Hier kun je zien welke berichten potjandosie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Boubacar Traoré - Maciré (1999)

4,5
0
geplaatst: 14 juni 2023, 13:23 uur
een toppertje uit het rijke oeuvre van de man. de invulling van de muziek op zijn andere albums bestaat meestal uit zang, gitaar, mondharmonica en percussie instrumenten. op Macire is de muziek wat voller en rijker dankzij de inbreng van de begeleidingsband Bamada van Habib Koite, die op dit album ook meespeelt. een heerlijke sound inderdaad. het prachtige 10) Kalilou is wel volledig akoestisch. dit is het soort album dat ik Habib Koite zelf anno 2023 niet meer zie maken. 30 juni a.s. treedt hij in Nederland op in Rotterdam op podium Grounds. een uitgelezen kans om de man live aan het werk te zien, want gezien zijn leeftijd (70 jaar) zal hij waarschijnlijk niet vaak meer in Europa touren.
Boubacar Traoré - Mali Denhou (2011)

4,0
0
geplaatst: 14 juni 2023, 14:00 uur
wederom een prachtalbum met de van hem bekende basic instrumentatie: zang, gitaar, mondharmonica, balafon, calabash en percussie. desert blues zou ik het niet noemen. folk blues dekt de lading beter bij de muziek van deze grootmeester uit Mali. dit album van hem, alsmede zijn andere albums zoals Kongo Magni zijn qua sound inwisselbaar. favoriete tracks zijn inderdaad moeilijk aan te wijzen. als je wil weten waar de teksten over gaan, kun je de bijgevoegde boekwerkjes raadplegen. hier staat in zowel de Engelse als Franse taal in, waar deze in grote lijnen over gaan, maar bij deze man draait het toch primair om de muziek en die vind ik ronduit geweldig. zoals hierboven al eerder opgemerkt "een sfeervolle, akoestische plaat met een prominente rol van de mondharmonica". de harmonica partijen worden gespeeld door de Fransman Vincent Bucher. zoals gebruikelijk bij Boubacar zijn alle composities van zijn hand en speelt hij gitaar en zingt hij met de van hem karakteristieke stem
Boubacar Traoré - Mbalimaou (2015)

4,5
0
geplaatst: 6 juli 2025, 17:16 uur
het zoveelste pareltje van de inmiddels 83-jarige grootmeester Boubacar Traore, die ook wel de koning van de Afrikaanse blues en als 1 van de nestors van de Malinese muziek wordt genoemd. de man debuteerde ooit in 1990 op de westerse markt met het album "Mariama", dat werd opgevolgd door zijn klassieker "Kar Kar" (1992).
dit album uit de nadagen van zijn carrière laat weer zijn vertrouwde mix van Malinese roots muziek en akoestische blues horen. waar hij een enkele keer op zijn albums iets meer uitpakt qua instrumentatie, is dit wederom een fraai ingetogen album met heerlijk relaxte muziek. mocht je niet aan je zondagsrust toekomen, dan gaat dit vanzelf bij het aanhoren van deze muziek.
zijn albums zijn redelijk inwisselbaar maar hebben altijd dezelfde constante hoge kwaliteit. de basis wordt gevormd door zijn zang, akoestische gitaar en mondharmonica aangevuld met snaarinstrumenten als de n'goni en kora en percussie. ook "Mbalimaou" klinkt weer als een loom wiegende, licht swingende oase van rust.
Boubacar Traore verzorgde dit jaar 20 mei j.l. nog een optreden in de kleine zaal van het Concertgebouw Amsterdam. respect voor de man en de mensen achter de organisatie die dit mogelijk maakten.
Album werd geproduceerd door Christian Mousset en Ballake Sissoko
Recorded at Bogolan Studios, Bamako, Mali
All songs written by Boubacar Traore
dit album uit de nadagen van zijn carrière laat weer zijn vertrouwde mix van Malinese roots muziek en akoestische blues horen. waar hij een enkele keer op zijn albums iets meer uitpakt qua instrumentatie, is dit wederom een fraai ingetogen album met heerlijk relaxte muziek. mocht je niet aan je zondagsrust toekomen, dan gaat dit vanzelf bij het aanhoren van deze muziek.
zijn albums zijn redelijk inwisselbaar maar hebben altijd dezelfde constante hoge kwaliteit. de basis wordt gevormd door zijn zang, akoestische gitaar en mondharmonica aangevuld met snaarinstrumenten als de n'goni en kora en percussie. ook "Mbalimaou" klinkt weer als een loom wiegende, licht swingende oase van rust.
Boubacar Traore verzorgde dit jaar 20 mei j.l. nog een optreden in de kleine zaal van het Concertgebouw Amsterdam. respect voor de man en de mensen achter de organisatie die dit mogelijk maakten.
Album werd geproduceerd door Christian Mousset en Ballake Sissoko
Recorded at Bogolan Studios, Bamako, Mali
All songs written by Boubacar Traore
Boubacar Traoré - The Best Of (2003)
Alternatieve titel: The Bluesman from Mali

4,0
1
geplaatst: 14 juni 2023, 16:11 uur
een prima instapalbum voor degenen die kennis willen maken met de muziek van 1 van de grootste "blues men" uit Mali. de ander is uiteraard Ali Farka Toure die wel de Afrikaanse John Lee Hooker werd genoemd. deze meestergitarist is helaas in 2006 op 66 jarige leeftijd overleden. wellicht voor de liefhebbers van deze grootmeesters des te meer reden om het geplande concert van de inmiddels 70 jarige Boubacar Traore op vrijdag 30 juni 2023 bij te wonen (podium Grounds, Rotterdam). de 13 tracks op dit album zijn als volgt samengesteld: 4 tracks van het album "Macire" (2000), 4 tracks van "Sa Golo" (1996), 1 track van "Kar Kar"(1992), 1 track 4) Mancipera van het album "Wanita" van Rokia Traore. van de overige 3 tracks (5,10 en 11) verschenen nooit eerder commerciële opnames. de nummers op deze verzamelaar zijn persoonlijk gekozen door "The Bluesman From Mali" zelf.
Boz Scaggs - A Fool to Care (2015)

3,5
1
geplaatst: 26 september 2024, 01:20 uur
"A Fool to Care" is het tweede deel van een trilogie met zijn hommage aan de wortels van de Amerikaanse blues, r&b en soul. eerder verscheen het 1e deel "Memphis" (2013) en later verscheen het derde deel "Out of the Blues" (2018).
slechts 1 original van Boz Scaggs "Hell to Pay" een duet met Bonnie Raitt en haar op slide gitaar, dat er boven uit steekt. alle overige nummers werden geschreven door andere songwriters of zijn covers van eerder uitgebrachte nummers en daar wringt een beetje de schoen qua songkeuze.
weinig uitschieters in een vlakke productie met veel nummers die iets te laid-back (daar heb je die term weer) worden uitgevoerd. zijn zang vergoedt veel, maar kan toch niet voorkomen dat het niveau op de 2e helft van dit album flink inzakt , hoewel het up-tempo "High Blood Pressure" (Huey P. Smith) nog voor een opleving zorgt.
van zijn versies van "I'm So Proud" (Curtis Mayfield), de Al Green klassieker "Full of Fire", "Whispering Pines" (Richard Manuel/Robbie Robertoson en de bonustrack "M.P.B." (Womack & Womack) prefereer ik de originele uitvoeringen.
bijzonder is het geluid van de bandoneon op o.a. "Small Town Talk" (Rick Danko/Robert Guidry) in een stuk mindere versie dan die van Bobby Charles en "Last Tango on 16th Street" (Jack Walroth).
"A Fool to Care" is wederom een fraai, sfeervol album van deze ervaren vakman, maar n.m.m. de minste van de trilogie.
Album werd geproduceerd door Steve Jordan
Recorded at Blackbird Studio, Nashville, Tennessee
slechts 1 original van Boz Scaggs "Hell to Pay" een duet met Bonnie Raitt en haar op slide gitaar, dat er boven uit steekt. alle overige nummers werden geschreven door andere songwriters of zijn covers van eerder uitgebrachte nummers en daar wringt een beetje de schoen qua songkeuze.
weinig uitschieters in een vlakke productie met veel nummers die iets te laid-back (daar heb je die term weer) worden uitgevoerd. zijn zang vergoedt veel, maar kan toch niet voorkomen dat het niveau op de 2e helft van dit album flink inzakt , hoewel het up-tempo "High Blood Pressure" (Huey P. Smith) nog voor een opleving zorgt.
van zijn versies van "I'm So Proud" (Curtis Mayfield), de Al Green klassieker "Full of Fire", "Whispering Pines" (Richard Manuel/Robbie Robertoson en de bonustrack "M.P.B." (Womack & Womack) prefereer ik de originele uitvoeringen.
bijzonder is het geluid van de bandoneon op o.a. "Small Town Talk" (Rick Danko/Robert Guidry) in een stuk mindere versie dan die van Bobby Charles en "Last Tango on 16th Street" (Jack Walroth).
"A Fool to Care" is wederom een fraai, sfeervol album van deze ervaren vakman, maar n.m.m. de minste van de trilogie.
Album werd geproduceerd door Steve Jordan
Recorded at Blackbird Studio, Nashville, Tennessee
Boz Scaggs - Boz Scaggs (1969)

4,5
4
geplaatst: 29 september 2024, 02:01 uur
n.m.m. valt het met het "blue-eyed soul" gehalte wel mee op dit album, hoewel "Ï'm Easy" en "Look What I Got" daar wel iets van weg hebben. op "Now You're Gone" met de fiddle klanken van Al Lester en "Waiting For a Train" (Jimmie Rodgers) zijn de country invloeden niet ver weg, maar de sound van de rest van dit album ademt toch voornamelijk blues.
hoogtepunten zijn de Boz Scaggs nummers "I'll Be Long Gone", "Finding Her" en het met Barry Beckett geschreven "Sweet Release". zoals hierboven al eerder aangehaald, is het absolute prijsnummer het lange bluesy ruim 12 minuten durende "Loan Me a Dime", een nummer van de Amerikaanse blues zanger/gitarist Fenton Robinson, met de toen nog zeer jonge Duane Allman op lead guitar, o.a. ondersteund door het geweldige spel op keyboards van Barry Beckett en een fraaie blazerssectie.
de iets "mindere" tracks "I'm Easy" en "Another Day (Another Letter)" weerhouden mij ervan om dit album een 5 te geven.
ben meer fan van de blues Boz dan van de (blue-eyed) soul Boz dus dit "rootsy" album bevalt ruim 50 jaar later nog steeds prima.
Album werd geproduceerd door Boz Scaggs, Jann Wenner & Marlin Greene
Recorded at Muscle Shoals Sound Recorders, Sheffield, Alabama
Duane Allman: dobro, guitar, slide guitar
Eddie Hinton, Jimmy Johnson, Boz Scaggs: guitars
Barry Beckett: keyboards
David Hood: bass
Roger Hawkins: drums
Al Lester: fiddle
horn section on all tracks, except track 4
Gene "Bowlegs" Miller: trumpet & trombone
Joe Arnold: tenor sax
James Mitchell: baritone sax
backing vocals on all tracks, except track 4
Jeannie Greene, Donna Thatcher & Mary Holiday
hoogtepunten zijn de Boz Scaggs nummers "I'll Be Long Gone", "Finding Her" en het met Barry Beckett geschreven "Sweet Release". zoals hierboven al eerder aangehaald, is het absolute prijsnummer het lange bluesy ruim 12 minuten durende "Loan Me a Dime", een nummer van de Amerikaanse blues zanger/gitarist Fenton Robinson, met de toen nog zeer jonge Duane Allman op lead guitar, o.a. ondersteund door het geweldige spel op keyboards van Barry Beckett en een fraaie blazerssectie.
de iets "mindere" tracks "I'm Easy" en "Another Day (Another Letter)" weerhouden mij ervan om dit album een 5 te geven.
ben meer fan van de blues Boz dan van de (blue-eyed) soul Boz dus dit "rootsy" album bevalt ruim 50 jaar later nog steeds prima.
Album werd geproduceerd door Boz Scaggs, Jann Wenner & Marlin Greene
Recorded at Muscle Shoals Sound Recorders, Sheffield, Alabama
Duane Allman: dobro, guitar, slide guitar
Eddie Hinton, Jimmy Johnson, Boz Scaggs: guitars
Barry Beckett: keyboards
David Hood: bass
Roger Hawkins: drums
Al Lester: fiddle
horn section on all tracks, except track 4
Gene "Bowlegs" Miller: trumpet & trombone
Joe Arnold: tenor sax
James Mitchell: baritone sax
backing vocals on all tracks, except track 4
Jeannie Greene, Donna Thatcher & Mary Holiday
Boz Scaggs - Boz Scaggs & Band (1971)

4,5
3
geplaatst: 13 oktober 2024, 02:03 uur
het vierde album van Boz Scaggs werd na "Moments" zijn tweede voor het Columbia label, klinkt inderdaad als een echt band album.
5 nummers schreef hij zelf. de overige zijn co-written 2) met trombonist Patrick O'Hara,
met Tim Davis (oud drummer van de Steve Miller Band) en de teksten van 3 nummers (1,3 en 5) schreef hij samen met de Engelse mode fotograaf Clive Arrowsmith, met wie hij destijds in Londen optrok, waar dit album "recorded on vacation" met de band werd opgenomen.
het album kwam moeizaam tot stand, want de band leden "were more interested in going to Cornwall for the afternoon or going to see Stonehenge or sailing in Hyde Park than they were in coming to the studio".
bezielde r&b op nummers als de heerlijke opener "Monkey Theme" en de afsluiter "You're So Good", de big band blues/jazz van "Runnin' Blue", het "groovy" ritmische "Flames of Love", dat de muziek van Dr. John in herinnering brengt en de funky rock van "Why Why", worden afgewisseld met een 3-tal door Boz prachtig, soulvol gezangen ballads "Love Anyway", "Here to Stay" en "Nothing Will Take Your Place". de "blue eyed soul" waarmee hij later roem zou vergaren, is al duidelijk hoorbaar op deze nummers.
de country soul van "Up to You" wijkt iets af van de rest, maar past prima bij de flow van dit album.
wellicht minder favoriet bij de liefhebber van een meer "slicke" Boz ( "Silk Degrees", "Down Two Then Left"), maar een geweldig album voor de meer blues en R&B gerichte fan van zijn werk ("Come On Home", "Out Of the Blues").
Album werd geproduceerd door Glyn Johns
Recorded at Olympic Sound Studios, London
(except track 4) recorded at CBS Studios, NYC & track 6) recorded at CBS Studios, San Francisco, produced by Boz Scaggs)
Boz Scaggs: lead vocals, guitar
George Rains: drums & percussion
David Brown: bass
Doug Simril: guitar & piano
Joachim Jymm Young: organ, piano, vibraphone
Patrick O'Hara: trombone
Mel Martin: tenor, alto & baritone saxophones, flute
Tom Poole: trumpet & flugelhorn
Dorothy Morrison & Rita Coolidge Ensemble: background vocals (track 5)
Chepito Areas & Mike Carrabello (van Santana): timbales & congas (track 5)
Lee Charleton: saw & harp (track 6)
deelcitaat uit de liner notes (David Wells, March 2008)
"By the time that Boz Scaggs & Band was released in December 1971, the band had split up, with only Joachim Young remaining with Scaggs. With no band to promote it, and without a hit single to attract attention, it was hardly surprising that the album didn't show up as well as its predecessor, only just sneaking into Billboard's Top 200 albums at a lowly 198.
5 nummers schreef hij zelf. de overige zijn co-written 2) met trombonist Patrick O'Hara,
met Tim Davis (oud drummer van de Steve Miller Band) en de teksten van 3 nummers (1,3 en 5) schreef hij samen met de Engelse mode fotograaf Clive Arrowsmith, met wie hij destijds in Londen optrok, waar dit album "recorded on vacation" met de band werd opgenomen. het album kwam moeizaam tot stand, want de band leden "were more interested in going to Cornwall for the afternoon or going to see Stonehenge or sailing in Hyde Park than they were in coming to the studio".
bezielde r&b op nummers als de heerlijke opener "Monkey Theme" en de afsluiter "You're So Good", de big band blues/jazz van "Runnin' Blue", het "groovy" ritmische "Flames of Love", dat de muziek van Dr. John in herinnering brengt en de funky rock van "Why Why", worden afgewisseld met een 3-tal door Boz prachtig, soulvol gezangen ballads "Love Anyway", "Here to Stay" en "Nothing Will Take Your Place". de "blue eyed soul" waarmee hij later roem zou vergaren, is al duidelijk hoorbaar op deze nummers.
de country soul van "Up to You" wijkt iets af van de rest, maar past prima bij de flow van dit album.
wellicht minder favoriet bij de liefhebber van een meer "slicke" Boz ( "Silk Degrees", "Down Two Then Left"), maar een geweldig album voor de meer blues en R&B gerichte fan van zijn werk ("Come On Home", "Out Of the Blues").
Album werd geproduceerd door Glyn Johns
Recorded at Olympic Sound Studios, London
(except track 4) recorded at CBS Studios, NYC & track 6) recorded at CBS Studios, San Francisco, produced by Boz Scaggs)
Boz Scaggs: lead vocals, guitar
George Rains: drums & percussion
David Brown: bass
Doug Simril: guitar & piano
Joachim Jymm Young: organ, piano, vibraphone
Patrick O'Hara: trombone
Mel Martin: tenor, alto & baritone saxophones, flute
Tom Poole: trumpet & flugelhorn
Dorothy Morrison & Rita Coolidge Ensemble: background vocals (track 5)
Chepito Areas & Mike Carrabello (van Santana): timbales & congas (track 5)
Lee Charleton: saw & harp (track 6)
deelcitaat uit de liner notes (David Wells, March 2008)
"By the time that Boz Scaggs & Band was released in December 1971, the band had split up, with only Joachim Young remaining with Scaggs. With no band to promote it, and without a hit single to attract attention, it was hardly surprising that the album didn't show up as well as its predecessor, only just sneaking into Billboard's Top 200 albums at a lowly 198.
Boz Scaggs - Come On Home (1997)

4,5
2
geplaatst: 3 september 2024, 01:45 uur
geen mainstream of "slick" klinkende popmuziek op dit album, maar een heerlijk niet al te gepolijst blues, r&b en soul album.
een hommage van Boz Scaggs aan o.a. de blues, jazz en soul grootheden van weleer, kraakhelder geproduceerd, prachtig soulvol gezongen met toppers van sessiemuzikanten hier en daar ondersteund door een heerlijke blazerssectie.
4 eigen nummers (6,8,13 en 14) die naadloos aansluiten bij de covers van o.a. de up-tempo nummers "Don't Cry No More" (Deadric Malone), "T-Bone Shuffle" (T-Bone Walker), het opzwepend, rockende "Sick and Tired" (Christopher Kenner/Dave Bartholomew) afgewisseld met r&b/soul ballads "Found Love" (Jimmy Reed), "Love Letters" (E.Heyman/V.Young), "Your Good Thing" (David Porter/Isaac Hayes) en zijn eigen door pianospel gedragen "Goodnight Louise".
favoriete tracks "It All Went Down the Drain" (Earl King), "Don't Cry No More", de "groovy" Memphis soul van Î…Come on Home" (Earl Randle/Willie MItchell) en de blues klassieker "Early in the Morning" (Sonny Boy Williamson)
een voorbeeldige verzameling songs waarbij het speelplezier er vanaf spat en waar het vakmanschap vanaf druipt. 1 van de beste albums uit de nadagen van zijn carrière.
behalve de geweldige blazerssectie speelden op dit album o.a. mee James "Hutch" Hutchinson/Daryl Johnson (bass), Ricky Fataar/Jim Keltner (drums), Fred Tackett (guitars), Charles Hodges (Hammond B3 organ) en David Matthews (piano,organ).
twijfelachtig of de inmiddels 80-jarige Boz Scaggs nog nieuwe albums zal uitbrengen. benieuwd naar zijn laatste album "Out of the Blues" (2018) volgens oud user Kalamitsi van hetzelfde laken een pak als deze "Come On Home".
Album werd geproduceerd door Boz Scaggs
Recorded at Meac Studio, San Francisco & Skywalker Sound, Nicasio, California
(Willie Mitchell Horns and Charles Hodges recorded at Royal Recording Studio, Memphis, TN)
een hommage van Boz Scaggs aan o.a. de blues, jazz en soul grootheden van weleer, kraakhelder geproduceerd, prachtig soulvol gezongen met toppers van sessiemuzikanten hier en daar ondersteund door een heerlijke blazerssectie.
4 eigen nummers (6,8,13 en 14) die naadloos aansluiten bij de covers van o.a. de up-tempo nummers "Don't Cry No More" (Deadric Malone), "T-Bone Shuffle" (T-Bone Walker), het opzwepend, rockende "Sick and Tired" (Christopher Kenner/Dave Bartholomew) afgewisseld met r&b/soul ballads "Found Love" (Jimmy Reed), "Love Letters" (E.Heyman/V.Young), "Your Good Thing" (David Porter/Isaac Hayes) en zijn eigen door pianospel gedragen "Goodnight Louise".
favoriete tracks "It All Went Down the Drain" (Earl King), "Don't Cry No More", de "groovy" Memphis soul van Î…Come on Home" (Earl Randle/Willie MItchell) en de blues klassieker "Early in the Morning" (Sonny Boy Williamson)
een voorbeeldige verzameling songs waarbij het speelplezier er vanaf spat en waar het vakmanschap vanaf druipt. 1 van de beste albums uit de nadagen van zijn carrière.
behalve de geweldige blazerssectie speelden op dit album o.a. mee James "Hutch" Hutchinson/Daryl Johnson (bass), Ricky Fataar/Jim Keltner (drums), Fred Tackett (guitars), Charles Hodges (Hammond B3 organ) en David Matthews (piano,organ).
twijfelachtig of de inmiddels 80-jarige Boz Scaggs nog nieuwe albums zal uitbrengen. benieuwd naar zijn laatste album "Out of the Blues" (2018) volgens oud user Kalamitsi van hetzelfde laken een pak als deze "Come On Home".
Album werd geproduceerd door Boz Scaggs
Recorded at Meac Studio, San Francisco & Skywalker Sound, Nicasio, California
(Willie Mitchell Horns and Charles Hodges recorded at Royal Recording Studio, Memphis, TN)
Boz Scaggs - Dig (2001)

4,5
3
geplaatst: 25 september 2024, 02:24 uur
1 van de betere albums uit het wat wisselvallige oeuvre van Boz Scaggs, die 8 nummers van dit album mede schreef, uitgezonderd tracks 2, 5 en 9. de opvolger van het ijzersterke "Come On Home" (1997).
een fraaie mix van blues, r&b en (jazzy) soul met sterk songmateriaal. absolute prijsnummer is de schitterende ballad "I Just Go" met heerlijk gitaarwerk van de man zelf. andere hoogtepunten "Desire", "King of El Paso" en de afsluitende track "Thanks to You" met fraaie "horns" van Roy Hargrove Jr.
jammer dat 2 tracks die niet door Boz zelf werden gepend, de fijne relaxte "flow" van dit album enigszins ontsieren, de rap van "Get on the Natch" en de disco tonen van "You're Not" een nummer met muziek van Danny Kortchmar.
na mindere albums als "Down Two Then Left" en "Other Roads" was dit "Dig" album inderdaad een sterke "return to form". Boz Scaggs maakte in zijn nadagen na de 2 mindere albums met American standards nog een prima trio albums met "Memphis", "A Fool to Care" en wellicht zijn laatste album "Out of the Blues".
Album werd geproduceerd door Danny Kortchmar en David Paich
Recorded at ATS Studio, Los Angeles, CA & Acme Studios, Mamaroneck, NY & Meac Studio, San Francisco, CA
een fraaie mix van blues, r&b en (jazzy) soul met sterk songmateriaal. absolute prijsnummer is de schitterende ballad "I Just Go" met heerlijk gitaarwerk van de man zelf. andere hoogtepunten "Desire", "King of El Paso" en de afsluitende track "Thanks to You" met fraaie "horns" van Roy Hargrove Jr.
jammer dat 2 tracks die niet door Boz zelf werden gepend, de fijne relaxte "flow" van dit album enigszins ontsieren, de rap van "Get on the Natch" en de disco tonen van "You're Not" een nummer met muziek van Danny Kortchmar.
na mindere albums als "Down Two Then Left" en "Other Roads" was dit "Dig" album inderdaad een sterke "return to form". Boz Scaggs maakte in zijn nadagen na de 2 mindere albums met American standards nog een prima trio albums met "Memphis", "A Fool to Care" en wellicht zijn laatste album "Out of the Blues".
Album werd geproduceerd door Danny Kortchmar en David Paich
Recorded at ATS Studio, Los Angeles, CA & Acme Studios, Mamaroneck, NY & Meac Studio, San Francisco, CA
Boz Scaggs - Memphis (2013)

3,5
2
geplaatst: 24 september 2024, 01:47 uur
volg de muziek van Boz Scaggs al vele jaren, waarbij mijn voorkeur naar zijn albums uit de begin 70's gaat. hij droeg als songwriter en zanger in niet geringe mate bij aan de eerste 2 albums "Children of the Future" en "Sailor" van de Steve Miller Band, waarna de gelijknamige klassieker "Boz Scaggs" (1969) werd uitgebracht.
slechts 2 eigen nummers van Boz Scaggs, "Gone Baby Gone" en "Sunny Gone" op dit album, waarvan de eerste 1 van de sterkhouders is, samen met de prachtige, ingetogen cover van de aloude traditional "Corrina, Corrina" en de meer up-tempo tracks "Dry Spell" (Jack Walroth) met een fraaie slide dobro partij van Keb'Mo' en "You Got Me Cryin' (Ewart Abner/Jimmy Reed) met een heerlijke harmonica partij van Charlie Musselwhite.
de covers van "Mixed Up, Shook Up Girl" (Willy DeVille), "Rainy Night in Georgia" (Tony Joe White) en "Pearl of the Quarter" (Steely Dan) bekoren een stuk minder dan de originelen, uitgezonderd het up-tempo "Cadillac Walk" van de Amerikaanse singer/songwriter Moon Martin.
de wel erg mainstream klinkende nummers "So Good to Be Here", "Can I Change My Mind" en "Sunny Gone" bevallen eveneens een stuk minder.
zijn albums "Come On Home" (1997) en "Dig" (2001) klinken wat dat betreft een stuk vitaler en energieker dan dit "Memphis", dat vooral gedragen wordt door de prachtstem van Boz Scaggs en minder door de kwaliteit en uitvoering van de songs.
Album werd geproduceerd door Steve Jordan
Recorded at Royal Recording Studios, Memphis, Tennessee
Boz Scaggs: lead vocals, acoustic & electric guitars
Steve Jordan: drums, percussion (inderdaad, die van The Rolling Stones)
Ray Parker Jr.: acoustic & electric guitars
Willie Weeks: upright & electric bass
plus o.a. Charles Hodges (organ), Spooner Oldham (Wurlitzer piano), David Hungate (bass), Jim Horn (baritone saxophone) en Rick Vito (guitar).
slechts 2 eigen nummers van Boz Scaggs, "Gone Baby Gone" en "Sunny Gone" op dit album, waarvan de eerste 1 van de sterkhouders is, samen met de prachtige, ingetogen cover van de aloude traditional "Corrina, Corrina" en de meer up-tempo tracks "Dry Spell" (Jack Walroth) met een fraaie slide dobro partij van Keb'Mo' en "You Got Me Cryin' (Ewart Abner/Jimmy Reed) met een heerlijke harmonica partij van Charlie Musselwhite.
de covers van "Mixed Up, Shook Up Girl" (Willy DeVille), "Rainy Night in Georgia" (Tony Joe White) en "Pearl of the Quarter" (Steely Dan) bekoren een stuk minder dan de originelen, uitgezonderd het up-tempo "Cadillac Walk" van de Amerikaanse singer/songwriter Moon Martin.
de wel erg mainstream klinkende nummers "So Good to Be Here", "Can I Change My Mind" en "Sunny Gone" bevallen eveneens een stuk minder.
zijn albums "Come On Home" (1997) en "Dig" (2001) klinken wat dat betreft een stuk vitaler en energieker dan dit "Memphis", dat vooral gedragen wordt door de prachtstem van Boz Scaggs en minder door de kwaliteit en uitvoering van de songs.
Album werd geproduceerd door Steve Jordan
Recorded at Royal Recording Studios, Memphis, Tennessee
Boz Scaggs: lead vocals, acoustic & electric guitars
Steve Jordan: drums, percussion (inderdaad, die van The Rolling Stones)
Ray Parker Jr.: acoustic & electric guitars
Willie Weeks: upright & electric bass
plus o.a. Charles Hodges (organ), Spooner Oldham (Wurlitzer piano), David Hungate (bass), Jim Horn (baritone saxophone) en Rick Vito (guitar).
Boz Scaggs - Moments (1971)

3,5
2
geplaatst: 28 september 2024, 02:17 uur
een wisselvallig album dat op verschillende gedachtes lijkt te hinken. een veelheid aan stijlen speelt dit album parten.
8 eigen nummers van Boz Scaggs en 2 nummers 4) "Alone, Alone" van bandlid/bassist David Brown en
6) "I Will Forever Sing (The Blues)" van de Amerikaanse singer/songwriter Powell St. John, die ook songs schreef voor de band 13th Floor Elevators van Roky Erickson.
de pop/soul van "We Were Always Sweethearts" en "Near You" met een fraai dameskoor van Rita Coolidge, de country klanken van "Alone, Alone" met een fraaie pedal steel, de pop/jazz "Downright Women" dat mij aan de muziek van Dave Brubeck doet denken, worden afgewisseld met de blues van
"I Will Forever Sing (The Blues)" en "Hollywood Blues", de soul ballads "Moments" en "We Been Away" en het instrumentale "Can I Make It Last". "Painted Bells" met zijn strijkers heeft iets weg van muziek voor een musical.
naar mijn mening geen slecht album, maar voor de Boz liefhebber wel een lastig album om in te stappen. ben zelf een groot fan van de zanger Boz Scaggs en daar valt op dit album ruimschoots van te genieten.
Album werd geproduceerd door Glyn Johns
Recorded at Wally Heider Studios, San Francisco
Boz Scaggs: guitar, vocals
George Rains: drums
David Brown: bass
Jymm Young: keyboards
Doug Simril: guitar, keyboards
Curley Cooke: guitar
Ben Sidran: keyboards, vibraphone
John McFee: steel guitar
Coke & Pete Escovedo: percussion
Pat O'Hara, Mel Martin, Bill Atwood: horns (brass)
The Rita Coolidge Ladies Vocal Ensemble: vocal backing
8 eigen nummers van Boz Scaggs en 2 nummers 4) "Alone, Alone" van bandlid/bassist David Brown en
6) "I Will Forever Sing (The Blues)" van de Amerikaanse singer/songwriter Powell St. John, die ook songs schreef voor de band 13th Floor Elevators van Roky Erickson.
de pop/soul van "We Were Always Sweethearts" en "Near You" met een fraai dameskoor van Rita Coolidge, de country klanken van "Alone, Alone" met een fraaie pedal steel, de pop/jazz "Downright Women" dat mij aan de muziek van Dave Brubeck doet denken, worden afgewisseld met de blues van
"I Will Forever Sing (The Blues)" en "Hollywood Blues", de soul ballads "Moments" en "We Been Away" en het instrumentale "Can I Make It Last". "Painted Bells" met zijn strijkers heeft iets weg van muziek voor een musical.
naar mijn mening geen slecht album, maar voor de Boz liefhebber wel een lastig album om in te stappen. ben zelf een groot fan van de zanger Boz Scaggs en daar valt op dit album ruimschoots van te genieten.
Album werd geproduceerd door Glyn Johns
Recorded at Wally Heider Studios, San Francisco
Boz Scaggs: guitar, vocals
George Rains: drums
David Brown: bass
Jymm Young: keyboards
Doug Simril: guitar, keyboards
Curley Cooke: guitar
Ben Sidran: keyboards, vibraphone
John McFee: steel guitar
Coke & Pete Escovedo: percussion
Pat O'Hara, Mel Martin, Bill Atwood: horns (brass)
The Rita Coolidge Ladies Vocal Ensemble: vocal backing
Boz Scaggs - My Time (1972)

4,5
2
geplaatst: 26 september 2024, 12:29 uur
mijn favoriete album van Boz Scaggs uit de begin 70's met 6 eigen composities van Boz, 3 covers, te weten "Old Time Lovin" (Al Green) en 2 "Hello My Lover" en het prachtige "Freedom for the Stallion" van New Orleans legende Allen Toussaint plus 1 nummer van zijn bassist destijds David Brown.
een keur aan Muscle Shoals sessiemuzikanten (o.a. Barry Beckett, Eddie Hinton, Jimmy Johnson, David Hood en Roger Hawkins) speelde mee op een 6-tal tracks.
zijn "blue-eyed soul" komt al goed naar voren op tracks als "Old Time Lovin", "Might Have to Cry" en de titeltrack "My Time", die worden afgewisseld met een aantal fraaie up-tempo rockers, waarbij met name "Full Lock Power Slide" uit de speakers knalt.
over de hele linie sterk songmateriaal, gezongen met die bijzondere "bluesy soul" stem van Boz Scaggs.
een coherent album dat ruim 50 jaar later nauwelijks aan kracht of kwaliteit heeft ingeboet.
heb deze op een Japanse cd persing (CBS Sony) en die klinkt als een klok met details die ik vroeger niet op de LP versie hoorde.
Album werd geproduceerd door Boz Scaggs & Roy Halee (bekend van zijn werk met Simon & Garfunkel)
Recorded at CBS Studios, San Francisco (tracks 3,4,7,9)
en
geproduceerd door Boz Scaggs
Recorded at Muscle Shoals Sound Studios, Sheffield, Alabama
een keur aan Muscle Shoals sessiemuzikanten (o.a. Barry Beckett, Eddie Hinton, Jimmy Johnson, David Hood en Roger Hawkins) speelde mee op een 6-tal tracks.
zijn "blue-eyed soul" komt al goed naar voren op tracks als "Old Time Lovin", "Might Have to Cry" en de titeltrack "My Time", die worden afgewisseld met een aantal fraaie up-tempo rockers, waarbij met name "Full Lock Power Slide" uit de speakers knalt.
over de hele linie sterk songmateriaal, gezongen met die bijzondere "bluesy soul" stem van Boz Scaggs.
een coherent album dat ruim 50 jaar later nauwelijks aan kracht of kwaliteit heeft ingeboet.
heb deze op een Japanse cd persing (CBS Sony) en die klinkt als een klok met details die ik vroeger niet op de LP versie hoorde.
Album werd geproduceerd door Boz Scaggs & Roy Halee (bekend van zijn werk met Simon & Garfunkel)
Recorded at CBS Studios, San Francisco (tracks 3,4,7,9)
en
geproduceerd door Boz Scaggs
Recorded at Muscle Shoals Sound Studios, Sheffield, Alabama
Boz Scaggs - Other Roads (1988)

2,5
0
geplaatst: 24 september 2024, 17:26 uur
het eerste bericht bij dit tiende album van Boz Scaggs en de reden ligt wel voor de hand.
dit album werd gemaakt voor de Amerikaanse radiovriendelijke "adult contemporary" (moderne) markt en zo klinkt het ook met gebruik van drum machines, elektronische keyboards, synthesizers en de gelikte backing vocals van o.a. James en Phillip Ingram.
geen blue eyed soul zoals op o.a. "Silk Degrees" of fraaie rhythm & blues zoals op "Come On Home" , maar een merkwaardige mix van easy listening, pop, soul en soft rock.
wellicht met een duidelijke visie gemaakt met o.a. medewerking van de Toto leden Steve Lukather, David Paich en Jeff Porcaro, maar naar mijn mening een stuurloos album met weinig memorabele songs. nummers als "Mental Shakedown" en "Crimes of Passion" klinken als Toto goes Disco.
iets betere nummers zijn de single "Heart of Mine", dat een hit werd in de Billboard Hot 100 en "The Night of Van Gogh" het enige nummer op dit album met door Boz Scaggs geschreven muziek (co-written Bobby Caldwell/Peter Wolf).
onder de sessiemuzikanten bevonden zich verder o.a. Lenny Castro, Paulinho da Costa, Marcus Miller en Alan Pasqua.
Album werd geproduceerd door Bill Schnee & Stewart Levine (tracks 2 & 3)
Recorded at Schnee Studios, Los Angeles & Ocean Way Recording, Los Angeles
dit album werd gemaakt voor de Amerikaanse radiovriendelijke "adult contemporary" (moderne) markt en zo klinkt het ook met gebruik van drum machines, elektronische keyboards, synthesizers en de gelikte backing vocals van o.a. James en Phillip Ingram.
geen blue eyed soul zoals op o.a. "Silk Degrees" of fraaie rhythm & blues zoals op "Come On Home" , maar een merkwaardige mix van easy listening, pop, soul en soft rock.
wellicht met een duidelijke visie gemaakt met o.a. medewerking van de Toto leden Steve Lukather, David Paich en Jeff Porcaro, maar naar mijn mening een stuurloos album met weinig memorabele songs. nummers als "Mental Shakedown" en "Crimes of Passion" klinken als Toto goes Disco.
iets betere nummers zijn de single "Heart of Mine", dat een hit werd in de Billboard Hot 100 en "The Night of Van Gogh" het enige nummer op dit album met door Boz Scaggs geschreven muziek (co-written Bobby Caldwell/Peter Wolf).
onder de sessiemuzikanten bevonden zich verder o.a. Lenny Castro, Paulinho da Costa, Marcus Miller en Alan Pasqua.
Album werd geproduceerd door Bill Schnee & Stewart Levine (tracks 2 & 3)
Recorded at Schnee Studios, Los Angeles & Ocean Way Recording, Los Angeles
Boz Scaggs - Out of the Blues (2018)

4,0
2
geplaatst: 27 september 2024, 01:47 uur
op het derde deel van de trilogie dat begon met "Memphis" en gevolgd werd door "A Fool to Care", leeft Boz Scaggs zich wederom uit in het vertolken van songs uit de door hem zo geliefde genres r&b, blues vermengd met soul en jazz invloeden.
van deze 3 albums is dit het meest pure, bluesy album van de 3 met heerlijke "old school" blues, gezongen met die prachtige falsetto stem, begeleid door klasbakken van muzikanten, o.a. Willie Weeks (bass), Jim Keltner (drums) en Doyle Bramhall, Ray Parker Jr., Charlie Sexton (guitars), aangevuld met een geweldige blazerssectie.
de "blue eyed soul" sound met pop invloeden van zijn commerciële kaskraker "Silk Degrees" is hier ver weg.
4 nummers werden geschreven door de met hem bevriende songwriter/muzikant Jack Walroth, waarvan 1 co-written met Boz Scaggs, het stevig rockende "Little Miss Night and Day".
alle overige nummers zijn covers, waaronder 2 van Don Robey "I've Just Got to Forget You" en het jazzy "The Feeling is Gone", bekend van de versies van de onvolprezen Bobby "Blue" Bland met een croonende Boz in de hoofdrol.
hoogtepunten zijn de ingetogen, slow blues cover van "On the Beach" (Neil Young) en de stuwende, foot-stompin' met een harmonica voorziene versie van het aloude Jimmy Reed nummer "Down in Virginia".
een album waar het vakmanschap vanaf straalt met iets meer pit en "drive" dan de 2 voorgangers. liefhebbers van "Out of the Blues" zullen ook het vergelijkbare "Come on Home" kunnen waarderen.
het is niet uit te sluiten, dat dit album uit 2018 van de inmiddels 80-jarige Boz zijn laatste zal zijn.
overigens staan er op dit album bij mijn weten geen versies van nummers die eerder verschenen op zijn albums "Boz" en "Come on Home", zoals hierboven opgemerkt door erwinz, maar dat terzijde.
Album werd geproduceerd door Boz Scaggs (co-produced Chris Tabarez & J. Michael Rodriguez)
Recorded at Sunset Sound Studios, Hollywood, California - Fantasy Studios & Opus Studio, Berkeley, California
van deze 3 albums is dit het meest pure, bluesy album van de 3 met heerlijke "old school" blues, gezongen met die prachtige falsetto stem, begeleid door klasbakken van muzikanten, o.a. Willie Weeks (bass), Jim Keltner (drums) en Doyle Bramhall, Ray Parker Jr., Charlie Sexton (guitars), aangevuld met een geweldige blazerssectie.
de "blue eyed soul" sound met pop invloeden van zijn commerciële kaskraker "Silk Degrees" is hier ver weg.
4 nummers werden geschreven door de met hem bevriende songwriter/muzikant Jack Walroth, waarvan 1 co-written met Boz Scaggs, het stevig rockende "Little Miss Night and Day".
alle overige nummers zijn covers, waaronder 2 van Don Robey "I've Just Got to Forget You" en het jazzy "The Feeling is Gone", bekend van de versies van de onvolprezen Bobby "Blue" Bland met een croonende Boz in de hoofdrol.
hoogtepunten zijn de ingetogen, slow blues cover van "On the Beach" (Neil Young) en de stuwende, foot-stompin' met een harmonica voorziene versie van het aloude Jimmy Reed nummer "Down in Virginia".
een album waar het vakmanschap vanaf straalt met iets meer pit en "drive" dan de 2 voorgangers. liefhebbers van "Out of the Blues" zullen ook het vergelijkbare "Come on Home" kunnen waarderen.
het is niet uit te sluiten, dat dit album uit 2018 van de inmiddels 80-jarige Boz zijn laatste zal zijn.
overigens staan er op dit album bij mijn weten geen versies van nummers die eerder verschenen op zijn albums "Boz" en "Come on Home", zoals hierboven opgemerkt door erwinz, maar dat terzijde.
Album werd geproduceerd door Boz Scaggs (co-produced Chris Tabarez & J. Michael Rodriguez)
Recorded at Sunset Sound Studios, Hollywood, California - Fantasy Studios & Opus Studio, Berkeley, California
Boz Scaggs - Silk Degrees (1976)

3,5
4
geplaatst: 30 september 2024, 17:30 uur
de sticker op de re-issue (2007, Sony) vermeld "Boz Scaggs' multi-platinum breakthrough album".
er verschenen 4 singles van dit album "It's Over", "Lowdown", "Lido Shuffle" en "What Can I Say".
als genre wordt dit album ingedeeld onder "blue-eyed soul, r&b en disco", wat in dit geval redelijk kloppend is. "Silk Degrees" was a triumph of state-of-the-art mid '70s West Coast cool".
na de "slick" sound van de door Jimmy Bristol geproduceerde voorganger "Slowdancer", vond Boz "in producer Joe Wissert and arranger David Paich a team that understands how to frame that voice and project those melodies, so that they stand out with backlit clarity".
daar wringt een beetje de schoen, want de sound en productie van dit album vind ik persoonlijk niet goed bij Boz Scaggs horen, en dat gekoppeld aan een stuk of wat mindere songs (de eerste 3 tracks sla ik altijd over) zorgen voor een album dat niet echt wil bekoren. hoor Boz veel liever in het (r&b) blues genre.
favoriete tracks het funky "Lowdown", de Allen Toussaint cover "What Do You Want the Girl to Do" en de ballads "Harbor Light" en "We're All Alone".
weliswaar een razendknap gemaakt album waar prima op wordt gemusiceerd, maar helaas "not my cup of tea". snap overigens wel waarom dit album met de vele "catchy" songs en de populaire sound van die tijd, destijds bij een breed publiek aansloeg. waar zijn vorige albums matig verkochten met 200 tot 300.000 stuks, werd dit album een groot commercieel succes met alleen al in de States 5 miljoen verkochte exemplaren en een verblijf van 115 weken in de "charts".
het succes van dit album zou hij nooit meer evenaren. de inmiddels 80-jarige Boz maakte begin dit jaar (2024) nog een tour met 7 optredens in Japan. Respect!
rond hierbij mijn rondje Boz af, die 18 reguliere albums maakte. voor wie het lezen wil mijn persoonlijke Top 10 van de man:
1. Come On Home (1997)
2. Boz Scaggs (1969)
3. Dig (2001)
4. My Time (1972)
5. Out of the Blues (2018)
6. Some Change (1994)
7. Memphis (2013)
8. A Fool to Care (2015)
9. Silk Degrees (1976)
10. Moments (1971)
"bubbling under" de mainstream albums "Slowdancer", "Down Two Then Left" en "Middle Man".
de 2 albums "But Beautiful" en "Speak Low" met veel liedjes van "The Great American Songbook" laat ik buiten beschouwing, evenals de AOR mispeer "Other Roads", naar mijn mening veruit zijn minste album.
blijven over zijn debuut "Boz" (1966) en "Boz Scaggs & Band" (1971), waarvan de laatste volgens de berichten hier op MuMe een (bescheiden) topper is.
er verschenen 4 singles van dit album "It's Over", "Lowdown", "Lido Shuffle" en "What Can I Say".
als genre wordt dit album ingedeeld onder "blue-eyed soul, r&b en disco", wat in dit geval redelijk kloppend is. "Silk Degrees" was a triumph of state-of-the-art mid '70s West Coast cool".
na de "slick" sound van de door Jimmy Bristol geproduceerde voorganger "Slowdancer", vond Boz "in producer Joe Wissert and arranger David Paich a team that understands how to frame that voice and project those melodies, so that they stand out with backlit clarity".
daar wringt een beetje de schoen, want de sound en productie van dit album vind ik persoonlijk niet goed bij Boz Scaggs horen, en dat gekoppeld aan een stuk of wat mindere songs (de eerste 3 tracks sla ik altijd over) zorgen voor een album dat niet echt wil bekoren. hoor Boz veel liever in het (r&b) blues genre.
favoriete tracks het funky "Lowdown", de Allen Toussaint cover "What Do You Want the Girl to Do" en de ballads "Harbor Light" en "We're All Alone".
weliswaar een razendknap gemaakt album waar prima op wordt gemusiceerd, maar helaas "not my cup of tea". snap overigens wel waarom dit album met de vele "catchy" songs en de populaire sound van die tijd, destijds bij een breed publiek aansloeg. waar zijn vorige albums matig verkochten met 200 tot 300.000 stuks, werd dit album een groot commercieel succes met alleen al in de States 5 miljoen verkochte exemplaren en een verblijf van 115 weken in de "charts".
het succes van dit album zou hij nooit meer evenaren. de inmiddels 80-jarige Boz maakte begin dit jaar (2024) nog een tour met 7 optredens in Japan. Respect!
rond hierbij mijn rondje Boz af, die 18 reguliere albums maakte. voor wie het lezen wil mijn persoonlijke Top 10 van de man:
1. Come On Home (1997)
2. Boz Scaggs (1969)
3. Dig (2001)
4. My Time (1972)
5. Out of the Blues (2018)
6. Some Change (1994)
7. Memphis (2013)
8. A Fool to Care (2015)
9. Silk Degrees (1976)
10. Moments (1971)
"bubbling under" de mainstream albums "Slowdancer", "Down Two Then Left" en "Middle Man".
de 2 albums "But Beautiful" en "Speak Low" met veel liedjes van "The Great American Songbook" laat ik buiten beschouwing, evenals de AOR mispeer "Other Roads", naar mijn mening veruit zijn minste album.
blijven over zijn debuut "Boz" (1966) en "Boz Scaggs & Band" (1971), waarvan de laatste volgens de berichten hier op MuMe een (bescheiden) topper is.
Boz Scaggs - Slow Dancer (1974)

3,0
1
geplaatst: 28 september 2024, 16:04 uur
ben een groot fan van de man, maar de muziek en productie van dit zesde album van Boz Scaggs, de voorganger van "Silk Degrees", met veel "Philadephia soul" en pop en disco invloeden wil niet beklijven.
de destijds populaire Johnny Bristol die het album produceerde, drukt zwaar zijn stempel op dit album en schreef er 5 nummers voor, waarvan een 3-tal co-written (tracks 3,8 en 9).
3 nummers steken er boven uit. 2 composities van Boz Scaggs zelf "You Make It So Hard" en "Take It for Granted" en de cover van het Allen Toussaint nummer "Hercules".
samen met het zwaar overgeproduceerde "Other Roads" (1988) beland deze "Slowdancer" zelden in mijn speler. wellicht een fijn album voor de Johnny Bristol of soul liefhebber, maar de "slick" sound is niet aan mij besteed, waarbij ook de kwaliteit van de songs te wensen over laat.
de destijds populaire Johnny Bristol die het album produceerde, drukt zwaar zijn stempel op dit album en schreef er 5 nummers voor, waarvan een 3-tal co-written (tracks 3,8 en 9).
3 nummers steken er boven uit. 2 composities van Boz Scaggs zelf "You Make It So Hard" en "Take It for Granted" en de cover van het Allen Toussaint nummer "Hercules".
samen met het zwaar overgeproduceerde "Other Roads" (1988) beland deze "Slowdancer" zelden in mijn speler. wellicht een fijn album voor de Johnny Bristol of soul liefhebber, maar de "slick" sound is niet aan mij besteed, waarbij ook de kwaliteit van de songs te wensen over laat.
Boz Scaggs - Some Change (1994)

4,0
3
geplaatst: 28 september 2024, 01:01 uur
verrassend sterk album met merendeels prima songs in een (gelukkig) sober gehouden productie, waarop Boz Scaggs terug keert naar zijn bluesy roots. de opvolger van het teleurstellende AOR album "Other Roads" uit 1988, dat aan overproductie leed en gekampt ging onder de matige kwaliteit van de songs die voornamelijk door anderen dan Boz werden geschreven.
dat Boz Scaggs een prima songwriter is bewijst hij op dit album met 10 zelf gepende songs, waarvan 2 co-written, het matige "Call Me" (met Michael Omartian/Robben Ford) en "Illusion" (met Marcus Miller), waarmee niet toevalligerwijs meteen de "mindere" tracks zijn genoemd. beide nummers met een hoog "slick sound" gehalte.
de andere 8 songs van eigen hand overtuigen ruimschoots. het album trapt af met het energieke, funky "You Got My Letter", waarna de blues het al snel overneemt met de lome swing van de titeltrack "Some Change".
verrassend is de cajun/zydeco sound van het aanstekelijke "Fly Like a Bird", samen met de heerlijke melodie van de ballad "Sierra" 1 van de hoogtepunten. ook is het genieten geblazen van de prachtig gezongen ballads "I'll Be the One" en "Lost It". de slow blues van "Follow That Man" is een waardige afsluiter.
een beetje over het hoofd gezien album uit zijn oeuvre, dat het beluisteren meer dan waard is. de opvolger van dit album "Come On Home" (1997) werd een voltreffer.
Album (dedicated to Royce G. Scaggs & Jeff Porcaro) werd geproduceerd door Boz Scaggs & Ricky Fataar Recorded at "our own studio set-up in San Francisco"
dat Boz Scaggs een prima songwriter is bewijst hij op dit album met 10 zelf gepende songs, waarvan 2 co-written, het matige "Call Me" (met Michael Omartian/Robben Ford) en "Illusion" (met Marcus Miller), waarmee niet toevalligerwijs meteen de "mindere" tracks zijn genoemd. beide nummers met een hoog "slick sound" gehalte.
de andere 8 songs van eigen hand overtuigen ruimschoots. het album trapt af met het energieke, funky "You Got My Letter", waarna de blues het al snel overneemt met de lome swing van de titeltrack "Some Change".
verrassend is de cajun/zydeco sound van het aanstekelijke "Fly Like a Bird", samen met de heerlijke melodie van de ballad "Sierra" 1 van de hoogtepunten. ook is het genieten geblazen van de prachtig gezongen ballads "I'll Be the One" en "Lost It". de slow blues van "Follow That Man" is een waardige afsluiter.
een beetje over het hoofd gezien album uit zijn oeuvre, dat het beluisteren meer dan waard is. de opvolger van dit album "Come On Home" (1997) werd een voltreffer.
Album (dedicated to Royce G. Scaggs & Jeff Porcaro) werd geproduceerd door Boz Scaggs & Ricky Fataar Recorded at "our own studio set-up in San Francisco"
Brendan Croker - Redneck State of the Art (1995)

4,0
1
geplaatst: 24 oktober 2025, 02:27 uur
in tegenstelling tot de opvolger "Three Chord Lovesongs" met alleen Brendan Croker op zang en akoestische gitaar, is dit echt een band album. de experimenten met exotische muziekstijlen (calypso, reggae, Hawai) zoals op een aantal van zijn albums te horen, zijn op dit album afwezig.
11 eigen nummers van de man, waarvan 8 co-written met o.a. 2 nummers die hij samen met de Amerikaanse singer/songwriter Fred Koller schreef.
het album trapt af met de stevige bluesrock en het gierende gitaarspel van het titelnummer en "On My Knees" , zoals ook te horen op "Your Time Will Come", nummers die associaties oproepen aan de sound van iemand als Rory Gallagher.
"Self Made Saviour" is een aanklacht tegen het establishment met een tekst waar hij flink tegen de heilige huisjes en machtswellust van politici en de muziek business aanschopt.
"Waiting For You" en "Finding It Hard Today" zijn fraaie slow blues ballads, "Watching the Wheels" met zijn honky-tonk ritme heeft een "country feel", waar het rammelende "Hey Renee" een hoog meezinggehalte heeft.
de bonus track, de folky ballad "Honest I Do" met zijn ontwapenende, ontroerende tekst is een "love song" wat mij betreft het prijsnummer op dit gevarieerde album.
Album werd geproduceerd door Brendan Croker
Recorded at Lion Studios, Leeds, U.K.
Brendan Croker: guitars, vocals
Donald Neon: guitars, backing vocals
Gnat Hoover: bass, keyboards, b.v.
Gene Velocette: drums, b.v.
11 eigen nummers van de man, waarvan 8 co-written met o.a. 2 nummers die hij samen met de Amerikaanse singer/songwriter Fred Koller schreef.
het album trapt af met de stevige bluesrock en het gierende gitaarspel van het titelnummer en "On My Knees" , zoals ook te horen op "Your Time Will Come", nummers die associaties oproepen aan de sound van iemand als Rory Gallagher.
"Self Made Saviour" is een aanklacht tegen het establishment met een tekst waar hij flink tegen de heilige huisjes en machtswellust van politici en de muziek business aanschopt.
"Waiting For You" en "Finding It Hard Today" zijn fraaie slow blues ballads, "Watching the Wheels" met zijn honky-tonk ritme heeft een "country feel", waar het rammelende "Hey Renee" een hoog meezinggehalte heeft.
de bonus track, de folky ballad "Honest I Do" met zijn ontwapenende, ontroerende tekst is een "love song" wat mij betreft het prijsnummer op dit gevarieerde album.
Album werd geproduceerd door Brendan Croker
Recorded at Lion Studios, Leeds, U.K.
Brendan Croker: guitars, vocals
Donald Neon: guitars, backing vocals
Gnat Hoover: bass, keyboards, b.v.
Gene Velocette: drums, b.v.
Brendan Croker - The Great Indoors (1991)

4,5
1
geplaatst: 25 oktober 2025, 14:49 uur
(wijlen) Brendan Croker was een prima zanger en begenadigd gitarist. op dit album bewees hij ook een goede songwriter te zijn met 14 merendeels bovengemiddeld goede liedjes waarvan 1 (track 5) co-written met Gary Scruggs.
een fijn afwisselend album met de reggae accenten van "Nothing But Time", een ingetogen love ballad "I Guess That Says It All" met prachtige Hammond B3 accenten van Barry Beckett worden afgewisseld met bluesy up-tempo nummers als het aanstekelijke "Send Me to New Orleans" met een halverwege fraai invallende accordeon, de blues rock van "What It Takes" of de rock n' roll van "Take Me Back" met z'n piano riedels en blazers.
"One Day" is dan weer een fraaie ballad wederom gedragen door de Hammond B3 klanken en de up-tempo afsluiter "Running on Down This Road" doet aan de muziek van J.J. Cale denken. de ballad "Darlin" zou hij later in een iets pittiger versie opnieuw opnemen op het meer rock gerichte album "Red Neck State of the Art".
ondanks dat "The Great Indoors" in Nashville werd opgenomen met een keur aan top sessiemuzikanten o.a. Reggie Young, Dan Potter, Mark Knopfler (electric guitar), Barry Beckett (piano, organ), Paul Franklin (steel guitar), Jim Horn & The Horn Section en het veel goede liedjes bevat, werd het geen commerciële doorbraak. zoals wel vaker bij dit soort artiesten had de man tijdens leven wel wat meer erkenning mogen krijgen.
Chet Atkins speelde op een enkel nummer akoestische gitaar en in de koortjes zijn o.a. Troy Seals, Tony Joe White en Harry Stinson te horen.
Album werd geproduceerd door Barry Beckett
Recorded at Digital Recorders, Nashville, Tennessee
"To the people and musicians of Nashville go my warmest and deepest thanks of all. Viva Nash Vegas! (BC)
een fijn afwisselend album met de reggae accenten van "Nothing But Time", een ingetogen love ballad "I Guess That Says It All" met prachtige Hammond B3 accenten van Barry Beckett worden afgewisseld met bluesy up-tempo nummers als het aanstekelijke "Send Me to New Orleans" met een halverwege fraai invallende accordeon, de blues rock van "What It Takes" of de rock n' roll van "Take Me Back" met z'n piano riedels en blazers.
"One Day" is dan weer een fraaie ballad wederom gedragen door de Hammond B3 klanken en de up-tempo afsluiter "Running on Down This Road" doet aan de muziek van J.J. Cale denken. de ballad "Darlin" zou hij later in een iets pittiger versie opnieuw opnemen op het meer rock gerichte album "Red Neck State of the Art".
ondanks dat "The Great Indoors" in Nashville werd opgenomen met een keur aan top sessiemuzikanten o.a. Reggie Young, Dan Potter, Mark Knopfler (electric guitar), Barry Beckett (piano, organ), Paul Franklin (steel guitar), Jim Horn & The Horn Section en het veel goede liedjes bevat, werd het geen commerciële doorbraak. zoals wel vaker bij dit soort artiesten had de man tijdens leven wel wat meer erkenning mogen krijgen.
Chet Atkins speelde op een enkel nummer akoestische gitaar en in de koortjes zijn o.a. Troy Seals, Tony Joe White en Harry Stinson te horen.
Album werd geproduceerd door Barry Beckett
Recorded at Digital Recorders, Nashville, Tennessee
"To the people and musicians of Nashville go my warmest and deepest thanks of all. Viva Nash Vegas! (BC)
Brendan Croker - The Kershaw Sessions (1995)
Alternatieve titel: The Kershaw Sessions Featuring Mark Knopfler

4,0
1
geplaatst: 23 augustus 2024, 16:59 uur
heerlijk, ongecompliceerd "feel good" album van de eigenzinnige uit Bradford, West Yorkshire afkomstige wijlen Brendan Croker. de man speelde o.a. in de punkrock band The Mekons, de gelegenheidsformatie The Notting Hillbillies (met Mark Knopfler) en maakte zowel onder zijn eigen naam en met zijn toenmalige band The Five O'Clock Shadows een aantal fraaie albums.
dit zijn een soort van "unplugged" versies opgenomen tijdens sessies van veelal reeds eerder verschenen nummers, met een aantal covers, o.a. "Chains" (Goffin/King), "I Walk the Line" (Johnny Cash), "Weapon of Prayer" (The Louvin Brothers) en "No Expectations" (Jagger/Richards).
deze worden aangevuld met prima eigen nummers van Brendan Croker, een 4-tal traditionals (tracks 1,6,8 en 10) en 4 nummers (10 t/m 13) die eerder op het album van The Notting Hillbillies (1990) verschenen, waarbij ik een voorkeur heb voor de kalere, minder gepolijste versies van die nummers op dit album, met Mark Knopfler en Steve Phillips beide op zang en gitaar.
favoriete tracks de traditionals "Brownskin Gal" en "Lonely One in Town" en zijn eigen songs "3 O'Clock Shuffle", "That's Where I Belong" en "This Kind of Life".
tracks 1 t/m 9 geproduceerd door Stuart Pickering
tracks 10 t/m 13 door Ted de Bono
tracks 14 t/m 17 door Dale Griffin
de liner notes bij dit album zijn van Mark Knopfler (August 1st, 1995)
dit zijn een soort van "unplugged" versies opgenomen tijdens sessies van veelal reeds eerder verschenen nummers, met een aantal covers, o.a. "Chains" (Goffin/King), "I Walk the Line" (Johnny Cash), "Weapon of Prayer" (The Louvin Brothers) en "No Expectations" (Jagger/Richards).
deze worden aangevuld met prima eigen nummers van Brendan Croker, een 4-tal traditionals (tracks 1,6,8 en 10) en 4 nummers (10 t/m 13) die eerder op het album van The Notting Hillbillies (1990) verschenen, waarbij ik een voorkeur heb voor de kalere, minder gepolijste versies van die nummers op dit album, met Mark Knopfler en Steve Phillips beide op zang en gitaar.
favoriete tracks de traditionals "Brownskin Gal" en "Lonely One in Town" en zijn eigen songs "3 O'Clock Shuffle", "That's Where I Belong" en "This Kind of Life".
tracks 1 t/m 9 geproduceerd door Stuart Pickering
tracks 10 t/m 13 door Ted de Bono
tracks 14 t/m 17 door Dale Griffin
de liner notes bij dit album zijn van Mark Knopfler (August 1st, 1995)
Brendan Croker - Three Chord Lovesongs (1996)

3,0
2
geplaatst: 23 oktober 2025, 02:00 uur
een echt singer/songwriter "folky" luisteralbum van (wijlen) Brendan Croker, die zowel onder eigen naam als met zijn band de 5 O'Clock Shadows een aantal prima albums maakte. ook leverde hij met zijn zang en een aantal songs een prima bijdrage aan het album van de gelegenheidsformatie de Notting Hillbillies met Mark Knopfler, die hem een warm hart toedroeg.
op "Three Chord Lovesongs" staan 14 eigen nummers waarvan hij er 10 met anderen schreef. het album opent veelbelovend met de fraaie melodie van het titelnummer, een co-write met de Amerikaanse singer/songwriter Fred Koller. na een 5-tal nummers begint het feit dat hij zich alleen op akoestische gitaar begeleid te wreken. zoals iemand als Christy Moore zich op veel van zijn albums laat begeleiden door meestergitarist Declan Sinnott die iets toevoegt aan zijn muziek, is dat op dit album niet het geval. zijn vaste gitarist Mark Creswell wordt node gemist.
in combinatie met de onderling inwisselbaar klinkende liedjes waarvan er veel de middelmaat niet ontstijgen zijn 14 nummers ook teveel van het goede. het resultaat is dat het eenvormige "Three Chord Lovesongs" 1 van zijn mindere albums is.
een 3-tal uitschieters zijn "Three Chord Love Songs", "Sweet Prison" en het bluesy "Be Good To Me".
Recorded at Lion Studios, Leeds, U.K. (January, 1996)
Played and sung by Brendan Croker
commercieel gezien bleef het ploeteren voor de sympathieke "ordinary man" Brendan Croker getuige zijn tekst hieronder:
"A very small number of people made this album possible.
To them, I say Thank you
The World needs more like you"
op "Three Chord Lovesongs" staan 14 eigen nummers waarvan hij er 10 met anderen schreef. het album opent veelbelovend met de fraaie melodie van het titelnummer, een co-write met de Amerikaanse singer/songwriter Fred Koller. na een 5-tal nummers begint het feit dat hij zich alleen op akoestische gitaar begeleid te wreken. zoals iemand als Christy Moore zich op veel van zijn albums laat begeleiden door meestergitarist Declan Sinnott die iets toevoegt aan zijn muziek, is dat op dit album niet het geval. zijn vaste gitarist Mark Creswell wordt node gemist.
in combinatie met de onderling inwisselbaar klinkende liedjes waarvan er veel de middelmaat niet ontstijgen zijn 14 nummers ook teveel van het goede. het resultaat is dat het eenvormige "Three Chord Lovesongs" 1 van zijn mindere albums is.
een 3-tal uitschieters zijn "Three Chord Love Songs", "Sweet Prison" en het bluesy "Be Good To Me".
Recorded at Lion Studios, Leeds, U.K. (January, 1996)
Played and sung by Brendan Croker
commercieel gezien bleef het ploeteren voor de sympathieke "ordinary man" Brendan Croker getuige zijn tekst hieronder:
"A very small number of people made this album possible.
To them, I say Thank you
The World needs more like you"
Brendan Croker & The Five O'Clock Shadows - Boat Trips in the Bay (1987)

4,0
2
geplaatst: 21 oktober 2025, 02:47 uur
de opvolger van zijn debuut "A Close Shave" van de uit Bradford/Noord-Engeland afkomstige (wijlen) Brendan Croker laat wederom heerlijk authentieke, ongecompliceerde, rauwe muziek horen met (country) blues, rock en wat wereldmuziek klanken, waar het speelplezier vanaf spat.
op dit album een 5-tal traditionals (nummers 1,3,7,8 en 10), een 4-tal eigen nummers waaronder 2 instrumentale "The Shuffle" en "The Polka", plus 2 nummers met zijn zang het folky "Henry Thomas" en "Darlin" een nieuwe opname van een nummer dat eerder op zijn debuut verscheen en een 3-tal covers.
de geweldige baslijnen van de bluesy opener/traditional "Lonely Boy in Town" zet meteen de toon. de aanstekelijke reggae/calypso klanken van "Railroad Blues" en "Joshua Gone Barbados" (Eric Von Schmidt) dragen bij aan de feestvreugde van dit album, maar het prijsnummer is wat mij betreft het heerlijk langzaam wiegende "Let Me Explain" met gitaarspel dat aan Ry Cooder doet denken, waarna het op het stevig rockende "Don't Let Nobody" los gaat. verder een fraaie cover van "Last Train to Glory" (Arlo Guthrie) en een iets minder geslaagde cover van "I Walk the Line" (Johnny Cash).
Brendan Croker noemde als inspiratiebronnen voor dit album The Mississippi Cheikhs, Jesse Fuller, Willie McTell, Woody Guthrie, Henry Thomas, Sleepy John Estes en The Sun Record Company.
Album werd geproduceerd door Neil Ferguson, Patrick Gordon & The 5 O'Clock Shadows
Recorded at Woodlands Studio, Castleford, UK
Brendan Croker: vocals, guitars
Mark Creswell: guitars
Marcus Cliffe: bass, fretless bass
Davy Curry: drums
op dit album een 5-tal traditionals (nummers 1,3,7,8 en 10), een 4-tal eigen nummers waaronder 2 instrumentale "The Shuffle" en "The Polka", plus 2 nummers met zijn zang het folky "Henry Thomas" en "Darlin" een nieuwe opname van een nummer dat eerder op zijn debuut verscheen en een 3-tal covers.
de geweldige baslijnen van de bluesy opener/traditional "Lonely Boy in Town" zet meteen de toon. de aanstekelijke reggae/calypso klanken van "Railroad Blues" en "Joshua Gone Barbados" (Eric Von Schmidt) dragen bij aan de feestvreugde van dit album, maar het prijsnummer is wat mij betreft het heerlijk langzaam wiegende "Let Me Explain" met gitaarspel dat aan Ry Cooder doet denken, waarna het op het stevig rockende "Don't Let Nobody" los gaat. verder een fraaie cover van "Last Train to Glory" (Arlo Guthrie) en een iets minder geslaagde cover van "I Walk the Line" (Johnny Cash).
Brendan Croker noemde als inspiratiebronnen voor dit album The Mississippi Cheikhs, Jesse Fuller, Willie McTell, Woody Guthrie, Henry Thomas, Sleepy John Estes en The Sun Record Company.
Album werd geproduceerd door Neil Ferguson, Patrick Gordon & The 5 O'Clock Shadows
Recorded at Woodlands Studio, Castleford, UK
Brendan Croker: vocals, guitars
Mark Creswell: guitars
Marcus Cliffe: bass, fretless bass
Davy Curry: drums
Brendan Croker & The Five O'Clock Shadows - Brendan Croker & The Five O'Clock Shadows (1989)

4,5
2
geplaatst: 28 oktober 2025, 02:39 uur
op deze tijdloze klassieker bewees Brendan Croker behalve een prima zanger en begenadigd gitarist ook een prima songsmid te zijn met alle zelf gepende songs. wellicht zijn meest toegankelijke album met blues, rock en wat meer mainstream pop dan op zijn andere albums, een enkele keer met een licht country sausje op "Shine On" of "That's Why I'm Leaving Here" met fraaie harmoniezang van Tanita Tikaram.
de melodieuze opener "No Money at All" met de herkenbare gitaarklanken van Mark Knopfler reikte destijds niet verder dan de tipparade, maar had in een ideale wereld een grote hit moeten zijn.
een heerlijk gevarieerd album met sterke up-tempo nummers als "This Man", "Ain't Gonna Smile" en "Mister" alle met een heerlijke blazerssectie, dan weer stevig rockend op "All Mixed Up" afgewisseld met een fraaie wals "Just an Old Waltz", het aanstekelijke, uitbundige "My Government" of de akoestische folk van de afsluiter "Coconut Tree". op het mid-tempo bluesy "This Kind of Life" deelt hij de lead zang met Eric Clapton, 1 van de vele prijsnummers van dit album, waar geen enkel zwak nummer op staat.
behalve zijn eigen bandleden Mark Creswell (acoustic, electric guitars) en Marcus Cliffe (bass guitar) speelden o.a. sessiemuzikanten Alan Clark (organ), Steve Goulding (drums) en Guy Fletcher (bass, keyboards, drums) mee. de laatste is bekend van zijn werk met de Dire Straits en zijn bijdragen aan de solo albums van Mark Knopfler.
qua productie wat gepolijster dan de voorganger "Boat Trips in the Bay" (1987). samen met "The Great Indoors" (1991) mag dit album tot 1 van zijn beste worden gerekend. zoals koosknook het hierboven noemde "een klein monumentje" en die herinnering klopt.
Album werd geproduceerd door John Porter
Recorded at KGM, Wakefield, West Yorkshire plus 3 Londense studio's
de melodieuze opener "No Money at All" met de herkenbare gitaarklanken van Mark Knopfler reikte destijds niet verder dan de tipparade, maar had in een ideale wereld een grote hit moeten zijn.
een heerlijk gevarieerd album met sterke up-tempo nummers als "This Man", "Ain't Gonna Smile" en "Mister" alle met een heerlijke blazerssectie, dan weer stevig rockend op "All Mixed Up" afgewisseld met een fraaie wals "Just an Old Waltz", het aanstekelijke, uitbundige "My Government" of de akoestische folk van de afsluiter "Coconut Tree". op het mid-tempo bluesy "This Kind of Life" deelt hij de lead zang met Eric Clapton, 1 van de vele prijsnummers van dit album, waar geen enkel zwak nummer op staat.
behalve zijn eigen bandleden Mark Creswell (acoustic, electric guitars) en Marcus Cliffe (bass guitar) speelden o.a. sessiemuzikanten Alan Clark (organ), Steve Goulding (drums) en Guy Fletcher (bass, keyboards, drums) mee. de laatste is bekend van zijn werk met de Dire Straits en zijn bijdragen aan de solo albums van Mark Knopfler.
qua productie wat gepolijster dan de voorganger "Boat Trips in the Bay" (1987). samen met "The Great Indoors" (1991) mag dit album tot 1 van zijn beste worden gerekend. zoals koosknook het hierboven noemde "een klein monumentje" en die herinnering klopt.
Album werd geproduceerd door John Porter
Recorded at KGM, Wakefield, West Yorkshire plus 3 Londense studio's
Brendan Croker & The Serious Offenders - Time Off (1992)

4,0
2
geplaatst: 26 oktober 2025, 02:38 uur
een fraai live album van (wijlen) Brendan Croker waarop hij vakkundig begeleid wordt door een aantal prima Belgische muzikanten ofwel The Serious Offenders. de meeste nummers (covers) verschenen al eerder op zijn reguliere albums. 3 nummers "Darlin", "No Money at All" en "This Kind of Life" zijn van eigen hand, waarvan de laatste 2 ooit in de Nederlandse tipparade stonden.
het melodieuze "When It Comes to You" (Mark Knopfler) is een sterke opener, een nummer van het Dire Straits album "On Every Street". verder fraaie uitvoeringen van de ballads "Yellow Roses" dat we van Ry Cooder kennen van diens album "Chicken Skin Music", "4 + 20" (Stephen Stills) met lead zang van Patrick Riguelle en het Charlie Rich nummer "Feel Like Going Home".
"Parchman Farm Blues" (Bukka White), "Dropkick Me Jesus" van country songwriter Paul Craft dat ooit een bescheiden hit was voor country zanger Bobby Bare en de traditional "Railroad Worksong" zijn meer up-tempo country-blues of blues rock nummers, waarvan de versies overtuigen.
"County Jail" van Muddy Waters is het tweede niet door Brendan Croker gezongen nummer en is voorzien van zang van Wigbert van Lierde. beide zingen niet onverdienstelijk, maar een beetje jammer dat de zang niet aan Brendan Croker is overgelaten. zijn expressieve, soulvolle stem wordt op die 2 nummers node gemist.
hoe dan ook een sympathiek live album waarop de live muziek prachtig wordt ingekleurd met de accenten van harmonica, mandoline, steel en slide gitaar. de titel "Time Off" staat voor vrije tijd van de gevangenen, aangezien de nummers gespeeld werden tijdens een tournee langs Belgische gevangenissen.
Album werd geproduceerd door Patrick Riguelle
Recorded at "The Club Brussels" during the prison tour november 1992
Thanks to the prisons of Gent, Leuven & Brugge, Belgium
Brendan Croker: vocals, guitar, steel guitar
Patrick Riguelle: lapsteel, mandolin, backing vocals, harmonica, lead vocal track 6
Wigbert van Lierde: guitar, slide guitar, backing vocls, lead vocal track 9
Patrick de Witte: drums, percussion, guitar (track 9)
het melodieuze "When It Comes to You" (Mark Knopfler) is een sterke opener, een nummer van het Dire Straits album "On Every Street". verder fraaie uitvoeringen van de ballads "Yellow Roses" dat we van Ry Cooder kennen van diens album "Chicken Skin Music", "4 + 20" (Stephen Stills) met lead zang van Patrick Riguelle en het Charlie Rich nummer "Feel Like Going Home".
"Parchman Farm Blues" (Bukka White), "Dropkick Me Jesus" van country songwriter Paul Craft dat ooit een bescheiden hit was voor country zanger Bobby Bare en de traditional "Railroad Worksong" zijn meer up-tempo country-blues of blues rock nummers, waarvan de versies overtuigen.
"County Jail" van Muddy Waters is het tweede niet door Brendan Croker gezongen nummer en is voorzien van zang van Wigbert van Lierde. beide zingen niet onverdienstelijk, maar een beetje jammer dat de zang niet aan Brendan Croker is overgelaten. zijn expressieve, soulvolle stem wordt op die 2 nummers node gemist.
hoe dan ook een sympathiek live album waarop de live muziek prachtig wordt ingekleurd met de accenten van harmonica, mandoline, steel en slide gitaar. de titel "Time Off" staat voor vrije tijd van de gevangenen, aangezien de nummers gespeeld werden tijdens een tournee langs Belgische gevangenissen.
Album werd geproduceerd door Patrick Riguelle
Recorded at "The Club Brussels" during the prison tour november 1992
Thanks to the prisons of Gent, Leuven & Brugge, Belgium
Brendan Croker: vocals, guitar, steel guitar
Patrick Riguelle: lapsteel, mandolin, backing vocals, harmonica, lead vocal track 6
Wigbert van Lierde: guitar, slide guitar, backing vocls, lead vocal track 9
Patrick de Witte: drums, percussion, guitar (track 9)
Brian Burns - Eagle & the Snake: Songs of the Texians (2001)

4,0
0
geplaatst: 28 mei 2024, 23:06 uur
het vierde album van de uit Dallas, Texas afkomstige singer/songwriter/multi-instrumentalist Brian Burns is een aangename kennismaking met 's mans muziek. het is een thematisch album. hij verteld het verhaal over de geschiedenis en de toekomst van de staat Texas en Mexico chronologisch ingedeeld vanaf 1810 "Man Walks Among Us" t/m 2144 "The Last Living Cowboy". bij ieder nummer staat een jaartal vermeld, dat verwijst naar een belangrijke culturele, geografische of historische gebeurtenis uit de "Lone Star State".
een fraai, gevarieerd album met Amerikaanse roots muziek (folk, country, honky-tonk, Tex-Mex) met door de bank genomen goede songs en een enkele mindere track, uitgevoerd door een select groepje prima muzikanten uit Texas, o.a. collega singer/songwriter Gary P. Nunn (piano), Gary Carpenter (pedal steel) en Tommy Alverson (Spanish guitar).
er staan een aantal eigen nummers op dit album, maar ook nummers van wijlen countryzanger Marty Robbins (Man Walks Along), wijlen Hoyt Axton (Evangelina), Larry Joe Taylor (Third Coast), Geoff Mack (I've Been Everywhere (in Texas), Tom Russell (Gallo del Cielo), en een enkele traditional, het heerlijke Tex-Mex nummer "El Llano Estacado" met een gastrol voor de zang van Tom Russell, met wie Brian Burns qua stem een opvallende gelijkenis heeft.
dit album doet niet onder voor zeg maar de 4 sterren albums van Tom Russell, met wiens muziek zeker parallellen zijn te trekken. een track als "El Llano Estacado" had niet misstaan op zijn album "Borderland" hetgeen ook voor een aantal andere tracks op dit album geldt.
de single van dit album "I've Been Everywhere (in Texas) werd een hit voor de man, en verscheen eveneens op de soundtrack van de film Grand Champion.
Album werd geproduceerd door Brian Burns
Recorded at Crystal Clear Sound, Dallas, Texas
Brian Burns: vocals, acoustic & electric guitar, accordion, harmonica, SGarypanish guitar, bass, percussion, piano
Gary Carpenter: pedal steel guitar
Joe Forlini: electric guitar
Gary P. Nunn: vocals, piano, backing vocals
Tommy Alverson: Spanish guitar
Larry Joe Taylor: vocals (track 14)
Davin James: acoustic & electric guitar (track 14)
Mark Weberneck: piano (track 14)
Mark Fishback: bass (track 14)
Zack Taylor: drums (track 14)
Tom Russell: vocals (track 2)
een fraai, gevarieerd album met Amerikaanse roots muziek (folk, country, honky-tonk, Tex-Mex) met door de bank genomen goede songs en een enkele mindere track, uitgevoerd door een select groepje prima muzikanten uit Texas, o.a. collega singer/songwriter Gary P. Nunn (piano), Gary Carpenter (pedal steel) en Tommy Alverson (Spanish guitar).
er staan een aantal eigen nummers op dit album, maar ook nummers van wijlen countryzanger Marty Robbins (Man Walks Along), wijlen Hoyt Axton (Evangelina), Larry Joe Taylor (Third Coast), Geoff Mack (I've Been Everywhere (in Texas), Tom Russell (Gallo del Cielo), en een enkele traditional, het heerlijke Tex-Mex nummer "El Llano Estacado" met een gastrol voor de zang van Tom Russell, met wie Brian Burns qua stem een opvallende gelijkenis heeft.
dit album doet niet onder voor zeg maar de 4 sterren albums van Tom Russell, met wiens muziek zeker parallellen zijn te trekken. een track als "El Llano Estacado" had niet misstaan op zijn album "Borderland" hetgeen ook voor een aantal andere tracks op dit album geldt.
de single van dit album "I've Been Everywhere (in Texas) werd een hit voor de man, en verscheen eveneens op de soundtrack van de film Grand Champion.
Album werd geproduceerd door Brian Burns
Recorded at Crystal Clear Sound, Dallas, Texas
Brian Burns: vocals, acoustic & electric guitar, accordion, harmonica, SGarypanish guitar, bass, percussion, piano
Gary Carpenter: pedal steel guitar
Joe Forlini: electric guitar
Gary P. Nunn: vocals, piano, backing vocals
Tommy Alverson: Spanish guitar
Larry Joe Taylor: vocals (track 14)
Davin James: acoustic & electric guitar (track 14)
Mark Weberneck: piano (track 14)
Mark Fishback: bass (track 14)
Zack Taylor: drums (track 14)
Tom Russell: vocals (track 2)
Brinsley Schwarz - Silver Pistol (1972)

4,5
3
geplaatst: 1 september 2024, 02:26 uur
wat mij betreft geen pubrock, maar eerder country/roots rock met fraaie melodieën en prachtige, meerstemmige zang met als basis bas, drums, gitaar en de orgelklanken van Bob Andrews.
de band werd vooraf gegaan door een andere band genaamd Kippington Lodge (close harmony pop). toen zij besloten andere muziek te gaan maken, hernoemden zij de band naar hun gitarist Brinsley Schwarz, die Nederlandse roots heeft (NL vader, Engelse moeder).
6 nummers (2,4,5,6,7,9) van Nick Lowe, 4 van Ian Gomm (1,3,8 en 12 het instrumentale "Rockin'Chair") en 2 van de Amerikaanse singer/songwriter Jim Ford, die de aanstekelijke, up-tempo nummers 10) "Niki Hoeke Speedway" en 11) "Ju Ju Man" schreef.
voornamelijk heerlijke laid-back muziek op dit album, waarbij met name de nummers van Nick Lowe indruk maken, o.a. zijn ballads "Nightingale" en "Egypt", hoewel de nummers van Ian Gomm er weinig voor onder doen.
naar mijn mening een semi-klassieker en veruit hun beste album met tijdloze muziek. heb de band begin seventies ooit zien optreden in club Eksit Rotterdam en in mijn herinnering was dat een feest.
na het opheffen van de band in 1975, werden Bob Andrews en Brinsley Schwarz lid van Graham Parker's The Rumour, drummer Billy Rankin speelde zowel in Ducksdeluxe als de band van Dave Edmunds. Nick Lowe en Ian Gomm gingen solo. beiden maakten zeer verdienstelijke solo albums.
een nieuw album van Nick Lowe "Indoor Safari" (2024) staat op punt van uitkomen.
Album werd geproduceerd door Brinsley Schwarz en Dave Robinson
NIck Lowe: bass, guitar, vocals
Billy Rankin: drums
Brinsley Schwarz: guitar
Ian Gomm: guitar, bass, vocals
Bob Andrews: keyboards, vocals
de band werd vooraf gegaan door een andere band genaamd Kippington Lodge (close harmony pop). toen zij besloten andere muziek te gaan maken, hernoemden zij de band naar hun gitarist Brinsley Schwarz, die Nederlandse roots heeft (NL vader, Engelse moeder).
6 nummers (2,4,5,6,7,9) van Nick Lowe, 4 van Ian Gomm (1,3,8 en 12 het instrumentale "Rockin'Chair") en 2 van de Amerikaanse singer/songwriter Jim Ford, die de aanstekelijke, up-tempo nummers 10) "Niki Hoeke Speedway" en 11) "Ju Ju Man" schreef.
voornamelijk heerlijke laid-back muziek op dit album, waarbij met name de nummers van Nick Lowe indruk maken, o.a. zijn ballads "Nightingale" en "Egypt", hoewel de nummers van Ian Gomm er weinig voor onder doen.
naar mijn mening een semi-klassieker en veruit hun beste album met tijdloze muziek. heb de band begin seventies ooit zien optreden in club Eksit Rotterdam en in mijn herinnering was dat een feest.
na het opheffen van de band in 1975, werden Bob Andrews en Brinsley Schwarz lid van Graham Parker's The Rumour, drummer Billy Rankin speelde zowel in Ducksdeluxe als de band van Dave Edmunds. Nick Lowe en Ian Gomm gingen solo. beiden maakten zeer verdienstelijke solo albums.
een nieuw album van Nick Lowe "Indoor Safari" (2024) staat op punt van uitkomen.
Album werd geproduceerd door Brinsley Schwarz en Dave Robinson
NIck Lowe: bass, guitar, vocals
Billy Rankin: drums
Brinsley Schwarz: guitar
Ian Gomm: guitar, bass, vocals
Bob Andrews: keyboards, vocals
Bruce Cockburn - Big Circumstance (1989)

3,5
0
geplaatst: 26 april 2025, 01:31 uur
vergeet de akoestische folk met pastorale klanken van zijn albums uit de begin 70's. op dit album is een mix van verschillende stijlen te horen, meer (elektrische) gitaar georiënteerd en schuift Bruce Cockburn wat meer de rock en iets mindere mate de blues kant op.
vuige rock op "Where the Death Squad Lives" met een bluesy harmonica partij van de man zelf, jazzy invloeden op "Tibetan Side of Town", (slow) blues op het lang uitgesponnen "Radium Rain" en aanstekelijke "Caribbean" klanken met percussie op het ritmische "The Gift".
de up-tempo openers "If a Tree Falls" en "Shipwrecked" die iets weg hebben van de Dire Straits sound bevallen beter, evenals de ballads "Don't Feel Your Touch" het absolute prijsnummer van dit album en "Pangs of Love". beide nummers die zijn oudere werk in herinnering brengen.
net als de voorgangers "Stealing Fire" (1984) en "World of Wonders" (1986) een licht teleurstellend album. zijn 80's periode is kwalitatief niet zijn sterkste periode. overigens bracht hij 8 jaar later met "The Charity of Night" (1997) wederom een meesterwerkje uit.
Album werd geproduceerd door Jon Goldsmith
Recorded at Manta Sound, Toronto, July/August 1988
Words and music by Bruce Cockburn
vuige rock op "Where the Death Squad Lives" met een bluesy harmonica partij van de man zelf, jazzy invloeden op "Tibetan Side of Town", (slow) blues op het lang uitgesponnen "Radium Rain" en aanstekelijke "Caribbean" klanken met percussie op het ritmische "The Gift".
de up-tempo openers "If a Tree Falls" en "Shipwrecked" die iets weg hebben van de Dire Straits sound bevallen beter, evenals de ballads "Don't Feel Your Touch" het absolute prijsnummer van dit album en "Pangs of Love". beide nummers die zijn oudere werk in herinnering brengen.
net als de voorgangers "Stealing Fire" (1984) en "World of Wonders" (1986) een licht teleurstellend album. zijn 80's periode is kwalitatief niet zijn sterkste periode. overigens bracht hij 8 jaar later met "The Charity of Night" (1997) wederom een meesterwerkje uit.
Album werd geproduceerd door Jon Goldsmith
Recorded at Manta Sound, Toronto, July/August 1988
Words and music by Bruce Cockburn
Bruce Cockburn - Dancing in the Dragon's Jaws (1979)

4,5
4
geplaatst: 17 december 2023, 01:43 uur
tijdloos album van de inmiddels 78 jarige uit Ottawa, Ontario afkomstige Canadees Bruce Cockburn. behalve een uitstekende singer/songwriter is hij ook een meesterlijk gitarist. de man heeft inmiddels een zeer rijk, imposant oeuvre op zijn naam staan. in het lijstje "25 Best Ever Canadian Songwriters" staat de man op de 7e plek na 1) Joni Mitchell 2) Leonard Cohen 3) Neil Young 4) Buffy Sainte-Marie 5) Gordon Lightfoot en 6) Gordon Downie (van de band The Tragically Hip).
hoewel de man destijds al langere tijd populariteit genoot in zijn thuisland Canada, betekende dit album destijds tevens zijn doorbraak in de United States, dankzij de hitsingle "Wondering Where The Lions Are", een laid-back nummer met een reggae ritme, dat de 21e plek bereikte in de Amerikaanse Billboard Hot 100.
de opener "Creation Dream" met een prachtig intro van akoestisch gitaarspel aangevuld door spel op de marimba zet meteen de toon van dit album. een heerlijk melodieus nummer waar het zwierige "Hills of Morning" niet voor onder doet. voor mij zijn dit de 2 beste tracks op dit album, maar in feite doen alle andere tracks er niet of nauwelijks voor onder. een zeer coherent album zonder zwakke plekken van een maatschappelijk geëngageerd artiest met teksten die ergens over gaan.
de instrumentale bonus tracks zijn een fraaie aanvulling op het originele album. het meditatieve, rustgevende met "chimes" omlijste "Dawn Music" en "Bye Bye Idi" dat hij schreef na de omverwerping van het regime van de Oegandese dictator Idi Amin is een hoogtepunt op dit album met onnavolgbaar gitaarspel van de man. het nummer deed mij denken aan het spel van Richard Thompson op "1952 Vincent Black Lightning", ook zo'n nummer waarop je denkt 2 gitaristen te horen.
de man brengt nog steeds albums uit. ben benieuwd naar zijn in 2023 verschenen album "O Sun O Moon".
Album werd geproduceerd door Eugene Martynec
Recorded at Manta Sound, Toronto, Canada, May - June 1979
Words and music by Bruce Cockburn
de muzikanten:
Robert Boucher: bass
Bob Di Salle: drums
Pat Godfrey: piano, marimba & background vocal (track 6)
Bruce Cockburn: guitar, voice, chimes, synthesizer, dulcimer
except in "Wondering Where the Lions Are"
Larry "Sticky Fingers" Silvera: bass & background vocal
Ben Bow: drums & background vocal
citaat uit de liner notes van Nicholas Jennings:
quote
"Rounding out the 1970s and completing a trilogy of acoustic jazz-folk albums that included "In The Falling Dark" and "Further Adventures Of", Bruce Cockburn's "Dancing In The Dragon's Jaws" stands as both an era-ending album and a cumulative release that neatly built on the strengths of its predecessors. It also serves as a high-water mark for Cockburn in several respects. Featuring some of his finest guitar work ever, the album was voted an "essential" recording by "Acoustic Guitar" magazine, putting Cockburn in the prestigious company of such revered pickers as Django Reinhardt, Andres Segovia, Bill Frisell and Mississippi John Hurt.
"Dancing In The Dragon's Jaws" boasts a bright, celebratory tone. The album, Cockburn once said, was about "being joyful in the face of everything". But, as the title suggests, it also alludes to danger and hardship. "I wanted to give a concrete expression of the suffering" he admitted. "That's all too evident in the world".
Overall, the album is fuelled by the elation of Cockburn's deepening spirituality"
unquote
NIcholas Jennings is the author of "Before the Gold Rush", a critically acclaimed history of the Yorkville era of Canadian music in the 1960s)
hoewel de man destijds al langere tijd populariteit genoot in zijn thuisland Canada, betekende dit album destijds tevens zijn doorbraak in de United States, dankzij de hitsingle "Wondering Where The Lions Are", een laid-back nummer met een reggae ritme, dat de 21e plek bereikte in de Amerikaanse Billboard Hot 100.
de opener "Creation Dream" met een prachtig intro van akoestisch gitaarspel aangevuld door spel op de marimba zet meteen de toon van dit album. een heerlijk melodieus nummer waar het zwierige "Hills of Morning" niet voor onder doet. voor mij zijn dit de 2 beste tracks op dit album, maar in feite doen alle andere tracks er niet of nauwelijks voor onder. een zeer coherent album zonder zwakke plekken van een maatschappelijk geëngageerd artiest met teksten die ergens over gaan.
de instrumentale bonus tracks zijn een fraaie aanvulling op het originele album. het meditatieve, rustgevende met "chimes" omlijste "Dawn Music" en "Bye Bye Idi" dat hij schreef na de omverwerping van het regime van de Oegandese dictator Idi Amin is een hoogtepunt op dit album met onnavolgbaar gitaarspel van de man. het nummer deed mij denken aan het spel van Richard Thompson op "1952 Vincent Black Lightning", ook zo'n nummer waarop je denkt 2 gitaristen te horen.
de man brengt nog steeds albums uit. ben benieuwd naar zijn in 2023 verschenen album "O Sun O Moon".
Album werd geproduceerd door Eugene Martynec
Recorded at Manta Sound, Toronto, Canada, May - June 1979
Words and music by Bruce Cockburn
de muzikanten:
Robert Boucher: bass
Bob Di Salle: drums
Pat Godfrey: piano, marimba & background vocal (track 6)
Bruce Cockburn: guitar, voice, chimes, synthesizer, dulcimer
except in "Wondering Where the Lions Are"
Larry "Sticky Fingers" Silvera: bass & background vocal
Ben Bow: drums & background vocal
citaat uit de liner notes van Nicholas Jennings:
quote
"Rounding out the 1970s and completing a trilogy of acoustic jazz-folk albums that included "In The Falling Dark" and "Further Adventures Of", Bruce Cockburn's "Dancing In The Dragon's Jaws" stands as both an era-ending album and a cumulative release that neatly built on the strengths of its predecessors. It also serves as a high-water mark for Cockburn in several respects. Featuring some of his finest guitar work ever, the album was voted an "essential" recording by "Acoustic Guitar" magazine, putting Cockburn in the prestigious company of such revered pickers as Django Reinhardt, Andres Segovia, Bill Frisell and Mississippi John Hurt.
"Dancing In The Dragon's Jaws" boasts a bright, celebratory tone. The album, Cockburn once said, was about "being joyful in the face of everything". But, as the title suggests, it also alludes to danger and hardship. "I wanted to give a concrete expression of the suffering" he admitted. "That's all too evident in the world".
Overall, the album is fuelled by the elation of Cockburn's deepening spirituality"
unquote
NIcholas Jennings is the author of "Before the Gold Rush", a critically acclaimed history of the Yorkville era of Canadian music in the 1960s)
Bruce Cockburn - High Winds White Sky (1971)

4,0
2
geplaatst: 2 februari 2025, 02:28 uur
fraai 2e album van de inmiddels 79-jarige Bruce Cockburn. hij was 24/25 jaar oud toen hij deze liedjes componeerde. hij zal in die periode veel rondgereisd hebben in Canada, want hij schreef deze o.a. in Montreal, Ottawa, Toronto, Cumberland en Chilliwack. met rock heeft dit album weinig van doen des te meer met folk.
favorieten de mid-tempo opener "Happy Good Morning Blues", het lieflijke "Love Song", de sterke melodie van "One Day I Walk" en de afsluiter "Shining Mountain" met prachtige dulcimer klanken.
zijn veelal akoestische "fingerpicking" gitaarspel wordt verder omlijst door de subtiele accenten en pastorale klanken van o.a. cymbals, gongs, "tree bell" en mandoline, zoals goed te horen valt op het enige instrumentale nummer "Ting-The Cauldron".
persoonlijk vind ik een aantal liedjes nogal anoniem en vlak klinken en zijn niet alle liedjes even memorabel. Bruce Cockburn is als songwriter nog niet op de top van zijn kunnen. hij zou zijn beste albums nog gaan maken, zoals "Dancing In the Dragon's Jaws", "Humans" en "The Charity of Night".
Album werd geproduceerd door Eugene Martynec
Recorded at Thunder Sound Studios, Toronto & Eastern Sound, Toronto
Bruce Cockburn: lead guitar, dulcimer
Eugene Martynec: second guitar
Eric Nagler: mandoline banjo, mandolin
Michael Craydon: marimba, tables, tree bell, boobams, pygmy rhtyhm log
John Wyre: cymbals, gongs
favorieten de mid-tempo opener "Happy Good Morning Blues", het lieflijke "Love Song", de sterke melodie van "One Day I Walk" en de afsluiter "Shining Mountain" met prachtige dulcimer klanken.
zijn veelal akoestische "fingerpicking" gitaarspel wordt verder omlijst door de subtiele accenten en pastorale klanken van o.a. cymbals, gongs, "tree bell" en mandoline, zoals goed te horen valt op het enige instrumentale nummer "Ting-The Cauldron".
persoonlijk vind ik een aantal liedjes nogal anoniem en vlak klinken en zijn niet alle liedjes even memorabel. Bruce Cockburn is als songwriter nog niet op de top van zijn kunnen. hij zou zijn beste albums nog gaan maken, zoals "Dancing In the Dragon's Jaws", "Humans" en "The Charity of Night".
Album werd geproduceerd door Eugene Martynec
Recorded at Thunder Sound Studios, Toronto & Eastern Sound, Toronto
Bruce Cockburn: lead guitar, dulcimer
Eugene Martynec: second guitar
Eric Nagler: mandoline banjo, mandolin
Michael Craydon: marimba, tables, tree bell, boobams, pygmy rhtyhm log
John Wyre: cymbals, gongs
Bruce Cockburn - Humans (1980)

5,0
2
geplaatst: 26 februari 2024, 02:28 uur
een meesterwerk van de inmiddels 78 jarige, maatschappelijk en politiek geëngageerde Bruce Cockburn (spreek uit co-burn). volgens velen zijn beste album. alles lijkt op dit album op zijn plek te vallen. 10 ijzersterke composities van de man zelf. de opvolger van "Dancing in the Dragon Jaws", een album dat met de hit "Wondering Where the Lions Are" zijn doorbraak betekende in de U.S.A.
met de geweldige opener "Grim Traveller" geeft hij een sombere inkijk op de menselijke natuur en de wereld, zoals die dagelijks door de media over ons heen wordt gestrooid.
de reggae elementen zijn onmiskenbaar in nummers als "Rumours of Glory" en "What About the Bond", een nummer over de scheiding van zijn vrouw, waarbij de man zich over zijn geloftes afvraagt "What about the mystical unity, sealed in the loving presence of the Father". op deze tracks horen we een fraaie backing van reggae veteranen als o.a. Bernie Pitters, Tony Hibbert en Leroy Sibbles, voormalig leadzanger van het vermaarde Jamaicaanse reggae trio de Heptones.
daar staan prachtige, ingetogen songs tegenover als "You Get Bigger as You Go" (over zijn gestrande huwelijk) en het meeslepende, verstilde "The Rose Above the Sky". het met een prachtige melodie gezegende mid-tempo nummer "Fascist Architecture" eveneens over zijn break-up, eindigt hij hoopvol met de tekst:
"gonna tell my old lady, gonna tell my little girl, there isn't anything in the world, that can lock up my love again"
het jazzy "Guerilla Betrayed" is een duidelijk politiek getint nummer met een fraaie solo van jazz saxofonist Pat LaBarbera. het ritmisch pulserende, dreigende "Tokyo" is een getuigenverslag van een ongeluk dat hij zag gebeuren tijdens zijn verblijf in Japan, 1 van de landen waar hij na het succesvolle "Dancing in the Dragon's Jaws" tournees maakte.
Bruce Cockburn brengt sinds zijn gelijknamige debuut uit 1970 al ruim 50 jaar lang albums uit. slechte albums zitten er niet tussen, wel een enkele keer een album van mindere kwaliteit. persoonlijk vind ik van zijn werk in de nineties het album "Charity of Night" uit 1997 een hoogtepunt. zijn 25e reguliere album "O Sun O Moon" werd in 2023 uitgebracht.
Album werd geproduceerd door Eugene Martynec
Recorded at Mantra Sound, Toronto, July/August 1980
de muzikanten op dit album:
Dennis Pendrith: bass
Bob Disalle: drums
Jon Goldsmith: keyboards
Hugh Marsh: violin
Patricia Cullen: synthesizer
Pat LaBarbera: reeds
Bruce Cockburn: guitar & voice
Kathy Moses, Beverly Glen-Copeland, Rachel Paiement: background vocals
behalve op de tracks "Rumours of Glory" en "What About the Bond":
Bernie Pitters: keyboards
Ben Bow: drums
Brian Leonard: percussion
Leroy Sibbles, Mickey Edwards, Murray McLaughlan: background vocals
Bruce Cockburn: guitar & voice
met de geweldige opener "Grim Traveller" geeft hij een sombere inkijk op de menselijke natuur en de wereld, zoals die dagelijks door de media over ons heen wordt gestrooid.
de reggae elementen zijn onmiskenbaar in nummers als "Rumours of Glory" en "What About the Bond", een nummer over de scheiding van zijn vrouw, waarbij de man zich over zijn geloftes afvraagt "What about the mystical unity, sealed in the loving presence of the Father". op deze tracks horen we een fraaie backing van reggae veteranen als o.a. Bernie Pitters, Tony Hibbert en Leroy Sibbles, voormalig leadzanger van het vermaarde Jamaicaanse reggae trio de Heptones.
daar staan prachtige, ingetogen songs tegenover als "You Get Bigger as You Go" (over zijn gestrande huwelijk) en het meeslepende, verstilde "The Rose Above the Sky". het met een prachtige melodie gezegende mid-tempo nummer "Fascist Architecture" eveneens over zijn break-up, eindigt hij hoopvol met de tekst:
"gonna tell my old lady, gonna tell my little girl, there isn't anything in the world, that can lock up my love again"
het jazzy "Guerilla Betrayed" is een duidelijk politiek getint nummer met een fraaie solo van jazz saxofonist Pat LaBarbera. het ritmisch pulserende, dreigende "Tokyo" is een getuigenverslag van een ongeluk dat hij zag gebeuren tijdens zijn verblijf in Japan, 1 van de landen waar hij na het succesvolle "Dancing in the Dragon's Jaws" tournees maakte.
Bruce Cockburn brengt sinds zijn gelijknamige debuut uit 1970 al ruim 50 jaar lang albums uit. slechte albums zitten er niet tussen, wel een enkele keer een album van mindere kwaliteit. persoonlijk vind ik van zijn werk in de nineties het album "Charity of Night" uit 1997 een hoogtepunt. zijn 25e reguliere album "O Sun O Moon" werd in 2023 uitgebracht.
Album werd geproduceerd door Eugene Martynec
Recorded at Mantra Sound, Toronto, July/August 1980
de muzikanten op dit album:
Dennis Pendrith: bass
Bob Disalle: drums
Jon Goldsmith: keyboards
Hugh Marsh: violin
Patricia Cullen: synthesizer
Pat LaBarbera: reeds
Bruce Cockburn: guitar & voice
Kathy Moses, Beverly Glen-Copeland, Rachel Paiement: background vocals
behalve op de tracks "Rumours of Glory" en "What About the Bond":
Bernie Pitters: keyboards
Ben Bow: drums
Brian Leonard: percussion
Leroy Sibbles, Mickey Edwards, Murray McLaughlan: background vocals
Bruce Cockburn: guitar & voice
