Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Marissa Nadler - The Path of the Clouds (2021)

4,0
0
geplaatst: 5 november 2021, 16:01 uur
De oliestroperige folksongs van Marissa Nadler vinden twee jaar geleden onderdak en verschuiling in de geluidsterreur van Stephen Brodsky. Droneflower is het verbond van twee eigenzinnige kunstenaars die zich voeden met de negativiteit van de zelfkant. Marissa Nadler gaat op haar negende soloplaat The Path of the Clouds nog een stap verder, door de schoonheid uit die verschrikkingen te filteren en op de voorgrond te plaatsen.
Ik weet niet of het er aan ligt dat Marissa Nadler de afgelopen pandemieperiode heeft gebruikt om piano te leren spelen, maar de nummers winnen hierdoor wel in overtuiging. Het grote verschil is dat Marissa Nadler zichzelf neerzet als een verleidende wellustige Luxuria. Een Sirene in geestverschijning die de slachtoffers met berustende hypnotiserende zanglijnen en voortkabbelende gitaarakkoorden naar haar toe lokt. De duisternis zit verborgen in de aardedonkere keyboard begeleiding, waar de gitzwarte toetsen de hoofdrol opeisen.
De interesse in het bovennatuurlijke trekt Marissa Nadler naar de waarheidsgetrouwe X Files getinte Unsolved Mysteries documentaires. Zonder de romantiek maar gebaseerd op feitelijke kennis. Juist die veelal lugubere open eindes vormen een inspirerende voedingsbron voor de kronkelende misconnecties in de grillige gedachtegang van deze getalenteerde singer-songwriter. Afglijdend in de slibberige smurrie die zich in haar verziekte hersenen ontwikkelt. En wie laat zich niet graag stiekem meevoeren in de levensechte horrorverhalen?
Bessie, Did You Make It? Het ijzingwekkende verslag van twee geliefdes die in 1928 met hun kano tussen de kloven van het Twin Falls gebergte verdwijnen. Een aldaar wonende verdachte kluizenaar wordt onterecht neergezet als de persoon die hiervoor verantwoordelijk is. De legende krijgt een gruwelijke wending als vijftig jaar later een vrouw beweert dat ze in de anonimiteit wilde verder leven en haar minnaar vermoord heeft. Een typische Murder Ballad die vergelijkingen vertoont met het Henry Lee liefdesverhaal van Nick Cave en PJ Harvey, maar dan als een vertellend Lana Del Rey sage in een illustratief Twin Peaks landschap.
De geheimzinnige zangeres laat je wegzweven in retro symfonische klanken van The Path of the Clouds. In alle stilte wegglijden van de veeleisende wereld die zich als een zwerm hongerige aasgieren op je stort. De verbeeldende heroïek van de geslaagde ontsnappingspoging die de beruchte kaper D.B. Cooper onderneemt als hij als kamikazepiloot uit een vliegtuig springt, en er nooit meer iets van hem vernomen wordt. In dezelfde lijn ligt Well Sometimes You Just Can’t Stay, over een goed geplande Alcatraz uitbraak en de schizofrene dolende zielen die als gewetenswaardige echo’s weerkaatsen in Couldn’t Have Done the Killing.
Harpiste Mary Lattimore spoelt sprankelend de drijvende stoffelijke resten weg in If I Could Breathe Underwater die uiteindelijk door het moeras flora en fauna verzwolgen worden. Door de aanwezigheid van gastzangeressen Amber Webber van Black Mountain in Elegy en Emma Ruth Rundle bij Turned Into Air creëren ze karakteriserende familiare zustereigenschappen. Een identiek dreampopsfeertje waar verraderlijke feeën zich inmengen met liefkozende Witte Wieven.
In deze verwilderde vertakte sprookjeswereld mag de van Cocteau Twins bekende bassist en producer Simon Raymonde het onkruid kortwieken en de mystieke donkere paden begaanbaar maken. De grenslijn tussen traditionele folk en gotische jaren tachtig postpunk wordt beslecht in het voordeel van een bovennatuurlijk spanningsveld. De kracht van iets gruwelijks transformeren tot iets moois.
Marissa Nadler - The Path of the Clouds | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Ik weet niet of het er aan ligt dat Marissa Nadler de afgelopen pandemieperiode heeft gebruikt om piano te leren spelen, maar de nummers winnen hierdoor wel in overtuiging. Het grote verschil is dat Marissa Nadler zichzelf neerzet als een verleidende wellustige Luxuria. Een Sirene in geestverschijning die de slachtoffers met berustende hypnotiserende zanglijnen en voortkabbelende gitaarakkoorden naar haar toe lokt. De duisternis zit verborgen in de aardedonkere keyboard begeleiding, waar de gitzwarte toetsen de hoofdrol opeisen.
De interesse in het bovennatuurlijke trekt Marissa Nadler naar de waarheidsgetrouwe X Files getinte Unsolved Mysteries documentaires. Zonder de romantiek maar gebaseerd op feitelijke kennis. Juist die veelal lugubere open eindes vormen een inspirerende voedingsbron voor de kronkelende misconnecties in de grillige gedachtegang van deze getalenteerde singer-songwriter. Afglijdend in de slibberige smurrie die zich in haar verziekte hersenen ontwikkelt. En wie laat zich niet graag stiekem meevoeren in de levensechte horrorverhalen?
Bessie, Did You Make It? Het ijzingwekkende verslag van twee geliefdes die in 1928 met hun kano tussen de kloven van het Twin Falls gebergte verdwijnen. Een aldaar wonende verdachte kluizenaar wordt onterecht neergezet als de persoon die hiervoor verantwoordelijk is. De legende krijgt een gruwelijke wending als vijftig jaar later een vrouw beweert dat ze in de anonimiteit wilde verder leven en haar minnaar vermoord heeft. Een typische Murder Ballad die vergelijkingen vertoont met het Henry Lee liefdesverhaal van Nick Cave en PJ Harvey, maar dan als een vertellend Lana Del Rey sage in een illustratief Twin Peaks landschap.
De geheimzinnige zangeres laat je wegzweven in retro symfonische klanken van The Path of the Clouds. In alle stilte wegglijden van de veeleisende wereld die zich als een zwerm hongerige aasgieren op je stort. De verbeeldende heroïek van de geslaagde ontsnappingspoging die de beruchte kaper D.B. Cooper onderneemt als hij als kamikazepiloot uit een vliegtuig springt, en er nooit meer iets van hem vernomen wordt. In dezelfde lijn ligt Well Sometimes You Just Can’t Stay, over een goed geplande Alcatraz uitbraak en de schizofrene dolende zielen die als gewetenswaardige echo’s weerkaatsen in Couldn’t Have Done the Killing.
Harpiste Mary Lattimore spoelt sprankelend de drijvende stoffelijke resten weg in If I Could Breathe Underwater die uiteindelijk door het moeras flora en fauna verzwolgen worden. Door de aanwezigheid van gastzangeressen Amber Webber van Black Mountain in Elegy en Emma Ruth Rundle bij Turned Into Air creëren ze karakteriserende familiare zustereigenschappen. Een identiek dreampopsfeertje waar verraderlijke feeën zich inmengen met liefkozende Witte Wieven.
In deze verwilderde vertakte sprookjeswereld mag de van Cocteau Twins bekende bassist en producer Simon Raymonde het onkruid kortwieken en de mystieke donkere paden begaanbaar maken. De grenslijn tussen traditionele folk en gotische jaren tachtig postpunk wordt beslecht in het voordeel van een bovennatuurlijk spanningsveld. De kracht van iets gruwelijks transformeren tot iets moois.
Marissa Nadler - The Path of the Clouds | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Marissa Nadler & Stephen Brodsky - Droneflower (2019)

4,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 19:32 uur
Wat levert het op als je een pure hardcore punker bij een folkie zet met een liefde voor stevige black metal. Dan krijg je een vreemde donkere gewaarwording; genaamd Droneflower. De uit Boston afkomstige Marissa Nadler laat haar muzikale talenten uitbuiten, en weet zelf ook misbruik te maken van andere muzikanten. Nou heeft ze ook een aparte, wat spookachtige verschijning; niet alleen vocaal, maar ook qua uiterlijk. Ze laat zich graag gebruiken door de duistere krachten in het wereldje. Collega’s staan ook in de rij om haar te voorzien van aangename bijdrages. Niet de minste namen als John Cale, Sharon van Etten en Father John Misty, hebben allen een samenwerkingsverband met haar op hun curriculum vitae staan. Hier kiest ze ervoor om met oud Cave In gitarist Stephen Brodsky aan de slag te gaan, wat resulteert in het avontuurlijke sprookjesachtige doemplaat Droneflower.
Space Ghost I heeft dat verwerpelijke gedesillusioneerd gevoel van leegte. Gelijk al maken we kennis met overheersende onbehagelijke verdriet. Zelfs Marissa Nadler durft zich vocaal hier niet aan te wagen. Met ingehouden adem bereid ze zich voor om na het aangename pianospel hard toe te slaan in het grillige For The Sun. Vanuit de krochten van ons bestaan, diep in het binnenste van de ziel wordt ze opgeroepen. Ruw verstoord door het zware industriële slagwerk op laag gestemde gitaren. De demonische triphop krijgt al gedurende de song zijn vernietigende vorm. Opeens ben je een metgezel in de opgeroepen nachtmerrie. De lieflijke zang van Watch The Time dwingt je om niet meegesleurd te worden in de als Sirene fluisterstem van een erotisch geladen Marissa Nadler, die hier figureert als verleidende halfgodin.
Space Ghost II blijkt nog slepender te zijn dan zijn eerste variant. De piano sterft een eenzame dood, omgeven door een klagende zangeres, die met haar griezelige stemgeluid weer alle aandacht opeist. Meer instrumenten gaan de strijd met haar aan, maar zijn niet bestand tegen de treurnis en het botte afwijzende gevoel. De Oosterse akoestische klanken laten je verstikken in de drooggelegde Fata Morgana van Dead West. Bijna opzwepend wordt je uitgenodigd door exotische buikdanseressen, die ingehuurd zijn om je met hun blikken te verslinden. Bij de eerste luisterbeurt valt gelijk de totaal naar zich toe getrokken cover van de Guns N’ Roses klassieker Estranged op. Er wordt ruim de tijd genomen om dit aangenaam stukje voor stukje op te bouwen. De vervreemding komt door de twijfel in de stem van Marissa Nadler. Open solliciteert ze hier naar de vrijgekomen vacature van ijskoningin, nu Siouxsie Sioux al een aantal jaren van haar pensioen aan het genieten is.
Hoe verwarrend is het dan om vervolgens meegezogen te worden in het country getinte lieve kampvuurliedje Shades Apart. Prominent staat hier de prachtige gitaar centraal, en zelfs voor een momentje de zangeres weet te temmen is magistraal. Met onderdrukte ruisgeluiden weerkaatst Buried In Love in een oceaan van diepe stem vervormers, gesmoord door de fade out. Met het filmische Morbid Mist werkt het duo zich naar het einde toe. Ook hier met noodzakelijke echo’s op het gitaarspel. Die afsluiting komt er uiteindelijk in het toegankelijke zuchtmeisje gebaseerde In Spite Of Me. Bijna kaal weet Marissa Nadler te benadrukken dat ze het op eigen kracht ook wel weet waar te maken. Hierdoor sluit ze zo persoonlijk mogelijk af in deze geslaagde aanwinst van 2019.
Marissa Nadler & Stephen Brodsky - Droneflower | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Space Ghost I heeft dat verwerpelijke gedesillusioneerd gevoel van leegte. Gelijk al maken we kennis met overheersende onbehagelijke verdriet. Zelfs Marissa Nadler durft zich vocaal hier niet aan te wagen. Met ingehouden adem bereid ze zich voor om na het aangename pianospel hard toe te slaan in het grillige For The Sun. Vanuit de krochten van ons bestaan, diep in het binnenste van de ziel wordt ze opgeroepen. Ruw verstoord door het zware industriële slagwerk op laag gestemde gitaren. De demonische triphop krijgt al gedurende de song zijn vernietigende vorm. Opeens ben je een metgezel in de opgeroepen nachtmerrie. De lieflijke zang van Watch The Time dwingt je om niet meegesleurd te worden in de als Sirene fluisterstem van een erotisch geladen Marissa Nadler, die hier figureert als verleidende halfgodin.
Space Ghost II blijkt nog slepender te zijn dan zijn eerste variant. De piano sterft een eenzame dood, omgeven door een klagende zangeres, die met haar griezelige stemgeluid weer alle aandacht opeist. Meer instrumenten gaan de strijd met haar aan, maar zijn niet bestand tegen de treurnis en het botte afwijzende gevoel. De Oosterse akoestische klanken laten je verstikken in de drooggelegde Fata Morgana van Dead West. Bijna opzwepend wordt je uitgenodigd door exotische buikdanseressen, die ingehuurd zijn om je met hun blikken te verslinden. Bij de eerste luisterbeurt valt gelijk de totaal naar zich toe getrokken cover van de Guns N’ Roses klassieker Estranged op. Er wordt ruim de tijd genomen om dit aangenaam stukje voor stukje op te bouwen. De vervreemding komt door de twijfel in de stem van Marissa Nadler. Open solliciteert ze hier naar de vrijgekomen vacature van ijskoningin, nu Siouxsie Sioux al een aantal jaren van haar pensioen aan het genieten is.
Hoe verwarrend is het dan om vervolgens meegezogen te worden in het country getinte lieve kampvuurliedje Shades Apart. Prominent staat hier de prachtige gitaar centraal, en zelfs voor een momentje de zangeres weet te temmen is magistraal. Met onderdrukte ruisgeluiden weerkaatst Buried In Love in een oceaan van diepe stem vervormers, gesmoord door de fade out. Met het filmische Morbid Mist werkt het duo zich naar het einde toe. Ook hier met noodzakelijke echo’s op het gitaarspel. Die afsluiting komt er uiteindelijk in het toegankelijke zuchtmeisje gebaseerde In Spite Of Me. Bijna kaal weet Marissa Nadler te benadrukken dat ze het op eigen kracht ook wel weet waar te maken. Hierdoor sluit ze zo persoonlijk mogelijk af in deze geslaagde aanwinst van 2019.
Marissa Nadler & Stephen Brodsky - Droneflower | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Mark Hollis - Mark Hollis (1998)

4,0
3
geplaatst: 15 april 2017, 19:57 uur
Eigenlijk best wel een slimme zet.
Nog een solo album en het is klaar, geen gezeik met overige muzikanten voor een eventuele tournee, gewoon het laatste project onder je eigen naam.
Qua stijl ligt het allemaal in de lijn van vooral Spirit of Eden en Laughing Stock.
Als je reëel bent, dan zijn eigenlijk vooral de eerste drie Talk Talk albums echte popplaten, waarbij de band echt nog een band was.
Bij het solo werk van Hollis moet ik aan David Sylvian denken, die nam bij Japan ook de touwtjes in handen, en bepaalde uiteindelijk ook welke kant ze op zouden gaan om vervolgens het hoofdstuk popgroep definitief af te sluiten.
Bij Hollis lijkt het alsof hij bij The Watershed hulp heeft gekregen van Miles Davis; verscholen in zijn regenjas komt hij de hoek om, waar een oude muzikant zijn kunsten laat horen.
Snel een paar muntjes in de versleten hoed werpend; een kort knikje, en weer snel verder lopend.
Jazz in zijn begrijpbare vorm.
Onze eigen De Dijk noemt het Niemand In De Stad, en die sfeer roept het bij mij wel op; eenzaam wandelend met het felle maanlicht die je richting bepaald; de schaduw als trouwe metgezel.
Er zit vooral treurnis verscholen in deze plaat; een depressief beklemmend gevoel, het definitief afsluiten van een kleurrijke periode.
Alsof je opeens in een zwartwit film verschijnt, die zich in de jaren 50 afspeelt.
Mark Hollis is geboren in 1955; en het klinkt als een wedergeboorte.
Alsof hij besluit om zijn leven opnieuw invulling te geven; het gedeelte van artiest zijnde geskipt uit zijn bestaan.
Zelftherapie misschien?
Nog een solo album en het is klaar, geen gezeik met overige muzikanten voor een eventuele tournee, gewoon het laatste project onder je eigen naam.
Qua stijl ligt het allemaal in de lijn van vooral Spirit of Eden en Laughing Stock.
Als je reëel bent, dan zijn eigenlijk vooral de eerste drie Talk Talk albums echte popplaten, waarbij de band echt nog een band was.
Bij het solo werk van Hollis moet ik aan David Sylvian denken, die nam bij Japan ook de touwtjes in handen, en bepaalde uiteindelijk ook welke kant ze op zouden gaan om vervolgens het hoofdstuk popgroep definitief af te sluiten.
Bij Hollis lijkt het alsof hij bij The Watershed hulp heeft gekregen van Miles Davis; verscholen in zijn regenjas komt hij de hoek om, waar een oude muzikant zijn kunsten laat horen.
Snel een paar muntjes in de versleten hoed werpend; een kort knikje, en weer snel verder lopend.
Jazz in zijn begrijpbare vorm.
Onze eigen De Dijk noemt het Niemand In De Stad, en die sfeer roept het bij mij wel op; eenzaam wandelend met het felle maanlicht die je richting bepaald; de schaduw als trouwe metgezel.
Er zit vooral treurnis verscholen in deze plaat; een depressief beklemmend gevoel, het definitief afsluiten van een kleurrijke periode.
Alsof je opeens in een zwartwit film verschijnt, die zich in de jaren 50 afspeelt.
Mark Hollis is geboren in 1955; en het klinkt als een wedergeboorte.
Alsof hij besluit om zijn leven opnieuw invulling te geven; het gedeelte van artiest zijnde geskipt uit zijn bestaan.
Zelftherapie misschien?
Mark Lanegan - Straight Songs of Sorrow (2020)

4,0
1
geplaatst: 4 oktober 2020, 23:11 uur
Met zijn bewegingsloze woest strak voor zich uit starende podiumpresentatie kenmerkt Mark Lanegan zijn schijnbare gesloten houding. Wat gaat er nou precies schuil achter de donkere ogen die zoveel zielenpijn en innerlijke leed verraden. Een groot contrast met de open persoonlijkheid die vervolgens goedlachs na afloop van een concert aan tafel aanschuift om er in alle rust zijn fans geruststellend te woord te staan.
Met wroeging in zijn hart openbaart hij nu de gitzwart geblakerde bladzijdes van zijn volgeschreven muzikale dagboek. Klonk hij anderhalf jaar geleden live nog uitgeput, geleefd, moe en minder strijdbaar, met het stevige Somebody’s Knocking herpakte hij zichzelf om nu meedogenloos toe te slaan met het overtreffende Straight Songs of Sorrow.
Straight Songs of Sorrow is een therapeutische reis van een uur door het verleden van deze uitgesproken rockzanger. Het zelfdestructieve gedrag wordt omgezet in gemeend berouw. De dramatiek in Bleed All Over geeft al zijn kwetsbaarheid bloot. Wanhopig wordt er mis gegrepen naar elke pakkende vorm van houvast. Stilistisch sluit het allemaal aan bij de breekbaarheid die Soulsavers twee albums lang samen met hem weten op te roepen. Ondanks zijn ruime ervaringen als gastzanger lukt het die twee elektro nerds om het dichtst in die kern te komen. Churchbells, Ghosts ligt met zijn prachtige sfeervolle thee time pianogepingel en de zware orgelpartijen het meest aangrenzende in deze pastorale lijn. Begrijpelijk dat Mark Lanegan vervolgens steeds meer het muzikale geluid van de duistere jaren tachtig postpunk opzoekt waarmee hij als kind is opgegroeid en waar hij zich blijkbaar het duidelijkste weet te verwoorden.
De nadruk ligt veel sterker op de overheersende drumloops en de experimenteerdrift van de door Nick Cave uitgeleende werknemer en tegenwoordig tevens orkestleider Warren Ellis. Deze geschoolde violist richt zich al jaren bij The Bad Seeds meer op het arrangeren en de sfeerbepaling van de tracks. Zijn muzikale handtekening versiert al direct het onrustige maar ook meesterlijke I Wouldn’t Want to Say. Een oppepper voor de doorrookte zanger waarbij de longen net zo donker gekleurd zijn als zijn bezongen ziel. Opzichtig duwt hij Lanegan de richting van zijn leermeester op, maar de standvastige zanger laat zich niet van de wijs brengen en eigent uiteindelijk de song zelf op. Een soortgelijke samenwerking met Rob Marchall resulteerde een krappe drie maanden geleden nog in het voortreffelijke Humanist.
De beroerde familie omstandigheden waarin hij als kind opgroeit staan centraal in het onschuldig ogende kampvuur niemendalletje Apples from a Tree, waarbij hij zichzelf als een verrotte verboden vrucht neerzet. Mark Lanegan opent als een oester zijn verhalenschrift, gevuld met onverwerkte jeugdtrauma’s die als doffe parels opgepoetst dienen te worden als kleine momenten van gelukzaligheid.
Dat rouwrandje vreet ook aan Daylight In The Nocturnal House’s, gevormd door de vriendschappelijke verdienste van triphop gitarist Adrian Utley waarmee hij in het verleden ook als gepassioneerde smaakmaker bij Portishead opereerde. Oudgediende John Paul Jones van Led Zeppelin laat de zuigende klanken van de mellotron als een zwerm winter ontvluchtende zwaluwen rondcirkelen in het opgejaagde Ballad Of A Dying Rover.
Die geslotenheid vormt ook het thema van het van zelfkennis getuigende Skeleton Key. De kilte van de koude emotionele winters die menig doemdenker in de jaren tachtig het hart laten bevriezen vormt hierbij de verbitterende begeleiding. Het is gelukkig niet allemaal ellende, als het getatoeëerde evenbeeld en levenspartner Shelley Brien zich bij hem voegt in This Game of Love en als een gulzig slangenmeisje hem opeist is de romantiek en de rust in zijn leven duidelijk voelbaar.
Toch is het wachten op de schijnbare onaantastbare samenwerking met Greg Dulli die als The Gutter Twins en met Lanegan in de gastrol op The Twilight Singers albums zoveel moois opleverde. Warren Ellis mengt zich met zijn vioolspel nog tussen de twee grootheden op At Zero Below maar wordt terecht totaal overtroeft door het samenspel van de blood brothers. De gebroken soul kwellingen van Dulli krijgen door het aanmoedigende duiveltje Lanegan nog een verse trap na, al had er meer uit dit magische verbond gehaald kunnen worden.
De kerkorgel in het afsluitende Eden Lost and Found wil niet het gehoopte gospelgevoel oproepen, maar daar valt prima mee te leven. Neemt niet weg dat het Mark Lanegan weer eens lukt om een memorabele plaat af te leveren.
Mark Lanegan - Straight Songs of Sorrow | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Met wroeging in zijn hart openbaart hij nu de gitzwart geblakerde bladzijdes van zijn volgeschreven muzikale dagboek. Klonk hij anderhalf jaar geleden live nog uitgeput, geleefd, moe en minder strijdbaar, met het stevige Somebody’s Knocking herpakte hij zichzelf om nu meedogenloos toe te slaan met het overtreffende Straight Songs of Sorrow.
Straight Songs of Sorrow is een therapeutische reis van een uur door het verleden van deze uitgesproken rockzanger. Het zelfdestructieve gedrag wordt omgezet in gemeend berouw. De dramatiek in Bleed All Over geeft al zijn kwetsbaarheid bloot. Wanhopig wordt er mis gegrepen naar elke pakkende vorm van houvast. Stilistisch sluit het allemaal aan bij de breekbaarheid die Soulsavers twee albums lang samen met hem weten op te roepen. Ondanks zijn ruime ervaringen als gastzanger lukt het die twee elektro nerds om het dichtst in die kern te komen. Churchbells, Ghosts ligt met zijn prachtige sfeervolle thee time pianogepingel en de zware orgelpartijen het meest aangrenzende in deze pastorale lijn. Begrijpelijk dat Mark Lanegan vervolgens steeds meer het muzikale geluid van de duistere jaren tachtig postpunk opzoekt waarmee hij als kind is opgegroeid en waar hij zich blijkbaar het duidelijkste weet te verwoorden.
De nadruk ligt veel sterker op de overheersende drumloops en de experimenteerdrift van de door Nick Cave uitgeleende werknemer en tegenwoordig tevens orkestleider Warren Ellis. Deze geschoolde violist richt zich al jaren bij The Bad Seeds meer op het arrangeren en de sfeerbepaling van de tracks. Zijn muzikale handtekening versiert al direct het onrustige maar ook meesterlijke I Wouldn’t Want to Say. Een oppepper voor de doorrookte zanger waarbij de longen net zo donker gekleurd zijn als zijn bezongen ziel. Opzichtig duwt hij Lanegan de richting van zijn leermeester op, maar de standvastige zanger laat zich niet van de wijs brengen en eigent uiteindelijk de song zelf op. Een soortgelijke samenwerking met Rob Marchall resulteerde een krappe drie maanden geleden nog in het voortreffelijke Humanist.
De beroerde familie omstandigheden waarin hij als kind opgroeit staan centraal in het onschuldig ogende kampvuur niemendalletje Apples from a Tree, waarbij hij zichzelf als een verrotte verboden vrucht neerzet. Mark Lanegan opent als een oester zijn verhalenschrift, gevuld met onverwerkte jeugdtrauma’s die als doffe parels opgepoetst dienen te worden als kleine momenten van gelukzaligheid.
Dat rouwrandje vreet ook aan Daylight In The Nocturnal House’s, gevormd door de vriendschappelijke verdienste van triphop gitarist Adrian Utley waarmee hij in het verleden ook als gepassioneerde smaakmaker bij Portishead opereerde. Oudgediende John Paul Jones van Led Zeppelin laat de zuigende klanken van de mellotron als een zwerm winter ontvluchtende zwaluwen rondcirkelen in het opgejaagde Ballad Of A Dying Rover.
Die geslotenheid vormt ook het thema van het van zelfkennis getuigende Skeleton Key. De kilte van de koude emotionele winters die menig doemdenker in de jaren tachtig het hart laten bevriezen vormt hierbij de verbitterende begeleiding. Het is gelukkig niet allemaal ellende, als het getatoeëerde evenbeeld en levenspartner Shelley Brien zich bij hem voegt in This Game of Love en als een gulzig slangenmeisje hem opeist is de romantiek en de rust in zijn leven duidelijk voelbaar.
Toch is het wachten op de schijnbare onaantastbare samenwerking met Greg Dulli die als The Gutter Twins en met Lanegan in de gastrol op The Twilight Singers albums zoveel moois opleverde. Warren Ellis mengt zich met zijn vioolspel nog tussen de twee grootheden op At Zero Below maar wordt terecht totaal overtroeft door het samenspel van de blood brothers. De gebroken soul kwellingen van Dulli krijgen door het aanmoedigende duiveltje Lanegan nog een verse trap na, al had er meer uit dit magische verbond gehaald kunnen worden.
De kerkorgel in het afsluitende Eden Lost and Found wil niet het gehoopte gospelgevoel oproepen, maar daar valt prima mee te leven. Neemt niet weg dat het Mark Lanegan weer eens lukt om een memorabele plaat af te leveren.
Mark Lanegan - Straight Songs of Sorrow | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Mark Lanegan - Whiskey for the Holy Ghost (1994)

4,0
0
geplaatst: 14 maart 2011, 23:24 uur
Er waren plannen voor een album met Kurt Cobain.
In de hoop om hem meer levenslust te geven.
Helaas heeft het niet zo mogen zijn.
Na dit album veranderd alles.
Overlijden van Kurt Cobain.
Mark die zich op het podium vrijwel beweegloos zal presenteren.
Zijn stem zou ouder en geleefder gaan klinken.
Vrolijkheid maakt plaats voor cynisme.
Wankelend voortbestaan van Screaming Trees.
Vrienden die het verlies van dierbaren van zich af speelden bij Mad Season.
Niet wetend dat sommigen van hen de lijst zouden verlengen.
Op korte termijn.
De laatste der Mohikanen.
The River Rise is de vrije natuur.
Scouting voor gevorderden.
De sfeer die Eddie Vedder neer zet bij Into The Wild hoor je hier terug.
Zonder een cent op zak alles achter laten.
Alleen de wereld in trekken.
Het geheel roept herinneringen op aan de psychedelische jaren zestig.
Hippietijdperk.
In een tipi aan de waterpijp.
Terwijl Mark Lanegan als een medicijnman naakt rond rent.
Onder invloed van verboden middelen.
Whiskey For The Holy Ghost is optimisme.
Kingdoms Of Rain is in zijn puurste versie dromerig en zweverig.
Terwijl de latere versie met Soulsavers overspoeld is met pijn.
Mark Lanegan balanceert hier op de rand van volwassen wording.
Verslavingsdrang had nog vrijwel geen slachtoffers geëist.
Het keerpunt moest nog komen.
In de hoop om hem meer levenslust te geven.
Helaas heeft het niet zo mogen zijn.
Na dit album veranderd alles.
Overlijden van Kurt Cobain.
Mark die zich op het podium vrijwel beweegloos zal presenteren.
Zijn stem zou ouder en geleefder gaan klinken.
Vrolijkheid maakt plaats voor cynisme.
Wankelend voortbestaan van Screaming Trees.
Vrienden die het verlies van dierbaren van zich af speelden bij Mad Season.
Niet wetend dat sommigen van hen de lijst zouden verlengen.
Op korte termijn.
De laatste der Mohikanen.
The River Rise is de vrije natuur.
Scouting voor gevorderden.
De sfeer die Eddie Vedder neer zet bij Into The Wild hoor je hier terug.
Zonder een cent op zak alles achter laten.
Alleen de wereld in trekken.
Het geheel roept herinneringen op aan de psychedelische jaren zestig.
Hippietijdperk.
In een tipi aan de waterpijp.
Terwijl Mark Lanegan als een medicijnman naakt rond rent.
Onder invloed van verboden middelen.
Whiskey For The Holy Ghost is optimisme.
Kingdoms Of Rain is in zijn puurste versie dromerig en zweverig.
Terwijl de latere versie met Soulsavers overspoeld is met pijn.
Mark Lanegan balanceert hier op de rand van volwassen wording.
Verslavingsdrang had nog vrijwel geen slachtoffers geëist.
Het keerpunt moest nog komen.
Mark Lanegan & Duke Garwood - With Animals (2018)

3,5
1
geplaatst: 8 september 2018, 00:19 uur
Deze gaat meer richting Soulsavers, en ik ben een heel groot liefhebber van Mark Lanegan, maar vind deze toch wel het minste wat ik van hem gehoord heb.
Die overdubbing bij opener Save Me maakt het rommelig, en gaat ten koste van het geluid.
Je hoort meer zang en minder de ruis in de zang van Lanegan, en dat maakte zijn sound nou juist zo geweldig.
Laatst zag ik hem live, en hij klonk oud, maar dan niet doorleefd, oud in de betekenis van versleten, zoekend naar adem.
Hier klinkt hij vreemd genoeg zelfs jeugdig, en zelfs onherkenbaar.
Alsof zijn stem een botox behandeling heeft gekregen; strak en glad gestreken.
My Shadow Life heeft wel nog iets van het zware leven in zich, maar wat is hier aan de hand?
Geen alcohol en sigaretten meer?
Een Herbalife levenstijl?
Of een mooie vriendin die hem doet verjongeren?
Het rauwe mag wel weer meer terugkeren.
Deze klinkt mij net iets te netjes.
Black Pudding overtuigde mij een stuk meer, hier botst zang en muziek regelmatig.
Die overdubbing bij opener Save Me maakt het rommelig, en gaat ten koste van het geluid.
Je hoort meer zang en minder de ruis in de zang van Lanegan, en dat maakte zijn sound nou juist zo geweldig.
Laatst zag ik hem live, en hij klonk oud, maar dan niet doorleefd, oud in de betekenis van versleten, zoekend naar adem.
Hier klinkt hij vreemd genoeg zelfs jeugdig, en zelfs onherkenbaar.
Alsof zijn stem een botox behandeling heeft gekregen; strak en glad gestreken.
My Shadow Life heeft wel nog iets van het zware leven in zich, maar wat is hier aan de hand?
Geen alcohol en sigaretten meer?
Een Herbalife levenstijl?
Of een mooie vriendin die hem doet verjongeren?
Het rauwe mag wel weer meer terugkeren.
Deze klinkt mij net iets te netjes.
Black Pudding overtuigde mij een stuk meer, hier botst zang en muziek regelmatig.
Mark Lanegan Band - Blues Funeral (2012)

3,5
0
geplaatst: 5 februari 2012, 23:03 uur
The Gravedigger’s Song opent als een straatrace nummer.
De vlag gaat omlaag en klaar om te starten.
Eerste flirt met het leven.
Het vervolg van Go With The Flow van Queens Of The Stone Age.
Een soort van goedmakertje voor zijn verdiensten voor deze band.
Niet voor niks als eerste song vrij gegeven.
Aandacht die nu eens terecht op de vooral als gastzanger bekende persoon wordt gelegd.
Mister Mark Lanegan is de naam.
Net als bij voorganger Bubblegum wordt hier de veelzijdigheid van hem getoond.
Sterker nog, vanwege het overschot aan samenwerkingsverbanden hoor je hier een artiest die nog steeds groeiende is.
Nooit geweten dat dit mogelijk zou zijn.
Terwijl hij nog niet eens de gerijpte bluesleeftijd van 65 heeft bereikt.
Wijn wordt niet altijd beter na het passeren der jaren.
Sommige zullen trouw het goedgekeurde kwaliteitslabel verdienen.
Je hoort duidelijk een album met de nodige ups en downs.
Muzikaal is alles op hoogstaand nivo.
Maar dit is het verslag van ruim 10 jaar worstelen met het leven.
Waarbij regelmatig wordt terug gekeken naar de jeugd.
Wave en disco komen voorbij.
Als je regelmatig de dood in zijn ogen hebt gekeken.
Verschillende vrienden aan hem hebt overgedragen.
Dan mag je jezelf zeker een trouwe metgezel noemen.
Elk nieuw levensjaar is een mijlpaal.
Misschien was dit wel bedoeld als eeuwig nalatenschap.
Testament voor het aardse bestaan.
Gelukkig is hij sterk genoeg.
En hebben ze hem daarboven nog niet nodig.
Ergens aan een tarottafel wordt de verdere toekomst uitgespeeld.
De vlag gaat omlaag en klaar om te starten.
Eerste flirt met het leven.
Het vervolg van Go With The Flow van Queens Of The Stone Age.
Een soort van goedmakertje voor zijn verdiensten voor deze band.
Niet voor niks als eerste song vrij gegeven.
Aandacht die nu eens terecht op de vooral als gastzanger bekende persoon wordt gelegd.
Mister Mark Lanegan is de naam.
Net als bij voorganger Bubblegum wordt hier de veelzijdigheid van hem getoond.
Sterker nog, vanwege het overschot aan samenwerkingsverbanden hoor je hier een artiest die nog steeds groeiende is.
Nooit geweten dat dit mogelijk zou zijn.
Terwijl hij nog niet eens de gerijpte bluesleeftijd van 65 heeft bereikt.
Wijn wordt niet altijd beter na het passeren der jaren.
Sommige zullen trouw het goedgekeurde kwaliteitslabel verdienen.
Je hoort duidelijk een album met de nodige ups en downs.
Muzikaal is alles op hoogstaand nivo.
Maar dit is het verslag van ruim 10 jaar worstelen met het leven.
Waarbij regelmatig wordt terug gekeken naar de jeugd.
Wave en disco komen voorbij.
Als je regelmatig de dood in zijn ogen hebt gekeken.
Verschillende vrienden aan hem hebt overgedragen.
Dan mag je jezelf zeker een trouwe metgezel noemen.
Elk nieuw levensjaar is een mijlpaal.
Misschien was dit wel bedoeld als eeuwig nalatenschap.
Testament voor het aardse bestaan.
Gelukkig is hij sterk genoeg.
En hebben ze hem daarboven nog niet nodig.
Ergens aan een tarottafel wordt de verdere toekomst uitgespeeld.
Mark Lanegan Band - Bubblegum (2004)
Alternatieve titel: Bubblegum XX

4,0
3
geplaatst: 15 april 2017, 02:33 uur
Dit album was mijn eerste kennismaking met Mark Lanegan, al bleek dat ik achteraf gezien uiteraard ook bekend was met zijn werk met Screaming Trees.
Popblad OOR was zo te spreken over Bubblegum dat ik deze blind aanschafte.
En het deed mij helemaal niks, ik kon mij er helemaal niet in vinden.
Plekje in de kast onder de M van Miskopen; einde verhaal, klaar.
Waarschijnlijk had ik gewoon andere verwachtingen, had ik gehoopt op een geheel met kop en staart, en dat was Bubblegum niet, en die status heeft hij ook nooit gekregen.
Lanegan doet waar hij zin in heeft, volgens mij gaat hij met veel plezier met vrienden de studio in, en ziet hij wel wat er gebeurd, gewoon spelen, dat is alles.
Op het podium heeft hij ook niet echt de uitstraling dat hij er zin in heeft; opeens staat hij er, en vervolgens is hij ook weer weg.
Niks bijzonders aan.
Maar dat is dus niet het geval; als hij verschijnt, dan gebeurd er iets magisch, wat niet uit te leggen is, als je het niet hebt meegemaakt.
Ik heb hem een kleine 10 minuten gezien bij The Twilight Singers, en dat was het absolute hoogtepunt; iets wat hij ook flikt bij Queens Of The Stone Age.
Terug naar Bubblegum; op MTV zag ik een paar jaar later de clip van Hit The City, samen met PJ Harvey, en besloot om vervolgens het album weer uit de kast te halen, want dit nummer kwam toen wel gelijk binnen.
Lanegan is een soort van paardenfluisteraar, alleen richt hij zich op een ander soort vee; de consumerende platenkoper.
Het kenmerkende door het vele roken en andere genotsmiddelen aangetaste stemgeluid klinkt als een oude wijze goeroe, die je mee neemt naar een trip, die eigenlijk nergens naar toe gaat.
Een groot mysterie, de rauwheid van de blueszangers van begin vorige eeuw, waar weinig informatie over terug te vinden is.
De kracht zit hem misschien wel in het feit dat hij zich niet laat binden aan een band, maar compromisloos zijn eigen wegen bewandeld.
Altijd bereid om een vinger te geven, maar nooit een hele hand.
Van al zijn albums werkt uiteindelijk Bubblegum het meest verslavend, de eerste keer proberen zonder enig genot, jaren later nogmaals proberen, en voordat je er erg in hebt zit je er aan vast.
Maar wat is nu precies de kracht van het album?
Ik denk dat het puur zijn aanwezigheid is; de rest van de muzikanten zijn vreemd genoeg vervangbaar, Lanegan is dat niet.
Popblad OOR was zo te spreken over Bubblegum dat ik deze blind aanschafte.
En het deed mij helemaal niks, ik kon mij er helemaal niet in vinden.
Plekje in de kast onder de M van Miskopen; einde verhaal, klaar.
Waarschijnlijk had ik gewoon andere verwachtingen, had ik gehoopt op een geheel met kop en staart, en dat was Bubblegum niet, en die status heeft hij ook nooit gekregen.
Lanegan doet waar hij zin in heeft, volgens mij gaat hij met veel plezier met vrienden de studio in, en ziet hij wel wat er gebeurd, gewoon spelen, dat is alles.
Op het podium heeft hij ook niet echt de uitstraling dat hij er zin in heeft; opeens staat hij er, en vervolgens is hij ook weer weg.
Niks bijzonders aan.
Maar dat is dus niet het geval; als hij verschijnt, dan gebeurd er iets magisch, wat niet uit te leggen is, als je het niet hebt meegemaakt.
Ik heb hem een kleine 10 minuten gezien bij The Twilight Singers, en dat was het absolute hoogtepunt; iets wat hij ook flikt bij Queens Of The Stone Age.
Terug naar Bubblegum; op MTV zag ik een paar jaar later de clip van Hit The City, samen met PJ Harvey, en besloot om vervolgens het album weer uit de kast te halen, want dit nummer kwam toen wel gelijk binnen.
Lanegan is een soort van paardenfluisteraar, alleen richt hij zich op een ander soort vee; de consumerende platenkoper.
Het kenmerkende door het vele roken en andere genotsmiddelen aangetaste stemgeluid klinkt als een oude wijze goeroe, die je mee neemt naar een trip, die eigenlijk nergens naar toe gaat.
Een groot mysterie, de rauwheid van de blueszangers van begin vorige eeuw, waar weinig informatie over terug te vinden is.
De kracht zit hem misschien wel in het feit dat hij zich niet laat binden aan een band, maar compromisloos zijn eigen wegen bewandeld.
Altijd bereid om een vinger te geven, maar nooit een hele hand.
Van al zijn albums werkt uiteindelijk Bubblegum het meest verslavend, de eerste keer proberen zonder enig genot, jaren later nogmaals proberen, en voordat je er erg in hebt zit je er aan vast.
Maar wat is nu precies de kracht van het album?
Ik denk dat het puur zijn aanwezigheid is; de rest van de muzikanten zijn vreemd genoeg vervangbaar, Lanegan is dat niet.
Mark Lanegan Band - Gargoyle (2017)

4,0
0
geplaatst: 28 april 2017, 00:54 uur
Waarschijnlijk heeft Mark Lanegan hetzelfde als ik, terug willen grijpen naar muziek uit zijn jeugd.
Hij is halverwege de jaren 60 geboren, en heeft dus bewust de jaren 80 mee gemaakt.
Die invloed is op Gargoyle duidelijk hoorbaar.
De blues en zeker zijn grunge verleden met Screaming Trees is minimaal aanwezig.
Hier overheersen wel de duistere klanken door van de jaren 80.
Het mooie van dit alles is dat zijn geluid herkenbaar aanwezig is, dus geen krampachtige poging om David Bowie of Ian Curtis te imiteren.
De een zal dit als een punt van kritiek ervaren, voor mij is het een toevoegende waarde.
Hij is halverwege de jaren 60 geboren, en heeft dus bewust de jaren 80 mee gemaakt.
Die invloed is op Gargoyle duidelijk hoorbaar.
De blues en zeker zijn grunge verleden met Screaming Trees is minimaal aanwezig.
Hier overheersen wel de duistere klanken door van de jaren 80.
Het mooie van dit alles is dat zijn geluid herkenbaar aanwezig is, dus geen krampachtige poging om David Bowie of Ian Curtis te imiteren.
De een zal dit als een punt van kritiek ervaren, voor mij is het een toevoegende waarde.
Mark Lanegan Band - Somebody’s Knocking (2019)

4,0
1
geplaatst: 6 oktober 2020, 15:40 uur
Dat Mister Mark Lanegan een goed gevoel voor humor heeft mag wel duidelijk zijn bij de beelden van de videoclip bij Stitch It Up. Hoe groot is ook het contrast met een live Lanegan en hoe hij zich na een optreden presenteert. De nors kijkende duistere blik inclusief donkere omlijsting vervaagd dan totaal en veranderd in een amicaal persoon die goedlachs met zijn even vriendelijke partner Shelley Brien alle tijd voor zijn fans neemt. Verdwenen zijn dan de bezorgde rimpels die hem aan zijn getekende leven doen denken. De nukkige sterrenstatus is vervangen door die van een toegankelijke oudere man, zichtbaar genietend van het aanwezige gezelschap.
De retro synthpop sound van voorganger Gargoyle komt live wat aarzelend en eenzijdig over. Met deze verder prima plaat gaat hij verder terug naar zijn jeugd, en krijg je enigszins een idee waar hij toen naar luisterde. Lanegan blijft vooral de ideale gastzanger, een rol die hij bij verschillende projecten van Greg Dulli vervulde. Ook past zijn doodgraversstem perfect bij baanbrekende albums van Queens Of The Stone Age en het geslaagde samenlevingsverband met Isobel Campbell . Het warmste geluid werd toch wel gecreëerd bij Soulsavers, waarbij It’s Not How Far You Fall, It’s The Way You Land nog veelbelovender klinkt dan opvolger Broken. De hemelse klanken worden ingevuld door gearrangeerde elektronica, en waarschijnlijk is Lanegan hierdoor genoeg getriggerd om een nieuwe kant van zich te laten horen.
Er is meer ruimte beschikbaar voor zijn rockende achtergrond, waardoor de balans meer in evenwicht is. Minder zwaar ligt de nadruk op de New Wave, al is Somebody’s Knocking een logisch vervolg op Gargoyle. Net als daar ligt het zwaartepunt in de jaren tachtig. Het accent heeft zich vanuit de melodieuze keyboards verschoven naar diepere gitaarakkoorden. De raakvlakken met de psychedelische grunge van The Screaming Trees en de rauwe blues van Bubblegum is hierin nergens terug te vinden. De slijtage aan de vocalen worden gecamoufleerd door het bepalende gitaarspel van Alain Johannes. Het viel vorig jaar tijdens het concert in De Pul in Uden al op dat zijn stem onderhevig was aan krachtverlies en uithoudingsvermogen. Maar met zo’n geweldenaar als Johannes naast zich, wordt dit prima opgevangen.
De link met de vintage disco is alleen met een vette knipoog terug te halen in de Giorgio Moroder achtige tussenstukken van Disbelief Suspension. Ondanks het gitzwarte geluid is Somebody’s Knocking geen deprimerend geheel geworden. Het ademt de dromerige verhalende vleermuizenromantiek uit waarmee prominente voorgangers zich illustreerden. Lanegans voorliefde voor de gothic levert een album op, waarvan het verlangen al aanwezig was vanaf Ode To Sad Disco van Blues Funeral. De eerste keer dat hij de new wave duidelijk in zijn werk introduceerde. Met drillende drumpatronen en de in sluier gevangen gitaarcapriolen van Dark Disco Jag laat de band rondom Lanegan hun waarde gelden. Alsof er een geoliede postpunkband aan het werk is, welke de bezieling hervonden heeft.
Met de stevige rocker Stitch It Up, de blues rap in War Horse en het sferische rete commerciële Playing Nero wijkt hij iets wat af van deze lijn, maar het zijn tracks die zich aangenaam passend clusteren tussen de overige songs. Juist deze afwisseling geeft een prachtige toevoegende waarde. Ook bij Penthouse High is dit het geval, maar deze heeft sterker het karakter een out take van Gargoyle te zijn. Met de hoge discolijnen levert het een luchtige song op. Lanegan verbreed zijn werkveld, maar mag op zijn volgende plaat de eighties associaties achter zich laten, tijd voor een mooi nieuw samenwerkingsverband.
Mark Lanegan Band - Somebody’s Knocking | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De retro synthpop sound van voorganger Gargoyle komt live wat aarzelend en eenzijdig over. Met deze verder prima plaat gaat hij verder terug naar zijn jeugd, en krijg je enigszins een idee waar hij toen naar luisterde. Lanegan blijft vooral de ideale gastzanger, een rol die hij bij verschillende projecten van Greg Dulli vervulde. Ook past zijn doodgraversstem perfect bij baanbrekende albums van Queens Of The Stone Age en het geslaagde samenlevingsverband met Isobel Campbell . Het warmste geluid werd toch wel gecreëerd bij Soulsavers, waarbij It’s Not How Far You Fall, It’s The Way You Land nog veelbelovender klinkt dan opvolger Broken. De hemelse klanken worden ingevuld door gearrangeerde elektronica, en waarschijnlijk is Lanegan hierdoor genoeg getriggerd om een nieuwe kant van zich te laten horen.
Er is meer ruimte beschikbaar voor zijn rockende achtergrond, waardoor de balans meer in evenwicht is. Minder zwaar ligt de nadruk op de New Wave, al is Somebody’s Knocking een logisch vervolg op Gargoyle. Net als daar ligt het zwaartepunt in de jaren tachtig. Het accent heeft zich vanuit de melodieuze keyboards verschoven naar diepere gitaarakkoorden. De raakvlakken met de psychedelische grunge van The Screaming Trees en de rauwe blues van Bubblegum is hierin nergens terug te vinden. De slijtage aan de vocalen worden gecamoufleerd door het bepalende gitaarspel van Alain Johannes. Het viel vorig jaar tijdens het concert in De Pul in Uden al op dat zijn stem onderhevig was aan krachtverlies en uithoudingsvermogen. Maar met zo’n geweldenaar als Johannes naast zich, wordt dit prima opgevangen.
De link met de vintage disco is alleen met een vette knipoog terug te halen in de Giorgio Moroder achtige tussenstukken van Disbelief Suspension. Ondanks het gitzwarte geluid is Somebody’s Knocking geen deprimerend geheel geworden. Het ademt de dromerige verhalende vleermuizenromantiek uit waarmee prominente voorgangers zich illustreerden. Lanegans voorliefde voor de gothic levert een album op, waarvan het verlangen al aanwezig was vanaf Ode To Sad Disco van Blues Funeral. De eerste keer dat hij de new wave duidelijk in zijn werk introduceerde. Met drillende drumpatronen en de in sluier gevangen gitaarcapriolen van Dark Disco Jag laat de band rondom Lanegan hun waarde gelden. Alsof er een geoliede postpunkband aan het werk is, welke de bezieling hervonden heeft.
Met de stevige rocker Stitch It Up, de blues rap in War Horse en het sferische rete commerciële Playing Nero wijkt hij iets wat af van deze lijn, maar het zijn tracks die zich aangenaam passend clusteren tussen de overige songs. Juist deze afwisseling geeft een prachtige toevoegende waarde. Ook bij Penthouse High is dit het geval, maar deze heeft sterker het karakter een out take van Gargoyle te zijn. Met de hoge discolijnen levert het een luchtige song op. Lanegan verbreed zijn werkveld, maar mag op zijn volgende plaat de eighties associaties achter zich laten, tijd voor een mooi nieuw samenwerkingsverband.
Mark Lanegan Band - Somebody’s Knocking | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Mark Lotterman - Het Regent Nooit de Hele Dag (2025)

4,0
3
geplaatst: 14 mei 2025, 15:16 uur
Mark Lotterman is een ouderwetse muzikale thuisklusser die voor elk album dat hij maakt het hele proces draagt. Na vijf platen zet Lotterman in 2017 voorlopig een punt achter zijn muzikale loopbaan en richt hij zich op het werken in de jeugdzorg. Opvallend trouwens dat iemand die overleden dichters als Simon Vinkenoog en Hans Verhagen tot zijn vrienden rekende, nooit in het Nederlands gezongen heeft. In het Engels zingen heeft echter zijn voorkeur en dat hij op Funny met Nick Cave vergeleken werd, was een groot compliment.
En dan besluit hij na jaren van afwezigheid om het door hem bewerkte gedicht Mystiek Chicago van Hans Verhagen uit 2003 onder handen te nemen. Maar een nummer levert nog geen volwaardige plaat op, dus volgt er een duet met Lucky Fonz III. Aangevuld met vijf overige tracks ontstaat dan het Nederlandstalige Stedentrip. Nog steeds geen volwaardige plaat, wel een goed gevulde ep. Het is de eerste stap naar een koerswijziging waarmee hij een andere doelgroep bereikt. Een goede keuze, zeker nu het zingen in onze moerstaal zo populair is.
Overleden helden kan je dan wel eren, je kunt ze niet meer vragen om aan een nieuwe plaat mee te werken. Cabaretier en liedjesschrijver André Manuel, die in het verleden solo en als zanger bij Krang en Fratsen zijn sporen reeds verdiende, is een waardige opvolger van Simon Vinkenoog en Hans Verhagen. Hij vervult op Wie komt je helpen? een bijrol als zanger en ook saxofonist Joao Driessen hangt vocaal rond. Ze schetsen het straatbeeld van de anonimiteit. Sophie Reekers zingt hier en daar mee en voegt er de nodige neerslachtigheid aan toe. Er is weinig vrolijkheid te bekennen maar het beeld is al met al behoorlijk realistisch.
Mark Lotterman confronteert de luisteraar met diepzinnige verhalen over de sleur van de dag. Het regent nooit de hele dag is een weinig hoopvolle en cynische blik op de maatschappij, waar mensen hun tijd voldoen met uitzichtloze tochtjes naar de markt en in stilte aan eenzaamheid overlijden. Het schetst tevens het beeld van grijze personages, die in grijze auto’s naar hun werk vertrekken en daar de grijze dagen slijten. Frustraties en teleurstellingen die tot huiselijk geweld leiden. Saaie vakanties met je ouders, waarbij geen woord gesproken wordt. We leven in een wereld waar we de toekomst zorgvuldig uitstippelen en waar men vraagt hoe je je jeugd ervaren hebt. Je twijfelt aan de tevredenheid, mag je eigenlijk wel tevreden zijn?
Natuurlijk mag je tevreden zijn, maar om een beetje begrip voor de medemens te tonen is ook niet verkeerd. Het egocentrisme moet doorbroken worden. Mark Lotterman is de observator, die net zolang observeert totdat dit een obsessie wordt. Of houdt hij ons een spiegel voor en weigeren we om onszelf in de ogen te kijken. Mark Lotterman is de nachtburgemeester die ook overdag werkzaam is. We zitten gevangen in een spinnenweb aan herhalingen, waar we niet uit kunnen ontsnappen. Toch hoopt de liedjesschrijver dat deze bewustwording aanspoort om de in slaapstand verkerende hersenen te gebruiken.
Het regent nooit de hele dag bezit de kilte van het new wave/synthpop-tijdperk. Het is ook een polonaise van onzinnigheden die niks oplevert. De liedjes zijn hedendaagse smartlappen die nog het beste in het decor van het radioprogramma Ronflonflon van Wim T. Schippers te plaatsen zijn. Uiteindelijk komt het allemaal goed of juist niet, maar dat is ook prima. Het leven doet pijn en Mark Lotterman biedt je geen doekje tegen het bloeden aan, maar overhandigt je een mes om dieper in die wond te wroeten. Daar raak je de kern.
Mark Lotterman - Het regent nooit de hele dag | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
En dan besluit hij na jaren van afwezigheid om het door hem bewerkte gedicht Mystiek Chicago van Hans Verhagen uit 2003 onder handen te nemen. Maar een nummer levert nog geen volwaardige plaat op, dus volgt er een duet met Lucky Fonz III. Aangevuld met vijf overige tracks ontstaat dan het Nederlandstalige Stedentrip. Nog steeds geen volwaardige plaat, wel een goed gevulde ep. Het is de eerste stap naar een koerswijziging waarmee hij een andere doelgroep bereikt. Een goede keuze, zeker nu het zingen in onze moerstaal zo populair is.
Overleden helden kan je dan wel eren, je kunt ze niet meer vragen om aan een nieuwe plaat mee te werken. Cabaretier en liedjesschrijver André Manuel, die in het verleden solo en als zanger bij Krang en Fratsen zijn sporen reeds verdiende, is een waardige opvolger van Simon Vinkenoog en Hans Verhagen. Hij vervult op Wie komt je helpen? een bijrol als zanger en ook saxofonist Joao Driessen hangt vocaal rond. Ze schetsen het straatbeeld van de anonimiteit. Sophie Reekers zingt hier en daar mee en voegt er de nodige neerslachtigheid aan toe. Er is weinig vrolijkheid te bekennen maar het beeld is al met al behoorlijk realistisch.
Mark Lotterman confronteert de luisteraar met diepzinnige verhalen over de sleur van de dag. Het regent nooit de hele dag is een weinig hoopvolle en cynische blik op de maatschappij, waar mensen hun tijd voldoen met uitzichtloze tochtjes naar de markt en in stilte aan eenzaamheid overlijden. Het schetst tevens het beeld van grijze personages, die in grijze auto’s naar hun werk vertrekken en daar de grijze dagen slijten. Frustraties en teleurstellingen die tot huiselijk geweld leiden. Saaie vakanties met je ouders, waarbij geen woord gesproken wordt. We leven in een wereld waar we de toekomst zorgvuldig uitstippelen en waar men vraagt hoe je je jeugd ervaren hebt. Je twijfelt aan de tevredenheid, mag je eigenlijk wel tevreden zijn?
Natuurlijk mag je tevreden zijn, maar om een beetje begrip voor de medemens te tonen is ook niet verkeerd. Het egocentrisme moet doorbroken worden. Mark Lotterman is de observator, die net zolang observeert totdat dit een obsessie wordt. Of houdt hij ons een spiegel voor en weigeren we om onszelf in de ogen te kijken. Mark Lotterman is de nachtburgemeester die ook overdag werkzaam is. We zitten gevangen in een spinnenweb aan herhalingen, waar we niet uit kunnen ontsnappen. Toch hoopt de liedjesschrijver dat deze bewustwording aanspoort om de in slaapstand verkerende hersenen te gebruiken.
Het regent nooit de hele dag bezit de kilte van het new wave/synthpop-tijdperk. Het is ook een polonaise van onzinnigheden die niks oplevert. De liedjes zijn hedendaagse smartlappen die nog het beste in het decor van het radioprogramma Ronflonflon van Wim T. Schippers te plaatsen zijn. Uiteindelijk komt het allemaal goed of juist niet, maar dat is ook prima. Het leven doet pijn en Mark Lotterman biedt je geen doekje tegen het bloeden aan, maar overhandigt je een mes om dieper in die wond te wroeten. Daar raak je de kern.
Mark Lotterman - Het regent nooit de hele dag | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Markus Floats - Third Album (2020)

3,0
0
geplaatst: 4 oktober 2020, 19:16 uur
Markus Floats staat voor de Canadese Markus Lake, een veelzijdige muzikant die zijn verscheidenheid in het verleden gebruikt heeft om in een diversiteit aan bands op zoek te gaan naar zijn eigen sound. Een lange voedzame ontdekkingstocht welke als bassist ergens in de rauwe punk zijn oorsprong heeft, en die hem via indiepop en jazz uiteindelijk richting de spirituele drone kant op duwt. Third Album is het logische vervolg op Second Album, waarvoor uiteraard eerst First Album is verschenen.
Forward heeft een dromerige jazzy opbouw, waarbij een simpel herhalend tikkend ritme als basis gebruikt wordt. De uitgerekte orgelklanken ademen de soulvolle sfeer uit van een stoffig harmonium. Dit kerkelijk instrument is met gemak te koppelen aan de meditatieve sfeer die het eerste gedeelte van de track uitstraalt. De kunst is om halverwege verwarring op te wekken door steeds meer geabsorbeerd te raken door een onheilspellende duistere kant waarbij het overstuurde oververhitte instrument zichzelf dreigt kwijt te raken.
Thematisch komt dit sterk terug in Forward Again, waar het in bedwang gehouden wordt door een collage aan opruiende samplers. Forward is hierin tegen juist eerder stilstand, zwevende tussen berustende bezieling en angst voor het onwetende. De vernietigende overgang naar het kakofonische benauwende vervolg vind uiteindelijk zijn kalmte in het vreedzame einde.
Een stuk gemoedelijker gaat het er naar toe in het samenspel van zeurende drones en het gevarieerde scala aan vintage Krautrock synthesizer klanken die zich als hitsige vuurvliegjes in And voortbewegen. Toch wordt je steeds verraderlijk verder de diepte in gezogen om je al spartelend te bewapenen tegen de overheersende geluidslandschappen die zich als donkere schaduwschimmen om je heen vormen.
Met ontwakende bliepjes die baden in de ambient voert Markus Floats het tempo flink op in Always. Zenuwachtige beats vechten tegen het comateuze slaapverwekkende vervolg welke uiteindelijk de overhand neemt en de pijngrens van het gehoor aftast. En toch is het een bijzondere ervaring die de gedachtegang stil laat staan om vervolgens in beweging gezet te worden in Moving, waar weer die sacrale harmoniumtonen aanwezig zijn.
Het dansbare Forward Always is retro futuristisch. Achterhaalde Krautrock snelwegen die vanuit de aarde een tocht door het sterrenstelsel ondernemen. Een bijzonder reisverslag die je kennis laat maken met de mogelijkheden en onmogelijkheden van reeds afgeschreven keyboards die ooit de toekomst van de synthpop verwelkomen. Third Album is een flashback naar de jaren zeventig, toen er nog hoopvol gedacht werd dat de elektronica definitief het muzikale tijdsbeeld zou bepalen.
Markus Floats - Third Album | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Forward heeft een dromerige jazzy opbouw, waarbij een simpel herhalend tikkend ritme als basis gebruikt wordt. De uitgerekte orgelklanken ademen de soulvolle sfeer uit van een stoffig harmonium. Dit kerkelijk instrument is met gemak te koppelen aan de meditatieve sfeer die het eerste gedeelte van de track uitstraalt. De kunst is om halverwege verwarring op te wekken door steeds meer geabsorbeerd te raken door een onheilspellende duistere kant waarbij het overstuurde oververhitte instrument zichzelf dreigt kwijt te raken.
Thematisch komt dit sterk terug in Forward Again, waar het in bedwang gehouden wordt door een collage aan opruiende samplers. Forward is hierin tegen juist eerder stilstand, zwevende tussen berustende bezieling en angst voor het onwetende. De vernietigende overgang naar het kakofonische benauwende vervolg vind uiteindelijk zijn kalmte in het vreedzame einde.
Een stuk gemoedelijker gaat het er naar toe in het samenspel van zeurende drones en het gevarieerde scala aan vintage Krautrock synthesizer klanken die zich als hitsige vuurvliegjes in And voortbewegen. Toch wordt je steeds verraderlijk verder de diepte in gezogen om je al spartelend te bewapenen tegen de overheersende geluidslandschappen die zich als donkere schaduwschimmen om je heen vormen.
Met ontwakende bliepjes die baden in de ambient voert Markus Floats het tempo flink op in Always. Zenuwachtige beats vechten tegen het comateuze slaapverwekkende vervolg welke uiteindelijk de overhand neemt en de pijngrens van het gehoor aftast. En toch is het een bijzondere ervaring die de gedachtegang stil laat staan om vervolgens in beweging gezet te worden in Moving, waar weer die sacrale harmoniumtonen aanwezig zijn.
Het dansbare Forward Always is retro futuristisch. Achterhaalde Krautrock snelwegen die vanuit de aarde een tocht door het sterrenstelsel ondernemen. Een bijzonder reisverslag die je kennis laat maken met de mogelijkheden en onmogelijkheden van reeds afgeschreven keyboards die ooit de toekomst van de synthpop verwelkomen. Third Album is een flashback naar de jaren zeventig, toen er nog hoopvol gedacht werd dat de elektronica definitief het muzikale tijdsbeeld zou bepalen.
Markus Floats - Third Album | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Marry Waterson & Adrian Crowley - Cuckoo Storm (2024)

4,0
0
geplaatst: 14 maart 2024, 23:12 uur
Soms heb je de behoefte om het dagelijkse leven te ontvluchten door tijdens een rustige avondwandeling enkel van muziek te genieten. Dit overkomt Adrian Crowley als hij in de winter door Dublin loopt, en gemeend geraakt wordt door Death Had Quicker Wings Than Love van de relatief onbekende folkzangeres Marry Waterson, die wij op Written In Music ook liefdevol omhelzen. Ik kan mij hier wel iets bij voorstellen, de plaat schetst automatisch beelden van het oude Dublin, waarbij de gebouwen elk hun eigen verhaal vertellen en de verlaten straten eenzaamheid, geluk en verdriet met zich meedragen. Ontroert neemt hij in zijn enthousiasme contact met de zangeres op. De gedragen bovenaardse tragiek sluit perfect bij zijn zware bariton bromstem aan. Net als bij Adrian Crowley wekken de liedjes de indruk op dat deze als een toevallige passant voorbij komen waaien, om zich vervolgens in zijn muzikale geheugen te nestelen.
Op zijn The Watchful Eye of the Stars voorganger staat de sterfelijkheid centraal. Samen met zijn broer redt hij op jeugdige leeftijd een gewonde vogel, verzorgen deze liefdevol, maar de dag later vinden ze het diertje dood onder een hek terug. Je kan het leven niet sturen, verlengen of bevriezen. Die melancholische ondertoon heerst ook op het prachtige Cuckoo Storm, waar het tweetal regelmatig het folk pad verlaat en nieuwe toegangswegen opzoekt. Lovers in the Waves is het prijsnummer van de plaat waarbij ze intense donkere postpunk aan soulblazers hechten en het eindresultaat in een orkestraal jaren zestig mengsel onderdompelen. Zalvend liefdevol, met zachte sprekende emoties. Hier is de aanwezigheid van sfeermaker Jim Barr zo bepalend en geeft hij er een filmische twist aan. Onderschat zijn aandeel op de derde experimentele Portishead plaat niet, en ook nu beperkt hij zijn toevoegende waarde in de rol als bassist niet, maar neemt hij naast het tweetal de verantwoording over het eindproduct.
En als je dan toch de mogelijkheid hebt om dat talent van Marry Waterson te gebruiken, buit dit dan ook uit. De bescheidenheid van Adrian Crowley siert het door Marry Waterson geschreven Undear Sphere. Schoonheid in bijna kinderlijke eenvoud met speels uitluidende blazers. Verscholen achter haar piano trekt ze vervolgens ook het overwinnende The Leviathan helemaal naar zich toe. Het kan niet anders dat Adrian Crowley in stilte op de achtergrond meegeniet, en het allemaal maar laat gebeuren. Nou, dan denk je groot, het genot om je weg te cijferen, en goedkeurend toe te kijken. Adrian Crowley is de verhalenverteller welke Watching the Starlings introduceert, en zich hierbij door de prachtstem van Marry Waterson laat hypnotiseren. In gedachte bewandeld hij die straten in Dublin weer, met een bungelende sigaret in de mond, genietend van de harmonieuze spreeuwenzang.
In Kicking Up The Dust staat de vrijheid van het onschuldig liften centraal. Wereldreizigers die zich door de klanken van de songs laten transporteren. Samen onbekende wegen ontdekken, samenkomen en soms een totaal andere richting inslaan om elkaars pad uiteindelijk weer te kruizen. Het lugubere met begrafenis treurblazers geïllustreerde Heavy Wings is een ruim honderd jaar oude verslaglegging van hoe een opgevist vrouwenlichaam respectloos tentoon gesteld wordt. Marry Waterson kruipt in de ziel van de overledene. Heel eventjes opereert ze in de beeldende brekende klaagschaduw van Beth Gibbons, heel eventjes memoreert Jim Barr aan die roemzuchtige periode. In het op doorreis zijnde Lucky Duck For Grown Ups snelt het zangtandem duo in hoog tempo voorbij. Een niemendalletje tussen de hoogwaardige overige songs.
Het traditionele One Foot Of Silver, One Foot Of Gold blikt op de folkbasis terug en is door de moeder van Marry Waterson geschreven. Distant Music ontplooit zich als een lentebloem, die nietsvermoedend haar blaadjes opent om haar innerlijke schoonheid te openbaren. Gevoelig, teer onbevangen als een kinderhart. In het Cuckoo Storm titelstuk dwarrelen de mellotron melodieën neder waarna ze in de golven van het afsluitende The Trembling Cup wegdrijven. Toch kleuren de stempartijen niet de gehele plaat gelijkwaardig samen. Magie en onwennigheid wisselen zich af, het is hierdoor een tikkeltje te geforceerd, waardoor ze juist die natuurbeminnende nomadensound niet altijd waar maken. Adrian Crowley is blijkbaar soms net te erg onder de indruk van de verbale voordracht van Marry Waterson waardoor hij zelf vergeet om te zingen.
Marry Waterson & Adrian Crowley - Cuckoo Storm | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Op zijn The Watchful Eye of the Stars voorganger staat de sterfelijkheid centraal. Samen met zijn broer redt hij op jeugdige leeftijd een gewonde vogel, verzorgen deze liefdevol, maar de dag later vinden ze het diertje dood onder een hek terug. Je kan het leven niet sturen, verlengen of bevriezen. Die melancholische ondertoon heerst ook op het prachtige Cuckoo Storm, waar het tweetal regelmatig het folk pad verlaat en nieuwe toegangswegen opzoekt. Lovers in the Waves is het prijsnummer van de plaat waarbij ze intense donkere postpunk aan soulblazers hechten en het eindresultaat in een orkestraal jaren zestig mengsel onderdompelen. Zalvend liefdevol, met zachte sprekende emoties. Hier is de aanwezigheid van sfeermaker Jim Barr zo bepalend en geeft hij er een filmische twist aan. Onderschat zijn aandeel op de derde experimentele Portishead plaat niet, en ook nu beperkt hij zijn toevoegende waarde in de rol als bassist niet, maar neemt hij naast het tweetal de verantwoording over het eindproduct.
En als je dan toch de mogelijkheid hebt om dat talent van Marry Waterson te gebruiken, buit dit dan ook uit. De bescheidenheid van Adrian Crowley siert het door Marry Waterson geschreven Undear Sphere. Schoonheid in bijna kinderlijke eenvoud met speels uitluidende blazers. Verscholen achter haar piano trekt ze vervolgens ook het overwinnende The Leviathan helemaal naar zich toe. Het kan niet anders dat Adrian Crowley in stilte op de achtergrond meegeniet, en het allemaal maar laat gebeuren. Nou, dan denk je groot, het genot om je weg te cijferen, en goedkeurend toe te kijken. Adrian Crowley is de verhalenverteller welke Watching the Starlings introduceert, en zich hierbij door de prachtstem van Marry Waterson laat hypnotiseren. In gedachte bewandeld hij die straten in Dublin weer, met een bungelende sigaret in de mond, genietend van de harmonieuze spreeuwenzang.
In Kicking Up The Dust staat de vrijheid van het onschuldig liften centraal. Wereldreizigers die zich door de klanken van de songs laten transporteren. Samen onbekende wegen ontdekken, samenkomen en soms een totaal andere richting inslaan om elkaars pad uiteindelijk weer te kruizen. Het lugubere met begrafenis treurblazers geïllustreerde Heavy Wings is een ruim honderd jaar oude verslaglegging van hoe een opgevist vrouwenlichaam respectloos tentoon gesteld wordt. Marry Waterson kruipt in de ziel van de overledene. Heel eventjes opereert ze in de beeldende brekende klaagschaduw van Beth Gibbons, heel eventjes memoreert Jim Barr aan die roemzuchtige periode. In het op doorreis zijnde Lucky Duck For Grown Ups snelt het zangtandem duo in hoog tempo voorbij. Een niemendalletje tussen de hoogwaardige overige songs.
Het traditionele One Foot Of Silver, One Foot Of Gold blikt op de folkbasis terug en is door de moeder van Marry Waterson geschreven. Distant Music ontplooit zich als een lentebloem, die nietsvermoedend haar blaadjes opent om haar innerlijke schoonheid te openbaren. Gevoelig, teer onbevangen als een kinderhart. In het Cuckoo Storm titelstuk dwarrelen de mellotron melodieën neder waarna ze in de golven van het afsluitende The Trembling Cup wegdrijven. Toch kleuren de stempartijen niet de gehele plaat gelijkwaardig samen. Magie en onwennigheid wisselen zich af, het is hierdoor een tikkeltje te geforceerd, waardoor ze juist die natuurbeminnende nomadensound niet altijd waar maken. Adrian Crowley is blijkbaar soms net te erg onder de indruk van de verbale voordracht van Marry Waterson waardoor hij zelf vergeet om te zingen.
Marry Waterson & Adrian Crowley - Cuckoo Storm | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Martin Courtney - Magic Sign (2022)

3,5
0
geplaatst: 13 juli 2022, 16:21 uur
The Main Thing verschijnt op het moment dat de wereld zwijgend stil valt. Exit Music, twee jaar lang panische onzekerheid, gevolgd door een productieve opleving aan inspiratie, welke daarna zijn overrijpe vruchten afwerpt. Er komt gelukkig nog steeds geen einde aan de pandemie oogst, en dat is maar goed ook. De business staat weer volledig in bloei en levert de een na de andere prachtplaat af. Ook de van Low Estate bekende Martin Courtney maakt van Magic Sign zijn eigen The Basement Tapes. Living Rooms en Terrestrial beschrijven voortreffelijk de leegte en isolement van het nachtelijke thuiswerkproces.
Als de kinderen slapen en zijn vrouw aan de nachtdienst begint, duikt de singer-songwriter de kelder in om met materiaal en sfeercollages (Mulch) aan de slag te gaan. Op dat moment is het nog onduidelijk voor welk doeleinde dit bruikbaar zal zijn. Zijn dit nog maar fragmentarische schetsen welke vervolgens in een later stadium op een Low Estate album verschijnen, of zal het afgerond geheel toch onder Martins eigen naam het licht zien. Dat laatste is dus het geval, maar het is tekort door de bocht om Magic Sign als opvolger van zijn eerdere soloplaat Many Moons te betitelen. In de tussenliggende periode zijn er twee Low Estate platen verschenen, en Magic Sign is een indrukwekkende The Main Thing vervolgstap.
Het warm psychedelische door pedal steel aangestuurde Corncob heeft hierdoor een gastvrije landelijke drive. Uitnodigend met een we hebben je gemist en heten je graag op deze wijze weer welkom mentaliteit. Martin Courtney confronteert zichzelf op Magic Sign met het weggestopte doffe minder glansrijke verleden. Pijnlijke zoete herinneringen welke als zwarte dagboekpagina’s lang onbelicht bleven. Bewaarde geheugenkwellingen, die de corona stilte misbruiken om zich als sluimerend vervelend nevenproces te openbaren. Zelfacceptatie en een op latere leeftijd ingezette mentale groeispurt.
Gemeend optimisme, uiteindelijk komt het allemaal wel goed. Het lazy motiverende Time to Go heeft een onthaastende werking. We moeten de veranderingen niet voorbij rennen, maar juist rustig in laten werken. Sailboat trotseert de indie new wave golven. Een onstuimig pandemie cold turkey, afkicken van de eenzaamheidskoortsverschijnselen. Stevig, opwaarts stuwend met rammelende gitaarruwheid de storm trotserend, gevolgd door het steady Shoes, de cooling down met schitterende glinsterende gitaarakkoorden.
Ondanks de wat zwaardere melancholische thema’s heeft het Magic Sign geheel een pure onbevangen uitstraling. Zonder tijdsdruk van platenlabels, welke begripvol afstand nemen en muzikanten de mogelijkheid bieden om zichzelf te herontdekken en te ontplooien. Zonder tijdsdruk van de overige bandleden en ook zonder de tijdsdruk van geplande evenementen, clubtournees en overige verplichtingen. En juist in dat relaxte werkklimaat ligt de grote kracht van Magic Sign. Martin Courtney fietst tegenwoordig rustig door het leven heen, nieuwsgierig verkeersbordjes volgend om uiteindelijk tot die planbare eindbestemming te komen. Geen zware beklimmingen, weinig tegenslagen, gemoedelijk heuveltje af, soms met een omweggetje de natuurlijke omgeving in zich opnemend. Nog steeds dromerig, maar ook net wat meer naar de folk neigend. Het verslag van een jaar lang schaven, bijslijpen en polijsten.
Martin Courtney - Magic Sign | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Als de kinderen slapen en zijn vrouw aan de nachtdienst begint, duikt de singer-songwriter de kelder in om met materiaal en sfeercollages (Mulch) aan de slag te gaan. Op dat moment is het nog onduidelijk voor welk doeleinde dit bruikbaar zal zijn. Zijn dit nog maar fragmentarische schetsen welke vervolgens in een later stadium op een Low Estate album verschijnen, of zal het afgerond geheel toch onder Martins eigen naam het licht zien. Dat laatste is dus het geval, maar het is tekort door de bocht om Magic Sign als opvolger van zijn eerdere soloplaat Many Moons te betitelen. In de tussenliggende periode zijn er twee Low Estate platen verschenen, en Magic Sign is een indrukwekkende The Main Thing vervolgstap.
Het warm psychedelische door pedal steel aangestuurde Corncob heeft hierdoor een gastvrije landelijke drive. Uitnodigend met een we hebben je gemist en heten je graag op deze wijze weer welkom mentaliteit. Martin Courtney confronteert zichzelf op Magic Sign met het weggestopte doffe minder glansrijke verleden. Pijnlijke zoete herinneringen welke als zwarte dagboekpagina’s lang onbelicht bleven. Bewaarde geheugenkwellingen, die de corona stilte misbruiken om zich als sluimerend vervelend nevenproces te openbaren. Zelfacceptatie en een op latere leeftijd ingezette mentale groeispurt.
Gemeend optimisme, uiteindelijk komt het allemaal wel goed. Het lazy motiverende Time to Go heeft een onthaastende werking. We moeten de veranderingen niet voorbij rennen, maar juist rustig in laten werken. Sailboat trotseert de indie new wave golven. Een onstuimig pandemie cold turkey, afkicken van de eenzaamheidskoortsverschijnselen. Stevig, opwaarts stuwend met rammelende gitaarruwheid de storm trotserend, gevolgd door het steady Shoes, de cooling down met schitterende glinsterende gitaarakkoorden.
Ondanks de wat zwaardere melancholische thema’s heeft het Magic Sign geheel een pure onbevangen uitstraling. Zonder tijdsdruk van platenlabels, welke begripvol afstand nemen en muzikanten de mogelijkheid bieden om zichzelf te herontdekken en te ontplooien. Zonder tijdsdruk van de overige bandleden en ook zonder de tijdsdruk van geplande evenementen, clubtournees en overige verplichtingen. En juist in dat relaxte werkklimaat ligt de grote kracht van Magic Sign. Martin Courtney fietst tegenwoordig rustig door het leven heen, nieuwsgierig verkeersbordjes volgend om uiteindelijk tot die planbare eindbestemming te komen. Geen zware beklimmingen, weinig tegenslagen, gemoedelijk heuveltje af, soms met een omweggetje de natuurlijke omgeving in zich opnemend. Nog steeds dromerig, maar ook net wat meer naar de folk neigend. Het verslag van een jaar lang schaven, bijslijpen en polijsten.
Martin Courtney - Magic Sign | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Martin Rev - See Me Ridin' (1995)

3,0
0
geplaatst: 17 oktober 2020, 16:55 uur
Het Duitse Bureau B is op dit moment het meest in het oog springende platenlabel welke zich richt op de vernieuwende elektronica releases. Niet zo verwonderlijk dus dat ze sterspeler Martin Rev binnen halen en twee oudere albums van hem van een frisse oppoetsbeurt voorzien. Als pionier van de cyberpunk scene maakte hij met Alan Vega naam als Suicide die met het gelijknamige debuut songs afleverde als het gedenkwaardige Ghostrider en het angstaanjagende Frankie Teardrop. See Me Ridin’ verscheen eerder in 1996 op het New Yorkse ROIR.
Door het ontbreken van de ruige doorleefde motorrijder stem van Alan Vega komt het stukken veiliger maar ook wat geamputeerd over. Martin Rev is simpelweg geen geweldige zanger, en daarin ligt het grote pijnlijke verschil. Opwekkende cafeïne synthpop katalyseren de stroef lopende zeurende eentonige vocalen. Zijn teammaatje was in Suicide toch wel de roekeloos rijdende chauffeur die keihard het rokende gaspedaal intrapt, terwijl zijn bijrijder zich uitleeft met de elektrische snufjes. Door het ontbreken van deze geladen krachtbron is See Me Ridin’ geen beangstigende roadtrip geworden, maar niet veel meer dan een onervaren stuntelende rijles ritje.
See Me Ridin’ is gekleurde toverballen geluk, doordrenkt met kitscherige synthesizer geluiden en licht sensuele elektrodrums. De veredelde kinderrijmpjes en onschuldige naïviteit worden aangevuld met eenvoudige minimalistische melodielijnen en lompe militaire olifantenpercussie. Het is een bekoorlijk verlangen naar radiovriendelijke liefdesliedjes die vanuit de woonkamer van het ouderlijke huis van Martin Rev in de vroege jaren vijftig hem weten te betoveren. In de tijd van de opkomst van stevige white man working class rock and roll wordt juist de aandacht getrokken door melodieuze Afro-Amerikaanse doowop, donkere swinging soul en zelfs fragmentarische geluidscollages van tekenfilms.
De egocentrische zelfverheerlijking in het titelstuk See Me Ridin’ is terug te voeren naar een langdurig gebruik van cocaïne. Het verval van een aftakelende popster die in zichzelf blijft geloven en steun zoekt bij het conservatieve beeld wat hij van New York heeft. Of Martin Rev deze waarneming aan zichzelf spiegelt wordt in het midden gelaten. De Amerikaanse Droom verpakt in kauwgumpapier, die als een grote zoete bel uit elkaar spat. Jeugdige flashbacks vertroebelen de realiteit en creëren een schijnwereld waarin verteerde junkies naast de overbevolkte speelplaatsen leven.
Eigenlijk is See Me Ridin’ feitelijk gezien inhoudelijk een prequel die resulteert in de magische chemie van Suicide. Een voorstudie gezien vanuit de zachtere romantische kant van dit gezelschap. Martin Rev gebruikt het invloedrijke verleden om zijn jeugdherinneringen te transporteren naar het heden, en dat maakt het allemaal zo interessant. De nieuwsgierigheid die het mysterieuze gezelschap oproept wordt hier maar gedeeltelijk vrijgegeven. Een paar jaar later zou het wel allemaal kloppen in het sterk overtuigende Strangeworld.
Martin Rev - See Me Ridin' (Reissue) | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Door het ontbreken van de ruige doorleefde motorrijder stem van Alan Vega komt het stukken veiliger maar ook wat geamputeerd over. Martin Rev is simpelweg geen geweldige zanger, en daarin ligt het grote pijnlijke verschil. Opwekkende cafeïne synthpop katalyseren de stroef lopende zeurende eentonige vocalen. Zijn teammaatje was in Suicide toch wel de roekeloos rijdende chauffeur die keihard het rokende gaspedaal intrapt, terwijl zijn bijrijder zich uitleeft met de elektrische snufjes. Door het ontbreken van deze geladen krachtbron is See Me Ridin’ geen beangstigende roadtrip geworden, maar niet veel meer dan een onervaren stuntelende rijles ritje.
See Me Ridin’ is gekleurde toverballen geluk, doordrenkt met kitscherige synthesizer geluiden en licht sensuele elektrodrums. De veredelde kinderrijmpjes en onschuldige naïviteit worden aangevuld met eenvoudige minimalistische melodielijnen en lompe militaire olifantenpercussie. Het is een bekoorlijk verlangen naar radiovriendelijke liefdesliedjes die vanuit de woonkamer van het ouderlijke huis van Martin Rev in de vroege jaren vijftig hem weten te betoveren. In de tijd van de opkomst van stevige white man working class rock and roll wordt juist de aandacht getrokken door melodieuze Afro-Amerikaanse doowop, donkere swinging soul en zelfs fragmentarische geluidscollages van tekenfilms.
De egocentrische zelfverheerlijking in het titelstuk See Me Ridin’ is terug te voeren naar een langdurig gebruik van cocaïne. Het verval van een aftakelende popster die in zichzelf blijft geloven en steun zoekt bij het conservatieve beeld wat hij van New York heeft. Of Martin Rev deze waarneming aan zichzelf spiegelt wordt in het midden gelaten. De Amerikaanse Droom verpakt in kauwgumpapier, die als een grote zoete bel uit elkaar spat. Jeugdige flashbacks vertroebelen de realiteit en creëren een schijnwereld waarin verteerde junkies naast de overbevolkte speelplaatsen leven.
Eigenlijk is See Me Ridin’ feitelijk gezien inhoudelijk een prequel die resulteert in de magische chemie van Suicide. Een voorstudie gezien vanuit de zachtere romantische kant van dit gezelschap. Martin Rev gebruikt het invloedrijke verleden om zijn jeugdherinneringen te transporteren naar het heden, en dat maakt het allemaal zo interessant. De nieuwsgierigheid die het mysterieuze gezelschap oproept wordt hier maar gedeeltelijk vrijgegeven. Een paar jaar later zou het wel allemaal kloppen in het sterk overtuigende Strangeworld.
Martin Rev - See Me Ridin' (Reissue) | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Martin Rev - Strangeworld (2000)

4,0
0
geplaatst: 17 oktober 2020, 16:53 uur
Het Duitse Bureau B is op dit moment het meest in het oog springende platenlabel welke zich richt op de vernieuwende elektronica releases. Niet zo verwonderlijk dus dat ze sterspeler Martin Rev binnen halen en twee oudere albums van hem van een frisse oppoetsbeurt voorzien. Als pionier van de cyberpunk scene maakte hij met Alan Vega naam als Suicide die met het gelijknamige debuut songs afleverde als het gedenkwaardige Ghostrider en het angstaanjagende Frankie Teardrop. Strangeworld verscheen eerder in 2000 op het Finse PUU.
Het rond de eeuwwisseling uitgekomen Strangeworld is de typerende kijk op het hedendaagse visiebeeld van een metropool, waarbij de met retro eighties look op de albumhoes poserende Martin Rev vanzelfsprekend zijn thuisbasis New York als uitgangspunt heeft gebruikt. Hij mist het opjagende neurotische in zijn vocalen van Alan Vega, waardoor het toch stukken minder de rock & roll stadscowboy mentaliteit uitdraagt. De ontvlambare chemie die veroorzaakt werd door het opruiende spanningsveld van het markante tweetal wordt hier geamputeerd al is het brede scala aan provocerende elektronica wel een geschikte substitutie.
De exotica van My Strange World zoekt een doorgang tussen het labyrint aan flitsende oplichtende soundscapes die vervolgens onderbroken worden door de harde vernietigende techno beats van Sparks. Een verdwaalde Martin Rev die als een onherkenbare schim aanwezig is in de danceclubs waarbij hij jaren eerder het zaadje heeft ontkiemt. Als observator neemt hij in Funny ook de nodige hiphop invloeden mee in zijn betoog, een stroming die zich vrijwel gelijktijdig met de opkomst van Suicide in de wereldstad ontwikkelde. Hetzelfde randprincipe, met een andere uitwerking.
Dromerige nostalgische David Lynch achtige doowop fragmenten in Solitude, Cartoons en Reading My Mind gecombineerd met de zelfbewuste Rock and Roll van Trouble herinneren aan de onschuldige jeugd van een gefascineerde aan de radio gekluisterde Martin Rev. De eerste bewuste muzikale indrukken die als rode leidraad een stroperig door zweet veroorzaakt bloedspoor achter laten welke zijn verdere loopbaan stigmatiseert.
Het minimalistische One Track Mind kan niet de eenzijdige beperkte zangmogelijkheden van Martin Rev camoufleren. Momenten waarbij zijn voormalige partner Alan Vega het hardste gemist wordt, iets wat weer wel goed tot zijn recht komt bij de heftige aan Frankie Teardrop memorerende stemcollages in Chalky.
Splinters zit gevangen in een multiculturele smeltkroes van opgefokte Oosters vuurwerk ritmes en agressieve mechanisch hondengeblaf. Het ademt de gespannen sfeer van de arme voorsteden uit die je ook terug hoort in tracks als Unfinished Sympathy van Massive Attack en Suburbia van Pet Shop Boys. Een hittegolf aan opgekropte frustraties en ontbrandingspassie die tegen het kookpunt aanloopt. De puinhoop van een in een slob rakende New York City, samengevat in een track.
Er is weinig futuristisch aan Strangeworld. New York is voor Martin Rev een grote speelweide, waarbij de verlokkingen van het nachtleven een bestaan leiden langs het dagelijkse vaste regiem. Een wereld die continu in beweging is, en waarin de hoofdverteller vervreemd in zijn gedateerde outfit. De vervallen stad met zijn nachtelijke Gotham City schaduw. Het verloederende oude Manhattan uit de jaren zeventig welke centraal staat in de duistere DC Comics sprookjeswereld naast de kermis bubblegum pop die zich ondertussen in poptempel CBGB muteert tot de New Wave en de No Wave. Strangeworld is a trip down a dead end memory lane.
Martin Rev - Strangeworld (Reissue) | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Het rond de eeuwwisseling uitgekomen Strangeworld is de typerende kijk op het hedendaagse visiebeeld van een metropool, waarbij de met retro eighties look op de albumhoes poserende Martin Rev vanzelfsprekend zijn thuisbasis New York als uitgangspunt heeft gebruikt. Hij mist het opjagende neurotische in zijn vocalen van Alan Vega, waardoor het toch stukken minder de rock & roll stadscowboy mentaliteit uitdraagt. De ontvlambare chemie die veroorzaakt werd door het opruiende spanningsveld van het markante tweetal wordt hier geamputeerd al is het brede scala aan provocerende elektronica wel een geschikte substitutie.
De exotica van My Strange World zoekt een doorgang tussen het labyrint aan flitsende oplichtende soundscapes die vervolgens onderbroken worden door de harde vernietigende techno beats van Sparks. Een verdwaalde Martin Rev die als een onherkenbare schim aanwezig is in de danceclubs waarbij hij jaren eerder het zaadje heeft ontkiemt. Als observator neemt hij in Funny ook de nodige hiphop invloeden mee in zijn betoog, een stroming die zich vrijwel gelijktijdig met de opkomst van Suicide in de wereldstad ontwikkelde. Hetzelfde randprincipe, met een andere uitwerking.
Dromerige nostalgische David Lynch achtige doowop fragmenten in Solitude, Cartoons en Reading My Mind gecombineerd met de zelfbewuste Rock and Roll van Trouble herinneren aan de onschuldige jeugd van een gefascineerde aan de radio gekluisterde Martin Rev. De eerste bewuste muzikale indrukken die als rode leidraad een stroperig door zweet veroorzaakt bloedspoor achter laten welke zijn verdere loopbaan stigmatiseert.
Het minimalistische One Track Mind kan niet de eenzijdige beperkte zangmogelijkheden van Martin Rev camoufleren. Momenten waarbij zijn voormalige partner Alan Vega het hardste gemist wordt, iets wat weer wel goed tot zijn recht komt bij de heftige aan Frankie Teardrop memorerende stemcollages in Chalky.
Splinters zit gevangen in een multiculturele smeltkroes van opgefokte Oosters vuurwerk ritmes en agressieve mechanisch hondengeblaf. Het ademt de gespannen sfeer van de arme voorsteden uit die je ook terug hoort in tracks als Unfinished Sympathy van Massive Attack en Suburbia van Pet Shop Boys. Een hittegolf aan opgekropte frustraties en ontbrandingspassie die tegen het kookpunt aanloopt. De puinhoop van een in een slob rakende New York City, samengevat in een track.
Er is weinig futuristisch aan Strangeworld. New York is voor Martin Rev een grote speelweide, waarbij de verlokkingen van het nachtleven een bestaan leiden langs het dagelijkse vaste regiem. Een wereld die continu in beweging is, en waarin de hoofdverteller vervreemd in zijn gedateerde outfit. De vervallen stad met zijn nachtelijke Gotham City schaduw. Het verloederende oude Manhattan uit de jaren zeventig welke centraal staat in de duistere DC Comics sprookjeswereld naast de kermis bubblegum pop die zich ondertussen in poptempel CBGB muteert tot de New Wave en de No Wave. Strangeworld is a trip down a dead end memory lane.
Martin Rev - Strangeworld (Reissue) | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Marvin Gaye - What's Going On (1971)

4,0
0
geplaatst: 21 april 2011, 21:21 uur
De ideale plaat voor rond het paasfeest.
Marvin Gaye als Black Jesus die om vergiffenis van zijn zonden vraagt.
Zijn voorliefde voor de verboden vruchten.
Vrouwen en drugs.
Motownbaas Berry Gordy die hem als een Judas laat vallen, nadat het huwelijk stuk loopt welk Marvin met zijn zus heeft.
En dan begint de persoonlijke lijdensweg pas echt.
What’s Going On is slechts een voorbede.
Het antwoord op Jesus Christ Superstar.
En welke muziekstroming leent zich hier beter voor dan de Soul.
Stel je eens voor dat Aretha Franklin, James Brown, Stevie Wonder, Michael Jackson samen met Marvin Gaye een verbond hadden gesloten.
Om dit te verwerken tot de ultieme The Passion.
The Summer Of Love (Part 2).
Marvin Gaye als Black Jesus die om vergiffenis van zijn zonden vraagt.
Zijn voorliefde voor de verboden vruchten.
Vrouwen en drugs.
Motownbaas Berry Gordy die hem als een Judas laat vallen, nadat het huwelijk stuk loopt welk Marvin met zijn zus heeft.
En dan begint de persoonlijke lijdensweg pas echt.
What’s Going On is slechts een voorbede.
Het antwoord op Jesus Christ Superstar.
En welke muziekstroming leent zich hier beter voor dan de Soul.
Stel je eens voor dat Aretha Franklin, James Brown, Stevie Wonder, Michael Jackson samen met Marvin Gaye een verbond hadden gesloten.
Om dit te verwerken tot de ultieme The Passion.
The Summer Of Love (Part 2).
Mary Elizabeth Remington - In Embudo (2020)

4,0
0
geplaatst: 23 februari 2023, 20:35 uur
Tijdens de verplichte sabbatical pandemie periode zondert zangeres/gitarist Adrianne Lenker zich af om in alle rust aan haar Songs and Instrumentals tweeluik te werken. In haar kortstondig kluizenaarsbestaan stelt ze zich niet geheel wereldvreemd op. Ze houdt weldegelijk met haar drummende Big Thief collega James Krivchenia contact, en ondanks dat zijn aandeel op haar solo uitstapje ontbreekt treffen ze elkander wel bij de bevriende singer-songwriter Mary Elizabeth Remington. Deze folky werkt in dezelfde periode in Embudo aan In Embudo, welke ze na afronding stilletjes in eigen beheer op 1 juni 2020 uitbrengt. Tot die hechte kennissenkring behoort ook multi-instrumentalist Mat Davidson van Twain, en ondanks dat dit getalenteerde viertal voor prachtig klein gehouden viersporenrecorder lo-fi kampvuur prachtsongs garant staat, krijgt In Embudo niet de aandacht welke dit in New Mexico geactiveerd project verdient.
Ook het prachtlabel Loose betreurt het gebrek aan belangstelling, en gunt Mary Elizabeth Remington terecht een herkansing. Doordat die overduidelijk het accent op de Big Thief samenwerking leggen, gaat het balletje nu opeens wel rollen. Het is te triest voor woorden dat het op eigen kracht blijkbaar niet mogelijk is om de plaat aan de man te brengen, maar zo werkt het nu eenmaal in dit wereldje. Al moet ik eerlijk toegeven, dat de oorspronkelijke release mij ook volledig ontgaan is. Wat kan je verder van In Embudo verwachten? Qua opzet ligt het dus in het verlengde van de Songs and Instrumentals plaat van Adrianne Lenker, het grootste verschil zit hem vooral in de zangkunsten. Adrianne Lenker heeft iets kinderlijks sensueels in haar doorleefde oud klinkend hoge stemgeluid, Mary Elizabeth Remington profiteert juist van die zwoele lagere dieptes.
Toch treffen ze elkander op In Embudo met regelmaat, en daar vloeien de vocalen het perfect in elkaar over. Mary Elizabeth Remington is overduidelijk de hoofdvocalist, en laat zich niet door haar overbekende compagnon wegdrukken. De samenzang is meesterlijk, ondanks dat het een folk basis betreft creëren ze als duo bij Dressoir Hill, Mary Mary en Tuesday een romantisch gospelsfeertje. Het is zelfs de vraag of de bezongen liefde een naaste betreft, of dat hier op het religieuze kruispunt een goddelijke hogere macht aanbeden wordt. Mary Mary vervalt in een lachsalvo, die ze wijselijk niet verwijdert hebben. Het ontneemt de ernst van de song, benadrukt vooral het plezier van samen muziek maken en dat je het allemaal niet te serieus moet nemen.
De zware donkere bas is een slopende aanval op de vertrouwde vastigheid van de huis, tuin en keuken Holdfast percussie. Mary Elizabeth Remington overstijgt haar gospelfase en is genoeg gerijpt om haar soulziel te openen. Het psychedelische All Words heeft ook de nodige evangelische verwijzingen, het delen van het brood, de zuiverste reinheid, en de onrustige herrijzenis uit het graf. Allemaal levensvragen. Is God wel een mannelijk figuur, of staat de leven barende vrouw voor het overkoepelde symbool. Wat heb je aan een etensbron als je deze niet kan bereiden. Mother kookt, biedt bescherming en luistert naar vragen, zonder de antwoorden als voedsel in de mond te leggen. Soms heb je alleen een stem om je te bewapen, soms heeft een song niet meer nodig. Een andere keer vraagt een track om wegvarende slidegitaargolven, en surf je onvast door het Wind Wind universum. In Embudo is tevens een plaat waarop de vier oerkrachten centraal staan, aarde (Green Grass), vuur (Fire), lucht (Wind Wind) en uiteraard ook water (Water Song).
Misschien is het kort gewiekte gras aan de overkant van de weg weldegelijk groener, maar bewandel je in Green Grass bewust een verwilderde route met de nodige hindernissen. Maar het is vooral een zoektocht naar de ultieme verbintenis, terend op de vooruit gesnelde akoestische gitaar die het te volgen pad beloopbaar maakt. Gedurende de plaat ontdek je steeds vaker dat de liefde voor de natuur in het middelpunt staat. Als die in evenwicht is, ontwikkeld zich daarvanuit genoeg ruimte voor geloof en dierbaren. Houden van is een breed begrip. Schijnbaar heeft dit kwartet het nodig om met het aardse contact te leggen. Fire is een diepere avontuurlijke ontdekkingstocht, waarbij de stevig doorhakkende percussie de rol van gids opeist, en de gitaar op een zijspoor parkeert. Na de bezinning leidt het verharde Wooden Roads de terugkeer naar de bewoonde wereld in. Een elftal aan spirituele welvaartsbagagedragers rijker.
Mary Elizabeth Remington - In Embudo | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Ook het prachtlabel Loose betreurt het gebrek aan belangstelling, en gunt Mary Elizabeth Remington terecht een herkansing. Doordat die overduidelijk het accent op de Big Thief samenwerking leggen, gaat het balletje nu opeens wel rollen. Het is te triest voor woorden dat het op eigen kracht blijkbaar niet mogelijk is om de plaat aan de man te brengen, maar zo werkt het nu eenmaal in dit wereldje. Al moet ik eerlijk toegeven, dat de oorspronkelijke release mij ook volledig ontgaan is. Wat kan je verder van In Embudo verwachten? Qua opzet ligt het dus in het verlengde van de Songs and Instrumentals plaat van Adrianne Lenker, het grootste verschil zit hem vooral in de zangkunsten. Adrianne Lenker heeft iets kinderlijks sensueels in haar doorleefde oud klinkend hoge stemgeluid, Mary Elizabeth Remington profiteert juist van die zwoele lagere dieptes.
Toch treffen ze elkander op In Embudo met regelmaat, en daar vloeien de vocalen het perfect in elkaar over. Mary Elizabeth Remington is overduidelijk de hoofdvocalist, en laat zich niet door haar overbekende compagnon wegdrukken. De samenzang is meesterlijk, ondanks dat het een folk basis betreft creëren ze als duo bij Dressoir Hill, Mary Mary en Tuesday een romantisch gospelsfeertje. Het is zelfs de vraag of de bezongen liefde een naaste betreft, of dat hier op het religieuze kruispunt een goddelijke hogere macht aanbeden wordt. Mary Mary vervalt in een lachsalvo, die ze wijselijk niet verwijdert hebben. Het ontneemt de ernst van de song, benadrukt vooral het plezier van samen muziek maken en dat je het allemaal niet te serieus moet nemen.
De zware donkere bas is een slopende aanval op de vertrouwde vastigheid van de huis, tuin en keuken Holdfast percussie. Mary Elizabeth Remington overstijgt haar gospelfase en is genoeg gerijpt om haar soulziel te openen. Het psychedelische All Words heeft ook de nodige evangelische verwijzingen, het delen van het brood, de zuiverste reinheid, en de onrustige herrijzenis uit het graf. Allemaal levensvragen. Is God wel een mannelijk figuur, of staat de leven barende vrouw voor het overkoepelde symbool. Wat heb je aan een etensbron als je deze niet kan bereiden. Mother kookt, biedt bescherming en luistert naar vragen, zonder de antwoorden als voedsel in de mond te leggen. Soms heb je alleen een stem om je te bewapen, soms heeft een song niet meer nodig. Een andere keer vraagt een track om wegvarende slidegitaargolven, en surf je onvast door het Wind Wind universum. In Embudo is tevens een plaat waarop de vier oerkrachten centraal staan, aarde (Green Grass), vuur (Fire), lucht (Wind Wind) en uiteraard ook water (Water Song).
Misschien is het kort gewiekte gras aan de overkant van de weg weldegelijk groener, maar bewandel je in Green Grass bewust een verwilderde route met de nodige hindernissen. Maar het is vooral een zoektocht naar de ultieme verbintenis, terend op de vooruit gesnelde akoestische gitaar die het te volgen pad beloopbaar maakt. Gedurende de plaat ontdek je steeds vaker dat de liefde voor de natuur in het middelpunt staat. Als die in evenwicht is, ontwikkeld zich daarvanuit genoeg ruimte voor geloof en dierbaren. Houden van is een breed begrip. Schijnbaar heeft dit kwartet het nodig om met het aardse contact te leggen. Fire is een diepere avontuurlijke ontdekkingstocht, waarbij de stevig doorhakkende percussie de rol van gids opeist, en de gitaar op een zijspoor parkeert. Na de bezinning leidt het verharde Wooden Roads de terugkeer naar de bewoonde wereld in. Een elftal aan spirituele welvaartsbagagedragers rijker.
Mary Elizabeth Remington - In Embudo | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Maserati - Enter the Mirror (2020)

4,5
1
geplaatst: 4 oktober 2020, 21:12 uur
Het is 2007 als Maserati met hun tweede album Inventions for the New Season opeens door een groter publiek wordt opgepakt. Vanuit het muzikale hart van Georgië, en thuisbasis van The B-52’s en REM in Athens bouwt de band aan hun dromerige psychedelische rocksound. De waardering van collega’s uit het werkgebied is enorm, het is dan ook veelzeggend dat Bill Berry de voormalige drummer van REM, zijn medewerking verleent aan de zevende studioplaat Enter the Mirror. Een vrijwel instrumentaal hoogtepunt, als je de voorgeprogrammeerde computerstemmen tenminste uitsluit.
De stilte van vijf jaar heeft de band goed gedaan. Er was altijd al een ontwikkeling hoorbaar in het geluid van Maserati. Na het noodlottige overlijden van eerste drummer Jerry Fuchs in 2009, werd er vervolgens nog standvastig niet afgeweken van de sound waarmee de band een plekje in de harten van hun fans opeist. Nu staan ze voor een nieuwe uitdaging, namelijk het presenteren van een ander veel breder georiënteerde klanksoort.
Het statige 2020 heeft iets futuristisch, maar dan gezien door de ogen van de Krautrock scene zoals deze rond 1970 voor opschudding zorgde. Hoe zou de wereld er vijftig jaar later uit zien. Nou, behoorlijk beroerd! Het zijn dus niet de zachte robotstemmen in het aansluitende A Warning in the Dark die een organiserende rol vervullen en de maatschappij onder controle houden. We weten ondertussen wel anders. Maserati manoeuvreert zich met de nodige synthesizer technologie en mechanische beats door de eerste twee tracks heen om pas met de stevige gitaar interrupties het rockverleden toe te laten.
De sfeer is destructief grimmig, wat eigenlijk ook al terug te lezen is in de tracktitels. Nadat de bas zijn intrede doet wordt je meegesleurd in een indrukwekkende reis door het muzikale geweten, waarbij jaren tachtig postpunk soundscapes hand in hand gaan met harde techno aanvallen. Het is duizelingwekkend dromerig met prachtige vergeten interpretaties uit het verleden, waarbij de nadruk ligt op de laatste drie decennia van de vorige eeuw.
Aan de bombastische new wave klanken van het energieke Killing Time wordt hard metal slagwerk gekoppeld met daaroverheen fabuleuze dreunende donkere baslijnen van Chris McNeal die zo heftig binnenkomen. Wat gitaarwonder Matt Cherry vervolgens uit zijn gitaar tovert is niet zozeer de vraag, maar juist waar hij het tevoorschijn van haalt. Ondanks het indrukwekkende begin komt de geoliede machine pas echt tot gang in het met progrockorgeltje en krijsend gitaarspel door de seventies beïnvloede retro-gevalletje Der Honig.
Verwacht niet dat je de band dan eindelijk volledig begrijpt, integendeel! Met Welcome to the Other Side wordt je vol verwarring door disco baspartijen, postpunk slagwerk en ijzige robotzang en psychedelisch gitaarspel een andere richting in geduwd. En voordat je het in de gaten hebt neemt die metalkant het zonder enige aankondiging weer over. Het strakke Empty is tevens een gewelddadig onbegrijpelijk huwelijk tussen zware hardrock uitspattingen en springerige new wave synthpop. Met Pink Floyd-achtige psychedelische opbouw zorgt het overtuigende Wallwalker voor de afsluitende klapper van het geheel.
Het mag duidelijk zijn dat de veelzijdige producer John Congleton zoals altijd in topvorm verkeerd, en meer nog dan het maximale uit Maserati weet te halen. Het zal de heren zelf ook verbazen om terug te horen waar ze toe in staat zijn. Enter the Mirror en stap binnen in de ongelofelijke wereld van het vernieuwde Maserati.
De stilte van vijf jaar heeft de band goed gedaan. Er was altijd al een ontwikkeling hoorbaar in het geluid van Maserati. Na het noodlottige overlijden van eerste drummer Jerry Fuchs in 2009, werd er vervolgens nog standvastig niet afgeweken van de sound waarmee de band een plekje in de harten van hun fans opeist. Nu staan ze voor een nieuwe uitdaging, namelijk het presenteren van een ander veel breder georiënteerde klanksoort.
Het statige 2020 heeft iets futuristisch, maar dan gezien door de ogen van de Krautrock scene zoals deze rond 1970 voor opschudding zorgde. Hoe zou de wereld er vijftig jaar later uit zien. Nou, behoorlijk beroerd! Het zijn dus niet de zachte robotstemmen in het aansluitende A Warning in the Dark die een organiserende rol vervullen en de maatschappij onder controle houden. We weten ondertussen wel anders. Maserati manoeuvreert zich met de nodige synthesizer technologie en mechanische beats door de eerste twee tracks heen om pas met de stevige gitaar interrupties het rockverleden toe te laten.
De sfeer is destructief grimmig, wat eigenlijk ook al terug te lezen is in de tracktitels. Nadat de bas zijn intrede doet wordt je meegesleurd in een indrukwekkende reis door het muzikale geweten, waarbij jaren tachtig postpunk soundscapes hand in hand gaan met harde techno aanvallen. Het is duizelingwekkend dromerig met prachtige vergeten interpretaties uit het verleden, waarbij de nadruk ligt op de laatste drie decennia van de vorige eeuw.
Aan de bombastische new wave klanken van het energieke Killing Time wordt hard metal slagwerk gekoppeld met daaroverheen fabuleuze dreunende donkere baslijnen van Chris McNeal die zo heftig binnenkomen. Wat gitaarwonder Matt Cherry vervolgens uit zijn gitaar tovert is niet zozeer de vraag, maar juist waar hij het tevoorschijn van haalt. Ondanks het indrukwekkende begin komt de geoliede machine pas echt tot gang in het met progrockorgeltje en krijsend gitaarspel door de seventies beïnvloede retro-gevalletje Der Honig.
Verwacht niet dat je de band dan eindelijk volledig begrijpt, integendeel! Met Welcome to the Other Side wordt je vol verwarring door disco baspartijen, postpunk slagwerk en ijzige robotzang en psychedelisch gitaarspel een andere richting in geduwd. En voordat je het in de gaten hebt neemt die metalkant het zonder enige aankondiging weer over. Het strakke Empty is tevens een gewelddadig onbegrijpelijk huwelijk tussen zware hardrock uitspattingen en springerige new wave synthpop. Met Pink Floyd-achtige psychedelische opbouw zorgt het overtuigende Wallwalker voor de afsluitende klapper van het geheel.
Het mag duidelijk zijn dat de veelzijdige producer John Congleton zoals altijd in topvorm verkeerd, en meer nog dan het maximale uit Maserati weet te halen. Het zal de heren zelf ook verbazen om terug te horen waar ze toe in staat zijn. Enter the Mirror en stap binnen in de ongelofelijke wereld van het vernieuwde Maserati.
Mass Gothic - I've Tortured You Long Enough (2018)

4,0
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 14:24 uur
Mass Gothic, bij zo’n naam verwacht je iets zwaars, obscuurs en depressiefs. Nee, dat is hier niet aan de orde. Bij I’ve Tortured You Long Enough hoor je eerder een grote ongecontroleerde puinhoop. Dark Window gaat traag van start, en al snel wordt geconstateerd dat de beat te langzaam staat afgesteld. Och, dan draaien we gewoon het knopje meer naar rechts en gooien er wat overgebleven computergeluidjes doorheen. Maar als dan Jessica Zambri sensueel gaat zingen, wordt het wel erg lekker. De puristen zullen hier wel balen. De van Hooray for Earth afkomstige Noel Heroux is zijn frustraties kwijt, en gaat op het tweede Mass Gothic album niet solo verder. Samen met zijn echtgenote klinkt het weer een stuk frisser, en L’Amour is hier blijkbaar als derde persoon aanwezig. Het uitgaansleven van thuisbasis New York City vormt het vluchtoord waar de inspiratie vandaan lijkt te komen. Want dankzij de foute aanwezige discodeuntjes kan het bijna niet anders. Toch ragt de gitaar er de hele tijd wel flink doorheen, maar valt dit niet zo op.
Bij Call Me staat het geluid wel goed opgesteld. Stevige postpunk drum met een bungeejumpende bas, en Heroux die hier de weg naar de microfoon weet te vinden, Zambri meer in de rol van huppelende achtergrond zangeres. Gillende gitaren die overstuur, lomp en punky het nog meer een wave timbre geven, zelfs met de NYC noise echo’s wordt op het einde nog flink gesmeten. Afrikaanse percussie gaat geleidelijk over in sfeervolle ruimtegeluiden welke de popsound van J.Z.O.K. kleur geven. Zambri trapt af met haar toegankelijk geluid, de samenzang valt samen met de ervaren vocalen van Heroux. Voor het eerst krijg je de indruk de song eerder gehoord te hebben, zo hitgevoelig komt het op mij over. De twist komt tegen het einde uiteindelijk in het net buiten de melodielijnen stompende complexe rockgeluid.
Keep On Dying zou een vergeten, goed opgeborgen track van Hooray for Earth kunnen zijn geweest, al moet er wel reëel bij stil gestaan worden dat de veelzijdige instrumentalist grotendeels daar verantwoordelijk was voor de basis. Deze ontstemde disco knaller laat ons de zo fout mogelijke veilig weg gestopte herinneringen herbeleven. Bij het mierzoete How I Love You is daar dan eindelijk de tot nu toe minder gehoorde romanticus L’Amour, al wordt zijn aanwezigheid al snel verdrongen door de jaloerse gitaar. Hij houdt zich gelukkig wel net staande. Zo mag hij ook nog het titelstuk I’ve Tortured You Long Enough aankondigen. Een prettige mix tussen optimistische synthpop inclusief eighties toeters en bellen. Met New Work wordt genadeloos toe geslagen, een stuk vervreemder en dreigender. Opeens is de toon wrang en grimmig. De Koude Oorlog wint het hier van de liefde, want in die periode blijven we wel hangen. Al opent het de deur een kiertje naar het hoofdprogramma van de jaren 90; het begin van de Amerikaanse gitaarrock.
Er hangt iets sobers in de lucht bij The Goad. Hier wordt gedweept met adorabele postpunk, maar door Zambri heeft het iets liefs in de uitvoering. De onderbreking halverwege is niet geheel passend, maar het wordt ze vergeven. De overgang en wat volgt is minder overtuigend dan het eerste gedeelte, al heeft het harmonieuze kerkelijke naar het einde toe wel iets toevoegend. Bij Big Window mag er eindelijk weer gedanst worden, en worden trompetten die voor eeuwig lagen te rusten onder een flinke berg stof tot ontwaken gebracht. Zambri gaat nog eenmaal op de euforische toer met haar laatste sterke stemmige uithalen en dan is het klaar. Voor mij het hedendaagse antwoord op het geluid wat Pixies eind jaren 80, begin jaren 90 mee door braken, een veel groter compliment kan ik een band niet geven.
Mass Gothic - I've Tortured You Long Enough | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Bij Call Me staat het geluid wel goed opgesteld. Stevige postpunk drum met een bungeejumpende bas, en Heroux die hier de weg naar de microfoon weet te vinden, Zambri meer in de rol van huppelende achtergrond zangeres. Gillende gitaren die overstuur, lomp en punky het nog meer een wave timbre geven, zelfs met de NYC noise echo’s wordt op het einde nog flink gesmeten. Afrikaanse percussie gaat geleidelijk over in sfeervolle ruimtegeluiden welke de popsound van J.Z.O.K. kleur geven. Zambri trapt af met haar toegankelijk geluid, de samenzang valt samen met de ervaren vocalen van Heroux. Voor het eerst krijg je de indruk de song eerder gehoord te hebben, zo hitgevoelig komt het op mij over. De twist komt tegen het einde uiteindelijk in het net buiten de melodielijnen stompende complexe rockgeluid.
Keep On Dying zou een vergeten, goed opgeborgen track van Hooray for Earth kunnen zijn geweest, al moet er wel reëel bij stil gestaan worden dat de veelzijdige instrumentalist grotendeels daar verantwoordelijk was voor de basis. Deze ontstemde disco knaller laat ons de zo fout mogelijke veilig weg gestopte herinneringen herbeleven. Bij het mierzoete How I Love You is daar dan eindelijk de tot nu toe minder gehoorde romanticus L’Amour, al wordt zijn aanwezigheid al snel verdrongen door de jaloerse gitaar. Hij houdt zich gelukkig wel net staande. Zo mag hij ook nog het titelstuk I’ve Tortured You Long Enough aankondigen. Een prettige mix tussen optimistische synthpop inclusief eighties toeters en bellen. Met New Work wordt genadeloos toe geslagen, een stuk vervreemder en dreigender. Opeens is de toon wrang en grimmig. De Koude Oorlog wint het hier van de liefde, want in die periode blijven we wel hangen. Al opent het de deur een kiertje naar het hoofdprogramma van de jaren 90; het begin van de Amerikaanse gitaarrock.
Er hangt iets sobers in de lucht bij The Goad. Hier wordt gedweept met adorabele postpunk, maar door Zambri heeft het iets liefs in de uitvoering. De onderbreking halverwege is niet geheel passend, maar het wordt ze vergeven. De overgang en wat volgt is minder overtuigend dan het eerste gedeelte, al heeft het harmonieuze kerkelijke naar het einde toe wel iets toevoegend. Bij Big Window mag er eindelijk weer gedanst worden, en worden trompetten die voor eeuwig lagen te rusten onder een flinke berg stof tot ontwaken gebracht. Zambri gaat nog eenmaal op de euforische toer met haar laatste sterke stemmige uithalen en dan is het klaar. Voor mij het hedendaagse antwoord op het geluid wat Pixies eind jaren 80, begin jaren 90 mee door braken, een veel groter compliment kan ik een band niet geven.
Mass Gothic - I've Tortured You Long Enough | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Massive Attack - Mezzanine (1998)

5,0
0
geplaatst: 15 mei 2010, 23:45 uur
Mezzanine.
Verheffing van een achtergestelde lening.
Investering in de toekomst van Massive Attack.
De acts uit Bristol hebben allen een duister sfeertje.
Tricky, Portishead en Massive Attack.
Mezzanine gaat nog een stap verder.
De Unknown Pleasures van de Triphop.
Tripgoth.
Angel is het verslag van een stervend persoon.
Goedgelovig aan het wachten op een mooie witte verschijnsel.
Die hem mee neemt naar het hiernamaals.
De zwarte engel des doods komt zijn ziel op eisen.
Eerst fluistert hij wat in het oor.
De hemel is vernietigd.
Een geschrokken grimas op het gezicht.
Waarna het lampje uit gaat.
Het spookachtige van Risingson.
Gefrustreerde zang van 3D en Daddy G.
Spanningen binnen de band.
Opnameproces bemoeilijkt.
Bewuste keuze om dit naar buiten te brengen.
Resulterend in een song.
De clip van Teardrop.
Een ongeboren kind.
Niet wetend of hij de bevalling zal overleven.
Niet wetend of hij er klaar voor zal zijn.
Glansrijke rol van Elizabeth Fraser.
Die bij samenwerkingsprojecten al eerder zichzelf oversteeg.
Getuige haar aandeel in Song To The Siren van This Mortal Coil.
Inertia Creeps is de woekering in een lichaam.
Kankercellen die zich langzaam maar slopend vermenigvuldigen.
Onwetendheid dat je van binnen totaal weg gevreten wordt.
Exchange.
Verraad van overspel.
Mannen kunnen niet liegen.
Sfeer van Barry White.
Die met zijn romantische stem al vrouwen kon bedriegen.
Doelbewust ontbreken van zang.
Suggestie is genoeg.
De afsluitende versie is met die aanvulling juist minder sterk.
Dissolved Girl.
Bijna fluisterend.
Een groot geheim mee dragen.
Onbeantwoord.
De verscheurde bladzijde uit een dagboek.
Man Next Door.
Wie kun je beter vertrouwen.
De motorrijder met tatoeages aan de ene kant.
De politieagent van tegenover.
Zoek je veiligheid bij de laatste.
Blijkt juist hij de kindermoordenaar te zijn.
Verantwoord gebruik van 10:15 Saturday Night van The Cure.
Black Milk in White Coffee.
Bewijs dat blanke zangeressen soulvol kunnen klinken.
Ademen.
Rustpunt.
Mezzanine.
Afrekening met het verleden.
Stap voorwaarts.
Eigen beslissingen.
Compromisloos.
Schijt aan de platenbazen.
Geen tweede Unfinished Sympathy.
Group Four.
Zelfbewustwording.
Logisch vervolg op Karmacoma van Protection.
Het boven jezelf uit stijgen.
De stervende die zichzelf van boven af ziet liggen.
Het lichaam als leeg omhulsel.
De cirkel is weer rond.
Verheffing van een achtergestelde lening.
Investering in de toekomst van Massive Attack.
De acts uit Bristol hebben allen een duister sfeertje.
Tricky, Portishead en Massive Attack.
Mezzanine gaat nog een stap verder.
De Unknown Pleasures van de Triphop.
Tripgoth.
Angel is het verslag van een stervend persoon.
Goedgelovig aan het wachten op een mooie witte verschijnsel.
Die hem mee neemt naar het hiernamaals.
De zwarte engel des doods komt zijn ziel op eisen.
Eerst fluistert hij wat in het oor.
De hemel is vernietigd.
Een geschrokken grimas op het gezicht.
Waarna het lampje uit gaat.
Het spookachtige van Risingson.
Gefrustreerde zang van 3D en Daddy G.
Spanningen binnen de band.
Opnameproces bemoeilijkt.
Bewuste keuze om dit naar buiten te brengen.
Resulterend in een song.
De clip van Teardrop.
Een ongeboren kind.
Niet wetend of hij de bevalling zal overleven.
Niet wetend of hij er klaar voor zal zijn.
Glansrijke rol van Elizabeth Fraser.
Die bij samenwerkingsprojecten al eerder zichzelf oversteeg.
Getuige haar aandeel in Song To The Siren van This Mortal Coil.
Inertia Creeps is de woekering in een lichaam.
Kankercellen die zich langzaam maar slopend vermenigvuldigen.
Onwetendheid dat je van binnen totaal weg gevreten wordt.
Exchange.
Verraad van overspel.
Mannen kunnen niet liegen.
Sfeer van Barry White.
Die met zijn romantische stem al vrouwen kon bedriegen.
Doelbewust ontbreken van zang.
Suggestie is genoeg.
De afsluitende versie is met die aanvulling juist minder sterk.
Dissolved Girl.
Bijna fluisterend.
Een groot geheim mee dragen.
Onbeantwoord.
De verscheurde bladzijde uit een dagboek.
Man Next Door.
Wie kun je beter vertrouwen.
De motorrijder met tatoeages aan de ene kant.
De politieagent van tegenover.
Zoek je veiligheid bij de laatste.
Blijkt juist hij de kindermoordenaar te zijn.
Verantwoord gebruik van 10:15 Saturday Night van The Cure.
Black Milk in White Coffee.
Bewijs dat blanke zangeressen soulvol kunnen klinken.
Ademen.
Rustpunt.
Mezzanine.
Afrekening met het verleden.
Stap voorwaarts.
Eigen beslissingen.
Compromisloos.
Schijt aan de platenbazen.
Geen tweede Unfinished Sympathy.
Group Four.
Zelfbewustwording.
Logisch vervolg op Karmacoma van Protection.
Het boven jezelf uit stijgen.
De stervende die zichzelf van boven af ziet liggen.
Het lichaam als leeg omhulsel.
De cirkel is weer rond.
Mastersystem - Dance Music (2018)

4,5
1
geplaatst: 4 oktober 2020, 23:30 uur
Dit had een mooi begin kunnen zijn van een nieuwe band, maar helaas liep het anders. Of zoals Editors het eerder zouden verwoorden; An End Has a Start. Een paar jaar later zou gitarist Justin Lockey zich bij deze band voegen, om de elektronisch gekozen weg weer mede om te buigen naar de gitaarsound van de eerste albums. Met de mogelijkheid om zich buiten deze stadion act nog op andere projecten te richten die kleinschaliger van opzet zijn, zoals het door bloedbroeders opgezette Mastersystem. Aan de ene kant Justin met zijn broer James Lockey, en aan de andere kant Grant en Scott Hutchison, voorheen werkzaam in het melancholische Frightened Rabbit. De keuze van Scott om uit het leven te stappen maakte Dance Music een zware plaat. Een maand na de releasedatum verdronk hij zichzelf in de zwarte rivier Forth, welke vanaf die dag van 10 mei 2018 nog donkerder zou kleuren. Eigenlijk stelde Scott zijn eindbestemming al vast bij het nummer Floating in the Forth van het Frightened Rabbit album The Midnight Organ Fight uit 2008.
Fully clothed, I’ll float away
(I’ll float away)
Down the Forth, into the sea
I’ll steer myself
Through chopping waves
As manic gulls
Scream “it’s okay”
Take your life
Give it a shake
Gather up
All your loose change
I think I’ll save suicide for another year
Het Schotse Dance Music is nooit echt goed opgepakt, ook niet postuum, en ook de rol van Justin Lockey heeft er niet aan bij gedragen dat men zich ging verdiepen in dit testament. De dramatiek die met ons gedeeld wordt vanaf Proper Home is pijnlijk en verbitterend. De uptempo harde rocksound camoufleert totaal niet de triestheid in de woorden die Scott bijna smekend aan ons openbaart. Gelijk al wordt je geraakt door de puurheid. Notes on a Life Not Quite Lived is het verslag van een abrupt afgesloten leven, een afscheidsbrief bezongen met een standvastigheid, waardoor de conclusie gesteld kan worden dat de berusting van toekomstige keuzes hier al vast staan.
Maar laten we het album verder ook los proberen te zien van dit alles, en wat dan overblijft is een mooie mix tussen de nodige postpunkfragmenten met een fundament welke zo in de jaren 90 gebouwd had kunnen worden. The Enlightenment is een eerlijke rockende track welke zo tijdens de grunge periode gemaakt had kunnen worden. Teething grijpt meer terug naar de Oosterse klanken, die voorheen door menige bandje in de jaren 80 werden toegevoegd aan het geluid, om het op een mystieke manier in te kleuren. De steeds harder pompende bas laat de energiegolven die al geproduceerd worden hun vrije gang gaan. Als de drum dan die rol over neemt, gaat het helemaal los; veel noise, maar wel juist georkestreerd. Scott weet het geheel standvastig tot een passend akkoord samen te brengen. Wat had die man een heerlijke stem om naar te luisteren.
Bij Peaks & Troughs & Graves heeft de pastorale diepgang zijn overhand, en ook hier weet de gitarist zijn instrument niet onder controle te houden. Verstijfd ervaart hij de klanken die betoverd tevoorschijn lijken te komen. Old Team gaat rustig, bijna geluidloos verder, maar ook al snel volgt de hardere sound, waar de diepgang van de teksten extra krachtig over komen. Het gehaperde noise gebeuren van Must Try Harder krijgt hulp van doffe drumslagen, en doe wat lo-fi aan. Alsof dit eigenlijk in de studio hoorde te blijven, niet klaar voor de buitenwereld. Op die afgeraffelde, nonchalante manier krijgen we A Waste of Daylight voor geschoteld; hier, alstublieft, kijk maar wat je er mee kan doen. Het enige minpuntje is de bange, onzekere, tegen het valse aan gemaakte achtergrondkoor. Totaal geen meerwaarde, want verder is hier niks mis mee. De scherpe afsluiter Bird Is Bored Of Flying doet mij naar meer verlangen, en als ik niet op de hoogte was van het vervolg van Mastersystem dan zou ik hoopvol uit kijken naar een tweede album. Helaas zal dit niet zo kunnen zijn.
Mastersystem – Dance Music | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Fully clothed, I’ll float away
(I’ll float away)
Down the Forth, into the sea
I’ll steer myself
Through chopping waves
As manic gulls
Scream “it’s okay”
Take your life
Give it a shake
Gather up
All your loose change
I think I’ll save suicide for another year
Het Schotse Dance Music is nooit echt goed opgepakt, ook niet postuum, en ook de rol van Justin Lockey heeft er niet aan bij gedragen dat men zich ging verdiepen in dit testament. De dramatiek die met ons gedeeld wordt vanaf Proper Home is pijnlijk en verbitterend. De uptempo harde rocksound camoufleert totaal niet de triestheid in de woorden die Scott bijna smekend aan ons openbaart. Gelijk al wordt je geraakt door de puurheid. Notes on a Life Not Quite Lived is het verslag van een abrupt afgesloten leven, een afscheidsbrief bezongen met een standvastigheid, waardoor de conclusie gesteld kan worden dat de berusting van toekomstige keuzes hier al vast staan.
Maar laten we het album verder ook los proberen te zien van dit alles, en wat dan overblijft is een mooie mix tussen de nodige postpunkfragmenten met een fundament welke zo in de jaren 90 gebouwd had kunnen worden. The Enlightenment is een eerlijke rockende track welke zo tijdens de grunge periode gemaakt had kunnen worden. Teething grijpt meer terug naar de Oosterse klanken, die voorheen door menige bandje in de jaren 80 werden toegevoegd aan het geluid, om het op een mystieke manier in te kleuren. De steeds harder pompende bas laat de energiegolven die al geproduceerd worden hun vrije gang gaan. Als de drum dan die rol over neemt, gaat het helemaal los; veel noise, maar wel juist georkestreerd. Scott weet het geheel standvastig tot een passend akkoord samen te brengen. Wat had die man een heerlijke stem om naar te luisteren.
Bij Peaks & Troughs & Graves heeft de pastorale diepgang zijn overhand, en ook hier weet de gitarist zijn instrument niet onder controle te houden. Verstijfd ervaart hij de klanken die betoverd tevoorschijn lijken te komen. Old Team gaat rustig, bijna geluidloos verder, maar ook al snel volgt de hardere sound, waar de diepgang van de teksten extra krachtig over komen. Het gehaperde noise gebeuren van Must Try Harder krijgt hulp van doffe drumslagen, en doe wat lo-fi aan. Alsof dit eigenlijk in de studio hoorde te blijven, niet klaar voor de buitenwereld. Op die afgeraffelde, nonchalante manier krijgen we A Waste of Daylight voor geschoteld; hier, alstublieft, kijk maar wat je er mee kan doen. Het enige minpuntje is de bange, onzekere, tegen het valse aan gemaakte achtergrondkoor. Totaal geen meerwaarde, want verder is hier niks mis mee. De scherpe afsluiter Bird Is Bored Of Flying doet mij naar meer verlangen, en als ik niet op de hoogte was van het vervolg van Mastersystem dan zou ik hoopvol uit kijken naar een tweede album. Helaas zal dit niet zo kunnen zijn.
Mastersystem – Dance Music | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Matt Berninger - Get Sunk (2025)

3,5
2
geplaatst: 28 juni 2025, 18:34 uur
God loves the inland ocean
Lost cause, I have no emotion
God loves the inland ocean
Lost cause, I have no emotion
No emotion
No emotion
No emotion
Niemand zingt zo mooi over depressies als Matt Berninger en er is niemand die de leegte zo fraai inkleurt. Het is allemaal vaag grijs met soms een klein wolkje diepblauw. Blijft het papier woordloos, benoem dit dan ook. De The National zanger leeft in de zekerheden van de herhaling, heeft een gruwelijke hekel aan muziek zonder emotie, maar wil zichzelf nooit helemaal bloot geven en vlucht in cynisme en een dagelijks fantasieloos bestaan weg. Dat is de houvast van een romanticus die zijn zoektocht opgeeft, omdat er geen winst te behalen valt.
Matt Berninger is de nerd van de klas, het gevaar ontwijkend en die het liefste bij de psycholoog op een sofa in slaap dommelt. De inleidende woorden van Inland Ocean gaan over in het besef dat een goede vriend reeds overleden is. Dood en begraven, te lang gewacht om deze te bezoeken. Matt Berninger bezit op dat moment niet het vermogen om de tekst aan te leveren en vraagt Walter Martin van The Walkmen om hem te assisteren. Ook hierbij geldt dus; het is de gemakkelijkste weg om de confrontatie niet aan te gaan, veilig van een afstand. Hoe gedurfd kwetsbaar is het dat Matt Berninger zijn writer’s block erkent en toegeeft dat hij hiervoor een hulplijn inschakelt.
Verder is hij wel grotendeels verantwoordelijk voor de woorden, die de afgelopen vijf jaar geschreven zijn. Zinsdelen die uiteindelijk elkaar vinden en de songs vormen. Helaas sleutelt hij zolang door waardoor de echtheid regelmatig geëlimineerd wordt. Het is net wat lichtvoetiger en meer onder controle dan op de eerste soloplaat. Zoals hij dus aangeeft, hij filtert zoveel mogelijk zijn gevoelens weg waarna er slechts een vage kern overblijft. Soms heeft een lied niet meer nodig, dan is de beat van No Love de hartslag van een nummer.
En dit mag dus ook. Matt Berninger is slechts de vocalist en bespeelt zelf geen instrumenten. Dat vangnet heeft hij wel degelijk bij The National en bij Serpentine Prison valt dit gemis amper op. De muzikanten zijn het klankbord, die de intimiteit van zijn ideeën in sfeer omzetten. De I Am Easy to Find The National plaat wordt oversneeuwd door een veelvoud aan gastzangers en mist een eigen identiteit. Hier past de zanger hetzelfde trucje met een teveel aan muzikanten toe, wat een soortgelijk eindresultaat oplevert.
Eigenlijk heeft hij genoeg aan Sean O’Brien, een multi-instrumentalist en Sterling Laws een meer dan waardige drummer. Op de eersteling houdt producer Booker T. Jones de soul intact. Ondanks dat Sean O’Brien met deze legende gewerkt heeft, heeft hij deze vaardigheid niet geheel onder de knie. Hij krijgt het slechts bij het prachtige Little by Little klaar om die zielsbeleving op te roepen. Booker T. Jones verschijnt nog eventjes als gastorganist ten tonele, en blinkt vooral bij het afsluitende Times of Difficulty uit.
Get Sunk is geen moeilijke plaat, maar een eerlijke plaat. Wat blijft er van de old-school Bonnet of Pins new wave over als je dat prachtig new wave gitaarspel weglaat, helemaal niets. Maar die akkoorden zijn er dus wel, net als de spaarzame achtergrondzang van Julia Laws (Ronboy). De blazers tillen het geheel naar een andere dimensie, geven Matt Berninger de kracht om het stevig te vervolgen. Hij blijft de outsider die ongewild aan de albumtracks verbonden is. Ergens verlangt hij naar zijn jeugd terug en documenteert Matt Berninger die herinneringen op papier. Nostalgie als zijn testament.
Matt Berninger zal nooit een volmaakt gelukkig mens worden. Zelfs in het liefdesduet Breaking Into Acting, gezongen met Meg Duffy (Hand Habits) domineren de wantrouwende gedachtes. Get Sunk is net zo wispelturig als Matt Berninger, na een goede dag volgen een aantal slechte dagen. Get Sunk is de langzame weg naar de top, met diepe Nowhere Special dalen en troostpieken. Get Sunk kent songs die net wat minder goed op hun plek vallen als op de meer coherente voorganger Serpentine Prison, waardoor het album net wat minder overtuigt. Mooi is het allemaal desalnietemin zeker.
Matt Berninger - Get Sunk | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Lost cause, I have no emotion
God loves the inland ocean
Lost cause, I have no emotion
No emotion
No emotion
No emotion
Niemand zingt zo mooi over depressies als Matt Berninger en er is niemand die de leegte zo fraai inkleurt. Het is allemaal vaag grijs met soms een klein wolkje diepblauw. Blijft het papier woordloos, benoem dit dan ook. De The National zanger leeft in de zekerheden van de herhaling, heeft een gruwelijke hekel aan muziek zonder emotie, maar wil zichzelf nooit helemaal bloot geven en vlucht in cynisme en een dagelijks fantasieloos bestaan weg. Dat is de houvast van een romanticus die zijn zoektocht opgeeft, omdat er geen winst te behalen valt.
Matt Berninger is de nerd van de klas, het gevaar ontwijkend en die het liefste bij de psycholoog op een sofa in slaap dommelt. De inleidende woorden van Inland Ocean gaan over in het besef dat een goede vriend reeds overleden is. Dood en begraven, te lang gewacht om deze te bezoeken. Matt Berninger bezit op dat moment niet het vermogen om de tekst aan te leveren en vraagt Walter Martin van The Walkmen om hem te assisteren. Ook hierbij geldt dus; het is de gemakkelijkste weg om de confrontatie niet aan te gaan, veilig van een afstand. Hoe gedurfd kwetsbaar is het dat Matt Berninger zijn writer’s block erkent en toegeeft dat hij hiervoor een hulplijn inschakelt.
Verder is hij wel grotendeels verantwoordelijk voor de woorden, die de afgelopen vijf jaar geschreven zijn. Zinsdelen die uiteindelijk elkaar vinden en de songs vormen. Helaas sleutelt hij zolang door waardoor de echtheid regelmatig geëlimineerd wordt. Het is net wat lichtvoetiger en meer onder controle dan op de eerste soloplaat. Zoals hij dus aangeeft, hij filtert zoveel mogelijk zijn gevoelens weg waarna er slechts een vage kern overblijft. Soms heeft een lied niet meer nodig, dan is de beat van No Love de hartslag van een nummer.
En dit mag dus ook. Matt Berninger is slechts de vocalist en bespeelt zelf geen instrumenten. Dat vangnet heeft hij wel degelijk bij The National en bij Serpentine Prison valt dit gemis amper op. De muzikanten zijn het klankbord, die de intimiteit van zijn ideeën in sfeer omzetten. De I Am Easy to Find The National plaat wordt oversneeuwd door een veelvoud aan gastzangers en mist een eigen identiteit. Hier past de zanger hetzelfde trucje met een teveel aan muzikanten toe, wat een soortgelijk eindresultaat oplevert.
Eigenlijk heeft hij genoeg aan Sean O’Brien, een multi-instrumentalist en Sterling Laws een meer dan waardige drummer. Op de eersteling houdt producer Booker T. Jones de soul intact. Ondanks dat Sean O’Brien met deze legende gewerkt heeft, heeft hij deze vaardigheid niet geheel onder de knie. Hij krijgt het slechts bij het prachtige Little by Little klaar om die zielsbeleving op te roepen. Booker T. Jones verschijnt nog eventjes als gastorganist ten tonele, en blinkt vooral bij het afsluitende Times of Difficulty uit.
Get Sunk is geen moeilijke plaat, maar een eerlijke plaat. Wat blijft er van de old-school Bonnet of Pins new wave over als je dat prachtig new wave gitaarspel weglaat, helemaal niets. Maar die akkoorden zijn er dus wel, net als de spaarzame achtergrondzang van Julia Laws (Ronboy). De blazers tillen het geheel naar een andere dimensie, geven Matt Berninger de kracht om het stevig te vervolgen. Hij blijft de outsider die ongewild aan de albumtracks verbonden is. Ergens verlangt hij naar zijn jeugd terug en documenteert Matt Berninger die herinneringen op papier. Nostalgie als zijn testament.
Matt Berninger zal nooit een volmaakt gelukkig mens worden. Zelfs in het liefdesduet Breaking Into Acting, gezongen met Meg Duffy (Hand Habits) domineren de wantrouwende gedachtes. Get Sunk is net zo wispelturig als Matt Berninger, na een goede dag volgen een aantal slechte dagen. Get Sunk is de langzame weg naar de top, met diepe Nowhere Special dalen en troostpieken. Get Sunk kent songs die net wat minder goed op hun plek vallen als op de meer coherente voorganger Serpentine Prison, waardoor het album net wat minder overtuigt. Mooi is het allemaal desalnietemin zeker.
Matt Berninger - Get Sunk | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Matt Berninger - Serpentine Prison (2020)

4,5
12
geplaatst: 15 oktober 2020, 20:41 uur
De prachtige geschilderde albumhoes van Serpentine Prison illustreert Matt Berninger alsof hij net precies heeft geposeerd voor het intieme televisieprogramma Sterren op het Doek. Een op leeftijd rakende oudere geest die zich comfortabel ontspannen settelt op een ongemakkelijke stoel. De sobere verzadigde tevreden ouwe lullen huisvader houding. Is Serpentine Prison dan ook een sobere ouwe lullen plaat geworden? Jazeker, maar wel eentje met de schoonheid van een bijzondere hoge klasse, zoals we van de frontman van The National gewend zijn.
Zijn eerste echte soloplaat, die veel sterker aansluit bij zijn identiteit dan de voor Matt Berninger begrippen springende popplaat Return to the Moon die hij samen met Brent Knopf onder de naam EL VY heeft uitgebracht. Toch werkt hij ook nu niet helemaal alleen, en krijgt hij hulp van de multi instrumentalist en tevens befaamde producer Booker T. Jones. Het is hierdoor echter geen standaard vintage soulalbum geheel geworden, maar wel een sfeervolle herfstplaat, die vreemd genoeg al in mei vrijwel afgerond op de plank belandde.
Werd de zanger op I Am Easy to Find nog getriggerd door de bijdrage van vrouwelijke gastzangeressen wat vrij luchtige songs opleverde, hier is de stemming weer kenmerkend somber. Alsof die manische uitspattingen nodig zijn geweest om vervolgens nog dieper in zijn fragiele ziel te duiken, op zoek naar de ware Matt Berninger. Een kwetsbare, licht neurotische persoonlijkheid die zijn singer-songwriterschap loskoppelt van het veilige The National.
Het warme bezielende seventies toetsenwerk van Booker T. Jones in One More Second en het met blazers en strijkers georkestreerde Loved So Little en het zonsverduisterende vredige violenspel van Collar of Your Shirt zorgen ervoor dat de hierdoor verwende vocalist in een heerlijk opgeschud en opgemaakt bedje beland. Het druilerige tijdloze niks moet, alles mag zondagochtend gevoel. Niet vooruit te branden, waarna je partner met een lekker warm kopje koffie komt aanzetten. Dat alles ademt Serpentine Prison in al zijn eenvoud uit.
Het is dan ook geen moeilijke complexe plaat geworden en dat hoeft ook niet. Matt Berninger heeft nog steeds dat breekbare van de underdog in zijn stem, die noodgedwongen de ring betreed. Het is geweldig hoe eerlijk typerend hij die voordeur wijd opent voor de buitenwereld en daarin die heerlijke slide gitaar klanken verwelkomt in de knusse huiskamer beleving van het zalige My Eyes Are T-Shirts. Talrijke verwijzingen naar de jaren tachtig zijn er in het krachtige opzwepende drumwerk en explosieve postpunk gitaaruitbarstingen van het overtreffende ultieme hoogtepunt Distant Axis. Betere popsongs zijn er voor mijn gevoel in 2020 niet verschenen.
Zijn er nog duidelijke verrassingen te horen op Serpentine Prison? Niet echt, al dwalen er op Oh Dearie wel de nodige basis countryrock gitaarakkoorden rond. Geen overduidelijk kampvuur liedje, daarvoor heeft het net teveel de charme van een huiselijke openhaard song. Met de Burt Bacharach achtige instrumentale maniertjes op het afsluitende titelstuk Serpentine Prison wordt op vriendschappelijke wijze de samenwerking met Booker T. Jones passend beëindigd.
De beeldende omgeving van de praat-zingende bariton vocalist is nog altijd gevuld met twijfelingen die in de teksten als stekende muggenbeten pijn blijven doen. Daarnaast zijn er genoeg kleine ongedwongen gelukmomentjes die zich als glinsterende vuurvliegjes in het donker laten vangen. Matt Berninger zal voor eeuwig die depressief ogende zeurende romanticus met een negatief zelfbeeld blijven, de gedeelde openheid siert hem. Serpentine Prison past perfect in deze tijd doordat de intimiteit ook zeker live het beste in een kleinere setting tot zijn recht komt. Het nieuwe beleven staat hierbij sterk op de voorgrond.
Matt Berninger - Serpentine Prison | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Zijn eerste echte soloplaat, die veel sterker aansluit bij zijn identiteit dan de voor Matt Berninger begrippen springende popplaat Return to the Moon die hij samen met Brent Knopf onder de naam EL VY heeft uitgebracht. Toch werkt hij ook nu niet helemaal alleen, en krijgt hij hulp van de multi instrumentalist en tevens befaamde producer Booker T. Jones. Het is hierdoor echter geen standaard vintage soulalbum geheel geworden, maar wel een sfeervolle herfstplaat, die vreemd genoeg al in mei vrijwel afgerond op de plank belandde.
Werd de zanger op I Am Easy to Find nog getriggerd door de bijdrage van vrouwelijke gastzangeressen wat vrij luchtige songs opleverde, hier is de stemming weer kenmerkend somber. Alsof die manische uitspattingen nodig zijn geweest om vervolgens nog dieper in zijn fragiele ziel te duiken, op zoek naar de ware Matt Berninger. Een kwetsbare, licht neurotische persoonlijkheid die zijn singer-songwriterschap loskoppelt van het veilige The National.
Het warme bezielende seventies toetsenwerk van Booker T. Jones in One More Second en het met blazers en strijkers georkestreerde Loved So Little en het zonsverduisterende vredige violenspel van Collar of Your Shirt zorgen ervoor dat de hierdoor verwende vocalist in een heerlijk opgeschud en opgemaakt bedje beland. Het druilerige tijdloze niks moet, alles mag zondagochtend gevoel. Niet vooruit te branden, waarna je partner met een lekker warm kopje koffie komt aanzetten. Dat alles ademt Serpentine Prison in al zijn eenvoud uit.
Het is dan ook geen moeilijke complexe plaat geworden en dat hoeft ook niet. Matt Berninger heeft nog steeds dat breekbare van de underdog in zijn stem, die noodgedwongen de ring betreed. Het is geweldig hoe eerlijk typerend hij die voordeur wijd opent voor de buitenwereld en daarin die heerlijke slide gitaar klanken verwelkomt in de knusse huiskamer beleving van het zalige My Eyes Are T-Shirts. Talrijke verwijzingen naar de jaren tachtig zijn er in het krachtige opzwepende drumwerk en explosieve postpunk gitaaruitbarstingen van het overtreffende ultieme hoogtepunt Distant Axis. Betere popsongs zijn er voor mijn gevoel in 2020 niet verschenen.
Zijn er nog duidelijke verrassingen te horen op Serpentine Prison? Niet echt, al dwalen er op Oh Dearie wel de nodige basis countryrock gitaarakkoorden rond. Geen overduidelijk kampvuur liedje, daarvoor heeft het net teveel de charme van een huiselijke openhaard song. Met de Burt Bacharach achtige instrumentale maniertjes op het afsluitende titelstuk Serpentine Prison wordt op vriendschappelijke wijze de samenwerking met Booker T. Jones passend beëindigd.
De beeldende omgeving van de praat-zingende bariton vocalist is nog altijd gevuld met twijfelingen die in de teksten als stekende muggenbeten pijn blijven doen. Daarnaast zijn er genoeg kleine ongedwongen gelukmomentjes die zich als glinsterende vuurvliegjes in het donker laten vangen. Matt Berninger zal voor eeuwig die depressief ogende zeurende romanticus met een negatief zelfbeeld blijven, de gedeelde openheid siert hem. Serpentine Prison past perfect in deze tijd doordat de intimiteit ook zeker live het beste in een kleinere setting tot zijn recht komt. Het nieuwe beleven staat hierbij sterk op de voorgrond.
Matt Berninger - Serpentine Prison | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Matthews Baartmans Conspiracy - Distant Chatter (2021)

3,5
0
geplaatst: 17 januari 2022, 17:04 uur
Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Bescheidenheid is een mooie eigenschap. De in het Brabantse Boxmeer woonachtige BJ Baartmans is met zijn nuchtere onderschikkende rol vooral in het zuiden van het land een geliefd producer van grote naam. Een wezenlijk verschil met zijn vanuit de grote steden opererende collega’s is dat BJ Baartmans de muzikanten centraal stelt, deze observeert en motiveert en in alles vanuit die denkwijze te werk gaat en desnoods zelf de ontbrekende instrumenten inspeelt. BJ Baartmans werkt de laatste jaren intensief met oudgediende Jack Poels van Rowwen Hèze en het zeer hoog beoordeelde rootstalent Etan Huijs samen, deelde daarvoor als gitarist het podium met JW Roy, André Manuel en Frans Pollux en heeft tevens nog tijd over voor de nodige eigen ondernemingen als Wild Verband en The Matthews Baartmans Conspiracy.
Iain Matthews is al een aantal jaren een ingeburgerde inwoner van het Limburgse Horst, thuisbasis van Rowwen Hèze, Heideroosjes en Afterpartees. Deze van oorsprong Britse folkartiest schitterde in een grijs verleden bij het legendarische Fairport Convention voordat hij ruim vijftig jaar geleden besluit om een solo carrière op te starten. Iain Matthews treft BJ Baartmans als laatstgenoemde het podium deelt van de Amerikaanse singer-songwriter Eugene Ruffolo. Dit vormt het startpunt van een voedzame samenwerking die alweer bijna twintig jaar lang voortduurt. De rol van BJ Baartmans wordt steeds groter. In eerste instantie vervuld hij een gastaandeel in het heropgerichte Matthews Southern Comfort, vervolgens gaat hij aan de slag als producer en de laatste jaren vormt het tweetal de stabiele basis voor The Matthews Baartmans Conspiracy.
Ondanks de druilerige verregende herfstsfeer is Distant Chatter juist in de lente opgenomen. Een intieme verslaglegging van dit bijzondere project, waarbij de zachtheid van beide artiesten een bijzondere rol vervullen. Soms bijna fluisterend, vervolgens breed uitpakkend met heerlijk soleerwerk van BJ Baartmans. Meestal klein gehouden in huiskamerconcertsfeer, dan weer huiveringwekkend mooi in emotioneel breekbare samenzang. Vriendschap lijkt hierbij het kernbegrip te zijn. Twee geroutineerde muzikanten die elkaars gevoelens delen en op prachtige wijze vorm geven. Het is vooral opvallend hoe BJ Baartmans die kenmerkende bescheidenheid voorzichtig van zich los schud en zichzelf nog meer dan ooit gelijkwaardig met de Britse bard Iain Matthews opstelt.
In Sleepwalking loopt de zomer ten einde, de winterslaap kondigt zich aan. BJ Baartmans laat zijn gitaar heerlijk janken in stemmig gedempt Indian Summer avondrood. Het verhalende eenzame The Corner of Sad and Lonely krijgt een steviger rockrandje mee, maar blijft aan de veiliger rand van intimiteit balanceren. Writing Off the Blues. Dit is de hedendaagse blues, het leed van de daadkrachtige wereld die steeds verder de afgrond in glijdt. I’ve Gone Missing, het gemis van het publiekelijk gezelschap; de ingecalculeerde grapjes bij de aankondiging van de nummers, het geamuseerd nababbelen in de foyer. Momenten die bijna een nostalgische waarde oproepen, omdat het alweer zo’n eeuwigheid geleden is. Vervaagd tot een schaduw die geketend vanuit de muur in Here’s Looking at You noodgedwongen van een afstand toekijkt.
De pandemie is een mokerslag voor de aan banden gelegde cultuursector. De stilstand heeft een slopend effect op de muzikanten die in alle onzekerheden al ruim 14 Months (tel er ondertussen maar een half jaar bij op) thuiszitten en vrezen voor de weinig hoopvolle toekomst. Het komt zelden voor dat een artiest zo letterlijk zijn wanhoop over de pandemie uitschrijft, maar het is dus wel de uitzichtloze situatie waarin men verkeerd. Het uptempo Are You a Racist en het grimmige All That Glitters zijn juist aanklachten tegen de egocentrische maatschappij, waarbij het aanvallend hokjes denken de helende kracht van de liefde naar de achtergrond verdringt. Zo passende in het in tweestrijd verkerende tijdsbeeld, en tevens een reactie op het anoniem via sociale media je mening verkondigen.
Distant Chatter is een muzikaal schetsboek, bestaande uit zwartgeverfde pagina’s waardoorheen de schoonheid en de noodzaak van het muzikantenbestaan het licht werpt op deze roerige tijden. De zoveelste coronaplaat, waarbij afgelaste pleinfeesten en de angst voor nog meer verdeeldheid de boventoon voert. Toch is het geen negatieve plaat, maar vooral een verslaglegging van het heimelijke warme verlangen om weer oog in oog met de toeschouwers te staan. Is This It, ik hoop het van niet. Laat het een start zijn van een mooi nieuw hoofdstuk, de woorden zijn uitgeschreven, nu nog in een ander context plaatsen. Voltooid verleden tijd.
The Matthews Baartmans Conspiracy - Distant Chatter | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Iain Matthews is al een aantal jaren een ingeburgerde inwoner van het Limburgse Horst, thuisbasis van Rowwen Hèze, Heideroosjes en Afterpartees. Deze van oorsprong Britse folkartiest schitterde in een grijs verleden bij het legendarische Fairport Convention voordat hij ruim vijftig jaar geleden besluit om een solo carrière op te starten. Iain Matthews treft BJ Baartmans als laatstgenoemde het podium deelt van de Amerikaanse singer-songwriter Eugene Ruffolo. Dit vormt het startpunt van een voedzame samenwerking die alweer bijna twintig jaar lang voortduurt. De rol van BJ Baartmans wordt steeds groter. In eerste instantie vervuld hij een gastaandeel in het heropgerichte Matthews Southern Comfort, vervolgens gaat hij aan de slag als producer en de laatste jaren vormt het tweetal de stabiele basis voor The Matthews Baartmans Conspiracy.
Ondanks de druilerige verregende herfstsfeer is Distant Chatter juist in de lente opgenomen. Een intieme verslaglegging van dit bijzondere project, waarbij de zachtheid van beide artiesten een bijzondere rol vervullen. Soms bijna fluisterend, vervolgens breed uitpakkend met heerlijk soleerwerk van BJ Baartmans. Meestal klein gehouden in huiskamerconcertsfeer, dan weer huiveringwekkend mooi in emotioneel breekbare samenzang. Vriendschap lijkt hierbij het kernbegrip te zijn. Twee geroutineerde muzikanten die elkaars gevoelens delen en op prachtige wijze vorm geven. Het is vooral opvallend hoe BJ Baartmans die kenmerkende bescheidenheid voorzichtig van zich los schud en zichzelf nog meer dan ooit gelijkwaardig met de Britse bard Iain Matthews opstelt.
In Sleepwalking loopt de zomer ten einde, de winterslaap kondigt zich aan. BJ Baartmans laat zijn gitaar heerlijk janken in stemmig gedempt Indian Summer avondrood. Het verhalende eenzame The Corner of Sad and Lonely krijgt een steviger rockrandje mee, maar blijft aan de veiliger rand van intimiteit balanceren. Writing Off the Blues. Dit is de hedendaagse blues, het leed van de daadkrachtige wereld die steeds verder de afgrond in glijdt. I’ve Gone Missing, het gemis van het publiekelijk gezelschap; de ingecalculeerde grapjes bij de aankondiging van de nummers, het geamuseerd nababbelen in de foyer. Momenten die bijna een nostalgische waarde oproepen, omdat het alweer zo’n eeuwigheid geleden is. Vervaagd tot een schaduw die geketend vanuit de muur in Here’s Looking at You noodgedwongen van een afstand toekijkt.
De pandemie is een mokerslag voor de aan banden gelegde cultuursector. De stilstand heeft een slopend effect op de muzikanten die in alle onzekerheden al ruim 14 Months (tel er ondertussen maar een half jaar bij op) thuiszitten en vrezen voor de weinig hoopvolle toekomst. Het komt zelden voor dat een artiest zo letterlijk zijn wanhoop over de pandemie uitschrijft, maar het is dus wel de uitzichtloze situatie waarin men verkeerd. Het uptempo Are You a Racist en het grimmige All That Glitters zijn juist aanklachten tegen de egocentrische maatschappij, waarbij het aanvallend hokjes denken de helende kracht van de liefde naar de achtergrond verdringt. Zo passende in het in tweestrijd verkerende tijdsbeeld, en tevens een reactie op het anoniem via sociale media je mening verkondigen.
Distant Chatter is een muzikaal schetsboek, bestaande uit zwartgeverfde pagina’s waardoorheen de schoonheid en de noodzaak van het muzikantenbestaan het licht werpt op deze roerige tijden. De zoveelste coronaplaat, waarbij afgelaste pleinfeesten en de angst voor nog meer verdeeldheid de boventoon voert. Toch is het geen negatieve plaat, maar vooral een verslaglegging van het heimelijke warme verlangen om weer oog in oog met de toeschouwers te staan. Is This It, ik hoop het van niet. Laat het een start zijn van een mooi nieuw hoofdstuk, de woorden zijn uitgeschreven, nu nog in een ander context plaatsen. Voltooid verleden tijd.
The Matthews Baartmans Conspiracy - Distant Chatter | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Mauro Pawlowski - Eternal Sunday Drive (2021)

4,0
2
geplaatst: 9 september 2021, 15:55 uur
De voormalige frontman van het manische Evil Superstars heeft eigenlijk nooit stil gezeten, en de afgelopen jaren onder andere veel studiotijd doorgebracht met Kloot Per W en Rudy Trouvé. De drukte rondom Mauro Pawlowski zal de komende periode ook niet afnemen. Net nu hij van zich laat horen met een nieuwe afgeronde soloplaat wordt hij gevraagd om de vrijgekomen plek van Bruno De Groote bij dEUS te vervullen. Natuurlijk slaat hij dit aanbod niet af, en voegt zich in ieder geval tijdelijk bij zijn voormalige collega’s. Een druk toerschema tot gevolg, welke hij combineert met de promotieconcerten van Eternal Sunday Drive.
Na het fraaie Nederlandstalige singer-songwriter album Afscheid in Kloten is Eternal Sunday Drive een sfeervolle vintage rockplaat geworden. De muzikale kameleon past zich aan zijn omgeving aan, die deze keer stukken donkerder kleurt. Je herkent het wel, het gevoel van de ondergaande zon tegenmoed rijdend, de drukke werkweek te resetten om vervolgens met een opgeladen accu onzichtbaar te verdwijnen in de sleur van de maandag ochtend. Groundhog Day, elke dag hetzelfde kantoor, elke dag dezelfde collega humor en elke dag weer die dagelijkse vermelding van de files. Always Someone is loom zomers en lui. De trutterige burgerlijkheid van een rockartiest in een opgelegde rusttoestand, in zijn rol als echtgenoot en huisvader. De stilstand heeft geleid tot het ontwaken. Ontvluchten, ontvluchten, ontvluchten.
Dat ontvluchten gebeurt in de grote steden, met afkoopbare romantiek en de onvoorspelbare mystiek van het onvoorspelbare. De broeierigheid aan de vooravond van het uitnodigende nachtleven. Leaving Montreux is inktblauw, verlaten en thuiskomen. De flikkerende neonlichten boven de bordeauxrode clubs. In extase rakend in retro disco’s met op de achtergrond de beheerst funkende eighties white man Roxy Music soul van Godmade Trouble. Mauro Pawlowski beademt het gevoel van de opgedrongen leegte door de ruimte te verlichten met een ingehouden orgasme aan schitterende duistere lancerende gitaarlijnen. De verboden intimiteit van een verloren ziel, hunkerend naar het onbereikbare. Het gaat stukken verder dan een zoektocht naar de liefde, al loopt deze zeker als een rode draad door Eternal Sunday Drive heen.
De abrupt verstoten muzikaliteit brengt je tot de grenzen van het ongeduld. Een anarchistische revolutionaire herstart in het opgefokte freakende eigenzinnigheid van What it Takes. Ga de straten op, ga dansen, ga entertainen. Wees behoedzaam en doorbreek de sleur door je demonstratief te verzetten tegen de vastgelegde regels die niet gelijkgezind zijn met de jouwe. Het ingetogen Playing is de nieuwe lente gevuld met concerten, met liedjes die speciaal voor ons geschreven zijn. Geen slotakkoord, maar juist een doorstart.
Mauro Pawlowski - Eternal Sunday Drive | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Na het fraaie Nederlandstalige singer-songwriter album Afscheid in Kloten is Eternal Sunday Drive een sfeervolle vintage rockplaat geworden. De muzikale kameleon past zich aan zijn omgeving aan, die deze keer stukken donkerder kleurt. Je herkent het wel, het gevoel van de ondergaande zon tegenmoed rijdend, de drukke werkweek te resetten om vervolgens met een opgeladen accu onzichtbaar te verdwijnen in de sleur van de maandag ochtend. Groundhog Day, elke dag hetzelfde kantoor, elke dag dezelfde collega humor en elke dag weer die dagelijkse vermelding van de files. Always Someone is loom zomers en lui. De trutterige burgerlijkheid van een rockartiest in een opgelegde rusttoestand, in zijn rol als echtgenoot en huisvader. De stilstand heeft geleid tot het ontwaken. Ontvluchten, ontvluchten, ontvluchten.
Dat ontvluchten gebeurt in de grote steden, met afkoopbare romantiek en de onvoorspelbare mystiek van het onvoorspelbare. De broeierigheid aan de vooravond van het uitnodigende nachtleven. Leaving Montreux is inktblauw, verlaten en thuiskomen. De flikkerende neonlichten boven de bordeauxrode clubs. In extase rakend in retro disco’s met op de achtergrond de beheerst funkende eighties white man Roxy Music soul van Godmade Trouble. Mauro Pawlowski beademt het gevoel van de opgedrongen leegte door de ruimte te verlichten met een ingehouden orgasme aan schitterende duistere lancerende gitaarlijnen. De verboden intimiteit van een verloren ziel, hunkerend naar het onbereikbare. Het gaat stukken verder dan een zoektocht naar de liefde, al loopt deze zeker als een rode draad door Eternal Sunday Drive heen.
De abrupt verstoten muzikaliteit brengt je tot de grenzen van het ongeduld. Een anarchistische revolutionaire herstart in het opgefokte freakende eigenzinnigheid van What it Takes. Ga de straten op, ga dansen, ga entertainen. Wees behoedzaam en doorbreek de sleur door je demonstratief te verzetten tegen de vastgelegde regels die niet gelijkgezind zijn met de jouwe. Het ingetogen Playing is de nieuwe lente gevuld met concerten, met liedjes die speciaal voor ons geschreven zijn. Geen slotakkoord, maar juist een doorstart.
Mauro Pawlowski - Eternal Sunday Drive | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Mayflower Madame - Insight (2024)

3,5
2
geplaatst: 17 november 2024, 12:41 uur
Hoe naargeestig profetisch kan een albumtitel zijn. Na het galmende Observed in a Dream brengt Mayflower Madame het ijzige Prepared for a Nightmare uit. Een nachtmerrie die wel heel dichtbij komt als frontman Trond Fagernes met persoonlijk verdriet geconfronteerd wordt. Bij Insight toont hij zichzelf van zijn meest kwetsbare kant. Een verheugde zwangerschap gaat van het ene op het andere moment tot intens verdriet over. Samen met zijn partner worden ze de ouders van doodgeboren dochter Marion, en dan stort je wereld wel in één klap in. Geen roze wolk, maar een tranendal aan onweersbuien.
Insight is het verwerken van rouw, waar Trond Fagernes samen met drummer Ola J. Kyrkjeeide dit hartzeer in muziek omzet. Gesteund door gitarist Rune Overby en toetsenist Kenneth Eknes bouwen ze aan een negental tracks, waar buiten dat overstijgende gemis onderwerpen als geloof, kansloze relaties en drugsverslavingen aan bod komen. Insight is een deprimerende “de blaadjes vallen weer” album, de uitgestelde herfst steelt het laatste zuchtje adem van de zomer.
Ocean of Bitterness herplaatst het toekomstperspectief in een totaal ander context. Je stelt je leven in om deze breed te delen, maar krijgt er leegte voor terug. De theatrale mineurstemmende gothic is gelijk aan de uitzichtloze klaagzang van Trond Fagernes. Verdoofd en hulpeloos staat de melancholische romanticus op de Noorse klif letterlijk tussen hemel en aarde. Slechts een stap verwijderd van de eeuwigheid, slechts een stap verwijderd van het leven. Een stap vooruit staat hier juist voor het einde, een stap terug aan veiligheid. Tightrope Walker, de duivel beweegt zich in extase schaduw dansend voort, klaar om dat laatste duwtje te geven.
Na die Ocean of Bitterness keuze is het krachtige A Foretold Ecstasy een logisch vervolg. Heil zoeken in drugs en nachtelijk escapisme. Dansbare postpunk met het basfundament van Trond Fagernes en de kletterende waterval van Ola J. Kyrkjeeide die de woekerende storm in bedwang houdt. Waarom staat God mij niet bij, wat heb ik verkeerd gedaan? Badend in het zweet komen de muren en het plafond steeds dichterbij, totdat je gevangen in een ruimte zo groot als een luciferdoosje in slaap valt, hopend nooit meer te ontwaken.
Met het psycho psychedelische Never Sever dreampop tasten we dieper de onderliggende pijngrenzen af. Is het een straf voor het roekeloze gedrag uit het verleden? We modderen in de moeraspoel des verderf rond, en verdrinken in onze hoofdzondes. De hogere kracht trekt aan de Marionette touwtjes, wat verder tevens ook een verwijzing naar de naam van zijn dochter is. Het voelt hierdoor als een offer aan. God geeft liefde en eist een ziel terug. Een slangenkuil aan kronkelende basakkoorden geven de verbale demonische vocale diepte een weerwoord.
Het schroothoop industriële Crippled Crow, de dood is slechts een stukje sterven, gebakerd in een paars boetekleed. Queen of the Underworld, een ongewenst vaarwel. Donker als de naderende afgrond, donker als een jong graf. De duisternis waakt over de Paint It All in Blue drang om helende oplossingen toe te passen. Het teruggrijpen naar het destructieve genot. Om te vergeten, om de realiteit niet onder ogen te komen. Bedwelmend, ziekelijk koortsig, met herhalende patronen. Het trauma leeft in de Insight for the Mourning Hours treurnis voort, en zal nooit een bevredigende plek krijgen.
Producer Maurizio Baggio bewijst bij de elektro synthpop band Boy Harsher al dat hij als geen ander die zware eightiessound kan oproepen. Het is de vintage duistere wave benadering wat het geheel in beweging zet. Een hoog jaren tachtig gehalte wat bij het vasthouden past, de agressie zit hem in het hemelse loslaten van dit geschenk. Insight bevestigt dit alleen maar. Veertig jaar geleden zou het schijfje mijn cd-speler voor een week niet verlaten, nu is het een mooie extra toegevoegde alinea van een afgesloten periode. De noodzaak voor mij ontbreekt, maar de noodzaak is voor Trond Fagernes wel van groot belang.
Mayflower Madame - Insight | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Insight is het verwerken van rouw, waar Trond Fagernes samen met drummer Ola J. Kyrkjeeide dit hartzeer in muziek omzet. Gesteund door gitarist Rune Overby en toetsenist Kenneth Eknes bouwen ze aan een negental tracks, waar buiten dat overstijgende gemis onderwerpen als geloof, kansloze relaties en drugsverslavingen aan bod komen. Insight is een deprimerende “de blaadjes vallen weer” album, de uitgestelde herfst steelt het laatste zuchtje adem van de zomer.
Ocean of Bitterness herplaatst het toekomstperspectief in een totaal ander context. Je stelt je leven in om deze breed te delen, maar krijgt er leegte voor terug. De theatrale mineurstemmende gothic is gelijk aan de uitzichtloze klaagzang van Trond Fagernes. Verdoofd en hulpeloos staat de melancholische romanticus op de Noorse klif letterlijk tussen hemel en aarde. Slechts een stap verwijderd van de eeuwigheid, slechts een stap verwijderd van het leven. Een stap vooruit staat hier juist voor het einde, een stap terug aan veiligheid. Tightrope Walker, de duivel beweegt zich in extase schaduw dansend voort, klaar om dat laatste duwtje te geven.
Na die Ocean of Bitterness keuze is het krachtige A Foretold Ecstasy een logisch vervolg. Heil zoeken in drugs en nachtelijk escapisme. Dansbare postpunk met het basfundament van Trond Fagernes en de kletterende waterval van Ola J. Kyrkjeeide die de woekerende storm in bedwang houdt. Waarom staat God mij niet bij, wat heb ik verkeerd gedaan? Badend in het zweet komen de muren en het plafond steeds dichterbij, totdat je gevangen in een ruimte zo groot als een luciferdoosje in slaap valt, hopend nooit meer te ontwaken.
Met het psycho psychedelische Never Sever dreampop tasten we dieper de onderliggende pijngrenzen af. Is het een straf voor het roekeloze gedrag uit het verleden? We modderen in de moeraspoel des verderf rond, en verdrinken in onze hoofdzondes. De hogere kracht trekt aan de Marionette touwtjes, wat verder tevens ook een verwijzing naar de naam van zijn dochter is. Het voelt hierdoor als een offer aan. God geeft liefde en eist een ziel terug. Een slangenkuil aan kronkelende basakkoorden geven de verbale demonische vocale diepte een weerwoord.
Het schroothoop industriële Crippled Crow, de dood is slechts een stukje sterven, gebakerd in een paars boetekleed. Queen of the Underworld, een ongewenst vaarwel. Donker als de naderende afgrond, donker als een jong graf. De duisternis waakt over de Paint It All in Blue drang om helende oplossingen toe te passen. Het teruggrijpen naar het destructieve genot. Om te vergeten, om de realiteit niet onder ogen te komen. Bedwelmend, ziekelijk koortsig, met herhalende patronen. Het trauma leeft in de Insight for the Mourning Hours treurnis voort, en zal nooit een bevredigende plek krijgen.
Producer Maurizio Baggio bewijst bij de elektro synthpop band Boy Harsher al dat hij als geen ander die zware eightiessound kan oproepen. Het is de vintage duistere wave benadering wat het geheel in beweging zet. Een hoog jaren tachtig gehalte wat bij het vasthouden past, de agressie zit hem in het hemelse loslaten van dit geschenk. Insight bevestigt dit alleen maar. Veertig jaar geleden zou het schijfje mijn cd-speler voor een week niet verlaten, nu is het een mooie extra toegevoegde alinea van een afgesloten periode. De noodzaak voor mij ontbreekt, maar de noodzaak is voor Trond Fagernes wel van groot belang.
Mayflower Madame - Insight | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Mazzy Star - So Tonight That I Might See (1993)

3,5
1
geplaatst: 8 februari 2013, 02:02 uur
Fade Into You bevat die typerende jaren 90 sound.
Rustige gitaarmuziek in de stijl van REM ondersteund met een zwoele vrouwenstem.
Misschien wel het ultieme nummer om de soundtrack van de jaren 90 mee in te luiden.
Wel zo’n geval waarbij ik tot de conclusie moet komen, dat ik het juist in die periode nooit ergens hoorde, terwijl de radio toen vrijwel geïmplanteerd was in mijn lichaam.
Als een hedendaagse Robocop sleurde ik dat stuk ijzer met mij mee, de juiste alternatieve lijstjes volgend.
Nee, Mazzy Star stond niet in mijn geheugen geprent, zelfs geen moment van herkenning toen ik pakweg een half jaar geleden waarschijnlijk voor de eerste keer Fade Into You hoorde.
De druggy sound zet zich vervolgens door in Bells Ring, waarbij ik aan Velvet Underground moet denken, was het daar nog sprake van I’m Waiting For The Man, bij Bells Ring is de dealer eindelijk gearriveerd.
Mazzy Star weet de jaren zestig vibe vervolgens aardig vast te houden, het orgeltje in Mary Of Silence zou zo in de lang uitgesponnen The Doors nummers gebruikt kunnen worden.
Het galmende stemgeluid van Hope Sandoval begint nog niet te irriteren, maar ze had voor mij wel meer naar de voorgrond mogen treden, om heerlijk door het snerpende geluid heen te snijden.
Het beeld van Natural Born Killers dringt in mij op, met Hope in de rol van de wereld vervreemdende Juliette Lewis, die met een vleesmes vakkundig en neuriënd haar slachtoffers bewerkt.
Blue Light is Twin Peaks, maar dan zonder Julee Cruise.
Mazzy Star ontwikkeld zich op So Tonight That I Might See als een jonger, nog in ontwikkeling zijnde zusje van 10.000 Maniacs en Cowboy Junkies; gitaarrock met de nodige country invloeden.
Bij She's My Baby komt regelmatig door het moeras der galmen een echte stem boven drijven.
Een mysterieuze wanHope met een stuurloos klinkend gitaar die de jamruimte niet is ontvlucht.
Soms kijkt de oudere tante Patti Smith liefdevol mee over de schouder, om zich vervolgens op de veranda, zittend in haar schommelstoel weer in haar breiwerk te verdiepen.
Wasted is plattelands blues, zwoegend op het land onder de brandende zon.
Afsluiter So Tonight That I Might See is weer Velvet Underground; muzikaal bijna een kopie van Venus In Furs.
Maar dan wel eentje in de aandrang om alles uit te proberen, en zich rebels op te stellen.
Toch is het huwelijk tussen band en zangeres niet geheel bindend, te vaak lijken ze zich op een andere golflengte te bevinden, waardoor het niet altijd geslaagd over komt, maar zo’n geweldige opener maakt alles goed.
Soms net teveel het gevoel van een haastklus.
Rustige gitaarmuziek in de stijl van REM ondersteund met een zwoele vrouwenstem.
Misschien wel het ultieme nummer om de soundtrack van de jaren 90 mee in te luiden.
Wel zo’n geval waarbij ik tot de conclusie moet komen, dat ik het juist in die periode nooit ergens hoorde, terwijl de radio toen vrijwel geïmplanteerd was in mijn lichaam.
Als een hedendaagse Robocop sleurde ik dat stuk ijzer met mij mee, de juiste alternatieve lijstjes volgend.
Nee, Mazzy Star stond niet in mijn geheugen geprent, zelfs geen moment van herkenning toen ik pakweg een half jaar geleden waarschijnlijk voor de eerste keer Fade Into You hoorde.
De druggy sound zet zich vervolgens door in Bells Ring, waarbij ik aan Velvet Underground moet denken, was het daar nog sprake van I’m Waiting For The Man, bij Bells Ring is de dealer eindelijk gearriveerd.
Mazzy Star weet de jaren zestig vibe vervolgens aardig vast te houden, het orgeltje in Mary Of Silence zou zo in de lang uitgesponnen The Doors nummers gebruikt kunnen worden.
Het galmende stemgeluid van Hope Sandoval begint nog niet te irriteren, maar ze had voor mij wel meer naar de voorgrond mogen treden, om heerlijk door het snerpende geluid heen te snijden.
Het beeld van Natural Born Killers dringt in mij op, met Hope in de rol van de wereld vervreemdende Juliette Lewis, die met een vleesmes vakkundig en neuriënd haar slachtoffers bewerkt.
Blue Light is Twin Peaks, maar dan zonder Julee Cruise.
Mazzy Star ontwikkeld zich op So Tonight That I Might See als een jonger, nog in ontwikkeling zijnde zusje van 10.000 Maniacs en Cowboy Junkies; gitaarrock met de nodige country invloeden.
Bij She's My Baby komt regelmatig door het moeras der galmen een echte stem boven drijven.
Een mysterieuze wanHope met een stuurloos klinkend gitaar die de jamruimte niet is ontvlucht.
Soms kijkt de oudere tante Patti Smith liefdevol mee over de schouder, om zich vervolgens op de veranda, zittend in haar schommelstoel weer in haar breiwerk te verdiepen.
Wasted is plattelands blues, zwoegend op het land onder de brandende zon.
Afsluiter So Tonight That I Might See is weer Velvet Underground; muzikaal bijna een kopie van Venus In Furs.
Maar dan wel eentje in de aandrang om alles uit te proberen, en zich rebels op te stellen.
Toch is het huwelijk tussen band en zangeres niet geheel bindend, te vaak lijken ze zich op een andere golflengte te bevinden, waardoor het niet altijd geslaagd over komt, maar zo’n geweldige opener maakt alles goed.
Soms net teveel het gevoel van een haastklus.
Meadowlake - where the mountain meets the sea (2024)

4,0
1
geplaatst: 20 september 2024, 15:55 uur
De sympathieke Big Thief gitarist Buck Meek heeft amper zijn Haunted Mountain soloplaat uitgebracht als hij in contact met het Groningse Meadowlake komt. Sterker nog hij nodigt de shoegaze indiefolk rockers uit om in zijn kersverse studio een album op te nemen. ‘Wij hebben vorig jaar een onvergetelijk avontuur beleefd in het idyllische Topanga te Californië’, aldus drummer Tjeerd Bennink, dat eindresultaat willen we graag met jullie delen’. Na het al niet misselijke debuut Meadowlake spreken we ons enthousiasme bij het daarop aansluitende Wait For Me uit. Wait For Me is dan ook een coherente. Uitnodigend en herkenbaar, maar net even anders dan de vorige plaat. Een onomstotelijk bewijs dat de band meer dan een belofte is.
Where The Mountain Meets the Sea voldoet aan deze verwachtingen. Het aanbod van Buck Meek is meer dan een vriendendienst. Hij denkt samen met zijn partner Germaine Dunes mee in het opnameproces. Om de onderliggende krachtbronnen van de Rivers single dat gevoel van letterlijke ruimtelijke vrijheid mee te geven verbouwt Buck Meek een gitaar om een unieke sound te creëren. Het zijn de surfklanken van een voorzichtige beoefenaar die vroeg in de ochtend zijn kans grijpt en voor de eerste keer de golven trotseert. Onwennig neemt Meadowlake de omgeving in zich op, adembenemend bijna. Toeristen die hun bevindingen niet in foto’s vastleggen, maar er juist nummers over schrijven.
Toetsenist Gertine Veenstra is met haar verzachtende luisterzang nog steeds van de partij. Gitarist Erik de Breij en bassist Sélina Aerts zijn in alle stilte vertrokken, waardoor er een sterk op elkaar ingespeelde drie-eenheid overblijft. Je moet ergens beginnen, en voor mij vormt Rivers dat uitgangspunt. Rivers is meer dan die prachtige gitaarlijnen. Het is vooral Tjeerd Bennink die dat stoffige lome zanderige uit zijn drumpartijen tevoorschijn tovert. Songwriter Jarno Olijve schetst de omgeving, en kleurt deze goudbruin in. Where The Mountain Meets the Sea is een reisverslag, een routebeschrijving met het kompas gericht op het zuiden.
De Verenigde Staten voelen vertrouwd aan. America is het gevoel van thuiskomen, de pelgrimstocht naar het Beloofde Land. Door het stratennummerschema in New York heb je geen gids nodig. De stad neemt je bij de hand en laat je vervolgens beetje bij beetje iets meer los. America rockt volgens de decennia ’s aan rockgeschiedenis. Voorzichtig stevig, voorzichtig verkennend met een veelvoud aan jaren negentig gitaarrock verwijzingen. Believe is het nachtelijk ontwaken in wantrouwen. De twijfel versterkt door het gezonde gevoel van heimwee.
Misleidende Deathray regenboogstralen kunnen tevens een vernietigende werking hebben. Een naargeestig voorgevoel dat aan al het geluk een voortijdig einde komt. Deathray knarst vragend als een piekerende gedachtegang, en draagt een duistere schaduw met zich mee. Dan is het tijd voor Buck Meek om zich met het proces te bemoeien. Hij laat het trio in Gold aarden en zelfbewuster met het leefklimaat spelen. Het is de vergelijkbare natuurbeleving van Big Thief die Dragon New Warm Mountain I Believe in You ook in het verdorde hete Tucson woestijngebied uitwerkt. Uit niets iets moois scheppen. Tjeerd Bennink pakt daarbij de rol als katalysator op, en tilt het dromerige tempo naar een hoger level. Lost laat je prettig in de leegte verdwalen, en deze als een vriend omarmen. Ook hier geldt de kracht van het minimalistische, de emotie van het onbekende.
Het kleine opbouwende Nothing Will Hold Me Back liefdesliedje is prachtig in zijn eenvoud. Breekbaar, puur en een tikkeltje onzeker. Juist die kwetsbaarheid is zo herkenbaar. Samen de strijd aangaan, samen overwinnen. Het singer-songwriterstalent komt het beste bij tracks als Over naar boven. Jarno Olijve is een beeldende verhalenverteller, die de zachtheid in zijn stem laat spreken. Rope bezit typische The National breaks, lekker tegendraads speels en toch binnen de lijntjes. Meadowlake moet het niet van de moeilijkdoenerij hebben en dat siert ze.
Bij de bijna traditionele Wide Awake folkrock moet ik net als de uitbundige gitaarakkoorden van Nothing Will Hold Me Back aan U2 denken. Die brengen namelijk ooit de Wide Awake in America EP uit. In principe bewandelen ze dezelfde weg bij The Joshua Tree. Dezelfde kale vlaktes, dezelfde broeierige hitte, in een korte tijd volwassen worden. Al is hun blik op de Verenigde Staten net wat wantrouwender, beangstigender. Het is de kunst van Meadowlake om dicht bij zichzelf te blijven, en daarin zijn ze ruimschoots geslaagd. Where The Mountain Meets the Sea overtreft de eerder verschenen platen en straalt overduidelijk een internationaal karakter uit.
Meadowlake - Where The Mountain Meets the Sea | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Where The Mountain Meets the Sea voldoet aan deze verwachtingen. Het aanbod van Buck Meek is meer dan een vriendendienst. Hij denkt samen met zijn partner Germaine Dunes mee in het opnameproces. Om de onderliggende krachtbronnen van de Rivers single dat gevoel van letterlijke ruimtelijke vrijheid mee te geven verbouwt Buck Meek een gitaar om een unieke sound te creëren. Het zijn de surfklanken van een voorzichtige beoefenaar die vroeg in de ochtend zijn kans grijpt en voor de eerste keer de golven trotseert. Onwennig neemt Meadowlake de omgeving in zich op, adembenemend bijna. Toeristen die hun bevindingen niet in foto’s vastleggen, maar er juist nummers over schrijven.
Toetsenist Gertine Veenstra is met haar verzachtende luisterzang nog steeds van de partij. Gitarist Erik de Breij en bassist Sélina Aerts zijn in alle stilte vertrokken, waardoor er een sterk op elkaar ingespeelde drie-eenheid overblijft. Je moet ergens beginnen, en voor mij vormt Rivers dat uitgangspunt. Rivers is meer dan die prachtige gitaarlijnen. Het is vooral Tjeerd Bennink die dat stoffige lome zanderige uit zijn drumpartijen tevoorschijn tovert. Songwriter Jarno Olijve schetst de omgeving, en kleurt deze goudbruin in. Where The Mountain Meets the Sea is een reisverslag, een routebeschrijving met het kompas gericht op het zuiden.
De Verenigde Staten voelen vertrouwd aan. America is het gevoel van thuiskomen, de pelgrimstocht naar het Beloofde Land. Door het stratennummerschema in New York heb je geen gids nodig. De stad neemt je bij de hand en laat je vervolgens beetje bij beetje iets meer los. America rockt volgens de decennia ’s aan rockgeschiedenis. Voorzichtig stevig, voorzichtig verkennend met een veelvoud aan jaren negentig gitaarrock verwijzingen. Believe is het nachtelijk ontwaken in wantrouwen. De twijfel versterkt door het gezonde gevoel van heimwee.
Misleidende Deathray regenboogstralen kunnen tevens een vernietigende werking hebben. Een naargeestig voorgevoel dat aan al het geluk een voortijdig einde komt. Deathray knarst vragend als een piekerende gedachtegang, en draagt een duistere schaduw met zich mee. Dan is het tijd voor Buck Meek om zich met het proces te bemoeien. Hij laat het trio in Gold aarden en zelfbewuster met het leefklimaat spelen. Het is de vergelijkbare natuurbeleving van Big Thief die Dragon New Warm Mountain I Believe in You ook in het verdorde hete Tucson woestijngebied uitwerkt. Uit niets iets moois scheppen. Tjeerd Bennink pakt daarbij de rol als katalysator op, en tilt het dromerige tempo naar een hoger level. Lost laat je prettig in de leegte verdwalen, en deze als een vriend omarmen. Ook hier geldt de kracht van het minimalistische, de emotie van het onbekende.
Het kleine opbouwende Nothing Will Hold Me Back liefdesliedje is prachtig in zijn eenvoud. Breekbaar, puur en een tikkeltje onzeker. Juist die kwetsbaarheid is zo herkenbaar. Samen de strijd aangaan, samen overwinnen. Het singer-songwriterstalent komt het beste bij tracks als Over naar boven. Jarno Olijve is een beeldende verhalenverteller, die de zachtheid in zijn stem laat spreken. Rope bezit typische The National breaks, lekker tegendraads speels en toch binnen de lijntjes. Meadowlake moet het niet van de moeilijkdoenerij hebben en dat siert ze.
Bij de bijna traditionele Wide Awake folkrock moet ik net als de uitbundige gitaarakkoorden van Nothing Will Hold Me Back aan U2 denken. Die brengen namelijk ooit de Wide Awake in America EP uit. In principe bewandelen ze dezelfde weg bij The Joshua Tree. Dezelfde kale vlaktes, dezelfde broeierige hitte, in een korte tijd volwassen worden. Al is hun blik op de Verenigde Staten net wat wantrouwender, beangstigender. Het is de kunst van Meadowlake om dicht bij zichzelf te blijven, en daarin zijn ze ruimschoots geslaagd. Where The Mountain Meets the Sea overtreft de eerder verschenen platen en straalt overduidelijk een internationaal karakter uit.
Meadowlake - Where The Mountain Meets the Sea | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Mega Bog - Dolphine (2019)

3,5
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 17:16 uur
Nadat Meg Duffy net haar persoonlijke shit van zich af gezongen heeft onder haar alter ego Hand Habits op Placeholder, verschijnt ze nu weer in haar begeleidende rol als gitarist op het vijfde Mega Bog album Dolphin. Haar aandeel is ook nu weer zo bepalend. Het lijkt wel dat de in mineur gestemde rol haar goed beviel, getuigende het meer ingetogen spel. Toch is Mega Bog nog steeds voornamelijk de band van de uit Seattle afkomstige singer-songwriter Erin Birgy, al zorgt haar exotische aanpak bijna voor het etiket chansonnière. De band bezit verder met bassist Matt Bachmann, James Krivchenia voor de sfeer makende percussie en Derek Baron op drums een sterke basis. Bijgestaan door een overschot van verschillende gastmuzikanten zijn ze verantwoordelijk voor het swingende geluid van Dolphin.
Al vanaf For the Old World gaat Erin Birdy er vol in met een opener, zeg maar gerust wereldser geluid. Na het postpunk begin shopt ze met gemak tussen verschillende invloeden en culturen waardoor het net wat lastiger te plaatsen valt. Het komt alles behalve rommelig over, de statische gotische uithalen halverwege laten haar vocale capaciteiten de eerste keer duidelijk gelden. Dit weet ze op Diary Of A Rose op dezelfde prachtige manier op te roepen. Dolphin is bedoeld om in weg te dromen, maar laat ook meer donkere kanten van zich horen. Met een basis van dreampop schakelen ze met gemak om naar funky luisterliedjes en meer steviger rockwerk, en dit allemaal feilloos verwerkt in de songs zoals in het hoogtepunt I Hear You Listening (To the Bug on My Wall). Ook de jazzy Bossanova klanken van Thruth in The Wild zorgen voor een aangenaam klanktapijt. Het beklemmende titelstuk Dolphin heeft zelfs new age als uitgangspunt. Prachtig dat ze juist door het gebruik van veelzijdige sessiemuzikanten het allemaal wat sfeervoller weet uit te drukken.
Met welke gedachtegang in haar achterhoofd lijkt Erin Birdy van start te zijn gegaan? Of zou ze zich volledig hebben weten te leiden door haar gevoel. Op dit soort momenten vraag ik mij af wat er eerder is geweest; de teksten of juist de muziek. Door sfeermakers als Aaron Otheim, Will Murdoch en Zach Burba krijgen de synthesizers een prominente rol. De tracks die zij mede mogen invullen dragen het eeuwige herfstgevoel van het koude oorlog tijdperk. Wordt de ruimte bewoont door blaasinstrumenten, dan roepen ze juist weer sterk het verfrissende voorjaar op. Dit openbaart zich nog het beste na de kakofonie halverwege Fwee Again, om vervolgens gesteund te worden door een overschot van vocale samplers. Het blijft afwegen of het klaagzang is of vreugde, laat ik het positief bij het laatste houden. Deze weten de plaat ook af te ronden in Waiting In The Story.
Met de dominante zang van Ash Rickli in het schijnbare niemendalletje Spit in the Eye of the Fire King zit ze weer op het terrein van de folky psychedelische protestzangers. Het luchtige lachje op het einde benadrukt nogmaals dat het allemaal niet te serieus opgepakt dient te worden. Hoe wrang is het dat Ash de uiteindelijke opnames nooit zal terug horen. Net de dertig jaar gepasseerd overlijd hij in november 2017 totaal onverwachts aan een hartaanval. Hoe bijzonder is het om hem hier nog met veel plezier te horen zingen. Ik ga er vanuit dat ook zijn nabestaanden hem op deze manier het liefste in memoriam eren. Alleen hierdoor al een indrukwekkende song die Dolphin gelukkig heeft mogen halen.
Mega Bog - Dolphine | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Al vanaf For the Old World gaat Erin Birdy er vol in met een opener, zeg maar gerust wereldser geluid. Na het postpunk begin shopt ze met gemak tussen verschillende invloeden en culturen waardoor het net wat lastiger te plaatsen valt. Het komt alles behalve rommelig over, de statische gotische uithalen halverwege laten haar vocale capaciteiten de eerste keer duidelijk gelden. Dit weet ze op Diary Of A Rose op dezelfde prachtige manier op te roepen. Dolphin is bedoeld om in weg te dromen, maar laat ook meer donkere kanten van zich horen. Met een basis van dreampop schakelen ze met gemak om naar funky luisterliedjes en meer steviger rockwerk, en dit allemaal feilloos verwerkt in de songs zoals in het hoogtepunt I Hear You Listening (To the Bug on My Wall). Ook de jazzy Bossanova klanken van Thruth in The Wild zorgen voor een aangenaam klanktapijt. Het beklemmende titelstuk Dolphin heeft zelfs new age als uitgangspunt. Prachtig dat ze juist door het gebruik van veelzijdige sessiemuzikanten het allemaal wat sfeervoller weet uit te drukken.
Met welke gedachtegang in haar achterhoofd lijkt Erin Birdy van start te zijn gegaan? Of zou ze zich volledig hebben weten te leiden door haar gevoel. Op dit soort momenten vraag ik mij af wat er eerder is geweest; de teksten of juist de muziek. Door sfeermakers als Aaron Otheim, Will Murdoch en Zach Burba krijgen de synthesizers een prominente rol. De tracks die zij mede mogen invullen dragen het eeuwige herfstgevoel van het koude oorlog tijdperk. Wordt de ruimte bewoont door blaasinstrumenten, dan roepen ze juist weer sterk het verfrissende voorjaar op. Dit openbaart zich nog het beste na de kakofonie halverwege Fwee Again, om vervolgens gesteund te worden door een overschot van vocale samplers. Het blijft afwegen of het klaagzang is of vreugde, laat ik het positief bij het laatste houden. Deze weten de plaat ook af te ronden in Waiting In The Story.
Met de dominante zang van Ash Rickli in het schijnbare niemendalletje Spit in the Eye of the Fire King zit ze weer op het terrein van de folky psychedelische protestzangers. Het luchtige lachje op het einde benadrukt nogmaals dat het allemaal niet te serieus opgepakt dient te worden. Hoe wrang is het dat Ash de uiteindelijke opnames nooit zal terug horen. Net de dertig jaar gepasseerd overlijd hij in november 2017 totaal onverwachts aan een hartaanval. Hoe bijzonder is het om hem hier nog met veel plezier te horen zingen. Ik ga er vanuit dat ook zijn nabestaanden hem op deze manier het liefste in memoriam eren. Alleen hierdoor al een indrukwekkende song die Dolphin gelukkig heeft mogen halen.
Mega Bog - Dolphine | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
