MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Spinning Coin - Hyacinth (2020)

poster
3,5
Waarom gemakkelijk doen als het ook moeilijk kan. Het Schotse viertal van Spinning Coin weet in 2017 met Permo een prima springerige popplaat af te leveren. Het is lekker kneuterig en schattig. Een prettig in het gehoor liggend debuut met genoeg aandachtspunten voor de band uit Glasgow om verder mee aan de slag te gaan.

Dan is het drie jaar later toch wel eventjes flink slikken. Spinning Coin is in staat om een totaal andere moeilijke plaat te maken, met slecht stuurloze gitaren en huilerige belabberde zang. Alles wat tegenwoordig hip is, mag zich indie noemen. Als het maar rammelt, en het liefste lo fi is opgenomen. Hyacinth is een geval apart. Dit is daarvan de overtreffende trap. Ze zetten zo totaal af tegen alles wat je van een band verlangd, en dan verstaan ze ook nog de kunst om hier goed mee weg te komen.

Vergeet het rauwe van de eersteling, Hyacinth is verdwaalde hippie muziek van suf geblowde gasten die door een tijdmachine vanuit een landelijke commune uit de sixties zijn ondergebracht in de donkere stedelijke jaren tachtig. Het is dezelfde soort psychedelica waarmee de Madchester beweging rond 1990 van zich liet horen, al ligt nu het accent niet zozeer op de beats.

Het trage opstartende orgeltje in Avenues of Spring krijgt een heerlijke strandgloed over zich door het vintage gitaarspel en toch wel overtuigende samenzang. Tot hier toe is er helemaal niks mis, de zang is nog redelijk zuiver en laat je snakken naar een bloedhete zomer. Vervolgens wordt er een blik aan vrijheid, blijheid en broederschap opengetrokken in het door de Merseybeat beïnvloedde Feel You More Than World Right Now.

Dan neemt de waterpijp het over in Get High en volgt er een bevreemdende trip door Luilekkerland. De inkleuring is retro hallucinerend met duidelijke flitsende new wave invloeden. Juist dat laatste zorgt ervoor dat het net niet te geestverruimend wordt. De dromerige postpunk klanken sluiten wonderbaarlijk goed aan bij de zweverige basis. Zeker als daar die heerlijk opzwepende punkdrums van Ghosting nog eens fel overheen gaan.

Het is eigenlijk zonde dat nieuweling Rachel Taylor alleen op Black Cat vocaal de mogelijkheid krijgt om uit te blinken. Jammer dat ze niet op de hele plaat de leadzang verzorgt, deze verse aanwinst heeft genoeg kwaliteiten om alleen al Spinning Coin met gemak naar een hoger level te tillen. Het stevige met mankracht gezongen It’s Alright vormt hierbij een uitzondering, en mag zich ook tot de hoogtepunten rekenen. Hyacinth moet eventjes landen, en wil dan wel overtuigen. Een gedurfde voortzetting van een bijzondere band.

Spinning Coin - Hyacinth | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Spinvis - Spinvis (2002)

poster
3,5
Als kind zijnde had ik van die leuke prentenboeken van Seuss.
Absurde tekeningen van vreemde wezens.
Spinvis zou zo een karakter in een van die verhalen kunnen zijn.
Mooi gevonden naam, en ik zie de cartoon al zo op mijn netvlies.

Jezelf langdurig opsluiten op een zolderkamertje kan vreemde effecten opleveren.
Vervreemding van de wereld om je heen.
Erik de Jong koos voor vrijwillige opsluiting.
Monnik in een nieuwbouwwijk.
Verknipt geraakt door het vele muzikale plakwerk.
Ontleden tot een kaal geplukte kern.

Nooit iets begrepen van zijn teksten.
Meestal raak ik bij de tweede zin de draad al kwijt.
Ook ik wil intelligent overkomen.
Verkondig tegen andere de genialiteit.
Al zie ik weerspiegelend in hun blik steeds hetzelfde.
Kan iemand mij laten delen in dit grote geheim.

Vroeger had je van die boekenlijsten.
Verplichte literatuur.
Schrijvers waarvan je iets gelezen moest hebben.
Halverwege het verhaal naar de bibliotheek.
Vluchtig op zoek naar een geschikt uitreksel.
Omdat je er de ballen niet van snapte.

Wat kan het leven raar lopen.
Naar buiten treden met deze schizofreenachtige gedachtegang.
Huiswerk voor een psychiater.
Door iedereen bejubeld.
Neer gezet als componist van een meesterwerk.
Overal uitgenodigd.
Boekenbal.
Bij Adriaan van Dis op de koffie.
Potentiële Zomergast bij de VPRO.
Waarbij je uren lang kunt lullen over niks.
Als het maar interessant over komt.

Na een concert laat thuis.
Herhaling van De Wereld Draait Door op televisie.
Giel Beelen die met trots aankondigt een probeerseltje in handen te hebben.
Als een AIVD parasiet plundert hij de vuilnisbakken.
Op zoek naar nieuw materiaal.
Trots had je de vorige dag de eerste woordjes van je dochter op CD gebrand.
Waardoor die oude cassettebandjes eindelijk bij het afval konden.

Het leven als onbegrijpbare muzikant is zwaar.

Spinvis - Trein Vuur Dageraad (2017)

poster
3,0
Het zal wel aan mij liggen, maar Nederlandse teksten wil ik altijd kunnen begrijpen, bij de Engelse taal heb ik dat vrijwel niet.
Spinvis een aantal jaren geleden live gezien, waar hij met verhaaltjes tussendoor een inkijk in zijn muziek gaf.
Nog steeds wat lastig te volgen, maar soms viel het kwartje wel, wat als gevolg had dat ik veel meer sympathie voor deze zanger heb gekregen.
Blijkbaar was die behoefte groot.
En dan nu, een nieuw album.
Trein Vuur Dageraad hadden voor mij net zo goed Aap Noot Mies mogen zijn, woorden die je het eerste jaar op de lagere school leert.
Spinvis is voor mij de VPRO, vroeger op de zondagmorgen; Thea en Theo, Rembo en Rembo.
Kinderprogramma's die ik pas als jong volwassene begreep.
Bij Spinvis zit ik nog steeds in het lagere school stadium.
Wel interessant, en volgens mij ook geniaal, maar dat moet ik nog steeds ontdekken.

Spiritualized - And Nothing Hurt (2018)

poster
4,0
Veel minder Shoegaze dan zijn oudere albums, en het revolutionaire werk met Spaceman 3.
Bij opener A Perfect Miracle zijn de geluidjes nog wel hoorbaar, maar dan meer op de achtergrond, hier is het vooral folk wat domineert.
Bijna blije muziek te noemen, met een uitgebalanceerd einde.
Het geheel heeft iets van Wilco in zich, maar dan groter aangezet.
Raakvlakken met het solowerk van Dave Steward (Eurythmics) zijn er ook.
Ook wel wat van The Polyphonic Spree, maar dan zonder de jurken, en talentloze ondersteunende muzikanten.
I'm Your Man heeft een Lou Reed achtige gitaarsolo, die er vreemd genoeg prima tussen past.
Let’s Dance en The Morning After hebben ook een Velvet Underground gevoel.
On The Sunshine doet mij wel wat opveren; The Charlatans maar dan met saxofoon.
Toch in het geheel voor mij een wat saaie plaat, Jason Pierce heeft voorheen een stuk avontuurlijker geklonken.

Spiritualized - Everything Was Beautiful (2022)

poster
5,0
Jason Pierce leeft zijn leven. Een heftig leven met de nodige lichaam slopende verslavingen, ziektes en andere vervelende ongemakken. Een gekwelde vermoeid ogende muzikant, die zittende op een stoel in de lente van 2019 een fantastische performance in het Amsterdamse Paradiso weggeeft. De wereldberoemde poptempel is de perfecte locatie voor de psychedelische, met de nodige warm paarse lichtgolven opgefleurde soulbiecht. Het kost Spiritualized zes zware jaren om And Nothing Hurt te voltooien.

De fysieke en mentale gezondheid van de verder zwijgzame zanger, die liever zijn muziek laat spreken dan zich in interviews te verantwoorden, is blijkbaar goed genoeg om zich op Everything Was Beautiful te richten. Een plaat welke in eerste instantie op 25 februari zal verschijnen, maar die op het laatste moment vanwege productieproblemen naar 22 april vooruitgeschoven wordt. Jason Pierce blikt op veertig jaar muziekgeschiedenis terug. Als zeventienjarige jong adolescent start hij in 1982 samen met Peter Kember het druggy neopsychedelische Spacemen 3 op. Hij hergebruikt hier die basis, zonder in herhaling te vallen. Everything Was Beautiful is dus geen opnieuw opgewarmde kliekjesalbum, sterker nog, qua schoonheid hoort hij in diezelfde spotlichten als Ladies and Gentlemen We Are Floating in Space thuis. Ook hier gebeurt iets magisch, bijna ontastbaar.

Geen ground control to Major Jason. Dames en heren, we zweven nog steeds gevoelloos en verdoofd in het kosmische heelal rond. Ondanks dat And Nothing Hurt eigenlijk als dubbellaar bedoeld is, en Everything Was Beautiful hier het overige materiaal voor aflevert, is er toch gekozen om deze los van elkaar uit te brengen. Titel technisch en qua zinsopbouw zou je verwachten dat er op Everything Was Beautiful de oudste songs staan. Koppel de platen maar aan elkaar, Everything Was Beautiful, And Nothing Hurt.

Speculeren, speculeren. Dat is het mooie aan de mysterieuze vage meneer Pierce, die houdt dus wijselijk de mond. Natuurlijk is tevens de link naar het geniale onovertroffen Ladies and Gentlemen We Are Floating in Space met gemak te leggen. Dokter, geef mij iets tegen de pijn. In de eenvoudig vormgegeven albumhoes medicijndoosjes huist het grote gevaar, welke de afgelopen tien jaar de nodige muzikantenheldenwereld slachtoffers heeft opgeëist. Fentanyl en Oxycodon zijn de stimulerende en verdovende pijn bestrijdende middelen, vervangstoffen voor heroïne en cocaïne, vreemd genoeg op recept verkrijgbaar.

If You Want Another World
I Would Be Another World For You

Geen loze woorden, zo krachtig als Jason Pierce zichzelf in Always Together with You typeert, zo wijs en beheerst presenteert hij zichzelf op de hele plaat. Herboren? Nee, dat niet. De levenservaringen vallen op de juiste plek, het verleden is geen zware last meer maar een fortuinlijke levensles. Na de helende souldoop en de rouwende kruisweg is er ruimte voor bezinning. Gods Own Medicine. Met een alleen maar voor Jason Pierce begrijpende morscode maken we contact met de radio, vliegtuigen, het heelal, de dolende ziel en de aarde. De ruimtereiziger is in een bombastische wall of sound geland en nodigt je uit om samen met hem deze spacende trip te vervolgen. Nog steeds spiritueel? Natuurlijk spiritueel, het blijft Spiritualized, maar dan bijna in christelijke kerststemming om in exploderende noise golven het neon flikkerende nieuwe jaar in te luiden. Welkom terug Spiritualized.

Het smerige roest ophoestende Best Thing You Never Had (The D Song) is vintage Spiritualized. Een tijdswormgat van vijfentwintig jaar waarin hemelse blazers het koninkrijk van eerbiedige engelengospelzangeressen triomfantelijk toespreken. Er wordt ouderwets gerockt, en het is ongelofelijk dat dit diezelfde schaduwschim is, welke een paar jaar geleden zichtbaar fragiel gebroken bezoekers van Paradiso de preek aflegt.

Het berustend opende Let It Bleed (For Iggy) grijpt terug naar de prille jaren zestig. De invloedrijke ontdekking van de ware rockmuziek, in een tijdperk dat men muziek nog niet zozeer in onderscheidende hokjes onderbrengt, maar vooral geestverruimende middelen het werk laten doen. Die oerkern wordt ook nu niet afgepeld, maar juist suikerrijk gekarameliseerd, met ook hier de prominent opgestelde blazers als toegift.

Wat een genot dat zangeres Nikki Lane het duet met Jason Pierce aandurft en er in Crazy een fraaie huwelijksverbintenis tussen Amerikaanse folkcountry en Britse soulpsychedelica tot stand komt. Muziek is universeel en kent geen grenzen. Het is een cliché, maar wel de feitelijke waarheid. Hoe mooi is het dat dit tweetal zich in de uiteendrijvende coronamaanden gevonden heeft en een overtuigend, wel wat sentimenteel werkstuk aflevert. Zoetsappig? Ja, het tandenglazuur eist een renovatie op, maar wat bekt het allemaal heerlijk vertrouwd.

Van een andere bovennatuurlijke klasse is de alarmerende gevaar aankondigende psycho spooktrein in de anti-lockdown track The Mainline Song. Een duizelingwekkende opwaartse spiraal track die de opgesloten depressies als een hoofdpijn werende bruistablet oplost en uitnodigt om te dansen, vooral om samen te dansen. Geen individuele silent disco, maar massale ravende volksfeestjes. Verdwijn in de stadslichten en dans tot de slaap het euforische gevoel overneemt.

Everything Was Beautiful eindigt met de twee langste albumtracks. The A Song (Laid in Your Arms) opent het jazzdeurtje naar de Krautrock, en waar hedendaagse postpunkbands er een nerveuze wispelturige happening van maken, blijft Spiritualized controlerend dirigeren. Elimineer alle oneffenheden totdat er een heldere suspensie overblijft. Dan pas ontstaan er talrijke mogelijkheden om de track laag op laag op te bouwen, totdat de vermorzelende geluidsterreur daadkrachtig keihard toeslaat. Er zit zo’n heerlijke hypnotiserende drive in, een op de maat schuddende drang om te blijven bewegen, met die gewelddadige exorcistische slotclimax.

Wat heb je dan verder nog nodig? Het verhaal heeft een kop en een staart, dus eigenlijk is het gewoon klaar. Pas op! Het rauw hees gezongenI’m Coming Home Again overtreft alle eerdere verwachtingen. Het bezit een opbouw waar een band als Pink Floyd normaliteit patent op heeft. Maar nu deze progrock dinosaurussen al jaren naar het museum van de prehistorie zijn verbannen, is het mooi dat juist Spiritualized dit erfgoed opeist, en die Pandora doos publiekelijk openstelt. De schatkist wordt volledig leeggeroofd, gerecycled en aan de nieuwbakken eigenaar, de luisteraar terug gegeven. I’m Coming Home Again, Jason Pierce is weer thuis en levert met Everything Was Beautiful zijn beste plaat uit zijn toch al niet misselijke carrière af. Alles tot nu toe was al zo mooi en prachtig, dit is de overtreffende trap. Hulde!

Spiritualized - Everything Was Beautiful | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Spiritualized - Ladies and Gentlemen We Are Floating in Space (1997)

poster
4,0
Het intro van Ladies and Gentlemen We Are Floating in Space heb ik ooit eerder voorbij horen komen bij een quiz hier op de site, en de laatste tijd komt deze regelmatig voorbij bij SongPop.
Ik dacht voorheen altijd dat Spiritualized een vage new age act was met de nodige elektronica, maar als je dan het nummer verder luistert, dan hoor je eerder raakvlakken met een meer toegankelijke versie van Ride.
Vervolgens doet Come Together denken aan Primal Scream, die toevallig ook nog een nummer hebben met dezelfde titel.
En zo ontdek je vervolgens dat Spiritualized een afsplitsing is van Spacemen 3; ook geen vreemde naam voor mij, en voordat je het in de gaten hebt, ben je alweer naar het 3e nummer van dit album aan het luisteren.
Terwijl de bedoeling was om alleen de opener terug te horen, nieuwsgierig naar het verdere verloop hiervan.
Het blijft allemaal in dat hoekje hangen, nu hoor je bij I Think I'm in Love wat meer Stone Roses invloeden, al zijn die beter in de overgangen in een nummer, die stilte had voor mij niet gehoeven.
Blijkbaar is de opzet om een wat meer hypnotiserend geheel te maken, maar voor mij had er meer variatie in mogen zitten, nu wordt een gedeelte als een mantra te lang herhaald voordat het over gaat in een lied.
Vervolgens wel een meer compact geheel in All of My Thoughts, die mondharmonica er doorheen is wel gaaf, maar vervolgens zwakt het wel wat af, om vervolgens nogmaals hetzelfde kunstje te herhalen.
Bij Stay with Me moet ik aan Thousand Yard Stare denken, maar wie heeft er ooit van die band gehoord?
Blijft een aanrader om op zoek te gaan naar hun debuut.
Voor mij een klasse hoger dan dit geneuzel.
Electricity heeft meer dat up tempo van een act als Supergrass, en hierbij hoor ik ook wel een Rollercoaster van Spacemen 3 in terug.
Na twee geslaagde nummers en een minder geslaagd trio, zijn we nu weer terug bij een boeiend geheel.
Home of the Brave begint wat lo-fi, maar krijgt gelukkig nog een prachtige Velvet Underground achtige muzikale ondersteuning.
De overgang naar The Individual is mooi gemaakt, voordat je het in de gaten hebt, zit je al in de flow van dit lied.
Dit werkt dus wel degelijk, maar meer geschikt als afsluiter.
Daardoor lijkt het alsof Broken Heart het begin is van een ander album, maar waarschijnlijk is dit de opener van de B-kant van de lp versie.
Een beetje rondneuzen op Discogs blijkt dit wel te kloppen.
Er is ook een dubbel lp versie te koop; het 2e album opent ook hiermee.
Mooi en sfeervol, beetje vergelijkbaar met Ladies and Gentlemen We Are Floating in Space, vanwege het gepraat aan het begin.
Muzikaal meer dan oké.
No God Only Religion is rommelig, niet dat de rest heel georganiseerd klinkt, maar hierbij komt het niet geheel ten goede.
Jammer, maar het is zo.
Cool Wave heeft dat vertrouwde Primal Scream sfeertje van Come Together weer, ook die gospel achtige backing vocals zijn een pluspunt.
Cop Shoot Cop is een prima afsluiter.
Het begin lijkt wel een The Doors nummer, maar dan met Herman Brood op piano.
Verder moet ik ook aan een band als Stereo Mc’s denken, zal wel door het relaxte sfeertje komen.
Die gitaarlawine had voor mij weer niet zo gehoeven.
Beetje wisselvallig album.
Veel genialiteit, maar ook een groot aantal afzwakkers.
Om af te sluiten binnen de sfeer van de albumhoes;
Een pakket met uppers en downers.

Split Enz - Waiata (1981)

Alternatieve titel: Corroboree

poster
3,5
Het zal wel de warmte van de nummers zijn; iets in de productie wat prettig aanvoelt.
Iets wat ik ook heel duidelijk terug hoor bij het debuut van Crowded House.
Openers Hard Act to Follow en One Step Ahead zijn duidelijke voorbeelden.
Don’t Dream It’s Over en World Were You Live hebben dat ook.
Zou het iets met de baspartijen kunnen zijn?
Ik kan het niet helemaal duidelijk benoemen, het is meer een gevoel.
Bij Ghost Girl voel ik het echter weer bij de gitaar; het dromerige.
New Wave met het symfonische van Genesis.
De zang klinkt hier nog af en toe wat vlakjes; beetje Feargal Sharkey achtig, zoals in
I Don't Wanna Dance.
Ik hoorde vanmiddag ook echt ouder werk, en mij lijkt het dat vanaf True Colours de rol van Neil Finn steeds groter werd, en er steeds meer sprake was van Crowded House in de kinderstoelen.
Er wordt nog wel terug gegrepen naar het experimentele oude geluid, zoals in het freaky Wail en groots opgezette Clumsy , maar het grotendeels is er al sprake van de kenmerkende Crowded House sound van vooral het debuut.
History Never Repeats is net zoals Into Temptation een geslaagde poging om een soort van The Beatles nummer te maken, waarbij de broertjes volgens mij geheel op dezelfde lijn zitten.
Maar ook hier hoor ik in de zang raakvlakken met Peter Gabriel, en misschien nog meer Phil Collins, net als bij Walking Through The Ruins.
Message to My Girl zal uiteindelijk de genadeslag zijn, en misschien wel genoemd kunnen worden als de eerste echte Crowded House single.
Maar wat ga ik deze twee bands steeds meer waarderen.

Spoon - Ga Ga Ga Ga Ga (2007)

poster
4,0
Onder de titel Slay On Cue worden alle albums van Spoon dit najaar door Matador Records opnieuw uitgebracht. Wij haken natuurlijk in met recensies van al die albums en de vinylversies in het bijzonder. Deze week: Ga Ga Ga Ga Ga.

Het zelfvertrouwen moet door de bejubelende ontvangst van Gimme Fiction wel zo gigantisch groot zijn dat Spoon hun zesde album opent met een onder de huid kruipend gejaagd meesterwerk. Het net buiten de lijntjes kleurende Don’t Make Me a Target is een melodieus opbouwende gitaartrack. Broeierig als een snel om zich heen slaande heidebrand op een lome zomeravond.

Het freakt alle kanten uit, en vormt een geweldige introductie voor Ga Ga Ga Ga Ga. De emotionele diepgang in het met dwarrelende zanglijnen gevulde piano werkstuk The Ghost of You Lingers laat je in verwarring achter. Is dit dezelfde band als die je bij de openingskracht hoorde?

Jazeker, Ga Ga Ga Ga Ga klinkt als de onder controle zijnde hartslag van een vitale topsporter. Dan weer heerlijk gedreven, dan weer zo mellow als in de ontspannen voorbereidingsfase.

Don’t Make Me a Target heeft verwijzingen die je eenvoudig kan linken aan het Ziggy Stardust verhaal. Het is een dikke middelvinger naar de winst beluste aasgieren bij de grote platenmaatschappijen die hem willen inpalmen om hem een commerciële richting in te duwen.

Nog steeds is het Britt Daniel die niet alleen als tekst en songwriter de touwtjes in handen heeft, maar ook achter de knoppen grotendeels verantwoordelijk is voor het eindresultaat.

Hij benoemd de vermoeidheid van de grote fysieke druk die het muzikantenbestaan oproept in The Ghost of You Lingers. Aan de ene kant heel kwetsbaar, maar hiermee weet hij zich ook op een doordachte manier te bewapenen tegen de kritische pers. Ga Ga Ga Ga Ga bezit echter juist die kenmerkende bezielde energie, en komt nergens over als een verveelde herhalingsoefening.

Je kijkt als luisteraar dus niet vreemd op dat er eenvoudig overgeschakeld wordt naar het enthousiast met blazers gevulde white soul Motown songs als You Got Yr. Cherry Bomb en The Underdog of het Spaans gitaar gepingel op My Little Japanese Cigarette Case.

De nieuwe binnengehaalde bassist Rob Pope mag zijn stempel drukken op Don’t You Evah door de song geheel naar eigen inzicht te boetseren. Dit speelplezier gebruikt hij vervolgens ook om Rhthm & Soul van zijn ziel te voorzien. Het is prachtig om te horen hoe hij zich zo treffend staande houdt, en wel degelijk zoveel invloed uitoefent op het geluid van Ga Ga Ga Ga Ga.

De B-kant gaat verder terug in de tijd, en ademt met Eddie’s Ragga in alles de reggae dub invloeden uit die zich eind jaren zeventig in de punk mengden. Deze retro aanpak werkt perfect, zoals eigenlijk alles bij Spoon, die zich geen misstap laat permitteren, zelfs niet als ze op het einde er een duister postpunk schaduw overheen werpen.

Ook de potige working class ritmes in Finer Feelings mogen in dezelfde categorie ondergebracht worden. Tracks die je misschien nog wel het meeste doen verlangen naar een vinyl aanschaf van Ga Ga Ga Ga Ga. Als er dan nog afsluitend met Black Like Me terug gegrepen wordt naar het alles overheersende pretentieuze jaren zestig geluid, is het nogmaals duidelijk dat hun verbredende kijk geen beperkingen kent; topplaat!

Spoon - Ga Ga Ga Ga Ga (vinyl) | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Spoon - Girls Can Tell (2001)

poster
4,0
Met het in 2001 verschenen Girls Can Tell zijn de puntige indie gitaarrock randjes grotendeels verdwenen. Alsof de derde plaat van Spoon in de studio van een professionele schoonheidsspecialist is opgenomen, en dat de tracks gepolijst de deur hebben verlaten. Een groot contrast met de energieke voorgangers A Series of Sneaks en de ruwe open lo-fi sound van Telephono, dat het heerlijke nonchalante in zich heeft, en waarmee ze met weinig geld en geen geschikt opname apparatuur wel een overdonderend debuut afleverden.

Sporadisch echoot dat geluid nog voort in het smerige gitaarspel van Britt Daniel en het keiharde slagwerk van Jim Eno in Believing Is Art, die zichzelf in de rol van producer frontaal in de eind mix heeft gegooid. Maar zelfs daar zorgen de donkere sfeervolle vintage orgelpartijen al voor een meer in balans zijnde geheel. Spoon mag zichzelf feliciteren met het gegeven dat de zoektocht naar een eigen geluid zichzelf heeft weten te vinden in hun derde volwaardige album Girls Can Tell. Die hervonden rust zorgt voor een minder gejaagd eindresultaat.

Doordat de plaat gewoon eenvoudig in de thuisstudio van Jim Eno is opgenomen zijn de verse ideeën in het meest oorspronkelijke huiskamersfeertje op tape beland. Door de rustige harmonische uitwerking ontstaat er ook ruimte voor evenwichtigere uitgebalanceerde sixties samenzang in Lines in the Suit. De afgerafelde puntigheid is nog wel aanwezig in het rockende uptempo Take A Walk en het met beatswing gevulde Take The Fifth waarbij de neuriënde bas van Josh Zarbo voor de laatste keer het voortouw neemt.

Josh Zarbo is na zijn korte absentie tijdens de jaar eerder verschenen EP Love Ways weer teruggekeerd bij het tweetal Jim Eno en Britt Daniel. Zijn aandeel brokkelt meer en meer af, zeker nu zijn twijfel om nog langer als een volwaardig lid binnen Spoon een rol te vervullen toeneemt.

Al stilletjes komt John Clayton in beeld, die zwaar onder de indruk is van de coverversie van Me and the Bean wat oorspronkelijk door zijn eigen band The Sidehackers is uitgebracht. Deze fraaie dromerige vertolking verdient alle lof, en het lichthese grunge randje in de vocalen van Britt Daniel maakt het helemaal passend. John Clayton zal uiteindelijk op de volgende plaat Kill the Moonlight de band met zijn muzikale baskwaliteiten een tijdelijke ondersteunende rol toereiken.

Girls Can Tell is allemaal net wat soberder. De donkere pianogeluiden van Conrad Keely die normaal het meesterlijke …And You Will Know Us By The Trail Of Dead van een extra glans voorziet, zorgt hier voor de diepte in het door liefdesverdriet doordrenkte Everything Hits at Once en het treurende jaren zeventig getinte 1020 AM. Een prachtig orkestraal vintage stuk, waar hij toch mooi eventjes de hoofdrol weet op te eisen.

De wisselwerking tussen de songs en de afwisseling tussen stevig werk en rustige radiovriendelijke passages geven de ups en downs in het leven weer. Zo zorgt het grimmige This Book Is A Movie voor een filmisch stoffig nachtelijk desert sfeertje, waarmee Spoon hun geoliede Texas roots verraden, wat ze mooi doorzetten in het afsluitende Chicago at Night.

De opstandige bravoure heeft ondertussen plaats gemaakt voor doordachte volwassenwording. Doordat Spoon is afgestompt door het grote Elektra label is de band genoodzaakt om het zelf via de Do It Yourself methode op te lossen. Vreemd genoeg levert dit juist een standvastig geproduceerde plaat op waarmee ze ook voor andere bands een dienst bewijzen dat de invloed van een multinational niet zozeer tot een beter eindproduct leidt.

Spoon - Girls Can Tell (vinyl) | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Spoon - Kill the Moonlight (2002)

poster
Spoon heeft serieuze grote problemen tijdens het opnameproces van de vierde plaat Kill The Moonlight heeft Spoon nu Josh Zarbo tijdelijk uit het beeld is verdwenen. Zoals aangegeven op Girls Can Tell lijkt de van The Sidehackers afkomstige John Clayton de geschikte persoon om de rol als basspeler op zich te nemen. Toch wordt er tevens gestoeid met het geluid van Roman Kuebler, die eerder in de indie rock band Roads To Space Travel het viersnarige instrument bespeelt. Uiteindelijk keert Josh Zarbo terug aan het front, waardoor er bij de afronding van Kill The Moonlight drie namen vermeld staan als bassist.

Ondanks deze domme pech kan de band wel aansluiten bij Merge Records, die vanaf nu samen met Matador verantwoordelijk zijn voor de distributie en re-releases van de albums. Het omzetten van het ruwe materiaal in uitgewerkte composities is het tweetal Britt Daniel en Jim Eno zo goed bevallen, dat ze ook nu de touwtjes strak in eigen handen houden. Het aandeel van de op de achtergrond al reeds aanwezige Mike McCarthy breid zich uit, en hij zal voorlopig als hoofdproducent aanwezig blijven.

Op Kill The Moonlight is het keyboardspeler Eggo Johanson die de hoofdrol opeist. De geruchten dat deze geheimzinnige figuur een alter-ego van Britt Daniel is, worden door de band tegengesproken, al wijst alles wel duidelijk die richting op. Het valt ook op dat de toetsen en gitaar bijna niet gezamenlijk in de schijnwerpers staan, maar elkaar steeds afwisselen.

In ieder geval weet hij met zijn onbuigzame orgelpartijen een agressief pre cyberpunk sausje toe te mengen aan het verder vrij minimalistische Small Stakes en stevige Jonathon Fisk, waarbij de gitaar wel heerlijk mag rond jengelen. Ook zijn bijdrage op de met swingende seventies pianotoetsen van The Way We Get By geven de doorslag. De toetsenist is de katalysator die de pulserende ritmesectie in werking zet, om er een dreigende ondertoon aan toe te voegen.

De vocalen van de uit Texas afkomstige Britt Daniel ademen in alles nog dat nonchalante Britse chauvinisme uit, al wordt er wel degelijk naar nieuwe invalshoeken gezocht. Het mag duidelijk zijn dat men in de Verenigde Staten ook op de hoogte is van het feit dat de Belgische muzikanten ondertussen de Europese markt beheersen. Er wordt geflirt met funky grooves en de verwijzingen naar de retro disco sound vliegen je op Kill The Moonlight heerlijk om je oren.

Het zwaarmoedige geluid van Girls Can Tell zet zich niet zozeer voort, daarvoor wordt het opgevrolijkt met aanstekelijke human beat box geluidjes en vrouwelijke zangpartijen die Stay Don’t Go een Frans Belgisch sexy sensueel tintje meegeven. Er wordt afgesloten met Paper Tiger waarbij de eerste naweeën van de punkbeweging voelbaar zijn en waarbij er steeds meer geëxperimenteerd wordt met Afro beats en Jamaicaanse dub.

De B-Kant opent verrassend sterk met de Bowieaanse glamrock van Someone Something, om vervolgens met de smerige David Lynch soundtrack surfgitaar van All the Pretty Girls Go to the City weer opnieuw winst te boeken. Dat lukt ze ook met het lawaaierige dansbare futuristische new wave van Back to the Life waarbij orkestrale samplers en Afro beat gitaarstijlakkoorden voor de opschudding zorgen.

Met het dromerige psychedelische Vittorio E. laat Spoon nogmaals horen dat de samenhang dan wel ontbreek, maar dat de variatie een goed vervangingsmiddel is waarmee de veelzijdigheid van de band nogmaals benadrukt wordt.

Spoon - Kill the Moonlight (Vinyl) | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

SPRINTS - All That Is Over (2025)

poster
4,5
Een overdonderend postpunk debuut biedt geen garantie voor een aansluitend succesverhaal. Met het stevige Letter to Self houden Karla Chubb en haar mannen zich prima staande. Het publiek wil echter bloed zien en vraagt voor de opvolger het uiterste van SPRINTS. Door het massale kwantitatieve aanbod aan vanuit Dublin opererende punkbands moet je jezelf continu in the picture spelen. De Dublinaren hebben hierbij ook nog de pech dat ze een flinke klap moeten incasseren. Gitarist Colm O’Reilly verlaat de band en dat doet pijn. Je leeft samen naar een droom toe, jaagt deze na en vervolgens houdt het op.

Een dapper besluit van de gitarist wat zeker gerespecteerd wordt, maar hoe vervolgen we verder de weg? Deze pure noodzaak biedt SPRINTS de mogelijkheid om zichzelf te herdefiniëren. Het versterkt in ieder geval de hang naar vernieuwingsdrang. Met de komst van gitarist Zac Stephenson verandert er veel. De sound is veelzijdiger en dat doet het gezelschap goed. Wat hetzelfde blijft is de aanwezigheid van Gilla Band bassist Daniel Fox, die ook nu als producer actief is. Laten we zo het stellen, dat zijn handtekening onder een track als Need onmiskenbaar voelbaar is.

Waarom de kat in de gordijnen jagen, als je de gordijnen ook kan sluiten. Is Letter to Self nog een bermbom die direct frontale schade veroorzaakt, dan is All That Is Over de sluipmoordenaar welke zijn moment afwacht om net zo destructief toe te slaan. Het logge voorwerk van drummer Jack Callan in Abandon is hierbij de katalysator, het startsein. Het donkere Abandon vervreemdt zich van een wereld die niet meer eigen aanvoelt, omdat deze niet meer eigen is. De aarde huilt en we staan machteloos aan de zijlijn. Karla Chubb denkt na voordat ze een spervuur aan woorden loslaat. Dit is een tactische aanval waarmee ze eerst verantwoording aan haarzelf aflegt. Het koord is nog strakker gespannen. Geeft ze aan een commerciële zelfmoord toe, of blijft ze zich zichtbaar presenteren. Ze kiest bewust voor dat laatste.

To the Bone speelt met folky gitaarakkoorden en de soberheid van grijze postpunk leegte. Die leegte moet opnieuw opgevuld worden en verklaart het destructieve einde. Uiteindelijk ben je voor het eigen handelen aansprakelijk. Vanaf hier gaat SPRINTS weer ouderwets los. Dan komt de Descartes mokerslag pas echt hard binnen. Karla Chubb preekt voor eigen parochie en de groep aan volgelingen wordt alleen maar groter.

SPRINTS versterkt haar positie als liveband met meer evenwicht en rustpunten in haar sound. Rage is zompige grunge, Pieces opgefokte cyberpunk en Something’s Gonna Happen definieert SPRINTS volgens de vroegere postpunk begrippen. All That Is Over toont net zoveel variatie als de gedachtengang van een gemiddelde schizofreen.

Accepteren we dat anderen ons leven vergooien. Blijven we geloven dat genot synoniem aan pijn is. Vergiftigen we ons hart door paranoia of laten we dat orgaan bloeden om tegengas te bieden. De Better liefdesverklaring bevindt zich in het schijngebied, en klinkt als de perfecte toegankelijke single. All That Is Over is hoe dan ook veiliger dan de voorganger. Voor Karla Chubb biedt het een excuus om een afgestorven relatie met haar voormalige partner een plek te geven. Het is te eenvoudig om het mannelijke evenbeeld van de ellende de schuld te geven. Daar schuurt het wel, en daar bevinden zich de weerhaken.

Parkeren we die rocksterren ijdelheid om vanuit het intellect te handelen. De zeven hoofdzondes worden aangehaald en als boegbeeld gooit Karla Chubb haar vrouwelijkheid in de strijd. Geen wezen is zo zwak als de mens, en aan deze zwaktes dreigt men telkens weer ten onder te gaan. Het is de kunst om die energieke lading aan boosheid tot iets hoopvols om te buigen. Dus uiteindelijk komt het allemaal wel goed. Welnee, in het theatrale Spaans getinte mystieke Desire eindspel nemen de sirenes het over en brengen deze ons weer naar de realiteit terug. Of All That Is Over een paniekschreeuw of een geslaagde koerswijziging is zal de toekomst uitwijzen.

SPRINTS - All That Is Over | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Sprung aus den Wolken - Sprung aus den Wolken (1981)

poster
4,0
Als Wim Wenders de grijze leegte van Berlijn in het filmscript van Der Himmel über Berlin vorm wil geven, kiest hij voor klassieke zwartwit beelden waardoor deze in 1987 geschoten rolprent een retro uitstraling krijgt. In eerste instantie komen typische Berlijnse industrial noise bands als Einstürzende Neubauten en Sprung aus den Wolken in het vizier om dit concept te versterken. Toch blijft vooral de indrukwekkende performance van de Australische Nick Cave and the Bad Seeds en de landgenoten van Crime & the City Solution bij. Er zit weinig oprechte romantiek in dit in tweeën gesplitste vertekende stadsvisie en eigenlijk geeft Christiane F. – Wir Kinder vom Bahnhof Zoo een veel realistischer beeld, neemt niet weg dat het beide indrukwekkende films zijn.

In de tijd dat de Christiane F. – Wir Kinder vom Bahnhof Zoo verfilming uitkomt, zit Christiane Felscherinow zelf nog midden in die krakersdrugscene waartoe dan ook de vernieuwende artiesten van als Einstürzende Neubauten en Sprung aus den Wolken behoren. Einstürzende Neubauten wordt al snel aan het The Bad Seeds gezelschap gelinkt, mede doordat Blixa Bargeld een tijdlang in die band een belangrijke rol vertolkt. Wat velen; inclusief mijzelf, niet weten is dat Sprung aus den Wolken ook nog steeds actief is, al brengen ze nog sporadisch platen uit. 1981 – West-Berlijn bestaat in principe vooral uit de Sprung Aus Den Wolken EP, aangevuld met wat bonustracks, waaronder het door Wim Wenders in Der Himmel über Berlin gebruikte Pas Attendre.

Sprung aus den Wolken is de creatieve gedachtegang van beeldend kunstenaar Kiddy Citny, die hiermee een totaalpakket in de uitverkoop gooit. Het op ZickZack verschenen 1981 – West-Berlijn staat voor de grote breuk; de scheidingslijn tussen Oost en West, arm en rijk, communisme en kapitalisme, maar is veel meer dan dat. Door underground propaganda komen ze in aanraking met de punk en de tegendraadse no future houding die daar uit voortvloeit. 1981 is het startpunt van de grote explosie welke acht jaar later in 1989 met de val van De Berlijnse Muur tot ontploffing komt. Begin jaren tachtig durven idealisten voorzichtig hun onvrede te uiten en dringen ze steeds meer in de Westerse cultuur door. Sprung Aus Den Wolken maakt scheuren in het verval en probeert uit die geschepte veilige wereldje te ontsnappen.

Sprung Aus Den Wolken heeft veel connecties met het Westen en biedt behalve anarchie en wanorde dus ook veel hoop, New Gold Dreams volgens de toeziende Big Brother Is Watching You principes. Eigenlijk verschilt Oost en West qua rechtssysteem niet eens zo heel veel met elkaar, en is de hedendaagse kloof misschien zelfs vergelijkbaar. Dub & Die is met terugwerkende kracht stukken melodieuzer dan hoe men er begin jaren tachtig tegen aankeek. Het is een soort van minimalistische pre techno met de nodige Krautrock verwijzingen naar de Kraftwerk pioniers. Het woordloze gezang geeft er een universele tijdloze repeterende twist aan. De Dub & Die ontwrichting is machinale werk in uitvoering, het eindproduct in wording, met veel bliepjes en hard metaal percussie.

De funkende Komm Her Sing Mit en in aanmaak zijnde vergelijkbare Bevor Sie Dich Töten chaos haakt bij het steeds meer levende vroeg postpunk tijdperk aan. Sprung Aus Den Wolken verrijkt de Krautrock grenzen en omarmt de vernieuwing. Vergeet niet dat zelfs de Krautrock hier als een gepasseerd station is en de Trans Europa Express in hoog tempo verder voorbij raast. Het bezit net als het donkere Leidenschaftlich postpunk tussendoortje de nodige stuwende cyberpunk jazzy breakbeats die ruim tien jaar later als vernieuwend beschouwd worden, maar die hier al overduidelijk aanwezig zijn. Deze terreur zet zich in de moordende exotische Jeder Tag tribaldance door, een sound die D.A.F. een jaar later op de wat tragere Kebab Träume single perfectioneert. Het Soso sarcasme heeft die anarchistische cabareteske swingbeat gekte die een Foetus vervolgens later tot het bot uitbeent.

Het eigenzinnige Gegen den Strom karakteriseert Sprung Aus Den Wolken nog het beste. Een antihouding om de gereformeerde massastructuur te ontwijken, om zelfs te saboteren. Zware drums dreunen dominerend zwaar in het meer tot het op Suicide niveau functionerende Nichts im Sinn door. Claustrofobische onbehaaglijkheid wordt hier door nieuwsgierigheid onderdrukt, en wint het van de vervreemding. Het Lust-Last-Liebe probeersel verschijnt in eerste instantie op het eigen Faux Pas label, maar wordt in 2011 alsnog door het Franse Le Son Du Maquis opgepakt. Ze verbreden de ruimte door er zelfs elektrische gitaren aan te koppelen, een geslaagde voortzetting waarmee ze zich van de elektronica kortzichtigheid distantiëren. Het is hun visie op het smerige Velvet Underground voorwerk, gewaagd, gestoord en licht psychedelisch.

Schür Die Glut verschijnt oorspronkelijk enkel op cassette, een heerlijke eenvoudige Do It Yourself productie release welke onder de toonbank verkocht wordt. Een leuk verhalend hebbedingetje voor de geroutineerde fans, en hier slechts een aankondiging voor het meer interessante werk, de Pas Attendre / Que Pa EP uit 1985. Je hoort op het intiem semi-akoestische Que Pas I de overgang naar de meer melodieuze postpunk dreampop van het dan in opkomst zijnde Cocteau Twins en de nodige The Cure verwijzingen terug. Ook Sprung aus den Wolken gaat met zijn tijd mee, en dan voelt de 1981 – West-Berlijn titel bij deze vernieuwingsdrang wat misplaatst aan. Que Pas II is het zwaardere verteerbare industrial noise overgewicht broertje, die met lompe stappen de zachtaardigheid nivelleert.

Het verhaal begint bij Der Himmel über Berlin en eindigt bij Der Himmel über Berlin. De ongekende schoonheid van Pas Attendre I hakt er stevig in, en laat de luisteraar visualiserend met de beelden van de film spelen. De overgang van de doodslaande klanken naar de ademende akoestische klanken is magistraal te noemen, al merk je overduidelijk dat het krampachtige Frans niet hun moedertaal is. Het is overduidelijk dat Arctic Monkeys de Do I Wanna Know? melodielijnen letterlijk van Sprung Aus Den Wolken geleend hebben. De bibberende zang is het enige minpuntje, de jammerende gitaarsolo maakt alles goed. Pas Attendre II is een poging om meer emotionele diepgang aan de zang toe te voegen, maar hier gaan ze er gigantisch mee de mist in.

Zoals ik al overduidelijk aangeef is de 1981 – West-Berlijn titel wat misleidend en dekt deze niet de volledige inhoud. Je doet het schijfje er tekort mee, want de plaat is zeker ook voor de liefhebber van de latere koerswijziging een aanrader. Zonder Einstürzende Neubauten en Sprung aus den Wolken zou een Depeche Mode waarschijnlijk veel langer als een tiener huppelbandje klinken, en ook het Britse Mute Records maakt er gretig gebruik van en voegt soortgelijke acts aan hun experimentele avant-garde label toe.

Sprung Aus Den Wolken - 1981 – West​-​Berlin | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Squid - Cowards (2025)

poster
4,5
De uit Brighton afkomstige eigenzinnige postpunkers van Squid zijn het funk freakende buitenbeentje van de scene. Na het hysterische ritmische Bright Green Field debuut en het meer open minded sferische O Monolith vervolg, breekt Squid zich op Cowards als een gespleten persoonlijkheid open. Een schizofreen is nooit alleen en bewapend met de stemmen in zijn hoofd gaat Ollie Judge helemaal los. Dat het muzikaal ook nog eens weer behoorlijk spannend en gedurfd is, is een mooie bijkomstigheid. Squid treedt hiermee in de voetsporen van Radiohead die ook het rockgebeuren achter zich laten en de progressieve rock en free jazz paden bewandelen. Een natuurlijke ontwikkeling die hen scherp en gedreven houdt.

De no wave krautrock single Crispy Skin is te bizar voor woorden, al maken de zinnen van Ollie Judge wel de nodige indruk. De track is tot kannibalisme te herleiden, maar gaat feitelijk nog een aantal stappen verder. We bieden ons als product te koop aan, klaar voor massaconsumptie. Op de sociale media leggen we ons hebben en houden op de publieke pijnbank, waarom dan niet ook ons vlees en bloed op een presenteerbordje aanbieden? Het kwaad waakt over ons en zuigt als een vampier de ziel leeg. Squid zou Squid niet zijn als hier niet nog een aantal theatrale retro wendingen aan werden toegevoegd.

In Building 650 leidt een gids een Amerikaanse seriemoordenaar in het nachtelijke Tokio rond en bezoeken ze de plekken waar zijn vriend het beste toe kan slaan. Het ziekelijke verlangen van toeristen om rampplekken te bezichtigen. Er schuilt in een ieder van ons een stukje van de amicale gestoorde Frank. Sensatieratten en riooltoerisme, we zwelgen in de ellende van anderen. Paranoia is via de achterdeur binnen geslopen en bewoont de schimmelige kelder van onze gedachtegang.

Wat gebeurt er als een sekteleider zijn Messiasgedaante misbruikt en zijn duivelse ideeën loslaat? Wat is de invloed op zijn volgelingen als hij de haat laat regeren en ze tot dood en verderf aanzet? Vertroebeld door drugs en religieuze waanzin laten zij in Blood on the Boulders een spoor van vernieling achter. Het huis waar de aanhangers van Charles Manson een bloedbad aanrichten en onder andere Sharon Tate koelbloedig liquideren, zal tot een heus bedevaartsoord uitgroeien. Nine Inch Nails neemt er zelfs hun Broken EP op. Blood on the Boulders zoekt naar antwoorden die er simpelweg niet zijn. De groovende trance roept een hallucinant en verdovend effect op, de geestelijke toestand waar de moordende groepering op het moment van toeslaan in verkeert. Het heeft exact dezelfde adrenaline als Heroin van Velvet Underground, iets dat eigenlijk meer dan genoeg zegt.

Het vage half uitgeschreven Fieldworks I en de onder druk zijnde tijdsklok van Fieldworks II staan voor de lastige fases tijdens het opnameproces. Fracties en hiaten van songs die telkens terugkomen en het proces afremmen en vervolgens weer inspireren. Haal het maximale uit een band en laat ze net zolang heen klooien tot ze tot een bruikbaar eindresultaat komen. Een gewaagd experiment zonder essentieel doel, het geeft vooral de bruikbare energie weer. Dit levert de complexiteit van het bijna wiskundig uitgewerkte door gitarist Louis Borlase gezongen Cro-Magnon Man funkpower op. De overgangsfase dat het dierlijke instinct zelf leert om te denken en hierna te handelen. Het staat voor de geboorte van de mensheid zoals we deze nu kennen, inclusief alle eigenaardigheden. Het slimste wezen op aarde? Ik dacht het niet.

Het Cowards titelstuk ligt muzikaal erg in de lijn van het post Isaac Wood Black Country, New Road werk, al zouden de woorden ook door de voormalige frontman van die band geschreven kunnen zijn. Gegijzeld door de overheid en als gevolg van de Brexit zijn we amper in staat om het Britse vasteland te ontvluchten. Ook Squid waagt zich aan folk en komt hier verbazend sterk mee weg. Het is de Noorse trompettist Chris Dowding die met zijn melancholische sound de band naar het volgende level stuwt. We claimen in Showtime! onze 15 minutes of fame. Showtime! is tegendraads grillig, broeierig zelfs, met een hoofdrol voor de freakende baspartijen van Laurie Nankivell. Percussionist Zands Duggan dirigeert het logge gevaarte dat als een ouderwetse krautrock locomotief traag krakend op gang komt om vervolgens tot een snelheidsduivel te transformeren.

Squid tekent op het apocalyptische Well Met (Fingers Through the Fence) het uitgemergelde karkas van een afgestorven planeet uit. We schetsen in onze hoofden een surrealistische visie van hoop, waar we ons door dromen en onwaarheden heen laten leiden. De oudheid brokkelt af en er komt niks wezenlijks nieuws voor terug; de belevingswereld wordt steeds kleiner en compacter. Squid cijfert zichzelf bijna onzichtbaar weg, waarna de gastzangers, blazers en het strijkorkest het overnemen. De kunst van het weglaten om in een verrijkende status terecht te komen. De liefdesbaby heeft zich tot een monsterlijk wezen ontplooit, Squid stijgt op Cowards weer eens ver boven zichzelf uit, wat een stelletje geweldenaren zijn het toch.

Squid - Cowards | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

St. Vincent - All Born Screaming (2024)

poster
4,0
Tevreden blikt Annie Clark op Daddy’s Home terug. Een waardige hommage aan haar vader en tevens een mooi eerbetoon aan het New York van de vroegere jaren zeventig. St. Vincent bewandelt die oude straten waar ze in aanraking komt met glamrock, soul, funk en disco. Vanuit de achterdeur van nachtclub Studio 54 belandt ze uiteindelijk bij de beschimmelde voorzijde van het CBGB punkhol, en daar komt het verhaal tot een einde. Nu het verleden een plek heeft gekregen is het tijd om aan de toekomst te werken. Dan merkt Annie Clark op dat ze in het heden gevangen zit. Een leegte die tijdens het aan de pandemie refererende The Power’s Out tot stilstand komt.

Om vooruit te snellen, breekt ze met haar opgebouwde leventje. Onderliggende trauma’s dringen zich in het zacht sensuele Hell Is Near op en luiden een gitzwarte Big Time Nothing periode in. Als een duiveltje op de rechterschouder fluistert Tricky haar de Hell Is Round the Corner woorden in. Aan de linkerkant voorspelt Beth Gibbons haar de nodige Sour Times dagen. Dit alles in het broeierige beklemmende Mezzanine decor van Massive Attack. Een groot gedeelte van All Born Screaming bevindt zich aan de scheidingsrand van de industriële triphop en bestrijdt de duisternis om uiteindelijk het licht te omarmen. Het is een proces waar St. Vincent alleen doorheen moet komen. En dan is het gebruikelijk dat ze hierbij zelf de lijnen uitzet en als producer die eindverantwoording draagt.

Er zit dus veel jaren negentig in All Born Screaming verweven. Vrijwel alle imponerende krachtvrouwen komen aan bod. Er zit veel dromerige Tori Amos mystiek in Hell Is Near, veel potige PJ Harvey agressie in Broken Man, veel Sharleen Spiteri van Texas divasoul in Sweetest Fruit en veel gedurfde Björk elektronica in het funkende Big Time Nothing. Vanuit een opbouwende door Nine Inch Nails geïnspireerde pianobasis zet ze het indrukwekkende Reckless neer. Hoe kwetsbaar moet je je opstellen voordat de industriële beats dat laatste stukje aan zelfrespect vermorzelen? St. Vincent rouwt al voordat het verlies optreedt en bereidt zich op dat onvermijdelijke afscheid voor. Het is de angst om de controle over de emoties kwijt te raken, de angst voor haar eigen verdriet.

Toch is dit exact dezelfde St. Vincent die vervolgens in het feministische Broken Man zo stevig rockend van zich afbijt en die daar in het vernederende Flea nog een forse schep bovenop doet. So Many Planets is een krautrock reggae variant op de murder ballad die je normaal eerder aan een genre als country of blues zou linken. Het filmische met toeters en blazers opgesierde Violent Times is een regelrechte sollicitatie om de volgende James Bond titelsong te vertolken. Natuurlijk verlangt Annie Clark ook naar die grote internationale doorbraak.

Verder zoekt ze haar heil in een geconcentreerde lage dosering aan psychedelische drugs, die dan weer een helend effect oproepen, maar net zo gemakkelijk een bad trip veroorzaken. In die voorbereidende fase gaat ze met synthesizers en drumcomputers aan de slag. Die laatste verruilt ze vervolgens voor echte slagwerkers. Het is echter wel zo dat elke track om een andere aanpak vraagt en zo leveren Josh Freese (Foo Fighters), Dave Grohl (Nirvana), Mark Guiliana (David Bowie), Stella Mozgawa (Warpaint) en Cian Riordan elk hun specifieke visitekaartje af.

Sweetest Fruit verwijst naar de trieste omstandigheden waarbij de iconische muziekproducent en invloedrijke transgender SOPHIE om het leven komt. Een tragisch ongeval of een weloverwogen keuze voor de dood? Het poppy Sweetest Fruit viert vooral het leven, de laatste tribal dance in het verblindende maanlicht. Cate Le Bon is haar steun en toeverlaat, waarmee ze Big Time Nothing schrijft en met wie ze het All Born Screaming titelstuk zingt. Cate Le Bon gaat helemaal los in haar hallucinerende buitenaardse baspartijen. In deze afsluitende track vinden de twee powerdames elkaar, een waanzinnig eindoordeel van deze kosmische reis.

St. Vincent - All Born Screaming | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

St. Vincent - Daddy's Home (2021)

poster
4,0
St. Vincent, het alter ego van Annie Clark, kruipt op haar zesde album Daddy’s Home in de huid van een funkende disco queen. Veel glamour dus en hoge sensuele uithalen. Het straffe erotische dressed in black uiterlijk heeft plaats gemaakt voor een verloederde aan lager wal geraakte souldiva die je schuchter vanaf de albumhoes toelacht. Gekleed in een armoedige afgedragen bontjas en een stairway to heaven aan ladders in versleten jarretelkousen. Nog steeds sexy, maar dan op de goedkope vintage variant.

Ondanks dat ze muzikaal terug grijpt naar de jaren zeventig, is Daddy’s Home zeker niet gedateerd en zelfs stukken chiquer dan de lichtelijk ordinaire vlammende elektrofunk van MassEducation. De titel is ontleed aan haar vaders toestand die als frauderende boef er een celstraf van tien jaar op heeft zitten. Doordat het accent sterk de hoopvolle gospel en de ziel van de soul op gaat bevestigt de zangeres dat ze zoekende is naar antwoorden. De geloofsovertuiging speelt hierin een cruciale rol, al ligt die meer bij haar innerlijk dan in de visualisatie van een onmeetbare Goddelijke kracht. Eigenlijk komt Annie Clark daar erg dicht bij die erfelijke genen en ervaren levenslessen van haar vader in de buurt. Beiden kiezen bewust voor een meer avontuurlijke afslag, en gaan dan net over het goedkeurende maatschappelijke randje heen.

Daddy’s Home is ook zeker behoorlijk politiek getint, het gewelddadige optreden van de politie binnen de gevangenisdeuren heeft ze als dochter van een gedetineerde van dichtbij mogen ervaren. Een triest gegeven omdat dit trauma Annie Clark heeft beperkt in haar persoonlijke groei. Dan mag je als artiest zijnde een zelfverzekerde indruk achter laten, van binnen zit je trouw te wachten op de hereniging met je vader. Toch heeft het op Daddy’s Home voornamelijk een verzachtend karakter en is het misschien zelfs wel de meest toegankelijke plaat van St. Vincent, al blijft de groovende gitaargekte van het onvoorspelbare Down het nog steeds geweldig goed doen. Dat onnavolgbare zit tevens verweven in het berustende Somebody Like Me welke eenvoudig te herleiden is tot een afscheidsbrief van een desperate persoon die voor de keuze staat om een eind aan haar leven te maken. Het verklaart in ieder geval het depressieve lege gevoel van als iemand voor langere tijd uit je leven weggerukt is.

Pay Your Way in Pain is een tikkeltje ondeugend en zou zo uit de schatkisten van Prince afkomstig kunnen zijn. Papa’s meisje is in die de achterliggende weggegooide periode ontwikkelt tot een volwassen hoge hakken dragende egocentrische dame. Al heeft Annie Clark nooit afgeweken van haar veilig gestelde doelen en idealen. Dan is het lastig om Daddy’s Home niet als een waardig eerbetoon aan haar vader te beschouwen, dus zal ook ik niet van dit gegeven afwijken. Veel beschimmelde platenkast albums, die een tijd lang begraven in het stof voor de nodige herinneringen zorgen. De een duikt terug in de vergeelde fotografie, St. Vincent zoekt die geluksmomenten in de muziek.

Broeierige liefdesescapades die ultieme genotsongs als Down and Out Downtown voortbrengen worden afgewisseld door de vermoeiende gevangenisbezoekjes in het krijsende titelstuk Daddy’s Home, of in de voortvluchtende Hollywood romance van The Melting Of The Sun waar de elektrische Wurlitzer piano de positie van het geweten op zich neemt. St. Vincent schaamt zich er niet voor om de dromerige retro symfonische psychedelica en de ABBA meerstemmigheid van Live in the Dream in haar wereld binnen te laten. Ook hiermee is ze blijkbaar groot gebracht, en vervult een bepalende rol in haar jeugd. Het is eventjes wennen aan de vervangende stemmen acrobatiek op Daddy’s Home die de overvloed aan elektronische spanningsbogen van de tafel veegt, je krijgt er in ieder geval veel moois voor terug.

St. Vincent - Daddy's Home | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

STADT - Meerstadt (2023)

poster
4,0
Mijn herinneringen aan Domburg gaan ver naar de prille jeugdjaren terug. De Zeeuwse mentaliteit spreekt mijn ouders meer aan dan de stadse arrogantie van Scheveningen, en als kind zijnde maken de levensechte ansichtkaarten omgeving van Domburg de nodige indruk. Met een beetje fantasie is Villa de Wael tot Villa Kakelbont te herleiden, en de indrukwekkende monumentenlijst is zelfs nog geliefder dan het strand. Het statige Domburg straalt gevestigde en vergaande elegantie uit, toch komt mijn bezoek aan deze badplaats van twee jaar geleden niet geheel met dat stukje gekoesterde nostalgie overheen. Als kind zijnde is alles nog mooier, nog groter dan door de ogen van een volwassene.

Misschien kijkt het Gentse Stadt viertal hier met dezelfde waardes tegenaan. Domburg ligt net over de grens, maar je bent wel in buitenland op vakantie. Niet elk gezin heeft de financiële mogelijkheden om naar Spanje of Griekenland uit te wijken. In Meerstadt komt dat jaarlijkse zomerse escapisme uit vergeten tijden allemaal samen. Dromerig wanen we ons in de jaren zeventig van de verfijnde Franse clubjazz en de Duitse krautrock met de kilometerlange elektronica snelwegen. Stadt documenteert gepasseerde momenten in een zevental instrumentale schetsvertellingen en twee met vocalen opgesierde werkstukken. Ondanks dat het gezelschap het stadse bestaan ontwijkt en naar de bevrijdende rust van Domburg uitwijkt, speelt het onbetrouwbare karakter van de altijd in beweging zijnde dreigende golven een grote rol in de muzikale uiteenzetting van Meerstadt. Het tevens in De Beren Gieren actieve Fulco Ottervanger en Simon Segers tweetal, en Joris Cool en Frederik Segers van PJDS vormen de vier basiselementen op de plaat, de zee is de vijfde alles verbindende oerkracht.

Voorzichtig herkennend bewandelt het speels ontwakende Krabbegang het witte verlate ochtendstrand, en ademt daarbij overwaaiende verjaarde new wave dampen binnen. De drukkende baspartijen van Joris Cool bepalen de koers in Zandplaat. Deze duikt met veel tierelantijntjes in de kitscherige vergeelde oude fotoboeken, en reanimeert deze met een hedendaagse toegepast animatiefilter. Eenzame treurnis ontfermt zich over de bedrieglijke Tidal Slide triphop vakantieliefde romantiek, teder, maar oh zo verraderlijk gemeen passioneel. Een uitgeput strandpaviljoen leven welke als een beschadigd scheepswrak in de ondergaande zon wegzinkt. Het afwijkende The Current is een stadse nachtschemerige Metropolistische paringsdans, met koortsachtige broeierige hoge vocalen, Oosterse vervreemding en disco exorcisme. Ook de verleidende Beating Heart of the Mermen verlokkingen richten zich met jazzy saxofoonuitstulpingen op de vooravond van het duistere uitgaansleven.

De Kelp mystiek ontaardt in het rokerige trippende Follow the Tide waarin de spanningsbogen als uiterste diepgaande buigingen de zangpartijen van Fulco Ottervanger ernstig toewenken. Stadt in topvorm, de erfenis van jarenlange speelervaringen. Duinrel is een eenmalige uitvlucht naar de Wassenaarse beau monde, gedurfd eigenzinnig met het bijna zwijgende drumritme geschuifel van Simon Segers welke in een opstuwende regengekletter ontaardt. De jankende gitaarakkoorden van Federik Segers huilen de maan tegenmoed. Duinrel is elitair, hoogopgeleid, en overstijgt de overige albumtracks. Helaas is de zenuwachtige voortploeterende elektronica hierin een vervelende stoorzender welke net zo goed geëlimineerd mag worden. Bij het afsluitende avondrode Domburg by Night werkt het berustende exotische ambient toetsenwerk echter weer wel verzachtend. Meerstadt is geen gemakkelijk nieuw Stadt hoofdstuk, maar vraagt meerdere luisterbeurten, waarna de schoonheid en diepgang zich prettig vertrouwd openbaren.

Stadt - Meerstadt | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

STAKE - Critical Method (2019)

poster
4,0
Dat een eervolle vermelding bij Humo’s Rock Rally leid tot eeuwige roem is in het verleden al met regelmaat bewezen. Sterker nog, het Belgische rockklimaat is opgebouwd rond deze baanbrekende wedstrijd. Dat hierbij geen onderscheid in stijl en genre wordt gemaakt is waarschijnlijk wel het belangrijkste element hiervan. Doordat de jury bestaat uit popjournalisten, radiomakers en andere pluggers, heeft het winnen hiervan een mooie opstart naar een platencontract tot gevolg. Steak Number Eight weet in 2008 deze trofee binnen te halen.

Met een oorverdovend geluid weten deze uit Wevelgem afkomstige geweldenaren op jeugdige leeftijd in dat jaar te debuteren met When The Candle Dies Out. De emoschreeuw van Brent Vanneste bezit dan al zoveel kracht, maar blijft nog wat achter is de mix van de vernietigende sound die hij met zijn drie compagnons neerzet. Wat een verdriet en ellende wordt er over je heen gestort, ongelofelijk dat er al zoveel zielenpijn heerst in deze jonge gasten. Met een gemiddelde leeftijd van zestien jaar klinken ze stukken volwassener dan de gemiddelde oudere Nu-metal jankers uit de Verenigde Staten. Er is dan al gekozen voor een uitgerekte opbouw van de tracks waarin heftige postrock invloeden prima samen weten te gaan met dromerige postpunk.

Een groei die zich met gemak voortzet in All Is Chaos, waar een steeds betere zingende Brent Vanneste er nog meer zijn uitlaadklep van maakt. Het is een tikkeltje minder zwaar en melodieuzer. Zonder zich te binden aan de commerciële aandacht bewandelen ze hun eigen weg. Na het meer psychedelische Kosmokoma is de band op, afgebrand door de intensiteit en energie welke het alles gevende opnameproces opeist. De vermoeidheid die het vele toeren met zich meebrengt. In 2018 wordt er na een productieve stilte van vijf jaar een punt achter gezet, alles gegeven, het is klaar.

Toch blijkt dit alleen voor de bandsnaam te gelden. Vanwege een trieste gebeurtenis in familiare sfeer bij de zanger ligt de naam daar te gevoelig. Brent koppelde Steak Number Eight om persoonlijke redenen aan zijn overleden broer, en besluit om dit los van elkaar te zien. Een verstandige en doordachte keuze om door te starten met STAKE, een verfrissende nieuwe naam, met lichte koerswijzigingen in het geluid.

Zompig gitaargeweld luid de gekwelde voordracht van Brent in. Volledig gebroken gooit hij al zijn hartzeer van zich af, om vervolgens een aangename zangstem in te zetten. Na het explosieve melodieuze titelnummer Critical Method met solerende gitaren worden halverwege de snaren een standje lager opgeschroefd tot meer gangbare waarde. Het logge stoere geluid krijgt een flinke gecoördineerde injectie in de goed georganiseerde ruige zangpartijen.

De snelle punkriffs en Zuid Amerikaanse percussie in Careless laten een veelzijdigheid horen waardoor blijkt dat STAKE nog steeds groeiende is en ruimte maakt voor nieuwe invloeden. Ze staan zelfs open voor een meer ballad gerichte benadering in Human Throne. Natuurlijk wordt halverwege het volume flink opgevoerd, ze zijn uiteraard niet veranderd in een lieve rockband.

De toegankelijkheid komt het beste naar voren in de verstaanbare donkere gothic doommetal van Devolution. Het herfstnummer bij uitstek van deze geslaagde plaat. Verder wagen ze zich steeds meer op het jaren negentig pad. Tussen de industriële noise sijpelt de op grunge en andere gitaarrock door. Tijdens de rustige passages komen zelfs de door de band voorheen veelal vermeden symfonische elementen toekijken. Geen extreme veranderingen dus, maar wel meer lucht en variatie. Het constante hoge niveau van de eerdere albums krijgt een gelijkwaardig indrukwekkend vervolg.

STAKE - Critical Method | Metal | Written in Music - writteninmusic.com

Stanley Brinks and The Wave Pictures - Tequila Island (2019)

poster
3,5
Stanley Brinks and The Wave Pictures is een samenwerkingsverband tussen Stanley Brinks en de Britse rockband The Wave Pictures. Stanley Brinks die in een ver grijs verleden nog gewoon André Herman Düne heette en samen met zijn broer David-Ivar de naar de achternaam gelinkte popduo Herman Dune oprichtte. André besluit uiteindelijk de band te verlaten. Na vele rondzwervingen settelt hij zich uiteindelijk in Groot Brittannië. Verschillende solo albums rijker stuit hij in het burgerlijk dorpje Wymeswold op de veelzijdige muzikanten van The Wave Pictures. Uit die ontmoeting komen ondertussen al vijf platen uit voort, waarvan Tequila Island het laatste verschenen is.

Voor de inspiratie van Tequila Island lijkt het dat ze niet verder zijn gekomen dan een bezoek aan de plaatselijke drankhandel. De wazige teksten zijn doordrenkt door alcohol, en de frontman klinkt als een verlopen straatmuzikant. Zijn sjofele uitstraling werkt hierbij ook niet in het voordeel. Live gebeurt er altijd van alles op het podium. De drinkebroers en zusters verschijnen schaamteloos op het podium om al dansend en zingend de band bij te staan. Niemand die zich hier verder druk om maakt.

Met de vrolijke klanken van Song of Siggi in mijn achterhoofd moet ik denken aan Summer in Siam van The Pogues. Het roept memorabele herinneringen op aan uit de hand gelopen bloedhete vakanties met exotische cocktails. Toch is het allemaal niet zo negatief bedoeld. De romantiek van verlate terrassen alleen bevolkt door een verliefd stelletje wordt met datzelfde gemak uit de gitaar getoverd. Dan is het Bob Dylan achtige Living Without You een stuk zeurderiger. Wanneer laat men de invloeden van deze volksheld eens achterwege. Een aanklacht gericht op vele folkies. Ook het uptempo swingende Like a Fool ligt tevens teveel in het verlengde van deze grootheid.

Met het door mondharmonica versierde prairie tranentrekker Underwater laat meer de gevoelige country kant horen. Zo ook het klompen stampende farmerslied Like a Song. Zo gemakkelijk wordt de overstap gemaakt van de Britse afgelegen landweggetjes naar het werkende plattelandsleven in de Verenigde Staten. Het fluitende titelstuk Tequila Island leid als gehaaide propper in de vorm van de rattenvanger van Hamelen alcoholisten elke avond weer naar de plaatselijke kroeg. Na een paar nikszeggende composities is de aandacht gewekt door het banjo gepingel in het barfly lijflied Gin in Me. Mooi somber ervaar je de drang naar de verboden vruchten.

De samenwerking heeft iets magisch. De trieste verhalende singer-songwriting zang van Stanley Brinks krijgt door de veelzijdige verbitterende begeleiding een gouden randje. Dat is nog het beste hoorbaar in de uitgerekte weg mijmerende blues van Four Times We Kissed en het daarop volgende Little Irene. Waar in tranen doorweekte gitaarakkoorden ondersteuning krijgen van de in Mexicaans mineur gestemde blazers. Vertellingen die overduidelijk handelen over de zelfkant van het leven. Stanley Brinks heeft genoeg droefheid als zware bagage meegedragen in zijn bestaan.

Stanley Brinks and The Wave Pictures - Tequila Island | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Starcrawler - Devour You (2019)

poster
3,5
Door de graatmagere, ongezond, ogende zangeres als boegbeeld wordt er al gemakkelijk gelinkt aan alles wat God verboden heeft. Met ouders die een verleden hebben als popfotograaf en rockdrummer, groeit ze op in de gevaarlijke rock & roll scene van California. Moeder Autumn De Wilde zorgt voor het prachtige artwerk, thematisch sterk gericht op de vrouwelijkheid. Het blijft lastig te oordelen of we bij Arrow De Wilde te maken hebben met een hysterische jongedame die zich helemaal bloot geeft op het podium, of een wispelturige gevormde gimmick die zich heeft laten inspireren door de Riot Grrl beweging, welke gelijk met de gitaarrock opkwam. Hoe triest is het dat vrouwenbands zich juist distantiëren van hun mannelijke collega’s. Deze feministische houding staat haaks tegenover hoe ze zich willen presenteren. Gelijkgestelden in het wereldje, dus laat ik deze benaming voor wat het is, en spreek ik gewoon verder over gitaarrock.

Maar goed, deze jonge band houdt zich nu al twee albums wankel staande en met Devour You wil de uit Los Angeles afkomstige Starcrawler zich opnieuw in de schijnwerpers plaatsen. Op zich valt er weinig af te rekenen aan de bandsound, want die heeft zich wel degelijk ontwikkeld ten opzichte van het debuut. Dat hier niet meer het gevoel heerst dat Austin Smith op meelzakken aan het meppen is kan natuurlijk ook het werk zijn van Nick Launay. Een geluk bij een ongeluk, nu Ryan Adams zich overduidelijk een tijdje uit de business heeft terug getrokken, en niet meer achter de knoppen plaats neemt. Al zou een song als Born Asleep zo van zijn hand kunnen zijn geweest. Waarschijnlijk waren de basisideeën gericht op een bredere Americana oriëntatie, een mooi gegeven waar Launay zich heerlijk kan uitleven. Spreekwoordelijk werd het stokje over gegeven bij Hollywood Ending, waarmee beide heren nog gezamenlijk mee aan de slag gingen.

Zijn ruige productie van was eerder al terug te horen op het Nick Cave project Grinderman, de Zweedse oerpunkers van Refused, en recentelijk dit jaar nog bij het comeback album Scatter the Rats van L7. Gelukkig laat hij wel een ander geluid horen op Devour You, en loopt Starcrawler minder het risico om aan die powerdames gelinkt te worden. Nu kiest hij er niet voor om te werken met pauzes en rust, maar laat hij het continu maar doordraven. Deze aanpak leent zich het beste voor de jeugdige energieke muzikanten, en past ook treffend bij de live presentatie.

Na het stoere tegen de cyberpunk aanleunende Lizzy gaat het helemaal los met een mengeling aan stijlen. Ouderwetse countryrock weerklinkt in het hoogtepunt No More Pennies, met een overtuigende Arrow De Wilde. Net zo seventies gericht wandelen ze met de glamrock invloeden door de overige tracks heen. Lichte retro disco accenten geven het allemaal net dat extra aan glans. Het is niet noodzakelijk om deze jonge honden af te remmen, maar het aanleren van nieuwe kunstjes is wel een pre. Nu is het te hopen dat een Courtney Love niet haar nagels scherpt om een catfight aan te gaan, omdat de gelijkenissen met Hole er wel heel erg dik bovenop liggen.

Starcrawler - Devour You | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Station 17 - Oui Bitte (2023)

poster
3,5
Onderschattingsangst? Daar heeft het uit Hamburg afkomstige Station 17 helemaal geen last van. Sterker nog, op het gelijknamige Station 17 debuut schakelen ze de hulp van kopstukken uit de Duitse elektro scene in. Met namen als Michael Rother (Neu!), Holger Czukay (Can), en F.M. Einheit (Einstürzende Neubauten) verzilveren ze dat onschatbare beginnersgeluk. Die diversiteit levert een indrukwekkend eindresultaat op, waarbij het gezelschap met old school disco, tribal exotica, industrial noise en huilende hardrock gitaarexplosies tekeer gaat. Ze worden echter door die veelzijdigheid ondersneeuwt, waardoor ze amper in staat zijn om een eigen geluid te representeren. Daar werken ze de aansluitende jaren hard genoeg aan, en met die eigen smoel leveren ze met Oui Bitte hun elfde studioplaat af.

Toch loopt het voorbereidende proces anders dan verwacht. Ze verlaten na een langere productieve arme periode de thuisbasis om tijdens de pandemie stilte in de heuvelrijke omgeving van Schleswig-Holstein dat spelgenot te hervinden. De opzet is om deze onbevangen sferische 24-uurs jamsessies live in Fabrik, de concertzaal in Hamburg te representeren. De praktijk loopt echter anders dan die opgezette planning. Deze compromisloze werkhouding levert genoeg bruikbaar materiaal op om een volledige plaat mee te vullen. De kracht van Oui Bitte ligt in die ongedwongen relaxte uitstraling, de niks moet, alles kan mentaliteit. Met de verfrissende funk twinkelingen staan ze volop in die jaren tachtig new wave, de onbevangen kleurrijke tegenhanger van de strenge starre postpunk.

De uitdagende instrumentale 20.000 Meilen Unter dem Mond onderwaterwereld is een berustende oase aan lichtvoetigheid. Een ontdekkingstocht waar Station 17 onder het genot van stuwende ritmes, strandopnames, hemelse krautrock verlichtingsvelden en funkende gitaarpartijen haar eigen mogelijkheden herontdekt. Soms wil je alleen maar in een bedje aan geluidsgolven zwemmen. Het humoristische beknepen Hausmann geeft een overspannen taakverdeling binnen de gezinssamenstelling weer. Hausmann is amper tegen die huiselijke hectiek opgewassen. Juist dat subtiele spaarzame voorgeprogrammeerde robotachtige taalgebruik linkt op een komische wijze aan The Man-Machine van Kraftwerk. Het opzwepende Push introduceert piepende blazerspartijen in het samenspel en hengelt een vleugje Italodisco met ophitsende dubfunkbas binnen. Deze bas vormt tevens de basis van het lange in reggae ondergedompelde tegenstrijdige onthaastende Das Rasen eindstuk. De hele plaat straalt in ieder geval die ontstressende mindfullness tederheid uit.

Der Monat en Aufgehoben worden tekstueel door bijdrages van Andreas Dorau ondersteunt. Deze volksheld scoort internationaal halverwege de jaren negentig een klein hit succes met Girls in Love waar hij een Neue Deutsche Welle fundament een clubhouse verfrissende injectie toedient. Op het uitmuntende breed uitwaaiende Der Monat gitaarstuk klinkt hij echter veroudert en licht gebroken. De futuristische Aufgehoben new wave krautrock past beter bij zijn stem en vind ik persoonlijk stukken sterker. Station 17 reanimeert op indrukwekkende wijze de vocale bijdrage van de vroeg overleden volgeling Birgit Hohnen in het duister sensuele Propaganda synthpop getinte Bewegung. Een monumentaal fraai eerbetoon aan deze bevriende spoken word artiest. Oui Bitte is een onverwacht extraatje, maar mist net die kenmerkende scherpte observatie van het eerdere werk. Ze hebben er in ieder geval weer plezier in, en dat is misschien wel het belangrijkste.

Station 17 - Oui Bitte | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Stearica - Golem 202020 (2021)

poster
4,0
De door de Duitse cineast Paul Wegener geproduceerde The Golem: How He Came in the World uit 1920 was het derde en tevens laatste deel uit de Golem trilogie, een filmreeks welke in de twintiger jaren van de vorige eeuw gemaakt werd. De overige delen The Golem uit 1915 en The Golem and the Dancing Girl uit 1917 zijn helaas verloren gegaan, terwijl het derde deel in 1977 gerestaureerd werd. Een bijzondere profetische film, die terug gaat naar de middeleeuwen er waarbij Rabbi Judah Loew het Joodse volk red van de ondergang. The Golem: How He Came in the World heeft raakvlakken met de romantische liefdesvertelling van De klokkenluider van de Notre Dame en Frankenstein, en is een klassieker op horrorgebied.

Het inspireerde de uit het Italiaanse Toronto afkomstige progressieve rockband Stearica om hier een soundtrack bij te maken. Ondanks dat het trio al bijna 25 jaar actief is, brengen ze nu pas hun derde album uit; eerder verschenen al Oltre en Fertile. Ze gaan hiermee een stap verder, reanimeren een honderd jaar oud monster, en voegen een zware vernietigende score toe aan deze eeuwenoude legende. Hoe ironisch is het dat er geen woord gesproken wordt in deze mythische heldendaad, en dat er enkel gebruik wordt gemaakt van een instrumentale invulling van het geheel.

Helemaal nieuw is Golem 202020 trouwens niet. Eigenlijk was het bedoeld voor het Traffic Free Festival wat in 2011 georganiseerd werd door The Italian National Museum Of Cinema. Vervolgens werd er in de studio nog flink aan de tracks gesleuteld om het in 2021 uiteindelijk op de markt te brengen. Het is een eerbetoon aan de vooroorlogse Duitse kunstcultuur, waarbij de vooruitstrevende cineastische ontwikkeling centraal staat. Een monument met een maatschappij kritische verhaallijn en waarbij Paul Wegener tevens zijn liefde voor het Tsjechische Praag op de voorgrond opstelt.

The Stars Reveal is onschuldig kinderlijk, het ongeloof hoe een prachtig natuurlijk product als klei zich kan omkneden tot een moordlustig gevoelloos wezen. Vervolgens wordt er keihard toegeslagen met dreigende soundcapes en heerlijk gefilterd gitaarspel van Francesco Carlucci in How He Came Into the World. Het kondigt de omslag aan in de duistere ingeslagen weg van bassist Luca Paiardi en het alsmaar meer intrigerende slagwerk van metselaar Davide Compagnoni die een gigantische muur rondom het muzikale bouwwerk heen plaatst.

Het is de opmars naar het stevige rockende The Great Spell die Stearica volledig in haar element plaatst. De nadruk wordt hierbij niet alleen op het gitaarspel gelegd, het is juist de complexe blikken percussie van Davide Compagnoni wat het geheel naar een ander level opstuwt. Die exotische kracht vormt ook de basis voor het in drones gevangen The Shem, waarbij de invloed van het Braziliaanse Sepultura hoorbaar is. A Strange Servant echoot door op de begintonen van The Stars Reveal heen en laat de hemelpoort versmelten in het hellevuur.

Het verdriet en het gevaar zet zich voort in het indrukwekkende The Rose Festival Part 1, waar de drukkende bas van Luca Paiardi voor het onderhuidse spektakel zorgt totdat Francesco Carlucci zijn progressieve gitaarpartijen laat onderdompelen in experimentele new wave invloeden, welke vervolgens een groter bereik toe eigenen in het aansluitende The Rose Festival Part 2.

De totale chaos heerst in de freejazz freakpower van Rejoyce Ye, Ye! Stearica benadrukt hier nogmaals de veelzijdigheid van een band die buiten de aangelegde muzikale paden durft te treden. Het euforische In Flames kondigt de teloorgang van de mensheid aan, de onoverwinnelijke status van het kwaad staat hierbij centraal. Uit de asresten herrijst de prachtige hemelse stem van Nazzarena Galassi die in de rol van Miriam de gevallen engel in het slotakkoord Der Golem speelt. Golem 202020 is een geslaagde aanvulling op The Golem: How He Came in the World en maakt stiekem nog meer indruk dan de oorspronkelijke rolprent.

Stearica - Golem 202020 | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Stef Kamil Carlens - Be Who You Wanna Be (2024)

poster
4,0
Het onbegrepen Batdance meesterwerk van Prince schuurt erg tegen zijn 1999 plaat en de Let’s Go Crazy single aan. De wereld staat in brand en we dansen net zolang door totdat we erbij neervallen. Dat Prince een persoonlijke held van Stef Kamil Carlens is, is algemeen bekend. Voor zijn nieuwste Be Who You Wanna Be album leent hij The Future van de Batdance soundtrack en maakt er een bruisend retro synthfunk feestje van. De voormalige dEUS bassist is een veelzijdige kameleon die zichzelf continu blijft vernieuwen en telkens weer een ander te gek vintage jasje aantrekt. Die kenmerkende gekte is nog steeds aanwezig, maar in het gezelschap van diva’s Nel Ponsaers en Rahmat Emonds worden zijn gedrag iets getemperd.

Onderschat die twee dames niet. Rahmat Emonds is amper aan de PXL-Music muziekschool in Hasselt afgestudeerd als Stef Kamil Carlens haar inlijft. Nel Ponsaers is een ander verhaal, deze geweldige instrumentalist moet het bij folkpop gezelschap The Golden Glows puur van haar stemkwaliteiten hebben en brengt eind vorig jaar onder haar Alderson alter ego de duister broeierige jazzy Erinyes triphop plaat uit en is al een aantal jaren onder de vleugels van Stef Kamil actief. Live treedt dit drietal al een tijdje op om de songs te promoten. Walk On Red, Stop On Green wordt een half jaar geleden al bij het VPRO programma On Stage gespeeld.

Uiteraard leveren in de begeleidingsband The Swoon zijn voormalige Zita Swoon maatje en jazzbasist Mirko Banovic, drummer Maarten Moesen, gitarist Jonas Meersmans en saxofonist Alban Sarens de nodige bijdrages af, live gaat de aandacht echter wel naar het geweldig op elkaar ingespeelde drietal uit. De liefde voor Prince hangt als een spirituele meester boven de Be Who You Wanna Be plaat en in Walk On Red, Stop On Green haalt hij tevens Wendy and Lisa aan. Niet vreemd trouwens dat ik die vergelijking met het drietal Rahmat Emonds, Nel Ponsaers en architect Stef Kamil Carlens zelf ook al opgemerkt had. Sterspelers die de voorzet afleveren die Stef Kamil Carlens slechts nog moet inkoppen.

Be Who You Wanna Be is letterlijk een trip down memory lane. Stef Kamil is een kind uit de jaren tachtig, en de primaire muzikale ontwikkeling komt veelal tussen je twaalfde jaar tot aan je eenentwintigste jaar tot bloei. Duidelijk dus dat die invloeden als een rode draad door de plaat heen lopen. Was voorganger Making Sense of ∞ nog een licht grimmige zelfreflecterende plaat waarop Stef Kamil Carlens vooral met zichzelf in een conflict lag, op Be Who You Wanna Be overheerst het speelgenot. Zeker toegankelijker en daar is misschien juist nu wel de meeste behoefte aan. Die kritische kanttekening plaatste Prince al eerder met zijn The Future uitvoering. Stef Kamil Carlens gebruikt de track vooral om hoopvol naar de toekomst te kijken.

The Future dus, lekker spacey met hier en daar wat schemerige donkere eighties Roxy Music verwijzingen. De new wave uitspattingen van het blaaswerk van Alban Sarens sluiten hier perfect bij aan. Ligt de toekomst van de funk in de handen van Stef Kamil Carlens? Dat is misschien iets te voorbarig, hij laat in ieder geval zijn hart spreken. En dat voelt goed. En dat sensuele achtergrondgehijg, hoort daar gewoon bij; ik heb er in ieder geval geen moeite mee. De vocalist leent het met kopstem gezongen voorgedragen Suspicion liefdesdrama van Dez Mona en brengt er de nodige warmte in. Iedereen die ooit in de liefde bedrogen is, haalt hier zijn of haar verhaal uit. Nu gebruikt Stef Kamil die woorden voor zijn eigen verslaglegging.

Na de twee openende covers bevat Be Who You Wanna Be verder een vijftal door Stef Kamil geschreven composities. In Love Me Like a Prayer sijpelt de zachtheid van Mark Knopfler van Dire Straits en Pink Floyds David Gilmour door, met het grote verschil dat de Belg toch wel een prettiger stemgeluid heeft. Zelfs de symfonische gitaaruitbarstingen, het subtiel toetsenwerk en het berustend koortje doen denken aan de door Gilmour geleide Pink Floyd. Het heeft dezelfde kracht als de eerste nummers, de schreeuwerige gospeluithaal op het einde maakt het grote verschil. Heerlijk hoe die emoties hier ongecontroleerd tekeer gaan.

Take A Little Time, eventjes een stapje terug doen. In deze haastige maatschappij neemt niemand meer de tijd om naar elkaar te luisteren, elkaar beter te leren kennen. Investeren en vervolgens de vruchten plukken. Stef Kamil neemt die tijd dus wel, iets wat je van zijn volgende aanhang ook terug hoort. Juist die geïnteresseerde houding maakt van hem een geliefd gevoelsmens. En misschien is Take A Little Time vooral een klein kort bedankje voor zijn fans, zo voelt dit intieme liefdesliedje in ieder geval aan.

Het hoogtepunt blijft echter de Walk On Red, Stop On Green avondwandeling door Antwerpen. Anoniem genietend van het nachtleven, in zijn koptelefoon klinken de beats van Prince door. Walk On Red, Stop On Green is een eerbetoon aan de muzikale helden, met daarin die kenmerkende baspartijen van Stef Kamil die hij hier door Mirko Banovic laat uitspelen. Lekker eigenzinnig, maar niet meer zo gedurfd als in zijn ruige jaren.

C’est Comment Qu’on Freine is vooral bekend in de Alain Bashung uitvoering. Vanwege het minder beheersen van de Franse taal missen wij hier in Nederland de seksuele ondertoon, terwijl men er in België met rode oortjes naar luistert. Gelukkig wordt het nergens te plat en dubbelzinnig. Stef Kamil maakt er een psychedelische new wave discostamper van en dringt de oorspronkelijke synthpop sound naar de achtergrond. In het met bliepjes opgesierde Alone & Attracted is een verdwaalde viool hoorbaar. We naderen het einde van de jaren tachtig en grijpen ons aan de hypnotiserende soulfunk gospel gekte van de Britse second summer of love vast, waar ravers zich onder het genot van pilletjes volledig uitleefden. Ook dit tijdperk is een deel van de jeugd van Stef Kamil, dat hem mede gevormd heeft.

Het realistische lawaaierige So Much Love sluit Be Who You Wanna Be af. De gezonde maniakale gekte waar Stef Kamil om bekend staat krijgt gezelschap van een duistere medepassagier. De wereld draait door en die ommezwaai zorgt ervoor dat de liefde in de verdrukking raakt. Geen vredelievend eindoordeel, maar juist de frustraties die sterk de overhand hebben. De vocalist zoekt het in de laagtes en laat de overstuurde alarmerende sirenezang van Nel Ponsaers en Rahmat Emonds het verder uitluiden. Be Who You Wanna Be is de beste plaat die Stef Kamil Carlens op dit moment kan maken. Het karakteriseert zijn eigenzinnigheid, muzikale kennis en speeltalent in een negental voortreffelijke albumtracks.

Stef Kamil Carlens - Be Who You Wanna Be | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Stef Kamil Carlens - Making Sense of ∞ (2019)

Alternatieve titel: Making Sense of Infinity

poster
4,0
Er zijn een aantal muzikale momenten die je voor altijd bij zullen blijven. Jaren geleden dEUS live mogen aanschouwen in hun prille opstartperiode. Stef Kamil Carlens die als eerste het podium betrad, en met waanzinnige bas loops het publiek trakteerde op een aangenaam introducerend voorspel. Vervolgens de manische gekte van een overrompelende sterk spelende band. Het gevoelige Moondog Jr volgde, waarbij al duidelijk was dat hij zich meer op het hierop volgend project Zita Swoon zou richten. Het verlies van zijn vertrek bij dEUS weg dansen met de funkende dampende shows, waarbij hij helemaal in zijn element blijkt te zijn. Ik heb deze processen als terugkomend publiek mogen aanschouwen.

Nu ook voor Stef de jaren gaan tellen komt hij onder zijn eigen naam met de opvolger van Stuck Inside The Status Quo. Zijn wilde uitspattingen zijn in Making Sense of ∞ grotendeels verdwenen. Daarvoor in de plaats komt hij met een pure zelfreflecterende plaat, welke dichtbij de persoon Carlens staat.

Vreemd genoeg weet Stef Kamil herinneringen op te roepen naar de dEUS periode waarbij hij uit het gezichtsveld verschenen is. Met gemak zou het album te plaatsen zijn tussen het grimmige, dromerige van Pocket Revolution en het geflirt met donkere disco op het daarop volgende Vantage Point. Het meest verrassende is dat het vooral een gitaarplaat is geworden. Broeierige jaren tachtig gekleurde akkoorden geven het geheel meer glans. Het suffe geneuzel waar grootheden zich schuldig aan maakten, weet hij perfect te vermijden. Indrukwekkend dat juist een fenomenaal bassist kiest voor een totaal andere aanpak, waarbij hij zo sterk buiten zijn comfortzone treed. Hoe gewaagd is het om zijn kenmerkende baspartijen vaak tot het minimum weg te cijferen. Er is dan ook genoeg ruimte voor een breed scala aan instrumenten. Zo weet hij er effectief een saxofoon of hobo tussen te stoppen, maar ook voor sprankelend improviserend pianogepingel is er een plek.

Dat deze bijna vijftiger de machtsstrijd tussen de psychedelische progrock en funkende disco heeft meegemaakt, overschaduwt door de deprimerende postpunk is duidelijk terug te horen. Making Sense of ∞ is zo donker als het vluchtige nachtleven. Veel neonlichten in een verlaten desolate club. De kleurige zweverige New Age hoes met een jeugdig ogende Carlens staat in contrast met de duistere volgroeide sound die hij laat horen. Toch lukt het hem om genoeg warmte te verspreiden, nergens wil het koud of kil over komen.

Wat opvalt is dat zijn kenmerkende hoge stemgeluid nu een stuk trager en slepender voort beweegt, tegen het spoken word aan. Het speelse krolsheid waarmee hij zich bijna in dierlijk capriolen openbaarde is vervangen door een sterk zelfverzekerd volwassen aanpak. Smooth, zacht en mannelijk zijn nu de kernwoorden. Op het einde maakt hij dezelfde ommezwaai van pop naar een meer sferische soundscapes. Hierbij is een grote rol weg gelegd voor de aangenaam zeurende bas, die fretloos zijn arbeid verricht. Het filmische karakter wil hier het sterkste naar boven komen.

De keuze om op het debuut oude songs op te poetsen en te reproduceren staat averechts tegenover dit coherent geheel. Stef Kamil Carlens heeft zich ontwikkelt tot een voltooid componist. Nadat hij eerst het kunstje om te dirigeren heeft afgekeken van Barman, en deze toepaste in zijn band, heeft hij nu weer een flinke stap voorwaarts gezet. Making Sense of ∞ mag terecht op eigen naam bijgeschreven worden.

Stef Kamil Carlens - Making Sense of ∞ | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Stef Kamil Carlens & The Poem - Stef Kamil Carlens & The Poem (2025)

poster
4,0
Met de funkgekte van Stef Kamil Carlens zijn we ondertussen wel bekend. Door zijn tegendraadsheid was hij een van de smaakmakers binnen dEUS en vervolgens buitte hij die kwaliteit bij Zita Swoon volledig uit. Voordat hij daar volledig tot bloei kwam bracht deze band eerst nog Everyday I Wear a Greasy Black Feather on My Hat als Moondog Jr. uit. Een plaat waarop ook een veelal luisterliedjes staan, kleiner, soms sober zelfs; echte verhaaltjes.

De opzet van Stef Kamil Carlens & The Poem is ook klein. Dan verwacht je dat de nummers dichter bij Stef Kamil Carlens liggen, wat weer niet het geval is. De liedjesschrijver leent veel van anderen, maar maakt het allemaal eigen. Het scheelt uiteraard dat zijn medecompagnon Nel Ponsaers tevens een verleden bij het helaas gestopte folkgezelschap The Golden Glows heeft opgebouwd. Daar draait bijna alles om de vocalen en de minimale gitaarbegeleiding. De van de Hasseltse muziekschool afgestudeerde Rahmat Emonds was al bij Be Who You Wanna Be, net als Nel Ponsaers in Carlens’ begeleidingsband The Swoon present. The Poem is een samenvoeging van de eerste twee letters van de achternamen van de zangeressen.

Stef Kamil Carlens & The Poem speelt met sfeer en of de keuze voor covers met het onverwachte energievretende speelschema van de Worst Case Scenario tournee met dEUS te maken heeft, durf ik niet te zeggen. Het stoort nergens en alles loopt vloeiend en eenvoudig klinkend in elkaar over. De vocalisten fluisteren je bijna een koortsdroom in. Een prettige, broeierige gewaarwording van even dicht bij jezelf zijn. Toch is deze plaat allesbehalve minimalistisch. Sterker nog, niet alleen Stef Kamil Carlens is een multi-instrumentalist, ook Rahmat Emonds is behoorlijk geschoold en leeft zich tevens op percussie, mandoline en viool uit. Voor het toetsenwerk zijn ze alle drie verantwoordelijk. Het levert in ieder geval een spannend geheel op.

By Your Side betekende in 2000 de muzikale terugkeer van Sade. Een liefdesliedje waarbij verlatingsangst centraal staat. Stef Kamil Carlens geeft een berustend mannelijk antwoord op die vrouwelijke, dwingende zorgvraag. Door het in duetvorm te dopen is het minder zwaar. Een slaapliedje, bijna familiair, alsof een ouder zijn kind toezingt. Net zo kwetsbaar, met een uitgesproken rol voor de gitaarakkoorden. Let bij het naar de jeugdjaren verlangende The Old Blue House eens op de dominerende baspartijen van de frontman. Dit is exact dezelfde magie waarmee hij zichzelf live bij dEUS zo op de kaart zette. Zo hoor ik Stef Kamil Carlens nog steeds het liefste. Qua songstructuur ligt het verrassend dicht in de lijn van het vroegere dEUS werk.

Prayer to Life is een bewerking van het Lebensgebet gedicht van psychoanalyticus Lou Andreas-Salomé. Een complexe kijk op de relatie tussen de mens en het leven. De spookachtige brokken aan instrumentatie krijgen door het kloppende hart van de bas aansluiting, al heerst vooral verwarring en verbazing. Zelden heeft Stef Kamil Carlens zo duister geklonken, in tegenstelling tot zijn levendige uitbundige verschijning op het podium. De kunst van woorden in de juiste context plaatsen, waardoor deze eigen worden. Dat verklaart tevens de woede van Selfish Girl in het hoofd, als deze amper te kanaliseren blijkt. Stef Kamil Carlens beheerst de manische kant van zijn persoonlijkheid en maakt er een kracht van. Daardoor is Selfish Girl evenwichtiger dan de zinnen doen vermoeden. De track verscheen al eerder op A Song About a Girls van Zita Swoon, en komt zonder die getergde stemming nu beter tot zijn recht.

Met zijn retro-hippie- funk-uiterlijk straalt de zanger de ideologie van wereldverbeteraar uit. Dat deze rol bij hem past blijkt wel in het maatschappelijk kritische The Lost Sky. De aarde beeft op de psychedelische klanken, en ook nu is het die pompende kenmerkende bas die de overige percussie in bedwang houdt. Nel Ponsaers teert aangenaam op de erfenis van de stemkunsten van The Golden Glows. Soms is een ademhaling vanuit het middenrif al een geschikt instrument, soms moet je net wat dieper gaan. Door de mysterieuze jaren tachtig omlijsting bezit het een andere soort warmte dan de oorspronkelijke uitvoering van Jesca Hoop. De traditionele filmische bewerking van I Saw Cecilia Coming verkent driekwartsmaten. Het licht neurotische kenmerkende geluid van de vocalist eigent de song toe, gepast neemt hij afstand, waarna de dames het met heldere auraverlichting inkleuren.

Van een nummer van Chantal Acda moet je in principe afblijven, tenzij die zangeres een groot Stef Kamil Carlens liefhebber is, ze een vriendschappelijke basis opgebouwd hebben, en Chantal Acda zich vereerd voelt dat Tumanako in een ander maatpak gegoten wordt. Dat is het voordeel van Rahmat Emonds en Nel Ponsaers, die kruipen in de huid van Chantal Acda en houden de vrouwelijkheid intact. Wezenlijk verandert er niet zoveel, dat heeft een goed nummer ook niet nodig. Als medeproducer van de Pūwawau plaat kent Stef Kamil Carlens Tumanako door en door, en dat voel je.

The First Time Ever I Saw Your Face is kapot gecoverd, en de versies van Johnny Cash en Roberta Flack zijn onovertroffen. Toch bezorgen ook Stef Kamil Carlens & The Poem mij kippenvel. Een total andere benadering, met een prachtrol van Rahmat Emonds als violist. The Journey Will Be Long is net wat zachter en beeldend trager dan de uitvoering op Carlens’ Stuck in the Status Quo, en hij laat hier het tegendraadse spel tussen percussie, gitaar en keyboard zegevieren. Stef Kamil Carlens verloor een goede vriend, toen de verslaafde muzikant Matt Watts vorig jaar uit het leven stapte. With Every Healing Mile is oorspronkelijk een prachtige gedragen gospelsoul pianoballad, Stef Kamil Carlens & The Poem voegen er hooguit wat ingetogen jazzy ritmes aan toe en maken het verdriet net wat draaglijker.

Katrina’s Paper Dolls komt pas na de dood van Prince boven water, en het is algemeen bekend dat Stef Kamil Carlens deze artiest zeer bewondert. In alles ademt het de Purple Rain soundtrack uit, lekker blikkerig met de nadruk op de ritmes. Stef Kamil Carlens hervormt het met een simpel ritmisch synthesizerdeuntje tot een vrolijke song, waar de meerstemmigheid van Nel Ponsaers en Rahmat Emonds nog de meeste binding met Prince hebben. In de handen van Bruce Springsteen klonk zelfs een gevoelige folky liefdesverklaring als All I’m Thinking About potig. Hoe goed Springsteen ook zijn best deed om met afgeknepen kopstem de hoogtes te halen, daar liggen zijn kwaliteiten niet. Bij Stef Kamil Carlens klinkt het natuurlijker en enthousiaster.

Je moet lef hebben om je aan Leonard Cohen te wagen, al is diens repertoire ondertussen bijna doodgeknuffeld. De melancholische treurnis van A Thouand Kisses Deep is een vergeten parel waar Stef Kamil Carlens zich gerust aan mag wagen. Man, wat komt hij hier goed mee weg! Alsof een begrafenisstoet Leonard Cohen waardig naar zijn laatste rustplaats begeleidt. Eigenlijk leek Arno tot nu de enige Belgische muzikant die deze capaciteiten bezat maar Stef Kamil Carlens bewijst het tegendeel.

De leegte die de vroeg aan borstkanker overleden dichter Johanna Pas achterlaat, mag So Still, en het album, uitluiden. Ook hier is het de betrokkenheid van Stef Kamil Carlens die voor een luchtige verhalende benadering zorgt. Mooi hoe hij hier iemand in gedachten houdt, een waardig afscheid van een medekunstenaar, een waardig afscheid van een plaat. Stef Kamil Carlens & The Poem is niets nieuws onder de zon. Het is te geslaagd om van een tussendoortje te spreken. Al voegt Stef Kamil Carlens wezenlijk letterlijk niks nieuws toe, het voelt wel als een volwaardige plaat aan, en dan heb je het gewoon goed gedaan.

Stef Kamil Carlens & The Poem - Stef Kamil Carlens & The Poem | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Stella Donnelly - Beware of the Dogs (2019)

poster
3,0
De tijd dat boze feministen van zich laten horen in luidruchtige confronterende demonstraties ligt al mijlenver achter ons. Pamfletten worden vervangen door sterke blogs en statements die zich via internet verspreiden. De macht om zich aan een grote groep te binden is alleen maar toegenomen. Al roept deze anonieme vorm wel de nodige breekbaarheid op. Via Social Media wordt je met gemak aangevallen en monddood gemaakt. Als je dan ook nog in de positie van kwetsbare vrouw verkeerd, kan het lastig verlopen. Door de hele #MeToo kwestie wordt er terecht aandacht besteed aan het machtsmisbruik van de man en de onderschikte rol van de vrouw in hun maatschappelijke posities. Een vruchtbare voedingsbodem voor artistieke kunstenaressen die hiermee de aandacht op deze beweging weten vast te houden, en met scherp gevijlde nagels verbaal de aanval in durven te zetten.

Ook de uit het Australische Perth afkomstige singer-songwriter Stella Donnelly haalt de inspiratie voor haar debuutalbum Beware of the Dogs uit de oprukkende terecht toegeëigende vrouwenrechten. De titel kan gemakkelijk staan voor de verslindende platenbazen en ander heersend onbetrouwbaar gespuis, die als hongerige honden neer kijken op de kansloze positie van een jong hulpeloos meisje, welke carrière wenst te maken. Dit thema werkt ze nog geheel uit in het daarop aansluitende met sfeervol gitaarwerk opgeleukte Tricks. Het naakte vrouwenlichaam op de albumhoes die door een mannenhand een stuk zeep krijgt aangereikt, is met gemak te herleiden tot een slachtoffer die zich na een ongewenste vrijpartij met haar partner schoon moet wassen.

Verder put ze veel uit persoonlijke ervaringen, waarmee ze de shockerende verkrachting van een vriendin weet te verwoorden in het heftige Boys Will Be Boys. Hier overheerst wel het kippenvel moment, door de trieste gedragen zang, welke zich passend als teleurgang in deze rol weet te mengen.

Your father told you that you’re innocent
Told ya, “Women rape themselves”
Would ya blame your little sister
If she cried to you for help?

Ja, dat wil wel direct scherp binnen komen.

Met de luchtig gestemde gitaar akkoorden en lieve stem wil het vervolgens helaas allemaal minder overtuigen. Bij Old Man vraagt ze aan de gerichte toehoorder of ze angstgevoelens bij hem oproept.

Oh, are you scared of me, old man?
Or are you scared of what I’ll do?.

Om heel eerlijk te zijn. Er zit geen gepassioneerde kwaadheid in haar voordracht. Geen geschreeuw, geen gegil, nergens een overslaande stem. De teksten weten wel degelijk te overtuigen, maar het is het dromerige in de uitvoering waarmee ze niet genoeg indruk maakt. Dat ze het vervolgt met een heus slaap wiegend liefdesliedje in de vorm van Mosquito wil ook niet mee werken. Met een overdosering van vriendelijk gezongen scheldwoorden en seksuele handelingen slaat ze dan ook finaal de plank mis. Alsof ze stiekem iets heel stouts doet, in de hoop dat niemand het ontdekt. Als boegbeeld voor de gekwetste doelgroep weet ze zich niet te presenteren.

Buiten dit gegeven heeft Stella Donnelly wel een heel prachtig stemgeluid. Zoals ze bijna klassiek de hoogte in weet te gaan bij Allergies is adembenemend mooi. Daar ligt het dan ook niet aan. Het is puur de wat gemaakte wijze waarmee ze de teksten aan de man (sorry, ik kan het niet laten) brengt. Soms wil het perfect werken om juist averechts de lyrics tot uiting te brengen. Dit is een duidelijk voorbeeld waarbij dit niet opgaat. Alleen bij het titelstuk Beware of the Dogs is het enigszins in evenwicht.

Stella Donnelly - Beware of the Dogs | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Stella Donnelly - Flood (2022)

poster
3,5
De piano geeft als instrument zijnde waarschijnlijk het beste dat huiselijke gevoel aan. Een in de donkere hoek van de knusse huiskamer opgesteld veredeld meubelstuk, stilletjes afwachtend, en pas in actie komend als de toetsen bespeeld worden. Een deel van het gezin, te vergelijken met een trouwe viervoeter die wakend alles in de gaten houdt. Dan gaat er van de gitaar eerder een stoere uitstraling uit, is hij amicaal en heeft er minder moeite mee om in ander vreemd gezelschap te verkeren. Ook staat deze gelijk aan het bruisende adolescentenleven, de stille observerende getuige in een studentenflatje. De piano is vrouwelijk zacht, de gitaar mannelijk gehard. De zweverige indie popplaat Beware of the Dogs is een tikkeltje speelser rebelser dan het meer ingetogen Flood. Stella Donnelly heeft haar avontuurlijke bestaan verruilt voor zekerheid en stabiliteit.

Het ontnuchterende Flood is niet zozeer een pianoplaat, al kiest de Australische singer-songwriter wel voor een andere aanpak van liedjes schrijven. Tijdens de lockdown wordt er geadviseerd om thuis aan de slag te gaan. Alleen neemt Stella Donnelly niet achter een bureau plaats, maar kiest deze zangeres dus voor de piano, het blijft werk. Men vergeet al snel dat het muzikantenbestaan ook een heuse baan is, en dat er uiteindelijk geld in het laadje moet komen. Is het duidelijk uitgesproken Beware of the Dogs waarschuwingsbord een voorbode voor die diepere onvoorspelbare dreiging van Flood? Misschien wel.

Lungs staat daar nog ver boven, Stella Donnelly kiest voor een heldere discosound om de erbarmelijke leefsituatie van een uitgeprocedeerd gezin kracht bij te zetten. Persona non grata, niet meer welkom in de maatschappij. Dans om te vergeten, in dit leven is er voor de confrontatie van andermans ellende geen plaats meer. Het vrouwelijk verhalende How Was Your Day? heeft een heerlijke new wave twist. De saaie disinteressemoeheid zit hem in die standaard nietszeggende zin. Wil je daadwerkelijk weten hoe een ander zijn of haar dag beleeft heeft? Boeit het allemaal wel? De dromerige seventies sound van Restricted Account zoekt tevens dat wegebbende contact op, dat hier een ziekelijk stalkend social media verhaal achter schuilt is niet direct zichtbaar.

Amper het hoofd boven water houdend in het huishoudelijke geweld van de traag melodieuze Underwater tragiek en de gedesillusioneerde prestatiedrang van het jazzsoul blazende Medals. Stella Donnelly weet haar vinger wel op de pijnlijke maatschappelijke plekken te leggen. Persoonlijk in het egocentrische zelfbeeld van het uptempo Cold, de aftakeling van haar door Parkinson gediagnosticeerde moeder in de Move Me powerpop, en het definitieve dempende Oh My My My afscheid van haar oma. De instrumentatie van het naar de zekerheid van haar familie verlangende This week roept herinneringen op aan het populaire jaren tachtig geluid van Talk Talk. Dan wordt je inderdaad steeds sneller oud en ervaringsrijker, dus dat Flood stukken volwassener dan de Beware of the Dogs voorganger klinkt valt hierdoor wel te verklaren. Het blijven echter liedjes met een zuurbijtende appeltjeszoetigheid, vriendelijk schattig uitgevoerd.

Stella Donnelly - Flood | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Stephen Mallinder - Um Dada (2019)

poster
3,0
Het uit Sheffield afkomstige Cabaret Voltaire vervulde als sprintende haas een belangrijke functie bij een stroming welke zich uiteindelijk zou ontwikkelen tot de New Wave. Hun ontdekkingstocht begon al in 1974. Dat dit kunstenaarscollectief er ruim de tijd voor nam om nieuwe elektrische instrumenten te ontwikkelen, leidde ertoe dat ze ondertussen al ingehaald werden door jonge hippe muzikanten die er een licht romantische flow aan toevoegen. Met het grimmige Nag Nag Nag werd hun cultstatus veilig gesteld, en mag nog steeds beschouwd worden als een alternatieve dansklassieker, waarmee ze tevens aansluiting zochten en gewaardeerd werden in de Duitse Krautrock scene.

Halverwege de jaren tachtig ondergingen ze hetzelfde lot. Toen stonden ze vooraan als pioniers van de daaropvolgende house beweging, en wisten ze deze al te combineren met meer ambient gerichte klanken. Nadat ze in 1994 besloten om een einde aan het groepsverband te maken belanden ze al snel in het museum van afgedankte rolmodellen. Waar ze al snel ergens weg gestopt in het geheugen een status kregen als afgekeurde Madame Tussauds pronkstukken uit vergaande glorietijden. Alleen de puristen bleven ze volgen.

Chris Watson stelt zijn toekomst veilig door als geluidstechnicus zijn medewerking te verlenen aan televisiedocumentaires en radioprogramma’s. Zijn studie naar de effecten van muziek op kinderen die vanuit het ziekenhuis een operatie ondergaan, neemt een belangrijke maatschappelijke rol in. Kameleon Richard H. Kirk werkte met tig aliassen, en verschuilt zich anoniem achter al deze namen. Zijn liefde voor techno blijft de belangrijkste inspiratiebron.

Ook Stephen Mallinder blijft actief in de muziek. Na wat gestoei met bandleden van Ministry en Soft Cell verdwijnt hij steeds meer uit beeld, maar laat geheel onverwachts van zich horen met Um Dada. Op papier een opvolger van zijn eerste album Pow-Wow, maar na ruim 35 jaar zou dit los van elkaar gezien moeten worden. Um Dada is een tweede kans om solo van zich te laten horen. De drang om te vernieuwen is niet meer sterk aanwezig. Maar moet je dat nog verwachten bij iemand die binnenkort de pensioenleeftijd bereikt.

Working (You Are) heeft een computer gestuurde sound, waarmee er nogmaals benadrukt wordt dat robots onze arbeidsresultaten zullen over nemen. Met gedateerde funkende samplers worden machines aangeduid die aan vervanging toe zijn. Juist door de ontwikkeling van het creatieve brein blijft de mensheid de technologie voor, welke al snel ingehaald wordt door nieuwe snufjes en gadgets. Dat het hierdoor wat oubollig aanvoelt zal schijnbaar de gedachte achter het geheel zijn geweest, of is Mallinder ondertussen echt te oud en is de vernieuwingsdrang tot een nulpunt terug gebracht.

Met de nodige percussie en beats gaat de zanger verder waar Cabaret Voltaire jaren geleden de stekker er uit getrokken heeft. Je krijgt steeds meer de indruk dat hij jarenlang weg gestopt in een bunker leefde. Totaal wereldvreemd wordt er een poging ondernomen om terug te gaan naar de vorige eeuw. Misschien wil hij als boodschap overbrengen dat het muzikale klimaat gestagneerd is, bevroren geraakt.

Um Dada is een prima retro album, waarmee Mallinder nergens zijn verleden als vernieuwer laat gelden. Met opgepoetst koper presenteert een musicus zich die ooit goud in handen heeft gehad. Zou hij tijdens een grote schoonmaak op zolder nog een doos vol oude opnames ontdekt hebben? De uitrekbaarheid van de tracks camoufleert het gebrek aan inspiratie. Colour is bijvoorbeeld niks meer dan een uitgewerkte mix van de Lil Louis houseklassieker French Kiss.

Stephen Mallinder - Um Dada | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Stereolab - Electrically Possessed (Switched on Volume 4) (2021)

poster
4,5
Het is 9 december 2002 als de Britse muziekwereld plotseling wordt opgeschrikt door het abrupte einde aan het leven van Mary Hansen. Gewoon tijdens een eenvoudige fietstocht wordt ze noodlottig geraakt door een passerende bus. Haar gemis zou een ware wolkbreuk betekenen die tot uitbarsting komt boven de zonnige retro sound van Stereolab. De band zal nog standvastig een aantal jaren doorgaan met het afleveren van die prachtige zomerse avantgardistische elektropop, al blijft het angstvallig stil na het in 2010 verschenen Not Music, wat in principe al een collectie aan leftovers was.

Leftovers, een begrip wat volgens Stereolab gelijk staat aan een schat aan heerlijke donkerbruine aardewerk gekleurde keramiekwerkstukken. Soms een beetje kitscherig en opgepoetst, dan weer buitengewoon kunstzinnig, maar altijd handgemaakt vakmanschap. Electrically Possessed (Switched on Volume 4) is een aanvulling op het in 1992 verschenen Switched On en de daarop aansluitende Refried Ectoplasm (Switched on Volume 2) uit 1995, en Aluminum Tunes (Switched on Volume 3) uit 1998. Na een hiaat van ruim 20 jaar is daar dus die langverwachte opvolger met tracks die niet op de reguliere studioplaten zijn verschenen. Het baanbrekende elektronische Warp label heeft de verantwoordelijke rol op zich genomen om deze voor het publiek te presenteren. Met het allesomvattende Dimension M2 als vooruitgeschoven single kondigen ze hun lang gehoopte soort van revival aan.

Een aanvulling die begint met de in 2000 verschenen EP The First of the Microbe Hunters. Een lastig te verkrijgen tussendoortje, maar wel een verdomd lekker tussendoortje. Een kritische kijk op de wereld die veranderd in een verharde egocentrische maatschappij, die langzaamaan de afgrond in zwalkt. De seventies psychedelicafunk van het swingende Outer Bongolia stuitert heerlijk alle kanten op, en wordt onder gedoopt in een sfeervol bad van dromerige gitaaruithalen en een Zuid Europese basis waarbij xylofoonachtige klanken, strakke blazers en freaky knoppengedraai voor een hypnotiserend effect zorgen. Een geestverruimende instrumentale trip van bijna 10 minuten die alleen al meer dan de moeite waard is.

Het weg mijmerende Intervals gaat verder in een bruisende feeststemming waarin die kenmerkende mooie kwaliteiten van Stereolab zo passend samenkomen. Wat blijft het een oprecht gemis dat ze al voor zo’n lange tijd die zon niet meer hebben laten schenen in dat kille winterse muzieklandschap. Barock-Plastic is stroperig groovend, met die prachtige Franse woorden die voor een buitenstaander liefdevol overkomen, maar waarbij de insider wel die cynische lading terug hoort. Normus et Phusis speelt met tempo accenten, een kleurrijke strandbal die telkens van een andere kant belicht wordt. Beschermend en moederlijk, wijze woorden die een onschuldig kind voorbereiden op het loerende gevaar van buitenaf. Onderschatte veelzeggende teksten dus van die politiek bewuste en op haar manier dus zeer actieve frontvrouw Lætitia Sadier.

I Feel the Air (Of Another Planet) heeft dat zweverige hippie idealisme, alleen is de peace & happiness vervangen door hedendaagse realisme. Het zorglijke Household Names is zowat een profetische visie op de toekomst, en is tekstueel zo 2021. Een leven dat bepaald wordt door opgelegde gezondheidsrisico’s, in een decor gevuld met treurende appelbomen. Alles teruggebracht naar die Bijbelse beginselen van liefde en ontrouw van Adam en Eva. Het repeterende Retrograde Mirror Form wordt gevormd door de herhalende woorden Fous moi la paix & Leave me alone die als een chaotische mantra de wanorde in het brein vorm geven. Indrukwekkend ondersteund door een exotische freejazz werkveld. Kortom, genoeg materiaal om deze bijzondere uitgave aan te schaffen.

Alleen… Hier blijft het dus niet bij. We hebben hier te maken met een aanvullend pluspakket, welke zelfs bij de onwetende starter een aangename kennismaking van Stereolab is. De bijzonder geslaagde net voor de eeuwwisseling verschenen single The Underground is Coming is ook volledig aanwezig. De polaroid filmische prijssong The Super It en de kristalheldere opzwepende percussie van het nogmaals maar dan vervreemdende terugkerende Monkey Jelly wordt aangevuld met het door ska orgeltje opgesierde Fried Monkey Eggs, welke in vocale en instrumentale versie absoluut de moeite waard zijn.

Het tweevoudig geïnterpreteerde spannende Solar Throw-Away is die heerlijke dansbare warme Zuidelijk getinte single die in de lente van 2006 de zomer mag verwelkomen, en waarvan de achterkant Jump Drive Shut-Out ook niet vergeten wordt. Het vrij donkere Pandora’s Box of Worms is gewoon een klein instrumentaal zen-achtig new age cadeautje, net als het winterse nostalgische familiare kerstlichtjes gevoel van het dromerige L’exotisme Interieur, welke in singlevorm een eenheid schepte met het tevens aanwezige hemels gezongen vol gemetselde ritmefunk van Explosante Fixe.

Ook de tegendraadse botsende 7″ Free Witch and No Bra Queen met die onbestuurbare James Bond jazzy bigband omlijsting staat er helemaal op, dus inclusief Speck Voice waarbij de stem als extra instrument aan de stoere filmische Shaft achtige stadsjungle wordt toegevoegd. Diezelfde broeierige metropolistische beleving ervaar ik ook bij de overzichtelijke drukte van de futuristische Krautrock van Heavy Denim Loop Pt. 2. Calimero is een bijzondere lazy druggy samenwerking met de anarchistische legendarische Franse underground-zangeres Brigitte Fontaine die geprezen wordt door haar wispelturige karakter, waarmee ze breekt met alle conservatieve chansons regels.

Het beweeglijke geluidenpalet van B.U.A. (Burnt Umber Assembly) diende als ondersteunende track om aan het met 5 opgestelde koptelefoons kunstwerk An Entanglement of Wholes van Charles Long een extra krachtige dimensie toe te voegen. Variation One is een meer dan geslaagd op typische bijna punkie Stereolab wijze ingevuld sterk jagend eerbetoon aan elektropionier Robert Moog, welke gebruikt wordt in de uitgebreide op zijn leven gebaseerde documentaire Moog van Hans Fjellestad. Och, ze zijn dan wel niet helemaal terug, maar Stereolab weet wel op indrukwekkende wijze die uitgebreide catalogus te ordenen. Een prachtige aanvulling op die rijkelijke gevulde schatkist aan materiaal.

Stereolab - Electrically Possessed (Switched on Volume 4) | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Stereolab - Instant Holograms on Metal Film (2025)

poster
4,0
Instant Holograms on Metal Film is vergelijkbaar met een gemiddelde Britse zomer. Het duurt te lang voordat deze zich aandient, en als het zonnetje al een beetje gaat schijnen, zijn we al snel tevreden. Er is altijd behoefte aan een lekker ontspannen sfeertje, het wekt een fijn soort van nostalgie op, en herinnert ons aan de lange autoritjes richting het zuiden. Het dromerige Stereolab bezit het vermogen om die multiculturele invloeden tot een zwoele smeltkroes te vermengen. Stereolab werkt zich omhoog in de periode dat ook de triphop opkomt, en hoewel ze beiden dat film noir gevoel in werking zetten, is Stereolab minder broeierig. De band mengt naast de jazz vooral krautrock en Zuid-Amerikaanse exotica in hun sound.

Instant Holograms on Metal Film heeft een vervelende voorgeschiedenis, waar je zeker even bij stil moet staan. Als zangeres Mary Hansen in de laatste maand van 2002 bij een tragisch verkeersongeval om het leven komt, heeft dit natuurlijk zijn weerslag op het Londense avantgardistische elektropop-gezelschap. Ongeveer een jaar later wordt hun tiende studioalbum Margerine Eclipse nog uitgebracht, wat je als een waardig eerbetoon aan het overleden bandlid kan beschouwen, daarna is het klaar.

Voorzichtig krabbelen ze overeind en laat Stereolab vanaf 2019 laat Stereolab weer van zich horen. Er volgen een wereldwijde tournee, uitgebreide heruitgaven van de platen en de mooie Electrically Possessed (Switched on Volume 4) verzamelaar. Toen ze anderhalve maand geleden aangaven dat er op zeer kort termijn een volwaardige nieuwe schijf zou verschijnen, waren alle ogen op het avontuurlijke gezelschap gericht. Marie Merlet is een waardige opvolger van Mary Hansen, het is echter oudgediende Lætitia Sadier die de fakkel ontsteekt en het vuurtje opnieuw laat branden. Deze Française blijft hoofdleverancier van de beeldende teksten en de bijna chanson-achtige, ‘zuchtmeisje’-benadering van de songs.

Na de futuristische Mystical Plosives elektroregen volgt in het zwaar aangezette Aerial Troubles het besef dat de wereld al vijftien jaar in een slaapmodus verkeert. De Brexit en pandemie leiden slechts tot stagnatie. Misschien voelt Instant Holograms on Metal Film daarom wel zo vertrouwd aan. Men twijfelt of er behoefte aan verandering is, of dat men juist het oude zekere prefereert. Stereolab brengt dit samen, het is aan de luisteraar om hierin zijn eigen weg te volgen.

Melodie Is a Wound is de politieke bewustwording dat de vrijheid ons ontnomen wordt. De nieuwe waarheid is een samenloop van onwaarheden, met het kapitalisme als regerende factor. Er hangt een kenmerkende psychedelische vaagheid overheen. Prikken we door die ballon heen, of staat deze voor de zwevende kiezer die geen keuzes durft te maken. Holograms on Metal Film is muziek voor het hart, en door het hart gemaakt. Le Coeur et la Force en ook een track als Colour Television doorbreken die grijze visualisatie.

De gebeurtenissen uit het verleden, en de langdurige sabbatical hebben hun nawerking op Stereolab gehad. Voeg daar nog een stuk volwassenheid en wijzere denkwijze aan toe en je komt aardig dicht bij de kern van de plaat uit. De bezinning zit hem nog steeds in die instrumentale dansbare fases, daar dringt de werkwijze het beste door en werpt het zijn vruchten af. Met de complexe jazzy benadering van Immortal Hands verkennen ze een bijna visueel werkveld, waar meerdere lagen zich op elkaar stapelen.

Nuancedifferentiatie is het codewoord. Stereolab bouwt daarmee luchtkastelen om fantasieën te verwezenlijken. Natuurlijk is hun ‘kosmische toekomstmuziek’ niet vernieuwend meer en ademt het een bijna onhaalbare goddelijke spiritualiteit uit. Het creëert in ieder geval wel een positiever beeld dan hoe het daadwerkelijk met de maatschappij gesteld is. En hoe mooi is het eigenlijk niet om dit verlangen te koesteren?

Stereolab - Instant Holograms on Metal Film | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Steve Gunn - The Unseen in Between (2019)

poster
4,0
Sinds het succes van War On Drugs wordt de hele scene rondom Adam Granduciel uitgepluisd. Ieder die enige connectie met de band heeft, wordt er bij gehaald. Eerst Kurt Vile, die behoorlijk aan de weg timmert. En nu is Steve Gunn aan de beurt. Als voorprogramma van de band van Granduciel, en met het samenwerkingsproject met Kurt Vile genaamd Parallelogram is de link te leggen. Niet zo memorabel als de genoemde artiesten. Maar op de achterhoede een mooi tijdsbedrijf, welke ook de mogelijkheid heeft om hier bij de bekende namen aan te sluiten. De bandleden van The War on Drugs komen allemaal wat schuchter over, zo ook tijdens de uitgerekte lange muzikale stukken. Als de aandacht maar gericht is op het instrument, hoef je niet meer de zaal in te kijken, en al het contact negeren. De een ziet het als betrokkenheid met de precieze gecontroleerde uitvoering van de tracks, terwijl iemand anders meer moeite heeft en het ervaart als desinteresse. Deze gevoelige folkpop emo’s staan nu volledig in the picture. Steve Gunn heeft in ieder geval alleen al een ruiger uiterlijk. Donkere bril, de haren kort en stijlvol. Hier op The Unseen in Between zijn het allemaal mooie luisterliedjes begeleid door gitaar. Uiteraard zijn er raakvlakken met War On Drugs. Nu ga ik iets zeggen, waar de liefhebbers absoluut niet blij mee zijn. Steve Gunn heeft de vocalen van een man, niet die onvolgroeide uitstraling van Adam Granduciel. Nee, hier geen liefhebber van dat hoge gemummel, Steve is net een stuk minder zweverig.

New Moon blinkt uit in gedurfdheid, een geslaagde combinatie van country met dreampop elementen. Nooit geweten dat dit zo treffend over kan komen, maar het gevoel op de prairie aanwezig te zijn wordt hierdoor versterkt. Toch gaat het niet de softe kant op, het heeft nog steeds iets stoers. Bij Vagebond hoor je de invloeden van War On Drugs zeker terug in het heldere gitaarspel, maar de link naar de Paisley Underground sound is net zo sterk aanwezig. Net een stuk opgewekter allemaal. Prima hoe ook hier wordt terug gegrepen naar de jaren tachtig. De mooie backings worden verzorgd door Meg Baird, al jaren geleden actief bij collega Kurt Vile, op diens album Smoke Ring for My Halo. Daar wist ze Baby’s Arms vorm te geven. De veelzijdigheid op The Unseen in Between is te herleiden naar jaren zeventig countryrock, welke weer sterk van invloed is op het rustigere Change, ja inderdaad een grote verandering ten opzichte van de vorige track met het mooie versterkte tussenstuk Stonehurst Cowboy. Deze grijpt terug naar de basis, kaler van opzet, dicht bij de roots van de americana. Dit staat ook voorop bij het nog meer op het akoestische spel gevormde Luciano, waar aarzelend backing vocals, drums, en echo’s worden toegevoegd tot een sterk pakkend geheel.

Dan is ook het Oosters getinte New Familiar een aangenaam warm welkom, door eerst hypnotiserend in trance te zijn gebracht komt Steve Gunn als gastheer zijn rol vervullen. Door het opnameproces doet het nog meer gedateerd aan dan de overige tracks. Een mooi gebaar dat gedateerd niet altijd synoniem met oubollig hoeft te zijn. Zijn kwaliteiten als rockgitarist netjes voor het einde gereserveerd. Lightning Field heeft meer aansluiting bij de dromerige aftrap van New Moon al mag hier de gitaar tussendoor net wat meer zijn stem verheffen. Het met geluidseffecten pakkend begin van Morning Is Mended geeft een betere invulling aan het ontwakende gevoel dat het oproept. Minimaal gebruik met maximaal effect. Bij de piano ballad Paranoid krijg ik een fout kerstgevoel, de belletjes tussendoor en de wat orkestrale begeleiding versterken dit alleen maar. Rond die tijd kan ik er prima naar luisteren, maar nu de feestdagen alweer achter de rug zijn, heb ik dat minder. Al moet ik bij de tekst regelmatig glimlachen, ze roepen herinneringen aan het televisieprogramma Het Familiediner op, waar het uiteindelijke verwachtingspatroon vaak niet positief is. Hogelijk voor Steve Gunn krijgt ook de waardering die Vile tevens toegekend kreeg. The Unseen in Between is er eentje die dat verdient.

Steve Gunn - The Unseen in Between | Pop | Written in Music - writteninmusic.com