Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Joss Stone - Water for Your Soul (2015)

4,0
0
geplaatst: 21 augustus 2015, 15:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joss Stone - Water For Your Soul - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Joss Stone maakte op haar zestiende een geweldige soulplaat, die ze waarschijnlijk nooit meer gaat overtreffen. The Soul Sessions uit 2003 maakte indruk door de geweldige selectie klassieke soulsongs, door de fantastisch spelende band en natuurlijk door de sensationeel goede stem van Joss Stone, die op haar zestiende al klonk als een doorleefde soul diva.
De magie (of de verrassing) van The Soul Sessions ontbrak grotendeels op de platen die Joss Stone sindsdien heeft uitgebracht, maar desondanks waren de meeste platen van de Britse zangeres helemaal niet slecht.
Joss Stone slaagde er op vrijwel al haar platen in om eigentijdse invloeden toe te voegen aan het klassieke soulgeluid en bleef dankzij haar imponerende stem altijd aan de goede kant van de streep.
Veel minder geslaagd was Joss Stone’s deelname aan de ‘supergroep’ Superheavy, maar het geflopte project bracht haar wel in contact met Damian Marley. Marley produceerde Water For Your Soul, al weer de zevende plaat van de inmiddels 28 jaar oude Joss Stone.
Damian Marley en Joss Stone waren oorspronkelijk van plan om een authentiek klinkend reggae album te maken, maar dat is Water For Your Soul niet geworden. Het is aan de ene kant jammer, want de zonnige reggae klanken uit de openingstrack kleuren verrassend goed bij de rauwe soulstrot van Joss Stone. Aan de andere kant valt er weinig te klagen, want met Water For Your Soul heeft de Britse zangeres een lekker veelzijdige en over de hele linie overtuigende soulplaat gemaakt.
Joss Stone kent nog altijd haar klassiekers uit de oude soul, maar verrijkt haar songs ook dit keer met tal van invloeden, waaronder invloeden uit de wereldmuziek (waaronder de reggae). Water For Your Soul klinkt heerlijk zomers en broeierig en is de meeste andere platen in dit segment met gemak de baas. Deels door de veelheid aan invloeden, maar vooral door de stem van Joss Stone, die sinds The Soul Sessions alleen maar beter is geworden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Joss Stone - Water For Your Soul - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Joss Stone maakte op haar zestiende een geweldige soulplaat, die ze waarschijnlijk nooit meer gaat overtreffen. The Soul Sessions uit 2003 maakte indruk door de geweldige selectie klassieke soulsongs, door de fantastisch spelende band en natuurlijk door de sensationeel goede stem van Joss Stone, die op haar zestiende al klonk als een doorleefde soul diva.
De magie (of de verrassing) van The Soul Sessions ontbrak grotendeels op de platen die Joss Stone sindsdien heeft uitgebracht, maar desondanks waren de meeste platen van de Britse zangeres helemaal niet slecht.
Joss Stone slaagde er op vrijwel al haar platen in om eigentijdse invloeden toe te voegen aan het klassieke soulgeluid en bleef dankzij haar imponerende stem altijd aan de goede kant van de streep.
Veel minder geslaagd was Joss Stone’s deelname aan de ‘supergroep’ Superheavy, maar het geflopte project bracht haar wel in contact met Damian Marley. Marley produceerde Water For Your Soul, al weer de zevende plaat van de inmiddels 28 jaar oude Joss Stone.
Damian Marley en Joss Stone waren oorspronkelijk van plan om een authentiek klinkend reggae album te maken, maar dat is Water For Your Soul niet geworden. Het is aan de ene kant jammer, want de zonnige reggae klanken uit de openingstrack kleuren verrassend goed bij de rauwe soulstrot van Joss Stone. Aan de andere kant valt er weinig te klagen, want met Water For Your Soul heeft de Britse zangeres een lekker veelzijdige en over de hele linie overtuigende soulplaat gemaakt.
Joss Stone kent nog altijd haar klassiekers uit de oude soul, maar verrijkt haar songs ook dit keer met tal van invloeden, waaronder invloeden uit de wereldmuziek (waaronder de reggae). Water For Your Soul klinkt heerlijk zomers en broeierig en is de meeste andere platen in dit segment met gemak de baas. Deels door de veelheid aan invloeden, maar vooral door de stem van Joss Stone, die sinds The Soul Sessions alleen maar beter is geworden. Erwin Zijleman
Joy Crookes - Skin (2021)

4,0
1
geplaatst: 19 december 2021, 10:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joy Crookes - Skin - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joy Crookes - Skin
Joy Crookes beweegt zich op haar debuutalbum Skin uiterst soepel door een aantal genres en door de tijd en overtuigt zowel in muzikaal als in vocaal opzicht met een album dat echt alle aandacht verdient
Skin van Joy Crookes verscheen een paar maanden geleden en is toch wel wat ondergesneeuwd helaas. Ik heb het album zelf ook een tijd laten liggen, maar toen ik het onlangs weer oppakte was ik direct onder de indruk. De vanuit Londen opererende muzikante kan uit de voeten met jazz, soul, R&B, triphop en nog wat exotische invloeden en wandelt met zevenmijlslaarzen door de tijd. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker, zeker als het tempo wat lager ligt. De sterkste wapens van Joy Crookes op Skin zijn echter haar stem en het gevoel waarmee ze haar songs vertolkt. Skin heeft veel minder aandacht gekregen dan albums van een aantal andere Britse zangeressen, maar steekt er in kwalitatief opzicht bovenuit.
De Britse muzikante Cleo Sol haalde dit jaar met haar tweede album Mother de top 10 van mijn jaarlijstje. Ik ontdekte haar album in de week waarin ook het nieuwe album van Adele verscheen en kon al heel snel concluderen dat het album van Cleo Sol veel en veel beter is dan het hier en daar toch uitvoerig bejubelde album van Adele, wat pas halverwege enigszins tot leven komt.
Skin, het debuutalbum van de eveneens Britse muzikante Joy Crookes, liet ik eerder dit jaar liggen, maar ook dit is een album dat wat mij betreft vele malen beter is dan het album van Adele. Hiermee houdt de vergelijking met Adele wat mij betreft ook direct op, want buiten het feit dat ook Joy Crookes vanuit Londen opereert en een soulvolle stem heeft, hoor ik niet veel overeenkomsten tussen de twee.
Joy Crookes heeft zowel Ierse als Bengaalse wortels, maar groeide op in Zuid Londen in een smeltkroes van allerlei soorten muziek. Op Skin vermengt Joy Crookes invloeden uit de soul, jazz, triphop en R&B en wat mij betreft slaagt ze er in om een bijzonder eigen geluid te creëren, waaraan ook nog wat exotische invloeden uit de Zuid Londense smeltkroes zijn toegevoegd.
Het is een geluid dat af en toe ver terug gaat in de tijd, zeker wanneer invloeden uit de jazz een belangrijke rol spelen, maar Skin is ook een eigentijds album. Zeker wanneer jazz en soul domineren in de muziek van Joy Crookes, hoor je af en toe flarden Amy Winehouse in zowel de zang als in de muziek op Skin, maar het album kan meerdere kanten op.
Skin bevat een aantal opvallende muzikale uitstapjes en valt verder op door het incidentele gebruik van strijkers en geluidsfragmenten. Het zorgt er voor dat het debuutalbum van Joy Crookes anders klinkt dan de albums van al haar jonge soortgenoten met een soulvolle stem en daar zijn er inmiddels heel veel van.
Joy Crookes is wat mij betreft ook een veel betere zangeres dan de meeste van deze soortgenoten. Ze beschikt over een karakteristiek eigen stemgeluid en verder doseert ze prachtig, wat zorgt voor een album dat prachtig kan schakelen tussen meer ingetogen en meer uitbundige passages. Joy Crookes zingt op haar debuutalbum bovendien met heel veel gevoel, wat weer past bij de teksten, die voor de afwisseling eens ergens over gaan.
Het is knap hoe Skin zich met reuzenstappen door de tijd beweegt. Het ene moment hoor je jazz die zomaar honderd jaar oud kan zijn, maar de Britse muzikante kan ook uit de voeten met 70s soul, met 90s triphop of met hedendaagse R&B en sleept er tussendoor van alles bij, waardoor het album blijft verrassen.
Joy Crookes houdt het tempo op het grootste deel van het album betrekkelijk laag en dat is een wijs besluit. In de zich wat langzamer voortslepende tracks op het album vind ik de instrumentatie het mooist en ook de zang komt in deze tracks het best tot zijn recht, wat met enige regelmaat goed is voor kippenvel.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik het debuutalbum van Joy Crookes bij eerste beluisteringen wat lastig kon plaatsen, wat ook de reden is dat ik het album ten tijde van de release liet liggen, maar nu ik Skin veel vaker heb gehoord, raak ik steeds meer onder de indruk van de songs, van de klanken en vooral van de heerlijke stem van de Britse muzikante, die zich soepel beweegt door een in muzikaal opzicht fascinerend landschap.
In Nederland heeft Joy Crookes volgens mij niet veel aandacht gekregen en hetzelfde geldt voor de prachtplaat van Cleo Sol. Dat beide albums veel beter zijn dan die van Adele hoef ik niet nogmaals te herhalen, maar ik doe het toch. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Joy Crookes - Skin - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joy Crookes - Skin
Joy Crookes beweegt zich op haar debuutalbum Skin uiterst soepel door een aantal genres en door de tijd en overtuigt zowel in muzikaal als in vocaal opzicht met een album dat echt alle aandacht verdient
Skin van Joy Crookes verscheen een paar maanden geleden en is toch wel wat ondergesneeuwd helaas. Ik heb het album zelf ook een tijd laten liggen, maar toen ik het onlangs weer oppakte was ik direct onder de indruk. De vanuit Londen opererende muzikante kan uit de voeten met jazz, soul, R&B, triphop en nog wat exotische invloeden en wandelt met zevenmijlslaarzen door de tijd. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker, zeker als het tempo wat lager ligt. De sterkste wapens van Joy Crookes op Skin zijn echter haar stem en het gevoel waarmee ze haar songs vertolkt. Skin heeft veel minder aandacht gekregen dan albums van een aantal andere Britse zangeressen, maar steekt er in kwalitatief opzicht bovenuit.
De Britse muzikante Cleo Sol haalde dit jaar met haar tweede album Mother de top 10 van mijn jaarlijstje. Ik ontdekte haar album in de week waarin ook het nieuwe album van Adele verscheen en kon al heel snel concluderen dat het album van Cleo Sol veel en veel beter is dan het hier en daar toch uitvoerig bejubelde album van Adele, wat pas halverwege enigszins tot leven komt.
Skin, het debuutalbum van de eveneens Britse muzikante Joy Crookes, liet ik eerder dit jaar liggen, maar ook dit is een album dat wat mij betreft vele malen beter is dan het album van Adele. Hiermee houdt de vergelijking met Adele wat mij betreft ook direct op, want buiten het feit dat ook Joy Crookes vanuit Londen opereert en een soulvolle stem heeft, hoor ik niet veel overeenkomsten tussen de twee.
Joy Crookes heeft zowel Ierse als Bengaalse wortels, maar groeide op in Zuid Londen in een smeltkroes van allerlei soorten muziek. Op Skin vermengt Joy Crookes invloeden uit de soul, jazz, triphop en R&B en wat mij betreft slaagt ze er in om een bijzonder eigen geluid te creëren, waaraan ook nog wat exotische invloeden uit de Zuid Londense smeltkroes zijn toegevoegd.
Het is een geluid dat af en toe ver terug gaat in de tijd, zeker wanneer invloeden uit de jazz een belangrijke rol spelen, maar Skin is ook een eigentijds album. Zeker wanneer jazz en soul domineren in de muziek van Joy Crookes, hoor je af en toe flarden Amy Winehouse in zowel de zang als in de muziek op Skin, maar het album kan meerdere kanten op.
Skin bevat een aantal opvallende muzikale uitstapjes en valt verder op door het incidentele gebruik van strijkers en geluidsfragmenten. Het zorgt er voor dat het debuutalbum van Joy Crookes anders klinkt dan de albums van al haar jonge soortgenoten met een soulvolle stem en daar zijn er inmiddels heel veel van.
Joy Crookes is wat mij betreft ook een veel betere zangeres dan de meeste van deze soortgenoten. Ze beschikt over een karakteristiek eigen stemgeluid en verder doseert ze prachtig, wat zorgt voor een album dat prachtig kan schakelen tussen meer ingetogen en meer uitbundige passages. Joy Crookes zingt op haar debuutalbum bovendien met heel veel gevoel, wat weer past bij de teksten, die voor de afwisseling eens ergens over gaan.
Het is knap hoe Skin zich met reuzenstappen door de tijd beweegt. Het ene moment hoor je jazz die zomaar honderd jaar oud kan zijn, maar de Britse muzikante kan ook uit de voeten met 70s soul, met 90s triphop of met hedendaagse R&B en sleept er tussendoor van alles bij, waardoor het album blijft verrassen.
Joy Crookes houdt het tempo op het grootste deel van het album betrekkelijk laag en dat is een wijs besluit. In de zich wat langzamer voortslepende tracks op het album vind ik de instrumentatie het mooist en ook de zang komt in deze tracks het best tot zijn recht, wat met enige regelmaat goed is voor kippenvel.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik het debuutalbum van Joy Crookes bij eerste beluisteringen wat lastig kon plaatsen, wat ook de reden is dat ik het album ten tijde van de release liet liggen, maar nu ik Skin veel vaker heb gehoord, raak ik steeds meer onder de indruk van de songs, van de klanken en vooral van de heerlijke stem van de Britse muzikante, die zich soepel beweegt door een in muzikaal opzicht fascinerend landschap.
In Nederland heeft Joy Crookes volgens mij niet veel aandacht gekregen en hetzelfde geldt voor de prachtplaat van Cleo Sol. Dat beide albums veel beter zijn dan die van Adele hoef ik niet nogmaals te herhalen, maar ik doe het toch. Erwin Zijleman
Joy Division - Closer (1980)

4,5
4
geplaatst: 24 juli 2020, 12:21 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joy Division - Closer, 40th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joy Division - Closer, 40th Anniversary Edition
Veertig jaar geleden kon ik er niet zo veel mee, maar bij de hernieuwde kennismaking met Joy Division’s Closer kan ik alleen maar concluderen dat het een prachtplaat is
Veertig jaar geleden verscheen Closer, het tweede album van de Britse band Jo Division. Zanger Ian Curtis zou de release niet meer mee maken, wat het album nog wat extra lading mee gaf. Closer was me veertig jaar geleden veel te donker of zelfs deprimerend, maar wat is het een prachtalbum. De drums, de bassen, de gitaren, de synths; alles vormt een blauwdruk voor veel muziek die in de jaren 80 gemaakt zou worden. En dan is er ook nog de bijna wanhopige zang van Ian Curtis. Ik kon er veertig jaar geleden niet veel mee, maar inmiddels vind ik het echt prachtig. Zijn die reissues er toch niet helemaal voor niets, want dit album moet je gehoord hebben.
In mijn platenkast staan al een jaar of veertig de eerste twee albums van Joy Division. Het waren albums waar je in 1979 en 1980 vrijwel niet omheen kon, al was het maar vanwege de zeer lovende recensies, maar als ik heel eerlijk ben, kon ik er destijds niet zo heel veel mee. De donkere bassen, de vervormde gitaren en dan ook nog eens de gedeprimeerde zang van Ian Curtis; je moest er absoluut tegen kunnen en dat kon ik destijds niet.
Ik heb de platen van Joy Division ook nooit meer uit de platenkast gehaald, maar ze kregen deze week wel gezelschap van de reissue van Closer, dat dit jaar zijn veertigste verjaardag viert. Ian Curtis zou de geboorte van het album niet eens meer mee maken, want hij maakte een eind aan zijn leven voordat Closer het daglicht zag.
Ik heb het album voor mijn gevoel maar een paar keer beluisterd, maar het moet vaker zijn geweest, want zodra de eerste noten van het nieuwe vinyl uit de speakers kwamen, was het een feest van herkenning, al gaan Joy Division en feest eigenlijk niet samen. Openingstrack Atrocity Exhibition joeg me veertig jaar geleden direct op de kast, maar wat is het goed. De roffelende drums van Stephen Morris (die vorig jaar een prachtig boek schreef over zijn jaren in Joy Division), de diepe baslijnen van Peter Hook, de zwaar vervormde gitaren van Bernard Albrecht en de aardedonkere zang van Ian Curtis; het valt voor mij opeens allemaal op zijn plek, net als de al even mooie als ruwe productie van de legendarische Martin Hannett.
Wat mij veertig jaar geleden niet wist te raken, komt nu opeens hard binnen. In muzikaal opzicht is het spannend maar ook uiterst trefzeker en in de stem van Ian Curtis hoor je de ellende en de wanhoop. Het is een prachtig begin van een album dat al veertig jaar een klassieker is, maar nu ook voor mij dit predicaat verdient.
Closer vervolgt met het lichtvoetigere Isolation dat nog steeds opvalt door diepe bassen, maar de roffelende drums heeft verruild voor een strak ritme en de vervormde gitaren voor wat kleurigere synths. Ian Curtis klinkt ook net wat opgewekter, al is dat in zijn geval een relatief begrip. Passover is wat meer ingetogen en stemmiger, met een wat subtielere instrumentatie en bijzonder indringende vocalen. Colony is weer wat steviger, maar waar ik de track 40 jaar geleden nauwelijks kon verdragen is het nu vooral indrukwekkend.
A Means To An End is zowaar dansbaar en brengt direct herinneringen naar de doomy dansvloeren van de jaren 80 naar boven. Heart And Soul is wat experimenteler, maar is ook een blauwdruk voor de betere 80s new wave, net als Twenty Four Hours dat klinkt als de jonge Simple Minds met levenservaring. The Eternal klinkt weer totaal anders. Donkerder, ingetogener en bijna sereen wanneer de stem van Ian Curtis, die opeens minder gedeprimeerd klinkt wordt begeleid door piano, waarna het door synths gedomineerde Decades fraai afsluit met een vleugje Kraftwerk en de indringende laatste noten van Ian Curtis.
Ik had er veertig jaar geleden maar weinig mee, maar vind het nu allemaal even mooi en indrukwekkend. Toch ook nog maar eens naar Unknown Pleasures luisteren, want daarvan heb ik de reissue vorig jaar nog laten liggen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Joy Division - Closer, 40th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joy Division - Closer, 40th Anniversary Edition
Veertig jaar geleden kon ik er niet zo veel mee, maar bij de hernieuwde kennismaking met Joy Division’s Closer kan ik alleen maar concluderen dat het een prachtplaat is
Veertig jaar geleden verscheen Closer, het tweede album van de Britse band Jo Division. Zanger Ian Curtis zou de release niet meer mee maken, wat het album nog wat extra lading mee gaf. Closer was me veertig jaar geleden veel te donker of zelfs deprimerend, maar wat is het een prachtalbum. De drums, de bassen, de gitaren, de synths; alles vormt een blauwdruk voor veel muziek die in de jaren 80 gemaakt zou worden. En dan is er ook nog de bijna wanhopige zang van Ian Curtis. Ik kon er veertig jaar geleden niet veel mee, maar inmiddels vind ik het echt prachtig. Zijn die reissues er toch niet helemaal voor niets, want dit album moet je gehoord hebben.
In mijn platenkast staan al een jaar of veertig de eerste twee albums van Joy Division. Het waren albums waar je in 1979 en 1980 vrijwel niet omheen kon, al was het maar vanwege de zeer lovende recensies, maar als ik heel eerlijk ben, kon ik er destijds niet zo heel veel mee. De donkere bassen, de vervormde gitaren en dan ook nog eens de gedeprimeerde zang van Ian Curtis; je moest er absoluut tegen kunnen en dat kon ik destijds niet.
Ik heb de platen van Joy Division ook nooit meer uit de platenkast gehaald, maar ze kregen deze week wel gezelschap van de reissue van Closer, dat dit jaar zijn veertigste verjaardag viert. Ian Curtis zou de geboorte van het album niet eens meer mee maken, want hij maakte een eind aan zijn leven voordat Closer het daglicht zag.
Ik heb het album voor mijn gevoel maar een paar keer beluisterd, maar het moet vaker zijn geweest, want zodra de eerste noten van het nieuwe vinyl uit de speakers kwamen, was het een feest van herkenning, al gaan Joy Division en feest eigenlijk niet samen. Openingstrack Atrocity Exhibition joeg me veertig jaar geleden direct op de kast, maar wat is het goed. De roffelende drums van Stephen Morris (die vorig jaar een prachtig boek schreef over zijn jaren in Joy Division), de diepe baslijnen van Peter Hook, de zwaar vervormde gitaren van Bernard Albrecht en de aardedonkere zang van Ian Curtis; het valt voor mij opeens allemaal op zijn plek, net als de al even mooie als ruwe productie van de legendarische Martin Hannett.
Wat mij veertig jaar geleden niet wist te raken, komt nu opeens hard binnen. In muzikaal opzicht is het spannend maar ook uiterst trefzeker en in de stem van Ian Curtis hoor je de ellende en de wanhoop. Het is een prachtig begin van een album dat al veertig jaar een klassieker is, maar nu ook voor mij dit predicaat verdient.
Closer vervolgt met het lichtvoetigere Isolation dat nog steeds opvalt door diepe bassen, maar de roffelende drums heeft verruild voor een strak ritme en de vervormde gitaren voor wat kleurigere synths. Ian Curtis klinkt ook net wat opgewekter, al is dat in zijn geval een relatief begrip. Passover is wat meer ingetogen en stemmiger, met een wat subtielere instrumentatie en bijzonder indringende vocalen. Colony is weer wat steviger, maar waar ik de track 40 jaar geleden nauwelijks kon verdragen is het nu vooral indrukwekkend.
A Means To An End is zowaar dansbaar en brengt direct herinneringen naar de doomy dansvloeren van de jaren 80 naar boven. Heart And Soul is wat experimenteler, maar is ook een blauwdruk voor de betere 80s new wave, net als Twenty Four Hours dat klinkt als de jonge Simple Minds met levenservaring. The Eternal klinkt weer totaal anders. Donkerder, ingetogener en bijna sereen wanneer de stem van Ian Curtis, die opeens minder gedeprimeerd klinkt wordt begeleid door piano, waarna het door synths gedomineerde Decades fraai afsluit met een vleugje Kraftwerk en de indringende laatste noten van Ian Curtis.
Ik had er veertig jaar geleden maar weinig mee, maar vind het nu allemaal even mooi en indrukwekkend. Toch ook nog maar eens naar Unknown Pleasures luisteren, want daarvan heb ik de reissue vorig jaar nog laten liggen. Erwin Zijleman
Joy Oladokun - Observations from a Crowded Room (2024)

4,0
0
geplaatst: 25 oktober 2024, 21:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joy Oladokun - Observations From A Crowded Room - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joy Oladokun - Observations From A Crowded Room
Joy Oladokun maakte flink wat indruk met haar vorige twee albums, maar zet een volgende stap op het uitstekende Observations From A Crowded Room dat vol staat met geweldige popsongs met uiteenlopende invloeden
Het vorige album van Joy Oladokun vond ik echt een enorme verrassing. Het met flink wat producers en muzikanten van naam en faam gemaakte albums liet zich breed beïnvloeden en stond vol met aansprekende popsongs die lak hadden aan de grenzen tussen genres. De Amerikaanse muzikante maakte haar nieuwe album zonder al teveel hulp van buitenaf, maar het resultaat is er niet minder om. Observations From A Crowded Room schuift wat op richting soul, R&B en pop, maar de smeltkroes aan invloeden is zeker niet verdwenen. Joy Oladokun had al alles om een wereldster te worden en bevestigt deze status met haar uitstekende nieuwe album.
Ik werd in het voorjaar van 2023 zeer aangenaam verrast door Proof Of Life van Joy Oladokun. Het bleek al het derde album van de Amerikaanse muzikante, die in de Verenigde Staten al met veel succes aan de weg timmerde sinds de release van haar tweede album Defense Of My Own Happiness in 2021.
Joy Oladokun maakte Proof Of Life samen met een imposante lijst sterproducers en gastmuzikanten van naam en faam, maar ze stal zelf de show met haar aanstekelijke songs en haar bijzondere stem, die af en toe aan Tracy Chapman deed denken. Mede door de inzet van meerdere producers was Proof Of Life een album dat alle kanten op ging, maar met name de wat meer ingetogen en binnen de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek bewegende songs op het album waren prachtig.
Joy Oladokun versterkte met Proof Of Life haar status in de Verenigde Staten, maar in Nederland is de muzikante uit Arizona nog altijd behoorlijk onbekend. In de aanloop naar de release van het nieuwe album van Joy Oladokun heb ik Proof Of Life de afgelopen week nog eens beluisterd en ik was direct weer onder de indruk van de geweldige songs op het album en van het diverse maar toch ook eigen geluid van de Amerikaanse muzikante.
Observations From A Crowded Room (eigenlijk alleen met hoofdletters geschreven), de deze week verschenen opvolger van het terecht zo geprezen Proof Of Life, ligt deels in het verlengde van de in de Verenigde Staten zo succesvolle voorganger, maar Joy Oladokun slaat ook andere wegen in. Waar op haar vorige album folk en country een centrale rol speelden, staan soul en R&B centraal op het nieuwe album van Joy Oladokun. Observations From A Crowded Room mag echter zeker geen soul of R&B album worden genoemd, want net als op haar vorige album is de Amerikaanse muzikante ook dit keer zeer veelzijdig.
Waar Joy Oladokun zich op Proof Of Life omringde met gelouterde producers en gastmuzikanten, koos ze er dit keer voor om het meeste zelf te doen. Dat heeft ze knap gedaan, want Observations From A Crowded Room doet in muzikaal en productioneel opzicht niet onder voor zijn voorganger, maar klinkt wel een stuk consistenter dan het wel erg veelkleurige Proof Of Life.
Observations From A Crowded Room bevat 15 tracks, waaronder een driteal tracks met alleen gesproken woord. Het moet het persoonlijke karakter van het album onderstrepen, maar ze halen wat mij betreft de vaart uit het album. Op de resterende tracks heb ik minder aan te merken, want Joy Oladokun laat ook dit keer horen dat ze buitengewoon aanstekelijke songs kan schrijven.
Veel songs op het album lopen over van hitpotentie, maar de songs van Joy Oladokun zijn ook songs met inhoud. Het is dit keer misschien wat minder roots en wat meer pop, maar 13 in een dozijn of kauwgomballenpop is het nooit. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal heerlijk, maar ook de zang van Joy Oladokun maakt weer makkelijk indruk en klinkt nog wat soepeler en overtuigender dan op het vorige album van de Amerikaanse muzikante.
Afgaande op de aandacht voor Observations From A Crowded Room lijkt Joy Oladokun ook in de Verenigde Staten nog altijd geen superster, maar met een prima album als dit kan het alleen maar een kwestie van tijd zijn. En dat geldt ook voor Nederland. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Joy Oladokun - Observations From A Crowded Room - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joy Oladokun - Observations From A Crowded Room
Joy Oladokun maakte flink wat indruk met haar vorige twee albums, maar zet een volgende stap op het uitstekende Observations From A Crowded Room dat vol staat met geweldige popsongs met uiteenlopende invloeden
Het vorige album van Joy Oladokun vond ik echt een enorme verrassing. Het met flink wat producers en muzikanten van naam en faam gemaakte albums liet zich breed beïnvloeden en stond vol met aansprekende popsongs die lak hadden aan de grenzen tussen genres. De Amerikaanse muzikante maakte haar nieuwe album zonder al teveel hulp van buitenaf, maar het resultaat is er niet minder om. Observations From A Crowded Room schuift wat op richting soul, R&B en pop, maar de smeltkroes aan invloeden is zeker niet verdwenen. Joy Oladokun had al alles om een wereldster te worden en bevestigt deze status met haar uitstekende nieuwe album.
Ik werd in het voorjaar van 2023 zeer aangenaam verrast door Proof Of Life van Joy Oladokun. Het bleek al het derde album van de Amerikaanse muzikante, die in de Verenigde Staten al met veel succes aan de weg timmerde sinds de release van haar tweede album Defense Of My Own Happiness in 2021.
Joy Oladokun maakte Proof Of Life samen met een imposante lijst sterproducers en gastmuzikanten van naam en faam, maar ze stal zelf de show met haar aanstekelijke songs en haar bijzondere stem, die af en toe aan Tracy Chapman deed denken. Mede door de inzet van meerdere producers was Proof Of Life een album dat alle kanten op ging, maar met name de wat meer ingetogen en binnen de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek bewegende songs op het album waren prachtig.
Joy Oladokun versterkte met Proof Of Life haar status in de Verenigde Staten, maar in Nederland is de muzikante uit Arizona nog altijd behoorlijk onbekend. In de aanloop naar de release van het nieuwe album van Joy Oladokun heb ik Proof Of Life de afgelopen week nog eens beluisterd en ik was direct weer onder de indruk van de geweldige songs op het album en van het diverse maar toch ook eigen geluid van de Amerikaanse muzikante.
Observations From A Crowded Room (eigenlijk alleen met hoofdletters geschreven), de deze week verschenen opvolger van het terecht zo geprezen Proof Of Life, ligt deels in het verlengde van de in de Verenigde Staten zo succesvolle voorganger, maar Joy Oladokun slaat ook andere wegen in. Waar op haar vorige album folk en country een centrale rol speelden, staan soul en R&B centraal op het nieuwe album van Joy Oladokun. Observations From A Crowded Room mag echter zeker geen soul of R&B album worden genoemd, want net als op haar vorige album is de Amerikaanse muzikante ook dit keer zeer veelzijdig.
Waar Joy Oladokun zich op Proof Of Life omringde met gelouterde producers en gastmuzikanten, koos ze er dit keer voor om het meeste zelf te doen. Dat heeft ze knap gedaan, want Observations From A Crowded Room doet in muzikaal en productioneel opzicht niet onder voor zijn voorganger, maar klinkt wel een stuk consistenter dan het wel erg veelkleurige Proof Of Life.
Observations From A Crowded Room bevat 15 tracks, waaronder een driteal tracks met alleen gesproken woord. Het moet het persoonlijke karakter van het album onderstrepen, maar ze halen wat mij betreft de vaart uit het album. Op de resterende tracks heb ik minder aan te merken, want Joy Oladokun laat ook dit keer horen dat ze buitengewoon aanstekelijke songs kan schrijven.
Veel songs op het album lopen over van hitpotentie, maar de songs van Joy Oladokun zijn ook songs met inhoud. Het is dit keer misschien wat minder roots en wat meer pop, maar 13 in een dozijn of kauwgomballenpop is het nooit. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal heerlijk, maar ook de zang van Joy Oladokun maakt weer makkelijk indruk en klinkt nog wat soepeler en overtuigender dan op het vorige album van de Amerikaanse muzikante.
Afgaande op de aandacht voor Observations From A Crowded Room lijkt Joy Oladokun ook in de Verenigde Staten nog altijd geen superster, maar met een prima album als dit kan het alleen maar een kwestie van tijd zijn. En dat geldt ook voor Nederland. Erwin Zijleman
Joy Oladokun - Proof of Life (2023)

4,5
0
geplaatst: 4 mei 2023, 15:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joy Oladokun - Proof Of Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joy Oladokun - Proof Of Life
Proof Of Life is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse muzikante Joy Oladokun en het is er een die behoorlijk veel indruk heeft gemaakt, want wat is dit een geweldig album
Joy Oladokun heeft zicht op haar nieuwe album Proof Of Life omringd met sterproducers en topmuzikanten, maar de grootste ster is ze zelf. De muzikante uit Los Angeles beweegt zich soepel tussen uiteenlopende genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek en voegt daar een smaakvol snufje pop aan toe. De wat aan Tracy Chapman herinnerende zang op het album is prima en hetzelfde geldt voor de smaakvolle inkleuring van de songs, maar het zijn de songs zelf die de meeste aandacht trekken. Het zijn songs die zich onmiddellijk genadeloos opdringen en die je vervolgens niet meer wilt vergeten. Dat Joy Oladokun heel groot gaat worden lijkt me een kwestie van tijd.
Ik heb de naam Joy Oladokun de afgelopen jaren wel een paar keer voorbij zien komen in de Amerikaanse muziekmedia, maar had tot dusver nog niet naar haar muziek geluisterd. Het deze week verschenen Proof Of Life kwam voor mij dan ook als een volslagen verrassing en wat is het een sterk of zelfs imponerend album.
Joy Oladokun werd geboren in Arizona, maar zocht een jaar of tien geleden haar geluk in Los Angeles, waar ze in eerste instantie aan de bak kon als achtergrondzangeres. In 2016 bracht ze haar debuutalbum Carry uit, waarna in 2020 het een half uur durende Defense Of My Own Happiness (The Beginnings) volgde. Dat album werd in 2021 uitgewerkt tot Defense Of My Own Happiness, dat in de meest complete versie maar liefst vijf kwartier muziek bevatte.
Het is een album dat zeker niet had misstaan op de krenten uit de pop, want op Defense Of My Own Happiness laat Joy Oladokun horen dat ze bulkt van het talent. De Amerikaanse muzikante beschikt immers over een aangename stem, die af en toe wel wat aan Tracy Chapman doet denken, maar ze laat ook horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kan en bovendien zeer aansprekende songs kan schrijven.
De talenten van Joy Oladokun komen nog veel duidelijker naar boven op het deze week verschenen Proof Of Life dat in muzikaal, vocaal en productioneel opzicht een stuk interessanter is dan zijn voorgangers en ook nog eens vol staat met werkelijk geweldige songs met vlijmscherpe en behoorlijk expliciete teksten.
Een blik op de credits van het album laat zien dat haar platenmaatschappij het volste vertrouwen heeft in de muzikale toekomst van Joy Oladokun, want er is zichtbaar stevig geïnvesteerd in het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante. Zo is er een blik producers opengetrokken, met Mike Elizondo (Fiona Apple), Ian Fetchuk (Kacey Musgraves) en Dan Wilson (Taylor Swift) als bekendste namen. Joy Oladokun bemoeide zich zelf overigens ook nadrukkelijk met de productie van het geweldig klinkende album.
Naast meerdere producers werden ook flink wat gastmuzikanten uitgenodigd in de studio, onder wie flink wat strijkers Hiernaast leverden grote namen als Chris Stapleton, Manchester Orchestra en Mt. Joy een bijdrage aan het album. Ik ben normaal gesproken niet gecharmeerd van albums waarop wordt gewerkt met meerdere producers en veel gastmuzikanten, maar Proof Of Life is een verrassend consistent klinkend album.
Het is een album waarop Joy Oladokun laat horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan, maar op haar nieuwe album is ze ook niet vies van invloeden uit de pop. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal erg lekker en ook de zang spreekt me meer aan dan op haar vorige album, maar vergeleken met dit album heeft de muzikante uit Los Angeles een geweldige serie songs geschreven.
Proof Of Life staat vol met memorabele songs, waaronder een aantal instant hits en hoe vaker ik naar het album luister, hoe beter ze worden. Proof Of Life is mijn eerste kennismaking met de muziek van Joy Oladokun en ik hoor een wereldster in wording. Proof Of Life is een album waarop alles klopt, maar de muziek van de Amerikaanse muzikante klinkt ook nog altijd puur, oprecht en authentiek. Ik pakte dit album er als allerlaatste bij deze week, maar het is sensationeel goed. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Joy Oladokun - Proof Of Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joy Oladokun - Proof Of Life
Proof Of Life is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse muzikante Joy Oladokun en het is er een die behoorlijk veel indruk heeft gemaakt, want wat is dit een geweldig album
Joy Oladokun heeft zicht op haar nieuwe album Proof Of Life omringd met sterproducers en topmuzikanten, maar de grootste ster is ze zelf. De muzikante uit Los Angeles beweegt zich soepel tussen uiteenlopende genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek en voegt daar een smaakvol snufje pop aan toe. De wat aan Tracy Chapman herinnerende zang op het album is prima en hetzelfde geldt voor de smaakvolle inkleuring van de songs, maar het zijn de songs zelf die de meeste aandacht trekken. Het zijn songs die zich onmiddellijk genadeloos opdringen en die je vervolgens niet meer wilt vergeten. Dat Joy Oladokun heel groot gaat worden lijkt me een kwestie van tijd.
Ik heb de naam Joy Oladokun de afgelopen jaren wel een paar keer voorbij zien komen in de Amerikaanse muziekmedia, maar had tot dusver nog niet naar haar muziek geluisterd. Het deze week verschenen Proof Of Life kwam voor mij dan ook als een volslagen verrassing en wat is het een sterk of zelfs imponerend album.
Joy Oladokun werd geboren in Arizona, maar zocht een jaar of tien geleden haar geluk in Los Angeles, waar ze in eerste instantie aan de bak kon als achtergrondzangeres. In 2016 bracht ze haar debuutalbum Carry uit, waarna in 2020 het een half uur durende Defense Of My Own Happiness (The Beginnings) volgde. Dat album werd in 2021 uitgewerkt tot Defense Of My Own Happiness, dat in de meest complete versie maar liefst vijf kwartier muziek bevatte.
Het is een album dat zeker niet had misstaan op de krenten uit de pop, want op Defense Of My Own Happiness laat Joy Oladokun horen dat ze bulkt van het talent. De Amerikaanse muzikante beschikt immers over een aangename stem, die af en toe wel wat aan Tracy Chapman doet denken, maar ze laat ook horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kan en bovendien zeer aansprekende songs kan schrijven.
De talenten van Joy Oladokun komen nog veel duidelijker naar boven op het deze week verschenen Proof Of Life dat in muzikaal, vocaal en productioneel opzicht een stuk interessanter is dan zijn voorgangers en ook nog eens vol staat met werkelijk geweldige songs met vlijmscherpe en behoorlijk expliciete teksten.
Een blik op de credits van het album laat zien dat haar platenmaatschappij het volste vertrouwen heeft in de muzikale toekomst van Joy Oladokun, want er is zichtbaar stevig geïnvesteerd in het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante. Zo is er een blik producers opengetrokken, met Mike Elizondo (Fiona Apple), Ian Fetchuk (Kacey Musgraves) en Dan Wilson (Taylor Swift) als bekendste namen. Joy Oladokun bemoeide zich zelf overigens ook nadrukkelijk met de productie van het geweldig klinkende album.
Naast meerdere producers werden ook flink wat gastmuzikanten uitgenodigd in de studio, onder wie flink wat strijkers Hiernaast leverden grote namen als Chris Stapleton, Manchester Orchestra en Mt. Joy een bijdrage aan het album. Ik ben normaal gesproken niet gecharmeerd van albums waarop wordt gewerkt met meerdere producers en veel gastmuzikanten, maar Proof Of Life is een verrassend consistent klinkend album.
Het is een album waarop Joy Oladokun laat horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan, maar op haar nieuwe album is ze ook niet vies van invloeden uit de pop. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal erg lekker en ook de zang spreekt me meer aan dan op haar vorige album, maar vergeleken met dit album heeft de muzikante uit Los Angeles een geweldige serie songs geschreven.
Proof Of Life staat vol met memorabele songs, waaronder een aantal instant hits en hoe vaker ik naar het album luister, hoe beter ze worden. Proof Of Life is mijn eerste kennismaking met de muziek van Joy Oladokun en ik hoor een wereldster in wording. Proof Of Life is een album waarop alles klopt, maar de muziek van de Amerikaanse muzikante klinkt ook nog altijd puur, oprecht en authentiek. Ik pakte dit album er als allerlaatste bij deze week, maar het is sensationeel goed. Erwin Zijleman
Joy Williams - Front Porch (2019)

4,5
0
geplaatst: 8 mei 2019, 16:41 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joy Williams - Front Porch - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joy Williams - Front Porch
Joy Williams maakte na het uiteenvallen van The Civil Wars een weinig geslaagd uitstapje richting elektronica, maar keert nu gelukkig terug naar de Amerikaanse rootsmuziek
Joy Williams werd samen met John Paul White wereldberoemd met The Civil Wars, maar na twee geweldige albums was de koek helaas op. Joy Williams zocht haar heil vervolgens in elektronische popmuziek, wat een totaal mislukt soloalbum opleverde. Ze revancheert zich op indrukwekkende wijze met het uitstekende Front Porch, dat laat horen dat de singer-songwriter uit Nashville binnen de Amerikaanse rootsmuziek nog altijd met de besten mee kan. Front Porch is voorzien van een ingetogen maar zeer smaakvol geluid, dat volledig in dienst staat van de prachtige stem van Joy Williams, die er ook zonder The Civil Wars wel gaat komen.
Joy Williams maakte al flink wat jaren muziek in de marge van de muziekscene van Nashville en had al een aantal weinig succesvolle albums (met vooral Christelijke popmuziek) op haar naam staan, toen ze in 2008 bij een muziekworkshop bij toeval werd gekoppeld aan collega singer-songwriter John Paul White.
De stemmen van de twee bleken zo mooi bij elkaar te kleuren dat niet samenwerken geen optie was. The Civil Wars waren geboren en zouden drie jaar later de wereld verbazen met het geweldige Barton Hollow. Het debuutalbum van The Civil Wars harkte een flink aantal prijzen binnen, waaronder een aantal Grammy’s en overtuigde een brede groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek.
Ook het titelloze tweede album van het duo, dat in 2013 verscheen, kon rekenen op goede recensies en goede verkoopcijfers, maar waar het met de muzikale chemie tussen Joy Williams en John Paul White nog wel goed zat, konden de twee op persoonlijk vlak niet langer door één deur, waardoor helaas het doek viel voor het duo.
Bovenstaande tekst plaatste ik een week of wat geleden nog in de recensie van het nieuwe soloalbum van John Paul White en in dat geval vanuit zijn perspectief, maar deze week is het Joy Williams die met nieuw materiaal op de proppen komt.
Haar aan het begin van 2016 met veel bombarie gepresenteerde soloalbum Venus is zeker achteraf bezien een enorme zeperd. Joy Williams werd op dit album gekoppeld aan een aantal hippe producers die Joy Williams de kant van de elektronische pop op duwden. Venus was gelukkig weinig succesvol, waardoor Joy Williams zich kon ontworstelen aan haar platenmaatschappij, om nu Front Porch uit te brengen.
Op Front Porch keert Joy Williams terug naar de Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en de folk- en countrymuziek in het bijzonder en dat is een zeer wijs besluit. Na het pompeuze Venus is Front Porch een plaat zonder opsmuk. De singer-songwriter uit Nashville werkte dit keer samen met producer Kenneth Pattengale, die vooral bekend is als lid van The Milk Carton Kids.
Deze Kenneth Pattengale heeft Front Porch voorzien van een warm klinkend, maar betrekkelijk sober geluid, waardoor alle aandacht uitgaat naar de stem van Joy Williams. De Amerikaanse singer-songwriter is het zingen uiteraard niet verleerd en waar ze zich op Venus niet erg thuis leek te voelen tussen alle elektronica voelt ze zich als een vis in het water in het grotendeels akoestische en zeer smaakvolle geluid op haar nieuwe album. Het is een geluid waarin overigens met name het snarenwerk flink wat indruk maakt.
Joy Williams heeft samen met een aantal getalenteerde Nashville songwriters, onder wie Caitlyn Smith, Natalie Hemby en Thad Cockrell, een aantal prima songs geschreven en vertolkt deze vervolgens met veel gevoel en emotie. Front Porch lijkt in niets op zijn voorganger en dat is een verademing. Waar Joy Williams op haar mislukte vorige album de plank volledig mis sloeg, is nu iedere track raak.
Er leek lange tijd geen leven na The Civil Wars, maar na het prima soloalbum van John Paul White is er nu het minstens even goede en wat mij betreft zelfs nog betere album van Joy Williams. Joy Williams leek even verloren voor de Amerikaanse rootsmuziek, maar laat met Front Porch horen dat ze zich in dit genre kan scharen onder de smaakmakers. Wat mij betreft doet ze dit ook met het fraaie Front Porch. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Joy Williams - Front Porch - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joy Williams - Front Porch
Joy Williams maakte na het uiteenvallen van The Civil Wars een weinig geslaagd uitstapje richting elektronica, maar keert nu gelukkig terug naar de Amerikaanse rootsmuziek
Joy Williams werd samen met John Paul White wereldberoemd met The Civil Wars, maar na twee geweldige albums was de koek helaas op. Joy Williams zocht haar heil vervolgens in elektronische popmuziek, wat een totaal mislukt soloalbum opleverde. Ze revancheert zich op indrukwekkende wijze met het uitstekende Front Porch, dat laat horen dat de singer-songwriter uit Nashville binnen de Amerikaanse rootsmuziek nog altijd met de besten mee kan. Front Porch is voorzien van een ingetogen maar zeer smaakvol geluid, dat volledig in dienst staat van de prachtige stem van Joy Williams, die er ook zonder The Civil Wars wel gaat komen.
Joy Williams maakte al flink wat jaren muziek in de marge van de muziekscene van Nashville en had al een aantal weinig succesvolle albums (met vooral Christelijke popmuziek) op haar naam staan, toen ze in 2008 bij een muziekworkshop bij toeval werd gekoppeld aan collega singer-songwriter John Paul White.
De stemmen van de twee bleken zo mooi bij elkaar te kleuren dat niet samenwerken geen optie was. The Civil Wars waren geboren en zouden drie jaar later de wereld verbazen met het geweldige Barton Hollow. Het debuutalbum van The Civil Wars harkte een flink aantal prijzen binnen, waaronder een aantal Grammy’s en overtuigde een brede groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek.
Ook het titelloze tweede album van het duo, dat in 2013 verscheen, kon rekenen op goede recensies en goede verkoopcijfers, maar waar het met de muzikale chemie tussen Joy Williams en John Paul White nog wel goed zat, konden de twee op persoonlijk vlak niet langer door één deur, waardoor helaas het doek viel voor het duo.
Bovenstaande tekst plaatste ik een week of wat geleden nog in de recensie van het nieuwe soloalbum van John Paul White en in dat geval vanuit zijn perspectief, maar deze week is het Joy Williams die met nieuw materiaal op de proppen komt.
Haar aan het begin van 2016 met veel bombarie gepresenteerde soloalbum Venus is zeker achteraf bezien een enorme zeperd. Joy Williams werd op dit album gekoppeld aan een aantal hippe producers die Joy Williams de kant van de elektronische pop op duwden. Venus was gelukkig weinig succesvol, waardoor Joy Williams zich kon ontworstelen aan haar platenmaatschappij, om nu Front Porch uit te brengen.
Op Front Porch keert Joy Williams terug naar de Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en de folk- en countrymuziek in het bijzonder en dat is een zeer wijs besluit. Na het pompeuze Venus is Front Porch een plaat zonder opsmuk. De singer-songwriter uit Nashville werkte dit keer samen met producer Kenneth Pattengale, die vooral bekend is als lid van The Milk Carton Kids.
Deze Kenneth Pattengale heeft Front Porch voorzien van een warm klinkend, maar betrekkelijk sober geluid, waardoor alle aandacht uitgaat naar de stem van Joy Williams. De Amerikaanse singer-songwriter is het zingen uiteraard niet verleerd en waar ze zich op Venus niet erg thuis leek te voelen tussen alle elektronica voelt ze zich als een vis in het water in het grotendeels akoestische en zeer smaakvolle geluid op haar nieuwe album. Het is een geluid waarin overigens met name het snarenwerk flink wat indruk maakt.
Joy Williams heeft samen met een aantal getalenteerde Nashville songwriters, onder wie Caitlyn Smith, Natalie Hemby en Thad Cockrell, een aantal prima songs geschreven en vertolkt deze vervolgens met veel gevoel en emotie. Front Porch lijkt in niets op zijn voorganger en dat is een verademing. Waar Joy Williams op haar mislukte vorige album de plank volledig mis sloeg, is nu iedere track raak.
Er leek lange tijd geen leven na The Civil Wars, maar na het prima soloalbum van John Paul White is er nu het minstens even goede en wat mij betreft zelfs nog betere album van Joy Williams. Joy Williams leek even verloren voor de Amerikaanse rootsmuziek, maar laat met Front Porch horen dat ze zich in dit genre kan scharen onder de smaakmakers. Wat mij betreft doet ze dit ook met het fraaie Front Porch. Erwin Zijleman
Joy Williams - VENUS (2015)

3,5
0
geplaatst: 6 januari 2016, 15:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joy Williams - Venus - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Joy Williams had al een aardige carrière in de relipop achter de rug toen ze in 2009 samen met John Paul White The Civil Wars formeerde.
Tussen Joy Williams en John Paul White botste het aan alle kanten, maar het duo maakte toch nog twee zeer succesvolle platen met bij vlagen bloedstollend mooie Americana.
Na het uiteen vallen van The Civil Wars dook Joy Williams vorig jaar op met haar eerste soloplaat. Venus werd geproduceerd door Matt Morris en Justin Timerlake en dan weet je eigenlijk al dat Joy Williams de Americana van The Civil Wars vaarwel heeft gezegd.
Venus opent met een wat zwaar aangezette elektropop stamper en ik zal direct toegeven dat ik de plaat een paar maanden geleden halverwege deze opener terzijde heb gelegd en vervolgens maanden niet meer heb aangeraakt. Ik heb de plaat er op aanraden van een aantal lezers van deze BLOG echter toch weer bij gepakt en langzaam maar zeker begint het kwartje te vallen.
Ik kan nog steeds niet veel met de openingstrack en de andere up-tempo songs op de plaat (die gelukkig in de minderheid zijn), maar zeker wanneer er in de instrumentatie gas terug wordt genomen valt er op Venus heel veel te genieten.
Bij beluistering van Venus is één ding direct duidelijk. Joy Williams is een geweldig zangeres, die ook in meer elektronisch aangeklede tracks uitstekend uit de voeten kan. Zeker in de lome en met triphop klanken gevulde tracks en in de ballads tilt Joy Williams Venus naar grote hoogten.
Venus kent hierdoor hoge toppen, maar begeeft zich ook met enige regelmaat op betrekkelijk vlak terrein. Zeker wanneer de producers los mogen gaan met hitgevoelige klanken vol elektropop en flirts met Afrikaanse muziek ontstijgt Joy Williams ondanks haar geweldige zang maar net de middenmoot en dat is jammer.
Venus is daarom een flink bord zware pap waar je zelf de krenten uit moet vissen. Die krenten zijn er absoluut en bovendien in redelijk ruime mate aanwezig, want vrijwel alle ingetogen songs op de plaat zijn prachtig.
Joy Williams zou met haar geweldige stem alleen maar vijfsterrenplaten moeten maken, maar is dankzij haar sterrenstatus in het web van de topproducers uit Los Angeles verstrikt geraakt. Met dat gegeven in het achterhoofd is Venus een uitstekende plaat, maar er zit veel meer in. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Joy Williams - Venus - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Joy Williams had al een aardige carrière in de relipop achter de rug toen ze in 2009 samen met John Paul White The Civil Wars formeerde.
Tussen Joy Williams en John Paul White botste het aan alle kanten, maar het duo maakte toch nog twee zeer succesvolle platen met bij vlagen bloedstollend mooie Americana.
Na het uiteen vallen van The Civil Wars dook Joy Williams vorig jaar op met haar eerste soloplaat. Venus werd geproduceerd door Matt Morris en Justin Timerlake en dan weet je eigenlijk al dat Joy Williams de Americana van The Civil Wars vaarwel heeft gezegd.
Venus opent met een wat zwaar aangezette elektropop stamper en ik zal direct toegeven dat ik de plaat een paar maanden geleden halverwege deze opener terzijde heb gelegd en vervolgens maanden niet meer heb aangeraakt. Ik heb de plaat er op aanraden van een aantal lezers van deze BLOG echter toch weer bij gepakt en langzaam maar zeker begint het kwartje te vallen.
Ik kan nog steeds niet veel met de openingstrack en de andere up-tempo songs op de plaat (die gelukkig in de minderheid zijn), maar zeker wanneer er in de instrumentatie gas terug wordt genomen valt er op Venus heel veel te genieten.
Bij beluistering van Venus is één ding direct duidelijk. Joy Williams is een geweldig zangeres, die ook in meer elektronisch aangeklede tracks uitstekend uit de voeten kan. Zeker in de lome en met triphop klanken gevulde tracks en in de ballads tilt Joy Williams Venus naar grote hoogten.
Venus kent hierdoor hoge toppen, maar begeeft zich ook met enige regelmaat op betrekkelijk vlak terrein. Zeker wanneer de producers los mogen gaan met hitgevoelige klanken vol elektropop en flirts met Afrikaanse muziek ontstijgt Joy Williams ondanks haar geweldige zang maar net de middenmoot en dat is jammer.
Venus is daarom een flink bord zware pap waar je zelf de krenten uit moet vissen. Die krenten zijn er absoluut en bovendien in redelijk ruime mate aanwezig, want vrijwel alle ingetogen songs op de plaat zijn prachtig.
Joy Williams zou met haar geweldige stem alleen maar vijfsterrenplaten moeten maken, maar is dankzij haar sterrenstatus in het web van de topproducers uit Los Angeles verstrikt geraakt. Met dat gegeven in het achterhoofd is Venus een uitstekende plaat, maar er zit veel meer in. Erwin Zijleman
Joyce Manor - Never Hungover Again (2014)

4,0
0
geplaatst: 24 juli 2014, 09:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joyce Manor - Never Hungover Again - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het uit Torrance, California, afkomstige Joyce Manor bracht in 2010 en 2012 platen uit waarop de nodige snelheidsrecords werden gebroken. Het titelloze debuut van de band propte tien tracks in nog geen negentien minuten, terwijl opvolger Of All Things I Will Soon Grow Tired maar net dertien minuten nodig had voor negen tracks.
Nu hou ik persoonlijk wel van niet al te lange tracks, maar je kunt het ook overdrijven. Ik vond de frisse punkpop van Joyce Manor bij vlagen best leuk, maar werd ook wel wat nerveus van de dichtheid aan songs en het rammelende karakter van deze songs.
Joyce Manor heeft inmiddels een contract getekend bij het roemruchte Epitaph label en brengt met Never Hungover Again een plaat uit die wel eens een ‘game changer’ zou kunnen zijn.
Voor lang uitgesponnen tracks moet je nog steeds niet bij Joyce Manor zijn. Never Hungover Again jaagt er in een kleine twintig minuten maar liefst tien tracks doorheen en heeft voor zes tracks op de plaat minder dan twee minuten nodig.
Op een of andere manier word ik deze keer echter niet onrustig van de muziek van Californische band. Er is natuurlijk ook wel wat veranderd. Joyce Manor had voor het eerst de beschikking over een goede studio en wist bovendien een gelouterde professional te strikken voor de mix van haar major debuut. Never Hungover Again is immers opgepoetst door Tony Hoffer (bekend van onder andere Beck, The Kooks, The Thrills, Belle And Sebastian en Suede) en deze Tony Hoffer is er in geslaagd om de songs van Joyce Manor te laten blinken, zonder dat dit ten koste is gegaan van de rauwe energie van de vorige platen van de band.
Joyce Manor klinkt hierdoor volwassener, maar het blijft gelukkig een stel jonge honden. De omschrijving van Pitchfork is nog veel mooier en deze wil ik niemand onthouden: “The optimal balance of maturity and immaturity is right there in the title, so throw on Never Hungover Again when you’re still looking to get into dumb shit, but you just want to be smarter about it”.
Joyce Manor maakt op Never Hungover Again nog steeds aanstekelijke en soms rauwe punkpop, maar op een of andere manier valt dit keer alles op zijn plaats. Never Hungover Again rammelt veel minder dan zijn voorgangers en dit tilt de songs op de plaat naar grote hoogten. Iedere noot is dit keer raak wat de korte songs op de plaat ontiegelijk veel kracht geeft.
De derde van Joyce Manor doet me persoonlijk wel wat denken aan de doorbraakplaat van Green Day, al begeeft Never Hungover Again zich niet uitsluitend op de paden van de punkpop clichés en hoor ik ook veel van een band als Weezer. Hiernaast heeft Joyce Manor verrassingen in petto als prachtige gitaarlijnen en het gebruik van synths; geen vaste waarden binnen de punkpop. Het maakt de plaat alleen maar beter en onweerstaanbaarder.
Joyce Manor heeft al met al een recht voor zijn raap plaat vol heerlijke popsongs gemaakt. Vol onweerstaanbare popsongs. Als je het mij vraagt de perfecte start van een verder zorgeloze zomer. Never Hungover Again heeft eigenlijk maar één serieuze beperking: na nog geen twintig minuten moet je al weer uit de hangmat komen om de plaat nog eens op te zetten, tenzij je beschikt over een vaak nutteloze, maar in dit geval bijzonder bruikbare, repeat knop. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Joyce Manor - Never Hungover Again - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het uit Torrance, California, afkomstige Joyce Manor bracht in 2010 en 2012 platen uit waarop de nodige snelheidsrecords werden gebroken. Het titelloze debuut van de band propte tien tracks in nog geen negentien minuten, terwijl opvolger Of All Things I Will Soon Grow Tired maar net dertien minuten nodig had voor negen tracks.
Nu hou ik persoonlijk wel van niet al te lange tracks, maar je kunt het ook overdrijven. Ik vond de frisse punkpop van Joyce Manor bij vlagen best leuk, maar werd ook wel wat nerveus van de dichtheid aan songs en het rammelende karakter van deze songs.
Joyce Manor heeft inmiddels een contract getekend bij het roemruchte Epitaph label en brengt met Never Hungover Again een plaat uit die wel eens een ‘game changer’ zou kunnen zijn.
Voor lang uitgesponnen tracks moet je nog steeds niet bij Joyce Manor zijn. Never Hungover Again jaagt er in een kleine twintig minuten maar liefst tien tracks doorheen en heeft voor zes tracks op de plaat minder dan twee minuten nodig.
Op een of andere manier word ik deze keer echter niet onrustig van de muziek van Californische band. Er is natuurlijk ook wel wat veranderd. Joyce Manor had voor het eerst de beschikking over een goede studio en wist bovendien een gelouterde professional te strikken voor de mix van haar major debuut. Never Hungover Again is immers opgepoetst door Tony Hoffer (bekend van onder andere Beck, The Kooks, The Thrills, Belle And Sebastian en Suede) en deze Tony Hoffer is er in geslaagd om de songs van Joyce Manor te laten blinken, zonder dat dit ten koste is gegaan van de rauwe energie van de vorige platen van de band.
Joyce Manor klinkt hierdoor volwassener, maar het blijft gelukkig een stel jonge honden. De omschrijving van Pitchfork is nog veel mooier en deze wil ik niemand onthouden: “The optimal balance of maturity and immaturity is right there in the title, so throw on Never Hungover Again when you’re still looking to get into dumb shit, but you just want to be smarter about it”.
Joyce Manor maakt op Never Hungover Again nog steeds aanstekelijke en soms rauwe punkpop, maar op een of andere manier valt dit keer alles op zijn plaats. Never Hungover Again rammelt veel minder dan zijn voorgangers en dit tilt de songs op de plaat naar grote hoogten. Iedere noot is dit keer raak wat de korte songs op de plaat ontiegelijk veel kracht geeft.
De derde van Joyce Manor doet me persoonlijk wel wat denken aan de doorbraakplaat van Green Day, al begeeft Never Hungover Again zich niet uitsluitend op de paden van de punkpop clichés en hoor ik ook veel van een band als Weezer. Hiernaast heeft Joyce Manor verrassingen in petto als prachtige gitaarlijnen en het gebruik van synths; geen vaste waarden binnen de punkpop. Het maakt de plaat alleen maar beter en onweerstaanbaarder.
Joyce Manor heeft al met al een recht voor zijn raap plaat vol heerlijke popsongs gemaakt. Vol onweerstaanbare popsongs. Als je het mij vraagt de perfecte start van een verder zorgeloze zomer. Never Hungover Again heeft eigenlijk maar één serieuze beperking: na nog geen twintig minuten moet je al weer uit de hangmat komen om de plaat nog eens op te zetten, tenzij je beschikt over een vaak nutteloze, maar in dit geval bijzonder bruikbare, repeat knop. Erwin Zijleman
Juana Molina - DOGA (2025)

4,5
4
geplaatst: 26 november 2025, 15:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Juana Molina - DOGA - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Juana Molina - DOGA
Juana Molina maakt inmiddels al zo’n 30 jaar hele bijzondere muziek, wat een stapel unieke albums heeft opgeleverd, waar deze week, na een stilte van acht jaar, het bijzonder mooie DOGA aan wordt toegevoegd
Het is knap hoe de Argentijnse muzikante Juana Molina de afgelopen 30 jaar albums met een volstrekt uniek eigen geluid uitbrengt. Het zijn albums die zich in theorie flink ver buiten mijn muzikale comfort zone bewegen en die het experiment stevig omarmen, maar op een of andere manier is de muziek van Juana Molina niet ontoegankelijk. Ze heeft de tijd genomen voor haar nieuwe album DOGA en dat hoor je, want het nieuwe album van Juana Molina loopt over van de goede ideeën. Al die goede ideeën moet je even laten landen, maar vervolgens is DOGA een album waarnaar je wilt blijven luisteren. Het was veel te lang stil rond de Argentijnse muzikante, maar gelukkig is ze terug.
DOGA, het nieuwe album van de Argentijnse muzikante Juana Molina, verscheen in dezelfde week als LUX, het inmiddels in opvallend brede kring erkende meesterwerk van ROSALÍA. Beide albums zijn voor een belangrijk deel Spaanstalig en bijzonder eigenzinnig, maar waar LUX met een ongekende hoeveelheid 5-sterren recensies de hemel in is geprezen, bleef het relatief stil rond DOGA, al merkte een deel van de Britse muziekpers het album gelukkig wel op, met de eretitel ‘album van de maand’ in het Britse muziektijdschrift Uncut als hoogtepunt.
Nu heeft Juana Molina natuurlijk niet dezelfde status al wereldster ROSALÍA, maar de muziek van de Argentijnse muzikante schreeuwt al wel een aantal jaren om aandacht. Ik vond de muziek van Juana Molina bij de eerste kennismaking bijzonder, maar niet echt mijn ding, maar al snel raakte ik in de ban van Segundo (2000), Tres Cosas (2002), Son (2006) en Un Día (2008). De afgelopen twaalf jaar was ik misschien nog wel meer onder de indruk van haar vorige twee albums, Wed 21 uit 2013 en Halo uit 2017. Op het eerstgenoemde album schuurt de Argentijnse muzikante hier en daar tegen de folkpop aan, terwijl het tweede album wat experimenteler van aard is en meer invloeden uit de Latin muziek bevat.
Het laatste album van de muzikante uit Buenos Aires was inmiddels acht jaar oud, maar met DOGA is eindelijk weer een nieuw album verschenen. Ook DOGA is een eigenzinnig album dat niet past in bestaande hokjes, maar net als Wed 21 en Halo is het ook een album dat een groot deel van de tijd best toegankelijk mag worden genoemd, al is toegankelijk in het muzikale universum van Juana Molina een relatief begrip.
Op DOGA heeft de Argentijnse zich vooral omringd met elektronica, die in verschillende gedaanten uit de speakers komt. De ingezette elektronica is soms tegendraads en schurend, maar tekent op hetzelfde moment voor zwoele ritmes, die de Latin invloeden in de muziek van Juana Molina aan de oppervlakte brengen. Het doet af en toe wat psychedelisch aan, maar Juana Molina is ook niet vies van dromerige klankentapijten.
DOGA krijgt hier en daar ook het album folktronica opgeplakt en daar is wel wat voor te zeggen, al maakt Juana Molina, mede door de Spaanstalige teksten, folktronica die geen aanknopingspunten biedt met andere albums in het genre. DOGA is vanaf de eerste noten een spannend album dat de fantasie heel stevig prikkelt. Veel tracks op het album zijn lang tot zeer lang, waardoor de tien songs in 55 minuten muziek, maar zelden aansluiten bij de toegankelijke popsongs met een kop en een staart.
En toch is DOGA een album dat lekker in het gehoor ligt en goed is voor een spannende maar ook aangename luistertrip. Het is een luistertrip waarin heel veel valt te ontdekken, want achter de lagen elektronica zitten ook nog fraaie gitaar- en strijkerspartijen verstopt. De arrangementen op DOGA zijn zeker niet alledaags, maar wat zijn ze mooi en bijzonder. Het is misschien even wennen aan de bijzondere klanken, maar wanneer je eenmaal in de flow van het album komt, laat de muziek van Juana Molina je niet makkelijk meer los.
In muzikaal opzicht is DOGA een fascinerend album en het is een album dat aan kracht wint door de bijzondere zang van Juana Molina en haar Spaanstalige teksten. DOGA wordt hier en daar net als LUX van ROSALÍA een meesterwerk genoemd en daar is wat voor te zeggen. Nu maar hopen dat Juana Molina met haar nieuwe album de aandacht trekt, al is het maar een fractie van de aandacht die haar Spaanse collega de afgelopen weken krijgt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Juana Molina - DOGA - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Juana Molina - DOGA
Juana Molina maakt inmiddels al zo’n 30 jaar hele bijzondere muziek, wat een stapel unieke albums heeft opgeleverd, waar deze week, na een stilte van acht jaar, het bijzonder mooie DOGA aan wordt toegevoegd
Het is knap hoe de Argentijnse muzikante Juana Molina de afgelopen 30 jaar albums met een volstrekt uniek eigen geluid uitbrengt. Het zijn albums die zich in theorie flink ver buiten mijn muzikale comfort zone bewegen en die het experiment stevig omarmen, maar op een of andere manier is de muziek van Juana Molina niet ontoegankelijk. Ze heeft de tijd genomen voor haar nieuwe album DOGA en dat hoor je, want het nieuwe album van Juana Molina loopt over van de goede ideeën. Al die goede ideeën moet je even laten landen, maar vervolgens is DOGA een album waarnaar je wilt blijven luisteren. Het was veel te lang stil rond de Argentijnse muzikante, maar gelukkig is ze terug.
DOGA, het nieuwe album van de Argentijnse muzikante Juana Molina, verscheen in dezelfde week als LUX, het inmiddels in opvallend brede kring erkende meesterwerk van ROSALÍA. Beide albums zijn voor een belangrijk deel Spaanstalig en bijzonder eigenzinnig, maar waar LUX met een ongekende hoeveelheid 5-sterren recensies de hemel in is geprezen, bleef het relatief stil rond DOGA, al merkte een deel van de Britse muziekpers het album gelukkig wel op, met de eretitel ‘album van de maand’ in het Britse muziektijdschrift Uncut als hoogtepunt.
Nu heeft Juana Molina natuurlijk niet dezelfde status al wereldster ROSALÍA, maar de muziek van de Argentijnse muzikante schreeuwt al wel een aantal jaren om aandacht. Ik vond de muziek van Juana Molina bij de eerste kennismaking bijzonder, maar niet echt mijn ding, maar al snel raakte ik in de ban van Segundo (2000), Tres Cosas (2002), Son (2006) en Un Día (2008). De afgelopen twaalf jaar was ik misschien nog wel meer onder de indruk van haar vorige twee albums, Wed 21 uit 2013 en Halo uit 2017. Op het eerstgenoemde album schuurt de Argentijnse muzikante hier en daar tegen de folkpop aan, terwijl het tweede album wat experimenteler van aard is en meer invloeden uit de Latin muziek bevat.
Het laatste album van de muzikante uit Buenos Aires was inmiddels acht jaar oud, maar met DOGA is eindelijk weer een nieuw album verschenen. Ook DOGA is een eigenzinnig album dat niet past in bestaande hokjes, maar net als Wed 21 en Halo is het ook een album dat een groot deel van de tijd best toegankelijk mag worden genoemd, al is toegankelijk in het muzikale universum van Juana Molina een relatief begrip.
Op DOGA heeft de Argentijnse zich vooral omringd met elektronica, die in verschillende gedaanten uit de speakers komt. De ingezette elektronica is soms tegendraads en schurend, maar tekent op hetzelfde moment voor zwoele ritmes, die de Latin invloeden in de muziek van Juana Molina aan de oppervlakte brengen. Het doet af en toe wat psychedelisch aan, maar Juana Molina is ook niet vies van dromerige klankentapijten.
DOGA krijgt hier en daar ook het album folktronica opgeplakt en daar is wel wat voor te zeggen, al maakt Juana Molina, mede door de Spaanstalige teksten, folktronica die geen aanknopingspunten biedt met andere albums in het genre. DOGA is vanaf de eerste noten een spannend album dat de fantasie heel stevig prikkelt. Veel tracks op het album zijn lang tot zeer lang, waardoor de tien songs in 55 minuten muziek, maar zelden aansluiten bij de toegankelijke popsongs met een kop en een staart.
En toch is DOGA een album dat lekker in het gehoor ligt en goed is voor een spannende maar ook aangename luistertrip. Het is een luistertrip waarin heel veel valt te ontdekken, want achter de lagen elektronica zitten ook nog fraaie gitaar- en strijkerspartijen verstopt. De arrangementen op DOGA zijn zeker niet alledaags, maar wat zijn ze mooi en bijzonder. Het is misschien even wennen aan de bijzondere klanken, maar wanneer je eenmaal in de flow van het album komt, laat de muziek van Juana Molina je niet makkelijk meer los.
In muzikaal opzicht is DOGA een fascinerend album en het is een album dat aan kracht wint door de bijzondere zang van Juana Molina en haar Spaanstalige teksten. DOGA wordt hier en daar net als LUX van ROSALÍA een meesterwerk genoemd en daar is wat voor te zeggen. Nu maar hopen dat Juana Molina met haar nieuwe album de aandacht trekt, al is het maar een fractie van de aandacht die haar Spaanse collega de afgelopen weken krijgt. Erwin Zijleman
Juana Molina - Halo (2017)

4,5
2
geplaatst: 11 mei 2017, 17:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Juana Molina - Halo - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Argentijnse Juana Molina was lange tijd vooral in eigen land bekend als tv ster, maar sinds ze heeft gekozen voor een onzeker bestaan als muzikant, wint haar naam ook in Europa langzaam maar zeker aan bekendheid.
De muzikante uit Buenos Aires maakte de afgelopen 15 jaar een viertal buitengewoon fascinerende platen, waarop ze op zeer eigenzinnige wijze invloeden uit de elektronica, folk, pop, psychedelica, Latin en avant garde met elkaar wist te verbinden.
Dit doet Juana Molina ook weer op het nu verschenen Halo, de opvolger van het al weer uit 2013 stammende Wed 21.
Ook op het thuis in Buenos Aires opgenomen Halo maakt Juana Molina weer muziek die met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen, die nadrukkelijk buiten de lijntjes kleurt en die, zeker bij eerste beluistering, een vervreemdende uitwerking heeft op de luisteraar.
Ondanks het experimentele karakter van de muziek van Juana Molina is Halo echte zeker geen hele ontoegankelijke plaat. Allmusic.com omschrijft haar muziek als “as eccentric as inviting” en slaat hiermee de spijker op de kop. De muziek van Juana Molina is in vrijwel alle opzichten anders dan de meeste andere muziek die deze week is verschenen, maar het is ook muziek die direct nieuwsgierig maakt en die, ondanks de vele hobbels die Juana Molina opwerpt, redelijk makkelijk overtuigt.
De genoemde hobbels vind je bijvoorbeeld in de instrumentatie, die uitermate subtiel is en steeds dingen doet die je niet verwacht. De sobere inzet van gitaren en elektronica, hier en daar aangevuld met percussie, zorgt op hetzelfde moment voor een loom en atmosferisch klankentapijt, dat de hectische wereld buiten even tot stilstand brengt.
De zang van Juana Molina doet precies hetzelfde. De muzikante uit Buenos Aires fluistert en zingt op een manier die compleet los lijkt te staan van de fascinerende muziek op Halo, maar er bij herhaalde beluistering toch nauw mee verbonden blijkt en dan makkelijk betovert.
Zeker na enige gewenning blijkt de muziek van Juana Molina op Halo opvallend trippy en bezwerend. Beluistering van Halo is een martelgang wanneer je alles probeert te begrijpen of de plaat probeert te ontleden in songs met een kop en een staart, maar wanneer je je zonder al te veel nadenken laat meevoeren door de bijzondere klanken op de plaat, blijkt Halo een plaat vol groeipotentie, waarop ook de details aan kracht winnen.
Halo sluit aan bij de avant garde uit Europa en de Verenigde Staten, maar is door de invloeden uit de Latin, die vergeleken met de vorige plaat wat aan terrein hebben gewonnen, ook anders.
Bovendien experimenteert Juana Molina niet om het experimenteren. Wat het ene moment nog ongrijpbaar klinkt, is het volgende moment opeens verrassend toegankelijk of zelfs lichtvoetig.
Het levert een bijzonder intrigerend vat vol tegenstrijdigheden op. Halo is een plaat om bij tot rust te komen en het is een plaat die je wereld op zijn kop zet. Halo is bezwerend en hypnotiserend, maar ook tegendraads en vervreemdend. Het is zeker geen makkelijke kost, maar wat is de muziek van Juana Molina weer heerlijk avontuurlijk en uiteindelijk ook mooi en overtuigend. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Juana Molina - Halo - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Argentijnse Juana Molina was lange tijd vooral in eigen land bekend als tv ster, maar sinds ze heeft gekozen voor een onzeker bestaan als muzikant, wint haar naam ook in Europa langzaam maar zeker aan bekendheid.
De muzikante uit Buenos Aires maakte de afgelopen 15 jaar een viertal buitengewoon fascinerende platen, waarop ze op zeer eigenzinnige wijze invloeden uit de elektronica, folk, pop, psychedelica, Latin en avant garde met elkaar wist te verbinden.
Dit doet Juana Molina ook weer op het nu verschenen Halo, de opvolger van het al weer uit 2013 stammende Wed 21.
Ook op het thuis in Buenos Aires opgenomen Halo maakt Juana Molina weer muziek die met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen, die nadrukkelijk buiten de lijntjes kleurt en die, zeker bij eerste beluistering, een vervreemdende uitwerking heeft op de luisteraar.
Ondanks het experimentele karakter van de muziek van Juana Molina is Halo echte zeker geen hele ontoegankelijke plaat. Allmusic.com omschrijft haar muziek als “as eccentric as inviting” en slaat hiermee de spijker op de kop. De muziek van Juana Molina is in vrijwel alle opzichten anders dan de meeste andere muziek die deze week is verschenen, maar het is ook muziek die direct nieuwsgierig maakt en die, ondanks de vele hobbels die Juana Molina opwerpt, redelijk makkelijk overtuigt.
De genoemde hobbels vind je bijvoorbeeld in de instrumentatie, die uitermate subtiel is en steeds dingen doet die je niet verwacht. De sobere inzet van gitaren en elektronica, hier en daar aangevuld met percussie, zorgt op hetzelfde moment voor een loom en atmosferisch klankentapijt, dat de hectische wereld buiten even tot stilstand brengt.
De zang van Juana Molina doet precies hetzelfde. De muzikante uit Buenos Aires fluistert en zingt op een manier die compleet los lijkt te staan van de fascinerende muziek op Halo, maar er bij herhaalde beluistering toch nauw mee verbonden blijkt en dan makkelijk betovert.
Zeker na enige gewenning blijkt de muziek van Juana Molina op Halo opvallend trippy en bezwerend. Beluistering van Halo is een martelgang wanneer je alles probeert te begrijpen of de plaat probeert te ontleden in songs met een kop en een staart, maar wanneer je je zonder al te veel nadenken laat meevoeren door de bijzondere klanken op de plaat, blijkt Halo een plaat vol groeipotentie, waarop ook de details aan kracht winnen.
Halo sluit aan bij de avant garde uit Europa en de Verenigde Staten, maar is door de invloeden uit de Latin, die vergeleken met de vorige plaat wat aan terrein hebben gewonnen, ook anders.
Bovendien experimenteert Juana Molina niet om het experimenteren. Wat het ene moment nog ongrijpbaar klinkt, is het volgende moment opeens verrassend toegankelijk of zelfs lichtvoetig.
Het levert een bijzonder intrigerend vat vol tegenstrijdigheden op. Halo is een plaat om bij tot rust te komen en het is een plaat die je wereld op zijn kop zet. Halo is bezwerend en hypnotiserend, maar ook tegendraads en vervreemdend. Het is zeker geen makkelijke kost, maar wat is de muziek van Juana Molina weer heerlijk avontuurlijk en uiteindelijk ook mooi en overtuigend. Erwin Zijleman
Juanita Stein - America (2017)

4,5
1
geplaatst: 10 augustus 2017, 15:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Juanita Stein - America - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De naam Juanita Stein zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar liefhebbers van de platen van de Australische band Howling Bells zullen waarschijnlijk direct enthousiast opveren.
Howling Bells maakte tussen 2006 en 2014 vier platen van hoog niveau en het zijn platen waartussen ik maar heel moeilijk kan kiezen.
De Australische band wisselde op deze platen dromerige en licht gruizige songs met elkaar af en raakte op haar platen aan nogal uiteenlopende bands als My Bloody Valentine, Cocteau Twins en Mazzy Star.
De prachtige stem van Juanita Stein speelde een hoofdrol op de platen van Howling Bells, waardoor ik heel benieuwd was naar de eerste soloplaat van de Australische, maar al enige tijd in Engeland woonachtige, zangeres.
Op America maakt Juanita Stein muziek die in het verlengde ligt van de platen van Howling Bells, maar ze legt ook een aantal net wat andere accenten. America klinkt wat minder gruizig dan de muziek van Howling Bells en op een aantal momenten net wat lichtvoetiger. Hiernaast heeft Juanita Bells meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek toegevoegd aan haar muziek, maar laat ze ook een voorliefde voor tijdloze popmuziek horen.
Die laatste voorliefde strekt zich uit van de 60s girlpop en de perfecte pop van Fleetwood Mac uit de jaren 70 tot de zwoele en onderkoelde pop van Lana Del Rey. Het levert een geluid op dat me zeer bevalt en dat bovendien overloopt van groeipotentie.
Juanita Stein maakt indruk met broeierige songs met een randje roots, verleidt met zwoele en zonnige pop en maakt ook nog altijd muziek die doet denken aan die van Mazzy Star, een van mijn favoriete bands aller tijden.
Stein kan op America net zo verleidelijk zingen als Hope Sandoval, maar klinkt een stuk helderder, wat de eerste soloplaat van Juanita Stein voorziet van meer zonnestralen dan de vooral donkere platen van Mazzy Star.
America is een plaat die heerlijk bedwelmt met tijdloos klinkende popliedjes, maar hoe vaker je ze hoort, hoe knapper ze worden. Juanita Stein imponeert op haar eerste soloplaat met heerlijke vocalen, maar heeft haar aangename popsongs ook vol moois verstopt. Naast de al genoemde invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de tijdloze popmuziek verwerkt Juanita Stein op America ook meer dan eens invloeden uit de psychedelica, wat de dromerige sfeer op de plaat nog wat verder versterkt. De werkelijk prachtige gitaarlijnen op de plaat doen de rest.
America deed het in eerste instantie vooral uitstekend op de vroege ochtend of late avond, maar is inmiddels een plaat voor alle momenten. Zeker wanneer je de plaat vaker hebt gehoord neemt het beeldend vermogen van de plaat toe en tovert America van Juanita Stein beelden op het netvlies die niet zouden misstaan in een volgende film van David Lynch.
America van Juanita Stein krijgt vooralsnog nog wat minder aandacht dan de al zo ondergewaardeerde platen van Howling Bells, maar is voor mij de soundtrack van de zomer van 2017. Het is een zomer die van mij nog vele maanden mag duren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Juanita Stein - America - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De naam Juanita Stein zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar liefhebbers van de platen van de Australische band Howling Bells zullen waarschijnlijk direct enthousiast opveren.
Howling Bells maakte tussen 2006 en 2014 vier platen van hoog niveau en het zijn platen waartussen ik maar heel moeilijk kan kiezen.
De Australische band wisselde op deze platen dromerige en licht gruizige songs met elkaar af en raakte op haar platen aan nogal uiteenlopende bands als My Bloody Valentine, Cocteau Twins en Mazzy Star.
De prachtige stem van Juanita Stein speelde een hoofdrol op de platen van Howling Bells, waardoor ik heel benieuwd was naar de eerste soloplaat van de Australische, maar al enige tijd in Engeland woonachtige, zangeres.
Op America maakt Juanita Stein muziek die in het verlengde ligt van de platen van Howling Bells, maar ze legt ook een aantal net wat andere accenten. America klinkt wat minder gruizig dan de muziek van Howling Bells en op een aantal momenten net wat lichtvoetiger. Hiernaast heeft Juanita Bells meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek toegevoegd aan haar muziek, maar laat ze ook een voorliefde voor tijdloze popmuziek horen.
Die laatste voorliefde strekt zich uit van de 60s girlpop en de perfecte pop van Fleetwood Mac uit de jaren 70 tot de zwoele en onderkoelde pop van Lana Del Rey. Het levert een geluid op dat me zeer bevalt en dat bovendien overloopt van groeipotentie.
Juanita Stein maakt indruk met broeierige songs met een randje roots, verleidt met zwoele en zonnige pop en maakt ook nog altijd muziek die doet denken aan die van Mazzy Star, een van mijn favoriete bands aller tijden.
Stein kan op America net zo verleidelijk zingen als Hope Sandoval, maar klinkt een stuk helderder, wat de eerste soloplaat van Juanita Stein voorziet van meer zonnestralen dan de vooral donkere platen van Mazzy Star.
America is een plaat die heerlijk bedwelmt met tijdloos klinkende popliedjes, maar hoe vaker je ze hoort, hoe knapper ze worden. Juanita Stein imponeert op haar eerste soloplaat met heerlijke vocalen, maar heeft haar aangename popsongs ook vol moois verstopt. Naast de al genoemde invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de tijdloze popmuziek verwerkt Juanita Stein op America ook meer dan eens invloeden uit de psychedelica, wat de dromerige sfeer op de plaat nog wat verder versterkt. De werkelijk prachtige gitaarlijnen op de plaat doen de rest.
America deed het in eerste instantie vooral uitstekend op de vroege ochtend of late avond, maar is inmiddels een plaat voor alle momenten. Zeker wanneer je de plaat vaker hebt gehoord neemt het beeldend vermogen van de plaat toe en tovert America van Juanita Stein beelden op het netvlies die niet zouden misstaan in een volgende film van David Lynch.
America van Juanita Stein krijgt vooralsnog nog wat minder aandacht dan de al zo ondergewaardeerde platen van Howling Bells, maar is voor mij de soundtrack van de zomer van 2017. Het is een zomer die van mij nog vele maanden mag duren. Erwin Zijleman
Juanita Stein - Snapshot (2020)

4,0
0
geplaatst: 10 november 2020, 16:37 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Juanita Stein - Snapshot - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Juanita Stein - Snapshot
Voormalig Howling Bells zangeres Juanita Stein eert op Snapshot haar vorig jaar overleden vader en levert bovendien haar meest veelzijdige en ook beste soloalbum tot dusver af
Ondanks vier geweldige albums wilde de Australische band Howling Bells maar niet echt doorbreken en begon frontvrouw Juanita Stein aan een solocarrière. Het leverde twee prima albums op, maar met soloalbum nummer drie zet de Australische singer-songwriter een reuzenstap. Snapshot is een eerbetoon aan de vader van Juanita Stein, die vorig jaar plotseling overleed. Het is een gegeven dat Snapshot voorziet van een melancholische onderlaag. In de bovenlaag eert Juanita Stein de muzikale erfenis van haar vader en smeedt ze onder andere alt-country en psychedelica aan elkaar. De instrumentatie is mooi en avontuurlijk, de zang wederom prachtig. Bijzonder sterk album dit.
Juanita Stein maakte vier uitstekende albums als frontvrouw van de Australische band Howling Bells, maar koos na het in 2014 verschenen Heartstrings voor een solocarrière. Die solocarrière leverde de afgelopen jaren met America (2017) en Until The Lights Fade (2018) al twee prima albums op en deze albums kregen recent gezelschap van Snapshot. Ik heb altijd een zwak gehad voor de stem van Juanita Stein en het is een stem die op haar soloalbums nog beter tot zijn recht komt dan op de albums van Howling Bells.
Met Snapshot eert Juanita Stein haar plotseling overleden vader. Het is de vader die haar muzikaal vormde en die zelf zijn sporen ruimschoots verdiende binnen de Australische alt-country. Snapshot is een album over verlies en het is hierdoor ook het meest persoonlijke album van Juanita Stein tot dusver.
De Australische muzikante is op haar soloalbums wat opgeschoven richting de rootsmuziek, maar Snapshots is zeker geen 13 in een dozijn rootsalbum. Dat hoor je direct in de openingstrack waarin Juanita Stein invloeden uit de alt-country combineert met flink wat folk en psychedelica en de track vervolgens van nog wat extra gif voorziet met rauwe en vervormde gitaren en hier en daar bluesy uithalen.
Juanita Stein werkt op Snapshots met een compacte band en heeft de tijd genomen voor haar derde soloalbum. Het is niet zonder resultaat, want Snapshot is het best klinkende soloalbum van de Australische muzikante tot dusver.
Snapshot is zoals gezegd een eerbetoon aan de vader van Juanita Stein. Dat lees je in de teksten van de songs op het album, maar je hoort het ook in de muziek. De songs op het album doen vaak wat nostalgisch aan met flink wat invloeden uit de jaren 60 en 70, maar zeker wanneer het gitaarwerk ontspoort, sleurt Juanita Stein je direct het heden in. Het gitaarwerk van Joel Stein (de broer van Juanita) is overigens van een bijzonder hoog niveau.
De muziek van Howling Bells liet zich altijd stevig beïnvloeden door Mazzy Star en voor invloeden van deze band ben je bij mij altijd aan het juiste adres. Invloeden van Mazzy Star klinken ook door op Snapshot, zeker in de wat psychedelisch aandoende tracks. Het zijn invloeden die zich beperken tot de muziek, want in vocaal opzicht laat Juanita Stein zich niet of nauwelijks vergelijken met Hope Sandoval.
Juanita Stein is een uitstekend zangeres, die flarden Chrissie Hynde, Grace Slick, Siouxsie Sioux, Lera Lynn en Lana Del Rey in haar stem heeft, maar inmiddels ook een duidelijk eigen geluid heeft. De fraai ingekleurde songs op het album worden door de krachtige stem van Juanita Stein nog wat verder opgetild, waarna de melancholie op het album de impact van Snapshots nog wat verder vergroot.
Nog meer dan op haar eerste twee soloalbums heeft Juanita Stein op Snapshots gewerkt aan een bijzonder eigen geluid en het is een geluid waarin genres en tijdperken steeds op fraaie wijze samenkomen. Bij de vorige twee soloalbums van de Australische muzikante verlangde ik stiekem nog wel eens naar de muziek van Howling Bells, maar met haar derde soloalbum is Juanita Stein haar voormalige band definitief ontgroeid.
Snapshot is een fraai eerbetoon aan de vader van Juanita Stein, maar het is ook een verrassend veelzijdig album dat maar aan kracht blijft winnen en dat een veel groter publiek verdient dan het publiek dat de Australische singer-songwriter tot dusver met haar muziek trekt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Juanita Stein - Snapshot - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Juanita Stein - Snapshot
Voormalig Howling Bells zangeres Juanita Stein eert op Snapshot haar vorig jaar overleden vader en levert bovendien haar meest veelzijdige en ook beste soloalbum tot dusver af
Ondanks vier geweldige albums wilde de Australische band Howling Bells maar niet echt doorbreken en begon frontvrouw Juanita Stein aan een solocarrière. Het leverde twee prima albums op, maar met soloalbum nummer drie zet de Australische singer-songwriter een reuzenstap. Snapshot is een eerbetoon aan de vader van Juanita Stein, die vorig jaar plotseling overleed. Het is een gegeven dat Snapshot voorziet van een melancholische onderlaag. In de bovenlaag eert Juanita Stein de muzikale erfenis van haar vader en smeedt ze onder andere alt-country en psychedelica aan elkaar. De instrumentatie is mooi en avontuurlijk, de zang wederom prachtig. Bijzonder sterk album dit.
Juanita Stein maakte vier uitstekende albums als frontvrouw van de Australische band Howling Bells, maar koos na het in 2014 verschenen Heartstrings voor een solocarrière. Die solocarrière leverde de afgelopen jaren met America (2017) en Until The Lights Fade (2018) al twee prima albums op en deze albums kregen recent gezelschap van Snapshot. Ik heb altijd een zwak gehad voor de stem van Juanita Stein en het is een stem die op haar soloalbums nog beter tot zijn recht komt dan op de albums van Howling Bells.
Met Snapshot eert Juanita Stein haar plotseling overleden vader. Het is de vader die haar muzikaal vormde en die zelf zijn sporen ruimschoots verdiende binnen de Australische alt-country. Snapshot is een album over verlies en het is hierdoor ook het meest persoonlijke album van Juanita Stein tot dusver.
De Australische muzikante is op haar soloalbums wat opgeschoven richting de rootsmuziek, maar Snapshots is zeker geen 13 in een dozijn rootsalbum. Dat hoor je direct in de openingstrack waarin Juanita Stein invloeden uit de alt-country combineert met flink wat folk en psychedelica en de track vervolgens van nog wat extra gif voorziet met rauwe en vervormde gitaren en hier en daar bluesy uithalen.
Juanita Stein werkt op Snapshots met een compacte band en heeft de tijd genomen voor haar derde soloalbum. Het is niet zonder resultaat, want Snapshot is het best klinkende soloalbum van de Australische muzikante tot dusver.
Snapshot is zoals gezegd een eerbetoon aan de vader van Juanita Stein. Dat lees je in de teksten van de songs op het album, maar je hoort het ook in de muziek. De songs op het album doen vaak wat nostalgisch aan met flink wat invloeden uit de jaren 60 en 70, maar zeker wanneer het gitaarwerk ontspoort, sleurt Juanita Stein je direct het heden in. Het gitaarwerk van Joel Stein (de broer van Juanita) is overigens van een bijzonder hoog niveau.
De muziek van Howling Bells liet zich altijd stevig beïnvloeden door Mazzy Star en voor invloeden van deze band ben je bij mij altijd aan het juiste adres. Invloeden van Mazzy Star klinken ook door op Snapshot, zeker in de wat psychedelisch aandoende tracks. Het zijn invloeden die zich beperken tot de muziek, want in vocaal opzicht laat Juanita Stein zich niet of nauwelijks vergelijken met Hope Sandoval.
Juanita Stein is een uitstekend zangeres, die flarden Chrissie Hynde, Grace Slick, Siouxsie Sioux, Lera Lynn en Lana Del Rey in haar stem heeft, maar inmiddels ook een duidelijk eigen geluid heeft. De fraai ingekleurde songs op het album worden door de krachtige stem van Juanita Stein nog wat verder opgetild, waarna de melancholie op het album de impact van Snapshots nog wat verder vergroot.
Nog meer dan op haar eerste twee soloalbums heeft Juanita Stein op Snapshots gewerkt aan een bijzonder eigen geluid en het is een geluid waarin genres en tijdperken steeds op fraaie wijze samenkomen. Bij de vorige twee soloalbums van de Australische muzikante verlangde ik stiekem nog wel eens naar de muziek van Howling Bells, maar met haar derde soloalbum is Juanita Stein haar voormalige band definitief ontgroeid.
Snapshot is een fraai eerbetoon aan de vader van Juanita Stein, maar het is ook een verrassend veelzijdig album dat maar aan kracht blijft winnen en dat een veel groter publiek verdient dan het publiek dat de Australische singer-songwriter tot dusver met haar muziek trekt. Erwin Zijleman
Juanita Stein - The Weightless Hour (2024)

4,0
0
geplaatst: 2 december 2024, 15:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Juanita Stein - The Weightless Hour - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Juanita Stein - The Weightless Hour
Bij de naam Juanita Stein wordt meestal vrijwel onmiddellijk de naam van haar voormalige band Howling Bells genoemd, maar de soloalbums van de Australische muzikante zijn zeker niet minder interessant
Juanita Stein bepaalde met haar prachtige stem voor een belangrijk deel het geluid van de Australische band Howling Bells. Na vier albums met deze band ging Juanita Stein haar eigen weg en ook onder haar eigen naam heeft ze inmiddels vier albums uitgebracht. The Weightless Hour is de meest recente van het stel en het is een kort maar bijzonder mooi album. Het is een album dat is voorzien van een sobere instrumentatie met vooral gitaren, maar de songs klinken zeker niet allemaal hetzelfde. Een ding is wel hetzelfde in alle songs op het album en dat is dat Juanita Stein echt prachtig zingt.
The Weightless Hour van Juanita Stein werd gisteren op de nodige muziekwebsites onthaald als een soloalbum van de zangeres van Howling Bells. Dat suggereert dat de Australische band nog steeds bestaat, maar dat is volgens mij al tien jaar niet meer het geval.
Howling Bells maakte tussen 2006 en 2014 vier uitstekende albums met een bonte mix aan invloeden, maar sindsdien werd niets meer van de band vernomen (al lees ik op Internet dat de band een paar jaar geleden nog wel een paar keer op het podium heeft gestaan). Juanita Stein is inmiddels ook al even bezig met haar solocarrière en levert met The Weightless Hour haar vierde soloalbum af.
Howling Bells maakte in muzikaal opzicht makkelijk indruk door te manoeuvreren tussen invloeden van Mazzy Star, Cocteau Twins en My Bloody Valentine, maar het was toch vooral de stem van Juanita Stein die er voor zorgde dat de Australische band zich wist te onderscheiden van soortgenoten in de genoemde genres.
Op haar soloalbums koos Juanita Stein tot dusver voor een minder gruizig geluid met meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, pop met een vleugje 60s en 70s en de psychedelica, wat met America (2017), Until The Lights Fade (2018) en Snapshot (2020) drie prima albums opleverde. Het zijn albums die lang niet zoveel aandacht kregen als de albums van Howling Bells, maar ze deden er zeker niet voor onder.
Juanita Stein liet bovendien een stijgende lijn horen op haar albums, waardoor ik met hooggespannen verwachtingen begon aan The Weightless Hour. Juanita Stein heeft me ook dit keer niet teleurgesteld. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met haar stem, want die is ook op haar vierde album weer prachtig.
Het is een stem die ik vier jaar geleden omschreef als een stem met flarden Chrissie Hynde, Grace Slick, Siouxsie Sioux, Lera Lynn en Lana Del Rey. Juanita Stein zingt op haar nieuwe album vooral zacht en ook dit keer hoor ik er van alles in, maar de stem van de Australische muzikante is mooi en bijzonder genoeg om niet te worden vergelijken met de stemmen anderen.
De zang op The Weightless Hour is tien songs lang prachtig of zelfs meer dan prachtig, maar ook in muzikaal opzicht valt er veel te genieten. De meeste songs op het album zijn behoorlijk ingetogen, maar dat betekent niet dat er in muzikaal opzicht weinig wordt gevarieerd. De instrumentatie op het album varieert van folky tot toch voorzichtig gruizig en ondanks het feit dat er vooral gitaren worden ingezet op het album klinkt het geluid op het album verrassend veelkleurig.
De instrumentatie staat wel volledig in dienst van de stem van Juanita Stein, maar dat kan ook bijna niet anders, want wat zingt ze mooi en met veel gevoel. De Australische zangeres kiest op haar nieuwe album niet alleen voor een redelijk ingetogen en sober geluid en zachte zang, maar ook voor een serie zeer persoonlijke songs, waarmee ze een aantal nare gebeurtenissen achter zich laat.
Het is allemaal prachtig gevangen door co-producer Ben Hillier, die The Weightless Hour heeft voorzien van een eigenzinnig maar bijzonder mooi geluid en bovendien een geluid waarin de zang van Juanita Stein geweldig uit de verf komt. Er is eigenlijk maar één ding jammer en dat is dat The Weightless Hour slechts een klein half uur muziek bevat. Het is een klein half uur prachtig, maar vervolgens verlang je toch vooral naar veel meer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Juanita Stein - The Weightless Hour - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Juanita Stein - The Weightless Hour
Bij de naam Juanita Stein wordt meestal vrijwel onmiddellijk de naam van haar voormalige band Howling Bells genoemd, maar de soloalbums van de Australische muzikante zijn zeker niet minder interessant
Juanita Stein bepaalde met haar prachtige stem voor een belangrijk deel het geluid van de Australische band Howling Bells. Na vier albums met deze band ging Juanita Stein haar eigen weg en ook onder haar eigen naam heeft ze inmiddels vier albums uitgebracht. The Weightless Hour is de meest recente van het stel en het is een kort maar bijzonder mooi album. Het is een album dat is voorzien van een sobere instrumentatie met vooral gitaren, maar de songs klinken zeker niet allemaal hetzelfde. Een ding is wel hetzelfde in alle songs op het album en dat is dat Juanita Stein echt prachtig zingt.
The Weightless Hour van Juanita Stein werd gisteren op de nodige muziekwebsites onthaald als een soloalbum van de zangeres van Howling Bells. Dat suggereert dat de Australische band nog steeds bestaat, maar dat is volgens mij al tien jaar niet meer het geval.
Howling Bells maakte tussen 2006 en 2014 vier uitstekende albums met een bonte mix aan invloeden, maar sindsdien werd niets meer van de band vernomen (al lees ik op Internet dat de band een paar jaar geleden nog wel een paar keer op het podium heeft gestaan). Juanita Stein is inmiddels ook al even bezig met haar solocarrière en levert met The Weightless Hour haar vierde soloalbum af.
Howling Bells maakte in muzikaal opzicht makkelijk indruk door te manoeuvreren tussen invloeden van Mazzy Star, Cocteau Twins en My Bloody Valentine, maar het was toch vooral de stem van Juanita Stein die er voor zorgde dat de Australische band zich wist te onderscheiden van soortgenoten in de genoemde genres.
Op haar soloalbums koos Juanita Stein tot dusver voor een minder gruizig geluid met meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, pop met een vleugje 60s en 70s en de psychedelica, wat met America (2017), Until The Lights Fade (2018) en Snapshot (2020) drie prima albums opleverde. Het zijn albums die lang niet zoveel aandacht kregen als de albums van Howling Bells, maar ze deden er zeker niet voor onder.
Juanita Stein liet bovendien een stijgende lijn horen op haar albums, waardoor ik met hooggespannen verwachtingen begon aan The Weightless Hour. Juanita Stein heeft me ook dit keer niet teleurgesteld. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met haar stem, want die is ook op haar vierde album weer prachtig.
Het is een stem die ik vier jaar geleden omschreef als een stem met flarden Chrissie Hynde, Grace Slick, Siouxsie Sioux, Lera Lynn en Lana Del Rey. Juanita Stein zingt op haar nieuwe album vooral zacht en ook dit keer hoor ik er van alles in, maar de stem van de Australische muzikante is mooi en bijzonder genoeg om niet te worden vergelijken met de stemmen anderen.
De zang op The Weightless Hour is tien songs lang prachtig of zelfs meer dan prachtig, maar ook in muzikaal opzicht valt er veel te genieten. De meeste songs op het album zijn behoorlijk ingetogen, maar dat betekent niet dat er in muzikaal opzicht weinig wordt gevarieerd. De instrumentatie op het album varieert van folky tot toch voorzichtig gruizig en ondanks het feit dat er vooral gitaren worden ingezet op het album klinkt het geluid op het album verrassend veelkleurig.
De instrumentatie staat wel volledig in dienst van de stem van Juanita Stein, maar dat kan ook bijna niet anders, want wat zingt ze mooi en met veel gevoel. De Australische zangeres kiest op haar nieuwe album niet alleen voor een redelijk ingetogen en sober geluid en zachte zang, maar ook voor een serie zeer persoonlijke songs, waarmee ze een aantal nare gebeurtenissen achter zich laat.
Het is allemaal prachtig gevangen door co-producer Ben Hillier, die The Weightless Hour heeft voorzien van een eigenzinnig maar bijzonder mooi geluid en bovendien een geluid waarin de zang van Juanita Stein geweldig uit de verf komt. Er is eigenlijk maar één ding jammer en dat is dat The Weightless Hour slechts een klein half uur muziek bevat. Het is een klein half uur prachtig, maar vervolgens verlang je toch vooral naar veel meer. Erwin Zijleman
Juanita Stein - Until the Lights Fade (2018)

4,0
1
geplaatst: 2 september 2018, 11:23 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Juanita Stein - Until The Lights Fade - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Juanita Stein dook een jaar of twaalf geleden op als frontvrouw van de Australische band Howling Bells. De band verkaste al snel naar Londen en maakte uiteindelijk vier platen, die door de critici stuk voor stuk goed werden ontvangen, maar helaas geen heel groot publiek wisten te bereiken.
Ik was zelf zeer gecharmeerd van de platen van Howling Bells, al was het maar omdat de band het gat dat Mazzy Star halverwege de jaren 90 had achtergelaten aardig wist op te vullen en bovendien wist te verrijken met net wat meer zonnestralen. Na vier prima platen was de koek echter op voor Howling Bells en begon Juanita Stein aan een solocarrière.
Het leverde iets meer dan een jaar geleden het uitstekende America op. Op haar eerste soloplaat liet Juanita Stein zich zeker beïnvloeden door het geluid van haar voormalige band, waardoor ook America associaties opriep met het werk van Mazzy Star, maar de plaat liet ook invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek horen en maakte bovendien geen geheim van een zwak voor tijdloze popmuziek. Het leverde een aantrekkelijk album op, dat helaas minder aandacht kreeg dan Juanita Stein met haar solodebuut verdiende.
De Australische singer-songwriter is verrassend snel terug met een nieuwe plaat en doet op Until The Lights Fade in grote lijnen wat ze ook deed op America. Ook de tweede soloplaat van Juanita Stein laat echo’s uit haar periode met Howling Bells horen, verwerkt zo nu en dan invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en laat zich bovendien nadrukkelijk inspireren door de popmuziek uit het verleden. Until The Lights Fade herinnert meer dan eens aan de popmuziek uit de jaren 60 en 70, maar Juanita Stein is er in geslaagd om al deze invloeden onder te brengen in een geluid dat ook fris en eigentijds klinkt.
Juanita Stein klonk in het verleden als het net wat energiekere zusje van Mazzy Star’s Hope Sandoval, maar is inmiddels wat opgeschoven richting zangeressen als Aimee Mann, Lera Lynn en hier en daar zelfs Lana Del Rey (het vleugje Olivia Newton-John dat ik hoor moet ik misschien maar verzwijgen). De warme en krachtige vocalen voorzien de tweede plaat van Juanita Stein wat mij betreft van onderscheidend vermogen.
Until The Lights Fade werd opgenomen in Austin, Texas, en dat hoor je. Niet alleen vanwege het randje rootsmuziek dat opduikt in de muziek van Juanita Stein, maar vooral door het rauwe rockrandje dat makkelijk de kop op steekt op Until The Lights Fade en dat keer op keer onweerstaanbaar lekker gitaarwerk laat horen.
De tweede plaat van Juanita Stein werd geproduceerd door Stuart Sikes, die bij mij vooral bekend is als de man achter de knoppen bij The Greatest van Cat Power. Bij Cat Power slaagde deze Stuart Sikes er in om een geluid vol invloeden uit het verleden zowel tijdloos als urgent te laten klinken en hier slaagt hij ook in bij de productie van de tweede plaat van Juanita Stein.
Until The Lights Fade is direct bij eerste beluistering een plaat die je al decennia lijkt te kennen, maar luister wat vaker om de songs op de plaat echt te laten groeien. Hopelijk doet de plaat wat meer dan het debuut een jaar geleden, want Juanita Stein is echt heel goed. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Juanita Stein - Until The Lights Fade - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Juanita Stein dook een jaar of twaalf geleden op als frontvrouw van de Australische band Howling Bells. De band verkaste al snel naar Londen en maakte uiteindelijk vier platen, die door de critici stuk voor stuk goed werden ontvangen, maar helaas geen heel groot publiek wisten te bereiken.
Ik was zelf zeer gecharmeerd van de platen van Howling Bells, al was het maar omdat de band het gat dat Mazzy Star halverwege de jaren 90 had achtergelaten aardig wist op te vullen en bovendien wist te verrijken met net wat meer zonnestralen. Na vier prima platen was de koek echter op voor Howling Bells en begon Juanita Stein aan een solocarrière.
Het leverde iets meer dan een jaar geleden het uitstekende America op. Op haar eerste soloplaat liet Juanita Stein zich zeker beïnvloeden door het geluid van haar voormalige band, waardoor ook America associaties opriep met het werk van Mazzy Star, maar de plaat liet ook invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek horen en maakte bovendien geen geheim van een zwak voor tijdloze popmuziek. Het leverde een aantrekkelijk album op, dat helaas minder aandacht kreeg dan Juanita Stein met haar solodebuut verdiende.
De Australische singer-songwriter is verrassend snel terug met een nieuwe plaat en doet op Until The Lights Fade in grote lijnen wat ze ook deed op America. Ook de tweede soloplaat van Juanita Stein laat echo’s uit haar periode met Howling Bells horen, verwerkt zo nu en dan invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en laat zich bovendien nadrukkelijk inspireren door de popmuziek uit het verleden. Until The Lights Fade herinnert meer dan eens aan de popmuziek uit de jaren 60 en 70, maar Juanita Stein is er in geslaagd om al deze invloeden onder te brengen in een geluid dat ook fris en eigentijds klinkt.
Juanita Stein klonk in het verleden als het net wat energiekere zusje van Mazzy Star’s Hope Sandoval, maar is inmiddels wat opgeschoven richting zangeressen als Aimee Mann, Lera Lynn en hier en daar zelfs Lana Del Rey (het vleugje Olivia Newton-John dat ik hoor moet ik misschien maar verzwijgen). De warme en krachtige vocalen voorzien de tweede plaat van Juanita Stein wat mij betreft van onderscheidend vermogen.
Until The Lights Fade werd opgenomen in Austin, Texas, en dat hoor je. Niet alleen vanwege het randje rootsmuziek dat opduikt in de muziek van Juanita Stein, maar vooral door het rauwe rockrandje dat makkelijk de kop op steekt op Until The Lights Fade en dat keer op keer onweerstaanbaar lekker gitaarwerk laat horen.
De tweede plaat van Juanita Stein werd geproduceerd door Stuart Sikes, die bij mij vooral bekend is als de man achter de knoppen bij The Greatest van Cat Power. Bij Cat Power slaagde deze Stuart Sikes er in om een geluid vol invloeden uit het verleden zowel tijdloos als urgent te laten klinken en hier slaagt hij ook in bij de productie van de tweede plaat van Juanita Stein.
Until The Lights Fade is direct bij eerste beluistering een plaat die je al decennia lijkt te kennen, maar luister wat vaker om de songs op de plaat echt te laten groeien. Hopelijk doet de plaat wat meer dan het debuut een jaar geleden, want Juanita Stein is echt heel goed. Erwin Zijleman
Judee Sill - Judee Sill (1971)

5,0
2
geplaatst: 9 maart 2025, 21:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Judee Sill - Judee Sill (1971) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Judee Sill - Judee Sill (1971)
Het levensverhaal van de Amerikaanse singer-songwriter Judee Sill behoort tot de triestere verhalen uit de geschiedenis van de popmuziek, maar wat maakte ze mooie muziek, zoals op haar debuutalbum uit 1971
De naam van Judee Sill komt nog met enige regelmaat voorbij wanneer wordt gesproken over de grote folkzangeressen uit de vroege jaren 70 en met name die uit de Laurel Canyon scene, maar haar muziek is, zeker in de huidige tijd, nauwelijks bekend. Het is zonde, want het titelloze debuutalbum van Judee Sill uit 1971 is echt prachtig. Het is een album met mooie songs, wat spirituele teksten, fraaie orkestraties van strijkers en blazers, maar het is de prachtige heldere stem van Judee Sill die de meeste indruk maakt. De Amerikaanse muzikante had een behoorlijk heftige levenswandel, maar ze zingt op haar debuutalbum als een engel. Het is voor mij een onbetwiste klassieker.
Ik heb deze week relatief veel aandacht voor singer-songwriters op de krenten uit de pop en dus is het leuk om de wekelijkse greep uit de oude doos ook te richten op dit genre. Ik ben uitgekomen in de lente van 1971, want toen verscheen het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Judee Sill. Het is een naam die, ook op de krenten uit de pop, met enige regelmaat opduikt als vergelijkingsmateriaal in recensies van wat traditioneel aandoende folkalbums, maar de muziek van Judee Sill is helaas relatief onbekend.
Dat is ook niet zo gek, want ze maakte slechts twee albums. Na het titelloze debuutalbum uit 1971 verscheen in 1973 nog het album Heart Food, dat niet onder doet voor het debuut, al vind ik het debuut persoonlijk net wat indrukwekkender. Het zijn de twee hoogtepunten in de korte carrière van Judee Sill, die verder vooral te maken kreeg met diepe dalen.
Haar vader en broer overleden op jonge leeftijd, wat de interesse van Judee Sill in zowel religie en spiritualiteit als in meer occulte zaken versterkte. Ze kreeg al op jonge leeftijd te maken met een ernstige heroïneverslaving en zat zelfs even in de gevangenis. Desondanks kreeg ze een platencontract bij het label van David Geffen en lachte het succes haar kort toe. Judee Sill kon de heroïne even laten staan, maar toen de verslaving aanwakkerde en ze ook andere drugs ging nemen verslechterde haar situatie snel. Judee Sill overleed in 1979 aan een overdosis drugs en werd slechts 35 jaar oud.
Terug naar haar debuutalbum uit 1971, dat anders klinkt dan haar levensverhaal doet vermoeden. Op haar debuutalbum maakt Judee Sill het soort folk dat aan het begin van de jaren 70 veel vaker werd gemaakt in de Laurel Canyon bij Los Angeles. Judee Sill was nog onbekend toen ze haar debuutalbum opnam, maar het klinkt als een album waar flink wat geld in is gestoken.
Het is een album met een typisch jaren 70 geluid, dat af en toe wel wat doet denken aan het geluid op de albums van Carole King uit die tijd, zeker wanneer de piano domineert. Het debuutalbum van Judee Sill is echter ook voorzien van behoorlijk uitbundige orkestraties waarvoor strijkers en blazers zijn ingezet. Het klinkt bijna 55 jaar later wel wat gedateerd, maar ik vind de muziek op het album echt heel mooi, zeker wanneer Judee Sill er ook nog wat soul en gospel tegenaan gooit of een pedal steel opduikt.
Op basis van haar levenswandel zou je een ruwe en doorleefde stem verwachten, maar Judee Sill beschikt op haar debuutalbum over een engelachtige stem, die meer dan eens doet denken aan de zoetgevooisde zang van Karen Carpenter. De zang op het titelloze debuutalbum van Judee Sill is echt heel erg mooi en rechtvaardigt het feit dat ze ook al die jaren na haar trieste dood nog wordt genoemd als relevant vergelijkingsmateriaal voor de folkies van deze tijd.
Het is overigens ook razendknap hoe de stem van Judee Sill in meerdere lagen uit de speakers komt, wat met de opnamemiddelen die in 1971 beschikbaar waren een hele kunst was. Judee Sill was niet alleen een geweldige zangeres, maar ze schreef ook prima songs en interessante teksten. Ik geef direct toe dat ik zelf ook nog niet heel vaak naar Judee Sill had geluisterd, maar wat is dit een mooi, bijzonder en zeker ook invloedrijk album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Judee Sill - Judee Sill (1971) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Judee Sill - Judee Sill (1971)
Het levensverhaal van de Amerikaanse singer-songwriter Judee Sill behoort tot de triestere verhalen uit de geschiedenis van de popmuziek, maar wat maakte ze mooie muziek, zoals op haar debuutalbum uit 1971
De naam van Judee Sill komt nog met enige regelmaat voorbij wanneer wordt gesproken over de grote folkzangeressen uit de vroege jaren 70 en met name die uit de Laurel Canyon scene, maar haar muziek is, zeker in de huidige tijd, nauwelijks bekend. Het is zonde, want het titelloze debuutalbum van Judee Sill uit 1971 is echt prachtig. Het is een album met mooie songs, wat spirituele teksten, fraaie orkestraties van strijkers en blazers, maar het is de prachtige heldere stem van Judee Sill die de meeste indruk maakt. De Amerikaanse muzikante had een behoorlijk heftige levenswandel, maar ze zingt op haar debuutalbum als een engel. Het is voor mij een onbetwiste klassieker.
Ik heb deze week relatief veel aandacht voor singer-songwriters op de krenten uit de pop en dus is het leuk om de wekelijkse greep uit de oude doos ook te richten op dit genre. Ik ben uitgekomen in de lente van 1971, want toen verscheen het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Judee Sill. Het is een naam die, ook op de krenten uit de pop, met enige regelmaat opduikt als vergelijkingsmateriaal in recensies van wat traditioneel aandoende folkalbums, maar de muziek van Judee Sill is helaas relatief onbekend.
Dat is ook niet zo gek, want ze maakte slechts twee albums. Na het titelloze debuutalbum uit 1971 verscheen in 1973 nog het album Heart Food, dat niet onder doet voor het debuut, al vind ik het debuut persoonlijk net wat indrukwekkender. Het zijn de twee hoogtepunten in de korte carrière van Judee Sill, die verder vooral te maken kreeg met diepe dalen.
Haar vader en broer overleden op jonge leeftijd, wat de interesse van Judee Sill in zowel religie en spiritualiteit als in meer occulte zaken versterkte. Ze kreeg al op jonge leeftijd te maken met een ernstige heroïneverslaving en zat zelfs even in de gevangenis. Desondanks kreeg ze een platencontract bij het label van David Geffen en lachte het succes haar kort toe. Judee Sill kon de heroïne even laten staan, maar toen de verslaving aanwakkerde en ze ook andere drugs ging nemen verslechterde haar situatie snel. Judee Sill overleed in 1979 aan een overdosis drugs en werd slechts 35 jaar oud.
Terug naar haar debuutalbum uit 1971, dat anders klinkt dan haar levensverhaal doet vermoeden. Op haar debuutalbum maakt Judee Sill het soort folk dat aan het begin van de jaren 70 veel vaker werd gemaakt in de Laurel Canyon bij Los Angeles. Judee Sill was nog onbekend toen ze haar debuutalbum opnam, maar het klinkt als een album waar flink wat geld in is gestoken.
Het is een album met een typisch jaren 70 geluid, dat af en toe wel wat doet denken aan het geluid op de albums van Carole King uit die tijd, zeker wanneer de piano domineert. Het debuutalbum van Judee Sill is echter ook voorzien van behoorlijk uitbundige orkestraties waarvoor strijkers en blazers zijn ingezet. Het klinkt bijna 55 jaar later wel wat gedateerd, maar ik vind de muziek op het album echt heel mooi, zeker wanneer Judee Sill er ook nog wat soul en gospel tegenaan gooit of een pedal steel opduikt.
Op basis van haar levenswandel zou je een ruwe en doorleefde stem verwachten, maar Judee Sill beschikt op haar debuutalbum over een engelachtige stem, die meer dan eens doet denken aan de zoetgevooisde zang van Karen Carpenter. De zang op het titelloze debuutalbum van Judee Sill is echt heel erg mooi en rechtvaardigt het feit dat ze ook al die jaren na haar trieste dood nog wordt genoemd als relevant vergelijkingsmateriaal voor de folkies van deze tijd.
Het is overigens ook razendknap hoe de stem van Judee Sill in meerdere lagen uit de speakers komt, wat met de opnamemiddelen die in 1971 beschikbaar waren een hele kunst was. Judee Sill was niet alleen een geweldige zangeres, maar ze schreef ook prima songs en interessante teksten. Ik geef direct toe dat ik zelf ook nog niet heel vaak naar Judee Sill had geluisterd, maar wat is dit een mooi, bijzonder en zeker ook invloedrijk album. Erwin Zijleman
Judith Hill - Baby, I'm Hollywood! (2021)

4,0
0
geplaatst: 10 maart 2021, 16:17 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Judith Hill - Baby, I'm Hollywood! - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Judith Hill - Baby, I'm Hollywood!
Judith Hill is een werkelijk geweldige soulzangeres, maar ze kan ook binnen meerdere genres uit de voeten en schrijft bovendien teksten die ergens over gaan, wat een sterk album oplevert
Bij eerste beluistering vond ik Baby, I'm Hollywood! van Judith Hill net wat te gepolijst klinken, maar de zang trok me al snel over de streep. De zangeres uit Los Angeles beschikt over een geweldige stem, die herinnert aan menig groot soulzangeres en het is een stem die alle kanten op kan. Grootse ballads, Motown soul, moderne R&B, funky rock en door Prince beïnvloedde funk worden allemaal aan de zegekar van Judith Hill gebonden. Het geluid is misschien wat netjes en gepolijst, maar het knalt wel prachtig uit de speakers. Er verschijnt veel in dit genre, maar Judith Hill steekt er wat mij betreft met kop en schouders bovenuit.
Tot voor kort kende ik Judith Hill eigenlijk alleen van het feit dat niemand minder dan Prince haar debuutalbum Back In Time coproduceerde. Het album uit 2015 is een van de laatste wapenfeiten van het genie uit Minneapolis, maar het is een wapenfeit dat ik destijds niet heb beluisterd. Ook het in 2018 verschenen Golden Child is, ondanks het feit dat Judith Hill er een Grammy Award mee bemachtigde, langs me heen gegaan, maar deze week was ik wel bij de les bij de release van het derde album van de Amerikaanse zangeres.
Baby, I'm Hollywood! is een album dat ik zomaar zou kunnen laten liggen omdat het wel erg binnen de lijntjes kleurt, maar wat heeft Judith Hill een geweldige stem. Het is een stem vol soul en met enorm veel power en het is bovendien een stem die met grote regelmaat herinnert aan de grote soulzangeressen uit het verleden.
Uit dit verleden haalt Judith Hill flink wat invloeden uit de soul en de funk, maar ook voor eigentijdse R&B ben je bij de zangeres uit Los Angeles aan het juiste adres. Hierboven schreef ik dat Baby, I'm Hollywood! wel erg binnen de lijntjes kleurt. Dat lijkt misschien geen aanbeveling, maar Judith Hill heeft een album gemaakt dat wel op zeer fraaie wijze binnen de lijntjes kleurt.
Het zijn bovendien steeds andere lijntjes. Baby, I'm Hollywood! opent met een piano ballad die ook door Alicia Keys zou kunnen zijn gemaakt, vervolgt met een track die de archieven van de soulmuziek wagenwijd open zet, schakelt hierna over naar eigentijdse R&B om vervolgens terug te keren naar de Paisley Park Studios in Minneapolis voor een portie funk met een stevige Prince injectie. Het zijn allemaal ingrediënten die terugkeren op de rest van het album met hier en daar een Mother’s Finest achtige rockexplosie als bonus.
In muzikaal opzicht zoekt Judith Hill niet al te vaak het avontuur, maar wat klinkt het allemaal lekker. Baby, I'm Hollywood! is voorzien van een moddervet geluid, waarin het gitaarwerk vaak mag excelleren en de ritmesectie swingt als een trein.
Hier en daar klinkt het derde album van Judith Hill als de meeste andere albums in de hedendaagse soulmuziek, maar zeker als invloeden uit de funk een voorname rol krijgen maakt de zangeres uit Los Angeles muziek die haar eerste producer Prince absoluut tevreden had gestemd.
Judith Hill is niet alleen een geweldige zangeres, die de soul hier en daar uit haar tenen haalt maar ook ingetogen kan zingen, maar de muzikante uit Los Angeles heeft ook wat te melden. Als kind van een Afro-Amerikaanse vader en een Aziatische moeder kreeg ze vaak te maken met discriminatie en het afgelopen jaar was er ook nog eens de corona pandemie. Ze zingt het allemaal van zich af op Baby, I'm Hollywood!.
Het is een album dat in de smaak zal vallen door een ieder die de wat gepolijste productie kan weerstaan en de tijd neemt om te ontdekken hoeveel moois en puurs er zit verstopt onder de flinke laag chroom op Baby, I'm Hollywood!. Ik laat albums als deze zelf meestal liggen, maar inmiddels ben ik zeer gecharmeerd van het album, al is het maar omdat Judith Hill echt een topzangeres is, die ook nog eens verrassend veelzijdig is. En die wat gelikte productie? Die klinkt uiteindelijk eigenlijk best lekker en zorgt er bovendien voor dat de stem van Judith Hill eindeloos kan schitteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Judith Hill - Baby, I'm Hollywood! - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Judith Hill - Baby, I'm Hollywood!
Judith Hill is een werkelijk geweldige soulzangeres, maar ze kan ook binnen meerdere genres uit de voeten en schrijft bovendien teksten die ergens over gaan, wat een sterk album oplevert
Bij eerste beluistering vond ik Baby, I'm Hollywood! van Judith Hill net wat te gepolijst klinken, maar de zang trok me al snel over de streep. De zangeres uit Los Angeles beschikt over een geweldige stem, die herinnert aan menig groot soulzangeres en het is een stem die alle kanten op kan. Grootse ballads, Motown soul, moderne R&B, funky rock en door Prince beïnvloedde funk worden allemaal aan de zegekar van Judith Hill gebonden. Het geluid is misschien wat netjes en gepolijst, maar het knalt wel prachtig uit de speakers. Er verschijnt veel in dit genre, maar Judith Hill steekt er wat mij betreft met kop en schouders bovenuit.
Tot voor kort kende ik Judith Hill eigenlijk alleen van het feit dat niemand minder dan Prince haar debuutalbum Back In Time coproduceerde. Het album uit 2015 is een van de laatste wapenfeiten van het genie uit Minneapolis, maar het is een wapenfeit dat ik destijds niet heb beluisterd. Ook het in 2018 verschenen Golden Child is, ondanks het feit dat Judith Hill er een Grammy Award mee bemachtigde, langs me heen gegaan, maar deze week was ik wel bij de les bij de release van het derde album van de Amerikaanse zangeres.
Baby, I'm Hollywood! is een album dat ik zomaar zou kunnen laten liggen omdat het wel erg binnen de lijntjes kleurt, maar wat heeft Judith Hill een geweldige stem. Het is een stem vol soul en met enorm veel power en het is bovendien een stem die met grote regelmaat herinnert aan de grote soulzangeressen uit het verleden.
Uit dit verleden haalt Judith Hill flink wat invloeden uit de soul en de funk, maar ook voor eigentijdse R&B ben je bij de zangeres uit Los Angeles aan het juiste adres. Hierboven schreef ik dat Baby, I'm Hollywood! wel erg binnen de lijntjes kleurt. Dat lijkt misschien geen aanbeveling, maar Judith Hill heeft een album gemaakt dat wel op zeer fraaie wijze binnen de lijntjes kleurt.
Het zijn bovendien steeds andere lijntjes. Baby, I'm Hollywood! opent met een piano ballad die ook door Alicia Keys zou kunnen zijn gemaakt, vervolgt met een track die de archieven van de soulmuziek wagenwijd open zet, schakelt hierna over naar eigentijdse R&B om vervolgens terug te keren naar de Paisley Park Studios in Minneapolis voor een portie funk met een stevige Prince injectie. Het zijn allemaal ingrediënten die terugkeren op de rest van het album met hier en daar een Mother’s Finest achtige rockexplosie als bonus.
In muzikaal opzicht zoekt Judith Hill niet al te vaak het avontuur, maar wat klinkt het allemaal lekker. Baby, I'm Hollywood! is voorzien van een moddervet geluid, waarin het gitaarwerk vaak mag excelleren en de ritmesectie swingt als een trein.
Hier en daar klinkt het derde album van Judith Hill als de meeste andere albums in de hedendaagse soulmuziek, maar zeker als invloeden uit de funk een voorname rol krijgen maakt de zangeres uit Los Angeles muziek die haar eerste producer Prince absoluut tevreden had gestemd.
Judith Hill is niet alleen een geweldige zangeres, die de soul hier en daar uit haar tenen haalt maar ook ingetogen kan zingen, maar de muzikante uit Los Angeles heeft ook wat te melden. Als kind van een Afro-Amerikaanse vader en een Aziatische moeder kreeg ze vaak te maken met discriminatie en het afgelopen jaar was er ook nog eens de corona pandemie. Ze zingt het allemaal van zich af op Baby, I'm Hollywood!.
Het is een album dat in de smaak zal vallen door een ieder die de wat gepolijste productie kan weerstaan en de tijd neemt om te ontdekken hoeveel moois en puurs er zit verstopt onder de flinke laag chroom op Baby, I'm Hollywood!. Ik laat albums als deze zelf meestal liggen, maar inmiddels ben ik zeer gecharmeerd van het album, al is het maar omdat Judith Hill echt een topzangeres is, die ook nog eens verrassend veelzijdig is. En die wat gelikte productie? Die klinkt uiteindelijk eigenlijk best lekker en zorgt er bovendien voor dat de stem van Judith Hill eindeloos kan schitteren. Erwin Zijleman
Judith Hill - Letters from a Black Widow (2024)

4,0
0
geplaatst: 2 mei 2024, 21:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Judith Hill - Letters From A Black Widow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Judith Hill - Letters From A Black Widow
Judith Hill kreeg in het verleden de steun van Michael Jackson en Prince, maar laat op het uitstekende Letters From A Black Widow horen dat ze ook op eigen benen een uitstekend album kan afleveren
Drie jaar na mijn eerste kennismaking met de muziek van Judith Hill keert de Amerikaanse zangeres terug met haar vierde album. Letters From A Black Widow is in muzikaal opzicht een verrassend divers album. Judith Hill kan uit de voeten in meerdere genres en verruilt gepolijste klanken makkelijk voor een scheurende gitaarsolo. Judith Hill werkte in het verleden met Prince en dat hoor je op Letters From A Black Widow dat meer dan eens echo’s uit het fascinerende oeuvre van de overleden grootheid laat horen. De fraaie instrumentatie kleurt prachtig bij de geweldige zang van Judith Hill, die beschikt over een rauwe soulstem die vijftig minuten lang respect afdwingt.
In mijn recensie van het in het voorjaar van 2021 verschenen Baby, I'm Hollywood! vertelde ik al het verhaal van Judith Hill. De Amerikaanse zangeres werkte op jonge leeftijd samen met Michael Jackson en was een jaar of tien geleden een protegee van Prince, die haar in 2015 verschenen debuutalbum Back In Time coproduceerde en hoge verwachtingen had van Judith Hill.
Het was een van de laatste wapenfeiten van de in 2016 overleden grootheid, die ons nog van zoveel mooie muziek had moeten voorzien, maar helaas ten prooi viel aan een overdosis pijnstillers. Een album maken onder de vleugels van Prince was in het verleden zeker geen garantie op succes, zelfs niet als het een fantastisch album als het debuutalbum van Jill Jones was, maar Judith Hill is sinds 2015 behoorlijk succesvol.
Daar kwam ik zelf pas achter toen in 2021 haar derde album Baby, I'm Hollywood! verscheen. Op dit album liet Judith Hill horen dat ze beschikt over een geweldige soulstem, maar Baby, I'm Hollywood! bleek ook een verrassend veelzijdig album, dat in meerdere soorten zwarte muziek uit de voeten kon. Baby, I'm Hollywood! vond ik in eerste instantie net wat te gepolijst, maar het album bleek ook een rauwe kant te hebben en uiteindelijk trok de fantastische zang van Judith Hill me over de streep.
Het zijn woorden die ook weer opgaan voor het deze week verschenen vierde album van de muzikante uit Los Angeles. Letters From A Black Widow overtuigde me overigens wel een stuk makkelijker dan zijn voorganger, want met name in muzikaal opzicht is het een beter album dan Baby, I'm Hollywood!. Het is net als deze voorganger een verrassend veelzijdig album, want Judith Hill pint zichzelf wederom niet vast op één genre. Soul is het belangrijkste ingrediënt op Letters From A Black Widow, maar de Amerikaanse muzikante kan ook uit de voeten met R&B, funk, disco, jazz, gospel, psychedelica, Latin, blues en rock.
Prince is inmiddels al acht jaar niet meer onder ons, maar de geest van het muzikale genie uit Minneapolis waart nadrukkelijk rond op het album. De mix van stijlen doet meer dan eens aan een aantal latere albums van Prince denken en wanneer zo nu en dan een rauwe gitaarsolo opduikt lijkt het alsof de Amerikaanse grootheid is opgestaan uit de dood.
Letters From A Black Widow klinkt meer dan eens als een album dat Prince zou kunnen hebben gemaakt, maar het is wel een Prince album met een geweldige zangeres. Judith Hill zingt nog wat beter dan op haar vorige albums en veegt de vloer aan met zo ongeveer alle jonge soulzangeressen van het moment. Wanneer haar muzikanten vol op het orgel gaan, trekt Judith Hill haar imposante strot helemaal open en zingt ze met orkaankracht, maar de Amerikaanse muzikante kan ook prachtig doseren.
Ik luister niet zo heel vaak naar albums als Letters From A Black Widow, maar het nieuwe album van Judith Hill is echt 50 minuten genieten. In muzikaal opzicht klinkt het album fantastisch en de stem van Judith Hill maakt nog net wat meer indruk, maar ook de songs op Letters From A Black Widow prikkelen intens de fantasie en vermaken ondertussen bijzonder aangenaam. De Prince injectie geeft het nieuwe album van Judith Hill nog een extra impuls. Of Prince iets meekrijgt van het nieuwe album van zijn voormalige protegee weet ik niet, maar als het zo is denk ik dat hij alleen maar heel tevreden kan glimlachen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Judith Hill - Letters From A Black Widow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Judith Hill - Letters From A Black Widow
Judith Hill kreeg in het verleden de steun van Michael Jackson en Prince, maar laat op het uitstekende Letters From A Black Widow horen dat ze ook op eigen benen een uitstekend album kan afleveren
Drie jaar na mijn eerste kennismaking met de muziek van Judith Hill keert de Amerikaanse zangeres terug met haar vierde album. Letters From A Black Widow is in muzikaal opzicht een verrassend divers album. Judith Hill kan uit de voeten in meerdere genres en verruilt gepolijste klanken makkelijk voor een scheurende gitaarsolo. Judith Hill werkte in het verleden met Prince en dat hoor je op Letters From A Black Widow dat meer dan eens echo’s uit het fascinerende oeuvre van de overleden grootheid laat horen. De fraaie instrumentatie kleurt prachtig bij de geweldige zang van Judith Hill, die beschikt over een rauwe soulstem die vijftig minuten lang respect afdwingt.
In mijn recensie van het in het voorjaar van 2021 verschenen Baby, I'm Hollywood! vertelde ik al het verhaal van Judith Hill. De Amerikaanse zangeres werkte op jonge leeftijd samen met Michael Jackson en was een jaar of tien geleden een protegee van Prince, die haar in 2015 verschenen debuutalbum Back In Time coproduceerde en hoge verwachtingen had van Judith Hill.
Het was een van de laatste wapenfeiten van de in 2016 overleden grootheid, die ons nog van zoveel mooie muziek had moeten voorzien, maar helaas ten prooi viel aan een overdosis pijnstillers. Een album maken onder de vleugels van Prince was in het verleden zeker geen garantie op succes, zelfs niet als het een fantastisch album als het debuutalbum van Jill Jones was, maar Judith Hill is sinds 2015 behoorlijk succesvol.
Daar kwam ik zelf pas achter toen in 2021 haar derde album Baby, I'm Hollywood! verscheen. Op dit album liet Judith Hill horen dat ze beschikt over een geweldige soulstem, maar Baby, I'm Hollywood! bleek ook een verrassend veelzijdig album, dat in meerdere soorten zwarte muziek uit de voeten kon. Baby, I'm Hollywood! vond ik in eerste instantie net wat te gepolijst, maar het album bleek ook een rauwe kant te hebben en uiteindelijk trok de fantastische zang van Judith Hill me over de streep.
Het zijn woorden die ook weer opgaan voor het deze week verschenen vierde album van de muzikante uit Los Angeles. Letters From A Black Widow overtuigde me overigens wel een stuk makkelijker dan zijn voorganger, want met name in muzikaal opzicht is het een beter album dan Baby, I'm Hollywood!. Het is net als deze voorganger een verrassend veelzijdig album, want Judith Hill pint zichzelf wederom niet vast op één genre. Soul is het belangrijkste ingrediënt op Letters From A Black Widow, maar de Amerikaanse muzikante kan ook uit de voeten met R&B, funk, disco, jazz, gospel, psychedelica, Latin, blues en rock.
Prince is inmiddels al acht jaar niet meer onder ons, maar de geest van het muzikale genie uit Minneapolis waart nadrukkelijk rond op het album. De mix van stijlen doet meer dan eens aan een aantal latere albums van Prince denken en wanneer zo nu en dan een rauwe gitaarsolo opduikt lijkt het alsof de Amerikaanse grootheid is opgestaan uit de dood.
Letters From A Black Widow klinkt meer dan eens als een album dat Prince zou kunnen hebben gemaakt, maar het is wel een Prince album met een geweldige zangeres. Judith Hill zingt nog wat beter dan op haar vorige albums en veegt de vloer aan met zo ongeveer alle jonge soulzangeressen van het moment. Wanneer haar muzikanten vol op het orgel gaan, trekt Judith Hill haar imposante strot helemaal open en zingt ze met orkaankracht, maar de Amerikaanse muzikante kan ook prachtig doseren.
Ik luister niet zo heel vaak naar albums als Letters From A Black Widow, maar het nieuwe album van Judith Hill is echt 50 minuten genieten. In muzikaal opzicht klinkt het album fantastisch en de stem van Judith Hill maakt nog net wat meer indruk, maar ook de songs op Letters From A Black Widow prikkelen intens de fantasie en vermaken ondertussen bijzonder aangenaam. De Prince injectie geeft het nieuwe album van Judith Hill nog een extra impuls. Of Prince iets meekrijgt van het nieuwe album van zijn voormalige protegee weet ik niet, maar als het zo is denk ik dat hij alleen maar heel tevreden kan glimlachen. Erwin Zijleman
Judy Blank - Big Mood (2025)

4,0
0
geplaatst: 27 augustus 2025, 12:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Judy Blank - Big Mood - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Judy Blank - Big Mood
Het is flink wat jaren stil geweest rond de Nederlandse singer-songwriter Judy Blank, maar de terugkeer met het album Big Mood is dankzij een veelzijdig eigen geluid en een serie geweldige songs een zegetocht
Judy Blank vertrok na haar debuutalbum naar Nashville en maakte daar het uitstekende Morning Sun. Ze timmerde vervolgens met veel succes aan de weg in de Verenigde Staten, maar keerde voor het opnemen van haar debuutalbum terug naar Nederland. Dat is een bijzondere keuze, maar het pakt uitstekend uit. Met Big Mood heeft Judy Blank een sprankelend popalbum gemaakt dat aan de ene kant invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek bevat, maar dat ook zeker niet vies is van invloeden uit andere genres. Het klinkt bij vlagen verrassend lichtvoetig en aanstekelijk, maar de songs van Judy Blank zitten ook knap in elkaar en vallen niet alleen op door een mooie inkleuring maar ook door de aansprekende stem van de Nederlandse singer-songwriter.
Judy Blank deed in 2013 mee aan de talenjacht De beste singer-songwriter van Nederland. De editie werd gewonnen door ene Michael Prins, een naam die mij niets zegt, maar het tv-programma zette vooral Maaike Ouboter en Judy Blank op de kaart als zeer talentvolle singer-songwriters.
Judy Blank debuteerde een jaar later met het album When The Storm Hits, dat vooral liet horen dat ze beschikt over een uitstekende stem. Qua songs vond ik het debuutalbum van Judy Blank nog niet heel onderscheidend en ook in muzikaal opzicht vond ik het maar zozo, maar haar debuutalbum liet absoluut belofte horen.
Judy Blank omarmde vervolgens de Amerikaanse rootsmuziek en trok naar Nashville, waar ze haar tweede album opnam. Het in 2018 verschenen Morning Sun was in muzikaal opzicht een stuk interessanter dan het debuutalbum en liet bovendien horen dat Judy Blank als zangeres en als songwriter flink was gegroeid. Met Morning Sun maakte Judy Blank een album dat niet onder deed voor de andere albums die op dat moment in Nashville werden gemaakt en dat is knap.
Morning Sun is inmiddels bijna zeven jaar oud, maar deze week laat Judy Blank eindelijk opnieuw van zich horen. De Nederlandse singer-songwriter heeft zich inmiddels gevestigd in de Verenigde Staten, maar nam haar nieuwe album op in haar voormalige thuisbasis Utrecht. Het album is uitgebracht op het gerenommeerde Rounder label, wat iets zegt over de status van Judy Blank in de VS.
Het album is voorzien van een wat kitscherige cover, die mij in ieder geval niet aanspreekt, maar het gaat om de muziek en die is wederom van hoog niveau. Op Morning Sun maakte Judy Blank vooral authentiek maar ook zeer aangenaam klinkende Amerikaanse rootsmuziek met een hang naar de jaren 70 en een hoofdrol voor gitaren.
Big Mood laat een duidelijk ander maar vooral ook gevarieerder geluid horen. Het is een geluid dat in een aantal tracks wat neigt naar pop en waarin de gitaren deels zijn verruild voor synths, maar Judy Blank is ook zeker haar liefde voor de Amerikaanse rootsmuziek niet vergeten.
Door de flirts met pop en de voorkeur voor lekker in het gehoor liggende of zelfs aanstekelijke songs, zoals de openingstrack, is Big Mood een album dat ik niet zou verwachten op het Rounder label, maar met Judy Blank heeft het label absoluut een talent in huis gehaald.
Ik was zeer gecharmeerd van het pure rootsgeluid op het vorige album van de Nederlandse singer-songwriter, maar ook het veelzijdige en soms lekker wispelturige Big Mood bevalt me zeer. Het is knap hoe Judy Blank de invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek die ze omarmde in Nashville combineert met invloeden uit andere genres, wat een origineel klinkend album oplevert.
Het klinkt af en toe verrassend lichtvoetig, maar de Nederlandse muzikante laat in al haar songs horen dat ze een getalenteerde singer-songwriter is en ook de zang op Big Mood is weer wat beter dan die op de eerste twee albums. Door het album in Utrecht op te nemen en niet in Nashville combineert Judy Blank op knappe wijze den muziek uit de twee werelden waartussen ze beweegt.
Het levert een fris album op met zowel ingetogen als uitbundige songs, dat voor liefhebbers van wat traditionele Amerikaanse rootsmuziek misschien wat doorbijten is, maar dat voor een ieder met een wat bredere smaak dertien songs lang van een hoog niveau is. Ik moest even wennen aan Big Mood, maar heb er inmiddels dertien favoriete Judy Blank songs bij. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Judy Blank - Big Mood - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Judy Blank - Big Mood
Het is flink wat jaren stil geweest rond de Nederlandse singer-songwriter Judy Blank, maar de terugkeer met het album Big Mood is dankzij een veelzijdig eigen geluid en een serie geweldige songs een zegetocht
Judy Blank vertrok na haar debuutalbum naar Nashville en maakte daar het uitstekende Morning Sun. Ze timmerde vervolgens met veel succes aan de weg in de Verenigde Staten, maar keerde voor het opnemen van haar debuutalbum terug naar Nederland. Dat is een bijzondere keuze, maar het pakt uitstekend uit. Met Big Mood heeft Judy Blank een sprankelend popalbum gemaakt dat aan de ene kant invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek bevat, maar dat ook zeker niet vies is van invloeden uit andere genres. Het klinkt bij vlagen verrassend lichtvoetig en aanstekelijk, maar de songs van Judy Blank zitten ook knap in elkaar en vallen niet alleen op door een mooie inkleuring maar ook door de aansprekende stem van de Nederlandse singer-songwriter.
Judy Blank deed in 2013 mee aan de talenjacht De beste singer-songwriter van Nederland. De editie werd gewonnen door ene Michael Prins, een naam die mij niets zegt, maar het tv-programma zette vooral Maaike Ouboter en Judy Blank op de kaart als zeer talentvolle singer-songwriters.
Judy Blank debuteerde een jaar later met het album When The Storm Hits, dat vooral liet horen dat ze beschikt over een uitstekende stem. Qua songs vond ik het debuutalbum van Judy Blank nog niet heel onderscheidend en ook in muzikaal opzicht vond ik het maar zozo, maar haar debuutalbum liet absoluut belofte horen.
Judy Blank omarmde vervolgens de Amerikaanse rootsmuziek en trok naar Nashville, waar ze haar tweede album opnam. Het in 2018 verschenen Morning Sun was in muzikaal opzicht een stuk interessanter dan het debuutalbum en liet bovendien horen dat Judy Blank als zangeres en als songwriter flink was gegroeid. Met Morning Sun maakte Judy Blank een album dat niet onder deed voor de andere albums die op dat moment in Nashville werden gemaakt en dat is knap.
Morning Sun is inmiddels bijna zeven jaar oud, maar deze week laat Judy Blank eindelijk opnieuw van zich horen. De Nederlandse singer-songwriter heeft zich inmiddels gevestigd in de Verenigde Staten, maar nam haar nieuwe album op in haar voormalige thuisbasis Utrecht. Het album is uitgebracht op het gerenommeerde Rounder label, wat iets zegt over de status van Judy Blank in de VS.
Het album is voorzien van een wat kitscherige cover, die mij in ieder geval niet aanspreekt, maar het gaat om de muziek en die is wederom van hoog niveau. Op Morning Sun maakte Judy Blank vooral authentiek maar ook zeer aangenaam klinkende Amerikaanse rootsmuziek met een hang naar de jaren 70 en een hoofdrol voor gitaren.
Big Mood laat een duidelijk ander maar vooral ook gevarieerder geluid horen. Het is een geluid dat in een aantal tracks wat neigt naar pop en waarin de gitaren deels zijn verruild voor synths, maar Judy Blank is ook zeker haar liefde voor de Amerikaanse rootsmuziek niet vergeten.
Door de flirts met pop en de voorkeur voor lekker in het gehoor liggende of zelfs aanstekelijke songs, zoals de openingstrack, is Big Mood een album dat ik niet zou verwachten op het Rounder label, maar met Judy Blank heeft het label absoluut een talent in huis gehaald.
Ik was zeer gecharmeerd van het pure rootsgeluid op het vorige album van de Nederlandse singer-songwriter, maar ook het veelzijdige en soms lekker wispelturige Big Mood bevalt me zeer. Het is knap hoe Judy Blank de invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek die ze omarmde in Nashville combineert met invloeden uit andere genres, wat een origineel klinkend album oplevert.
Het klinkt af en toe verrassend lichtvoetig, maar de Nederlandse muzikante laat in al haar songs horen dat ze een getalenteerde singer-songwriter is en ook de zang op Big Mood is weer wat beter dan die op de eerste twee albums. Door het album in Utrecht op te nemen en niet in Nashville combineert Judy Blank op knappe wijze den muziek uit de twee werelden waartussen ze beweegt.
Het levert een fris album op met zowel ingetogen als uitbundige songs, dat voor liefhebbers van wat traditionele Amerikaanse rootsmuziek misschien wat doorbijten is, maar dat voor een ieder met een wat bredere smaak dertien songs lang van een hoog niveau is. Ik moest even wennen aan Big Mood, maar heb er inmiddels dertien favoriete Judy Blank songs bij. Erwin Zijleman
Judy Blank - Morning Sun (2018)

4,5
2
geplaatst: 9 september 2018, 10:53 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Judy Blank - Morning Sun - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nederlandse singer-songwriter maakt de belofte meer dan waar
Judy Blank debuteerde een jaar of vier geleden zeer verdienstelijk en trok vervolgens naar Nashville om de Amerikaanse countrymuziek op te snuiven en te omarmen. Met het in datzelfde Nashville opgenomen Morning Sun maakt Judy Blank de belofte van haar debuut meer dan waar. De met louter topmuzikanten opgenomen plaat imponeert van de eerste tot en met de laatste noot met fraaie klanken en werkelijk fantastische zang en doet geen moment onder voor het beste dat momenteel in het genre wordt gemaakt. Alle reden dus om heel trots te zijn op deze talentvolle Nederlandse muzikante.
Judy Blank deed in 2013 mee aan Giel Beelen’s tv-programma De beste singer-songwriter van Nederland. In een sterk bezet seizoen, waarin onder andere Sofia Dragt, Maaike Ouboter, Lucas Hamming en de latere winnaar Michael Prins mee deden, greep Judy Blank net naast de overwinning, maar zette ze zichzelf wel nadrukkelijk op de kaart als zeer talentvol singer-songwriter.
Het leverde in 2014 een debuut op dat overliep van de belofte. Op When The Storm Hits verraste Judy Blank met subtiel en smaakvol ingekleurde popliedjes en met een stem die iets met je deed.
Na de release van haar debuut groeide Judy Blank’s liefde voor de Amerikaanse rootsmuziek en trok ze met enige regelmaat naar het diepe zuiden van de Verenigde Staten en met name naar Nashville, Tennessee. De hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek leverde haar niet alleen heel veel inspiratie op, maar bracht haar ook in contact met een aantal gelouterde muzikanten en met producer Chris Taylor, die eerder werkte met onder andere Miranda Lambert en The Wood Brothers.
Het heeft geresulteerd in een tweede plaat, die toch flink anders klinkt dan het zo veelbelovende debuut van vier jaar geleden. Judy Blank heeft haar piano en keyboards ingeruild voor een gitaar en heeft de pop ingewisseld voor de Amerikaanse rootsmuziek. Ik was vier jaar geleden best te spreken over het debuut van Judy Blank, maar de plaat sprong er wat mij betreft niet echt uit. Morning Sun doet dit wel. En hoe.
Met haar tweede plaat moet de Nederlandse singer-songwriter concurreren met een bijna eindeloze stroom van jong Amerikaans talent en een legioen aan gevestigde namen, maar wat mij betreft kan ze de concurrentie aan. Dat is deels de verdienste van producer Chris Taylor, die niet alleen precies weet hoe een goede Amerikaanse rootsplaat moet klinken, maar bovendien een aantal geweldige muzikanten heeft gerekruteerd voor Morning Sun.
Direct in de openingstrack is Morning Sun goed voor kippenvel. Een prachtige gitaarlijn krijgt gezelschap van wonderschone pedal steel klanken, waarna Judy Blank diepe indruk maakt met vocalen die van alles met je doen. Geweldig gitaarwerk, benevelende pedal steel klanken en een stem die je weet te raken zijn terugkerende elementen op de tweede plaat van Judy Blank en het zijn elementen die de plaat naar grote hoogten stuwen.
Morning Sun sluit aan op het beste dat momenteel in Nashville en omstreken wordt gemaakt, maar Judy Blank durft zich ook te onttrekken aan het strakke keurslijf van de Nashville scene In Mary Jane, de geweldige single die aan het album vooraf ging, is een bijna funky en later bluesy gitaarloopje te horen en zo duiken vaker accenten op die je niet verwacht, zoals broeierige songs die nog wat dieper het zuiden van de VS in trekken of net wat rauwere tracks die Nashville tijdelijk verruilen voor Austin.
Zeker in de meer ingetogen songs op de plaat maakt Judy Blank een onuitwisbare indruk. In deze songs is de instrumentatie sober maar bijzonder smaakvol en ligt de nadruk op de stem van Judy Blank. Het is een stem die ik vier jaar geleden bijzonder en bij vlagen erg mooi vond, maar wat de Nederlandse singer-songwriter op haar nieuwe plaat laat horen is van grote klasse. Judy Blank zingt niet alleen geweldig, maar ook nog eens met veel gevoel, waardoor haar songs diep onder de huid kruipen.
Ik heb momenteel stapels nieuwe Amerikaanse rootsplaten liggen, waaronder platen van muzikanten van naam en faam, maar die van Judy Blank is met afstand de beste. Morning Sun verdient daarom in Nederland, maar zeker ook in Nashville en omstreken alle aandacht. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Judy Blank - Morning Sun - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nederlandse singer-songwriter maakt de belofte meer dan waar
Judy Blank debuteerde een jaar of vier geleden zeer verdienstelijk en trok vervolgens naar Nashville om de Amerikaanse countrymuziek op te snuiven en te omarmen. Met het in datzelfde Nashville opgenomen Morning Sun maakt Judy Blank de belofte van haar debuut meer dan waar. De met louter topmuzikanten opgenomen plaat imponeert van de eerste tot en met de laatste noot met fraaie klanken en werkelijk fantastische zang en doet geen moment onder voor het beste dat momenteel in het genre wordt gemaakt. Alle reden dus om heel trots te zijn op deze talentvolle Nederlandse muzikante.
Judy Blank deed in 2013 mee aan Giel Beelen’s tv-programma De beste singer-songwriter van Nederland. In een sterk bezet seizoen, waarin onder andere Sofia Dragt, Maaike Ouboter, Lucas Hamming en de latere winnaar Michael Prins mee deden, greep Judy Blank net naast de overwinning, maar zette ze zichzelf wel nadrukkelijk op de kaart als zeer talentvol singer-songwriter.
Het leverde in 2014 een debuut op dat overliep van de belofte. Op When The Storm Hits verraste Judy Blank met subtiel en smaakvol ingekleurde popliedjes en met een stem die iets met je deed.
Na de release van haar debuut groeide Judy Blank’s liefde voor de Amerikaanse rootsmuziek en trok ze met enige regelmaat naar het diepe zuiden van de Verenigde Staten en met name naar Nashville, Tennessee. De hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek leverde haar niet alleen heel veel inspiratie op, maar bracht haar ook in contact met een aantal gelouterde muzikanten en met producer Chris Taylor, die eerder werkte met onder andere Miranda Lambert en The Wood Brothers.
Het heeft geresulteerd in een tweede plaat, die toch flink anders klinkt dan het zo veelbelovende debuut van vier jaar geleden. Judy Blank heeft haar piano en keyboards ingeruild voor een gitaar en heeft de pop ingewisseld voor de Amerikaanse rootsmuziek. Ik was vier jaar geleden best te spreken over het debuut van Judy Blank, maar de plaat sprong er wat mij betreft niet echt uit. Morning Sun doet dit wel. En hoe.
Met haar tweede plaat moet de Nederlandse singer-songwriter concurreren met een bijna eindeloze stroom van jong Amerikaans talent en een legioen aan gevestigde namen, maar wat mij betreft kan ze de concurrentie aan. Dat is deels de verdienste van producer Chris Taylor, die niet alleen precies weet hoe een goede Amerikaanse rootsplaat moet klinken, maar bovendien een aantal geweldige muzikanten heeft gerekruteerd voor Morning Sun.
Direct in de openingstrack is Morning Sun goed voor kippenvel. Een prachtige gitaarlijn krijgt gezelschap van wonderschone pedal steel klanken, waarna Judy Blank diepe indruk maakt met vocalen die van alles met je doen. Geweldig gitaarwerk, benevelende pedal steel klanken en een stem die je weet te raken zijn terugkerende elementen op de tweede plaat van Judy Blank en het zijn elementen die de plaat naar grote hoogten stuwen.
Morning Sun sluit aan op het beste dat momenteel in Nashville en omstreken wordt gemaakt, maar Judy Blank durft zich ook te onttrekken aan het strakke keurslijf van de Nashville scene In Mary Jane, de geweldige single die aan het album vooraf ging, is een bijna funky en later bluesy gitaarloopje te horen en zo duiken vaker accenten op die je niet verwacht, zoals broeierige songs die nog wat dieper het zuiden van de VS in trekken of net wat rauwere tracks die Nashville tijdelijk verruilen voor Austin.
Zeker in de meer ingetogen songs op de plaat maakt Judy Blank een onuitwisbare indruk. In deze songs is de instrumentatie sober maar bijzonder smaakvol en ligt de nadruk op de stem van Judy Blank. Het is een stem die ik vier jaar geleden bijzonder en bij vlagen erg mooi vond, maar wat de Nederlandse singer-songwriter op haar nieuwe plaat laat horen is van grote klasse. Judy Blank zingt niet alleen geweldig, maar ook nog eens met veel gevoel, waardoor haar songs diep onder de huid kruipen.
Ik heb momenteel stapels nieuwe Amerikaanse rootsplaten liggen, waaronder platen van muzikanten van naam en faam, maar die van Judy Blank is met afstand de beste. Morning Sun verdient daarom in Nederland, maar zeker ook in Nashville en omstreken alle aandacht. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman
Julia Bardo - Bauhaus, L'Appartamento (2021)

4,0
0
geplaatst: 17 september 2021, 12:05 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julia Bardo - Bauhaus, L'Appartamento - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Bardo - Bauhaus, L'Appartamento
De Italiaanse muzikante Julia Bardo levert vanuit het Britse Manchester een knap debuut af, dat opvalt door een eigenzinnige instrumentatie, een veelheid aan stijlen, goede songs en een hele mooie stem
Deze week vol nieuwe releases is misschien niet de handigste week voor het uitbrengen van een debuutalbum, maar het razend knappe debuut van de Italiaanse Julia Bardo zou ik niet laten liggen. Het is een debuut dat indruk maakt door de bijzonder mooie stem van de tegenwoordig vanuit Manchester opererende muzikante, maar ook de eigenzinnige instrumentatie, het veelzijdige geluid, de aansprekende songs en de persoonlijke teksten op het album spreken zeer tot de verbeelding. Julia Bardo sluit aan bij de vele jonge vrouwelijke singer-songwriters van het moment, maar slaagt er ook in om een mooi en bijzonder eigen geluid neer te zetten. Van Julia Bardo gaan we nog veel horen, dat is zeker.
Singer-songwriter Julia Bardo levert in een week met heel veel nieuwe releases haar debuutalbum af. Het zal waarschijnlijk niet meevallen om op te vallen tussen alle interessante nieuwe albums van het moment, maar de muzikante uit Manchester verdient de aandacht wat mij betreft absoluut.
Het debuutalbum van Julia Bardo viel mij overigens wel direct op en dat heeft alles te maken met de twee prima EP’s die ze vorig jaar uitbracht en die lieten horen dat Julia Bardo op een breed terrein uit de voeten kan en een eigenzinnig geluid laat horen. Je hoort het allebei terug op haar debuutalbum Bauhaus, L'Appartamento, dat de lijn van de EP’s doortrekt en het niveau nog een stukje verder opkrikt.
Julia Bardo opereert zoals gezegd vanuit Manchester, maar ze werd grootgebracht op het Italiaanse platteland, waar ze vooral Italiaanse muziek hoorde en de naam Giulia Bonometti droeg. Pas op latere leeftijd kwam ze in aanraking met de Britse en Amerikaanse popmuziek en leerde ze instrumenten bespelen.
De droom om te kunnen leven van haar muziek leek kansrijker in het Verenigd Koninkrijk dan in Italië, wat haar huidige thuisbasis Manchester verklaart. Vanuit Manchester heeft de Italiaanse muzikante een uitstekend debuut afgeleverd.
Ik heb hierboven al aangegeven dat Julia Bardo op een breed terrein uit de voeten kan en dat levert een lekker veelzijdig album op. Een aantal songs op Bauhaus, L'Appartamento, valt op door stekelige gitaarlijnen en past in het hokje indierock, maar het album bevat ook songs die beter in het hokje folkpop of het hokje zwoele pop passen.
Julia Bardo werkt op haar debuutalbum samen met de Britse muzikant Euan Hinshelwood, die ik ook ken van de band Younghusband en hun geweldige album Swimmers uit 2019, die het album produceerde en bijdroeg aan de instrumentatie. Julia Bardo kan inmiddels zelf ook op meerdere instrumenten uit de voeten, maar haalde ook nog een aantal gastmuzikanten naar de studio.
In het aantrekkelijke geluid op Bauhaus, L'Appartamento staan de gitaren centraal. Deze gitaren zorgen voor een gruizige basis, maar ook voor opvallende en zeer aanwezige gitaarlijnen en hier en daar voor een solo. Omdat de gitaren flink uit mogen pakken, schuift het debuut van Julia Bardo vaak op richting rock, maar Bauhaus, L'Appartamento is ook vaak een zwoel popalbum, dat doet verlangen naar een paar weken nazomer.
In muzikaal opzicht dringt het debuut van Julia Bardo zich makkelijk op en ook de songs op het album zijn stuk voor stuk aansprekend. De Italiaanse muzikante beschikt ook nog eens over een zeer aangename stem. Het is een stem die me meer dan eens doet denken aan die van Natalie Merchant, maar dan zonder de wat scherpe randjes. Het is een stem die de toch al zo aardige songs flink boven het maaiveld uittilt.
Julia Bardo haalt nog wat extra bonuspunten door niet alleen aan te sluiten bij de vrouwelijke singer-songwriters in het indierock en indiepop segment van het moment, maar ook uitstapjes te maken naar de indierock uit de jaren 90 en hier en daar zelfs op het schuiven richting popmuziek uit de jaren 60.
Het is zoals gezegd een week met heel veel interessante nieuwe releases, maar het ijzersterke Bauhaus, L'Appartamento van Julia Bardo was voor mij direct een zekerheid. Fraai debuut van deze Italiaanse muzikante. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julia Bardo - Bauhaus, L'Appartamento - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Bardo - Bauhaus, L'Appartamento
De Italiaanse muzikante Julia Bardo levert vanuit het Britse Manchester een knap debuut af, dat opvalt door een eigenzinnige instrumentatie, een veelheid aan stijlen, goede songs en een hele mooie stem
Deze week vol nieuwe releases is misschien niet de handigste week voor het uitbrengen van een debuutalbum, maar het razend knappe debuut van de Italiaanse Julia Bardo zou ik niet laten liggen. Het is een debuut dat indruk maakt door de bijzonder mooie stem van de tegenwoordig vanuit Manchester opererende muzikante, maar ook de eigenzinnige instrumentatie, het veelzijdige geluid, de aansprekende songs en de persoonlijke teksten op het album spreken zeer tot de verbeelding. Julia Bardo sluit aan bij de vele jonge vrouwelijke singer-songwriters van het moment, maar slaagt er ook in om een mooi en bijzonder eigen geluid neer te zetten. Van Julia Bardo gaan we nog veel horen, dat is zeker.
Singer-songwriter Julia Bardo levert in een week met heel veel nieuwe releases haar debuutalbum af. Het zal waarschijnlijk niet meevallen om op te vallen tussen alle interessante nieuwe albums van het moment, maar de muzikante uit Manchester verdient de aandacht wat mij betreft absoluut.
Het debuutalbum van Julia Bardo viel mij overigens wel direct op en dat heeft alles te maken met de twee prima EP’s die ze vorig jaar uitbracht en die lieten horen dat Julia Bardo op een breed terrein uit de voeten kan en een eigenzinnig geluid laat horen. Je hoort het allebei terug op haar debuutalbum Bauhaus, L'Appartamento, dat de lijn van de EP’s doortrekt en het niveau nog een stukje verder opkrikt.
Julia Bardo opereert zoals gezegd vanuit Manchester, maar ze werd grootgebracht op het Italiaanse platteland, waar ze vooral Italiaanse muziek hoorde en de naam Giulia Bonometti droeg. Pas op latere leeftijd kwam ze in aanraking met de Britse en Amerikaanse popmuziek en leerde ze instrumenten bespelen.
De droom om te kunnen leven van haar muziek leek kansrijker in het Verenigd Koninkrijk dan in Italië, wat haar huidige thuisbasis Manchester verklaart. Vanuit Manchester heeft de Italiaanse muzikante een uitstekend debuut afgeleverd.
Ik heb hierboven al aangegeven dat Julia Bardo op een breed terrein uit de voeten kan en dat levert een lekker veelzijdig album op. Een aantal songs op Bauhaus, L'Appartamento, valt op door stekelige gitaarlijnen en past in het hokje indierock, maar het album bevat ook songs die beter in het hokje folkpop of het hokje zwoele pop passen.
Julia Bardo werkt op haar debuutalbum samen met de Britse muzikant Euan Hinshelwood, die ik ook ken van de band Younghusband en hun geweldige album Swimmers uit 2019, die het album produceerde en bijdroeg aan de instrumentatie. Julia Bardo kan inmiddels zelf ook op meerdere instrumenten uit de voeten, maar haalde ook nog een aantal gastmuzikanten naar de studio.
In het aantrekkelijke geluid op Bauhaus, L'Appartamento staan de gitaren centraal. Deze gitaren zorgen voor een gruizige basis, maar ook voor opvallende en zeer aanwezige gitaarlijnen en hier en daar voor een solo. Omdat de gitaren flink uit mogen pakken, schuift het debuut van Julia Bardo vaak op richting rock, maar Bauhaus, L'Appartamento is ook vaak een zwoel popalbum, dat doet verlangen naar een paar weken nazomer.
In muzikaal opzicht dringt het debuut van Julia Bardo zich makkelijk op en ook de songs op het album zijn stuk voor stuk aansprekend. De Italiaanse muzikante beschikt ook nog eens over een zeer aangename stem. Het is een stem die me meer dan eens doet denken aan die van Natalie Merchant, maar dan zonder de wat scherpe randjes. Het is een stem die de toch al zo aardige songs flink boven het maaiveld uittilt.
Julia Bardo haalt nog wat extra bonuspunten door niet alleen aan te sluiten bij de vrouwelijke singer-songwriters in het indierock en indiepop segment van het moment, maar ook uitstapjes te maken naar de indierock uit de jaren 90 en hier en daar zelfs op het schuiven richting popmuziek uit de jaren 60.
Het is zoals gezegd een week met heel veel interessante nieuwe releases, maar het ijzersterke Bauhaus, L'Appartamento van Julia Bardo was voor mij direct een zekerheid. Fraai debuut van deze Italiaanse muzikante. Erwin Zijleman
Julia Biel - Julia Biel (2018)

4,0
0
geplaatst: 16 februari 2018, 12:16 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julia Biel - Julia Biel - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Julia Biel is een singer-songwriter uit Londen die al flink wat jaren aan de weg timmert en met name in jazzkringen de afgelopen jaren veel lof heeft geoogst en bovendien de nodige prestigieuze prijzen heeft veroverd.
In Engeland wordt de singer-songwriter met zowel Duitse als Zuid-Afrikaanse wortels inmiddels al enige tijd één van de beste zangeressen van het moment genoemd en wordt de vergelijking gemaakt met Norah Jones en Amy Winehouse, wat me absoluut nieuwsgierig maakte naar de nieuwe plaat van Julia Biel.
Met haar titelloze nieuwe plaat lijkt Julia Biel de sprong van het selectieve jazzpubliek naar het veel grotere poppubliek te willen maken en dat lijkt me na beluistering van de plaat zeker geen kansloze missie.
De titelloze plaat van Julia Biel staat immers vol met lekker in het gehoor liggende popliedjes met vooral invloeden uit soul en jazz, is voorzien van een warmbloedig of zelfs voorzichtig broeierig geluid en tenslotte is Julia Biel inderdaad een uitstekende zangeres, die op haar nieuwe plaat ook nog eens wat meer gevoel in haar stem legt.
Bij eerste beluistering was ik vooral gecharmeerd van het geluid op de nieuwe plaat van Julia Biel. De plaat is voorzien van een warm klinkend geluid waarin subtiele organische klanken van vooral gitaar en piano domineren, maar waarin ook regelmatig wordt uitgepakt met flink aanzwellende strijkers, wat de plaat een psychedelisch tintje geeft. Het geluid is verder verrijkt met subtiele accenten van onder andere blazers en elektronica, wat zorgt voor een wat zweverige en ook mysterieuze sfeer.
Het geluid op de nieuwe plaat van Julia Biel is absoluut vol en gepolijst, maar van overproductie is wat mij betreft geen sprake. Het past bovendien werkelijk prachtig bij de fascinerende stem van Julia Biel, die me overigens nooit aan Norah Jones en maar heel af en toe aan Amy Winehouse doet denken.
Julia Biel heeft een bijzonder eigen geluid dat mij af en toe wel wat doet denken aan Macy Gray, al heeft ze wel wat minder gruis op haar stembanden, waardoor met name de uithalen hoog en afwijkend klinken, maar gelukkig niet zo krakerig als bij Macy Gray. Ik ben normaal niet zo gek op stembuigingen en uithalen, maar die van Julia Biel zijn prachtig en indrukwekkend.
Julia Biel heeft zich dit kaar naar eigen zeggen laten inspireren door Billie Holiday, Radiohead, Pink Floyd en Talk Talk, maar buiten de eerste naam hoor ik daar weinig van. Toch slaagt Julia Biel er in om anders te klinken dan al die andere zangeressen die hun geluk beproeven in de pop met invloeden uit de jazz en de soul en merk ik bovendien dat de titelloze plaat van Julia Biel een groeiplaat is.
In eerste instantie perfect voor lome avonden, maar al snel veel meer dan dat. Ook de speelduur van bijna een uur vond ik in eerste instantie wat veel van het goede, al is het maar omdat Julia Biel niet heel veel varieert, maar uiteindelijk draagt de lengte van de plaat bij aan de kracht en valt steeds meer op hoe mooi de instrumentatie is en hoe goed de zang.
Een zangeres die zo wordt gehyped als Julia Biel op het moment kan rekenen op flink wat tegenstand en weerstand, maar ik ben na flink wat keren horen helemaal om en onder indruk van het talent van deze Britse singer-songwriter, die ook in tekstueel opzicht de meeste van haar collega's ver voor blijft. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julia Biel - Julia Biel - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Julia Biel is een singer-songwriter uit Londen die al flink wat jaren aan de weg timmert en met name in jazzkringen de afgelopen jaren veel lof heeft geoogst en bovendien de nodige prestigieuze prijzen heeft veroverd.
In Engeland wordt de singer-songwriter met zowel Duitse als Zuid-Afrikaanse wortels inmiddels al enige tijd één van de beste zangeressen van het moment genoemd en wordt de vergelijking gemaakt met Norah Jones en Amy Winehouse, wat me absoluut nieuwsgierig maakte naar de nieuwe plaat van Julia Biel.
Met haar titelloze nieuwe plaat lijkt Julia Biel de sprong van het selectieve jazzpubliek naar het veel grotere poppubliek te willen maken en dat lijkt me na beluistering van de plaat zeker geen kansloze missie.
De titelloze plaat van Julia Biel staat immers vol met lekker in het gehoor liggende popliedjes met vooral invloeden uit soul en jazz, is voorzien van een warmbloedig of zelfs voorzichtig broeierig geluid en tenslotte is Julia Biel inderdaad een uitstekende zangeres, die op haar nieuwe plaat ook nog eens wat meer gevoel in haar stem legt.
Bij eerste beluistering was ik vooral gecharmeerd van het geluid op de nieuwe plaat van Julia Biel. De plaat is voorzien van een warm klinkend geluid waarin subtiele organische klanken van vooral gitaar en piano domineren, maar waarin ook regelmatig wordt uitgepakt met flink aanzwellende strijkers, wat de plaat een psychedelisch tintje geeft. Het geluid is verder verrijkt met subtiele accenten van onder andere blazers en elektronica, wat zorgt voor een wat zweverige en ook mysterieuze sfeer.
Het geluid op de nieuwe plaat van Julia Biel is absoluut vol en gepolijst, maar van overproductie is wat mij betreft geen sprake. Het past bovendien werkelijk prachtig bij de fascinerende stem van Julia Biel, die me overigens nooit aan Norah Jones en maar heel af en toe aan Amy Winehouse doet denken.
Julia Biel heeft een bijzonder eigen geluid dat mij af en toe wel wat doet denken aan Macy Gray, al heeft ze wel wat minder gruis op haar stembanden, waardoor met name de uithalen hoog en afwijkend klinken, maar gelukkig niet zo krakerig als bij Macy Gray. Ik ben normaal niet zo gek op stembuigingen en uithalen, maar die van Julia Biel zijn prachtig en indrukwekkend.
Julia Biel heeft zich dit kaar naar eigen zeggen laten inspireren door Billie Holiday, Radiohead, Pink Floyd en Talk Talk, maar buiten de eerste naam hoor ik daar weinig van. Toch slaagt Julia Biel er in om anders te klinken dan al die andere zangeressen die hun geluk beproeven in de pop met invloeden uit de jazz en de soul en merk ik bovendien dat de titelloze plaat van Julia Biel een groeiplaat is.
In eerste instantie perfect voor lome avonden, maar al snel veel meer dan dat. Ook de speelduur van bijna een uur vond ik in eerste instantie wat veel van het goede, al is het maar omdat Julia Biel niet heel veel varieert, maar uiteindelijk draagt de lengte van de plaat bij aan de kracht en valt steeds meer op hoe mooi de instrumentatie is en hoe goed de zang.
Een zangeres die zo wordt gehyped als Julia Biel op het moment kan rekenen op flink wat tegenstand en weerstand, maar ik ben na flink wat keren horen helemaal om en onder indruk van het talent van deze Britse singer-songwriter, die ook in tekstueel opzicht de meeste van haar collega's ver voor blijft. Erwin Zijleman
Julia Deans - We Light Fire (2018)

4,5
1
geplaatst: 9 augustus 2018, 16:02 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julia Deans - We Light Fire - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Fysieke afstanden doen er in deze digitale tijden al lang niet meer toe in de muziekindustrie, maar desondanks is het aandeel van de Nieuw-Zeelandse muziek hier nog steeds klein. De Nieuw-Zeelandse muziekscene blijft er echter wel een om in de gaten te houden.
Wat van ver komt is lang niet altijd lekkerder, maar popmuziek uit Nieuw Zeeland is vaak van hoog niveau en gaat wat losser om met de conventies die gelden in Europa en in de Verenigde Staten.
We Light Fire, als ik goed heb geteld de derde plaat van Julia Deans, verscheen in mei in Nieuw-Zeeland en begint langzaam maar zeker ook hier door te dringen. De vorige platen van de singer-songwriter uit Auckland ken ik niet, maar We Light Fire is een verrassend sterke plaat waarop nogal uiteenlopende invloeden worden verwerkt.
In de openingstrack benevelt Julia Deans je direct met een uiterst stemmige track, die wel wat doet denken aan Lana Del Rey’s Video Games, al is de track van de Nieuw-Zeelandse muzikante wel wat lomer en zwaarmoediger en is haar stem mooier en veelzijdiger.
De stijl van de openingstrack had ik makkelijk een hele plaat volgehouden, maar Julia Deans heeft in muzikaal opzicht vele gezichten. In de tweede track verrast ze met een toegankelijk maar smaakvol popliedje dat op een of andere manier doet denken aan de jaren 80. De invloeden uit dit decennium worden weer doorgetrokken in de derde track, waarin Julia Deans het bezwerende uit de openingstrack combineert met invloeden uit de 80s postpunk en synthpop.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal erg aangenaam, maar de meeste kracht schuilt in de mooie stem van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter, die zowel in zeer lome en sfeervolle als in uptempo en aanstekelijke tracks uit de voeten kan. Zeker wanneer de zang in meerdere lagen is opgenomen doet het wat sprookjesachtig aan, maar Julia Deans schuwt ook het experiment niet in songs die op subtiele wijze tegen de haren in strijken.
Het levert een plaat op die zich lastig laat vergelijken met de platen van anderen en waaraan ik zeker in eerste instantie wel wat moest wennen. Wanneer je vaker naar We Light Fire luistert valt er steeds meer op zijn plek. De eigenzinnige popliedjes van Julia Deans zitten vol avontuur, gaan steeds net een andere kant op dan je verwacht en steken razend knap in elkaar. De meeste songs op de plaat liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar toch zoekt de Nieuw Zeelandse muzikante steeds de grenzen op met bijzondere ritmes, stemmingswisselingen en het fraaie gebruik van haar stem.
Het ene moment betovert ze met een aanstekelijk popliedje, de volgende keer met een intieme folksong of met een stekelige track vol invloeden. Het talent druipt er van af en waar je in eerste instantie nog wat twijfelt over het gebrek aan consistentie is het fragmentarische karakter van We Light Fire uiteindelijk de grootste kracht van de plaat. De nieuwe plaat van Julia Deans kreeg in Nieuw-Zeeland zeer lovende kritieken en wat mij betreft is nu Europa aan de beurt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julia Deans - We Light Fire - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Fysieke afstanden doen er in deze digitale tijden al lang niet meer toe in de muziekindustrie, maar desondanks is het aandeel van de Nieuw-Zeelandse muziek hier nog steeds klein. De Nieuw-Zeelandse muziekscene blijft er echter wel een om in de gaten te houden.
Wat van ver komt is lang niet altijd lekkerder, maar popmuziek uit Nieuw Zeeland is vaak van hoog niveau en gaat wat losser om met de conventies die gelden in Europa en in de Verenigde Staten.
We Light Fire, als ik goed heb geteld de derde plaat van Julia Deans, verscheen in mei in Nieuw-Zeeland en begint langzaam maar zeker ook hier door te dringen. De vorige platen van de singer-songwriter uit Auckland ken ik niet, maar We Light Fire is een verrassend sterke plaat waarop nogal uiteenlopende invloeden worden verwerkt.
In de openingstrack benevelt Julia Deans je direct met een uiterst stemmige track, die wel wat doet denken aan Lana Del Rey’s Video Games, al is de track van de Nieuw-Zeelandse muzikante wel wat lomer en zwaarmoediger en is haar stem mooier en veelzijdiger.
De stijl van de openingstrack had ik makkelijk een hele plaat volgehouden, maar Julia Deans heeft in muzikaal opzicht vele gezichten. In de tweede track verrast ze met een toegankelijk maar smaakvol popliedje dat op een of andere manier doet denken aan de jaren 80. De invloeden uit dit decennium worden weer doorgetrokken in de derde track, waarin Julia Deans het bezwerende uit de openingstrack combineert met invloeden uit de 80s postpunk en synthpop.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal erg aangenaam, maar de meeste kracht schuilt in de mooie stem van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter, die zowel in zeer lome en sfeervolle als in uptempo en aanstekelijke tracks uit de voeten kan. Zeker wanneer de zang in meerdere lagen is opgenomen doet het wat sprookjesachtig aan, maar Julia Deans schuwt ook het experiment niet in songs die op subtiele wijze tegen de haren in strijken.
Het levert een plaat op die zich lastig laat vergelijken met de platen van anderen en waaraan ik zeker in eerste instantie wel wat moest wennen. Wanneer je vaker naar We Light Fire luistert valt er steeds meer op zijn plek. De eigenzinnige popliedjes van Julia Deans zitten vol avontuur, gaan steeds net een andere kant op dan je verwacht en steken razend knap in elkaar. De meeste songs op de plaat liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar toch zoekt de Nieuw Zeelandse muzikante steeds de grenzen op met bijzondere ritmes, stemmingswisselingen en het fraaie gebruik van haar stem.
Het ene moment betovert ze met een aanstekelijk popliedje, de volgende keer met een intieme folksong of met een stekelige track vol invloeden. Het talent druipt er van af en waar je in eerste instantie nog wat twijfelt over het gebrek aan consistentie is het fragmentarische karakter van We Light Fire uiteindelijk de grootste kracht van de plaat. De nieuwe plaat van Julia Deans kreeg in Nieuw-Zeeland zeer lovende kritieken en wat mij betreft is nu Europa aan de beurt. Erwin Zijleman
Julia Holter - Aviary (2018)

3,5
2
geplaatst: 29 oktober 2018, 20:24 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julia Holter - Aviary - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Holter experimenteert en intrigeert anderhalf uur lang met muziek die je in een even aangename als onaangename wurggreep houdt
Makkelijk was de muziek van Julia Holter nooit, al deed haar vorige plaat flink wat geslaagde pogingen om te verleiden met een song met een kop en een staart. Dit keer slaat het experiment in alle hevigheid toe en laat de muziek die uit de speakers komt je alle hoeken van de kamer zien. Aviary is vrijwel continu ongrijpbaar, maar is dat steeds weer op een net wat andere manier. Langzaam maar zeker valt er het een en ander op zijn plek, maar dan ben je al vele luisterbeurten verder. Aviary slurpt energie, maar langzaam maar zeker betaalt het zich terug en verschijnen de contouren van een geslaagde nieuwe plaat.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Julia Holter stamt uit 2012, toen haar tweede plaat Ekstasis verscheen. Ekstasis was dankzij de minimalistische en behoorlijk ongrijpbare instrumentatie en meerdere lagen met al even ongrijpbare vocalen zeker geen makkelijke plaat. Ik kon er bij eerste beluistering niet zoveel mee, maar op een of andere manier intrigeerde het wel en uiteindelijk viel er veel op zijn plek.
Alles viel op zijn plek op het in 2013 verschenen Loud City Song, dat zich liet beluisteren als een ontdekkingsreis langs allerlei muziek die je nog nooit eerder had gehoord. In eerste instantie lastig te doorgronden, maar uiteindelijk van grote schoonheid.
Vergeleken met Ekstasis en Loud City Song klonk de muziek van Julia Holter op het in 2015 verschenen Have You In My Wilderness opeens verrassend toegankelijk. De plaat leek geïnspireerd door de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar gelukkig drukte de muzikante uit Los Angeles er ook dit keer het eigenzinnige Julia Holter stempel op.
Sindsdien moesten we het doen met twee tussendoortjes in de vorm van een soundtrack en een live-plaat, maar deze week verscheen de echte opvolger van Have You In My Wilderness. Julia Holter trekt de lijn richting een steeds net wat toegankelijker geluid dit keer niet door, want Aviary is een behoorlijk experimentele plaat, die je anderhalf uur lang op het verkeerde been zet.
Aviary opent direct heftig met een vier minuten durende kakofonie van geluid en stevige vocale uithalen, die bij mij associaties opriepen met Björk, en daar ben ik geen liefhebber van. Het is direct even stevig doorbijten, maar na de eerste zure appel, klinkt de tweede track op het eerste gehoor voorzichtig lichtvoetig. Het is een term die met een flinke korrel zout moet worden genomen, want ook de tweede track zet je constant op het verkeerde been en bevat naast aangename passages ook passages die stevig tegen de haren in strijken.
Na twee tracks is wel duidelijk dat Julia Holter dit keer vol voor het experiment gaat en dit nog een paar stappen verder doorvoert dan op Ekstasis en Loud City Song. Aviary is een plaat die je het beste eerst een paar keer kunt beluisteren zonder te oordelen. Het is een plaat waarop iedere track weer anders klinkt. De ene keer bijna of zelfs helemaal klassiek van aard, het volgende moment toch weer opschuivend in de richting van een popsong met een kop en een staart of in zwoele muziek met vooral jazzy accenten.
Het is een plaat die bij eerste beluisteringen van de hak op de tak springt en vooral vervreemdend werkt, maar langzaam maar zeker duiken er songs op die het oor toch vooral strelen. In vocaal opzicht klinkt Julia Holter hier en daar nog wat conventioneler dan op haar singer-songwriter plaat Have You In My Wilderness, maar de instrumentatie zoekt continu het experiment en ook de vocalen kunnen zomaar een andere kant op springen.
Zeker wanneer Julia Holter kiest voor vreemde klanken en rare geluidjes moet ik af en toe aan Kate Bush denken, al bleef die toch altijd een stuk dichter bij de popliedjes met een kop en een staart. Aviary is uiteindelijk geen moment in een hokje te duwen en ik kan er ook geen hokje voor bedenken. De plaat springt van klassiek naar avant-garde en via jazz en pop terug naar elektronica, zonder ook maar een moment echt in een van deze hokjes te passen.
“Sonic beauty and brains in a 90-minute epic” noemt The Guardian het en dat is een mooie omschrijving. Ook het uitpluizen van de teksten op de nieuwe plaat van Julia Holter is immers monnikenwerk en een ver van eenvoudige opgave. Julia Holter beschrijft de plaat zelf overigens als “the cacophony of the mind in a melting world” en lijkt de soundtrack te hebben gemaakt bij de huidige tijden.
Ik denk dat ik de plaat inmiddels een keer of 10 heb beluisterd en ik word nog steeds alle kanten op geslingerd door de muziek van Julia Holter. De ene keer vind ik het prachtig, de volgende keer verschrikkelijk en meestal hoor ik nog steeds maar de helft van alles wat er gebeurt op de nieuwe plaat van de muzikante uit Los Angeles. Op haar vorige plaat was er de smakelijke verleiding van een beproefd maar smaakvol geherinterpreteerd gerecht. De nieuwe plaat valt de smaakpapillen continu aan met nieuwe smaaksensaties en het gaat allemaal zo snel dat de hersenen het nauwelijks kunnen verwerken. Dat hier en topchef aan het werk is, is echter zonneklaar. Klaar ben ik voorlopig nog niet met deze unieke plaat van een muzikante die volop durft te experimenteren en wederom respect afdwingt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julia Holter - Aviary - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Holter experimenteert en intrigeert anderhalf uur lang met muziek die je in een even aangename als onaangename wurggreep houdt
Makkelijk was de muziek van Julia Holter nooit, al deed haar vorige plaat flink wat geslaagde pogingen om te verleiden met een song met een kop en een staart. Dit keer slaat het experiment in alle hevigheid toe en laat de muziek die uit de speakers komt je alle hoeken van de kamer zien. Aviary is vrijwel continu ongrijpbaar, maar is dat steeds weer op een net wat andere manier. Langzaam maar zeker valt er het een en ander op zijn plek, maar dan ben je al vele luisterbeurten verder. Aviary slurpt energie, maar langzaam maar zeker betaalt het zich terug en verschijnen de contouren van een geslaagde nieuwe plaat.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Julia Holter stamt uit 2012, toen haar tweede plaat Ekstasis verscheen. Ekstasis was dankzij de minimalistische en behoorlijk ongrijpbare instrumentatie en meerdere lagen met al even ongrijpbare vocalen zeker geen makkelijke plaat. Ik kon er bij eerste beluistering niet zoveel mee, maar op een of andere manier intrigeerde het wel en uiteindelijk viel er veel op zijn plek.
Alles viel op zijn plek op het in 2013 verschenen Loud City Song, dat zich liet beluisteren als een ontdekkingsreis langs allerlei muziek die je nog nooit eerder had gehoord. In eerste instantie lastig te doorgronden, maar uiteindelijk van grote schoonheid.
Vergeleken met Ekstasis en Loud City Song klonk de muziek van Julia Holter op het in 2015 verschenen Have You In My Wilderness opeens verrassend toegankelijk. De plaat leek geïnspireerd door de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar gelukkig drukte de muzikante uit Los Angeles er ook dit keer het eigenzinnige Julia Holter stempel op.
Sindsdien moesten we het doen met twee tussendoortjes in de vorm van een soundtrack en een live-plaat, maar deze week verscheen de echte opvolger van Have You In My Wilderness. Julia Holter trekt de lijn richting een steeds net wat toegankelijker geluid dit keer niet door, want Aviary is een behoorlijk experimentele plaat, die je anderhalf uur lang op het verkeerde been zet.
Aviary opent direct heftig met een vier minuten durende kakofonie van geluid en stevige vocale uithalen, die bij mij associaties opriepen met Björk, en daar ben ik geen liefhebber van. Het is direct even stevig doorbijten, maar na de eerste zure appel, klinkt de tweede track op het eerste gehoor voorzichtig lichtvoetig. Het is een term die met een flinke korrel zout moet worden genomen, want ook de tweede track zet je constant op het verkeerde been en bevat naast aangename passages ook passages die stevig tegen de haren in strijken.
Na twee tracks is wel duidelijk dat Julia Holter dit keer vol voor het experiment gaat en dit nog een paar stappen verder doorvoert dan op Ekstasis en Loud City Song. Aviary is een plaat die je het beste eerst een paar keer kunt beluisteren zonder te oordelen. Het is een plaat waarop iedere track weer anders klinkt. De ene keer bijna of zelfs helemaal klassiek van aard, het volgende moment toch weer opschuivend in de richting van een popsong met een kop en een staart of in zwoele muziek met vooral jazzy accenten.
Het is een plaat die bij eerste beluisteringen van de hak op de tak springt en vooral vervreemdend werkt, maar langzaam maar zeker duiken er songs op die het oor toch vooral strelen. In vocaal opzicht klinkt Julia Holter hier en daar nog wat conventioneler dan op haar singer-songwriter plaat Have You In My Wilderness, maar de instrumentatie zoekt continu het experiment en ook de vocalen kunnen zomaar een andere kant op springen.
Zeker wanneer Julia Holter kiest voor vreemde klanken en rare geluidjes moet ik af en toe aan Kate Bush denken, al bleef die toch altijd een stuk dichter bij de popliedjes met een kop en een staart. Aviary is uiteindelijk geen moment in een hokje te duwen en ik kan er ook geen hokje voor bedenken. De plaat springt van klassiek naar avant-garde en via jazz en pop terug naar elektronica, zonder ook maar een moment echt in een van deze hokjes te passen.
“Sonic beauty and brains in a 90-minute epic” noemt The Guardian het en dat is een mooie omschrijving. Ook het uitpluizen van de teksten op de nieuwe plaat van Julia Holter is immers monnikenwerk en een ver van eenvoudige opgave. Julia Holter beschrijft de plaat zelf overigens als “the cacophony of the mind in a melting world” en lijkt de soundtrack te hebben gemaakt bij de huidige tijden.
Ik denk dat ik de plaat inmiddels een keer of 10 heb beluisterd en ik word nog steeds alle kanten op geslingerd door de muziek van Julia Holter. De ene keer vind ik het prachtig, de volgende keer verschrikkelijk en meestal hoor ik nog steeds maar de helft van alles wat er gebeurt op de nieuwe plaat van de muzikante uit Los Angeles. Op haar vorige plaat was er de smakelijke verleiding van een beproefd maar smaakvol geherinterpreteerd gerecht. De nieuwe plaat valt de smaakpapillen continu aan met nieuwe smaaksensaties en het gaat allemaal zo snel dat de hersenen het nauwelijks kunnen verwerken. Dat hier en topchef aan het werk is, is echter zonneklaar. Klaar ben ik voorlopig nog niet met deze unieke plaat van een muzikante die volop durft te experimenteren en wederom respect afdwingt. Erwin Zijleman
Julia Holter - Have You in My Wilderness (2015)

4,5
0
geplaatst: 2 oktober 2015, 16:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julia Holter - Have You In My Wilderness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse muzikante Julia Holter maakte de afgelopen jaren drie wonderschone, maar ook behoorlijk experimentele platen.
Tragedy (2011), Ekstasis (2012) en Loud City Song (2013) waren platen waar je even voor moest gaan zitten, maar alle energie die je er in stak werd uiteindelijk dubbel en dwars terug betaald.
Op haar nieuwe plaat, Have You In My Wilderness, kiest Julia Holter voor een net wat ander geluid. De muzikante uit Los Angeles durft nog altijd volop te experimenteren en maakt muziek die zeker niet alledaags is, maar vergeleken met zijn voorgangers is Have You In My Wilderness een verrassend toegankelijke plaat.
Julia Holter maakt, veel meer dan op haar vorige platen, popliedjes met een kop en een staart en het zijn popliedjes om te zoenen. Have You In My Wilderness staat vol met heerlijke dromerige popliedjes, die opvallen door de prachtige melodieën en vaak betoverende klanken.
Het zijn prachtig georkestreerde popliedjes, waarin strijkers en een piano fraai samenvloeien met de opvallend mooie stem van van Julia Holter. Het is een stem die nog steeds af en toe doet denken aan die van Nico, maar het is dit keer wel de engelachtige variant op Nico.
Have You In My Wilderness is misschien een stuk toegankelijker dan zijn voorgangers, maar het is nog altijd een plaat die iedere keer weer nieuwe dingen laat horen, je constant op het verkeerde been zet, maar je ook constant weet te verleiden en te betoveren.
Julia Holter creëerde op haar vorige platen haar eigen muzikale universum en dat doet ze ook weer op deze nieuwe plaat. Het is een plaat die het, in tegenstelling tot zijn voorgangers, ook prima doet op de achtergrond, maar Have You In My Wilderness is toch het mooist wanneer je alle mysteries weet te ontrafelen.
Ik was zeer gecharmeerd van de experimentele platen van Julia Holter, maar deze net wat toegankelijkere plaat doet me uiteindelijk nog net wat meer. Prachtig. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julia Holter - Have You In My Wilderness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse muzikante Julia Holter maakte de afgelopen jaren drie wonderschone, maar ook behoorlijk experimentele platen.
Tragedy (2011), Ekstasis (2012) en Loud City Song (2013) waren platen waar je even voor moest gaan zitten, maar alle energie die je er in stak werd uiteindelijk dubbel en dwars terug betaald.
Op haar nieuwe plaat, Have You In My Wilderness, kiest Julia Holter voor een net wat ander geluid. De muzikante uit Los Angeles durft nog altijd volop te experimenteren en maakt muziek die zeker niet alledaags is, maar vergeleken met zijn voorgangers is Have You In My Wilderness een verrassend toegankelijke plaat.
Julia Holter maakt, veel meer dan op haar vorige platen, popliedjes met een kop en een staart en het zijn popliedjes om te zoenen. Have You In My Wilderness staat vol met heerlijke dromerige popliedjes, die opvallen door de prachtige melodieën en vaak betoverende klanken.
Het zijn prachtig georkestreerde popliedjes, waarin strijkers en een piano fraai samenvloeien met de opvallend mooie stem van van Julia Holter. Het is een stem die nog steeds af en toe doet denken aan die van Nico, maar het is dit keer wel de engelachtige variant op Nico.
Have You In My Wilderness is misschien een stuk toegankelijker dan zijn voorgangers, maar het is nog altijd een plaat die iedere keer weer nieuwe dingen laat horen, je constant op het verkeerde been zet, maar je ook constant weet te verleiden en te betoveren.
Julia Holter creëerde op haar vorige platen haar eigen muzikale universum en dat doet ze ook weer op deze nieuwe plaat. Het is een plaat die het, in tegenstelling tot zijn voorgangers, ook prima doet op de achtergrond, maar Have You In My Wilderness is toch het mooist wanneer je alle mysteries weet te ontrafelen.
Ik was zeer gecharmeerd van de experimentele platen van Julia Holter, maar deze net wat toegankelijkere plaat doet me uiteindelijk nog net wat meer. Prachtig. Erwin Zijleman
Julia Holter - Something in the Room She Moves (2024)

4,5
2
geplaatst: 24 maart 2024, 11:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julia Holter - Something In The Room She Moves - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Holter - Something In The Room She Moves
Julia Holter komt eindelijk met een opvolger van Aviary uit 2018 en ook Something In The Room She Moves is weer een album dat is gevuld met volstrekt onnavolgbare songs, maar ook met betoverend mooie klanken
Het was in 2012 absoluut even wennen aan Ekstasis van de Amerikaanse muzikante Julia Holter, maar uiteindelijk was ik fan. Het heeft inmiddels een bescheiden stapeltje hele bijzondere albums opgeleverd, waar deze week Something In The Room She Moves aan wordt toegevoegd. Het is een behoorlijk ingetogen album waarop wolken elektronica en de prachtige stem van Julia Holter centraal staan, maar luister net wat beter en je hoort niet alleen een vat vol tegenstrijdigheden, maar ook wonderschone en afwisselend serene en sprookjesachtige muziek. Makkelijk is het zeker niet, maar stel je open voor het nieuwe album van Julia Holter en je wordt rijkelijk beloond.
De Amerikaanse muzikante Julia Holter trok bijna op de dag af twaalf jaar geleden voor het eerst mijn aandacht met het fascinerende Ekstasis, dat uiteindelijk mijn jaarlijstje haalde. Het tweede album van de muzikante uit Los Angeles, California, kreeg etiketten als freakfolk, ambient, minimal music, psychdrone, experimental en avant garde opgeplakt, maar met geen van deze hokjes deed je de muziek van Julia Holter ook maar enigszins recht. Het bijzondere van Ekstasis is dat het aan de ene kant een wonderschoon en verrassend toegankelijk album is, maar het is ook een album dat vol staat met behoorlijk experimentele en vaak onnavolgbare tracks.
Het is een omschrijving die ook op gaat voor de albums die volgden, want ook Loud City Song uit 2013, Have You In My Wilderness uit 2015 en Aviary uit 2018 zijn albums die in artistiek opzicht bijzonder diep graven, maar het zijn ook albums vol betoverend mooie passages en hier en daar op zijn minst fragmenten van een toegankelijke popsong. De afgelopen jaren moesten we het doen zonder een nieuw regulier album van Julia Holter, al maakte ze wel een filmsoundtrack en werkte ze samen met andere muzikanten.
Het deze week verschenen Something In The Room She Moves moet worden gezien als de echte opvolger van Aviary en het is net als zijn voorgangers een fascinerend album. Alleen in de openingstrack van het ruim vijftig minuten durende album gebeurt er al meer dan op het gemiddelde andere album dat deze week is verschenen. Julia Holter combineert haar prachtige stem met wolken synths, bijzondere ritmes, eigenzinnige bijdragen van blazers en een bak bijzondere geluiden wat een prachtig geluid, maar ook een buitengewoon complexe song oplevert.
De muzikante uit Los Angeles experimenteert er op haar nieuwe album weer flink op los, maar ook de muziek op Something In The Room She Moves klinkt ondanks de fascinerende ingrediënten en de bijzondere wendingen zeker niet ontoegankelijk. Something In The Room She Moves is wat mij betreft het mooist als je het album met de koptelefoon beluistert en je ogen sluit. Vervolgens word je ruim vijftig minuten lang omringd door sprookjesachtige en beeldende klanken.
Veel songs op Something In The Room She Moves hebben een wat zweverig en bijna sereen karakter, maar luister net wat beter en je ontdekt een duizelingwekkende hoeveelheid fascinerende details onder de atmosferische wolken elektronica en de engelachtige zang van Julia Holter. Something In The Room She Moves is voorzien van prachtige en zeer subtiele blazersarrangementen en hier en daar wat strijkers, maar ook de wonderschone basloopjes die de songs op het album voorzien van structuur dragen nadrukkelijk bij aan de schoonheid van het album.
Ook op haar nieuwe album is Julia Holter soms niet eens zo heel ver verwijderd van songs met een kop en een staart en een vleugje Kate Bush, maar uiteindelijk vind je er niet een op het album. Something In The Room She Moves staat niet alleen garant voor beeldende klanken, maar het is ook een album dat zorgt voor totale ontspanning. Ik inmiddels al meerdere keren naar het album geluisterd, maar weet dat ik de komende maanden nog heel veel nieuws ga ontdekken in de fascinerende songs van Julia Holter, die wederom een album heeft afgeleverd dat zijn gelijke niet kent. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julia Holter - Something In The Room She Moves - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Holter - Something In The Room She Moves
Julia Holter komt eindelijk met een opvolger van Aviary uit 2018 en ook Something In The Room She Moves is weer een album dat is gevuld met volstrekt onnavolgbare songs, maar ook met betoverend mooie klanken
Het was in 2012 absoluut even wennen aan Ekstasis van de Amerikaanse muzikante Julia Holter, maar uiteindelijk was ik fan. Het heeft inmiddels een bescheiden stapeltje hele bijzondere albums opgeleverd, waar deze week Something In The Room She Moves aan wordt toegevoegd. Het is een behoorlijk ingetogen album waarop wolken elektronica en de prachtige stem van Julia Holter centraal staan, maar luister net wat beter en je hoort niet alleen een vat vol tegenstrijdigheden, maar ook wonderschone en afwisselend serene en sprookjesachtige muziek. Makkelijk is het zeker niet, maar stel je open voor het nieuwe album van Julia Holter en je wordt rijkelijk beloond.
De Amerikaanse muzikante Julia Holter trok bijna op de dag af twaalf jaar geleden voor het eerst mijn aandacht met het fascinerende Ekstasis, dat uiteindelijk mijn jaarlijstje haalde. Het tweede album van de muzikante uit Los Angeles, California, kreeg etiketten als freakfolk, ambient, minimal music, psychdrone, experimental en avant garde opgeplakt, maar met geen van deze hokjes deed je de muziek van Julia Holter ook maar enigszins recht. Het bijzondere van Ekstasis is dat het aan de ene kant een wonderschoon en verrassend toegankelijk album is, maar het is ook een album dat vol staat met behoorlijk experimentele en vaak onnavolgbare tracks.
Het is een omschrijving die ook op gaat voor de albums die volgden, want ook Loud City Song uit 2013, Have You In My Wilderness uit 2015 en Aviary uit 2018 zijn albums die in artistiek opzicht bijzonder diep graven, maar het zijn ook albums vol betoverend mooie passages en hier en daar op zijn minst fragmenten van een toegankelijke popsong. De afgelopen jaren moesten we het doen zonder een nieuw regulier album van Julia Holter, al maakte ze wel een filmsoundtrack en werkte ze samen met andere muzikanten.
Het deze week verschenen Something In The Room She Moves moet worden gezien als de echte opvolger van Aviary en het is net als zijn voorgangers een fascinerend album. Alleen in de openingstrack van het ruim vijftig minuten durende album gebeurt er al meer dan op het gemiddelde andere album dat deze week is verschenen. Julia Holter combineert haar prachtige stem met wolken synths, bijzondere ritmes, eigenzinnige bijdragen van blazers en een bak bijzondere geluiden wat een prachtig geluid, maar ook een buitengewoon complexe song oplevert.
De muzikante uit Los Angeles experimenteert er op haar nieuwe album weer flink op los, maar ook de muziek op Something In The Room She Moves klinkt ondanks de fascinerende ingrediënten en de bijzondere wendingen zeker niet ontoegankelijk. Something In The Room She Moves is wat mij betreft het mooist als je het album met de koptelefoon beluistert en je ogen sluit. Vervolgens word je ruim vijftig minuten lang omringd door sprookjesachtige en beeldende klanken.
Veel songs op Something In The Room She Moves hebben een wat zweverig en bijna sereen karakter, maar luister net wat beter en je ontdekt een duizelingwekkende hoeveelheid fascinerende details onder de atmosferische wolken elektronica en de engelachtige zang van Julia Holter. Something In The Room She Moves is voorzien van prachtige en zeer subtiele blazersarrangementen en hier en daar wat strijkers, maar ook de wonderschone basloopjes die de songs op het album voorzien van structuur dragen nadrukkelijk bij aan de schoonheid van het album.
Ook op haar nieuwe album is Julia Holter soms niet eens zo heel ver verwijderd van songs met een kop en een staart en een vleugje Kate Bush, maar uiteindelijk vind je er niet een op het album. Something In The Room She Moves staat niet alleen garant voor beeldende klanken, maar het is ook een album dat zorgt voor totale ontspanning. Ik inmiddels al meerdere keren naar het album geluisterd, maar weet dat ik de komende maanden nog heel veel nieuws ga ontdekken in de fascinerende songs van Julia Holter, die wederom een album heeft afgeleverd dat zijn gelijke niet kent. Erwin Zijleman
Julia Jacklin - Crushing (2019)

4,5
0
geplaatst: 24 februari 2019, 10:21 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julia Jacklin - Crushing - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Jacklin - Crushing
Julia Jacklin maakt een breakup plaat vol prachtige popliedjes en een stem die bij iedere keer horen meer indruk maakt
Ik was bijna tweeënhalf jaar geleden zeer onder de indruk van het debuut van Julia Jacklin. Het was een debuut dat aangenaam rammelde en van de hak op de tak sprong, maar ook een getalenteerd songwriter en even getalenteerd zangeres liet horen. Het komt allemaal nog wat beter uit de verf op het bijzonder fraaie Crushing. Crushing kiest wat vaker voor ingetogen songs en juist in deze songs maakt de stem van Julia Jacklin de meeste indruk. Haar plaat krijgt bovendien een indringende lading door het centrale thema, dat van Crushing een echte breakup plaat maakt. Ik was al gek op Julia Jacklin, maar met deze plaat schaart ze zich onder mijn persoonlijke favorieten.
Ik was in de herfst van 2016 zeer gecharmeerd van het goed ontvangen debuut van de Australische singer-songwriter Julia Jacklin. Op Don’t Let The Kids Win strooide de muzikante uit Sydney driftig met memorabele popliedjes.
Het waren ook nog eens popliedjes die alle kanten op schoten. Van broeierig en onderkoeld tot uiterst ingetogen en folky tot rauw en rammelend.
De diversiteit op Don’t Let The Kids Win droeg absoluut bij aan de charme van de plaat, maar als ik achteraf bezien mijn favoriete songs van de plaat mag kiezen, kies ik absoluut voor de wat lome en intieme songs, waarin de prachtige stem van Julia Jacklin zo goed tot zijn recht komt.
Het is een geluid dat direct in de vijf minuten durende openingstrack van de nieuwe plaat van Julia Jacklin wordt geperfectioneerd. In Body doet Julia Jacklin alles wat ze al zo goed deed op haar debuut nog net een stukje beter. Het is een donkere en intieme track, waarin een hele mooie instrumentatie wordt gecombineerd met de soepele vocalen van de Australische singer-songwriter. De openingstrack van Crushing krijgt nog wat meer lading door de tekst, waarin Julia Jacklin het einde van een relatie bezingt.
Body legt de lat meteen bijzonder hoog voor de rest van de plaat en wat mij betreft is het het prijsnummer van de plaat. Ook de rest van de tweede plaat van Julia Jacklin is gelukkig prachtig. De tweede plaat van de Australische singer-songwriter klinkt wat minder onrustig dan zijn voorganger en laat een wat verzorgder geluid horen. Dat hoor je het best in de zich langzaam voortslepende songs op de plaat, maar ook wanneer Julia Jacklin kiest voor een wat stevigere songs, klinken deze net wat verzorgder dan op haar debuut.
Nu ben ik zeker niet vies van rammelpop, maar het warme en verzorgde geluid op Crushing bevalt me zeer. Het gitaarwerk op de plaat is veelkleurig maar altijd trefzeker en hetzelfde moet gezegd worden over de zang op de plaat. Julia Jacklin liet op haar debuut al horen dat ze een zeer getalenteerd zangeres is en ook op haar tweede plaat druipt het talent ervan af. De Australische muzikante zingt krachtig en soepel, laat flink wat emotie horen, maar kan ook stevig verleiden met lome fluisterklanken.
Daarbij komt nog dat de Australische een zeer getalenteerd songwriter is, die het ene na het andere tijdloze popliedje uit de hoge hoed tovert. Crushing heeft zeker raakvlakken met de muziek van Julia Jacklin’s landgenote Courtney Barnett, maar de singer-songwriter uit Sydney heeft ook een duidelijk eigen geluid en het is een geluid dat zeker niet onder doet voor dat van persoonlijke favorieten als Lucy Dacus, Julien Baker en Phoebe Bridgers.
Ondanks het feit dat fysieke afstanden er nauwelijks meer toe doen is het voor Australische muzikanten lastiger om aan de weg te timmeren dan voor hun Britse of Amerikaanse soortgenoten, maar deze Julia Jacklin is een muzikante die het verdient om intens gekoesterd te worden. Met breakup plaat Crushing heeft ze wat mij betreft een plaat gemaakt die zomaar kan opduiken in de jaarlijstjes over een maand of tien. En voorlopig groeit Crushing nog wel even door. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julia Jacklin - Crushing - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Jacklin - Crushing
Julia Jacklin maakt een breakup plaat vol prachtige popliedjes en een stem die bij iedere keer horen meer indruk maakt
Ik was bijna tweeënhalf jaar geleden zeer onder de indruk van het debuut van Julia Jacklin. Het was een debuut dat aangenaam rammelde en van de hak op de tak sprong, maar ook een getalenteerd songwriter en even getalenteerd zangeres liet horen. Het komt allemaal nog wat beter uit de verf op het bijzonder fraaie Crushing. Crushing kiest wat vaker voor ingetogen songs en juist in deze songs maakt de stem van Julia Jacklin de meeste indruk. Haar plaat krijgt bovendien een indringende lading door het centrale thema, dat van Crushing een echte breakup plaat maakt. Ik was al gek op Julia Jacklin, maar met deze plaat schaart ze zich onder mijn persoonlijke favorieten.
Ik was in de herfst van 2016 zeer gecharmeerd van het goed ontvangen debuut van de Australische singer-songwriter Julia Jacklin. Op Don’t Let The Kids Win strooide de muzikante uit Sydney driftig met memorabele popliedjes.
Het waren ook nog eens popliedjes die alle kanten op schoten. Van broeierig en onderkoeld tot uiterst ingetogen en folky tot rauw en rammelend.
De diversiteit op Don’t Let The Kids Win droeg absoluut bij aan de charme van de plaat, maar als ik achteraf bezien mijn favoriete songs van de plaat mag kiezen, kies ik absoluut voor de wat lome en intieme songs, waarin de prachtige stem van Julia Jacklin zo goed tot zijn recht komt.
Het is een geluid dat direct in de vijf minuten durende openingstrack van de nieuwe plaat van Julia Jacklin wordt geperfectioneerd. In Body doet Julia Jacklin alles wat ze al zo goed deed op haar debuut nog net een stukje beter. Het is een donkere en intieme track, waarin een hele mooie instrumentatie wordt gecombineerd met de soepele vocalen van de Australische singer-songwriter. De openingstrack van Crushing krijgt nog wat meer lading door de tekst, waarin Julia Jacklin het einde van een relatie bezingt.
Body legt de lat meteen bijzonder hoog voor de rest van de plaat en wat mij betreft is het het prijsnummer van de plaat. Ook de rest van de tweede plaat van Julia Jacklin is gelukkig prachtig. De tweede plaat van de Australische singer-songwriter klinkt wat minder onrustig dan zijn voorganger en laat een wat verzorgder geluid horen. Dat hoor je het best in de zich langzaam voortslepende songs op de plaat, maar ook wanneer Julia Jacklin kiest voor een wat stevigere songs, klinken deze net wat verzorgder dan op haar debuut.
Nu ben ik zeker niet vies van rammelpop, maar het warme en verzorgde geluid op Crushing bevalt me zeer. Het gitaarwerk op de plaat is veelkleurig maar altijd trefzeker en hetzelfde moet gezegd worden over de zang op de plaat. Julia Jacklin liet op haar debuut al horen dat ze een zeer getalenteerd zangeres is en ook op haar tweede plaat druipt het talent ervan af. De Australische muzikante zingt krachtig en soepel, laat flink wat emotie horen, maar kan ook stevig verleiden met lome fluisterklanken.
Daarbij komt nog dat de Australische een zeer getalenteerd songwriter is, die het ene na het andere tijdloze popliedje uit de hoge hoed tovert. Crushing heeft zeker raakvlakken met de muziek van Julia Jacklin’s landgenote Courtney Barnett, maar de singer-songwriter uit Sydney heeft ook een duidelijk eigen geluid en het is een geluid dat zeker niet onder doet voor dat van persoonlijke favorieten als Lucy Dacus, Julien Baker en Phoebe Bridgers.
Ondanks het feit dat fysieke afstanden er nauwelijks meer toe doen is het voor Australische muzikanten lastiger om aan de weg te timmeren dan voor hun Britse of Amerikaanse soortgenoten, maar deze Julia Jacklin is een muzikante die het verdient om intens gekoesterd te worden. Met breakup plaat Crushing heeft ze wat mij betreft een plaat gemaakt die zomaar kan opduiken in de jaarlijstjes over een maand of tien. En voorlopig groeit Crushing nog wel even door. Erwin Zijleman
Julia Jacklin - Don't Let the Kids Win (2016)

4,5
0
geplaatst: 19 oktober 2016, 22:30 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
Review on: De krenten uit de pop: Julia Jacklin - Don't Let The Kids Win - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik ben de naam Julia Jacklin de afgelopen weken op een aantal plekken tegen gekomen en iedere keer trok ik de conclusie dat ik maar eens heel snel moest gaan luisteren naar het debuut van de Australische singer-songwriter.
Dat heb ik inmiddels gedaan en ik moet zeggen dat Julia Jacklin de hooggespannen verwachtingen met Don’t Let The Kids Win ruimschoots heeft waargemaakt.
Dat is de jonge Australische singer-songwriter gelukt met songs die bol staan van de invloeden, die vervolgens zijn gecombineerd tot een bijzonder eigen geluid dat direct aanspreekt.
De muziek van Julia Jacklin heeft het zwoele en verleidelijke van Mazzy Star, het rauwe en eigentijdse van singer-songwriters als Courtney Barnett, Angel Olsen en Sharon van Etten, het gevoel voor perfecte popliedjes van The Pretenders, de voorliefde voor 50s girlpop van Phil Spector, het flirterige van Blondie, het fascinerende van Lera Lynn en Lana Del Rey en het gevoel en de emotie van zeer uiteenlopende singer-songwriters uit de Amerikaanse rootsmuziek.
Dat lijken misschien wat veel en bovendien deels tegenstrijdige invloeden, maar luister naar Don’t Let The Kids Win en je hoort het echt allemaal. En nog veel meer, want in ieder artikel dat ik lees over Julia Jacklin duiken weer andere namen op en echt onzinnig is het maar zelden.
Julia Jacklin smeedt het allemaal aan elkaar in vrijwel onweerstaanbare popliedjes of in folky songs die je tot op het bot weten te raken. Het zijn de popliedjes die het oor genadeloos strelen, maar de muziek van de Australische singer-songwriter mag ook lekker rammelen of rauw klinken of juist uiterst ingetogen voortkabbelen, wat flink contrasteert met de uitbundige tracks waarmee de plaat opent.
In muzikaal opzicht is het allemaal dik in orde, met een hoofdrol voor het heerlijk galmende of juist zeer subtiele gitaarspel, maar de meeste verleiding komt toch van de heerlijke stem van Julia Jacklin en haar goede gevoel voor melodieuze en tijdloze popliedjes en haar gave om diep te graven in uiterst intieme songs.
Het zijn songs waarin ik steeds weer nieuwe dingen hoor, want als je goed luistert hoor je naast alle al genoemde invloeden ook een beetje dreampop, maar ook de zich langzaam voortslepende Appalachen folk van Gillian Welch.
Don’t Let The Kids Win is een plaat waarvan je alleen maar kunt houden en dat begint al bij eerste beluistering, maar je hoort pas echt hoe goed en veelzijdig de plaat is wanneer je hem veel vaker hebt gehoord. Schrijf hem maar op voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman
Review on: De krenten uit de pop: Julia Jacklin - Don't Let The Kids Win - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik ben de naam Julia Jacklin de afgelopen weken op een aantal plekken tegen gekomen en iedere keer trok ik de conclusie dat ik maar eens heel snel moest gaan luisteren naar het debuut van de Australische singer-songwriter.
Dat heb ik inmiddels gedaan en ik moet zeggen dat Julia Jacklin de hooggespannen verwachtingen met Don’t Let The Kids Win ruimschoots heeft waargemaakt.
Dat is de jonge Australische singer-songwriter gelukt met songs die bol staan van de invloeden, die vervolgens zijn gecombineerd tot een bijzonder eigen geluid dat direct aanspreekt.
De muziek van Julia Jacklin heeft het zwoele en verleidelijke van Mazzy Star, het rauwe en eigentijdse van singer-songwriters als Courtney Barnett, Angel Olsen en Sharon van Etten, het gevoel voor perfecte popliedjes van The Pretenders, de voorliefde voor 50s girlpop van Phil Spector, het flirterige van Blondie, het fascinerende van Lera Lynn en Lana Del Rey en het gevoel en de emotie van zeer uiteenlopende singer-songwriters uit de Amerikaanse rootsmuziek.
Dat lijken misschien wat veel en bovendien deels tegenstrijdige invloeden, maar luister naar Don’t Let The Kids Win en je hoort het echt allemaal. En nog veel meer, want in ieder artikel dat ik lees over Julia Jacklin duiken weer andere namen op en echt onzinnig is het maar zelden.
Julia Jacklin smeedt het allemaal aan elkaar in vrijwel onweerstaanbare popliedjes of in folky songs die je tot op het bot weten te raken. Het zijn de popliedjes die het oor genadeloos strelen, maar de muziek van de Australische singer-songwriter mag ook lekker rammelen of rauw klinken of juist uiterst ingetogen voortkabbelen, wat flink contrasteert met de uitbundige tracks waarmee de plaat opent.
In muzikaal opzicht is het allemaal dik in orde, met een hoofdrol voor het heerlijk galmende of juist zeer subtiele gitaarspel, maar de meeste verleiding komt toch van de heerlijke stem van Julia Jacklin en haar goede gevoel voor melodieuze en tijdloze popliedjes en haar gave om diep te graven in uiterst intieme songs.
Het zijn songs waarin ik steeds weer nieuwe dingen hoor, want als je goed luistert hoor je naast alle al genoemde invloeden ook een beetje dreampop, maar ook de zich langzaam voortslepende Appalachen folk van Gillian Welch.
Don’t Let The Kids Win is een plaat waarvan je alleen maar kunt houden en dat begint al bij eerste beluistering, maar je hoort pas echt hoe goed en veelzijdig de plaat is wanneer je hem veel vaker hebt gehoord. Schrijf hem maar op voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman
Julia Jacklin - PRE PLEASURE (2022)

4,5
2
geplaatst: 27 augustus 2022, 10:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julia Jacklin - PRE PLEASURE - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Jacklin - PRE PLEASURE
De lat lag angstig hoog na de uitstekende eerste twee albums van Julia Jacklin, maar met het prachtige en vooral ingetogen PRE PLEASURE gaat de Australische muzikante er moeiteloos overheen
De naam Julia Jacklin zal, ondanks haar uitstekende eerste twee albums, niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar dat moet echt gaan veranderen met het deze week verschenen PRE PLEASURE, waarop Julia Jacklin nog wat meer overtuigt. Samen met producer Marcus Paquin en muzikanten van onder andere The Weather Station heeft de Australische muzikante een vooral ingetogen album gemaakt dat overloopt van schoonheid. Julia Jacklin kan uit de voeten met aanstekelijke popsongs, maar ze graaft op PRE PLEASURE vooral dieper. De muziek op het derde album van Julia Jacklin is prachtig en haar zang is nog wat mooier. Julia Jacklin overtreft met PRE PLEASURE haar vorige albums op alle fronten en levert een onbetwist jaarlijstjesalbum af.
Het is alweer bijna zes jaar geleden dat Julia Jacklin opdook met haar debuutalbum Don't Let The Kids Win. De muzikante uit het Australische Sydney trok in eerste instantie wat minder aandacht dan alle jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indiepop en indierock uit de Verenigde Staten, maar het debuut van Julia Jacklin bleek al snel een geweldig album, waarop ze alles minstens net zo goed of zelfs beter deed dan de besten in het genre.
De Australische muzikante grossierde op haar debuutalbum in geweldige popsongs, die op knappe wijze zeer uiteenlopende invloeden verwerkten, in tekstueel opzicht interessant waren en die zowel aanstekelijk als fantasierijk klonken. Julia Jacklin vertolkte deze songs met veel gevoel en bleek ook nog eens over een hele mooie en karakteristieke stem te beschikken.
Don't Let The Kids Win was in 2016 een album vol belofte, maar die belofte was de Australische muzikante ver voorbij op haar tweede album, het in 2019 verschenen Crushing. Crushing was nog wat constanter dan het debuut van Julia Jacklin en dook aan het einde van het betreffende jaar op in flink wat jaarlijstjes, waaronder die van mij.
We zijn inmiddels weer drie jaar verder en deze week keert Julia Jacklin terug met album nummer drie, PRE PLEASURE (met hoofdletters). Het is een album waar ik met bijna onrealistisch hoge verwachtingen naar uit keek, maar Julia Jacklin overtreft ze met speels gemak. PRE PLEASURE ligt deels in het verlengde van zijn twee voorgangers, maar de Australische muzikante doet dit keer alles nog net wat beter en slaat bovendien een net wat andere weg in.
PRE PLEASURE werd opgenomen in Montreal met de Canadese producer Marcus Paquin, die eerder werkte met onder andere Arcade Fire, The National en The Weather Station. Leden van laatstgenoemde band vergezelden Julia Jacklin tijdens haar Canadese tour en zijn ook te horen op haar nieuwe album, terwijl arrangeur Owen Pallet in een aantal tracks tekent voor rijke orkestraties.
PRE PLEASURE klinkt in muzikaal opzicht nog een stuk mooier en veelzijdiger dan zijn twee voorgangers. De Australische muzikante kan op haar derde album uit de voeten met lekker in het gehoor liggende indiepop en met licht gruizige indierock, maar verreweg de meeste songs op haar nieuwe album zijn betrekkelijk sober ingekleurd en duwen Julia Jacklin wat in de richting van de Amerikaanse rootsmuziek, waarin de muzikante uit Sydney ook met de besten mee blijkt te kunnen.
Zeker in de uiterst sober ingekleurde songs, die niet hadden misstaan op het laatste album van Big Thief, zingt Julia Jacklin prachtig en laat ze horen dat ze meer inhoud heeft dan haar concurrenten en bovendien beter zingt. Het zijn deze behoorlijk ingetogen songs, die overigens wel vol mooie en bijzondere details zitten, die van PRE PLEASURE een prachtalbum maken, al draagt ook de veelzijdigheid van Julia Jacklin bij aan de kwaliteit van haar nieuwe album.
Ik was direct bij eerste beluistering enorm onder de indruk van het derde album van de Australische muzikante, die terecht kan rekenen op zeer positieve recensies van de aansprekende muziektijdschriften en muziekwebsites, maar naarmate ik het album vaker hoor wordt PRE PLEASURE alleen maar mooier en zeker in de kleine uurtjes doen de ingetogen tracks op het album wonderen. Julia Jacklin is zeker niet de meest bekende vrouwelijke singer-songwriter van het moment, maar wel een van de allerbesten. Prachtalbum. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julia Jacklin - PRE PLEASURE - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Jacklin - PRE PLEASURE
De lat lag angstig hoog na de uitstekende eerste twee albums van Julia Jacklin, maar met het prachtige en vooral ingetogen PRE PLEASURE gaat de Australische muzikante er moeiteloos overheen
De naam Julia Jacklin zal, ondanks haar uitstekende eerste twee albums, niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar dat moet echt gaan veranderen met het deze week verschenen PRE PLEASURE, waarop Julia Jacklin nog wat meer overtuigt. Samen met producer Marcus Paquin en muzikanten van onder andere The Weather Station heeft de Australische muzikante een vooral ingetogen album gemaakt dat overloopt van schoonheid. Julia Jacklin kan uit de voeten met aanstekelijke popsongs, maar ze graaft op PRE PLEASURE vooral dieper. De muziek op het derde album van Julia Jacklin is prachtig en haar zang is nog wat mooier. Julia Jacklin overtreft met PRE PLEASURE haar vorige albums op alle fronten en levert een onbetwist jaarlijstjesalbum af.
Het is alweer bijna zes jaar geleden dat Julia Jacklin opdook met haar debuutalbum Don't Let The Kids Win. De muzikante uit het Australische Sydney trok in eerste instantie wat minder aandacht dan alle jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indiepop en indierock uit de Verenigde Staten, maar het debuut van Julia Jacklin bleek al snel een geweldig album, waarop ze alles minstens net zo goed of zelfs beter deed dan de besten in het genre.
De Australische muzikante grossierde op haar debuutalbum in geweldige popsongs, die op knappe wijze zeer uiteenlopende invloeden verwerkten, in tekstueel opzicht interessant waren en die zowel aanstekelijk als fantasierijk klonken. Julia Jacklin vertolkte deze songs met veel gevoel en bleek ook nog eens over een hele mooie en karakteristieke stem te beschikken.
Don't Let The Kids Win was in 2016 een album vol belofte, maar die belofte was de Australische muzikante ver voorbij op haar tweede album, het in 2019 verschenen Crushing. Crushing was nog wat constanter dan het debuut van Julia Jacklin en dook aan het einde van het betreffende jaar op in flink wat jaarlijstjes, waaronder die van mij.
We zijn inmiddels weer drie jaar verder en deze week keert Julia Jacklin terug met album nummer drie, PRE PLEASURE (met hoofdletters). Het is een album waar ik met bijna onrealistisch hoge verwachtingen naar uit keek, maar Julia Jacklin overtreft ze met speels gemak. PRE PLEASURE ligt deels in het verlengde van zijn twee voorgangers, maar de Australische muzikante doet dit keer alles nog net wat beter en slaat bovendien een net wat andere weg in.
PRE PLEASURE werd opgenomen in Montreal met de Canadese producer Marcus Paquin, die eerder werkte met onder andere Arcade Fire, The National en The Weather Station. Leden van laatstgenoemde band vergezelden Julia Jacklin tijdens haar Canadese tour en zijn ook te horen op haar nieuwe album, terwijl arrangeur Owen Pallet in een aantal tracks tekent voor rijke orkestraties.
PRE PLEASURE klinkt in muzikaal opzicht nog een stuk mooier en veelzijdiger dan zijn twee voorgangers. De Australische muzikante kan op haar derde album uit de voeten met lekker in het gehoor liggende indiepop en met licht gruizige indierock, maar verreweg de meeste songs op haar nieuwe album zijn betrekkelijk sober ingekleurd en duwen Julia Jacklin wat in de richting van de Amerikaanse rootsmuziek, waarin de muzikante uit Sydney ook met de besten mee blijkt te kunnen.
Zeker in de uiterst sober ingekleurde songs, die niet hadden misstaan op het laatste album van Big Thief, zingt Julia Jacklin prachtig en laat ze horen dat ze meer inhoud heeft dan haar concurrenten en bovendien beter zingt. Het zijn deze behoorlijk ingetogen songs, die overigens wel vol mooie en bijzondere details zitten, die van PRE PLEASURE een prachtalbum maken, al draagt ook de veelzijdigheid van Julia Jacklin bij aan de kwaliteit van haar nieuwe album.
Ik was direct bij eerste beluistering enorm onder de indruk van het derde album van de Australische muzikante, die terecht kan rekenen op zeer positieve recensies van de aansprekende muziektijdschriften en muziekwebsites, maar naarmate ik het album vaker hoor wordt PRE PLEASURE alleen maar mooier en zeker in de kleine uurtjes doen de ingetogen tracks op het album wonderen. Julia Jacklin is zeker niet de meest bekende vrouwelijke singer-songwriter van het moment, maar wel een van de allerbesten. Prachtalbum. Erwin Zijleman
Julia Sanders - Morning Star (2022)

4,0
0
geplaatst: 8 december 2022, 17:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:"
De krenten uit de pop: Julia Sanders - Morning Star - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Sanders - Morning Star
Het is het afgelopen jaar erg druk geweest binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar op de valreep levert Julia Sanders nog een uitstekend album af, dat genoeg heeft te bieden om mee te kunnen in dit genre
De Amerikaanse muzikante Julia Sanders begint wat traditioneel aan haar nieuwe album, wat ook niet zo gek is als je je bedenkt dat haar thuisbasis aan de voet van de Appalachen ligt. Die Appalachen verruilt Julia Sanders al snel voor de Laurel Canyon folk en voor de tijdloze singer-songwriter muziek uit het Los Angeles van de jaren 60 en 70. Morning Star valt op door een mooie en opvallend veelkleurige instrumentatie en door de uitstekende zang van de Amerikaanse muzikante, die ook nog eens tekent voor een serie uitstekende songs. Morning Star behoort misschien niet tot de roots sensaties van 2022, maar ik heb het afgelopen jaar heel wat geprezen rootsalbums gehoord die een stuk minder goed zijn dan deze.
Julia Sanders is een singer-songwriter uit Asheville, North Carolina, wat de afgelopen jaren een steeds belangrijkere bron van talent binnen de Amerikaanse rootsmuziek is geworden. Het deze week verschenen Morning Star is haar tweede album, maar het is voor mij de eerste kennismaking met haar muziek. Morning Star is geen album dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek een muzikale aardverschuiving zal gaan veroorzaken, maar het is wel een album dat direct opvalt en dat zich vervolgens makkelijk opdringt.
Asheville ligt aan de voet van de Appalachen en is dan ook geen verrassing dat Julia Sanders invloeden uit de Appalachen folk verwerkt in haar songs, al doet ze dat buiten de openingstrack met mate. Morning Star is een album dat ook buiten de invloeden uit de Appalachen folk wat traditioneel aandoet, wat de songs op het album een aangenaam nostalgisch karakter geeft.
Julia Sanders legt met haar stem en de begeleiding met de akoestische gitaar en in de openingstrack de banjo de basis voor haar songs, die vervolgens in de meeste gevallen lekker vol zijn ingekleurd. Morning Star is geproduceerd door de mij onbekende John James Tourville, die het album niet alleen heeft voorzien van een mooi warm geluid, maar de instrumentatie bovendien heeft verrijkt met onder andere gitaar, dobro, piano, orgel, synths en de pedal steel. Bas, drums incidenteel wat strijkers maken het geluid van Julia Sanders compleet.
In de openingstrack blijft Julia Sanders nog redelijk dicht bij de traditionele Amerikaanse rootsmuziek die in Asheville wel meer wordt gemaakt, en deze invloeden keren nog een keer terug, maar vanaf de tweede track verruilt ze North Carolina in muzikaal opzicht ook met enige regelmaat voor het zonnige California. Morning Star bevat dan duidelijke invloeden uit de Laurel Canyon folk uit de late jaren 60, maar ook uit de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70.
Het geluid op Morning Star is door de inzet van flink wat verschillende instrumenten niet alleen aangenaam vol, maar ook zeer smaakvol en gevarieerd. Producer John James Tourville heeft gelukkig ook flink wat ruimte gereserveerd voor de stem van Julia Sanders, want de mooie stem van de Amerikaanse muzikante is een van haar sterkste wapens. Het is een warme stem die uitstekend gedijt in de al even warme instrumentatie, maar het is ook een stem vol gevoel. Zeker in de wat meer ingetogen songs op Morning Star overtuigt Julia Sanders bijzonder makkelijk met haar stem, die hier en daar fraai wordt ondersteund door achtergrondvocalisten.
Julia Sanders overtuigt niet alleen als zangeres, maar ook als songwriter. De songs op haar tweede album zijn stuk voor stuk aansprekend en ze zijn bovendien behoorlijk gevarieerd. Het zijn songs vol persoonlijke teksten, waarin de combinatie van het muzikantenbestaan en het moederschap vaak centraal staat. Het zijn songs die zich zoals gezegd makkelijk opdringen, maar het zijn ook songs die nog lange tijd interessanter worden. Het was het afgelopen jaar dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar in deze rustige weken trekt het album van Julia Sanders gelukkig makkelijk de aandacht, al is dat nog geen garantie op het succes dat deze talentvolle muzikante zeker verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julia Sanders - Morning Star - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Sanders - Morning Star
Het is het afgelopen jaar erg druk geweest binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar op de valreep levert Julia Sanders nog een uitstekend album af, dat genoeg heeft te bieden om mee te kunnen in dit genre
De Amerikaanse muzikante Julia Sanders begint wat traditioneel aan haar nieuwe album, wat ook niet zo gek is als je je bedenkt dat haar thuisbasis aan de voet van de Appalachen ligt. Die Appalachen verruilt Julia Sanders al snel voor de Laurel Canyon folk en voor de tijdloze singer-songwriter muziek uit het Los Angeles van de jaren 60 en 70. Morning Star valt op door een mooie en opvallend veelkleurige instrumentatie en door de uitstekende zang van de Amerikaanse muzikante, die ook nog eens tekent voor een serie uitstekende songs. Morning Star behoort misschien niet tot de roots sensaties van 2022, maar ik heb het afgelopen jaar heel wat geprezen rootsalbums gehoord die een stuk minder goed zijn dan deze.
Julia Sanders is een singer-songwriter uit Asheville, North Carolina, wat de afgelopen jaren een steeds belangrijkere bron van talent binnen de Amerikaanse rootsmuziek is geworden. Het deze week verschenen Morning Star is haar tweede album, maar het is voor mij de eerste kennismaking met haar muziek. Morning Star is geen album dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek een muzikale aardverschuiving zal gaan veroorzaken, maar het is wel een album dat direct opvalt en dat zich vervolgens makkelijk opdringt.
Asheville ligt aan de voet van de Appalachen en is dan ook geen verrassing dat Julia Sanders invloeden uit de Appalachen folk verwerkt in haar songs, al doet ze dat buiten de openingstrack met mate. Morning Star is een album dat ook buiten de invloeden uit de Appalachen folk wat traditioneel aandoet, wat de songs op het album een aangenaam nostalgisch karakter geeft.
Julia Sanders legt met haar stem en de begeleiding met de akoestische gitaar en in de openingstrack de banjo de basis voor haar songs, die vervolgens in de meeste gevallen lekker vol zijn ingekleurd. Morning Star is geproduceerd door de mij onbekende John James Tourville, die het album niet alleen heeft voorzien van een mooi warm geluid, maar de instrumentatie bovendien heeft verrijkt met onder andere gitaar, dobro, piano, orgel, synths en de pedal steel. Bas, drums incidenteel wat strijkers maken het geluid van Julia Sanders compleet.
In de openingstrack blijft Julia Sanders nog redelijk dicht bij de traditionele Amerikaanse rootsmuziek die in Asheville wel meer wordt gemaakt, en deze invloeden keren nog een keer terug, maar vanaf de tweede track verruilt ze North Carolina in muzikaal opzicht ook met enige regelmaat voor het zonnige California. Morning Star bevat dan duidelijke invloeden uit de Laurel Canyon folk uit de late jaren 60, maar ook uit de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70.
Het geluid op Morning Star is door de inzet van flink wat verschillende instrumenten niet alleen aangenaam vol, maar ook zeer smaakvol en gevarieerd. Producer John James Tourville heeft gelukkig ook flink wat ruimte gereserveerd voor de stem van Julia Sanders, want de mooie stem van de Amerikaanse muzikante is een van haar sterkste wapens. Het is een warme stem die uitstekend gedijt in de al even warme instrumentatie, maar het is ook een stem vol gevoel. Zeker in de wat meer ingetogen songs op Morning Star overtuigt Julia Sanders bijzonder makkelijk met haar stem, die hier en daar fraai wordt ondersteund door achtergrondvocalisten.
Julia Sanders overtuigt niet alleen als zangeres, maar ook als songwriter. De songs op haar tweede album zijn stuk voor stuk aansprekend en ze zijn bovendien behoorlijk gevarieerd. Het zijn songs vol persoonlijke teksten, waarin de combinatie van het muzikantenbestaan en het moederschap vaak centraal staat. Het zijn songs die zich zoals gezegd makkelijk opdringen, maar het zijn ook songs die nog lange tijd interessanter worden. Het was het afgelopen jaar dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar in deze rustige weken trekt het album van Julia Sanders gelukkig makkelijk de aandacht, al is dat nog geen garantie op het succes dat deze talentvolle muzikante zeker verdient. Erwin Zijleman
Julia Shapiro - Perfect Version (2019)

4,0
0
geplaatst: 17 juni 2019, 17:34 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julia Shapiro - Perfect Version - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Shapiro - Perfect Version
Chastity Belt’s Julia Shapiro maakt indruk met een intens en persoonlijk soloalbum vol invloeden uit de shoegaze en dreampop
Er is momenteel geen gebrek aan albums vol invloeden uit de dreampop en shoegaze, maar het soloalbum van Julia Shapiro steekt er net wat bovenuit. De frontvrouw van de band Chastity Belt maakt indruk met een zeer persoonlijk album, waarop prachtige gitaarlijnen samenvloeien met meerdere lagen onderkoelde vocalen. Julie Shapiro slaagt er in om steeds weer wat anders te klinken en sleept er ook nog wat zweverige en stevige invloeden bij, waardoor Perfect Version geen moment een doorsnee shoegaze of dreampop album is. Het is bovendien een album dat aan kracht wint wanneer je het vaker hoort en dat hierdoor steeds wat dieper onder de huid kruipt.
Julia Shapiro is een singer-songwriter uit Seattle, Washington, die tot dusver vooral de aandacht trok met de bands waarin ze speelde. Met bands als Who Is She?, Childbirth en vooral Chastity Belt maakte Julia Shapiro extraverte muziek die zich in hokjes als noise pop en Riot Grrrl liet duwen en in tekstueel opzicht de grote thema’s en vooral de emancipatie van de vrouw niet schuwde.
Op haar solodebuut Perfect Version geeft de Amerikaanse singer-songwriter meer ruimte aan haar introverte kant. Perfect Version bevat, zeker vergeleken met de muziek van haar bands, een aantal meer ingetogen songs met vooral invloeden uit de dreampop en de shoegaze.
Bij beide genres denk ik aan fraaie en ruimtelijke gitaarlijnen, aan atmosferische synths, aan mooie melodieën en aan wat onderkoelde zang. Het komt allemaal terug op het solodebuut van Julia Shapiro, die ook nog wat 90s indie-rock (en een vleugje Juliana Hatfield) aan haar muziek toevoegt.
Nu ik dit zo intyp realiseer ik me dat er de afgelopen maanden relatief veel albums zijn verschenen die zich met deze woorden laten beschrijven, maar het album van Julia Shapiro beschikt absoluut over onderscheidend vermogen.
De muzikante uit Seattle kwam als een wrak uit de laatste tour met Chastity Belt, wiens I Used To Spend So Much Time Alone warm werd onthaald door de critici. Het succes van de band woog niet op tegen het op de klippen lopen van haar relatie en de gezondheidsproblemen die werden veroorzaakt door het zware leven on the road. Julia Shapiro twijfelde na de tour met haar band aan alles en al die twijfel vormde de basis voor de songs op Perfect Version.
Het is daarom niet zo gek dat haar solodebuut een donker en van melancholie overlopend album is. Het is ook een album dat laat horen dat Julia Shapiro als muzikant en als songwriter een flinke groei heeft doorgemaakt. De persoonlijke songs op Perfect Version zijn van hoog niveau en klinken prachtig.
De basis van vrijwel alle songs op het album bestaat uit prachtige gitaarlijnen en meerdere lagen vocalen, maar de naar de achtergrond gemixte ritmesectie en de atmosferische keyboards zijn uiteindelijk net zo belangrijk.
De gitaarlijnen op Perfect Version zijn niet alleen van grote schoonheid, maar ook verrassend gevarieerd, waardoor de songs op het album niet zo eenvormig klinken als in de dreampop en shoegaze nogal eens gebruikelijk is. Ook de in meerdere lagen opgenomen vocalen doen wat met de muziek van Julia Shapiro. Zeker wanneer deze vocalen wat zweverig klinken, doemen echo’s van The Cocteau Twins op en worden de songs voorzien van nog wat meer diepte.
Perfect Version is een mooi klinkend album, maar werd door Julia Shapiro zelf opgenomen, ingespeeld en geproduceerd in haar piepkleine appartement in Seattle, waar de Amerikaanse singer-songwriter weer tot zichzelf kwam. Ik was twee jaar geleden zeer gecharmeerd van het laatste album van Chastity Belt, maar ook dit soloalbum van de frontvrouw van de band is absoluut de moeite waard en het is ook nog eens een album dat nog heel lang steeds beter wordt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julia Shapiro - Perfect Version - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Shapiro - Perfect Version
Chastity Belt’s Julia Shapiro maakt indruk met een intens en persoonlijk soloalbum vol invloeden uit de shoegaze en dreampop
Er is momenteel geen gebrek aan albums vol invloeden uit de dreampop en shoegaze, maar het soloalbum van Julia Shapiro steekt er net wat bovenuit. De frontvrouw van de band Chastity Belt maakt indruk met een zeer persoonlijk album, waarop prachtige gitaarlijnen samenvloeien met meerdere lagen onderkoelde vocalen. Julie Shapiro slaagt er in om steeds weer wat anders te klinken en sleept er ook nog wat zweverige en stevige invloeden bij, waardoor Perfect Version geen moment een doorsnee shoegaze of dreampop album is. Het is bovendien een album dat aan kracht wint wanneer je het vaker hoort en dat hierdoor steeds wat dieper onder de huid kruipt.
Julia Shapiro is een singer-songwriter uit Seattle, Washington, die tot dusver vooral de aandacht trok met de bands waarin ze speelde. Met bands als Who Is She?, Childbirth en vooral Chastity Belt maakte Julia Shapiro extraverte muziek die zich in hokjes als noise pop en Riot Grrrl liet duwen en in tekstueel opzicht de grote thema’s en vooral de emancipatie van de vrouw niet schuwde.
Op haar solodebuut Perfect Version geeft de Amerikaanse singer-songwriter meer ruimte aan haar introverte kant. Perfect Version bevat, zeker vergeleken met de muziek van haar bands, een aantal meer ingetogen songs met vooral invloeden uit de dreampop en de shoegaze.
Bij beide genres denk ik aan fraaie en ruimtelijke gitaarlijnen, aan atmosferische synths, aan mooie melodieën en aan wat onderkoelde zang. Het komt allemaal terug op het solodebuut van Julia Shapiro, die ook nog wat 90s indie-rock (en een vleugje Juliana Hatfield) aan haar muziek toevoegt.
Nu ik dit zo intyp realiseer ik me dat er de afgelopen maanden relatief veel albums zijn verschenen die zich met deze woorden laten beschrijven, maar het album van Julia Shapiro beschikt absoluut over onderscheidend vermogen.
De muzikante uit Seattle kwam als een wrak uit de laatste tour met Chastity Belt, wiens I Used To Spend So Much Time Alone warm werd onthaald door de critici. Het succes van de band woog niet op tegen het op de klippen lopen van haar relatie en de gezondheidsproblemen die werden veroorzaakt door het zware leven on the road. Julia Shapiro twijfelde na de tour met haar band aan alles en al die twijfel vormde de basis voor de songs op Perfect Version.
Het is daarom niet zo gek dat haar solodebuut een donker en van melancholie overlopend album is. Het is ook een album dat laat horen dat Julia Shapiro als muzikant en als songwriter een flinke groei heeft doorgemaakt. De persoonlijke songs op Perfect Version zijn van hoog niveau en klinken prachtig.
De basis van vrijwel alle songs op het album bestaat uit prachtige gitaarlijnen en meerdere lagen vocalen, maar de naar de achtergrond gemixte ritmesectie en de atmosferische keyboards zijn uiteindelijk net zo belangrijk.
De gitaarlijnen op Perfect Version zijn niet alleen van grote schoonheid, maar ook verrassend gevarieerd, waardoor de songs op het album niet zo eenvormig klinken als in de dreampop en shoegaze nogal eens gebruikelijk is. Ook de in meerdere lagen opgenomen vocalen doen wat met de muziek van Julia Shapiro. Zeker wanneer deze vocalen wat zweverig klinken, doemen echo’s van The Cocteau Twins op en worden de songs voorzien van nog wat meer diepte.
Perfect Version is een mooi klinkend album, maar werd door Julia Shapiro zelf opgenomen, ingespeeld en geproduceerd in haar piepkleine appartement in Seattle, waar de Amerikaanse singer-songwriter weer tot zichzelf kwam. Ik was twee jaar geleden zeer gecharmeerd van het laatste album van Chastity Belt, maar ook dit soloalbum van de frontvrouw van de band is absoluut de moeite waard en het is ook nog eens een album dat nog heel lang steeds beter wordt. Erwin Zijleman
