Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Mr Diagonal - North Pacific (2021)

3,5
0
geplaatst: 18 augustus 2021, 14:37 uur
Geen SOS naar de wereld toe, maar wel een boodschap in een fles. Het was de bedoeling dat North Pacific zo op de markt gebracht werd. De werkwijze van Mr Diagonal; het alter ego van Dan Barbenel is kleinschalig gericht. Gewoon in eigen beheer, gelimiteerd uitgegeven in 500 cd’s, als sleutelhanger, een bericht in een fles of als digitale download. North Pacific is het reisverslag van een verdwaalde globetrotter, die in het verleden in groepsverband met het uit België afkomstige The Black Light Orchestra al een viertal albums heeft uitgebracht. Een Robinson Crusoe one-man show zoals hij het zelf verwoord in de zoete natuurklanken van het psychedelisch zomerse Maybe I’ll build a Boat. Al is het niet eerlijk om nu te spreken van een soloproject; oudgedienden Yannick Dupont (percussie) en Quentin Manfroy (basgitaar) zijn ook hier van de partij.
De van oorsprong uit Dundee afkomstige Schot heeft zijn woonplaats in het verleden verruilt voor Glasgow en Los Angeles en is de afgelopen twintig jaar voornamelijk in Brussel actief. Met North Pacific prikkelt hij de luisteraar tot het vormen van inspirerende beelden die in de nummers verborgen zitten. Als zwijgzame voedingsbodem en stille getuige neemt het decor van de Grote Oceaan deel aan de totstandkoming van een dertiental songs waarin vooral India gehuldigd en geëerd wordt. Broeierig en rusteloos als de zuidelijke uithoeken, koel en beheerst als het meest noordelijke gedeelte. Verborgen geheimen van donkere dieptes en nieuwsgierigheid van de flora en fauna die zich wel zichtbaar voor de buitenwereld opstelt. De flessenpost symboliseert de oneindigende vrijheid en een onbeantwoorde hulpvraag. Zittende op een wasmachine kijkt de in een glazen sneeuwbol gevangen zanger toe hoe de aarde afhankelijk blijft van het brainwashende kapitalisme die de schoonheid kunstmatig projecteert.
Dan Barbenel neemt je mee naar het exotische Indiase nationale park Bannerghatta waar oude uitgestreden leeuwenkoningen genieten van een welverdiend pensioen. Met de bezoekende mensheid die zich als toerist aanpast aan de natuurlijke wetten van het prachtige safaripark. Dromerig en kleurig met de verraderlijke dreiging van het loerende gevaar. Sprookjesachtig en geromantiseerd als de oorspronkelijke Jungle Book verhalen van de Britse schrijver Rudyard Kipling. De Indian Ocean als de veiligheid van de jeugd, een immense baarmoeder waarvan de basis al veertig jaar geleden geschreven is. Wachtende op het juiste moment om zich als croonende spraaktaal te presenteren. Duizend-en-een-nacht vertellingen die al slaap wiegend eindigen in het ritmische A Thousand Sunsets.
Serendipity House is een in Goa gevestigde elitair Hotel California. Het ultieme vakantie oord voor de draagkrachtige upper class. De oudheid van het klassieke pand komt tot leven in de hooghartige geschoolde pianotoetsen en de dramatische musicalwending van de overdreven gedragen zang. Van totaal andere orde is het lichtelijke gestoorde 21st Century Cats waar Dan Barbenel zijn innerlijke Tom Waits imitatie tevoorschijn tovert. Stijlvol en met respect werkt hij zich door de jazzy onbetrouwbare Indiase luipaardentrack heen. Bij het tekstuele flauwe What do you do with a Manioc? wil die soortgelijke gekte niet helemaal werken, al kleuren die schots en scheve lijnen verder wel prima op North Pacific.
We maken de overstap naar Japan, en spoelen aan op het eiland Yakushima met het jazzy Red Lighthouse als nieuwe gids, wiens lichtstralen je verleiden. Pijnlijk schreeuwende gitaargolven die het verraad aankondigen, als Mr Diagonal zijn tocht op een andere plaats voorzet. Het onderdompelende synthpopstuk Hyoryo no Tegami is het Japanse zusje van het Franse Encore une Bouteille à la Mer die zich uiteindelijk als instrumentaal fusion tussengedeelte een plek op North Pacific toe-eigent. Het titelstuk North Pacific is de hemelpoort naar de eeuwige berusting, traag en geheimzinnig, volgens de principes van een mythologische vlakke aarde die stopt waar de oceaan ophoudt.
Mr Diagonal - North Pacific | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
De van oorsprong uit Dundee afkomstige Schot heeft zijn woonplaats in het verleden verruilt voor Glasgow en Los Angeles en is de afgelopen twintig jaar voornamelijk in Brussel actief. Met North Pacific prikkelt hij de luisteraar tot het vormen van inspirerende beelden die in de nummers verborgen zitten. Als zwijgzame voedingsbodem en stille getuige neemt het decor van de Grote Oceaan deel aan de totstandkoming van een dertiental songs waarin vooral India gehuldigd en geëerd wordt. Broeierig en rusteloos als de zuidelijke uithoeken, koel en beheerst als het meest noordelijke gedeelte. Verborgen geheimen van donkere dieptes en nieuwsgierigheid van de flora en fauna die zich wel zichtbaar voor de buitenwereld opstelt. De flessenpost symboliseert de oneindigende vrijheid en een onbeantwoorde hulpvraag. Zittende op een wasmachine kijkt de in een glazen sneeuwbol gevangen zanger toe hoe de aarde afhankelijk blijft van het brainwashende kapitalisme die de schoonheid kunstmatig projecteert.
Dan Barbenel neemt je mee naar het exotische Indiase nationale park Bannerghatta waar oude uitgestreden leeuwenkoningen genieten van een welverdiend pensioen. Met de bezoekende mensheid die zich als toerist aanpast aan de natuurlijke wetten van het prachtige safaripark. Dromerig en kleurig met de verraderlijke dreiging van het loerende gevaar. Sprookjesachtig en geromantiseerd als de oorspronkelijke Jungle Book verhalen van de Britse schrijver Rudyard Kipling. De Indian Ocean als de veiligheid van de jeugd, een immense baarmoeder waarvan de basis al veertig jaar geleden geschreven is. Wachtende op het juiste moment om zich als croonende spraaktaal te presenteren. Duizend-en-een-nacht vertellingen die al slaap wiegend eindigen in het ritmische A Thousand Sunsets.
Serendipity House is een in Goa gevestigde elitair Hotel California. Het ultieme vakantie oord voor de draagkrachtige upper class. De oudheid van het klassieke pand komt tot leven in de hooghartige geschoolde pianotoetsen en de dramatische musicalwending van de overdreven gedragen zang. Van totaal andere orde is het lichtelijke gestoorde 21st Century Cats waar Dan Barbenel zijn innerlijke Tom Waits imitatie tevoorschijn tovert. Stijlvol en met respect werkt hij zich door de jazzy onbetrouwbare Indiase luipaardentrack heen. Bij het tekstuele flauwe What do you do with a Manioc? wil die soortgelijke gekte niet helemaal werken, al kleuren die schots en scheve lijnen verder wel prima op North Pacific.
We maken de overstap naar Japan, en spoelen aan op het eiland Yakushima met het jazzy Red Lighthouse als nieuwe gids, wiens lichtstralen je verleiden. Pijnlijk schreeuwende gitaargolven die het verraad aankondigen, als Mr Diagonal zijn tocht op een andere plaats voorzet. Het onderdompelende synthpopstuk Hyoryo no Tegami is het Japanse zusje van het Franse Encore une Bouteille à la Mer die zich uiteindelijk als instrumentaal fusion tussengedeelte een plek op North Pacific toe-eigent. Het titelstuk North Pacific is de hemelpoort naar de eeuwige berusting, traag en geheimzinnig, volgens de principes van een mythologische vlakke aarde die stopt waar de oceaan ophoudt.
Mr Diagonal - North Pacific | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Mr. Ben & The Bens - Life Drawing (2020)

3,5
0
geplaatst: 4 oktober 2020, 18:40 uur
Na de onrustige eerste helft van 2020 verlangt iedereen naar wat meer zon in het leven, ondanks die vervelende maar begrijpelijke anderhalve meter regel. Ook muzikanten hebben te maken met deze beperkingen. Het kan zo eenvoudig zijn om vanuit thuis een speels zomergevoel te creëren. Gooi er wat kinderlijke orgeldeuntjes tussendoor en iedereen is al snel tevreden. Het is goed mogelijk dat dit het uitgangspunt was toen Mr Ben & The Bens een start maakten aan wat hun tweede album Life Drawing zou worden. Hou het zo simpel en pakkend als mogelijk is.
Het is nog allemaal even catchy als de met lichte sixties psychedelica opgesierde debuut Who Knows Jenny Jones? Dit veredelde soloproject van Ben Hall, de gevoelige muzikant uit Lancaster, gaat door op de uitgestippelde wegenroute waarbij geen oponthoud door wegwerkzaamheden zijn die hem andere spannende paden laten bewandelen.
In de zingende verhaaltjes van Hall is geen ruimte voor persoonlijke diepgang. In de rol van observator blijft hij zo ver mogelijk verwijderd van zijn eigen intieme situatie. Het inlevingsvermogen richt zich vooral op fictieve figuren in een denkbeeldige wereld. Heel veilig allemaal. Het is een mooi gegeven om de invulling verder vrij te laten, en de interpretatie aan de luisteraar over te dragen. Het waardeoordeel van de performer is hierin totaal niet van belang.
Er hangt een iets wat muffe, suffige vintage jaren zestig sfeer omheen. Herinneringen aan de gezamenlijke familiare zangkoortjes die zich semi-spontaan vormen als grootmoeder zoals altijd na de zondagse kerkdienst achter het orgeltje schuifelt, en daar telkens weer dezelfde ingestudeerde melodietjes tevoorschijn tovert. Niks spontaans aan, al kijkt vader met argwanende ogen toe of je daadwerkelijk glimlachend en met grote gespeelde onschuld dit wereldwonder aanschouwt.
Het is allemaal van een te grote gelukzaligheid waarmee Mr Ben & The Bens ons verwend. Alsof de verjaardagcadeautjes al voor het gemak voor je zijn uitgepakt, en netjes naast elkaar staan opgesteld. Het verrassingseffect is ver te zoeken. Onschuldige liefdesliedjes zoals het foute On The Beach met een nog fouter amateur blokfluit melodietje welke als verweerd plakband de boel bij elkaar probeert te houden.
Wat is het heerlijk als er totaal onverwachts de tegendraadse thrashpunk van het indie Danny daar al springend doorheen komt beuken. Een energieke uptempo track die precies op het juiste moment de zachte fluwelen verenkussen liedjes ruw weet op te schudden. De treurnis van het sentimentele geblazen Astral Plane waarbij vervolgens heerlijk mijmerend kroeg pianowerk voor de fraaie ruimtelijke ambiance zorgt mag hier hoopvol op aansluiten.
En hoor je dan vervolgens het prachtige klein gehouden Irish Rain, dan begrijp je donders goed waarom Bella Union deze singer-songwriter de mogelijkheid bied om zijn ideeën bij dit platenlabel uit te werken. Een talent om ook in de toekomst verder in te investeren. Het zijn die intieme pareltjes waarbij de breekbaarheid zowat openscheurt, en je toch heel eventjes een blik in het binnenste van Ben Hall gunt.
Die kracht wordt hoe dan ook tot het einde bewaard, ook het pianostuk Closing Time heeft dat fragiele, en de bijna bibberende stem van de zanger geeft het nog die extra diepgang waar onbedoeld om gevraagd wordt. Alsof hij al bevend beseft dat er toch veel meer eigenheid in Life Drawing terug te horen is, als wat zijn daadwerkelijke bedoeling was. Al probeert hij dat vervolgens nog eventjes snel weg te poetsen met het meer kunstmatige gemaakte sentiment in Watering Can. Life Drawing zou een perfecte opmars zijn naar een plaat waarbij Ben Hall de deur naar zijn ziel niet op een kiertje zet, maar volledig open gooit.
Mr. Ben & The Bens - Life Drawing | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Het is nog allemaal even catchy als de met lichte sixties psychedelica opgesierde debuut Who Knows Jenny Jones? Dit veredelde soloproject van Ben Hall, de gevoelige muzikant uit Lancaster, gaat door op de uitgestippelde wegenroute waarbij geen oponthoud door wegwerkzaamheden zijn die hem andere spannende paden laten bewandelen.
In de zingende verhaaltjes van Hall is geen ruimte voor persoonlijke diepgang. In de rol van observator blijft hij zo ver mogelijk verwijderd van zijn eigen intieme situatie. Het inlevingsvermogen richt zich vooral op fictieve figuren in een denkbeeldige wereld. Heel veilig allemaal. Het is een mooi gegeven om de invulling verder vrij te laten, en de interpretatie aan de luisteraar over te dragen. Het waardeoordeel van de performer is hierin totaal niet van belang.
Er hangt een iets wat muffe, suffige vintage jaren zestig sfeer omheen. Herinneringen aan de gezamenlijke familiare zangkoortjes die zich semi-spontaan vormen als grootmoeder zoals altijd na de zondagse kerkdienst achter het orgeltje schuifelt, en daar telkens weer dezelfde ingestudeerde melodietjes tevoorschijn tovert. Niks spontaans aan, al kijkt vader met argwanende ogen toe of je daadwerkelijk glimlachend en met grote gespeelde onschuld dit wereldwonder aanschouwt.
Het is allemaal van een te grote gelukzaligheid waarmee Mr Ben & The Bens ons verwend. Alsof de verjaardagcadeautjes al voor het gemak voor je zijn uitgepakt, en netjes naast elkaar staan opgesteld. Het verrassingseffect is ver te zoeken. Onschuldige liefdesliedjes zoals het foute On The Beach met een nog fouter amateur blokfluit melodietje welke als verweerd plakband de boel bij elkaar probeert te houden.
Wat is het heerlijk als er totaal onverwachts de tegendraadse thrashpunk van het indie Danny daar al springend doorheen komt beuken. Een energieke uptempo track die precies op het juiste moment de zachte fluwelen verenkussen liedjes ruw weet op te schudden. De treurnis van het sentimentele geblazen Astral Plane waarbij vervolgens heerlijk mijmerend kroeg pianowerk voor de fraaie ruimtelijke ambiance zorgt mag hier hoopvol op aansluiten.
En hoor je dan vervolgens het prachtige klein gehouden Irish Rain, dan begrijp je donders goed waarom Bella Union deze singer-songwriter de mogelijkheid bied om zijn ideeën bij dit platenlabel uit te werken. Een talent om ook in de toekomst verder in te investeren. Het zijn die intieme pareltjes waarbij de breekbaarheid zowat openscheurt, en je toch heel eventjes een blik in het binnenste van Ben Hall gunt.
Die kracht wordt hoe dan ook tot het einde bewaard, ook het pianostuk Closing Time heeft dat fragiele, en de bijna bibberende stem van de zanger geeft het nog die extra diepgang waar onbedoeld om gevraagd wordt. Alsof hij al bevend beseft dat er toch veel meer eigenheid in Life Drawing terug te horen is, als wat zijn daadwerkelijke bedoeling was. Al probeert hij dat vervolgens nog eventjes snel weg te poetsen met het meer kunstmatige gemaakte sentiment in Watering Can. Life Drawing zou een perfecte opmars zijn naar een plaat waarbij Ben Hall de deur naar zijn ziel niet op een kiertje zet, maar volledig open gooit.
Mr. Ben & The Bens - Life Drawing | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Mudhoney - Every Good Boy Deserves Fudge (1991)

3,5
3
geplaatst: 23 juni 2010, 14:41 uur
Mudhoney heeft tijdens het hele grunge gebeuren aan de zijlijn gestaan.
Deze sterspelers stonden klaar om in te vallen.
Volledig fit, en met een seizoen van genoeg speelminuten achter de rug.
Maar Kurt Cobain was de sterspeler.
Vanuit hetzelfde elftal op het juiste moment in opkomst.
75% kans op scoren.
Doeltreffender kan het niet.
Eddie Veder als dure aankoop.
Achter de spits spelend.
Chris Cornell en Layne Staley als sterke middenvelders.
Er tussen in Dave Grohl, vanwege zijn harde knal.
Mark Lanegan als stofzuiger voor doelman Billy Corgan.
Dromerig in de netten hangend.
Andere leden van Alice In Chains, Soundgarden en Nirvana vervulden de overige posities.
Op de een of andere manier werd Mudhoney onopgemerkt.
Al kan Every Good Boy Deserves Fudge gezien worden als een zeer goed album.
Sterker nog, ik vind hem zelfs beter dan Bleach van Nirvana.
Orgelklanken in opener Generation Genocide.
Gevolgd door een goor vies gitaarspel.
Deep Purple achtige invloeden.
Vervolgens gaat bij Let It Slide het roer helemaal om.
Zanger Mark Arm laat horen van wie Cobain het geluid imiteerde.
Maar Nirvana bestond toch al eerder dan Mudhoney?
Dat is helemaal waar.
Mark was echter al eerder lid van Green River.
Zonder deze band geen Mother Love Bone en Pearl Jam.
De oorsprong van de grunge.
Alle pijn en ellende komt hier samen in een nummer.
Broken Hands vat het samen.
Sonic Youth achtige gitaargolven overschreeuwd door gevoelige teksten.
Ik moet altijd denken aan een zacht, dromerige puber.
Na schooltijd helemaal in elkaar geslagen.
Terwijl hij het in zich had om een groot schilder te worden.
Vanwege een blijvende blessure is dit niet meer mogelijk.
Ook kan het gezien worden als een aanklacht tegen kindermishandeling of homohaat.
Het laat je in ieder geval met een brok in je keel achter.
Hopelijk wordt dit album eens door meerderen opgepakt.
Deze sterspelers stonden klaar om in te vallen.
Volledig fit, en met een seizoen van genoeg speelminuten achter de rug.
Maar Kurt Cobain was de sterspeler.
Vanuit hetzelfde elftal op het juiste moment in opkomst.
75% kans op scoren.
Doeltreffender kan het niet.
Eddie Veder als dure aankoop.
Achter de spits spelend.
Chris Cornell en Layne Staley als sterke middenvelders.
Er tussen in Dave Grohl, vanwege zijn harde knal.
Mark Lanegan als stofzuiger voor doelman Billy Corgan.
Dromerig in de netten hangend.
Andere leden van Alice In Chains, Soundgarden en Nirvana vervulden de overige posities.
Op de een of andere manier werd Mudhoney onopgemerkt.
Al kan Every Good Boy Deserves Fudge gezien worden als een zeer goed album.
Sterker nog, ik vind hem zelfs beter dan Bleach van Nirvana.
Orgelklanken in opener Generation Genocide.
Gevolgd door een goor vies gitaarspel.
Deep Purple achtige invloeden.
Vervolgens gaat bij Let It Slide het roer helemaal om.
Zanger Mark Arm laat horen van wie Cobain het geluid imiteerde.
Maar Nirvana bestond toch al eerder dan Mudhoney?
Dat is helemaal waar.
Mark was echter al eerder lid van Green River.
Zonder deze band geen Mother Love Bone en Pearl Jam.
De oorsprong van de grunge.
Alle pijn en ellende komt hier samen in een nummer.
Broken Hands vat het samen.
Sonic Youth achtige gitaargolven overschreeuwd door gevoelige teksten.
Ik moet altijd denken aan een zacht, dromerige puber.
Na schooltijd helemaal in elkaar geslagen.
Terwijl hij het in zich had om een groot schilder te worden.
Vanwege een blijvende blessure is dit niet meer mogelijk.
Ook kan het gezien worden als een aanklacht tegen kindermishandeling of homohaat.
Het laat je in ieder geval met een brok in je keel achter.
Hopelijk wordt dit album eens door meerderen opgepakt.
Mumford & Sons - Sigh No More (2009)

3,5
0
geplaatst: 13 januari 2011, 08:23 uur
De Grote Zaaddonor Show.
David Crosby leverde sperma voor zangeres Melissa Etheridge.
Waardoor ze een gezonde tweeling ter wereld hielp.
Wie Mumford & Sons hoort zou kunnen beweren dat hij ook in het Verenigd Koninkrijk zijn liefdadigheidsdaad heeft toegepast.
Marcus Mumford als de bastaardzoon.
Samenzang die doet linken naar de samenwerking met Stills, Nash and Young.
Waar heb ik dit eerder gehoord?
Déjà Vu.
Er zit een soort van kwetsbaarheid in de zang.
Die ik ook hoorde bij het debuut van Counting Crows.
Het theatrale gedragen geluid van Adam Duritz.
Maar dan de Britse variant.
Helemaal overtuigend is het nog niet.
Helaas nog niet live mogen ervaren.
Iets wat ik bij vergelijkbare bands als Local Natives, Noah and the Whale en 16 Horsepower wel heb gedaan.
Vanwege de indruk die ze bij mij achter lieten was ik gelijk om.
Iets wat ik me tevens bij Mumford & Sons kan voorstellen.
De impact van The Cave, White Blank Page en Little Lion Man zal dan een stuk groter zijn.
Dat dit kwalitatief hoogstaande songs zijn is een feit.
Nu nog laten nestelen in ons collectieve geheugen.
David Crosby leverde sperma voor zangeres Melissa Etheridge.
Waardoor ze een gezonde tweeling ter wereld hielp.
Wie Mumford & Sons hoort zou kunnen beweren dat hij ook in het Verenigd Koninkrijk zijn liefdadigheidsdaad heeft toegepast.
Marcus Mumford als de bastaardzoon.
Samenzang die doet linken naar de samenwerking met Stills, Nash and Young.
Waar heb ik dit eerder gehoord?
Déjà Vu.
Er zit een soort van kwetsbaarheid in de zang.
Die ik ook hoorde bij het debuut van Counting Crows.
Het theatrale gedragen geluid van Adam Duritz.
Maar dan de Britse variant.
Helemaal overtuigend is het nog niet.
Helaas nog niet live mogen ervaren.
Iets wat ik bij vergelijkbare bands als Local Natives, Noah and the Whale en 16 Horsepower wel heb gedaan.
Vanwege de indruk die ze bij mij achter lieten was ik gelijk om.
Iets wat ik me tevens bij Mumford & Sons kan voorstellen.
De impact van The Cave, White Blank Page en Little Lion Man zal dan een stuk groter zijn.
Dat dit kwalitatief hoogstaande songs zijn is een feit.
Nu nog laten nestelen in ons collectieve geheugen.
Mumford & Sons - Wilder Mind (2015)

2,5
0
geplaatst: 8 mei 2015, 00:05 uur
Mumford & Sons klinken inderdaad wel anders Tompkins Square Park opent al met een New Order achtige drumpartij, en de zang sluit meer aan bij Echo & the Bunnymen.
Stoor ik mij hier aan?
Nee, eigenlijk helemaal niet.
Klinkt dit nog wel als Mumford & Sons?
Nee, eigenlijk helemaal niet.
Ik denk dat deze band het bij hun eerste twee albums al lastig heeft gemaakt.
De formule was zo onderhand wel bekend, en het kunstje dus ook wel.
Een derde album in deze stijl zou hoe dan ook inwisselbaar zijn geweest.
Eigenlijk was het na Babel wel klaar.
De enige keuze was dus een totaal andere aanpak.
Ik vind dat ze hier prima in geslaagd zijn.
Het album ademt, en straalt meer rust uit dan de vorige twee albums.
Alles loopt lekker in elkaar over, en de sfeer is ontspannen.
Het geluid is meer jaren 80, misschien nog het beste te vergelijken met White Lies.
Wat commerciëler allemaal.
Nu blijkt helaas wel dat Marcus Mumford niet de beste zanger is, dat is natuurlijk wel een minpunt.
Soms lijkt zijn stem wel op die van Greg Dulli van Afghan Whigs, dan weer op Adam Duritz van Counting Crows, maar dan met een stuk minder emotie dan deze grootheden.
Het gitaarspel en de al eerder aangegeven drums zijn echter prima in orde.
Invloeden van The War On Drugs hoor je vooral ook in de sfeer terug.
Alleen hebben de nummers op Wilder Mind meer kop en staart.
Maar ze zullen vanaf heden wel in het afgeschreven hoekje geplaatst worden langs Coldplay en U2.
Stoor ik mij hier aan?
Nee, eigenlijk helemaal niet.
Klinkt dit nog wel als Mumford & Sons?
Nee, eigenlijk helemaal niet.
Ik denk dat deze band het bij hun eerste twee albums al lastig heeft gemaakt.
De formule was zo onderhand wel bekend, en het kunstje dus ook wel.
Een derde album in deze stijl zou hoe dan ook inwisselbaar zijn geweest.
Eigenlijk was het na Babel wel klaar.
De enige keuze was dus een totaal andere aanpak.
Ik vind dat ze hier prima in geslaagd zijn.
Het album ademt, en straalt meer rust uit dan de vorige twee albums.
Alles loopt lekker in elkaar over, en de sfeer is ontspannen.
Het geluid is meer jaren 80, misschien nog het beste te vergelijken met White Lies.
Wat commerciëler allemaal.
Nu blijkt helaas wel dat Marcus Mumford niet de beste zanger is, dat is natuurlijk wel een minpunt.
Soms lijkt zijn stem wel op die van Greg Dulli van Afghan Whigs, dan weer op Adam Duritz van Counting Crows, maar dan met een stuk minder emotie dan deze grootheden.
Het gitaarspel en de al eerder aangegeven drums zijn echter prima in orde.
Invloeden van The War On Drugs hoor je vooral ook in de sfeer terug.
Alleen hebben de nummers op Wilder Mind meer kop en staart.
Maar ze zullen vanaf heden wel in het afgeschreven hoekje geplaatst worden langs Coldplay en U2.
Mummy's a Tree - Mummy Loves Strings (2024)

4,0
0
geplaatst: 17 oktober 2024, 09:15 uur
Zo rond zijn vijftigste levensjaar staat Stefan van den Berg door onvoorziene omstandigheden in een allesbepalende nieuwe fase in zijn leven. Een periode van afronding. Hij scheidt van zijn vrouw, worstelt met depressies en ook zijn vaste begeleidingsband krijgt een flinke deuk te verduren als drummer Imre Elzer net na de opname van Mummy Loves Strings opstapt. Gelukkig vindt hij in deze tijd van loslaten nog altijd troost in muzikale zekerheden. Loslaten is tevens het verleden afsluiten en nieuwe vervolgstappen zetten. Hoe pijnlijk het ook is, daar past zijn Mummy’s a Tree eerbetoon aan zijn vroeg overleden moeder niet meer tussen. Na zeven persoonlijke intieme albumverslagen richt Stefan van den Berg zich nu vooral op de studie muziektherapie en reist hij wekelijks naar Friesland af.
Het hoesontwerp van Mummy Loves Strings is eenvoudig doeltreffend, zoals we van Stefan van den Berg gewend zijn. De met tekstballonnen versierde foto van zijn moeder herplaatst je naar halverwege de jaren tachtig, het moment dat zij voor altijd haar jonge zoon achterlaat. Het is een remake van het ontwerp van de gelijknamige Mummy’s a Tree debuutplaat, het maakt de cirkel niet alleen rond, maar ook passend. Ondanks dat componist Gijs van der Heijden in de afrondingsfase van zijn studie aan het Conservatorium te Den Haag verkeert, gaat deze de uitdaging aan en vertrekt hij in de winter van 2022 naar de Castle Studio nabij het Duitse Dresden om samen met Stefan van den Berg aan dit laatste avontuur te beginnen. Zelfs voormalig Mummy’s a Tree gitarist Martin Luiten sluit aan, en Petra Randewijk perfectioneert het geluid van de plaat. Vertrouwd in een vreemde omgeving, met de juiste mensen op de juiste plekken.
Mummy Loves Strings trapt met twee tracks af waar regisseur/schrijver Koos Terpstra de teksten voor aanlevert. De traditionele jazzfolk van Sparkling in the Rain valt vooral door het sprankelende gitaarspel van Van den Berg op, die alle ellende van zich afzingt. Zoals zijn moeder waarschijnlijk graag gewild had, sluit hier een krachtig strijkkwartet aan. Sparkling in the Rain handelt over verloren relaties, eenzaamheid en toekomstige kansen. De pijn van het onvermijdelijke verdriet en de opluchting van wat hiervoor in de plek komt. De zanger klinkt opgefokt en boos, maar als de dromen uit elkaar gespat zijn ontstaat er ruimte die opnieuw gevuld kan worden. Het lichtgewichtige sfeervolle Two Trains sluit hier mooi op aan. Twee gelijkgestemde zielen vervolgen dezelfde weg, totdat de een plotseling linksaf slaat. De piano staat hierbij voor het dromerige zachte personage, de gitaar is het zelfverzekerde harde evenbeeld.
De country-wandeltocht van Chanson is het besef dat breuken niet te lijmen zijn. In deze doldwaze Into the Wild escapisme ontvlucht Stefan de misstappen in alle eenzaamheid. Het drumbeest Imre Elzer haalt hem in en brengt de singer-songwriter weer naar de werkelijkheid terug. Een werkelijkheid met toekomstperspectieven. Het is echter het spannende samenspel van het strijkkwartet dat hier uiteindelijk de show steelt en er een onverwachte wending aangeeft. Het is niet duidelijk of d’Amour voor hervonden liefde staat. Wel hint Stefan van den Berg hierbij naar een bijzondere ontmoeting tijdens de Duitse tournee, en het zal heus niet toevallig zijn dat het opnameproces daarop aansluit. Een klein beetje mysterie hoort erbij, een schrijver moet niet alles blootgeven, maar de luisteraar ook wat gunnen. Iedereen interpreteert muziek weer anders, en dat maakt die beleving ook zo aantrekkelijk.
The Morning is lekker stoffig experimenteel, een tikkeltje lo-fi gedurfd. Als je op de toppen van je creativiteit functioneert, vliegt de tijd voorbij. The Morning staat voor het nachtelijk jammen en de tevreden volwording tijdens het ochtendglorie. De trance als je het punt van vermoeidheid negeert en in volle overgave doorgaat. Het instrumentale Shinrin Yoku is spiritualiteit verpakt in eind sixties psychedelica. Eventjes het hoofd leeg maken en de ziel reinigen. In Been to Spain by Drinking Wine sluit een andere metgezel zich aan. De fles is in eerste instantie nog een goede vriend waar je mooie momenten mee deelt, vervolgens verandert deze in een blok aan het been, die niet meer los wil laten. Bijzonder dat bassist Gordon Asdown hier die verraderlijke rol van compagnon op zich neemt, de verbale duivelse verlokkingen vertolkt, en er net wat meer hardheid aan koppelt. De roekeloze periode aan het begin van Mummy’s A Tree, waar alles mogelijk is. Je kan het verdriet wegdrinken, de kater komt de volgende dag twee keer zo hard aan.
Belly Full is een waardig vaarwel, waar Stefan van den Berg ons voor de laatste keer op aan Mummy’s A Tree gebonden gitaaruitspattingen trakteert. Een ontroerend afscheid waarbij je overduidelijk beseft dat het verhaal van Mummy’s A Tree definitief voorbij is. Een muzikant in topvorm, het kippenvelmoment tot die prachtige finishing solo’s uitgesteld. Het was een fraaie liefdevolle vertelling, die ruim 28 jaar geduurd heeft.
Mummy's a Tree - Mummy Loves Strings | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Het hoesontwerp van Mummy Loves Strings is eenvoudig doeltreffend, zoals we van Stefan van den Berg gewend zijn. De met tekstballonnen versierde foto van zijn moeder herplaatst je naar halverwege de jaren tachtig, het moment dat zij voor altijd haar jonge zoon achterlaat. Het is een remake van het ontwerp van de gelijknamige Mummy’s a Tree debuutplaat, het maakt de cirkel niet alleen rond, maar ook passend. Ondanks dat componist Gijs van der Heijden in de afrondingsfase van zijn studie aan het Conservatorium te Den Haag verkeert, gaat deze de uitdaging aan en vertrekt hij in de winter van 2022 naar de Castle Studio nabij het Duitse Dresden om samen met Stefan van den Berg aan dit laatste avontuur te beginnen. Zelfs voormalig Mummy’s a Tree gitarist Martin Luiten sluit aan, en Petra Randewijk perfectioneert het geluid van de plaat. Vertrouwd in een vreemde omgeving, met de juiste mensen op de juiste plekken.
Mummy Loves Strings trapt met twee tracks af waar regisseur/schrijver Koos Terpstra de teksten voor aanlevert. De traditionele jazzfolk van Sparkling in the Rain valt vooral door het sprankelende gitaarspel van Van den Berg op, die alle ellende van zich afzingt. Zoals zijn moeder waarschijnlijk graag gewild had, sluit hier een krachtig strijkkwartet aan. Sparkling in the Rain handelt over verloren relaties, eenzaamheid en toekomstige kansen. De pijn van het onvermijdelijke verdriet en de opluchting van wat hiervoor in de plek komt. De zanger klinkt opgefokt en boos, maar als de dromen uit elkaar gespat zijn ontstaat er ruimte die opnieuw gevuld kan worden. Het lichtgewichtige sfeervolle Two Trains sluit hier mooi op aan. Twee gelijkgestemde zielen vervolgen dezelfde weg, totdat de een plotseling linksaf slaat. De piano staat hierbij voor het dromerige zachte personage, de gitaar is het zelfverzekerde harde evenbeeld.
De country-wandeltocht van Chanson is het besef dat breuken niet te lijmen zijn. In deze doldwaze Into the Wild escapisme ontvlucht Stefan de misstappen in alle eenzaamheid. Het drumbeest Imre Elzer haalt hem in en brengt de singer-songwriter weer naar de werkelijkheid terug. Een werkelijkheid met toekomstperspectieven. Het is echter het spannende samenspel van het strijkkwartet dat hier uiteindelijk de show steelt en er een onverwachte wending aangeeft. Het is niet duidelijk of d’Amour voor hervonden liefde staat. Wel hint Stefan van den Berg hierbij naar een bijzondere ontmoeting tijdens de Duitse tournee, en het zal heus niet toevallig zijn dat het opnameproces daarop aansluit. Een klein beetje mysterie hoort erbij, een schrijver moet niet alles blootgeven, maar de luisteraar ook wat gunnen. Iedereen interpreteert muziek weer anders, en dat maakt die beleving ook zo aantrekkelijk.
The Morning is lekker stoffig experimenteel, een tikkeltje lo-fi gedurfd. Als je op de toppen van je creativiteit functioneert, vliegt de tijd voorbij. The Morning staat voor het nachtelijk jammen en de tevreden volwording tijdens het ochtendglorie. De trance als je het punt van vermoeidheid negeert en in volle overgave doorgaat. Het instrumentale Shinrin Yoku is spiritualiteit verpakt in eind sixties psychedelica. Eventjes het hoofd leeg maken en de ziel reinigen. In Been to Spain by Drinking Wine sluit een andere metgezel zich aan. De fles is in eerste instantie nog een goede vriend waar je mooie momenten mee deelt, vervolgens verandert deze in een blok aan het been, die niet meer los wil laten. Bijzonder dat bassist Gordon Asdown hier die verraderlijke rol van compagnon op zich neemt, de verbale duivelse verlokkingen vertolkt, en er net wat meer hardheid aan koppelt. De roekeloze periode aan het begin van Mummy’s A Tree, waar alles mogelijk is. Je kan het verdriet wegdrinken, de kater komt de volgende dag twee keer zo hard aan.
Belly Full is een waardig vaarwel, waar Stefan van den Berg ons voor de laatste keer op aan Mummy’s A Tree gebonden gitaaruitspattingen trakteert. Een ontroerend afscheid waarbij je overduidelijk beseft dat het verhaal van Mummy’s A Tree definitief voorbij is. Een muzikant in topvorm, het kippenvelmoment tot die prachtige finishing solo’s uitgesteld. Het was een fraaie liefdevolle vertelling, die ruim 28 jaar geduurd heeft.
Mummy's a Tree - Mummy Loves Strings | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Mummy's a Tree - New Song (2021)

4,0
0
geplaatst: 14 juli 2021, 18:25 uur
Bescheidenheid is een gekoesterde gouden eigenschap, maar kan tevens een groot struikelblok zijn. Stefan van den Berg maakt met Mummy’s a Tree al jarenlang prachtige klein gehouden popliedjes. Ze blijven hierdoor dat leuke opwarmertje van de avond, waarna vervolgens de grote jongens het mogen overnemen. De band verzorgde het voorprogramma voor dEUS, My Morning Jacket, Big Country en Bettie Serveert maar dringt niet door tot het bredere publiek. De zesde studioplaat New Song moet daar eindelijk verandering in brengen.
De Nijmeegse popgroep Mummy’s a Tree is vernoemd naar de letterlijke volgroeide stamboom die met zijn gegronde wortels en breed uitslaande takken het graf van de moeder van Stefan beschermt. De akkoorden van het rariteiten titelstuk kronkelen zich als de verleidelijke slang uit het hof van Eden los van die veilige basis. De binding met de navelstreng is verbroken. New Song, een ander geluid. Iets meer gekte met de manische solerende gitaar versterkt op de voorgrond. Als bedevaartplaats wordt er uitgeweken naar de Hansa Studio in Berlijn, waar The Strokes producer Gordon Raphael en zijn rechterhand Daniel Benyamin de opnames leiden en een heerlijke dosis aan hoekige garagerock, gedragen dromerige crooners, symfonische rock passages, stellige postpunk en zevenmijlse plateauzolen glamrock aan toevoegen. Missie geslaagd? Reken maar van yes!
Eindelijk lijkt het allemaal samen te vallen. Stefan van den Berg laat zijn gitaar spreken er gooit er direct al een brok aan bevrijdende emoties uit. Mummy’s A Tree straalt op New Song de zelfverzekerdheid van een Nederlands supertrio uit. Drums, bas en gitaar, meer heb je in principe niet nodig. Rick Weren pomp met zijn zuurstofrijke baspartijen de gevraagde energie naar het muzikale hart, waarna Imre Elzer het in afgepaste ritmische slagen koppelt aan de verhalende zang en dirigerende gitaaraanslagen van Stefan van den Berg.
All Of This is een avondwandeling door het in verval rakende Coney Island welke eindigt in de de klassieke sprookjesnachtwals van Pipeline. De folky Americana van All of My Thoughts kan zich prima nestelen tussen het eerdere werk, al zou deze door het vollere geluid er wel bovenuit steken. Het broeierige Spring is Coming flirt met Franstalige gekte, maar laat de song net heerlijk op het wateroppervlakte drijven zonder weg te zinken in de dreigende diepte. De exotica van Facewash tript aangenaam weg op een zomerse smoothie sound met een vleugje aan The Beatles strijkers.
Het in diepe lagen gezongen Leader in Town is gemaakt om in je hoofd rond te blijven spoken. Waar ken je die bluesy gitaarakkoorden toch van? Flarden afgerafelde Jimi Hendrix stukken passeren de revue. Ergens op een benevelde wolk kijkt de geest van de meester goedlachs toe als. Een oppermachtige Stefan van den Berg laat die gouden tijden herbeleven en laat nogmaals horen dat zijn gitaarspel tot de top van Nederland hoort. New Song is de eerste geslaagde stap van een koerswijziging, het is aan Stefan van den Berg of hij het aandurft om steevast tegen de stroming in te blijven varen.
Mummy's a Tree - New Song | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De Nijmeegse popgroep Mummy’s a Tree is vernoemd naar de letterlijke volgroeide stamboom die met zijn gegronde wortels en breed uitslaande takken het graf van de moeder van Stefan beschermt. De akkoorden van het rariteiten titelstuk kronkelen zich als de verleidelijke slang uit het hof van Eden los van die veilige basis. De binding met de navelstreng is verbroken. New Song, een ander geluid. Iets meer gekte met de manische solerende gitaar versterkt op de voorgrond. Als bedevaartplaats wordt er uitgeweken naar de Hansa Studio in Berlijn, waar The Strokes producer Gordon Raphael en zijn rechterhand Daniel Benyamin de opnames leiden en een heerlijke dosis aan hoekige garagerock, gedragen dromerige crooners, symfonische rock passages, stellige postpunk en zevenmijlse plateauzolen glamrock aan toevoegen. Missie geslaagd? Reken maar van yes!
Eindelijk lijkt het allemaal samen te vallen. Stefan van den Berg laat zijn gitaar spreken er gooit er direct al een brok aan bevrijdende emoties uit. Mummy’s A Tree straalt op New Song de zelfverzekerdheid van een Nederlands supertrio uit. Drums, bas en gitaar, meer heb je in principe niet nodig. Rick Weren pomp met zijn zuurstofrijke baspartijen de gevraagde energie naar het muzikale hart, waarna Imre Elzer het in afgepaste ritmische slagen koppelt aan de verhalende zang en dirigerende gitaaraanslagen van Stefan van den Berg.
All Of This is een avondwandeling door het in verval rakende Coney Island welke eindigt in de de klassieke sprookjesnachtwals van Pipeline. De folky Americana van All of My Thoughts kan zich prima nestelen tussen het eerdere werk, al zou deze door het vollere geluid er wel bovenuit steken. Het broeierige Spring is Coming flirt met Franstalige gekte, maar laat de song net heerlijk op het wateroppervlakte drijven zonder weg te zinken in de dreigende diepte. De exotica van Facewash tript aangenaam weg op een zomerse smoothie sound met een vleugje aan The Beatles strijkers.
Het in diepe lagen gezongen Leader in Town is gemaakt om in je hoofd rond te blijven spoken. Waar ken je die bluesy gitaarakkoorden toch van? Flarden afgerafelde Jimi Hendrix stukken passeren de revue. Ergens op een benevelde wolk kijkt de geest van de meester goedlachs toe als. Een oppermachtige Stefan van den Berg laat die gouden tijden herbeleven en laat nogmaals horen dat zijn gitaarspel tot de top van Nederland hoort. New Song is de eerste geslaagde stap van een koerswijziging, het is aan Stefan van den Berg of hij het aandurft om steevast tegen de stroming in te blijven varen.
Mummy's a Tree - New Song | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Muse - Black Holes & Revelations (2006)

3,5
0
geplaatst: 2 mei 2013, 19:05 uur
Muse zou met hun laatste album The 2nd Law onder andere aansluiten bij de heersende dubstep rage.
Toch klinkt dit album niet veel anders dan Black Holes & Revelations.
Muse is de laatste jaren een stuk dansbaarder geworden, mede door het gebruik van electronica.
Bij een band als Radiohead pakt dit voor mij te experimenteel uit, wat te koste gaat van de songs, bij Muse blijft het geheel een duidelijke opbouw te hebben, werkend naar een climax.
Natuurlijk horen we Queen nog terug in de hoge uithalen van zang en gitaar en de samenzang in de koortjes, ook invloeden van Depeche Mode zijn meer hoorbaar.
Een soortgelijke ontwikkeling onderging ook Editors; totaal andere band, maar wel een duidelijke invloed van de dansbare jaren 80 met hun synthesizergeweld.
Muse klinkt ook regelmatig als Keane; vooral de zang; iets minder breekbaar maar wel energieker.
Black Holes & Revelations laat horen dat jaren 70 glamrock, jaren 80 electronica goed samen gaan in een hedendaagse sound.
Muse is geen Britpopbandje meer, die fase is ontgroeid.
Men probeert te vaak een nieuw geluid te ontwikkelen, terwijl er zoveel moois gemaakt is om inspiratie in op te doen.
Muse voelt dat met dit album perfect aan.
Afsluiter Knights of Cydonia is geen ode aan de tante van Suske en Wiske, maar klinkt als een heerlijke soundtrack voor een ridderfilm in de lijn van First Knight die zich ergens in de toekomst op een verre planeet afspeelt.
Muse op zijn best.
Toch klinkt dit album niet veel anders dan Black Holes & Revelations.
Muse is de laatste jaren een stuk dansbaarder geworden, mede door het gebruik van electronica.
Bij een band als Radiohead pakt dit voor mij te experimenteel uit, wat te koste gaat van de songs, bij Muse blijft het geheel een duidelijke opbouw te hebben, werkend naar een climax.
Natuurlijk horen we Queen nog terug in de hoge uithalen van zang en gitaar en de samenzang in de koortjes, ook invloeden van Depeche Mode zijn meer hoorbaar.
Een soortgelijke ontwikkeling onderging ook Editors; totaal andere band, maar wel een duidelijke invloed van de dansbare jaren 80 met hun synthesizergeweld.
Muse klinkt ook regelmatig als Keane; vooral de zang; iets minder breekbaar maar wel energieker.
Black Holes & Revelations laat horen dat jaren 70 glamrock, jaren 80 electronica goed samen gaan in een hedendaagse sound.
Muse is geen Britpopbandje meer, die fase is ontgroeid.
Men probeert te vaak een nieuw geluid te ontwikkelen, terwijl er zoveel moois gemaakt is om inspiratie in op te doen.
Muse voelt dat met dit album perfect aan.
Afsluiter Knights of Cydonia is geen ode aan de tante van Suske en Wiske, maar klinkt als een heerlijke soundtrack voor een ridderfilm in de lijn van First Knight die zich ergens in de toekomst op een verre planeet afspeelt.
Muse op zijn best.
Muse - Drones (2015)

3,5
0
geplaatst: 5 juni 2015, 16:09 uur
Drones is de George Orwells 1984 van deze tijd.
Voorspelbaar, voor geprogrammeerd en herhalend.
Voorspelbaar, voor geprogrammeerd en herhalend.
Muse - Origin of Symmetry (2001)

3,5
1
geplaatst: 12 november 2012, 16:34 uur
Matthew Bellamy klinkt in opener New Born als Jeff Buckley.
Prachtige opbouw, al blijf ik vanwege zijn happen naar adem op het einde van elke zin een beeld voor ogen zien van dezelfde Jeff Buckley, vechtend tegen zijn verdrinkingsdood.
Je wordt als onzeker jongetje in het diepe gegooid, en probeer maar te overleven.
New Born vat Muse ook perfect samen; het lieflijke, de gitaaruitbarstingen, dromerige pianoklanken, de bijna overspannen maniakale zang.
Bombast en theatraal, zoals een Queen al jaren eerder deed.
Bliss begint in dezelfde dromerige sfeer als New Born, al snel komt echter het muzikale klaarkomen.
Mij net iets te snel, ben meer van het lange voorspel dan van de vluggertjes.
Muse sluit aan bij Radiohead en de eerder genoemde Jeff Buckley, maar vanwege de zweverige keyboardklanken tussendoor kan net zo goed namen als Underworld en vooral The Future Sound Of London genoemd worden.
Muse is typisch Brits, maar waar andere bands vooral aansluiting zochten bij de Britpop, gaat Muse meer een eigen weg op.
Vergelijkbaar met Radiohead.
Het enige grote verschil blijft dat Muse binnen de muzikale kleurblok wel netjes binnen de lijntjes blijft; al maken ze gebruik van ongangbare felle kleuren.
Radiohead ging een stuk slordiger te werk binnen hetzelfde kleurblok; vaak over de lijntjes heen, en het geheel was vaak maar half af.
Ik hou meer van de experimentele fase van een kleuter die zich ontwikkeld om beter te worden, dan van de ontdekkingsfase van een peuter voor wie alles nog nieuw is.
Prachtige opbouw, al blijf ik vanwege zijn happen naar adem op het einde van elke zin een beeld voor ogen zien van dezelfde Jeff Buckley, vechtend tegen zijn verdrinkingsdood.
Je wordt als onzeker jongetje in het diepe gegooid, en probeer maar te overleven.
New Born vat Muse ook perfect samen; het lieflijke, de gitaaruitbarstingen, dromerige pianoklanken, de bijna overspannen maniakale zang.
Bombast en theatraal, zoals een Queen al jaren eerder deed.
Bliss begint in dezelfde dromerige sfeer als New Born, al snel komt echter het muzikale klaarkomen.
Mij net iets te snel, ben meer van het lange voorspel dan van de vluggertjes.
Muse sluit aan bij Radiohead en de eerder genoemde Jeff Buckley, maar vanwege de zweverige keyboardklanken tussendoor kan net zo goed namen als Underworld en vooral The Future Sound Of London genoemd worden.
Muse is typisch Brits, maar waar andere bands vooral aansluiting zochten bij de Britpop, gaat Muse meer een eigen weg op.
Vergelijkbaar met Radiohead.
Het enige grote verschil blijft dat Muse binnen de muzikale kleurblok wel netjes binnen de lijntjes blijft; al maken ze gebruik van ongangbare felle kleuren.
Radiohead ging een stuk slordiger te werk binnen hetzelfde kleurblok; vaak over de lijntjes heen, en het geheel was vaak maar half af.
Ik hou meer van de experimentele fase van een kleuter die zich ontwikkeld om beter te worden, dan van de ontdekkingsfase van een peuter voor wie alles nog nieuw is.
Muse - The 2nd Law (2012)

3,0
0
geplaatst: 30 juni 2013, 15:06 uur
Supermacy is James Bond meets Batman.
Een soort van verknipte soundtrack van twee superhelden met elementen als Goldfinger, Live and Let Die in zich, maar ook Hold Me Thrill Me Kiss Me (Batman Forever) van U2 en Come With Me ( Godzilla van Puff Daddy zitten er min of meer in.
Matthew Bellamy gaat gelijk de hoogte in als een hysterische Jeff Buckley, en het bevalt mij prima zo.
Madness heeft daarentegen het sensuele van George Michael; beetje I Want Your Seks; soul welke bijna naar gospel neigt. De gitaar is gewoon gejat van het tussenstuk van Queens I Want To Break Free.
Muse blijft een meester in het bij elkaar rapen van de popgeschiedenis, om vervolgens hier en mooi geheel van te maken.
Wat een band als The Prodigy doet met samplers is eigenlijk te vergelijken.
Vervolgens krijgen we opgefokte Franz Ferdinand achtige funk, met een vleugje Red Hot Chili Peppers in Panic Station.
Prelude is het muziekje van een foute liefdesfilm als Gone With The Wind.
Bij Survival horen we Queen weer terug; inclusief groots opgezette gitaarsolo, ik moet hierbij ook aan een band als The Darkness denken, maar waar zijn die door beinvloed; precies Queen.
Matthew Bellamy in de diepte is bijna dezelfde stem als Mike Patton van Faith No More; ook een band die hun eigen mix van cross-over samen stelt.
Dan krijgen we bijna traditionele Ierse volksmuziek, maar met die elektronica ontwikkeld Follow Me zich als een Dana International achtig Songfestival nummer; ook echte verantwoorde kitsch horen we terug. Op het einde nog even de Bono uithalen.
Het dromerige Animals is Old-School Muse, zoals ze in het begin klonken, als een Radiohead kopie.
Het gitaarspel is prachtig, vooral de toewerking naar het einde toe.
Bij Explorers hoor ik het duidelijk weer Queen (Don’t Stop Me Now) terug, maar ook No Surprises van Radiohead, al klinkt Bellamy ook bijna als Marc Almond.
Net zo gemakkelijk wordt er over geschakeld naar Where The Streets Have No Name van U2 in Big Freeze om zich vervolgens te ontwikkelen in een typisch Muse nummer, al hoor je Arcade Fire met Rebellion (Lies) er doorheen.
Wat klinkt Bellamy weer heerlijk bij Save Me; deze dromerige kant hoor je helaas te weinig bij hem, de controle op zijn stem is subliem, blijkt dus dat we hier met de bassist te maken hebben, iets wat ik niet wist. Mooie dreampop zoals ze vooral in de jaren 90 gemaakt werd.
Om daarna het Ministry achtige hakwerk in Liquid State te horen is wel even wennen, het is dat de zang anders is, maar het zou zowat op het zwarte Metallica album passen, muzikaal lijkt het ook wat op de opener, maar dan de Guns N' Roses versie van Live and Let Die.
Het einde vind ik minder, dit past niet tussen de andere groots opgezette nummers van het album.
Leuk om vervolgens nog een stukje Riverdance terug te horen, muzikaal lijkt het op Rood van Marco Borsato, vervolgens komt het elektronische gedeelte, gewaagd en zeker geslaagd te noemen.
The 2nd Law: Unsustainable vind ik meer bij de Olympische Spelen passen dan Survival.
Die andere The 2nd Law: Isolated System klinkt weer totaal anders; ook mooi, maar eigenlijk vind ik de twee afsluiters niet helemaal tussen de rest passen.
Muse zal altijd die mix tussen Queen en Radiohead blijven, met weinig echt originele elementen, maar voor mij is The 2nd Law het album van ze waarbij het geheel mij het meeste aanspreekt.
Een soort van verknipte soundtrack van twee superhelden met elementen als Goldfinger, Live and Let Die in zich, maar ook Hold Me Thrill Me Kiss Me (Batman Forever) van U2 en Come With Me ( Godzilla van Puff Daddy zitten er min of meer in.
Matthew Bellamy gaat gelijk de hoogte in als een hysterische Jeff Buckley, en het bevalt mij prima zo.
Madness heeft daarentegen het sensuele van George Michael; beetje I Want Your Seks; soul welke bijna naar gospel neigt. De gitaar is gewoon gejat van het tussenstuk van Queens I Want To Break Free.
Muse blijft een meester in het bij elkaar rapen van de popgeschiedenis, om vervolgens hier en mooi geheel van te maken.
Wat een band als The Prodigy doet met samplers is eigenlijk te vergelijken.
Vervolgens krijgen we opgefokte Franz Ferdinand achtige funk, met een vleugje Red Hot Chili Peppers in Panic Station.
Prelude is het muziekje van een foute liefdesfilm als Gone With The Wind.
Bij Survival horen we Queen weer terug; inclusief groots opgezette gitaarsolo, ik moet hierbij ook aan een band als The Darkness denken, maar waar zijn die door beinvloed; precies Queen.
Matthew Bellamy in de diepte is bijna dezelfde stem als Mike Patton van Faith No More; ook een band die hun eigen mix van cross-over samen stelt.
Dan krijgen we bijna traditionele Ierse volksmuziek, maar met die elektronica ontwikkeld Follow Me zich als een Dana International achtig Songfestival nummer; ook echte verantwoorde kitsch horen we terug. Op het einde nog even de Bono uithalen.
Het dromerige Animals is Old-School Muse, zoals ze in het begin klonken, als een Radiohead kopie.
Het gitaarspel is prachtig, vooral de toewerking naar het einde toe.
Bij Explorers hoor ik het duidelijk weer Queen (Don’t Stop Me Now) terug, maar ook No Surprises van Radiohead, al klinkt Bellamy ook bijna als Marc Almond.
Net zo gemakkelijk wordt er over geschakeld naar Where The Streets Have No Name van U2 in Big Freeze om zich vervolgens te ontwikkelen in een typisch Muse nummer, al hoor je Arcade Fire met Rebellion (Lies) er doorheen.
Wat klinkt Bellamy weer heerlijk bij Save Me; deze dromerige kant hoor je helaas te weinig bij hem, de controle op zijn stem is subliem, blijkt dus dat we hier met de bassist te maken hebben, iets wat ik niet wist. Mooie dreampop zoals ze vooral in de jaren 90 gemaakt werd.
Om daarna het Ministry achtige hakwerk in Liquid State te horen is wel even wennen, het is dat de zang anders is, maar het zou zowat op het zwarte Metallica album passen, muzikaal lijkt het ook wat op de opener, maar dan de Guns N' Roses versie van Live and Let Die.
Het einde vind ik minder, dit past niet tussen de andere groots opgezette nummers van het album.
Leuk om vervolgens nog een stukje Riverdance terug te horen, muzikaal lijkt het op Rood van Marco Borsato, vervolgens komt het elektronische gedeelte, gewaagd en zeker geslaagd te noemen.
The 2nd Law: Unsustainable vind ik meer bij de Olympische Spelen passen dan Survival.
Die andere The 2nd Law: Isolated System klinkt weer totaal anders; ook mooi, maar eigenlijk vind ik de twee afsluiters niet helemaal tussen de rest passen.
Muse zal altijd die mix tussen Queen en Radiohead blijven, met weinig echt originele elementen, maar voor mij is The 2nd Law het album van ze waarbij het geheel mij het meeste aanspreekt.
Muzz - Muzz (2020)

4,5
4
geplaatst: 8 augustus 2020, 20:58 uur
Paul Banks heeft eigenlijk geen introductie meer nodig. Als frontman van het beklemmende donkere Interpol verraste hij de wereld al met drie opeenvolgende meesterwerken. Dat het experimentele latere materiaal deze status niet behaalt is ze vergeven. Met het luchtigere Julian Plenti Is…Skyscraper plaatst Paul Banks zijn donkere deprimerende kant in de ijskast. Bij Banks is er weer een plek voor zijn kenmerkende treurende grafstem. Met een warmere instrumentatie lijkt het erop dat hij zich nog verder van de stigmatisering van het als een zwaar kruis meedragende Interpol wil verwijderen.
Voor zijn nieuwe project Muzz heeft hij contact opgenomen met jeugdvriend Josh Kaufman. Deze producer verraste eerder dit jaar al met het steriele tot in perfectie uitgewerkte Bonny Light Horseman, waarbij hij ook de verantwoording over de gezamenlijke gitaarpartijen opeist. Met verder nog de van The Walkman afkomstige drummer Matt Barrick in de geleden vormt zich hier een ouderwetse superband. Dat de verwachtingen bij het powertrio zeer hoog liggen is begrijpelijk en meer dan terecht.
Het is prachtig hoe mooi verhalend Paul Banks de mogelijkheid krijgt om met Bad Feelings af te trappen. Qua sfeer ligt het in het verlengde van Bonny Light Horseman, maar het is die geweldige praatstem die hier de warmte weet op te roepen welke vaak bij het latere Interpol werk ontbreekt. Het schitterende open geluidsveld waarmee geëindigd wordt bewijst al direct dat er hier iets bijzonders gaande is. Die magie is vooral ook voelbaar in de stevige nieuwe single Knuckleduster, waarbij de indruk gewekt wordt dat de band al jaren samen actief bezig is.
Het speelse geflirt met de elektronica maakt van Evergreen een heerlijke opbeurende song, waarbij de grijze wereld van het Interpol verleden een gouden zonnegloed glans krijgt. De uitlopende Americana accenten geven het een country avondsfeer tintje, waarbij nogmaals benadrukt wordt dat de drie-eenheid strak op elkander ingespeeld is. Dat stukje aan zomergeluk zit ook in het onbevangen eightiespop van Chubby Checker.
Het met treurende uitademende blazers gevormde Patchouli getuigt van het feit hoe eenvoudig een croonende Paul Banks de afstand tussen folky country en postpunk kan laten verslinken tot een minimum. Deze New Yorkenaar laat het Europese geluid van Interpol los, door meer zijn eigen roots op te zoeken, die hoorbaar in de Verenigde Staten liggen. Het nicotine bruine rokerige stemgeluid is wel aanwezig op Red Western Sky, maar het is die desperate piano omlijsting waarmee ze zich weten te onderscheiden. Het rockt net een tikkeltje steviger door de subtiel toegevoegde roffels van Matt Barrick, waardoor het een prettig weergaloos indie pop randje krijgt.
Het emotionele Everything Like It Used to Be zou met een andere instrumentenkeuze zich prima thuis voelen op een van de betere Interpol albums. Het is juist die onafhankelijke vooruitziende blik van Josh Kaufman die er een echte Muzz track van maakt. Hij pakt hier toch wel eventjes de hoofdrol van Banks over door af te sluiten met in mineur gestemde huilende gitaarakkoorden. Vanuit verstilde pianopartijen ontwikkelt Broken Tambourine zich tot een opzwepende ballade, waarbij Matt Barrick het jazzy ritme bepaald. Juist die grimmige verschillen in tempo geven het die donkere zonverduisterende keerzijde waarmee gitzwart het uiterste wordt opgezocht.
Het is niet zo moeilijk te verklaren dat er in het drukkende How Many Days duidelijke The National invloeden verwerkt zitten. Ook dat gezelschap behoort tot de vriendengroep van Josh Kaufman. Als extra gitarist bivakkeerde hij met de band in de studio tijdens het opnameproces van Sleep Well Beast. Zijn smerige schurende gitaaruitbarstingen geven het een scherp rafelrandje mee wat prima aansluit bij de donkere lagen in de op zijn toppen functionerende Paul Banks. Het lawaaierige slachtwerk van Matt Barrick bewijst nogmaals de universele kracht van het meesterlijke trio.
Hoe groot kan het contrast zijn met het in alle rust voort sjokkende Summer Love, waardoor weer eens benadrukt wordt dat Banks de pessimistische fases in zijn leven definitief in de vuilverwerker heeft gegooid. Als een herboren gelukszoeker zwerft hij dromerig rond tussen zijn gemoedelijke teksten. Deze kant openbaart zich zelden zo mooi aan de buitenwereld. Deze lijn zet hij niet voort in het sfeervolle All Is Dead to Me, waar de lyrics als donkere donderwolken verwarring in het hoofd van de vocalist veroorzaken. Breed georkestreerd volgt er een sentimentele wenteling die overgaat in het klein gehouden Trinidad, waar de blazers er een jammerlijk Zuid Amerikaans verfijning aan toe voegen. Muzz nodigt uit om het zwarte pak in de kast te hangen, en kleurrijk naar buiten te treden. Niet te vergelijken met Interpol, maar wat speelt hier toch een band in topvorm!
Muzz - Muzz | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Voor zijn nieuwe project Muzz heeft hij contact opgenomen met jeugdvriend Josh Kaufman. Deze producer verraste eerder dit jaar al met het steriele tot in perfectie uitgewerkte Bonny Light Horseman, waarbij hij ook de verantwoording over de gezamenlijke gitaarpartijen opeist. Met verder nog de van The Walkman afkomstige drummer Matt Barrick in de geleden vormt zich hier een ouderwetse superband. Dat de verwachtingen bij het powertrio zeer hoog liggen is begrijpelijk en meer dan terecht.
Het is prachtig hoe mooi verhalend Paul Banks de mogelijkheid krijgt om met Bad Feelings af te trappen. Qua sfeer ligt het in het verlengde van Bonny Light Horseman, maar het is die geweldige praatstem die hier de warmte weet op te roepen welke vaak bij het latere Interpol werk ontbreekt. Het schitterende open geluidsveld waarmee geëindigd wordt bewijst al direct dat er hier iets bijzonders gaande is. Die magie is vooral ook voelbaar in de stevige nieuwe single Knuckleduster, waarbij de indruk gewekt wordt dat de band al jaren samen actief bezig is.
Het speelse geflirt met de elektronica maakt van Evergreen een heerlijke opbeurende song, waarbij de grijze wereld van het Interpol verleden een gouden zonnegloed glans krijgt. De uitlopende Americana accenten geven het een country avondsfeer tintje, waarbij nogmaals benadrukt wordt dat de drie-eenheid strak op elkander ingespeeld is. Dat stukje aan zomergeluk zit ook in het onbevangen eightiespop van Chubby Checker.
Het met treurende uitademende blazers gevormde Patchouli getuigt van het feit hoe eenvoudig een croonende Paul Banks de afstand tussen folky country en postpunk kan laten verslinken tot een minimum. Deze New Yorkenaar laat het Europese geluid van Interpol los, door meer zijn eigen roots op te zoeken, die hoorbaar in de Verenigde Staten liggen. Het nicotine bruine rokerige stemgeluid is wel aanwezig op Red Western Sky, maar het is die desperate piano omlijsting waarmee ze zich weten te onderscheiden. Het rockt net een tikkeltje steviger door de subtiel toegevoegde roffels van Matt Barrick, waardoor het een prettig weergaloos indie pop randje krijgt.
Het emotionele Everything Like It Used to Be zou met een andere instrumentenkeuze zich prima thuis voelen op een van de betere Interpol albums. Het is juist die onafhankelijke vooruitziende blik van Josh Kaufman die er een echte Muzz track van maakt. Hij pakt hier toch wel eventjes de hoofdrol van Banks over door af te sluiten met in mineur gestemde huilende gitaarakkoorden. Vanuit verstilde pianopartijen ontwikkelt Broken Tambourine zich tot een opzwepende ballade, waarbij Matt Barrick het jazzy ritme bepaald. Juist die grimmige verschillen in tempo geven het die donkere zonverduisterende keerzijde waarmee gitzwart het uiterste wordt opgezocht.
Het is niet zo moeilijk te verklaren dat er in het drukkende How Many Days duidelijke The National invloeden verwerkt zitten. Ook dat gezelschap behoort tot de vriendengroep van Josh Kaufman. Als extra gitarist bivakkeerde hij met de band in de studio tijdens het opnameproces van Sleep Well Beast. Zijn smerige schurende gitaaruitbarstingen geven het een scherp rafelrandje mee wat prima aansluit bij de donkere lagen in de op zijn toppen functionerende Paul Banks. Het lawaaierige slachtwerk van Matt Barrick bewijst nogmaals de universele kracht van het meesterlijke trio.
Hoe groot kan het contrast zijn met het in alle rust voort sjokkende Summer Love, waardoor weer eens benadrukt wordt dat Banks de pessimistische fases in zijn leven definitief in de vuilverwerker heeft gegooid. Als een herboren gelukszoeker zwerft hij dromerig rond tussen zijn gemoedelijke teksten. Deze kant openbaart zich zelden zo mooi aan de buitenwereld. Deze lijn zet hij niet voort in het sfeervolle All Is Dead to Me, waar de lyrics als donkere donderwolken verwarring in het hoofd van de vocalist veroorzaken. Breed georkestreerd volgt er een sentimentele wenteling die overgaat in het klein gehouden Trinidad, waar de blazers er een jammerlijk Zuid Amerikaans verfijning aan toe voegen. Muzz nodigt uit om het zwarte pak in de kast te hangen, en kleurrijk naar buiten te treden. Niet te vergelijken met Interpol, maar wat speelt hier toch een band in topvorm!
Muzz - Muzz | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
My Baby - Sake Sake Sake (2022)

4,0
0
geplaatst: 4 mei 2022, 00:40 uur
Het is amper een jaar geleden dat Cato van Dijck in de huid van Donna Summer kruipt en samen met Colin Benders met een sensationele performance van de Giorgio Moroder klassieker I Feel Love haarzelf bij Matthijs Gaat Door op de kaart zet. Een zeer spraakzaam moment, en terecht nationaal groot opgepakt. Wat men veelal vergeet is dat Cato samen met haar drummende broer Joost en gitarist Daniel de Vries al vier overtuigende studioplaten heeft afgeleverd. My Baby, want daar hebben we het hier over, stoeit met blues, soul, funk en dance. Doordringende trance als basis, met daaroverheen een aangename groovende mix van spacende psychedelica, jazzy ritmes en die allesbepalende stemacrobatiek van Cato van Dijck. Een band continu in ontwikkeling zijnde met een hongerige drang tot experimenteerdrift. Het popmuzieketiket overstijgend, met veel ruimte voor traditionele tribals, inheemse exotica en een overdonderend gevoel voor multiculturele stromingen.
Na het toch al niet misselijke soulblues debuut Loves Voodoo! volgt het meer slidegitaar georiënteerde countryblues rockende Shamanaid. Het duistere bezwerende rituele Prehistoric Rhythm opent de deur naar de kerkelijke gospel en introduceert bescheiden meer hypnotiserende trance en folk in de sound. Sake Sake Sake transformeert weer een stap verder in wording dan het vier jaar eerder verschenen met zomerreggae stoeiende Mounaiki ~ By the Bright of Night. Sake Sake Sake overtreft alle verwachtingen, de gehoopte doelstelling is bereikt, al zal My Baby van kritische puristen zeker tegengas krijgen, omdat de plaat zoveel afwijkt van de eerdere sound. Zo is het, ik kan in ieder geval optimaal van de gedurfde koerswijziging genieten.
De magie van de retro beleving die tijdens de Colin Benders samenwerking zijn intrede doet, zet zich in A Dream I Dream voort. Het gezelschap duikt met Chemical Brothers en Daft Punk producer Steve Dub de studio in om eens flink aan de composities te sleutelen. Zijn liefde voor seventies disco sluit hier mooi op aan, waarmee hij de juiste persoon op de juiste plek is.Het filmische A Dream I Dream dus. Met een voet nog in de jaren zeventig Krautrock en disco, anderzijds heeft het ook die flitsende neonlichten new wave van de jaren tachtig, speels rockgitaarwerk en ontwaken aan de horizon kille flatline technobeats. Cato van Dijck is zich van haar flirtende sensualiteit bewust en trekt het magnetisch ombuigbare Stupid spanningsveld ook volledig naar haar toe.
Het ontvlambare Gasoline onttrekt zich van de dubbasis en ontwikkeld zich volgens de Prince musicology methode (wat zou My Baby goed in zijn straatje gepast hebben) tot een motorisch goed geoliede stroperige track, waarbij de klassieke My Baby elementen nog duidelijk hoorbaar en voelbaar zijn. De oriëntale soul van het in I Feel Love ritme ondergedoopte Cry Baby is typisch Cato van Dijck werk. Wat zijn we in Nederland toch te weinig bewust van het veelzijdige grote talent wat we hier te bieden hebben. Het stevige rockende Sake Sake Sake titelstuk heeft dat recht toe, recht aan nonchalante van een nineties rockband als Garbage. Nou je moet wel een zelfverzekerde uitstraling hebben om je hieraan te wagen. My Baby is in bezit van deze eigenschap, en kiest vreemd genoeg, maar zeker effectief, voor breekbare stemhoogtes en explosieve stoere stemtornado’s.
De kracht van Fixed / Broken zit hem in de subtiele folkgitaarakkoorden, recyclede strijkersarrangementen, verwilderede jungle percussie en deprimineur afgestelde synthpop elektronica. Neurotisch lomp doorzagend smokkelt Don’t Fight It brokken aan traditionele slangen bezwerende cultuurgeweld binnen, welke in extase die therapeutische schreeuw oproepen om vervolgens totaal buiten controle op de verslavende industrial deepnoise los te gaan. De Tibetaanse Zen rust van het ironisch bedoelde Everybody Scream gaat over in het agressieve It’s A Setup dansfeestje. Alle lockdown frustraties komen samen, en wringen zich een weg naar buiten toe. Wat moet het een sensatie zijn om My Baby in deze fase live te ervaren. Investeer in de nodige lichteffecten en zet een waanzinnige internationale klasse show neer. My Baby is daar duidelijk klaar voor.
Melodramatiek legt het persoonlijke met melancholische dwaalgitaarlijnen wegstervende Unlike Before op de weegschaal, de knarsende scharnieren verbittering is amper in staat om de innerlijke negativiteit te dragen. De wereld is een onoverzichtelijke doodbloedende jungle, overspoeld door haat en pijn. Dans als remedie, dans om te vergeten. Nobody From Nowhere zit in het ontgonnen zoete singer-songwriter triphop vaarwater gebied, een vanzelfsprekendheid die je in eerste instantie niet zo direct achter My Baby zou zoeken. De funksmerigheid van My Bad is een verademende kickstarter. Het is zo mooi als een zangeres in deze tijd gewoon openlijk haar stoute kant belicht. Cato van Dijck is een krachtige vrouw, trots op haar vrouwelijkheid, en eerlijk gezegd hoort dit ook geen issue te zijn.
De plaat sluit met de Nothing’s Gonna Change anticlimax af. Kwetsbaar en klein, eigenlijk hoort het stevig opbouwende Sake Sake Sake fundament niet zo te eindigen. Een prachtige zwoele late avond track, maar de twijfel slaat beschadigende deuken in de zelfverzekerde persoonlijkheid Cato van Dijck. Alles is aan het bewegen, alles is aan het veranderen, het heeft alleen tijd nodig. Veel groter talent dan My Baby loopt er in Nederland niet rond, dat mag wel eens gezegd worden.
My Baby - Sake Sake Sake | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Na het toch al niet misselijke soulblues debuut Loves Voodoo! volgt het meer slidegitaar georiënteerde countryblues rockende Shamanaid. Het duistere bezwerende rituele Prehistoric Rhythm opent de deur naar de kerkelijke gospel en introduceert bescheiden meer hypnotiserende trance en folk in de sound. Sake Sake Sake transformeert weer een stap verder in wording dan het vier jaar eerder verschenen met zomerreggae stoeiende Mounaiki ~ By the Bright of Night. Sake Sake Sake overtreft alle verwachtingen, de gehoopte doelstelling is bereikt, al zal My Baby van kritische puristen zeker tegengas krijgen, omdat de plaat zoveel afwijkt van de eerdere sound. Zo is het, ik kan in ieder geval optimaal van de gedurfde koerswijziging genieten.
De magie van de retro beleving die tijdens de Colin Benders samenwerking zijn intrede doet, zet zich in A Dream I Dream voort. Het gezelschap duikt met Chemical Brothers en Daft Punk producer Steve Dub de studio in om eens flink aan de composities te sleutelen. Zijn liefde voor seventies disco sluit hier mooi op aan, waarmee hij de juiste persoon op de juiste plek is.Het filmische A Dream I Dream dus. Met een voet nog in de jaren zeventig Krautrock en disco, anderzijds heeft het ook die flitsende neonlichten new wave van de jaren tachtig, speels rockgitaarwerk en ontwaken aan de horizon kille flatline technobeats. Cato van Dijck is zich van haar flirtende sensualiteit bewust en trekt het magnetisch ombuigbare Stupid spanningsveld ook volledig naar haar toe.
Het ontvlambare Gasoline onttrekt zich van de dubbasis en ontwikkeld zich volgens de Prince musicology methode (wat zou My Baby goed in zijn straatje gepast hebben) tot een motorisch goed geoliede stroperige track, waarbij de klassieke My Baby elementen nog duidelijk hoorbaar en voelbaar zijn. De oriëntale soul van het in I Feel Love ritme ondergedoopte Cry Baby is typisch Cato van Dijck werk. Wat zijn we in Nederland toch te weinig bewust van het veelzijdige grote talent wat we hier te bieden hebben. Het stevige rockende Sake Sake Sake titelstuk heeft dat recht toe, recht aan nonchalante van een nineties rockband als Garbage. Nou je moet wel een zelfverzekerde uitstraling hebben om je hieraan te wagen. My Baby is in bezit van deze eigenschap, en kiest vreemd genoeg, maar zeker effectief, voor breekbare stemhoogtes en explosieve stoere stemtornado’s.
De kracht van Fixed / Broken zit hem in de subtiele folkgitaarakkoorden, recyclede strijkersarrangementen, verwilderede jungle percussie en deprimineur afgestelde synthpop elektronica. Neurotisch lomp doorzagend smokkelt Don’t Fight It brokken aan traditionele slangen bezwerende cultuurgeweld binnen, welke in extase die therapeutische schreeuw oproepen om vervolgens totaal buiten controle op de verslavende industrial deepnoise los te gaan. De Tibetaanse Zen rust van het ironisch bedoelde Everybody Scream gaat over in het agressieve It’s A Setup dansfeestje. Alle lockdown frustraties komen samen, en wringen zich een weg naar buiten toe. Wat moet het een sensatie zijn om My Baby in deze fase live te ervaren. Investeer in de nodige lichteffecten en zet een waanzinnige internationale klasse show neer. My Baby is daar duidelijk klaar voor.
Melodramatiek legt het persoonlijke met melancholische dwaalgitaarlijnen wegstervende Unlike Before op de weegschaal, de knarsende scharnieren verbittering is amper in staat om de innerlijke negativiteit te dragen. De wereld is een onoverzichtelijke doodbloedende jungle, overspoeld door haat en pijn. Dans als remedie, dans om te vergeten. Nobody From Nowhere zit in het ontgonnen zoete singer-songwriter triphop vaarwater gebied, een vanzelfsprekendheid die je in eerste instantie niet zo direct achter My Baby zou zoeken. De funksmerigheid van My Bad is een verademende kickstarter. Het is zo mooi als een zangeres in deze tijd gewoon openlijk haar stoute kant belicht. Cato van Dijck is een krachtige vrouw, trots op haar vrouwelijkheid, en eerlijk gezegd hoort dit ook geen issue te zijn.
De plaat sluit met de Nothing’s Gonna Change anticlimax af. Kwetsbaar en klein, eigenlijk hoort het stevig opbouwende Sake Sake Sake fundament niet zo te eindigen. Een prachtige zwoele late avond track, maar de twijfel slaat beschadigende deuken in de zelfverzekerde persoonlijkheid Cato van Dijck. Alles is aan het bewegen, alles is aan het veranderen, het heeft alleen tijd nodig. Veel groter talent dan My Baby loopt er in Nederland niet rond, dat mag wel eens gezegd worden.
My Baby - Sake Sake Sake | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
My Bloody Valentine - Loveless (1991)

5,0
4
geplaatst: 7 mei 2021, 13:57 uur
Omdat het complete oeuvre van my bloody valentine vanaf 21 mei (2021) weer in de platenwinkels te koop is, hebben wij besloten uitgebreid op hun muzikale nalatenschap in te gaan. Album voor album beschrijven we wat de Ierse band voor de muziekgeschiedenis betekend heeft.
The Sky Is The Limit, maar dit geldt niet in de muziekbranche. Begin jaren negentig gaan twee baanbrekende Britse platenlabels ten onder aan een verkeerd uitgevoerd management beleid en overfinanciering van naar voren geschoven paradepaardjes. In 1991 overlijden Martin Hannett en Dave Rowbotham, twee boegbeelden van Factory Records. Het fundament brokkelt af en een jaar later wordt er onnodig veel geld in The Happy Mondays en New Order gestopt, wat grotendeels verdwijnt in het buitensporige consumeren van drugs.
Het net zo invloedrijke Creation start in 1989 met de opnames van loveless, het tweede album van my bloody valentine. Een haalbare klus waarvan de verwachtingen zijn dat het opnameproces ongeveer een week aan tijd zouden kosten. loveless zal echter uitgroeien tot een ontembaar vuurspuwend meerkoppig monster, waarbij elke track zijn eigen vernieuwende ingrediënten pas later zal blootgeven. Er wordt twee jaar lang gesleuteld aan deze moeizaam tot stand komende plaat, waarvan men wel al snel door heeft dat deze voor altijd de totale kijk op muziek zal veranderen. Creation kan echter deze subsidiëring niet garanderen en dit zal uiteindelijk de destructieve ondergang van het platenlabel betekenen.
Het begon allemaal zo veelbelovend. Begin 1989 wordt The Blackwing Studio gehuurd om aan de opvolger van Isn’t Anything te werken. Deze opnameplek is vooral bekend vanwege het feit dat Depeche Mode en Yazoo daar hun eerste albums opnemen. Doordat Kevin Shields zijn inspiratie geen vorm kan geven, belandt my bloody valentine al snel op een dood spoor. Vervolgens wordt er uitgeweken naar The Elephant and Wapping, een donker kelderhol waar tevens geen vooruitgang te boeken valt. Producer Nick Robbins wordt vervangen door Harold Burgon, maar ook hier ontbreekt het vertrouwen.
De eerste juiste persoon die resultaat boekt is Alan Moulder, waarmee vervolgens de track Soon wordt afgerond. Helaas heeft hij daarna andere verplichtingen en gaat hij aan de slag met Shakespears Sister en Ride. Als hij later in dat jaar terugkeert komt Alan Moulder tot de ontdekking dat het hele gebeuren rondom loveless weinig processie boekt. De sfeer binnen my bloody valentine is zodanig verziekt dat bassist Debbie Googe en drummer Colm Ó Cíosóig zich grotendeels gedistantieerd hebben van deze uitzichtloze onderneming, en pas tegen de afronding weer in beeld komen. Het merendeel van de reeds ingespeelde drumpartijen worden in samplervorm hergebruikt door Kevin Shields. Hiervoor is het overduidelijk een gitaarplaat geworden, waarbij die groepspanningen wel voor het broeierig effect zorgen.
Deze complexiteit maakt van loveless voornamelijk een eenmansproject van Kevin Shields. Er wordt zorgvuldig geëxperimenteerd met feedback, slidegitaar en effectenpedaal. De Cocteau Twins achtige dreampop en shoegazer invloeden van labelgenoten The Jesus and Mary Chain die op Isn’t Anything nog tot grijpbare songs leiden zijn vervaagd tot een nieuw onvergelijkbaar geluid, waarbij de vrijgekomen ruimte opgevuld wordt met oorverdovende noise volgens het Sonic Youth handboek. Het enige wat nog ontbreekt zijn de berustende vocalen van Bilinda Butcher. Deze Sirene verleidt juist niet met een sprookjesachtige sound, maar zuigt je hypnotiserend steeds dieper het moeras der gitaargolven in.
De opgebouwde geluidsmuur heeft echter de nodige fysieke kwalen tot gevolg. Door het langdurig in contact komen met doordringende harde klanken wordt het tweetal getroffen door een ernstige vorm van oorsuizen, waardoor ze een tijdelijke break moeten nemen. Uiteindelijk is het producer Dick Meaney die de taak krijgt om de opnames van loveless te voltooien. Zorgvuldig word met gedateerde jaren zeventig opnametechnieken de resultaten van de bezoeken aan zestien verschillende studio’s tot een unieke sound bewerkt. Helaas raken de oververhitte computers daar zo van slag, waardoor het Kevin Shields nogmaals twee weken kost om de tracks uit te puzzelen en weer opnieuw in elkaar te zetten. Uiteindelijk zijn we ruim twee jaar verder als in herfst van 1991 loveless verschijnt.
Het resultaat is verbluffend en blaast letterlijk en figuurlijk een totaal nieuwe verfrissende wind door het muzieklandschap. Alsof dierlijke klanken opgesloten zitten in een afgesloten kist, en in Touched een poging ondernemen om hieruit te ontsnappen. Bij de openbaring van de geheimzinnige doos van Pandora blijkt er toch iets liefs en vredigs schuil te gaan onder het donkere deksel. De schoonheid zit diep van binnen verborgen. Bilinda Butcher probeert in Only Swallow het beest te kalmeren met haar zachte temperende zangpartijen. Het licht erotische stemgeluid wikkelt zich al wurgend rondom de alles verscheurende songstructuren van Kevin Shields.
Als een paarse regenstortvloed aan berustende soundscapes modelleert de Fender Jazzmaster gitaar een verlichtende aura rondom To Here Knows When heen. Deze betoverende serene track ademt voor mij nog het beste het gelijkwaardige gevoel weer wat ze met de albumhoes willen uitstralen. Eigenlijk is het ongelofelijk dat de naar voren geschoven single When You Sleep niet breder opgepakt wordt, terwijl aan de andere kant van een wereld een band als Smashing Pumpkins het geluid van my bloody valentine succesvol gereconstrueerd heeft voor hun debuutplaat Gish. Boegbeeld Billy Corgan komt er publiekelijk voor uit dat hij behoorlijk beïnvloed is door het werk van de Ierse rockband.
Met de vocalen duidelijk hoorbaar op de voorgrond geplaatst komt Come in Alone nog het dichtste in de buurt van een toegankelijke, zeg maar gerust normale popsong. Als schoonheidsfoutje valt alleen de plaatsing van Soon nog op te merken. Het is hoorbaar dat deze Oosterse psychedelische song met opzwepende dance ritmes en diepe bas al eerder is opgenomen en net wat buiten de boot valt. Hierop zijn de heersende Madchester invloeden van eind jaren tachtig nog hoorbaar, en kondigen het begin van de zoektocht aan welke uiteindelijk tot loveless zal leiden. What You Want heeft namelijk al een prachtig episch einde en kan die slotfase net wat mooier invullen.
my bloody valentine - loveless | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
The Sky Is The Limit, maar dit geldt niet in de muziekbranche. Begin jaren negentig gaan twee baanbrekende Britse platenlabels ten onder aan een verkeerd uitgevoerd management beleid en overfinanciering van naar voren geschoven paradepaardjes. In 1991 overlijden Martin Hannett en Dave Rowbotham, twee boegbeelden van Factory Records. Het fundament brokkelt af en een jaar later wordt er onnodig veel geld in The Happy Mondays en New Order gestopt, wat grotendeels verdwijnt in het buitensporige consumeren van drugs.
Het net zo invloedrijke Creation start in 1989 met de opnames van loveless, het tweede album van my bloody valentine. Een haalbare klus waarvan de verwachtingen zijn dat het opnameproces ongeveer een week aan tijd zouden kosten. loveless zal echter uitgroeien tot een ontembaar vuurspuwend meerkoppig monster, waarbij elke track zijn eigen vernieuwende ingrediënten pas later zal blootgeven. Er wordt twee jaar lang gesleuteld aan deze moeizaam tot stand komende plaat, waarvan men wel al snel door heeft dat deze voor altijd de totale kijk op muziek zal veranderen. Creation kan echter deze subsidiëring niet garanderen en dit zal uiteindelijk de destructieve ondergang van het platenlabel betekenen.
Het begon allemaal zo veelbelovend. Begin 1989 wordt The Blackwing Studio gehuurd om aan de opvolger van Isn’t Anything te werken. Deze opnameplek is vooral bekend vanwege het feit dat Depeche Mode en Yazoo daar hun eerste albums opnemen. Doordat Kevin Shields zijn inspiratie geen vorm kan geven, belandt my bloody valentine al snel op een dood spoor. Vervolgens wordt er uitgeweken naar The Elephant and Wapping, een donker kelderhol waar tevens geen vooruitgang te boeken valt. Producer Nick Robbins wordt vervangen door Harold Burgon, maar ook hier ontbreekt het vertrouwen.
De eerste juiste persoon die resultaat boekt is Alan Moulder, waarmee vervolgens de track Soon wordt afgerond. Helaas heeft hij daarna andere verplichtingen en gaat hij aan de slag met Shakespears Sister en Ride. Als hij later in dat jaar terugkeert komt Alan Moulder tot de ontdekking dat het hele gebeuren rondom loveless weinig processie boekt. De sfeer binnen my bloody valentine is zodanig verziekt dat bassist Debbie Googe en drummer Colm Ó Cíosóig zich grotendeels gedistantieerd hebben van deze uitzichtloze onderneming, en pas tegen de afronding weer in beeld komen. Het merendeel van de reeds ingespeelde drumpartijen worden in samplervorm hergebruikt door Kevin Shields. Hiervoor is het overduidelijk een gitaarplaat geworden, waarbij die groepspanningen wel voor het broeierig effect zorgen.
Deze complexiteit maakt van loveless voornamelijk een eenmansproject van Kevin Shields. Er wordt zorgvuldig geëxperimenteerd met feedback, slidegitaar en effectenpedaal. De Cocteau Twins achtige dreampop en shoegazer invloeden van labelgenoten The Jesus and Mary Chain die op Isn’t Anything nog tot grijpbare songs leiden zijn vervaagd tot een nieuw onvergelijkbaar geluid, waarbij de vrijgekomen ruimte opgevuld wordt met oorverdovende noise volgens het Sonic Youth handboek. Het enige wat nog ontbreekt zijn de berustende vocalen van Bilinda Butcher. Deze Sirene verleidt juist niet met een sprookjesachtige sound, maar zuigt je hypnotiserend steeds dieper het moeras der gitaargolven in.
De opgebouwde geluidsmuur heeft echter de nodige fysieke kwalen tot gevolg. Door het langdurig in contact komen met doordringende harde klanken wordt het tweetal getroffen door een ernstige vorm van oorsuizen, waardoor ze een tijdelijke break moeten nemen. Uiteindelijk is het producer Dick Meaney die de taak krijgt om de opnames van loveless te voltooien. Zorgvuldig word met gedateerde jaren zeventig opnametechnieken de resultaten van de bezoeken aan zestien verschillende studio’s tot een unieke sound bewerkt. Helaas raken de oververhitte computers daar zo van slag, waardoor het Kevin Shields nogmaals twee weken kost om de tracks uit te puzzelen en weer opnieuw in elkaar te zetten. Uiteindelijk zijn we ruim twee jaar verder als in herfst van 1991 loveless verschijnt.
Het resultaat is verbluffend en blaast letterlijk en figuurlijk een totaal nieuwe verfrissende wind door het muzieklandschap. Alsof dierlijke klanken opgesloten zitten in een afgesloten kist, en in Touched een poging ondernemen om hieruit te ontsnappen. Bij de openbaring van de geheimzinnige doos van Pandora blijkt er toch iets liefs en vredigs schuil te gaan onder het donkere deksel. De schoonheid zit diep van binnen verborgen. Bilinda Butcher probeert in Only Swallow het beest te kalmeren met haar zachte temperende zangpartijen. Het licht erotische stemgeluid wikkelt zich al wurgend rondom de alles verscheurende songstructuren van Kevin Shields.
Als een paarse regenstortvloed aan berustende soundscapes modelleert de Fender Jazzmaster gitaar een verlichtende aura rondom To Here Knows When heen. Deze betoverende serene track ademt voor mij nog het beste het gelijkwaardige gevoel weer wat ze met de albumhoes willen uitstralen. Eigenlijk is het ongelofelijk dat de naar voren geschoven single When You Sleep niet breder opgepakt wordt, terwijl aan de andere kant van een wereld een band als Smashing Pumpkins het geluid van my bloody valentine succesvol gereconstrueerd heeft voor hun debuutplaat Gish. Boegbeeld Billy Corgan komt er publiekelijk voor uit dat hij behoorlijk beïnvloed is door het werk van de Ierse rockband.
Met de vocalen duidelijk hoorbaar op de voorgrond geplaatst komt Come in Alone nog het dichtste in de buurt van een toegankelijke, zeg maar gerust normale popsong. Als schoonheidsfoutje valt alleen de plaatsing van Soon nog op te merken. Het is hoorbaar dat deze Oosterse psychedelische song met opzwepende dance ritmes en diepe bas al eerder is opgenomen en net wat buiten de boot valt. Hierop zijn de heersende Madchester invloeden van eind jaren tachtig nog hoorbaar, en kondigen het begin van de zoektocht aan welke uiteindelijk tot loveless zal leiden. What You Want heeft namelijk al een prachtig episch einde en kan die slotfase net wat mooier invullen.
my bloody valentine - loveless | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
My Indigo - My Indigo (2018)

2,5
0
geplaatst: 17 augustus 2018, 02:00 uur
De zangeres van Within Temptation op een folky dance toer.
Zou ze dan toch volgend jaar voor Nederland mee gaan doen met het Eurovisie Songfestival?
Het titelnummer My Indigo is wel gericht op die doelgroep; och, ze zal zeker nog genoeg mooie lange jurken in haar kledingkast hebben.
Bij Within Temptation vond ik haar geweldig; de Lord Of The Rings achtige woeste begeleiding; van een soort van middeleeuwse Vikingen, aangevoerd door haar elvenzang.
Hier vind ik haar zang niet eens zo heel bijzonder te noemen; een beetje doorsnee zelfs.
Leuk om iets totaal anders te proberen, gewaagd zelfs, en eigenlijk niet eens heel slecht.
Maar echt onderscheiden van de rest doet ze hier niet, het volgende album toch maar weer met Within Temptation.
Het BZN achtige Indian Summer is gelukkig niet zo lang, het dieptepunt van het geheel, ik kan hier niks mee.
Om eerlijk te zijn, ik zag het album bij toeval liggen in een platenzaak, anders wist ik niet eens van het bestaan van deze plaat.
Echt massaal is deze de afgelopen maanden niet opgepakt.
Misschien dat na het volgende Eurovisie Songfestival deze plaat op 20 Europese landen op de eerste plaats zal staan, en dan blijkt dat mijn eerste ingeving de juiste was.
Within Temptation is geen vrolijke muziek, maar My Indigo maakt mij een stuk triester, snel vergeten.
Zou ze dan toch volgend jaar voor Nederland mee gaan doen met het Eurovisie Songfestival?
Het titelnummer My Indigo is wel gericht op die doelgroep; och, ze zal zeker nog genoeg mooie lange jurken in haar kledingkast hebben.
Bij Within Temptation vond ik haar geweldig; de Lord Of The Rings achtige woeste begeleiding; van een soort van middeleeuwse Vikingen, aangevoerd door haar elvenzang.
Hier vind ik haar zang niet eens zo heel bijzonder te noemen; een beetje doorsnee zelfs.
Leuk om iets totaal anders te proberen, gewaagd zelfs, en eigenlijk niet eens heel slecht.
Maar echt onderscheiden van de rest doet ze hier niet, het volgende album toch maar weer met Within Temptation.
Het BZN achtige Indian Summer is gelukkig niet zo lang, het dieptepunt van het geheel, ik kan hier niks mee.
Om eerlijk te zijn, ik zag het album bij toeval liggen in een platenzaak, anders wist ik niet eens van het bestaan van deze plaat.
Echt massaal is deze de afgelopen maanden niet opgepakt.
Misschien dat na het volgende Eurovisie Songfestival deze plaat op 20 Europese landen op de eerste plaats zal staan, en dan blijkt dat mijn eerste ingeving de juiste was.
Within Temptation is geen vrolijke muziek, maar My Indigo maakt mij een stuk triester, snel vergeten.
My Morning Jacket - is (2025)

3,5
0
geplaatst: 27 maart 2025, 17:27 uur
Hoe verheugd zijn we als My Morning Jacket na het meer dan tevreden stellende restmateriaal van The Waterfall II eindelijk de opvolger van het volwaardige The Waterfall uitbrengt. De hoera-stemming heerst bij het psychedelische folk van het naar de band genoemde My Morning Jacket. Dat de samenwerking met Timothy Showalter van Strand of Oaks op het magische Eraserland een vruchtbaar resultaat aflevert, hoor je dan overduidelijk terug. My Morning Jacket heeft zichzelf opnieuw uitgevonden en de alt country basis nog verder versoepeld. Wat zijn we blij met deze gewenste doorstap.
Door niet in herhaling te willen vallen neemt het gezelschap ruim de tijd om aan de opvolger te werken. Juist het feit dat geen enkele My Morning Jacket plaat inwisselbaar is voor ouder werk, siert hen. In dit geval gaan ze aan de slag met producer Brendan O’Brien, die vooral steviger en blues minded uit de hoek komt. Dan weet je bij voorbaat al dat het geluid niet met de zachtere voorganger te rijmen valt en dat er waarschijnlijk tevens de nodige retro seventies rock en cross-over invloeden op te horen zijn. Hoe dan ook bijzonder dat ze de van vervroegd pensioen genietende Brendan O’Brien hiervoor strikken. Na het in 2020 verschenen Power Up van AC/DC heeft hij zich niet meer actief ingezet. Logisch dus dat de verwachtingen hoog gespannen zijn.
My Morning Jacket stelt nooit teleur, het is slechts de vraag hoe ze het muzikale talent dit keer weer uitbuiten. Tijdens de laatste tournee in 2024 brengen ze de naar climax opbouwende piano rockballad Aren’t We One? al uit, en verzekeren ze de fans dat deze op de nieuwe plaat zal verschijnen. Niet dus, dit idee schuiven ze vervolgens weer net zo gemakkelijk aan de kant. Blijkbaar past het toch niet binnen het Is geheel. Och, ik sta er niet van te kijken, My Morning Jacket is een onvoorspelbare band en haalt daar hun kracht vandaan.
Het zwaar aangezette Out in the Open zou met gemak voor een betere The National track door kunnen gaan, alleen is het geen The National track. My Morning Jacket bezit als geen ander het vermogen om zomerse sprankeling aan beladen postpunk uitspattingen te koppelen. Out in the Open zet Jim James neer als een overkoepelende bovenaardse macht, die zijn volgelingen in een vreugdevol proces met zich meetrekt. Een Messias die het maximale uit zichzelf haalt om de koude nachten te bestrijden en die maximale inzet op een positieve wijze ook van een ander verlangt. Samen kunnen we een krachtig geluid creëren, samen kunnen we de wereld aan. Dan kan de rest alleen maar beter worden, toch?
Ik heb bij het album wel de nodige vraagtekens, want over de hele linie is het toch stukken minder sterk dan die My Morning Jacket voorganger. Gedurfd zeker, al begrijp ik de meerwaarde van het haperende opstartende Half a Lifetime intro niet helemaal. Het behandelt het opzoeken van grenzen en af en hier soms overheen gaan. Pas na die opsomming dwingt Brendan O’Brien zijn talentvolle meerwaarde af. Hij weet perfect hoe hij de stoere jaren negentig mannenrock een plek binnen de sound van My Morning Jacket moet geven.
Dit is de muziek waar de bandleden mee opgroeien, de reden om My Morning Jacket te beginnen. En dan ben je jezelf opeens heel bewust van die basis. Niet dat ze moeite doen om zichzelf opnieuw uit te vinden. Deze luiheid kan ik wel waarderen. Het ligt in het verlengde van de power rock van What a Wonderful Man.
Een zwaar onderschatte song van het veelzijdige Z, een meesterwerk waarop echt alles klopt. Het flitsende Everyday Magic, de schoonheid zit hem in de kleine subtiele dingen. Hier is het de zomerse terugkerende gitaarmelodie en de camp van Pulp geleende Disco 2000 glamdisco twist die ze er vervolgens aan geven. En dan waan je jezelf weer in het zoete Love Love Love thema van het vorige wapenfeit.
Er zit veel croonende uptempo countryreggae in het opbeurende I Can Hear Your Love. Je merkt wel dat My Morning Jacket nog wat moeite heeft om hun lot in de handen van Brendan O’Brien te leggen. Als je nooit bemoeienis van buitenaf hebt gehad, blijft het een lastig gegeven dat een buitenstaander de eindregie verzorgt. Brendan O’Brien stelt zich nu afzijdig op, en drukt er geen stempel op. Ook het lichtgewicht melancholische jazzy Time Waited pianospel waarbij ze vervolgens een soulswing pad bewandelen, wekt de indruk dat ze hier de producer passeren.
Bij het dromerige verhalende Beginning from the Ending werkt dit wel. Juist hier geven ze aan dat doelen op maat aangepast zijn, idealen bereikt zijn en dat alles prima is. Net op het moment dat het dreigt in te zakken, komen die jazzy driekwartstonen, drukkende bas en de seventies rock gitaren in beeld. Een gevaarlijke gewaagde trage opbouw die er toch weer iets speciaals van maakt. Het vrolijke Lemme Know leunt op een elektronische rock and roll discobeat en mist een stukje originaliteit. The Cure heeft hier met Why Can’t I Be You patent op, al zal de schappelijke Robert Smith niet snel moeilijk doen.
Met de lompe Squid Ink bluesrock revengeren ze zich op voortreffelijke wijze. Dit is de gedachte achter het in zee gaan met Brendan O’Brien. Dit is het soort van vrijheid waar ze in openingstrack Out in the Open over spreken. Jammer dat ze het psychedelische progrock einde en die waanzinnige gitaarsolo’s niet verder uitwerken en alles met moeite in die drie minuten stoppen. Bij Die For It zijn het genieten van de harmonieuze samenzang, hallucinerende spacerock riedeltjes en de harde gitaaruitspattingen elementen die dat onbewustheidsgevoel prettig verstoren.
De beeldende avondduistere River Road blues sluit Is waardig af. Op papier pakt de samenwerking tussen Brendan O’Brien en My Morning Jacket net wat beter uit dan in de praktijk. Beide partijen moeten tot meer in staat zijn. Juist als het spannend wordt zorgt de fade out ervoor dat dit genadeloos afgestraft wordt. Sommige nummers verdienen net een minuut meer aandacht. Opener Out in the Open is een klassieker in spe, die kunnen ze in ieder geval wel op hun conto bijschrijven. Na het vier jaar oude My Morning Jacket is Is een stapje terug.
My Morning Jacket - Is | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Door niet in herhaling te willen vallen neemt het gezelschap ruim de tijd om aan de opvolger te werken. Juist het feit dat geen enkele My Morning Jacket plaat inwisselbaar is voor ouder werk, siert hen. In dit geval gaan ze aan de slag met producer Brendan O’Brien, die vooral steviger en blues minded uit de hoek komt. Dan weet je bij voorbaat al dat het geluid niet met de zachtere voorganger te rijmen valt en dat er waarschijnlijk tevens de nodige retro seventies rock en cross-over invloeden op te horen zijn. Hoe dan ook bijzonder dat ze de van vervroegd pensioen genietende Brendan O’Brien hiervoor strikken. Na het in 2020 verschenen Power Up van AC/DC heeft hij zich niet meer actief ingezet. Logisch dus dat de verwachtingen hoog gespannen zijn.
My Morning Jacket stelt nooit teleur, het is slechts de vraag hoe ze het muzikale talent dit keer weer uitbuiten. Tijdens de laatste tournee in 2024 brengen ze de naar climax opbouwende piano rockballad Aren’t We One? al uit, en verzekeren ze de fans dat deze op de nieuwe plaat zal verschijnen. Niet dus, dit idee schuiven ze vervolgens weer net zo gemakkelijk aan de kant. Blijkbaar past het toch niet binnen het Is geheel. Och, ik sta er niet van te kijken, My Morning Jacket is een onvoorspelbare band en haalt daar hun kracht vandaan.
Het zwaar aangezette Out in the Open zou met gemak voor een betere The National track door kunnen gaan, alleen is het geen The National track. My Morning Jacket bezit als geen ander het vermogen om zomerse sprankeling aan beladen postpunk uitspattingen te koppelen. Out in the Open zet Jim James neer als een overkoepelende bovenaardse macht, die zijn volgelingen in een vreugdevol proces met zich meetrekt. Een Messias die het maximale uit zichzelf haalt om de koude nachten te bestrijden en die maximale inzet op een positieve wijze ook van een ander verlangt. Samen kunnen we een krachtig geluid creëren, samen kunnen we de wereld aan. Dan kan de rest alleen maar beter worden, toch?
Ik heb bij het album wel de nodige vraagtekens, want over de hele linie is het toch stukken minder sterk dan die My Morning Jacket voorganger. Gedurfd zeker, al begrijp ik de meerwaarde van het haperende opstartende Half a Lifetime intro niet helemaal. Het behandelt het opzoeken van grenzen en af en hier soms overheen gaan. Pas na die opsomming dwingt Brendan O’Brien zijn talentvolle meerwaarde af. Hij weet perfect hoe hij de stoere jaren negentig mannenrock een plek binnen de sound van My Morning Jacket moet geven.
Dit is de muziek waar de bandleden mee opgroeien, de reden om My Morning Jacket te beginnen. En dan ben je jezelf opeens heel bewust van die basis. Niet dat ze moeite doen om zichzelf opnieuw uit te vinden. Deze luiheid kan ik wel waarderen. Het ligt in het verlengde van de power rock van What a Wonderful Man.
Een zwaar onderschatte song van het veelzijdige Z, een meesterwerk waarop echt alles klopt. Het flitsende Everyday Magic, de schoonheid zit hem in de kleine subtiele dingen. Hier is het de zomerse terugkerende gitaarmelodie en de camp van Pulp geleende Disco 2000 glamdisco twist die ze er vervolgens aan geven. En dan waan je jezelf weer in het zoete Love Love Love thema van het vorige wapenfeit.
Er zit veel croonende uptempo countryreggae in het opbeurende I Can Hear Your Love. Je merkt wel dat My Morning Jacket nog wat moeite heeft om hun lot in de handen van Brendan O’Brien te leggen. Als je nooit bemoeienis van buitenaf hebt gehad, blijft het een lastig gegeven dat een buitenstaander de eindregie verzorgt. Brendan O’Brien stelt zich nu afzijdig op, en drukt er geen stempel op. Ook het lichtgewicht melancholische jazzy Time Waited pianospel waarbij ze vervolgens een soulswing pad bewandelen, wekt de indruk dat ze hier de producer passeren.
Bij het dromerige verhalende Beginning from the Ending werkt dit wel. Juist hier geven ze aan dat doelen op maat aangepast zijn, idealen bereikt zijn en dat alles prima is. Net op het moment dat het dreigt in te zakken, komen die jazzy driekwartstonen, drukkende bas en de seventies rock gitaren in beeld. Een gevaarlijke gewaagde trage opbouw die er toch weer iets speciaals van maakt. Het vrolijke Lemme Know leunt op een elektronische rock and roll discobeat en mist een stukje originaliteit. The Cure heeft hier met Why Can’t I Be You patent op, al zal de schappelijke Robert Smith niet snel moeilijk doen.
Met de lompe Squid Ink bluesrock revengeren ze zich op voortreffelijke wijze. Dit is de gedachte achter het in zee gaan met Brendan O’Brien. Dit is het soort van vrijheid waar ze in openingstrack Out in the Open over spreken. Jammer dat ze het psychedelische progrock einde en die waanzinnige gitaarsolo’s niet verder uitwerken en alles met moeite in die drie minuten stoppen. Bij Die For It zijn het genieten van de harmonieuze samenzang, hallucinerende spacerock riedeltjes en de harde gitaaruitspattingen elementen die dat onbewustheidsgevoel prettig verstoren.
De beeldende avondduistere River Road blues sluit Is waardig af. Op papier pakt de samenwerking tussen Brendan O’Brien en My Morning Jacket net wat beter uit dan in de praktijk. Beide partijen moeten tot meer in staat zijn. Juist als het spannend wordt zorgt de fade out ervoor dat dit genadeloos afgestraft wordt. Sommige nummers verdienen net een minuut meer aandacht. Opener Out in the Open is een klassieker in spe, die kunnen ze in ieder geval wel op hun conto bijschrijven. Na het vier jaar oude My Morning Jacket is Is een stapje terug.
My Morning Jacket - Is | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
My Morning Jacket - My Morning Jacket (2021)

4,0
3
geplaatst: 5 november 2021, 15:56 uur
Love Love Love, hebben we allemaal niet gewoon een beetje meer liefde nodig? Met deze evangelische boodschap trekt het vredelievende My Morning Jacket anno 2021 de wereld in. Laat iedereen in zijn waarde, respecteer andermans keuzes, liefde overwint alle problemen. Natuurlijk is deze hippie-ideologie best wel kortzinnig, al raakt het wel de kern. We zijn toe aan een herboren positief ontwikkelingsstadium, net als de Amerikaanse indierockers uit Louisville, die na een lange stilte van zes jaar uiteindelijk de opvolger van The Waterfall presenteren.
Oké, we werden zoet gehouden met een fraaie collectie aan leftovers, die vorig jaar als The Waterfall II de weg naar het hongerige publiek vond. Maar ook dan blijft het nog steeds wachten op de vervolgstappen van frontman Jim James die zich als een wereldvreemd genie afzijdig van de publiciteit houdt en in zijn eentje hard aan de slag gaat met vers albummateriaal.
De rest van My Morning Jacket benut die vrijgekomen tijd om een vriendendienst te vervullen op het magische folkrockalbum Eraserland van Strand of Oaks. Door het muzikale antwoord op de emotioneel gedragen beladenheid van Timothy Showalter werpt deze gepassioneerde samenwerking zijn vruchten af in de inlevende verfijning van het geluid van My Morning Jacket. Een hernieuwde start, die niet voor niks als plaat de bandnaam My Morning Jacket meekrijgt. Een cadeautje uit het onbereikbare sterrenstelsel van Jim James, gevormd in een elftal kristalheldere schittermomentjes. Zelfs de gedurfde keuze om hier een drietal lang uitgerekte tracks in te verwerken valt verrassend goed uit.
Diamonds are growing in the garden
Raindrops are filling up the sea
Excuse me, you know I beg your pardon
For this interruption
Now back to regularly scheduled programming
Love Love Love, de single met dat lekkere op de nostalgische jaren tachtig leunende ritme. Een krachtige samenwerking tussen rockende gitaarpatronen en stevig stemgeluid waardoorheen het echoënde refrein en opbeurende teksten de koppeling met die heftige feitelijkheid intact houden. Dus minder zweverig dan wat je in eerste instantie vermoedt. Regularly Scheduled Programming is juist zeer realistisch. Het afstandig communiceren via internet, de behoefte aan tastbaar contact in de vorm van knuffels en kusjes. Sta op, en durf te leven. Sta op, en plug die verstofte gitaar in en ga weer spelen. Hallelujah! My Morning Jacket is helemaal terug, en wat hebben we ze gemist. Direct is daar die soulvolle bezieling weer. Wat fijn dat een herboren gospelpredikant Jim James zijn persoonlijke shit en twijfels overwonnen heeft.
Doordat vrijwel alle aandacht naar de frontman gaat, vergeet je al snel de overige essentiële muzikanten. My Morning Jacket is vooral een Carl Broemel plaat. Hij laat zijn gitaar in alle eenzaamheid huilen, voegt de psychedelische lagen toe, en zorgt ervoor dat het instrument ouderwets smerig mag gaan rocken. Aan de horizon is het einde van die langdurige herfst zichtbaar. The Devil’s In The Details laat flarden ronddwalende klassiek elektronische instrumentatie landen in een verzachtend freejazz bigband klankenlandschap. Dat ze veel meer zijn dan een hedendaagse spirituele retro rockband bewijzen ze wel door de wijze geesten uit het verleden te infiltreren in het verwachtingspatroon van het heden.
Tussen de zware levensvragen ontstaat er zelfs ruimte voor het vrolijke kermisdeuntje Lucky to Be Alive, welke als een vreemd eendje hulpeloos rond spartelt en afbreuk doet aan het verder evenwichtige geheel. Een miskleun, waardoor het begrip meesterwerk definitief geschrapt wordt. Toch blijft het leuk hoe My Morning Jacket een spinnenweb aan zijdraden blijft spannen door deze track weer te verweven aan With a Little Help from My Friends. Het belang van goede vriendschap en daardoor lekkerder in je vel zitten.
David Gilmour is de leermeester in het aan Shine On You Crazy Diamond memorerende In Colour, waar de kerkelijke orgelpartijen het jaren zeventig geluid nogmaals dik aanzetten. Laat iedereen in zijn waarde, laat ze schitteren als verblindende diamanten. De regenboog verwijzingen zijn te herleiden tot de LGBT gemeenschap, die eindelijk die lang gehoopte erkenning krijgt. Een geniale zet om de invloeden van deze Pink Floyd klassieker terug te laten komen, zelfs de achtergrondkoortjes in Out of Range, Pt. 2 en I Never Could Get Enough knipogen openlijk naar deze progressieve rockgrootheden. My Morning Jacket herpakt zich stukken steviger dan verwacht, waar zo’n zorgvuldig ingecalculeerde stilte toe kan leiden. Mooi!
My Morning Jacket - My Morning Jacket | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Oké, we werden zoet gehouden met een fraaie collectie aan leftovers, die vorig jaar als The Waterfall II de weg naar het hongerige publiek vond. Maar ook dan blijft het nog steeds wachten op de vervolgstappen van frontman Jim James die zich als een wereldvreemd genie afzijdig van de publiciteit houdt en in zijn eentje hard aan de slag gaat met vers albummateriaal.
De rest van My Morning Jacket benut die vrijgekomen tijd om een vriendendienst te vervullen op het magische folkrockalbum Eraserland van Strand of Oaks. Door het muzikale antwoord op de emotioneel gedragen beladenheid van Timothy Showalter werpt deze gepassioneerde samenwerking zijn vruchten af in de inlevende verfijning van het geluid van My Morning Jacket. Een hernieuwde start, die niet voor niks als plaat de bandnaam My Morning Jacket meekrijgt. Een cadeautje uit het onbereikbare sterrenstelsel van Jim James, gevormd in een elftal kristalheldere schittermomentjes. Zelfs de gedurfde keuze om hier een drietal lang uitgerekte tracks in te verwerken valt verrassend goed uit.
Diamonds are growing in the garden
Raindrops are filling up the sea
Excuse me, you know I beg your pardon
For this interruption
Now back to regularly scheduled programming
Love Love Love, de single met dat lekkere op de nostalgische jaren tachtig leunende ritme. Een krachtige samenwerking tussen rockende gitaarpatronen en stevig stemgeluid waardoorheen het echoënde refrein en opbeurende teksten de koppeling met die heftige feitelijkheid intact houden. Dus minder zweverig dan wat je in eerste instantie vermoedt. Regularly Scheduled Programming is juist zeer realistisch. Het afstandig communiceren via internet, de behoefte aan tastbaar contact in de vorm van knuffels en kusjes. Sta op, en durf te leven. Sta op, en plug die verstofte gitaar in en ga weer spelen. Hallelujah! My Morning Jacket is helemaal terug, en wat hebben we ze gemist. Direct is daar die soulvolle bezieling weer. Wat fijn dat een herboren gospelpredikant Jim James zijn persoonlijke shit en twijfels overwonnen heeft.
Doordat vrijwel alle aandacht naar de frontman gaat, vergeet je al snel de overige essentiële muzikanten. My Morning Jacket is vooral een Carl Broemel plaat. Hij laat zijn gitaar in alle eenzaamheid huilen, voegt de psychedelische lagen toe, en zorgt ervoor dat het instrument ouderwets smerig mag gaan rocken. Aan de horizon is het einde van die langdurige herfst zichtbaar. The Devil’s In The Details laat flarden ronddwalende klassiek elektronische instrumentatie landen in een verzachtend freejazz bigband klankenlandschap. Dat ze veel meer zijn dan een hedendaagse spirituele retro rockband bewijzen ze wel door de wijze geesten uit het verleden te infiltreren in het verwachtingspatroon van het heden.
Tussen de zware levensvragen ontstaat er zelfs ruimte voor het vrolijke kermisdeuntje Lucky to Be Alive, welke als een vreemd eendje hulpeloos rond spartelt en afbreuk doet aan het verder evenwichtige geheel. Een miskleun, waardoor het begrip meesterwerk definitief geschrapt wordt. Toch blijft het leuk hoe My Morning Jacket een spinnenweb aan zijdraden blijft spannen door deze track weer te verweven aan With a Little Help from My Friends. Het belang van goede vriendschap en daardoor lekkerder in je vel zitten.
David Gilmour is de leermeester in het aan Shine On You Crazy Diamond memorerende In Colour, waar de kerkelijke orgelpartijen het jaren zeventig geluid nogmaals dik aanzetten. Laat iedereen in zijn waarde, laat ze schitteren als verblindende diamanten. De regenboog verwijzingen zijn te herleiden tot de LGBT gemeenschap, die eindelijk die lang gehoopte erkenning krijgt. Een geniale zet om de invloeden van deze Pink Floyd klassieker terug te laten komen, zelfs de achtergrondkoortjes in Out of Range, Pt. 2 en I Never Could Get Enough knipogen openlijk naar deze progressieve rockgrootheden. My Morning Jacket herpakt zich stukken steviger dan verwacht, waar zo’n zorgvuldig ingecalculeerde stilte toe kan leiden. Mooi!
My Morning Jacket - My Morning Jacket | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
My Morning Jacket - The Waterfall II (2020)

4,0
1
geplaatst: 20 augustus 2020, 23:50 uur
Het was eventjes wachten op nieuw werk van My Morning Jacket. Nou ja even? Na een stilte van vijf jaar is daar dan totaal onverwachts de aankondiging van The Waterfall II. Materiaal waarvan bekend is dat dit overblijfsels zijn van de sessies die de eerste Waterfall plaat vormden. Zelf ben ik wat huiverig en extra kritisch als men met regelmaat vanwege inspiratievermoeidheid terug grijpt naar eerdere opnames. Al kan dit bij een band als My Morning Jacket net zo goed positief uitvallen. Door de verplichte opsluiting vanwege het corona gebeuren werkt het uit Kentucky afkomstige indierock vijftal in alle rust de nummers verder uit. De basis ligt er nu eenmaal, daarvoor is het niet nodig om de studio in te duiken.
De eenzaamheid en het verlangen naar hoop die bezongen wordt staat los van de in stilstand gekomen wereld, en ligt meer in de relationele sfeer. Jim James verkeert nog steeds in het verwerkingsproces, waarbij acceptatie de weg vormt naar een draagbaar leven. Waarschijnlijk heeft de pijn zo diep gezeten dat het hem belemmerde om eerder al naar een nieuwe plaat toe te werken. Hij was ook de ontbrekende factor op Timothy Showalters project Strand of Oaks, waarbij de overige bandleden als sfeervolle smaakmakers verantwoordelijk zijn voor het filmische landschapsgevoel van Eraserland.
Met de Bob Ross-achtige albumhoes sluiten ze aan bij het jaren zeventig afrokapsel van de schilder. Ook deze kunstenaar had duidelijk heimwee naar het polaroidtijdperk van voor de disco. Soul en countryrock domineerden, en van een haastige maatschappij was nog geen sprake. De sfeer was relaxt en dromerig, met hier en daar nog de achtergelaten psychedelische zaadsporen van de bevrijdende jaren zestig. Waterfall II komt nergens over als een lastige verplichting om een eerder gestarte klus noodgedwongen af te maken. De eigenzinnigheid hoor je vooral terug in het funkende heerlijk dansbare Magic Bullet waarbij het gesoleer van Carl Broemel bevestigt dat hij nog steeds die waanzinnige experimenteerdrift van voorheen bezit.
Al gelijk word je door het kale dromerige toetsenspel van Spinning My Wheels gedwongen om Waterfall II in alle rust over je heen te laten komen. De warmte wordt goedkeurend gevolgd door de zelfverzekerde baspartijen van oudgediende Thomas Blankenship. Het is een groot vraagteken waarom zo’n prachtige track zo lang in de kast heeft liggen te verstoffen. Juist in dit langeafstandstijdperk straalt het zo’n overtuigend eenheidsgevoel uit.
Ook de kristalheldere productie van het ritmische sixties bubblegum werkstuk Still Thinking getuigt ervan dat de band helemaal klaar is om opnieuw toe te slaan. Uiteraard is daar op het einde het voortreffende terugpakken op de druipende psychedelica. De opgewektheid, die zeker zelfs bij Jim James terug te horen is, geeft overduidelijk aan waarom de songs het nodig hebben gehad om verder te rijpen. Zijn blik is een stuk realistischer en hoopvol. Hoe verder je in de plaat getrokken wordt, hoe minder de neerslachtigheid aanwezig is.
De jaren van afwezigheid zijn gebruikt om te observeren, absorberen en uiteindelijk te reproduceren. Er is een groot wezenlijk verschil met de gelijknamige voorganger. De psychedelische Britpopinvloeden hebben plaats gemaakt voor een luchtigere jaren zeventig sound, met hier en daar ruimte voor een soulpreek van Jim James in het overtuigende Run It, met het gospelachtige Wasted als een overbluffende meesterzet. Wat een opbouw, en wat een op zijn toppen spelende band horen we hier aan het werk. Heerlijk hoe die groovende psychedelische gitaar met terugkomende seventies riffs zo zwaar en slopend toeslaat.
Het is allemaal net niet perfect. Climbing the Ladder is voor My Morning Jacket te eenvoudig, al wordt er wel leuk met tempoversnellingen gespeeld, en doordat de zang in Feel You iets te ver staat afgestemd zakt het te diep weg. Het verbazende geploeter van Carl Broemer maakt wel veel goed, al verzandt het verder wel in een veredelde jamsessie. Het blijft hoe dan ook restmateriaal, en hier is dat nog enigszins merkbaar. De armoede ligt duidelijk in het midden van de plaat, ook de Beatles invloeden in het softe Beautiful Love (Wasn’t Enough) missen die sprankeling, welke verder wel terug te horen is.
Er wordt op het einde nog sterk gerevancheerd met het breekbare folky Welcome Home, een warme knisperende country kampvuurbeleving en het dromerige, tevens in hetzelfde polaroid decennia te herplaatsen The First Time. Dat My Morning Jacket nog steeds open staat voor alle stromingen die de muziekgeschiedenis te bieden heeft blijkt in de country- en soulinvloeden waarmee ze een openbare sollicitatiebrief schrijven om gerespecteerd te worden bij een nieuwe groep liefhebbers, die met terugwerkende kracht zich hoogstwaarschijnlijk ook in platen als Z, It Still Moves en Circuital gaan verdiepen.
My Morning Jacket - The Waterfall II | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
De eenzaamheid en het verlangen naar hoop die bezongen wordt staat los van de in stilstand gekomen wereld, en ligt meer in de relationele sfeer. Jim James verkeert nog steeds in het verwerkingsproces, waarbij acceptatie de weg vormt naar een draagbaar leven. Waarschijnlijk heeft de pijn zo diep gezeten dat het hem belemmerde om eerder al naar een nieuwe plaat toe te werken. Hij was ook de ontbrekende factor op Timothy Showalters project Strand of Oaks, waarbij de overige bandleden als sfeervolle smaakmakers verantwoordelijk zijn voor het filmische landschapsgevoel van Eraserland.
Met de Bob Ross-achtige albumhoes sluiten ze aan bij het jaren zeventig afrokapsel van de schilder. Ook deze kunstenaar had duidelijk heimwee naar het polaroidtijdperk van voor de disco. Soul en countryrock domineerden, en van een haastige maatschappij was nog geen sprake. De sfeer was relaxt en dromerig, met hier en daar nog de achtergelaten psychedelische zaadsporen van de bevrijdende jaren zestig. Waterfall II komt nergens over als een lastige verplichting om een eerder gestarte klus noodgedwongen af te maken. De eigenzinnigheid hoor je vooral terug in het funkende heerlijk dansbare Magic Bullet waarbij het gesoleer van Carl Broemel bevestigt dat hij nog steeds die waanzinnige experimenteerdrift van voorheen bezit.
Al gelijk word je door het kale dromerige toetsenspel van Spinning My Wheels gedwongen om Waterfall II in alle rust over je heen te laten komen. De warmte wordt goedkeurend gevolgd door de zelfverzekerde baspartijen van oudgediende Thomas Blankenship. Het is een groot vraagteken waarom zo’n prachtige track zo lang in de kast heeft liggen te verstoffen. Juist in dit langeafstandstijdperk straalt het zo’n overtuigend eenheidsgevoel uit.
Ook de kristalheldere productie van het ritmische sixties bubblegum werkstuk Still Thinking getuigt ervan dat de band helemaal klaar is om opnieuw toe te slaan. Uiteraard is daar op het einde het voortreffende terugpakken op de druipende psychedelica. De opgewektheid, die zeker zelfs bij Jim James terug te horen is, geeft overduidelijk aan waarom de songs het nodig hebben gehad om verder te rijpen. Zijn blik is een stuk realistischer en hoopvol. Hoe verder je in de plaat getrokken wordt, hoe minder de neerslachtigheid aanwezig is.
De jaren van afwezigheid zijn gebruikt om te observeren, absorberen en uiteindelijk te reproduceren. Er is een groot wezenlijk verschil met de gelijknamige voorganger. De psychedelische Britpopinvloeden hebben plaats gemaakt voor een luchtigere jaren zeventig sound, met hier en daar ruimte voor een soulpreek van Jim James in het overtuigende Run It, met het gospelachtige Wasted als een overbluffende meesterzet. Wat een opbouw, en wat een op zijn toppen spelende band horen we hier aan het werk. Heerlijk hoe die groovende psychedelische gitaar met terugkomende seventies riffs zo zwaar en slopend toeslaat.
Het is allemaal net niet perfect. Climbing the Ladder is voor My Morning Jacket te eenvoudig, al wordt er wel leuk met tempoversnellingen gespeeld, en doordat de zang in Feel You iets te ver staat afgestemd zakt het te diep weg. Het verbazende geploeter van Carl Broemer maakt wel veel goed, al verzandt het verder wel in een veredelde jamsessie. Het blijft hoe dan ook restmateriaal, en hier is dat nog enigszins merkbaar. De armoede ligt duidelijk in het midden van de plaat, ook de Beatles invloeden in het softe Beautiful Love (Wasn’t Enough) missen die sprankeling, welke verder wel terug te horen is.
Er wordt op het einde nog sterk gerevancheerd met het breekbare folky Welcome Home, een warme knisperende country kampvuurbeleving en het dromerige, tevens in hetzelfde polaroid decennia te herplaatsen The First Time. Dat My Morning Jacket nog steeds open staat voor alle stromingen die de muziekgeschiedenis te bieden heeft blijkt in de country- en soulinvloeden waarmee ze een openbare sollicitatiebrief schrijven om gerespecteerd te worden bij een nieuwe groep liefhebbers, die met terugwerkende kracht zich hoogstwaarschijnlijk ook in platen als Z, It Still Moves en Circuital gaan verdiepen.
My Morning Jacket - The Waterfall II | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Myrddin - Monstruos y Duendes Vol. 2 : Longhin (2020)

4,0
0
geplaatst: 17 december 2020, 17:05 uur
Het is 17 augustus 1975 als de Belgische gitarist en tevens saxofonist Koen De Cauter met een drietal bevriende muzikanten het gipsyjazz orkest Waso Quartet opricht. Ze brengen een aangename mix van flamenco en traditionele volksmuziek te gehore. Na zich een aantal jaren non-actief opgesteld te hebben, laten ze sinds vorig jaar weer van zich horen. Twee zonen van Koen De Cauter, namelijk Waso en Dajo hebben zich ondertussen bij dit gezelschap gevoegd. Zijn derde zoon Myrddin De Cauter is solo actief, en levert met Monstruos Y Duendes – Vol. II: Longhin zijn zesde soloplaat af. Een sprookjesachtige project over monsters en elfjes dus. Eenvoudig terug te brengen tot het goede en het kwade.
Het is een vervolg op het in februari verschenen Monstruos y Duendes Vol. 1 : Myfyrio, en er zullen nog twee albums komen om het vierluik te voltooien. Ondanks dat Myrddin tevens een goede klarinettist is, beperkt hij zich tot de flamenco gitaarakkoorden. Het zonnige Spanje vormt hierbij de inspiratiebron. Hij gaat daar terug naar de roots van deze muziekstroming en in de leer bij verschillende flamenco gitaristen. Het is algemeen bekend dat de flamenco zijn oorsprong in Spanje heeft, al zijn het vooral de rondreizende zigeuners die het genre verrijken met andere culturen. De gepassioneerde bezieling van Myrddin De Cauter heeft samen met de pure basis tevens die typerende experimenteerdrift waar de Belgische popscene en jazzmuzikanten om bekend staan. Het titelstuk Longhin heeft alleen al een dubachtig begin, en er wordt flink gestoeid met tempoverschillen.
Met een betere karakterbeschrijving kan Myrddin zichzelf niet introduceren. Zijn onwaarschijnlijke vingervlugheid wordt afgewisseld met ritmisch meeklappen op de houten klankkas. De natuurlijke watervallei klanken van Renato zijn geleend om het gevoel van de inspirerende creativiteit van zijn zuidelijke werkplek terug te laten komen. Emotioneel hoog gepingel laat de vrouwelijke kant van het instrument horen. Niet voor niks zijn er veel blues artiesten die hun gitaar een meisjesnaam toedienen. De vorm van het instrument heeft iets stoers en feministisch in zich. De liefkozende behandeling van Myrddin getuigt hierbij ook van respect.
De klassieke speelwijze heeft het beweeglijke van een brutale flamencodanseres. Voeg daarbij de nodige ophitsende akkoorden toe die een verlangen naar de prachtige Zuid Spaanse omgeving oproepen, maar tevens symbool staan voor het verlangen naar de liefde. De grimmige landschap flarden in het onweersdreigende Mistrau laten een duistere kant van de meestergitarist horen. Een veelvoud van harde nachtmerrie getinte herinneringen worden in een kakofonische wervelwind van zich afgeschud. Op Inyinya maakt hij gebruik van galopperende paarden die de achtergrond bevolken, waardoor er een retro filmisch Western gevoel wordt opgeroepen.
Sixties psychedelica herleefd in het dromerige hallucinerende Lahamaïde, waarbij Myrddin een rotsachtige oneffen zijweg bewandeld en de nodige lastige melodieuze obstructies trotseert. Een spannende herbewerking van de meer sobere versie die op zijn debuutplaat Imre verschijnt. Ook het daarvan afkomstige gejaagde Cassavus mist nu wel die onheilspellende cello van Marijke Gonnissen en de zware contrabas van broerlief Dajo De Cauter, en ondanks de genialiteit van Myrddin is hij niet geheel in staat om dit alleen te vervangen. Mielandre is eerder in een lange uitgewerkte versie terug te horen op Lucía Nieve. De verstillende dramatiek is vervangen door een lichtere meer uptempo variant. Het levert in ieder geval genoeg interessant materiaal op, waardoor er reikhalzend wordt uitgekeken naar de laatste twee hoofdstukken van dit geweldige schouwspel.
Myrddin - Monstruos y Duendes Vol. 2 : Longhin | World | Written in Music - writteninmusic.com
Het is een vervolg op het in februari verschenen Monstruos y Duendes Vol. 1 : Myfyrio, en er zullen nog twee albums komen om het vierluik te voltooien. Ondanks dat Myrddin tevens een goede klarinettist is, beperkt hij zich tot de flamenco gitaarakkoorden. Het zonnige Spanje vormt hierbij de inspiratiebron. Hij gaat daar terug naar de roots van deze muziekstroming en in de leer bij verschillende flamenco gitaristen. Het is algemeen bekend dat de flamenco zijn oorsprong in Spanje heeft, al zijn het vooral de rondreizende zigeuners die het genre verrijken met andere culturen. De gepassioneerde bezieling van Myrddin De Cauter heeft samen met de pure basis tevens die typerende experimenteerdrift waar de Belgische popscene en jazzmuzikanten om bekend staan. Het titelstuk Longhin heeft alleen al een dubachtig begin, en er wordt flink gestoeid met tempoverschillen.
Met een betere karakterbeschrijving kan Myrddin zichzelf niet introduceren. Zijn onwaarschijnlijke vingervlugheid wordt afgewisseld met ritmisch meeklappen op de houten klankkas. De natuurlijke watervallei klanken van Renato zijn geleend om het gevoel van de inspirerende creativiteit van zijn zuidelijke werkplek terug te laten komen. Emotioneel hoog gepingel laat de vrouwelijke kant van het instrument horen. Niet voor niks zijn er veel blues artiesten die hun gitaar een meisjesnaam toedienen. De vorm van het instrument heeft iets stoers en feministisch in zich. De liefkozende behandeling van Myrddin getuigt hierbij ook van respect.
De klassieke speelwijze heeft het beweeglijke van een brutale flamencodanseres. Voeg daarbij de nodige ophitsende akkoorden toe die een verlangen naar de prachtige Zuid Spaanse omgeving oproepen, maar tevens symbool staan voor het verlangen naar de liefde. De grimmige landschap flarden in het onweersdreigende Mistrau laten een duistere kant van de meestergitarist horen. Een veelvoud van harde nachtmerrie getinte herinneringen worden in een kakofonische wervelwind van zich afgeschud. Op Inyinya maakt hij gebruik van galopperende paarden die de achtergrond bevolken, waardoor er een retro filmisch Western gevoel wordt opgeroepen.
Sixties psychedelica herleefd in het dromerige hallucinerende Lahamaïde, waarbij Myrddin een rotsachtige oneffen zijweg bewandeld en de nodige lastige melodieuze obstructies trotseert. Een spannende herbewerking van de meer sobere versie die op zijn debuutplaat Imre verschijnt. Ook het daarvan afkomstige gejaagde Cassavus mist nu wel die onheilspellende cello van Marijke Gonnissen en de zware contrabas van broerlief Dajo De Cauter, en ondanks de genialiteit van Myrddin is hij niet geheel in staat om dit alleen te vervangen. Mielandre is eerder in een lange uitgewerkte versie terug te horen op Lucía Nieve. De verstillende dramatiek is vervangen door een lichtere meer uptempo variant. Het levert in ieder geval genoeg interessant materiaal op, waardoor er reikhalzend wordt uitgekeken naar de laatste twee hoofdstukken van dit geweldige schouwspel.
Myrddin - Monstruos y Duendes Vol. 2 : Longhin | World | Written in Music - writteninmusic.com
