rootsmuziek, waarin Jenny Lewis een breed palet bestrijkt en ook zeker de grenzen opzoekt, komt de mooie stem van de Amerikaanse muzikante uitstekend tot zijn recht en klinkt haar stem misschien nog wel mooier dan op haar door de critici geprezen vorige albums.
Naast de band van Dave Cobb tekenen zowel Greg Leisz als Jon Brion voor fraaie pedal steel bijdragen, die net als de rest van de instrumentatie mooi kleuren bij het warme en soulvolle stemgeluid van Jenny Lewis. Het maakt van Joy'All een mooi ingekleurd en prachtig geproduceerd rootsalbum, waarin de stem van Jenny Lewis er direct in positief opzicht uitspringt.
De Amerikaanse muzikante maakt echter niet alleen indruk als zangeres, maar zeker ook als songwriter, want de onder toezicht van Beck geschreven songs zijn stuk voor stuk aangenaam en catchy. Hoogste tijd dat Jenny Lewis echt gaat doorbreken en dat kan prima met dit uitstekende album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jenny Lewis - Joy'All - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny Lewis - Joy'All
Jenny Lewis draait al een tijd mee, eerst als zangeres van de band Rilo Kiley en later als solomuzikant, maar met het wat meer in de richting van de Amerikaanse rootsmuziek opschuivende Joy’All zet ze een mooie stap
Jenny Lewis heeft inmiddels meer soloalbums uitgebracht dan albums met haar band Rilo Kiley, die nooit zo groot werd als verwacht. De soloalbums van Jenny Lewis zijn stuk van stuk van hoog niveau, maar ze schoten ook wat teveel kanten op, waardoor haar muziek in te kleine kring werd gewaardeerd. Op Joy’All kiest Jenny Lewis, samen met topproducer Dave Cobb, voor een wat consistenter geluid dat wat dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek blijft en dat doet haar muziek goed. Jenny Lewis schrijft nog altijd aanstekelijke songs en zingt ze vol overtuiging, maar ze slaagt er ook in om zich wat meer te focussen, wat in haar geval echt heel goed uitpakt. Uitstekend album.
De Amerikaanse muzikante Jenny Lewis voerde tussen 1998 en 2007 de inmiddels alweer bijna vergeten band Rilo Kiley aan. De band maakte vier albums vol frisse indiepop en viel langzaam maar zeker uit elkaar toen de band dan eindelijk (terecht) leek door te breken naar een groot publiek. Het einde van Rilo Kiley was de officiële start van de solocarrière van Jenny Lewis, maar in 2005 leverde de Amerikaanse muzikante samen met de muzikale tweeling The Watson Twins al het uitstekende Rabbit Fur Coat af.
Jenny Lewis heeft sinds het einde van Rilo Kiley meerdere dingen gedaan, maar het interessantst zijn toch haar soloalbums Acid Tongue uit 2008, The Voyager uit 2014 en On The Line uit 2019. Van deze albums vind ik de laatste twee, allebei geproduceerd door voormalig wonderkind Ryan Adams, het best. Het zijn album waarop Jenny Lewis niet alleen laat horen dat ze een uitstekende zangeres is, maar waarop ze ook bewijst dat ze een goed gevoel heeft voor tijdloze popliedjes, die zich door uiteenlopende genres hebben laten beïnvloeden.
Rilo Kiley werd jarenlang geschaard onder de beloften van de Amerikaanse popmuziek, maar maakte dit nooit echt waar. Ook Jenny Lewis is ondanks haar vele talenten volgens mij nog niet echt doorgebroken naar een groot publiek, in ieder geval niet in Nederland. Mogelijk gaat het deze week verschenen Joy’All hier verandering in brengen. De muzikante die haar tijd momenteel verdeelt tussen Los Angeles en Nashville heeft in ieder geval gekozen voor een wat consistenter geluid, al blijft dit in het geval van Jenny Lewis een relatief begrip.
Joy’All werd opgenomen in Nashville in de studio van Nashville wonderboy Dave Cobb, die het album ook produceerde en bovendien zijn vaste band naar de studio haalde. De songs voor Joy’All kwamen op bijzondere wijze tot stand. Jenny Lewis nam tijdens de lockdowns vanwege de coronapandemie deel aan een door Beck georganiseerde songwriting workshop, waarin de deelnemers in korte tijd meerdere songs moesten schrijven. Jenny Lewis schreef de songs die zijn terecht gekomen op haar nieuwe album en het zijn net wat soberder klinkende songs, al is ook dit in het geval van Jenny Lewis een relatief begrip.
Joy’All leunt wat meer tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan en dat is een prima besluit. In de wat soberdere setting van de Amerikaanse rootsmuziek, waarin Jenny Lewis een breed palet bestrijkt en ook zeker de grenzen opzoekt, komt de mooie stem van de Amerikaanse muzikante uitstekend tot zijn recht en klinkt haar stem misschien nog wel mooier dan op haar door de critici geprezen vorige albums.
Naast de band van Dave Cobb tekenen zowel Greg Leisz als Jon Brion voor fraaie pedal steel bijdragen, die net als de rest van de instrumentatie mooi kleuren bij het warme en soulvolle stemgeluid van Jenny Lewis. Het maakt van Joy'All een mooi ingekleurd en prachtig geproduceerd rootsalbum, waarin de stem van Jenny Lewis er direct in positief opzicht uitspringt.
De Amerikaanse muzikante maakt echter niet alleen indruk als zangeres, maar zeker ook als songwriter, want de onder toezicht van Beck geschreven songs zijn stuk voor stuk aangenaam en catchy. Hoogste tijd dat Jenny Lewis echt gaat doorbreken en dat kan prima met dit uitstekende album. Erwin Zijleman
Jenny Lewis - On the Line (2019)

4,0
0
geplaatst: 24 maart 2019, 10:41 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jenny Lewis - On The Line - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny Lewis schudt de even aangename als onweerstaanbare popliedjes weer uit haar mouw op haar nieuwe soloplaat en laat de zon uitbundig schijnen
Jenny Lewis maakte een aantal prima platen met haar band Rilo Kiley en heeft inmiddels net zoveel soloplaten op haar naam staan. Ik denk altijd dat ze nog veel beter kan, maar ondertussen is ook On The Line weer een plaat met popliedjes waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. Bijgestaan door een aantal topmuzikanten en producer Ryan Adams (die inmiddels wat minder makkelijk aan werk zal komen) verleidt Jenny Lewis met het ene na het andere lome en volstrekt tijdloze popliedje en neemt ze je mee op een tijdreis die begint in de jaren 70 en eindigt in het heden.
Jenny Lewis was tussen 1998 en 2008 de frontvrouw van de uit Los Angeles afkomstige band Rilo Kiley. De band had de steun van de critici, maar de vier albums die Rilo Kiley tussen 2001 en 2007 uitbracht waren niet zo goed als de critici ons deden geloven (al kwam More Adventurous uit 2004 aardig in de buurt).
Jenny Lewis begon al aan een solocarrière voordat het doek was gevallen voor Rilo Kiley en is inmiddels alweer toe aan haar vierde soloplaat. On The Line is de opvolger van het bijna vijf jaar oude The Voyager, dat ik net wat beter vond dan zijn twee voorgangers.
Bij Rilo Kiley had ik altijd het idee dat de band nog veel beter kon en dat gevoel heb ik ook bij Jenny Lewis. Ze zingt makkelijk, schrijft geweldige popliedjes en heeft een netwerk vol geweldige muzikanten en producers. Het talent om een klassieker te maken is er, maar vooralsnog neemt Jenny Lewis genoegen met feelgood platen vol aanstekelijke popliedjes met een vleugje roots.
Het door de inmiddels wat in opspraak geraakte Ryan Adams geproduceerde The Voyager was zo’n feelgood plaat en ook het deze week verschenen On The Line is er een. Jenny Lewis poseerde op de cover van haar vorige album nog een in veelkleurig jasje, maar laat nu haar decolleté zien. Nodig is het niet, want haar aangename popliedjes bevatten al meer dan voldoende verleidingskracht.
On The Line werd net als zijn voorganger geproduceerd door Ryan Adams (hier en daar bijgestaan door Shawn Everett en Beck), wat momenteel helaas geen aanbeveling is, al staan de muzikale kwaliteiten van het voormalige wonderkind natuurlijk niet ter discussie. Naast Ryan Adams werd een keur aan zeer ervaren sessiemuzikanten naar de studio gehaald, onder wie pianist Benmont Tench en meesterdrummer Jim Keltner.
Het zijn gelouterde muzikanten en producers die On The Line hebben voorzien van een fraai, maar ook erg degelijk retro geluid, dat in het Engels fraai wordt omschreven als “hazy”. Het is een geluid dat mij zo nu en dan doet denken aan het geluid van Aimee Mann, maar de nieuwe plaat van Jenny Lewis flirt ook met de zonnige popmuziek van The Go-Go’s en frontvouw Belinda Carlisle.
Het is een geluid dat prima past bij de soepele stem van Jenny Lewis, die de songs ook op On The Line weer moeiteloos naar haar hand zet. Een mooie productie, een warm feelgood geluid, popsongs die na één keer horen in het geheugen zitten en een stem die alles wat vast is doet smelten; het zijn kwaliteiten waarop menig muzikant stik jaloers zal zijn, maar ook dit keer heb ik het idee dat Jenny Lewis beter kan.
Dat betekent natuurlijk niet dat On The Line een tegenvallende plaat is. Het is net als zijn voorganger een plaat die 11 songs en 43 minuten lang vermaakt met songs die je al je hele leven lijkt te kennen. Ik blijf nog even hopen op de echte klassieker, maar het wachten is ook met het nu verschenen On The Line weer bijzonder aangenaam. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jenny Lewis - On The Line - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny Lewis schudt de even aangename als onweerstaanbare popliedjes weer uit haar mouw op haar nieuwe soloplaat en laat de zon uitbundig schijnen
Jenny Lewis maakte een aantal prima platen met haar band Rilo Kiley en heeft inmiddels net zoveel soloplaten op haar naam staan. Ik denk altijd dat ze nog veel beter kan, maar ondertussen is ook On The Line weer een plaat met popliedjes waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. Bijgestaan door een aantal topmuzikanten en producer Ryan Adams (die inmiddels wat minder makkelijk aan werk zal komen) verleidt Jenny Lewis met het ene na het andere lome en volstrekt tijdloze popliedje en neemt ze je mee op een tijdreis die begint in de jaren 70 en eindigt in het heden.
Jenny Lewis was tussen 1998 en 2008 de frontvrouw van de uit Los Angeles afkomstige band Rilo Kiley. De band had de steun van de critici, maar de vier albums die Rilo Kiley tussen 2001 en 2007 uitbracht waren niet zo goed als de critici ons deden geloven (al kwam More Adventurous uit 2004 aardig in de buurt).
Jenny Lewis begon al aan een solocarrière voordat het doek was gevallen voor Rilo Kiley en is inmiddels alweer toe aan haar vierde soloplaat. On The Line is de opvolger van het bijna vijf jaar oude The Voyager, dat ik net wat beter vond dan zijn twee voorgangers.
Bij Rilo Kiley had ik altijd het idee dat de band nog veel beter kon en dat gevoel heb ik ook bij Jenny Lewis. Ze zingt makkelijk, schrijft geweldige popliedjes en heeft een netwerk vol geweldige muzikanten en producers. Het talent om een klassieker te maken is er, maar vooralsnog neemt Jenny Lewis genoegen met feelgood platen vol aanstekelijke popliedjes met een vleugje roots.
Het door de inmiddels wat in opspraak geraakte Ryan Adams geproduceerde The Voyager was zo’n feelgood plaat en ook het deze week verschenen On The Line is er een. Jenny Lewis poseerde op de cover van haar vorige album nog een in veelkleurig jasje, maar laat nu haar decolleté zien. Nodig is het niet, want haar aangename popliedjes bevatten al meer dan voldoende verleidingskracht.
On The Line werd net als zijn voorganger geproduceerd door Ryan Adams (hier en daar bijgestaan door Shawn Everett en Beck), wat momenteel helaas geen aanbeveling is, al staan de muzikale kwaliteiten van het voormalige wonderkind natuurlijk niet ter discussie. Naast Ryan Adams werd een keur aan zeer ervaren sessiemuzikanten naar de studio gehaald, onder wie pianist Benmont Tench en meesterdrummer Jim Keltner.
Het zijn gelouterde muzikanten en producers die On The Line hebben voorzien van een fraai, maar ook erg degelijk retro geluid, dat in het Engels fraai wordt omschreven als “hazy”. Het is een geluid dat mij zo nu en dan doet denken aan het geluid van Aimee Mann, maar de nieuwe plaat van Jenny Lewis flirt ook met de zonnige popmuziek van The Go-Go’s en frontvouw Belinda Carlisle.
Het is een geluid dat prima past bij de soepele stem van Jenny Lewis, die de songs ook op On The Line weer moeiteloos naar haar hand zet. Een mooie productie, een warm feelgood geluid, popsongs die na één keer horen in het geheugen zitten en een stem die alles wat vast is doet smelten; het zijn kwaliteiten waarop menig muzikant stik jaloers zal zijn, maar ook dit keer heb ik het idee dat Jenny Lewis beter kan.
Dat betekent natuurlijk niet dat On The Line een tegenvallende plaat is. Het is net als zijn voorganger een plaat die 11 songs en 43 minuten lang vermaakt met songs die je al je hele leven lijkt te kennen. Ik blijf nog even hopen op de echte klassieker, maar het wachten is ook met het nu verschenen On The Line weer bijzonder aangenaam. Erwin Zijleman
Jenny Lewis - The Voyager (2014)

4,0
0
geplaatst: 31 augustus 2014, 10:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jenny Lewis - The Voyager - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jenny Lewis dook in 2001 op als zangeres van de band Rilo Kiley. De band uit Los Angeles kon rekenen op flink wat sympathie van de critici en daar viel gezien de kwaliteit van de platen van de band niets op af te dingen.
Met een vet platencontract op zak leek de doorbraak naar een groot publiek een jaar of tien geleden slechts een kwestie van tijd, maar Jenny Lewis had andere plannen. In 2006 bracht ze haar eerste soloplaat Rabbit Fur Coat uit, waarna het major debuut van Rilo Kiley in 2007 de hooggespannen verwachtingen niet waar kon maken.
Sindsdien hebben we niet meer gehoord van Rilo Kiley (al viel de band pas in 2011 echt uit elkaar) en moeten we het doen met de platen van Jenny Lewis. Dat was zeker geen straf.
Het is 2008 verschenen Acid Tongue, met gastbijdrage van onder andere Zooey Deschanel. M. Ward en Elvis Costello, schopte het tot mijn jaarlijstje, terwijl het samen met Jonathan Rice als Johnny & Jenny gemaakte I’m Having Fun Now nog altijd een ‘guilty pleasure’ is.
De afgelopen jaren ging Jenny Lewis door een aantal diepe dalen, waardoor we lang hebben moeten wachten op The Voyager. Het was uiteindelijk niemand minder dan Ryan Adams die Jenny Lewis uit het dal trok en weer wist te inspireren tot het maken van muziek.
Het levert een opvallend toegankelijke plaat op. Waar Jenny Lewis op haar eerste twee soloplaten nog koos voor een wat eigenzinniger geluid dan op de platen van Rilo Kiley, trekt ze op The Voyager de lijn van de Johnny & Jenny plaat door.
The Voyager citeert schaamteloos uit een aantal decennia popmuziek. De gitaarlijnen komen uit de West Coast pop van de late jaren 60, de perfecte popliedjes herinneren aan het briljante Rumours van Fleetwood Mac, de energie komt van The Go-Go’s uit de jaren 80, terwijl het muzikale verleden van Jenny Lewis en de muzikale voorkeuren van Ryan Adams het eigentijdse tintje aandragen.
The Voyager is hierdoor een stuk minder eigenzinnig dan Rabbit Fur Coat en Acid Tongue en laat zich vooral beluisteren als een perfecte popplaat. Dat is aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant is het een genre waarin Jenny Lewis uitstekend uit de voeten kan. Haar veelzijdige stemgeluid lijkt gemaakt voor oorstrelende popsongs en mede dankzij de productionele vaardigheden van Ryan Adams zijn het popsongs van niveau.
The Voyager is een plaat die je onmiddellijk weet te veroveren, maar het is ook een plaat die leuk blijft, net als de zo ondergewaardeerde plaat van Johnny & Jenny vier jaar geleden. Jenny Lewis klinkt op haar nieuwe plaat misschien wat minder veelzijdig dan we van haar gewend zijn, maar de perfecte popliedjes op The Voyager beschikken over voldoende variatie om tien songs te blijven boeien. Het gitaarwerk op de plaat, dat varieert van strelend akoestisch tot gierend elektrisch, speelt hierbij overigens een belangrijke rol.
Helemaal aan het eind van de plaat keert Jenny Lewis weer even terug naar het geluid van haar vorige plaat en laat ze horen dat ze ook dit kunstje nog altijd uitstekend beheerst. Het doet nu al uitzien naar haar volgende plaat, maar het aanstekelijke The Voyager zal in ieder geval bij mij nog heel wat rondjes draaien in de cd speler. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jenny Lewis - The Voyager - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jenny Lewis dook in 2001 op als zangeres van de band Rilo Kiley. De band uit Los Angeles kon rekenen op flink wat sympathie van de critici en daar viel gezien de kwaliteit van de platen van de band niets op af te dingen.
Met een vet platencontract op zak leek de doorbraak naar een groot publiek een jaar of tien geleden slechts een kwestie van tijd, maar Jenny Lewis had andere plannen. In 2006 bracht ze haar eerste soloplaat Rabbit Fur Coat uit, waarna het major debuut van Rilo Kiley in 2007 de hooggespannen verwachtingen niet waar kon maken.
Sindsdien hebben we niet meer gehoord van Rilo Kiley (al viel de band pas in 2011 echt uit elkaar) en moeten we het doen met de platen van Jenny Lewis. Dat was zeker geen straf.
Het is 2008 verschenen Acid Tongue, met gastbijdrage van onder andere Zooey Deschanel. M. Ward en Elvis Costello, schopte het tot mijn jaarlijstje, terwijl het samen met Jonathan Rice als Johnny & Jenny gemaakte I’m Having Fun Now nog altijd een ‘guilty pleasure’ is.
De afgelopen jaren ging Jenny Lewis door een aantal diepe dalen, waardoor we lang hebben moeten wachten op The Voyager. Het was uiteindelijk niemand minder dan Ryan Adams die Jenny Lewis uit het dal trok en weer wist te inspireren tot het maken van muziek.
Het levert een opvallend toegankelijke plaat op. Waar Jenny Lewis op haar eerste twee soloplaten nog koos voor een wat eigenzinniger geluid dan op de platen van Rilo Kiley, trekt ze op The Voyager de lijn van de Johnny & Jenny plaat door.
The Voyager citeert schaamteloos uit een aantal decennia popmuziek. De gitaarlijnen komen uit de West Coast pop van de late jaren 60, de perfecte popliedjes herinneren aan het briljante Rumours van Fleetwood Mac, de energie komt van The Go-Go’s uit de jaren 80, terwijl het muzikale verleden van Jenny Lewis en de muzikale voorkeuren van Ryan Adams het eigentijdse tintje aandragen.
The Voyager is hierdoor een stuk minder eigenzinnig dan Rabbit Fur Coat en Acid Tongue en laat zich vooral beluisteren als een perfecte popplaat. Dat is aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant is het een genre waarin Jenny Lewis uitstekend uit de voeten kan. Haar veelzijdige stemgeluid lijkt gemaakt voor oorstrelende popsongs en mede dankzij de productionele vaardigheden van Ryan Adams zijn het popsongs van niveau.
The Voyager is een plaat die je onmiddellijk weet te veroveren, maar het is ook een plaat die leuk blijft, net als de zo ondergewaardeerde plaat van Johnny & Jenny vier jaar geleden. Jenny Lewis klinkt op haar nieuwe plaat misschien wat minder veelzijdig dan we van haar gewend zijn, maar de perfecte popliedjes op The Voyager beschikken over voldoende variatie om tien songs te blijven boeien. Het gitaarwerk op de plaat, dat varieert van strelend akoestisch tot gierend elektrisch, speelt hierbij overigens een belangrijke rol.
Helemaal aan het eind van de plaat keert Jenny Lewis weer even terug naar het geluid van haar vorige plaat en laat ze horen dat ze ook dit kunstje nog altijd uitstekend beheerst. Het doet nu al uitzien naar haar volgende plaat, maar het aanstekelijke The Voyager zal in ieder geval bij mij nog heel wat rondjes draaien in de cd speler. Erwin Zijleman
Jenny Lysander - Northern Folk (2015)

4,5
0
geplaatst: 30 mei 2015, 10:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jenny Lysander - Northern Folk - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was nooit zo’n liefhebber van traditioneel aandoende folk, maar de laatste maanden schaar ik toch flink wat platen in dit genre onder mijn favorieten.
Favoriet binnen dit selecte gezelschap is inmiddels al enkele weken Northern Folk van Jenny Lysander.
Northern Folk is een vlag die de lading uitstekend dekt, want Jenny Lysander maakt muziek die in het hokje folk past en komt uit het Zweedse Stockholm. Daar werd Northern Folk overigens niet opgenomen, want daarvoor trok Jenny Lysander naar de Zuid-Franse studio van muzikant Piers Faccini, die de plaat produceerde en op wiens Beating Drum label Northern Folk ook is verschenen.
De samenwerking tussen deze twee muzikanten ontstond overigens nadat Jenny Lysander een paar jaar geleden een bijzonder fraaie versie van een song van Piers Faccini online zette en houdt nog steeds stand. Het is een samenwerking die veel moois oplevert, want wat is Northern Folk van Jenny Lysander een prachtige plaat.
Jenny Lysander is pas 21, maar heeft een plaat gemaakt waar heel wat ervaren folkies flink jaloers op zullen zijn. Jenny Lysander haalt haar inspiratie voor een belangrijk deel in een ver verleden.
Northern Folk sluit aan op de Britse folk uit de vroege jaren 70, maar is op hetzelfde moment ook niet zo heel ver verwijderd van de Amerikaanse variant, zodat het debuut van Jenny Lysander zowel associaties oproept met Sandy Denny als met Joni Mitchell.
Hier laat de jonge Zweedse singer-songwriter het niet bij, want Northern Folk bevat ook elementen uit de donkere Scandinavische folkmuziek, flirt hier en daar met zwoele klanken en heeft bovendien het bezwerende van de platen van Laura Marling.
Northern Folk van Jenny Lysander is een uiterst ingetogen plaat, maar omdat in de instrumentatie fraai wordt geschakeld tussen uiterst sobere songs en songs met een wat voller geluid, houdt Jenny Lysander de aandacht moeiteloos vast.
De Zweedse singer-songwriter schrijft songs die bijzonder aangenaam voortkabbelen, maar die op hetzelfde moment lang niet altijd makkelijk te doorgronden zijn. Het werk van Joni Mitchell is ongetwijfeld van grote invloed geweest op de muziek van Jenny Lysander, al zijn de songs van de Zweedse wel wat toegankelijker.
Northern Folk is een plaat met bijzonder mooie en vaak rustgevende folksongs. De instrumentatie en productie zijn prachtig en hetzelfde geldt voor de heldere en vaak ingetogen en zachte vocalen van Jenny Lysander, die laat horen dat ze in uiteenlopende typen songs uit de voeten kan.
Ik was zoals gezegd nooit zo’n liefhebber van traditioneel aandoende folk, maar Northern Folk van Jenny Lysander heeft me met speels gemak veroverd en gaat me voorlopig niet los laten. Zeer warm aanbevolen, ook als folk niet voor 100% jouw ding is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jenny Lysander - Northern Folk - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was nooit zo’n liefhebber van traditioneel aandoende folk, maar de laatste maanden schaar ik toch flink wat platen in dit genre onder mijn favorieten.
Favoriet binnen dit selecte gezelschap is inmiddels al enkele weken Northern Folk van Jenny Lysander.
Northern Folk is een vlag die de lading uitstekend dekt, want Jenny Lysander maakt muziek die in het hokje folk past en komt uit het Zweedse Stockholm. Daar werd Northern Folk overigens niet opgenomen, want daarvoor trok Jenny Lysander naar de Zuid-Franse studio van muzikant Piers Faccini, die de plaat produceerde en op wiens Beating Drum label Northern Folk ook is verschenen.
De samenwerking tussen deze twee muzikanten ontstond overigens nadat Jenny Lysander een paar jaar geleden een bijzonder fraaie versie van een song van Piers Faccini online zette en houdt nog steeds stand. Het is een samenwerking die veel moois oplevert, want wat is Northern Folk van Jenny Lysander een prachtige plaat.
Jenny Lysander is pas 21, maar heeft een plaat gemaakt waar heel wat ervaren folkies flink jaloers op zullen zijn. Jenny Lysander haalt haar inspiratie voor een belangrijk deel in een ver verleden.
Northern Folk sluit aan op de Britse folk uit de vroege jaren 70, maar is op hetzelfde moment ook niet zo heel ver verwijderd van de Amerikaanse variant, zodat het debuut van Jenny Lysander zowel associaties oproept met Sandy Denny als met Joni Mitchell.
Hier laat de jonge Zweedse singer-songwriter het niet bij, want Northern Folk bevat ook elementen uit de donkere Scandinavische folkmuziek, flirt hier en daar met zwoele klanken en heeft bovendien het bezwerende van de platen van Laura Marling.
Northern Folk van Jenny Lysander is een uiterst ingetogen plaat, maar omdat in de instrumentatie fraai wordt geschakeld tussen uiterst sobere songs en songs met een wat voller geluid, houdt Jenny Lysander de aandacht moeiteloos vast.
De Zweedse singer-songwriter schrijft songs die bijzonder aangenaam voortkabbelen, maar die op hetzelfde moment lang niet altijd makkelijk te doorgronden zijn. Het werk van Joni Mitchell is ongetwijfeld van grote invloed geweest op de muziek van Jenny Lysander, al zijn de songs van de Zweedse wel wat toegankelijker.
Northern Folk is een plaat met bijzonder mooie en vaak rustgevende folksongs. De instrumentatie en productie zijn prachtig en hetzelfde geldt voor de heldere en vaak ingetogen en zachte vocalen van Jenny Lysander, die laat horen dat ze in uiteenlopende typen songs uit de voeten kan.
Ik was zoals gezegd nooit zo’n liefhebber van traditioneel aandoende folk, maar Northern Folk van Jenny Lysander heeft me met speels gemak veroverd en gaat me voorlopig niet los laten. Zeer warm aanbevolen, ook als folk niet voor 100% jouw ding is. Erwin Zijleman
Jenny Mitchell - Forest House (2025)

4,5
0
geplaatst: 24 mei 2025, 08:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jenny Mitchell - Forest House - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jenny Mitchell - Forest House
Jenny Mitchell debuteerde op haar zestiende en is inmiddels alweer toe aan haar vierde album, dat net als zijn drie voorgangers een grote liefde voor folk en country en een werkelijk weergaloze zangeres laat horen
Voor iedereen die de Nieuw-Zeelandse muziekscene een beetje volgt is Jenny Mitchell al lang geen onbekende meer. Haar tweede en derde album deden het in Nieuw-Zeeland uitstekend en trokken ook ver daarbuiten de aandacht. Dat is ook niet zo gek, want Jenny Mitchell is een groot talent. Het is ook weer te horen op haar nieuwe album Forest House, waarop de muzikante uit Wellington wederom indruk maakt met fraai klinkende folk en country en met zeer persoonlijke songs en waarop de nog altijd jonge Nieuw-Zeelandse muzikante imponeert als zangeres. Forest House is in eigen land weer warm ontvangen en verdient hetzelfde in Europa en de Verenigde Staten.
De Nieuw-Zeelandse muzikante Jenny Mitchell debuteerde op haar zestiende met het album The Old Oak. Het is een album waarop de muzikante, die opgroeide op het Zuidereiland maar zich uiteindelijk vestigde in Wellington, laat horen dat ze een geweldige zangeres is. The Old Oak is een album dat ook in het diepe zuiden van de Verenigde Staten gemaakt had kunnen zijn, want op haar debuutalbum omarmt Jenny Mitchell liefdevol de Amerikaanse countrymuziek.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van de Nieuw-Zeelandse muzikant stamt uit 2018, toen haar album Wildfires werd aangeprezen door de op deze site al vaak geroemde nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out. Op Wildfires klonk de stem van Jenny Mitchell, nog altijd pas negentien jaar oud, nog wat mooier en indrukwekkender.
Bij beluistering van het album had ik echt geen moment het idee dat ik naar een singer-songwriter van onder de twintig aan het luisteren was, want alles op Wildfires klonk even volwassen. Het tweede album van Jenny Mitchell was ook in muzikaal opzicht zeer aansprekend en nog wat beter dan haar debuutalbum uit 2015. Ook op Wildfires speelde de Amerikaanse countrymuziek waarmee Jenny Mitchell opgroeide een voorname rol, maar ook invloeden uit de folk en de Keltische muziek hadden hun weg gevonden naar het album.
Jenny Mitchell vervolgde haar carrière met het in 2022 verschenen Tug Of War. Het is een album dat werd opgenomen tijdens de coronapandemie, een periode die voor Jenny Mitchell samenviel met een aantal andere dalen in haar leven. Het leverde een prachtig ‘coming of age’ album op, dat wat mij betreft nog wat mooier was dan voorganger Wildfires.
De stem van Jenny Mitchell klonk op Tug Of War nog wat mooier en doorleefder en ook in muzikaal opzicht sprak het album nog net wat meer tot de verbeelding. Ook op Tug Of War domineerden invloeden uit de folk en de country en het geluid op het album stak de betere producties uit Nashville naar de kroon, met de achtergrondzang van de zussen van Jenny Mitchell als kers op de taart.
Jenny Mitchell keert deze week terug met Forest House, dat me uiteraard weer werd aangeraden door Flying Out. Na Tug Of War lag de lat bijzonder hoog, maar direct vanaf de eerste noten wist het vierde album van Jenny Mitchell me weer te betoveren. Dat doet Jenny Mitchell ook dit keer met haar stem, die alleen maar mooier en rijker wordt. Het is een stem die ook op Forest House fraai wordt ondersteund door de stemmen van haar jongere zussen, die ook zijn gezegend met prachtige stemmen.
In muzikaal opzicht is er niet zo heel veel veranderd. Ook op Forest House maakt Jenny Mitchell muziek met vooral invloeden uit de folk en de country en klinkt ze als een gelouterde muzikante uit Nashville. Ik denk dat heel wat gelouterde muzikanten uit de Amerikaanse muziekhoofdstad met enige jaloezie naar Forest House zullen luisteren, want Jenny Mitchell maakt op haar nieuwe album echt in alle opzichten indruk en levert een rootsalbum af dat niet onder doet voor de betere albums in het genre.
Dat is mede de verdienste van de songs, die de zeer persoonlijke thema's niet schuwen, maar eigenlijk klopt op Forest House alles. Voor iedereen die de vorige twee albums van Jenny Mitchell kent is dat geen verrassing, maar iedereen die de muziek van de Nieuw-Zeelandse muzikante niet kent loopt inmiddels een paar geweldige albums achter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Jenny Mitchell - Forest House - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jenny Mitchell - Forest House
Jenny Mitchell debuteerde op haar zestiende en is inmiddels alweer toe aan haar vierde album, dat net als zijn drie voorgangers een grote liefde voor folk en country en een werkelijk weergaloze zangeres laat horen
Voor iedereen die de Nieuw-Zeelandse muziekscene een beetje volgt is Jenny Mitchell al lang geen onbekende meer. Haar tweede en derde album deden het in Nieuw-Zeeland uitstekend en trokken ook ver daarbuiten de aandacht. Dat is ook niet zo gek, want Jenny Mitchell is een groot talent. Het is ook weer te horen op haar nieuwe album Forest House, waarop de muzikante uit Wellington wederom indruk maakt met fraai klinkende folk en country en met zeer persoonlijke songs en waarop de nog altijd jonge Nieuw-Zeelandse muzikante imponeert als zangeres. Forest House is in eigen land weer warm ontvangen en verdient hetzelfde in Europa en de Verenigde Staten.
De Nieuw-Zeelandse muzikante Jenny Mitchell debuteerde op haar zestiende met het album The Old Oak. Het is een album waarop de muzikante, die opgroeide op het Zuidereiland maar zich uiteindelijk vestigde in Wellington, laat horen dat ze een geweldige zangeres is. The Old Oak is een album dat ook in het diepe zuiden van de Verenigde Staten gemaakt had kunnen zijn, want op haar debuutalbum omarmt Jenny Mitchell liefdevol de Amerikaanse countrymuziek.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van de Nieuw-Zeelandse muzikant stamt uit 2018, toen haar album Wildfires werd aangeprezen door de op deze site al vaak geroemde nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out. Op Wildfires klonk de stem van Jenny Mitchell, nog altijd pas negentien jaar oud, nog wat mooier en indrukwekkender.
Bij beluistering van het album had ik echt geen moment het idee dat ik naar een singer-songwriter van onder de twintig aan het luisteren was, want alles op Wildfires klonk even volwassen. Het tweede album van Jenny Mitchell was ook in muzikaal opzicht zeer aansprekend en nog wat beter dan haar debuutalbum uit 2015. Ook op Wildfires speelde de Amerikaanse countrymuziek waarmee Jenny Mitchell opgroeide een voorname rol, maar ook invloeden uit de folk en de Keltische muziek hadden hun weg gevonden naar het album.
Jenny Mitchell vervolgde haar carrière met het in 2022 verschenen Tug Of War. Het is een album dat werd opgenomen tijdens de coronapandemie, een periode die voor Jenny Mitchell samenviel met een aantal andere dalen in haar leven. Het leverde een prachtig ‘coming of age’ album op, dat wat mij betreft nog wat mooier was dan voorganger Wildfires.
De stem van Jenny Mitchell klonk op Tug Of War nog wat mooier en doorleefder en ook in muzikaal opzicht sprak het album nog net wat meer tot de verbeelding. Ook op Tug Of War domineerden invloeden uit de folk en de country en het geluid op het album stak de betere producties uit Nashville naar de kroon, met de achtergrondzang van de zussen van Jenny Mitchell als kers op de taart.
Jenny Mitchell keert deze week terug met Forest House, dat me uiteraard weer werd aangeraden door Flying Out. Na Tug Of War lag de lat bijzonder hoog, maar direct vanaf de eerste noten wist het vierde album van Jenny Mitchell me weer te betoveren. Dat doet Jenny Mitchell ook dit keer met haar stem, die alleen maar mooier en rijker wordt. Het is een stem die ook op Forest House fraai wordt ondersteund door de stemmen van haar jongere zussen, die ook zijn gezegend met prachtige stemmen.
In muzikaal opzicht is er niet zo heel veel veranderd. Ook op Forest House maakt Jenny Mitchell muziek met vooral invloeden uit de folk en de country en klinkt ze als een gelouterde muzikante uit Nashville. Ik denk dat heel wat gelouterde muzikanten uit de Amerikaanse muziekhoofdstad met enige jaloezie naar Forest House zullen luisteren, want Jenny Mitchell maakt op haar nieuwe album echt in alle opzichten indruk en levert een rootsalbum af dat niet onder doet voor de betere albums in het genre.
Dat is mede de verdienste van de songs, die de zeer persoonlijke thema's niet schuwen, maar eigenlijk klopt op Forest House alles. Voor iedereen die de vorige twee albums van Jenny Mitchell kent is dat geen verrassing, maar iedereen die de muziek van de Nieuw-Zeelandse muzikante niet kent loopt inmiddels een paar geweldige albums achter. Erwin Zijleman
Jenny Mitchell - Tug of War (2022)

4,0
0
geplaatst: 26 juli 2022, 16:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jenny Mitchell - Tug Of War - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny Mitchell - Tug Of War
De nog altijd zeer jonge Nieuw-Zeelandse muzikante Jenny Mitchell (23) legt de lat op haar derde album Tug Of War nog wat hoger met songs die er in muzikaal opzicht uitspringen en die in vocaal opzicht imponeren
De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Jenny Mitchell debuteerde knap op slechts 16-jarige leeftijd en schaarde zich met haar tweede album Wildfires op slechts 19-jarige leeftijd onder de smaakmakers binnen de country en de folk. Ze is nog altijd piepjong, maar op het deze week verschenen Tug Of War doet de muzikante uit Wellington er nog een schepje bovenop. Tug Of War is een zeer persoonlijk ‘coming of age’ album dat niet is gemaakt in de makkelijkste tijden, maar dat warm en geïnspireerd klinkt. In muzikaal opzicht is het allemaal dik in orde, maar het is ook dit keer de bijzonder mooie zang die de muziek van Jenny Mitchell ver boven het maaiveld uit tilt.
De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Jenny Mitchell was pas 16 jaar oud toen ze in 2015 haar debuutalbum The Old Oak uitbracht. Het vooral met country en folk gevulde debuutalbum van de muzikante uit het Nieuw-Zeelandse Dunedin stond bol van de belofte en imponeerde voorzichtig met de verrassend volwassen klinkende stem van Jenny Mitchell.
In 2018 keerde de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter terug met het werkelijk prachtige Wildfires, waarop Jenny Mitchell de belofte van haar debuut ver voorbij was en haar stem nog wat indrukwekkender klonk, zeker wanneer je je bedenkt dat ze bij de release van het album pas 19 jaar oud was.
Inmiddels zijn we weer vier jaar verder en is het tijd voor het derde album van Jenny Mitchell. Ze heeft haar oude thuisbasis Dunedin inmiddels verruild voor Wellington en is volwassen geworden. Het is een proces dat ook voor Jenny Mitchell samenging met pieken en dalen, waarbij ontwikkeling, liefde en verlies een voorname rol speelden. Het gebeurde allemaal ook nog eens in een tijd waarin het leven van een muzikant grotendeels stil lag door de coronapandemie, maar Jenny Mitchell is er sterker uit gekomen.
Op Tug Of War gaat de Nieuw-Zeelandse muzikante verder waar het prachtige Wildfires vier jaar geleden ophield. Ook Tug Of War bevat voornamelijk ingetogen songs die vooral zijn beïnvloed door de folk en de country, waarbij de balans wat is uitgeslagen in de laatste richting, al kan Jenny Mitchell binnen de rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten. Jenny Mitchell is nog altijd pas 23 jaar oud, maar ze klinkt op haar derde album als een gelouterde muzikante.
Tug Of War werd nog voor een belangrijk deel in periodes van lockdowns en reisbeperkingen opgenomen, waardoor de muzikanten die bijdroegen aan het album dit in de meeste gevallen van afstand deden. Hetzelfde geldt overigens voor de productie van de Australische producer Matt Fell. Het is geen moment te horen, want Tug Of War is een hecht en intiem klinkend album vol fraaie klanken.
Jenny Mitchell vertrouwde op haar eerste twee albums vooral op haar sensationeel goede stem, maar op Tug Of War is hoorbaar meer aandacht besteed aan de instrumentatie en productie. Het album klinkt bijzonder sfeervol en met name de bijdragen van verschillende snareninstrumenten zijn prachtig.
Ook de stem van Jenny Mitchell is de afgelopen jaren alleen maar mooier geworden. De Nieuw-Zeelandse muzikante klonk op haar eerste twee albums al een stuk volwassener dan ze daadwerkelijk was, maar op Tug Of War is haar stem verder gerijpt en maakt ze met name in de zachtere passages nog meer indruk. De bijdragen van haar zussen laten horen dat het zangtalent via de genen is doorgegeven, want ook de zussen Mitchell kunnen er wat van.
Jenny Mitchell opereert op grote afstand van Nashville, Tennessee, maar ze heeft met Tug Of War een album afgeleverd, waarop heel wat muzikanten uit de hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek stikjaloers zullen zijn. Tug Of War klinkt in muzikaal opzicht prachtig en imponeert tien tracks lang met de fantastische zang, maar ook de songs op het derde album van Jenny Mitchell zijn van een bijzonder hoog niveau. Zeker na het geweldige Wildfires waren mijn verwachtingen hooggespannen, maar het ijzersterke Tug Of War gaat er echt met gemak overheen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jenny Mitchell - Tug Of War - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny Mitchell - Tug Of War
De nog altijd zeer jonge Nieuw-Zeelandse muzikante Jenny Mitchell (23) legt de lat op haar derde album Tug Of War nog wat hoger met songs die er in muzikaal opzicht uitspringen en die in vocaal opzicht imponeren
De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Jenny Mitchell debuteerde knap op slechts 16-jarige leeftijd en schaarde zich met haar tweede album Wildfires op slechts 19-jarige leeftijd onder de smaakmakers binnen de country en de folk. Ze is nog altijd piepjong, maar op het deze week verschenen Tug Of War doet de muzikante uit Wellington er nog een schepje bovenop. Tug Of War is een zeer persoonlijk ‘coming of age’ album dat niet is gemaakt in de makkelijkste tijden, maar dat warm en geïnspireerd klinkt. In muzikaal opzicht is het allemaal dik in orde, maar het is ook dit keer de bijzonder mooie zang die de muziek van Jenny Mitchell ver boven het maaiveld uit tilt.
De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Jenny Mitchell was pas 16 jaar oud toen ze in 2015 haar debuutalbum The Old Oak uitbracht. Het vooral met country en folk gevulde debuutalbum van de muzikante uit het Nieuw-Zeelandse Dunedin stond bol van de belofte en imponeerde voorzichtig met de verrassend volwassen klinkende stem van Jenny Mitchell.
In 2018 keerde de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter terug met het werkelijk prachtige Wildfires, waarop Jenny Mitchell de belofte van haar debuut ver voorbij was en haar stem nog wat indrukwekkender klonk, zeker wanneer je je bedenkt dat ze bij de release van het album pas 19 jaar oud was.
Inmiddels zijn we weer vier jaar verder en is het tijd voor het derde album van Jenny Mitchell. Ze heeft haar oude thuisbasis Dunedin inmiddels verruild voor Wellington en is volwassen geworden. Het is een proces dat ook voor Jenny Mitchell samenging met pieken en dalen, waarbij ontwikkeling, liefde en verlies een voorname rol speelden. Het gebeurde allemaal ook nog eens in een tijd waarin het leven van een muzikant grotendeels stil lag door de coronapandemie, maar Jenny Mitchell is er sterker uit gekomen.
Op Tug Of War gaat de Nieuw-Zeelandse muzikante verder waar het prachtige Wildfires vier jaar geleden ophield. Ook Tug Of War bevat voornamelijk ingetogen songs die vooral zijn beïnvloed door de folk en de country, waarbij de balans wat is uitgeslagen in de laatste richting, al kan Jenny Mitchell binnen de rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten. Jenny Mitchell is nog altijd pas 23 jaar oud, maar ze klinkt op haar derde album als een gelouterde muzikante.
Tug Of War werd nog voor een belangrijk deel in periodes van lockdowns en reisbeperkingen opgenomen, waardoor de muzikanten die bijdroegen aan het album dit in de meeste gevallen van afstand deden. Hetzelfde geldt overigens voor de productie van de Australische producer Matt Fell. Het is geen moment te horen, want Tug Of War is een hecht en intiem klinkend album vol fraaie klanken.
Jenny Mitchell vertrouwde op haar eerste twee albums vooral op haar sensationeel goede stem, maar op Tug Of War is hoorbaar meer aandacht besteed aan de instrumentatie en productie. Het album klinkt bijzonder sfeervol en met name de bijdragen van verschillende snareninstrumenten zijn prachtig.
Ook de stem van Jenny Mitchell is de afgelopen jaren alleen maar mooier geworden. De Nieuw-Zeelandse muzikante klonk op haar eerste twee albums al een stuk volwassener dan ze daadwerkelijk was, maar op Tug Of War is haar stem verder gerijpt en maakt ze met name in de zachtere passages nog meer indruk. De bijdragen van haar zussen laten horen dat het zangtalent via de genen is doorgegeven, want ook de zussen Mitchell kunnen er wat van.
Jenny Mitchell opereert op grote afstand van Nashville, Tennessee, maar ze heeft met Tug Of War een album afgeleverd, waarop heel wat muzikanten uit de hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek stikjaloers zullen zijn. Tug Of War klinkt in muzikaal opzicht prachtig en imponeert tien tracks lang met de fantastische zang, maar ook de songs op het derde album van Jenny Mitchell zijn van een bijzonder hoog niveau. Zeker na het geweldige Wildfires waren mijn verwachtingen hooggespannen, maar het ijzersterke Tug Of War gaat er echt met gemak overheen. Erwin Zijleman
Jenny Mitchell - Wildfires (2018)

4,0
1
geplaatst: 2 november 2018, 15:36 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jenny Mitchell - Wildfires - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nieuw-Zeelandse muzikante van slechts 19 jaar oud maakt diepe indruk met een stem die alles laat smelten
Na een paar prima platen hou ik de muziek uit Nieuw-Zeeland de laatste tijd goed in de gaten. Dat levert af en toe hele aardige platen op en af en toe een echt goede, maar Wildfires van Jenny Mitchell is veel meer dan aardig of echt goed. De plaat valt op door een mooie en veelzijdige instrumentatie, mooie verhalen, goede songs en verrassend veel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar alles valt in het niets bij de sensationele stem van Jenny Mitchell. Het is een stem die verrassend volwassen en doorleefd klinkt en die voor mij garant staat voor kippenvel. De hele plaat lang. Jenny Mitchell is goed. Echt ongelooflijk goed.
Op de website van de uit Nieuw-Zeeland afkomstige singer-songwriter Jenny Mitchell prijkt het citaat “the voice of a lioness, the soul of a sage". Het is een citaat van de Ierse singer-songwriter Luka Bloom, die alweer even geleden diep onder de indruk was van de singer-songwriter uit het Nieuw-Zeelandse Gore.
Opvallend, want Jenny Mitchell is pas 19 jaar oud en heeft net haar tweede plaat Wildfires uitgebracht.
Ik ben dit jaar al meerdere keren verrast door hele goede platen uit Nieuw-Zeeland en ook dit is er weer een. Het is misschien zelfs wel de beste van het stel, want ik ben diep onder de indruk van het album van Jenny Mitchell.
Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van de dingen die ook op Luka Bloom al zoveel indruk maakten. Jenny Mitchell beschikt over een imposant stemgeluid en het is ook een bijzonder mooi stemgeluid. Hiernaast laat de jonge Nieuw-Zeelandse muzikante verrassend veel doorleving horen in haar muziek, die je hierdoor makkelijk bij de strot grijpt.
Een geweldige stem en ook nog eens veel gevoel zijn belangrijke ingrediënten van een aansprekend album, maar Jenny Mitchell heeft nog veel meer in huis. De jonge Nieuw-Zeelandse muzikante groeide naar verluidt op op een dieet van Amerikaanse countrymuziek, maar Wildfires laat nog veel meer invloeden horen. De tweede plaat van Jenny Mitchell bevat flink wat invloeden uit de country en de folk, zowel in de gloedvolle als in de noir variant, maar hier blijft het zeker niet bij. Door haar krachtige stemgeluid klinkt Jenny Mitchell ook heerlijk soulvol, terwijl hier en daar ook nog eens wat Keltische invloeden doorklinken, die waarschijnlijk uit de genen van haar Ierse voorouders komen.
Het zijn allemaal invloeden die ver van het bed van de Nieuw-Zeelandse muzikante liggen, maar Jenny Mitchell heeft ze allemaal omarmd. Ze heeft vervolgens een aantal muzikanten gevonden die op alle terreinen uit de voeten kunnen en het zijn ook nog eens muzikanten met veel respect voor de bijzondere stem van Jenny Mitchell.
In de bijzonder fraaie instrumentatie krijgt de stem van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter alle ruimte en wat is het een mooie en veelzijdige stem. Wanneer Jenny Mitchell schakelt tussen stijlen en genres, verandert ook stemgeluid. Van intiem en doorleefd, tot bloedmooi en gloedvol. Het tilt de songs van Jenny Mitchell een enorm stuk op, waarbij het helpt dat het ook nog eens goede songs zijn.
Jenny Mitchell vertelt de verhalen van een oude ziel en maakt je op indrukwekkende wijze deelgenoot van deze verhalen. In vocaal opzicht is Wildfires een van de meest indrukwekkende platen die ik dit jaar gehoord heb, maar het is een plaat met veel meer dan een fenomenale stem. Er kwam dit jaar al veel moois uit Nieuw-Zeeland, maar deze is het mooist en wat mij betreft onmisbaar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jenny Mitchell - Wildfires - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nieuw-Zeelandse muzikante van slechts 19 jaar oud maakt diepe indruk met een stem die alles laat smelten
Na een paar prima platen hou ik de muziek uit Nieuw-Zeeland de laatste tijd goed in de gaten. Dat levert af en toe hele aardige platen op en af en toe een echt goede, maar Wildfires van Jenny Mitchell is veel meer dan aardig of echt goed. De plaat valt op door een mooie en veelzijdige instrumentatie, mooie verhalen, goede songs en verrassend veel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar alles valt in het niets bij de sensationele stem van Jenny Mitchell. Het is een stem die verrassend volwassen en doorleefd klinkt en die voor mij garant staat voor kippenvel. De hele plaat lang. Jenny Mitchell is goed. Echt ongelooflijk goed.
Op de website van de uit Nieuw-Zeeland afkomstige singer-songwriter Jenny Mitchell prijkt het citaat “the voice of a lioness, the soul of a sage". Het is een citaat van de Ierse singer-songwriter Luka Bloom, die alweer even geleden diep onder de indruk was van de singer-songwriter uit het Nieuw-Zeelandse Gore.
Opvallend, want Jenny Mitchell is pas 19 jaar oud en heeft net haar tweede plaat Wildfires uitgebracht.
Ik ben dit jaar al meerdere keren verrast door hele goede platen uit Nieuw-Zeeland en ook dit is er weer een. Het is misschien zelfs wel de beste van het stel, want ik ben diep onder de indruk van het album van Jenny Mitchell.
Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van de dingen die ook op Luka Bloom al zoveel indruk maakten. Jenny Mitchell beschikt over een imposant stemgeluid en het is ook een bijzonder mooi stemgeluid. Hiernaast laat de jonge Nieuw-Zeelandse muzikante verrassend veel doorleving horen in haar muziek, die je hierdoor makkelijk bij de strot grijpt.
Een geweldige stem en ook nog eens veel gevoel zijn belangrijke ingrediënten van een aansprekend album, maar Jenny Mitchell heeft nog veel meer in huis. De jonge Nieuw-Zeelandse muzikante groeide naar verluidt op op een dieet van Amerikaanse countrymuziek, maar Wildfires laat nog veel meer invloeden horen. De tweede plaat van Jenny Mitchell bevat flink wat invloeden uit de country en de folk, zowel in de gloedvolle als in de noir variant, maar hier blijft het zeker niet bij. Door haar krachtige stemgeluid klinkt Jenny Mitchell ook heerlijk soulvol, terwijl hier en daar ook nog eens wat Keltische invloeden doorklinken, die waarschijnlijk uit de genen van haar Ierse voorouders komen.
Het zijn allemaal invloeden die ver van het bed van de Nieuw-Zeelandse muzikante liggen, maar Jenny Mitchell heeft ze allemaal omarmd. Ze heeft vervolgens een aantal muzikanten gevonden die op alle terreinen uit de voeten kunnen en het zijn ook nog eens muzikanten met veel respect voor de bijzondere stem van Jenny Mitchell.
In de bijzonder fraaie instrumentatie krijgt de stem van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter alle ruimte en wat is het een mooie en veelzijdige stem. Wanneer Jenny Mitchell schakelt tussen stijlen en genres, verandert ook stemgeluid. Van intiem en doorleefd, tot bloedmooi en gloedvol. Het tilt de songs van Jenny Mitchell een enorm stuk op, waarbij het helpt dat het ook nog eens goede songs zijn.
Jenny Mitchell vertelt de verhalen van een oude ziel en maakt je op indrukwekkende wijze deelgenoot van deze verhalen. In vocaal opzicht is Wildfires een van de meest indrukwekkende platen die ik dit jaar gehoord heb, maar het is een plaat met veel meer dan een fenomenale stem. Er kwam dit jaar al veel moois uit Nieuw-Zeeland, maar deze is het mooist en wat mij betreft onmisbaar. Erwin Zijleman
Jenny O. - New Truth (2020)

4,0
0
geplaatst: 14 augustus 2020, 18:44 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jenny O. - New Truth - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny O. - New Truth
De vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters is momenteel overvol, maar het fraaie nieuwe album van de uit Los Angeles afkomstige Jenny O. zou ik er zeker uit vissen
New Truth van de Amerikaanse singer-songwriter Jenny O. is een album dat, zeker met de zomerse temperaturen van het moment, makkelijk verleidt. De arrangementen zijn fraai, de instrumentatie is verzorgd en veelkleurig en Jenny O. beschikt over een stem waarvoor ik alleen maar kan smelten. New Truth staat ook nog eens vol met heerlijk lome en zonnige popliedjes, die makkelijk verleiden, maar die je ook nieuwsgierig maken naar alle verrassingen die de Amerikaanse singer-songwriter in haar muziek heeft verstopt. Ik had het bijna over het hoofd gezien (net als haar vorige albums), maar dit is voor mij een album om te koesteren.
Jenny O. is het alter ego van de vanuit Los Angeles opererende singer-songwriter Jennifer Anne Ognibene (ik begrijp de keuze voor een alter ego wel). Het deze week verschenen New Truth is al het vierde album van de Californische muzikante en het is een album dat me uitstekend bevalt. De muziek van Jenny O. is immers heerlijk loom en zit vol met de zonnestralen die in Californische popmuziek nooit ver weg zijn, waardoor het album het uitstekend doet in deze zomerse tijden.
Als jonge vrouwelijke singer-songwriter in het indie-segment heeft Jenny O. momenteel talloze concurrenten, maar New Truth viel me, ondanks het enorme aanbod in het segment, onmiddellijk op. Jenny O. is een geschoold jazzmuzikante, die op haar nieuwe album een zeer goed gevoel voor memorabele popliedjes etaleert. New Truth staat vol met zeer aantrekkelijke popliedjes, die zich aangenaam tegen je aan vleien en direct een goed gevoel geven. Het zijn warm klinkende popliedjes die zich over het algemeen langzaam voortslepen, maar Jenny O. brengt absoluut voldoende variatie aan in haar muziek en niet alleen door te variëren met het tempo.
De songs op New Truth vallen stuk voor stuk op door zeer smaakvolle arrangementen en een hele mooie instrumentatie, waarin met name het gitaarwerk van een bijzondere schoonheid is, maar waarin ook op fraaie wijze organische en elektronische klanken worden gecombineerd. Het gitaarwerk varieert van zonnig en uitbundig tot licht melancholisch en subtiel en kan zowel prachtig uitwaaien als licht gruizig klinken. Het kleurt keer op keer prachtig bij de wat meisjesachtige zang van Jenny O., die af en toe wel wat aan Juliana Hatfield doet denken, maar wel wat warmer klinkt, het zal de Californische touch zijn.
Het is een stem waarvan je moet houden, maar ik hou er absoluut van. Persoonlijk vind ik de stem van Jenny O. zelfs het sterkste wapen op New Truth, al word ik ook steeds weer verrast door de bijzonder smaakvolle instrumentatie en de sterke songs. Ook qua invloeden is New Truth van Jenny O. een verrassend veelzijdig album. De singer-songwriter uit Los Angeles vindt aansluiting bij de jonge vrouwelijke indie-rock helden van het moment, maar kan ook uit de voeten met indie-folk. Hier blijft het niet bij, want New Truth schuift ook af en toe op richting psychedelische popmuziek, flirt hier en daar voorzichtig met new age of klinkt juist jazzy.
Alle onderdelen van de muziek van Jenny O. krijgen een uitstekend rapportcijfer, maar de som der delen scoort nog beter. Jenny O. sluit met haar muziek aan op vele soortgenoten, maar ze slaagt er wat mij betreft glansrijk in om een eigen geluid neer te zetten. Het is een geluid dat nagenoeg perfect aansluit op mijn muzieksmaak, waardoor New Truth maar voorbij blijft komen deze dagen.
Dat is ook wel wat confronterend, want hoewel ik het idee heb dat ik de ontwikkelingen binnen de muziek uitstekend bij houdt, zeker wanneer het gaat om vrouwelijke singer-songwriters, heb ik de vorige drie albums van Jenny O. compleet gemist en is het wel oppikken van New Truth een toevalstreffer. Het is een toevalstreffer die ik niet graag had gemist, want Jenny O. zou met dit album zomaar hoge ogen kunnen gooien in mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jenny O. - New Truth - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny O. - New Truth
De vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters is momenteel overvol, maar het fraaie nieuwe album van de uit Los Angeles afkomstige Jenny O. zou ik er zeker uit vissen
New Truth van de Amerikaanse singer-songwriter Jenny O. is een album dat, zeker met de zomerse temperaturen van het moment, makkelijk verleidt. De arrangementen zijn fraai, de instrumentatie is verzorgd en veelkleurig en Jenny O. beschikt over een stem waarvoor ik alleen maar kan smelten. New Truth staat ook nog eens vol met heerlijk lome en zonnige popliedjes, die makkelijk verleiden, maar die je ook nieuwsgierig maken naar alle verrassingen die de Amerikaanse singer-songwriter in haar muziek heeft verstopt. Ik had het bijna over het hoofd gezien (net als haar vorige albums), maar dit is voor mij een album om te koesteren.
Jenny O. is het alter ego van de vanuit Los Angeles opererende singer-songwriter Jennifer Anne Ognibene (ik begrijp de keuze voor een alter ego wel). Het deze week verschenen New Truth is al het vierde album van de Californische muzikante en het is een album dat me uitstekend bevalt. De muziek van Jenny O. is immers heerlijk loom en zit vol met de zonnestralen die in Californische popmuziek nooit ver weg zijn, waardoor het album het uitstekend doet in deze zomerse tijden.
Als jonge vrouwelijke singer-songwriter in het indie-segment heeft Jenny O. momenteel talloze concurrenten, maar New Truth viel me, ondanks het enorme aanbod in het segment, onmiddellijk op. Jenny O. is een geschoold jazzmuzikante, die op haar nieuwe album een zeer goed gevoel voor memorabele popliedjes etaleert. New Truth staat vol met zeer aantrekkelijke popliedjes, die zich aangenaam tegen je aan vleien en direct een goed gevoel geven. Het zijn warm klinkende popliedjes die zich over het algemeen langzaam voortslepen, maar Jenny O. brengt absoluut voldoende variatie aan in haar muziek en niet alleen door te variëren met het tempo.
De songs op New Truth vallen stuk voor stuk op door zeer smaakvolle arrangementen en een hele mooie instrumentatie, waarin met name het gitaarwerk van een bijzondere schoonheid is, maar waarin ook op fraaie wijze organische en elektronische klanken worden gecombineerd. Het gitaarwerk varieert van zonnig en uitbundig tot licht melancholisch en subtiel en kan zowel prachtig uitwaaien als licht gruizig klinken. Het kleurt keer op keer prachtig bij de wat meisjesachtige zang van Jenny O., die af en toe wel wat aan Juliana Hatfield doet denken, maar wel wat warmer klinkt, het zal de Californische touch zijn.
Het is een stem waarvan je moet houden, maar ik hou er absoluut van. Persoonlijk vind ik de stem van Jenny O. zelfs het sterkste wapen op New Truth, al word ik ook steeds weer verrast door de bijzonder smaakvolle instrumentatie en de sterke songs. Ook qua invloeden is New Truth van Jenny O. een verrassend veelzijdig album. De singer-songwriter uit Los Angeles vindt aansluiting bij de jonge vrouwelijke indie-rock helden van het moment, maar kan ook uit de voeten met indie-folk. Hier blijft het niet bij, want New Truth schuift ook af en toe op richting psychedelische popmuziek, flirt hier en daar voorzichtig met new age of klinkt juist jazzy.
Alle onderdelen van de muziek van Jenny O. krijgen een uitstekend rapportcijfer, maar de som der delen scoort nog beter. Jenny O. sluit met haar muziek aan op vele soortgenoten, maar ze slaagt er wat mij betreft glansrijk in om een eigen geluid neer te zetten. Het is een geluid dat nagenoeg perfect aansluit op mijn muzieksmaak, waardoor New Truth maar voorbij blijft komen deze dagen.
Dat is ook wel wat confronterend, want hoewel ik het idee heb dat ik de ontwikkelingen binnen de muziek uitstekend bij houdt, zeker wanneer het gaat om vrouwelijke singer-songwriters, heb ik de vorige drie albums van Jenny O. compleet gemist en is het wel oppikken van New Truth een toevalstreffer. Het is een toevalstreffer die ik niet graag had gemist, want Jenny O. zou met dit album zomaar hoge ogen kunnen gooien in mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
Jenny on Holiday - Quicksand Heart (2026)

4,5
0
geplaatst: 15 januari, 15:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jenny on Holiday - Quicksand Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jenny on Holiday - Quicksand Heart
De Britse muzikante Jenny Hollingworth timmert al tien jaar aan de weg als helft van het duo Let’s Eat Grandma, maar levert nu als Jenny on Holiday met Quicksand Heart een werkelijk geweldig popalbum af
Het Britse duo Let’s Eat Grandma is niet heel bekend, maar heeft inmiddels drie prima albums op haar naam staan. Het zijn albums waarop Rosa Walton en Jenny Hollingworth indruk maken met avontuurlijke elektronische popmuziek. Let’s Eat Grandma oogstte met name in kleine kring veel lof voor haar albums, maar Jenny Hollingworth zet maar haar eerste soloalbum onder de naam Jenny on Holiday een flinke stap richting een veel groter publiek. Quicksand Heart is immers een geweldig popalbum met onweerstaanbaar lekkere songs. Het zijn songs waarin de Britse muzikante indruk maakt als zangeres, maar ook in muzikaal en productioneel opzicht klopt alles op het ijzersterke debuutalbum van Jenny on Holiday.
Jenny on Holiday is een project van de Britse muzikante Jenny Hollingworth en dat is een naam die bij mij direct een belletje deed rinkelen. Jenny Hollingworth formeerde immers op haar zeventiende samen met Rosa Walton de band met de geweldige naam Let’s Eat Grandma en dat is een band die ik volg.
De band heeft met I, Gemini (2016), I'm All Ears (2018) en Two Ribbons (2022) drie prima albums op haar naam staan. Het zijn albums die niet alleen de aandacht trokken met de naam van de band, maar ook met een serie bijzondere popsongs. Het zijn vooral elektronisch ingekleurde popsongs en het zijn popsongs die zich zowel laten inspireren door de pioniers van de elektronische popmuziek als door de dansvloer georiënteerde elektronische popmuziek van het moment.
De songs van Let’s Eat Grandma liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar lopen ook nog eens over van avontuur, wat een extra reden is om de band in de gaten te houden. In mijn recensies van de albums van Let’s Eat Grandma zeg ik eigenlijk niet zoveel over de stemmen van Rosa Walton en Jenny Hollingworth, die zeker op het debuutalbum van de band nog wel erg jong klonken en natuurlijk ook waren.
Bij eerste beluistering van het debuutalbum van Jenny on Holiday was het echter vooral de stem van Jenny Hollingworth die mijn aandacht trok. De Britse muzikante gaat inmiddels bijna tien jaar mee in de muziek en heeft een heftige roller coaster ride achter de rug. Naast de successen van Let’s Eat Grandma was er de dood van haar vriend, die ook impact had op het derde album van de band.
Hiernaast worstelt Jenny Hollingworth net als iedere andere twintiger met het proces van volwassen worden, wat niet eenvoudiger is met het leven dat de Britse muzikante de afgelopen tien jaar heeft geleefd. Het land allemaal op Quicksand Heart, dat in het teken staat van verlies en ‘coming of age’.
Ik had Jenny Hollingworth al hoog zitten, maar met haar eerste soloalbum maakt ze nog net wat meer indruk. Dat doet ze in eerste instantie vooral met haar stem, die zich enorm heeft ontwikkeld de afgelopen tien jaar. Het is een stem waarin ik flarden van meerdere grote popzangeressen uit het verleden hoor, maar de stem van Jenny Hollingworth klinkt ook kwetsbaar en emotioneel en heeft een duidelijk eigen sound.
Het is een stem waar ik eigenlijk direct verliefd op was, maar Quicksand Heart van Jenny on Holiday heeft nog veel meer te bieden. Zo heeft de muzikante uit Norwich een serie geweldige popsongs geschreven. Het zijn popsongs die fris en eigentijds klinken, maar het zijn ook popsongs die herinneren aan popsongs uit het verleden.
Het is allemaal prachtig geproduceerd door Steph Marziano, die eerder al prachtig werk leverde voor onder andere Hayley Williams, Jay Som en Bartees Strange. Het levert een popalbum op dat over de potentie beschikt om uit te groeien tot de beste popalbums van het nog heel prille muziekjaar 2026.
Dat had ik op voorhand ook weer niet verwacht van Jenny Hollingworth, maar iedere keer als ik naar Quicksand Heart luister ben ik nog wat meer onder de indruk van het album en vind ik de popsongs van de Britse muzikante nog wat indrukwekkender. Met name de Britse muziekpers is behoorlijk enthousiast over het debuutalbum van Jenny on Holiday en daar valt niets, maar dan ook helemaal niets op af te dingen. Wat een aangename verrassing in de eerste weken van het jaar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Jenny on Holiday - Quicksand Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jenny on Holiday - Quicksand Heart
De Britse muzikante Jenny Hollingworth timmert al tien jaar aan de weg als helft van het duo Let’s Eat Grandma, maar levert nu als Jenny on Holiday met Quicksand Heart een werkelijk geweldig popalbum af
Het Britse duo Let’s Eat Grandma is niet heel bekend, maar heeft inmiddels drie prima albums op haar naam staan. Het zijn albums waarop Rosa Walton en Jenny Hollingworth indruk maken met avontuurlijke elektronische popmuziek. Let’s Eat Grandma oogstte met name in kleine kring veel lof voor haar albums, maar Jenny Hollingworth zet maar haar eerste soloalbum onder de naam Jenny on Holiday een flinke stap richting een veel groter publiek. Quicksand Heart is immers een geweldig popalbum met onweerstaanbaar lekkere songs. Het zijn songs waarin de Britse muzikante indruk maakt als zangeres, maar ook in muzikaal en productioneel opzicht klopt alles op het ijzersterke debuutalbum van Jenny on Holiday.
Jenny on Holiday is een project van de Britse muzikante Jenny Hollingworth en dat is een naam die bij mij direct een belletje deed rinkelen. Jenny Hollingworth formeerde immers op haar zeventiende samen met Rosa Walton de band met de geweldige naam Let’s Eat Grandma en dat is een band die ik volg.
De band heeft met I, Gemini (2016), I'm All Ears (2018) en Two Ribbons (2022) drie prima albums op haar naam staan. Het zijn albums die niet alleen de aandacht trokken met de naam van de band, maar ook met een serie bijzondere popsongs. Het zijn vooral elektronisch ingekleurde popsongs en het zijn popsongs die zich zowel laten inspireren door de pioniers van de elektronische popmuziek als door de dansvloer georiënteerde elektronische popmuziek van het moment.
De songs van Let’s Eat Grandma liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar lopen ook nog eens over van avontuur, wat een extra reden is om de band in de gaten te houden. In mijn recensies van de albums van Let’s Eat Grandma zeg ik eigenlijk niet zoveel over de stemmen van Rosa Walton en Jenny Hollingworth, die zeker op het debuutalbum van de band nog wel erg jong klonken en natuurlijk ook waren.
Bij eerste beluistering van het debuutalbum van Jenny on Holiday was het echter vooral de stem van Jenny Hollingworth die mijn aandacht trok. De Britse muzikante gaat inmiddels bijna tien jaar mee in de muziek en heeft een heftige roller coaster ride achter de rug. Naast de successen van Let’s Eat Grandma was er de dood van haar vriend, die ook impact had op het derde album van de band.
Hiernaast worstelt Jenny Hollingworth net als iedere andere twintiger met het proces van volwassen worden, wat niet eenvoudiger is met het leven dat de Britse muzikante de afgelopen tien jaar heeft geleefd. Het land allemaal op Quicksand Heart, dat in het teken staat van verlies en ‘coming of age’.
Ik had Jenny Hollingworth al hoog zitten, maar met haar eerste soloalbum maakt ze nog net wat meer indruk. Dat doet ze in eerste instantie vooral met haar stem, die zich enorm heeft ontwikkeld de afgelopen tien jaar. Het is een stem waarin ik flarden van meerdere grote popzangeressen uit het verleden hoor, maar de stem van Jenny Hollingworth klinkt ook kwetsbaar en emotioneel en heeft een duidelijk eigen sound.
Het is een stem waar ik eigenlijk direct verliefd op was, maar Quicksand Heart van Jenny on Holiday heeft nog veel meer te bieden. Zo heeft de muzikante uit Norwich een serie geweldige popsongs geschreven. Het zijn popsongs die fris en eigentijds klinken, maar het zijn ook popsongs die herinneren aan popsongs uit het verleden.
Het is allemaal prachtig geproduceerd door Steph Marziano, die eerder al prachtig werk leverde voor onder andere Hayley Williams, Jay Som en Bartees Strange. Het levert een popalbum op dat over de potentie beschikt om uit te groeien tot de beste popalbums van het nog heel prille muziekjaar 2026.
Dat had ik op voorhand ook weer niet verwacht van Jenny Hollingworth, maar iedere keer als ik naar Quicksand Heart luister ben ik nog wat meer onder de indruk van het album en vind ik de popsongs van de Britse muzikante nog wat indrukwekkender. Met name de Britse muziekpers is behoorlijk enthousiast over het debuutalbum van Jenny on Holiday en daar valt niets, maar dan ook helemaal niets op af te dingen. Wat een aangename verrassing in de eerste weken van het jaar. Erwin Zijleman
Jenny Owen Youngs - Avalanche (2023)

4,0
0
geplaatst: 29 september 2023, 15:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jenny Owen Youngs - Avalanche - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny Owen Youngs - Avalanche
Het is lange tijd stil geweest rond Jenny Owen Youngs, maar met het door Josh Kaufman geproduceerde Avalanche levert de Amerikaanse singer-songwriter een persoonlijk en ijzersterk album af
Jenny Owen Youngs debuteerde in 2005 met het veelbelovende Batten The Hatches, maar maakte de belofte nooit echt waar. Dat doet de Amerikaanse muzikante nu alsnog met Avalanche, dat nog een stuk beter is dan het debuutalbum. Avalanche werd gemaakt met topproducer Josh Kaufman, die het album heeft voorzien van een ingetogen maar warm geluid. Het is een geluid dat fraai kleurt bij de stem van Jenny Owen Youngs, die mooier en doorleefder klinkt dan op haar debuutalbum. De Amerikaanse muzikante timmerde de afgelopen jaren stevig aan de weg als songwriter voor anderen, maar heeft voor Avalanche een aantal uitstekende songs voor zichzelf geschreven, wat een prima album oplevert.
Bij het bestuderen van de lijst met de nieuwe releases van deze week kwam de naam Jenny Owen Youngs me zo bekend voor dat ik haar nieuwe album direct opschreef voor het lijstje met te bespreken albums. Tot mijn verbazing bleek ik echter nog niet eerder een album van de Amerikaanse muzikante te hebben besproken op de krenten uit de pop. Dat is ook niet zo gek, want het is heel lang stil geweest rond de muzikante uit Maine, al verschenen er de afgelopen twee jaar wel twee EP’s van haar hand.
Ik blijk Jenny Owen Youngs eigenlijk alleen te kennen van Batten The Hatches, haar debuutalbum uit 2005. Dat album vond ik niet alleen erg goed, maar heeft kennelijk ook een onuitwisbare indruk gemaakt. In die jaren die volgden verschenen nog twee albums, die me niet zijn opgevallen of minder indruk hebben gemaakt, maar de afgelopen tien jaar was het vrij stil rond Jenny Owen Youngs.
Het betekent overigens niet dat ze stil heeft gezeten, want volgens haar bandcamp pagina deed Jenny Owen Youngs de afgelopen jaren alles behalve albums maken. Haar muzikantenbestaan stond op een wat lager pitje, al was ze wel succesvol als songwriter voor anderen en schreef ze songs voor tv-series en films, die een veel groter publiek bereikten dan een album van de gemiddelde singer-songwriter.
Ik ben blij dat Jenny Owen Youngs het onzekere bestaan van een muzikant toch weer heeft opgepikt, want met Avalanche heeft ze een uitstekend album afgeleverd. Jenny Owen Youngs kreeg de afgelopen jaren te maken met hoge pieken en diepe dalen in haar leven en die hebben allemaal een plekje gevonden op haar nieuwe album, dat makkelijk schakelt tussen donkere wolken en zonneschijn en een serie persoonlijke songs bevat.
Avalanche werd gemaakt met producer Josh Kaufman, die we kennen van de band Bonny Light Horseman, maar die de afgelopen jaren ook mooie dingen deed voor onder andere The Hold Steady, Cassandra Jenkins, This Is The Kit en Anaïs Mitchell. Ook voor Jenny Owen Youngs heeft Josh Kaufman vakwerk afgeleverd, want Avalanche klinkt prachtig.
Het is een behoorlijk ingetogen album geworden, dat past in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, maar dat ook klinkt als een tijdloos singer-songwriter album. Het is een spaarzaam ingekleurd album met een hoofdrol voor gitaren en een bijrol voor de keyboards die Josh Kaufman heeft toegevoegd. De keuze voor redelijk ingetogen klanken is een goede, want Jenny Owen Youngs beschikt over een vrij zachte stem, die makkelijk onder kan sneeuwen. Dat doet hij zeker niet op Avalanche, waarop de fraaie zang een van de sterkste punten is.
Jenny Owen Youngs maakte de afgelopen jaren niet veel eigen muziek, maar ze bewees met haar songs voor anderen meerdere malen dat ze een uitstekend songwriter is. Dat laat ze ook weer horen op Avalanche, dat bij eerste beluistering makkelijk verleidt door de mooie klanken en vocalen, maar dat het uiteindelijk ook moet hebben van de kwaliteit en de diepgang van de songs, die ze deels schreef met bevriende muzikanten als S. Carey, Peter Silberman en Christian Lee Hutson.
Met Avalanche moet Jenny Owen Youngs haar plekje tussen de aansprekende singer-songwriters van het moment weer proberen te veroveren en gezien de kwaliteit van het album lijkt me dit een behoorlijk kansrijke missie. Goed dat ze terug is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jenny Owen Youngs - Avalanche - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenny Owen Youngs - Avalanche
Het is lange tijd stil geweest rond Jenny Owen Youngs, maar met het door Josh Kaufman geproduceerde Avalanche levert de Amerikaanse singer-songwriter een persoonlijk en ijzersterk album af
Jenny Owen Youngs debuteerde in 2005 met het veelbelovende Batten The Hatches, maar maakte de belofte nooit echt waar. Dat doet de Amerikaanse muzikante nu alsnog met Avalanche, dat nog een stuk beter is dan het debuutalbum. Avalanche werd gemaakt met topproducer Josh Kaufman, die het album heeft voorzien van een ingetogen maar warm geluid. Het is een geluid dat fraai kleurt bij de stem van Jenny Owen Youngs, die mooier en doorleefder klinkt dan op haar debuutalbum. De Amerikaanse muzikante timmerde de afgelopen jaren stevig aan de weg als songwriter voor anderen, maar heeft voor Avalanche een aantal uitstekende songs voor zichzelf geschreven, wat een prima album oplevert.
Bij het bestuderen van de lijst met de nieuwe releases van deze week kwam de naam Jenny Owen Youngs me zo bekend voor dat ik haar nieuwe album direct opschreef voor het lijstje met te bespreken albums. Tot mijn verbazing bleek ik echter nog niet eerder een album van de Amerikaanse muzikante te hebben besproken op de krenten uit de pop. Dat is ook niet zo gek, want het is heel lang stil geweest rond de muzikante uit Maine, al verschenen er de afgelopen twee jaar wel twee EP’s van haar hand.
Ik blijk Jenny Owen Youngs eigenlijk alleen te kennen van Batten The Hatches, haar debuutalbum uit 2005. Dat album vond ik niet alleen erg goed, maar heeft kennelijk ook een onuitwisbare indruk gemaakt. In die jaren die volgden verschenen nog twee albums, die me niet zijn opgevallen of minder indruk hebben gemaakt, maar de afgelopen tien jaar was het vrij stil rond Jenny Owen Youngs.
Het betekent overigens niet dat ze stil heeft gezeten, want volgens haar bandcamp pagina deed Jenny Owen Youngs de afgelopen jaren alles behalve albums maken. Haar muzikantenbestaan stond op een wat lager pitje, al was ze wel succesvol als songwriter voor anderen en schreef ze songs voor tv-series en films, die een veel groter publiek bereikten dan een album van de gemiddelde singer-songwriter.
Ik ben blij dat Jenny Owen Youngs het onzekere bestaan van een muzikant toch weer heeft opgepikt, want met Avalanche heeft ze een uitstekend album afgeleverd. Jenny Owen Youngs kreeg de afgelopen jaren te maken met hoge pieken en diepe dalen in haar leven en die hebben allemaal een plekje gevonden op haar nieuwe album, dat makkelijk schakelt tussen donkere wolken en zonneschijn en een serie persoonlijke songs bevat.
Avalanche werd gemaakt met producer Josh Kaufman, die we kennen van de band Bonny Light Horseman, maar die de afgelopen jaren ook mooie dingen deed voor onder andere The Hold Steady, Cassandra Jenkins, This Is The Kit en Anaïs Mitchell. Ook voor Jenny Owen Youngs heeft Josh Kaufman vakwerk afgeleverd, want Avalanche klinkt prachtig.
Het is een behoorlijk ingetogen album geworden, dat past in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, maar dat ook klinkt als een tijdloos singer-songwriter album. Het is een spaarzaam ingekleurd album met een hoofdrol voor gitaren en een bijrol voor de keyboards die Josh Kaufman heeft toegevoegd. De keuze voor redelijk ingetogen klanken is een goede, want Jenny Owen Youngs beschikt over een vrij zachte stem, die makkelijk onder kan sneeuwen. Dat doet hij zeker niet op Avalanche, waarop de fraaie zang een van de sterkste punten is.
Jenny Owen Youngs maakte de afgelopen jaren niet veel eigen muziek, maar ze bewees met haar songs voor anderen meerdere malen dat ze een uitstekend songwriter is. Dat laat ze ook weer horen op Avalanche, dat bij eerste beluistering makkelijk verleidt door de mooie klanken en vocalen, maar dat het uiteindelijk ook moet hebben van de kwaliteit en de diepgang van de songs, die ze deels schreef met bevriende muzikanten als S. Carey, Peter Silberman en Christian Lee Hutson.
Met Avalanche moet Jenny Owen Youngs haar plekje tussen de aansprekende singer-songwriters van het moment weer proberen te veroveren en gezien de kwaliteit van het album lijkt me dit een behoorlijk kansrijke missie. Goed dat ze terug is. Erwin Zijleman
jennylee - Right On! (2015)

4,0
0
geplaatst: 17 december 2015, 13:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jennylee - Right On! - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jennylee is het alter ego van Jenny Lee Lindberg, die we weer kennen als de bassist van Warpaint.
In het geluid van Warpaint vormt het bijzondere baswerk van Jennylee een cruciale rol en dat doet het ook op haar eerste soloplaat Right On!.
Right On! Is vergeleken met de platen van Warpaint een behoorlijk experimentele plaat. Het is een plaat met prachtige diepe bassen, bijzondere atmosferische klanken, intrigerende gitaarloopjes en de al even intrigerende vocalen van Jennylee.
Jennylee moet bij Warpaint genoegen nemen met een rol op de achtergrond, maar dat ze ook een rol in de spotlights aan kan bewijst ze op haar eerste soloplaat.
Het is een soloplaat die niet altijd even makkelijk is te doorgronden, maar wanneer je je eenmaal hebt vastgebeten in Right On! blijkt het een fascinerende plaat waarop veel moois te horen is. Het baswerk op de soloplaat is onnavolgbaar en vaak fenomenaal, maar ook in vocaal opzicht blijft Jennylee uiteindelijk makkelijk overeind.
De complexe songstructuren, de bijzondere ritmes en de donkere en dreigende klanken op de achtergrond maken van Right On! een fascinerende plaat waarop steeds weer nieuwe dingen opduiken.
Jennylee haalt ook op haar soloplaat invloeden uit de dreampop (ook een belangrijke inspiratiebron voor Warpaint), maar de Amerikaanse citeert ook uit de archieven van de new wave en de postpunk, laat zich meer dan eens beïnvloeden door de muziek van Cocteau Twins en Siouxsie & The Banshees en experimenteert er ook nog eens driftig op los, waarbij het tempo vaak prachtig laag blijft, al is er ook ruimte voor rauwe uithalen.
Het knappe van Right On! is dat Jennylee aan de ene kant kiest voor een breed uitwaaierend atmosferisch geluid, maar aan de andere kant heel veel bijzondere en subtiele details in haar muziek stopt. Right On! staat daarom garant voor heerlijk wegdromen, maar houdt je door alle onderhuidse spanning in de vele lagen ook op het puntje van je stoel.
Het levert een plaat op die door de late releasedatum waarschijnlijk zal ontbreken in de meeste jaarlijstjes, maar hierin wel degelijk thuis hoort. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jennylee - Right On! - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jennylee is het alter ego van Jenny Lee Lindberg, die we weer kennen als de bassist van Warpaint.
In het geluid van Warpaint vormt het bijzondere baswerk van Jennylee een cruciale rol en dat doet het ook op haar eerste soloplaat Right On!.
Right On! Is vergeleken met de platen van Warpaint een behoorlijk experimentele plaat. Het is een plaat met prachtige diepe bassen, bijzondere atmosferische klanken, intrigerende gitaarloopjes en de al even intrigerende vocalen van Jennylee.
Jennylee moet bij Warpaint genoegen nemen met een rol op de achtergrond, maar dat ze ook een rol in de spotlights aan kan bewijst ze op haar eerste soloplaat.
Het is een soloplaat die niet altijd even makkelijk is te doorgronden, maar wanneer je je eenmaal hebt vastgebeten in Right On! blijkt het een fascinerende plaat waarop veel moois te horen is. Het baswerk op de soloplaat is onnavolgbaar en vaak fenomenaal, maar ook in vocaal opzicht blijft Jennylee uiteindelijk makkelijk overeind.
De complexe songstructuren, de bijzondere ritmes en de donkere en dreigende klanken op de achtergrond maken van Right On! een fascinerende plaat waarop steeds weer nieuwe dingen opduiken.
Jennylee haalt ook op haar soloplaat invloeden uit de dreampop (ook een belangrijke inspiratiebron voor Warpaint), maar de Amerikaanse citeert ook uit de archieven van de new wave en de postpunk, laat zich meer dan eens beïnvloeden door de muziek van Cocteau Twins en Siouxsie & The Banshees en experimenteert er ook nog eens driftig op los, waarbij het tempo vaak prachtig laag blijft, al is er ook ruimte voor rauwe uithalen.
Het knappe van Right On! is dat Jennylee aan de ene kant kiest voor een breed uitwaaierend atmosferisch geluid, maar aan de andere kant heel veel bijzondere en subtiele details in haar muziek stopt. Right On! staat daarom garant voor heerlijk wegdromen, maar houdt je door alle onderhuidse spanning in de vele lagen ook op het puntje van je stoel.
Het levert een plaat op die door de late releasedatum waarschijnlijk zal ontbreken in de meeste jaarlijstjes, maar hierin wel degelijk thuis hoort. Erwin Zijleman
Jensen McRae - Are You Happy Now? (2022)

4,5
0
geplaatst: 31 maart 2022, 15:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jensen McRae - Are You Happy Now? - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jensen McRae - Are You Happy Now?
Het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Jensen McRae imponeert in productioneel en vocaal opzicht en slaagt er ook nog eens in om heen en weer te springen tussen een aantal genres en stijlen
In het enorme aanbod van deze week viel het debuutalbum van de uit Los Angeles afkomstige Jensen McRae me onmiddellijk op. De Amerikaanse muzikante trok vorig jaar veel aandacht met haar single Immune, maar op haar debuutalbum laat ze wat mij betreft beter horen waartoe ze in staat is. Are You Happy Now? laveert knap tussen een aantal genres en sluit net zo makkelijk aan bij de indiepop en indierock van bijvoorbeeld Phoebe Bridgers als bij meer folky getinte muziek of muziek met vleugjes pop en R&B. Jensen McRae is een uitstekend zangeres, haar songs zijn aanstekelijk maar hebben ook inhoud en dan is er ook nog eens de avontuurlijke productie van Rahki. Wat een geweldig debuut.
De Amerikaanse muzieksite Pitchfork zette me een paar dagen geleden op het spoor van Jensen McRae, die deze week haar debuutalbum Are You Happy Now? heeft uitgebracht. Jensen McRae trok vorig jaar veel aandacht met haar single Immune, die ging over de coronapandemie en was geïnspireerd door de wijze waarop Phoebe Bridgers haar songs schrijft. Sindsdien mag Jensen McRae Phoebe Bridgers tot haar fans rekenen en dat kan nooit kwaad.
Jensen McRae laat op haar debuutalbum, waarop Immune overigens ontbreekt, horen dat ze ook een meer eigen geluid heeft. Het is een geluid dat Pitchfork vooral vergelijkt met de muziek van Tracy Chapman. Daar zit wel wat in, maar Are You Happy Now? schuift wel wat meer op richting pop, jazz en R&B dan de muziek van Tracey Chapman en klinkt over het algemeen bovendien voller, speelser en zomerser.
Het debuut van de muzikante uit Los Angeles, California, opent losjes en zonnig met de aanstekelijke single Starting To Get To You waarin een afwisselend jazzy en funky gitaarloopje wordt gecombineerd met heerlijk zwierige vocalen. Het klinkt bijzonder aangenaam, maar wat ook direct opvalt is dat Jensen McRae een uitstekende zangeres is en dat haar album op bijzonder knappe wijze is geproduceerd.
Voor deze productie tekende de hiphop producer Columbus Smith III, die bekend is onder de namen Rahki en Rahki Beats en eerder werkte met Kendrick Lamar. Rahki is niet alleen producer, maar ook drummer en dat is goed te horen op het debuutalbum van Jensen McRae. De Amerikaanse muzikante heeft als basis genoeg aan haar akoestische gitaar en haar stem, maar Rahki heeft Are You Happy Now? onder andere verrijkt met mooie elektrische gitaarlijnen en strijkers en vooral met zeer inventieve percussie, waarmee het debuut van Jensen McRae zich makkelijk weet te onderscheiden.
Wanneer Jensen McRae zich beperkt tot de akoestische gitaar en vocalen klinkt ze folkier (en hoor ik inderdaad wel iets van de al eerder genoemde Tracy Chapman), maar in de meeste tracks op Are You Happy Now? is de rol van invloeden uit andere genres groot. Ik vind de stem van Jensen McRae overigens ook mooier en vooral gevarieerder dan die van Tracey Chapman, die ik persoonlijk als het meest relevante vergelijkingsmateriaal zou vervangen door de Britse muzikante Arlo Parks.
Het debuutalbum van Jensen McRae duurt ruim vijfenveertig minuten, waarin maar liefst vijftien songs voorbij komen. De muzikante uit Los Angeles schrijft redelijk compacte popliedjes en houdt mede hierdoor de aandacht bijzonder makkelijk vast. Are You Happy Now? heeft dankzij de bijzondere productie en de mooie stem van de Amerikaanse muzikante een duidelijk eigen geluid, maar Jensen McRae zoekt op haar debuutalbum ook nog naar richting, al is de veelzijdigheid van het album ook een groot goed.
Het is een album dat is uitgebracht in een week met heel veel nieuwe releases, maar Are You Happy Now? schreef ik als een van de eerste albums definitief op voor de krenten uit de pop deze week. Jensen McRae heeft een album afgeleverd dat in de smaak zal vallen bij fans van indiepop en indierock favorieten als Phoebe Bridgers, maar ook bij liefhebbers van meer R&B georiënteerd muziek. Een grote belofte voor de toekomst wat mij betreft, want dit album groeit ook nog lang door. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jensen McRae - Are You Happy Now? - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jensen McRae - Are You Happy Now?
Het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Jensen McRae imponeert in productioneel en vocaal opzicht en slaagt er ook nog eens in om heen en weer te springen tussen een aantal genres en stijlen
In het enorme aanbod van deze week viel het debuutalbum van de uit Los Angeles afkomstige Jensen McRae me onmiddellijk op. De Amerikaanse muzikante trok vorig jaar veel aandacht met haar single Immune, maar op haar debuutalbum laat ze wat mij betreft beter horen waartoe ze in staat is. Are You Happy Now? laveert knap tussen een aantal genres en sluit net zo makkelijk aan bij de indiepop en indierock van bijvoorbeeld Phoebe Bridgers als bij meer folky getinte muziek of muziek met vleugjes pop en R&B. Jensen McRae is een uitstekend zangeres, haar songs zijn aanstekelijk maar hebben ook inhoud en dan is er ook nog eens de avontuurlijke productie van Rahki. Wat een geweldig debuut.
De Amerikaanse muzieksite Pitchfork zette me een paar dagen geleden op het spoor van Jensen McRae, die deze week haar debuutalbum Are You Happy Now? heeft uitgebracht. Jensen McRae trok vorig jaar veel aandacht met haar single Immune, die ging over de coronapandemie en was geïnspireerd door de wijze waarop Phoebe Bridgers haar songs schrijft. Sindsdien mag Jensen McRae Phoebe Bridgers tot haar fans rekenen en dat kan nooit kwaad.
Jensen McRae laat op haar debuutalbum, waarop Immune overigens ontbreekt, horen dat ze ook een meer eigen geluid heeft. Het is een geluid dat Pitchfork vooral vergelijkt met de muziek van Tracy Chapman. Daar zit wel wat in, maar Are You Happy Now? schuift wel wat meer op richting pop, jazz en R&B dan de muziek van Tracey Chapman en klinkt over het algemeen bovendien voller, speelser en zomerser.
Het debuut van de muzikante uit Los Angeles, California, opent losjes en zonnig met de aanstekelijke single Starting To Get To You waarin een afwisselend jazzy en funky gitaarloopje wordt gecombineerd met heerlijk zwierige vocalen. Het klinkt bijzonder aangenaam, maar wat ook direct opvalt is dat Jensen McRae een uitstekende zangeres is en dat haar album op bijzonder knappe wijze is geproduceerd.
Voor deze productie tekende de hiphop producer Columbus Smith III, die bekend is onder de namen Rahki en Rahki Beats en eerder werkte met Kendrick Lamar. Rahki is niet alleen producer, maar ook drummer en dat is goed te horen op het debuutalbum van Jensen McRae. De Amerikaanse muzikante heeft als basis genoeg aan haar akoestische gitaar en haar stem, maar Rahki heeft Are You Happy Now? onder andere verrijkt met mooie elektrische gitaarlijnen en strijkers en vooral met zeer inventieve percussie, waarmee het debuut van Jensen McRae zich makkelijk weet te onderscheiden.
Wanneer Jensen McRae zich beperkt tot de akoestische gitaar en vocalen klinkt ze folkier (en hoor ik inderdaad wel iets van de al eerder genoemde Tracy Chapman), maar in de meeste tracks op Are You Happy Now? is de rol van invloeden uit andere genres groot. Ik vind de stem van Jensen McRae overigens ook mooier en vooral gevarieerder dan die van Tracey Chapman, die ik persoonlijk als het meest relevante vergelijkingsmateriaal zou vervangen door de Britse muzikante Arlo Parks.
Het debuutalbum van Jensen McRae duurt ruim vijfenveertig minuten, waarin maar liefst vijftien songs voorbij komen. De muzikante uit Los Angeles schrijft redelijk compacte popliedjes en houdt mede hierdoor de aandacht bijzonder makkelijk vast. Are You Happy Now? heeft dankzij de bijzondere productie en de mooie stem van de Amerikaanse muzikante een duidelijk eigen geluid, maar Jensen McRae zoekt op haar debuutalbum ook nog naar richting, al is de veelzijdigheid van het album ook een groot goed.
Het is een album dat is uitgebracht in een week met heel veel nieuwe releases, maar Are You Happy Now? schreef ik als een van de eerste albums definitief op voor de krenten uit de pop deze week. Jensen McRae heeft een album afgeleverd dat in de smaak zal vallen bij fans van indiepop en indierock favorieten als Phoebe Bridgers, maar ook bij liefhebbers van meer R&B georiënteerd muziek. Een grote belofte voor de toekomst wat mij betreft, want dit album groeit ook nog lang door. Erwin Zijleman
Jensen McRae - I Don't Know How but They Found Me! (2025)

4,5
0
geplaatst: 27 april 2025, 11:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jensen McRae - I Don't Know How But They Found Me! - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jensen McRae - I Don't Know How But They Found Me!
Jensen McRae leverde drie jaar geleden een geweldig debuutalbum af, dat helaas niet heel veel aandacht kreeg, en maakt nu nog wat meer indruk op het echt uitstekend I Don't Know How But They Found Me!
Het is niet moeilijk om me voor te stellen dat Jensen McRae uitgroeit tot een van de grote popzangeressen van het moment, want de muzikante uit Los Angeles heeft echt heel veel te bieden. Dat was al te horen op haar debuutalbum Are You Happy Now?, maar je hoort het nog wat beter op haar deze week verschenen tweede album I Don't Know How But They Found Me!. Je hoort het in de uitstekende stem van de Amerikaanse muzikante, je hoort het in het gemak waarmee ze stijlen afwisselt en combineert en je hoort het in de zeer aansprekende songs op het album. De trefzekere productie van topproducer Brad Cook is de kers op een zeer smakelijke taart.
De Amerikaanse muzikante Jensen McRae debuteerde in het voorjaar van 2022 echt prachtig met het helaas zwaar onderschatte Are You Happy Now?, dat zeker in Nederland nauwelijks aandacht kreeg (op het muziekplatform MusicMeter kreeg het album slechts zeven stemmen). Het is wat mij betreft nog altijd een mysterie waarom het album niet aansloeg.
Op haar debuutalbum liet de muzikante uit Los Angeles allereerst horen dat ze een geweldige zangeres is met een stem vol soul. Ze schakelde bovendien bijzonder makkelijk tussen uiteenlopende genres, waaronder indiepop, R&B, soul en jazz, wat een origineel geluid opleverde. Are You Happy Now? viel ook nog eens op door de fantastische productie van hiphop muzikant Columbus Smith III, die ook bekend is onder de namen Rahki en Rahki Beats, en bevatte bovendien alleen maar geweldige songs.
Het debuutalbum van Jensen McRae had wat mij betreft in alle jaarlijstjes moeten staan, maar ik moet bekennen dat ik het album zelf aan het einde van 2022 ook weer was vergeten. De naam Jensen McRae was bij mij echter wel blijven hangen, waardoor ik haar nieuwe album I Don't Know How But They Found Me! als eerste opschreef voor een recensie op de krenten uit de pop deze week.
Voor de release van het tweede album daar was had ik het debuutalbum van Jensen McRae er nog eens bij gepakt en dat was echt nog veel beter dan in mijn beleving. Ik begon hierdoor met hooggespannen verwachtingen aan het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante, maar I Don't Know How But They Found Me! heeft ze met gemak waargemaakt.
Direct in de openingstrack hoor je dat Jensen McRae zeker niet minder is gaan zingen. De zang is nog wat overtuigender dan die op het debuutalbum en klinkt zowel krachtiger als mooier. Het is bovendien veelzijdige zang, want Jensen McRae klinkt het ene moment als een soulzangeres en schuurt het volgende moment dicht tegen Phoebe Bridgers aan. En het kan nog meer kanten op.
De zang op het tweede album van Jensen McRae is van een niveau waarvan de meeste (indie)popzangeressen van het moment alleen maar kunnen komen, maar het is slechts een van de vele sterke punten van I Don't Know How But They Found Me!, dat deels voortborduurt op het debuutalbum, maar ook nieuwe wegen in slaat.
Ook op haar tweede album laat Jensen McRae horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kan. De songs op het album zijn te omschrijven als pop, maar het is wel pop die bol staat van de invloeden. Het zijn voor een belangrijk deel dezelfde invloeden als op het debuutalbum, want ook dit keer hoor ik invloeden uit de soul, R&B, folk, indiepop en jazz, om de belangrijkste invloeden te noemen.
Het debuutalbum van Jensen McRae was ook in productioneel opzicht een hoogstandje en dat kan ook weer gezegd worden van I Don't Know How But They Found Me!. Jensen McRae nam haar tweede album niet in haar thuisbasis Los Angeles op, maar toog naar Durham, North Carlina, om te werken met topproducer Brad Cook (Hurray For The Riff Raff, Waxahatchee, Suki Waterhouse, Jess Williamson, Snail Mail). De Amerikaanse topproducer heeft Jensen McRae iets meer richting de Amerikaanse rootsmuziek getrokken, al spelen ook invloeden uit de indiepop nog een voorname rol op het album.
Op basis van I Don't Know How But They Found Me!, dat ik nog een stukje beter vind dan het al zo goede debuutalbum, kan ik eigenlijk alleen maar concluderen dat Jensen McRae behoort tot de grootste talenten van het moment. Hoogste tijd dat iedereen dat gaat horen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Jensen McRae - I Don't Know How But They Found Me! - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jensen McRae - I Don't Know How But They Found Me!
Jensen McRae leverde drie jaar geleden een geweldig debuutalbum af, dat helaas niet heel veel aandacht kreeg, en maakt nu nog wat meer indruk op het echt uitstekend I Don't Know How But They Found Me!
Het is niet moeilijk om me voor te stellen dat Jensen McRae uitgroeit tot een van de grote popzangeressen van het moment, want de muzikante uit Los Angeles heeft echt heel veel te bieden. Dat was al te horen op haar debuutalbum Are You Happy Now?, maar je hoort het nog wat beter op haar deze week verschenen tweede album I Don't Know How But They Found Me!. Je hoort het in de uitstekende stem van de Amerikaanse muzikante, je hoort het in het gemak waarmee ze stijlen afwisselt en combineert en je hoort het in de zeer aansprekende songs op het album. De trefzekere productie van topproducer Brad Cook is de kers op een zeer smakelijke taart.
De Amerikaanse muzikante Jensen McRae debuteerde in het voorjaar van 2022 echt prachtig met het helaas zwaar onderschatte Are You Happy Now?, dat zeker in Nederland nauwelijks aandacht kreeg (op het muziekplatform MusicMeter kreeg het album slechts zeven stemmen). Het is wat mij betreft nog altijd een mysterie waarom het album niet aansloeg.
Op haar debuutalbum liet de muzikante uit Los Angeles allereerst horen dat ze een geweldige zangeres is met een stem vol soul. Ze schakelde bovendien bijzonder makkelijk tussen uiteenlopende genres, waaronder indiepop, R&B, soul en jazz, wat een origineel geluid opleverde. Are You Happy Now? viel ook nog eens op door de fantastische productie van hiphop muzikant Columbus Smith III, die ook bekend is onder de namen Rahki en Rahki Beats, en bevatte bovendien alleen maar geweldige songs.
Het debuutalbum van Jensen McRae had wat mij betreft in alle jaarlijstjes moeten staan, maar ik moet bekennen dat ik het album zelf aan het einde van 2022 ook weer was vergeten. De naam Jensen McRae was bij mij echter wel blijven hangen, waardoor ik haar nieuwe album I Don't Know How But They Found Me! als eerste opschreef voor een recensie op de krenten uit de pop deze week.
Voor de release van het tweede album daar was had ik het debuutalbum van Jensen McRae er nog eens bij gepakt en dat was echt nog veel beter dan in mijn beleving. Ik begon hierdoor met hooggespannen verwachtingen aan het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante, maar I Don't Know How But They Found Me! heeft ze met gemak waargemaakt.
Direct in de openingstrack hoor je dat Jensen McRae zeker niet minder is gaan zingen. De zang is nog wat overtuigender dan die op het debuutalbum en klinkt zowel krachtiger als mooier. Het is bovendien veelzijdige zang, want Jensen McRae klinkt het ene moment als een soulzangeres en schuurt het volgende moment dicht tegen Phoebe Bridgers aan. En het kan nog meer kanten op.
De zang op het tweede album van Jensen McRae is van een niveau waarvan de meeste (indie)popzangeressen van het moment alleen maar kunnen komen, maar het is slechts een van de vele sterke punten van I Don't Know How But They Found Me!, dat deels voortborduurt op het debuutalbum, maar ook nieuwe wegen in slaat.
Ook op haar tweede album laat Jensen McRae horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kan. De songs op het album zijn te omschrijven als pop, maar het is wel pop die bol staat van de invloeden. Het zijn voor een belangrijk deel dezelfde invloeden als op het debuutalbum, want ook dit keer hoor ik invloeden uit de soul, R&B, folk, indiepop en jazz, om de belangrijkste invloeden te noemen.
Het debuutalbum van Jensen McRae was ook in productioneel opzicht een hoogstandje en dat kan ook weer gezegd worden van I Don't Know How But They Found Me!. Jensen McRae nam haar tweede album niet in haar thuisbasis Los Angeles op, maar toog naar Durham, North Carlina, om te werken met topproducer Brad Cook (Hurray For The Riff Raff, Waxahatchee, Suki Waterhouse, Jess Williamson, Snail Mail). De Amerikaanse topproducer heeft Jensen McRae iets meer richting de Amerikaanse rootsmuziek getrokken, al spelen ook invloeden uit de indiepop nog een voorname rol op het album.
Op basis van I Don't Know How But They Found Me!, dat ik nog een stukje beter vind dan het al zo goede debuutalbum, kan ik eigenlijk alleen maar concluderen dat Jensen McRae behoort tot de grootste talenten van het moment. Hoogste tijd dat iedereen dat gaat horen. Erwin Zijleman
Jeremy Enigk - Ghosts (2017)

4,5
3
geplaatst: 31 december 2017, 10:31 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jeremy Enigk - Ghosts - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De naam Jeremy Enigk is in de negen jaar dat deze BLOG inmiddels bestaat nog niet eenmaal genoemd en ook de naam van de roemruchte band die hij in de jaren 90 aanvoerde komt niet verder dan een handvol vermeldingen.
Desondanks heb ik Jeremy Enigk hoog zitten en schaar ik zijn band Sunny Day Real Estate onder de beste bands uit de jaren 90.
Sunny Day Real Estate kreeg destijds het etiket emo opgeplakt, maar de muziek van de band uit Seattle was veel meer dan dat. Het is prachtig te horen op het meesterwerk en de zwanenzang van de band, het in 2000 verschenen The Rising Tide, maar ook de andere platen van de band zijn zeer de moeite waard.
Sunny Day Real Estate trok helaas veel te weinig aandacht met haar geweldige platen, maar hierna werd het alleen maar minder voor Jeremy Enigk. De prachtplaat die hij maakte met The Fire Theft is altijd een obscuur meesterwerk gebleven, net als zijn eerste soloplaat uit 1996. Tussen 2006 en 2009 maakte Jeremy Enigk nog een aantal (helaas wat mindere) platen, maar hierna werd het stil rond de Amerikaanse muzikant, al toerde hij wel veelvuldig met het heropgerichte Sunny Day Real Estate.
Min of meer bij toeval kwam ik deze week Ghosts tegen. De nieuwe soloplaat van Jeremy Enigk verscheen al in oktober, maar heeft nauwelijks aandacht gekregen (meer dan een handvol recensies vind ik niet). Het is doodzonde, want Ghosts is een prima plaat, die hier en daar raakt aan de grootsheid van Sunny Day Real Estate.
Sunny Day Real Estate viel in de jaren 90 op door haar tijdloze songs vol invloeden en ook Ghosts van Jeremy Enigk staat vol met dit soort songs. De Amerikaanse muzikant laat zich nadrukkelijk beïnvloeden door de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar sleept er vervolgens van alles bij (variërend van folk tot progrock).
De nieuwe soloplaat van Jeremy Enigk bevat een aantal ingetogen songs, maar betovert ook met de intense en tegelijkertijd grootse rockmuziek die de platen van Sunny Day Real Estate zo bijzonder maakte. De band uit Seattle maakte in de jaren 90 muziek die zich nauwelijks liet vergelijken met de muziek van anderen en ook de nieuwe soloplaat van Jeremy Enigk laat zich lastig vergelijken.
Hier en daar hoor ik iets van Peter Gabriel, Daniel Lanois en Radiohead, maar Ghosts kan ook opschuiven richting de intimiteit van Jeff Buckley of juist in de richting van de grootsheid van U2 in haar betere jaren, maar wat flarden van The Beatles zijn ook nooit heel ver weg.
Jeremy Enigk heeft lang gewerkt aan Ghosts en dat hoor je. De songs steken stuk voor stuk knap in elkaar en zijn voorzien van een zeer smaakvolle en trefzekere instrumentatie. De Amerikaan voorziet de mooie warme klanken van al even mooie vocalen, waardoor Ghosts prachtig kleurt bij het jaargetijde, maar uiteindelijk is dit een plaat voor alle seizoenen. Hoe vaker ik naar Ghosts luister hoe meer ik onder de indruk raak van de nieuwe soloplaat van Jeremy Enigk. De plaat staat vol met songs die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen, maar hoe vaker je ze hoort hoe dierbaarder ze worden.
Door de hernieuwde kennismaking met Jeremy Enigk ben ik ook weer gaan luisteren naar de enige plaat van The Fire Theft, naar het bescheiden stapeltje platen van Sunny Day Real Estate en naar het solodebuut van de voorman van deze bands. Het zijn platen van wereldklasse, maar het in alle stilte verschenen Ghosts doet er nauwelijks voor onder. Schande dus dat de comeback van Jeremy Enigk het met zo weinig aandacht moet doen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jeremy Enigk - Ghosts - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De naam Jeremy Enigk is in de negen jaar dat deze BLOG inmiddels bestaat nog niet eenmaal genoemd en ook de naam van de roemruchte band die hij in de jaren 90 aanvoerde komt niet verder dan een handvol vermeldingen.
Desondanks heb ik Jeremy Enigk hoog zitten en schaar ik zijn band Sunny Day Real Estate onder de beste bands uit de jaren 90.
Sunny Day Real Estate kreeg destijds het etiket emo opgeplakt, maar de muziek van de band uit Seattle was veel meer dan dat. Het is prachtig te horen op het meesterwerk en de zwanenzang van de band, het in 2000 verschenen The Rising Tide, maar ook de andere platen van de band zijn zeer de moeite waard.
Sunny Day Real Estate trok helaas veel te weinig aandacht met haar geweldige platen, maar hierna werd het alleen maar minder voor Jeremy Enigk. De prachtplaat die hij maakte met The Fire Theft is altijd een obscuur meesterwerk gebleven, net als zijn eerste soloplaat uit 1996. Tussen 2006 en 2009 maakte Jeremy Enigk nog een aantal (helaas wat mindere) platen, maar hierna werd het stil rond de Amerikaanse muzikant, al toerde hij wel veelvuldig met het heropgerichte Sunny Day Real Estate.
Min of meer bij toeval kwam ik deze week Ghosts tegen. De nieuwe soloplaat van Jeremy Enigk verscheen al in oktober, maar heeft nauwelijks aandacht gekregen (meer dan een handvol recensies vind ik niet). Het is doodzonde, want Ghosts is een prima plaat, die hier en daar raakt aan de grootsheid van Sunny Day Real Estate.
Sunny Day Real Estate viel in de jaren 90 op door haar tijdloze songs vol invloeden en ook Ghosts van Jeremy Enigk staat vol met dit soort songs. De Amerikaanse muzikant laat zich nadrukkelijk beïnvloeden door de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar sleept er vervolgens van alles bij (variërend van folk tot progrock).
De nieuwe soloplaat van Jeremy Enigk bevat een aantal ingetogen songs, maar betovert ook met de intense en tegelijkertijd grootse rockmuziek die de platen van Sunny Day Real Estate zo bijzonder maakte. De band uit Seattle maakte in de jaren 90 muziek die zich nauwelijks liet vergelijken met de muziek van anderen en ook de nieuwe soloplaat van Jeremy Enigk laat zich lastig vergelijken.
Hier en daar hoor ik iets van Peter Gabriel, Daniel Lanois en Radiohead, maar Ghosts kan ook opschuiven richting de intimiteit van Jeff Buckley of juist in de richting van de grootsheid van U2 in haar betere jaren, maar wat flarden van The Beatles zijn ook nooit heel ver weg.
Jeremy Enigk heeft lang gewerkt aan Ghosts en dat hoor je. De songs steken stuk voor stuk knap in elkaar en zijn voorzien van een zeer smaakvolle en trefzekere instrumentatie. De Amerikaan voorziet de mooie warme klanken van al even mooie vocalen, waardoor Ghosts prachtig kleurt bij het jaargetijde, maar uiteindelijk is dit een plaat voor alle seizoenen. Hoe vaker ik naar Ghosts luister hoe meer ik onder de indruk raak van de nieuwe soloplaat van Jeremy Enigk. De plaat staat vol met songs die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen, maar hoe vaker je ze hoort hoe dierbaarder ze worden.
Door de hernieuwde kennismaking met Jeremy Enigk ben ik ook weer gaan luisteren naar de enige plaat van The Fire Theft, naar het bescheiden stapeltje platen van Sunny Day Real Estate en naar het solodebuut van de voorman van deze bands. Het zijn platen van wereldklasse, maar het in alle stilte verschenen Ghosts doet er nauwelijks voor onder. Schande dus dat de comeback van Jeremy Enigk het met zo weinig aandacht moet doen. Erwin Zijleman
Jerry Leger - Donlands (2023)

4,0
1
geplaatst: 1 november 2023, 15:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jerry Leger - Donlands - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jerry Leger - Donlands
De Canadese muzikant Jerry Leger kiest op zijn nieuwe album Donlands voor een wat ander geluid dan we van hem gewend zijn en dat pakt, mede door de geweldige songs op het album, prachtig uit
Er wordt al jaren hoog opgegeven over de albums van Jerry Leger, maar tot dusver wist de muzikant uit Toronto mij onvoldoende te raken. Dat is dit keer anders, want het mooie en wat nostalgische geluid op zijn nieuwe album Donlands overtuigde me onmiddellijk. Het is deels de verdienste van topproducer Mark Howard en de geweldige muzikanten op het album, maar Jerry Leger draagt ook zelf stevig bij met overtuigendere zang en vooral met een tiental prachtige songs. Het zijn songs met een been in het verleden en een been in het heden en het zijn songs die zich direct genadeloos opdringen. Jerry Leger is al vaker een grote toekomst voorspeld, maar dit keer gaat het er vast van komen.
Ik kom de albums van de Canadese muzikant Jerry Leger al een aantal jaren tegen. Het zijn albums die ik bij eerste beluistering keer op keer interessant vond, maar de muzikant uit Toronto wist de aandacht uiteindelijk nooit echt vast te houden. Hij kwam nog het dichtst in de buurt met het door Cowboy Junkies gitarist Michael Timmins geproduceerde Nothing Pressing, dat in het prille voorjaar van 2022 verscheen, maar ook dit album verloor ik uiteindelijk weer snel uit het oog.
Direct bij eerste beluistering van het deze week verschenen Donlands wist ik dat het deze keer heel anders af zou gaan lopen met een album van Jerry Leger. De Canadese muzikant heeft immers een album gemaakt dat flink anders klinkt dan zijn voorgangers en ik heb echt een enorm zwak voor het nieuwe geluid op Donlands.
De titel van het album verwijst naar het voormalige Donlands Theatre op Donlands Avenue in Toronto, waarin momenteel de studio is gehuisvest waar het nieuwe album van Jerry Leger werd opgenomen. De Canadese muzikant haalde dit keer niet Michael Timmins naar de studio, maar koos voor de gerenommeerde muzikant, producer en geluidstechnicus Mark Howard, die werkte met de groten der aarde als Neil Young, Tom Waits, Bob Dylan, Emmylou Harris en Lucinda Williams.
Het is een keuze die geweldig uitpakt, want Donlands is voorzien van een prachtig geluid. Het is een warm en sfeervol geluid, dat vaak wat nostalgisch aan doet. In een aantal tracks klinkt de muziek van Jerry Leger meerdere decennia oud en hoor ik hier en daar echo’s van Roy Orbison, maar Donlands bevat ook een aantal tracks die een stuk eigentijdser klinken en een aantal tracks die herinneren aan de grote singer-songwriters uit de jaren 70.
Mark Howard heeft gekozen voor met name organische klanken, wat een mooi, sfeervol en gloedvol geluid oplevert. Het is een geluid dat verrassend gevarieerd klinkt, want ondanks het feit dat Donlands een consistent klinkend album is, wordt er flink gevarieerd in de instrumentatie. Het is een instrumentatie waarin een hoofdrol is weggelegd voor de wonderschone bijdragen van de pedal steel van Aaron Goldstein, maar ook het andere gitaarwerk en de keyboard partijen zijn prachtig.
In muzikaal opzicht klinkt Donlands een stuk aangenamer en interessanter dan zijn voorgangers en ook in vocaal opzicht doet de stem van Jerry Leger me veel meer dan in het verleden. De Canadese muzikant klinkt op zijn nieuwe album als een vergeten singer-songwriter uit de jaren 70, maar de zang op Donlands is ook van hoge kwaliteit. De stem van Jerry Leger is aangenaam, maar de muzikant uit Toronto beschikt ook over een karakteristiek geluid.
De meeste progressie hoor ik echter in de songs op het album. De vorige albums van Jerry Leger vond ik zoals gezegd op het eerste gehoor aangenaam, maar uiteindelijk minder interessant, maar Donlands blinkt uit door een serie uitstekende songs. Jerry Leger mag naar verluidt zijn landgenoot Ron Sexsmith tot zijn fans rekenen en heeft met Donlands een album gemaakt waarvoor zijn beroemde en zeer gewaardeerde landgenoot zich niet zou schamen. Een groter compliment kan ik een songwriter niet maken. Ik las in het verleden al veel mooie woorden over Jerry Leger, maar nu schrijf ik ze dan eindelijk ook zelf op. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jerry Leger - Donlands - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jerry Leger - Donlands
De Canadese muzikant Jerry Leger kiest op zijn nieuwe album Donlands voor een wat ander geluid dan we van hem gewend zijn en dat pakt, mede door de geweldige songs op het album, prachtig uit
Er wordt al jaren hoog opgegeven over de albums van Jerry Leger, maar tot dusver wist de muzikant uit Toronto mij onvoldoende te raken. Dat is dit keer anders, want het mooie en wat nostalgische geluid op zijn nieuwe album Donlands overtuigde me onmiddellijk. Het is deels de verdienste van topproducer Mark Howard en de geweldige muzikanten op het album, maar Jerry Leger draagt ook zelf stevig bij met overtuigendere zang en vooral met een tiental prachtige songs. Het zijn songs met een been in het verleden en een been in het heden en het zijn songs die zich direct genadeloos opdringen. Jerry Leger is al vaker een grote toekomst voorspeld, maar dit keer gaat het er vast van komen.
Ik kom de albums van de Canadese muzikant Jerry Leger al een aantal jaren tegen. Het zijn albums die ik bij eerste beluistering keer op keer interessant vond, maar de muzikant uit Toronto wist de aandacht uiteindelijk nooit echt vast te houden. Hij kwam nog het dichtst in de buurt met het door Cowboy Junkies gitarist Michael Timmins geproduceerde Nothing Pressing, dat in het prille voorjaar van 2022 verscheen, maar ook dit album verloor ik uiteindelijk weer snel uit het oog.
Direct bij eerste beluistering van het deze week verschenen Donlands wist ik dat het deze keer heel anders af zou gaan lopen met een album van Jerry Leger. De Canadese muzikant heeft immers een album gemaakt dat flink anders klinkt dan zijn voorgangers en ik heb echt een enorm zwak voor het nieuwe geluid op Donlands.
De titel van het album verwijst naar het voormalige Donlands Theatre op Donlands Avenue in Toronto, waarin momenteel de studio is gehuisvest waar het nieuwe album van Jerry Leger werd opgenomen. De Canadese muzikant haalde dit keer niet Michael Timmins naar de studio, maar koos voor de gerenommeerde muzikant, producer en geluidstechnicus Mark Howard, die werkte met de groten der aarde als Neil Young, Tom Waits, Bob Dylan, Emmylou Harris en Lucinda Williams.
Het is een keuze die geweldig uitpakt, want Donlands is voorzien van een prachtig geluid. Het is een warm en sfeervol geluid, dat vaak wat nostalgisch aan doet. In een aantal tracks klinkt de muziek van Jerry Leger meerdere decennia oud en hoor ik hier en daar echo’s van Roy Orbison, maar Donlands bevat ook een aantal tracks die een stuk eigentijdser klinken en een aantal tracks die herinneren aan de grote singer-songwriters uit de jaren 70.
Mark Howard heeft gekozen voor met name organische klanken, wat een mooi, sfeervol en gloedvol geluid oplevert. Het is een geluid dat verrassend gevarieerd klinkt, want ondanks het feit dat Donlands een consistent klinkend album is, wordt er flink gevarieerd in de instrumentatie. Het is een instrumentatie waarin een hoofdrol is weggelegd voor de wonderschone bijdragen van de pedal steel van Aaron Goldstein, maar ook het andere gitaarwerk en de keyboard partijen zijn prachtig.
In muzikaal opzicht klinkt Donlands een stuk aangenamer en interessanter dan zijn voorgangers en ook in vocaal opzicht doet de stem van Jerry Leger me veel meer dan in het verleden. De Canadese muzikant klinkt op zijn nieuwe album als een vergeten singer-songwriter uit de jaren 70, maar de zang op Donlands is ook van hoge kwaliteit. De stem van Jerry Leger is aangenaam, maar de muzikant uit Toronto beschikt ook over een karakteristiek geluid.
De meeste progressie hoor ik echter in de songs op het album. De vorige albums van Jerry Leger vond ik zoals gezegd op het eerste gehoor aangenaam, maar uiteindelijk minder interessant, maar Donlands blinkt uit door een serie uitstekende songs. Jerry Leger mag naar verluidt zijn landgenoot Ron Sexsmith tot zijn fans rekenen en heeft met Donlands een album gemaakt waarvoor zijn beroemde en zeer gewaardeerde landgenoot zich niet zou schamen. Een groter compliment kan ik een songwriter niet maken. Ik las in het verleden al veel mooie woorden over Jerry Leger, maar nu schrijf ik ze dan eindelijk ook zelf op. Erwin Zijleman
Jesca Hoop - Memories Are Now (2017)

4,5
0
geplaatst: 12 februari 2017, 10:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jesca Hoop - Memories Are Now - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is al weer tien jaar geleden dat de Amerikaanse singer-songwriter Jesca Hoop voor het eerst opdook en haar debuut Kismet was een plaat waarmee ze zich direct wist te onderscheiden van haar soortgenoten.
Dit was deels de verdienste van de onnavolgbare ritmes van Stewart Copeland (The Police), maar ook de stem van Jesca Hoop en haar flirts met cabaret uit vervlogen tijden maakten van Kismet een bijzondere plaat.
Echt indrukwekkend werd de muziek van Jesca Hoop op haar tweede plaat Hunting My Dress uit 2010, waarop ze zich onder andere liet beïnvloeden door PJ Harvey en Tom Waits (bij wie ze een tijdje in dienst was als kindermeisje).
Nog mooier werd het op het in 2012 verschenen The House That Jack Built, waarop Jesca Hoop haar eigen geluid vorm gaf en zowel uit de voeten kon in intieme folksongs als in meer uitbundige elektronische songs.
Na het, overigens prachtige, tussendoortje Undress uit 2014 en de vorig jaar verschenen plaat met Sam Beam (die goede kritieken kreeg maar mij wat tegenviel) is Jesca Hoop nu terug met de echte opvolger van The House That Jack Built.
Memories Are Now is geproduceerd door Blake Mills die met zijn gitaarwerk en uit duizenden herkenbare geluid nadrukkelijk zijn stempel drukt op de plaat. Datzelfde doet Jesca Hoop, die zich binnen het eigenzinnige maar over het algemeen spaarzaam ingezette instrumentarium als een vis in het water voelt.
Het doet af en toe wel wat denken aan de platen van Fiona Apple (die toevallig genoeg als gastmuzikant act de présence geeft), al is de muziek van Jesca Hoop wel wat ingetogener en bovendien minder donker.
De instrumentatie en de vocalen op Memories Are Now zijn prachtig, maar het is de combinatie van de twee die van de nieuwe plaat van Jesca Hoop zo’n bijzondere plaat maakt. Wanneer Blake Mills kiest voor stemmige en ingetogen klanken, vullen meerdere lagen van de stem van Jesca Hoop de ruimte prachtig op en raakt de Amerikaanse af en toe aan Kate Bush. Hiertegenover staan intieme en bijna kale folky songs, die een bijna vervreemdend effect hebben.
Jesca Hoop is er wederom in geslaagd om een plaat te maken die anders klinkt dan alle andere platen die de afgelopen weken zijn verschenen. Het intrigeert mateloos, maar de songs van Jesca Hoop kunnen het ene moment onnavolgbaar zijn en het volgende moment het oor teder strelen.
Ook qua stijlen schiet het alle kanten op. In een aantal songs citeert Jesca Hoop uit de Amerikaanse rootsmuziek uit vervlogen tijden, maar ze maakt net zo makkelijk muziek van een soort die nog niet eerder is gemaakt en die zich met geen mogelijkheid in een hokje laat duwen.
Memories Are Now klinkt door de bijzondere instrumentatie soms bijna minimalistisch, maar op hetzelfde moment gebeurt er zoveel dat het je soms duizelt. Ik heb de plaat inmiddels een flink aantal keren gehoord, maar ik blijf maar nieuwe dingen horen en Memories Are Now wordt alleen maar mooier.
De muziek van Jesca Hoop wordt vooralsnog slechts in kleine kring gewaardeerd, maar deze prachtplaat moet haar absoluut op de kaart gaan zetten als het bijzondere talent dat ze inmiddels een aantal platen is. Van deze platen is dit overigens met afstand de mooiste. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jesca Hoop - Memories Are Now - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is al weer tien jaar geleden dat de Amerikaanse singer-songwriter Jesca Hoop voor het eerst opdook en haar debuut Kismet was een plaat waarmee ze zich direct wist te onderscheiden van haar soortgenoten.
Dit was deels de verdienste van de onnavolgbare ritmes van Stewart Copeland (The Police), maar ook de stem van Jesca Hoop en haar flirts met cabaret uit vervlogen tijden maakten van Kismet een bijzondere plaat.
Echt indrukwekkend werd de muziek van Jesca Hoop op haar tweede plaat Hunting My Dress uit 2010, waarop ze zich onder andere liet beïnvloeden door PJ Harvey en Tom Waits (bij wie ze een tijdje in dienst was als kindermeisje).
Nog mooier werd het op het in 2012 verschenen The House That Jack Built, waarop Jesca Hoop haar eigen geluid vorm gaf en zowel uit de voeten kon in intieme folksongs als in meer uitbundige elektronische songs.
Na het, overigens prachtige, tussendoortje Undress uit 2014 en de vorig jaar verschenen plaat met Sam Beam (die goede kritieken kreeg maar mij wat tegenviel) is Jesca Hoop nu terug met de echte opvolger van The House That Jack Built.
Memories Are Now is geproduceerd door Blake Mills die met zijn gitaarwerk en uit duizenden herkenbare geluid nadrukkelijk zijn stempel drukt op de plaat. Datzelfde doet Jesca Hoop, die zich binnen het eigenzinnige maar over het algemeen spaarzaam ingezette instrumentarium als een vis in het water voelt.
Het doet af en toe wel wat denken aan de platen van Fiona Apple (die toevallig genoeg als gastmuzikant act de présence geeft), al is de muziek van Jesca Hoop wel wat ingetogener en bovendien minder donker.
De instrumentatie en de vocalen op Memories Are Now zijn prachtig, maar het is de combinatie van de twee die van de nieuwe plaat van Jesca Hoop zo’n bijzondere plaat maakt. Wanneer Blake Mills kiest voor stemmige en ingetogen klanken, vullen meerdere lagen van de stem van Jesca Hoop de ruimte prachtig op en raakt de Amerikaanse af en toe aan Kate Bush. Hiertegenover staan intieme en bijna kale folky songs, die een bijna vervreemdend effect hebben.
Jesca Hoop is er wederom in geslaagd om een plaat te maken die anders klinkt dan alle andere platen die de afgelopen weken zijn verschenen. Het intrigeert mateloos, maar de songs van Jesca Hoop kunnen het ene moment onnavolgbaar zijn en het volgende moment het oor teder strelen.
Ook qua stijlen schiet het alle kanten op. In een aantal songs citeert Jesca Hoop uit de Amerikaanse rootsmuziek uit vervlogen tijden, maar ze maakt net zo makkelijk muziek van een soort die nog niet eerder is gemaakt en die zich met geen mogelijkheid in een hokje laat duwen.
Memories Are Now klinkt door de bijzondere instrumentatie soms bijna minimalistisch, maar op hetzelfde moment gebeurt er zoveel dat het je soms duizelt. Ik heb de plaat inmiddels een flink aantal keren gehoord, maar ik blijf maar nieuwe dingen horen en Memories Are Now wordt alleen maar mooier.
De muziek van Jesca Hoop wordt vooralsnog slechts in kleine kring gewaardeerd, maar deze prachtplaat moet haar absoluut op de kaart gaan zetten als het bijzondere talent dat ze inmiddels een aantal platen is. Van deze platen is dit overigens met afstand de mooiste. Erwin Zijleman
Jesca Hoop - Order of Romance (2022)

4,5
0
geplaatst: 23 september 2022, 12:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jesca Hoop - Order Of Romance - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jesca Hoop - Order Of Romance
De Amerikaanse singer-songwriter Jesca Hoop bouwt inmiddels vijftien jaar aan een even mooi als bijzonder oeuvre, waaraan ze deze week het fascinerende maar ook wonderschone Order Of Romance toevoegt
Bij de eerste beluistering van een nieuw album van Jesca Hoop weet je één ding zeker en dat is dat de Amerikaanse muzikante het je waarschijnlijk niet makkelijk gaat maken. Ook haar negende album, Order Of Romance, is weer een album dat continu dingen doet die je niet verwacht. De fraaie blazersarrangementen, de bijzondere ritmes, de zeer aanwezige achtergrondzang, de karakteristieke stem van Jesca Hoop, de complexe structuur van haar songs en haar persoonlijke teksten; alles klinkt anders dan je verwacht, maar toch strijkt Order Of Romance niet tegen de haren in. Het is het negende album van Jesca Hoop en misschien wel haar beste, al blijft het lastig kiezen binnen dit fascinerende oeuvre.
Het zal inmiddels bekend zijn dat Jesca Hoop ooit het kindermeisje was van de kinderen van Kathleen Brennan en Tom Waits, van wie de laatste haar eigenzinnige talent zag bij een voorstelling. Dat eigenzinnige talent van Jesca Hoop heeft zich sindsdien stevig kunnen ontwikkelen, wat de afgelopen 15 jaar een prachtig en zeer interessant stapeltje albums heeft opgeleverd.
Deze week verscheen het negende album van Jesca Hoop en ook Order Of Romance is weer een mooi en bijzonder album geworden. Jesca Hoop heeft gedurende haar carrière nooit voor de makkelijkste weg gekozen en doet dat ook weer niet op haar nieuwe album. Je hoort het direct in de openingstrack van het album waarin bijzondere ritmes worden gecombineerd met bijzondere blazersarrangementen en meerdere lagen vocalen en achtergrondvocalen.
De vocalen klinken, net als de instrumentatie, zeker niet alledaags klinken, waardoor niet iedereen zal vallen voor de zang van de Amerikaanse muzikante, maar ik vind de hoge stem van Jesca Hoop nog altijd prachtig. Het is een stem die op Order Of Romance fraai wordt ondersteund door de stemmen van Chloe Foy (die vorig jaar zelf nog een prachtig album uitbracht) en Rachel Rimmer, die een belangrijke rol spelen op het album en mede tekenen voor het unieke geluid van Jesca Hoop op Order Of Romance.
De eigenzinnigheid van de instrumentatie, de arrangementen en de zang wordt doorgetrokken in de songs en in de teksten van Jesca Hoop. De songs steken stuk voor stuk complex in elkaar, terwijl Jesca Hoop in haar teksten de zeer persoonlijke ervaringen niet uit de weg gaat. Jesca Hoop, die inmiddels een aantal jaren in het Britse Manchester woont, groeide op in een Californisch mormonengezin, waaraan ze zich in de pubertijd ontworstelde. Ze vertelt er indringend over in een aantal songs op haar nieuwe album.
Voor de productie van haar nieuwe album deed Jesca Hoop wederom een beroep op de vooral van PJ Harvey bekende John Parish, die geweldig werk heeft verricht. Order Of Romance klinkt als geen enkel ander album dat ik ken en fascineert van de eerste tot de laatste noot. Als ik het nieuwe album van Jesca Hoop moet vergelijken met de muziek van anderen, kom ik uit bij Fiona Apple, maar de verschillen tussen de muziek van de twee zijn groot.
Order Of Romance is behoorlijk sober ingekleurd, al zal het album niet als sober worden ervaren. Jesca Hoop heeft in de basis genoeg aan subtiele gitaarlijnen en kleurt haar muziek vervolgens verder in met bijzondere percussie van de hand van Seb Rochford, maar vooral met de bijzondere achtergrondvocalen en de prachtige bijdragen van blazers. Voor de arrangementen van de blazers tekent de onder andere van This Is The Kit bekende Jesse Vernon, die ook op het nieuwe album van Jesca Hoop weer vakwerk aflevert.
Order Of Romance is een album dat je meerdere keren moet horen voor je gewend bent aan alle bijzondere ingrediënten in de muziek van Jesca Hoop, maar wanneer je eenmaal gewend bent aan het unieke geluid op het album, winnen de bijzondere songs van de Amerikaanse muzikante eindeloos aan kracht. Jesca Hoop heeft de afgelopen vijftien jaar een hoogstaand oeuvre opgebouwd en ook Order Of Romance is weer van een niveau dat maar weinigen gegeven is. Dat heeft Tom Waits toch goed gehoord ruim twintig jaar geleden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jesca Hoop - Order Of Romance - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jesca Hoop - Order Of Romance
De Amerikaanse singer-songwriter Jesca Hoop bouwt inmiddels vijftien jaar aan een even mooi als bijzonder oeuvre, waaraan ze deze week het fascinerende maar ook wonderschone Order Of Romance toevoegt
Bij de eerste beluistering van een nieuw album van Jesca Hoop weet je één ding zeker en dat is dat de Amerikaanse muzikante het je waarschijnlijk niet makkelijk gaat maken. Ook haar negende album, Order Of Romance, is weer een album dat continu dingen doet die je niet verwacht. De fraaie blazersarrangementen, de bijzondere ritmes, de zeer aanwezige achtergrondzang, de karakteristieke stem van Jesca Hoop, de complexe structuur van haar songs en haar persoonlijke teksten; alles klinkt anders dan je verwacht, maar toch strijkt Order Of Romance niet tegen de haren in. Het is het negende album van Jesca Hoop en misschien wel haar beste, al blijft het lastig kiezen binnen dit fascinerende oeuvre.
Het zal inmiddels bekend zijn dat Jesca Hoop ooit het kindermeisje was van de kinderen van Kathleen Brennan en Tom Waits, van wie de laatste haar eigenzinnige talent zag bij een voorstelling. Dat eigenzinnige talent van Jesca Hoop heeft zich sindsdien stevig kunnen ontwikkelen, wat de afgelopen 15 jaar een prachtig en zeer interessant stapeltje albums heeft opgeleverd.
Deze week verscheen het negende album van Jesca Hoop en ook Order Of Romance is weer een mooi en bijzonder album geworden. Jesca Hoop heeft gedurende haar carrière nooit voor de makkelijkste weg gekozen en doet dat ook weer niet op haar nieuwe album. Je hoort het direct in de openingstrack van het album waarin bijzondere ritmes worden gecombineerd met bijzondere blazersarrangementen en meerdere lagen vocalen en achtergrondvocalen.
De vocalen klinken, net als de instrumentatie, zeker niet alledaags klinken, waardoor niet iedereen zal vallen voor de zang van de Amerikaanse muzikante, maar ik vind de hoge stem van Jesca Hoop nog altijd prachtig. Het is een stem die op Order Of Romance fraai wordt ondersteund door de stemmen van Chloe Foy (die vorig jaar zelf nog een prachtig album uitbracht) en Rachel Rimmer, die een belangrijke rol spelen op het album en mede tekenen voor het unieke geluid van Jesca Hoop op Order Of Romance.
De eigenzinnigheid van de instrumentatie, de arrangementen en de zang wordt doorgetrokken in de songs en in de teksten van Jesca Hoop. De songs steken stuk voor stuk complex in elkaar, terwijl Jesca Hoop in haar teksten de zeer persoonlijke ervaringen niet uit de weg gaat. Jesca Hoop, die inmiddels een aantal jaren in het Britse Manchester woont, groeide op in een Californisch mormonengezin, waaraan ze zich in de pubertijd ontworstelde. Ze vertelt er indringend over in een aantal songs op haar nieuwe album.
Voor de productie van haar nieuwe album deed Jesca Hoop wederom een beroep op de vooral van PJ Harvey bekende John Parish, die geweldig werk heeft verricht. Order Of Romance klinkt als geen enkel ander album dat ik ken en fascineert van de eerste tot de laatste noot. Als ik het nieuwe album van Jesca Hoop moet vergelijken met de muziek van anderen, kom ik uit bij Fiona Apple, maar de verschillen tussen de muziek van de twee zijn groot.
Order Of Romance is behoorlijk sober ingekleurd, al zal het album niet als sober worden ervaren. Jesca Hoop heeft in de basis genoeg aan subtiele gitaarlijnen en kleurt haar muziek vervolgens verder in met bijzondere percussie van de hand van Seb Rochford, maar vooral met de bijzondere achtergrondvocalen en de prachtige bijdragen van blazers. Voor de arrangementen van de blazers tekent de onder andere van This Is The Kit bekende Jesse Vernon, die ook op het nieuwe album van Jesca Hoop weer vakwerk aflevert.
Order Of Romance is een album dat je meerdere keren moet horen voor je gewend bent aan alle bijzondere ingrediënten in de muziek van Jesca Hoop, maar wanneer je eenmaal gewend bent aan het unieke geluid op het album, winnen de bijzondere songs van de Amerikaanse muzikante eindeloos aan kracht. Jesca Hoop heeft de afgelopen vijftien jaar een hoogstaand oeuvre opgebouwd en ook Order Of Romance is weer van een niveau dat maar weinigen gegeven is. Dat heeft Tom Waits toch goed gehoord ruim twintig jaar geleden. Erwin Zijleman
Jesca Hoop - Stonechild (2019)

4,0
1
geplaatst: 6 juli 2019, 11:05 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jesca Hoop - STONECHILD - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jesca Hoop - STONECHILD
Jesca Hoop blijft maar verrassen met albums die steeds weer anders klinken, maar stuk voor stuk intrigeren en betoveren door schoonheid en experiment
De carrière van Jesca Hoop kreeg ooit een boost door de steun van Tom Waits voor wie ze als kindermeisje werkte, maar sindsdien heeft de Amerikaanse singer-songwriter ook aan de rest van de wereld laten horen dat ze een groot talent is. Ook STONECHILD is weer een prachtig album en het is een album dat anders klinkt dan zijn voorgangers. Het nieuwe album van Jesca Hoop is wat dieper geworteld in traditionele Britse folk, maar geeft vervolgens een bijzondere draai aan de invloeden uit het verleden. Jesca Hoop doet dit met een uiterst subtiele, maar ook wonderschone instrumentatie en pakt bovendien in vocaal opzicht flink uit, bijvoorbeeld door de dames van Lucius te laten schitteren. Bijzonder album.
De Amerikaanse singer-songwriter Jesca Hoop heeft de afgelopen twaalf jaar gebouwd aan een buitengewoon fascinerend oeuvre.
Het voormalige kindermeisje van het gezin van Tom Waits debuteerde in 2007 met het prachtige Kismet en weet sindsdien met elk album weer te verrassen, waarbij het niet zoveel uitmaakt of Jesca Hoop haar eigen werk opnieuw uitvindt (wat ze inmiddels tweemaal deed) of op de proppen komt met nieuw materiaal.
Jesca Hoop verrast niet alleen met de muziek die ze maakt, maar ook met de grote namen die ze weet te strikken voor haar albums. Op haar debuut Kismet was er een glansrol voor The Police drummer Stewart Copeland en sindsdien passeerden uitstekende producers als Blake Mills en Tucker Martine de revue en waren er glansrollen voor muzikanten als Guy Garvey, Patrick Warren, Eyvind Kang, Glenn Kotche en natuurlijk Sam Beam, met wie Jesca Hoop het fraaie duo album Love Letter For Fire maakte.
Ook voor haar nieuwe album wist de een paar jaar geleden naar het Britse Manchester verhuisde Jesca Hoop weer een producer en gastmuzikanten van naam en faam te strikken. De vooral van PJ Harvey, maar recent ook van Aldous Harding bekende John Parish nam plaats achter de knoppen, terwijl Lucius, This Is The Kit en Rozi Plain, die overigens eerder dit jaar een van de betere albums van 2019 afleverde met het fraaie What A Boost, bijdragen aan de bijzondere vocale inkleuring van Jesca Hoop’s nieuwe album.
John Parish heeft STONECHILD voorzien van een betrekkelijk sobere productie. De instrumentatie op het album is mooi, subtiel en bijzonder, valt op door prachtige gitaarlijnen en staat voor een belangrijk deel in dienst van de vocalen. Die vocalen kunnen behoorlijk uitbundig klinken, zeker wanneer de dames van Lucius uitpakken met hun weldadige harmonieën, maar STONECHILD bevat ook een aantal behoorlijk sobere songs.
Jesca Hoop heeft het de luisteraar nooit heel makkelijk gemaakt en ook haar nieuwe album is weer een album dat je wat vaker moet horen. Bij herhaalde beluistering zijn het de sobere en folk georiënteerde songs die het snelst overtuigen, maar de meest fascinerende tracks op het album zijn toch de tracks waarin de vocalen flink los mogen gaan, de folky zang van Jesca Hoop gezelschap krijgt van met name de groots klinkende koortjes van Lucius en ik af en toe associaties heb met de muziek van Kate Bush.
Ondanks het feit dat ik Jesca Hoop inmiddels flink wat jaren hoog heb zitten, moest ik flink wennen aan STONECHILD maar na enige gewenning vind ik het een album van een hele bijzondere of zelfs unieke schoonheid. Het is knap hoe Jesca Hoop met bescheiden middelen songs kan maken die diep onder de huid kruipen en het is minstens even knap hoe ze met in vocaal opzicht stevig uitpakkende songs vol verrassende wendingen de aandacht moeiteloos weer vast te houden.
STONECHILD zal zeer in de smaak vallen bij liefhebbers van door traditionele Britse folk beïnvloede muziek, maar het nieuwe album van Jesca Hoop heeft ook absoluut zijn ruwe en experimentele kanten. In muzikaal opzicht doet het me meer dan eens denken aan het prachtige album van Rozi Plain, maar het stempel van Jesca Hoop domineert uiteindelijk. Zoals gezegd geen makkelijk album, maar wat is het mooi en bijzonder. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jesca Hoop - STONECHILD - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jesca Hoop - STONECHILD
Jesca Hoop blijft maar verrassen met albums die steeds weer anders klinken, maar stuk voor stuk intrigeren en betoveren door schoonheid en experiment
De carrière van Jesca Hoop kreeg ooit een boost door de steun van Tom Waits voor wie ze als kindermeisje werkte, maar sindsdien heeft de Amerikaanse singer-songwriter ook aan de rest van de wereld laten horen dat ze een groot talent is. Ook STONECHILD is weer een prachtig album en het is een album dat anders klinkt dan zijn voorgangers. Het nieuwe album van Jesca Hoop is wat dieper geworteld in traditionele Britse folk, maar geeft vervolgens een bijzondere draai aan de invloeden uit het verleden. Jesca Hoop doet dit met een uiterst subtiele, maar ook wonderschone instrumentatie en pakt bovendien in vocaal opzicht flink uit, bijvoorbeeld door de dames van Lucius te laten schitteren. Bijzonder album.
De Amerikaanse singer-songwriter Jesca Hoop heeft de afgelopen twaalf jaar gebouwd aan een buitengewoon fascinerend oeuvre.
Het voormalige kindermeisje van het gezin van Tom Waits debuteerde in 2007 met het prachtige Kismet en weet sindsdien met elk album weer te verrassen, waarbij het niet zoveel uitmaakt of Jesca Hoop haar eigen werk opnieuw uitvindt (wat ze inmiddels tweemaal deed) of op de proppen komt met nieuw materiaal.
Jesca Hoop verrast niet alleen met de muziek die ze maakt, maar ook met de grote namen die ze weet te strikken voor haar albums. Op haar debuut Kismet was er een glansrol voor The Police drummer Stewart Copeland en sindsdien passeerden uitstekende producers als Blake Mills en Tucker Martine de revue en waren er glansrollen voor muzikanten als Guy Garvey, Patrick Warren, Eyvind Kang, Glenn Kotche en natuurlijk Sam Beam, met wie Jesca Hoop het fraaie duo album Love Letter For Fire maakte.
Ook voor haar nieuwe album wist de een paar jaar geleden naar het Britse Manchester verhuisde Jesca Hoop weer een producer en gastmuzikanten van naam en faam te strikken. De vooral van PJ Harvey, maar recent ook van Aldous Harding bekende John Parish nam plaats achter de knoppen, terwijl Lucius, This Is The Kit en Rozi Plain, die overigens eerder dit jaar een van de betere albums van 2019 afleverde met het fraaie What A Boost, bijdragen aan de bijzondere vocale inkleuring van Jesca Hoop’s nieuwe album.
John Parish heeft STONECHILD voorzien van een betrekkelijk sobere productie. De instrumentatie op het album is mooi, subtiel en bijzonder, valt op door prachtige gitaarlijnen en staat voor een belangrijk deel in dienst van de vocalen. Die vocalen kunnen behoorlijk uitbundig klinken, zeker wanneer de dames van Lucius uitpakken met hun weldadige harmonieën, maar STONECHILD bevat ook een aantal behoorlijk sobere songs.
Jesca Hoop heeft het de luisteraar nooit heel makkelijk gemaakt en ook haar nieuwe album is weer een album dat je wat vaker moet horen. Bij herhaalde beluistering zijn het de sobere en folk georiënteerde songs die het snelst overtuigen, maar de meest fascinerende tracks op het album zijn toch de tracks waarin de vocalen flink los mogen gaan, de folky zang van Jesca Hoop gezelschap krijgt van met name de groots klinkende koortjes van Lucius en ik af en toe associaties heb met de muziek van Kate Bush.
Ondanks het feit dat ik Jesca Hoop inmiddels flink wat jaren hoog heb zitten, moest ik flink wennen aan STONECHILD maar na enige gewenning vind ik het een album van een hele bijzondere of zelfs unieke schoonheid. Het is knap hoe Jesca Hoop met bescheiden middelen songs kan maken die diep onder de huid kruipen en het is minstens even knap hoe ze met in vocaal opzicht stevig uitpakkende songs vol verrassende wendingen de aandacht moeiteloos weer vast te houden.
STONECHILD zal zeer in de smaak vallen bij liefhebbers van door traditionele Britse folk beïnvloede muziek, maar het nieuwe album van Jesca Hoop heeft ook absoluut zijn ruwe en experimentele kanten. In muzikaal opzicht doet het me meer dan eens denken aan het prachtige album van Rozi Plain, maar het stempel van Jesca Hoop domineert uiteindelijk. Zoals gezegd geen makkelijk album, maar wat is het mooi en bijzonder. Erwin Zijleman
Jess Cornelius - CARE/TAKING (2024)

4,0
0
geplaatst: 19 juni 2024, 11:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jess Cornelius - CARE/TAKING - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jess Cornelius - CARE/TAKING
De Nieuw-Zeelandse muzikante Jess Cornelius debuteerde vier jaar geleden bijzonder fraai, maar legt de lat nog flink wat hoger op het veelzijdige en eigenlijk niet in een hokje te duwen CARE/TAKING
Het debuutalbum van de oorspronkelijk uit Nieuw-Zeeland afkomstige maar inmiddels vanuit Los Angeles opererende Jess Cornelius kreeg vier jaar geleden niet heel veel aandacht. Dat is jammer want het was een eigenzinnig album dat op geheel eigen wijze zeer uiteenlopende invloeden verwerkte. Dat doet Jess Cornelius ook weer op het deze week verschenen CARE/TAKING, dat op een of andere manier direct bekend in de oren klinkt, zonder dat je kunt zeggen waar het nu precies op lijkt. Net als op haar debuutalbum laat Jess Cornelius zich door van alles beïnvloeden en nog meer dan op dat album verwerkt ze alle inspiratie op CARE/TAKING in een eigen geluid.
De naam Jess Cornelius, van wie deze week het album CARE/TAKING is verschenen, zei me niet direct iets, terwijl ik in de zomer van 2020 toch echt heel erg enthousiast was over haar solodebuut Distance. Het is een solodebuut dat destijds zeker niet uit de lucht kwam vallen, want de van oorsprong Nieuw-Zeelandse Jess Cornelius was in haar tweede vaderland Australië al behoorlijk bekend dankzij haar band Teeth & Tongue.
Heen en weer pendelend tussen Melbourne en Los Angeles probeerde Jess Cornelius het in 2020 in haar eentje en dat pakte echt fantastisch uit. Distance werd in de zomer van 2020 vrij makkelijk voorzien van het etiket indierock en Jess Cornelius werd in het hokje geduwd dat ook destijds al werd aangevoerd door Phoebe Bridgers. Het bleek vrij onzinnig, want Jess Cornelius liet zich met Distance niet in een hokje duwen.
Het album bevatte absoluut invloeden uit de indierock van dat moment, maar Jess Cornelius kon ook uit de voeten met 90s indierock, met Laurel Canyon folk en met jaren 70 new wave en combineerde moeiteloos invloeden van iedereen van Patti Smith tot Siousxie Sioux en van Chrissie Hynde tot Phoebe Bridgers. Het was nog maar het topje van de ijsberg, want Distance sleepte er van alles bij en liet zich beluisteren als een ‘roller coaster ride’ langs een aantal decennia popmuziek.
Ik ben het allemaal vrij snel vergeten kennelijk (het zal corona zijn geweest), want Distance kreeg uiteindelijk niet de verdiende plek in mijn jaarlijstje en ook het deze week verschenen CARE/TAKING deed op geen enkele manier een belletje rinkelen. Hopelijk blijft het tweede album van de Nieuw-Zeelandse muzikante langer hangen, want ook CARE/TAKING is weer een album dat er toe doet.
Jess Cornelius heeft zich inmiddels volledig gevestigd in Los Angeles, zag een relatie op de klippen lopen en werd moeder. Het heeft allemaal effect gehad op de songs op CARE/TAKING, dat deels in het verlengde ligt van zijn voorganger. Ook het tweede soloalbum van Jess Cornelius is een album waar je niet zomaar een stempel op drukt. De Nieuw-Zeelandse muzikante verwerkt ook op haar nieuwe album uiteenlopende invloeden en put uit een aantal decennia popmuziek. CARE/TAKING heeft vaak een jaren 70 sfeertje, maar ik kan niet direct zeggen waar het nu op lijkt.
Jess Cornelius maakte haar tweede album voor het overgrote deel samen met de Amerikaanse muzikant Mikal Cronin, die bekend werd vanwege zijn samenwerking met Ty Segall, maar ook een aantal prima soloalbums maakte. De twee produceerden het album en tekenden voor de meeste instrumenten, waarna alleen voormalig The War On Drugs drummer Steven Urgo nog aanschoof.
Net als voorganger Distance kan ook CARE/TAKING heerlijk rocken, maar de songs van Jess Cornelius zijn ook niet vies van flink wat pop. De instrumentatie is lekker ruw en zo kunnen ook de expressieve vocalen van Jess Cornelius worden omschreven. Ik ken, buiten Distance, geen enkel album dat zo klinkt als CARE/TAKING van Jess Cornelius, al zitten de songs van de muzikante uit Los Angeles vol echo’s uit het verleden. Het zijn songs die anders klinken dan de songs waar ik meestal naar luister, maar ik moet zeggen dat ik voorlopig heel erg vrolijk word van dit album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jess Cornelius - CARE/TAKING - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jess Cornelius - CARE/TAKING
De Nieuw-Zeelandse muzikante Jess Cornelius debuteerde vier jaar geleden bijzonder fraai, maar legt de lat nog flink wat hoger op het veelzijdige en eigenlijk niet in een hokje te duwen CARE/TAKING
Het debuutalbum van de oorspronkelijk uit Nieuw-Zeeland afkomstige maar inmiddels vanuit Los Angeles opererende Jess Cornelius kreeg vier jaar geleden niet heel veel aandacht. Dat is jammer want het was een eigenzinnig album dat op geheel eigen wijze zeer uiteenlopende invloeden verwerkte. Dat doet Jess Cornelius ook weer op het deze week verschenen CARE/TAKING, dat op een of andere manier direct bekend in de oren klinkt, zonder dat je kunt zeggen waar het nu precies op lijkt. Net als op haar debuutalbum laat Jess Cornelius zich door van alles beïnvloeden en nog meer dan op dat album verwerkt ze alle inspiratie op CARE/TAKING in een eigen geluid.
De naam Jess Cornelius, van wie deze week het album CARE/TAKING is verschenen, zei me niet direct iets, terwijl ik in de zomer van 2020 toch echt heel erg enthousiast was over haar solodebuut Distance. Het is een solodebuut dat destijds zeker niet uit de lucht kwam vallen, want de van oorsprong Nieuw-Zeelandse Jess Cornelius was in haar tweede vaderland Australië al behoorlijk bekend dankzij haar band Teeth & Tongue.
Heen en weer pendelend tussen Melbourne en Los Angeles probeerde Jess Cornelius het in 2020 in haar eentje en dat pakte echt fantastisch uit. Distance werd in de zomer van 2020 vrij makkelijk voorzien van het etiket indierock en Jess Cornelius werd in het hokje geduwd dat ook destijds al werd aangevoerd door Phoebe Bridgers. Het bleek vrij onzinnig, want Jess Cornelius liet zich met Distance niet in een hokje duwen.
Het album bevatte absoluut invloeden uit de indierock van dat moment, maar Jess Cornelius kon ook uit de voeten met 90s indierock, met Laurel Canyon folk en met jaren 70 new wave en combineerde moeiteloos invloeden van iedereen van Patti Smith tot Siousxie Sioux en van Chrissie Hynde tot Phoebe Bridgers. Het was nog maar het topje van de ijsberg, want Distance sleepte er van alles bij en liet zich beluisteren als een ‘roller coaster ride’ langs een aantal decennia popmuziek.
Ik ben het allemaal vrij snel vergeten kennelijk (het zal corona zijn geweest), want Distance kreeg uiteindelijk niet de verdiende plek in mijn jaarlijstje en ook het deze week verschenen CARE/TAKING deed op geen enkele manier een belletje rinkelen. Hopelijk blijft het tweede album van de Nieuw-Zeelandse muzikante langer hangen, want ook CARE/TAKING is weer een album dat er toe doet.
Jess Cornelius heeft zich inmiddels volledig gevestigd in Los Angeles, zag een relatie op de klippen lopen en werd moeder. Het heeft allemaal effect gehad op de songs op CARE/TAKING, dat deels in het verlengde ligt van zijn voorganger. Ook het tweede soloalbum van Jess Cornelius is een album waar je niet zomaar een stempel op drukt. De Nieuw-Zeelandse muzikante verwerkt ook op haar nieuwe album uiteenlopende invloeden en put uit een aantal decennia popmuziek. CARE/TAKING heeft vaak een jaren 70 sfeertje, maar ik kan niet direct zeggen waar het nu op lijkt.
Jess Cornelius maakte haar tweede album voor het overgrote deel samen met de Amerikaanse muzikant Mikal Cronin, die bekend werd vanwege zijn samenwerking met Ty Segall, maar ook een aantal prima soloalbums maakte. De twee produceerden het album en tekenden voor de meeste instrumenten, waarna alleen voormalig The War On Drugs drummer Steven Urgo nog aanschoof.
Net als voorganger Distance kan ook CARE/TAKING heerlijk rocken, maar de songs van Jess Cornelius zijn ook niet vies van flink wat pop. De instrumentatie is lekker ruw en zo kunnen ook de expressieve vocalen van Jess Cornelius worden omschreven. Ik ken, buiten Distance, geen enkel album dat zo klinkt als CARE/TAKING van Jess Cornelius, al zitten de songs van de muzikante uit Los Angeles vol echo’s uit het verleden. Het zijn songs die anders klinken dan de songs waar ik meestal naar luister, maar ik moet zeggen dat ik voorlopig heel erg vrolijk word van dit album. Erwin Zijleman
Jess Cornelius - Distance (2020)

4,0
0
geplaatst: 27 juli 2020, 16:26 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jess Cornelius - Distance - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jess Cornelius - Distance
Jess Cornelius timmerde al enkele jaren aan de weg met haar band, maar zet nu een indrukwekkende nieuwe stap met een verrassend veelzijdig soloalbum
Distance wordt makkelijk in hetzelfde hokje geduwd als de albums van alle getergde jonge vrouwelijke singer-songwriters van het moment, maar klinkt toch duidelijk anders. Het is een album dat met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek stapt en dat indruk maakt met een mooie instrumentatie, een krachtige stem en uitstekende songs. Het levert een persoonlijk album op dat het talent van Jess Cornelius keer op keer aan de oppervlakte laat komen. Distance staat bol van de invloeden, variërend van de jaren 50 tot en met 90, maar het is op hetzelfde moment een eigentijds album. Ik lees er in Nederland helemaal niets over, maar dit album is echt de moeite waard.
Jess Cornelius werd geboren in Nieuw-Zeeland, groeide op in het Australische Melbourne en woont sinds kort in Los Angeles. In Australië voerde ze een aantal jaren de rockband Teeth & Tongue aan en timmerde ze met name in haar tweede vaderland stevig aan de weg. Het is me allemaal ontgaan, maar het eerste soloalbum van Jess Cornelius heb ik gelukkig wel opgepikt, want wat is dit een goede plaat.
Distance wordt makkelijk in hetzelfde hokje geduwd als het laatste album van stadgenoot Phoebe Bridgers en al haar soortgenoten, maar Jess Cornelius is wat mij betreft toch uit ander hout gesneden. Openingstrack Kitchen Floor klinkt direct krachtiger en minder melancholisch dan de muziek van bijvoorbeeld Phoebe Bridgers en is bovendien minder bang voor een aanstekelijke rocksong.
Kitchen Floor klinkt opent met een eenvoudige en trefzekere gitaarlijn en de krachtige stem van Jess Cornelius, die me afwisselend voorzichtig aan Patti Smith, Siouxsie Sioux en Chrissie Hynde doet denken. De track eindigt zoals hij is begonnen, maar hier tussen in kiest Jess Cornelius voor een voller geluid en voor een aanstekelijk refrein. Het is een beproefd concept op Distance.
Het debuutalbum van Jess Cornelius klinkt aan de ene kant eigentijds, maar in haar songs hoor ik ook flink wat echo’s uit het verleden. Zeker wanneer de tegenwoordig vanuit Los Angeles opererende muzikante haar teksten met enige urgentie zingt, hoor ik flarden van de new wave zoals die in de tweede helft van de jaren 70 in New York werd gemaakt, maar Jess Cornelius schuwt ook zeker het lekker in het gehoor liggende popliedje niet.
Wanneer een ritmebox, diepe bassen en synths opduiken hoor je flarden postpunk op Distance, maar steeds als je denkt dat je het album in een hokje kunt duwen, gaat de muziek van Jess Cornelius weer een andere kant op. Het zijn uiteindelijk de gitaarsongs die domineren op Distance en het zijn gitaarsongs die een rauwe ondertoon combineren met lekker in het gehoor liggende klanken. Het is allemaal behoorlijk verslavend, want Jess Cornelius houdt haar songs niet alleen ruw en spannend, maar het zijn ook songs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden.
Ik hou persoonlijk wel van de nieuwe generatie getergde vrouwelijke singer-songwriters met fluisterzachte stemmen, maar de kracht van Jess Cornelius bevalt me ook wel. Ook de persoonlijke songs op het album spreken me aan. De in Australië opgegroeide singer-songwriter zingt over de grote afstand tussen Melbourne en Los Angeles maar staat ook stil bij volwassen worden en alle ellende die daar bij hoort.
In muzikaal opzicht blijft Distance me maar verrassen door steeds weer net wat anders te klinken en door met reuzenstappen door de tijd te bewegen. Van nostalgische 50s pop tot Laurel Canyon folk uit de jaren 60, tot 70s new wave, 80’s postpunk, 90s rock of de eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriter muziek uit het huidige millennium.
Distance schiet alle kanten op, maar het wat inconsistente karakter van het album zit me geen moment in de weg. Jess Cornelius is van vele markten thuis en laat zich op haar eerste soloalbum niet beperken. Het levert een album op dat zich in muzikaal en vocaal opzicht en ook qua songs en invloeden makkelijk weet te onderscheiden van de andere albums die deze week zijn verschenen. ik ben onder de indruk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jess Cornelius - Distance - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jess Cornelius - Distance
Jess Cornelius timmerde al enkele jaren aan de weg met haar band, maar zet nu een indrukwekkende nieuwe stap met een verrassend veelzijdig soloalbum
Distance wordt makkelijk in hetzelfde hokje geduwd als de albums van alle getergde jonge vrouwelijke singer-songwriters van het moment, maar klinkt toch duidelijk anders. Het is een album dat met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek stapt en dat indruk maakt met een mooie instrumentatie, een krachtige stem en uitstekende songs. Het levert een persoonlijk album op dat het talent van Jess Cornelius keer op keer aan de oppervlakte laat komen. Distance staat bol van de invloeden, variërend van de jaren 50 tot en met 90, maar het is op hetzelfde moment een eigentijds album. Ik lees er in Nederland helemaal niets over, maar dit album is echt de moeite waard.
Jess Cornelius werd geboren in Nieuw-Zeeland, groeide op in het Australische Melbourne en woont sinds kort in Los Angeles. In Australië voerde ze een aantal jaren de rockband Teeth & Tongue aan en timmerde ze met name in haar tweede vaderland stevig aan de weg. Het is me allemaal ontgaan, maar het eerste soloalbum van Jess Cornelius heb ik gelukkig wel opgepikt, want wat is dit een goede plaat.
Distance wordt makkelijk in hetzelfde hokje geduwd als het laatste album van stadgenoot Phoebe Bridgers en al haar soortgenoten, maar Jess Cornelius is wat mij betreft toch uit ander hout gesneden. Openingstrack Kitchen Floor klinkt direct krachtiger en minder melancholisch dan de muziek van bijvoorbeeld Phoebe Bridgers en is bovendien minder bang voor een aanstekelijke rocksong.
Kitchen Floor klinkt opent met een eenvoudige en trefzekere gitaarlijn en de krachtige stem van Jess Cornelius, die me afwisselend voorzichtig aan Patti Smith, Siouxsie Sioux en Chrissie Hynde doet denken. De track eindigt zoals hij is begonnen, maar hier tussen in kiest Jess Cornelius voor een voller geluid en voor een aanstekelijk refrein. Het is een beproefd concept op Distance.
Het debuutalbum van Jess Cornelius klinkt aan de ene kant eigentijds, maar in haar songs hoor ik ook flink wat echo’s uit het verleden. Zeker wanneer de tegenwoordig vanuit Los Angeles opererende muzikante haar teksten met enige urgentie zingt, hoor ik flarden van de new wave zoals die in de tweede helft van de jaren 70 in New York werd gemaakt, maar Jess Cornelius schuwt ook zeker het lekker in het gehoor liggende popliedje niet.
Wanneer een ritmebox, diepe bassen en synths opduiken hoor je flarden postpunk op Distance, maar steeds als je denkt dat je het album in een hokje kunt duwen, gaat de muziek van Jess Cornelius weer een andere kant op. Het zijn uiteindelijk de gitaarsongs die domineren op Distance en het zijn gitaarsongs die een rauwe ondertoon combineren met lekker in het gehoor liggende klanken. Het is allemaal behoorlijk verslavend, want Jess Cornelius houdt haar songs niet alleen ruw en spannend, maar het zijn ook songs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden.
Ik hou persoonlijk wel van de nieuwe generatie getergde vrouwelijke singer-songwriters met fluisterzachte stemmen, maar de kracht van Jess Cornelius bevalt me ook wel. Ook de persoonlijke songs op het album spreken me aan. De in Australië opgegroeide singer-songwriter zingt over de grote afstand tussen Melbourne en Los Angeles maar staat ook stil bij volwassen worden en alle ellende die daar bij hoort.
In muzikaal opzicht blijft Distance me maar verrassen door steeds weer net wat anders te klinken en door met reuzenstappen door de tijd te bewegen. Van nostalgische 50s pop tot Laurel Canyon folk uit de jaren 60, tot 70s new wave, 80’s postpunk, 90s rock of de eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriter muziek uit het huidige millennium.
Distance schiet alle kanten op, maar het wat inconsistente karakter van het album zit me geen moment in de weg. Jess Cornelius is van vele markten thuis en laat zich op haar eerste soloalbum niet beperken. Het levert een album op dat zich in muzikaal en vocaal opzicht en ook qua songs en invloeden makkelijk weet te onderscheiden van de andere albums die deze week zijn verschenen. ik ben onder de indruk. Erwin Zijleman
