menu

Hier kun je zien welke berichten Gerards Dream als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Agitation Free - 2nd (1973)

4,0
Met het geluid of een bak water over mee heen gegooid wordt opent dit bijzondere album van Agitation Free. Als het water eenmaal weg is stroomt er relaxte rock muziek de gehoorgang in. Fraaie drums vermengt met andere rock instrumenten. Waarvoor duidelijk een rol is weggelegd voor de gitaar.

Wat later zijn er wat experimentele klanken te horen die wat aan een tekenfilm doen denken tot dat de piano de geest geeft. Wat dan volgt is rock om door een ringetje te halen. Mooie rock-klanken die me aan vrijheid doen denken. Met me ogen dicht heb ik al snel het gevoel of ik aan het plafond geplakt zit. Vanuit die positie heb ik een prima uitzicht op wat de band op de instrumenten aan het doen is. Dit alles geholpen door een prima productie die heerlijk open van aard is.

Naast dit alles roept het ook beelden op die aan een film doen denken. In gedachte zie ik de acteurs door de mooie natuur lopen. Door dit gegeven prima muziek om op te onthaasten. Gelukkig wel met her en der de nodige spanning, zodat er zeer zeker geen sprake is van een slappe hap. Verstilling en rock gaan hier prima hand in hand samen. Iets in mijn gevoel geeft aan dat de heren goed hebben nagedacht wat ze op de plaat wilde hebben.

Als ik zal moeten zeggen waar het raakvlakken mee heeft is het Ash Ra Tempel, Pink Floyd en her en der een tikje Tangerine Dream, maar bovenal heel eigen. De eerste paar luisterbeurten zitten er bij mij op en ik kan enkel constateren dat hier duidelijk sprake is van een album wat vaak de binnenzijde van de cd-speler gaat zien.

Agitation Free - At the Cliffs of River Rhine (1998)

5,0
Na kennis gemaakt te hebben met de albums Malesch en 2nd van dit bonte gezelschap was ik wel benieuwd geworden hoe de jongens het er live van afbrachten. Daarom dit album besteld waarvan de opnamen uit 1974 komen van een concert wat door de WDR was georganiseerd op 2 februari in Keulen.

Na wat ingetogen spannende klanken van drums, gitaar, bass en toetsen gaat het langzaam maar zeker los. Eenmaal op gang volgen er rock-klanken om heerlijk op te zweven. In gedacht voel ik dat ik daar in Keulen heb gestaan, wat niet zo is, tussen een menigte die helemaal uit zijn dak gaat. Het is heerlijk vrije rock en volgens mij heeft de band er zin. Na dit Through the Moods wat mooi heftig uitgroeit volgt First Communication. Dit begint wat experimenteel met geluiden uit de ruimte. Hierna is opnieuw een mooi staaltje te horen van vrije rock. Muziek om echt helemaal los van de aarde te komen en daarbij mooie zaken te gaan zien. Het korte Dialogue & Random is wat dat betreft nodig om me nog hoger te brengen dan ik al ben. Diep ronkende klanken.

Hierna wordt ik goed opgevangen door Laila, waarna ik al vlug de achtbaan in wordt getrokken voor het volgende buitenaardse avontuur. Heerlijke instrumentale rock die later wat kosmisch wordt, waardoor ik in staat wordt gesteld een teug adem te nemen. Daarna gaat de vrije rock verder en de liefde voor de muziek blijft maar groeien. Even is daar de planeet Pluto in zicht maar weldra is die ook weer voorbij. Aan het einde ervan wordt ik na deze heerlijke trip op aarde gezet. Heel even dan, want In te Silence of the Morning Sunrise heert ook een prima sfeer. Wel wat aards, maar ook deze planeet heef zo haar mooie kanten. Ja en na al dit fraais gaat de cd verder met een extra track die na een lange stilte begint. Big Fuzz gaat van start met lage tonen om door een ringetje te halen en vervolgens is daar opnieuw de vrije rock die Agitation Free zo perfect beheerst.

Conclussie, wat had ik daar in 1974 graag bij willen zijn daar in Keulen, maar ja toen was Gerards Dream daar nog veel te klein voor en bestond zijn wereld uit naar school gaan en met de Lego spelen. Een meesterlijk album dus dit At the Cliffs of River Rhine

AirSculpture - TranceAtlantic (2004)

3,0
De groep Airsculpture is min of meer ontstaan in de band Cosmic Smokers van Paul Nagle. Na het uiteenvallen van die band gingen de heren Adrian Beasley, John Christian en Peter Ruczynski verder onder de naam Airsculpture De muziek van de Cosmic Smokers leunde al tegen de Berlijnse School aan en daar wordt op dit TranceAtlantic op verder gegaan, zei het live.

Geheel in de Engelse traditie wordt de band netjes aangekondigd, waarna er klassieke tonen zijn te horen op piano. Het doet daar door een beetje denken aan Ricochet van Tangerine Dream. Na een minuut of vijf zijn daar de de eerste geluiden uit de electronica-winkel te horen. Het is een thema wat steeds herhaald wordt, maar wel is voelbaar dat dit het begin is van een verdere opbouw. Gaande weg komt er iets bij of is er een subtiele verandering te horen. Echt grijpen doet het me niet, toch roept het wel een beeld op wat me aan de horizon doet denken. In het laatste deel van Walk the Locust Part One zit een prima sfeer, waardoor ik enigszins los kom van het aardse. Hierna lijkt het wel of de nacht is gevallen en de maan langzaam aan de kim verschijnt, waarna kosmische muziek is te horen. Aan het einde is daar opnieuw die klassieke piano.

Part Two van Walk the Locust begint behoorlijk zacht. Zodra er iets te horen is doet het mij denken of ik in het riool ben beland. Na een paar minuten krijg ik meer het idee dat ik in de ruimte ben. Erg veel spanning is er niet in eerste instantie tot er ineens een trein door de kamer lijkt te razen. Hierna volgt even een kort deel wat experimenteel aandoet, waarna er meer ritme en structuur in het stuk komt. Dit klinkt best aardig en ik kan met zo voorstellen dat als je dit live hoort over een goede installatie het wel wat met je doet. Het einde is statig te noemen en het pupliek is er tevreden met wat ze gehoorden hebben door het enthousiaste applaus. Part Three van Walk the Locust is meer het up tempo werk, wel aardig maar had niet gehoeven.

Heel in de verte begint Tranceatlantic Part One op klassieke klanken uit de piano. Met de ogen dicht waan ik me in het Concert Gebouw. Als daar subtiel geluiden uit de electronica bijkomen wordt er een mooie breekbare sfeer gemaakt. Nadat de pianist is opgehouden volgt er een mooi rustig en wijds stuk muziek. Na verloop van tijd komt er meer laag bij wat een voorbode is van een verandering die gaat volgen. Het lijkt wel of iemand voorzichtig een kraan opendraait. Hierna een soort stilte voor de storm te horen wat inhoud lage tonen waarop kosmische klanken zijn te horen. Wel is het jammer te noemen dat er na dat lange deel niet de stom komt waarop gehoopt was. Met behoorlijk wat laag komt er dan een eind aan Tranceatlantic Part One, waar volgens mij meer in had kunnen zitten dan wat het nu geworden is. Gelukkig is er op het eind die piano nog de wel wat goed maakt.

Tranceatlantic Part One gaat van start met geluiden die me doen denken aan de ruimte. Het is dus behoorlijk kosmisch te noemen. Dit deel gaat echter gevoelsmatig te lang door. Tot dat er even voor de helft een verandering lijkt aan te komen. In de tussentijd wordt er best een mooie sfeer neergezet. Het geeft me een gevoel op een bijzondere vakantie te zijn waar ruimschoots de tijd is om van het landschap te genieten. Wel is het jammer te noemen dat het einde geen climax kent.

Het laatste stuk muziek op dit album begint met veel laag waardoor ik het gevoel krijg of een kude olifanten met elkaar staan te communiceren. Langzaam komt er wat meer leven in het laag, maar veel muziek hoor ik er niet in. En daarmee komt een einde aan een album waar hier en daar best wel iets goeds is te horen aan de ene kant, maar aan de andere kant mist het wel wat. Of is het zo dat dergelijke muziek sterk met de jaren zeventig van de vorige eeuw is verbonden en dat er een gevoel overheerst van dat hebben we gehad? Wie zal het zeggen, wel blijft staan dat het wellicht beter was geweest bij het concert aanwezig te zijn, want dan zou je nog de sfeer op kunnen roepen die er toen in de zaal hing.

Alpha Wave Movement - Drifted into Deeper Lands (2001)

3,5
Drifted Into Deeper Lands is het vierde album wat de Amerikaan Gregroy Kyryluk onder de naam Alpha Wave Movement uitbrengt. Gregory Kyryluk is al sinds 1992 bezig met het maken van electronisch muziek. Zijn eerste composities waren duidelijk geïnspireerd door de Berlijnse School, maar later kwamen daar ook invloeden van onder ander Brian Eno, John Serrie en Steve Roach bij. Tevens is hij een liefhebber van de filmmuziek die door John Wiliams wordt gemaakt.

Dit vierde album gaat voorzichtig van start. Uit de diepte komt eerst een lage toon, waana een mooi wijds beeld van een landschap wordt geschilderd. Na verloop van tijd komt de track Drifted Into Deeper Lands op gang, waardoor ik een gevoel krijg dat ik steeds verder van de bewoonde wereld raak. Na een tijdje komt er een rustige sequencer in het stuk en zijn er piano tonen te horen die goed de leegte omschrijven. Aan het einde van het stuk heb ik dan ook het idee dat ik in een andere wereld ben terecht gekomen.

Silent Promise gaat heel zacht van start met klanken die me aan glas doen denken. Verder roept het een sfeer op van vroeg in de morgen. Bijna iedereen slaapt nog en een enkeling is op pad door een mooie omgeving in de natuur. Het is één en al rust wat er te horen is en ik kan me voorstellen dat je er bij in slaap kunt vallen. Awakening te Sand Spirits begint zacht en roept al snel een gevoel op van in een woestijn te zijn beland in Afrika. Slangen zoeken een veilig heen komen, waardoor er een groot warm gebied achterblijft waar schijnbaar niets leeft. Toch is er wel wat voelbaar, wat welicht de geesten van het zand zijn.

Heel zacht is het begin van That Which Remains. Het roept daarmee een beeld op of de zon heel langzaam aan de kim verschijnt. Hierna heb ik het idee dat ik door de ruimte zweef. Net als ik dat denk lijkt het wel of ik van een afstand zie dat iemand bezig is met een ritueel. Qua muziek doet het me aan Steve Roach denken. Haast verstilde muziek die nog voldoende heeft te vertellen. Het begin van de track Another Time...Another Place is behoorlijk statig te noemen. Verder roept het een sfeer op van los te zijn van de materie. Als er later subtiele drums zijn te horen krijg ik het gevoel of ik aan een reis door de tijd ben begonnen. In alle rust kan ik genieten van wat voorbij komt.

Suspended in the Hanging Gardens is qua titel al mooi te noemen. Als de eerste noten van deze track zijn te horen heb ik al snel het gevoel of dat ik in Azië ben beland. Om me heen een vreemde tuin die rust uitstaalt. Daarnaast roept het ook een sfeer op die me aan heel dun glas doet denken waar een stofdeeltje in staat is om het te doen breken. In een haast klassieke sfeer begint Canyon Clouds en op de achtergrond is de wind te horen die door de canyon gaat. Niet veel later heb ik het idee dat ik in een bootje zit met om me heen de indrukwekkende rotsen waar dit gebied uit bestaat. Een mooi eind van een album waar uiteenlopende sferen op zijn te horen. Het afgelopen uur heb ik muziek gehoord die een ruime voldoende waard is.

Alphaville - Afternoons in Utopia (1986)

3,0
Na het schitterende debut album Forever Young viel dit album mij wat tegen. Dit komt volgens mij omdat het me allemaal te gelikt klinkt in mijn oren. Had de voorganger nog een ingetogen geluid, wat iets spannends had, op dit album is daar helaas op beperkte schaal sprake van.

Ondanks het bovenstaande is wel duidelijk te horen dat we met Alphaville te maken hebben, want delen van de goede sound van de voorganger zijn wel gebleven. Hiermee bedoel ik dat het nog steeds muziek is om lekker in op te gaan. Tracks als Jerusalem, Afternoons in Utopia en Lassie Come Home luisteren heerlijk weg en laten horen dat de heren nog behoorlijk goede songs kunnen maken.

Het grootste probleem met dit album is voor mij dat er geen eenheid in zit., wat op de voorganger wel aanwezig was. De songs hangen wat als los zand bij elkaar en dat is jammer te noemen. Hoe dan ook, nog net een voldoende.

Alphaville - Forever Young (1984)

4,5
Voor zo'n sterk album vind ik de onderstaande berichten wat kort of brokkelig van structuur. Dit wil niet automatisch zeggen dat ik dat beter kan, maar wellicht is er sprake van even niet weten waar te beginnen.

Alphaville is min of meer het Duitse antwoord op de synthi-pop die in Engeland is ontstaan met bands als Ultravox, Depeche Mode en Orchestral Manoeuvres in the Dark. Zelf zeggen de bandleden te zijn beïnvloed door John Foxx, Roxy Music en Ludwig van Beethoven. De muziek van het Duitse trio ontstaat veelaal uit ruzie tussen de bandleden onderling. Door dit feit ontstaat een unieke sound die er positief uitspringt tussen al dat andere wat destijds uitkomt, en is het haast niet voor te stellen dat dit uit Duitsland komt.

De songs op dit album stralen allemaal warmte uit en tijdens het componeren en de productie ervan is men volgens mij steeds op de hoogte geweest: we hebben zilver in handen wat goud kan worden. De eerste single die van dit album wordt getrokken is Big In Japan en lukt het de groep om moeiteloos vele Europese hitparades binnen te komen. De volgende single is Sounds Like A Melody, waar ook de Deutsche Oper op meespeeld wat de song een symfonische meerwaarde geeft. Deze song evenaart moeiteloos het hit succes van zijn voorganger. Als laatste single wordt het wonderschone Forever Young op single uitgebracht. Dit is echt een song waar ik de rillingen van krijg, omdat er heel veel gevoel in zit en dat ondanks de gebruikte electronica.

Door wellicht wat kleine foutjes in de productie net geen meesterwerk, maar het blijft voor mij een tijdloos album, waarop te horen is dat Duitsers ook volwassen popmuziek kunnen maken. Jammer dat de opvolgers van dit gezelschap een stuk minder waren. Of is het zo: dat we te veel in watten zijn gelegd met dit album. Forever Young dus.

Andreas Vollenweider - Eine Art Suite in XIII Teilen (1979)

3,0
Dit album kocht ik in Zwitserland toen ik in Zuid-Duitsland op vakantie was in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Dit na aanleiding van een tip op de Nederlandse radio dat hij daar makkelijk verkrijgbaar was tegen een redelijke prijs. Daar kocht ik dus mijn exemplaar voor zo'n 27 Zwitserse Franken. Eenmaal in mijn bezit duurde het nog een tijd voordat ik er na kon luisteren.

In het begin moest ik erg aan de sound wennen. Ik had destijds Behind the Gardens al behoorlijk grijs gedraaid, maar wat ik op dit album kreeg te horen was een stuk zoekender of experimenteler dan op het eerder genoemde album. Niet dat dat erg is of zo. Op dit album komen veel muzieksoorten samen. Van folk via Jazz na klassiek getinte klanken en ga zo maar door. Hierdoor is het in ieder geval wel een afwisselend album te noemen.

Opzich: mooi zou je willen zeggen. Maar in dit geval is dat niet zo, er is nergens een sfeer gemaakt waarin je even lekker in kan gaan hangen. Dat is dus jammer te noemen, edoch het laat daarentegen wel horen wat Andreas Vollenweider en zijn vrienden muzikaal kunnen en dat is voldoende te noemen. Naast dit feit is ook de vader van Vollenweider eventjes te horen op kerkorgel wat dit album iets bijzonders geeft.

Aphrodite's Child - 666 (1972)

Alternatieve titel: The Apocalypse of St. John

5,0
Het jammere van heruitgaven op cd is wel de vormgeving. Alle artwork wordt eigenlijk te klein. Afbeeldingen verliezen daardoor aan kracht en teksten zijn nauwelijks leesbaar. Zo ook bij dit album, maar daar staat dan wel tegenover dat de muziek, hoe heidens dan ook, is blijven staan als een huis. Het getal 666 is al een verwijzing naar de duivel en zal eigenlijk door mijn oren met Rooms Katholieke opvoeding niet mogen stromen.

Toch doet het dat zonder dat de tenen noemenswaardig krom gaan staan. De heren Lucas Sideras, Demis Roussos, Silver Kouloris en Vangelis Papathanassiou zetten een indrukwekkend epos neer van bijna tachtig minuten. De muziek is erg breed van opzet.het loopt van Rock via verstilde composities tot iets wat me doet terug denken aan de jongerenmis in de kerk waar ik als klein Gerard Dreampje regelmatig kwam. Daarnaast zijn de gedeelten waarop alleen spraak is te horen ook erg mooi. Als dit een film zou zijn geweest zou ik al hyperventilerend de zaal hebben verlaten door de sferen die erg adembenemd zijn. Zo is die gitaar op Aegian Sea wel erg meesterlijk te noemen en doet mijn huid veranderen in kippenvel.

Ook de gedeelten die mij min of meer aan kerkelijke rituelen doen denken brengen een mooi beeld op mijn netvlies. En de stilte die te horen is op Lament brengt me terug na het moment dat je net een hostie had gekregen van de priester die dan vervolgens aan je gehemelte bleef plakken na de Heilige Communie. The Marching Beast is dan gevoelsmatig een mooi begin van het volgende deel. Hierna volgen in een behoorlijk rock-tempo vele tracks elkaar razendsnel op. The Beast doet me wat denken aan Engelise humor, iets in de trant van Monty Pythons Flying Circus. En dan de preek in de vorm van Seven Trumpets het doet me van de ene in de andere verbazing vallen. Saai is het zeker niet.

Als daar dan later op The Wedding of the Lamb klanken zijn te horen die aan het Midden Oosten doen denken heb ik dan ook het gevoel dat ieder religie aanbod is geweest. Met de ogen dicht zie ik dan ook het ritueel wat op The Capture of the Beast plaats vindt. Gruwelijk maar wel met een gevoel van verlichting. Hierna mag er van de lusten des levens worden genoten. Hic and Nunc geeft mij op de een of andere manier een kijkje in de hippie tijd. De stem van Demis Roussos past er erg goed bij.

Na al dit moois volgt er nog een soort van symfonie in de vorm van All the Seats Where Occupied. Het begint erg stil een groeit fraai uit in heerlijke rock met een oosters tintje. Delen van wat al gehoord is treken hier als een fata morgana voorbij en de muziek wordt heftiger en dan ineens ruimte voor verstilling. En dan opnieuw de beuk erin. Wonderbaarlijk wat mijn trommelviezen te verwerken krijgen. Dit is een stuk muziek wat zonder woorden er aan vuil te maken duidelijk maakt wat goede symfonische rock is. Het laat me alle hoeken van het muziek maken zien. Dit overtreft bijna alles. En vooral het einde is het einde. Onbeschrijflijk mooi. Break is dan ook nodig om weer bij mijn positieve te komen, maar hier begin ik ook al los te komen van de materie. In één woord: meesterlijk.

Aphrodite's Child - End of the World (1968)

3,5
Als je een band als Aphrodite's Child zou plaatsen binnen een Nederlandse context zou je volgens mij uitkomen in Volendam, oftewel de palingsound. Naast een band als The Cats zou Aphrodite's Child niet msistaan. Demis Roussos als een soort Piet Veerman, Vangelis Papathanasiou in de rol van Arnold Mühren en Lucas Sideras tenslotte als Theo Klouwer.

Tot zover de vergelijking. Dit album, End of the World, wordt opgenomen in Frankrijk. De heren zijn hun thuisland Griekenland ontvlucht in verband met een militair regime. Eigenlijk zouden ze moeten dienen in het leger, maar daar voelen de heren weinig voor. In Frankrijk krijgt de groep dus haar vorm. Op muzikaal vlak heeft Papathanasiou de leiding. Hij schrijft alle songs en is verantwoordelijk voor de productie.

De muziek van de groep loopt uiteen van iets wat me doet denken aan het zitten bij de Midellandse Zee met een glas Metaxa in de hand tot psychedelische rock zoals die in 1968 werd gemaakt. Bij vlagen komt de gedachte dan ook op of ik naar Pink Floyd zit te luisteren met de Volendamse gezelligheid. Tot dat Rain and Tears komt. Een compositie waarbij Vangelis leentjebuur pleegde bij Johan Pachelbel en diens Canon in D. Het blijft na al die jaren staan als een huis.

Over de hele linie kan ik wel zeggen dat de muziek een behoorlijk stempel heeft van de tijd waarin het gemaakt is. Niet dat dat erg is, maar het is wel een feit. Het is juist mooi te horen wat drie Grieken verstaan onder progresieve rock zonder daarbij niet hun afkomst te verloochenen. Als er dan sprake zou kunnen zijn van een nadeeltje is dat het album aan de korte kant is, maar dit wordt wel gecompenseerd door de afwisseling die in de songs zijn te horen. En dan de hoes, je blijft turen.

Aphrodite's Child - It's Five O'clock (1969)

3,0
Na het debuut End of the World in 1968 kwam It's Five O'clock uit. Net als op de voorganger heeft Vangelis Papathanasiou een groot stempel op de composities van de songs. Zei het nu wat minder, want hij wordt veelal bijgestaan door anderen of is zelfs helemaal niet verantwoordelijk voor de composities.

Door het voorafgaande heeft dit album meer rock-uitstraling dan de voorganger die meer psychedelisch klonk met een vleugje Volendamse palingsound. Het album It's Five O'clock is dan ook geschikter om te draaien op een feestje. Het zit over de hele lijn wat vrolijker en minder statig in elkaar. Hetgeen jammer is, want het statige wat de voorganger had hoor ik veel liever.

Dit is meer een album om op een zwoele zomeravond op te zetten en een dansje te wagen of om gewoon lekker op weg te zwijmelen met iets lekkers binnen handbereik. Niets meer of niets minder.

Art of Noise - (Who's Afraid Of?) The Art of Noise! (1984)

4,5
Na vele jaren dit album niet te hebben gedraaid toch maar weer eens de zolder bezocht. Tussen het historisch materiaal omringt door spinnenwebben trof ik deze plaat in goede staat aan. In de tijd dat dit album uitkwam was het een bijzonderheid en mijn vraag was dus of dit nog zo zou zijn.

Met een toespraak op sfeervolle klanken begint dit album. Dit gaat al snel over in een ritme wat me aan een lopendeband doet denken. Hier en daar wordt dit even onderbroken. Waardoor er ruimte komt voor andere geluiden. Het valt niet tegen tot nu toe. Beat Box doet ondanks het ritme erg beleefd aan. Ik hoor steeds een man iets zeggen wat lijkt op "goeie dag!" De overige geluiden zijn goed gekozen. Met een klassieke piano wordt deze track sfeervol afgesloten. Een track als Snapshot doet vrolijk aan en doet mij denken aan een speelhal. Close (To the Edit) is spanning en plezier in één. De gebruikte bassen versterken dit gevoel nog eens.

Na het omdraaien van de oer-cd wordt ik begroet door een gillende dame. Daarna zit ik al vrij snel in een mooi spel van diverse geluiden. Het doet op het eerste gehoor experimenteel aan, maar wel met beleid, waardoor het nog luisterbaar te noemen is. Een track als Moments in Love is voor mij een standbeeld in de muziek. Mooi statig en als ik mijn ogen sluit begin ik mentaal te zweven en zie mezelf dit stukje tikken. Dit laatste is naast een vreemd gevoel vooral een mooi gevoel. Hierdoor krijgt het iets wat tijdloos is. Momento begint vrij experimenteel met iets wat doet denken aan onweer en kerkklokken. Tussen door nog even een orgel en niet te plaatsen klanken. Wat later overgaat in iemand die aan het snurken is op een sfeervol bed van klanken. Het bijzondere album besluit met bevrijdende klanken die nodig zijn om weer in de wereld van vandaag terug te keren. Na al die jaren blijf ik dit een zeer bijzonder album vinden wat nog niets aan kracht en zeggingskracht heeft verloren.

Art of Noise - In No Sense? Nonsense! (1987)

3,5
Dit album zit zelden in mijn cd-speler en dat terwijl het model staat als één van de platen die barst van de afwisseling. In een dikke 41 minuten komen de meest bizarre klanken voorbij in een landschap waar geen touw aan vast te knoppen is. Het is jazzy, klassiek, dansbaar en wat dan ook, maar bovenal prettig experimenteel.

Daarnaast zijn er in de composities ook geluiden uit het dagelijks leven verwerkt. Door al die factoren is dit album moeilijk te plaatsen in welk genre dan ook. Door het voorafgaande is het behoorlijk druk te noemen. Waarmee ik wil zeggen interesant en niet vermoeiend. De weinige keren dat ik hem opzet verbaas ik me opnieuw wat er met muziek allemaal mogelijk is.

Al draaiende kom ik er nu achter waarom de cd zo weinig in mij speler zit. De composities hadden wel wat langer gemogen, waardoor er de mogelijkheid zou zijn om ze beter te doorgronden. Nu is het mij iets aan de korte kant, maar het is in geen geval slecht te noemen of zo.

Ash Ra Tempel - Ash Ra Tempel (1971)

5,0
Het blijft jammer dat zo'n band als Ash Ra Tempel nooit de supergroep status heeft bereikt. Het had eigenlijk alles in zich om dt te woorden. Een meesterlijk gitarist als Manuel Göttsching en composities die zeker van het niveau Pink Floyd waren of zelfs gedurfder. Van dit voorafgaande is dit album opnieuw het bewijs.

Een track als Amboss begint zo heerlijk duister of je daadwerklijk een tempel binnenkomt waar er een stroomstoring is. Het is aarde donker en de experimentele klanken scheppen een bijzondere sfeer. Als de storing is gevonden en opgelost komt de kosmische rock goed opgang. De drums doen denken of er iets de lucht in moet. De gitaar tekent daarin een mooi landschap. Voor mijn gevoel ben ik dan ook in een grote kerk waar mijnheer pastoor een week vrijaf heeft. Hierdoor heeft de koster alle tijd voor mij om me alle hoeken en gaten te laten zien. Hij doet dit op een stevige wijze, maar voelt ondanks dat erg prettig aan. Langzaam maar zeker raak ik in hogere sferen. De kerkbanken beginnen op luciferhoutjes te lijken die nodig zijn om je joint mee aan te steken voor nog meer sfeer in het hoofd. Los wil ik zijn, hoog in de tempel. De muziek geeft me daar alle vrijheid toe. Oh man wat voel ik me happy en mijn frustraties vloeien heerlijk weg op de rock klanken op het einde.

In alle rust begint Traummaschine. Rust die nodig is om het heftige einde van Amboss een plaats te geven. Hoog boven de wolken vlieg ik dan op mijn luchtbed. De sterren lijken erg dichtbij, ik kan ze bijna aanraken. De stress vloeit helemaal uit mijn donder en wat voelt de kosmos goed aan. In dit stadium zou ik willen blijven mijn hele leven lang. Geen gedoe meer met de materie, edoch helemaal mezelf zijn. Lekker wegdrijven in het universum. Waarheen maakt niet uit, zolang de geest uit de fles kan blijven ben ik al tevreden. De droommachine draait zijn ronde en ik draai daarin mee, niets houdt mij tegen. Helemaal los van alles en nog wat, ver van alles wat bloeit en groeit. Een mentale trip pur sang waarin het lekker is om daarin gevangen te zitten. Haal me daar niet uit laat me zitten. Het gevoel van tijd is verdwenen, de duisternis een prettige deken.

Kortom: dit eerste album van Ash Ra Tempel is behoorlijk goed te noemen en bij ieder draaibeurt groeit hij in kracht en verbeelding, dus voor nu een meesterwerk in de dop.

Ash Ra Tempel - Join Inn (1973)

4,5
Door het leuke hoesontwerp valt dit album gelijk goed op. Klaus Schulze vrolijk lachend in het lijstje en de rest van Ash Ra Tempel in een decor wat aan een schaakbord doet denken in een heuvellandschap. Hierdoor is de eerste indruk al goed.

De bezetting van Ash Ra Tempel op dit album bestaat uit Manuel Göttsching, Hartmut Enke, Klaus Schulze en Rosi. Zodra dit album begint wordt de ruimte gevuld met de gitaar van Göttsching en dat is meesterlijk te noemen. Heerlijk getokkel zonder het gevoel te krijgen: "Hoor mij even lekker pielen." De drums van Schulze vullen dit prima aan en de bass van Enke zit mooi in dit verhaal vervewen. Door dit alles zit Freak'n' Roll erg lekker in elkaar. Rondom de zevende minuut is daar het eerste hoogte punt. Heerljk gefreak waarbij het moeilijk stil zitten is. Daarnaast ben ik met de jaren steeds meer gaan houden van de mannier waarop Göttsching met zijn gitaar omgaat. Meesterlijk in één woord. En ondertussen draait Freak'n' Roll vrolijk door en begin ik haast te zweven van al het moois wat de oren binnenkomt.

Na zo'n goede track denk ik althans het voorgercht hebben we gehad en het toetje kan alleen maar minder zijn. Maar niets is minder waar. Heerlijk kosmisch begint Jenseits en Rosi spreekt mooie woorden. Waarna een heerlijk zweverig sfeertje wordt gecreëerd rondom de bass van Enke. Daarnaast zijn ruimtelijke klanken te horen uit de electronica-winkel. Als ik mijn ogen zou sluiten ben ik zo in dromenland. Hierdoor kom ik er achter dat kosmische muziek niet zo'n hele gekke uitvinding is geweest, het doet me nog steeds belanden in een andere wereld.

Na een kleine drie kwartier kom ik in het nu en voel me als een herboren mens. Opnieuw is het Ash Ra Tempel gelukt me de tijd te doen vergeten en even in een hele andere wereld te zijn. Join Inn dus.

Ash Ra Tempel - Le Berceau de Crystal (1993)

3,5
Dit is eigenlijk een soundtrack, maar ook los van de film is dit prima muziek om na te luisteren. Het album begint met het rustgevende Le Berceau de Cristal. Heerlijke lage tonen vullen de kamer waarop mooie gitaar-klanken zijn te horen van Manuel Göttsching waarbij hij prima wordt bijgestaan door Lutz Ulbrich. Na verloop van tijd ontstaat een meditatieve sfeer, waarbij ik bijna begin te zweven. Hierdoor is het een mooi stukje kosmische muziek geworden. In een bijna ambient achtige sfeer besluit deze track. L'Hiver Doux begint met een sfeer die aan sprookjes doet denken. In het spel op het orgel zit een mooi verhalende lijn. Op een gegeven moment lijkt het of de cd blijft hangen, wat niet zo is, dit doet wel wat afbreuk aan de sfeer. Na die misser volgt nog een fraai stukje verstilde muziek. Wat later een statig eind krijgt.

Silence Sauvage had qua sfeer niet mistaan op Inventions for Electric Guitar. Zo'n lekker duister sfeertje zit er in waarop neem ik aan Göttsching van alles uit zijn gitaar haalt. Ook Le Sourire Volé had niet mistaan op het eerder genoemde album. Fraaie kosmische lijnen vloeien door de kamer. Op Deux Enfants Sous La Lune lijkt het wel of het midden in de nacht is. In die sfeer is goed te horen hoe meesterlijk Göttsching de snaren van zijn gitaar weet te beroeren.

Heerlijk mistig begint Le Songe d'Or. Dit wil zeggen lang aanhoudende tonen uit de gitaar en toetsen. Het roept daarmee een sfeer op om in trance te gaan raken. De gecombineerde compositie Le Diable Dans La Maison ... et les Fantômes Rêvent Aussi begint met behoorlijk stevig gitaarwerk. Het brengt me daardoor weer bij de aardse zaken. Het lijkt hier een daar of Göttsching zijn frustraties er uit gooit. Wat rustiger is het tweede deel van deze compositie. Sferische geluiden die aan de natuur doen denken vullen de kamer, waardoor wat orgel is te horen. Hierdoor komt er een bijzonder eind aan dit album.

Ash Ra Tempel - Schwingungen (1972)

4,0
Het meest wonderbaarlijk van dit album vind ik het groot aantal mensen wat is ingehuurd om maar schijnbaar slechts één noot te spelen. Dat zou nu ondenkbaar zijn. Een platenmaatschappij zou nu al bij voorbaat zeggen: te duur. Maar nu de muziek.

Het twee luik wat Light en Darkness is, geeft mij het idee in een vreemde wereld te zijn beland. Alles lijkt op elastiek en niets is grijpbaar. Na ongeveer 14 minuten komen de emoties langzaam naar buiten. Een lang aanhoudende zingende stem op een sfeervol bedje van gitaar en drums doet mij los komen van het aardse en ik vlieg naar onbekende plekken in de ruimte. Tot dat ik het gevoel krijg dat ik nog niet klaar ben met het aardse. Op een rockachtige manier krijg ik "les" om met te uiten. Deze tijd gebruik ik goed en voel me langzaam een ander mens worden.

Met niet te plaatsen klanken begint de ijzersterke titeltrack Schwingungen. Dit is eveneens een twee luik. Na een tijdje kom ik er achter dat, dat vreemde geluid afkomstig is van een mondharp. Het doet me denken aan wijsheden die uit het Oosten komen. Ook hier raak ik bevangen in een sfeer die niet waar kan zijn, maar wel goed is omdat deze in het dagelijks leven niet meer te vinden lijken te zijn. Kosmische geluiden vullen subtiel de woonkamer en zelfs dat laatste grammetje stress vloeit weg op dit magische klankbed.
Toch mag ik niet te lang in deze sfeer blijven wordt mij op een subiele manier kenbaar gemaakt. Op stemmige wijze wordt ik weer met beide benen op de aarde gezet, waarop een emotioneel afscheid op volgt, maar de liefde is wel gevonden.

Met andere woorden: een behoorlijke plaat met vernieuwende muziek uit 1972 van onze Oostenburen.

Ashra - Belle Alliance (1980)

4,0
Manuel Göttsching heeft met zijn Ashra albums uitgebracht die me wel wat deden, maar ook die me volledig koud lieten. Dit zo'n album waar ik in het begin niets mee kon. Echt gemotiveerd om dit album hier te bespreken was ik dus niet. De eerste drie tracks zijn wel redelijk te noemen Samen met zijn maten Harald Grosskopf en Lutz Ulbrich weet hij een ontspannen sound neer te zetten en meer is het eigenlijk niet.

Track vier daarentegen maakt zeer veel goed wat in de vorige drie niet zat, zit hier dubbel en dwars in. Het is alleen jammer dat het voorbij is voor ik adem kon halen. De vijfde track trekt deze goede lijn door. Heerlijk gitaarspel van Göttsching op een rtime waar Alan Parsons nog een puntje aan kan zuigen. Met een leuk herhalend thema begint track 6 en langzaam maar zeker begint het steeds leuker te klinken. Warme keybourds op een aanstekkelijk ritme.

Met het geluid wat aan een kerkorgel doet denken start het hoofdmenu van dit album. Stemmige muziek vult de kamer die niet zou misstaan bij een plechtige gebeurtenis. Toch komt hier na enige tijd het geluid bij wat zo eigen is aan Ashra. Wat dit precies is laat zich moeilijk omschrijven, want het heeft bijvoorbeeld niets te maken met Tangerine Dream of Klaus Schulze, maar heeft wel raakvlakken, maar dan wel goed door elkaar gekneed in een eigen jas, als u mij nog volgen kunt. Na enige tijd volgt er na deze gedragenheid iets vrolijks, waarbij er opnieuw een belangrijke plaats is voor de gitaar. Dit album wordt afgesloten met het sfeervolle en ritmische Mistral, waarop het heerlijk is om op mee te bewegen.

Dit album zit best wel lekker in elkaar, maar het is wel jammer dat er niet één opbouwende lijn is op te horen. Het hangt daardoor een beetje als los zand aan elkaar, wat met een beetje puzzelwerk niet had gehoeven.

Ashra - Blackouts (1977)

4,5
Al voordat dit album opstaat maakt dit album een goede indruk. Dit is grappig gedaan met die ogen van Manuel Göttsching weerspiegeld in zijn gitaar. Eenmaal in de cd-speler klinkt de heerlijke Ashra-sound door de kamer. Herhalende loopjes die niet gaan vervelen met daar over heen de gitaar van één der meesters van dit instrument.

Mede door de goede compositie is die eerste track voorbij voordat ik er erg in heb. Daardoor zit je gelijk goed in de sfeer van dit album. Mooie dromerige kunstwerkjes, waar Göttsching heerlijk zijn gitaar op laat horen. Vele albums waarop hij is te horen zijn nogal wisselend van kwaliteit. Deze, Blackouts, is behoorlijk constant en ik denk dat Göttsching exact weet wat hij aan het doen is, namelijk een behoorlijk goed album maken. Soms ingetogen en dan ineens dat gevoel in mijn donder om gek te gaan doen op de muziek. Heerlijk is dat, dat gevoel van even van de wereld te zijn op ritmes die wel lijken of ze van een andere planeet komen. Bij iedere beweging voel ik de stress uit mijn lichaam stromen.

Op zo'n moment denk ik dan ook: die Manuel Göttsching had voor mij wel de status mogen hebben als een Eric Clapton, want op zijn gitaarspel is niets aan te merken. En al is hier sprake van een andere muzieksoort; techniek is techniek. Göttsching hoort zeker thuis in het lijstje van grote gitaristen die rondlopen op de aarde. Daar is dit album een goed voorbeeld van.

Ashra - New Age of Earth (1976)

4,5
Naast de grote Duitse acts als Tangerine Dream en Kraftwerk, is daarnaast dat sympatieke alternatief in de vorm van Ashra. Dit album met de titel New Age of Earth is daar een goed voorbeeld van. Het begint gelijk goed met het opgwekte Sunrain. Weliswaar een vreemde tegenstrijdige titel, edoch het laat wel horen dat er meer in het leven zit dan je ziet. Daarna is het heerlijk om op een luchtbed te drijven op de Ocean of Tenderness. Mooie wijdse klanken laten mij zien dat er meer is tussen hemel en aarde. Rustige gitaarklanken op een bedje van electronica zou ik het culinair willen omschrijven, waar met de minuut de stress uit je lijf gaat. Na die diepe rust is het tijd om weer wat bij de les te komen. Dit weet Manuel Göttsching op Deep Distance op juiste wijze te doen. Een lekker ritme met daarover heen mooie golvende muziek.

Dit album wordt in stijl afgesloten met het prachtige Nightdust. Een heerlijk kosmisch stuk muziek wat zo in het rijtje past van de meesterwerken uit de electronische muziek. Na een paar minuten ben ik al los van de grond door de subtiele klanken die mijn oren binnen stromen. Dit is eigenlijk te mooi voor woorden en daarom stop ik om deze track verder te beschrijven.

Kortom: een heerlijk album wat bijna een meesterwerk te noemen valt. Waarom bijna? Het is toch weer de productie in mijn oren die net niet 100 procent te noemen is.

Ashra - Tropical Heat (1991)

3,0
Ashra is een muzikaal project rondom gitarist Manuel Göttsching. Op dit album wordt hij bijgestaan door drummer Harald Grosskopf en toetseninst Lutz Ulbrich. Voor het hoesontwerp tekende Petra Horn.Op dit album klinkt Ashra behoorlijk anders dan ik gewend ben. De sound gaat behoorlijk de pop kant op en zou zo een soundtrack kunnen zijn voor een zonnige serie over jongeren op het stand.

Met tonen of men haast heeft begint Mosquito Dance, er is nog even een steeldrum te horen een gaande weg roept het een beeld of mensen lekker aan het spelen zijn op het strand of aan het dansen zijn in een tropische bar. Vrolijkheid alom. Tropical Heat begint met zware bassen die voor mij een beeld oproepen dat men gebukt door de hitte die er heerst. Een pak suiker van een kilo lijkt wel een ton te wegen en de zon wil maar niet achter de wolken verdwijnen waardoor de temperatuur nog eens oploopt. Dan nog wat apen die van boom naar boom springen, waardoor je het nog warmer krijgt.

Pretty Papaya roept bij mij een beeld op van heerlijk op een terras te zitten met een lekkere cocktail binnen handbereik. En dan gluren naar het volk wat voorbij komt, Daar is het immers vakantie voor. Nights in Sweat begint met getrommel later komt daarbij een trompet. Als daar nog een gitaar bijkomt ontstaat een sfeer die loom aandoet. Voor mijn gevoel lig ik in bed, maar door de warmte kan ik niet is slaapvallen. Na veel woelen kom ik eindelijk in een roes terecht, wat mooi in de muziek is te horen. Die wordt steeds rustiger tot dat het lijkt of de olifanten het dorp binnen lopen. Waardoor de slaap verder is dan die al was.

Don't Stop the Fan zou ik een niemandalletje willen noemen. Iets om onder beelden te zetten van mensen die wat doelloos rondlopen in de buurt van een ventlator, want stel dat je gaat zweten. Daarnaast is het jammer dat er in de compositie niet al te veel plaats vindt. Met een klapje omweer begint Monsoon, heel even doet de muziek me even denken aan die van Andreas Vollenweider, maar wat daarna volgt is behoorlijk saai te noemen. Het drukt wel goed uit dat je op een zeer warme dag nergens geen zin in hebt, dan alleen op het strand liggen of op het rerras te zitten.

Op zich wel passende muziek voor de situatie waar het voor geschreven is. Alleen er had wat meer humor in mogen zitten. Daarnaast was de eerste helft best leuk te noemen, maar de tweede helft kwam niet echt op gang. Aardige muziek voor bij een film zoals ik in het begin al schreef, of voor op een snikhete dag.

Axess / Maxxess - Contact (2004)

4,5
Twee muzikanten komen elkaar tegen, met elk een duidelijke specialisatie. Axel Stupplich een toetsenist die zijn vak verstaat en daarnaast Max Schiefele die erg goed met de gitaar overweg kan. Je stopt beide heren in één studio die ongeveer dezelfde interese in muziek hebben en daar rolt dan vervolgens een prima album uit. Dat is min of meer het verhaal achter die album Contact.

Het album begint gelijk goed met even niet gelijk te plaatsen klanken, maar zodra die na de achtergrond verdwijnen komt er een goed ritme naar boven drijven, al is dat wat vreemd om te zeggen in het geval van een Tsunami. Zodra daar de gitaar van Max Schiefele in het stuk komt is de sfeer compleet. Even een korte pauze, waarna alles goed opgang komt. Dit wordt een paar keer herhaald en beeld daarmee mooi een tsunami uit. Qua muziek doet het denken aan het steviger werk van Tangerine Dream. Erg lekker dus en een goede begin van dit album, de heren zijn aan elkaar gewaagd. Contact laat in eerste instantie een wat rustiger kant van het duo horen. Voor mijn gevoel ben ik in park beland tot dat de gitaar van Schiefele me de stad intrekt. Wat volgt is stevige rock muziek met gevoel. Alles lijkt even te gaan draaien tot dat er een duidelijk lijn in het stuk komt. Het einde doet dramatisch aan of een bijzondere spannende film ten einde is.

Heel in de diepte begint Indian Skies. Het doet me denken aan het langzaam opkomen van de zon. Alles komt op zijn gemak tot leven. Zodra de gitaar in het stuk komt lijkt het wel of iets open wordt getrokken. Een wolkenband bijvoorbeeld waardoor de zonnestralen de aarde kunnen bereiken. Het leven vangt nu echt aan met daarbij stress wat verbeeld wordt door de gitaar. Waarna de rust terug komt. In een buitenaardse sfeer begint Close Encounter, niet lang daarna is daar de gitaar van Max Schiefele op een mooi klank tapijt uit de electronica winkel van Axel Stupplich. Het zou zo uit een spannende en emotionele sciencefiction hadden kunnen komen. Het begin van Exile doet me wat denken aan Childeren van Robert Miles, maar dan klassieker. Deze sfeer wordt later omgebogen naar rock wat erg fraai is en het "jat-werk" rechtvaardigt.

En na zoveel moois volgt daar nog een bijzonder lang nagercht in de vorm van Behind the Mirror. Het begin is behoorlijk kosmisch en ik moet haast de boxen inkruipen om iets te horen. Een klassiek orkest wat aan stemmen is er hard rock bij. Later is daar die fantasische gitaar van Max Schiefele op een mooi tapijt van klanken uit de electronica winkel van Axel Stupplich. Hierdoor lijkt het wel een beetje of Pink Floyd net kennis heeft gemaakt met de heren van Tangerine Dream. Hieruit vloeit later een stuk muziek met een drive die zich niet laat vangen in woorden. Qua gevoel roept het een beeld op van een film met een eind zoals je hem niet had verwacht. Hierna lijkt het wel of ik alleen achter blijf in kosmos en zit de muziek opnieuw tegen de stilte aan. Er zijn geluiden te horen die aan glas doen denken terwijl het lijkt of een koor zachtjes staat te zingen. Hieruit wordt langzaam maar zeker naar een dramatisch en klassiek einde toegewerkt. Echt zoiets op het volume ver in het paarse gebied open te draaien. Nog één keer vlammen electronica en gitaar als een gelukkig huwelijk samen.

En daarmee komt een bijzonder album erg mooi ten einde. Wellicht een tikje jammer van even dat stukje wat op de hit leek van Robert Miles, maar een kniesoor die daar op let. Voor de rest is er meer dan prima originele muziek uit de boxen gekomen waar ik een bijzonder goed gevoeel aan over hou.

Axess - Chamaeleon (2003)

3,0
Wat me bij dit tweede solo album van Axess opvalt is hoesontwerp. Het doet me terug denken aan mijn kindertijd en daarmee aan het speelgoed Ministek, waarmee je "complexe" figuren kon maken. En dan Axess zelf. Dat is het muzikale project van Axel Stupplich die zelf fan is van Tangerine Dream, Jean Michel Jarre en Kitaro.

Met wat oergeluiden begint The Alien, het roept een beeld op van alleen in een woestijn zijn achter gelaten. Zodra er een sequencer wordt gestart komt er spanning in het stuk wat later lijkt het wel of The Alien los komt van de grond. Dit wordt mooi vebeeld door een lekkere drive die in het stuk zit. Weil is het jammer dat er een wat onsamenhangend eind aan deze track zit. Mooi statig is het begin van Desire het doet me wat denken aan een imposant gebouw te betreden. Heel langzaam verdwijnt het statige en volgt er iets wat me aan vliegen doet denken. Wel is het jammer dat de productie wat dof is, want daardoor blijf ik op aarde. Maar qua compositie mag het er zijn. Er zit een goede verhaallijn in. Een titel als Floating komt regelmatig voor in de electronische muziek, dus ook hier. Op een zware bastoon hoor ik vrolijke geluidjes die me doen denken aan tekenfilmfiguren die zich aan het verplaatsen zijn. Ook al klinkt het grappig echt veel variatie zit er niet in waardoor het mijns inziens prima muziek is voor de trekking van de lotto.

Een chamealeon is een bijzonder beest omdat het razendsnel van kleur kan verschieten en de ogen die alle kanten lijken op te kunnen draaien. Met geluiden die me aan de woestijn doen denken begint dit stuk dan ook. Na verloop van tijd is een prima ritme te horen wat me op een dito reis neemt. Ineens stopt dit ritme wat voor mij verbeeld de verkleuring van het beest. Even is het ontzichtbaar en in gedachte zie ik alleen maar zand. Tot dat hij uit zijn schulp komt en probeert vliegen te vangen met zijn lange tong. Hiermee komt er dus leven in de brouwerij even wat rust waarna het verhaal verder gaat. Het beest krijgt opnieuw een andere kleur en het landschap verandert met hem mee. Leuk en grappig gedaan dus, maar wel verre van meesterlijk. Er had naar mijn idee meer in kunnen zitten.

The Sirius Mystery begint inderdaad een tikje mysterieus. Het doet me wat denken aan een landschap waar dikke mist over heen hangt. In die sfeer blijf Axess niet lang hangen, want er volgt iets wat het midden houdt tussen Jarre en House. Hetgeen jammer is, want dat mysterieuze sfeertje had voor mij nog wel een tijdje door mogen gaan. Het einde van deze track is daarentegen dan wel weer erg mooi. A Dream Is Always a Dream begint erg statig, als daar later het geluid bijkomt wat aan het klopen van een hart doet denken krijg ik al snel het gevoel dat me iets moois staat te wachten. En dat is ook zo, met de ogen dicht zit ik dan ook zo in dromenland.

En daarmee komt dan een eind een album waar best aardige electronische muziek opstaat, maar verwacht geen hoogstandjes, want volgens mijn gevoel is Axess nog wat aan het zoeken en dat is niet bevorderlijk voor het eindresultaat. Maar desalniettemin wel een voldoende waard.

Axess - First Light (2002)

3,0
Axess is een muzikaal project waar Axel Stupplich voor verantwoordlijk is. Deze muzikant, die in 1967 op de wereld kwam, speelde eerst in de band Pyramid Peak die op de Berlijnse School was gestoeld. Naast dit alles is Axel Stupplich liefhebber van de muziek die door Tangerine Dream, Jean Michel Jarre en Kitaro wordt gemaakt.

En dan is dit First Lights zijn eerste solo album. De track Awakenig begint erg rustig en doet een beetje denken Shine On You Crazy Diamond van Pink Floyd. Zodra de sequencer wordt gestart is deze sfeer weg en wordt ik langzaam een best mooie wereld van electronische muziek ingetrokken. Goed het is nog niet top en de productie is wat aan de doffe kant, maar er is wel te horen dat iemand gemotiveerd achter de toetsen staat. Met ruimtelijke klanken begint Distant Sun. Qua sfeer doet het wel wat denken aan de kosmische muziek zoals deze werd gemaakt in het midden van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Lekker wat weg zweven in de gedachte dus. Echoes of Eternity begint behoorlijk sfeervol en na verloop komt er langzaam wat vaart in het stuk. Hier en daar vinden wat veranderingen plaats maar echt op gang komen doet het niet gelijk. Tot dat net voor het einde een mooi muzikaal verhaal in het stuk komt. Het heeft wat meeslepends.

First Light het titelstuk begint rustig en roept een gevoel op of het leven op het punt staat te beginnen. In de derde minuut komt er wat kracht in het stuk. In gedachte roept het bij mij filmpjes op die versneld worden afgespeeld om aan te geven hoe het leven is ontstaan. Wel is het hier wel jammer dat Axess wat blijf hangen in een bepaald sfeertje waardoor ik wat dynamiek mis wat het leven in wezen wel heeft. Shadows of Dawn begint met haast klassiek. Het roept bij mij een beeld op van in een concertzaal te zitten waar de strijkers nog aan het stemmen zijn. Dit groeit later uit in een best fraai stukje kosmische muziek. Halverwege het stuk vindt er een verandering plaats wat me wat doet denken aan of de zon aan de kim verschijnt. Het leven kan beginnen.

In een ietwat Jarre-sfeerte begint The Sermon het roept een beeld op van een feestelijke bijeenkomst, in het begin nog wat statig, maar zodra een priester zijn zege heeft gegeven kan het feest beginnen. Qua muziek moet ik hier wat aan de aan muziek van de Nederlandse band Peru denken. In een haast oosterse sfeer begint Infinity. Qua geluid doet het me wat denken aan Tangerine Dream ten tijde van Rubycon. Tot dat er ritme bijkomt wat me aan House doet denken en dat had Axel Stupplich beter niet kunnen doen.

En daarmee komt er dan een eind aan een best aardig debuut album wat ondanks de minpuntjes nog net een voldoende waard is omdat er genoeg leuke of boeiende zaken op zijn te horen, ondanks de wat doffe productie.

Axess - Time Traveller (2005)

3,0
Reizen in de tijd is iets wat sommige best willen doen. Even uit deze tijd dus en even snuiven hoe het er bijvoorbeeld in de Middeleeuwen of de toekomst er aan toe gaat. Een vraag waar ook Axess bij is blijven stil staan.

Dit derde album van de in 1967 geboren muzikant Axel Stupplich begint dan ook gelijk goed. Op de track Time Traveller zie ik letter de cijfers op de kalender verspringen of je als het ware een trein instapt die je na welke tijd je brengt waar je wilt zijn. Qua drive doet het mij dan ook wat denken aan de muziek van Tangerine Dream, waar de maker fan van is.The Uncertainty Principle klinkt wat zenuwachtig en lijkt daardoor niet echt op gang te komen. Wel zit er ergens in het midden een mooi stukje muziek. Cuba Libre heeft een grappig ritme waar het moeilijk op sitl zitten is, maar daarnaast heeft het helaas weinig om het lijf. Even een minpuntje dus. Fly Away maakt veel goed al doet het me wat aan House denken. Een pakkende drive die me aan reizen doet denken. In gedachte ben ik in een club ver weg van huis waar het publiek heerlijk uit hun bol gaat.

Mirror of Illusions doet me zelf denken aan iets wat erg breekbaar is. Axess heeft daar een andere gedachte over. Zware bassen vullen de kamer waardoor mijn fantasie nauwelijks door wordt geprikkeld om er een voorstelling van te maken hoe een dergelijke spiegel er uit moet zien. Met een stem die uit het Midden Oosten lijkt te komen begint Pharao, dat is dan wel toepasselijk. Hierna vullen fraaie sferische klanken de ruimte. Als daar een rustig ritme bijkomt versterkt dit het gevoel. Na mijn idee zit ik op een kameel die me na mooie beelden brengt. Na de rust van de woestijn is daar de Bombay Fruit Market. Het is er druk dit wordt verbeeld door een ritme wat me aan House doet denken. Storend is het niet, maar ik mis daardoor wel de oosterse sfeer die de naam Bombay bij me oproept.

Door het strake ritme van Lost in Space krijg ik nou niet echt het gevoel of de weg ben kwijt geraakt tussen de hemellichamen. Het doet me daarentegen denken aan met de botsauto's door ruimte heen te rijden. Met het geluid wat me aan glas doet denken begint The Voyage, daaronder is het geluid te horen wat aan reizen per spoor doet denken. Langzaam wordt het geluidsbeeld voller waardoor het lijkt alsof een kolos van een trein in beweging komt. Eenmaal op gang voert het mij door mooie landschappen en krijg daardoor het gevoel van niets hoeft.

World of Secrets begint in haast kosmische sferen, die wat doet denken aan wat gemaakt werd begin jaren zeventig van de vorige eeuw. Zo'n stuk muziek wat je eigenlijk in het donker moet beluisteren om er alles uit te krijgen wat er in zit. Maar wat is dat dan jammer dat er veel te snel een ritme het stuk in komt wandelen, wat de eerder genoemde sfeer niet ten goede komt. Op een gegeven moment heb ik dan ook het gevoel of ik achter een lopende band sta dan door geheimzinnige wereld heen te reizen. Een gemiste kans dus, waardoor ik op een magere voldoende blijf hangen van een verder prima album. Het mooie einde van deze track verandert daar weinig aan.

Axess - Voices of Dawn (2008)

4,0
Wat direct in het oog springt bij dit vierde album van Axess is het meer dan schitterende hoesontwerp. Een deel van Stonhenge op een warme rode achtergrond. Ja en dan Axess zelf is muziek project van Axel Stupplich en Duitser die is geboren in 1967 en die houdt van de muziek van Tangerine Dream, Kitaro en Jean Michel Jarre.

Het vierde album begint met de track Beyond the Stars na wat speelse klanken volgt een best ernstig stuk muziek waar iets droefs in zit. Het roept bij mij althans een gevoel van weemoed op. Statige ritmes en een gevoel van vroeger was alles beter. Dan is daar ineens een stem die iets filosofisch heeft te melden, wat voor mij niet had gehoeven want de muziek roept al voldoende op. Zeit begint ergens in de diepte en blijft daar een tijd in hangen, waardoor het een soort knipoog is naar het album Zeit van Tangerine Dream. Gedurende het stuk komt er met beleid leven in de brouwerij. Muziek om met de ogen dicht te beluisteren, om dan vervolgens een voorstelling te maken hoe het leven is ontstaan. Even een korte pauze, wat een gevoel geeft de kosmos te worden ingetrokken, waarna de reis wordt voortgezet.

The Return of Nibiru begint met het geluid van belletjes op een zware lage toon wat best sfeervol is te noemen. Heel langzaam komt er stukje bij beetje wat bij en wordt er gewerkt aan een heerlijke drive. Letterlijk vliegen de brokstukken uit de ruimte aan me voorbij. Even ben ik bang dat het richting House gaat, maar die angst is te voorbarig. Wel wordt het tempo wat opgeschroefd tegen het einde waardoor ik bij de les wordt gehouden. Wel is het jammer dat het stuk geen echt eind heeft. Behoorlijk sfeer vol is het begin van Roppongi Hils. Het doet me wat denken of en inheems volk langzaam met de dag begint. Bepaalde rituelen worden gevolgt en hierdoor komt er een zekere balans in het verhaal.

De ring van stenen die Stonehenge is roept de nodige vragen op. Hoe zijn die stenen daar gekomen en is het waar dat het iets te maken heeft met de zonopkomst van eeuwen geleden? Hoe dan ook begint de track met die naam sfeer vol en roept een gevoel op van vroeg in de morgen. De eerste zonnestrale vallen op de grootte lange rotsblokken die naarmate de dag vordert steeds groter lijken te worden. Muziek met een duidelijk verhaal waar het heerlijk op wegdrijven is naar vervlogen tijden. Met speelse tonen begint Endless Dreams. Het roept daarmee een beeld op van nog wat vliegen zien voordat er in slaap wordt gevallen. Gaande het stuk lijkt het wel of ik steeds verder van mezelf kom te staan. Het is moeilijk om het in een paar worden te omschrijven.

En dan is daar de laatste track ineens. Voices of Dawn begint wat kosmisch. Gevoelsmatig ben ik ergens ver in het universum terecht gekomen. Langzaam drijf ik door ruimte en tijd. Zodra er heel subtiel een bas is te horen vormt dit voor mij het begin van de dag. Er wordt me alle tijd gegeven om rustig wakker te worden en te genieten van de wonderlijke omgeving. Dit is prima muziek die wat doet denken aan wat er midden jaren zeventig van de vorige eeuw werd gemaakt.

En daarmee komt er op een mooie wijze een einde aan het vierde album van Axess. Een album wat bij mij langzaam aan het groeien is, want ik begin er steeds meer in te horen. Daarnaast heb ik ook het idee dat Axess steeds beter weet om te gaan met zijn spullen. Kortom; een behoorlijk album dus dit Voices of Dawn.