Hier kun je zien welke berichten Gerards Dream als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Karl Bartos - Communication (2003)

4,0
0
geplaatst: 30 januari 2009, 21:56 uur
Na een zelfde aantal luisterbeurten kan ik niets anders constateren dat dit stukken beter is dan Electric Cafe van Kraftwerk. Dat album is voor mij te "stug" en daarnaast mis ik daar de humor die toch verbonden is met deze Duitse band.
Dit Communication van Karl Bartos had me al snel in de greep. Het klinkt inderdaad erg naar het goede van Kraftwerk. Daarnaast is er een leuke knipoog te horen richting de disco muziek. Dergelijk sarcasme mag ik graag horen. In de gedachte zie ik dan ook Karl Bartos naar hartelust experimenteren in de studio. Een song als Electronic Apeman geeft na de eerste paar tonen al licht in de duisternis. Weg met dat depri gedoe lekker genieten. Life versterkt dit nog alleen maar. Ik wordt er althans helemaal happy van.
Ja, en zo hebben alle songs iets wat bij mij een gevoel oproepen aan lekker fijn spelen met de Lego, terwijl de geur van verse appeltaart door het huis heen gaat met naast je op tafel een beker warme chocola. Dit gevoel wordt nog eens versterkt door die stemmen uit de vocoder. Even wordt het spannend op een track als Ultaviolet. Gevoelsmatig waan ik me tussen de wolkenkrabbers waar het gevaar zo om de hoek kan komen. En dan komt er met Another Reality veel te snel een einde aan het muziekgedeelte van dit album. Als ik dan de cd vervolgens in de dvd-speler doe van mijn computer kan ik als bonus genieten van een leuke video van I'm the Message.
Kortom: een erg leuk en humorvol album dit Communication van Karl Bartos. Een album wat je zo je zorgen doet vergeten en opnieuw kracht geeft om het van de daken te schreeuwen.
Dit Communication van Karl Bartos had me al snel in de greep. Het klinkt inderdaad erg naar het goede van Kraftwerk. Daarnaast is er een leuke knipoog te horen richting de disco muziek. Dergelijk sarcasme mag ik graag horen. In de gedachte zie ik dan ook Karl Bartos naar hartelust experimenteren in de studio. Een song als Electronic Apeman geeft na de eerste paar tonen al licht in de duisternis. Weg met dat depri gedoe lekker genieten. Life versterkt dit nog alleen maar. Ik wordt er althans helemaal happy van.
Ja, en zo hebben alle songs iets wat bij mij een gevoel oproepen aan lekker fijn spelen met de Lego, terwijl de geur van verse appeltaart door het huis heen gaat met naast je op tafel een beker warme chocola. Dit gevoel wordt nog eens versterkt door die stemmen uit de vocoder. Even wordt het spannend op een track als Ultaviolet. Gevoelsmatig waan ik me tussen de wolkenkrabbers waar het gevaar zo om de hoek kan komen. En dan komt er met Another Reality veel te snel een einde aan het muziekgedeelte van dit album. Als ik dan de cd vervolgens in de dvd-speler doe van mijn computer kan ik als bonus genieten van een leuke video van I'm the Message.
Kortom: een erg leuk en humorvol album dit Communication van Karl Bartos. Een album wat je zo je zorgen doet vergeten en opnieuw kracht geeft om het van de daken te schreeuwen.
Kees Aerts - Slices of Time (1997)

4,0
0
geplaatst: 9 april 2009, 22:26 uur
Als je de titel van dit album letterlijk zou vertalen zou je zoiets krijgen als plakjes van tijd. Dit op de hoes ook mooi aangegeven door een zaag die een zandloper in stukjes zaagt. En dan Kees Aerts zelf, hij is geboren in 1952 en in 1982 begon hij met het ontdekken van de synthesizer. Zijn voorbeelden zijn Patrick O' Hearn, Jean Michael Jarre en Tangerine Dream.
Het album begint in een sfeer die wat aan Zoolook van Jarre doet denken. Er is een stem te horen die een paar keer Slices of Time zegt. Doordat de eerste twee tracks zo kort zijn is er geen sprake van een mooi opbouw. Eire doet me inderdaad aan Ierland denken. Het is een eenvoudig volks deuntje. Daarnaast zit er een vrolijk verhaal in. Balance begint vrij ingetogen en zodra de kraan verder opengaat volgt een goed stuk muziek waarop ik bijna begin te zweven. Mooi uitgelijnde tonen die me aan vrijheid doen denken. Gedurende het stuk weet Aerts me goed bij de les te houden. Darkness begint zoals de titel al aangeeft donker. Voor mijn gevoel loop ik door een straat waar de regen net is gevallen en er iets spannends op het programma staat. Het doet daardoor denken aan soundtrack muziek. Aan het eind wordt de sfeer minder spannend waarmee het lijkt of het gevaar is geweken. De ochtend breekt aan.
The First Time begint wat zoekend, maar eenmaal opgang volgt er een mooi verhaal waardoor ik het idee krijg of Aerts me een mooi verhaal heeft te vertellen. Travel begint met een ritme wat me doet denken of een luchthaven langzaam vol stroomt. Eenmaal opgang volgt iets wat aan vakantie doet denken. De zorgen aan de kant en genieten van wat komen gaat. Heerlijk zorgeloos dus. Even is daar de spanning van het onbekende, maar het is vooral een tijd van gooi de stress er lekker uit. Other Worlds geeft me een gevoel of ik een soort draaimolen zit en van alles voorbij komt. Fraaie landschappen en bijzondere dieren.
Lovers [Cooldown mix] begint met het geluid wat iedere eerste maandag van de maand is te horen. Hierna volgt iets wat me qua tempo aan wandelen doet denken. Om me heen gebeurt van alles van rust tot een leeuw die er vol voor gaat om zijn prooi te bemachtigen. Hierna is er opnieuw rust en is het volop genieten geblazen. In een statige sfeer begint Friends hierdoor krijg ik het idee of een bruidspaar de kerk binnen gaat om het ja woord tegen elkaar te zeggen. Als de mis vordert wordt de sfeer eerst wat melancholisch waarna de feestvreugde kan uitbreken. En dan is daar de reprise van Slices of Time die me doet beseffen dat tijd niets anders is dan de herhaling der dingen.
Verder kom ik tot de conclusie dat dit een heel behoorlijk album is met electronische muziek van Hollandsche bodem Het dikke uur is voorbij gevlogen voordat ik er erg in had. Bij de volgende boterham die ik met smaak eet denk ik even terug aan dit bijzondere album. Slices of Time dus.
Het album begint in een sfeer die wat aan Zoolook van Jarre doet denken. Er is een stem te horen die een paar keer Slices of Time zegt. Doordat de eerste twee tracks zo kort zijn is er geen sprake van een mooi opbouw. Eire doet me inderdaad aan Ierland denken. Het is een eenvoudig volks deuntje. Daarnaast zit er een vrolijk verhaal in. Balance begint vrij ingetogen en zodra de kraan verder opengaat volgt een goed stuk muziek waarop ik bijna begin te zweven. Mooi uitgelijnde tonen die me aan vrijheid doen denken. Gedurende het stuk weet Aerts me goed bij de les te houden. Darkness begint zoals de titel al aangeeft donker. Voor mijn gevoel loop ik door een straat waar de regen net is gevallen en er iets spannends op het programma staat. Het doet daardoor denken aan soundtrack muziek. Aan het eind wordt de sfeer minder spannend waarmee het lijkt of het gevaar is geweken. De ochtend breekt aan.
The First Time begint wat zoekend, maar eenmaal opgang volgt er een mooi verhaal waardoor ik het idee krijg of Aerts me een mooi verhaal heeft te vertellen. Travel begint met een ritme wat me doet denken of een luchthaven langzaam vol stroomt. Eenmaal opgang volgt iets wat aan vakantie doet denken. De zorgen aan de kant en genieten van wat komen gaat. Heerlijk zorgeloos dus. Even is daar de spanning van het onbekende, maar het is vooral een tijd van gooi de stress er lekker uit. Other Worlds geeft me een gevoel of ik een soort draaimolen zit en van alles voorbij komt. Fraaie landschappen en bijzondere dieren.
Lovers [Cooldown mix] begint met het geluid wat iedere eerste maandag van de maand is te horen. Hierna volgt iets wat me qua tempo aan wandelen doet denken. Om me heen gebeurt van alles van rust tot een leeuw die er vol voor gaat om zijn prooi te bemachtigen. Hierna is er opnieuw rust en is het volop genieten geblazen. In een statige sfeer begint Friends hierdoor krijg ik het idee of een bruidspaar de kerk binnen gaat om het ja woord tegen elkaar te zeggen. Als de mis vordert wordt de sfeer eerst wat melancholisch waarna de feestvreugde kan uitbreken. En dan is daar de reprise van Slices of Time die me doet beseffen dat tijd niets anders is dan de herhaling der dingen.
Verder kom ik tot de conclusie dat dit een heel behoorlijk album is met electronische muziek van Hollandsche bodem Het dikke uur is voorbij gevlogen voordat ik er erg in had. Bij de volgende boterham die ik met smaak eet denk ik even terug aan dit bijzondere album. Slices of Time dus.
Keller & Schönwälder - Loops & Beats (1996)

4,0
0
geplaatst: 8 mei 2010, 00:53 uur
Van het duo Detlef Keller en Mario Schönwälder heb ik al het nodige voorbij horen komen wat het predikaat van een ruime voldoende verdiende. En daardoor wordt je nieuwsgierig na wat van ze maken en krijg je langzaam een collectie van de heren op de plank in de cd-kast. Zo ook met deze dubbellaar van de heren. Echt informatief is het boekje niet wat bij de cd zit, maar uit de summiere info blijkt dat dit album is opgenomen in de periode die van maart 1985 tot en met oktober 1986 liep en dat er studio's zijn bezocht in de plaatsen Berlijn, Duisburg, en dat is interessant, ook een in Eindhoven. Tenslotte op deze inleiding we de heren zijn. Mario Schönwälder is in Berlijn geboren in 1960 en heeft naast diverse samenwerkingsverbanden 4 solo platen op zijn naam staan. Is onder andere beïnvloed door de Berlijnse School en is tegenwoordig één van de mensen achter het label Manikin. Detlef Keller is geboren in 1959 in Duisburg en heeft inmiddels 8 solo platen op zijn naam staan. Hij mag graag luisteren na de muziek van Tangerine Dream, Klaus Schulze, Vangels en het genre trance ambient is voor hem niet onbekend.
En dan het album Loop & Beats wat schuil gaat achter een afbeelding van een achtbaan als het om de heruitgave betreft. Voordat er muziek te horen volgt een filosofische aankondiging door Wilfred Bonsack. Hij legt diverse vragen over muziek voor in het Duits. Vrij vlot hierna zijn stemmige klanken te horen van de eerste loop, het deel Deep Space om precies te zijn. Na wat ijle klanken en even wat zoekend te zijn geweest, volgt een heerlijk basloopje op wandeltempo met daaronder stemmige klanken uit de elektronicawinkel. Het doet haast klassiek aan en zodra het basloopje na verloop van tijd wegvalt heb ik het idee dat ik verlost ben van de zwaartekracht. Hetgeen mooi wordt verbeeld door ijle klanken die me een gevoel bezorgen ver van hier te zijn. En wat klinken die viool klanken toch lekker hier. Als er nog wat piano bijkomt is de meer dan prima sfeer compleet. Een mooie binnenkomer dus, weg van de stress van alle dag. Het rustige wandeltempo aan het einde versterkt dit nog eens, waarna haast iets klassieks volgt. Loop 2, Good Old Times, begint met koorzang op sferische klanken. Al vrij snel is daar een fraaie bas te horen het geeft iets spannends aan de compositie en roept daarmee het beeld op van de karretjes die naar boven worden getrokken in een achtbaan, edoch wel in slowmotion. Tijden die aan de oude kermis doen denken. Zodra de karretje bovenin zijn kan er genoten worden van een immens uitzicht. De eerste tonen van Wages of Fear voelen voor mij aan als een hart dat zenuwachtig aan het kloppen is. Wat later komt er subtiel een bas het stuk in met daarnaast angstaanjagende geluiden. Het roept een bijzonder sfeertje op. Even lijkt het of het stuk stil staat, totdat langzaam maar zeker het tempo wordt verhoogt. Nog een paar ijle stemmen door het stereobeeld en door de beat die er onder zit is stil zitten haast onmogelijk. Gaande weg komt er steeds wat bij wat mij althans aan de stereo doet kluisteren. Het geeft ook een gevoel bezig te zijn iemand te achtervolgen, of met een spannende manoeuvre bezig te zijn zie daar de gelijkenis met de film Wages of Fear waar Tangerine Dream destijds de soundtrack voor schreef. Het sequencer werk aan het einde is erg goed gedaan.
Loop 4, Rinus & The Full Moon, begint met wat met ijle klanken vermengt met piano. Verder roept het een gevoel van verlatenheid op ondanks de heerlijk bas die erop is te horen. Het is een fraai staaltje van Berlijnse School in een moderne jas. Aan het einde van het stuk heb ik dan ook het gevoel van in het luchtledige te hangen en weg te zweven richting de maan die zonnestralen terugkaatst naar de aarde. Die pianoklanken die er tussendoor zijn te horen versterken het ruimtelijke gevoel nog eens. Heerlijke Berlijnse School die hier nog eens bewijst bestaansrecht te hebben. Bijzondere kosmische muziek om door een ringetje te halen. Aan het einde van het stuk heb ik dan ook het gevoel weg te zweven. Loop 5, The Circuit, begint met ingehouden spanning. Een zware pianotoon op een ritme wat een tikje zenuwachtig aandoet. Voor mijn gevoel kom ik langzaam maar zeker weer op de aarde terecht. Het is een prettig stuk muziek die ondanks de zware bassen een vrij gevoel bezorgt. Niet verkeerd en zo aan de productie te horen is daar ook de nodige zorg aanbesteed. Wel is het een tikje jammer dat de heren wat blijven hangen in een bepaald sfeertje. Een kleine verandering midden in het stuk had me bij de les kunnen houden. De ijle klanken aan het einde maken dat gemis enigszins goed. En dat staat op mijn exemplaar nog een extraatje in de vorm Loop 6, Bad Sulza Loop, een mooi sfeervol stuk muziek wat aanvoelt of een mooie film net ten einde is en de laatste sfeerbeelden op het witte doek verschijnen. Daarnaast doet het ook klassiek aan. Als het daarna stil wordt besef ik pas goed wat toonkunst met je kan doen.
Even een korte pauze dus voordat de tweede cd met het thema beats in de cd-speler verdwijnt. Ook deze begint met een soort toespraakje van Wilfred Bonsack. Zijn praatje hier handelt over de werking van een orkest, waarna al snel een zware bas is te horen van Beat 1, Far From India, waarop stem samples zijn te horen. Het doet daardoor mysterieus aan en als daarbij het geluid van een tambla wordt toegevoegd waan ik me ook in India. Jammer is het hier wel een beetje dat men even te snel vaart aan het maken is, want het eerder genoemde sfeertje was best mooi. Nu heb ik te snel het gevoel dat ik aan het jakkeren ben in de westerse maatschappij. Wel moet ik hier toegeven dat het gebruikte ritme erg aanstekelijk is. Maar net als ik er lekker inzit wordt het plotseling weggedraaid. Het begin van Beat 2, Flying Colours, doet wat kosmisch aan, vreemde klanken op een fraaie beat. Zodra er een verandering in het stuk komt lijkt het even of ik wat doelloos aan het zweven ben. Net als ik dat gedacht heb lijkt het wel of ik aan mijn haren wordt beet genomen en men me een dynamische wereld laat zien van alle kleuren van de regenboog. Er zit een heerlijke drive in en het lijkt wel of iemand bezig is met een mooie solo uit een elektrische gitaar te halen. Muziek om een tandje harder te zetten om lekker duizelig te worden. Even is er tijd om adem te halen, waarna de muziek in een niet te houden drive werden gaat. Qua muziek doet het mij wat denken aan of de muziek van het Zwitserse Yello samen in de blender is geweest met de muziek van het Duitse Tangerine Dream. Vreemd wellicht, maar het geeft wel kleur aan het stuk. World In Arms begint in een sfeer die me aan vroeg in de morgen doet denken. Mooie uitgesponnen klanken met wat vreemde klanken er tussendoor. Heerlijk rustig zodra het tromgeroffel naar de achtergrond is verdwenen lijkt het even of er een denkbeeldig vacuüm is gemaakt. Totdat er na ongeveer vijf minuten een stuwende beat erbij komt. Een voorbode van een stuk muziek waarop het lijkt of je kan vliegen. Een stuk muziek in de beste traditie van de Berlijnse School het had qua structuur duidelijk naast een stuk muziek van Tangerine Dream kunnen hebben gelegen. De drive die er in zit is om te zoenen.
Talking Sequences begint wat zenuwachtig. Het doet wat denken aan een vlieg die rond een glas frisdrank aan vliegen is. Toch komt er naarmate het stuk verder gaat een beter verhaal in het stuk. Het wordt zelfs wat dansbaar en vrolijk. Het zou met wat airplay best wel kunnen uitgroeien tot een hitje. Voor nu een mooi up tempo nummer om de dagelijkse stress even te doen vergeten. Aan het einde van het stuk zijn nog wat geluiden te horen die me in Zuid Amerika doen belanden, met daaronder een aanstekelijke beat die het tikken van deze tekst wat bemoeilijkt. Kortom: een heerlijk vrolijk stuk elektronische muziek. Beat 5, Interval, doet me afhankelijk even aan House denken, maar eenmaal opgang doet het mij wat denken aan een lopende band waar mensen spullen aan het inpakken zijn. Tijdens het stuk gaat het ritme langzaam stukje bij beetje omhoog om vervolgens in iets vrolijks uit te monden. De stress wordt verruild voor een prettig feestje lijkt het wel. Erg genietbaar en ook hierop is het lastig om stil op te zitten. Even is er wat rust te horen, waardoor het lijkt in een spannende film te zijn terecht gekomen, waarna de aanstekelijke beat terugkomt met alle gevolgen van dien. Het thema interval is in ieder geval goed uitgewerkt. Wat rust en dan vervolgens mee te worden gezogen in een bad van aanstekelijke ritmes. Wat is muziek luisteren toch een straf. Een tikje experimenteel is het begin van Beat 6, Triple Sequence, maar zodra dat achter de rug is volgt er wederom een heerlijk ritme waar de Nederlander Bas Broekhuis voor verantwoordelijk is. De verassing van dit album waar ik het in het begin over had. Hij verstaat zijn vaak goed. Gaande het stuk zijn de heren Keller en Schönwälder druk doende met de elektronica terwijl Broekhuis het stuk van een heerlijk ritme voorziet. Even lijken de heren vast te zitten in een cirkel, en net als ik dat gedacht heb volgt er een verandering. Waarna ongeveer hetzelfde gebeurt. Het doet me daardoor denken aan een vlak landschap waar dan ineens een berg staat. Over de hele linie gesproken moet ik wel concluderen dat het niet het beste is wat ik gehoord heb, er had meer ingezeten. De statige tonen waarmee Beat 7, Rush Hour, begint maken veel goed. Qua structuur doet het mij aan Tangerine Dream denken. Wat later volgt muziek die prima onder een mooie documentaire over de natuur kan worden gezet in eerste instantie, maar dat gedacht hebbende volgt er iets wat me aan industrie doet denken. Een mooie tegenstelling in één compositie. En of dat nog niet compleet is volgt er nog iets wat me aan een mars doet denken, maar dan wat hipper en niet het strakke wat in het leger verplicht is. En ook hier geld stil zitten is een hele opgave door het aanstekelijk ritme gebruik. Naast het ritme valt ook op dat de verdere orkestratie van deze track met de nodige liefde is gemaakt. Muziek om high van te worden. Heerlijke elektronische muziek waarvan het enthousiasme van uit de boxen straalt. En dan is daar dan toch eigenlijk veel te vroeg de laatste track van dit album Beat 8, Extra Beat, wat niet op elke versie van dit album aanwezig is, brengt me langzaam terug in de "normale" wereld, of toch niet? Ook hier zit een meer dan prettige beat in wat me wat doet denken aan een gezellig feest op het strand terwijl de zon nog even rood opkleurt aan de horizon voordat hij ondergaat.
En daarmee komt er op een mooie wijze een einde aan dit album. Hier en daar zaten wat zaken die minder waren, maar dit werd ruimschots goed gemaakt door met name door de heerlijke drives die de heren voortbrachten. Lekkere elektronische muziek met hier een daar elementen van de Berlijnse School en vreemd genoeg een vleugje Yello, maar bovenal met een duidelijke eigen smoel. De twee cd's vlogen voorbij of het er één was.
En dan het album Loop & Beats wat schuil gaat achter een afbeelding van een achtbaan als het om de heruitgave betreft. Voordat er muziek te horen volgt een filosofische aankondiging door Wilfred Bonsack. Hij legt diverse vragen over muziek voor in het Duits. Vrij vlot hierna zijn stemmige klanken te horen van de eerste loop, het deel Deep Space om precies te zijn. Na wat ijle klanken en even wat zoekend te zijn geweest, volgt een heerlijk basloopje op wandeltempo met daaronder stemmige klanken uit de elektronicawinkel. Het doet haast klassiek aan en zodra het basloopje na verloop van tijd wegvalt heb ik het idee dat ik verlost ben van de zwaartekracht. Hetgeen mooi wordt verbeeld door ijle klanken die me een gevoel bezorgen ver van hier te zijn. En wat klinken die viool klanken toch lekker hier. Als er nog wat piano bijkomt is de meer dan prima sfeer compleet. Een mooie binnenkomer dus, weg van de stress van alle dag. Het rustige wandeltempo aan het einde versterkt dit nog eens, waarna haast iets klassieks volgt. Loop 2, Good Old Times, begint met koorzang op sferische klanken. Al vrij snel is daar een fraaie bas te horen het geeft iets spannends aan de compositie en roept daarmee het beeld op van de karretjes die naar boven worden getrokken in een achtbaan, edoch wel in slowmotion. Tijden die aan de oude kermis doen denken. Zodra de karretje bovenin zijn kan er genoten worden van een immens uitzicht. De eerste tonen van Wages of Fear voelen voor mij aan als een hart dat zenuwachtig aan het kloppen is. Wat later komt er subtiel een bas het stuk in met daarnaast angstaanjagende geluiden. Het roept een bijzonder sfeertje op. Even lijkt het of het stuk stil staat, totdat langzaam maar zeker het tempo wordt verhoogt. Nog een paar ijle stemmen door het stereobeeld en door de beat die er onder zit is stil zitten haast onmogelijk. Gaande weg komt er steeds wat bij wat mij althans aan de stereo doet kluisteren. Het geeft ook een gevoel bezig te zijn iemand te achtervolgen, of met een spannende manoeuvre bezig te zijn zie daar de gelijkenis met de film Wages of Fear waar Tangerine Dream destijds de soundtrack voor schreef. Het sequencer werk aan het einde is erg goed gedaan.
Loop 4, Rinus & The Full Moon, begint met wat met ijle klanken vermengt met piano. Verder roept het een gevoel van verlatenheid op ondanks de heerlijk bas die erop is te horen. Het is een fraai staaltje van Berlijnse School in een moderne jas. Aan het einde van het stuk heb ik dan ook het gevoel van in het luchtledige te hangen en weg te zweven richting de maan die zonnestralen terugkaatst naar de aarde. Die pianoklanken die er tussendoor zijn te horen versterken het ruimtelijke gevoel nog eens. Heerlijke Berlijnse School die hier nog eens bewijst bestaansrecht te hebben. Bijzondere kosmische muziek om door een ringetje te halen. Aan het einde van het stuk heb ik dan ook het gevoel weg te zweven. Loop 5, The Circuit, begint met ingehouden spanning. Een zware pianotoon op een ritme wat een tikje zenuwachtig aandoet. Voor mijn gevoel kom ik langzaam maar zeker weer op de aarde terecht. Het is een prettig stuk muziek die ondanks de zware bassen een vrij gevoel bezorgt. Niet verkeerd en zo aan de productie te horen is daar ook de nodige zorg aanbesteed. Wel is het een tikje jammer dat de heren wat blijven hangen in een bepaald sfeertje. Een kleine verandering midden in het stuk had me bij de les kunnen houden. De ijle klanken aan het einde maken dat gemis enigszins goed. En dat staat op mijn exemplaar nog een extraatje in de vorm Loop 6, Bad Sulza Loop, een mooi sfeervol stuk muziek wat aanvoelt of een mooie film net ten einde is en de laatste sfeerbeelden op het witte doek verschijnen. Daarnaast doet het ook klassiek aan. Als het daarna stil wordt besef ik pas goed wat toonkunst met je kan doen.
Even een korte pauze dus voordat de tweede cd met het thema beats in de cd-speler verdwijnt. Ook deze begint met een soort toespraakje van Wilfred Bonsack. Zijn praatje hier handelt over de werking van een orkest, waarna al snel een zware bas is te horen van Beat 1, Far From India, waarop stem samples zijn te horen. Het doet daardoor mysterieus aan en als daarbij het geluid van een tambla wordt toegevoegd waan ik me ook in India. Jammer is het hier wel een beetje dat men even te snel vaart aan het maken is, want het eerder genoemde sfeertje was best mooi. Nu heb ik te snel het gevoel dat ik aan het jakkeren ben in de westerse maatschappij. Wel moet ik hier toegeven dat het gebruikte ritme erg aanstekelijk is. Maar net als ik er lekker inzit wordt het plotseling weggedraaid. Het begin van Beat 2, Flying Colours, doet wat kosmisch aan, vreemde klanken op een fraaie beat. Zodra er een verandering in het stuk komt lijkt het even of ik wat doelloos aan het zweven ben. Net als ik dat gedacht heb lijkt het wel of ik aan mijn haren wordt beet genomen en men me een dynamische wereld laat zien van alle kleuren van de regenboog. Er zit een heerlijke drive in en het lijkt wel of iemand bezig is met een mooie solo uit een elektrische gitaar te halen. Muziek om een tandje harder te zetten om lekker duizelig te worden. Even is er tijd om adem te halen, waarna de muziek in een niet te houden drive werden gaat. Qua muziek doet het mij wat denken aan of de muziek van het Zwitserse Yello samen in de blender is geweest met de muziek van het Duitse Tangerine Dream. Vreemd wellicht, maar het geeft wel kleur aan het stuk. World In Arms begint in een sfeer die me aan vroeg in de morgen doet denken. Mooie uitgesponnen klanken met wat vreemde klanken er tussendoor. Heerlijk rustig zodra het tromgeroffel naar de achtergrond is verdwenen lijkt het even of er een denkbeeldig vacuüm is gemaakt. Totdat er na ongeveer vijf minuten een stuwende beat erbij komt. Een voorbode van een stuk muziek waarop het lijkt of je kan vliegen. Een stuk muziek in de beste traditie van de Berlijnse School het had qua structuur duidelijk naast een stuk muziek van Tangerine Dream kunnen hebben gelegen. De drive die er in zit is om te zoenen.
Talking Sequences begint wat zenuwachtig. Het doet wat denken aan een vlieg die rond een glas frisdrank aan vliegen is. Toch komt er naarmate het stuk verder gaat een beter verhaal in het stuk. Het wordt zelfs wat dansbaar en vrolijk. Het zou met wat airplay best wel kunnen uitgroeien tot een hitje. Voor nu een mooi up tempo nummer om de dagelijkse stress even te doen vergeten. Aan het einde van het stuk zijn nog wat geluiden te horen die me in Zuid Amerika doen belanden, met daaronder een aanstekelijke beat die het tikken van deze tekst wat bemoeilijkt. Kortom: een heerlijk vrolijk stuk elektronische muziek. Beat 5, Interval, doet me afhankelijk even aan House denken, maar eenmaal opgang doet het mij wat denken aan een lopende band waar mensen spullen aan het inpakken zijn. Tijdens het stuk gaat het ritme langzaam stukje bij beetje omhoog om vervolgens in iets vrolijks uit te monden. De stress wordt verruild voor een prettig feestje lijkt het wel. Erg genietbaar en ook hierop is het lastig om stil op te zitten. Even is er wat rust te horen, waardoor het lijkt in een spannende film te zijn terecht gekomen, waarna de aanstekelijke beat terugkomt met alle gevolgen van dien. Het thema interval is in ieder geval goed uitgewerkt. Wat rust en dan vervolgens mee te worden gezogen in een bad van aanstekelijke ritmes. Wat is muziek luisteren toch een straf. Een tikje experimenteel is het begin van Beat 6, Triple Sequence, maar zodra dat achter de rug is volgt er wederom een heerlijk ritme waar de Nederlander Bas Broekhuis voor verantwoordelijk is. De verassing van dit album waar ik het in het begin over had. Hij verstaat zijn vaak goed. Gaande het stuk zijn de heren Keller en Schönwälder druk doende met de elektronica terwijl Broekhuis het stuk van een heerlijk ritme voorziet. Even lijken de heren vast te zitten in een cirkel, en net als ik dat gedacht heb volgt er een verandering. Waarna ongeveer hetzelfde gebeurt. Het doet me daardoor denken aan een vlak landschap waar dan ineens een berg staat. Over de hele linie gesproken moet ik wel concluderen dat het niet het beste is wat ik gehoord heb, er had meer ingezeten. De statige tonen waarmee Beat 7, Rush Hour, begint maken veel goed. Qua structuur doet het mij aan Tangerine Dream denken. Wat later volgt muziek die prima onder een mooie documentaire over de natuur kan worden gezet in eerste instantie, maar dat gedacht hebbende volgt er iets wat me aan industrie doet denken. Een mooie tegenstelling in één compositie. En of dat nog niet compleet is volgt er nog iets wat me aan een mars doet denken, maar dan wat hipper en niet het strakke wat in het leger verplicht is. En ook hier geld stil zitten is een hele opgave door het aanstekelijk ritme gebruik. Naast het ritme valt ook op dat de verdere orkestratie van deze track met de nodige liefde is gemaakt. Muziek om high van te worden. Heerlijke elektronische muziek waarvan het enthousiasme van uit de boxen straalt. En dan is daar dan toch eigenlijk veel te vroeg de laatste track van dit album Beat 8, Extra Beat, wat niet op elke versie van dit album aanwezig is, brengt me langzaam terug in de "normale" wereld, of toch niet? Ook hier zit een meer dan prettige beat in wat me wat doet denken aan een gezellig feest op het strand terwijl de zon nog even rood opkleurt aan de horizon voordat hij ondergaat.
En daarmee komt er op een mooie wijze een einde aan dit album. Hier en daar zaten wat zaken die minder waren, maar dit werd ruimschots goed gemaakt door met name door de heerlijke drives die de heren voortbrachten. Lekkere elektronische muziek met hier een daar elementen van de Berlijnse School en vreemd genoeg een vleugje Yello, maar bovenal met een duidelijke eigen smoel. De twee cd's vlogen voorbij of het er één was.
Keller & Schönwälder - Sakrale Töne (1997)

3,5
0
geplaatst: 6 april 2009, 22:14 uur
Aan de buitenkant vertelt dit album al een verhaal. Jaren waren kerkgebouwen de hoogste bouwwerken van de stad, maar die tijd is nu echt voorbij. Wolkenkrabbers sieren nu de skyline, waardoor kerken min of meer tot de middenhoge gebouwen horen. Ja en dan de titel Sakrale Töne het roept een beeld op van mijn Rooms Katholieke opvoeding.
Maar goed het gaat om de muziek, deze is grotendeels opgenomen in de Markus Kirche te Gladbeck op 11 januari 1997. Alleen de tracks 1, 3 en 6 zijn opgenomen in de studio. Zodra de heren zijn aangekondigd volgt er muziek de me gelijk laat voelen hoe hoog een kerkgebouw van binnen is. Een plafond witten op een keukentrapje is er niet bij. Als er later een goed ritme bijkomt hoor ik tussendoor een koor zingen. Nadat de compositie verder gaat merk ik dat er maar weinig verandering in zit. Het doet daar door denken aan iemand die hetzelfde stukje aan het filmen is. Als het rime wegvalt blijven er vrolijke tonen over op een bed van lage klanken. Aan het eind is een mooi koor uit de electronica winkel te horen. En Mystisches Ende begint klanken die me doen denken aan het betreden van een grote kerk. Het koor is nog wat aan het oefenen en de muzikanten proberen de instrumenten uit. Het geeft een mooi sfeer beeld op iets wat nog te wachten staat. Het einde ervan doet in ieder geval statig aan met orgelklanken onder andere.
Under the Blue Moon Part Two begint erg zacht met wat zang en lang aangehouden tonen. Al snel komt er een speels loopje bij wat zichzelf herhaald. Hierdoor krijg ik het gevoel of ik een beetje aan het zweven ben. Zodra de muziek wat stiller wordt heb ik het idee dat ik in een kelder ben van een kathedraal waar de geschiedenis valt te lezen van het gebouw en waar de pilaren in de grond verdwijnen.
Zugabe mit Orgel ... begint wederom erg statig en de organist begint wat droevige muziek te spelen. Wel probeert hij iets vrolijks uit, maar komt er snel achter dat dit het niet is. Wat volgt is gewijde muziek die me doen denken aan het begin van een belangrijke mis. De kist met de overledene wordt binnengebracht en wordt voor het altaar gezet. De priester spreekt wat gebeden uit en zegent de kist met wierrook, waarna de verdere mis volgt. Vrolijk is het niet. Toch wordt duidelijk dat de persoon in de kist een goed leven heeft gehad.
... Und ein Ende mit Sequenzen laat me horen dat de overledenen een stabiel persoon was en zijn dagen bewust vulde. Als het orgel klinkt roept dit een bijzonder beeld op en even lijkt het of zijn stem even is te horen. Eenmaal thuis wordt een fotoboek gepakt waarin foto's staan uit India en zo komt aan een droeve dag toch nog een vrolijk eind. Far from India Part Two doet mij wat denken of ik in een trein zit die door een ruim Aziatisch landschap heen gaat. Mooie beelden en vanuit westers perspectief vreemde levenstijlen. Hiermee komt er wel een vreemd einde aan een album wat toch behoorlijk ingetogen was in het begin. Ja, het leven gaat door en op vakantie gaan hoort erbij.
Maar goed het gaat om de muziek, deze is grotendeels opgenomen in de Markus Kirche te Gladbeck op 11 januari 1997. Alleen de tracks 1, 3 en 6 zijn opgenomen in de studio. Zodra de heren zijn aangekondigd volgt er muziek de me gelijk laat voelen hoe hoog een kerkgebouw van binnen is. Een plafond witten op een keukentrapje is er niet bij. Als er later een goed ritme bijkomt hoor ik tussendoor een koor zingen. Nadat de compositie verder gaat merk ik dat er maar weinig verandering in zit. Het doet daar door denken aan iemand die hetzelfde stukje aan het filmen is. Als het rime wegvalt blijven er vrolijke tonen over op een bed van lage klanken. Aan het eind is een mooi koor uit de electronica winkel te horen. En Mystisches Ende begint klanken die me doen denken aan het betreden van een grote kerk. Het koor is nog wat aan het oefenen en de muzikanten proberen de instrumenten uit. Het geeft een mooi sfeer beeld op iets wat nog te wachten staat. Het einde ervan doet in ieder geval statig aan met orgelklanken onder andere.
Under the Blue Moon Part Two begint erg zacht met wat zang en lang aangehouden tonen. Al snel komt er een speels loopje bij wat zichzelf herhaald. Hierdoor krijg ik het gevoel of ik een beetje aan het zweven ben. Zodra de muziek wat stiller wordt heb ik het idee dat ik in een kelder ben van een kathedraal waar de geschiedenis valt te lezen van het gebouw en waar de pilaren in de grond verdwijnen.
Zugabe mit Orgel ... begint wederom erg statig en de organist begint wat droevige muziek te spelen. Wel probeert hij iets vrolijks uit, maar komt er snel achter dat dit het niet is. Wat volgt is gewijde muziek die me doen denken aan het begin van een belangrijke mis. De kist met de overledene wordt binnengebracht en wordt voor het altaar gezet. De priester spreekt wat gebeden uit en zegent de kist met wierrook, waarna de verdere mis volgt. Vrolijk is het niet. Toch wordt duidelijk dat de persoon in de kist een goed leven heeft gehad.
... Und ein Ende mit Sequenzen laat me horen dat de overledenen een stabiel persoon was en zijn dagen bewust vulde. Als het orgel klinkt roept dit een bijzonder beeld op en even lijkt het of zijn stem even is te horen. Eenmaal thuis wordt een fotoboek gepakt waarin foto's staan uit India en zo komt aan een droeve dag toch nog een vrolijk eind. Far from India Part Two doet mij wat denken of ik in een trein zit die door een ruim Aziatisch landschap heen gaat. Mooie beelden en vanuit westers perspectief vreemde levenstijlen. Hiermee komt er wel een vreemd einde aan een album wat toch behoorlijk ingetogen was in het begin. Ja, het leven gaat door en op vakantie gaan hoort erbij.
Keller & Schönwälder - The Reason Why... Part Two (2001)

4,0
0
geplaatst: 26 mei 2009, 21:27 uur
Hetgeen als eerste opvalt bij dit album is de bijna gehele blauwe doos waar de cd in zit. Daarnaast valt op dat er geen boekje bij zit. Wel is te lezen dat de muziek die hierop is te horen is opgenomen tijdens concerten in de periode van 1997 tot en met 2000.
En na deze ietwat vreemde kennismaking is het tijd voor de muziek van de heren Detlef Keller en Mario Schönwälder. Met hele subtiele geluiden begint Da Capo. Het doet me wat denken een kathedraal binnen te lopen waar twee mensen bezig zijn met voorzichtig muziek te maken. Gaande weg komt er wat bij en het knappe is dat de heren de spannig er lang in weten te houden. Het is wat herhalend maar niet in de vervelende zin. Zodra er een piano is te horen lijkt het wel of de zon begint te schijnen in een sfeer die mij Zuid Europees overkomt. Langzaam komt er wat bij of valt er iets weg op een heerlijk ritme waardoor het lijkt of de heren je op een prettige reis trakteren. Aan het einde lijkt het wel of het verkeer maar door lijkt te gaan terwijl jezelf je stek al hebt ingenomen en geniet van een lekker drankje of hapje.
Alleen een titel als Tanz der Elfen roept al een sprookjesachtige sfeer op. Zodra het stuk begint wordt deze gedachtengang bevestigd. Vrolijke geluiden op zware bassen verbeelden de elfen. Hun dans begint eenvoudig en lichtvoetig volgens een vast patroon. Na verloop van tijd volgt een meer klassieke sfeer, terwijl de elfjes nog even door gaan met hun eenvoudige dans. De makelijke pasjes worden veruild door een strake choreografie waardoor er meer sprake is van ballet dan van een vrolijke huppel. De muziek klinkt mooi wijds of het daarmee aangeeft dat de elfen het hele podium moeten gebruiken om een goede uitvoering neer te zetten richting het publiek. Het einde is mooi statig.
Met heerlijk laag begint Chill Out en al snel krijg ik het gevoel of ik wegdrijf van de materie. Als het laag minder wordt krijg ik steeds meer het gevoel dat een term als zwaartekracht nog ergens in een pen verstopt zit. Omringt door mooie zaken uit het universum vloeit de aardse stress uit mijn lijf waardoor ik helemaal tot mezelf kom. Langzaam wordt er naar een andere sfeer toegewerkt, maar wat blijft is de rust. Subtiel en met veel rust in mijn donder kom ik terug de dampkring in waar het lijkt of ik uit een prettige droom ontwaak.
Door dit alles mis ik het boekje niet echt en kan enkel concluderen dat de heren prima muziek hebben afgeleverd om alle het aardse zaken min of meer te doen vergeten. Daarbij is de productie dik in orde.
En na deze ietwat vreemde kennismaking is het tijd voor de muziek van de heren Detlef Keller en Mario Schönwälder. Met hele subtiele geluiden begint Da Capo. Het doet me wat denken een kathedraal binnen te lopen waar twee mensen bezig zijn met voorzichtig muziek te maken. Gaande weg komt er wat bij en het knappe is dat de heren de spannig er lang in weten te houden. Het is wat herhalend maar niet in de vervelende zin. Zodra er een piano is te horen lijkt het wel of de zon begint te schijnen in een sfeer die mij Zuid Europees overkomt. Langzaam komt er wat bij of valt er iets weg op een heerlijk ritme waardoor het lijkt of de heren je op een prettige reis trakteren. Aan het einde lijkt het wel of het verkeer maar door lijkt te gaan terwijl jezelf je stek al hebt ingenomen en geniet van een lekker drankje of hapje.
Alleen een titel als Tanz der Elfen roept al een sprookjesachtige sfeer op. Zodra het stuk begint wordt deze gedachtengang bevestigd. Vrolijke geluiden op zware bassen verbeelden de elfen. Hun dans begint eenvoudig en lichtvoetig volgens een vast patroon. Na verloop van tijd volgt een meer klassieke sfeer, terwijl de elfjes nog even door gaan met hun eenvoudige dans. De makelijke pasjes worden veruild door een strake choreografie waardoor er meer sprake is van ballet dan van een vrolijke huppel. De muziek klinkt mooi wijds of het daarmee aangeeft dat de elfen het hele podium moeten gebruiken om een goede uitvoering neer te zetten richting het publiek. Het einde is mooi statig.
Met heerlijk laag begint Chill Out en al snel krijg ik het gevoel of ik wegdrijf van de materie. Als het laag minder wordt krijg ik steeds meer het gevoel dat een term als zwaartekracht nog ergens in een pen verstopt zit. Omringt door mooie zaken uit het universum vloeit de aardse stress uit mijn lijf waardoor ik helemaal tot mezelf kom. Langzaam wordt er naar een andere sfeer toegewerkt, maar wat blijft is de rust. Subtiel en met veel rust in mijn donder kom ik terug de dampkring in waar het lijkt of ik uit een prettige droom ontwaak.
Door dit alles mis ik het boekje niet echt en kan enkel concluderen dat de heren prima muziek hebben afgeleverd om alle het aardse zaken min of meer te doen vergeten. Daarbij is de productie dik in orde.
Kevin Braheny - Galaxies (1988)

4,0
0
geplaatst: 28 april 2009, 00:37 uur
Binnen de electronische muziek zijn er veel albums die over de andere zijde van de dampkring gaan. Veel ruimte dus en de blauwe bol zien waar ergens je huis staat. Het blijft een thema wat om de zoveel tijd terug komt binnen de electronische muziek. Niet dat dat erg is maar het is wel een feit.
Ja, en daar doet Kevin Braheny een schepje bovenop. Alleen de hoes is al om door een ringetje te halen. En dan even kort wie Kevin Braheny is. Hij zat toen hij 4 was al achter de piano en begon met componeren vanaf zijn zevende levensjaar. Op zijn elfde begon hij met fluit spelen en in zijn tienertijd speelde hij in diverse jazz, funk, rock, big bands en klassieke enembles. Een man dus die van vele markten thuis is.
En dan de muziek op dit album. Het is heerlijke rustige muziek, die zonder een verdovende drug me al aan de andere zijde van dampkring brengt. Uit fraaie lange lijnen bestaat de openingstrack Galaxie Main Theme. Als dit later wat uitgroeit in iets wat een tikje bombastisch overkomt doet het wat denken aan een tune voor de NASA. Ja en daarmee is al duidelijk de toon gezet. In gedachte ben ik in een sciencfiction film beland die over de mooie gebieden van de ruimte gaat. De camera zoomt in op zaken die lichtjaren ver van ons afstaan en het is fascinerend wat voor beelden ik krijg te zien.
En zo krijgen zaken die nutteloos lijken ineens een functie. Kleine deeltjes groeien langzaam maar zeker uit tot planeten En een ster vervult een centrale rol en zal later door het leven gaan met de naam Zon. Hiermee wordt goed duidelijk dat de kleinste deeltjes nodig zijn om een groot bestaan te realiseren. Een onderwerp wat als een golfbeweging te horen is op dit album. Hier en daar met wat spanning, maar wat overheerst is de ruimte die door muziek en klanken naar voren wordt gebracht.
Als het album dan na een klein uur stopt heb ik dan ook het gevoel dat het verhaal nog niet uit is en dat er nog veel valt te ontdekken. Daarmee, voor mij althans, een prima album om te draaien om van mijn stress af te raken. Voor mijn gevoel is Kevin Braheny er dan ook prima in geslaagd om me een mooie voorstelling van het universum te geven.
Ja, en daar doet Kevin Braheny een schepje bovenop. Alleen de hoes is al om door een ringetje te halen. En dan even kort wie Kevin Braheny is. Hij zat toen hij 4 was al achter de piano en begon met componeren vanaf zijn zevende levensjaar. Op zijn elfde begon hij met fluit spelen en in zijn tienertijd speelde hij in diverse jazz, funk, rock, big bands en klassieke enembles. Een man dus die van vele markten thuis is.
En dan de muziek op dit album. Het is heerlijke rustige muziek, die zonder een verdovende drug me al aan de andere zijde van dampkring brengt. Uit fraaie lange lijnen bestaat de openingstrack Galaxie Main Theme. Als dit later wat uitgroeit in iets wat een tikje bombastisch overkomt doet het wat denken aan een tune voor de NASA. Ja en daarmee is al duidelijk de toon gezet. In gedachte ben ik in een sciencfiction film beland die over de mooie gebieden van de ruimte gaat. De camera zoomt in op zaken die lichtjaren ver van ons afstaan en het is fascinerend wat voor beelden ik krijg te zien.
En zo krijgen zaken die nutteloos lijken ineens een functie. Kleine deeltjes groeien langzaam maar zeker uit tot planeten En een ster vervult een centrale rol en zal later door het leven gaan met de naam Zon. Hiermee wordt goed duidelijk dat de kleinste deeltjes nodig zijn om een groot bestaan te realiseren. Een onderwerp wat als een golfbeweging te horen is op dit album. Hier en daar met wat spanning, maar wat overheerst is de ruimte die door muziek en klanken naar voren wordt gebracht.
Als het album dan na een klein uur stopt heb ik dan ook het gevoel dat het verhaal nog niet uit is en dat er nog veel valt te ontdekken. Daarmee, voor mij althans, een prima album om te draaien om van mijn stress af te raken. Voor mijn gevoel is Kevin Braheny er dan ook prima in geslaagd om me een mooie voorstelling van het universum te geven.
Kistenmacher / Grosskopf - Characters (1991)

4,0
0
geplaatst: 7 maart 2009, 22:44 uur
Het kunnen interesante platen zijn als twee artiesten met elkaar gaan samenwerken die uit een andere generatie komen. Harald Grosskopf is voor mij iemand die duidelijk uit de eerste generatie komt van Duitse muzikanten die de electronische muziek groot hebben gemaakt. Hij drumde onder andere bij Ash Ra Tempel en is later betrokken geweest op albums van Klaus Schulze. Bernd Kistenmacher behoord voor mij tot de derde of wellicht vierde generatie. Hij begon met muziek maken in de jaren tachtig van de vorige eeuw.
Op dit Characters uit 1991 komen de twee elkaar tegen en is het dus de vraag of beide neuzen dezelfde kant op staan of dat de situatie zo is als op het embleem op de hoes. Below Landing Path is een mooie combinatie van de stijlen van de beide heren. Het typische en heerlijke drumspel van Grosskopf en de manier met toetsen om gaan van Kistenmacher. Hierdoor is er een vrolijke compositie ontstaan die bij min 20 bijvoorbeeld nog een zomers gevoel naar boven weet te krijgen. Letter for Caroline begint niet echt lekker. Het doet wat zenuwachtig aan wat dan wel mooi verbeeld de positieve spanning als je een brief aan je lief schrijft. De typische drums van Grosskopf versterken deze sfeer erg goed.
Beautiful Moments is dan ook een mooi rustpunt. Kosmische klanken komen behoedzaam uit de luidsprekers. Ook de drums van Grosskopf zijn gedeisd. Langzaam wordt deze sfeer opengetrokken, waardoor het lijkt of ik vlieg over een mooi gebied. Alles ziet er anders uit dan je op de grond gewend bent. Echte mooie momenten dus. Four Four on the Floor begint ook kosmisch. In gedachte zit ik tussen de Aarde en Mars in. Na enige tijd komt er langzaam leven in de brouwerij, waardoor het idee ontsaat om heel veel te gaan ondernemen. Ideeën vliegen door het hoofd en bijna wordt je zenuwachtig van jezelf.
Timpany Impressions begint met wat slagen op pauken, waarna een geheimzinnig sfeertje volgt. Het houdt mij althans aan de luidsprekers gekluisterd. De paukslagen zijn erg goed om de stereo uit te testen. Tussen de slagen door zijn subtiele klanken te horen uit de synthesizers. Het is daardoor echt zo'n track om alle lampen in huis uit de doen om nog meer te huiveren van de mooie spanningsboog die er op te horen is.
Al keken de heren een andere kant op zoals op het embleem op de hoes is te zien. De muziek op dit album is een mooie symbiose geworden van de verschillende stijlen van de heren. Daarnaast is de productie goed waardoor het leek of de heren even bij mij thuis waren.
Op dit Characters uit 1991 komen de twee elkaar tegen en is het dus de vraag of beide neuzen dezelfde kant op staan of dat de situatie zo is als op het embleem op de hoes. Below Landing Path is een mooie combinatie van de stijlen van de beide heren. Het typische en heerlijke drumspel van Grosskopf en de manier met toetsen om gaan van Kistenmacher. Hierdoor is er een vrolijke compositie ontstaan die bij min 20 bijvoorbeeld nog een zomers gevoel naar boven weet te krijgen. Letter for Caroline begint niet echt lekker. Het doet wat zenuwachtig aan wat dan wel mooi verbeeld de positieve spanning als je een brief aan je lief schrijft. De typische drums van Grosskopf versterken deze sfeer erg goed.
Beautiful Moments is dan ook een mooi rustpunt. Kosmische klanken komen behoedzaam uit de luidsprekers. Ook de drums van Grosskopf zijn gedeisd. Langzaam wordt deze sfeer opengetrokken, waardoor het lijkt of ik vlieg over een mooi gebied. Alles ziet er anders uit dan je op de grond gewend bent. Echte mooie momenten dus. Four Four on the Floor begint ook kosmisch. In gedachte zit ik tussen de Aarde en Mars in. Na enige tijd komt er langzaam leven in de brouwerij, waardoor het idee ontsaat om heel veel te gaan ondernemen. Ideeën vliegen door het hoofd en bijna wordt je zenuwachtig van jezelf.
Timpany Impressions begint met wat slagen op pauken, waarna een geheimzinnig sfeertje volgt. Het houdt mij althans aan de luidsprekers gekluisterd. De paukslagen zijn erg goed om de stereo uit te testen. Tussen de slagen door zijn subtiele klanken te horen uit de synthesizers. Het is daardoor echt zo'n track om alle lampen in huis uit de doen om nog meer te huiveren van de mooie spanningsboog die er op te horen is.
Al keken de heren een andere kant op zoals op het embleem op de hoes is te zien. De muziek op dit album is een mooie symbiose geworden van de verschillende stijlen van de heren. Daarnaast is de productie goed waardoor het leek of de heren even bij mij thuis waren.
Kitaro - Oasis (1979)

4,0
0
geplaatst: 6 maart 2008, 21:38 uur
Ja, Kitaro, hij wordt vaak in één adem genoemd met Vangelis of Klaus Schulze, maar dan uit Japan. Die vergelijking gaat voor mij niet helemaal op. Het is welliswaar muziek op electronische basis, maar daar houdt iedere vergelijking wel op. Wel moet ik opmerken dat Schulze en Kitaro elkaar wel personelijk kennen.
Het album Oasis was mijn kennismaking met deze man uit Japan. Op dit album met vooral rustige muziek is goed te horen dat Kitaro wel zo'n beetje weet wat uit electronica is te halen. Rustige ietwat steriele klanken vullen mijn kamer. Bij mij komt althans de vraag op is dit nu elektronische muziek of is hier sprake van New Age middels electronica? Een moeilijke vraag voor mij alleen en echt eentje voor hier op de meter.
Laat ik daarom maar eerlijk zijn, alhoewel ik hoor dat dit met veel liefde is opgenomen, kan ik er op eerste gehoor niet zoveel mee. Nu ik dit album zo vaak heb gedraaid begint er langzaam een filmpje in mijn hoofd te ontstaan. Hoe dit vorm moet gaan krijgen is nog onbekend, maar het tenminste iets. De eerste vijf tracks zijn als een rustgevend schilderij voor mij, waarop nog steeds iets nieuws te zien is.
Kant B begint heel rustig met een riedeltje wat zichzelf steeds herhaald. Hierdoor raak ik een beetje van deze wereld. Of is het zo dat ik de Oosterse wijsheid begin te voelen. Op het geluid van golven start de volgende track. Ruimtelijk klinkende snaarinstrumenten zetten iets in gang, waardoor het verlangen groeit om je uit de stress van alle dag te trekken. Heerlijk de natuur in. Met het licht bonzen van het hart wordt deze stap gezet en de geuren der natuur vullen weldra de neusgatten. Het jammere hierbij is dat er een zeurderig themaatje is te horen. Het wonderbaarlijke van dit thema is dat het op een ander instrument iets gemoedeliks uitstraalt. Deze goede lijn wordt doorgetroken in het oosterlijk klinkende Innocent People. Heerlijk wegdrijven op het geluid van een snareninstrument op een bedje van elektronica. En dan tot slot, dan toch een oase van rust. Ideale muziek om even de gedachten op te ordenen.
Op zich een prima album, alleen mijn advies niet te veel draaien, omdat ik het gevoel heb dat dit album op den duur kan gaan vervelen.
Het album Oasis was mijn kennismaking met deze man uit Japan. Op dit album met vooral rustige muziek is goed te horen dat Kitaro wel zo'n beetje weet wat uit electronica is te halen. Rustige ietwat steriele klanken vullen mijn kamer. Bij mij komt althans de vraag op is dit nu elektronische muziek of is hier sprake van New Age middels electronica? Een moeilijke vraag voor mij alleen en echt eentje voor hier op de meter.
Laat ik daarom maar eerlijk zijn, alhoewel ik hoor dat dit met veel liefde is opgenomen, kan ik er op eerste gehoor niet zoveel mee. Nu ik dit album zo vaak heb gedraaid begint er langzaam een filmpje in mijn hoofd te ontstaan. Hoe dit vorm moet gaan krijgen is nog onbekend, maar het tenminste iets. De eerste vijf tracks zijn als een rustgevend schilderij voor mij, waarop nog steeds iets nieuws te zien is.
Kant B begint heel rustig met een riedeltje wat zichzelf steeds herhaald. Hierdoor raak ik een beetje van deze wereld. Of is het zo dat ik de Oosterse wijsheid begin te voelen. Op het geluid van golven start de volgende track. Ruimtelijk klinkende snaarinstrumenten zetten iets in gang, waardoor het verlangen groeit om je uit de stress van alle dag te trekken. Heerlijk de natuur in. Met het licht bonzen van het hart wordt deze stap gezet en de geuren der natuur vullen weldra de neusgatten. Het jammere hierbij is dat er een zeurderig themaatje is te horen. Het wonderbaarlijke van dit thema is dat het op een ander instrument iets gemoedeliks uitstraalt. Deze goede lijn wordt doorgetroken in het oosterlijk klinkende Innocent People. Heerlijk wegdrijven op het geluid van een snareninstrument op een bedje van elektronica. En dan tot slot, dan toch een oase van rust. Ideale muziek om even de gedachten op te ordenen.
Op zich een prima album, alleen mijn advies niet te veel draaien, omdat ik het gevoel heb dat dit album op den duur kan gaan vervelen.
Kitaro - Silver Cloud (1983)

4,0
0
geplaatst: 6 maart 2008, 22:59 uur
Dit album van Kitaro lijkt wel gemaakt om op de late avond te draaien. De tv uit even het bakje waar de pinda's in hebben gezeten naar de keuken brengen en dan nog even de agenda doornemen wat er morgen op het programma staat. Zo komt dit album van deze Japanner bij mij over. Tot slot nog de schoenen uit om vervolgens in een sfeer tussen waak en slaap te geraken.
In deze sfeer brengt Kitaro me na alle mogelijke plaatsen waar het heerlijk is om te wachten. Vergelijk het maar gerust met het zitten in een restaurant. Je hebt net de bestelling doorgegeven aan de ober en nipt wat aan je drankje. Bij dit drankje krijg je wat van het huis en samen met je lief ontstaat een gevoel: Dit gaat een prima avond worden. De achtergrondmuziek is niet te opdringerig en terwijl de kok zich in het zweet werkt is het genieten geblazen.
Na een tijdje komt de ober terug met de eerste gang. Het bord eten ziet er goed uit, het is echt een plaatje waar je eigenlijk niet aan wil komen, maar je maag is aan het rammelen van de honger. De eerste hap is dan toch binnen. In het begn is daar het gevoel: dit is wel erg lekker, maar echt hangen doet het niet.
De volgende dag ruim je je broekzaken op en je komt de rekening van het restaurant tegen, hierdoor komt de goede sfeer van gisteravond helemaal terug en daarmee ook van het eten. Zo zit dit album voor mij gevoelsmatig in elkaar. In het begin denk je "wel erg rustige muziek waarin niets gebeurd," maar bij betere beluistering toch heerlijke muziek om op bij te komen.
In deze sfeer brengt Kitaro me na alle mogelijke plaatsen waar het heerlijk is om te wachten. Vergelijk het maar gerust met het zitten in een restaurant. Je hebt net de bestelling doorgegeven aan de ober en nipt wat aan je drankje. Bij dit drankje krijg je wat van het huis en samen met je lief ontstaat een gevoel: Dit gaat een prima avond worden. De achtergrondmuziek is niet te opdringerig en terwijl de kok zich in het zweet werkt is het genieten geblazen.
Na een tijdje komt de ober terug met de eerste gang. Het bord eten ziet er goed uit, het is echt een plaatje waar je eigenlijk niet aan wil komen, maar je maag is aan het rammelen van de honger. De eerste hap is dan toch binnen. In het begn is daar het gevoel: dit is wel erg lekker, maar echt hangen doet het niet.
De volgende dag ruim je je broekzaken op en je komt de rekening van het restaurant tegen, hierdoor komt de goede sfeer van gisteravond helemaal terug en daarmee ook van het eten. Zo zit dit album voor mij gevoelsmatig in elkaar. In het begin denk je "wel erg rustige muziek waarin niets gebeurd," maar bij betere beluistering toch heerlijke muziek om op bij te komen.
Kitaro - Tunhuang (1981)
Alternatieve titel: Silk Road III

3,5
0
geplaatst: 9 april 2009, 20:13 uur
Wat ik tot nu toe van Kitaro heb gehoord doet het mij wat denken aan het principe wat Status Quo hanteert in de rockmuziek. Er is een bepaalde sfeer gevonden en daarvan wordt nauwelijks afgeweken. Niet dat dat erg is, maar het is een feit. Volgens mij zond Teleac in de jaren tachtig van de vorige eeuw een serie uit over de Zijde Route waar deze muziek prima bij paste.
Ja, en dan de muziek alleen is prima om op te zetten na een drukke dag. De schoenen onder de bank en de krant opzij en dan vervolgens het knopje om met de gedachte dat er niets meer hoeft. Langzaam doemt met de ogen dicht een beeld op van het Verre Oosten In gedachte wordt daar gewerkt zonder dat daarbij een grammetje stress maar door het lichaam stroomt. Alles vindt plaats in een zekere rust en harmonie die wij in het Westen niet meer kennen. Voordat een kop thee is gezet heeft er een ritueel plaats gevonden waardoor zoiets simpels tot een belevenis wordt verheven.
Door een dergelijke sfeer raak je het gevoel voor tijd kwijt, waardoor het einde van het album een tikje abrupt overkomt en je dus te snel terug bent in het heden. Een mooi album dus dit Tunhuang van Kitaro, maar wel eentje om met beleid mee om te gaan, dan blijf het goed, omdat iets in mijn gevoel zegt dat de composities, hoe mooi dan ook, niet al te sterk zijn.
Ja, en dan de muziek alleen is prima om op te zetten na een drukke dag. De schoenen onder de bank en de krant opzij en dan vervolgens het knopje om met de gedachte dat er niets meer hoeft. Langzaam doemt met de ogen dicht een beeld op van het Verre Oosten In gedachte wordt daar gewerkt zonder dat daarbij een grammetje stress maar door het lichaam stroomt. Alles vindt plaats in een zekere rust en harmonie die wij in het Westen niet meer kennen. Voordat een kop thee is gezet heeft er een ritueel plaats gevonden waardoor zoiets simpels tot een belevenis wordt verheven.
Door een dergelijke sfeer raak je het gevoel voor tijd kwijt, waardoor het einde van het album een tikje abrupt overkomt en je dus te snel terug bent in het heden. Een mooi album dus dit Tunhuang van Kitaro, maar wel eentje om met beleid mee om te gaan, dan blijf het goed, omdat iets in mijn gevoel zegt dat de composities, hoe mooi dan ook, niet al te sterk zijn.
Klaus Schulze - ...Live... (1980)

4,5
0
geplaatst: 16 april 2010, 21:31 uur
Een concert van Klaus Schulze is een bijzondere gebeurtenis kwam ik in Keulen achter. De beste man maakt een verlegen knik richting publiek en neemt vervolgens plaats achter zijn synthesizers die als het ware een modern orkest vormen. Tegenwoordig zit Schulze op een kruk achter zijn imposante installatie, maar in de jaren zeventig van de vorige zat de meester op een hoogpolige tapijt op de grond achter iets wat het midden houdt tussen een telefooncentrale en nogal wat keyboards, in die dagen erg modern. En bij het kijken van dergelijke foto’s anno nu kan ik slecht concluderen dat het er nog steeds imposant uit ziet.
En dan het album Live wat een verslag is van concerten die Klaus Schulze tussen 1976 en 1979 gaf in de plaatsen Amsterdam, Berlijn en Parijs. In de informatie bij dit album schrijft hij dat het zijn laatste concerten zijn en dat we in het vervolg zijn muziek alleen op geluidsdragers kunnen volgen. Dit gegeven is inmiddels door de tijd ingehaald, want hierna zijn nog wat live albums van de beste man verschenen. Maar voor de maatstaven die in 1980 golden zou dit album vast een bijzonderheid zijn geweest. Ja, en dan ten slotte op deze inleiding kan ik slechts concluderen dat de informatie en vormgeving van de heruitgave op cd meer dan in orde is.
En dan na dit verhaal de muziek die door het voorgaande iets historisch heeft gekregen. De lampen dimmen en voor mij zie ik in gedachte een man die live bezig is met muziek vernieuwing. Na het welkomstapplaus zijn daar de eerste subtiele tonen muziek te horen. Toch heb ik snel het idee dat de Schulze me meeneemt op een boeiende reis. Zaken worden mooi opgebouwd en afgebouwd terwijl het subtiel stuwende ritme de vaart er inhoudt. De eerste paar minuten van de track Bellistique zijn dan ook erg lekker om na te luisteren. Na verloop van tijd gooit Schulze er een verandering in waardoor ik bij de les wordt gehouden. Ook al is de muziek een tikje zenuwachtig van aard, het is mooi om te horen hoe Schulze de zaak onder controle weet te houden. Voor mijn gevoel jakker ik over een autosnelweg. Even denk ik er gaat wat fout, maar dit is een inleiding naar een wat rustiger deel in het stuk. Het geeft me een gevoel alles van grootte hoogte te overzien. Vlak voor het einde zit de muziek erg tegen de stilte aan waardoor ik het gevoel krijg in ijle lucht te zijn terechtgekomen. Lang van die sfeer kan ik niet genieten, want het lijkt wel of ik een organist hoor die aan het experimenten is met zijn muziekinstrument. Door al die wisselende sferen is de track Bellistique voorbij voordat ik erg in heb. Het einde ervan is haast klassiek te noemen, voor mijn gevoel zit in een zaal waar een Orkerst bezig is met een mooi einde te maken aan een deel uit een symfonie.
De track Sense begint met stemmen die me aan een klooster doen denken vroeg in de morgen. In de verte hoor ik paterstemmen op klanken die aan de branding van de zee doen denken. Het houdt me althans gekluisterd aan de stereo. Langzaam kruipen er geluiden is het stuk die me het gevoel bezorgen aan de andere kant van de dampring te zijn beland. Heel even zijn er geluiden te horen die wat aan onweer doen denken. Toch blijft het stuk in eerste instantie aan de rustige kant, wat voor mij een beeld oproept van een zaal waar gespitste oren zijn te zien. Erg gewaagd dus om dergelijke muziek voor een volle zaal te spelen. Gaandeweg zijn er minimale overgangen te horen, maar wat overheerst is een gevoel van verlatenheid. Geluiden die aan de branding doen denken vormen hier een rode draad. Na ongeveer tien minuten komt er meer leven in de brouwerij. Schulze gooit er heel voorzichtig wat ritme in, waardoor ik wat aan reizen moet denken. Verder doet het mij denken aan een trein die door een wijds landschap gaat waar het nodige is te zijn. De drums van Harrald Grosskopf versterken dit gevoel nog eens. Met de ogen dicht zie ik de mooiste beelden uit alle hoeken en gaten van de aarde voorbij komen. Door het subtiel stuwende ritme gebruik is stil zitten een lastige opgave en als Schulze er dan nog mooie lijnen doorheen trekt met fraaie tonen uit de elektronicawinkel is het feest compleet. Berlijnse School in de perfecte vorm. Muziek om met de ogen dicht helemaal in trance te raken zonder dat er naar een hulpmiddel als een joint bijvoorbeeld hoeft te worden gegrepen. Halverwege het stuk blijkt dan nog eens dat Grosskopf er een heerlijke aparte drumstijl er op nahoud. Even is er wat rust te horen, maar door de haast bedwelmende tonen heb ik het idee bij een grootte schaal te staan waar rook vanaf komt die me verder doen drijven in vreemde gebieden. Het repeterende ritme versterkt dit gevoel nog eens haarfijn. Daarnaast doet het wat denken aan een moderne variant van de Bolero. Ritme en geluiden uit de synthesizers gaan hier als een goed huwelijk samen. Qua stijl had het prima kunnen passen op het album Moondawn. De heren Schulze en Grosskopf in topvorm dus. Tien minuten voor het eind is er nog wat rust wat me een gevoel bezorgt los van de materie te komen. Even voor het einde zijn daar opnieuw de geluiden die wat aan de branding doen denken en fraaie tonen uit de synthesizers. Even nog een opleving, maar daarna is het vooral een warme sfeer te horen die wat doet denken of een bijzondere film ten einde is. Vroeger vond ik een lesuur van 50 minuten lang op de middelbare school, edoch nu met al het mooie wat voorbij kwam is het wel erg aan de korte kant. Een meer als terecht applaus sluit vervolgens deze track af.
De tweede cd uit deze set begint met de track Heart. Qua wat er uit de luidsprekers doet het inderdaad denken aan dat belangrijke orgaan in de borstkast, maar dan achter een dikke winterjas verscholen. In het begin van de compositie veranderd er niet echt iets wezenlijks, edoch het kloppend geluid van het hart maakt me wel rustig. Vanaf ongeveer de vierde minuut lijkt het wel de dag aan het aanbreken is. De contouren van het landschap worden steeds duidelijker. Ondanks dat het zo tegen de stilte aanzit erg mooi om te horen en het spreekt van lef om zo’n stuk live te brengen. Echt aanbreken wil de dag nog niet en voor mijn gevoel blijf de dauw als een deken boven het landschap hangen. Vanaf de tiende minuut komt er leven in de brouwerij. Vrij orkestrale klanken uit de elektronica komen de kamer in. Het ritme loopt weliswaar wat mankt maar het past er wonderwel bij. Qua tijdsspanne had het uit de periode rondom Dune kunnen komen, waar een draai van schwung is aangegeven. Tijdens het typen van de tekst blijven de verandering komen veelal subtiel, maar ook soms als een verassing. Na verloop krijg ik een gevoel of ik door het werelddeel Zuid Amerika een expeditie aan het maken ben. De fluittoontjes die zijn te horen roepen iets Argentijns op. Hier en daar slingert een aap door het oerwoud, terwijl het strakke ritme wat te horen is de nodige spanning in het stuk houdt. Even lijkt Schulze de weg kwijt te zijn, maar dit is van korte duur. Hij pakt met als het ware weg uit het oerwoud en zet me vervolgens neer op een druk stuk snelweg. Het verkeer dendert voor en al snel kom ik tot de conclusie dat God me wat meer ogen had mogen geven. En net als ik daar aan denk wordt de muziek een stuk rustiger. Voor mijn gevoel zit ik te kijken na een stam die bezig met een rituele dans. Naast het vreemde ritme zijn er mooie ijle klanken te horen uit de synthesizers. Verder roept het een beeld op van ontspannen reizen. De zon doet zijn best, de weg is rustig waardoor de ogen de tijd wordt gegund om van het uitzicht te genieten. Aan het einde wacht nog de ondergaande zon.
Met veel geluiden uit het publiek begint Dymagic, waarna wat metaalachtige klanken volgen op een strak ritme, die me wat doen denken aan zware industrie. Zodra ik het cadans van het ritme heb te pakken, gooit Schulze er wat spannende geluiden in. En dan is daar ineens de stem van Arthur Brown te horen. In combinatie met het vreemde ritme roept dit een beeld op van een sacraal ritueel. Met mijn ogen dicht heb ik het gevoel dat ik zit in een oosters gebedhuis. Langzaam op het ritme vindt er van alles plaats, waarna er naar een soort climax wordt gewerkt. De stem van Brown wordt indringende, waardoor het lijk of hij bezig is met een donderpreek wat nog eens versterkt wordt door de strenge muziek van Schulze. Tot dat het lijkt of twee katten ten tonele verschijnen. Hierna wordt de muziek behoorlijk heftig en zal het mijn inziens goed kunnen passen bij een documentaire over de beeldenstorm. Hier valt dan ook op wat een dramatiek in de stem van Brown zit. Inmiddels is het ritme behoorlijk broeierig geworden en stil zitten is haast onmogelijk. Als ik de ogen dicht doe zit ik zo in een spannende film waar strijders achter elkaar zitten in godshuis. Op het moment dat ik denk het spannende is nu achter de rug volgt er nog meer huiveringwekende muziek om de rilling van te krijgen. Tegen het einde lijkt het wel of er een strenge God het stuk inkomt die een zeer strenge les in petto heeft. De opzwepende muziek versterken het voorgaande nog eens. Met andere woorden middels moderne middelen wordt een spannend verhaal uit de Middeleeuwen ten beste gegeven. Aan het einde van het stuk lijkt het dan ook alsof er een gebed is te horen voor degene die de strijd niet hebben overleefd. Desolate klanken volgen waarna het verleden wordt begraven. Ja, en dan volg er een terecht applaus.
Op de cd uitgave van dit album staat nog een bonustrack, Le Mans au Premier. Dit stuk begint met een subtiele orkestratie die me wat doen denken of een klassiek orkest begint uit een deel uit een symfonie. Daarnaast roept het ook beelden op uit een ver universum. Na verloop van tijd komt er ietsje meer leven in de brouwerij door een zware bas die het stuk binnenkomt. Zodra deze weg is, is het opnieuw zweven geblazen op een bed aan klanken die lijken te komen uit zacht bespeelde violen. Qua structuur had deze track niet misstaan op het album Dune. Het roept namelijk het beeld op van een bijzondere wereld die alleen in een sciencefiction kan voorkomen. Na ongeveer tien minuten komt er een subtiele verandering in het stuk. Voor mijn gevoel kan ieder moment de titelrol in beeld verschijnen om een bijzondere film tot een goed einde te brengen. Nog even worden er bijzondere beelden op het witte doek geprojecteerd waar zwaar materieel is op te zien die van een ruimtemissie terugkomen. De bemanning daarvan worden als helden binnengehaald, waarna een statig eind volgt.
Ja, en dan is daar ineens de stilte een teken dat het album Live van Klaus Schulze ten einde is, en dat de mensen in Amsterdam, Berlijn en Parijs destijds na iets moois hebben kunnen luisteren. Heerlijk muziek van Schulze nog vooral in de jaren zeventig stijl van de vorige eeuw.
En dan het album Live wat een verslag is van concerten die Klaus Schulze tussen 1976 en 1979 gaf in de plaatsen Amsterdam, Berlijn en Parijs. In de informatie bij dit album schrijft hij dat het zijn laatste concerten zijn en dat we in het vervolg zijn muziek alleen op geluidsdragers kunnen volgen. Dit gegeven is inmiddels door de tijd ingehaald, want hierna zijn nog wat live albums van de beste man verschenen. Maar voor de maatstaven die in 1980 golden zou dit album vast een bijzonderheid zijn geweest. Ja, en dan ten slotte op deze inleiding kan ik slechts concluderen dat de informatie en vormgeving van de heruitgave op cd meer dan in orde is.
En dan na dit verhaal de muziek die door het voorgaande iets historisch heeft gekregen. De lampen dimmen en voor mij zie ik in gedachte een man die live bezig is met muziek vernieuwing. Na het welkomstapplaus zijn daar de eerste subtiele tonen muziek te horen. Toch heb ik snel het idee dat de Schulze me meeneemt op een boeiende reis. Zaken worden mooi opgebouwd en afgebouwd terwijl het subtiel stuwende ritme de vaart er inhoudt. De eerste paar minuten van de track Bellistique zijn dan ook erg lekker om na te luisteren. Na verloop van tijd gooit Schulze er een verandering in waardoor ik bij de les wordt gehouden. Ook al is de muziek een tikje zenuwachtig van aard, het is mooi om te horen hoe Schulze de zaak onder controle weet te houden. Voor mijn gevoel jakker ik over een autosnelweg. Even denk ik er gaat wat fout, maar dit is een inleiding naar een wat rustiger deel in het stuk. Het geeft me een gevoel alles van grootte hoogte te overzien. Vlak voor het einde zit de muziek erg tegen de stilte aan waardoor ik het gevoel krijg in ijle lucht te zijn terechtgekomen. Lang van die sfeer kan ik niet genieten, want het lijkt wel of ik een organist hoor die aan het experimenten is met zijn muziekinstrument. Door al die wisselende sferen is de track Bellistique voorbij voordat ik erg in heb. Het einde ervan is haast klassiek te noemen, voor mijn gevoel zit in een zaal waar een Orkerst bezig is met een mooi einde te maken aan een deel uit een symfonie.
De track Sense begint met stemmen die me aan een klooster doen denken vroeg in de morgen. In de verte hoor ik paterstemmen op klanken die aan de branding van de zee doen denken. Het houdt me althans gekluisterd aan de stereo. Langzaam kruipen er geluiden is het stuk die me het gevoel bezorgen aan de andere kant van de dampring te zijn beland. Heel even zijn er geluiden te horen die wat aan onweer doen denken. Toch blijft het stuk in eerste instantie aan de rustige kant, wat voor mij een beeld oproept van een zaal waar gespitste oren zijn te zien. Erg gewaagd dus om dergelijke muziek voor een volle zaal te spelen. Gaandeweg zijn er minimale overgangen te horen, maar wat overheerst is een gevoel van verlatenheid. Geluiden die aan de branding doen denken vormen hier een rode draad. Na ongeveer tien minuten komt er meer leven in de brouwerij. Schulze gooit er heel voorzichtig wat ritme in, waardoor ik wat aan reizen moet denken. Verder doet het mij denken aan een trein die door een wijds landschap gaat waar het nodige is te zijn. De drums van Harrald Grosskopf versterken dit gevoel nog eens. Met de ogen dicht zie ik de mooiste beelden uit alle hoeken en gaten van de aarde voorbij komen. Door het subtiel stuwende ritme gebruik is stil zitten een lastige opgave en als Schulze er dan nog mooie lijnen doorheen trekt met fraaie tonen uit de elektronicawinkel is het feest compleet. Berlijnse School in de perfecte vorm. Muziek om met de ogen dicht helemaal in trance te raken zonder dat er naar een hulpmiddel als een joint bijvoorbeeld hoeft te worden gegrepen. Halverwege het stuk blijkt dan nog eens dat Grosskopf er een heerlijke aparte drumstijl er op nahoud. Even is er wat rust te horen, maar door de haast bedwelmende tonen heb ik het idee bij een grootte schaal te staan waar rook vanaf komt die me verder doen drijven in vreemde gebieden. Het repeterende ritme versterkt dit gevoel nog eens haarfijn. Daarnaast doet het wat denken aan een moderne variant van de Bolero. Ritme en geluiden uit de synthesizers gaan hier als een goed huwelijk samen. Qua stijl had het prima kunnen passen op het album Moondawn. De heren Schulze en Grosskopf in topvorm dus. Tien minuten voor het eind is er nog wat rust wat me een gevoel bezorgt los van de materie te komen. Even voor het einde zijn daar opnieuw de geluiden die wat aan de branding doen denken en fraaie tonen uit de synthesizers. Even nog een opleving, maar daarna is het vooral een warme sfeer te horen die wat doet denken of een bijzondere film ten einde is. Vroeger vond ik een lesuur van 50 minuten lang op de middelbare school, edoch nu met al het mooie wat voorbij kwam is het wel erg aan de korte kant. Een meer als terecht applaus sluit vervolgens deze track af.
De tweede cd uit deze set begint met de track Heart. Qua wat er uit de luidsprekers doet het inderdaad denken aan dat belangrijke orgaan in de borstkast, maar dan achter een dikke winterjas verscholen. In het begin van de compositie veranderd er niet echt iets wezenlijks, edoch het kloppend geluid van het hart maakt me wel rustig. Vanaf ongeveer de vierde minuut lijkt het wel de dag aan het aanbreken is. De contouren van het landschap worden steeds duidelijker. Ondanks dat het zo tegen de stilte aanzit erg mooi om te horen en het spreekt van lef om zo’n stuk live te brengen. Echt aanbreken wil de dag nog niet en voor mijn gevoel blijf de dauw als een deken boven het landschap hangen. Vanaf de tiende minuut komt er leven in de brouwerij. Vrij orkestrale klanken uit de elektronica komen de kamer in. Het ritme loopt weliswaar wat mankt maar het past er wonderwel bij. Qua tijdsspanne had het uit de periode rondom Dune kunnen komen, waar een draai van schwung is aangegeven. Tijdens het typen van de tekst blijven de verandering komen veelal subtiel, maar ook soms als een verassing. Na verloop krijg ik een gevoel of ik door het werelddeel Zuid Amerika een expeditie aan het maken ben. De fluittoontjes die zijn te horen roepen iets Argentijns op. Hier en daar slingert een aap door het oerwoud, terwijl het strakke ritme wat te horen is de nodige spanning in het stuk houdt. Even lijkt Schulze de weg kwijt te zijn, maar dit is van korte duur. Hij pakt met als het ware weg uit het oerwoud en zet me vervolgens neer op een druk stuk snelweg. Het verkeer dendert voor en al snel kom ik tot de conclusie dat God me wat meer ogen had mogen geven. En net als ik daar aan denk wordt de muziek een stuk rustiger. Voor mijn gevoel zit ik te kijken na een stam die bezig met een rituele dans. Naast het vreemde ritme zijn er mooie ijle klanken te horen uit de synthesizers. Verder roept het een beeld op van ontspannen reizen. De zon doet zijn best, de weg is rustig waardoor de ogen de tijd wordt gegund om van het uitzicht te genieten. Aan het einde wacht nog de ondergaande zon.
Met veel geluiden uit het publiek begint Dymagic, waarna wat metaalachtige klanken volgen op een strak ritme, die me wat doen denken aan zware industrie. Zodra ik het cadans van het ritme heb te pakken, gooit Schulze er wat spannende geluiden in. En dan is daar ineens de stem van Arthur Brown te horen. In combinatie met het vreemde ritme roept dit een beeld op van een sacraal ritueel. Met mijn ogen dicht heb ik het gevoel dat ik zit in een oosters gebedhuis. Langzaam op het ritme vindt er van alles plaats, waarna er naar een soort climax wordt gewerkt. De stem van Brown wordt indringende, waardoor het lijk of hij bezig is met een donderpreek wat nog eens versterkt wordt door de strenge muziek van Schulze. Tot dat het lijkt of twee katten ten tonele verschijnen. Hierna wordt de muziek behoorlijk heftig en zal het mijn inziens goed kunnen passen bij een documentaire over de beeldenstorm. Hier valt dan ook op wat een dramatiek in de stem van Brown zit. Inmiddels is het ritme behoorlijk broeierig geworden en stil zitten is haast onmogelijk. Als ik de ogen dicht doe zit ik zo in een spannende film waar strijders achter elkaar zitten in godshuis. Op het moment dat ik denk het spannende is nu achter de rug volgt er nog meer huiveringwekende muziek om de rilling van te krijgen. Tegen het einde lijkt het wel of er een strenge God het stuk inkomt die een zeer strenge les in petto heeft. De opzwepende muziek versterken het voorgaande nog eens. Met andere woorden middels moderne middelen wordt een spannend verhaal uit de Middeleeuwen ten beste gegeven. Aan het einde van het stuk lijkt het dan ook alsof er een gebed is te horen voor degene die de strijd niet hebben overleefd. Desolate klanken volgen waarna het verleden wordt begraven. Ja, en dan volg er een terecht applaus.
Op de cd uitgave van dit album staat nog een bonustrack, Le Mans au Premier. Dit stuk begint met een subtiele orkestratie die me wat doen denken of een klassiek orkest begint uit een deel uit een symfonie. Daarnaast roept het ook beelden op uit een ver universum. Na verloop van tijd komt er ietsje meer leven in de brouwerij door een zware bas die het stuk binnenkomt. Zodra deze weg is, is het opnieuw zweven geblazen op een bed aan klanken die lijken te komen uit zacht bespeelde violen. Qua structuur had deze track niet misstaan op het album Dune. Het roept namelijk het beeld op van een bijzondere wereld die alleen in een sciencefiction kan voorkomen. Na ongeveer tien minuten komt er een subtiele verandering in het stuk. Voor mijn gevoel kan ieder moment de titelrol in beeld verschijnen om een bijzondere film tot een goed einde te brengen. Nog even worden er bijzondere beelden op het witte doek geprojecteerd waar zwaar materieel is op te zien die van een ruimtemissie terugkomen. De bemanning daarvan worden als helden binnengehaald, waarna een statig eind volgt.
Ja, en dan is daar ineens de stilte een teken dat het album Live van Klaus Schulze ten einde is, en dat de mensen in Amsterdam, Berlijn en Parijs destijds na iets moois hebben kunnen luisteren. Heerlijk muziek van Schulze nog vooral in de jaren zeventig stijl van de vorige eeuw.
Klaus Schulze - Ballett 1 (2006)

5,0
0
geplaatst: 9 mei 2009, 23:11 uur
Als ik het woord ballet zie moet ik gelijk denken aan films die werden gedraaid in het filmhuis. Over het algemeen niet het vrolijkste om naar te kijen. In dergelijk producties zag je mensen die vel over been waren en in een desolaat zaaltje bezig waren om de dans tot in de finesse te beheersen tot haast bloedens toe. En als ze vrij waren rookte ze de ene peuk naar de andere in een grijs flatje achteraf. Daarnaast waren ze bloedmager en zagen er alles dan behalve gezond uit. Alle energie zat in de dans, de essentie van hun bestaan.
Bij het doornemen van de informatie bij dit album kom ik er achter dat de moeder van Klaus Schulze aan ballet deed en als ik dan oude foto's van Schulze bekijk zie ik daar min of meer een balletdanser in. Bloedmager en een uitstraling van iemand die niet helemaal gezond leek. Op dit eerst album uit een reeks van 4, wat opgedragen is aan de overleden moeder van Schulze, staat niet de vrolijkste muziek. Op dit album krijgt Schulze hulp van de cellist Wolgang Tiepold geen onbekende in het Schulze-verhaal.
Getting Near begint met een collage van klassiek geschoolde stemmen. Hierna volgt een orkestraal deel waar behoorlijk veel energie is te horen. Het geeft mij een gevoel of de dansers een warming-up krijgen voor het zware werk wat gaat volgen. De cello van Tiepold brengt wat warmte in het stuk. Daarnaast zie ik in gedachte de dansers behoorlijk intensief bezig zijn. Het zweet gutst van de magere lijven af. Het is afzien en nog eens afzien terwijl de sfeer steeds opgefokter begint te lijken.
Het begin van Slightly Touched roept gelijk een desolaat beeld op. Het roept bij mij een beeld op van een verpauperde wijk waar grijze flats staan die eigenlijk niet meer voor bewoning geschikt zijn. Het grauwe bestaan van vele peuken, weinig eten en hard werken voor die topprestatie op het podium. Veel vertier is er niet en de dagen lijken maar te duren en te duren of er geen einde aan lijkt te komen. De "normale" economie draait door terwijl de balletdanser aan het zwoegen is en voor de zoveelste keer zijn ribben aan het tellen is in de spiegels die in het vervallen lokaal hangen. De cello van Tiepold versterken dit beeld nog eens terwijl er uit de electronica van Klaus Schulze subtiele droeve klaken zijn te horen. Mede hierdoor zien de dansers er nog bleker en grauwer uit en lijkt hun leven op een zwarte wolk die maar niet wijken wil.
Het begin van Agony versterkt dit beeld nog eens, wel is er even wat hoop te horen in de cello, maar dat is van korte duur. De depressiviteit blijft als een loodzware zwarte deken over het bestaan hangen. Het leven van de sierlijke beweging waar veel moet voor worden gelaten. Die paar peuken mogen eigenlijk niet, maar worden oogluikend toegestaan om de danser toch nog een verzetje te geven in deze grauwe werkelijkheid. Verder moet hij of zij pijn voelen om de muziek beter te begrijpen om zo in staat te zijn het gevoel over te brengen op het publiek. Als het applaus heeft geklonken blijf hij of zij broodmager achter terwijl de toeschouwer zich te buiten gaat aan de rijkdommen die de maatschappij te bieden heeft.
Een behoorlijk zwaar verhaal dus wat op dit Ballet 1 is te horen. Daardoor zeker niet aan te raden om kennis te maken met de muziek van Schulze. Wel een album wat laat horen dat Schulze nog steeds in staat is meeslepende composities te maken die letterlijk door merg een been gaan, al is dat laatste wel een vreemde woordkeuze binnen deze context.
Bij het doornemen van de informatie bij dit album kom ik er achter dat de moeder van Klaus Schulze aan ballet deed en als ik dan oude foto's van Schulze bekijk zie ik daar min of meer een balletdanser in. Bloedmager en een uitstraling van iemand die niet helemaal gezond leek. Op dit eerst album uit een reeks van 4, wat opgedragen is aan de overleden moeder van Schulze, staat niet de vrolijkste muziek. Op dit album krijgt Schulze hulp van de cellist Wolgang Tiepold geen onbekende in het Schulze-verhaal.
Getting Near begint met een collage van klassiek geschoolde stemmen. Hierna volgt een orkestraal deel waar behoorlijk veel energie is te horen. Het geeft mij een gevoel of de dansers een warming-up krijgen voor het zware werk wat gaat volgen. De cello van Tiepold brengt wat warmte in het stuk. Daarnaast zie ik in gedachte de dansers behoorlijk intensief bezig zijn. Het zweet gutst van de magere lijven af. Het is afzien en nog eens afzien terwijl de sfeer steeds opgefokter begint te lijken.
Het begin van Slightly Touched roept gelijk een desolaat beeld op. Het roept bij mij een beeld op van een verpauperde wijk waar grijze flats staan die eigenlijk niet meer voor bewoning geschikt zijn. Het grauwe bestaan van vele peuken, weinig eten en hard werken voor die topprestatie op het podium. Veel vertier is er niet en de dagen lijken maar te duren en te duren of er geen einde aan lijkt te komen. De "normale" economie draait door terwijl de balletdanser aan het zwoegen is en voor de zoveelste keer zijn ribben aan het tellen is in de spiegels die in het vervallen lokaal hangen. De cello van Tiepold versterken dit beeld nog eens terwijl er uit de electronica van Klaus Schulze subtiele droeve klaken zijn te horen. Mede hierdoor zien de dansers er nog bleker en grauwer uit en lijkt hun leven op een zwarte wolk die maar niet wijken wil.
Het begin van Agony versterkt dit beeld nog eens, wel is er even wat hoop te horen in de cello, maar dat is van korte duur. De depressiviteit blijft als een loodzware zwarte deken over het bestaan hangen. Het leven van de sierlijke beweging waar veel moet voor worden gelaten. Die paar peuken mogen eigenlijk niet, maar worden oogluikend toegestaan om de danser toch nog een verzetje te geven in deze grauwe werkelijkheid. Verder moet hij of zij pijn voelen om de muziek beter te begrijpen om zo in staat te zijn het gevoel over te brengen op het publiek. Als het applaus heeft geklonken blijf hij of zij broodmager achter terwijl de toeschouwer zich te buiten gaat aan de rijkdommen die de maatschappij te bieden heeft.
Een behoorlijk zwaar verhaal dus wat op dit Ballet 1 is te horen. Daardoor zeker niet aan te raden om kennis te maken met de muziek van Schulze. Wel een album wat laat horen dat Schulze nog steeds in staat is meeslepende composities te maken die letterlijk door merg een been gaan, al is dat laatste wel een vreemde woordkeuze binnen deze context.
Klaus Schulze - Ballett 2 (2006)

5,0
0
geplaatst: 11 mei 2009, 21:29 uur
De serie van vier album met de titel Ballett maakte oorspronkelijk deel uit van de 10 cd set Contemporay works 1 en zijn al een tijdje los verkrijbaar De serie Ballett is opgedragen aan de moeder van Klaus Schulze en zie voor meer informatie mijn bericht bij Ballett 1.
Dit deel begint behoorlijk spannend. Vanaf de eerste noot van Atmosphere Concrete heb ik het gevoel of ik in het Midden Oosten ben beland. Stemmen die zich tot Allah wenden op zware haast desolate klanken die beklemming oproepen. Het maakt me niet vrolijk, maar indrukwekkend is het wel. Aan het eind lijkt het wel even of er een aardbeving gaande is. Rust om daar van bij te komen is er niet, want haast naadloos volgt hierop Kagi's Lament. Het roept een beeld op van lang uitgestrekte vlakten waar maar niets wil groeien. De wat klagerige viool, fluit en zang van Thomas Kagerman versterken deze sfeer alleen maar. De keel wordt droger en het gevoel steeds uitzichtlozer. Met mijn ogen dicht voel ik me een stipje dat steeds kleiner wordt. De weinige klanken die te horen zijn geven goed aan hoe ruim en uitzichtloos de situatie is. Na verloop van tijd komt er heel langzaam meer leven in het stuk. Het lijkt wel of er een sprankje hoop aan de horizon verschijnt. Toch blijven de klanken uit de viool behoorlijk depri klinken. Het geeft me een gevoel aan de elementen te zijn overgedragen en de hitte van de zon zelfs te voelen in de appendix. Als het stuk eindig voel ik me pas echt verlaten.
Echt vrolijk is het begin van Wolf's Pontcelli ook niet. Wel zijn er mooie bassen te horen die wat aanvoelen als een troostende arm op je schouders. Als er later subtiel wat ritme bijkomt krijg ik het idee dat het leven langzaam opgang komt. Het pizzicato spel op de viool tegen een achtergrond van warm klinkende electronica van Schulze is ondanks de wat desolate sfeer adembenemd mooi te noemen. Zelf als het tempo iets omhoog gaat blijf ik nog in de vorige sfeer hangen. Het is meesterlijk te noemen om met zo weinig geluid iets neer te zetten wat me gekluiserd houdt aan de stereo waardoor met enige moeite een einde aan deze zin komt.
Met fraaie fluitklanken begint The Smile of Shadows. Het roept een wijds beeld op waarin je bijna kan verzuipen. Het ritme loopt niet helemaal lekker, maar past wel erg goed bij de sfeer die wat Oosters aandoet. In gedachte zie ik een kudde kamelen zich een wegbanen door de woestijn. Hier is te horen hoe perfect Schulze de electronica beheerst. Het mooie schilderij wordt er per noot steeds beter op. Om me weer wat in het "normale" leven te laten terugkeren is Trance 4 Motion een uitstekend middel. Gevoelsmatig zie ik de titelrol draaien waarop te lezen valt wie aan deze bijzondere geluidsfilm hebben gewerkt. De regie goed, het spel prima en de techniek uitstekend maakt bij elkaar dat er net een meesterwerk is afgelopen waar een meer dan goed verhaal inzit.
Dit deel begint behoorlijk spannend. Vanaf de eerste noot van Atmosphere Concrete heb ik het gevoel of ik in het Midden Oosten ben beland. Stemmen die zich tot Allah wenden op zware haast desolate klanken die beklemming oproepen. Het maakt me niet vrolijk, maar indrukwekkend is het wel. Aan het eind lijkt het wel even of er een aardbeving gaande is. Rust om daar van bij te komen is er niet, want haast naadloos volgt hierop Kagi's Lament. Het roept een beeld op van lang uitgestrekte vlakten waar maar niets wil groeien. De wat klagerige viool, fluit en zang van Thomas Kagerman versterken deze sfeer alleen maar. De keel wordt droger en het gevoel steeds uitzichtlozer. Met mijn ogen dicht voel ik me een stipje dat steeds kleiner wordt. De weinige klanken die te horen zijn geven goed aan hoe ruim en uitzichtloos de situatie is. Na verloop van tijd komt er heel langzaam meer leven in het stuk. Het lijkt wel of er een sprankje hoop aan de horizon verschijnt. Toch blijven de klanken uit de viool behoorlijk depri klinken. Het geeft me een gevoel aan de elementen te zijn overgedragen en de hitte van de zon zelfs te voelen in de appendix. Als het stuk eindig voel ik me pas echt verlaten.
Echt vrolijk is het begin van Wolf's Pontcelli ook niet. Wel zijn er mooie bassen te horen die wat aanvoelen als een troostende arm op je schouders. Als er later subtiel wat ritme bijkomt krijg ik het idee dat het leven langzaam opgang komt. Het pizzicato spel op de viool tegen een achtergrond van warm klinkende electronica van Schulze is ondanks de wat desolate sfeer adembenemd mooi te noemen. Zelf als het tempo iets omhoog gaat blijf ik nog in de vorige sfeer hangen. Het is meesterlijk te noemen om met zo weinig geluid iets neer te zetten wat me gekluiserd houdt aan de stereo waardoor met enige moeite een einde aan deze zin komt.
Met fraaie fluitklanken begint The Smile of Shadows. Het roept een wijds beeld op waarin je bijna kan verzuipen. Het ritme loopt niet helemaal lekker, maar past wel erg goed bij de sfeer die wat Oosters aandoet. In gedachte zie ik een kudde kamelen zich een wegbanen door de woestijn. Hier is te horen hoe perfect Schulze de electronica beheerst. Het mooie schilderij wordt er per noot steeds beter op. Om me weer wat in het "normale" leven te laten terugkeren is Trance 4 Motion een uitstekend middel. Gevoelsmatig zie ik de titelrol draaien waarop te lezen valt wie aan deze bijzondere geluidsfilm hebben gewerkt. De regie goed, het spel prima en de techniek uitstekend maakt bij elkaar dat er net een meesterwerk is afgelopen waar een meer dan goed verhaal inzit.
Klaus Schulze - Ballett 3 (2007)

4,0
0
geplaatst: 12 mei 2009, 20:39 uur
Met behoorlijk klassieke tonen begint dit derde deel van Ballett. Het roept bij mij gelijk een beeld op wat vol droefheid zit. In gedachte zie ik een vervallen zaal in een industrie wijk die zijn langste tijd heeft gehad. In die zaal zit een cellist eenzaam en verlaten te oefenen op zijn instrument terwijl de overig leden binnenkomen. Veel verandering is dan nog niet te horen. Wel krijg ik grijze beelden op mijn netvlies die me terugvoeren naar de vroegere DDR. Voor mijn gevoel is het nog erg vroeg en de dansers weten al dat ze na een dag zwoegen met pijn in het lijf naar huis gaan. Het gevoel van de ingehouden fustraties is voelbaar en af en toe is wat klaagzang te horen. Het is bijzondere muziek die veel van de luisteraar vraagt, omdat het erg tegen de stilte aan zit en de wendingen binnen lange lijnen plaats vinden.
En nu de muziek zo doorloopt geeft het mij even de mogelijkheid aan te geven met wie Klaus Schulze samenwerkt op dit album. Op cello Wolgang Tiepold, oboe Tobias Becker, zang, fluit en viool Thomas Kagerman en Julia Messenger zang. Mede door die zang zit de composite My Ty She erg in de buurt van Farscape en Rheingold. Het is hier ook knap te noemen dat Schulze ook hier in staat is met weinig een behoorlijk effect neer te zetten Het is hierdoor zeker geen album om lekker op te zetten als er bezoek is, want de muziek vraagt zoals ik al eerder schreef het nodige van de luisteraar.
Bijna aan het einde van het stuk volgt een soort van climax. Het tempo gaat iets omhoog en klanken van fluit en viool wisselen elkaar af. Qua tempo doet het mij denken aan lekker doortijden. Ook heeft het wat ellementen van de Bolero van Ravel. In gedachte zie ik een balletdanser op zijn tenen langzaam en sierlijk een pirouette draaien op zijn of haar spitzen. Een strak gezicht, maar wel met pijn in de tenen. Een gevoel wat door de wat zenuwachtige muziek bij mij naar bovenkomt. Aan het eind van het stuk nog wat spannende stemmen, waarna nog een haast klassiek stukje muziek volgt.
En na zo'n lange track is het veel kortere Schauer der Vorwelt Nodig om op aarde te komen. Vanuit de klassieke zaal lijkt het wel of je de eerste de beste nachtclub binnen komt en haast naakte mensen ziet dansen op klanken die wat aan house doen denken. Nee, dit is echt zonde, want het heeft nu de rol van bedorven slagroom op een verder prima stuk gebak. Mijn inziens had dit beter gepast op een soundtrack album dan op dit haast klassieke album van Schulze.
En nu de muziek zo doorloopt geeft het mij even de mogelijkheid aan te geven met wie Klaus Schulze samenwerkt op dit album. Op cello Wolgang Tiepold, oboe Tobias Becker, zang, fluit en viool Thomas Kagerman en Julia Messenger zang. Mede door die zang zit de composite My Ty She erg in de buurt van Farscape en Rheingold. Het is hier ook knap te noemen dat Schulze ook hier in staat is met weinig een behoorlijk effect neer te zetten Het is hierdoor zeker geen album om lekker op te zetten als er bezoek is, want de muziek vraagt zoals ik al eerder schreef het nodige van de luisteraar.
Bijna aan het einde van het stuk volgt een soort van climax. Het tempo gaat iets omhoog en klanken van fluit en viool wisselen elkaar af. Qua tempo doet het mij denken aan lekker doortijden. Ook heeft het wat ellementen van de Bolero van Ravel. In gedachte zie ik een balletdanser op zijn tenen langzaam en sierlijk een pirouette draaien op zijn of haar spitzen. Een strak gezicht, maar wel met pijn in de tenen. Een gevoel wat door de wat zenuwachtige muziek bij mij naar bovenkomt. Aan het eind van het stuk nog wat spannende stemmen, waarna nog een haast klassiek stukje muziek volgt.
En na zo'n lange track is het veel kortere Schauer der Vorwelt Nodig om op aarde te komen. Vanuit de klassieke zaal lijkt het wel of je de eerste de beste nachtclub binnen komt en haast naakte mensen ziet dansen op klanken die wat aan house doen denken. Nee, dit is echt zonde, want het heeft nu de rol van bedorven slagroom op een verder prima stuk gebak. Mijn inziens had dit beter gepast op een soundtrack album dan op dit haast klassieke album van Schulze.
Klaus Schulze - Ballett 4 (2007)

4,5
0
geplaatst: 12 mei 2009, 22:14 uur
Met klassieke tonen die een tikje Oosters klinken gaat dit vierde deel uit de serie Ballett van Schulze van start. Het oosterse is van korte duur wat overblijf is haast klassiek te noemen. Mellotrone geeft me daardoor gelijk een goed en warm gevoel. Het roept wel iets desolaats op, maar de troostende arm is dichtbij. Het bezorgt mij althans bijna kippevel van genot. Daarnaast roept het ook een beeld op van een balletdanser die terugkijkt op zijn of haar carrière op het podium. Gevoelsmatig zie ik dan ook de danser een traantje wegpinken ondanks het harde leven wat geleefd is
Soft 'N' Groove roept in het begin iets op van iemand die voorzichtig met ballet begint. Het lijf is nog soepel, wel is al hoorbaar dat het leven zwaar zal zijn. Veel van jezelf geven en daar behoorlijk wat voor laten. De tol die betaald moet worden voor de roem. Het is daardoor een soort van "afscheidslied" van het vrije leven. En wellicht vreemd, maar ik meen er iets er in te horen wat me aan Death of an Analogue doet denken van het album Dig It, maar dan hier beter uitgewerkt. Het doet me hier denken aan iemand die bezig is een lastige dansbeweging onder de knie te krijgen en daar blijkbaar alle geduld voor heeft. In de muziek vindt ook niet al te veel plaats, maar door het eerder geschetste beeld voel ik wel de perfectie die de danser ten beste wil geven.
Heel in de verte begint To B Flat waarin het wel lijkt of iemand een magische spreuk opzegt op hulende klanken uit de cello van Wolgang Tiepold. Het roept daarmee een gevoel op van in een grootte zaal alleen te zijn achtergebleven terwijl de woorden van de choreograaf nog malen in het hoofd. Hierna worden de passen met enige discipline geoefend totdat de danser erbij neervalt. De fluittonen die te horen zijn symboliseren voor mij de uitgeputheid van de danser. Die daarna alle tijd krijgt om weer op adem te komen. De muziek van Schulze straalt hierbij rust uit. Bij de danser gaat er van alles door zijn of haar hoofd om. De hartslag wordt weer normaal.
Met wat golvende tonen begint de bonustrack Eleven 2 Eleven. Als daar later een wat los klinkende beat op te horen is heb ik het gevoel of de danser op de fiets zit naar huis. De zware oefeningen in de zaal hebben wel hun tol geëst maar nu kan de danser doen wat hij of zij wil. De vermoeidheid verdwijnt als sneeuw voor de zon. Een album dus met een duidelijk verhaal.
Soft 'N' Groove roept in het begin iets op van iemand die voorzichtig met ballet begint. Het lijf is nog soepel, wel is al hoorbaar dat het leven zwaar zal zijn. Veel van jezelf geven en daar behoorlijk wat voor laten. De tol die betaald moet worden voor de roem. Het is daardoor een soort van "afscheidslied" van het vrije leven. En wellicht vreemd, maar ik meen er iets er in te horen wat me aan Death of an Analogue doet denken van het album Dig It, maar dan hier beter uitgewerkt. Het doet me hier denken aan iemand die bezig is een lastige dansbeweging onder de knie te krijgen en daar blijkbaar alle geduld voor heeft. In de muziek vindt ook niet al te veel plaats, maar door het eerder geschetste beeld voel ik wel de perfectie die de danser ten beste wil geven.
Heel in de verte begint To B Flat waarin het wel lijkt of iemand een magische spreuk opzegt op hulende klanken uit de cello van Wolgang Tiepold. Het roept daarmee een gevoel op van in een grootte zaal alleen te zijn achtergebleven terwijl de woorden van de choreograaf nog malen in het hoofd. Hierna worden de passen met enige discipline geoefend totdat de danser erbij neervalt. De fluittonen die te horen zijn symboliseren voor mij de uitgeputheid van de danser. Die daarna alle tijd krijgt om weer op adem te komen. De muziek van Schulze straalt hierbij rust uit. Bij de danser gaat er van alles door zijn of haar hoofd om. De hartslag wordt weer normaal.
Met wat golvende tonen begint de bonustrack Eleven 2 Eleven. Als daar later een wat los klinkende beat op te horen is heb ik het gevoel of de danser op de fiets zit naar huis. De zware oefeningen in de zaal hebben wel hun tol geëst maar nu kan de danser doen wat hij of zij wil. De vermoeidheid verdwijnt als sneeuw voor de zon. Een album dus met een duidelijk verhaal.
Klaus Schulze - Cyborg (1973)

5,0
0
geplaatst: 27 april 2010, 21:08 uur
Na het loodzware album Irrlicht heb ik het eigenlijk nooit aangedurfd om het album Cyborg in huis te halen. Uit diverse bronnen bleek namelijk dat dit een nog zwaarder album zou zijn. En na verloop van tijd toch de stap gewaagd met in het achterhoofd dat een migraine aanval wel eens zou kunnen gaan opdoemen, want die krijg ik namelijk bij het album Irrlicht. Wat gelijk bij dit album, Cyborg, gelijk opvalt is de eenvoudige een doeltreffende vormgeving van de hoes door Peter Geitner. Het laat voor mij tenminste zien een muzikant die aan het denken is over een toekomst waarin muziekvernieuwing zal gaan plaats vinden. Een mooi gegeven wat me toch deed besluiten het album in huis te halen. Het boekje bij de heruitgave op cd is prima in orde, het bevat interviews en historische foto's van Klaus Schulze.
De eerste cd uit deze set van twee begint met de track Synphära waarvan de eerste tonen diepe bassen zijn. Niet lang daarna is wat hoog te horen wat me wat doet denken aan iemand die eenzaam in door de natuur loopt met een mondharmonica. Daarna volgen diepe lage klanken uit een orgel en voor mijn gevoel kom ik een kerk binnen waar een organist bezig is in een ruimte waar pracht en praal is te zien. Wat later zwelt het hoog wat aan wat voor een angstige sfeer zorgt. Kort daarna zijn stemmige klanken uit het orgel te horen. Hier en daar zijn wel wat experimentele klanken te horen, maar de stemmige klanken uit het orgel blijven wel prominent in het geluidsspectrum staan. Het valt beslist niet tegen wat de gehoorgang bereikt. Het mag dan zware kost zijn, maar het is erg intersant om naar te luisteren. Door het orgel heeft het iets gewijds terwijl de vreemde klanken er iets ruimtelijks aangeven. Hier en daar vinden kleine veranderingen plaats, maar het is hier vooral de statige sfeer die me raakt. Muziek om bij een bijzonder ceremonie te gebruiken. De dikke twintig minuten vliegen dan ook om alsof het er vijf waren. Een mooie binnenkomer dus dit Synphära en het spacy einde hoort er helemaal bij.
Met veel laag begint de track Conphära en dit houdt enige tijd aan. Na verloop van tijd geeft het mij een gevoel of ik door een lange tunnel rij die aan het resoneren is. Door het vele laag wat te horen is voel ik me steeds rustiger worden. Als er vervolgens wat vioolklanken bijkomen bekruipt me een gevoel van ergens ver weg in het universum te zijn beland. Mede hierdoor prima muziek om te draaien na een stressvolle dag en dan mentaal weg te drijven naar vreemde werelden. De zware bas in het stuk lijkt met de minuut steeds warmer te klinken en de vreemde klanken her en der in de compositie zorgen voor subtiel leven in de brouwerij. Puur technisch gesproken is het knap te noemen met hoe weinig Schulze in staat is om een meer dan behoorlijke sfeer neer te zetten. Als ik mijn ogen zou sluiten zou ik zo in een diepe trance kunnen raken. Voor nu een uitgesponnen compositie die maar door lijkt te gaan in de positieve zin van het woord. Aan het einde gaat het "tempo" een fractie omhoog, waarna het haast klassieke stuk lijkt te verdwijnen in de mist. Erg bijzonder dus.
Het stuk Chronenengel begint behoorlijk klassiek met geluiden die uit cello's lijken te komen. Voor mijn gevoel loop ik een verder lege concertzaal in waar de musici in een intieme sfeer bezig zijn de puntjes op de "i" te zetten, terwijl er ook balletdansers bezig zijn om de choreografie af te stemmen op de ingehouden muziek, de hoge tonen verbeelden nog een beetje vreugde in een verder haast desolate sfeer. Erg bijzonder en daarnaast is het knap te noemen dat Schulze met heel weinig in staat is een sfeer neer te zetten waar je geboeid naar blijft luisteren. Gaande het stuk bekruipt mij een gevoel van droefheid en uitzichtloosheid. De vreemde klanken aan het einde brengen daar geen verandering in. Het lijkt wel of een verbinding naar het aardse leven wordt verbroken en ik achter blijf met een mooie herinnering. Een fraai eind dus aan de eerste cd uit deze set.
Tijd dus voor een korte wandeling om cd 2 in de speler te doen. Deze begint met de track Neuronengesang. Zodra de eerste tonen zijn te horen moet ik denken aan scheepshoorns de me wakker maken. Het heeft wat kils of dat de dauw zich uit de haven aan het trekken is vroeg in de morgen. Daarachter verschijnt een mooi landschap en verder lijkt het of geesten bezig zijn met een rituele dans. Tot daar die tonen opnieuw zijn die aan scheepshoorns doen denken. Het is een bijzonder mysterieus sfeertje wat Schulze hier neer zet. Voor mijn gevoel is Schulze bezig met het fenomeen glaasje draaien om zo in contact te komen met het hiernamaals. Even is er een kleine rust te horen, waarna de intrigeerde sfeer wordt voortgezet. Met me ogen dicht voelt het aan of ik bij een natuurkundige proef ben. Een pen aan een touw maakt cyclische bewegingen. Langzaam raak ik dan ook in trance en lijkt de toonkunst me even het luchtledige in te trekken. Dit is van korte duur, want al snel zijn daar de cyclische bewegingen opnieuw de me op koers houden. Lang stand houden doet dit niet, omdat ik spoedig het gevoel krijg te zweven. Het is wonderlijk te noemen met hoe weinig Schulze deze bijzondere sfeer creëert. Aan het eind van het stuk is dan het Neurongesang te horen en volgt er nog een statig einde op een ritme wat doet denken aan het kloppen van een bonzend hart. Als het dan vervolgens stil wordt heb ik even geen idee waar ik ben. Het stuk muziek laat me met een bijzonder gevoel alleen achter.
Lang van de sfeer kan ik niet genieten, want de bonustrack But Beautiful laat aangenaam van zich horen. Klanken die aan reizen door de ruimte doen denken vullen de ruimte. Daaronder is heerlijke Berlijnse School te horen en als daar stemmen bijkomen die aan paters doen denken is de sfeer compleet. Een fraai statig en kosmisch verhaal vult de kamer in de beste traditie van de jaren zeventig van de vorige eeuw. De meester in topvorm. Muziek om heerlijk in te kruipen om vervolgens te zweven naar erg mooie werelden. Na verloop van tijd komt er een beetje tempo het stuk binnen, een voorbode wat een denkbeeldige achtbaan. Nog even zijn er nog ijle tonen te horen, waarna er stukje bij beetje een kraan open gaat naar hemelse sferen. Als deze er is lijk het wel of de zwaartekracht nog moet worden uitgevonden. Schulze is hier duidelijk bezig met muziek om door een ringetje te halen. Dit is zo mooi dat ik er rillingen van genot van krijg. Het plafond zie ik nog voor me maar weldra ben ik lichtjaren verder. Zodra er bassen bij komen wordt het voorgaande nog eens geaccentueerd. Langzaam komt daar een sequencer bij waarna ruimtelijke klanken volgen. De vraag waar dit heen gaat stel ik niet meer. De met beleid stuwende bas doet me prettig reizen door tijd en ruimte. De veranderingen die er in zijn te horen versterken het meer dan fraaie beeld nog eens. Dit is heerlijk in het kwadraat. Zodra daar een stevige sequens bijkomt lijkt het wel of ik op een prettige wijze door elkaar wordt geschud. Als het vervolgens het tempo nog wat hoger wordt lijkt het wel of ik begin te hyperventileren en heerlijk high wordt in hoofd. Dit is erg meesterlijk en als nog eens blijkt dat het een live opname betreft uit 1977 in Brussel schieten me de superlatieven te kort. Ondertussen gaat het muzikale geweld door en begin het gevoel te krijgen of een laboratorium op springen staat. Schulze gaat volledig uit zijn dak en alles komt van zijn plaats of een wervelwind aan het huishouden is en de aarde bovendien aan het beven is. Niets meer staat op zijn plaats. Alleen een trein heeft het muzikale geweld overleeft terwijl ik het gevoel krijg door de ruimte te worden geslingerd naar weet niet waar. Hier is even wat rust terwijl het uitkijken is voor brokken steen. Hierna volgt er wat rust waarin naar een prachtig schouwspel van de elementen kan worden genoten. Na verloop van tijd krijg ik het gevoel van in een gewichtsloze fase te zijn geraakt. Los van alles en het leven van alledag bevind zich nog in de ontwikkelingsfase. Tegen het einde van het stuk wordt de sfeer wat weemoedig. Het geeft daarmee subtiel aan dat een bijzondere ervaring ten einde is en dat er jammer genoeg weer naar meer aardse zaken moet worden gekeken.
Daarmee komt een album bijzonder fraai ten einde waar ik ten onrechte wat tegen opzag. Van A tot Z heeft Klaus Schulze me in een aangename muzikale houdgreep gehouden. Hier en daar wat hyperventileren van adembenemende muziek die ik voor geen goud had willen missen. Cyborg is een album wat me erg heeft geraakt in de positieve zin wan het woord en de bonustrack is echt om je oren bij af te likken. Cyborg mag dan een zwaar album zijn van Klaus Schulze, maar dan meer in de zin van stevige kost die zo heerlijk de honger stilt.
De eerste cd uit deze set van twee begint met de track Synphära waarvan de eerste tonen diepe bassen zijn. Niet lang daarna is wat hoog te horen wat me wat doet denken aan iemand die eenzaam in door de natuur loopt met een mondharmonica. Daarna volgen diepe lage klanken uit een orgel en voor mijn gevoel kom ik een kerk binnen waar een organist bezig is in een ruimte waar pracht en praal is te zien. Wat later zwelt het hoog wat aan wat voor een angstige sfeer zorgt. Kort daarna zijn stemmige klanken uit het orgel te horen. Hier en daar zijn wel wat experimentele klanken te horen, maar de stemmige klanken uit het orgel blijven wel prominent in het geluidsspectrum staan. Het valt beslist niet tegen wat de gehoorgang bereikt. Het mag dan zware kost zijn, maar het is erg intersant om naar te luisteren. Door het orgel heeft het iets gewijds terwijl de vreemde klanken er iets ruimtelijks aangeven. Hier en daar vinden kleine veranderingen plaats, maar het is hier vooral de statige sfeer die me raakt. Muziek om bij een bijzonder ceremonie te gebruiken. De dikke twintig minuten vliegen dan ook om alsof het er vijf waren. Een mooie binnenkomer dus dit Synphära en het spacy einde hoort er helemaal bij.
Met veel laag begint de track Conphära en dit houdt enige tijd aan. Na verloop van tijd geeft het mij een gevoel of ik door een lange tunnel rij die aan het resoneren is. Door het vele laag wat te horen is voel ik me steeds rustiger worden. Als er vervolgens wat vioolklanken bijkomen bekruipt me een gevoel van ergens ver weg in het universum te zijn beland. Mede hierdoor prima muziek om te draaien na een stressvolle dag en dan mentaal weg te drijven naar vreemde werelden. De zware bas in het stuk lijkt met de minuut steeds warmer te klinken en de vreemde klanken her en der in de compositie zorgen voor subtiel leven in de brouwerij. Puur technisch gesproken is het knap te noemen met hoe weinig Schulze in staat is om een meer dan behoorlijke sfeer neer te zetten. Als ik mijn ogen zou sluiten zou ik zo in een diepe trance kunnen raken. Voor nu een uitgesponnen compositie die maar door lijkt te gaan in de positieve zin van het woord. Aan het einde gaat het "tempo" een fractie omhoog, waarna het haast klassieke stuk lijkt te verdwijnen in de mist. Erg bijzonder dus.
Het stuk Chronenengel begint behoorlijk klassiek met geluiden die uit cello's lijken te komen. Voor mijn gevoel loop ik een verder lege concertzaal in waar de musici in een intieme sfeer bezig zijn de puntjes op de "i" te zetten, terwijl er ook balletdansers bezig zijn om de choreografie af te stemmen op de ingehouden muziek, de hoge tonen verbeelden nog een beetje vreugde in een verder haast desolate sfeer. Erg bijzonder en daarnaast is het knap te noemen dat Schulze met heel weinig in staat is een sfeer neer te zetten waar je geboeid naar blijft luisteren. Gaande het stuk bekruipt mij een gevoel van droefheid en uitzichtloosheid. De vreemde klanken aan het einde brengen daar geen verandering in. Het lijkt wel of een verbinding naar het aardse leven wordt verbroken en ik achter blijf met een mooie herinnering. Een fraai eind dus aan de eerste cd uit deze set.
Tijd dus voor een korte wandeling om cd 2 in de speler te doen. Deze begint met de track Neuronengesang. Zodra de eerste tonen zijn te horen moet ik denken aan scheepshoorns de me wakker maken. Het heeft wat kils of dat de dauw zich uit de haven aan het trekken is vroeg in de morgen. Daarachter verschijnt een mooi landschap en verder lijkt het of geesten bezig zijn met een rituele dans. Tot daar die tonen opnieuw zijn die aan scheepshoorns doen denken. Het is een bijzonder mysterieus sfeertje wat Schulze hier neer zet. Voor mijn gevoel is Schulze bezig met het fenomeen glaasje draaien om zo in contact te komen met het hiernamaals. Even is er een kleine rust te horen, waarna de intrigeerde sfeer wordt voortgezet. Met me ogen dicht voelt het aan of ik bij een natuurkundige proef ben. Een pen aan een touw maakt cyclische bewegingen. Langzaam raak ik dan ook in trance en lijkt de toonkunst me even het luchtledige in te trekken. Dit is van korte duur, want al snel zijn daar de cyclische bewegingen opnieuw de me op koers houden. Lang stand houden doet dit niet, omdat ik spoedig het gevoel krijg te zweven. Het is wonderlijk te noemen met hoe weinig Schulze deze bijzondere sfeer creëert. Aan het eind van het stuk is dan het Neurongesang te horen en volgt er nog een statig einde op een ritme wat doet denken aan het kloppen van een bonzend hart. Als het dan vervolgens stil wordt heb ik even geen idee waar ik ben. Het stuk muziek laat me met een bijzonder gevoel alleen achter.
Lang van de sfeer kan ik niet genieten, want de bonustrack But Beautiful laat aangenaam van zich horen. Klanken die aan reizen door de ruimte doen denken vullen de ruimte. Daaronder is heerlijke Berlijnse School te horen en als daar stemmen bijkomen die aan paters doen denken is de sfeer compleet. Een fraai statig en kosmisch verhaal vult de kamer in de beste traditie van de jaren zeventig van de vorige eeuw. De meester in topvorm. Muziek om heerlijk in te kruipen om vervolgens te zweven naar erg mooie werelden. Na verloop van tijd komt er een beetje tempo het stuk binnen, een voorbode wat een denkbeeldige achtbaan. Nog even zijn er nog ijle tonen te horen, waarna er stukje bij beetje een kraan open gaat naar hemelse sferen. Als deze er is lijk het wel of de zwaartekracht nog moet worden uitgevonden. Schulze is hier duidelijk bezig met muziek om door een ringetje te halen. Dit is zo mooi dat ik er rillingen van genot van krijg. Het plafond zie ik nog voor me maar weldra ben ik lichtjaren verder. Zodra er bassen bij komen wordt het voorgaande nog eens geaccentueerd. Langzaam komt daar een sequencer bij waarna ruimtelijke klanken volgen. De vraag waar dit heen gaat stel ik niet meer. De met beleid stuwende bas doet me prettig reizen door tijd en ruimte. De veranderingen die er in zijn te horen versterken het meer dan fraaie beeld nog eens. Dit is heerlijk in het kwadraat. Zodra daar een stevige sequens bijkomt lijkt het wel of ik op een prettige wijze door elkaar wordt geschud. Als het vervolgens het tempo nog wat hoger wordt lijkt het wel of ik begin te hyperventileren en heerlijk high wordt in hoofd. Dit is erg meesterlijk en als nog eens blijkt dat het een live opname betreft uit 1977 in Brussel schieten me de superlatieven te kort. Ondertussen gaat het muzikale geweld door en begin het gevoel te krijgen of een laboratorium op springen staat. Schulze gaat volledig uit zijn dak en alles komt van zijn plaats of een wervelwind aan het huishouden is en de aarde bovendien aan het beven is. Niets meer staat op zijn plaats. Alleen een trein heeft het muzikale geweld overleeft terwijl ik het gevoel krijg door de ruimte te worden geslingerd naar weet niet waar. Hier is even wat rust terwijl het uitkijken is voor brokken steen. Hierna volgt er wat rust waarin naar een prachtig schouwspel van de elementen kan worden genoten. Na verloop van tijd krijg ik het gevoel van in een gewichtsloze fase te zijn geraakt. Los van alles en het leven van alledag bevind zich nog in de ontwikkelingsfase. Tegen het einde van het stuk wordt de sfeer wat weemoedig. Het geeft daarmee subtiel aan dat een bijzondere ervaring ten einde is en dat er jammer genoeg weer naar meer aardse zaken moet worden gekeken.
Daarmee komt een album bijzonder fraai ten einde waar ik ten onrechte wat tegen opzag. Van A tot Z heeft Klaus Schulze me in een aangename muzikale houdgreep gehouden. Hier en daar wat hyperventileren van adembenemende muziek die ik voor geen goud had willen missen. Cyborg is een album wat me erg heeft geraakt in de positieve zin wan het woord en de bonustrack is echt om je oren bij af te likken. Cyborg mag dan een zwaar album zijn van Klaus Schulze, maar dan meer in de zin van stevige kost die zo heerlijk de honger stilt.
Klaus Schulze - Das Wagner Desaster - Live (1994)

4,5
0
geplaatst: 1 februari 2009, 00:54 uur
Het is wel schrikken als je de achterkant van het verder goed verzorgde boekje voor het eerst ziet. Het lijkt wel of Klaus erg veel pijn heeft en dit wordt drie keer herhaald. Iets wat helemaal niet bij de muziek past. Een vreemd geintje dus.
De muziek op dit album zit in de hoek van wat ik de klassieke Schulze wil noemen. Muziek dus waar ik een heel orkerst voor me zie die driftig bezig zijn met muziek aan het maken. Mooie ietwat depri klanken vullen de kamer. Herhalende klanken van de strijkers waarop subtiele veranderingen op zijn te horen. Hier en daar onderbroken door spannende of experimentele klanken. Veelal sferisch, maar ook wel rock-achtig. Daarnaast veel samples van niet direct te plaatsen klaken. Tevens is er op sommige plaatsen wat bombast te horen. Het is dus muziek waarin veel te horen is en veel aandacht bij nodig is on het te volgen. Hierdoor kan het lijken of de muziek een eeuwigheid duurt. Toch zorgt Schulze er voor dat er op bepaalde tijden wat verandert in de muziek, zodat er nog bij de les gebleven kan worden. Met het uiterst dynamische Entfremdung komt er dan een eind aan het deel wat Schulze live bracht in Parijs. Op dit stuk muziek gebeurt zoveel. Een stuwend ritme waarop van alles is te horen. Het doet me denken of een raket de lucht in moet.
Na het deel in Parijs volgt het deel in Rome. Dit begint met veel samples van klassieke stemen op bombastische klanken. Het lijkt hierdoor of er een stuk vuurwerk tot ontploffng komt. Na al die onrust volgt een mooi rustig deel waar in eerste instantie een vleugje jazz is op te horen. Wat later doet het wat klassiek aan, sfeervol is het in ieder geval. Langzaam wordt er naar iets toegewerkt. Die spanning weet Schulze goed vast te houden. Gevoelsmatig heb ik dan ook het idee er staat wat te gebeuren. Subtiel komen gaandeweg veranderingen in de compositie die mijn aandacht erbij houden. Het is knap te noemen dat Klaus Schulze met zo'n weinig klanken zoveel weet te bereiken. Na verloop zijn de stemmen er weer en gaat de beuk erin. Krachtige beats geven mij het gevoel of ik op de snelweg zit. waar dynamische landschappen aan me voorbij trekken. Als daar plotseling een einde aankomt lijkt het wel of in het Concert Gebouw ben waar spannende zaken plaats vinden. Zo lijkt het wel of de klassiek geschoolde stemmen een lesje krijgen. Na die les volgt een heerlijk ritme waarop het moeilijk stil zitten is. Later zijn daar opnieuw wat stemmen op te horen, terwijl de instrumentatie daar subtiel stuwend onder door klinkt. Het is in ieder geval een mooie muzikale lijn die mijn aandacht vasthoud. Dit is Schulze zoals ik hem graag mag horen. Mooie uitgesponnen lijnen en op zijn tijd een verandering. Ook de opbouw is bijzonder goed. In gedachte zie ik een klassiek gezelschap uit hun bol gaan met hun instrumenten. Het is adembenemend mooi. De eerste paar tonen van het laatste deel zijn opnieuw klassiek te noemen. Daarnaast meen ik ook een gevoel van weemoed te horen, iets wat me zegt het is voorbij. Maar dat is schijn er volgt opnieuw iets waar een lekker drive in zit al doet het melodietje wat denken aan Tango- Saty niet het beste wat ik van Schulze heb gehoord. Hier past het wonderwel en de tenen treken niet krom, zoals op de foto van Schulze op de achterzijde van het boekje.
Al met al kan ik concluderen dat Klaus Schulze hier een prima live-album heeft gemaakt waar ik tot nu toe met veel plezier heb naar geluisterd. Het is wellicht hier en daar wat experimenteel, maar de algehele groove is erg goed te noemen.
De muziek op dit album zit in de hoek van wat ik de klassieke Schulze wil noemen. Muziek dus waar ik een heel orkerst voor me zie die driftig bezig zijn met muziek aan het maken. Mooie ietwat depri klanken vullen de kamer. Herhalende klanken van de strijkers waarop subtiele veranderingen op zijn te horen. Hier en daar onderbroken door spannende of experimentele klanken. Veelal sferisch, maar ook wel rock-achtig. Daarnaast veel samples van niet direct te plaatsen klaken. Tevens is er op sommige plaatsen wat bombast te horen. Het is dus muziek waarin veel te horen is en veel aandacht bij nodig is on het te volgen. Hierdoor kan het lijken of de muziek een eeuwigheid duurt. Toch zorgt Schulze er voor dat er op bepaalde tijden wat verandert in de muziek, zodat er nog bij de les gebleven kan worden. Met het uiterst dynamische Entfremdung komt er dan een eind aan het deel wat Schulze live bracht in Parijs. Op dit stuk muziek gebeurt zoveel. Een stuwend ritme waarop van alles is te horen. Het doet me denken of een raket de lucht in moet.
Na het deel in Parijs volgt het deel in Rome. Dit begint met veel samples van klassieke stemen op bombastische klanken. Het lijkt hierdoor of er een stuk vuurwerk tot ontploffng komt. Na al die onrust volgt een mooi rustig deel waar in eerste instantie een vleugje jazz is op te horen. Wat later doet het wat klassiek aan, sfeervol is het in ieder geval. Langzaam wordt er naar iets toegewerkt. Die spanning weet Schulze goed vast te houden. Gevoelsmatig heb ik dan ook het idee er staat wat te gebeuren. Subtiel komen gaandeweg veranderingen in de compositie die mijn aandacht erbij houden. Het is knap te noemen dat Klaus Schulze met zo'n weinig klanken zoveel weet te bereiken. Na verloop zijn de stemmen er weer en gaat de beuk erin. Krachtige beats geven mij het gevoel of ik op de snelweg zit. waar dynamische landschappen aan me voorbij trekken. Als daar plotseling een einde aankomt lijkt het wel of in het Concert Gebouw ben waar spannende zaken plaats vinden. Zo lijkt het wel of de klassiek geschoolde stemmen een lesje krijgen. Na die les volgt een heerlijk ritme waarop het moeilijk stil zitten is. Later zijn daar opnieuw wat stemmen op te horen, terwijl de instrumentatie daar subtiel stuwend onder door klinkt. Het is in ieder geval een mooie muzikale lijn die mijn aandacht vasthoud. Dit is Schulze zoals ik hem graag mag horen. Mooie uitgesponnen lijnen en op zijn tijd een verandering. Ook de opbouw is bijzonder goed. In gedachte zie ik een klassiek gezelschap uit hun bol gaan met hun instrumenten. Het is adembenemend mooi. De eerste paar tonen van het laatste deel zijn opnieuw klassiek te noemen. Daarnaast meen ik ook een gevoel van weemoed te horen, iets wat me zegt het is voorbij. Maar dat is schijn er volgt opnieuw iets waar een lekker drive in zit al doet het melodietje wat denken aan Tango- Saty niet het beste wat ik van Schulze heb gehoord. Hier past het wonderwel en de tenen treken niet krom, zoals op de foto van Schulze op de achterzijde van het boekje.
Al met al kan ik concluderen dat Klaus Schulze hier een prima live-album heeft gemaakt waar ik tot nu toe met veel plezier heb naar geluisterd. Het is wellicht hier en daar wat experimenteel, maar de algehele groove is erg goed te noemen.
Klaus Schulze - Deus Arrakis (2022)

5,0
0
geplaatst: 15 maart 2024, 00:28 uur
Het laatste album van een artiest die bijzonder veel heeft betekent voor de electeonsehe muziek is in meijn ogen eeen soort afschiedsbrief schijven die niet gelezen gaat woden. Toch waag ik een poeging. Immers de gebruikers van Musimeter leven voort met de gedachtengang van dat Klaus Shuze Het album Deus Arakis is een vervog te noemen van het alum Dune uit 1979 wat gebaeerd wats op de duin trolgie va Frank Herbert. Het hoesotwerp sluit zich daarbij mooi aan.
Kaus Scchulze die als één vsn de pioniers was van electronise muziek gold Neeft een nalatenschap acchtgelaten om u tegen te zeggen begin jaren tachig van de voege eeuw was daar de discuusie onder de fans dat Shulze de wge was kijt geraakt.Iets dat ik realtiveer tot de de boog kan niet alijd gespannen staaan. In delfde perioede mampte Schule met een drnk en rookversalving . Na gesopt te zijn miet zijn slecthe gewoontes. . Vogde er o pnieuw eeen reeeks van intersante albums die het bluisteren meer dan waard waren. Tot en met dt laatse album van de Johan Cruif van de electronishe muziek. Met een gevoel van weemod begin ik dan ook aan deze besprieng om nooit meer een neiuwe noot van Shulze te mogen gaan beluistern.
Na deze inleideng voglt er dan ook een gedeankwaardg moment de laatste mziek aan te horen van de godvader van de electroniche mziek. Met een trieste toon naar een perioede van weleer start het eerse deel. Mooi govende tonen die maij aan Timewind doen denken herken ik de meester die mijn hand pakkt om me een prettig verhaal te gaan trakteren. Die pettige lijn word cecontnueerd op het tweede del van het lange stuk. Haast romige tonen weet Schule uit zijn spullen te toveren. De oren krijegen hemelse muziek te verweken. Het derde deel zet deze goede sfeer door. Hel lukt Schule opneiuw mij te laten zweven naar gebiden in de kosmos waar nog gen mens is geweest. Een gevoel van in een vavium techt zijn gekomen valt mij ten deel. Die sfeer wodt nogeens vertserk in het korte deel vier vna de compostie. Een wrme gloed aan tonen is wat de luidsreekers te verwerken kijgen. Waarmee het Ocaris gedeelte een waardig slot krijgt. Seth part 1 begint met de nodige kraak en piep geluuiden die doen denken van een ver streenstel afkomstig te zijn. Seth Part 2 roept een malanchoscie sfeeer op of dat Schulze zijn naderende einde aavoelt. Eeen trieste orkestraite is wat de oren bereikt. Seth Part 3. stem deereentengen wat volijkheid uit. Wat toe te schriven vat aa net huppelpatroon van de muziek. Seth Part 4 roept daarentgen een desaolte melancholishe sfeer op wat mede toe te scherinven vat aan het droeve cellospel van Wolgang Tiepold en de warme bassen die er zijn te horen. Het is droefhaeid allom. Seth Part 5 stemt wat hoopvoller ondanks de cello van Tiepeld. Schuzle speelt een enigzins vrolijk spel op zijn spullen. Steh part 6 klinkt wat zweverig de cello van Tiepld geeft warmtte aan het stuk. De orkestratie van Schulze geet het stuk warmte. Seth Prt 7 berngt mij dan weer in droeve sfeer de cello van Tiepold roept een droeve sfeer op. Warme hert Seth gedeelte een moi ende kent.
bij zonder is dat het laatse Schulze albam aflsuit met Der Hauch des Lebens wat in het Nederlans iiet betekend als eean vleuge het leven. Kennelijk had Schulze zijn overleiden nog niet verwaht, Of zou ij de tttel bedacht hebben in een sfeer van ironiie. Hoe het ook zij het is een geeheim geworden dat in zijjn kist is meegeaan. Der Hauch des Lebens Part 1 begint in een amient achtige sfeer het doet wat denken in en ver universum tercht gekomen te zijn. Der Hauch des Lebens part 2 Trket die sfeer mooi door in gedachten zie ik brokken ruimtestof zweven in ontmeetbare ruimte. Het levan moet asl het ware nog ontaaan. Part 3 begint wat zokend maar eenmaal opgang is ean prima suk van de meester te horen. Nog een keer triekt Shulze het blik open van een prema sfeermaker te zijn er sapt nog een hoop lven in de brouwerij uit. Der Hauch des Lebens part 4 begit met orkestrale tonen, wat verder zijn er wat zwevigig tonen te horen of Kalus Shulze wil zeggen mjn aadse leven zit er op, maar mijn gedachten leven voort. Deze track stopt vrij abrupt wat het geschetse beeld nog een versterkt. Rest mij hier te tiiken Klaus Schule bedankt voor alle mooie muzik. Een buiging lijkt mij wel op zin paalts.
Kaus Scchulze die als één vsn de pioniers was van electronise muziek gold Neeft een nalatenschap acchtgelaten om u tegen te zeggen begin jaren tachig van de voege eeuw was daar de discuusie onder de fans dat Shulze de wge was kijt geraakt.Iets dat ik realtiveer tot de de boog kan niet alijd gespannen staaan. In delfde perioede mampte Schule met een drnk en rookversalving . Na gesopt te zijn miet zijn slecthe gewoontes. . Vogde er o pnieuw eeen reeeks van intersante albums die het bluisteren meer dan waard waren. Tot en met dt laatse album van de Johan Cruif van de electronishe muziek. Met een gevoel van weemod begin ik dan ook aan deze besprieng om nooit meer een neiuwe noot van Shulze te mogen gaan beluistern.
Na deze inleideng voglt er dan ook een gedeankwaardg moment de laatste mziek aan te horen van de godvader van de electroniche mziek. Met een trieste toon naar een perioede van weleer start het eerse deel. Mooi govende tonen die maij aan Timewind doen denken herken ik de meester die mijn hand pakkt om me een prettig verhaal te gaan trakteren. Die pettige lijn word cecontnueerd op het tweede del van het lange stuk. Haast romige tonen weet Schule uit zijn spullen te toveren. De oren krijegen hemelse muziek te verweken. Het derde deel zet deze goede sfeer door. Hel lukt Schule opneiuw mij te laten zweven naar gebiden in de kosmos waar nog gen mens is geweest. Een gevoel van in een vavium techt zijn gekomen valt mij ten deel. Die sfeer wodt nogeens vertserk in het korte deel vier vna de compostie. Een wrme gloed aan tonen is wat de luidsreekers te verwerken kijgen. Waarmee het Ocaris gedeelte een waardig slot krijgt. Seth part 1 begint met de nodige kraak en piep geluuiden die doen denken van een ver streenstel afkomstig te zijn. Seth Part 2 roept een malanchoscie sfeeer op of dat Schulze zijn naderende einde aavoelt. Eeen trieste orkestraite is wat de oren bereikt. Seth Part 3. stem deereentengen wat volijkheid uit. Wat toe te schriven vat aa net huppelpatroon van de muziek. Seth Part 4 roept daarentgen een desaolte melancholishe sfeer op wat mede toe te scherinven vat aan het droeve cellospel van Wolgang Tiepold en de warme bassen die er zijn te horen. Het is droefhaeid allom. Seth Part 5 stemt wat hoopvoller ondanks de cello van Tiepeld. Schuzle speelt een enigzins vrolijk spel op zijn spullen. Steh part 6 klinkt wat zweverig de cello van Tiepld geeft warmtte aan het stuk. De orkestratie van Schulze geet het stuk warmte. Seth Prt 7 berngt mij dan weer in droeve sfeer de cello van Tiepold roept een droeve sfeer op. Warme hert Seth gedeelte een moi ende kent.
bij zonder is dat het laatse Schulze albam aflsuit met Der Hauch des Lebens wat in het Nederlans iiet betekend als eean vleuge het leven. Kennelijk had Schulze zijn overleiden nog niet verwaht, Of zou ij de tttel bedacht hebben in een sfeer van ironiie. Hoe het ook zij het is een geeheim geworden dat in zijjn kist is meegeaan. Der Hauch des Lebens Part 1 begint in een amient achtige sfeer het doet wat denken in en ver universum tercht gekomen te zijn. Der Hauch des Lebens part 2 Trket die sfeer mooi door in gedachten zie ik brokken ruimtestof zweven in ontmeetbare ruimte. Het levan moet asl het ware nog ontaaan. Part 3 begint wat zokend maar eenmaal opgang is ean prima suk van de meester te horen. Nog een keer triekt Shulze het blik open van een prema sfeermaker te zijn er sapt nog een hoop lven in de brouwerij uit. Der Hauch des Lebens part 4 begit met orkestrale tonen, wat verder zijn er wat zwevigig tonen te horen of Kalus Shulze wil zeggen mjn aadse leven zit er op, maar mijn gedachten leven voort. Deze track stopt vrij abrupt wat het geschetse beeld nog een versterkt. Rest mij hier te tiiken Klaus Schule bedankt voor alle mooie muzik. Een buiging lijkt mij wel op zin paalts.
Klaus Schulze - Dune (1979)

3,5
0
geplaatst: 3 april 2008, 21:49 uur
Het werk van Klaus Schulze zou van mij nooit de titel krijgen van lichte muziek. Ook dit album niet wat is gebasseerd op het boek "Dune" van de schrijver Frank Herbert.
De titel track van dit album begint erg kosmisch, wat bestaat uit de nodige ruimtelijke klanken. Het is behoorlijk spannend te noemen en als de cello van Wolgang Tiepold erbij komt wordt deze duistere sfeer alleen maar versterkt. Met mijn ogen dicht zie ik in mijn fantasie de grote brokken steen voorbij komen. De kleine veranderingen die in dit stuk voorkomen doen mij denken aan dat er een ander deel van de ruimte wordt betreden. Veel ritme is in deze track niet te vinden. De cello van Tiepold verhoogd hierbij de buitenaardse sfeer. Voor dit moeilijke stuk muziek moet ik wel in de stemming zijn.
Met wat duistere klanken uit de cello van Tiepold begint Shadows Of Ignorance en Schulze zorgt hier voor wat sfeer geluiden. Na een minuut of twee komt daar een subtiel ritme bij, waardoor er een lekkere sfeer ontstaat. Het zweven door de ruimte wordt hiermee voortgezet. Hier en daar lijkt het of ik stemmen hoor. Langzaam wordt duidelijk dat deze echt is. Het is de stem van Arthur Brown die een behoorlijk diepzinnige tekst van Schulze ten gehore brengt. Af en toe zingend dan wel pratend. Tijdens dit gedeelte zorgt Schulze voor de juiste sfeer bij de tekst. De cello van Tiepold versterkt dit op een prima wijze.
Op zich een goed album van Schulze, maar wel eentje waar ik voor 100 procent voor in de stemming moet zijn. Daardoor is dit album niet vaak in de cd-speler te vinden bij mij. Toch begint dit album voor mij wel in de klasse van groei-album te vallen waardoor de waardering stapje bij beetje aan het stijgen is.
De titel track van dit album begint erg kosmisch, wat bestaat uit de nodige ruimtelijke klanken. Het is behoorlijk spannend te noemen en als de cello van Wolgang Tiepold erbij komt wordt deze duistere sfeer alleen maar versterkt. Met mijn ogen dicht zie ik in mijn fantasie de grote brokken steen voorbij komen. De kleine veranderingen die in dit stuk voorkomen doen mij denken aan dat er een ander deel van de ruimte wordt betreden. Veel ritme is in deze track niet te vinden. De cello van Tiepold verhoogd hierbij de buitenaardse sfeer. Voor dit moeilijke stuk muziek moet ik wel in de stemming zijn.
Met wat duistere klanken uit de cello van Tiepold begint Shadows Of Ignorance en Schulze zorgt hier voor wat sfeer geluiden. Na een minuut of twee komt daar een subtiel ritme bij, waardoor er een lekkere sfeer ontstaat. Het zweven door de ruimte wordt hiermee voortgezet. Hier en daar lijkt het of ik stemmen hoor. Langzaam wordt duidelijk dat deze echt is. Het is de stem van Arthur Brown die een behoorlijk diepzinnige tekst van Schulze ten gehore brengt. Af en toe zingend dan wel pratend. Tijdens dit gedeelte zorgt Schulze voor de juiste sfeer bij de tekst. De cello van Tiepold versterkt dit op een prima wijze.
Op zich een goed album van Schulze, maar wel eentje waar ik voor 100 procent voor in de stemming moet zijn. Daardoor is dit album niet vaak in de cd-speler te vinden bij mij. Toch begint dit album voor mij wel in de klasse van groei-album te vallen waardoor de waardering stapje bij beetje aan het stijgen is.
Klaus Schulze - In Blue (1995)

4,0
0
geplaatst: 24 april 2010, 21:47 uur
Klaus Schulze het blijft een bijzonder mens binnen de elektronische muziek. Zijn goede en slechte periodes kennende, maar daarnaast ook iemand die de grenzen opzoekt. Paste op het album Timewind met wurgen en ander geweld net twee lange tracks op één lp, met de komst van de cd in 1983 lijkt het wel of de sky de limit is met als gevolg uitzonderlijk lange composities. Daar is dit album In Blue geen uitzondering op. Deze bestaat uit twee cd's met studio materiaal en een gevuld met live opname.
En dan is er nog een verassing op dit album, waar ik later op terugkom. Verder is de kartonnen verpakking prima in orde en dat geldt zeker ook voor die informatie die erbij is geleverd. Anders geformuleerd de eerste indruk is dik in orde. Tijd dus voor de muziek.
De eerste plaat uit deze set bevat de compositie Into the Blue wat de hele cd beslaat. Om het geheel overzichtelijk te houden is het onderverdeeld in zes subdelen. Het eerste deel, Into the Blue, begint erg zacht. Heel vaag hoor ik het geluid van het ruisen van de wind. Wat later komt daar haast gewijde muziek bij het roept een gevoel op van in een grootte kathedraal te zitten. Echt veel volume zit er in eerste instantie niet in, toch voelt het door het laag wat er inzit als een warme deken aan. Ondanks dat roept de muziek toch een treurig gevoel op, ik meen iets van vergane glorie te horen. Tevens doet het me denken aan een ernstige symfonie die net begint en de partituur voorschrijft subtiel te beginnen. Muziek die erg tegen de stilte aanzit en als een koor begint te zingen is het beeld van de eerder beschreven kathedraal compleet. Het tweede deel, Blowin' the Blues Away brengt hierin verandering. Een prettig ritme wordt ingezet waarna het even lijkt of er naar iets wordt gezocht. Niet lang daarna volgt een prettige orkestratie met een drive die een tikje spannend is zoals ik dat graag hoor van Schulze. Verder doet het klassiek aan door harp klanken die zijn te horen, verder klinken uit de diepte geluiden die niet gelijk te plaatsen zijn. Na verloop komt er een kleine verandering in het stuk, maar wat blijft staan is het prettige ritme en die subtiele haast klassiek aandoende orkestratie. Heer Schulze in topvorm, waardoor het deel Blowin' Away gevoelsmatig aan de korte kant is. Daarnaast roept het ook een gevoel op van een dag die een aangenaam begin kent. Aan het eind van het stuk nog een heel klein beetje stress, maar dat mag geen naam hebben. Een pracht compositie die om wat extra volume vraagt. Met een soort knal stopt het. Blue Moods begint subtiel, voor mijn gevoel ben ik in een klooster terecht gekomen waar wat zusters staan te zingen. Daarnaast hoor ik de wind om het gebouw loeien en lijken er uit de kelder ook nog geluiden te komen. Mede hierdoor een stuk muziek wat aanvoelt alsof je een cadeautje voorzichtig aan het openen bent. Tot dat het deel Wild and Blue met een tikje bombast begint waarna het lijkt of vogels van schrik weg vliegen. Nog even is daar de rust van het klooster te horen, maar al snel krijg ik het idee of Schulze met een deel uit een symfonie is begonnen. Het doet me wat denken aan het werk van de componist Bruckner. Gaande het stuk volgt een mooie opbouw waardoor ik aan de conussen gekluisterd zit. Als daarbij nog geluiden bijkomen die aan wind doen denken, lijkt het wel min of meer of ik een echo hoor van het album Timewind. Na ongeveer 10 minuten wordt de sfeer wat opener van aard, wat wordt ingeluid door iets wat trompetten doet denken. Het doet daardoor een tikje jazzy aan op een fraai bed aan klanken uit de elektronicawinkel. Verder geeft het een gevoel in alle rust aan het strand te zitten. Als het stuk vijftien minuten aan de gang is volgt er een klassieke wending in het stuk. Klanken die aan gitaar doen denken of ze van een orkest afkomstig zijn. Als dit plotseling tot een eind komt heb ik even het gevoel op een leeg plein te zitten waar droeve muziek is te horen. Het roept een gevoel van verlatenheid op. De paar paukslagen doen daar geen afbreuk aan. Naarmate de muziek vordert wordt de sfeer steeds een stukje desolater. Tot dat Schulze er een subtiele beat er onderzet, waardoor er leven in de brouwerij komt en het lijkt of de stad begint te bruisen. Aan het einde nog wat orkestrale klanken waarmee het deel Wild and Blue tot een soort climax wordt gebracht. Als het einde er dan is heb ik ook het gevoel dat 35 minuten lange compositie eigenlijk te kort is. De track Out of the Blue voelt dan ook aan al een dot slagroom die het geheel smaakvol tot een goed einde brengt, waarmee cd 1 uit deze set uitstekend ten eind komt.
Daarna is het dus tijd voor cd 2 die begint met het stuk Retrun of the Tempel wat min of meer een verwijzing is naar de groep waar Schulze ooit inzat Ash Ra Tempel. Het eerste deel, Midnight in Blue begint duister en haast klassiek. Daarnaast roept het ook een beeld op van een stand ergens in Italië. De sterren schitteren in het zeewater terwijl het zand van het strand nog warm aanvoelt van de zon die er op heeft geschenen. Een bijzonder aangename sfeer die vooral rust uitstraalt. Klanken die op een gitaar lijken versterken dit voorgaande beeld nog eens. Die rust wordt "wreed" verstoort door de bassen waarmee het deel Return of the Tempel begint. In het begin lijkt het stuk niet echt op gang te komen en Schulze dus even zoekend is, tot daar geluiden zijn te horen afkomstig uit een elektrische gitaar, waarna er iets is te horen wat me aan panfluiten doet denken. Langzaam maar zeker komt er ritme bij, waardoor stilzitten een moeilijke opgave wordt. Ja, en dan die gitaar die er te horen is wordt wel erg goddelijk bespeeld en dan blijkt dat niemand anders dan Maunel Göttsching aan de snaren plukt. Daarbij schept Schulze een wijds landschap uit de elektronicawinkel die wel alle kanten uit lijkt te waaien waardoor het wat jazzy overkomt. De gitaar van Göttsching zit hierdoor subtiel verweven. Even is er een soort pauze te horen gevormd door wat ritme en een lichte orkestratie die langzaam maar zeker wat spannends krijgt, waarna een soort elektronische jazz volgt. En als Göttsching er bijkomt met zijn gitaar is het beeld compleet. Wat is de man toch goed in het beroeren van zes snaren. Muziek om met de ogen dicht helemaal high van te worden zonder dat daarvoor een joint voor hoeft worden opgestoken. Even is daar rust om even bij te komen en een teug lucht te halen, waarna heel subtiel een bijzondere fraai opbouw is te horen. De gitaar van Göttsching heeft hier iets spannends, terwijl Schulze in eerste instantie lijkt bezig te zijn een fraai landschap te schetsen waar iets klassieks in zit. Daarna volgt iets wat me aan uitgestrekte gebieden doet denken. Waar je ook kijkt ruimte terwijl iemand er rustig door aan het hardlopen is. Na verloop lijk het doel in zicht. De plaats van bestemming komt in zicht. De drive gaat langzaam maar zeker een tandje hoger en de orkestratie wordt een tikje drukker. Daarnaast doet het wat jazzy aan en op een gegeven moment is stil zitten haast niet mogelijk door de groove die te horen is. Muziek die me langzaam uit mijn stoel lijkt op te tillen. Even mag ik wat lucht hallen, maar de denkbeeldige trein rijdt wel door. Heerlijk genieten dus wat er mentaal voorbij komt. Hier een daar wat rust, wat voor mij verbeeld door open landschappen te gaan. Zodra daar de gitaar van Göttschining erbij komt wordt het voorafgaande versterkt door het rockelement die hij toevoegt. Al met al een heerlijk stuk muziek dit deel Return of the Tempel, waar een heerlijke variatie aan sferen is te horen die me doen beseffen dat 28,42 erg kort kunnen zijn. Aan het einde pakken de heren nog een keer van alles rustig uit de muzikale kast, waarna een gevoel bekruipt of een mooie dag echt ten einde is.
In een sfeer die me wat aan de Middelandse Zee doet denken begint het subdeel, Blue Spirits. Niet lang daarna lijkt het of de zon onder is gegaan. Het stand ligt er verlaten bij en hoog boven de dampkring zijn fonkelende sterren te zien, waarna een diepe stilte volgt. Het deel True Blue is wat experimenteel van aard. Wat ik hoor zijn vreemde geluiden die erg tegen de stilte aan zitten.
Het eerste deel van Serenade in Blue, Aubade begint wat triest, voor mij gevoel roept het een grijze dag op. De orkestratie die Schulze hier onder zet is gelukkig warm een haast klassiek van aard. De muziek is zwaar te noemen en de paar harpklanken zijn niet in staat om het stuk een andere wending te geven. De mist lijkt als het ware te blijven hangen en de lage tonen geven er wat warms aan. Deel twee, Kind of Blue, brengt wat leven in de brouwerij. Na mijn idee begint de lente doordat de muziek binnen het kader van de Schulze begrippen wat vrolijks heeft. Lang vrolijk blijft het niet, omdat het haast lijkt of Schulze bezig is een passievol en ingehouden deel uit een symfonie te brengen. Qua sfeer doet het mij aan de componist Bruckner denken. Daarnaast doet het mij wat denken aan een gebied waar jaren lang niets wilde groeien en waar nu langzaam de eerste grassprietjes zijn te zien. Heel wonderlijk en het geluid van een zware trom hier een daar houdt me bij deze interessante les. Voordat ik er erg in heb zijn de dikke 18 minuten die het stuk duurt zo voorbij. De bijzonder fraaie klassieke ontknoping is om door een ringetje te halen. Het volgende deel, Blue Hour begint behoorlijk orkestraal. Gaande het stuk wordt de sfeer wat subtieler waarin een sfeer wordt gecreëerd van vroeg in de ochtend waarin de natuur tot leven komt. Erg fraai en toont daarmee een staaltje van concentratie en beheersing van de maker. Haast ongemerkt gaat dit over in het sub deel Serenade. Dit voelt door de intieme sfeer aan als een warme deken. Schulze zet hier met heel weinig een fraai beeld neer wat me doet denken aan langzaam optrekkende mist. In eerste instantie wil de mist niet van wijken weten, toch wordt gaandeweg de compositie het stuk opener, maar desondanks blijft een nevel over het landschap hangen. De zware bassen die te horen zijn versterken dit beeld nog eens. Het koor wat is te horen zorgt hierbij voor de finishing touch, waarmee cd twee erg mooi ten einde komt. Een gepaste stilte is hier mijns inziens wel op zijn plaats.
En na al een prima zit is daar het live album binnen deze set. Deze zit niet bij iedere uitvoering van het album In Blue, dus kijk uit of je wel de goede te pakkan kunt krijgen. Het eerst stuk, Musique Abstract, is een opname die dateert uit 1994. Voordat er muziek klinkt richt Klaus Schulze eerst het woord naar het publiek, zo te horen gaat het over een toegift. Daarna klinken wat experimentele klanken met klassiek geschoolde stemmen er in verwerkt. Na ongeveer twee minuten komt er een heerlijke beat het stuk binnen, die tot meebewegen maant. Het betere werk dus van de meester. De samples komen en gaan terwijl een beat de boel gaande houdt. Even een rustpunt en wat experimentele klanken, het levert een mooie haast broeierige sfeer op die voorbij is voordat ik er erg in heb. Daarna volgt dan ook een terecht applaus. Zeven kort bondige minuten zijn voorbij.
De tweede opname op deze bonus plaat stamt uit 1997 en is getiteld Return of the Tempel 2. Het begin ervan is behoorlijk klassiek te noemen. In mijn verbeelding zie ik een dirigent een groot orkest in werking zetten. Verder klinkt het duister en subtiel en voelt daarnaast warm aan. Na enige tijd komt er een beetje leven in de statige brouwerij waarin ik een echo lijk te horen van de gitaar van Manuel Göttsching die hier niet aanwezig is volgens de informatie. Tegen het einde toe komt er meer leven in het stuk en doet daarmee een beetje denken aan de Bolero, maar dan eigentijdser. Met andere woorden een prima stuk muziek van Schulze met een heerlijke groove erin.
Op de laatste track van dit album gaan we terug naar 1983. Aan het begin van Out of the Blue 2 is te horen dat dit opgenomen is rondom het album Dune, maar al snel klinken de muziekstructuren door die doen denken aan het album Audentity, niet het sterkste album van Schulze in mijn ogen. En ook nu hou ik mijn hart vast. Op zich is de beat prima, maar wat er op is te horen is wat minimaal te noemen. Ja, en dan is daar een citaat te horen van Tango-Saty niet het beste wat de man heeft gemaakt. Een volksdeuntje van dertien in een dozijn. De sferische geluiden die hierna zijn te horen bevallen me beter. Toch blijft het thema van Tango-Saty als een soort donkere wolk boven het stuk hangen. Daarnaast begint het getrommel me op de zenuwen te werken. Dit komt duidelijk uit de periode dat daar een roep was om de instrumenten van Schulze af te pakken. Jammer dan ook dat dit terecht is gekomen op een verder prima album. In plaats daarvan had men beter kunnen kiezen voor een opname uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. De wat experimentele wendingen die volgen brengen er geen noemenswaardige verbeteringen in. Misschien leuk om bij een film te gebruiken ter ondersteuning, edoch hier begint het mij dus wat op de zenuwen te werken. Wel gebied me de eerlijkheid te vermelden dat het einde van het stuk wel mooi is door de spannende geluiden die niet direct te plaatsen zijn waar wat dreiging van uit gaat en verder doet denken of een vliegende schotel bezig is met een manoeuvre.
En dan kom ik tot de conclusie dat In Blue verder een prima album is, maar zoals ik al eerder vermelde dat de laatste track niet had gehoeven. Verder geen klachten, want ik heb mooie muziek voorbij horen komen. Daarnaast is de vormgeving en informatie dik in orde.
En dan is er nog een verassing op dit album, waar ik later op terugkom. Verder is de kartonnen verpakking prima in orde en dat geldt zeker ook voor die informatie die erbij is geleverd. Anders geformuleerd de eerste indruk is dik in orde. Tijd dus voor de muziek.
De eerste plaat uit deze set bevat de compositie Into the Blue wat de hele cd beslaat. Om het geheel overzichtelijk te houden is het onderverdeeld in zes subdelen. Het eerste deel, Into the Blue, begint erg zacht. Heel vaag hoor ik het geluid van het ruisen van de wind. Wat later komt daar haast gewijde muziek bij het roept een gevoel op van in een grootte kathedraal te zitten. Echt veel volume zit er in eerste instantie niet in, toch voelt het door het laag wat er inzit als een warme deken aan. Ondanks dat roept de muziek toch een treurig gevoel op, ik meen iets van vergane glorie te horen. Tevens doet het me denken aan een ernstige symfonie die net begint en de partituur voorschrijft subtiel te beginnen. Muziek die erg tegen de stilte aanzit en als een koor begint te zingen is het beeld van de eerder beschreven kathedraal compleet. Het tweede deel, Blowin' the Blues Away brengt hierin verandering. Een prettig ritme wordt ingezet waarna het even lijkt of er naar iets wordt gezocht. Niet lang daarna volgt een prettige orkestratie met een drive die een tikje spannend is zoals ik dat graag hoor van Schulze. Verder doet het klassiek aan door harp klanken die zijn te horen, verder klinken uit de diepte geluiden die niet gelijk te plaatsen zijn. Na verloop komt er een kleine verandering in het stuk, maar wat blijft staan is het prettige ritme en die subtiele haast klassiek aandoende orkestratie. Heer Schulze in topvorm, waardoor het deel Blowin' Away gevoelsmatig aan de korte kant is. Daarnaast roept het ook een gevoel op van een dag die een aangenaam begin kent. Aan het eind van het stuk nog een heel klein beetje stress, maar dat mag geen naam hebben. Een pracht compositie die om wat extra volume vraagt. Met een soort knal stopt het. Blue Moods begint subtiel, voor mijn gevoel ben ik in een klooster terecht gekomen waar wat zusters staan te zingen. Daarnaast hoor ik de wind om het gebouw loeien en lijken er uit de kelder ook nog geluiden te komen. Mede hierdoor een stuk muziek wat aanvoelt alsof je een cadeautje voorzichtig aan het openen bent. Tot dat het deel Wild and Blue met een tikje bombast begint waarna het lijkt of vogels van schrik weg vliegen. Nog even is daar de rust van het klooster te horen, maar al snel krijg ik het idee of Schulze met een deel uit een symfonie is begonnen. Het doet me wat denken aan het werk van de componist Bruckner. Gaande het stuk volgt een mooie opbouw waardoor ik aan de conussen gekluisterd zit. Als daarbij nog geluiden bijkomen die aan wind doen denken, lijkt het wel min of meer of ik een echo hoor van het album Timewind. Na ongeveer 10 minuten wordt de sfeer wat opener van aard, wat wordt ingeluid door iets wat trompetten doet denken. Het doet daardoor een tikje jazzy aan op een fraai bed aan klanken uit de elektronicawinkel. Verder geeft het een gevoel in alle rust aan het strand te zitten. Als het stuk vijftien minuten aan de gang is volgt er een klassieke wending in het stuk. Klanken die aan gitaar doen denken of ze van een orkest afkomstig zijn. Als dit plotseling tot een eind komt heb ik even het gevoel op een leeg plein te zitten waar droeve muziek is te horen. Het roept een gevoel van verlatenheid op. De paar paukslagen doen daar geen afbreuk aan. Naarmate de muziek vordert wordt de sfeer steeds een stukje desolater. Tot dat Schulze er een subtiele beat er onderzet, waardoor er leven in de brouwerij komt en het lijkt of de stad begint te bruisen. Aan het einde nog wat orkestrale klanken waarmee het deel Wild and Blue tot een soort climax wordt gebracht. Als het einde er dan is heb ik ook het gevoel dat 35 minuten lange compositie eigenlijk te kort is. De track Out of the Blue voelt dan ook aan al een dot slagroom die het geheel smaakvol tot een goed einde brengt, waarmee cd 1 uit deze set uitstekend ten eind komt.
Daarna is het dus tijd voor cd 2 die begint met het stuk Retrun of the Tempel wat min of meer een verwijzing is naar de groep waar Schulze ooit inzat Ash Ra Tempel. Het eerste deel, Midnight in Blue begint duister en haast klassiek. Daarnaast roept het ook een beeld op van een stand ergens in Italië. De sterren schitteren in het zeewater terwijl het zand van het strand nog warm aanvoelt van de zon die er op heeft geschenen. Een bijzonder aangename sfeer die vooral rust uitstraalt. Klanken die op een gitaar lijken versterken dit voorgaande beeld nog eens. Die rust wordt "wreed" verstoort door de bassen waarmee het deel Return of the Tempel begint. In het begin lijkt het stuk niet echt op gang te komen en Schulze dus even zoekend is, tot daar geluiden zijn te horen afkomstig uit een elektrische gitaar, waarna er iets is te horen wat me aan panfluiten doet denken. Langzaam maar zeker komt er ritme bij, waardoor stilzitten een moeilijke opgave wordt. Ja, en dan die gitaar die er te horen is wordt wel erg goddelijk bespeeld en dan blijkt dat niemand anders dan Maunel Göttsching aan de snaren plukt. Daarbij schept Schulze een wijds landschap uit de elektronicawinkel die wel alle kanten uit lijkt te waaien waardoor het wat jazzy overkomt. De gitaar van Göttsching zit hierdoor subtiel verweven. Even is er een soort pauze te horen gevormd door wat ritme en een lichte orkestratie die langzaam maar zeker wat spannends krijgt, waarna een soort elektronische jazz volgt. En als Göttsching er bijkomt met zijn gitaar is het beeld compleet. Wat is de man toch goed in het beroeren van zes snaren. Muziek om met de ogen dicht helemaal high van te worden zonder dat daarvoor een joint voor hoeft worden opgestoken. Even is daar rust om even bij te komen en een teug lucht te halen, waarna heel subtiel een bijzondere fraai opbouw is te horen. De gitaar van Göttsching heeft hier iets spannends, terwijl Schulze in eerste instantie lijkt bezig te zijn een fraai landschap te schetsen waar iets klassieks in zit. Daarna volgt iets wat me aan uitgestrekte gebieden doet denken. Waar je ook kijkt ruimte terwijl iemand er rustig door aan het hardlopen is. Na verloop lijk het doel in zicht. De plaats van bestemming komt in zicht. De drive gaat langzaam maar zeker een tandje hoger en de orkestratie wordt een tikje drukker. Daarnaast doet het wat jazzy aan en op een gegeven moment is stil zitten haast niet mogelijk door de groove die te horen is. Muziek die me langzaam uit mijn stoel lijkt op te tillen. Even mag ik wat lucht hallen, maar de denkbeeldige trein rijdt wel door. Heerlijk genieten dus wat er mentaal voorbij komt. Hier een daar wat rust, wat voor mij verbeeld door open landschappen te gaan. Zodra daar de gitaar van Göttschining erbij komt wordt het voorafgaande versterkt door het rockelement die hij toevoegt. Al met al een heerlijk stuk muziek dit deel Return of the Tempel, waar een heerlijke variatie aan sferen is te horen die me doen beseffen dat 28,42 erg kort kunnen zijn. Aan het einde pakken de heren nog een keer van alles rustig uit de muzikale kast, waarna een gevoel bekruipt of een mooie dag echt ten einde is.
In een sfeer die me wat aan de Middelandse Zee doet denken begint het subdeel, Blue Spirits. Niet lang daarna lijkt het of de zon onder is gegaan. Het stand ligt er verlaten bij en hoog boven de dampkring zijn fonkelende sterren te zien, waarna een diepe stilte volgt. Het deel True Blue is wat experimenteel van aard. Wat ik hoor zijn vreemde geluiden die erg tegen de stilte aan zitten.
Het eerste deel van Serenade in Blue, Aubade begint wat triest, voor mij gevoel roept het een grijze dag op. De orkestratie die Schulze hier onder zet is gelukkig warm een haast klassiek van aard. De muziek is zwaar te noemen en de paar harpklanken zijn niet in staat om het stuk een andere wending te geven. De mist lijkt als het ware te blijven hangen en de lage tonen geven er wat warms aan. Deel twee, Kind of Blue, brengt wat leven in de brouwerij. Na mijn idee begint de lente doordat de muziek binnen het kader van de Schulze begrippen wat vrolijks heeft. Lang vrolijk blijft het niet, omdat het haast lijkt of Schulze bezig is een passievol en ingehouden deel uit een symfonie te brengen. Qua sfeer doet het mij aan de componist Bruckner denken. Daarnaast doet het mij wat denken aan een gebied waar jaren lang niets wilde groeien en waar nu langzaam de eerste grassprietjes zijn te zien. Heel wonderlijk en het geluid van een zware trom hier een daar houdt me bij deze interessante les. Voordat ik er erg in heb zijn de dikke 18 minuten die het stuk duurt zo voorbij. De bijzonder fraaie klassieke ontknoping is om door een ringetje te halen. Het volgende deel, Blue Hour begint behoorlijk orkestraal. Gaande het stuk wordt de sfeer wat subtieler waarin een sfeer wordt gecreëerd van vroeg in de ochtend waarin de natuur tot leven komt. Erg fraai en toont daarmee een staaltje van concentratie en beheersing van de maker. Haast ongemerkt gaat dit over in het sub deel Serenade. Dit voelt door de intieme sfeer aan als een warme deken. Schulze zet hier met heel weinig een fraai beeld neer wat me doet denken aan langzaam optrekkende mist. In eerste instantie wil de mist niet van wijken weten, toch wordt gaandeweg de compositie het stuk opener, maar desondanks blijft een nevel over het landschap hangen. De zware bassen die te horen zijn versterken dit beeld nog eens. Het koor wat is te horen zorgt hierbij voor de finishing touch, waarmee cd twee erg mooi ten einde komt. Een gepaste stilte is hier mijns inziens wel op zijn plaats.
En na al een prima zit is daar het live album binnen deze set. Deze zit niet bij iedere uitvoering van het album In Blue, dus kijk uit of je wel de goede te pakkan kunt krijgen. Het eerst stuk, Musique Abstract, is een opname die dateert uit 1994. Voordat er muziek klinkt richt Klaus Schulze eerst het woord naar het publiek, zo te horen gaat het over een toegift. Daarna klinken wat experimentele klanken met klassiek geschoolde stemmen er in verwerkt. Na ongeveer twee minuten komt er een heerlijke beat het stuk binnen, die tot meebewegen maant. Het betere werk dus van de meester. De samples komen en gaan terwijl een beat de boel gaande houdt. Even een rustpunt en wat experimentele klanken, het levert een mooie haast broeierige sfeer op die voorbij is voordat ik er erg in heb. Daarna volgt dan ook een terecht applaus. Zeven kort bondige minuten zijn voorbij.
De tweede opname op deze bonus plaat stamt uit 1997 en is getiteld Return of the Tempel 2. Het begin ervan is behoorlijk klassiek te noemen. In mijn verbeelding zie ik een dirigent een groot orkest in werking zetten. Verder klinkt het duister en subtiel en voelt daarnaast warm aan. Na enige tijd komt er een beetje leven in de statige brouwerij waarin ik een echo lijk te horen van de gitaar van Manuel Göttsching die hier niet aanwezig is volgens de informatie. Tegen het einde toe komt er meer leven in het stuk en doet daarmee een beetje denken aan de Bolero, maar dan eigentijdser. Met andere woorden een prima stuk muziek van Schulze met een heerlijke groove erin.
Op de laatste track van dit album gaan we terug naar 1983. Aan het begin van Out of the Blue 2 is te horen dat dit opgenomen is rondom het album Dune, maar al snel klinken de muziekstructuren door die doen denken aan het album Audentity, niet het sterkste album van Schulze in mijn ogen. En ook nu hou ik mijn hart vast. Op zich is de beat prima, maar wat er op is te horen is wat minimaal te noemen. Ja, en dan is daar een citaat te horen van Tango-Saty niet het beste wat de man heeft gemaakt. Een volksdeuntje van dertien in een dozijn. De sferische geluiden die hierna zijn te horen bevallen me beter. Toch blijft het thema van Tango-Saty als een soort donkere wolk boven het stuk hangen. Daarnaast begint het getrommel me op de zenuwen te werken. Dit komt duidelijk uit de periode dat daar een roep was om de instrumenten van Schulze af te pakken. Jammer dan ook dat dit terecht is gekomen op een verder prima album. In plaats daarvan had men beter kunnen kiezen voor een opname uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. De wat experimentele wendingen die volgen brengen er geen noemenswaardige verbeteringen in. Misschien leuk om bij een film te gebruiken ter ondersteuning, edoch hier begint het mij dus wat op de zenuwen te werken. Wel gebied me de eerlijkheid te vermelden dat het einde van het stuk wel mooi is door de spannende geluiden die niet direct te plaatsen zijn waar wat dreiging van uit gaat en verder doet denken of een vliegende schotel bezig is met een manoeuvre.
En dan kom ik tot de conclusie dat In Blue verder een prima album is, maar zoals ik al eerder vermelde dat de laatste track niet had gehoeven. Verder geen klachten, want ik heb mooie muziek voorbij horen komen. Daarnaast is de vormgeving en informatie dik in orde.
Klaus Schulze - Kontinuum (2007)

2,5
0
geplaatst: 13 mei 2009, 20:37 uur
Qua vormgeving ziet dit album er prima uit. Het doet me wat denken aan mijn kindertijd. Oude radio's slopen en dan de fantasie op de loop laten gaan. In die printplaten zag ik altijd een maquette van een nog te bouwen wijk. Hier een paar huizen en zo de weg er naar toe met daar het veldje om een balletje te trappen. Ik verdwaalde zowat in mijn eigen fantasie.
En dit bovenstaande is ook van toepassing op de muziek. Bij een titel als Sequenzer (From 70 to 07) verwacht ik iets spannends te horen. Het roept bij mij een beeld op van een hele sprong naar voren maken in de tijd. Wijken slopen en beter opbouwen continu bezig zijn om de stad te verbeteren. Ja, dit continu is hier wat al te letterlijk opgevat. In gedachte hoor ik een leger aan architecten met elkaar babbelen, maar er uitkomen doen ze niet. Op tafel blijf een groot stuk wit papier wit. Wel zijn er momenten waar zware overwegingen zijn te horen. Maar een goed plan komt vooralsnog nog niet op tafel.
Met het geluid of een koor staat te zingen in een kathedraal begint Euro Caravan. Het roept daarmee een religeuze sfeer op die best mooi is. Wel blijft Schulze hier wat lang in dezelfde sfeer, Volgens mijn gevoel zit de kathadraal al vol gelovigen en mag de dienst wel van start gaan. Edoch de organist is nog steeds aan het oefenen op zijn klavier. De voorganger van de dienst kijkt wanhopig naar boven of De Heer kan ingrijpen, maar helaas.
Thor begint begin behoorlijk spannend met het geluid van bliksem. en lage tonen. Gevoelsmatig ben ik aan de goden overgedragen. Hierna volgt een mooi rustg deel waarbij ik het gevoel heb dat ik in het openveld sta waar me schijnbaar niets kan gebeuren. Wel is voelbaar dat er wat te wachten staat en de bliksem slaat een paar keer in. Hier laat Schulze goed horen dat hij nog prima in staat is een spannende sfeer op te roepen. Het doet me wat denken aan een countdown die afloopt voor de lancering van een raket. Jammer is wel dat Schulze hier wat te lang in blijft hangen, waardoor bij mij de gedachte naar boven komt of de NASA-medewerker uitgebreid de tijd neemt om de gebruiksaanwijzing van het ruimteveer door te nemen. En vlak voor het einde is daar een sfeer van in het luchtledige te hangen, zonder dat daar voorafgaand een knal of zoiets te horen is geweest.
Kortom: prima muziek om te gebruiken bij een diashow over de ruimte waar gerust tussendoor gepraat mag worden en een doekje uit de keuken kan worden gehaald om het glas cola wat omviel op te deppen.
En dit bovenstaande is ook van toepassing op de muziek. Bij een titel als Sequenzer (From 70 to 07) verwacht ik iets spannends te horen. Het roept bij mij een beeld op van een hele sprong naar voren maken in de tijd. Wijken slopen en beter opbouwen continu bezig zijn om de stad te verbeteren. Ja, dit continu is hier wat al te letterlijk opgevat. In gedachte hoor ik een leger aan architecten met elkaar babbelen, maar er uitkomen doen ze niet. Op tafel blijf een groot stuk wit papier wit. Wel zijn er momenten waar zware overwegingen zijn te horen. Maar een goed plan komt vooralsnog nog niet op tafel.
Met het geluid of een koor staat te zingen in een kathedraal begint Euro Caravan. Het roept daarmee een religeuze sfeer op die best mooi is. Wel blijft Schulze hier wat lang in dezelfde sfeer, Volgens mijn gevoel zit de kathadraal al vol gelovigen en mag de dienst wel van start gaan. Edoch de organist is nog steeds aan het oefenen op zijn klavier. De voorganger van de dienst kijkt wanhopig naar boven of De Heer kan ingrijpen, maar helaas.
Thor begint begin behoorlijk spannend met het geluid van bliksem. en lage tonen. Gevoelsmatig ben ik aan de goden overgedragen. Hierna volgt een mooi rustg deel waarbij ik het gevoel heb dat ik in het openveld sta waar me schijnbaar niets kan gebeuren. Wel is voelbaar dat er wat te wachten staat en de bliksem slaat een paar keer in. Hier laat Schulze goed horen dat hij nog prima in staat is een spannende sfeer op te roepen. Het doet me wat denken aan een countdown die afloopt voor de lancering van een raket. Jammer is wel dat Schulze hier wat te lang in blijft hangen, waardoor bij mij de gedachte naar boven komt of de NASA-medewerker uitgebreid de tijd neemt om de gebruiksaanwijzing van het ruimteveer door te nemen. En vlak voor het einde is daar een sfeer van in het luchtledige te hangen, zonder dat daar voorafgaand een knal of zoiets te horen is geweest.
Kortom: prima muziek om te gebruiken bij een diashow over de ruimte waar gerust tussendoor gepraat mag worden en een doekje uit de keuken kan worden gehaald om het glas cola wat omviel op te deppen.
Klaus Schulze - La Vie Electronique 1 (2009)

4,5
0
geplaatst: 3 april 2010, 23:51 uur
Van Klaus Schulze zijn door de jaren heen diverse sets van cd's uitgekomen in een gelimiteerde uitgave. Een behoorlijke dosis muziek in eens die niet voor een ieder beschikbaar is dus. Om dit gat enigszins te dichten is daar de serie La Vie Electronique voor in de plaats gekomen. Wat gelijk opvalt is de verpakking van de cd’s, een fraai karton geval met mooie foto's en een informatief boekje geschreven door Klaus D. Müller de manager van Schulze laat maar zeggen. Kortom: op het oog ziet het er goed uit.
Door de jaren heen heeft de muziek van Klaus Schulze zich duidelijk ontwikkeld van erg zwaar tot zaken met een groove die mijn geest als het ware uit mijn lichaam deden komen, om vervolgens het hele universum voorbij te zien komen. En bij het luisteren na de serie La Vie Electronique lijkt het wel of er een geschiedenisboek open gaat van een legende uit de elektronische muziek.
Al bij het lezen van de naam van de eerste track kon ik een lach niet onderdrukken. Je moet er maar opkomen om een muziekstuk de naam te geven I Was Dreaming I Was Awake and Than I Woke Up and Found Myself Asleep. Wie met dezelfde lach dit nummer gaat beluisteren komt bedrogen uit. Het is muziek uit wellicht de zwaarste periodes van Klaus Schulze, de tijd van Irlicht. Wel is het hier zo dat ik hier meer muziek in hoor waardoor een migraine aanval uitblijft. In gedachte zie ik Klaus Schulze zitten bij een groot kerkorgel en bezig is voorzichtig de registers te verkennen. Gevoelmatig zit het voor mij in de buurt van het album Timewind, maar dan zonder de opzwepende drive die daar in zit. Een fraai uitgesponnen compositie in de jaren zeventig stijl van de vorige eeuw. De drie delen van dit stuk vliegen dan ook zo voorbij. The Real McCoy begint met geluiden die me een gevoel geven ver in het universum te zijn. Het is bijzonder te noemen met hoe weinig geluid Schulze me bij de les weet te houden. Als na de kosmische klanken het orgel in beeld komt krijg ik het gevoel of ik boven een altaar vlieg om vervolgens toch opnieuw in een bijzonder deel van het universum terecht te komen. Heel in de verte hoor nog iets wat me aan Ash Ra Tempel doet denken, niet vreemd, want Klaus Schulze was daar een van de leden van. De dikke 12 minuten vliegen dan ook voorbij alsof het een warme deken is. Wel gebied me de eerlijkheid te schrijven dat dit wellicht niet aan te raden is om met het werk van Schulze kennis te maken. Aan het eind van het stuk heb ik het gevoel of ik in ijle lucht ben terecht gekomen.
Het tweeluik Tempus Fugit begint met zware orgelklanken en doet wat droef aan. Voor mijn gevoel zit ik dan ook bij cerimonie waar voor altijd afscheid van iemand wordt genomen. Qua geluid doet het denken aan Irlicht, maar dan minder koud er is hier zelfs sprake van warmte in de compositie. Het eerste deel van dit tweeluik is dan ook te snel voorbij, ook al blijft de stemming droef. Het tweede deel van Tempus Fugit, The Age of Schopping, trekt die droeve sfeer door. Iets in mijn gevoel zegt dat hier nog mooi woorden worden vertelt over degene waar afscheid van wordt genomen. Plechtige muziek vol van symboliek en heerlijke klanken uit de oude elektronica winkel. Aan het eind van het stuk muziek zie ik dan ook droeve mensen naar buiten lopen, nog denkend aan wat er gezegd is, terwijl de organist gepaste muziek ten gehore brengt.
Dynamo begint een tikje experimenteel met het geluid of een band net door de bandrecorder is geweest en nog wat tegen het aparaat slaat. Even is daar een zware toon en wordt de zaak een tikje experimenteel, maar door het herhalende geluid van die band begin ik langzaam in een soort hypnose te raken. Het einde van deze track doet me wat denken of er losse stenen van een berghelling afkomen, waarna het lijkt of ik in een gebied terecht kom waar het leven nog moet beginnen. Mooie orgelklanken op een bijzonder ritme. Met een kort stukje uit een interview met Klaus Schulze komt de eerste cd uit deze set ten einde.
De tweede plaat uit deze set begint met het vierluik Traumraum. Het eerste deel Mit Jungen Augen begint een tikje duister totdat de ruimte even gevuld worden met heerlijke bassen, waarna er een verstilling in de muziek plaats vindt. Het geeft een gevoel van weg van de materie te zijn. Oude kosmisch tijden herleven als het ware. Muziek zoals ik die graag van Schulze hoor. De maatschappij lijkt niet meer te bestaan en rust vult de kamer. Heel langzaam lijkt het of er een tikje spanning is het stuk komt, maar dat is maar schijn. Het tweede deel, Es is Abend, begint met geluiden van ver uit de ruimte. Voor mijn gevoel ben ik dan ook lichtjaren van de aarde verwijdert en enkel het fonkelen van de sterren doet mij beseffen dat ik leef. Qua muziek hoor ik in eerste instantie veel laag, maar gaande weg worden de klanken steeds ijler waardoor het aanvoelt of de zwaartekracht ontbreekt. Af en toe zijn er daarna wat bassen te horen die bij mij een beeld oproepen van brokstukken die voorbij komen. Een mooie compositie dus in de jaren zeventig stijl van Klaus Schulze. Het deel Ob Es Regent begint met geuiden die aan dun glas doen denken. Hierna lijkt het wel hoe vreemd het ook klinkt of er een vredige onweersbui langs komt. Geen stress dus en genieten van hoe de bliksemschichten de aarde bereiken. Subtiele elektronische muziek in optimale vorm. Aan het einde keert de rust weder en lijkt het of de bui een stuk verder naar benenden valt. Het deel een Heißer Tag roept bij mij al snel een beeld op van spiegelingen boven gloeiend heet asfalt midden in een woestijn. Het verdere verloop van dit stuk versterkt dit beeld nog eens. Hiermee komt er een bijzonder mooi einde aan het vierluik Traumraum.
De titel Study for Brian Eno doet me denken of Schulze Eno naar huis stuurt met een portie huiswerk. Qua muziek doet het inderdaad wat denken aan ambient. Voor mijn gevoel zit ik op een groot plein waar de ruimte middels klanken wordt vormgegeven. Bijzonder dus, en daarnaast erg rustgevend. Muziek om te gebruiken om alle stress van je af te spoelen of om heerlijk op te zweven.
Het album met de titel Cyborg is een van de zwaarste albums van Schulze. Met andere woorden toen ik de titel Cyborgs Traum zag deed dit het ergste vermoeden. Maar niets is minder waar. Het eerste deel, Fuzzy Logic, begint erg rustgevend, hierdoor lijkt het wel of Schulze me in trance wil brengen. Rustgevende muziek vult subtiel de ruimte en als ik de ogen zou sluiten ben ik ver van hier. Gaande het stuk kom ik steeds losser van de materie. Het tweede deel, Hasten Slowly, begint een tikje zenuwachtig wat toe te schrijven valt aan een vreemd ritme, maar zodra dit achter de rug is gaat de bijzondere reis verder. Klanken die uit de jaren zeventig van de vorige eeuw hadden kunnen komen vullen aangenaam de kamer. Hier is de meester goed bezig. Het deel Feed Your Head had qua titel een hoofdstuk kunnen zijn in een boek over psychologie, hier is het aangenaam voer van rustgevende klanken die de oren bereiken en me een gevoel bezorgen op een luchtbed door het universum te zweven. Voer dus om het hoofd eens lekker leeg te maken en zodoende de dagelijkse beslommeringen te doen vergeten. Lekker wegdrijven op buitenaardse klanken. Electric Dreams sluit dit vierluik waardig af. Fraaie ruimtelijke klanken stromen uit de luidsprekers en geven daarmee een gevoel van ver van de bewoonde wereld te zijn. Daarmee komt de tweede cd van deze set op een mooie wijze ten einde. Heerlijk borrelde geluiden vloeien door de kamer.
Deze set begon al met een grappige titel, maar een titel als Die Kunst Hundert Jahre Alt zu Werden doet daar niet voor onder. Deze compositie van een zeer dik uur begint heerlijk kosmisch. Het eerste subdeel Frülicht is voorbij voordat ik er erg in heb. Het volgende subdeel Etude Pour Une Fin du Monde trekt die fraaie sfeer door, waardoor de eerste indruk van de derde cd een aangename kennismaking is. De overige zeven subdelen trekken de goede lijn verder door. Het is goed te horen hoe Klaus Schulze bezig is een bijzondere kosmische reis te vertalen in muziek de me aan de luidsprekers doet kleven. Wellicht is het nog wat zoekend maar gevoelsmatig heb ik het idee dat het met liefde is gemaakt. Het is dus goed dat het niet op een plank is blijven liggen, maar zijn weg heeft gevonden naar dit album.
En dan is er al het nodige moois voorbij gekomen het afgelopen dikke uur die het stuk Der Kunst Hundert Jahre Alt zu Werden duurt en dan zijn er nog twee toegiften te vinden op deze derde schijf uit deze set. Study for Terry Riley begint met heerlijk laag, even lijkt het of Klaus Schulze zoekende is, maar eenmaal opgang volgt iets wat aan de gouden tijden van de beste man doet denken. Wat blijft het toch lekker klinken die orgelklanken op een bed van geluiden uit de sequencer. Het mag dan erg met de jaren zeventig van de vorige eeuw verbonden zijn, maar het blijft wel staan als een huis. Wel is het tikje jammer van de valse noot die er is te horen. Met een aanstekelijk ritme begint Les Jockeys Camouflés een heerlijk stuk muziek waar het moeilijk is om op stil te zitten. Daarnaast zou het mooi de beelden kunnen versterken van een film die over het oerwoud gaat.
Ja, en dan kan ik slechts tot de conclusie komen dat La Vie Electronique 1 een bijzonder album is uit een reeks die laat horen dat Klaus Schulze wel dagelijks bezig moet zijn met het maken van muziek. De drie cd's vlogen voor mij voorbij alsof het er één was. En die valse noot neem ik op de koop toe.
Door de jaren heen heeft de muziek van Klaus Schulze zich duidelijk ontwikkeld van erg zwaar tot zaken met een groove die mijn geest als het ware uit mijn lichaam deden komen, om vervolgens het hele universum voorbij te zien komen. En bij het luisteren na de serie La Vie Electronique lijkt het wel of er een geschiedenisboek open gaat van een legende uit de elektronische muziek.
Al bij het lezen van de naam van de eerste track kon ik een lach niet onderdrukken. Je moet er maar opkomen om een muziekstuk de naam te geven I Was Dreaming I Was Awake and Than I Woke Up and Found Myself Asleep. Wie met dezelfde lach dit nummer gaat beluisteren komt bedrogen uit. Het is muziek uit wellicht de zwaarste periodes van Klaus Schulze, de tijd van Irlicht. Wel is het hier zo dat ik hier meer muziek in hoor waardoor een migraine aanval uitblijft. In gedachte zie ik Klaus Schulze zitten bij een groot kerkorgel en bezig is voorzichtig de registers te verkennen. Gevoelmatig zit het voor mij in de buurt van het album Timewind, maar dan zonder de opzwepende drive die daar in zit. Een fraai uitgesponnen compositie in de jaren zeventig stijl van de vorige eeuw. De drie delen van dit stuk vliegen dan ook zo voorbij. The Real McCoy begint met geluiden die me een gevoel geven ver in het universum te zijn. Het is bijzonder te noemen met hoe weinig geluid Schulze me bij de les weet te houden. Als na de kosmische klanken het orgel in beeld komt krijg ik het gevoel of ik boven een altaar vlieg om vervolgens toch opnieuw in een bijzonder deel van het universum terecht te komen. Heel in de verte hoor nog iets wat me aan Ash Ra Tempel doet denken, niet vreemd, want Klaus Schulze was daar een van de leden van. De dikke 12 minuten vliegen dan ook voorbij alsof het een warme deken is. Wel gebied me de eerlijkheid te schrijven dat dit wellicht niet aan te raden is om met het werk van Schulze kennis te maken. Aan het eind van het stuk heb ik het gevoel of ik in ijle lucht ben terecht gekomen.
Het tweeluik Tempus Fugit begint met zware orgelklanken en doet wat droef aan. Voor mijn gevoel zit ik dan ook bij cerimonie waar voor altijd afscheid van iemand wordt genomen. Qua geluid doet het denken aan Irlicht, maar dan minder koud er is hier zelfs sprake van warmte in de compositie. Het eerste deel van dit tweeluik is dan ook te snel voorbij, ook al blijft de stemming droef. Het tweede deel van Tempus Fugit, The Age of Schopping, trekt die droeve sfeer door. Iets in mijn gevoel zegt dat hier nog mooi woorden worden vertelt over degene waar afscheid van wordt genomen. Plechtige muziek vol van symboliek en heerlijke klanken uit de oude elektronica winkel. Aan het eind van het stuk muziek zie ik dan ook droeve mensen naar buiten lopen, nog denkend aan wat er gezegd is, terwijl de organist gepaste muziek ten gehore brengt.
Dynamo begint een tikje experimenteel met het geluid of een band net door de bandrecorder is geweest en nog wat tegen het aparaat slaat. Even is daar een zware toon en wordt de zaak een tikje experimenteel, maar door het herhalende geluid van die band begin ik langzaam in een soort hypnose te raken. Het einde van deze track doet me wat denken of er losse stenen van een berghelling afkomen, waarna het lijkt of ik in een gebied terecht kom waar het leven nog moet beginnen. Mooie orgelklanken op een bijzonder ritme. Met een kort stukje uit een interview met Klaus Schulze komt de eerste cd uit deze set ten einde.
De tweede plaat uit deze set begint met het vierluik Traumraum. Het eerste deel Mit Jungen Augen begint een tikje duister totdat de ruimte even gevuld worden met heerlijke bassen, waarna er een verstilling in de muziek plaats vindt. Het geeft een gevoel van weg van de materie te zijn. Oude kosmisch tijden herleven als het ware. Muziek zoals ik die graag van Schulze hoor. De maatschappij lijkt niet meer te bestaan en rust vult de kamer. Heel langzaam lijkt het of er een tikje spanning is het stuk komt, maar dat is maar schijn. Het tweede deel, Es is Abend, begint met geluiden van ver uit de ruimte. Voor mijn gevoel ben ik dan ook lichtjaren van de aarde verwijdert en enkel het fonkelen van de sterren doet mij beseffen dat ik leef. Qua muziek hoor ik in eerste instantie veel laag, maar gaande weg worden de klanken steeds ijler waardoor het aanvoelt of de zwaartekracht ontbreekt. Af en toe zijn er daarna wat bassen te horen die bij mij een beeld oproepen van brokstukken die voorbij komen. Een mooie compositie dus in de jaren zeventig stijl van Klaus Schulze. Het deel Ob Es Regent begint met geuiden die aan dun glas doen denken. Hierna lijkt het wel hoe vreemd het ook klinkt of er een vredige onweersbui langs komt. Geen stress dus en genieten van hoe de bliksemschichten de aarde bereiken. Subtiele elektronische muziek in optimale vorm. Aan het einde keert de rust weder en lijkt het of de bui een stuk verder naar benenden valt. Het deel een Heißer Tag roept bij mij al snel een beeld op van spiegelingen boven gloeiend heet asfalt midden in een woestijn. Het verdere verloop van dit stuk versterkt dit beeld nog eens. Hiermee komt er een bijzonder mooi einde aan het vierluik Traumraum.
De titel Study for Brian Eno doet me denken of Schulze Eno naar huis stuurt met een portie huiswerk. Qua muziek doet het inderdaad wat denken aan ambient. Voor mijn gevoel zit ik op een groot plein waar de ruimte middels klanken wordt vormgegeven. Bijzonder dus, en daarnaast erg rustgevend. Muziek om te gebruiken om alle stress van je af te spoelen of om heerlijk op te zweven.
Het album met de titel Cyborg is een van de zwaarste albums van Schulze. Met andere woorden toen ik de titel Cyborgs Traum zag deed dit het ergste vermoeden. Maar niets is minder waar. Het eerste deel, Fuzzy Logic, begint erg rustgevend, hierdoor lijkt het wel of Schulze me in trance wil brengen. Rustgevende muziek vult subtiel de ruimte en als ik de ogen zou sluiten ben ik ver van hier. Gaande het stuk kom ik steeds losser van de materie. Het tweede deel, Hasten Slowly, begint een tikje zenuwachtig wat toe te schrijven valt aan een vreemd ritme, maar zodra dit achter de rug is gaat de bijzondere reis verder. Klanken die uit de jaren zeventig van de vorige eeuw hadden kunnen komen vullen aangenaam de kamer. Hier is de meester goed bezig. Het deel Feed Your Head had qua titel een hoofdstuk kunnen zijn in een boek over psychologie, hier is het aangenaam voer van rustgevende klanken die de oren bereiken en me een gevoel bezorgen op een luchtbed door het universum te zweven. Voer dus om het hoofd eens lekker leeg te maken en zodoende de dagelijkse beslommeringen te doen vergeten. Lekker wegdrijven op buitenaardse klanken. Electric Dreams sluit dit vierluik waardig af. Fraaie ruimtelijke klanken stromen uit de luidsprekers en geven daarmee een gevoel van ver van de bewoonde wereld te zijn. Daarmee komt de tweede cd van deze set op een mooie wijze ten einde. Heerlijk borrelde geluiden vloeien door de kamer.
Deze set begon al met een grappige titel, maar een titel als Die Kunst Hundert Jahre Alt zu Werden doet daar niet voor onder. Deze compositie van een zeer dik uur begint heerlijk kosmisch. Het eerste subdeel Frülicht is voorbij voordat ik er erg in heb. Het volgende subdeel Etude Pour Une Fin du Monde trekt die fraaie sfeer door, waardoor de eerste indruk van de derde cd een aangename kennismaking is. De overige zeven subdelen trekken de goede lijn verder door. Het is goed te horen hoe Klaus Schulze bezig is een bijzondere kosmische reis te vertalen in muziek de me aan de luidsprekers doet kleven. Wellicht is het nog wat zoekend maar gevoelsmatig heb ik het idee dat het met liefde is gemaakt. Het is dus goed dat het niet op een plank is blijven liggen, maar zijn weg heeft gevonden naar dit album.
En dan is er al het nodige moois voorbij gekomen het afgelopen dikke uur die het stuk Der Kunst Hundert Jahre Alt zu Werden duurt en dan zijn er nog twee toegiften te vinden op deze derde schijf uit deze set. Study for Terry Riley begint met heerlijk laag, even lijkt het of Klaus Schulze zoekende is, maar eenmaal opgang volgt iets wat aan de gouden tijden van de beste man doet denken. Wat blijft het toch lekker klinken die orgelklanken op een bed van geluiden uit de sequencer. Het mag dan erg met de jaren zeventig van de vorige eeuw verbonden zijn, maar het blijft wel staan als een huis. Wel is het tikje jammer van de valse noot die er is te horen. Met een aanstekelijk ritme begint Les Jockeys Camouflés een heerlijk stuk muziek waar het moeilijk is om op stil te zitten. Daarnaast zou het mooi de beelden kunnen versterken van een film die over het oerwoud gaat.
Ja, en dan kan ik slechts tot de conclusie komen dat La Vie Electronique 1 een bijzonder album is uit een reeks die laat horen dat Klaus Schulze wel dagelijks bezig moet zijn met het maken van muziek. De drie cd's vlogen voor mij voorbij alsof het er één was. En die valse noot neem ik op de koop toe.
Klaus Schulze - La Vie Electronique 2 (2009)

4,5
0
geplaatst: 5 april 2010, 20:45 uur
Al bij het zien van de hoesfoto bekruipt me al een gevoel wat me doet denken aan de typelessen op de middelbare school. Voordat de toetsen werden beroerd was het verstandig om eerst rek- en strekoefeningen te doen waardoor het een stuk makkelijker werd de zware toetsen van de Olympia schrijfmachine te bedienen. Als de bijzondere verpakking is opengeklapt zie is Schulze zitten in een tuinstoel denkend over het leven. Daar naast is een foto te zien waar Schulze en gitaar bespeeld en tegelijk bezig is met een mengpaneel. En als ik dan vervolgens het boekje doorblader die bij deze set hoort kom ik er achter dat qua informatie aan alles is gedacht.
Ja, en dan de muziek zelf. Van Klaus Schulze is bekend dat hij niet de makkelijkste muziek maakt, maar ook altijd in de weer is met muziek vernieuwing. Met geluiden die aan krekels doen denken begint op een bed van sferische klanken gaat North of the Yukon.. Zodra dit naar de achtergrond verdwijnt waan ik me ver achter het Melkwegstelsel. Het zijn fraaie sferische klanken die de woonkamer vullen. Later in het stuk zijn daar de geluiden weer die aan krekels doen denken, waarmee North of the Yukom mooi tot een einde komt en een Schulze laat horen van midden jaren zeventig van de vorige eeuw. Door deze factoren kom ik er achter dat twintig minuten best kort kunnen zijn. Nightwind begint met het geluid wat aan dun glas doet denken. Hoge geluiden uit een orgel, daarnaast klinkt het ook statig. Als het stuk opgang is zijn daar ook subtiele klanken uit een akoestische gitaar te horen. Het roept voor mij een beeld op van alleen achter te zijn gebleven in een mooi natuurgebied in de bergen ergens in Azië. Erg sfeervol en met de ogen dicht raak ik wat in trance. Mooie rustgevende muziek en aan het eind van het stuk lijkt het wel of ik afscheid aan het nemen ben van het aardse leven. Een bijzonder gevoel bekruipt me. Het begin van Minuet is bijzonder te noemen fraaie akoestische gitaarklanken vullen de ruimte met Oosters klinkende muziek. Voor mijn gevoel ben ik dan ook in een Indische tempel beland. Naarmate het stuk vordert voel ik het laatste beetje stress uit mijn lijf stromen. Qua gevoel bevind ik me in een mooi aangelegde tuin. Signs of Dawn begint met een statig ritme wat lijkt gemaakt te zijn door glazen buizen. Daarnaast doet het ook wat denken aan een laser van een cd-speler die zijn beste tijd heeft gehad. Ondanks deze factoren is Signs of Dawn een fraaie track die mij het gevoel geeft of de zon langzaam maar zeker aan de kim verschijnt. Zodra het stuk vordert roept het een beeld op van zeemeeuwen die vliegen boven een rustig stuk stand. Het blijft gedurende het stuk vroeg in de morgen, daar doet het spannende einde geen afbreuk aan, waarin het lijkt of een of andere stam met een ritueel bezig is. Niet de makkelijkste muziek, wel erg mooi. Klanken die uit een sitar lijken te komen versterken dit beeld nog eens. Met geluiden die uit een laboratorium lijken te komen begint Study for Philip K. Dick. Vrij vlot hierna zijn krekels te horen. Daarna lijkt het even of Schulze wat zoekend is, maar dat is van korte duur. Wat hierna volgt had niet misstaan op een album uit de jaren zeventig van de vorige eeuw, sfeervolle kosmisch muziek vult de kamer, alleen de geluiden van de krekels houden het aards. En met deze mooie track komt dan een einde aan de eerste cd uit deze set van drie.
Het tweede plaatje uit deze set dus de cd-speler in wat begint met het zesluik Das Große Identifikationspiel wat qua titel al een schoonheidsprijs verdient. De eerste tonen van Geburt der Moderne nemen me mee naar het begin der tijden. Geluiden van vogels op een dorre vlakte die nog in ontwikkeling lijkt te zijn. Een staaltje van kosmische muziek ten top. Hetgeen heerlijk rustgevend is en de nodige vragen oproepen hoe het leven is ontstaan. De langgerekte tonen uit een orgel of synthesizer versterken dit beeld nog eens haarfijn. Haast stiekem gaat dit over in het tweede deel, Devil May Care. Dit doet de muziek uit de jaren zeventig van de vorige eeuw helemaal herleven. Het roept de oude beelden op van Klaus Schulze zittend op de grond van een podium omringt met zijn spullen. Gevoelsmatig zit ik dan ook ver in het universum en zie aldaar de tijd ontstaan. Er is eigenlijk niets duivels aan wat me dus wat aan het twijfelen brengt. Het deel Les 7 Boules de Cristal begint uiterst delicaat, want het zit erg tegen de stilte aan. Eenmaal opgang doet het mij de tijd even vergeten. Fraaie sferische klanken lijken mij te begeleiden op een wonderlijk trip door ruimte en tijd. Muziek dus die in de Middeleeuwen van de elektronische muziek is gemaakt. Die goede lijn wordt op het deel On a Marcheé sur La Lune voortgezet. Klanken die mooi passen bij een documentaire over de maan vullen de kamer. Daarnaast laat het mooi horen hoe ooit de elektronische muziek is ontstaan. Ja, en dan is daar al veel te snel het vijfde deel, Der Schrecken von Amazonas wat me een duistere wereld intrekt waar het overigens goed toeven is. De muziek bestaat uit lang gesponnen klankbogen die in het niets lijken te verdwijnen. Gaande het stuk heb ik het gevoel of mijn geest mijn lijf wil verlaten. Het laatste deel van deze zesluik, Schier Undendlich verstekt dit gevoel nog eens. Ver in de kosmos wordt ik alleen achtergelaten naar een onbekende bestemming…
Het eerste deel, Chaos, van het drieluik Titanensee, sluit bij het voorgaande goed aan. Al drijvend op een luchtbed wordt mij duidelijk gemaakt hoe onmens groot de ruimte is. Mooie sfeervolle lange tonen vullen de kamer, daarnaast roept het een beeld op van een grote lege kathedraal waar een organist “stilletjes” aan het oefenen is. Kortom: dit is Schulze op zijn best. Haast ongemerkt gaat dit over in het deel Gaia wat het voorafgaande nog eens versterkt. Iets van een maatschappij is nog lichtjaren ver weg. Verder straalt Gaia een en al rust uit. Als in nu niet zat te tikken was ik ver van hier zijn geweest. De eerste tonen van het deel Uranos versterken dit gevoel nog eens een woord als stress is in geen velden of wegen te bekennen. Het is rust wat uit de luidsprekers komt. Hiermee komt het drieluik Tiefensee erg mooi ten einde.
Na al dit fraais wordt cd 2 uit deze set waardig afgesloten met de track Electric Love-Affair. Met het nodige laag begint dit stuk het roept daarmee een gevoel op van een spannende film. Al snel zijn daar niet te plaatsen klanken te horen. Kort hierna zijn er geluiden te horen die aan de branding van de zee doen denken. Daarna volgt een statig stuk muziek zoals ik dat graag mag horen van Klaus Schulze. Al met al het is om door een ringetje te halen en wat zijn tien minuten toch kort als er zoveel schoonheid voorbij komt.
En zoals het een goede tosti betaamt is het nu de beurt aan de boterhaam die deze lekkernij afmaakt voordat het warm wordt gemaakt in het daarvoor betreffende ijzer. Een titel als Land der Leeren Häuser daarentegen roept een minder appetijtelijk beeld op. Het roept voor mij een sfeer op van een zwaar verpauperde wijk op. Het stuk muziek daarentegen begint met fraai en haast klassiek bespeelde gitaar het doet daardoor wat denken aan het vroege werk van Ash Ra Tempel. En wat is dat? Hoor ik daar Schulze zingen? Ja! Het mag dan niet top zijn maar het past wonderwel bij de muziek. De verdere track is erg prettig om na te luisteren het roept een sfeer op van rond een kampvuur te zitten met een fout peukje. De elf minuten vliegen voorbij voordat ik er erg in heb. Aan het einde lijkt het wel even of Schulze van God los is. Studies for Organ Kebourds and Drumset is een track die niet had misstaan op het album Moondawn. Mooi orgel werk op een aanstekelijk ritme waarbij het lastig stil zitten. Schulze ten voeten uit. Het is dan ook veel te snel voorbij, dergelijke muziek blijft erg appetijtelijk. Je mag me er voor wakker maken bijwijze van spreken. Een tikje experimenteel begint Memento Mori, het roept een beeld op van in onderzeeër te zitten. Zodra het stuk langzaam tot leven komt krijg ik het gevoel of stukje bij beetje de mist aan optrekken is in een gebied waar het vroeger goed toeven was, maar wat er nu desolaat bij ligt. Niet de vrolijkste muziek, edoch wel met gevoel voor detail gemaakt. Aan het eind komt er wat meer leven in de brouwerij, maar de sfeer blijft desondanks grijs.
En dan is daar ineens het laatste hoofdstuk op dit album. Het is een vijfluik met de de titel Bleue Stunde. Het eerste deel, Touch of Time begint met veel ruis en niet gelijk te plaatsen klanken. Voor mij roept het een beeld op voordat de Oerknal gaat uitbarsten en het grootte aftellen is begonnen. Later in deze compositie creëert Schulze een mooi beeld van een lange reis die is afgelegd om te komen tot het leven zoals we dat nu kennen. Van het uitdijen van zonnestelsels tot het groeien van een simpele plant. Een bijzondere film komt in gedachte dus voorbij. Every Inch a King trekt die lijn bijzonder goed door. Qua muziek had het zo uit de Middeleeuwen van de elektronische muziek hebben komen. Het zit wat tegen de stilte aan waardoor het lijkt of het van ver komt, edoch wat te horen is, is een en al sfeer om alle aardse zaken te doen vergeten. Hier en daar zijn wat andere geluiden te horen, maar storen de sfeer geenszins. Kosmische muziek ten top. Deel drie, Chronique Scandaleuse, trekt de eerdere lijn mooi door. Hier heb ik eerst het idee dat een begrip als zwaartekracht nog ver weg is. Hetgeen uit de luidsprekers komt doet me denken aan ijle lucht waarin het heerlijk zweven is. Voor mijn gevoel zou het prima passen op het album Timewind om helemaal bij te komen van het muzikale geweld wat daar op is te horen. Con Amore begint met zware lome bassen die langzaam naar de achtergrond verdwijnen. Door dit effect krijg ik opnieuw het gevoel te mogen zweven naar onbekende gebieden om zodoende het hoofd op leeg te maken en te genieten van de prettige rust die uit de luidsprekers straalt. De track Last Not Least versterkt dit gevoel nog eens, prachtige statige klanken die me doen los komen van de aarde en me in gedachte meegeven wat ware schoonheid is. Zodra de cd gestopt is heb ik dan ook het gevoel alleen ergens achter te zijn gelaten.
En dan kan ik slechts tot de eindconclusie komen dat het album La Vie Electronique 2 van Klaus Schulze me erg prettig heeft bezig gehouden en me fantasie prettig aan het werk heeft gezet. Heerlijke muziek dus uit de gouden tijden van de elektronische muziek en goed dat het op cd uit is, want dit is zonde om op een plank te laten liggen om het daar vervolgens te laten wegrotten als het ware.
Ja, en dan de muziek zelf. Van Klaus Schulze is bekend dat hij niet de makkelijkste muziek maakt, maar ook altijd in de weer is met muziek vernieuwing. Met geluiden die aan krekels doen denken begint op een bed van sferische klanken gaat North of the Yukon.. Zodra dit naar de achtergrond verdwijnt waan ik me ver achter het Melkwegstelsel. Het zijn fraaie sferische klanken die de woonkamer vullen. Later in het stuk zijn daar de geluiden weer die aan krekels doen denken, waarmee North of the Yukom mooi tot een einde komt en een Schulze laat horen van midden jaren zeventig van de vorige eeuw. Door deze factoren kom ik er achter dat twintig minuten best kort kunnen zijn. Nightwind begint met het geluid wat aan dun glas doet denken. Hoge geluiden uit een orgel, daarnaast klinkt het ook statig. Als het stuk opgang is zijn daar ook subtiele klanken uit een akoestische gitaar te horen. Het roept voor mij een beeld op van alleen achter te zijn gebleven in een mooi natuurgebied in de bergen ergens in Azië. Erg sfeervol en met de ogen dicht raak ik wat in trance. Mooie rustgevende muziek en aan het eind van het stuk lijkt het wel of ik afscheid aan het nemen ben van het aardse leven. Een bijzonder gevoel bekruipt me. Het begin van Minuet is bijzonder te noemen fraaie akoestische gitaarklanken vullen de ruimte met Oosters klinkende muziek. Voor mijn gevoel ben ik dan ook in een Indische tempel beland. Naarmate het stuk vordert voel ik het laatste beetje stress uit mijn lijf stromen. Qua gevoel bevind ik me in een mooi aangelegde tuin. Signs of Dawn begint met een statig ritme wat lijkt gemaakt te zijn door glazen buizen. Daarnaast doet het ook wat denken aan een laser van een cd-speler die zijn beste tijd heeft gehad. Ondanks deze factoren is Signs of Dawn een fraaie track die mij het gevoel geeft of de zon langzaam maar zeker aan de kim verschijnt. Zodra het stuk vordert roept het een beeld op van zeemeeuwen die vliegen boven een rustig stuk stand. Het blijft gedurende het stuk vroeg in de morgen, daar doet het spannende einde geen afbreuk aan, waarin het lijkt of een of andere stam met een ritueel bezig is. Niet de makkelijkste muziek, wel erg mooi. Klanken die uit een sitar lijken te komen versterken dit beeld nog eens. Met geluiden die uit een laboratorium lijken te komen begint Study for Philip K. Dick. Vrij vlot hierna zijn krekels te horen. Daarna lijkt het even of Schulze wat zoekend is, maar dat is van korte duur. Wat hierna volgt had niet misstaan op een album uit de jaren zeventig van de vorige eeuw, sfeervolle kosmisch muziek vult de kamer, alleen de geluiden van de krekels houden het aards. En met deze mooie track komt dan een einde aan de eerste cd uit deze set van drie.
Het tweede plaatje uit deze set dus de cd-speler in wat begint met het zesluik Das Große Identifikationspiel wat qua titel al een schoonheidsprijs verdient. De eerste tonen van Geburt der Moderne nemen me mee naar het begin der tijden. Geluiden van vogels op een dorre vlakte die nog in ontwikkeling lijkt te zijn. Een staaltje van kosmische muziek ten top. Hetgeen heerlijk rustgevend is en de nodige vragen oproepen hoe het leven is ontstaan. De langgerekte tonen uit een orgel of synthesizer versterken dit beeld nog eens haarfijn. Haast stiekem gaat dit over in het tweede deel, Devil May Care. Dit doet de muziek uit de jaren zeventig van de vorige eeuw helemaal herleven. Het roept de oude beelden op van Klaus Schulze zittend op de grond van een podium omringt met zijn spullen. Gevoelsmatig zit ik dan ook ver in het universum en zie aldaar de tijd ontstaan. Er is eigenlijk niets duivels aan wat me dus wat aan het twijfelen brengt. Het deel Les 7 Boules de Cristal begint uiterst delicaat, want het zit erg tegen de stilte aan. Eenmaal opgang doet het mij de tijd even vergeten. Fraaie sferische klanken lijken mij te begeleiden op een wonderlijk trip door ruimte en tijd. Muziek dus die in de Middeleeuwen van de elektronische muziek is gemaakt. Die goede lijn wordt op het deel On a Marcheé sur La Lune voortgezet. Klanken die mooi passen bij een documentaire over de maan vullen de kamer. Daarnaast laat het mooi horen hoe ooit de elektronische muziek is ontstaan. Ja, en dan is daar al veel te snel het vijfde deel, Der Schrecken von Amazonas wat me een duistere wereld intrekt waar het overigens goed toeven is. De muziek bestaat uit lang gesponnen klankbogen die in het niets lijken te verdwijnen. Gaande het stuk heb ik het gevoel of mijn geest mijn lijf wil verlaten. Het laatste deel van deze zesluik, Schier Undendlich verstekt dit gevoel nog eens. Ver in de kosmos wordt ik alleen achtergelaten naar een onbekende bestemming…
Het eerste deel, Chaos, van het drieluik Titanensee, sluit bij het voorgaande goed aan. Al drijvend op een luchtbed wordt mij duidelijk gemaakt hoe onmens groot de ruimte is. Mooie sfeervolle lange tonen vullen de kamer, daarnaast roept het een beeld op van een grote lege kathedraal waar een organist “stilletjes” aan het oefenen is. Kortom: dit is Schulze op zijn best. Haast ongemerkt gaat dit over in het deel Gaia wat het voorafgaande nog eens versterkt. Iets van een maatschappij is nog lichtjaren ver weg. Verder straalt Gaia een en al rust uit. Als in nu niet zat te tikken was ik ver van hier zijn geweest. De eerste tonen van het deel Uranos versterken dit gevoel nog eens een woord als stress is in geen velden of wegen te bekennen. Het is rust wat uit de luidsprekers komt. Hiermee komt het drieluik Tiefensee erg mooi ten einde.
Na al dit fraais wordt cd 2 uit deze set waardig afgesloten met de track Electric Love-Affair. Met het nodige laag begint dit stuk het roept daarmee een gevoel op van een spannende film. Al snel zijn daar niet te plaatsen klanken te horen. Kort hierna zijn er geluiden te horen die aan de branding van de zee doen denken. Daarna volgt een statig stuk muziek zoals ik dat graag mag horen van Klaus Schulze. Al met al het is om door een ringetje te halen en wat zijn tien minuten toch kort als er zoveel schoonheid voorbij komt.
En zoals het een goede tosti betaamt is het nu de beurt aan de boterhaam die deze lekkernij afmaakt voordat het warm wordt gemaakt in het daarvoor betreffende ijzer. Een titel als Land der Leeren Häuser daarentegen roept een minder appetijtelijk beeld op. Het roept voor mij een sfeer op van een zwaar verpauperde wijk op. Het stuk muziek daarentegen begint met fraai en haast klassiek bespeelde gitaar het doet daardoor wat denken aan het vroege werk van Ash Ra Tempel. En wat is dat? Hoor ik daar Schulze zingen? Ja! Het mag dan niet top zijn maar het past wonderwel bij de muziek. De verdere track is erg prettig om na te luisteren het roept een sfeer op van rond een kampvuur te zitten met een fout peukje. De elf minuten vliegen voorbij voordat ik er erg in heb. Aan het einde lijkt het wel even of Schulze van God los is. Studies for Organ Kebourds and Drumset is een track die niet had misstaan op het album Moondawn. Mooi orgel werk op een aanstekelijk ritme waarbij het lastig stil zitten. Schulze ten voeten uit. Het is dan ook veel te snel voorbij, dergelijke muziek blijft erg appetijtelijk. Je mag me er voor wakker maken bijwijze van spreken. Een tikje experimenteel begint Memento Mori, het roept een beeld op van in onderzeeër te zitten. Zodra het stuk langzaam tot leven komt krijg ik het gevoel of stukje bij beetje de mist aan optrekken is in een gebied waar het vroeger goed toeven was, maar wat er nu desolaat bij ligt. Niet de vrolijkste muziek, edoch wel met gevoel voor detail gemaakt. Aan het eind komt er wat meer leven in de brouwerij, maar de sfeer blijft desondanks grijs.
En dan is daar ineens het laatste hoofdstuk op dit album. Het is een vijfluik met de de titel Bleue Stunde. Het eerste deel, Touch of Time begint met veel ruis en niet gelijk te plaatsen klanken. Voor mij roept het een beeld op voordat de Oerknal gaat uitbarsten en het grootte aftellen is begonnen. Later in deze compositie creëert Schulze een mooi beeld van een lange reis die is afgelegd om te komen tot het leven zoals we dat nu kennen. Van het uitdijen van zonnestelsels tot het groeien van een simpele plant. Een bijzondere film komt in gedachte dus voorbij. Every Inch a King trekt die lijn bijzonder goed door. Qua muziek had het zo uit de Middeleeuwen van de elektronische muziek hebben komen. Het zit wat tegen de stilte aan waardoor het lijkt of het van ver komt, edoch wat te horen is, is een en al sfeer om alle aardse zaken te doen vergeten. Hier en daar zijn wat andere geluiden te horen, maar storen de sfeer geenszins. Kosmische muziek ten top. Deel drie, Chronique Scandaleuse, trekt de eerdere lijn mooi door. Hier heb ik eerst het idee dat een begrip als zwaartekracht nog ver weg is. Hetgeen uit de luidsprekers komt doet me denken aan ijle lucht waarin het heerlijk zweven is. Voor mijn gevoel zou het prima passen op het album Timewind om helemaal bij te komen van het muzikale geweld wat daar op is te horen. Con Amore begint met zware lome bassen die langzaam naar de achtergrond verdwijnen. Door dit effect krijg ik opnieuw het gevoel te mogen zweven naar onbekende gebieden om zodoende het hoofd op leeg te maken en te genieten van de prettige rust die uit de luidsprekers straalt. De track Last Not Least versterkt dit gevoel nog eens, prachtige statige klanken die me doen los komen van de aarde en me in gedachte meegeven wat ware schoonheid is. Zodra de cd gestopt is heb ik dan ook het gevoel alleen ergens achter te zijn gelaten.
En dan kan ik slechts tot de eindconclusie komen dat het album La Vie Electronique 2 van Klaus Schulze me erg prettig heeft bezig gehouden en me fantasie prettig aan het werk heeft gezet. Heerlijke muziek dus uit de gouden tijden van de elektronische muziek en goed dat het op cd uit is, want dit is zonde om op een plank te laten liggen om het daar vervolgens te laten wegrotten als het ware.
Klaus Schulze - La Vie Electronique 3 (2009)

4,0
0
geplaatst: 7 april 2010, 21:26 uur
Alleen al qua vormgeving roept de foto een beeld op van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Wilde je modern zijn dan had je geen piano in de woonkamer staan maar een elektronisch orgel, het liefst van het merk Hammond, want daar was genoeg cursusmateriaal voor handen. Maar alle gekheid op een stokje, het is zondermeer een mooie foto van een pionier die bezig is met het uitzoeken wat de mogelijkheden zijn van een dergelijk apparaat. De meester in actie nog zoekend naar de legio mogelijkheden en deze om te zetten in muziek om in op te gaan.
Ja, en zo zit er al een gedachte in het hoofd bij dit derde album uit de reeks La Vie Electronique van Klaus Schulze. Ook deze is gevuld met interessante muziek voor de (z)ware fan en de bijbehorende informatie is dik in orde.
Het album begint gelijk goed met het drieluik Alles ist Gut. Deel één I Scent the Morning Air, begint met geluiden of een raket gelanceerd wordt. Hierna is rustig toetsenwerk te horen, maar door de wat duistere sfeer roept het wel de vraag op "Waar gaat dit heen?" Qua sfeer doet het denken aan de rustige passages die op Timewind zijn te horen. Het doet in ieder geval me aan de boxen kluisteren. Stukje bij beetje gaat de muzikale kraan een tikje verder open wat voor een aangename spanning zorgt. Haast ongemerkt begint het tweede deel, Le Roi S'amuse, hier laat Schulze nog meer de tijden herleven van Timewind. Het gevoel van opgetild te worden door de stuwende elektronica komt opnieuw naar boven. De meester in optimale vorm. Wat blijft een dergelijke muziek structuur toch heerlijk, waardoor ik de tot de conclusie moet komen dat de buitenzijde van de dampkring erg mooi blijft in mijn fantasie. Even geen lucht is heus niet zo erg, zolang er maar hemelse muziek tegenover staat. Qua gevoel zit ik hier niet te tikken. Net als ik in ademnood begin te raken, is daar een kleine verandering hoorbaar, waarna de adembenemende reis verder gaat. Het deel, The Rest is Silence, is dan ook nodig om weer bij zinnen te geraken. Fraai kosmische muziek die tegen de stilte aanzit vloeit de luidsprekers uit en bijwijze van spreken is de speld die valt hoorbaar. Daarmee komt het drieluik Alles ist Gut er mooi tot een einde. Het sist als het ware na. Met de nodige niet te plaatsen klanken gaat Well Roared, Lion van start, maar op de één of andere manier kan ik me er wel een voorstelling van maken dat een leeuw nog aan het nagenieten is van wat hij net heeft gegeten. Hierna zijn haast sacrale klanken te horen of een organist alleen zit in een grootte kathedraal en de anders koude ruimte met warme klanken vult. Een stuk muziek om vreemd genoeg de rillingen van te krijgen van genot en aan het einde is er dan ook een terecht applaus te horen. Na al dit moois is cd 1 nog niet ten einde er volgt nog het twee luik Der Blaue Glaube. Deel één, La Vida es Sueño begint erg zacht en blijf ook zacht in de verte hoor ik geluiden die me op één of andere manier aan fonkelende sterren doen denken op een bed aan lage tonen. Ook doet het mij denken aan het zitten in een onderzeeër diep onder de waterspiegel. Het deel Tant de Bruit Pour une Omelette probeert daar in eerste instantie verandering in te brengen, maar het blijft heerlijk aan de rustige kant, prettige muziek om bij weg te dromen. Een bijzonder mooi eind dus van de eerste cd uit deze set. En aan het einde, wordt je nog door een aangenaam alarm gewekt om de tweede cd in de speler te doen en blijkt bovendien dat het ooit nog eens live is gebracht door het applaus wat is te horen.
Met geluiden uit een andere dimensie begint het eerste deel van dit tweeluik. Fourneau Cosmique. Eenmaal opgang ontvouwt het deel Allumer zich in eerste instantie als zenuwachtige muziek door de herhaling die er inzit, maar zodra er bassen zijn te horen wordt ik meegenomen op een wonderlijke reis die weliswaar wat tegen de stilte aanzit, maar door het spel van de klanken houdt het mij aan de luidsprekers gekluisterd. Hier is duidelijk sprake van de kunst van het weglaten te horen. Qua sfeer had deze track bijvoorbeeld niet misstaan op het album Blackdance. Heerlijk wegdrijven en waarheen weet haast niemand. Het tweede deel, Lueur, trekt die lijn in eerste instantie door, maar qua geluiden die ik hoor doet het mij denken aan tafeltennisbal in het luchtledige tussen de sterren en andere hemellichamen terwijl op de achtergrond sferische muziek is te horen. Een aparte zweer dus, maar heerlijk om naar te luisteren zelfs de heftige ruis aan het einde doet hier geen afbreuk aan. En dan heel voorzichtig zijn daar de eerste tonen te horen van Die Lebendige Spur. Een heerlijk verraderlijke track van Klaus Schulze. In het begin waan ik me in het luchtledige totdat de beuk er in gaat. Voor mijn gevoel kom ik dan in achtbaan terecht die de meest hachelijke loopings maakt met duizelingen tot gevolg. Een stuk muziek waar het volume een tandje harder moet. Het blijf een bijzonder stuk muziek en die paar valse noten horen er gewoon in, ze versterken nog eens het gevoel van deze bijzonder attractie. Daarnaast blijft de drive die er in zit staan als een huis met de jaren. Het enige nadeel van deze track is dat het eigenlijk te kort is. Na deze duizelingwekende tocht is het heerlijk bijkomen op de rustige klanken van La Précence D'esprit, fraaie klanken die aan laat in de avond denken komen in eerste instantie de kamer in. Toch merk ik aan de langzaam veranderende drive dat Schulze naar iets aan het toewerken is. Hij pakt je voorzichtig beet aan de haren en laat je gaandeweg de mooie zaken van het leven zien. Een zeer prettige reis waar ook iets van weemoed in doorklinkt. En wat blijven die oude synthesizers toch warm klinken. Aan het einde van het stuk heb ik dan ook het gevoel dat ik mentaal aan vliegen ben tot dat daar ineens het einde is.
En na al dit lekkers volgt er nog een tweeluik in de vorm van Der Lauf der Dinge op de tweede cd uit deze set. Mooi duister en sfeervol is het begin van de track Tutto va Bene. Hierna volgt muziek die trouw de Berlijnse School volgt en dat is zeker niet verkeerd. Fraaie niet gelijk te plaatsen sequencen creëren een universum waar geen einde aan lijkt te komen en waar genoeg spanning te voelen is. Kortom; het doet sterk denken aan het beste wat is gemaakt in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Zonder het te merken zit ik zo in het tweede deel, You Don’t Have to Win, waarop heerlijk bassen zijn te horen die me een onbekende wereld intrekken. Met me ogen dicht zou ik zo in een trance raken. Daar doen de grommende bassen aan het einde geen afbreuk aan.
En alsof je in een goed restaurant zit komt de ober veel te snel met het nagerecht. Of anders geformuleerd voor nu is cd drie aan de beurt. Deze begint met het vierluik Zeichen meines Lebens. Deze begint met het al in woorden fraaie deel Für Vaterland und Menschenfresser. Dit deel begint met geluiden die me aan vogels doen denken waar langzaam het geluid van klokjes bijkomen. Als deze wat naar de achtergrond verdwijnen komt er subtiele muziekstructuur te voorschijn zoals ik deze graag mag horen van Schulze. Een warme deken aan elektronische klanken, waarmee de periode van Timewind opnieuw herleeft. Op het tweede deel, Paternoster, wordt deze sfeer mooi doorgetrokken en met de ogen dicht vlieg boven een fraaie gebieden die in de kosmos aanwezig zijn waardoor ik tot de conclusie kom: Wat blijft muziek uit de Berlijnse school van weleer toch lekker klinken. Het is als het ware een Godsgeschenk. Zonder ook maar een teug lucht te krijgen vlieg ik vervolgens het derde deel in met de titel Er war ein Sonnenstrahl. De al hemelse muziek wordt hier nog een tandje intenser, de damkring ijler en ijler waardoor een adembenemende sfeer ontstaat die aanvoelt als een warme douche. Jammer hier is wel dat er een kleine drop-out is te horen, wat wellicht toe te schrijven valt dat de band lang op een plank heeft gelegen. Verder geen klachten, hier is een meester bezig die me de tijd doet vergeten. En haast ongemerkt ga ik het vierde deel in. Il Dolce far Meinde. Het enige wat ik hier van merk is dat de hemelse sfeer versterkt wordt met subtiele bassen die kort zijn te horen, waarna de reis door een hemels landschap verder gaat. Bijzondere fraai kosmisch klanken vullen de ruimte die aan de gouden eeuw van de elektronische muziek doen denken. Ik krijg er tenminste positieve rillingen van.
In een tikje experimentele sfeer begint Semper Idem waarna klanken volgen die door het repenterende karakter me bijna in trance brengen. Kort hierna worden middels subtiele klanken een bijzondere wereld geschilderd. De lucht is er ijl en het uitzicht lijkt maar door te gaan tot ver achter het Melkwegstelsel. Kortom; ik hoor hier Schulze in topvorm. De track, Wann Soll Man Springen?, trekt die sfeer mooi door. Gevoelsmatig vlieg ik door het luchtledige en niets houdt me tegen. Vliegen en genieten wat je ziet lijkt hier wel het credo te zijn, heerlijk los van de materie. Steeds verder waar nog niemand is geweest. Bijzonder fraaie Berlijnse School vult de kamer. Na zoveel schoons vult Experimentele Bagetelle de kamer met in eerste instantie met geluiden die uit een laboratorium lijken te komen, hierna lijkt het wel of ik de branding van de zee hoor en een trein voorbij lijkt te komen. Een vreemd beeld wellicht, maar hier volgens mij met liefde gemaakt. Een eerst incarnatie van ambient misschien. Wat zoekend begint Kurzes Stück Im Alten Stil. Al vlug krijg ik het gevoel of Schulze me muziek laat horen uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Met mijn ogen dicht zie ik hem op een kleedje zitten omringt door de grootte analoge bakken van weleer. Heerlijke Berlijnse School vult de kamer, voorzien van een heel subtiel ritme. Muziek om met de ogen dicht te beluisteren en er heerlijk van te genieten. Daarnaast lijkt het of een oud fotoboek wordt opengeslagen. Al met al een bijzondere collage komt voorbij.
Deze fraaie set wordt afgesloten met het stuk Gewitter. Even ben ik bang dat het hetzelfde stuk is wat op het album Irllicht is te vinden, want daar krijg ik spontaan hoofdpijn van. Gelukkig is het iets geheel anders. Met vrij bombastisch geluiden begint deze versie het lijkt wel of er zwaar materieel voorbij komt. Het doet me in ieder geval denken aan iets industrieels. Tot dat Schulze er ineens een heerlijk aanstekelijke ritme start waarop het lastig is stil zitten. Om dan vervolgens iets statigs te brengen wat dan overgaat in iets kosmisch, waardoor er op een wonderlijke wijze een eind komt aan de derde cd uit deze set van La Vie Electronique.
Ja, en zo zit er al een gedachte in het hoofd bij dit derde album uit de reeks La Vie Electronique van Klaus Schulze. Ook deze is gevuld met interessante muziek voor de (z)ware fan en de bijbehorende informatie is dik in orde.
Het album begint gelijk goed met het drieluik Alles ist Gut. Deel één I Scent the Morning Air, begint met geluiden of een raket gelanceerd wordt. Hierna is rustig toetsenwerk te horen, maar door de wat duistere sfeer roept het wel de vraag op "Waar gaat dit heen?" Qua sfeer doet het denken aan de rustige passages die op Timewind zijn te horen. Het doet in ieder geval me aan de boxen kluisteren. Stukje bij beetje gaat de muzikale kraan een tikje verder open wat voor een aangename spanning zorgt. Haast ongemerkt begint het tweede deel, Le Roi S'amuse, hier laat Schulze nog meer de tijden herleven van Timewind. Het gevoel van opgetild te worden door de stuwende elektronica komt opnieuw naar boven. De meester in optimale vorm. Wat blijft een dergelijke muziek structuur toch heerlijk, waardoor ik de tot de conclusie moet komen dat de buitenzijde van de dampkring erg mooi blijft in mijn fantasie. Even geen lucht is heus niet zo erg, zolang er maar hemelse muziek tegenover staat. Qua gevoel zit ik hier niet te tikken. Net als ik in ademnood begin te raken, is daar een kleine verandering hoorbaar, waarna de adembenemende reis verder gaat. Het deel, The Rest is Silence, is dan ook nodig om weer bij zinnen te geraken. Fraai kosmische muziek die tegen de stilte aanzit vloeit de luidsprekers uit en bijwijze van spreken is de speld die valt hoorbaar. Daarmee komt het drieluik Alles ist Gut er mooi tot een einde. Het sist als het ware na. Met de nodige niet te plaatsen klanken gaat Well Roared, Lion van start, maar op de één of andere manier kan ik me er wel een voorstelling van maken dat een leeuw nog aan het nagenieten is van wat hij net heeft gegeten. Hierna zijn haast sacrale klanken te horen of een organist alleen zit in een grootte kathedraal en de anders koude ruimte met warme klanken vult. Een stuk muziek om vreemd genoeg de rillingen van te krijgen van genot en aan het einde is er dan ook een terecht applaus te horen. Na al dit moois is cd 1 nog niet ten einde er volgt nog het twee luik Der Blaue Glaube. Deel één, La Vida es Sueño begint erg zacht en blijf ook zacht in de verte hoor ik geluiden die me op één of andere manier aan fonkelende sterren doen denken op een bed aan lage tonen. Ook doet het mij denken aan het zitten in een onderzeeër diep onder de waterspiegel. Het deel Tant de Bruit Pour une Omelette probeert daar in eerste instantie verandering in te brengen, maar het blijft heerlijk aan de rustige kant, prettige muziek om bij weg te dromen. Een bijzonder mooi eind dus van de eerste cd uit deze set. En aan het einde, wordt je nog door een aangenaam alarm gewekt om de tweede cd in de speler te doen en blijkt bovendien dat het ooit nog eens live is gebracht door het applaus wat is te horen.
Met geluiden uit een andere dimensie begint het eerste deel van dit tweeluik. Fourneau Cosmique. Eenmaal opgang ontvouwt het deel Allumer zich in eerste instantie als zenuwachtige muziek door de herhaling die er inzit, maar zodra er bassen zijn te horen wordt ik meegenomen op een wonderlijke reis die weliswaar wat tegen de stilte aanzit, maar door het spel van de klanken houdt het mij aan de luidsprekers gekluisterd. Hier is duidelijk sprake van de kunst van het weglaten te horen. Qua sfeer had deze track bijvoorbeeld niet misstaan op het album Blackdance. Heerlijk wegdrijven en waarheen weet haast niemand. Het tweede deel, Lueur, trekt die lijn in eerste instantie door, maar qua geluiden die ik hoor doet het mij denken aan tafeltennisbal in het luchtledige tussen de sterren en andere hemellichamen terwijl op de achtergrond sferische muziek is te horen. Een aparte zweer dus, maar heerlijk om naar te luisteren zelfs de heftige ruis aan het einde doet hier geen afbreuk aan. En dan heel voorzichtig zijn daar de eerste tonen te horen van Die Lebendige Spur. Een heerlijk verraderlijke track van Klaus Schulze. In het begin waan ik me in het luchtledige totdat de beuk er in gaat. Voor mijn gevoel kom ik dan in achtbaan terecht die de meest hachelijke loopings maakt met duizelingen tot gevolg. Een stuk muziek waar het volume een tandje harder moet. Het blijf een bijzonder stuk muziek en die paar valse noten horen er gewoon in, ze versterken nog eens het gevoel van deze bijzonder attractie. Daarnaast blijft de drive die er in zit staan als een huis met de jaren. Het enige nadeel van deze track is dat het eigenlijk te kort is. Na deze duizelingwekende tocht is het heerlijk bijkomen op de rustige klanken van La Précence D'esprit, fraaie klanken die aan laat in de avond denken komen in eerste instantie de kamer in. Toch merk ik aan de langzaam veranderende drive dat Schulze naar iets aan het toewerken is. Hij pakt je voorzichtig beet aan de haren en laat je gaandeweg de mooie zaken van het leven zien. Een zeer prettige reis waar ook iets van weemoed in doorklinkt. En wat blijven die oude synthesizers toch warm klinken. Aan het einde van het stuk heb ik dan ook het gevoel dat ik mentaal aan vliegen ben tot dat daar ineens het einde is.
En na al dit lekkers volgt er nog een tweeluik in de vorm van Der Lauf der Dinge op de tweede cd uit deze set. Mooi duister en sfeervol is het begin van de track Tutto va Bene. Hierna volgt muziek die trouw de Berlijnse School volgt en dat is zeker niet verkeerd. Fraaie niet gelijk te plaatsen sequencen creëren een universum waar geen einde aan lijkt te komen en waar genoeg spanning te voelen is. Kortom; het doet sterk denken aan het beste wat is gemaakt in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Zonder het te merken zit ik zo in het tweede deel, You Don’t Have to Win, waarop heerlijk bassen zijn te horen die me een onbekende wereld intrekken. Met me ogen dicht zou ik zo in een trance raken. Daar doen de grommende bassen aan het einde geen afbreuk aan.
En alsof je in een goed restaurant zit komt de ober veel te snel met het nagerecht. Of anders geformuleerd voor nu is cd drie aan de beurt. Deze begint met het vierluik Zeichen meines Lebens. Deze begint met het al in woorden fraaie deel Für Vaterland und Menschenfresser. Dit deel begint met geluiden die me aan vogels doen denken waar langzaam het geluid van klokjes bijkomen. Als deze wat naar de achtergrond verdwijnen komt er subtiele muziekstructuur te voorschijn zoals ik deze graag mag horen van Schulze. Een warme deken aan elektronische klanken, waarmee de periode van Timewind opnieuw herleeft. Op het tweede deel, Paternoster, wordt deze sfeer mooi doorgetrokken en met de ogen dicht vlieg boven een fraaie gebieden die in de kosmos aanwezig zijn waardoor ik tot de conclusie kom: Wat blijft muziek uit de Berlijnse school van weleer toch lekker klinken. Het is als het ware een Godsgeschenk. Zonder ook maar een teug lucht te krijgen vlieg ik vervolgens het derde deel in met de titel Er war ein Sonnenstrahl. De al hemelse muziek wordt hier nog een tandje intenser, de damkring ijler en ijler waardoor een adembenemende sfeer ontstaat die aanvoelt als een warme douche. Jammer hier is wel dat er een kleine drop-out is te horen, wat wellicht toe te schrijven valt dat de band lang op een plank heeft gelegen. Verder geen klachten, hier is een meester bezig die me de tijd doet vergeten. En haast ongemerkt ga ik het vierde deel in. Il Dolce far Meinde. Het enige wat ik hier van merk is dat de hemelse sfeer versterkt wordt met subtiele bassen die kort zijn te horen, waarna de reis door een hemels landschap verder gaat. Bijzondere fraai kosmisch klanken vullen de ruimte die aan de gouden eeuw van de elektronische muziek doen denken. Ik krijg er tenminste positieve rillingen van.
In een tikje experimentele sfeer begint Semper Idem waarna klanken volgen die door het repenterende karakter me bijna in trance brengen. Kort hierna worden middels subtiele klanken een bijzondere wereld geschilderd. De lucht is er ijl en het uitzicht lijkt maar door te gaan tot ver achter het Melkwegstelsel. Kortom; ik hoor hier Schulze in topvorm. De track, Wann Soll Man Springen?, trekt die sfeer mooi door. Gevoelsmatig vlieg ik door het luchtledige en niets houdt me tegen. Vliegen en genieten wat je ziet lijkt hier wel het credo te zijn, heerlijk los van de materie. Steeds verder waar nog niemand is geweest. Bijzonder fraaie Berlijnse School vult de kamer. Na zoveel schoons vult Experimentele Bagetelle de kamer met in eerste instantie met geluiden die uit een laboratorium lijken te komen, hierna lijkt het wel of ik de branding van de zee hoor en een trein voorbij lijkt te komen. Een vreemd beeld wellicht, maar hier volgens mij met liefde gemaakt. Een eerst incarnatie van ambient misschien. Wat zoekend begint Kurzes Stück Im Alten Stil. Al vlug krijg ik het gevoel of Schulze me muziek laat horen uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Met mijn ogen dicht zie ik hem op een kleedje zitten omringt door de grootte analoge bakken van weleer. Heerlijke Berlijnse School vult de kamer, voorzien van een heel subtiel ritme. Muziek om met de ogen dicht te beluisteren en er heerlijk van te genieten. Daarnaast lijkt het of een oud fotoboek wordt opengeslagen. Al met al een bijzondere collage komt voorbij.
Deze fraaie set wordt afgesloten met het stuk Gewitter. Even ben ik bang dat het hetzelfde stuk is wat op het album Irllicht is te vinden, want daar krijg ik spontaan hoofdpijn van. Gelukkig is het iets geheel anders. Met vrij bombastisch geluiden begint deze versie het lijkt wel of er zwaar materieel voorbij komt. Het doet me in ieder geval denken aan iets industrieels. Tot dat Schulze er ineens een heerlijk aanstekelijke ritme start waarop het lastig is stil zitten. Om dan vervolgens iets statigs te brengen wat dan overgaat in iets kosmisch, waardoor er op een wonderlijke wijze een eind komt aan de derde cd uit deze set van La Vie Electronique.
Klaus Schulze - La Vie Electronique 4 (2009)

4,5
0
geplaatst: 10 april 2010, 00:20 uur
Als ik zo na de voorzijde van dit vierde album uit de reeks La Vie Electronique kijk bekruipt me de vraag: Of Klaus Schulze het nog wel zit zitten? Het is niet de vrolijkste foto die Thomas Ewerhard, de vormgever van de verpakking, heeft uitgezocht van Schulze. Het roept althans een droef beeld op. Gelukkig staan in het boekje wat vrolijker foto’s van de meester van de elektronische muziek, alleen de foto op bladzijde vier had voor mij ook niet gehoeven. Tot zo ver de vormgeving, want naast de foto’s bevat het boekje interessante informatie over Klaus Schulze. En dan de muziek. Door de jaren heen heeft Klaus Schulze laten zien en horen dat hij van doorwerken houdt en dat daar door niet alles gelijk op plaat verschijnt en het later dus via bijzondere albums toch op de markt komt. Zo ook bij deze set van drie cd’s onder de titel La Vie Electronique dus.
De eerst cd uit deze set wordt geheel in beslag genomen door de compositie Just an Old-Fashoined Schulze Track. Het is een compositie bestaande uit negen subdelen. Hoofdstuk één, From Swerve of Shore, begint met een vrolijk belletje en geluiden die aan de branding van de zee doen denken. Dit is echter van korte duur, want al snel heb ik het gevoel diep in de ruimte te zitten. Het deel …to Bend of Bay brengt langzaam wat leven in de brouwerij. Zachte geluiden stromen uit de boxen die wat weg hebben of ze uit violen komen. Qua muziekstructuur brengt het mij terug naar de elektronische muziek uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Schulze dus op zijn best. Haast ongemerkt dient het derde deel zich aan. De goed uitgestippelde lijn wordt op Le Belle Dame Sans Merci voortgezet. Fraaie ijle klanken op een subtiel ritme vullen de woonkamer. Totdat de sequencer langzaam wordt opengezet. Hierdoor brengt het de sfeer terug van rondom het album Timewind maar dan anders. Heerlijke muziek die een gevoel oproept van heerlijk aan het reizen zijn naar een gebied waar het fijn leven is. Lekker opschieten met een fijne drive in de compositie die me haast in een trance brengt.. Muziek in de beste traditie van de Berlijnse School. Tot het deel Rock is a Four-Letter Word. In het begint doet het mij denken aan een draaimolen die opgang wordt geholpen en Schulze daarnaast bezig is met de nodige experimenten. In deze broeierige sfeer ontstaat vreemd genoeg een prima drive. Wel gebied me de eerlijkheid te vermelden dat het zware kost is en ik me kan voorstellen dat een dergelijk iets moeilijk te verteren kan zijn. Na het einde toe wordt het wat zenuwachtig in gedachte zie ik vliegen rondjes vliegen boven een glas limonade in de zomer terwijl de rotsblokken na beneden komen en de bevolking onder aan de berg denkt: “Nu is het genoeg”. Kortom: Rock is a Four-Letter Word is een vreemd opzwepend stuk muziek. Het vijfde deel, A Utilirian View of Monitors Fight brengt rust in de zaak. Voor mijn gevoel sta ik op een leeg perron terwijl treinen rustig door het station rijden en verder een mooi uitzicht heb over het universum. Aan het einde van dit subdeel ben ik dan ook los van de grond. Deze sfeer wordt bijzonder mooi doorgetrokken het deel No Coward Soul Is Mine, tot hierna na enige tijd tonen voorbij komen die iets doen denken aan een trein die ver aan de horizon voorbij komt, waarna ik steeds meer het gevoel krijg in het luchtledige terecht te zijn gekomen. Enkel wat fluittoontjes houden me bij de les die steeds hoger beginnen te klinken. Langzaam komen er zware orgelklanken het stuk binnen die luiden het begin van het deel Abbressene Enfälle in. Voor mijn gevoel kom ik een kerk binnen waar een organist sfeervolle muziek ten gehore brengt terwijl er ook geluiden zijn te horen die rechtstreeks uit de kosmos lijken te komen. Verder roept het een gevoel van eenzaamheid op ondanks de paar vrolijke noten die zijn te horen. De sfeer blijft overwegend desolaat. Het één na laatste deel, Intensive Idylle, begint met een sfeer wat me wat doet denken aan vergane glorie. Alles staat nog, maar voor hoelang nog. De warme bassen geven wat troost en nog één keer is daar het moment om nog intensief te genieten van een fijn gevoel uit vervlogen tijden. Voor het laatst door de staat waar je al kind de eerste stappen zette. Ja, en dan is daar toch te snel het einde van Just an Old-Fashioned Schulze Track inzicht. Een muziekstuk wat voorbij trok als een bijzondere film vol van diverse sferen en emoties. De eerste tonen van Endgame voelen dan ook aan als een film die bijna ten einde is. De namen van de personen er aan mee hebben gewerkt verschijnen in beeld, terwijl de laatste meters film door de projector rollen. Qua muziek doet het hier denken aan de goede oude tijden van de jaren zeventig, het moment dat de pioniers van de elektronische muziek nog achter de analoge bakken zaten die wat weg hadden van een telefooncentrale dan van een muziekinstrument. En dan kan ik slechts tot de conclusie komen dat de cd er al had moeten zijn in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Goed dat het alsnog in de juiste vorm na jaren beschikbaar is gekomen.
Na zo’n heerlijk voorgerecht voelt het wat vreemd aan om de tweede cd van deze set in de speler te doen. Deze begint haast klassiek met stuk Shadow Piece. Melancholische viool klanken vullen de ruimte en roepen daarmee een droef verhaal mee naar boven. Een plek waar het vroeger heerlijk wonen was is niet meer. Het is een dorre vlakte geworden waar slechts wat herinneringen doorheen waaien. Ondanks de droeve toon een fraai staaltje van Klaus Schulze en had qua sfeer prima gepast op het album Mirage. Dertien minuten zijn dan wel erg kort. Het lange ietwat vreemde einde voelt aan als een wervelwind die nog wat leven in de brouwerij wil brengen.
Sissende geluiden die uit de kosmos lijken te komen luiden het begin in van het zesluik I Sing the Body Electric. Het eerste deel Dark Carnaval doet zijn naam eer aan. Niet de vrolijkste noten stromen de kamer in. Ze creëren daarmee een droeve sfeer of een dierbare naar zijn laatste rustplaats wordt gebracht. In gedachte zie ik rouwende mensen langs de kist lopen om de overledene de laatste eer te bijwijzen. Het begin van het tweede deel, Dinosaur Tales sluit daarbij aan. Beelden uit lang vervlogen tijden komen naar boven en tegen het einde van het stuk lijkt het even of de dinosaurussen even opnieuw tot leven te komen, om vervolgens voor goed te verdwijnen. Echt vrolijk is I Sing the Body Electric tot nu toe niet, een gevoel van vergane glorie lijkt hier wel de rode draad te zijn. Daar brengt het deel Ghost of Forever geen verandering in. Er lijkt even een opleving te zijn, maar al snel volgt een deel waar droefheid van uitstraalt, het voelt aan of alles voorbij is. Slechts een geest lijkt eenzaam in den treuren hetzelfde rondje maken tot het einde der tijden. De muziek hier ligt wat in de lijn met het album Blackdance. Het deel The Machineris of Joy probeert daar wat verandering in te brengen, het klinkt weliswaar wat vrolijker en het doet wat denken een vliegen die dansen in de zon, maar een echt vrolijk stuk muziek is het niet. Daarentegen is het wel een sfeervolle track met een matig up tempo. Fraaie muziek uit de Berlijnse School. En aan het einde gloort en dan toch een sprankje hoop. Fever Dream doet wat zenuwachtig aan. Voor mijn gevoel zie ik een patiënt liggen woelen in zijn bed terwijl hij of zij een nachtmerrie heeft en het zweet aan alle kanten uitbreekt. Het laatste deel van deze zesluk brengt wat rust. Zachte rustgevende tonen van het stuk Farewell Summer vloeien uit de boxen en geven daarmee een beeld of de standstoelen worden opgeruimd en de herfst zijn intreden doet. Een stuk muziek om de rillingen van te krijgen.
Na dit pracht verhaal volgt er nog een smakelijk toetje op cd 2 uit deze cd set. Das Herz von Grönland begint erg zacht en zodra er iets te horen valt doet het mij gelijk denken aan poolwinden die gaandeweg meenemen wat ze op hun pad tegenkomen. Even lijkt de wind te gaan liggen, maar dan is die daar ineens weer. Prachtige natuurbeelden uit koude gebieden staan weldra op mijn netvliezen. Een bijzonder mooi einde van cd 2 uit deze set.
Het derde plaatje uit deze set begint met het vierluik The Andromeda Strain. Daarvan begint het eerste deel, Gärung, met veel laag even wat gesis waardoor ik het gevoel krijg te reizen middels een groot log ruimteschip. Na verloop van tijd doet de muziek wat droef aan, veel laag en een sfeer of ik in een vervallen industriegebied ben terecht gekomen. De oude machines staan er nog en de geur van angstzweet is nog te ruiken. Vele desolate beelden doemen op en de zware bas die is te horen geeft even warmte aan het stuk, maar het is vooral treurnis wat is te horen. Schulze op zijn zwartst. Een oude maatschappij wordt naar zijn of haar laatste rustplaats gedragen lijkt het wel. De oud medewerkers lopen er murw geslagen bij. Het subdeel, Die Macht der Bilder, begint met het geluid van een filmrol, maar de droeve sfeer wordt op dit deel in eerste instantie voortgezet. Toch komt er langzaam wat lucht in de zaak, die me op een of andere manier aan het relativeren van de dingen doet denken. Mede hierdoor een heerlijke compositie die qua geluid uit het midden van de jaren zeventig had kunnen komen van de vorige eeuw. Daarnaast een prima track om het laag van de luidsprekers te doorgronden. Het einde is haast klassiek te noemen wat vervolgens overgaat in kosmische muziek pur sang. Qua titel doet het subdeel Kurzen Ohren Film grappig aan en binnen de Schulze normen is het dat ook. Best wel vrolijke klanken zijn te horen op een bed van kosmische geluiden het doet daarmee wat denken aan een parodie op een sciencefiction film. Daarnaast doet het ook wat denken aan vlinders die net hun vrijheid vieren nadat ze uit hun cocons zijn gekropen. Het had daarmee mooi kunnen passen op het album Mirage om de zware sfeer iets te breken en als het ware de lente in te luiden. Aan het einde van het stuk lijkt het wel of de winter nog een laatste slag slaat, maar het is voorjaar die uiteindelijk de doorslag geeft. En haast ongemerkt is daar het laatste deel van het vierluik The Andromeda Strain. Dit deel met de titel Bilderleben begint groots en wijds en snel heb ik het gevoel of in ijle lucht ben terecht ben gekomen. Weinig zuurstof, maar fraaie beelden om heen. Lang kan ik daar niet van genieten, want er volgt even iets experimenteels. Kort hierna is daar de hemelse sfeer opnieuw waardoor het vierluik bijzonder mooi tot een einde komt.
Het begin van het drieluik Make Room, Make Room! begint best spannend. Luik nummer één, Les Extrêmes se Touchent roept een sfeer op die niet had misstaan als muziek in een misdaadserie. Later in de compositie hoor ik duidelijk dat uit de dezelfde tijd had kunnen komen van het album Picture Music. Heerlijk golvende klanken waar lange melodielijnen op zijn te horen die maar door één persoon echt goed kunnen worden gemaakt. Het statige slot geeft kippenvel van genot. Door die goede factoren is het stuk voorbij voordat ik er erg in heb. Waardoor het lijkt of het subdeel, Thomas Mann in Princetown er ineens is. Dit begint met lange noten en de verdere sfeer heeft iets wat me aan het Midden Oosten doet denken. Ik voel de hitte van het woestijnzand terwijl een stoet van hoogwaardigheidsbekleders gezeten op kamelen voorbij komen. Door de prima sfeer van deze track beland ik ook zonder het te merken in het derde subdeel, Für Konrad Bayer. De eerste paar noten daarvan brengen me al snel naar de andere zijde van de dampkring waar ik heerlijk in het luchtledige mijn rondjes mag draaien en genieten mag van de sterren en de andere hemellichamen die daar te vinden zijn. Hiermee komt er een prima eind aan het drieluik Make Room, Make Room!
Dan is er al het nodige schoons voorbij gekomen en dan komt de ober nog zeggen dat je nog wat van huis krijgt. Dat is het gevoel wat me bekruipt bij het aanhoren van de eerste tonen van Darkest Steglitz. Dit stuk muziek begint met dreigende tonen die me wat aan een sciencefiction doen denken. Voor mijn gevoel komt een log ruimteschip door de boxen mijn huiskamer binnen. Waarna het omgekeerde plaats vindt, want ik ga onderdeel van de ruimte uit maken. Ja een daarmee komt er op een meer dan prima wijze een eind aan het album La Vie Electronique 4, wat ik een aanrader zou willen noemen voor mensen die van het jaren zeventig geluid houden van Klaus Schulze.
De eerst cd uit deze set wordt geheel in beslag genomen door de compositie Just an Old-Fashoined Schulze Track. Het is een compositie bestaande uit negen subdelen. Hoofdstuk één, From Swerve of Shore, begint met een vrolijk belletje en geluiden die aan de branding van de zee doen denken. Dit is echter van korte duur, want al snel heb ik het gevoel diep in de ruimte te zitten. Het deel …to Bend of Bay brengt langzaam wat leven in de brouwerij. Zachte geluiden stromen uit de boxen die wat weg hebben of ze uit violen komen. Qua muziekstructuur brengt het mij terug naar de elektronische muziek uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Schulze dus op zijn best. Haast ongemerkt dient het derde deel zich aan. De goed uitgestippelde lijn wordt op Le Belle Dame Sans Merci voortgezet. Fraaie ijle klanken op een subtiel ritme vullen de woonkamer. Totdat de sequencer langzaam wordt opengezet. Hierdoor brengt het de sfeer terug van rondom het album Timewind maar dan anders. Heerlijke muziek die een gevoel oproept van heerlijk aan het reizen zijn naar een gebied waar het fijn leven is. Lekker opschieten met een fijne drive in de compositie die me haast in een trance brengt.. Muziek in de beste traditie van de Berlijnse School. Tot het deel Rock is a Four-Letter Word. In het begint doet het mij denken aan een draaimolen die opgang wordt geholpen en Schulze daarnaast bezig is met de nodige experimenten. In deze broeierige sfeer ontstaat vreemd genoeg een prima drive. Wel gebied me de eerlijkheid te vermelden dat het zware kost is en ik me kan voorstellen dat een dergelijk iets moeilijk te verteren kan zijn. Na het einde toe wordt het wat zenuwachtig in gedachte zie ik vliegen rondjes vliegen boven een glas limonade in de zomer terwijl de rotsblokken na beneden komen en de bevolking onder aan de berg denkt: “Nu is het genoeg”. Kortom: Rock is a Four-Letter Word is een vreemd opzwepend stuk muziek. Het vijfde deel, A Utilirian View of Monitors Fight brengt rust in de zaak. Voor mijn gevoel sta ik op een leeg perron terwijl treinen rustig door het station rijden en verder een mooi uitzicht heb over het universum. Aan het einde van dit subdeel ben ik dan ook los van de grond. Deze sfeer wordt bijzonder mooi doorgetrokken het deel No Coward Soul Is Mine, tot hierna na enige tijd tonen voorbij komen die iets doen denken aan een trein die ver aan de horizon voorbij komt, waarna ik steeds meer het gevoel krijg in het luchtledige terecht te zijn gekomen. Enkel wat fluittoontjes houden me bij de les die steeds hoger beginnen te klinken. Langzaam komen er zware orgelklanken het stuk binnen die luiden het begin van het deel Abbressene Enfälle in. Voor mijn gevoel kom ik een kerk binnen waar een organist sfeervolle muziek ten gehore brengt terwijl er ook geluiden zijn te horen die rechtstreeks uit de kosmos lijken te komen. Verder roept het een gevoel van eenzaamheid op ondanks de paar vrolijke noten die zijn te horen. De sfeer blijft overwegend desolaat. Het één na laatste deel, Intensive Idylle, begint met een sfeer wat me wat doet denken aan vergane glorie. Alles staat nog, maar voor hoelang nog. De warme bassen geven wat troost en nog één keer is daar het moment om nog intensief te genieten van een fijn gevoel uit vervlogen tijden. Voor het laatst door de staat waar je al kind de eerste stappen zette. Ja, en dan is daar toch te snel het einde van Just an Old-Fashioned Schulze Track inzicht. Een muziekstuk wat voorbij trok als een bijzondere film vol van diverse sferen en emoties. De eerste tonen van Endgame voelen dan ook aan als een film die bijna ten einde is. De namen van de personen er aan mee hebben gewerkt verschijnen in beeld, terwijl de laatste meters film door de projector rollen. Qua muziek doet het hier denken aan de goede oude tijden van de jaren zeventig, het moment dat de pioniers van de elektronische muziek nog achter de analoge bakken zaten die wat weg hadden van een telefooncentrale dan van een muziekinstrument. En dan kan ik slechts tot de conclusie komen dat de cd er al had moeten zijn in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Goed dat het alsnog in de juiste vorm na jaren beschikbaar is gekomen.
Na zo’n heerlijk voorgerecht voelt het wat vreemd aan om de tweede cd van deze set in de speler te doen. Deze begint haast klassiek met stuk Shadow Piece. Melancholische viool klanken vullen de ruimte en roepen daarmee een droef verhaal mee naar boven. Een plek waar het vroeger heerlijk wonen was is niet meer. Het is een dorre vlakte geworden waar slechts wat herinneringen doorheen waaien. Ondanks de droeve toon een fraai staaltje van Klaus Schulze en had qua sfeer prima gepast op het album Mirage. Dertien minuten zijn dan wel erg kort. Het lange ietwat vreemde einde voelt aan als een wervelwind die nog wat leven in de brouwerij wil brengen.
Sissende geluiden die uit de kosmos lijken te komen luiden het begin in van het zesluik I Sing the Body Electric. Het eerste deel Dark Carnaval doet zijn naam eer aan. Niet de vrolijkste noten stromen de kamer in. Ze creëren daarmee een droeve sfeer of een dierbare naar zijn laatste rustplaats wordt gebracht. In gedachte zie ik rouwende mensen langs de kist lopen om de overledene de laatste eer te bijwijzen. Het begin van het tweede deel, Dinosaur Tales sluit daarbij aan. Beelden uit lang vervlogen tijden komen naar boven en tegen het einde van het stuk lijkt het even of de dinosaurussen even opnieuw tot leven te komen, om vervolgens voor goed te verdwijnen. Echt vrolijk is I Sing the Body Electric tot nu toe niet, een gevoel van vergane glorie lijkt hier wel de rode draad te zijn. Daar brengt het deel Ghost of Forever geen verandering in. Er lijkt even een opleving te zijn, maar al snel volgt een deel waar droefheid van uitstraalt, het voelt aan of alles voorbij is. Slechts een geest lijkt eenzaam in den treuren hetzelfde rondje maken tot het einde der tijden. De muziek hier ligt wat in de lijn met het album Blackdance. Het deel The Machineris of Joy probeert daar wat verandering in te brengen, het klinkt weliswaar wat vrolijker en het doet wat denken een vliegen die dansen in de zon, maar een echt vrolijk stuk muziek is het niet. Daarentegen is het wel een sfeervolle track met een matig up tempo. Fraaie muziek uit de Berlijnse School. En aan het einde gloort en dan toch een sprankje hoop. Fever Dream doet wat zenuwachtig aan. Voor mijn gevoel zie ik een patiënt liggen woelen in zijn bed terwijl hij of zij een nachtmerrie heeft en het zweet aan alle kanten uitbreekt. Het laatste deel van deze zesluk brengt wat rust. Zachte rustgevende tonen van het stuk Farewell Summer vloeien uit de boxen en geven daarmee een beeld of de standstoelen worden opgeruimd en de herfst zijn intreden doet. Een stuk muziek om de rillingen van te krijgen.
Na dit pracht verhaal volgt er nog een smakelijk toetje op cd 2 uit deze cd set. Das Herz von Grönland begint erg zacht en zodra er iets te horen valt doet het mij gelijk denken aan poolwinden die gaandeweg meenemen wat ze op hun pad tegenkomen. Even lijkt de wind te gaan liggen, maar dan is die daar ineens weer. Prachtige natuurbeelden uit koude gebieden staan weldra op mijn netvliezen. Een bijzonder mooi einde van cd 2 uit deze set.
Het derde plaatje uit deze set begint met het vierluik The Andromeda Strain. Daarvan begint het eerste deel, Gärung, met veel laag even wat gesis waardoor ik het gevoel krijg te reizen middels een groot log ruimteschip. Na verloop van tijd doet de muziek wat droef aan, veel laag en een sfeer of ik in een vervallen industriegebied ben terecht gekomen. De oude machines staan er nog en de geur van angstzweet is nog te ruiken. Vele desolate beelden doemen op en de zware bas die is te horen geeft even warmte aan het stuk, maar het is vooral treurnis wat is te horen. Schulze op zijn zwartst. Een oude maatschappij wordt naar zijn of haar laatste rustplaats gedragen lijkt het wel. De oud medewerkers lopen er murw geslagen bij. Het subdeel, Die Macht der Bilder, begint met het geluid van een filmrol, maar de droeve sfeer wordt op dit deel in eerste instantie voortgezet. Toch komt er langzaam wat lucht in de zaak, die me op een of andere manier aan het relativeren van de dingen doet denken. Mede hierdoor een heerlijke compositie die qua geluid uit het midden van de jaren zeventig had kunnen komen van de vorige eeuw. Daarnaast een prima track om het laag van de luidsprekers te doorgronden. Het einde is haast klassiek te noemen wat vervolgens overgaat in kosmische muziek pur sang. Qua titel doet het subdeel Kurzen Ohren Film grappig aan en binnen de Schulze normen is het dat ook. Best wel vrolijke klanken zijn te horen op een bed van kosmische geluiden het doet daarmee wat denken aan een parodie op een sciencefiction film. Daarnaast doet het ook wat denken aan vlinders die net hun vrijheid vieren nadat ze uit hun cocons zijn gekropen. Het had daarmee mooi kunnen passen op het album Mirage om de zware sfeer iets te breken en als het ware de lente in te luiden. Aan het einde van het stuk lijkt het wel of de winter nog een laatste slag slaat, maar het is voorjaar die uiteindelijk de doorslag geeft. En haast ongemerkt is daar het laatste deel van het vierluik The Andromeda Strain. Dit deel met de titel Bilderleben begint groots en wijds en snel heb ik het gevoel of in ijle lucht ben terecht ben gekomen. Weinig zuurstof, maar fraaie beelden om heen. Lang kan ik daar niet van genieten, want er volgt even iets experimenteels. Kort hierna is daar de hemelse sfeer opnieuw waardoor het vierluik bijzonder mooi tot een einde komt.
Het begin van het drieluik Make Room, Make Room! begint best spannend. Luik nummer één, Les Extrêmes se Touchent roept een sfeer op die niet had misstaan als muziek in een misdaadserie. Later in de compositie hoor ik duidelijk dat uit de dezelfde tijd had kunnen komen van het album Picture Music. Heerlijk golvende klanken waar lange melodielijnen op zijn te horen die maar door één persoon echt goed kunnen worden gemaakt. Het statige slot geeft kippenvel van genot. Door die goede factoren is het stuk voorbij voordat ik er erg in heb. Waardoor het lijkt of het subdeel, Thomas Mann in Princetown er ineens is. Dit begint met lange noten en de verdere sfeer heeft iets wat me aan het Midden Oosten doet denken. Ik voel de hitte van het woestijnzand terwijl een stoet van hoogwaardigheidsbekleders gezeten op kamelen voorbij komen. Door de prima sfeer van deze track beland ik ook zonder het te merken in het derde subdeel, Für Konrad Bayer. De eerste paar noten daarvan brengen me al snel naar de andere zijde van de dampkring waar ik heerlijk in het luchtledige mijn rondjes mag draaien en genieten mag van de sterren en de andere hemellichamen die daar te vinden zijn. Hiermee komt er een prima eind aan het drieluik Make Room, Make Room!
Dan is er al het nodige schoons voorbij gekomen en dan komt de ober nog zeggen dat je nog wat van huis krijgt. Dat is het gevoel wat me bekruipt bij het aanhoren van de eerste tonen van Darkest Steglitz. Dit stuk muziek begint met dreigende tonen die me wat aan een sciencefiction doen denken. Voor mijn gevoel komt een log ruimteschip door de boxen mijn huiskamer binnen. Waarna het omgekeerde plaats vindt, want ik ga onderdeel van de ruimte uit maken. Ja een daarmee komt er op een meer dan prima wijze een eind aan het album La Vie Electronique 4, wat ik een aanrader zou willen noemen voor mensen die van het jaren zeventig geluid houden van Klaus Schulze.
Klaus Schulze - Live @ Klangart CD 1 (2001)

3,5
0
geplaatst: 24 juli 2010, 22:23 uur
Klaus Schulze het blijft een bijzonder mens binnen de elektronische muziek. Vele albums die niet de gezelligste muziek bevatten, maar die desondanks als een warme deken aanvoelen. En als het dan ineens een keertje vrolijk klinkt knijpen al mijn spieren wat aan, omdat in dat geval niet de beste muziek van de man voorbij komt. En dan is er naast het nodige studiowerk van Schulze ook nogal wat live werk op plaat verschenen. Kortom; Schulze houdt van doorwerken en af en toe een "bedrijfsongeval" moet kunnen op een grootte productie, daar ga ik niet moeilijk over doen. En dan is er nog de Schulze van de live optredens. In de jaren zeventig van de vorige eeuw gezeten op een hoogpolig tapijtje laag op het podium en tegenwoordig in een luxe bureaufauteuil omringt door een imposante installatie. Zie daar de ontwikkeling. En dan opnieuw heb je een live schijf van de man in handen die is opgenomen tijdens het KlangArt festival wat op 9 juni 2001 plaats vond in Osnabrück en dan is daar de vraag: "Wat hebben de mensen aldaar gehoord in een grootte zaal terwijl Schulze de regie voerde over zijn elektronica-winkel?"
De track Breeze to Sequence begint erg zacht en stelt daarmee mijn oren danig op de proef. Zodra er wat te horen is doet het in eerste instantie wat experimenteel aan. Voor mijn gevoel zou het uit de begindagen hadden kunnen komen van de elektronische muziek. Als er later voorzichtig wat ritme in het stuk komt ontstaat er langzaam maar zeker een heerlijke groove, zoals ik deze graag van Schulze mag horen. Het is spannend en ingetogen met daaronder een laag van klassieke zang uit de elektronica-winkel. Mede hierdoor lijkt het wel of Schulze me op reis neemt. Even is daar een tussenstop waarna de bijzonder relaxte trip verder gaat. Als ik mijn ogen sluit zie ik in gedachte van alles voorbij komen. Midden in het stuk heb ik dan ook het gevoel of ik lichtjaren ver de aarde ben verwijderd. De sterren fonkelen terwijl de ijle tonen van Schulze me naar adem doen snakken. Langzaam naar dit middendeel gaat heel subtiel de kraan stukje bij beetje open, waardoor ik het gevoel krijg weer enigszins in de bewoonde wereld te zijn terechtgekomen. Zei het voor even wat aan het einde van het stuk is daar opnieuw het gevoel van in een vacuüm te worden gezogen naar een wereld ver weg. Zodra er wat is te horen wat aan het huilen van de wind doet denken ben ik ongemerkt terechtgekomen in de track Loops to Groove. Het zit wat tegen de stilte aan en het ritme wat te horen is doet me denken aan rustig wandelen. De verdere invulling doet sferisch aan, het roept bij mij een beeld op van mist wat in de ochtend langzaam maar zeker plaats maakt voor de eerste zonnestralen die ieder moment kunnen verschijnen. Daarnaast is het opnieuw een prachtig staaltje van Klaus Schulze hoe hij met heel weinig me aan de stereo doet kluisteren. Gaande het stuk raak ik in een soort trance en zodra daar heel subtiel een vrouwenstem is te horen lijkt het wel of er een betovering gaande is. Het is een bijzondere sfeer en in de zaal van Osnabrück zal je bijwijze van spreken een speld hebben kunnen horen vallen. Nu met de ogen dicht een schitterende verstilde trip.
Haast ongemerkt zit ik een sacrale sfeer waarmee From Church to Search mee begint. Even is daar een rust moment met daaronder stemmige klanken die uit een kathedraal hadden kunnen komen. Langzaam heel langzaam komt er wat ritme in stuk binnen, maar wat bovenal blijft staan is de sacrale sfeer die een mooi verhaal heeft te vertellen. Halverwege het stuk is daar opnieuw verstilling te horen. Op een bed van koorklanken krijg ik het gevoel of ik weg zweef naar onbekende gebieden. Daarnaast zij er heel subtiel nog wat klanken te horen de me wat aan het Midden Oosten doen denken terwijl ik per minuut het gevoel krijg de aarde niet meer te kunnen zien. Een sfeer die nog eens versterkt wordt als ik mijn ogen sluit. Aan het einde van het stuk wordt ik op een haast klassieke wijze op de aarde gezet en voel me als het ware herboren. Erg wonderlijk dat zo weinig aan geluid zoveel met je kan doen. Terug in kathedraal waar het stuk dus begon.
I Loop You Schwindelig begint spannend, naar mijn idee ben naar een film aan kijken waar bandieten een kluis proberen te kraken in een donkere kelder van een bank. Even lijkt er niets te gebeuren, toch weet Klaus Schulze me met weinig aan de stereo te doen kluisteren, met een gevoel of het de bandieten gaat lukken om de kluis te kraken. Muzikaal wellicht geen hoogstandje, edoch de sfeer die wordt neergezet is om door een ringetje te halen. Minimaal met het juiste effect laat ik maar zeggen. Gaande het stuk gaat het tempo stukje bij beetje omhoog even is daar het gevoel van in het luchtledige zijn te beland, wat denk ik toe te schrijven valt aan de trance waar ik gaande het stuk door gegrepen wordt. Kortom; het is Schulze ten voeten uit die hier opnieuw laat horen wat hij met een paar "simpele" muziekstructuren weet te doen. Juist, iemand de luidsprekers haast van de binnenkant laten zien. Het kleine halve uur lijkt dan in eerste instantie voorbij te vliegen, toch heb ik op een gegeven moment het gevoel dat er wat meer variatie had in gemogen. Na het einde toe wordt het een tikje saai.
Met fraaie klassieke klanken uit de cello van Wolfgang Tiepold begint de bonus track Short Romance. Het roept een beeld op van iemand die zijn geliefde uitzwaait die aan de wal staat met voor zich een groot cruise schip. De kille dauw maakt langzaam plaats voor een beeld van een schip wat aan de einder verdwijnt. Emoties lopen even op en in een desolate sfeer gaat de thuisblijver op weg naar huis terwijl het asfalt onder zijn auto verdwijnt.
Daarmee komt er dan een mooi einde aan een fraai live album van Klaus Schulze. Geen meesterwerk wat met name toe te schrijven valt aan dat de track I Loop You Schwindelig voor mijn gevoel althans wat aan de lange kant is. Desalniettemin heb ik de afgelopen vijf kwartier me wel muzikaal vermaakt.
De track Breeze to Sequence begint erg zacht en stelt daarmee mijn oren danig op de proef. Zodra er wat te horen is doet het in eerste instantie wat experimenteel aan. Voor mijn gevoel zou het uit de begindagen hadden kunnen komen van de elektronische muziek. Als er later voorzichtig wat ritme in het stuk komt ontstaat er langzaam maar zeker een heerlijke groove, zoals ik deze graag van Schulze mag horen. Het is spannend en ingetogen met daaronder een laag van klassieke zang uit de elektronica-winkel. Mede hierdoor lijkt het wel of Schulze me op reis neemt. Even is daar een tussenstop waarna de bijzonder relaxte trip verder gaat. Als ik mijn ogen sluit zie ik in gedachte van alles voorbij komen. Midden in het stuk heb ik dan ook het gevoel of ik lichtjaren ver de aarde ben verwijderd. De sterren fonkelen terwijl de ijle tonen van Schulze me naar adem doen snakken. Langzaam naar dit middendeel gaat heel subtiel de kraan stukje bij beetje open, waardoor ik het gevoel krijg weer enigszins in de bewoonde wereld te zijn terechtgekomen. Zei het voor even wat aan het einde van het stuk is daar opnieuw het gevoel van in een vacuüm te worden gezogen naar een wereld ver weg. Zodra er wat is te horen wat aan het huilen van de wind doet denken ben ik ongemerkt terechtgekomen in de track Loops to Groove. Het zit wat tegen de stilte aan en het ritme wat te horen is doet me denken aan rustig wandelen. De verdere invulling doet sferisch aan, het roept bij mij een beeld op van mist wat in de ochtend langzaam maar zeker plaats maakt voor de eerste zonnestralen die ieder moment kunnen verschijnen. Daarnaast is het opnieuw een prachtig staaltje van Klaus Schulze hoe hij met heel weinig me aan de stereo doet kluisteren. Gaande het stuk raak ik in een soort trance en zodra daar heel subtiel een vrouwenstem is te horen lijkt het wel of er een betovering gaande is. Het is een bijzondere sfeer en in de zaal van Osnabrück zal je bijwijze van spreken een speld hebben kunnen horen vallen. Nu met de ogen dicht een schitterende verstilde trip.
Haast ongemerkt zit ik een sacrale sfeer waarmee From Church to Search mee begint. Even is daar een rust moment met daaronder stemmige klanken die uit een kathedraal hadden kunnen komen. Langzaam heel langzaam komt er wat ritme in stuk binnen, maar wat bovenal blijft staan is de sacrale sfeer die een mooi verhaal heeft te vertellen. Halverwege het stuk is daar opnieuw verstilling te horen. Op een bed van koorklanken krijg ik het gevoel of ik weg zweef naar onbekende gebieden. Daarnaast zij er heel subtiel nog wat klanken te horen de me wat aan het Midden Oosten doen denken terwijl ik per minuut het gevoel krijg de aarde niet meer te kunnen zien. Een sfeer die nog eens versterkt wordt als ik mijn ogen sluit. Aan het einde van het stuk wordt ik op een haast klassieke wijze op de aarde gezet en voel me als het ware herboren. Erg wonderlijk dat zo weinig aan geluid zoveel met je kan doen. Terug in kathedraal waar het stuk dus begon.
I Loop You Schwindelig begint spannend, naar mijn idee ben naar een film aan kijken waar bandieten een kluis proberen te kraken in een donkere kelder van een bank. Even lijkt er niets te gebeuren, toch weet Klaus Schulze me met weinig aan de stereo te doen kluisteren, met een gevoel of het de bandieten gaat lukken om de kluis te kraken. Muzikaal wellicht geen hoogstandje, edoch de sfeer die wordt neergezet is om door een ringetje te halen. Minimaal met het juiste effect laat ik maar zeggen. Gaande het stuk gaat het tempo stukje bij beetje omhoog even is daar het gevoel van in het luchtledige zijn te beland, wat denk ik toe te schrijven valt aan de trance waar ik gaande het stuk door gegrepen wordt. Kortom; het is Schulze ten voeten uit die hier opnieuw laat horen wat hij met een paar "simpele" muziekstructuren weet te doen. Juist, iemand de luidsprekers haast van de binnenkant laten zien. Het kleine halve uur lijkt dan in eerste instantie voorbij te vliegen, toch heb ik op een gegeven moment het gevoel dat er wat meer variatie had in gemogen. Na het einde toe wordt het een tikje saai.
Met fraaie klassieke klanken uit de cello van Wolfgang Tiepold begint de bonus track Short Romance. Het roept een beeld op van iemand die zijn geliefde uitzwaait die aan de wal staat met voor zich een groot cruise schip. De kille dauw maakt langzaam plaats voor een beeld van een schip wat aan de einder verdwijnt. Emoties lopen even op en in een desolate sfeer gaat de thuisblijver op weg naar huis terwijl het asfalt onder zijn auto verdwijnt.
Daarmee komt er dan een mooi einde aan een fraai live album van Klaus Schulze. Geen meesterwerk wat met name toe te schrijven valt aan dat de track I Loop You Schwindelig voor mijn gevoel althans wat aan de lange kant is. Desalniettemin heb ik de afgelopen vijf kwartier me wel muzikaal vermaakt.
Klaus Schulze - Live @ Klangart CD 2 (2001)

4,0
0
geplaatst: 3 augustus 2010, 21:29 uur
Bij Live@Klangart 1 schreef ik het al dat Klaus Schulze een bijzonder mens is binnen de elektronische muziek en daar blijf ik bij. Met de tweede cd van dit concert wat op 9 juni 2001 plaats vond in Osnabrücke kan ik enkel concluderen dat men aldaar waar voor hun geld hebben gekregen en Schulze goed heeft laten horen waartoe zijn gigantische installatie toe in staat is. Daarnaast werd Klaus Schulze bijgestaan door Wolgang Tiepold op cello die beslist geen onbekende is binnen het verhaal van de eerder genoemde pionier van de elektronische muziek. Kortom na deze korte introductie mag het grootte licht uit en mogen de spots aan om de muzikanten op het podium te belichten.
La Fugue Sequenca begint vrij klassiek met een oosters tintje. Het doet mij althans denken aan in een film over Azië te zijn beland. Na verloop van tijd zijn daar experimentele klanken te horen wat de vreemde sfeer alleen maar versterkt. Tot dat daar ineens klanken zijn te horen die me aan harp doen denken. Tevens is Schulze zoekende naar de juiste drive voor het stuk. Naarmate het stuk vordert krijg ik het gevoel of ik in een wonderlijke maalstroom ben terechtgekomen. Zodra het ritme en de muziek langzaam maar zeker wat opener beginnen te klinken wordt het voorafgaande nog eens versterkt. Als daar nog het geluid van een elektrische gitaar bijkomt is de sfeer compleet. Mijn oren worden getrakteerd op heerlijk meeslepende muziek en met de ogen dicht heb ik het gevoel in een buitenaardse achtbaan te zijn terechtgekomen. Even is daar het moment om een teug adem te nemen, waarna Schulze me langzaam de volgende trip intrekt die nog intenser aanvoelt als de vorige. Deze procedure wordt tijdens het stuk een paar keer herhaald, met als gevolg dat ik aardig bij de les wordt gehouden door de meester. Schulze is hier duidelijk in topvorm waardoor de dikke twintig minuten die het stuk duren omvliegen en de neiging er is om opnieuw op start te drukken er zeker is. Aan het einde van het stuk heb ik dan ook het gevoel ver van het aardse te zijn beland. Desondanks de leegt voelt dit goed aan. Met aanhoudende lage tonen begint Cavalleria Cellisticana het voelt wat duister aan. De cello tonen van Wolgang Tiepold versterken dit beeld nog eens. Gevoelsmatig zweef door melkwegstelsels waarvan me het bestaan niet bekend was. Ondanks dat er muziek technisch weinig gebeurt is het vooral de warme duistere sfeer de me aan de stereo doen kluisteren. Als ik mijn ogen sluit heb ik dan ook gevoel of ik mentaal aan het vliegen ben en langzaam in een trance terechtkom. Los van alles en nog wat. Het is intense rust wat de ruimte vult. Halverwege het stuk komt er meer leven in de brouwerij. Een prettig ritme, klanken van fluit en harp klinken subtiel door de kamer. Hierdoor lijkt het wel of ik stapje bij beetje het leven van alledag in wordt ingetrokken. Aan het einde van het stuk zijn klanken te horen die aan een elektrische gitaar doen denken, waarna het lijkt of ik alleen wordt achtergelaten. Het is Schulze opnieuw gelukt om me mentaal van de wereld te laten zijn.
Het begin van Track of Desire is erg klassiek te noemen. Voor mijn gevoel is een cellist aan het oefenen in grootte lege concertzaal en tussen zijn spel door kun je een speld horen vallen. Dit moet haast een wonderlijk gezicht zijn geweest daar in de zaal in Osnabrücke. Enerzijds de imposante installatie van Schulze en Tiepold armetierig op zijn cello. Nu in de woonkamer een erg fraai stuk muziek waar het eigenlijk zonde is om er doorheen te typpen, want de toetsjes van de computer maken meer geluid dan me lief zijn. De verstilde dikke negen minuten vliegen dan ook voorbij als een warme deken Erg fraai in het kwadraat.
Ietwat dreigend is dan ook het begin van Last Move at Osnabrueck. Iets in mijn gevoel zegt me de vakantie is voorbij pak de boel maar in en ga naar huis. Gaande het stuk heb ik dan ook het idee op een autobahn te zijn terechtgekomen die me nog een keer mooi landschappen laat zien terwijl een heerlijk drive die uit de speakers klinkt me aangenaam bijstaan. Mooie wijde klanken op een dito subtiel ritme waar toch iets van weemoed uitgaat. Geestelijk zou je op je vakantiebestemming willen blijven, maar de plicht roept net iets harder. Tegen het einde van het stuk is daar een rust om u tegen te zeggen, waardoor ik althans los kom van het aardse en het eerder geschetste dilemma niet meer van kracht lijkt te zijn. Schulze lijkt me wel op een eeuwig durende vakantie te sturen.
Op de heruitgave van dit album is nog een bonustrack te vinden met de vreemde titel OS 907, wat me doet denken aan een wetenschappelijke benaming van een brok steen in de ruimte. Het stuk zelf begint met warme klanken uit de elektronica-winkel waar later de cello van Wolgang Tiepold bijkomt. Het roept een gevoel van weemoed op. De zomer heeft plaats gemaakt voor de herfst. Een man die in een vreemde taal spreekt doet me als het ware herinneren aan een vakantie die ik denkbeeldig in het Midden Oosten heb gemaakt. Nog één keer komen de foto’s van de reis op tafel, waardoor een gevoel ontstaat: Was ik maar op de vakantiebestemming gebleven. Muzikaal gesproken kan ik enkel concluderen dat OS 907 een fraai sfeervol stuk muziek is in de beste traditie van Klaus Schulze. Daarmee komt dan ook een einde aan een album wat een zeer dikke voldoende verdient.
La Fugue Sequenca begint vrij klassiek met een oosters tintje. Het doet mij althans denken aan in een film over Azië te zijn beland. Na verloop van tijd zijn daar experimentele klanken te horen wat de vreemde sfeer alleen maar versterkt. Tot dat daar ineens klanken zijn te horen die me aan harp doen denken. Tevens is Schulze zoekende naar de juiste drive voor het stuk. Naarmate het stuk vordert krijg ik het gevoel of ik in een wonderlijke maalstroom ben terechtgekomen. Zodra het ritme en de muziek langzaam maar zeker wat opener beginnen te klinken wordt het voorafgaande nog eens versterkt. Als daar nog het geluid van een elektrische gitaar bijkomt is de sfeer compleet. Mijn oren worden getrakteerd op heerlijk meeslepende muziek en met de ogen dicht heb ik het gevoel in een buitenaardse achtbaan te zijn terechtgekomen. Even is daar het moment om een teug adem te nemen, waarna Schulze me langzaam de volgende trip intrekt die nog intenser aanvoelt als de vorige. Deze procedure wordt tijdens het stuk een paar keer herhaald, met als gevolg dat ik aardig bij de les wordt gehouden door de meester. Schulze is hier duidelijk in topvorm waardoor de dikke twintig minuten die het stuk duren omvliegen en de neiging er is om opnieuw op start te drukken er zeker is. Aan het einde van het stuk heb ik dan ook het gevoel ver van het aardse te zijn beland. Desondanks de leegt voelt dit goed aan. Met aanhoudende lage tonen begint Cavalleria Cellisticana het voelt wat duister aan. De cello tonen van Wolgang Tiepold versterken dit beeld nog eens. Gevoelsmatig zweef door melkwegstelsels waarvan me het bestaan niet bekend was. Ondanks dat er muziek technisch weinig gebeurt is het vooral de warme duistere sfeer de me aan de stereo doen kluisteren. Als ik mijn ogen sluit heb ik dan ook gevoel of ik mentaal aan het vliegen ben en langzaam in een trance terechtkom. Los van alles en nog wat. Het is intense rust wat de ruimte vult. Halverwege het stuk komt er meer leven in de brouwerij. Een prettig ritme, klanken van fluit en harp klinken subtiel door de kamer. Hierdoor lijkt het wel of ik stapje bij beetje het leven van alledag in wordt ingetrokken. Aan het einde van het stuk zijn klanken te horen die aan een elektrische gitaar doen denken, waarna het lijkt of ik alleen wordt achtergelaten. Het is Schulze opnieuw gelukt om me mentaal van de wereld te laten zijn.
Het begin van Track of Desire is erg klassiek te noemen. Voor mijn gevoel is een cellist aan het oefenen in grootte lege concertzaal en tussen zijn spel door kun je een speld horen vallen. Dit moet haast een wonderlijk gezicht zijn geweest daar in de zaal in Osnabrücke. Enerzijds de imposante installatie van Schulze en Tiepold armetierig op zijn cello. Nu in de woonkamer een erg fraai stuk muziek waar het eigenlijk zonde is om er doorheen te typpen, want de toetsjes van de computer maken meer geluid dan me lief zijn. De verstilde dikke negen minuten vliegen dan ook voorbij als een warme deken Erg fraai in het kwadraat.
Ietwat dreigend is dan ook het begin van Last Move at Osnabrueck. Iets in mijn gevoel zegt me de vakantie is voorbij pak de boel maar in en ga naar huis. Gaande het stuk heb ik dan ook het idee op een autobahn te zijn terechtgekomen die me nog een keer mooi landschappen laat zien terwijl een heerlijk drive die uit de speakers klinkt me aangenaam bijstaan. Mooie wijde klanken op een dito subtiel ritme waar toch iets van weemoed uitgaat. Geestelijk zou je op je vakantiebestemming willen blijven, maar de plicht roept net iets harder. Tegen het einde van het stuk is daar een rust om u tegen te zeggen, waardoor ik althans los kom van het aardse en het eerder geschetste dilemma niet meer van kracht lijkt te zijn. Schulze lijkt me wel op een eeuwig durende vakantie te sturen.
Op de heruitgave van dit album is nog een bonustrack te vinden met de vreemde titel OS 907, wat me doet denken aan een wetenschappelijke benaming van een brok steen in de ruimte. Het stuk zelf begint met warme klanken uit de elektronica-winkel waar later de cello van Wolgang Tiepold bijkomt. Het roept een gevoel van weemoed op. De zomer heeft plaats gemaakt voor de herfst. Een man die in een vreemde taal spreekt doet me als het ware herinneren aan een vakantie die ik denkbeeldig in het Midden Oosten heb gemaakt. Nog één keer komen de foto’s van de reis op tafel, waardoor een gevoel ontstaat: Was ik maar op de vakantiebestemming gebleven. Muzikaal gesproken kan ik enkel concluderen dat OS 907 een fraai sfeervol stuk muziek is in de beste traditie van Klaus Schulze. Daarmee komt dan ook een einde aan een album wat een zeer dikke voldoende verdient.
Klaus Schulze - Miditerranean Pads (1990)

4,0
0
geplaatst: 14 februari 2008, 20:06 uur
Dit album begint erg zacht. Het lijkt erop dat Klaus Schulze je voorzichtig wil gaan vertellen dat hij iets nieuws gaat doen. De klanken van de drums klinken in ieder geval hoopvol en die rustige piano mag er voor mij betreft ook wezen. De productie is zeer goed te noemen. Mooi warm met gevoel voor detail. En een bijkomend voordeel is dat je huiskamer ineens twee keer zo groot lijkt door het brede stereobeeld.
Zoals dat gebruikelijk is bij Schulze laat hij je eerst rustig wennen aan zijn muziek alvorens een grote verandering te doen laten plaats vinden. Toch doet hij dat wel, zei het subtiel. Het ritme is wel zo gemaakt dat ik althans zelf ook wil gaan trommelen. Net als het ritme langdradig begint te worden vindt er een verandering plaats. Daarnaast blijft de muziek wijds klinken.
Nu de cd-speler zo zijn werk doet en het nog een tijd gaat duren tot dat track twee begint even wat aanvullende informaite. Dit album zou oorspronkelijk Dice gaan heten, het Engels voor dobbelsteen, vandaar dat het hoesontwerp daar nog wat op lijkt.
Track twee is behoorlijk ingetogen en een vrouwelijk geschoolde opera stem is daarop te horen. Dit in combinatie met de koele electronika van Schulze laat me bijna huilen, omdat het erg mooi en gevoelig in elkaar zit. Zeg maar gerust een moment van bezinning als daar later nog het geluid van een sax aan toegevoegd wordt. Tijdens mijn uitvaart mag dit gedraaid worden.
Na zo'n ingetogen stuk wat vol emotie zit is het tijd om weer aandacht te besteden aan de vrolijke kant van het leven. Op de track Percussion Planante zijn opnieuw wijdse drumklanken te horen. In de goed klinkende productie zit voldoende materiaal om je helemaal in op te laten gaan. Schulze weet me eindelijk na jaren weer te raken, waardoor mijn geloof in de man deels terug komt., want wat hij in de jaren tachtig maakte was over het algemeen niet al te best te noemen. Op sommige plaatsen is deze track zelfs zomers te noemen. Ik waan me op een strand vol vrolijke mensen.
En zie daar, eindelijk na vele sombere jaren is daar mijn geloof in Schulze terug. Dit is een album waar de buren wellicht niet blij mee zijn, maar ik wel.
Zoals dat gebruikelijk is bij Schulze laat hij je eerst rustig wennen aan zijn muziek alvorens een grote verandering te doen laten plaats vinden. Toch doet hij dat wel, zei het subtiel. Het ritme is wel zo gemaakt dat ik althans zelf ook wil gaan trommelen. Net als het ritme langdradig begint te worden vindt er een verandering plaats. Daarnaast blijft de muziek wijds klinken.
Nu de cd-speler zo zijn werk doet en het nog een tijd gaat duren tot dat track twee begint even wat aanvullende informaite. Dit album zou oorspronkelijk Dice gaan heten, het Engels voor dobbelsteen, vandaar dat het hoesontwerp daar nog wat op lijkt.
Track twee is behoorlijk ingetogen en een vrouwelijk geschoolde opera stem is daarop te horen. Dit in combinatie met de koele electronika van Schulze laat me bijna huilen, omdat het erg mooi en gevoelig in elkaar zit. Zeg maar gerust een moment van bezinning als daar later nog het geluid van een sax aan toegevoegd wordt. Tijdens mijn uitvaart mag dit gedraaid worden.
Na zo'n ingetogen stuk wat vol emotie zit is het tijd om weer aandacht te besteden aan de vrolijke kant van het leven. Op de track Percussion Planante zijn opnieuw wijdse drumklanken te horen. In de goed klinkende productie zit voldoende materiaal om je helemaal in op te laten gaan. Schulze weet me eindelijk na jaren weer te raken, waardoor mijn geloof in de man deels terug komt., want wat hij in de jaren tachtig maakte was over het algemeen niet al te best te noemen. Op sommige plaatsen is deze track zelfs zomers te noemen. Ik waan me op een strand vol vrolijke mensen.
En zie daar, eindelijk na vele sombere jaren is daar mijn geloof in Schulze terug. Dit is een album waar de buren wellicht niet blij mee zijn, maar ik wel.
Klaus Schulze - Moonlake (2005)

4,0
0
geplaatst: 10 mei 2009, 21:41 uur
Met klassieke klanken uit de viool van Thomas Kagerman gaat dit album van Klaus Schulze van start. Hierna volgt gelijk een heerlijk ritme wat me aan reizen doet denken. Alles loopt goed door geen opstopping of iets dergelijks. Ja en dan de tilel van dit album. Het is een mix van de titels Moondawn en Crystal Lake, misschien? En tijdens het tikken van het voorgaande loopt de muzkek heerlijk door en zijn er geluiden te horen die me aan Afrika doen denken Het laat eens een lichtere kant van Schulze horen. Ongeveer halverwege volgt er een behoorlijke verandering in het stuk Playmate in Paradise. Wat te horen is past mooi bij de hoes en is heerlijk kosmisch van aard. Na verloop van tijd komt er een ritme waarvan het tempo omhoog gaat en er zaken bijkomen. Nu zit ik echt midden op een snelweg die door de woestijn gaat waar planken is toegestaan. Ondanks de spanning die is te horen geeft het een bevrijdend gevoel. Verder valt op dat Schulze erg goed een elektrische gitaar kan nadoen op zijn toetsen. En na al die drukte volgt er aan het einde een gevoel dat de eindbestemming is bereikt en wat was de reis er na toe sannend.
Het begin van Artermis in Jubileo doet me wat denken aan een stam die aan het drummen is. Deze sfeer wordt echter niet lang vastgehouden, want al snel zit ik in een up-tempo wat me het gevoel geeft heerlijk op reis te zijn waar alles gaat zoals het moet gaan. Lekker door tuffen dus met soms een kleine verandering om bij te blijven. Rond de vijfde minuut even iets wat kinkt als klassieke muziek om vervolgens de goede draad weer op te pakken. Tijdig is daar een verandering te horen de bij mij een beeld oproepen van in een science fictionfilm te zijn terecht gekomen. Bepaald saai is Artemis in Jubileo niet en laat goed horen dat Schulze de kunst van het componeren nog niet heeft verloren.
Mooi duister begint Same Thoughts Lion. Zodra de duisternis optrekt volgt een ontspannen stuk muziek wat wat raakvlakken heeft met Tangerine Dream. Of ben ik nu aan het vloeken in een volle kerk? Het is niet typisch Schulze in ieder geval. Daarvoor is het te frivool zou ik haast wil zeggen. Neemt niet weg dat het een goed stuk muziek is wat prima de gehoorgang aan het werk zet en de trommelvliezen lijken te vragen of het volume een tandje harder mag.
Met sterk vervormde klanken begint Mephisto. Gelukkig is dit van korte duur. Zodra dat weg is volgt iets wat me doet denken aan rond vliegende vlinders op zoek naar eten of om de omgeving te verkennen. Als er later een beat bijkomt brengt dit niet de sfeer in gevaar. De vlinders vliegen vrolijk verder en warme basklanken zijn voelbaar in de buik. Wat later in het stuk wordt de spanning iets opgevoerd waardoor de vlinders lijken te veranderen in draken die geen hond kwaad zullen doen.
En als het album dan na een kleine 5 kwartier ten einde komt denk ik dan ook. Al was dit niet een typisch Schulze album er is wel bijzondere lekkere muziek voorbij gekomen die in ieder geval mijn fantasie positief aan het werk heeft gezet.
Het begin van Artermis in Jubileo doet me wat denken aan een stam die aan het drummen is. Deze sfeer wordt echter niet lang vastgehouden, want al snel zit ik in een up-tempo wat me het gevoel geeft heerlijk op reis te zijn waar alles gaat zoals het moet gaan. Lekker door tuffen dus met soms een kleine verandering om bij te blijven. Rond de vijfde minuut even iets wat kinkt als klassieke muziek om vervolgens de goede draad weer op te pakken. Tijdig is daar een verandering te horen de bij mij een beeld oproepen van in een science fictionfilm te zijn terecht gekomen. Bepaald saai is Artemis in Jubileo niet en laat goed horen dat Schulze de kunst van het componeren nog niet heeft verloren.
Mooi duister begint Same Thoughts Lion. Zodra de duisternis optrekt volgt een ontspannen stuk muziek wat wat raakvlakken heeft met Tangerine Dream. Of ben ik nu aan het vloeken in een volle kerk? Het is niet typisch Schulze in ieder geval. Daarvoor is het te frivool zou ik haast wil zeggen. Neemt niet weg dat het een goed stuk muziek is wat prima de gehoorgang aan het werk zet en de trommelvliezen lijken te vragen of het volume een tandje harder mag.
Met sterk vervormde klanken begint Mephisto. Gelukkig is dit van korte duur. Zodra dat weg is volgt iets wat me doet denken aan rond vliegende vlinders op zoek naar eten of om de omgeving te verkennen. Als er later een beat bijkomt brengt dit niet de sfeer in gevaar. De vlinders vliegen vrolijk verder en warme basklanken zijn voelbaar in de buik. Wat later in het stuk wordt de spanning iets opgevoerd waardoor de vlinders lijken te veranderen in draken die geen hond kwaad zullen doen.
En als het album dan na een kleine 5 kwartier ten einde komt denk ik dan ook. Al was dit niet een typisch Schulze album er is wel bijzondere lekkere muziek voorbij gekomen die in ieder geval mijn fantasie positief aan het werk heeft gezet.
Klaus Schulze - Royal Festival Hall Volume 1 (1992)

4,5
0
geplaatst: 30 november 2008, 23:04 uur
Een live album van Klaus Schulze beluisteren al je hem ooit eens live hebt gezien doet een album anders klinken. Schulze zit vaak met zijn rug naar het pupliek toe en je ziet hem veel aan knoppen draaien en de toeten beroeren. Hierdoor lijkt het of je naar een moderne versie van een dirigent zit te kijken.
Nu bij het driaaien van dit eerste deel van de Royal Festival Hall doemt hetzelfde beeld op. Klaus Schulze loopt het podium op knikt wat verlegen en gaat achter zijn spullen zitten. Draait wat aan knoppen er volgen wat klanken die geen enkel verband te lijken hebben, maar toch is daar het gevoel al dat hij je op reis gaat nemen. Na wat natuur geluiden en wat experimenten vangt de reis aan. Op wat pizzicato klanken lijkt het wel of er een nieuwe wereld zijn geheimen prijs geeft. Samples die lijken te zijn gemaakt op vele plaatsen in de wereld vervullen hier een mooie rode draad. Als daar geluiden bijkomen die lijken of ze uit een electrische gitaar komen krijg ik het gevoel van midden in oerwoud te zijn gekomen hoe gek dit ook mag klinken. Als daar panfluit bijkomt is het feest compleet. Het album is nog niet eens halfweg, maar geestelijk zit ik in een sfeer die me aan Latijns Amerika doet deneken. Spanning en avontuur alom.
Het knappe van Klaus Schulze is dat hij de bovenstaande sfeer weet vast te houden, nergens verslaapt het. Iedere keer weet hij elementen toe te voegen de me bij de les houden. Een aanhoudende sfeer die lijkt of iemand zijn vakantie dia's laat zien en daarnaast goed weet te vertellen wat er op de plaat te zien is en welk gevoel er bij hem of haar los kwam. Bepaald geen sfeer van: "Kan nu het bier eindelijk doorkomen." Tot het einde blijven mijn oren aan de stereo gekluisterd.
Na een korte pauze is een plons water te horen en stemmen van een inheemse volkstam. Hierna is er zeer zachte muziek te horen die wat doet denken of de avond of nacht is gevallen. Heel subtiel komt er wat bij, maar echt ruig wordt het niet. De dag is om de rust keert weder tot daar een nieuwe dag aanbreekt. De cirkel is rond.
Kortom; een goed album van de meester waar een goed verhaal in zit en de oren prettig bezig houdt. Daarnaast wel een album om echt na te luisteren en niet ondertussen een boekje te lezen of zo iets. De afgelopen kleine zeventig minuten heb ik een boeiend verhaal voorbij horen komen, waarvan de productie erg goed is.
Nu bij het driaaien van dit eerste deel van de Royal Festival Hall doemt hetzelfde beeld op. Klaus Schulze loopt het podium op knikt wat verlegen en gaat achter zijn spullen zitten. Draait wat aan knoppen er volgen wat klanken die geen enkel verband te lijken hebben, maar toch is daar het gevoel al dat hij je op reis gaat nemen. Na wat natuur geluiden en wat experimenten vangt de reis aan. Op wat pizzicato klanken lijkt het wel of er een nieuwe wereld zijn geheimen prijs geeft. Samples die lijken te zijn gemaakt op vele plaatsen in de wereld vervullen hier een mooie rode draad. Als daar geluiden bijkomen die lijken of ze uit een electrische gitaar komen krijg ik het gevoel van midden in oerwoud te zijn gekomen hoe gek dit ook mag klinken. Als daar panfluit bijkomt is het feest compleet. Het album is nog niet eens halfweg, maar geestelijk zit ik in een sfeer die me aan Latijns Amerika doet deneken. Spanning en avontuur alom.
Het knappe van Klaus Schulze is dat hij de bovenstaande sfeer weet vast te houden, nergens verslaapt het. Iedere keer weet hij elementen toe te voegen de me bij de les houden. Een aanhoudende sfeer die lijkt of iemand zijn vakantie dia's laat zien en daarnaast goed weet te vertellen wat er op de plaat te zien is en welk gevoel er bij hem of haar los kwam. Bepaald geen sfeer van: "Kan nu het bier eindelijk doorkomen." Tot het einde blijven mijn oren aan de stereo gekluisterd.
Na een korte pauze is een plons water te horen en stemmen van een inheemse volkstam. Hierna is er zeer zachte muziek te horen die wat doet denken of de avond of nacht is gevallen. Heel subtiel komt er wat bij, maar echt ruig wordt het niet. De dag is om de rust keert weder tot daar een nieuwe dag aanbreekt. De cirkel is rond.
Kortom; een goed album van de meester waar een goed verhaal in zit en de oren prettig bezig houdt. Daarnaast wel een album om echt na te luisteren en niet ondertussen een boekje te lezen of zo iets. De afgelopen kleine zeventig minuten heb ik een boeiend verhaal voorbij horen komen, waarvan de productie erg goed is.
