Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Julia Shapiro - Zorked (2021)

4,0
0
geplaatst: 21 oktober 2021, 15:42 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julia Shapiro - Zorked - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Shapiro - Zorked
Julia Shapiro maakt met haar prachtige tweede soloalbum Zorked nog wat meer indruk dan met haar solodebuut en overtreft het werk van haar band Chastity Belt werkelijk op alle fronten
Ik was drie jaar geleden onder de indruk van het solodebuut van Chastity Belt frontvrouw Julia Shapiro, maar had desondanks geen album van het kaliber van het deze week verschenen Zorked verwacht. Zorked is af en toe gruizig en loodzwaar, maar het album bevat ook een aantal lichtere passages en zoekt bovendien vaker het experiment, waardoor hokjes als shoegaze en dreampop dit keer net wat minder goed passen dan op haar eerste soloalbum. Zorked sleept zich langzaam voort, maar beluister het album met de koptelefoon en je wordt getuige van een fascinerend klankentapijt, waarin de dromerige vocalen van Julia Shapiro wonderen verrichten. Wat een bijzonder album.
De Amerikaanse muzikante Julia Shapiro is nog altijd het meest bekend als de frontvrouw van de uit Seattle, Washington, afkomstige band Chastity Belt. Het is de band waarmee ze met No Regerts (geen typo) uit 2013, Time To Go Home uit 2015 en I Used To Spend So Much Time Alone uit 2017 drie prima albums afleverde, maar het titelloze vierde album van de band uit 2019 stelde me flink teleur.
Op dit album leek het heilige vuur van Chastity Belt helaas wat gedoofd, maar dit vuur bleek gelukkig nog wel stevig te branden op het in hetzelfde jaar verschenen eerste soloalbum van Julia Shapiro, Perfect Version. Op haar eerste soloalbum verwerkte Julia Shapiro een aantal diepe dalen in haar leven in songs die bestonden uit gelijke delen shoegaze, dreampop en 90s indierock.
Van Chastity Belt hebben we sinds het matige vierde album niets meer vernomen, maar Julia Shapiro keert deze week terug met haar tweede soloalbum. Voor Zorked verruilde de Amerikaanse muzikante haar thuisbasis Seattle voor het zonnige Los Angeles, waar ze een appartement deelde met muzikante Melina Duterte, die we beter kennen onder haar artiestenaam Jay Som.
Julia Shapiro vertrok overigens in maart 2020 naar Los Angeles, waardoor ze niet in een bruisende stad, maar in een isolement terecht kwam, hetgeen voor een deel de kleur van haar nieuwe album bepaalde. Melina Duterte zette het gezamenlijke appartement vol met apparatuur, zodat Julia Shapiro haar album volledig thuis kon opnemen, waarna ze het album samen produceerden.
Ook op Zorked (Julia Shapiro geeft op haar bandcamp pagina de volgende definitie van het begrip: “what happens when you end up thunderbaked, as in extremely stoned–or in any situation where you feel not sober. You can feel so tired you’re zorked”) vecht de Amerikaanse muzikante nog altijd tegen de zware periodes of zelfs depressies in haar leven.
Het album ligt in muzikaal opzicht in het verlengde van zijn voorganger, zeker wanneer invloeden uit de shoegaze, dreampop en 90s indierock hoorbaar zijn, maar het is ook een wat introspectiever album dat hier en daar benevelt met bezwerende klanken, die hier en daar herinneren aan de muziek van de Britse band The Cocteau Twins, maar dan met veel extra gruis, en dat ook een aantal intieme en akoestische folksongs bevat, die herinneren aan de muziek van Elliott Smith, niet voor niets een van de helden van Julia Shapiro.
Zorked is een album dat wanneer je het op de achtergrond beluistert makkelijk vervliegt, maar dat zich genadeloos opdringt wanneer je er met volledige aandacht naar luistert. Het is een album dat wat mij betreft op zijn mooist is wanneer de klanken op zijn donkerst of zelfs duisterst zijn. Zorked klinkt dan behoorlijk gruizig, maar bij aandachtige beluistering hoor je ook dat er veel moois is verstopt in de lagen waaruit de instrumentatie bestaat. Het is bij vlagen een behoorlijk zwaar aangezette of zelfs dominante instrumentatie, maar het past uitstekend bij de lome en soms zelfs wat dromerige vocalen van Julia Shapiro.
Ik was drie jaar geleden zeer gecharmeerd van haar debuutalbum, maar Zorked is nog een stuk beter en neemt, in ieder geval bij mij, de behoefte aan een nieuw album van Chastity Belt volledig weg. Er komt momenteel heel veel uit, waardoor een album als dit snel ondersneeuwt, maar geef Zorked een kans en je hebt een van de mooiste albums van het moment in handen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julia Shapiro - Zorked - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Shapiro - Zorked
Julia Shapiro maakt met haar prachtige tweede soloalbum Zorked nog wat meer indruk dan met haar solodebuut en overtreft het werk van haar band Chastity Belt werkelijk op alle fronten
Ik was drie jaar geleden onder de indruk van het solodebuut van Chastity Belt frontvrouw Julia Shapiro, maar had desondanks geen album van het kaliber van het deze week verschenen Zorked verwacht. Zorked is af en toe gruizig en loodzwaar, maar het album bevat ook een aantal lichtere passages en zoekt bovendien vaker het experiment, waardoor hokjes als shoegaze en dreampop dit keer net wat minder goed passen dan op haar eerste soloalbum. Zorked sleept zich langzaam voort, maar beluister het album met de koptelefoon en je wordt getuige van een fascinerend klankentapijt, waarin de dromerige vocalen van Julia Shapiro wonderen verrichten. Wat een bijzonder album.
De Amerikaanse muzikante Julia Shapiro is nog altijd het meest bekend als de frontvrouw van de uit Seattle, Washington, afkomstige band Chastity Belt. Het is de band waarmee ze met No Regerts (geen typo) uit 2013, Time To Go Home uit 2015 en I Used To Spend So Much Time Alone uit 2017 drie prima albums afleverde, maar het titelloze vierde album van de band uit 2019 stelde me flink teleur.
Op dit album leek het heilige vuur van Chastity Belt helaas wat gedoofd, maar dit vuur bleek gelukkig nog wel stevig te branden op het in hetzelfde jaar verschenen eerste soloalbum van Julia Shapiro, Perfect Version. Op haar eerste soloalbum verwerkte Julia Shapiro een aantal diepe dalen in haar leven in songs die bestonden uit gelijke delen shoegaze, dreampop en 90s indierock.
Van Chastity Belt hebben we sinds het matige vierde album niets meer vernomen, maar Julia Shapiro keert deze week terug met haar tweede soloalbum. Voor Zorked verruilde de Amerikaanse muzikante haar thuisbasis Seattle voor het zonnige Los Angeles, waar ze een appartement deelde met muzikante Melina Duterte, die we beter kennen onder haar artiestenaam Jay Som.
Julia Shapiro vertrok overigens in maart 2020 naar Los Angeles, waardoor ze niet in een bruisende stad, maar in een isolement terecht kwam, hetgeen voor een deel de kleur van haar nieuwe album bepaalde. Melina Duterte zette het gezamenlijke appartement vol met apparatuur, zodat Julia Shapiro haar album volledig thuis kon opnemen, waarna ze het album samen produceerden.
Ook op Zorked (Julia Shapiro geeft op haar bandcamp pagina de volgende definitie van het begrip: “what happens when you end up thunderbaked, as in extremely stoned–or in any situation where you feel not sober. You can feel so tired you’re zorked”) vecht de Amerikaanse muzikante nog altijd tegen de zware periodes of zelfs depressies in haar leven.
Het album ligt in muzikaal opzicht in het verlengde van zijn voorganger, zeker wanneer invloeden uit de shoegaze, dreampop en 90s indierock hoorbaar zijn, maar het is ook een wat introspectiever album dat hier en daar benevelt met bezwerende klanken, die hier en daar herinneren aan de muziek van de Britse band The Cocteau Twins, maar dan met veel extra gruis, en dat ook een aantal intieme en akoestische folksongs bevat, die herinneren aan de muziek van Elliott Smith, niet voor niets een van de helden van Julia Shapiro.
Zorked is een album dat wanneer je het op de achtergrond beluistert makkelijk vervliegt, maar dat zich genadeloos opdringt wanneer je er met volledige aandacht naar luistert. Het is een album dat wat mij betreft op zijn mooist is wanneer de klanken op zijn donkerst of zelfs duisterst zijn. Zorked klinkt dan behoorlijk gruizig, maar bij aandachtige beluistering hoor je ook dat er veel moois is verstopt in de lagen waaruit de instrumentatie bestaat. Het is bij vlagen een behoorlijk zwaar aangezette of zelfs dominante instrumentatie, maar het past uitstekend bij de lome en soms zelfs wat dromerige vocalen van Julia Shapiro.
Ik was drie jaar geleden zeer gecharmeerd van haar debuutalbum, maar Zorked is nog een stuk beter en neemt, in ieder geval bij mij, de behoefte aan een nieuw album van Chastity Belt volledig weg. Er komt momenteel heel veel uit, waardoor een album als dit snel ondersneeuwt, maar geef Zorked een kans en je hebt een van de mooiste albums van het moment in handen. Erwin Zijleman
Julia Stone - Everything Is Christmas (2021)

3,5
0
geplaatst: 25 december 2021, 10:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julia Stone - Everything Is Christmas - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Stone - Everything Is Christmas
Julia Stone tuigt een zwoele kerstboom op vol met kerstklassiekers, waaraan ze een eigen draai geeft met een subtiele en rootsy instrumentatie en uiteraard met haar suikerzoete vocalen
Met kerst probeer ik ieder jaar weer om wat aardige kerstalbums te vinden. Dat viel ook dit jaar weer niet mee. Het aanbod was ook in 2021 weer enorm, maar de meeste kerstalbums roepen bij mij onmiddellijk een allergische reactie op. Het kerstalbum van de Australische Julia Stone is dit jaar een van de weinige uitzonderingen.
Het soloalbum dat Julia Stone eerder dit jaar uitbracht beviel me op een of andere manier totaal niet, maar met broer Angus was ze uitstekend op dreef op een album dat was bedoeld als soundtrack bij een game, maar dat ook als Angus & Julia Stone album uitstekend te beluisteren bleek. En nu is er dus ook Julia Stone’s kerstalbum Everything Is Christmas.
Op de cover heeft Julia zichzelf omgetoverd tot een blinkende kerstboom, maar haar vertolkingen van kerstklassiekers houdt ze gelukkig behoorlijk sober. Everything Is Christmas is voorzien van een mooi ingetogen geluid, dat vaak flink wat elementen uit de Americana bevat. Kerstsongs met een banjo, het blijkt een prima combinatie. Hier en daar duiken ook wat strijkers op om de feestvreugde compleet te maken, maar over het algemeen genomen pakt Julia Stone in muzikaal opzicht niet al te nadrukkelijk uit op haar kerstalbum, wat op de meeste kerstalbums helaas wel anders is.
Over de zang van de Australische muzikante zijn de meningen al jaren zeer verdeeld en dat zal niet veranderen door Everything Is Christmas. Julia Stone gaat hard richting de veertig, maar ze klinkt nog altijd als een schuchter tienermeisje (of als een klein kind aldus mijn huisgenoten). Ik heb zelf nog steeds een zwak voor de zwoele vocalen van de Australische muzikante. Julia Stone heeft inmiddels ook een ruw randje op haar stembanden, wat de vocalen op Everything Is Christmas alleen maar verleidelijker maakt.
Everything Is Christmas beperkt zich tot het geijkte kerstrepertoire en dat is meestal geen pré, want hoe kun je nog iets toevoegen aan de zo uitgekauwde songs, die ieder jaar weer in talloze uitvoeringen voorbij komen? Ook hier scoort Julia Stone echter een dikke voldoende. De Australische muzikante slaagt er opvallend vaak in om een eigen draai te geven aan de kerstklassiekers en dat doet ze meestal door het tempo te verlagen en de instrumentatie sober te houden. En zo wordt Mariah Carey’s All I Want For Christmas Is You ook opeens genietbaar. Een aangenaam kerstplaatje al met al. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julia Stone - Everything Is Christmas - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia Stone - Everything Is Christmas
Julia Stone tuigt een zwoele kerstboom op vol met kerstklassiekers, waaraan ze een eigen draai geeft met een subtiele en rootsy instrumentatie en uiteraard met haar suikerzoete vocalen
Met kerst probeer ik ieder jaar weer om wat aardige kerstalbums te vinden. Dat viel ook dit jaar weer niet mee. Het aanbod was ook in 2021 weer enorm, maar de meeste kerstalbums roepen bij mij onmiddellijk een allergische reactie op. Het kerstalbum van de Australische Julia Stone is dit jaar een van de weinige uitzonderingen.
Het soloalbum dat Julia Stone eerder dit jaar uitbracht beviel me op een of andere manier totaal niet, maar met broer Angus was ze uitstekend op dreef op een album dat was bedoeld als soundtrack bij een game, maar dat ook als Angus & Julia Stone album uitstekend te beluisteren bleek. En nu is er dus ook Julia Stone’s kerstalbum Everything Is Christmas.
Op de cover heeft Julia zichzelf omgetoverd tot een blinkende kerstboom, maar haar vertolkingen van kerstklassiekers houdt ze gelukkig behoorlijk sober. Everything Is Christmas is voorzien van een mooi ingetogen geluid, dat vaak flink wat elementen uit de Americana bevat. Kerstsongs met een banjo, het blijkt een prima combinatie. Hier en daar duiken ook wat strijkers op om de feestvreugde compleet te maken, maar over het algemeen genomen pakt Julia Stone in muzikaal opzicht niet al te nadrukkelijk uit op haar kerstalbum, wat op de meeste kerstalbums helaas wel anders is.
Over de zang van de Australische muzikante zijn de meningen al jaren zeer verdeeld en dat zal niet veranderen door Everything Is Christmas. Julia Stone gaat hard richting de veertig, maar ze klinkt nog altijd als een schuchter tienermeisje (of als een klein kind aldus mijn huisgenoten). Ik heb zelf nog steeds een zwak voor de zwoele vocalen van de Australische muzikante. Julia Stone heeft inmiddels ook een ruw randje op haar stembanden, wat de vocalen op Everything Is Christmas alleen maar verleidelijker maakt.
Everything Is Christmas beperkt zich tot het geijkte kerstrepertoire en dat is meestal geen pré, want hoe kun je nog iets toevoegen aan de zo uitgekauwde songs, die ieder jaar weer in talloze uitvoeringen voorbij komen? Ook hier scoort Julia Stone echter een dikke voldoende. De Australische muzikante slaagt er opvallend vaak in om een eigen draai te geven aan de kerstklassiekers en dat doet ze meestal door het tempo te verlagen en de instrumentatie sober te houden. En zo wordt Mariah Carey’s All I Want For Christmas Is You ook opeens genietbaar. Een aangenaam kerstplaatje al met al. Erwin Zijleman
Julia, Julia - Derealization (2022)

4,0
1
geplaatst: 2 december 2022, 18:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julia, Julia - Derealization - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia, Julia - Derealization
Julia, Julia levert met Derealization een debuutalbum af dat misschien niet direct een onuitwisbare indruk maakt, maar dat zich bij aandachtige beluistering steeds nadrukkelijker opdringt
Julia, Julia, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Julia Kugel, debuteert met een album dat de geheimen niet makkelijk en zeker niet direct prijs geeft. De instrumentatie is over het algemeen genomen behoorlijk subtiel en af en toe zelfs sober en ook de zang van Julia Kugel maakt niet direct een onuitwisbare indruk. Beluister Derealization echter met de koptelefoon en zowel de muziek als de zang op het album komt op bijzondere wijze tot leven. Op het eerste gehoor hoor je vooral wat associaties met Mazzy Star, maar Julia, Julia heeft ook een duidelijk eigen geluid, waarin de Amerikaanse muzikante durft te experimenteren. Geef het wat tijd en je hebt een bijzonder fraai album in handen.
Met sfeervolle maar ook weemoedige klanken en fluisterzachte maar ook zwoele en dromerige zang doet Derealization van Julia, Julia me af en toe wel wat denken aan Mazzy Star en dat is voor mij altijd goed. Deze geweldige Amerikaanse band was gedurende haar bestaan immers niet al te productief en ook Mazzy Star zangeres Hope Sandoval laat helaas veel te weinig van zich horen sinds het doek viel voor de band waarin ze schitterde. Alle ruimte dus voor Julia Kugel en die ruimte pakt de muzikante uit Long Beach, California, uiteindelijk op fraaie wijze. Uiteindelijk, want ik was zeker niet direct overtuigd van de kwaliteit van Derealization.
Julia Kugel heeft een verleden in de punk en de dreampop, maar op het debuutalbum van Julia, Julia hoor je uit haar verleden uitsluitend invloeden uit de dreampop. Deze invloeden worden gecombineerd met invloeden uit de folk en de psychedelica, waarmee Julia, Julia nagenoeg in dezelfde vijver vist als Mazzy Star ooit deed. Toch wil ik het debuutalbum van Julia, Julia niet zomaar vergelijken met de albums van Mazzy Star, die me stuk voor stuk vanaf de eerste noten betoverden.
Voor Derealization van Julia, Julia had ik veel meer tijd nodig. Het is een album waarvoor je de tijd moet nemen en dat je bovendien aandachtiger moet beluisteren dan de meeste andere albums van het moment. Bij mijn eerste pogingen maakte het alter ego van Julia Kugel even indruk, maar als snel kabbelde het maar voort en verloor ik snel de aandacht. Derealization is een behoorlijk sober en hier en daar zelfs Spartaans ingekleurd album en ook de zang is over het algemeen behoorlijk ingetogen.
In de openingstrack I Want You valt dit nog wel mee. Met net wat steviger aangezette gitaarlijnen, monotone drums en heerlijk zwoele vocalen kruipt Julia, Julia direct heel dicht tegen Mazzy Star aan, wat zorgt voor snelle verleiding, maar vervolgens gaat Julia Kugel haar eigen weg en wordt veel vaker het experiment gezocht.
Het komt allemaal niet goed over wanneer je het album met laag volume op de achtergrond afspeelt, maar beluister Derealization van Julia, Julia met de koptelefoon en het album komt op bijzondere wijze tot leven. Luisteren door de speakers met de volumeknop wat verder opengedraaid zorgt overigens voor hetzelfde resultaat.
De bij vlagen bijna minimalistische instrumentatie is opeens razend spannend en verrassend trefzeker, terwijl de bij vluchtige beluistering niet heel erg opvallende zang van Julia Kugel opeens van een bijzondere schoonheid is. Zeker de wat experimentelere songs op het album geven hun geheimen niet zomaar prijs, maar het blijken stuk voor stuk groeibriljanten.
De muziek van Julia, Julia is me ook wel eens wat te zweverig, maar Derealization is na een paar keer horen gegroeid van een album dat ik toch maar terzijde schoof naar een album dat ik steeds beter wil leren kennen. Na die paar keer horen is de rek er nog lang niet uit, maar het debuutalbum van Julia, Julia schaar ik inmiddels al onder de memorabele debuten van het jaar. Derealization van Julia, Julia is een album dat redelijk wat aandacht heeft gekregen, maar het album verdient echt nog veel meer aandacht en zeker niet alleen van muziekliefhebbers met een zwak voor Mazzy Star. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julia, Julia - Derealization - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julia, Julia - Derealization
Julia, Julia levert met Derealization een debuutalbum af dat misschien niet direct een onuitwisbare indruk maakt, maar dat zich bij aandachtige beluistering steeds nadrukkelijker opdringt
Julia, Julia, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Julia Kugel, debuteert met een album dat de geheimen niet makkelijk en zeker niet direct prijs geeft. De instrumentatie is over het algemeen genomen behoorlijk subtiel en af en toe zelfs sober en ook de zang van Julia Kugel maakt niet direct een onuitwisbare indruk. Beluister Derealization echter met de koptelefoon en zowel de muziek als de zang op het album komt op bijzondere wijze tot leven. Op het eerste gehoor hoor je vooral wat associaties met Mazzy Star, maar Julia, Julia heeft ook een duidelijk eigen geluid, waarin de Amerikaanse muzikante durft te experimenteren. Geef het wat tijd en je hebt een bijzonder fraai album in handen.
Met sfeervolle maar ook weemoedige klanken en fluisterzachte maar ook zwoele en dromerige zang doet Derealization van Julia, Julia me af en toe wel wat denken aan Mazzy Star en dat is voor mij altijd goed. Deze geweldige Amerikaanse band was gedurende haar bestaan immers niet al te productief en ook Mazzy Star zangeres Hope Sandoval laat helaas veel te weinig van zich horen sinds het doek viel voor de band waarin ze schitterde. Alle ruimte dus voor Julia Kugel en die ruimte pakt de muzikante uit Long Beach, California, uiteindelijk op fraaie wijze. Uiteindelijk, want ik was zeker niet direct overtuigd van de kwaliteit van Derealization.
Julia Kugel heeft een verleden in de punk en de dreampop, maar op het debuutalbum van Julia, Julia hoor je uit haar verleden uitsluitend invloeden uit de dreampop. Deze invloeden worden gecombineerd met invloeden uit de folk en de psychedelica, waarmee Julia, Julia nagenoeg in dezelfde vijver vist als Mazzy Star ooit deed. Toch wil ik het debuutalbum van Julia, Julia niet zomaar vergelijken met de albums van Mazzy Star, die me stuk voor stuk vanaf de eerste noten betoverden.
Voor Derealization van Julia, Julia had ik veel meer tijd nodig. Het is een album waarvoor je de tijd moet nemen en dat je bovendien aandachtiger moet beluisteren dan de meeste andere albums van het moment. Bij mijn eerste pogingen maakte het alter ego van Julia Kugel even indruk, maar als snel kabbelde het maar voort en verloor ik snel de aandacht. Derealization is een behoorlijk sober en hier en daar zelfs Spartaans ingekleurd album en ook de zang is over het algemeen behoorlijk ingetogen.
In de openingstrack I Want You valt dit nog wel mee. Met net wat steviger aangezette gitaarlijnen, monotone drums en heerlijk zwoele vocalen kruipt Julia, Julia direct heel dicht tegen Mazzy Star aan, wat zorgt voor snelle verleiding, maar vervolgens gaat Julia Kugel haar eigen weg en wordt veel vaker het experiment gezocht.
Het komt allemaal niet goed over wanneer je het album met laag volume op de achtergrond afspeelt, maar beluister Derealization van Julia, Julia met de koptelefoon en het album komt op bijzondere wijze tot leven. Luisteren door de speakers met de volumeknop wat verder opengedraaid zorgt overigens voor hetzelfde resultaat.
De bij vlagen bijna minimalistische instrumentatie is opeens razend spannend en verrassend trefzeker, terwijl de bij vluchtige beluistering niet heel erg opvallende zang van Julia Kugel opeens van een bijzondere schoonheid is. Zeker de wat experimentelere songs op het album geven hun geheimen niet zomaar prijs, maar het blijken stuk voor stuk groeibriljanten.
De muziek van Julia, Julia is me ook wel eens wat te zweverig, maar Derealization is na een paar keer horen gegroeid van een album dat ik toch maar terzijde schoof naar een album dat ik steeds beter wil leren kennen. Na die paar keer horen is de rek er nog lang niet uit, maar het debuutalbum van Julia, Julia schaar ik inmiddels al onder de memorabele debuten van het jaar. Derealization van Julia, Julia is een album dat redelijk wat aandacht heeft gekregen, maar het album verdient echt nog veel meer aandacht en zeker niet alleen van muziekliefhebbers met een zwak voor Mazzy Star. Erwin Zijleman
Juliana Daugherty - Light (2018)

4,5
2
geplaatst: 5 juni 2018, 16:01 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Juliana Daugherty - Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De naam Juliana Daugherty zei me een paar dagen geleden nog helemaal niets, maar toen haar debuut op meerdere aansprekende muzieksites werd vergeleken met de platen van onder andere Aldous Harding, Julien Baker, Phoebe Bridgers, Cat Power en Sharon Van Etten was mijn interesse gewekt.
Het debuut van de jonge singer-songwriter uit Charlottesville, Virginia, heeft me vervolgens zeker niet teleurgesteld. Integendeel zelfs. Light is een prachtplaat die, wanneer de balans over 2018 wordt opgemaakt, in mijn jaarlijstje wel eens net zulke hoge ogen kan gaan gooien als de platen van Phoebe Bridgers en Julien Baker vorig jaar.
Juliana Daugherty groeide op in een klassiek nest en leek in eerste instantie zelf ook te kiezen voor de klassieke muziek. Inmiddels heeft ze vol gekozen voor de pop, maar de bijzondere arrangementen op haar debuut verraden een klassieke opleiding.
Juliana Daugherty maakt op Light opvallend ingetogen muziek. De instrumentatie is over het algemeen uiterst sober, maar wordt zo nu en dan ingekleurd met bijzonder fraaie accenten, wat de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter hier en daar voorziet van een sprookjesachtige sfeer.
Omdat de gitaarakkoorden die de basis vormen voor de inkleuring van de songs vaak een repeterend karakter hebben, doet de muziek van Juliana Daugherty bezwerend aan, wat wordt versterkt door de bijzondere vocalen. Het zijn emotievolle vocalen die niet iedereen zal kunnen waarderen, maar ik vind de zang op Light prachtig en zeer doeltreffend.
Omdat de sfeer op het debuut van Juliana Daugherty donker en melancholiek aan doet en ze de wereld zeker niet bekijkt door een roze bril, ligt de vergelijking met de al eerder genoemde Phoebe Bridgers en Julien Baker voor de hand, maar omdat de muziek van deze dames ook nog wel eens wil ontsporen, doet Light me uiteindelijk het meest denken aan de laatste en helaas zwaar onderschatte plaat van Aldous Harding.
Zeker op de late avond maakt Juliana Daugherty muziek die de ruimte vult met bijzondere klanken. De muziek van de singer-songwriter uit Charlottesville, Virginia, klinkt donker en stemmig, maar soms ook duister en dreigend. Het is knap hoe Light is voorzien van een onderhuidse spanning, die je langzaam maar zeker meevoert naar duistere oorden, waar de mooie en bijzondere stem van de Amerikaanse het ene lichtpunt is.
Bij oppervlakkige beluistering vervliegt de muziek van Juliana Daugherty makkelijk en lijkt haar muziek eentonig, maar wanneer je de tijd neemt voor Light en de plaat beluistert met een wat hoger volume of via de koptelefoon, hoor je hoe knap het allemaal in elkaar zit en hoe fraai en doeltreffend de spanning wordt opgebouwd en vervolgens weer wordt afgebroken.
Light van Juliana Daugherty is een plaat die momenteel niet schreeuwt om aandacht, maar aandacht verdient dit bijzondere debuut absoluut. Het is even wennen en onthaasten, maar vervolgens heb je een plaat in handen van een bijna onwerkelijke schoonheid, intimiteit en intensiteit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Juliana Daugherty - Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De naam Juliana Daugherty zei me een paar dagen geleden nog helemaal niets, maar toen haar debuut op meerdere aansprekende muzieksites werd vergeleken met de platen van onder andere Aldous Harding, Julien Baker, Phoebe Bridgers, Cat Power en Sharon Van Etten was mijn interesse gewekt.
Het debuut van de jonge singer-songwriter uit Charlottesville, Virginia, heeft me vervolgens zeker niet teleurgesteld. Integendeel zelfs. Light is een prachtplaat die, wanneer de balans over 2018 wordt opgemaakt, in mijn jaarlijstje wel eens net zulke hoge ogen kan gaan gooien als de platen van Phoebe Bridgers en Julien Baker vorig jaar.
Juliana Daugherty groeide op in een klassiek nest en leek in eerste instantie zelf ook te kiezen voor de klassieke muziek. Inmiddels heeft ze vol gekozen voor de pop, maar de bijzondere arrangementen op haar debuut verraden een klassieke opleiding.
Juliana Daugherty maakt op Light opvallend ingetogen muziek. De instrumentatie is over het algemeen uiterst sober, maar wordt zo nu en dan ingekleurd met bijzonder fraaie accenten, wat de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter hier en daar voorziet van een sprookjesachtige sfeer.
Omdat de gitaarakkoorden die de basis vormen voor de inkleuring van de songs vaak een repeterend karakter hebben, doet de muziek van Juliana Daugherty bezwerend aan, wat wordt versterkt door de bijzondere vocalen. Het zijn emotievolle vocalen die niet iedereen zal kunnen waarderen, maar ik vind de zang op Light prachtig en zeer doeltreffend.
Omdat de sfeer op het debuut van Juliana Daugherty donker en melancholiek aan doet en ze de wereld zeker niet bekijkt door een roze bril, ligt de vergelijking met de al eerder genoemde Phoebe Bridgers en Julien Baker voor de hand, maar omdat de muziek van deze dames ook nog wel eens wil ontsporen, doet Light me uiteindelijk het meest denken aan de laatste en helaas zwaar onderschatte plaat van Aldous Harding.
Zeker op de late avond maakt Juliana Daugherty muziek die de ruimte vult met bijzondere klanken. De muziek van de singer-songwriter uit Charlottesville, Virginia, klinkt donker en stemmig, maar soms ook duister en dreigend. Het is knap hoe Light is voorzien van een onderhuidse spanning, die je langzaam maar zeker meevoert naar duistere oorden, waar de mooie en bijzondere stem van de Amerikaanse het ene lichtpunt is.
Bij oppervlakkige beluistering vervliegt de muziek van Juliana Daugherty makkelijk en lijkt haar muziek eentonig, maar wanneer je de tijd neemt voor Light en de plaat beluistert met een wat hoger volume of via de koptelefoon, hoor je hoe knap het allemaal in elkaar zit en hoe fraai en doeltreffend de spanning wordt opgebouwd en vervolgens weer wordt afgebroken.
Light van Juliana Daugherty is een plaat die momenteel niet schreeuwt om aandacht, maar aandacht verdient dit bijzondere debuut absoluut. Het is even wennen en onthaasten, maar vervolgens heb je een plaat in handen van een bijna onwerkelijke schoonheid, intimiteit en intensiteit. Erwin Zijleman
Juliana Hatfield - Lightning Might Strike (2025)

4,0
0
geplaatst: 15 december 2025, 19:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Juliana Hatfield - Lightning Might Strike - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Juliana Hatfield - Lightning Might Strike
Juliana Hatfield brak door in de jaren 90, maar gaat naarmate de jaren vorderen steeds betere albums maken, wat ook weer op gaat voor het deze week verschenen en echt uitstekende Lightning Might Strike
Concurrentie heeft Juliana Hatfield deze week niet, want bijna niemand brengt twee weken voor het eind van het jaar een nieuw album uit. Het is goed nieuws voor de fans van de Amerikaanse muzikante en dat is een groep waar ik mezelf zeker toe reken. Juliana Hatfield had ooit het patent op gruizige indierock, maar ze verwerkt inmiddels wat meer invloeden uit de pop. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, zeker als de Amerikaanse muzikante ook nog harmonieën toevoegt, maar wat zijn de songs van Juliana Hatfield op Lightning Might Strike ook goed. De Amerikaanse muzikante heeft inmiddels een imposante stapel albums op haar naam staan en dit nieuwe album hoort absoluut bij de betere albums.
Ik had eerlijk gezegd geen interessante nieuwe releases meer verwacht nu het einde van het jaar snel nadert, maar een album van de Amerikaanse muzikante Juliana Hatfield is altijd iets om naar uit te kijken. Mijn eerste kennismaking met Juliana Hatfield stamt uit de late jaren 80, toen ze de band Blake Babies aanvoerde, maar mijn liefde voor haar muziek werd pas echt groot toen ze in de jaren 90 soloalbums ging maken.
Juliana Hatfield was in de jaren 90 niet de enige muzikante die stevige gitaren combineerde met bijna lieflijke zang, maar ze behoort wat mij betreft tot het allerbeste dat de door vrouwen aangevoerde indierock uit de jaren 90 heeft voortgebracht. Objectief maakte ze haar beste albums overigens in het huidige millennium, met In Exile Deo (2004), Made In China (2005) en het onder de naam The Juliana Hatfield Three gemaakte Whatever, My Love (2015) als persoonlijke favorieten.
Niet alles dat de Amerikaanse muzikante de afgelopen 25 jaar heeft uitgebracht was raak, zo heb ik wat minder met de albums die ze uitbracht met songs van Olivia Newton-John, The Police en E.L.O, maar albums met eigen en nogal politiek getinte songs als Weird uit 2019 en Blood (tot mijn grote verbazing niet besproken op de krenten uit de pop) uit 2021 waren juist erg sterk en moeten ook worden gerekend tot haar beste werk.
Heel veel jonge vrouwelijke muzikanten uit de indierock van het moment hebben zich stevig laten beïnvloeden door de muziek die Juliana Hatfield met name in de jaren 90 maakte, maar zelf is ze de afgelopen jaren wat opgeschoven in de richting van een meer pop en rock georiënteerd geluid dat eerder aansluit bij muziek uit een verder verleden dan bij de indierock van het moment.
De muzikante uit Massachusetts, die haar voormalige thuisbasis Boston inmiddels heeft verruild voor een plekje op het platteland, werkte twee jaar aan het deze week verschenen Lightning Might Strike, waarbij ze werd geholpen door een bassist en een drummer, die van afstand hun bijdragen aanleverden. De rest deed Juliana Hatfield zelf, inclusief de harmonieën.
Lightning Might Strike is getekend door de ziekte en het overlijden van dierbaren van Juliana Hatfield en is een album met het (nood)lot als centraal thema. In tekstueel opzicht is Lightning Might Strike (de broer van haar moeder werd op jonge leeftijd door de bliksem getroffen) een wat somber album, maar de songs van Juliana Hatfield klinken meestal behoorlijk opgewekt en dat is dit keer niet anders.
Zeker op haar vroege albums klonk de stem van de Amerikaanse muzikante nog erg meisjesachtig, maar de zang op Lightning Might Strike is echt uitstekend en heeft nog altijd het uit duizenden herkenbare geluid van Juliana Hatfield. Hier en daar hoor je nog flink wat flarden van de muziek die Juliana Hatfield in de jaren 90 maakte, maar Lightning Might Strike klinkt wat minder gruizig en sluit bovendien wat meer aan bij de popmuziek die vanaf de jaren 70 wordt gemaakt.
De muzikante uit Massachusetts liet op al haar recente albums horen dat ze een gelouterde en uitstekende songwriter is en ook op haar nieuwe album schudt ze de ene na de andere memorabele popsong uit de mouw. Ik gaf eerder al aan dat Juliana Hatfield in het huidige millennium haar beste albums heeft afgeleverd en Lightning Might Strike past qua niveau prima bij haar andere recente albums. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Juliana Hatfield - Lightning Might Strike - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Juliana Hatfield - Lightning Might Strike
Juliana Hatfield brak door in de jaren 90, maar gaat naarmate de jaren vorderen steeds betere albums maken, wat ook weer op gaat voor het deze week verschenen en echt uitstekende Lightning Might Strike
Concurrentie heeft Juliana Hatfield deze week niet, want bijna niemand brengt twee weken voor het eind van het jaar een nieuw album uit. Het is goed nieuws voor de fans van de Amerikaanse muzikante en dat is een groep waar ik mezelf zeker toe reken. Juliana Hatfield had ooit het patent op gruizige indierock, maar ze verwerkt inmiddels wat meer invloeden uit de pop. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, zeker als de Amerikaanse muzikante ook nog harmonieën toevoegt, maar wat zijn de songs van Juliana Hatfield op Lightning Might Strike ook goed. De Amerikaanse muzikante heeft inmiddels een imposante stapel albums op haar naam staan en dit nieuwe album hoort absoluut bij de betere albums.
Ik had eerlijk gezegd geen interessante nieuwe releases meer verwacht nu het einde van het jaar snel nadert, maar een album van de Amerikaanse muzikante Juliana Hatfield is altijd iets om naar uit te kijken. Mijn eerste kennismaking met Juliana Hatfield stamt uit de late jaren 80, toen ze de band Blake Babies aanvoerde, maar mijn liefde voor haar muziek werd pas echt groot toen ze in de jaren 90 soloalbums ging maken.
Juliana Hatfield was in de jaren 90 niet de enige muzikante die stevige gitaren combineerde met bijna lieflijke zang, maar ze behoort wat mij betreft tot het allerbeste dat de door vrouwen aangevoerde indierock uit de jaren 90 heeft voortgebracht. Objectief maakte ze haar beste albums overigens in het huidige millennium, met In Exile Deo (2004), Made In China (2005) en het onder de naam The Juliana Hatfield Three gemaakte Whatever, My Love (2015) als persoonlijke favorieten.
Niet alles dat de Amerikaanse muzikante de afgelopen 25 jaar heeft uitgebracht was raak, zo heb ik wat minder met de albums die ze uitbracht met songs van Olivia Newton-John, The Police en E.L.O, maar albums met eigen en nogal politiek getinte songs als Weird uit 2019 en Blood (tot mijn grote verbazing niet besproken op de krenten uit de pop) uit 2021 waren juist erg sterk en moeten ook worden gerekend tot haar beste werk.
Heel veel jonge vrouwelijke muzikanten uit de indierock van het moment hebben zich stevig laten beïnvloeden door de muziek die Juliana Hatfield met name in de jaren 90 maakte, maar zelf is ze de afgelopen jaren wat opgeschoven in de richting van een meer pop en rock georiënteerd geluid dat eerder aansluit bij muziek uit een verder verleden dan bij de indierock van het moment.
De muzikante uit Massachusetts, die haar voormalige thuisbasis Boston inmiddels heeft verruild voor een plekje op het platteland, werkte twee jaar aan het deze week verschenen Lightning Might Strike, waarbij ze werd geholpen door een bassist en een drummer, die van afstand hun bijdragen aanleverden. De rest deed Juliana Hatfield zelf, inclusief de harmonieën.
Lightning Might Strike is getekend door de ziekte en het overlijden van dierbaren van Juliana Hatfield en is een album met het (nood)lot als centraal thema. In tekstueel opzicht is Lightning Might Strike (de broer van haar moeder werd op jonge leeftijd door de bliksem getroffen) een wat somber album, maar de songs van Juliana Hatfield klinken meestal behoorlijk opgewekt en dat is dit keer niet anders.
Zeker op haar vroege albums klonk de stem van de Amerikaanse muzikante nog erg meisjesachtig, maar de zang op Lightning Might Strike is echt uitstekend en heeft nog altijd het uit duizenden herkenbare geluid van Juliana Hatfield. Hier en daar hoor je nog flink wat flarden van de muziek die Juliana Hatfield in de jaren 90 maakte, maar Lightning Might Strike klinkt wat minder gruizig en sluit bovendien wat meer aan bij de popmuziek die vanaf de jaren 70 wordt gemaakt.
De muzikante uit Massachusetts liet op al haar recente albums horen dat ze een gelouterde en uitstekende songwriter is en ook op haar nieuwe album schudt ze de ene na de andere memorabele popsong uit de mouw. Ik gaf eerder al aan dat Juliana Hatfield in het huidige millennium haar beste albums heeft afgeleverd en Lightning Might Strike past qua niveau prima bij haar andere recente albums. Erwin Zijleman
Juliana Hatfield - Pussycat (2017)

4,0
0
geplaatst: 9 juni 2017, 15:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Juliana Hatfield - Pussycat - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
8 november 2016 is voor de Amerikaanse muzikante Juliana Hatfield een zwarte dag in de Amerikaanse geschiedenis.
Op deze dag werd Donald Trump gekozen tot president van de Verenigde Staten en begreep Juliana Hatfield een groot deel van haar landgenoten niet meer.
De singer-songwriter uit Boston, Massachusetts, is zeker niet de enige muzikant die weinig op heeft met de nieuwe man in het Witte Huis, maar is wel een van de eerste Amerikaanse muzikanten die een heel album lang stevig uithaalt naar Donald Trump.
Dat doet ze op allerlei fronten, waarbij natuurlijk de politieke daden van de nieuwe president van de Verenigde Staten onder vuur worden genomen, maar nog veel feller wordt uitgehaald naar de manier waarop de New Yorkse vastgoedmagnaat omgaat met en praat over vrouwen.
De politieke lading geeft de plaat van Juliana Hatfield wat extra urgentie en natuurlijk ook extra aandacht en dat laatste kan Juliana Hatfield wel gebruiken, want de laatste jaren opereert ze helaas wat in de marge.
Het is ruim 30 jaar geleden dat Juliana Hatfield voor het eerst opdook met de band The Blake Babies. De band maakte maar drie platen (in 2001 nog gevolgd door een comeback plaat), maar het zijn wel invloedrijke platen. Ook tussen de stapels platen die Juliana Hatfield (die ook nog enige tijd deel uitmaakte van The Lemonheads en de band Some Girls formeerde) solo en met The Juliana Hatfield Three maakte zitten flink wat platen die als invloedrijk moeten worden bestempeld, maar bij het grote publiek is de muzikante uit Boston helaas nooit heel bekend geworden.
Of het politiek geladen Pussycat daar iets aan gaat veranderen durf ik te betwijfelen, maar wat is het weer een lekkere plaat. In muzikaal opzicht borduurt Juliana Hatfield nog altijd voort op de muziek die ze dertig jaar geleden maakte met The Blake Babies.
Ook Pussycat staat vol met lekker stevige pop, die thuis hoort in het hokje “jangle pop”. Juliana Hatfield kan wat steviger rocken, maar ook verleiden met lekker in het gehoor liggende popliedjes vol Westcoast achtige koortjes. In muzikaal opzicht hoor ik raakvlakken met de platen van Dinosaur Jr., maar in vocaal opzicht tapt Juliana Hatfield uit een ander vaatje en hoor ik vooral invloeden van The Bangles, Throwing Muses en The Breeders.
Het levert een uit duizenden herkenbaar geluid op en het is wat mij betreft ook een eigen en een invloedrijk geluid. Iedereen die, net als ik, al een flinke stapel platen van Juliana Hatfield in huis heeft, krijgt in muzikaal opzicht meer van hetzelfde, maar de songs van de singer-songwriter uit Boston zijn nog altijd geweldig en haar politieke teksten laten toch weer een andere muzikant van Juliana Hatfield horen. Pussycat is bovendien een hele persoonlijke plaat, wat zorgt voor meer gevoel in de nog altijd opvallend jeugdig klinkende vocalen van de Amerikaanse.
Pussycat is niet alleen een plaat die direct overtuigt met aansprekende songs en teksten vol humor (Rhinoceros over Donald Trump en vrouwlief Melania is hilarisch) en gif, maar is ook een groeiplaat. Hoe vaker ik Pussycat hoor, hoe beter en onweerstaanbaarder de songs worden, wat de conclusie rechtvaardigt dat Juliana Hatfield haar beste plaat in jaren heeft afgeleverd. En dat zegt wat! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Juliana Hatfield - Pussycat - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
8 november 2016 is voor de Amerikaanse muzikante Juliana Hatfield een zwarte dag in de Amerikaanse geschiedenis.
Op deze dag werd Donald Trump gekozen tot president van de Verenigde Staten en begreep Juliana Hatfield een groot deel van haar landgenoten niet meer.
De singer-songwriter uit Boston, Massachusetts, is zeker niet de enige muzikant die weinig op heeft met de nieuwe man in het Witte Huis, maar is wel een van de eerste Amerikaanse muzikanten die een heel album lang stevig uithaalt naar Donald Trump.
Dat doet ze op allerlei fronten, waarbij natuurlijk de politieke daden van de nieuwe president van de Verenigde Staten onder vuur worden genomen, maar nog veel feller wordt uitgehaald naar de manier waarop de New Yorkse vastgoedmagnaat omgaat met en praat over vrouwen.
De politieke lading geeft de plaat van Juliana Hatfield wat extra urgentie en natuurlijk ook extra aandacht en dat laatste kan Juliana Hatfield wel gebruiken, want de laatste jaren opereert ze helaas wat in de marge.
Het is ruim 30 jaar geleden dat Juliana Hatfield voor het eerst opdook met de band The Blake Babies. De band maakte maar drie platen (in 2001 nog gevolgd door een comeback plaat), maar het zijn wel invloedrijke platen. Ook tussen de stapels platen die Juliana Hatfield (die ook nog enige tijd deel uitmaakte van The Lemonheads en de band Some Girls formeerde) solo en met The Juliana Hatfield Three maakte zitten flink wat platen die als invloedrijk moeten worden bestempeld, maar bij het grote publiek is de muzikante uit Boston helaas nooit heel bekend geworden.
Of het politiek geladen Pussycat daar iets aan gaat veranderen durf ik te betwijfelen, maar wat is het weer een lekkere plaat. In muzikaal opzicht borduurt Juliana Hatfield nog altijd voort op de muziek die ze dertig jaar geleden maakte met The Blake Babies.
Ook Pussycat staat vol met lekker stevige pop, die thuis hoort in het hokje “jangle pop”. Juliana Hatfield kan wat steviger rocken, maar ook verleiden met lekker in het gehoor liggende popliedjes vol Westcoast achtige koortjes. In muzikaal opzicht hoor ik raakvlakken met de platen van Dinosaur Jr., maar in vocaal opzicht tapt Juliana Hatfield uit een ander vaatje en hoor ik vooral invloeden van The Bangles, Throwing Muses en The Breeders.
Het levert een uit duizenden herkenbaar geluid op en het is wat mij betreft ook een eigen en een invloedrijk geluid. Iedereen die, net als ik, al een flinke stapel platen van Juliana Hatfield in huis heeft, krijgt in muzikaal opzicht meer van hetzelfde, maar de songs van de singer-songwriter uit Boston zijn nog altijd geweldig en haar politieke teksten laten toch weer een andere muzikant van Juliana Hatfield horen. Pussycat is bovendien een hele persoonlijke plaat, wat zorgt voor meer gevoel in de nog altijd opvallend jeugdig klinkende vocalen van de Amerikaanse.
Pussycat is niet alleen een plaat die direct overtuigt met aansprekende songs en teksten vol humor (Rhinoceros over Donald Trump en vrouwlief Melania is hilarisch) en gif, maar is ook een groeiplaat. Hoe vaker ik Pussycat hoor, hoe beter en onweerstaanbaarder de songs worden, wat de conclusie rechtvaardigt dat Juliana Hatfield haar beste plaat in jaren heeft afgeleverd. En dat zegt wat! Erwin Zijleman
Juliana Hatfield - Sings Olivia Newton-John (2018)
Alternatieve titel: Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John

3,5
1
geplaatst: 18 april 2018, 17:20 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Juliana Hatfield - Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Toen Juliana Hatfield nog een heel klein meisje was playbackte ze met een haarborstel als microfoon de popsongs van Olivia Newton-John voor de spiegel in haar kinderkamer.
De Amerikaanse singer-songwriter heeft inmiddels zelf een zeer respectabele stapel platen op haar naam staan, maar ze moest nog altijd wat met de kennelijk nooit verdwenen liefde voor de muziek van Olivia Newton-John.
Zelf ben ik niet heel goed thuis in het oeuvre van de popster uit met name de jaren 70, wiens carrière een flinke boost kreeg door de film Grease, al wilde mijn zus net als Juliana Hatfield wel eens wat playbacken uit het oeuvre van de van oorsprong Britse zangeres, die in 1971 debuteerde en nog steeds platen maakt.
Bij Olivia Newton-John denk ik vooral aan suikerzoete popliedjes en dat zijn popliedjes waar ook Juliana Hatfield niet vies van is, al voorziet ze deze meestal van een rauw en gruizig randje. Ook op Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John hoor ik af en toe een gruizig randje of net wat meer power pop dan in de jaren 70 gebruikelijk was, maar over het algemeen genomen blijft Juliana Hatfield verrassend dicht bij de originelen en vertolkt ze de songs van haar jeugdheld met opvallend veel liefde en respect.
Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John is hierdoor minder rauw dan de laatste platen van de Amerikaanse singer-songwriter, waaronder het in 2017 verschenen Pussycat waarop ze stevig uithaalde naar de op dat moment net gekozen nieuwe president van de Verenigde Staten. De vertolkingen van de songs van Olivia Newton-John zullen daarom waarschijnlijk niet bij iedereen in de smaak vallen.
Ik heb zelf zeker geen zwak voor de songs van de popprinses uit de jaren 70, maar ik heb wel een enorm zwak voor Juliana Hatfield en kan daarom toch wel genieten van deze nieuwe plaat, die we maar als tussendoortje zullen bestempelen.
Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John kabbelt heerlijk voort, laat met grote regelmatig popliedjes horen die er mogen zijn en wordt natuurlijk aangenaam ingekleurd met de voor mij onweerstaanbare stem van Juliana Hatfield. Mede door de originele keuze voor in deze kringen niet alledaags repertoire, krijgt Juliana Hatfield ook dit keer een dikke voldoende, al moet ik zeggen dat de versie die Sarah Blasko ooit maakte van Olivia Newton-John’s Xanadu (met E.L.O.) nog veel en veel mooier is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Juliana Hatfield - Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Toen Juliana Hatfield nog een heel klein meisje was playbackte ze met een haarborstel als microfoon de popsongs van Olivia Newton-John voor de spiegel in haar kinderkamer.
De Amerikaanse singer-songwriter heeft inmiddels zelf een zeer respectabele stapel platen op haar naam staan, maar ze moest nog altijd wat met de kennelijk nooit verdwenen liefde voor de muziek van Olivia Newton-John.
Zelf ben ik niet heel goed thuis in het oeuvre van de popster uit met name de jaren 70, wiens carrière een flinke boost kreeg door de film Grease, al wilde mijn zus net als Juliana Hatfield wel eens wat playbacken uit het oeuvre van de van oorsprong Britse zangeres, die in 1971 debuteerde en nog steeds platen maakt.
Bij Olivia Newton-John denk ik vooral aan suikerzoete popliedjes en dat zijn popliedjes waar ook Juliana Hatfield niet vies van is, al voorziet ze deze meestal van een rauw en gruizig randje. Ook op Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John hoor ik af en toe een gruizig randje of net wat meer power pop dan in de jaren 70 gebruikelijk was, maar over het algemeen genomen blijft Juliana Hatfield verrassend dicht bij de originelen en vertolkt ze de songs van haar jeugdheld met opvallend veel liefde en respect.
Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John is hierdoor minder rauw dan de laatste platen van de Amerikaanse singer-songwriter, waaronder het in 2017 verschenen Pussycat waarop ze stevig uithaalde naar de op dat moment net gekozen nieuwe president van de Verenigde Staten. De vertolkingen van de songs van Olivia Newton-John zullen daarom waarschijnlijk niet bij iedereen in de smaak vallen.
Ik heb zelf zeker geen zwak voor de songs van de popprinses uit de jaren 70, maar ik heb wel een enorm zwak voor Juliana Hatfield en kan daarom toch wel genieten van deze nieuwe plaat, die we maar als tussendoortje zullen bestempelen.
Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John kabbelt heerlijk voort, laat met grote regelmatig popliedjes horen die er mogen zijn en wordt natuurlijk aangenaam ingekleurd met de voor mij onweerstaanbare stem van Juliana Hatfield. Mede door de originele keuze voor in deze kringen niet alledaags repertoire, krijgt Juliana Hatfield ook dit keer een dikke voldoende, al moet ik zeggen dat de versie die Sarah Blasko ooit maakte van Olivia Newton-John’s Xanadu (met E.L.O.) nog veel en veel mooier is. Erwin Zijleman
Juliana Hatfield - Weird (2019)

4,0
0
geplaatst: 24 januari 2019, 16:47 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Juliana Hatfield - Weird - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Juliana Hatfield maakt al sinds het eind van de jaren 80 geweldige platen en ook het zonnige Weird is er weer een om te koesteren
Ik hou al sinds het eind van de jaren 80 van de stem van Juliana Hatfield en sinds het begin van de jaren 90 van haar soloplaten, maar steeds weer weet de Amerikaanse singer-songwriter me te verrassen. Dat doet ze dit keer met op het eerste oor verrassend zonnige en lichtvoetige popliedjes, maar donkere wolken en avontuurlijke uitstapjes zijn gelukkig nooit ver weg. Het persoonlijke Weird is direct herkenbaar als een plaat van Juliana Hatfield, maar toch is hij weer net wat anders dan al die geweldige voorgangers. Ik hield al heel veel van de muziek van Juliana Hatfield, maar door Weird is de liefde weer een beetje sterker.
Na de opvallend aangename plaat met Olivia Newton-John covers van vorig jaar (Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John) is Juliana Hatfield terug met een nieuwe plaat.
De singer-songwriter uit Boston, Massachusetts, heeft inmiddels al een stuk of 15 soloplaten op haar naam staan en dan zijn er ook nog eens de platen die ze maakte met de cultband Blake Babies en zijuitstapjes als Some Girls en The I Don’t Cares (met Paul Westerberg).
Het solowerk van Juliana Hatfield is, zeker in Nederland, niet heel bekend, maar van een opvallend hoog en constant niveau. Twee jaar geleden maakte ze met het venijnige Pussycat, waarop de ze verkiezingswinst van Donald Trump probeerde te verwerken, nog een jaarlijstjesplaat en ook het nu verschenen Weird is weer een hele sterke plaat.
Het is een plaat die, net als alle andere platen van Juliana Hatfield, wordt gedomineerd door haar uit duizenden herkenbare en nog steeds wat meisjesachtige zang. Toch klinkt Weird weer net wat anders dan de andere platen van de Amerikaanse singer-songwriter. Vergeleken met Pussycat klinkt Weird wat minder venijnig en laat Juliana Hatfield de zon weer schijnen met haar muziek.
Een aantal songs op de plaat sluit aan bij de indie-rock die Juliana Hatfield al haar hele leven maakt, maar hier en daar is ook ruimte voor wat zoetere en lichtvoetige popliedjes, waarin bijna achteloos invloeden van de vorig jaar vertolkte songs van Olivia Newton-John zijn verwerkt.
Ik verbaas me vaak over het feit dat Juliana Hatfield ontbreekt in heel veel platenkasten, terwijl ze zo invloedrijk is geweest de afgelopen decennia en nog steeds is. Jonge vrouwelijke singer-songwriters als Soccer Mommy, Lucy Dacus, Phoebe Bridgers en Julien Baker zijn absoluut schatplichtig aan het baanbrekende werk van de singer-songwriter uit Boston, die honingzoet en gruizig al zo lang met elkaar weet te verenigen.
Het is niet eens zo makkelijk om uit te leggen wat ik zo goed vind aan de muziek van Juliana Hatfield, maar ook Weird is weer een warm bad. De melodieën zijn geweldig, de refreinen aanstekelijk, de zang weer bijzonder aangenaam, maar Weird is ook een plaat vol dynamiek en vol verborgen parels en de nodige stekels.
Weird is een persoonlijke plaat, waarop Juliana Hatfield toegeeft aan het gevoel dat ze er vaak alleen voor staat en niet zo goed past op deze wereld als de meeste van haar soortgenoten. Weird is hiermee een ode aan de einzelgänger en weirdo’s en in deze categorie is Juliana Hatfield een bijzondere.
Ze sleutelde de plaat misschien grotendeels alleen in elkaar, maar maakt ook dit keer popliedjes die een hele grote groep muziekliefhebbers in vervoering moeten kunnen brengen. Na het sterke Pussycat laat Weird weer een andere kant van Juliana Hatfield zien en ook deze kant bevalt me zeer. Weird staat immers vol met popliedjes die de fantasie prikkelen en je aan het denken zet, maar het zijn ook popliedjes om zielsgelukkig van te worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Juliana Hatfield - Weird - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Juliana Hatfield maakt al sinds het eind van de jaren 80 geweldige platen en ook het zonnige Weird is er weer een om te koesteren
Ik hou al sinds het eind van de jaren 80 van de stem van Juliana Hatfield en sinds het begin van de jaren 90 van haar soloplaten, maar steeds weer weet de Amerikaanse singer-songwriter me te verrassen. Dat doet ze dit keer met op het eerste oor verrassend zonnige en lichtvoetige popliedjes, maar donkere wolken en avontuurlijke uitstapjes zijn gelukkig nooit ver weg. Het persoonlijke Weird is direct herkenbaar als een plaat van Juliana Hatfield, maar toch is hij weer net wat anders dan al die geweldige voorgangers. Ik hield al heel veel van de muziek van Juliana Hatfield, maar door Weird is de liefde weer een beetje sterker.
Na de opvallend aangename plaat met Olivia Newton-John covers van vorig jaar (Juliana Hatfield Sings Olivia Newton-John) is Juliana Hatfield terug met een nieuwe plaat.
De singer-songwriter uit Boston, Massachusetts, heeft inmiddels al een stuk of 15 soloplaten op haar naam staan en dan zijn er ook nog eens de platen die ze maakte met de cultband Blake Babies en zijuitstapjes als Some Girls en The I Don’t Cares (met Paul Westerberg).
Het solowerk van Juliana Hatfield is, zeker in Nederland, niet heel bekend, maar van een opvallend hoog en constant niveau. Twee jaar geleden maakte ze met het venijnige Pussycat, waarop de ze verkiezingswinst van Donald Trump probeerde te verwerken, nog een jaarlijstjesplaat en ook het nu verschenen Weird is weer een hele sterke plaat.
Het is een plaat die, net als alle andere platen van Juliana Hatfield, wordt gedomineerd door haar uit duizenden herkenbare en nog steeds wat meisjesachtige zang. Toch klinkt Weird weer net wat anders dan de andere platen van de Amerikaanse singer-songwriter. Vergeleken met Pussycat klinkt Weird wat minder venijnig en laat Juliana Hatfield de zon weer schijnen met haar muziek.
Een aantal songs op de plaat sluit aan bij de indie-rock die Juliana Hatfield al haar hele leven maakt, maar hier en daar is ook ruimte voor wat zoetere en lichtvoetige popliedjes, waarin bijna achteloos invloeden van de vorig jaar vertolkte songs van Olivia Newton-John zijn verwerkt.
Ik verbaas me vaak over het feit dat Juliana Hatfield ontbreekt in heel veel platenkasten, terwijl ze zo invloedrijk is geweest de afgelopen decennia en nog steeds is. Jonge vrouwelijke singer-songwriters als Soccer Mommy, Lucy Dacus, Phoebe Bridgers en Julien Baker zijn absoluut schatplichtig aan het baanbrekende werk van de singer-songwriter uit Boston, die honingzoet en gruizig al zo lang met elkaar weet te verenigen.
Het is niet eens zo makkelijk om uit te leggen wat ik zo goed vind aan de muziek van Juliana Hatfield, maar ook Weird is weer een warm bad. De melodieën zijn geweldig, de refreinen aanstekelijk, de zang weer bijzonder aangenaam, maar Weird is ook een plaat vol dynamiek en vol verborgen parels en de nodige stekels.
Weird is een persoonlijke plaat, waarop Juliana Hatfield toegeeft aan het gevoel dat ze er vaak alleen voor staat en niet zo goed past op deze wereld als de meeste van haar soortgenoten. Weird is hiermee een ode aan de einzelgänger en weirdo’s en in deze categorie is Juliana Hatfield een bijzondere.
Ze sleutelde de plaat misschien grotendeels alleen in elkaar, maar maakt ook dit keer popliedjes die een hele grote groep muziekliefhebbers in vervoering moeten kunnen brengen. Na het sterke Pussycat laat Weird weer een andere kant van Juliana Hatfield zien en ook deze kant bevalt me zeer. Weird staat immers vol met popliedjes die de fantasie prikkelen en je aan het denken zet, maar het zijn ook popliedjes om zielsgelukkig van te worden. Erwin Zijleman
Julianna Barwick - Healing Is a Miracle (2020)

4,0
1
geplaatst: 17 juli 2020, 13:12 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julianna Barwick - Healing Is A Miracle - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julianna Barwick - Healing Is A Miracle
Julianna Barwick sleept je mee naar adembenemend mooie en soms surrealistische landschappen met haar even sprookjesachtige als bezwerende muziek
Healing Is A Miracle van Julianna Barwick is een album waarvoor je in de stemming moet zijn, maar als je er voor in de stemming bent valt er veel te genieten. Healing Is A Miracle is een beeldend album waarop vele lagen van de stem van de Amerikaanse muzikante prachtig samenvloeien met strijkers en elektronica. De muziek van Julianna Barwick bevat absoluut invloeden uit de ambient en new age, maar is ook spannend en avontuurlijk. Er gebeurt aan de ene kant zoveel dat het je duizelt, maar aan de andere kant is het ook een album dat zorgt voor ontspanning en innerlijke rust. Niet altijd makkelijk, wel van een hele bijzondere of zelfs unieke schoonheid.
Van het bescheiden stapeltje albums dat de Amerikaanse muzikante Julianna Barwick inmiddels op haar naam heeft staan, heb ik er twee in mijn bezit. Het zijn albums die ik mooi of zelfs prachtig vind als ik er voor in de stemming ben, maar ik moet eerlijk toegeven dat dit laatste niet heel vaak het geval is.
De muziek van Julianna Barwick is zeker niet alledaags, bij vlagen behoorlijk experimenteel en de Amerikaanse muzikante heeft niet veel op met popliedjes met een kop en een staart. Het is bovendien muziek die vooral in het hokje ambient wordt geduwd en dat is een hokje waarmee ik niet zo heel veel heb.
Toch kon ik The Magic Place uit 2011 en Nepenthe uit 2013 zeker waarderen. Op deze album intrigeerde Julianna Barwick met sprookjesachtige klanken, die voor een belangrijk deel waren opgebouwd met lagen die uitsluitend uit het stemgeluid van de Amerikaanse muzikante bestonden. Het is een inmiddels beproefd concept dat ook weer terug keert op het deze week verschenen Healing Is A Miracle.
De basis voor het nieuwe album van Julianna Barwick bestond uit zelf opgenomen improvisaties, maar Sigur Rós producer Alex Somers bood de Amerikaanse muzikante de gelegenheid om deze improvisaties verder uit te werken in de studio, waar Julianna Barwick gezelschap kreeg van Sigur Rós zanger Jónsi, muzikante Mary Lattimore en de Amerikaanse muzikant en producer Nosaj Thing. Het zorgt er voor dat het geluid van Julianna Barwick nog wat sprookjesachtiger klinkt en misschien ook net wat toegankelijker. Dat laatste is in het geval van Healing Is A Miracle overigens een relatief begrip, want echt makkelijk maakt Julianna Barwick het je nooit.
Ook op Healing Is A Miracle spelen de op elkaar gestapelde lagen met de stem van de muzikante die New York onlangs verruilde voor Los Angeles een belangrijke rol. Het zorgt voor een wat vervreemdend effect, maar het heeft ook iets bezwerends en sprookjesachtigs. Het wordt fraai gecombineerd met elektronica en strijkers die over dezelfde eigenschappen beschikken.
Het past zo op het eerste gehoor in de hokjes ambient en new age, maar waar ik deze hokjes toch vooral associeer met wat gezapige muziek waarin niet al te veel gebeurt, is de muziek van Julianna Barwick op Healing Is A Miracle spannend en gebeurt er werkelijk van alles. De Amerikaanse muzikante maakt ook op haar nieuwe album weer beeldende muziek, maar denk zeker niet aan kabbelende bergbeekjes. Healing Is A Miracle staat garant voor prachtige of surrealistische landschappen, maar de omgeving kan snel omslaan naar donker, dreigend en onheilspellend.
Het zorgt er voor dat ik Healing Is A Miracle waarschijnlijk niet al te vaak op zal zetten, al durf ik het ook dit keer best een prachtig album te noemen. Het is een album waarvan niet heel veel overblijft als je het op de achtergrond laat voortkabbelen, maar wanneer je je volledig onderdompelt in de muziek van Julianna Barwick blijven er maar mooie details opduiken. De ene keer sprookjesachtig mooi, de volgende keer tegendraads, dan weer dreigend. Smullen voor de liefhebber van dit genre, maar ook een iedere die zich normaal gesproken beperkt tot popsongs met een kop en een staart, zou de muziek van Julianna Barwick eens moeten ondergaan met Healing Is A Miracle als een zeer interessante optie binnen haar oeuvre. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julianna Barwick - Healing Is A Miracle - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julianna Barwick - Healing Is A Miracle
Julianna Barwick sleept je mee naar adembenemend mooie en soms surrealistische landschappen met haar even sprookjesachtige als bezwerende muziek
Healing Is A Miracle van Julianna Barwick is een album waarvoor je in de stemming moet zijn, maar als je er voor in de stemming bent valt er veel te genieten. Healing Is A Miracle is een beeldend album waarop vele lagen van de stem van de Amerikaanse muzikante prachtig samenvloeien met strijkers en elektronica. De muziek van Julianna Barwick bevat absoluut invloeden uit de ambient en new age, maar is ook spannend en avontuurlijk. Er gebeurt aan de ene kant zoveel dat het je duizelt, maar aan de andere kant is het ook een album dat zorgt voor ontspanning en innerlijke rust. Niet altijd makkelijk, wel van een hele bijzondere of zelfs unieke schoonheid.
Van het bescheiden stapeltje albums dat de Amerikaanse muzikante Julianna Barwick inmiddels op haar naam heeft staan, heb ik er twee in mijn bezit. Het zijn albums die ik mooi of zelfs prachtig vind als ik er voor in de stemming ben, maar ik moet eerlijk toegeven dat dit laatste niet heel vaak het geval is.
De muziek van Julianna Barwick is zeker niet alledaags, bij vlagen behoorlijk experimenteel en de Amerikaanse muzikante heeft niet veel op met popliedjes met een kop en een staart. Het is bovendien muziek die vooral in het hokje ambient wordt geduwd en dat is een hokje waarmee ik niet zo heel veel heb.
Toch kon ik The Magic Place uit 2011 en Nepenthe uit 2013 zeker waarderen. Op deze album intrigeerde Julianna Barwick met sprookjesachtige klanken, die voor een belangrijk deel waren opgebouwd met lagen die uitsluitend uit het stemgeluid van de Amerikaanse muzikante bestonden. Het is een inmiddels beproefd concept dat ook weer terug keert op het deze week verschenen Healing Is A Miracle.
De basis voor het nieuwe album van Julianna Barwick bestond uit zelf opgenomen improvisaties, maar Sigur Rós producer Alex Somers bood de Amerikaanse muzikante de gelegenheid om deze improvisaties verder uit te werken in de studio, waar Julianna Barwick gezelschap kreeg van Sigur Rós zanger Jónsi, muzikante Mary Lattimore en de Amerikaanse muzikant en producer Nosaj Thing. Het zorgt er voor dat het geluid van Julianna Barwick nog wat sprookjesachtiger klinkt en misschien ook net wat toegankelijker. Dat laatste is in het geval van Healing Is A Miracle overigens een relatief begrip, want echt makkelijk maakt Julianna Barwick het je nooit.
Ook op Healing Is A Miracle spelen de op elkaar gestapelde lagen met de stem van de muzikante die New York onlangs verruilde voor Los Angeles een belangrijke rol. Het zorgt voor een wat vervreemdend effect, maar het heeft ook iets bezwerends en sprookjesachtigs. Het wordt fraai gecombineerd met elektronica en strijkers die over dezelfde eigenschappen beschikken.
Het past zo op het eerste gehoor in de hokjes ambient en new age, maar waar ik deze hokjes toch vooral associeer met wat gezapige muziek waarin niet al te veel gebeurt, is de muziek van Julianna Barwick op Healing Is A Miracle spannend en gebeurt er werkelijk van alles. De Amerikaanse muzikante maakt ook op haar nieuwe album weer beeldende muziek, maar denk zeker niet aan kabbelende bergbeekjes. Healing Is A Miracle staat garant voor prachtige of surrealistische landschappen, maar de omgeving kan snel omslaan naar donker, dreigend en onheilspellend.
Het zorgt er voor dat ik Healing Is A Miracle waarschijnlijk niet al te vaak op zal zetten, al durf ik het ook dit keer best een prachtig album te noemen. Het is een album waarvan niet heel veel overblijft als je het op de achtergrond laat voortkabbelen, maar wanneer je je volledig onderdompelt in de muziek van Julianna Barwick blijven er maar mooie details opduiken. De ene keer sprookjesachtig mooi, de volgende keer tegendraads, dan weer dreigend. Smullen voor de liefhebber van dit genre, maar ook een iedere die zich normaal gesproken beperkt tot popsongs met een kop en een staart, zou de muziek van Julianna Barwick eens moeten ondergaan met Healing Is A Miracle als een zeer interessante optie binnen haar oeuvre. Erwin Zijleman
Julianna Barwick & Mary Lattimore - Tragic Magic (2026)

3,5
1
geplaatst: 21 januari, 12:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Julianna Barwick & Mary Lattimore - Tragic Magic - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Julianna Barwick & Mary Lattimore - Tragic Magic
De Amerikaanse muzikanten Julianna Barwick en Mary Lattimore streken neer in Parijs en maakten daar met elektronica en harpen uit een ver of zelfs heel ver verleden een even rustgevend als betoverend album
Een album waarop vooral klanken van de harp zijn te horen, aangevuld met wat analoge synths en lagen engelachtige vocalen kunnen normaal gesproken niet direct op mijn sympathie rekenen, maar ik was direct onder de indruk van Tragic Magic van Julianna Barwick en Mary Lattimore. Het is een album waarop in muzikaal opzicht van alles gebeurd, maar toch zorgen de bijzondere klanken op het album voor totale ontspanning. Het is een album dat zich niet heel makkelijk laat classificeren en dat ver weg blijft van standaard popsongs, maar op een of andere manier klinkt het toch verrassend toegankelijk en is Tragic Magic keer op keer goed voor een fascinerende luistertrip.
Julianna Barwick en Mary Lattimore zijn twee Amerikaanse muzikanten die al heel wat jaren aan de weg timmeren en in het verleden ook al meerdere keren samenwerkten. Tot een gezamenlijk album kwam het tot dit jaar nog niet, maar deze week verscheen Tragic Magic. Op basis van de omschrijvingen van het album leek het me niet direct een album voor mij, maar de eerste recensies van het album waren zo positief dat ik toch ben gaan luisteren.
Tragic Magic van Julianna Barwick en Mary Lattimore is inderdaad redelijk ver verwijderd van de albums waar ik normaal gesproken naar luister en zeker van albums die ik normaal gesproken goed vind, maar het album heeft wat, waardoor ik na eerste aarzelingen toch viel voor Tragic Magic.
Julianna Barwick en Mary Lattimore gingen voor het opnemen van hun eerste gezamenlijke album naar Parijs en streken uiteindelijk neer in de Philharmonie de Paris, waar ze konden beschikken over de unieke verzameling instrumenten uit het Musée de la Musique’s uit de Franse hoofdstad. Zo kreeg Mary Lattimore de beschikking over een aantal harpen uit de 18e en 19e eeuw, terwijl Julianna Barwick zich omringde met elektronica uit de 20e eeuw en met name met analoge synths uit de jaren 70 en 80.
Het levert een album op dat totaal anders klinkt dan andere albums die ik de laatste tijd, of gedurende een hele lange tijd, heb beluisterd. Bij de harp denk ik vooral aan de Zwitserse muzikant Andreas Vollenweider, die in de jaren 80 even heel populair was, maar het harpspel van Mary Lattimore klinkt anders. Julianna Barwick ken ik vooral van atmosferische elektronische klankentapijten en die zijn ook te horen op Tragic Magic. Ze combineert deze klankentapijten met lagen vocalen die ook vooral als instrument worden ingezet.
De muziek van de twee muzikanten uit Los Angeles, die hun thuisbasis tijdelijk achter zich lieten toen de stad werd geteisterd door alles verwoestende branden, wordt hier en daar voorzien van het etiket avant-garde, maar dat past niet echt. De muziek van de twee is inderdaad niet alledaags, maar ik vind Tragic Magic een stuk toegankelijker en aangenamer dan het gemiddelde avant-garde album.
Julianna Barwick en Mary Lattimore maken misschien geen popsongs met een kop en een staart, maar de lange tracks op het album zijn bijzonder mooi en aangenaam. Ik hoor wel wat invloeden uit de ambient en de new age, al gebeurt er in muzikaal opzicht meer dan gebruikelijk in deze genres.
Het harpspel van Mary Lattimore staat centraal op Tragic Magic en voorziet het album van een wat sprookjesachtig en ook opvallend rustgevend karakter. Dat betekent zeker niet dat de harpen van de Amerikaanse muzikante maar wat voortkabbelen, want het vaak wat repeterende spel is bijzonder knap. Julianna Barwick treedt vooral op de voorgrond met lagen van haar vocalen en voegt afwisselen dunne en wat dikkere lagen elektronica toe.
De vijf eigen tracks op het album worden aangevuld met een track van Brian Eno en een van Vangelis en alles is fraai geproduceerd door Trevor Spencer, die eerder werkte met Beach House. Ik raak normaal gesproken snel verveeld bij het beluisteren van het soort muziek dat Mary Lattimore en Julianna Barwick maken, maar op een of andere manier wist Tragic Magic me direct te overtuigen en verlang ik sindsdien met enige regelmaat terug naar het bijzondere muzikale universum van de twee, dat alleen maar interessanter wordt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Julianna Barwick & Mary Lattimore - Tragic Magic - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Julianna Barwick & Mary Lattimore - Tragic Magic
De Amerikaanse muzikanten Julianna Barwick en Mary Lattimore streken neer in Parijs en maakten daar met elektronica en harpen uit een ver of zelfs heel ver verleden een even rustgevend als betoverend album
Een album waarop vooral klanken van de harp zijn te horen, aangevuld met wat analoge synths en lagen engelachtige vocalen kunnen normaal gesproken niet direct op mijn sympathie rekenen, maar ik was direct onder de indruk van Tragic Magic van Julianna Barwick en Mary Lattimore. Het is een album waarop in muzikaal opzicht van alles gebeurd, maar toch zorgen de bijzondere klanken op het album voor totale ontspanning. Het is een album dat zich niet heel makkelijk laat classificeren en dat ver weg blijft van standaard popsongs, maar op een of andere manier klinkt het toch verrassend toegankelijk en is Tragic Magic keer op keer goed voor een fascinerende luistertrip.
Julianna Barwick en Mary Lattimore zijn twee Amerikaanse muzikanten die al heel wat jaren aan de weg timmeren en in het verleden ook al meerdere keren samenwerkten. Tot een gezamenlijk album kwam het tot dit jaar nog niet, maar deze week verscheen Tragic Magic. Op basis van de omschrijvingen van het album leek het me niet direct een album voor mij, maar de eerste recensies van het album waren zo positief dat ik toch ben gaan luisteren.
Tragic Magic van Julianna Barwick en Mary Lattimore is inderdaad redelijk ver verwijderd van de albums waar ik normaal gesproken naar luister en zeker van albums die ik normaal gesproken goed vind, maar het album heeft wat, waardoor ik na eerste aarzelingen toch viel voor Tragic Magic.
Julianna Barwick en Mary Lattimore gingen voor het opnemen van hun eerste gezamenlijke album naar Parijs en streken uiteindelijk neer in de Philharmonie de Paris, waar ze konden beschikken over de unieke verzameling instrumenten uit het Musée de la Musique’s uit de Franse hoofdstad. Zo kreeg Mary Lattimore de beschikking over een aantal harpen uit de 18e en 19e eeuw, terwijl Julianna Barwick zich omringde met elektronica uit de 20e eeuw en met name met analoge synths uit de jaren 70 en 80.
Het levert een album op dat totaal anders klinkt dan andere albums die ik de laatste tijd, of gedurende een hele lange tijd, heb beluisterd. Bij de harp denk ik vooral aan de Zwitserse muzikant Andreas Vollenweider, die in de jaren 80 even heel populair was, maar het harpspel van Mary Lattimore klinkt anders. Julianna Barwick ken ik vooral van atmosferische elektronische klankentapijten en die zijn ook te horen op Tragic Magic. Ze combineert deze klankentapijten met lagen vocalen die ook vooral als instrument worden ingezet.
De muziek van de twee muzikanten uit Los Angeles, die hun thuisbasis tijdelijk achter zich lieten toen de stad werd geteisterd door alles verwoestende branden, wordt hier en daar voorzien van het etiket avant-garde, maar dat past niet echt. De muziek van de twee is inderdaad niet alledaags, maar ik vind Tragic Magic een stuk toegankelijker en aangenamer dan het gemiddelde avant-garde album.
Julianna Barwick en Mary Lattimore maken misschien geen popsongs met een kop en een staart, maar de lange tracks op het album zijn bijzonder mooi en aangenaam. Ik hoor wel wat invloeden uit de ambient en de new age, al gebeurt er in muzikaal opzicht meer dan gebruikelijk in deze genres.
Het harpspel van Mary Lattimore staat centraal op Tragic Magic en voorziet het album van een wat sprookjesachtig en ook opvallend rustgevend karakter. Dat betekent zeker niet dat de harpen van de Amerikaanse muzikante maar wat voortkabbelen, want het vaak wat repeterende spel is bijzonder knap. Julianna Barwick treedt vooral op de voorgrond met lagen van haar vocalen en voegt afwisselen dunne en wat dikkere lagen elektronica toe.
De vijf eigen tracks op het album worden aangevuld met een track van Brian Eno en een van Vangelis en alles is fraai geproduceerd door Trevor Spencer, die eerder werkte met Beach House. Ik raak normaal gesproken snel verveeld bij het beluisteren van het soort muziek dat Mary Lattimore en Julianna Barwick maken, maar op een of andere manier wist Tragic Magic me direct te overtuigen en verlang ik sindsdien met enige regelmaat terug naar het bijzondere muzikale universum van de twee, dat alleen maar interessanter wordt. Erwin Zijleman
Julie Byrne - Not Even Happiness (2017)

4,5
0
geplaatst: 17 januari 2017, 15:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julie Byrne - Not Even Happiness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Al weer bijna drie jaar geleden maakte de Amerikaanse singer-songwriter Julie Byrne diepe indruk met het fascinerende Rooms With Walls And Windows.
Het debuut van de tegenwoordig vanuit New York opererende singer-songwriter kon in het hokje akoestische folk worden geduwd, maar wist zich te onderscheiden van vrijwel alle andere platen in dit overvolle hokje.
Dat deed Julie Byrne met uiterst sobere en lang niet altijd even makkelijk te doorgronden songs, met bijzonder fraai akoestisch gitaarspel en met een bijzonder stemgeluid, dat niet bij iedereen in de smaak zal vallen maar altijd iets met de luisteraar zal doen.
Het nu verschenen Not Even Happiness is in meerdere opzichten een logisch vervolg op het bijna drie jaar oude debuut. Ook op haar nieuwe plaat heeft Julie Byrne een voorkeur voor sobere folksongs waarin haar akoestische gitaar en haar emotievolle stem centraal staan. Vergeleken met het debuut zijn de songs net wat meer ingekleurd, maar gelukkig is dit op uiterst subtiele wijze gedaan.
Het meest in het oor springt ook dit keer de bijzondere stem van Julie Byrne, die net zo pastoraal kan klinken als de psychedelische Britse en Amerikaanse folkies uit de jaren 60 en 70, maar ook zwoel kan verleiden met fluisterzachte vocalen, net zoals Alice Phoebe Lou dat vorig jaar zo mooi kon op het geweldige Orbit.
De bijzondere stem van de singer-songwriter uit New York tilt Not Even Happiness absoluut naar een hoger plan, maar Julie Byrne heeft op haar tweede plaat nog veel meer te bieden. Zo is het akoestische gitaarspel van een enorme schoonheid en vult het ondanks de eenvoud de hele ruimte. Zeker bij beluistering met de koptelefoon heeft het gitaarspel een bijna hypnotiserende uitwerking en vormt het de perfecte basis voor de aparte en wat mij betreft bijzonder mooie stem van de singer-songwriter, die tegenwoordig bijverdient als ranger in Central Park.
Ook de songs van Julie Byrne hebben de afgelopen jaren flink aan kracht gewonnen. Het zijn songs die diep graven en nooit de makkelijkste weg kiezen, maar desondanks klinkt Not Even Happiness opvallend toegankelijk. Not Even Happiness is net als zijn voorganger een sobere plaat, maar de subtiele en vaak atmosferische toevoegingen aan de instrumentatie maken de plaat wel gevarieerder dan zijn voorganger, zonder dat dit ten koste is gegaan van de intensiteit en intimiteit van de muziek van Julie Byrne.
Het zorgt ervoor dat Julie Byrne mijn hooggespannen verwachtingen met speels gemak heeft waargemaakt en een plaat heeft gemaakt die ik ga koesteren de komende tijd. En zo levert de eerste echte week van het muziekjaar 2017 direct een aantal hele mooie platen op, waaronder zeker deze prachtplaat van Julie Byrne. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julie Byrne - Not Even Happiness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Al weer bijna drie jaar geleden maakte de Amerikaanse singer-songwriter Julie Byrne diepe indruk met het fascinerende Rooms With Walls And Windows.
Het debuut van de tegenwoordig vanuit New York opererende singer-songwriter kon in het hokje akoestische folk worden geduwd, maar wist zich te onderscheiden van vrijwel alle andere platen in dit overvolle hokje.
Dat deed Julie Byrne met uiterst sobere en lang niet altijd even makkelijk te doorgronden songs, met bijzonder fraai akoestisch gitaarspel en met een bijzonder stemgeluid, dat niet bij iedereen in de smaak zal vallen maar altijd iets met de luisteraar zal doen.
Het nu verschenen Not Even Happiness is in meerdere opzichten een logisch vervolg op het bijna drie jaar oude debuut. Ook op haar nieuwe plaat heeft Julie Byrne een voorkeur voor sobere folksongs waarin haar akoestische gitaar en haar emotievolle stem centraal staan. Vergeleken met het debuut zijn de songs net wat meer ingekleurd, maar gelukkig is dit op uiterst subtiele wijze gedaan.
Het meest in het oor springt ook dit keer de bijzondere stem van Julie Byrne, die net zo pastoraal kan klinken als de psychedelische Britse en Amerikaanse folkies uit de jaren 60 en 70, maar ook zwoel kan verleiden met fluisterzachte vocalen, net zoals Alice Phoebe Lou dat vorig jaar zo mooi kon op het geweldige Orbit.
De bijzondere stem van de singer-songwriter uit New York tilt Not Even Happiness absoluut naar een hoger plan, maar Julie Byrne heeft op haar tweede plaat nog veel meer te bieden. Zo is het akoestische gitaarspel van een enorme schoonheid en vult het ondanks de eenvoud de hele ruimte. Zeker bij beluistering met de koptelefoon heeft het gitaarspel een bijna hypnotiserende uitwerking en vormt het de perfecte basis voor de aparte en wat mij betreft bijzonder mooie stem van de singer-songwriter, die tegenwoordig bijverdient als ranger in Central Park.
Ook de songs van Julie Byrne hebben de afgelopen jaren flink aan kracht gewonnen. Het zijn songs die diep graven en nooit de makkelijkste weg kiezen, maar desondanks klinkt Not Even Happiness opvallend toegankelijk. Not Even Happiness is net als zijn voorganger een sobere plaat, maar de subtiele en vaak atmosferische toevoegingen aan de instrumentatie maken de plaat wel gevarieerder dan zijn voorganger, zonder dat dit ten koste is gegaan van de intensiteit en intimiteit van de muziek van Julie Byrne.
Het zorgt ervoor dat Julie Byrne mijn hooggespannen verwachtingen met speels gemak heeft waargemaakt en een plaat heeft gemaakt die ik ga koesteren de komende tijd. En zo levert de eerste echte week van het muziekjaar 2017 direct een aantal hele mooie platen op, waaronder zeker deze prachtplaat van Julie Byrne. Erwin Zijleman
Julie Byrne - The Greater Wings (2023)

0
geplaatst: 8 juli 2023, 10:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julie Byrne - The Greater Wings - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julie Byrne - The Greater Wings
De Amerikaanse muzikante Julie Byrne keert na lange afwezigheid terug met een album dat door rouw is getekend, maar dat ook betovert met prachtige klanken en met wonderschone en emotievolle zang
Na twee jaarlijstjesalbums hebben we lang moeten wachten op het derde album van Julie Byrne. Er gebeurde de afgelopen jaren nogal wat in het leven van Julie Byrne, met de trieste dood van haar muzikale kompaan Eric Littman als triest dieptepunt, en dat heeft zijn sporen nagelaten op het behoorlijk donkere The Greater Wings. Het derde album van Julie Byrne is echter ook een album van een bijna ongekende schoonheid. De songs zijn persoonlijk en intiem, de klanken en arrangementen prachtig, maar het is ook dit keer de stem van Julie Byrne die de meeste indruk maakt. De Amerikaanse muzikante beschikt over een mooie en karakteristieke stem, maar het is er ook een die je dankzij alle emotie stevig bij de strot grijpt. Prachtalbum.
Julie Byrne haalde met heel veel overtuiging mijn jaarlijstjes over 2014 en 2017 met haar eerste twee albums. Rooms With Walls And Windows uit 2014 en Not Even Happiness uit 2017 maakten diepe indruk met betrekkelijk sober ingekleurde folksongs, waarin de prachtige stem van Julie Byrne de meeste aandacht opeiste. Na Not Even Happiness, waarop Julie Byrne haar ingetogen folk verrijkte met subtiele elektronica, is het helaas zesenhalf jaar stil geweest rond de muzikante uit New York.
Julie Byrne stond in eerste instantie veel op het podium en kreeg hierna te maken met een lange periode van isolement door de coronapandemie. Toen ze eindelijk was begonnen aan het opnemen van haar derde album overleed muzikale vriend, producer en voormalige geliefde Eric Littmann onverwacht op slechts 31-jarige leeftijd, waardoor de opvolger van Not Even Happiness nog meer vertraging opliep. De Amerikaanse muzikante maakte het album uiteindelijk af met producer Alex Somers, die onder andere werkte met Julianna Barwick en Sigur Rós.
Ook The Greater Wings is een album waarop invloeden uit de folk en de mooie stem van Julie Byrne centraal staan, maar het album slaat vergeleken met zijn twee voorgangers ook andere wegen in. Producer Alex Somers drukt in een aantal tracks zijn stempel op het album met zweverige strijkers en wolken elektronica, maar in de meeste tracks staan de akoestische gitaar en de stem van Julie Byrne nog altijd centraal.
The Greater Wings is, mede door de gebeurtenissen die aan het album vooraf gingen en met name het overlijden van muzikale kompaan Eric Littmann, een donker en melancholisch album geworden, maar het is door de bijzondere klanken en de prachtige zang ook een betoverend mooi album. Julie Byrne maakte op haar eerste twee albums al indruk met haar karakteristieke stem en deze heeft op The Greater Wings alleen maar aan kracht gewonnen. De zang, die centraal staat in de mix, is song na song wonderschoon, maar Julie Byrne zingt ook met nog meer emotie dan we van haar gewend waren, wat met grote regelmaat kippenvelmomenten oplevert.
Persoonlijk was ik zeer gecharmeerd van het betrekkelijk sobere geluid op Rooms With Walls And Windows en Not Even Happiness, dat zowel invloeden uit de Britse folk en Laurel Canyon folk uit het verleden als flarden van de indiefolk van het moment bevatte. Het is een geluid dat op het derde album van Julie Byrne is verrijkt met hier en daar stevig aangezette klankentapijten en dat pakt verrassend goed uit.
De muziek van Julie Byrne blijft ondanks de zo nu en dan overtrekkende wolken strijkers of elektronica behoorlijk ingetogen, maar er gebeurt wel meer op het album, zonder dat dit de intimiteit van de songs van Julie Byrne in de weg zit. De persoonlijke songs van de Amerikaanse muzikante strelen nog altijd genadeloos het oor, maar ze zijn door de toegevoegde dynamiek en het rijkere kleurenpalet ook spannender en onderscheidender.
De muzikante uit New York timmerde met haar eerste twee albums stevig aan de weg, maar moet met The Greater Wings helaas weer zo ongeveer opnieuw beginnen. Dat doet ze ook nog eens op een moment waarop de muziekwereld normaal gesproken begint aan een zomerslaap, maar aan de schoonheid en kracht van het derde album van Julie Byrne valt wat mij betreft niet te ontkomen. Dat The Greater Wings na Rooms With Walls And Windows en Not Even Happiness mijn jaarlijstje gaat halen lijkt me dan ook zeker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julie Byrne - The Greater Wings - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julie Byrne - The Greater Wings
De Amerikaanse muzikante Julie Byrne keert na lange afwezigheid terug met een album dat door rouw is getekend, maar dat ook betovert met prachtige klanken en met wonderschone en emotievolle zang
Na twee jaarlijstjesalbums hebben we lang moeten wachten op het derde album van Julie Byrne. Er gebeurde de afgelopen jaren nogal wat in het leven van Julie Byrne, met de trieste dood van haar muzikale kompaan Eric Littman als triest dieptepunt, en dat heeft zijn sporen nagelaten op het behoorlijk donkere The Greater Wings. Het derde album van Julie Byrne is echter ook een album van een bijna ongekende schoonheid. De songs zijn persoonlijk en intiem, de klanken en arrangementen prachtig, maar het is ook dit keer de stem van Julie Byrne die de meeste indruk maakt. De Amerikaanse muzikante beschikt over een mooie en karakteristieke stem, maar het is er ook een die je dankzij alle emotie stevig bij de strot grijpt. Prachtalbum.
Julie Byrne haalde met heel veel overtuiging mijn jaarlijstjes over 2014 en 2017 met haar eerste twee albums. Rooms With Walls And Windows uit 2014 en Not Even Happiness uit 2017 maakten diepe indruk met betrekkelijk sober ingekleurde folksongs, waarin de prachtige stem van Julie Byrne de meeste aandacht opeiste. Na Not Even Happiness, waarop Julie Byrne haar ingetogen folk verrijkte met subtiele elektronica, is het helaas zesenhalf jaar stil geweest rond de muzikante uit New York.
Julie Byrne stond in eerste instantie veel op het podium en kreeg hierna te maken met een lange periode van isolement door de coronapandemie. Toen ze eindelijk was begonnen aan het opnemen van haar derde album overleed muzikale vriend, producer en voormalige geliefde Eric Littmann onverwacht op slechts 31-jarige leeftijd, waardoor de opvolger van Not Even Happiness nog meer vertraging opliep. De Amerikaanse muzikante maakte het album uiteindelijk af met producer Alex Somers, die onder andere werkte met Julianna Barwick en Sigur Rós.
Ook The Greater Wings is een album waarop invloeden uit de folk en de mooie stem van Julie Byrne centraal staan, maar het album slaat vergeleken met zijn twee voorgangers ook andere wegen in. Producer Alex Somers drukt in een aantal tracks zijn stempel op het album met zweverige strijkers en wolken elektronica, maar in de meeste tracks staan de akoestische gitaar en de stem van Julie Byrne nog altijd centraal.
The Greater Wings is, mede door de gebeurtenissen die aan het album vooraf gingen en met name het overlijden van muzikale kompaan Eric Littmann, een donker en melancholisch album geworden, maar het is door de bijzondere klanken en de prachtige zang ook een betoverend mooi album. Julie Byrne maakte op haar eerste twee albums al indruk met haar karakteristieke stem en deze heeft op The Greater Wings alleen maar aan kracht gewonnen. De zang, die centraal staat in de mix, is song na song wonderschoon, maar Julie Byrne zingt ook met nog meer emotie dan we van haar gewend waren, wat met grote regelmaat kippenvelmomenten oplevert.
Persoonlijk was ik zeer gecharmeerd van het betrekkelijk sobere geluid op Rooms With Walls And Windows en Not Even Happiness, dat zowel invloeden uit de Britse folk en Laurel Canyon folk uit het verleden als flarden van de indiefolk van het moment bevatte. Het is een geluid dat op het derde album van Julie Byrne is verrijkt met hier en daar stevig aangezette klankentapijten en dat pakt verrassend goed uit.
De muziek van Julie Byrne blijft ondanks de zo nu en dan overtrekkende wolken strijkers of elektronica behoorlijk ingetogen, maar er gebeurt wel meer op het album, zonder dat dit de intimiteit van de songs van Julie Byrne in de weg zit. De persoonlijke songs van de Amerikaanse muzikante strelen nog altijd genadeloos het oor, maar ze zijn door de toegevoegde dynamiek en het rijkere kleurenpalet ook spannender en onderscheidender.
De muzikante uit New York timmerde met haar eerste twee albums stevig aan de weg, maar moet met The Greater Wings helaas weer zo ongeveer opnieuw beginnen. Dat doet ze ook nog eens op een moment waarop de muziekwereld normaal gesproken begint aan een zomerslaap, maar aan de schoonheid en kracht van het derde album van Julie Byrne valt wat mij betreft niet te ontkomen. Dat The Greater Wings na Rooms With Walls And Windows en Not Even Happiness mijn jaarlijstje gaat halen lijkt me dan ook zeker. Erwin Zijleman
Julie Doiron - I Thought of You (2021)

4,0
0
geplaatst: 3 december 2021, 17:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julie Doiron - I Thought Of You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julie Doiron - I Thought Of You
Julie Doiron was de afgelopen negen jaar een stuk minder zichtbaar en productief dan in het verleden, maar met het uitstekende I Thought Of You levert ze een prima gitaarplaat af
Sinds I Thought Of You van Julie Doiron een paar maanden geleden werd aangekondigd, kijk ik uit naar de nieuwe muziek van de Canadese muzikante, die ik in het verleden hoog had zitten. I Thought Of You is een wat ruw en behoorlijk veelzijdig album, waarop Julie Doiron en haar gelegenheidsband met veel plezier muziek maken, maar ook een zeer acceptabel niveau halen. I Thought Of You is een wat stekelige en ook wat rammelende gitaarplaat, al zijn er ook een aantal rustpunten op het album. Het gitaarwerk is fraai, de songs zijn lekker eigenzinnig en de stem van Julie Doiron, die nog wat ruwer klinkt dan in het verleden, is van het soort dat zich genadeloos opdringt. Prima album.
Julie Doiron was vorige maand te horen op het titelloze album van Astral Swans, het alter ego van de Canadese muzikant Matthew Swan. Twee jaar geleden speelde ze een nog voornamere rol op Lost Wisdom Part 2, dat ze samen maakte met Mount Eerie, het project van de Amerikaanse muzikant Phil Elverum.
Voor een soloalbum van Julie Doiron moeten we helaas veel verder terug in de tijd en wel tot 2012, toen het album So Many Days verscheen. Sindsdien maakte de Canadese muzikante nog wel twee EP’s met Spaanstalige songs en maakte ze naar verluidt een album als Julie And The Wrong Guys (las ik deze week pas).
De tijd dat Julie Doiron aan de lopende band albums uitbracht, zoals aan het begin van dit millennium, ligt inmiddels ver achter ons, maar met I Thought Of You ligt er gelukkig eindelijk weer eens een nieuw album van de Canadese singer-songwriter op ons te wachten en dat werd tijd.
Julie Doiron maakte haar nieuwe album samen met een band bestaande uit bassist Dany Placard, drummer Ian Romano en niemand minder dan Daniel Romano, die tekende voor gitaren, keyboards en percussie. Julie Doiron voegt zelf gitaren en natuurlijk haar karakteristieke stem toe aan het album.
Na zoveel jaren stilte verwacht je bijna wonderen van Julie Doiron, waardoor I Thought Of You bijna alleen maar tegen kan vallen. Die wonderen verricht Julie Doiron natuurlijk niet, maar desondanks valt haar nieuwe album me zeker niet tegen. I Thought Of You bevat vooral frisse gitaarsongs, die soms wat dromerig en soms stekelig zijn.
Julie Doiron en de leden van de band sloten zich voor het album op in een blokhut in de bossen, ver van de bewoonde wereld. In deze blokhut werd vooral met veel plezier en met veel onderlinge chemie muziek gemaakt en dat hoor je op I Thought Of You. Het is ook nog eens een verrassend veelzijdig album dat het hele spectrum van Amerikaanse rootsmuziek tot indierock bestrijkt.
De gitaar georiënteerde songs op het album zijn soms ruw en soms loom en dringen zich door het mooie gitaarspel makkelijk op. De meeste verleiding komt ook dit keer van de stem van Julie Doiron, die een nog wat aangenamer rauw randje op haar stembanden heeft en de muziek op het album voorziet van haar zo karakteristieke stempel.
I Thought Of You is geen album dat de jaarlijstjes over 2021 op zijn kop gaat zetten, maar de terugkeer van Julie Doiron is wel een hele aangename. De muzikante uit het Canadese Montreal vist in bekende vijvers, maar heeft op een of andere manier een geluid dat je onmiddellijk herkent.
Het is een geluid dat ik al weer bijna vergeten was, maar ik ben blij met de terugkeer van Julie Doiron, die misschien geen hele bijzondere dingen doet op haar nieuwe album, maar die wel een heel behoorlijk niveau aantikt en vermaakt met gitaarsongs die je uiteindelijk toch dierbaar worden.
I Thought Of You doet bovendien niet onder voor de prima albums waarmee Julie Doiron een jaar of twintig geleden strooide en doet het ook prima naast het nieuwe album van Courtney Barnett, dat echt veel beter is dan de Nederlandse critici ons willen doen geloven. Waar het laatste album van Courtney Barnett als te braaf wordt ervaren is de muziek van Julie Doiron misschien net wat ruwer en stekeliger, maar beide muzikanten staan wat mij betreft garant voor zeer aansprekende gitaarsongs. Mooi dat Julie Doiron terug is al met al. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julie Doiron - I Thought Of You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julie Doiron - I Thought Of You
Julie Doiron was de afgelopen negen jaar een stuk minder zichtbaar en productief dan in het verleden, maar met het uitstekende I Thought Of You levert ze een prima gitaarplaat af
Sinds I Thought Of You van Julie Doiron een paar maanden geleden werd aangekondigd, kijk ik uit naar de nieuwe muziek van de Canadese muzikante, die ik in het verleden hoog had zitten. I Thought Of You is een wat ruw en behoorlijk veelzijdig album, waarop Julie Doiron en haar gelegenheidsband met veel plezier muziek maken, maar ook een zeer acceptabel niveau halen. I Thought Of You is een wat stekelige en ook wat rammelende gitaarplaat, al zijn er ook een aantal rustpunten op het album. Het gitaarwerk is fraai, de songs zijn lekker eigenzinnig en de stem van Julie Doiron, die nog wat ruwer klinkt dan in het verleden, is van het soort dat zich genadeloos opdringt. Prima album.
Julie Doiron was vorige maand te horen op het titelloze album van Astral Swans, het alter ego van de Canadese muzikant Matthew Swan. Twee jaar geleden speelde ze een nog voornamere rol op Lost Wisdom Part 2, dat ze samen maakte met Mount Eerie, het project van de Amerikaanse muzikant Phil Elverum.
Voor een soloalbum van Julie Doiron moeten we helaas veel verder terug in de tijd en wel tot 2012, toen het album So Many Days verscheen. Sindsdien maakte de Canadese muzikante nog wel twee EP’s met Spaanstalige songs en maakte ze naar verluidt een album als Julie And The Wrong Guys (las ik deze week pas).
De tijd dat Julie Doiron aan de lopende band albums uitbracht, zoals aan het begin van dit millennium, ligt inmiddels ver achter ons, maar met I Thought Of You ligt er gelukkig eindelijk weer eens een nieuw album van de Canadese singer-songwriter op ons te wachten en dat werd tijd.
Julie Doiron maakte haar nieuwe album samen met een band bestaande uit bassist Dany Placard, drummer Ian Romano en niemand minder dan Daniel Romano, die tekende voor gitaren, keyboards en percussie. Julie Doiron voegt zelf gitaren en natuurlijk haar karakteristieke stem toe aan het album.
Na zoveel jaren stilte verwacht je bijna wonderen van Julie Doiron, waardoor I Thought Of You bijna alleen maar tegen kan vallen. Die wonderen verricht Julie Doiron natuurlijk niet, maar desondanks valt haar nieuwe album me zeker niet tegen. I Thought Of You bevat vooral frisse gitaarsongs, die soms wat dromerig en soms stekelig zijn.
Julie Doiron en de leden van de band sloten zich voor het album op in een blokhut in de bossen, ver van de bewoonde wereld. In deze blokhut werd vooral met veel plezier en met veel onderlinge chemie muziek gemaakt en dat hoor je op I Thought Of You. Het is ook nog eens een verrassend veelzijdig album dat het hele spectrum van Amerikaanse rootsmuziek tot indierock bestrijkt.
De gitaar georiënteerde songs op het album zijn soms ruw en soms loom en dringen zich door het mooie gitaarspel makkelijk op. De meeste verleiding komt ook dit keer van de stem van Julie Doiron, die een nog wat aangenamer rauw randje op haar stembanden heeft en de muziek op het album voorziet van haar zo karakteristieke stempel.
I Thought Of You is geen album dat de jaarlijstjes over 2021 op zijn kop gaat zetten, maar de terugkeer van Julie Doiron is wel een hele aangename. De muzikante uit het Canadese Montreal vist in bekende vijvers, maar heeft op een of andere manier een geluid dat je onmiddellijk herkent.
Het is een geluid dat ik al weer bijna vergeten was, maar ik ben blij met de terugkeer van Julie Doiron, die misschien geen hele bijzondere dingen doet op haar nieuwe album, maar die wel een heel behoorlijk niveau aantikt en vermaakt met gitaarsongs die je uiteindelijk toch dierbaar worden.
I Thought Of You doet bovendien niet onder voor de prima albums waarmee Julie Doiron een jaar of twintig geleden strooide en doet het ook prima naast het nieuwe album van Courtney Barnett, dat echt veel beter is dan de Nederlandse critici ons willen doen geloven. Waar het laatste album van Courtney Barnett als te braaf wordt ervaren is de muziek van Julie Doiron misschien net wat ruwer en stekeliger, maar beide muzikanten staan wat mij betreft garant voor zeer aansprekende gitaarsongs. Mooi dat Julie Doiron terug is al met al. Erwin Zijleman
Julien Baker - Little Oblivions (2021)

5,0
2
geplaatst: 27 februari 2021, 11:04 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julien Baker - Little Oblivions - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julien Baker - Little Oblivions
Na twee geweldige albums lag de lat bijzonder hoog voor Julien Baker, maar de Amerikaanse muzikante weet weer te imponeren met een voller maar ook rauw en puur klinkend album
Julien Baker vond ik een paar jaar geleden onbetwist de beste van alle jonge vrouwelijke singer-songwriters in het indie segment, maar het was de afgelopen jaren helaas stil rond de muzikante uit Memphis, Tennessee. Julien Baker is nu terug met Little Oblivions en album nummer drie doet niet onder voor de twee geweldige voorgangers. Het geluid is wat rijker, maar het zo kenmerkende Julien Baker geluid is gebleven. Haar songs zijn nog steeds ruw en intiem, de teksten persoonlijk, de zang vol emotie. Hier en daar klinkt het flink vol, maar Little Oblivions bevat ook wel degelijk een aantal sober ingekleurde songs. Julien Baker is terug en maakt wederom diepe indruk.
De Amerikaanse muzikante Julien Baker maakte aan het eind van 2015 met Sprained Ankle wat mij betreft een van de allermooiste albums van het betreffende jaar en herhaalde dit kunstje twee jaar later met Turn Out The Lights, dat eind 2017 zelfs helemaal bovenaan mijn jaarlijstje prijkte.
Eind 2018 dook Julien Baker samen met Phoebe Bridgers en Lucy Dacus op als Boygenius, dat een prima EP afleverde, maar sindsdien was het behoorlijk stil rond de muzikante uit Memphis, Tennessee, en werd ze min of meer overvleugeld door Boygenius collega Phoebe Bridgers.
Julien Baker heeft de tijd genomen voor haar derde album, dat ze opnam in haar thuisbasis Memphis en dat ze voor het overgrote deel alleen inspeelde en ook produceerde. In één track duiken Boygenius collega’s Lucy Dacus en Phoebe Bridgers op en hier en daar zijn er wat bijdragen van technicus Calvin Lauber, maar verder hoor je alleen Julien Baker.
Little Oblivions opent desondanks met een veel voller geluid dan we van Julien Baker gewend zijn en lijkt ook even een nieuwe weg in te slaan, maar het is al weer snel typisch Julien Baker. Dat vind ik persoonlijk geen enkel probleem, want ik ben nog lang niet uitgekeken op dit typische Julien Baker geluid.
Fantasieloos voortborduren op haar vorige twee albums doet Julien Baker echter zeker niet, want Little Oblivions is over de hele linie voller ingekleurd dan Sprained Ankle en Turn Out The Lights en voegt flink wat instrumenten toe die ontbraken op de vorige twee albums, waaronder keyboards, mandoline, banjo, bas en drums.
Dat is niet zonder risico, want de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante ontleenden een belangrijk deel van hun kracht aan de ruwe eenvoud en intimiteit van de songs, die genoeg hadden aan gitaar of piano en de stem van Julien Baker. Het knappe van Little Oblivions is dat Julien Baker ondanks de bij vlagen flink vollere instrumentatie en arrangementen de eenvoud en intimiteit heeft behouden.
Er is nog steeds een glansrol weggelegd voor het gitaarspel van de Amerikaanse muzikanten en haar van gevoel overlopende zang, maar waar Julien Baker op de vorige albums veel leeg liet in haar muziek, is de ruimte nu fraai ingekleurd. Over het algemeen doet de muzikante uit Memphis dat overigens behoorlijk subtiel, waardoor de verschillen met Sprained Ankle en Turn Out The Lights ook weer niet zo groot zijn als hier en daar wordt gesuggereerd.
Toen Julien Baker opdook met Sprained Ankle stonden haar teksten vooral in het teken van haar seksualiteit en haar geloof. Ook Little Oblivions staat vol persoonlijke verhalen over onder andere depressies, drank en moeilijke relaties. Julien Baker vertelt ze weer prachtig en laat horen dat ze als tekstschrijver en songwriter is gegroeid.
Na de twee geweldige voorgangers lag de lat voor Little Oblivions bijna onrealistisch hoog, maar het derde album van Julien Baker stelt me niet teleur, integendeel zelfs. De net wat vollere instrumentatie voorziet haar songs van net wat meer diepte en variatie, zonder dat dit ten koste gaat van de ruwe eenvoud die haar vorige albums zo mooi maakte. Ook de zang van de Amerikaanse muzikante vind ik net wat sterker dan in het verleden, waarin Julien Baker het net wat te vaak uitschreeuwde.
We hebben veel te lang op Little Oblivions moeten wachten, maar gelukkig is Julien Baker terug en wederom imponeert ze met een geweldig album. Ik schrijf hem alvast op voor mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julien Baker - Little Oblivions - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julien Baker - Little Oblivions
Na twee geweldige albums lag de lat bijzonder hoog voor Julien Baker, maar de Amerikaanse muzikante weet weer te imponeren met een voller maar ook rauw en puur klinkend album
Julien Baker vond ik een paar jaar geleden onbetwist de beste van alle jonge vrouwelijke singer-songwriters in het indie segment, maar het was de afgelopen jaren helaas stil rond de muzikante uit Memphis, Tennessee. Julien Baker is nu terug met Little Oblivions en album nummer drie doet niet onder voor de twee geweldige voorgangers. Het geluid is wat rijker, maar het zo kenmerkende Julien Baker geluid is gebleven. Haar songs zijn nog steeds ruw en intiem, de teksten persoonlijk, de zang vol emotie. Hier en daar klinkt het flink vol, maar Little Oblivions bevat ook wel degelijk een aantal sober ingekleurde songs. Julien Baker is terug en maakt wederom diepe indruk.
De Amerikaanse muzikante Julien Baker maakte aan het eind van 2015 met Sprained Ankle wat mij betreft een van de allermooiste albums van het betreffende jaar en herhaalde dit kunstje twee jaar later met Turn Out The Lights, dat eind 2017 zelfs helemaal bovenaan mijn jaarlijstje prijkte.
Eind 2018 dook Julien Baker samen met Phoebe Bridgers en Lucy Dacus op als Boygenius, dat een prima EP afleverde, maar sindsdien was het behoorlijk stil rond de muzikante uit Memphis, Tennessee, en werd ze min of meer overvleugeld door Boygenius collega Phoebe Bridgers.
Julien Baker heeft de tijd genomen voor haar derde album, dat ze opnam in haar thuisbasis Memphis en dat ze voor het overgrote deel alleen inspeelde en ook produceerde. In één track duiken Boygenius collega’s Lucy Dacus en Phoebe Bridgers op en hier en daar zijn er wat bijdragen van technicus Calvin Lauber, maar verder hoor je alleen Julien Baker.
Little Oblivions opent desondanks met een veel voller geluid dan we van Julien Baker gewend zijn en lijkt ook even een nieuwe weg in te slaan, maar het is al weer snel typisch Julien Baker. Dat vind ik persoonlijk geen enkel probleem, want ik ben nog lang niet uitgekeken op dit typische Julien Baker geluid.
Fantasieloos voortborduren op haar vorige twee albums doet Julien Baker echter zeker niet, want Little Oblivions is over de hele linie voller ingekleurd dan Sprained Ankle en Turn Out The Lights en voegt flink wat instrumenten toe die ontbraken op de vorige twee albums, waaronder keyboards, mandoline, banjo, bas en drums.
Dat is niet zonder risico, want de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante ontleenden een belangrijk deel van hun kracht aan de ruwe eenvoud en intimiteit van de songs, die genoeg hadden aan gitaar of piano en de stem van Julien Baker. Het knappe van Little Oblivions is dat Julien Baker ondanks de bij vlagen flink vollere instrumentatie en arrangementen de eenvoud en intimiteit heeft behouden.
Er is nog steeds een glansrol weggelegd voor het gitaarspel van de Amerikaanse muzikanten en haar van gevoel overlopende zang, maar waar Julien Baker op de vorige albums veel leeg liet in haar muziek, is de ruimte nu fraai ingekleurd. Over het algemeen doet de muzikante uit Memphis dat overigens behoorlijk subtiel, waardoor de verschillen met Sprained Ankle en Turn Out The Lights ook weer niet zo groot zijn als hier en daar wordt gesuggereerd.
Toen Julien Baker opdook met Sprained Ankle stonden haar teksten vooral in het teken van haar seksualiteit en haar geloof. Ook Little Oblivions staat vol persoonlijke verhalen over onder andere depressies, drank en moeilijke relaties. Julien Baker vertelt ze weer prachtig en laat horen dat ze als tekstschrijver en songwriter is gegroeid.
Na de twee geweldige voorgangers lag de lat voor Little Oblivions bijna onrealistisch hoog, maar het derde album van Julien Baker stelt me niet teleur, integendeel zelfs. De net wat vollere instrumentatie voorziet haar songs van net wat meer diepte en variatie, zonder dat dit ten koste gaat van de ruwe eenvoud die haar vorige albums zo mooi maakte. Ook de zang van de Amerikaanse muzikante vind ik net wat sterker dan in het verleden, waarin Julien Baker het net wat te vaak uitschreeuwde.
We hebben veel te lang op Little Oblivions moeten wachten, maar gelukkig is Julien Baker terug en wederom imponeert ze met een geweldig album. Ik schrijf hem alvast op voor mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
Julien Baker - Sprained Ankle (2015)

5,0
0
geplaatst: 6 december 2015, 09:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julien Baker - Sprained Ankle - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De tijd van de jaarlijstjes is weer aangebroken en inmiddels komen ze in grote hoeveelheden voorbij (die van de krenten uit de pop komt overigens pas over een week of twee a drie).
Het heeft me weinig verrassingen opgeleverd, tot ik het jaarlijstje van Paste Magazine aanklikte. Op nummer 49 van de top 50 van Paste Magazine kwam ik immers Sprained Ankle van Julien Baker tegen.
Julien Baker is een singer-songwriter uit Memphis, Tennessee. Ze is pas 19 jaar oud, maar uit de wijze waarop ze vanaf het hoesje van haar debuut de wereld in staart blijkt direct dat ze het in het leven tot dusver niet voor niets heeft gekregen. Julien Baker worstelt met de liefde en worstelde met de drank en drugs die haar bijna het leven hebben gekost (ze had zelfs een bijna dood ervaring).
Voor haar debuut trok Julien Baker, die er inmiddels een wat gezondere levensstijl op na houdt, naar de studio van Matthew E. White in Richmond, Virginia, en wat is het een mooi en bijzonder debuut geworden.
Op Sprained Ankle vertrouwt Julien Baker volledig op haar stem, op haar akoestische en elektrische gitaren en aan het eind van de plaat op een piano. Hier en daar zijn wat lagen vocalen opgenomen of wordt het gitaargeluid voorzien van wat extra vervorming, maar over het algemeen is de muziek van Julien Banks puur en eerlijk.
Het gitaarspel is gevarieerd en doeltreffend, maar de meeste aandacht wordt getrokken door de vocalen van Julien Baker. Julien Baker heeft de afgelopen jaren nogal wat meegemaakt en dat hoor je en voel je.
Sprained Ankle is een sombere en donkere plaat vol indringende verhalen. Julien Baker vertelt deze verhalen soms met enige afstand, maar meer dan eens is de enorme pijn van de jonge Amerikaanse voelbaar in haar zang, waardoor Sprained Ankle enorm veel impact heeft.
De songs van Julien Baker zijn lang niet altijd even volwassen of bijzonder, maar door alle emotie en pijn die de Amerikaanse in haar muziek stopt, komt Sprained Ankle aan als een mokerslag. De eerste keer dat ik Sprained Ankle beluisterde had ik 33 minuten kippenvel en dit herhaalt zich iedere keer dat ik de plaat opnieuw beluister. Het wordt eerder erger dan minder.
Laten we hopen dat Julien Baker haar leven weer op de rails krijgt, want na Sprained Ankle wil ik nog veel meer platen van haar horen. Sprained Ankle schaar ik ondertussen onder de grote verassingen van 2015. Het doet bijna pijn om naar Julien Baker te luisteren, maar wat is het ook mooi. Om te janken zo mooi. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julien Baker - Sprained Ankle - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De tijd van de jaarlijstjes is weer aangebroken en inmiddels komen ze in grote hoeveelheden voorbij (die van de krenten uit de pop komt overigens pas over een week of twee a drie).
Het heeft me weinig verrassingen opgeleverd, tot ik het jaarlijstje van Paste Magazine aanklikte. Op nummer 49 van de top 50 van Paste Magazine kwam ik immers Sprained Ankle van Julien Baker tegen.
Julien Baker is een singer-songwriter uit Memphis, Tennessee. Ze is pas 19 jaar oud, maar uit de wijze waarop ze vanaf het hoesje van haar debuut de wereld in staart blijkt direct dat ze het in het leven tot dusver niet voor niets heeft gekregen. Julien Baker worstelt met de liefde en worstelde met de drank en drugs die haar bijna het leven hebben gekost (ze had zelfs een bijna dood ervaring).
Voor haar debuut trok Julien Baker, die er inmiddels een wat gezondere levensstijl op na houdt, naar de studio van Matthew E. White in Richmond, Virginia, en wat is het een mooi en bijzonder debuut geworden.
Op Sprained Ankle vertrouwt Julien Baker volledig op haar stem, op haar akoestische en elektrische gitaren en aan het eind van de plaat op een piano. Hier en daar zijn wat lagen vocalen opgenomen of wordt het gitaargeluid voorzien van wat extra vervorming, maar over het algemeen is de muziek van Julien Banks puur en eerlijk.
Het gitaarspel is gevarieerd en doeltreffend, maar de meeste aandacht wordt getrokken door de vocalen van Julien Baker. Julien Baker heeft de afgelopen jaren nogal wat meegemaakt en dat hoor je en voel je.
Sprained Ankle is een sombere en donkere plaat vol indringende verhalen. Julien Baker vertelt deze verhalen soms met enige afstand, maar meer dan eens is de enorme pijn van de jonge Amerikaanse voelbaar in haar zang, waardoor Sprained Ankle enorm veel impact heeft.
De songs van Julien Baker zijn lang niet altijd even volwassen of bijzonder, maar door alle emotie en pijn die de Amerikaanse in haar muziek stopt, komt Sprained Ankle aan als een mokerslag. De eerste keer dat ik Sprained Ankle beluisterde had ik 33 minuten kippenvel en dit herhaalt zich iedere keer dat ik de plaat opnieuw beluister. Het wordt eerder erger dan minder.
Laten we hopen dat Julien Baker haar leven weer op de rails krijgt, want na Sprained Ankle wil ik nog veel meer platen van haar horen. Sprained Ankle schaar ik ondertussen onder de grote verassingen van 2015. Het doet bijna pijn om naar Julien Baker te luisteren, maar wat is het ook mooi. Om te janken zo mooi. Erwin Zijleman
Julien Baker - Turn Out the Lights (2017)

5,0
2
geplaatst: 28 oktober 2017, 10:41 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julien Baker - Turn Out The Lights - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Julien Baker maakte precies twee jaar geleden met Sprained Ankle een van de mooiste en een van de meest indringende platen van 2015.
Het debuut van de piepjonge singer-songwriter uit Memphis, Tennessee, ontleende een groot deel van zijn schoonheid aan de ruwe eenvoud en intimiteit van de songs op de plaat, waarna de gitzwarte teksten en alle emotie op de plaat er voor zorgden dat Sprained Ankle een diepe en bovendien onuitwisbare indruk maakte.
Inmiddels zijn we twee jaar verder en is er flink wat veranderd voor Julien Baker. Waar Sprained Ankle met zeer bescheiden middelen moest worden gemaakt, heeft haar contract bij het roemruchte label Matador gezorgd voor een flink ruimer budget. Dat is goed te horen op haar tweede plaat Turn Out The Lights.
Waar het debuut van Julien Baker het moest hebben van eenvoud en imperfectie, klinkt de tweede plaat van de jonge Amerikaanse singer-songwriter fantastisch. De emotievolle vocalen van Julien Baker en haar bijzondere en vaak wat minimalistische gitaarspel hebben dit keer gezelschap gekregen van flink wat pianopartijen en strijkers en bovendien zijn er meerdere lagen vocalen toegevoegd aan de plaat.
Turn Out The Lights klinkt hierdoor zeker anders dan zijn zo bejubelde voorganger, maar de verschillen met Sprained Ankle moeten zeker niet overdreven worden. Ook op haar tweede plaat maakt Julien Baker diepe indruk met songs die van alles met je doen.
Turn Out Of The Lights klinkt misschien net wat voller en geproduceerder dan het debuut van Julien Baker, maar het is net als dit debuut een opvallend intieme en indringende plaat. De singer-songwriter uit Memphis maakt nog steeds muziek waarin de grijstinten domineren een schrijft teksten die meer leed bevatten dan voor iemand van de leeftijd van Julien Baker (ze is pas 22) gebruikelijk is.
De grijstinten in haar muziek worden ook dit keer benadrukt door de bijzondere gitaarlijnen. Julien Baker heeft over het algemeen genoeg aan een paar akkoorden, vult hiermee op bijzondere wijze de ruimte, maar laat ook veel ruimte open. Deze open ruimte wordt ook dit keer prachtig ingevuld door de stem van Julien Baker, die af en toe uithaalt, maar ook dit keer vooral ingetogen zingt. Vergeleken met haar debuut is Julien Baker veel beter gaan zingen, maar het is gelukkig niet ten koste gegaan van de ruwe emotie en intensiteit die dit debuut zo bijzonder maakten.
Ook de wat meer blinkende productie en de extra instrumentatie op de plaat hebben geen negatief effect gehad op de enorme impact die de muziek van Julien Baker heeft. In de openingstracks was ik nog even afgeleid door het wat vollere geluid, maar desondanks werd ik ook dit keer razendsnel gegrepen door de persoonlijke songs van de jonge singer-songwriter uit Memphis.
Inmiddels heb ik Turn Out The Lights heel vaak beluisterd. Het is een plaat die net wat anders is dan het debuut dat twee jaar geleden als een mokerslag aan kwam, maar het is zeker geen mindere plaat. De ruwe charmes van Sprained Ankle zijn vervangen door nieuwe charmes en persoonlijk vind ik de productie van de tweede plaat van Julien Baker een kunststukje.
Wat is gebleven is de enorme impact en urgentie van de songs. Er zijn niet veel platen die bij mij vrijwel constant zorgen voor kippenvel, maar Julien Baker zorgt er ook dit keer voor met songs die door de ziel snijden.
Turn Out The Lights maakt de belofte van Sprained Ankle voor mij dan ook meer dan waar en is wat mij betreft een plaat die overal bovenuit steekt dit jaar. Het feit dat Sprained Ankle nog maanden bleef groeien en ook de nieuwe plaat iedere keer weer beter is, maakt deze conclusie alleen maar indrukwekkender.
Het valt niet mee om na een droomdebuut op de proppen te komen met een minstens net zo goede plaat, maar Julien Baker heeft het geflikt. En hoe. 42 minuten kippenvel. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julien Baker - Turn Out The Lights - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Julien Baker maakte precies twee jaar geleden met Sprained Ankle een van de mooiste en een van de meest indringende platen van 2015.
Het debuut van de piepjonge singer-songwriter uit Memphis, Tennessee, ontleende een groot deel van zijn schoonheid aan de ruwe eenvoud en intimiteit van de songs op de plaat, waarna de gitzwarte teksten en alle emotie op de plaat er voor zorgden dat Sprained Ankle een diepe en bovendien onuitwisbare indruk maakte.
Inmiddels zijn we twee jaar verder en is er flink wat veranderd voor Julien Baker. Waar Sprained Ankle met zeer bescheiden middelen moest worden gemaakt, heeft haar contract bij het roemruchte label Matador gezorgd voor een flink ruimer budget. Dat is goed te horen op haar tweede plaat Turn Out The Lights.
Waar het debuut van Julien Baker het moest hebben van eenvoud en imperfectie, klinkt de tweede plaat van de jonge Amerikaanse singer-songwriter fantastisch. De emotievolle vocalen van Julien Baker en haar bijzondere en vaak wat minimalistische gitaarspel hebben dit keer gezelschap gekregen van flink wat pianopartijen en strijkers en bovendien zijn er meerdere lagen vocalen toegevoegd aan de plaat.
Turn Out The Lights klinkt hierdoor zeker anders dan zijn zo bejubelde voorganger, maar de verschillen met Sprained Ankle moeten zeker niet overdreven worden. Ook op haar tweede plaat maakt Julien Baker diepe indruk met songs die van alles met je doen.
Turn Out Of The Lights klinkt misschien net wat voller en geproduceerder dan het debuut van Julien Baker, maar het is net als dit debuut een opvallend intieme en indringende plaat. De singer-songwriter uit Memphis maakt nog steeds muziek waarin de grijstinten domineren een schrijft teksten die meer leed bevatten dan voor iemand van de leeftijd van Julien Baker (ze is pas 22) gebruikelijk is.
De grijstinten in haar muziek worden ook dit keer benadrukt door de bijzondere gitaarlijnen. Julien Baker heeft over het algemeen genoeg aan een paar akkoorden, vult hiermee op bijzondere wijze de ruimte, maar laat ook veel ruimte open. Deze open ruimte wordt ook dit keer prachtig ingevuld door de stem van Julien Baker, die af en toe uithaalt, maar ook dit keer vooral ingetogen zingt. Vergeleken met haar debuut is Julien Baker veel beter gaan zingen, maar het is gelukkig niet ten koste gegaan van de ruwe emotie en intensiteit die dit debuut zo bijzonder maakten.
Ook de wat meer blinkende productie en de extra instrumentatie op de plaat hebben geen negatief effect gehad op de enorme impact die de muziek van Julien Baker heeft. In de openingstracks was ik nog even afgeleid door het wat vollere geluid, maar desondanks werd ik ook dit keer razendsnel gegrepen door de persoonlijke songs van de jonge singer-songwriter uit Memphis.
Inmiddels heb ik Turn Out The Lights heel vaak beluisterd. Het is een plaat die net wat anders is dan het debuut dat twee jaar geleden als een mokerslag aan kwam, maar het is zeker geen mindere plaat. De ruwe charmes van Sprained Ankle zijn vervangen door nieuwe charmes en persoonlijk vind ik de productie van de tweede plaat van Julien Baker een kunststukje.
Wat is gebleven is de enorme impact en urgentie van de songs. Er zijn niet veel platen die bij mij vrijwel constant zorgen voor kippenvel, maar Julien Baker zorgt er ook dit keer voor met songs die door de ziel snijden.
Turn Out The Lights maakt de belofte van Sprained Ankle voor mij dan ook meer dan waar en is wat mij betreft een plaat die overal bovenuit steekt dit jaar. Het feit dat Sprained Ankle nog maanden bleef groeien en ook de nieuwe plaat iedere keer weer beter is, maakt deze conclusie alleen maar indrukwekkender.
Het valt niet mee om na een droomdebuut op de proppen te komen met een minstens net zo goede plaat, maar Julien Baker heeft het geflikt. En hoe. 42 minuten kippenvel. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman
Julien Baker & TORRES - Send a Prayer My Way (2025)

4,0
0
geplaatst: 19 april 2025, 10:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Julien Baker & TORRES - Send A Prayer My Way - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Julien Baker & TORRES - Send A Prayer My Way
Indierock helden Julien Baker en Mackenzie Scott (TORRES) kiezen op hun gezamenlijke album Send A Prayer My Way eens niet voor de indierock maar voor de countrymuziek en dat pakt verrassend goed uit
Julien Baker heeft dit jaar geen verplichtingen met boygenius en daarom was er tijd voor een ander gelegenheidsproject. Er was al langer het plan om samen met TORRES, het project van Mackenzie Scott, een countryalbum op te nemen en dat album is er nu gekomen. Country is redelijk ver verwijderd van de muziek die de twee normaal gesproken maken, maar het klinkt verrassend goed. In muzikaal opzicht klinkt het album solide en stemmen van Julien Baker en Mackenzie Scott blijken verrassend goed bij het genre en bij elkaar te passen. Ook op de songs van het gelegenheidsduo heb ik niets aan te merken, waardoor ik Send A Prayer My Way alleen maar zeer geslaagd kan noemen.
Little Oblivions, het derde en vooralsnog laatste soloalbum van Julien Baker, is inmiddels al ruim vier jaar oud. Het is een album dat ik net wat minder hoog inschat dan voorgangers Turn Out The Lights uit 2017 en haar debuutalbum Sprained Ankle uit 2016, maar ook Little Oblivions deed zeer uitzien naar een nieuw soloalbum van de Amerikaanse muzikante.
Julien Baker heeft sinds haar laatste soloalbum niet helemaal stil gezeten, want ze timmerde samen met Phoebe Bridgers en Lucy Dacus aan de weg met de gelegenheidsband boygenius en produceerde onlangs nog het nieuwe album van The Ophelias. Op een nieuw soloalbum van Julien Baker moeten we helaas nog altijd wachten, maar deze week verscheen wel Send A Prayer My Way, dat ze samen maakte met de muzikante TORRES.
Het alter ego van de Amerikaanse muzikante Mackenzie Scott leverde inmiddels zes uitstekende albums af, maar op Send A Prayer My Way treden zowel Julien Baker als TORRES flink buiten hun muzikale comfort zone. Op het debuutalbum van het gelegenheidsduo is de indierock die ze normaal gesproken maken immers verruild voor grotendeels akoestische country.
Zowel Julien Baker als Mackenzie Scott groeiden op in het diepe zuiden van de Verenigde Staten en kregen de countrymuziek met de paplepel ingegoten. De conservatieve country scene paste misschien niet zo goed bij de seksuele identiteit van de twee, maar op Send A Prayer My Way eren Julien Baker en Mackenzie Scott op fraaie wijze de countrymuziek.
Het eerste album van Julien Baker en TORRES komt zeker niet uit de lucht vallen, want het idee om samen een countryalbum te maken ontstond jaren geleden al. Send A Prayer My Way is zoals gezegd ver verwijderd van de muziek die de twee normaal gesproken maken, maar het resultaat mag er zijn.
In muzikaal opzicht klinkt het album behoorlijk traditioneel, met vooral gitaren, violen en de pedal steel. In een aantal songs is het geluid behoorlijk sober, maar een aantal andere songs klinken een stuk voller, al blijft de dynamiek die we kennen van de soloalbums van de twee grotendeels achterwege.
De dynamiek in de zang van Julien Baker vind ik een van de sterke punten van haar soloalbums, maar op Send A Prayer My Way zingt ze vooral ingetogen. Zowel de stem van Julien Baker als die van Mackenzie Scott, die de lead vocalen afwisselen, past verrassend goed bij de countrysongs op het album en het zijn ook nog eens stemmen die prachtig bij elkaar kleuren in bijzonder mooie harmonieën.
Ik kon me op voorhand niet zo heel veel voorstellen bij een countryalbum van Julien Baker en TORRES, maar het resultaat mag er zijn en heeft me aangenaam verrast. De songs worden naarmate het album vordert eigenlijk alleen maar mooier en waar de twee in muzikaal opzicht, buiten hier en daar wat atmosferische klanken, redelijk dicht bij de kaders van de countrymuziek blijven, klinkt het album in vocaal opzicht duidelijk anders dan het gemiddelde countryalbum.
Ook in tekstueel opzicht kleuren Julien Bakers en TORRES buiten de lijntjes van de traditionele countrymuziek, waardoor de foute mannen voor de afwisseling eens geen rol spelen. Het album, waarop vooral vrouwelijke muzikanten zijn te horen, werd ook nog eens fraai geproduceerd door de twee, bijgestaan door Sarah Tudzin van Illuminati Hotties. Het levert een verrassend sterk gelegenheidsalbum op, dat best een vervolg mag krijgen, maar ik ben ook wel weer toe aan een soloalbum van Julien Baker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Julien Baker & TORRES - Send A Prayer My Way - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Julien Baker & TORRES - Send A Prayer My Way
Indierock helden Julien Baker en Mackenzie Scott (TORRES) kiezen op hun gezamenlijke album Send A Prayer My Way eens niet voor de indierock maar voor de countrymuziek en dat pakt verrassend goed uit
Julien Baker heeft dit jaar geen verplichtingen met boygenius en daarom was er tijd voor een ander gelegenheidsproject. Er was al langer het plan om samen met TORRES, het project van Mackenzie Scott, een countryalbum op te nemen en dat album is er nu gekomen. Country is redelijk ver verwijderd van de muziek die de twee normaal gesproken maken, maar het klinkt verrassend goed. In muzikaal opzicht klinkt het album solide en stemmen van Julien Baker en Mackenzie Scott blijken verrassend goed bij het genre en bij elkaar te passen. Ook op de songs van het gelegenheidsduo heb ik niets aan te merken, waardoor ik Send A Prayer My Way alleen maar zeer geslaagd kan noemen.
Little Oblivions, het derde en vooralsnog laatste soloalbum van Julien Baker, is inmiddels al ruim vier jaar oud. Het is een album dat ik net wat minder hoog inschat dan voorgangers Turn Out The Lights uit 2017 en haar debuutalbum Sprained Ankle uit 2016, maar ook Little Oblivions deed zeer uitzien naar een nieuw soloalbum van de Amerikaanse muzikante.
Julien Baker heeft sinds haar laatste soloalbum niet helemaal stil gezeten, want ze timmerde samen met Phoebe Bridgers en Lucy Dacus aan de weg met de gelegenheidsband boygenius en produceerde onlangs nog het nieuwe album van The Ophelias. Op een nieuw soloalbum van Julien Baker moeten we helaas nog altijd wachten, maar deze week verscheen wel Send A Prayer My Way, dat ze samen maakte met de muzikante TORRES.
Het alter ego van de Amerikaanse muzikante Mackenzie Scott leverde inmiddels zes uitstekende albums af, maar op Send A Prayer My Way treden zowel Julien Baker als TORRES flink buiten hun muzikale comfort zone. Op het debuutalbum van het gelegenheidsduo is de indierock die ze normaal gesproken maken immers verruild voor grotendeels akoestische country.
Zowel Julien Baker als Mackenzie Scott groeiden op in het diepe zuiden van de Verenigde Staten en kregen de countrymuziek met de paplepel ingegoten. De conservatieve country scene paste misschien niet zo goed bij de seksuele identiteit van de twee, maar op Send A Prayer My Way eren Julien Baker en Mackenzie Scott op fraaie wijze de countrymuziek.
Het eerste album van Julien Baker en TORRES komt zeker niet uit de lucht vallen, want het idee om samen een countryalbum te maken ontstond jaren geleden al. Send A Prayer My Way is zoals gezegd ver verwijderd van de muziek die de twee normaal gesproken maken, maar het resultaat mag er zijn.
In muzikaal opzicht klinkt het album behoorlijk traditioneel, met vooral gitaren, violen en de pedal steel. In een aantal songs is het geluid behoorlijk sober, maar een aantal andere songs klinken een stuk voller, al blijft de dynamiek die we kennen van de soloalbums van de twee grotendeels achterwege.
De dynamiek in de zang van Julien Baker vind ik een van de sterke punten van haar soloalbums, maar op Send A Prayer My Way zingt ze vooral ingetogen. Zowel de stem van Julien Baker als die van Mackenzie Scott, die de lead vocalen afwisselen, past verrassend goed bij de countrysongs op het album en het zijn ook nog eens stemmen die prachtig bij elkaar kleuren in bijzonder mooie harmonieën.
Ik kon me op voorhand niet zo heel veel voorstellen bij een countryalbum van Julien Baker en TORRES, maar het resultaat mag er zijn en heeft me aangenaam verrast. De songs worden naarmate het album vordert eigenlijk alleen maar mooier en waar de twee in muzikaal opzicht, buiten hier en daar wat atmosferische klanken, redelijk dicht bij de kaders van de countrymuziek blijven, klinkt het album in vocaal opzicht duidelijk anders dan het gemiddelde countryalbum.
Ook in tekstueel opzicht kleuren Julien Bakers en TORRES buiten de lijntjes van de traditionele countrymuziek, waardoor de foute mannen voor de afwisseling eens geen rol spelen. Het album, waarop vooral vrouwelijke muzikanten zijn te horen, werd ook nog eens fraai geproduceerd door de twee, bijgestaan door Sarah Tudzin van Illuminati Hotties. Het levert een verrassend sterk gelegenheidsalbum op, dat best een vervolg mag krijgen, maar ik ben ook wel weer toe aan een soloalbum van Julien Baker. Erwin Zijleman
Julien Chang - Jules (2019)

4,5
0
geplaatst: 5 december 2019, 07:29 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Julien Chang - Jules - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julien Chang - Jules
Naar aanleiding van de release van zijn debuut onlangs onthaald als muzikaal wonderkind en daar valt helemaal niets op af te dingen
Jules van Julien Chang trekt in Europa tot dusver slechts bescheiden aandacht, maar wat is het debuut van de Amerikaanse muzikant een bijzonder album. Julien Chang, pas 19 jaar oud, imponeert op zijn debuut met een vat vol tegenstrijdigheden. Van jazz tot Beach Boys achtige pop, van folk tot progrock en van psychdelica tot funk. Julien Chang maakte Jules helemaal in zijn eentje en maakt indruk als muzikant, zanger, songwriter en producer. Natuurlijk gaan we hem nog niet vergelijken met wonderkinderen en genieën uit het verleden, maar Julien Chang is er absoluut een om in de gaten te houden en zijn debuut een voltreffer.
De pas 19 jaar oude Amerikaanse muzikant Julien Chang werd vorige maand in de Britse kwaliteitskrant The Guardian een muzikaal wonderkind genoemd (in het Engels wordt hiervoor overigens het Duitse woord wunderkind gebruikt). Ik heb de (pop)journalisten van The Guardian hoog zitten en heb de naam daarom direct opgeschreven.
In Nederland lees ik vreemd genoeg nog vrijwel niets over de muziek van de uit Baltimore, Maryland, afkomstige muzikant, maar dat de jonge Amerikaan een fascinerend debuut heeft afgeleverd is voor mij zeker.
Julien Chang was als kind al een muzikale veelvraat en wenste zich niet te beperken tot één of twee genres. Dat is goed te horen op zijn debuut Jules, waaraan de Amerikaanse muzikant al op zijn zeventiende begon.
Jules opent met ingetogen folky klanken, die al snel gezelschap krijgen van bijzondere akkoorden, die mij herinneren aan de eerste albums van Mike Oldfield. Wanneer de akoestische gitaarklanken gezelschap krijgen van wat elektronica en jazzy akkoorden denk je te weten in welke hoek je Julien Chang moet plaatsen, maar de openingstrack barst vervolgens uit met klanken die je in eerste instantie mee terug nemen naar de hoogtijdagen van de psychedelische popmuziek, om niet veel later toch te eindigen in de prog-rock van de jaren 70. De wat lome vocalen van Julien Chang zijn inmiddels ook opgedoken en voorzien de openingstrack van Jules juist weer wat van een laid-back soul laagje.
Jules is na het beluisteren van de openingstrack pas 5 minuten oud, maar is direct al een vat vol tegenstrijdigheden. Toch is het niet zo dat de jonge Amerikaanse muzikant van de hak op de tak springt, want op een of andere manier klinken zijn bijzondere songs volstrekt logisch.
In de tweede track nemen de soulvolle vocalen van Julien Chang het voortouw en voegt de Amerikaan, die zijn debuut overigens helemaal in zijn eentje in elkaar knutselde, een smaakvolle funky instrumentatie met een 70s feel toe aan het al zo bonte palet van zijn debuut. Funk ontaard alweer snel in laid-back jazz en zo blijft Julien Chang op Jules van de hak op de tak springen.
Ondertussen spat de muzikaliteit er van af. De jonge muzikant uit Baltimore is een geschoold pianist, maar excelleert op zijn debuut ook als producer en als arrangeur. Aangekomen bij de derde track heeft Julien Chang al een bak vol stijlen opengetrokken, maar hij blijft vernieuwen en verbazen. In de ingetogen derde track verrast hij met een Beach Boys achtige song waarvoor Brian Wilson zich niet zou hebben geschaamd, om in de vierde track uit te pakken met onnavolgbare funky jazz vol raakvlakken met de kosmische soul van Curtis Mayfield of de zweverige albums van Stevie Wonder.
In track 5 neemt Julien Chang even gas terug met sfeervolle klanken en wederom vocalen met een vleugje Beach Boys en Sufjan Stevens, maar in track nummer zes pakt de Amerikaan na een zwoele opening weer uit met nachtelijke jazz. Na een betrekkelijk lichtvoetig popliedje zoekt Julien Chang weer het avontuur op in een track die als demo is bestempeld om in de achtste tracks weer richting sfeervolle pop af te buigen.
In de slottrack keren de akoestische gitaren terug in een zwoele track die zomaar kan opschuiven richting bossa nova, maar dat uiteindelijk net niet doet. Het kleurt wederom fraai bij de hoge zang van Julien Chang, die op dat moment al lang een onuitwisbare indruk heeft gemaakt. Een wonderkind? Kan best. Een prachtdebuut? Dat zeker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Julien Chang - Jules - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Julien Chang - Jules
Naar aanleiding van de release van zijn debuut onlangs onthaald als muzikaal wonderkind en daar valt helemaal niets op af te dingen
Jules van Julien Chang trekt in Europa tot dusver slechts bescheiden aandacht, maar wat is het debuut van de Amerikaanse muzikant een bijzonder album. Julien Chang, pas 19 jaar oud, imponeert op zijn debuut met een vat vol tegenstrijdigheden. Van jazz tot Beach Boys achtige pop, van folk tot progrock en van psychdelica tot funk. Julien Chang maakte Jules helemaal in zijn eentje en maakt indruk als muzikant, zanger, songwriter en producer. Natuurlijk gaan we hem nog niet vergelijken met wonderkinderen en genieën uit het verleden, maar Julien Chang is er absoluut een om in de gaten te houden en zijn debuut een voltreffer.
De pas 19 jaar oude Amerikaanse muzikant Julien Chang werd vorige maand in de Britse kwaliteitskrant The Guardian een muzikaal wonderkind genoemd (in het Engels wordt hiervoor overigens het Duitse woord wunderkind gebruikt). Ik heb de (pop)journalisten van The Guardian hoog zitten en heb de naam daarom direct opgeschreven.
In Nederland lees ik vreemd genoeg nog vrijwel niets over de muziek van de uit Baltimore, Maryland, afkomstige muzikant, maar dat de jonge Amerikaan een fascinerend debuut heeft afgeleverd is voor mij zeker.
Julien Chang was als kind al een muzikale veelvraat en wenste zich niet te beperken tot één of twee genres. Dat is goed te horen op zijn debuut Jules, waaraan de Amerikaanse muzikant al op zijn zeventiende begon.
Jules opent met ingetogen folky klanken, die al snel gezelschap krijgen van bijzondere akkoorden, die mij herinneren aan de eerste albums van Mike Oldfield. Wanneer de akoestische gitaarklanken gezelschap krijgen van wat elektronica en jazzy akkoorden denk je te weten in welke hoek je Julien Chang moet plaatsen, maar de openingstrack barst vervolgens uit met klanken die je in eerste instantie mee terug nemen naar de hoogtijdagen van de psychedelische popmuziek, om niet veel later toch te eindigen in de prog-rock van de jaren 70. De wat lome vocalen van Julien Chang zijn inmiddels ook opgedoken en voorzien de openingstrack van Jules juist weer wat van een laid-back soul laagje.
Jules is na het beluisteren van de openingstrack pas 5 minuten oud, maar is direct al een vat vol tegenstrijdigheden. Toch is het niet zo dat de jonge Amerikaanse muzikant van de hak op de tak springt, want op een of andere manier klinken zijn bijzondere songs volstrekt logisch.
In de tweede track nemen de soulvolle vocalen van Julien Chang het voortouw en voegt de Amerikaan, die zijn debuut overigens helemaal in zijn eentje in elkaar knutselde, een smaakvolle funky instrumentatie met een 70s feel toe aan het al zo bonte palet van zijn debuut. Funk ontaard alweer snel in laid-back jazz en zo blijft Julien Chang op Jules van de hak op de tak springen.
Ondertussen spat de muzikaliteit er van af. De jonge muzikant uit Baltimore is een geschoold pianist, maar excelleert op zijn debuut ook als producer en als arrangeur. Aangekomen bij de derde track heeft Julien Chang al een bak vol stijlen opengetrokken, maar hij blijft vernieuwen en verbazen. In de ingetogen derde track verrast hij met een Beach Boys achtige song waarvoor Brian Wilson zich niet zou hebben geschaamd, om in de vierde track uit te pakken met onnavolgbare funky jazz vol raakvlakken met de kosmische soul van Curtis Mayfield of de zweverige albums van Stevie Wonder.
In track 5 neemt Julien Chang even gas terug met sfeervolle klanken en wederom vocalen met een vleugje Beach Boys en Sufjan Stevens, maar in track nummer zes pakt de Amerikaan na een zwoele opening weer uit met nachtelijke jazz. Na een betrekkelijk lichtvoetig popliedje zoekt Julien Chang weer het avontuur op in een track die als demo is bestempeld om in de achtste tracks weer richting sfeervolle pop af te buigen.
In de slottrack keren de akoestische gitaren terug in een zwoele track die zomaar kan opschuiven richting bossa nova, maar dat uiteindelijk net niet doet. Het kleurt wederom fraai bij de hoge zang van Julien Chang, die op dat moment al lang een onuitwisbare indruk heeft gemaakt. Een wonderkind? Kan best. Een prachtdebuut? Dat zeker. Erwin Zijleman
Juneville - In the Garden (2016)

4,0
1
geplaatst: 12 juni 2016, 20:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Juneville - In The Garden - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De meeste muzikanten schrijven hun eerste songs wanneer in de puberjaren de hormonen gaan opspelen, maar het kan ook anders.
De uit Nijmegen afkomstige Pieter Nabbe begon pas met het schrijven van songs na zijn veertigste. De dood van een vriend inspireerde hem tot zijn eerste song, waarna er snel meer volgden en Pieter Nabbe muzikant werd.
Samen met een aantal andere muzikanten vormt Pieter Nabbe nu de band Juneville en deze band debuteerde onlangs buitengewoon verdienstelijk met het fraaie In The Garden.
Laatbloeier Pieter Nabbe heeft misschien nog niet zoveel ervaring in de muziek, maar de rest van Juneville klinkt gelouterd. In The Garden is voorzien van een bijzonder mooie, warme en stemmige instrumentatie.
Het is een tijdloos klinkende instrumentatie met vooral prachtig (bluesy) gitaar- en toetsenwerk, die incidenteel is versierd met bijzonder fraaie bijdragen van het Nijmeegs Strijkersgilde.
Juneville kiest op haar debuut voor een vrij ingetogen instrumentatie waarin de accenten het verschil maken. In The Garden klinkt vaak loom en dromerig, maar alle fraaie accenten houden je bij de les. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder aangenaam, mede door de hang naar het verleden (en met name naar de jaren 70).
Het vormt een prachtige basis voor de songs van Pieter Nabbe. Voor zijn veertigste had hij misschien geen behoefte om songs te schrijven, maar de onderwerpen voor indringende songs waren in ruime mate aanwezig. Het maakt van In The Garden een emotionele en persoonlijke plaat, die zich makkelijk opdringt, maar ook onder de huid kruipt.
Met de songwriting skills van Pieter Nabbe zit het wel goed en ook als zanger maakt de Nijmeegse muzikant indruk. De Nijmeegse laatbloeier is voorzien van een warm en wat gruizig stemgeluid, dat bij mij vooral associaties oproept met de stem van Chris Rea, maar de Nijmegenaar heeft ook absoluut een eigen geluid.
In The Garden is een plaat die heerlijk voortkabbelt op de achtergrond, maar het is ook een plaat vol mooie geheimen, die het verdienen om ontrafeld te worden. Ik geef toe dat mijn blik op nieuwe muziek meestal op het buitenland is gericht, maar ook in Nederland wordt momenteel heel veel moois gemaakt. In The Garden van Juneville bijvoorbeeld. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Juneville - In The Garden - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De meeste muzikanten schrijven hun eerste songs wanneer in de puberjaren de hormonen gaan opspelen, maar het kan ook anders.
De uit Nijmegen afkomstige Pieter Nabbe begon pas met het schrijven van songs na zijn veertigste. De dood van een vriend inspireerde hem tot zijn eerste song, waarna er snel meer volgden en Pieter Nabbe muzikant werd.
Samen met een aantal andere muzikanten vormt Pieter Nabbe nu de band Juneville en deze band debuteerde onlangs buitengewoon verdienstelijk met het fraaie In The Garden.
Laatbloeier Pieter Nabbe heeft misschien nog niet zoveel ervaring in de muziek, maar de rest van Juneville klinkt gelouterd. In The Garden is voorzien van een bijzonder mooie, warme en stemmige instrumentatie.
Het is een tijdloos klinkende instrumentatie met vooral prachtig (bluesy) gitaar- en toetsenwerk, die incidenteel is versierd met bijzonder fraaie bijdragen van het Nijmeegs Strijkersgilde.
Juneville kiest op haar debuut voor een vrij ingetogen instrumentatie waarin de accenten het verschil maken. In The Garden klinkt vaak loom en dromerig, maar alle fraaie accenten houden je bij de les. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder aangenaam, mede door de hang naar het verleden (en met name naar de jaren 70).
Het vormt een prachtige basis voor de songs van Pieter Nabbe. Voor zijn veertigste had hij misschien geen behoefte om songs te schrijven, maar de onderwerpen voor indringende songs waren in ruime mate aanwezig. Het maakt van In The Garden een emotionele en persoonlijke plaat, die zich makkelijk opdringt, maar ook onder de huid kruipt.
Met de songwriting skills van Pieter Nabbe zit het wel goed en ook als zanger maakt de Nijmeegse muzikant indruk. De Nijmeegse laatbloeier is voorzien van een warm en wat gruizig stemgeluid, dat bij mij vooral associaties oproept met de stem van Chris Rea, maar de Nijmegenaar heeft ook absoluut een eigen geluid.
In The Garden is een plaat die heerlijk voortkabbelt op de achtergrond, maar het is ook een plaat vol mooie geheimen, die het verdienen om ontrafeld te worden. Ik geef toe dat mijn blik op nieuwe muziek meestal op het buitenland is gericht, maar ook in Nederland wordt momenteel heel veel moois gemaakt. In The Garden van Juneville bijvoorbeeld. Erwin Zijleman
Juni Habel - Carvings (2023)

4,5
1
geplaatst: 14 januari 2023, 10:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Juni Habel - Carvings - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Juni Habel - Carvings
Singer-songwriter Juni Habel opent het muziekjaar 2023 indrukwekkend met het werkelijk wonderschone Carvings, dat betovert met mooie klanken en imponeert met de geweldige stem van de Noorse muzikante
Het debuut van Juni Habel heb ik ruim twee jaar geleden gemist, maar met haar tweede album maakt de Noorse singer-songwriter diepe indruk. Dat doet Juni Habel vooral met haar mooie en bijzondere stem, maar ook de klanken op haar tweede album zijn prachtig. Carvings bevat invloeden uit de Britse folk en de muziek van de Scandinavische ijsprinsessen, maar Juni Habel heeft ook een duidelijk eigen geluid. Het is een geluid dat zoals gezegd direct betovert, maar Carvings is ook een album dat de tijd moet krijgen om te groeien en doet dit vervolgens tot indrukwekkende hoogten. Het muziekjaar 2023 begint deze week pas echt, maar de eerste grote verrassing is direct daar.
All Ears, het debuutalbum van de Noorse singer-songwriter Juni Habel, viel aan het eind van 2020, mede door de corona lockdowns, helaas wat tussen wal en schip. Het eerherstel komt met het deze week verschenen Carvings, want was is dit een prachtig album. De Noorse muzikante heeft op haar tweede album maar een paar noten nodig om een onuitwisbare indruk te maken. Dat is niet zozeer de verdienste van de wat unheimische klanken of het akoestische gitaarspel waarmee het album opent, want het kippenvel wordt vooral veroorzaakt door de betoverend mooie stem van Juni Habel.
Dat betekent overigens niet dat Carvings niet mooi of bijzonder is ingekleurd, want dat is het album zeker. Het grotendeels akoestische geluid op Carvings is bijzonder sfeervol en past prachtig in het huidige seizoen, al zou een flink pak sneeuw en een dikke laag ijs niet misstaan bij de fraaie klanken op het album. Subtiel akoestisch gitaarspel vormt de basis van de muziek op Carvings, maar door subtiele accenten van strijkers, piano en wat minder goed thuis te brengen instrumenten en hier en daar bijzondere achtergrondgeluiden, wordt de muziek van Juni Habel voorzien van een bijzondere onderhuidse spanning.
Die spanning wordt versterkt door de indringende zang van de Noorse muzikante, die af en toe in meerdere lagen uit de speakers komt in mooie en trefzekere koortjes. Het is een stem die, in ieder geval bij mij, stevig binnenkomt en die bij herhaalde beluistering van het tweede album van Juni Habel alleen maar mooier en indrukwekkender wordt. Juni Habel beschikt over een stem die is gemaakt voor pastorale folky songs, maar ze klinkt toch anders dan de roemruchte Britse folkies. Carvings is onmiskenbaar een album uit het hoge Noorden, al is Juni Habel ook zeker geen typische Scandinavische ijsprinses.
Het tweede album van de Noorse muzikante, die samen met haar oma in een oud schoolgebouw op het Noorse platteland woont, doet me af en toe wel wat denken aan het briljante Little Black Numbers van de Britse folky Kathryn Williams, maar Carvings heeft ook een duidelijk eigen geluid. Het tweede album van Juni Habel bevat slechts acht songs, maar bevat desondanks bijna veertig minuten muziek. Zeker in de wat langere tracks op het album neemt Juni Habel de tijd om de spanning op te bouwen of om eindeloos af te dwalen, maar Carvings is desondanks een album dat de aandacht moeiteloos vast houdt, wat ook haast niet anders kan met zang als die van Juni Habel.
Carvings is in vocaal opzicht een van de meest indrukwekkende albums die ik de laatste tijd heb gehoord, maar ook in muzikaal opzicht maakt het album steeds meer indruk, zeker als je de tijd neemt om te verdwalen in de bijzondere songs van de Noorse muzikante. Ook ik heb het debuutalbum van Juni Habel eind 2020 niet opgemerkt, maar Carvings wist me zoals gezegd al na een paar noten te betoveren en is hierna begonnen aan een indrukwekkend groeiproces.
De muziek van Juni Habel is absoluut muziek waarvoor je in de stemming moet zijn, maar als je er voor in de stemming bent is Carvings bijna veertig minuten lang van een bijna onwerkelijke schoonheid en intensiteit. De derde week van januari is de week met de eerste releases van 2023 en het is er direct een met een aantal hele mooie nieuwe albums, met wat mij betreft Carvings van Juni Habel als onbetwist hoogtepunt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Juni Habel - Carvings - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Juni Habel - Carvings
Singer-songwriter Juni Habel opent het muziekjaar 2023 indrukwekkend met het werkelijk wonderschone Carvings, dat betovert met mooie klanken en imponeert met de geweldige stem van de Noorse muzikante
Het debuut van Juni Habel heb ik ruim twee jaar geleden gemist, maar met haar tweede album maakt de Noorse singer-songwriter diepe indruk. Dat doet Juni Habel vooral met haar mooie en bijzondere stem, maar ook de klanken op haar tweede album zijn prachtig. Carvings bevat invloeden uit de Britse folk en de muziek van de Scandinavische ijsprinsessen, maar Juni Habel heeft ook een duidelijk eigen geluid. Het is een geluid dat zoals gezegd direct betovert, maar Carvings is ook een album dat de tijd moet krijgen om te groeien en doet dit vervolgens tot indrukwekkende hoogten. Het muziekjaar 2023 begint deze week pas echt, maar de eerste grote verrassing is direct daar.
All Ears, het debuutalbum van de Noorse singer-songwriter Juni Habel, viel aan het eind van 2020, mede door de corona lockdowns, helaas wat tussen wal en schip. Het eerherstel komt met het deze week verschenen Carvings, want was is dit een prachtig album. De Noorse muzikante heeft op haar tweede album maar een paar noten nodig om een onuitwisbare indruk te maken. Dat is niet zozeer de verdienste van de wat unheimische klanken of het akoestische gitaarspel waarmee het album opent, want het kippenvel wordt vooral veroorzaakt door de betoverend mooie stem van Juni Habel.
Dat betekent overigens niet dat Carvings niet mooi of bijzonder is ingekleurd, want dat is het album zeker. Het grotendeels akoestische geluid op Carvings is bijzonder sfeervol en past prachtig in het huidige seizoen, al zou een flink pak sneeuw en een dikke laag ijs niet misstaan bij de fraaie klanken op het album. Subtiel akoestisch gitaarspel vormt de basis van de muziek op Carvings, maar door subtiele accenten van strijkers, piano en wat minder goed thuis te brengen instrumenten en hier en daar bijzondere achtergrondgeluiden, wordt de muziek van Juni Habel voorzien van een bijzondere onderhuidse spanning.
Die spanning wordt versterkt door de indringende zang van de Noorse muzikante, die af en toe in meerdere lagen uit de speakers komt in mooie en trefzekere koortjes. Het is een stem die, in ieder geval bij mij, stevig binnenkomt en die bij herhaalde beluistering van het tweede album van Juni Habel alleen maar mooier en indrukwekkender wordt. Juni Habel beschikt over een stem die is gemaakt voor pastorale folky songs, maar ze klinkt toch anders dan de roemruchte Britse folkies. Carvings is onmiskenbaar een album uit het hoge Noorden, al is Juni Habel ook zeker geen typische Scandinavische ijsprinses.
Het tweede album van de Noorse muzikante, die samen met haar oma in een oud schoolgebouw op het Noorse platteland woont, doet me af en toe wel wat denken aan het briljante Little Black Numbers van de Britse folky Kathryn Williams, maar Carvings heeft ook een duidelijk eigen geluid. Het tweede album van Juni Habel bevat slechts acht songs, maar bevat desondanks bijna veertig minuten muziek. Zeker in de wat langere tracks op het album neemt Juni Habel de tijd om de spanning op te bouwen of om eindeloos af te dwalen, maar Carvings is desondanks een album dat de aandacht moeiteloos vast houdt, wat ook haast niet anders kan met zang als die van Juni Habel.
Carvings is in vocaal opzicht een van de meest indrukwekkende albums die ik de laatste tijd heb gehoord, maar ook in muzikaal opzicht maakt het album steeds meer indruk, zeker als je de tijd neemt om te verdwalen in de bijzondere songs van de Noorse muzikante. Ook ik heb het debuutalbum van Juni Habel eind 2020 niet opgemerkt, maar Carvings wist me zoals gezegd al na een paar noten te betoveren en is hierna begonnen aan een indrukwekkend groeiproces.
De muziek van Juni Habel is absoluut muziek waarvoor je in de stemming moet zijn, maar als je er voor in de stemming bent is Carvings bijna veertig minuten lang van een bijna onwerkelijke schoonheid en intensiteit. De derde week van januari is de week met de eerste releases van 2023 en het is er direct een met een aantal hele mooie nieuwe albums, met wat mij betreft Carvings van Juni Habel als onbetwist hoogtepunt. Erwin Zijleman
Júníus Meyvant - Floating Harmonies (2016)

4,0
1
geplaatst: 8 januari 2017, 10:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Júníus Meyvant - Floating Harmonies - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De IJslandse muzikant Júníus Meyvant omschrijft zijn muziek zelfs als folkpop. Dat is een genre dat uitstekend gedijt op het prachtige IJsland, maar op Floating Harmonies hoor ik toch vooral iets heel anders.
Júníus Meyvant (echte naam: Unnar Gísli Sigurmundsson) schotelt de luisteraar op zijn nieuwe plaat immers heuse IJslandse soul voor.
IJslandse soul, het klinkt bijna als een contradictie, maar het bestaat echt. Tot dusver associeerde ik IJsland toch vooral met koele of zelfs ijskoude en over het algemeen atmosferische klanken, maar de muziek die Júníus Meyvant op Floating Harmonies laat horen is broeierig warm en doet verlangen naar hele lange zomeravonden.
Het is broeierig warme muziek die bol staat van de invloeden uit de soul, maar het is wel bijzondere soul die de IJslander maakt. Dat ligt vooral aan de instrumentatie waarin strijkers en blazers meer dan eens bijna overdadig worden ingezet. Het doet wel wat denken aan de soul die je in (foute) speelfilms uit de jaren 70 wel eens tegen komt, maar het is ook soul die prima past in het heden.
Het flink volle en door strijkers en blazers gedomineerde geluid op Floating Harmonies past prima bij de stem van Júníus Meyvant, die verrassend rauw, doorleefd en soulvol klinkt. Ook de stem van de IJslandse muzikant neemt je vaak mee terug naar de jaren 70, al geeft Júníus Meyvant uiteindelijk zo’n bijzondere draai aan zijn muziek, dat deze alleen maar uit het heden kan komen.
En zo is Floating Harmonies in meerdere opzichten een vat vol tegenstrijdigheden. De instrumentatie is vaak overdadig, maar wanneer de strijkers en blazers even worden geparkeerd ook uitermate subtiel. De songs van Júníus Meyvant doen soms wat kitscherig aan, maar klinken minstens net zo vaak puur en oprecht. En waar Júníus Meyvant aan de ene kant aansluit bij al die andere jonge blanke soulzangers, is hij uiteindelijk een van de weinigen met een geluid dat echt anders klinkt dan dat van alle grote voorbeelden uit het verleden.
Floating Harmonies verscheen midden in de zomer van 2016 en werd dan ook door menigeen uitgeroepen tot de soundtrack van een bijzondere zomer. Ik kan me daar van alles bij voorstellen, maar de plaat van Júníus Meyvant doet het ook geweldig op een moment dat sneeuw en ijzel neerdalen.
Ik heb het over het algemeen niet zo op jonge blanke soulzangers, maar deze plaat had ik voor geen goud willen missen. IJslandse soul klinkt misschien als iets onwerkelijks, maar het bestaat echt en wat is het raak. En lekker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Júníus Meyvant - Floating Harmonies - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De IJslandse muzikant Júníus Meyvant omschrijft zijn muziek zelfs als folkpop. Dat is een genre dat uitstekend gedijt op het prachtige IJsland, maar op Floating Harmonies hoor ik toch vooral iets heel anders.
Júníus Meyvant (echte naam: Unnar Gísli Sigurmundsson) schotelt de luisteraar op zijn nieuwe plaat immers heuse IJslandse soul voor.
IJslandse soul, het klinkt bijna als een contradictie, maar het bestaat echt. Tot dusver associeerde ik IJsland toch vooral met koele of zelfs ijskoude en over het algemeen atmosferische klanken, maar de muziek die Júníus Meyvant op Floating Harmonies laat horen is broeierig warm en doet verlangen naar hele lange zomeravonden.
Het is broeierig warme muziek die bol staat van de invloeden uit de soul, maar het is wel bijzondere soul die de IJslander maakt. Dat ligt vooral aan de instrumentatie waarin strijkers en blazers meer dan eens bijna overdadig worden ingezet. Het doet wel wat denken aan de soul die je in (foute) speelfilms uit de jaren 70 wel eens tegen komt, maar het is ook soul die prima past in het heden.
Het flink volle en door strijkers en blazers gedomineerde geluid op Floating Harmonies past prima bij de stem van Júníus Meyvant, die verrassend rauw, doorleefd en soulvol klinkt. Ook de stem van de IJslandse muzikant neemt je vaak mee terug naar de jaren 70, al geeft Júníus Meyvant uiteindelijk zo’n bijzondere draai aan zijn muziek, dat deze alleen maar uit het heden kan komen.
En zo is Floating Harmonies in meerdere opzichten een vat vol tegenstrijdigheden. De instrumentatie is vaak overdadig, maar wanneer de strijkers en blazers even worden geparkeerd ook uitermate subtiel. De songs van Júníus Meyvant doen soms wat kitscherig aan, maar klinken minstens net zo vaak puur en oprecht. En waar Júníus Meyvant aan de ene kant aansluit bij al die andere jonge blanke soulzangers, is hij uiteindelijk een van de weinigen met een geluid dat echt anders klinkt dan dat van alle grote voorbeelden uit het verleden.
Floating Harmonies verscheen midden in de zomer van 2016 en werd dan ook door menigeen uitgeroepen tot de soundtrack van een bijzondere zomer. Ik kan me daar van alles bij voorstellen, maar de plaat van Júníus Meyvant doet het ook geweldig op een moment dat sneeuw en ijzel neerdalen.
Ik heb het over het algemeen niet zo op jonge blanke soulzangers, maar deze plaat had ik voor geen goud willen missen. IJslandse soul klinkt misschien als iets onwerkelijks, maar het bestaat echt en wat is het raak. En lekker. Erwin Zijleman
Juno Is - Where to Begin (2024)

4,0
0
geplaatst: 18 april 2025, 15:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Juno Is - Where To Begin - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Juno Is - Where To Begin
Er wordt heel veel interessante muziek gemaakt in Nieuw-Zeeland en het is muziek die Nederland lang niet altijd weet te bereiken, wat in het geval van Where To Begin van Juno Is echt zonde zou zijn
Wanneer albums van muzikanten uit Nieuw-Zeeland worden aangeprezen neem ik dat altijd heel serieus. Het blijkt ook in het geval van Where To Begin van Juno Is weer volkomen terecht, want wat is dit een leuk album. De Nieuw-Zeelandse muzikante Mackenzie Hollebon heeft een origineel klinkend album afgeleverd, dat zowel aansluit bij muziek uit het heden als bij muziek uit het verleden. De songs van Juno Is klinken bijzonder aangenaam, maar ze bestaan ook uit verassend veel lagen en schuwen het avontuur zeker niet. Het levert een popalbum op dat direct een goed gevoel geeft, maar dat intussen ook de fantasie uitvoerig prikkelt. Weer een fraai pareltje uit Nieuw-Zeeland dit album.
Ik haal wel vaker interessante albums uit de nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out, maar twee albums in één week tijd komt eigenlijk nooit voor. Tot deze week dan, want naast het eerder besproken debuutalbum van Neive Strang, sprak ook het debuutalbum van Juno Is me zeer aan.
Het is een album dat door Flying Out werd omschreven als een album waarop de Nieuw-Zeelandse muzikante de transitie heeft doorgemaakt van “underground favourite” naar “full-blown indie star”. Het deze week verschenen debuutalbum Where To Begin is mijn eerste kennismaking met de muziek van Juno is, waardoor ik niets kan zeggen over haar muzikale verleden, maar ik sluit inderdaad niet uit dat de Nieuw-Zeelandse muzikante het gaat maken en hopelijk niet alleen in eigen land.
Achter Juno is gaat de uit Dunedin afkomstige maar inmiddels naar het hippe Auckland uitgeweken muzikante Mackenzie Hollebon schuil. Volgens Flying Out draait ze al een aantal jaren mee en heeft ze de tijd genomen voor haar debuutalbum. Dat hoor je want Where To Begin is een verzorgd klinkend album.
Het is een album waar ik zelf het etiket pop op zou plakken, al maakt Juno Is zeker geen doorsnee pop. Het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse muzikante is een fris en origineel klinkend album, al heeft Mackenzie Hollebon ook zeker nostalgische invloeden toegevoegd aan haar songs.
Where To Begin klinkt vaak soulvol en is ook niet vies van invloeden uit de R&B, maar ik zou het debuutalbum van Juno is toch geen soul of R&B album noemen. De wat loom klinkende songs van Juno Is liggen lekker in het gehoor en gaan het vast goed doen op warme zomerdagen, maar de muzikante uit Auckland is zeker niet vies van experiment, wat haar album extra interessant maakt.
Ze knutselde de eerste demo’s van de songs op haar debuutalbum zelf in elkaar en speelde hierbij met bijzondere ritmes. Uiteindelijk haalde Mackenzie Hollebon een aantal uitstekende muzikanten naar de studio, die de ruwe demo’s vertaalden naar een bijzonder mooi en fascinerend geluid.
In dit geluid speelt het fraaie drumwerk een belangrijke rol, maar ook de synths op het album vallen op door bijzondere en zeker niet alledaagse klanken. Zeker als je met de koptelefoon luistert naar Where To Begin hoor je dat het geluid van Juno Is bestaat uit meerdere lagen. Het zijn lagen die zorgen voor een lekker vol geluid, al is er volop ruimte vrij gelaten voor de aangename stem van Mackenzie Hollebon.
Het is grappig dat Where To Begin aan de ene kant klinkt als een eigentijds popalbum, maar dat veel songs op het album ook een duidelijke jaren 80 vibe hebben. Het doet me best vaak aan Prince of misschien nog wel meer aan de protegees van Prince denken, maar Where To Begin is ook een album dat in de jaren 80 zijn tijd ver vooruit zou zijn geweest.
Bij eerste beluistering klonk het debuutalbum van Juno Is vooral erg lekker en hoorde ik er nog niet zo heel veel bijzonders in, maar toen ik het album voor de tweede keer beluisterde raakte ik steeds meer onder de indruk van de knappe songs vol bijzondere wendingen en steeds meer gecharmeerd van de stem van de muzikante uit Auckland. Ik begrijp de lovende woorden van Flying Out inmiddels dan ook volledig en heb het gevoel dat de rek er nog lang niet uit is. Mooie tip weer van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Juno Is - Where To Begin - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Juno Is - Where To Begin
Er wordt heel veel interessante muziek gemaakt in Nieuw-Zeeland en het is muziek die Nederland lang niet altijd weet te bereiken, wat in het geval van Where To Begin van Juno Is echt zonde zou zijn
Wanneer albums van muzikanten uit Nieuw-Zeeland worden aangeprezen neem ik dat altijd heel serieus. Het blijkt ook in het geval van Where To Begin van Juno Is weer volkomen terecht, want wat is dit een leuk album. De Nieuw-Zeelandse muzikante Mackenzie Hollebon heeft een origineel klinkend album afgeleverd, dat zowel aansluit bij muziek uit het heden als bij muziek uit het verleden. De songs van Juno Is klinken bijzonder aangenaam, maar ze bestaan ook uit verassend veel lagen en schuwen het avontuur zeker niet. Het levert een popalbum op dat direct een goed gevoel geeft, maar dat intussen ook de fantasie uitvoerig prikkelt. Weer een fraai pareltje uit Nieuw-Zeeland dit album.
Ik haal wel vaker interessante albums uit de nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out, maar twee albums in één week tijd komt eigenlijk nooit voor. Tot deze week dan, want naast het eerder besproken debuutalbum van Neive Strang, sprak ook het debuutalbum van Juno Is me zeer aan.
Het is een album dat door Flying Out werd omschreven als een album waarop de Nieuw-Zeelandse muzikante de transitie heeft doorgemaakt van “underground favourite” naar “full-blown indie star”. Het deze week verschenen debuutalbum Where To Begin is mijn eerste kennismaking met de muziek van Juno is, waardoor ik niets kan zeggen over haar muzikale verleden, maar ik sluit inderdaad niet uit dat de Nieuw-Zeelandse muzikante het gaat maken en hopelijk niet alleen in eigen land.
Achter Juno is gaat de uit Dunedin afkomstige maar inmiddels naar het hippe Auckland uitgeweken muzikante Mackenzie Hollebon schuil. Volgens Flying Out draait ze al een aantal jaren mee en heeft ze de tijd genomen voor haar debuutalbum. Dat hoor je want Where To Begin is een verzorgd klinkend album.
Het is een album waar ik zelf het etiket pop op zou plakken, al maakt Juno Is zeker geen doorsnee pop. Het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse muzikante is een fris en origineel klinkend album, al heeft Mackenzie Hollebon ook zeker nostalgische invloeden toegevoegd aan haar songs.
Where To Begin klinkt vaak soulvol en is ook niet vies van invloeden uit de R&B, maar ik zou het debuutalbum van Juno is toch geen soul of R&B album noemen. De wat loom klinkende songs van Juno Is liggen lekker in het gehoor en gaan het vast goed doen op warme zomerdagen, maar de muzikante uit Auckland is zeker niet vies van experiment, wat haar album extra interessant maakt.
Ze knutselde de eerste demo’s van de songs op haar debuutalbum zelf in elkaar en speelde hierbij met bijzondere ritmes. Uiteindelijk haalde Mackenzie Hollebon een aantal uitstekende muzikanten naar de studio, die de ruwe demo’s vertaalden naar een bijzonder mooi en fascinerend geluid.
In dit geluid speelt het fraaie drumwerk een belangrijke rol, maar ook de synths op het album vallen op door bijzondere en zeker niet alledaagse klanken. Zeker als je met de koptelefoon luistert naar Where To Begin hoor je dat het geluid van Juno Is bestaat uit meerdere lagen. Het zijn lagen die zorgen voor een lekker vol geluid, al is er volop ruimte vrij gelaten voor de aangename stem van Mackenzie Hollebon.
Het is grappig dat Where To Begin aan de ene kant klinkt als een eigentijds popalbum, maar dat veel songs op het album ook een duidelijke jaren 80 vibe hebben. Het doet me best vaak aan Prince of misschien nog wel meer aan de protegees van Prince denken, maar Where To Begin is ook een album dat in de jaren 80 zijn tijd ver vooruit zou zijn geweest.
Bij eerste beluistering klonk het debuutalbum van Juno Is vooral erg lekker en hoorde ik er nog niet zo heel veel bijzonders in, maar toen ik het album voor de tweede keer beluisterde raakte ik steeds meer onder de indruk van de knappe songs vol bijzondere wendingen en steeds meer gecharmeerd van de stem van de muzikante uit Auckland. Ik begrijp de lovende woorden van Flying Out inmiddels dan ook volledig en heb het gevoel dat de rek er nog lang niet uit is. Mooie tip weer van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel. Erwin Zijleman
Junodream - Pools of Colour (2024)

4,0
1
geplaatst: 8 februari 2024, 15:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: junodream - Pool Of Colours - dekrentenuitdepop.blogspot.com
junodream - Pool Of Colours
Het Britse junodream moet het vooralsnog doen met redelijk bescheiden aandacht, maar met het melodieuze, atmosferische en psychedelische Pool Of Colours heeft de band een prachtalbum afgeleverd
Het uit het Londense Brixton afkomstige junodream maakt op haar debuutalbum geen geheim van de bewondering voor Pink Floyd, Spiritualized en Radiohead en slaagt er niet alleen in om al deze invloeden fraai te combineren, maar voegt ook iets van zichzelf toe. Pool Of Colours staat vol met aangenaam dromerige en vaak wat zweverige en donkere popsongs, maar de band durft ook te experimenteren, waardoor er van alles gebeurt op het debuutalbum van de Britse band. Het is een debuutalbum dat een verrassend hoog niveau aantikt en junodream onmiddellijk schaart onder de interessantere jonge Britse bands van het moment. En blijf vooral luisteren, want Pool Of Colours wordt steeds mooier.
Het debuutalbum van junodream sneeuwde de afgelopen week helaas wat onder tussen de Britse hypes van het moment, maar wat hebben deze jonge honden uit Brixton een leuk album afgeleverd. Pool Of Colours volgt op twee aardige en zeker veelbelovende EP’s, maar met haar debuutalbum is junodream de belofte direct voorbij.
De Britse band ontleende haar naam naar eigen zeggen aan een b-kantje van een vroege Pink Floyd single (Julia Dream), maar ook in muzikaal opzicht is met name het vroege werk van Pink Floyd een belangrijke bron van invloed geweest. Pool Of Colours krijgt afwisselend de labels spacerock en dreamrock opgeplakt, maar het etiket psychedelica past wat mij betreft ook prima op de muziek van de Britse band.
Naast invloeden van Pink Floyd hoor ik ook veel van Spritualized op het debuutalbum van junodream en hier moet zeker de naam van Radiohead aan worden toegevoegd. Het zijn nogal uiteenlopende invloeden, die door junodream worden gecombineerd in songs die het experiment niet schuwen, maar die ook lekker in het gehoor liggen. Het zijn bovendien songs die de jaren 60 en 70 makkelijk verruilen voor de jaren 90 of landen in het heden. Pool Of Colours is een vooral donker en atmosferisch klinkend album, maar de zon breekt ook met enige regelmaat door in de muziek van junodream.
Wanneer de band wat meer experimenteert raakt het afwisselend aan de muziek van het psychedelische Pink Floyd en het enigszins toegankelijke Radiohead. In de wat experimentelere songs is er volop ruimte voor muzikale uitbarstingen en trekken vooral gitaren en synths de aandacht. Het knappe is dat junodream hierbij makkelijk een brug slaat tussen het vroege Pink Floyd en het late Radiohead, waarmee het in een klap een aantal decennia overbrugt.
Pool Of Colours kan naast experiment ook kiezen voor veel makkelijker in het gehoor liggende songs met mooie klanken en lekker dromerige zang. Spiritualized is in die songs relevant vergelijkingsmateriaal, maar hier kan ik van alles aan toevoegen. Het is wat mij betreft beter om de muziek van junodream niet te veel te vergelijken met de muziek van anderen, want de jonge band uit Brixton laat wat mij betreft een duidelijk eigen geluid horen.
Zeker de wat toegankelijkere songs op het album weten vrij makkelijk te overtuigen, maar persoonlijk vind ik de songs waarin junodream wat meer het experiment zoekt het interessantst. In alle gevallen blijft de muziek van de Britse band overigens aangenaam dromerig en heerlijk melodieus.
Pool Of Colours is een album dat groeit wanneer je het wat vaker hoort. Dan immers verdwijnt de vergelijking met Pink Floyd, Spiritualized en Radiohead wat meer naar de achtergrond en komt junodream zelf boven drijven. Ik heb Pool Of Colours inmiddels zelf behoorlijk vaak beluisterd en van mij heeft het album zich ontwikkeld van aangenaam tot fascinerend en de rek is er nog niet uit.
Volkomen terecht dus dat junodream met haar debuutalbum kan rekenen op zeer positieve recensies in met name de Britse muziekmedia, maar het zijn er tot dusver echt veel te weinig. Ik was zelf ook niet direct bij de les, maar inmiddels schaar ik het debuutalbum van junodream absoluut onder de hoogtepunten van het nog prille muziekjaar 2024. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: junodream - Pool Of Colours - dekrentenuitdepop.blogspot.com
junodream - Pool Of Colours
Het Britse junodream moet het vooralsnog doen met redelijk bescheiden aandacht, maar met het melodieuze, atmosferische en psychedelische Pool Of Colours heeft de band een prachtalbum afgeleverd
Het uit het Londense Brixton afkomstige junodream maakt op haar debuutalbum geen geheim van de bewondering voor Pink Floyd, Spiritualized en Radiohead en slaagt er niet alleen in om al deze invloeden fraai te combineren, maar voegt ook iets van zichzelf toe. Pool Of Colours staat vol met aangenaam dromerige en vaak wat zweverige en donkere popsongs, maar de band durft ook te experimenteren, waardoor er van alles gebeurt op het debuutalbum van de Britse band. Het is een debuutalbum dat een verrassend hoog niveau aantikt en junodream onmiddellijk schaart onder de interessantere jonge Britse bands van het moment. En blijf vooral luisteren, want Pool Of Colours wordt steeds mooier.
Het debuutalbum van junodream sneeuwde de afgelopen week helaas wat onder tussen de Britse hypes van het moment, maar wat hebben deze jonge honden uit Brixton een leuk album afgeleverd. Pool Of Colours volgt op twee aardige en zeker veelbelovende EP’s, maar met haar debuutalbum is junodream de belofte direct voorbij.
De Britse band ontleende haar naam naar eigen zeggen aan een b-kantje van een vroege Pink Floyd single (Julia Dream), maar ook in muzikaal opzicht is met name het vroege werk van Pink Floyd een belangrijke bron van invloed geweest. Pool Of Colours krijgt afwisselend de labels spacerock en dreamrock opgeplakt, maar het etiket psychedelica past wat mij betreft ook prima op de muziek van de Britse band.
Naast invloeden van Pink Floyd hoor ik ook veel van Spritualized op het debuutalbum van junodream en hier moet zeker de naam van Radiohead aan worden toegevoegd. Het zijn nogal uiteenlopende invloeden, die door junodream worden gecombineerd in songs die het experiment niet schuwen, maar die ook lekker in het gehoor liggen. Het zijn bovendien songs die de jaren 60 en 70 makkelijk verruilen voor de jaren 90 of landen in het heden. Pool Of Colours is een vooral donker en atmosferisch klinkend album, maar de zon breekt ook met enige regelmaat door in de muziek van junodream.
Wanneer de band wat meer experimenteert raakt het afwisselend aan de muziek van het psychedelische Pink Floyd en het enigszins toegankelijke Radiohead. In de wat experimentelere songs is er volop ruimte voor muzikale uitbarstingen en trekken vooral gitaren en synths de aandacht. Het knappe is dat junodream hierbij makkelijk een brug slaat tussen het vroege Pink Floyd en het late Radiohead, waarmee het in een klap een aantal decennia overbrugt.
Pool Of Colours kan naast experiment ook kiezen voor veel makkelijker in het gehoor liggende songs met mooie klanken en lekker dromerige zang. Spiritualized is in die songs relevant vergelijkingsmateriaal, maar hier kan ik van alles aan toevoegen. Het is wat mij betreft beter om de muziek van junodream niet te veel te vergelijken met de muziek van anderen, want de jonge band uit Brixton laat wat mij betreft een duidelijk eigen geluid horen.
Zeker de wat toegankelijkere songs op het album weten vrij makkelijk te overtuigen, maar persoonlijk vind ik de songs waarin junodream wat meer het experiment zoekt het interessantst. In alle gevallen blijft de muziek van de Britse band overigens aangenaam dromerig en heerlijk melodieus.
Pool Of Colours is een album dat groeit wanneer je het wat vaker hoort. Dan immers verdwijnt de vergelijking met Pink Floyd, Spiritualized en Radiohead wat meer naar de achtergrond en komt junodream zelf boven drijven. Ik heb Pool Of Colours inmiddels zelf behoorlijk vaak beluisterd en van mij heeft het album zich ontwikkeld van aangenaam tot fascinerend en de rek is er nog niet uit.
Volkomen terecht dus dat junodream met haar debuutalbum kan rekenen op zeer positieve recensies in met name de Britse muziekmedia, maar het zijn er tot dusver echt veel te weinig. Ik was zelf ook niet direct bij de les, maar inmiddels schaar ik het debuutalbum van junodream absoluut onder de hoogtepunten van het nog prille muziekjaar 2024. Erwin Zijleman
Just Mustard - Heart Under (2022)

4,0
0
geplaatst: 31 mei 2022, 15:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Just Mustard - Heart Under - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Just Mustard - Heart Under
De Ierse band Just Mustard debuteerde vier jaar geleden rommelig maar veelbelovend en maakt de belofte nu meer dan waar met Heart Under, dat goed is voor een buitengewoon fascinerende luistertrip
Just Mustard uit het Ierse Dundalk leverde vier jaar geleden een prima debuutalbum af, maar vergat om het fatsoenlijk te laten mixen, wat voor mij in ieder geval flink ten koste ging van de kwaliteit. De band heeft er van geleerd, want het deze week verschenen Heart Under klinkt fantastisch en laat wel horen waartoe Just Mustard in staat is. De Ierse band houdt wel van contrastem. Ingetogen en atmosferische passages worden afgewisseld met aardedonkere passages vol gitaargeweld, wat weer enorm contrasteert met de dromerige zang van Katie Bell. Just Mustard schakelt ook nog eens moeiteloos tussen genres en levert een album af dat je naar adem doet happen.
Het deze week verschenen Heart Under is het tweede album van de Ierse band Just Mustard (de goede namen zijn op kennelijk) en de opvolger van het in 2018 verschenen Wednesday. Het debuutalbum van de band uit Dundalk liet op zich mooie dingen horen, maar het album werd wat mij betreft totaal verpest door de wijze waarop de drums in de mix terecht waren gekomen, waardoor het album klonk als een drummer die mee aan het drummen was met de muziek die toevallig uit de speakers kwam.
Op Heart Under is de muziek van Just Mustard gelukkig wel fatsoenlijk gemixt en dat is een wereld van verschil. Dat kan ook haast niet anders, want voor de mix tekende de ervaren producer en technicus David Wrench, die ook werkte voor onder andere The xx, Florence + The Machine en Spiritualized.
In muzikaal opzicht is er overigens niet eens zo gek veel veranderd op Heart Under. Ook op haar tweede album combineert Just Mustard de heerlijk dromerige fluisterzang van zangeres Katie Ball met het nodige gitaargeweld en met een aardedonkere ritmesectie. Door de dromerige zang van Katie Ball roept de muziek van Just Mustard af en toe associaties op met de muziek van Mazzy Star, maar het is wel een hele rauwe en duistere versie van Mazzy Star.
Net als op het debuutalbum van Just Mustard zijn de drums op Heart Under vaak voor in de mix geplaatst, wat de band voorziet van een bijzonder geluid. De drums en de rest van de muziek zijn dit keer gelukkig wel meer in evenwicht, waardoor het geluid dit keer niet de zwakte maar juist de kracht van Just Mustard is.
De ritmesectie speelt donker en duister met hier en daar flink wat invloeden uit de postpunk, maar de drummer van de band kan ook verrassend inventief en gevoelig spelen. De solide basis van de ritmesectie wordt gecombineerd met wat ruimtelijke klinkende synths, maar vooral met heel veel gitaargeweld.
Just Mustard kan uit de voeten met meedogenloze riffs, met duistere drones, met zwaar vervormde klanken en met torenhoge gitaarmuren, maar de Ierse band is ook een meester in het opbouwen van de spanning en in het creëren van een bijna unheimische sfeer. Het contrasteert stevig met de soms bijna lieflijke vocalen van Katie Ball, maar de Ierse zangeres kan ook venijniger uithalen.
Zeker bij eerste beluistering is het tweede album van Just Mustard, zeker als je niet al te vaak luistert naar dit soort gitaargeweld, behoorlijk zware kost, maar er valt van alles te ontdekken in de muziek van de Ierse band, die in haar muziek met grote regelmaat van tempo en intensiteit wisselt en subtiele passages afwisselt met momenten waarop alles in de muziek van de band ontspoort.
Ook Heart Under is weer zo’n album dat pas echt tot leven komt wanneer je het met de koptelefoon beluistert. Bij beluistering met de koptelefoon ontvouwt zich een buitengewoon fascinerende luistertrip die alleen maar mooier en interessanter wordt. Het is een luistertrip met invloeden uit de postpunk, dreampop, shoegaze, industrial, noiserock en nog veel meer, maar echt in een hokje te duwen is de muziek van Just Mustard wat mij betreft niet. Dat de Ierse band ook nog eens op de proppen komt met hypnotiserende songs zonder de vaste structuur van de standaard popsong maakt dit album nog wat knapper en interessanter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Just Mustard - Heart Under - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Just Mustard - Heart Under
De Ierse band Just Mustard debuteerde vier jaar geleden rommelig maar veelbelovend en maakt de belofte nu meer dan waar met Heart Under, dat goed is voor een buitengewoon fascinerende luistertrip
Just Mustard uit het Ierse Dundalk leverde vier jaar geleden een prima debuutalbum af, maar vergat om het fatsoenlijk te laten mixen, wat voor mij in ieder geval flink ten koste ging van de kwaliteit. De band heeft er van geleerd, want het deze week verschenen Heart Under klinkt fantastisch en laat wel horen waartoe Just Mustard in staat is. De Ierse band houdt wel van contrastem. Ingetogen en atmosferische passages worden afgewisseld met aardedonkere passages vol gitaargeweld, wat weer enorm contrasteert met de dromerige zang van Katie Bell. Just Mustard schakelt ook nog eens moeiteloos tussen genres en levert een album af dat je naar adem doet happen.
Het deze week verschenen Heart Under is het tweede album van de Ierse band Just Mustard (de goede namen zijn op kennelijk) en de opvolger van het in 2018 verschenen Wednesday. Het debuutalbum van de band uit Dundalk liet op zich mooie dingen horen, maar het album werd wat mij betreft totaal verpest door de wijze waarop de drums in de mix terecht waren gekomen, waardoor het album klonk als een drummer die mee aan het drummen was met de muziek die toevallig uit de speakers kwam.
Op Heart Under is de muziek van Just Mustard gelukkig wel fatsoenlijk gemixt en dat is een wereld van verschil. Dat kan ook haast niet anders, want voor de mix tekende de ervaren producer en technicus David Wrench, die ook werkte voor onder andere The xx, Florence + The Machine en Spiritualized.
In muzikaal opzicht is er overigens niet eens zo gek veel veranderd op Heart Under. Ook op haar tweede album combineert Just Mustard de heerlijk dromerige fluisterzang van zangeres Katie Ball met het nodige gitaargeweld en met een aardedonkere ritmesectie. Door de dromerige zang van Katie Ball roept de muziek van Just Mustard af en toe associaties op met de muziek van Mazzy Star, maar het is wel een hele rauwe en duistere versie van Mazzy Star.
Net als op het debuutalbum van Just Mustard zijn de drums op Heart Under vaak voor in de mix geplaatst, wat de band voorziet van een bijzonder geluid. De drums en de rest van de muziek zijn dit keer gelukkig wel meer in evenwicht, waardoor het geluid dit keer niet de zwakte maar juist de kracht van Just Mustard is.
De ritmesectie speelt donker en duister met hier en daar flink wat invloeden uit de postpunk, maar de drummer van de band kan ook verrassend inventief en gevoelig spelen. De solide basis van de ritmesectie wordt gecombineerd met wat ruimtelijke klinkende synths, maar vooral met heel veel gitaargeweld.
Just Mustard kan uit de voeten met meedogenloze riffs, met duistere drones, met zwaar vervormde klanken en met torenhoge gitaarmuren, maar de Ierse band is ook een meester in het opbouwen van de spanning en in het creëren van een bijna unheimische sfeer. Het contrasteert stevig met de soms bijna lieflijke vocalen van Katie Ball, maar de Ierse zangeres kan ook venijniger uithalen.
Zeker bij eerste beluistering is het tweede album van Just Mustard, zeker als je niet al te vaak luistert naar dit soort gitaargeweld, behoorlijk zware kost, maar er valt van alles te ontdekken in de muziek van de Ierse band, die in haar muziek met grote regelmaat van tempo en intensiteit wisselt en subtiele passages afwisselt met momenten waarop alles in de muziek van de band ontspoort.
Ook Heart Under is weer zo’n album dat pas echt tot leven komt wanneer je het met de koptelefoon beluistert. Bij beluistering met de koptelefoon ontvouwt zich een buitengewoon fascinerende luistertrip die alleen maar mooier en interessanter wordt. Het is een luistertrip met invloeden uit de postpunk, dreampop, shoegaze, industrial, noiserock en nog veel meer, maar echt in een hokje te duwen is de muziek van Just Mustard wat mij betreft niet. Dat de Ierse band ook nog eens op de proppen komt met hypnotiserende songs zonder de vaste structuur van de standaard popsong maakt dit album nog wat knapper en interessanter. Erwin Zijleman
Justin Rutledge - Daredevil (2014)

4,0
0
geplaatst: 2 juli 2014, 15:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Justin Rutledge - Daredevil - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb Justin Rutledge al weer tien jaar geleden veelvuldig de hemel in geprezen. Het debuut van de singer-songwriter uit het Canadese Toronto sloeg bij mij in 2004 immers in als een bom.
No Never Alone won het wat mij betreft van de platen die Ryan Adams in dat jaar en de omliggende jaren uitbracht en Ryan Adams behoorde in 2004 tot de absolute top van de alt-country. Hierbij moet nog worden opgemerkt dat Ryan Adams geen toevallig gekozen vergelijkingsmateriaal is.
Omdat de plaat van Justin Rutledge in Europa destijds helaas niet heel veel aandacht trok, verloor ik de Canadees langzaam maar zeker uit het oog. Devil On A Bench In Stanley Park uit 2006, ook een geweldige plaat overigens, pikte ik nog wel op, maar de drie platen die zouden volgen gingen helaas volledig aan mij voorbij.
Inmiddels heeft Justin Rutledge ook zijn zesde plaat uitgebracht en Daredevil heb ik gelukkig weer wel in handen gekregen. Direct bij beluistering van de openingstrack wist ik dat het nog steeds helemaal goed zit met de muziek van Justin Rutledge. De openingstrack van Daredevil valt op door een prachtig geluid vol dynamiek, waarin gitaren en de piano om de aandacht vechten en Justin Rutledge, zoals gewoonlijk, verrast met hele mooie, emotievolle, vocalen. Deze vocalen krijgen, zoals we kennen uit het verleden, kleur en kracht door vrouwenvocalen toe te voegen. Veel bekende ingrediënten derhalve op Daredevil, dat wat mij betreft daarom een echte Justin Rutledge plaat mag worden genoemd.
Daredevil bevat een aantal meer ingetogen songs die tegen de alt-country aanleunen en een aantal meer dynamische en vol klinkende tracks die lastig in een hokje zijn te duwen, maar de kaders van de rootsmuziek meerdere keren ontstijgen. De instrumentatie is keer op keer wonderschoon en verrassend en de productie van de plaat (van de hand van de onder andere van Sarah Harmer bekende Dean Drouillard) is prachtig, maar het meest ben ik toch weer onder de indruk van de mooie songs van Justin Rutledge en vooral van de zang op de plaat.
De stem van Justin Rutledge is zoals gezegd prachtig, maar deze stem wordt pas echt naar grote hoogten getild als er mooie vrouwenstemmen tegenaan worden gezet. Deze komen dit keer van een heel contingent Canadese zangeressen, van wie Mary Margaret O'Hara en Jenn Grant de bekendste zijn, maar Julie Fader wat mij betreft de meeste indruk maakt.
Daredevil sleept zich door alle hoogstaande ingrediënten van hoogtepunt naar hoogtepunt, waarbij steeds weer wat anders in het oor springt. De ene keer een prachtige pedal steel, dan toch weer die geweldige vocalen, een poëtische tekst of veelkleurige arrangementen die het oor genadeloos strelen.
Justin Rutledge leverde tien jaar geleden een nauwelijks te evenaren debuut af, maar met al zijn nieuwe platen komt hij toch steeds weer in de buurt. Dat is knap. Meer dan knap zelfs. Daredevil mag een liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek eigenlijk niet missen. Een ieder die hem laat liggen doet Justin Rutledge en uiteindelijk toch vooral zichzelf flink te kort. Erwin Zijleman
Naschrift: Op Daredevil vertolkt Justin Rutledge uitsluitend songs van de Canadese band The Tragically Hip. Is een grote onbekende in mijn platenkast en het is me daarom volledig ontgaan.
De krenten uit de pop: Justin Rutledge - Daredevil - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb Justin Rutledge al weer tien jaar geleden veelvuldig de hemel in geprezen. Het debuut van de singer-songwriter uit het Canadese Toronto sloeg bij mij in 2004 immers in als een bom.
No Never Alone won het wat mij betreft van de platen die Ryan Adams in dat jaar en de omliggende jaren uitbracht en Ryan Adams behoorde in 2004 tot de absolute top van de alt-country. Hierbij moet nog worden opgemerkt dat Ryan Adams geen toevallig gekozen vergelijkingsmateriaal is.
Omdat de plaat van Justin Rutledge in Europa destijds helaas niet heel veel aandacht trok, verloor ik de Canadees langzaam maar zeker uit het oog. Devil On A Bench In Stanley Park uit 2006, ook een geweldige plaat overigens, pikte ik nog wel op, maar de drie platen die zouden volgen gingen helaas volledig aan mij voorbij.
Inmiddels heeft Justin Rutledge ook zijn zesde plaat uitgebracht en Daredevil heb ik gelukkig weer wel in handen gekregen. Direct bij beluistering van de openingstrack wist ik dat het nog steeds helemaal goed zit met de muziek van Justin Rutledge. De openingstrack van Daredevil valt op door een prachtig geluid vol dynamiek, waarin gitaren en de piano om de aandacht vechten en Justin Rutledge, zoals gewoonlijk, verrast met hele mooie, emotievolle, vocalen. Deze vocalen krijgen, zoals we kennen uit het verleden, kleur en kracht door vrouwenvocalen toe te voegen. Veel bekende ingrediënten derhalve op Daredevil, dat wat mij betreft daarom een echte Justin Rutledge plaat mag worden genoemd.
Daredevil bevat een aantal meer ingetogen songs die tegen de alt-country aanleunen en een aantal meer dynamische en vol klinkende tracks die lastig in een hokje zijn te duwen, maar de kaders van de rootsmuziek meerdere keren ontstijgen. De instrumentatie is keer op keer wonderschoon en verrassend en de productie van de plaat (van de hand van de onder andere van Sarah Harmer bekende Dean Drouillard) is prachtig, maar het meest ben ik toch weer onder de indruk van de mooie songs van Justin Rutledge en vooral van de zang op de plaat.
De stem van Justin Rutledge is zoals gezegd prachtig, maar deze stem wordt pas echt naar grote hoogten getild als er mooie vrouwenstemmen tegenaan worden gezet. Deze komen dit keer van een heel contingent Canadese zangeressen, van wie Mary Margaret O'Hara en Jenn Grant de bekendste zijn, maar Julie Fader wat mij betreft de meeste indruk maakt.
Daredevil sleept zich door alle hoogstaande ingrediënten van hoogtepunt naar hoogtepunt, waarbij steeds weer wat anders in het oor springt. De ene keer een prachtige pedal steel, dan toch weer die geweldige vocalen, een poëtische tekst of veelkleurige arrangementen die het oor genadeloos strelen.
Justin Rutledge leverde tien jaar geleden een nauwelijks te evenaren debuut af, maar met al zijn nieuwe platen komt hij toch steeds weer in de buurt. Dat is knap. Meer dan knap zelfs. Daredevil mag een liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek eigenlijk niet missen. Een ieder die hem laat liggen doet Justin Rutledge en uiteindelijk toch vooral zichzelf flink te kort. Erwin Zijleman
Naschrift: Op Daredevil vertolkt Justin Rutledge uitsluitend songs van de Canadese band The Tragically Hip. Is een grote onbekende in mijn platenkast en het is me daarom volledig ontgaan.
Justin Townes Earle - Absent Fathers (2015)

4,0
0
geplaatst: 15 januari 2015, 14:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Justin Townes Earle - Absent Fathers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Justin Townes Earle oogstte vorig jaar lof, maar toch ook flink wat kritiek met zijn vijfde plaat Single Mothers. Ik vond het persoonlijk echter een hele sterke plaat. Dat de plaat binnen enkele maanden al weer een vervolg krijgt is wat mij betreft dan ook goed nieuws.
Absent Fathers werd gelijktijdig met Single Mothers opgenomen en doet in vrijwel alles aan zijn voorganger denken. De thematiek (relaties in de brede zin van het woord) is voor een groot deel gelijk, het artwork lijkt sprekend op elkaar en, misschien nog wel het meest opvallend, de platen zijn in muzikaal opzicht op zijn minst broers en zus.
Wanneer een muzikant er voor kiest om snel na elkaar meerdere platen in een serie uit te brengen, is dat meestal zo om in muzikaal opzicht totaal verschillende wegen te kunnen bewandelen. Justin Townes doet dat zeker niet. De meeste songs van Single Mothers hadden ook op Absent Fathers kunnen staan en vice versa.
Dat betekent dat we ook op Absent Fathers een vooral ingetogen spelende Justin Townes Earle aan het werk horen en mij bevalt dat wel. Ook Absent Fathers staat weer vol met fraai ingekleurde songs met vooral invloeden uit de folk, country en blues. De dynamiek die de vroege platen van Justin Townes Earle kenmerkte schittert ook dit keer door afwezigheid, al willen de gitaren best een aantal keren uithalen.
Ook Absent Fathers doet me weer wat denken aan de vroege platen van Ryan Adams, hier en daar voorzien van een vleugje Chris Isaak of zelfs Counting Crows. Het is muziek die na de release van Single Mothers in rootskringen als tam of zelfs saai werd omschreven, maar daar begrijp ik nog steeds niets van.
Absent Fathers is net als Single Mothers een mooie laid-back rootsplaat. Het is een rootsplaat met fraai akoestisch en elektrisch gitaarwerk, een heerlijk weemoedig klinkende pedal steel en natuurlijk de mooie stem van Justin Townes Earle.
Absent Fathers is, net als zijn voorganger, een zeer persoonlijke plaat en dat hoor je in de vocalen. Justin Townes Earle legt flink wat emotie in zijn vocalen, wat Absent Fathers een bijzondere lading geeft, die de lading van zijn voorganger overtreft. Het is een lading die bij mij aankomt, maar ik had na Single Mothers ook niet anders verwacht.
Absent Fathers komt inmiddels voor de zoveelste keer voorbij (ik heb de plaat al een maand of drie in huis) en steeds weer ben ik onder de indruk van de intensiteit van de muziek van Justin Townes Earle, van de fraaie instrumentatie van de plaat, van de weemoedige vocalen en de knappe songs. Het is misschien tammer dan we van hem gewend zijn, maar met de kwaliteit is echt helemaal niets mis, integendeel.
Met Absent Fathers heeft Justin Townes Earle inmiddels zes platen op zijn naam staan. Het zijn zes platen van een bijzonder hoog niveau en het zijn bovendien zes platen die qua niveau niet heel veel onder doen voor het beste werk van zijn beroemde vader. Er zijn maar heel weinig kinderen van grote muzikanten die dat kunnen zeggen. Later dit jaar nieuwe platen van vader Steve en stiefmoeder Allison, maar voorlopig zet Justin Townes de toon en ligt de lat hoog. Erg hoog als je het mij vraagt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Justin Townes Earle - Absent Fathers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Justin Townes Earle oogstte vorig jaar lof, maar toch ook flink wat kritiek met zijn vijfde plaat Single Mothers. Ik vond het persoonlijk echter een hele sterke plaat. Dat de plaat binnen enkele maanden al weer een vervolg krijgt is wat mij betreft dan ook goed nieuws.
Absent Fathers werd gelijktijdig met Single Mothers opgenomen en doet in vrijwel alles aan zijn voorganger denken. De thematiek (relaties in de brede zin van het woord) is voor een groot deel gelijk, het artwork lijkt sprekend op elkaar en, misschien nog wel het meest opvallend, de platen zijn in muzikaal opzicht op zijn minst broers en zus.
Wanneer een muzikant er voor kiest om snel na elkaar meerdere platen in een serie uit te brengen, is dat meestal zo om in muzikaal opzicht totaal verschillende wegen te kunnen bewandelen. Justin Townes doet dat zeker niet. De meeste songs van Single Mothers hadden ook op Absent Fathers kunnen staan en vice versa.
Dat betekent dat we ook op Absent Fathers een vooral ingetogen spelende Justin Townes Earle aan het werk horen en mij bevalt dat wel. Ook Absent Fathers staat weer vol met fraai ingekleurde songs met vooral invloeden uit de folk, country en blues. De dynamiek die de vroege platen van Justin Townes Earle kenmerkte schittert ook dit keer door afwezigheid, al willen de gitaren best een aantal keren uithalen.
Ook Absent Fathers doet me weer wat denken aan de vroege platen van Ryan Adams, hier en daar voorzien van een vleugje Chris Isaak of zelfs Counting Crows. Het is muziek die na de release van Single Mothers in rootskringen als tam of zelfs saai werd omschreven, maar daar begrijp ik nog steeds niets van.
Absent Fathers is net als Single Mothers een mooie laid-back rootsplaat. Het is een rootsplaat met fraai akoestisch en elektrisch gitaarwerk, een heerlijk weemoedig klinkende pedal steel en natuurlijk de mooie stem van Justin Townes Earle.
Absent Fathers is, net als zijn voorganger, een zeer persoonlijke plaat en dat hoor je in de vocalen. Justin Townes Earle legt flink wat emotie in zijn vocalen, wat Absent Fathers een bijzondere lading geeft, die de lading van zijn voorganger overtreft. Het is een lading die bij mij aankomt, maar ik had na Single Mothers ook niet anders verwacht.
Absent Fathers komt inmiddels voor de zoveelste keer voorbij (ik heb de plaat al een maand of drie in huis) en steeds weer ben ik onder de indruk van de intensiteit van de muziek van Justin Townes Earle, van de fraaie instrumentatie van de plaat, van de weemoedige vocalen en de knappe songs. Het is misschien tammer dan we van hem gewend zijn, maar met de kwaliteit is echt helemaal niets mis, integendeel.
Met Absent Fathers heeft Justin Townes Earle inmiddels zes platen op zijn naam staan. Het zijn zes platen van een bijzonder hoog niveau en het zijn bovendien zes platen die qua niveau niet heel veel onder doen voor het beste werk van zijn beroemde vader. Er zijn maar heel weinig kinderen van grote muzikanten die dat kunnen zeggen. Later dit jaar nieuwe platen van vader Steve en stiefmoeder Allison, maar voorlopig zet Justin Townes de toon en ligt de lat hoog. Erg hoog als je het mij vraagt. Erwin Zijleman
Justin Townes Earle - Kids in the Street (2017)

4,0
1
geplaatst: 28 mei 2017, 10:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Justin Townes Earle - Kids In The Street - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Kinderen van beroemde muzikanten zijn nog altijd niet te benijden.
Een belangrijk deel van de aandacht die ze trekken met hun muziek hebben ze te danken aan hun beroemde achternaam en vervolgens is de vergelijking met de muziek van hun vader of moeder natuurlijk onvermijdelijk.
Dit is helaas maar zelden een eerlijke vergelijking, want een vergelijking met het beste werk van hun ouders, meer dan eens algemeen geaccepteerde meesterwerken of klassiekers, kunnen de jonge telgen natuurlijk nooit aan.
Justin Townes Earle gaat waarschijnlijk nooit ontsnappen aan de vergelijking met zijn charismatische vader Steve en diens goede vriend Townes van Zandt (die Justin zijn middelste naam gaf) en dat is jammer.
De platen van Justin Townes Earle moet je niet vergelijken met het beste werk van zijn vader, maar objectief beschouwd heeft de jonge Earl telg inmiddels toch een respectabel stapeltje prima platen op zijn naam staan.
De vorige zes platen van Justin Townes Earle waren van een hoog en opvallend constant niveau en ook plaat nummer zeven is er weer een die zich makkelijk staande houdt in het rootsgeweld van het moment.
Ook op Kids In The Street maakt Justin Townes Earle weer lekker in het gehoor liggende, maar ook in artistiek opzicht interessante rootsmuziek. Zijn stem is natuurlijk nog niet zo gruizig en doorleefd als die van zijn vader, maar de stem van de jonge Earle heeft de afgelopen jaren flink aan kracht en vooral aan diepte gewonnen, waardoor hij nog steeds stappen zet.
Justin Townes Earle produceerde zijn laatste vier platen zelf, maar koos dit keer voor Mike Mogis. De keuze voor de muzikant uit de Omaha (Nebraska) scene (Bright Eyes, Monsters Of Folk) is een opvallende, maar het pakt fraai uit. Mike Mogis heeft Kids In The Street voorzien van een gevarieerd en gloedvol rootsgeluid met vooral invloeden uit de country, maar ook uitstapjes richting de Texaanse roots van vader Earle of richting de muzikale smeltkroes van New Orleans worden niet geschuwd.
In de wat meer uptempo tracks klinkt Justin Townes Earle zelfverzekerd, maar in de wat meer ingetogen tracks laat hij ook zijn kwetsbaarheid zien, wat van Kids In The Street een veelzijdige plaat maakt.
Ik heb de vorige zes platen van de singer-songwriter uit Nashville stuk voor stuk hoog zitten, maar Kids In The Street bevalt me nog net wat beter. Justin Townes Earle heeft de afgelopen jaren gewerkt aan een eigen geluid en dit komt op zijn nieuwe plaat uitstekend uit de verf. Het is een geluid dat aansluit bij het traditionele rootsgeluid uit de jonge jaren van zijn vader, maar Kids In The Street klinkt ook eigentijds.
Luisterend naar Kids In The Street wens ik keer op keer dat Justin Townes Earle voor zijn platen had gekozen voor een alter ego, want ook Kids In The Street laat weer zoveel meer horen dan slechts de zoon van de grote Steve Earle.
Een muzikant met zeven prima platen op zijn naam, moet echter ook beoordeeld kunnen worden zonder de molensteen van de klassiekers van zijn vader om zijn nek. Als ik dat doe kan ik alleen maar concluderen dat Justin Townes Earle een van de betere rootsplaten van het moment heeft gemaakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Justin Townes Earle - Kids In The Street - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Kinderen van beroemde muzikanten zijn nog altijd niet te benijden.
Een belangrijk deel van de aandacht die ze trekken met hun muziek hebben ze te danken aan hun beroemde achternaam en vervolgens is de vergelijking met de muziek van hun vader of moeder natuurlijk onvermijdelijk.
Dit is helaas maar zelden een eerlijke vergelijking, want een vergelijking met het beste werk van hun ouders, meer dan eens algemeen geaccepteerde meesterwerken of klassiekers, kunnen de jonge telgen natuurlijk nooit aan.
Justin Townes Earle gaat waarschijnlijk nooit ontsnappen aan de vergelijking met zijn charismatische vader Steve en diens goede vriend Townes van Zandt (die Justin zijn middelste naam gaf) en dat is jammer.
De platen van Justin Townes Earle moet je niet vergelijken met het beste werk van zijn vader, maar objectief beschouwd heeft de jonge Earl telg inmiddels toch een respectabel stapeltje prima platen op zijn naam staan.
De vorige zes platen van Justin Townes Earle waren van een hoog en opvallend constant niveau en ook plaat nummer zeven is er weer een die zich makkelijk staande houdt in het rootsgeweld van het moment.
Ook op Kids In The Street maakt Justin Townes Earle weer lekker in het gehoor liggende, maar ook in artistiek opzicht interessante rootsmuziek. Zijn stem is natuurlijk nog niet zo gruizig en doorleefd als die van zijn vader, maar de stem van de jonge Earle heeft de afgelopen jaren flink aan kracht en vooral aan diepte gewonnen, waardoor hij nog steeds stappen zet.
Justin Townes Earle produceerde zijn laatste vier platen zelf, maar koos dit keer voor Mike Mogis. De keuze voor de muzikant uit de Omaha (Nebraska) scene (Bright Eyes, Monsters Of Folk) is een opvallende, maar het pakt fraai uit. Mike Mogis heeft Kids In The Street voorzien van een gevarieerd en gloedvol rootsgeluid met vooral invloeden uit de country, maar ook uitstapjes richting de Texaanse roots van vader Earle of richting de muzikale smeltkroes van New Orleans worden niet geschuwd.
In de wat meer uptempo tracks klinkt Justin Townes Earle zelfverzekerd, maar in de wat meer ingetogen tracks laat hij ook zijn kwetsbaarheid zien, wat van Kids In The Street een veelzijdige plaat maakt.
Ik heb de vorige zes platen van de singer-songwriter uit Nashville stuk voor stuk hoog zitten, maar Kids In The Street bevalt me nog net wat beter. Justin Townes Earle heeft de afgelopen jaren gewerkt aan een eigen geluid en dit komt op zijn nieuwe plaat uitstekend uit de verf. Het is een geluid dat aansluit bij het traditionele rootsgeluid uit de jonge jaren van zijn vader, maar Kids In The Street klinkt ook eigentijds.
Luisterend naar Kids In The Street wens ik keer op keer dat Justin Townes Earle voor zijn platen had gekozen voor een alter ego, want ook Kids In The Street laat weer zoveel meer horen dan slechts de zoon van de grote Steve Earle.
Een muzikant met zeven prima platen op zijn naam, moet echter ook beoordeeld kunnen worden zonder de molensteen van de klassiekers van zijn vader om zijn nek. Als ik dat doe kan ik alleen maar concluderen dat Justin Townes Earle een van de betere rootsplaten van het moment heeft gemaakt. Erwin Zijleman
Justin Townes Earle - Single Mothers (2014)

4,0
0
geplaatst: 27 september 2014, 10:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Justin Townes Earle - Single Mothers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is inmiddels een prachtig rijtje platen dat Justin Townes Earle op zijn naam heeft staan. De zoon van Steve Earle, die zijn tweede naam dankt aan Steve’s mentor Townes van Zandt, debuteerde zo’n zes jaar geleden en is inmiddels al weer toe aan zijn vijfde plaat.
Single Mothers is de opvolger van het twee jaar geleden verschenen Nothing's Gonna Change The Way You Feel About Me Now, dat ik achteraf bezien toch net wat minder vond dan Harlem River Blues uit 2010, Midnight At The Movies uit 2009 en debuut The Good Life uit 2008.
Waar Justin Townes Earle op zijn vorige plaat koos voor een geluid met heel veel invloeden uit de Southern soul, kiest hij op Single Mothers weer voor een geluid met meer invloeden uit de folk en de country. De jonge Earle telg vermengt al deze invloeden en invloeden uit de Zuidelijke rhythm & blues tot een geluid dat ook uit de jonge jaren van zijn vader had kunnen stammen.
Single Mothers heeft een lekker laid-back geluid en is voorzien van een mooie heldere productie, die zich niet schaamt voor de rijke tradities van de muziekindustrie uit Nashville. De nieuwe plaat van Justin Townes Earle kabbelt daarom aangenaam voort en mist de rauwheid en dynamiek van de platen van bijvoorbeeld zijn vader.
Ook in tekstueel opzicht vaart Justin Townes Earle een andere koers dan zijn vader en blijft hij ver weg van de politieke en maatschappijkritische teksten van Steve Earle om vervolgens met intieme liefdesliedjes op de proppen te komen.
Ik kan me daarom goed voorstellen dat een deel van de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek Single Mothers te tam en te vrijblijvend vindt, maar ik moet ook zeggen dat Single Mothers een groeiplaat is.
In eerste instantie had ik ook wat moeite met het ingetogen geluid en mistte ik de scherpe kantjes, maar Single Mothers heeft uiteindelijk toch veel te bieden. Zo maakt Justin Townes Earle een paar keer indruk met buitengewoon ingetogen liefdesliedjes die bij vaker horen steeds meer impact krijgen en maakt hij in flink wat andere tracks muziek die ook zomaar van de hand van Van Morrison had kunnen zijn (en daar klaag ik nooit over). In deze tracks maakt Justin Townes Earle steeds meer indruk met soulvolle vocalen en zorgen de subtiele accenten van bijvoorbeeld de pedal steel langzaam maar zeker voor steeds meer kippenvel.
Ik geef direct toe dat ik een week of twee geleden waarschijnlijk een heel ander verhaal zou hebben opgeschreven over Single Mothers, maar muziek moet zo af en toe nu eenmaal rijpen en dat heeft Single Mothers verrassend snel en verrassend goed gedaan.
De volgende keer mag het allemaal weer best wat rauwer, opwindender en stekeliger, maar voor deze ene keer voldoet dit meer ingetogen en gepolijste intermezzo uitstekend, zeker wanneer er even niet zoveel hoeft en de zon stiekem toch nog wat schijnt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Justin Townes Earle - Single Mothers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is inmiddels een prachtig rijtje platen dat Justin Townes Earle op zijn naam heeft staan. De zoon van Steve Earle, die zijn tweede naam dankt aan Steve’s mentor Townes van Zandt, debuteerde zo’n zes jaar geleden en is inmiddels al weer toe aan zijn vijfde plaat.
Single Mothers is de opvolger van het twee jaar geleden verschenen Nothing's Gonna Change The Way You Feel About Me Now, dat ik achteraf bezien toch net wat minder vond dan Harlem River Blues uit 2010, Midnight At The Movies uit 2009 en debuut The Good Life uit 2008.
Waar Justin Townes Earle op zijn vorige plaat koos voor een geluid met heel veel invloeden uit de Southern soul, kiest hij op Single Mothers weer voor een geluid met meer invloeden uit de folk en de country. De jonge Earle telg vermengt al deze invloeden en invloeden uit de Zuidelijke rhythm & blues tot een geluid dat ook uit de jonge jaren van zijn vader had kunnen stammen.
Single Mothers heeft een lekker laid-back geluid en is voorzien van een mooie heldere productie, die zich niet schaamt voor de rijke tradities van de muziekindustrie uit Nashville. De nieuwe plaat van Justin Townes Earle kabbelt daarom aangenaam voort en mist de rauwheid en dynamiek van de platen van bijvoorbeeld zijn vader.
Ook in tekstueel opzicht vaart Justin Townes Earle een andere koers dan zijn vader en blijft hij ver weg van de politieke en maatschappijkritische teksten van Steve Earle om vervolgens met intieme liefdesliedjes op de proppen te komen.
Ik kan me daarom goed voorstellen dat een deel van de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek Single Mothers te tam en te vrijblijvend vindt, maar ik moet ook zeggen dat Single Mothers een groeiplaat is.
In eerste instantie had ik ook wat moeite met het ingetogen geluid en mistte ik de scherpe kantjes, maar Single Mothers heeft uiteindelijk toch veel te bieden. Zo maakt Justin Townes Earle een paar keer indruk met buitengewoon ingetogen liefdesliedjes die bij vaker horen steeds meer impact krijgen en maakt hij in flink wat andere tracks muziek die ook zomaar van de hand van Van Morrison had kunnen zijn (en daar klaag ik nooit over). In deze tracks maakt Justin Townes Earle steeds meer indruk met soulvolle vocalen en zorgen de subtiele accenten van bijvoorbeeld de pedal steel langzaam maar zeker voor steeds meer kippenvel.
Ik geef direct toe dat ik een week of twee geleden waarschijnlijk een heel ander verhaal zou hebben opgeschreven over Single Mothers, maar muziek moet zo af en toe nu eenmaal rijpen en dat heeft Single Mothers verrassend snel en verrassend goed gedaan.
De volgende keer mag het allemaal weer best wat rauwer, opwindender en stekeliger, maar voor deze ene keer voldoet dit meer ingetogen en gepolijste intermezzo uitstekend, zeker wanneer er even niet zoveel hoeft en de zon stiekem toch nog wat schijnt. Erwin Zijleman
Justin Townes Earle - The Saint of Lost Causes (2019)

4,0
0
geplaatst: 4 juni 2019, 17:09 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Justin Townes Earle - The Saint Of Lost Causes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Justin Townes Earle - The Saint Of Lost Causes
Justin Townes Earle bouwt inmiddels al meer dan 10 jaar aan een bijzonder fraai oeuvre en levert met The Saint Of Lost Causes een van zijn beste albums tot dusver af
Het is zeker geen voordeel om te worden geboren als zoon of dochter van een beroemde muzikant, met name wanneer je zelf ambities in de muziek hebt. Justin Townes Earle weet er alles van, maar de Amerikaanse muzikant heeft inmiddels een aardig stapeltje prima albums op zijn naam staan. The Saint Of Lost Causes klinkt wat meer ingetogen en wat traditioneler dan we van de jonge Earle gewend zijn, maar het blijkt al snel een geweldig album. De instrumentatie is prachtig, Justin Townes is goed bij stem en de teksten zijn ook dit keer vlijmscherp. Het levert een rootsalbum op dat niet misstaat tussen de beste rootsalbums van het moment.
Justin Townes Earle heeft natuurlijk nog lang niet de status van zijn legendarische vader Steve, maar de jonge Earle telg heeft de afgelopen 11 jaar een imposant oeuvre opgebouwd.
Dat oeuvre kwam er overigens niet vanzelf, want voordat Justin Townes Earle zich kon profileren als muzikant, moest hij eerst afrekeningen met een aantal ernstige drugsverslavingen, die hem bijna fataal werden.
Het onlangs verschenen The Saint Of Lost Causes is alweer het achtste album van Justin Townes Earle en de vorige zeven waren vrijwel zonder uitzondering van hoog niveau. Harlem River Blues is tot dusver mijn favoriete album van de Amerikaanse muzikant, maar dit album uit 2010 krijgt nu serieuze concurrentie van The Saint Of Lost Causes, dat in rootskringen niet voor niets zeer warm is onthaald.
Justin Townes Earle maakte in het verleden een aantal uitstapjes naar omliggende genres, maar op zijn nieuwe album kiest de in Nashville, Tennessee, geboren muzikant onvoorwaardelijk voor de Americana. Het is de Americana die ook zijn vader ooit op de kaart zette en het is Americana met een voorkeur voor de zelfkant van de samenleving. Het is bovendien Americana die niet wars is van kritiek op de Amerikaanse samenleving in het nieuwe millennium.
Justin Townes Earle sleepte er op zijn vorige platen nogal eens flink wat invloeden bij, maar op The Saint Of Lost Causes is hij behoorlijk stijlvast. Op zijn nieuwe album kiest de jonge Earle telg voor een betrekkelijk ingetogen en behoorlijk traditioneel geluid, waarin vooral invloeden uit de country, de rock ‘n roll en de blues doorklinken. Het is ook een mooi open en ruimtelijk geluid, dat beelden van uitgestrekte Amerikaanse landschappen en met name landschappen in het diepe zuiden van de Verenigde Staten op het netvlies tovert.
Justin Townes Earle produceerde zijn nieuwe album grotendeels zelf en heeft gekozen voor een voornamelijk akoestisch geluid, dat vervolgens fraai wordt ingekleurd met pedal steel en elektrische gitaar. De wonderschone pedal steel klanken waaien prachtig breed uit, terwijl de gitaaraccenten juist rauw en direct zijn. Het voorziet het geluid van Justin Townes Earle van veel kracht en het is een geluid dat ook prima past bij de stem van de Amerikaanse muzikant.
Justin Townes Earle klinkt in de ruimtelijke tracks bijna als Chris Isaak, maar wanneer de muziek rauwer en directer wordt, veranderen ook de vocalen en klinkt de muzikant, die Nashville onlangs verruilde voor de Amerikaanse westkust, opeens weer heel anders. Justin Townes klinkt misschien nog niet zo rauw en doorleefd als zijn vader, maar hij vertolkt de songs op The Saint Of Lost Causes met veel gevoel.
Met een rauw, sober en oorspronkelijk geluid als het geluid op The Saint Of Lost Causes moet Justin Townes Earle concurreren met een heel contingent aan gelouterde rootsmuzikanten, maar de inmiddels ook ervaren Earle telg blijft wat mij betreft makkelijk overeind. Het achtste album is niet alleen een van de betere albums van Justin Townes Earle, maar het is bovendien een album dat niet onder doet voor al die andere rootsalbums die de laatste maanden zijn verschenen.
Justin Townes Earle heeft nog altijd last van de legendarische status van zijn vader, maar met The Saint Of Lost Causes laat hij horen dat zijn eigen plekje in de spotlights meer dan verdiend is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Justin Townes Earle - The Saint Of Lost Causes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Justin Townes Earle - The Saint Of Lost Causes
Justin Townes Earle bouwt inmiddels al meer dan 10 jaar aan een bijzonder fraai oeuvre en levert met The Saint Of Lost Causes een van zijn beste albums tot dusver af
Het is zeker geen voordeel om te worden geboren als zoon of dochter van een beroemde muzikant, met name wanneer je zelf ambities in de muziek hebt. Justin Townes Earle weet er alles van, maar de Amerikaanse muzikant heeft inmiddels een aardig stapeltje prima albums op zijn naam staan. The Saint Of Lost Causes klinkt wat meer ingetogen en wat traditioneler dan we van de jonge Earle gewend zijn, maar het blijkt al snel een geweldig album. De instrumentatie is prachtig, Justin Townes is goed bij stem en de teksten zijn ook dit keer vlijmscherp. Het levert een rootsalbum op dat niet misstaat tussen de beste rootsalbums van het moment.
Justin Townes Earle heeft natuurlijk nog lang niet de status van zijn legendarische vader Steve, maar de jonge Earle telg heeft de afgelopen 11 jaar een imposant oeuvre opgebouwd.
Dat oeuvre kwam er overigens niet vanzelf, want voordat Justin Townes Earle zich kon profileren als muzikant, moest hij eerst afrekeningen met een aantal ernstige drugsverslavingen, die hem bijna fataal werden.
Het onlangs verschenen The Saint Of Lost Causes is alweer het achtste album van Justin Townes Earle en de vorige zeven waren vrijwel zonder uitzondering van hoog niveau. Harlem River Blues is tot dusver mijn favoriete album van de Amerikaanse muzikant, maar dit album uit 2010 krijgt nu serieuze concurrentie van The Saint Of Lost Causes, dat in rootskringen niet voor niets zeer warm is onthaald.
Justin Townes Earle maakte in het verleden een aantal uitstapjes naar omliggende genres, maar op zijn nieuwe album kiest de in Nashville, Tennessee, geboren muzikant onvoorwaardelijk voor de Americana. Het is de Americana die ook zijn vader ooit op de kaart zette en het is Americana met een voorkeur voor de zelfkant van de samenleving. Het is bovendien Americana die niet wars is van kritiek op de Amerikaanse samenleving in het nieuwe millennium.
Justin Townes Earle sleepte er op zijn vorige platen nogal eens flink wat invloeden bij, maar op The Saint Of Lost Causes is hij behoorlijk stijlvast. Op zijn nieuwe album kiest de jonge Earle telg voor een betrekkelijk ingetogen en behoorlijk traditioneel geluid, waarin vooral invloeden uit de country, de rock ‘n roll en de blues doorklinken. Het is ook een mooi open en ruimtelijk geluid, dat beelden van uitgestrekte Amerikaanse landschappen en met name landschappen in het diepe zuiden van de Verenigde Staten op het netvlies tovert.
Justin Townes Earle produceerde zijn nieuwe album grotendeels zelf en heeft gekozen voor een voornamelijk akoestisch geluid, dat vervolgens fraai wordt ingekleurd met pedal steel en elektrische gitaar. De wonderschone pedal steel klanken waaien prachtig breed uit, terwijl de gitaaraccenten juist rauw en direct zijn. Het voorziet het geluid van Justin Townes Earle van veel kracht en het is een geluid dat ook prima past bij de stem van de Amerikaanse muzikant.
Justin Townes Earle klinkt in de ruimtelijke tracks bijna als Chris Isaak, maar wanneer de muziek rauwer en directer wordt, veranderen ook de vocalen en klinkt de muzikant, die Nashville onlangs verruilde voor de Amerikaanse westkust, opeens weer heel anders. Justin Townes klinkt misschien nog niet zo rauw en doorleefd als zijn vader, maar hij vertolkt de songs op The Saint Of Lost Causes met veel gevoel.
Met een rauw, sober en oorspronkelijk geluid als het geluid op The Saint Of Lost Causes moet Justin Townes Earle concurreren met een heel contingent aan gelouterde rootsmuzikanten, maar de inmiddels ook ervaren Earle telg blijft wat mij betreft makkelijk overeind. Het achtste album is niet alleen een van de betere albums van Justin Townes Earle, maar het is bovendien een album dat niet onder doet voor al die andere rootsalbums die de laatste maanden zijn verschenen.
Justin Townes Earle heeft nog altijd last van de legendarische status van zijn vader, maar met The Saint Of Lost Causes laat hij horen dat zijn eigen plekje in de spotlights meer dan verdiend is. Erwin Zijleman
JW Roy - Dry Goods & Groceries (2015)

4,0
0
geplaatst: 7 november 2015, 13:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: JW Roy - Dry Goods & Groceries - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
JW Roy ben ik de afgelopen jaren wat uit het oog verloren. De Brabantse singer-songwriter maakte tussen 1997 en 2004 een viertal prachtige Engelstalige rootsplaten, maar koos na Kitchen Table Blues uit 2004 voor een andere weg.
In eerste instantie kon ik zijn Nederlandstalige muziek (in Brabants dialect) nog wel waarderen, maar op een gegeven moment ben ik toch afgehaakt.
Het onlangs verschenen Dry Goods & Groceries kwam voor mij dan ook als een verrassing en wat is het een aangename verrassing.
In een tijd waarin muziek steeds meer een gebruiksartikel dreigt te worden, verrast JW Roy met een prachtig uitgevoerd boek. In dit boek vertellen gerenommeerde schrijvers (onder wie Bert van der Kamp, Geert Henderickx en Leon Verdonschot) en muzikanten met een rootshart (onder wie Tim Knol, Frédérique Spigt) mooie verhalen over muzikanten die de rootsmuziek groot hebben gemaakt en randverschijnselen binnen de rootsmuziek.
Het levert een heel mooi boek op (dat ik zeker niet zou laten liggen), maar uiteindelijk draait natuurlijk alles om de muziek. Ook deze muziek is prachtig.
JW Roy kiest na meer dan tien jaar weer voor het Engels en levert een plaat vol mooie en indringende verhalen af. Het zijn verhalen die worden gegoten in songs waarvan je alleen maar zielsveel kunt houden.
JW Roy overtuigt op Dry Goods & Groceries met ingetogen en traditioneel aandoende rootssongs (met Townes van Zandt al duidelijk voorbeeld), maar imponeert net zo makkelijk met spierballen rootsrock met Bruce Springsteen allure.
De muzikanten die hem omringen zetten een vrijwel onweerstaanvaar rootsgeluid neer en JW Roy zingt met hart en ziel. Het levert een plaat op die over het algemeen netjes binnen de lijntjes kleurt, maar het kleurwerk is van internationale allure. Misschien wat minder authentiek dan zijn Nederlandstalige werk, maar platen als Dry Goods & Groceries kan ik persoonlijk niet vaak genoeg horen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: JW Roy - Dry Goods & Groceries - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
JW Roy ben ik de afgelopen jaren wat uit het oog verloren. De Brabantse singer-songwriter maakte tussen 1997 en 2004 een viertal prachtige Engelstalige rootsplaten, maar koos na Kitchen Table Blues uit 2004 voor een andere weg.
In eerste instantie kon ik zijn Nederlandstalige muziek (in Brabants dialect) nog wel waarderen, maar op een gegeven moment ben ik toch afgehaakt.
Het onlangs verschenen Dry Goods & Groceries kwam voor mij dan ook als een verrassing en wat is het een aangename verrassing.
In een tijd waarin muziek steeds meer een gebruiksartikel dreigt te worden, verrast JW Roy met een prachtig uitgevoerd boek. In dit boek vertellen gerenommeerde schrijvers (onder wie Bert van der Kamp, Geert Henderickx en Leon Verdonschot) en muzikanten met een rootshart (onder wie Tim Knol, Frédérique Spigt) mooie verhalen over muzikanten die de rootsmuziek groot hebben gemaakt en randverschijnselen binnen de rootsmuziek.
Het levert een heel mooi boek op (dat ik zeker niet zou laten liggen), maar uiteindelijk draait natuurlijk alles om de muziek. Ook deze muziek is prachtig.
JW Roy kiest na meer dan tien jaar weer voor het Engels en levert een plaat vol mooie en indringende verhalen af. Het zijn verhalen die worden gegoten in songs waarvan je alleen maar zielsveel kunt houden.
JW Roy overtuigt op Dry Goods & Groceries met ingetogen en traditioneel aandoende rootssongs (met Townes van Zandt al duidelijk voorbeeld), maar imponeert net zo makkelijk met spierballen rootsrock met Bruce Springsteen allure.
De muzikanten die hem omringen zetten een vrijwel onweerstaanvaar rootsgeluid neer en JW Roy zingt met hart en ziel. Het levert een plaat op die over het algemeen netjes binnen de lijntjes kleurt, maar het kleurwerk is van internationale allure. Misschien wat minder authentiek dan zijn Nederlandstalige werk, maar platen als Dry Goods & Groceries kan ik persoonlijk niet vaak genoeg horen. Erwin Zijleman
