MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Silver Moth - Black Bay (2023)

poster
4,0
Tijdens het wereldwijde isolement gebeuren verlegt echtpaar Stuart Braithwaite en Elisabeth Elektra de aandacht naar de sociale media om vergeten relaties te herzien en nieuw opgebouwde vriendschappen te onderhouden. Via de op internet gevolgde Tai Chi meditatie sessies komen ze met Matthew Rochford in contact. Deze gitarist heeft zich helemaal op die Chinese gevechtsport toegelegd, en zelfs een aantal boekwerken hierover geschreven. Binnen het netwerk van Matthew Rochford bevinden zich tevens de Abrasive Trees collega’s drummer Ash Babb en cellist Ben Roberts en de gemeenschappelijke vriend Nick Hudson. Ergens broedt die interesse voor het muzikale klimaat nog steeds en als dan via de nodige omwegen Evi Vine en Steven Hill zich bij het gezelschap voegen is Silver Moth een feit.

Silver Moth staat ver van het destructieve postrock geraamte van Mogwai verwijdert waarin katalysator Stuart Braithwaite zijn oorsprong heeft. Deze geroutineerde geweldenaren overstijgen zichzelf met het zeer geprezen As the Love Continues, en revengeren zich daarmee van de magere voorgaande periode en pakken de opgaande lijn van de eerste zes albums weer op. Natuurlijk speelt het mee dat ze amper de mogelijkheid krijgen om dit meesterwerk live tot uitvoering te brengen. Sterker nog, zonder de opgelegde corona isolatie heeft Silver Moth waarschijnlijk niet eens bestaansrecht. Nu geeft het een mooie positieve wending aan die nare achterliggende periode.

Deze veelzijdige muzikanten dragen allemaal een zak aan bagage met zich mee. Dit collectief benut elkaars krachten, waarbij de individuele rol binnen het geheel van minder belang is, maar waarbij juist dat spannende opwekkende energielevel de dragende factor is. Met hun Schotse roots zonderen ze zich op het mystieke Isle of Lewis van de boze buitenwereld af. Geïnspireerd door de geheimen der oudheid, de donkere meren en het immense heuvellandschap, laten ze de muziek bijna vanzelf het overige werk verrichten. De opzet is op papier vrij complex, de uitwerking is een ander verhaal. De creatieve bronnen voeden elkaar en het hele schrijf en opname proces neemt maar een viertal dagen in beslag. De prachtige unieke ligging van de Black Bay studio op Great Bernera is zelfs zo bepalend, dat de albumtitel tot deze plek omgedoopt wordt.

Die betoverende omgeving sluit zich als een aard duistere cocon om de zes tracks heen. Daarbinnen wachten de sepiagekleurde nachtvlinders Evi Vine en Elisabeth Elektra hun momenten af, en openbaart de fragiel mijmerende Evi Vine gedaante zich als eerste aan de buitenwereld. Deze zenuwslopende persoonlijkheid bezit het vocale vermogen om een illustratieve tripgoth plaat te dragen. Silver Moth dropt haar hulpeloos in de Henry slangenkuil, waar ze een beschermend spinnenweb decor omgeven door kristalheldere doorzichtige gitaarcollages, dikke grijze treurpostpunk stapelwolken en een overdosis aan kwaadwillige noiserock om zich heen haakt. Hoe gevaarlijk is het om gelijk die waardevolle koninginnen blufkaart als angstige prooi kwetsbaar ondergeschikt aan het slopend vermorzelende mannengeweld uit te spelen. Dan heb je wel heel veel vertrouwen in je kunnen. Een indrukwekkende introductie van Black Bay, waar de schoonheid door de naderende vloedgolven overrompelend overspoeld worden, om zich in alle rust van de negatieve doemgedachtes te zuiveren.

Gedurende het verdere Black Bay verloop groeien de twee zangeressen steeds dieper in hun rol. Het euforisch eeuwig verlichtende The Eternal bombast is een positief gestemde voorzet, waarbij juist lichtvoetig verzachtende sprookjesrock de boventoon voert en vriendelijke benaderende dreampop toespelingen je aangenaam verwelkomen. De natuurlijke elementen troeven elkander af, en ieder eist een bruikbaar stukje chauvinistisch speelveld op. Als een zelfverzekerde folky Moeder Aarde overstijgt Evi Vine zichzelf in Mother Tongue. Wispelturig gemeen onvoorspelbaar als de gemiddelde weersvoorspelling. Strijdbaar werpt Elisabeth Elektra werpt de wakende schaduwmantel af en pakt haar moment als het ingetogen wereldgeweten en versterkt hierbij Evi Vine. Zo mooi hoe deze twee vrouwen verbaal zoveel respect bij de overige op scherp spelende stermuzikanten afdwingen.

De representatieve traditionele Gaelic Psalms memoreren naar die oeroude geschiedenis van Schotse Tolkienachtige geboortegronden, waar de verhalende mannenstem het aankomend schouwspel in alle ernst aankondigt. Het herstellende Hello Doom haalt zijn inspiratie uit het kortstondige pandemie verleden. Op gepaste wijze openbaart zich de vaderlandsliefde in een episch, ruim een kwartier lang durend staaltje aan krachtpatserij. Het opensplijtende Hello Doom is een sterk muzikaal stuk aan volharde trots, verpakt in spierballenrock, doedelzak echo’s en landschap vervlakkende veldslagen drones. Slachtvaardige oorlogsritmes luiden het serene hoopvolle Sedna uit, en zetten een dikke punt, zeg maar gerust uitroepteken achter het Silver Moth debuut. De overtuigende Black Bay postrock is een indrukwekkende verslaglegging van vier zeer productieve dagen. Stel je eens voor wat er gebeurt als dit gezelschap zich maar liefst een paar arbeidsmaanden van de buitenwereld afzondert en nog meer tijd in het eindproduct stopt. Stel je eens voor…

Silver Moth - Black Bay | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Silverbacks - Archive Material (2022)

poster
4,0
Een paar weken voordat de beroemdste Nederlands zilverruggorilla Bokito voor de tiende keer vader wordt, bevalt het Ierse Silverbacks van hun tweede kindje Archive Material genaamd. Staan ze op het dromerige Fad debuut nog op de postpunk T-splitsing en dreigden ze een emocore afslag te nemen, bij Archive Material springen ze op de krakkemikkige altijd maar doordravende stoomlocomotief tijdmachine; eindbestemming onbekend. Hoe krijgen de Dubliners het dan toch voor elkaar om een flinke groeispurt te maken? Van het optreden moeten ze het niet hebben, de compensatie zit hem in de opwekkende studio vitaliteit. Die opgelegde vrijheidsbeperking amputeert de gehoopte speeluur ervaringen en de normaal zo belangrijke interacties met het publiek. Ondanks dit gebrek ontstaat er wel een divers evenwicht tussen potentiële, hier nog gekooide floorkillers en de experimentele mindfulness soundscapes van het instrumentale Carshade intermezzo.

Wat is het nut van puntige gitaarriffs die als een vervuild bierglas doodslaan en de smerigheid niet juist consumeren. Geschoolde vloeiende melodielijnen verruimen het speelveld en wisselen strakke hoekigheid, abrupte ritmische staccato slaggitaaraanvallen en ouderwets soleerwerk af. Als je dan toch in het bezit bent van drie gitaristen (Daniel O’Kelly, Kilian O’Kelly en Peadar Kearney), maak daar dan ook dankbaar gebruik van. Van de twee broertjes is het nog steeds Daniel die zich als zingend boegbeeld presenteert, Killian die hem hierin ondersteund en bassist Emma Hanlon die haar zangkwaliteiten beperkt tot het springerige Where My Medals en het afsluitende stadse zijstraten funk van het doorleefde I’m Wild. Verandert er dan verder helemaal niks, en voltooid drummer Gary Wickham nog steeds het vijftal? Inderdaad!

Archive Material, een uitpuilende ordermap met strak gerangschikte chaos, flink in de war geschopt door het freakende jazzy, gekke dwarse van The Feelies lenende ritmes. Een heerlijk op dreef zijnde gezelschap die in het gelijknamige openingsstuk al direct hun joker als troefkaart opoffert. Koortsig, gejaagd, funkend, psychedelisch, met onverwachte explosies en ingehouden ejaculatie. Verhaalzang en retro punk backings, potten en pannen percussie, uit het gareel trappelende losgelaten akkoorden en heel veel, maar dan ook echt heel veel energiek gitaargeweld. Had ik enthousiaste geestdrift al genoemd? Nog niet? Nou noteer die er dan maar bij.

Waking Up With No Purpose Just To Go To Sleep, geen toekomstperspectieven in de doodlopende A Job Worth Something verveling. Wel versoepelingen, geen versoepelingen. De cultuursector helemaal open, of toch weer die anderhalve meter regeling. De gouden toekomst van een veelbelovende hype, teruggebracht tot lauw gezongen wanhoop. Doordachte nuchterheid gaat in Wear My Medals het eervolle gevecht aan. Achter elke grote band hoort blijkbaar een sterke vrouw te staan, en zo is het maar net, en het liefste zelfs als bassist zijnde! Ook bij Silverbacks is de lichtelijke ondergewaardeerde Emma Hanlon als pompend hart dit middelpunt van de eenheid, omringt door de treurnis van retro keyboards.

Verharde schreeuwerige muzikale onvrede bouwt de binnen de huiskamers uitgesproken They Were Never Our People immigratie afasie dicht. Een beangstigend conservatief intolerantie beleid ten opzichte van de medemens. Archive Material in onze eigen kortzichtige bubbel met het heimelijke verlangen naar primitieve Different Kind of Holiday retro glamrock tijdverdrijf. Leefkuil romantiek op een lager level, nostalgische zekerheden in verkleurde vintage ansichtkaarten herinneringen.

Shoegazer verbreding is de zuigende kracht in het aan The Clash memorerende nonchalante onzuivere Central Tonessamenzang. Aspirine noise legt daar een licht verdovende basis overheen, waardoor het net wat lekkerder gemeen bekt. Diepere terreur brengt de Recycle Culture in grijpgrage beweging. Idealisme van de in verzamelwoede levende hipster kluizenaars, bedolven onder stinkend vinyl en verschimmelde stripboeken evangelie. Archive Material is een wanordelijk conceptvertelling over zoekgeraakte pagina’s, fout geordende hoofdstukken en onaffe verhaallijnen. Het gevoel van 2022.

Silverbacks - Archive Material | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Silverbacks - Fad (2020)

poster
4,0
Met een schoolse ongedwongen manier van spelen weet de zoveelste postpunk sensatie uit Dublin zichzelf aangenaam te presenteren. Ze noemen zichzelf Silverbacks en staan garant voor een flinke portie aan aanstekelijke catchy popdeuntjes met een hoog melodieus indiepop gehalte. Gelukkig stoppen ze genoeg eigenzinnigheid in het geluid, waardoor ze zich niet teveel op het uitgehouwen muzikale pad van de hardwerkende voorgangers bevinden.

Er wordt met regelmaat schaamteloos uitgeweken naar de stevige gitaarrock die in de jaren negentig vanuit de Verenigde Staten de wereld domineerde. Ook aan de psychedelica die daar bij de punk in de jaren zeventig insluipt wordt gememoreerd. Silverbacks geeft hiermee een vernieuwende draai aan het heersende geluid, waarbij er met gemak zelfs geflirt wordt met dancebeats.

Als dan ook bassist Emma Hanlon een deuntje mag zingen in Klub Silberrücken, wat een Duitse vrije vertaling van de bandnaam is, zorgt ook eventjes dat zelfverzekerde nostalgische nineties gevoel. Toen werden ook vrouwelijk bassisten naar voren geschoven om sporadisch de zangpartijen te verzorgen. Toch valt het hier positief goed op, zeker omdat Daniel O’Kelly, de echte zanger van de band, al snel met haar duelleert, en er die emotionele diepgang weet toe te voegen om Emma’s droomzang te verdringen.

Je krijgt de indruk dat de drummer zich heerlijk uitleeft op flinke zoutzakken, zo lomp en energiek weet hij de basis van Dunkirk te presenteren. De dempende bas krijgt al direct ondersteuning door smerige herhalende lawaaierige gitaarriffs met daar overheen de iets wat verhalende vocalen van O’Kelly. Het levert gelijk al een groot spanningsveld af, waar doorheen zijn tweelingbroer zorgt voor passende zweverige oldschool akkoorden. Er wordt beheerst gespeeld met haastige dansbare ritmes en helder betoverend klankspel van sfeervolle gitarist Kilian O’Kelly.

Dunkirk is het verdwaasde verslag van een middeljarige man die krampachtig probeert om op een historische gevoelige plaats een luxe vakantiepark op te starten. De waanzin in deze tegen de overspannenheid aanlopende fictieve figuur vormt de muzikale leidraad op Fad. Het zijn zenuwachtige prachtjuweeltjes die zich vanuit het onvoorspelbare brein van Daniel navolging krijgen in gewaagde nonchalante vreemde dwarse kronkelingen.

Ze zoeken hiermee de onderkant van de postpunk movement op, waardoor er tevens ruimte is voor subtiele noise uitspattingen en de ruwe punkers vechters mentaliteit. Dit komt zeer sterk naar voren in het heerlijke overstuurde Just In The Band. Met deze single wisten ze al eerder de aandacht op zich te richten.

Doordat ze de kracht halen om verder juist bijna nergens opgefokt te klinken, is dit een heerlijke uitzondering op deze regel. Het verdere gebrek aan schreeuwerige uitingen levert wel de beperking op dat ze over de gehele linie keihard aan de slag moeten om met goed uitgewerkte tracks te overtuigen. Dat ze hier moeiteloos in slagen getuigd genoeg van de kwaliteiten van deze jonge Ieren.

Gelukkig wordt er in Dublin genoeg inspiratie losgewrikt om zelf creatief aan de slag te gaan, zonder te nadrukkelijk uit te wijken naar succesvolle plaatsgenoten. De stad leeft en bloeit meer dan ooit, en heeft op dit moment zoveel te bieden dat ze met gemak kan concurreren met de Britse scene. Sterker nog, langzaamaan die toppositie overneemt.

Silverbacks - Fad | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Simon and Garfunkel - Bridge over Troubled Water (1970)

poster
4,0
Dit album lag in de huiskamer van een verplegersflat op een stage adres.
Natuurlijk stond er een oude platenspeler, en vreemd genoeg zelfs een biljarttafel, terwijl er vroeger voornamelijk verpleegsters in de zorg werkten.
Van oudere collega’s hoorde je dan ook dat mannen niet werden toe gelaten, en dat de controle hier op erg streng was.
En aan het interieur van deze ruimte te zien, stamde het gebouw net als Bridge Over Trouble Water uit 1970.
En als je dan na een late dienst deze ruimte binnen kwam, dan wilde je kunnen ontspannen.
Als je eenmaal gesetteld was in het bankstel waarvan de veren porden op de al pijnlijke plekken van je rug, die het zwaar te verduren hadden door het tillen van mensen, dan kwam je niet snel meer overeind.
Bridge Over Trouble Water was dan ook nog de enige elpee die er lag, dus een andere keuze had je niet, dus werd deze opgezet voordat je plaats nam.
Bij het horen van het titelnummer kwam je tot rust, maar passeerde de gehele dienst de revue.
Vaak was deze best heftig, omdat je nog een beginneling was in de verzorging, maar op het einde van dat lied had ik vaak de tranen in mijn ogen.
Vervolgens kwam El Condor Pasa als een verademing, en eigenlijk is dit ook best wel een mooi nummer, maar als je in Nederland een band hebt die BZN heet, en al hun muziek baseren op de melodie van dit nummer, dan is het lastig om dit objectief te beoordelen.
Cecilia is echt zo’n jongerenkoornummer, en onze buurvrouw zong daar als veertiger ook bij, en dit werd vaak door haar gebruikt als opwarmertje.
Grappig, dat je jezelf als veertiger nog een jongere kunt noemen, de gemiddelde leeftijd van de kerkbezoeker speelt natuurlijk ook een grote rol.
Toch kakt het geheel vervolgens wat in, jammer dat ze vooral de ingezette sfeer van het titelnummer niet geheel vast kunnen houden, nu switch je teveel tussen verschillende stijlen en sferen, al is een nummer als The Boxer wel als een tweede hoogtepunt te noemen.
Helaas draaide ik die dus niet zo vaak, omdat ik dan met veel moeite uit dat bankstel moest komen om de b-kant te draaien.
Mijn ogen waren dan meestal al dicht gevallen, en ook de coverversie van The Everly Brothers Bye Bye Love nodigde niet echt uit.
En bij The Only Living Boy in New York heb ik altijd het beeld van Kermit de kikker voor me, die zong soortgelijke trieste nummers ook bij The Muppet Show.
Maar ook een Kermit kan op een mooie manier gevoel in een liedje leggen; echt waar!!
Ondanks dat het allemaal erg zoetsappig klinkt met een zeer hoog EO gehalte, moet ik toe geven dat deze twee stemmen wel heel erg mooi bij elkaar passen.
Na al die jaren kan ik geen duo noemen die qua samenzang zo goed samen gaan.

Simon Love & The Old Romantics - Love, Sex & Death Etc (2022)

poster
3,5
Love klinkt toch een stuk vriendelijker dan Stone, dit moet Simon Stone gedacht hebben toen hij in het jaar 2000 met de sixties indiepopgroep The Loves aan de slag ging. Simon Stone wordt dus Simon Love en zelfs nadat dit hyperactief spelende retro gezelschap er in 2011 met het big bang bubblegum album …Love You de stekker eruit trekt gaat Welshman Simon Love gewoon onder die artiestennaam verder. Invloeden van buitenaf? Die zijn er in het werk van Simon Love meer dan genoeg terug te vinden. Oude helden, daar teert toch alle muziek op? Simon Love adoreert op zijn solo debuut It Seemed Like a Good Idea at the Time al eerder David Bowie (Wowie Zowie) en Elton John (Elton John), op zijn tweede plaat Sincerely, S. Love x voegen Ramones (Joey Ramone) zich bij dit gezelschap.

Love, Sex & Death Etc. Eenvoudig gezegd begint het leven bij de liefde en de seks en eindigt het bij de dood. Niks is zo onwaarschijnlijk als de aftrap van het geboorte en het onvermijdelijke einde. The Old Romantics, de naïevelingen, ooit flitsend en hip in de jaren tachtig, een knipoog naar de kleurrijke personages welke ooit zichzelf The New Romantics noemen, nu gedateerd en oubollig. Alles gaat voorbij, en toch blijft het verlangen naar dat gezapige geluid aanwezig. Love, Sex & Death Etc. leeft in het verleden, is nergens vernieuwend, nergens uniek en nergens vooruitstrevend. Simon Love heeft het gezonde gevoel voor die typische Britse humor, maar is tevens kritisch cynisch met de nodige dosis aan zelfspot en heerlijk verhalend.

De liefde. De Me and You glamrock Britpop, de bellen en de toeters, wilde avonturen tijdens een zeer gezellige huwelijksnacht. Dat de seks hierin een aandeel heeft mag duidelijk zijn. Zoetsappig in I Will Always Love You Anyway, gemeen bijtend in I Love Everybody in the Whole Wide World (Except You). Paniekaanvallen overheersen bij het beginnende ouderschap. Au Revoir My Dude is een liefdesbrief aan zijn babyzoontje, de angst om hem te moeten verlaten, en dan kom je ook al snel bij de dood terecht. The Worst Way to Die, je kind in onwetendheid achter laten.

De dood. De relatie tussen Wales en de Britse regering is er na het hele Brexit gebeuren niet echt erg op vooruit gegaan. Daar komt in het geval van Simon Love het overlijden van zijn moeder nog bij, die op 15 mei 2020 overleed, dezelfde dag als het belachelijk beschaamde lockdown feestje van de Britse regering. Voor Simon en zijn zus was het onmogelijk om hun stervende ouder te bezoeken omdat ze zich aan de coronaregels moeten houden. The Fuck-Up is het demonstratieve protest, verpakt in liefdevolle schijnheiligheid, een keiharde schop naar ondeugdelijk leiderschap. I Will Dance psychedelica, als de Conservatieve Partij zich de afgrond in werkt zal Simon Love dansen op hun graf.

Toch laat hij zich niet binden aan het Verenigd Koninkrijk, het is bijna heiligschennis hoe de Amerikaanse invloeden Love, Sex & Death Etc overnemen. De plaat is aardig gevuld met campy kampvuur sentiment, Northern soul blazers, Honky Tonk countryrockers, het aan R.E.M. (Everybody Hurts) schatplichtige The Worst Way to Die en een jammerende You’re on Your Own hakbijl Bob Dylan parodie. Met gemak schud hij het allemaal uit zijn goochelaarsmouw. In die ontremde veelzijdigheid ligt zijn zwakte, Simon Love had zich best wat puntiger mogen afzetten, en aan het psychedelisch komisch bedoelde L-O-T-H-A-R-I-O lijkt geen einde aan te komen. Het zal Simon Love waarschijnlijk niks uitmaken, liefde, seks en de dood, daar draait het uiteindelijk allemaal om.

Simon Love & The Old Romantics - Love, Sex & Death Etc | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Simple Minds - Acoustic (2016)

poster
2,5
Ik vind het helemaal niet zo verkeerd klinken.
Hoorde vandaag de laatste van Sting, als je dan vervolgens deze van Simple Minds luistert, dan hoor je een groot verschil in de zang.
Jim Kerr is gewoon nog steeds erg goed bij stem.
De liedjes doen wat Oosters aan, iets wat ik ook bij The Cure unplugged ervaarde; helaas is dat concert nooit op cd verschenen.
Simple Minds is uiteraard Big Music, en dan klinkt dit wel totaal anders.
Toch blijft de kwaliteit van de songs gehandhaafd.
Leuk tussendoortje, maar ik verwacht verder niet dat ik deze ooit zal aanschaffen.

Simple Minds - Black & White 050505 (2005)

poster
3,0
Een meer elektronische manier om het oude geluid terug te vinden, alleen lukt het hier niet.
Voorheen leefden het gitaarspel, de baspartijen en ook de keyboardlijntjes meer.
Het Robocop idee; het hart is nog aanwezig, verder is de rest gevuld met kunstmatige hulpmiddelen.
Met als verschil dat Robocop op den duur wat menselijke trekjes ging vertonen.

Simple Minds - Empires and Dance (1980)

poster
4,0
Neonlichten die als in een versnelde film voorbij flitsen.
Elke nacht feesten in de meest luxe modieuze clubs.
Soms zie je van die kleine harige poedels die hun hoofd door een open gedraaid autoraampje steken, genietend van alles wat voorbij komt.
Met samen geknepen oogjes in de verte kijkend, niet wetend wat er allemaal nog zal komen.
Simple Minds zat in deze fase.
Als jonge honden genoten ze van de mogelijkheid om in Europa op tournee te gaan.
I Travel straalt dat uit.
Jeugdigheid en nieuwsgierigheid.
Het enthousiasme straalt er nog van af.
Ergens zwevend tussen werkelijkheid en grote dromen die zullen uitkomen.
New Gold Dream begon volgens Jim Kerr in 1981, dit is het startsein om de sprint in te zetten.
Zou ook hij last hebben van podiumangsten?
Vaak hoor je van artiesten dat ze voor het optreden de kleedkamer kotsend verlaten, elke keer een beetje dood gaan.
Today I Died Again.
Eenmaal op het podium valt alle onzekerheid van ze af.
Empires and Dance is een uitgebreid, goed geobserveerd reisverslag.
Een dagboek omgezet in een muzikaal jongensboek.
Vervolgens zou een meer georganiseerd leven volgen, waarbij steeds minder ruimte zal zijn voor idealen en belevingswaanzin.
De prijs van de roem.

Simple Minds - Life in a Day (1979)

poster
3,5
Aangenaam verrast door dit debuut.
Jim Kerr is nog niet geschrokken en verward geraakt door de impact van Joy Division, om vervolgens wat meer pessimistische muziek te maken.
Pas bij New Gold Dream zou de hoop weer grotendeels terug gekeerd zijn.
Gewoon een vrij positief klinkend resultaat, met de roots in de glamrock.
Roxy Music inclusief de geluidscollages van Eno; zelfs een Alice Cooper hoor ik er doorheen.
Bands als Japan heersten in de alternatieve wereld, zo ook bij Jim Kerr.
Voeg daar muzikale duizendpoten als Elvis Costello en Joe Jackson aan toe, en je komt een heel eind.
Het boekje vermeld: Recorded At A Very Low Temperature.
Iets wat kenmerkend is voor de opkomende Postpunk stroming.
Blijkbaar duiken ze allen in de herfst de studio in, om er in de winter uit te komen.
Talk Talk, Ultravox, The Cure; allemaal het zelfde sfeertje.
Bands met een meer zomers geluid als Duran Duran en Spandau Ballet spreken op latere termijn een groter toegankelijker Top 40 publiek aan; typisch.
Toch voelt Life In A Day niet koud aan.
Opener Someone heeft een indirecte link met latere acts als Kaizer Chiefs.
Ook hierbij wordt gebruik gemaakt van koortjes.
Life In A Day is New Gold Dream in wording.
Grappig eigenlijk; volgende albums hebben allen nummers die bij dat album tot een geheel komen.
Alsof we te maken hebben met onvoltooide demo’s.
De grootste verassing is echter Pleasantly Disturbed.
Dit leunt tegen de symfonische rock van Genesis en Marillion aan.
Laatsgenoemde had vroeger in frontman Fish tevens een Schot in de groepssamenstelling.
Toeval?
Pleasantly Disturbed zijn de Schotse Hooglanden.
Meer dan in het bekende Belfast Child zijn hier de Roots hoorbaar.
Charlie Burchill in de rol van violist.
Simple Minds kan het dus ook.
Tijdsgenoten als The Waterboys en Big Country schamen zich er niet voor om elementen van hun oorsprong in de muziek te verwerken..
Simple Minds helaas te weinig.
Zonde, het hoogtepunt van het album.
Murder Story heeft ook iets magisch met zijn versnellingen.
Songs die de latere verzamelaars niet zullen halen.
Niet helemaal het geluid van Simple Minds?
Of juist het oergeluid van Simple Minds.

Simple Minds - New Gold Dream (81-82-83-84) (1982)

poster
5,0
Grasveldplaatje.

New Gold Dream is de regenboog achter de donkere wolken van de jaren 80. Een heerlijke toegankelijke overgangsplaat van experimenteel naar mainstream.
Vanwege mijn leeftijd heb ik dit album pas gekocht toen ik zestien jaar was.
Zeven jaar te laat.
Ik ontdekte dus pas na de bloeiperiode de New Wave, en wilde die in 2 jaar tijd herbeleven
Natuurlijk al langer bekend met Promised You A Miracle, maar pas aan deze begonnen in de periode dat ik in de grote stad met een vervolgopleiding begon.

De New Wave was dan wel op zijn retour, maar daar liepen nog genoeg zwarte raven rond.
De treurnis die Someone, Somewhere in Summertime uitstraalt, doet me denken aan de nadagen van de zomer.
Daar in Nijmegen lag voor het schoolgebouw een grasveldje, waar we ons in de pauze opstelden.
De geur van het onaangetast gras zit nog steeds ergens diep van binnen.
Ik kleedde me zelfs als Jim Kerr.
Hij was een soort van idool.
Al kwam ik er snel achter dat de leren riem vlekken achter liet op mijn witte bloes.
Die droeg ik dus net als Jim over de mijn kleren heen.
Liggend in een soort van Big Sleep werd gedacht aan hoe het eerste schooljaar verder zou verlopen.
Zou het een New Gold Dream worden of een grote teleurstelling.
Op het schoolplein werden al snel TDK en BASF cassettebandjes uit gewisseld onder de groep jongeren.
Ik was in het bezit van werk van Simple Minds, Joy Division, The Cure en The Mission.

De muzikale voorkeur bepaalde al snel je plek.
Deze waren voor velen belangrijker dan de schoolresultaten.
Het gras verkleurde, en werd valer.
Herfst deed zijn intrede.
Simple Minds bleef.
Dankzij hun al snel mijn plekje daar veroverd.
Hoewel ik muzikaal veel breder was ingesteld, zou ik altijd die jongen van New Gold Dream blijven.
Blijkt weer hoe belangrijk de eerste indruk is.
Mijn grasveldplaatje doet me terug verlangen naar die tijd.

Simple Minds - Once Upon a Time (1985)

poster
4,5
Het grote gebaar commercieel uitbuiten.
Mag dat?
Van mij wel.
Totaal geen moeite mee.
Het onverwachte succes in Amerika.
Don't You dat dateerde van dezelfde opname sessie.
Als opvullertje in een nietszeggende tienerfilm.
Beide werden onverwachts een grote hit.

Er was dus al gekozen voor deze weg.
Simple Minds koos voor een nog groter geluid dan bij Sparkle In The Rain.
Net tegen het randje aan.
Met toevoeging van een soulvolle zangeres in de band.
Zeker niet risicoloos.
Na jaren van zwoegen werd hiermee aansluiting gezocht bij meer publiek.
Dat dit ten koste zou kunnen gaan van hun oude fans, dat was een feit.
Maar Simple Minds was net als U2 klaar voor deze stap.
Niet de geschiedenis ingaan als geslaagd post-punk groepje.
Bewust van het gevolg.

Opener Once Upon A Time is ritmisch.
Alsof Simple Minds naar Talking Heads geluisterd heeft.
Mooie herkenbare orgelpartijen.
Toch ben ik niet helemaal gelukkig met het eindresultaat.
Jim Kerr is hier gewoon slecht bij stem.
Zijn zang is te hees, je voelt hem naar adem happen.
Had nog wat langer geknutseld en de vocalen meer rust gegeven.

All The Things She Said is een stuk sterker.
Robin Clark is een steengoede zangeres.
Credits komen haar hier toe.
Wat een aangename aanvulling.
Ze tilt Jim Kerr hier echt naar een hoger level.
Helaas wordt ze te weinig geroemd.

Bij Ghostdancing kan ik niet stil blijven zitten.
Ondanks de vrolijke ondertoon een vrij heftig nummer.
Gemeend politiek getint.
Vervolgens zouden Mandela Day en Belfast Child gemaakt over komen.
Lyrics waar veel tekstschrijvers trots op zouden geweest.
Als ze het nivo zouden kunnen halen.

Het meezing nummer.
Alive & Kicking.
Kapot gemaakt door tweederangs karaoke zangers.
Die ingehuurd op Centerparks hun kunstje doen.
Elke week weer voor ander publiek.
Maar de originele versie ademt warmte en geluk uit.
Het Grote Gebaar.
Mij geeft het een kick.
Een massa van duizenden die het massaal mee brult.
Laat ergens in een overvol stadion.
Padadada papadadada.

Oh Jungleland is minder.
Te chaotisch geheel.
Een overvol oerwoud met een teveel aan klanken.
Zonder harmonie.

I Wish You Were Here is persoonlijk.
Gemis van Chrissie Hynde.
Vanaf Live Aid hopeloos verliefd.
Uiteindelijk geschaakt van Kinks voorman Ray Davies.
Liefdesliedjes schrijven is echter niet zijn sterkste kant.
Zoetsappig.
Krijg er geen vlinders van in mijn buik.
Wel zo' n vervelende harde bal.

Revenge met Sanctify Yourself.
Prijsnummer.
Overtuigingskracht is aanwezig.
Toewijding in het Koninkrijk van Messias Kerr.
The Man In Tights.
Onze eigen Robin Hood.
Vreemd genoeg vond ik toen de kledingkeuze in de videoclip wel passend.

De afsluiter Come A Long Way is weer minder.
Waarschijnlijk op dezelfde dag opgenomen als de opener.
Het slechte stemgeluid is weer aanwezig.
Advies, neem de volgende keer eerst een flinke kop thee met honing.
De avond ervoor wat minder Schotse Whisky.
Dan komt het wel goed.

Simple Minds - Real Life (1991)

poster
3,0
Het grote gebaar is nog steeds aanwezig, maar de boodschap is definitief verdwenen.
Had ik bij de vorige albums nog steeds de indruk dat het ergens over ging, hier is dat gevoel helemaal weg.
Tussen Street Fighting Years en Real Life zat een scheiding met Chrissie Hynde.
Vaak levert juist zo’n privé crisis genoeg goed materiaal op, om over te schrijven.
Veel liefdesliedjes hier aanwezig, maar ik heb regelmatig het gevoel dat Kerr als verdoofde buitenstaander de situaties schetst.
Het lijkt niet over hemzelf te gaan, ik mis de emotie.
Gladde nummers.
Real Life is de Sky Radio plaat van Simple Minds.
Prima te programmeren tussen Wet Wet Wet, Spandau Ballet en Johnny Hates Jazz.

Of ik dan toch nog een leuke anekdote weet te vermelden?
Ja, Real Life kocht ik in Fame in Amsterdam.
De eerste keer dat ik deze gigantische platenzaak bezocht.
Maar ook had ik zelfs daarvan meer verwacht, dus sluit deze gebeurtenis wel weer aan bij mijn conclusie over dit album.
En de cd zelf heeft een opdruk, welke veel weg heeft van het TROS teken, en daarmee sluit ik af; muziek voor de grootste familie van Nederland.

Simple Minds - Real to Real Cacophony (1979)

poster
3,5
De misleiding is groot.
Opener Real To Real is uitzichtloze duisternis.
Jim Kerr als Priester van de Doemkerk.
Traag als een pijnlijke gekwelde ziel.
Als een zwijgende monnik buig ik mijn hoofd.
Knielend voor de Messias die later het Positivisme verkondigt.
Voorbereiding op mijn verwachtingspatroon.

De manische zang in Naked Eye voldoet hier niet aan.
Tenzij het bezetene heeft plaats gemaakt voor complete waanzin.
Muzikaal ondersteund door een soort van doordravend draaiorgel.

Experimenteel of juist richting zoekend?
Veelzijdigheid pakt niet altijd positief uit.
Zoals de Ska in Carnival.
Rommelige mengelmoes.
Japan in een dronken bui met Madness op stap.

Ondanks de vele lege oesters moet je dieper duiken.
Want de parels zijn wel aanwezig.
Al blijft de opener het indrukwekkends.
Factory zijn de overvolle fabrieken van de film Metropolis uit 1927.
Stereotype gedragingen.
Dag in, dag uit.
Premonition zijn de eerste babystapjes richting dansvloer.
Onzeker en begeleidend.
Bang om te vallen.

Het typerende Simple Minds sound is op het eind hoorbaar.
The Changeling met het kenmerkende kille orgeltje.
Zo ook de pompende bas.
Scar is New Gold Dream in een notedop.
De vrucht is aanwezig, maar dient nog gekraakt te worden.
Duidelijk dat dit nummer het concept vormde.
Het latere keerpunt in hun ontwikkeling.
Sleutelsong voor hun Opus Magnus.

Simple Minds - Sparkle in the Rain (1984)

poster
5,0
New Gold Dream was een droom met veel verwachtingen.
Bij Sparkle In The Rain zijn de verwachtingen uit gekomen, en klinkt waarschijnlijk daardoor directer.
Simple Minds is meer dan het zoveelste postpunk bandje.
Klaar om de wereld te veroveren en plaats te nemen langs de jongens van Duran Duran als modellen de catwalk passeren.
Het leven vol glamour en glitter lacht ze toe; zoals Henny Vrienten en Herman Brood het ooit verwoorden; als je wint, heb je vrienden.
Sparkle In The Rain richt zich duidelijker op een groter publiek, Simple Minds zijn er klaar voor om de grote overstap naar de Verenigde Staten te maken.
Iets wat later met Don’t You als titelnummer van de tienerfilm The Breakfast Club daadwerkelijk zal gebeuren.
De idealen worden echter nu al voorzichtig terzijde geschoven.
Grote gebaar maakt plaats voor het grote geld.
Op de een of andere manier stoor ik mij hier niet zozeer aan.
Voor mij behoren nummers als Up On The Catwalk, Speed Your Love To Me, East At EAster en vooral Waterfront tot hun beste songs.
Waterfront is zelfs mijn persoonlijke favoriet.
Vanaf de bastonen in het intro heb ik zin om blootvoets de opkomende vloedgolven van een woeste zee te trotseren.
Ik voel mij eventjes boven het aardse bestaan uitstijgen.
Waterfront is de drug die je oppermachtig laat voelen.
Het moment waarop vroeger de dansvloer mijn persoonlijke bezit werd.
Als koning Midas verandert de vloer in gouden tegels.
Daar had ik geen Michael Jackson met Billie Jean voor nodig.
Jim Kerr leidde mij ook de juiste weg op; ook al was deze belegd met commercieel verworven muntstukken.
Ik zou hem volgen.
Sparkle In The Rain is een logisch vervolg op New Gold Dream.
Het harde werken wordt beloond; tijd om te oogsten.

Simple Minds - Street Fighting Years (1989)

poster
4,0
Het zal wel door al dat reizen komen.
Ik weet het niet.
Ook Bono en Robert Smith hebben van die periodes gehad.
Als je doordat je wereldberoemd bent en alles gezien hebt, terug verlangt naar vroeger.
Met een te grote auto rij je door een te kleine woonwijk.
Waar in je beleving kinderen op straat speelden.
Een geïmproviseerd knikkerkuiltje in een kapotte stoeptegel.
Voetballen tussen twee flatgebouwen.
Maar ook deze vertrouwde omgeving verouderd.
De jeugd van toen heeft zijn gezin gesticht.
Gekozen voor een zinvol bestaan.
Gepensioneerde zestigers die achter blijven.
Decadentie en graffiti.
Sporen van mentale en materiële afbraak.
30 is de magische leeftijd.
Keerpunt in je leven.
Al je dromen zijn nu verwezenlijkt.
Jezelf afvragend of het een bevredigend effect heeft opgeleverd.
Worsteling met het bewuste ouder worden.
Zoekend naar stukjes van vroeger.
In je beleving allemaal groter en mooier.
In het echt blijkt die kolossale volkstuin maar een afgedankt lapje grond.
Street Fighting Years is het onschuldige dagboek van een jonge puber.
Van voor de ontmaagding van alcohol en seks.
Na Pleasantly Disturbed van Life In A Day durven ze nu pas, ruim 10 jaar later terug te keren naar hun Schotse Roots.
Kick It In vertoont de laatste stuiptrekkingen van de bombast.
Verder heest voornamelijk volwassenheid.
Politieke standpunten in Belfast Child, Biko en Mandela Day.
Jim Kerr, de jongen in maillots en met baret is geen kind meer.

Simply Red - Picture Book (1985)

poster
4,5
En hier hoor je nog een band, waar natuurlijk de geweldige stem van Michael Hucknall opvalt.
Hier is hij nog een onderdeel van Simply Red, en daar ligt de kracht. Alles wat hierna uitkwam is dus Michael Hucknall met sessie muzikanten.
Aan de ene kant begrijpelijk, anderzijds is dit wel erg jammer.
Een Jericho is mooi gezongen, wat een geweldige opbouw van die stem. Wat heeft hij een vermogen, en toch soulvol. De muziek bouwt mee op naar de climax; perfecte combinatie.
Raar nummer eigenlijk. Ik voel de dreiging, maar ervaar juist de rust.
Money was a thing, money was a thing,
Money was a thing that I believed in.

Inderdaad.
Money’s Too Tight (To Mention)
Weer een geweldige song. Van een uitkering leven hoeft hij al lang niet meer.
Misschien de rest van de muzikanten die aan dit album mee werkten wel?
Minder krachtig dan Jericho.
Hoogtepunt blijft wel het naar Spandau Ballet neigende Holding Back The Years (qua muziek dan). Subtiel speel genot. Hier klinkt dus heel duidelijk een eenheid.
Dit album is een diamant.
De enige diamant die later in het succesverhaal van Michael Hutchnall terug kwam, was de rode diamant die hij in een van zijn tanden liet plaatsen.
Och, dat is ook niet helemaal waar.
Stars kon er ook nog mee door komen.

Sinead O'Brien - Time Bend and Break the Bower (2022)

poster
4,0
Als oermoeder van de punkbeweging maakt mode ontwerper Vivienne Westwood naam als Malcolm McLaren haar de vrijheid geeft om de straatschoffies van Sex Pistols in gescheurde alternatieve boyband maatpakken aan te kleden. Haar iconische positie en spraakmakende antireactie is zelfs nu nog van onschatbare waarde en het is natuurlijk een eer om je carrière onder haar hoede te verbreden. Toch kiest het jonge Ierse talent Sinead O’Brien ervoor die leerschool te verlaten en zich op haar andere passie te richten, de muziek.

Kunst, daar draait het uiteindelijk allemaal om. De onnavolgbare verknipte Mark E Smith (The Fall) gekte, de elektronische deprimerende Anne Clark spoken word dichtersromantiek en de rebelse Kae Tempest mentaliteit. Veelzeggende boegbeelden die dan wel bewust dan wel onbewust hun invloed op Sinead O’Brien uitoefenen. En als je dan ook nog eens de aandacht trekt van Speedy Wunderground producer Dan Carey en een droomstart met het gelimiteerde Taking On Time maakt, dan zit het met die basis wel goed. Pure sneltrein 3 minuten postpunk. Beide voeten in het allesbepalende tijdsbeeld van 1980, met rauwe dromerige gitaarakkoorden als noodzakelijke kernbronreactor.

Er volgt een veelbelovende A Thing You Call Joy/Limbo single waarna ze in het vizier van William Street komt die haar onderbrengt op zijn Chess Club platenlabel. Dan Carey weigert om haar los te laten en draagt de eindverantwoording bij de net zo sterke eighties echo’s mengelmoes van de Drowning In Blessings EP. Na de Kid Stuff singlerelease volgt dan met Time Bend and Break the Bower eindelijk de eerste officiële albumrelease. Nog steeds met hetzelfde producersteam, aangevuld met gitarist Julian Hanson en drummer Oscar Robertson die tevens als volwaardige bandleden de albumhoes opsieren.

Time Bend and Break the Bower is een surrealistische Alice In Wonderland trip door het fantasierijke Londense Brexit verhaal, waar voorgelogen waarheden, apocalyptische waanbeelden, wanhopige There Are Good Times Coming toekomstperspectieven en nachtelijke death disco koorts elkaar treffen. Premier Boris Johnson die profetisch als Mozes met opgeheven hand een tweestrijd in werking zet, Selling England By The Pound. De verdeeldheid van het Britse volk, chirurgisch geamputeerd van het Europese vasteland en Sinead O’Briens Ierse geboortegrond. Het loodzware Pain Is the Fashion of the Spirit dreunt, beukt en klotst misselijk tegen de begrenzende krijtrotsen aan.

Two silent seas divide us
Two silent seas retreat
It’s the end of all good things
There is nothing good to keep

Een bovenaards wezen beweegt zich woest dirigerend boven het Verenig Koninkrijk voort. De hemel schudt lachend in Salt zijn donkere donkerwolken los. God is vrouwelijk, sensueel, sexy, funky en verleidelijk. God danst zich opgewonden streng door Like Culture heen. Minachtend luidt Sinead O’Brien de noodklok, de verantwoordelijkheid van het uitgespeelde machtsspel ligt niet in haar handen. Het is een mannenmaatschappij, ook al is deze jaren geleden door een Iron Lady in werking gesteld. De geschiedenis mag herschreven worden, het Thatcher imperium als geijkt startpunt.

Prehistorische holle drumslagen herdefiniëren de wereld. Girlkind keert terug naar de postpunkbeginselen, en gooit veertig jaar aan historische levenslessen de prullenbak in. Marcherende terreurnoise ontwringt en saboteert de Holy Country eenheid. Het dromerige met treurviool mineurstemmende Multitudes geeft een ontregeld sprankje van die andere bekende Sinead machteloze boosheid vrij. End of Days, we feesten om te overleven, offeren goedwillige gedachtes aan het kwaad, en laten hulpeloze kinderen los om de geruïneerde puinhoop op te ruimen. Onze rotzooi, hun erfenis. Verdoofd door de beklemmende angstklanken van het alsmaar herhalende Go Again, generatie na generatie.

Sinead O'Brien - Time Bend and Break the Bower | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Sinéad O'Connor - I Do Not Want What I Haven't Got (1990)

poster
4,0
Wat werd de single Nothing Compares 2 U goed verkocht.
Ik was rond die tijd bij de plaatselijke platenboer tussen de elpees aan het snuffelen, en drie keer kwam er iemand binnen die vroeg naar dat liedje van dat kale huilende meisje.
Natuurlijk is Nothing Compares 2 U een mooi door Prince geschreven nummer, welke Sinéad helemaal naar haar hand weet te zetten, maar het is absoluut niet het hoogtepunt van I Do Not Want What I Haven’t Got.
Het album begint namelijk met het beste wat ze ooit gemaakt heeft.

Feels So Different.
Dit nummer vind ik muzikaal gezien vergelijkbaar met Forbidden Colours van David Sylvian.
Dezelfde dramatiek in dit lied.
Eigenlijk begint het met een soort van gesprek met God.
Verbitterd vraagt ze zich af waarom ze zich opeens zo anders voelt.
Begrijp de impact van deze Ierse jonge vrouw.
Voor haar zou het katholieke geloof altijd een grote impact in haar leven behouden.
Eind jaren 90 wordt ze zelfs tot priester gewijd.
Maar er blijft een twijfel.
Honderd procent staande achter haar geloofsovertuiging.
Zero in het vertrouwen in de paus.
Feels So Different laat een gefrustreerde, depressief persoon horen.
Als opener zou het eerder op Universal Mother passen.
Een album waarbij eigenlijk voornamelijk haar liefde voor haar zoon Jake haar staande hield.

I Am Stretched On Your Grave is oorspronkelijk een oud 17 eeuws Iers gedicht genaamd Táim sínte ar do thuama, maar zou hier in haar versie goed over haar overleden moeder kunnen gaan.
De verstandhouding met haar was niet geweldig, zeg maar gerust slecht te noemen, en als ze dan in het eind van Sinéads pubertijd door een tragisch auto ongeluk om het leven komt, dan kan ik mij goed voor stellen dat je veel vragen hebt.
Vragen zonder antwoorden.
De beat bij dit nummer is hetzelfde als die van Justify My Love van Madonna, welke uiteraard oorspronkelijk afkomstig is van Security of the First World van Public Enemy.
Deze is weer te herleiden tot The Funky Drummer van James Brown.
De ene traditional vult de ander aan.

Three Babies, die volgden inderdaad nog, ze zou uiteindelijk vier kinderen krijgen, waardoor dit lied een soort van profetische waarde krijgt.
Gezongen met het ultieme gelukkige moedergevoel.

Na het vrolijk huppelende The Emperor's New Clothes, de Mandinka van dit album, zal ik maar zeggen krijgen we het meer ingetogen Black Boys on Mopeds.

Nothing Compares To You, waarschijnlijk de mooiste Prince cover ooit, al komt Manic Monday van Bangles ook aardig in de buurt.

Om dan vervolgens dat pistoolschot te horen aan het begin van Jump In The River heeft iets vreemds, maar ik stoor me er niet aan.
Moet er eigenlijk altijd wel om lachen.
Gaat dit nummer nu over het tot in de dood blijven volgen van een geliefde, of over een in waanzin tot zelfdoding handelende afgewezen minnaar?
Ik kan namelijk beide standpunten wel uit de tekst halen.

Vervolgens bijna fluisterend de diepte in gezogen worden bij You Cause as Much Sorrow (soms moet je een leuk bruggetje vinden om het verhaal voort te zetten).
Dat kenmerkende van de overslaande stem is hier ook weer aanwezig.
Alleen Dolores O'Riordan van The Cranberries heeft iets soort gelijks.
Zal wel typisch Iers zijn.
De een stoort zich er aan, ik hou er wel van.

The Last Day of Our Acquaintance is ook prachtig gezongen, maar dit soort liedjes heeft Sinéad genoeg.
Ik hoor liever meer wanhoop of juist de felheid; een combi van beide is ook prima.
De versnelling, en toevoeging van instrumenten naar het einde toe geeft het extra aan het geheel.

Afsluiter I Do Not Want What I Haven’t Got klinkt als een gedragen gebed, opgenomen in een volle kerk, waarbij iedereen verstild luistert naar de preek van de week.
Een prima afsluiter, waarin voor mij het eerder aangehaalde thema geloof weer in terug komt.

Jammer dat vervolgens de aandacht verzwakte; inclusief bij mij.
Vergeet Am I Not Your Girl? en beschouw Universal Mother als de waardige opvolger.

Sinéad O'Connor - The Lion and the Cobra. (1987)

poster
4,0
En opeens was ze daar, ontdekt door The Edge van U2.
Op de soundtrack van Captive zong ze het thema Heroine.
Hier klonk ze nog vrij schuchter.
Een jaar later is er het sterke debuut The Lion And The Cobra.
De mysterieuze teksten vragen om een uitleg.
Dit is zoals ik ze ervaar.

Jackie is gewoon een zeemanslied, waar we er in Nederland meer dan genoeg van hebben.
Maar hoe Sinead O'Connor het brengt is van een ander nivo.
Zij is weduwe die niet tot rust komt.
Zelfs 20 jaar na haar dood blijft ze als geest langs de kusten dwalen; op zoek naar haar geliefde.
De dramatiek van haar stem raakt je diep in je ziel.

Het rockende Madinka laat horen waar Dolores O'Riordan door beïnvloed is.
Zonder Sinead duidelijk geen The Cranberries.
Madinka komt op mij over als een song over een vrouw die binnenkort in het huwelijk zal treden.
Er straalt blijdschap van af.
Sinead heeft al vanaf het begin een haat/liefde verhouding met het geloof gehad.

Jeruzalem; de eenmalige bedevaart naar het beloofde land.
Ik blijf dit nummer zien als antwoord op Israel van Siouxsie And The Banshees.
Het besef dat Marco Pirroni, de eerste gitarist daarvan, op dit album mee speelt, zal daar zeker een rol in gedragen hebben.

Just Like U Said It Would B is het verlangen naar geborgenheid bij een hogere kracht.
Al kan het ook verklaard worden als een ongeboren kind dat wil leren van zijn moeder.
Hoe zal de zwangere zangeres haar kind opvoeden.
Wat is het belangrijkste?
Geloof?
Geborgenheid?

Never Get Old.
Jeugdigheid zit van binnen.
Open je hart ervoor.
En je zult eeuwig jong blijven.
Sinead als soort van Ierse Fado zangeres.

Troy.
Het brandende Dublin zal als een Feniks herrijzen.
Aangetast door een godsdienstelijke strijd met politieke lading.
Al zal ze moeten vluchten, zal ze altijd terugkeren.
Ierland als overspelige, leugenachtige minnaar.

I Want Your Hands is het verlangen van warmte door een geliefde.
Of de eerste aanraking van moeder en kind.

Drink Before The War.
Laat de eeuwig durende oorlog je leven niet geheel bepalen.
Probeer niet alleen het verdriet te verdrinken.
Maar drink ook als viering van het leven.

Just Call Me Joe doet me aan Pixies denken.
Ze kwamen rond dezelfde tijd met hun debuut album.
Maar de vraag blijft.
Wie is Joe?
Een vervelend stemmetje in haar hoofd?
Big Brother Is Watching Us?
John De Mol?

Singles (1992)

poster
4,0
Eerst iets over de film; die was gewoon erg slecht.
Een soort van Friends In Seattle, met een zeer slecht acterende Matt Dillon. Hij zet de artiesten uit Seattle neer als erg simpele houthakkers.
Eddie Vedder van Pearl Jam heeft ook een rolletje in deze film, alleen is hij te schuchter om de camera aan te kijken. De rest van Pearl Jam weet zich ook niet echt een houding aan te meten.

Nu over de soundtrack; die is namelijk briljant.
Zoals ik eerder al op merkte, vind ik het gemis van Nirvana erg jammer, en had Jimi Hendrix van mij weg gelaten mogen worden.
Maar voor de rest, is hij gewoon steengoed.

Na de sterke opener van Would? (Alice In Chains), volgt het mooie Breath van Pearl Jam. Ze komen later nog eens terug met het nog betere State Of Love And Trust.

Het beste nummer van Mother Love Bone (Chloe Dancer / Crown of Thorns) staat er op. Eigenlijk is deze hele soundtrack een ode aan Andrew Wood, want ook Soundgarden, Pearl Jam en Mudhoney zijn vertegenwoordigd.
Indirect kan Nearly Lost You natuurlijk ook zo gezien worden.
Jammer dat er dan weer geen nummer van Temple Of The Dog op staat, maar dat lag weer te veel voor de hand denk ik.

Die cover van Led Zeppelins Battle Of Evermore is knap gemaakt, is bijna niet van het orgineel te onderscheiden.
Ik wist niet dat dit de band Heart was (die dus ook uit Seattle komt), toch wel een grote verrassing.

De nummers van Paul Westerberg zijn wel grappig, maar voegen niet echt wat toe.

Smashing Pumpkins zorgen wel weer voor een waardige geslaagde afsluiter.

Sinkane - Dépaysé (2019)

poster
3,0
De in Londen geboren Ahmed Abdullahi Gallab heeft van oorsprong een Sudanese achtergrond. Zijn geest en hart bevinden zich op dit grondgebied. Hij staat met beide voeten in een andere cultuur en besluit onder zijn artiestennaam Sinkane deze samen te voegen. Om het nog ingewikkelder te maken brengt hij op jeugdige leeftijd een groot gedeelte door in de Verenigde Staten. Zijn roots blijft hij opzoeken in Afrika, is het niet in zijn dagelijks leven, dan wil het thematisch wel in zijn dromen terug komen. Dépaysé is zijn zevende aanstekelijke plaat waarmee hij tussen de vrolijke klanken het heimwee gevoel naar Afrika verwoord. De politieke onrust is voelbaar in de broeierige tracks, de inspiratie wordt tekstueel duidelijk gezocht in Sudan, een land die buiten deze problematiek ook nog de pech heeft dat ze met regelmaat getroffen wordt door verschrikkelijke natuurrampen.

Al vanaf Everybody lukt het hem al om een positieve vibe te openen. Een universele song voor een universele wereld waar iedereen gelijk hoort te zijn. Geaardheid, geslacht en huidskleur zijn onbelangrijk, het gevoel van eenheid heerst, wel wordt Afrika overduidelijk gezien als het beloofde heilige werelddeel. De boodschap zit dus overduidelijk verwerkt in de vrolijke overdracht. Hierdoor roept hij het retro hippiegevoel op, maar dan zonder de vervagende drugs. Toch heeft Dépaysé zijn psychedelische momenten. Doordat er flink geëxperimenteerd wordt met stijlen hoor je goed terug in de verslavende funky oldschool beats van On Being.

Een grote rol is weg gelegd voor de Chinese sfeermaker Jonny Lan, die met zijn gitaarspel voor flink wat opzwepende beroering zorgt. De twee hebben elkaar gevonden in het multi culturele Atomic Bomb! Band, waar ook artiesten als David Byrne, Damon Albarn en Jamie Lidell aanschuiven. Bij het titelstuk Dépaysé mag hij al op een lazy Santana achtige flow soleren, maar nog meer komt hij bij de dwarse reggae sound van Stranger en het zwaar psychedelische The Searching tot zijn recht. De funky beats worden weg geblazen door het aangename rockspel van deze meesterlijke gitarist. De donkere vormgeving wil nog wat inktzwarte postpunk oproepen. Een totaal nieuwe benadering van het cross-over begrip.

De westerse invloeden zijn vaker wel degelijk aanwezig. Of het allemaal bewust is betwijfel ik, maar Be Here Now heeft in zijn melodieuze voordracht wel verdacht veel raakvlakken met Shine On You Crazy Diamond van Pink Floyd. Waarom niet iets hergebruiken, als het in het verleden al mooi is uitgewerkt; we leven immers in een maatschappij waarbij recycling een hot item is.

De afwisseling met toegankelijke stukken als Ya Sudan zorgt ervoor dat de aandacht flink wat afzwakt. Het wil niet ver boven de Disney musical liedjes van The Lion King uitstijgen. Het is een geslaagde samensmelting van verschillende stijlen en melodieën, waarbij de basis net iets te strak en stabiel is. Met wat meer lossigheid zou het spontaner over komen. In de funky afrobeat klinkt hij als een bastaardneefje van Fela Kuti, maar gelukkig heeft Sinkane genoeg eigenheid in zijn werk gestopt. Wel wil het bruisende jaren zeventig tijdsbeeld zwaar domineren.

Ook door de afsluitende springerige reggae track Mango wordt al snel de link gelegd naar protestsongs, maar dat is een te snel gelegde redenering. Het roept eerder het reclamebeeld op van een tropische alcoholistische versnapering. Verwacht geen profetisch geheel, Sinkane is geen wereldverbeteraar, maar gaat de conflicten niet uit de weg. Hij mist het strijdbare in zijn voordracht, al is zijn aandacht wel volledig gericht op een vredig bestaan.

Sinkane - Dépaysé | World | Written in Music - writteninmusic.com

Siouxsie - Mantaray (2007)

poster
3,0
Het rockt allemaal nog prima, ik hoor een mix van gitaren en elektronica, die mij toch wel bevalt.
Noemde ik eerder al Portishead en Bjork, nu valt mij ook het geluid van Depeche Mode, ten tijden van Ultra op.
Van punk naar vleermuizenwave, het beviel mij allemaal wel.
10 jaar geleden viel mij deze wat tegen, maar nu bevalt deze stukken beter.
Here Comes That Day heeft raakvlakken met Adele, Kovacs en Lana Del Rey, daarmee liep ze toch wel voor op de stroming; sterker nog, nu zou dit zelfs een hit kunnen worden.
Het is allemaal wat slepender geworden, en eigenlijk vrij toegankelijk.
If It Doesn't Kill You is lekker treurig, en zou zo op een Batman soundtrack passen, toch wel het hoogtepunt van het album, mede door die gitaarsolo tussendoor.

Siouxsie & The Banshees - Nocturne (1983)

poster
4,5
Waanzinnig intro.
Stravinsky met The Rite Of Spring.
Beelden van indianen op mijn netvlies.
Thuisgekomen van strooptochten.
Trofeeën die over de hals van het paard hangen.
Buitgemaakt van de vijand.
Opgewacht door het opperhoofd.
Gejuich en verbroedering.
Hoe kun je deze kronkelende slangenvrouw anders aankondigen.
Sioux betekend dan ook klein als adders.
Haardrachten in de wave periode hadden veel weg van indianentooien.
Evenals de make-up.
Gevaarlijk ogende oorlogskleuren.

Vervolgens gelijk de gedaante van Cneph aan nemen
Egyptische God.
Lijf van een serpent.
Hoofd van een havik.
Hoe snel kan de overgang naar Israel gemaakt worden.
Medicijnman Robert Smith in de schaduw.
Tovert de mooiste bezwerende klanken uit zijn gitaar.
Ondergeschikt aan de IJskoningin.
Prima passend in deze rol.

Dear Prudence, een ode aan The Beatles.
Iets wat later in de vorm van Helter Skelter overtroffen wordt.
Maar het publiek moet warm gemaakt worden.
En toevallig scoren ze met deze cover nou net een onverwacht hitsucces.
Gelukkig geen uitgedokterd commercieel concert.
Klaagzang in Paradise Place.
Wanhoop en decadentie.

Natuurlijk worden er veel nummers van A Kiss in the Dreamhouse gespeeld.
Voor mij de aankondiging van een mooie periode.
Vanwege bezettingsproblemen vervult The Cure voorman Smith hier een rol.
Iets wat hij goed vervolgde op Hyæna.
Zijn geest dwaalt zeker rond op hoogtepunt Tinderbox.

Maar goed, weer terug naar Nocturne.
Met Night Shift worden de wat zwaarmoedige volgelingen beloond.
Meesterwerk Juju komt er met vier bijdrages niet slecht van af.
Totaal geen sprake van luchtigheid.
Weerspiegel het altijd met Faith.
Beide uit 1981.
Duidelijk invloed op elkaar.
Al zou hier een Opus Magnum als Disintegration niet haalbaar zijn.
Daarvoor werd het niveauverschil te groot.

Het geschreeuw in Eve White – Eve Black maakt het publiek nieuwsgierig.
Zullen ze dan misschien toch nog afsluiten met Voodoo Dolly?
Toch te mooi om waar te zijn.
Onheilspellende klanken trotseren de mistige sigarettenlucht.
Sinds tijden verlang ik terug naar een ander tijdperk.
De periode van voor het rookverbod.
Juist dat gevoel komt naar boven.
Net voor de toegift eventjes een peuk van licht voorzien.
Versnelling door drumsalvo’s.
Mijn hart volgt hetzelfde ritme.
Wat had ik hier graag bij in de zaal gestaan.

Nocturn van Siouxsie en Concert van The Cure zijn albums je eigenlijk in huis moet hebben.
Al is het maar om een indruk te krijgen, waar deze bands in de jaren 80 toe in staat waren.

Siouxsie & The Banshees - The Rapture (1995)

poster
3,5
Toegankelijk, huppelend geheel.
Een beetje Friday I’m In Love van The Cure, maar dan in het kwadraat.
Siouxsie klinkt hier zelfs wat als de jaren 90 Cocteau Twins.
Muzikaal lijkt het vooral in het begin alsof Vince Clark (Depeche Mode, Yazoo, Erasure) en Wayne Hussey (The Mission, Sisters Of Mercy) samen verantwoordelijk zijn geweest voor de productie.
Het blijkt dat ze hier zelf verantwoordelijk voor zijn geweest, met hulp van John Cale (Velvet Underground).
Af en toe hoor je nog wat terug uit hun Join Hands, Juju en Kaleidoscope periode ( Not Forgotten).
Met het The Stone Roses achtige The Lonely One klopt het ritme wel, maar slaat ze de plank volledig mis.
Het Enya achtige Forever is samen met Not Forgetten het hoogtepunt van The Rapture.
Verder een prima album, ik hou gewoon erg van de stem van Siouxsie, al speelt ze hier behoorlijk op safe.

Siouxsie & The Banshees - Tinderbox (1986)

poster
4,5
The Cure, The Mission en Siouxsie and the Banshees.
Op de een of andere manier kan ik ze gemakkelijk in een adem noemen.
Allemaal bands die op bepaalde momenten een mysterieuze Oosterse sfeer uitstralen.
Vaak wordt er gesproken van een koude, kille sfeer.
Ik moet juist meer denken aan een broeierig, opgewonden geheel.
Alsof de sprookjes van Duizend-en-één-nacht herbeleefd worden.
Zuigend aan een waterpijp in een roes wegdromen.
Ontwaken ergens in een woestijn.
Dorstig op zoek naar een oase.
Een fata morgana van een luchtkasteel.
Bewoond door een exotische geklede Cleopatra.
Die tijdens nachtelijke stoeipartijen veranderd in de koningin der Sioux.
Waarbij het paleis veranderd in een Hotel California.
Gemakkelijk binnen te komen; zonder uitgang.
In een overschot aan verdovende middelen.
Zichzelf toe zetten tot Tinderbox.
Het vuur welk de feniks laat herrijzen.
Siouxsie and the Banshees in de turbulente jaren 80.
Telkens afhankelijk van een andere gitarist.
Welke steeds weer een andere stempel op het geluid drukt.
Voorheen John McGeoch van Magazine en Robert Smith van The Cure.
Nu staat John Valentine Carruthers voor deze lastige taak.
Zijn spel sluit meer aan bij Robert Smith dan bij vorige werkgever Clock DVA.
Gelukkig geen industrieel geluid.
Op de een of andere manier lukt het hem wel om in korte tijd aansluiting te vinden bij de al eerder ingeslagen weg.
Tinderbox klinkt als het logische vervolg op Hyæna.
Na het experiment met The Glove en The Creatures is men nu definitief terug bij het moederschip.
Al zou die langzaamaan als een Titanic naar de diepte verdwijnen.
De ontdooide ijskoningin verslagen door het gebrek aan kilte.
Peepshow was net zichzelf niet genoeg bloot geven.
Belazerd worden door een te dure investering.

Siouxsie and the Banshees - Hyæna (1984)

poster
4,0
Siouxsie and the Banshees zaten hier net in een moeilijke periode.
Rond 1982 zaten ze zonder gitarist, en gingen Budgy en Siouxsie Sioux zich richten op the Creatures; terwijl Steven Severin samen met Robert Smith The Glove op richtte.
Dus aan creativiteit ontbrak het niet, al denk ik dat het voort bestaan van Siouxsie and the Banshees erg onzeker was.

Gelukkig dat Robert Smith hier en ook bij het volgende Tinderbox zijn medewerking verleende. Voor mij persoonlijk hun mooiste albums.
Swimming Horses is zeer duidelijk een Robert Smith song geworden. Hij zou goed op The Top van The Cure passen. De piano doet aan The Caterpillar denken. Ook de gitaarpartijen zijn The Cure.
Bring Me The Head Of The Preacher Man heft ook typische The Cure elementen.

Verder ademt Hyaena een Oosterse sfeer uit.
De Ijskoningin heeft het koude Engeland verlaten en zich nu als Zonnegodin gesetteld in een piramide in Israel.
Haar hang naar het verre Oosten is natuurlijk al eerder bezongen in Arabian Knights en Israel. En Robert Smith natuurlijk ook al in Killing An Arab en Fire In Cairo.

De keuze van de Beatles cover Dear Prudence vind ik geslaagd te noemen.
Hij had natuurlijk beter gepast op het latere Through The Looking Glass.

Ik ben wel blij met de geremasterde versie. Klinkt echt een stuk beter.
Ook aan het artwork is duidelijk meer aandacht besteed.

Siouxsie and The Banshees - Juju (1981)

poster
4,0
Spellbound heeft hetzelfde dreigende wat A Forest van The Cure ook in zich heeft.
Een beetje dat beangstigende, benauwende, opgefokte gevoel.
Alsof Robert hier Susan bij de hand neemt en samen het bos proberen te ontvluchten.
Into The Light is het gevecht tegen geplaatste spiegels in datzelfde woud, waardoor nog niet de mogelijkheid bestaat om uit dit labyrint te ontsnappen.
Ik zal wel een berg van kritiek over mij heen krijgen, maar op dit album wordt de punkachtergrond definitief van zich af geschud.
The Cure brengt een nieuwe dimensie in het muzieklandschap, en hun invloeden zijn duidelijk hoorbaar.
Arabian Knights lijkt een reactie op Killing An Arab.
Misschien is John McGeoch een betere gitarist als Robert Smith, dat kan ik zo niet beoordelen, maar voor mij is het duidelijk dat hij wel degelijk naar Smiths spel heeft geluisterd.
Begrijpelijk dat Siouxsie & The Banshees vervolgens regelmatig de hulp van Smith vragen, en van zijn kant is het ook te snappen dat hij in deze periode op twee paarden aan het wedden is.
Beide bands staan op het punt om definitief groot te worden.
The Cure weet door te groeien naar een groter publiek.
Ik blijf beide bands waarderen en volgen, maar voor mij blijft Juju het album waarbij Siouxsie & The Banshees duidelijk beïnvloed is door The Cure, en niet andersom.

Siouxsie and the Banshees - Kaleidoscope (1980)

poster
4,0
De punk heeft de muziekwereld totaal veranderd.
In een paar jaar tijd is Hotel California tot de grond toe afgebroken.
Gekraakt, en vervallen tot een junk pand.
Verslaafden worden bediend door een leverancier van de nodige verboden middelen.
This Is The Happy House.
Siouxsie Sioux wurmt zich als Kaa, de slang uit Junglebook om je heen.
Haar stem heeft hetzelfde hypnotiserend effect als zijn doordringende ogen.
Overgave.
Haar status als ijskoningin wordt op Kaleidoscope perfectioneert.
Vanaf heden zal haar imperium opgebouwd worden.
Israël is de definitieve doorbraak naar het gothic publiek.
Jim Morrison was de Lizard King.
Siouxsie Sioux vanaf heden de Snake Queen.

Siouxsie and the Banshees - The Scream (1978)

poster
4,0
Janet Susan Ballion was een jong wat schuchter punkmeisje die op 16 jarige leeftijd al haar Minutes Of Fame had.
Als groupie van Sex Pistols mocht ze aanschuiven bij een show van Bill Grundy, waar deze presentator, in lichtelijke beschonken toestand aan haar vroeg om met hem een beschuitje te gaan eten.
Dat deze Janet Susan Ballion zich een paar jaar later zou ontwikkelen als punkvamp, en vervolgens tot ijskoningin van de Gothic scene, had waarschijnlijk toen niemand verwacht.
Janet Susan Ballion zou een vergeten naam worden; Siouxsie Sioux het bekende alter ego.
Met de eerste single Hong Kong Garden scoorde ze in haar thuisland gelijk een 7e plaats in de hitlijsten.
Een nummer met een duidelijk politiek standpunt.
Gericht tegen racisme.
Ironisch, dat dezelfde Siouxsie Sioux een ongeveer een jaar eerder nog wist te shockeren met het gebruik van hakenkruizen.
The Scream opent ook met een spookachtige schreeuw.
Het jammerende stemgeluid wat ook het handelsmerk van Siouxsie Sioux zou worden.
Verdrinkend in emotie.
Pure is de perfecte introductie.
Vervolgens begint het album pas echt met Jigsaw Feeling, waarbij de punkinvloeden van Sex Pistols ook duidelijk hoorbaar zijn.
Net als bij Johnny Rotten hoor je hier iemand die behoorlijk fucked up over komt.
Ik hoor liever een kwade zangeres, waarbij er iets van erotische geladenheid door klinkt.
De Verenigde Staten heeft Patti Smith, het Verenigde Koninkrijk Siouxsie Sioux.
Bij Overground hoor je dat deze band het punkgebeuren al duidelijk aan het ontgroeien is.
Duidelijk al een meer volwassene sound, met een eigen geluid.
Eigenlijk vreemd dat het ze lukt om heel hun carrière het eigen geluid vast te houden, terwijl er vele wisselingen zijn van gitaristen, die elk hun eigen overtuigende stempel op het geheel drukken.
Carcass heeft muzikaal gezien aardig wat raakvlakken met de eerste twee albums van The Stranglers.
Wel weer een echt punkliedje.
Helter Skelter is natuurlijk bekend van The Beatles, al vraag ik mij af of dat de reden is dat het op The Scream beland is.
Het inspireerde Charles Manson natuurlijk ook tot aanzetten van de gruweldaden, uitgevoerd door The Family.
Huiverige versie, maar wel prachtig uitgevoerd.
Maar ik heb ook een zwak voor hun latere meer commerciële The Beatles cover van Dear Prudence.
Dat ze hoe dan ook prima met covers overweg konden, bewezen ze nogmaals op Through the Looking Glass.
Van Mirage heb ik altijd gedacht dat deze op single was verschenen, hij staat namelijk op Once Upon a Time (The Singles), maar blijkt dus nooit als single te zijn uitgebracht.
Heeft echter wel hitpotentie.
Het door Joy Division achtige drumpartijen dominerende Metal Postcard (Mittageisen) blijkbaar wel, maar die vind ik zelf een stuk minder pakkend.
Absoluut een goed nummer, maar voor mij geen geschikte single kandidaat.
Vervolgens krijg je weer pogo punk met Nicotine Stain.
Ik denk dat deze het vooral in de beginperiode goed heeft gedaan tijdens concerten, ik krijg in ieder geval wel de aandrang om te gaan springen.
Gewoon een echt liedje volgens de formule van drie minuten, wat toentertijd over het algemeen de ideale single lengte was.
Suburban Relapse is verval, zoals ook een band als Killing Joke het prima kon verwoorden.
Chaos en vernietiging, schoppen tegen de heilige huisjes totdat de Dr Martens versleten waren (en daarvoor moet je echt wel heel lang schoppen).
Switch is een publieksliefhebber, op Nocturne staat ook een prachtige live versie.
Mooie opbouw; iets wat dromerig begin, maar als de drum invalt weet je al dat dit zich weer tot een kleine bloedmooie nachtmerrie zal ontwikkelen.
Het heeft dezelfde dreiging als A Forest van The Cure.
De kans is vrij groot dat Robert Smith met dit nummer bekend was.
Hij heeft het in ieder geval later zeker nog wel eens live gespeeld.
Mijn eerste kennismaking met The Staircase (Mystery) was ook via de verzamelaar Once Upon a Time (The Singles),en dit was dus wel degelijk een single.
Voor mij hun geslaagde huwelijk tussen punk en gothic, en eigenlijk kenmerkend voor de latere ingeslagen richting.
Eigenlijk is dit een meesterlijk debuut, al zullen ze later nog regelmatig dit album overtreffen.
Die Minutes Of Fame zouden gelukkig Years Of Fame worden.

Siskiyou - Not Somewhere (2019)

poster
4,0
Dat het Canadese Vancouver meer te bieden heeft dan schaatsen en omgeven is van een prachtig landschap weet lang niet iedereen. Maar degene die bekend zijn met de muziek van Great Lake Swimmers kunnen hiervan wel een voorstelling maken. Hun indiefolk ademt het lastig trotseerbare berglandschap uit, wat voor schilder en televisiepersoonlijkheid Bob Ross als inspiratiebron had kunnen dienen voor zijn kitscherige kunstwerken. Genoemde band heeft ook wat van dat oubollige wollige in zich. Als basis aan het daaruit voort komende Siskiyou staan hier oer leden Colin Huebert en Erik Arneson. Eerstgenoemde verliet na hun meest succesvolste periode de band, om zich te richten op dit nieuwe project.

Op de vierde plaat Not Somewhere blijkt dat er hier ondertussen sprake is van een soloproject. Colin Huebert speelt vrijwel alles zelf in. De folk is hier voornamelijk de basis, zeker niet het uitgangspunt. De groei is hoorbaar in de meer donker gekleurde indierock invloeden. Waar Great Lake Swimmers vooral breekbaar was, laat hij hier bewust wat rauwere elementen toe. Schoonheid zit niet alleen gevangen in perfectie, maar juist veel meer in het avontuurlijke en vooruitstrevende. Stop Trying zou muzikaal nog prima te plaatsen zijn op een Great Lake Swimmers album, maar de fluisterende zang maakt bij mij meer indruk dan de kenmerkende hoge vocalen. Bijna verhalend introduceert Huebert zichzelf, om vervolgens in volle rust de song af te ronden.

Hierna trekt hij ons de diepte in. Onheilspellend krijgen we duistere countryrock voorgeschoteld, waarbij de ruwe zang op What Ifs zelfs herinneringen aan de donkere cocaïne periode van David Bowie oproept. Not Somewhere is niet zomaar luisterpop. Om de meerdere lagen te doorgronden wordt er gevraagd om de aandacht er volledig bij te houden. Dit kost weinig extra inspanning, de onverwachte wendingen zijn zo overduidelijk aanwezig, dat het een natuurlijk proces vormt. The End II /// Song of Joy laat zich door de sensuele samenzang wegluisteren als een muzikaal eerbetoon aan de Canadese popdichter Leonard Cohen. Dat hier juist de viool voor het rockrandje zorgt en daardoor de gitaar vervangt is een van de geslaagde wentelingen die de plaat rijk is. De rammelende begeleiding maakt het een knus lo-fi project, waarbij je het gevoel krijgt dat het met een groep vrienden op een druilerige avond is opgenomen.

Het spookachtige Nothing Diseaseinclusief jengelende achtergrondzang wordt hier beschouwd als een van de hoogtepunten van de plaat. De vooruitziende blik van Huebert laat ook typerende Europese elementen toe, hoorbaar in het Britpop gitaarspel van Her Aim Is Tall. De treurnis van het vervolgens ontregelende instrumentale Unreal Erections /// Severed Heads [Alternate Outro] zou zeker niet passen op het veilige werk van Great Lake Swimmers, hier is het een verademing. Siskiyou verbreed zichzelf door meerdere invloeden en stijlen te omarmen, waardoor ze zichzelf verzekeren van groeimogelijkheden in de toekomst.

Siskiyou - Not Somewhere | Roots | Written in Music - writteninmusic.com