Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Jamestown Revival - San Isabel (2019)

4,5
0
geplaatst: 17 juni 2019, 12:38 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jamestown Revival - San Isabel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jamestown Revival - San Isabel
Jamestown Revival combineert prachtige stemmen en een al even mooie instrumentatie in songs die maar blijven groeien en betoveren
San Isabel is al het derde album van het Amerikaanse duo Jamestown Revival en het is wat mij betreft een voltreffer. Het Texaanse duo imponeert op haar nieuwe album met prachtige stemmen, die echt bijzonder fraai samenvloeien, maar maakt ook indruk met een zeer verzorgde en uiterst trefzekere instrumentatie en met prima songs. Met twee zo mooi bij elkaar kleurende stemmen is de verleiding groot om alleen te vertrouwen op vocaal vuurwerk, maar het Texaanse tweetal kiest voor de balans, wat uitstekend uitpakt. Het levert een uiterst subtiel en smaakvol rootsalbum op dat echt alle aandacht verdient. Ook in Nederland.
Jamestown Revival is een duo uit Austin, Texas, dat bestaat uit Jonathan Clay en Zach Chance. De twee jeugdvrienden uit het eveneens in Texas gelegen Magnolia, maken inmiddels al een aantal jaren muziek en zijn inmiddels toe aan hun derde album.
De openingstrack van dit derde album laat direct horen wat het sterkste wapen van Jamestown Revival is. In deze openingstrack vloeien de stemmen van Jonathan Clay en Zach Chance prachtig samen op een wijze die we kennen van roemruchte duo’s als The Everly Brothers en Simon & Garfunkel, om er eens twee te noemen, maar ik hoor ook wel wat van Crosby, Stills & Nash.
Het is vergelijkingsmateriaal dat we de laatste jaren wel veel vaker zijn tegengekomen, maar vergeleken met de meeste van hun soortgenoten doen de twee Texanen niet erg hun best om het geluid van hun legendarische voorgangers nauwkeurig te reproduceren. Jamestown Revival combineert prachtig bij elkaar kleurende stemmen en harmonieën met een lekker in het gehoor liggend rootsgeluid.
Het is een rootsgeluid dat me wel wat doet denken aan het geluid van bands als The Lone Bellow en The Lumineers, die beiden de afgelopen jaren prachtige en wat onderschatte albums hebben afgeleverd. Jamestown Revival doet hier zeker niet voor onder.
Het sterkste wapen van de band zijn zoals gezegd de stemmen van Jonathan Clay en Zach Chance, maar het tweetal uit Austin heeft ook veel aandacht besteed aan de instrumentatie en de songs op San Isabel. Het derde album van Jamestown Revival bevat flink wat invloeden uit de folk, maar past ook meer dan eens prima in het hokje alt-country.
Wat San Isabel zo mooi maakt is het ingetogen karakter van het album. Jonathan Clay en Zach Chance zijn incidenteel goed voor vocaal vuurwerk, maar de twee zingen toch vooral ingetogen, wat prachtig kleurt bij de verzorgde en eveneens ingetogen instrumentatie op het album.
In de songs van Jamestown Revival is plek voor lege ruimte, waardoor de muziek van het tweetal prachtig ruimtelijk klinkt. De ruimte voorziet de muziek van Jamestown Revival ook van een bijzondere lading, waardoor de songs van het Texaanse tweetal zich steeds nadrukkelijker opdringen en de vergelijking met andere duo’s met gouden keeltjes steeds verder uit beeld raakt.
De vergelijking met de muziek van The Lone Bellow snijdt daarentegen steeds meer hout en daar hoor je mij niet over klagen. Op San Isabel zijn de vocalen en de instrumentatie prachtig in evenwicht en duiken steeds weer andere accenten op die de aandacht trekken. De ene keer is het een subtiel spelende banjo, de volgende keer een fraai gitaarloopje, maar ook wonderschone harmonieën of uiterst subtiele solovocalen tillen San Isabel iedere keer weer een beetje verder omhoog.
Het derde album van Jamestown Revival sleept zich langzaam voort, maar in het broeierige geluid van het tweetal duikt steeds meer moois op. Ik heb San Isabel van Jamestown Revival inmiddels een tijdje in huis en ben langzaam maar zeker steeds meer onder de indruk geraakt van dit uiterst subtiele, maar ook fascinerende en meeslepende album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jamestown Revival - San Isabel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jamestown Revival - San Isabel
Jamestown Revival combineert prachtige stemmen en een al even mooie instrumentatie in songs die maar blijven groeien en betoveren
San Isabel is al het derde album van het Amerikaanse duo Jamestown Revival en het is wat mij betreft een voltreffer. Het Texaanse duo imponeert op haar nieuwe album met prachtige stemmen, die echt bijzonder fraai samenvloeien, maar maakt ook indruk met een zeer verzorgde en uiterst trefzekere instrumentatie en met prima songs. Met twee zo mooi bij elkaar kleurende stemmen is de verleiding groot om alleen te vertrouwen op vocaal vuurwerk, maar het Texaanse tweetal kiest voor de balans, wat uitstekend uitpakt. Het levert een uiterst subtiel en smaakvol rootsalbum op dat echt alle aandacht verdient. Ook in Nederland.
Jamestown Revival is een duo uit Austin, Texas, dat bestaat uit Jonathan Clay en Zach Chance. De twee jeugdvrienden uit het eveneens in Texas gelegen Magnolia, maken inmiddels al een aantal jaren muziek en zijn inmiddels toe aan hun derde album.
De openingstrack van dit derde album laat direct horen wat het sterkste wapen van Jamestown Revival is. In deze openingstrack vloeien de stemmen van Jonathan Clay en Zach Chance prachtig samen op een wijze die we kennen van roemruchte duo’s als The Everly Brothers en Simon & Garfunkel, om er eens twee te noemen, maar ik hoor ook wel wat van Crosby, Stills & Nash.
Het is vergelijkingsmateriaal dat we de laatste jaren wel veel vaker zijn tegengekomen, maar vergeleken met de meeste van hun soortgenoten doen de twee Texanen niet erg hun best om het geluid van hun legendarische voorgangers nauwkeurig te reproduceren. Jamestown Revival combineert prachtig bij elkaar kleurende stemmen en harmonieën met een lekker in het gehoor liggend rootsgeluid.
Het is een rootsgeluid dat me wel wat doet denken aan het geluid van bands als The Lone Bellow en The Lumineers, die beiden de afgelopen jaren prachtige en wat onderschatte albums hebben afgeleverd. Jamestown Revival doet hier zeker niet voor onder.
Het sterkste wapen van de band zijn zoals gezegd de stemmen van Jonathan Clay en Zach Chance, maar het tweetal uit Austin heeft ook veel aandacht besteed aan de instrumentatie en de songs op San Isabel. Het derde album van Jamestown Revival bevat flink wat invloeden uit de folk, maar past ook meer dan eens prima in het hokje alt-country.
Wat San Isabel zo mooi maakt is het ingetogen karakter van het album. Jonathan Clay en Zach Chance zijn incidenteel goed voor vocaal vuurwerk, maar de twee zingen toch vooral ingetogen, wat prachtig kleurt bij de verzorgde en eveneens ingetogen instrumentatie op het album.
In de songs van Jamestown Revival is plek voor lege ruimte, waardoor de muziek van het tweetal prachtig ruimtelijk klinkt. De ruimte voorziet de muziek van Jamestown Revival ook van een bijzondere lading, waardoor de songs van het Texaanse tweetal zich steeds nadrukkelijker opdringen en de vergelijking met andere duo’s met gouden keeltjes steeds verder uit beeld raakt.
De vergelijking met de muziek van The Lone Bellow snijdt daarentegen steeds meer hout en daar hoor je mij niet over klagen. Op San Isabel zijn de vocalen en de instrumentatie prachtig in evenwicht en duiken steeds weer andere accenten op die de aandacht trekken. De ene keer is het een subtiel spelende banjo, de volgende keer een fraai gitaarloopje, maar ook wonderschone harmonieën of uiterst subtiele solovocalen tillen San Isabel iedere keer weer een beetje verder omhoog.
Het derde album van Jamestown Revival sleept zich langzaam voort, maar in het broeierige geluid van het tweetal duikt steeds meer moois op. Ik heb San Isabel van Jamestown Revival inmiddels een tijdje in huis en ben langzaam maar zeker steeds meer onder de indruk geraakt van dit uiterst subtiele, maar ook fascinerende en meeslepende album. Erwin Zijleman
Jamestown Revival - Young Man (2022)

4,5
2
geplaatst: 15 januari 2022, 10:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jamestown Revival - Young Man - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jamestown Revival - Young Man
De Amerikaanse band Jamestown Revival maakte in 2019 flink wat indruk met het zeer fraaie San Isabel, maar het deze week verschenen Young Man is nog veel mooier en indrukwekkender
Liefhebbers van gouden keeltjes en subtiele rootsklanken konden in 2019 niet om San Isabel van de Amerikaanse band Jamestown Revival heen. Het tweetal uit Austin, Texas, keert deze week terug met een nieuw album en legt de lat nog wat hoger. Ook op Young Man is de zang van een bijzondere schoonheid, is de instrumentatie subtiel en smaakvol en zijn de songs aangenaam en tijdloos, maar Jonathan Clay en Zach Chance maken wat mij betreft nog wat meer indruk dan op hun vorige album. Young Man vult de ruimte met prachtige klanken en geweldige songs, waarna de geweldige stemmen van de twee de genadeklap uitdelen. Ik blijf maar naar dit album luisteren en het wordt echt alleen maar mooier.
De Amerikaanse band Jamestown Revival was voor mij een van de grote verrassingen van 2019. De band uit Austin, Texas, maakte op San Isabel, overigens al het derde album van Jamestown Revival, diepe indruk met twee prachtig bij elkaar kleurende stemmen, met een subtiele maar wonderschone instrumentatie en met een serie tijdloze rootssongs.
Het is ook het recept voor het deze week verschenen Young Man, waarop de Texaanse band de draad van het terecht geprezen San Isabel weer oppakt. Heel veel veranderd is er niet. De stemmen van Jonathan Clay en Zach Chance klinken nog altijd prachtig en versterken elkaar op fraaie wijze, de subtiele instrumentatie is ook dit keer zeer smaakvol en ook op Young Man maakt Jamestown Revival muziek die ook een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden.
Jonathan Clay en Zach Chance werken al samen sinds hun jeugd in het Texaanse Magnolia en dat hoor je op Young Man. De stemmen van de twee passen niet alleen perfect bij elkaar, maar vullen elkaar ook op bijzonder fraaie wijze aan, wat je vooral goed hoort in de meest ingetogen songs op het album. Het herinnert aan The Everly Brothers, CSN&Y en aan Simon & Garfunkel, maar de twee muzikanten uit Austin hebben ook een duidelijk eigen geluid.
Vergeleken met San Isabel klinkt de zang op Young Man nog wat subtieler en wat mij betreft ook nog wat mooier. Ook de instrumentatie is nog wat subtieler dan op het al zo zorgvuldig ingekleurde vorige album van het tweetal. Net als op het vorige album bestaat de basis van de muziek van Jamestown Revival uit subtiele klanken van snareninstrumenten, waar vervolgens nog subtielere accenten aan zijn toegevoegd.
De muziek op het album is zacht, wat Jonathan Clay en Zach Chance de mogelijkheid biedt om zacht te zingen, wat niet alleen zorgt voor een duidelijk eigen geluid, maar ook voor een geluid dat een garantie biedt op kippenvel. Young Man is prachtig opgenomen, waardoor de smaakvolle klanken en vocalen ook nog eens glashelder uit de speakers komen.
Ik had na San Isabel hoge verwachtingen rond het nieuwe album van Jamestown Revival, maar Young Man overtreft ze op alle fronten. De instrumentatie, met natuurlijk een rol voor de pedal steel, is prachtig en de zang is betoverend mooi, maar ook de songs op het nieuwe album van Jamestown Revival zijn van een zeer hoog niveau. Het zijn vooral tijdloze rootssongs, die ook uit de hoogtijdagen van de 70s countryrock hadden kunnen komen, maar het klinkt geen moment gedateerd.
Jamestown Revival beperkt zich op haar nieuwe album overigens niet alleen tot de Amerikaanse rootsmuziek, want ook invloeden uit de psychedelica en de 70s singer-songwriter muziek hebben hun weg gevonden naar de songs van het Amerikaanse tweetal, wat zorgt voor voldoende variatie.
Young Man is een vooral ingetogen album, maar wanneer Jonathan Clay en Zach Chance hier en daar net was meer gas geven, hoor je dat ze ook in net wat stevigere songs tot grote hoogten stijgen met net wat krachtigere vocalen en een wat voller geluid, al kan de muziek van het tweetal wat mij betreft niet ingetogen genoeg zijn.
Young Man is een album dat je tien songs lang meeneemt naar hele mooie herinneringen uit het verleden en dat tien songs lang een bijzonder hoog niveau weet vast te houden. San Isabel was in 2019 een album vol belofte, maar op het fantastische Young Man is Jamestown Revival de belofte ver voorbij en legt het de lat helemaal aan het begin van het muziekjaar 2022 angstig hoog. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jamestown Revival - Young Man - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jamestown Revival - Young Man
De Amerikaanse band Jamestown Revival maakte in 2019 flink wat indruk met het zeer fraaie San Isabel, maar het deze week verschenen Young Man is nog veel mooier en indrukwekkender
Liefhebbers van gouden keeltjes en subtiele rootsklanken konden in 2019 niet om San Isabel van de Amerikaanse band Jamestown Revival heen. Het tweetal uit Austin, Texas, keert deze week terug met een nieuw album en legt de lat nog wat hoger. Ook op Young Man is de zang van een bijzondere schoonheid, is de instrumentatie subtiel en smaakvol en zijn de songs aangenaam en tijdloos, maar Jonathan Clay en Zach Chance maken wat mij betreft nog wat meer indruk dan op hun vorige album. Young Man vult de ruimte met prachtige klanken en geweldige songs, waarna de geweldige stemmen van de twee de genadeklap uitdelen. Ik blijf maar naar dit album luisteren en het wordt echt alleen maar mooier.
De Amerikaanse band Jamestown Revival was voor mij een van de grote verrassingen van 2019. De band uit Austin, Texas, maakte op San Isabel, overigens al het derde album van Jamestown Revival, diepe indruk met twee prachtig bij elkaar kleurende stemmen, met een subtiele maar wonderschone instrumentatie en met een serie tijdloze rootssongs.
Het is ook het recept voor het deze week verschenen Young Man, waarop de Texaanse band de draad van het terecht geprezen San Isabel weer oppakt. Heel veel veranderd is er niet. De stemmen van Jonathan Clay en Zach Chance klinken nog altijd prachtig en versterken elkaar op fraaie wijze, de subtiele instrumentatie is ook dit keer zeer smaakvol en ook op Young Man maakt Jamestown Revival muziek die ook een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden.
Jonathan Clay en Zach Chance werken al samen sinds hun jeugd in het Texaanse Magnolia en dat hoor je op Young Man. De stemmen van de twee passen niet alleen perfect bij elkaar, maar vullen elkaar ook op bijzonder fraaie wijze aan, wat je vooral goed hoort in de meest ingetogen songs op het album. Het herinnert aan The Everly Brothers, CSN&Y en aan Simon & Garfunkel, maar de twee muzikanten uit Austin hebben ook een duidelijk eigen geluid.
Vergeleken met San Isabel klinkt de zang op Young Man nog wat subtieler en wat mij betreft ook nog wat mooier. Ook de instrumentatie is nog wat subtieler dan op het al zo zorgvuldig ingekleurde vorige album van het tweetal. Net als op het vorige album bestaat de basis van de muziek van Jamestown Revival uit subtiele klanken van snareninstrumenten, waar vervolgens nog subtielere accenten aan zijn toegevoegd.
De muziek op het album is zacht, wat Jonathan Clay en Zach Chance de mogelijkheid biedt om zacht te zingen, wat niet alleen zorgt voor een duidelijk eigen geluid, maar ook voor een geluid dat een garantie biedt op kippenvel. Young Man is prachtig opgenomen, waardoor de smaakvolle klanken en vocalen ook nog eens glashelder uit de speakers komen.
Ik had na San Isabel hoge verwachtingen rond het nieuwe album van Jamestown Revival, maar Young Man overtreft ze op alle fronten. De instrumentatie, met natuurlijk een rol voor de pedal steel, is prachtig en de zang is betoverend mooi, maar ook de songs op het nieuwe album van Jamestown Revival zijn van een zeer hoog niveau. Het zijn vooral tijdloze rootssongs, die ook uit de hoogtijdagen van de 70s countryrock hadden kunnen komen, maar het klinkt geen moment gedateerd.
Jamestown Revival beperkt zich op haar nieuwe album overigens niet alleen tot de Amerikaanse rootsmuziek, want ook invloeden uit de psychedelica en de 70s singer-songwriter muziek hebben hun weg gevonden naar de songs van het Amerikaanse tweetal, wat zorgt voor voldoende variatie.
Young Man is een vooral ingetogen album, maar wanneer Jonathan Clay en Zach Chance hier en daar net was meer gas geven, hoor je dat ze ook in net wat stevigere songs tot grote hoogten stijgen met net wat krachtigere vocalen en een wat voller geluid, al kan de muziek van het tweetal wat mij betreft niet ingetogen genoeg zijn.
Young Man is een album dat je tien songs lang meeneemt naar hele mooie herinneringen uit het verleden en dat tien songs lang een bijzonder hoog niveau weet vast te houden. San Isabel was in 2019 een album vol belofte, maar op het fantastische Young Man is Jamestown Revival de belofte ver voorbij en legt het de lat helemaal aan het begin van het muziekjaar 2022 angstig hoog. Erwin Zijleman
Jamie McDell - Extraordinary Girl (2018)

4,0
0
geplaatst: 13 mei 2019, 21:49 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jamie McDell - Extraordinary Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jamie McDell - Extraordinary Girl
De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Jamie McDell duikt op in Europa en de VS met een album dat meekan met de betere binnen de Australische en Nieuw-Zeelandse rootsmuziek
Rootsmuziek die vanaf de andere kant van de wereld tot ons komt heeft vaak een bijzondere charme en dat geldt ook weer voor Extraordinary Girl van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Jamie McDell. Samen met een groot deel van de Australische muziekfamilie Chambers heeft ze een album gemaakt dat opvalt door een prachtig geluid, goede songs en zang die van alles met je doet. Het is een album dat direct vermaakt en overtuigt, maar het is ook een album dat steeds meer moois laat horen en steeds iets verder doorgroeit. Zomaar een van de beste rootsplaten van het moment.
Ik heb meestal wel wat met de door Amerikaanse rootsmuziek beïnvloede albums die de afgelopen decennia in Australia en Nieuw-Zeeland worden gemaakt. Het is rootsmuziek die meestal net wat anders klinkt dan in de Verenigde Staten, al is het moeilijk om hier precies de vinger op te leggen.
Als ik een lijstje moet maken met mijn favoriete rootsmuzikanten uit Australia en de Nieuw-Zeeland staat Kasey Chambers hier zeker op en deze Kasey Chambers, wiens laatste albums helaas maar mondjesmaat of zelfs helemaal niet doordringen in Europa, duikt op in de openingstrack van Extraordinary Girl van Jamie McDell.
Jamie McDell is een jonge singer-songwriter uit Nieuw-Zeeland, die deze week een uitstekend rootsalbum heeft afgeleverd (in Europa en de VS dan, want het album verscheen een jaar geleden al in haar vaderland). Het is mijn eerste kennismaking met haar muziek, maar Extraordinary Girl is al het derde album van de muzikante uit Auckland.
Ook als Kasey Chambers niet had bijgedragen aan de openingstrack van het album, had ik bij beluistering onmiddellijk associaties gehad met de muziek van de Australische singer-songwriter, die 18 jaar geleden met Barricades & Brickwalls een van mijn meest dierbare rootsalbums van de afgelopen twee decennia maakte.
Ook Jamie McDell beschikt over een helder stemgeluid, heeft zo nu en dan een fraaie snik in haar stem en vertolkt haar songs vol gevoel en emotie. Verder is Extraordinary Girl voorzien van een geluid dat net wat ruimtelijker klinkt dan rootsalbums uit de Verenigde Staten, al is het ook in haar geval niet makkelijk om aan te geven op welke wijze Nieuw-Zeelandse rootsmuziek nu precies afwijkt van Amerikaanse.
Jamie McDell krijgt op haar nieuwe album ook nog hulp van Kasey’s vader Bill Chambers en van de Nieuw-Zeelandse power zangeres Tami Neilson, die beiden aanrukken voor een mooi duet, maar ze trekt zelf toch de meeste aandacht. De singer-songwriter uit Auckland doet dit net als Kasey Chambers met een stem die gemaakt is voor countrymuziek, maar dit er niet te dik oplegt (je kunt een snik ook overdrijven) en maakt verder indruk met aantrekkelijke songs en met een mooi vol geluid dat af en toe heerlijk broeierig klinkt, maar af en toe ook lekker rauw uit de speakers mag komen.
Extraordinary Girl is een album waarop heel wat jonge vrouwelijke singer-songwriters uit Nashville jaloers zullen zijn, maar het is ook een album dat in Nashville niet snel gemaakt zal worden, ook al zijn de verschillen tussen Nashville country en de Nieuw-Zeelandse variant van Jamie McDell beperkt.
Met Kasey en Bill hebben we nog niet de hele familie Chambers gehad, want Kasey’s broer Nash produceerde het album en dat heeft hij zeer verdienstelijk gedaan. Extraordinary Girl klinkt ruimtelijk en gloedvol, maar geeft de mooie stem van Jamie McDell ook alle ruimte om te schitteren. De instrumentatie klinkt warm en degelijk, maar zit ook vol fraaie accenten en bijzonder fraai gitaarwerk, dat varieert van zweverig tot rauw. Ik liep min of meer bij toeval tegen dit album aan, maar hoe vaker ik het hoor, hoe beter het me bevalt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jamie McDell - Extraordinary Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jamie McDell - Extraordinary Girl
De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Jamie McDell duikt op in Europa en de VS met een album dat meekan met de betere binnen de Australische en Nieuw-Zeelandse rootsmuziek
Rootsmuziek die vanaf de andere kant van de wereld tot ons komt heeft vaak een bijzondere charme en dat geldt ook weer voor Extraordinary Girl van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Jamie McDell. Samen met een groot deel van de Australische muziekfamilie Chambers heeft ze een album gemaakt dat opvalt door een prachtig geluid, goede songs en zang die van alles met je doet. Het is een album dat direct vermaakt en overtuigt, maar het is ook een album dat steeds meer moois laat horen en steeds iets verder doorgroeit. Zomaar een van de beste rootsplaten van het moment.
Ik heb meestal wel wat met de door Amerikaanse rootsmuziek beïnvloede albums die de afgelopen decennia in Australia en Nieuw-Zeeland worden gemaakt. Het is rootsmuziek die meestal net wat anders klinkt dan in de Verenigde Staten, al is het moeilijk om hier precies de vinger op te leggen.
Als ik een lijstje moet maken met mijn favoriete rootsmuzikanten uit Australia en de Nieuw-Zeeland staat Kasey Chambers hier zeker op en deze Kasey Chambers, wiens laatste albums helaas maar mondjesmaat of zelfs helemaal niet doordringen in Europa, duikt op in de openingstrack van Extraordinary Girl van Jamie McDell.
Jamie McDell is een jonge singer-songwriter uit Nieuw-Zeeland, die deze week een uitstekend rootsalbum heeft afgeleverd (in Europa en de VS dan, want het album verscheen een jaar geleden al in haar vaderland). Het is mijn eerste kennismaking met haar muziek, maar Extraordinary Girl is al het derde album van de muzikante uit Auckland.
Ook als Kasey Chambers niet had bijgedragen aan de openingstrack van het album, had ik bij beluistering onmiddellijk associaties gehad met de muziek van de Australische singer-songwriter, die 18 jaar geleden met Barricades & Brickwalls een van mijn meest dierbare rootsalbums van de afgelopen twee decennia maakte.
Ook Jamie McDell beschikt over een helder stemgeluid, heeft zo nu en dan een fraaie snik in haar stem en vertolkt haar songs vol gevoel en emotie. Verder is Extraordinary Girl voorzien van een geluid dat net wat ruimtelijker klinkt dan rootsalbums uit de Verenigde Staten, al is het ook in haar geval niet makkelijk om aan te geven op welke wijze Nieuw-Zeelandse rootsmuziek nu precies afwijkt van Amerikaanse.
Jamie McDell krijgt op haar nieuwe album ook nog hulp van Kasey’s vader Bill Chambers en van de Nieuw-Zeelandse power zangeres Tami Neilson, die beiden aanrukken voor een mooi duet, maar ze trekt zelf toch de meeste aandacht. De singer-songwriter uit Auckland doet dit net als Kasey Chambers met een stem die gemaakt is voor countrymuziek, maar dit er niet te dik oplegt (je kunt een snik ook overdrijven) en maakt verder indruk met aantrekkelijke songs en met een mooi vol geluid dat af en toe heerlijk broeierig klinkt, maar af en toe ook lekker rauw uit de speakers mag komen.
Extraordinary Girl is een album waarop heel wat jonge vrouwelijke singer-songwriters uit Nashville jaloers zullen zijn, maar het is ook een album dat in Nashville niet snel gemaakt zal worden, ook al zijn de verschillen tussen Nashville country en de Nieuw-Zeelandse variant van Jamie McDell beperkt.
Met Kasey en Bill hebben we nog niet de hele familie Chambers gehad, want Kasey’s broer Nash produceerde het album en dat heeft hij zeer verdienstelijk gedaan. Extraordinary Girl klinkt ruimtelijk en gloedvol, maar geeft de mooie stem van Jamie McDell ook alle ruimte om te schitteren. De instrumentatie klinkt warm en degelijk, maar zit ook vol fraaie accenten en bijzonder fraai gitaarwerk, dat varieert van zweverig tot rauw. Ik liep min of meer bij toeval tegen dit album aan, maar hoe vaker ik het hoor, hoe beter het me bevalt. Erwin Zijleman
Jamie McDell - Jamie McDell (2022)

4,5
0
geplaatst: 27 februari 2022, 11:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jamie McDell - Jamie McDell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jamie McDell - Jamie McDell
Jamie McDell verruilde het Nieuw-Zeelandse Auckland tijdelijk voor Nashville en maakte in de country hoofdstad een prachtig authentiek album, dat de Amerikaanse concurrentie het nakijken geeft
Ik was vier jaar geleden al eens enthousiast over een album van Jamie McDell, die destijds de countrypop verruilde voor een wat traditioneler rootsgeluid. Het in Nashville opgenomen titelloze album dat deze week is verschenen is nog veel beter en laat horen dat Jamie McDell zich heeft ontwikkeld tot een van de betere countryzangeressen van het moment. In productioneel en muzikaal opzicht klinkt het titelloze vierde album van de Nieuw-Zeelandse muzikante, mede dankzij de inzet van topkrachten, geweldig, maar het zijn toch vooral haar prachtige stem en haar emotievolle voordacht die het nieuwe album van Jamie McDell naar een hoger plan tillen.
De uit het Nieuw-Zeelandse Auckland afkomstige Jamie McDell viert later dit jaar haar dertigste verjaardag, maar heeft er al een hele carrière in de muziek op zitten. Ze brak als tiener door met songs die ze op YouTube plaatste en via sociale media onder de aandacht bracht van een met name Nieuw-Zeelands publiek. In 2012 debuteerde ze met een album dat het met name in eigen land goed deed en ook de albums die volgden in 2015 en 2018 waren in Nieuw-Zeeland zeer succesvol.
Het zijn albums waarop Jamie McDell begon met Taylor Swift achtige countrypop, maar vervolgens steeds meer opschoof richting meer traditionele of alternatieve country, wat in 2018 een album opleverde waarover ik erg enthousiast was. Buiten haar vaderland timmerde Jamie McDell vooralsnog nauwelijks aan de weg, maar dat moet gaan veranderen met haar deze week verschenen nieuwe album, dat geen titel heeft meegekregen.
Titelloze albums wijzen meestal op een nieuwe start en dat is het nieuwe album van Jamie McDell dan ook. De start van een internationale carrière bijvoorbeeld. Direct vanaf de eerste noten klinkt het vierde album van de muzikante uit Auckland als het beste dat momenteel in Nashville wordt gemaakt. Dat is geen toeval, want Jamie McDell nam haar nieuwe album op in de hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek.
In Nashville werkte ze samen met de van oorsprong Australische producer Nash Chambers, die een aantal topmuzikanten naar zijn studio haalde, waar ook The McCrary Sisters, Robert Ellis en Erin Rae nog eens aanschoven voor een bijdrage.
Voordat ik wist wie het album produceerde had ik overigens al sterke associaties met de muziek van Kasey Chambers, de jongere zus van Nash Chambers. Net als Kasey Chambers heeft ook Jamie McDell een stem die is gemaakt voor Amerikaanse countrymuziek, al doet laatstgenoemde minder vaak een beroep op de beroemde (of beruchte) countrysnik.
Waar ik de laatste tijd nogal wat albums heb besproken van vrouwelijke singer-songwriters die de traditionele Amerikaanse rootsmuziek hebben verlaten voor een meer pop of rock georiënteerd geluid, omarmt Jamie McDell de muziek die we kennen uit Nashville met volle overgave. Het levert een prachtig klinkend rootsalbum op dat herinnert aan klassiekers uit het genre. De muziek van Jamie McDell is diep geworteld in de traditionele Amerikaanse rootsmuziek, maar haar nieuwe album laat ook uitstapjes richting Laurel Canyon folk en gospel of juist richting de wat moderne alt-country horen.
Ik heb al stapels albums in dit genre, maar Jamie McDell heeft iets. Ze beschikt over een prachtige stem en het is een stem die inmiddels een stuk rijper en doorleefder klinkt dan op de albums die ze op jonge leeftijd maakte. Het is een stem die zoals gezegd gemaakt is voor de country, maar dat is nog geen garantie voor het kippenvel waarvoor Jamie McDell meer dan eens goed is.
Minstens even belangrijk is het feit dat het titelloze album van de Nieuw-Zeelandse muzikante een puur en oprecht album is dat ik woord voor woord geloof. De prachtig klinkende productie van Nash Chambers, de prachtige bijdragen van de topmuzikanten die op het album zijn te horen en de vocale bijdragen van de genoemde gastmuzikanten zijn de kers op de taart.
Het aanbod binnen de Amerikaanse rootsmuziek is momenteel echt enorm groot, maar het is een Nieuw-Zeelandse muzikante die er wat mij betreft uitspringt met een album zonder frivoliteiten, dat desondanks even authentiek als eigentijds klinkt. Wat een talent deze Jamie McDell. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jamie McDell - Jamie McDell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jamie McDell - Jamie McDell
Jamie McDell verruilde het Nieuw-Zeelandse Auckland tijdelijk voor Nashville en maakte in de country hoofdstad een prachtig authentiek album, dat de Amerikaanse concurrentie het nakijken geeft
Ik was vier jaar geleden al eens enthousiast over een album van Jamie McDell, die destijds de countrypop verruilde voor een wat traditioneler rootsgeluid. Het in Nashville opgenomen titelloze album dat deze week is verschenen is nog veel beter en laat horen dat Jamie McDell zich heeft ontwikkeld tot een van de betere countryzangeressen van het moment. In productioneel en muzikaal opzicht klinkt het titelloze vierde album van de Nieuw-Zeelandse muzikante, mede dankzij de inzet van topkrachten, geweldig, maar het zijn toch vooral haar prachtige stem en haar emotievolle voordacht die het nieuwe album van Jamie McDell naar een hoger plan tillen.
De uit het Nieuw-Zeelandse Auckland afkomstige Jamie McDell viert later dit jaar haar dertigste verjaardag, maar heeft er al een hele carrière in de muziek op zitten. Ze brak als tiener door met songs die ze op YouTube plaatste en via sociale media onder de aandacht bracht van een met name Nieuw-Zeelands publiek. In 2012 debuteerde ze met een album dat het met name in eigen land goed deed en ook de albums die volgden in 2015 en 2018 waren in Nieuw-Zeeland zeer succesvol.
Het zijn albums waarop Jamie McDell begon met Taylor Swift achtige countrypop, maar vervolgens steeds meer opschoof richting meer traditionele of alternatieve country, wat in 2018 een album opleverde waarover ik erg enthousiast was. Buiten haar vaderland timmerde Jamie McDell vooralsnog nauwelijks aan de weg, maar dat moet gaan veranderen met haar deze week verschenen nieuwe album, dat geen titel heeft meegekregen.
Titelloze albums wijzen meestal op een nieuwe start en dat is het nieuwe album van Jamie McDell dan ook. De start van een internationale carrière bijvoorbeeld. Direct vanaf de eerste noten klinkt het vierde album van de muzikante uit Auckland als het beste dat momenteel in Nashville wordt gemaakt. Dat is geen toeval, want Jamie McDell nam haar nieuwe album op in de hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek.
In Nashville werkte ze samen met de van oorsprong Australische producer Nash Chambers, die een aantal topmuzikanten naar zijn studio haalde, waar ook The McCrary Sisters, Robert Ellis en Erin Rae nog eens aanschoven voor een bijdrage.
Voordat ik wist wie het album produceerde had ik overigens al sterke associaties met de muziek van Kasey Chambers, de jongere zus van Nash Chambers. Net als Kasey Chambers heeft ook Jamie McDell een stem die is gemaakt voor Amerikaanse countrymuziek, al doet laatstgenoemde minder vaak een beroep op de beroemde (of beruchte) countrysnik.
Waar ik de laatste tijd nogal wat albums heb besproken van vrouwelijke singer-songwriters die de traditionele Amerikaanse rootsmuziek hebben verlaten voor een meer pop of rock georiënteerd geluid, omarmt Jamie McDell de muziek die we kennen uit Nashville met volle overgave. Het levert een prachtig klinkend rootsalbum op dat herinnert aan klassiekers uit het genre. De muziek van Jamie McDell is diep geworteld in de traditionele Amerikaanse rootsmuziek, maar haar nieuwe album laat ook uitstapjes richting Laurel Canyon folk en gospel of juist richting de wat moderne alt-country horen.
Ik heb al stapels albums in dit genre, maar Jamie McDell heeft iets. Ze beschikt over een prachtige stem en het is een stem die inmiddels een stuk rijper en doorleefder klinkt dan op de albums die ze op jonge leeftijd maakte. Het is een stem die zoals gezegd gemaakt is voor de country, maar dat is nog geen garantie voor het kippenvel waarvoor Jamie McDell meer dan eens goed is.
Minstens even belangrijk is het feit dat het titelloze album van de Nieuw-Zeelandse muzikante een puur en oprecht album is dat ik woord voor woord geloof. De prachtig klinkende productie van Nash Chambers, de prachtige bijdragen van de topmuzikanten die op het album zijn te horen en de vocale bijdragen van de genoemde gastmuzikanten zijn de kers op de taart.
Het aanbod binnen de Amerikaanse rootsmuziek is momenteel echt enorm groot, maar het is een Nieuw-Zeelandse muzikante die er wat mij betreft uitspringt met een album zonder frivoliteiten, dat desondanks even authentiek als eigentijds klinkt. Wat een talent deze Jamie McDell. Erwin Zijleman
Jamila Woods - LEGACY! LEGACY! (2019)

4,5
1
geplaatst: 17 mei 2019, 18:03 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jamila Woods - LEGACY! LEGACY! - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jamila Woods - LEGACY! LEGACY!
Jamila Woods kleurt flink buiten de lijntjes van de R&B en levert een fascinerend R&B album af dat niet gaat misstaan in de jaarlijstjes over een maand of zes
Ik durf mezelf geen liefhebber van R&B te noemen, maar wordt toch steeds weer verrast door de betere albums in dit genre. Na onder andere Janelle Monáe en Solange is het nu Jamila Woods die een R&B album heeft gemaakt dat je van de eerste tot de laatste noot in een wurggreep houdt. De muzikante uit Chicago schiet op LEGACY! LEGACY! alle kanten op en incorporeert invloeden uit onder andere de soul, jazz en hiphop in haar razend spannende R&B. In muzikaal opzicht is het smullen dankzij de talloze verrassende wendingen en veelheid aan invloeden en ook in vocaal opzicht maakt Jamila Woods indruk op dit album dat het absoluut verdient om gehoord te worden, ook als je niet gek bent op R&B.
Ik volg de R&B zeker niet op de voet, maar probeer de meest intrigerende albums in het genre niet te missen. Het leverde de afgelopen jaren jaarlijstjesalbums op van met name Solange en Janelle Monáe.
Na één keer horen weet ik dat Jamila Woods uit hetzelfde hout is gesneden als Solange en Janelle Monáe. Het deze week verschenen tweede album van de muzikante uit Chicago intrigeert van de eerste tot de laatste seconde en 13 tracks en 49 minuten lang.
LEGACY! LEGACY! is een album dat absoluut in het hokje R&B past, maar net als haar eerder genoemde soortgenoten zoekt Jamila Woods continu de grenzen van het genre op.
LEGACY! LEGACY! Is een buitengewoon ambitieus album. Alle tracks op het album zijn vernoemd naar helden van de Amerikaanse muzikante, die hun voornaam hebben geleend aan de verschillende tracks. Het zijn voornamelijk kunstenaars met een Afrikaans-Amerikaanse achtergrond, onder wie muzikanten als Miles (Davis), Eartha (Kitt), Muddy (Waters), maar ook dichters en schrijvers.
Jamila Woods eert haar helden in songs die meerdere kanten op schieten. R&B vormt de basis van de meeste tracks op het album, maar de bijzondere songs op LEGACY! LEGACY! hebben zich ook laten beïnvloeden door met name jazz, hiphop en soul.
Jamila Woods experimenteert in haar songs op fascinerende wijze met springerige ritmes die vaak aan de hiphop zijn ontleend. De songs worden verder rijkelijk ingekleurd met elektronica, maar zitten door passages waarin organische klanken spaarzaam worden ingezet ook vol dynamiek. Het zorgt ervoor dat je constant op het puntje van je stoel zit om maar geen detail uit het fascinerende klankentapijt van Jamila Woods te missen.
Wat voor de instrumentatie op LEGACY! LEGACY! geldt, geldt ook voor de vocalen die minstens even veelzijdig zijn. Jamila Woods vindt hier en daar aansluiting bij neo-soul en hiphop zangeressen als Erykah Badu en Lauryn Hill, maar verliest ook de R&B en hiphop niet uit het oog met zwoele vocalen of gedreven raps en kan ook nog eens heerlijk jazzy klinken.
Het levert een luistertrip op die constant andere dingen laat horen en die ook nog eens opvalt door een enorme gedrevenheid en urgentie. Waar Solange op haar laatste album koos voor wat fragmentarische tracks, laat LEGACY! LEGACY! van Jamila Woods zich beluisteren als één lange track, waarin één voor één haar helden worden geïntroduceerd, stuk voor stuk met andere klanken en andere invloeden, waarbij af en toe ook nog eens een vleugje Prince opduikt.
Het eerder dit jaar verschenen album van Solange moest ik meerdere keren voor het kwartje viel, maar LEGACY! LEGACY! van Jamila Woods had me direct te pakken en wordt voorlopig alleen maar beter. Ik kan blijven roepen dat R&B meestal niet mijn muziek is, maar pareltjes als deze wil ik echt niet missen. Wat een fascinerend en vaak bloedstollend mooi album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jamila Woods - LEGACY! LEGACY! - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jamila Woods - LEGACY! LEGACY!
Jamila Woods kleurt flink buiten de lijntjes van de R&B en levert een fascinerend R&B album af dat niet gaat misstaan in de jaarlijstjes over een maand of zes
Ik durf mezelf geen liefhebber van R&B te noemen, maar wordt toch steeds weer verrast door de betere albums in dit genre. Na onder andere Janelle Monáe en Solange is het nu Jamila Woods die een R&B album heeft gemaakt dat je van de eerste tot de laatste noot in een wurggreep houdt. De muzikante uit Chicago schiet op LEGACY! LEGACY! alle kanten op en incorporeert invloeden uit onder andere de soul, jazz en hiphop in haar razend spannende R&B. In muzikaal opzicht is het smullen dankzij de talloze verrassende wendingen en veelheid aan invloeden en ook in vocaal opzicht maakt Jamila Woods indruk op dit album dat het absoluut verdient om gehoord te worden, ook als je niet gek bent op R&B.
Ik volg de R&B zeker niet op de voet, maar probeer de meest intrigerende albums in het genre niet te missen. Het leverde de afgelopen jaren jaarlijstjesalbums op van met name Solange en Janelle Monáe.
Na één keer horen weet ik dat Jamila Woods uit hetzelfde hout is gesneden als Solange en Janelle Monáe. Het deze week verschenen tweede album van de muzikante uit Chicago intrigeert van de eerste tot de laatste seconde en 13 tracks en 49 minuten lang.
LEGACY! LEGACY! is een album dat absoluut in het hokje R&B past, maar net als haar eerder genoemde soortgenoten zoekt Jamila Woods continu de grenzen van het genre op.
LEGACY! LEGACY! Is een buitengewoon ambitieus album. Alle tracks op het album zijn vernoemd naar helden van de Amerikaanse muzikante, die hun voornaam hebben geleend aan de verschillende tracks. Het zijn voornamelijk kunstenaars met een Afrikaans-Amerikaanse achtergrond, onder wie muzikanten als Miles (Davis), Eartha (Kitt), Muddy (Waters), maar ook dichters en schrijvers.
Jamila Woods eert haar helden in songs die meerdere kanten op schieten. R&B vormt de basis van de meeste tracks op het album, maar de bijzondere songs op LEGACY! LEGACY! hebben zich ook laten beïnvloeden door met name jazz, hiphop en soul.
Jamila Woods experimenteert in haar songs op fascinerende wijze met springerige ritmes die vaak aan de hiphop zijn ontleend. De songs worden verder rijkelijk ingekleurd met elektronica, maar zitten door passages waarin organische klanken spaarzaam worden ingezet ook vol dynamiek. Het zorgt ervoor dat je constant op het puntje van je stoel zit om maar geen detail uit het fascinerende klankentapijt van Jamila Woods te missen.
Wat voor de instrumentatie op LEGACY! LEGACY! geldt, geldt ook voor de vocalen die minstens even veelzijdig zijn. Jamila Woods vindt hier en daar aansluiting bij neo-soul en hiphop zangeressen als Erykah Badu en Lauryn Hill, maar verliest ook de R&B en hiphop niet uit het oog met zwoele vocalen of gedreven raps en kan ook nog eens heerlijk jazzy klinken.
Het levert een luistertrip op die constant andere dingen laat horen en die ook nog eens opvalt door een enorme gedrevenheid en urgentie. Waar Solange op haar laatste album koos voor wat fragmentarische tracks, laat LEGACY! LEGACY! van Jamila Woods zich beluisteren als één lange track, waarin één voor één haar helden worden geïntroduceerd, stuk voor stuk met andere klanken en andere invloeden, waarbij af en toe ook nog eens een vleugje Prince opduikt.
Het eerder dit jaar verschenen album van Solange moest ik meerdere keren voor het kwartje viel, maar LEGACY! LEGACY! van Jamila Woods had me direct te pakken en wordt voorlopig alleen maar beter. Ik kan blijven roepen dat R&B meestal niet mijn muziek is, maar pareltjes als deze wil ik echt niet missen. Wat een fascinerend en vaak bloedstollend mooi album. Erwin Zijleman
Jana Horn - Jana Horn (2026)

4,5
0
geplaatst: 17 januari, 13:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jana Horn - Jana Horn - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jana Horn - Jana Horn
De Amerikaanse singer-songwriter Jana Horn maakte behoorlijk wat indruk met haar eerste twee albums en ook op haar derde titelloze album imponeert ze weer met een prachtige stem en een bijzonder eigen geluid
Het is knap hoe Jana Horn direct met de eerste noten van haar derde album een bijzondere sfeer weet op te roepen. Er zijn meer singer-songwriters met een mooie en heldere stem en er zijn meer muzikanten die de muziek in hun songs terug weten te brengen tot de essentie, maar toch klink Jana Horn anders dan vrijwel al haar collega muzikanten. De combinatie van instrumenten, het lage tempo en het verwerken van onder andere invloeden uit de folk, jazz en psychedelica geven ook het derde album van de muzikante uit Austin, Texas, een uniek eigen karakter. Ook het nieuwe album van Jana Horn is weer wonderschoon en geeft de start van het muziekjaar 2026 direct glans.
Ik was helemaal aan het begin van 2022 diep onder de indruk van het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Jana Horn. Op Optimism betoverde de singer-songwriter uit Austin, Texas, met haar zachte maar bijzonder mooie en heldere stem en met een relatief sober geluid. Het is een geluid dat af en toe herinnerde aan de Laurel Canyon folk van heel lang geleden, maar Jana Horn kon op Optimism ook verrassend eigentijds klinken en ver buiten de lijntjes van de folk kleuren.
Het debuutalbum van Jana Horn werd net iets meer dan een jaar na het verschijnen van Optimism gevolgd door het wederom prachtige en misschien nog wel mooiere The Window Is The Dream. Het is een album dat nog wat spannender en veelzijdiger klonk dan zijn voorganger en jazzy accenten toevoegde aan het fascinerende geluid van Jana Horn.
Het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter heeft helaas wat langer op zich laten wachten, maar is deze week verschenen. Op haar titelloze derde album klinkt de muziek van Jana Horn direct vertrouwd, al heeft ze wederom stappen gezet. Ook dit keer wordt de aandacht in eerste instantie vooral getrokken door haar mooie stem en de bijzondere klanken.
De eerste twee albums van de singer-songwriter uit Austin deden me wel wat denken aan de vroege albums van de Britse folkie Kathryn Williams en dat is een naam die ook opkomt bij beluistering van het derde album van Jana Horn, al heeft de Amerikaanse muzikante wat mij betreft ook een uniek eigen geluid.
Net als op de vorige twee albums ligt het tempo vrij laag en is de muziek relatief sober, maar de songs op het nieuwe album klinken ook avontuurlijk en zeer smaakvol. Wanneer het tempo laag ligt spreekt Jana Horn haar teksten bijna uit, maar ze blijft wat mij betreft zingen.
De Amerikaanse muzikante beschikt over een stem die waarschijnlijk niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar ik vind de zang op album nummer drie weer erg mooi. De stem van Jana Horn is over het algemeen genomen fluisterzacht, maar wel voorzien van veel diepte en gevoel, waardoor ze mij makkelijk weet te raken.
Wat voor de zang geldt, geldt ook voor de muziek op het album, die zeker niet alledaags is. De instrumenten die zijn te horen op het album worden redelijk spaarzaam ingezet, maar iedere noot die wordt gespeeld is wat mij betreft raak. De muziek op het nieuwe album van Jana Horn klinkt ook bijzonder, waardoor ze zich weer makkelijk weet te onderscheiden.
De ritmesectie speelt een voorname rol in de muziek op het album met diepe bassen en jazzy drumwerk, waarna klarinet en fluit en piano en synths subtiele lagen toevoegen aan de songs van Jana Horn. De zowel folky als psychedelisch aandoende klanken hebben een bezwerende uitwerking op de luisteraar en dat heeft wat mij betreft ook de stem van Jana Horn.
De muziek van Jana Horn is niet altijd even toegankelijk en zal daarom niet snel een groot publiek aanspreken, maar in kleinere kring zal ook van het derde album weer gesmuld worden. Het is immers een album waarop alles bijzonder klinkt, maar alles ook makkelijk op zijn plek valt.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed hoe knap er wordt gespeeld op het album, hoe inventief de songs van Jana Horn zijn en hoe mooi haar stem is. Optimism en The Windows Is The Dream werden me de afgelopen jaren zeer dierbaar, maar ook het derde album van Jana Horn is er wat mij betreft een om liefdevol te omarmen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Jana Horn - Jana Horn - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jana Horn - Jana Horn
De Amerikaanse singer-songwriter Jana Horn maakte behoorlijk wat indruk met haar eerste twee albums en ook op haar derde titelloze album imponeert ze weer met een prachtige stem en een bijzonder eigen geluid
Het is knap hoe Jana Horn direct met de eerste noten van haar derde album een bijzondere sfeer weet op te roepen. Er zijn meer singer-songwriters met een mooie en heldere stem en er zijn meer muzikanten die de muziek in hun songs terug weten te brengen tot de essentie, maar toch klink Jana Horn anders dan vrijwel al haar collega muzikanten. De combinatie van instrumenten, het lage tempo en het verwerken van onder andere invloeden uit de folk, jazz en psychedelica geven ook het derde album van de muzikante uit Austin, Texas, een uniek eigen karakter. Ook het nieuwe album van Jana Horn is weer wonderschoon en geeft de start van het muziekjaar 2026 direct glans.
Ik was helemaal aan het begin van 2022 diep onder de indruk van het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Jana Horn. Op Optimism betoverde de singer-songwriter uit Austin, Texas, met haar zachte maar bijzonder mooie en heldere stem en met een relatief sober geluid. Het is een geluid dat af en toe herinnerde aan de Laurel Canyon folk van heel lang geleden, maar Jana Horn kon op Optimism ook verrassend eigentijds klinken en ver buiten de lijntjes van de folk kleuren.
Het debuutalbum van Jana Horn werd net iets meer dan een jaar na het verschijnen van Optimism gevolgd door het wederom prachtige en misschien nog wel mooiere The Window Is The Dream. Het is een album dat nog wat spannender en veelzijdiger klonk dan zijn voorganger en jazzy accenten toevoegde aan het fascinerende geluid van Jana Horn.
Het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter heeft helaas wat langer op zich laten wachten, maar is deze week verschenen. Op haar titelloze derde album klinkt de muziek van Jana Horn direct vertrouwd, al heeft ze wederom stappen gezet. Ook dit keer wordt de aandacht in eerste instantie vooral getrokken door haar mooie stem en de bijzondere klanken.
De eerste twee albums van de singer-songwriter uit Austin deden me wel wat denken aan de vroege albums van de Britse folkie Kathryn Williams en dat is een naam die ook opkomt bij beluistering van het derde album van Jana Horn, al heeft de Amerikaanse muzikante wat mij betreft ook een uniek eigen geluid.
Net als op de vorige twee albums ligt het tempo vrij laag en is de muziek relatief sober, maar de songs op het nieuwe album klinken ook avontuurlijk en zeer smaakvol. Wanneer het tempo laag ligt spreekt Jana Horn haar teksten bijna uit, maar ze blijft wat mij betreft zingen.
De Amerikaanse muzikante beschikt over een stem die waarschijnlijk niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar ik vind de zang op album nummer drie weer erg mooi. De stem van Jana Horn is over het algemeen genomen fluisterzacht, maar wel voorzien van veel diepte en gevoel, waardoor ze mij makkelijk weet te raken.
Wat voor de zang geldt, geldt ook voor de muziek op het album, die zeker niet alledaags is. De instrumenten die zijn te horen op het album worden redelijk spaarzaam ingezet, maar iedere noot die wordt gespeeld is wat mij betreft raak. De muziek op het nieuwe album van Jana Horn klinkt ook bijzonder, waardoor ze zich weer makkelijk weet te onderscheiden.
De ritmesectie speelt een voorname rol in de muziek op het album met diepe bassen en jazzy drumwerk, waarna klarinet en fluit en piano en synths subtiele lagen toevoegen aan de songs van Jana Horn. De zowel folky als psychedelisch aandoende klanken hebben een bezwerende uitwerking op de luisteraar en dat heeft wat mij betreft ook de stem van Jana Horn.
De muziek van Jana Horn is niet altijd even toegankelijk en zal daarom niet snel een groot publiek aanspreken, maar in kleinere kring zal ook van het derde album weer gesmuld worden. Het is immers een album waarop alles bijzonder klinkt, maar alles ook makkelijk op zijn plek valt.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed hoe knap er wordt gespeeld op het album, hoe inventief de songs van Jana Horn zijn en hoe mooi haar stem is. Optimism en The Windows Is The Dream werden me de afgelopen jaren zeer dierbaar, maar ook het derde album van Jana Horn is er wat mij betreft een om liefdevol te omarmen. Erwin Zijleman
Jana Horn - Optimism (2022)

4,5
1
geplaatst: 23 januari 2022, 10:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jana Horn - Optimism - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jana Horn - Optimism
De Amerikaanse singer-songwriter Jana Horn combineert op haar debuut Optimism een prachtige stem met sterke songs en een uiterst sobere maar ook bijzonder mooie instrumentatie
Jana Horn probeerde het al eens eerder met haar debuutalbum Optimism, maar destijds kreeg het album nauwelijks aandacht. Dat gaat dit keer hopelijk veranderen, want de Amerikaanse muzikante heeft niet alleen een bijzonder mooi, maar ook een verrassend album afgeleverd. Die verrassing zit vooral in de instrumentatie, die relatief sober is, maar ook anders klinkt dan alles dat er al is. Het is een instrumentatie die ook nog eens prachtig kleurt bij de heldere stem van Jana Horn, die haar teksten met veel gevoel en precisie voordraagt. Optimism is een album dat de aandacht makkelijk vasthoudt en waarnaar je alleen maar ademloos kunt luisteren. Een volgende ontdekking in het nog zeer prille muziekjaar 2022.
Jana Horn is een singer-songwriter uit Austin, Texas, die deze week debuteert met Optimism. Het is een album waarop de eenvoud regeert. In de openingstrack moet je het in eerste instantie doen met wat spaarzame aanslagen op de akoestische gitaar, een akkoord wil ik het nog niet eens noemen, en de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante, al duikt na verloop van tijd een stemmige trompet op.
De meeste andere songs op Optimism zijn wel wat voller ingekleurd, maar heel groot is het verschil niet. Het vraagt veel van de zang van Jana Horn, maar die is op haar debuutalbum prachtig. De Texaanse muzikante, die opgroeide in een gelovige gemeenschap in Texas, beschikt over een warm en heldere stem, maar ook over een stem die haar teksten met veel gevoel en urgentie kan voordragen. De zang op Optimism is vaak fluisterzacht, wat goed past bij de subtiele klanken op het album.
Door de sobere instrumentatie en de zachte zang is Optimism van Jana Horn geen album dat je op de achtergrond moet laten voortkabbelen, maar dat je met volledige aandacht moet beluisteren. Jana Horn verleidt dan prachtig met haar heldere stem, maar ook de instrumentatie op het album zit vol mooie details.
Het gitaarwerk is in de openingstrack wel erg elementair, maar op de rest van het album zijn vaak prachtige gitaarlijnen te horen, die in veel gevallen worden gecombineerd met relatief diepe baslijnen, die Optimism voorzien van een zeer subtiel vleugje postpunk. Dat is uiteindelijk niet het hokje waar ik het debuut van Jana Horn in zou stoppen, want Optimism is toch vooral een folkalbum.
Het is een folkalbum dat meer dan eens herinnert aan de folk zoals die in de jaren 60 en 70 werd gemaakt in de Laurel Canyon bij Los Angeles, maar het debuut van Jana Horn laat veel meer horen dan een vleugje Joni Mitchell. Optimism doet me wel wat denken aan de muziek van Jessica Pratt en zeker ook Kathryn Williams, die zich natuurlijk stevig door folk uit het verre verleden hebben laten inspireren, maar ik hoor ook wel wat van jaren 90 bands als The Sundays of zelfs The Cranberries in de muziek van Jana Horn, zeker als de gitaarlijnen wat ruwer en de baslijnen nog wat dieper zijn.
Het levert een debuut af dat zomaar kan uitgroeien tot een van de sensaties van 2022 en dat is best bijzonder voor een album dat al in 2018 werd opgenomen en in 2020 al eens in een kleine oplage op vinyl werd uitgebracht. De Amerikaanse muzikante nam het album op met leden van de band Knife On The Water, die het album fraai hebben ingekleurd en met hun instrumenten subtiel om de stem van Jana Horn heen draaien.
Jana Horn had oorspronkelijk de ambitie om als schrijver haar geld te verdienen en is ook een afgestuurd auteur van fictie, maar haar eerste stappen als muzikant zijn zeer verdienstelijk en ook in haar teksten kan ze haar literaire ambities goed kwijt.
Met name door de zeer sobere en subtiele instrumentatie klinkt Optimism anders dan de meeste andere albums van het moment en ook anders dan andere albums die kiezen voor een uiterst sobere instrumentatie. In muzikaal opzicht is Optimism van Jana Horn het perfecte voorbeeld van het begrip ‘less is more’, want het album heeft echt niets meer nodig dan de klanken die zijn te horen. Ook de zang van Jana Horn heeft geen behoefte aan tierelantijntjes. De Amerikaanse muzikante draagt haar teksten hier en daar bijna voor, maar blijft zingen. Het betoverde me vrijwel onmiddellijk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jana Horn - Optimism - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jana Horn - Optimism
De Amerikaanse singer-songwriter Jana Horn combineert op haar debuut Optimism een prachtige stem met sterke songs en een uiterst sobere maar ook bijzonder mooie instrumentatie
Jana Horn probeerde het al eens eerder met haar debuutalbum Optimism, maar destijds kreeg het album nauwelijks aandacht. Dat gaat dit keer hopelijk veranderen, want de Amerikaanse muzikante heeft niet alleen een bijzonder mooi, maar ook een verrassend album afgeleverd. Die verrassing zit vooral in de instrumentatie, die relatief sober is, maar ook anders klinkt dan alles dat er al is. Het is een instrumentatie die ook nog eens prachtig kleurt bij de heldere stem van Jana Horn, die haar teksten met veel gevoel en precisie voordraagt. Optimism is een album dat de aandacht makkelijk vasthoudt en waarnaar je alleen maar ademloos kunt luisteren. Een volgende ontdekking in het nog zeer prille muziekjaar 2022.
Jana Horn is een singer-songwriter uit Austin, Texas, die deze week debuteert met Optimism. Het is een album waarop de eenvoud regeert. In de openingstrack moet je het in eerste instantie doen met wat spaarzame aanslagen op de akoestische gitaar, een akkoord wil ik het nog niet eens noemen, en de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante, al duikt na verloop van tijd een stemmige trompet op.
De meeste andere songs op Optimism zijn wel wat voller ingekleurd, maar heel groot is het verschil niet. Het vraagt veel van de zang van Jana Horn, maar die is op haar debuutalbum prachtig. De Texaanse muzikante, die opgroeide in een gelovige gemeenschap in Texas, beschikt over een warm en heldere stem, maar ook over een stem die haar teksten met veel gevoel en urgentie kan voordragen. De zang op Optimism is vaak fluisterzacht, wat goed past bij de subtiele klanken op het album.
Door de sobere instrumentatie en de zachte zang is Optimism van Jana Horn geen album dat je op de achtergrond moet laten voortkabbelen, maar dat je met volledige aandacht moet beluisteren. Jana Horn verleidt dan prachtig met haar heldere stem, maar ook de instrumentatie op het album zit vol mooie details.
Het gitaarwerk is in de openingstrack wel erg elementair, maar op de rest van het album zijn vaak prachtige gitaarlijnen te horen, die in veel gevallen worden gecombineerd met relatief diepe baslijnen, die Optimism voorzien van een zeer subtiel vleugje postpunk. Dat is uiteindelijk niet het hokje waar ik het debuut van Jana Horn in zou stoppen, want Optimism is toch vooral een folkalbum.
Het is een folkalbum dat meer dan eens herinnert aan de folk zoals die in de jaren 60 en 70 werd gemaakt in de Laurel Canyon bij Los Angeles, maar het debuut van Jana Horn laat veel meer horen dan een vleugje Joni Mitchell. Optimism doet me wel wat denken aan de muziek van Jessica Pratt en zeker ook Kathryn Williams, die zich natuurlijk stevig door folk uit het verre verleden hebben laten inspireren, maar ik hoor ook wel wat van jaren 90 bands als The Sundays of zelfs The Cranberries in de muziek van Jana Horn, zeker als de gitaarlijnen wat ruwer en de baslijnen nog wat dieper zijn.
Het levert een debuut af dat zomaar kan uitgroeien tot een van de sensaties van 2022 en dat is best bijzonder voor een album dat al in 2018 werd opgenomen en in 2020 al eens in een kleine oplage op vinyl werd uitgebracht. De Amerikaanse muzikante nam het album op met leden van de band Knife On The Water, die het album fraai hebben ingekleurd en met hun instrumenten subtiel om de stem van Jana Horn heen draaien.
Jana Horn had oorspronkelijk de ambitie om als schrijver haar geld te verdienen en is ook een afgestuurd auteur van fictie, maar haar eerste stappen als muzikant zijn zeer verdienstelijk en ook in haar teksten kan ze haar literaire ambities goed kwijt.
Met name door de zeer sobere en subtiele instrumentatie klinkt Optimism anders dan de meeste andere albums van het moment en ook anders dan andere albums die kiezen voor een uiterst sobere instrumentatie. In muzikaal opzicht is Optimism van Jana Horn het perfecte voorbeeld van het begrip ‘less is more’, want het album heeft echt niets meer nodig dan de klanken die zijn te horen. Ook de zang van Jana Horn heeft geen behoefte aan tierelantijntjes. De Amerikaanse muzikante draagt haar teksten hier en daar bijna voor, maar blijft zingen. Het betoverde me vrijwel onmiddellijk. Erwin Zijleman
Jana Horn - The Window Is the Dream (2023)

4,5
1
geplaatst: 8 april 2023, 11:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jana Horn - The Window Is The Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jana Horn - The Window Is The Dream
Jana Horn baarde vorig jaar opzien met haar debuutalbum Optimism, dat opdook in meerdere jaarlijstjes, maar laat met haar tweede album The Window Is The Dream horen dat het nog beter kan
Het is dringen in het land van de jonge vrouwelijke singer-songwriters, maar Jana Horn uit Austin, Texas, liet op het vorig jaar verschenen Optimism al horen dat ze beschikt over veel talent. Dat talent is alleen maar gegroeid op haar nieuwe album The Window Is The Dream, dat makkelijk indruk maakt, maar ook lang aan kracht blijft winnen. De Amerikaanse muzikante beschikt over een bijzonder mooie stem, heeft haar songs voorzien van fraaie maar ook avontuurlijke klanken en schrijft bovendien songs die de fantasie genadeloos prikkelen. The Window Is The Dream is nog wat mooier dan het terecht bejubelde Optimism en zet Jana Horn nadrukkelijk op de kaart als groot talent.
De Amerikaanse muzikante Jana Horn debuteerde helemaal aan het begin van 2022 prachtig met haar album Optimism. Ik was het album, dat overigens al in 2018 werd opgenomen, in 2020 een keer zonder succes werd uitgebracht en vervolgens een flinke tijd op de plank lag, aan het eind van het jaar nog niet vergeten en reserveerde terecht een plekje in mijn jaarlijst voor het debuutalbum van Jana Horn.
Na de release van haar debuutalbum begon de muzikante uit Austin, Texas, aan haar tweede album, dat deze week is verschenen. Omdat het debuutalbum van Jana Horn een tijd op de plank lag, zat er flink wat tijd tussen Optimism en The Window Is The Dream en dat hoor je. Het betekent overigens niet dat het tweede album van de Texaanse muzikante een totaal ander album is dan zijn voorganger.
Ook op The Window Is The Dream maakt Jana Horn indruk met haar prachtige stem. De Amerikaanse muzikante heeft een fluisterzachte stem, maar zingt met veel gevoel en heeft bovendien een zeer karakteristiek geluid. Net als Optimism is ook The Windows Is The Dream bijzonder mooi en verrassend veelzijdig ingekleurd, springt Jana Horn met flinke sprongen door de tijd en zijn de songs zonder uitzondering zeer aansprekend.
Ik vind het tweede album van Jana Horn wel een stuk mooier klinken, waardoor haar talenten nog fraaier aan de oppervlakte komen. De muzikante uit Austin maakte haar tweede album voor een belangrijk deel met Jared Samuel Elioseff, maar uiteindelijk werd nog een ruime handvol andere muzikanten uitgenodigd in de studio. Het levert een bijzonder geluid op met een vrij sobere organische basis en accenten van onder andere cello, elektrische gitaar en synths.
In de organische basis speelt de staande bas een belangrijke rol, wat de muziek van Jana Horn voorziet van zowel folky als jazzy elementen. Mede door de staande bas en de combinatie van organische klanken en synths doet The Window Is The Dream me wel wat denken aan de muziek van de Britse folkie Kathryn Williams, die ik overigens ook noemde in mijn recensie van Optimism.
Net als Optimism bevat het tweede album van Jana Horn invloeden uit zowel de Britse folk als de Laurel Canyon folk, maar de Amerikaanse muzikante geeft haar songs hier en daar ook een psychedelisch tintje en kan ook muziek maken die met beide benen in het heden staat. In muzikaal opzicht vind ik The Window Is The Dream net wat mooier en interessanter dan Optimism en ook de zang bevalt me net iets beter.
Het is met name deze zang die er voor zorgt dat Jana Horn er in positieve zin uit springt, maar ook de songs van de Texaanse muzikante zijn beter dan die van de meeste van haar collega muzikanten. Het zijn songs die makkelijk overtuigen, maar die de fantasie ook uitvoerig prikkelen.
Optimism werd, na de mislukte poging in 2020, vorig jaar zeer enthousiast onthaald, wat mogelijk flink wat druk heeft gelegd op The Window Is The Dream. Het heeft Jana Horn er niet van weerhouden om haar eigen ding te blijven doen, wat er voor heeft gezorgd dat ook haar nieuwe album een mooi maar ook eigenzinnig album is. Er verschijnen deze week nogal wat albums van vrouwelijke singer-songwriters, waaronder een aantal hele mooie, maar The Windows Is The Dream van Jana Horn springt er voor mij uit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jana Horn - The Window Is The Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jana Horn - The Window Is The Dream
Jana Horn baarde vorig jaar opzien met haar debuutalbum Optimism, dat opdook in meerdere jaarlijstjes, maar laat met haar tweede album The Window Is The Dream horen dat het nog beter kan
Het is dringen in het land van de jonge vrouwelijke singer-songwriters, maar Jana Horn uit Austin, Texas, liet op het vorig jaar verschenen Optimism al horen dat ze beschikt over veel talent. Dat talent is alleen maar gegroeid op haar nieuwe album The Window Is The Dream, dat makkelijk indruk maakt, maar ook lang aan kracht blijft winnen. De Amerikaanse muzikante beschikt over een bijzonder mooie stem, heeft haar songs voorzien van fraaie maar ook avontuurlijke klanken en schrijft bovendien songs die de fantasie genadeloos prikkelen. The Window Is The Dream is nog wat mooier dan het terecht bejubelde Optimism en zet Jana Horn nadrukkelijk op de kaart als groot talent.
De Amerikaanse muzikante Jana Horn debuteerde helemaal aan het begin van 2022 prachtig met haar album Optimism. Ik was het album, dat overigens al in 2018 werd opgenomen, in 2020 een keer zonder succes werd uitgebracht en vervolgens een flinke tijd op de plank lag, aan het eind van het jaar nog niet vergeten en reserveerde terecht een plekje in mijn jaarlijst voor het debuutalbum van Jana Horn.
Na de release van haar debuutalbum begon de muzikante uit Austin, Texas, aan haar tweede album, dat deze week is verschenen. Omdat het debuutalbum van Jana Horn een tijd op de plank lag, zat er flink wat tijd tussen Optimism en The Window Is The Dream en dat hoor je. Het betekent overigens niet dat het tweede album van de Texaanse muzikante een totaal ander album is dan zijn voorganger.
Ook op The Window Is The Dream maakt Jana Horn indruk met haar prachtige stem. De Amerikaanse muzikante heeft een fluisterzachte stem, maar zingt met veel gevoel en heeft bovendien een zeer karakteristiek geluid. Net als Optimism is ook The Windows Is The Dream bijzonder mooi en verrassend veelzijdig ingekleurd, springt Jana Horn met flinke sprongen door de tijd en zijn de songs zonder uitzondering zeer aansprekend.
Ik vind het tweede album van Jana Horn wel een stuk mooier klinken, waardoor haar talenten nog fraaier aan de oppervlakte komen. De muzikante uit Austin maakte haar tweede album voor een belangrijk deel met Jared Samuel Elioseff, maar uiteindelijk werd nog een ruime handvol andere muzikanten uitgenodigd in de studio. Het levert een bijzonder geluid op met een vrij sobere organische basis en accenten van onder andere cello, elektrische gitaar en synths.
In de organische basis speelt de staande bas een belangrijke rol, wat de muziek van Jana Horn voorziet van zowel folky als jazzy elementen. Mede door de staande bas en de combinatie van organische klanken en synths doet The Window Is The Dream me wel wat denken aan de muziek van de Britse folkie Kathryn Williams, die ik overigens ook noemde in mijn recensie van Optimism.
Net als Optimism bevat het tweede album van Jana Horn invloeden uit zowel de Britse folk als de Laurel Canyon folk, maar de Amerikaanse muzikante geeft haar songs hier en daar ook een psychedelisch tintje en kan ook muziek maken die met beide benen in het heden staat. In muzikaal opzicht vind ik The Window Is The Dream net wat mooier en interessanter dan Optimism en ook de zang bevalt me net iets beter.
Het is met name deze zang die er voor zorgt dat Jana Horn er in positieve zin uit springt, maar ook de songs van de Texaanse muzikante zijn beter dan die van de meeste van haar collega muzikanten. Het zijn songs die makkelijk overtuigen, maar die de fantasie ook uitvoerig prikkelen.
Optimism werd, na de mislukte poging in 2020, vorig jaar zeer enthousiast onthaald, wat mogelijk flink wat druk heeft gelegd op The Window Is The Dream. Het heeft Jana Horn er niet van weerhouden om haar eigen ding te blijven doen, wat er voor heeft gezorgd dat ook haar nieuwe album een mooi maar ook eigenzinnig album is. Er verschijnen deze week nogal wat albums van vrouwelijke singer-songwriters, waaronder een aantal hele mooie, maar The Windows Is The Dream van Jana Horn springt er voor mij uit. Erwin Zijleman
Jana Kramer - Thirty One (2015)

3,5
0
geplaatst: 20 januari 2016, 15:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jana Kramer - Thirty One - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In Nashville struikel je zo ongeveer over de jonge country zangeressen, waardoor het niet meevalt om de krenten uit de pop te vissen.
Met Jana Kramer heb ik er echter weer eens een gevonden die zich weet onderscheiden van de grauwe middelmaat die in Nashville domineert.
Jana Kramer komt oorspronkelijk uit Detroit, Michigan, waar ze de countrymuziek met de paplepel kreeg ingegoten. Via rollen in een aantal televisie series kwam ze uiteindelijk terecht in Nashville.
Voor haar tweede plaat Thirty One (inderdaad haar leeftijd) deed ze een beroep op nieuwbakken Nashville producer Steven Tyler. Het is de Steven Tyler die we kennen als zanger van Aerosmith en dat is de laatste die je verwacht in de hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek.
De inbreng van deze oude rocker zorgt er wel voor dat de muziek van Jana Kramer vaak wat steviger klinkt dan die van de meeste van haar soortgenoten. Thirty One schuurt hierdoor tegen de platen van country zangeressen als Gretchen Wilson en Miranda Lambert aan en dat zijn zangeressen die ook in Nederland de handen op elkaar krijgen.
Dat moet Jana Kramer ook gaan lukken, want net als bijvoorbeeld Kacey Musgraves beschikt ze over een geweldige stem en heeft ze een goed gevoel voor popliedjes die blijven hangen.
Thirty One bevat deels countrypop die het goed zal doen in de Amerikaanse charts, maar zeker wanneer de stevig rockende gitaren als het geheime wapen van stal worden gehaald, laat Jana Kramer horen dat ze beschikt over een eigen geluid, waardoor ze de concurrentie een flink stuk voor blijft.
De wat stevigere songs op Thirty One overtuigen bijzonder makkelijk, maar ook als Jana Kramer kiest voor net wat meer gepolijste countrypop met een snik, pakt ze mij moeiteloos in. De zeer incidentele flirts met dance pop bevallen me minder, maar het is Jana Kramer vergeven.
Vergeleken met de doorleefde alt-country uit Austin lijkt het niet veel meer dan een licht verteerbaar tussendoortje, maar Thirty One van Jana Kramer is wel een bijzonder smakelijke tussendoortje en het is er bovendien een die de trek veel langer stilt dan gebruikelijk. Ik vind het een mooie plaat. Een hele mooie plaat zelfs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jana Kramer - Thirty One - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In Nashville struikel je zo ongeveer over de jonge country zangeressen, waardoor het niet meevalt om de krenten uit de pop te vissen.
Met Jana Kramer heb ik er echter weer eens een gevonden die zich weet onderscheiden van de grauwe middelmaat die in Nashville domineert.
Jana Kramer komt oorspronkelijk uit Detroit, Michigan, waar ze de countrymuziek met de paplepel kreeg ingegoten. Via rollen in een aantal televisie series kwam ze uiteindelijk terecht in Nashville.
Voor haar tweede plaat Thirty One (inderdaad haar leeftijd) deed ze een beroep op nieuwbakken Nashville producer Steven Tyler. Het is de Steven Tyler die we kennen als zanger van Aerosmith en dat is de laatste die je verwacht in de hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek.
De inbreng van deze oude rocker zorgt er wel voor dat de muziek van Jana Kramer vaak wat steviger klinkt dan die van de meeste van haar soortgenoten. Thirty One schuurt hierdoor tegen de platen van country zangeressen als Gretchen Wilson en Miranda Lambert aan en dat zijn zangeressen die ook in Nederland de handen op elkaar krijgen.
Dat moet Jana Kramer ook gaan lukken, want net als bijvoorbeeld Kacey Musgraves beschikt ze over een geweldige stem en heeft ze een goed gevoel voor popliedjes die blijven hangen.
Thirty One bevat deels countrypop die het goed zal doen in de Amerikaanse charts, maar zeker wanneer de stevig rockende gitaren als het geheime wapen van stal worden gehaald, laat Jana Kramer horen dat ze beschikt over een eigen geluid, waardoor ze de concurrentie een flink stuk voor blijft.
De wat stevigere songs op Thirty One overtuigen bijzonder makkelijk, maar ook als Jana Kramer kiest voor net wat meer gepolijste countrypop met een snik, pakt ze mij moeiteloos in. De zeer incidentele flirts met dance pop bevallen me minder, maar het is Jana Kramer vergeven.
Vergeleken met de doorleefde alt-country uit Austin lijkt het niet veel meer dan een licht verteerbaar tussendoortje, maar Thirty One van Jana Kramer is wel een bijzonder smakelijke tussendoortje en het is er bovendien een die de trek veel langer stilt dan gebruikelijk. Ik vind het een mooie plaat. Een hele mooie plaat zelfs. Erwin Zijleman
Jana Mila - Chameleon (2024)

4,5
1
geplaatst: 31 augustus 2024, 10:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jana Mila - Chameleon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jana Mila - Chameleon
Jana Mila heeft met het in Nashville opgenomen Chameleon een uitstekend en verrassend veelzijdig album gemaakt, dat zowel in muzikaal en productioneel als in vocaal opzicht makkelijk indruk maakt
De muziekindustrie draait in Nashville momenteel op volle toeren, wat week na week uitstekende albums oplevert. Tussen deze uitstekende albums valt Chameleon van Jana Mila makkelijk op. Het is een wat veelzijdiger klinkend album dan gebruikelijk in Nashville en het is bovendien een album dat werkelijk prachtig is geproduceerd door Todd Lombardo, die als muzikant zo belangrijk is op de albums van Kacey Musgraves. De ster van het album is echter toch Jana Mila zelf, die indruk maakt met een serie sterke songs en die bovendien makkelijk overtuigt als zangeres. De concurrentie in Nashville is momenteel moordend, maar dit bijzonder mooie album mag zeker niet ondersneeuwen.
Het bekende Amerikaanse platenlabel New West Records kondigt deze week met veel trots het album Chameleon van Jana Mila aan. Het in Nashville, Tennessee, opgenomen album is geproduceerd door de Amerikaanse muzikant Todd Lombardo, die als gitarist een voorname rol speelt op de laatste albums van onder andere Lera Lynn en Kacey Musgraves. New West Records heeft alle reden om trots te zijn op het debuutalbum van Jana Mila, want Chameleon is een uitstekend album, dat er voor mij uit springt deze week. Het is een album dat van Jana Mila zomaar een ster kan maken in Nashville, al is daar ook wel een beetje geluk voor nodig.
Ook in Nederland kunnen we overigens trots zijn op het eerste album van Jana Mila, want haar wieg stond in Amsterdam. Jana Mila Doorten deed in Nederland mee aan enkele talentenjachten en trok de aandacht met de single When Times Get Rough, dat ze op jonge leeftijd schreef en dat op Spotify al een kleine vijf miljoen keer werd beluisterd. Het is een single die absoluut het talent van Jana Mila laat horen, maar als ik luister naar de songs op Chameleon kan ik alleen maar concluderen dat de Nederlandse muzikante de afgelopen twee jaar hele grote stappen heeft gezet.
Het album opent met een folky track die opvalt door fraai gitaarwerk, een hele mooie en ruimtelijke productie en uitstekende zang, die hier en daar fraai wordt ondersteund. Het doet qua sfeer wel wat denken aan de muziek die Kacey Musgraves eerder dit jaar maakte op het wonderschone Deeper Well, maar Jana Mila beschikt over een totaal andere stem en laat zich bovendien door andere genres beïnvloeden.
De Nederlandse muzikante is zeker niet kieskeurig als het gaat om het verwerken van invloeden. Chameleon bevat invloeden uit de Nashville country van het moment, maar heeft ook een jaren 70 vibe met invloeden uit de Laurel Canyon folk. Hier blijft het niet bij, want invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek worden op Chameleon ook gecombineerd met invloeden uit de pop, al zijn deze nooit dominant. Door alle invloeden is Chameleon een toepasselijke titel van een album dat een stuk veelzijdiger is dan de meeste andere albums die momenteel in Nashville worden gemaakt en dat de competitie met deze albums daarom zeker aan kan.
Jana Mila profiteert op haar debuutalbum nadrukkelijk van de kwaliteiten van Todd Lombardo, die niet alleen tekent voor flink wat instrumenten op het album waaronder het geweldige gitaarwerk, maar bovendien laat horen dat hij de kunst van het produceren inmiddels uitstekend beheerst. Chameleon is in productioneel opzicht een van de mooiste albums uit Nashville die ik de laatste tijd heb gehoord en ook in muzikaal opzicht is het album zeer aansprekend.
Het doet me in een aantal opzichten denken aan het laatste album van Kacey Musgraves en dat is wat mij betreft een enorm compliment voor Jana Mila. De Nederlandse muzikante laat op haar debuutalbum horen dat ze een uitstekende songwriter is en ook als zangeres maakt ze wat mij betreft makkelijk indruk met een mooie maar ook karakteristieke en emotievolle stem.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik tot een paar dagen geleden nog nooit van Jana Mila had gehoord en daarom ook met zeer bescheiden verwachtingen begon aan het beluisteren van Chameleon, maar het album heeft me echt enorm verrast en is nog lang niet uitgegroeid. Wat een belofte deze Nederlandse muzikante. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jana Mila - Chameleon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jana Mila - Chameleon
Jana Mila heeft met het in Nashville opgenomen Chameleon een uitstekend en verrassend veelzijdig album gemaakt, dat zowel in muzikaal en productioneel als in vocaal opzicht makkelijk indruk maakt
De muziekindustrie draait in Nashville momenteel op volle toeren, wat week na week uitstekende albums oplevert. Tussen deze uitstekende albums valt Chameleon van Jana Mila makkelijk op. Het is een wat veelzijdiger klinkend album dan gebruikelijk in Nashville en het is bovendien een album dat werkelijk prachtig is geproduceerd door Todd Lombardo, die als muzikant zo belangrijk is op de albums van Kacey Musgraves. De ster van het album is echter toch Jana Mila zelf, die indruk maakt met een serie sterke songs en die bovendien makkelijk overtuigt als zangeres. De concurrentie in Nashville is momenteel moordend, maar dit bijzonder mooie album mag zeker niet ondersneeuwen.
Het bekende Amerikaanse platenlabel New West Records kondigt deze week met veel trots het album Chameleon van Jana Mila aan. Het in Nashville, Tennessee, opgenomen album is geproduceerd door de Amerikaanse muzikant Todd Lombardo, die als gitarist een voorname rol speelt op de laatste albums van onder andere Lera Lynn en Kacey Musgraves. New West Records heeft alle reden om trots te zijn op het debuutalbum van Jana Mila, want Chameleon is een uitstekend album, dat er voor mij uit springt deze week. Het is een album dat van Jana Mila zomaar een ster kan maken in Nashville, al is daar ook wel een beetje geluk voor nodig.
Ook in Nederland kunnen we overigens trots zijn op het eerste album van Jana Mila, want haar wieg stond in Amsterdam. Jana Mila Doorten deed in Nederland mee aan enkele talentenjachten en trok de aandacht met de single When Times Get Rough, dat ze op jonge leeftijd schreef en dat op Spotify al een kleine vijf miljoen keer werd beluisterd. Het is een single die absoluut het talent van Jana Mila laat horen, maar als ik luister naar de songs op Chameleon kan ik alleen maar concluderen dat de Nederlandse muzikante de afgelopen twee jaar hele grote stappen heeft gezet.
Het album opent met een folky track die opvalt door fraai gitaarwerk, een hele mooie en ruimtelijke productie en uitstekende zang, die hier en daar fraai wordt ondersteund. Het doet qua sfeer wel wat denken aan de muziek die Kacey Musgraves eerder dit jaar maakte op het wonderschone Deeper Well, maar Jana Mila beschikt over een totaal andere stem en laat zich bovendien door andere genres beïnvloeden.
De Nederlandse muzikante is zeker niet kieskeurig als het gaat om het verwerken van invloeden. Chameleon bevat invloeden uit de Nashville country van het moment, maar heeft ook een jaren 70 vibe met invloeden uit de Laurel Canyon folk. Hier blijft het niet bij, want invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek worden op Chameleon ook gecombineerd met invloeden uit de pop, al zijn deze nooit dominant. Door alle invloeden is Chameleon een toepasselijke titel van een album dat een stuk veelzijdiger is dan de meeste andere albums die momenteel in Nashville worden gemaakt en dat de competitie met deze albums daarom zeker aan kan.
Jana Mila profiteert op haar debuutalbum nadrukkelijk van de kwaliteiten van Todd Lombardo, die niet alleen tekent voor flink wat instrumenten op het album waaronder het geweldige gitaarwerk, maar bovendien laat horen dat hij de kunst van het produceren inmiddels uitstekend beheerst. Chameleon is in productioneel opzicht een van de mooiste albums uit Nashville die ik de laatste tijd heb gehoord en ook in muzikaal opzicht is het album zeer aansprekend.
Het doet me in een aantal opzichten denken aan het laatste album van Kacey Musgraves en dat is wat mij betreft een enorm compliment voor Jana Mila. De Nederlandse muzikante laat op haar debuutalbum horen dat ze een uitstekende songwriter is en ook als zangeres maakt ze wat mij betreft makkelijk indruk met een mooie maar ook karakteristieke en emotievolle stem.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik tot een paar dagen geleden nog nooit van Jana Mila had gehoord en daarom ook met zeer bescheiden verwachtingen begon aan het beluisteren van Chameleon, maar het album heeft me echt enorm verrast en is nog lang niet uitgegroeid. Wat een belofte deze Nederlandse muzikante. Erwin Zijleman
Jane Birkin - Oh! Pardon Tu Dormais... (2020)

4,0
1
geplaatst: 2 januari 2021, 10:07 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jane Birkin - Oh! Pardon Tu Dormais... - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jane Birkin - Oh! Pardon Tu Dormais...
Het was heel wat jaren stil rond Jane Birkin, maar met Oh! Pardon Tu Dormais... imponeert de van oorsprong Britse zangeres met persoonlijke songs en volop invloeden uit de Franse (film)muziek
Jane Birkin werkte aan een soundtrack voor een film, maar naarmate het schrijfproces vorderde werden steeds meer songs gewijd aan de trieste dood van haar dochter Kate Barry. Oh! Pardon Tu Dormais... citeert nadrukkelijk uit de archieven van de Franse filmmuziek, met een hoofdrol voor de muziek van haar voormalige levenspartner Serge Gainsbourg en een bijrol voor de filmmuziek van Jane Birkin’s eerste echtgenoot John Barry. Het is in muzikaal en vocaal opzicht in veel gevallen groots en meeslepend, maar Jane Birkin heeft ook een intiem en zeer persoonlijk album afgeleverd, dat de tijd verdient om te kunnen groeien. Een indrukwekkende terugkeer.
Begin december verscheen een nieuw album van Jane Birkin, maar in Nederland heb ik er nauwelijks iets over gelezen. De Britse en Franse muziekpers maakten daarentegen flink wat woorden vuil aan de muzikante die 74 jaar geleden in Londen werd geboren, maar die vooral bekend is als muze van de Franse muzikant Serge Gainsbourg, met wie ze in 1969 het extreem broeierige Je T'Aime .... Moi Non Plus opnam.
Jane Birkin maakte sindsdien een flinke stapel albums, deels Engelstalig en deels Franstalig, maar de afgelopen twaalf jaar was het betrekkelijk stil rond de zangeres. Met Oh! Pardon Tu Dormais... keerde Jane Birkin een paar weken geleden terug en het is een album dat het uitstekend doet wanneer de avonden koud en donker zijn.
Jane Birkin, die overigens nog steeds in Parijs woont, maakte haar nieuwe album samen met de Franse muzikanten en producers Étienne Daho en Jean-Louis Piérot, die Oh! Pardon Tu Dormais... hebben voorzien van een geweldig geluid. Het is een uit meerdere lagen bestaand en rijk georkestreerd geluid, dat meer dan eens associaties oproept met Franse filmmuziek en ook met de filmmuziek van Serge Gainsbourg en John Barry (de eerste twee echtgenoten van Jane Birkin).
Dat is ook niet zo gek, want Oh! Pardon Tu Dormais... was in eerste instantie bedoeld als filmsoundtrack, maar naarmate het opnameproces vorderde begon Jane Birkin steeds persoonlijkere songs te schrijven. Daar had ze ook alle reden toe, want de trieste dood van haar dochter Kate Barry had ze nog niet kunnen verwerken.
Het is een trieste dood die terugkomt in een aantal songs op het album, wat van Oh! Pardon Tu Dormais... een behoorlijk melancholisch album maakt. De ook vaak wat weemoedige instrumentatie, waarin stevig wordt uitgepakt met strijkers en de piano altijd wat triest klinkt, past uitstekend bij de thematiek in een aantal van de songs en hetzelfde geldt voor de stem van Jane Birkin, die inmiddels een stuk doorleefder klinkt dan in de jaren waarin ze haar eerste stapjes in de muziek zette.
Oh! Pardon Tu Dormais... heeft niets te maken met de Franse zuchtmeisjes pop, waarvoor Jane Birkin eind jaren 60 het perfecte voorbeeld aanleverde, maar zit ergens tussen het Franse chanson en de Franse filmmuziek in. Enige liefde voor de Franse muziek is nodig om te kunnen genieten van dit album, maar als je er voor open staat is het ruim een uur smullen.
Oh! Pardon Tu Dormais... is een ambitieus album waarin steeds weer wordt gekozen voor net wat andere klanken, maar groots en meeslepend zijn ze bijna altijd. Het kleurt prachtig bij de aansprekende stem van Jane Birkin, die de zo persoonlijke songs met veel gevoel en toewijding vertolkt.
Luister naar Oh! Pardon Tu Dormais... en donkere wolken trekken over. De lucht kleurt hier en daar gitzwart, maar dat heeft absoluut zijn schoonheid. Het nieuwe album van Jane Birkin is het mooist wanneer je het met behoorlijk volume beluistert en het zwaar georkestreerde geluid als een hoosbui over je heen komt.
Ik heb niet veel albums van Jane Birkin in de kast staan en vrijwel niets van de periode na haar samenwerking met Serge Gainsbourg, maar Oh! Pardon Tu Dormais... is een album dat me steeds dierbaarder wordt en dat laat horen dat de Brits/Franse zangeres misschien dik in de 70 is, maar nog altijd goed is voor geweldige songs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jane Birkin - Oh! Pardon Tu Dormais... - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jane Birkin - Oh! Pardon Tu Dormais...
Het was heel wat jaren stil rond Jane Birkin, maar met Oh! Pardon Tu Dormais... imponeert de van oorsprong Britse zangeres met persoonlijke songs en volop invloeden uit de Franse (film)muziek
Jane Birkin werkte aan een soundtrack voor een film, maar naarmate het schrijfproces vorderde werden steeds meer songs gewijd aan de trieste dood van haar dochter Kate Barry. Oh! Pardon Tu Dormais... citeert nadrukkelijk uit de archieven van de Franse filmmuziek, met een hoofdrol voor de muziek van haar voormalige levenspartner Serge Gainsbourg en een bijrol voor de filmmuziek van Jane Birkin’s eerste echtgenoot John Barry. Het is in muzikaal en vocaal opzicht in veel gevallen groots en meeslepend, maar Jane Birkin heeft ook een intiem en zeer persoonlijk album afgeleverd, dat de tijd verdient om te kunnen groeien. Een indrukwekkende terugkeer.
Begin december verscheen een nieuw album van Jane Birkin, maar in Nederland heb ik er nauwelijks iets over gelezen. De Britse en Franse muziekpers maakten daarentegen flink wat woorden vuil aan de muzikante die 74 jaar geleden in Londen werd geboren, maar die vooral bekend is als muze van de Franse muzikant Serge Gainsbourg, met wie ze in 1969 het extreem broeierige Je T'Aime .... Moi Non Plus opnam.
Jane Birkin maakte sindsdien een flinke stapel albums, deels Engelstalig en deels Franstalig, maar de afgelopen twaalf jaar was het betrekkelijk stil rond de zangeres. Met Oh! Pardon Tu Dormais... keerde Jane Birkin een paar weken geleden terug en het is een album dat het uitstekend doet wanneer de avonden koud en donker zijn.
Jane Birkin, die overigens nog steeds in Parijs woont, maakte haar nieuwe album samen met de Franse muzikanten en producers Étienne Daho en Jean-Louis Piérot, die Oh! Pardon Tu Dormais... hebben voorzien van een geweldig geluid. Het is een uit meerdere lagen bestaand en rijk georkestreerd geluid, dat meer dan eens associaties oproept met Franse filmmuziek en ook met de filmmuziek van Serge Gainsbourg en John Barry (de eerste twee echtgenoten van Jane Birkin).
Dat is ook niet zo gek, want Oh! Pardon Tu Dormais... was in eerste instantie bedoeld als filmsoundtrack, maar naarmate het opnameproces vorderde begon Jane Birkin steeds persoonlijkere songs te schrijven. Daar had ze ook alle reden toe, want de trieste dood van haar dochter Kate Barry had ze nog niet kunnen verwerken.
Het is een trieste dood die terugkomt in een aantal songs op het album, wat van Oh! Pardon Tu Dormais... een behoorlijk melancholisch album maakt. De ook vaak wat weemoedige instrumentatie, waarin stevig wordt uitgepakt met strijkers en de piano altijd wat triest klinkt, past uitstekend bij de thematiek in een aantal van de songs en hetzelfde geldt voor de stem van Jane Birkin, die inmiddels een stuk doorleefder klinkt dan in de jaren waarin ze haar eerste stapjes in de muziek zette.
Oh! Pardon Tu Dormais... heeft niets te maken met de Franse zuchtmeisjes pop, waarvoor Jane Birkin eind jaren 60 het perfecte voorbeeld aanleverde, maar zit ergens tussen het Franse chanson en de Franse filmmuziek in. Enige liefde voor de Franse muziek is nodig om te kunnen genieten van dit album, maar als je er voor open staat is het ruim een uur smullen.
Oh! Pardon Tu Dormais... is een ambitieus album waarin steeds weer wordt gekozen voor net wat andere klanken, maar groots en meeslepend zijn ze bijna altijd. Het kleurt prachtig bij de aansprekende stem van Jane Birkin, die de zo persoonlijke songs met veel gevoel en toewijding vertolkt.
Luister naar Oh! Pardon Tu Dormais... en donkere wolken trekken over. De lucht kleurt hier en daar gitzwart, maar dat heeft absoluut zijn schoonheid. Het nieuwe album van Jane Birkin is het mooist wanneer je het met behoorlijk volume beluistert en het zwaar georkestreerde geluid als een hoosbui over je heen komt.
Ik heb niet veel albums van Jane Birkin in de kast staan en vrijwel niets van de periode na haar samenwerking met Serge Gainsbourg, maar Oh! Pardon Tu Dormais... is een album dat me steeds dierbaarder wordt en dat laat horen dat de Brits/Franse zangeres misschien dik in de 70 is, maar nog altijd goed is voor geweldige songs. Erwin Zijleman
Jane Kramer - Break & Bloom (2013)

4,0
0
geplaatst: 6 september 2014, 10:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jane Kramer - Break & Bloom - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de categorie minder bekend talent in het rootssegment deze week aandacht voor Jane Kramer.
Jane Kramer komt oorspronkelijk uit North Carolina, maar opereert inmiddels al weer een tijdje vanuit het hippe Portland, Oregon. Dat is de thuisbasis van heel wat gerenommeerde indie bands, maar de stad in het noordoosten van de Verenigde Staten draagt ook Amerikaanse rootsmuzikanten een warm hart toe.
Jane Kramer timmert in de Verenigde Staten al een tijdje stevig aan de weg, zeker nadat ze door niemand minder dan Melissa Ferrick was opgepikt, maar met de hernieuwde release van haar debuut Break & Bloom moet de ster van Jane Kramer ook hier gaan stralen.
Break & Bloom is een opvallend veelzijdig debuut. De plaat opent bijzonder jazzy en doet door de jazzy accenten, maar vooral door de stem van Jane Kramer, onmiddellijk aan Norah Jones denken. Net als je je begint af te vragen of we behoefte hebben aan een tweede Norah Jones verruilt Jane Kramer de jazz voor folk en country en sluipt een aangename snik in haar stem.
De associatie met Norah Jones is vrijwel onmiddellijk verdwenen en maakt plaats voor de associatie met de stem van Natalie Merchant. Dit is een associatie die wat langer stand houdt, maar over het algemeen laat Jane Kramer op Break & Bloom toch een duidelijk eigen stemgeluid horen.
Het is direct ook een van de sterkste wapens van de Amerikaanse singer-songwriter. Jane Kramer heeft een stem die in meerdere genres en in songs met uiteenlopende emoties uit de voeten kan en hier maakt ze op Break & Bloom dankbaar gebruik van.
Op basis van de bijzonder fraaie openingstrack stop je Jane Kramer absoluut in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, maar wanneer ze in de tweede track Tori Amos naar de kroon steekt (inclusief uitbarsting) begin je toch weer te twijfelen. De liefhebbers van beide genres (en hier reken ik mezelf zeker toe) zitten inmiddels op het puntje van hun stoel. De liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zijn waarschijnlijk nog wat afwachtend, maar zullen absoluut vallen voor het fraaie debuut van Jane Kramer.
Op de rest van Break & Bloom overheersen immers de tracks die uitstekend in het hokje Amerikaanse rootsmuziek passen. Deze zijn zo nu en dan behoorlijk traditioneel, maar ook dat blijkt uitstekend te passen bij de bijzondere stem van Jane Kramer.
Jane Kramer omringt zich op Break & Bloom met een aantal prima muzikanten, wat haar muziek nog meer kleur en zeggingskracht geeft. Dat hoor je in de uiterst sober ingekleurde songs, waarin vaak de viool de hoofdrol opeist, maar ook als Jane Kramer kiest voor een wat vollere instrumentatie, met bijvoorbeeld prachtige melancholische blazers, zijn muziek en vocalen in balans.
Door de vocale kwaliteiten van Jane Kramer is Break & Bloom een plaat die onmiddellijk de aandacht opeist en de plaat houdt deze aandacht ook vast wanneer de songs blijken te groeien en Jane Kramer ook in tekstueel opzicht bijzonder vaardig blijkt. Al met al een bijzonder veelbelovend debuut van een jonge Amerikaanse singer-songwriter, die zich met een beetje geluk zomaar tussen de groten in het genre kan spelen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jane Kramer - Break & Bloom - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de categorie minder bekend talent in het rootssegment deze week aandacht voor Jane Kramer.
Jane Kramer komt oorspronkelijk uit North Carolina, maar opereert inmiddels al weer een tijdje vanuit het hippe Portland, Oregon. Dat is de thuisbasis van heel wat gerenommeerde indie bands, maar de stad in het noordoosten van de Verenigde Staten draagt ook Amerikaanse rootsmuzikanten een warm hart toe.
Jane Kramer timmert in de Verenigde Staten al een tijdje stevig aan de weg, zeker nadat ze door niemand minder dan Melissa Ferrick was opgepikt, maar met de hernieuwde release van haar debuut Break & Bloom moet de ster van Jane Kramer ook hier gaan stralen.
Break & Bloom is een opvallend veelzijdig debuut. De plaat opent bijzonder jazzy en doet door de jazzy accenten, maar vooral door de stem van Jane Kramer, onmiddellijk aan Norah Jones denken. Net als je je begint af te vragen of we behoefte hebben aan een tweede Norah Jones verruilt Jane Kramer de jazz voor folk en country en sluipt een aangename snik in haar stem.
De associatie met Norah Jones is vrijwel onmiddellijk verdwenen en maakt plaats voor de associatie met de stem van Natalie Merchant. Dit is een associatie die wat langer stand houdt, maar over het algemeen laat Jane Kramer op Break & Bloom toch een duidelijk eigen stemgeluid horen.
Het is direct ook een van de sterkste wapens van de Amerikaanse singer-songwriter. Jane Kramer heeft een stem die in meerdere genres en in songs met uiteenlopende emoties uit de voeten kan en hier maakt ze op Break & Bloom dankbaar gebruik van.
Op basis van de bijzonder fraaie openingstrack stop je Jane Kramer absoluut in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, maar wanneer ze in de tweede track Tori Amos naar de kroon steekt (inclusief uitbarsting) begin je toch weer te twijfelen. De liefhebbers van beide genres (en hier reken ik mezelf zeker toe) zitten inmiddels op het puntje van hun stoel. De liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zijn waarschijnlijk nog wat afwachtend, maar zullen absoluut vallen voor het fraaie debuut van Jane Kramer.
Op de rest van Break & Bloom overheersen immers de tracks die uitstekend in het hokje Amerikaanse rootsmuziek passen. Deze zijn zo nu en dan behoorlijk traditioneel, maar ook dat blijkt uitstekend te passen bij de bijzondere stem van Jane Kramer.
Jane Kramer omringt zich op Break & Bloom met een aantal prima muzikanten, wat haar muziek nog meer kleur en zeggingskracht geeft. Dat hoor je in de uiterst sober ingekleurde songs, waarin vaak de viool de hoofdrol opeist, maar ook als Jane Kramer kiest voor een wat vollere instrumentatie, met bijvoorbeeld prachtige melancholische blazers, zijn muziek en vocalen in balans.
Door de vocale kwaliteiten van Jane Kramer is Break & Bloom een plaat die onmiddellijk de aandacht opeist en de plaat houdt deze aandacht ook vast wanneer de songs blijken te groeien en Jane Kramer ook in tekstueel opzicht bijzonder vaardig blijkt. Al met al een bijzonder veelbelovend debuut van een jonge Amerikaanse singer-songwriter, die zich met een beetje geluk zomaar tussen de groten in het genre kan spelen. Erwin Zijleman
Jane Kramer - Valley of the Bones (2019)

4,0
0
geplaatst: 4 maart 2019, 16:40 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jane Kramer - Valley Of The Bones - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jane Kramer - Valley Of The Bones
Plaat nummer drie van deze Amerikaanse singer-songwriter, die haar plekje in de spotlights met nog wat meer overtuiging afdwingt
De concurrentie in het genre is momenteel moordend, maar Jane Kramer is er wederom in geslaagd om een rootsplaat te maken die net wat meer indruk maakt dan die van haar soortgenoten. De instrumentatie en productie zijn wederom warm en verzorgd, de songs liggen bijzonder lekker in het gehoor en vertellen mooie verhalen, maar het is de stem van Jane Kramer die ook dit keer de meeste indruk maakt. Denk vooral aan Natalie Merchant, maar Jane Kramer kan ook opschuiven richting country of richting net wat meer jazzy repertoire, waarin haar emotievolle stem soepel meebeweegt.
De Amerikaanse singer-songwriter Jane Kramer leverde de afgelopen jaren twee prima albums af. Zowel Break & Bloom uit 2014 als Carnival Of Hopes uit 2016 riepen bij mij associaties op met alles tussen Norah Jones en Natalie Merchant en beide albums vielen op door uitstekende songs, een mooie instrumentatie en een stem die je vrij makkelijk wist te raken.
Valley Of The Bones is de derde plaat van de singer-songwriter die werd geboren in Asheville, North Carolina, maar die de afgelopen jaren vooral in Portland, Oregon, verbleef. Het is een plaat die nog wat meer indruk maakt dan zijn twee voorgangers en die een brede groep van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek moet kunnen aanspreken.
Valley Of The Bones werd opgenomen in Asheville, North Carolina, de geboortegrond van Jane Kramer, en borduurt voort op de vorige twee platen van de Amerikaanse muzikante. Vergeleken met deze platen zijn de jazzy invloeden wat naar de achtergrond gedrongen, waardoor folk en country dit keer centraal staan.
Het sterkste wapen van Jane Kramer is nog altijd haar stem. Het is een expressieve en emotievolle stem, die de songs op haar plaat voorziet van urgentie en zeggingskracht. Het is een stem die me nog altijd flink doet denken aan die van Natalie Merchant, die ik reken tot mijn favoriete zangeressen aller tijden. Op Valley Of The Bones heeft Jane Kramer ook nog emotie van Dar Williams, de snik van Jewel en de doorleving van Emmylou Harris, waardoor de derde plaat van Jane Kramer in vocaal opzicht een indrukwekkende plaat is.
Hier blijft het niet bij, want ook dit keer zijn de instrumentatie en de productie bijzonder fraai. Wanneer de snareninstrumenten domineren, zijn deze mooi naar de voorgrond gemixt, wat zorgt voor een vol en warm geluid. Op hetzelfde moment staan deze snareninstrumenten ook altijd in dienst van de bijzondere stem van Jane Kramer, die alle ruimte krijgt om te excelleren.
Het instrumentarium kleurt vooral binnen de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek, maar bestrijkt hierbinnen een breed palet. Met een intieme pianoballad schuift Jane Kramer op richting de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar wanneer invloeden uit de jazz en blues aan terrein winnen en het geluid broeieriger wordt, hoor ik toch ook weer wat van Norah Jones.
Persoonlijk hoor ik Jane Kramer het liefst in de wat traditioneler aandoende songs met invloeden uit de folk en de country en een hoofdrol voor warm klinkende snareninstrumenten en deze songs zijn op Valley Of The Bones flink in de meerderheid. De inkleuring van de songs is iedere keer net wat anders, maar altijd sfeervol. Het geeft de mooie verhalen van Jane Kramer een extra dimensie.
Haar vorige twee platen waren zoals gezegd al zeer de moeite waard, maar deze derde is nog net wat overtuigender en schaart zich vrij makkelijk onder de beste rootsplaten van het moment en dat is niet niks. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jane Kramer - Valley Of The Bones - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jane Kramer - Valley Of The Bones
Plaat nummer drie van deze Amerikaanse singer-songwriter, die haar plekje in de spotlights met nog wat meer overtuiging afdwingt
De concurrentie in het genre is momenteel moordend, maar Jane Kramer is er wederom in geslaagd om een rootsplaat te maken die net wat meer indruk maakt dan die van haar soortgenoten. De instrumentatie en productie zijn wederom warm en verzorgd, de songs liggen bijzonder lekker in het gehoor en vertellen mooie verhalen, maar het is de stem van Jane Kramer die ook dit keer de meeste indruk maakt. Denk vooral aan Natalie Merchant, maar Jane Kramer kan ook opschuiven richting country of richting net wat meer jazzy repertoire, waarin haar emotievolle stem soepel meebeweegt.
De Amerikaanse singer-songwriter Jane Kramer leverde de afgelopen jaren twee prima albums af. Zowel Break & Bloom uit 2014 als Carnival Of Hopes uit 2016 riepen bij mij associaties op met alles tussen Norah Jones en Natalie Merchant en beide albums vielen op door uitstekende songs, een mooie instrumentatie en een stem die je vrij makkelijk wist te raken.
Valley Of The Bones is de derde plaat van de singer-songwriter die werd geboren in Asheville, North Carolina, maar die de afgelopen jaren vooral in Portland, Oregon, verbleef. Het is een plaat die nog wat meer indruk maakt dan zijn twee voorgangers en die een brede groep van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek moet kunnen aanspreken.
Valley Of The Bones werd opgenomen in Asheville, North Carolina, de geboortegrond van Jane Kramer, en borduurt voort op de vorige twee platen van de Amerikaanse muzikante. Vergeleken met deze platen zijn de jazzy invloeden wat naar de achtergrond gedrongen, waardoor folk en country dit keer centraal staan.
Het sterkste wapen van Jane Kramer is nog altijd haar stem. Het is een expressieve en emotievolle stem, die de songs op haar plaat voorziet van urgentie en zeggingskracht. Het is een stem die me nog altijd flink doet denken aan die van Natalie Merchant, die ik reken tot mijn favoriete zangeressen aller tijden. Op Valley Of The Bones heeft Jane Kramer ook nog emotie van Dar Williams, de snik van Jewel en de doorleving van Emmylou Harris, waardoor de derde plaat van Jane Kramer in vocaal opzicht een indrukwekkende plaat is.
Hier blijft het niet bij, want ook dit keer zijn de instrumentatie en de productie bijzonder fraai. Wanneer de snareninstrumenten domineren, zijn deze mooi naar de voorgrond gemixt, wat zorgt voor een vol en warm geluid. Op hetzelfde moment staan deze snareninstrumenten ook altijd in dienst van de bijzondere stem van Jane Kramer, die alle ruimte krijgt om te excelleren.
Het instrumentarium kleurt vooral binnen de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek, maar bestrijkt hierbinnen een breed palet. Met een intieme pianoballad schuift Jane Kramer op richting de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar wanneer invloeden uit de jazz en blues aan terrein winnen en het geluid broeieriger wordt, hoor ik toch ook weer wat van Norah Jones.
Persoonlijk hoor ik Jane Kramer het liefst in de wat traditioneler aandoende songs met invloeden uit de folk en de country en een hoofdrol voor warm klinkende snareninstrumenten en deze songs zijn op Valley Of The Bones flink in de meerderheid. De inkleuring van de songs is iedere keer net wat anders, maar altijd sfeervol. Het geeft de mooie verhalen van Jane Kramer een extra dimensie.
Haar vorige twee platen waren zoals gezegd al zeer de moeite waard, maar deze derde is nog net wat overtuigender en schaart zich vrij makkelijk onder de beste rootsplaten van het moment en dat is niet niks. Erwin Zijleman
Jane Weaver - Flock (2021)

4,0
2
geplaatst: 12 maart 2021, 12:05 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jane Weaver - Flock - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jane Weaver - Flock
Jane Weaver heeft al een aantal bijzonder intrigerende albums op haar naam staan en ook Flock is er weer een en dat ondanks het veel toegankelijkere en soms zelfs lichtvoetige geluid
Ik was nog nooit als een blok gevallen voor een album van Jane Weaver, maar uiteindelijk wist ik de muziek van de Britse muzikante bijna altijd wel te waarderen. Het opgewekte, aanstekelijke en opvallend makkelijk te verteren Flock ging er direct vanaf de eerste keer horen in als koek en ook na vele keren horen vind ik het nieuwe album van Jane Weaver een uitstekend album. Elektronica staat nog altijd centraal, maar de muzikante uit Liverpool verrast dit keer met een veelheid aan invloeden en soms bijna lichtvoetige songs, waarin haar stem uitstekend tot zijn recht komt. De reacties zijn vooralsnog wisselend, maar ik vind dit echt een heerlijk album.
De Britse muzikante Jane Weaver draait al sinds het begin van de jaren 90 mee en heeft de afgelopen decennia meerdere genres omarmd. Haar solocarrière, die een jaar of vijftien geleden begon, leverde in eerste instantie folky albums op, tot de Britse muzikante een jaar of zeven geleden de elektronica ontdekte.
Ik heb tot dusver een wat moeizame relatie met de muziek van Jane Weaver, al heeft dat voor een belangrijk deel te maken met het feit dat ik de muziek van de muzikante uit Liverpool tot dusver pas na flinke een tijd kan waarderen.
Tot vandaag was geen van haar albums te vinden op de krenten uit de pop, terwijl ik zeker The Silver Globe uit 2014 met de kennis van nu een onbetwist meesterwerk vind. Het is een meesterwerk waarop Jane Weaver de muziek van de pioniers van de elektronische popmuziek combineert met invloeden uit de dreampop, wat werkelijk fantastisch uitpakt.
Gezien mijn ervaringen met de muziek van Jane Weaver heb ik de tijd genomen voor Flock, dat weliswaar deze week officieel is verschenen, maar een maand of twee geleden al op mijn digitale deurmat plofte. Die tijd was overigens niet echt nodig, want Flock is, zeker voor Jane Weaver begrippen, een behoorlijk toegankelijk of zelfs lichtvoetig album.
Het album opent met de altijd wat zweverige elektronica die we inmiddels van Jane Weaver gewend zijn, waarna zowel invloeden uit de folk als de dreampop een plek krijgen. Het is een geluid dat de Britse muzikante van mij best een album lang vol had mogen houden, maar Jane Weaver had andere plannen voor het album dat ze volgens haar bandcamp pagina al heel lang wilde maken.
De openingstrack is voor Jane Weaver begrippen al redelijk opgewekt, maar in de tweede track, die bol staat van de invloeden uit de funk, horen we een andere Jane Weaver dan we tot dusver kennen. Het is een track die ongetwijfeld in de smaak zou zijn gevallen bij Prince of bij Prince protegees als Wendy & Lisa, maar laat je niet al teveel afleiden door de lichtvoetige funky impulsen, want Jane Weaver maakt nog steeds muziek met inhoud.
De eerste twee tracks verschillen flink van elkaar en dat houdt de Britse muzikante vol in de tracks die volgen, want iedere track klinkt weer net wat anders. Het blijft allemaal redelijk toegankelijk, maar de elektronica klinkt keer op keer prachtig en hetzelfde geldt voor de zang van de Britse muzikante.
Ik vond de muziek van Jane Weaver in het verleden wel eens wat te zweverig, maar Flock klinkt ondanks de breed uitwaaiende elektronica een stuk aardser en directer. Jane Weaver citeert uit een aantal decennia elektronische popmuziek en combineert dit afwisselend met invloeden uit de dreampop, synthpop, funk, disco, new age, R&B en wat al niet meer. Het klinkt keer op keer verrassend toegankelijk, maar ondertussen gebeurt er van alles, waardoor Flock een toegankelijk maar ook een spannend album is.
Wanneer muzikanten kiezen voor een toegankelijker geluid komt het nogal eens voor dat het op het eerste gehoor misschien wel lekker klinkt, maar dat je het na een paar keer wel gehoord hebt. Het is me met Flock niet overkomen, want het nieuwe album van Jane Weaver klinkt nog net zo lekker, sprankelend en avontuurlijk als een paar weken geleden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jane Weaver - Flock - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jane Weaver - Flock
Jane Weaver heeft al een aantal bijzonder intrigerende albums op haar naam staan en ook Flock is er weer een en dat ondanks het veel toegankelijkere en soms zelfs lichtvoetige geluid
Ik was nog nooit als een blok gevallen voor een album van Jane Weaver, maar uiteindelijk wist ik de muziek van de Britse muzikante bijna altijd wel te waarderen. Het opgewekte, aanstekelijke en opvallend makkelijk te verteren Flock ging er direct vanaf de eerste keer horen in als koek en ook na vele keren horen vind ik het nieuwe album van Jane Weaver een uitstekend album. Elektronica staat nog altijd centraal, maar de muzikante uit Liverpool verrast dit keer met een veelheid aan invloeden en soms bijna lichtvoetige songs, waarin haar stem uitstekend tot zijn recht komt. De reacties zijn vooralsnog wisselend, maar ik vind dit echt een heerlijk album.
De Britse muzikante Jane Weaver draait al sinds het begin van de jaren 90 mee en heeft de afgelopen decennia meerdere genres omarmd. Haar solocarrière, die een jaar of vijftien geleden begon, leverde in eerste instantie folky albums op, tot de Britse muzikante een jaar of zeven geleden de elektronica ontdekte.
Ik heb tot dusver een wat moeizame relatie met de muziek van Jane Weaver, al heeft dat voor een belangrijk deel te maken met het feit dat ik de muziek van de muzikante uit Liverpool tot dusver pas na flinke een tijd kan waarderen.
Tot vandaag was geen van haar albums te vinden op de krenten uit de pop, terwijl ik zeker The Silver Globe uit 2014 met de kennis van nu een onbetwist meesterwerk vind. Het is een meesterwerk waarop Jane Weaver de muziek van de pioniers van de elektronische popmuziek combineert met invloeden uit de dreampop, wat werkelijk fantastisch uitpakt.
Gezien mijn ervaringen met de muziek van Jane Weaver heb ik de tijd genomen voor Flock, dat weliswaar deze week officieel is verschenen, maar een maand of twee geleden al op mijn digitale deurmat plofte. Die tijd was overigens niet echt nodig, want Flock is, zeker voor Jane Weaver begrippen, een behoorlijk toegankelijk of zelfs lichtvoetig album.
Het album opent met de altijd wat zweverige elektronica die we inmiddels van Jane Weaver gewend zijn, waarna zowel invloeden uit de folk als de dreampop een plek krijgen. Het is een geluid dat de Britse muzikante van mij best een album lang vol had mogen houden, maar Jane Weaver had andere plannen voor het album dat ze volgens haar bandcamp pagina al heel lang wilde maken.
De openingstrack is voor Jane Weaver begrippen al redelijk opgewekt, maar in de tweede track, die bol staat van de invloeden uit de funk, horen we een andere Jane Weaver dan we tot dusver kennen. Het is een track die ongetwijfeld in de smaak zou zijn gevallen bij Prince of bij Prince protegees als Wendy & Lisa, maar laat je niet al teveel afleiden door de lichtvoetige funky impulsen, want Jane Weaver maakt nog steeds muziek met inhoud.
De eerste twee tracks verschillen flink van elkaar en dat houdt de Britse muzikante vol in de tracks die volgen, want iedere track klinkt weer net wat anders. Het blijft allemaal redelijk toegankelijk, maar de elektronica klinkt keer op keer prachtig en hetzelfde geldt voor de zang van de Britse muzikante.
Ik vond de muziek van Jane Weaver in het verleden wel eens wat te zweverig, maar Flock klinkt ondanks de breed uitwaaiende elektronica een stuk aardser en directer. Jane Weaver citeert uit een aantal decennia elektronische popmuziek en combineert dit afwisselend met invloeden uit de dreampop, synthpop, funk, disco, new age, R&B en wat al niet meer. Het klinkt keer op keer verrassend toegankelijk, maar ondertussen gebeurt er van alles, waardoor Flock een toegankelijk maar ook een spannend album is.
Wanneer muzikanten kiezen voor een toegankelijker geluid komt het nogal eens voor dat het op het eerste gehoor misschien wel lekker klinkt, maar dat je het na een paar keer wel gehoord hebt. Het is me met Flock niet overkomen, want het nieuwe album van Jane Weaver klinkt nog net zo lekker, sprankelend en avontuurlijk als een paar weken geleden. Erwin Zijleman
Jane Weaver - Love in Constant Spectacle (2024)

4,0
0
geplaatst: 12 april 2024, 15:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jane Weaver - Love In Constant Spectacle - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jane Weaver - Love In Constant Spectacle
De Britse muzikante Jane Weaver bouwt inmiddels ruim twintig jaar aan een bijzonder fascinerend oeuvre, dat met het uitstekende Love In Constant Spectacle een volgende bijzondere impuls krijgt
Ik heb lang moeten wennen aan de albums van Jane Weaver, maar nadat in 2001 Flock me direct wist te veroveren deed de Britse muzikante dat deze week opnieuw met het uitstekende Love In Constant Spectacle. Het is een album waarop Jane Weaver opnieuw kiest voor een ander geluid en wederom haar grenzen verlegt. De songs van de Britse muzikante klinken ook dit keer behoorlijk toegankelijk, maar ook Love In Constant Spectacle is een album met complexe songs vol bijzondere wendingen en dubbele bodems. Het zorgt er voor dat er steeds weer nieuwe dingen zijn te horen in de songs van Jane Weaver, die met haar tiende soloalbum haar zoveelste album van hoge kwaliteit aflevert.
Love in Constant Spectacle is al het tiende soloalbum van de Britse muzikante Jane Weaver, die ook nog twee albums maakte met het project Fenella en een met het project Misty Dixon. Het is een oeuvre dat grotendeels ontbreekt op de krenten uit de pop en dat is best bijzonder. De Britse muzikante maakte immers meerdere albums die me inmiddels zeer dierbaar zijn, waaronder het wat mij betreft onbetwiste meesterwerk The Silver Globe uit 2014.
De meeste albums die Jane Weaver maakte hadden wel flink wat tijd nodig voor ik ze kon waarderen, wat de afwezigheid op de krenten uit de pop verklaart. Uitzondering was het in het voorjaar van 2021 verschenen Flock, dat een voor Jane Weaver begrippen behoorlijk toegankelijk geluid liet horen en dat me daarom onmiddellijk wist te boeien. Het geluid op Flock liet weer een totaal andere kant van Jane Weaver horen, want zo funky als op Flock hoorden we de Britse muzikante niet eerder.
Na het door Prince beïnvloede Flock keert Jane Weaver deze week terug met Love In Constant Spectacle, dat uiteraard weer anders klinkt dan zijn voorgangers. Net als Flock is ook het nieuwe album van Jane Weaver een behoorlijk toegankelijk klinkend album. De muzikante op Liverpool koos dit keer de vooral van PJ Harvey bekende John Parish uit als producer en de befaamde Brit heeft Love In Constant Spectacle voorzien van een warm en tijdloos geluid.
Het is een geluid dat in veel songs een duidelijke jaren 70 vibe heeft, dat organische klanken combineert met bijzondere elektronica en dat hier en daar wat tegen de 70s softrock aan schuurt. Dat is over het algemeen een vrij gezapig genre, maar gezapig is het nieuwe album van Jane Weaver zeker niet.
De songs op het album klinken misschien toegankelijk, loom en soulvol, maar het zijn zeker geen niemendalletjes die Jane Weaver ons voorschotelt op Love In Constant Spectacle. De songs van de Britse muzikante verschieten continu op subtiele wijze van kleur, waardoor het aan de ene kant songs zijn die makkelijk indruk maken, maar die er ook voor zorgen dat Jane Weaver continu de fantasie prikkelt. De instrumentatie is tien tracks lang zeer aansprekend, maar er gebeurt ook van alles in de muziek op het album, met hier en daar wat vervormde gitaren, die zo van de hand van Adrian Belew hadden kunnen zijn, en wolken bijzondere synths als kersen op de taart.
Ook de zang van Jane Weaver weet iedere keer weer op positieve wijze te verrassen en kan zowel uit de voeten in spaarzaam ingekleurde songs als in de songs waarin John Parish wat meer uitpakt. Love In Constant Spectacle klinkt zoals gezegd anders dan zijn voorgangers, maar er duiken ook we flarden van de vroegere albums van Jane Weaver op, bijvoorbeeld wanneer de folkie in haar naar boven komt of wanneer ze kiest voor aanstekelijke electropop.
Ik had in het verleden zoals gezegd vaak wat tijd nodig om verknocht te raken aan de muziek van Jane Weaver, maar na Flock wist ook Love In Constant Spectacle onmiddellijk de juiste snaar te raken. Sindsdien geniet ik bij iedere keer horen meer van het muzikale vernuft op het album, van de bijzondere stem van de Britse muzikante en van haar uitstekende songs, die maar heen en weer blijven springen tussen genres en door de tijd. De Britse muziektijdschriften zijn inmiddels stuk voor stuk bijzonder lovend over het nieuwe album van Jane Weaver en dat is volkomen terecht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jane Weaver - Love In Constant Spectacle - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jane Weaver - Love In Constant Spectacle
De Britse muzikante Jane Weaver bouwt inmiddels ruim twintig jaar aan een bijzonder fascinerend oeuvre, dat met het uitstekende Love In Constant Spectacle een volgende bijzondere impuls krijgt
Ik heb lang moeten wennen aan de albums van Jane Weaver, maar nadat in 2001 Flock me direct wist te veroveren deed de Britse muzikante dat deze week opnieuw met het uitstekende Love In Constant Spectacle. Het is een album waarop Jane Weaver opnieuw kiest voor een ander geluid en wederom haar grenzen verlegt. De songs van de Britse muzikante klinken ook dit keer behoorlijk toegankelijk, maar ook Love In Constant Spectacle is een album met complexe songs vol bijzondere wendingen en dubbele bodems. Het zorgt er voor dat er steeds weer nieuwe dingen zijn te horen in de songs van Jane Weaver, die met haar tiende soloalbum haar zoveelste album van hoge kwaliteit aflevert.
Love in Constant Spectacle is al het tiende soloalbum van de Britse muzikante Jane Weaver, die ook nog twee albums maakte met het project Fenella en een met het project Misty Dixon. Het is een oeuvre dat grotendeels ontbreekt op de krenten uit de pop en dat is best bijzonder. De Britse muzikante maakte immers meerdere albums die me inmiddels zeer dierbaar zijn, waaronder het wat mij betreft onbetwiste meesterwerk The Silver Globe uit 2014.
De meeste albums die Jane Weaver maakte hadden wel flink wat tijd nodig voor ik ze kon waarderen, wat de afwezigheid op de krenten uit de pop verklaart. Uitzondering was het in het voorjaar van 2021 verschenen Flock, dat een voor Jane Weaver begrippen behoorlijk toegankelijk geluid liet horen en dat me daarom onmiddellijk wist te boeien. Het geluid op Flock liet weer een totaal andere kant van Jane Weaver horen, want zo funky als op Flock hoorden we de Britse muzikante niet eerder.
Na het door Prince beïnvloede Flock keert Jane Weaver deze week terug met Love In Constant Spectacle, dat uiteraard weer anders klinkt dan zijn voorgangers. Net als Flock is ook het nieuwe album van Jane Weaver een behoorlijk toegankelijk klinkend album. De muzikante op Liverpool koos dit keer de vooral van PJ Harvey bekende John Parish uit als producer en de befaamde Brit heeft Love In Constant Spectacle voorzien van een warm en tijdloos geluid.
Het is een geluid dat in veel songs een duidelijke jaren 70 vibe heeft, dat organische klanken combineert met bijzondere elektronica en dat hier en daar wat tegen de 70s softrock aan schuurt. Dat is over het algemeen een vrij gezapig genre, maar gezapig is het nieuwe album van Jane Weaver zeker niet.
De songs op het album klinken misschien toegankelijk, loom en soulvol, maar het zijn zeker geen niemendalletjes die Jane Weaver ons voorschotelt op Love In Constant Spectacle. De songs van de Britse muzikante verschieten continu op subtiele wijze van kleur, waardoor het aan de ene kant songs zijn die makkelijk indruk maken, maar die er ook voor zorgen dat Jane Weaver continu de fantasie prikkelt. De instrumentatie is tien tracks lang zeer aansprekend, maar er gebeurt ook van alles in de muziek op het album, met hier en daar wat vervormde gitaren, die zo van de hand van Adrian Belew hadden kunnen zijn, en wolken bijzondere synths als kersen op de taart.
Ook de zang van Jane Weaver weet iedere keer weer op positieve wijze te verrassen en kan zowel uit de voeten in spaarzaam ingekleurde songs als in de songs waarin John Parish wat meer uitpakt. Love In Constant Spectacle klinkt zoals gezegd anders dan zijn voorgangers, maar er duiken ook we flarden van de vroegere albums van Jane Weaver op, bijvoorbeeld wanneer de folkie in haar naar boven komt of wanneer ze kiest voor aanstekelijke electropop.
Ik had in het verleden zoals gezegd vaak wat tijd nodig om verknocht te raken aan de muziek van Jane Weaver, maar na Flock wist ook Love In Constant Spectacle onmiddellijk de juiste snaar te raken. Sindsdien geniet ik bij iedere keer horen meer van het muzikale vernuft op het album, van de bijzondere stem van de Britse muzikante en van haar uitstekende songs, die maar heen en weer blijven springen tussen genres en door de tijd. De Britse muziektijdschriften zijn inmiddels stuk voor stuk bijzonder lovend over het nieuwe album van Jane Weaver en dat is volkomen terecht. Erwin Zijleman
Janelle Monáe - Dirty Computer (2018)

4,5
0
geplaatst: 1 mei 2018, 15:08 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Janelle Monáe - Dirty Computer - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Janelle Monáe krijgt nog steeds vooral het etiket R&B opgeplakt, maar liet met twee geweldige platen al horen dat ze niet zo makkelijk in een hokje is te duwen.
The ArchAndroid uit 2010 en The Electric Lady uit 2013 waren buitengewoon fascinerende platen die nadrukkelijk buiten de lijntjes van de R&B kleurden en er een waslijst aan invloeden bij sleepten.
Het zijn platen die me wel wat deden denken aan de platen die Prince maakte in zijn beste dagen en het was dan ook geen verrassing dat het genie uit Minneapolis opdook op The Electric Lady.
We zijn inmiddels vijf jaar verder en een bijdragen van Prince zit er helaas niet meer in, maar ook voor haar nieuwe plaat Dirty Computer heeft de in Kansas City geboren muzikante weer een aantal grote namen weten te strikken. De grootste naam van het stel duikt direct op in de titeltrack en openingstrack waarin subtiele Beach Boys achtige koortjes de hand van Brian Wilson verraden.
De openingstrack doet vermoeden dat Janelle Monáe ook op haar derde plaat weer met een smeltkroes vol invloeden op de proppen gaat komen, maar Dirty Computer kleurt een stuk minder buiten de lijntjes dan zijn twee voorgangers. Op haar derde plaat kiest Janelle Monáe wat meer voor de pop en de R&B en vindt ze hier en daar aansluiting bij Beyoncé en haar zus Solange (die ik persoonlijk veel interessanter vind).
Iedereen die nu bang is dat Janelle Monáe is gezwicht voor de mainstream pop kan ik gerust stellen. Ook Dirty Computer is weer een avontuurlijke plaat die een veelheid aan invloeden laat horen en die veel interessanter is dan de platen van de in commercieel opzicht meest succesvolle popprinsessen.
De derde plaat van Janelle Monáe klinkt fantastisch en zit vol interessante en onverwachte uitstapjes. Hier en daar klinkt het me net wat te aanstekelijk en toegankelijk, als in de track waarin de dochter van Lenny Kravitz act de présance geeft, maar het grootste deel van Dirty Computer houdt je gelukkig weer op het puntje van de stoel.
Janelle Monáe kan op honingzoet en fluisterzacht zingen, maar kan in energieke raps ook flink uithalen en stevig van leer trekken tegen het nog steeds alom aanwezige seksisme en racisme in de wereld.
Zoals eerder gezegd was Prince van de partij op de vorige plaat van Janelle Monáe, maar waar de veel te vroeg overleden muzikant een bescheiden rol speelde op The Electric Lady, speelt hij de hoofdrol op Dirty Computer. Prince wordt geëerd in een van de tracks, maar heeft met zijn baanbrekende platen flink wat andere tracks op de plaat beïnvloed. Zeker in de funky tracks treedt Janelle Monáe in de voetsporen van haar muzikale held, maar in de wat meer tegen de R&B leunende tracks maakt ze ook nog eens de muziek die Prince zelf helaas niet meer kan maken.
Dirty Computer klonk op het eerste gehoor absoluut wat minder bijzonder dan zijn voorganger of zelfs wat gewoontjes, maar na een aantal luisterbeurten ben ik toch weer behoorlijk in de ban van de muziek van Janelle Monáe. De afgelopen jaren duikt er steeds weer een plaat met het R&B etiket op in mijn jaarlijstje. Dit jaar reserveer ik dit plekje alvast voor Dirty Computer, dat moet worden gezien als een masterclass in het maken van in artistiek opzicht interessante pop. Jammer overigens dat Janelle Monáe haar platen nog steeds niet op vinyl uitbrengt, want Dirty Computer lijkt gemaakt voor vinyl. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Janelle Monáe - Dirty Computer - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Janelle Monáe krijgt nog steeds vooral het etiket R&B opgeplakt, maar liet met twee geweldige platen al horen dat ze niet zo makkelijk in een hokje is te duwen.
The ArchAndroid uit 2010 en The Electric Lady uit 2013 waren buitengewoon fascinerende platen die nadrukkelijk buiten de lijntjes van de R&B kleurden en er een waslijst aan invloeden bij sleepten.
Het zijn platen die me wel wat deden denken aan de platen die Prince maakte in zijn beste dagen en het was dan ook geen verrassing dat het genie uit Minneapolis opdook op The Electric Lady.
We zijn inmiddels vijf jaar verder en een bijdragen van Prince zit er helaas niet meer in, maar ook voor haar nieuwe plaat Dirty Computer heeft de in Kansas City geboren muzikante weer een aantal grote namen weten te strikken. De grootste naam van het stel duikt direct op in de titeltrack en openingstrack waarin subtiele Beach Boys achtige koortjes de hand van Brian Wilson verraden.
De openingstrack doet vermoeden dat Janelle Monáe ook op haar derde plaat weer met een smeltkroes vol invloeden op de proppen gaat komen, maar Dirty Computer kleurt een stuk minder buiten de lijntjes dan zijn twee voorgangers. Op haar derde plaat kiest Janelle Monáe wat meer voor de pop en de R&B en vindt ze hier en daar aansluiting bij Beyoncé en haar zus Solange (die ik persoonlijk veel interessanter vind).
Iedereen die nu bang is dat Janelle Monáe is gezwicht voor de mainstream pop kan ik gerust stellen. Ook Dirty Computer is weer een avontuurlijke plaat die een veelheid aan invloeden laat horen en die veel interessanter is dan de platen van de in commercieel opzicht meest succesvolle popprinsessen.
De derde plaat van Janelle Monáe klinkt fantastisch en zit vol interessante en onverwachte uitstapjes. Hier en daar klinkt het me net wat te aanstekelijk en toegankelijk, als in de track waarin de dochter van Lenny Kravitz act de présance geeft, maar het grootste deel van Dirty Computer houdt je gelukkig weer op het puntje van de stoel.
Janelle Monáe kan op honingzoet en fluisterzacht zingen, maar kan in energieke raps ook flink uithalen en stevig van leer trekken tegen het nog steeds alom aanwezige seksisme en racisme in de wereld.
Zoals eerder gezegd was Prince van de partij op de vorige plaat van Janelle Monáe, maar waar de veel te vroeg overleden muzikant een bescheiden rol speelde op The Electric Lady, speelt hij de hoofdrol op Dirty Computer. Prince wordt geëerd in een van de tracks, maar heeft met zijn baanbrekende platen flink wat andere tracks op de plaat beïnvloed. Zeker in de funky tracks treedt Janelle Monáe in de voetsporen van haar muzikale held, maar in de wat meer tegen de R&B leunende tracks maakt ze ook nog eens de muziek die Prince zelf helaas niet meer kan maken.
Dirty Computer klonk op het eerste gehoor absoluut wat minder bijzonder dan zijn voorganger of zelfs wat gewoontjes, maar na een aantal luisterbeurten ben ik toch weer behoorlijk in de ban van de muziek van Janelle Monáe. De afgelopen jaren duikt er steeds weer een plaat met het R&B etiket op in mijn jaarlijstje. Dit jaar reserveer ik dit plekje alvast voor Dirty Computer, dat moet worden gezien als een masterclass in het maken van in artistiek opzicht interessante pop. Jammer overigens dat Janelle Monáe haar platen nog steeds niet op vinyl uitbrengt, want Dirty Computer lijkt gemaakt voor vinyl. Erwin Zijleman
Janet Batch - You Be the Wolf (2021)

4,0
0
geplaatst: 6 november 2021, 11:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Janet Batch - You Be The Wolf - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Janet Batch - You Be The Wolf
Janet Batch neemt je op You Be The Wolf een aantal decennia mee terug in de tijd en imponeert met een authentiek klinkend geluid, met persoonlijke teksten en met een stem vol emotie en doorleving
Laat You Be The Wolf uit de speakers komen en Janet Batch neemt je een aantal decennia mee terug in de tijd. Je komt vervolgens terecht in het diepe zuiden van de Verenigde Staten, waar country wordt vermengd met de rock ’n roll die net populair begint te worden. You Be The Wolf staat vol met geweldig gitaarwerk en sleurt je mee in songs vol vaart. In muzikaal opzicht is het smullen, maar het mooist zijn de meeslepende vocalen van Janet Batch, die haar persoonlijke en vaak wat weemoedige teksten vertolkt met een enorme dosis emotie, passie, doorleving en urgentie. Het klinkt totaal anders dan de meeste andere countryalbums van het moment, maar wat klinkt het lekker.
De muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Janet Batch wordt op haar bandcamp pagina omschreven als “one part Stevie Nicks, two parts Johnny Cash”. Hiermee legt de muzikante uit Ithaca, New York, de lat wel erg hoog voor zichzelf en eigenlijk te hoog en dat is jammer. Met You Be The Wolf heeft Janet Batch echter wel een interessant album opgeleverd, dat in de tijd en qua invloeden overigens wel bij de muziek van Johnny Cash past.
You Be The Wolf is de opvolger van het in 2017 verschenen A Good Woman Is Hard To Find, dat ik zelf destijds niet heb opgemerkt. Het nieuwe album van Janet Batch heb ik wel direct opgemerkt en vooral omdat het anders klinkt dan andere countryalbums van het moment. You Be The Wolf neemt je immers mee terug naar de country en rock ’n roll van een aantal decennia geleden.
In muzikaal opzicht is het tweede album van Janet Batch een album zonder al te veel tierelantijntjes. De Amerikaanse muzikante heeft genoeg aan gitaar, bas en drums, met hier en daar wat subtiele versieringen van piano en orgel. Het is een lekker ruw geluid met hier en daar flink wat galm en het is een geluid waarin veel ruimte leeg blijft voor de vocalen. Die ruimte vult Janet Batch met hart en ziel. De singer-songwriter uit de staat New York beschikt over een krachtig en doorleefd stemgeluid, dat uitstekend past bij de redelijk elementaire instrumentatie op You Be The Wolf.
In muzikaal opzicht neemt Janet Batch je mee terug naar de country en rock ’n roll uit de jaren 50 en 60 met hier en daar uitstapjes naar de jaren 70 en 80. Vanwege de muzikale invloeden moet You Be The Wolf vooral geplaatst worden in het diepe zuiden van de Verenigde Staten. In tekstueel opzicht neemt Janet Batch je echter mee naar haar jeugd in het noorden van de Verenigde Staten, waar ze op de zogenaamde ‘Rust Belt’ (het gebied in het noordwesten van de Verenigde Staten waar de industrie het eerst opkwam, maar ook het eerst werd verlaten) in armoede opgroeide, wat haar voorliefde voor ‘working class’ thema’s verklaart.
Janet Batch vertolkt haar persoonlijke teksten met veel gevoel en doorleving, wat haar songs voorziet van veel urgentie. Ik hou persoonlijk wel van de oude country en rock ’n roll waarop de Amerikaanse muzikante terug grijpt op haar tweede album en het is muziek die je tegenwoordig te weinig hoort wat mij betreft.
You Be The Wolf is een album waar lekker veel vaart in zit, waarop de gitaren keer op keer bijzonder lekker klinken en waarop Janet Batch met veel passie zingt. Door de invloeden uit een ver verleden klinken de songs van de Amerikaanse muzikante authentiek, maar ze misstaan zeker niet in de jaren 20 van de eenentwintigste eeuw.
Bij eerste beluistering had ik nog wel de angst dat vooral de eerste kennismaking met de songs van Janet Batch aangenaam zou zijn, maar bij herhaalde beluistering vind ik You Be The Wolf alleen maar leuker en interessanter geworden. Janet Batch heeft met You Be The Wolf een album gemaakt dat ook decennia oud zou kunnen zijn, maar dat op hetzelfde moment een frisse wind laat waaien door het aanbod binnen de country van het moment. Na enige aarzeling ben ik volledig gevallen voor de krachtige stem van de Amerikaanse muzikante en zijn haar teksten de kers op een zeer smakelijke taart. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Janet Batch - You Be The Wolf - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Janet Batch - You Be The Wolf
Janet Batch neemt je op You Be The Wolf een aantal decennia mee terug in de tijd en imponeert met een authentiek klinkend geluid, met persoonlijke teksten en met een stem vol emotie en doorleving
Laat You Be The Wolf uit de speakers komen en Janet Batch neemt je een aantal decennia mee terug in de tijd. Je komt vervolgens terecht in het diepe zuiden van de Verenigde Staten, waar country wordt vermengd met de rock ’n roll die net populair begint te worden. You Be The Wolf staat vol met geweldig gitaarwerk en sleurt je mee in songs vol vaart. In muzikaal opzicht is het smullen, maar het mooist zijn de meeslepende vocalen van Janet Batch, die haar persoonlijke en vaak wat weemoedige teksten vertolkt met een enorme dosis emotie, passie, doorleving en urgentie. Het klinkt totaal anders dan de meeste andere countryalbums van het moment, maar wat klinkt het lekker.
De muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Janet Batch wordt op haar bandcamp pagina omschreven als “one part Stevie Nicks, two parts Johnny Cash”. Hiermee legt de muzikante uit Ithaca, New York, de lat wel erg hoog voor zichzelf en eigenlijk te hoog en dat is jammer. Met You Be The Wolf heeft Janet Batch echter wel een interessant album opgeleverd, dat in de tijd en qua invloeden overigens wel bij de muziek van Johnny Cash past.
You Be The Wolf is de opvolger van het in 2017 verschenen A Good Woman Is Hard To Find, dat ik zelf destijds niet heb opgemerkt. Het nieuwe album van Janet Batch heb ik wel direct opgemerkt en vooral omdat het anders klinkt dan andere countryalbums van het moment. You Be The Wolf neemt je immers mee terug naar de country en rock ’n roll van een aantal decennia geleden.
In muzikaal opzicht is het tweede album van Janet Batch een album zonder al te veel tierelantijntjes. De Amerikaanse muzikante heeft genoeg aan gitaar, bas en drums, met hier en daar wat subtiele versieringen van piano en orgel. Het is een lekker ruw geluid met hier en daar flink wat galm en het is een geluid waarin veel ruimte leeg blijft voor de vocalen. Die ruimte vult Janet Batch met hart en ziel. De singer-songwriter uit de staat New York beschikt over een krachtig en doorleefd stemgeluid, dat uitstekend past bij de redelijk elementaire instrumentatie op You Be The Wolf.
In muzikaal opzicht neemt Janet Batch je mee terug naar de country en rock ’n roll uit de jaren 50 en 60 met hier en daar uitstapjes naar de jaren 70 en 80. Vanwege de muzikale invloeden moet You Be The Wolf vooral geplaatst worden in het diepe zuiden van de Verenigde Staten. In tekstueel opzicht neemt Janet Batch je echter mee naar haar jeugd in het noorden van de Verenigde Staten, waar ze op de zogenaamde ‘Rust Belt’ (het gebied in het noordwesten van de Verenigde Staten waar de industrie het eerst opkwam, maar ook het eerst werd verlaten) in armoede opgroeide, wat haar voorliefde voor ‘working class’ thema’s verklaart.
Janet Batch vertolkt haar persoonlijke teksten met veel gevoel en doorleving, wat haar songs voorziet van veel urgentie. Ik hou persoonlijk wel van de oude country en rock ’n roll waarop de Amerikaanse muzikante terug grijpt op haar tweede album en het is muziek die je tegenwoordig te weinig hoort wat mij betreft.
You Be The Wolf is een album waar lekker veel vaart in zit, waarop de gitaren keer op keer bijzonder lekker klinken en waarop Janet Batch met veel passie zingt. Door de invloeden uit een ver verleden klinken de songs van de Amerikaanse muzikante authentiek, maar ze misstaan zeker niet in de jaren 20 van de eenentwintigste eeuw.
Bij eerste beluistering had ik nog wel de angst dat vooral de eerste kennismaking met de songs van Janet Batch aangenaam zou zijn, maar bij herhaalde beluistering vind ik You Be The Wolf alleen maar leuker en interessanter geworden. Janet Batch heeft met You Be The Wolf een album gemaakt dat ook decennia oud zou kunnen zijn, maar dat op hetzelfde moment een frisse wind laat waaien door het aanbod binnen de country van het moment. Na enige aarzeling ben ik volledig gevallen voor de krachtige stem van de Amerikaanse muzikante en zijn haar teksten de kers op een zeer smakelijke taart. Erwin Zijleman
Janet Devlin - Emotional Rodeo (2024)

4,0
1
geplaatst: 20 november 2024, 12:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Janet Devlin - Emotional Rodeo - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Janet Devlin - Emotional Rodeo
Janet Devlin kreeg als tiener een platencontract, ging vervolgens langs diepe dalen en angstaanjagende afgronden, maar staat nu weer met beide benen op de grond met een album waarop ze de country de liefde verklaart
Emotional Rodeo van Janet Devlin is een album dat niet veel tijd nodig heeft om te laten horen dat het een countryalbum uit Nashville is, maar de Noord-Ierse muzikante Janet Devlin kwam niet zomaar in de Amerikaanse muziekhoofdstad terecht. Ze hoort er wel thuis, want de stem van Janet Devlin is gemaakt voor de countrymuziek en haar songs ademen het genre. Emotional Rodeo is niet te vergelijken met de vorige albums van de Noord-Ierse muzikante en is wat mij betreft een album dat laat horen dat we te maken hebben met een groot talent, dat ook nog eens in meerdere uithoeken van de countrymuziek uit de voeten kan. Een countryster uit Noord-Ierland? Het kan absoluut.
Direct bij de eerste noten van Cigarette Sweets, de openingstrack van het album van Emotional Rodeo van Janet Devlin was mijn interesse gewekt. De combinatie van rootsy snaren en een wat weemoedige viool sprak direct aan, maar toen Janet Devlin niet veel later begon te zingen was ik verkocht. De stem van Janet Devlin is van een soort waar je van moet houden, denk aan de stem van bijvoorbeeld Kasey Chambers, maar het is ook een stem die is gemaakt voor countrymuziek.
Emotional Rodeo blijkt al het derde album van Janet Devlin, wiens muziek ik volgens mij wel eens ben tegen gekomen, maar die tot dusver geen indruk maakte. Het verhaal van deze Janet Devlin blijkt een behoorlijk heftig verhaal. Ze werd geboren in Noord-Ierland en wist al op jonge leeftijd dat ze iets wilde in de muziek. De kans om dit te realiseren kwam op haar zeventiende, toen ze meedeed aan de Britse versie van de talentenjacht The X-Factor. Ze strandde uiteindelijk in de kwartfinales, maar had genoeg indruk gemaakt om een platencontract in de wacht te slepen.
Er volgde een heftige periode waarin de Noord-Ierse muzikante twee albums maakte, maar ook te maken kreeg met anorexia, een bipolaire stoornis en een alcoholverslaving. Ik heb naar de albums van Janet Devlin geluisterd en weet zeker dat ik Confessional uit 2020 destijds heb beluisterd. De twee albums die Janet Devlin in het verleden maakte lijken echter in niets op het album dat ze deze week heeft uitgebracht.
Op Emotional Rodeo omarmt de Noord-Ierse muzikante, die tegenwoordig Londen als thuisbasis heeft, de countrymuziek en blijkt ze zowel uit de voeten te kunnen met moderne countrypop als met wat traditioneler klinkende country. Emotional Rodeo is in alle opzichten een Nashville album en dat blijkt ook te kloppen. Janet Devlin kreeg de kans om in de hoofdstad van de countrymuziek een album te maken en greep deze kans met beide handen aan.
In Music City werd de Noord-Ierse muzikante gekoppeld aan een stel ervaren muzikanten en aan producer Roo Walker. In muzikaal en productioneel opzicht ademt Emotional Rodeo countrymuziek uit Nashville, maar dat doet Janet Devlin ook met haar stem en met haar songs. Op haar eerste twee albums klonk ze nog als een popzangeres, maar op haar nieuwe album hoor je een countryzangeres die het nog wel eens ver kan gaan schoppen.
Gezien haar verleden in de pop lag het misschien voor de hand om Emotional Rodeo te voorzien van een nogal gepolijst countrypop geluid, maar hoewel invloeden uit de pop zeker hun weg hebben gevonden naar het album, domineert de country op het derde album van Janet Devlin. Binnen de countrymuziek kan het vervolgens nog vele kanten op en die bestrijkt de Noord-Ierse muzikante allemaal.
Emotional Rodeo bevat traditioneel klinkende countrysongs, flirt hier en daar met countryrock, kan uit de voeten met meeslepende countryballads en kan ook nog eens overweg met blinkende countrypop. Het klinkt allemaal even puur en oprecht, wat het album nog wat knapper maakt. Janet Devlin kreeg het aardig voor haar kiezen nadat ze op jonge leeftijd aan het succes had geroken, maar ze staat weer met beide benen op de grond en laat op haar derde album horen dat ze niet alleen houdt van countrymuziek, maar er ook uitstekend in uit de voeten kan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Janet Devlin - Emotional Rodeo - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Janet Devlin - Emotional Rodeo
Janet Devlin kreeg als tiener een platencontract, ging vervolgens langs diepe dalen en angstaanjagende afgronden, maar staat nu weer met beide benen op de grond met een album waarop ze de country de liefde verklaart
Emotional Rodeo van Janet Devlin is een album dat niet veel tijd nodig heeft om te laten horen dat het een countryalbum uit Nashville is, maar de Noord-Ierse muzikante Janet Devlin kwam niet zomaar in de Amerikaanse muziekhoofdstad terecht. Ze hoort er wel thuis, want de stem van Janet Devlin is gemaakt voor de countrymuziek en haar songs ademen het genre. Emotional Rodeo is niet te vergelijken met de vorige albums van de Noord-Ierse muzikante en is wat mij betreft een album dat laat horen dat we te maken hebben met een groot talent, dat ook nog eens in meerdere uithoeken van de countrymuziek uit de voeten kan. Een countryster uit Noord-Ierland? Het kan absoluut.
Direct bij de eerste noten van Cigarette Sweets, de openingstrack van het album van Emotional Rodeo van Janet Devlin was mijn interesse gewekt. De combinatie van rootsy snaren en een wat weemoedige viool sprak direct aan, maar toen Janet Devlin niet veel later begon te zingen was ik verkocht. De stem van Janet Devlin is van een soort waar je van moet houden, denk aan de stem van bijvoorbeeld Kasey Chambers, maar het is ook een stem die is gemaakt voor countrymuziek.
Emotional Rodeo blijkt al het derde album van Janet Devlin, wiens muziek ik volgens mij wel eens ben tegen gekomen, maar die tot dusver geen indruk maakte. Het verhaal van deze Janet Devlin blijkt een behoorlijk heftig verhaal. Ze werd geboren in Noord-Ierland en wist al op jonge leeftijd dat ze iets wilde in de muziek. De kans om dit te realiseren kwam op haar zeventiende, toen ze meedeed aan de Britse versie van de talentenjacht The X-Factor. Ze strandde uiteindelijk in de kwartfinales, maar had genoeg indruk gemaakt om een platencontract in de wacht te slepen.
Er volgde een heftige periode waarin de Noord-Ierse muzikante twee albums maakte, maar ook te maken kreeg met anorexia, een bipolaire stoornis en een alcoholverslaving. Ik heb naar de albums van Janet Devlin geluisterd en weet zeker dat ik Confessional uit 2020 destijds heb beluisterd. De twee albums die Janet Devlin in het verleden maakte lijken echter in niets op het album dat ze deze week heeft uitgebracht.
Op Emotional Rodeo omarmt de Noord-Ierse muzikante, die tegenwoordig Londen als thuisbasis heeft, de countrymuziek en blijkt ze zowel uit de voeten te kunnen met moderne countrypop als met wat traditioneler klinkende country. Emotional Rodeo is in alle opzichten een Nashville album en dat blijkt ook te kloppen. Janet Devlin kreeg de kans om in de hoofdstad van de countrymuziek een album te maken en greep deze kans met beide handen aan.
In Music City werd de Noord-Ierse muzikante gekoppeld aan een stel ervaren muzikanten en aan producer Roo Walker. In muzikaal en productioneel opzicht ademt Emotional Rodeo countrymuziek uit Nashville, maar dat doet Janet Devlin ook met haar stem en met haar songs. Op haar eerste twee albums klonk ze nog als een popzangeres, maar op haar nieuwe album hoor je een countryzangeres die het nog wel eens ver kan gaan schoppen.
Gezien haar verleden in de pop lag het misschien voor de hand om Emotional Rodeo te voorzien van een nogal gepolijst countrypop geluid, maar hoewel invloeden uit de pop zeker hun weg hebben gevonden naar het album, domineert de country op het derde album van Janet Devlin. Binnen de countrymuziek kan het vervolgens nog vele kanten op en die bestrijkt de Noord-Ierse muzikante allemaal.
Emotional Rodeo bevat traditioneel klinkende countrysongs, flirt hier en daar met countryrock, kan uit de voeten met meeslepende countryballads en kan ook nog eens overweg met blinkende countrypop. Het klinkt allemaal even puur en oprecht, wat het album nog wat knapper maakt. Janet Devlin kreeg het aardig voor haar kiezen nadat ze op jonge leeftijd aan het succes had geroken, maar ze staat weer met beide benen op de grond en laat op haar derde album horen dat ze niet alleen houdt van countrymuziek, maar er ook uitstekend in uit de voeten kan. Erwin Zijleman
Janne Schra - OK (2018)

4,0
1
geplaatst: 29 juni 2018, 15:35 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Janne Schra - OK - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Nederlandse singer-songwriter Janne Schra draait inmiddels al weer geruime tijd mee. Het terecht zo geprezen debuut van haar band Room Eleven (Six White Russians And A Pink Pussycat) is al weer twaalf jaar oud en het is ook al weer vijf jaar geleden dat Janne Schra, na een mislukt avontuur met haar nieuwe band Schradinova (waarmee ze overigens een uitstekende plaat maakte), haar eerste soloplaat uitbracht.
Ik was vijf jaar geleden zeer onder de indruk van het titelloze debuut van Janne Schra, maar vervolgens ben ik de Nederlandse singer-songwriter wat uit het oog verloren. Het zeer goed ontvangen Ponzo is wat tussen wal en schip geraakt ben ik bang, terwijl de Nederlandstalige plaat die ze vorig jaar maakte met het Noordpool Orkest niet echt mijn ding was.
Het vorige week verschenen OK is dat weer wel. De plaat opent heerlijk zonnig met jazzy en mediterrane klanken, die je onmiddellijk een zomergevoel geven. OK roept bij mij direct associaties op met het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide en precies dertig jaar oude debuut van Fairground Attraction (The First of a Million Kisses) en met Paris van Zaz en dat zijn platen die van mij flink wat mooie zomerdagen in mogen kleuren.
OK werd opgenomen in de Achterhoek, maar bestrijkt in geografisch opzicht een breed terrein, waarbij onder andere Parijs en New Orleans zowel tekstueel als muzikaal worden aangetikt. OK is een heerlijk gevarieerde plaat met lichtvoetige uptempo songs en zwoele ballads en in alle songs maakt Janne Schra indruk.
Dat is deels de verdienste van de prima muzikanten die haar op de plaat omringen en die een ontspannen, subtiel en veelkleurig geluid neerzetten. Het is een geluid dat het ene moment uitbundig strooit met zonnestralen, maar dat ook prachtig intiem kan navelstaren. Het is ook een geluid dat schreeuwt om een goede zangeres en dat is Janne Schra. Een hele goede zangeres zelfs.
De tegenwoordig vanuit Amsterdam opererende singer-songwriter kan genadeloos verleiden met zwoel gezongen en zeer aanstekelijke popliedjes, maar kan je ook raken met meer ingetogen songs en vocalen vol gevoel. Het voegt nog een extra dimensie toe aan een plaat die je met heerlijke songs en een opvallend fraaie instrumentatie al heel blij maakt.
Natuurlijk is er de verleiding om OK van Janne Schra voort te laten kabbelen op een prachtige zomerdag, maar hiermee doe je de plaat absoluut te kort. OK staat vol met songs die het verdienen om uitgeplozen te worden en die veel meer te bieden hebben dan een hoop zonnestralen. Er valt in muzikaal en vocaal opzicht van alles te ontdekken op OK, dat bijna achteloos meerdere genres weet te verbinden, maar ook de teksten die steeds op zoek lijken naar nog iets groener of ander gras spreken zeer tot de verbeelding.
Iedere keer dat ik naar OK van Janne Schra luister word ik nog iets vrolijker van deze heerlijke plaat en bovendien groeit iedere keer de bewondering voor deze bijzondere plaat vol verleiding en diepgang. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Janne Schra - OK - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Nederlandse singer-songwriter Janne Schra draait inmiddels al weer geruime tijd mee. Het terecht zo geprezen debuut van haar band Room Eleven (Six White Russians And A Pink Pussycat) is al weer twaalf jaar oud en het is ook al weer vijf jaar geleden dat Janne Schra, na een mislukt avontuur met haar nieuwe band Schradinova (waarmee ze overigens een uitstekende plaat maakte), haar eerste soloplaat uitbracht.
Ik was vijf jaar geleden zeer onder de indruk van het titelloze debuut van Janne Schra, maar vervolgens ben ik de Nederlandse singer-songwriter wat uit het oog verloren. Het zeer goed ontvangen Ponzo is wat tussen wal en schip geraakt ben ik bang, terwijl de Nederlandstalige plaat die ze vorig jaar maakte met het Noordpool Orkest niet echt mijn ding was.
Het vorige week verschenen OK is dat weer wel. De plaat opent heerlijk zonnig met jazzy en mediterrane klanken, die je onmiddellijk een zomergevoel geven. OK roept bij mij direct associaties op met het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide en precies dertig jaar oude debuut van Fairground Attraction (The First of a Million Kisses) en met Paris van Zaz en dat zijn platen die van mij flink wat mooie zomerdagen in mogen kleuren.
OK werd opgenomen in de Achterhoek, maar bestrijkt in geografisch opzicht een breed terrein, waarbij onder andere Parijs en New Orleans zowel tekstueel als muzikaal worden aangetikt. OK is een heerlijk gevarieerde plaat met lichtvoetige uptempo songs en zwoele ballads en in alle songs maakt Janne Schra indruk.
Dat is deels de verdienste van de prima muzikanten die haar op de plaat omringen en die een ontspannen, subtiel en veelkleurig geluid neerzetten. Het is een geluid dat het ene moment uitbundig strooit met zonnestralen, maar dat ook prachtig intiem kan navelstaren. Het is ook een geluid dat schreeuwt om een goede zangeres en dat is Janne Schra. Een hele goede zangeres zelfs.
De tegenwoordig vanuit Amsterdam opererende singer-songwriter kan genadeloos verleiden met zwoel gezongen en zeer aanstekelijke popliedjes, maar kan je ook raken met meer ingetogen songs en vocalen vol gevoel. Het voegt nog een extra dimensie toe aan een plaat die je met heerlijke songs en een opvallend fraaie instrumentatie al heel blij maakt.
Natuurlijk is er de verleiding om OK van Janne Schra voort te laten kabbelen op een prachtige zomerdag, maar hiermee doe je de plaat absoluut te kort. OK staat vol met songs die het verdienen om uitgeplozen te worden en die veel meer te bieden hebben dan een hoop zonnestralen. Er valt in muzikaal en vocaal opzicht van alles te ontdekken op OK, dat bijna achteloos meerdere genres weet te verbinden, maar ook de teksten die steeds op zoek lijken naar nog iets groener of ander gras spreken zeer tot de verbeelding.
Iedere keer dat ik naar OK van Janne Schra luister word ik nog iets vrolijker van deze heerlijke plaat en bovendien groeit iedere keer de bewondering voor deze bijzondere plaat vol verleiding en diepgang. Erwin Zijleman
Janne Schra - The Heart Is Asymmetrical (2023)

4,0
0
geplaatst: 1 juni 2023, 17:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Janne Schra - The Heart Is Asymmetrical - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Janne Schra - The Heart Is Asymmetrical
Janne Schra kiest op The Heart Is Asymmetrical voor een wat lichtvoetiger en toegankelijker popgeluid dan we van haar gewend zijn, maar beluister het album met aandacht en er valt veel op zijn plek
Ik was zeker niet direct gecharmeerd van het nieuwe album van de Nederlandse muzikante Janne Schra. Op haar vorige albums koos ze vaak voor het avontuur, maar The Heart Is Asymmetrical flirt opzichtig met soulvolle pop. Het is soulvolle pop die flink wordt opgetild door de geweldige stem van de Nederlandse muzikante en het is bovendien soulvolle pop die knapper in elkaar steekt dan het lijkt. Ook op haar nieuwe album zoekt Janne Schra wel degelijk het avontuur en gaat ze ook nog eens op fraaie wijze aan de haal met songs van David Gray en Ray Davies. Het leek me in eerste instantie een aangenaam album voor een zomerse playlist, maar het is echt veel meer dan dat.
De Nederlandse muzikante Janne Schra heeft inmiddels een mooi stapeltje soloalbums op haar naam staan en timmerde hiervoor met veel succes aan de weg als frontvrouw van de band Room Eleven. Het zijn albums die ik zeker niet allemaal heb opgepikt, want de muziek van Janne Schra kan alle kanten op. Haar albums zijn stuk voor stuk al zeer veelzijdig, maar de verschillen tussen haar albums zijn nog veel groter. Het deze week verschenen The Heart Is Asymmetrical is de opvolger van het Nederlandstalige album In de Regen, waar ik persoonlijk niet zo heel veel mee kon, terwijl ik de voorganger van dat album, het in 2018 verschenen OK, juist weer prachtig vond. Ook met The Heart Is Asymmetrical kan ik weer goed uit de voeten, al vroeg dit wel even tijd.
The Heart Is Asymmetrical is een album dat weer flink anders klinkt dan zijn voorgangers en ik moet eerlijk toegeven dat ik The Heart Is Asymmetrical en zeker het eerste deel van het album op het eerste gehoor wat gewoontjes vond klinken. Het nieuwe album van Janne Schra is geproduceerd door Adam Bar-Pereg, die eerder werkte met onder andere Benny Sings. Adam Bar-Pereg heeft het nieuwe album van Janne Schra voorzien van een gloedvol klinkend popgeluid met vooral invloeden uit de soul en hier en daar wat funky en jazzy accenten.
Het is een album dat direct aangenaam klinkt, maar zeker bij eerste beluistering vond ik de songs een stuk minder spannend dan ik van Janne Schra gewend ben. Zeker als je het album wat op de achtergrond laat voortkabbelen is het aangenaam muzikaal behang, maar ook weinig onderscheidend muzikaal behang. Pas nadat ik mezelf had gedwongen om met meer aandacht naar het nieuwe album van Janne Schra te luisteren, begonnen er dingen op hun plek te vallen.
Zo is Janne Schra nog altijd een van de beste zangeressen die ons land rijk is, waardoor ook wat minder onderscheidende songs nog altijd ruimschoots boven het maaiveld uitsteken. Met het onderscheidend vermogen van de songs op The Heart Is Asymmetrical zit het overigens ook wel goed, want wanneer je met wat meer aandacht naar het album luistert, hoor je dat de Nederlandse muzikante ook dit keer veel moois verstopt heeft in haar songs. Dat geldt vooral de met wat meer elektronica ingekleurde songs op het tweede deel van het album, maar ook de soulvolle of zelfs funky songs op het eerste deel van het album zitten veel knapper in elkaar dan je bij vluchtige beluistering kunt horen.
Janne Schra doet op haar nieuwe album mooie dingen in haar eigen songs, maar ze doet ook prachtige dingen met de songs van anderen. Haar met wat gospel verrijkte versie van David Gray’s Babylon, die ik pas na een tijdje herkende, vind ik mooier dan het origineel, dat me overigens zeer dierbaar is, een ook de Janne Schra versie van I Go To Sleep van The Kinks voorman Ray Davies (in wiens studio in Londen het album werd opgenomen) is wonderschoon.
De groei van het album is voor een belangrijk deel de verdienste van de prachtige stem van de Nederlandse muzikante, maar ook over de instrumentatie op en de productie van The Heart Is Asymmetrical ben ik na een paar keer horen steeds meer te spreken. Van mij mag Janne Schra de volgende keer wel weer wat eigenzinniger klinken, maar ook haar 'popalbum' mag er zijn en het wordt na een wat aarzelende start echt alleen maar beter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Janne Schra - The Heart Is Asymmetrical - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Janne Schra - The Heart Is Asymmetrical
Janne Schra kiest op The Heart Is Asymmetrical voor een wat lichtvoetiger en toegankelijker popgeluid dan we van haar gewend zijn, maar beluister het album met aandacht en er valt veel op zijn plek
Ik was zeker niet direct gecharmeerd van het nieuwe album van de Nederlandse muzikante Janne Schra. Op haar vorige albums koos ze vaak voor het avontuur, maar The Heart Is Asymmetrical flirt opzichtig met soulvolle pop. Het is soulvolle pop die flink wordt opgetild door de geweldige stem van de Nederlandse muzikante en het is bovendien soulvolle pop die knapper in elkaar steekt dan het lijkt. Ook op haar nieuwe album zoekt Janne Schra wel degelijk het avontuur en gaat ze ook nog eens op fraaie wijze aan de haal met songs van David Gray en Ray Davies. Het leek me in eerste instantie een aangenaam album voor een zomerse playlist, maar het is echt veel meer dan dat.
De Nederlandse muzikante Janne Schra heeft inmiddels een mooi stapeltje soloalbums op haar naam staan en timmerde hiervoor met veel succes aan de weg als frontvrouw van de band Room Eleven. Het zijn albums die ik zeker niet allemaal heb opgepikt, want de muziek van Janne Schra kan alle kanten op. Haar albums zijn stuk voor stuk al zeer veelzijdig, maar de verschillen tussen haar albums zijn nog veel groter. Het deze week verschenen The Heart Is Asymmetrical is de opvolger van het Nederlandstalige album In de Regen, waar ik persoonlijk niet zo heel veel mee kon, terwijl ik de voorganger van dat album, het in 2018 verschenen OK, juist weer prachtig vond. Ook met The Heart Is Asymmetrical kan ik weer goed uit de voeten, al vroeg dit wel even tijd.
The Heart Is Asymmetrical is een album dat weer flink anders klinkt dan zijn voorgangers en ik moet eerlijk toegeven dat ik The Heart Is Asymmetrical en zeker het eerste deel van het album op het eerste gehoor wat gewoontjes vond klinken. Het nieuwe album van Janne Schra is geproduceerd door Adam Bar-Pereg, die eerder werkte met onder andere Benny Sings. Adam Bar-Pereg heeft het nieuwe album van Janne Schra voorzien van een gloedvol klinkend popgeluid met vooral invloeden uit de soul en hier en daar wat funky en jazzy accenten.
Het is een album dat direct aangenaam klinkt, maar zeker bij eerste beluistering vond ik de songs een stuk minder spannend dan ik van Janne Schra gewend ben. Zeker als je het album wat op de achtergrond laat voortkabbelen is het aangenaam muzikaal behang, maar ook weinig onderscheidend muzikaal behang. Pas nadat ik mezelf had gedwongen om met meer aandacht naar het nieuwe album van Janne Schra te luisteren, begonnen er dingen op hun plek te vallen.
Zo is Janne Schra nog altijd een van de beste zangeressen die ons land rijk is, waardoor ook wat minder onderscheidende songs nog altijd ruimschoots boven het maaiveld uitsteken. Met het onderscheidend vermogen van de songs op The Heart Is Asymmetrical zit het overigens ook wel goed, want wanneer je met wat meer aandacht naar het album luistert, hoor je dat de Nederlandse muzikante ook dit keer veel moois verstopt heeft in haar songs. Dat geldt vooral de met wat meer elektronica ingekleurde songs op het tweede deel van het album, maar ook de soulvolle of zelfs funky songs op het eerste deel van het album zitten veel knapper in elkaar dan je bij vluchtige beluistering kunt horen.
Janne Schra doet op haar nieuwe album mooie dingen in haar eigen songs, maar ze doet ook prachtige dingen met de songs van anderen. Haar met wat gospel verrijkte versie van David Gray’s Babylon, die ik pas na een tijdje herkende, vind ik mooier dan het origineel, dat me overigens zeer dierbaar is, een ook de Janne Schra versie van I Go To Sleep van The Kinks voorman Ray Davies (in wiens studio in Londen het album werd opgenomen) is wonderschoon.
De groei van het album is voor een belangrijk deel de verdienste van de prachtige stem van de Nederlandse muzikante, maar ook over de instrumentatie op en de productie van The Heart Is Asymmetrical ben ik na een paar keer horen steeds meer te spreken. Van mij mag Janne Schra de volgende keer wel weer wat eigenzinniger klinken, maar ook haar 'popalbum' mag er zijn en het wordt na een wat aarzelende start echt alleen maar beter. Erwin Zijleman
Japan - Gentlemen Take Polaroids (1980)

4,5
0
geplaatst: 12 juni 2022, 20:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Japan - Gentlemen Take Polaroids (1980) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Japan - Gentlemen Take Polaroids (1980)
De Britse band Japan oogstte de meeste lof met haar zwanenzang Tin Drum, maar voorganger Gentlemen Take Polaroids is wat mij betreft het hoogtepunt binnen het helaas niet erg omvangrijke oeuvre van de band
De Britse band Japan werd als exponent van het genre New Romantic lange tijd niet erg serieus genomen. De kentering kwam met Quiet Life, het derde album van de band, maar met Gentlemen Take Polaroids uit 1980 zette de band pas echt grote stappen. Op haar vierde album werkt de band aan een bijzonder eigen geluid, dat zorgvuldig is opgebouwd uit meerdere lagen. De songs op het album schuwen het experiment niet en zijn bovendien zeer veelzijdig. In muzikaal opzicht valt alles op zijn plek en ook de zang van David Sylvian komt veel beter uit de verf. Tin Drum is volgens velen het meesterwerk van Japan, maar ik kies zelf voor Gentlemen Take Polaroids.
De Britse band Japan werd een paar jaar voor de komst van de eerste Britse punkgolf geformeerd, maar debuteerde op een moment dat de punk de popmuziek op zijn kop had gezet. In 1978 bracht Japan twee albums uit, Adolescent Sex en Obscure Alternatives. Het zijn albums die werden voorzien van etiketten als New Wave en New Romantic, maar ik vond er zelf niet veel aan, al hoorde ik wel dat Japan beter was dan de meeste andere bands in het New Romantic genre.
Op het in 1979 verschenen Quiet Life werd de muziek van Japan al een stuk interessanter, maar mijn favoriete Japan album is het in 1980 verschenen Gentlemen Take Polaroids. Het is een album dat een jaar voor Japan’s zwanenzang en erkend meesterwerk Tin Drum verscheen. Tin Drum is inderdaad een prachtig album, maar ik heb Gentlemen Take Polaroids altijd net wat beter gevonden, omdat het niet alleen de basis legt voor Tin Drum, maar ook veelzijdiger is dan dit album.
Op Gentlemen Take Polaroids zoekt en vindt de Britse band een bijzonder eigen geluid en het is een geluid dat invloedrijk zou blijken. Het is ook een geluid dat geen geheim maakt van haar inspiratiebronnen, want met name invloeden van Roxy Music spelen een zeer voorname rol op het album, wat de band door een deel van de critici zwaar werd verweten. Het album werd overigens geproduceerd door John Punter, die ook Roxy Music’s Country Life produceerde.
Japan zoekt op Gentlemen Take Polaroids het experiment in vaak wat langere songs, die hier en daar nog wel tegen de popsongs van de New Romantic aan schuren, maar die ook dieper graven en waarin klanken en texturen met enige regelmaat belangrijker zijn dan de standaard elementen van een popsong.
Het album transformeerde niet alleen het geluid van Japan, maar is ook een blauwdruk voor het eerste soloalbum van zanger David Sylvian, dat in 1984 zou verschijnen. Over de zang van David Sylvian zijn de meningen altijd verdeeld geweest en ook van de zang op Gentlemen Take Polaroids moet je houden. Persoonlijk vind ik de zang op het album prima.
In muzikaal opzicht zal het album minder tegen de haren instrijken. De basloopjes van Mick Karn zijn prachtig en stuwen de muziek van Japan steeds flink op, het drumwerk van Steve Jansen is inventief en de wolken synths van Richard Barbieri op het album zitten vol avontuur. De gitaren van Rob Dean, die de band na het album verliet, hebben een flinke stap terug moeten doen op het album, maar de enorme, zeer diverse en destijds hypermoderne batterij synths die is te horen op het album maakt veel goed.
Japan zou op Tin Drum de Aziatische muziek omarmen, maar op Gentlemen Take Polaroids is het van alle markten thuis. Het album bevat met Nightporter een prachtige ballad, experimenteert flink met elektronica en laat bovendien de eerste samenwerking met de Japanse muzikant Ryuichi Sakamoto, die terug zou keren op Tin Drum, horen.
Gentlemen Take Polaroids flirt ook wat met de Berlijnse periode van Bowie, maar laat vooral de muziek horen die Roxy Music na Avalon niet meer zou maken. Ik schreef een paar weken geleden nog een stukje over Avalon en nu hoor ik eigenlijk pas hoe dicht Japan af en toe tegen het geluid van Avalon aan kruipt. Het bijzondere is natuurlijk wel dat Gentlemen Take Polaroids twee jaar voor Avalon verscheen, wat de typering van Japan als Roxy Music copycats stevig relativeert (al hoor ik ook wel flink wat invloeden uit het eerdere werk van Roxy Music).
Ik had echt al jaren niet meer naar dit album geluisterd, maar Gentlemen Take Polaroids is wat mij betreft uitgegroeid tot een klassieker en tot een van de muzikale hoogtepunten van de jaren 80. Voor mij is het bovendien het meest aansprekende album van de helaas vaak wat miskende band Japan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Japan - Gentlemen Take Polaroids (1980) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Japan - Gentlemen Take Polaroids (1980)
De Britse band Japan oogstte de meeste lof met haar zwanenzang Tin Drum, maar voorganger Gentlemen Take Polaroids is wat mij betreft het hoogtepunt binnen het helaas niet erg omvangrijke oeuvre van de band
De Britse band Japan werd als exponent van het genre New Romantic lange tijd niet erg serieus genomen. De kentering kwam met Quiet Life, het derde album van de band, maar met Gentlemen Take Polaroids uit 1980 zette de band pas echt grote stappen. Op haar vierde album werkt de band aan een bijzonder eigen geluid, dat zorgvuldig is opgebouwd uit meerdere lagen. De songs op het album schuwen het experiment niet en zijn bovendien zeer veelzijdig. In muzikaal opzicht valt alles op zijn plek en ook de zang van David Sylvian komt veel beter uit de verf. Tin Drum is volgens velen het meesterwerk van Japan, maar ik kies zelf voor Gentlemen Take Polaroids.
De Britse band Japan werd een paar jaar voor de komst van de eerste Britse punkgolf geformeerd, maar debuteerde op een moment dat de punk de popmuziek op zijn kop had gezet. In 1978 bracht Japan twee albums uit, Adolescent Sex en Obscure Alternatives. Het zijn albums die werden voorzien van etiketten als New Wave en New Romantic, maar ik vond er zelf niet veel aan, al hoorde ik wel dat Japan beter was dan de meeste andere bands in het New Romantic genre.
Op het in 1979 verschenen Quiet Life werd de muziek van Japan al een stuk interessanter, maar mijn favoriete Japan album is het in 1980 verschenen Gentlemen Take Polaroids. Het is een album dat een jaar voor Japan’s zwanenzang en erkend meesterwerk Tin Drum verscheen. Tin Drum is inderdaad een prachtig album, maar ik heb Gentlemen Take Polaroids altijd net wat beter gevonden, omdat het niet alleen de basis legt voor Tin Drum, maar ook veelzijdiger is dan dit album.
Op Gentlemen Take Polaroids zoekt en vindt de Britse band een bijzonder eigen geluid en het is een geluid dat invloedrijk zou blijken. Het is ook een geluid dat geen geheim maakt van haar inspiratiebronnen, want met name invloeden van Roxy Music spelen een zeer voorname rol op het album, wat de band door een deel van de critici zwaar werd verweten. Het album werd overigens geproduceerd door John Punter, die ook Roxy Music’s Country Life produceerde.
Japan zoekt op Gentlemen Take Polaroids het experiment in vaak wat langere songs, die hier en daar nog wel tegen de popsongs van de New Romantic aan schuren, maar die ook dieper graven en waarin klanken en texturen met enige regelmaat belangrijker zijn dan de standaard elementen van een popsong.
Het album transformeerde niet alleen het geluid van Japan, maar is ook een blauwdruk voor het eerste soloalbum van zanger David Sylvian, dat in 1984 zou verschijnen. Over de zang van David Sylvian zijn de meningen altijd verdeeld geweest en ook van de zang op Gentlemen Take Polaroids moet je houden. Persoonlijk vind ik de zang op het album prima.
In muzikaal opzicht zal het album minder tegen de haren instrijken. De basloopjes van Mick Karn zijn prachtig en stuwen de muziek van Japan steeds flink op, het drumwerk van Steve Jansen is inventief en de wolken synths van Richard Barbieri op het album zitten vol avontuur. De gitaren van Rob Dean, die de band na het album verliet, hebben een flinke stap terug moeten doen op het album, maar de enorme, zeer diverse en destijds hypermoderne batterij synths die is te horen op het album maakt veel goed.
Japan zou op Tin Drum de Aziatische muziek omarmen, maar op Gentlemen Take Polaroids is het van alle markten thuis. Het album bevat met Nightporter een prachtige ballad, experimenteert flink met elektronica en laat bovendien de eerste samenwerking met de Japanse muzikant Ryuichi Sakamoto, die terug zou keren op Tin Drum, horen.
Gentlemen Take Polaroids flirt ook wat met de Berlijnse periode van Bowie, maar laat vooral de muziek horen die Roxy Music na Avalon niet meer zou maken. Ik schreef een paar weken geleden nog een stukje over Avalon en nu hoor ik eigenlijk pas hoe dicht Japan af en toe tegen het geluid van Avalon aan kruipt. Het bijzondere is natuurlijk wel dat Gentlemen Take Polaroids twee jaar voor Avalon verscheen, wat de typering van Japan als Roxy Music copycats stevig relativeert (al hoor ik ook wel flink wat invloeden uit het eerdere werk van Roxy Music).
Ik had echt al jaren niet meer naar dit album geluisterd, maar Gentlemen Take Polaroids is wat mij betreft uitgegroeid tot een klassieker en tot een van de muzikale hoogtepunten van de jaren 80. Voor mij is het bovendien het meest aansprekende album van de helaas vaak wat miskende band Japan. Erwin Zijleman
Japanese Breakfast - For Melancholy Brunettes (& sad women) (2025)

5,0
0
geplaatst: 22 maart 2025, 10:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Japanese Breakfast - For Melancholy Brunettes (& sad women) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Japanese Breakfast - For Melancholy Brunettes (& sad women)
Michelle Zauner’s Japanese Breakfast keert bijna vier jaar na het prachtige Jubilee terug met For Melancholy Brunettes (& sad women), dat een duidelijk ander, maar wederom wonderschoon geluid laat horen
Ik vond het in 2021 verschenen Jubilee van Japanese Breakfast in eerste instantie een wat tegenvallend album, maar uiteindelijk groeide het uit tot een van mijn favoriete albums van dat jaar. Het deze week verschenen For Melancholy Brunettes (& sad women) wist me daarentegen onmiddellijk te betoveren. Michelle Zauner kiest op het nieuwe album van Japanese Breakfast voor een meer ingetogen geluid dat op bijzondere wijze is versierd met weelderige arrangementen die soms sprookjesachtig aan doen. Het is een geluid waarin de stem van Michelle Zauner nog wat beter tot zijn recht komt. De bijzonder mooie productie van topproducer Blake Mills is de kers op de taart. Prachtalbum.
Met Jubilee maakte Japanese Breakfast in de zomer van 2021 wat mij betreft een van de allerbeste albums van dat jaar, wat een top 3 notering in mijn jaarlijstje opleverde. Het derde album van Michelle Zauner leek op het eerste gehoor misschien vooral een feelgood popalbum, dat wat minder avontuurlijk klonk dan de twee albums die er aan vooraf gingen, maar de songs van de muzikante met zowel Amerikaanse als Zuid-Koreaanse wortels bleken over te lopen van de goede ideeën en verrassende invloeden.
Ik raakte nog wat meer onder de indruk van Michelle Zauner toen ik haar boek Crying in H Mart: A Memoir had gelezen, waarin ze fraai uiting geeft aan de worstelingen die ze heeft gehad met haar deels Amerikaanse en deels Zuid-Koreaanse identiteit. Michelle Zauner heeft ons geduld sinds de zomer van 2021 helaas stevig op de proef gesteld, maar deze week keert ze terug met For Melancholy Brunettes (& sad women).
Met tien songs en maar net een half uur muziek is het album aan de korte kant, maar de muzikante uit Philadelphia, Pennsylvania, heeft wederom vakwerk afgeleverd. Waar Jubilee bijna vier jaar geleden vooral koos voor pop, opent For Melancholy Brunettes (& sad women) voor een meer ingetogen geluid. Opener Here Is Someone is een folky track, maar het is wel een folky track die rijkelijk is versierd met orkestraties.
Het levert een wat sprookjesachtig geluid op en het is een geluid dat uitstekend past bij de mooie stem van Michelle Zauner, die wat meer ingetogen zingt dan op haar vorige albums. Het geluid van de openingstrack wordt doorgetrokken in het eveneens prachtige Orlando In Love, dat ook opvalt door prachtige klanken van onder andere flink wat strijkers. Het is een geluid dat terugkeert in de meeste tracks op het album.
Wat direct opvalt bij beluistering van For Melancholy Brunettes (& sad women) is dat Michelle Zauner, die voor het eerst koos voor een professionele studio, dit keer veel meer aandacht heeft besteed aan de productie. Het album klinkt niet alleen bijzonder mooi, maar laat ook een gelaagd geluid horen vol bijzondere details. Het verraadt de hand van een producer van naam en faam en dat blijkt ook te kloppen, want niemand minder dan Blake Mills (Feist, Laura Marling, Jesca Hoop) produceerde het nieuwe album van Japanese Breakfast.
For Melancholy Brunettes (& sad women) laat net als de vorige albums van Japanese Breakfast invloeden uit de jaren 80 horen en is niet vies van hier en daar wat donkere klanken, maar door de weelderige arrangementen klinkt de muziek van Michelle Zauner soms wat weemoedig maar geen moment deprimerend.
Michelle Zauner en Blake Mills tekenen voor het grootse deel van de muziek op het album, maar de gelouterde producers wist ook werelddrummers als Matt Chamberlain en Jim Keltner naar de studio in Los Angeles te halen, wat nog wat extra glans toevoegt aan het zo mooie geluid.
For Melancholy Brunettes (& sad women) klinkt totaal anders dan de terecht zo bejubelde voorganger Jubilee, maar ik vind het meer ingetogen en prachtig ingekleurde geluid van Japanese Breakfast, dat op zich net wat beter in mijn muzikale straatje past, minstens net zo mooi als de aanstekelijke en avontuurlijke pop op het vorige album.
Michelle Zauner bewees met Crying in H Mart: A Memoir al dat ze uitstekend kan schrijven en ook de teksten op For Melancholy Brunettes (& sad women) zijn van hoog niveau. Michelle Zauner heeft ons lang laten wachten op de opvolger van Jubilee, maar maakt ook met haar vierde album weer diepe indruk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Japanese Breakfast - For Melancholy Brunettes (& sad women) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Japanese Breakfast - For Melancholy Brunettes (& sad women)
Michelle Zauner’s Japanese Breakfast keert bijna vier jaar na het prachtige Jubilee terug met For Melancholy Brunettes (& sad women), dat een duidelijk ander, maar wederom wonderschoon geluid laat horen
Ik vond het in 2021 verschenen Jubilee van Japanese Breakfast in eerste instantie een wat tegenvallend album, maar uiteindelijk groeide het uit tot een van mijn favoriete albums van dat jaar. Het deze week verschenen For Melancholy Brunettes (& sad women) wist me daarentegen onmiddellijk te betoveren. Michelle Zauner kiest op het nieuwe album van Japanese Breakfast voor een meer ingetogen geluid dat op bijzondere wijze is versierd met weelderige arrangementen die soms sprookjesachtig aan doen. Het is een geluid waarin de stem van Michelle Zauner nog wat beter tot zijn recht komt. De bijzonder mooie productie van topproducer Blake Mills is de kers op de taart. Prachtalbum.
Met Jubilee maakte Japanese Breakfast in de zomer van 2021 wat mij betreft een van de allerbeste albums van dat jaar, wat een top 3 notering in mijn jaarlijstje opleverde. Het derde album van Michelle Zauner leek op het eerste gehoor misschien vooral een feelgood popalbum, dat wat minder avontuurlijk klonk dan de twee albums die er aan vooraf gingen, maar de songs van de muzikante met zowel Amerikaanse als Zuid-Koreaanse wortels bleken over te lopen van de goede ideeën en verrassende invloeden.
Ik raakte nog wat meer onder de indruk van Michelle Zauner toen ik haar boek Crying in H Mart: A Memoir had gelezen, waarin ze fraai uiting geeft aan de worstelingen die ze heeft gehad met haar deels Amerikaanse en deels Zuid-Koreaanse identiteit. Michelle Zauner heeft ons geduld sinds de zomer van 2021 helaas stevig op de proef gesteld, maar deze week keert ze terug met For Melancholy Brunettes (& sad women).
Met tien songs en maar net een half uur muziek is het album aan de korte kant, maar de muzikante uit Philadelphia, Pennsylvania, heeft wederom vakwerk afgeleverd. Waar Jubilee bijna vier jaar geleden vooral koos voor pop, opent For Melancholy Brunettes (& sad women) voor een meer ingetogen geluid. Opener Here Is Someone is een folky track, maar het is wel een folky track die rijkelijk is versierd met orkestraties.
Het levert een wat sprookjesachtig geluid op en het is een geluid dat uitstekend past bij de mooie stem van Michelle Zauner, die wat meer ingetogen zingt dan op haar vorige albums. Het geluid van de openingstrack wordt doorgetrokken in het eveneens prachtige Orlando In Love, dat ook opvalt door prachtige klanken van onder andere flink wat strijkers. Het is een geluid dat terugkeert in de meeste tracks op het album.
Wat direct opvalt bij beluistering van For Melancholy Brunettes (& sad women) is dat Michelle Zauner, die voor het eerst koos voor een professionele studio, dit keer veel meer aandacht heeft besteed aan de productie. Het album klinkt niet alleen bijzonder mooi, maar laat ook een gelaagd geluid horen vol bijzondere details. Het verraadt de hand van een producer van naam en faam en dat blijkt ook te kloppen, want niemand minder dan Blake Mills (Feist, Laura Marling, Jesca Hoop) produceerde het nieuwe album van Japanese Breakfast.
For Melancholy Brunettes (& sad women) laat net als de vorige albums van Japanese Breakfast invloeden uit de jaren 80 horen en is niet vies van hier en daar wat donkere klanken, maar door de weelderige arrangementen klinkt de muziek van Michelle Zauner soms wat weemoedig maar geen moment deprimerend.
Michelle Zauner en Blake Mills tekenen voor het grootse deel van de muziek op het album, maar de gelouterde producers wist ook werelddrummers als Matt Chamberlain en Jim Keltner naar de studio in Los Angeles te halen, wat nog wat extra glans toevoegt aan het zo mooie geluid.
For Melancholy Brunettes (& sad women) klinkt totaal anders dan de terecht zo bejubelde voorganger Jubilee, maar ik vind het meer ingetogen en prachtig ingekleurde geluid van Japanese Breakfast, dat op zich net wat beter in mijn muzikale straatje past, minstens net zo mooi als de aanstekelijke en avontuurlijke pop op het vorige album.
Michelle Zauner bewees met Crying in H Mart: A Memoir al dat ze uitstekend kan schrijven en ook de teksten op For Melancholy Brunettes (& sad women) zijn van hoog niveau. Michelle Zauner heeft ons lang laten wachten op de opvolger van Jubilee, maar maakt ook met haar vierde album weer diepe indruk. Erwin Zijleman
Japanese Breakfast - Jubilee (2021)

5,0
0
geplaatst: 15 juni 2021, 17:13 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Japanese Breakfast - Jubilee - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Japanese Breakfast - Jubilee
Jubilee van Japanese Breakfast viel me in eerste instantie wat tegen, maar de songs van Michelle Zauner blijken ook dit keer een stuk avontuurlijker en interessanter dan je bij eerste beluistering zult vermoeden
Ik was eerder dit jaar onder de indruk van de memoires van de half-Amerikaanse en half-Koreaanse Michelle Zauner. Met het fascinerende Soft Sounds From Another Planet nog in het achterhoofd verwachte ik wonderen van het een paar weken geleden verschenen Jubilee, maar in eerste instantie viel het album me wat tegen. Jubilee is echter een album dat schreeuwde om een tweede kans en bij die tweede kans kwam er heel veel moois aan de oppervlakte. Jubilee klinkt behoorlijk toegankelijk, zeker wanneer invloeden uit de jaren 80 opduiken, maar kiest op hetzelfde moment nooit voor de makkelijkste weg. Net als zijn voorganger wordt het album mooier en mooier, hoe vaak je het ook hoort.
Soft Sounds From Another Planet, het tweede album van Japanese Breakfast, pikte ik aan het eind van 2017 op via een aantal zeer aansprekende jaarlijstjes. Vervolgens was het zeker geen gelopen koers, want in eerste instantie moest ik flink wennen aan de alle kanten op schietende popsongs van het alter ego van Michelle Zauner. Na gewenning vond ik Soft Sounds From Another Planet echter een prachtplaat en dat vind ik nog steeds.
Ik verwachte daarom veel van het derde album van Japanese Breakfast, zeker nadat ik Michelle Zauner’s eerder dit jaar verschenen boek Crying in H Mart: A Memoir had gelezen. In haar boek beschrijft Michelle Zauner op indringende wijze hoe het is om als half-Amerikaanse en half-Koreaanse op te groeien in de Verenigde Staten en hoe ze heeft geworsteld met haar eigen identiteit. Het is een thema dat ook met enige regelmaat terugkeert in de songs van de muzikante uit Philadelphia, Pennsylvania.
Een week of drie geleden verscheen Jubilee en ik moet eerlijk toegeven dat ik het bij eerste beluistering een wat teleurstellend album vond. Michelle Zauner was ook op Soft Sounds From Another Planet niet vies van pop, maar het album klinkt op het eerste gehoor een stuk avontuurlijker en eigenzinniger dan Jubilee, dat duidelijker dan zijn voorganger kiest voor de pop, zeker op het eerste deel van het album.
Even laten bezinken is dan meestal een goed idee en het heeft gewerkt, want toen ik het derde album van Japanese Breakfast een paar dagen geleden een tweede kans gaf, was ik wel direct positief over het album. Openingstrack Paprika doet het dankzij de blazers en de jazzy accenten natuurlijk prima in het zomerse weer van het moment, maar ook de wolken elektronica en de lekker expressieve vocalen overtuigden me dit keer een stuk makkelijker.
Jubilee is veel meer pop dan Soft Sounds From Another Planet, maar de verschillen tussen de twee albums moeten ook niet overdreven worden. Michelle Zauner heeft zich dit keer wat meer laten beïnvloeden door de popmuziek uit de jaren 80, met hier en daar een snufje Madonna, maar muziekliefhebbers die het liever wat natuurlijker hebben komen op Jubilee ook volop aan hun trekken, zeker in het tweede deel van het album.
Zelf hou ik wel van de vele referenties naar de jaren 80, maar de zwoele en voorzichtig jazzy klinkende popliedjes op het album dringen zich nog net wat genadelozer op en dat geldt in nog sterkere mate voor de songs met een vleugje indie-rock. Jubilee doet wonderen bij luieren in de zon, maar luister net wat beter en je hoort dat Michelle Zauner veel meer doet dan binnen de lijntjes van de toegankelijke pop met een 80s twist kleuren.
In iedere song op het album hoor je weer net wat andere invloeden en als de toegankelijkheid het even wint van het avontuur, zijn er altijd nog de persoonlijke teksten van de Amerikaans-Koreaanse muzikante. Soft Sounds From Another Planet drong zich bij mij niet onmiddellijk op, maar uiteindelijk vond ik het een prachtalbum. Nu ik flink wat keren naar Jubilee heb geluisterd, ga ik er van uit dat het Jubilee net zo zal vergaan.
Japanese Breakfast heeft een behoorlijk toegankelijk popalbum gemaakt, maar het is zeker niet zo eendimensionaal als de meeste toegankelijke popalbums. Michelle Zauner heeft een aantal songs opgeleverd waarin van alles te ontdekken valt, maar ondertussen is Jubilee ook nog eens een fascinerende soundtrack van de vreemde zomer van 2021. En luister vooral verder dan de eerste paar tracks, want het venijn zit bij Jubilee echt in de staart. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Japanese Breakfast - Jubilee - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Japanese Breakfast - Jubilee
Jubilee van Japanese Breakfast viel me in eerste instantie wat tegen, maar de songs van Michelle Zauner blijken ook dit keer een stuk avontuurlijker en interessanter dan je bij eerste beluistering zult vermoeden
Ik was eerder dit jaar onder de indruk van de memoires van de half-Amerikaanse en half-Koreaanse Michelle Zauner. Met het fascinerende Soft Sounds From Another Planet nog in het achterhoofd verwachte ik wonderen van het een paar weken geleden verschenen Jubilee, maar in eerste instantie viel het album me wat tegen. Jubilee is echter een album dat schreeuwde om een tweede kans en bij die tweede kans kwam er heel veel moois aan de oppervlakte. Jubilee klinkt behoorlijk toegankelijk, zeker wanneer invloeden uit de jaren 80 opduiken, maar kiest op hetzelfde moment nooit voor de makkelijkste weg. Net als zijn voorganger wordt het album mooier en mooier, hoe vaak je het ook hoort.
Soft Sounds From Another Planet, het tweede album van Japanese Breakfast, pikte ik aan het eind van 2017 op via een aantal zeer aansprekende jaarlijstjes. Vervolgens was het zeker geen gelopen koers, want in eerste instantie moest ik flink wennen aan de alle kanten op schietende popsongs van het alter ego van Michelle Zauner. Na gewenning vond ik Soft Sounds From Another Planet echter een prachtplaat en dat vind ik nog steeds.
Ik verwachte daarom veel van het derde album van Japanese Breakfast, zeker nadat ik Michelle Zauner’s eerder dit jaar verschenen boek Crying in H Mart: A Memoir had gelezen. In haar boek beschrijft Michelle Zauner op indringende wijze hoe het is om als half-Amerikaanse en half-Koreaanse op te groeien in de Verenigde Staten en hoe ze heeft geworsteld met haar eigen identiteit. Het is een thema dat ook met enige regelmaat terugkeert in de songs van de muzikante uit Philadelphia, Pennsylvania.
Een week of drie geleden verscheen Jubilee en ik moet eerlijk toegeven dat ik het bij eerste beluistering een wat teleurstellend album vond. Michelle Zauner was ook op Soft Sounds From Another Planet niet vies van pop, maar het album klinkt op het eerste gehoor een stuk avontuurlijker en eigenzinniger dan Jubilee, dat duidelijker dan zijn voorganger kiest voor de pop, zeker op het eerste deel van het album.
Even laten bezinken is dan meestal een goed idee en het heeft gewerkt, want toen ik het derde album van Japanese Breakfast een paar dagen geleden een tweede kans gaf, was ik wel direct positief over het album. Openingstrack Paprika doet het dankzij de blazers en de jazzy accenten natuurlijk prima in het zomerse weer van het moment, maar ook de wolken elektronica en de lekker expressieve vocalen overtuigden me dit keer een stuk makkelijker.
Jubilee is veel meer pop dan Soft Sounds From Another Planet, maar de verschillen tussen de twee albums moeten ook niet overdreven worden. Michelle Zauner heeft zich dit keer wat meer laten beïnvloeden door de popmuziek uit de jaren 80, met hier en daar een snufje Madonna, maar muziekliefhebbers die het liever wat natuurlijker hebben komen op Jubilee ook volop aan hun trekken, zeker in het tweede deel van het album.
Zelf hou ik wel van de vele referenties naar de jaren 80, maar de zwoele en voorzichtig jazzy klinkende popliedjes op het album dringen zich nog net wat genadelozer op en dat geldt in nog sterkere mate voor de songs met een vleugje indie-rock. Jubilee doet wonderen bij luieren in de zon, maar luister net wat beter en je hoort dat Michelle Zauner veel meer doet dan binnen de lijntjes van de toegankelijke pop met een 80s twist kleuren.
In iedere song op het album hoor je weer net wat andere invloeden en als de toegankelijkheid het even wint van het avontuur, zijn er altijd nog de persoonlijke teksten van de Amerikaans-Koreaanse muzikante. Soft Sounds From Another Planet drong zich bij mij niet onmiddellijk op, maar uiteindelijk vond ik het een prachtalbum. Nu ik flink wat keren naar Jubilee heb geluisterd, ga ik er van uit dat het Jubilee net zo zal vergaan.
Japanese Breakfast heeft een behoorlijk toegankelijk popalbum gemaakt, maar het is zeker niet zo eendimensionaal als de meeste toegankelijke popalbums. Michelle Zauner heeft een aantal songs opgeleverd waarin van alles te ontdekken valt, maar ondertussen is Jubilee ook nog eens een fascinerende soundtrack van de vreemde zomer van 2021. En luister vooral verder dan de eerste paar tracks, want het venijn zit bij Jubilee echt in de staart. Erwin Zijleman
Japanese Breakfast - Soft Sounds from Another Planet (2017)

4,5
2
geplaatst: 9 december 2017, 10:22 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Japanese Breakfast - Soft Sounds From Another Planet - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Japanese Breakfast is het alter ego van de uit Philadelphia, Pennsylvania, opererende Michelle Zauner.
Deze Michelle Zauner, die Zuid Koreaanse roots heeft, komt niet helemaal uit de lucht vallen. Ze timmerde in kleine kring aan de weg met haar band Little Big League en bracht als Japanese Breakfast al een aantal cassettes (!) uit, voor ze vorig jaar debuteerde met Psychopomp, waarop Michelle Zauner de dood van haar moeder probeerde te verwerken.
Het eerder dit jaar verschenen Soft Sounds From Another Planet had ik al wel eens beluisterd, maar bij vluchtige beluistering maakte het album op mij zeker geen onuitwisbare indruk. Omdat ik de plaat nu zie opduiken in enkele aansprekende jaarlijstjes, heb ik de plaat echter een nieuwe kans gegeven en wat eerder dit jaar niet gebeurde, gebeurt nu wel. Ik ben onder de indruk van de muziek van de Amerikaanse muzikante.
Japanese Breakfast maakt op Soft Sounds From Another Planet muziek die zich heeft laten inspireren door het universum, wat dromerige en ruimtelijke klanken oplevert. Het zijn klanken die prachtig passen bij het warme en verleidelijke stemgeluid van Michelle Zauner, dat de muziek op Soft Sounds From Another Planet nog net wat lomer en dromeriger maakt.
Toch is de muziek van Japanese Breakfast niet altijd muziek om bij weg te dromen. De plaat citeert hier en daar uit de archieven van de dreampop en is ook zeker niet vies van psychedelica, maar de songs van Michelle Zauner hebben zo nu en dan ook een gruizige of tegendraadse kant. Deze komt naar voren in voorzichtig opgebouwde gitaarmuren of in tegen de stroom in draaiende gitaarlijnen, die de muziek van Japanese Breakfast voorzien van net wat meer avontuur dan de gemiddelde indie-pop plaat.
Qua invloeden blijft het zeker niet bij dreampop, psychedelica en wat shoegaze, want Michelle Zauner gaat op Soft Sounds From Another Planet ook aan de haal met indie-rock, synthpop, 80s pop en pure pop van dit moment, waardoor haar muziek uiteindelijk lastig in een hokje is te duwen en zich ook niet makkelijk laat vergelijken met die van anderen. Wanneer ik dat probeer liggen namen als Jay Som, Soccer Mommy en Frankie Cosmos het meest voor de hand.
De muziek van Japanese Breakfast ging bij mij een aantal maanden geleden makkelijk het ene oor in en het andere oor weer uit en dat verbaast me eerlijk gezegd niet. Japanese Breakfast maakt op Soft Sounds From Another Planet popliedjes die makkelijk vervliegen en die bovendien niet altijd direct hun schoonheid prijs geven. Wanneer ik de plaat op de achtergrond laat voortkabbelen blijft er nog steeds maar weinig hangen, maar wanneer ik de muziek van Michelle Zauner met flink volume of met de koptelefoon beluister dringen de songs op Soft Sounds From Another Planet zich stuk voor stuk genadeloos op.
Japanese Breakfast gaat op eigenzinnige wijze aan de haal met uiteenlopende invloeden en springt hierbij van de hak op de tak. Het ene moment zit je midden in de dreampop, het volgende moment opeens in de beste jaren van Roxy Music, om de organische klanken vervolgens weer direct te verruilen voor kille elektronica of juist voor nog meer warmte. Van zoveel variatie moet je houden, maar als je er van houdt is de muziek van Michelle Zauner muziek vol mooie verrassingen. Soft Sounds From Another Planet springt even kris kras door het verleden, waarbij ook nog een vleugje Phil Spector opduikt, maar schiet vervolgens op intrigerende wijze en vol vertrouwen de toekomst in.
Hoe vaker je de popliedjes van Japanese Breakfast hoort hoe zoeter en onweerstaanbaarder ze worden. Waar de groei van Soft Sounds From Another Planet durf ik momenteel nog niet te voorspellen, maar dat de plaat ver gaat reiken is wat mij betreft zeker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Japanese Breakfast - Soft Sounds From Another Planet - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Japanese Breakfast is het alter ego van de uit Philadelphia, Pennsylvania, opererende Michelle Zauner.
Deze Michelle Zauner, die Zuid Koreaanse roots heeft, komt niet helemaal uit de lucht vallen. Ze timmerde in kleine kring aan de weg met haar band Little Big League en bracht als Japanese Breakfast al een aantal cassettes (!) uit, voor ze vorig jaar debuteerde met Psychopomp, waarop Michelle Zauner de dood van haar moeder probeerde te verwerken.
Het eerder dit jaar verschenen Soft Sounds From Another Planet had ik al wel eens beluisterd, maar bij vluchtige beluistering maakte het album op mij zeker geen onuitwisbare indruk. Omdat ik de plaat nu zie opduiken in enkele aansprekende jaarlijstjes, heb ik de plaat echter een nieuwe kans gegeven en wat eerder dit jaar niet gebeurde, gebeurt nu wel. Ik ben onder de indruk van de muziek van de Amerikaanse muzikante.
Japanese Breakfast maakt op Soft Sounds From Another Planet muziek die zich heeft laten inspireren door het universum, wat dromerige en ruimtelijke klanken oplevert. Het zijn klanken die prachtig passen bij het warme en verleidelijke stemgeluid van Michelle Zauner, dat de muziek op Soft Sounds From Another Planet nog net wat lomer en dromeriger maakt.
Toch is de muziek van Japanese Breakfast niet altijd muziek om bij weg te dromen. De plaat citeert hier en daar uit de archieven van de dreampop en is ook zeker niet vies van psychedelica, maar de songs van Michelle Zauner hebben zo nu en dan ook een gruizige of tegendraadse kant. Deze komt naar voren in voorzichtig opgebouwde gitaarmuren of in tegen de stroom in draaiende gitaarlijnen, die de muziek van Japanese Breakfast voorzien van net wat meer avontuur dan de gemiddelde indie-pop plaat.
Qua invloeden blijft het zeker niet bij dreampop, psychedelica en wat shoegaze, want Michelle Zauner gaat op Soft Sounds From Another Planet ook aan de haal met indie-rock, synthpop, 80s pop en pure pop van dit moment, waardoor haar muziek uiteindelijk lastig in een hokje is te duwen en zich ook niet makkelijk laat vergelijken met die van anderen. Wanneer ik dat probeer liggen namen als Jay Som, Soccer Mommy en Frankie Cosmos het meest voor de hand.
De muziek van Japanese Breakfast ging bij mij een aantal maanden geleden makkelijk het ene oor in en het andere oor weer uit en dat verbaast me eerlijk gezegd niet. Japanese Breakfast maakt op Soft Sounds From Another Planet popliedjes die makkelijk vervliegen en die bovendien niet altijd direct hun schoonheid prijs geven. Wanneer ik de plaat op de achtergrond laat voortkabbelen blijft er nog steeds maar weinig hangen, maar wanneer ik de muziek van Michelle Zauner met flink volume of met de koptelefoon beluister dringen de songs op Soft Sounds From Another Planet zich stuk voor stuk genadeloos op.
Japanese Breakfast gaat op eigenzinnige wijze aan de haal met uiteenlopende invloeden en springt hierbij van de hak op de tak. Het ene moment zit je midden in de dreampop, het volgende moment opeens in de beste jaren van Roxy Music, om de organische klanken vervolgens weer direct te verruilen voor kille elektronica of juist voor nog meer warmte. Van zoveel variatie moet je houden, maar als je er van houdt is de muziek van Michelle Zauner muziek vol mooie verrassingen. Soft Sounds From Another Planet springt even kris kras door het verleden, waarbij ook nog een vleugje Phil Spector opduikt, maar schiet vervolgens op intrigerende wijze en vol vertrouwen de toekomst in.
Hoe vaker je de popliedjes van Japanese Breakfast hoort hoe zoeter en onweerstaanbaarder ze worden. Waar de groei van Soft Sounds From Another Planet durf ik momenteel nog niet te voorspellen, maar dat de plaat ver gaat reiken is wat mij betreft zeker. Erwin Zijleman
Jasmine Myra - Horizons (2022)

4,0
1
geplaatst: 4 augustus 2022, 22:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jasmine Myra - Horizons - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jasmine Myra - Horizons
De Britse muzikante Jasmine Myra slaat op fraaie wijze een brug tussen jazz en neoklassiek op een volgend album waarmee het geweldige Gondwana Records zich weet te onderscheiden van andere labels
Ik ben niet altijd gek op jazz en ook niet op neoklassiek, maar de wijze waarop de jonge Britse muzikante Jasmine Myra beide genres weet te verbinden trok me al snel over de streep. De jonge muzikante werd getekend door het Britse label Gondwana Records, dat de afgelopen jaren een toonbeeld is van goede smaak. Het levert een album op dat soepel manoeuvreert tussen broeierige jazz en beeldende neoklassieke muziek, maar vaak een hoofdrol voor het fraaie saxofoonspel van de jonge Britse muzikante. Horizons is een album dat het uitstekend doet op de achtergrond, maar dat je ook noot voor noot wilt doorgronden. Een volgende meesterzet van het bijzondere Britse label.
Ik vind dat ik best een brede muzieksmaak heb, maar er zijn een aantal genres waar ik helemaal niets mee heb. Er zijn ook een aantal genres waar ik wat tegenaan hik, waardoor ik er slechts heel af en toe iets uit pik. R&B is zo’n genre, maar jazz is er zeker ook een. Dat is al een hele verbetering vergeleken met mijn jongere jaren, waarin ik onmiddellijk rode vlekken kreeg van jazz. Ik hou nog altijd niet van hele nerveuze jazz vol tempowisselingen, maar het aantal jazzalbums dat ik kan waarderen groeit de afgelopen jaren gestaag.
Mijn favoriete jazzalbum van recentere datum is het inmiddels al bijna twee jaar oude Captured Spirits van de Britse band Mammal Hands. Het is een album dat is verschenen op het zeer interessante Britse platenlabel Gondwana Records, dat twee jaar geleden met Home van Hania Rani ook een van mijn favoriete neoklassieke albums van de laatste jaren afleverde. Neoklassiek is overigens ook zo’n genre dat me lang niet altijd weet te raken. Het interessante van zowel het album van Mammal Hands als dat van Hania Rani is dat ze op alle mogelijke manieren buiten het eigen hokje treden.
Onlangs verscheen op Gondwana Records het debuutalbum van de Britse muzikante Jasmine Myra, Horizons. Het is een album dat vooral het etiket jazz krijgt opgeplakt, maar het album bevat ook absoluut neoklassieke invloeden. Horizons van Jasmine Myra is een album dat ik niet onmiddellijk op de juiste waarde wist te schatten, maar het is wel vanaf de eerste keer horen een album dat me intrigeert. Het is een album dat zich de afgelopen weken vooral aan het eind van de avond begon op te dringen en inmiddels is het een album dat me dierbaar is.
Jasmine Myra is een jonge en klassiek geschoolde muzikante uit Leeds, die niet alleen geweldig saxofoon speelt, maar ook uit de voeten kan als componist en bandleider. Voor haar debuutalbum deed ze een beroep op de ervaren jazzmuzikant en producer Matthew Halsall, ook de grote man achter Gondwana Records. Horizons bevat acht instrumentale tracks en het zijn acht tracks die er in slagen om een bijzondere sfeer te creëren.
Jasmine Myra kan uit de voeten met broeierige jazzy tracks, die gelukkig niet van het zenuwachtige soort zijn, maar haar debuutalbum bevat ook een aantal tracks waarin invloeden uit de jazz wat naar de achtergrond zijn gedrongen en invloeden uit de neoklassieke muziek domineren. Het zijn allemaal beeldende tracks die het uitstekend doen bij mooie of indringende beelden, maar Jasmine Myra maakt ook muziek die de eigen fantasie stevig prikkelt. Horizons werd overigens opgenomen tijdens de verschillende corona lockdowns, wat de nodige melancholie en rust heeft achtergelaten in haar composities.
Ik weet weinig van jazz en nog minder van neoklassieke muziek, wat het lastig maakt om dit album goed te duiden, maar ik weet wel wat ik mooi vind. Zeker de wat lome jazz met een hoofdrol voor de saxofoon van de jonge Britse muzikante, slaat zich als een warme deken om je heen, maar Jasmine Myra maakt ook muziek waarin steeds weer wat nieuws te ontdekken is, wat het beluisteren van Horizons tot een even aangename als bijzondere gebeurtenis maakt. Gondwana Records is de afgelopen jaren een bron van bijzonder talent, met Horizons van Jasmine Myra als een van de uitschieters. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jasmine Myra - Horizons - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jasmine Myra - Horizons
De Britse muzikante Jasmine Myra slaat op fraaie wijze een brug tussen jazz en neoklassiek op een volgend album waarmee het geweldige Gondwana Records zich weet te onderscheiden van andere labels
Ik ben niet altijd gek op jazz en ook niet op neoklassiek, maar de wijze waarop de jonge Britse muzikante Jasmine Myra beide genres weet te verbinden trok me al snel over de streep. De jonge muzikante werd getekend door het Britse label Gondwana Records, dat de afgelopen jaren een toonbeeld is van goede smaak. Het levert een album op dat soepel manoeuvreert tussen broeierige jazz en beeldende neoklassieke muziek, maar vaak een hoofdrol voor het fraaie saxofoonspel van de jonge Britse muzikante. Horizons is een album dat het uitstekend doet op de achtergrond, maar dat je ook noot voor noot wilt doorgronden. Een volgende meesterzet van het bijzondere Britse label.
Ik vind dat ik best een brede muzieksmaak heb, maar er zijn een aantal genres waar ik helemaal niets mee heb. Er zijn ook een aantal genres waar ik wat tegenaan hik, waardoor ik er slechts heel af en toe iets uit pik. R&B is zo’n genre, maar jazz is er zeker ook een. Dat is al een hele verbetering vergeleken met mijn jongere jaren, waarin ik onmiddellijk rode vlekken kreeg van jazz. Ik hou nog altijd niet van hele nerveuze jazz vol tempowisselingen, maar het aantal jazzalbums dat ik kan waarderen groeit de afgelopen jaren gestaag.
Mijn favoriete jazzalbum van recentere datum is het inmiddels al bijna twee jaar oude Captured Spirits van de Britse band Mammal Hands. Het is een album dat is verschenen op het zeer interessante Britse platenlabel Gondwana Records, dat twee jaar geleden met Home van Hania Rani ook een van mijn favoriete neoklassieke albums van de laatste jaren afleverde. Neoklassiek is overigens ook zo’n genre dat me lang niet altijd weet te raken. Het interessante van zowel het album van Mammal Hands als dat van Hania Rani is dat ze op alle mogelijke manieren buiten het eigen hokje treden.
Onlangs verscheen op Gondwana Records het debuutalbum van de Britse muzikante Jasmine Myra, Horizons. Het is een album dat vooral het etiket jazz krijgt opgeplakt, maar het album bevat ook absoluut neoklassieke invloeden. Horizons van Jasmine Myra is een album dat ik niet onmiddellijk op de juiste waarde wist te schatten, maar het is wel vanaf de eerste keer horen een album dat me intrigeert. Het is een album dat zich de afgelopen weken vooral aan het eind van de avond begon op te dringen en inmiddels is het een album dat me dierbaar is.
Jasmine Myra is een jonge en klassiek geschoolde muzikante uit Leeds, die niet alleen geweldig saxofoon speelt, maar ook uit de voeten kan als componist en bandleider. Voor haar debuutalbum deed ze een beroep op de ervaren jazzmuzikant en producer Matthew Halsall, ook de grote man achter Gondwana Records. Horizons bevat acht instrumentale tracks en het zijn acht tracks die er in slagen om een bijzondere sfeer te creëren.
Jasmine Myra kan uit de voeten met broeierige jazzy tracks, die gelukkig niet van het zenuwachtige soort zijn, maar haar debuutalbum bevat ook een aantal tracks waarin invloeden uit de jazz wat naar de achtergrond zijn gedrongen en invloeden uit de neoklassieke muziek domineren. Het zijn allemaal beeldende tracks die het uitstekend doen bij mooie of indringende beelden, maar Jasmine Myra maakt ook muziek die de eigen fantasie stevig prikkelt. Horizons werd overigens opgenomen tijdens de verschillende corona lockdowns, wat de nodige melancholie en rust heeft achtergelaten in haar composities.
Ik weet weinig van jazz en nog minder van neoklassieke muziek, wat het lastig maakt om dit album goed te duiden, maar ik weet wel wat ik mooi vind. Zeker de wat lome jazz met een hoofdrol voor de saxofoon van de jonge Britse muzikante, slaat zich als een warme deken om je heen, maar Jasmine Myra maakt ook muziek waarin steeds weer wat nieuws te ontdekken is, wat het beluisteren van Horizons tot een even aangename als bijzondere gebeurtenis maakt. Gondwana Records is de afgelopen jaren een bron van bijzonder talent, met Horizons van Jasmine Myra als een van de uitschieters. Erwin Zijleman
jasmine.4.t - You Are the Morning (2025)

4,0
2
geplaatst: 21 januari 2025, 16:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: jasmine.4.t - You Are The Morning - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: jasmine.4.t - You Are The Morning
De muzikale carrière van de Britse muzikante jasmine.4.t kreeg een enorme boost toen Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus zich over haar ontfermden, wat uiteindelijk het fraaie You Are The Morning opleverde
Jasmine Cruikshank had het niet makkelijk toen ze besloot om als transvrouw door het leven te gaan, maar gelukkig waren er mensen die wel onbevooroordeeld naar haar muziek wilden luisteren. Onder hen Boygenius lid Lucy Dacus, die het debuutalbum van jasmine.4.t een stuk dichterbij heeft gebracht. You Are The Morning is een zeer persoonlijk en intiem album, waarop jasmine.4.t zich zonder gêne bloot geeft. Het is in muzikaal opzicht een interessant album met een serie bijzondere songs en dan is er ook nog de zang van Jasmine Cruikshank. Het is zang waar ik even aan moest wennen, maar het is zang die inmiddels flink binnen komt. Het levert een bijzonder en heel erg goed album op.
jasmine.4.t is het alter ego van de Britse muzikante Jasmine Cruikshank, die als transvrouw door het leven gaat. De muzikante uit Manchester heeft een aantal zware jaren achter de rug nadat ze haar transitie had aangekondigd. Het maakte een einde aan haar huwelijk en ook bij haar eigen familie werd ze niet geaccepteerd als transvrouw.
De redding kwam uiteindelijk van niemand minder dan de Amerikaanse muzikante en Boygenius lid Lucy Dacus, die onder de indruk was van de muziek van jasmine.4.t en haar vroeg als support act. Lucy Dacus liet uiteindelijk een demo van de muziek van jasmine.4.t horen aan Phoebe Bridgers, die de Britse muzikante onmiddellijk een contract aanbood bij haar label Saddest Factory Records.
Op dat label is deze week You Are The Morning, het debuutalbum van jasmine.4.t verschenen. De Britse muzikante verruilde Manchester tijdelijk voor Los Angeles, waar ze in de studio gezelschap kreeg van haar uit transvrouwen samengestelde band en alle drie de leden van Boygenius. Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus produceerden het debuutalbum van jasmine.4.t en dragen ook in vocaal opzicht bij aan een aantal tracks op het album.
Deze tracks hebben een hoog Boygenius gehalte, maar de songs waarin Jasmine Cruikshank er in vocaal opzicht alleen voor staat klinken duidelijk anders. De stem van de muzikante uit Manchester is niet per definitie mooi, maar wel bijzonder. Het is een stem die me af en toe aan Sufjan Stevens doet denken, maar ik heb bij beluistering van You Are The Morning ook met grote regelmaat associaties met de muziek van Elliott Smith.
Ook jasmine.4.t kiest op haar debuutalbum met grote regelmaat voor voornamelijk akoestisch ingekleurde folksongs die opvallen door wat donkere teksten en veel emotie. You Are The Morning is een zeer persoonlijk en dapper album geworden, waarop de Britse muzikante beschrijft hoe moeilijk het is om geaccepteerd te worden als transvrouw, zeker in de deze tijden waarin verdraagzaamheid ten opzichte van iedereen die anders is steeds minder vanzelfsprekend is.
Ik was in eerste instantie niet zo gecharmeerd van de wat onvaste stem van Jasmine Cruikshank en veerde direct enthousiast op toen Phoebe Bridgers plaats nam achter de microfoon, maar na enige gewenning heb ik geen moeite meer met de zang en vind ik de breekbare en emotievolle zang zelfs mooi en met enige regelmaat heel mooi.
Ook de songs van de Britse muzikante spreken me steeds meer aan. Het zijn songs die worden opgetild door de bijdragen van Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus, maar de basis wordt gevormd door het talent van jasmine.4.t, die al haar gevoel in de songs op het album heeft gelegd en die uiteindelijk trots is op de persoon die ze is, wat anderen hier ook van vinden.
Ik ben heel benieuwd hoe de muziek van jasmine.4.t zich de komende jaren gaat ontwikkelen, maar hoe vaker ik naar You Are The Morning luister, hoe meer ik onder de indruk ben van het talent van de Britse muzikante. De songs op het album zijn verrassend veelkleurig en het zijn bovendien songs die veel knapper in elkaar zitten dan je bij eerste beluistering kunt vermoeden. Zeker de meest ingetogen songs op het album beschikken over het vermogen om diep onder de huid te kruipen, wat het debuutalbum van jasmine.4.t nog wat knapper en interessanter maakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: jasmine.4.t - You Are The Morning - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: jasmine.4.t - You Are The Morning
De muzikale carrière van de Britse muzikante jasmine.4.t kreeg een enorme boost toen Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus zich over haar ontfermden, wat uiteindelijk het fraaie You Are The Morning opleverde
Jasmine Cruikshank had het niet makkelijk toen ze besloot om als transvrouw door het leven te gaan, maar gelukkig waren er mensen die wel onbevooroordeeld naar haar muziek wilden luisteren. Onder hen Boygenius lid Lucy Dacus, die het debuutalbum van jasmine.4.t een stuk dichterbij heeft gebracht. You Are The Morning is een zeer persoonlijk en intiem album, waarop jasmine.4.t zich zonder gêne bloot geeft. Het is in muzikaal opzicht een interessant album met een serie bijzondere songs en dan is er ook nog de zang van Jasmine Cruikshank. Het is zang waar ik even aan moest wennen, maar het is zang die inmiddels flink binnen komt. Het levert een bijzonder en heel erg goed album op.
jasmine.4.t is het alter ego van de Britse muzikante Jasmine Cruikshank, die als transvrouw door het leven gaat. De muzikante uit Manchester heeft een aantal zware jaren achter de rug nadat ze haar transitie had aangekondigd. Het maakte een einde aan haar huwelijk en ook bij haar eigen familie werd ze niet geaccepteerd als transvrouw.
De redding kwam uiteindelijk van niemand minder dan de Amerikaanse muzikante en Boygenius lid Lucy Dacus, die onder de indruk was van de muziek van jasmine.4.t en haar vroeg als support act. Lucy Dacus liet uiteindelijk een demo van de muziek van jasmine.4.t horen aan Phoebe Bridgers, die de Britse muzikante onmiddellijk een contract aanbood bij haar label Saddest Factory Records.
Op dat label is deze week You Are The Morning, het debuutalbum van jasmine.4.t verschenen. De Britse muzikante verruilde Manchester tijdelijk voor Los Angeles, waar ze in de studio gezelschap kreeg van haar uit transvrouwen samengestelde band en alle drie de leden van Boygenius. Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus produceerden het debuutalbum van jasmine.4.t en dragen ook in vocaal opzicht bij aan een aantal tracks op het album.
Deze tracks hebben een hoog Boygenius gehalte, maar de songs waarin Jasmine Cruikshank er in vocaal opzicht alleen voor staat klinken duidelijk anders. De stem van de muzikante uit Manchester is niet per definitie mooi, maar wel bijzonder. Het is een stem die me af en toe aan Sufjan Stevens doet denken, maar ik heb bij beluistering van You Are The Morning ook met grote regelmaat associaties met de muziek van Elliott Smith.
Ook jasmine.4.t kiest op haar debuutalbum met grote regelmaat voor voornamelijk akoestisch ingekleurde folksongs die opvallen door wat donkere teksten en veel emotie. You Are The Morning is een zeer persoonlijk en dapper album geworden, waarop de Britse muzikante beschrijft hoe moeilijk het is om geaccepteerd te worden als transvrouw, zeker in de deze tijden waarin verdraagzaamheid ten opzichte van iedereen die anders is steeds minder vanzelfsprekend is.
Ik was in eerste instantie niet zo gecharmeerd van de wat onvaste stem van Jasmine Cruikshank en veerde direct enthousiast op toen Phoebe Bridgers plaats nam achter de microfoon, maar na enige gewenning heb ik geen moeite meer met de zang en vind ik de breekbare en emotievolle zang zelfs mooi en met enige regelmaat heel mooi.
Ook de songs van de Britse muzikante spreken me steeds meer aan. Het zijn songs die worden opgetild door de bijdragen van Julien Baker, Phoebe Bridgers en Lucy Dacus, maar de basis wordt gevormd door het talent van jasmine.4.t, die al haar gevoel in de songs op het album heeft gelegd en die uiteindelijk trots is op de persoon die ze is, wat anderen hier ook van vinden.
Ik ben heel benieuwd hoe de muziek van jasmine.4.t zich de komende jaren gaat ontwikkelen, maar hoe vaker ik naar You Are The Morning luister, hoe meer ik onder de indruk ben van het talent van de Britse muzikante. De songs op het album zijn verrassend veelkleurig en het zijn bovendien songs die veel knapper in elkaar zitten dan je bij eerste beluistering kunt vermoeden. Zeker de meest ingetogen songs op het album beschikken over het vermogen om diep onder de huid te kruipen, wat het debuutalbum van jasmine.4.t nog wat knapper en interessanter maakt. Erwin Zijleman
Jason Isbell - Foxes in the Snow (2025)

4,0
6
geplaatst: 8 maart 2025, 11:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jason Isbell - Foxes In The Snow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jason Isbell - Foxes In The Snow
Na een aantal albums met zijn band The 400 Unit moeten we het op Foxes In The Snow doen met alleen de akoestische gitaar en de stem van Jason Isbell, maar het resultaat is ook dit keer bijzonder mooi
Het is een prachtig stapeltje albums dat de Amerikaanse muzikant Jason Isbell, al dan niet begeleid door zijn band The 400 Unit, op zijn naam heeft staan. Na het einde van zijn huwelijk met muzikante Amanda Shires dook hij in zijn eentje een fameuze studio in New York in om Foxes In The Snow op te nemen. Het is het meest sobere album dat Jason Isbell tot dusver heeft uitgebracht, want meer dan de akoestische gitaar en de stem van de Amerikaanse muzikant is er niet te horen. Het is knap om met deze bescheiden middelen indruk te maken, maar Jason Isbell doet het. De Amerikaanse muzikant behoort tot de beste songwriters van het moment en vertolkt de songs op Foxes In The Snow met veel gevoel. Indrukwekkend.
Jason Isbell verliet in 2007 de Amerikaanse band Drive-By Truckers om aan een solocarrière te beginnen. Het werd een ware zegetocht, die Jason Isbell inmiddels heeft geschaard onder de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Het heeft de afgelopen achttien jaar een stapeltje uitstekende albums opgeleverd, waarvan de meerderheid werd gemaakt met zijn band The 400 Unit, waar ook zijn inmiddels ex-vrouw Amanda Shires deel van uit maakte.
The 400 Unit schittert door afwezigheid op het deze week verschenen Foxes In The Snow, dat volgt op een korte Europese tour, die de Amerikaanse muzikant onder andere in de hoofdstedelijke poptempel Paradiso bracht. Op het podium was Jason Isbell in zijn uppie te zien en ook op Foxes In The Snow moeten we het doen met slechts zijn gitaarspel en stem.
Foxes In The Snow werd samen met co-producer Gena Johnson in slechts vijf dagen opgenomen in de legendarische Electric Lady Studios in New York, waar Jason Isbell slechts een stokoude akoestische gitaar en een microfoon nodig had. Het levert een album op van een soort dat tegenwoordig niet al te veel meer wordt gemaakt, want hoeveel muzikanten durven nog te vertrouwen op wat akoestische gitaarakkoorden en hun stem?
Ik ben zelf eerlijk gezegd meestal ook niet zo enthousiast over dit soort albums, want er zijn niet veel muzikanten die met een akoestische gitaar en een stem mijn aandacht vast kunnen houden. Jason Isbell kan het wel op Foxes In The Snow en maakt wat mij betreft indruk.
Het is deels de verdienste van het fraaie akoestische gitaarspel, dat op zich niet heel gevarieerd is, zeker niet binnen de songs, maar wel zeer trefzeker. Dat laatste geldt in nog veel sterkere mate voor de zang van de Amerikaanse muzikant, die beschikt over een mooie maar ook emotievolle stem en die bovendien verschillende klankkleuren laat horen.
Foxes In The Snow volgt op het einde van het huwelijk van Jason Isbell en Amanda Shares en dat is een thema dat een enkele keer terug komt op het album. Toch is het zeker geen standaard breakup album, want Jason Isbell heeft de ergste pijn inmiddels achter zich gelaten en kijkt ook alweer vooruit en lijkt al een nieuwe liefde te hebben gevonden. Bij dit soort akoestische albums moet ik altijd aan Nebraska van Bruce Springsteen denken. Foxes In The Snow is de Nebraska in het oeuvre van Jason Isbell, maar de albums zijn slechts ten dele vergelijkbaar.
Na mijn eerste beluistering van het nieuwe album van Jason Isbell was ik best onder de indruk, maar ook wel wat bang dat het album me snel zou gaan vervelen, maar dat is niet gebeurd. De songs op Foxes In The Snow worden zeker niet minder wanneer je het album vaker hoort, wat iets zegt over de kwaliteit van het gitaarspel, de zang en zeker ook de songs op het album.
Jason Isbell heeft de afgelopen achttien jaar laten horen dat hij behoort bij de beste verhalenvertellers en songwriters van zijn generatie en dat laat hij ook weer horen op zijn nieuwe album. Na Foxes In The Snow mag Jason Isbell van mij best weer een album met The 400 Unit maken, maar ook dit akoestische en behoorlijk sobere uitstapje verdient absoluut navolging. De lat ligt hoog binnen het oeuvre van Jason Isbell, maar ook Foxes In The Snow is weer een album dat deze hoogte aan kan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Jason Isbell - Foxes In The Snow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jason Isbell - Foxes In The Snow
Na een aantal albums met zijn band The 400 Unit moeten we het op Foxes In The Snow doen met alleen de akoestische gitaar en de stem van Jason Isbell, maar het resultaat is ook dit keer bijzonder mooi
Het is een prachtig stapeltje albums dat de Amerikaanse muzikant Jason Isbell, al dan niet begeleid door zijn band The 400 Unit, op zijn naam heeft staan. Na het einde van zijn huwelijk met muzikante Amanda Shires dook hij in zijn eentje een fameuze studio in New York in om Foxes In The Snow op te nemen. Het is het meest sobere album dat Jason Isbell tot dusver heeft uitgebracht, want meer dan de akoestische gitaar en de stem van de Amerikaanse muzikant is er niet te horen. Het is knap om met deze bescheiden middelen indruk te maken, maar Jason Isbell doet het. De Amerikaanse muzikant behoort tot de beste songwriters van het moment en vertolkt de songs op Foxes In The Snow met veel gevoel. Indrukwekkend.
Jason Isbell verliet in 2007 de Amerikaanse band Drive-By Truckers om aan een solocarrière te beginnen. Het werd een ware zegetocht, die Jason Isbell inmiddels heeft geschaard onder de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Het heeft de afgelopen achttien jaar een stapeltje uitstekende albums opgeleverd, waarvan de meerderheid werd gemaakt met zijn band The 400 Unit, waar ook zijn inmiddels ex-vrouw Amanda Shires deel van uit maakte.
The 400 Unit schittert door afwezigheid op het deze week verschenen Foxes In The Snow, dat volgt op een korte Europese tour, die de Amerikaanse muzikant onder andere in de hoofdstedelijke poptempel Paradiso bracht. Op het podium was Jason Isbell in zijn uppie te zien en ook op Foxes In The Snow moeten we het doen met slechts zijn gitaarspel en stem.
Foxes In The Snow werd samen met co-producer Gena Johnson in slechts vijf dagen opgenomen in de legendarische Electric Lady Studios in New York, waar Jason Isbell slechts een stokoude akoestische gitaar en een microfoon nodig had. Het levert een album op van een soort dat tegenwoordig niet al te veel meer wordt gemaakt, want hoeveel muzikanten durven nog te vertrouwen op wat akoestische gitaarakkoorden en hun stem?
Ik ben zelf eerlijk gezegd meestal ook niet zo enthousiast over dit soort albums, want er zijn niet veel muzikanten die met een akoestische gitaar en een stem mijn aandacht vast kunnen houden. Jason Isbell kan het wel op Foxes In The Snow en maakt wat mij betreft indruk.
Het is deels de verdienste van het fraaie akoestische gitaarspel, dat op zich niet heel gevarieerd is, zeker niet binnen de songs, maar wel zeer trefzeker. Dat laatste geldt in nog veel sterkere mate voor de zang van de Amerikaanse muzikant, die beschikt over een mooie maar ook emotievolle stem en die bovendien verschillende klankkleuren laat horen.
Foxes In The Snow volgt op het einde van het huwelijk van Jason Isbell en Amanda Shares en dat is een thema dat een enkele keer terug komt op het album. Toch is het zeker geen standaard breakup album, want Jason Isbell heeft de ergste pijn inmiddels achter zich gelaten en kijkt ook alweer vooruit en lijkt al een nieuwe liefde te hebben gevonden. Bij dit soort akoestische albums moet ik altijd aan Nebraska van Bruce Springsteen denken. Foxes In The Snow is de Nebraska in het oeuvre van Jason Isbell, maar de albums zijn slechts ten dele vergelijkbaar.
Na mijn eerste beluistering van het nieuwe album van Jason Isbell was ik best onder de indruk, maar ook wel wat bang dat het album me snel zou gaan vervelen, maar dat is niet gebeurd. De songs op Foxes In The Snow worden zeker niet minder wanneer je het album vaker hoort, wat iets zegt over de kwaliteit van het gitaarspel, de zang en zeker ook de songs op het album.
Jason Isbell heeft de afgelopen achttien jaar laten horen dat hij behoort bij de beste verhalenvertellers en songwriters van zijn generatie en dat laat hij ook weer horen op zijn nieuwe album. Na Foxes In The Snow mag Jason Isbell van mij best weer een album met The 400 Unit maken, maar ook dit akoestische en behoorlijk sobere uitstapje verdient absoluut navolging. De lat ligt hoog binnen het oeuvre van Jason Isbell, maar ook Foxes In The Snow is weer een album dat deze hoogte aan kan. Erwin Zijleman
Jason Isbell - Something More Than Free (2015)

4,5
0
geplaatst: 23 juli 2015, 14:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jason Isbell - Something More Than Free - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jason Isbell maakte na zijn vertrek uit de Drive-By Truckers direct een aantal prima platen, maar zijn grootse vorm liet hij pas horen op het in 2013 verschenen Southeastern, dat uiteindelijk zelfs (terecht) in flink wat jaarlijstjes opdook.
Southeastern was niet alleen een bijzonder veelzijdige plaat, maar ook een hele intense en emotionele plaat. Jason Isbell had zijn leven lange tijd niet op de rails en rekende met Southeastern op indrukwekkende wijze af met zijn demonen.
Zijn leven is inmiddels weer in een wat rustig vaarwater terecht gekomen en dat hoor je op zijn nieuwe plaat Something More Than Free.
Jason Isbell maakt op zijn nieuwe plaat vooral ingetogen muziek en lijkt de rock te hebben afgezworen. Vergeleken met de songs op Southeastern zijn ook zijn teksten een stuk minder heftig, waardoor de nieuwe plaat, zeker bij eerste beluistering, wat minder impact heeft dan de zo indringende voorganger.
Het betekent niet dat Something More Than Free een zwakke plaat is of een duidelijk mindere plaat dan zijn voorganger. Jason Isbell grijpt op zijn nieuwe plaat vooral terug op het verleden en doet dat op hele mooie wijze. Als je bij de eerste paar tracks op de plaat associaties hebt met The Band, met Bruce Springsteen en met Ryan Adams (ten tijde van Heartbreaker) is duidelijk dat Jason Isbell wederom een uitstekende plaat heeft afgeleverd.
Isbell schrijft nog altijd songs die direct bij eerste beluistering iets memorabels hebben en ondanks het feit dat de Amerikaan zijn gevaarlijkste demonen inmiddels heeft verjaagd, zitten zijn teksten nog altijd vol pieken en dalen. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder aangenaam, zonder te vervallen in clichés en de productie van Dave Cobb (die ook Southeastern produceerde) is wederom prachtig.
Something More Than Free mist misschien de rauwe emotie en urgentie van zijn voorganger, maar compenseert dit met een serie erg sterke songs. Het is een plaat die het waarschijnlijk zal moeten doen zonder de superlatieven die Southeastern ten deel vielen, maar ik hoor op het moment echt niet veel rootsplaten die beter zijn dan deze. Prima plaat dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jason Isbell - Something More Than Free - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jason Isbell maakte na zijn vertrek uit de Drive-By Truckers direct een aantal prima platen, maar zijn grootse vorm liet hij pas horen op het in 2013 verschenen Southeastern, dat uiteindelijk zelfs (terecht) in flink wat jaarlijstjes opdook.
Southeastern was niet alleen een bijzonder veelzijdige plaat, maar ook een hele intense en emotionele plaat. Jason Isbell had zijn leven lange tijd niet op de rails en rekende met Southeastern op indrukwekkende wijze af met zijn demonen.
Zijn leven is inmiddels weer in een wat rustig vaarwater terecht gekomen en dat hoor je op zijn nieuwe plaat Something More Than Free.
Jason Isbell maakt op zijn nieuwe plaat vooral ingetogen muziek en lijkt de rock te hebben afgezworen. Vergeleken met de songs op Southeastern zijn ook zijn teksten een stuk minder heftig, waardoor de nieuwe plaat, zeker bij eerste beluistering, wat minder impact heeft dan de zo indringende voorganger.
Het betekent niet dat Something More Than Free een zwakke plaat is of een duidelijk mindere plaat dan zijn voorganger. Jason Isbell grijpt op zijn nieuwe plaat vooral terug op het verleden en doet dat op hele mooie wijze. Als je bij de eerste paar tracks op de plaat associaties hebt met The Band, met Bruce Springsteen en met Ryan Adams (ten tijde van Heartbreaker) is duidelijk dat Jason Isbell wederom een uitstekende plaat heeft afgeleverd.
Isbell schrijft nog altijd songs die direct bij eerste beluistering iets memorabels hebben en ondanks het feit dat de Amerikaan zijn gevaarlijkste demonen inmiddels heeft verjaagd, zitten zijn teksten nog altijd vol pieken en dalen. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder aangenaam, zonder te vervallen in clichés en de productie van Dave Cobb (die ook Southeastern produceerde) is wederom prachtig.
Something More Than Free mist misschien de rauwe emotie en urgentie van zijn voorganger, maar compenseert dit met een serie erg sterke songs. Het is een plaat die het waarschijnlijk zal moeten doen zonder de superlatieven die Southeastern ten deel vielen, maar ik hoor op het moment echt niet veel rootsplaten die beter zijn dan deze. Prima plaat dus. Erwin Zijleman
Jason Isbell and The 400 Unit - Reunions (2020)

4,0
2
geplaatst: 17 mei 2020, 11:44 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jason Isbell & The 400 Unit - Reunions - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jason Isbell & The 400 Unit - Reunions
Het is een tijdje stil geweest rond Jason Isbell, maar met Reunions laat de Amerikaanse muzikant horen dat hij nog altijd behoort tot de smaakmakers binnen de Amerikaans rootsmuziek (en daarbuiten)
Jason Isbell heeft inmiddels een mooi stapeltje albums op zijn naam staan en kan concluderen dat zijn carrière-switch van 2007 goed heeft uitgepakt. Op Reunions werkt de Amerikaanse muzikant met zijn vertrouwde band The 400 Unit en wederom met Nashville’s meest gevraagde producer Dave Cobb en beiden hebben vakwerk afgeleverd. Dat geldt ook weer voor Jason Isbell zelf, die een serie geweldige songs heeft gepend. De voorganger van Reunions vond ik net wat minder dan de andere albums van Jason Isbell, maar met zijn nieuwe album laat de Amerikaanse muzikant weer horen dat hij behoort tot de besten in de genres waarin hij opereert.
Jason Isbell zette in 2007 een onzekere stap toen hij de succesvolle Amerikaanse Southern rockband Drive-By Truckers verliet en zijn eigen weg ging. De solocarrière van de muzikant uit Nashville (oorspronkelijk Green Hill, Alabama) is echter zeer succesvol gebleken en gaat nog altijd minstens gelijk op met die van de band die hij dertien jaar geleden achter zich liet.
Het is voor muziekliefhebbers een win-win situatie, want een paar maanden na het prachtige laatste album van Drive-By Truckers is ook Jason Isbell terug met een nieuw album. Het is een album waar we relatief lang op hebben moeten wachten, want Reunions is de opvolger van het in 2017 verschenen The Nashville Sound.
Op de cover van The Nashville Sound prijkte voor het eerst in jaren weer de naam van de band van Jason Isbell, The 400 Unit, en deze naam staat ook op de cover van het nieuwe album. Reunions ligt sowieso in het verlengde van het vorige album, dat ik overigens net wat minder goed vond dan met name Southeastern uit 2013, maar dat wel liet horen dat Jason Isbell behoort tot de beste songwriters van het moment. Dat hoor je ook weer op Reunions, dat me overigens weer beter bevalt dan The Nashville Sound en niet onder doet voor de beste albums van de Amerikaanse muzikant.
Jason Isbell werkt op Reunions niet alleen opnieuw met zijn band The 400 Unit, maar heeft ook dit keer een beroep gedaan op topproducer Dave Cobb, die ook Reunions weer prachtig heeft ingekleurd. De muziek van Jason Isbell wordt nog altijd vooral in het hokje Amerikaanse rootsmuziek geduwd, maar het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant beweegt zich zeker niet uitsluitend binnen de kaders van het genre en maakt ook op Reunions weer muziek die zeker niet alleen door liefhebbers van rootsmuziek gewaardeerd zal worden.
Producer Dave Cobb heeft zoals gezegd ook dit keer uitstekend werk geleverd met een wat voller geluid, maar ook de band van Jason Isbell steekt in een blakende vorm. Keyboards lijken dit keer net wat aanweziger dan in het verleden, maar het is toch vooral het geweldige gitaarwerk op het album dat de meeste aandacht opeist, al zijn de spaarzame vioolbijdragen van vrouwlief Amanda Shires ook niet te versmaden. Ik heb Jason Isbell nooit een heel groot zanger gevonden, maar zijn wat nasale zang komt altijd wel aan en voorziet zijn muziek bovendien van een aangenaam eigen geluid.
Ook met de songs zit het goed, want de Amerikaanse muzikant tekent ook dit keer voor lekker in het gehoor liggende maar ook aansprekende songs. Het zijn songs met mooie persoonlijke verhalen, met als een van de hoogtepunten een prachtig eerbetoon aan muzikant Neal Casal, maar ook het persoonlijk leven van de Amerikaanse muzikant heeft zijn sporen nagelaten.
Reunions is een typisch Jason Isbell album met een aantal net wat stevigere tracks vol vlammend gitaarwerk of bijna soulvolle klanken, maar het mooist vind ik toch de ingetogen en grotendeels akoestisch uitgevoerde songs met hier en daar wat prachtig elektrisch gitaarwerk. Het is het soort songs dat ik persoonlijk toch het liefst hoor van Jason Isbell en ze bevallen me dit keer extra goed door de mooie en net wat vollere inkleuring. Reunions is verder vooral een degelijk en bijzonder lekker klinkend album van de Amerikaanse muzikant, maar het niveau is ook dit keer weer veel hoger dan je bij oppervlakkige beluistering zal vermoeden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jason Isbell & The 400 Unit - Reunions - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jason Isbell & The 400 Unit - Reunions
Het is een tijdje stil geweest rond Jason Isbell, maar met Reunions laat de Amerikaanse muzikant horen dat hij nog altijd behoort tot de smaakmakers binnen de Amerikaans rootsmuziek (en daarbuiten)
Jason Isbell heeft inmiddels een mooi stapeltje albums op zijn naam staan en kan concluderen dat zijn carrière-switch van 2007 goed heeft uitgepakt. Op Reunions werkt de Amerikaanse muzikant met zijn vertrouwde band The 400 Unit en wederom met Nashville’s meest gevraagde producer Dave Cobb en beiden hebben vakwerk afgeleverd. Dat geldt ook weer voor Jason Isbell zelf, die een serie geweldige songs heeft gepend. De voorganger van Reunions vond ik net wat minder dan de andere albums van Jason Isbell, maar met zijn nieuwe album laat de Amerikaanse muzikant weer horen dat hij behoort tot de besten in de genres waarin hij opereert.
Jason Isbell zette in 2007 een onzekere stap toen hij de succesvolle Amerikaanse Southern rockband Drive-By Truckers verliet en zijn eigen weg ging. De solocarrière van de muzikant uit Nashville (oorspronkelijk Green Hill, Alabama) is echter zeer succesvol gebleken en gaat nog altijd minstens gelijk op met die van de band die hij dertien jaar geleden achter zich liet.
Het is voor muziekliefhebbers een win-win situatie, want een paar maanden na het prachtige laatste album van Drive-By Truckers is ook Jason Isbell terug met een nieuw album. Het is een album waar we relatief lang op hebben moeten wachten, want Reunions is de opvolger van het in 2017 verschenen The Nashville Sound.
Op de cover van The Nashville Sound prijkte voor het eerst in jaren weer de naam van de band van Jason Isbell, The 400 Unit, en deze naam staat ook op de cover van het nieuwe album. Reunions ligt sowieso in het verlengde van het vorige album, dat ik overigens net wat minder goed vond dan met name Southeastern uit 2013, maar dat wel liet horen dat Jason Isbell behoort tot de beste songwriters van het moment. Dat hoor je ook weer op Reunions, dat me overigens weer beter bevalt dan The Nashville Sound en niet onder doet voor de beste albums van de Amerikaanse muzikant.
Jason Isbell werkt op Reunions niet alleen opnieuw met zijn band The 400 Unit, maar heeft ook dit keer een beroep gedaan op topproducer Dave Cobb, die ook Reunions weer prachtig heeft ingekleurd. De muziek van Jason Isbell wordt nog altijd vooral in het hokje Amerikaanse rootsmuziek geduwd, maar het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant beweegt zich zeker niet uitsluitend binnen de kaders van het genre en maakt ook op Reunions weer muziek die zeker niet alleen door liefhebbers van rootsmuziek gewaardeerd zal worden.
Producer Dave Cobb heeft zoals gezegd ook dit keer uitstekend werk geleverd met een wat voller geluid, maar ook de band van Jason Isbell steekt in een blakende vorm. Keyboards lijken dit keer net wat aanweziger dan in het verleden, maar het is toch vooral het geweldige gitaarwerk op het album dat de meeste aandacht opeist, al zijn de spaarzame vioolbijdragen van vrouwlief Amanda Shires ook niet te versmaden. Ik heb Jason Isbell nooit een heel groot zanger gevonden, maar zijn wat nasale zang komt altijd wel aan en voorziet zijn muziek bovendien van een aangenaam eigen geluid.
Ook met de songs zit het goed, want de Amerikaanse muzikant tekent ook dit keer voor lekker in het gehoor liggende maar ook aansprekende songs. Het zijn songs met mooie persoonlijke verhalen, met als een van de hoogtepunten een prachtig eerbetoon aan muzikant Neal Casal, maar ook het persoonlijk leven van de Amerikaanse muzikant heeft zijn sporen nagelaten.
Reunions is een typisch Jason Isbell album met een aantal net wat stevigere tracks vol vlammend gitaarwerk of bijna soulvolle klanken, maar het mooist vind ik toch de ingetogen en grotendeels akoestisch uitgevoerde songs met hier en daar wat prachtig elektrisch gitaarwerk. Het is het soort songs dat ik persoonlijk toch het liefst hoor van Jason Isbell en ze bevallen me dit keer extra goed door de mooie en net wat vollere inkleuring. Reunions is verder vooral een degelijk en bijzonder lekker klinkend album van de Amerikaanse muzikant, maar het niveau is ook dit keer weer veel hoger dan je bij oppervlakkige beluistering zal vermoeden. Erwin Zijleman
Jason Isbell and The 400 Unit - The Nashville Sound (2017)

4,0
0
geplaatst: 20 juni 2017, 17:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jason Isbell & The 400 Unit - The Nashville Sound - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jason Isbell verliet in 2007 de Drive-By Truckers en begon vrijwel direct aan een solocarrière.
Na het uitstekende Sirens Of The Ditch uit hetzelfde jaar, formeerde Jason Isbell in 2008 zijn band The 400 Unit om zijn songs ook op het podium te kunnen vertolken.
The 400 Unit was van de partij op de twee prima platen die Jason Isbell na zijn debuut maakte (Jason Isbell & The 400 Unit uit 2009 en Here We Rest uit 2011), maar was niet van de partij op de twee platen die hierna volgden.
Met deze platen, Southeastern uit 2013 en Something More Than Free uit 2015, groeide Jason Isbell uit tot de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment en leverde de muzikant uit Green Hill, Alabama, bovendien twee onbetwiste jaarlijstjesplaten af.
Op het deze week verschenen The Nashville Sound doet Jason Isbell wederom een beroep op topproducer Dave Cobb, die ook de twee vorige platen zo mooi produceerde, maar is ook The 400 Unit terug van weggeweest. Heeft de terugkeer van de band veel effect op het geluid van Jason Isbell? Ja en nee.
The Nashville Sound bevat flink wat meer ingetogen songs die ook op de twee vorige platen hadden kunnen staan, maar bevat ook een aantal net wat stevigere en voller klinkende songs, waarin de muziek van Jason Isbell wordt voorzien van een bandgeluid. In de wat stevigere songs combineert het gitaarwerk van Jason Isbell buitengewoon fraai met dat van The 400 Unit gitarist Sadler Vaden, maar ook Jason Isbell’s vrouw Amanda Shires mag net wat steviger uithalen met haar viool. Deze Amanda Shires zorgt overigens ook voor de achtergrondvocalen en deze zijn ook dit keer weer prachtig en tillen de songs naar nog net wat grotere hoogten.
De invloed van The 400 Unit is in de meeste songs beperkt, maar de aanwezigheid van de band voorziet The Nashville Sound wel van net wat meer dynamiek en variatie. Persoonlijk hoor ik Jason Isbell liever in wat meer ingetogen songs, maar de schoonheid van deze songs wordt alleen maar benadrukt door het incidentele stevigere werk, dat herinnert aan de band die Jason Isbell tien jaar geleden verliet.
De dynamiek en variatie dragen absoluut bij aan de schoonheid van de plaat, maar ook The Nashville Sound wordt gedragen door de geweldige songs van Jason Isbell. Het is nauwelijks te geloven dat Jason Isbell tien jaar geleden slechts een bescheiden rol had bij Drive-By Truckers, want ook op The Nashville Sound laat de Amerikaan weer horen dat hij behoort tot de beste songwriters binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment.
De nieuwe plaat van Jason Isbell en zijn band maakt niet alleen indruk met geweldige songs, maar ook met een doeltreffende en gevarieerde instrumentatie, een zeer trefzekere productie van Dave Cobb en zeker ook door de emotievolle zang van Jason Isbell, die de afgelopen jaren alleen maar beter is gaan zingen.
De conclusie zal duidelijk zijn: Jason Isbell heeft wederom een plaat gemaakt waar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek niet omheen kunnen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jason Isbell & The 400 Unit - The Nashville Sound - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jason Isbell verliet in 2007 de Drive-By Truckers en begon vrijwel direct aan een solocarrière.
Na het uitstekende Sirens Of The Ditch uit hetzelfde jaar, formeerde Jason Isbell in 2008 zijn band The 400 Unit om zijn songs ook op het podium te kunnen vertolken.
The 400 Unit was van de partij op de twee prima platen die Jason Isbell na zijn debuut maakte (Jason Isbell & The 400 Unit uit 2009 en Here We Rest uit 2011), maar was niet van de partij op de twee platen die hierna volgden.
Met deze platen, Southeastern uit 2013 en Something More Than Free uit 2015, groeide Jason Isbell uit tot de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment en leverde de muzikant uit Green Hill, Alabama, bovendien twee onbetwiste jaarlijstjesplaten af.
Op het deze week verschenen The Nashville Sound doet Jason Isbell wederom een beroep op topproducer Dave Cobb, die ook de twee vorige platen zo mooi produceerde, maar is ook The 400 Unit terug van weggeweest. Heeft de terugkeer van de band veel effect op het geluid van Jason Isbell? Ja en nee.
The Nashville Sound bevat flink wat meer ingetogen songs die ook op de twee vorige platen hadden kunnen staan, maar bevat ook een aantal net wat stevigere en voller klinkende songs, waarin de muziek van Jason Isbell wordt voorzien van een bandgeluid. In de wat stevigere songs combineert het gitaarwerk van Jason Isbell buitengewoon fraai met dat van The 400 Unit gitarist Sadler Vaden, maar ook Jason Isbell’s vrouw Amanda Shires mag net wat steviger uithalen met haar viool. Deze Amanda Shires zorgt overigens ook voor de achtergrondvocalen en deze zijn ook dit keer weer prachtig en tillen de songs naar nog net wat grotere hoogten.
De invloed van The 400 Unit is in de meeste songs beperkt, maar de aanwezigheid van de band voorziet The Nashville Sound wel van net wat meer dynamiek en variatie. Persoonlijk hoor ik Jason Isbell liever in wat meer ingetogen songs, maar de schoonheid van deze songs wordt alleen maar benadrukt door het incidentele stevigere werk, dat herinnert aan de band die Jason Isbell tien jaar geleden verliet.
De dynamiek en variatie dragen absoluut bij aan de schoonheid van de plaat, maar ook The Nashville Sound wordt gedragen door de geweldige songs van Jason Isbell. Het is nauwelijks te geloven dat Jason Isbell tien jaar geleden slechts een bescheiden rol had bij Drive-By Truckers, want ook op The Nashville Sound laat de Amerikaan weer horen dat hij behoort tot de beste songwriters binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment.
De nieuwe plaat van Jason Isbell en zijn band maakt niet alleen indruk met geweldige songs, maar ook met een doeltreffende en gevarieerde instrumentatie, een zeer trefzekere productie van Dave Cobb en zeker ook door de emotievolle zang van Jason Isbell, die de afgelopen jaren alleen maar beter is gaan zingen.
De conclusie zal duidelijk zijn: Jason Isbell heeft wederom een plaat gemaakt waar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek niet omheen kunnen. Erwin Zijleman
