MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Amanda Bergman - embraced for a second as we die (2026)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Amanda Bergman - embraced for a second as we die - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Amanda Bergman - embraced for a second as we die
Amanda Bergman had al twee uitstekende albums op haar naam staan, maar levert met het deze week verschenen embraced for a second as we die een zowel in muzikaal als in vocaal opzicht nog wat indrukwekkender album af

Laat embraced for a second as we die van de Zweedse muzikante Amanda Bergman door de speakers komen en je waant je even in de jaren 70. Dat duurt niet heel lang, want het album verwerkt absoluut invloeden uit de jaren 70, maar blijft hier zeker niet in steken. Amanda Bergman maakt op haar derde album vooral tijdloze popmuziek en het is popmuziek van het warme soort. Er is hoorbaar veel aandacht besteed aan de muziek op het album die naast warm ook subtiel en smaakvol is. Hetzelfde geldt voor de zang, die in het verleden wat ruwer klonk, maar aan souplesse en schoonheid heeft gewonnen. Amanda Bergman trekt vanaf het Zweedse platteland misschien wat minder makkelijk de aandacht, maar heeft echt een heel mooi album gemaakt.

Toen ik vorige week een nieuw album van de Zweedse muzikante Amanda Bergman in de lijst met nieuwe releases zag staan wist ik nog wel dat ik eerder albums van haar had besproken, maar ik had geen duidelijke herinnering meer aan haar muziek. Nu is haar debuutalbum Docks inmiddels bijna tien jaar oud, maar haar vorige album Your Hand Forever Checking On My Fever is nog geen twee jaar oud.

Het zal aan het enorme aanbod aan nieuwe muziek liggen, want ik heb het laatste album van Amanda Bergman na het typen van mijn recensie inderdaad niet vaak meer beluisterd. Ik heb mijn recensies van de vorige twee albums van Amanda Bergman er nog eens bij gepakt en in deze recensies besteed ik veel aandacht aan de wat ruwe stem van de Zweedse muzikante, die ik onder andere vergeleek met Marianne Faithfull, Nico en Amanda Lear (!).

Dat zijn geen stemmen die me altijd kunnen bekoren, maar de zang op het deze week verschenen embraced for a second as we die (geen hoofdletters) vond ik direct heel erg mooi en blijf ik ook mooi vinden. Ik heb daarom toch ook nog even naar het tien jaar oude Docks geluisterd en hierop klinkt de stem van Amanda Bergman inderdaad net iets anders, al hoor ik de bovenstaande namen er eerlijk gezegd niet meer in terug.

Op embraced for a second as we die klinkt de stem van de Zweedse muzikante, die ook een boerderij runt, wat warmer en wat minder ruw en dat vind ik persoonlijk een verbetering. Ook in muzikaal opzicht slaat het derde album van de Zweedse muzikante een net wat andere weg in en ook deze bevalt me zeer.

Op embraced for a second as we die verwerkt Amanda Bergman, die ook deel uitmaakt van de Zweedse band Amason, invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar het album klinkt ook als een tijdloos popalbum. Ik hoor wat invloeden uit de jazzy softpop van de jaren 70, maar af en toe hebben de songs van de Zweedse muzikante ook een jaren 80 vibe of sluiten ze aan bij een aantal decennia Californische popmuziek.

Ik heb niet veel informatie over het album, maar hoor wel dat het met heel veel zorg is gemaakt. De muziek op het album klinkt opvallend warm, maar is ook zeer smaakvol. Het is muziek die de perfecte ondergrond biedt voor de stem van Amanda Bergman. Het is een stem die in het verleden misschien subtiel tegen de haren in streek, maar de zang op embraced for a second as we die is echt bijzonder mooi. Amanda Bergman zingt met veel precisie, maar legt ook veel gevoel in haar stem, die misschien wat minder ruw klinkt dan in het verleden, maar wel voldoende doorleefd.

In muzikaal opzicht is embraced for a second as we die een warme deken in een ijskoude Zweedse winter en de stem van Amanda Bergman voegt er nog wat extra warmte aan toe. Ik hoor af en toe wel wat van de muziek die Joni Mitchell maakte aan het eind van de jaren 70 en het begin van de jaren 80, maar de stem van de Zweedse muzikante werpt wat minder hoge drempels op.

Ik heb de vorige albums van Amanda Bergman er ook nog eens bij gepakt en ook die bevallen me erg goed, maar ik sla embraced for a second as we die nog net wat hoger aan. Op het derde album van Amanda Bergman klinkt alles nog net wat mooier en ook de songs zitten net wat knapper in elkaar. De Zweedse muzikante verdeelt haar tijd tussen haar boerenbedrijf en het maken van muziek, maar wat mij betreft mag ze nog wat vaker muziek maken. Erwin Zijleman

Amanda Bergman - Your Hand Forever Checking on My Fever (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amanda Bergman - Your Hand Forever Checking On My Fever - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Amanda Bergman - Your Hand Forever Checking On My Fever
Ruim acht jaar na haar zo bijzondere debuutalbum keert de Zweedse singer-songwriter Amanda Bergman terug met het fraaie Your Hand Forever Checking On My Fever, waarop wederom haar bijzondere stem centraal staat

Er verschenen de afgelopen week nogal wat albums van vrouwelijke singer-songwriters, maar het tweede album van Amanda Bergman was voor mij een zekerheid. Dat dankt de Zweedse muzikante, die ook een boerderij runt, aan haar inmiddels ruim acht jaar oude solodebuut Docks, dat indruk maakte met geweldige songs, een fraai geluid en een zeer karakteristieke stem. Het zijn ook de belangrijkste ingrediënten op het deze week verschenen Your Hand Forever Checking On My Fever, dat laat horen dat Amanda Bergman het op bijzondere wijze vertolken van een serie zeer aantrekkelijke songs nog niet is verleerd. Goed dat ze terug is en ook Your Hand Forever Checking On My Fever smaakt naar veel meer.

Aan het begin van 2016 bracht de Zweedse singer-songwriter Amanda Bergman haar debuutalbum Docks uit. Het is een album dat ik zelf pas aan het eind van dat jaar ontdekte, toen Docks opdook in een aantal jaarlijstjes. Die notering in jaarlijstjes begreep ik onmiddellijk, want Docks was in meerdere opzichten een intrigerend album.

Dat was het allereerst vanwege de stem van Amanda Bergman, die ik zelf omschreef als een combinatie van de stemmen van Marianne Faithfull, Nico, Amanda Lear en Maria McKee. Het was voor mij een stem waaraan ik heel even moest wennen, maar die Docks absoluut voorzag van een eigen geluid.

Ook in muzikaal opzicht sprak Docks zeer tot de verbeelding. Het debuutalbum van Amanda Bergman werd grotendeels ingekleurd door de leden van haar band Amason en ze werd verder bijgestaan door Kristian Mattsson (aka The Tallest Man on Earth), met wie ze destijds getrouwd was. Het is een geluid dat ik omschreef als muziek waarin de Scandinavische zomer en winter samenkwamen. De aansprekende songs van de Zweedse muzikante lieten zich ook nog eens door van alles en nog wat beïnvloeden en konden zowel uit de voeten met traditioneel klinkende folk en country als met Fleetwood Mac achtige pop.

Het is allemaal al weer ruim acht jaar geleden, maar toen deze week het nieuwe album van de Zweedse muzikante verscheen was ik onmiddellijk bij de les. Your Hand Forever Checking On My Fever voelde ondanks het verstrijken van al die jaren direct aan als een warm bad. Amanda Bergman runt overdag een boerderij op het Zweedse platteland, maar als de zon onder is, is er gelukkig weer tijd voor muziek.

Your Hand Forever Checking On My Fever wordt net als Docks voor een belangrijk deel gedragen door de bijzondere stem van Amanda Bergman, die in een Britse recensie wordt omschreven als “a voice that could haunt an empty house”. Het is een stem die niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar ik vind de zang van Amanda Bergman op haar nieuwe album nog een stuk mooier en bovendien toegankelijker dan op haar debuutalbum. Het is een stem met een ruw en hees randje, wat verleidingskracht en doorleving toevoegt aan de zang op het album.

De Zweedse muzikante liet op haar debuutalbum al horen dat ze een uitstekend songwriter is en die vaardigheid heeft ze geperfectioneerd op Your Hand Forever Checking On My Fever. De songs op het album kregen vorm achter de piano en het zijn songs die deels nogal donker van aard zijn met rouw als terugkerend thema, maar het album kan ook zonnig klinken en reflecteren op het moederschap.

Het zijn popsongs waarvan je alleen maar zielsgelukkig kunt worden, want wat dringt Your Hand Forever Checking On My Fever zich genadeloos en aangenaam op. Het zijn ook dit keer popsongs die Fleetwood Mac in haar beste jaren (en die strekken zich wat mij betreft uit tot en met de jaren 80) had kunnen maken, maar waarin de vibe van het mondaine Los Angeles is verruild voor die van het Zweedse platteland en waarin ook meer dan eens iets van een jonge Joni Mitchell doorklinkt.

Het is helaas heel lang stil geweest rond Amanda Bergman, maar ook met Your Hand Forever Checking On My Fever heeft de Zweedse muzikante weer een prachtalbum gemaakt. Erwin Zijleman

Amanda Palmer - There Will Be No Intermission (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amanda Palmer - There Will Be No Intermission - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Amanda Palmer - There Will Be No Intermission
Amanda Palmer maakt een moeilijke maar ook opvallend intieme plaat met een beetje piano, een krachtige stem en heel, heel veel emotie

Amanda Palmer heeft het ons vrijwel nooit makkelijk gemaakt en dat doet ze ook dit keer niet. There Will Be No Intermission is een intense en persoonlijke plaat waarop korte intermezzo’s worden afgewisseld met lange, vooral uiterst sobere songs. In de meeste gevallen moeten we het doen met piano en de stem van Amanda Palmer, die ingetogen kan zingen, maar ook zeer theatraal kan klinken. Het is absoluut even wennen, maar als je er vatbaar voor bent, grijpt de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter je genadeloos bij de strot. Dat duurde bij mij best even, maar ik ben nu helemaal om.

Amanda Palmer dook een jaar of 15 geleden op als helft van het zeer eigenzinnige duo The Dresden Dolls. Het tweetal uit Boston, Massachusetts, verraste destijds met een bijzonder mix van cabaret uit de eerste decennia van de vorige eeuw en de indie-rock van dat moment.

Het waren zeker geen makkelijke platen die het duo afleverde, maar het waren wel platen die je bij bleven (kan ik na al die jaren bevestigen).

Na het uit elkaar vallen van The Dresden Dolls dook Amanda Palmer op in het duo Evelyn Evelyn, dat geen lang leven beschoren was, en begon ze aan een solocarrière.

Ook met haar soloplaten maakte Amanda Palmer het ons in eerste instantie niet makkelijk, tot ze in 2012 met Theatre Is Evil een behoorlijk toegankelijke popplaat maakte, die met de samen met Jack Palmer gemaakte covers plaat You Got Me Singing in 2016 een passend vervolg kreeg. Na het weer compleet ongrijpbare en met Edward Ka-Spel gemaakte I Can Spin A Rainbow uit 2017, keert Amanda Palmer nu terug met het weer solo gemaakte There Will Be No Intermission.

Naar verluidt wilde Amanda Palmer weer een toegankelijke popplaat maken, maar ze kreeg in haar omgeving zo vaak te maken met verlies van liefde en leven, dat ze een persoonlijke, intieme, sobere en aardedonkere plaat heeft gemaakt. Het waren overigens niet alleen persoonlijke drijfveren die van There Will Be No Intermission zo’n donkere plaat hebben gemaakt, want ook de krankzinnige wereld waarin we leven heeft zijn sporen nagelaten in de muziek van Amanda Palmer.

De Amerikaanse singer-songwriter heeft op de cover van haar nieuwe plaat haar kleren uitgetrokken en ook in muzikaal opzicht klinkt There Will Be No Intermission vaak behoorlijk naakt. De plaat opent met een kort en wat sprookjesachtig aandoend intermezzo en deze keren met enige regelmaat terug. De muziek op There Will Be No Intermission is minder sprookjesachtig.

In de meeste tracks moeten we het vooral doen met Amanda Palmer en haar piano (en een enkele keer haar akoestische gitaar of ukelele). Piano en een stem en dat dan in songs die in alle gevallen langer dan 5 minuten duren (de openingstrack duurt zelfs meer dan 10 minuten). Het is muziek die hier thuis iedereen de gordijnen in jaagt en ik moet toegeven dat ik zelf bij eerste beluistering ook de neiging had om in deze gordijnen te klimmen.

There Will Be No Intermission klinkt puur en eerlijk, maar ook hard en rauw, zeker wanneer de theatrale kant van Amanda Palmer weer even naar boven komt. There Will Be No Intermission is een plaat waarvoor je even moet gaan zitten en het is een plaat waarvan je moet leren houden. Dat duurde bij mij even, maar inmiddels vind ik de meeste van de ingetogen pianosongs op de plaat indrukwekkend.

Het zijn songs die slechts spaarzaam worden versierd en hierdoor hard aankomen. Wanneer de songs wat rijker versierd worden, komt Tori Amos binnen bereik, maar ik hoor Amanda Palmer toch het liefst als zichzelf. Rauw, puur, eerlijk, emotievol en af en toe een beetje theatraal. Erwin Zijleman

Amanda Pearcy - An Offering (2015)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amanda Pearcy - An Offering - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er zijn van die platen die zomaar uit het niets opduiken, maar vervolgens na één keer horen volstrekt onmisbaar zijn. Royal Street van Amanda Pearcy was en is zo’n plaat.

Ik had nog nooit van Amanda Pearcy gehoord toen de plaat in februari 2013 voor het eerst uit de speakers kwam, maar 48 minuten later schaarde ik de tweede plaat van de singer-songwriter uit Austin, Texas, onder mijn persoonlijke favorieten aller tijden.

Amanda Pearcy kreeg het in het leven niet altijd voor niets en dat hoor je op Royal Street. Het geeft de plaat een lading die iets met je doet, of je dat nu wilt of niet.

Ook de opvolger van het prachtige Royal Street kwam er niet zonder slag of stoot. Er was uiteindelijk een crowdfunding campagne nodig om An Offering het levenslicht te doen zien, maar gelukkig is de plaat er nu.

Het is net als Royal Street een plaat waarvan je alleen maar zielsveel kunt houden. Amanda Pearcy vertolkt haar songs ook dit keer met hart en ziel en slaat 53 minuten lang de grond onder je voeten weg. De plaat maakt hierdoor onmiddellijk een verpletterende indruk.

An Offering werd net als Royal Street geproduceerd door de gelouterde Tim Lorsch en deze heeft An Offering voorzien van een heerlijk broeierig geluid. Luister naar An Offering en je waant je aan de oevers van de Mississippi. De Nederlandse herfst maakt plaats voor de plakkerige hitte van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten en langzaam maar zeker word je steeds dieper in de zich langzaam voortslepende derde plaat van Amanda Pearcy gezogen.

Het budget voor An Offering was niet heel groot, maar de plaat klinkt werkelijk geweldig, zeker wanneer topgitaristen als Ray Bonneville en Jimmy LaFave Amanda Pearcy bijstaan, maar ook de soms ingetogen, soms uitbundig, maar altijd bijzonder hecht spelende band verdient heel veel lof.

Amanda Pearcy vertelt op An Offering mooie en indringende verhalen en vertolkt ze zoals alleen zij dit kan. An Offering is doorleefd, broeierig en emotievol en kan je met zijn mix van folk, blues, gospel en country eigenlijk alleen maar bij de strot grijpen.

Amanda Pearcy moet in dit genre concurreren met een heel leger vrouwelijke singer-songwriters, maar met haar songs, instrumentatie, productie, vocalen en beleving is ze deze concurrentie ook dit keer mijlenver voor. An Offering is één van de mooiste rootsplaten van 2015, zo niet de mooiste. Erwin Zijleman

Amanda Pearcy - Royal Street (2013)

poster
4,5
Nog maar een keer aandacht voor deze prachtplaat:
De krenten uit de pop: Amanda Pearcy - Royal Street - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Nogmaals aandacht voor Royal Street van Amanda Pearcy? Is dat niet wat overdreven? Nee. Royal Street is nog altijd een van de betere rootsplaten van de laatste jaren. Bovendien is de plaat nu eindelijk uitgebracht in Nederland en is Amanda Pearcy de komende twee weken te zien op de Nederlandse podia (http://amandapearcy.com/shows.html). Mis het niet.

In mijn zoektocht naar wat minder bekend Amerikaans rootstalent ben ik deze week terecht gekomen in Austin, Texas. De Amerikaanse singer-songwriter Amanda Pearcy groeide op in het net wat zuidelijker gelegen Houston, maar opereert inmiddels al weer geruime tijd vanuit de Texaanse muziekstad nummer 1. Haar tweede plaat Royal Street (haar debuut Waitin’ On Sunday stamt uit 2009) kwam er niet zonder slag of stoot, maar blijkt het wachten meer dan waard. Direct bij eerste beluistering van Royal Street valt de krachtige stem van Amanda Pearcy op. Het is een stem die zich niet makkelijk laat vergelijken met die van collega’s in het genre, maar het is ook een stem die in meerdere genres uit de voeten kan en vrij makkelijk voor kippenvel zorgt. Het heeft Amanda Pearcy de nodige moeite gekost om Royal Street van de grond te krijgen, met name door het ontbreken van financiële middelen, maar uiteindelijk heeft ze een plaat gemaakt die niet onder doet voor de peperdure producties in het genre. Royal Street werd geproduceerd door Tim Lorsch, die in het verleden onder andere werkte met Kris Kristofferson, Mary Gauthier, Allison Moorer, Townes Van Zandt, Lucinda Williams en Sam Baker. De ouwe rot in het vak heeft gezorgd voor een prachtig klinkende plaat en wist bovendien een stel gelouterde sessiemuzikanten de studio in te lokken. De instrumentatie op Royal Street is veelkleurig en stemmig, maar ook verrassend sober. De stem van Amanda Pearcy domineert in de mix en dat is wat mij betreft een verstandig besluit. Amanda Pearcy beschikt over een stem die al voor kippenvel zorgt wanneer ze het weerbericht of de verkeersinformatie voorleest, maar raakt je diep in het hart wanneer ze haar indringende verhalen vertelt. Amanda Pearcy had geen makkelijke jeugd in het diepe zuiden van de Verenigde Staten en kreeg ook op latere leeftijd te maken met het nodige persoonlijke leed. Dit leed kleurt haar songs en geeft deze songs een enorme dosis intensiteit en doorleving. Royal Street is een traditioneel klinkende plaat, maar het is wel een hele veelzijdige plaat. Invloeden uit de country en folk domineren op de plaat, maar Amanda Pearcy laat zich ook beïnvloeden door alle muziek uit het zuiden van de Verenigde Staten die ze tijdens haar jeugd voorbij hoorde komen, variërend van blues tot invloeden uit de gospel en Mexicaanse muziek. Al het bovenstaande is meer dan voldoende om een plaat met een gouden randje te maken, maar Amanda Pearcy excelleert op Royal Street ook nog eens als songwriter. Het is veelzeggend dat het door Mick Jagger en Keith Richards geschreven No Expectations niet boven de andere songs op de plaat uit stijgt. Amanda Pearcy schrijft prachtige persoonlijke en indringende songs en vertolkt ze stuk voor stuk met hart en ziel. Ik verbaas me iedere week weer over de prachtige platen die worden gemaakt in dit genre, maar Royal Street van Amanda Pearcy is zo’n zeldzame plaat die je na eerste beluistering nooit meer los wilt laten. Amanda Pearcy heeft met Royal Street een bescheiden parel in het genre gemaakt. Mis hem niet. Erwin Zijleman

Amanda Shires - My Piece of Land (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amanda Shires - My Piece Of Land - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Amanda Shires viel een paar jaar geleden op als violiste en zangeres op de platen van haar echtgenoot Jason Isbell, maar maakt ook al meer dan tien jaar soloplaten (en stond bovendien in haar tienerjaren al op het podium bij onder andere The Texas Playboys en Billy Joe Shaver).

Met het in 2013 verschenen Down Fell The Doves liet ze horen dat ze, net als manlief Jason Isbell, moet worden gerekend tot de smaakmakers van de Amerikaanse rootsmuziek van het moment.

Dat doet ze nog net wat nadrukkelijker met My Piece Of Land, dat in de Verenigde Staten inmiddels warm is onthaald, maar in Nederland vooralsnog slechts in kleine kring is opgemerkt en nog geen officiële release heeft gekregen. Dat moet heel snel gaan veranderen, want My Piece Of Land van Amanda Shires is een prachtplaat.

Amanda Shires schreef de meeste songs voor haar nieuwe plaat tijdens haar zwangerschap, wat mogelijk verklaart dat veel songs op de plaat fluisterzacht zijn en veel emotie laten horen.

Amanda Shires beschikt over een stem die gemaakt is voor de alt-country die ze op My Piece Of Land maakt en die fraai kan ontroeren met een lichte snik. Met deze snik vertelt Amanda Shires mooie verhalen in intieme en persoonlijke songs die zonder uitzondering de aandacht opeisen.

Dat is overigens ook deels de verdienste van de fraaie instrumentatie op de plaat, waarin naast het weemoedige vioolspel van Amanda Shires en de gedegen bijdrage van een aantal Nashville veteranen ook het gitaarspel van Jason Isbell is te horen. My Piece Of Land bevat zoals gezegd flink wat ingetogen songs, maar het gitaarspel mag ook een paar keer los gaan en duelleren met de viool van de Texaanse singer-songwriter.

Wat voor de instrumentatie geldt, geldt overigens ook voor de prachtige heldere en gloedvolle productie van huisvriend Dave Cobb, die als producer inmiddels een prachtig rijtje rootsplaten op zijn naam heeft staan.

Hoe mooi de instrumentatie en productie ook zijn, het meest word ik toch geraakt door de bijzonder aangename stem van Amanda Shires, die constant zorgt voor kippenvel of ontroering.

Amanda Shires staat tot dusver wat in de schaduw van haar echtgenoot, die de afgelopen jaren goed is voor jaarlijstjesplaten, maar laat met My Piece Of Land horen dat ze dit kunstje inmiddels zelf ook beheerst.

Er zijn dit jaar heel veel goede platen van vrouwelijke singer-songwriters in het rootssegment verschenen, maar de nieuwe plaat van Amanda Shires steekt er wat mij betreft net wat bovenuit. Een prachtplaat, maar dat had ik al gezegd. Erwin Zijleman

Amanda Shires - Nobody's Girl (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Amada Shires - Nobody's Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Amada Shires - Nobody's Girl
Er zijn al heel wat bijzonder indrukwekkende breakup albums verschenen binnen de countrymuziek, maar met Nobody’s Girl voegt Amanda Shires er nog een hele indringende en hartverscheurend mooie aan toe

Dat het huwelijk van Amanda Shires en Jason Isbell de nodige scheurtjes had afgelopen was al te horen op haar vorige album, maar op Nobody’s Girl verwerkt de Amerikaanse muzikante het definitieve einde van haar huwelijk, dat breed werd uitgemeten in de Amerikaanse media. Amanda Shires heeft met Nobody’s Girl een klassiek countryalbum gemaakt, dat zich van de eerste tot en met de laatste noot laat beluisteren als een breakup album. De zeer persoonlijke songs op het album zijn stemmig ingekleurd met vaak een belangrijke rol voor piano en strijkers, maar de stem van Amanda Shires speelt de hoofdrol op een album vol melancholie, maar ook een album van een bijzondere schoonheid en intimiteit.

De Amerikaanse muzikante Amanda Shires is al vanaf haar vijftiende actief in de muziek en heeft inmiddels een prachtig cv opgebouwd. Ze heeft een stapeltje prima soloalbums op haar naam staan, maakt samen met Brandi Carlile, Maren Morris en Natalie Hemby deel uit van de supergroep The Highwomen, is als violiste te horen op talloze rootsalbums en was lange tijd een vaste waarde in The 400 Unit, de band van Jason Isbell, met wie ze tussen 2013 en 2023 ook getrouwd was.

Ik heb zelf al heel lang een zwak voor de soloalbums van Amanda Shires en koester met name My Piece of Land uit 2016, To The Sunset uit 2018 en Take It Like A Man uit 2022. Het zijn albums die deze week worden overtroffen door Nobody’s Girl, dat om te janken zo mooi is. Er vloeien ook heel wat tranen op het album zelf, want het nieuwe album van Amanda Shires is een album waarop de muzikante uit Nashville, Tennessee, het einde van haar huwelijk met Jason Isbell een plek probeert te geven.

Nobody’s Girl is een echt breakup album en ook nog eens een country breakup album en dat zijn wat mij betreft de allermooiste. Er bleef Amanda Shires weinig bespaard de afgelopen jaren, want ze moest niet alleen afscheid nemen van haar huwelijk, maar ook van haar vader en grootmoeder. Het is dan ook niet zo gek dat Nobody’s Girl een album vol weemoed en melancholie is.

Het zijn verdrietige omstandigheden, maar ze passen prachtig bij de stem van Amanda Shires, die zingt met heel veel emotie in haar stem en met een indringende snik. Ik vond haar altijd al een geweldige zangeres, maar op Nobody’s Girl komt haar stem, mede door alle persoonlijke misère, nog wat harder binnen.

Het melancholische karakter van het album wordt nog wat versterkt door de keuze voor een hele stemmige instrumentatie in een groot deel van de songs. Met name de pure countrysongs op het album worden gedragen door piano en strijkers en af en toe huilt de pedal steel mee. Met name in de wat meer ingetogen songs op het album maakt Amanda Shires diepe indruk op haar nieuwe album, dat meer dan eens dwars door de ziel snijdt.

Om stoom af te blazen komt af en toe een net wat steviger aangezette countryrock songs voorbij. Ook deze klinken uitstekend, maar met name de songs waar je de weemoed in bakken af kunt scheppen zijn adembenemend mooi en worden alleen maar indrukwekkender naarmate je ze vaker hoort.

Haar voormalige echtgenoot Jason Isbell stond op het eerder dit jaar op het eveneens fraaie Foxes In The Snow ook een enkele keer stil bij het einde van zijn huwelijk, maar bezong ook alweer de liefde. Foxes In The Snow werd daarom geen breakup album genoemd, maar Nobody’s Girl van Amanda Shires is er absoluut een van het klassieke soort.

Het is een album dat bij vlagen klinkt als een klassiek countryalbum uit de jaren 70, maar producer Lawrence Rothman, die in 2022 ook Take It Like A Man zo fraai produceerde, heeft het album ook voorzien van een eigentijds geluid. Het is een album dat in twee sessies werd opgenomen in Nashville en Los Angeles met verschillende muzikanten en dat hoor je, maar de hartverscheurend mooie zang van Amanda Shires maakt moeiteloos een eenheid van dit indrukwekkende album. Ik had Amanda Shires vanwege al het moois dat ze eerder maakte al heel hoog zitten, maar met Nobody’s Girl legt ze de lat nog wat hoger. Erwin Zijleman

Amanda Shires - Take It Like a Man (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amanda Shires - Take It Like A Man - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Amanda Shires - Take It Like A Man
Amanda Shires kiest samen met producer Lawrence Rothman voor een duidelijk ander geluid dat de country afwisselend omarmt en wegduwt en dat indruk maakt door de karakteristieke en geweldige zang

Amanda Shires timmert inmiddels al heel wat jaren aan de weg in Nashville en is uitgegroeid tot een van de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Die status bevestigt ze met het fraaie Take It Like A Man, dat bijna stiekem toch flink buiten de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek kleurt. Producer Lawrence Rothman drukt zijn stempel op het album met een volle productie en hier en daar flink wat strijkers en het is een geluid waarin Amanda Shires uitstekend uit de voeten kan met haar bijzondere stem, die gemaakt is voor country tranentrekkers, maar die ook in wat meer pop georiënteerde songs makkelijk indruk maakt. Overtuigend album weer van de eigenzinnige muzikante uit Nashville.

De Amerikaanse muzikante Amanda Shires begon ooit als sessiemuzikante met haar onafscheidelijke viool, maar behoort op het moment tot de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Ze heeft inmiddels een respectabel stapeltje soloalbums op haar naam staan, speelt al heel wat jaren in de band van haar echtgenoot Jason Isbell en vormt samen met Brandi Carlile, Maren Morris en Natalie Hemby de supergroep The Highwomen.

Omdat Amanda Shires haar aandacht moet verdelen over meerdere projecten, hebben we bijna vier jaar moeten wachten op de opvolger van het uitstekende To The Sunset, al verscheen in 2021 nog wel een kerstalbum (die ik overigens zelf nooit meetel). Op To The Sunset koos Amanda Shires vier jaar geleden voor een net wat meer pop georiënteerd geluid, al bleef het wat mij betreft een rootsalbum.

Dat gaat wat mij betreft ook op voor het deze week verschenen Take It Like A Man, al zijn de meningen hierover verdeeld. Ook op haar nieuwe album neemt Amanda Shires waar het kan afstand van de traditionele countrymuziek, maar ze omarmt het genre ook met grote regelmaat en doet dit met hart en ziel.

Take It Like A Man is een zeer persoonlijk album van de muzikante die dit jaar 40 is geworden en op haar nieuwe album wederom strijdt voor de rechten van vrouwelijke muzikanten in Nashville en bovendien geen geheim maakt van de hobbelige weg van haar huwelijk. Met dat huwelijk lijkt het overigens nog steeds wel goed te zitten, want echtgenoot Jason Isbell speelt gitaar in de meeste tracks op het album en doet dit geweldig.

Samen met producer Lawrence Rothman, die in het verleden werkte met onder andere Margo Price, Angel Olsen, Girl in Red, en Soccer Mommy, heeft Amanda Shires een veelzijdig album gemaakt, dat toch weer anders klinkt dan zijn voorgangers. De muzikante uit Nashville, Tennessee, laat, nog meer dan op haar vorige album, horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan en laat bovendien horen dat ze raad weet met tijdloze singer-songwriter pop met een jaren 70 vibe.

Zeker als de gitaren wat steviger worden aangezet, zoals in de uitstekende openingstrack, klinkt Take It Like A Man bijzonder lekker, met name omdat de stem van Amanda Shires bij wat stevigere klanken goed tot zijn recht komt. De Amerikaanse muzikante beschikt over een bijzondere stem met hier en daar wat bibberige noten of een snik, waar je van moet houden, maar als je er van houdt, is de stem van Amanda Shires een van haar sterkste wapens.

Producer Lawrence Rothman houdt van strijkers en voegt er hier en daar flink wat toe aan de songs, wat deze songs een wat melancholisch en ook meeslepend karakter geeft. Wanneer de strijkers aanzwellen maakt Amanda Shires tijdloze singer-songwriter pop, maar ze overtuigt op Take It Like A Man ook met broeierige soul en met de country zoals Dolly Parton die maakte in haar beste jaren.

De instrumentatie en productie zijn hier en daar wat stevig aangezet en klinken bovendien behoorlijk vol en hier en daar wat zoet, maar op een of andere manier bevalt het me wel, al is het maar door de emotievolle zang van Amanda Shires, die het geweldig doet in de tranentrekkers die hier en daar toch weer stevig tegen de country aanleunen. Amanda Shires wordt zoals gezegd momenteel gerekend tot de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek en laat op Take It Like A Man horen waarom dat zo is. Erwin Zijleman

Amanda Shires - To the Sunset (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amanda Shires - To The Sunset - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Amanda Shires is nog altijd vooral bekend als de vrouw van Jason Isbell en als lid van zijn band, maar de violiste en singer-songwriter uit Lubbock, Texas, heeft inmiddels zelf ook een respectabel platen op haar naam staan.

Met name haar laatste twee platen, Down Fell The Doves uit 2013 en My Piece Of Land uit 2016, waren van een opvallend hoog niveau en waren wat mij betreft platen waarmee Amanda Shires uit de schaduw van haar bekendere echtgenoot kwam.

Ook het deze week verschenen To The Sunset zal waarschijnlijk niet zoveel aandacht krijgen als de platen van haar echtgenoot, maar onderstreept nogmaals het talent van Amanda Shires.

Voor To The Sunset wist Amanda Shires de veelgevraagde producer Dave Cobb te strikken. Dave Cobb, die ook de laatste platen van Jason Isbell naar een hoger plan heeft getild, kiest meestal voor een retro country geluid, maar dat is niet direct het etiket dat op To The Sunset van Amanda Shires is te plakken. De nieuwe plaat van de Amerikaanse singer-songwriter heeft absoluut een country feel, maar dat heeft de plaat vooral te danken aan de geweldige stem van Amanda Shires, die al haar songs met veel passie, emotie en een lichte snik vertolkt.

De instrumentatie op To The Sunset beperkt zich zeker niet alleen tot de country en klinkt, zeker vergeleken met de vorige albums van Amanda Shires wat lichtvoetiger en poppier. Iedereen die op basis van het bovenstaande bang is dat Amanda Shires zich heeft geschaard onder de populaire Nashville countrypop zangeressen van het moment kan ik gerust stellen, want de songs van de Texaanse muzikante steken knap in elkaar, graven diep en vermengen invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek op subtiele wijze met invloeden uit de pop en de rock. met hier en daar een flinke 80s twist.

To The Sunset maakt indruk met de prachtige gitaarlijnen van echtgenoot Jason Isbell, die een ander geluid laat horen dan op zijn eigen platen. Ook de viool van Amanda Shires is veelvuldig te horen op haar nieuwe plaat, maar klinkt anders dan op de meer country getinte voorgangers van de plaat.

Als liefhebber van zowel pop, rock als Amerikaanse roots heeft Amanda Shires mij weer vrij makkelijk overtuigt met haar nieuwe plaat, maar voor muziekliefhebbers met een duidelijke voorkeur voor Amerikaanse rootsmuziek zal het waarschijnlijk even wennen zijn aan het nieuwe geluid van Amanda Shires, al zijn invloeden uit de Americana wel degelijk aanwezig in haar nieuwe geluid. To The Sunset is een gevarieerde plaat die songs met vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek met schijnbaar speels gemak afwisselt met invloeden uit de pop en zo af en toe ook nog uit de bocht vliegt met een track vol rauwe Southern Rock.

Door de grote variatie is de nieuwe soloplaat van Amanda Shires een ambitieuze plaat, maar de Amerikaanse singer-songwriter vertilt zich nergens aan haar nieuwe geluid. Jason Isbell is de afgelopen jaren zeer productief en heeft een constant en hoog niveau bereikt, maar ook zijn echtgenote timmert steeds nadrukkelijker aan de weg. Dat Amanda Shires zich ook nog eens durft te profileren buiten de gebaande paden van de Amerikaanse rootsmuziek, zonder deze al te ver uit het oog te verliezen, verdient niet alleen respect, maar levert ook nog eens een plaat op die groeit en groeit en groeit en steeds aangenamer schuurt. Erwin Zijleman

Amber Arcades - Barefoot on Diamond Road (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amber Arcades - Barefoot On Diamond Road - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Amber Arcades - Barefoot On Diamond Road
Na een paar jaar stilte keer Annelotte de Graaf terug met haar project Amber Arcades en weet ze op Barefoot On Diamond Road het hoge niveau van haar eerste twee albums vrij makkelijk te overtreffen

Amber Arcades maakte in 2016 en 2018 indruk met twee geweldige albums, die het alter ego van de Nederlandse muzikante Annelotte de Graaf zowel nationaal als internationaal veel lof opleverden. Daar viel niets op af te dingen, maar op Barefoot On Diamond Road laat Amber Arcades horen dat het nog een stuk beter kan. Het derde album klinkt, mede door de inzet van meer elektronica, rijker en veelzijdiger dan zijn twee voorgangers en bevat zowel betoverend mooie als benevelende klanken met hier en daar een donkere ondertoon. Ook de zang van Annelotte de Graaf heeft aan schoonheid gewonnen, terwijl haar persoonlijke songs dieper graven. Bijzonder mooi album van deze Nederlandse muzikante.

In de zomer van 2016 was met name de Britse muziekpers behoorlijk enthousiast over Fading Lines van Amber Arcades. Achter Amber Arcades bleek de Nederlandse muzikante Annelotte de Graaf schuil te gaan, waarna ook Nederland viel voor de vele charmes van Fading Lines. Het in New York met producer Ben Greenberg opgenomen album, maakte indruk met lekker in het gehoor liggende gitaarsongs, waarin Amber Arcades uiteenlopende invloeden verwerkte en Annelotte de Graaf zeer overtuigde als zangeres.

In de herfst van 2018 keerde Amber Arcades terug met European Heartbreak, dat ik nog wat mooier en indrukwekkender vond dan het debuutalbum. Het door Chris Cohen geproduceerde album trok de aandacht met betrekkelijk ingetogen en mooi verzorgde popliedjes, waarin de fraaie strijkers- en blazersarrangementen van Trey Pollard, de vaste arrangeur van de fameuze Spacebomb Studios, de kers op de taart waren.

Het is lang stil geweest rond Amber Arcades, maar deze week keert het project van Annelotte de Graaf dan eindelijk terug. De Nederlandse muzikante heeft een nieuw thuis gevonden in Amsterdam en nam haar bijdragen aan het nieuwe album van Amber Arcades, na twee in de Verenigde Staten opgenomen albums, voor de afwisseling in Nederland op. Dat had alles te maken met de coronapandemie, die reizen naar de Verenigde Staten lange tijd lastig of onmogelijk maakte.

Op Barefoot On Diamond Road werkt Amber Arcades, net als op het debuutalbum, samen met producer Ben Greenberg, die vanuit New York bijdroeg aan het album. Barefoot On Diamond Road laat goed horen dat er ruim vier jaren zijn verstreken sinds European Heartbreak. Het nieuwe album klinkt in muzikaal opzicht duidelijk anders dan zijn twee voorgangers en ook de stem van Annelotte de Graaf klinkt volwassener.

Het derde album van Amber Arcades laat een wat voller en elektronischer geluid horen, al spelen ook de gitaren nog steeds een rol van betekenis. Barefoot On Diamond Road is bijzonder sfeervol ingekleurd en klinkt vaak prachtig ruimtelijk. Samen met producer Ben Greenberg heeft Annelotte de Graaf bovendien gezorgd voor een veelzijdig geluid. Een aantal songs op het album doet wat psychedelisch aan, maar Amber Arcades kan ook uit de voeten met eigentijdse elektronische popmuziek of met wat experimentelere klanken en bijzondere ritmes.

De instrumentatie is mooi, rijk en stemmig, maar ook spannend en af en toe wat dreigend, wat de muziek op het album voorziet van mooie spanningsbogen. Het past allemaal prachtig bij de bijzonder mooie stem van de Nederlandse muzikante, die nog beter is gaan zingen dan op de eerste twee albums van Amber Arcades. Met name in de meer ingetogen songs is de zang echt prachtig en deze ingetogen songs domineren op het album.

De teksten van Amber Arcades waren op de eerste twee albums vooral observerend en beschouwend, maar op Barefoot On Diamond Road domineren de persoonlijke teksten, die er een fraai ‘coming of age’ album van maken. De vorige twee albums van Amber Arcades trokken ook in het buitenland flink wat aandacht. Daar blijft het nog even redelijk stil rond Barefoot On Diamond Road, maar dit bijzonder mooie aandacht verdient deze aandacht absoluut. Alle reden om bijzonder trots te zijn op dit album van eigen bodem. Erwin Zijleman

Amber Arcades - European Heartbreak (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amber Arcades - European Heartbreak - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Amber Arcades legt de lat nog wat hoger met een album vol razend knappe popliedjes
Amber Arcades maakte twee jaar indruk met popliedjes vol invloeden en een zwak voor dreampop. Op European Heartbreak zet Annelotte de Graaf een aantal grote stappen. De instrumentatie, arrangementen en productie zijn prachtig, de zang nog een stuk beter dan op het debuut, maar het zijn de geweldige songs die de meeste indruk maken. Het zijn songs die zonnig en onbezorgd klinken, maar ondertussen drijven toch wat flink wat donkere wolken over. Weer een plaat van eigen bodem die de internationale concurrentie op indrukwekkende wijze het nakijken geeft.



Met name de Britse muziekpers was twee jaar geleden zeer lovend over Fading Lines van Amber Arcades. Het alter ego van de Nederlandse muzikante Annelotte de Graaf maakte op haar debuut indruk met geweldige popliedjes. Het waren popliedjes die alle kanten op schoten, maar uiteindelijk vaak raakten aan de muziek uit de hoogtijdagen van de dreampop.

Waar de Britse muziekpers superlatieven tekort kwam bij het recenseren van het debuut van Amber Arcades, waren we in Nederland wat gereserveerder. Het is de “doe nou maar gewoon, dan doe je al gek genoeg” cultuur waar Nederlandse muzikanten helaas net wat meer last van hebben dan hun buitenlandse collega’s. Ik vond Fading Lines echter een geweldige plaat en had dan ook hoge verwachtingen van de tweede plaat van Amber Arcades.

Annelotte de Graaf kon voor haar debuut een beroep doen op producer Ben Greenberg (Beach Fossils) en muzikanten uit de New Yorkse bands Real Estate en Quilt en ook voor haar tweede plaat heeft ze grote namen aan zich weten te binden. Chris Cohen (Deerhoof) tekende dit keer voor de productie, terwijl Trey Pollard (Natalie Prass, Bedouin) zorgde voor de zo karakteristieke arrangementen van blazers en strijkers uit de Spacebomb Studios van Matthew E. White.

Ik was zoals gezegd zeer te spreken over het debuut van Amber Arcades, maar European Heartbreak is nog veel beter. Fading Lines was al een veelzijdige plaat, maar op haar tweede album slaat Annelotte de Graaf nog flink wat andere wegen in. Ook European Heartbreak laat hier en daar flarden uit de dreampop horen, maar de Nederlandse muzikante betovert net zo makkelijk met honingzoete en rijk georkestreerde popliedjes zoals Belle And Sebastian ze in haar beste jaren maakte. Hier blijft het niet bij, want Amber Arcades kan ook uit de voeten met een vleugje roots of met volstrekt tijdloze popliedjes met een 60s of 70s feel. Omdat Amber Arcades alle invloeden fraai heeft geïntegreerd in een eigen geluid is de plaat zeker geen lappendeken.

Er is hoorbaar flink wat aandacht besteed aan de instrumentatie, arrangementen en productie. European Heartbreak klinkt niet alleen bijzonder lekker, maar valt ook op door vele subtiele accenten en verrassende wendingen, met de Spacebomb strijkers en blazers als kers op de taart. De al even aangename stem van Annelotte de Graaf voelt zich als een vis in het water in het warme en veelkleurige muzikale landschap op European Heartbreak en maakt veel meer indruk dan op het debuut. De zang op de plaat slaagt er bovendien makkelijk in om je te raken; zeker wanneer de melancholie tijdelijk de overhand heeft.

Het is al meer dan genoeg voor een goede plaat, maar European Heartbreak heeft nog veel meer te bieden. De songs van Amber Arcades zijn vergeleken met het debuut veel beter geworden. Het zijn songs die zich makkelijk opdringen en die iets herkenbaars of vanzelfsprekends hebben, maar op hetzelfde moment de fantasie maar blijven prikkelen. Het zijn songs waar je vrijwel onmiddellijk verliefd op wordt, maar het zijn ook songs die nog heel lang aan kracht winnen.

Tot slot maakt Annelotte de Graaf ook in tekstueel opzicht nog eens indruk. De popliedjes van Amber Arcades klinken zonnig en zorgeloos, maar snijden ondertussen onderwerpen als de vluchtelingencrisis, oprukkend populisme en de Brexit aan. Het laatste in het prachtige Goodnight Europe, dat behoort tot de mooiste popliedjes die ik dit jaar heb gehoord.

Mijn verwachtingen waren zoals gezegd hooggespannen, maar Amber Arcades maakt ze met speels gemak waar. European Heartbreak is een plaat om zielsveel van te houden. En hij wordt alleen maar beter. Erwin Zijleman

Amber Arcades - Fading Lines (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amber Arcades - Fading Lines - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Britse kwaliteitskrant The Guardian noemde de Nederlandse muzikante Annelotte de Graaf twee weken geleden een echt talent. Iets om trots op te zijn, want als het gaat om muziek heeft The Guardian een hele goede naam hoog te houden.

Er valt gelukkig helemaal niets af te dingen op de lovende woorden van de Britse krant, want Annelotte de Graaf heeft als Amber Arcades een meer dan uitstekende plaat afgeleverd.

Voor Fading Lines trok ze in haar uppie naar New York, waar ze werd bijgestaan door producer Ben Greenberg (Beach Fossils) en muzikanten uit de New Yorkse bands Real Estate en Quilt.

Het stempel van Ben Greenberg, die tot dusver vooral bekend stond als producer van het stevigere werk, is niet direct te horen, maar de leden van Real Estate en Quilt tekenen ook op het debuut van Amber Arcades voor een heerlijk dromerig en zweverig geluid vol memorabele gitaren en aangenaam zeurende orgeltjes.

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, maar ook in vocaal opzicht maakt Amber Arcades indruk. Annelotte de Graaf beschikt over een heerlijk dromerige, maar ook prachtig heldere stem, die in meerdere genres uit de voeten kan.

De dromerige klanken in het algemeen en de onweerstaanbare gitaarloopjes in het bijzonder herinneren aan de hoogtijdagen van de dreampop, maar Amber Arcades is zeker niet de zoveelste band die het beste van de dreampop nauwgezet probeert te reproduceren. Fading Lines doet af en toe denken aan Lush, maar doet minstens net zo vaak denken aan Belly, The Sundays, Broadcast of Mazzy Star, om een aantal namen te noemen. Op hetzelfde moment is het debuut van de Nederlandse muzikante net zo fris en onweerstaanbaar als de platen van Courtney Barnett, om nog maar een grote naam te noemen.

Fading Lines is door de invloeden uit het verleden, het heerlijke gitaarwerk en de aangename zang al lastig te weerstaan, maar de ware kracht van het debuut van Amber Arcades schuilt in het feit dat de plaat ook allerlei nieuwe wegen in slaat of op de proppen komt met invloeden die je nou net niet had verwacht als 80s synthpop, zweverige Cocteau Twins achtige klanken of een rauw rockliedje waarvoor The Breeders zich niet zouden hebben geschaamd.

Als je dit alles dan ook nog weet te verpakken in melodieuze popliedjes die de hele plaat een hoog niveau houden, heb je een plaat gemaakt die overloopt van talent, zoals The Guardian twee weken geleden al volkomen terecht concludeerde. Erwin Zijleman

Amber Coffman - City of No Reply (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amber Coffman - City Of No Reply - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Amber Coffman is tot dusver vooral bekend als lid van de New Yorkse band Dirty Projectors, maar deze band liet ze achter zich nadat er een einde kwam aan haar relatie met Dirty Projectors voorman David Longstreth.

Deze David Longstreth heeft opvallend genoeg een flinke vinger in de pap op Amber Coffman’s eerste soloplaat, waarop de in Austin, Texas, geboren, maar inmiddels vanuit Los Angeles opererende muzikante duidelijk nieuwe wegen in slaat.

Amber Coffman maakt op City Of No Reply zwoele en zomerse pop, maar het is wel zwoele en zomerse pop met een avontuurlijke twist.

Direct in de openingstrack verrast Amber Coffman met lome, verleidelijke en soulvolle pop, die opvalt door opvallend aangename vocalen en een instrumentatie waarin vervormde elektronica de hoofdrol speelt.

Het is muziek die ik niet direct had verwacht van Amber Coffman, maar zo op zijn tijd hou ik wel van dit soort toegankelijke singer-songwriter pop. Het is pop die direct goed is voor Californische zonnestralen, maar het is ook pop die normaal gesproken vrij snel vervliegt.

De pop van Amber Coffman gaat gelukkig langer mee en dat heeft vooral te maken met de eigenzinnige aanpak van de Amerikaanse muzikante. City Of No Reply staat vol met songs die ook door menig popprinses succesvol omarmd zouden kunnen worden, maar die door de bijzondere productie van en instrumentatie op de plaat van Amber Coffman een aantal extra dimensies krijgen.

City Of No Reply is voorzien van een broeierig geluid dat, ondanks de stevige inzet van elektronica, warm en organisch klinkt. Het is een geluid dat bijzonder aangenaam voortkabbelt, maar ook is voorzien van allerlei mooie accenten, die op een of andere manier toch weer aansluiten bij de bijzondere muziek van Dirty Projectors.

Het is ook een geluid waarin de aangename stem van Amber Coffman uitstekend gedijt. Amber Coffman was me tot dusver eerlijk gezegd niet echt opgevallen als zangeres, maar op City Of No Reply overtuigt ze vrij makkelijk met wat meisjesachtige vocalen, maar ook met een veelzijdig geluid en met prachtige meerstemmige zang door meerdere lagen van haar stem naast elkaar te zetten.

Dat veelzijdige hoor je overigens ook terug in de songs van de Amerikaanse singer-songwriter. City Of No Reply bevat verrassend veel invloeden uit de R&B uit de jaren 90. Dat is een opvallende keuze, want het is nu niet direct het genre dat ik associeer met interessante muziek. In combinatie met invloeden uit de elektronica, soul, jazz, hiphop en een vleugje experimentele muziek, tovert Amber Coffman echter het ene na het andere onweerstaanbare popliedje uit de hoge hoed.

In muzikaal en vocaal opzicht staat het als een huis, al moet je wel een zwak hebben voor suikerzoete pop om City Of No Reply te kunnen waarderen. Muziekliefhebbers met een zwak voor pop die niet bang zijn voor een suikerlaagje worden vervolgens rijkelijk beloond met een plaat vol heerlijke popliedjes, maar ook heel veel vocaal en muzikaal vuurwerk en een avontuurlijke twist. Ik ben in ieder geval volledig overtuigd van de kwaliteiten van Amber Coffman. Erwin Zijleman

Amber Mark - Pretty Idea (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Amber Mark - Pretty Idea - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Amber Mark - Pretty Idea
Naar aanleiding van haar debuutalbum Three Dimensions Deep werd de Amerikaanse muzikante Amber Mark al een mooie toekomst voorspeld en die moet na de release van Pretty Idea alleen maar rooskleuriger worden

Ik heb geen idee waarom ik het tweede album van Amber Mark een paar maanden geleden heb laten liggen, want ik was vorige week bij eerste beluistering eigenlijk direct enthousiast. Amber Mark maakt het soort R&B dat een heel groot publiek moet kunnen aanspreken. Ze beschikt over een mooie stem, schrijft aansprekende songs en heeft zich kunnen omringen met flink wat getalenteerde muzikanten en producers. Pretty Idea klinkt daarom fantastisch en bevat een aantrekkelijke mix van R&B en pop. Desondanks is het, zeker in Nederland, behoorlijk stil gebleven rond het album. Daar begrijp ik eerlijk gezegd niets van en ik ben niet eens een groot R&B liefhebber.

In de zomer van 2022 besprak ik Three Dimensions Deep van de Amerikaanse muzikante Amber Mark. Ik bespreek maar zo af en toe R&B albums, maar het album van Amber Mark sprong er voor mij makkelijk uit drieënhalf jaar geleden. Ik kies meestal voor R&B albums die het experiment opzoeken en ver weg blijven van het standaard R&B geluid, maar dat deed Amber Mark, zeker op het eerste gehoor, niet.

Three Dimensions Deep klonk als een R&B album zoals deze in de jaren 90 veel werden gemaakt. Verder leken de songs van Amber Mark hier en daar geïnspireerd door de soulvolle pop van Sade. Van die soulvolle pop ben ik zeker gecharmeerd, maar buiten de lijntjes kleurt het natuurlijk niet en dat geldt ook voor het grootte deel van de populaire R&B.

Voor een min of meer standaard R&B album was het debuutalbum van Amber Mark wel een heel goed gemaakt album. De Amerikaanse muzikante met Duits en Jamaicaans bloed klonk op haar debuutalbum zeker niet als een startende muzikante. Three Dimensions Deep klonk eigenlijk continu als het album van een gelouterde R&B ster en dat klonk vooral heel lekker, al viel er ook zeker genoeg bijzonders te ontdekken op het album.

Wat drieënhalf jaar geleden gold voor Three Dimensions Deep, gold een maand of drie geleden ook voor opvolger Pretty Idea, al had ik er dit keer helaas geen oor voor. Het tweede album van Amber Mark kreeg ook wat minder aandacht dan haar debuutalbum, maar dook wel op in het R&B jaarlijstje van AllMusic.com, dat, toch wel enigszins verrassend, mijn belangrijkste tipgever is deze week.

Pretty Idea ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van het debuutalbum van Amber Mark. Ook op haar tweede album sluit de Amerikaanse muzikante aan bij de R&B zoals die de afgelopen decennia is gemaakt, maar ook uitstapjes richting pop zijn bij Amber Mark in goede handen.

Amber Mark draait inmiddels even mee, maar net als op haar debuutalbum klinkt ze een paar albums verder dan ze daadwerkelijk is. Pretty Idea is een album waarmee Amber Mark moet kunnen doorbreken naar een groot publiek, al moet ze dan wel wat meer aandacht krijgen dan vooralsnog het geval is.

Aan de productie van het album zal het niet liggen, want voor de productie van Pretty Idea werd een flink blik ervaren producers open getrokken, waaronder de mensen achter de successen van onder andere Olivia Dean en Gracie Abrams. Pretty Idea klinkt dan ook geweldig en moet in staat worden geacht niet alleen een groot, maar ook een breed publiek aan te spreken.

Amber Mark gaat op haar tweede album vol voor het sterrendom, maar ze levert wat mij betreft ook zeker kwaliteit. In muzikaal en productioneel opzicht blinkt het allemaal zeer fraai, maar de Amerikaanse muzikante overtuigt ook makkelijk als zangeres en ook op de kwaliteit van de songs heb ik niets aan te merken.

Op Pretty Idea komen de ups en downs van de liefde voorbij, maar alle songs op het album klinken warm en aangenaam. Vergeleken met haar debuutalbum voegt Amber Mark hier en daar nog wat invloeden uit de funk en de disco toe, maar dat maakt haar muziek eigenlijk alleen maar aangenamer. Ik hoor af en toe wel wat van Aaliyah op het nieuwe album van Amber Mark en dat is een extra aanbeveling om eens naar Pretty Idea te luisteren. Erwin Zijleman

Amber Mark - Three Dimensions Deep (2022)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amber Mark - Three Dimensions Deep - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Amber Mark - Three Dimensions Deep
Amber Mark heeft met Three Dimensions Deep een R&B album afgeleverd dat natuurlijk niet zoveel aandacht krijgt als het laatste album van Beyoncé, maar dat wat mij betreft wel een flink stuk beter is
Ik volg de R&B muziek niet op de voet en ben dan ook niet bekend met de EP’s die Amber Mark de afgelopen jaren heeft uitgebracht. Het zijn EP’s waarop de Amerikaanse muzikante het overlijden van haar moeder en het stuklopen van haar relatie een plek gaf, maar op haar debuutalbum Three Dimensions Deep staat ze zelf centraal. Het debuutalbum van Amber Mark klinkt op het eerste gehoor wat glad en gepolijst, maar het is een album dat steeds beter wordt. Het is deels de verdienste van de broeierige klanken, de vakkundige productie en de prima stem van de Amerikaanse muzikante, maar het zijn uiteindelijk vooral de even aanstekelijke als interessante songs die het debuut van Amber Mark naar een hoger plan tillen.

Ik ben zeker geen groot liefhebber van R&B, maar met enige regelmaat vind ik tussen de flinke stapel nieuwe R&B albums een album dat ik echt goed vind. Ik had eerlijk gezegd verwacht dat dit deze zomer het nieuwe album van Beyoncé zou zijn, maar Renaissance weet me ook na meerdere pogingen nog niet te overtuigen.

Dat ligt anders voor Three Dimensions Deep van Amber Mark. Het is een album dat ik zelf eerder dit jaar overigens niet heb opgemerkt, maar dat ik alsnog hebt ontdekt dankzij een aantal halfjaarlijstjes. Amber Mark maakte de afgelopen jaren al een aantal goed ontvangen singles en EP’s, maar bracht pas dit jaar haar debuutalbum uit, Three Dimensions Deep. Amber Mark heeft een Duitse moeder en een Jamaicaanse vader, werd geboren in Tennessee, groeide deels op in Duitsland en India en is inmiddels neergestreken in New York, waarmee ze een ander pad volgt dan de meeste andere muzikanten in het genre.

Ik heb de afgelopen jaren vooral een zwak voor R&B die buiten de lijntjes van het genre durft te kleuren, maar hier moet Amber Mark het, zeker bij de eerste en wat oppervlakkige beluistering niet van hebben. Three Dimensions Deep valt in eerste instantie immers vooral op door bijzonder lekker in het gehoor liggende R&B songs. Het zijn vooral zwoele R&B songs die gemakkelijk vermaken met een vol, vet en funky geluid en een op het eerste gehoor misschien wat gladde productie.

De songs van Amber Mark zijn opvallend melodieus en lijken meer dan eens beïnvloed door de toegankelijke R&B uit de jaren 90. Het is niet het soort R&B waar ik normaal gesproken warm voor loop en wanneer ook nog eens de autotune wordt ingezet is het zelfs eerder het soort R&B dat ik verafschuw, maar Three Dimensions Deep van Amber Mark heeft voor mij iets onweerstaanbaars, vooral omdat de songs van de Amerikaanse muzikante veel beter zijn dan je bij snelle beluistering kunt vermoeden.

Three Dimensions Deep is een album dat aangenaam vermaakt met tijdloze R&B songs, maar zowel de muziek als de productie op het album steken knap in elkaar, waardoor Three Dimensions Deep langzaam maar zeker is uitgegroeid tot zo’n zeldzaam R&B album waar ik maar geen genoeg van krijg. Ook de songs op het debuutalbum van Amber Mark zijn in de meeste gevallen veel interessanter dan bij eerste beluistering het geval lijkt en zeker op het tweede deel van het album worden ze steeds beter.

De zang van Amber Mark wordt hier en daar wat geholpen door technische snufjes, maar de Amerikaanse muzikante is een prima zangeres, die makkelijk overtuigt en die zelfs meedogenloos verleidt wanneer ze herinneringen oproept aan de zwoele soulpop van Sade. Die inmiddels bijna vergeten soulpop van Sade lijkt een hele belangrijke inspiratiebron voor de Amerikaanse muzikante, want Three Dimensions Deep klinkt meer dan eens als het debuutalbum dat Sade gemaakt zou hebben wanneer ze een jaartje of dertig later was geboren.

Ook invloeden uit de Jamaicaanse muziek die Amber Mark in haar jeugd vast kreeg voorgeschoteld hebben subtiele sporen achtergelaten in de broeierige R&B van de muzikante uit New York, die ook nog persoonlijke onderwerpen aansnijdt in haar songs. Het levert een R&B album op dat ik schaar onder de beste R&B albums van het jaar en absoluut prefereer boven het laatste album van Beyoncé. Erwin Zijleman

Amberjacks - Amberjacks (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amberjacks - Amberjacks - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het titelloze debuut van de Nederlandse band Amberjacks heb ik al geruime tijd in mijn bezit. Iedere keer als ik naar de plaat luister vind ik het helemaal geweldig, maar van het schrijven van een recensie kwam het tot dusver maar niet. Dat heeft alles te maken met de muziek die Amberjacks maakt. Het debuut van Amberjacks klinkt alsof Led Zeppelin uit de dood is opgestaan en direct ook Jimi Hendrix heeft ingelijfd. Het is muziek die zo lijkt weggelopen uit de jaren 70 en de luisteraar trakteert op een modervette ritmesectie, stevige riffs, heerlijke bluesy gitaarsolo’s en stembanden die vlak voor de opnamen nog even met schuurpapier zijn bewerkt. Het is muziek waar je veel muziekliefhebbers ’s nachts voor wakker kunt maken, maar het is ook muziek die in het verleden al heel veel is gemaakt. Tot de vernieuwers kunnen we Amberjacks dan ook niet rekenen, althans over het algemeen niet, maar is dit erg? Ik heb inderdaad al flink wat platen als het debuut van Amberjacks in mijn bezit, maar het debuut van de band uit Maastricht klinkt wel erg lekker en is bovendien niet helemaal blijven steken in de jaren 70. Het debuut van Amberjacks kan klinken als Led Zeppelin met Jimi Hendrix als extra gitarist, maar een aantal wat rauwere songs zou ook kunnen worden omschreven als Pearl Jam geproduceerd door Jack White, als Metallica met net wat minder spierballen en bombast en wat meer gevoel of als Queens Of The Stone Age dat zich heeft laten inspireren door de klassiekers uit de jaren 70. Amberjacks overtuigt heel makkelijk wanneer het de gashendel flink open draait, maar ook de meer ingetogen songs met geweldige gitaarlijnen en een loodzware ritmesectie hebben niet veel tijd nodig om je in te pakken. Amberjacks heeft geen plaat gemaakt die de liefhebbers van vernieuwende muziek enthousiast zal doen opveren, maar voor liefhebbers van stevige rockmuziek met een bluesy injectie is het debuut van Amberjacks van de eerste tot de laatste noot smullen. Natuurlijk is de concurrentie in dit genre moordend, maar ik geef Amberjacks uiteindelijk een goede kans. In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis, met een belangrijke rol voor de ritmesectie en een glansrol voor het gitaarwerk, de zang is heerlijk rauw maar niet zonder emotie en variatie en op de kwaliteit van de songs valt eigenlijk niets af te dingen. Amberjacks vernieuwt op haar debuut niet of nauwelijks, maar maakt ook geen enkele fout. De stevige muziek van de band komt aan als een mokerslag, maar bevat ook voldoende subtiele details, waaronder een vleugje psychdelica, om de aandacht vast te houden. Over een plaat als die van Amberjacks moet je niet te lang nadenken, maar moet je het gevoel laten spreken. Een heleboel weken geleden zei mijn gevoel: “wat een onwijs goede plaat”. Het is uiteindelijk ook de conclusie van deze recensie. Erwin Zijleman

Ambre Ciel - still, there is the sea (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ambre Ciel - still, there is the sea - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ambre Ciel - still, there is the sea
De Canadese muzikante Ambre Ciel debuteert deze week met het prachtige still, there is the sea, waarop betoverend mooie en beeldende klanken samenvloeien met haar misschien nog wel mooiere stem

Het deze week verschenen still, there is the sea is het debuutalbum van de Canadese muzikante Ambre Ciel. Het is wat mij betreft een bijzonder album. De neoklassieke klanken die op het album zijn te horen hoor ik wel vaker, maar de arrangementen van Ambre Ciel zijn wel heel mooi en worden bovendien gecombineerd met invloeden uit de ambient en de new age. Het debuutalbum van Ambre Ciel wordt nog bijzonderder wanneer ze haar stem toevoegt aan de beeldende muziek. Ze beschikt over een bijzonder mooie stem, die warmte, gevoel en structuur toevoegt aan de songs op still, there is the sea. Ambre Ciel imponeert direct, maar dit fraaie debuut wordt alleen maar mooier en indrukwekkender.

Een paar weken geleden hoorde ik een preview van het album still, there is the sea van Ambre Ciel. Dit voorproefje maakte me echt heel nieuwsgierig naar het debuutalbum van de Canadese muzikante en dat album is deze week verschenen. Het is een album met acht songs en net iets meer dan een half uur muziek en in dat half uur maakt Ambre Ciel wat mij betreft diepe indruk.

Het debuutalbum van de muzikante uit Montreal opent echt prachtig. In eerste instantie zijn er de neoklassiek aandoende klanken die direct zorgen voor een bijzondere sfeer, waarna de waanzinnige stem van Ambre Ciel invalt. Het is een stem om onmiddellijk verliefd op te worden, maar de zang van de Canadese muzikante wordt vervolgens alleen maar mooier en intenser.

Dat geldt overigens ook voor de muziek in de openingstrack van still, there is the sea. De strijkers zwellen flink aan en ook de pianoakkoorden worden steeds wat steviger aangezet, maar de stem van Ambre Ciel blijft centraal staan. Het is een bijzonder mooie en subtiele stem die echt prachtig door de ruimte zweeft, maar het is ook een stem met een uiterst subtiel ruw randje, die zorgt voor flink wat gevoel in de zang van Ambre Ciel, die overigens ook violiste en pianiste is.

De vijf minuten durende openingstrack van still, there is the sea is in alle opzichten imponerend. De zang en de muziek zijn echt wonderschoon, maar het is ook een track waarin de spanning prachtig wordt opgebouwd. Het zijn ingrediënten die terugkeren in vrijwel alle songs op het album, maar Ambre Ciel legt steeds net wat andere accenten.

In de tweede track worden de klassiek aandoende strijkerspartijen gecombineerd met klanken die ik meer associeer met ambient of new age en bovendien zingt Ambre Ciel in deze tweede track in het Frans, wat zorgt voor een duidelijk andere sfeer. Het effect is hetzelfde want ook in de tweede track wordt je meegesleept door de breed uitwaaiende klanken en de prachtige strijkersarrangementen en imponeert Ambre Ciel met haar bijna onwaarschijnlijk mooie stem.

Ik probeer het regelmatig met albums die in het hokje neoklassiek worden geduwd en dat zijn er tegenwoordig heel wat. Het zijn albums die ik in eerste instantie vaak heel mooi vind, maar uiteindelijk houden deze albums mijn aandacht meestal niet vast. Ambre Ciel doet dat wel en dat doet ze door haar stem toe te voegen aan de klassiek aandoende en beeldende klanken. Klankentapijten worden hierdoor songs en daar val ik makkelijker voor.

Ook als de zang een tijd op zich laat wachten of helemaal niet komt houdt de Canadese muzikante me aan de speakers gekluisterd, want wat wordt er mooi en sfeervol gespeeld op still, there is the sea. De labels neoklassiek, ambient en new age kwamen al voorbij, maar het debuutalbum van Ambre Ciel bevat zo nu en dan ook passages die goed in het hokje filmmuziek passen en die bijna vanzelf fraaie beelden op het netvlies toveren.

Bij eerste beluistering maakte still, there is the sea al een verpletterende indruk, maar hoe vaker ik naar het debuutalbum van Ambre Ciel luister, hoe meer ik word betoverd door de prachtige klanken, de fraaie spanningsbogen en de bijzonder mooie zang. Het debuutalbum van de muzikante uit Montreal doet het misschien nog wel het best wanneer de zon onder is. Daar moeten we op het moment wat langer op wachten, maar het is het wachten meer dan waard. Erwin Zijleman

Amelia Coburn - Between the Moon and the Milkman (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amelia Coburn - Between The Moon And The Milkman - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Amelia Coburn - Between The Moon And The Milkman
Amelia Coburn is binnen de Britse folk al een tijdje een hele grote belofte en maakt dat helemaal waar op het uitstekende, door Bill Ryder-Jones geproduceerde, Between The Moon And The Milkman

Direct vanaf de eerste noten van haar debuutalbum Between The Moon And The Milkman doet Amelia Coburn iets met je. Ze beschikt over een zeer karakteristieke stem, waar ik persoonlijk even aan moest wennen, maar die ik inmiddels prachtig vind. Het is een stem die het goed doet in de Britse folk, die een zeer prominente rol speelt op het debuutalbum van de Britse muzikante, maar Amelia Coburn teert zeker niet alleen op de rijke tradities van de Britse folk. Het door Bill Ryder-Jones geproduceerde Between The Moon And The Milkman slaat meerdere wegen in en trekt continu de aandacht met een mooie stem, fraaie klanken en songs die bol staan van de creativiteit.

Between The Moon And The Milkman van Amelia Coburn opent als een behoorlijk traditioneel klinkend Brits folkalbum. Zowel de muziek als de zang herinneren aan de Britse folk uit de jaren 70 of eerder en dat is een genre waar ik meestal niet zo heel goed mee uit de voeten kan, al zijn er absoluut uitzonderingen. Op een of andere manier werd ik echter geraakt door de bijzondere stem van de jonge Britse muzikante, die met Between The Moon And The Milkman haar debuutalbum aflevert.

Amelia Coburn beschikt over een heldere en behoorlijk hoge stem, die gemaakt is voor traditionele Britse folk. Het is een stem die naarmate het album vordert steeds mooier wordt en dat geldt eigenlijk voor alles op Between The Moon And The Milkman. Ook in muzikaal opzicht is het debuutalbum van Amelia Coburn een album dat je niet te makkelijk in een hokje moet duwen. Britse folk uit het verleden is absoluut een inspiratiebron geweest voor de muzikante uit Middlesbrough, maar het album blijft hier zeker niet in steken.

Between The Moon And The Milkman doet me meer dan eens denken aan Call Of The Search, het debuutalbum van Katie Melua. In vocaal opzicht hoor ik met enige regelmaat overeenkomsten tussen Amelia Coburn en Katie Melua en ook in muzikaal opzicht zijn de debuutalbums van de twee singer-songwriters aan elkaar verwant. Katie Melua profiteerde op haar eerste album van de fantastische productie van Mike Batt en ook Amelia Coburn heeft een uitstekende producer weten te strikken. The Moon And The Milkman werd immers geproduceerd door Bill Ryder-Jones, die vorig jaar zijn beste soloalbum tot dusver afleverde, maar ook al naam maakte als producer, onder andere voor Michael Head en Saint Saviour.

Bill Ryder-Jones, die ook tekent voor een flink deel van de instrumentatie, blijft in een aantal tracks redelijk dicht bij de Britse folk, maar begeeft zich met over het algemeen subtiele accenten ook buiten de kaders van het genre. Between The Moon And The Milkman is voorzien van een zeer smaakvol en voornamelijk akoestisch geluid, dat uitstekend past bij de mooie stem van Amelia Coburn, die zelf tekent voor de trefzekere bijdragen van de ukelele.

De jonge Britse muzikante beschikt over een stem waar ik, met name door de hoogte, wel even aan moest wennen, maar als de stem van de Britse muzikante je eenmaal raakt is de liefde voor de zang op het debuutalbum van Amelia Coburn ook direct onvoorwaardelijk. De Britse muzikante overtuigt niet alleen als zangeres, maar ook als songwriter, want de songs op Between The Moon And The Milkman zijn niet alleen veelzijdig, maar zitten ook knap in elkaar.

De Britse singer-songwriter vertelt op haar debuutalbum mooie en vaak poëtische verhalen en verpakt ze in songs die zich vrij makkelijk opdringen, maar die ook interessant en fantasierijk blijven wanneer je ze wat vaker hoort. In een aantal Britse recensies kwam ik de naam van Kate Bush tegen en daar valt wel wat voor te zeggen. Ook voor de vergelijking met Katherine Priddy overigens.

Niet zo gek dus dat Amelia Coburn met name in Britse folk kringen al een tijd wordt gezien als een heel groot talent. Dat talent komt er wat mij betreft helemaal uit op het bijzonder fraaie The Moon And The Milkman, dat wat mij betreft steeds mooier wordt en dat ook zeker de aandacht verdient van een ieder die normaal gesproken geen groot zwak heeft voor Britse folk. Erwin Zijleman

Amelia Curran - Spectators (2012)

poster
4,5
Deze klinkt een stuk voller dan haar vorige plaat, maar dat betekent niet dat het minder mooi is. Amelia Currant behoort tot de zangeressen die mij binnen een paar minuten in kunnen pakken en dat doet ze dan ook.

Lees mijn volledige recensie op:
De krenten uit de pop: Amelia Curran - Spectators - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Erwin

Amelia Curran - They Promised You Mercy (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amelia Curran - They Promised You Mercy - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik begrijp soms zelf ook niet zo goed waarom sommige platen zo lang op de deels virtuele en deels fysieke stapel met platen voor deze BLOG blijven liggen.

Neem nu They Promised You Mercy van Amelia Curran. Ik was de afgelopen jaren al twee keer zeer enthousiast over een plaat van deze Canadese singer-songwriter, maar desondanks was de nieuwe plaat van Amelia Curran niet direct verzekerd van een plekje op deze BLOG of zelfs maar van snelle beluistering.

De nieuwe plaat van Amelia Curran heeft daarom lang op de stapel gelegen. Te lang, want They Promised You Mercy is wederom een prachtplaat, die veel meer aandacht verdient dan de plaat tot dusver krijgt.

Amelia Curran liet op haar vorige platen al horen dat ze niet bang is om buiten de lijntjes van een genre te kleuren en dat doet ze ook op haar nieuwe plaat weer zeer nadrukkelijk. Zo had de openingstrack van de plaat niet misstaan op Paul Simon’s Graceland, terwijl de tweede track van een ingetogen rootssong langzaam maar zeker transformeert in een gloedvolle popsong.

En zo gebeurt er in vrijwel alle tracks op They Promised You Mercy wel iets dat je niet direct verwacht van een singer-songwriter in het rootssegment. Het is voor de rootspurist misschien even wennen, maar liefhebbers van rootsmuziek die de grenzen op durft te zoeken zijn bij Amelia Curran zeker aan het juiste adres.

Amelia Curran weet tot dusver nog niet heel veel aandacht te trekken met haar muziek, maar een ieder die haar muziek heeft omarmd roemt de songwriting skills van de Canadese muzikante. Ook They Promised You Mercy staat vol met verbluffend goede songs. Het zijn songs die met één been in de rootsmuziek staan, terwijl het andere been alle kanten op mag schieten. De ene keer zorgt dat voor een popinjectie, terwijl de volgende keer juist een wat meer rockend geluid wordt gekozen, maar net als je het niet meer verwacht komt Amelia Curran ook op de proppen met een sober ingekleurde folksong. Het doet me meer dan eens denken aan de briljante platen van Aimee Mann, al verwerkt Amelia Curran aanzienlijk meer rootsinvloeden in haar muziek.

They Promised You Mercy is hierdoor een lekker afwisselende plaat met eigenlijk maar één constante; de torenhoge kwaliteit van de songs van Amelia Curran. De songs van de Canadese singer-songwriter kiezen steeds een net wat andere invalshoek en hier is op fraaie wijze een bijpassende instrumentatie bij gekozen. Het is een instrumentatie die begint met een eenvoudige basis , waarna andere instrumenten worden ingezet voor de details. Het klinkt allemaal buitengewoon smaakvol en het zit allemaal zo mooi in elkaar dat het even duurt voor je alle details naar de oppervlakte hebt gebracht.

Bij de instrumentatie komt de mooie stem van Amelia Curran, die alle songs net dat beetje extra geeft. Direct bij eerste beluistering wist ik het daarom eigenlijk al: Amelia Curran heeft ook met They Promised You Mercy wederom een plaat gemaakt die je altijd op kunt zetten en die je vervolgens ook altijd zal weten te verleiden. Het is een plaat die overloopt van talent en klasse, wat het extra schrijnend maakt dat ook de nieuwe plaat van Amelia Curran weer zo weinig aandacht heeft gekregen. De volgende laat ik overigens zeker niet zo lang liggen, ik heb mijn lesje wel geleerd. Erwin Zijleman

Amen Dunes - Love (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amen Dunes - Love - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Amen Dunes is het alter ego of een beter gezegd een project van de uit het Amerikaanse Philadelphia afkomstige Damon McMahon. De Amerikaanse singer-songwriter maakt inmiddels al een jaar of tien muziek en het is volgens Allmusic.com muziek die kan worden vergeleken met die van onder andere Roky Erickson, Syd Barrett, Chris Knox, Suicide en Royal Trux.

Het is een buitengewoon intrigerend rijtje namen dat me nieuwsgierig maakte naar de man’s laatste plaat, Love, die vorige maand verscheen. Love dat werd gemaakt met hulp van leden van onder andere Iceage en Godspeed You Black Emperor, bleek onmiddellijk een prachtige en intrigerende plaat, al hoor ik van het bijzondere rijtje namen hierboven eerlijk gezegd niet al teveel terug.

Love doet me heel af en toe wel wat denken aan de muziek van Syd Barrett, al is de muziek van Amen Dunes een stuk minder psychedelisch en is Love ook zeker niet in de jaren 60 en 70 blijven hangen. Love staat vol met donkere en voornamelijk ingetogen songs die lekker mogen rammelen. Lo-fi is daarom een geschikt etiket voor de muziek van Amen Dunes, al is het ook een etiket dat zo breed is dat het niet al teveel zegt, al is het maar omdat Amen Dunes ook kan rocken en zich hier en daar ook beweegt in de richting van de psych-folk.

In eerste instantie deed de muziek van Amen Dunes me afwisselend denken aan My Morning Jacket, Devendra Banhart, Pavement, Bon Iver, Will Odlham en The Waterboys, maar dan met zang die een beetje fantasie van de broertjes Gallagher afkomstig had kunnen zijn. Ook al geen omschrijving waar je als lezer veel mee kunt vrees ik.

De muziek van Amen Dunes is donker en dreigend, maar tegelijkertijd groots en meeslepend. Amen Dunes verrast met prima popsongs, maar het zijn wel popsongs die zich voornamelijk buiten de begaande paden begeven. Het is muziek die aan de ene kant rammelt, maar die aan de andere kant toch ook verbluffend goed in elkaar zit. Dat laatste hoor je vooral in het prachtige gitaarwerk en de trefzekere wijze waarop elektronica wordt ingezet voor aardedonkere geluidswolken, maar ook de bijzondere wijze waarop de vocalen zijn opgenomen en de rammelende piano dragen nadrukkelijk bij aan het bijzondere geluid van Amen Dunes.

Damon McMahon zit er als zanger wel eens naast en ook in muzikaal opzicht laat Love wel eens een steek vallen, maar op een of andere manier draagt dit alleen maar bij aan het bijzondere effect dat Love van Amen Dunes heeft op de luisteraar. Juist de imperfectie geeft de muziek van Amen Dunes immers een bijzondere lading.

Love is een plaat die zomaar uit kan groeien tot één van de meesterwerken van 2014, maar het kan net zo goed een plaat zijn die je na flink wat keren horen helemaal zat bent. Ik durf eigenlijk niet te voorspellen welke kant het op zal gaan met de plaat van Amen Dunes, maar vooralsnog ben ik iedere keer weer flink onder de indruk van deze plaat, die alle aandacht opzuigt en je keer op keer een andere wereld in trekt. Ik zet Love van Amen Dunes maar weer eens op en ben weer diep onder de indruk. Prachtplaat, voor zolang het duurt, maar dat kan in mijn geval best wel eens heel lang zijn. Erwin Zijleman

American Aquarium - Chicamacomico (2022)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: American Aquarium - Chicamacomico - dekrentenuitdepop.blogspot.com

American Aquarium - Chicamacomico
BJ Barham maakt met zijn band American Aquarium inmiddels al jaren uitstekende albums en ook het deze week verschenen Chicamacomico is weer een rootsalbum vol songs van wereldklasse

De Amerikaanse band American Aquarium verkeerde vlak voor de uitbraak van de coronapandemie in topvorm en leverde met het politiek getinte Lamentations haar beste album tot dat moment af. De band rond singer-songwriter BJ Barham heeft de goede vorm van Lamentations gelukkig behouden op het deze week verschenen Chicamacomico. De politiek getinte teksten hebben plaatsgemaakt voor persoonlijke beslommeringen, maar verder is er niets veranderd. Ook het fraai geproduceerde Chicamacomico klinkt zowel in muzikaal als in vocaal opzicht prachtig, maar het zijn met name de mooie verhalen en de sterke songs die er een topalbum van maken.

Ik ben inmiddels al een flink aantal jaren heel positief over de muziek van de Amerikaanse band American Aquarium. De band uit Raleigh, North Carolina, kan wat mij betreft al een aantal albums mee met de beste bands binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar maakt nu ook al een aantal jaren albums waarvoor Bruce Springsteen zich niet zou schamen en dat zeg ik niet zomaar.

Deze week keert American Aquarium terug met de opvolger van het geweldige Lamentations uit het voorjaar van 2020. Vorig jaar verschenen overigens ook nog twee albums met covers, maar die albums zie ik toch vooral als aardige tussendoortjes. Met Chicamacomico pakt de band de draad van Lamentations weer op en heeft het niet veel tijd nodig om te laten horen dat het de goede vorm van dat album heeft behouden.

In American Aquarium draait alles om BJ Barham, die het geluid van zijn band de afgelopen jaren flink heeft aangepast en zich het afgelopen decennium heeft omringd met flink wat verschillende muzikanten. American Aquarium kon in het verleden nog wel eens stevig rocken, maar Chicamacomico bevat, net als zijn voorganger, vooral ingetogen songs. Het zijn songs die persoonlijke verhalen vertellen en het zijn ook dit keer verhalen met de nodige melancholie.

Mede door de persoonlijke verhalen doet de muziek van American Aquarium me ook dit keer aan Bruce Springsteen denken, maar in muzikaal en vocaal opzicht duikt ook af en toe een vleugje Springsteen op. In muzikaal opzicht klinkt Chicamacomico fantastisch. Het door Brad Cook geproduceerde album laat alle gebruikte instrumenten prachtig horen, wat het album een intiem karakter geeft en de stem van BJ Barham alle ruimte.

Die intimiteit komt ook van de persoonlijke beschouwingen van de voorman van de band, die dit keer geen politiek album heeft gemaakt zoals voorganger Lamentations, maar vooral inzoomt op zijn eigen leven, dat de afgelopen twee jaar werd getekend door de coronapandemie en het verlies van een aantal dierbaren, onder wie zijn moeder.

Chicamacomico klinkt nog wat meer ingetogen dan zijn directe voorgangers, maar ik mis het wat meer rock georiënteerde geluid van American Aquarium zeker niet. Het nieuwe album van de band uit North Carolina bevat songs die zich makkelijk opdringen en die ook bij herhaalde beluistering hun kracht behouden.

De instrumentatie op het album is betrekkelijk sober, maar wel zeer smaakvol, zeker wanneer de pedal steel opduikt, en hetzelfde geldt voor de toegevoegde vrouwenstem van Kate Rhudy, die de stem van BJ Barham doeltreffend ondersteunt. De muzikant uit North Carolina beschikt zelf over een aansprekend stemgeluid met een aangenaam laagje gruis op de stembanden.

De meeste kracht van American Aquarium schuilt echter ook dit keer in de songs. BJ Barham vertelt mooie persoonlijke verhalen en heeft deze verpakt in tijdloos klinkende songs, die zich stuk voor stuk makkelijk opdringen. Ook met Chicamacomico kan American Aquarium weer met de besten mee en is het fraaie oeuvre van de band weer een prachtalbum rijker. Bij het grote publiek is American Aquarium helaas nog vrij onbekend, maar ook Chicamacomico is weer een album waarvoor dit grote publiek zomaar genadeloos voor de bijl kan gaan. Het wordt zo langzamerhand wel eens tijd. Erwin Zijleman

American Aquarium - Lamentations (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: American Aquarium - Lamentations - dekrentenuitdepop.blogspot.com

American Aquarium - Lamentations
American Aquarium verkeert al een aantal jaren in topvorm, maar overtreft zichzelf met het grootse en meeslepende Lamentations, dat een aantal songs bevat waarvoor Springsteen zich niet zou schamen

American Aquarium is nog altijd niet heel bekend, maar heeft inmiddels een stapeltje albums gemaakt waar liefhebbers van Americana echt niet omheen kunnen. Het zijn prachtige albums die nu nog eens worden overtroffen door het wonderschone Lamentations. De songs, de teksten, de instrumentatie, de productie, de zang; alles klinkt nog net wat beter dan we van de band uit North Carolina gewend zijn. Lamentations klinkt groots en meeslepend, kleurt soms binnen en soms buiten de lijntjes van de Americana en maakt bijna drie kwartier indruk met in veel gevallen monumentale songs. Prachtalbum.

De Amerikaanse band American Aquarium heeft zich de afgelopen jaren dankzij een serie uitstekende albums opgewerkt tot de vaandeldragers van de hedendaagse Americana. Het meer dan uitstekende Things Change uit 2018 wordt nu gevolgd door Lamentations en ook dit keer heeft de band uit Raleigh, North Carolina, een uitstekend album afgeleverd.

De muziek van American Aquarium deed me op Things Change al meer dan eens denken aan de muziek van Bruce Springsteen en de associatie met de muziek van The Boss duikt ook direct weer op bij beluistering van Lamentations en misschien nog wel sterker dan in het verleden.

Dat ligt voor een belangrijk deel aan de stem van zanger BJ Barham, maar het zijn zeker niet alleen de vocalen die associaties met Springsteen oproepen. In de openingstrack en bijna titeltrack Me + Mine (Lamentations) komt de Amerikaanse band op de proppen met een song die niet had misstaan op een van de betere albums van de meester zelf. Vergeleken met Bruce Springsteen schuurt de muziek van American Aquarium dichter tegen de Americana aan, zeker wanneer van achter de keyboards (die ook een hoog Springsteen gehalte hebben) een pedal steel opduikt.

De bijna zeven minuten durende titeltrack imponeert vijf minuten lang en gooit er dan nog een schepje bovenop met een bijna bombastische explosie die je eerder verwacht in de progrock dan in de Americana. Het is een openingstrack die zich mag scharen onder het mooiste dat American Aquarium de afgelopen elf jaar heeft gemaakt en het is een track die de lat hoog legt voor de rest van het album.

Met Before The Dogwood Blooms schuift de Amerikaanse band weer wat meer op richting countryrock en alt-country, maar ook de tweede track op Lamentations klinkt groots en meeslepend, met hier en daar een hint naar de muziek van Springsteen. Six Years Come September is American Aquarium’s versie van Springsteen’s I’m On Fire, maar de band uit Raleigh, North Carolina, blijft ook een Amerikaanse rootsband.

Het is een rootsband die energiek en gedreven klinkt en die laat horen dat de goede vorm van de vorige albums alleen maar een voorteken was van de grootse vorm van de band op Lamentations. Het knappe van de nieuwe songs van de band is dat ze aan de ene kant groots en meeslepend klinken, maar aan de andere kant ook intiem klinken.

De muzikanten van de band zijn uitstekend op elkaar ingespeeld en toveren met een flink arsenaal aan instrumenten een rijk en gloedvol geluid in elkaar, dat vervolgens prachtig werd geproduceerd door ouwe rot Shooter Jennings, die met name de pedal steel een glansrol heeft gegeven. Het is een geluid dat uitstekend past bij de geweldige stem van BJ Barham, die alleen maar beter is gaan zingen.

Niet alle songs op het album zijn zo overweldigend als de openingstrack, maar ook als American Aquarium kiest voor redelijk rechttoe rechtaan Americana hoor je dat de band meer in haar mars heeft dan vrijwel al haar soortgenoten. Dat hoor je ook in de teksten van de band, waarin hardop getwijfeld wordt aan de houdbaarheid van de American Dream, maar waarin ook ruimte is voor luchtigere momenten.

American Aquarium walst drie kwartier lang over je heen met songs vol passie en energie, maar ook met songs die continu de grenzen van de Americana opzoeken maar hier ook middenin staan. De afgelopen twee albums van de band waren al jaarlijstjeswaardig, maar Lamentations gaat er dik overheen, zeker wanneer in de prachtige slottrack The Long Haul countryrock nog maar eens wordt vermengd met soul en de band er wederom een "anthem" tegenaan gooit. Zeer indrukwekkend. Erwin Zijleman

American Aquarium - The Fear of Standing Still (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: American Aquarium - The Fear Of Standing Still - dekrentenuitdepop.blogspot.com

American Aquarium - The Fear Of Standing Still
American Aquarium timmert inmiddels al een tijdje aan de weg en de band uit North Carolina doet dit inmiddels al een aantal jaren met uitstekende albums, zoals het deze week verschenen The Fear Of Standing Still

Albums van American Aquarium zijn voor mij inmiddels al een jaar of tien albums om naar uit te kijken. Ook op het tiende album van de band tekent voorman BJ Barham weer voor mooie verhalen en voor aansprekende songs. Het zijn songs die weer wat vaker rocken dan op het vorige album van de Amerikaanse band, maar ook de meer ingehouden songs zijn niet vergeten. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker en BJ Barham beschikt bovendien over een aansprekend stemgeluid. Het vorige album van American Aquarium vond ik net wat beter, maar ook met The Fear Of Standing Still heeft de band uit North Carolina weer een album afgeleverd dat ruim boven het maaiveld uit steekt.

De Amerikaanse band American Aquarium werd in 2006 opgericht in Raleigh, North Carolina, en brengt deze week met The Fear Of Standing Still alweer haar tiende officiële studioalbum uit. Het duurde even voor ik de Amerikaanse band ontdekte, maar sinds Wolves uit 2015 ben ik overtuigd van de kwaliteiten van American Aquarium, dat ik in mijn recensies vaak omschreef als Bruce Springsteen & The E Street Band met een stevige rootsinjectie.

De band uit North Carolina kon op een aantal van haar vorige albums flink rocken, maar maakte misschien nog wel meer indruk met de wat meer ingetogen songs die domineerden op het in 2022 verschenen en door Brad Cook geproduceerde Chicamacomico. Chicamacomico vind ik persoonlijk het beste American Aquarium tot dusver en heeft de lat hoog gelegd voor opvolger The Fear Of Standing Still.

Voor het tiende studioalbum van zijn band deed voorman BJ Barham, het enige vaste lid van American Aquarium dat inmiddels al meer dan dertig muzikanten heeft versleten, helaas geen beroep op producer Brad Cook, die het geluid van de band zo fraai optilde, maar keerde hij terug naar Shooter Jennings, die het in 2020 verschenen Lamentations produceerde. Het is geen hele onlogische keuze, want Lamentations was het meest succesvolle album van de band tot dusver.

Het heeft wel wat gevolgen gehad voor het geluid van American Aquarium, dat op The Fear Of Standing Still weer wat is opgeschoven richting de rocksongs. Het zijn rocksongs die nog altijd associaties oproepen met de muziek die Bruce Springsteen maakt met zijn E-Street Band, al schuurt ook het nieuwe album van American Aquarium weer dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan dan Springsteen doet.

BJ Barham laat ook op het nieuwe album van zijn band weer horen dat hij een uitstekend songwriter en verhalenverteller is. Het zijn verhalen die ook dit keer vooral over de levenswandel van de Amerikaanse muzikant gaan, waarbij zijn verslavingen en mislukte relaties niet worden vergeten. Het zijn inmiddels wel hele bekende thema’s in de songs van American Aquarium, maar de band uit North Carolina weet mij nog steeds te boeien.

Dat is vooral de verdienste van de songs die makkelijk schakelen tussen uptempo rocksongs en zich wat langzamer voortslepende ballads. Het zijn songs die ook dit keer lekker in het gehoor liggen en ook goed blijven hangen. Het zijn songs die zich uitstekend lenen voor een lange roadtrip door de Verenigde Staten.

Vergeleken met de wat meer folk georiënteerde songs op het geweldige Chicamacomico vind ik de soms wat rechttoe rechtaan rocksongs op het nieuwe album van American Aquarium net wat minder, maar ook op album nummer tien weet de Amerikaanse band een heel behoorlijk niveau vast te houden, zeker wanneer wordt gekozen voor net wat minder rockende songs.

Uitschieter op The Fear Of Standing Still is wat mij betreft het wel weer ingetogen Southern Roots, waarin BJ Barham de vocalen deelt met singer-songwriter Katie Pruitt en een treffend beeld schetst van het conservatisme in het zuiden van de Verenigde Staten. The Fear Of Standing Still lijkt me geen album waarmee American Aquarium nieuwe zieltjes gaat winnen, maar iedereen die de band een warm hart toedraagt zal waarschijnlijk tevreden zijn met dit nieuwe album. Erwin Zijleman

American Aquarium - Things Change (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: American Aquarium - Things Change - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De Amerikaanse band American Aquarium bestaat inmiddels een jaar of twaalf en heeft in die twaalf jaar een bescheiden stapeltje platen gemaakt. Het zijn voor het grootste deel zeer aangename, maar niet heel bijzondere platen, die prima in het hokje Americana passen.

Met het in 2015 verschenen Wolves leverde de band uit Raleigh, North Carolina, echter een ware voltreffer af en een jaar later was er ook nog eens de prima soloplaat van voorman B.J. Barham.

Met Things Change keert American Aquarium terug en hoewel de titel anders doet vermoeden is er op de nieuwe plaat van de Amerikaanse band gelukkig niet al teveel veranderd. Ook op haar nieuwe plaat maakt American Aquarium weer muziek die kan worden getypeerd als Americana, waarbij de band niet bang is om de grenzen van het genre op te zoeken.

Het is Americana die op het eerste gehoor misschien niet heel opzienbarend of vernieuwend klinkt, maar sinds Wolves weet ik dat schijn bedriegt. Ook op Things Change maakt American Aquarium weer muziek van een hoog niveau. De zowel door Americana als rock beïnvloede songs van de Amerikaanse band liggen buitengewoon lekker in het gehoor, maar steken ook knap in elkaar.

Hetzelfde geldt voor de muziek op de plaat. Things Change overtuigt makkelijk met een toegankelijk rockgeluid, maar het is ook een rockgeluid vol bijzonder fraai gitaarwerk en met prachtige pedal steel bijdragen, die het geluid van American Aquarium steeds weer de rootsmuziek in slepen. American Aquarium flirt hiernaast wat intensiever met Southern Rock, waardoor ik dit keer wat raakvlakken hoor met de muziek van Drive-By Truckers; een vergelijking waarvoor geen enkele band zich hoeft te schamen. Hetzelfde geldt voor de vergelijking met de platen van Jason Isbell, die een paar jaar geleden nog een plaat van de band produceerde.

De productie is dit keer overgelaten aan John Fullbright, die een fraai evenwicht heeft gevonden tussen rock en roots. Met de songs, de instrumentatie en de productie op en van de plaat is helemaal niets mis en ook in vocaal opzicht klinkt het allemaal weer prima. B.J. Barham beschikt over een aangenaam stemgeluid, maar klinkt ook voldoende rauw en doorleefd en kruipt hier en daar tegen Springsteen (denk aan Nebraska) aan.

Wolves schaarde ik uiteindelijk onder de betere platen van 2015 en ook Things Change blijkt een echte groeiplaat. Bij eerste beluistering klonk de plaat vooral aangenaam, maar ik hoor toch steeds meer songs die iets met me doen of muzikale uitstapjes of passages waar ik heel gelukkig van word.

Zowel in Europa als in de Verenigde Staten is American Aquarium nog relatief onbekend, maar de band uit Raleigh, North Carolina, laat op haar nieuwe plaat wederom nadrukkelijk horen dat het met de besten mee kan. De spoeling in het genre is de laatste tijd relatief dun (of ik mis van alles), maar met de nieuwe van American Aquarium ligt er toch weer een topplaat in het genre. Erwin Zijleman

American Aquarium - Wolves (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: American Aquarium - Wolves - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit Raleigh, North Carolina, afkomstige band American Aquarium maakt inmiddels een jaar of tien platen en heeft inmiddels een bescheiden stapeltje platen op haar naam staan.

Hiertussen zaten nog geen platen die een onuitwisbare indruk op me wisten te maken, al kwam het uit 2012 stammende en door Jason Isbell geproduceerde Burn.Flicker.Die wel in de buurt.

American Aquarium was tot dusver een aardige middenmoter in het alt-country segment; zeker niet slecht, maar ook niet goed genoeg om mee te kunnen doen om de ereplaatsen. Dat doet de band wel met het onlangs verschenen Wolves, dat overigens ook buiten de vaste kaders van het alt-country segment gewaardeerd zal worden.

Wolves is een spannende en veelzijdige plaat die laat horen dat American Aquarium de middenmoot definitief is ontgroeid. De openingstrack begeeft zich, vooral vanwege de vocalen, zo af en toe op Springsteen territorium, maar laat ook horen dat de band in muzikaal opzicht flink is gegroeid de afgelopen jaren.

Wat voor de openingstrack geldt, geldt voor vrijwel alle tracks op Wolves. American Aquarium kan op Wolves zwoel en ingetogen spelen, maar schuwt ook het wat stevigere werk niet.

Wolves werd geproduceerd door de van Megafaun bekende Brad Cook. Waar Megafaun me in muzikaal opzicht tot dusver niet echt weet te boeien, is de productie van de nieuwe plaat van American Aquarium plaat een kunststukje. American Aquarium zet op haar nieuwe plaat een heel arsenaal aan instrumenten in, maar het is allemaal functioneel.

Zo krijgt het wat ruigere gitaarwerk op de plaat een extra dimensie door een vol klinkende onderlaag van onder andere blazers en orgels en zorgt de jankende of voorzichtig snikkende pedal steel net voor dat beetje extra emotie wanneer American Aquarium wil ontroeren.

Alt-country staat nog altijd centraal in de muziek van de band uit Raleigh, maar de band verkent op Wolves de grenzen van het genre. Een aantal tracks schuift op richting Texaanse rootsrock, maar er zijn ook tracks die niet zouden misstaan in het hokje indie-rock.

Wolves laat zich daarom niet makkelijk vergelijken met de muziek van anderen. Hier en daar klinkt American Aquarium nog als Whiskeytown en Wilco in hun jonge jaren, maar over het algemeen slaat de band toch haar vleugels uit.

Wolves zet in muzikaal en vocaal opzicht een flinke stap, maar de band laat de meeste groei horen wanneer het gaat om de kwaliteit van de songs. Eerder gaf ik al aan dat Wolves zich in de openingstrack voorzichtig begeeft op Springsteen territorium. Dat doet de band op Wolves nog een paar keer en het doet het bovendien met songs waarvoor de oude meester zich zeker niet zou schamen. Het zegt iets over het hoge niveau van de songs op Wolves.

Wolves bevat 10 songs en het zijn songs die allemaal even geïnspireerd en energiek klinken. Het zijn bovendien songs vol dynamiek en avontuur, waardoor Wolves steeds meer intrigeert en overtuigt. De top is in het alt-country segment wat smal op het moment, dus nieuwe aanwas is welkom. Met Wolves stelt American Aquarium zich nadrukkelijk kandidaat voor één van de ereplaatsen. Erwin Zijleman

Amy Allen - Amy Allen (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amy Allen - amy allen - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Amy Allen - amy allen
De naam Amy Allen zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar ze schreef een flink aantal recente wereldhits en laat nu horen dat ze ook zelf muziek maakt van een bijzonder hoog niveau

Nadat haar eigen ambities als muzikant waren gestrand begon Amy Allen een zeer succesvolle carrière als songwriter en producer in Los Angeles. Ze werkte de afgelopen jaren met de allergrootsten en schreef een enorm aantal hits, maar haar eigen muzikale ambitie bleef ook knagen. In de luwte werkte Amy Allen aan haar eerste soloalbum en dat is deze week verschenen. Het is een album dat zich niet richt op de wereldhits, maar het is een album dat buitengewoon knap in elkaar zit en vol staat met geweldige songs, waarvan een aantal met voorzichtige hitpotentie. De andere carrière van de Amerikaanse muzikante is vast veel lucratiever dan de nieuwe stap, maar wat is de muzikant Amy Allen goed.

Amy Allen debuteert deze week weliswaar met een titelloos album (met haar naam in kleine letters), maar is zeker geen nieuwkomer in de muziek. De oorspronkelijk uit Windham, Maine, afkomstige singer-songwriter maakte een jaar of tien geleden al eens twee EP’s en timmerde vervolgens aan de weg met haar band Amy & The Engine, wat ook resulteerde in een aantal EP’s.

Heel succesvol was het, ondanks heel veel belofte, allemaal niet en daarom gooide Amy Allen het een jaar of zeven geleden over een andere boeg. Na een studie aan het prestigieuze Berklee College of Music in Boston vestigde ze zich in Los Angeles en ging ze aan de slag als songwriter en producer voor anderen.

Dit deed ze met heel veel succes, want de afgelopen zeven jaar schreef ze songs en deed ze productiewerk voor onder andere Sabrina Carpenter, Harry Styles, Justin Bieber, Tate McRae, Halsey, Olivia Rodrigo, Shawn Mendes, Lizzo en Charli XCX. Het zijn zeker niet de minsten in de popmuziek van het moment en het leverde Amy Allen ook nog eens een Grammy op. Ze brak bovendien een aantal records met niet eerder vertoonde aantallen noteringen in de Amerikaanse hitlijsten, onder andere door het ongekende succes van Sabrina Carpenter.

Met deze voorkennis begon ik toch op een andere manier aan het deze week verschenen debuutalbum van Amy Allen. Dat is ook wel jammer, want waar het titelloze album een sensationeel debuut van een nieuwkomer had kunnen zijn, is het nu een debuutalbum van een niveau dat ik had kunnen verwachten van iemand met de statuur van Amy Allen.

Het verandert niets aan de kwaliteit van het album, want Amy Allen laat op haar debuutalbum horen dat ze een zeer getalenteerd songwriter is, die ook nog eens precies weet hoe goede popsongs moeten klinken. De Amerikaanse muzikante weet deze popsongs ook nog eens op overtuigende wijze te vertolken met een wat mij betreft zeer aangename stem, die de songs op het album vooral fluisterzacht vertolkt.

Amy Allen schreef de afgelopen jaren songs voor een aantal groten uit de pop, maar is op haar debuutalbum geen kopie van de muzikanten voor wie ze songs schreef. Haar debuutalbum, waar ze overigens jaren aan werkte, is voorzien van een lekker laidback geluid, dat goed past bij de vooral zachte zang op het album. Het is een geluid dat af en toe is te omschrijven als pure pop, maar ik hoor ook flink wat folk en af en toe een vleugje R&B en indie in de songs van Amy Allen.

De Amerikaanse songwriter en producer staat garant voor wereldhits, maar op haar debuutalbum durft ze ook dieper te graven in meer introspectieve songs. De catchy deuntjes bewaart ze vooralsnog voor anderen, maar de songs op het debuutalbum van Amy Allen liggen zeker lekker in het gehoor. Het zijn echter ook songs die uitnodigen tot verder uitpluizen, want er gebeurt van alles op het album.

De lekker in het gehoor liggende songs zitten vol bijzondere wendingen en zowel in muzikaal als in productioneel opzicht is het album van een niveau dat maar door heel weinig debuutalbums wordt gehaald. De stem van Amy Allen vond ik in eerste instantie vooral aangenaam, maar ook in vocaal opzicht overtuigt de Amerikaanse muzikante bijzonder makkelijk. Gezien haar status zou je verwachten dat het album wordt overladen met aandacht, maar dat blijkt vooralsnog niet het geval. Zonde, want dit is echt een heel erg goed album. Erwin Zijleman

Amy Helm - Didn't It Rain (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amy Helm - Didn't It Rain - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Amy Helm is de dochter van de Levon Helm, die furore maakte als drummer van The Band. Ook haar moeder, Libby Titus, was geen onbekende in de muziek en had na haar scheiding van Levon bovendien lange tijd een relatie met Dr. John die zich ook over de jonge Amy ontfermde.

Amy Helm kreeg de muziek daarom met de paplepel ingegoten en ging al op jonge leeftijd met muziek aan de slag.

Het levert pas op 45-jarige leeftijd een debuut op, maar uit de lucht vallen komt Amy Helm natuurlijk niet.

Amy Helm heeft een flinke staat van dienst als sessiemuzikant (onder andere op de latere soloplaten van haar vader) en voerde bovendien lange tijd de met name in de Verenigde Staten populaire band Ollabelle aan.

Didn’t It It Rain is het onlangs verschenen solodebuut van Amy Helm en wat is het een sterke plaat. Amy Helm kreeg heel wat muziek met de paplepel ingegoten en al deze muziek heeft ze verwerkt in een authentiek klinkend maar ook eigen geluid.

Didn’t It Rain is een tijdloze plaat vol invloeden uit de folk, rockabilly, funk, soul, r&b, jazz, country, blues en nog wat genres. De plaat klinkt soms zwoel en swampy, maar net zo makkelijk heerlijk koel en traditioneel.

Amy Helm heeft dankzij haar ervaring en naam flink wat goede muzikanten om zich heen verzameld en deze zorgen voor een veelzijdig geluid dat uiterst ingetogen kan zijn, maar ook meer dan eens het dak er af blaast. Dat laatste doet Amy Helm ook met haar stem, want wat kan ze in veel genres uit de voeten en wat klinkt het allemaal krachtig en emotievol, of juist ingetogen en klein, want ook dat kan deze Amerikaanse als geen ander.

Omdat ook de songs van Amy Helm stuk voor stuk overtuigen, mag best gesproken worden van een memorabel solodebuut, al blijft het gek om de gelouterde Amerikaanse muzikante als debutante te beschouwen. Debuut of niet, Didn’t It Rain is goed genoeg om te concurreren met het beste dat momenteel in het rootsgenre verschijnt. Erwin Zijleman

Amy Helm - This Too Shall Light (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amy Helm - This Too Shall Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Amy Helm imponeert nog wat meer dan op haar debuut met veel gospel en een stem die garant staat voor kippenvel
Amy Helm timmerde al een tijd aan de weg toen ze die jaar geleden dan eindelijk haar debuut uitbracht en dat was te horen. Op haar nieuwe plaat zet ze een volgende stap. Samen met topproducer Joe Henry en een aantal geweldige muzikanten heeft Amy Helm een plaat vol invloeden gemaakt, met een voorname rol voor invloeden uit de soul en de gospel. In muzikaal opzicht klinkt het fantastisch, maar het is de soulvolle stem van Amy Helm die er voor zorgt dat de pannen van het dak gaan op het buitengewoon fraaie en krachtige This Too Shall Light.



Amy Helm is de dochter van The Band drummer Levon Helm en kreeg de Amerikaanse rootsmuziek met de paplepel ingegoten. Naast een beroemde vader heeft ze ook nog een beroemde stiefvader, want toen het huwelijk van haar ouders op de klippen was gelopen dook niemand minder dan Dr. John op in het liefdesleven van de moeder van de op dat moment nog piepjonge Amy Helm (later zou haar moeder overigens ook nog met Steely Dan’s Donald Fagen trouwen, maar toen stond Amy al op eigen benen).

Het was daarom niet zo verrassend dat ze zelf na de middelbare school ook koos voor de muziek. Na wat flirts met pop en R&B ging Amy Helm zich verdiepen in de muziek van de band van haar vader en schoof ze steeds meer op richting de Amerikaanse rootsmuziek.

Aan het begin van het huidige millennium dook ze op in de New Yorkse band Ollabelle. De band, die in Nederland helaas niet zo gek veel deed, vermengde op fascinerende wijze invloeden uit de traditionele Amerikaanse folk, blues en gospel en met name het debuut van de band is een hele goede plaat. Hiernaast maakte Amy Helm veel muziek met haar vader, die na enkele jaren vol gezondheidsproblemen zijn solocarrière een impuls probeerde te geven (en met succes).

Amy Helm naderde dan ook al weer haar 45e verjaardag toen ze in 2015 dan eindelijk haar eerste soloplaat uitbracht. Didn’t It Rain was een ijzersterke plaat en bevestigde het talent van Amy Helm. Op de plaat omringde Amy Helm zich met een aantal geweldige muzikanten en bestreek ze een opvallend breed terrein binnen de Amerikaanse rootsmuziek. De meeste indruk maakte Amy Helm echter met haar krachtige en soulvolle stem, die zich buitengewoon soepel, maar ook met veel gevoel door het zo brede muzikale landschap bewoog.

Amy Helm heeft de tijd genomen voor haar tweede plaat en verruilde dit keer het vertrouwde Woodstock, New York, voor Los Angeles, waar ze de befaamde United Recording Studios in dook met topproducer Joe Henry.

De nieuwe plaat stond uiteindelijk in slechts vier dagen op de band, maar tijdens deze vier dagen liet Joe Henry niets aan het toeval over. De topproducer haalde topmuzikanten als drummer Jay Bellerose, gitarist Doyle Bramhall II en toetsenist Tyler Chester naar de studio en zorgde voor een glashelder, maar ook warm geluid.

Het is een geluid waarin wederom een breed spectrum aan invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek is geland en het is ook dit keer een geluid waarin de krachtige stem van Amy Helm de meeste indruk maakt.

Toch is This Is Too Shall Light een net wat andere plaat dan het terecht zo geprezen debuut. Amy Helm koos dit keer voornamelijk voor songs van anderen en het is een fraaie selectie songs die op haar nieuwe plaat is terecht gekomen. Het is een selectie songs die wederom met zeer uiteenlopende invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek aan de haal gaat, met wat meer jazz en vooral veel meer soul en gospel dan op haar vorige plaat.

Het zijn genres die uitstekend passen bij de geweldige stem van Amy Helm, die vanaf de eerste noot voor kippenvel zorgt en dit tot en met de laatste noot vast houdt. Topplaat van een van de betere zangeressen van het moment. Erwin Zijleman

Amy Helm - What the Flood Leaves Behind (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amy Helm - What The Flood Leaves Behind - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Amy Helm - What The Flood Leaves Behind
Amy Helm is toe aan haar derde soloalbum en de dochter van Levon Helm wordt echt alleen maar beter op dit album vol geweldige muziek en zang die continu garant staat voor kippenvel

De vorige twee albums van Amy Helm waren van een zeer hoog niveau, maar kregen zeker niet overal de waardering die ze zo verdienden. Deze week keert de dochter van Levon Helm en de stiefdochter van Dr. John terug met album nummer drie en What The Flood Leaves Behind is nog beter dan zijn voorgangers. Amy Helm heeft ook dit keer een topproducer weten te strikken in de persoon van Josh Kaufman en haalde bovendien een aantal geweldige muzikanten naar de studio in Woodstock, New York. Ze schreef haar songs samen met een aantal gelouterde songwriters en zingt ook nog eens de sterren van de hemel op een album dat binnen de hele Americana uit de voeten kan.

Amy Helm is de dochter van The Band drummer en zanger Levon Helm en singer-songwriter Libby Titus. Nadat het huwelijk van haar ouders op de klippen was gelopen kreeg ze een stiefvader van naam en faam in de persoon van Dr. John. Met al die grote muzikanten in haar omgeving kon Amy Helm alleen maar kiezen voor een carrière in de muziek en dat deed ze dan ook al op jonge leeftijd.

Amy Helm heeft in de muziek een opvallende weg gekozen. Haar eerste stappen zette ze als zangeres voor Steely Dan lid Donald Fagen, die haar ook meenam toen de fameuze band tijdelijk weer bij elkaar kwam. Hierna formeerde de Amerikaanse muzikante de eigenzinnige band Olabelle, die uiteenlopende invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek aan elkaar wist te smeden, en speelde ze mee op een aantal albums van haar vader. Zes jaar geleden bracht Amy Helm, op haar 45e, haar solodebuut Didn’t It Rain uit, in 2018 gevolgd door This Too Shall Light.

De jonge Amy Helm kreeg de muziek zoals gezegd met de paplepel ingegoten, waarbij niet werd gekeken op een genre meer of minder. Het solodebuut van Amy Helm bestreek binnen de Amerikaanse rootsmuziek een opvallend breed palet, waarna ze er op haar tweede album samen met topproducer Joe Henry en een aantal fantastische muzikanten ook nog flink wat invloeden uit de gospel aan toevoegde.

Met haar soloalbums verdiende Amy Helm een plekje tussen de groten in het genre, maar het deze week verschenen What The Flood Leaves Behind moet in de releaselijsten van deze week genoegen nemen met een bescheiden plek. Dat heeft niets te maken met de kwaliteit van het album, want ook op haar derde soloalbum laat Amy Helm weer horen dat ze met de allerbesten mee kan.

What The Flood Leaves Behind werd opgenomen in de fameuze Levon Helm Studio in Woodstock, New York, waar Amy Helm werd bijgestaan door producer Josh Kaufman, momenteel een van de meest gewilde producers in het rootssegment. Amy Helm kreeg bovendien gezelschap van een aantal gelouterde muzikanten en schreef de songs voor haar derde album samen met toppers als M.C. Taylor (Hiss Golden Messenger), Daniel Norgren, Elizabeth Ziman (Elizabeth And The Catapult), Mary Gauthier en Erin Rae.

Het prachtig vol klinkende geluid, dat onder andere wordt opgetuigd met orgels, gitaren en blazers, bestrijkt ook dit keer een opvallend breed palet binnen de Americana en klinkt nog imposanter dan het geluid op de vorige twee albums van Amy Helm. En net als op deze vorige albums zingt Amy Helm ook dit keer de sterren van de hemel. Zeker wanneer de Amerikaanse muzikante flink wat soul en gospel in haar songs stopt, komt haar stem met orkaankracht uit de speakers, maar ze kan ook zeker doseren.

Net als haar vorige albums is ook What The Flood Leaves Behind niet het album dat de critici er het eerst uit pikken deze week, maar net als Didn’t It Rain en This Too Shall Light blaast het derde album van Amy Helm je compleet van je sokken. De songs zijn, mede dankzij de samenwerking met een aantal toppers, van hoge kwaliteit, in muzikaal opzicht is het tien songs lang smullen en ook in vocaal opzicht is What The Flood Leaves Behind een album dat zich kan meten met het beste dat momenteel verschijnt. Kinderen van beroemde muzikanten zijn meestal lang niet zo getalenteerd als hun ouders, maar Amy Helm is een topper. Erwin Zijleman