MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Minimal Compact - Creation Is Perfect (2019)

poster
3,0
Het is nu bijna niet meer voor te stellen hoe bloeiend ooit de postpunk beweging in Nederland was. Vanuit de kraakbeweging ontwikkelde zich een kunstenaarscollectief die hun eigen helden publiekelijk presenteerden. Bands als Nasmak, Minny Pops, Mekanik Kommando en Mecano verwoordden de verbitterdheid in kale elektrobeats, die door toevoeging van funk en mechanische danceritmes een opzwepend karakter kregen. De onvrede die zich als een parasiet over Europa verspreidde vestigde zich ook in de krochten van onze hoofdstad. Een van de boegbeelden was de uit Mecano afkomstige schilder Dirk Polak, die ook het vanuit Israël afkomstige Minimal Compact onder zijn producerhoede neemt. Het eerste volwaardige album One By One is het resultaat van deze samenwerking.

Vanaf 1987 dooft het vlammetje langzaam uit. Bassist Malka Spigel vind haar nieuwe metgezel in de van Wire afkomstige Colin Newman, waarmee ze ook in het huwelijksbootje stapt. De herstart van Wire geeft hem blijkbaar zoveel passie en speelvreugde, dat hij zich nu ook waagt aan Minimal Compact. Het verraderlijke is echter dat Creation Is Perfect gepresenteerd wordt als nieuwe plaat, terwijl het dus om opnieuw opgenomen oude stukken gaat. Het botst wel met de albumtitel, Recycle Will Save The Future zou toepasselijker zijn. Natuurlijk leg je beide opnames langs elkaar, waardoor je nieuwsgierig wordt of Colin Newman oudgediende Dirk Polak knock-out slaat, of dat deze zich prima staande houdt. Twee tracks van One By One mogen hier nu aftrappen.

Statik Dancin’ heeft een iets vollere bassound gekregen, maar voegt verder weinig toe. Het is net wat meer opgepoetst, waardoor het feller gaat glimmen. Dit neemt wel het gevoel weg van het gebruik maken van de beschikbare middelen. Muzikaal gezien zeker een verbetering, maar de charme van het origineel is hierdoor wel verstikt in de dikke drab van de boenwas. In de uitloop van de track komt eventjes het kenmerkende Wire gitaartje om de hoek kijken, waardoor Newman zijn stempel op de remake weet te drukken.

Gelukkig is de vernieuwde Take Me Away van andere orde. Hier heb je te maken met een totaal verschillend nummer. De wanhoop van het origineel is grotendeels verdwenen, daarvoor in de plaats is er een meer bijtende zang in de plaats gekomen. De angst voor de toekomst is verankerd in een kritische kijk op het verleden. Een terugblik welke teleurstelling en haat oproept. Het prachtige intro is helaas gesneuveld en maakt plaats voor een directere aanpak. Polak houdt zich prima staande, en is hier duidelijk de heerser.

Tuxedomoon ligt waarschijnlijk nog meer in de lijn van Wire dan Minimal Compact. Deze gelijkgestemde bands begonnen als artistieke punkband, waarbij Tuxedomoon steeds meer de exotische jazzkant opgaat, en Wire na die donkere gothic periode de oorsprong van hun geluid opzoekt. Peter Principle van Tuxedomoon mag zich over Deadly Weapons ontfermen, waarschijnlijk zitten ze dan zelf in de studio te werken aan In a Manner of Speaking, waarmee ze onverwachts een grote hit scoren.

Nada heeft een prachtige open dromerig geluid, waarbij de drum als grote olifantsvoeten de boel ontregelt. Het venijnige gitaarspel breekt het vervolgens open. De inheemse klanken zijn vervangen door een kerkelijke orgelsynths, en de drums zijn een aantal beats per minuut opgeschroefd. Met deze Krautrock invloeden wil Newman nog verder terug in de tijd gaan. De statische depressieve teleurgang heeft plaats gemaakt voor een verrijkende retro seventies futuristische sound.

Aan het klagende intro van Not Knowing is weinig geknutseld, al zijn de kille mannenvocalen vervangen door een sensuele vrouwenstem. De kracht van de desillusie is hierdoor vervaagd door de bijna liefkozende stuntelige eindkreuntjes van Malka Spigel. Meer dan een slaapkamergeintje van het echtpaar is het niet. The Well krijgt als zware postpunk klassieker een goede behandeling, waarbij Spigel zich mag uitleven in de basakkoorden. Al heeft het verder bar weinig toevoegende waarde.

Colin Newman werkte zelf in het verleden mee aan Raging Souls, dus waarschijnlijk ligt dit hem het beste. Al kan perfectionisme ook leiden tot het dwangmatig verbeteren van zijn aandeel. De kristalheldere klanken van het titelnummer blijven intact, en het is overduidelijk dat beide keren er gestreefd werd naar een memorabele terugblik naar het Wire geluid. Ook hier verknallen de koortjes op het einde het. Zonde, zonde, zonde. My Will is wat kitscheriger gemaakt; bijna Pet Shop Boys achtig. Maar de nieuwe versie past wel veel beter in het tijdsbeeld van 1985, dat hebben ze treffend weten over te brengen.

De enige splinternieuwe song is Holy Roller. Plaatsen ze zich hiermee opnieuw in the picture of is het een bekrachtiging van vergaande glorie? Wat opvalt is dat de hoekigheid helemaal verdwenen is, met een Nile Rodgers achtig funkend gitaartje gaan ze de hedendaagse veilige kant op. Nog steeds zijn er genoeg oude elementen aanwezig, maar er is wel een flinke laag suikerzoet beleg op gesmeerd, ten koste gaande van de intrigerende spanningsbogen. Eigenlijk kan je concluderen dat Minimal Compact hun eigenheid opoffert door zich over te geven aan de producers. Iets wat bij de losse albums minder sterk opvalt. Een duidelijk project van Colin Newman met Minimal Compact als begeleidingsband.

Minimal Compact - Creation Is Perfect | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Ministry - The Land of Rape and Honey (1988)

poster
4,0
Misschien moet ik mij realiseren dat deze al voor het debuut van Nine Inch Nails verscheen.
Head Like A Hole sloeg toen bij mij al in als een bom.
Dat ik dit effect niet bij Stigmata van The Land of Rape and Honey heb, heeft alleen maar te maken met dat ik dit album pas vele jaren later ontdek.
Je hebt het gevoel dat je het allemaal al eens eerder gehoord hebt.
Maar wat moet dit een enorme impact hebben gehad.
Ministry heeft zich in een paar jaar ontwikkeld van een toegankelijke wave act tot een van de grootste rond lopende nachtmerries binnen de rockwereld.
Wat is er in die paar jaar tijd gebeurd?
Het lijkt wel de transformatie van Anakin Skywalker in Darth Vader.
Alsof een psycholoog de opdracht geeft om met je traumatische demonen van vroegere tijden de strijd aan te gaan.
Met moker en overig elektrisch geweld wordt je strot door zelfverminking gemuteerd tot iets dat bijna menselijk te noemen is.

Ministry - With Sympathy (1983)

Alternatieve titel: Work for Love

poster
3,5
Deze sluit perfect aan bij de New Wave van dat moment, en toch klinken de synthesizers weer net anders als het merendeel uit die tijd.
Scheller.
Ook de zang is helemaal niet te vergelijken met de latere sound van Ministry.
Blijkbaar kreeg Al Jourgensen pas zeer laat de baard in de keel.
Revenge gaat qua zang een beetje richting Virgin Prunes, maar zelfs wat Dead Or Alve hoor ik er wel in terug.
Een groter contrast dan het uiterlijk van Al Jourgensen en Pete Burns van Dead Or Alive is bijna niet denkbaar.
Ergens moet die knop totaal om zijn gegaan, lijkt bijna wel dat er een traumatische gebeurtenis aan ten grondslag moet liggen.
Dit is nog de gladde jongen rijdend in zijn te snelle BMW.
De latere Ministry is een revaliderende, zwaargewond slachtoffer van een auto ongeluk, met de nodige hersenletsel.
Je kan je toch ook niet voorstellen dat George Michael na zijn periode in Wham! vervolgens leadzanger in een band als Slayer kan worden.
Maar even terug komend op With Sympathy.
Dit is een prima album voor liefhebbers van de meer toegankelijke postpunk uit eind jaren 70, begin jaren 80.

Mink DeVille - Coup de Grâce (1981)

poster
4,0
Het klinkt misschien wel vreemd, maar ik luister nu een paar oude Mink DeVille albums, en juist hierdoor ga ik Bruce Springsteen & the E Street Band meer waarderen.
Mink DeVille klinkt als de zigeuner variant van deze band; inclusief de nodige drugs.
Willy DeVille heeft een beetje dezelfde stem als Little Steven, en waarschijnlijk komen ze uit een soortgelijk milieu.
De E Street Band blinkt uit in de variatie van culturen, waar elk bandlid de nodige inbreng heeft.
Bij Mink DeVille heb ik dat gevoel ook, alleen is het hier Willy die duidelijk de touwtjes in handen lijkt te hebben; de dirigent van het geheel.
Hij heeft in zijn stem ook het klagende van een Bob Dylan, en indirect gaat Mink DeVille verder op de weg die Dylan een jaar voor hun debuut had ingeslagen.
Dit alles met de nodige emoties, en je ziet op de hoes van Coup de Grâce dat de heroïne ook al zijn intrede doet.
Bij zigeuner georiënteerde muziek moet ik vaak aan een hoofdrol van de viool denken, welke hier ontbreekt, maar daarvoor komen mooie subtiele saxofoonpartijen in de plaats.
Vreemde band, vond ik altijd, ze werden genoemd met Talking Heads, Blondie, Ramones en Patti Smith, omdat ze gelijktijdig in New York in CBGB optraden.
Het hol waar de verrotte kern ligt van de Amerikaanse New Wave en Punk, terwijl een Mink DeVille totaal anders klinkt, nog steeds snap ik dit niet helemaal.
Ik hoor wel dat een Joe Jackson met zijn Night and Day duidelijk hiernaar geluisterd heeft, en begrijp ook wel waarom hij deze in New York opnam.
Blijkbaar is Coup de Grâce een soort van verslag van het straatbeeld van de zelfkant van New York, rond 1980.

Minor Poet - The Good News (2019)

poster
3,5
In de jaren zestig waren muzikanten bijna koortsachtig op zoek naar het ultieme popgeluid. Phil Spector legde zijn sterke basis met de Wall of Sound. Deze vrijwel volledig georkestreerde aanpak maakte veel indruk, zo ook bij opkomende grootheden als The Beatles. Een latere samenwerking tussen beiden zou min of meer pijnlijk falen. Maar even een stap terug. The Beatles wisten in navolging van deze methodische aanpak The Beach Boys te inspireren tot hoogtepunten, met hierop volgend de creatieve teloorgangen van beide bands. Vervolgens werd het stil, en niemand waagde zich meer aan het tot in perfectie uitbouwen van albums.

Wat heeft dit alles te maken met het onbekende Minor Poet. De kristalheldere sound van de genoemde voorbeelden komt op kleinere schaal terug in de vorm van het gelaagde mini album The Good News. Achter dit project gaat maar een naam schuil, namelijk die van Andrew Carter. Deze uit Richmond afkomstige Amerikaan beademt in alles het jaren zestig gevoel. Gooi hier nog de hitgevoelige zomerse flow van The Mamas & the Papas bij, en dan krijg je een duidelijke indruk waar Minor Poet voor staat. Om de nodige strubbelingen tegen te gaan is Carter alleen verantwoordelijk voor het eindresultaat. Live heeft hij wel een volledige band op het podium staan. Net als zijn debuut And How! is het een relatieve korte plaat, waarmee je direct het grootste struikelblok benoemd. Dit talent hoort eigenlijk in staat te zijn om met een langer werkstuk het publiek te verblijden.

Hoe uitgedokterd weerklinken de donkere bongo’s in samen menging met de zomerse cleane gitaarakkoorden van het perfecte popliedje Tabula Rasa, wat eindigt in een ouderwetse Doo-Wop uitloop. Met de nodige radio airplay zou dit in de jaren tachtig revival van the sixties een gigantisch succes kunnen opleveren. In het tijdperk dat radiostations minder bepalend zijn, blijft het een lastige opgave. Mede doordat het vooral nostalgische gevoelens op wil roepen bij de conservatieve veertigers. In de vroeger was alles beter mentaliteit is weinig ruimte voor nieuwe artiesten. Voor het hippe jongere publiek is het te saai en traag. Als veredelde single inclusief bonustracks zou het nog een beter waardeoordeel opleveren.

Tropic Of Cancer klinkt door de bas, gitaarriff en elektronica net wat eigentijdser, maar is in zijn totaliteit het zwakkere broertje van de sterke opener. Met het licht psychedelische ritme van Museum District wordt gepoogd een wat avontuurlijke track te maken, maar komt nu wat oubollig over. Daar willen de soulblazers en clichématige einde weinig aan veranderen. Reverse Medusa vat samen wat de vorige nummers al lieten horen. Ondanks de goede productie van Adrian Olsen is deze veilige constatering wel de feitelijke waarheid. Nogmaals, had het uitgebracht als single, en bij drie songs gehouden. De wat donkere theatrale aanpak en surfkoortjes van Bit Your Tongue / All Alone Now en de dromerige door saxofoon geprikkelde Nude Descending Staircase moeten het afleggen tegen het betere eerste trio.

Minor Poet - The Good News | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Mint Julep - Stray Fantasies (2020)

poster
3,0
Wat is het lekker genieten op een terrasje met achter je de rode brandende avondgloed, en voor je op tafel een heerlijk geserveerde Mint Julep cocktail. De overheersende pepermuntsmaak geeft die bourbon net dat pittige karakter en vervaagt de alcohol in je hoofd. Een teveel kan nooit goed zijn, want voordat je het in de gaten hebt zit je de dag daarna opgescheept met een fikse kater. Niet zozeer het prettigste gezelschap om de dag te beginnen, zeker niet als deze ook nog een fikse dreun uitdeelt die de hele tijd na zal galmen.

Het uit Portland afkomstige duo Mint Julep loopt ook het risico om in herhaling te vervallen. Het liefdesstel leefde de vorige drie albums te lang op een roze wolk, en zweeft daardoor ver boven de realiteit uit. De kwetsbaarheid op het persoonlijke Stray Fantasies wordt gekenmerkt door lichte scheurtjes in de relatie, en is niet meer eenvoudig te camoufleren in de lieve dromerige voordracht van Hollie Kennif.

Het is een pijnlijk maar mooi gegeven dat dit soort crisissen over het algemeen vaak goede platen oplevert. Zeker als de partner in crime tevens in het dagelijkse leven de rol van echtgenoot uitvoert. De good feel van weleer heeft een flinke verdovende klap gekregen. De vet kickende beat stompt wat meer van zich af, en ook Hollie lijkt zich wat vaker op deze planeet te bevinden, en niet tien centimeter daar boven.

De ambient omlijsting van Keith Kenniff is verdwenen en opgegaan in een meer eighties onderdompelende new wave georiënteerde sound. De onderliggende wanhoop laat zich het beste stileren naar het beeld van wat men jaren geleden al had. De dreiging van de Koude Oorlog, en het stilaan verzuren van het milieu geeft die verbittering het beste weer. Rotzooi die opgeruimd moet worden, om het allemaal overzichtelijker te presenteren.

Het zijn de tempoversnellingen en subtiele gitaarflarden die het verschil maken. Mint Julep is net te voorzichtig hierin, en had best wat minder ingetogen mogen uitpakken. Het werkt namelijk prima, de avontuurlijke jungle bigbeats van het prettige afwijkende Escape en het gelijkwaardige Vakaras bewijzen dat wel.

Stray Fantasies is hunkering naar onderliggend verraad. Blinded gaat vanuit de fel schijnende zonnestralen richting het in gedachten blind staren in een relatie. De tekortkomingen worden pas opgemerkt als de ondergaande zon een verduisterende schaduw over het leven werpt. Het zijn net die kleine speldenprikken die van binnenuit zeer doen. De wanorde in titelstuk Stray Fantasies drijft met in echo’s vervagende vocalen steeds verder af van die houvast.

Toch wordt die twijfel weg genomen door hoop, die de opverende gemoedstoestand mag metgezellen in deze wedloop van het leven. Links haalt het positivisme de neerslachtigheid in, om al strevend als winnaar de eindlijn te passeren. Wat is het fijn om te weten dat er uit een keyboard niet alleen maar kille klanken tevoorschijn komen. Het ruimtelijke beminnende geluidsschilderij White Noise laat de gekleurde sound ademen om zich in te mengen met de harde diepgang die sensueel ritmisch de toon aangeeft. Er is zicht op een harmonieuze toekomst, al mag die best wat minder licht verteerbaar zijn.

Met dit op het netvlies is het eenvoudig in te haken op het sterke Iteration. De gemiste elementen laten zich nu wel aan het oppervlak vertonen, nogmaals een bevestiging dat er veel meer in heeft gezeten.

Mint Julep - Stray Fantasies | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Mint Mind - VG+ (2023)

poster
4,0
Mint Mind is het verlichtende troetelkindje van Rick McPhail, de gitarist van Tocotronic. Samen met Blumfeld en Die Sterne vormen ze het belangrijkste componenten uit de Hamburger Schule. Deze postgrunge stroming is het langverwachte antwoord op de succesvolle Krautrock grondleggers en de meer politiek gekleurde Neue Deutsche Welle tijdperk. Twee alternatieve muzikale aftakkingen waarmee Duitsland zich definitief op de kaart zet. Het tevens uit Hamburg afkomstige Wir sind Helden gaat met het succes aan de loop en sprint het drietal voorbij. Het goed scorende Wenn Es Passiert wordt tot herkenningstune van het wereldkampioenschap voetballen in 2006 uitgeroepen en trekt in het kielzog weer Tocotronic mee waarin bijna gelijktijdig gitarist Rick McPhail onderdak vindt.

Tocotronic blijft ondanks het veelzijdige indierock karakter trouw aan de Duitse sound en kiest uiteindelijk voor een minder experimenteel geluid, waarmee ze min of meer hun geloofwaardigheid verspelen. Rick McPhail blijkt een groot aanhanger van het meer traditionele postpunk gebeuren en de in Duitsland populaire darkwave te zijn. Mint Mind is de gulden middenweg en kiest bewust voor de Engelse taal, waardoor ze zichzelf niet in de Neue Deutsche Welle hoek plaatsen. Rick McPhail maakt hierbij slim gebruik van zijn Amerikaanse roots, waardoor Mint Mind een sterke internationale uitstraling heeft, al is de uit Maine afkomstige gitarist ondertussen zo ingeburgerd dat hij een typische Duitse tongval heeft ontwikkelt.

Rick McPhail neemt dus op de derde studioplaat VG+ de zang voor zijn rekening en speelt ook het merendeel van de keyboardpartijen in. Het is Christian Klindworth die je laat verdrinken in de mistige dromerige shoegazer uitspattingen en de fors doorbeukende Tim Wenzlick die Mint Mind naar een hoger level optilt. Het is tegenwoordig allemaal minder rauw dan de powerpunk van het bijna tien jaar oude Near Mind en de hoekige Thoughtsicles opvolger. VG+ staat voor uitmuntend, het perfecte plaatje. Voldoe je aan de hedendaagse maatschappelijke eisen op de sociale media of valt daar nog winst te laten. VG+ is een gefrustreerde aanklacht tegen de macht van influencers, politici en zelfs popidolen die misbruik van hun voorbeeldfunctie maken.

Contemporary Jaguars zijn de geldwolven die met antidepressivum de dag opstarten en zich verdoofd laten leiden en totaal geen inzicht in het mondiale gebeuren om zich heen hebben. Een grimmige openingstrack met de donkere uitzichtloosheid van de grunge en de postpunk. In het wantrouwende Excuse the Excuse zoekt Mint Mind naar omwegen om het menselijke handelen te verantwoorden. Het gejaagde Gold Card Member kan zich meten met het primitieve The Cure werk. We kopen onze eigen doemkastelen in en laten de duistere schepsels van de ziel de omliggende grachten bewonen. Krijgt Rick McPhail het verhaal niet in woorden verteld, dan neemt een dreigend solerende Christian Klindworth het wel van hem over.

Het warme Glow liefdesliedje bevaart een ander vaarwater, waarin dromerige shoegazer heerst en is minder dichtgemetseld dan de eerdere songs, maar bouwt zich laagje voor laagje op. De hyperactieve Devo getinte gekte in het exploderende Tiny Fingers maakt het net wat minder claustrofobisch, al verzwelgen de vrolijke synthesizerdeuntjes al snel in het machogeweld van de breed aangezette vervreemdende fuzzbox gitaarnoise effecten. No Vision benut de griezelige leegte van het niets, schept daarop een onheilspellend dronelandschap waarin Rick McPhail spaarzaam zijn woorden loslaat en de exotische bongo percussie van Tim Wenzlick ook zijn plek vindt.

De eind jaren zeventig punk agressie van Stratospheric Numbers staat loodrecht op het kruispunt waar de postpunk het stokje overneemt. Met het nostalgische You and I graaft Rick McPhail in zijn new wave verleden en heeft een hoog Koude Oorlog gehalte. Ook al is er zoveel informatie op internet te vinden, het staat in de schaduw van die drukkende momentopnames. Mint Mind romantiseert dit beeld en visualiseert dit in vriendschap, broederschap en saamhorigheid. De theatrale In the Sweet Land of Mint spookhuis belevenis is een luguber eindspel van een verrotte wereld met epische spacende krautrock uitvluchten. Mint Mind heeft met VG+ een verfrissende ouderwetse plaat afgeleverd waaraan soms bewust een nare nasmaak is toegevoegd.

Mint Mind - VG+ | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Minus the Bear - Fair Enough (2018)

poster
3,0
Geen nieuw album van Minus The Bear, maar slechts een EP. Waarom dan toch de aandacht voor dit ruim een kwartier durend schijfje? De uit Seattle afkomstige band heeft te kennen gegeven te stoppen na een in het clubcircuit redelijk succesvolle carrière van 17 jaar. Halverwege vorige maand werd het laatste concert in hun thuisbasis gegeven, en twee maanden eerder verscheen nog dit definitieve wapenfeit, en nu is het echt klaar.

De Fair Enough EP trapt af met het dromerig begin, en al snel merk je dat er gekozen is om bij de eigen sound te blijven, en niet groots en afwijkend te eindigen. Doordachte prima rockmuziek met het aanwezige sfeervolle hardere randje. Die bescheidenheid hoor je gelijk terug in de sterke opener. Overstuurde gitaarbogen geven het de kenmerkende disbalans waarmee ze zich wisten te onderscheiden.

Viaduct pakt steviger uit, en weet ook gelijk de aandacht te trekken. Met dit geluid laten ze voor de laatste keer horen dat Seattle na de grunge golf niet dood gebloed is. Het deprimerende en uitzichtloze gevoel van de staat waar het aantal regenachtige uren de zon flink weet te overmeesteren. Een plek waar jongeren nog steeds vaak een kansloos bestaan zonder werk opbouwen, en nog steeds een hoog zelfmoordpercentage de grafieken domineert wordt duidelijk muzikaal verwoord. De gitaar op het einde heeft dezelfde impact als de vocalen, een prachtige instrumentale klaagzang.

Dinosaur heeft een uitgekiende start, waar de math rock roots nog het beste tot hun recht komen. De toon is zelfverzekerd, al mist de zang hier wel emotionele uitingen. Vlakker en meer uitgeblust tot gehore gebracht. Als een log tot uitsterven bedreigt monster beweegt het zich traag voort. Natuurlijk gebeurd er muzikaal gezien genoeg moois op de achtergrond, maar het is een stuk minder interessant dan de vorige twee tracks; al geeft het wel duidelijk het gevoel van niet meer verder kunnen weer.

Jammer dat is als afsluiting is gekozen voor een remix van Sombear. Deze artiest maakt aardige dance, en ondanks de duistere soundscapes vind ik het net niet goed genoeg passen bij Minus The Bear. Dit doet mij net teveel denken aan de Nu-metal acts die begin deze eeuw hun werk door soortgelijke geluidstovenaars onder handen lieten nemen. Invisible krijgt hierdoor wel ondersteuning met licht industriële invloeden, maar klinkt net te soft, terwijl Jake Snider als zanger wel heerlijk in zijn element lijkt te zijn.

Gedeeltelijk geslaagde zwanenzang beginnende met twee erg lekkere tracks, gevolgd door meer inspiratieloze nummers. De koek is blijkbaar echt op, en dat hoor je zeker pijnlijk terug.

Minus the Bear - Fair Enough EP | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Mister and Mississippi - Mirage (2017)

poster
2,5
Helaas is het wel een feit; als een bepaalde stijl niet helemaal aanslaat, en je wilt; vooral in Nederland, overleven als band, dan is het slim om iets totaal anders te proberen. Doe je dat niet, dan is het al snel einde verhaal.
Zelf vond ik het debuut van Mister and Mississippi geweldig, en wisten ze met hun dromerige sfeer ook live mij te overtuigen.
Maxime Barlag klinkt op dit album anders, minder warm, zeg maar gerust wat killer.
Maar dat hoort ook wel hierbij, de sfeer is meer jaren 80 gericht, maar toch blijft het een prettig geluid.
De elektronica is wat prominenter aanwezig, maar deze is absoluut niet storend.
Ik ben gewoon wat minder kritisch, en val wel voor deze nieuwe sound.
Om in de jaren 80 te blijven; grote namen als U2, Simple Minds, The Cure en Tears For Fears lieten ook een ander geluid horen, welke bijna geen raakvlakken meer had met hun debuut.
Hun beste plaat?
Nee, dat blijft voor mij wel hun eerste, maar deze is meer dan prima.

Mister and Mississippi - We Only Part to Meet Again (2015)

poster
3,0
Ik was behoorlijk enthousiast over het debuut van Mister and Mississippi, alleen die overgang in Same Room, Different House heb ik nooit begrepen.
Maar een beginnende band moet groeimogelijkheden hebben, dus het is ze vergeven.
Wel altijd benieuwd geweest hoe ze de lijn door zouden zetten.
Ondertussen hoor je Meet Me at the Lighthouse al regelmatig voorbij komen op 3FM, en wordt hij daar de hemel in geprezen.
Maar wat wil je bij een zender, waarbij gisteren een DJ beweerde dat een band als Kensington volgend jaar gemakkelijk de Super Bowl in de Verenigde Staten kan openen.
Jammer, dat zo’n persoon deze uitspraken doet, want kun je hierdoor de Nederlandse muziekcultuur nog serieus nemen?
Ja, dat kun je.
Maxime Barlag heeft het dromerige van een Tanita Tikaram, en zelfs qua uiterlijk raakvlakken, maar klinkt hier een stuk helderder dan op het debuut.
Geen grote koerswijzigingen, We Only Part to Meet Again is misschien zelfs persoonlijker vanwege het verlies van de moeder van Maxime.
We Only Part to Meet Again is tevens het gevolg van een meer op elkaar ingespeelde band, met ondertussen de nodige clubervaringen.
Natuurlijk hebben ze hun opleiding genoten op de Herman Brood Academie, maar zoals bij elke opleiding, is het de bedoeling dat je je werkervaringen in de praktijk verder ontwikkelt.
Mister and Mississippi is op de goede weg, al hoop ik bij hun volgende album wel meer variatie te horen, anders zal men deze band snel weer vergeten, en dat zou zonde zijn.

Mnemotechnic - Blinkers (2019)

poster
3,0
De beeldende voor zichzelf sprekende prachtig gekozen albumhoes van Blinkers geeft de verstikkende werking van Mnemotechnic overduidelijk weer. Buigend gaat de traditionele muzikant onzichtbaar ten onder, overwoekerd door draden die als verbindingsstuk voor de elektronica dienen. Een warboel aan aansluitingspunten, welke hem als een afdankertje vast ketenen. Het vertrouwen in een vredelievende muziekwereld wordt letterlijk en figuurlijk de mond gesnoerd. De industrial rockers uit het Franse Brest laten met hun derde album weer keihard van zich horen. De strategische ligging van hun broedplaats is in het verleden in oorlogen zeer bepalend geweest. Die militaristische houding is in de strakheid en het doeltreffende spel overduidelijk terug te horen.

Alsof het een Mission Impossible betreft worden de grove lijnen uitgezet. Om te voorkomen dat ze af geserveerd worden als de zoveelste nazaat van de industriële rockpioniers voegen ze er een flinke overdosis aan latere emocore en compromisloze avant garde aan toe. Deze gemuteerde variant dreigt weg te zinken in de onoverzichtelijke brei van vermorzelende onvoorspelbare futloze uitspattingen. In een half uur tijd lukt het ze om alle vastigheid en structuur in hun muziek te elimineren tot een nulpunt. Uit deze leegte kan weer zoveel moois ontstaan als een ingenieur het vakkundig weet op te vullen.

Mnemotechnic zaagt als een eindopdracht industriële vorming er genadeloos op los. Alarmfase Een galmt met hoge snelheid door de speakers, achtervolgt door totaal stuk gespeeld gitaargeweld. De gekwelde ziel van de zanger wordt geperforeerd door drillende drums die deze onderwerpen aan een sterk staaltje noise. De grote jongenspraat krijgt de een na andere mechanische spierballenklap te incasseren. Met een laag gestemde bas en krassende spooky gitaarakkoorden wordt er een log Nu Metal sausje overheen gegoten. Gloeiend heet als metaal welke het kookpunt heeft bereikt. Stroperig verspreiden deze vernietigende klanken zich over Blinkers heen.

En ondanks dat het allemaal erg vet en destructief zijn werking uitoefent wil het nergens tot een indrukwekkende climax komen. Het lijkt allemaal zo simpel maar er komt veel meer bij kijken dan alleen maar loeihard imponeren. Wil je echt wat toevoegen dan horen daar de tegendraadse breaks of andere interessante wendingen bij. Het ademt de sfeer uit van een slachtveld in het verkeer waar meerdere auto’s bij zijn betrokken. Hulpverleners worden overstemd door chaos en weten niet goed deze te bestrijden.

Thousands of Straws heeft met de overtuigende zang alles in zich om zich hiervan te distantiëren, maar op het moment dat het naar iets moois lijkt te werken, wordt er abrupt de stekker uit getrokken. De ramptoerist die nergens voor terugschrikt wil hier wel van genieten. Met de opbouw van de songs is weinig mis, alleen wordt het einde te vaak door een moersleutel dicht gedraaid. Blinkers is geen verkeerde plaat, en dient met de volume voluit opgediend te worden. Een zwaar op de maag liggend hoofdgerecht zonder een uitnodigend voorafje en licht verteerbaar toetje.

Mnemotechnic - Blinkers | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Moaning - Uneasy Laughter (2020)

poster
4,0
Er heersen onzekere zware tijden in de wereld. Het milieuvraagstuk met de plastiksoep en hevige natuurbranden, escalerende relaties tussen machtige landen en de steeds verdere differentiatie van culturen, en men kan daar nu het vernietigende om zich heen slaande Corona virus aan toevoegen. Een voedingsbodem voor de verontrustende postpunk, die zich openbaart als een oude opengereten wond en al snel nieuwe dolende zieltjes wint.

Zo is deze opleving in broeinest Los Angeles allang ondergronds gaande, en krijgen ze publiekelijk alleen maar steeds meer navolging. Moaning liet die bewuste scene al twee jaar geleden kennis maken met het oorverdovende gelijknamige doemdebuut. Bij Uneasy Laughter verleggen ze het agressieve krassende gitaargeluid naar een lichtere synthesizersound. Met een muzikale omlijsting welke een stuk luchtiger over komt dan de gure herfstlawine die op het eerste album heerst.

Hierdoor kan Sean Solomon zich meer richten op de tekstuele overdracht, en vult Pascal Stevenson de ruimte op met zijn toegankelijke elektronica, nu de frontman zijn gitaarspel een minder prominente rol toedeelt. Het neigt allemaal veel sterker naar de pop gerichte new wave. De romantische hunkering naar een beter leven voert de boventoon.

De galmende zang van Sean Solomon verlaat zijn claustrofobische inlevingsgevoel en staat nog meer oog in oog met de in verval rakende aarde. Het egocentrische karakter heeft plaats gemaakt voor een meer maatschappelijk kritische inkijk. “Narcissism is not empathy”, zoals hij het zelf treffend weet te verwoorden in openingstrack Ego. Een immens contrast met de gedachtegang van twee jaar geleden.

De stoffige gruis die Andrew MacKelvie over zijn opzwepende drumspel weet op te roepen, vormt hierbij de basis voor de mistige klanken die Pascal Stevenson uit de toetsen tevoorschijn weet te toveren. Om niet direct frontaal in het daglicht te verschijnen voegt hij daar de nodige zorgelijke donkere baspartijen aan toe. Nog eventjes is daar die volle klap in het gezicht met het smerige huiveringwekkende gitaarspel van Sean Solomon. De alarmerende onvrede fase kan niet beter geaccentueerd worden.

Doordrenkt in shoegazer en dreampop is het broedgebied nog steeds gitzwart en deprimerend, maar volgt er stapsgewijs wel een voelbare wending die alles aanpakt om het positivisme een kans te geven. Een luchtigheid die dwars tegen het eerdere rauwe pessimistische werk ingaat met zwevend wollig breiwerk en vluchtige verdwalende gitaarakkoorden.

Met militaristische drillende precisie dendert Fall in Love door de speakers. Een evenwichtig sleutelnummer welke de tweedeling van Uneasy Laughter aankondigt. Vanaf nu lijkt de new wave zich met een overduidelijk vaarwel af te splitsen van de postpunk. Het is allemaal stukken aanstekelijker, met heerlijk pompende tracks die de sprankeling opzoeken waar men ook in het Koude Oorlog tijdperk naar verlangde. Veel meer eighties gebonden en dus minder late seventies, zonder afbreuk te doen aan de principiële kernbeginselen.

Het bezwaar op Uneasy Laughter is dat de band zich teveel laat leiden door invloedrijke bands uit de eerste postpunkgolf van rond de introductie in de jaren tachtig, en de herwaardering die zich vooral rond het startpunt van deze eeuw aankondigde. Messcherp wordt de balans tussen beide periodes halverwege de plaat iets te duidelijk benadrukt. Hierdoor missen ze net dat tikkeltje eigenzinnigheid wat ze uniek zou kunnen maken. Buiten dit gegeven leveren ze op muzikaal vlak geen missers af, al is het niet zo overrompelend en urgent als het naar de band genoemde eersteling Moaning.

Moaning - Uneasy Laughter | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Moby - Play (1999)

poster
4,0
Eigenlijk moet ik bij Play vooral aan The Blues Brothers film denken.
James Brown als priester die Gospel met de nodige Soul weet te brengen.
Wetende dat Moby best wel een fanatiek Christen is, zou dit zo zijn heilige mis kunnen zijn geweest.
Een gezegend huwelijk tussen verschillende muzikale stijlen, met die kleine kale veganist in rol van ceremoniemeester.

Modern Stars - Psychindustrial (2021)

poster
4,0
Op het vorig jaar verschenen Silver Needles droomt Barbara Margini met haar smekende klagende folky engelenzang nog van goddelijke verlossing en hoop. Psychindustrial is de reële angst voor een totaal gecontroleerde wereld. Big Brother Is Watching You, de mensheid vervlakt tot voorgeprogrammeerde robots. Profetische onderwerpen waar Aldous Huxley en George Orwell in de eerste helft van de vorige eeuw al over publiceerden. Nu de om zich heen graaiende pandemie en de daaraan gekoppelde complottheorieën ons in de grip houden is deze visie voor velen waarheid geworden. Modern Stars infiltreert klassiekers als Brave New World en 1984 in de hedendaagse waanzin en stopt daar nog een stukje zelfbewustwording tussen door het actuele onderwerp vrouwenonderdrukking aan te kaarten.

Psychindustrial is een fictief verhaal over de decadente denkwijze die het huidige bestaan teistert. Het maatschappelijke evenwicht is verstoord, de mensheid wankelt op de krampachtig door Vrouwe Justitia vastgehouden levensweegschaal. Het Italiaanse Modern Stars perst de zwartgeblakerde bloedaanslag uit de krochten van de ziel totdat er een emotieloos boetekleed overblijft. Dit artistieke avant-garde drietal zoekt onderdak bij de duistere illustratieve sound van voorgangers als Suicide, The Birthday Party en vooral Swans die zich verheerlijken met sociale wanorde en vernietigingsdrang. Psychindustrial, de beslagen spiegel met krassende littekens en gekerfde scherven in het breekbare glas dwingt de confrontatie met de toekomst af.

In het afstompende Hypnopaedia brengt Andrea Merolle je met Oosterse sixties sitarklanken in een koortsachtige psychedelische druggy roes om door middel van hypnotiserende therapeutische genezing het vergeten trauma te herbeleven. Het ingezette verval door kapitalisme in een versplinterende samenleving. Andrea Sperduti versterkt met bonkende ritmes de kloppende pijn terwijl de jammerende doodskreten van Barbara Margani zich wanhopig vastklampen aan haar sopraanverleden. Mistige shoegazer klanktapijten draperen zich als een ijskoude lijkwade om de mantrahymne Artificial Wombs heen waarin vrouwen aangespoord worden om zich te verzetten tegen de geketende slaafse rol in de piramidevormige leefgemeenschap.

Opzwepende Madchesterbeats voeden het opportunistische egocentrische Throw Your Dreams Away. De leegte van een uitdrukkingsloos gelaat, afdwingend in de onschuld van Ignorance Is Strength. Ondanks dat het loeizware gothic sprookjesverhaal Indian Donna Summer heftig binnenkomt getuigt deze gerecyclede I Feel Love discotrack voor het macabere gevoel van sinistere humor. Rebels voegen ze daar de speech van John the Savage tussen, de suïcidale antiheld uit Aldous Huxleys Brave New World. De dromerige folky postpunk ballad Deep Feelings ademt verlossend escapisme uit. Episch mythologisch spoelen ze in deze goedbedoelde eindsage alle overgebleven resten kwaadaardigheid weg. Modern Stars is onnavolgbaar dwars extreem en zoekt met Psychindustrial de grens van de elimineerbare schoonheid op door kritische zwartgalligheid tentoon te stellen. Eerlijk en puur.

Modern Stars - Psychindustrial | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Modern Talking - The 1st Album (1985)

poster
2,5
De eerste kennismaking met Modern Talking was natuurlijk You're My Heart, You're My Soul, al moet ik toe geven dat de remix op dit album minder is als de single versie. Hij komt door het lange intro wat moeizamer op gang. Maar zodra de prachtige zang klinkt, ben je dat natuurlijk gelijk weer vergeten. Al blijft het einde ook jammer. Soms is het gewoon beter om geen remix van een nummer te maken.

Modern Talking heeft goed begrepen hoe David Bowie Heroes bedoelt heeft. Treffender dan in You Can Win If You Want beschreven staat is gewoon onmogelijk. Knap staaltje vakmanschap. Het knalt er ook gelijk zo hard in; probeer hier maar eens stil op te blijven staan. Lukt je gewoon niet.

Het intro van There's Too Much Blue in Missing You doet me gelijk denken aan Tubular Bells van Mike Oldfield. Weer zo’n vergeten pareltje op dit prachtalbum. De heren zingen hier een toontje lager; en ik moet toe geven. Het gaat ze goed af. Vergeet die prachtige saxofoonsolo niet op het eind.

Diamonds Never Made a Lady is een vette knipoog naar Madonna’s Material Girl. Alleen zit dit muzikaal natuurlijk een stuk sterker in elkaar. Je hoort vrijwel niet dat hier dus gebruik is gemaakt van Keyboard, maar heus, dit komt allemaal uit zo’n kastje.

De samenzang in het begin van The Night Is Mine lijkt op de hoogtijdagen van BeeGees. Dat zegt wel weer eens wat over de veelzijdigheid van Modern Talking. Zo nu en dan lijkt het net alsof er een zangeres mee zingt; maar het zijn alleen de twee heren die je hier hoort. Op het eind gaat het tempo omlaag waardoor het wat weg heeft van French Kiss van Lill Louis. Slimme zet!!

De spooky openingstonen van Do You Wanna doen denken aan The Phantom Of The Opera. Ze hadden dit thema wel wat meer uit mogen diepen. Had meer in gezeten.

Altijd gedacht dat Lucky Guy de derde single van dit album was, maar blijkbaar zijn er maar twee singles verschenen. Modern Talking deed ook niet aan geldklopperij, en kwamen dan gelukkig al snel met hun veelzijdige tweede album Let's Talk About Love. Welke band levert er nu trouwens nog 6 studio albums af in 3!!! Jaar tijd. Nee, aan de fans werd echt wel gedacht.

One In A Million doet me terug denken aan de succesvolle producer Frank Farian. Moet je eens voorstellen, wat er gebeurd zou zijn als ze met hem in zee waren gegaan. Dan hadden ze zeker de wereld veroverd. Frank Farian staat er om bekend om de puntjes op de i te zetten.

Ik snap niet waarom de afsluiter Bells Of Paris niet op de Soundtrack van Moulin Rouge is verschenen. Dit is een gemiste kans. Past precies in het sfeerbeeld van de film.

Moke - Shorland (2007)

poster
3,5
Vergeef het me.
Die negatieve reacties bij Shorland.
Al tovert Johnny Marr ze bij elk nummer te voorschijn.
Natuurlijk mag Moke trots zijn op die gitaar riff bij Last Change.
Ook This Plan is een prima meezinger.
De Ierse problematiek wordt duidelijk weer gegeven in Here Comes The Summer.
Anton Corbijn is een bewonderaar.
Net als Paul Weller en Karl Lagerfeld.
Toch wel degelijk personen die verstand van zaken hebben.
Hier is de zang nog niet een kopie van die van Ian McCulloch.
Zanger van Echo & The Bunnymen.
Britpop is ook in het thuisland weinig origineel te noemen.
Prima toch dat een Nederlandse band over de grenzen succes boekt.
Helemaal niks mis mee.

Felix Maginn,
Mag ik nu mijn autosleutels terug.
Ik zal het NOOIT meer doen.

mokroïé - Machines & Soul (2019)

poster
4,0
Het Franse elektro collectief Mokroïé heeft zover ik weet geen connecties met die Russische plaats. Maar het bekt natuurlijk lekker, en met de harde industrial beats daaronder wil de band licht provoceren. Noem het gerust de boel flink wakker schudden.

Mokroïé wordt met een militair disciplinaire precisie al drie albums geleid door het meesterbrein Francesco Virgilio. Zijn ideeën worden niet alleen muzikaal uitgewerkt, tevens tekent hij voor de vormgeving en productie. Nadat zijn rechterhand Carol Aplogan hem na tien jaar vaarwel zegt, is Virgilio afhankelijk van een nieuwe zangstem. Deze wordt gevonden in Allonymous, die in Chicago bekendheid heeft opgebouwd met zijn door de hip hop straattaal geïnspireerde spoken word performances. Als bonus mag jazz zangeres Margeaux Lampley de remix van Put Your Hands in the Dirt verbaal inkleuren.

We leven in een onstuimige wereld welke gedomineerd wordt door discriminatie en haat. Bij de clip van eerste single We Can Make It Fit zien we hier genoeg voorbeelden in terug; de onderschikte rol van de vrouw, de culturele achtergrond en een minder toegankelijk uiterlijk staan centraal in een indrukwekkend resultaat. Het laat zien wat de unheimliche benadering in een slachtoffer los maakt, en deze aanzet tot ongecontroleerde doelrakende actie.

Machines & Soul bewandeld het duistere pad van de tripgoth. We Can Make It Fit roept het ongemakkelijke coldwave gevoel op, en speelt tekstueel sterk in op het twijfelende geweten. De vocalist weet dit perfect vorm te geven door er een indrukwekkende diepe basstem aan toe te voegen. Met dit gegeven vervolgen we de ingeslagen weg met het meer house georiënteerde With These Thoughts. De syths zijn kil en meedogenloos en sturen aan tot slagvaardige trippende Electric Body Music.

Het grimmige Guns Bless America sluit hier feilloos op aan, al laat de zang langzaamaan steeds meer de toegankelijke kant gelden. De samplers zijn minder dreigend dan wat de opzet is, en halen in combinatie met de geschoolde maar wankelende stem niet de beoogde krachtpatserijen naar boven. Het instrumentale Disoriented wil hier vreemd genoeg wel in slagen. Francesco Virgilio gaat helemaal los achter zijn apparatuur, om te soleren in een prachtig futuristisch soundveld.

Van een totaal andere orde is het bijna akoestisch ingezette Put Your Hands in the Dirt. Samen met de duellerende zangpartijen zoekt hij aansluiting bij een meer commercieel gerichte doelgroep. Een stuk overtuigender dan de remix die de plaat afsluit waarbij de soul van Margeaux Lampley wel heel erg bepalend is. Het is allemaal prima bewerkstelligd, maar Virgilio vervult iets teveel de rol van arrangeur, en vergeet dat hij prominenter moet optreden. Het is verdorie wel zijn plaat!

Bij Glistening Like Obsidian is het evenwicht tussen zang en begeleiding wel aanwezig. De beats zijn donkerder van kleur. Daarboven hapt de vocalist naar lucht, en laat zich niet verzwelgen in de mooie omringende sferische geluidsopnames. Het rotsvaste Mineral Landscapes mag de plaat afsluiten. Tenminste als je de misplaatste remix buiten beschouwing houdt. Een mooi opbouwend dromerig geheel, met een aangename lawaaierige climax. Nogmaals bewijst Virgilio dat hij het ook zonder vocalisten prima af zou kunnen.

Mokroïé - Machines & Soul | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Molchat Doma - Monument (2020)

poster
3,5
Het uit Minsk afkomstige nostalgische new wave drietal van Molchat Doma heeft zich in een paar jaar tijd vanuit een wat duistere underground positie ontwikkeld tot een veelal gerespecteerde retro postpunk act, die binnen het thuisgebied van Wit Rusland steeds meer indruk maakt. Begrijpelijk dus dat ze nu opgepakt worden door het invloedrijke uit Brooklyn afkomstige Sacred Bones label, die ze de mogelijkheid geven om zich met hun derde plaat Monument ook ver buiten de landsgrenzen te presenteren.

Dat de gezongen voertaal Russisch blijft lijkt mij een bewuste keuze. Hiermee vermijden ze het risico dat het allemaal grammatisch wat gebrekkig en krom overkomt. De statische wat monotone coldwave Oostblokzang leent zich hier namelijk perfect voor. Het verwoord de romantische heimwee naar vroeger waar verbitterende koude winters, het destructieve milieuvraagstuk en de dreigende escalaties van Oost en West het wereldbeeld bepalen. Ondanks die onzekere periode ontstaat er juist ook door die conservatieve behouden sfeer een prachtig knus gevoel van saamhorigheid, welke in de kapitalistische egocentrische jaren negentig al snel geëlimineerd wordt.

Bedwelmende donkere synthesizerkrachten verzamelen zich op het sterke Monument. De mystiek van een hardwerkend georganiseerd Oostblok klimaat komt terug in de lompe strenge discobeats en het gebruik van destructief percussie metaal. Deze basis wordt overstemd door opgewekte transparante Italodisco Eurodance en Neue Welle invloeden waarbij veelal gememoreerd wordt aan de Italiaanse en Duitse scene die juist toen Europa veroverde.

Ondanks de beperkingen van het corona virus maakt het drietal een imponerende videoclip bij het flitsende Discoteque, waarbij kolossale beelden van communistische grootheden als zwijgende silent disco toeschouwers de hoofdrol vervullen. De sfeer is hard en kil met veel grijstinten, waarbij juist die kleurrijke zaalbelichting voor het contrast zorgen. Prachtig weergegeven door de plaatsing van een futuristisch clubconstructie tussen de statische conservatieve blokkendoos gebouwen.

Egor Shkutko heeft die zware melodieuze diepgang in zijn persoonlijke treurende vocalen, waarmee hij zich met gemak kan plaatsen naast de boegbeelden die als nieuwe binnengehaalde anti helden het zwartgallige uitzichtloze depressieve sfeertje van the eighties domineerden. Deze afstandige houding transformeert ze ironisch genoeg juist tot de gevreesde tieneridolen, terwijl bands zich daar principieel tegen afzetten. Een wrang contrast die op een onverwachte onvoorspelbare wijze zijn uitwerking heeft.

De Russische woorden voelen vreemd genoeg totaal niet gedateerd aan. De eenzaamheid van de geïsoleerde hedendaagse maatschappij komt hierdoor nog indrukwekkender naar voren. Ondanks de ontwikkeling van Social Media is er nog steeds behoefte aan het onbekende, een ontdekkingsreis die zich richt op minder bekende culturen en gewoontes. Pavel Kozlov vangt met zijn baspartijen de verslinderende duisternis op, welke een passend evenwicht geven voor de schelle verbeeldende synths en rake puntige gitaarakkoorden die juist het licht vertegenwoordigen.

Met dansbare funkrock en liefdesverklaringen in gekwelde zielen teksten wordt aansluiting gezocht bij de wanhopige gecreëerde fabuleuze sprookjeswereld van de new romantics, die hiermee de confronterende realiteit proberen te ontvluchten. Een druggy roes waakt als laaghangende nevel over de dreigende teloorgang. Monument haakt in op het gemeenschappelijke neerslachtige gevoel, maar probeert er wel een positieve wending aan te geven. Vergeet niet om te dansen, maar dans niet alleen om te vergeten.

Molchat Doma - Monument | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Molly Burch - Daydreamer (2023)

poster
3,0
Tegenwoordig is de wereld Barbie roze gekleurd en daarin vormt de retro kauwgumballenpop van Molly Burch de perfecte soundtrack. De Amerikaanse zangeres heeft haar alternatieve indierock verleden definitief afgezworen en richt zich overduidelijk op het tienerpubliek. In principe verandert er niet zoveel ten opzichte van het twee jaar geleden verschenen Romantic Images. Een logische keuze dus dat ze voor deze plaat haar samenwerking met producer Jack Tatum verlengt. De Lana Del Rey vergelijkingen liggen er nog steeds dik bovenop, zeker in de prachtig georkestreerde Made of Glass sound, al kiest ze om zich daarvan te onderscheiden wel voor een heuse jaren tachtig beat. Blijkbaar geeft deze aanpak haar de meeste voldoening.

Het is allemaal zo gelikt glad gepolijst, de wanhopige zwaarte van haar avontuurlijke Please Be Mine debuut heeft ze dus achter zich gelaten. Zet ze daar nog een filmische zwart-witte soundscape neer, tegenwoordig leeft ze op een veelkleurige Daydreamer regenboogsetting. Het klinkt allemaal zo vrolijk, maar is het echt wel allemaal zo vrolijk? Ze legt in Made of Glass haar breekbare kwetsbaarheid open en bloot op tafel neer. Hierdoor heeft de dromerige song toch nog iets humaans. Uiteindelijk verlangt iedereen naar de liefde, de inspiratiebron voor het tienergeluk en het tienerverdriet. Gebroken harten, maar ook sneller kloppende harten. Molly Burch stelt zich kwetsbaar in een relatie op, het ontbreken daarvan maakt haar echter nog kwetsbaarder.

Niet vreemd dus dat ze deze herinneringen uit oude dagboeken ophaalt. In haar prille jeugdjaren fantaseert ze nog over een zorgeloze toekomst, het naïeve huisje, boompje, beestje ideaal. In haar slaapkamer creëert ze het meest geschikte woonklimaat, krabbelt ze de eerste songteksten op papier, die veelal de oorsprong dus in het geluk, het verdriet en de daaruit voortkomende tienerangsten hebben. Ze speelt met haar bewustwording, welke pas jaren later de vruchten afwerpt. Het is van pure noodzaak om als begin dertiger weer dichter bij zichzelf te komen. Liedjes schrijven is voor Molly Burch allang een vak, ooit was het voornamelijk een treffende uitlaadklep om je emoties te tonen. Daar in die dagboeken ligt de oorsprong, daar ligt de kern van de inspiratie, het verlangen naar de onwetende tieneronschuld. In Bed, mijmerend herinneringen ophalen en delen.

De overwinnende Champion soulswing, de zalige flitsende Unconditional discofunk, voor alles is er een eerste keer, onvoorwaardelijke trouw aan de eerste geliefde beloven, de perfecte schoondochter uithangen. Wat kan het leven toch mooi zijn. Natuurlijk ben je als ongeleerd individu nog onzeker. Het teder gezongen Physical is een voorbijrazende achtbaan door een overvloed aan nieuwe onherkenbare emoties. Gedrogeerd door drugs en medicatie vervlakken de waarnemingen. Het is misschien wat veiliger, maar hierdoor ervaar je niet wat het is om tastbaar contact, tastbare liefde te voelen. Een egoïstische escapekaart, een uitvlucht naar die droomwereld. Verdoofd, oververmoeid en leeg, het zijn terugkomende thema’s.

Het melancholische Tattoo heeft een klassieke powerpop opbouw. Een introducerende piano, aarzelende zangpartijen, binnenvallende drum en bas die het huwelijk completeren. Eerste klas camp, in een hoedanigheid welke The Carpenters en ABBA grote hitsuccessen opleveren. Het perfecte popliedje in de ogen van een tienermeisje. Toch handelt deze song over het grote drama van de eerste keer een dierbare vriend verliezen. Ja, voor alles geldt een eerste keer, dus ook voor het persoonlijke leed. Heartburn roept echter een andere gezonde vorm van spanning op. De zaterdagavond jacht, flirten in de discotheek, zonder verplichtingen, zonder een specifiek doel. Stiekem verlangen we echter wel naar die gesettelde basis, en bezorgt dat zorgeloos stappen je juist een rotgevoel.

Baby Watch My Tears Dry beantwoordt de stemmen in haar hoofd, geeft hieraan toe om de pijn een plekje te geven. Het is de sprookjeswereld van tieneridolen, die je licht vergeeld vanaf de muur aanstaren. Onbereikbare eighties Popfoto romantiek, met nietjesgaten op navelhoogte. Het vredige Beauty Rest schoonheidsslaapje, allemaal facetten die de jeugdjaren vormen. Het is opvallend dat haar kindertijd juist niet in de jaren tachtig afspeelt. Molly Burch is een kind van deze eeuw die in 2003 flink aan het puberen is. Alles is mooi, nieuw en hoopvol. Je kijkt tegen coole stoere leeftijdsgenoten op. De toekomst is nog een onbereikbaar gegeven. Dromen zijn er om te dromen. 2003, het komt allemaal in deze gelijknamige new wave track samen. Daydreamer staat in het verleden, maar dan wel in een verder verleden dan het overtuigende Please Be Mine en de gelijkwaardige First Flower opvolger. Dat niveau haalt ze nergens meer.

Molly Burch - Daydreamer | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Molly Burch - Romantic Images (2021)

poster
3,5
Na de twee bedwelmende alternatieve country platen Please Be Mine, First Flower en het kerstcadeautje The Molly Burch Christmas Album kiest Molly Burch ervoor om deze donkerzwoele gitaardramatiek achter zich te laten. De kersverse dertiger zoekt haar inspiratie tegenwoordig bij jaren tachtig popiconen, en levert met Romantic Images dus ook een heus popalbum af, waarbij ze tevens de hedendaagse succesvolle sound van Lana Del Rey niet vergeet. Die donkerzwoele gedrevenheid vinden we nu minder terug in de instrumenten, maar des te meer in de vocale overdracht. De sensualiteit wordt in alle facetten zo naakt als mogelijk uitgekleed en als doeltreffend wapen toegepast.

Hoe ironisch is het dat ze zichzelf op jonge leeftijd op de kaart zet met een sterk volwassen geluid en dat ze juist nu die balans opzoekt in de jeugdige tienersound. Blijkbaar zit er diep in Molly Burch het verlangen verborgen om die ongedwongen kinderlijke romantiek op te zoeken. De onervarenheid van een eerste verliefdheid met de prille onschuld die zich in een groot roze bubblegum vlak openbaart. Ze gaat hier heel ver in, en offert zelfs die opgebouwde zekerheid op om dat gelukzalige gevoel vast te houden. In de videoclip van Control presenteert ze zichzelf als een ware mode icoon, het jongere nichtje van Madonna in haar Confessions on a Dance Floor disco periode.

Loving’s not easy, I wanna go back to the beginning
And change the way I said it before
All those times I didn’t mean it, can’t believe I tricked myself
I want you more than I want control
I want you more

Games trapt af met een gevuld log zandzakken glamrock ritme om vervolgens in de speeltuin van dromerige vintage synthesizers te belanden. Helaas loopt dit over in de gelijk klinkende percussie van Heart Of Gold wat een fout Jive Bunny & The Mastermixers Swing The Mood gevoel oproept, een beetje te goedkoop en risicoloos. Drummer Thom Washburn moet nog duidelijk wennen aan de vernieuwde aanpak en kan het jazz verleden nog niet helemaal van zich afschudden.

Gelukkig revancheert ze zich in het sterke kerkelijke titelstuk Romantic Images, waarbij de noten als een ware paarse twinkelende regenval omlaag vallen. Gitarist Dailey Toliver is tot hier toe onopvallend aanwezig, maar voegt zich met zijn postpunk partijen op New Beginning weer bij het gezelschap. Het is duidelijk dat hij zich veel beter in zijn element voelt. Met het samen met Wild Nothing opgenomen Daft Punk achtige Emotion haakt ze in bij de leegte die deze elektro pioniers achtergelaten hebben en voegt daar subtiel wat New Order diepgang aan toe.

De drums zijn opdringerig als soldatenroffels, het ondersteunende pianospel klassiek gestemd en de vocalen zitten soms tegen het hijgerige aan.
Hierbij komen we dus gelijk bij de kern van Romantic Images. De kwaliteit van de tracks werd voorheen misschien wel bepaald door de ambitieuze opbouw, de herkenbaarheid bepaalt uiteindelijk wel de duurzaamheid en houdbaarheid. Het is niet vreemd dat haar collega’s tegenwoordig ook steeds meer teruggrijpen naar die klassieke opbouw uit de jaren tachtig en hiermee de radiozenders domineren. Molly Burch doet precies hetzelfde, en geef haar eens ongelijk. Romantic Images zijn lekkere commerciële niks aan de hand liedjes, waarmee de getalenteerde zangeres de gewaagde overstap maakt naar het jongere hitgevoelige poppubliek. Nog wat vreemd, maar wel lekker.

Molly Burch - Romantic Images | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Molly Nilsson - 2020 (2018)

Alternatieve titel: Twenty Twenty

poster
3,5
Molly Nilsson is opgegroeid in Stockholm, Zweden, maar voor haar muzikale ontwikkeling verhuist ze naar Berlijn, waar ze zelfs haar eigen label Dark Skies Association opzette. 2020 ademt in alles het jaren tachtig gevoel uit. De kilte van het Duitsland van voor de val van De Muur, met als thematiek eenzaamheid en onbereikbare liefde.

Het idee voor 2020 ontstond tijdens een overnachting op de luchthaven van Tokyo, waar grote neonletters haar toelachten met het magische jaartal. Al druk gaande met de komende Olympische Zomerspelen in het jaar van de rat. Met deze gegevens kijk ik in ieder geval anders aan tegen de tracks. Het positivisme ga ik meer zien als een roeping tot een eenheid van de wereld. Heel zweverig allemaal, met die mooie boodschap op de voorgrond, een groot We Are The World gehalte.

Toch is het allemaal een stuk maatschappelijk kritischer dan op het eerste gehoor over komt. Geen luchtig geheel, maar juist een zware bevalling. Every Night Is New is een terugblik naar 30 jaar geleden. De wereld stond aan het begin van het kapitalistische tijdperk, er waren geen zorgen meer, en elke dag sloot af met de nacht, om vervolgens zorgeloos verder te leven. De jaren tachtig waren dood, Viva The Nineties. A Slice Of Lemon is een desperaat liedje over een onbereikbaar persoon. Het blijft echt een vrouwending om over liefdesverdriet te zingen, met daarin de onnodige hoeveelheid aan tranen. Anderzijds kan ik het beoordelen als een ode aan de puberteit, de eerste problemen in een tot volwassendom ontwikkeld meisje.

Out Of The Blue (For My Father) lijkt over verlies te gaan, de vader die op een luchthaven wacht om vervolgens weg te vliegen, kan tevens symbool staan voor het definitieve afscheid van een dierbare. Your Shyness is eenzaamheid, verbitterd en verlegen jezelf afzonderen, door het dragen van een Kajagoogoo T-shirt met daarop de afdruk van hun grote hit TOO SHY, waarmee je het op een prachtige ironische manier nogmaals benadrukt.

Bij Serious Flowers gaat het dagboek uit de jeugd weer open, een hoog ik hou van jou en blijf je trouw gehalte, ook al kies je voor iemand anders, ik respecteer je keuze. Te zoetsappig voor woorden. Zoek die kerel op, en overtuig met een passievolle One Night Stand, en laat hem vervolgens snakken naar je, voordat jij juist zegt dat hij niet goed genoeg voor je is. Wat Molly mist in haar bestaan is spanning, en daar ontbreekt het hier ook wel aan. In I’m Your Fan komt de poëet naar boven, met een gedicht in haar handen stalkt ze van een te grote afstand een idool. Een soort van zolderkamer romantiek.

Gun Control is het opzoeken van nostalgische waardes en tot de ontdekking komen dat je als dertiger teveel hebt laten liggen, je de levensvraag stellen of je de idealen bereikt hebt, en de jeugd het advies gevend het anders te doen. Days Of Dust gaat over het verwerken van de zoveelste teleurstelling op relationeel vlak. Een partner die de triestheid van haar leven niet wil delen en ontsnapt uit de gevangenis die Molly Nilsson om zich heen gecreëerd heeft. En dan op het einde is er toch nog sprake van een beetje hoop.

Blinded By The Light is een kleine glimlach, door pessimisme zich niet open durven te stellen aan het dominerende licht om haar heen. Breek af die muur en laat de flikkerende discobol je verblinden, en uitnodigen voor een laatste dans.

2020 is een deprimerend, maar wel realistisch verslag van een jong volwassen vrouw, die terug kijkt op de jaren, en zich probeert uit een midlife crisis te houden. Het verlangen naar een betere evenwichtige toekomst is de kernzin die mij juist het meeste bij blijft. En toch kan ik met veel plezier naar 2020 luisteren. Ook hier roept het nostalgie op, de synthesizers geven perfect de jaren 80 weer. Knap voor een artiest die zelf wat mysterieus over haar leeftijd is, maar rond 1984/1985 geboren is, dus zelf te jong is om deze periode meegemaakt te hebben, maar het wel juist verwoord.

Molly Nilsson - 2020 | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Monster Magnet - Powertrip (1998)

poster
3,5
Queens Of The Stone Age zijn de heersers over de woestijnrock.
Binnen de Amerikaanse stadsdelen wordt de strijd gevoerd tussen Ministry en Monster Magnet.
Gokken, prostitutie en illegale straatraces.
Alles wat God verboden heeft.
Powertrip is geen pact sluiten met de duivel.
Powertrip is een nachtelijke rondleiding door Gotham City.
Waar superhelden het leven zuur wordt gemaakt door motorrijdend tuig.
Personages die het daglicht niet kunnen verdragen.
Of die dan net zo onfris en onbetrouwbaar over komen als in de nacht.
Niet voor niks ontstaat dit album in Las Vegas.
Het Luilekkerland voor de verslavingsgevoelige rocker.
Dave Wyndorf heeft een hoog overgevoeligheidsfactor hiervoor.
Terwijl andere artiesten juist op een bepaald moment kiezen om zich hiervan te distantiëren, gaat hij de uitdaging aan.
Een bijna fatale overdosis tot gevolg.
Als je recente foto’s ziet, dan zie je een opgeblazen persoon.
Waar de lichaamsvreemde stoffen zich geen uitweg meer lijken te vinden.
Letterlijk veranderd in een monsterlijke magneet.
Trieste omstandigheden.

Moondog Jr. - Everyday I Wear a Greasy Black Feather on My Hat (1995)

poster
3,5
Na My Sister = My Clock van dEUS wel benieuwd geworden naar Moondog Jr. van Stef Kamil Carlens.
Het is allemaal een stuk toegankelijker dan mijn verwachtingen.
Bij Moondance en Cachita klinkt hij als zijn mede bandgenoot Tom Barman.
Een jonge Tom Waits zonder de baard in zijn keel.
De gekte wordt af gewisseld met pure gevoelige nummers.
De swing is hier al aanwezig maar de flirt met disco is pas hoorbaar op de Zita Swoon albums.
Het eigen geluid zal zich dan steeds meer ontwikkelen.

Misschien is dat wel de reden waarom dit album mij het meeste aan spreekt.
Stef bevind zich in een fase waarin hij zweeft tussen het kiezen van een eigen band, of mee gaan in het succes.
Hier is nog de aansluiting met dEUS.
Hij laat de deur op een kiertje open.
Uiteindelijk zal zijn keuze op een eigen carrière vallen.
Liefhebbers van dEUS zullen ook dit album aanschaffen.
En hij kan het altijd nog af doen als een overschot aan creativiteit.
Die niet allemaal in het plaatje paste.
Hij bewijst hier wel dat hij net zo’n belangrijk spil is als Barman.

De sterspeler Stef Kamil Carlens zou de club waarschijnlijk gaan verlaten.
De trainer Tom Barman had al een nieuwe aankoop gedaan.
Craig Ward zou in gespeeld worden.
Er waren al gesprekken gaande met Danny Mommens.
Al was hij niet zeker van een basisplaats.
Hij zou ook een jaar op de reservebank kunnen belanden.

Bij Zita Swoon zouden de vergelijkingen met Barman zich blijven aan houden.
Carlens ontwikkelt zich mede tot architect.
Hij zoekt de personen bij de songs.
Ook hier een groot verloop van leden.
Maar wel weer muzikanten met grote kwaliteiten.

Moonshake - The Sound Your Eyes Can Follow (1994)

poster
3,5
Moonshake grijpt terug naar de meer experimentele muziek uit de jaren 80 van bands als Tuxedomoon, Wire en The The.
Helemaal niks mis mee, maar we zitten hier in 1994.
Oasis, Blur en Suede zijn bepalende namen.
En dat zijn acts die juist hun bewondering uitspreken voor The Beatles, Kinks en David Bowie in zijn glamrock periode.
Meer jaren 60 met een stukje jaren 70.
De jaren 80 waren niet hip meer.
En dan hoor je hier een frontman die klinkt als een Matt Johnson van The The, maar dan gemener en scherper.
Zelfs een beetje tegen Foetus aan.
Maar uiteindelijk een stuk radiovriendelijker.
De stem heeft ook aardig wat weg van een boze Billy Corgan van Smashing Pumpkins en een David Sylvian in de begin periode van Japan.
Voor mij zelfs genialer door het nooit volledig door mij begrepen The Pop Group van Mark Stewart.
En dan hoor je opeens Just A Working Girl.
De tegendraadse geluiden doen op een prettige manier aan Primus denken, maar je mist nog iets.
En na een minuut kom je er achter wat er ontbreekt.
Dreigende vrouwelijke zangpartijen.
En wie is daar juist halverwege de jaren 90 de meest geschikte persoon voor; PJ Harvey.
Haar bijdrage is een verademing.
De spanning in haar stem geeft tevens rust aan het geheel.
Wat een genot.
Just A Working Girl heeft tevens dezelfde vibe als het latere Massive Attack album Mezzanine.
Nog steeds is het mij niet duidelijk.
Loopt Moonshake voor op haar tijdsgenoten, of hinken ze juist achter de feiten aan.
The Sound Your Eyes Can Follow heeft het typerende post-punk saxofoontje, dus ook hiermee grijpen ze terug.
Toch klinkt het allemaal een stuk meer ontwikkeld, en absoluut niet gedateerd.
Dat gevoel gaat ook niet meer weg.
Als een goede fles wijn welke ruim 10 jaar tijd nodig heeft gehad om goed te rijpen, waardoor de kwaliteit alleen maar toe neemt.
Helaas nooit opgepakt, en ook door mij veels te laat ontdekt.

Mother Love Bone - Apple (1990)

poster
3,5
Als Andrew Wood niet was komen te overlijden was Ten van Pearl Jam er nooit gekomen, en had Eddie Vedder waarschijnlijk een bestaan geleid als houthakker, of als figurant in een Lord Of The Rings film als Hobit.
Maar de geschiedenis ging anders. En ik ben eigenlijk wel erg gelukkig met Ten.

Andrew Wood heeft een totaal anders stemgeluid dan Eddie Vedder. Liefhebbers van Axl Rose van Guns ’N Roses vinden waarschijnlijk veel gelijkenissen in beide stemmen. Muzikaal hoor je Pearl Jam er wel door heen, maar ondanks het geweldige Crown of Thorns, zou dit album velen normaal niet opvallen.
Andrew Wood heeft gelukkig niet die irritante hoge uithalen van Axl, en daardoor wel een prettige stem om naar te luisteren. In zijn totaliteit hoor je hier een band die meer in zijn mars heeft, maar die duidelijk nog in ontwikkeling is.

Toch blijft het raar dat hier nog niks geschreven stond; terwijl bij Ten pagina’s vol geschreven staan. Juist vanwege Ten ben ik op zoek gegaan naar de roots, en hier beland. Blijft zeker een leuk hebbedingetje; en ik zeg het nog eens;

CROWN OF THORNS IS GEWELDIG (staat trouwens ook nog op de Singles Soundtrack; waar meer goede muziek uit Seattle op staat).

P.S. ben ik helemaal vergeten om Man of Golden Words te noemen; een beetje November Rain achtig; maar dus ook zonder die vreselijke uithalen.

Motörhead - Ace of Spades (1980)

poster
3,0
Ace Of Spades is uiteraard een klassieker, maar de uitstraling van Motörhead is grotendeels afkomstig van Lemmy.
Hij heeft voornamelijk voor de bassist het ruigere imago gecreëerd.
Deze band nooit live mogen ervaren, maar voor heeft Lemmy Kilmister dezelfde uitstraling als Peter Steele van type O Negative.
Ook een beer van een frontman; al weet ik niet of Lemmy ook zo groot was.
Maar daar staat ook een persoonlijkheid op het podium, sterker nog, Lemmy zou goed zijn grote voorbeeld kunnen zijn geweest.
Pure rock met de daarbij behorende verleidingen.
Lemmy schreeuwt van zich af, en zijn stem heeft altijd wat van dat hese in zich.
Ace Of Spades, verder dan op de zondagmiddag samen met mijn grootouders het Schoppen Vrouwen (ook wel bekend onder Duizenden) kaartspel te spelen ben ik nooit gekomen.
Hier geen gokker, maar wel een muziekliefhebber, die er voor uit durft te komen dat hij deze band pas na de dood van Lemmy meer is gaan waarderen.

Motorpsycho - The All Is One (2020)

poster
4,0
The All Is One wordt gezien als de derde plaat van de Håkon Gullvåg triologie, genoemd naar de kunstenaar die verantwoordelijk is voor de indrukwekkende schitterende albumhoezen van de laatste drie platen. Natuurlijk moet zijn naam zeker vallen, maar het gaat bij mij vooral om de muziek. Dan kom je als purist al snel bij Tomas Järmyr uit, die in 2017 Kenneth Kapstad vervangt. Of Bent Sæther en Hans Magnus Ryan door de inbreng van de nieuwe drummer nog meer geprikkeld worden, en daardoor hun ideeën zo strak uitgewerkt op plaat verschijnen, laat ik in het midden. Het is wel een feit dat The Tower, The Crucible en The All Is One systematisch perfect op elkaar aansluiten.

Het is te gemakkelijk om nu voor de derde keer de jaren zeventig progrock invloeden aan te halen. Dit is het nieuwe geluid van het uit Trondheim afkomstige Noorse trio Motorpsycho, en net als bij iedere band is de sound te herleiden tot andere muzikanten. De unieke werkwijze laat niet zozeer een groei horen, maar geeft wel feitelijk weer dat The Tower niet de top van de toren blijkt te zijn, maar dat er nog genoeg groeimogelijkheden zijn om die burcht te versterken. Het is onmogelijk om de 84 minuten durende albumlengte volledig tot aan het bot af te kauwen en te ontleden, daardoor gaat er zoveel tijd verloren die je beter in de beleving van The All Is One kan stoppen. Het zal voor niemand vreemd zijn dat Motorpsycho niet voor de gemakkelijkste weg gekozen heeft, en dat siert ze.

Het hoopvolle epische titelstuk The All Is One is nog goed te volgen, en laat een euforisch gevoel achter. Behoorlijk bijzonder eigenlijk, omdat er over het algemeen gekozen wordt om met zo’n lap aan muziek af te sluiten. Een gedurfde stap die al gelijk hoge verwachtingen oproept. Een dwarse denkwijze die al kronkelend bij het gezelschap de verkeerde uitgang lijkt te nemen. De gitaren van Hans Magnus Ryan lanceren gillende solo’s terwijl op de achtergrond grijze dreampop elementen afwachten om er een doemsfeertje in te stoppen. Er wordt veel meer gespeeld met de opbouw, waardoor de semi akoestische ballad The Same Old Rock de meest logische single keuze is, al wordt hier door de strakke heavy onderbrekingen zeker niet voor een publieksgemakkelijke uitwerking gekozen. Op het jammende The Magpie krijgt de tot nu toe netjes ingehouden Tomas Järmyr de mogelijkheid om volledig los te gaan. De gedreven drumslagen geven een energieke impuls aan de vrij stabiele zangpartijen en geschoolde jazzrock gitaarakkoorden.

De afronding van de dubbelaar vind plaats toen het Corona virus al om zich heen greep, al is juist in het eerste N.O.X. stuk die dreiging zo overduidelijk voelbaar. Circles Around The Sun Part 1 is een wedloop met de natuur waarbij de klokkengeluiden symbool staan voor het gevecht tegen de afnemende tijd. De aarde zweeft doelloos rond in het universele sterrenstelsel, de zwaartekracht wordt omgeven door vervuilende verstikkende nevels. Nadat de treurende strijkers de doodsstrijd al aangekondigd hebben, nemen de zware blazers het laatste stukje lucht weg. Een indrukwekkende bijna beeldende beleving van een meesterlijk uitgespeeld werkstuk, waarbij vintage zangpartijen en het herhalende grimmige gitaarspel en rondspokende violen voor de genadeslag zorgen.

Het zwaar freakende Ouroboros is vintage Motorpsycho, waarbij weer eens benadrukt wordt hoe technisch ontwikkelt deze band in elkaar zit. Ingewikkelde drives pompen moeiteloos door de lang uitgerekte psychedelische ruimtelijke sfeercollages heen, gevolgd door gemeen uitgespeelde gitaarexplosies. De rol van de van de van Jaga Jazzist afkomstige Lars Horntveth is hierin gigantisch groot. Deze multi-instrumentalist is mede verantwoordelijk voor de eindcompositie en zou zeker een blijvende toevoegende waarde voor de band kunnen betekenen. Met gesamplede engelengezang wordt het einde der tijden aangekondigd, wat onmogelijk moet zijn, omdat er nog meer dan een volledige tweede plaat zijn opwachting zal maken.

De gewichtsloosheid van Ascension is bijna vernietigend, gelukkig krast daar het hemelse gitaarspel nog doorheen. Het voelt inderdaad niet als een afgesloten hoofdstuk en het gejaagde Night of Pan mag als sterke opener van de tweede plaat toeslaan. Ook nu weer geen traditioneel stuk, maar een met retro effecten opgesierd spektakel van ruim een kwartier. Ambient house klanken wisselen met gemak kerkelijke orgeltoetsen af, waarbij nogmaals de nadruk gelegd wordt dat The All Is One veel meer is dan een ode aan de experimentele jaren zeventig progrock. De percussie van Tomas Järmyr vormt hier uiteindelijk de motorische katalysator, maar kan ook niet onderdrukken dat de track net te lang zielloos doordraaft. De vorige twee tracks vormen eigenlijk niet meer dan het langdradige intro voor Circles Around the Sun Part 2. En daarmee maken ze toch wel een gruwelijke misstap. Ze gaan hiermee net die stap te ver waar ik al huiverig voor was. Hier verspelen ze eventjes tactisch de mogelijkheden om een meesterwerk af te leveren.

De rust in A Little Light vormt een fraaie opmars naar Dreams Of Fancy. Er wordt stevig gerockt en de groovende bas van Bent Sæther geeft de diepe uitgezette drumlijnen de mogelijkheid om de evenwichtige vocalen met lichte illustratieve orkestratie het beste tot uiting te laten komen. Na het wat zoete The Dowser zijn daar de bevrijdende stonerrock invloeden in het dromerige Like Chrome waar de psychedelica als Willy Wonka snoeperijen vanaf druipt. Heerlijk rauw wordt er op indrukwekkende wijze afgesloten. Ondanks dat The All Is Now een geweldige afsluiter van de trilogie is, moet ik mijn enthousiasme wel wat onderdrukken, dat de lengte van de soundtrack achtige composities niet altijd in het voordeel werken. De kwaliteit is vooral op het eerste schijfje terug te horen.

Motorpsycho - The All Is One | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Motorpsycho - The Crucible (2019)

poster
4,0
The Crucible is een stoere culturele Noorse egotrip die in de jaren negentig lijkt af te trappen. Spierballenrock waar het ontbloot bovenlichaam een gastrol bij vervult. Psychotzar begint gelijk met harde slaggitaar metal. Korte snel op elkaar volgende krachtige akkoorden die je direct nieuwsgierig de song in trekken. Powervolle zang die dat ruwe randje uitwerkenen en op de achtergrond is al minimaal iets van een mellotron aanwezig. De jongeling Tomas Järmyr op drums hoeft zichzelf met deze kwaliteiten niet te bewijzen. Zijn veelzijdige slagwerk geeft ruimte voor wat exotische elementen en klinkt alsof hij al jaren lang actief is bij de band. Het is prima en verantwoord dat Kenneth Kapstad zich definitief op Spidergawd is gaan richten. Järmyr doorstond op The Tower al ruimschoots de sollicitatieprocedure, en wist zich niet aan te passen aan het geluid. Nee, al vanaf zijn intreden mocht hij een mede bepalende rol opeisen. Hier direct duidelijk vanaf het moment dat de gong als een donderslag inslaat. Bij het soleren horen we al dat de begeleiding gaat grooven en duisterder zich voortbeweegt, de overgang naar het psychedelische vervolg is nog een kwestie van tijd. Smerige gitaaraanvallen volgen de steeds meer donderende bas van Bent Sæther op, na de rust van het akoestische gedeelte gaat de zang richting het snijdende van de grunge. Grootst wordt het vervolg aangegeven met razendsnelle passages en statische stukken, met op het laatst een episch slot, ondertussen beseffend dat dit nog maar de kortste track van de plaat is.

Mooie tweestemmigheid laat je al snel meevoeren in het sterk door de jaren zeventig beïnvloede progrock van Lux Aeterna. Verwacht geen tierelantijntjes en hoge vocale uithalen. Het uit Trondheim afkomstige Motorpsycho heeft nu eenmaal een dwarse ruige uitstraling, en daar verandert het prachtige akoestische inleidende gitaarspel niks aan. Er is veel meer ruimte voor goed gearrangeerde melodielijnen die zo nodig worden bijgeschaafd door de mellotron. Als er vervolgens grootst wordt uitgehaald met de symfonische poespas, krijg je al de ruige smerige gitaar er doorheen die je lekker maakt voor het vreemde psychedelisch zwaar aangezette vervolg. Hier ervaar je door de funky, jazz en fusion invloeden duidelijk waaraan Motorpsycho haar eigenzinnige naam aan te danken heeft. Deze technische sterk uitgespeelde wisselingen van stijlen is zo kenmerkend voor hun geluid. Alsof er in de tussentijd niks gebeurd is, gaan ze vervolgens weer net zo gemakkelijk verder met de rocksound die de jaren zeventig wisten te domineren. Na geweldige gitaarsolo’s wordt er in alle rust afgerond met weer de ondersteunende backing vocalen. Misschien is de verpakking net wat over the top, maar het siert de band van durf en lef.

Na minimale ruis op de bekkens wordt er vervolgens flink wat af gefreakt en gejamd op The Crucible. Alsof je midden op een kruispunt staat tijdens het spitsuur van de een of andere metropool. Zoveel geluiden passeren de revue. Dit is noodzakelijk om de roes op te roepen waarmee er een doorgang gezocht wordt tot het meer spanning opwekkende gitaarspel, die een flinke dreun op zijn achterste krijgt van de drummer. Hoe de bas zich hierbij nog staande kan houden lijkt een onmogelijke opgave. Heerlijk dat er dan toch weer de ruimte ontstaat voor het progressieve tussenstuk met prachtige bijna hippie achtige zang. Ritmisch krijgt het vervolgens meer vorm door de rol van Järmyr, en dan wordt er keihard toegeslagen met duivelse gitaren die als rond circelende demonen tot bedaren worden gebracht in een exorcistische bestrijding door de bas die zich niet van de wijs laat brengen. Zo herhalend blijft deze zich er tussen mengen. Bij het laatste stuk gaat het even de klassieke kant op met een klein momentje gitaarbeleving, om de uitstoot aan electrisch geweld nog voor de laatste keer de overhand te gunnen in een sterk gedeelte aan rockend hardrock met daarna het theatrale einde.

Een andere band zou dit waarschijnlijk verdelen over heel wat meer songs, maar Motorpsycho heeft aan een minimum van drie nummers genoeg om voor de zoveelste keer te overtuigen.

Motorpsycho - The Crucible | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Mozes & The Firstborn - Dadcore (2019)

poster
4,0
Mozes & The Firstborn introduceerde zichzelf alweer bijna zes jaar geleden in Nederland met de hippie achtige sing along protestsong I Got Skills. Deze jaren zestig pastiche waarbij flink werd afgekeken bij singer songwriters uit die tijd, bleek totaal niet representatief te zijn voor de rest van het debuut. Deze slackers waarbij het plezier maken de grootste inspiratiebron lijkt te vormen maken rammelende gitaarrock die zo omarmt kan worden door de skate cultuur. Niks aan de hand muziek, welke beïnvloed wordt door alles wat er in de familiare platencollectie te plunderen valt. De groei die ze ondertussen hebben door gemaakt is duidelijk terug te horen bij hun derde album Dadcore. Het sterke hoes ontwerp roept herinneringen op met het werk van Peter Te Bos voor Claw Boys Claw, maar is gemaakt door de uit Eindhoven afkomstige grafisch kunstenaar Wolf Aartsen. Inderdaad de broer van drummer Raven. De moeite waard om hier extra te vermelden.

Wat! Ze gaan toch niet heus de emo lo-fi kant op? Dadcore gaat gelukkig na het korte unplugged gedeelte vrij snel richting de surfpunk. Nog steeds niet bijster origineel, en lekker schaamteloos alles bij elkaar jattend. Het fun element is nog steeds aanwezig. Om vervolgens weer strak de grunge hoek op te zoeken in het zwaardere If I inclusief de vragende serieuze ondertoon. Smerig gooien Ernst-Jan van Doorn en zanger Melle Dielesen de gitaar riffs uit de speakers, en laten hierdoor hun muzikaliteit duidelijk gelden. De slide gitaar van Baldy kondigt een alternatief popliedje aan met een country inslag. De meerstemmige achtergrondzang neemt ons mee naar hun eerste succes I Got Skills. Nog steeds is dat onbevangen studentikoze gevoel van het debuut aanwezig. Sommige personen willen maar niet volwassen worden, en dat is maar goed ook. Maar wat zijn ze op muzikaal gegroeid! Heerlijk hoe vervolgens het drumstel beheerst wordt in Sad Supermarket Song. Zelfs als de duistere bas en gitaren invallen laat Raven Aartsen zich niet weg spelen.

Vervolgens denk je in de binnenstad van Eindhoven beland te zijn en een zwerver je kort toezingt in Fly Out. Om verder te gaan in het luchtige Blow Up, waar de zomerse beat je dat heerlijke festival gevoel geeft. Daar horen ze thuis, nog meer dan in het clubcircuit. Ga lekker buiten spelen, jongens! De powerpop van Hello is een heerlijke mix tussen de nerdy indiesound en het meer stoere mannen krachtrock. Onverschillig worden weer meerdere invloeden probleemloos aan elkaar gekoppeld, alsof het nooit anders is geweest. Na een van de vele leuke intermezzo’s springen we weer vrolijk verder met Scotch Tape / Stick with Me , waar halverwege de omschakeling volgt naar het zwaardere gedeelte. Veel woorden en net zoveel gemarcheer en vreemde geluiden die overgaan naar heerlijke noise explosies, met daardoor de zoemende bas van Corto Blommaert.

We gaan meer naar de jaren zestig met het duidelijk door het Lou Reed beïnvloedde spelplezier in We’re All Saints. Meesterlijk opgestuwd door de gitaar. Als dan een orgeltje zich hier vrolijk in probeert te mengen, wordt deze vakkundig snel weg gedraaid. Een geslaagde grap. Amen lijkt onder een brug opgenomen te zijn, waar aan de ene kant Anthony Kiedis heroïne aan het gebruiken is, en aan de andere kant een verdwaasde Kurt Cobain vriendschap aan het sluiten is met kakkerlakken. Daar ergens tussen in zit Melle Dielesen inspiratie op te doen. Een bak herrie die vanuit de railing over ons heen gestort wordt. Om dan Melle in de rol van gevoelige top 40 zanger te horen is lachwekkend, maar hij slaagt er in bij het met overdreven accent aangedikte Fly Out II. Och Ik wordt hier zo vrolijk van, prettig die zelfspot. Nee, de grootste band van Nederland zullen ze nu ook niet worden, maar What The Hell??

Mozes & The Firstborn - Dadcore | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Mozes & The Firstborn - Mozes & the Firstborn (2013)

poster
3,0
I Gott Skills wordt erg vaak op Radio 3 gedraaid.
De diskjockeys daar vinden het allemaal geweldig.
Het begint als Tender van Blur om vervolgens te verzanden in een soort van Engelse variant van Ben Ik Te Min van Armand, met de nodige elementen van Loser van Beck.
Toch blijft het goed hangen, groot meezinggehalte, ze zouden het prima doen bij Vrienden Van Amstel Live.
Lekker openen voor Guus Meeuwis om massaal in te haken met een groot la-la- gehalte en vervolgens over te gaan in Het Dondert En Het Bliksemt.
Onbewust moet ik ook aan Happy Mondays denken, jat de totale popgeschiedenis bij elkaar, gooi het in een grote glazen bol, om met dit mengsel naar buiten te treden.
Oasis naast Nirvana in Bloodsucker, The Stone Roses en Jefferson Aeroplanes Somebody to Love in Peter Jr.
Nederland leeft opnieuw in de jaren zestig, met de nodige bands die psychedelica en Merseybeat in hun muziek gebruiken.
Na The Kik, Jacco Gardner en de laatste Claw Boys Claw ( jawel, ze leven nog!) is Mozes & The Firstborn de zoveelste band die terug grijpt naar deze periode.
Stoort het mij?
Welnee, het heeft een lekkere flow, en blijkbaar is er behoefte aan.
Een naam die tijdens het hooikoortsseizoen verschillende rode oogjes zal veroorzaken bij de jongere festivalbezoeker.