MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Jess Jocoy - Cul-de-Sac Kid (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jess Jocoy - Cul-De-Sac Kid - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Jess Jocoy - Cul-De-Sac Kid
De naam Jess Jocoy zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar iedereen die haar eerste twee albums kent weet dat ze behoort tot de beste rootszangeressen van het moment, wat nog eens wordt onderstreept op album drie

Ik koester de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante Jess Jocoy, die haar muziek aan het begin van 2020 persoonlijk onder mijn aandacht bracht. Met Such A Long Way en Let There Be No Despair maakte Jess Jocoy twee prachtige rootsalbums, die deze week gezelschap krijgen van album nummer drie. Cul-De-Sac Kid doet niet onder voor zijn twee voorgangers en staat vol met zeer aansprekende en smaakvol ingekleurde songs. Ondanks het beperkte budget klinkt ook het nieuwe album van Jess Jocoy weer prachtig en de Amerikaanse muzikante maakt ook op Cul-De-Sac Kid weer diepe indruk met haar sensationeel goede stem. Wat mij betreft een van de grootste talenten binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment.

In het begin van 2020, vlak voor het uitbreken van de coronapandemie, stuurde de Amerikaanse muzikante Jess Jocoy mij haar debuutalbum Such A Long Way. Ik werd onmiddellijk verliefd op het album, waarop de muzikante uit Nashville, Tennessee, echt alles goed deed. Toen het album een paar maanden later verscheen was de wereld totaal veranderd, maar mijn liefde voor het debuutalbum van Jess Jocoy was alleen maar groter geworden.

Het album haalde aan het eind van 2020 dan ook met overtuiging mijn jaarlijstje en dat lukte twee jaar later ook het in het voorjaar van 2022 verschenen Let There Be No Despair, dat ik net als zijn voorganger schaarde onder de beste rootsalbums van de afgelopen jaren.

Op Such A Long Way en Let There Be No Despair imponeert Jess Jocoy als zangeres. De Amerikaanse muzikante beschikt over een mooie, krachtige en karakteristieke stem, maar de zang van Jess Jocoy zit ook vol gevoel, waardoor haar songs keihard binnen komen. De songs van de Amerikaanse muzikante zijn op beide albums ook nog eens fraai ingekleurd met vooral snareninstrumenten en het zijn van die songs die onmiddellijk vertrouwd klinken en die je vervolgens eindeloos wilt koesteren.

Het is daarom niet zo gek dat mijn hart vorige week een sprongetje maakte toen ik een nieuw album van Jess Jocoy tegen kwam in de lijsten met de nieuwe albums van deze week. Ik begon met torenhoogte verwachtingen aan de eerste beluistering van Cul-De-Sac Kid, maar na een paar noten wist ik al dat Jess Jocoy de verwachtingen met gemak waar zou gaan maken.

Ook op haar derde album zingt de muzikante uit Nashville weer de sterren van de hemel, wat je nog wat beter hoort wanneer je het album met de koptelefoon beluistert. Het is bijna niet te geloven en eigenlijk ook diep triest dat een geweldige zangeres als Jess Jocoy met twee prachtalbums op zak een crowdfunding campagne nodig had voor het maken van haar derde album, maar gelukkig is de campagne geslaagd.

Er kwam uiteindelijk een kleine 12.000 dollar op tafel voor het maken van Cul-De-Sac Kid en dat is niet heel veel. Het was wel genoeg om een geweldig klinkend album te maken, want het derde album van Jess Jocoy klinkt nog wat mooier dan zijn twee voorgangers. De muziek op Cul-De-Sac Kid is over het algemeen genomen subtiel en beperkt zich af en toe tot een akoestische gitaar, maar met grote regelmaat zijn ook fraaie elektrische gitaar en vioolpartijen te horen en worden bovendien bas en drums toegevoegd aan het geluid van Jess Jocoy, dat af en toe wat steviger klinkt.

Het is een warm en een verzorgd klinkend geluid, maar het is boven alles een geluid dat alle ruimte biedt aan de stem van Jess Jocoy. Dat is een wijs besluit, want de Amerikaanse muzikante behoort wat mij betreft tot de beste zangeressen binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment. De zang op haar vorige twee albums was al prachtig, maar de stem van de muzikante uit Nashville lijkt alleen maar mooier te worden.

De songs op Such A Long Way en Let There Be No Despair zijn me inmiddels zeer dierbaar en de songs op Cul-De-Sac Kid zijn zeker niet minder. Het zal inmiddels duidelijk zijn dat Jess Jocoy wederom een droom van een rootsalbum heeft afgeleverd en het is een album dat zeker zal opduiken in mijn jaarlijstje over een kleine twee maanden. Ga dat vooral horen! Erwin Zijleman

Jess Jocoy - Let There Be No Despair (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jess Jocoy - Let There Be No Despair - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jess Jocoy - Let There Be No Despair
De Amerikaanse muzikante Jess Jocoy maakt op Let There Be No Despair nog net wat meer indruk dan op haar debuutalbum en kan binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment met de allerbesten mee

Ik was net iets meer dan twee jaar geleden diep onder de indruk van het debuutalbum van Jess Jocoy uit Nashville. Such A Long Way deed niet onder voor de beste rootsalbums van dat moment en imponeerde met een prachtig rootsgeluid, overtuigende songs en een geweldige stem vol gevoel. Jess Jocoy keert deze week terug met Let There Be No Despair. Het is een album dat wat stemmiger en wat meer ingetogen klinkt dan zijn voorganger, maar het geluid is ook dit keer zeer fraai. Nog mooier is de fantastische stem van Jess Jocoy, die nog wat meer indruk maakt dan op haar debuut en alle songs van het album tot enorme hoogten optilt. Absoluut een van de beste rootsalbums van 2022, dat is zeker.

De Amerikaanse muzikante Jess Jocoy bracht net iets meer dan twee jaar geleden haar debuutalbum Such A Long Way uit. Het album verscheen net nadat het coronavirus de wereld in haar greep had gekregen, waardoor nogal wat albums werden uitgesteld, maar het eerste album van Jess Jocoy gelukkig niet. Het zorgde er voor dat het debuut van de muzikante uit Nashville niet ondersneeuwde door een enorme stapel albums van bekendere muzikanten en daar ben ik tot op de dag van vandaag heel erg blij mee.

Such A Long Way van Jess Jocoy liet zich immers niet alleen beluisteren als een volstrekt tijdloos singer-songwriter album in het rootssegment, maar het bleek bovendien al heel snel een singer-songwriter album waarop Jess Jocoy werkelijk alles goed deed. Such A Long Way was prachtig geproduceerd, viel op door een even fraai als tijdloos rootsgeluid, bevatte bijdragen van topmuzikanten als meestergitarist Will Kimbrough, stond vol met aansprekende songs en liet ook nog eens een werkelijk geweldige zangeres horen.

Such A Long Way van Jess Jocoy dwong dan ook met heel veel overtuiging een plekje in mijn jaarlijstje af en schaarde de Amerikaanse muzikante bovendien onmiddellijk onder mijn persoonlijke favorieten binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment, waarna het album me alleen maar dierbaarder werd.

Net iets meer dan twee jaar na het geweldige Such A Long Way is deze week opvolger Let There Be No Despair verschenen. Het album volgt op de vorig jaar verschenen EP Brighter Eyes, die wat mij betreft een stuk minder mooi klonk dan Such A Long Way. Let There Be No Despair klinkt gelukkig weer net zo mooi en indrukwekkend als het debuutalbum van Jess Jocoy en misschien nog wel mooier.

De muzikante uit Nashville deed voor de productie van haar nieuwe album een beroep op producer Brandon Bell, die eerder werkte met onder andere Brandi Carlile en Miranda Lambert. Vergeleken met het debuutalbum van Jess Jocoy klinkt Let There Be No Despair wat meer ingetogen en ook wat soberder. Het geweldige gitaarwerk van Will Kimbrough is vervangen door het over het wat minder stevige maar ook zeer fraai snarenwerk van multi-instrumentalist Ethan Ballinger, terwijl hiernaast de viool van Lydia Luce een zeer prominente rol heeft gekregen in het geluid van Jess Jocoy.

De Amerikaanse muzikante tekent zelf voor een serie geweldige songs en imponeert met haar stem, die sinds haar debuut alleen maar mooier is geworden. Net als op haar debuutalbum slaagt Jess Jocoy er op Let There Be No Despair in om haar songs met heel veel gevoel en doorleving te vertolken. De zang op het album heeft een nog wat prominentere plek in de mix gekregen en is, in ieder geval bij mij, tien songs en 41 minuten lang goed voor kippenvel.

Jess Jocoy schaarde zich met haar debuutalbum onder mijn favoriete zangeressen en songwriters in het genre en met het wonderschone Let There Be No Despair versterkt ze haar positie alleen maar. Ik was zeer gecharmeerd van de instrumentatie en productie op haar debuutalbum, maar ook het tweede album van Jess Jocoy klinkt fantastisch, terwijl de songs en de teksten alleen maar aan kwaliteit hebben gewonnen.

Het grote publiek en de grote platenmaatschappijen hebben het talent van Jess Jocoy vreemd genoeg nog niet ontdekt, maar dat kan alleen maar een kwestie van tijd zijn. Ook Let There Be No Despair is immers een weergaloos album, dat ik alvast opschrijf voor mijn jaarlijstje, ook al is het pas mei. Erwin Zijleman

Jess Jocoy - Such a Long Way (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jess Jocoy - Such A Long Way - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jess Jocoy - Such A Long Way
Jess Jocoy imponeert met een warm en gloedvol debuut, waarmee de singer-songwriter uit Nashville zich direct schaart onder de smaakmakers in het genre

Such A Long Way komt voor een debuterend singer-songwriter natuurlijk op een ongelukkig moment, maar voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek is het debuut van Jess Jocoy een lichtpuntje in onzekere tijden. Jess Jocoy heeft een debuut afgeleverd dat geen moment klinkt als een debuut. Het album klinkt geweldig, er spelen topmuzikanten op mee en Jess Jocoy tekent zelf voor bijzonder lekker in het gehoor liggende songs, prachtige persoonlijke verhalen en geweldige zang. Sinds de eerste keer horen heb ik een zwak voor dit album en de liefde voor het prachtdebuut van Jess Jocoy is sindsdien alleen maar gegroeid.

Such A Long Way van de Amerikaanse singer-songwriter Jess Jocoy kreeg ik ruim twee maanden geleden in handen. De wereld zag er destijds nog heel anders uit, maar desondanks werd het album vorige week zoals gepland uitgebracht. Daar ben ik blij mee, heel blij zelfs, want het album van de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, was me twee maanden geleden direct heel dierbaar en is dat nog steeds.

Such A Long Way is zoals gezegd het debuut van Jess Jocoy, maar het is een opvallend volwassen album. Het is bovendien een album dat alles heeft dat een goed Amerikaans rootsalbum moet hebben.

Jess Jocoy beschikt om te beginnen over een prachtige stem. Het is een stem vol emotie en doorleving, maar het is ook een opvallend warme stem en een stem die zich kan aanpassen aan de songs, waardoor de zang op Such A Long Way meerdere kanten op kan.

Such A Long Way is ook een album dat opvalt door een bijzonder fraai geluid. Dat is deels de verdienste van producers Michael Rinne (Miranda Lambert) en Dylan Alldredge (Mary Gauthier, Joy Williams), die Such A Long Way hebben voorzien van mooie broeierige klanken, maar ook de topmuzikanten die naar de Skinny Elephant Recording Studio in Nashville kwamen hebben werkelijk geweldig werk geleverd.

Als ik er een instrument uit moet pikken, kom ik uit bij de gitaren die werkelijk prachtig klinken. Het gitaarwerk op het album verraadt de hand van een topgitarist en dat klopt ook, want niemand minder dan Will Kimbrough tekende voor de gitaarpartijen op het debuut van Jess Jocoy. Ook op het subtiele spel van de ritmesectie en de pianist en de fraaie lap steel partijen op het album is overigens niets aan te merken. Het zorgt ervoor dat Such A Long Way van Jess Jocoy klinkt als het album van een grootheid in het genre en niet als het album van een debuterend singer-songwriter, die nog niet eens zo heel lang geleden haar kunsten vooral vertoonde in karaoke bars in Seattle.

De sterke punten van Such A Long Way hebben we hiermee nog niet gehad, want Jess Jocoy vertelt op haar debuut ook nog eens mooie persoonlijke verhalen en heeft deze verhalen gegoten in bijzonder aansprekende songs, die je stuk voor stuk na één keer horen dierbaar zijn. Het zijn verhalen over de pieken en de dalen in het leven. Verhalen over het overlijden van haar vader en over de moeizame weg van een beginnend singer-songwriter in Nashville, maar ook verhalen over de momenten waarop het leven je toelacht.

De songs van Jess Jocoy passen in het hokje Americana en verwerken vooral invloeden uit de folk en de country. Hier en daar wordt ook een omliggend genre verkend, maar de singer-songwriter is de rootsmuziek trouw en flirt niet met pop. Het is rootsmuziek, vaak ingetogen en soms wat steviger, die zoals gezegd wat broeierig klinkt en dat past weer uitstekend bij de stem van Jess Jocoy.

Aan het begin van deze recensie noemde ik haar debuut volwassen, maar ik had net zo goed kunnen zeggen dat Jess Jocoy een album heeft afgeleverd waarmee ze zich schaart onder de smaakmakers van de Amerikaanse rootsmuziek van het moment. Makkelijk zal het allemaal niet zijn. Haar met veel pijn en moeite samengestelde tour is geannuleerd, waardoor de verwachte inkomsten uitblijven. Laten we hopen dat Jess Jocoy overeind blijft en het prachtige Such A Long Way alle aandacht krijgt die het verdient, want zo’n goed rootsalbum als dit hoor ik niet al te vaak. Erwin Zijleman

Jess Kallen - Exotherm (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jess Kallen - Exotherm - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jess Kallen - Exotherm
De vijver met jonge singer-songwriters in het indie segment zit overvol, wat het voor nieuwkomers steeds lastiger maakt om op te vallen, maar Jess Kallen doet het met het eigenzinnige Exotherm

Door het idioot grote aanbod raak ik de laatste tijd wat uitgekeken op al die jonge en vooral vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indierock, indiepop of indiefolk. Het onderscheidend vermogen laat zo langzamerhand wat te wensen over en dat is jammer, want ik ben gek op de genoemde genres. Ik veerde de afgelopen week wel enthousiast op bij beluistering van Exotherm van Jess Kallen. Het debuutalbum van de muzikant uit Los Angeles wijkt op zich niet zo heel veel af van al die andere albums in het genre, maar Jess Kallen doet alles net wat anders, wat een fris debuutalbum oplevert en het is een debuutalbum dat ook nog eens steeds wat leuker wordt.

Ik weet echt heel weinig over Jess Kallen, die deze week debuteert met het album Exotherm. Wat ik weet is dat Jess Kallen uit Los Angeles komt en zichzelf ziet als non-binair persoon. Verder weer ik dat Jess Kallen Exotherm grotendeels zelf heeft gemaakt en hierbij werd bijgestaan door producer Wolfy, wat weer het alter ego is van Madison Scheckel. Hier houdt het zo ongeveer mee op.

Ik weet misschien niet heel veel over Jess Kallen, maar ik weet wel dat het debuutalbum van de muzikant uit Los Angeles me aanspreekt. Dat is op zich bijzonder, want ik heb mezelf nog niet zo heel lang geleden beloofd om wat minder aandacht te besteden aan de vele albums van vooral jonge en vrouwelijke muzikanten in het indie segment. Jess Kallen sluit met Exotherm aan bij deze groep, maar het album heeft iets.

Het is niet zo makkelijk om uit te leggen wat dit is. Jess Kallen beschikt om te beginnen over een mooi en bijzonder aangenaam stemgeluid. Het is een helder stemgeluid dat uitstekend past bij de afwisselend ingetogen en wat uitbundigere klanken op Exotherm. Ook in muzikaal opzicht is het debuutalbum van Jess Kallen een aangenaam album. Het is een album dat zich ergens op het snijvlak van indiepop, indierock en indiefolk bevindt. Het is tenslotte een album vol melodieuze popsongs, die vooral zijn ingekleurd met gitaren, die voorzichtig gruizig mogen klinken, maar nergens uit de bocht vliegen.

Jess Kallen heeft een album gemaakt dat qua geluid uitstekend past binnen de huidige indierock, indiepop en indiefolk, maar Exotherm heeft zo af en toe ook wel een aangename 90s vibe. Exotherm is tenslotte een album vol met songs die direct een goed gevoel geven, maar die vervolgens ook blijven hangen. Wolfy heeft het album vervolgens voorzien van een productie die een lekker ruw klinkend album oplevert.

Exotherm van Jess Kallen beschikt al met al over een flink aantal sterke punten, maar het zijn sterke punten die van toepassing zijn op flink wat albums in de overvolle genres. Ik hou het er dus maar op dat de som der delen bij Jess Kallen net wat beter uitpakt dan bij de meeste van haar concurrenten. Vergeleken met de meeste van deze concurrenten varieert de muzikant uit Los Angeles net wat meer, maar ook dit is geen uniek selling point van Exotherm.

Het is kortom lastig om uit te leggen wat ik nu precies zo goed of onderscheidend vind aan het eerste album van Jess Kallen, maar ondertussen laat ik het album iedere keer weer door de speakers, koptelefoon of oortjes komen en iedere keer vind ik de stem van de Amerikaanse muzikant nog wat aangenamer en de songs op Exotherm nog wat leuker en interessanter. En dat houdt het albums inmiddels al een week vol.

Heel veel aandacht weet Jess Kallen nog niet te trekken met dit fraaie debuut en dat is jammer. Met de komkommertijd op komst is de kans dat Exotherm onder gaat sneeuwen behoorlijk groot, maar daarvoor is dit album te goed en is de belofte van Jess Kallen te groot. Exotherm is in meerdere opzichten een bovengemiddeld goed debuut en het is een debuut vol potentie. Ik zie Jess Kallen moeiteloos een interessant folkalbum maken, maar ook een rauw indierock album of een album vol met aantrekkelijke popsongs. Op Exotherm doet de muzikant uit Los Angeles van alles een beetje en dat klinkt tien songs en ruim een half uur lang echt bijzonder lekker. Prima debuutalbum! Erwin Zijleman

Jess Kerber - From Way Down Here (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jess Kerber - From Way Down Here - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Jess Kerber - From Way Down Here
Helaas heeft bijna niemand het door, maar de Amerikaanse muzikante Jess Kerber heeft met het deze week verschenen From Way Down Here echt een wonderschoon debuutalbum afgeleverd, dat je moet horen

Jess Kerber uit Nashville, Tennessee, genoot haar opleiding aan het prestigieuze Berklee College of Music in Boston en ze kent bovendien haar klassiekers. Het is allebei te horen op haar debuutalbum From Way Down Here dat in alle opzichten kwaliteit ademt en af en toe flarden uit het verleden laat horen. Jess Kerber geeft een aantal van haar songs echter ook een bijzondere twist mee, wat van haar debuutalbum een onderscheidend album maakt. Dat onderscheidende karakter wordt nog wat versterkt door de bijzonder smaakvolle muziek op het album en zeker ook door de prachtige stem van Jess Kerber, die wat mij betreft een zeer memorabel debuutalbum heeft afgeleverd.

De muziekindustrie draait in Nashville, Tennessee, nog altijd op volle toeren, waardoor er iedere week kan worden gekozen uit meerdere prima albums. Ik beperkt me over het algemeen tot albums van vrouwelijke singer-songwriters, maar ook dan is er nog meer dan genoeg te kiezen. Probeer dus maar eens op te vallen in het enorme aanbod van het moment en dat lukt veel uitstekende muzikanten helaas niet.

Ook het vorige week verschenen debuutalbum van de uit Nashville, Tennessee, afkomstige Jess Kerber stond tot dusver nog niet heel nadrukkelijk in de spotlights en dat is wat mij betreft jammer. De Amerikaanse muzikante, die overigens werd geboren in Louisiana, weet zich in de openingstrack van From Way Down Here te onderscheiden met een mooie en karakteristieke stem en doet dat in een aantal tracks die volgen ook nog met de inkleuring van haar songs.

Laat ik bij de stem van Jess Kerber beginnen. Het is een mooie en warme stem, maar het is ook een stem met een ruw en emotioneel randje, die er voor zorgt dat haar debuutalbum direct de aandacht trekt. Het is een stem die anders klinkt dan de meeste andere stemmen in Nashville en het is een stem die mij echt heel goed bevalt. Het is bovendien een stem die niet direct lijkt op de stemmen die ik al ken, waardoor From Way Down Here direct mijn aandacht trok.

Dat blijft Jess Kerber een album lang doen met haar stem, die soms flink expressief klinkt, maar die ook meer ingehouden kan klinken. De stem van de Amerikaanse muzikante wordt in de openingstrack van haar debuutalbum begeleidt door mooie klanken, die de track deels richting country en deels richting folk sturen. Jess Kerber had wat mij betreft nog negen van dit soort tracks op haar debuutalbum mogen zetten, maar dat heeft ze niet gedaan.

De openingstrack van From Way Down Here past op zich prima in Nashville, maar in de tweede track op het album slaat de Amerikaanse muzikante een andere weg in. Het is een track die in eerste instantie neigt naar folktronica of in ieder geval folkpop, maar het is ook een track die langzaam maar zeker wordt voorzien van een steeds net wat spannender indie geluid. Het klinkt opeens totaal anders dan de andere muziek die momenteel in de Amerikaanse muziekhoofdstad wordt gemaakt en dat siert Jess Kerber.

Door de eerste twee tracks op het album was ik eigenlijk al verkocht, maar de muzikante uit Nashville houdt het hoge niveau makkelijk een heel album vast. Ze blijft meestal wat dichter bij de folk en country die we kennen uit haar thuisbasis, maar door de bijzondere stem en de zeer smaakvolle klanken is From Way Down Here toch een wat atypisch album in het genre, zeker wanneer Jess Kerber plotseling toch weer buiten de lijntjes kleurt.

Het is een album dat ik direct bij eerste beluistering prachtig vond, maar hoe vaker ik naar het debuutalbum van Jess Kerber luister hoe meer ik onder de indruk raak van haar songs, van de bijzonder smaakvolle instrumentatie en van haar emotievolle en bijzondere zang.

Jess Kerber verdient alle lof voor dit fraaie debuutalbum, maar ook Will Orchard verdient krediet, want hij tekende voor een groot deel van de instrumentatie en de productie van het album, dat af en toe ook wel wat heeft van albums die in de jaren 70 werden gemaakt in het genre. Echt een aanrader dit debuutalbum dat helaas wat tussen wal en schip dreigt te vallen. Dat mag wat mij betreft niet gebeuren. Erwin Zijleman

Jess Ribeiro - Mixtape (2025)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jess Ribeiro - Mixtape - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Jess Ribeiro - Mixtape
Iets meer dan een jaar na het geweldige Summer Of Love komt de Australische muzikante Jess Ribeiro op de proppen met Mixtape, dat nog een achttal songs toevoegt aan haar zo mooie en bijzondere oeuvre

Jess Ribeiro is een Australische muzikante die al een aantal jaren aan de weg timmerde toen ze vorig jaar haar album Summer Of Love uitbracht. Het is een album dat ook buiten Australië de aandacht trok en het is een album dat ik schaar onder de betere albums van 2024. Met Mixtape voegt Jess Ribeiro nog een aantal tracks toe aan het album van vorig jaar. Mixtape is misschien maar een tussendoortje, maar het is er wel een van een bijzonder hoge kwaliteit. Iedereen die Jess Ribeiro vorig jaar heeft gemist moet snel naar Summer Of Love gaan luisteren en vervolgens naar Mixtape. Iedereen die de Australische muzikante al kent krijgt er met Mixtape weer acht geweldige Jess Ribeiro songs bij.

Summer Of Love van Jess Ribeiro was voor mij een van de grote verrassingen van 2024. Op haar vierde album maakte de Australische muzikante wat mij betreft een onuitwisbare indruk met haar bijzondere songs en de even bijzondere muzikale en vocale inkleuring hiervan. Summer Of Love klonk anders dan alle andere albums die in 2024 zijn verschenen en werd bij herhaalde beluistering alleen maar beter. Goed vergelijkingsmateriaal wist ik eerlijk gezegd niet te bedenken, al noemde ik in mijn recensie van het album wel de naam van Fiona Apple, wat iets zegt over de eigenzinnigheid van het album van Jess Ribeiro.

Summer Of Love van Jess Ribeiro haalde uiteindelijk mijn jaarlijstje en zou als ik dit jaarlijstje nu opnieuw zou moeten maken waarschijnlijk de top 10 of in ieder geval de top 20 halen. De Australische muzikante keert deze week terug met het (mini-)album Mixtape. Het is een album dat acht songs en 22 minuten muziek toevoegt aan het oeuvre van Jess Ribeiro en dat gezien moet worden als een tussendoortje. Mixtape verzamelt immers een aantal B-kantjes en demo’s die Jess Ribeiro nog op de plank had liggen, maar die een nieuwe kans verdienden.

Ik laat dit soort tussendoortjes meestal liggen, maar na Summer Of Love heb ik ook deze nieuwe songs van Jess Ribeiro onmiddellijk omarmd. De songs op Mixtape komen uit de sessies die uiteindelijk hebben geleid tot Summer Of Love en de titeltrack van dat album komt in een nieuwe en sterk afwijkende versie voorbij. Mixtape is misschien een tussendoortje, naar het is wel een zeer aangenaam tussendoortje en het is er bovendien een die het talent van Jess Ribeiro nog eens onderstreept.

Het is knap hoe de Australische muzikante de titeltrack van haar vorig jaar verschenen album transformeert van een sobere ballad tot een uptempo song met een vol jaren 80 geluid en zo hebben alle tracks op Mixtape iets bijzonders te bieden. Jess Ribeiro liet vorig jaar horen dat ze van vele markten thuis is en dat doet ze ook op Mixtape, dat moeiteloos schakelt tussen psychedelica, 80s pop, lo-fi, diverse folk varianten en dromerige pop.

Jess Ribeiro vond de songs op Mixtape vorig jaar misschien nog niet goed genoeg voor Summer Of Love, maar wat mij betreft had geen van de songs op het nieuwe album misstaan op de terecht maar helaas slechts in kleine kring geprezen voorganger. In muzikaal opzicht verschiet Mixtape makkelijk van kleur, maar dat doet Jess Ribeiro ook in vocaal opzicht, net zoals ze dit deed op Summer Of Love. In iedere track klinkt de zang van de Australische muzikante weer net wat anders en het is altijd bijzonder mooi.

De acht songs op Mixtape waren me direct bij eerste beluistering van het album dierbaar en net als de songs op Summer Of Love zijn het songs die je alleen maar dierbaarder worden wanneer je ze vaker hoort. Ik heb Mixtape zelf hierboven ook al meerdere keren een tussendoortje genoemd, maar hiermee doe ik het album echt tekort. Als Jess Ribeiro nog een paar songs had toegevoegd had ze een waardig opvolger gemaakt van Summer Of Love.

Ik zie Mixtape gezien de korte speelduur voorlopig maar even als een aanvulling op of een companion bij het geweldige album uit 2024 en het is een aanvulling die het album nog wat indrukwekkender maakt. Hopelijk wint Mixtape wat nieuwe zieltjes voor de unieke muziek van Jess Ribeiro, ze verdient het. Erwin Zijleman

Jess Ribeiro - Summer of Love (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jess Ribeiro - Summer Of Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jess Ribeiro - Summer Of Love
De Australische muzikante Jess Ribeiro heeft met Summer Of Love een album gemaakt dat eindeloos betovert, maar dat ook continu de fantasie prikkelt met avontuurlijke klanken, bijzondere zang en eigenzinnige songs

Het is dringen in het grote aanbod aan nieuwe muziek van het moment, maar het zou echt doodzonde zijn als het bijzondere Summer Of Love van Jess Ribeiro ondersneeuwt. De singer-songwriter laat zich door meerdere genres beïnvloeden, met een voorzichtige voorliefde voor rootsmuziek. Ze laat haar muziek echter niet in een hokje duwen door te kiezen voor een bijzondere en zeer smaakvolle instrumentatie. De subtiele klanken op het album worden gecombineerd met al even bijzondere zang, die Summer Of Love voorzien van een uniek stempel. Dat stempel krijgt nog wat extra glans door de eigenzinnige songs van de Australische muzikante, die met Summer Of Love een prachtalbum heeft gemaakt.

Jess Ribeiro is een Australische muzikante die al een aantal albums op haar naam heeft staan en deze week opduikt met het uitstekende Summer Of Love. Het is mijn eerste kennismaking met de bijzondere muziek van de singer-songwriter uit Melbourne, maar het is een kennismaking die naar veel meer smaakt.

Summer Of Love opent direct fascinerend met Maybe If I Wore Sunglasses Inside I Won't Feel Tired. Het is een wat desolaat aanvoelende track waarin Jess Ribeiro wat onderkoeld zingt en haar teksten eindeloos repeteert. De Australische muzikante laat zich in eerste instantie alleen begeleiden door sobere pianoakkoorden, waar naarmate de track vordert nog subtiele bijdragen van percussie en blazers aan worden toegevoegd.

De eigenzinnige openingstrack maakte me direct nieuwsgierig naar de rest van het album en die blijkt van een minstens even hoog niveau. Jess Ribeiro maakte haar nieuwe album, haar eerste in vijf jaar tijd, met flink wat muzikanten, maar Summer Of Love is in muzikaal opzicht een subtiel klinkend album.

In veel tracks is een rol weggelegd voor bijzondere percussie en zijn accenten van strijkers of blazers te horen, de rest van de instrumentatie cirkelt hier fraai omheen en laat track na track een opvallend geluid horen. Het is een spannend geluid dat de songs van Jess Ribeiro voorziet van een uniek karakter.

Het is een geluid dat goed past bij de eigenzinnige songs van de Australische muzikante. Het zijn songs die de fantasie uitvoerig prikkelen, maar veel songs op Summer Of Love zijn ook gewoon mooi en aangenaam. Ook de stem van Jess Ribeiro is bijzonder. De Australische muzikante zingt meestal redelijk ingehouden, maar ze voegt ook veel gevoel toe aan haar zang.

Het is een stem die ik in de meeste songs niet direct kan vergelijken met stemmen van andere vrouwelijke muzikanten, al klinkt Jess Ribeiro in het prachtige The Trees And Me opeens als Fiona Apple, wat naar mijn mening het mooiste vergelijkingsmateriaal is dat ik kan bedenken. Ook in muzikaal opzicht doet de muziek van Jess Ribeiro soms wel wat denken aan Fiona Apple, al ontbreekt het zeer karakteristieke pianospel van de Amerikaanse muzikante.

Summer Of Love is een album dat prima past in het hokje rootsmuziek, al is het wel de eigenzinnige Australische variant van het genre en schuift Jess Ribeiro ook wel een enkele keer op richting indierock. De bijzondere openingstrack Maybe If I Wore Sunglasses Inside I Won't Feel Tired maakte me vooral nieuwsgierig naar de muziek van Jess Ribeiro, maar haar nieuwe album is in korte tijd uitgegroeid tot een album dat me zeer dierbaar is.

De Britse kwaliteitskrant The Guardian omschrijft de persoonlijke songs op Summer Of Love als “a balm for anxious times”, maar ik vind het nieuwe album van Jess Ribeiro vooral een album dat in muzikaal en vocaal opzicht een eigen weg durft te kiezen en continu de grenzen opzoekt. Dat levert vaak muziek op die wat lastiger te doorgronden is, maar op een of andere manier dringen de songs van Jess Ribeiro zich bijzonder makkelijk op.

Dat laatste heeft misschien ook te maken met de intimiteit en intensiteit van het album, want zeker wanneer je de volumeknop wat verder open draait lijkt het wel of Jess Ribeiro en al haar medemuzikanten bij je in de kamer staan. Het is puur toeval dat ik toe kwam aan beluistering van Summer Of Love van Jess Ribeiro, maar wat ben ik blij met dit bijzondere album van down under. Erwin Zijleman

Jess Williamson - Cosmic Wink (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jess Williamson - Cosmic Wink - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Jess Williamson leverde de afgelopen jaren al twee platen af, waarvan ik er één zeker in handen heb gehad. Of ik de betreffende plaat ook daadwerkelijk heb beluisterd vraag ik me echter af en als het zo is heeft de singer-songwriter uit Los Angeles destijds geen onuitwisbare indruk gemaakt.

Bij beluistering van haar derde plaat was ik wel direct geboeid en langzaam maar zeker werd duidelijk dat Cosmic Wink van Jess Williamson deze week een plekje tussen de krenten uit de pop verdient.

De Amerikaanse singer-songwriter doet dit met muziek die een brug slaat tussen onder andere Amerikaanse rootsmuziek, psychedelische rockmuziek uit de jaren 60, Westcoast pop uit de jaren 70 en de muziek die in de tweede helft van de jaren 70 in New York werd gemaakt.

Cosmic Wink bevat ontegenzeggelijk invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar klinkt ook heerlijk psychedelisch en heeft bovendien een sfeer die is verbonden met de Amerikaanse Westcoast. Vooral door de zang roept de nieuwe plaat van Jess Williamson bij mij echter ook volop associaties op met de muziek van Patti Smith.

De krachtige en meer bezwerende vocalen op Cosmic Wink roepen herinneringen op aan de begindagen van de New Yorkse punkdichteres en combineren prachtig met de afwisselend zonnige en zweverige klanken. Door het vleugje roots in het geluid van de singer-songwriter uit Los Angeles zal ook de liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek zich niet onmiddellijk afwenden.

Cosmic Wink is een plaat die zich heerlijk zweverig voortbeweegt, maar hoe beter je naar de plaat luistert, hoe indringender de muziek van Jess Williamson wordt. Jess Williamson verruilde vlak voor het opnemen van haar derde plaat haar thuisbasis in Texas voor Los Angeles en de magie en muzikale geschiedenis van California heeft flink wat invloed gehad op haar geluid.

Cosmic Wink neemt je hier en daar mee terug naar de tijd dat in The Golden State de wieg van de Amerikaanse psychedelica stond, maar naarmate ik de plaat vaker hoor, hoor ik ook steeds meer invloeden uit de singer-songwriter muziek zoals die in de jaren 60 en 70 in de canyons rond Los Angeles werd gemaakt of uit de perfecte popmuziek die Fleetwood Mac in de tweede helft van de jaren 70 vanuit Los Angeles maakte.

Hiermee ben ik nog steeds niet klaar met het noemen van namen, want Cosmic Wink heeft ook iets van Mazzy Star in haar meest lome momenten. Het zijn grote namen waartegen Jess Williamson moet opboksen, maar vanwege de verrassende mix van invloeden en een toch ook duidelijk eigen geluid slaagt ze hier wat mij betreft glansrijk in.

Cosmic Wink begon afgelopen vrijdag vrijwel onderop de stapel met nieuwe releases, maar blijkt absoluut één van de smaakmakers deze week. Erwin Zijleman

Jess Williamson - Sorceress (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jess Williamson - Sorceress - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jess Williamson - Sorceress
De Amerikaanse singer-songwriter Jess Williamson bezweert en betovert met een wonderschoon album waarmee je jezelf het liefst maanden op zou sluiten

Jess Williamson maakte twee jaar geleden indruk met het prachtige Cosmic Wink, maar laat op haar nieuwe album horen dat het nog veel beter kan. Sorceress verwerkt nog wat meer invloeden dan zijn voorganger, maar klinkt desondanks meer als een eenheid. In muzikaal opzicht is het smullen met prachtige warme klanken die lak hebben aan genres en tijdperken, maar de zang van Jess Williamson is nog veel mooier. Ook de songs van de singer-songwriter uit Los Angeles hebben sinds Cosmic Wink alleen maar aan kracht gewonnen en tillen het album naar een niveau dat slechts weinigen gegeven is.

Jess Williamson had al twee, slechts in kleine kring opgemerkte, albums op haar naam staan, toen ze precies twee jaar geleden opdook met Cosmic Wink. Het derde album van de singer-songwriter uit Los Angeles haalde uiteindelijk mijn jaarlijstje en wanneer ik dit lijstje nu zou maken zou het album in de allerhoogste regionen van dit lijstje te vinden zijn.

Cosmic Wink werd warm onthaald door liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar kleurde ook nadrukkelijk buiten de lijntjes van het genre. Het album bevatte flarden 60s psychedelische folk en 70s Westcoast pop, herinnerde aan de New Yorkse singer-songwriters uit de tweede helft van de jaren 70, maar bevatte ook zeker invloeden van veel recentere datum, wat vergelijkingsmateriaal opleverde dat varieerde van Judee Sill tot Fleetwood Mac en van Patti Smith tot Mazzy Star.

Het was vergelijkingsmateriaal dat uiteindelijk onzinnig bleek, want Jess Williamson viel op Cosmic Wink vooral op door een bijzonder eigen geluid. Cosmic Wink heeft de lat hoog gelegd voor de opvolger van het album en die opvolger verscheen deze week. Ik heb Sorceress al een aantal weken in huis en toen ik het album voor het eerst beluisterde maakte het een verpletterende indruk. Het is altijd even afwachten hoe dat op de wat langere termijn uitpakt, maar die verpletterende indruk maakt het nieuwe album van Jess Williamson nog steeds.

Sorceress is, net als voorganger Cosmic Wink, een album vol invloeden, maar deze invloeden vloeien nog naadlozer samen in het bijzondere geluid van Jess Williamson. Sorceress bevat alle invloeden die ook op Cosmic Wink aanwezig waren en het zijn invloeden die aan de ene kant meer worden uitgelicht, wat zeker geldt voor de countryinvloeden, maar die aan de andere kant ook meer zijn verweven in het bijzondere totaalgeluid op het album, dat ook flirt met Laurel Canyon singer-songwriter muziek en een snufje soul en new age.

Sorceress is een singer-songwriter album dat los staat van genres en de tijd. Invloeden uit onder andere de country, psychedelica en Westcoast pop zijn op organische wijze aan elkaar gesmeed in songs die je direct bij eerste beluistering dierbaar zijn. Sorceress borduurt absoluut voort op Cosmic Wink, maar zet ook een reuzenstap. Jess Williamson verrast continu met wonderschone songs vol bijzondere wendingen, maar op een of andere manier zijn het ook wendingen die volkomen logisch klinken. Sorceress vermaakt, verwarmt en benevelt, maar het is ook een album dat verrast, verbaast, bezweert en betovert.

Jess Williamson heeft een album gemaakt dat zich genadeloos opdringt en dat alleen maar mooier lijkt te worden. De productie is een waar kunststukje en hetzelfde geldt voor de rijke instrumentatie. Nog veel mooier is de prachtige stem van de singer-songwriter uit Los Angeles, die zelfs het grootste ijskonijn doet smelten en die onmiddellijk de aandacht opeist en vervolgens niet meer los laat.

In deze onzekere tijden is er behoefte aan een album dat er voor zorgt dat je even alles om je heen vergeet en in ieder geval een uurtje in een wereld leeft waarin alles mooi is en gevaren niet bestaan. Sorceress van Jess Williamson is zo’n album en het wordt alleen maar mooier en indrukwekkender. Jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker. Erwin Zijleman

Jess Williamson - Time Ain't Accidental (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jess Williamson - Time Ain’t Accidental - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jess Williamson - Time Ain’t Accidental
Jess Williamson schitterde vorig jaar nog als helft van het duo Plains, maar laat op het wonderschone breakup album Time Ain’t Accidental horen dat ook haar solowerk zeer de moeite waard is

Jesse Williamson timmert inmiddels een kleine tien jaar aan de weg, maar maakte voor het eerst een onuitwisbare indruk met het in 2018 verschenen en psychedelisch getinte Cosmic Wink. Opvolger Sorceress uit 2020 was minstens net zo goed en ook het vorig jaar samen met Katie Crutchfield gemaakte debuutalbum van Plains overtuigde makkelijk. Dat doet Jess Williamson ook weer met Time Ain’t Accidental, dat moet worden gezien als een breakup album. Het is een album dat de grenzen van de Amerikaanse rootsmuziek opzoekt, maar liefhebbers van het genre zeker niet zal teleurstellen, al is het maar vanwege de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante.

De in Dallas, Texas, geboren singer-songwriter Jess Williamson maakte met Native State (2014) en Heart Song (2016) twee bij vlagen opwindende albums, maar steeg tot grote hoogten op het in 2018 verschenen Cosmic Wink, dat behoorde tot de beste Amerikaanse rootsalbums van het betreffende jaar. Cosmic Wink was overigens meer dan een rootsalbum, want Jess Williamson voegde ook wat psychedelica aan haar muziek en droeg haar teksten bovendien voor zoals Patti Smith dat deed in haar meest gedreven dagen.

Op het in 2020 verschenen Sorceress verwerkte de singer-songwriter uit Los Angeles, California, nog veel meer invloeden en maakte ze een album waar ik me destijds, volgens mijn recensie op de krenten uit de pop, maanden mee op wilde sluiten, wat in 2020 overigens bijna vanzelf ging. Vorig jaar dook Jess Williamson samen met Katie Crutchfield, beter bekend als Waxahatchee, op als het duo Plains, wat een verrassend jaarlijstjesalbum (I Walked With You A Ways) opleverde.

Ruim een half jaar later is de Amerikaanse muzikante alweer terug met haar vijfde soloalbum, Time Ain’t Accidental. Het nieuwe album van Jess Williamson werd, net als het albums van Plains, opgenomen in de studio van Brad Cook in Durham. North Carolina. Brad Cook tekende ook voor de productie van het album en haalde een aantal gelouterde muzikanten naar zijn studio, onder wie zijn broer Phil.

Ik heb tot dusver wel wat met de producties van Brad Cook, die zich niet in het Nashville keurslijf laat dwingen en open staat voor andere invloeden. Het verwerken van andere invloeden is Jess Williamson ook niet vreemd en dit doet ze ook weer op Time Ain’t Accidental.

Die andere invloeden zijn soms subtiel als de ritmebox in de openingstrack of de tokkelende piano en invloeden uit de pop in de tweede track, maar soms ook wat duidelijker, bijvoorbeeld wanneer de zang van Jess Williamson soulvoller klinkt en wordt ondersteund door blazers. Ook op Time Ain’t Accidental klinken de songs van Jess Williamson moderner en veelzijdiger dan die van haar collega muzikanten binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar ook het nieuwe album van de muzikante uit Los Angeles is onmiskenbaar een rootsalbum.

Ik had direct bij eerste beluistering een ongelooflijk zwak voor zowel Cosmic Wink als Sorceress en ook Time Ain’t Accidental is een album waar ik onmiddellijk weg van was. Jess Williamson schrijft aantrekkelijke songs en heeft ze prachtig ingekleurd, wat overigens zeker ook de verdienste is van Brad Cook en de andere muzikanten die op het album zijn te horen en een flink arsenaal aan instrumenten de studio in Durham hebben gesleept.

Het sterkste punt van de albums van Jess Williamson is wat mij betreft de zang. Jess Williamson beschikt over een stem die gemaakt is voor Amerikaanse rootsmuziek, maar ze heeft ook een duidelijk eigen geluid. De Amerikaanse muzikante zingt bovendien met heel veel gevoel, waardoor zeker de wat meer ingetogen en melancholische songs op het album flink binnen komen.

Dat het album zo emotioneel klinkt is overigens niet zo gek, want Jess Williamson schreef de meeste tracks na het einde van een lange relatie, die samenviel met de start van de coronapandemie, wat de periode van verlies en eenzaamheid nog wat heftiger maakte. Het levert een intiem en betoverend mooi breakup album op. Erwin Zijleman

Jesse Aycock - Jesse Aycock (2021)

poster
4,5
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jesse Aycock - Jesse Aycock - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De Amerikaanse muzikant Jesse Aycock nam tot dusver genoegen met een plekje op de achtergrond, maar met dit geweldige album verdient hij absoluut een plek in de spotlights

Ik moest heel even wennen aan de bijzondere stem van Jesse Aycock, maar toen dat eenmaal was gelukt was ik verkocht. De Amerikaanse muzikant gaat op zijn titelloze album aan de haal met Beatlesque pop, rock en Amerikaanse rootsmuziek en overtuigt in alle genres. Het album is werkelijk prachtig ingekleurd, waarbij vooral de wat meer ingetogen en psychedelische passages aangenaam bezweren. De muzikant uit Tulsa schrijft ook nog eens geweldige songs , is een fantastisch gitarist en als zijn stem je ook te pakken heeft, blijft dit album maar doorgroeien. Voor mij is Jesse Aycock daarom de grootste ontdekking van de afgelopen week en een serieuze jaarlijstjeskandidaat.

Jesse Malin - New York Before the War (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jesse Malin - New York Before The War - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Jesse Malin leek een jaar of twaalf geleden nog in de voetsporen van Ryan Adams te treden met zijn door diezelfde Ryan Adams geproduceerde solodebuut The Fine Art Of Self Destruction en zou vervolgens uit moeten groeien tot één van de helden c.q. smaakmakers van de alt-country scene.

Het kwam er niet van. De platen die Jesse Malin na zijn debuut heeft uitgebracht wisten niet veel aandacht te trekken, waardoor de Amerikaan inmiddels aardig in de vergetelheid is geraakt.

Het is voor mij lastig te begrijpen, want de platen die Jesse Malin na The Fine Art Of Self Destruction heeft uitgebracht waren van een constant niveau en deden ook zeker niet onder voor het zo warm onthaalde debuut van de Amerikaan.

Het laatste levensteken van Jesse Malin was tot voor kort al weer bijna vijf jaar oud. In het voorjaar van 2010 verscheen immers het samen met zijn band The St. Marks Social gemaakte Love It To Life. Het bleek een geïnspireerd klinkende plaat van een oerdegelijk niveau. Geen plaat waarvoor je de handen van de critici op elkaar krijgt, maar wel een plaat die wat mij betreft het talent van Jesse Malin onderstreepte.

Sinds de zomer van 2010 was het voornamelijk stil rond Jesse Malin, maar deze maand dook de muzikant uit de New Yorkse wijk Queens toch weer op met een nieuwe plaat. Heel veel veranderd is er niet. Ook New York Before The War sluit weer naadloos aan op de vorige soloplaten van Jesse Malin en balanceert op het snijvlak van singer-songwriter muziek en spierballenrock.

De muziek van Jesse Malin is hierdoor in het verleden al vaak vergeleken met die van Bruce Springsteen, maar dat vind ik te makkelijk, al is het maar omdat ik de vergelijking met Springsteen in de meeste tracks niet herken.

Direct in de openingstrack van New York Before The War maakt Jesse Malin indruk met een fraai ingetogen piano ballad en fraaie vrouwenvocalen. Het is zo’n track waarvan je er vervolgens nog 12 zou willen horen, maar Jesse Malin blijft een onrustig man en gaat bij voorkeur met een keur aan invloeden aan de haal.

Bij het verwerken van al deze invloeden wordt de Amerikaan gesteund door een flinke waslijst met gastmuzikanten, onder wie grote namen als Wayne Kramer (MC5) en Peter Buck (R.E.M.).

Het levert een plaat op die schakelt tussen aan de ene kant The Ramones en The New York Dolls en aan de andere kant Tom Petty, Ryan Adams, The Rolling Stones en, vooruit, Bruce Springsteen. Maar ook voor een vleugje postpunk of art-rock draait de Amerikaan zijn hand niet om.

Het is misschien niet heel origineel wat Jesse Malin doet en ook in tekstueel opzicht maakt de New Yorker zeker geen onuitwisbare indruk, maar wat klinkt New York Before The War lekker. Jesse Malin strooit ook op zijn nieuwe plaat weer met songs die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen. Het zijn songs met vooral heerlijke refreinen, aanstekelijke melodieën, lekker vol en afwisselend gitaarwerk en gloedvolle vocalen, maar ook als Jesse Malin gas terug neemt overtuigt hij makkelijk.

Het is uiteindelijk maar net hoe je de nieuwe plaat van Jesse Malin beoordeelt. Een ieder die op zoek gaat naar vernieuwing of diepe emotie vindt het waarschijnlijk niets bijzonders, maar ga je op zoek naar een plaat vol met knap gemaakte en meer dan eens behoorlijk onweerstaanbare Amerikaanse rocksongs, dan valt deze nieuwe van Jesse Malin echt niet tegen. Ik vind het wederom een prima plaat. Niks meer en niks minder. Is het dan ook een krent uit de pop? Ik vind van wel. Erwin Zijleman

Jesse Malin - Sad and Beautiful World (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jesse Malin - Sad And Beautiful World - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jesse Malin - Sad And Beautiful World
Jesse Malin consolideert de goede vorm van zijn vorige album op het uitstekende Sad And Beautiful World, dat zowel de roots- als de rock kant van de Amerikaanse muzikant laat horen

Het is alweer bijna twintig jaar geleden dat Jesse Malin opdook met het door Ryan Adams geproduceerde The Fine Art Of Self Destruction. De muzikant uit New York had er destijds al een heel muzikaal leven op zitten, maar maakte indruk met zijn solodebuut. Sindsdien maakte hij wel eens een wat minder album, maar de meeste albums van Jesse Malin zijn uitstekend en verdienen absoluut meer lof dan ze gekregen hebben. Na het geweldige Sunset Kids uit 2019 is ook het deze week verschenen Sad And Beautiful Day weer een uitstekend album. Op de eerste schijf horen we de rootsmuzikant Jesse Malin, op de tweede schijf de rockmuzikant en het is twee keer heel goed.

Jesse Malin was aan het begin van de jaren 90 de voorman van de Amerikaanse band D Generation. De band had de sympathie van de critici, die de band meer dan eens een grote toekomst voorspelden, maar toen commercieel succes uitbleef, was het snel gedaan met D Generation.

Aan het begin van het huidige millennium werd Jesse Malin opgepikt door Ryan Adams, die net was begonnen aan zijn solocarrière na het achter zich laten van zijn band Whiskeytown. Ryan Adams produceerde The Fine Art Of Self Destruction, het in 2002 verschenen solodebuut van Jesse Malin, dat terecht kon rekenen op zeer positieve recensies.

Het debuut van de muzikant uit New York werd gevolgd door een aantal uitstekende albums, maar het succes van Jesse Malin bleef helaas bescheiden. Op het in 2015 verschenen Outsiders leek het beste er af bij Jesse Malin, maar in 2019 keerde hij verrassend sterk terug met het door niemand minder dan Lucinda Williams geproduceerde Sunset Kids, dat niet onder deed voor zijn glorieuze debuutalbum.

Door Sunset Kids begon ik met torenhoge verwachtingen aan het deze week verschenen Sad And Beautiful World, maar Jesse Malin heeft me desondanks zeker niet teleurgesteld. Jesse Malin deed ook dit keer een beroep op Lucinda Williams, die nog herstellende is van een beroerte, maar waar ze twee jaar geleden het hele album produceerde, beperkt ze zich dit keer tot twee tracks en wat vocalen.

Met bevriende muzikanten Derek Cruz en Geoff Sanoff heeft Jesse Malin dit keer twee wat minder bekende producers ingeschakeld en ook tussen de waslijst aan muzikanten die zijn te horen op het album ontbreken, naast Lucinda Williams en Ryan Adams, de echt grote namen. Het heeft geen consequenties gehad voor de kwaliteit van het album, want Sad And Beautiful World klinkt zowel in muzikaal als in productioneel opzicht prachtig.

Het is een album dat maar liefst 15 songs en bijna 55 minuten muziek bevat en dat bestaat uit twee delen. Het eerste deel, Roots Rock, ligt in het verlengde van het vorige album en laat de rootsmuzikant Jesse Malin horen. Het is een genre waarin de muzikant uit New York uitstekend uit de voeten kan. Het eerste deel van het album is voorzien van een smaakvol rootsgeluid, waarin de stem van Jesse Malin uitstekend tot zijn recht komt.

Roots Rock laat de kant van Jesse Malin horen, die ik graag hoor, maar ook wanneer de Amerikaanse muzikant op het tweede deel van het album kiest voor een meer rock georiënteerd geluid ligt het niveau hoog.

Dit tweede deel, Radicals, keert zich zeker niet volledig af van de rootsmuziek, maar laat zich ook flink beïnvloeden door de rockmuziek en new wave zoals die in de tweede helft van de jaren 70 werd gemaakt in New York en bevat bovendien een vleugje van Bruce Springsteen en The E-Street Band. Het klinkt allemaal net wat minder oorspronkelijk en doorleefd dan het eerste deel van het album, maar ook Radicals bevat een aantal geweldige songs.

Jesse Malin is een muzikant die in zijn muzikale leven, dat inmiddels zo’n 40 jaar beslaat, al vaak is afgeschreven, maar steeds weer keert hij op indrukwekkende wijze terug. Hij deed het twee jaar geleden met het prachtige Sunset Kids en consolideert de uitstekende vorm op het wederom heel erg goede Sad And Beautiful Word. Erwin Zijleman

Jesse Malin - Sunset Kids (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jesse Malin - Sunset Kids - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jesse Malin - Sunset Kids
Het beste was er bij Jesse Malin wel wat af op zijn laatste albums, maar met Sunset Kids keert de Amerikaanse muzikant op bijzonder overtuigende wijze terug

Jesse Malin debuteerde ruim 15 jaar geleden aan de hand van Ryan Adams op grootse wijze, maar ondanks een aantal prima albums verdween hij net zo snel uit beeld als hij gekomen was. De laatste wapenfeiten van de Amerikaanse muzikant waren tot voor kort vier jaar oud en minder aansprekend, maar met Sunset Kids laat de muzikant uit New York horen dat hij het nog steeds kan. Samen met producer Lucinda Williams (!) heeft Jesse Malin een uitstekend rootsalbum gemaakt. Het is een album waarop de Amerikaanse muzikant laat horen dat hij kan rocken, maar ook uit de voeten kan met tijdloze countryrock. Het levert een album op dat niet onder doet voor zijn beste albums.

Jesse Malin was al zo’n twintig jaar actief als muzikant toen hij ruim vijftien jaar geleden opdook in het kielzog van Ryan Adams. Jesse Malin had goede tijden gekend met de punkband D Generation, voor veel punkmuzikanten een cultband, maar was aan lager wal geraakt.

De op dat moment zeer populaire en meer dan eens als wonderkind bestempelde Ryan Adams produceerde het officiële solodebuut van de Amerikaanse muzikant en gaf diens carrière binnen de rootsmuziek onmiddellijk een flinke zet in de rug.

Met het in 2003 verschenen The Fine Art Of Self Destruction stak Jesse Malin zijn producer en voorbeeld direct naar de kroon. De mix van roots, rock en een zeer aansprekende stem werden warm onthaald door liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en Jesse Malin leek na jarenlang ploeteren klaar voor een glorieuze carrière.

Het liep om onduidelijke redenen anders. Jesse Malin bleef met The Heat (2004), Glitter In The Gutter (2007) en On Your Sleeve (2008) uitstekende platen maken en leverde met Love It To Life in 2010 ook nog een prima live-album af. Vervolgens was het vijf jaar stil rond de Amerikaan, tot hij in 2015 opeens twee albums afleverde. De albums kregen weinig aandacht en het heilige vuur leek bij Jesse Malin ook wel wat gedoofd, al beviel New York Before The War me persoonlijk uitstekend.

Na een stilte van vier jaar keert de muzikant uit New York nu, geholpen door een aantal bevriende muzikanten, terug met een nieuw album. Sunset Kids werd geproduceerd door niemand minder dan Lucinda Williams en het album kent bovendien gastbijdragen van Joseph Arthur en Green Day’s Billie Jo Amstrong, die als tiener een groot fan was van Jesse Malin’s band D Generation.

Het levert een geïnspireerd klinkend rootsalbum op. Jesse Malin heeft altijd op moeten boksen tegen de vergelijking met Ryan Adams, maar nu het voormalige wonderkind van de Amerikaanse rootsmuziek stevig onder vuur ligt, zijn er kansen voor Jesse Malin. Op Sunset Kids borduurt de New Yorkse muzikant voort op zijn vorige albums, maar legt hij net wat andere accenten. Het nieuwe album mengt op aanstekelijke wijze roots en rock en doet net zo makkelijk aan de muziek van Ryan Adams als aan die van Tom Petty of zelfs die van de Rolling Stones denken (in de stevigere tracks op het album).

Producer Lucinda Williams heeft Sunset Kids voorzien van een tijdloos rootsrock geluid en is er in geslaagd om het beste in Jesse Malin naar boven te halen. De Amerikaanse muzikant maakt nog altijd indruk met zijn even aangename als bijzondere stemgeluid, maar heeft ook een serie geweldige songs afgeleverd. Het zijn songs die binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed spectrum belichten en variëren van stevig en rauw tot ingetogen en gloedvol. De instrumentatie op Sunset Kids is fraai en trefzeker en versterkt het tijdloze karakter van het album, zeker wanneer de Amerikaanse muzikant zijn liefde voor de 70’s countryrock uit.

Jesse Malin klonk een paar jaar geleden wat uitgeblust, maar klinkt op Sunset Kids net zo gedreven als in zijn eerste jaren binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Van Ryan Adams moeten we momenteel niet al te veel verwachten, maar zijn voormalige kroonprins levert na een aantal jaren stilte weer eens een prima album af, met een drietal duetten met Lucinda Williams als kers op de taart. Erwin Zijleman

Jesse Malin - The Fine Art of Self Destruction (2002)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jesse Malin - The Fine Art Of Self Destruction (2003) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jesse Malin - The Fine Art Of Self Destruction (2003)
Jesse Malin maakte de afgelopen twee decennia een aardig stapeltje prima albums, maar zijn inmiddels precies twintig jaar oude debuutalbum The Fine Art Of Self Destruction is me nog altijd het meest dierbaar

Jesse Malin speelde in de jaren 90 in de New Yorkse rockband D Generation, maar brak pas echt door toen Ryan Adams zich over hem ontfermde en zijn debuutalbum The Fine Art Of Self Destruction produceerde. Op zijn solodebuut schoof Jesse Malin wat op richting de Amerikaanse rootsmuziek die Ryan Adams maakte, al kon hij ook nog stevig rocken. De New Yorkse muzikant maakte absoluut indruk als zanger, maar ook in muzikaal opzicht staat The Fine Art Of Self Destruction als een huis en dat geldt ook voor sterke de songs op het album. Jesse Malin heeft inmiddels een mooi rijtje albums gemaakt, maar het eerste album uit 2003 blijft toch een hele speciale.

Net iets meer dan twintig jaar geleden verscheen The Fine Art Of Self Destruction van de Amerikaanse muzikant Jesse Malin. Het was het solodebuut van de New Yorkse muzikant, die eerder deel uit maakte van de glamrock band D Generation, die gedurende de jaren 90 een handvol albums maakte. Op The Fine Art Of Self Destruction sloeg Jesse Malin nieuwe wegen in en met succes.

The Fine Art Of Self Destruction werd geprezen door de critici en warm onthaald door een grote groep muziekliefhebbers. Het succes van het debuutalbum van Jesse Malin werd zeker niet veroorzaakt door de bekendheid van zijn vorige band, maar had alles te maken met de man die het album produceerde.

Ryan Adams had gedurende de jaren 90 aan de weg getimmerd met zijn band Whiskeytown, maar had in 2000 met Heartbreaker een zeer memorabel debuutalbum afgeleverd en begon vervolgens met het aan de lopende band maken van albums, waarvan er in 2003 inmiddels drie waren verschenen. In 2003 werd Ryan Adams vooral een wonderkind genoemd, die alles dat hij aanraakte veranderde in goud.

Dat lukte hem ook met het debuutalbum van Jesse Malin, dat eigenlijk een stuk beter was dan het album dat Ryan Adams zelf in het betreffende jaar maakte (Rock ’n Roll). Op The Fine Art Of Self Destruction verruilde Jesse Malin de glamrock van D Generation voor een mix van alt-country, rootsrock en indierock. Het debuutalbum van de New Yorkse muzikant was absoluut fraai geproduceerd door Ryan Adams, maar bij beluistering van The Fine Art Of Self Destuction was ik vooral onder de indruk van de stem van Jessie Malin.

Het debuutalbum van de Amerikaanse muzikant bevat vooral lekker in het gehoor liggende rocksongs en songs die meer in het hokje alt-country passen en het zijn stuk voor stuk songs die opvallen door zeer gepassioneerde vocalen. Het zijn vocalen die af en toe niet eens zo ver verwijderd waren van die van zijn mentor Jesse Malin, maar ik vind Jesse Malin eerlijk gezegd de betere zanger van de twee.

The Fine Art Of Self Destruction was de start van een in artistiek opzicht mooie carrière. Jesse Malin levert tot de dag van vandaag albums af en heeft er inmiddels bijna tien op zijn naam staan. Het zijn allemaal albums waarop de Amerikaanse muzikant uit de voeten kan met rootsmuziek en rockmuziek en het zijn albums van een hoog en verrassend constant niveau.

Jesse Malin is nooit zo bekend geworden als Ryan Adams in zijn hoogtijdagen, maar zijn oeuvre is wat mij betreft even imposant. Jesse Malin mist misschien een uitschieter als Heartbreaker, maar aan de andere kant zakt hij, in tegenstelling tot Ryan Adams, nooit onder de ondergrens. Binnen het oeuvre van Jesse Malin heb ik een aantal favorieten, maar als ik één Jesse Malin album moet kiezen, kies ik voor The Fine Art Of Self Destruction.

Van het debuutalbum van Jesse Malin verscheen onlangs een 20th Anniversary Edition met veel bonusmateriaal. Het was een goede reden om weer eens naar het alweer twintig jaar oude album van Jesse Malin te luisteren en de hernieuwde kennismaking is me uitstekend bevallen. Het is een album waarop de invloed van Ryan Adams duidelijk hoorbaar is, maar je hoort ook direct dat Jesse Malin zijn plekje in de spotlights absoluut verdient. Erwin Zijleman

Jesse Marchant - Antelope Running (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jesse Marchant - Antilope Running - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jesse Marchant - Antilope Running
De Canadese singer-songwriter Jesse Marchant maakte op mij nog geen onuitwisbare indruk, maar Antelope Running is een prachtig album vol sfeervolle song en uitstekende zang

Laat Antelope Running van Jesse Marchant uit de speakers komen en je hoort in eerste instantie een tijdloos singer-songwriter album dat ook een aantal decennia oud kan zijn. De Canadese muzikant blijkt echter van vele markten thuis en kan ook uit de voeten met broeierige klanken en jazzy accenten. En zo klinkt het vijfde album van Jesse Marchant steeds weer wat anders, met een fraaie instrumentatie, uitstekende zang en sterke songs als constanten. Jesse Marchant beschikt over een karakteristieke stem, maar het is ook een hele mooie stem, die het album voorziet van overtuigingskracht. Ik was direct om, maar dit album wordt alleen maar mooier.

Antelope Running is al het vijfde album van de Canadese muzikant Jesse Marchant. Van de vorige vier heb ik er volgens mij een of twee beluisterd, maar ze zijn me eerlijk gezegd niet bij gebleven. Het is allemaal anders met Antelope Running, dat me direct bij eerste beluistering zeer goed beviel en dat inmiddels een trouwe gast is hier in huis.

Jesse Marchant maakt op zijn nieuwe album vooral tijdloze singer-songwriter muziek. Het is muziek die net zo goed uit het heden kan komen als een paar decennia oud kan zijn, maar de tegenwoordig vanuit New York opererende Canadese muzikant heeft ook een duidelijk eigen geluid, dat niet direct associaties oproept met alles dat er al is in het genre.

Dat eigen geluid dankt Jesse Marchant in eerste instantie aan zijn bijzondere stem. Het is vaak een wat hoge stem, maar de zang op Antelope Running is behoorlijk gevarieerd. De Canadese muzikant heeft niet alleen een bijzondere stem, maar is ook een getalenteerd zanger, die er steeds weer in slaagt om zijn songs op te tillen met prima vocalen en een gevoelige voordracht.

Met de zang zit het wel goed op Antelope Running, maar ook in muzikaal en productioneel opzicht is het nieuwe album van Jesse Marchant een interessant album. Antelope Running is voorzien van een mooi warm geluid, waarin flink wat instrumenten een plek hebben gevonden. Het is een vol geluid dat prachtig past bij de uitstekende stem van Jesse Marchant en het is bovendien een geluid waarmee Antelope Running zich weet te onderscheiden van andere albums in het genre.

Welk genre dat is, is niet eens zo heel makkelijk te zeggen. Jesse Marchant sluit met zijn vierde album nadrukkelijk aan bij de tijdloze singer-songwriter muziek die we sinds de jaren 70 kennen, maar ik hoor ook wel wat invloeden uit de Britse folk in zijn muziek, terwijl ook de Amerikaanse rootsmuziek zijn invloed heeft gehad op de songs op het album. Jesse Marchant heeft al deze invloeden op knappe wijze aan elkaar gesmeed, waardoor ik niet direct relevant vergelijkingsmateriaal paraat heb.

Vergelijkingsmateriaal zou ook niet lang relevant blijven, want Antelope Running verschiet makkelijk van kleur. Zeker wanneer prachtige en zeer sfeervolle blazers worden toegevoegd aan de muziek van Jesse Marchant of wanneer het volle geluid plaats maakt voor zeer subtiele klanken, heeft Antelope Running opeens een ingetogen en wat broeierige sfeer met hier en daar een vleugje jazz.

De ingetogen songs zijn voor mij de hoogtepunten op het album, maar Jesse Marchant doet op zijn nieuwe album niets fout en weet je steeds weer op net wat andere wijze te betoveren. Het in de New Yorkse Catskill Mountains opgenomen album straalt rust en ruimte uit, maar Antelope Running is op hetzelfde moment een album dat zich genadeloos opdringt en dat vervolgens alleen maar mooier en indrukwekkender wordt door de prachtige zang en de vele wonderschone accenten in de instrumentatie op het album.

Ik heb natuurlijk ook direct geluisterd naar de vorige albums van de Canadese muzikant, maar Antelope Running springt er voor mij toch wel wat uit, al is het maar vanwege de werkelijk prachtige klanken en de bijzondere sfeer. Het is nog niet alles, want Jesse Marchant schrijft ook nog eens geweldige songs. Het nieuwe album van Jesse Marchant verscheen vorige week in een week met enorm veel releases, maar dit album is echt veel te mooi om te laten liggen. Erwin Zijleman

Jesse Sykes & the Sweet Hereafter - Forever, I've Been Being Born (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jesse Sykes & The Sweet Hereafter - Forever, I've Been Being Born - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Jesse Sykes & The Sweet Hereafter - Forever, I've Been Being Born
Jesse Sykes nam de tijd voor de opvolger van haar inmiddels al weer 14 jaar oude vorige album, maar Forever, I've Been Being Born is een mooi album geworden met bijzondere muziek en de fraai doorleefde stem van de Amerikaanse muzikante

Bij de naam Jesse Sykes denk ik direct aan Reckless Burning, het album dat ze in 2002 maakte met haar band The Sweet Hereafter. Het is een van mijn favoriete rootsalbums aller tijden en het is een album dat deze week niet wordt overtroffen door Forever, I've Been Being Born. Ook het vijfde album van de Amerikaanse muzikante, die wederom wordt bijgestaan door gitarist Phil Wandscher, is echter wel een bijzonder mooi album. Het is een album met wat psychedelisch klinkende folk met af en toe ruwe uitbarstingen en werkelijk fantastische gitaarspel. De stem van Jesse Sykes klinkt inmiddels een stuk ruwer en doorleefder, maar is nog altijd prachtig.

De Amerikaanse muzikante Jesse Sykes speelde aan het eind van de jaren 90 in de band Hominy, maar verliet deze band toen haar relatie met de oprichter van de band op de klippen liep. Ze kwam niet veel later gitarist Phil Wandscher tegen, die het einde van zijn band Whiskeytown zag aankomen.

De twee begonnen samen aan het project Jesse Sykes & The Sweet Hereafter, dat in 2002 debuteerde met het album Reckless Burning. Het is wat mij betreft een van de mooiste rootsalbums aller tijden. Het is een album met een wat donkere en mysterieuze sfeer, maar het is ook een album vol prachtige klanken met daar bovenop nog eens de geweldige stem van Jesse Sykes, die direct vanaf de eerste noten diep onder de huid kruipt.

Reckless Burning werd in 2004 gevolgd door Oh, My Girl en in 2007 door Like Love Lust & The Open Halls Of The Soul. Het zijn albums die niet veel onder doen voor Reckless Burning, maar er kan maar één album het beste zijn en dat is wat mij betreft het debuutalbum van Jesse Sykes & The Sweet Hereafter. Na 2007 werd het een tijdje stil rond de Amerikaanse muzikante en haar band, maar in 2011 verscheen het album Marble Son.

Het is een album dat ik pas deze week heb ontdekt en het is een wat ander album dan zijn drie voorgangers met een wat steviger en psychedelischer geluid. Ik vind Marble Son wat minder dan de eerste drie albums van Jesse Sykes & The Sweet Hereafter, maar het album had destijds zeker niet misstaan op de krenten uit de pop.

Na een stilte van maar liefst veertien jaar keren Jesse Sykes en haar band deze week terug met een vijfde album. Forever, I've Been Being Born keert in muzikaal opzicht terug naar het meer ingetogen en roots georiënteerde geluid van de eerste drie albums, maar er is in ruim twintig jaar wel het een en ander veranderd. De stem van Jesse Sykes klinkt wat minder krachtig dan op haar debuutalbum, maar de slijtage van de stembanden zorgt wel voor meer doorleving in haar stem.

Ook Forever, I've Been Being Born heeft zowel de naam van Jesse Sykes als The Sweet Hereafter op de cover staan, maar Phil Wandscher tekent voor de meeste instrumenten die zijn te horen. Het album opent met muziek en vocalen die herinneren aan de folk uit de jaren 60, totdat op de achtergrond zijn gitaar laat ronken en dat is niet de enige keer dat het gitaarspel in positieve zin opvalt.

Het nieuwe album van Jesse Sykes klinkt net als op het vorige album wat psychedelischer dan haar eerste albums en lijkt af en toe zo weggelopen uit de jaren 60 of 70, zeker wanneer flink wat strijkers worden ingezet. Bij eerste beluistering van Forever, I've Been Being Born vond ik vooral het gitaarwerk van Phil Wandscher geweldig en moest ik wat wennen aan de stem van Jesse Sykes, maar na een paar keer horen wist de Amerikaanse zangeres me toch weer te raken met haar stem, die hier en daar gezelschap krijgt van de bijzondere stem van Marissa Nadler.

Forever, I've Been Being Born is een stemmig en bij vlagen bijna weemoedig klinkend album, dat misschien niet de mokerslag uitdeelt die Reckless Burning 23 jaar geleden uitdeelde, maar het is absoluut een mooi en bijzonder album. Het is bovendien een album dat indrukwekkender wordt wanneer je oor hebt voor alle bijzondere details die zijn verstopt in de muziek op het album en al het gevoel in de zang. Erwin Zijleman

Jessica Boudreaux - The Faster I Run (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jessica Boudreaux - The Faster I Run - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jessica Boudreaux - The Faster I Run
Voormalig Summer Cannibals frontvrouw Jessica Boudreaux liet een heleboel persoonlijke ellende achter zich en maakt makkelijk indruk met haar vooral door 90s indierock beïnvloede solodebuut The Faster I Run

Er zijn in de eerste helft van 2024 nogal wat vrouwelijke indierock albums verschenen. Zelfs zoveel dat verzadiging dreigt, maar het debuutalbum van Jessica Boudreaux is te goed om te laten liggen. De Amerikaanse muzikante heeft er met haar band Summer Cannibals al een muzikaal leven op zitten en ook de nodige persoonlijke misère is haar niet bespaard gebleven. Het heeft allemaal bijgedragen aan de songs op The Faster I Run dat makkelijk indruk maakt met een aantal aansprekende songs. Het zijn deels lekker gruizige indierock songs, maar Jessica Boudreaux kan ook uit de voeten met radiovriendelijke pop met een 90s twist. De Summer Cannibals kregen nooit echt een voet aan de grond, maar The Faster I Run verdient absoluut een beter lot.

De Amerikaanse muzikante Jessica Boudreaux voerde in het verleden de band Summer Cannibals aan. De band uit Portland, Oregon, maakte een viertal best aardige albums met een mix van indierock en een vleugje Riot grrrl, maar geen van de albums maakte op mij een onuitwisbare indruk, al scoorde Summer Cannibals wat mij betreft wel altijd een voldoende met haar muziek.

Jessica Boudreaux heeft inmiddels een gewelddadige relatie, een gevecht met borstkanker en de Summer Cannibals achter zich gelaten en debuteert deze week met haar eerste soloalbum The Faster I Run. In muzikaal opzicht is Jessica Boudreaux wat opgeschoven richting indierock, maar vergeleken met de albums van Summer Cannibals heeft ze vooral stappen gemaakt als songwriter.

De songs van haar band bleven bij mij niet lang hangen, maar mede door flink wat emotionele lading vind ik de songs op het eerste soloalbum van Jessica Boudreaux een stuk aansprekender. Het zijn songs die door het veelvuldig gebruik van het vaste stramien van de 90s indierock direct bekend in de oren klinken, maar de Amerikaanse muzikante heeft door de nare gebeurtenissen in haar leven ook zeker wat te melden en blijft gelukkig niet volledig binnen de gebaande paden van het genre.

Voor haar eerste soloalbum hield Jessica Boudreaux alle touwtjes zelf in handen. Ze schreef de songs voor haar nieuwe album, tekende voor de vocalen en de muziek, nam The Faster I Run vervolgens zelf op en nam ook nog eens de productie voor haar rekening. Dat heeft ze knap gedaan, want The Faster I Run is een mooi en gevarieerd klinkend album.

In een aantal songs kiest de muzikante uit Portland voor lekker ruwe indierock, maar ze is ook niet vies voor invloeden uit de pop. Het doet me af en toe wel wat denken aan Liz Phair in haar meest geïnspireerde dagen en dat is vergelijkingsmateriaal waarop Jessica Boudreaux trots mag zijn.

Waar de aangename songs van Summer Cannibals bij mij het ene oor in en het andere oor weer uit gingen, vind ik de songs op The Faster I Run niet alleen aansprekend maar ook interessant. Het zijn songs die lekker in het gehoor liggen en die zoals gezegd direct bekend in de oren klinken, maar het zijn ook songs die je steeds weer weten te verrassen. Jessica Boudreaux heeft de inspiratie vooral gevonden in de 90s indierock, maar incidenteel duiken ook invloeden uit omliggende genres en omliggende decennia op.

Liefhebbers van indierock met een vrouwelijk boegbeeld hebben momenteel genoeg te kiezen, maar ik vind het eerste soloalbum van Jessica Boudreaux zeker onderscheidend. Enerzijds door de muzikale variëteit op het album, maar anderzijds ook zeker door het niveau van de muziek en de zang en de kwaliteit van de songs op The Faster I Run.

Dat hoor je er misschien niet direct aan af, want ik vond het solodebuut van Jessica Boudreaux bij eerste beluistering lekker klinken, maar nog niet direct bijzonder. Lekker werd al snel erg lekker en langzaam maar zeker hoorde ik veel meer moois en interessants op het album, dat me soms aan van alles en nog wat doet denken, maar minstens net zo vaak flink anders klinkt dan de meeste andere albums in het genre.

De muzikante uit Portland beschikt ook nog eens over een karakteristiek stemgeluid, dat nog wat extra onderscheidend vermogen toevoegt aan het uitstekende The Faster I Run. Of het album veel aandacht gaat trekken in de wat slappe zomerperiode is maar de vraag, maar het zou zeker verdiend zijn. Erwin Zijleman

Jessica Lea Mayfield - Make My Head Sing . . . (2014)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jessica Lea Mayfield - Make My Head Sing... - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Make My Head Sing... is al weer de derde plaat van de uit Kent, Ohio, afkomstige Amerikaanse singer-songwriter Jessica Lea Mayfield.

Een piepjonge Jessica Lea Mayfield dook al weer zes jaar geleden op als achtergrondzangeres op Attack & Release van The Black Keys en maakte zoveel indruk dat Black Key Dan Auerbach zich over haar ontfermde.

Dat leverde later in 2008 het geweldige Blasphemy So Heartfelt op. De plaat kreeg dankzij de link met The Black Keys (Dan Auerbach produceerde de plaat uiteraard) flink wat aandacht en groeide wat mij betreft uit tot een van de memorabele debuten van het jaar (al kwam ik daar pas aan het begin van 2009 achter).

Het redelijk ingetogen en behoorlijk sombere Blasphemy So Heartfelt werd in 2011 gevolgd door het nog veel donkerdere Tell Me. De wederom door Dan Auerbach geproduceerde plaat was nog donkerder en indringender dan zijn voorganger en liet bovendien uitstapjes buiten de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek horen. Tell Me was misschien nog wel beter dan Blasphemy So Heartfelt en zette Jessica Lea Mayfield definitief op de kaart als een van de betere en meer eigenzinnige Amerikaanse singer-songwriters.

Ruim drie jaar na Tell Me ligt er gelukkig weer een nieuwe plaat van Jessica Lea Mayfield in de winkel. Jessica Mayfield heeft zich inmiddels losgeweekt van haar leermeester Dan Auerbach en neemt op Make My Head Sing..., samen met haar man Jesse Newport, de touwtjes zelf in handen.

Dat levert direct in de eerste noten van de openingstrack een verrassend geluid op. Zwaar overstuurde gitaren worden gecombineerd met loodzware drums, waarna Jessica Mayfield met haar heldere vocalen klinkt als Mazzy Star’s Hope Sandoval in haar beste dagen.

Make My Head Sing... is niet over de hele linie zo stevig als de openingstrack, maar blijft heel ver verwijderd van de rootsmuziek van het debuut van Jessica Lea Mayfield. Make My Head Sing... laat zich vooral beïnvloeden door 80s postpunk, 90s dreampop en shoegaze en 90s grunge. De plaat biedt dus alle ruimte aan overstuurde gitaren, dromerige gitaarloopjes, diepe bassen en loodzware drums.

Het is aan de ene kant jammer dat Jessica Lea Mayfield op haar nieuwe plaat de Amerikaanse rootsmuziek totaal is vergeten, maar aan de andere kant past haar nieuwe geluid uitstekend bij haar heldere en wat onderkoelde vocalen. Make My Head Sing... herinnert zoals gezegd aan Mazzy Star, maar minstens net zoveel aan Nirvana, Dinosaur Jr., The Cure (!), opvallend genoeg The Black Keys en zeker ook Lush.

Jessica Lea Mayfield en haar echtgenoot kiezen op Make My Head Sing... voor de heilige drie-eenheid van de rock en roll (gitaar, bas en drums), maar combineren deze voor de afwisseling eens met heldere, weemoedige en licht dromerige vrouwenvocalen. Het levert muziek op waar ik van hou (de hierboven genoemde bands schaar ik niet voor niets onder mijn favorieten), maar het levert ook muziek op die iets toevoegt aan alle muziek die er al is en die zich binnen de huidige revival van 80s en 90s muziek moeiteloos staande weet te houden.

Van mij mag Jessica Lea Mayfield de volgende keer best weer kiezen voor country tranentrekkers, want ook dat kan ze als geen ander, maar met meer van hetzelfde zou ik ook tevreden zijn. Jessica Lea Mayfield kennende kiest ze over drie jaar echter weer voor een heel ander geluid. Tot die tijd kan ik prima uit de voeten met deze verrassend sterke plaat en zijn al even goede twee voorgangers. Groot talent deze Jessica Lea Mayfield. Erwin Zijleman

Jessica Lea Mayfield - Sorry Is Gone (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jessica Lea Mayfield - Sorry Is Gone - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Jessica Lea Mayfield kan op haar tot dusver verschenen platen niet goed kiezen tussen Amerikaanse rootsmuziek en meer rock georiënteerde muziek. Van mij hoeft ze overigens niet te kiezen, want ik heb alle platen die de jonge singer-songwriter uit Kent, Ohio, tot dusver heeft afgeleverd hoog zitten.

Sorry Is Gone volgt op de liefdesbreuk met collega muzikant Jesse Newport, die nog zo’n belangrijke rol speelde op het in 2014 verschenen Make My Head Swing.

De nieuwe plaat van Jessica Lea Mayfield mag daarom zeker een breakup-plaat worden genoemd, maar waar de nare periode vol geweld die achter haar ligt in de expliciete teksten nog wel met enige regelmaat opduikt, straalt Sorry Is Gone in muzikaal opzicht vooral kracht uit.

Net als op haar eerste twee platen kiest Jessica Lea Mayfield voor een producer van naam en faam. De keuze viel dit keer niet op Dan Auerbach, die haar eerste twee platen produceerde, maar op de onder andere van Sonic Youth, The Hold Steady, Buffalo Tom en Waxahatchee bekende John Agnello. Aan de hand van John Agnello kiest Jessica Lea Mayfield weer nadrukkelijk voor de rock, maar het is zeker geen 13 in een dozijn rockplaat geworden.

De plaat opent met een redelijk rechttoe rechtaan rocksong vol dynamiek, maar vervolgens kiest Jessica Lea Mayfield gelukkig weer snel voor de diepgang en de bezwering die we van haar gewend zijn. Dit gaat overigens niet ten koste van de toegankelijkheid van de songs, want de meeste songs op Sorry Is Gone liggen lekker in het gehoor en blijven al even lekker hangen.

Het zijn songs waarmee Jessica Lea Mayfield zich minder makkelijk kan onderscheiden van de concurrentie, maar de muzikante uit Ohio heeft een aantal sterke wapens achter de hand. Het sterkste wapen is nog steeds haar stem, die alle kanten op kan en alle songs op Sorry Is Gone dat beetje extra geeft dat nodig is om op te vallen.

Dat doet de nieuwe plaat van Jessica Lea Mayfield ook met de productie en instrumentatie. John Agnello is de meester van de dynamiek, terwijl de muzikanten op de plaat de stem van Jessica Lea Mayfield omgeven met een solide basis, maar ook met een geluid waarin ruimte is voor avontuur. Dat avontuur komt vooral van de gitaristen op de plaat, die prachtig melodieus kunnen spelen, kunnen verrassen met ingenieuze gitaarloopjes, maar ook het stevige en gruizige werk niet schuwen.

Sorry Is Gone is zoals gezegd een rockplaat, maar het is een rockplaat die alle kanten op schiet. Een aantal songs is rechttoe rechtaan, een aantal songs experimenteert met invloeden uit de dreampop en shoegaze en gelukkig zijn er ook dit keer de songs die kiezen voor een laag tempo, flink wat invloeden uit de psychedelica en klanken die herinneren aan het beste van Mazzy Star. Het klinkt allemaal strak en solide, maar de muziek van Jessica Lea Mayfield mag op Sorry Is Gone ook af en toe rammelen met een randje lo-fi, wat verder bijdraagt aan het eigen gezicht van de plaat.

Wat ook dit keer opvalt is dat de stem van Jessica Lea Mayfield mooier en mooier wordt, zeker wanneer ze zweverigheid toelaat in haar muziek, en uiteindelijk zo onweerstaanbaar is dat niet meer luisteren geen optie meer is. Mijn liefde voor de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter is hierdoor na vier platen (en een prachtig tussendoortje met Elliott Smith covers) nog steeds onvoorwaardelijk. Erwin Zijleman

Jessica Pratt - Here in the Pitch (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jessica Pratt - Here In The Pitch - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jessica Pratt - Here In The Pitch
De Amerikaanse singer-songwriter Jessica Pratt slaat op Here In The Pitch nieuwe wegen in, maar ook haar vierde album klinkt weer als een obscure maar wonderschone parel uit een heel ver verleden

Natuurlijk is het weer even wennen aan de bijzondere stem van Jessica Pratt, maar de zang op haar nieuwe album is toegankelijker dan in het verleden. Dat is Here In The Pitch ook in muzikaal opzicht, want het uiterst sobere folkgeluid van haar eerste albums heeft plaats gemaakt voor een voller geluid. Het is een geluid met invloeden van de Amerikaanse Westcoast, maar ook invloeden uit de bossa nova zijn hoorbaar. Bijna niemand maakt tegenwoordig nog een album als Here In The Pitch, maar Jessica Pratt doet het. Het album is wel wat aan de korte kant, maar verder valt er niets aan te merken op dit eigenzinnige album dat je decennia mee terug neemt in de tijd.

In de herfst van 2012 maakte Jessica Pratt, in ieder geval op mij, een verpletterende indruk met haar titelloze debuutalbum. Dat deed de Californische singer-songwriter met zeer beperkte middelen, want op het album was niet veel meer te horen dan een akoestische gitaar en de stem van Jessica Pratt. Dat het debuutalbum van Jessica Pratt zoveel indruk op me maakte was op zich best bijzonder, want het gitaarspel op het album was mooi maar zeker niet spectaculair, terwijl de stem van de Amerikaanse muzikante bij vlagen wat onvast en ruw klonk en lang niet bij iedereen in de smaak viel.

Jessica Pratt liet op haar debuutalbum wel een zeer karakteristiek stemgeluid horen en vertolkte folksongs zoals Amerikaanse folkzangeressen als Karen Dalton, Joni Mitchell, Vashti Bunyan en Linda Perhacs dat in de jaren 60 deden. Het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante werd in 2015 gevolgd door On Your Own Love Again, dat in het verlengde lag van het debuutalbum en mede hierdoor misschien net wat minder indruk maakte. Die indruk maakte Jessica Pratt weer wel met het in 2019 uitgebrachte Quiet Signs, dat wat voller was ingekleurd en niet alleen was verrijkt met piano en keyboards, maar ook met invloeden uit de jazz en een subtiel vleugje bossa nova.

Na een stilte van ruim vijf jaar keert Jessica Pratt deze week terug met Here In The Pitch. Die periode van ruim vijf jaar levert helaas slechts een klein half uur nieuwe muziek op, maar het is wel een fascinerend klein half uur muziek. Op Here In The Pitch maakt Jessica Pratt nog altijd muziek die je mee terug neemt naar de jaren 60, maar het nieuwe album klinkt duidelijk anders dan zijn drie voorgangers.

Here In The Pitch is voorzien van een wat voller geluid dat zo lijkt weggelopen uit het California van de late jaren 60. Pet Sounds van The Beach Boys, Forever Changes van Love en Take It Easy With The Walker Brothers van The Walker Brothers worden vaak genoemd als referentie, maar ik hoor persoonlijk meer van de Braziliaanse bossa nova uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 met hier en daar ook nog iets van Burt Bacharach.

Het klinkt een stuk minder sober dan de bijna verstilde folksongs op met name de eerste twee albums van Jessica Pratt, maar ook Here In The Pitch is een behoorlijk ingetogen album. In muzikaal opzicht verleidt het nieuwe album van Jessica Pratt makkelijk met zwoele en vaak wat broeierige klanken, die verrassend mooi combineren met de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikante.

Het is een stem waar ik ook dit keer weer even aan moest wennen, maar buiten een aantal bijzondere wendingen zingt Jessica Pratt op haar nieuwe album prachtig. De bijzondere stem van de tegenwoordig in Los Angeles woonachtige muzikante voorziet Here In The Pitch van een bijzondere sfeer en zeker in de meest ingetogen passages hebben zowel de muziek als de stem van Jessica Pratt een bezwerende werking.

De vorige albums van Jessica Pratt lieten zich beluisteren als obscure parels uit de jaren 60 en dat geldt in nog veel sterkere mate voor Here In The Pitch, dat echt geen moment van deze tijd is. Ik heb de afgelopen jaren niet veel meer geluisterd naar de muziek van Jessica Pratt, maar in de aanloop naar de release van het nieuwe album zijn haar eerste drie en stuk voor stuk prachtige albums weer een paar keer voorbij gekomen. Die laat ik nu even liggen, want album nummer vier is wat mij betreft nog wat mooier. Erwin Zijleman

Jessica Pratt - Quiet Signs (2019)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jessica Pratt - Quiet Signs - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jessica Pratt neemt je nogmaals mee terug naar de Amerikaanse folk uit de late jaren 60, maar voegt er dit keer bijzondere accenten aan toe

Ik was alweer ruim vijf jaar geleden zeer gecharmeerd van het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Jessica Pratt. Dit debuut was geworteld in de Amerikaanse folk uit vervlogen tijden en combineerde een sobere instrumentatie met een bijzondere stem. Die instrumentatie klinkt op Quiet Signs net wat voller, maar nog steeds ingetogen. Het past prachtig bij de bijzondere stem van Jessica Pratt. Het is een stem waar ik iedere keer weer aan moet wennen, maar het is ook eens stem die ook dit album weer naar een hoger plan tilt. Folk domineert ook op deze plaat, maar door jazzy of zelfs bossa nova accenten klinkt Quiet Signs warmer en lomer. Heerlijk.

Mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Jessica Pratt stamt uit de herfst van 2013, toen haar titelloze debuut verscheen.

Op dit debuut maakte Jessica Pratt indruk met ingetogen muziek met vooral invloeden uit de folk. Het was muziek die het moest doen met een uiterst sobere en geheel akoestische instrumentatie, die perfect paste bij de unieke stem van de singer-songwriter uit California.

Het in 2015 verschenen On Your Own Love Again ontdekte ik pas veel later, waarschijnlijk omdat de plaat niet direct was te beluisteren op de streaming media platforms.

On Your Own Love Again lag in het verlengde van het debuut van Jessica Pratt en riep net als dit debuut herinneringen op aan Amerikaanse folk uit de jaren 60 in het algemeen en aan de muziek van folkies als Karen Dalton, Joni Mitchell, Vashti Bunyan en Linda Perhacs in het bijzonder.

Het zijn allemaal zangeressen van wie de stem in eerste instantie barrières opwerpt, maar het zijn ook stemmen die na enige gewenning onder de huid kruipen. Dat is bij Jessica Pratt niet anders. De Amerikaanse muzikante beschikt over een hele bijzondere stem, die in eerste instantie vooral verbazing oproept, maar zich hierna verrassend makkelijk opdringt.

De tegenwoordig in Los Angeles woonachtige singer-songwriter nam haar eerste twee platen thuis op met betrekkelijk eenvoudige middelen, maar koos voor haar derde plaat voor de afwisseling eens voor een echte studio. Quiet Sings maakte ze samen met haar nieuwe liefde Matt McDermott, die de plaat voorziet van fraaie en soms klassiek aandoende pianoklanken en atmosferische synths. Producer Al Carlson, die ik volgens mij nog niet eerder ben tegengekomen, heeft het geluid van Jessica Pratt verder verrijkt met onder andere orgel en fluit.

Quiet Signs klinkt door de vollere instrumentatie en mooiere productie net wat mooier en avontuurlijker dan zijn voorgangers, maar de verschillen met de eerste twee platen moeten niet worden overdreven. Ook op Quiet Signs is de instrumentatie nog altijd behoorlijk sober en ook de derde plaat van Jessica Pratt is geworteld in de Amerikaanse folk uit de jaren 60.

De authentiek klinkende folk krijgt hier en daar wel gezelschap van jazzy accenten en verder zijn de akoestische gitaren op een bijzondere manier opgenomen. Quiet Signs klinkt door deze warm klinkende akoestische gitaren heerlijk loom en zonnig en doet af en toe zelfs wel wat denken op de akoestische gitaren die je hoort in de Braziliaanse bossa nova.

Het zorgt er uiteindelijk voor dat Jessica Pratt op Quiet Signs nog net wat meer indruk maakt dan op haar eerste twee platen. Als er al iets te klagen valt, is het over het feit dat de negen songs op de plaat er na iets meer dan 27 minuten alweer op zitten. Ook dat is niet zo heel erg, want Jessica Pratt heeft haar songs ditmaal voorzien van zoveel mooie accenten en verrassende wendingen, dat je haar nieuwe plaat best twee keer achter elkaar kunt, of zelfs moet beluisteren. Erwin Zijleman

Jessica Says - Do with Me What U Will (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jessica Says - Do With Me What U Will - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De promotieverhaaltjes die ik cadeau krijg bij nieuwe platen zijn meestal nietszeggend, maar die van de Nederlandse distributeur Konkurrent maken me vaak nieuwsgierig.

Wat te denken van deze: “Jessica Says debuteerde in 2009, maar toen viel ze uit een hotelraam en brak ze haar ruggenwervel en bekken. Ze herstelde uiteindelijk en werd zelfs verpleegster uit bewondering voor de mensen die haar zo goed hebben bijgestaan. Do With Me What U Will is het tweede album van de noir-pop artiest uit Melbourne. Inspiratie komt in gelijke porties van snoepgoedpopster Britney Spears en Dory Previn.”

Het zal een hoop potentiële luisteraars afschrikken, maar het leek me eerlijk gezegd wel wat. De tweede plaat van Jessica Says is echter veel beter dan het bovenstaande suggereert. De Britney Spears ambities van de singer-songwriter uit Melbourne zijn immers zeer beperkt, waardoor Do With Me What U Will de hele speelduur aan de goede kant van de streep blijft.

De muziek van Jessica Says is experimenteler dan hierboven wordt gesuggereerd. In een aantal tracks hoor ik wat van Kate Bush of van Tori Amos (met valium) en wanneer de Australische dan toch beweegt richting de dansvloer komt ze dichter uit bij Scandinavische popprinsessen als Robyn of Annie dan bij de Amerikaanse wegwerppop van Britney Spears en consorten.

Voor de meeste songs van Jessica Says zullen de fans van wegwerppop hun neus ophalen. Jessica Says flirt met aangename ritmes en lekker vol klinkende synths, maar strijkt tegen de haren in met verrassende wendingen, donker gekleurde cello bijdragen (overigens door Jessica Says zelf gespeeld) en invloeden die niet altijd even makkelijk te benoemen zijn. Het levert een plaat op die mij zeer bevalt.

De donkere popliedjes van Jessica Says maken het je soms heel makkelijk, maar soms ook bijzonder moeilijk, wat van Do With Me What U Will een fascinerende luistertrip maakt. Het is een luistertrip die me aan van alles en nog wat doet denken, maar uiteindelijk nergens echt op lijkt.

Pop-noir wordt het op meerdere plekken genoemd en dat is een omschrijving waar ik me wel in kan vinden. De lekker in het gehoor liggende songs van Jessica Says hebben ontegenzeggelijk iets waar je vrolijk van wordt, maar de donkere zijde is nooit ver weg.

Wanneer de Australische kiest voor een organische en wat minder zwaar aangezette instrumentatie hoor je dat er een prima singer-songwriter in haar schuilt, maar ik vind Do With Me What U Will toch het leukst wanneer Jessica Says verleidt met aangename maar ook licht schurende popliedjes.

De promotietekst die me inspireerde tot het luisteren naar Do With Me What U Will zegt uiteindelijk maar heel weinig over de muziek op deze bijzondere plaat, dus ook een ieder die zich wel heeft laten afschrikken door de quote van Konkurrent adviseer ik om toch eens te luisteren naar deze heerlijk eigenwijze plaat met vele gezichten. Erwin Zijleman

Jessica Willis Fisher - Blooming (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jessica Willis Fisher - Blooming - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Jessica Willis Fisher - Blooming
Jessica Willis Fisher verwerkte op haar debuutalbum op indrukwekkende wijze een verleden vol seksueel misbruik en laat ook op het wat zonniger klinkende Blooming horen dat ze een zeer getalenteerde muzikante is

Het verhaal van The Willis Clan hebben we in Nederland gemist, maar het is een verhaal dat van Jessica Willis Fisher een beroemdheid maakte, eerst al talentvolle piepjonge muzikante, maar later als slachtoffer van seksueel misbruik door haar vader. Het liet diepe sporen na op haar in 2022 verschenen soloalbum Brand New Day, dat in alle opzichten indruk maakte. We zijn alweer drie jaar verder en de Amerikaanse muzikante is terug met haar tweede album. Het is een album dat, net als zijn voorganger, indruk maakt met de uitstekende stem van Jessica Willis Fisher, met een aansprekende en zeer gevarieerde mix van muzikale invloeden en met prima songs.

Ruim tien jaar geleden dook de familie Willis als The Willis Clan op in de Amerikaanse talentenjacht America’s Got Talent. Het streng christelijke gezin, dat naast de ouders bestond uit maar liefst twaalf kinderen, maakte indruk met haar muzikale en vocale kwaliteiten.

Het leverde de familie Willis uiteindelijk een succesvolle real-life soap op. Het mooie verhaal van de muzikale familie werd echter een aardedonker verhaal toen vader Toby Willis werd beschuldigd van seksueel misbruik van een aantal van zijn kinderen, onder wie dochter Jessica, de ster van het gezin.

Toby Willis zit nog tot 2057 achter de tralies, maar dochter Jessica, inmiddels getrouwd, debuteerde in het voorjaar van 2022 als Jessica Willis Fisher met het album Brand New Day. Het is een album waarop de Amerikaanse muzikante uiteraard uitvoerig stil stond bij het donkere verleden, maar ze maakte ook indruk met een smaakvolle mix van invloeden uit de countrypop, Americana en bluegrass.

Jessica Willis maakte in de talenjacht en de real-life soap al indruk als zangeres en violiste en dat deed ze nog wat meer op haar debuutalbum, waarop ze in vocaal opzicht af en toe aan Alison Krauss deed denken. Brand New Day haalde dan ook met overtuiging mijn jaarlijstje en deed het ook in de Verenigde Staten erg goed.

Deze week is het tweede album van Jessica Willis Fisher verschenen en ook Blooming laat horen dat de Amerikaanse muzikante bulkt van het talent. Blooming is met negen songs en net wat meer dan 30 minuten muziek aan de korte kant, maar ik heb wel wat met het album.

Jessica Willis Fisher schuift in de openingstrack van haar tweede album flink op richting de countrypop en heeft de hoeveelheid pop in deze track flink opgeschaald. Ze blijft wat mij betreft wel aan de goede kant van de streep, waardoor Blooming in de openingstrack het soort countrypop album is waar ik een zwak voor heb.

Jessica Willis Fisher zet de luisteraar ook wel wat op het verkeerde been met de eerste track, want op de rest van het album klinkt haar muziek een stuk traditioneler. De meeste songs op het album hebben zich laten inspireren door country en bluegrass uit het verleden en hier en daar duiken ook wat verrassende Keltische invloeden op.

Ik vind de openingstrack heerlijk, maar ik kan ook met de andere songs op het album uitstekend uit de voeten. Jessica Willis Fisher beschikt over een geweldige stem, die gemaakt is voor het soort muziek dat ze maakt, waarbij het niet zoveel uitmaakt of deze modern of traditioneel klinkt. Haar stem klinkt nog wat voller en doorleefder dan op haar debuutalbum en het is een stem die mij een album lang weet te raken. Met name in de door bluegrass beïnvloede songs haalt de Amerikaanse muzikante uiteraard haar viool uit de koffer en laat ze horen dat ze ook in muzikaal opzicht kan vlammen.

Jessica Willis Fisher is het verleden uiteraard niet vergeten, maar Blooming is vooral een positief en opgewekt album. Het is misschien wat minder indrukwekkend dan de door onvoorstelbaar leed geïnspireerde songs op haar debuutalbum, maar het levensgeluk is Jessica Willis Fisher uiteraard zeer gegund. Brand New Day deed in Nederland volgens mij niet zo heel veel, maar Blooming verdient absoluut een beter lot. Erwin Zijleman

Jessica Willis Fisher - Brand New Day (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jessica Willis Fisher - Brand New Day - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jessica Willis Fisher - Brand New Day
Na een heleboel ellende kiest de Amerikaanse muzikante Jessica Willis Fisher voor zichzelf op het zeer overtuigende Brand New Day, dat in meerdere opzichten opvalt binnen het enorme aanbod in het rootssegment

De familie Willis leek in de real-life soap The Willis Family zo’n blije en getalenteerde familie, maar de werkelijkheid bleek helaas totaal anders. Jessica Willis Fisher, de oudste dochter van het gezin, maakt met haar eerste soloalbum een nieuwe start en doet een poging om haar door seksueel misbruik geteisterde jeugd te verwerken. Dat doet ze met veel wilskracht en het nodige muzikale talent. Jessica Willis Fisher is een prima violiste, maar ze maakt nog veel meer indruk als zangeres. Brand New Day maakt ook in muzikaal indruk met een mooi geluid met invloeden uit de countrypop, de bluegrass en de Americana. De zeer persoonlijke songs doen de rest.

In 2014 dook in de Amerikaanse talentenjacht America’s Got Talent The Willis Clan op. Het gezin Willis, dat bestond uit vader, moeder en maar liefst twaalf kinderen, maakte indruk met flink wat vocaal en muzikaal talent en kreeg terecht veel aandacht in de media. Het leverde uiteindelijk niet de winst op in de populaire talentenjacht, maar The Willis Clan kreeg vervolgens wel een eigen real-life soap, The Willis Family.

Het streng christelijke gezin maakte in deze real-life soap continu een hele blije indruk, maar de realiteit bleek totaal anders toen vader Toby werd beschuldigd van seksueel misbruik van meerdere van zijn kinderen. Hij werd uiteindelijk veroordeeld tot veertig jaar celstraf. De oudste dochter van het gezin, Jessica Willis, duikt deze week op met haar eerste soloalbum, waarop de diepe wonden die werden veroorzaakt door haar zo traumatische jeugd uiteraard een plek hebben gekregen.

Jessica Willis Fisher (ze trouwde een paar jaar geleden) was in het gezin Willis het grootste muzikale talent, zowel in vocaal als in muzikaal opzicht. Dat hoor je op haar eerste soloalbum, dat zich deels binnen de kaders van de Nashville countrypop beweegt, maar ook aansluiting vindt bij de bluegrass en de Americana. Het zijn genres waarin de concurrentie momenteel moordend is, maar Jessica Willis Fisher beschikt zoals gezegd over vele talenten en heeft bovendien wat te melden.

De Amerikaanse muzikante kijkt in haar teksten natuurlijk terug op alle ellende die haar overkwam, maar Brand New Day is vooral een nieuwe start, wat gezien al het gebeurde respect afdwingt. Het is een in muzikaal opzicht veelbelovende nieuwe start, want Brand New Day is een erg sterk album.

Jessica Willis Fisher maakt op haar solodebuut allereerst indruk als zangeres. Ze beschikt over een mooie en heldere, maar ook krachtige stem, die het goed doet in de genres waarin de muzikante uit Nashville opereert. Het is een stem die af en toe wel wat doet denken aan die van Alison Krauss, maar persoonlijk vind ik de stem van Jessica Willis Fisher wat expressiever en emotievoller.

Ook in muzikaal opzicht, Jessica Willis Fisher tekent zelf voor de bijdragen van de viool, klinkt Brand New Day prachtig. Hier en daar is het wat aan de gladde of gepolijste kant, maar wanneer Jessica Willis Fisher iets opschuift van de Nashville countrypop, moet haar geluid ook bij liefhebbers van wat minder gepolijste Americana in de smaak kunnen vallen.

De muzikante uit Nashville verdient uiteraard ook respect voor de wijze waarop ze haar leven weer heeft opgepakt na alle ellende die het gezin Willis is overkomen, maar ook zonder deze achtergrond is Brand New Day een debuutalbum van een zeer talentvolle muzikante, die het in zich heeft om uit te groeien tot een van de smaakmakers in het genre.

Alle doorgemaakte ellende voorziet haar songs overigens wel van de doorleving die bij muzikanten van haar leeftijd meestal ontbreekt en het is deze doorleving die Brand New Day een flink stuk optilt. Het album klinkt hier en daar wat gepolijst, maar de emotie in de stem van Jessica Willis Fisher is oprecht.

Het verhaal van The Willis Family heeft Nederland volgens mij nooit bereikt, maar dit razend knappe solodebuut van Jessica Willis Fisher verdient ook hier alle aandacht. Er verscheen ook de afgelopen weken weer veel in de genres waarin de Amerikaanse muzikante opereert, maar geen album wist me zo te raken als dit uiterst persoonlijke debuutalbum van Jessica Willis Fisher. Erwin Zijleman

Jessie Buckley & Bernard Butler - For All Our Days That Tear the Heart (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jessie Buckley & Bernard Butler - For All Our Days That Tear The Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jessie Buckley & Bernard Butler - For All Our Days That Tear The Heart
Britpop gitaarheld Bernard Butler werkt op For All Our Days That Tear The Heart samen met de Ierse zangeres Jessie Buckley, wat een intiem, intens en vooral wonderschoon album vol invloeden oplevert

De samenwerking tussen de Britse gitarist Bernard Butler en de Ierse zangeres Jessie Buckley was op voorhand goed voor hooggespannen verwachtingen en het tweetal maakt deze meer dan waar. For All Our Days That Tear The Heart is een voornamelijk ingetogen en akoestisch album, waarin fraai gitaarspel wordt gecombineerd met hier en daar groots klinkende orkestraties. Het past prachtig bij de stem van Jessie Buckley, die indruk maakt met haar expressieve en emotievolle voordracht. For All Our Days That Tear The Heart maakt het de luisteraar nooit echt makkelijk, maar dit draagt alleen maar bij aan de overtuigingskracht van dit bijzondere album en deze zeer geslaagde samenwerking.

Jessie Buckley timmerde in eerste instantie vooral aan de weg als actrice, maar werd ook als muzikante serieus genomen nadat ze in de film Wild Rose, over een jonge Schotse zangeres die een carrière in Nashville van de grond probeert te krijgen, niet alleen de hoofdrol vertolkte, maar ook de soundtrack voor haar rekening nam. Ze nam bovendien deel aan een Britse talentenjacht die haar moest introduceren in de wereld van de musical.

Deze week duikt de Ierse singer-songwriter (en actrice) op met de Britse muzikant Bernard Butler, die we kennen als de gitarist op de eerste twee albums van Suede. De carrière van Bernard Butler gaat na zijn vertrek uit Suede alle kanten op, want naast soloalbums maakte de Britse gitarist muziek met de soulzanger David McAlmont en dook hij tot ieders verrassing samen met Suede zanger Brett Anderson op in de gelegenheidsband The Tears.

Deze week duikt Bernard Butler dus op met Jessie Buckley wat een fraai en over het algemeen zeer ingetogen album oplevert. Op For All Our Days That Tear The Heart schittert de Britpop gitaarheld Bernard Butler vooral door afwezigheid en domineren de stemmige akoestische klanken, die hier en daar worden gecombineerd met rijke orkestraties. Het betekent overigen niet dat de Britse gitarist voor spek en bonen mee doet op het album, want het ingetogen gitaarspel op For All Our Days That Tear The Heart is prachtig.

Het is echter Jessie Buckley die de meeste aandacht trekt op het album. De Ierse muzikante laat op For All Our Days That Tear The Heart horen dat ze een zeer getalenteerd zangeres is. Het is een zangeres met een bijzonder stemgeluid en een zeer expressief stemgebruik, wat hier en daar herinneringen oproept aan de muziek van Joni Mitchell. Die invloeden hoor je vooral in de wat jazzy aandoende songs, terwijl de meer folky songs op het album doen denken aan Laura Marling.

Het is vergelijkingsmateriaal waarvoor Jessie Buckley zich zeker niet hoeft te schamen, maar dat de lat ook hoog legt. For All Our Days That Tear The Heart heeft hier geen problemen mee en dat is niet alleen de verdienste van de zang van Jessie Buckley, maar zeker ook van de kwaliteit van de muziek en de songs op het album.

Zeker bij de eerste beluisteringen van For All Our Days That Tear The Heart werd ik vooral gegrepen door de intense zang van Jessie Buckley, maar nu ik het album wat vaker heb geluisterd ben ik steeds meer onder de indruk van het geweldige gitaarspel van Bernard Butler en van de kwaliteit van de songs.

Jessie Buckley en Bernard Butler kiezen in deze songs meestal niet voor de makkelijkste weg, maar maken indruk met bijzondere spanningsbogen en songs vol urgentie. Het is in muzikaal opzicht een sterk maar ook divers album. For All Our Days That Tear The Heart bevat flink wat invloeden uit de folk, de soul en de jazz, maar duikt ook in de archieven van de Ierse volksmuziek, is soms niet ver verwijderd van Amerikaanse Appalachen folk en blues en verwerkt bovendien invloeden uit de Spaanse Flamenco muziek wanneer Bernard Butler los gaat op de akoestische gitaar.

Het klinkt allemaal fantastisch, maar het is voor mij toch vooral de stem van Jessie Buckley die van For All Our Days That Tear The Heart een album van een zeldzame kwaliteit maakt. De carrière van Bernard Butler schiet zoals gezegd alle kanten op, maar deze samenwerking smaakt echt naar veel meer en schreeuwt om een opvolger van For All Our Days That Tear The Heart. Erwin Zijleman

Jessie James Decker - Southern Girl City Lights (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jessie James Decker - Southern Girl City Lights - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Meestal verafschuw ik het, maar er zijn van die dagen dat ik een ongelooflijk zwak heb voor Amerikaanse zangeressen die opereren op het snijvlak van Nashville country en aanstekelijke pop.

Jessie James Decker is zo’n zangeres en met Southern Girl City Lights heeft ze een debuut afgeleverd waar ik soms helemaal niets mee kan, maar soms ook geen genoeg van kan krijgen.

Jessie James werd geboren in het Italiaanse Vicenza als kind van een Amerikaanse militair, maar groeide op in Louisiana, waar ze al op jonge leeftijd een graag geziene gast was op talentenjachten.

In 2009 debuteerde ze veelbelovend (als Jessie James), maar destijds moest ze het afleggen tegen onder andere Taylor Swift, die op dat moment de onbetwiste koningin van de countrypop was. Na een nauwelijks opgemerkte tweede plaat trad Jessie James in het huwelijk met de American Football ster Eric Decker en werd ze toch nog een ster in de reality tv serie die het verse echtpaar volgde.

Acht jaar na haar debuut probeert de Amerikaanse zangeres, nu als Jessie James Decker, nogmaals om een plekje in de spotlights van de muziekindustrie te veroveren. De titel van haar nieuwe plaat geeft prijs in welke richting Jessie James Decker zich beweegt. Allmusic.com omschrijft het als volgt en dat is wat mij betreft een vlag die de lading uitstekend dekt: “she may be a country girl, but she's attracted to the bright lights of the big city”.

Op Southern Girl City Lights laat Jessie James Decker horen dat ze is opgegroeid met de countrymuziek uit het Zuiden van de Verenigde Staten, maar dat ze ook de meer op pop gerichte radiozenders wist te vinden. De meeste songs op de plaat hebben een onderlaag vol invloeden uit de country en het is bij vlagen een hele mooie en subtiele onderlaag.

In de meeste songs op Southern Girl City Lights wordt de rootsy onderlaag gecombineerd met een blinkende toplaag vol invloeden uit de radiovriendelijke Amerikaanse popmuziek. Jessie James Decker treedt hiermee in de voetsporen van haar voormalige concurrente Taylor Swift, maar vergeleken met de laatste plaat van Taylor Swift laat Jessie James Decker op haar nieuwe plaat veel meer invloeden uit de country horen.

Het levert een aantal songs op die in de smaak zullen vallen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, zeker wanneer de Amerikaanse flirt met soulvolle blues, maar ook voor de liefhebber van aanstekelijke pop valt er op Southern Girl City Lights genoeg te genieten.

Jessie James Decker heeft een plaat gemaakt waarmee ze in commercieel opzicht flink moet gaan scoren, wat in de Verenigde Staten gezien haar naamsbekendheid vast wel gaat lukken, maar Southern Girl City Lights laat ook talent horen. Met de zang op de plaat is bijvoorbeeld helemaal niets mis. Jessie James Decker beschikt over een krachtige en soulvolle stem en het is een stem die in meerdere genres uit de voeten kan en die hier en daar imponeert.

Ook in muzikaal en productioneel opzicht valt er weinig aan te merken op Southern Girl City Lights. De plaat klinkt bijzonder aangenaam en laat een verrassend veelzijdig geluid horen dat naast country en pop ook flirt met blues, rock, soul, 80s disco en 50s en 60s pop.

Zeker wanneer de Amerikaanse zangeres opschuift richting pop moet je in de stemming zijn voor de muziek van Jessie James Decker, maar ook als je dat niet bent valt er op Southern Girl City Lights genoeg te genieten over. Als je wel in de stemming bent voor de blinkende klanken van Jessie James Decker overtuigt haar comeback plaat bijzonder makkelijk.

Ik ben er van overtuigd dat de volgende plaat van Jessie James Decker zomaar een draak van een Nashville countrypop plaat kan zijn, maar ze beschikt ook absoluut over voldoende talent om een hele goede rootsplaat te maken. Het voordeel van de twijfel is dus op zijn plaats, maar stiekem vind ik Southern Girl City Lights ook een hele goede en aangename plaat, die maar heel af en toe uit de bocht vliegt en veel vaker enorm vermaakt. Erwin Zijleman

Jessie Murph - Sex Hysteria (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jessie Murph - Sex Hysteria - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Jessie Murph - Sex Hysteria
Jessie Murph is pas twintig jaar oud, maar beschikt over een doorleefde soulstem die af en toe aan Amy Winehouse doet denken en uitstekend past bij het verrassend veelzijdige geluid op haar nieuwe album Sex Hysteria

Jessie Murph is in de Verenigde Staten behoorlijk controversieel vanwege haar expliciete teksten en video’s, maar ze is ook absoluut zeer getalenteerd. Vorig jaar bracht ze met That Ain't No Man That's The Devil een veelbelovend debuutalbum uit en dat wordt deze week alweer gevolgd door Sex Hysteria, waarop de jonge Amerikaanse muzikante een aantal volgende stappen zet. Sex Hysteria is in muzikaal opzicht verrassend veelzijdig, maar het is de stem van de pas twintig jaar oude Jessie Murph die de meeste indruk maakt. Het is een stem die af en toe wel wat aan Amy Winehouse doet denken, maar die ook andere kanten op kan op het op zijn minst veelbelovende Sex Hysteria.

De naam Jessie Murph hoorde ik een paar dagen geleden voor het eerst, waarna ik haar naam een paar uur later zag opduiken in de lijsten met nieuwe albums. Frequente bezoekers van platforms als TikTok kennen Jessie Murph waarschijnlijk al veel langer, want de jonge Amerikaanse muzikante is op deze platforms inmiddels al enkele jaren een ster.

Jessie Murph is pas twintig, maar maakt inmiddels al enkele jaren muziek. Ze werd geboren in Clarksville, Tennessee, niet zo heel ver van Nashville, maar groeide op in Huntsville, Alabama. Ze had op jonge leeftijd een zwak voor country, maar kwam uiteindelijk in aanraking met allerlei genres, die ze allemaal probeerde te verwerken in haar muziek.

In de herfst van 2024 verscheen het debuutalbum van Jessie Murph, dat ik alleen vanwege de geweldige titel That Ain't No Man That's The Devil al had moeten beluisteren. Het is een album dat ik inmiddels wel heb beluisterd en het verbaast me dat ik er vorig jaar niet veel meer over heb gelezen, want het is in meerdere opzichten een interessant album.

Op haar debuutalbum maakt de destijds nog wat jongere Jessie Murph immers behoorlijk wat indruk. Dat doet ze allereerst met haar opvallend soulvolle maar ook opvallend rauwe stem. Het is een stem die meer dan eens associaties oproept met die van Amy Winehouse, maar het is wel Amy Winehouse die Londen heet verruild voor Nashville.

That Ain't No Man That's The Devil is een album vol belofte dat niet alleen indruk maakt met de indrukwekkende strot van Jessie Murph, maar dat er ook in slaagt om een brug te slaan tussen nogal uiteenlopende genres, variërend van country tot hip-hop en van soul tot pop.

Jessie Murph heeft niet veel tijd genomen voor haar tweede album, want nog geen jaar na That Ain't No Man That's The Devil is Sex Hysteria verschenen. Op de cover van het album is de jonge Amerikaanse muzikante te zien met een heus suikerspin kapsel, waardoor de associaties met Amy Winehouse nog wat sterker worden.

Jessie Murph heeft zich voor haar tweede album omringd met flink wat producers en songwriters, maar ze heeft zelf ook actief meegeschreven aan de songs op haar album, die vaak een autobiografisch karakter hebben en duidelijk maken dat haar jeugd niet makkelijk was. De persoonlijke teksten winnen aan kracht door de heerlijke zuidelijke tongval van Jessie Murph en haar, zeker voor haar leeftijd, opvallend doorleefd klinkende stem.

De zang op Seks Hysteria is beter dan die op That Ain't No Man That's The Devil en hetzelfde geldt voor de songs. Het zijn songs waarin invloeden uit de soul, pop, country, R&B en hip-hop samenvloeien. Een deel van de producers grijpt me net wat te veel naar de elektronica, inclusief de autotune die Jessie Murph echt niet nodig heeft, maar tussen de vijftien songs op het album zitten er flink wat die ruimschoots boven de middelmaat uit stijgen en dat geldt zeker voor de songs met een nostalgisch tintje en dat zijn er nogal wat.

Jessie Murph maakt muziek die lang niet altijd aansluit op mijn muzieksmaak, maar ik hoor absoluut het talent en de belofte op Sex Hysteria. Zeker wanneer echo’s van Amy Winehouse opduiken hoop ik dat het met Jessie Murph een stuk beter gaat aflopen dan met de Britse zangeres. In dat geval zouden we nog wel eens heel veel plezier kunnen gaan hebben van de Amerikaanse muzikante, die op haar twintigste al behoorlijk wat indruk maakt. Erwin Zijleman

Jessie Ware - Glasshouse (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jessie Ware - Glasshouse - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Glasshouse is al weer het derde album van de Britse Jessie Ware, die op haar vorige twee platen een brug sloeg tussen meerdere genres en meerdere decennia popmuziek.

Ook bij de eerste noten van de derde plaat van Jessie Ware hoor ik direct weer de invloeden van de, zeker achteraf bezien, zeer invloedrijke muziek van Soul II Soul uit de jaren 90, die ook op de vorige platen van Jessie Ware zo nadrukkelijk aanwezig was, maar Glasshouse verkent ook dit keer rijkelijk de archieven van de elektronische popmuziek uit de jaren 80, de neo-soul en soulpop uit de jaren 90 en de rijk georkestreerde pop van de laatste twee decennia.

Het zorgt er voor dat ook Glasshouse weer een plaat is die zich in eerste instantie lastig laat beoordelen. Hier en daar en met name in de eerste tracks op de plaat flirt Jessie Ware wel erg opzichtig met de hitgevoelige popmuziek van het moment en lijkt haar muziek net zo eendimensionaal als die van de grote Amerikaanse popprinsessen, maar Jessie Ware kan ook verrassen met onverwachte muzikale wendingen, waarin ze zomaar een aantal decennia terug in de tijd kan springen of verrast met onverwachte uitstapjes buiten de gebaande paden.

Van deze wendingen springen de flirts met de popmuziek uit de jaren 80 en 90 het meest in het oor, maar Glasshouse sluit ook aan bij de populariteit van muziek met invloeden uit de Latin pop en schuwt ook een uitstapje richting jazz niet. Het maakt van Glasshouse een interessante plaat, al duurde het bij mij wel even voor ik het door had; iets wat bij voorganger Tough Love van drie jaar geleden overigens niet anders was.

Zeker wanneer Jessie Ware het tempo op Glasshouse laag houdt en ze kiest voor een warm en broeierig geluid, verleidt de plaat makkelijk met luie R&B of zwoele pop, maar Glasshouse is zeker net zo interessant wanneer de Britse muzikante haar songs voorziet van een wat meer uptempo geluid met uiteenlopende invloeden. Jessie Ware speelt dan minder op zeker en maakt muziek die alle kanten op kan schieten.

Het resultaat schuurt af en toe dicht tegen de lichtvoetige kauwgomballenpop aan, maar de meerdere lagen in de instrumentatie zorgen vrijwel altijd voor het broodnodige avontuur, waardoor de plaat toch weer veel interessanter is dan de gemiddelde popplaat.

Vergeleken met zijn voorgangers en met name het prachtdebuut Devotion uit 2012, vind ik Glasshouse net wat minder bijzonder klinken, maar de plaat heeft ook zeker zijn sterke punten. Jessie Ware maakte op haar eerste twee platen al indruk met haar geweldige stem, maar is op haar derde plaat nog veel beter gaan zingen, waardoor Glasshouse uiteindelijk flink boven het maaiveld uitsteekt.

Glasshouse is voorzien van een stevige soulinjectie en verrast wanneer de stem van Jessie Ware in meerdere lagen is opgenomen met krachtige harmonieën. Het is een stem waarin ook meer gevoel doorklinkt, want Jessie Ware weet inmiddels dat het leven niet alleen bestaat uit rozengeur en maneschijn.

Waar de plaat zeker in de eerste tracks nog flink experimenteert met pure en extraverte pop, kiest Jessie Ware naarmate de plaat vordert steeds vaker voor meer introverte muziek vol mooie details.

Hoogtepunt is wat mij betreft het fraaie duet met The Blue Nile zanger Paul Buchanan, maar ook de andere tracks op de plaat blijken bij herhaalde beluistering veel beter dan bij de eerste kennismaking, waardoor ik inmiddels ook de derde plaat van Jessie Ware heb omarmd als een plaat met aanstekelijke pop, maar ook met de diepgang die de houdbaarheid op langere termijn garandeert. Erwin Zijleman

Jessie Ware - That! Feels Good! (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jessie Ware - That! Feels Good! - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jessie Ware - That! Feels Good!
Jessie Ware is met That! Feels Good! alweer toe aan haar vijfde album, dat je op fantastische wijze mee terugneemt naar de disco en soul uit de jaren 70 en 80 en tien songs lang goed is voor een gelukzalig gevoel

De Britse muzikante Jessie Ware maakt inmiddels al vijf albums lang indruk met een geweldige songs en muziek die steeds weer weet te verrassen. Dat doet ze ook weer op haar nieuwe album That! Feels Good!, dat een feelgood album is dat zijn gelijke niet kent. De Britse muzikante duikt dit jaar in de archieven van de disco, soul en funk zoals die in de jaren 70 en 80 werd gemaakt en weet het geluid uit deze periode prachtig te reproduceren. That! Feels Good! is voorzien van een heerlijk geluid dat stil zitten onmogelijk maakt en dat van iedere dag een feestje maakt. In muzikaal opzicht is het smullen, maar Jessie Ware is ook nog altijd een fantastische zangeres. Wow. That! Feels Good!

Ik heb tot dusver wel wat met de albums van de Britse muzikante Jessie Ware, die elf jaar geleden opdook met haar debuutalbum Devotion. Het album trok de aandacht met een bijzondere mix van soul, pop, hiphop en r&b, die stevig werd bewierookt door met name de Britse muziekpers. En terecht. Ik vergeleek het album zelf met de muziek van Soul II Soul, maar noemde ook Whitney Houston, Alicia Keys, Sade en The Xx als vergelijkingsmateriaal, wat iets zegt over de veelzijdigheid van de Britse muzikante.

Jessie Ware maakte niet alleen indruk met een bijzondere mix van invloeden, maar ook met een fantastische en heerlijk soulvolle stem, die alleen maar gegroeid bleek op het in 2014 verschenen Tough Love, dat net iets meer dan zijn voorganger flirtte met dansbare pop en alternatieve elektronische muziek. Op het in 2017 verschenen Glasshouse verwerkte Jessie Ware nog wat meer invloeden uit de pop, maar het was wel pop met diepgang en bovendien pop met geweldige zang.

Op een of andere manier wilde het kwartje bij mij niet vallen toen in 2020 What's Your Pleasure? verscheen. Op haar vierde album citeerde Jessie Ware wat nadrukkelijker uit de elektronische popmuziek uit de jaren 80 en 90, maar de songs deden me niet zoveel als die op de eerste drie albums van Jessie Ware. Ik ben het album sindsdien wel meer gaan waarderen, maar sla de drie voorgangers nog altijd hoger aan. Daar sta ik overigens redelijk alleen in, want de critici onthaalden het album als een meesterwerk.

Ik begon vanwege mijn mindere ervaringen met het vorige album met bescheiden verwachtingen aan het deze week verschenen That! Feels Good!, maar wat is het een heerlijk album geworden. De titel van het album dekt de lading volledig, want na eerste beluistering kon ik alleen maar That! Feels Good! uitroepen.

Jessie Ware slaat op haar vijfde album wederom andere wegen en dompelt zich volledig onder in jaren 70 disco en soul en jaren 80 funk en soul. Het album opent fantastisch met een geluid dat je zo de jaren 70 insleept met funky basloopjes, catchy gitaarakkoorden en heerlijke blazers en het is een geluid dat Jessie Ware op het grootste deel van haar nieuwe album volhoudt. In muzikaal opzicht klinkt het onweerstaanbaar lekker, maar Jessie Ware is ook nog altijd een fantastische zangeres, waardoor That! Feels Good! klassen beter is dan de disco guilty pleasure die Kylie Minoque een paar jaar geleden afleverde.

Jessie Ware heeft een album gemaakt dat niet onder doet voor de beste discoalbums uit de jaren 70, maar de Britse muzikante laat zich ook nog altijd inspireren door Soul II Soul uit de jaren 90 en in een aantal tracks lijkt het bovendien bijna zo dat Prince goedkeurend toekijkt vanuit de coulissen (en Madonna en Grace Jones kijken mee).

Natuurlijk moet je enigszins vatbaar zijn voor de discoklanken van Jessie Ware op That! Feels Good!, maar als je dit bent is het album iedere keer weer goed voor een feestje. Jessie Ware heeft met That! Feels Good! de ultieme feelgood plaat gemaakt, maar ondertussen zitten de songs knap in elkaar, spelen de muzikanten op het album de pannen van het dak en zingt Jessie Ware de sterren van de hemel. Van het talent van Jessie Ware ben ik inmiddels al heel wat jaren overtuigd, maar That! Feels Good! overtreft alle verwachtingen en doet uitzien naar een heerlijke zomer. Erwin Zijleman