Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Jason Isbell and the 400 Unit - Weathervanes (2023)

4,5
2
geplaatst: 11 juni 2023, 11:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jason Isbell & The 400 Unit - Weathervanes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jason Isbell & The 400 Unit - Weathervanes
Jason Isbell moet gerekend worden tot de allerbeste songwriters van het moment en laat op het samen met zijn band The 400 Unit gemaakte Weathervanes met heel veel overtuiging horen waarom dat zo is
Jason Isbell waagde in 2007 een sprong in het diepe toen hij de succesvolle band Drive-By Truckers verliet en begon aan een solocarrière. Het blijkt achteraf bezien een wijs besluit, want het oeuvre van de Amerikaanse muzikant is inmiddels zeer indrukwekkend. Het is een oeuvre waarin Jason Isbell nog steeds groei laat horen, want het deze week verschenen Weathervanes doet niet onder voor het geweldige Reunions uit 2020 en zou ook het onaantastbaar geachte Southeastern uit 2013 wel eens kunnen overtreffen. Op Weathervanes laat Jason Isbell niet alleen horen dat hij een groot songwriter is, maar maakt hij ook muziek die de Amerikaanse rootsmuziek overstijgt. Groots album van een groot muzikant.
Jason Isbell maakte zes jaar deel uit van de Amerikaanse band Drive-By Truckers en droeg bij aan de uitstekende albums Decoration Day, The Dirty South en A Blessing And A Curse. In 2007 begon hij aan een solocarrière, die inmiddels als zeer succesvol kan worden bestempeld. De Amerikaanse muzikant maakte tussen 2007 en 2021 acht albums en bij het merendeel stond zijn band The 400 Unit vermeld op de cover. De naam van de band staat ook weer op de cover van het deze week verschenen Weathervanes, de opvolger van Georgia Blue, het album waarop Jason Isbell een eerbetoon bracht aan muzikanten uit de staat die Joe Biden in 2020 hielp aan de verkiezingswinst.
Jason Isbell groeide in de ruime vijftien jaar die zijn solocarrière inmiddels duurt uit tot de beste songwriters in de Verenigde Staten en ook Weathervanes staat weer vol met songs waarvoor de allergrootsten zich niet zouden schamen. Het zijn songs die vooral de etiketten Americana en alt-country krijgen opgeplakt, maar op zijn nieuwe album maakt Jason Isbell muziek die zich ook buiten de grenzen van de Amerikaanse rootsmuziek begeeft en die ook geschikt is voor de Amerikaanse radiostations.
De Amerikaanse muziekwebsite Allmusic.com noemt Weathervanes de Born In The U.S.A. van de Amerikaanse rootsmuziek. Dat zijn misschien wel erg grote woorden, maar dat Jason Isbell een geweldig album vol memorabele songs heeft afgeleverd kan ik niet ontkennen. Jason Isbell werkte op een groot deel van zijn albums samen met topproducer Dave Cobb, maar op Weathervanes heeft hij de touwtjes zelf in handen.
De Amerikaanse muzikant heeft gekozen voor een geluid dat zich deels ontworstelt aan het Nashville keurslijf en het is een geluid dat zijn band The 400 Unit alle ruimte geeft. De band klinkt nog hechter dan op de vorige albums en voorziet de songs van Jason Isbell van een verzorgd geluid, dat bij vlagen bijna net zo groots en meeslepend klinkt als dat van Springsteen’s E Street Band.
Het is een geluid waarin het gitaarwerk gelukkig wat rauwer mag klinken en die kans laat gitarist Sadler Vaden niet onbenut. Het gitaarwerk is belangrijk, maar Jason Isbell heeft ook flink wat andere instrumenten aan het geluid op Weathervanes toegevoegd, waaronder strijkers, inclusief de viool van zijn echtgenote Amanda Shires.
Jason Isbell schrijft niet alleen geweldige songs, maar voorziet ze ook van mooie teksten, die een mooi inkijkje geven in de Amerikaanse samenleving van het moment. Ik heb sowieso nog geen zwakke plekken kunnen ontdekken in het oeuvre van Jason Isbell, maar op Weathervanes presteert hij op de toppen van zijn momenteel bekende kunnen. Weathervanes imponeert een uur lang met geweldige songs, maar ook in muzikaal en vocaal opzicht is het smullen.
Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant dringt zich in de warme zon van het moment direct op, maar ook als je het album meerdere keren hebt gehoord blijven de songs op Weathervanes stuk voor stuk parels. Het zijn songs waarmee Jason Isbell zijn status als een van de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek consolideert, maar Weathervanes laat, nog meer dan de vorige albums van de Amerikaanse muzikant en zijn uitstekende band, horen dat Jason Isbell ook buiten de Amerikaanse rootsmuziek met de besten mee kan. Het klinkt allemaal zo makkelijk wat Jason Isbell doet, maar het is echt ongelooflijk knap. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jason Isbell & The 400 Unit - Weathervanes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jason Isbell & The 400 Unit - Weathervanes
Jason Isbell moet gerekend worden tot de allerbeste songwriters van het moment en laat op het samen met zijn band The 400 Unit gemaakte Weathervanes met heel veel overtuiging horen waarom dat zo is
Jason Isbell waagde in 2007 een sprong in het diepe toen hij de succesvolle band Drive-By Truckers verliet en begon aan een solocarrière. Het blijkt achteraf bezien een wijs besluit, want het oeuvre van de Amerikaanse muzikant is inmiddels zeer indrukwekkend. Het is een oeuvre waarin Jason Isbell nog steeds groei laat horen, want het deze week verschenen Weathervanes doet niet onder voor het geweldige Reunions uit 2020 en zou ook het onaantastbaar geachte Southeastern uit 2013 wel eens kunnen overtreffen. Op Weathervanes laat Jason Isbell niet alleen horen dat hij een groot songwriter is, maar maakt hij ook muziek die de Amerikaanse rootsmuziek overstijgt. Groots album van een groot muzikant.
Jason Isbell maakte zes jaar deel uit van de Amerikaanse band Drive-By Truckers en droeg bij aan de uitstekende albums Decoration Day, The Dirty South en A Blessing And A Curse. In 2007 begon hij aan een solocarrière, die inmiddels als zeer succesvol kan worden bestempeld. De Amerikaanse muzikant maakte tussen 2007 en 2021 acht albums en bij het merendeel stond zijn band The 400 Unit vermeld op de cover. De naam van de band staat ook weer op de cover van het deze week verschenen Weathervanes, de opvolger van Georgia Blue, het album waarop Jason Isbell een eerbetoon bracht aan muzikanten uit de staat die Joe Biden in 2020 hielp aan de verkiezingswinst.
Jason Isbell groeide in de ruime vijftien jaar die zijn solocarrière inmiddels duurt uit tot de beste songwriters in de Verenigde Staten en ook Weathervanes staat weer vol met songs waarvoor de allergrootsten zich niet zouden schamen. Het zijn songs die vooral de etiketten Americana en alt-country krijgen opgeplakt, maar op zijn nieuwe album maakt Jason Isbell muziek die zich ook buiten de grenzen van de Amerikaanse rootsmuziek begeeft en die ook geschikt is voor de Amerikaanse radiostations.
De Amerikaanse muziekwebsite Allmusic.com noemt Weathervanes de Born In The U.S.A. van de Amerikaanse rootsmuziek. Dat zijn misschien wel erg grote woorden, maar dat Jason Isbell een geweldig album vol memorabele songs heeft afgeleverd kan ik niet ontkennen. Jason Isbell werkte op een groot deel van zijn albums samen met topproducer Dave Cobb, maar op Weathervanes heeft hij de touwtjes zelf in handen.
De Amerikaanse muzikant heeft gekozen voor een geluid dat zich deels ontworstelt aan het Nashville keurslijf en het is een geluid dat zijn band The 400 Unit alle ruimte geeft. De band klinkt nog hechter dan op de vorige albums en voorziet de songs van Jason Isbell van een verzorgd geluid, dat bij vlagen bijna net zo groots en meeslepend klinkt als dat van Springsteen’s E Street Band.
Het is een geluid waarin het gitaarwerk gelukkig wat rauwer mag klinken en die kans laat gitarist Sadler Vaden niet onbenut. Het gitaarwerk is belangrijk, maar Jason Isbell heeft ook flink wat andere instrumenten aan het geluid op Weathervanes toegevoegd, waaronder strijkers, inclusief de viool van zijn echtgenote Amanda Shires.
Jason Isbell schrijft niet alleen geweldige songs, maar voorziet ze ook van mooie teksten, die een mooi inkijkje geven in de Amerikaanse samenleving van het moment. Ik heb sowieso nog geen zwakke plekken kunnen ontdekken in het oeuvre van Jason Isbell, maar op Weathervanes presteert hij op de toppen van zijn momenteel bekende kunnen. Weathervanes imponeert een uur lang met geweldige songs, maar ook in muzikaal en vocaal opzicht is het smullen.
Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant dringt zich in de warme zon van het moment direct op, maar ook als je het album meerdere keren hebt gehoord blijven de songs op Weathervanes stuk voor stuk parels. Het zijn songs waarmee Jason Isbell zijn status als een van de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek consolideert, maar Weathervanes laat, nog meer dan de vorige albums van de Amerikaanse muzikant en zijn uitstekende band, horen dat Jason Isbell ook buiten de Amerikaanse rootsmuziek met de besten mee kan. Het klinkt allemaal zo makkelijk wat Jason Isbell doet, maar het is echt ongelooflijk knap. Erwin Zijleman
Jason Molina - Eight Gates (2020)

4,0
5
geplaatst: 14 augustus 2020, 11:11 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jason Molina - Eight Gates - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jason Molina - Eight Gates
Een prachtig slotakkoord van de in 2013 veel te vroeg overleden Jason Molina, die nog één keer zijn unieke, intense, aardedonkere en zwaar weemoedige songs over ons uitstort
Jason Molina haalde de 40 niet eens, maar heeft ons desondanks een mooi en rijk oeuvre nagelaten met zijn projecten Magnolia Electric Co. en natuurlijk Songs:Ohia. Het is een oeuvre dat nu wordt aangevuld met Eight Gates, dat Jason Molina maakte toen hij in 2007 in Londen woonde. Het zijn slechts 25 minuten muziek die van de plank zijn gekomen, maar het zijn 25 minuten met een intensiteit om bang van te worden. De instrumentatie is sober of zelfs spartaans, maar creëert onmiddellijk een wat beklemmende sfeer. Het is een sfeer die prachtig past bij de emotievolle vocalen van Jason Molina, die ook dit keer de zon verdrijft met aardedonkere wolken.
Het is alweer zeven jaar geleden dat de Amerikaanse muzikant Jason Molina op slechts 39-jarige leeftijd overleed, na een jarenlange strijd met alcohol. Ondanks zijn korte en niet altijd makkelijke leven liet hij een fraai en toch nog best omvangrijk oeuvre na.
Jason Molina maakte zijn albums slechts voor een heel klein deel onder zijn eigen naam, maar vooral als Songs:Ohia. Als Songs:Ohia leverde Jason Molina klassiekers als Axxess & Ace (1999), The Lioness (2000), Didn't It Rain (2002) en Magnolia Electric Co. (2003) af, waarna hij de band Magnolia Electric Co. formeerde, die weer goed was voor geweldige albums als Fading Trails (2006), Sojourner (2007) en Josephine (2009).
Deze week verscheen niet eerder uitgebracht materiaal van Jason Molina onder zijn eigen naam en met de titel Eight Gates. Het album bevat slechts negen songs en 25 minuten muziek en stamt uit 2009, toen Jason Molina zich tijdelijk in Londen had gevestigd. Je hoort de Londense vogeltjes, naar verluidt de parkieten die Molina op zijn balkon voerde, met enige regelmaat fluiten op het album, maar verder klinkt het allemaal behoorlijk donker, precies zoals we van Jason Molina gewend zijn.
Eight Gates had net zo goed een Songs: Ohia album kunnen zijn, maar omdat de Amerikaanse muzikant die naam niet meer gebruikte in 2007, is het logisch dat het album onder zijn eigen naam is uitgebracht. Eight Gates is verder in alles een Jason Molina album, dat naar verluid is geïnspireerd door het moment waarop Jason Molina de dood in ogen keek, nadat hij was gebeten door een giftige spin (waarop de kans in Londen niet zo heel groot is natuurlijk, waardoor er wel wat twijfels zijn over het waarheidsgehalte van dit verhaal).
De instrumentatie is uiterst sober. Wat getokkel van een akoestische gitaar, wat versterkte gitaarlijnen, wat synths en orgels, soms wat eenvoudige percussie en hier en daar strijkers. Het is een ingetogen en stemmig geluid, dat uitstekend past bij de uit duizenden herkenbare stem van Jason Molina, die de sobere instrumentatie steeds makkelijk overstemt.
Het is, zoals we van de Amerikaanse muzikant gewend zijn, muziek waar de weemoed van af druipt. De sobere instrumentatie is donker getint en komt over het algemeen wat beklemmend over, wat weer goed past bij de getergd klinkende zang van Jason Molina. Het is voor een ieder die de muziek van Jason Molina kent een beproefd concepten het bevalt me ook dit keer uitstekend. Ondanks het feit dat de instrumentatie het hele album lang behoorlijk sober is, slaagt Jason Molina er in om voldoende variatie aan te brengen, waardoor het zeker geen eentonige 25 minuten zijn.
Ik had stiekem gehoopt op veel meer songs van de plank, maar als Eight Gates het is, is dat zo. 25 minuten blijft kort voor een album, maar de muziek van Jason Molina is zo intens dat de negen songs al veel van je vergen. Het zijn songs die, net zoals zoveel songs van de Amerikaanse muzikant, bijna pijn doen, maar ook Eight Gates is ook van een hele bijzondere schoonheid en het is bovendien een album dat het zo unieke Jason Molina geluid laat horen. Al met al een fraai slotakkoord van de veel te jong overleden muzikant. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jason Molina - Eight Gates - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jason Molina - Eight Gates
Een prachtig slotakkoord van de in 2013 veel te vroeg overleden Jason Molina, die nog één keer zijn unieke, intense, aardedonkere en zwaar weemoedige songs over ons uitstort
Jason Molina haalde de 40 niet eens, maar heeft ons desondanks een mooi en rijk oeuvre nagelaten met zijn projecten Magnolia Electric Co. en natuurlijk Songs:Ohia. Het is een oeuvre dat nu wordt aangevuld met Eight Gates, dat Jason Molina maakte toen hij in 2007 in Londen woonde. Het zijn slechts 25 minuten muziek die van de plank zijn gekomen, maar het zijn 25 minuten met een intensiteit om bang van te worden. De instrumentatie is sober of zelfs spartaans, maar creëert onmiddellijk een wat beklemmende sfeer. Het is een sfeer die prachtig past bij de emotievolle vocalen van Jason Molina, die ook dit keer de zon verdrijft met aardedonkere wolken.
Het is alweer zeven jaar geleden dat de Amerikaanse muzikant Jason Molina op slechts 39-jarige leeftijd overleed, na een jarenlange strijd met alcohol. Ondanks zijn korte en niet altijd makkelijke leven liet hij een fraai en toch nog best omvangrijk oeuvre na.
Jason Molina maakte zijn albums slechts voor een heel klein deel onder zijn eigen naam, maar vooral als Songs:Ohia. Als Songs:Ohia leverde Jason Molina klassiekers als Axxess & Ace (1999), The Lioness (2000), Didn't It Rain (2002) en Magnolia Electric Co. (2003) af, waarna hij de band Magnolia Electric Co. formeerde, die weer goed was voor geweldige albums als Fading Trails (2006), Sojourner (2007) en Josephine (2009).
Deze week verscheen niet eerder uitgebracht materiaal van Jason Molina onder zijn eigen naam en met de titel Eight Gates. Het album bevat slechts negen songs en 25 minuten muziek en stamt uit 2009, toen Jason Molina zich tijdelijk in Londen had gevestigd. Je hoort de Londense vogeltjes, naar verluidt de parkieten die Molina op zijn balkon voerde, met enige regelmaat fluiten op het album, maar verder klinkt het allemaal behoorlijk donker, precies zoals we van Jason Molina gewend zijn.
Eight Gates had net zo goed een Songs: Ohia album kunnen zijn, maar omdat de Amerikaanse muzikant die naam niet meer gebruikte in 2007, is het logisch dat het album onder zijn eigen naam is uitgebracht. Eight Gates is verder in alles een Jason Molina album, dat naar verluid is geïnspireerd door het moment waarop Jason Molina de dood in ogen keek, nadat hij was gebeten door een giftige spin (waarop de kans in Londen niet zo heel groot is natuurlijk, waardoor er wel wat twijfels zijn over het waarheidsgehalte van dit verhaal).
De instrumentatie is uiterst sober. Wat getokkel van een akoestische gitaar, wat versterkte gitaarlijnen, wat synths en orgels, soms wat eenvoudige percussie en hier en daar strijkers. Het is een ingetogen en stemmig geluid, dat uitstekend past bij de uit duizenden herkenbare stem van Jason Molina, die de sobere instrumentatie steeds makkelijk overstemt.
Het is, zoals we van de Amerikaanse muzikant gewend zijn, muziek waar de weemoed van af druipt. De sobere instrumentatie is donker getint en komt over het algemeen wat beklemmend over, wat weer goed past bij de getergd klinkende zang van Jason Molina. Het is voor een ieder die de muziek van Jason Molina kent een beproefd concepten het bevalt me ook dit keer uitstekend. Ondanks het feit dat de instrumentatie het hele album lang behoorlijk sober is, slaagt Jason Molina er in om voldoende variatie aan te brengen, waardoor het zeker geen eentonige 25 minuten zijn.
Ik had stiekem gehoopt op veel meer songs van de plank, maar als Eight Gates het is, is dat zo. 25 minuten blijft kort voor een album, maar de muziek van Jason Molina is zo intens dat de negen songs al veel van je vergen. Het zijn songs die, net zoals zoveel songs van de Amerikaanse muzikant, bijna pijn doen, maar ook Eight Gates is ook van een hele bijzondere schoonheid en het is bovendien een album dat het zo unieke Jason Molina geluid laat horen. Al met al een fraai slotakkoord van de veel te jong overleden muzikant. Erwin Zijleman
Jay Som - Anak Ko (2019)

4,5
1
geplaatst: 25 augustus 2019, 12:55 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jay Som - Anak Ko - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jay Som - Anak Ko
Jay Som betovert met knap in elkaar geknutselde popliedjes vol invloeden die steeds meer geheimen en schoonheid prijsgeven
Ik keek met hooggespannen verwachtingen uit naar het nieuwe album van Jay Som en Anak Ko maakt ze gelukkig meer dan waar. Jay Som kiest wederom voor een lo-fi aanpak, maar wat zitten haar popsongs knap in elkaar. Het zijn ook dit keer popsongs vol invloeden, waardoor het album meerdere kanten op schiet. Anak Ko bevat de dromerige songs die we kennen van het vorige album van de Amerikaanse singer-songwriter, maar ook een aantal wat directere en stekeligere songs. Het zijn songs die het verdienen om tot op de laatste noot uitgeplozen te worden, want wat valt er veel te ontdekken op dit album. Niet iedereen zal gevoelig zijn voor de vaak ook wat dromerige en zweverige muziek van Jay Som, maar voor mij is het volstrekt onweerstaanbaar.
Everybody Works, het tweede album Jay Som, zag ik in 2017 nog bijna over het hoofd, net als haar een jaar eerder verschenen debuut overigens, maar haar deze week verschenen tweede album was voor mij op voorhand een van de meest interessante nieuwe releases van deze week.
Everybody Works ontdekte ik uiteindelijk omdat het album opdook in een aantal jaarlijstjes over 2017 en daarin hoorde het debuut van het alter ego van de uit Los Angeles opererende Melina Duterte absoluut thuis. Het in haar eigen huis opgenomen en grotendeels zelf ingespeelde en geproduceerde Everybody Works sleepte je mee door een aantal decennia popmuziek en een veelheid aan invloeden en verraste met popliedjes die niet alleen avontuurlijk en eigenzinnig waren, maar ook onweerstaanbaar lekker.
Everybody Works was zo knap in elkaar gesleuteld dat Melina Duterte niet alleen werd geprezen voor de productie van haar eigen album, maar ook als producer aan de slag kon voor anderen (waaronder het laatste album van Chastity Belt). Voor het derde album van Jay Som waren daarom wat meer middelen beschikbaar, maar Melina Duterte heeft (gelukkig) vastgehouden aan het beproefde concept.
Anak Ko werd binnen een week opgenomen in een thuisstudio in het Californische Joshua Tree en wederom door Melina Duterte zelf geproduceerd. De jonge Amerikaanse singer-songwriter met Filippijnse wortels nodigde dit keer wel een aantal gastmuzikanten uit in haar thuisstudio, waardoor Anak Ko net wat anders en voller klinkt dan zijn terecht zo geprezen voorganger. Everybody Works klonk vaak loom en dromerig en liet flink wat invloeden uit de jaren 80 horen. Op haar nieuwe album klinkt Jay Som vaak wat directer en net wat steviger, al is er ook nog steeds volop ruimte voor songs met invloeden uit de dreampop.
Ook Anak Ko is weer een album dat bij aandachtige beluistering bol staat van de invloeden. Melina Duterte heeft een hoorbaar zwak voor popmuziek uit de jaren 80 en heeft absoluut geluisterd naar de albums van de Cocteau Twins. De dromerige en zweverige klanken van deze band combineert ze met eigenzinnige popsongs met een kop en een staart. Anak Ko laat veel meer invloeden uit de jaren 80 horen, maar citeert ook nadrukkelijk uit de omliggende decennia.
Boven alles is Melina Duterte echter een kind van deze tijd. Anak Ko sluit aan op de prachtige albums van onder andere Julien Baker en Phoebe Bridgers, maar laat een veelzijdiger geluid horen. Jay Som lijkt hierdoor soms wat van de hak op de tak te springen, maar desondanks dringen vrijwel alle songs op Anak Ko zich genadeloos op. Liefhebbers van dreampop zullen nog altijd zeer gecharmeerd zijn van de muziek van Jay Som, maar de Californische singer-songwriter weet op haar nieuwe album ook liefhebbers van indie-rock aan zich te binden en sleept er bijna achteloos nog flink wat andere genres bij.
Anak Ko is een album dat bijzonder aangenaam voortkabbelt en uitnodigt tot luieren, maar ik adviseer om het album eens met de koptelefoon en met volledige aandacht te beluisteren. Dan pas hoor je immers hoe knap de songs van Jay Som in elkaar steken en hoeveel moois ze in haar songs verstopt heeft.
Anak Ko blijkt dan al snel een vat vol tegenstrijdigheden. In muzikaal opzicht schiet het album meerdere kanten op en hoewel Jay Som onbetwist heeft gekozen voor een lo-fi aanpak is er ongelooflijk veel zorg besteed aan het uitwerken van haar songs. Everybody Works ontdekte ik twee jaar geleden net wat te laat voor mijn eigen jaarlijstje, maar Anak Ko is een zeer serieuze kandidaat voor het lijstje van dit jaar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jay Som - Anak Ko - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jay Som - Anak Ko
Jay Som betovert met knap in elkaar geknutselde popliedjes vol invloeden die steeds meer geheimen en schoonheid prijsgeven
Ik keek met hooggespannen verwachtingen uit naar het nieuwe album van Jay Som en Anak Ko maakt ze gelukkig meer dan waar. Jay Som kiest wederom voor een lo-fi aanpak, maar wat zitten haar popsongs knap in elkaar. Het zijn ook dit keer popsongs vol invloeden, waardoor het album meerdere kanten op schiet. Anak Ko bevat de dromerige songs die we kennen van het vorige album van de Amerikaanse singer-songwriter, maar ook een aantal wat directere en stekeligere songs. Het zijn songs die het verdienen om tot op de laatste noot uitgeplozen te worden, want wat valt er veel te ontdekken op dit album. Niet iedereen zal gevoelig zijn voor de vaak ook wat dromerige en zweverige muziek van Jay Som, maar voor mij is het volstrekt onweerstaanbaar.
Everybody Works, het tweede album Jay Som, zag ik in 2017 nog bijna over het hoofd, net als haar een jaar eerder verschenen debuut overigens, maar haar deze week verschenen tweede album was voor mij op voorhand een van de meest interessante nieuwe releases van deze week.
Everybody Works ontdekte ik uiteindelijk omdat het album opdook in een aantal jaarlijstjes over 2017 en daarin hoorde het debuut van het alter ego van de uit Los Angeles opererende Melina Duterte absoluut thuis. Het in haar eigen huis opgenomen en grotendeels zelf ingespeelde en geproduceerde Everybody Works sleepte je mee door een aantal decennia popmuziek en een veelheid aan invloeden en verraste met popliedjes die niet alleen avontuurlijk en eigenzinnig waren, maar ook onweerstaanbaar lekker.
Everybody Works was zo knap in elkaar gesleuteld dat Melina Duterte niet alleen werd geprezen voor de productie van haar eigen album, maar ook als producer aan de slag kon voor anderen (waaronder het laatste album van Chastity Belt). Voor het derde album van Jay Som waren daarom wat meer middelen beschikbaar, maar Melina Duterte heeft (gelukkig) vastgehouden aan het beproefde concept.
Anak Ko werd binnen een week opgenomen in een thuisstudio in het Californische Joshua Tree en wederom door Melina Duterte zelf geproduceerd. De jonge Amerikaanse singer-songwriter met Filippijnse wortels nodigde dit keer wel een aantal gastmuzikanten uit in haar thuisstudio, waardoor Anak Ko net wat anders en voller klinkt dan zijn terecht zo geprezen voorganger. Everybody Works klonk vaak loom en dromerig en liet flink wat invloeden uit de jaren 80 horen. Op haar nieuwe album klinkt Jay Som vaak wat directer en net wat steviger, al is er ook nog steeds volop ruimte voor songs met invloeden uit de dreampop.
Ook Anak Ko is weer een album dat bij aandachtige beluistering bol staat van de invloeden. Melina Duterte heeft een hoorbaar zwak voor popmuziek uit de jaren 80 en heeft absoluut geluisterd naar de albums van de Cocteau Twins. De dromerige en zweverige klanken van deze band combineert ze met eigenzinnige popsongs met een kop en een staart. Anak Ko laat veel meer invloeden uit de jaren 80 horen, maar citeert ook nadrukkelijk uit de omliggende decennia.
Boven alles is Melina Duterte echter een kind van deze tijd. Anak Ko sluit aan op de prachtige albums van onder andere Julien Baker en Phoebe Bridgers, maar laat een veelzijdiger geluid horen. Jay Som lijkt hierdoor soms wat van de hak op de tak te springen, maar desondanks dringen vrijwel alle songs op Anak Ko zich genadeloos op. Liefhebbers van dreampop zullen nog altijd zeer gecharmeerd zijn van de muziek van Jay Som, maar de Californische singer-songwriter weet op haar nieuwe album ook liefhebbers van indie-rock aan zich te binden en sleept er bijna achteloos nog flink wat andere genres bij.
Anak Ko is een album dat bijzonder aangenaam voortkabbelt en uitnodigt tot luieren, maar ik adviseer om het album eens met de koptelefoon en met volledige aandacht te beluisteren. Dan pas hoor je immers hoe knap de songs van Jay Som in elkaar steken en hoeveel moois ze in haar songs verstopt heeft.
Anak Ko blijkt dan al snel een vat vol tegenstrijdigheden. In muzikaal opzicht schiet het album meerdere kanten op en hoewel Jay Som onbetwist heeft gekozen voor een lo-fi aanpak is er ongelooflijk veel zorg besteed aan het uitwerken van haar songs. Everybody Works ontdekte ik twee jaar geleden net wat te laat voor mijn eigen jaarlijstje, maar Anak Ko is een zeer serieuze kandidaat voor het lijstje van dit jaar. Erwin Zijleman
Jay Som - Belong (2025)

4,0
2
geplaatst: 17 oktober 2025, 18:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jay Som - Belong - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jay Som - Belong
Melina Duterte deed de afgelopen jaren vooral andere dingen, maar deze week keert ze terug als Jay Som en levert ze met Belong een indiepop en indierock album af dat nog wat beter is dan zijn twee voorgangers
Het debuutalbum van Jay Som kwam voor mij ooit als een daverende verrassing in een jaarlijstje van de Amerikaanse website Paste, maar sindsdien ben ik zeer gesteld op het alter ego van de Amerikaanse muzikante Melina Duterte. Het is lang stil geweest rond Jay Som, maar met Belong is de muzikante uit Los Angeles gelukkig terug. Belong past uitstekend binnen de indierock en indiepop van het moment, maar tikt binnen beide genres wel een zeer hoog niveau aan. De songs van Jay Som liggen lekker in het gehoor, maar zitten ook knap in elkaar. De stem van Melina Duterte is aangenaam, maar ook eigenzinnig genoeg om op te vallen tussen alle fluisterstemmen in het genre. Knap album weer van Jay Som.
Ik heb tot dusver wel wat met de muziek van de Amerikaanse muzikante Melina Duterte, die we beter kennen als Jay Som. In 2017 dook Jay Som voor het eerst op met het mini-album Turn Into, maar ik ontdekte het alter ego van Melina Duterte pas in 2017 toen Everybody Works verscheen. Ik ontdekte het album overigens pas nadat het op de eerste plek was geëindigd in het jaarlijstje van Paste Magazine, dat mij wekelijks voorziet van interessante tips, maar mij compleet verraste met het debuutalbum van Jay Som.
Ik was in 2019 wel bij de les toen Anak Ko, het tweede album van Jay Som, verscheen. Ik was onder de indruk van Everybody Works, maar Anak Ko was wat mij betreft een nog veel knapper album. Het is een album dat is gevuld met inventief in elkaar geknutselde popsongs die aansloten bij de indiepop en indierock van dat moment, maar zich ook zeker lieten beïnvloeden door muziek uit het verleden.
Melina Duterte was de afgelopen jaren enkele malen te horen op albums van anderen, waaronder het meest recente album van Lucy Dacus, en zette bovendien haar eerste stappen als producer, onder andere voor boygenius (met wie ze ook tourde) en Illuminati Hotties. Ze maakte bovendien samen met Ellen Kempner (Palehound) een erg leuk album onder de naam Bachelor, maar het inmiddels ruim zes jaar oude Anak Ko was tot deze week het laatste wapenfeit onder de naam Jay Som.
Gelukkig keert Melina Duterte deze week terug met een nieuw album van Jay Som en ook Belong is weer een uitstekend album. De Amerikaanse muzikante liet de afgelopen jaren horen dat ze zelf een getalenteerd producer is, maar voor haar nieuwe album schakelde ze een viertal extra producers in. Het zijn producers die in de studio in Los Angeles ook haar band vormden en het zijn producers die gelukkig niet allemaal hun stempel willen drukken op de muziek van Jay Som.
Belong klinkt daarom vanaf de eerste noot als Jay Som en dat blijft zo tot en met de laatste noot. Ook op haar nieuwe album maakt Melina Duterte weer muziek die aansluit bij de indierock en indiepop van het moment en die wat betreft kwaliteit niet onder doet voor de albums van de leden van boygenius met wie ze de afgelopen jaren vaak op het podium stond.
De songs op Belong kunnen heerlijk dromerig klinken wanneer Jay Som vooral de kant van de indiepop op gaat, maar kunnen ook lekker gruizig klinken wanneer invloeden uit de indierock het winnen. Het levert een veelzijdige serie songs op en het zijn songs die zowel lekker in het gehoor liggen als de fantasie prikkelen. De nieuwe songs van Jay Som klinken echt bijzonder lekker, maar als je met aandacht naar Belong luistert, hoor je ook hoe veel moois de muzikante uit Los Angeles in haar songs heeft gestopt.
Er zijn de afgelopen jaren echt heel veel albums verschenen binnen de genres indiepop en indierock en ook heel veel albums die enigszins vergelijkbaar zijn met Belong van Jay Som. Net als op haar vorige album doet Melina Duterte echter alles net wat beter dan de concurrentie. De songs op Belong zijn interessant maar ook aantrekkelijk, de muziek op het album is veelkleurig en trefzeker en de zachte stem van Melina Duterte is net wat mooier dan die van de meeste andere indiepop en indierock zangeressen van het moment. Goed dat ze terug is derhalve. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Jay Som - Belong - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jay Som - Belong
Melina Duterte deed de afgelopen jaren vooral andere dingen, maar deze week keert ze terug als Jay Som en levert ze met Belong een indiepop en indierock album af dat nog wat beter is dan zijn twee voorgangers
Het debuutalbum van Jay Som kwam voor mij ooit als een daverende verrassing in een jaarlijstje van de Amerikaanse website Paste, maar sindsdien ben ik zeer gesteld op het alter ego van de Amerikaanse muzikante Melina Duterte. Het is lang stil geweest rond Jay Som, maar met Belong is de muzikante uit Los Angeles gelukkig terug. Belong past uitstekend binnen de indierock en indiepop van het moment, maar tikt binnen beide genres wel een zeer hoog niveau aan. De songs van Jay Som liggen lekker in het gehoor, maar zitten ook knap in elkaar. De stem van Melina Duterte is aangenaam, maar ook eigenzinnig genoeg om op te vallen tussen alle fluisterstemmen in het genre. Knap album weer van Jay Som.
Ik heb tot dusver wel wat met de muziek van de Amerikaanse muzikante Melina Duterte, die we beter kennen als Jay Som. In 2017 dook Jay Som voor het eerst op met het mini-album Turn Into, maar ik ontdekte het alter ego van Melina Duterte pas in 2017 toen Everybody Works verscheen. Ik ontdekte het album overigens pas nadat het op de eerste plek was geëindigd in het jaarlijstje van Paste Magazine, dat mij wekelijks voorziet van interessante tips, maar mij compleet verraste met het debuutalbum van Jay Som.
Ik was in 2019 wel bij de les toen Anak Ko, het tweede album van Jay Som, verscheen. Ik was onder de indruk van Everybody Works, maar Anak Ko was wat mij betreft een nog veel knapper album. Het is een album dat is gevuld met inventief in elkaar geknutselde popsongs die aansloten bij de indiepop en indierock van dat moment, maar zich ook zeker lieten beïnvloeden door muziek uit het verleden.
Melina Duterte was de afgelopen jaren enkele malen te horen op albums van anderen, waaronder het meest recente album van Lucy Dacus, en zette bovendien haar eerste stappen als producer, onder andere voor boygenius (met wie ze ook tourde) en Illuminati Hotties. Ze maakte bovendien samen met Ellen Kempner (Palehound) een erg leuk album onder de naam Bachelor, maar het inmiddels ruim zes jaar oude Anak Ko was tot deze week het laatste wapenfeit onder de naam Jay Som.
Gelukkig keert Melina Duterte deze week terug met een nieuw album van Jay Som en ook Belong is weer een uitstekend album. De Amerikaanse muzikante liet de afgelopen jaren horen dat ze zelf een getalenteerd producer is, maar voor haar nieuwe album schakelde ze een viertal extra producers in. Het zijn producers die in de studio in Los Angeles ook haar band vormden en het zijn producers die gelukkig niet allemaal hun stempel willen drukken op de muziek van Jay Som.
Belong klinkt daarom vanaf de eerste noot als Jay Som en dat blijft zo tot en met de laatste noot. Ook op haar nieuwe album maakt Melina Duterte weer muziek die aansluit bij de indierock en indiepop van het moment en die wat betreft kwaliteit niet onder doet voor de albums van de leden van boygenius met wie ze de afgelopen jaren vaak op het podium stond.
De songs op Belong kunnen heerlijk dromerig klinken wanneer Jay Som vooral de kant van de indiepop op gaat, maar kunnen ook lekker gruizig klinken wanneer invloeden uit de indierock het winnen. Het levert een veelzijdige serie songs op en het zijn songs die zowel lekker in het gehoor liggen als de fantasie prikkelen. De nieuwe songs van Jay Som klinken echt bijzonder lekker, maar als je met aandacht naar Belong luistert, hoor je ook hoe veel moois de muzikante uit Los Angeles in haar songs heeft gestopt.
Er zijn de afgelopen jaren echt heel veel albums verschenen binnen de genres indiepop en indierock en ook heel veel albums die enigszins vergelijkbaar zijn met Belong van Jay Som. Net als op haar vorige album doet Melina Duterte echter alles net wat beter dan de concurrentie. De songs op Belong zijn interessant maar ook aantrekkelijk, de muziek op het album is veelkleurig en trefzeker en de zachte stem van Melina Duterte is net wat mooier dan die van de meeste andere indiepop en indierock zangeressen van het moment. Goed dat ze terug is derhalve. Erwin Zijleman
Jay Som - Everybody Works (2017)

4,5
2
geplaatst: 2 december 2017, 10:41 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jay Som - Everybody Works - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is december en dat betekent dat het aantal echt interessante nieuwe releases vanaf nu een aantal weken zeer beperkt zal zijn.
Gelukkig zijn er de jaarlijstjes van de gerenommeerde en minder gerenommeerde muziektijdschriften en websites. In de lijstjes van de grotere muziektijdschriften en websites verwacht ik normaal gesproken niet al te veel verrassingen en als ze er al zijn kom ik ze meestal tegen in de onderste regionen van de lijsten.
Het door mij zeer gewaardeerde Paste Magazine gooit het dit jaar over een andere boeg en komt op de nummer 1 positie niet alleen met een plaat die ik gemist heb, maar bovendien met een plaat die op papier alles heeft waar ik gek op ben. Ik heb dan ook niet lang gewacht met het luisteren naar Everybody Works van Jay Som en zie de plaat inmiddels ook in mijn voorlopige jaarlijstje opduiken en stijgen.
Jay Som is een singer-songwriter uit California, die vorig jaar debuteerde en aan het begin van 2017 Everybody Works uitbracht. Het alter ego van Melina Duterte imponeert op deze plaat met tien songs vol avontuur en eigenzinnigheid.
De jonge Amerikaanse singer-songwriter laat zich hierbij voor van alles en nog wat beïnvloeden en schuwt invloeden die stammen uit de tijd waarin ze nog niet eens geboren was niet. Everybody Works citeert nadrukkelijk uit de archieven van de jaren 70, 80 en 90, maar pakt er zoveel bij dat de muziek van Jay Som niet direct te relateren is aan platen uit deze decennia.
Jay Som levert met Everybody Works een heerlijke indie-rock plaat af, flirt nadrukkelijk met invloeden uit de dreampop, shoegaze en postpunk, kiest over het algemeen voor een aanpak die het hokje lo-fi rechtvaardigt, maar verleidt ook meedogenloos met nagenoeg perfecte popliedjes. Die popliedjes zijn soms heerlijk dromerig en honigzoet, maar Jay Som is ook niet bang voor het wat meer schurende en gruizige werk of voor vervreemdende klanken en een flinke dosis melancholie.
Everybody Works springt van de hak op de tak en tovert steeds weer nieuwe verrassingen uit de hoge hoed. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van het wispelturige muzikale karakter van Melina Duterte, maar voor mij is Everybody Works een doos vol mooi versierde chocolaatjes, die de smaakpapillen op alle mogelijk manieren prikkelen en de bijzondere ingrediënten niet schuwen.
Jay Som baant zich op Everybody Works een weg door een aantal decennia popmuziek en smeedt al het leuks dat ze is tegen gekomen op geheel eigen wijze aan elkaar op een manier die met twee benen in het heden staat. Met name de lome en dromerige popliedjes van de muzikante uit California zijn volstrekt onweerstaanbaar, maar klinken alleen maar extra verleidelijk door het experiment waarmee ze omgeven zijn.
De tweede plaat van Jay Som duurt 35 minuten, maar wat gebeurt er in deze 35 minuten veel en wat zorgt Melina Duterte vaak voor muziek waarvan je alleen maar zielsgelukkig kunt worden. Ik heb nog niet eens gezegd dat de Amerikaanse alle instrumenten op de plaat zelf heeft ingespeeld en dat met name haar gitaarwerk van hoog niveau is. Ik heb ook nog niet gezegd dat Jay Som beschikt over een stem waarvan je alleen maar kunt houden. Het draagt allemaal bij aan de schoonheid en toverkracht van Everybody Works.
Ik beluister Everybody Works van Jay Som inmiddels voor de zoveelste keer en weer hoor ik andere invloeden en nieuwe dingen. Er is geen hokje te bedenken waarin deze plaat past. Jay Som springt van genre naar genre en maakt ook nog eens popliedjes om van te watertanden. Goed gezien van Paste Magazine. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jay Som - Everybody Works - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is december en dat betekent dat het aantal echt interessante nieuwe releases vanaf nu een aantal weken zeer beperkt zal zijn.
Gelukkig zijn er de jaarlijstjes van de gerenommeerde en minder gerenommeerde muziektijdschriften en websites. In de lijstjes van de grotere muziektijdschriften en websites verwacht ik normaal gesproken niet al te veel verrassingen en als ze er al zijn kom ik ze meestal tegen in de onderste regionen van de lijsten.
Het door mij zeer gewaardeerde Paste Magazine gooit het dit jaar over een andere boeg en komt op de nummer 1 positie niet alleen met een plaat die ik gemist heb, maar bovendien met een plaat die op papier alles heeft waar ik gek op ben. Ik heb dan ook niet lang gewacht met het luisteren naar Everybody Works van Jay Som en zie de plaat inmiddels ook in mijn voorlopige jaarlijstje opduiken en stijgen.
Jay Som is een singer-songwriter uit California, die vorig jaar debuteerde en aan het begin van 2017 Everybody Works uitbracht. Het alter ego van Melina Duterte imponeert op deze plaat met tien songs vol avontuur en eigenzinnigheid.
De jonge Amerikaanse singer-songwriter laat zich hierbij voor van alles en nog wat beïnvloeden en schuwt invloeden die stammen uit de tijd waarin ze nog niet eens geboren was niet. Everybody Works citeert nadrukkelijk uit de archieven van de jaren 70, 80 en 90, maar pakt er zoveel bij dat de muziek van Jay Som niet direct te relateren is aan platen uit deze decennia.
Jay Som levert met Everybody Works een heerlijke indie-rock plaat af, flirt nadrukkelijk met invloeden uit de dreampop, shoegaze en postpunk, kiest over het algemeen voor een aanpak die het hokje lo-fi rechtvaardigt, maar verleidt ook meedogenloos met nagenoeg perfecte popliedjes. Die popliedjes zijn soms heerlijk dromerig en honigzoet, maar Jay Som is ook niet bang voor het wat meer schurende en gruizige werk of voor vervreemdende klanken en een flinke dosis melancholie.
Everybody Works springt van de hak op de tak en tovert steeds weer nieuwe verrassingen uit de hoge hoed. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van het wispelturige muzikale karakter van Melina Duterte, maar voor mij is Everybody Works een doos vol mooi versierde chocolaatjes, die de smaakpapillen op alle mogelijk manieren prikkelen en de bijzondere ingrediënten niet schuwen.
Jay Som baant zich op Everybody Works een weg door een aantal decennia popmuziek en smeedt al het leuks dat ze is tegen gekomen op geheel eigen wijze aan elkaar op een manier die met twee benen in het heden staat. Met name de lome en dromerige popliedjes van de muzikante uit California zijn volstrekt onweerstaanbaar, maar klinken alleen maar extra verleidelijk door het experiment waarmee ze omgeven zijn.
De tweede plaat van Jay Som duurt 35 minuten, maar wat gebeurt er in deze 35 minuten veel en wat zorgt Melina Duterte vaak voor muziek waarvan je alleen maar zielsgelukkig kunt worden. Ik heb nog niet eens gezegd dat de Amerikaanse alle instrumenten op de plaat zelf heeft ingespeeld en dat met name haar gitaarwerk van hoog niveau is. Ik heb ook nog niet gezegd dat Jay Som beschikt over een stem waarvan je alleen maar kunt houden. Het draagt allemaal bij aan de schoonheid en toverkracht van Everybody Works.
Ik beluister Everybody Works van Jay Som inmiddels voor de zoveelste keer en weer hoor ik andere invloeden en nieuwe dingen. Er is geen hokje te bedenken waarin deze plaat past. Jay Som springt van genre naar genre en maakt ook nog eens popliedjes om van te watertanden. Goed gezien van Paste Magazine. Erwin Zijleman
Jay William Henderson - Hymns to My Amnesia (2014)

4,5
0
geplaatst: 20 december 2014, 10:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jay Wiliam Henderson - Hymns To My Amnesia - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ook het afgelopen jaar heb ik, met name op zaterdagen, weer veel aandacht besteed aan minder bekend, onbekend of zelfs miskend talent in het rootssegment.
Hiervoor ben ik voor een belangrijk deel afhankelijk van hetgeen dat ik krijg opgestuurd vanuit vooral de Verenigde Staten en van tips van lezers en collega recensenten, waarvoor dank.
Het heeft ook het afgelopen jaar weer heel veel moois opgeleverd (zo mooi dat er uiteindelijk flink wat opdoken in mijn jaarlijstje), maar helemaal aan het eind van 2014 komt er dankzij een tip van een lezer (bedankt Hans) nog een hele mooie bij.
Het gaat om Hymns To My Amnesia van de uit Nashville, Tennessee, afkomstige Amerikaanse singer-songwriter Jay William Henderson. Het is als ik het goed heb gezien de tweede plaat van de Amerikaan en wat is het een mooie en bijzondere plaat.
In de openingstrack moest ik op één of andere manier aan Leonard Cohen denken en dat is geen naam die regelmatig opduikt bij beluistering van platen in dit genre. Iedereen die er nu van uit gaat dat Jay William Henderson stembanden heeft die zijn bedekt met een enorme laag gruis hebben het mis, want de vergelijking met Leonard Cohen bij beluistering van de openingstrack van Hymns To My Amnesia duikt vooral op vanwege de fraaie instrumentatie en het bijzondere gebruik van vrouwenstemmen in deze openingstrack.
In vocaal opzicht zitten er lichtjaren tussen Leonard Cohen en Jay William Henderson, want de laatste is voorzien van een mooie zangstem, die uitstekend past bij de ingetogen songs op de plaat en me af en toe doet denken aan Don Mclean.
In muzikaal opzicht hoor ik nog een paar keer wat terug van de muziek van Leonard Cohen, maar over het algemeen beweegt Jay William Henderson zich op het terrein van de Amerikaanse rootsmuziek. Hymns To My Amnesia is een behoorlijk ingetogen plaat met sfeervolle rootsmuziek, die zich vooral op het snijvlak van folk en country begeeft.
Het doet me af en toe wel wat denken aan de eerste platen van Ryan Adams, maar ook dit is vergelijkingsmateriaal dat maar af en toe relevant is, net als de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, waaruit zo af en toe invloeden opduiken.
Hymns To My Amnesia is zoals gezegd een behoorlijk ingetogen plaat. Dat ligt deels aan de instrumentatie, die stemmig en bijzonder smaakvol is met prachtige accenten van violen en snareninstrumenten, maar het ligt ook aan de ontspannen manier waarop Jay William Henderson zingt. Het maakt van Hymns To My Amnesia een bijzonder lekkere en bijna rustgevende plaat vol prachtige songs. Het zijn songs die je stuk voor stuk moeiteloos inpakken en hierna worden ze eigenlijk alleen maar mooier, indringender en indrukwekkender.
Er zijn dit jaar heel veel prachtige rootsplaten verschenen, maar het intieme, intense, wonderschone en ook tijdloze Hymns To My Amnesia van Jay William Henderson behoort tot de uitschieters. Liefhebbers van mannelijke singer-songwriters in het rootssegment hebben er een plaat bij die het verdient om gekoesterd te worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jay Wiliam Henderson - Hymns To My Amnesia - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ook het afgelopen jaar heb ik, met name op zaterdagen, weer veel aandacht besteed aan minder bekend, onbekend of zelfs miskend talent in het rootssegment.
Hiervoor ben ik voor een belangrijk deel afhankelijk van hetgeen dat ik krijg opgestuurd vanuit vooral de Verenigde Staten en van tips van lezers en collega recensenten, waarvoor dank.
Het heeft ook het afgelopen jaar weer heel veel moois opgeleverd (zo mooi dat er uiteindelijk flink wat opdoken in mijn jaarlijstje), maar helemaal aan het eind van 2014 komt er dankzij een tip van een lezer (bedankt Hans) nog een hele mooie bij.
Het gaat om Hymns To My Amnesia van de uit Nashville, Tennessee, afkomstige Amerikaanse singer-songwriter Jay William Henderson. Het is als ik het goed heb gezien de tweede plaat van de Amerikaan en wat is het een mooie en bijzondere plaat.
In de openingstrack moest ik op één of andere manier aan Leonard Cohen denken en dat is geen naam die regelmatig opduikt bij beluistering van platen in dit genre. Iedereen die er nu van uit gaat dat Jay William Henderson stembanden heeft die zijn bedekt met een enorme laag gruis hebben het mis, want de vergelijking met Leonard Cohen bij beluistering van de openingstrack van Hymns To My Amnesia duikt vooral op vanwege de fraaie instrumentatie en het bijzondere gebruik van vrouwenstemmen in deze openingstrack.
In vocaal opzicht zitten er lichtjaren tussen Leonard Cohen en Jay William Henderson, want de laatste is voorzien van een mooie zangstem, die uitstekend past bij de ingetogen songs op de plaat en me af en toe doet denken aan Don Mclean.
In muzikaal opzicht hoor ik nog een paar keer wat terug van de muziek van Leonard Cohen, maar over het algemeen beweegt Jay William Henderson zich op het terrein van de Amerikaanse rootsmuziek. Hymns To My Amnesia is een behoorlijk ingetogen plaat met sfeervolle rootsmuziek, die zich vooral op het snijvlak van folk en country begeeft.
Het doet me af en toe wel wat denken aan de eerste platen van Ryan Adams, maar ook dit is vergelijkingsmateriaal dat maar af en toe relevant is, net als de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, waaruit zo af en toe invloeden opduiken.
Hymns To My Amnesia is zoals gezegd een behoorlijk ingetogen plaat. Dat ligt deels aan de instrumentatie, die stemmig en bijzonder smaakvol is met prachtige accenten van violen en snareninstrumenten, maar het ligt ook aan de ontspannen manier waarop Jay William Henderson zingt. Het maakt van Hymns To My Amnesia een bijzonder lekkere en bijna rustgevende plaat vol prachtige songs. Het zijn songs die je stuk voor stuk moeiteloos inpakken en hierna worden ze eigenlijk alleen maar mooier, indringender en indrukwekkender.
Er zijn dit jaar heel veel prachtige rootsplaten verschenen, maar het intieme, intense, wonderschone en ook tijdloze Hymns To My Amnesia van Jay William Henderson behoort tot de uitschieters. Liefhebbers van mannelijke singer-songwriters in het rootssegment hebben er een plaat bij die het verdient om gekoesterd te worden. Erwin Zijleman
Jazmine Mary - DOG (2023)

4,0
0
geplaatst: 8 juni 2023, 22:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jazmine Mary - DOG - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jazmine Mary - DOG
Met The Licking Of A Tangerine leverde de Nieuw-Zeelandse muzikante Jazmine Mary twee jaar geleden een fascinerend album af, dat nu wordt gevolgd door minstens even fascinerende en nog mooiere en intensere DOG
Wat je van ver haalt is echt niet altijd lekkerder, maar voor de muziek van de Nieuw-Zeelandse muzikante Jazmine Mary gaat dit zeker op. Ze maakte twee jaar geleden behoorlijk wat indruk met het fascinerende The Licking Of A Tangerine en heeft haar geluid nu vervolmaakt op DOG. Het nieuwe album van Jazmine Mary is nog wat subtieler ingekleurd dan zijn voorganger, waardoor haar bijzondere zang een nog prominentere plek heeft gekregen. Je moet er misschien even aan wennen, maar als je eenmaal geraakt wordt door de bijzondere muziek en zang van de Nieuw-Zeelandse muzikante raakt ze je ook diep. Dit album krijgt vooralsnog geen aandacht in Nederland, maar wat is het mooi.
Vooral dankzij de nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse platenzaak Flying Out Records heb ik de afgelopen jaren heel veel interessante muziek uit Nieuw-Zeeland (en Australië) ontdekt. Het is muziek die hier toch vaak net wat minder aandacht krijgt dan muziek uit Europa en de Verenigde Staten en dat is in veel gevallen niet terecht. Zo ontdekte ik twee jaar geleden The Licking Of A Tangerine, het officiële debuutalbum van de in Australië geboren, maar vanuit Nieuw-Zeeland opererende muzikante Jazmine Mary.
The Licking Of A Tangerine prikkelde de fantasie direct vanaf de eerste beluistering en werd vervolgens steeds interessanter. De muziek van Jazmine Mary klonk, mede door de inzet van blazers, vaak wat jazzy, maar het album had ook de ruwe intensiteit van het vroege werk van PJ Harvey. The Licking Of A Tangerine was zeker bij eerste beluistering een wat ongrijpbaar album, maar uiteindelijk viel alles op zijn plek.
Jazmine Mary dook deze week weer op in de nieuwsbrief van Flying Out Records met haar nieuwe album DOG en ook dit is weer een bijzonder album. De Nieuw-Zeelandse muzikante overtuigt direct in de openingstrack met subtiele pianoklanken, fraaie versiersels van strijkers en haar bijzondere stem en al even bijzondere manier van zingen. De muziek van Jazmine Mary doet nog steeds wat jazzy aan, maar met jazz heeft het niet zoveel te maken.
De instrumentatie is, net als op het vorige album van Jazmine Mary, zeer ingetogen maar smaakvol, waarna de lege ruimte vooral wordt opgevuld door de zang van de Nieuw-Zeelandse muzikante, die haar stem hier en daar ook gebruikt als instrument, want wat kan ze veel met haar stem. Met enige regelmaat draagt Jazmine Mary haar poëtische teksten bijna voor, maar ze kan ook prachtig zingen.
The Licking Of A Tangerine was al geen heel vol ingekleurd album, maar op DOG zijn de klanken nog wat soberder en subtieler. Piano of akoestische gitaar en zang vormen de basis van de meeste songs op het album, waarna wederom subtiele accenten van strijkers en een gevarieerd pakket aan blazers zijn toegevoegd. Jazmine Mary maakt het de luisteraar ook met DOG weer niet makkelijk, maar een ieder die twee jaar viel voor de charmes van The Licking Of A Tangerine zal ook gemakkelijk overtuigd worden door DOG, dat ik persoonlijk nog wat mooier vind dan zijn voorganger.
Iedereen die deze voorganger heeft gemist doet er verstandig aan om even te wennen aan de muziek van Jazmine Mary. Ik had dat vanwege mijn liefde voor het vorige album niet nodig en was direct onder de indruk van DOG, maar na een paar keer horen komen de indringende songs van de Nieuw-Zeelandse muzikante ook bij mij nog veel harder binnen.
DOG is, net als het vorige album van Jazmine Mary, een vat vol tegenstrijdigheden. Het is een ruw maar op hetzelfde moment zeer verzorgd klinkend album en het is een subtiel album, maar ook een album met een enorme intensiteit en zeggingskracht. DOG is een album dat je van achteren besluipt en je vervolgens in een wurggreep houdt van waaruit ontsnappen niet mogelijk is. Het is een album dat ondanks zijn eenvoud steeds weer nieuwe dingen laat horen, niet lijkt op een ander recent album, maar toch ook niet heel erg tegen de haren instrijkt. Buitengewoon fascinerende muziek uit Nieuw-Zeeland derhalve. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jazmine Mary - DOG - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jazmine Mary - DOG
Met The Licking Of A Tangerine leverde de Nieuw-Zeelandse muzikante Jazmine Mary twee jaar geleden een fascinerend album af, dat nu wordt gevolgd door minstens even fascinerende en nog mooiere en intensere DOG
Wat je van ver haalt is echt niet altijd lekkerder, maar voor de muziek van de Nieuw-Zeelandse muzikante Jazmine Mary gaat dit zeker op. Ze maakte twee jaar geleden behoorlijk wat indruk met het fascinerende The Licking Of A Tangerine en heeft haar geluid nu vervolmaakt op DOG. Het nieuwe album van Jazmine Mary is nog wat subtieler ingekleurd dan zijn voorganger, waardoor haar bijzondere zang een nog prominentere plek heeft gekregen. Je moet er misschien even aan wennen, maar als je eenmaal geraakt wordt door de bijzondere muziek en zang van de Nieuw-Zeelandse muzikante raakt ze je ook diep. Dit album krijgt vooralsnog geen aandacht in Nederland, maar wat is het mooi.
Vooral dankzij de nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse platenzaak Flying Out Records heb ik de afgelopen jaren heel veel interessante muziek uit Nieuw-Zeeland (en Australië) ontdekt. Het is muziek die hier toch vaak net wat minder aandacht krijgt dan muziek uit Europa en de Verenigde Staten en dat is in veel gevallen niet terecht. Zo ontdekte ik twee jaar geleden The Licking Of A Tangerine, het officiële debuutalbum van de in Australië geboren, maar vanuit Nieuw-Zeeland opererende muzikante Jazmine Mary.
The Licking Of A Tangerine prikkelde de fantasie direct vanaf de eerste beluistering en werd vervolgens steeds interessanter. De muziek van Jazmine Mary klonk, mede door de inzet van blazers, vaak wat jazzy, maar het album had ook de ruwe intensiteit van het vroege werk van PJ Harvey. The Licking Of A Tangerine was zeker bij eerste beluistering een wat ongrijpbaar album, maar uiteindelijk viel alles op zijn plek.
Jazmine Mary dook deze week weer op in de nieuwsbrief van Flying Out Records met haar nieuwe album DOG en ook dit is weer een bijzonder album. De Nieuw-Zeelandse muzikante overtuigt direct in de openingstrack met subtiele pianoklanken, fraaie versiersels van strijkers en haar bijzondere stem en al even bijzondere manier van zingen. De muziek van Jazmine Mary doet nog steeds wat jazzy aan, maar met jazz heeft het niet zoveel te maken.
De instrumentatie is, net als op het vorige album van Jazmine Mary, zeer ingetogen maar smaakvol, waarna de lege ruimte vooral wordt opgevuld door de zang van de Nieuw-Zeelandse muzikante, die haar stem hier en daar ook gebruikt als instrument, want wat kan ze veel met haar stem. Met enige regelmaat draagt Jazmine Mary haar poëtische teksten bijna voor, maar ze kan ook prachtig zingen.
The Licking Of A Tangerine was al geen heel vol ingekleurd album, maar op DOG zijn de klanken nog wat soberder en subtieler. Piano of akoestische gitaar en zang vormen de basis van de meeste songs op het album, waarna wederom subtiele accenten van strijkers en een gevarieerd pakket aan blazers zijn toegevoegd. Jazmine Mary maakt het de luisteraar ook met DOG weer niet makkelijk, maar een ieder die twee jaar viel voor de charmes van The Licking Of A Tangerine zal ook gemakkelijk overtuigd worden door DOG, dat ik persoonlijk nog wat mooier vind dan zijn voorganger.
Iedereen die deze voorganger heeft gemist doet er verstandig aan om even te wennen aan de muziek van Jazmine Mary. Ik had dat vanwege mijn liefde voor het vorige album niet nodig en was direct onder de indruk van DOG, maar na een paar keer horen komen de indringende songs van de Nieuw-Zeelandse muzikante ook bij mij nog veel harder binnen.
DOG is, net als het vorige album van Jazmine Mary, een vat vol tegenstrijdigheden. Het is een ruw maar op hetzelfde moment zeer verzorgd klinkend album en het is een subtiel album, maar ook een album met een enorme intensiteit en zeggingskracht. DOG is een album dat je van achteren besluipt en je vervolgens in een wurggreep houdt van waaruit ontsnappen niet mogelijk is. Het is een album dat ondanks zijn eenvoud steeds weer nieuwe dingen laat horen, niet lijkt op een ander recent album, maar toch ook niet heel erg tegen de haren instrijkt. Buitengewoon fascinerende muziek uit Nieuw-Zeeland derhalve. Erwin Zijleman
Jazmine Mary - I Want to Rock and Roll (2025)

4,0
0
geplaatst: 19 juni 2025, 13:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jazmine Mary - I Want To Rock And Roll - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jazmine Mary - I Want To Rock And Roll
Laat je niet misleiden door de titel en de cover, want ook op I Want To Rock And Roll maakt Jazmine Mary vooral ingetogen en bijzonder mooie muziek met vooral invloeden uit de folk, maar ook voldoende eigenzinnigheid
Jazmine Mary werd me een jaar of vier geleden getipt en ik was direct overtuigd van de kwaliteiten van de vanuit Nieuw-Zeeland opererende muzikante met Australische wortels. De muziek van Jazmine Mary is folky met hier en daar wat jazzy accenten, maar heeft een bijzonder eigen geluid. Dat is deels de verdienste van de avontuurlijke songs en de zeer smaakvolle instrumentatie, maar het is wat mij betreft de stem van Jazmine Mary die de meeste aandacht trekt. Het is een bijzondere stem, maar ook een stem die zich makkelijk opdringt en die alleen maar mooier wordt naarmate je er vaker naar luistert. Ook het derde album van deze bijzondere muzikante is weer een enorme aanrader.
De Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out wees me net iets meer dan vier jaar geleden op het officiële debuutalbum van de van oorsprong Australische muzikante Jazmine Mary. Op The Licking Of A Tangerine imponeerde het alter ego van Jazmine Rose Phillips met songs die ze zelf in het hokje ‘dreamfolk’ duwde.
Op The Licking Of A Tangerine liet Jazmine Mary horen dat ze een lekker eigenzinnige muzikante is die ook nog eens beschikt over een bijzonder stemgeluid. De muziek van Jazmine Mary, die inmiddels al enige tijd Tamaki Makaurau (Auckland) als thuisbasis heeft, klonk daarom anders dan andere albums van dat moment, maar de mix van folk en pop, met veel akoestische gitaren, maar hier en daar ook jazzy blazers, was zeker niet ontoegankelijk.
Jazmine Mary wist het niveau van The Licking Of A Tangerine makkelijk te evenaren op het twee jaar geleden verschenen DOG, dat deels in het verlengde lag van zijn voorganger. Ook DOG was een zeer sfeervol ingekleurd album, met een wat grotere rol voor piano en strijkers, en het was bovendien een album waarop Jazmine Mary haar teksten in een aantal songs meer voordroeg dan zong. Daar ben ik normaal gesproken niet zo gek op, maar de stem van de muzikante uit Nieuw-Zeeland deed het ook in de bijna gesproken teksten prachtig.
We zijn inmiddels weer twee jaar verder en Jazmine Mary is terug met haar derde album. Net als The Licking Of A Tangerine is het deze week verschenen I Want To Rock And Roll met ruim een half uur muziek een vrij kort album, maar de muzikante uit Auckland heeft ook dit keer veel te bieden.
Op basis van de titel van het album en de afbeelding op de cover, die Jazmine Mary laat zien als een wat verlopen rockchick, verwachte ik heel even een grote koerswijziging op het nieuwe album van Jazmine Mary, maar I Want To Rock And Roll ligt gelukkig in het verlengde van haar vorige twee albums. De elektrische gitaren zijn in de koffer gebleven, want ook dit keer kiest Jazmine Mary vooral voor stemmige en ingetogen klanken. De muziek op het album is weer bijzonder subtiel, met incidenteel bijzondere accenten van blazers, maar vaak folky klanken.
Ook op I Want To Rock And Roll is de zang van Jazmine Mary weer sfeerbepalend. Het tempo in de zang is over het algemeen laag, maar op het nieuwe album zingt Jazmine Mary vooral en daar ben ik blij mee. De Nieuw-Zeelandse muzikante beschikt over een bijzondere stem en die is de afgelopen jaren alleen maar mooier geworden. Het is een stem die de songs op I Want To Rock And Roll voorziet van een bijzonder karakter en dat bijzondere karakter wordt versterkt door de avontuurlijke klanken op het album, dat toch weer net wat anders klinkt dan zijn twee voorgangers.
I Want To Rock And Roll bevat helaas maar net iets meer dan een half uur muziek, maar het niveau ligt in dit half uur wel bijzonder hoog. De songs van Jazmine Mary zitten knap in elkaar en klinken duidelijk anders dan de muziek van haar collega singer-songwriters. I Want To Rock And Roll van Jazmine Mary laat horen dat het niveau binnen de Nieuw-Zeelandse muziekscene nog altijd bijzonder hoog ligt, maar ook binnen het stapeltje uitstekende Nieuw-Zeelandse albums dat dit jaar voorbij is gekomen kan het nieuwe album van Jazmine Mary met de besten mee. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Jazmine Mary - I Want To Rock And Roll - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jazmine Mary - I Want To Rock And Roll
Laat je niet misleiden door de titel en de cover, want ook op I Want To Rock And Roll maakt Jazmine Mary vooral ingetogen en bijzonder mooie muziek met vooral invloeden uit de folk, maar ook voldoende eigenzinnigheid
Jazmine Mary werd me een jaar of vier geleden getipt en ik was direct overtuigd van de kwaliteiten van de vanuit Nieuw-Zeeland opererende muzikante met Australische wortels. De muziek van Jazmine Mary is folky met hier en daar wat jazzy accenten, maar heeft een bijzonder eigen geluid. Dat is deels de verdienste van de avontuurlijke songs en de zeer smaakvolle instrumentatie, maar het is wat mij betreft de stem van Jazmine Mary die de meeste aandacht trekt. Het is een bijzondere stem, maar ook een stem die zich makkelijk opdringt en die alleen maar mooier wordt naarmate je er vaker naar luistert. Ook het derde album van deze bijzondere muzikante is weer een enorme aanrader.
De Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out wees me net iets meer dan vier jaar geleden op het officiële debuutalbum van de van oorsprong Australische muzikante Jazmine Mary. Op The Licking Of A Tangerine imponeerde het alter ego van Jazmine Rose Phillips met songs die ze zelf in het hokje ‘dreamfolk’ duwde.
Op The Licking Of A Tangerine liet Jazmine Mary horen dat ze een lekker eigenzinnige muzikante is die ook nog eens beschikt over een bijzonder stemgeluid. De muziek van Jazmine Mary, die inmiddels al enige tijd Tamaki Makaurau (Auckland) als thuisbasis heeft, klonk daarom anders dan andere albums van dat moment, maar de mix van folk en pop, met veel akoestische gitaren, maar hier en daar ook jazzy blazers, was zeker niet ontoegankelijk.
Jazmine Mary wist het niveau van The Licking Of A Tangerine makkelijk te evenaren op het twee jaar geleden verschenen DOG, dat deels in het verlengde lag van zijn voorganger. Ook DOG was een zeer sfeervol ingekleurd album, met een wat grotere rol voor piano en strijkers, en het was bovendien een album waarop Jazmine Mary haar teksten in een aantal songs meer voordroeg dan zong. Daar ben ik normaal gesproken niet zo gek op, maar de stem van de muzikante uit Nieuw-Zeeland deed het ook in de bijna gesproken teksten prachtig.
We zijn inmiddels weer twee jaar verder en Jazmine Mary is terug met haar derde album. Net als The Licking Of A Tangerine is het deze week verschenen I Want To Rock And Roll met ruim een half uur muziek een vrij kort album, maar de muzikante uit Auckland heeft ook dit keer veel te bieden.
Op basis van de titel van het album en de afbeelding op de cover, die Jazmine Mary laat zien als een wat verlopen rockchick, verwachte ik heel even een grote koerswijziging op het nieuwe album van Jazmine Mary, maar I Want To Rock And Roll ligt gelukkig in het verlengde van haar vorige twee albums. De elektrische gitaren zijn in de koffer gebleven, want ook dit keer kiest Jazmine Mary vooral voor stemmige en ingetogen klanken. De muziek op het album is weer bijzonder subtiel, met incidenteel bijzondere accenten van blazers, maar vaak folky klanken.
Ook op I Want To Rock And Roll is de zang van Jazmine Mary weer sfeerbepalend. Het tempo in de zang is over het algemeen laag, maar op het nieuwe album zingt Jazmine Mary vooral en daar ben ik blij mee. De Nieuw-Zeelandse muzikante beschikt over een bijzondere stem en die is de afgelopen jaren alleen maar mooier geworden. Het is een stem die de songs op I Want To Rock And Roll voorziet van een bijzonder karakter en dat bijzondere karakter wordt versterkt door de avontuurlijke klanken op het album, dat toch weer net wat anders klinkt dan zijn twee voorgangers.
I Want To Rock And Roll bevat helaas maar net iets meer dan een half uur muziek, maar het niveau ligt in dit half uur wel bijzonder hoog. De songs van Jazmine Mary zitten knap in elkaar en klinken duidelijk anders dan de muziek van haar collega singer-songwriters. I Want To Rock And Roll van Jazmine Mary laat horen dat het niveau binnen de Nieuw-Zeelandse muziekscene nog altijd bijzonder hoog ligt, maar ook binnen het stapeltje uitstekende Nieuw-Zeelandse albums dat dit jaar voorbij is gekomen kan het nieuwe album van Jazmine Mary met de besten mee. Erwin Zijleman
Jazmine Mary - The Licking of a Tangerine (2021)

4,0
1
geplaatst: 28 mei 2021, 15:44 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jazmine Mary - The Licking Of A Tangerine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wat van ver komt is echt niet altijd lekkerder, maar het fraaie The Licking Of A Tangerine van de vanuit Nieuw-Zeeland opererende Jazmine Mary verdient het om ook hier gekoesterd te worden
De nieuwsbrief van het Nieuw-Zeelandse Flying Out Records onthaalde The Licking Of A Tangerine van Jazmine Mary een paar weken geleden met superlatieven en dat is niet overdreven. The Licking Of A Tangerine is in muzikaal opzicht een bijzonder album, maar in vocaal opzicht doet de van oorsprong Australische Jazmine Mary er nog een schepje bovenop. De tegenwoordig vanuit Nieuw-Zeeland opererende muzikante kiest steeds weer voor een net wat andere invalshoek en vertolkt haar songs niet alleen op eigenzinnige wijze, maar bovendien vol gevoel en urgentie. Het is een album dat je steeds op het verkeerde been zet, maar dat zich ook genadeloos opdringt.
De krenten uit de pop: Jazmine Mary - The Licking Of A Tangerine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wat van ver komt is echt niet altijd lekkerder, maar het fraaie The Licking Of A Tangerine van de vanuit Nieuw-Zeeland opererende Jazmine Mary verdient het om ook hier gekoesterd te worden
De nieuwsbrief van het Nieuw-Zeelandse Flying Out Records onthaalde The Licking Of A Tangerine van Jazmine Mary een paar weken geleden met superlatieven en dat is niet overdreven. The Licking Of A Tangerine is in muzikaal opzicht een bijzonder album, maar in vocaal opzicht doet de van oorsprong Australische Jazmine Mary er nog een schepje bovenop. De tegenwoordig vanuit Nieuw-Zeeland opererende muzikante kiest steeds weer voor een net wat andere invalshoek en vertolkt haar songs niet alleen op eigenzinnige wijze, maar bovendien vol gevoel en urgentie. Het is een album dat je steeds op het verkeerde been zet, maar dat zich ook genadeloos opdringt.
JD McPherson - Let the Good Times Roll (2015)

4,5
0
geplaatst: 13 februari 2015, 15:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: JD McPherson - Let The Good Times Roll - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Laat ik eerlijk zijn, ik was zeker niet direct overtuigd van de kwaliteiten van JD McPherson. Let The Good Times Roll klinkt met zijn mix van rock ’n roll, rockabilly en soul bij eerste beluistering wel erg retro en bovendien lijkt diepgang over het algemeen ver te zoeken op de tweede plaat van de Amerikaanse muzikant. Let The Good Times Roll draait vooral om aanstekelijke popliedjes, die zo lijken weggelopen uit vervlogen tijden en die geen van allen zouden misstaan in de serie Happy Days. Fun, fun, fun, of is er toch meer?
De muziek van JD McPherson bestaat uit gelijke delen Eddie Cochran en The Stray Cats, maar deze wordt vervolgens voorzien van een flinke soulinjectie. Die soulinjectie komt in eerste instantie vooral uit de rauwe en soulvolle stem van JD McPherson, die meer dan eens aan Sam Cooke doet denken; een compliment dat maar weinig soulzangers verdienen. Ook in muzikaal opzicht is Let The Good Times Roll echter een spannendere plaat dan de eerste oppervlakkige beluistering deed vermoeden.
JD McPherson verrijkt zijn op 50s rock ’n roll en rockabilly gebaseerde muziek met flink wat invloeden uit de soulmuziek uit de 60s en vroege 70s en is ook niet bang voor uitstapjes richting andere genres, waaronder een geslaagde visite aan de Wall of sound van Phil Spector, flink wat rauwe en doorleefde blues injecties en zelfs invloeden uit de country. Het doet allemaal wel wat denken aan de muziek waarmee Nick Waterhouse een paar jaar geleden wist te verrassen, maar de muziek van JD McPherson vind ik toch origineler en uiteindelijk ook echter en puurder.
Let The Good Times Roll is een plaat die hoorbaar met veel liefde, passie en energie is gemaakt. Met name het gitaarwerk op de plaat is meer dan eens prachtig, maar ook de zo uit de 50s weggelopen ritmesectie, het uptempo pianospel en de subtiele accenten van bijvoorbeeld orgeltjes die worden ingezet wanneer JD McPherson af en toe gas terug neemt, geven de muziek van de Amerikaan veel diepgang en avontuur.
Let The Good Times Roll klinkt misschien op het eerste gehoor als tamelijk makkelijk gemaakte retro, maar wanneer je wat beter naar de plaat luistert hoor je al snel dat JD McPherson een geheel eigen draai heeft gegeven aan de invloeden uit het verre verleden. Hij weet bovendien in vocaal opzicht zo te overtuigen dat de kritische noot al snel verdwijnt als sneeuw voor de zon.
Let The Good Times Roll is dan een heerlijke plaat vol tijdloze popmuziek. Het is bovendien een plaat die makkelijk vermaakt, maar ook lang groeit. Steeds weer hoor je nieuwe dingen op de tweede plaat van JD McPherson, steeds weer weten zijn songs te groeien en steeds weer neemt het respect voor de muziek van de Amerikaan toe. Erg leuke plaat. Erg goede plaat ook. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: JD McPherson - Let The Good Times Roll - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Laat ik eerlijk zijn, ik was zeker niet direct overtuigd van de kwaliteiten van JD McPherson. Let The Good Times Roll klinkt met zijn mix van rock ’n roll, rockabilly en soul bij eerste beluistering wel erg retro en bovendien lijkt diepgang over het algemeen ver te zoeken op de tweede plaat van de Amerikaanse muzikant. Let The Good Times Roll draait vooral om aanstekelijke popliedjes, die zo lijken weggelopen uit vervlogen tijden en die geen van allen zouden misstaan in de serie Happy Days. Fun, fun, fun, of is er toch meer?
De muziek van JD McPherson bestaat uit gelijke delen Eddie Cochran en The Stray Cats, maar deze wordt vervolgens voorzien van een flinke soulinjectie. Die soulinjectie komt in eerste instantie vooral uit de rauwe en soulvolle stem van JD McPherson, die meer dan eens aan Sam Cooke doet denken; een compliment dat maar weinig soulzangers verdienen. Ook in muzikaal opzicht is Let The Good Times Roll echter een spannendere plaat dan de eerste oppervlakkige beluistering deed vermoeden.
JD McPherson verrijkt zijn op 50s rock ’n roll en rockabilly gebaseerde muziek met flink wat invloeden uit de soulmuziek uit de 60s en vroege 70s en is ook niet bang voor uitstapjes richting andere genres, waaronder een geslaagde visite aan de Wall of sound van Phil Spector, flink wat rauwe en doorleefde blues injecties en zelfs invloeden uit de country. Het doet allemaal wel wat denken aan de muziek waarmee Nick Waterhouse een paar jaar geleden wist te verrassen, maar de muziek van JD McPherson vind ik toch origineler en uiteindelijk ook echter en puurder.
Let The Good Times Roll is een plaat die hoorbaar met veel liefde, passie en energie is gemaakt. Met name het gitaarwerk op de plaat is meer dan eens prachtig, maar ook de zo uit de 50s weggelopen ritmesectie, het uptempo pianospel en de subtiele accenten van bijvoorbeeld orgeltjes die worden ingezet wanneer JD McPherson af en toe gas terug neemt, geven de muziek van de Amerikaan veel diepgang en avontuur.
Let The Good Times Roll klinkt misschien op het eerste gehoor als tamelijk makkelijk gemaakte retro, maar wanneer je wat beter naar de plaat luistert hoor je al snel dat JD McPherson een geheel eigen draai heeft gegeven aan de invloeden uit het verre verleden. Hij weet bovendien in vocaal opzicht zo te overtuigen dat de kritische noot al snel verdwijnt als sneeuw voor de zon.
Let The Good Times Roll is dan een heerlijke plaat vol tijdloze popmuziek. Het is bovendien een plaat die makkelijk vermaakt, maar ook lang groeit. Steeds weer hoor je nieuwe dingen op de tweede plaat van JD McPherson, steeds weer weten zijn songs te groeien en steeds weer neemt het respect voor de muziek van de Amerikaan toe. Erg leuke plaat. Erg goede plaat ook. Erwin Zijleman
JD McPherson - Nite Owls (2024)

4,5
0
geplaatst: 4 oktober 2024, 15:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: JD McPherson - Nite Owls - dekrentenuitdepop.blogspot.com
JD McPherson - Nite Owls
De Amerikaanse muzikant JD McPherson heeft lang geworsteld met de opvolger van het verrassend goede kerstalbum SOCKS uit 2018, maar heeft met Nite Owls een uitstekend en ook nog eens bijzonder album gemaakt
Nite Owls, het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant JD McPherson kwam er niet zonder slag of stoot, maar wanneer je luistert naar het album vraag je je toch echt af waar de muzikant uit Nashville zo over twijfelde. Net als zijn geweldige kerstalbum SOCKS uit 2018 is ook het deze week verschenen Nite Owls een uitstekend album. JD McPherson laat zich ook op zijn nieuwe album inspireren door de rock ’n roll van heel lang geleden, maar de Amerikaanse muzikant sleept er dit keer van alles bij. Het gitaarspel is ook op Nite Owls weergaloos, maar ook de rest van de muziek, de zang, de productie en de songs op het album kloppen. Het heeft te lang geduurd, maar Nite Owls was het wachten meer dan waard.
De Amerikaanse muzikant JD McPherson was de afgelopen jaren vooral de man achter een van de leukste kerstalbums van de afgelopen jaren of misschien zelfs wel decennia. Het geweldige SOCKS is echter alweer bijna zes jaar oud, dus het werd zo langzamerhand wel weer eens tijd voor nieuwe muziek van de goede man. Dat weet JD McPherson zelf ook wel en met een beetje geluk was de opvolger van SOCKS ook al in 2019 verschenen, maar opnames van een opvolger verdwenen in de prullenbak.
Dat hij niet alleen geweldige kerstalbums kan maken liet de muzikant uit Nashville, Tennessee, overigens al horen op de drie albums die hij tussen 2010 en 2017 maakte. JD McPherson liet zich op Signs & Signifiers uit 2010, Let The Good Times Roll uit 2015 en Undivided Heart & Soul uit 2017 vooral beïnvloeden door stokoude rock ’n roll en rockabilly, maar sleepte er vervolgens uiteenlopende invloeden bij. Dat deed hij ook op het terecht zo bejubelde SOCKS en dat doet hij ook weer op het deze week verschenen Nite Owls, het eerste album van JD McPherson in zes jaar tijd.
De muzikant uit Nashville was de afgelopen jaren vooral aan het touren met andere muzikanten, onder wie Robert Plant en Alison Krauss, maar had ook voldoende tijd over voor het schrijven van nieuwe songs. Hij koos de beste songs uit voor Nite Owls, dat een bijzonder sterk album is geworden. Dat had ik eerlijk gezegd ook wel verwacht na de vorige albums van de Amerikaanse muzikant, maar na zes jaar stilte weet je het maar nooit. Het is wel jammer dat het uiteindelijk maar net iets meer dan een half uur muziek oplevert, maar het is wel een heel goed half uurtje muziek.
Zoals gezegd laat JD McPherson zich ook dit keer flink beïnvloeden door rock ’n roll en rockabilly uit de jaren 50 en hier en daar wat surfrock uit de jaren 60, maar hij is dit keer zeker niet blijven steken in het verre verleden. Ook invloeden uit de glamrock en Beatlesque pop uit de jaren 70 zijn hoorbaar op Nite Owls, meer dan eens duikt een vleugje 80s new wave en punk op en er hiernaast is er volop twang uit het heden neergedaald op het album. Het levert een nostalgisch, maar ook eigenzinnig of zelfs uniek geluid op, dat eigenlijk direct vanaf de eerste noten van het album imponeert en dat ook blijft doen.
Met zijn gitaarwerk blijft JD McPherson ook dit keer dicht bij oude helden als Dick Dale en Link Wray en bij de onlangs overleden Duane Eddy, aan wie Nite Owls is opgedragen. Het rock ’n roll gitaarwerk was een van de sterke punten op de vorige albums van JD McPherson en dat is dit keer niet anders, maar ook de andere muzikanten die zijn te horen op het album, onder wie zijn vaste maatje Alex Hall, leveren puik werk af. De ritmesectie speelt lekker strak en ook het orgeltje trekt in positieve zin de aandacht, maar ik veer ook dit keer het meest enthousiast op voor het fraai en nostalgisch klinkende gitaarwerk van JD McPherson, die overigens ook zeer overtuigt als zanger.
De Amerikaanse muzikant twijfelde de afgelopen jaren meer dan eens aan zijn bestaansrecht als solomuzikant, maar ook het uitstekende Nite Owls laat weer horen dat daar echt geen enkele reden voor is. Nite Owls gaat hier de komende tijd nog heel vaak voorbij komen en wanneer de kerst nadert, pak ik ook het uitstekende SOCKS er weer eens bij. En op het volgende album van JD McPherson hoeven we hopelijk een stuk minder lang te wachten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: JD McPherson - Nite Owls - dekrentenuitdepop.blogspot.com
JD McPherson - Nite Owls
De Amerikaanse muzikant JD McPherson heeft lang geworsteld met de opvolger van het verrassend goede kerstalbum SOCKS uit 2018, maar heeft met Nite Owls een uitstekend en ook nog eens bijzonder album gemaakt
Nite Owls, het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant JD McPherson kwam er niet zonder slag of stoot, maar wanneer je luistert naar het album vraag je je toch echt af waar de muzikant uit Nashville zo over twijfelde. Net als zijn geweldige kerstalbum SOCKS uit 2018 is ook het deze week verschenen Nite Owls een uitstekend album. JD McPherson laat zich ook op zijn nieuwe album inspireren door de rock ’n roll van heel lang geleden, maar de Amerikaanse muzikant sleept er dit keer van alles bij. Het gitaarspel is ook op Nite Owls weergaloos, maar ook de rest van de muziek, de zang, de productie en de songs op het album kloppen. Het heeft te lang geduurd, maar Nite Owls was het wachten meer dan waard.
De Amerikaanse muzikant JD McPherson was de afgelopen jaren vooral de man achter een van de leukste kerstalbums van de afgelopen jaren of misschien zelfs wel decennia. Het geweldige SOCKS is echter alweer bijna zes jaar oud, dus het werd zo langzamerhand wel weer eens tijd voor nieuwe muziek van de goede man. Dat weet JD McPherson zelf ook wel en met een beetje geluk was de opvolger van SOCKS ook al in 2019 verschenen, maar opnames van een opvolger verdwenen in de prullenbak.
Dat hij niet alleen geweldige kerstalbums kan maken liet de muzikant uit Nashville, Tennessee, overigens al horen op de drie albums die hij tussen 2010 en 2017 maakte. JD McPherson liet zich op Signs & Signifiers uit 2010, Let The Good Times Roll uit 2015 en Undivided Heart & Soul uit 2017 vooral beïnvloeden door stokoude rock ’n roll en rockabilly, maar sleepte er vervolgens uiteenlopende invloeden bij. Dat deed hij ook op het terecht zo bejubelde SOCKS en dat doet hij ook weer op het deze week verschenen Nite Owls, het eerste album van JD McPherson in zes jaar tijd.
De muzikant uit Nashville was de afgelopen jaren vooral aan het touren met andere muzikanten, onder wie Robert Plant en Alison Krauss, maar had ook voldoende tijd over voor het schrijven van nieuwe songs. Hij koos de beste songs uit voor Nite Owls, dat een bijzonder sterk album is geworden. Dat had ik eerlijk gezegd ook wel verwacht na de vorige albums van de Amerikaanse muzikant, maar na zes jaar stilte weet je het maar nooit. Het is wel jammer dat het uiteindelijk maar net iets meer dan een half uur muziek oplevert, maar het is wel een heel goed half uurtje muziek.
Zoals gezegd laat JD McPherson zich ook dit keer flink beïnvloeden door rock ’n roll en rockabilly uit de jaren 50 en hier en daar wat surfrock uit de jaren 60, maar hij is dit keer zeker niet blijven steken in het verre verleden. Ook invloeden uit de glamrock en Beatlesque pop uit de jaren 70 zijn hoorbaar op Nite Owls, meer dan eens duikt een vleugje 80s new wave en punk op en er hiernaast is er volop twang uit het heden neergedaald op het album. Het levert een nostalgisch, maar ook eigenzinnig of zelfs uniek geluid op, dat eigenlijk direct vanaf de eerste noten van het album imponeert en dat ook blijft doen.
Met zijn gitaarwerk blijft JD McPherson ook dit keer dicht bij oude helden als Dick Dale en Link Wray en bij de onlangs overleden Duane Eddy, aan wie Nite Owls is opgedragen. Het rock ’n roll gitaarwerk was een van de sterke punten op de vorige albums van JD McPherson en dat is dit keer niet anders, maar ook de andere muzikanten die zijn te horen op het album, onder wie zijn vaste maatje Alex Hall, leveren puik werk af. De ritmesectie speelt lekker strak en ook het orgeltje trekt in positieve zin de aandacht, maar ik veer ook dit keer het meest enthousiast op voor het fraai en nostalgisch klinkende gitaarwerk van JD McPherson, die overigens ook zeer overtuigt als zanger.
De Amerikaanse muzikant twijfelde de afgelopen jaren meer dan eens aan zijn bestaansrecht als solomuzikant, maar ook het uitstekende Nite Owls laat weer horen dat daar echt geen enkele reden voor is. Nite Owls gaat hier de komende tijd nog heel vaak voorbij komen en wanneer de kerst nadert, pak ik ook het uitstekende SOCKS er weer eens bij. En op het volgende album van JD McPherson hoeven we hopelijk een stuk minder lang te wachten. Erwin Zijleman
JD McPherson - Socks (2018)
Alternatieve titel: A Christmas Album

3,5
0
geplaatst: 26 december 2018, 10:36 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: JD McPherson - SOCKS, A Christmas Album - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Kerst en rock ’n roll gaan absoluut samen, luister maar eens naar de prima kerstplaat van de Amerikaanse muzikant JD McPherson
Wanneer het gaat om goede kerstplaten is de spoeling dit jaar dun. Heel dun. Een van de weinige kerstplaten die in positieve zin opvalt, is de kerstplaat van JD McPherson. De Amerikaanse muzikant haalde gelukkig geen gezapige kerst hits uit de mottenballen, maar schreef zijn kerst hits gewoon zelf. Het zijn kerstliedjes die zijn doordrenkt met rockabilly, rock ’n roll en rhythm & blues en het zijn stuk voor stuk songs die ook een aantal decennia geleden gemaakt hadden kunnen worden. SOCKS van JD McPherson is absoluut een kerstplaat, maar gezapig klinkt het geen moment. Knap.
Ook dit jaar zijn er weer stapels kerstplaten verschenen. Kerstplaten waarvan je onmiddellijk weet dat je er met een grote boog omheen moet lopen, maar ook kerstplaten van muzikanten van naam en faam, die normaal gesproken toch heel behoorlijke platen maken maar op hun kerstplaat de plank echt volledig misslaan.
Ik ben er ieder jaar weer van overtuigd dat er tussen al die bagger toch ook twee kerstplaten moeten zitten die het beluisteren wel waard zijn, maar het blijkt ieder jaar weer een zoektocht die zich laat omschrijven als de spreekwoordelijke zoektocht naar een speld in een hooiberg.
Het was een zoektocht die dit jaar nog een stuk lastiger was dan in de afgelopen jaren, want wat zijn er dit jaar slechte kerstplaten gemaakt, maar net toen ik dit jaar maar terug wilde grijpen naar de klassieke kerstplaat van Phil Spector, die inmiddels al weer ruim negen jaar achter de tralies zit, of naar de prima kerstplaat van Kacey Musgraves van twee jaar geleden, vond ik toch nog twee kerstplaten die wel de moeite waard zijn.
De eerste besprak ik gisteren, de tweede komt van de Amerikaanse muzikant JD McPherson, die aan het begin van 2015 flink wat indruk maakte met zijn tweede album Let The Good Times Roll, maar die ik vervolgens wat uit het oog ben verloren (al weet ik inmiddels dat het vorig jaar verschenen Undivided Heart & Soul ook een hele sterke plaat is).
Op SOCKS (ondertitel: A Christmas Album) laat de muzikant die werd geboren in Buffalo Valley, Oklahoma, maar die inmiddels zijn heil heeft gevonden in Nashville, Tennessee, zich begeleiden door zijn hecht spelende band. Verder schuift in bijna alle tracks op de plaat een gast aan, onder wie zangeressen Nicole Atkins en Lucie Silvas.
JD McPherson verlaagt zich op SOCKS gelukkig niet tot het vertolken van uitgemolken kerstklassiekers, maar heeft zijn eigen kerstklassiekers geschreven. Het zijn kerstklassiekers die zijn ondergedompeld in een dampende mix van rock ’n roll, rockabilly en rhythm en blues uit een ver verleden. SOCKS zou met gemak in dezelfde tijd gemaakt kunnen zijn als de legendarische kerstplaat van Phil Spector en slaagt er net als deze kerstklassieker in om een kerstsfeer op te roepen, zonder ook maar een moment oubollig te klinken.
De band van JD McPherson speelt op SOCKS de pannen van het dak, terwijl de singer-songwriter uit Nashville zelf zorgt voor gedreven vocalen. Hier en daar duikt een vlammende saxofoon op, hier en daar een gastzangeres, maar alles op SOCKS is functioneel, net als op die briljante kerstplaat van Phil Spector.
Als je niet beter zou weten zou je onmiddellijk geloven dat JD McPherson een kerstklassieker uit een heel ver verleden nieuw leven in heeft geblazen, maar SOCKS stamt echt uit het heden. Muziekliefhebbers die met kerst een gezapige kerstplaat op willen zetten hebben dit jaar keuze zat, maar de muziekliefhebbers die in 2018 met kerst kiest voor rock ’n roll, komt vanzelf bij JD McPherson uit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: JD McPherson - SOCKS, A Christmas Album - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Kerst en rock ’n roll gaan absoluut samen, luister maar eens naar de prima kerstplaat van de Amerikaanse muzikant JD McPherson
Wanneer het gaat om goede kerstplaten is de spoeling dit jaar dun. Heel dun. Een van de weinige kerstplaten die in positieve zin opvalt, is de kerstplaat van JD McPherson. De Amerikaanse muzikant haalde gelukkig geen gezapige kerst hits uit de mottenballen, maar schreef zijn kerst hits gewoon zelf. Het zijn kerstliedjes die zijn doordrenkt met rockabilly, rock ’n roll en rhythm & blues en het zijn stuk voor stuk songs die ook een aantal decennia geleden gemaakt hadden kunnen worden. SOCKS van JD McPherson is absoluut een kerstplaat, maar gezapig klinkt het geen moment. Knap.
Ook dit jaar zijn er weer stapels kerstplaten verschenen. Kerstplaten waarvan je onmiddellijk weet dat je er met een grote boog omheen moet lopen, maar ook kerstplaten van muzikanten van naam en faam, die normaal gesproken toch heel behoorlijke platen maken maar op hun kerstplaat de plank echt volledig misslaan.
Ik ben er ieder jaar weer van overtuigd dat er tussen al die bagger toch ook twee kerstplaten moeten zitten die het beluisteren wel waard zijn, maar het blijkt ieder jaar weer een zoektocht die zich laat omschrijven als de spreekwoordelijke zoektocht naar een speld in een hooiberg.
Het was een zoektocht die dit jaar nog een stuk lastiger was dan in de afgelopen jaren, want wat zijn er dit jaar slechte kerstplaten gemaakt, maar net toen ik dit jaar maar terug wilde grijpen naar de klassieke kerstplaat van Phil Spector, die inmiddels al weer ruim negen jaar achter de tralies zit, of naar de prima kerstplaat van Kacey Musgraves van twee jaar geleden, vond ik toch nog twee kerstplaten die wel de moeite waard zijn.
De eerste besprak ik gisteren, de tweede komt van de Amerikaanse muzikant JD McPherson, die aan het begin van 2015 flink wat indruk maakte met zijn tweede album Let The Good Times Roll, maar die ik vervolgens wat uit het oog ben verloren (al weet ik inmiddels dat het vorig jaar verschenen Undivided Heart & Soul ook een hele sterke plaat is).
Op SOCKS (ondertitel: A Christmas Album) laat de muzikant die werd geboren in Buffalo Valley, Oklahoma, maar die inmiddels zijn heil heeft gevonden in Nashville, Tennessee, zich begeleiden door zijn hecht spelende band. Verder schuift in bijna alle tracks op de plaat een gast aan, onder wie zangeressen Nicole Atkins en Lucie Silvas.
JD McPherson verlaagt zich op SOCKS gelukkig niet tot het vertolken van uitgemolken kerstklassiekers, maar heeft zijn eigen kerstklassiekers geschreven. Het zijn kerstklassiekers die zijn ondergedompeld in een dampende mix van rock ’n roll, rockabilly en rhythm en blues uit een ver verleden. SOCKS zou met gemak in dezelfde tijd gemaakt kunnen zijn als de legendarische kerstplaat van Phil Spector en slaagt er net als deze kerstklassieker in om een kerstsfeer op te roepen, zonder ook maar een moment oubollig te klinken.
De band van JD McPherson speelt op SOCKS de pannen van het dak, terwijl de singer-songwriter uit Nashville zelf zorgt voor gedreven vocalen. Hier en daar duikt een vlammende saxofoon op, hier en daar een gastzangeres, maar alles op SOCKS is functioneel, net als op die briljante kerstplaat van Phil Spector.
Als je niet beter zou weten zou je onmiddellijk geloven dat JD McPherson een kerstklassieker uit een heel ver verleden nieuw leven in heeft geblazen, maar SOCKS stamt echt uit het heden. Muziekliefhebbers die met kerst een gezapige kerstplaat op willen zetten hebben dit jaar keuze zat, maar de muziekliefhebbers die in 2018 met kerst kiest voor rock ’n roll, komt vanzelf bij JD McPherson uit. Erwin Zijleman
Jeff Buckley - Grace (1994)

5,0
6
geplaatst: 11 december 2022, 19:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jeff Buckley - Grace (1994) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jeff Buckley - Grace (1994)
Jeff Buckley dook in 1994 op met een verpletterend mooi en bijzonder indringend debuutalbum dat ook zijn zwanenzang zou worden en dat inmiddels is uitgegroeid tot een onbetwiste klassieker
Toen ik in 1994 de titeltrack van het debuutalbum van Jeff Buckley hoorde was ik direct verkocht. Het bijzondere gitaarspel, de verrassende orkestratie, de verrassende wendingen in de song en natuurlijk de bijzondere zang van Jeff Buckley maakten de song Grace tot een instant klassieker, waarna de rest van het album snel volgde. Grace van Jeff Buckley is een debuutalbum van het soort waarvan er maar heel weinig gemaakt worden. Op zijn debuutalbum presteert Jeff Buckley direct op de toppen van zijn kunnen, al heeft hij helaas nooit een poging kunnen doen om te laten horen dat er nog meer in zat. Het album kwam aan als een mokerslag en doet dat na al die jaren nog steeds.
Kinderen van beroemde muzikanten slagen er maar zelden in om een eigen muzikale carrière van de grond te krijgen. De muzikale erfenis van de beroemde ouder hangt meestal als een molensteen om de nek en vervolgens staan ook de critici nog eens klaar om de muzikale ambities van een nazaat van een beroemde muzikant onmiddellijk neer te sabelen.
Jeff Buckley was pas acht jaar oud toen zijn vader Tim Buckley op slechts 28-jarige leeftijd overleed. Toen Jeff Buckley aan het begin van de jaren 90 opdook als muzikant was zijn in 1975 aan een overdosis overleden vader inmiddels uitgegroeid tot een cultlegende. Mede hierdoor werd Jeff Buckley met wat minder scepsis ontvangen dan de meeste andere nazaten van beroemde muzikanten , al was hij ook een stuk getalenteerder dan de meeste van zijn soortgenoten.
Het was te horen op de in 1993 verschenen live-EP Live at Sin-é, maar de glorietocht van Jeff Buckley begon pas echt met zijn in 1994 verschenen debuutalbum Grace. AllMusic beschrijft het album op haar website als Van Morrison-meets-Led Zeppelin en daar is best wat voor te zeggen, al hoor ik hier en daar ook zeker echo’s van zijn veel te jong overleden vader. Grace sloeg in 1994 in als de spreekwoordelijke bom, al konden lang niet alle critici overweg met alle invloeden uit de jaren 70 die zijn te horen op het album of met de heftige zang van de Amerikaanse muzikant.
Ik werd destijds direct van mijn sokken geblazen door de intense songs op het album, de rijke instrumentatie en orkestratie en vooral door de bijzondere stem van Jeff Buckley, die zijn songs vertolkte of zijn leven er van af hing. Niemand kon bij de release van Grace vermoeden dat het album ook direct de zwanenzang van Jeff Buckley zou worden, al verschenen er postuum nog een tweede studioalbum en een stapel live-albums.
Jeff Buckley zou na Grace flink worstelen met de opvolger van zijn debuutalbum, maar toen hij eenmaal was begonnen aan het album verdronk hij, slechts 30 jaar oud, in de Mississippi. De tragiek van vader en zoon Buckley maakt beluistering van Grace tot een nog wat intensere ervaring dan bij de release van het album. Grace klinkt ruim 28 jaar na de release nog net zo indringend als op de dag van de release en persoonlijk vind ik het album nu nog veel beter dan destijds.
Het is vooral de intense zang van Jeff Buckley, die hier en daar heel dicht tegen die van Led Zeppelin’s Robert Plant aan zit, die van Grace zo’n goed album maakt, maar ook de eigenzinnige maar ook wonderschone instrumentatie, met in alle tracks waanzinnig mooi gitaarwerk en met enige regelmaat bijzonder klinkende strijkers, is nog altijd een krachtig wapen van het album.
En dan zijn er de songs die stuk voor stuk dwars door de ziel snijden, met voor mij de titeltrack en Last Goodbye als hoogtepunten. Jeff Buckley was in 1994 een van de eerste muzikanten die Hallelujah van Leonard Cohen coverde. Inmiddels heeft helaas menig B-muzikant zich vergrepen aan de song, waardoor ik Hallelujah niet meer kan horen, buiten de versie van Jeff Buckley dan, die ik mooier vind dan het origineel van de oude meester.
Het was best even geleden dat ik voor het laatst naar Grace had geluisterd, maar ik heb een uur lang ademloos geluisterd en heb dit nog een paar keer herhaald. Mede door de trieste dood van Jeff Buckley is Grace een cultalbum geworden, maar ik schaar het album ook onder de mooiste albums aller tijden. Het blijft doodzonde dat Jeff Buckley de wereld zo snel na zijn debuutalbum heeft verlaten, al denk ik dat hij Grace bij leven nooit meer had overtroffen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jeff Buckley - Grace (1994) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jeff Buckley - Grace (1994)
Jeff Buckley dook in 1994 op met een verpletterend mooi en bijzonder indringend debuutalbum dat ook zijn zwanenzang zou worden en dat inmiddels is uitgegroeid tot een onbetwiste klassieker
Toen ik in 1994 de titeltrack van het debuutalbum van Jeff Buckley hoorde was ik direct verkocht. Het bijzondere gitaarspel, de verrassende orkestratie, de verrassende wendingen in de song en natuurlijk de bijzondere zang van Jeff Buckley maakten de song Grace tot een instant klassieker, waarna de rest van het album snel volgde. Grace van Jeff Buckley is een debuutalbum van het soort waarvan er maar heel weinig gemaakt worden. Op zijn debuutalbum presteert Jeff Buckley direct op de toppen van zijn kunnen, al heeft hij helaas nooit een poging kunnen doen om te laten horen dat er nog meer in zat. Het album kwam aan als een mokerslag en doet dat na al die jaren nog steeds.
Kinderen van beroemde muzikanten slagen er maar zelden in om een eigen muzikale carrière van de grond te krijgen. De muzikale erfenis van de beroemde ouder hangt meestal als een molensteen om de nek en vervolgens staan ook de critici nog eens klaar om de muzikale ambities van een nazaat van een beroemde muzikant onmiddellijk neer te sabelen.
Jeff Buckley was pas acht jaar oud toen zijn vader Tim Buckley op slechts 28-jarige leeftijd overleed. Toen Jeff Buckley aan het begin van de jaren 90 opdook als muzikant was zijn in 1975 aan een overdosis overleden vader inmiddels uitgegroeid tot een cultlegende. Mede hierdoor werd Jeff Buckley met wat minder scepsis ontvangen dan de meeste andere nazaten van beroemde muzikanten , al was hij ook een stuk getalenteerder dan de meeste van zijn soortgenoten.
Het was te horen op de in 1993 verschenen live-EP Live at Sin-é, maar de glorietocht van Jeff Buckley begon pas echt met zijn in 1994 verschenen debuutalbum Grace. AllMusic beschrijft het album op haar website als Van Morrison-meets-Led Zeppelin en daar is best wat voor te zeggen, al hoor ik hier en daar ook zeker echo’s van zijn veel te jong overleden vader. Grace sloeg in 1994 in als de spreekwoordelijke bom, al konden lang niet alle critici overweg met alle invloeden uit de jaren 70 die zijn te horen op het album of met de heftige zang van de Amerikaanse muzikant.
Ik werd destijds direct van mijn sokken geblazen door de intense songs op het album, de rijke instrumentatie en orkestratie en vooral door de bijzondere stem van Jeff Buckley, die zijn songs vertolkte of zijn leven er van af hing. Niemand kon bij de release van Grace vermoeden dat het album ook direct de zwanenzang van Jeff Buckley zou worden, al verschenen er postuum nog een tweede studioalbum en een stapel live-albums.
Jeff Buckley zou na Grace flink worstelen met de opvolger van zijn debuutalbum, maar toen hij eenmaal was begonnen aan het album verdronk hij, slechts 30 jaar oud, in de Mississippi. De tragiek van vader en zoon Buckley maakt beluistering van Grace tot een nog wat intensere ervaring dan bij de release van het album. Grace klinkt ruim 28 jaar na de release nog net zo indringend als op de dag van de release en persoonlijk vind ik het album nu nog veel beter dan destijds.
Het is vooral de intense zang van Jeff Buckley, die hier en daar heel dicht tegen die van Led Zeppelin’s Robert Plant aan zit, die van Grace zo’n goed album maakt, maar ook de eigenzinnige maar ook wonderschone instrumentatie, met in alle tracks waanzinnig mooi gitaarwerk en met enige regelmaat bijzonder klinkende strijkers, is nog altijd een krachtig wapen van het album.
En dan zijn er de songs die stuk voor stuk dwars door de ziel snijden, met voor mij de titeltrack en Last Goodbye als hoogtepunten. Jeff Buckley was in 1994 een van de eerste muzikanten die Hallelujah van Leonard Cohen coverde. Inmiddels heeft helaas menig B-muzikant zich vergrepen aan de song, waardoor ik Hallelujah niet meer kan horen, buiten de versie van Jeff Buckley dan, die ik mooier vind dan het origineel van de oude meester.
Het was best even geleden dat ik voor het laatst naar Grace had geluisterd, maar ik heb een uur lang ademloos geluisterd en heb dit nog een paar keer herhaald. Mede door de trieste dood van Jeff Buckley is Grace een cultalbum geworden, maar ik schaar het album ook onder de mooiste albums aller tijden. Het blijft doodzonde dat Jeff Buckley de wereld zo snel na zijn debuutalbum heeft verlaten, al denk ik dat hij Grace bij leven nooit meer had overtroffen. Erwin Zijleman
Jeff Lynne's ELO - Alone in the Universe (2015)

4,0
0
geplaatst: 15 november 2015, 10:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jeff Lynne's ELO - Alone In The Universe - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij Electric Light Orchestra denk ik onmiddellijk aan de Jaren 70. Natuurlijk maakte de band ook in de jaren 80 en 90 nog platen en zelfs in 2001 verscheen er nog een plaat van de band rond Jeff Lynne, maar voor de hoogtijdagen van E.L.O. moeten we toch echt terug naar de periode 1973-1977.
Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen van Alone In The Universe, dat deze week is verschenen en is uitgebracht onder de naam Jeff Lynne’s ELO.
Op hetzelfde moment heb ik Jeff Lynne heel hoog zitten. De man heeft minstens een dozijn briljante singles op zijn naam staan, deed hele mooie dingen als producer en wierp zich op indrukwekkende wijze op als conservator van het werk van The Beatles.
De diepe bewondering voor het werk van The Beatles hoor je direct terug in de openingstrack van Alone In The Universe. When I Was A Boy klinkt als een vergeten Beatles klassieker en laat direct horen dat de terugkeer van Jeff Lynne’s ELO een terugkeer is die er toe doet.
Invloeden van The Beatles zijn veel vaker te horen op Alone In The Universe. Jeff Lynne beschikt net als Paul McCartney over het vermogen om volstrekt tijdloze popsongs te schrijven en eert in muzikaal opzicht vooral George Harrison. Smullen dus voor liefhebbers van The Beatles, maar er is meer.
Aan het einde van de openingstrack hoor je voor het eerst invloeden uit de hoogtijdagen van Electric Light Orchestra. Deze invloeden zijn op de hele plaat hoorbaar, maar worden nergens fantasieloos uitgemolken. Waar E.L.O. in het verleden vooral vertrouwde op de zwaar aangezette strijkers, is Alone In The Universe vooral een gitaarplaat, waarop met name de uit duizenden herkenbare vocalen aan E.L.O. doen denken.
Jeff Lynne verrast op de comeback plaat van zijn voormalige band met een serie ijzersterkte songs vol referenties naar het verleden. Het zijn songs die onmiddellijk klinken als klassiekers en dat is bijzonder. Het zijn songs die stuk voor stuk bijzonder makkelijk in het gehoor liggen, maar het zijn ook songs die lang blijven groeien en ontzettend knap in elkaar steken.
Het levert een verrassend sterke plaat op, die laat horen dat we in 2015 nog volop rekening moeten houden met Jeff Lynne en zijn ELO. Geldt overigens ook voor 2016, want dan staat de band in de Ziggo Dome. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jeff Lynne's ELO - Alone In The Universe - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij Electric Light Orchestra denk ik onmiddellijk aan de Jaren 70. Natuurlijk maakte de band ook in de jaren 80 en 90 nog platen en zelfs in 2001 verscheen er nog een plaat van de band rond Jeff Lynne, maar voor de hoogtijdagen van E.L.O. moeten we toch echt terug naar de periode 1973-1977.
Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen van Alone In The Universe, dat deze week is verschenen en is uitgebracht onder de naam Jeff Lynne’s ELO.
Op hetzelfde moment heb ik Jeff Lynne heel hoog zitten. De man heeft minstens een dozijn briljante singles op zijn naam staan, deed hele mooie dingen als producer en wierp zich op indrukwekkende wijze op als conservator van het werk van The Beatles.
De diepe bewondering voor het werk van The Beatles hoor je direct terug in de openingstrack van Alone In The Universe. When I Was A Boy klinkt als een vergeten Beatles klassieker en laat direct horen dat de terugkeer van Jeff Lynne’s ELO een terugkeer is die er toe doet.
Invloeden van The Beatles zijn veel vaker te horen op Alone In The Universe. Jeff Lynne beschikt net als Paul McCartney over het vermogen om volstrekt tijdloze popsongs te schrijven en eert in muzikaal opzicht vooral George Harrison. Smullen dus voor liefhebbers van The Beatles, maar er is meer.
Aan het einde van de openingstrack hoor je voor het eerst invloeden uit de hoogtijdagen van Electric Light Orchestra. Deze invloeden zijn op de hele plaat hoorbaar, maar worden nergens fantasieloos uitgemolken. Waar E.L.O. in het verleden vooral vertrouwde op de zwaar aangezette strijkers, is Alone In The Universe vooral een gitaarplaat, waarop met name de uit duizenden herkenbare vocalen aan E.L.O. doen denken.
Jeff Lynne verrast op de comeback plaat van zijn voormalige band met een serie ijzersterkte songs vol referenties naar het verleden. Het zijn songs die onmiddellijk klinken als klassiekers en dat is bijzonder. Het zijn songs die stuk voor stuk bijzonder makkelijk in het gehoor liggen, maar het zijn ook songs die lang blijven groeien en ontzettend knap in elkaar steken.
Het levert een verrassend sterke plaat op, die laat horen dat we in 2015 nog volop rekening moeten houden met Jeff Lynne en zijn ELO. Geldt overigens ook voor 2016, want dan staat de band in de Ziggo Dome. Erwin Zijleman
Jeff Lynne's ELO - From Out of Nowhere (2019)

3,0
0
geplaatst: 5 november 2019, 14:16 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jeff Lynne's E.L.O. - From Out Of Nowhere - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jeff Lynne's E.L.O. - From Out Of Nowhere
Jeff Lynne maakt zich er wat makkelijk van af op het nieuwe album van zijn E.L.O., maar als je er vatbaar voor bent klinkt het toch wel weer lekker
Na het toch wel verrassend sterke comeback album Alone In The Universe, keert Jeff Lynne’s E.L.O. terug met From Out Of Nowhere. Voor verassingen ben je ook dit keer aan het verkeerde adres bij de band rond Jeff Lynne. From Out Of Nowhere borduurt schaamteloos voort op het geluid dat de band in de jaren 70 wereldberoemd maakte. Niet zo erg voor de liefhebbers van dit geluid, want zij vinden op het album minstens een handvol songs die genadeloos verleiden en je mee terug nemen naar vervlogen tijden. Jammer dat het album over de hele linie wat zwakker is en Jeff Lynne zich er hier en daar wel heel makkelijk van af maakt. Het wordt hem vergeven.
Electric Light Orchestra, oftewel E.L.O., vierde haar grootste successen in de jaren 70, waarin de band uitgroeide tot een hitmachine met een geheel eigen geluid, maar ook een aantal hele goede songs.
Met het nog wel redelijk succesvolle, maar verder bijzonder zwakke Time uit 1981 begon het verval. Wederopstandingen aan het eind van de jaren 80 en in de jaren 90 en de vroege jaren 00 waren weinig succesvol, terwijl andere projecten van Jeff Lynne, waaronder zijn werk met The Traveling Wilburys en productiewerk wel scoorden.
In 2015 keerde E.L.O. tot ieders verrassing terug als Jeff Lynne’s E.L.O. met het comeback album Alone In The Universe. Alone In The Universe wist het oude E.L.O. geluid uit de jaren 70 fraai te reproduceren. Het album klonk als een E.L.O. klassieker uit vervlogen tijden en liet goed horen hoe groot de invloed van The Beatles op het geluid van de band van Jeff Lynne was. Alone In The Universe bevatte ook nog eens een aantal prima songs en was goed voor een half uurtje jeugdsentiment dat de tand des tijds verrassend goed bleek te hebben doorstaan.
Na een al even succesvolle wereldtour keert Jeff Lynne’s E.L.O. nu terug met From Out Of Nowhere. Het album is gestoken in een typische E.L.O. hoes, met het bekende E.L.O. ruimteschip, en laat (gelukkig) ook het bekende E.L.O. geluid horen. Jeff Lynne doet ook op From Out Of Nowhere geen enkele poging om het geluid van zijn band te vernieuwen en borduurt naadloos voort op het geluid waarmee de band in de jaren 70 zo succesvol was.
Ik moet zeggen dat Jeff Lynne zich er dit keer wel erg makkelijk van af heeft gemaakt. From Out Of Nowhere bevat maar net een half uur muziek (dit was op Alone In The Universe overigens niet anders). In de tien songs, die allemaal ongeveer drie minuten duren, worden met name de intro’s en de outro’s nogal afgeraffeld (fade out kan echt niet meer wat mij betreft). De songs zijn ook zeker niet allemaal even sterk als op het vorige album en als Jeff Lynne grijpt naar de rock ’n roll is het nieuwe E.L.O. mij helemaal kwijt en moet ik direct denken aan het zo zwakke Time.
Toch vind ik From Out Of Nowhere geen heel slecht album. Wanneer Jeff Lynne schaamteloos teruggrijpt op de hoogtijdagen van zijn band en verleidt met Beatlesque melodieën en rijk georkestreerde klanken, heeft hij mij toch weer snel te pakken. Jeff Lynne staat dan garant voor bijna onweerstaanbare popsongs, die in 2019 nog net zo verleidelijk klinken als in de jaren 70.
Het is jammer dat Jeff Lynne de kwaliteit wat minder heeft bewaakt dan vier jaar geleden en de songs hier en daar niet wat meer heeft uitgewerkt. From Out Of Nowhere is wat mij betreft over de hele linie te zwak om een krent uit de pop genoemd te worden, maar het is ook een album dat wel zijn momenten heeft. Snel aan voorbij gaan wanneer je niets hebt met de muziek van E.L.O., maar een ieder met een zwak voor de band van Jeff Lynne zal stiekem toch weer genieten van op zijn minst een deel van comeback album nummer twee. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jeff Lynne's E.L.O. - From Out Of Nowhere - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jeff Lynne's E.L.O. - From Out Of Nowhere
Jeff Lynne maakt zich er wat makkelijk van af op het nieuwe album van zijn E.L.O., maar als je er vatbaar voor bent klinkt het toch wel weer lekker
Na het toch wel verrassend sterke comeback album Alone In The Universe, keert Jeff Lynne’s E.L.O. terug met From Out Of Nowhere. Voor verassingen ben je ook dit keer aan het verkeerde adres bij de band rond Jeff Lynne. From Out Of Nowhere borduurt schaamteloos voort op het geluid dat de band in de jaren 70 wereldberoemd maakte. Niet zo erg voor de liefhebbers van dit geluid, want zij vinden op het album minstens een handvol songs die genadeloos verleiden en je mee terug nemen naar vervlogen tijden. Jammer dat het album over de hele linie wat zwakker is en Jeff Lynne zich er hier en daar wel heel makkelijk van af maakt. Het wordt hem vergeven.
Electric Light Orchestra, oftewel E.L.O., vierde haar grootste successen in de jaren 70, waarin de band uitgroeide tot een hitmachine met een geheel eigen geluid, maar ook een aantal hele goede songs.
Met het nog wel redelijk succesvolle, maar verder bijzonder zwakke Time uit 1981 begon het verval. Wederopstandingen aan het eind van de jaren 80 en in de jaren 90 en de vroege jaren 00 waren weinig succesvol, terwijl andere projecten van Jeff Lynne, waaronder zijn werk met The Traveling Wilburys en productiewerk wel scoorden.
In 2015 keerde E.L.O. tot ieders verrassing terug als Jeff Lynne’s E.L.O. met het comeback album Alone In The Universe. Alone In The Universe wist het oude E.L.O. geluid uit de jaren 70 fraai te reproduceren. Het album klonk als een E.L.O. klassieker uit vervlogen tijden en liet goed horen hoe groot de invloed van The Beatles op het geluid van de band van Jeff Lynne was. Alone In The Universe bevatte ook nog eens een aantal prima songs en was goed voor een half uurtje jeugdsentiment dat de tand des tijds verrassend goed bleek te hebben doorstaan.
Na een al even succesvolle wereldtour keert Jeff Lynne’s E.L.O. nu terug met From Out Of Nowhere. Het album is gestoken in een typische E.L.O. hoes, met het bekende E.L.O. ruimteschip, en laat (gelukkig) ook het bekende E.L.O. geluid horen. Jeff Lynne doet ook op From Out Of Nowhere geen enkele poging om het geluid van zijn band te vernieuwen en borduurt naadloos voort op het geluid waarmee de band in de jaren 70 zo succesvol was.
Ik moet zeggen dat Jeff Lynne zich er dit keer wel erg makkelijk van af heeft gemaakt. From Out Of Nowhere bevat maar net een half uur muziek (dit was op Alone In The Universe overigens niet anders). In de tien songs, die allemaal ongeveer drie minuten duren, worden met name de intro’s en de outro’s nogal afgeraffeld (fade out kan echt niet meer wat mij betreft). De songs zijn ook zeker niet allemaal even sterk als op het vorige album en als Jeff Lynne grijpt naar de rock ’n roll is het nieuwe E.L.O. mij helemaal kwijt en moet ik direct denken aan het zo zwakke Time.
Toch vind ik From Out Of Nowhere geen heel slecht album. Wanneer Jeff Lynne schaamteloos teruggrijpt op de hoogtijdagen van zijn band en verleidt met Beatlesque melodieën en rijk georkestreerde klanken, heeft hij mij toch weer snel te pakken. Jeff Lynne staat dan garant voor bijna onweerstaanbare popsongs, die in 2019 nog net zo verleidelijk klinken als in de jaren 70.
Het is jammer dat Jeff Lynne de kwaliteit wat minder heeft bewaakt dan vier jaar geleden en de songs hier en daar niet wat meer heeft uitgewerkt. From Out Of Nowhere is wat mij betreft over de hele linie te zwak om een krent uit de pop genoemd te worden, maar het is ook een album dat wel zijn momenten heeft. Snel aan voorbij gaan wanneer je niets hebt met de muziek van E.L.O., maar een ieder met een zwak voor de band van Jeff Lynne zal stiekem toch weer genieten van op zijn minst een deel van comeback album nummer twee. Erwin Zijleman
Jeff Tweedy - Love Is the King (2020)

4,0
0
geplaatst: 8 november 2020, 10:25 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jeff Tweedy - Love Is The King - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jeff Tweedy - Love Is The King
Jeff Tweedy verrijkt zijn al zo imposante oeuvre met een samen met zijn zonen en tijdens de Amerikaanse lockdown gemaakt album, waarop nostalgie, melancholie en rust domineren
Bij eerste beluistering kabbelde Love Is The King van Jeff Tweedy voort zonder heel veel indruk te maken, maar hoe vaker ik naar het nieuwe soloalbum van de Amerikaanse muzikant luister, hoe beter het wordt. Love Is The King werd gemaakt tijdens de Amerikaanse lockdown en dat hoor je. Jeff Tweedy en zijn zonen maken ontspannen muziek en het is muziek die overloopt van nostalgie en melancholie. Love Is The King is betrekkelijk sober ingekleurd, maar bij aandachtige beluistering is er veel moois te horen op een album dat het talent van Jeff Tweedy nog eens onderstreept. Het is een wat traditioneler klinkend album, zodat het avontuur bewaard kan worden voor Wilco.
Het is inmiddels een imposante stapel albums waarop de naam van Jeff Tweedy prijkt. De Amerikaanse muzikant stond aan het begin van de jaren 90 aan de basis van de alt-country met zijn band Uncle Tupelo en bouwt vanaf de tweede helft van de jaren 90 aan het indrukwekkende oeuvre van Wilco. Hiernaast zijn er projecten als Loose Fur en is er natuurlijk het solowerk van Jeff Tweedy.
Dat solowerk werd vorige week verder uitgebreid met Love Is The King en het is het zoveelste kunststukje van Jeff Tweedy. Love Is The King volgt op de soloalbums Warm en Warmer en op het fraaie Ode To Joy van Wilco.
Het is een album dat overigens ook best onder de naam Tweedy had kunnen worden uitgebracht. Onder deze naam maakte Jeff Tweedy in 2014 immers een uitstekend album (Sukierae) met zijn zoon Spencer en deze Spencer Tweedy is ook van de partij op Love Is The King. Jeff en Spencer tekenen op Love Is The King voor alle instrumenten, terwijl een andere zoon van Jeff Tweedy, Sammy, hier en daar wat achtergrondzang toevoegt. In essentie is Love Is The King daarom het tweede album van Tweedy en het is een uitstekend album geworden.
Het is een album dat werd gemaakt tijdens de Amerikaanse lockdown die Jeff Tweedy en zijn zonen aan het huis gekluisterd hield. Ik zal niet beweren dat Love Is The King een typisch lockdown album is, maar het is wel een album met een bijzondere sfeer. Jeff en Spencer Tweedy maken op ontspannen wijze muziek en dat levert op het eerste gehoor een album op dat zich vrij langzaam voortsleept.
Het is een album dat gevuld is met muziek die vooral invloeden uit de folk en de country laat horen, met hier en daar wat inspiratie uit de rockversies van beide genres. Het is op het eerste gehoor ontspannen huisvlijt die niet heel opwindend klinkt, maar Love Is The King is een album vol groeibriljanten.
Zeker wanneer je het album met de koptelefoon beluistert hoor je hoe mooi de ingehouden maar toch ook veelkleurige instrumentatie is. Het is een instrumentatie die fraai kleurt bij de vaak wat zachte vocalen van Jeff Tweedy.
Love Is The King is een album vol melancholie dat past in deze tijd, maar het is ook een album dat past in het rijke oeuvre van Jeff Tweedy. De Amerikaanse muzikant bewaart zijn spannendste muziek voor Wilco, maar ook de wat traditioneler aandoende rootsmuziek op Love Is The King is van hoog niveau.
Ik was bij eerste beluistering niet direct overtuigt van dit niveau, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe nadrukkelijker de huisvlijt van de familie Tweedy zich opdringt. Love Is The King klinkt hier en daar als een album dat ook in de jaren 70 had kunnen worden gemaakt en verruilt de alternatieve country van Uncle Tupelo weer voor de oorspronkelijke country van weleer.
De vrouw van Jeff Tweedy heeft vastgelegd hoe het album werd gemaakt, wat beelden oplevert van een gezin dat thuis opgesloten zit en de tijd vult met het maken van muziek. Dit soort beelden ontbreekt meestal, maar het heeft mijn kijk op Love Is The King nog wat sympathieker gemaakt. Volgend jaar is het hopelijk weer tijd voor een spannend Wilco album, maar dit jaar past de ingetogen muziek zonder opsmuk van de familie Tweedy misschien wel beter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jeff Tweedy - Love Is The King - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jeff Tweedy - Love Is The King
Jeff Tweedy verrijkt zijn al zo imposante oeuvre met een samen met zijn zonen en tijdens de Amerikaanse lockdown gemaakt album, waarop nostalgie, melancholie en rust domineren
Bij eerste beluistering kabbelde Love Is The King van Jeff Tweedy voort zonder heel veel indruk te maken, maar hoe vaker ik naar het nieuwe soloalbum van de Amerikaanse muzikant luister, hoe beter het wordt. Love Is The King werd gemaakt tijdens de Amerikaanse lockdown en dat hoor je. Jeff Tweedy en zijn zonen maken ontspannen muziek en het is muziek die overloopt van nostalgie en melancholie. Love Is The King is betrekkelijk sober ingekleurd, maar bij aandachtige beluistering is er veel moois te horen op een album dat het talent van Jeff Tweedy nog eens onderstreept. Het is een wat traditioneler klinkend album, zodat het avontuur bewaard kan worden voor Wilco.
Het is inmiddels een imposante stapel albums waarop de naam van Jeff Tweedy prijkt. De Amerikaanse muzikant stond aan het begin van de jaren 90 aan de basis van de alt-country met zijn band Uncle Tupelo en bouwt vanaf de tweede helft van de jaren 90 aan het indrukwekkende oeuvre van Wilco. Hiernaast zijn er projecten als Loose Fur en is er natuurlijk het solowerk van Jeff Tweedy.
Dat solowerk werd vorige week verder uitgebreid met Love Is The King en het is het zoveelste kunststukje van Jeff Tweedy. Love Is The King volgt op de soloalbums Warm en Warmer en op het fraaie Ode To Joy van Wilco.
Het is een album dat overigens ook best onder de naam Tweedy had kunnen worden uitgebracht. Onder deze naam maakte Jeff Tweedy in 2014 immers een uitstekend album (Sukierae) met zijn zoon Spencer en deze Spencer Tweedy is ook van de partij op Love Is The King. Jeff en Spencer tekenen op Love Is The King voor alle instrumenten, terwijl een andere zoon van Jeff Tweedy, Sammy, hier en daar wat achtergrondzang toevoegt. In essentie is Love Is The King daarom het tweede album van Tweedy en het is een uitstekend album geworden.
Het is een album dat werd gemaakt tijdens de Amerikaanse lockdown die Jeff Tweedy en zijn zonen aan het huis gekluisterd hield. Ik zal niet beweren dat Love Is The King een typisch lockdown album is, maar het is wel een album met een bijzondere sfeer. Jeff en Spencer Tweedy maken op ontspannen wijze muziek en dat levert op het eerste gehoor een album op dat zich vrij langzaam voortsleept.
Het is een album dat gevuld is met muziek die vooral invloeden uit de folk en de country laat horen, met hier en daar wat inspiratie uit de rockversies van beide genres. Het is op het eerste gehoor ontspannen huisvlijt die niet heel opwindend klinkt, maar Love Is The King is een album vol groeibriljanten.
Zeker wanneer je het album met de koptelefoon beluistert hoor je hoe mooi de ingehouden maar toch ook veelkleurige instrumentatie is. Het is een instrumentatie die fraai kleurt bij de vaak wat zachte vocalen van Jeff Tweedy.
Love Is The King is een album vol melancholie dat past in deze tijd, maar het is ook een album dat past in het rijke oeuvre van Jeff Tweedy. De Amerikaanse muzikant bewaart zijn spannendste muziek voor Wilco, maar ook de wat traditioneler aandoende rootsmuziek op Love Is The King is van hoog niveau.
Ik was bij eerste beluistering niet direct overtuigt van dit niveau, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe nadrukkelijker de huisvlijt van de familie Tweedy zich opdringt. Love Is The King klinkt hier en daar als een album dat ook in de jaren 70 had kunnen worden gemaakt en verruilt de alternatieve country van Uncle Tupelo weer voor de oorspronkelijke country van weleer.
De vrouw van Jeff Tweedy heeft vastgelegd hoe het album werd gemaakt, wat beelden oplevert van een gezin dat thuis opgesloten zit en de tijd vult met het maken van muziek. Dit soort beelden ontbreekt meestal, maar het heeft mijn kijk op Love Is The King nog wat sympathieker gemaakt. Volgend jaar is het hopelijk weer tijd voor een spannend Wilco album, maar dit jaar past de ingetogen muziek zonder opsmuk van de familie Tweedy misschien wel beter. Erwin Zijleman
Jeff Tweedy - Together at Last (2017)

4,0
0
geplaatst: 25 juni 2017, 09:33 uur
Today:
De krenten uit de pop: Jeff Tweedy - Together At Last - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een overbodig tussendoortje of een waardevolle aanvulling op een indrukwekkend oeuvre? De critici zijn het vooralsnog niet eens over Together At Last van Jeff Tweedy.
De voorman van Wilco heeft op zijn eerste echte soloplaat (in 2002 verscheen onder zijn naam de filmsoundtrack Chelsea Walls) gekozen voor akoestische versies van songs uit zijn bijzondere catalogus.
Together At Last moet het doen met akoestische gitaar, incidenteel mondharmonica en de stem van Jeff Tweedy.
Uiteraard komen flink wat songs van Wilco voorbij, maar Together At Last staat ook stil bij inmiddels al weer bijna vergeten uitstapjes als Golden Smog (een supergroep met leden van flink wat aansprekende bands, waaronder The Jayhawks, The Replacements en Soul Asylum) en Loose Fur (Jeff Tweedy’s samenwerking met meesterdrummer Glenn Kotche en multi-instrumentalist Jim O'Rourke).
Together At Last bevat misschien niets nieuws, maar de uiterst ingetogen akoestische versies van de songs van Jeff Tweedy klinken totaal anders dan de versies uit het verleden. Het zijn versies die je niet moet vergelijken met de originelen, maar moet beluisteren als nieuwe songs. Dan hoor je wat een geweldig songwriter Jeff Tweedy is, maar hoor je ook dat hij in staat is om met zeer bescheiden middelen songs tot leven te brengen.
Het is maar weinig singer-songwriters gegeven om de aandacht 40 minuten vast te houden met een akoestische gitaar en een stem, maar Jeff Tweedy draait er zijn hand niet voor om. Together At Last ontleent zijn kracht natuurlijk aan de stem en het gitaarspel van Jeff Tweedy, maar het zijn vooral de geniale songs die de plaat zo goed maken.
De rijk georkestreerde parels van Wilco blijken opeens songs die ook prima zijn terug te brengen tot de basis van akoestische gitaar en zang. Zeker wanneer Jeff Tweedy kiest voor uiterst ingetogen gitaarspel en zang hoor je er weinig tot niets van de originelen meer in, maar als de Amerikaan het tempo even opvoert, ben je toch opeens weer terug bij de meesterwerken van de band uit Chicago.
Ik ben over het algemeen niet zo gek op uiterst sobere platen als de soloplaat van Jeff Tweedy, maar van deze plaat kan ik geen genoeg krijgen. Bij oppervlakkige beluistering lijkt het een op een avond en nacht in elkaar geflanste plaat, maar hoe beter ik luister hoe meer ik hoor.
Together At Last van Jeff Tweedy is wat mij betreft een waardevolle aanvulling op het al zo bijzondere oeuvre van de Amerikaan en het is bovendien een plaat die naar meer smaakt. Er zijn nog heel wat Wilco songs die ik graag eens teruggebracht tot de essentie zou horen en natuurlijk is er ook nog dat andere bandje waarmee Jeff Tweedy aan het begin van de jaren 90 zoveel indruk maakte en een geheel nieuw genre op de kaart zette. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jeff Tweedy - Together At Last - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een overbodig tussendoortje of een waardevolle aanvulling op een indrukwekkend oeuvre? De critici zijn het vooralsnog niet eens over Together At Last van Jeff Tweedy.
De voorman van Wilco heeft op zijn eerste echte soloplaat (in 2002 verscheen onder zijn naam de filmsoundtrack Chelsea Walls) gekozen voor akoestische versies van songs uit zijn bijzondere catalogus.
Together At Last moet het doen met akoestische gitaar, incidenteel mondharmonica en de stem van Jeff Tweedy.
Uiteraard komen flink wat songs van Wilco voorbij, maar Together At Last staat ook stil bij inmiddels al weer bijna vergeten uitstapjes als Golden Smog (een supergroep met leden van flink wat aansprekende bands, waaronder The Jayhawks, The Replacements en Soul Asylum) en Loose Fur (Jeff Tweedy’s samenwerking met meesterdrummer Glenn Kotche en multi-instrumentalist Jim O'Rourke).
Together At Last bevat misschien niets nieuws, maar de uiterst ingetogen akoestische versies van de songs van Jeff Tweedy klinken totaal anders dan de versies uit het verleden. Het zijn versies die je niet moet vergelijken met de originelen, maar moet beluisteren als nieuwe songs. Dan hoor je wat een geweldig songwriter Jeff Tweedy is, maar hoor je ook dat hij in staat is om met zeer bescheiden middelen songs tot leven te brengen.
Het is maar weinig singer-songwriters gegeven om de aandacht 40 minuten vast te houden met een akoestische gitaar en een stem, maar Jeff Tweedy draait er zijn hand niet voor om. Together At Last ontleent zijn kracht natuurlijk aan de stem en het gitaarspel van Jeff Tweedy, maar het zijn vooral de geniale songs die de plaat zo goed maken.
De rijk georkestreerde parels van Wilco blijken opeens songs die ook prima zijn terug te brengen tot de basis van akoestische gitaar en zang. Zeker wanneer Jeff Tweedy kiest voor uiterst ingetogen gitaarspel en zang hoor je er weinig tot niets van de originelen meer in, maar als de Amerikaan het tempo even opvoert, ben je toch opeens weer terug bij de meesterwerken van de band uit Chicago.
Ik ben over het algemeen niet zo gek op uiterst sobere platen als de soloplaat van Jeff Tweedy, maar van deze plaat kan ik geen genoeg krijgen. Bij oppervlakkige beluistering lijkt het een op een avond en nacht in elkaar geflanste plaat, maar hoe beter ik luister hoe meer ik hoor.
Together At Last van Jeff Tweedy is wat mij betreft een waardevolle aanvulling op het al zo bijzondere oeuvre van de Amerikaan en het is bovendien een plaat die naar meer smaakt. Er zijn nog heel wat Wilco songs die ik graag eens teruggebracht tot de essentie zou horen en natuurlijk is er ook nog dat andere bandje waarmee Jeff Tweedy aan het begin van de jaren 90 zoveel indruk maakte en een geheel nieuw genre op de kaart zette. Erwin Zijleman
Jeff Tweedy - Twilight Override (2025)

4
geplaatst: 1 oktober 2025, 20:30 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jeff Tweedy - Twilight Override - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jeff Tweedy - Twilight Override
Er zijn niet heel veel muzikanten die 30 tracks of bijna twee uur lang weten te boeien, maar Wilco voorman Jeff Tweedy slaagt er wat mij betreft moeiteloos in met zijn uitstekende nieuwe album Twilight Override
Jeff Tweedy formeerde in 1987 samen met jeugdvriend Jay Farrar de band Uncle Tupelo en zou drie jaar later met het debuutalbum van de band een nieuw genre op de kaart zetten. De Amerikaanse muzikant is inmiddels bijna veertig jaar actief in de muziek en heeft een fraai en omvangrijk oeuvre op zijn naam staan. Het komt allemaal samen op het deze week verschenen Twilight Override, dat met bijna twee uur muziek een imposant werkstuk is. Het is een album met vooral folky en grotendeels akoestische songs, maar het zijn songs waarin van alles gebeurt en die meerdere kanten op kunnen. Het leek me op voorhand teveel van het goede, maar Twilight Override is een indrukwekkend album.
Love Is King, het vorige album van Jeff Tweedy is alweer vijf jaar oud, maar de Amerikaanse muzikant heeft de afgelopen jaren zeker niet stil gezeten. Zo verschenen er twee albums van zijn band Wilco en hiernaast was Jeff Tweedy actief als producer, wat onder andere het wonderschone Alpenglow van Trampled by Turtles opleverde, wat mij betreft een van de mooiste rootsalbums van de afgelopen jaren.
Deze week keert de muzikant uit Chicago terug met een nieuw soloalbum en Twilight Override is in meerdere opzichten een opvallend album. Het eerste dat opvalt is de speelduur van het album, dat maar liefst 30 tracks bevat en goed is voor een kleine twee uur aan nieuwe muziek. Dat is heel veel en in de meeste gevallen teveel, maar Twilight Override slaagt er in om een behoorlijk hoog niveau vast te houden en houdt in ieder geval voor mij verrassend makkelijk de aandacht vast.
Jeff Tweedy maakt zich al langer zorgen over de staat waarin de Amerikaanse samenleving momenteel verkeert en het is een thema dat ook op zijn nieuwe album een voorname rol speelt. In een aantal tracks op het album hoor je invloeden van de Amerikaanse protestzangers uit de jaren 60 met Bob Dylan voorop, maar Jeff Tweedy put ook uit de archieven van zijn eigen werk, dat aan het begin van de jaren 90 begon met de baanbrekende albums van alt-country pioniers Uncle Tupelo.
Het levert tracks op die met een beetje fantasie onder de noemer folk vallen, maar het kan wel alle kanten op van spaarzaam ingekleurde en ingetogen songs, tot wat gruiziger materiaal of juist wat eigenzinnigere songs. Twilight Override werd gemaakt met co-producer Tom Schick en een band bestaande uit Sima Cunningham, Macie Stewart, Liam Kazar, James Elkington en zijn Sammy en Spencer Tweedy. Het is een bont clubje muzikanten, maar zo te horen zat het met de muzikale chemie wel goed.
Je hoort het direct al in de ruim zes minuten durende openingstrack One Tiny Flower, waarin Jeff Tweedy en zijn medemuzikanten het experiment niet schuwen. Twilight Override sluit in een aantal andere tracks goed aan op het eerdere solowerk van Jeff Tweedy, maar er is ook zeker ruimte voor verrassing, waarbij de Amerikaanse muzikant zijn eigen oeuvre niet vergeet, maar ook volop invloeden van grootheden als Bob Dylan, Neil Young en The Beatles opduiken.
Met 30 tracks zijn er altijd uitschieters en tracks die net wat minder opvallen, maar eigenlijk alle tracks op het album hebben wel wat. De ene keer is het in muzikaal opzicht wat interessanter, de volgende keer valt de tekst op of is juist de zang van Jeff Tweedy net wat indringender. Ondanks het zeer grote aantal tracks heb ik het idee dat er in de studio in Chicago aan alle tracks flink wat aandacht is besteed. Niets klinkt afgeraffeld en zeker als je het album vaker beluistert vallen in bijna alle tracks bijzondere details op.
Twilight Override leek me op voorhand een erg lange zit, maar ik ben echt aangenaam verrast door het album en ga er vooralsnog van uit dat het me nog net wat meer aanspreekt dan zijn voorgangers, die me uiteindelijk toch weer naar een nieuw Wilco album deden verlangen. Het is knap hoe Jeff Tweedy met zijn band steeds weer weet te verrassen, maar het is op zijn soloalbums eigenlijk niet anders. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Jeff Tweedy - Twilight Override - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jeff Tweedy - Twilight Override
Er zijn niet heel veel muzikanten die 30 tracks of bijna twee uur lang weten te boeien, maar Wilco voorman Jeff Tweedy slaagt er wat mij betreft moeiteloos in met zijn uitstekende nieuwe album Twilight Override
Jeff Tweedy formeerde in 1987 samen met jeugdvriend Jay Farrar de band Uncle Tupelo en zou drie jaar later met het debuutalbum van de band een nieuw genre op de kaart zetten. De Amerikaanse muzikant is inmiddels bijna veertig jaar actief in de muziek en heeft een fraai en omvangrijk oeuvre op zijn naam staan. Het komt allemaal samen op het deze week verschenen Twilight Override, dat met bijna twee uur muziek een imposant werkstuk is. Het is een album met vooral folky en grotendeels akoestische songs, maar het zijn songs waarin van alles gebeurt en die meerdere kanten op kunnen. Het leek me op voorhand teveel van het goede, maar Twilight Override is een indrukwekkend album.
Love Is King, het vorige album van Jeff Tweedy is alweer vijf jaar oud, maar de Amerikaanse muzikant heeft de afgelopen jaren zeker niet stil gezeten. Zo verschenen er twee albums van zijn band Wilco en hiernaast was Jeff Tweedy actief als producer, wat onder andere het wonderschone Alpenglow van Trampled by Turtles opleverde, wat mij betreft een van de mooiste rootsalbums van de afgelopen jaren.
Deze week keert de muzikant uit Chicago terug met een nieuw soloalbum en Twilight Override is in meerdere opzichten een opvallend album. Het eerste dat opvalt is de speelduur van het album, dat maar liefst 30 tracks bevat en goed is voor een kleine twee uur aan nieuwe muziek. Dat is heel veel en in de meeste gevallen teveel, maar Twilight Override slaagt er in om een behoorlijk hoog niveau vast te houden en houdt in ieder geval voor mij verrassend makkelijk de aandacht vast.
Jeff Tweedy maakt zich al langer zorgen over de staat waarin de Amerikaanse samenleving momenteel verkeert en het is een thema dat ook op zijn nieuwe album een voorname rol speelt. In een aantal tracks op het album hoor je invloeden van de Amerikaanse protestzangers uit de jaren 60 met Bob Dylan voorop, maar Jeff Tweedy put ook uit de archieven van zijn eigen werk, dat aan het begin van de jaren 90 begon met de baanbrekende albums van alt-country pioniers Uncle Tupelo.
Het levert tracks op die met een beetje fantasie onder de noemer folk vallen, maar het kan wel alle kanten op van spaarzaam ingekleurde en ingetogen songs, tot wat gruiziger materiaal of juist wat eigenzinnigere songs. Twilight Override werd gemaakt met co-producer Tom Schick en een band bestaande uit Sima Cunningham, Macie Stewart, Liam Kazar, James Elkington en zijn Sammy en Spencer Tweedy. Het is een bont clubje muzikanten, maar zo te horen zat het met de muzikale chemie wel goed.
Je hoort het direct al in de ruim zes minuten durende openingstrack One Tiny Flower, waarin Jeff Tweedy en zijn medemuzikanten het experiment niet schuwen. Twilight Override sluit in een aantal andere tracks goed aan op het eerdere solowerk van Jeff Tweedy, maar er is ook zeker ruimte voor verrassing, waarbij de Amerikaanse muzikant zijn eigen oeuvre niet vergeet, maar ook volop invloeden van grootheden als Bob Dylan, Neil Young en The Beatles opduiken.
Met 30 tracks zijn er altijd uitschieters en tracks die net wat minder opvallen, maar eigenlijk alle tracks op het album hebben wel wat. De ene keer is het in muzikaal opzicht wat interessanter, de volgende keer valt de tekst op of is juist de zang van Jeff Tweedy net wat indringender. Ondanks het zeer grote aantal tracks heb ik het idee dat er in de studio in Chicago aan alle tracks flink wat aandacht is besteed. Niets klinkt afgeraffeld en zeker als je het album vaker beluistert vallen in bijna alle tracks bijzondere details op.
Twilight Override leek me op voorhand een erg lange zit, maar ik ben echt aangenaam verrast door het album en ga er vooralsnog van uit dat het me nog net wat meer aanspreekt dan zijn voorgangers, die me uiteindelijk toch weer naar een nieuw Wilco album deden verlangen. Het is knap hoe Jeff Tweedy met zijn band steeds weer weet te verrassen, maar het is op zijn soloalbums eigenlijk niet anders. Erwin Zijleman
Jeff Tweedy - WARM (2018)

4,0
0
geplaatst: 12 december 2018, 16:51 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jeff Tweedy - WARM - dekrentenuitdepop.blogspot.com
WARM leek bij eerste beluistering vooral voort te kabbelen, maar het is een groeiplaat die steeds weer wat beter wordt
WARM is pas de eerste soloplaat van Jeff Tweedy met nieuw materiaal en het is een plaat die vooral focust op akoestische folk en countryrock zoals die in de jaren 70 werd gemaakt, met een hoorbare liefde voor het werk van Neil Young. De plaat lijkt hierdoor wat voort te kabbelen, maar luister wat beter en je hoort hoe goed de songs zijn, hoe diep de teksten graven en hoe goed er wordt gespeeld. Luister nog wat beter en je hoort hoe Jeff Tweedy bijna stiekem buiten de lijntjes kleurt, waardoor WARM nog wat verder groeit en het enorme talent van Jeff Tweedy toch weer boven komt drijven.
Ondanks het feit dat er vorige week niet al te veel nieuws is verschenen en ondanks het feit dat ik momenteel zijn fraaie autobiografie Let’s Go (So We Can Get Back), met de al even fraaie ondertitel A Memoir Of Recording And Discording With Wilco, Etc., aan het lezen ben, is de nieuwe plaat van Jeff Tweedy de afgelopen week wat naar de achtergrond verdwenen.
Het heeft er misschien mee te maken dat WARM een plaat is die zich, zeker bij eerste beluistering, niet heel erg opdringt.
WARM is de derde soloplaat van de Wilco en voormalig Uncle Tupelo voorman en het is de eerste met nieuw materiaal. Na een soundtrack met covers en het vorig jaar verschenen Together At Last, waarop Jeff Tweedy oud materiaal opnieuw uitvond, horen we op WARM waar Jeff Tweedy in 2018 mee bezig is.
WARM reflecteert op enkele ingrijpende gebeurtenissen in het persoonlijke leven en op gebeurtenissen in een wereld die zo af en toe flink de weg kwijt lijkt. In muzikaal opzicht ligt WARM in het verlengde van de muziek die Jeff Tweedy samen met zijn zoon Spencer maakt als Tweedy. Zoon Spencer is ook van de partij op WARM, net als meesterdrummer Glen Kotche (Wilco), die het prachtige akoestische en elektrische gitaarspel van Jeff Tweedy omringen met fraaie klanken.
WARM bevat een aantal ingetogen songs die je mee terugnemen naar een plaat als Harvest van Neil Young, maar Jeff Tweedy gaat ook aan de haal met countryrock, kiest hier en daar voor bijna Beatlesque songs en kleurt hier en daar voorzichtig buiten de lijntjes op een manier die raakt aan de wijze waarop Wilco dit kan.
Ik moet eerlijk toegeven dat het bij eerste beluistering vooral voortkabbelde, waardoor ik WARM na twee keer horen al weer terzijde had geschoven. Wanneer je wat meer tijd neemt voor de nieuwe soloplaat van Jeff Tweedy is WARM echter een interessantere plaat dan je bij vluchtige beluistering zult vermoeden.
De ingetogen songs van Jeff Tweedy klinken tijdloos en dit geldt ook voor de songs die zich vooral laten inspireren door 70s countryrock. In tekstueel opzicht graaft WARM echter diep. Jeff Tweedy staat stil bij de dood van zijn vader en de ziekte van zijn vrouw, maar heeft ook oog voor de vergeten oorlog in Jemen die talloze slachtoffers eist en bij de chaos in zijn vaderland.
WARM is vooral een rootsplaat, wat nog eens wordt geaccentueerd door flarden pedal steel, maar Jeff Tweedy voorziet zijn songs af en toe ook van bijzondere accenten, variërend van Krautrock tot psychedelica, die weer raken aan het experiment dat Wilco zo nu en dan opzocht.
WARM is zo niet alleen een goede soundtrack voor Jeff Tweedy’s fascinerende autobiografie, maar is ook een plaat die je steeds dierbaarder wordt wanneer je de tijd neemt voor de songs op de plaat. Ik had hem zelf te snel aan de kant geschoven, maar na een paar dagen volle aandacht vind ik dit toch echt een hele goede plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jeff Tweedy - WARM - dekrentenuitdepop.blogspot.com
WARM leek bij eerste beluistering vooral voort te kabbelen, maar het is een groeiplaat die steeds weer wat beter wordt
WARM is pas de eerste soloplaat van Jeff Tweedy met nieuw materiaal en het is een plaat die vooral focust op akoestische folk en countryrock zoals die in de jaren 70 werd gemaakt, met een hoorbare liefde voor het werk van Neil Young. De plaat lijkt hierdoor wat voort te kabbelen, maar luister wat beter en je hoort hoe goed de songs zijn, hoe diep de teksten graven en hoe goed er wordt gespeeld. Luister nog wat beter en je hoort hoe Jeff Tweedy bijna stiekem buiten de lijntjes kleurt, waardoor WARM nog wat verder groeit en het enorme talent van Jeff Tweedy toch weer boven komt drijven.
Ondanks het feit dat er vorige week niet al te veel nieuws is verschenen en ondanks het feit dat ik momenteel zijn fraaie autobiografie Let’s Go (So We Can Get Back), met de al even fraaie ondertitel A Memoir Of Recording And Discording With Wilco, Etc., aan het lezen ben, is de nieuwe plaat van Jeff Tweedy de afgelopen week wat naar de achtergrond verdwenen.
Het heeft er misschien mee te maken dat WARM een plaat is die zich, zeker bij eerste beluistering, niet heel erg opdringt.
WARM is de derde soloplaat van de Wilco en voormalig Uncle Tupelo voorman en het is de eerste met nieuw materiaal. Na een soundtrack met covers en het vorig jaar verschenen Together At Last, waarop Jeff Tweedy oud materiaal opnieuw uitvond, horen we op WARM waar Jeff Tweedy in 2018 mee bezig is.
WARM reflecteert op enkele ingrijpende gebeurtenissen in het persoonlijke leven en op gebeurtenissen in een wereld die zo af en toe flink de weg kwijt lijkt. In muzikaal opzicht ligt WARM in het verlengde van de muziek die Jeff Tweedy samen met zijn zoon Spencer maakt als Tweedy. Zoon Spencer is ook van de partij op WARM, net als meesterdrummer Glen Kotche (Wilco), die het prachtige akoestische en elektrische gitaarspel van Jeff Tweedy omringen met fraaie klanken.
WARM bevat een aantal ingetogen songs die je mee terugnemen naar een plaat als Harvest van Neil Young, maar Jeff Tweedy gaat ook aan de haal met countryrock, kiest hier en daar voor bijna Beatlesque songs en kleurt hier en daar voorzichtig buiten de lijntjes op een manier die raakt aan de wijze waarop Wilco dit kan.
Ik moet eerlijk toegeven dat het bij eerste beluistering vooral voortkabbelde, waardoor ik WARM na twee keer horen al weer terzijde had geschoven. Wanneer je wat meer tijd neemt voor de nieuwe soloplaat van Jeff Tweedy is WARM echter een interessantere plaat dan je bij vluchtige beluistering zult vermoeden.
De ingetogen songs van Jeff Tweedy klinken tijdloos en dit geldt ook voor de songs die zich vooral laten inspireren door 70s countryrock. In tekstueel opzicht graaft WARM echter diep. Jeff Tweedy staat stil bij de dood van zijn vader en de ziekte van zijn vrouw, maar heeft ook oog voor de vergeten oorlog in Jemen die talloze slachtoffers eist en bij de chaos in zijn vaderland.
WARM is vooral een rootsplaat, wat nog eens wordt geaccentueerd door flarden pedal steel, maar Jeff Tweedy voorziet zijn songs af en toe ook van bijzondere accenten, variërend van Krautrock tot psychedelica, die weer raken aan het experiment dat Wilco zo nu en dan opzocht.
WARM is zo niet alleen een goede soundtrack voor Jeff Tweedy’s fascinerende autobiografie, maar is ook een plaat die je steeds dierbaarder wordt wanneer je de tijd neemt voor de songs op de plaat. Ik had hem zelf te snel aan de kant geschoven, maar na een paar dagen volle aandacht vind ik dit toch echt een hele goede plaat. Erwin Zijleman
Jeffrey Halford and the Healers - Kerosene (1998)

4,0
0
geplaatst: 7 september 2025, 19:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jeffrey Halford & The Healers - Kerosene (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jeffrey Halford & The Healers - Kerosene (1998)
De Amerikaanse muzikant Jeffrey Halford en zijn band The Healers leverden de afgelopen elf jaar vier prima albums af, maar ook het in 1998 verschenen en vervolgens helaas wat vergeten Kerosene mag er zeker zijn
De prijzen van concerten rijzen af en toe de pan uit, maar Jeffrey Healers & The Healers kun je de komende weken op de Nederlandse en Belgische podia zien voor nog geen twee tientjes. Dat is een koopje, waardoor er geld overblijft voor de uitstekende albums van de Texaanse muzikant en zijn geweldige band. Het debuutalbum van Jeffrey Halford & The Healers. Kerosene uit 1998, is onlangs voor het eerst op vinyl verschenen en laat goed horen wat je de komende maand op het podium kunt verwachten. Kerosene valt op door geweldig gitaarwerk, uitstekende zang, aansprekende songs en een mooie mix van invloeden. Het klinkt 25 jaar na de release nog net zo lekker als toen.
Jeffrey Halford en zijn band The Healers lieten voor het eerst van zich horen in 1998 toen hun debuutalbum Kerosene verscheen. Het is een album dat het volgens mij goed deed onder liefhebbers van Americana, bluesrock en rootsrock, maar ook liefhebbers van andere soorten rockmuziek konden goed uit de voeten met het uitstekende debuutalbum van Jeffrey Halford & The Healers. Het in een beperkte oplage uitgebrachte Kerosene groeide naar verluidt al snel uit tot een collectors item, maar het werd hierna ook snel stil rond de van oorsprong Texaanse muzikant en zijn Californische band.
In 2001 verscheen nog wel een album (Hunkpapa), maar hierna doken Jeffrey Halford en zijn band pas weer op in 2014 toen het album Rainmaker verscheen. Het is een album dat op websites met een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek kon rekenen op zeer lovende recensies, maar zelf liet ik me op het verkeerde been zetten door de cover van het album, die in ieder geval voor mij suggereerde dat het om een album met stokoude rock ’n roll ging.
Ik pikte wel de volgende twee albums van Jeffrey Halford & The Healers op en was zeer te spreken over Lo Fi Dreams uit 2017 en West Towards South uit 2019. Beide albums vielen op door aansprekende songs, maar vooral door geweldig gitaarwerk en de bluesy en soulvolle stem van Jeffrey Halford, die ik met Robert Cray vergeleek. Waarom ik het in 2022 verschenen Soul Crusade niet heb besproken weet ik eerlijk gezegd niet. Ik heb het album destijds zeker ontvangen en toen ik er deze week nog eens naar luisterde kon ik alleen maar concluderen dat het Soul Crusade zeker niet minder is dan zijn twee voorgangers.
Ik had twee redenen om weer eens te luisteren naar de muziek van Jeffrey Halford en zijn band. Allereerst zijn Jeffrey Halford & The Healers de komende maand te zien op de Nederlandse en Belgische podia en doen ze zelfs mijn geliefde Leiden aan (check voor de data: https://jeffreyhalford.com/shows). Hiernaast verscheen Kerosene een tijdje geleden voor het eerst op vinyl.
Het is een album dat inmiddels ruim 25 jaar oud is, maar de songs van Jeffrey Halford en zijn band klinken nog net zo energiek als op de dag van de release. Objectief gezien zijn de latere albums van de band misschien nog net wat beter dan Kerosene, maar een debuutalbum blijft toch iets bijzonders. Met Kerosene is ook echt helemaal niets mis.
Jeffrey Halford is een prima zanger, die zowel in wat stevigere als wat meer ingetogen tracks makkelijk indruk maakt met zijn soulvolle stem. Zijn bluesy gitaarwerk staat bovendien als een huis en wordt zeer trefzeker ondersteund door een solide spelende band, die met veel energie, maar ook met veel souplesse en klasse speelt. Ook de songs op Kerosene spreken makkelijk tot de verbeelding en dat geldt ook voor de mix van rootsrock, bluesrock en Americana op het album.
Het duurde lang voordat Jeffrey Halford & The Healers de draad weer op konden pakken na Kerosene, maar aan de kwaliteit van het debuutalbum lag dat zeker niet. Ga de Californische band zeker voor een prikkie zien op de intieme podia de komende maand, maar ook het vinyl van Kerosene zou ik zeker niet laten liggen en dat geldt ook voor de laatste drie albums van deze geweldige band. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jeffrey Halford & The Healers - Kerosene (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jeffrey Halford & The Healers - Kerosene (1998)
De Amerikaanse muzikant Jeffrey Halford en zijn band The Healers leverden de afgelopen elf jaar vier prima albums af, maar ook het in 1998 verschenen en vervolgens helaas wat vergeten Kerosene mag er zeker zijn
De prijzen van concerten rijzen af en toe de pan uit, maar Jeffrey Healers & The Healers kun je de komende weken op de Nederlandse en Belgische podia zien voor nog geen twee tientjes. Dat is een koopje, waardoor er geld overblijft voor de uitstekende albums van de Texaanse muzikant en zijn geweldige band. Het debuutalbum van Jeffrey Halford & The Healers. Kerosene uit 1998, is onlangs voor het eerst op vinyl verschenen en laat goed horen wat je de komende maand op het podium kunt verwachten. Kerosene valt op door geweldig gitaarwerk, uitstekende zang, aansprekende songs en een mooie mix van invloeden. Het klinkt 25 jaar na de release nog net zo lekker als toen.
Jeffrey Halford en zijn band The Healers lieten voor het eerst van zich horen in 1998 toen hun debuutalbum Kerosene verscheen. Het is een album dat het volgens mij goed deed onder liefhebbers van Americana, bluesrock en rootsrock, maar ook liefhebbers van andere soorten rockmuziek konden goed uit de voeten met het uitstekende debuutalbum van Jeffrey Halford & The Healers. Het in een beperkte oplage uitgebrachte Kerosene groeide naar verluidt al snel uit tot een collectors item, maar het werd hierna ook snel stil rond de van oorsprong Texaanse muzikant en zijn Californische band.
In 2001 verscheen nog wel een album (Hunkpapa), maar hierna doken Jeffrey Halford en zijn band pas weer op in 2014 toen het album Rainmaker verscheen. Het is een album dat op websites met een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek kon rekenen op zeer lovende recensies, maar zelf liet ik me op het verkeerde been zetten door de cover van het album, die in ieder geval voor mij suggereerde dat het om een album met stokoude rock ’n roll ging.
Ik pikte wel de volgende twee albums van Jeffrey Halford & The Healers op en was zeer te spreken over Lo Fi Dreams uit 2017 en West Towards South uit 2019. Beide albums vielen op door aansprekende songs, maar vooral door geweldig gitaarwerk en de bluesy en soulvolle stem van Jeffrey Halford, die ik met Robert Cray vergeleek. Waarom ik het in 2022 verschenen Soul Crusade niet heb besproken weet ik eerlijk gezegd niet. Ik heb het album destijds zeker ontvangen en toen ik er deze week nog eens naar luisterde kon ik alleen maar concluderen dat het Soul Crusade zeker niet minder is dan zijn twee voorgangers.
Ik had twee redenen om weer eens te luisteren naar de muziek van Jeffrey Halford en zijn band. Allereerst zijn Jeffrey Halford & The Healers de komende maand te zien op de Nederlandse en Belgische podia en doen ze zelfs mijn geliefde Leiden aan (check voor de data: https://jeffreyhalford.com/shows). Hiernaast verscheen Kerosene een tijdje geleden voor het eerst op vinyl.
Het is een album dat inmiddels ruim 25 jaar oud is, maar de songs van Jeffrey Halford en zijn band klinken nog net zo energiek als op de dag van de release. Objectief gezien zijn de latere albums van de band misschien nog net wat beter dan Kerosene, maar een debuutalbum blijft toch iets bijzonders. Met Kerosene is ook echt helemaal niets mis.
Jeffrey Halford is een prima zanger, die zowel in wat stevigere als wat meer ingetogen tracks makkelijk indruk maakt met zijn soulvolle stem. Zijn bluesy gitaarwerk staat bovendien als een huis en wordt zeer trefzeker ondersteund door een solide spelende band, die met veel energie, maar ook met veel souplesse en klasse speelt. Ook de songs op Kerosene spreken makkelijk tot de verbeelding en dat geldt ook voor de mix van rootsrock, bluesrock en Americana op het album.
Het duurde lang voordat Jeffrey Halford & The Healers de draad weer op konden pakken na Kerosene, maar aan de kwaliteit van het debuutalbum lag dat zeker niet. Ga de Californische band zeker voor een prikkie zien op de intieme podia de komende maand, maar ook het vinyl van Kerosene zou ik zeker niet laten liggen en dat geldt ook voor de laatste drie albums van deze geweldige band. Erwin Zijleman
Jeffrey Halford and the Healers - Lo Fi Dreams (2017)

4,0
0
geplaatst: 10 juni 2017, 10:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jeffrey Halford & The Healers - Lo Fi Dreams - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Toen onlangs Lo Fi Dreams van Jeffrey Halford & The Healers op de mat plofte, moest ik flink graven in het geheugen.
Van de band uit Californië kende ik eigenlijk alleen het debuut Kerosene uit 1998, maar ook die plaat heb ik al een jaar of 18 niet meer beluisterd. De cover van Rainmaker uit 2015 herkende ik overigens ook, maar ik kan me niet herinneren dat ik deze plaat ooit uit het cellofaan heb gehaald (wat gezien de recensies overigens geen verstandige beslissing lijkt te zijn).
Lo Fi Dreams is gelukkig wel in de cd speler terecht gekomen, want wat is dit een aangename plaat. Jeffrey Halford en zijn band The Healers maakten op hun debuut al indruk met lekker in het gehoor liggende songs en af en toe lekker stevig bluesy gitaarwerk en dat doet de band eigenlijk nog steeds.
De titel van de nieuwe plaat verwijst niet naar de wens om eens rammelrock in songs van maximaal twee minuten te maken, maar naar de wens om een plaat op te nemen met vintage instrumenten en apparatuur. Dat moeten meer bands doen, want Lo Fi Dreams van Jeffrey Halford & The Healers is een van de best klinkende platen die ik de laatste tijd gehoord heb. Alles komt glashelder uit de speakers en dat draagt zeker bij aan het luisterplezier.
Wat nog veel meer bijdraagt aan het luisterplezier is het geweldige gitaarwerk van de Amerikaanse muzikant, die prachtig laid-back kan spelen, maar ook indruk maakt met stevige bluesy riffs.
Het gitaarwerk staat centraal in de instrumentatie op Lo-Fi Dreams, maar ook de andere muzikanten op de plaat, met een eervolle vermelding voor de pedal steel en het subtiele pianowerk, leveren vakwerk af en zetten een solide bandgeluid neer. Lo Fi Dreams overtuigt niet alleen in muzikaal opzicht, maar is ook in vocaal opzicht een sterke plaat.
Jeffrey Halford beschikt over een stem die gemaakt lijkt voor laid-back blues, waardoor de plaat het heerlijk doet op de achtergrond. Ook wanneer je de plaat met wat meer aandacht beluistert blijft de muziek van Jeffrey Halford & The Healers met gemak overeind en ook in de wat rauwere songs op de plaat, maakt de Amerikaan indruk.
Jeffrey Halford & The Healers hebben een fraai evenwicht gevonden tussen lekker in het gehoor liggende songs, muzikaal vuurwerk en voldoende avontuur, waardoor Lo Fi Dreams de aandacht makkelijk vasthoudt en ook nog eens steeds beter wordt.
Bluesrock staat centraal op de plaat, maar Jeffrey Halford en zijn band zijn ook niet vies van invloeden uit de folk, country, psychedelica, de rock ‘n roll en de rootsrock en Tex-Mex uit Texas, de oorspronkelijke thuisstaat van Jeffrey Halford. Deze invloeden kunnen neerslaan in zich langzaam voortslepende en traditioneel aandoende songs, maar Jeffrey Hallford trekt de gashendel af en toe ook flink open.
Het is niet eens zo makkelijk om te beschrijven wat zo goed is aan Lo Fi Dreams, want hele spannende dingen doen Jeffrey Halford & The Healers niet. Lo Fi Dreams is echter veel meer dan een degelijke rootsplaat. Daarvoor zijn het gitaarwerk en de rest van de instrumentatie te mooi, zingt Jeffrey Halford te goed en bevat Lo Fi Dreams teveel songs die flink boven de middelmaat uitsteken.
De nieuwe plaat van Jeffrey Halford en zijn band is smullen voor liefhebbers van bluesy rootsrock, maar ook liefhebbers van roots of rock in meer algemene zin zullen aangenaam verrast zijn door deze uitstekende plaat van een stel muzikanten dat wel wat meer aandacht verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jeffrey Halford & The Healers - Lo Fi Dreams - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Toen onlangs Lo Fi Dreams van Jeffrey Halford & The Healers op de mat plofte, moest ik flink graven in het geheugen.
Van de band uit Californië kende ik eigenlijk alleen het debuut Kerosene uit 1998, maar ook die plaat heb ik al een jaar of 18 niet meer beluisterd. De cover van Rainmaker uit 2015 herkende ik overigens ook, maar ik kan me niet herinneren dat ik deze plaat ooit uit het cellofaan heb gehaald (wat gezien de recensies overigens geen verstandige beslissing lijkt te zijn).
Lo Fi Dreams is gelukkig wel in de cd speler terecht gekomen, want wat is dit een aangename plaat. Jeffrey Halford en zijn band The Healers maakten op hun debuut al indruk met lekker in het gehoor liggende songs en af en toe lekker stevig bluesy gitaarwerk en dat doet de band eigenlijk nog steeds.
De titel van de nieuwe plaat verwijst niet naar de wens om eens rammelrock in songs van maximaal twee minuten te maken, maar naar de wens om een plaat op te nemen met vintage instrumenten en apparatuur. Dat moeten meer bands doen, want Lo Fi Dreams van Jeffrey Halford & The Healers is een van de best klinkende platen die ik de laatste tijd gehoord heb. Alles komt glashelder uit de speakers en dat draagt zeker bij aan het luisterplezier.
Wat nog veel meer bijdraagt aan het luisterplezier is het geweldige gitaarwerk van de Amerikaanse muzikant, die prachtig laid-back kan spelen, maar ook indruk maakt met stevige bluesy riffs.
Het gitaarwerk staat centraal in de instrumentatie op Lo-Fi Dreams, maar ook de andere muzikanten op de plaat, met een eervolle vermelding voor de pedal steel en het subtiele pianowerk, leveren vakwerk af en zetten een solide bandgeluid neer. Lo Fi Dreams overtuigt niet alleen in muzikaal opzicht, maar is ook in vocaal opzicht een sterke plaat.
Jeffrey Halford beschikt over een stem die gemaakt lijkt voor laid-back blues, waardoor de plaat het heerlijk doet op de achtergrond. Ook wanneer je de plaat met wat meer aandacht beluistert blijft de muziek van Jeffrey Halford & The Healers met gemak overeind en ook in de wat rauwere songs op de plaat, maakt de Amerikaan indruk.
Jeffrey Halford & The Healers hebben een fraai evenwicht gevonden tussen lekker in het gehoor liggende songs, muzikaal vuurwerk en voldoende avontuur, waardoor Lo Fi Dreams de aandacht makkelijk vasthoudt en ook nog eens steeds beter wordt.
Bluesrock staat centraal op de plaat, maar Jeffrey Halford en zijn band zijn ook niet vies van invloeden uit de folk, country, psychedelica, de rock ‘n roll en de rootsrock en Tex-Mex uit Texas, de oorspronkelijke thuisstaat van Jeffrey Halford. Deze invloeden kunnen neerslaan in zich langzaam voortslepende en traditioneel aandoende songs, maar Jeffrey Hallford trekt de gashendel af en toe ook flink open.
Het is niet eens zo makkelijk om te beschrijven wat zo goed is aan Lo Fi Dreams, want hele spannende dingen doen Jeffrey Halford & The Healers niet. Lo Fi Dreams is echter veel meer dan een degelijke rootsplaat. Daarvoor zijn het gitaarwerk en de rest van de instrumentatie te mooi, zingt Jeffrey Halford te goed en bevat Lo Fi Dreams teveel songs die flink boven de middelmaat uitsteken.
De nieuwe plaat van Jeffrey Halford en zijn band is smullen voor liefhebbers van bluesy rootsrock, maar ook liefhebbers van roots of rock in meer algemene zin zullen aangenaam verrast zijn door deze uitstekende plaat van een stel muzikanten dat wel wat meer aandacht verdient. Erwin Zijleman
Jeffrey Halford and the Healers - West Towards South (2019)

4,5
2
geplaatst: 20 april 2019, 10:44 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jeffrey Halford & The Healers - West Towards South - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jeffrey Halford & The Healers - West Towards South
De vorige albums waren al uitstekend, maar Jeffrey Halford & The Healers doen er dit keer nog een schepje bovenop en dwingen diep respect af met een fenomenaal rootsalbum
Het duurde even voor ik de muziek van Jeffrey Halford ontdekte, maar sinds Lo-Fi Dreams had ik de Amerikaanse muzikant en zijn band The Healers hoog zitten. De belofte van het prachtige Lo-Fi Dreams wordt volledig waargemaakt op West Towards South dat op alle fronten nog net wat beter is. De plaat ademt de sfeer van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten, klinkt loom en broeierig en overtuigt ook dit keer met een prachtige instrumentatie, waarin weergaloos gitaarwerk de hoofdrol speelt. Jeffrey Halford vertelt ook dit keer mooie verhalen en vertolkt ze met hart en ziel op deze fantastische rootsplaat.
Bij de vorige albums van Jeffrey Halford en zijn band The Healers was ik nog niet of niet onmiddellijk bij de les, maar inmiddels weet ik beter.
De muzikant uit San Francisco brengt al sinds het eind van de jaren 90 albums uit, maar kreeg in Nederland pas echt voet aan de grond met het uit 2014 stammende Rainmaker. Dat album haalde ik om onduidelijke redenen nooit uit het cellofaan, waarna ik opvolger Lo Fi Dreams uit 2017 veel te lang liet liggen.
Toen Lo-Fi Dreams voor het eerst uit de speakers kwam was ik echter onmiddellijk verkocht, waardoor het deze week verschenen West Towards South hoog op het lijstje voor deze BLOG stond.
Jeffrey Halford en zijn band The Healers overtuigden op hun vorige twee albums met fenomenaal gitaarwerk, een hecht bandgeluid, lekker in het gehoor liggende songs, een veelheid aan invloeden, fraai doorleefde zang en een prachtig geluid waarin alle details fraai aan de oppervlakte kwamen. West Towards South trekt al deze lijnen door, maar doet alles wat mij betreft nog net wat beter.
Jeffrey Halford en zijn band verdienen ook dit keer een pluim voor de wijze waarop het album is opgenomen en geproduceerd. Waar de meeste albums tegenwoordig overvol klinken en in alle regionen in het rood springen, klinkt West Towards South weer fantastisch. Het geluid is goed in balans en geeft alle instrumenten de aandacht die ze verdienen, waardoor je geen detail hoeft te missen.
Jeffrey Halford & The Healers lieten op Lo Fi Dreams al horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek een opvallend breed palet kunnen bestrijken en dat doen ze ook dit keer. De plaat opent met een lome en broeierige track waarin gesproken teksten worden gecombineerd met prachtige gitaarwolken en een fraai scheurend orgeltje. Het is een track die herinnert aan de muziek die Robbie Robertson ooit maakte en het is muziek die de thuisbasis van Jeffrey Halford verruilt voor de moerrassen van Louisiana.
West Towards South is niet zomaar een titel, want het zonnige Californië wordt op het album veel vaker verruild voor het diepe Zuiden van de Verenigde Staten. In de tweede track sleept Jeffrey Halford er wat rock ’n roll bij en lijkt een jonge Johnny Cash opgestaan. In muzikaal opzicht is het direct weer smullen. Jeffrey Halford speelt heerlijke bluesy riffs, maar kan zijn gitaarlijnen ook breed uit laten waaien of juist messcherp laten klinken.
The Healers klinken inmiddels als een geoliede machine en voorzien de muziek van Jeffrey Halford van invloeden uit de blues, rock ’n roll, folk, rock, funk en nog veel meer. In de loop van het album worden er flink wat instrumenten bijgesleept waardoor iedere track weer anders klinkt. Aan de andere kant is West Towards South een opvallend consistent album.
De sfeer is bijna continu loom en broeierig en tovert en maakt de hitte in het diepe Zuiden van de VS bijna voelbaar. Jeffrey Halford vertelt ondertussen mooie verhalen, verkent alle uithoeken van de Americana en laat horen dat hij als zanger nog wat is gegroeid. Hier en daar klinkt hij als Robert Cray, wat ik persoonlijk een geweldige zanger vind, maar Jeffrey Halford kan ook ruwer uithalen of zijn verhalen op meeslepende wijze voordragen.
Iedere keer als ik West Towards South uit de speakers laat komen hoor ik weer nieuwe fraaie details in de instrumentatie en komen de songs nog wat meer tot leven. Jeffrey Halford is misschien niet de bekendste rootsmuzikant van het moment, maar levert met zijn band een album af waar de meeste van zijn collega’s niet aan kunnen tippen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jeffrey Halford & The Healers - West Towards South - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jeffrey Halford & The Healers - West Towards South
De vorige albums waren al uitstekend, maar Jeffrey Halford & The Healers doen er dit keer nog een schepje bovenop en dwingen diep respect af met een fenomenaal rootsalbum
Het duurde even voor ik de muziek van Jeffrey Halford ontdekte, maar sinds Lo-Fi Dreams had ik de Amerikaanse muzikant en zijn band The Healers hoog zitten. De belofte van het prachtige Lo-Fi Dreams wordt volledig waargemaakt op West Towards South dat op alle fronten nog net wat beter is. De plaat ademt de sfeer van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten, klinkt loom en broeierig en overtuigt ook dit keer met een prachtige instrumentatie, waarin weergaloos gitaarwerk de hoofdrol speelt. Jeffrey Halford vertelt ook dit keer mooie verhalen en vertolkt ze met hart en ziel op deze fantastische rootsplaat.
Bij de vorige albums van Jeffrey Halford en zijn band The Healers was ik nog niet of niet onmiddellijk bij de les, maar inmiddels weet ik beter.
De muzikant uit San Francisco brengt al sinds het eind van de jaren 90 albums uit, maar kreeg in Nederland pas echt voet aan de grond met het uit 2014 stammende Rainmaker. Dat album haalde ik om onduidelijke redenen nooit uit het cellofaan, waarna ik opvolger Lo Fi Dreams uit 2017 veel te lang liet liggen.
Toen Lo-Fi Dreams voor het eerst uit de speakers kwam was ik echter onmiddellijk verkocht, waardoor het deze week verschenen West Towards South hoog op het lijstje voor deze BLOG stond.
Jeffrey Halford en zijn band The Healers overtuigden op hun vorige twee albums met fenomenaal gitaarwerk, een hecht bandgeluid, lekker in het gehoor liggende songs, een veelheid aan invloeden, fraai doorleefde zang en een prachtig geluid waarin alle details fraai aan de oppervlakte kwamen. West Towards South trekt al deze lijnen door, maar doet alles wat mij betreft nog net wat beter.
Jeffrey Halford en zijn band verdienen ook dit keer een pluim voor de wijze waarop het album is opgenomen en geproduceerd. Waar de meeste albums tegenwoordig overvol klinken en in alle regionen in het rood springen, klinkt West Towards South weer fantastisch. Het geluid is goed in balans en geeft alle instrumenten de aandacht die ze verdienen, waardoor je geen detail hoeft te missen.
Jeffrey Halford & The Healers lieten op Lo Fi Dreams al horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek een opvallend breed palet kunnen bestrijken en dat doen ze ook dit keer. De plaat opent met een lome en broeierige track waarin gesproken teksten worden gecombineerd met prachtige gitaarwolken en een fraai scheurend orgeltje. Het is een track die herinnert aan de muziek die Robbie Robertson ooit maakte en het is muziek die de thuisbasis van Jeffrey Halford verruilt voor de moerrassen van Louisiana.
West Towards South is niet zomaar een titel, want het zonnige Californië wordt op het album veel vaker verruild voor het diepe Zuiden van de Verenigde Staten. In de tweede track sleept Jeffrey Halford er wat rock ’n roll bij en lijkt een jonge Johnny Cash opgestaan. In muzikaal opzicht is het direct weer smullen. Jeffrey Halford speelt heerlijke bluesy riffs, maar kan zijn gitaarlijnen ook breed uit laten waaien of juist messcherp laten klinken.
The Healers klinken inmiddels als een geoliede machine en voorzien de muziek van Jeffrey Halford van invloeden uit de blues, rock ’n roll, folk, rock, funk en nog veel meer. In de loop van het album worden er flink wat instrumenten bijgesleept waardoor iedere track weer anders klinkt. Aan de andere kant is West Towards South een opvallend consistent album.
De sfeer is bijna continu loom en broeierig en tovert en maakt de hitte in het diepe Zuiden van de VS bijna voelbaar. Jeffrey Halford vertelt ondertussen mooie verhalen, verkent alle uithoeken van de Americana en laat horen dat hij als zanger nog wat is gegroeid. Hier en daar klinkt hij als Robert Cray, wat ik persoonlijk een geweldige zanger vind, maar Jeffrey Halford kan ook ruwer uithalen of zijn verhalen op meeslepende wijze voordragen.
Iedere keer als ik West Towards South uit de speakers laat komen hoor ik weer nieuwe fraaie details in de instrumentatie en komen de songs nog wat meer tot leven. Jeffrey Halford is misschien niet de bekendste rootsmuzikant van het moment, maar levert met zijn band een album af waar de meeste van zijn collega’s niet aan kunnen tippen. Erwin Zijleman
Jeffrey Lewis & Los Bolts - Manhattan (2015)

4,5
0
geplaatst: 3 december 2015, 14:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jeffrey Lewis & Los Bolts - Manhattan - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jeffrey Lewis maakt inmiddels al een jaar of 15 deel uit van de New Yorkse muziekscene en wordt hierbij vooral in het hokje anti-folk geduwd. Het is een genre dat een aantal aangename rammelplaten heeft opgeleverd, maar niet heel erg serieus wordt genomen.
Van de platen van Jeffrey Lewis kende ik er tot voor kort eerlijk gezegd maar één en dat is er wel degelijk één om serieus te nemen. 'Em Are I van Jeffrey Lewis & The Junkyard was al weer zes jaar geleden een plaat die deed uitzien naar meer.
Dat meer verscheen een jaar of drie geleden, maar viel me toen wat tegen. Jeffrey Lewis is nu echter terug en heeft met zijn band Los Bolts een bescheiden meesterwerk afgeleverd.
Manhattan is een lofzang op Manhattan en voor de afwisseling eens niet het Manhattan dat we kennen van de ansichtkaarten, maar het kleinschaligere en intiemere Manhattan dat deels is verdwenen, maar met een beetje doorzettingsvermogen ook nog steeds te vinden is (weet ik uit eigen ervaring).
Op Manhattan kiest Jeffrey Lewis eens niet voor een vooral rammelend geluid. De folky songs op de plaat zijn mooi ingekleurd en grijpen deels terug op de platen die Bob Dylan in de jaren 60 op hetzelfde Manhattan maakte. Nog relevanter vergelijkingsmateriaal is een andere themaplaat over New York, namelijk de gelijknamige plaat van Lou Reed.
Op Manhattan vertelt Jeffrey Lewis mooie verhalen over zijn thuisbasis. Het zijn verhalen die voor een belangrijk deel in ingetogen songs zijn gegoten, maar Manhattan kent ook zijn uitbarstingen. Folky songs staan centraal op Manhattan, maar Jeffrey Lewis en zijn prima band zijn ook niet vies van invloeden uit de psychedelica en de punk, waardoor de plaat is voorzien van behoorlijk wat variatie en dynamiek.
Onbetwist prijsnummer is het ruim 8 minuten durende Back To Manhattan, dat niet had misstaan op Lou Reed's New York, maar wat mij betreft kent deze nieuwe plaat van Jeffrey Lewis geen enkel zwak moment.
Jeffrey Lewis zingt, net als Lou Reed, wat monotoon, maar door het prachtige gitaarwerk dat om zijn stem heen cirkelt is Manhattan toch een zeer melodieuze plaat. Een plaat om te koesteren als je het mij vraagt; net als het prachtige Manhattan dat ik dit jaar ook in mijn hart heb gesloten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jeffrey Lewis & Los Bolts - Manhattan - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jeffrey Lewis maakt inmiddels al een jaar of 15 deel uit van de New Yorkse muziekscene en wordt hierbij vooral in het hokje anti-folk geduwd. Het is een genre dat een aantal aangename rammelplaten heeft opgeleverd, maar niet heel erg serieus wordt genomen.
Van de platen van Jeffrey Lewis kende ik er tot voor kort eerlijk gezegd maar één en dat is er wel degelijk één om serieus te nemen. 'Em Are I van Jeffrey Lewis & The Junkyard was al weer zes jaar geleden een plaat die deed uitzien naar meer.
Dat meer verscheen een jaar of drie geleden, maar viel me toen wat tegen. Jeffrey Lewis is nu echter terug en heeft met zijn band Los Bolts een bescheiden meesterwerk afgeleverd.
Manhattan is een lofzang op Manhattan en voor de afwisseling eens niet het Manhattan dat we kennen van de ansichtkaarten, maar het kleinschaligere en intiemere Manhattan dat deels is verdwenen, maar met een beetje doorzettingsvermogen ook nog steeds te vinden is (weet ik uit eigen ervaring).
Op Manhattan kiest Jeffrey Lewis eens niet voor een vooral rammelend geluid. De folky songs op de plaat zijn mooi ingekleurd en grijpen deels terug op de platen die Bob Dylan in de jaren 60 op hetzelfde Manhattan maakte. Nog relevanter vergelijkingsmateriaal is een andere themaplaat over New York, namelijk de gelijknamige plaat van Lou Reed.
Op Manhattan vertelt Jeffrey Lewis mooie verhalen over zijn thuisbasis. Het zijn verhalen die voor een belangrijk deel in ingetogen songs zijn gegoten, maar Manhattan kent ook zijn uitbarstingen. Folky songs staan centraal op Manhattan, maar Jeffrey Lewis en zijn prima band zijn ook niet vies van invloeden uit de psychedelica en de punk, waardoor de plaat is voorzien van behoorlijk wat variatie en dynamiek.
Onbetwist prijsnummer is het ruim 8 minuten durende Back To Manhattan, dat niet had misstaan op Lou Reed's New York, maar wat mij betreft kent deze nieuwe plaat van Jeffrey Lewis geen enkel zwak moment.
Jeffrey Lewis zingt, net als Lou Reed, wat monotoon, maar door het prachtige gitaarwerk dat om zijn stem heen cirkelt is Manhattan toch een zeer melodieuze plaat. Een plaat om te koesteren als je het mij vraagt; net als het prachtige Manhattan dat ik dit jaar ook in mijn hart heb gesloten. Erwin Zijleman
Jeffrey Martin - Thank God We Left the Garden (2023)

4,0
5
geplaatst: 8 november 2023, 15:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jeffrey Martin - Thank God We Left The Garden - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jeffrey Martin - Thank God We Left The Garden
Jeffrey Martin laat op zijn vierde album Thank God We Left The Garden horen dat goede songs soms niet veel meer nodig hebben dan een akoestische gitaar en een stem en maakt indruk met een prachtig album
De Amerikaanse muzikant Jeffrey Martin nam in een hut in zijn achtertuin een aantal ruwe demo’s van songs voor een nieuw album op, maar deze bleken zo krachtig dat hij besloot dat het ook de definitieve versies van de songs op Thank God We Left The Garden waren. Ik kan het er alleen maar mee eens zijn, want de ruwe songs van de Amerikaanse muzikant dringen zich direct op en blijven dit doen. De instrumentatie is uiterst sober, maar veel meer heeft de bijzondere stem van Jeffrey Martin niet nodig. De persoonlijke songs zitten vol emotie en die draagt de muzikant uit Portland, Oregon, makkelijk over op de luisteraar, die alleen maar ademloos kan luisteren.
De Amerikaanse muzikant Jeffrey Martin kende ik tot voor kort alleen maar van naam. Dogs In The Daylight uit 2014 en One Go Around uit 2017, het tweede en derde album van de muzikant uit Portland, Oregon, heb ik vrijwel zeker in handen gehad, maar ik kan me niet herinneren of ik er ook echt naar geluisterd heb. Ik denk het eerlijk gezegd niet. Zijn nieuwe album Thank God We Left The Garden kwam ik tegen tussen de releases van deze week en het is een album waar ik direct van onder de indruk was.
Jeffrey Martin nam het album afgelopen winter op in een kleine hut in zijn achtertuin in Portland, waarin hij de beschikking had over twee microfoons en eenvoudige opnameapparatuur. De songs, die in de meeste gevallen genoeg hebben aan de akoestische gitaar en de stem van de Amerikaanse muzikant, waren in eerste instantie bedoeld als ruwe demo’s van de songs voor een nieuw album, maar na beluistering concludeerde Jeffrey Martin dat hij er niets meer aan moest doen.
Een beperkt aantal songs werd uiteindelijk toch nog voorzien van wat extra elektrische gitaarakkoorden, maar de meeste songs die zijn terecht gekomen op Thank God We Left The Garden komen rechtstreeks uit de koude hut in de achtertuin van Jeffrey Martin. Er zijn tijden geweest waarin albums met alleen akoestische gitaar en zang de norm waren, maar tegenwoordig durven nog maar weinig muzikanten hun songs in deze naakte vorm uit te brengen.
Ik heb inmiddels geluisterd naar One Go Around uit 2017 en dat is echt een prachtig album. De songs op dit album zijn voorzien van een redelijk sobere maar zeer smaakvolle begeleiding en vallen vooral op door de zeer aansprekende stem van de Amerikaanse muzikant. De instrumentatie op Thank God We Left The Garden is nog een stuk soberder, maar ik ben het met Jeffrey Martin eens dat de songs op zijn nieuwe album niet meer nodig hebben dan zijn akoestische gitaarspel.
Het is sober maar fraai akoestisch gitaarspel, dat hier en daar subtiel is verrijkt met wat al even subtiele bijdragen van een elektrische gitaar, maar de muziek staat op Thank God We Left The Garden volledig in dienst van de zang van Jeffrey Martin. De muzikant uit Portland, Oregon, beschikt over een herkenbaar stemgeluid en het is een expressief stemgeluid dat tegelijkertijd warm, doorleefd en kwetsbaar klinkt. De stem van Jeffrey Martin doet me af en toe denken aan die van David Gray, maar Jeffrey Martin heeft ook een duidelijk eigen sound.
De combinatie van akoestische gitaar, zang en de persoonlijke teksten van Jeffrey Martin, nemen je mee terug naar de folky singer-songwriters van een aantal decennia geleden, maar Thank God We Left The Garden klinkt echt geen moment gedateerd. Ondanks het feit dat Jeffrey Martin elf songs lang een vergelijkbaar recept gebruikt verveelt zijn vierde album geen moment en zit je een kleine veertig minuten lang op het puntje van je stoel.
De Amerikaanse muzikant vertelt op Thank God We Left The Garden mooie en indringende verhalen en vertolkt ze met veel gevoel, wat alleen maar wordt versterkt door de sobere setting. Ik ben normaal gesproken zeker niet vies van vol klinkende en rijk geproduceerde albums, integendeel zelfs, maar de zeer spaarzaam ingekleurde songs op het nieuwe album van Jeffrey Martin kruipen stuk voor stuk onder de huid, net als de songs op zijn vorige albums overigens. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jeffrey Martin - Thank God We Left The Garden - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jeffrey Martin - Thank God We Left The Garden
Jeffrey Martin laat op zijn vierde album Thank God We Left The Garden horen dat goede songs soms niet veel meer nodig hebben dan een akoestische gitaar en een stem en maakt indruk met een prachtig album
De Amerikaanse muzikant Jeffrey Martin nam in een hut in zijn achtertuin een aantal ruwe demo’s van songs voor een nieuw album op, maar deze bleken zo krachtig dat hij besloot dat het ook de definitieve versies van de songs op Thank God We Left The Garden waren. Ik kan het er alleen maar mee eens zijn, want de ruwe songs van de Amerikaanse muzikant dringen zich direct op en blijven dit doen. De instrumentatie is uiterst sober, maar veel meer heeft de bijzondere stem van Jeffrey Martin niet nodig. De persoonlijke songs zitten vol emotie en die draagt de muzikant uit Portland, Oregon, makkelijk over op de luisteraar, die alleen maar ademloos kan luisteren.
De Amerikaanse muzikant Jeffrey Martin kende ik tot voor kort alleen maar van naam. Dogs In The Daylight uit 2014 en One Go Around uit 2017, het tweede en derde album van de muzikant uit Portland, Oregon, heb ik vrijwel zeker in handen gehad, maar ik kan me niet herinneren of ik er ook echt naar geluisterd heb. Ik denk het eerlijk gezegd niet. Zijn nieuwe album Thank God We Left The Garden kwam ik tegen tussen de releases van deze week en het is een album waar ik direct van onder de indruk was.
Jeffrey Martin nam het album afgelopen winter op in een kleine hut in zijn achtertuin in Portland, waarin hij de beschikking had over twee microfoons en eenvoudige opnameapparatuur. De songs, die in de meeste gevallen genoeg hebben aan de akoestische gitaar en de stem van de Amerikaanse muzikant, waren in eerste instantie bedoeld als ruwe demo’s van de songs voor een nieuw album, maar na beluistering concludeerde Jeffrey Martin dat hij er niets meer aan moest doen.
Een beperkt aantal songs werd uiteindelijk toch nog voorzien van wat extra elektrische gitaarakkoorden, maar de meeste songs die zijn terecht gekomen op Thank God We Left The Garden komen rechtstreeks uit de koude hut in de achtertuin van Jeffrey Martin. Er zijn tijden geweest waarin albums met alleen akoestische gitaar en zang de norm waren, maar tegenwoordig durven nog maar weinig muzikanten hun songs in deze naakte vorm uit te brengen.
Ik heb inmiddels geluisterd naar One Go Around uit 2017 en dat is echt een prachtig album. De songs op dit album zijn voorzien van een redelijk sobere maar zeer smaakvolle begeleiding en vallen vooral op door de zeer aansprekende stem van de Amerikaanse muzikant. De instrumentatie op Thank God We Left The Garden is nog een stuk soberder, maar ik ben het met Jeffrey Martin eens dat de songs op zijn nieuwe album niet meer nodig hebben dan zijn akoestische gitaarspel.
Het is sober maar fraai akoestisch gitaarspel, dat hier en daar subtiel is verrijkt met wat al even subtiele bijdragen van een elektrische gitaar, maar de muziek staat op Thank God We Left The Garden volledig in dienst van de zang van Jeffrey Martin. De muzikant uit Portland, Oregon, beschikt over een herkenbaar stemgeluid en het is een expressief stemgeluid dat tegelijkertijd warm, doorleefd en kwetsbaar klinkt. De stem van Jeffrey Martin doet me af en toe denken aan die van David Gray, maar Jeffrey Martin heeft ook een duidelijk eigen sound.
De combinatie van akoestische gitaar, zang en de persoonlijke teksten van Jeffrey Martin, nemen je mee terug naar de folky singer-songwriters van een aantal decennia geleden, maar Thank God We Left The Garden klinkt echt geen moment gedateerd. Ondanks het feit dat Jeffrey Martin elf songs lang een vergelijkbaar recept gebruikt verveelt zijn vierde album geen moment en zit je een kleine veertig minuten lang op het puntje van je stoel.
De Amerikaanse muzikant vertelt op Thank God We Left The Garden mooie en indringende verhalen en vertolkt ze met veel gevoel, wat alleen maar wordt versterkt door de sobere setting. Ik ben normaal gesproken zeker niet vies van vol klinkende en rijk geproduceerde albums, integendeel zelfs, maar de zeer spaarzaam ingekleurde songs op het nieuwe album van Jeffrey Martin kruipen stuk voor stuk onder de huid, net als de songs op zijn vorige albums overigens. Erwin Zijleman
Jehnny Beth - To Love Is to Live (2020)

4,0
1
geplaatst: 14 juni 2020, 10:24 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jehnny Beth - To Love Is To Live - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jehnny Beth - To Love Is To Live
Savages frontvrouw Jehnny Beth komt op de proppen met een zwaar aangezet, maar ook intiem soloalbum, dat zich stevig opdringt en steeds meer indruk maakt
Het soloalbum van Jehnny Beth is net zo zwaar en donker als de muziek van haar band Savages, maar het is ook een intiem en persoonlijk album, waarop loodzware passages worden afgewisseld met meer ingetogen en soms bijna filmisch werk. De donkere klanken worden fraai gecombineerd met de doorleefde stem van Jehnny Beth, die nog altijd associaties oproept met Patti Smith en Siouxsie Sioux, maar ook wat van Marianne Faithfull laat horen. In muzikaal opzicht kiest Jehnny Beth vaak voor een wat ander geluid dan Savages, wat dit indrukwekkende album nog wat extra meerwaarde geeft. Niet geschikt voor een ieder die het leven bij voorkeur door een roze bril bekijkt, maar als de zon eenmaal onder is wint dit album snel aan kracht.
Camille Berthomier is een Franse muzikante, die we beter kennen als Jehnny Beth, die we weer kennen als frontvouw van de Britse band Savages. De band deelde met het in 2013 verschenen Silence Yourself en het in 2016 uitgebrachte Adore Life twee keer een ware mokerslag uit. De albums van de Britse band stonden bol van de invloeden uit met name de postpunk en waren loodzwaar en aardedonker.
De zware en donkere klanken combineerden prachtig met de gedreven voordracht van Jenny Beth, die afwisselend aan Siouxsie Sioux en Patti Smith deed denken. Savages doet het sinds Adore Life wat rustiger aan, waardoor Jehnny Beth de tijd heeft gevonden voor haar eerste soloalbum. Het is een buitengewoon indrukwekkend soloalbum geworden.
Jehnny Beth rekruteerde voor haar debuut maar liefst drie producers van naam en faam. Naast de ultieme post-punk producer Flood, schoven ook de van Nine Inch Nails bekende Atticus Ross en Savages producer en partner Johnny Hostile aan. Het levert een rijk geproduceerd album op dat continu van kleur verschiet.
Net als de muziek van Savages is ook het eerste soloalbum van Jehnny Beth te typeren als loodzwaar en aardedonker, maar de Franse muzikante legt duidelijk andere accenten. Invloeden uit de postpunk worden vermengd met invloeden uit de industrial, maar To Love Is To Life kent ook een meer ingetogen kant die afwisselend filmisch en jazzy aan doet. Waar de muziek van Savages vaak wat afstandelijk klinkt is het soloalbum van Jehnny Beth ondanks de vaak zeer stevig aangezette klanken een intiem en persoonlijk album.
To Love Is To Life opent prachtig met het veelzijdige I Am. De track opent met filmische klanken, die je een duistere Scandinavische Netflix serie inslepen en beelden op het netvlies toveren van de daden van zieke geesten. Het slaat opeens om in ingetogen pianoklanken en de doorleefde stem van Jehnny Beth, die verder omhoog wordt gestuwd door aanzwellende strijkers en een voorzichtig opdoemende ritmesectie. Het is een track om bang van te worden, maar het is ook van een bijzondere puurheid en schoonheid, die de muziek van Jehnny Beth onmiddellijk onderscheidt van die van haar band.
Track twee, Innocence, valt op door zwaar aangezette industrial klanken, die worden gecombineerd met ruw uitgespuugde teksten, ontsporende synths en een jazzy pianoloopje. Ook in deze track verrast Jehnny Beth door zware klanken opeens om te laten slaan in wat lieflijkere momenten, die net zo snel weer plaats maken voor zwaar aangezette en duistere klanken. To Love Is To Live is na de eerste twee tracks pas ruim 7 minuten oud, maar het album houdt je al in een stevige wurggreep en laat pas los na 38 minuten.
Het is knap hoe Jehnny Beth vaker van kleur verschiet dan een kameleon in een bloemenbed. Van de postpunk van Flower naar het elektronische ingekleurde en bezwerende We Will Sin Together tot het door acteur Cillian Murphy gesproken A Place Above. Jehnny Beth gaat vervolgens los in het industrieel klinkende I’m The Man dat nog een stuk rauwer is dan het werk van Savages, om vervolgens weer over te schakelen naar een ingetogen, maar ook duister klinkende pianoballad (The Rooms), waar er nog een van volgt (French Countryside).
Zwaar aangezette en soms experimenteel klinkende songs maken het indrukwekkende album compleet. Het kan het daglicht nauwelijks verdragen, maar het is ook intiem en persoonlijk. Het duurt even voor alles op zijn plek valt, maar wat resteert is een bijzonder indrukwekkend album, dat nog heel lang door kan groeien. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jehnny Beth - To Love Is To Live - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jehnny Beth - To Love Is To Live
Savages frontvrouw Jehnny Beth komt op de proppen met een zwaar aangezet, maar ook intiem soloalbum, dat zich stevig opdringt en steeds meer indruk maakt
Het soloalbum van Jehnny Beth is net zo zwaar en donker als de muziek van haar band Savages, maar het is ook een intiem en persoonlijk album, waarop loodzware passages worden afgewisseld met meer ingetogen en soms bijna filmisch werk. De donkere klanken worden fraai gecombineerd met de doorleefde stem van Jehnny Beth, die nog altijd associaties oproept met Patti Smith en Siouxsie Sioux, maar ook wat van Marianne Faithfull laat horen. In muzikaal opzicht kiest Jehnny Beth vaak voor een wat ander geluid dan Savages, wat dit indrukwekkende album nog wat extra meerwaarde geeft. Niet geschikt voor een ieder die het leven bij voorkeur door een roze bril bekijkt, maar als de zon eenmaal onder is wint dit album snel aan kracht.
Camille Berthomier is een Franse muzikante, die we beter kennen als Jehnny Beth, die we weer kennen als frontvouw van de Britse band Savages. De band deelde met het in 2013 verschenen Silence Yourself en het in 2016 uitgebrachte Adore Life twee keer een ware mokerslag uit. De albums van de Britse band stonden bol van de invloeden uit met name de postpunk en waren loodzwaar en aardedonker.
De zware en donkere klanken combineerden prachtig met de gedreven voordracht van Jenny Beth, die afwisselend aan Siouxsie Sioux en Patti Smith deed denken. Savages doet het sinds Adore Life wat rustiger aan, waardoor Jehnny Beth de tijd heeft gevonden voor haar eerste soloalbum. Het is een buitengewoon indrukwekkend soloalbum geworden.
Jehnny Beth rekruteerde voor haar debuut maar liefst drie producers van naam en faam. Naast de ultieme post-punk producer Flood, schoven ook de van Nine Inch Nails bekende Atticus Ross en Savages producer en partner Johnny Hostile aan. Het levert een rijk geproduceerd album op dat continu van kleur verschiet.
Net als de muziek van Savages is ook het eerste soloalbum van Jehnny Beth te typeren als loodzwaar en aardedonker, maar de Franse muzikante legt duidelijk andere accenten. Invloeden uit de postpunk worden vermengd met invloeden uit de industrial, maar To Love Is To Life kent ook een meer ingetogen kant die afwisselend filmisch en jazzy aan doet. Waar de muziek van Savages vaak wat afstandelijk klinkt is het soloalbum van Jehnny Beth ondanks de vaak zeer stevig aangezette klanken een intiem en persoonlijk album.
To Love Is To Life opent prachtig met het veelzijdige I Am. De track opent met filmische klanken, die je een duistere Scandinavische Netflix serie inslepen en beelden op het netvlies toveren van de daden van zieke geesten. Het slaat opeens om in ingetogen pianoklanken en de doorleefde stem van Jehnny Beth, die verder omhoog wordt gestuwd door aanzwellende strijkers en een voorzichtig opdoemende ritmesectie. Het is een track om bang van te worden, maar het is ook van een bijzondere puurheid en schoonheid, die de muziek van Jehnny Beth onmiddellijk onderscheidt van die van haar band.
Track twee, Innocence, valt op door zwaar aangezette industrial klanken, die worden gecombineerd met ruw uitgespuugde teksten, ontsporende synths en een jazzy pianoloopje. Ook in deze track verrast Jehnny Beth door zware klanken opeens om te laten slaan in wat lieflijkere momenten, die net zo snel weer plaats maken voor zwaar aangezette en duistere klanken. To Love Is To Live is na de eerste twee tracks pas ruim 7 minuten oud, maar het album houdt je al in een stevige wurggreep en laat pas los na 38 minuten.
Het is knap hoe Jehnny Beth vaker van kleur verschiet dan een kameleon in een bloemenbed. Van de postpunk van Flower naar het elektronische ingekleurde en bezwerende We Will Sin Together tot het door acteur Cillian Murphy gesproken A Place Above. Jehnny Beth gaat vervolgens los in het industrieel klinkende I’m The Man dat nog een stuk rauwer is dan het werk van Savages, om vervolgens weer over te schakelen naar een ingetogen, maar ook duister klinkende pianoballad (The Rooms), waar er nog een van volgt (French Countryside).
Zwaar aangezette en soms experimenteel klinkende songs maken het indrukwekkende album compleet. Het kan het daglicht nauwelijks verdragen, maar het is ook intiem en persoonlijk. Het duurt even voor alles op zijn plek valt, maar wat resteert is een bijzonder indrukwekkend album, dat nog heel lang door kan groeien. Erwin Zijleman
Jen Cloher - I Am the River, the River Is Me (2023)

4,0
0
geplaatst: 6 maart 2023, 16:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jen Cloher - I Am The River, The River Is Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jen Cloher - I Am The River, The River Is Me
De Australische muzikante Jen Cloher keert na een afwezigheid van zes jaar terug met een nieuw album dat helaas anders klinkt dan zijn voorganger, maar dat na enige gewenning flink aan kracht wint
Het titelloze album van Jen Cloher was in 2017 mijn eerste kennismaking met haar muziek en het was er een die aan kwam als de spreekwoordelijke mokerslag. Jen Cloher maakte indruk met een rauw gitaargeluid, ruwe zang en songs die vooral deden denken aan de muziek van een jonge PJ Harvey. Op het deze week verschenen I Am The River, The River Is Me horen we het ruwe gitaargeluid nog maar in een paar songs. Op het grootste deel van het nieuwe album klinkt de muziek van Jen Cloher meer ingetogen en melodieuzer en dat geldt ook voor haar zang. Na de eerste teleurstelling blijkt ook I Am The River, The River Is Me echter een uitstekend album van de talentvolle en eigenzinnige Jen Cloher.
Het deze week verschenen I Am The River, The River Is Me is de opvolger van het in de zomer van 2017 verschenen titelloze album van de Australische muzikante Jen Cloher. Het was mijn eerste kennismaking met de muziek van de singer-songwriter uit Melbourne, maar het was al het vierde album van Jen Cloher. Op dit album werd Jen Cloher bijgestaan door niemand minder dan Courtney Barnett, die destijds ook de levenspartner van de Australische muzikante bleek te zijn.
Ik hoorde ook wel wat flarden van Courtney Barnett op het album, maar had meer associaties met de muziek van Patti Smith en vooral een jonge PJ Harvey. De Britse kwaliteitskrant The Guardian hoorde in muzikaal opzicht bovendien flink wat raakvlakken met de muziek van de Australische band The Triffids, wat het album nog wat interessanter maakte. In de aanloop naar de release van het vijfde album van Jen Cloher heb ik haar vorige album weer eens opgezet en ik was, misschien nog wel meer dan bijna zes jaar geleden, diep onder de indruk van het album vol rauw gitaarwerk en doorleefde zang.
In zes jaar kan er veel veranderen en dat gebeurde ook in het leven van Jen Cloher. De relatie met Courtney Barnett liep op de klippen en de interesse voor haar Maori roots werden aangewakkerd. Ook in muzikaal opzicht is er veel veranderd. Het deels in Nieuw-Zeeland en deels in Melbourne opgenomen I Am The River, The River Is Me is een totaal ander album dan zijn voorganger.
Dat ligt niet zo zeer aan het feit dat Jen Cloher haar teksten dit keer deels in het Maori heeft geschreven, want met name in muzikaal opzicht verschillen I Am The River, The River Is Me van elkaar. Het ruwe gitaargeluid van het vorige album heeft plaatsgemaakt voor een meer ingetogen en wat melodieuzer geluid.
Zeker bij eerste beluistering overheerste daarom bij mij de teleurstelling. Het nieuwe album van Jen Cloher drong zich bij mij in eerste instantie lang niet zo op als zijn memorabele voorganger. De verschillen beide albums beperken zich overigens niet tot de instrumentatie, want ook de zang klinkt flink anders. Jen Cloher zingt op I Am The River, The River Is Me vooral fluisterzacht en klinkt lang niet meer zo ruw en onderkoeld als op haar vorige album.
Het nieuwe album van Jen Cloher moet je daarom vooral niet vergelijken met zijn voorganger. Toen ik zelf de vergelijking met het vorige album had losgelaten begon ik het nieuwe album van de Australische muzikante interessanter te vinden. Jen Cloher is wat opgeschoven van indierock naar indiepop, maar ze zoekt nog altijd het avontuur op.
Incidenteel mogen de gitaren overigens nog altijd ontsporen, maar ook de wat minder stekelige songs op het album kleuren zeker niet alleen maar netjes binnen de lijntjes. Een aantal songs is niet eens zo heel ver verwijderd van de songs op het vorige album, maar ook wanneer Jen Cloher flink gas terugneemt in haar muziek en haar zang, is I Am The River, The River Is Me een interessant album.
Zeker de meer ingetogen songs op het album overtuigen na enige gewenning makkelijk en hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer er op zijn plek valt. Jen Cloher had van mij een album mogen maken dat naadloos aansluit op haar vorige album, maar het siert haar dat ze na zes jaar met een totaal ander soort album komt. Ik was in 2017 zeer aangenaam verrast door het talent van Jen Cloher en ben dat uiteindelijk ook dit keer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jen Cloher - I Am The River, The River Is Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jen Cloher - I Am The River, The River Is Me
De Australische muzikante Jen Cloher keert na een afwezigheid van zes jaar terug met een nieuw album dat helaas anders klinkt dan zijn voorganger, maar dat na enige gewenning flink aan kracht wint
Het titelloze album van Jen Cloher was in 2017 mijn eerste kennismaking met haar muziek en het was er een die aan kwam als de spreekwoordelijke mokerslag. Jen Cloher maakte indruk met een rauw gitaargeluid, ruwe zang en songs die vooral deden denken aan de muziek van een jonge PJ Harvey. Op het deze week verschenen I Am The River, The River Is Me horen we het ruwe gitaargeluid nog maar in een paar songs. Op het grootste deel van het nieuwe album klinkt de muziek van Jen Cloher meer ingetogen en melodieuzer en dat geldt ook voor haar zang. Na de eerste teleurstelling blijkt ook I Am The River, The River Is Me echter een uitstekend album van de talentvolle en eigenzinnige Jen Cloher.
Het deze week verschenen I Am The River, The River Is Me is de opvolger van het in de zomer van 2017 verschenen titelloze album van de Australische muzikante Jen Cloher. Het was mijn eerste kennismaking met de muziek van de singer-songwriter uit Melbourne, maar het was al het vierde album van Jen Cloher. Op dit album werd Jen Cloher bijgestaan door niemand minder dan Courtney Barnett, die destijds ook de levenspartner van de Australische muzikante bleek te zijn.
Ik hoorde ook wel wat flarden van Courtney Barnett op het album, maar had meer associaties met de muziek van Patti Smith en vooral een jonge PJ Harvey. De Britse kwaliteitskrant The Guardian hoorde in muzikaal opzicht bovendien flink wat raakvlakken met de muziek van de Australische band The Triffids, wat het album nog wat interessanter maakte. In de aanloop naar de release van het vijfde album van Jen Cloher heb ik haar vorige album weer eens opgezet en ik was, misschien nog wel meer dan bijna zes jaar geleden, diep onder de indruk van het album vol rauw gitaarwerk en doorleefde zang.
In zes jaar kan er veel veranderen en dat gebeurde ook in het leven van Jen Cloher. De relatie met Courtney Barnett liep op de klippen en de interesse voor haar Maori roots werden aangewakkerd. Ook in muzikaal opzicht is er veel veranderd. Het deels in Nieuw-Zeeland en deels in Melbourne opgenomen I Am The River, The River Is Me is een totaal ander album dan zijn voorganger.
Dat ligt niet zo zeer aan het feit dat Jen Cloher haar teksten dit keer deels in het Maori heeft geschreven, want met name in muzikaal opzicht verschillen I Am The River, The River Is Me van elkaar. Het ruwe gitaargeluid van het vorige album heeft plaatsgemaakt voor een meer ingetogen en wat melodieuzer geluid.
Zeker bij eerste beluistering overheerste daarom bij mij de teleurstelling. Het nieuwe album van Jen Cloher drong zich bij mij in eerste instantie lang niet zo op als zijn memorabele voorganger. De verschillen beide albums beperken zich overigens niet tot de instrumentatie, want ook de zang klinkt flink anders. Jen Cloher zingt op I Am The River, The River Is Me vooral fluisterzacht en klinkt lang niet meer zo ruw en onderkoeld als op haar vorige album.
Het nieuwe album van Jen Cloher moet je daarom vooral niet vergelijken met zijn voorganger. Toen ik zelf de vergelijking met het vorige album had losgelaten begon ik het nieuwe album van de Australische muzikante interessanter te vinden. Jen Cloher is wat opgeschoven van indierock naar indiepop, maar ze zoekt nog altijd het avontuur op.
Incidenteel mogen de gitaren overigens nog altijd ontsporen, maar ook de wat minder stekelige songs op het album kleuren zeker niet alleen maar netjes binnen de lijntjes. Een aantal songs is niet eens zo heel ver verwijderd van de songs op het vorige album, maar ook wanneer Jen Cloher flink gas terugneemt in haar muziek en haar zang, is I Am The River, The River Is Me een interessant album.
Zeker de meer ingetogen songs op het album overtuigen na enige gewenning makkelijk en hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer er op zijn plek valt. Jen Cloher had van mij een album mogen maken dat naadloos aansluit op haar vorige album, maar het siert haar dat ze na zes jaar met een totaal ander soort album komt. Ik was in 2017 zeer aangenaam verrast door het talent van Jen Cloher en ben dat uiteindelijk ook dit keer. Erwin Zijleman
Jen Cloher - Jen Cloher (2017)

4,0
2
geplaatst: 16 augustus 2017, 15:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jen Cloher - Jen Cloher - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ondanks mijn voorliefde voor vrouwelijke singer-songwriters, vind ook ik het aanbod in dit genre de afgelopen jaren eerlijk gezegd (veel) te groot.
Ik ben dan ook op mijn hoede wanneer de zoveelste sensationele nieuwkomer wordt aangekondigd, maar in het geval van Jen Cloher was deze aarzeling niet nodig.
Een echte nieuwkomer is de Australische Jen Cloher overigens niet, want de singer-songwriter uit Melbourne heeft al een aantal platen op haar naam staan.
De onlangs verschenen titelloze plaat (als ik het goed geteld heb haar vierde) moet voor haar internationale doorbraak gaan zorgen en de kans dat dit gaat lukken lijkt me groot.
Jen Cloher wordt op haar nieuwe plaat bijgestaan door onder andere Kurt Vile en Courtney Barnett. De laatste is niet alleen de stadgenoot en levenspartner van Jen Cloher, maar draagt in muzikaal opzicht ook belangrijk vergelijkingsmateriaal aan.
Jen Cloher maakt op haar titelloze plaat lekkere rauwe muziek, die in het verlengde ligt van de afgelopen jaren zo geprezen Courtney Barnett en die verder geïnspireerd is door die van onder andere Patti Smith en PJ Harvey.
Het is een plaat vol gloedvol en bezwerend gitaarwerk. Het is gitaarwerk dat de ene keer subtiel ondersteunt, de volgende keer uitpakt met lekkere rauwe riffs en vervolgens weer kan ontaarden in heerlijk stekelige solo’s.
Het past perfect bij de bijzondere manier van zingen van Jen Cloher, die een stem met raakvlakken met die van Chrissie Hynde combineert met de voordracht van Patti Smith en de gesproken teksten van Lou Reed.
Jen Cloher moet in het genre waarin ze opereert concurreren met nogal wat muzikanten, onder wie haar partner Courtney Barnett, maar ze houdt zich wat mij betreft vrij makkelijk staande. Dit doet de Australische singer-songwriter door wat dieper te graven en door wat nadrukkelijker buiten de lijntjes te kleuren.
Dat hoor je duidelijk in de bijna acht minuten durende tweede track, die je langzaam maar zeker bij de strot grijpt, maar ook in de kortere tracks op de plaat maakt Jen Cloher indruk met songs die rauwe klanken en bijna voorgedragen teksten combineren met een flinke dosis eigenwijsheid, avontuur en zeggingskracht.
De nieuwe plaat van Jen Cloher is een plaat die je niet in de koude kleren gaat zitten. Zeker wanneer je met veel aandacht naar de songs van de Australische luistert, heeft de titelloze plaat van Jen Cloher een enorme impact. De zich langzaam voortslepende songs toveren donkere en duistere beelden op het netvlies en nemen je mee naar de eindeloze ruimte in Australië.
De Britse krant The Guardian, die de plaat van Jen Cloher “a slow burning masterpiece” noemt, verwijst naar de indringende klanken van de Australische band The Triffids en slaat hiermee de spijker op de kop (ik heb de band's meesterwerk Born Sandy Devotional er direct weer eens bij gepakt).
Er wordt momenteel heel druk gedaan over de plaat van Jen Cloher en ik kan alleen maar concluderen dat dit volkomen terecht is. Cloher staat misschien nog wat in de schaduw van Courtney Barnett, maar heeft een plaat gemaakt waarop haar partner alleen maar heel jaloers kan zijn. Het moet genoeg zeggen over de kwaliteit van deze plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jen Cloher - Jen Cloher - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ondanks mijn voorliefde voor vrouwelijke singer-songwriters, vind ook ik het aanbod in dit genre de afgelopen jaren eerlijk gezegd (veel) te groot.
Ik ben dan ook op mijn hoede wanneer de zoveelste sensationele nieuwkomer wordt aangekondigd, maar in het geval van Jen Cloher was deze aarzeling niet nodig.
Een echte nieuwkomer is de Australische Jen Cloher overigens niet, want de singer-songwriter uit Melbourne heeft al een aantal platen op haar naam staan.
De onlangs verschenen titelloze plaat (als ik het goed geteld heb haar vierde) moet voor haar internationale doorbraak gaan zorgen en de kans dat dit gaat lukken lijkt me groot.
Jen Cloher wordt op haar nieuwe plaat bijgestaan door onder andere Kurt Vile en Courtney Barnett. De laatste is niet alleen de stadgenoot en levenspartner van Jen Cloher, maar draagt in muzikaal opzicht ook belangrijk vergelijkingsmateriaal aan.
Jen Cloher maakt op haar titelloze plaat lekkere rauwe muziek, die in het verlengde ligt van de afgelopen jaren zo geprezen Courtney Barnett en die verder geïnspireerd is door die van onder andere Patti Smith en PJ Harvey.
Het is een plaat vol gloedvol en bezwerend gitaarwerk. Het is gitaarwerk dat de ene keer subtiel ondersteunt, de volgende keer uitpakt met lekkere rauwe riffs en vervolgens weer kan ontaarden in heerlijk stekelige solo’s.
Het past perfect bij de bijzondere manier van zingen van Jen Cloher, die een stem met raakvlakken met die van Chrissie Hynde combineert met de voordracht van Patti Smith en de gesproken teksten van Lou Reed.
Jen Cloher moet in het genre waarin ze opereert concurreren met nogal wat muzikanten, onder wie haar partner Courtney Barnett, maar ze houdt zich wat mij betreft vrij makkelijk staande. Dit doet de Australische singer-songwriter door wat dieper te graven en door wat nadrukkelijker buiten de lijntjes te kleuren.
Dat hoor je duidelijk in de bijna acht minuten durende tweede track, die je langzaam maar zeker bij de strot grijpt, maar ook in de kortere tracks op de plaat maakt Jen Cloher indruk met songs die rauwe klanken en bijna voorgedragen teksten combineren met een flinke dosis eigenwijsheid, avontuur en zeggingskracht.
De nieuwe plaat van Jen Cloher is een plaat die je niet in de koude kleren gaat zitten. Zeker wanneer je met veel aandacht naar de songs van de Australische luistert, heeft de titelloze plaat van Jen Cloher een enorme impact. De zich langzaam voortslepende songs toveren donkere en duistere beelden op het netvlies en nemen je mee naar de eindeloze ruimte in Australië.
De Britse krant The Guardian, die de plaat van Jen Cloher “a slow burning masterpiece” noemt, verwijst naar de indringende klanken van de Australische band The Triffids en slaat hiermee de spijker op de kop (ik heb de band's meesterwerk Born Sandy Devotional er direct weer eens bij gepakt).
Er wordt momenteel heel druk gedaan over de plaat van Jen Cloher en ik kan alleen maar concluderen dat dit volkomen terecht is. Cloher staat misschien nog wat in de schaduw van Courtney Barnett, maar heeft een plaat gemaakt waarop haar partner alleen maar heel jaloers kan zijn. Het moet genoeg zeggen over de kwaliteit van deze plaat. Erwin Zijleman
Jen Gloeckner - Vine (2017)

4,5
1
geplaatst: 18 mei 2017, 17:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jen Gloeckner - VINE - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
“Weird and wonderful”, zo omschrijft The Irish Times de nieuwe plaat van de Amerikaanse muzikante Jen Gloeckner.
Deze Jen Gloeckner is voor mij een grote onbekende, maar VINE komt hier inmiddels al enige tijd uit de speakers en is een plaat die ik steeds mooier en interessanter vind.
Speurwerk leert dat Jen Gloeckner opgroeide in Dubuque, Iowa, en nog steeds werkt vanuit deze plaats aan de oevers van de Mississippi. Ze heeft inmiddels drie platen op haar naam staan, maar de vorige twee heb ik gemist.
VINE is de opvolger van het in 2010 verschenen Mouth Of Mars en werd bij Jen Gloeckner thuis in Dubuque, Iowa, opgenomen. Verwacht echter geen ingetogen luisterliedjes, want VINE van Jen Gloeckner is een opvallend groots klinkende plaat.
In muzikaal opzicht heeft de nieuwe plaat van de Amerikaanse singer-songwriter raakvlakken met de muziek van Massive Attack, Portishead, de Twin Peaks soundtrack en zelfs Enya. VINE valt op door een vol klinkende instrumentatie vol invloeden uit de triphop, dreampop, ambient en new age. Het is muziek die aanmoedigt tot wegdromen, waarna Jen Gloeckner je meeneemt op een fascinerende reis langs wonderschone maar soms ook spookachtige landschappen.
Overdaad ligt op de loer bij een instrumentatie als die op VINE, maar Jen Gloeckner vliegt nergens uit de bocht. De muziek op de nieuwe plaat van Jen Gloeckner is vaak groots en meeslepend, maar neemt ook met grote regelmaat gas terug. Het ene moment verleidt de plaat met subtiliteit, bijvoorbeeld in de fraaie gitaarlijnen, de stemmige pianopartijen, de fraaie strijkers of het bijzondere fluitspel. Hiertegenover staan groots klinkende passages met zwaar aangezette drums, breed uitwaaiende of uit jankende gitaren en een fraai en vol elektronisch en atmosferisch klankentapijt, maar van overdaad is nergens sprake.
VINE is een plaat vol dromerige, zweverige en vaak bezwerende klanken, maar Jen Gloeckner kan new age achtige of psychedelische geluidstapijten zomaar verruilen voor aangenaam klinkende popliedjes, die heel af en toe wel wat denken aan die van Lana del Rey.
In muzikaal opzicht is VINE een buitengewoon fascinerende plaat, maar ook in vocaal opzicht raakt Jen Gloeckner de juiste snaar. De Amerikaanse singer-songwriter kan heerlijk soulvol klinken, kan prachtig fluisteren, maar kan de volle klanken op de plaat ook aanvallen met krachtige vocalen.
VINE is een plaat die je een paar keer moet horen voor je er een oordeel over velt. Bij eerste beluistering vond ik het intrigerend maar ook overweldigend en veelomvattend. Naarmate ik VINE vaker hoorde begonnen alle mooie details in de muziek van Jen Gloeckner echter op te vallen.
VINE is een plaat die bestaat uit vele lagen en in alle lagen is heel veel moois verstopt. Het is knap hoe Jen Gloeckner zeer verschillende invloeden weet te verbinden en het is misschien nog wel knapper hoe de Amerikaanse muzikante stevig experimenteert, maar toch ook muziek maakt die zich uiteindelijk makkelijk opdringt.
Op VINE gebeurt soms zoveel dat het je soms duizelt, maar eenmaal gewend aan het betoverende geluid op de plaat valt alles op zijn plek. Ik lees in Nederland tot dusver helemaal niets over VINE van Jen Gloeckner, maar deze plaat verdient echt alle aandacht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jen Gloeckner - VINE - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
“Weird and wonderful”, zo omschrijft The Irish Times de nieuwe plaat van de Amerikaanse muzikante Jen Gloeckner.
Deze Jen Gloeckner is voor mij een grote onbekende, maar VINE komt hier inmiddels al enige tijd uit de speakers en is een plaat die ik steeds mooier en interessanter vind.
Speurwerk leert dat Jen Gloeckner opgroeide in Dubuque, Iowa, en nog steeds werkt vanuit deze plaats aan de oevers van de Mississippi. Ze heeft inmiddels drie platen op haar naam staan, maar de vorige twee heb ik gemist.
VINE is de opvolger van het in 2010 verschenen Mouth Of Mars en werd bij Jen Gloeckner thuis in Dubuque, Iowa, opgenomen. Verwacht echter geen ingetogen luisterliedjes, want VINE van Jen Gloeckner is een opvallend groots klinkende plaat.
In muzikaal opzicht heeft de nieuwe plaat van de Amerikaanse singer-songwriter raakvlakken met de muziek van Massive Attack, Portishead, de Twin Peaks soundtrack en zelfs Enya. VINE valt op door een vol klinkende instrumentatie vol invloeden uit de triphop, dreampop, ambient en new age. Het is muziek die aanmoedigt tot wegdromen, waarna Jen Gloeckner je meeneemt op een fascinerende reis langs wonderschone maar soms ook spookachtige landschappen.
Overdaad ligt op de loer bij een instrumentatie als die op VINE, maar Jen Gloeckner vliegt nergens uit de bocht. De muziek op de nieuwe plaat van Jen Gloeckner is vaak groots en meeslepend, maar neemt ook met grote regelmaat gas terug. Het ene moment verleidt de plaat met subtiliteit, bijvoorbeeld in de fraaie gitaarlijnen, de stemmige pianopartijen, de fraaie strijkers of het bijzondere fluitspel. Hiertegenover staan groots klinkende passages met zwaar aangezette drums, breed uitwaaiende of uit jankende gitaren en een fraai en vol elektronisch en atmosferisch klankentapijt, maar van overdaad is nergens sprake.
VINE is een plaat vol dromerige, zweverige en vaak bezwerende klanken, maar Jen Gloeckner kan new age achtige of psychedelische geluidstapijten zomaar verruilen voor aangenaam klinkende popliedjes, die heel af en toe wel wat denken aan die van Lana del Rey.
In muzikaal opzicht is VINE een buitengewoon fascinerende plaat, maar ook in vocaal opzicht raakt Jen Gloeckner de juiste snaar. De Amerikaanse singer-songwriter kan heerlijk soulvol klinken, kan prachtig fluisteren, maar kan de volle klanken op de plaat ook aanvallen met krachtige vocalen.
VINE is een plaat die je een paar keer moet horen voor je er een oordeel over velt. Bij eerste beluistering vond ik het intrigerend maar ook overweldigend en veelomvattend. Naarmate ik VINE vaker hoorde begonnen alle mooie details in de muziek van Jen Gloeckner echter op te vallen.
VINE is een plaat die bestaat uit vele lagen en in alle lagen is heel veel moois verstopt. Het is knap hoe Jen Gloeckner zeer verschillende invloeden weet te verbinden en het is misschien nog wel knapper hoe de Amerikaanse muzikante stevig experimenteert, maar toch ook muziek maakt die zich uiteindelijk makkelijk opdringt.
Op VINE gebeurt soms zoveel dat het je soms duizelt, maar eenmaal gewend aan het betoverende geluid op de plaat valt alles op zijn plek. Ik lees in Nederland tot dusver helemaal niets over VINE van Jen Gloeckner, maar deze plaat verdient echt alle aandacht. Erwin Zijleman
Jenn Grinels - Go Mine (2020)

4,0
0
geplaatst: 3 december 2020, 16:55 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jenn Grinels - Go Mine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenn Grinels - Go Mine
Jenn Grinels rijdt al tien jaar van optreden naar optreden en heeft, nu dat even niet meer kan, een album gemaakt, waarop haar geweldige stem mag schitteren
Jenn Grinels is een vrouwelijke singer-songwriter en daar zijn er momenteel heel erg veel van. De Amerikaanse muzikante weet zich echter te onderscheiden met een eigen geluid waarin enerzijds ruimte is voor invloeden uit alle uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek en waarin ook nog plaats is voor invloeden uit de pop en de rock. Ook in vocaal opzicht maakt Jenn Grinels indruk met een krachtige en soulvolle stem die stevig kan uithalen, maar nergens uit de bocht vliegt. Go Mine is ook nog eens een album vol warme klanken en lekker in het gehoor liggende songs, dat het uitstekend doet op de gure avonden, die we momenteel in overvloed hebben.
Jenn Grinels is een Amerikaanse muzikante die in eigen land een grote schare fans heeft opgebouwd door al een jaar of tien intensief te touren. Dit bracht de oorspronkelijk uit Californië afkomstige muzikante enerzijds in koffiehuizen en kleine clubs en op talentenjachten, maar ze stond ook in grotere zalen als support-act van aansprekende Amerikaanse muzikanten en bands, onder wie 10,000 Maniacs en Marc Broussard.
Een soloalbum leverde dat tot voor kort nog niet op, maar Jenn Grinels debuteerde afgelopen zomer wel als helft van het duo Siren Songs, dat ze samen vormt met Merideth Kaye Clark. Het debuut van Siren Songs maakte indruk met twee bijzonder mooi bij elkaar kleurende stemmen, maar de wat traditioneel aandoende en akoestische folk van het duo vond ik uiteindelijk toch net te weinig onderscheidend.
Go Mine, het solodebuut van Jenn Grinels bevalt me een stuk beter. De Amerikaanse muzikante beschikt over een krachtige stem vol soul en geeft in de openingstrack direct flink gas. Jenn Grinels geeft in deze openingstrack direct haar visitekaartje af als uitstekend zangeres, maar laat in de tracks die volgen horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan en ook uitstapjes richting pop en rock niet schuwt.
De Amerikaanse muzikante laat zich op haar debuut begeleiden door flink wat competent spelende muzikanten, die de songs van Jenn Grinels over het algemeen vol inkleuren. Wanneer blazers worden ingezet klinkt het direct heerlijk soulvol, maar Go Mine kan ook opschuiven richting folk en country of richting powerhouse pop of rock.
Zeker bij eerste beluistering blinken de instrumentatie en productie van het debuut van Jenn Grinels misschien net wat teveel, maar zeker wanneer gas wordt teruggenomen hoor je dat het allemaal smaakvol is gedaan. Het volle geluid kleurt bovendien prachtig bij de al even vol klinkende stem van Jenn Grinels, die in een van de tracks wordt bijgestaan door de al eerder genoemde Marc Broussard.
Invloeden uit de soul spelen een voorname keuze op Go Mine van Jenn Grinels, maar de Amerikaanse muzikante kan ook prima uit de voeten met invloeden uit de jazz, folk, blues en country. Ook wanneer soul niet het belangrijkste bestanddeel vormt van de muziek van Jenn Grinels warm of zelfs broeierig en is vocaal vuurwerk nooit heel ver weg.
Go Mine bevat absoluut momenten waarop de zang vrij ingetogen is, maar Jenn Grinels houdt er wel van om flink uit te pakken. Daar moet je als luisteraar natuurlijk wel van houden. Persoonlijk hou ik er meestal niet zo van, maar Jenn Grinels blijft ook wanneer ze stevig uitpakt mooi zingen en slaagt er bovendien in om een evenwicht te vinden tussen wat meer zachte en ingetogen zang en vocalen waarin alle remmen los gaan.
Eerder dit jaar hoorde ik op het debuut van Siren Songs vooral een mooie stem, maar op Go Mine hoor ik een geweldige zangeres, die er wat mij betreft in slaagt om een eigen geluid neer te zetten. Het is een geluid dat zowel liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek als liefhebbers van pop en rock aan moet kunnen spreken. En hoe Jenn Grinels op het podium klinkt kunnen we volgend jaar horen, want dan verschijnt haar eerste live-album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jenn Grinels - Go Mine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jenn Grinels - Go Mine
Jenn Grinels rijdt al tien jaar van optreden naar optreden en heeft, nu dat even niet meer kan, een album gemaakt, waarop haar geweldige stem mag schitteren
Jenn Grinels is een vrouwelijke singer-songwriter en daar zijn er momenteel heel erg veel van. De Amerikaanse muzikante weet zich echter te onderscheiden met een eigen geluid waarin enerzijds ruimte is voor invloeden uit alle uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek en waarin ook nog plaats is voor invloeden uit de pop en de rock. Ook in vocaal opzicht maakt Jenn Grinels indruk met een krachtige en soulvolle stem die stevig kan uithalen, maar nergens uit de bocht vliegt. Go Mine is ook nog eens een album vol warme klanken en lekker in het gehoor liggende songs, dat het uitstekend doet op de gure avonden, die we momenteel in overvloed hebben.
Jenn Grinels is een Amerikaanse muzikante die in eigen land een grote schare fans heeft opgebouwd door al een jaar of tien intensief te touren. Dit bracht de oorspronkelijk uit Californië afkomstige muzikante enerzijds in koffiehuizen en kleine clubs en op talentenjachten, maar ze stond ook in grotere zalen als support-act van aansprekende Amerikaanse muzikanten en bands, onder wie 10,000 Maniacs en Marc Broussard.
Een soloalbum leverde dat tot voor kort nog niet op, maar Jenn Grinels debuteerde afgelopen zomer wel als helft van het duo Siren Songs, dat ze samen vormt met Merideth Kaye Clark. Het debuut van Siren Songs maakte indruk met twee bijzonder mooi bij elkaar kleurende stemmen, maar de wat traditioneel aandoende en akoestische folk van het duo vond ik uiteindelijk toch net te weinig onderscheidend.
Go Mine, het solodebuut van Jenn Grinels bevalt me een stuk beter. De Amerikaanse muzikante beschikt over een krachtige stem vol soul en geeft in de openingstrack direct flink gas. Jenn Grinels geeft in deze openingstrack direct haar visitekaartje af als uitstekend zangeres, maar laat in de tracks die volgen horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan en ook uitstapjes richting pop en rock niet schuwt.
De Amerikaanse muzikante laat zich op haar debuut begeleiden door flink wat competent spelende muzikanten, die de songs van Jenn Grinels over het algemeen vol inkleuren. Wanneer blazers worden ingezet klinkt het direct heerlijk soulvol, maar Go Mine kan ook opschuiven richting folk en country of richting powerhouse pop of rock.
Zeker bij eerste beluistering blinken de instrumentatie en productie van het debuut van Jenn Grinels misschien net wat teveel, maar zeker wanneer gas wordt teruggenomen hoor je dat het allemaal smaakvol is gedaan. Het volle geluid kleurt bovendien prachtig bij de al even vol klinkende stem van Jenn Grinels, die in een van de tracks wordt bijgestaan door de al eerder genoemde Marc Broussard.
Invloeden uit de soul spelen een voorname keuze op Go Mine van Jenn Grinels, maar de Amerikaanse muzikante kan ook prima uit de voeten met invloeden uit de jazz, folk, blues en country. Ook wanneer soul niet het belangrijkste bestanddeel vormt van de muziek van Jenn Grinels warm of zelfs broeierig en is vocaal vuurwerk nooit heel ver weg.
Go Mine bevat absoluut momenten waarop de zang vrij ingetogen is, maar Jenn Grinels houdt er wel van om flink uit te pakken. Daar moet je als luisteraar natuurlijk wel van houden. Persoonlijk hou ik er meestal niet zo van, maar Jenn Grinels blijft ook wanneer ze stevig uitpakt mooi zingen en slaagt er bovendien in om een evenwicht te vinden tussen wat meer zachte en ingetogen zang en vocalen waarin alle remmen los gaan.
Eerder dit jaar hoorde ik op het debuut van Siren Songs vooral een mooie stem, maar op Go Mine hoor ik een geweldige zangeres, die er wat mij betreft in slaagt om een eigen geluid neer te zetten. Het is een geluid dat zowel liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek als liefhebbers van pop en rock aan moet kunnen spreken. En hoe Jenn Grinels op het podium klinkt kunnen we volgend jaar horen, want dan verschijnt haar eerste live-album. Erwin Zijleman
Jennifer Castle - Camelot (2024)

4,0
0
geplaatst: 3 november 2024, 10:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jennifer Castle - Camelot - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jennifer Castle - Camelot
Jennifer Castle is een, helaas ook door mij, wat onderschatte Canadese muzikante, die al een aantal prima albums op haar naam heeft staan, maar met haar nieuwe album Camelot nog wat meer indruk maakt
Camelot, het vijfde album van Jennifer Castle, wordt vooralsnog zeker niet overladen met aandacht, maar de recensies die ik ben tegengekomen zijn uitermate positief. Ik begrijp dat inmiddels volkomen, want Camelot is in alle opzichten goed. Het album herinnert in muzikaal opzicht aan de grote singer-songwriter albums uit de jaren 70, maar laat ook een gevarieerd geluid horen. Het is een geluid dat alle ruimte biedt aan de bijzondere maar na enige gewenning bijzonder mooie stem van Jennifer Castle, die op haar vijfde album ook nog eens goed is voor zeer aansprekende songs en mooie verhalen. Ik kom hier en daar flink wat superlatieven tegen wanneer het gaat om Camelot en daar valt echt niets op af te dingen.
Camelot, het deze week verschenen vijfde album van de Canadese singer-songwriter Jennifer Castle, is in het december nummer van het Britse muziektijdschrift Uncut het album van de maand en krijgt het rapportcijfer 9. Het maakte me direct nieuwsgierig naar het nieuwe album van de muzikante uit Toronto, ook al heb ik tot dusver een wat moeizame relatie met haar albums.
Van de vorige vier albums besprak ik alleen het in 2018 verschenen Angels Of Death en ook dat album liet ik in eerste instantie lang liggen. Het gekke is dat ik bij eerste beluistering van de muziek van Jennifer Castle altijd onder de indruk ben van haar songs en haar stem, maar haar albums vervolgens toch laat liggen. De kunst is vervolgens om ze na een tijdje toch weer op te pakken, waarna het kwartje alsnog valt.
Het is iets dat ik ook had met de albums van de Amerikaanse singer-songwriter Laura Nyro, die aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 een aantal prachtige albums maakte. Laura Nyro is een naam die ik noem in mijn recensie van Angels Of Death en het is een naam die ook opkomt bij beluistering van Camelot, waarmee ik direct wat geduldiger geweest dan ik normaal gesproken ben met nieuwe albums.
Ook op haar nieuwe album maakt Jennifer Castle muziek die herinnert aan de albums van de grote vrouwelijke singer-songwriters uit het begin van de jaren 70. Naast Laura Nyro moet ook zeker Carole King genoemd worden. Op haar vorige album, het in 2020 verschenen Monarch Season, gaf Jennifer Castle haar songs vooral een psychedelisch tintje, maar op Camelot maakt de Canadese muzikante weer vooral tijdloze singer-songwriter muziek met uitstapjes richting folk en country.
Camelot opent prachtig met fraaie pianoklanken en stemmige strijkers, die prachtig zijn gearrangeerd door de onder andere van Arcade Fire bekende Owen Pallett. De centrale rol voor de piano wordt met grote regelmaat verruild voor akoestische gitaren, maar luister ook zeker naar alles dat er buiten de basisklanken gebeurt op het album, dat varieert van zeer ingetogen tot verrassend uitbundig. Alles op Camelot klinkt even aangenaam, maar in muzikaal opzicht is het album avontuurlijker dan je bij vluchtige beluistering ervaart.
De tijdloze klanken passen uitstekend bij de stem van Jennifer Castle, die anders klinkt dan de meeste andere zangeressen van het moment. De zang op Camelot spreekt makkelijk aan, maar is ook voldoende eigenzinnig om het nieuwe album van Jennifer Castle te voorzien van onderscheidend vermogen. De stem van de Canadese muzikante wordt overigens op mooie en zeer functionele wijze ondersteund door meerdere achtergrondvocalisten, die het nostalgische karakter van het album nog wat versterken.
Als ik naar Camelot luister begrijp ik eigenlijk niet dat ik de muziek van de singer-songwriter uit Toronto tot dusver niet veel intenser heb omarmd, want net als Uncut vind ik het een hoogstaand album. Het is een album dat makkelijk vermaakt met tijdloze klanken en mooie zang, maar het is ook een album met alleen maar aansprekende songs, die net als de muziek en de zang mooier en interessanter worden wanneer je ze vaker hoort. Het geldt ook voor de teksten, die mooie verhalen vertellen en nog wat diepgang toevoegen aan de muziek van Jennifer Castle, die mij met Camelot definitief heeft overtuigd en dat ook nog eens op zeer indrukwekkende wijze heeft gedaan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jennifer Castle - Camelot - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jennifer Castle - Camelot
Jennifer Castle is een, helaas ook door mij, wat onderschatte Canadese muzikante, die al een aantal prima albums op haar naam heeft staan, maar met haar nieuwe album Camelot nog wat meer indruk maakt
Camelot, het vijfde album van Jennifer Castle, wordt vooralsnog zeker niet overladen met aandacht, maar de recensies die ik ben tegengekomen zijn uitermate positief. Ik begrijp dat inmiddels volkomen, want Camelot is in alle opzichten goed. Het album herinnert in muzikaal opzicht aan de grote singer-songwriter albums uit de jaren 70, maar laat ook een gevarieerd geluid horen. Het is een geluid dat alle ruimte biedt aan de bijzondere maar na enige gewenning bijzonder mooie stem van Jennifer Castle, die op haar vijfde album ook nog eens goed is voor zeer aansprekende songs en mooie verhalen. Ik kom hier en daar flink wat superlatieven tegen wanneer het gaat om Camelot en daar valt echt niets op af te dingen.
Camelot, het deze week verschenen vijfde album van de Canadese singer-songwriter Jennifer Castle, is in het december nummer van het Britse muziektijdschrift Uncut het album van de maand en krijgt het rapportcijfer 9. Het maakte me direct nieuwsgierig naar het nieuwe album van de muzikante uit Toronto, ook al heb ik tot dusver een wat moeizame relatie met haar albums.
Van de vorige vier albums besprak ik alleen het in 2018 verschenen Angels Of Death en ook dat album liet ik in eerste instantie lang liggen. Het gekke is dat ik bij eerste beluistering van de muziek van Jennifer Castle altijd onder de indruk ben van haar songs en haar stem, maar haar albums vervolgens toch laat liggen. De kunst is vervolgens om ze na een tijdje toch weer op te pakken, waarna het kwartje alsnog valt.
Het is iets dat ik ook had met de albums van de Amerikaanse singer-songwriter Laura Nyro, die aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 een aantal prachtige albums maakte. Laura Nyro is een naam die ik noem in mijn recensie van Angels Of Death en het is een naam die ook opkomt bij beluistering van Camelot, waarmee ik direct wat geduldiger geweest dan ik normaal gesproken ben met nieuwe albums.
Ook op haar nieuwe album maakt Jennifer Castle muziek die herinnert aan de albums van de grote vrouwelijke singer-songwriters uit het begin van de jaren 70. Naast Laura Nyro moet ook zeker Carole King genoemd worden. Op haar vorige album, het in 2020 verschenen Monarch Season, gaf Jennifer Castle haar songs vooral een psychedelisch tintje, maar op Camelot maakt de Canadese muzikante weer vooral tijdloze singer-songwriter muziek met uitstapjes richting folk en country.
Camelot opent prachtig met fraaie pianoklanken en stemmige strijkers, die prachtig zijn gearrangeerd door de onder andere van Arcade Fire bekende Owen Pallett. De centrale rol voor de piano wordt met grote regelmaat verruild voor akoestische gitaren, maar luister ook zeker naar alles dat er buiten de basisklanken gebeurt op het album, dat varieert van zeer ingetogen tot verrassend uitbundig. Alles op Camelot klinkt even aangenaam, maar in muzikaal opzicht is het album avontuurlijker dan je bij vluchtige beluistering ervaart.
De tijdloze klanken passen uitstekend bij de stem van Jennifer Castle, die anders klinkt dan de meeste andere zangeressen van het moment. De zang op Camelot spreekt makkelijk aan, maar is ook voldoende eigenzinnig om het nieuwe album van Jennifer Castle te voorzien van onderscheidend vermogen. De stem van de Canadese muzikante wordt overigens op mooie en zeer functionele wijze ondersteund door meerdere achtergrondvocalisten, die het nostalgische karakter van het album nog wat versterken.
Als ik naar Camelot luister begrijp ik eigenlijk niet dat ik de muziek van de singer-songwriter uit Toronto tot dusver niet veel intenser heb omarmd, want net als Uncut vind ik het een hoogstaand album. Het is een album dat makkelijk vermaakt met tijdloze klanken en mooie zang, maar het is ook een album met alleen maar aansprekende songs, die net als de muziek en de zang mooier en interessanter worden wanneer je ze vaker hoort. Het geldt ook voor de teksten, die mooie verhalen vertellen en nog wat diepgang toevoegen aan de muziek van Jennifer Castle, die mij met Camelot definitief heeft overtuigd en dat ook nog eens op zeer indrukwekkende wijze heeft gedaan. Erwin Zijleman
