MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Johnny Blue Skies - Passage du Desir (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Johnny Blue Skies - Passage du Désir - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Johnny Blue Skies - Passage du Désir
Sturgill Simpson keert na een paar jaar afwezigheid terug als Johnny Blue Skies en laat op Passage du Désir horen dat hij de grootse vorm van het geweldige A Sailor's Guide To Earth weer heeft hervonden

De Amerikaanse muzikant Sturgill Simpson leek op zijn laatste albums definitief gevallen voor traditionele bluegrass en country, maar op het onder de naam Johnny Blue Skies uitgebrachte Passage du Désir horen we weer de smeltkroes van verschillende stijlen en de mix van invloeden uit het verleden en het heden. Passage du Désir is bij vlagen een countryalbum, maar is dat minstens even vaak niet. Sturgill Simpson heeft als Johnny Blue Skies zijn meest emotionele en indringende, maar ook zijn meest veelzijdige album gemaakt. Sturgill Simpson gaf ooit aan vijf albums wel genoeg te vinden, maar begint als Johnny Blue Skies op indrukwekkende wijze aan zijn tweede muzikale leven.

Ik was de afgelopen tien jaar niet altijd even enthousiast over de muziek van de Amerikaanse muzikant Sturgill Simpson. Zijn debuutalbum High Top Mountain uit 2013 vond ik in eerste instantie een weinig onderscheidend countryalbum en ook het in 2014 uitgebrachte en in brede kring geprezen Metamodern Sounds in Country Music viel me in eerste instantie niet erg op.

Ik raakte pas in de ban van de muziek van Sturgill Simpson toen in 2016 A Sailor's Guide To Earth verscheen. Op dit album verrijkte de Amerikaanse muzikant zijn countrymuziek met flink wat soul, rock en psychedelica en begreep ik opeens wel waarom er zo druk werd gedaan over de eerste twee albums van Sturgill Simpson. Die eerste twee albums ben ik later overigens zeer gaan waarderen en schat ik inmiddels misschien nog wel hoger in dan A Sailor's Guide To Earth.

De muziek van Sturgill Simpson verschoot flink van kleur op Sound & Fury uit 2019, waarop invloeden uit de funk en Southern rock werden toegevoegd en bovendien een grotere rol was weggelegd voor elektronica. Het is een album dat ik achteraf bezien een stuk lager waardeer dan zijn drie voorgangers en dat geldt ook voor de met bluegrass gevulde albums Cuttin' Grass - Vol. 1 en Cuttin' Grass - Vol. 2 uit 2020 en het in 2021 verschenen en wat traditionele maar wat mij betreft ook nogal saaie countryalbum The Ballad Of Dood & Juanita.

Na dit laatste album kreeg Sturgill Simpson ernstige problemen met zijn stembanden en het was zelfs even de vraag of hij ooit weer zou kunnen zingen. De Amerikaanse muzikant vertrok, ook nog getroffen door andere misère, gedesillusioneerd naar Parijs, waar hij gelukkig zijn stem weer vond en de songs schreef voor zijn nieuwe album. Het is allemaal te horen op het onlangs onder de naam Johnny Blue Skies uitgebrachte Passage du Désir, dat deels werd opgenomen in Nashville en deels in de fameuze Abbey Road Studios in Londen.

Na een aantal vooral zeer traditioneel klinkende albums, klinkt de muziek van de Amerikaanse muzikant op het eerste album van Johnny Blue Skies gelukkig weer vernieuwender en eigentijdser. De openingstrack van Passage du Désir heeft zich absoluut laten beïnvloeden door country(rock) uit een ver verleden, maar laat ook een bijzondere twist horen. Die bijzondere twist komt vaker terug op een album dat, net als de eerste drie albums van Sturgill Simpson, een brug slaat tussen Amerikaanse rootsmuziek uit het verleden en het heden en dat niet bang is voor het verwerken van uiteenlopende invloeden.

Na de vooral door countryrock beïnvloede openingstrack klinkt de tweede track lekker soulvol en ook dit keer worden invloeden uit de jaren 70 gecombineerd met invloeden van recentere datum. Hier blijft het niet bij, want Passage du Désir laat ook invloeden uit de blues, rock en bluegrass horen en sluit in de rijker georkestreerde tracks met veel strijkers naadloos aan op de singer-songwriter muziek uit de jaren 70.

Sturgill Simpson vertelt als Johnny Blue Skies nog wat indringendere verhalen dan onder zijn eigen naam en blijft op Passage du Désir maar verrassen met bijzondere arrangementen en klanken, waarbij hij variatie in het gebruik van zijn stem niet vergeet. Het komt allemaal samen in de negen minuten durende slottrack One For The Road, die in een recensie fraai wordt omschreven als “a song that features warped strings and heavily processed guitars that, together, make for a sound that’s both bluesy and trippy, like a lost Pink Floyd session from the mid ’70s featuring Nashville musicians”. Erwin Zijleman

Johnny Cash - Out Among the Stars (2014)

poster
3,5
Recensie op de krentenuit de pop:
De krenten uit de pop: Johhny Cash - Out Among The Stars - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De jaren 80 staan zeker niet in de boeken als het beste decennium uit de carrière van Johnny Cash. The Man In Black, die al vanaf de late jaren 50 aan de weg timmerde, leek beland in de nadagen van zijn carrière en bracht geen platen meer uit die er echt toe deden. Dat zou in 1994 veranderen met het eerste deel van de imposante American Recordings, maar in de jaren 80 wees niets op een glorieuze comeback van Johnny Cash. Aan het begin van de jaren 80 werkte Cash aan een wat toegankelijkere plaat, die een groot publiek moest kunnen aanspreken. Uiteindelijk vond Cash het eindresultaat toch net wat teveel pop en zag zijn platenmaatschappij nog steeds onvoldoende potentie, waardoor de plaat op de plank terecht kwam. Dertig jaar later ligt Out Among The Stars dan toch nog in de winkel. Ik vond het in eerste instantie lastig om een mening te vormen over deze vergeten Johnny Cash plaat. Aan de ene kant klinkt het allemaal inderdaad wel erg gelikt en soms bijna kitscherig, maar aan de andere kant weet de zang van Johnny Cash, die natuurlijk krachtiger is dan op de American Recordings platen, toch wel te overtuigen. Waar Rick Rubin Johnny Cash uiteindelijk uit de Nashville country wist te trekken, zit Out Among The Stars hier nog middenin. In eerste instantie hoorde ik daarom niet zoveel in de plaat, maar vanwege de zang van Johnny Cash ben ik er inmiddels toch gehecht aan geraakt. Out Among The Stars is weliswaar stevig verankerd in de Nashville country, maar Johnny Cash maakt op deze plaat de gedreven indruk die in de jaren 80 zo vaak ontbrak. Out Among The Stars is zeker geen wereldschokkende plaat, maar vult wel een tot dusver betrekkelijk lege periode binnen het oeuvre van Johnny Cash. Het is een plaat van een muzikant die vast wil houden aan de successen uit het verleden, maar nog niet precies weet hoe hij dit voor elkaar moet krijgen. Cash weet zich op Out Among The Star omringd door ervaren muzikanten die weten hoe een Nashville country plaat moet klinken. In muzikaal opzicht klinkt de plaat daarom wat braafjes, maar de stem van Johnny Cash blijft een ruwe diamant. Cash wist in de jaren 80 zijn verslavingen aardig onder bedwang te houden, waardoor hij op Among The Stars fit en energiek klinkt. In vocaal opzicht is het een prima plaat, zeker ook wanneer zich in duetten laat bijstaan door June Carter Cash en Waylon Jennings. In een aantal songs kruipt Johnny Cash dicht tegen zijn vorm van de jaren 60 aan, maar Cash slaat de plank ook een paar keer mis op deze plaat (luister maar eens naar het afgrijselijke kinderkoor in Tennessee). Dat Out Among The Stars uiteindelijk toch overeind blijft is volledig te danken aan de persoonlijkheid van Johnny Cash. De gemiddelde muzikant was waarschijnlijk bezweken onder het Nashville country geweld, maar Johnny Cash maakt van Out Among The Stars uiteindelijk toch zijn eigen plaat. Deze is niet zo goed als zijn beste platen uit de jaren 50, 60 en 70 en ook niet zo goed als de American Recordings die vanaf 1994 zoveel indruk zouden maken, maar in de jaren 80 maakte Cash echt niets dat beter is dan deze plaat. Out Among The Stars is wat mij betreft een bescheiden krent uit de pop, maar ook een bescheiden krent uit de pop is een krent uit de pop. Erwin Zijleman

Johnny Cash - Songwriter (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Johnny Cash - Songwriter - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Johnny Cash - Songwriter
Postuum uitgebrachte albums met songs die op de plank waren blijven liggen zijn meestal overbodig, maar dat geldt zeker niet voor Songwriter, dat een ander licht werd op de muzikale vorm van Johnny Cash in 1993

Aan de vooravond van de zo succesvolle samenwerking met Rick Rubin nam Johnny Cash een aantal songs op. Het zijn songs die al snel op de plank terecht kwamen omdat niemand er iets in zag, maar dat blijkt met de kennis van nu een foute inschatting. Op het door de zoon van Johnny Cash alsnog afgemaakte album horen we immers dat de Amerikaanse muzikant op Songwriter in een uitstekende vorm stak. Dat ligt deels aan de opnieuw ingespeelde muziek en de wat modernere productie, maar het is vooral de stem van Johnny Cash en de door hem geschreven songs die van Songwriter zo’n goed album maken. Postuum uitgebrachte albums herschrijven maar zelden de geschiedenis van een muzikant, maar Songwriter doet dit wel.

Toen ruim een maand geleden het album Songwriter van Johnny Cash werd aangekondigd ging ik er van uit dat ik dit album wel kon laten liggen. Songwriter is immers een album dat is gebaseerd op een aantal demo’s die in 1993 werden opgenomen, maar op de plank bleven liggen.

Johnny Cash was op dat moment al lang niet meer de grote ster die hij was in de jaren 50 en 60. In de jaren 70 bracht hij nog een aantal aardige albums uit, maar in de jaren 80 zat eigenlijk niemand meer te wachten op de countryheld uit het verleden, die niet eens een platencontract meer had. Het project waaraan Johnny Cash in 1993 begon was dan ook gedoemd te mislukken en dat deed het ook.

Johnny Cash was op dat moment overigens wel succesvol met The Highwaymen, een gelegenheidsband die hij vormde met Waylon Jennings, Willie Nelson en Kris Kristofferson, maar zijn solocarrière leek voorbij. Er was gelukkig nog één man die in 1993 nog wel vertrouwen had in de solocarrière van Johnny Cash en dat was Rick Rubin, die de (voormalige) countryheld een contract aanbood bij zijn label American Recordings.

In 1994 verscheen het eerste deel van American Recordings, waarop Johnny Cash op indrukwekkende wijze vooral songs van anderen vertolkte. De Amerikaanse muzikant werd weer serieus genomen en omarmd door een nieuw publiek. Johnny Cash zou tot zijn dood in 2003 blijven samenwerken met Rick Rubin en uiteindelijk zou de teller stoppen na zes delen American Recordings.

De demo’s die Johnny Cash vlak voor de start van de samenwerking met Rick Rubin opnam raakten in de vergetelheid, tot zijn zoon John Carter Cash de opnames ontdekte en er samen met de toenmalige producer David Ferguson mee aan de slag ging. De muziek werd opnieuw ingespeeld door de muzikanten die destijds ook werkten met Johnny Cash en de songs werden voorzien van een wat modernere productie dan destijds was voorzien.

Twee songs op Songwriter zouden uiteindelijk op het eerste deel van American Recordings terecht komen, maar de versies op het postuum verschenen album klinken anders. Ik was zoals gezegd sceptisch, maar Songwriter heeft me aangenaam verrast. De songs die Johnny Cash schreef voor het album zijn van een indrukwekkend hoog niveau en ook de rijke en soms bijna overdadige productie van het album bevalt me wel en dat geldt zeker voor het fantastische gitaarspel op het album.

Wat verder vooral opvalt is hoe krachtig de stem van Johnny Cash is op Songwriter. De stem van de Amerikaanse muzikant werd naarmate het American Recordings project vorderde steeds zachter en breekbaarder, maar op Songwriter horen we nog de stem die we kennen van de man’s beste werk.

Zeker in productioneel opzicht is Songwriter ver verwijderd van de albums die Johnny Cash met Rick Rubin zou maken, maar oubollig klinkt het zeker niet. Integendeel zelfs, want het album zit hier en daar dicht tegen de muziek die door de wat alternatievere countrysterren van het moment wordt gemaakt.

Songwriter is een album waarop Johnny Cash deels voortborduurt op de muziek die hij in de jaren 50 en 60 maakte, maar het is ook een album waarop hij laat horen dat hij aan het begin van de jaren 90 nog heel wat in zijn mars had. Dat kwam er uiteindelijk prachtig uit op de American Recordings albums, maar de release van Songwriter laat horen dat de demo’s die in 1993 werden opgenomen uiteindelijk veel meer waren dan een voetnoot in de imposante carrière van Johnny Cash. Erwin Zijleman

Johnny Lloyd - Cheap Medication (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Johnny Lloyd - Cheap Medication - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Johnny Lloyd - Cheap Medication
Johnny Lloyd debuteerde vorig jaar zeer veelbelovend, maar overtreft dit debuut met een serie tijdloze songs die alle kanten op schieten maar steeds weer de juiste snaar weten te raken

Johnny Lloyd leek een paar jaar geleden nog ten onder ten gaan aan een wat ongezonde levenswandel, maar de afgelopen twee jaar kent zijn productiviteit nauwelijks grenzen. Naast twee albums met demo’s, bracht de Britse muzikant ook nog twee volwaardige albums uit, waarvan het deze week verschenen Cheap Medication de beste is. Johnny Lloyd laat zich wederom beïnvloeden door een aantal decennia popmuziek, schrijft songs die stuk voor stuk in de categorie onweerstaanbaar vallen en voert ze ook nog eens met veel gevoel en talent uit. Het was vorig jaar goed genoeg voor mijn jaarlijstje en dat kan dit jaar wel eens niet anders zijn.

Vorig jaar maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Britse muzikant Johnny Lloyd. Het is een kennismaking die wat wonderlijk verliep. Next Episode Starts in 15 Seconds, het officiële debuut van Johnny Lloyd had ik immers al vele maanden in huis en minstens net zoveel keer aan de kant geschoven, toen ik onder de indruk raakte van een verzameling ruwe demo’s op de bandcamp pagina van de Britse muzikant. Via Low Fidelity Vol. 1 kwam ook Next Episode Starts in 15 Seconds weer op de radar, waarna het album het zelfs schopte tot mijn jaarlijstje.

Kennelijk is de naam van Johnny Lloyd hierna weer wat weggezakt, want het begin dit jaar verschenen Low Fidelity Vol. 2 heb ik helaas gemist. Het is net als het eerste deel een fraaie verzameling demo’s die stuk voor stuk onderstrepen dat de Britse muzikant de kunst van het schrijven van aansprekende songs uitstekend beheerst. Veel interessanter is wat mij betreft het deze week verschenen Cheap Medication, dat de echte opvolger van Next Episode Starts in 15 Seconds is.

Johnny Lloyd dook een jaar of tien geleden op met zijn band Tribes, maar trok meer aandacht met zijn ruige levenswandel, die het muzikale talent van de Britse muzikant zomaar in de kiem had kunnen smoren. Sinds de Britse actrice Billie Piper in zijn leven kwam en de twee een gezin hebben gesticht, gaat het beter met Johnny Lloyd en dat hoor je ook weer op Cheap Medication.

Vergeleken met de twee verzamelingen demo’s, die allebei meer dan een uur duren, houdt Johnny Lloyd het op Cheap Medication redelijk compact met een dozijn songs in drie kwartier. Nog meer dan op zijn debuut laat de Britse muzikant een uitstekend gevoel voor tijdloze en bijzonder aangenaam klinkende songs horen. Het doet me af en toe wel wat denken aan Elliott Smith, maar de kijk op de wereld van Johnny Lloyd is wat minder somber.

Net als het debuut van de muzikant uit Londen schiet ook Cheap Medication weer alle kanten op. Johnny Lloyd kent zijn klassiekers en citeert net zo makkelijk uit de catalogus van The Stones en The Kinks als uit die van Bob Dylan, om maar een paar namen te noemen. Met een vleugje reggae verruilt de Britse muzikant de jaren 60 voor de jaren 70 en 80 en ook de jaren 90 komen voorbij op een album dat verrassend veelzijdig klinkt met invloeden uit de folk, psychedelica, rock en pop, maar toch geen moment een ratjetoe is.

Vrijwel alle songs op het album klinken op een of andere manier bekend in de oren, wat een groot talent als songwriter verraadt, maar ook de uitvoering is dik in orde met een veelkleurig en steeds trefzeker geluid en een stem die voldoende doorleefd klinkt om iets toe te voegen aan de tijdloze songs op het album.

Ik vond het vorig jaar best lastig om te omschrijven wat nu zo goed was aan het debuut van Johnny Lloyd en ik heb hetzelfde probleem met Cheap Medication. Aan de andere kant is ook het tweede album van de Britse muzikant er een die ik direct van de eerste tot en met de laatste track leuk vond en is het bovendien een album dat bij herhaalde beluistering alleen maar leuker wordt. Het is een album dat je herinnert aan heel veel leuke popmuziek uit het verleden, maar gedateerd klinkt het geen moment. Of het ook dit jaar goed genoeg is voor mijn jaarlijstje durf ik nog niet te voorspellen, maar dat Johnny Lloyd wederom een uitstekend album heeft afgeleverd is voor mij zeker. Erwin Zijleman

Johnny Lloyd - La la La (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Johnny Lloyd - La La La - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Johnny Lloyd - La La La
De Britse muzikant Johnny Lloyd blijft maar verbazen met het ene na het andere album en net als op de vorige albums staat ook het deze week verschenen La La La vol met geweldige songs

Ik ontdekte het debuut van de Britse muzikant Johnny Lloyd min of meer bij toeval, maar nog geen twee jaar later heb ik een aardig stapeltje albums van hem in huis. De productiviteit van de Brit kent geen grenzen, maar dat gaat niet ten koste van de kwaliteit. Ook het deze week verschenen La La La (het zevende album in twee jaar tijd) staat weer vol met geweldige songs. Het zijn tijdloos klinkende songs die werkelijk alle kanten op schieten, want zo veelzijdig als op La La La was Johnny Lloyd nog niet. De Britse muzikant lag een jaar of drie geleden nog in de goot, maar laat nog maar eens horen dat hij een zeer getalenteerd songwriter is. Bijzondere kerel.

De Britse muzikant Johnny Lloyd heeft een verleden in een aantal Britse rockbands, waaronder zijn huidige band Tribes, maar de meeste indruk maakte hij wat mij betreft met zijn in 2019 verschenen soloalbum Next Episode Starts In 15 Seconds en met de soloalbums die hij sindsdien uitbracht.

Next Episode Starts In 15 Seconds is een album dat volgde op een aardedonkere en zelfdestructieve periode in het leven van de Britse muzikant en het is een album vol intieme songs, die me af en toe wel wat deden denken aan die van Elliott Smith, met wie het helaas minder goed afliep.

Sinds zijn debuut, dat overigens samenviel met het vaderschap, maakt Johnny Lloyd werkelijk aan de lopende band muziek. In 2019 volgde na het debuutalbum nog de verzameling demo’s Low Fidelity Vol. 1, die in 2020 werd gevolgd door de volgende verzameling demo’s Low Fidelity Vol. 2 en het echte tweede album van Johnny Lloyd, Cheap Medication. In 2020 verscheen ook nog een filmsoundtrack van zijn hand, I Hate Suzie, en ook dit jaar bracht de Britse muzikant al een filmscore uit, Rare Beasts.

De twee soundtracks had ik nog niet opgemerkt, maar vier albums en ruim drieënhalf uur muziek in twee jaar tijd vind ik ook al een hele indrukwekkende score, zeker als je je bedenkt dat bijna alle songs van Johnny Lloyd goed zijn. Deze week verscheen alweer een nieuw album van Johnny Lloyd en ook La La La is weer een geweldig album.

Op het vorig jaar verschenen Cheap Medication schoot de muziek van Johnny Lloyd al alle kanten op, maar op La La La maakt de muzikant uit Londen het nog wat bonter. Het album opent zwoel en soulvol, schakelt vervolgens over naar 80s pop, gaat in de derde track nog twee decennia verder terug in de tijd, om via stemmige 70s singer-songwriter pop en Britse folk uit dezelfde periode terecht te komen bij de donkere postpunk van de vroege jaren 80.

La La La is dan pas op de helft en schakelt op de tweede helft van het album nog wat genres bij, waaronder aan Bob Dylan herinnerende folk, 90s Britpop en een ode aan Ronnie Wood, die uiteraard is gegoten in klanken die herinneren aan The Rolling Stones in veel jongere jaren.

Net als zijn voorgangers klinkt ook La La La weer als een album dat spontaan is opgenomen in een paar dagen tijd, maar ondertussen zijn de songs van Johnny Lloyd weer raak en hoe. De Britse muzikant tovert het ene na het andere briljante popliedje uit de hoge hoed, kleurt ze verrassend trefzeker in, zingt lekker nonchalant en slaagt er ook nog eens in om steeds weer andere invloeden te verwerken in zijn meestal tijdloos klinkende songs.

Net als de vorige albums van Johnny Lloyd is ook La La La weer een album om heel vrolijk van te worden, maar ondertussen raak ik ook steeds meer overtuigd van het enorme talent van de muzikant uit Londen, die er in is geslaagd om in twee jaar tijd een respectabel oeuvre op te bouwen.

Door de wel erg grote variatie leek La La La me op het eerste gehoor net wat minder dan Cheap Medication of Next Episode Starts In 15 Seconds, maar het nieuwe album van Johnny Lloyd staat vol groeibriljanten. Heel veel aandacht krijgen zijn albums tot dusver niet, maar ik kan iedere muziekliefhebber alleen maar adviseren om heel snel aan te haken, voor je het weet zijn er immers nog veel meer albums om in te halen. Erwin Zijleman

Johnny Lloyd - Low Fidelity Vol​.​ 1 (2019)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Johnny Lloyd - Next Episode Starts in 15 Seconds / Low Fidelity Vol​. 1 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Johnny Lloyd - Next Episode Starts in 15 Seconds / Low Fidelity Vol​. 1
Ik heb het heel vaak geprobeerd met Johnny Lloyd dit jaar, maar afgelopen week had hij me opeens te pakken met zijn intieme en persoonlijke songs

Johnny Lloyd heeft een muzikaal verleden in een aantal Britse rockbands en bovendien een persoonlijk verleden dat op zijn minst zorgelijk was. Het is een verleden dat eerder dit jaar werd verwerkt op een indrukwekkend soloalbum. Het is een album dat ik steeds maar niet op wilde pakken of weg wilde leggen, maar inmiddels heb ik het omarmd. Het laatste zetje werd hierbij gegeven door een flinke serie demo’s, die het talent van Johnny Lloyd als songwriter nog eens onderstrepen. Johnny Lloyd schrijft geweldige songs en raakt af en toe aan de grote Elliott Smith. Meer hoef ik eigenlijk niet te zeggen.

Het album Next Episode Starts In 15 Seconds van Johnny Lloyd ligt hier al vele maanden op de stapel. Het is een album met ingetogen popliedjes en het zijn popliedjes die ik keer op keer te goed vind om het album definitief af te schrijven (maar kennelijk niet goed genoeg vond voor een recensie).

De afgelopen week kreeg Next Episode Starts In 15 Seconds gezelschap van een volgend Johnny Lloyd album, Low Fidelity Vol. 1. Het is een album dat is gevuld met ruim 70 minuten aan demo’s. Niet zo essentieel als het debuut van de Britse muzikant, maar wel een laatste zetje om eens aandacht te besteden aan de muziek van Johnny Lloyd.

Johnny Lloyd is zoals gezegd een Britse muzikant, die het afgelopen decennium deel uit maakte van bands als Tribes en Operahouse. Het zijn bands die op mij geen onuitwisbare indruk hebben gemaakt, maar dat doet Johnny Lloyd wel als solomuzikant.

Op de cover van Next Episode Starts In 15 Seconds zit Johnny Lloyd op bed naast zijn op dat moment zwangere vriendin Billie Piper, die hem naar eigen zeggen gered heeft. De twee hebben inmiddels een gezin gesticht, maar het huidige geluk werd vooraf gegaan door een donkere periode, waarin Johnny Lloyd ten prooi leek te vallen aan meerdere verslavingen en depressies. Het is fraai vastgelegd in een serie zeer persoonlijke songs, die een donker beeld schetsen van het leven van een jonge muzikant.

De songs op Next Episode Starts In 15 Seconds zijn zonder uitzondering uiterst ingetogen en worden vooral ingekleurd met akoestische gitaren, piano, mondharmonica en incidenteel wat strijkers en synths. Het kleurt prachtig bij de mooie stem van Johnny Lloyd. Het is een stem met een tijdloos karakter, die Next Episode Starts In 15 Seconds deels mee terugneemt naar de jaren 70, maar ook het werk van Elliott Smith dient zeer relevant vergelijkingsmateriaal aan.

Bij oppervlakkige beluistering klinkt het allemaal heel aangenaam, maar duik wat dieper in de muziek van Johnny Lloyd en je hoort een zeer getalenteerd songwriter die zijn songs vol gevoel en doorleving weet te vertolken. De Britse muzikant grossiert op zijn debuutalbum in eenvoudig klinkende maar ijzersterke songs. Het zijn songs die intieme persoonlijke verhalen vertellen, maar het zijn ook songs die vrijwel onmiddellijk blijven hangen.

Johnny Lloyd manifesteert zich op zijn solodebuut als authentiek troubadour en het gaat hem uitstekend af. Ik heb Next Episode Starts In 15 Seconds de afgelopen dagen veel intensiever beluisterd dan eerder dit jaar en ik ben behoorlijk onder de indruk geraakt van de intense songs van de Britse muzikant. Johnny Lloyd heeft met eenvoudige middelen songs gemaakt die je weten te raken, maar die ook groot talent verraden.

Dat talent hoor je ook op de deze week verschenen verzameling demo’s Low Fidelity Vol. 1. Het zijn songs en flarden van songs die nog wat soberder maar soms ook elektronischer zijn ingekleurd dan op het debuut van Johnny Lloyd, maar ook de 20 songs op Low Fidelity Vol. 1 verraden een groot talent voor het schrijven van tijdloze popsongs, dat 70 minuten aanhoudt.

Low Fidelity Vol. 1 is natuurlijk niet zo goed of essentieel als de selectie songs die Johnny Lloyd besloot verder uit te werken op Next Episode Starts In 15 Seconds, maar de ruwe demo’s gaven me wel het extra zetje dat nodig was om eens in de muziek van de Britse muzikant te duiken. Er zitten bovendien flink wat songs tussen die ik nog wel eens terug wil horen op het tweede album van de jonge Britse muzikant.

Het zijn al met al demo’s die heel nieuwsgierig maken naar hetgeen dat nog in het vat zit bij de jonge Britse muzikant. Ik heb er lang over getwijfeld, maar na alle aandacht van de afgelopen week durf ik Johnny Lloyd wel te scharen onder de smaakmakers van het muziekjaar 2019 en Next Episode Starts In 15 Second onder de memorabele debuten van het jaar. Erwin Zijleman

Johnny Lloyd - Punchline (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Johnny Lloyd - Punchline - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Johnny Lloyd - Punchline
In het lijstje met de namen van de grote songwriters van het moment komt de naam Johnny Lloyd waarschijnlijk niet al te vaak voor, maar de Britse muzikant hoort absoluut thuis in dit lijstje

Johnny Lloyd ontdekte ik een jaar of zes geleden min of meer bij toeval, maar vervolgens was de Britse muzikant wel goed voor drie jaarlijstjesalbums op rij. Sindsdien bracht hij een hoop materiaal uit in de vorm van ‘tussendoortjes’, maar op Punchline keert de briljante singer-songwriter Johnny Lloyd weer terug. Punchline klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast, maar de Britse muzikant geeft ook zijn eigen draai aan alle invloeden uit het verleden en komt wederom op de proppen met songs die je eindeloos wilt koesteren. Johnny Lloyd was voor mij wat uit beeld de afgelopen jaren, maar met Punchline is hij gelukkig weer helemaal terug.

Ik probeerde het in 2019 heel vaak met Next Episode Starts In 15 Seconds, het officiële debuutalbum van de Britse muzikant Johnny Lloyd. Heel lang hoorde ik niet zo heel veel in de songs van Johnny Lloyd, tot ik ze opeens briljant vond en Next Episode Starts In 15 Seconds begon te koesteren.

De Britse muzikant speelde voordat hij begon aan een solocarrière in Britse bands als Tribes en Operahouse, maar trok uiteindelijk vooral de aandacht met zijn wat roekeloze levensstijl, zijn psychische problemen en zijn relatie met de Britse actrice Billie Piper. De persoonlijke songs op het debuutalbum van Johnny Lloyd deden wel wat denken aan Elliott Smith, al vond ik de voor een belangrijk deel akoestische songs op het album ook typisch Brits.

Johnny Lloyd haalde met zijn debuutalbum mijn jaarlijstje en herhaalde dit kunstje in 2020 en 2021 met de albums Cheap Medication en La La La, die nog beter en veelzijdiger waren dan het fantastische debuutalbum. Tussen de genoemde drie albums in maakte de Britse muzikant nog een handvol andere albums gevuld met onder andere ruwe demo’s en songs voor soundtracks van tv-series. Ook na La La La is nog heel veel muziek van Johnny Lloyd verschenen, maar omdat het vooral ging om EP’s en soundtracks zijn ze mij niet opgevallen.

Ik ga er nog zeker naar luisteren, maar voorlopig gaat al mijn aandacht uit naar het deze week verschenen Punchline, dat wordt gepresenteerd als de echte opvolger van La La La uit 2021. Johnny Lloyd poseerde op de cover van zijn debuutalbum nog met zijn destijds zwangere vriendin Billie Piper, maar vorig jaar liep hun relatie op de klippen. Het heeft wel wat sporen nagelaten op het nieuwe album van de Britse muzikant, maar Punchline is zeker niet alleen een breakup album.

Punchline opent verrassend opgewekt met blazers, maar het album bevat zeker niet alleen zonnestralen. Johnny Lloyd laat wel weer direct horen dat hij een geweldig songwriter is en dat houdt hij ook dit keer een album lang vol. De Britse muzikant laat zich ook op Punchline inspireren door een aantal decennia Britse en Amerikaanse popmuziek, waarbij ook dit keer Elliott Smith opduikt als vergelijkingsmateriaal, maar ook de nodige groten uit de Britse popmuziek voorbij komen.

Als ik Punchline vergelijk met het inmiddels zes jaar oude Next Episode Starts In 15 Seconds moet ik concluderen dat Johnny Lloyd in deze zes jaar reuzenstappen heeft gezet. Op zijn debuutalbum klonken zijn songs nog als ruwe diamanten, maar op het nieuwe album van de Britse muzikanten schitteren ze uitbundig. De groei hoor je ook terug in de muziek, die voller en veelzijdiger klinkt, en zeker ook in de zang, die een stuk minder lo-fi klinkt dan zes jaar geleden.

Johnny Lloyd is nog altijd behoorlijk onbekend, maar het grote publiek, dat hij al verdiende met Next Episode Starts In 15 Seconds, Cheap Medication en La La La moet er nu echt maar eens komen. Punchline is een tijdloos singer-songwriter album en het is een album dat vol staat met songs van een niveau dat maar weinigen gegeven is. Het is misschien gemaakt door een enfant terrible, maar dat zijn wel vaker de beste en meest interessante muzikanten. Punchline staat op lang niet alle releaselijsten deze week, maar het is echt een van de grote releases van de eerste week van de tweede maand van het jaar. Erwin Zijleman

Johnny Mac & the Faithful - Midnight Glasgow Rodeo (2022)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Johnny Mac & The Faithful - Midnight Glasgow Rodeo - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Johnny Mac & The Faithful - Midnight Glasgow Rodeo
Johnny Mac & The Faithful was tot voor kort bekend als een band van Celtic supporters die de lokale pub in vuur en vlam kon zetten, maar met Midnight Glasgow Rodeo laat de band horen dat er meer in zit

Midnight Glasgow Rodeo van de Schotse band Johnny Mac & The Faithful is een album waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden, of je dat nu wilt of niet. Ook ik liet me makkelijk verleiden door de muziek van de band uit Glasgow, die flink wat invloeden uit de Keltische muziek verwerkt in haar songs. Zeker bij eerste beluistering vroeg ik me echter ook af of Midnight Glasgow Rodeo meer is dan een album waar je heel vrolijk van wordt. Langzaam maar zeker ben ik overtuigd geraakt van de kwaliteit van dit album, dat kiest voor een beproefd recept en af en toe makkelijk wil scoren, maar dat ook muzikaliteit en heel veel plezier en passie uitstraalt.

Meerdere lezers van deze BLOG hebben me de afgelopen weken met heel veel enthousiasme gewezen op Midnight Glasgow Rodeo van Johnny Mac & The Faithful. Het is een album waar ik direct heel erg vrolijk van werd en sindsdien is het een trouwe metgezel tijdens het wandelen, die er voor zorgt dat het tempo net wat hoger ligt dan gemiddeld. Het is echter ook een album dat ik, zeker bij mijn eerste beluisteringen, wat te weinig om het lijf vond hebben, waardoor een plekje op de krenten uit de pop in eerste instantie ver weg leek. Ik ben het album echter steeds meer gaan waarderen en inmiddels doet Midnight Glasgow Rodeo meer dan me alleen maar erg vrolijk maken.

Johnny Mac & The Faithful is een band uit het Schotse Glasgow en het is een band die tot voor kort vooral bekend was van het vertolken van songs waarin de Schotse voetbalclub Celtic een belangrijke rol speelt. Ik ga er van uit de band op de tribune bij Celtic niemand minder dan Rod Stewart tegen het lijf is gelopen, want het Britse popicoon is in twee songs op het album te horen.

Midnight Glasgow Rodeo is een album waarop Johnny Mac & The Faithful muziek maken waarin invloeden uit de Keltische muziek domineren. Midnight Glasgow Rodeo leunt hier en daar tegen de albums van met name The Waterboys en The Pogues aan, maar ook invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de radiovriendelijke Amerikaanse rockmuziek hebben hun weg gevonden naar het eerste serieuze album van de Schotse band.

Naast deze serieuze en interessante invloeden hoor je ook nog wel dat Johnny Mac & The Faithful een verleden hebben als een band die vooral voetballiederen vertolkte, want Midnight Glasgow Rodeo staat vol met songs die een goed gevuld Schots voetbalstadion moeiteloos in beweging moeten kunnen krijgen. Het zijn overigens ook songs die het vast geweldig doen in een Schotse pub waarin het bier al een tijdje rijkelijk vloeit.

Ik was er dan ook direct van overtuigd dat Johnny Mac & The Faithful een geweldige live-band is, maar een memorabel album maken vraagt toch wat meer. Inmiddels schat ik het album echter een stuk hoger in dan bij mijn eerste beluisteringen. Midnight Glasgow Rodeo staat niet alleen vol met songs die je humeur een enorme boost geven, maar het zijn ook songs die makkelijk blijven hangen en die niet zo snel gaan vervelen als ik had verwacht.

Ook in muzikaal opzicht heeft de Schotse band echt wel wat te bieden. Met name het gitaarwerk en de violen die de Keltische invloeden in de muziek van Johnny Mac & The Faithful onderstrepen klinken prima en ook de zang van Johnny Mac, die klinkt als een nuchtere Shane MacGowan, valt me zeker niet tegen.

De band uit Glasgow doet in de vijftien songs op het album niet heel veel nieuws, maar door het ijs zakken doet de band niet en teleurstellen maar zeer zelden. De fans van de band slaan misschien wat door met het uitroepen van het album tot het beste rootsalbum van 2022, maar een ieder die Johnny Mac & The Faithful degradeert tot een band die hooguit goed is voor de lokale pub zit er wat mij betreft ook naast. Midnight Glasgow Rodeo is op zijn minst een aardig rootsalbum met een stevige Keltische injectie en het is een album dat flink wat bonuspunten verdient met de bijzonder aanstekelijke songs en het enthousiasme waarmee ze worden vertolkt. Erwin Zijleman

Johnny Marr - Call the Comet (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Johnny Marr - Call The Comet - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Vraag een aantal willekeurige muziekliefhebbers om een aantal associaties bij de naam The Smiths en ik weet vrijwel zeker dat Morrissey met afstand het vaakst als eerste zal worden genoemd. Het zou me niet verbazen als vervolgens een aantal klassiekers van de legendarische Britse band voorbij komen, voordat de naam van Johnny Marr wordt genoemd.

Toch waren de unieke en uit duizenden herkenbare gitaarloopjes van Johnny Marr minstens net zo belangrijk voor het geluid van The Smiths als de al even herkenbare zang van Morrissey. Waar ik Morrissey na het uiteen vallen van The Smiths altijd ben blijven volgen, is een soloplaat van Johnny Marr tot dusver nooit iets geweest waar ik enthousiast voor opveerde.

Daarmee doe ik de gitarist uit Manchester geen recht, want de soloplaten die Johnny Marr tot dusver maakte waren zeker niet slecht, maar op een of andere manier deden ze me helemaal niets; iets wat ook gold voor de andere bands en projecten waarin Johnny Marr opdook. Ook de nieuwe soloplaat van Johnny Marr, Call The Comet, heb ik al een tijdje in huis, maar in de rangorde die ik voor deze week had gemaakt leek het nieuwe solowerk van Johnny Marr kansloos.

Waarom ik het toch heb geprobeerd weet ik niet, maar toen Call The Comet eenmaal uit de speakers kwam kon ik alleen maar concluderen dat Johnny Marr een hele lekkere plaat heeft gemaakt. Het opvallende is dat het een lekkere plaat is met een aantal zwakke schakels. Johnny Marr zingt redelijk, maar mist natuurlijk de grandeur van Morrissey, wat je het best hoort in de songs op de plaat die net wat te opzichtig tegen de erfenis van The Smiths aan schurken.

Johnny Marr is natuurlijk wel een geweldig gitarist, maar dat etaleert hij niet heel nadrukkelijk op Call The Comet. Natuurlijk imponeert de Brit hier en daar met prachtige loopjes, geweldige riffs of prima solo’s, maar op Call The Comet draait het vooral om de songs en niet alleen om het gitaarwerk.

Het zijn songs die zoals gezegd hier en daar tegen het werk van The Smiths aan zitten, maar in de meeste tracks op de plaat bestrijkt Johnny Marr een veel breder palet. Call The Comet heeft zich stevig laten inspireren door de Britpop uit de jaren 90, maar verwerkt net zo makkelijk invloeden uit de postpunk of uit de 70s bluesy hardrock en komt ook nog op de proppen met songs die raken aan U2 in wat meer geïnspireerde dagen.

Johnny Marr maakt misschien niet zoveel indruk als zanger en stelt zich als gitarist verrassend bescheiden op, maar de songs op Call The Comet zijn van hoog niveau. Het zijn deze songs die Call The Comet een flinke boost geven, waarna je steeds meer oor krijgt voor het bij vlagen wel degelijk aanwezige fantastische gitaarwerk op de plaat, wat de plaat nog meer kleur en kracht geeft.

Johnny Marr was voor mij lange tijd de gitarist die kleur gaf aan de jaren 80 en 90, maar vervolgens nooit meer echt indruk wist te maken, maar met zijn nieuwe plaat is echt helemaal niets mis. Het is een plaat die je meeneemt langs een aantal decennia Britse gitaarmuziek en hierbij continu vermaakt met uitstekende songs. Erg lekkere plaat dus. Erwin Zijleman

Jolie Holland - Wine Dark Sea (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jolie Holland - Wine Dark Sea - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Jolie Holland formeerde ooit de Canadese band The Be Good Tanyas, maar stapte op voordat het trio wereldwijd werd onthaald als een rootssensatie. Daar hoeven we achteraf bezien niet om te treuren, want waar The Be Good Tanyas door stevig tikkende biologische klokken nauwelijks platen maakte, heeft Jolie Holland inmiddels een aardig stapeltje platen op haar naam staan. En het is ook nog eens een stapeltje hele goede platen.

Niemand minder dan Tom Waits gaf de solocarrière van Jolie Holland ooit een flinke zet in de goede richting en haalde haar vervolgens binnen bij het prestigieuze ANTI label. Diezelfde Tom Waits duikt nu nadrukkelijk op als, toch wel wat onverwacht vergelijkingsmateriaal bij beluistering van Jolie Holland’s nieuwe plaat Wine Dark Sea.

In de openingstrack gieren de gitaren, beuken de drums en neemt een gruizige onderlaag bezit van de speakers. In diezelfde openingstrack schuurt en piept de stem van Jolie Holland en lijkt het vrouwelijke equivalent van Tom Waits geboren. NoDepression.com omschrijft het overigens als “Hank Williams got together with Velvet Underground” en ook dat is een mooie en relevante omschrijving.

Het is een openingstrack die aankomt als de bekende mokerslag, zodat het goed nieuws is dat de luisteraar in de tweede track even mag bij komen. Dat duurt niet lang, want ook in een traditioneel aandoende pianoballad wordt al snel naar een climax toegewerkt, beginnen de gitaren weer te ronken en stijgt de temperatuur binnen een paar minuten met enkele graden.

Wine Dark Sea is zelfs voor Jolie Holland begrippen een buitengewoon rauwe en ongepolijste plaat. Dit met name door het gruizige en bij vlagen snoeiharde gitaarwerk, maar ook de productie en de uit duizenden herkenbare en waarschijnlijk niet voor iedereen aangename vocalen op de plaat dragen bij aan de donkere en vaak zelfs wat grimmige sfeer op Wine Dark Sea.

De plaat klinkt anders dan het vroege werk van Jolie Holland, maar is toch een typische Jolie Holland plaat, die hier en daar ook wel haakjes heeft naar de oude platen van de Texaanse singer-songwriter.

Jolie Holland kiest nooit voor de makkelijkste weg en verwerkt op geheel eigen wijze invloeden uit meerdere decennia Amerikaanse rootsmuziek. Dat varieert nog altijd van nachtclub jazz tot traditionele country en van indringende folk tot soulvolle blues, maar dit keer voegt Jolie Holland er zoals gezegd zompige en aardedonkere rockmuziek aan toe.

Hoe hard de gitaren ook tekeer gaan, Jolie Holland blijft een rootsmuzikanten die de tradities van de verschillende genres eert en altijd mooie en indringende verhalen vertelt. Zelf hou ik wel van het wat stevigere werk, maar ook liefhebbers van meer ingetogen rootssongs zullen Wine Dark Sea uiteindelijk weten te waarderen.

Persoonlijk ben ik inmiddels al heel wat dagen diep onder de indruk van deze plaat. Jolie Holland wist zich in haar oeuvre altijd al te vernieuwen, maar zet nu een aantal flinke stappen in de richting van een volstrekt uniek geluid. Het is een geluid dat confronteert en hier en daar zelfs bang maakt, maar op een gegeven moment heeft de plaat je bij je strot en is er aan ontkomen onmogelijk.

Jolie Holland opereert ondanks een aantal fantastische platen altijd nog wat in de marge, maar verdient zo langzamerhand een standbeeld. Of op zijn minst erkenning als grootheid in het genre, precies zoals Tom Waits al weer heel wat jaren geleden voorspelde. Erwin Zijleman

Jolie Holland & Samantha Parton - Wildflower Blues (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jolie Holland & Samantha Parton - Wildflower Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Jolie Holland groeide op in het diepe zuiden van de Verenigde Staten (Houston, Texas), maar vergaarde haar eerste muzikale roem vanuit het Canadese Vancouver, waar ze samen Samantha Parton de band The Be Good Tanyas formeerde.

Aangevuld met Frazey Ford en Trish Klein leverde de band in 2001 een zeer memorabel en succesvol debuut af (Blue Horse). Jolie Holland had de band inmiddels al weer verlaten en koos voor een solocarrière in de Verenigde Staten.

Dat leverde tussen 2003 en 2014 een handvol geweldige platen op, met The Living And The Dead uit 2006 en Wine Dark Sea uit 2014 als mijn persoonlijke favorieten. In mijn recensie van de laatstgenoemde plaat gunde ik Jolie Holland zelfs een standbeeld voor haar platen en daar sta ik nog steeds achter.

Het was een tijd stil rond de Amerikaanse singer-songwriter, maar vorige week lag er gelukkig weer een nieuwe plaat van Jolie Holland in de winkel. Op Wildflower Blues doet Jolie Holland het voor de afwisseling eens niet in haar uppie, maar werkt ze samen met Samantha Parton, met wie ze in 1999 The Be Good Tanyas formeerde. Het levert een hele bijzondere en verrassend sterke plaat op.

Op Wildflower Blues maken Jolie Holland en Samantha Parton bijzonder ingetogen, intieme, donkere en broeierige muziek. Het is laid-back muziek die diep is geworteld in de soul, gospel, blues, jazz en folk van het zuiden van de Verenigde Staten en die direct beelden van snikhete veranda’s aan de Mississippi op het netvlies tovert.

Wildflower Blues is een bijzonder ingetogen, maar ook verrassend subtiele plaat. De instrumentatie kabbelt zachtjes op de achtergrond en dringt zich slechts incidenteel op met mooie pianoloopjes of wonderschone gitaarlijnen van Jolie Holland, Samantha Parton en Paul Rigby, die tekent voor de bijdragen van de fuzz guitar.

Het tempo op Wildflower Blues ligt over het algemeen genomen uiterst laag, wat het lome karakter van de muziek op de plaat alleen maar versterkt. Wat geldt voor de instrumentatie, geldt overigens ook voor de vocalen op de plaat. Ook deze slepen zich vaak langzaam voort en zijn over het algemeen fluisterzacht. Het zorgt voor een hele bijzonder sfeer.

Wildflower is een intieme en wonderschone plaat, maar het is ook een donkere en dreigende plaat. Het is een plaat die op de achtergrond snel zal vervliegen, maar bij aandachtige beluistering is de impact van Wildflower Blues bijna beangstigend groot. Jolie Holland en Samantha Parton hebben een plaat gemaakt die je langzaam maar zeker compleet opslokt, of je dat nu wilt of niet.

Tijdens dit proces worden de gitaarlijnen op de plaat alleen maar mooier en mistiger en kruipen de fluisterzachte vocalen steeds dieper onder de huid. Het zorgt er voor dat Wildflower Blues snel transformeert van een mooie en intieme plaat met traditioneel klinkende rootsmuziek tot een plaat die je niet meer wilt missen en die je bij iedere nieuwe beluistering nog wat dieper raakt.

In de eigen songs en vertolkingen van songs van onder andere Townes van Zandt en Bob Dylan bouwen Samantha Parton en Jolie Holland keer op keer de spanning genadeloos op, tot het moment dat je als luisteraar bijna bezwijkt.

Wildflower Blues is waarschijnlijk geen plaat die hele volksstammen aanspreekt, maar een ieder die een zwak heeft voor broeierige klanken en bezwerende vocalen kan de plaat van Jolie Holland en Samantha Parton wel eens in zijn of haar jaarlijstje zien opduiken. Rijk en beroemd gaat Jolie Holland er niet mee worden, maar dat standbeeld verdient ze na deze bijzonder mooie en indringende plaat nog wat meer. Erwin Zijleman

Jolie Laide - Jolie Laide (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jolie Laide - Jolie Laide - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jolie Laide - Jolie Laide
Jeff MacLeod en Nina Nastasia bundelen de krachten en leveren als Jolie Laide een ruw en donker album af, dat zowel ingetogen als gruizig kan klinken en dat wordt gedragen door de bijzondere stem van Nina Nastasia

Jolie Laide is een van de wat obscuurdere namen tussen het aanbod aan nieuwe albums deze week, maar met de Canadese muzikant Jeff MacLeod en vooral de Amerikaanse muzikante Nina Nastasia heeft het twee gelouterde muzikanten aan boord. De samenwerking van de twee pakt uitstekend uit, want het veelkleurige gitaarwerk van Jeff MacLeod past uitstekend bij de bijzondere stem van Nina Nastasia. In muzikaal opzicht kan het meerdere kanten op, want Jolie Laide schakelt makkelijk tussen onder andere folk, country-noir, lo-fi en indierock, maar door de bezwerende vocalen van Nina Nastasia klinkt de donkere en ruwe muziek van Jolie Laide ook verrassend consistent.

Tussen de nieuwe albums van deze week kwam ik het titelloze album van Jolie Laide tegen. De naam zei me echt helemaal niets, maar de muziek op het album vond ik direct aansprekend. Jolie Laide betekent letterlijk iets als knap lelijk en is een predicaat dat kennelijk vooral op vrouwen wordt toegepast. In het Engels wordt voor Jolie Laide de definitie “a woman whose ugliness forms her chief fascination” gebruikt, waardoor de bandnaam Jolie Laide me in deze tijd wat ongepast lijkt.

Het is gelukkig wel een vrouw die de hoofdrol speelt in de band, want Jolie Laide is een duo dat bestaat uit de Canadese muzikant Jeff MacLeod en de Amerikaanse muzikante Nina Nastasia. Jeff MacLeod ken ik niet, maar hij speelde in het verleden onder andere in de Canadese band The Cape May. Nina Nastasia ken ik daarentegen wel en het is een muzikante die ik heel hoog heb zitten.

Nina Nastasia debuteerde in 2000 met het fraaie Dogs, en maakte vervolgens met The Blackened Air (2002), Run To Ruin (2003) en On Leaving (2006) een drietal geweldige albums, waarvan met name de laatste twee onbetwist jaarlijstjesalbum waren. Hierna volgde in 2010 het album Outlaster, waarna het heel lang stil werd rond Nina Nastasia, tot ze vorig jaar terugkeerde met Riderless Horse.

Nina Nastasia en Jeff MacLeod leerden elkaar kennen in 2006 toen ze allebei een album opnamen in de Electrical Audio Studio van Steve Albini in Chicago. De twee werkten al eerder samen, maar nu is er een gezamenlijk album en ik vind het een mooi album. Het is een rauw en donker album zonder opsmuk, waardoor ik flink wat raakvlakken hoor met de muziek van Nina Nastasia, die met haar zang het geluid van Jolie Laide voor een belangrijk deel bepaalt.

Jeff MacLeod en Nina Nastasia maakten het eerste album van Jolie Laide grotendeels met zijn tweeën, waardoor het album elementair en sober klinkt. In muzikaal opzicht wordt het album gedomineerd door gitaren, die het geluid van Jolie Laide meerdere kanten op duwen. De muziek van Jolie Laide kan redelijk ingetogen en folky klinken, maar schuift hier en daar ook op richting country noir en veel vaker richting behoorlijk rauwe indierock. Het is een geluid dat hier en daar wat lo-fi klinkt, maar zeker wanneer wordt gekozen voor breed uitwaaiende gitaarakkoorden is de muziek van Jolie Laide ook verrassend beeldend.

Gitaren spelen een zeer voorname rol in het geluid van Jolie Laide, maar dit geluid wordt vooral bepaald door de zang van Nina Nastasia. De Amerikaanse muzikante beschikt over een herkenbaar stemgeluid en zingt met veel gevoel en bezwering. Ze kan bijna lieflijk zingen, maar kan ook ruw van zich afbijten, wat het album voorziet van veel dynamiek. De stem van Nina Nastasia is niet per se mooi, maar het is wel een stem met veel impact en een stem die haar muziek voorziet van vooral donkere tinten.

Het is niet anders op het debuutalbum van Jolie Laide, waarop Nina Nastasia terugkijkt op haar jeugd in Californië. Door de veelkleurige gitaarklanken en de indringende zang is het debuutalbum van Jolie Laide een album dat makkelijk de aandacht trekt, maar net als de soloalbums van Nina Nastasia is het een album dat veel beter wordt wanneer je het vaker hebt gehoord. Mooi en lelijk komen op dit album op bijzondere wijze samen, waardoor de bandnaam op een of andere manier toch treffend is. Het debuutalbum van Jolie Laide is met een klein half uur muziek wel wat aan de korte kant, maar is zeker memorabel. Erwin Zijleman

Jon Allen - Deep River (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jon Allen - Deep River - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Op de cover van Jon Allen’s Deep River is een kolkende rivier te zien. Het is een beeld dat goed aansluit op de emotionele roller-coster ride die de gemiddelde voetballiefhebber de afgelopen weken keer op keer heeft moeten doorstaan. Nu dat weer voorbij is verlangt menigeen naar een kabbelend beekje in plaats van een kolkende rivier en wordt Deep River mogelijk snel terzijde geschoven.

Laat je echter niet op het verkeerde been zetten door de titel en de cover van de nieuwe plaat van de Britse singer-songwriter Jon Allen. Deep River is immers in muzikaal opzicht precies het kalm voortkabbelende stroompje dat we momenteel zo hard nodig hebben.

Jon Allen maakt op zijn derde plaat geen geheim van zijn belangrijkste inspiratiebronnen. Deep River sluit aan bij de misschien ietwat brave, maar tegelijkertijd wonderschone folkrock uit de jaren 70. Denk aan de platen van Al Stewart en al zijn soortgenoten en je weet wat je kunt verwachten op Deep River van Jon Allen.

Deep River staat vol met folky popliedjes die doen verlangen naar een hangmat en die je bijna dwingen om de smartphone even niet op te laden. Het zijn popliedjes die vaak starten met een akoestische gitaar en hierna verder worden ingekleurd met onder andere strijkers en een mooi dragend orgeltje, maar Deep River bevat, zeker na de ingetogen aanloop, ook een aantal net wat stevigere songs, waarmee Allen aansluit bij de folkrock en bluesy rock van de jaren 70.

De instrumentatie op Deep River is over het algemeen mooi en verzorgd, maar het is ook een instrumentatie die volledig in dienst staat van de mooie en warme stem van Jon Allen. Jon Allen maakt misschien muziek die niet heel veel opzien hoeft te baren en die zich waarschijnlijk lastig kan onderscheiden van die van de concurrentie, maar de bijzonder mooie stem van Jon Allen tilt de songs op Deep River keer op keer naar een hoger plan. De stem van Jon Allen lijkt te bestaan uit gelijke delen Rod Stewart, Bob Dylan en Don Henley, waarbij het aangename van de laatste licht domineert over het rauwe van de eerste en het rasperige van de tweede.

In muzikaal opzicht is Deep River vooral een aangename plaat, maar als Jon Allen gaat zingen gebeurt er iets op de plaat. Ik ben er nog steeds niet uit of er nu heel veel opzienbarends gebeurt op Deep River van Jon Allen en ik niet net zo goed kan grijpen naar klassiekers uit het verleden, maar het positieve effect van de plaat doet me toch steeds weer grijpen naar de derde plaat van de muzikant uit Winchester. Hierbij helpt het dat Jon Allen geen one trick pony is. Na het folky begin van de plaat schakelt Allen halverwege moeiteloos over op soulvolle en bluesy pop, waarmee de Brit aansluiting vindt bij het hele contingent blue-eyed soulzangers, maar de Brit is ook niet vies van gruizerige en licht psychedelische songs die weer aan Daniel Lanois doen denken.

Deep River van Jon Allen heeft zo voor elk wat wils, waarbij de prettige sfeer op de plaat de gemene deler is. Deep River is uiteindelijk het langzaam kabbelende beekje waaraan we allemaal willen vertoeven. Of de plaat heel lang stand houdt durf ik niet te voorspellen, maar vooralsnog kan ik Deep River van Jon Allen maar moeilijk weerstaan. Erwin Zijleman

Jon Batiste - WE ARE (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jon Batiste - WE ARE - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jon Batiste - WE ARE
De Amerikaanse muzikant Jon Batiste brengt op WE ARE een ode aan de zwarte muziek uit het verleden en het heden en doet dit met flink wat vocale, muzikale en productionele hoogstandjes

WE ARE is mijn eerste kennismaking met de muziek van Jon Batiste en wat is het een imponerende kennismaking. Hier en daar klinkt WE ARE als het album dat Prince waarschijnlijk best had willen maken en een groter compliment kun je een muzikant niet geven. Het album schiet ook nog talloze andere kanten op. Soul, funk, disco, gospel, hiphop, jazz, R&B en pop worden keer op keer op bijzonder aangename wijze aan elkaar gesmeed, waarbij het smullen is van de songs, de zang, de instrumentatie en de productie. Jon Batiste had van mij best wat kieskeuriger mogen zijn met het toevoegen van invloeden, wat mogelijk een soulklassieker had opgeleverd, maar de diversiteit van WE ARE heeft ook zijn charme.

De Amerikaanse muzikant Jon Batiste heeft al een flinke stapel (jazz)albums op zijn naam staan, maar persoonlijk ken ik hem alleen als bandleider van de Amerikaanse tv-show The Late Show (met Stephen Colbert) en van de song WE ARE.

Laatstgenoemde song werd vorig jaar een van de lijfliederen van de Black Lives Matter demonstranten en het is ook de titeltrack en openingstrack van het nieuwe album van Jon Batiste. Het is een track waarin invloeden uit de soul, gospel, funk en disco worden gecombineerd met een onweerstaanbaar gitaarloopje dat zo van de hand van Nile Rodgers had kunnen zijn, met een zeer aanstekelijk refrein en met een vleugje jazz aan het eind.

Het is een prima start van een album dat vervolgens op fascinerende wijze aan de haal gaat met de archieven van de zwarte muziek. Luister naar WE ARE en een heel arsenaal aan grote soulzangers komt voorbij. De ene keer kiest Jon Batiste voor de stuwende funk van James Brown om niet veel later de hoge noten van Al Green te evenaren of juist te kiezen voor de soul en hiphop uit het heden. In vocaal opzicht klinkt het allemaal geweldig. Jon Batiste is niet alleen een geweldige soulzanger, maar kan ook in alle hoeken van het genre en in enkele omliggende genres uit de voeten.

Zoals gezegd put de muzikant uit New Orleans stevig uit de archieven van de zwarte muziek en met alle invloeden uit deze archieven springt hij van de hak op de tak. Van vintage jaren 70 soul tot stuwende funk, van jazzy soul tot de hiphop van het moment, inclusief raps (waar ik persoonlijk nog steeds niet zo gek op ben, maar dat zal de leeftijd zijn).

Jon Batiste stapt met zevenmijlslaarzen door genres en tikt iedere keer weer iets anders aan. Ik vind het zeker niet allemaal even goed en het had van mij ook best wat consistenter gemogen, maar de beste tracks op het album zijn ook echt heel erg goed. En wat kun je van een muzikant uit New Orleans anders verwachten dan een smeltkroes vol invloeden.

In vocaal opzicht staat het als een huis, maar ook in muzikaal opzicht houdt Jon Batiste een enorm hoog niveau vast. De Amerikaanse bandleider en zijn medemuzikanten kunnen de soul en funk uit een ver verleden met grote precisie reproduceren, maar sluiten net zo makkelijk aan bij jazzy klanken uit een nog verder verleden, met uiteraard fantastisch pianospel van de man die ooit vooral bekend was als jazzpianist, of juist bij de R&B en hiphop van het moment.

Zeker in de moddervet klinkende tracks met blazers, veel keyboards en wat ingetogen vocalen hoor ik echo’s van de muziek van Prince, die een album als WE ARE waarschijnlijk ook graag gemaakt zou hebben. Een groter compliment kan ik Jon Batiste persoonlijk niet geven.

Na de songs, de zang en de muziek, verdient ook de productie van het album, waarvoor Jon Batiste een aantal producers in huis haalde, een pluim, want wat komt het allemaal lekker uit de speakers. Een aantal gastmuzikanten van naam en faam, onder wie Mavis Staples en Quincy Jones zijn de kers op de taart.

Jon Batiste heeft met WE ARE een eigentijds album gemaakt dat de pop niet schuwt, maar dat vooral de zwarte muziek uit het heden en het verleden eert. Ik sla af en toe een track over moet ik toegeven, maar het is toch zeker een half uur intens genieten. Erwin Zijleman

Jonathan Jeremiah - Horsepower for the Streets (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jonathan Jeremiah - Horsepower For The Streets - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jonathan Jeremiah - Horsepower For The Streets
De Britse muzikant Jonathan Jeremiah levert met zijn vijfde album Horsepower For The Streets een warmbloedig en sfeervol album af dat klinkt als een vergeten soulklassieker uit de late jaren 60 of vroege jaren 70

Met de bakken strijkers, de heerlijke koortjes en de prachtige soulvolle strot van Jonathan Jeremiah dacht ik even een oude soulplaat in handen te hebben, maar Horsepower For The Streets komt wel degelijk uit 2022. Het is een album van een soort waarvan er de laatste jaren wel meer zijn gemaakt, maar het vijfde album van de Britse muzikant springt er wat mij betreft makkelijk uit. Het nostalgische geluid dringt zich genadeloos op, Jonathan Jeremiah zingt prachtig en ook met de songs op Horsepower For The Streets is niets mis. Ik kende de Britse muzikant eerlijk gezegd niet, maar zijn nieuwe album is wat mij betreft een indrukwekkend werk, dat nog heel wat speeluren krijgt de komende maanden.

Jonathan Jeremiah levert deze week met Horsepower For The Streets zijn vijfde album af. Ik had tot dusver kennelijk een blinde vlek voor de muziek van de Britse muzikant, want zijn vorige vier albums ken ik eerlijk gezegd niet, al zal ik er vast wel eens wat van gehoord hebben. Een onuitwisbare indruk wist Jonathan Jeremiah tot dusver in ieder geval nog niet te maken, maar dat deed hij wel direct met zijn nieuwe album, dat ik al na een paar noten opschreef voor een plekje op de krenten uit de pop.

Dat is op zich bijzonder, want in de reacties op Horsepower For The Streets lees ik met grote regelmaat dat de Britse muzikant op zijn nieuwe album vooral voortborduurt op een inmiddels zeer bekend geluid. Het is een geluid waarvoor ik kennelijk plotseling vatbaar ben geworden, want ik vind Horsepower For The Streets echt prachtig.

Jonathan Jeremiah schreef de meeste songs voor zijn nieuwe album terwijl hij aan het touren was in Frankrijk en nam het album uiteindelijk op in een Amsterdamse kerk. Dat laatste hoor je af en toe aan het ruimtelijke en wat galmende geluid op het album, al had ik het ook geloofd als me was verteld dat Horsepower For The Streets ergens aan het eind van de jaren 60 of het begin van de jaren 70 was opgenomen in een van de roemruchte soulstudio’s in de Verenigde Staten.

Het nieuwe album van Jonathan Jeremiah klinkt immers elf songs lang als een soulalbum uit vervlogen tijden. Dat ligt vooral aan de instrumentatie, die wordt gedomineerd door een uit de kluiten gewassen strijkersorkest. Buiten de stevig aanzwellende strijkers houdt de Britse muzikant de inkleuring van zijn nieuwe album betrekkelijk sober, wat een warm en ook wel wat psychedelisch geluid oplevert, dat hier en daar wordt verrijkt met jazzy accenten. Het is een geluid dat makkelijk een aantal decennia oud had kunnen zijn, maar ook in 2022 doet het nieuwe album van Jonathan Jeremiah het uitstekend, zeker als je je bedenkt dat de koude en donkere avonden er aan zitten te komen.

In muzikaal opzicht klinkt Horsepower For The Streets echt bijzonder lekker, maar het meeste onderscheidend vermogen komt van de stem van de Britse muzikant, die op Horsepower For The Streets klinkt als een van de grote soulzangers uit het verleden, al kan de Britse muzikant zich ook meten met de singer-songwriters uit deze periode. Jonathan Jeremiah zingt vol gevoel en doorleving en laat zich ook nog eens fraai bijstaan door een flink aantal vrouwenstemmen, wat zijn eigen stem nog wat verder opstuwt.

Er zijn de laatste jaren wel meer albums verschenen als Horsepower For The Streets, waaronder het briljante Kiwanuka van Michael Kiwanuka. Ik ben er nog niet uit of het nieuwe album van Jonathan Jeremiah in dezelfde categorie valt, maar ik ben vooralsnog toch erg onder de indruk van zijn vijfde album, dat absoluut klinkt als een vergeten klassieker en dat doet een album niet zo maar.

Het helpt misschien dat ik de vorige albums van de Britse muzikant niet ken en Horsepower For The Streets dus niet af kan doen als meer van hetzelfde, al mag Jonathan Jeremiah van mij eindeloos prachtalbums als deze blijven maken. Ik werd direct gegrepen door dit album, dat ook na flink wat keren horen niet verslapt. Laat maar komen die winteravonden, met dit prachtalbum ben ik er helemaal klaar voor. Erwin Zijleman

Jonathan Wilson - Eat the Worm (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jonathan Wilson - Eat The Worm - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jonathan Wilson - Eat The Worm
Zoals we van Jonathan Wilson inmiddels gewend zijn klinkt hij op zijn nieuwe album weer flink anders, met dit keer een geluid dat opschuift richting de grote singer-songwriters uit de jaren 70

Jonathan Wilson heeft in net iets meer dan tien jaar tijd een fraai oeuvre opgebouwd. Het is een oeuvre dat is te omschrijven als een omgevallen platenkast en het is een bijzonder goed gevulde platenkast. De Amerikaanse muzikant legt op al zijn albums net wat andere accenten en ook op zijn nieuwe album Eat The Worm klinkt de Amerikaanse muzikant weer anders dan op zijn vorige albums. Harry Nilsson is een naam die op komt bij beluistering van Eat The Worm, maar Jonathan Wilson laat zich niet zo makkelijk in een hokje duwen en levert een album af dat meerdere keren van kleur verschiet. Wat niet veranderd is, is de kwaliteit van de muziek van de Amerikaanse muzikant, want die is ook dit keer hoog.

Het is een prachtig stapeltje albums dat de Amerikaanse muzikant Jonathan Wilson inmiddels op zijn naam heeft staan en het is bovendien een verrassend veelzijdig stapeltje albums. Op Gentle Spirit uit 2011 en Fanfare uit 2013 putte Jonathan Wilson vooral uit de archieven van de muziek die in de late jaren 60 en 70 in de Laurel Canyon bij Los Angeles werd gemaakt, waarna hij in 2018 op Rare Birds opschoof richting 70s en 80s pop, rock en psychedelica met een voorliefde voor het werk van Pink Floyd en in 2020 op Dixie Blur juist zijn liefde voor Amerikaanse rootsmuziek etaleerde.

Echt in een hokje te duwen waren de albums van de Amerikaanse muzikant overigens nooit, want alle albums van Jonathan Wilson staan bol van de invloeden en klinken stuk voor stuk als een omgevallen platenkast. Naast zijn werkzaamheden als producer (bijvoorbeeld voor Father John Misty en Margo Price) en sessiemuzikant (onder andere in de band van Roger Waters) heeft Jonathan Wilson na ruim drie jaar de tijd gevonden voor een nieuw album, dat deze week is verschenen.

Het zal waarschijnlijk niemand verbazen dat Eat The Worm weer totaal anders klinkt dan zijn vorige albums. De openingstrack Marzipan is rijk georkestreerd met strijkers, maar heeft ook Beatlesque ingrediënten en doet misschien nog wel het meest denken aan het werk van Harry Nilsson, al zijn ook de laatste albums van de eerder genoemde Father John Misty ook niet heel ver weg. Met Eat The Worm heeft Jonathan Wilson zijn 70s singer-songwriter album gemaakt en ook dat is een genre dat de Amerikaanse muzikant uitstekend beheerst.

Ook dit keer moet de muziek van Jonathan Wilson echter niet te snel in een hokje worden geduwd. Eat The Worm is een bont ingekleurd album, dat keer op keer een andere afslag neemt dan je had verwacht en is volgestopt met bijzondere accenten. Net zoals op alle vorige albums van Jonathan Wilson komt af en toe flink wat psychedelica voorbij, maar Eat The Worm klinkt desondanks maar zelden als zijn voorgangers.

Voor de 50 minuten muziek op het album wordt een heel arsenaal aan instrumenten uit de kast getrokken, waardoor iedere song weer anders klinkt. Jonathan Wilson heeft speciale aandacht besteed aan de ritmes, maar is uiteraard goed voor prachtig gitaarwerk (met een enkele keer een vleugje David Gilmour), terwijl ook strijkers en blazers een prominente rol spelen op het album. De instrumentatie is over het algemeen mooi en verzorgd, maar Eat The Worm mag ook met enige regelmaat ontsporen, wat het album voorziet van veel dynamiek.

Die dynamiek hoor je niet direct in de zang van de Amerikaanse muzikant, want deze is het hele album aangenaam dromerig. Ook op zijn nieuwe album springt Jonathan Wilson qua invloeden weer van de hak op de tak, maar uiteindelijk valt alles op zijn plek, al duurt het even voor je alle geheimen van dit bijzondere album hebt ontrafeld.

Ik luister de laatste weken vaak naar het werk van Harry Nilsson en hoor veel raakvlakken met Eat The Worm. Aan de andere kant is het ook een typisch Jonathan Wilson album, want ondanks het feit dat al zijn albums anders klinken haal je de hand van de Amerikaanse muzikant er onmiddellijk uit. Het volgende album gaat vast weer totaal anders klinken, maar van mij mag Jonathan Wilson nog best een album blijven hangen in het geluid van het zeer fraaie Eat The Worm. Erwin Zijleman

Jonathan Wilson - Rare Birds (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jonathan Wilson - Rare Birds - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

We hebben lang moeten wachten op een nieuwe plaat van Jonathan Wilson. Sinds het fascinerende Fanfare zijn immers bijna vierenhalf jaar verstreken, maar stil gezeten heeft Jonathan Wilson natuurlijk niet.

De Amerikaanse muzikant produceerde platen van onder andere Roy Harper, Karen Elson, Conor Oberst en Father John Misty en speelde bovendien een belangrijke rol bij het tot stand komen van Is This The Life We Really Want? van Roger Waters, in wiens band Jonathan Wilson momenteel is te zien en horen als gitarist.

De enorme staat van dienst van Roger Waters heeft flink wat invloed gehad op de nieuwe plaat van Jonathan Wilson, want Rare Birds doet me meer dan eens denken aan Pink Floyd. De openingstrack Trafalgar Square had zo op een oude Pink Floyd plaat kunnen staan en het is zeker niet de enige track op de plaat die herinneringen oproept aan de muziek van de roemruchte Britse band, aan het melodieuze gitaarwerk van David Gilmour of juist aan het solowerk van Roger Waters, dat ook met grote regelmaat sporen heeft nagelaten op de plaat.

Hier laat Jonathan Wilson het zeker niet bij, want net als zijn vorige twee platen is ook Rare Birds er weer een die klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast. Het is een omgevallen platenkast waarin de klassiekers uit de jaren 70 en de vroege jaren 80 domineren, maar vervolgens kan het alle kanten op.

Het zijn invloeden die ook al opdoken op de vorige twee platen van de Amerikaanse muzikant, maar deze twee platen werden uiteindelijk toch gedomineerd door invloeden uit de Laurel Canyon scene van de late jaren 60 en vroege jaren 70. Het zijn invloeden die op Rare Birds een stapje terug hebben moeten doen ten gunste van invloeden uit de 70s en 80s pop.

Rare Birds bevat zoals gezegd met enige regelmaat flarden Pink Floyd, maar zeker wanneer Jonathan Wilson wat meer elektronica inzet en kiest voor bijzondere ritmes, hoor ik ook wat van de door mij gekoesterde eerste vier soloplaten van Peter Gabriel of van de interessantere platen van Talk Talk. Hiernaast hoor ik veel van de platen van Wings, van Fleetwood Mac en soms wat van E.L.O (maar dan zonder het orkest).

Zo kan ik nog wel even door blijven gaan met het noemen van namen, want de bijna 80 minuten durende luistertrip die Jonathan Wilson heeft opgeleverd schiet als een roller coaster door de muziekarchieven van de jaren 70 en 80 en tikt bij een incidentele looping ook het heden aan, waarbij de Amerikaan dicht langs de laatste plaat van The War On Drugs scheert.

Jonathan Wilson is op Rare Birds verder dan ooit verwijderd van de Amerikaanse rootsmuziek en gaat vooral voor de pop. Het is echter geen doorsnee pop, maar pop die de fantasie prikkelt en je ook nog eens zielsgelukkig maakt.

De criticus zal beweren dat Jonathan Wilson bijna 80 minuten lang keurig binnen de lijntjes kleurt, maar zo lang dat de ene na de andere memorabele of op zijn minst bijzonder aangename popsong oplevert, hoor je mij daar niet over klagen. Ik adviseer de criticus bovendien om nog een paar keer te luisteren naar de plaat, die mij nog steeds nieuwe dingen laat horen en, zeker bij beluistering met de koptelefoon, fascineert met een bijzonder rijk instrumentarium.

Rare Birds valt op door een indrukwekkende gastenlijst (met onder andere de namen van Father John Misty, Lucius, Lana Del Rey en Laraaji), maar uiteindelijk voegen de gasten slechts accenten toe aan het fascinerende en veelkleurige geluid dat Jonathan Wilson op Rare Birds laat horen. Rare Birds schiet keer op keer door prachtige platenkasten uit de jaren 70 en 80 en blijft maar verbazen, verrassen en vermaken. Wat een heerlijke plaat. Erwin Zijleman

Joni Mitchell - Blue (1971)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joni Mitchell - Blue (1971) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Joni Mitchell - Blue (1971)
Joni Mitchell was pas 27 jaar oud toen ze in 1971 haar meesterwerk Blue maakte, wat het sobere maar ook complexe en van gevoel en melancholie overlopende album nog wat knapper en interessanter maakt

Joni Mitchell is vanwege problemen met haar gezondheid inmiddels al vele jaren niet of nauwelijks meer actief in de muziek, maar in de late jaren 60 en vroege jaren 70 leverde ze het ene na het andere geweldige album af. Van deze albums wordt Blue uit 1971 door velen gezien als het onbetwiste meesterwerk gezien en daar valt wat voor te zeggen. Blue is een album waarop eenvoud en complexiteit hand in hand gaan. De instrumentatie is vooral sober, maar de songs van Joni Mitchell kiezen zeker niet voor de makkelijkste weg en dat doet ook haar zang niet. Ik heb best lang moeten wennen aan Blue, maar inmiddels is het ook voor mij een van de onbetwiste klassiekers uit de geschiedenis van de popmuziek.

Mijn liefde voor vrouwelijke singer-songwriters ontwikkelde zich aan het eind van de jaren 80, waarna ik begon aan een inhaalslag. Ik wist vervolgens de meeste grote albums uit de jaren 70 wel te vinden, maar met het oeuvre van Joni Mitchell maakte ik een valse start. Mijn eerste kennismaking met de muziek van Joni Mitchell was immers het uit 1988 stammende Chalk Mark In A Rain Storm, waarna Dog Eat Dog uit 1985 volgde.

Dat zijn nu niet bepaald de beste of meest interessante albums van de in Canada geboren muzikante. Ik heb ze voor de zekerheid weer eens beluisterd de afgelopen week en het zijn albums met een jaren 80 geluid dat de tand des tijds niet goed heeft doorstaan. Ik kan me wel voorstellen dat ik destijds niet onder de indruk was van de muziek van Joni Mitchell, maar ook toen ik haar interessante albums wel had gevonden verliep mijn kennismaking met de muziek van Joni Mitchell moeizamer dan die met de andere grote vrouwelijke singer-songwriters uit het verleden.

Het heeft deels te maken met de stem van de Canadese muzikante, maar ook de songs van Joni Mitchell hebben iets dat mij bij eerste beluistering wat in de weg zat. Langzaam maar zeker ben ik het oeuvre van Joni Mitchell, en dan met name de albums die ze in de jaren 60 en 70 maakte, echter op de juiste waarde gaan schatten. Een van de laatste Joni Mitchell album uit deze periode die me wist te veroveren was Blue uit 1971 en laat dit volgens velen nu net haar beste album zijn. Ik hoorde het lange tijd niet, maar inmiddels is Blue ook voor mij een album dat ik koester.

Blue is een singer-songwriter album van een soort die tegenwoordig niet al te vaak meer wordt gemaakt. Het is een album met een uiterst sobere instrumentatie, waardoor vooral de stem van Joni Mitchell opvalt. Het is niet de makkelijkste stem uit de geschiedenis van de popmuziek, maar Joni Mitchell zingt op Blue wel met heel veel gevoel. Dat gevoel kwam ook wel ergens vandaan. Haar relatie met Graham Nash was niet veel eerder op de klippen gelopen, waarna ze zich had gestort in een relatie met James Taylor.

James Taylor is als muzikant te horen op Blue en dit geldt ook voor Stephen Stills, drummer Russ Kunkel en pedal steel gitarist Sneaky Pete Kleinow. Joni Mitchell hield de touwtjes tijdens de opnamen van Blue stevig in handen, want ze tekende niet alleen voor de songs, de zang, een groot deel van het akoestische gitaarwerk, de dulcimer en de piano, maar produceerde het album ook zelf.

Ik kan me niet precies herinneren wat me dwars zat bij mijn eerste beluisteringen van Blue, want inmiddels vind ik alles mooi aan het album. Joni Mitchell beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid, maar ze zingt op Blue echt prachtig. De instrumentatie op het album is subtiel, maar bijzonder trefzeker en dat geldt ook voor de sobere productie van het album.

Joni Mitchell schreef voor Blue een aantal persoonlijke songs en het zijn deze songs die van het album een klassieker hebben gemaakt. Het zijn songs die aan de ene kant sober aanvoelen, maar die aan de andere kant behoorlijk complex zijn, wat absoluut bijdraagt aan het fascinerende karakter van het album. Er zijn momenteel niet veel vrouwelijke singer-songwriters die het aandurven om een album als Blue te maken. Dat begrijp ik ook wel, want het album ademt de sfeer van vervlogen tijden, maar aan de andere kant komen de songs van Joni Mitchell na al die jaren nog altijd keihard binnen. Erwin Zijleman

Jordana - Face the Wall (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jordana - Face The Wall - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jordana - Face The Wall
De Amerikaanse muzikante Jordana moet concurreren met een heel legioen aan jonge vrouwelijke singer-songwriters in het indiesegment, maar houdt zich makkelijk staande met haar bijzondere songs

Jordana Nye is pas eenentwintig jaar oud, maar maakt inmiddels al heel wat jaren muziek. Met haar ‘bedroom pop’ trok ze al de nodige aandacht, maar het onlangs verschenen Face The Wall vind ik een stuk interessanter. Op haar nieuwe album kiest Jordana voor een voller ingekleurd popgeluid. Het is een popgeluid dat aansluit bij de eigenzinnige pop van het moment, maar Jordana kent ondanks haar jonge leeftijd ook haar klassiekers uit de jaren 90. Op het eerste gehoor klinken de songs van Jordana vooral aangenaam en aanstekelijk, maar de Amerikaanse muzikante schrijft ook songs die net wat dieper graven, waardoor Face The Wall zich makkelijk weet te onderscheiden van de stapels albums van de concurrentie.

Ik ben door het enorme aanbod van de afgelopen jaren inmiddels wat selectiever geworden wanneer het gaat om albums van jonge vrouwelijke muzikanten in het indiesegment. Face The Wall van Jordana heb ik daarom een aantal weken geleden laten liggen, maar op een of andere manier dook het album toch iedere keer weer op en langzaam maar zeker raakte ik steeds meer overtuigd van de kwaliteiten van de Amerikaanse muzikante, die pas eenentwintig is, maar al een jaar of negen songs schrijft.

Face The Wall is de eerste muziek die ik van Jordana tegen kom, maar ze was de afgelopen twee jaar al behoorlijk productief. Zo debuteerde ze in 2020 niet alleen met het goed ontvangen Classical Notions Of Happiness, maar bracht ze in hetzelfde jaar met Something To Say en ...To You ook nog eens twee EP’s uit, die later aan elkaar werden gesmeed tot het album Something To Say To You en tenslotte was er vorig jaar ook nog eens de EP Summer’s Over, die Jordana maakte met TV Girl.

Ik heb het inmiddels allemaal beluisterd, maar vind het onlangs verschenen Face The Wall toch met afstand het meest interessante werk van de jonge muzikante uit New York. Jordana (Nye) heeft de bedroom pop uit haar jonge jaren inmiddels verruild voor mooi geproduceerde pop met hier en daar flirts met de dansvloer. Face The Wall werd geproduceerd door Cameron Hale, die eerder het ijzersterke album van Claud produceerde.

Het debuutalbum van Claud is absoluut relevant vergelijkingsmateriaal, maar ik hoor af en toe ook wel iets van Billie Eilish in de muziek van Jordana, die ook niet vies is van wat invloeden uit de 90s indierock van bijvoorbeeld Liz Phair of invloeden van de perfecte indiepop van een band als The Cardigans. Jordana bevindt zich met de muziek die ze maakt in een overvolle vijver, maar de muzikante uit New York is wat mij betreft voldoende eigenzinnig om zich te onderscheiden van het grootste deel van haar concurrenten.

Face The Wall is in muzikaal opzicht interessant dankzij bijzondere ritmes en een mooie mix van elektronica en gitaren. Ook in vocaal opzicht weet de Amerikaanse muzikante me vrij makkelijk te overtuigen en Face The Wall staat ook nog eens vol met lekker in het gehoor liggende of zelfs aanstekelijke popliedjes, die ook de fantasie volop prikkelen en in tekstueel opzicht ook nog ergens over gaan.

Jordana heeft een album gemaakt dat aansluit bij een hele stapel albums van jonge vrouwelijke muzikanten in het indiesegment, maar ze sluit wel aan bij de betere albums in het genre en slaagt er ook in om iets van zichzelf toe te voegen aan alles dat er al is. Face The Wall is bovendien een album dat zich direct bij eerste beluistering aangenaam opdringt, maar dat pas na meerdere keren horen diepgang laat horen.

Het is knap hoe Jordana invloeden uit het verleden combineert met invloeden uit het heden in songs die complexer zijn dan je bij eerste beluistering door hebt en het is nog knapper hoe de muzikante uit New York er in slaagt om met flink wat even tijdloze als onweerstaanbaar lekkere popliedjes op de proppen te komen. Ik heb het album zoals gezegd zelf vrij snel opzij gelegd, maar wat ben ik blij dat ik dit album nog een tweede kans heb gegeven. Jordana is nog piepjong, maar laat op Face The Wall horen dat ze bulkt van het talent. Erwin Zijleman

Jordana - Lively Premonition (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jordana - Lively Premonition - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Jordana - Lively Premonition
Jordana haalde met haar laatste album, Lively Premonition, toch wel wat verrassend flink wat jaarlijstjes en daarin hoort het vooral door zonnige muziek uit de jaren 70 beïnvloede album zeker thuis

Jordana moet concurreren met flink wat andere jonge popzangeressen, maar maakte indruk met haar vorige album. Met haar nieuwe album doet ze dat nog meer, al is Lively Premonition vooral door de Amerikaanse critici goed ontvangen. Het nieuwe album van de muzikante uit Los Angeles klinkt anders dan zijn voorganger. Lively Premonition is een album met een duidelijke jaren 70 vibe, die af en toe wel wat aan de muziek van The Carpenters doet denken. Het klinkt allemaal heerlijk lui en zonnig, maar Jordana laat ook absoluut kwaliteit horen op haar tijdloos klinkende album, dat ook nog wat uitstapjes naar de Laurel Canyon folk maakt. Het is een verrassende maar mooie stap van Jordana.

Er is momenteel absoluut geen gebrek aan vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor (indie)pop, waardoor ik noodgedwongen flink wat albums in het genre laat liggen. Het gebeurde eerder dit jaar met Lively Premonition van Jordana, dat ik absoluut lekker vond klinken, maar dat het uiteindelijk in een week met heel veel interessante nieuwe albums net niet redde.

De critici vonden het album van de muzikante uit Los Angeles overigens wel onderscheidend en zelfs onderscheidend genoeg voor een notering in flink wat jaarlijstjes. Ik hoorde het zelf niet direct, maar inmiddels ben ook ik gegrepen door de charme van Lively Premonition.

De naam Jordana klonk me niet heel bekend in de oren, maar in de zomer van 2022 was ik wel degelijk behoorlijk enthousiast over het album Face The Wall, waarop Jordana Nye vermaakte met knap gemaakte indiepop, die ik vergeleek met de muziek van Claud en Billie Eilish. Op haar nieuwe album heeft Jordana de eigentijdse indiepop verruild voor een nostalgischer klinkend geluid.

Lively Premonition is voorzien van een zeer aangenaam klinkende jaren 70 vibe en het is een jaren 70 vibe die vooral associaties oproept met zonnige en onbezorgde tijden. De Amerikaanse muzikante maakte haar nieuwe album samen met producer en multi-instrumentalist Emmett Kai, die nog geen heel indrukwekkend cv heeft als producer, maar op Lively Premonition laat horen dat hij deze kunst zeker beheerst.

Op haar nieuwe album neemt Jordana je zoals gezegd mee terug naar de jaren 70 in het algemeen en in het bijzonder naar de zwoele en wat jazzy muziek uit de jaren 70, al bevatten de songs van Jordana ook absoluut invloeden uit de Laurel Canyon folk uit dezelfde periode. Het album staat vol met warme klanken, waarin de piano een belangrijke rol speelt, maar ook de sfeervolle gitaarakkoorden opvallen.

Lively Premonition is een album dat vrijwel continu associaties oproept, maar zelf hoor ik toch het meest van de muziek van The Carpenters in de nieuwe songs van Jordana. De muziek van broer en zus Karen en Richard Carpenter werd destijds gezien als een ultieme vorm van kitsch, maar wordt tegenwoordig terecht een stuk hoger ingeschat.

De stem van Jordana is misschien niet zo helder als die van Karen Carpenter, maar ze laat, meer dan op haar vorige albums, horen dat ze een uitstekende zangeres is met een zeer aangenaam geluid. Het is een geluid dat uitstekend gedijt in de warme en zwoele klankentapijten van Emmett Kai, die doen verlangen naar lange, warme en zorgeloze zomers.

Het is muziek die het afgelopen jaar absoluut veel vaker is gemaakt, maar de songs van Jordana klinken net wat tijdlozer, de muziek van Emmett Kai net wat gloedvoller en de stem van de muzikante uit Los Angeles net wat mooier en verleidelijker, waardoor het album er in positieve zin uit springt.

Wanneer Jordana je de dansvloer op sleept schuift Lively Premonition wat op in de tijd met muziek die wat aan The Cardigans doet denken, al verdwijnt het jaren 70 gevoel nooit helemaal uit de muziek van de Amerikaanse muzikante. Ik hoorde een paar maanden geleden niet wat de critici zo goed vonden aan het album, maar inmiddels begrijp ik het helemaal en moet ik concluderen dat Jordana nog een stuk talentvoller is dan ik in 2022 beweerde. Erwin Zijleman

Josef - Dry River (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Josef - Dry River - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Josef is een Frans trio rond zangeres Julie Seiller. Het debuut van de band uit Rennes is verschenen op het Franse Microcultures label, dat vorig jaar met de comeback plaat van The Appartments een jaarlijstjes plaat in handen had.

Ook met Dry River van Josef heeft het label weer een bijzondere plaat in handen. Josef maakt op haar debuut bezwerende muziek, die verrassend lastig in een hokje is te duwen.

De muziek van het Franse trio bevat invloeden uit de folk(-noir), klinkt soms flink psychedelisch, maar heeft ook wat van de muziek van Portishead (maar dan zonder het grootste deel van de elektronica), Mazzy Star of de eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70. Josef maakt muziek die teruggrijpt op de popmuziek uit de jaren 60 en 70, maar bevat ook invloeden uit de jaren 90 en klinkt ook zeker eigentijds.

Een belangrijk deel van de inspiratie voor de plaat vond Julie Seiller op een road-trip door de Verenigde Staten, die ook vast heeft bijgedragen aan een betere beheersing van het Engels, maar gelukkig is Julie Seiller haar verleidelijke Franse accent niet helemaal kwijt geraakt.

Julie Seiller trekt met haar bijzondere, deels bijna gesproken, vocalen absoluut de meeste aandacht op het debuut van Josef, maar ook haar twee muzikale medestanders dragen zeker bij aan het bijzondere eindresultaat.

Drummer Gael Desbois drumt subtieler dan de meeste van zijn soortgenoten, terwijl gitarist Patrick Sourimant driftig strooit met fraaie gitaarloopjes of breed uitwaaiend gitaarspel. Beiden voorzien het organische en bezwerende geluid van de band ook nog eens met fraaie elektronische accenten.

Dry River van Josef is een plaat die zich makkelijk opdringt, maar het is zeker geen plaat met makkelijke luisterliedjes. Josef is geen band van toegankelijke refreinen of lekker in het gehoor liggende melodieën, maar moet het hebben van muziek die onder de huid kruipt.

De muziek van het Franse trio is donker en stemmig, maar heeft ook vaak iets rauws. De instrumentatie is over het algemeen ingetogen, bij vlagen wonderschoon, maar kan ook ieder moment ontsporen.

Het past fraai bij de bijzondere zang van Julie Seiller, die nadrukkelijk op de voorgrond kan treden, maar ook genoegen kan nemen met een plekje achter in de mix.

Dry River van Josef is anders van de meeste andere platen van het moment en is ondanks de donkere klanken een plaat die het goed doet in het ontluikende voorjaar. Ik schrijf hem alvast op als één van de verrassende debuten van 2016. Erwin Zijleman

Joseph - Closer to Happy (2026)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Joseph - Closer To Happy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Joseph - Closer To Happy
Het Amerikaanse trio Joseph trok een jaar of zes geleden de aandacht met een briljante Tom Waits cover, is inmiddels uitgedund tot een duo, maar maakt ook op Closer To Happy weer indruk met prachtige stemmen

Ik luister niet zo heel vaak naar albums met covers, maar als een aantal van mijn favoriete zangeressen aan de haal gaan met het werk van Tom Waits, ben ik bij de les. Het zette me op het spoor van het Amerikaanse trio Joseph, waarvan ik vervolgens twee uitstekende albums leren kennen. De zussen Closner zijn inmiddels met zijn tweeën en kiezen voor een net wat ander en wat mij betreft interessant geluid. Het levert een aantal even persoonlijke als avontuurlijke songs op, maar ook op Closer To Happy zijn het vooral de stemmen van Meegan en Natalie Closner die indruk maken, zeker als ze hun stemmen verschillend gebruiken of juist goed zijn voor bijzonder mooie harmonieën.

In het najaar van 2019 ontdekte ik het Amerikaanse trio Joseph. Het drietal tekende voor de openingstrack en titeltrack van het onder de naam Women Sing Waits uitgebrachte Come On Up To The House en maakte wat mij betreft een verpletterende indruk. De stemmen van de zussen Allison, Meegan en Natalie Closner kleurden echt prachtig bij elkaar en waren op het verzamelalbum met songs van Tom Waits direct goed voor kippenvel.

Dankzij dit album kwam ik op het spoor van het eerder dat jaar verschenen tweede album van Joseph en ook op Good Luck, Kid maakten de drie zussen uit Portland, Oregon, diepe indruk met hun prachtige stemmen en betoverend mooie harmonieën. Good Luck, Kid werd in het voorjaar van 2023 gevolgd door The Sun dat ik nog wat beter vind dan zijn voorganger.

Op The Sun hebben invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek deels plaatsgemaakt voor invloeden uit de pop, maar de zang op het album is weer van een bijzondere schoonheid, terwijl het album echt heel mooi is geproduceerd door de gelouterde topproducer Tucker Martine.

Joseph keert deze week terug met een nieuw album en wat direct opvalt bij het bekijken van de cover van Closer To Happy is dat er nog maar twee vrouwen zijn te zien. Joseph is op haar nieuwe album een duo, want Allison Closner heeft de band inmiddels verlaten om tijd te hebben voor andere doelen in het leven.

Dat is jammer, want harmonieën met drie prachtig bij elkaar passende stemmen zijn indrukwekkender dan harmonieën waarin slechts twee stemmen zijn te horen, al laat bijvoorbeeld het Zweedse duo First Aid Kit inmiddels al heel wat jaren horen dat het niet minder mooi hoeft te zijn.

Meegan en Natalie Closner staan er nu met zijn tweeën voor en doen er in vocaal opzicht een schepje bovenop. Closer To Happy opent met betrekkelijk sobere gitaarakkoorden en de direct prachtige stemmen van de twee overgebleven zussen. Het zijn stemmen die in eerste instantie vooral ingetogen klinken, maar fraai meebewegen met de muziek, die ook wat stevigere uitbarstingen laat horen. Natuurlijk wordt de derde stem van Allison gemist, maar zowel de elkaar versterkende stemmen als de harmonieën maken ook dit keer indruk.

Ook op Closer To Happy verwerkt Joseph zowel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek als uit de pop, met hier en daar wat stevigere gitaren dan we van de zussen gewend zijn, maar ook enkele uitstapjes naar andere hoeken van de pop. Joseph vertrouwt ook op Closer To Happy op vocaal vuurwerk en dat blijkt wederom een krachtig wapen. Het tweetal verlegt ook de koers met niet alleen een wat ruwer geluid maar ook behoorlijk donkere en intieme songs, die een persoonlijk tintje, diepgang, kwetsbaarheid en emotie toevoegen aan het geluid van Joseph.

Ik vind het persoonlijk jammer dat Joseph een zus is kwijtgeraakt en dat, mede hierdoor, harmonieën een wat minder prominente rol spelen dan op de vorige albums, maar het siert Meegan en Natalie Closner dat ze niet fantasieloos doorgaan op de eerder ingeslagen weg, maar experimenten met nieuwe klanken en andere vocalen. Wat niet is veranderd is dat ik ook Closer To Happy weer een indrukwekkend album vind van een in Nederland vooralsnog vrij onbekende band. Erwin Zijleman

Joseph - Good Luck, Kid (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joseph - Good Luck, Kid - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Joseph - Good Luck, Kid
De drie zussen die samen Joseph vormen knallen uit de speakers met imponerend vocaal vuurwerk en harmonieën om van te watertanden

Joseph mocht vorige maand het Tom Waits tribute album Come On Up To The House openen en maakte een onuitwisbare indruk. Op haar derde album Good Luck, Kid kiest Joseph wat meer voor de pop en een net wat te zwaar aangezet geluid. Het zijn kleine smetjes op een album dat flink wordt opgetild door de zang van Allison, Meegan en Natalie Closner, die individueel imponeren, maar tot grote hoogten stijgen wanneer hun stemmen samensmelten in wonderschone harmonieën. Combineer de drie zussen met een producer van naam en faam en ze maken een wereldplaat.

Joseph is een trio uit Portland, Oregon, dat bestaat uit de zussen Allison, Meegan en Natalie Closner. Het drietal bracht eerder dit jaar haar derde album Good Luck, Kid uit. Het is een album dat me zeker was ontgaan wanneer Joseph niet was opgedoken op het prachtige Tom Waits tribute album Come On Up To The House.

Het Amerikaanse drietal opende dit album met de titeltrack en betoverde met drie prachtig bij elkaar kleurende stemmen, die goed waren voor bijzonder fraaie harmonieën.

Joseph bracht eerder dit jaar zoals gezegd haar derde album uit en het is een album waarop Allison, Meegan en Natalie Closner net wat minder vertrouwen op hun geweldige harmonieën dan op hun eerdere albums. Good Luck, Kid, is een stuk minder traditioneel dan met name het debuut van het Amerikaanse drietal en flirt opzichtig met pop. Daar moet je van houden, maar dat doe ik, zeker wanneer het gaat om pop zoals die is te horen op het album van Joseph.

Good Luck, Kid is voorzien van een wat zwaar aangezet geluid en het is een geluid dat vraagt om krachtige stemmen. Hier ben je bij de zusjes Closner zeker voor aan het juiste adres. Good Luck, Kid is met name in vocaal opzicht een indrukwekkend album. De drie zussen uit Portland zijn alle drie voorzien van een krachtige stem, maar het zijn ook nog eens stemmen die prachtig samenvloeien, zoals alleen stemmen van zussen dat kunnen.

Joseph werd in het verleden vooral vergeleken met wat traditioneel aandoende vocale krachtpatsers als The Staves en First Aid Kit, maar sinds Joseph de pop heeft omarmd hoor ik vooral raakvlakken met Lucius, Lily & Madeleine en zeker ook HAIM; met uitzondering van Lucius overigens allemaal bands die bestaan uit zussen. Uit het verleden kan ook Wilson Phillips nog worden toegevoegd (nog twee zussen).

Zeker wanneer de instrumentatie zwaar wordt aangezet gaat de muziek van Joseph de kant van de radiovriendelijke pop op, maar Good Luck, Kid bevat ook een aantal songs die meer invloeden uit de country en folk bevatten. Het derde album van Joseph bevalt me het best wanneer de zusjes Closner betrekkelijk ingetogen zingen en tekenen voor harmonieën van een bijna onwerkelijke schoonheid, maar ook als in vocaal opzicht flink wordt aangezet, blijft de muziek van Joseph aan de goede kant van de streep.

Good Luck, Kid laat echter ook horen dat het Amerikaanse drietal nog veel beter kan. Met vocaal vuurwerk als op het derde album van Joseph moet je garant kunnen staan voor drie kwartier kippenvel en dat doet Good Luck, Kid net niet. Niet alle songs op het album zijn even sterk of benutten de vocale talenten van de zussen Closner even goed, maar tegenover de wat zwakkere songs op het album staan songs waarin Allison, Meegan en Natalie Closner in vocaal opzicht imponeren en kippenvel met geen mogelijkheid te onderdrukken is.

Na beluistering van de openingstrack van het Tom Waits tribute album Come On Up To The House hoopte ik op een album vol met dit soort songs. Dat is Good Luck, Kid misschien niet, maar het is wel een album dat me steeds wat dierbaarder wordt, net als de album van HAIM overigens. Alleen al vanwege de harmonieën is Good Luck, Kid van Joseph echt veel te goed om te laten liggen. Erwin Zijleman

Joseph - The Sun (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joseph - The Sun - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Joseph - The Sun
De Amerikaanse zussen Allison, Meegan en Natalie Closner maken ook op het vierde album van Joseph indruk met hun prachtig bij elkaar kleurende stemmen, maar ook de songs op The Sun zijn uitstekend

Joseph trok een kleine vier jaar geleden mijn aandacht met een prachtige versie van Come On Up To The House van Tom Waits, waarna ik ook hun derde album Good Luck, Kid oppikte. Dat album wordt deze week gevolgd door The Sun, waarvoor onder andere sterproducer Tucker Martine werd gerekruteerd. The Sun bevalt me in muzikaal opzicht net wat beter dan het vorige album van Joseph, maar ook dit keer vermengen de Amerikaanse zussen invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de pop. Joseph staat garant voor prima songs, maar vooral voor heel veel vocaal vuurwerk, dat in de smaak moet vallen bij liefhebbers van zingende zussen als First Aid Kit.

Good Luck, Kid was aan het eind van 2019 mijn eerste kennismaking met de muziek van het Amerikaanse trio Joseph. Het is een kennismaking die ik dankte aan de bijdrage van Joseph aan het fraaie Tom Waits tribute album Come On Up To The House, waarop het Amerikaanse drietal in vocaal opzicht schitterde. Dat deden de zussen Allison, Meegan en Natalie Closner ook op hun derde album Good Luck, Kid, dat deze week een opvolger krijgt met The Sun.

Good Luck, Kid was een album dat in de smaak had moeten vallen bij liefhebbers van bijvoorbeeld de Zweedse zussen Johanna en Klara Söderberg, die als First Aid Kit stevig aan de weg timmeren in Europa, maar de muziek van Joseph deed helaas weinig. Het is maar de vraag of dit gaat veranderen met het deze week verschenen The Sun, want ook het vierde album van de zussen uit Portland, Oregon (of eigenlijk Joseph, Oregon), krijgt hier vooralsnog weinig aandacht.

Dat is jammer, want ook op The Sun laten Allison, Meegan en Natalie Closner weer horen dat ze beschikken over gouden keeltjes. Net als de genoemde zussen Söderberg beschikken de zussen Closner over prachtig bij elkaar kleurende stemmen, zoals eigenlijk alleen de stemmen van zussen dit kunnen. Natuurlijk tekenen de drie voor prachtige harmonieën, maar ook als een van de drie het voortouw neemt, is de zang op The Sun om van te watertanden. Ook The Sun doet weer meer dan eens denken aan de muziek van First Aid Kit. Enerzijds vanwege de zang, maar anderzijds door de liefde voor zowel Amerikaanse rootsmuziek als pop. Ook de vergelijking met Wilson Phillips is er overigens een die hout snijdt.

Vergeleken met het vorige album van Joseph klinkt The Sun wat evenwichtiger en wordt het vocale vuurwerk wat beter gedoseerd. Het is de verdienste van de twee producers die het drietal wist te strikken, want Christian “Leggy” Langdon (Amos Lee, BANKS) en met name Tucker Martine (My Morning Jacket, Laura Veirs, First Aid Kit) staan garant voor vakwerk. The Sun is voorzien van een warm en smaakvol geluid, dat zowel lekker vol als ingetogen kan klinken, maar dat altijd voldoende ruimte open laat voor de stemmen van Allison, Meegan en Natalie Closner, die zwoel kunnen verleiden, maar die ook met orkaankracht door de speakers kunnen komen.

Liefhebbers van de wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek zullen het nieuwe album van Joseph wat teveel pop vinden, maar liefhebbers van popmuziek met een vleugje roots en heel veel vocaal vuurwerk, vinden veel van hun gading op The Sun. Zelf hou ik wel van de mooi klinkende en toch nergens te gepolijst klinkende popsongs van Joseph en met hun prachtige stemmen, die elkaar geweldig weten te versterken, overtuigen Allison, Meegan en Natalie Closner me tien songs lang.

The Sun is bovendien een album dat ik steeds beter vind worden. Zeker bij eerste beluistering kan de zang van de Amerikaanse zussen wel wat overweldigend klinken, maar na enige gewenning hoor je alleen de schoonheid en de kracht in de zang op het album. The Sun laat bovendien flinke groei horen vergeleken met voorganger Good Luck, Kid, wat doet uitzien naar meer werk van deze talentvolle Amerikaanse zussen. Erwin Zijleman

Joseph Arthur - The Family (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joseph Arthur - The Family - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse singer-songwriter Joseph Arthur heeft inmiddels een aardig stapeltje platen op zijn naam staan, maar in mijn platenkast zie ik er echt maar één.

Our Shadows Will Remain uit 2004 heb ik heel vaak gedraaid en als ik me niet vergis heeft de plaat zelfs mijn jaarlijstje over het betreffende jaar gehaald, maar op de een of andere manier mis ik sindsdien de platen van de Amerikaan, die een paar jaar geleden samen met Ben Harper en Dhani Harrison (zoon van George) ook nog de supergroep Fistful of Mercy vormde.

Al weer een aantal maanden geleden verscheen The Family, dat ik ter ere van het concert dat Joseph Arthur volgende maand geeft in Amsterdam alsnog op de mat vond. Het is de eerste muziek die ik van Joseph Arthur hoor in een jaar of tien, maar The Family bevalt me zeer.

Vlak voor het opnemen van The Family tikte Joseph Arthur een antieke piano op de kop en deze piano staat centraal in alle songs op de plaat. De uit New York opererende muzikant speelt op zijn nieuwe plaat niet alleen op de prachtig klinkende Steinway piano, maar bespeelt ook alle andere instrumenten.

De ervaren Tchad Blake verzorgde vervolgens de mix en het is een mix die, zeker op het eerste gehoor, nogal heftig over komt. Boven op de mooie pianoklanken laat Joseph Arthur de gitaren flink janken en vervormen, waarna stevig aangezette elektronische drums, synths en loops het geluid nog verder inkleuren.

Ik moest zeker even wennen aan de niet alledaagse combinatie van instrumenten, maar vind het inmiddels prachtig. De piano zorgt op The Family voor de sfeer, de gitaren voor de intensiteit, terwijl de elektronica beiden lagen met elkaar weet te verbinden. Vervolgens voegt Joseph Arthur ook nog zijn vocalen toe en ook deze zijn intens.

Het levert een geluid op dat niet goed is te vergelijken met de muziek van anderen en dat zich na enige gewenning flink opdringt. Joseph Arthur combineert op zijn nieuwe plaat niet alleen op bijzondere wijze verschillende instrumenten, maar integreert ook zeer uiteenlopende stijlen in zijn muziek en smeedt deze stijlen bovendien aan elkaar tot een uniek geluid, dat flarden uit meerdere decennia popmuziek bevat.

Het is een intens geluid vol emotie, passie en avontuur en het is een geluid dat de songs van de Amerikaan een enorme urgentie geeft. Als ik naar The Family luister weet ik direct weer wat ik 12 jaar geleden zo goed vond aan Joseph Arthur, ook al klinkt deze plaat totaal anders dan Our Shadows Will Remain.

Na beluistering van deze interessante en indringende plaat weet ik zeker dat ik Joseph Arthur in de gaten ga houden en ga ik bovendien de tussenliggende platen ontdekken, ook al ligt de lat na beluistering van The Family ontzettend hoog. Erwin Zijleman

Josephine Foster - Godmother (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Josephine Foster - Godmother - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Josephine Foster - Godmother
Josephine Foster joeg me tot dusver de gordijnen in met haar stem en manier van zingen, maar het is allemaal anders op het ook nog eens op bijzonder fascinerende wijze ingekleurde Godmother

Josephine Foster draait inmiddels ruim 15 jaar mee en is in die 15 jaar zeer productief. Ze stuurt haar muziek steeds weer een net wat andere kant op, maar ik kon er maar zelden wat mee. Deze keer verrijkt de Amerikaanse muzikante haar muziek met een flinke bak synthesizers en combineert ze folk met elektronische muziek en een vleugje psychedelica. Hier blijft het niet bij, want ook de zang van Josephine Foster zit me dit keer totaal niet in de weg, wat op bijna al haar vorige albums wel anders was. Godmother is een eigenzinnig maar ook wonderschoon album, dat me direct wist te betoveren en sindsdien alleen maar indrukwekkender wordt. Wat een verrassing.

De Amerikaanse singer-songwriter Josephine Foster debuteerde een jaar of zeventien geleden en heeft inmiddels ook een stuk of vijftien albums op haar naam staan. Het zijn albums die voor het merendeel zijn gevuld met behoorlijk ingetogen akoestische folk. Het zijn vrijwel uitzondering albums die ik mooi vind tot het moment dat de Amerikaanse muzikante begint te zingen. Ik kan niet tegen de stem van Josephine Foster en nog minder tegen haar manier van zingen.

Tegen beter weten in probeerde ik het zo ongeveer met al haar albums, maar van liefde was nooit sprake. Ik had niet verwacht dat het er na zoveel albums nog eens van zou komen, maar ik vind het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter echt prachtig. Op het deze week verschenen Godmother doet Josephine Foster een aantal dingen anders en dat levert een totaal ander album op dan ik had verwacht.

Laat ik beginnen bij de zang. Die is wat meer ingetogen en vooral een stuk minder expressief dan we van Josephine Foster gewend zijn. Hier en daar hoor ik nog wel het typische Josephine Foster geluid, maar veel vaker zingt de Amerikaanse singer-songwriter net wat meer ingetogen. Het klinkt wat mij betreft een flink stuk aangenamer en het zit mij persoonlijk echt geen moment meer in de weg.

Ook als Josephine Foster weer even in haar oude manier van zingen vervalt, klinkt Godmother totaal anders dan haar vorige albums. Ook op Godmother wordt de basis van de muziek van Josephine Foster gevormd door haar akoestische gitaar en haar stem, maar ook bas en drums zijn nadrukkelijker aanwezig in het geluid van de muzikante uit Colorado. In de basis zou Godmother een typisch Josephine Foster album kunnen zijn, met hooguit wat meer ingetogen zang, maar Josephine Foster verrijkt haar songs op haar nieuwe album ook nog eens met wolken synthesizers, die haar muziek een psychedelisch tintje geven.

Het zijn synthesizers die zo lijken weggelopen uit de pioniersdagen van de elektronische popmuziek en hier en daar lijkt het wel alsof Josephine Foster Kraftwerk heeft ingehuurd als begeleidingsband. Zonder het album gehoord te hebben lijkt het vast een idiote combinatie, maar het pakt echt geweldig uit.

De akoestische klanken, de bijzondere vocalen en de breed uitwaaiende synths versterken elkaar op bijzondere wijze en leveren een uniek geluid op. Josephine Foster koos op haar albums tot dusver vooral voor bijna verstilde folksongs, die ook een eeuw oud hadden kunnen zijn, maar met Godmother sleept ze haar songs op fascinerende wijze de toekomst in.

Bij beluistering van vrijwel al haar vorige albums hield ik het hooguit een paar minuten vol, maar na de negen songs en ruim 40 minuten muziek van Godmother ben ik nog lang niet verzadigd en zet ik het album bij voorkeur nog een keer op. Het nieuwe album van Josephine Foster is een album om heerlijk bij weg te dromen, maar de bijzondere combinatie van akoestische gitaren, bijzondere zang en nostalgisch klinkende synthesizers houdt je ook negen song lang op het puntje van je stoel.

Ik vind Godmother niet alleen met afstand het beste album van Josephine Foster, maar ook een van de mooiste en meest bijzondere albums van het nog zeer prille muziekjaar 2022. Deze had ik echt niet zien aankomen. Erwin Zijleman

Josh Rouse - Going Places (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Josh Rouse - Going Places - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Josh Rouse - Going Places
Josh Rouse stelde vier jaar geleden flink teleur met een voor zijn doen bijzonder zwak album, maar laat op Going Places horen dat hij de goede vorm van met name zijn vroege albums nog niet is verloren

Ik heb altijd een zwak gehad voor de muziek van Josh Rouse, maar de afgelopen tien jaar was het beste er wel van af en zijn vorige album was zelf ondermaats. Going Places werd opgenomen tijdens de Spaanse corona lockdowns en laat Josh Rouse in topvorm horen. De Amerikaanse muzikant heeft een aantal tijdloze songs geschreven en vertolkt ze losjes maar geïnspireerd. De instrumentatie op het album is ontspannen en zonnig en ademt de sfeer van het nieuwe vaderland van de Amerikaanse muzikant. Josh Rouse blijft verder een uitstekend zanger met een bijzonder aangenaam stemgeluid. Ik had geen hoge verwachtingen van Going Places maar het is een uitstekend album.

Ik volg de Amerikaanse muzikant Josh Rouse al sinds zijn debuut Dressed Up Like Nebraska uit 1998 en de in Nebraska geboren muzikant stelde me eigenlijk nooit echt teleur. Dit veranderde in 2018 toen het ontstellend zwakke Love In The Modern Age verscheen. Op dit album omringde de Amerikaanse muzikant zich hier en daar met kil klinkende elektronica, wat een serie kleurloze en zouteloze popsongs opleverde.

Love In The Modern Age was in kwalitatief opzicht heel ver verwijderd van de geweldige albums die Josh Rouse tussen 1998 en 2010 maakte, met Nashville uit 2005 als onbetwist hoogtepunt, maar het album was ook een stuk zwakker dan de wat mindere maar nog altijd heel behoorlijke albums die de Amerikaanse muzikant tussen 2011 en 2015 maakte.

Josh Rouse keert deze week terug met Going Places en laat horen dat Love In The Modern Age gelukkig een eenmalige miskleun was. Going Places is niet alleen veel beter dan het album uit 2018, maar ook beter dan de albums die Josh Rouse na El Turista uit 2010 maakte, waardoor de conclusie dat Josh Rouse zijn oude vorm hervonden heeft gerechtvaardigd is.

De Amerikaanse muzikant had in het verleden het patent op het schrijven van tijdloze popsongs en die kunst is hij niet verleerd. Op het indrukwekkende Nashville uit 2005 nam Josh Rouse afscheid van zijn huwelijk en van zijn thuisbasis, waarna hij zich in Spanje vestigde. Daar woont de Amerikaanse muzikant nog steeds (al verblijft hij ook nog regelmatig in zijn huis in Nashville) en in Spanje kwam hij vanaf 2020 met zijn gezin in een serie strenge corona lockdowns terecht.

De songs op Going Places zijn geschreven met het idee om ze met zijn Spaanse band te spelen in een lokale club wanneer dat weer mogelijk was, wat lange tijd niet het geval was. Op Going Places klinkt de muziek van Josh Rouse losjes en ontspannen en hebben de keyboards van het vorige album gelukkig weer plaats gemaakt voor gitaren.

Waar de songs op dat vorige album onder de maat waren, bevat Going Places weer de tijdloze songs die we kennen van de Amerikaanse muzikant. Josh Rouse verwerkt sinds zijn vertrek naar Spanje op subtiele wijze invloeden uit de Spaanse muziek in zijn songs en ze zijn ook weer te horen op Going Places, al klinkt ook het nieuwe album weer vooral Amerikaans. Going Places heeft wel de zonnige en ontspannen sfeer die past bij Zuid-Europa, al zou het ook een album kunnen zijn dat in California is opgenomen.

Josh Rouse heeft op zijn nieuwe album meer te bieden dan een serie even aangename als tijdloze songs. Er wordt hoorbaar met veel plezier gemusiceerd op het album, dat knap in elkaar steekt, en Josh Rouse is nog altijd een zeer verdienstelijk zanger met een zeer aangenaam stemgeluid.

Ik moet toegeven dat ik ook voor de miskleun uit 2018 al wat uitgekeken raakte op de albums van Josh Rouse en snel naar prachtplaten als Nashville, Home, 1972 of Subtitulo greep, maar Going Places is eindelijk weer eens een Josh Rouse album dat direct aangenaam vermaakt en vervolgens blijft boeien.

De Amerikaanse muzikant lijkt de memorabele popsongs weer als vanouds bijna achteloos uit de mouw te schudden, maar het is een ontzettend knappe en verrassend veelzijdige serie songs die Josh Rouse ons voorschotelt op zijn nieuwe albums. Ik had hem na zijn vorige album al voorzichtig afgeschreven, maar dat was gelukkig voorbarig. Erwin Zijleman

Josh Rouse - The Embers of Time (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Josh Rouse - The Embers Of Time - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het is een opvallend oeuvre dat de Amerikaanse muzikant Josh Rouse inmiddels op zijn naam heeft staan en het is helaas ook een oeuvre dat door veel te weinig muziekliefhebbers op de juiste waarde wordt geschat.

Dat heeft deels te maken met de grilligheid van de carrière van Josh Rouse. Josh Rouse debuteerde aan het eind van de jaren 90 en maakte, mede door de zeer positieve recensies in Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut, direct in kleine kring naam als rootsmuzikant.

Nadat Josh Rouse zichzelf op de kaart had gezet met het bijzonder fraaie Under Cold Blue Stars, koos hij op het 2003 verschenen 1972 echter voor een andere weg en eerde de Amerikaan op bijzonder aangename en fraaie wijze de radiovriendelijke popmuziek en singer-songwriter muziek uit de vroege jaren 70. Het is een lijn die Josh Rouse sindsdien heeft doorgetrokken.

Dit kwam het best uit de verf op het in 2005 verschenen Nashville (laat je niet misleiden door de titel), dat wat mij betreft de beste plaat van Josh Rouse tot dusver is. Na de release van Nashville volgde Josh Rouse zijn hart en bracht de liefde hem naar Spanje. Josh Rouse bleef goede platen vol memorabele popliedjes maken, maar op een of andere manier trokken zijn platen sinds zijn verhuizing naar Spanje minder aandacht. Het zal niet aan de subtiele toevoegingen uit de Spaanse muziek hebben gelegen.

De afgelopen jaren stak Josh Rouse in een net wat minder goede vorm, wat platen opleverde die net wat minder memorabel waren dan de genoemde platen en de eerste platen die Josh Rouse vanuit Spanje maakte. Op The Embers Of Time heeft Josh Rouse zijn oude vorm gelukkig weer gevonden.

Het is een wat sombere plaat geworden vol songs over verlies, relatieproblemen en psychische problemen, wat kennelijk een betere voedingsbodem is voor goede muziek dan de Spaanse zon of een roze bril.

Josh Rouse woont nog altijd in Valencia, maar nam The Embers Of Time ook gedeeltelijk in Nashville op. Josh Rouse werkte dit keer met producer Brad Jones, die al eerder aanschoof voor zijn platen en hiernaast mooie dingen deed voor onder andere Tim Easton, Chuck Prophet en Over The Rhine. Het is een combinatie die heeft gewerkt, want The Embers Of Time is een plaat die goed is voor een brede glimlach.

Ook op zijn nieuwe plaat maakt Josh Rouse muziek die is geworteld in de jaren 70. Denk aan Paul McCartney, denk aan Harry Nilsson en denk ook zeker aan Paul Simon, met wie ik in vocaal opzicht de meeste overeenkomsten hoor. Hiernaast hoor ik ook raakvlakken met Bob Dylan, Nick Drake en zelfs Lou Reed. Het zegt iets over de inspiratiebronnen van Josh Rouse, maar het zegt ook iets over zijn veelzijdigheid.

Net als bijvoorbeeld Ron Sexsmith beschikt Josh Rouse over het vermogen om songs te schrijven die direct bij de eerste keer horen memorabel zijn. Het zijn popliedjes die buitengewoon lekker in het gehoor liggen, maar het zijn ook popliedjes met diepgang. Deze diepgang komt deels uit de teksten waarin de heftige thema’s niet uit de weg worden gegaan, maar ook de continue maar ook subtiele flirts van Josh Rouse met Amerikaanse rootsmuziek dragen nadrukkelijk bij aan een geluid dat net wat anders is dan dat van de meeste andere singer-songwriters in dit segment.

Het was even geleden dat ik direct bij eerste beluistering verliefd was op een plaat van Josh Rouse, maar met The Embers Of Time heeft hij het weer geflikt. Prachtplaat. Punt. Erwin Zijleman

Josienne Clarke - A Small Unknowable Thing (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Josienne Clarke - A Small Unknowable Thing - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Josienne Clarke - A Small Unknowable Thing
De Britse muzikante Josienne Clarke neemt nog wat meer afstand van de traditionele Britse folk op een album dat in muzikaal opzicht fascineert en in vocaal opzicht uitbundig het oor streelt

Wat maakte Josienne Clark twee jaar geleden indruk met het prachtige In All Weather, waarop de Britse folkie de traditionele Britse folk op fascinerende wijze nieuw leven in blies. Dat doet ze nog wat nadrukkelijker op het wonderschone A Small Unknowable Thing, dat de folk uit het verleden verrijkt met stevig aangezette gitaarlijnen en andere bijzondere accenten. De songs steken knap in elkaar, de instrumentatie is van een fascinerende schoonheid en Josienne Clarke is ook nog eens een uitstekend zangeres, die haar songs vol emotie en bezwering vertolkt. Het levert na het prachtalbum van Katherine Priddy nog een album op dat laat horen dat er leven is na de traditionele Britse folk.

De Britse singer-songwriter Josienne Clarke bewoog zich lange tijd in de wat traditionelere Britse folk scene. Ze maakte een aantal uitstekende albums met de Britse folkmuzikant Ben Walker, maar het zijn albums die mij niet volledig wisten te overtuigen, wat alles te maken heeft met mijn voorkeur voor wat moderner klinkende Britse folk.

Na een aantal albums begon het strakke keurslijf van de traditionele Britse folk ook voor Josienne Clarke te veel te klemmen en besloot ze de schepen achter zich te verbranden. Ze begon een nieuw leven in Schotland, trad toe tot de indiefolk band PicaPica en sloeg ook als solomuzikant nieuwe wegen in op het werkelijk prachtige In All Weather, dat zeker achteraf gezien moet worden gerekend tot de memorabele albums van 2019.

Deze week keert de Britse muzikante terug met A Small Unknowable Thing en trekt ze de lijn van het fraaie In All Weather verder door. Met haar nieuwe album neemt Josienne Clarke nog wat meer afstand van de traditionele Britse folk die ze in haar jongere jaren maakte. Je hoort het direct in de openingstrack van A Small Unknowable Thing, dat de aandacht trekt met net wat steviger aangezet elektrisch gitaarwerk en een fantastisch spelende drummer, die op fraaie wijze jazz en rock aan elkaar smeedt.

Josienne Clarke tekent op haar nieuwe album zelf voor de productie en bespeelt bovendien de gitaren, het harmonium en de saxofoon. De overige muzikanten die zijn te horen op het album dragen bas, drums, keyboards en harp bij aan het bijzondere geluid op A Small Unknowable Thing.

De Britse muzikante borduurt op haar nieuwe album voort op het terecht zo geprezen In All Weather, maar zet ook grote stappen. Een aantal tracks schuift op richting rock en alle tracks op het album zijn een stuk avontuurlijker dan de muziek die Josienne Clarke in haar jongere jaren maakte. Het betekent overigens niet dat ze folk volledig heeft afgezworen, want traditionele Britse folk vormt nog steeds de basis van veel songs op het album.

Net als Katherine Priddy eerder dit jaar, is Josienne Clarke er echter in geslaagd om de traditionele Britse folk flink te moderniseren. In muzikaal opzicht is het smullen, want de klanken op A Small Unknowable Thing zijn niet alleen subtiel en sfeervol, maar staan ook garant voor mooie spanningsbogen. Het is een behoorlijk ingetogen geluid, waarin gitaarlijnen de basis vormen, het uitstekende drumwerk de ruimte opzoekt en de andere instrumenten steeds weer garant staan voor prachtige accenten.

Het klinkt een stuk voller dan de traditionele Britse folk die Josienne Clarke in het verleden maakte, maar in de instrumentatie wordt nog altijd veel ruimte gereserveerd voor de stem van de Britse muzikante. Het is een prachtige stem, die de helderheid van de grote Britse folkzangeressen combineert met wat expressievere zang, die de songs op het album van een bijzondere lading voorziet.

Ik heb In All Weather inmiddels een jaar of twee hoog zitten, maar ik vind A Small Unknowable Thing door de stappen die worden gezet nog net wat indrukwekkender. Josienne Clark slaagt er op haar nieuwe album in om de Britse folk uit haar verleden naar een hoger plan te tillen en dat levert een wonderschoon en buitengewoon fascinerend album op. Erwin Zijleman

Josienne Clarke - Far from Nowhere (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Josienne Clarke - Far From Nowhere - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Josienne Clarke - Far From Nowhere
Ik ken de muziek van Josienne Clarke al heel wat jaren, maar met name de afgelopen zes jaar maakt ze albums van een bijzondere schoonheid en intimiteit en ook het deze week verschenen Far From Nowhere is er weer een

Josienne Clarke beschikt absoluut over een van de mooiste folkstemmen van het moment en maakte de afgelopen jaren bovendien een aantal prachtige en interessante folkalbums. Het stapeltje Josienne Clarke albums dat ik koester groeit deze week nog wat verder, want ook Far From Nowhere is weer een betoverend mooi album. Het is een album dat in isolement en met bescheiden middelen werd gemaakt, maar dat heeft niets veranderd aan de schoonheid en kracht van het album. Ook Far From Nowhere is weer sober maar fantasierijk ingekleurd en ook dit keer zingt Josienne Clarke weer de sterren van de hemel. Folk is niet mijn favoriete genre, maar de albums van Josienne Clarke kan ik echt met geen mogelijkheid weerstaan.

Ik ben zeker geen echte folkie, maar dat betekent niet dat ik niet kan genieten van folkalbums. Folkmuzikanten maken het voor mij een stuk makkelijker wanneer ze wat buiten de hokjes van het genre durven te kleuren en bovendien open staan voor invloeden van wat recentere datum. Wanneer een folkalbum aan deze voorwaarden voldoet kan het zomaar opduiken in mijn jaarlijstje of zelfs in het lijstje met mijn favoriete albums aller tijden (als ik dat ooit eens zou maken).

De folkmuzikante die de afgelopen jaren de meeste keren mijn jaarlijstje heeft gehaald is de Britse muzikante Josienne Clarke. Toen ze in 2019 het prachtige In All Weather uitbracht kende ik haar al van de albums die ze had gemaakt met de Britse muzikant Ben Walker. Stuk voor stuk uitstekende albums, maar voor mij net wat te traditioneel en te folky. Met de soloalbums van Josienne Clarke kon ik echter wel overweg.

In All Weather (2019), A Small Unknowable Thing (2021), Now And Then (2022), Onliness: Songs of Solitude & Singularity (2023) en I Parenthesis (2024) zijn stuk voor stuk albums die ik hoog heb zitten en in de meeste gevallen inmiddels koester. Het zijn albums die allemaal het predicaat folkalbum verdienen, al nam Josienne Clarke de ene keer wat meer afstand van de traditionele folk dan de andere keer.

Ook het deze week verschenen Far From Nowhere is een album dat uitstekend past in het hokje folk, maar het is net als de vorige albums van Josienne Clarke ook weer een album waarmee ik me eindeloos wil opsluiten. Dat heeft alles te maken met de stem van Josienne Clarke, die beschikt over een van de mooiste stemmen in de Britse folk van het moment. Het is een stem die loepzuiver door de speakers komt, maar het is ook een stem die je weet te raken door de emotionele lading die Josienne Clarke in haar zang heeft gestopt.

Net als de vorige albums van Josienne Clarke heeft ook Far From Nowhere weer meer te bieden dan een betoverend mooie stem. Ook de muziek op het album is weer prachtig en maakt de songs van Josienne Clarke nog wat mooier. De muziek op het nieuwe album van de Britse muzikante is over het algemeen genomen uiterst sober maar zeer smaakvol. Door het veelvuldig gebruik van de akoestische gitaar klinken de songs van Josienne Clarke onmiskenbaar folky, maar er gebeurt ook altijd iets bijzonders in haar muziek.

Dat het album zo prachtig klinkt is overigens best bijzonder, want met Far From Nowhere wilde Josienne Clarke haar eigen Nebraska maken. Ze sloot zich op in een klein huis in het bos met flink wat instrumenten en producer en muzikant Murray Collier en kwam na een week naar buiten met een serie prachtige songs.

Vergeleken met een aantal van haar vorige albums kruipt Josienne Clarke met haar nieuwe album weer wat dichter tegen de traditionele Britse folk aan, maar ik vind het album 13 tracks en ruim veertig minuten lang prachtig en heb geen moment van de allergie die ik vaak voor wat traditionelere folk heb.

Far From Nowhere is gemaakt met beperkte middelen en is het meest sobere album van Josienne Clark tot dusver, maar desondanks is het een album dat het verdient om met de koptelefoon te worden beluisterd. Dan immers hoor je hoeveel zorg Josienne Clarke en Murray Collier hebben besteed aan de muziek op en de productie van het album en bovendien hoor je nog wat beter hoe mooi de stem van de Britse muzikante is. Ik heb inmiddels al heel wat jaren een enorm zwak voor de albums van Josienne Clarke en ook haar nieuwe album is weer indrukwekkend mooi. Erwin Zijleman