MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten potjandosie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Bobby Charles - Last Train to Memphis (2004)

poster
4,5
de uit Abbeville, Lousiana afkomstige etnische cajun Robert Charles Guidry (artiestennaam Bobby Charles) was een geweldige singer/songwriter en werd op jonge leeftijd als enige blanke artiest ontdekt en getekend door het befaamde "zwarte" Chess label uit Chicago (Chuck Berry, Muddy Waters, Bo Diddley, Willie Dixon, etc.). zijn nummer "See You Later Alligator" had de aandacht getrokken van eigenaar Leonard Chess. Bill Haley scoorde een wereldhit met dit nummer. het nummer "Walking to New Orleans" schreef hij samen met Dave Bartholomew en Fats Domino en werd eveneens een wereldhit in de versie van Fats Domino. de man deed mee op het afscheidsconcert "The Last Waltz" van The Band en speelde daar het nummer "Down South in New Orleans" met o.a. Dr. John.

deze geweldige compilatie bestaat uit 2 discs, met op disc 1 (nummers 1 t/m 15) niet eerder uitgebrachte nummers uit de periode 1975 t/m 2001, en op bonus disc 2 (16 t/m 34) 19 eerder uitgebrachte nummers, waarvan 8 van het album "Wish You Were Here Right Now" (1994), 10 van het album "Secrets of the Heart" (1998) en 1 "Clean Water" van het gelijknamige album (1987).

disc 1 is een pareltje met 15 bovengemiddeld goede nummers. met de up-tempo opener "Last Train to Memphis" wordt de toon meteen gezet, gevolgd door de weemoedige accordeon en fiddle klanken van "The Legend of Jolie Blonde". de stevige r&b van "I Spent All My Money Loving You" en "Don't Make a Fool of Yourself" worden ingekleurd met een fraaie blazerssectie en geweldig slide gitaar spel van Sonny Landreth.

de ballads "String of Hearts", "I Wonder", "What Are We Doing" gezongen met die heerlijke, lome stem van Bobby Charles en "Everyday" een piano ballad met Ben Keith op pedal steel zijn een lust voor het oor. op "Homesick Blues" deelt hij de lead vocalen met Maria Muldaur ondersteund door Willie Nelson (acoustic nylon string guitar), Mickey Raphael (harmonica) en Rufus Thibodeaux (fiddle), die hem ook begeleiden op het aanstekelijke mid-tempo "Full Moon on the Bayou" met eveneens een gastrol van Neil Young (acoustic guitar).

het melodieuze "Sing" (niet Sin) met een kinderkoor nodigt uit tot meezingen, waarna de klein gehouden akoestische blues van "Goin' Fishing" volgt. zijn eigen, sterke r&b versie van "See You Later Alligator" sluit disc 1 fraai af. 4,5 sterren. een "must hear" voor degenen die zijn gelijknamige klassieker "Bobby Charles" hier op MuMe met 40 stemmen en een gemiddelde van 3,99 waardeerden.

de kwaliteit en uitvoering van de liedjes op disc 2 is van hetzelfde laken een pak en doen er niet of nauwelijks voor onder, maar waardeer ik met 4 sterren iets lager.

Bobby Charles (R.I.P. 14-01-2010) die een muzikale carrière met pieken en dalen had, kreeg verschillende onderscheidingen voor zijn betekenis voor de muziek afkomstig uit Louisiana en New Orleans.

citaat uit de liner notes van Jim Bateman

"Without great songs, recording artists could not blossom. His songs have allowed quite a few artists to come to full flower. Through the years Charles' songs have been recorded by a variety of artists representing all styles of music from Jazz to Country. Among the many artists who have recorded his compositions are .... Ray Charles, Etta James, Lou Rawls, Clarence "Gatemouth" Brown, Junior Wells, UB40, Joe Cocker, Muddy Waters, Paul Butterfield, Dr. John, Wilson Pickett, Jackie DeShannon, Tom Jones, Amos Garrett, Kris Kristofferson, Rita Coolidge, Bonnie Bramlett, Bo Diddley, Delbert McClinton, David Allan Coe and Jerry Jeff Walker....."

Bobby Charles - Secrets of the Heart (1998)

poster
4,0
het vierde solo album van wijlen Bobby Charles (echte naam: Robert Charles Guidry) verscheen 26 jaar later na zijn meesterwerk, het gelijknamige "Bobby Charles" uit 1972, waarop o.a. leden van The Band meespeelden.

die warme, lome, zuidelijke sfeer van dat album vind je ook terug op "Secrets of the Heart" met 12 eigen nummers gezongen met de soulvolle, "warme" prachtstem van Bobby Charles.

het up-tempo "I Can't Quit You" werd gecoverd door Delbert McClinton en "Why Are People Like That? werd gecoverd door respectievelijk Muddy Waters en Junior Wells. zijn "(I Don't Know Why) But I Do" werd in 1961 een wereldwijde hit in de versie van New Orleans r&b zanger/pianist Clarence "Frogman" Henry.

de mid-tempo ballad "Secrets" laat fraaie harmoniezang van Tracy Nelson horen. verder schittert Bobby Charles met zijn zang in ballads als "I Don't Want to Know", "I Believe in Angels" en zijn eigen versie van de hit "But I Do".

de up-tempo r&b van "Party Town" en "Love In the First Degree" , de mariachi klanken van "Angel Eyes" en het vrolijke "Happy Birthday Fats Domino" hebben die typische New Orleans "brass band" sound en zorgen voor een fijne variatie. het zwoele, Franstalige "Les Champs Elysee" met o.a. weemoedige accordeon klanken, sluit dit album fraai af.

liefst 10 nummers van dit album verschenen op de bonus disc van de geweldige compilatie "Last Train to Memphis" (2003) uitgezonderd "You" en "Happy Birthday Fats Domino", beide wat minder sterke nummers.

onder de sessiemuzikanten bevinden zich o.a. Ben Keith (bass, slide guitar), Wayne Jackson/Jim Horn (horns), Sonny Landreth en Derek Trucks (guitar, slide guitar), Sam Broussard (rhythm guitar) en Kenny Malone (percussion).

Album werd geproduceerd door Bobby Charles
Recorded at Dockside Studios, Maurice, Lousiana & Ultrasonic Studios, New Orleans, Louisiana & Magic Tracks, Hermitage, Tennessee

Bobby Charles - Walking to New Orleans (2000)

Alternatieve titel: The Jewel and Paula Recordings 1964-1965

poster
3,5
na zijn opnames voor het Chess label en het Imperial Records label waar hij volgens eigen zeggen niets betaald kreeg voor zijn liedjes, belandde Bobby Charles bij de in Louisiana gevestigde labels Jewel en Paula van Stan Lewis. de opnames dateren uit 1964 en 1965.

nummers 1 t/m 15 zijn officiële releases en de laatste 5 nummers (16 t/m 20) zijn niet eerder uitgebrachte demo's waarvan het niet duidelijk is wanneer en waar die oorspronkelijk zijn opgenomen.

het album geeft een tijdsbeeld met de oer versies van de klassiekers "See You Later Alligator" en "Walking to New Orleans", eigen of co-written nummers zoals de fraaie ballads "Everybody Knows" en "I Hope" en verschillende covers.

de onvervalste r&b covers "Ain't Misbehavin" (Fats Waller), "The Walk" (van blues zanger/pianist Jimmy McCracklin) en zijn eigen "Preacher's Daughter" en "The Jealous Kind" dat later door vele artiesten zou worden gecoverd, sluiten hier fraai bij aan.

de country cover van de Don Gibson klassieker "Oh Lonesome Me" en de country ballad "One More Glass of Wine" destijds beide gericht op de aantrekkelijke country markt vallen uit de toon, evenals zijn covers van de mierzoete ballad "Cross My Heart" en het zwakke "Who's Sorry Now", een nummer dat in 1958 de eerste hit werd van Connie Francis.

zijn eigen "Worrying Over You" en de cover van het aloude "Goodnight Irene" (Ledbetter/Lomax) met een fraaie blazerssectie overtuigen wel.

de 5 alternate versions/mixes voegen weinig toe. wat blijft is de prachtige stem van Bobby Charles, die met wat destijds "Louisiana swamp pop" werd genoemd, deuren opende voor artiesten als Dr. John, Frankie Ford en Jerry Byrne.

zijn gelijknamige klassieker "Bobby Charles" uit 1972 werd toen hij tijdelijk in Woodstock (staat New York) was neergestreken, opgenomen met hulp van o.a. leden van The Band en Dr. John. een album dat ondanks de goede kritieken slechts matig verkocht.

Bobby Charles leidde tot zijn overlijden in 2010 een teruggetrokken bestaan in Louisiana en volgens de liner notes van Paul Harris (October 2000):

"Despite his idyllic environment, Bobby was still very bitter about the treatment of musicians in general, of songwriters in particular, and of Louisiana artists locally. He remained determined to live in isolation"

Bobby Charles - Wish You Were Here Right Now (1995)

poster
4,0
het derde soloalbum van wijlen singer/songwriter Bobby Charles, die ook wel "Louisiana's best kept secret" werd genoemd, bevat 12 eigen nummers van de man inclusief de co-written klassieker "Walking to New Orleans", dat hier een prachtige r&b versie krijgt met een "guest vocal" van Fats Domino, die er ooit een wereldhit mee had.

op het up-tempo "Not Ready Yet" en "The Jealous Kind" dat o.a. gecoverd werd door Joe Cocker, Rita Coolidge en Delbert McClinton excelleert meestergitarist Sonny Landreth. nummers met een heerlijke blazerssectie.

verder veel mid-tempo ballads met country en blues invloeden die alle ruimte geven aan de prachtstem van Bobby Charles met als uitschieters "I Want to Be the One", "I Remember When" met een fraaie tweede stem van Willie Nelson, "I Don't See Me" met prachtige bijdragen van o.a. Ben Keith (steel guitar) en Rufus Thibodeaux (fiddle) en het door pianospel gedragen "Wish You Were Here Right Now".

wellicht geen klassieker als zijn gelijknamige "Bobby Charles" album uit 1972, maar wederom een zeer fraai album met sterke liedjes die alle memorabele melodieen bevatten.

onder de gastmuzikanten bevinden zich o.a. Sonny Landreth, Sam Broussard (guitars), Stephen Bruton (mandolin), Charles Cochran/Reese Wynans (piano), Ben Keith (steel guitar), Willie Nelson (guest vocals, acoustic guitar), MIckey Raphael (harmonica), Rufus Thibodeaux (fiddle) en Neil Young (acoustic & electric guitar).

overigens verschenen alle nummers van dit album op de bonus disc van de geweldige verzamelaar "Last Train to Memphis" (2003) uitgezonderd nummers 5,7 en 10. de laatste is net als dit album een aanrader voor users als willemmusic en andere liefhebbers van dit genre, dat ik eerder "roots" (country, blues & r&b) zou noemen dan een rock album.

Bonnie 'Prince' Billy - Ease Down the Road (2001)

poster
4,5
na al die jaren nog steeds mijn favoriete album van Will Oldham. je moet er voor in de stemming zijn maar op dit album staan 12 sterke liedjes met de ene na de andere prachtmelodie, die stuk voor stuk indruk maken.

ingetogen pareltjes als "Careless Love", "A King at Night" en "At Break of Day" wisselt hij af met meer aanstekelijke liedjes als "Just to See My Holly Home", "Mrs. Williams" en "Rich Wife Full of Happiness" met fraaie meerstemmige zang, waardoor dit album een fijne balans heeft.

het is moeilijk om weerstand te bieden aan een prachtig liedje als "After I Made Love to You", zeker als halverwege de tweede (vrouwen) stem invalt.

eens met AbleMable dat de muziek op dit album lichtvoetiger en toegankelijker is dan die van een aantal van zijn voorgaande albums. ook zijn laatste worp "The Purple Bird" (2025) is eveneens een zeer genietbaar album en ligt een beetje in het verlengde van dit bijzonder fraaie "Ease Down the Road", waar n.m.m. geen enkel minder nummer op staat.

de muzikanten op dit album:
Todd Brashear: voice, lap steel
Matt Everett: violin
Mike Fellows: bass
Paul Greenlow: banjo, voice
Harmony Korine, Catherine Irwin: voice
Ned Oldham: guitar, bass, voice
Will Oldham: voice, guitar, nord lead, piano, percussion
David Pajo: voice, guitar, bass, nord lead, piano, percussion
Bryan Rich: guitar
Matt Sweeney: voice, guitar, banjo
Jon Theodore: drums, percussion

Bonnie 'Prince' Billy - Master and Everyone (2003)

poster
4,5
de opvolger van het sterke iets rijker geinstrumenteerde "Ease Down the Road" is minstens zo toegankelijk.
10 miniatuurtjes voornamelijk "love songs" met wonderschone melodieen van de prima songsmid Will Oldham uitgevoerd in het roots/folk genre.

op dit spaarzaam geinstrumenteerde album overheerst s'mans breekbare prachtstem en akoestische gitaarspel aangevuld met o.a. keyboards en cello met op veel nummers een prachtig harmoniërende tweede (vrouwen) stem van Marty Slayton. gitarist William Tyler die lid was van de bands Lambchop en Silver Jews brengt hier en daar bescheiden accenten aan. "less is more" veel ingetogener kan het niet. het zal niet ieders "cup of tea" zijn, maar de kwaliteit van zijn liedjes voorkomt dat de muziek gaat vervelen.

vanwege de toegankelijke muziek samen met "Ease Down the Road" 1 van mijn favoriete albums van Will Oldham. hoewel ik hem als songwriter iets hoger aansla dan iemand als Jason Molina zal deze muziek ook liefhebbers van diens werk aanspreken lijkt mij.

opvallend dat bij de "special thanks" o.a. de Engelse zangeressen/songwriters Polly Harvey en wijlen Marianne Faithfull worden genoemd, die overigens niet aanwezig zijn op dit album.

Album werd geproduceerd door Mark Nevers en opgenomen in Nashville, Tennessee

Bonnie "Prince" Billy - The Purple Bird (2025)

poster
4,0
heb dit nieuwe album van Will Oldham al weer een tijdje in huis en vaak beluisterd. was in 1e instantie zeer aangenaam verrast, maar vele weken later begint die toch wat aan glans te verliezen.

mijn waardering voor de nummers is als volgt:

"Turned to Dust", "Boise, Idaho" en "Is My Living in Vain" 5 sterren
"London May", "The Water's Fine", "Downstream", "One of These Days" en "Our Home" 4 sterren
"Tonight with the Dogs", "Sometimes It's Hard to Breathe", "New Water", "Guns Are for Cowards" 3 sterren

fijne afwisseling van ingetogen en meer up-tempo liedjes, een aantal prachtige melodieen, teksten met diepgang, harmonieuze samenzang, muzikaal prachtig omlijst met uitstekende sessiemuzikanten als o.a. Russ Pahl (electric & steel guitar), Pat McLaughlin (mandolin), Stuart Duncan (fiddle) en oudgediende Tim O'Brien (mandolin).

ken lang niet alle muziek van Will Oldham, maar de luchtige, sfeervolle country/folk/blue grass klanken van dit album doen mij eerder denken aan een eveneens toegankelijk album als "Ease Down the Road" dan een meer donker en zwaar album als "I See a Darkness" en dat bevalt prima.

de opmerking van erwinz dat de muziek op "The Purple Bird" onder de noemer van wat traditionelere Amerikaanse countrymuziek valt kan ik wel plaatsen, maar de eigenzinnige Will Oldham en producer David Ferguson drukken n.m.m. toch wel hun eigen stempel op de muziek. luister bij voorbeeld naar de trombone partij van Roy Agee op "New Water". dapper overigens dat de Amerikaan Will Oldham een duidelijk anti-wapen statement durft te maken met "Guns Are for Cowards".

Recorded at the Cowboy Arms Hotel & Recording Spa, Nashville, Tennessee

Bonnie Bishop - The Walk (2019)

poster
4,0
de uit Texas afkomstige singer/songwriter Bonnie Bishop is een bewonderaar van Bonnie Raitt. haar samen met Al Anderson geschreven pracht ballad "Not Cause I Wanted To" verscheen op haar album "Slipstream", een nummer waar Bonnie Bishop een Grammy mee won. later zou Bonnie Raitt ook haar nummer "Undone" opnemen op het album "Dig In Deep".

op "The Walk" staan 7 eigen nummers, waarvan 3 co-written met singer/songwriter Gabe Dixon, 2 c/w met de country zangeres Rebecca Lynn Howard en 1 met Emery Dobyns.

verwacht geen country/pop of gladde Nashville country, maar een mix van blues, country en soul overgoten met een gospel sausje, zoals in het funky, stuwende "Keep on Moving" of de door piano en orgel gedragen afsluitende ballad "Songs Don't Fail Me Now", beide nummers met bescheiden gospel koorzang.

prijsnummer is de door Bonnie Bishop zelf geschreven melodieuze ballad "I Don't Like to Be Alone" met o.a. de tekstregels "Never wanted you to find me out, never dreamed you would stay around, but you loved me for who I am, and it scared me more than I could stand".

de religieus geïnspireerde funky soul van "Women at the Well" met een heerlijk op elektrische gitaar solerende Ryan Tharp is een andere sterkhouder.

Bonnie Bishop beschikt over een ietwat hese, doorleefde "bluesy" stem waarmee zij haar veelal aangrijpende teksten op soms ontroerende wijze, zoals op de eerder genoemde ballad "I Don't Like to Be Alone" op de luisteraar overbrengt.

"The Walk" is een aanrader voor de liefhebbers van dit genre en liefhebbers van het werk van Bonnie Raitt en werd geproduceerd door drummer/sessiemuzikant Steve Jordan, o.a. bekend van zijn werk met John Mayer Trio.

de basis bezetting:

Bonnie Bishop: lead & background vocals, acoustic guitar, acoustic piano
Ryan Tharp: acoustic & electric guitars, steel guitars,
Jimmy Wallace: acoustic & electric piano, organ, vibes
Al Carty: electric & acoustic bass
Steve Jordan: drums, percussion, electric guitar, background vocals

Bonnie Raitt - Bonnie Raitt (1971)

poster
3,5
het debuutalbum van de inmiddels 76-jarige Bonnie Raitt verscheen 54 jaar geleden. over haar achtergrond en de ontstaansgeschiedenis is hierboven al het e.e.a. gepost.

op dit debuut een mix van blues, pop en r&b met de blues als hoofdmoot wordt zij begeleid door een aantal gastmuzikanten o.a. de legendarische bassist Freebo en een bar band uit Minneapolis genaamd The Bumblebees. bluesmannen Junior Wells (harmonica) en A.C. Reed (tenor sax) reden vanuit Chicago naar Lake Minnetoka, 30 mijl ten westen van Minneapolis "to see if I really was going to do this after all" en leverden eveneens bijdragen.

2 eigen nummers van Bonnie Raitt, de ballad "Thank You" en "Finest Loving Man" waarvan de laatste tot de hoogtepunten behoort plus voor de rest covers van minder bekende "blues classics", waaronder 2 covers van de door haar bewonderde Sippie Wallace "Mighty Tight Woman" en het fraaie "Women Be Wise" en het heerlijke up-tempo "Walking Blues" (Robert Johnson).

hoewel de remastered cd-versie (2001) een stuk beter klinkt dan de originele vinyl versie die ik ooit had, zit de wat rammelende op een aantal nummers te volle productie deze een beetje in de weg. de Stephen Stills cover "Bluebird" verzuipt hier enigszins in, een nummer afkomstig van het album "Buffalo Springfield Again" (1967). ook "Big Road" (Tommy Johnson) met bassist Freebo op tuba en "Danger Heartbreak Dead Ahead" eerder in 1965 een hit voor het soul pop dameskwartet The Marvelettes komen hierdoor minder goed uit de verf.

daar waar dat niet het geval is, zoals op de ballads "Any Day Woman" (Paul Siebel), "Since I Fell For You" (Bud Johnson) met een fraaie sax solo van A.C. Reed en de piano ballad "Women Be Wise" komt dit het luisterplezier ten goede.

dit debuut is een prima staalkaart van haar kunnen op zang, akoestische en slide gitaar, maar haar beste werk zou nog volgen.

Album werd geproduceerd door Willie Murphy
Recorded at Sweet Jane Ltd. Studios, Minneapolis, August, 1971

Bonnie Raitt - Dig In Deep (2016)

poster
4,0
de opvolger van "Slipstream" (2012) zet de funky blues rock sound van dat album voort. waar dat album geen enkele Bonnie Raitt original bevatte, staan er op dit album een 5-tal eigen nummers (1,5,8,10 en 12) waarvan een aantal co-written.

van die 5 nummers steken het stuwende funky "Unintended Consequense of Love" co-written met Jon Cleary, het groovy swingende "What You're Doin" To Me" en de afsluitende piano ballad "The Ones We Couldn't Be" er boven uit. de 2 met gitarist George Marinelli geschreven nummers "If You Need Somebody" en "The Comin' Round Is Going Through" zijn doorsnee rockers die minder bekoren.

van de 7 covers schittert zij vooral in een 3-tal ballads, de bluesy soul van "All Alone with Something to Say" van Nashville songwriters Gordon Kennedy en Steven Dale Jones, het ingetogen "Undone" (Bonnie Bishop) maar met name "You've Changed My Mind" een nummer van Joe Henry dat door hem werd geproduceerd afkomstig uit een eerdere 2010 sessie, waarover Bonnie Raitt in de liner notes opmerkt "too beauiful not to include".

het weliswaar lekker rockende "Need You Tonight" (Michael Hutchence/Andrew Farriss) en de rock n'roll van "Shakin' Shakin' Shakes" (Cesar Rosas/T-Bone Burnett) met gierend gitaarwerk overtuigen minder. de funky blues rock van "Gypsy Me" (George Kennedy/Wayne Kirkpatrick) doet dat wel.

"Dig in Deep" is een gedegen sterk album met weinig uitschieters, wellicht uitgezonderd de opener en de ballads "Undone" en "You've Changed My Mind" van de onvolprezen Joe Henry. het enige nummer waarop zijn band te horen valt met o.a. Bill Frisell (electric guitar) en Greg Leisz (acoustic guitar). "Dig in Deep" is wat mij betreft vanwege een aantal "mindere" nummers goed voor een krappe 4.

haar band is dezelfde als op "Slipstream" met de geweldige ritme sectie van James "Hutch" Hutchinson (bass), Ricky Fataar (drums, percussion) plus Mike Finnigan (Hammond B3) en George Marinelli (electric & acoustic guitars). er zijn gastrollen voor Jon Cleary (electric piano, backing vocals) en Patrick Warren (keyboards). Maia Sharp en Arnold McCuller verzorgden de backing voclas.

Album werd geproduceerd door Bonnie Raitt
(except track 11 produced by Joe Henry)

Bonnie Raitt - Fundamental (1998)

poster
3,5
de opvolger van "Longing in their Hearts" liet 4 jaar op zich wachten. verwacht geen onvervalste blues rock maar eerder beschaafd klinkende bluesy pop rock met hier en daar een reggae of calypso sausje.

4 Bonnie Raitt originals (4,6,8 en 11) waarvan 2 co-written het up-tempo "Blue For No Reason" met de Ierse folkie Paul Brady en het middelmatige "Meet Me Halfway" (Beth Nielsen Chapman/Annie Roboff).

haar eigen liedjes zijn op "Fundamental" niet de sterkste en in combinatie met de wat mindere songkeuze van de covers leidt dit tot een wat minder album. ook weer niet echt teleurstellend, want daar staat haar muzikale vakmanschap en de uitvoering van de songs garant voor.

de sterkhouders zijn wat mij betreft de fraaie mid-tempo opener het bluesy/funky "The Fundamental Things", het relaxte "Round & Round" (Willie Dixon/J.B. Lenoir), het lekker zwoele sfeertje van "Fearless Love" met warme accordeon klanken en met name de laid-back John Hiatt cover "Lover's Will" van wie zij eerder "Thing Called Love" en "No Business" coverde, hoewel deze versie een beetje het vuur van het origineel mist.

goede tweeden zijn haar eigen "Spit of Love" en het up-tempo "I Need Love" een nummer van Joey Spampinato, bassist van de rockband NRBQ dat nog enigszins wil "rocken".

de reggae pop nummers "I'm On Your Side" en "One Belief Away" luisteren weliswaar lekker weg maar Bonnie Raitt heeft betere nummers geschreven dan dit 2-tal. ook de zwakke melodie van het bluesy "Cure For Love" van Los Lobos leden David Hidalgo en Louie Perez met een vervelend na na na refrein beklijft een stuk minder. een nummer dat in 2010 verscheen op hun duo album "The Long Goodbye".

opvallend is dat de min of meer vaste line-up van muzikanten op de 3 voorafgaande albums behoorlijk gewijzigd is, uitgezonderd de oudgedienden Scott Thurston (keyboards) en James "Hutch" Hutchinson (bass).

sluit mij aan bij de inmiddels 16 jaar oude post van Madjack71 dat dit album wel wat meer scherpe randjes had mogen hebben. toch een ruime voldoende voor deze middenmoter binnen haar oeuvre.

Album werd geproduceerd door Mitchell Froom, Bonnie Raitt & Tchad Blake
Recorded at the Sunset Sound Factory, Hollywood, California

Bonnie Raitt - Give It Up (1972)

poster
4,5
de opvolger van haar wat wisselvallige gelijknamige debuut is een voltreffer. door een betere songkeuze maar vooral ook een betere productie klinkt deze een stuk volwassener dan het debuut.

de blues roots sound van het debuut is wat minder prominent aanwezig en maakt plaats voor een wat gevarieerder geluid (blues/folk/rock/r&b). een aantal prachtige ballads met het door haarzelf geschreven "Nothing Seems to Matter", "If You Gotta Make a Fool of Somebody" (Rudy Clarke), het folky "Too Long at the Fair" en de sterke afsluiter "Love Has No Pride" van singer/songwriter Eric Kaz.

op het intro van de up-tempo opener "Give It Up" eveneens een Bonnie Raitt original geeft zij meteen haar visitekaartje af met het geweldige slide gitaar spel. verder sterke covers van de onvolprezen Chris Smither de fraaie blues van "Love Me Like a Man" en een lekkere up-tempo uitvoering van "Under the Falling Sky" (Jackson Browne).

haar derde eigen nummer op dit album "You Told Me Baby" beklijft iets minder, maar het album als geheel reken ik tot 1 van haar beste. Top 5 materiaal binnen haar indrukwekkende oeuvre.

onder de sessiemuzikanten bevinden zich behalve oude bekende Freebo (fretless bass, tuba) o.a. leden van de Paul Butterfield Blues Band, de Edison Electric Band, de Fabulous Rhinestones en John Hall en Wells Kelly, beide lid van de destijds net opgerichte band Orleans. ook de Engelse bassist Dave Holland bekend van zijn werk in de 60's met Miles Davis speelde mee op deze klassieker.

Album werd geproduceerd door Michael Cuscuna
Recorded June, 1972 at Bearsville Recording Studios, Bearsville, New York

om dit album in de tijdgeest van de begin 70's te plaatsen "This album is dedicated to the people of North Vietnam and the loving memory of a dear friend, Fred McDowell"

Bonnie Raitt - Home Plate (1975)

poster
4,0
het vijfde solo album van de onvolprezen Bonnie Raitt bevat net als de voorganger "Streetlights" wederom uitsluitend covers. haar blues/roots zijn nauwelijks meer aanwezig op "Home Plate" en hebben plaats gemaakt voor meer op r&b gebaseerde pop rock met een vleugje blues, folk en soul.

"Home Plate" heeft net als "Streetlights" een wat vollere productie dan haar magnum opus "Give It Up".
zij schittert met haar zang op de ballads "Run Like a Thief" (John David Souther) met een harmonica partij van John Sebastian en "I'm Blowin Away" (Eric Kaz) met background vocals van Emmylou Harris, Jackson Browne en J. D. Souther. een nummer dat later ook door Linda Ronstadt werd gecoverd op haar album "Living in the USA". "My First Night Alone With You" (Kim Vassey) is een wat mindere ballad.

de Allen Toussaint klassieker "What Do You Want the Girl To Do" gecoverd door Boz Scaggs op diens album "Silk Degrees" (1976) werd op dit album getransformeerd in "What Do You Want the Boy To Do", een fraaie r&b versie die eer doet aan het origineel. die r&b/pop sound valt eveneens te horen op "Good Enough" (John & Johanna Hall) en het pittig rockende "Sugar Mama" (Delbert McClinton/Glen Clark) met een heerlijke slide gitaar partij van haarzelf. de koortjes op de meeste nummers zijn van Venetta Fields, Robbie Montgomery en Maxayn Lewis veelal ondersteund door een blazerssectie met o.a. Jim Gordon en George Bohanon.

de prachtige melodie van het mid-tempo "Fool Yourself" (Fred Tackett) dat eerder op het Little Feat album "Dixie Chicken" (1973) verscheen en de folky afsluiter "Sweet and Shiny Eyes" (Nan O'Byrne) met een fraai koor met o.a. Tom Waits zorgen voor een fijne balans op dit gevarieerde album.

haar connectie met het bevriende Little Feat is ook op dit album aanwezig met behalve "Fool Yourself" eveneens een nummer van Bill Payne/Fran Tate, het soulvolle "Pleasin' Each Other". verrassend is de aanwezigheid van de Engelse gitarist/zanger/songwriter Terry Reid als onderdeel van de background vocals op "Fool Yourself" (met Jackson Browne en Rosemary Butler) en "Run Like a Thief" (met eveneens JB en RB plus J.D. Souther). de man die ooit op de nominatie stond leadzanger te worden van de band Led Zeppelin, maar dat terzijde.

onder de sessiemuzikanten bevinden zich o.a. John Hall/Will McFarlane (electric guitar), Fred Tackett (acoustic & 12 string guitars), Bill Payne (keyboards, accordion), Gary Mallaber/Dennis Whitted (drums), Jeff Porcaro (percussion) en oudgediende Freebo (fretless bass, guitarron & tuba).

Album werd geproduceerd door Paul Rothchild
Recorded at Elektra Sound Recorders, Los Angeles, California

Bonnie Raitt - Just Like That… (2022)

poster
4,5
tenzij ik iets mis, is dit bij mijn weten het achttiende reguliere album van Bonnie Raitt en wat voor 1. ik volg haar al vanaf het gelijknamige debuut uit 1971 met de destijds vermaarde bassist Freebo. haar cover van het John Prine nummer "Angel of Montgomery" van het album Streetlights (1974) blijft mij eeuwig bij. een geëngageerd artieste gezien o.a. haar medewerking eind jaren 70 aan het "No Nukes" protest. het siert haar tevens dat zij niet te beroerd is om andere artiesten eer te betonen, zoals hier met het nummer "Love So Strong" van de in 2020 overleden reggae legende Toots Hibbert. zo sprak zij ooit ook haar waardering uit voor het album "Ma Ya" van de Malinese muzikant Habib Koite, waarmee zij hem mede "in het zadel" hielp.

heb verder weinig toe te voegen aan de commentaren hierboven. het is allemaal volgens het bekende recept, maar wat zij ons als luisteraar voorzet blijft inmiddels ruim 50 jaar later nog steeds lekker smaken. een klasse album. zij stelt zelden teleur en "levert". maakte met o.a. "Green Light (1981) en "Nine Lives" (1986) wel mindere albums, waarna zij zich revancheerde met "Nick of Time" uit 1989. dit werd een succesalbum dat zijn weg naar de Amerikaanse charts vond. haar songwriting lijkt er met de jaren steeds beter op te worden, getuige de schitterende ballads "Just Like That" en "Down the Hall". zo vond ik ook de ballad "Not Cause I Wanted To" een hoogtepunt op haar album "Slipstream" (2012). wederom een fraai, gevarieerd album. vind deze niet iets beter dan de voorgangers "Slipstream" en "Dig In Deep". merkwaardig eigenlijk, dat dit soort albums van oudgedienden als Bonnie Raitt zelden in de jaarlijstjes terug zijn te vinden. iets wat mij al eerder opviel bij het sterke "Prodigal Son" uit 2018 van Ry Cooder. hoe dan ook in 2022 ontving Bonnie in de States een "Grammy Lifetime Achievement Award".

dit album werd geproduceerd door Bonnie Raitt zelf en opgenomen in de zomer van 2021 in Studio Recording Sausalito, Californië

de "grand (old) lady" wordt 8 november a.s. 74 jaar dus bij deze alvast "Happy Birthday Bonnie" en wens haar nog "many years to come"

de muzikanten op dit album:
Bonnie: vocals, acoustic guitar, electric guitar, electric slide guitar
James "Hutch" Hutchinson: bass
Ricky Fataar: drums, percussion, backing vocals
Glenn Patscha: clavinet, piano, electric piano, hammondB3, backing vocals
Kenny Greenberg: electric guitar
George Marinelli: electric guitar, backing vocals
+
Jon Cleary: electric piano, percussion, backing vocals (track 9)
Mike Finnigan: hammondB3, backing vocals (track 9)

Bonnie Raitt - Longing in Their Hearts (1994)

poster
4,0
dat het vrijwel niemand gegeven is consequent top albums te maken bewijst ook Bonnie Raitt op dit licht teleurstellende album dat niet het niveau haalt van de voorgangers "Nick of Time" en "Luck of the Draw".

wederom de bekende mix van eigen nummers en een flink aantal covers. de authentieke blues roots of folk invloeden van haar vroege albums zijn ook op dit album ver te zoeken.

"Love Sneakin' Up On You" (co-written met songwriter Tom Snow) en "Longing in Their Hearts" (muziek Bonnie Raitt, tekst Michael O'Keefe) met harmoniezang van (wijlen) Levon Helm zijn lekkere "groovy" up-tempo bluesy nummers, zoals ook de aanstekelijke r&b van "I Sho Do" (Teenie Hodges) bekend van zijn werk met Al Green en Ann Peebles en het uitbundige"Cool Clear Waters" (Bonnie Raitt) bij de sterkhouders horen.

hoogtepunten zijn de fraaie ballads "You", haar eigen "Circle Dance" met harmoniezang van (wijlen) David Crosby en "Dimming of the Day" (Richard Thompson) overigens het enige nummer waarop hij meespeelde op "2nd acoustic guitar", hoewel het origineel met zang van Linda Thompson zich moeilijk laat overtreffen. "Storm Morning" ervaar ik als 1 van haar mindere ballad covers.

waar de voorgangers weinig zwakkere broeders hadden zijn er met name op de 2e helft van dit album wel een aantal mindere songs te vinden, zoals haar eigen "Feeling of Falling", "Steal Your Heart Away" een mindere compositie van Paul Brady, een mindere ballad "Storm Morning" en het up-tempo "Hell to Pay" eveneens door haarzelf geschreven.

de klein gehouden folk blues van "Shadow of Doubt" een nummer van Nashville songwriter Gary Nicholson met haar akoestische slide gitaar spel en harmonicavirtuoos Charlie Musselwhite is een sterke afsluiter.
er hadden wat mij betreft meer nummers in die stijl op dit wat wisselvallige album album mogen staan.
een "minder" album van Bonnie Raitt maar goed genoeg voor 4 sterren.

Album werd geproduceerd door Don Was & Bonnie Raitt

Bonnie Raitt - Luck of the Draw (1991)

poster
4,5
de opvolger van het sterke "Nick of Time" (1989) leverde Bonnie Raitt wederom groot commercieel succes op. "Luck of the Draw" is na al die jaren nog steeds haar best verkochte album.

haar meer op blues, country en folk gebaseerde albums uit de begin 70's ging zij vanaf "Home Plate" meer en meer vermengen met o.a. pop en rock, waarbij ik het woord "mainstream" probeer te vermijden, maar wellicht is dat toch wel de juiste omschrijving voor de muziek die zij later ging maken.

op dit album dat qua sound in het verlengde ligt van "Nick of Time" staan een 4-tal Bonnie Raitt originals, het funky ritmische "Tangled and Dark", de heerlijk wiegende melodie van "Come to Me", de pracht ballad "One Part Be My Lover" een co-written nummer met de Amerikaanse acteur Michael O' Keefe en de afsluitende met strijkers voorziene ballad "All At Once".

de sterke ietwat funky opener "Something to Talk About" wordt gevolgd door de r&b van "Good Man, Good Man" een fraai soulvol gezongen duet met Delbert McClinton. exact dezelfde versie verscheen een jaar later op diens album "Never Been Rocked Enough". de pop/reggae van "Come to Me" met Kris Kristofferson in het koortje en het aanstekelijke "Papa Come Quick" mede geschreven door Chip Taylor zijn eveneens bovengemiddeld goede songs. wat zeker ook geldt voor het stevig rockende "No Business" een John Hiatt cover.

wellicht ook ingegeven door haar Angelsaksische roots (Schots) is het opvallend dat zich onder de overige covers ook 2 songs bevinden van de Ierse folk grootheid Paul Brady, de pop/folk van "Not the Only One" en het titelnummer, waarvan met name "Not the Only One" een juweeltje is. op beide nummers is het elektrische gitaarspel van Richard Thompson te horen. samen met de indringende ballad "I Can't Make You Love Me" van Nashville songwriters Mike Reid en Allen Shamblin zijn dit 5 sterren nummers.

de fraaie koortjes werden wederom verzorgd door o.a. Sweet Pea Atkinson, Sir Harry Bowens, David Lasley (bekend van zijn werk met James Taylor) en Bonnie Raitt zelf.

"Luck of the Draw" is een heerlijk divers album. misschien wel haar beste album uit de 90's. woonde vele jaren geleden een indrukwekkend concert van de inmiddels 76-jarige Bonnie Raitt bij in zaal De Doelen/Rotterdam. haar tourschema 2026 laat tot nu toe alleen concert data zien in Noord-Amerika/Canada. op haar website zijn helaas nog geen Europese data te zien, maar wellicht worden die later nog aangekondigd. zou deze "grande dame" graag nog eens live willen horen/zien.

Album werd geproduceerd door Don Was & Bonnie Raitt
Recorded at Ocean Way Recording, Capitol Studios & Conway Studios, Los Angeles, California

Bonnie Raitt - Nick of Time (1989)

poster
4,5
na een 3-tal mindere albums "Green Light", "Nine Lives" en in mindere mate "The Glow" revancheerde Bonnie Raitt zich met dit sterke, evenwichtige "Nick of Time", dat in de States miljoenen stuks verkocht.

11 sterke, toegankelijke songs waaronder 2 van haarzelf, de laid-back funky opener "Nick of Time" en de bluesy afsluiter "The Road's My Middle Name" met een lekker schurende harmonica partij van Kim Wilson van de band The Fabulous Thunderbirds. beide prima songs.

op de blues rock nummers zoals "Thing Called Love" (John Hiatt) en "Real Man" (Jerry Williams)
trekt zij van flink van leer met haar kenmerkende (slide) gitaar spel. op het funky "I Will Not Be Denied" eveneens van Jerry Williams laat zij dat over aan gitarist Johnny Lee Schell. up-tempo nummers zoals ook het rockende, swingende "Love Letter" en de pop reggae? klanken van "Have a Heart" in die categorie vallen. beide nummers van singer/songwriter Bonnie Hayes.

de ballads ontbreken niet met het fraaie "Cry on My Shoulder" (Michael Ruff) met backing vocals van David Crosby en Graham Nash, het melodieuze "Nobody's Girl" van singer/songwriter Larry John McNally die zelf ook een aantal fraaie albums heeft gemaakt, het ietwat gepolijste "Too Soon to Tell" dat iets teveel naar mainstream neigt en wellicht de fraaiste ballad van dit album, het door haar prachtig gezongen intieme "I Ain't Gonna Let You Break My Heart Again" (David Lasley) met uitsluitend piano begeleiding van Herbie Hancock.

behalve de blazerssectie en de fraaie koorzang van Sir Harry Bowens, Arnold McCuller en Sweet Pea Atkinson bevinden zich onder de sessiemuzikanten o.a. Ricky Fataar (drums), James "Hutch" Hutchinson (bass), jazz bassist Chuck Domanico, Scott Thurston/Don Was (keyboards) en de gitaristen Michael Landau en Johnny Lee Schell.

een uitstekend, coherent album na een aantal wat mindere albums die aan "Nick of Time" vooraf gingen.

Album werd geproduceerd door Don Was

Bonnie Raitt - Silver Lining (2002)

poster
3,5
het veertiende studio album van Bonnie Raitt verscheen 4 jaar na de voorganger "Fundamental". haar mix van blues, pop, rock en jazz klinkt op dit album wat rauwer en heeft iets meer scherpe randjes dan "Fundamental". overigens heeft de muziek op dit album met country niks van doen, maar dat terzijde.

zoals hierboven eerder aangegeven door gaucho heeft de toevoeging van de New Orleans pianist Jon Cleary invloed op het totaalgeluid en leverde hij 2 nummers aan voor dit album. waar dat met de fraaie opener de r&b boogie van "Fool's Game" goed uitpakt ervaar ik dat op zijn stevige, funky in duet met Bonnie Raitt gezongen "Monkey Business" met de overstuurde synthesizer klanken een stuk minder, maar wellicht dat anderen dit als een lekker "party" nummer ervaren.

3 eigen nummers (5,10,11) waarvan 2 co-written plus voor de rest de gebruikelijke covers, waarvan het mid-tempo "Silver Lining"(David Gray) en de "less is more" ballad "Wooden Heart" van zangeres/songwriter Jude Johnstone met uitsluitend piano spel van Benmont Tench de sterkhouders zijn op dit album.

de 2 nummers waaraan songwriter Tommy Simms meewerkte, "I Can't Help You Now" en "Time of Our Lives" en haar eigen "Gnawin' On It" een wat rommelige, volgepropte, stevige rocker en het mid-tempo "No Gettin' Over You" ontstijgen nauwelijks de middelmaat. de tweede ballad "Wherever You May Be" is 1 van de weinige rustpunten maar een voor haar doen minder goede ballad keuze. "Valley of Pain" (Allen Shamblin/Rob Mathes) is dan weer een fraai mid-tempo nummer.

de 2 vreemde eenden in de bijt zijn de Afrikaanse gospel "Hear Me Lord" van de Zimbabwaanse grootheid Oliver Mtukudzi een heerlijk swingend nummer met een koortje en een fraaie Afrikaanse lead gitaar partij van Andy Abad en de folk/blues van "Back Around" een nummer dat zij samen met de door haar bewonderde Malinese muzikant Habib Koite schreef. beide nummers met sterke melodieën die lekker weg luisteren.

de wat overdadige productie en het muzikale vakmanschap kunnen n.m.m. niet verhullen dat er teveel matige composities op "Silver Lining" staan. ook de "drum loops" op een 4-tal nummers doen de muziek geen goed. een album voor het rechter rijtje om in voetbaltermen te spreken. een magere 3,5 sterren voor deze wat mindere worp van Bonnie.

onder de sessiemuzikanten bevinden zich o.a. Mitchell Froom (diverse toetsen) en Steve Berlin (Los Lobos) is met zijn baritone sax spel te horen op "Gnawin' On It" en "Monkey Business". een bescheiden bijrol is weggelegd voor oudgediende/bassist Freebo die slechts op 1 nummer "No Gettin' Over You" met tuba bijdraagt.

Album werd geproduceerd door Bonnie Raitt, Mitchell Froom & Tchad Blake
Recorded at The Sound Factory, Hollywood, California

The Band:

Bonnie Raitt: vocals, electric & "National" slide guitar
James "Hutch" Hutchinson: bass, acoustic bass
Ricky Fataar: drums, percussion
George Marinelli: electric & acoustic guitars, mandolin
Jon Cleary: keyboards (piano, wurly, B3, clavinet, moog, synth), background vocals

Bonnie Raitt - Slipstream (2012)

poster
4,0
er staan uitsluitend covers op dit zestiende studio album van Bonnie Raitt. zij wilde niet meer afhankelijk zijn van de platenmaatschappijen en richtte haar eigen label Redwing op, waarop "Slipstream" als eerste verscheen.

na de wat mindere voorgangers "Silver Lining" en "Souls Alike" voelt dit album als een soort "return to form". met de funky blues/r&b van "Used to Rule the World" (Randall Bramblett) beschikt het album over een sterke opener, waarvan de sound sterk doet denken aan die van de band Little Feat, zoals dat ook op "Ain't Gonna Let You Go" een nummer van country songwriter Al Anderson en Bonnie Bramlett het geval is.

het met een reggae sausje overgoten "Right Down the Line" (Gerry Rafferty) een eerbetoon aan de Schotse singer/songwriter valt daarna wat tegen. helaas geldt dat ook voor de doorsnee rockers "Down To You" met muziek van bassist George Marinelli (het enige nummer waar zij aan de tekst meeschreef) en het stevige "Split Decision". beide nummers die moeilijk beklijven.

Bonnie Raitt schittert vooral op een 4-tal ballads met als absolute prijsnummer de recht uit het hart gezongen tranentrekker "Not Cause I Wanted To" (Al Anderson/Bonnie Bishop), het iets mindere "Take My Love With You" en de ietwat lome versie van het Dylan nummer "Standing In the Doorway" met o.a. een fraaie pedal steel partij van Greg Leisz overtuigen eveneens. de vierde afsluitende ballad "God Only Knows" (Joe Henry) met uitsluitend haar zang en het jazzy piano spel Patrick Warren moet je liggen. een kwestie van smaak. ben zelf niet zo van de jazzy klanken.

andere sterkhouders zijn de tweede Dylan cover "Million Miles" in een folk/blues versie met o.a. Bill Frisell (electric guitar) en Greg Leisz (acoustic guitar) en een op slide gitaar solerende Bonnie Raitt en het radiovriendelijke mid-tempo "Marriage Made in Hollywood" (muziek Paul Brady met tekst van haar ex-man Michael O'Keefe) met backing vocals van Paul Brady.

Album werd geproduceerd door Bonnie Raitt & Joe Henry

Bonnie's Band: Hutch Hutchinson, Ricky Fataar, George Marinelli, Mike Finnigan
Special guests: Al Anderson, Johnny Lee Schell, Luis Conte

Joe's band op de door hem geproduceerde nummers (3,4, 11 en 12)
Greg Leisz, David Piltch, Jay Bellerose, Patrick Warren
Special guest: Bill Frisell

Bonnie Raitt - Souls Alike (2005)

poster
3,5
de opvolger van het middelmatige "Silver Lining" ligt qua sound in het verlengde van dat album. een mix van blues rock, r&b en pop met hier en daar een licht jazz sausje.

er valt weinig aan te merken op de productie, de uitvoering van de liedjes of haar zang en slide gitaar spel. het probleem zit bij de kwaliteit van de liedjes. waar zij op eerdere albums songs coverde van gerenommeerde songwriters zoals o.a. Jackson Browne, John Hiatt, Eric Kaz en Randy Newman, kiest zij op "Souls Alike" voor nummers van relatief onbekende songwriters zoals David Batteau en Maia Sharp, het ondermaatse "Crooked Crown" en 2 nummers van de uit New Orleans afkomstige pianist Jon Cleary, de jazzy funk van "Love on One Condition" en de r&b boogie van "Unnecessarily Mercenary". een 3-tal nummers, zoals ook de zwakke melodie van "Deep Water" (John Capek/Marc Jordan) die niet willen beklijven. de stevige blues rock van "Two Lights in the Nighttime" (Lee Clayton/Pat McLaughlin) bevalt een stuk beter.

van de 3 ballads op dit album zijn "I Don't Want Anything" o.a. geschreven door country songwriter Liz Rose die meeschreef aan meerdere nummers van Taylor Swift en "So Close" de sterkhouders van dit album. de jazzy piano ballad "The Bed I Made" is 1 van haar mindere.

het prijsnummer is de opener "I Will Not Be Broken" een fraai laid-back bluesy nummer waarop zij o.a. reflecteert op het verlies van haar ouders die zij beide in 2005 binnen 4 maanden verloor.

waar dat op "Silver Lining" ook al het geval was drukt Jon Cleary wederom een stevig stempel op de muziek. in die zin is "Souls Alike" geen koerswijziging ten opzichte van dat album.

haar band is dezelfde als op de voorganger met Jon Cleary (Wurlitzer, B3, piano, backing vocals), James Hutchinson (bass), Ricky Fataar (drums, percussion) en George Marinelli (electric & acoustic guitars, backing vocals) met gastrollen van o.a. Mitchell Froom (Minimoog) en Maia Sharp/Arnold McCuller/Sweet Pea Atkinson (backing vocals).

Album werd geproduceerd door Bonnie Raitt (co-produced Tchad Blake)

"This album is dedicated in loving memory to my parents, John and Marge, whose extraordinary gifts will continue to shine in my music, my life and my heart forever"

Bonnie Raitt - Streetlights (1974)

poster
4,5
op dit vierde album valt nog de tot dan toe van haar vertrouwde mix van ballads, blues, rock en r&b te horen. ervaar het zelf niet als mainstream pop of een MOR plaat, hoewel de productie met hier en daar wat strijkers arrangementen wel iets gepolijster is dan de voorgangers.

op "Streetlights" staan 9 covers en een nummer van producer Jerry Ragovoy die "Ain't Nobody Home" speciaal voor dit album schreef. de ballad liefhebber komt aan haar/zijn trekken met het gouden trio "That Song About the Midway" een folky versie dat n.m.m. het origineel van Joni Mitchell overtreft, "Rainy Day Man" (James Taylor) en "Angel From Montgomery" (John Prine) dat live uitgroeide tot een publieksfavoriet.

ook de ballad "Everything That Touches You" van Michael Kamen, bekend van zijn orkestrale arrangementen op een aantal Pink Floyd albums is fraai.

de meer up-tempo nummers "I Got Plenty", "Takin' My Time" (Bill Payne) en "You Got to Be Ready for Love" zorgen voor een fijne balans, samen met de r&b van "What Is Success" een nummer van New Orleans legende Allen Toussaint en "Ain't Nobody Home" dat hier naadloos op aansluit. het soulvolle "Got You On My Mind" met een fraai dameskoortje valt ook in die categorie.

op haar latere albums uit de 70's en 80's zou haar muziek inderdaad wat meer richting mainstream gaan. dat mainstream gehalte valt op "Streetlights" nog wel mee.

opgegroeid met muziek in de 70's en wellicht ook ingegeven door nostalgie reken ik "Streetlights" samen met de voorgangers "Give It Up" en "Takin My Time" tot haar klassiekers.

Album werd geproduceerd door Jerry Ragovoy
Recorded at The Hit Factory, New York

deelcitaat uit de liner notes:

"The daughter of Broadway singer John Raitt, Bonnie first began singing and playing guitar at age 12. Her natural affinity for the blues brought her a loyal local following on the Radcliffe campus where she attended college for two years before leaving to pursue music full-time. During the late 60's she gained national attention as an opening act for such blues masters as Howlin' Wolf and Mississippi Fred McDowell, as well as her mentor Sippie Wallace"

Bonnie Raitt - Sweet Forgiveness (1977)

poster
4,0
het zesde album van Bonnie Raitt werd haar doorbraak op de Amerikaanse thuismarkt. mede dankzij de up-tempo rockende hitsingle "Runaway" (Shannon/Crook), waarmee Del Shannon eerder in 1961 een internationale hit scoorde, bezorgde dit album haar een nieuw publiek.

minder roots en blues dan op haar albums van de begin 70's laat "Sweet Forgiveness" net als de voorganger "Home Plate" meer volwassen pop rock horen met blues, folk en lichte funk/soul invloeden.

10 sterke covers met een 5-tal ballads, waarvan met name de klein gehouden, akoestische, folky versies van "Louise" (Paul Siebel) en "Home" (Karla Bonoff) met harmoniezang van J.D. Souther indruk maken.

de overige ballads "Two Lives" (Mark Jordan), "My Opening Farewell" (Jackson Browne) en de piano ballad "Takin' My Time" (Bill Payne) dat eerder op het gelijknamige Little Feat debuut album verscheen, worden wat steviger uitgevoerd en doen er nauwelijks voor onder.

de funky, soulvolle opener "About To Make Me Leave Home" (Earl Randall), "Gamblin Man" in dit geval geen ballad van singer/songwriter Eric Kaz en het bekende "Three Time Loser" een nummer van r&b/soulzanger Don Covay zijn stevige pop (blues) rock nummers met fraai gitaarspel van Bonnie Raitt en Will McFarlane.

"Sweet Forgiveness" is haar zoveelste topper uit de 70's, waaraan o.a. Fred Tackett (acoustic guitar), Bill Payne (synthesizer, organ, piano) en David Grisman (mandocello) meewerkten. Michael McDonald en Rosemary Butler verzorgden de backing vocals op een 4-tal nummers waaronder "Runaway".

haar vaste band bestond destijds uit Will McFarlane (electric & slide guitar), Jef Labes (keyboards) bekend van zijn werk met Van Morrison, Dennis Whitted (drums) en Freebo (fretless bass, guitar).

Album werd geproduceerd door Paul A. Rothchild
Recorded in 1976-77 at Sunset Sound Recorders, Los Angeles, California

Bonnie Raitt: vocals, slide guitar, acoustic guitar on "Louise" & "Home", electric guitar on "My Opening Farewell"

Bonnie Raitt - Takin My Time (1973)

poster
4,5
waar de sterke voorganger "Give It Up" een 3-tal Bonnie Raitt originals bevatte, bestaat dit derde album uitsluitend uit covers.

een heerlijk gevarieerd album met een flink aantal prachtige ballads "I Gave My Love a Candle" (Joel Zoss), "Cry Like a Rainstorm" (Eric Kaz) dat Linda Ronstadt later ook zou coveren, "I Feel the Same" (Chris Smither), "I Thought I Was a Child" (Jackson Browne) nummers van destijds "hedendaagse" singer/songwriters van wie zij al eerder nummers coverde op "Give It Up" en het eerste nummer dat zij van Randy Newman zou coveren, het prachtige "Guilty".

deze ballads worden afgewisseld met het ritmische, funky "You've Been In Love Too Long" (Ivy Jo Hunter) met een fraai koortje, de vrolijke ragtime/doo wop klanken van "Let Me In" (misschien moet je er gewoon voor in de stemming zijn spinout), de slow blues van "Everybody's Cryin' Mercy" (Mose Allison) met o.a. Taj Mahal op harmonica, de uitbundige calypso van "Wah She Go Do" met medewerking van Van Dyke Parks, een nummer dat naadloos aansluit op diens album "Discover America" (1972) en de up-tempo folk/blues van "Write Me a Few Lines/Kokomo Blues" dat vermoedelijk een hommage is aan de in 1972 overleden bluesman Fred McDowell aan wie zij het album "Give It Up" opdroeg.

zoals hierboven al genoemd speelden behalve o.a. Jim Keltner/Earl Palmer (drums), Freebo (fretless bass), Milt Holland (percussion) van de band Little Feat Paul Barrere, Sam Clayton, Bill Payne en Lowell George mee. van de laatste is zijn karakteristieke elektrische slide gitaar spel te horen op "I Feel the Same" en "Guilty".

"Takin My Time" is net als "Give It Up" wederom een topper binnen haar indrukwekkende oeuvre. de vraag is of de inmiddels 76-jarige Bonnie Raitt ooit nog in Europa of Nederland zal optreden. haar tourschema voor 2026 maakt alleen melding van een Noord-Amerikaanse/Canadese tour.

Album werd geproduceerd door John Hall
Recorded at Sunset Sound, Hollywood, California

Bonnie Raitt - The Collection (1990)

poster
4,5
deze eerste verzamelaar van Bonnie Raitt bestrijkt de periode 1971 t/m 1986. voor wie het weten wil de 20 nummers zijn afkomstig van de volgende 9 albums:

1 en 3 van haar debuut "Bonnie Raitt" (1971)
2,4,5,6 van "Give It Up" (1972)
7 en 8 van "Takin' My Time" (1973)
9 en 10 van "Streetlights" (1974)
11 en 12 van "Home Plate" (1975)
13,14,15 van "Sweet Forgiveness" (1977)
16 en 17 van "The Glow" (1979)
18 van "Green Light" (1982)
19 en 20 van "Nine Lives" (1986)

een prima instapalbum met slechts 2 extra's, het niet eerder uitgebrachte duet "Women Be Wise" met blueszangeres Sippie Wallace en het live duet met de onvolprezen John Prine op zijn prachtige ballad "Angel From Montgomery" dat eerder verscheen op de 2 LP set "Tribute to Steve Goodman" (1985).

van het album "The Glow" selecteerde zij 2 prima nummers, de door haar croonend gezongen jazzy ballad "The Glow" en het wonderschone "(Goin') Wild for You Baby" (Tom Snow/David Batteau) 1 van haar beste ballad covers.

feitelijk allemaal stuk voor stuk sterke nummers t/m 17. jammer dat er op het eind ook wat nummers voorbij komen van haar mindere albums "Green Light" en "Nine Lives". het vervelend dreinende "Willya Wontcha" (Johnny Lee Schell), de matige reggae pop van "True Love Is Hard to Find" (Frederick "Toots" Hibbert) en de doorsnee, middelmatige rocker "No Way to Treat a Lady" (Bryan Adams/Jim Vallance).

citaat uit de liner notes van Jim Maloney:

"Bonnie Raitt was born in Burbank, California and was picking out folk songs on a guitar before she hit her teens. Although inspired and influenced early on by Joan Baez and Bob Dylan, one listen to the blues and bottleneck guitar playing of Mississippi John Hurt, John Hammond, and John Lee Hooker on the "Blues at Newport" (1963) and she was hooked.

In 1967 she headed to college in Cambridge, Massachusetts by her junior year, Bonnie was a familiar fixture on the folk and coffeehouse circuit up and down the East Coast. She connected with legendary blues promoter/manager Dick Waterman, who designed an off-campus major in the hallowed world of blues players and folk clubs. Bonnie opened for giants like Arthur "Big Boy" Crudup, Mississippi Fred McDowell, Junior Wells and Buddy Guy, and shared concert stages with James Taylor and Cat Stevens.

Twenty-one year old Bonnie joined the Warner Bros. roster in 1971, and would record nine albums in 16 years for her hometown label. This collection documents that portion of Bonnie's career, moving from her early days as a blues and folk troubadour, through her development as an inspired interpreter of some of our most gifted composers, and on to her emergence as one of the premier R&B and rock stylists of her generation"

Boris and the Saltlicks - Cactusman Versus the Blue Demon (2006)

poster
4,0
de inmiddels 55-jarige singer/songwriter Boris McCutcheon maakt americana voornamelijk geworteld in folk en blues met af en toe een vleugje country, zoals in het rustige "Torn Faith" waar een pedal steel gitaar opduikt.

op dit album staan 11 originals van Boris McCutcheon plus 1 nummer, het fraaie folky/bluesy mid-tempo "Caves of Burgundy" van Mark Ray Lewis, een cover van het gelijknamige album van zijn band Trilobite en het stevige "Chicken Man" co-written met Steve Almond van de Amerikaanse Celtic folk punk band Brick Top Blaggers.

van de merendeels mid-tempo nummers steken behalve "Caves of Burgundy", de opener "Volcano Wind" en "Gloriously Tangled" met fraaie meerstemmige zang er bovenuit.

hoor de man het liefst in de meer rustige arrangementen van folky liedjes als "Seeds & Candy", "Pilgrim" en de afsluiter "Charles Mingus Bird", nummers die qua sound wel iets weg hebben van Steve Earle, maar op zijn best is hij op "Hold That Thought" een klein gehouden nummer met zijn zang, waarop hij zichzelf begeleid met alleen akoestische gitaar en harmonica.

ben minder gecharmeerd van stevige tracks als "Green Wish", "Chicken Man" en het bluesy "Don't Get Weird".

wederom een fraai album van deze ondergewaardeerde singer/songwriter, die regelmatig in het kleinere clubcircuit in Nederland heeft opgetreden. zijn album "When We Were Big" is mijn persoonlijke favoriet.

Album werd geproduceerd door Bill Palmer, Kevin Zoernig & Boris McCutcheon
Recorded at Frogville Studios, Santa Fe, New Mexico

The Saltlicks: Jeff Berlin, Brett Davis, Michael Grimes, Kevin Zoernig
with special guests: Michelle Collins, Felicia Ford, Dave Guitierrez, Mark Lewis & Dan Stouffer

Boris McCutcheon - As Old as Española (2020)

poster
4,0
fraai album van de inmiddels 54 jarige uit Vermont afkomstige Amerikaanse singer/songwriter Boris McCutcheon. hij woonde lange tijd op een afgelegen plek in de bergen van de staat New Mexico en werd mede daardoor geïnspireerd tot het maken van dit album. Espanola is een klein plaatsje in de staat New Mexico. Boris McCutcheon noemde dit album zelf een alt.country-rock album.

de man heeft goede songs in zich, maar is geen songwriter van de buitencategorie waar ik o.a. Steve Earle en wijlen John Prine en Townes Van Zandt onder reken. van de laatste is hij een groot bewonderaar en hij nam in 2012 een heel verdienstelijk album op met covers "Sings the Songs of Townes Van Zandt".

dit album had wat tijd nodig om in te dalen en is weliswaar niet van het niveau van zijn album "When We Were Big" , maar na meerdere luisterbeurten blijkt het toch een heel fraai album te zijn.

favoriete nummers de titeltrack "As Old As Espanola" met Tex Mex invloeden, fraai ingekleurd met elektrische gitaar, pedal steel en accordeon, het melodische "The Mighty Jemez", het akoestische "I Held Your Hand" met wederom een fraaie pedal steel, "Devil Dave" dat hij schreef over zijn muzikale vriend wijlen David Bindler, een drummer met wie hij ooit een band oprichtte.

een hoogtepunt op dit album is een geweldige "americana" of alt.country versie van de Lou Reed/Velvet Underground klassieker "Waiting For My Man" met heerlijke gitaarriffs en accenten van de accordeon. een up-tempo nummer, net als "Dust Devilish", "Where Have All The Lowriders Gone?" en "Trees of Heaven", eveneens sterke songs.

het laatste album van de man "Cryptobiotic Dirtbags" (2023) is te beluisteren op BandCamp. een album dat hij maakte met drummer Jeff Berlin en multi-instrumentalist Steve Mayone. zie overigens geen stemmen bij zijn voorlaatste album "Pocket Hang Glider" (2022).

ik citeer van zijn homepage:
"At Present"
"Boris resides with his family in Beijing China temporarily, where he walks his blue healer, rides his bikes through the swarms of humans, and makes sure his kids don't forget to go to school. He is learning Mandarin and Tai Chi on Thursdays. He currently attends Berklee Online as an Interdisciplinary degree undergrad"

All songs written by Boris McCutcheon
except "Waiting For My Man" (Lou Reed/Velvet Underground)
"Where Have All The Lowriders Gone? by Boris McCutcheon contains the riff from "Lowrider" by "War"

Boris McCutcheon - When We Were Big (2003)

poster
4,5
onlangs dit album ergens uit de uitverkoopbakken gevist. kende deze Amerikaanse singer/songwriter tot nu toe niet. de man trok voor dit album naar de woestijn van Arizona en deed daar inspiratie op voor dit geweldige "When We Were Big". dit 2e album dat hij in eigen beheer uitbracht werd destijds goed ontvangen en leverde hem ook internationale erkenning op. begrijp dat de man meerdere malen het kleinere NL clubcircuit heeft aangedaan en vermoedelijk nog steeds in de marge opereert.

zijn muziek lijkt een mix van folk/country/rock/blues maar de man klinkt bovenal authentiek.
bezield, energiek, soms "vuig" en dan weer warm en intiem. kon geen enkel zwak nummer op dit ijzersterke album ontdekken. het album staat vol met stuk voor stuk door de man zelf geschreven memorabele songs, uitgezonderd track 11) co-written met Mark Ray Lewis en de traditional 10). "Idiot Lights" doet denken aan Steve Earle en bij "Gift Horse" moest ik denken aan de muziek van John Moreland. tracks als "Fine Suede" en "Pumpkin Farmer" up-tempo nummers met gierende gitaren en een heerlijke harmonica, worden afgewisseld met prachtige, akoestische ballads als "Hitch a Ride" en "Mole In The Ground", gezongen met de geweldige, wat rauwe stem van Boris McCutcheon. ook "Beautiful Prison" en "Sad Mountain" zijn song pareltjes.

5) "Slow Diablo" en 14) "Diablo Waltz" zijn instrumentale nummers die volledig bij de sfeer van dit album passen. dit album uit 2003 maakt mij zeer benieuwd naar meer werk uit 's mans oeuvre.

album werd geproduceerd door Boris McCutcheon, Pete Weiss & Craig Schumacher (de laatste is bekend van zijn producties met o.a. Calexico, Giant Sand & Jayhawks)
opgenomen "at Wavelab Recording Studios, Tucson, Arizona"

de muzikanten op dit album:
Boris McCutcheon: vocals, guitar, harmonica, mandolin, orchestra bells
Jeff Berlin: drums
Brett Davis: bass, guitar, tenor banjo, resonator guitar, lap steel, mandolin, xylopipes, backing vocals
Pete Weiss: guitar, piano, backing vocals

Guest appearances:
Craig Schumacher: microrgan, vox continental, hammond B3, pump organ, backing vocals
Nick Luca: Wurlitzer, hammond B3, fender rhodes, piano, effects
Steve Grams: upright bass
Tim Gallagher: pedal steel

Boris McCutcheon and the Saltlicks - Wheel of Life (2010)

poster
3,5
zijn geweldige album "When We Were Big" (2003) smaakte naar meer en deed mij uitkijken naar meer albums van Boris McCutcheon. een eigengereide man van 12 ambachten, 13 ongelukken die uiteindelijk zijn passie vond in het maken van muziek. de van het platteland van Massachusetts afkomstige man, blijkt al vele jaren afgelegen in de bergen van New Mexico te wonen. op de 1 of andere manier heb ik iets met de "underdogs" ofwel eigenzinnige artiesten als deze "story teller" Boris McCutcheon. mensen die in de marge opereren en regelmatig de kleinere clubcircuits in Europa aandoen.

dit album dat voornamelijk met "country americana" is gevuld, trapt fraai af met de energieke honky tonk in Buck Owens stijl van "What Ails You", direct gevolgd door het hoogtepunt van dit album de ballad "Clan of the Sunflower", waar de invloed van Neil Young niet ver weg is. er staat een klein aantal up-tempo nummers op dit album zoals "Boxspring Plow", maar het zijn vooral de ballads die indruk maken, o.a. het live opgenomen akoestische 6) "Lee Harvey" over de moord op John F. Kennedy, "Mark Twain" en 9) "Gila".
er staat ook een fraaie cover van het Townes Van Zandt nummer "No Place to Fall" op dit album. hij maakte later in 2012 een cover album "Sings the Songs of" vol met TVZ songs, zoals Steve Earle dat eerder deed met zijn album "Townes". van de band "The Saltlicks" zijn drummer Jeff Berlin en multi-instrumentalist Brett Davis mannen van het 1e uur. benieuwd naar het album "Cactus Man versus the Blue Demon" (2006) dat hier op MuMe van een aantal gebruikers goede recensies kreeg.

album werd geproduceerd door Kevin Zoernig en Boris McCutcheon
opnames vonden plaats "at the World College, Montezuma, New Mexico & at Wavelab Studio in Tucson, Arizona"

de band op dit album:
Boris McCutcheon: vocals, acoustic & electric guitars, harmonica
Brett Davis: electric guitars, tenor banjo, lapsteel guitar, baritone electric, harmony vocals
Susan Hyde Holmes: electric bass, upright bass, harmony vocals
Kevin Zoernig: wurlitzer, piano, casio, clavinet, xylophone, accordion, organ, harmony vocals
Paul Fethericci: drums, tambourine
Jason Aspeslet: drums, eggbeater, wall
Jeff Berlin: drums (Lee Harvey)

Boubacar Traoré - Je Chanterai Pour Toi (2003)

poster
4,5
tja. ik ben hier pas sinds 4 juni 2023 op MuMe als account geregistreerd en tot mijn verrassing ben ik 1e die hier op dit album reflecteert maar dat terzijde. Boubacar Traore een grootheid in/uit Mali die net als Ali Farka Toure bekend staat als 1 van de grootste "blues men" van Afrika. de muziek van de man (inmiddels 70 jaar oud) verdient meer aandacht, alhoewel hij buiten zijn thuisland Mali ook in landen als Frankrijk een behoorlijke schare aan fans schijnt te hebben. ik citeer uit de liner notes van dit album "This record "Je chanterai pour toi" (I'll sing for you) the original soundtrack of Jacques Sarasin's film , takes us on a journey through Mali along with Boubacar Traore. His songs, like pages from his diary, lead to the intimate dwellings of his past life. with his poignant voice singing the rough story of his broken passion. Kar Kar (zijn bijnaam), knows heartbreaking blues and the songs that keep it at bay. From Kayes (zijn geboortedorp in Mali) to Bandiagara, from Bamako to Niafunke, where he meets Ali Farka Toure, we follow him like a friend, listening to the sounds of life". zoals gezegd is dit album de muziek score van de gelijknamige documentaire film. de "complete movie" is op YT te zien. de man heeft een hard bestaan gehad en verloor ook nog eens in 1987 zijn vrouw Pierrette, die hij hier op track 9) Farewell Pierrette liefdevol herinnert. hij schreef hier al eerder een prachtig nummer "Les Enfants de Pierrette" over op zijn album "Macire". als je de man op YT opzoekt en opnames tegen komt van de man op straat in Bamako met alleen zijn gitaar en stem dan ben je snel verkocht. Puur, doorleefd op het ontroerende af. een man die altijd trouw aan zijn roots is gebleven. jammer dat er nooit een volledig album is verschenen in samenwerking met Ali Farka Toure. de laatste had 2 samenwerkingen met Toumani Diabate (nog zo'n Malinese grootheid) resulterend in 2 prachtalbums "In The Heart Of The Moon" en "Ali and Toumani". beide hoofdzakelijk instrumentaal met AFT op gitaar en TD op kora.

Boubacar Traoré - Kongo Magni (2005)

poster
4,0
wederom een pracht folk/blues plaat. zoals gebruikelijk verzorgt Boubacar de vocalen en speelt hij gitaar op zijn onnavolgbare manier. naast de bekende basis instrumenten harmonica (hier ingespeeld door de Fransman Vincent Bucher), balafon, calabash, ngoni en percussie, hoor je hier op nr. 3 Kanou de accordeon bespeeld door ene Regis Gizavo. de opvolger van dit album "Mali Denhou" liet 6 jaar op zich wachten en bevat grotendeels dezelfde sfeervolle, akoestische muziek. eveneens een prachtalbum. het argument wat je hier wel eens leest, dat de muziek veelal hetzelfde is en voortkabbelt, snap ik op zich wel maar vind ik niet echt opgaan. het draait om de muziek en deze spreekt voor zich. ik laat me als liefhebber graag meevoeren op de "flow" van zijn muziek.