Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Amy Jay - Mnemonics (2025)

4,5
0
geplaatst: 21 november 2025, 14:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Amy Jay - Mnemonics - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Amy Jay - Mnemonics
Amy Jay is een van de vele jonge vrouwelijke singer-songwriters die haar muziek aan de man probeert te brengen, maar als je wat vaker naar Mnemonics luistert hoor je dat de Amerikaanse muzikante er in kwalitatief opzicht uitspringt
Mnemonics van Amy Jay klonk bij eerste beluistering direct als een warm bad. Dat is absoluut aangenaam, maar ook net wat minder spannend dan een album dat dingen doet die je niet had verwacht. Het is wel raadzaam om wat vaker naar het nieuwe album van Amy Jay te luisteren, want de muzikante uit New York kleurt zeker niet alleen maar binnen de lijntjes. De songs op Mnemonics zijn veelzijdig en zitten knap in elkaar. De muziek op het album is prachtig en de stem van Amy Jay nog wat mooier. Ik aarzelde in eerste instantie wat, maar inmiddels is voor mij duidelijk dat Mnemonics van Amy Jay ruimschoots boven het maaiveld uitsteekt en een breed publiek moet kunnen aanspreken.
Een week of twee geleden verscheen het album Mnemonics van Amy Jay. Het is een naam die op een of andere manier direct bekend klonk, maar er is echt maar één Amy Jay te vinden op Spotify en ik heb volgens mij nooit geluisterd naar haar mini-album So It Is uit 2018 of haar volwaardige debuutalbum Awake Sleeper uit 2022. Niet alleen de naam Amy Jay klonk voor mij direct bekend, want ook de songs op haar nieuwe album Mnemonics klinken op een of andere manier als songs die je al jaren kent.
De naam Amy Jay is in de Verenigde Staten waarschijnlijk vrij gangbaar en de Amerikaanse muzikante maakt bijzonder lekker in het gehoor liggende muziek, die zich verrassend makkelijk opdringt. Mnemonics is hierdoor een album dat op het eerste gehoor misschien wat gewoontjes klinkt, maar in plaats van gewoontjes mag ook het woord degelijk worden gebruikt.
Het zorgde er wel voor dat ik Mnemonics in eerste instantie liet liggen, maar vorige week nam ik het album toch nog een keer mee in mijn selectie. Het was het album dat ik als laatste selecteerde, maar toen ik Mnemonics met wat meer aandacht beluisterde voor het schrijven van een recensie, werd ik een stuk positiever over het nieuwe album van Amy Jay en inmiddels ben ik best gehecht geraakt aan het album.
Toen ik voor het eerst naar het nieuwe album van Amy Jay luisterde duwde ik Mnemonics vrijwel onmiddellijk in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, maar inmiddels zou ik een andere keuze maken. De muzikante uit New York verwerkt absoluut invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in haar songs en maakt af en toe een uitstapje richting rock. Als ik nu moet kiezen noem ik het nieuwe album van Amy Jay eerder een indiepop album met een vleugje indierock en een beetje roots in plaats van een rootsalbum.
Door de combinatie van invloeden is het echter zeker geen 13 in een dozijn indiepop album. Het predicaat gewoontjes vind ik al lang niet meer van toepassing op het nieuwe album van Amy Jay en ook met degelijk doe je de Amerikaanse muzikante tekort. Mnemonics is in muzikaal opzicht een veelzijdig album, maar ik vind het in muzikaal opzicht ook een interessant album.
De songs op het album zijn met veel smaak ingekleurd en hebben een geluid dat op het eerste gehoor misschien bekend klinkt, maar toch ook afwijkt van de bulk van de albums in het genre. Wat voor de muziek geldt, geldt ook voor de stem van Amy Jay. De muzikante uit New York beschikt over een zeer aangename stem, maar ik vind het ook een bijzondere en een hele mooie stem.
Ik begrijp inmiddels al lang niet meer waarom ik Mnemonics op het eerste gehoor weinig opzienbarend vond, want Amy Jay doet alles goed. De zang en de muziek zijn prachtig en de Amerikaanse muzikante schrijft ook nog eens geweldige songs, die ook nog eens mooier worden wanneer je ze vaker hoort.
Dat Mnemonics een album is dat bij eerste beluistering bekend in de oren klinkt hangt waarschijnlijk samen met de hoge kwaliteit van het album, dat eigenlijk onmiddellijk overtuigt. Je hoort echter pas hoe goed Mnemonics van Amy Jay is als je het album vaker hoort en je hebt laten overtuigen door de gevarieerde maar zonder uitzondering betoverend mooie songs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Amy Jay - Mnemonics - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Amy Jay - Mnemonics
Amy Jay is een van de vele jonge vrouwelijke singer-songwriters die haar muziek aan de man probeert te brengen, maar als je wat vaker naar Mnemonics luistert hoor je dat de Amerikaanse muzikante er in kwalitatief opzicht uitspringt
Mnemonics van Amy Jay klonk bij eerste beluistering direct als een warm bad. Dat is absoluut aangenaam, maar ook net wat minder spannend dan een album dat dingen doet die je niet had verwacht. Het is wel raadzaam om wat vaker naar het nieuwe album van Amy Jay te luisteren, want de muzikante uit New York kleurt zeker niet alleen maar binnen de lijntjes. De songs op Mnemonics zijn veelzijdig en zitten knap in elkaar. De muziek op het album is prachtig en de stem van Amy Jay nog wat mooier. Ik aarzelde in eerste instantie wat, maar inmiddels is voor mij duidelijk dat Mnemonics van Amy Jay ruimschoots boven het maaiveld uitsteekt en een breed publiek moet kunnen aanspreken.
Een week of twee geleden verscheen het album Mnemonics van Amy Jay. Het is een naam die op een of andere manier direct bekend klonk, maar er is echt maar één Amy Jay te vinden op Spotify en ik heb volgens mij nooit geluisterd naar haar mini-album So It Is uit 2018 of haar volwaardige debuutalbum Awake Sleeper uit 2022. Niet alleen de naam Amy Jay klonk voor mij direct bekend, want ook de songs op haar nieuwe album Mnemonics klinken op een of andere manier als songs die je al jaren kent.
De naam Amy Jay is in de Verenigde Staten waarschijnlijk vrij gangbaar en de Amerikaanse muzikante maakt bijzonder lekker in het gehoor liggende muziek, die zich verrassend makkelijk opdringt. Mnemonics is hierdoor een album dat op het eerste gehoor misschien wat gewoontjes klinkt, maar in plaats van gewoontjes mag ook het woord degelijk worden gebruikt.
Het zorgde er wel voor dat ik Mnemonics in eerste instantie liet liggen, maar vorige week nam ik het album toch nog een keer mee in mijn selectie. Het was het album dat ik als laatste selecteerde, maar toen ik Mnemonics met wat meer aandacht beluisterde voor het schrijven van een recensie, werd ik een stuk positiever over het nieuwe album van Amy Jay en inmiddels ben ik best gehecht geraakt aan het album.
Toen ik voor het eerst naar het nieuwe album van Amy Jay luisterde duwde ik Mnemonics vrijwel onmiddellijk in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, maar inmiddels zou ik een andere keuze maken. De muzikante uit New York verwerkt absoluut invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in haar songs en maakt af en toe een uitstapje richting rock. Als ik nu moet kiezen noem ik het nieuwe album van Amy Jay eerder een indiepop album met een vleugje indierock en een beetje roots in plaats van een rootsalbum.
Door de combinatie van invloeden is het echter zeker geen 13 in een dozijn indiepop album. Het predicaat gewoontjes vind ik al lang niet meer van toepassing op het nieuwe album van Amy Jay en ook met degelijk doe je de Amerikaanse muzikante tekort. Mnemonics is in muzikaal opzicht een veelzijdig album, maar ik vind het in muzikaal opzicht ook een interessant album.
De songs op het album zijn met veel smaak ingekleurd en hebben een geluid dat op het eerste gehoor misschien bekend klinkt, maar toch ook afwijkt van de bulk van de albums in het genre. Wat voor de muziek geldt, geldt ook voor de stem van Amy Jay. De muzikante uit New York beschikt over een zeer aangename stem, maar ik vind het ook een bijzondere en een hele mooie stem.
Ik begrijp inmiddels al lang niet meer waarom ik Mnemonics op het eerste gehoor weinig opzienbarend vond, want Amy Jay doet alles goed. De zang en de muziek zijn prachtig en de Amerikaanse muzikante schrijft ook nog eens geweldige songs, die ook nog eens mooier worden wanneer je ze vaker hoort.
Dat Mnemonics een album is dat bij eerste beluistering bekend in de oren klinkt hangt waarschijnlijk samen met de hoge kwaliteit van het album, dat eigenlijk onmiddellijk overtuigt. Je hoort echter pas hoe goed Mnemonics van Amy Jay is als je het album vaker hoort en je hebt laten overtuigen door de gevarieerde maar zonder uitzondering betoverend mooie songs. Erwin Zijleman
Amy LaVere - Runaway's Diary (2014)

4,0
0
geplaatst: 3 juni 2014, 14:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amy LaVere - Runaway's Diary - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Amy LaVere maakt inmiddels al zo’n 8 jaar platen, maar de van oorsprong Texaanse, maar al jaren vanuit Memphis, Tennessee opererende singer-songwriter, was me tot dusver nog niet echt opgevallen.
Dat is in één klap veranderd met het geweldige Runaway’s Diary, dat ik reken tot de beste rootsplaten van het moment.
Het leven ‘on the road’ staat centraal op de door North Mississippi All Stars gitarist Luther Dickinson (zoon van topproducer Jim Dickinson) geproduceerde plaat. Op de plaat, die ook gastbijdragen van gerenommeerde sessiemuzikanten als Will Sexton en Tim Reagan bevat, maakt Amy LaVere de rootsmuziek die hoort bij het diepe zuiden van de Verenigde Staten.
Het is rootsmuziek die put uit de archieven van de country, folk, blues, rockabilly en Texaanse rootsrock, maar Amy LaVere is ook niet vies van een vleugje pop, waardoor Runaway’s Diary een opvallend toegankelijke plaat is.
LaVere heeft een zwoel en sexy stemgeluid met een rauw randje, dat uitstekend past hij haar stemmige songs. Het zijn stemmige songs die opvallen door een buitengewoon trefzekere instrumentatie. Hierin domineert het prachtige gitaarwerk van Dickinson en Sexton, maar ook de bijdragen van onder andere mellotron en saxofoon dragen nadrukkelijk bij aan het opvallende geluid op de nieuwe plaat van Amy LaVere.
Runaway’s Diary doet, vooral vanwege de vocalen, wel wat denken aan de platen van Kasey Chambers, al heeft Amy LaVere absoluut een duidelijk eigen geluid; enerzijds door de fraaie instrumentatie en anderzijds door het lage tempo van veel van haar songs.
Runaway’s Diary is zo’n plaat die de drukte van de Randstad onmiddellijk verruilt voor de uitgestrektheid van het Zuiden van de Verenigde Staten, waarbij de bars van Memphis worden afgewisseld met eindeloze snelwegen en zompige moerrassen. Amy LaVere heeft een geluid dat past bij rokerige bars, snikhete dagen en broeierige avonden vol zoemende insecten maar gelukkig ook een zuchtje wind. Het is knap als een plaat zoveel beelden op het netvlies tovert als Runaway’s Diary van Amy LaVere en zelfs nog gevoelens weet over te dragen.
Runaway’s Diary is een opvallend intieme plaat. Dat heeft alles te maken met het mooie en bijzonder stemmige geluid op de plaat en de heerlijke zang van Amy LaVere, maar ook haar persoonlijke songs dragen nadrukkelijk bij aan de bijzondere sfeer op de plaat. Het niveau van de songs van Amy LaVere ligt hoog. Zo hoog dat de covers van songs van grootheden als Townes van Zandt en John Lennon niet direct opvallen tussen de originelen van Amy LaVere.
Runaway’s Diary van Amy LaVere is voorbij voor je het weet, maar vervolgens wil je maar één ding: veel meer. Amy LaVere heeft naast Runaway’s Diary overigens nog veel meer moois op haar naam staan. Met name Stranger Me uit 2011 kan ik warm aanbevelen aan een ieder met een rootshart. Het is een breakup plaat die diep onder de huid kruipt en een prachtige aanvulling op het wat meer uitbundige Runaway’s Diary. Wat ben ik blij met deze ontdekking. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Amy LaVere - Runaway's Diary - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Amy LaVere maakt inmiddels al zo’n 8 jaar platen, maar de van oorsprong Texaanse, maar al jaren vanuit Memphis, Tennessee opererende singer-songwriter, was me tot dusver nog niet echt opgevallen.
Dat is in één klap veranderd met het geweldige Runaway’s Diary, dat ik reken tot de beste rootsplaten van het moment.
Het leven ‘on the road’ staat centraal op de door North Mississippi All Stars gitarist Luther Dickinson (zoon van topproducer Jim Dickinson) geproduceerde plaat. Op de plaat, die ook gastbijdragen van gerenommeerde sessiemuzikanten als Will Sexton en Tim Reagan bevat, maakt Amy LaVere de rootsmuziek die hoort bij het diepe zuiden van de Verenigde Staten.
Het is rootsmuziek die put uit de archieven van de country, folk, blues, rockabilly en Texaanse rootsrock, maar Amy LaVere is ook niet vies van een vleugje pop, waardoor Runaway’s Diary een opvallend toegankelijke plaat is.
LaVere heeft een zwoel en sexy stemgeluid met een rauw randje, dat uitstekend past hij haar stemmige songs. Het zijn stemmige songs die opvallen door een buitengewoon trefzekere instrumentatie. Hierin domineert het prachtige gitaarwerk van Dickinson en Sexton, maar ook de bijdragen van onder andere mellotron en saxofoon dragen nadrukkelijk bij aan het opvallende geluid op de nieuwe plaat van Amy LaVere.
Runaway’s Diary doet, vooral vanwege de vocalen, wel wat denken aan de platen van Kasey Chambers, al heeft Amy LaVere absoluut een duidelijk eigen geluid; enerzijds door de fraaie instrumentatie en anderzijds door het lage tempo van veel van haar songs.
Runaway’s Diary is zo’n plaat die de drukte van de Randstad onmiddellijk verruilt voor de uitgestrektheid van het Zuiden van de Verenigde Staten, waarbij de bars van Memphis worden afgewisseld met eindeloze snelwegen en zompige moerrassen. Amy LaVere heeft een geluid dat past bij rokerige bars, snikhete dagen en broeierige avonden vol zoemende insecten maar gelukkig ook een zuchtje wind. Het is knap als een plaat zoveel beelden op het netvlies tovert als Runaway’s Diary van Amy LaVere en zelfs nog gevoelens weet over te dragen.
Runaway’s Diary is een opvallend intieme plaat. Dat heeft alles te maken met het mooie en bijzonder stemmige geluid op de plaat en de heerlijke zang van Amy LaVere, maar ook haar persoonlijke songs dragen nadrukkelijk bij aan de bijzondere sfeer op de plaat. Het niveau van de songs van Amy LaVere ligt hoog. Zo hoog dat de covers van songs van grootheden als Townes van Zandt en John Lennon niet direct opvallen tussen de originelen van Amy LaVere.
Runaway’s Diary van Amy LaVere is voorbij voor je het weet, maar vervolgens wil je maar één ding: veel meer. Amy LaVere heeft naast Runaway’s Diary overigens nog veel meer moois op haar naam staan. Met name Stranger Me uit 2011 kan ik warm aanbevelen aan een ieder met een rootshart. Het is een breakup plaat die diep onder de huid kruipt en een prachtige aanvulling op het wat meer uitbundige Runaway’s Diary. Wat ben ik blij met deze ontdekking. Erwin Zijleman
Amy Millan - I Went to Find You (2025)

4,0
0
geplaatst: 4 juni 2025, 20:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Amy Millan - I Went To Find You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Amy Millan - I Went To Find You
De Canadese muzikante Amy Millan maakte de afgelopen zestien jaar geen soloalbum, maar levert met I Went To Find You een fraai album af, dat opvalt door weldadige arrangementen en haar bijzonder mooie stem
Amy Millan ken ik vooral van de Canadese band Stars, maar ze heeft meer interessants op haar CV staan en maakte in 2006 en 2009 ook al eens twee prima soloalbums. Haar nieuwe album maakte ze met de componist, muzikant en producer Jay McCarrol en dat levert niet alleen een intiem en persoonlijk maar ook een rijkelijk versierd album op. De arrangementen en orkestraties zijn af en toe weldadig, maar de mooie stem van de Canadese muzikante sneeuwt nooit onder en voegt nog wat schoonheid toe aan de songs op I Went To Find You. Het is een album dat makkelijk verleidt, maar het is ook een album waarop veel valt te ontdekken. Interessante muzikante deze Amy Millan.
Amy Millan maakte in 2006, ruim voor de geboorte van de krenten uit de pop, met Honey From The Tombs een uitstekend soloalbum. Het werd in 2009 gevolgd door Masters Of The Burial, dat minstens net zo mooi is, maar dat ik tot voor kort nooit had gehoord. Deze week is met I Went To Find You het derde soloalbum van Amy Millan verschenen.
De Canadese muzikante is met haar soloalbums misschien niet heel productief, maar ze was hiernaast te horen op talloze albums van vooral Canadese muzikanten en maakt bovendien deel uit van de Canadese band Stars, die tussen 2001 een 2022 negen prima albums maakte, en was af en toe lid van het even eens Canadese muzikantencollectief Broken Social Scene.
Ik ben vooral gek op de albums van Stars en dat zijn albums die bijzonder aangenaam klinken. Het is voor een belangrijk deel de verdienste van Amy Millan, die beschikt over een hele mooie en prettige stem. Het is een stem die uiteraard ook centraal staat op haar soloalbums en ook op I Went To Find You spreekt de zang van de Canadese muzikante wat mij betreft het meest tot de verbeelding.
I Went To Find You is met negen songs en net iets meer dan een half uur muziek aan de korte kant, maar Amy Millan is wel goed voor een heerlijk half uurtje. Ze beschikt over een zachte maar ook verleidelijke stem, die is gemaakt voor lome popsongs. Het zijn popsongs die door de stem van Amy Millan wat zoet klinken, maar de Canadese muzikante is ook goed voor bitterzoete songs.
I Went To Find You is een album dat uitnodigt tot luieren en dat op een of andere manier zorgt voor ontspanning. Ondertussen is het raadzaam om te blijven luisteren naar de songs van Amy Millan, want de muzikante uit Montreal heeft veel moois verstopt in haar songs.
Van dat moois valt haar stem het meest op, al is het maar omdat de zang centraal staat in de mix. Vergeet echter zeker niet te luisteren naar de muziek op het album, want ook deze is bijzonder mooi. De muziek versterkt het dromerige karakter van de songs van Amy Millan, maar de instrumentatie op I Went To Find You is ook verrassend veelzijdig en is hier en daar volgestopt met fraaie klanken.
Zeker wanneer Amy Millan kiest voor rijke orkestraties en flink wat strijkers en blazers maar ook synths toevoegt aan haar songs is de muziek op I Went To Find You bijna bombastisch, maar het album bevat ook een aantal meer ingetogen songs. Het zijn songs die zich door de verzorgde klanken en de mooie stem van Amy Millan makkelijk opdringen en direct bij eerste beluistering bekend klinken, maar de arrangementen en de instrumentatie zijn op hetzelfde moment avontuurlijk en van een bijzondere schoonheid.
Amy Millan maakte haar nieuwe album samen met componist Jay McCarrol, die zich hier en daar flink heeft mogen uitleven. Ik heb over het algemeen een voorkeur voor wat minder vol ingekleurde albums, maar I Went To Find You van Amy Millan heeft iets bijzonders. Zeker wanneer ze wat zwoeler zingt klinken haar songs heerlijk soulvol, met af en toe een jaren 80 vibe en ook als wel heel stevig wordt uitgepakt met instrumenten klinken de songs van Amy Millan licht en vaak ook verrassend tijdloos. I Went To Find You is een album dat ik makkelijk te vol en clean kan vinden, maar als ik in de stemming ben voor de muziek van Amy Millan is het een heerlijk album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Amy Millan - I Went To Find You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Amy Millan - I Went To Find You
De Canadese muzikante Amy Millan maakte de afgelopen zestien jaar geen soloalbum, maar levert met I Went To Find You een fraai album af, dat opvalt door weldadige arrangementen en haar bijzonder mooie stem
Amy Millan ken ik vooral van de Canadese band Stars, maar ze heeft meer interessants op haar CV staan en maakte in 2006 en 2009 ook al eens twee prima soloalbums. Haar nieuwe album maakte ze met de componist, muzikant en producer Jay McCarrol en dat levert niet alleen een intiem en persoonlijk maar ook een rijkelijk versierd album op. De arrangementen en orkestraties zijn af en toe weldadig, maar de mooie stem van de Canadese muzikante sneeuwt nooit onder en voegt nog wat schoonheid toe aan de songs op I Went To Find You. Het is een album dat makkelijk verleidt, maar het is ook een album waarop veel valt te ontdekken. Interessante muzikante deze Amy Millan.
Amy Millan maakte in 2006, ruim voor de geboorte van de krenten uit de pop, met Honey From The Tombs een uitstekend soloalbum. Het werd in 2009 gevolgd door Masters Of The Burial, dat minstens net zo mooi is, maar dat ik tot voor kort nooit had gehoord. Deze week is met I Went To Find You het derde soloalbum van Amy Millan verschenen.
De Canadese muzikante is met haar soloalbums misschien niet heel productief, maar ze was hiernaast te horen op talloze albums van vooral Canadese muzikanten en maakt bovendien deel uit van de Canadese band Stars, die tussen 2001 een 2022 negen prima albums maakte, en was af en toe lid van het even eens Canadese muzikantencollectief Broken Social Scene.
Ik ben vooral gek op de albums van Stars en dat zijn albums die bijzonder aangenaam klinken. Het is voor een belangrijk deel de verdienste van Amy Millan, die beschikt over een hele mooie en prettige stem. Het is een stem die uiteraard ook centraal staat op haar soloalbums en ook op I Went To Find You spreekt de zang van de Canadese muzikante wat mij betreft het meest tot de verbeelding.
I Went To Find You is met negen songs en net iets meer dan een half uur muziek aan de korte kant, maar Amy Millan is wel goed voor een heerlijk half uurtje. Ze beschikt over een zachte maar ook verleidelijke stem, die is gemaakt voor lome popsongs. Het zijn popsongs die door de stem van Amy Millan wat zoet klinken, maar de Canadese muzikante is ook goed voor bitterzoete songs.
I Went To Find You is een album dat uitnodigt tot luieren en dat op een of andere manier zorgt voor ontspanning. Ondertussen is het raadzaam om te blijven luisteren naar de songs van Amy Millan, want de muzikante uit Montreal heeft veel moois verstopt in haar songs.
Van dat moois valt haar stem het meest op, al is het maar omdat de zang centraal staat in de mix. Vergeet echter zeker niet te luisteren naar de muziek op het album, want ook deze is bijzonder mooi. De muziek versterkt het dromerige karakter van de songs van Amy Millan, maar de instrumentatie op I Went To Find You is ook verrassend veelzijdig en is hier en daar volgestopt met fraaie klanken.
Zeker wanneer Amy Millan kiest voor rijke orkestraties en flink wat strijkers en blazers maar ook synths toevoegt aan haar songs is de muziek op I Went To Find You bijna bombastisch, maar het album bevat ook een aantal meer ingetogen songs. Het zijn songs die zich door de verzorgde klanken en de mooie stem van Amy Millan makkelijk opdringen en direct bij eerste beluistering bekend klinken, maar de arrangementen en de instrumentatie zijn op hetzelfde moment avontuurlijk en van een bijzondere schoonheid.
Amy Millan maakte haar nieuwe album samen met componist Jay McCarrol, die zich hier en daar flink heeft mogen uitleven. Ik heb over het algemeen een voorkeur voor wat minder vol ingekleurde albums, maar I Went To Find You van Amy Millan heeft iets bijzonders. Zeker wanneer ze wat zwoeler zingt klinken haar songs heerlijk soulvol, met af en toe een jaren 80 vibe en ook als wel heel stevig wordt uitgepakt met instrumenten klinken de songs van Amy Millan licht en vaak ook verrassend tijdloos. I Went To Find You is een album dat ik makkelijk te vol en clean kan vinden, maar als ik in de stemming ben voor de muziek van Amy Millan is het een heerlijk album. Erwin Zijleman
Amy Rigby - Hang in There with Me (2024)

4,0
0
geplaatst: 3 september 2024, 19:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amy Rigby - Hang In There With Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Amy Rigby - Hang In There With Me
De Amerikaanse muzikante Amy Rigby was de afgelopen jaren op muzikaal gebied niet heel actief, maar laat met het uitstekende Hang In There With Me horen dat ze nog altijd geweldige songs kan schrijven en vertolken
Amy Rigby draait al decennia mee in de Amerikaanse muziekscene en deed in al die jaren van alles. Het maakte haar tot een cultfiguur in bepaalde kringen, maar haar albums kregen vaak te weinig aandacht. Na het schrijven van haar memoires heeft Amy Rigby, samen met haar echtgenoot Wreckless Eric, weer een album gemaakt en het is een uitstekend album. Hang In There With Me is een ‘roller coaster ride’ langs alle muziek die Amy Rigby de afgelopen decennia maakte en verrast met persoonlijke en vaak wat ruwe songs. Het levert een album op dat niet in een hokje is te duwen, maar dat een brede groep liefhebbers van alternatieve popmuziek aan moet kunnen spreken.
Amy Rigby ken ik vooral van de albums die ze ruim twintig jaar geleden maakte, met Diary Of A Mod Housewife uit 1996 en Til The Wheels Fall Off uit 2003 als persoonlijke favorieten, en van de drie minstens aardige albums die ze tussen 2008 en 2012 maakte met haar echtgenoot Eric Goulden, beter bekend als Wreckless Eric.
De Amerikaanse muzikante trok de afgelopen jaren zelf vooral de aandacht met haar fascinerende autobiografie Girl To City, terwijl Wreckless Eric zijn muzikale carrière een nieuwe impuls gaf met een serie verrassend sterke albums. Deze week probeert Amy Rigby hetzelfde met haar eerste soloalbum in zes jaar tijd.
Iedereen die haar autobiografie kent weet dat Amy Rigby een bijzonder leven heeft geleid en een cultstatus heeft in de muziekscene van New York. De Amerikaanse muzikante schreef het allemaal prachtig op in haar boek en laat nu op Hang In There With Me horen dat ze ook nog altijd een geweldige songwriter is.
Haar nieuwe soloalbum volgt op een heftige periode, waarin ze afscheid moest nemen van een aantal dierbaren, onder wie haar vader en de bevriende muzikant David Olney, en waarin haar echtgenoot werd getroffen door een zware hartaanval. Het maakte Amy Rigby bewust van haar eigen sterfelijkheid en dat is de laatste jaren een dankbaar onderwerp op albums van muzikanten die inmiddels een respectabele leeftijd hebben bereikt.
my Rigby is zelf overigens pas 65 en kan hopelijk nog wel even mee, net als Wreckless Eric die gelukkig weer is opgekrabbeld en samen met zijn echtgenote de huisstudio in dook voor Hang In There With me. In haar autobiografie keek Amy Rigby met woorden terug op haar leven in de New Yorkse muziekscene en dat doet ze op haar nieuwe album met haar songs.
Hang In There With Me is in muzikaal opzicht een fascinerende roller coaster met invloeden uit de folk, Americana, rock en punk en new wave. Zeker in de wat ruwere songs op het album hoor je flarden van de muziek die halverwege de jaren 70 in New York werd gemaakt, maar Amy Rigby schakelt makkelijk naar de folk uit de jaren 60 of naar de muziek die Lou Reed maakte toen hij een album maakte over zijn thuisbasis New York.
Naast Lou Reed moet zeker Bob Dylan genoemd worden, die ook terugkomt in een van de songs op het album, maar Amy Rigby is op Hang In There With Me vooral zichzelf. Het levert een album op dat flink anders klinkt dan de meeste andere singer-songwriter albums van het moment en dat niet past in een enkel hokje.
Amy Rigby en Wreckless Eric hebben geen poging gedaan om het nieuwe album te voorzien van een gelikte productie, waardoor de songs lekker ruw klinken. Het voorziet het nieuwe album van Amy Rigby niet alleen van een eigenzinnig geluid, maar ook van een bijzondere charme. Hang In There With Me luistert ruim een half uur lang lekker weg, maar luister vervolgens nog een keer en je hoort de kwaliteit van de songs van Amy Rigby.
De Amerikaanse muzikante draait inmiddels meerdere decennia mee in de muziek en dat hoor je terug in haar songs, die je steeds weer meenemen naar een net wat andere tijd, zonder dat het album overigens ook maar een moment gedateerd klinkt. Wreckless Eric liet de afgelopen jaren horen dat hij er nog steeds toe doet en echtgenote Amy Rigby doet nu hetzelfde. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Amy Rigby - Hang In There With Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Amy Rigby - Hang In There With Me
De Amerikaanse muzikante Amy Rigby was de afgelopen jaren op muzikaal gebied niet heel actief, maar laat met het uitstekende Hang In There With Me horen dat ze nog altijd geweldige songs kan schrijven en vertolken
Amy Rigby draait al decennia mee in de Amerikaanse muziekscene en deed in al die jaren van alles. Het maakte haar tot een cultfiguur in bepaalde kringen, maar haar albums kregen vaak te weinig aandacht. Na het schrijven van haar memoires heeft Amy Rigby, samen met haar echtgenoot Wreckless Eric, weer een album gemaakt en het is een uitstekend album. Hang In There With Me is een ‘roller coaster ride’ langs alle muziek die Amy Rigby de afgelopen decennia maakte en verrast met persoonlijke en vaak wat ruwe songs. Het levert een album op dat niet in een hokje is te duwen, maar dat een brede groep liefhebbers van alternatieve popmuziek aan moet kunnen spreken.
Amy Rigby ken ik vooral van de albums die ze ruim twintig jaar geleden maakte, met Diary Of A Mod Housewife uit 1996 en Til The Wheels Fall Off uit 2003 als persoonlijke favorieten, en van de drie minstens aardige albums die ze tussen 2008 en 2012 maakte met haar echtgenoot Eric Goulden, beter bekend als Wreckless Eric.
De Amerikaanse muzikante trok de afgelopen jaren zelf vooral de aandacht met haar fascinerende autobiografie Girl To City, terwijl Wreckless Eric zijn muzikale carrière een nieuwe impuls gaf met een serie verrassend sterke albums. Deze week probeert Amy Rigby hetzelfde met haar eerste soloalbum in zes jaar tijd.
Iedereen die haar autobiografie kent weet dat Amy Rigby een bijzonder leven heeft geleid en een cultstatus heeft in de muziekscene van New York. De Amerikaanse muzikante schreef het allemaal prachtig op in haar boek en laat nu op Hang In There With Me horen dat ze ook nog altijd een geweldige songwriter is.
Haar nieuwe soloalbum volgt op een heftige periode, waarin ze afscheid moest nemen van een aantal dierbaren, onder wie haar vader en de bevriende muzikant David Olney, en waarin haar echtgenoot werd getroffen door een zware hartaanval. Het maakte Amy Rigby bewust van haar eigen sterfelijkheid en dat is de laatste jaren een dankbaar onderwerp op albums van muzikanten die inmiddels een respectabele leeftijd hebben bereikt.
my Rigby is zelf overigens pas 65 en kan hopelijk nog wel even mee, net als Wreckless Eric die gelukkig weer is opgekrabbeld en samen met zijn echtgenote de huisstudio in dook voor Hang In There With me. In haar autobiografie keek Amy Rigby met woorden terug op haar leven in de New Yorkse muziekscene en dat doet ze op haar nieuwe album met haar songs.
Hang In There With Me is in muzikaal opzicht een fascinerende roller coaster met invloeden uit de folk, Americana, rock en punk en new wave. Zeker in de wat ruwere songs op het album hoor je flarden van de muziek die halverwege de jaren 70 in New York werd gemaakt, maar Amy Rigby schakelt makkelijk naar de folk uit de jaren 60 of naar de muziek die Lou Reed maakte toen hij een album maakte over zijn thuisbasis New York.
Naast Lou Reed moet zeker Bob Dylan genoemd worden, die ook terugkomt in een van de songs op het album, maar Amy Rigby is op Hang In There With Me vooral zichzelf. Het levert een album op dat flink anders klinkt dan de meeste andere singer-songwriter albums van het moment en dat niet past in een enkel hokje.
Amy Rigby en Wreckless Eric hebben geen poging gedaan om het nieuwe album te voorzien van een gelikte productie, waardoor de songs lekker ruw klinken. Het voorziet het nieuwe album van Amy Rigby niet alleen van een eigenzinnig geluid, maar ook van een bijzondere charme. Hang In There With Me luistert ruim een half uur lang lekker weg, maar luister vervolgens nog een keer en je hoort de kwaliteit van de songs van Amy Rigby.
De Amerikaanse muzikante draait inmiddels meerdere decennia mee in de muziek en dat hoor je terug in haar songs, die je steeds weer meenemen naar een net wat andere tijd, zonder dat het album overigens ook maar een moment gedateerd klinkt. Wreckless Eric liet de afgelopen jaren horen dat hij er nog steeds toe doet en echtgenote Amy Rigby doet nu hetzelfde. Erwin Zijleman
Amy Speace - That Kind of Girl (2015)

4,5
0
geplaatst: 14 maart 2015, 10:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amy Speace - That Kind Of Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Zo’n anderhalf jaar geleden besteedde ik in de categorie minder bekend of zelfs miskend talent in het rootssegment aandacht aan How To Sleep In A Stormy Boat van de Amerikaanse singer-songwriter Amy Speace.
Lange tijd dacht ik een sensationeel debuut in handen te hebben, maar Amy Speace bleek voor How To Sleep In A Stormy Boat al vijf andere platen gemaakt te hebben. Het onlangs verschenen That Kind Of Girl is dus al haar zevende plaat, maar helaas wordt het talent van Amy Speace nog altijd in veel te kleine kring op de juiste waarde geschat.
Ook That Kind Of Girl had maar heel weinig tijd nodig om mij voor zich te winnen. Een mooi bluesy gitaarloopje, een paar pianoakkoorden, een subtiele ritmesectie en dan de stem van Amy Speace. That Kind Of Girl is pas een seconde of twintig bezig, maar ik ben al om.
Dat ligt deels aan de smaakvolle instrumentatie, maar toch vooral aan de geweldige stem van Amy Speace. Net als bijvoorbeeld Lucinda Williams, Allison Moorer en Emmylou Harris beschikt Amy Speace over een stem die je diep weet te raken. Het is een stem die van een eenvoudig rootsliedje een song maakt die garant staat voor heel veel kippenvel, waardoor That Kind Of Girl zich vrij makkelijk weet te onderscheiden van het merendeel van de andere platen in dit overvolle genre.
De al genoemde instrumentatie was een sterk punt op How To Sleep In A Stormy Boat en is ook weer een sterk punt op That Kind Of Girl. Amy Speace grossiert op That Kind Of Girl in zich langzaam voortslepende en voornamelijk ingetogen songs, maar de inkleuring van de songs is keer op keer prachtig.
Binnen deze instrumentatie is een zeer voorname rol weggelegd voor het prachtige gitaarwerk van Will Kimbrough (die inmiddels in iedere stad met enige betekenis voor de Amerikaanse rootsmuziek een standbeeld verdient), maar ook de bijdragen van pedal steel en viool zijn buitengewoon smaakvol.
Het kleurt bovendien prachtig bij de krachtige maar ook emotievolle stem van Amy Speace, die iedere song op de plaat naar een nog wat hoger niveau tilt. Amy Speace beschikt over een stem die zich kan meten met de besten in het genre, maar desondanks zet ze op That Kind Of Girl een heel leger aan achtergrondvocalisten op, onder wie muzikanten van naam als Garrisson Starr, Tim Easton en Rod Picott. Het zorgt er voor dat de vocalen er nog meer uitspringen, waardoor That Kind Of Girl in vocaal opzicht een hoogstaande plaat is.
In muzikaal opzicht bestrijkt Amy Speace nog altijd een breed terrein binnen de grenzen van het verzamelbegrip Americana, waarbij uitstapjes richting folk en country net zo vanzelfsprekend zijn als uitstapjes richting de blues en zelfs een wat pompeus aandoende powerballad niet uit de weg wordt gegaan. That Kind Of Girl is hierdoor wat gevarieerder dan zijn voorganger en dat vind ik persoonlijk een pre.
Amy Speace was na de release van How To Sleep In A Stormy Boat compleet blut en moest voor That Kind Of Girl een crowdfunding starten. Het budget was gelimiteerd, maar dat hoor je er geen moment aan af. That Kind Of Girl is een rootsplaat van een torenhoog niveau en voorlopig één van de hoogtepunten in het genre dit jaar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Amy Speace - That Kind Of Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Zo’n anderhalf jaar geleden besteedde ik in de categorie minder bekend of zelfs miskend talent in het rootssegment aandacht aan How To Sleep In A Stormy Boat van de Amerikaanse singer-songwriter Amy Speace.
Lange tijd dacht ik een sensationeel debuut in handen te hebben, maar Amy Speace bleek voor How To Sleep In A Stormy Boat al vijf andere platen gemaakt te hebben. Het onlangs verschenen That Kind Of Girl is dus al haar zevende plaat, maar helaas wordt het talent van Amy Speace nog altijd in veel te kleine kring op de juiste waarde geschat.
Ook That Kind Of Girl had maar heel weinig tijd nodig om mij voor zich te winnen. Een mooi bluesy gitaarloopje, een paar pianoakkoorden, een subtiele ritmesectie en dan de stem van Amy Speace. That Kind Of Girl is pas een seconde of twintig bezig, maar ik ben al om.
Dat ligt deels aan de smaakvolle instrumentatie, maar toch vooral aan de geweldige stem van Amy Speace. Net als bijvoorbeeld Lucinda Williams, Allison Moorer en Emmylou Harris beschikt Amy Speace over een stem die je diep weet te raken. Het is een stem die van een eenvoudig rootsliedje een song maakt die garant staat voor heel veel kippenvel, waardoor That Kind Of Girl zich vrij makkelijk weet te onderscheiden van het merendeel van de andere platen in dit overvolle genre.
De al genoemde instrumentatie was een sterk punt op How To Sleep In A Stormy Boat en is ook weer een sterk punt op That Kind Of Girl. Amy Speace grossiert op That Kind Of Girl in zich langzaam voortslepende en voornamelijk ingetogen songs, maar de inkleuring van de songs is keer op keer prachtig.
Binnen deze instrumentatie is een zeer voorname rol weggelegd voor het prachtige gitaarwerk van Will Kimbrough (die inmiddels in iedere stad met enige betekenis voor de Amerikaanse rootsmuziek een standbeeld verdient), maar ook de bijdragen van pedal steel en viool zijn buitengewoon smaakvol.
Het kleurt bovendien prachtig bij de krachtige maar ook emotievolle stem van Amy Speace, die iedere song op de plaat naar een nog wat hoger niveau tilt. Amy Speace beschikt over een stem die zich kan meten met de besten in het genre, maar desondanks zet ze op That Kind Of Girl een heel leger aan achtergrondvocalisten op, onder wie muzikanten van naam als Garrisson Starr, Tim Easton en Rod Picott. Het zorgt er voor dat de vocalen er nog meer uitspringen, waardoor That Kind Of Girl in vocaal opzicht een hoogstaande plaat is.
In muzikaal opzicht bestrijkt Amy Speace nog altijd een breed terrein binnen de grenzen van het verzamelbegrip Americana, waarbij uitstapjes richting folk en country net zo vanzelfsprekend zijn als uitstapjes richting de blues en zelfs een wat pompeus aandoende powerballad niet uit de weg wordt gegaan. That Kind Of Girl is hierdoor wat gevarieerder dan zijn voorganger en dat vind ik persoonlijk een pre.
Amy Speace was na de release van How To Sleep In A Stormy Boat compleet blut en moest voor That Kind Of Girl een crowdfunding starten. Het budget was gelimiteerd, maar dat hoor je er geen moment aan af. That Kind Of Girl is een rootsplaat van een torenhoog niveau en voorlopig één van de hoogtepunten in het genre dit jaar. Erwin Zijleman
Amy Speace - The American Dream (2024)

4,5
0
geplaatst: 22 oktober 2024, 20:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amy Speace - The American Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Amy Speace - The American Dream
Amy Speace kijkt op The American Dream terug op een deel van haar leven en doet dat met prachtig ingekleurde en tijdloos klinkende Amerikaanse rootsmuziek, die prachtig kleurt bij haar geweldige stem
Het is inmiddels een flinke stapel uitstekende albums die de Amerikaanse singer-songwriter Amy Speace op haar naam heeft staan. Ook het deze week verschenen The American Dream is er weer een en het is een typisch Amy Speace album geworden. Het is een album waarop Amerikaanse rootsmuziek wordt gecombineerd met een randje pop, waarop de songs stuk voor stuk aansprekend zijn, waarop de Amerikaanse muzikante mooie en indringende verhalen vertelt en ze bovendien indruk maakt met haar krachtige en emotievolle stem. Amy Speace is in Nederland niet heel bekend, maar behoort binnen de Amerikaanse rootsmuziek inmiddels al flink wat jaren bij de beteren in het genre.
De Amerikaanse singer-songwriter Amy Speace brengt al sinds het eind van de jaren 90 albums uit, maar ik ken haar muziek zelf sinds het in 2013 uitgebrachte How To Sleep In A Stormy Boat, wat al het zesde album was van de muzikante die haar carrière begon in de folk scene van New York, maar inmiddels al geruime tijd Nashville als thuisbasis heeft.
How To Sleep In A Stormy Boat, dat ik in 2013 aanzag voor een debuutalbum, vond ik een geweldig album. Het was een album waarop Amy Speace, bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten, liet horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan. Het album maakte misschien nog wel meer indruk met de songs, de teksten en vooral de stem van de Amerikaanse muzikante.
Ook het in 2015 verschenen That Kind Of Girl en het in 2021 uitgebrachte There Used To Be Horses Here vond ik overtuigende albums, maar er verschenen ook nog een album en een mini-album dat ik heb gemist. Het deze week verschenen The American Dream trok echter direct weer mijn aandacht.
Het is wat mij betreft een typisch Amy Speace album geworden. Ook op haar nieuwe album maakte de Amerikaanse muzikante weer makkelijk indruk met haar krachtige stem en haar sterke teksten. Het zijn teksten die zijn verpakt in aansprekende songs, die ook dit keer een breed palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek bestrijken, maar die ook niet vies zijn van pop.
De openingstrack en titeltrack is lekker vol ingekleurd en zou niet misstaan op een album van Bruce Springsteen en zijn E-Street Band. The American Dream bevat veel meer van dit soort lekker vol en toegankelijk klinkende songs, maar de muzikante uit Nashville kan ook genoeg hebben aan de piano.
Het klinkt wat minder traditioneel dan de vroegere albums van Amy Speace, maar ik heb wel wat met de bijzonder lekker in het gehoor liggende songs op het album. Het zijn songs die soms zo lijken weggelopen uit een andere tijd, wat ook niet zo gek is, want Amy Speace kijkt op haar nieuwe album terug op haar jeugd, op de weg die ze sindsdien als muzikante heeft afgelegd en op het einde van haar huwelijk.
Ze profiteert op het album nadrukkelijk van producer Neilson Hubbard en van de paar gelouterde muzikanten die haar begeleiden op het album. Gitaren en de mandoline spelen een hoofdrol op The American Dream, waarop incidenteel ook keyboards, orgels en strijkers opduiken. Vergeleken met haar vroege albums klinkt de stem van Amy Speace iets ruwer en doorleefder, wat de kwaliteit van haar songs alleen maar ten goede komt en wat de vaak wat melancholisch aandoende songs op het album voorziet van extra kracht.
Amy Speace draait inmiddels ruim 25 jaar mee als muzikante en dat hoor je op The American Dream. Je hoort het in het gevoel waarmee ze zingt, je leest het in de teksten die af en toe lezen als een roman en je hoort het in de songs, die zich makkelijk opdringen en ook interessant blijven wanneer je ze meerdere keren hoort.
De melancholie en nostalgie druipen er af en toe vanaf, zeker wanneer de strijkers aanzwellen en The American Dream zowel in muzikaal als in vocaal opzicht zwaar is aangezet, maar Amy Speace overdrijft het nergens en maakt op haar nieuwe album ook tijdloze feelgood muziek, die nog altijd naar veel meer smaakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Amy Speace - The American Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Amy Speace - The American Dream
Amy Speace kijkt op The American Dream terug op een deel van haar leven en doet dat met prachtig ingekleurde en tijdloos klinkende Amerikaanse rootsmuziek, die prachtig kleurt bij haar geweldige stem
Het is inmiddels een flinke stapel uitstekende albums die de Amerikaanse singer-songwriter Amy Speace op haar naam heeft staan. Ook het deze week verschenen The American Dream is er weer een en het is een typisch Amy Speace album geworden. Het is een album waarop Amerikaanse rootsmuziek wordt gecombineerd met een randje pop, waarop de songs stuk voor stuk aansprekend zijn, waarop de Amerikaanse muzikante mooie en indringende verhalen vertelt en ze bovendien indruk maakt met haar krachtige en emotievolle stem. Amy Speace is in Nederland niet heel bekend, maar behoort binnen de Amerikaanse rootsmuziek inmiddels al flink wat jaren bij de beteren in het genre.
De Amerikaanse singer-songwriter Amy Speace brengt al sinds het eind van de jaren 90 albums uit, maar ik ken haar muziek zelf sinds het in 2013 uitgebrachte How To Sleep In A Stormy Boat, wat al het zesde album was van de muzikante die haar carrière begon in de folk scene van New York, maar inmiddels al geruime tijd Nashville als thuisbasis heeft.
How To Sleep In A Stormy Boat, dat ik in 2013 aanzag voor een debuutalbum, vond ik een geweldig album. Het was een album waarop Amy Speace, bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten, liet horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan. Het album maakte misschien nog wel meer indruk met de songs, de teksten en vooral de stem van de Amerikaanse muzikante.
Ook het in 2015 verschenen That Kind Of Girl en het in 2021 uitgebrachte There Used To Be Horses Here vond ik overtuigende albums, maar er verschenen ook nog een album en een mini-album dat ik heb gemist. Het deze week verschenen The American Dream trok echter direct weer mijn aandacht.
Het is wat mij betreft een typisch Amy Speace album geworden. Ook op haar nieuwe album maakte de Amerikaanse muzikante weer makkelijk indruk met haar krachtige stem en haar sterke teksten. Het zijn teksten die zijn verpakt in aansprekende songs, die ook dit keer een breed palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek bestrijken, maar die ook niet vies zijn van pop.
De openingstrack en titeltrack is lekker vol ingekleurd en zou niet misstaan op een album van Bruce Springsteen en zijn E-Street Band. The American Dream bevat veel meer van dit soort lekker vol en toegankelijk klinkende songs, maar de muzikante uit Nashville kan ook genoeg hebben aan de piano.
Het klinkt wat minder traditioneel dan de vroegere albums van Amy Speace, maar ik heb wel wat met de bijzonder lekker in het gehoor liggende songs op het album. Het zijn songs die soms zo lijken weggelopen uit een andere tijd, wat ook niet zo gek is, want Amy Speace kijkt op haar nieuwe album terug op haar jeugd, op de weg die ze sindsdien als muzikante heeft afgelegd en op het einde van haar huwelijk.
Ze profiteert op het album nadrukkelijk van producer Neilson Hubbard en van de paar gelouterde muzikanten die haar begeleiden op het album. Gitaren en de mandoline spelen een hoofdrol op The American Dream, waarop incidenteel ook keyboards, orgels en strijkers opduiken. Vergeleken met haar vroege albums klinkt de stem van Amy Speace iets ruwer en doorleefder, wat de kwaliteit van haar songs alleen maar ten goede komt en wat de vaak wat melancholisch aandoende songs op het album voorziet van extra kracht.
Amy Speace draait inmiddels ruim 25 jaar mee als muzikante en dat hoor je op The American Dream. Je hoort het in het gevoel waarmee ze zingt, je leest het in de teksten die af en toe lezen als een roman en je hoort het in de songs, die zich makkelijk opdringen en ook interessant blijven wanneer je ze meerdere keren hoort.
De melancholie en nostalgie druipen er af en toe vanaf, zeker wanneer de strijkers aanzwellen en The American Dream zowel in muzikaal als in vocaal opzicht zwaar is aangezet, maar Amy Speace overdrijft het nergens en maakt op haar nieuwe album ook tijdloze feelgood muziek, die nog altijd naar veel meer smaakt. Erwin Zijleman
Amy Speace with The Orphan Brigade - There Used to Be Horses Here (2021)

4,5
1
geplaatst: 2 januari 2022, 10:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amy Speace With The Orphan Brigade - There Used To Be Horses Here - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Amy Speace With The Orphan Brigade - There Used To Be Horses Here
Amy Speace schreef in de periode tussen het overlijden van haar vader en de eerste verjaardag van haar zoon een aantal emotievolle en zonder uitzondering wonderschone rootssongs
There Used To Be Horses Here van Amy Speace With The Orphan Brigade sneeuwde eerder dit jaar bij mij wat onder door het enorme aanbod en dat is zonde. Doodzonde zelfs. Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante is immers in vocaal opzicht een van de beste rootsalbums van het afgelopen jaar en ook in muzikaal opzicht is er heel veel moois te horen op het album. Amy Speace schreef tijdens een emotionele rollercoaster een aantal zeer intieme songs en ze vertolkt ze op prachtige wijze. The Orphan Brigade kleurde deze songs vol emotie vervolgens prachtig in, met haar en daar wat strijkers voor extra melancholie. Het levert een weergaloos rootsalbum op.
Het aantal nieuwe releases binnen de Amerikaanse rootsmuziek was ook het afgelopen jaar weer enorm groot. Zo nu en dan zelfs zo groot dat het niet te voorkomen was dat ik geweldige albums moest laten liggen. Dat kan ik voor de meeste albums nog wel verdedigen, maar het lukt me niet voor There Used To Be Horses Here van Amy Speace With The Orphan Brigade.
Het is overigens niet de eerste keer dat ik een album van de muzikante uit Nashville, Tennessee, ten onrechte liet liggen. Het overkwam me eerder met het prachtige Me And The Ghost Of Charlemagne uit 2019. How To Sleep In A Stormy Boat uit 2012 en That Kind Of Girl uit 2015 pikte ik overigens wel op.
Met There Used To Be Horses Here leverde Amy Speace eerder dit jaar haar achtste album af, maar het is de eerste waarop ook de naam van The Orphan Brigade op de cover prijkt. De eerste zaadjes voor de samenwerking met de band uit Nashville werden gepland in 2019 toen The Orphan Brigade lid Neilson Hubbard het vorige album van Amy Speace produceerde. De band die verder bestaat uit Ben Glover en Joshua Britt, kleurt het nieuwe album van Amy Speace prachtig in en tekent onder andere voor prachtig snarenwerk.
Het geluid van de Amerikaanse muzikante wordt verder hier en daar verder ingekleurd met flink wat strijkers. Deze strijkers kunnen hier en daar stevig aanzwellen, maar There Used To Be Horses Here is over het algemeen genomen voorzien van een stemmig en betrekkelijk ingetogen rootsgeluid.
Het is een geluid dat alle ruimte biedt aan de stem van Amy Speace en dat is een stem die alle ruimte verdient. De Amerikaanse muzikante is voorzien van een krachtig stemgeluid dat hier en daar flink kan uithalen, maar Amy Speace vertolkt haar teksten ook vol gevoel en kan ook prachtig ingetogen zingen met een stem die behoort tot de mooiste stemmen in het genre.
De songs op There Used To Be Horses Here werden geschreven in de periode tussen het overlijden van haar vader en de eerste verjaardag van haar zoon, die ze pas op late leeftijd kreeg. Het zorgt voor emotionele pieken en dalen op een album vol emotie. Die emotie knalt hier en daar uit de speakers, want wat beschikt Amy Speace ook over een emotievolle en doorleefde stem.
Zeker wanneer de emoties oplopen is er een voorname rol voor de strijkers op het album, maar ook de meer ingetogen klanken van The Orphan Brigade kleuren prachtig bij de emotionele songs op het album. Het zijn songs die laten horen dat Amy Speace binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan. Invloeden uit de folk en de country domineren op het album, maar ook voor een heuse gospeltrack draait Amy Speace haar hand niet om.
Op There Used To Be Horses Here wordt met heel veel precisie gemusiceerd, maar desondanks stond het album in vier dagen op de band. Ik heb het afgelopen jaar heel veel rootsalbums besproken, maar het There Used To Be Horses Here kan absoluut met de beste albums mee, waardoor ik de lezers van deze BLOG die aangaven dat dit hun favoriete album van 2021 was volledig begrijp.
Zonde dus dat ik het album niet in 2021 heb besproken, al is het een prachtig album om nog eens mee terug te kijken op een wat mij betreft bijzonder en ook heel mooi muziekjaar. En ik beloof nu alvast dat ik bij het volgende album van Amy Speace wel direct bij de les ben, want dat verdient de Amerikaanse muzikante absoluut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Amy Speace With The Orphan Brigade - There Used To Be Horses Here - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Amy Speace With The Orphan Brigade - There Used To Be Horses Here
Amy Speace schreef in de periode tussen het overlijden van haar vader en de eerste verjaardag van haar zoon een aantal emotievolle en zonder uitzondering wonderschone rootssongs
There Used To Be Horses Here van Amy Speace With The Orphan Brigade sneeuwde eerder dit jaar bij mij wat onder door het enorme aanbod en dat is zonde. Doodzonde zelfs. Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante is immers in vocaal opzicht een van de beste rootsalbums van het afgelopen jaar en ook in muzikaal opzicht is er heel veel moois te horen op het album. Amy Speace schreef tijdens een emotionele rollercoaster een aantal zeer intieme songs en ze vertolkt ze op prachtige wijze. The Orphan Brigade kleurde deze songs vol emotie vervolgens prachtig in, met haar en daar wat strijkers voor extra melancholie. Het levert een weergaloos rootsalbum op.
Het aantal nieuwe releases binnen de Amerikaanse rootsmuziek was ook het afgelopen jaar weer enorm groot. Zo nu en dan zelfs zo groot dat het niet te voorkomen was dat ik geweldige albums moest laten liggen. Dat kan ik voor de meeste albums nog wel verdedigen, maar het lukt me niet voor There Used To Be Horses Here van Amy Speace With The Orphan Brigade.
Het is overigens niet de eerste keer dat ik een album van de muzikante uit Nashville, Tennessee, ten onrechte liet liggen. Het overkwam me eerder met het prachtige Me And The Ghost Of Charlemagne uit 2019. How To Sleep In A Stormy Boat uit 2012 en That Kind Of Girl uit 2015 pikte ik overigens wel op.
Met There Used To Be Horses Here leverde Amy Speace eerder dit jaar haar achtste album af, maar het is de eerste waarop ook de naam van The Orphan Brigade op de cover prijkt. De eerste zaadjes voor de samenwerking met de band uit Nashville werden gepland in 2019 toen The Orphan Brigade lid Neilson Hubbard het vorige album van Amy Speace produceerde. De band die verder bestaat uit Ben Glover en Joshua Britt, kleurt het nieuwe album van Amy Speace prachtig in en tekent onder andere voor prachtig snarenwerk.
Het geluid van de Amerikaanse muzikante wordt verder hier en daar verder ingekleurd met flink wat strijkers. Deze strijkers kunnen hier en daar stevig aanzwellen, maar There Used To Be Horses Here is over het algemeen genomen voorzien van een stemmig en betrekkelijk ingetogen rootsgeluid.
Het is een geluid dat alle ruimte biedt aan de stem van Amy Speace en dat is een stem die alle ruimte verdient. De Amerikaanse muzikante is voorzien van een krachtig stemgeluid dat hier en daar flink kan uithalen, maar Amy Speace vertolkt haar teksten ook vol gevoel en kan ook prachtig ingetogen zingen met een stem die behoort tot de mooiste stemmen in het genre.
De songs op There Used To Be Horses Here werden geschreven in de periode tussen het overlijden van haar vader en de eerste verjaardag van haar zoon, die ze pas op late leeftijd kreeg. Het zorgt voor emotionele pieken en dalen op een album vol emotie. Die emotie knalt hier en daar uit de speakers, want wat beschikt Amy Speace ook over een emotievolle en doorleefde stem.
Zeker wanneer de emoties oplopen is er een voorname rol voor de strijkers op het album, maar ook de meer ingetogen klanken van The Orphan Brigade kleuren prachtig bij de emotionele songs op het album. Het zijn songs die laten horen dat Amy Speace binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan. Invloeden uit de folk en de country domineren op het album, maar ook voor een heuse gospeltrack draait Amy Speace haar hand niet om.
Op There Used To Be Horses Here wordt met heel veel precisie gemusiceerd, maar desondanks stond het album in vier dagen op de band. Ik heb het afgelopen jaar heel veel rootsalbums besproken, maar het There Used To Be Horses Here kan absoluut met de beste albums mee, waardoor ik de lezers van deze BLOG die aangaven dat dit hun favoriete album van 2021 was volledig begrijp.
Zonde dus dat ik het album niet in 2021 heb besproken, al is het een prachtig album om nog eens mee terug te kijken op een wat mij betreft bijzonder en ook heel mooi muziekjaar. En ik beloof nu alvast dat ik bij het volgende album van Amy Speace wel direct bij de les ben, want dat verdient de Amerikaanse muzikante absoluut. Erwin Zijleman
Amyl and the Sniffers - Comfort to Me (2021)

3,5
1
geplaatst: 1 januari 2022, 12:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amyl And The Sniffers - Comfort To Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Amyl And The Sniffers - Comfort To Me
Of Comfort To Me van Amyl And The Sniffers echt een jaarlijstjesplaat is weet ik niet, maar aangenaam, aanstekelijk en energiek zijn de punksongs van de Australische band absoluut
Werk een blik op een aantal gerespecteerde jaarlijstjes en de kans is groot dat je Comfort To Me van de Australische band Amyl And The Sniffers tegenkomt. Dat leek me op voorhand wat overdreven, want de Australische band maakt op het eerste gehoor doodgewone punk. Na een paar keer hoor je dat de band wel erg lekker strak speelt, dat het gitaarwerk dik in orde is, dat de songs stuk voor stuk aanstekelijk zijn en dat boegbeeld Amyl Taylor de punksongs van haar band nog een stukje optilt. Comfort To Me van Amyl And The Sniffers is een enorme dosis ruwe energie. Bij de eerste keer horen al bijzonder lekker, maar hierna steeds onweerstaanbaarder. Niet voor elk moment, maar op het juiste moment is dit zo raak.
Laten we 2022 maar eens lekker stevig beginnen met Comfort To Me van Amyl And The Sniffers. Het is een album dat, toch wel enigszins tot mijn verbazing, een constante is in de jaarlijstjes over 2021 en in menig jaarlijstje zelfs de top 10 wist te bereiken.
Zelf heb ik Comfort To Me eerder dit jaar vluchtig beluisterd, om al snel te concluderen dat het een leuk album is, maar dat de muziek van Amyl And The Sniffers vast veel beter tot zijn recht komt op het podium. Dat laatste valt momenteel niet te verifiëren en daarom heb ik toch nog maar eens geluisterd naar het eerder dit jaar verschenen studioalbum van de band uit Melbourne.
Mijn conclusie was in eerste instantie niet heel anders dan eerder dit jaar. Comfort To Me is een bijzonder lekker album, maar het is ook een album waar ik er al flink wat in de kast heb staan. De meeste van deze albums komen uit de tweede helft van de jaren 70, want Amyl And The Sniffers maken onvervalste punk.
Het is punk die is gemaakt volgens het inmiddels beproefde recept. Eenvoudige maar ook meedogenloze gitaarriffs, beukende drums, stuwende baslijnen en lekker ruwe zang. Met die zang weet de Australische band zich overigens wel te onderscheiden van alles dat er al is, want met Amy Taylor beschikt de band over een frontvrouw die toch anders klinkt dan al die mannelijke punkzangers uit het verleden.
Verder is Comfort To Me een album dat het in 1977 waarschijnlijk uitstekend had gedaan, maar als je er voor in de stemming bent is het ook 45 jaar later nog een album dat 35 minuten lang vermaakt en dat 35 minuten lang verschrikkelijk veel energie geeft. In die 35 minuten komen maar liefst 13 songs voorbij en het merendeel van deze songs is door Spotify voorzien van een E, wat betekent dat de teksten van de Australische band nogal expliciet zijn, wat natuurlijk ook zo hoort in dit genre.
Ik heb er ook nog maar eens wat albums van een aantal punkpioniers bij gepakt en kan alleen maar concluderen dat Amyl And The Sniffers de lat in muzikaal en productioneel opzicht net wat hoger leggen. Het klinkt allemaal lekker strak en het gitaarwerk is prima. Ook de songs van de Australische band zijn stuk voor stuk uitstekend, waardoor Comfort To Me gedurende de speelduur niet inzakt.
Het is mede de verdienste van frontvrouw Amyl die haar teksten met veel venijn uitspuugt, maar ondertussen echt niet heel veel noten mist, maar ook het af en toe richting 70s hardrock afbuigende gitaarwerk is niet te versmaden.
Het tweede album van de Australische band is hier inmiddels flink wat keren voorbij gekomen en het is al die keren goed voor een feestje en een energie boost. Ik geef direct toe dat ik lang niet altijd in de stemming ben voor dit album en ik vind het ook nog steeds geen album om heel druk over te doen. Het is daarom nog steeds geen album voor mijn jaarlijstje, maar dat maakt Comfort To Me zeker niet minder aangenaam.
Amyl And The Sniffers geven 35 minuten lang vol gas en toveren het ene na het andere memorabele punkliedje uit de speakers. Je waant je weer even in 1977 en ik heb het toen echt wel minder gehoord dan op het tweede album van de Australische band. Ook toe aan een energie boost? Er zijn 1001 middeltjes beschikbaar, maar een half uurtje Australische punk doet het ook echt prima. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Amyl And The Sniffers - Comfort To Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Amyl And The Sniffers - Comfort To Me
Of Comfort To Me van Amyl And The Sniffers echt een jaarlijstjesplaat is weet ik niet, maar aangenaam, aanstekelijk en energiek zijn de punksongs van de Australische band absoluut
Werk een blik op een aantal gerespecteerde jaarlijstjes en de kans is groot dat je Comfort To Me van de Australische band Amyl And The Sniffers tegenkomt. Dat leek me op voorhand wat overdreven, want de Australische band maakt op het eerste gehoor doodgewone punk. Na een paar keer hoor je dat de band wel erg lekker strak speelt, dat het gitaarwerk dik in orde is, dat de songs stuk voor stuk aanstekelijk zijn en dat boegbeeld Amyl Taylor de punksongs van haar band nog een stukje optilt. Comfort To Me van Amyl And The Sniffers is een enorme dosis ruwe energie. Bij de eerste keer horen al bijzonder lekker, maar hierna steeds onweerstaanbaarder. Niet voor elk moment, maar op het juiste moment is dit zo raak.
Laten we 2022 maar eens lekker stevig beginnen met Comfort To Me van Amyl And The Sniffers. Het is een album dat, toch wel enigszins tot mijn verbazing, een constante is in de jaarlijstjes over 2021 en in menig jaarlijstje zelfs de top 10 wist te bereiken.
Zelf heb ik Comfort To Me eerder dit jaar vluchtig beluisterd, om al snel te concluderen dat het een leuk album is, maar dat de muziek van Amyl And The Sniffers vast veel beter tot zijn recht komt op het podium. Dat laatste valt momenteel niet te verifiëren en daarom heb ik toch nog maar eens geluisterd naar het eerder dit jaar verschenen studioalbum van de band uit Melbourne.
Mijn conclusie was in eerste instantie niet heel anders dan eerder dit jaar. Comfort To Me is een bijzonder lekker album, maar het is ook een album waar ik er al flink wat in de kast heb staan. De meeste van deze albums komen uit de tweede helft van de jaren 70, want Amyl And The Sniffers maken onvervalste punk.
Het is punk die is gemaakt volgens het inmiddels beproefde recept. Eenvoudige maar ook meedogenloze gitaarriffs, beukende drums, stuwende baslijnen en lekker ruwe zang. Met die zang weet de Australische band zich overigens wel te onderscheiden van alles dat er al is, want met Amy Taylor beschikt de band over een frontvrouw die toch anders klinkt dan al die mannelijke punkzangers uit het verleden.
Verder is Comfort To Me een album dat het in 1977 waarschijnlijk uitstekend had gedaan, maar als je er voor in de stemming bent is het ook 45 jaar later nog een album dat 35 minuten lang vermaakt en dat 35 minuten lang verschrikkelijk veel energie geeft. In die 35 minuten komen maar liefst 13 songs voorbij en het merendeel van deze songs is door Spotify voorzien van een E, wat betekent dat de teksten van de Australische band nogal expliciet zijn, wat natuurlijk ook zo hoort in dit genre.
Ik heb er ook nog maar eens wat albums van een aantal punkpioniers bij gepakt en kan alleen maar concluderen dat Amyl And The Sniffers de lat in muzikaal en productioneel opzicht net wat hoger leggen. Het klinkt allemaal lekker strak en het gitaarwerk is prima. Ook de songs van de Australische band zijn stuk voor stuk uitstekend, waardoor Comfort To Me gedurende de speelduur niet inzakt.
Het is mede de verdienste van frontvrouw Amyl die haar teksten met veel venijn uitspuugt, maar ondertussen echt niet heel veel noten mist, maar ook het af en toe richting 70s hardrock afbuigende gitaarwerk is niet te versmaden.
Het tweede album van de Australische band is hier inmiddels flink wat keren voorbij gekomen en het is al die keren goed voor een feestje en een energie boost. Ik geef direct toe dat ik lang niet altijd in de stemming ben voor dit album en ik vind het ook nog steeds geen album om heel druk over te doen. Het is daarom nog steeds geen album voor mijn jaarlijstje, maar dat maakt Comfort To Me zeker niet minder aangenaam.
Amyl And The Sniffers geven 35 minuten lang vol gas en toveren het ene na het andere memorabele punkliedje uit de speakers. Je waant je weer even in 1977 en ik heb het toen echt wel minder gehoord dan op het tweede album van de Australische band. Ook toe aan een energie boost? Er zijn 1001 middeltjes beschikbaar, maar een half uurtje Australische punk doet het ook echt prima. Erwin Zijleman
Ana Egge - Between Us (2021)

4,0
0
geplaatst: 21 september 2021, 15:56 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ana Egge - Between Us - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ana Egge - Between Us
Ana Egge timmert al heel wat jaren aan de weg, maar zet nog maar eens stappen op het veelzijdige, knap in elkaar stekende, bijzonder aangename en zeer aansprekende Between Us
Ik volg de van oorsprong Canadese muzikante Ana Egge al heel wat jaren, maar het duurde even voor ze op mij een onuitwisbare indruk maakte. Dat deed de muzikante uit New York voor het eerst met het in 2018 verschenen White Tiger en hierna met het een jaar later verschenen Is It The Kiss. Het deze week verschenen Between Us vind ik nog een stuk beter. Ana Egge heeft een tijdloos singer-songwriter album gemaakt dat alle kanten op kan en herinnert aan een aantal memorabele albums in de platenkast. Between Us kan uit de voeten met folk, jazz, pop, soul en nog veel meer en alles dat Ana Egge dit keer aanraakt verandert in goud, al is het maar door haar prachtige stem.
Ana Egge werd geboren in Canada, groeide overal en nergens in de Verenigde Staten op en opereert inmiddels al weer heel wat jaren vanuit Brooklyn, New York. Ze brengt al sinds de tweede helft van de jaren 90 albums uit, maar met name de laatste jaren maakt ze wat mij betreft indruk.
Op het in 2018 verschenen White Tiger schakelde Ana Egge tussen aan de ene kant pop en rock en aan de andere kant folk en country en deed ze me meer dan eens aan Aimee Mann denken, wat voor mij een groot compliment is. Op het een jaar later uitgebrachte Is It The Kiss schoof Ana Egge weer wat meer de kant van de folk en country op en maakte ze wederom indruk met haar stem, die me dit keer veel minder aan Aimee Mann deed denken.
Deze week verscheen de opvolger van Is It The Kiss, Between Us. Gezien de grote verschillen tussen de vorige twee albums, verbaast het me niet dat Ana Egge in de openingstrack van haar nieuwe album weer flink anders klinkt dan ik van haar gewend ben. Het flink met blazers versierde Wait A Minute herinnert aan de Southern soul van lang geleden en ook dit is een genre dat de Canadees/Amerikaanse muzikante uitstekend aan kan.
Between Us blijft vervolgens niet hangen in de soul en laat wederom horen dat Ana Egge alle kanten op kan. Ook op haar nieuwe album komen invloeden uit de folk en de country voorbij, maar Ana Egge kan ook opschuiven richting pop, rock, soul en jazz, om nog maar een aantal invloeden te noemen.
Zeker wanneer blazers worden toegevoegd aan het gloedvolle geluid op het album, slaat Between Us zich als een warme deken om je heen. Dat is zeker niet alleen de verdienste van het bijzonder aangename geluid op het album, maar zeker ook van de mooie stem van Ana Egge, die nog maar heel af en toe aan Aimee Mann doet denken en continu overtuigt met mooie vocalen vol gevoel.
Dat Between Us anders klinkt dan zijn voorgangers heeft ook zeker te maken met het feit dat Ana Egge dit keer heeft gekozen voor muzikanten buiten haar eigen bubble en dat ze een aantal songs op het album samen schreef met de Ierse muzikant Mick Flannery.
Het nieuwe album van Ana Egge klinkt anders dan zijn voorgangers, maar klinkt op een of andere manier toch ook bekend in de horen. Het is aan de ene kant een typisch Ana Egge album, maar ik moet bij beluistering van Between Us ook met enige regelmaat aan Joni Mitchell of aan Laura Nyro denken, zonder heel precies te kunnen aangeven waarom. Het zijn overigens twee zeer aansprekende voorbeelden en ik ben niet de enige die ze noemt.
De muzikante uit Brooklyn, New York, heeft niet alleen een veelzijdig, maar ook een zeer boeiend album afgeleverd. De instrumentatie zit vol bijzondere accenten van nogal wat instrumenten, met een hoofdrol voor blazers, gitaren en keyboards, de songs vallen op door verrassende wendingen maar ook door vakmanschap en Ana Egge zingt op haar nieuwe album werkelijk prachtig.
Ik ben de afgelopen jaren steeds meer onder de indruk van het werk van de muzikante uit New York en het spannende, gloedvolle en prachtige Between Us doet er wat nog maar eens een schepje bovenop en is wat mij betreft het meest aansprekende album van Ana Egge tot dusver. Alle reden dus om eens kennis te maken met de muziek van deze muzikante. Ze zal je niet teleurstellen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ana Egge - Between Us - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ana Egge - Between Us
Ana Egge timmert al heel wat jaren aan de weg, maar zet nog maar eens stappen op het veelzijdige, knap in elkaar stekende, bijzonder aangename en zeer aansprekende Between Us
Ik volg de van oorsprong Canadese muzikante Ana Egge al heel wat jaren, maar het duurde even voor ze op mij een onuitwisbare indruk maakte. Dat deed de muzikante uit New York voor het eerst met het in 2018 verschenen White Tiger en hierna met het een jaar later verschenen Is It The Kiss. Het deze week verschenen Between Us vind ik nog een stuk beter. Ana Egge heeft een tijdloos singer-songwriter album gemaakt dat alle kanten op kan en herinnert aan een aantal memorabele albums in de platenkast. Between Us kan uit de voeten met folk, jazz, pop, soul en nog veel meer en alles dat Ana Egge dit keer aanraakt verandert in goud, al is het maar door haar prachtige stem.
Ana Egge werd geboren in Canada, groeide overal en nergens in de Verenigde Staten op en opereert inmiddels al weer heel wat jaren vanuit Brooklyn, New York. Ze brengt al sinds de tweede helft van de jaren 90 albums uit, maar met name de laatste jaren maakt ze wat mij betreft indruk.
Op het in 2018 verschenen White Tiger schakelde Ana Egge tussen aan de ene kant pop en rock en aan de andere kant folk en country en deed ze me meer dan eens aan Aimee Mann denken, wat voor mij een groot compliment is. Op het een jaar later uitgebrachte Is It The Kiss schoof Ana Egge weer wat meer de kant van de folk en country op en maakte ze wederom indruk met haar stem, die me dit keer veel minder aan Aimee Mann deed denken.
Deze week verscheen de opvolger van Is It The Kiss, Between Us. Gezien de grote verschillen tussen de vorige twee albums, verbaast het me niet dat Ana Egge in de openingstrack van haar nieuwe album weer flink anders klinkt dan ik van haar gewend ben. Het flink met blazers versierde Wait A Minute herinnert aan de Southern soul van lang geleden en ook dit is een genre dat de Canadees/Amerikaanse muzikante uitstekend aan kan.
Between Us blijft vervolgens niet hangen in de soul en laat wederom horen dat Ana Egge alle kanten op kan. Ook op haar nieuwe album komen invloeden uit de folk en de country voorbij, maar Ana Egge kan ook opschuiven richting pop, rock, soul en jazz, om nog maar een aantal invloeden te noemen.
Zeker wanneer blazers worden toegevoegd aan het gloedvolle geluid op het album, slaat Between Us zich als een warme deken om je heen. Dat is zeker niet alleen de verdienste van het bijzonder aangename geluid op het album, maar zeker ook van de mooie stem van Ana Egge, die nog maar heel af en toe aan Aimee Mann doet denken en continu overtuigt met mooie vocalen vol gevoel.
Dat Between Us anders klinkt dan zijn voorgangers heeft ook zeker te maken met het feit dat Ana Egge dit keer heeft gekozen voor muzikanten buiten haar eigen bubble en dat ze een aantal songs op het album samen schreef met de Ierse muzikant Mick Flannery.
Het nieuwe album van Ana Egge klinkt anders dan zijn voorgangers, maar klinkt op een of andere manier toch ook bekend in de horen. Het is aan de ene kant een typisch Ana Egge album, maar ik moet bij beluistering van Between Us ook met enige regelmaat aan Joni Mitchell of aan Laura Nyro denken, zonder heel precies te kunnen aangeven waarom. Het zijn overigens twee zeer aansprekende voorbeelden en ik ben niet de enige die ze noemt.
De muzikante uit Brooklyn, New York, heeft niet alleen een veelzijdig, maar ook een zeer boeiend album afgeleverd. De instrumentatie zit vol bijzondere accenten van nogal wat instrumenten, met een hoofdrol voor blazers, gitaren en keyboards, de songs vallen op door verrassende wendingen maar ook door vakmanschap en Ana Egge zingt op haar nieuwe album werkelijk prachtig.
Ik ben de afgelopen jaren steeds meer onder de indruk van het werk van de muzikante uit New York en het spannende, gloedvolle en prachtige Between Us doet er wat nog maar eens een schepje bovenop en is wat mij betreft het meest aansprekende album van Ana Egge tot dusver. Alle reden dus om eens kennis te maken met de muziek van deze muzikante. Ze zal je niet teleurstellen. Erwin Zijleman
Ana Egge - Is It the Kiss (2019)

4,0
0
geplaatst: 17 september 2019, 08:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ana Egge - Is It The Kiss - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ana Egge - Is It The Kiss
Ana Egge betovert wederom met haar bijzondere stem en met prachtig ingekleurde rootssongs die maar blijven groeien
Ana Egge draait inmiddels al heel wat jaren mee, maar is helaas onbekend bij een breed publiek. Ook haar nieuwe album zou hier verandering in moeten kunnen brengen, want Is It The Kiss is een bijzonder fraai rootsalbum geworden. Ana Egge zingt op een bijzondere manier, die haar songs voorziet van emotie en intimiteit. De ruimte die ze open laat in haar songs wordt opgevuld door even subtiele als fraaie accenten in de instrumentatie, die ook dit keer van een bijzondere kracht en schoonheid is. De ingetogen songs van Ana Egge dringen zich misschien niet onmiddellijk op, maar als je eenmaal gegrepen bent door de bijzondere songs op het album laten ze niet meer los.
Ana Egge werd geboren in Canada als kind van reislustige ouders met hippie-idealen. Ze bracht haar jeugd in meerdere uithoeken van de Verenigde Staten door en was ook toen ze haar eerste stapjes als muzikant zette niet erg honkvast.
Ana Ege draait inmiddels ruim twintig jaar mee en is via Austin, Texas, in New York terecht gekomen. Vanuit New York verraste ze me vorig jaar zeer met het fraaie White Tiger, dat meer dan eens buiten de lijntjes van de traditionele Amerikaanse rootsmuziek kleurde. Op haar nieuwe album, Is It The Kiss, kiest Ana Egge weer wat nadrukkelijker voor de Amerikaanse rootsmuziek en dat is een genre dat uitstekend bij haar past.
Het album opent sterk met het prachtige Cocaine Cowboys, dat zich laat beluisteren als een klassieke countrysong. De song opent met akoestische klanken en de fluisterzachte maar wonderschone stem van de Amerikaanse singer-songwriter, maar wordt na enige tijd prachtig ingekleurd door onder andere het gitaarspel van Buck Meek, die ook al mocht schitteren op het vorige album van Ana Egge.
White Tiger maakte vorig jaar indruk met een even fraaie als spannende instrumentatie en ook op Is It The Kiss wordt de stem van Ana Egge uiterst trefzeker begeleid. De instrumentatie op het album is over het algemeen genomen sober, maar de subtiel toegevoegde lagen van gitaren, pedal steel, piano, blazers en strijkers voorzien de songs van een bijzondere en vaak wat donkere sfeer.
De keuze voor een behoorlijk ingetogen instrumentatie is een verstandige, want de zang van Ana Egge is ook op Is It The Kiss weer fluisterzacht. Het voorziet haar songs van een bijzondere intimiteit en kwetsbaarheid. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de bijzondere zang van Ana Egge, maar mij raakt het absoluut, zeker ook wanneer ze in de wat krachtiger gezongen songs doet denken aan de door mij bewonderde Aimee Mann.
De New Yorkse singer-songwriter koos op haar vorige album nog voor een wat lichtvoetiger geluid met uitstapjes richting pop, maar kiest op haar nieuwe album vooral voor wat traditioneel aandoende klanken, al is een eigentijdse wending in de instrumentatie nooit ver weg. Wanneer ze samen met Iris DeMent het door Diana Jones geschreven Ballad Of The Poor Child vertolkt hoor je traditioneel aandoende folk en country, maar Is It The Kiss flirt ook veelvuldig met jazzy klanken, die Ana Egge de kant van een jonge Rickie Lee Jones op duwen of met zich langzaam voortslepende songs die iets hebben van Gillian Welch.
Ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van het wat moderner klinkende White Tiger, maar ook het nieuwe album van Ana Egge bevalt me uitstekend. Door de zachte klanken dringt het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter zich waarschijnlijk niet bij iedereen direct op, maar steek wat tijd en energie in de intieme muziek van Ana Egge en het album groeit en groeit.
Wat mij betreft is er maar één ding aan te merken op Is It The Kiss en dat is dat de tien songs op het album er na een half uur alweer op zitten. Het is gelukkig wel een half uur van een bijzondere schoonheid met zang die door de ziel snijdt, gitaarlijnen waarvan je alleen maar zielsgelukkig kunt worden, songs die steeds indrukwekkender worden en een bijzondere intimiteit die er voor zorgt dat het lijkt of Ana Ege haar songs alleen voor jou vertolkt. Indrukwekkend album weer van dit helaas wat miskende talent. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ana Egge - Is It The Kiss - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ana Egge - Is It The Kiss
Ana Egge betovert wederom met haar bijzondere stem en met prachtig ingekleurde rootssongs die maar blijven groeien
Ana Egge draait inmiddels al heel wat jaren mee, maar is helaas onbekend bij een breed publiek. Ook haar nieuwe album zou hier verandering in moeten kunnen brengen, want Is It The Kiss is een bijzonder fraai rootsalbum geworden. Ana Egge zingt op een bijzondere manier, die haar songs voorziet van emotie en intimiteit. De ruimte die ze open laat in haar songs wordt opgevuld door even subtiele als fraaie accenten in de instrumentatie, die ook dit keer van een bijzondere kracht en schoonheid is. De ingetogen songs van Ana Egge dringen zich misschien niet onmiddellijk op, maar als je eenmaal gegrepen bent door de bijzondere songs op het album laten ze niet meer los.
Ana Egge werd geboren in Canada als kind van reislustige ouders met hippie-idealen. Ze bracht haar jeugd in meerdere uithoeken van de Verenigde Staten door en was ook toen ze haar eerste stapjes als muzikant zette niet erg honkvast.
Ana Ege draait inmiddels ruim twintig jaar mee en is via Austin, Texas, in New York terecht gekomen. Vanuit New York verraste ze me vorig jaar zeer met het fraaie White Tiger, dat meer dan eens buiten de lijntjes van de traditionele Amerikaanse rootsmuziek kleurde. Op haar nieuwe album, Is It The Kiss, kiest Ana Egge weer wat nadrukkelijker voor de Amerikaanse rootsmuziek en dat is een genre dat uitstekend bij haar past.
Het album opent sterk met het prachtige Cocaine Cowboys, dat zich laat beluisteren als een klassieke countrysong. De song opent met akoestische klanken en de fluisterzachte maar wonderschone stem van de Amerikaanse singer-songwriter, maar wordt na enige tijd prachtig ingekleurd door onder andere het gitaarspel van Buck Meek, die ook al mocht schitteren op het vorige album van Ana Egge.
White Tiger maakte vorig jaar indruk met een even fraaie als spannende instrumentatie en ook op Is It The Kiss wordt de stem van Ana Egge uiterst trefzeker begeleid. De instrumentatie op het album is over het algemeen genomen sober, maar de subtiel toegevoegde lagen van gitaren, pedal steel, piano, blazers en strijkers voorzien de songs van een bijzondere en vaak wat donkere sfeer.
De keuze voor een behoorlijk ingetogen instrumentatie is een verstandige, want de zang van Ana Egge is ook op Is It The Kiss weer fluisterzacht. Het voorziet haar songs van een bijzondere intimiteit en kwetsbaarheid. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de bijzondere zang van Ana Egge, maar mij raakt het absoluut, zeker ook wanneer ze in de wat krachtiger gezongen songs doet denken aan de door mij bewonderde Aimee Mann.
De New Yorkse singer-songwriter koos op haar vorige album nog voor een wat lichtvoetiger geluid met uitstapjes richting pop, maar kiest op haar nieuwe album vooral voor wat traditioneel aandoende klanken, al is een eigentijdse wending in de instrumentatie nooit ver weg. Wanneer ze samen met Iris DeMent het door Diana Jones geschreven Ballad Of The Poor Child vertolkt hoor je traditioneel aandoende folk en country, maar Is It The Kiss flirt ook veelvuldig met jazzy klanken, die Ana Egge de kant van een jonge Rickie Lee Jones op duwen of met zich langzaam voortslepende songs die iets hebben van Gillian Welch.
Ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van het wat moderner klinkende White Tiger, maar ook het nieuwe album van Ana Egge bevalt me uitstekend. Door de zachte klanken dringt het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter zich waarschijnlijk niet bij iedereen direct op, maar steek wat tijd en energie in de intieme muziek van Ana Egge en het album groeit en groeit.
Wat mij betreft is er maar één ding aan te merken op Is It The Kiss en dat is dat de tien songs op het album er na een half uur alweer op zitten. Het is gelukkig wel een half uur van een bijzondere schoonheid met zang die door de ziel snijdt, gitaarlijnen waarvan je alleen maar zielsgelukkig kunt worden, songs die steeds indrukwekkender worden en een bijzondere intimiteit die er voor zorgt dat het lijkt of Ana Ege haar songs alleen voor jou vertolkt. Indrukwekkend album weer van dit helaas wat miskende talent. Erwin Zijleman
Ana Egge - Sharing in the Spirit (2024)

4,0
0
geplaatst: 22 mei 2024, 13:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ana Egge - Sharing In The Spirit - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ana Egge - Sharing In The Spirit
De van oorsprong Canadese singer-songwriter Ana Egge brengt met Sharing In The Spirit alweer haar dertiende album uit en weet het hoge niveau en de diversiteit van haar laatste paar albums makkelijk vast te houden
Ik vond de albums van Ana Egge altijd wel interessant, maar met name haar laatste paar albums vind ik echt heel erg goed. Ook het deze week verschenen Sharing In The Spirit is weer een uitstekend album van de singer-songwriter die een groter publiek verdient dan ze momenteel heeft. Op haar nieuwe album kan Ana Egge zowel uit de voeten met ingetogen folk- en countrysongs als met net wat steviger klinkende songs en in beide gevallen overtuigt ze makkelijk met haar mooie stem en de aantrekkelijke klanken van de muzikanten die haar omringen. Ana Egge is bovendien een uitstekend songwriter en schrijft ook nog eens teksten die ergens over gaan.
Ana Egge brengt inmiddels al een kleine dertig jaar albums uit, maar heel bekend is ze nog altijd niet. De in Canada geboren, maar in de Verenigde Staten opgegroeide singer-songwriter maakt al sinds de jaren 90 prima albums. Het zijn albums met vooral invloeden uit de folk en country en het zijn albums die in kwalitatief opzicht altijd een heel behoorlijk niveau vast weten te houden. Het zijn ook wel wat degelijk klinkende albums, waardoor de albums van Ana Egge er voor mij nooit echt uitsprongen of er in ieder geval niet makkelijk uitsprongen.
De afgelopen jaren bevallen de albums van Ana Egge me echter uitstekend. White Tiger (2018), Is It the Kiss (2019) en Between Us (2021) staken wat mij betreft alle drie ruimschoots boven het maaiveld uit en dat geldt ook weer voor het deze week uitgebrachte Sharing In The Spirit. Ook op haar dertiende album laat Ana Egge dat weer horen dat ze een uitstekende songwriter en een prima zangeres is.
Haar vroege albums klonken zoals gezegd wat degelijk en dat geldt misschien ook wel voor het nieuwe album. Sharing In The Spirit is geen album dat in muzikaal opzicht heel veel nieuwe dingen doet, maar dat is ook niet altijd nodig. Op haar nieuwe album laat Ana Egge horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek met heel veel genres uit de voeten kan en binnen al deze genres authentiek kan klinken.
Het album opent met lekker gruizige rootsrock, die opvalt door fraaie koortjes en langzaam maar zeker ontsporend gitaarwerk. Het smaakt naar meer, maar in de tweede track verruilt Ana Egge de elektrische gitaren voor de pedal steel en de viool en wordt de rootsrock ingewisseld voor country. En zo wordt er vaker geschakeld tussen ingetogen en net wat uitbundiger klinkende muziek.
In muzikaal opzicht is het niveau ook dit keer hoog en ook de zang van Ana Egge maakt makkelijk indruk. Ana Egge woont al geruime tijd in Brooklyn, New York, maar in haar muziek hoor je vooral het zuiden van de Verenigde Staten. Na rootsrock en country biedt Sharing In The Spirit ook ruimte aan folk, terwijl ook invloeden uit de soul en pop hun weg hebben gevonden naar het album.
Mede dankzij de fraaie productie van Lorenzo Wolff, die als studiotechnicus werkte voor Taylor Swift, klinkt de instrumentatie op Sharing In The Spirit prachtig en dat geldt ook voor de stem van Ana Egge. De instrumentatie klinkt in alle songs op het album zeer smaakvol en kleurt, meer dan in het verleden, ook wel wat buiten de lijntjes, waardoor het album meer is dan een degelijk klinkend rootsalbum.
Ana Egge zal misschien niet direct de aandacht trekken, maar de sterke songs op Sharing In The Spirit en de fraaie muzikale en vocale inkleuring moeten een breder publiek aan kunnen spreken dan Ana Egge tot dusver trekt. Zelf ben ik zoals gezegd zeer te spreken over haar laatste paar albums en ook het bij vlagen net wat steviger klinkende Sharing In The Spirit, dat afsluit met een prachtige versie van Sinéad O'Connor’s The Last Day of Our Acquaintance, overtuigde mij weer makkelijk.
De albums van Ana Egge zijn de laatste jaren ook nog eens albums die nog een flinke tijd beter worden, wat het interessant maakt om het album meerdere keren te beluisteren voor het vellen van een definitief oordeel. Het biedt ook de mogelijkheid om wat beter te luisteren naar de teksten, die deels persoonlijk van aard zijn, maar ook de grote maatschappelijke thema’s niet uit de weg gaan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ana Egge - Sharing In The Spirit - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ana Egge - Sharing In The Spirit
De van oorsprong Canadese singer-songwriter Ana Egge brengt met Sharing In The Spirit alweer haar dertiende album uit en weet het hoge niveau en de diversiteit van haar laatste paar albums makkelijk vast te houden
Ik vond de albums van Ana Egge altijd wel interessant, maar met name haar laatste paar albums vind ik echt heel erg goed. Ook het deze week verschenen Sharing In The Spirit is weer een uitstekend album van de singer-songwriter die een groter publiek verdient dan ze momenteel heeft. Op haar nieuwe album kan Ana Egge zowel uit de voeten met ingetogen folk- en countrysongs als met net wat steviger klinkende songs en in beide gevallen overtuigt ze makkelijk met haar mooie stem en de aantrekkelijke klanken van de muzikanten die haar omringen. Ana Egge is bovendien een uitstekend songwriter en schrijft ook nog eens teksten die ergens over gaan.
Ana Egge brengt inmiddels al een kleine dertig jaar albums uit, maar heel bekend is ze nog altijd niet. De in Canada geboren, maar in de Verenigde Staten opgegroeide singer-songwriter maakt al sinds de jaren 90 prima albums. Het zijn albums met vooral invloeden uit de folk en country en het zijn albums die in kwalitatief opzicht altijd een heel behoorlijk niveau vast weten te houden. Het zijn ook wel wat degelijk klinkende albums, waardoor de albums van Ana Egge er voor mij nooit echt uitsprongen of er in ieder geval niet makkelijk uitsprongen.
De afgelopen jaren bevallen de albums van Ana Egge me echter uitstekend. White Tiger (2018), Is It the Kiss (2019) en Between Us (2021) staken wat mij betreft alle drie ruimschoots boven het maaiveld uit en dat geldt ook weer voor het deze week uitgebrachte Sharing In The Spirit. Ook op haar dertiende album laat Ana Egge dat weer horen dat ze een uitstekende songwriter en een prima zangeres is.
Haar vroege albums klonken zoals gezegd wat degelijk en dat geldt misschien ook wel voor het nieuwe album. Sharing In The Spirit is geen album dat in muzikaal opzicht heel veel nieuwe dingen doet, maar dat is ook niet altijd nodig. Op haar nieuwe album laat Ana Egge horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek met heel veel genres uit de voeten kan en binnen al deze genres authentiek kan klinken.
Het album opent met lekker gruizige rootsrock, die opvalt door fraaie koortjes en langzaam maar zeker ontsporend gitaarwerk. Het smaakt naar meer, maar in de tweede track verruilt Ana Egge de elektrische gitaren voor de pedal steel en de viool en wordt de rootsrock ingewisseld voor country. En zo wordt er vaker geschakeld tussen ingetogen en net wat uitbundiger klinkende muziek.
In muzikaal opzicht is het niveau ook dit keer hoog en ook de zang van Ana Egge maakt makkelijk indruk. Ana Egge woont al geruime tijd in Brooklyn, New York, maar in haar muziek hoor je vooral het zuiden van de Verenigde Staten. Na rootsrock en country biedt Sharing In The Spirit ook ruimte aan folk, terwijl ook invloeden uit de soul en pop hun weg hebben gevonden naar het album.
Mede dankzij de fraaie productie van Lorenzo Wolff, die als studiotechnicus werkte voor Taylor Swift, klinkt de instrumentatie op Sharing In The Spirit prachtig en dat geldt ook voor de stem van Ana Egge. De instrumentatie klinkt in alle songs op het album zeer smaakvol en kleurt, meer dan in het verleden, ook wel wat buiten de lijntjes, waardoor het album meer is dan een degelijk klinkend rootsalbum.
Ana Egge zal misschien niet direct de aandacht trekken, maar de sterke songs op Sharing In The Spirit en de fraaie muzikale en vocale inkleuring moeten een breder publiek aan kunnen spreken dan Ana Egge tot dusver trekt. Zelf ben ik zoals gezegd zeer te spreken over haar laatste paar albums en ook het bij vlagen net wat steviger klinkende Sharing In The Spirit, dat afsluit met een prachtige versie van Sinéad O'Connor’s The Last Day of Our Acquaintance, overtuigde mij weer makkelijk.
De albums van Ana Egge zijn de laatste jaren ook nog eens albums die nog een flinke tijd beter worden, wat het interessant maakt om het album meerdere keren te beluisteren voor het vellen van een definitief oordeel. Het biedt ook de mogelijkheid om wat beter te luisteren naar de teksten, die deels persoonlijk van aard zijn, maar ook de grote maatschappelijke thema’s niet uit de weg gaan. Erwin Zijleman
Ana Egge - White Tiger (2018)

4,0
0
geplaatst: 17 juni 2018, 10:36 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ana Egge - White Tiger - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ana Egge werd geboren in het Canadese Saskatchewan, maar groeide op aan de andere kant van de Amerikaanse grens in North Dakota. Ze maakt al sinds 1997 platen en heeft inmiddels een flinke stapel op haar naam staan.
Het zijn platen die ik lang niet allemaal in handen heb gekregen en de platen die ik wel heb, hebben zeker niet allemaal een onuitwisbare indruk gemaakt, al zat er af en toe een sterke tussen (zeker haar debuut River Under The Road is zeer de moeite waard).
De laatste jaren ben ik Ana Egge vrijwel volledig uit het oog verloren en ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen rond haar nieuwe plaat. White Tiger blijkt echter een hele sterke plaat.
Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van de mooie en bij vlagen bijzondere instrumentatie op de plaat. Ana Egge kon voor haar nieuwe plaat een beroep doen op een aantal geweldige muzikanten, onder wie stergitarist Buck Meek. Het gitaarwerk op de plaat is dan ook dik in orde, maar White Tiger is ook voorzien van opvallende bijdragen van strijkers en blazers en speelt af en toe knap met elektronica.
Ana Egge werd vooralsnog vooral in het hokje ‘Amerikaanse rootsmuziek’ geduwd, maar op haar nieuwe plaat kiest ze voor een totaalgeluid dat niet alleen put uit de archieven van de folk en de country, maar zich ook heeft laten beïnvloeden door pop en rock. Het levert een mooi verzorgd geluid op dat af en toe bijzonder buiten de lijntjes kleurt of zelfs voorzichtig tegendraads klinkt, maar het is ook een geluid dat de stem van Ana Egge alle ruimte geeft.
De inmiddels vanuit Brooklyn, New York, opererende singer-songwriter beschikt over een mooi en warm stemgeluid, dat af en toe wel wat doet denken aan Aimee Mann, die ik wel al enkele decennia onder mijn favoriete vrouwelijke singer-songwriters schaar. De stem van Ana Egge was me tot dusver nooit zo opgevallen, maar op White Tiger maakt ze indruk met warme vocalen en een duidelijk eigen geluid.
De songs op de nieuwe plaat van Ana Egge zijn prachtig ingekleurd en voorzien van gloedvolle vocalen, maar het zijn ook nog eens aansprekende songs, die makkelijk vermaken maar ook nog een flinke tijd doorgroeien, vooral omdat Ana Egge zich in muzikaal en vocaal opzicht zeker niet alleen op de gebaande paden begeeft. Het zijn songs waarin Ana Egge mooie verhalen vertelt over het leven on the road en haar liefde voor vrouwen, wat de songs op White Tiger voorziet van een persoonlijk en eigenzinnig tintje.
Ik heb White Tiger inmiddels een tijdje in mijn bezit en ben alleen maar meer gaan houden van de nieuwe plaat van Ana Egge. White Tiger vermaakt steeds weer met geweldige muzikale accenten en uitbarstingen en met een stem die aangenaam verwarmt en ontroert. Het is hierdoor inmiddels een plaat die flink boven het maaiveld uitsteekt en echt veel meer aandacht verdient dan de plaat tot dusver in Nederland krijgt. Ana Egge heeft tot dusver misschien nog geen hele indrukwekkende staat van dienst, maar White Tiger is in alle opzichten een topplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ana Egge - White Tiger - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ana Egge werd geboren in het Canadese Saskatchewan, maar groeide op aan de andere kant van de Amerikaanse grens in North Dakota. Ze maakt al sinds 1997 platen en heeft inmiddels een flinke stapel op haar naam staan.
Het zijn platen die ik lang niet allemaal in handen heb gekregen en de platen die ik wel heb, hebben zeker niet allemaal een onuitwisbare indruk gemaakt, al zat er af en toe een sterke tussen (zeker haar debuut River Under The Road is zeer de moeite waard).
De laatste jaren ben ik Ana Egge vrijwel volledig uit het oog verloren en ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen rond haar nieuwe plaat. White Tiger blijkt echter een hele sterke plaat.
Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van de mooie en bij vlagen bijzondere instrumentatie op de plaat. Ana Egge kon voor haar nieuwe plaat een beroep doen op een aantal geweldige muzikanten, onder wie stergitarist Buck Meek. Het gitaarwerk op de plaat is dan ook dik in orde, maar White Tiger is ook voorzien van opvallende bijdragen van strijkers en blazers en speelt af en toe knap met elektronica.
Ana Egge werd vooralsnog vooral in het hokje ‘Amerikaanse rootsmuziek’ geduwd, maar op haar nieuwe plaat kiest ze voor een totaalgeluid dat niet alleen put uit de archieven van de folk en de country, maar zich ook heeft laten beïnvloeden door pop en rock. Het levert een mooi verzorgd geluid op dat af en toe bijzonder buiten de lijntjes kleurt of zelfs voorzichtig tegendraads klinkt, maar het is ook een geluid dat de stem van Ana Egge alle ruimte geeft.
De inmiddels vanuit Brooklyn, New York, opererende singer-songwriter beschikt over een mooi en warm stemgeluid, dat af en toe wel wat doet denken aan Aimee Mann, die ik wel al enkele decennia onder mijn favoriete vrouwelijke singer-songwriters schaar. De stem van Ana Egge was me tot dusver nooit zo opgevallen, maar op White Tiger maakt ze indruk met warme vocalen en een duidelijk eigen geluid.
De songs op de nieuwe plaat van Ana Egge zijn prachtig ingekleurd en voorzien van gloedvolle vocalen, maar het zijn ook nog eens aansprekende songs, die makkelijk vermaken maar ook nog een flinke tijd doorgroeien, vooral omdat Ana Egge zich in muzikaal en vocaal opzicht zeker niet alleen op de gebaande paden begeeft. Het zijn songs waarin Ana Egge mooie verhalen vertelt over het leven on the road en haar liefde voor vrouwen, wat de songs op White Tiger voorziet van een persoonlijk en eigenzinnig tintje.
Ik heb White Tiger inmiddels een tijdje in mijn bezit en ben alleen maar meer gaan houden van de nieuwe plaat van Ana Egge. White Tiger vermaakt steeds weer met geweldige muzikale accenten en uitbarstingen en met een stem die aangenaam verwarmt en ontroert. Het is hierdoor inmiddels een plaat die flink boven het maaiveld uitsteekt en echt veel meer aandacht verdient dan de plaat tot dusver in Nederland krijgt. Ana Egge heeft tot dusver misschien nog geen hele indrukwekkende staat van dienst, maar White Tiger is in alle opzichten een topplaat. Erwin Zijleman
Ana Moura - Moura (2015)

3,5
0
geplaatst: 27 juni 2016, 13:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ana Moura - Moura - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ana Moura behoort tot de nieuwe lichting Portugese fado zangeressen, maar gaat inmiddels al weer een kleine 15 jaar mee.
In die 15 jaar maakte ze vijf platen die behoren tot het beste dat de Portugese fado momenteel te bieden heeft en ook op plaat nummer 6 maakte ze haar reputatie weer meer dan waar.
In tegenstelling tot soort- en tijdgenoten als Misia en Mariza, laat Ana Moura zich niet uitsluitend leiden door de rijke tradities van de Portugese Fado, maar durft ze de fado die ze als kind met de paplepel kreeg ingegoten ook te vernieuwen.
Voor Moura werkt de Portugese zangeres voor de tweede keer samen met de Amerikaanse sterproducer Larry Klein(Joni Mitchell, Madeleine Peyroux en vele anderen). Dat is een opvallende keuze. Larry Klein weet als geen ander hoe een goede singer-songwriter plaat moet klinken, maar van fado zal hij waarschijnlijk weinig kaas gegeten hebben.
Erg is dat niet, want de onverwachte samenwerking levert een bijzonder geluid op, waarin Ana Moura wel degelijk stevig citeert uit de archieven van de traditionele Portugese fado, maar ook aansluit bij het instrumentarium en de producties waarmee Larry Klein zijn sporen in de muziek heeft verdient.
Moura klinkt hierdoor veel moderner dan de meeste andere fado platen die ik in de kast heb staan, maar het is zeker geen plaat die klinkt of Ana Moura haar ziel aan de duivel heeft verkocht. Met name de emotievolle vocalen op de plaat zijn niet heel ver verwijderd van de groten uit de geschiedenis van de fado en maken indruk, zeker wanneer Ana Moura nog net wat meer passie en emotie in haar stem legt.
Het zijn vocalen die fraai kleuren bij de instrumentatie, die wat betreft het snarenwerk nog redelijk aansluit bij de traditionele fado, maar verder een wat voller en veelzijdiger geluid laat horen, waarin ook ruimte is voor invloeden uit de folk en de jazz.
Het biedt Ana Moura de mogelijkheid om buiten de gebaande paden van de traditionele Portugse fado te treden. Moura bevat zelfs een Engelstalige song en ook met haar versie met het al door Jan en alleman vertolkte Lilac Wine maakt Ana Moura makkelijk indruk. Het meest aansprekend zijn echter de songs in het Portugees waarin Ana Moura haar ziel bloot legt en je tot op het bot kan raken met prachtige vocalen.
Moura is al een tijdje uit en dreigt wat tussen wal en schip te vallen omdat liefhebbers van traditionele fado het te modern vinden en liefhebbers van singer-songwriters zich laten afschrikken door de invloeden uit de Portugese muziek. Het is jammer, want Moura is eigenlijk een plaat waarop alles klopt en die overloopt van gevoel. Ik heb er stevig van leren houden en hou Ana Moura vanaf dit moment weer in de gaten. Moura is intussen de perfecte soundtrack voor broeierige zomeravonden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ana Moura - Moura - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ana Moura behoort tot de nieuwe lichting Portugese fado zangeressen, maar gaat inmiddels al weer een kleine 15 jaar mee.
In die 15 jaar maakte ze vijf platen die behoren tot het beste dat de Portugese fado momenteel te bieden heeft en ook op plaat nummer 6 maakte ze haar reputatie weer meer dan waar.
In tegenstelling tot soort- en tijdgenoten als Misia en Mariza, laat Ana Moura zich niet uitsluitend leiden door de rijke tradities van de Portugese Fado, maar durft ze de fado die ze als kind met de paplepel kreeg ingegoten ook te vernieuwen.
Voor Moura werkt de Portugese zangeres voor de tweede keer samen met de Amerikaanse sterproducer Larry Klein(Joni Mitchell, Madeleine Peyroux en vele anderen). Dat is een opvallende keuze. Larry Klein weet als geen ander hoe een goede singer-songwriter plaat moet klinken, maar van fado zal hij waarschijnlijk weinig kaas gegeten hebben.
Erg is dat niet, want de onverwachte samenwerking levert een bijzonder geluid op, waarin Ana Moura wel degelijk stevig citeert uit de archieven van de traditionele Portugese fado, maar ook aansluit bij het instrumentarium en de producties waarmee Larry Klein zijn sporen in de muziek heeft verdient.
Moura klinkt hierdoor veel moderner dan de meeste andere fado platen die ik in de kast heb staan, maar het is zeker geen plaat die klinkt of Ana Moura haar ziel aan de duivel heeft verkocht. Met name de emotievolle vocalen op de plaat zijn niet heel ver verwijderd van de groten uit de geschiedenis van de fado en maken indruk, zeker wanneer Ana Moura nog net wat meer passie en emotie in haar stem legt.
Het zijn vocalen die fraai kleuren bij de instrumentatie, die wat betreft het snarenwerk nog redelijk aansluit bij de traditionele fado, maar verder een wat voller en veelzijdiger geluid laat horen, waarin ook ruimte is voor invloeden uit de folk en de jazz.
Het biedt Ana Moura de mogelijkheid om buiten de gebaande paden van de traditionele Portugse fado te treden. Moura bevat zelfs een Engelstalige song en ook met haar versie met het al door Jan en alleman vertolkte Lilac Wine maakt Ana Moura makkelijk indruk. Het meest aansprekend zijn echter de songs in het Portugees waarin Ana Moura haar ziel bloot legt en je tot op het bot kan raken met prachtige vocalen.
Moura is al een tijdje uit en dreigt wat tussen wal en schip te vallen omdat liefhebbers van traditionele fado het te modern vinden en liefhebbers van singer-songwriters zich laten afschrikken door de invloeden uit de Portugese muziek. Het is jammer, want Moura is eigenlijk een plaat waarop alles klopt en die overloopt van gevoel. Ik heb er stevig van leren houden en hou Ana Moura vanaf dit moment weer in de gaten. Moura is intussen de perfecte soundtrack voor broeierige zomeravonden. Erwin Zijleman
Anaïs Mitchell - Anaïs Mitchell (2022)

4,5
2
geplaatst: 29 januari 2022, 10:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Anaïs Mitchell - Anaïs Mitchell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Anaïs Mitchell - Anaïs Mitchell
De Amerikaanse muzikante Anaïs Mitchell stortte zich de afgelopen jaren vol overgave op haar musical Hadestown, maar keert gelukkig terug als singer-songwriter op haar beste album tot dusver
Het titelloze nieuwe album van de Amerikaanse muzikante Anaïs Mitchell had maar een paar seconden nodig om me te overtuigen om vervolgens alleen maar verder door te groeien. Het nieuwe album van Anaïs Mitchell heeft geen titel meegekregen, maar verder valt alles op zijn plek. De mooie persoonlijke verhalen over de terugkeer naar haar geboortegrond, de werkelijk prachtige instrumentatie van een aantal topmuzikanten, de al even mooie productie van Josh Kaufman en zeker ook de geweldige stem van Anaïs Mitchell, die in het verleden nog wel eens uit de bocht vloog of tegen de haren in streek, maar dit keer het in alle opzichten geweldige album naar angstige hoogten tilt.
De Amerikaanse singer-songwriter Anaïs Mitchell debuteerde precies twintig jaar geleden en heeft inmiddels een aantal mooie albums op haar naam staan. Op hetzelfde moment vind ik het oeuvre van de Amerikaanse muzikante ook behoorlijk rommelig of zelfs wisselvallig. Sinds het uitstekende Young Man In America uit 2012, moesten we het doen met een album vol kinderliedjes, met het fraaie maar wel erg sobere Xoa en met de musical bewerking van het uit 2010 stammende Hadestown.
Met name het laatste album en de bijbehorende vertolkingen in het theater hebben Anaïs Mitchell aardig bezig gehouden de afgelopen jaren en overigens ook de nodige prijzen opgeleverd, maar ik heb echt helemaal niks met musicals, ook niet als het gaat om een op zich redelijk smaakvolle musical als Hadestown.
In de tussentijd had de Amerikaanse muzikante overigens wel tijd om deel uit te maken van het zeer geslaagde project Bonny Light Horseman en speelde ze een glansrol op het vorig jaar verschenen album van Big Red Machine. Alles bij elkaar niets te klagen dus, maar bij de soloalbums van Anaïs Mitchell had ik in het verleden wel altijd het idee dat er meer in zat.
Dat blijkt nu een terechte veronderstelling, want op het deze week verschenen titelloze album van Anaïs Mitchell komt dat meer er echt in alle opzichten uit. Het titelloze nieuwe album is een album dat zich vanaf de eerste noten als een warme deken om je heen slaat en dat vervolgens ruim een half uur de ruimte aangenaam verwarmt.
De Amerikaanse muzikante heeft haar nieuwe album voorzien van een warm en gloedvol geluid dat in de basis bestaat uit akoestische gitaren, elektrische gitaren en piano en dat vervolgens subtiel verder is ingekleurd met onder andere strijkers, blazers en keyboards. Het is een tijdloos singer-songwriter geluid, dat herinnert aan de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70, maar dat ook wel wat doet denken aan het geluid op Folklore en Evermore van Taylor Swift, die vorig jaar overigens ook te horen was op het album van Big Red Machine.
Het is een zeer smaakvol geluid, maar je hoort ook direct dat er een aantal topmuzikanten zijn te horen op het album. Een blik op de credits, waarop de namen van onder andere Josh Kaufman, Thomas Bartlett, Michael Lewis, JT Bates en Aaron Dessner prijken, bevestigt dit. Bonny Light Horseman bandgenoot Josh Kaufman produceerde het album en tekent voor een geluid dat niet alleen perfect past bij de stem van Anaïs Mitchell, maar deze stem ook versterkt.
Zeker op haar eerste albums streek deze stem nog wel eens tegen de haren in, maar op het nieuwe album van Anaïs Mitchell zijn de instrumentatie en de vocalen perfect in balans en is de stem van de Amerikaanse muzikante alleen maar heel erg mooi en bovendien fraai doorleefd.
Het album is ook nog eens gevuld met mooie persoonlijke verhalen en gaat met name over de terugkeer van Anaïs Mitchell naar haar geboortegrond op het platteland van Vermont en het achter zich laten van Brooklyn, New York. De covid pandemie en een zwangerschap liepen hier nog eens dwars doorheen.
Zeker na haar bijdragen aan de muziek van Bonny Light Horseman en Big Red Machine had ik hoge verwachtingen van het nieuwe album van Anaïs Mitchell, maar was ik ook op mijn hoede door enkele zwakkere schakels in haar oeuvre. Dit nieuwe album heeft mijn verwachtingen echter op alle fronten overtroffen, al had het van mij best een kwartiertje langer mogen duren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Anaïs Mitchell - Anaïs Mitchell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Anaïs Mitchell - Anaïs Mitchell
De Amerikaanse muzikante Anaïs Mitchell stortte zich de afgelopen jaren vol overgave op haar musical Hadestown, maar keert gelukkig terug als singer-songwriter op haar beste album tot dusver
Het titelloze nieuwe album van de Amerikaanse muzikante Anaïs Mitchell had maar een paar seconden nodig om me te overtuigen om vervolgens alleen maar verder door te groeien. Het nieuwe album van Anaïs Mitchell heeft geen titel meegekregen, maar verder valt alles op zijn plek. De mooie persoonlijke verhalen over de terugkeer naar haar geboortegrond, de werkelijk prachtige instrumentatie van een aantal topmuzikanten, de al even mooie productie van Josh Kaufman en zeker ook de geweldige stem van Anaïs Mitchell, die in het verleden nog wel eens uit de bocht vloog of tegen de haren in streek, maar dit keer het in alle opzichten geweldige album naar angstige hoogten tilt.
De Amerikaanse singer-songwriter Anaïs Mitchell debuteerde precies twintig jaar geleden en heeft inmiddels een aantal mooie albums op haar naam staan. Op hetzelfde moment vind ik het oeuvre van de Amerikaanse muzikante ook behoorlijk rommelig of zelfs wisselvallig. Sinds het uitstekende Young Man In America uit 2012, moesten we het doen met een album vol kinderliedjes, met het fraaie maar wel erg sobere Xoa en met de musical bewerking van het uit 2010 stammende Hadestown.
Met name het laatste album en de bijbehorende vertolkingen in het theater hebben Anaïs Mitchell aardig bezig gehouden de afgelopen jaren en overigens ook de nodige prijzen opgeleverd, maar ik heb echt helemaal niks met musicals, ook niet als het gaat om een op zich redelijk smaakvolle musical als Hadestown.
In de tussentijd had de Amerikaanse muzikante overigens wel tijd om deel uit te maken van het zeer geslaagde project Bonny Light Horseman en speelde ze een glansrol op het vorig jaar verschenen album van Big Red Machine. Alles bij elkaar niets te klagen dus, maar bij de soloalbums van Anaïs Mitchell had ik in het verleden wel altijd het idee dat er meer in zat.
Dat blijkt nu een terechte veronderstelling, want op het deze week verschenen titelloze album van Anaïs Mitchell komt dat meer er echt in alle opzichten uit. Het titelloze nieuwe album is een album dat zich vanaf de eerste noten als een warme deken om je heen slaat en dat vervolgens ruim een half uur de ruimte aangenaam verwarmt.
De Amerikaanse muzikante heeft haar nieuwe album voorzien van een warm en gloedvol geluid dat in de basis bestaat uit akoestische gitaren, elektrische gitaren en piano en dat vervolgens subtiel verder is ingekleurd met onder andere strijkers, blazers en keyboards. Het is een tijdloos singer-songwriter geluid, dat herinnert aan de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70, maar dat ook wel wat doet denken aan het geluid op Folklore en Evermore van Taylor Swift, die vorig jaar overigens ook te horen was op het album van Big Red Machine.
Het is een zeer smaakvol geluid, maar je hoort ook direct dat er een aantal topmuzikanten zijn te horen op het album. Een blik op de credits, waarop de namen van onder andere Josh Kaufman, Thomas Bartlett, Michael Lewis, JT Bates en Aaron Dessner prijken, bevestigt dit. Bonny Light Horseman bandgenoot Josh Kaufman produceerde het album en tekent voor een geluid dat niet alleen perfect past bij de stem van Anaïs Mitchell, maar deze stem ook versterkt.
Zeker op haar eerste albums streek deze stem nog wel eens tegen de haren in, maar op het nieuwe album van Anaïs Mitchell zijn de instrumentatie en de vocalen perfect in balans en is de stem van de Amerikaanse muzikante alleen maar heel erg mooi en bovendien fraai doorleefd.
Het album is ook nog eens gevuld met mooie persoonlijke verhalen en gaat met name over de terugkeer van Anaïs Mitchell naar haar geboortegrond op het platteland van Vermont en het achter zich laten van Brooklyn, New York. De covid pandemie en een zwangerschap liepen hier nog eens dwars doorheen.
Zeker na haar bijdragen aan de muziek van Bonny Light Horseman en Big Red Machine had ik hoge verwachtingen van het nieuwe album van Anaïs Mitchell, maar was ik ook op mijn hoede door enkele zwakkere schakels in haar oeuvre. Dit nieuwe album heeft mijn verwachtingen echter op alle fronten overtroffen, al had het van mij best een kwartiertje langer mogen duren. Erwin Zijleman
And the Golden Choir - Another Half Life (2015)

4,0
0
geplaatst: 3 februari 2016, 17:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: And The Golden Choir - Another Half Life - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
And The Golden Choir is een project van Tobias Siebert. De Duitse muzikant kan uit de voeten op een groot aantal instrumenten, beschikt over een bijzondere stem en weet ook nog eens hoe hij een plaat moet produceren. Het levert in de vorm van Another Half Life een buitengewoon fascinerende plaat op.
Het is een plaat die het uitstekend doet op koude en regenachtige dagen, want Tobias Siebert heeft een voorkeur voor stemmige en ietwat melancholische muziek.
In muzikaal opzicht deed de muziek van And The Golden Choir me in eerste instantie wel wat denken aan een band als Talk Talk, maar mede vanwege de vocalen is ook de vergelijking met Radiohead al snel niet te onderdrukken.
Geen enkele vergelijking houdt overigens heel lang stand, want zowel in muzikaal als in vocaal opzicht heeft And The Golden Choir een geheel eigen geluid ontwikkeld. Another Half Life is een plaat die me direct wist te boeien, maar de ware schoonheid van de plaat komt pas aan de oppervlakte wanneer je de bijzondere muziek van Tobias Siebert vaker hebt gehoord.
Tobias Siebert stopt zijn stemmige maar van zeer rijke en afwisselende arrangementen voorziene songs vol met verrassende wendingen en niet alledaagse invloeden, maar het zijn ook heerlijk melodieuze songs die citeren uit een aantal decennia popmuziek.
Door de hoge stem van Tobias Siebert doet Another Half Life ook zeker denken aan de muziek van Antony & The Johnsons, maar persoonlijk vind ik de songs van And The Golden Choir een stuk mooier en toegankelijker. In muzikaal opzicht heb ik associaties met de vol klinkende platen van Kate Bush, maar Another Half Life citeert ook rijkelijk uit de archieven van de 70s singer-songwriter pop (af en toe hoor je McCartney) of uit de catalogus van Brian Wilson.
Ik heb Another Half Life inmiddels talloze keren gehoord, maar nog steeds vind ik het moeilijk om de muziek van Tobias Siebert zinvol te vergelijken met muziek van anderen. Genieten van Another Half Life vind ik daarentegen steeds minder moeilijk. And The Golden Choir heeft een plaat gemaakt die een grauwe winterdag inkleurt met popmuziek van grote schoonheid. Het is popmuziek die een geheel eigen weg kiest, maar toch makkelijk betovert. Veel te mooi dus om te laten liggen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: And The Golden Choir - Another Half Life - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
And The Golden Choir is een project van Tobias Siebert. De Duitse muzikant kan uit de voeten op een groot aantal instrumenten, beschikt over een bijzondere stem en weet ook nog eens hoe hij een plaat moet produceren. Het levert in de vorm van Another Half Life een buitengewoon fascinerende plaat op.
Het is een plaat die het uitstekend doet op koude en regenachtige dagen, want Tobias Siebert heeft een voorkeur voor stemmige en ietwat melancholische muziek.
In muzikaal opzicht deed de muziek van And The Golden Choir me in eerste instantie wel wat denken aan een band als Talk Talk, maar mede vanwege de vocalen is ook de vergelijking met Radiohead al snel niet te onderdrukken.
Geen enkele vergelijking houdt overigens heel lang stand, want zowel in muzikaal als in vocaal opzicht heeft And The Golden Choir een geheel eigen geluid ontwikkeld. Another Half Life is een plaat die me direct wist te boeien, maar de ware schoonheid van de plaat komt pas aan de oppervlakte wanneer je de bijzondere muziek van Tobias Siebert vaker hebt gehoord.
Tobias Siebert stopt zijn stemmige maar van zeer rijke en afwisselende arrangementen voorziene songs vol met verrassende wendingen en niet alledaagse invloeden, maar het zijn ook heerlijk melodieuze songs die citeren uit een aantal decennia popmuziek.
Door de hoge stem van Tobias Siebert doet Another Half Life ook zeker denken aan de muziek van Antony & The Johnsons, maar persoonlijk vind ik de songs van And The Golden Choir een stuk mooier en toegankelijker. In muzikaal opzicht heb ik associaties met de vol klinkende platen van Kate Bush, maar Another Half Life citeert ook rijkelijk uit de archieven van de 70s singer-songwriter pop (af en toe hoor je McCartney) of uit de catalogus van Brian Wilson.
Ik heb Another Half Life inmiddels talloze keren gehoord, maar nog steeds vind ik het moeilijk om de muziek van Tobias Siebert zinvol te vergelijken met muziek van anderen. Genieten van Another Half Life vind ik daarentegen steeds minder moeilijk. And The Golden Choir heeft een plaat gemaakt die een grauwe winterdag inkleurt met popmuziek van grote schoonheid. Het is popmuziek die een geheel eigen weg kiest, maar toch makkelijk betovert. Veel te mooi dus om te laten liggen. Erwin Zijleman
Anderson / Stolt - Invention of Knowledge (2016)

4,0
0
geplaatst: 26 juni 2016, 10:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Anderson/Stolt - Invention Of Knowledge - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is een hele tijd geleden, maar er is een tijd geweest dat het merendeel van de platen die ik kocht in het hokje ‘symfonische rock’ thuis hoorde.
Ik zie het inmiddels afwisselend als een jeugdliefde en een jeugdzonde. Oud werk van met name Genesis en Yes brengt veel mooie herinneringen naar boven, maar er zijn tegenwoordig vrijwel geen progrock platen die me net zo in vervoering kunnen brengen als de grijsgedraaide platen van mijn helden van weleer of me zelfs maar kunnen boeien.
Toch zit er de laatste dagen met enige regelmaat een progrock plaat in de cd-speler en ik moet zeggen dat ik de plaat steeds meer ga waarderen. Heel gek is dat niet, want op Invention Of Knowledge van Anderson/Stolt komt meer dan eens de magie van de oude platen van Yes naar boven.
Dat is natuurlijk vooral de verdienste van Jon Anderson, die met zijn uit duizenden herkenbare stem voor een belangrijk deel het geluid van Yes bepaalde. Anderson lijkt Yes inmiddels definitief de rug toegekeerd te hebben, maar maakt nu samen met Roine Stolt de plaat die Yes al jaren niet meer heeft gemaakt en waarschijnlijk ook niet meer gaat maken.
De naam Roine Stolt zei me eerlijk gezegd niets, maar liefhebbers van progrock van iets recentere datum kennen de Zweedse muzikant van bands als Kaipa, Fantasia en met name The Flower Kings. Op Invention Of Knowledge is Roine Stolt met name verantwoordelijk voor het gitaarwerk en het siert hem dat hij nergens probeert om het gitaarwerk van Steve Howe te reproduceren en kiest voor zijn eigen, overigens prachtige, geluid.
Het toetsenwerk op de plaat lijkt daarentegen als twee druppels water op het afwisselend pompeuze en subtiele toetsenwerk van Rick Wakeman, maar ook hiervoor is een Zweedse muzikant verantwoordelijk.
Anderson en Stolt hebben zoals gezegd een plaat gemaakt die meer dan eens herinneringen oproept aan de platen die Yes in een heel ver verleden maakte. Dat ligt deels aan de vocalen en het toetsenwerk, maar ook de heerlijke, wat zweverige sfeer op de plaat herinnert aan de Yes platen die ik al zo lang koester.
Toch hebben Jon Anderson, Roine Stolt en de overige muzikanten op de plaat geen poging gedaan om het werk van Yes uit de jaren 70 nauwgezet te reproduceren. Invention Of Knowledge klinkt net zo zweverig en uitgelaten als de eerste soloplaat die Jon Anderson ooit afleverde (Olias Of Sunhillow) en loopt werkelijk over van plezier. Bijzonder voor muzikanten die al zo lang mee gaan.
Jon Anderson heeft met zijn stem een flinke vinger in de pap, maar ook in muzikaal opzicht valt er op de plaat heel veel te genieten, zeker wanneer de toetsen en de gitaren duelleren of wanneer de muzikanten zich buiten de gebaande paden van de progrock begeven. Invention Of Knowledge sprankelt en betovert met songs die uit vele mooie lagen bestaan.
Invention Of Knowledge bevat 4 lange tracks (waarvan er drie zijn onderverdeeld) en ruim een uur muziek. De plaat komt inmiddels voor de vijfde of zesde keer voorbij en verveelt nog altijd geen moment. Het zal deels aan de herinneringen aan de jeugdliefde Yes liggen, maar Anderson en Stolt bieden ook in het heden volop moois om luisteren naar deze plaat te rechtvaardigen. Lekkerder wegdromen is er momenteel niet, maar het is wegdromen vanaf het puntje van je stoel. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Anderson/Stolt - Invention Of Knowledge - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is een hele tijd geleden, maar er is een tijd geweest dat het merendeel van de platen die ik kocht in het hokje ‘symfonische rock’ thuis hoorde.
Ik zie het inmiddels afwisselend als een jeugdliefde en een jeugdzonde. Oud werk van met name Genesis en Yes brengt veel mooie herinneringen naar boven, maar er zijn tegenwoordig vrijwel geen progrock platen die me net zo in vervoering kunnen brengen als de grijsgedraaide platen van mijn helden van weleer of me zelfs maar kunnen boeien.
Toch zit er de laatste dagen met enige regelmaat een progrock plaat in de cd-speler en ik moet zeggen dat ik de plaat steeds meer ga waarderen. Heel gek is dat niet, want op Invention Of Knowledge van Anderson/Stolt komt meer dan eens de magie van de oude platen van Yes naar boven.
Dat is natuurlijk vooral de verdienste van Jon Anderson, die met zijn uit duizenden herkenbare stem voor een belangrijk deel het geluid van Yes bepaalde. Anderson lijkt Yes inmiddels definitief de rug toegekeerd te hebben, maar maakt nu samen met Roine Stolt de plaat die Yes al jaren niet meer heeft gemaakt en waarschijnlijk ook niet meer gaat maken.
De naam Roine Stolt zei me eerlijk gezegd niets, maar liefhebbers van progrock van iets recentere datum kennen de Zweedse muzikant van bands als Kaipa, Fantasia en met name The Flower Kings. Op Invention Of Knowledge is Roine Stolt met name verantwoordelijk voor het gitaarwerk en het siert hem dat hij nergens probeert om het gitaarwerk van Steve Howe te reproduceren en kiest voor zijn eigen, overigens prachtige, geluid.
Het toetsenwerk op de plaat lijkt daarentegen als twee druppels water op het afwisselend pompeuze en subtiele toetsenwerk van Rick Wakeman, maar ook hiervoor is een Zweedse muzikant verantwoordelijk.
Anderson en Stolt hebben zoals gezegd een plaat gemaakt die meer dan eens herinneringen oproept aan de platen die Yes in een heel ver verleden maakte. Dat ligt deels aan de vocalen en het toetsenwerk, maar ook de heerlijke, wat zweverige sfeer op de plaat herinnert aan de Yes platen die ik al zo lang koester.
Toch hebben Jon Anderson, Roine Stolt en de overige muzikanten op de plaat geen poging gedaan om het werk van Yes uit de jaren 70 nauwgezet te reproduceren. Invention Of Knowledge klinkt net zo zweverig en uitgelaten als de eerste soloplaat die Jon Anderson ooit afleverde (Olias Of Sunhillow) en loopt werkelijk over van plezier. Bijzonder voor muzikanten die al zo lang mee gaan.
Jon Anderson heeft met zijn stem een flinke vinger in de pap, maar ook in muzikaal opzicht valt er op de plaat heel veel te genieten, zeker wanneer de toetsen en de gitaren duelleren of wanneer de muzikanten zich buiten de gebaande paden van de progrock begeven. Invention Of Knowledge sprankelt en betovert met songs die uit vele mooie lagen bestaan.
Invention Of Knowledge bevat 4 lange tracks (waarvan er drie zijn onderverdeeld) en ruim een uur muziek. De plaat komt inmiddels voor de vijfde of zesde keer voorbij en verveelt nog altijd geen moment. Het zal deels aan de herinneringen aan de jeugdliefde Yes liggen, maar Anderson en Stolt bieden ook in het heden volop moois om luisteren naar deze plaat te rechtvaardigen. Lekkerder wegdromen is er momenteel niet, maar het is wegdromen vanaf het puntje van je stoel. Erwin Zijleman
Anderson East - Delilah (2015)

4,0
1
geplaatst: 12 augustus 2015, 14:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Anderson East - Delilah - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er zijn tijden geweest waarin alleen een goede soulstem al voldoende was voor een glanzende carrière in de muziek. Momenteel is het aanbod echter zo groot dat er meer nodig is.
Anderson East heeft dat meer te bieden. De uit Athens, Alabama, afkomstige muzikant is een blanke soulzanger met een gitzwarte strot en het is bovendien een soulzanger die de muzikale tradities van zijn geboortegrond kent en in ere houdt.
Delilah, het debuut van Anderson East, klinkt bij vlagen precies zoals de platen die in de jaren 60 in het nabijgelegen Muscle Shoals werden gemaakt klonken en dat is een groot goed.
Het is deels de verdienste van de prima muzikanten die de Amerikaan omringen en het is zeker ook de verdienste van producer Dave Cobb, die eerder hele mooie dingen deed met Sturgill Simpson en Jason Isbell en nu Anderson East heeft voorzien van een geluid dat de muziek van de jonge Amerikaan naar een hoger plan tilt.
Het is een rijk en gloedvol Southern soul geluid dat herinnert aan vervlogen tijden, maar Anderson East doet meer dan alleen maar het reproduceren van het soulgeluid waar hij mee opgroeide.
De door Dave Cobb in Nashville gerekruteerde band weet hoe een portie dampende soul moet klinken, maar is ook niet vies van blues en country, waardoor Delilah rijker en veelzijdiger klinkt dan de gemiddelde plaat in dit genre.
Anderson East is in vocaal opzicht minstens net zo veelzijdig als de muzikanten op zijn plaat, waardoor Delilah uiteindelijk veel meer is dan een retro soulplaat. De jonge Amerikaan kan uithalen als de groten uit het genre (ik hoor vooral wat van Wilson Pickett en Al Green), maar heeft ook de rauwe strot van Van Morrison om nog maar eens een grootheid van stal te halen.
Het debuut van Anderson East is uiteindelijk vooral een rootsplaat met heel veel soul en het is een hele goede rootsplaat. De concurrentie in het genre is momenteel moordend, maar dat Anderson East het gaat redden durf ik na beluistering van zijn uitstekende debuut wel te voorspellen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Anderson East - Delilah - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er zijn tijden geweest waarin alleen een goede soulstem al voldoende was voor een glanzende carrière in de muziek. Momenteel is het aanbod echter zo groot dat er meer nodig is.
Anderson East heeft dat meer te bieden. De uit Athens, Alabama, afkomstige muzikant is een blanke soulzanger met een gitzwarte strot en het is bovendien een soulzanger die de muzikale tradities van zijn geboortegrond kent en in ere houdt.
Delilah, het debuut van Anderson East, klinkt bij vlagen precies zoals de platen die in de jaren 60 in het nabijgelegen Muscle Shoals werden gemaakt klonken en dat is een groot goed.
Het is deels de verdienste van de prima muzikanten die de Amerikaan omringen en het is zeker ook de verdienste van producer Dave Cobb, die eerder hele mooie dingen deed met Sturgill Simpson en Jason Isbell en nu Anderson East heeft voorzien van een geluid dat de muziek van de jonge Amerikaan naar een hoger plan tilt.
Het is een rijk en gloedvol Southern soul geluid dat herinnert aan vervlogen tijden, maar Anderson East doet meer dan alleen maar het reproduceren van het soulgeluid waar hij mee opgroeide.
De door Dave Cobb in Nashville gerekruteerde band weet hoe een portie dampende soul moet klinken, maar is ook niet vies van blues en country, waardoor Delilah rijker en veelzijdiger klinkt dan de gemiddelde plaat in dit genre.
Anderson East is in vocaal opzicht minstens net zo veelzijdig als de muzikanten op zijn plaat, waardoor Delilah uiteindelijk veel meer is dan een retro soulplaat. De jonge Amerikaan kan uithalen als de groten uit het genre (ik hoor vooral wat van Wilson Pickett en Al Green), maar heeft ook de rauwe strot van Van Morrison om nog maar eens een grootheid van stal te halen.
Het debuut van Anderson East is uiteindelijk vooral een rootsplaat met heel veel soul en het is een hele goede rootsplaat. De concurrentie in het genre is momenteel moordend, maar dat Anderson East het gaat redden durf ik na beluistering van zijn uitstekende debuut wel te voorspellen. Erwin Zijleman
Anderson East - Encore (2018)

4,0
1
geplaatst: 18 januari 2018, 15:20 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Anderson East - Encore - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was in de zomer van 2015, toch wel enigszins tot mijn verrassing, zeer te spreken over het debuut van de jonge Amerikaanse singer-songwriter Anderson East.
Ik ben normaal gesproken niet direct overtuigd wanneer soulzangers hun uiterste best doen om de soulmuziek uit een ver verleden nauwkeurig te reproduceren en op mijn hoede wanneer het ook nog eens blanke soulzangers betreft (een vooroordeel, ik weet het), maar Delilah van Anderson East was een hele knappe plaat.
De uit Athens, Alabama, afkomstige blanke soulzanger met een gitzwarte strot eerde op Delilah de muzikale tradities van zijn geboortegrond en maakte een plaat die klonk als de legendarische soulplaten die in de jaren 60 in het nabijgelegen Muscle Shoals werden gemaakt. Er zijn er meer muzikanten die dat doen, maar het debuut van Anderson East stak er een flink stuk bovenuit
De fraaie soulstem van de Amerikaan speelde op Delilah een belangrijke of zelfs essentiële rol, maar ook de geweldige muzikanten op de plaat en de fantastisch klinkende productie van de veelgevraagde Dave Cobb tilden Delilah een flink stuk boven het maaiveld uit. Met het vorige week verschenen Encore keert Anderson East terug en ook de tweede plaat van de Amerikaanse muzikant is een hele knappe plaat.
De singer-songwriter uit Alabama, die tegenwoordig vanuit Nashville, Tennessee, opereert, kon wederom een beroep doen op sterproducer Dave Cobb, wist een aantal uitstekende muzikanten naar de studio te lokken (ze;fs Ryan Adams levert een mooie solo af) en schreef zijn songs dit keer samen met een aantal prima collega songwriters, onder wie de zeer getalenteerde Natalie Hemby (check haar prachtplaat Puxico uit 2017), Chris Stapleton, Dave Cobb en zelfs Ed Sheeran (die voor één track aanschoof).
Ook Encore is weer diep geworteld in de Southern Soul zoals die in de jaren 60 in het diepe zuiden van de Verenigde Staten werd gemaakt, maar Anderson East schuift dit keer ook wat op in de richting van de rhythm & blues die bijvoorbeeld Van Morrison in het verleden maakte.
Encore klinkt als een plaat die decennia geleden werd gemaakt, maar dit is geen moment storend, integendeel. Anderson East kent overduidelijk zijn klassiekers, maar de soulsongs van de Amerikaan komen stuk voor stuk uit het hart.
Ook op Encore staat de Amerikaan weer garant voor zang die je bij de strot grijpt en deze zang krijgt extra glans door het geweldige soul, rhythm & blues en gospel geluid dat zijn band neerzet. Het is een geluid waarin alles raak is en iedere noot is voorzien van gevoel en soul.
Enige liefde voor oude soul is noodzakelijk om van Encore van Anderson East te kunnen houden, maar als deze liefde er is, is Encore een plaat die je makkelijk omver blaast. Anderson East is tegenwoordig misschien een kind van Nashville, maar in muzikaal opzicht komt hij nog altijd uit het allerdiepste Zuiden van de Verenigde Staten. Een diepe buiging is op zijn plaats. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Anderson East - Encore - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was in de zomer van 2015, toch wel enigszins tot mijn verrassing, zeer te spreken over het debuut van de jonge Amerikaanse singer-songwriter Anderson East.
Ik ben normaal gesproken niet direct overtuigd wanneer soulzangers hun uiterste best doen om de soulmuziek uit een ver verleden nauwkeurig te reproduceren en op mijn hoede wanneer het ook nog eens blanke soulzangers betreft (een vooroordeel, ik weet het), maar Delilah van Anderson East was een hele knappe plaat.
De uit Athens, Alabama, afkomstige blanke soulzanger met een gitzwarte strot eerde op Delilah de muzikale tradities van zijn geboortegrond en maakte een plaat die klonk als de legendarische soulplaten die in de jaren 60 in het nabijgelegen Muscle Shoals werden gemaakt. Er zijn er meer muzikanten die dat doen, maar het debuut van Anderson East stak er een flink stuk bovenuit
De fraaie soulstem van de Amerikaan speelde op Delilah een belangrijke of zelfs essentiële rol, maar ook de geweldige muzikanten op de plaat en de fantastisch klinkende productie van de veelgevraagde Dave Cobb tilden Delilah een flink stuk boven het maaiveld uit. Met het vorige week verschenen Encore keert Anderson East terug en ook de tweede plaat van de Amerikaanse muzikant is een hele knappe plaat.
De singer-songwriter uit Alabama, die tegenwoordig vanuit Nashville, Tennessee, opereert, kon wederom een beroep doen op sterproducer Dave Cobb, wist een aantal uitstekende muzikanten naar de studio te lokken (ze;fs Ryan Adams levert een mooie solo af) en schreef zijn songs dit keer samen met een aantal prima collega songwriters, onder wie de zeer getalenteerde Natalie Hemby (check haar prachtplaat Puxico uit 2017), Chris Stapleton, Dave Cobb en zelfs Ed Sheeran (die voor één track aanschoof).
Ook Encore is weer diep geworteld in de Southern Soul zoals die in de jaren 60 in het diepe zuiden van de Verenigde Staten werd gemaakt, maar Anderson East schuift dit keer ook wat op in de richting van de rhythm & blues die bijvoorbeeld Van Morrison in het verleden maakte.
Encore klinkt als een plaat die decennia geleden werd gemaakt, maar dit is geen moment storend, integendeel. Anderson East kent overduidelijk zijn klassiekers, maar de soulsongs van de Amerikaan komen stuk voor stuk uit het hart.
Ook op Encore staat de Amerikaan weer garant voor zang die je bij de strot grijpt en deze zang krijgt extra glans door het geweldige soul, rhythm & blues en gospel geluid dat zijn band neerzet. Het is een geluid waarin alles raak is en iedere noot is voorzien van gevoel en soul.
Enige liefde voor oude soul is noodzakelijk om van Encore van Anderson East te kunnen houden, maar als deze liefde er is, is Encore een plaat die je makkelijk omver blaast. Anderson East is tegenwoordig misschien een kind van Nashville, maar in muzikaal opzicht komt hij nog altijd uit het allerdiepste Zuiden van de Verenigde Staten. Een diepe buiging is op zijn plaats. Erwin Zijleman
Andrea Schroeder - Void (2016)

4,5
0
geplaatst: 3 september 2016, 18:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Andrea Schroeder - Void - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Void is al weer de derde plaat van de uit Berlijn afkomstige Andrea Schroeder.
De Duitse singer-songwriter maakte tot dusver indruk met twee door Chris Eckman (The Walkabouts) geproduceerde platen (Blackbird uit 2013 en Where The Wild Oceans End uit 2014).
Het zijn platen die opvallen door een donkere en buitengewoon stemmige instrumentatie, een stem die iets met je doet (of je dat nu wilt of niet) en vaak beklemmende songs die je meedogenloos bij de strot grijpen.
Het zijn ingrediënten die terugkeren op het voor de afwisseling eens niet door Chris Eckman geproduceerde Void. Voor de productie deed Andrea Schroeder dit keer een beroep op Ulf Ivarsson (bekend van Sivert Höyem), maar het geluid van de plaat ligt in het verlengde van het geluid op de twee voorgangers, al klinkt Void wel net wat grootser.
Meest in het oor springend is nog altijd de stem van Andrea Schroeder. Het is een stem die iets met je doet, al zal het effect niet voor iedereen positief uitpakken. De stem van Andrea Schroeder omschreef ik twee jaar geleden als een stem die bestaat uit gelijke delen Marlene Dietrich, Nico, Patti Smith en, vooruit, Amanda Lear. Het is een omschrijving waar ik nog steeds achter kan staan, maar waar de stem de vorige keren in eerste instantie wat tegen de haren instreek, kwamen de vocalen van Andrea Schroeder dit keer direct hard binnen.
Het effect van haar unieke stem wordt verder versterkt door een wederom beklemmende en aardedonkere instrumentatie, met een hoofdrol voor prachtige pianoklanken. Het is een instrumentatie die zoals gezegd net wat steviger is aangezet op Void, al zijn er ook genoeg momenten waarin subtiliteit en details overheersen. Het is een instrumentatie die meer dan eens doet denken aan die op de wat minder ingetogen platen van Nick Cave & The Bad Seeds. Het past perfect bij het imposante stemgeluid van Andrea Schroeder, die ook dit keer garant staat voor kippenvel.
Void laat ook nog eens in alle opzichten groei horen. De vocalen zijn nog wat vaster en meedogenlozer, de instrumentatie en productie zijn nog trefzekerder en ook de songs van Andrea Schroeder hebben aan kracht gewonnen.
Het is nog altijd zo dat je van de stem van Andrea Schroeder moet houden, maar als dat zo is komt de plaat aan als een mokerslag. Laat Void uit de speakers komen en het zonlicht dooft. Void is een plaat voor donkere koude avonden en voorziet deze avonden van een unieke sfeer. Laat ze maar komen. Void is immers veel te mooi en indrukwekkend om ook nog maar een dag te laten liggen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Andrea Schroeder - Void - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Void is al weer de derde plaat van de uit Berlijn afkomstige Andrea Schroeder.
De Duitse singer-songwriter maakte tot dusver indruk met twee door Chris Eckman (The Walkabouts) geproduceerde platen (Blackbird uit 2013 en Where The Wild Oceans End uit 2014).
Het zijn platen die opvallen door een donkere en buitengewoon stemmige instrumentatie, een stem die iets met je doet (of je dat nu wilt of niet) en vaak beklemmende songs die je meedogenloos bij de strot grijpen.
Het zijn ingrediënten die terugkeren op het voor de afwisseling eens niet door Chris Eckman geproduceerde Void. Voor de productie deed Andrea Schroeder dit keer een beroep op Ulf Ivarsson (bekend van Sivert Höyem), maar het geluid van de plaat ligt in het verlengde van het geluid op de twee voorgangers, al klinkt Void wel net wat grootser.
Meest in het oor springend is nog altijd de stem van Andrea Schroeder. Het is een stem die iets met je doet, al zal het effect niet voor iedereen positief uitpakken. De stem van Andrea Schroeder omschreef ik twee jaar geleden als een stem die bestaat uit gelijke delen Marlene Dietrich, Nico, Patti Smith en, vooruit, Amanda Lear. Het is een omschrijving waar ik nog steeds achter kan staan, maar waar de stem de vorige keren in eerste instantie wat tegen de haren instreek, kwamen de vocalen van Andrea Schroeder dit keer direct hard binnen.
Het effect van haar unieke stem wordt verder versterkt door een wederom beklemmende en aardedonkere instrumentatie, met een hoofdrol voor prachtige pianoklanken. Het is een instrumentatie die zoals gezegd net wat steviger is aangezet op Void, al zijn er ook genoeg momenten waarin subtiliteit en details overheersen. Het is een instrumentatie die meer dan eens doet denken aan die op de wat minder ingetogen platen van Nick Cave & The Bad Seeds. Het past perfect bij het imposante stemgeluid van Andrea Schroeder, die ook dit keer garant staat voor kippenvel.
Void laat ook nog eens in alle opzichten groei horen. De vocalen zijn nog wat vaster en meedogenlozer, de instrumentatie en productie zijn nog trefzekerder en ook de songs van Andrea Schroeder hebben aan kracht gewonnen.
Het is nog altijd zo dat je van de stem van Andrea Schroeder moet houden, maar als dat zo is komt de plaat aan als een mokerslag. Laat Void uit de speakers komen en het zonlicht dooft. Void is een plaat voor donkere koude avonden en voorziet deze avonden van een unieke sfeer. Laat ze maar komen. Void is immers veel te mooi en indrukwekkend om ook nog maar een dag te laten liggen. Erwin Zijleman
Andrea von Kampen - Sister Moon (2024)

4,0
0
geplaatst: 21 maart 2024, 10:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Andrea von Kampen - Sister Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Andrea von Kampen - Sister Moon
De Amerikaanse singer-songwriter Andrea von Kampen heeft met Sister Moon een uitstekend album afgeleverd, waarop ze nadrukkelijk haar eigen weg kiest en de aandacht trekt met een mooi en veelzijdig stemgeluid
Het is dringen in de diverse genres waarin jonge vrouwelijke singer-songwriters aan de weg proberen te timmeren. Andrea von Kampen bindt vanuit Lincoln, Nebraska, de strijd aan met de vele vrouwelijke folky singer-songwriters van het moment en doet dit met een eigen geluid dat afwijkt van de mainstream in het genre. Sister Moon is een tijdloos ingekleurd album met een hoofdrol voor akoestische gitaar en piano en het is een album met een serie uitstekende songs. Het zijn aansprekende songs, die nog wat aansprekender worden door de bijzonder mooie stem van Andrea von Kampen, die met veel gevoel en met veel expressie zingt op dit album dat ruimschoots boven het maaiveld uit steekt.
Andrea von Kampen is een singer-songwriter uit Lincoln, Nebraska, die inmiddels een kleine tien jaar actief is. Dat leverde de afgelopen jaren al een aantal EP’s en twee albums op, maar het deze week verschenen Sister Moon is mijn eerste kennismaking met de muziek van Andrea von Kampen. De jonge singer-songwriter uit Nebraska heeft op het moment zeker niet te klagen over concurrentie en het zal waarschijnlijk ook niet meevallen om vanuit Nebraska de strijd aan te gaan met de machtige muziekindustrie in Nashville 1.400 kilometer verder op, maar met Sister Moon doet Andrea von Kampen een dappere poging.
De eerste twee albums van de Amerikaanse singer-songwriter waren aan de korte kant en ook Sister Moon duurt slechts 31 minuten. Ik heb zelf een voorkeur voor wat langere albums, maar Sister Moon is wel 31 minuten mooi, wat natuurlijk een goede score is. Andrea Von Kampen schreef alle songs op het album en tekent bovendien voor het gitaarwerk en de zang op Sister Moon. Hiermee hebben we direct een aantal belangrijke ingrediënten van het album gehad, want de muzikante uit Lincoln maakt muziek zonder al te veel opsmuk.
Muziek zonder opsmuk is niet hetzelfde als kale muziek, want kaal klinken de songs van Andrea von Kampen zeker niet. De fraaie bijdragen van de piano en de subtielere accenten van bas, drums, cello, viool en trompet zorgen voor een mooi en aangenaam geluid dat soms sober en soms aangenaam vol klinkt, maar dat ook vol zit met originele arrangementen en verrassende versiersels.
Het is een veelkleurig geluid waarin de stem van Andrea von Kampen uitstekend gedijt. Die stem is wat mij betreft het sterkste wapen van de Amerikaanse muzikante. De zang op Sister Moon is warm en aangenaam, maar Andrea von Kampen zingt ook met veel expressie en gevoel en heeft een groot bereik, wat zorgt voor flink wat dynamiek in haar zang. De aansprekende stem van Andrea von Kampen zorgt er voor dat Sister Moon makkelijk de aandacht trekt en vervolgens ook makkelijk overtuigt.
De songs van de Amerikaanse muzikante bewegen zich tussen spaarzaam ingekleurde folksongs en tijdloze singer-songwriter songs en op beide terreinen maakt Andrea von Kampen indruk met songs die ook de fantasie voldoende prikkelen. Dat doet de muzikante uit Nebraska ook met haar teksten, die stil staan bij wereldproblemen als de klimaatcrisis, maar zich ook hebben laten inspireren door literatuur.
Je hoort goed dat de muzikante uit Nebraska al een aantal jaren mee gaat, want Sister Moon klinkt te gelouterd voor een debuutalbum. Overigens zijn ook de vorige albums van Andrea von Kampen uitstekend, waardoor ik het jammer vind dat ik haar niet eerder heb opgemerkt. In haar oeuvre steekt het nieuwe album er wat mij betreft echter wel wat bovenuit en ik vind Sister Moon zo goed dat ik hoop dat Andrea von Kampen niet onopgemerkt blijft de komende tijd.
Sister Moon is gemaakt met bescheiden middelen, met onbekende muzikanten en zonder de steun van de machtige platenbazen in Nashville, maar in kwalitatief opzicht doet het album niet onder voor de meest interessante albums die momenteel uit de Amerikaanse muziekhoofdstad komen. Misschien is het verstandig als Andrea von Kampen ook naar Tennessee verkast, al zorgt het maken van muziek ver van Nashville wel voor een net wat eigenzinniger en ook net wat authentieker geluid. Ik ga Andrea von Kampen in ieder geval goed in de gaten houden vanaf nu. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Andrea von Kampen - Sister Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Andrea von Kampen - Sister Moon
De Amerikaanse singer-songwriter Andrea von Kampen heeft met Sister Moon een uitstekend album afgeleverd, waarop ze nadrukkelijk haar eigen weg kiest en de aandacht trekt met een mooi en veelzijdig stemgeluid
Het is dringen in de diverse genres waarin jonge vrouwelijke singer-songwriters aan de weg proberen te timmeren. Andrea von Kampen bindt vanuit Lincoln, Nebraska, de strijd aan met de vele vrouwelijke folky singer-songwriters van het moment en doet dit met een eigen geluid dat afwijkt van de mainstream in het genre. Sister Moon is een tijdloos ingekleurd album met een hoofdrol voor akoestische gitaar en piano en het is een album met een serie uitstekende songs. Het zijn aansprekende songs, die nog wat aansprekender worden door de bijzonder mooie stem van Andrea von Kampen, die met veel gevoel en met veel expressie zingt op dit album dat ruimschoots boven het maaiveld uit steekt.
Andrea von Kampen is een singer-songwriter uit Lincoln, Nebraska, die inmiddels een kleine tien jaar actief is. Dat leverde de afgelopen jaren al een aantal EP’s en twee albums op, maar het deze week verschenen Sister Moon is mijn eerste kennismaking met de muziek van Andrea von Kampen. De jonge singer-songwriter uit Nebraska heeft op het moment zeker niet te klagen over concurrentie en het zal waarschijnlijk ook niet meevallen om vanuit Nebraska de strijd aan te gaan met de machtige muziekindustrie in Nashville 1.400 kilometer verder op, maar met Sister Moon doet Andrea von Kampen een dappere poging.
De eerste twee albums van de Amerikaanse singer-songwriter waren aan de korte kant en ook Sister Moon duurt slechts 31 minuten. Ik heb zelf een voorkeur voor wat langere albums, maar Sister Moon is wel 31 minuten mooi, wat natuurlijk een goede score is. Andrea Von Kampen schreef alle songs op het album en tekent bovendien voor het gitaarwerk en de zang op Sister Moon. Hiermee hebben we direct een aantal belangrijke ingrediënten van het album gehad, want de muzikante uit Lincoln maakt muziek zonder al te veel opsmuk.
Muziek zonder opsmuk is niet hetzelfde als kale muziek, want kaal klinken de songs van Andrea von Kampen zeker niet. De fraaie bijdragen van de piano en de subtielere accenten van bas, drums, cello, viool en trompet zorgen voor een mooi en aangenaam geluid dat soms sober en soms aangenaam vol klinkt, maar dat ook vol zit met originele arrangementen en verrassende versiersels.
Het is een veelkleurig geluid waarin de stem van Andrea von Kampen uitstekend gedijt. Die stem is wat mij betreft het sterkste wapen van de Amerikaanse muzikante. De zang op Sister Moon is warm en aangenaam, maar Andrea von Kampen zingt ook met veel expressie en gevoel en heeft een groot bereik, wat zorgt voor flink wat dynamiek in haar zang. De aansprekende stem van Andrea von Kampen zorgt er voor dat Sister Moon makkelijk de aandacht trekt en vervolgens ook makkelijk overtuigt.
De songs van de Amerikaanse muzikante bewegen zich tussen spaarzaam ingekleurde folksongs en tijdloze singer-songwriter songs en op beide terreinen maakt Andrea von Kampen indruk met songs die ook de fantasie voldoende prikkelen. Dat doet de muzikante uit Nebraska ook met haar teksten, die stil staan bij wereldproblemen als de klimaatcrisis, maar zich ook hebben laten inspireren door literatuur.
Je hoort goed dat de muzikante uit Nebraska al een aantal jaren mee gaat, want Sister Moon klinkt te gelouterd voor een debuutalbum. Overigens zijn ook de vorige albums van Andrea von Kampen uitstekend, waardoor ik het jammer vind dat ik haar niet eerder heb opgemerkt. In haar oeuvre steekt het nieuwe album er wat mij betreft echter wel wat bovenuit en ik vind Sister Moon zo goed dat ik hoop dat Andrea von Kampen niet onopgemerkt blijft de komende tijd.
Sister Moon is gemaakt met bescheiden middelen, met onbekende muzikanten en zonder de steun van de machtige platenbazen in Nashville, maar in kwalitatief opzicht doet het album niet onder voor de meest interessante albums die momenteel uit de Amerikaanse muziekhoofdstad komen. Misschien is het verstandig als Andrea von Kampen ook naar Tennessee verkast, al zorgt het maken van muziek ver van Nashville wel voor een net wat eigenzinniger en ook net wat authentieker geluid. Ik ga Andrea von Kampen in ieder geval goed in de gaten houden vanaf nu. Erwin Zijleman
Andrew Bird - My Finest Work Yet (2019)
Alternatieve titel: MFWY

4,0
0
geplaatst: 28 maart 2019, 15:08 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Andrew Bird - My Finest Work Yet - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Andrew Bird - My Finest Work Yet
Misschien niet het beste album van Andrew Bird tot dusver, maar absoluut een van zijn betere albums en dat zegt wat
Andrew Bird heeft de afgelopen 15 jaar aan de lopende band nieuwe albums afgeleverd en de rek was er eerlijk gezegd wel wat uit. De titel van zijn nieuwe plaat, My Finest Work Yet, maakte toch weer nieuwsgierig en stelt zeker niet teleur. Andrew Bird klinkt gefocust op zijn nieuwe album, heeft gekozen voor een zeer aansprekend geluid dat alle kanten op kan springen, zingt beter dan hij ooit deed en grossiert vooral in geweldige popsongs. Het zijn popsongs die een breed spectrum bestrijken, maar My Finest Work Yet is zeker geen allegaartje. Andrew Bird levert misschien niet zijn beste plaat tot dusver af, maar wel een van zijn betere.
Andrew Bird brengt al sinds de tweede helft van de jaren 90 muziek uit, maar trekt inmiddels een jaar of 15 flink wat aandacht met zijn muziek. Het heeft inmiddels een respectabele stapel albums opgeleverd, waaronder een aantal hele goede.
Ik moet direct toegeven dat ik de afgelopen jaren wel wat was uitgekeken op het werk van de Amerikaanse muzikant. Zijn laatste paar albums waren aardig, maar meestal ook niet meer dan dat, en konden wat mij betreft niet in de schaduw staan van bescheiden meesterwerken als Weather Systems uit 2003, Andrew Bird & The Mysterious Production Of Eggs uit 2005 en Armchair Apocrypha uit 2007.
Gezien de status van bovengenoemde platen is het nogal wat dat Andrew Bird zijn nieuwe plaat My Finest Work Yet noemt, maar het maakt natuurlijk wel nieuwsgierig naar dit nieuwe werk.
Ik heb het nieuwe album van Andrew Bird inmiddels een aantal keren beluisterd en heb kennelijk andere voorkeuren dan de muzikant uit Chicago. Persoonlijk hou ik het wanneer het gaat om het beste werk van Andrew Bird nog even op Andrew Bird & The Mysterious Production Of Eggs, maar ik kan al wel concluderen dat My Finest Work Yet stukken beter is dan zijn directe voorgangers.
My Finest Work Yet is voor een belangrijk deel een feest van herkenning. Direct in de openingstrack laat Andrew Bird horen dat hij nog altijd prachtig kan fluiten (het blijft bijzonder) en ook op zijn karakteristieke vioolspel en gitaarspel hoef je niet lang te wachten. Van de zang van Andrew Bird was ik in het verleden lang niet altijd gecharmeerd, maar op zijn nieuwe album levert de Amerikaanse muzikant een puike prestatie.
My Finest Work Yet werd geproduceerd door Andrew Bird en Paul Butler en in de studio kreeg het tweetal gezelschap van een aantal prima muzikanten, onder wie de geweldige gitarist Blake Mills, die de plaat vrijwel live in de studio opnamen, wat zorgt voor een warm en aansprekend geluid.
My Finest Work Yet overtuigt in productioneel, muzikaal en vocaal opzicht vrij makkelijk, maar de kwaliteit van een album staat of valt natuurlijk bij de kwaliteit van de songs. Ook deze is dik in orde. Andrew Bird verrast op zijn nieuwe plaat met een serie tijdloze popliedjes.
De ene keer domineren invloeden uit de folk, de andere keer invloeden uit de psychedelica, maar Andrew Bird kan op zijn nieuwe plaat ook verrassend jazzy klinken en schuift bovendien makkelijk op richting pop en rock. Het levert een verrassend veelzijdige maar op hetzelfde moment ook consistent klinkende plaat op. My Finest Work Yet laat zich beluisteren als een obscure verzamelaar uit de jaren 70, die als je goed luistert uiteindelijk alleen maar uit het heden kan komen.
De vorige platen van Andrew Bird waren wat mij betreft te vaak een lange zit, maar de 45 minuten van My Finest Work Yet vliegen voorbij en ook hierna ben je nog lang niet verzadigd. Al met al een verrassend sterke collectie nieuwe songs, die op zijn minst akelig dicht in de buurt van zijn beste werk komt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Andrew Bird - My Finest Work Yet - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Andrew Bird - My Finest Work Yet
Misschien niet het beste album van Andrew Bird tot dusver, maar absoluut een van zijn betere albums en dat zegt wat
Andrew Bird heeft de afgelopen 15 jaar aan de lopende band nieuwe albums afgeleverd en de rek was er eerlijk gezegd wel wat uit. De titel van zijn nieuwe plaat, My Finest Work Yet, maakte toch weer nieuwsgierig en stelt zeker niet teleur. Andrew Bird klinkt gefocust op zijn nieuwe album, heeft gekozen voor een zeer aansprekend geluid dat alle kanten op kan springen, zingt beter dan hij ooit deed en grossiert vooral in geweldige popsongs. Het zijn popsongs die een breed spectrum bestrijken, maar My Finest Work Yet is zeker geen allegaartje. Andrew Bird levert misschien niet zijn beste plaat tot dusver af, maar wel een van zijn betere.
Andrew Bird brengt al sinds de tweede helft van de jaren 90 muziek uit, maar trekt inmiddels een jaar of 15 flink wat aandacht met zijn muziek. Het heeft inmiddels een respectabele stapel albums opgeleverd, waaronder een aantal hele goede.
Ik moet direct toegeven dat ik de afgelopen jaren wel wat was uitgekeken op het werk van de Amerikaanse muzikant. Zijn laatste paar albums waren aardig, maar meestal ook niet meer dan dat, en konden wat mij betreft niet in de schaduw staan van bescheiden meesterwerken als Weather Systems uit 2003, Andrew Bird & The Mysterious Production Of Eggs uit 2005 en Armchair Apocrypha uit 2007.
Gezien de status van bovengenoemde platen is het nogal wat dat Andrew Bird zijn nieuwe plaat My Finest Work Yet noemt, maar het maakt natuurlijk wel nieuwsgierig naar dit nieuwe werk.
Ik heb het nieuwe album van Andrew Bird inmiddels een aantal keren beluisterd en heb kennelijk andere voorkeuren dan de muzikant uit Chicago. Persoonlijk hou ik het wanneer het gaat om het beste werk van Andrew Bird nog even op Andrew Bird & The Mysterious Production Of Eggs, maar ik kan al wel concluderen dat My Finest Work Yet stukken beter is dan zijn directe voorgangers.
My Finest Work Yet is voor een belangrijk deel een feest van herkenning. Direct in de openingstrack laat Andrew Bird horen dat hij nog altijd prachtig kan fluiten (het blijft bijzonder) en ook op zijn karakteristieke vioolspel en gitaarspel hoef je niet lang te wachten. Van de zang van Andrew Bird was ik in het verleden lang niet altijd gecharmeerd, maar op zijn nieuwe album levert de Amerikaanse muzikant een puike prestatie.
My Finest Work Yet werd geproduceerd door Andrew Bird en Paul Butler en in de studio kreeg het tweetal gezelschap van een aantal prima muzikanten, onder wie de geweldige gitarist Blake Mills, die de plaat vrijwel live in de studio opnamen, wat zorgt voor een warm en aansprekend geluid.
My Finest Work Yet overtuigt in productioneel, muzikaal en vocaal opzicht vrij makkelijk, maar de kwaliteit van een album staat of valt natuurlijk bij de kwaliteit van de songs. Ook deze is dik in orde. Andrew Bird verrast op zijn nieuwe plaat met een serie tijdloze popliedjes.
De ene keer domineren invloeden uit de folk, de andere keer invloeden uit de psychedelica, maar Andrew Bird kan op zijn nieuwe plaat ook verrassend jazzy klinken en schuift bovendien makkelijk op richting pop en rock. Het levert een verrassend veelzijdige maar op hetzelfde moment ook consistent klinkende plaat op. My Finest Work Yet laat zich beluisteren als een obscure verzamelaar uit de jaren 70, die als je goed luistert uiteindelijk alleen maar uit het heden kan komen.
De vorige platen van Andrew Bird waren wat mij betreft te vaak een lange zit, maar de 45 minuten van My Finest Work Yet vliegen voorbij en ook hierna ben je nog lang niet verzadigd. Al met al een verrassend sterke collectie nieuwe songs, die op zijn minst akelig dicht in de buurt van zijn beste werk komt. Erwin Zijleman
Andrew Bird - Things Are Really Great Here, Sort Of… (2014)

4,0
0
geplaatst: 30 juni 2014, 15:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Andrew Bird - Things Are Really Great Here, Sort Of... - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De muziek van The Handsome Family staat dankzij de geweldige tv-serie True Detective (aanrader) momenteel weer nadrukkelijk op de kaart, maar wat extra aandacht voor de muziek van dit illustere tweetal uit New Mexico (oorspronkelijk Chicago) is nooit weg.
Andrew Bird heeft dit goed begrepen en vertolkt daarom op zijn nieuwe plaat Things Are Really Great Here, Sort Of... uitsluitend songs van Brett en Rennie Sparks; een duo dat hij nog kent van hun plaat In The Air uit 2000, waarop Andrew Bird viool speelde.
Het resultaat is verrassend goed. Andrew Bird eert op Things Are Really Great Here, Sort Of... de geweldige songs van The Handsome Family, maar voegt ook zijn eigen dingen toe aan deze songs. Uiteraard kan Andrew Bird het niet laten om fraai te fluiten en prachtig viool te spelen, maar ook op andere manieren voegt hij wat tierelantijntjes toe aan de vaak traditioneel aandoende songs van het echtpaar Sparks.
Bij het vertolken van songs van The Handsome Family kan Andrew Bord uiteraard niet zonder vrouwenvocalen, waarvoor hij een beroep heeft gedaan op Tift Merritt; een van de betere stemmen uit het genre. Het grootste deel van de vocalen neemt Andrew Bird echter zelf voor zijn rekening, waarbij hij zo nu en dan tegen Roy Orbison aanschurkt; wat mij betreft een mooi compliment.
Bij beluistering van de platen van The Handsome Family kan ik een grote glimlach geen moment onderdrukken. Brett en Rennie Sparks stoppen altijd flink wat humor in hun songs en muziek, waardoor ze ook de grens van kunst en kitsch kunnen overschrijden zonder dat dit ten koste gaat van het niveau van hun platen. Andrew Bird pakt het wat serieuzer aan. De songs van The Handsome Family worden hierdoor zowel in muzikaal als in vocaal opzicht naar een hoger plan getild. Dit gaat misschien ten koste van de charme van de platen van Brett en Rennie Sparks, maar je krijgt er ook heel wat voor terug.
In een aantal gevallen blijft Andrew Bird dicht bij de originelen van The Handsome Family, maar in een aantal gevallen kiest hij ook voor duidelijk andere arrangementen. Zeker wanneer Andrew Bird kiest voor een betrekkelijk traditioneel countryrock geluid transformeren Brett en Rennie Sparks opeens in Gram Parsons en Emmylou Harris, zeker wanneer Andrew Bird en Tift Merritt hun stemmen samen laten smelten (bijvoorbeeld in het geweldige So Much Wine, een van de hoogtepunten op de plaat). Maar Andrew Bird manifesteert zich op Things Are Really Great Here, Sort Of... ook als een crooner van formaat.
Na beluistering van de nieuwe plaat van Andrew Bird had ik direct weer zin in de originelen van The Handsome Family, maar na verloop van tijd greep ik toch ook weer naar deze knap gemaakte plaat. Andrew Bird eert op Things Are Really Great Here, Sort Of... zoals gezegd de unieke muziek van The Handsome Family, maar hij heeft op hetzelfde moment ook een plaat gemaakt die er toe doet in zijn eigen oeuvre. Things Are Really Great Here, Sort Of... dient daarom meerdere doelen en het dient al deze doelen uitstekend. Heerlijke plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Andrew Bird - Things Are Really Great Here, Sort Of... - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De muziek van The Handsome Family staat dankzij de geweldige tv-serie True Detective (aanrader) momenteel weer nadrukkelijk op de kaart, maar wat extra aandacht voor de muziek van dit illustere tweetal uit New Mexico (oorspronkelijk Chicago) is nooit weg.
Andrew Bird heeft dit goed begrepen en vertolkt daarom op zijn nieuwe plaat Things Are Really Great Here, Sort Of... uitsluitend songs van Brett en Rennie Sparks; een duo dat hij nog kent van hun plaat In The Air uit 2000, waarop Andrew Bird viool speelde.
Het resultaat is verrassend goed. Andrew Bird eert op Things Are Really Great Here, Sort Of... de geweldige songs van The Handsome Family, maar voegt ook zijn eigen dingen toe aan deze songs. Uiteraard kan Andrew Bird het niet laten om fraai te fluiten en prachtig viool te spelen, maar ook op andere manieren voegt hij wat tierelantijntjes toe aan de vaak traditioneel aandoende songs van het echtpaar Sparks.
Bij het vertolken van songs van The Handsome Family kan Andrew Bord uiteraard niet zonder vrouwenvocalen, waarvoor hij een beroep heeft gedaan op Tift Merritt; een van de betere stemmen uit het genre. Het grootste deel van de vocalen neemt Andrew Bird echter zelf voor zijn rekening, waarbij hij zo nu en dan tegen Roy Orbison aanschurkt; wat mij betreft een mooi compliment.
Bij beluistering van de platen van The Handsome Family kan ik een grote glimlach geen moment onderdrukken. Brett en Rennie Sparks stoppen altijd flink wat humor in hun songs en muziek, waardoor ze ook de grens van kunst en kitsch kunnen overschrijden zonder dat dit ten koste gaat van het niveau van hun platen. Andrew Bird pakt het wat serieuzer aan. De songs van The Handsome Family worden hierdoor zowel in muzikaal als in vocaal opzicht naar een hoger plan getild. Dit gaat misschien ten koste van de charme van de platen van Brett en Rennie Sparks, maar je krijgt er ook heel wat voor terug.
In een aantal gevallen blijft Andrew Bird dicht bij de originelen van The Handsome Family, maar in een aantal gevallen kiest hij ook voor duidelijk andere arrangementen. Zeker wanneer Andrew Bird kiest voor een betrekkelijk traditioneel countryrock geluid transformeren Brett en Rennie Sparks opeens in Gram Parsons en Emmylou Harris, zeker wanneer Andrew Bird en Tift Merritt hun stemmen samen laten smelten (bijvoorbeeld in het geweldige So Much Wine, een van de hoogtepunten op de plaat). Maar Andrew Bird manifesteert zich op Things Are Really Great Here, Sort Of... ook als een crooner van formaat.
Na beluistering van de nieuwe plaat van Andrew Bird had ik direct weer zin in de originelen van The Handsome Family, maar na verloop van tijd greep ik toch ook weer naar deze knap gemaakte plaat. Andrew Bird eert op Things Are Really Great Here, Sort Of... zoals gezegd de unieke muziek van The Handsome Family, maar hij heeft op hetzelfde moment ook een plaat gemaakt die er toe doet in zijn eigen oeuvre. Things Are Really Great Here, Sort Of... dient daarom meerdere doelen en het dient al deze doelen uitstekend. Heerlijke plaat. Erwin Zijleman
Andrew Bird & Madison Cunningham - Cunningham Bird (2024)

3,5
0
geplaatst: 19 oktober 2024, 10:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Madison Cunningham & Andrew Bird - Cunningham Bird - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Madison Cunningham & Andrew Bird - Cunningham Bird
De Amerikaanse muzikanten Madison Cunningham en Andrew Bird stoffen op Cunningham Bird op eigenzinnige wijze een vergeten en miskende klassieker uit de vroege jaren 70 af en doen dit zeer verdienstelijk
Na het geweldige Revealer uit 2022 keek ik erg uit naar het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter Madison Cunningham, maar dit jaar zullen we het moeten doen met een tussendoortje. Dit tussendoortje heeft de muzikante uit San Diego gemaakt met de eigenzinnige Andrew Bird, die de afgelopen 25 jaar heeft laten zien dat hij een muzikale duizendpoot is. Op Cunningham Bird gaan de twee aan de haal met een wereldberoemd en tegelijkertijd obscuur album uit 1973, dat alleen nog in de tweedehands vinyl bakken te vinden is. Het pakt geweldig uit, want Madison Cunningham en Andrew Bird eren niet alleen de vergeten klassieker, maar maken er ook op knappe en bijzondere wijze hun eigen ding van.
Madison Cunningham bereikte in 2022 met haar album Revealer de hoogste regionen van mijn jaarlijstje over het betreffende jaar. Deze week duikt de muzikante uit het Californische San Diego op met een nieuw album, dat ze samen heeft gemaakt met de Amerikaanse muzikant Andrew Bird. De muzikant uit Chicago, Illinois, heeft de afgelopen 25 jaar een flinke stapel albums gemaakt. Het zijn albums waarvan ik er een aantal zeer kan waarderen, maar de afgelopen jaren was ik een stuk minder enthousiast over zijn werk. Ik werd dan ook niet direct vrolijk van de samenwerking tussen Madison Cunningham en Andrew Bird, maar Cunningham Bird blijkt een interessant album.
De openingstrack herkende ik direct, want dat is ook de openingstrack van het titelloze album dat Stevie Nicks en Lindsey Buckingham in 1973 maakten onder de naam Buckingham Nicks. Het is een album dat moet worden gerekend tot de belangrijkere albums uit de geschiedenis van de popmuziek en het is me dan ook een raadsel waarom het album nooit op cd is uitgebracht en ook niet is te vinden op de verschillende streaming media platforms.
Ik vond zelf een paar jaar geleden de originele vinyl-versie van het album in een tweedehands bak en ben sindsdien behoorlijk onder de indruk van het album, dat in een aantal tracks een perfecte blauwdruk bevat van het geluid waarmee Fleetwood Mac twee jaar later en met Stevie Nicks en Lindsey Buckingham in de gelederen zoveel succes zou oogsten.
Terug naar Madison Cunningham en Andrew Bird, die niet alleen een eigen versie van de openingstrack van het album van Buckingham Nicks hebben gemaakt, maar op Cunningham Bird het hele album uit 1973 integraal vertolken. De twee hebben er zowel in muzikaal als in vocaal opzicht wel hun eigen versie van gemaakt, want waar ik bij het origineel van Stevie Nicks en Lindsey Buckingham continu aan Rumours van Fleetwood Mac moet denken, moet ik dat bij beluistering van het album van Madison Cunningham en Andrew Bird eigenlijk nooit.
De twee profiteren optimaal van de sterke songs uit 1973, die ruim 50 jaar later nog steeds overeind staan. Met name de zang van Madison Cunningham is echt prachtig en hoewel ik niet altijd gek ben op de stem van Andrew Bird vind ik zijn zang op Cunningham Bird prima en ook de harmonieën van de twee zijn zonder meer mooi te noemen. De zang van de twee is ver verwijderd van die op het album van Buckingham Nicks en ook in muzikaal opzicht worden andere accenten gelegd, zeker wanneer Andrew Bird grijpt naar zijn viool.
De instrumentatie op Cunningham Bird is wel zeer smaakvol en vakkundig geproduceerd door Mike Viola en ondanks het feit dat Madison Cunningham en Andrew Bird nadrukkelijk hun eigen versie van de miskende klassieker uit 1973 hebben gemaakt, zijn de songs van Stevie Nicks en Lindsey Buckingham met veel respect behandeld.
Van het album van Buckingham Nicks had vorig jaar natuurlijk een 50th Anniversary Edition moeten verschijnen, maar iets of iemand houdt dit kennelijk tegen. Hoe goed het album is wordt steeds duidelijker wanneer je vaker naar de interpretaties van Madison Cunningham en Andrew Bird luistert en de songs beginnen te groeien. Het integraal vertolken van het debuutalbum en de zwanenzang van Buckingham Nicks zou ik voorhand een onmogelijke missie hebben genoemd, maar de poging van Cunningham Bird is in alle opzichten zeer geslaagd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Madison Cunningham & Andrew Bird - Cunningham Bird - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Madison Cunningham & Andrew Bird - Cunningham Bird
De Amerikaanse muzikanten Madison Cunningham en Andrew Bird stoffen op Cunningham Bird op eigenzinnige wijze een vergeten en miskende klassieker uit de vroege jaren 70 af en doen dit zeer verdienstelijk
Na het geweldige Revealer uit 2022 keek ik erg uit naar het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter Madison Cunningham, maar dit jaar zullen we het moeten doen met een tussendoortje. Dit tussendoortje heeft de muzikante uit San Diego gemaakt met de eigenzinnige Andrew Bird, die de afgelopen 25 jaar heeft laten zien dat hij een muzikale duizendpoot is. Op Cunningham Bird gaan de twee aan de haal met een wereldberoemd en tegelijkertijd obscuur album uit 1973, dat alleen nog in de tweedehands vinyl bakken te vinden is. Het pakt geweldig uit, want Madison Cunningham en Andrew Bird eren niet alleen de vergeten klassieker, maar maken er ook op knappe en bijzondere wijze hun eigen ding van.
Madison Cunningham bereikte in 2022 met haar album Revealer de hoogste regionen van mijn jaarlijstje over het betreffende jaar. Deze week duikt de muzikante uit het Californische San Diego op met een nieuw album, dat ze samen heeft gemaakt met de Amerikaanse muzikant Andrew Bird. De muzikant uit Chicago, Illinois, heeft de afgelopen 25 jaar een flinke stapel albums gemaakt. Het zijn albums waarvan ik er een aantal zeer kan waarderen, maar de afgelopen jaren was ik een stuk minder enthousiast over zijn werk. Ik werd dan ook niet direct vrolijk van de samenwerking tussen Madison Cunningham en Andrew Bird, maar Cunningham Bird blijkt een interessant album.
De openingstrack herkende ik direct, want dat is ook de openingstrack van het titelloze album dat Stevie Nicks en Lindsey Buckingham in 1973 maakten onder de naam Buckingham Nicks. Het is een album dat moet worden gerekend tot de belangrijkere albums uit de geschiedenis van de popmuziek en het is me dan ook een raadsel waarom het album nooit op cd is uitgebracht en ook niet is te vinden op de verschillende streaming media platforms.
Ik vond zelf een paar jaar geleden de originele vinyl-versie van het album in een tweedehands bak en ben sindsdien behoorlijk onder de indruk van het album, dat in een aantal tracks een perfecte blauwdruk bevat van het geluid waarmee Fleetwood Mac twee jaar later en met Stevie Nicks en Lindsey Buckingham in de gelederen zoveel succes zou oogsten.
Terug naar Madison Cunningham en Andrew Bird, die niet alleen een eigen versie van de openingstrack van het album van Buckingham Nicks hebben gemaakt, maar op Cunningham Bird het hele album uit 1973 integraal vertolken. De twee hebben er zowel in muzikaal als in vocaal opzicht wel hun eigen versie van gemaakt, want waar ik bij het origineel van Stevie Nicks en Lindsey Buckingham continu aan Rumours van Fleetwood Mac moet denken, moet ik dat bij beluistering van het album van Madison Cunningham en Andrew Bird eigenlijk nooit.
De twee profiteren optimaal van de sterke songs uit 1973, die ruim 50 jaar later nog steeds overeind staan. Met name de zang van Madison Cunningham is echt prachtig en hoewel ik niet altijd gek ben op de stem van Andrew Bird vind ik zijn zang op Cunningham Bird prima en ook de harmonieën van de twee zijn zonder meer mooi te noemen. De zang van de twee is ver verwijderd van die op het album van Buckingham Nicks en ook in muzikaal opzicht worden andere accenten gelegd, zeker wanneer Andrew Bird grijpt naar zijn viool.
De instrumentatie op Cunningham Bird is wel zeer smaakvol en vakkundig geproduceerd door Mike Viola en ondanks het feit dat Madison Cunningham en Andrew Bird nadrukkelijk hun eigen versie van de miskende klassieker uit 1973 hebben gemaakt, zijn de songs van Stevie Nicks en Lindsey Buckingham met veel respect behandeld.
Van het album van Buckingham Nicks had vorig jaar natuurlijk een 50th Anniversary Edition moeten verschijnen, maar iets of iemand houdt dit kennelijk tegen. Hoe goed het album is wordt steeds duidelijker wanneer je vaker naar de interpretaties van Madison Cunningham en Andrew Bird luistert en de songs beginnen te groeien. Het integraal vertolken van het debuutalbum en de zwanenzang van Buckingham Nicks zou ik voorhand een onmogelijke missie hebben genoemd, maar de poging van Cunningham Bird is in alle opzichten zeer geslaagd. Erwin Zijleman
Andrew Combs - All These Dreams (2015)

4,5
0
geplaatst: 11 maart 2015, 13:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Andrew Combs - All These Dreams - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Andrew Combs is geboren en getogen in Dallas, Texas, maar vertrok voor het vervullen van zijn muzikale ambities naar Nashville, Tennessee.
Daar bracht hij een paar jaar geleden al eens een prima plaat (Worried Man) uit, maar het onlangs verschenen All These Dreams wordt door zijn platenmaatschappij gepresenteerd als zijn officiële debuut.
Het is een ‘debuut’ dat in de Verenigde Staten goed is ontvangen en ook in Nederland hoge ogen moet kunnen gaan gooien. All These Dreams is immers een plaat vol prachtige songs en is hoorbaar met veel liefde en talent gemaakt.
All These Dreams maakt op het eerste gehoor een wat nostalgische indruk. Veel songs op de plaat herinneren nadrukkelijk aan popmuziek uit de jaren 70, waarbij Andrew Combs overigens net zo makkelijk associaties oproept met rootsmuzikanten als Townes van Zandt, Glen Campbell en Guy Clarke als met meer pop georiënteerde muzikanten als Harry Nilsson, Paul Simon en zeker ook Jim Croce en Mickey Newbury.
Andrew Combs kiest op All These Dreams voor een mooi verzorgd Nashville geluid, maar hij kiest zeker niet voor de makkelijkste weg. Zijn songs steken knap en vaak zelfs wat complex in elkaar en kiezen steeds voor een net iets andere invalshoek, waardoor All These Dreams een lekker afwisselende plaat is geworden en bovendien de fantasie prikkelt.
Naast de mooi verzorgde instrumentatie, die de ene keer met een fraaie pedal steel opschuift richting country en de andere keer met zoete strijkers de pop opzoekt, valt ook zeker de stem van Andrew Combs op. De Amerikaan is pas 27 en beschikt over een warm en helder stemgeluid zonder ook maar een spoortje gruis. Hier en daar doet het wel wat denken aan Roy Orbison, al is de stem van Andrew Combs wat minder extreem en hierdoor toegankelijker. Wanneer Combs wat te dicht tegen Roy Orbison aanschurkt doet hij zichzelf tekort.
All These Dreams maakt bij eerste beluistering zoals gezegd een wat nostalgische indruk. De songs op de plaat herinneren aan de ambachtelijke wijze waarop in de jaren 70 songs in elkaar werden gekneed en ook qua geluid zijn associaties met de groten uit de jaren 70 nooit ver weg, wat van Alle These Dreams een tijdloze plaat maakt.
Andrew Combs kan echter ook een stuk eigentijdser klinken, waarbij in een aantal songs de vergelijking met Justin Townes Earle (met wie hij onlangs door Nederland toerde), John Fullbright. Ryan Bingham, Ryan Adams en één keer zelfs David Gray zich opdringt.
Andrew Combs is nog jong, maar zet op All These Dreams een volwassen geluid neer dat knap opereert op het snijvlak van meerdere stijlen. De Texaan vertelt hierbij ook nog eens mooie verhalen en hij vertelt deze verhalen met veel gevoel, waardoor All These Dreams je steeds weer wat dierbaarder wordt.
Andrew Combs staat pas aan het begin van zijn carrière, maar komt op All These Dreams al op de proppen met een flink aantal bovengemiddeld goede songs, wat uiteindelijk een bovengemiddeld goede plaat oplevert. Het is momenteel dringen in dit genre, waardoor All These Dreams van Andrew Combs het tot dusver helaas moet doen met bescheiden aandacht. Doodzonde, want dit is zo’n veelzijdige rootsplaat die je echt niet wilt missen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Andrew Combs - All These Dreams - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Andrew Combs is geboren en getogen in Dallas, Texas, maar vertrok voor het vervullen van zijn muzikale ambities naar Nashville, Tennessee.
Daar bracht hij een paar jaar geleden al eens een prima plaat (Worried Man) uit, maar het onlangs verschenen All These Dreams wordt door zijn platenmaatschappij gepresenteerd als zijn officiële debuut.
Het is een ‘debuut’ dat in de Verenigde Staten goed is ontvangen en ook in Nederland hoge ogen moet kunnen gaan gooien. All These Dreams is immers een plaat vol prachtige songs en is hoorbaar met veel liefde en talent gemaakt.
All These Dreams maakt op het eerste gehoor een wat nostalgische indruk. Veel songs op de plaat herinneren nadrukkelijk aan popmuziek uit de jaren 70, waarbij Andrew Combs overigens net zo makkelijk associaties oproept met rootsmuzikanten als Townes van Zandt, Glen Campbell en Guy Clarke als met meer pop georiënteerde muzikanten als Harry Nilsson, Paul Simon en zeker ook Jim Croce en Mickey Newbury.
Andrew Combs kiest op All These Dreams voor een mooi verzorgd Nashville geluid, maar hij kiest zeker niet voor de makkelijkste weg. Zijn songs steken knap en vaak zelfs wat complex in elkaar en kiezen steeds voor een net iets andere invalshoek, waardoor All These Dreams een lekker afwisselende plaat is geworden en bovendien de fantasie prikkelt.
Naast de mooi verzorgde instrumentatie, die de ene keer met een fraaie pedal steel opschuift richting country en de andere keer met zoete strijkers de pop opzoekt, valt ook zeker de stem van Andrew Combs op. De Amerikaan is pas 27 en beschikt over een warm en helder stemgeluid zonder ook maar een spoortje gruis. Hier en daar doet het wel wat denken aan Roy Orbison, al is de stem van Andrew Combs wat minder extreem en hierdoor toegankelijker. Wanneer Combs wat te dicht tegen Roy Orbison aanschurkt doet hij zichzelf tekort.
All These Dreams maakt bij eerste beluistering zoals gezegd een wat nostalgische indruk. De songs op de plaat herinneren aan de ambachtelijke wijze waarop in de jaren 70 songs in elkaar werden gekneed en ook qua geluid zijn associaties met de groten uit de jaren 70 nooit ver weg, wat van Alle These Dreams een tijdloze plaat maakt.
Andrew Combs kan echter ook een stuk eigentijdser klinken, waarbij in een aantal songs de vergelijking met Justin Townes Earle (met wie hij onlangs door Nederland toerde), John Fullbright. Ryan Bingham, Ryan Adams en één keer zelfs David Gray zich opdringt.
Andrew Combs is nog jong, maar zet op All These Dreams een volwassen geluid neer dat knap opereert op het snijvlak van meerdere stijlen. De Texaan vertelt hierbij ook nog eens mooie verhalen en hij vertelt deze verhalen met veel gevoel, waardoor All These Dreams je steeds weer wat dierbaarder wordt.
Andrew Combs staat pas aan het begin van zijn carrière, maar komt op All These Dreams al op de proppen met een flink aantal bovengemiddeld goede songs, wat uiteindelijk een bovengemiddeld goede plaat oplevert. Het is momenteel dringen in dit genre, waardoor All These Dreams van Andrew Combs het tot dusver helaas moet doen met bescheiden aandacht. Doodzonde, want dit is zo’n veelzijdige rootsplaat die je echt niet wilt missen. Erwin Zijleman
Andrew Combs - Canyons of My Mind (2017)

4,0
1
geplaatst: 10 april 2017, 17:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Andrew Combs - Canyons Of My Mind - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Wat maakte Andrew Combs net iets meer dan twee jaar geleden met All These Dreams een mooie en tijdloze plaat.
Het is een plaat die ik met een zeer lovende recensie op de juiste waarde dacht te hebben geschat, maar toen ik de plaat een paar maanden geleden weer eens opzette, was ik verrast door de enorm hoge kwaliteit van de plaat.
Ik keek dan ook met hooggespannen verwachtingen uit naar de nieuwe plaat van de vanuit Nashville, Tennessee, opererende singer-songwriter.
Het valt vervolgens voor een jonge singer-songwriter niet mee om aan deze hooggespannen verwachtingen te voldoen, maar Andrew Combs maakt ze op Canyons Of My Mind uiteindelijk waar, al ging dat bij mij niet zonder slag of stoot.
Op All These Dreams begaf Andrew Combs zich veelvuldig op het snijvlak van de rootsmuziek en singer-songwriter pop uit de jaren 70, waardoor zijn plaat zowel associaties opriep met de muziek van gelouterde rootsmuzikanten als Townes van Zandt en Guy Clarke als met de meer pop georiënteerde muziek van Harry Nilsson, Paul Simon, Jim Croce en Mickey Newbury.
In muzikaal opzicht klonk het allemaal bijzonder lekker, maar het was vooral de mooie en warme stem van Andrew Combs die All These Dreams naar een hoger plan tilde. Die mooie en warme stem, die op de vorige plaat afwisselend deed denken aan Roy Orbison, Don Mclean en David Gray, is ook op Canyons Of My Mind het sterkste wapen, maar in muzikaal opzicht overtuigde Andrew Combs mij dit keer net wat minder makkelijk.
Op zijn nieuwe plaat, die Andrew Combs overigens maakte met hetzelfde producersteam dat ook werkte aan zijn voorganger, schuift de singer-songwriter in muzikaal opzicht wat op richting de 70s pop en hebben invloeden uit de roots aan terrein verloren.
Toch is Canyons Of My Mind zeker geen schaamteloze popplaat. Ver op de achtergrond is vaak het rootsinstrumentarium van de vorige plaat te horen en net als je denkt dat Andrew Combs de roots toch echt grotendeels heeft afgezworen komt hij samen met Caitlin Rose in de laatste track op de proppen met een wonderschoon country duet dat herinnert aan de hoogtijdagen van Emmylou Harris en Gram Parsons.
In de track ervoor heeft hij hard uitgehaald naar de nieuwe president van de Verenigde Staten en is duidelijk geworden dat Andrew Combs niet alleen popliedjes maakt die de zon doen schijnen.
De verschuiving richting 70s pop, die er wel degelijk is op Canyons Of My Mind, zal niet bij iedereen in de smaak vallen, maar het is gelukkig geen 13 in een dozijn pop. In zijn popsongs verrast Andrew Combs met verrassende wendingen en komt net zo makkelijk een scheurende saxofoon als een uit de bocht vliegende gitaar voorbij.
Op hetzelfde moment heeft ook Canyons Of My Mind het warme, aangename en volstrekt tijdloze dat de vorige plaat van Andrew Combs zo bijzonder maakte. Bij de eerste beluisteringen aarzelde ik misschien nog wat, maar inmiddels heeft Andrew Combs me toch weer te pakken met zijn bijzonder aangename pop- en rootssongs met inhoud en vooral met die stem die nog steeds alles wat hij aanraakt verandert in goud. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Andrew Combs - Canyons Of My Mind - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Wat maakte Andrew Combs net iets meer dan twee jaar geleden met All These Dreams een mooie en tijdloze plaat.
Het is een plaat die ik met een zeer lovende recensie op de juiste waarde dacht te hebben geschat, maar toen ik de plaat een paar maanden geleden weer eens opzette, was ik verrast door de enorm hoge kwaliteit van de plaat.
Ik keek dan ook met hooggespannen verwachtingen uit naar de nieuwe plaat van de vanuit Nashville, Tennessee, opererende singer-songwriter.
Het valt vervolgens voor een jonge singer-songwriter niet mee om aan deze hooggespannen verwachtingen te voldoen, maar Andrew Combs maakt ze op Canyons Of My Mind uiteindelijk waar, al ging dat bij mij niet zonder slag of stoot.
Op All These Dreams begaf Andrew Combs zich veelvuldig op het snijvlak van de rootsmuziek en singer-songwriter pop uit de jaren 70, waardoor zijn plaat zowel associaties opriep met de muziek van gelouterde rootsmuzikanten als Townes van Zandt en Guy Clarke als met de meer pop georiënteerde muziek van Harry Nilsson, Paul Simon, Jim Croce en Mickey Newbury.
In muzikaal opzicht klonk het allemaal bijzonder lekker, maar het was vooral de mooie en warme stem van Andrew Combs die All These Dreams naar een hoger plan tilde. Die mooie en warme stem, die op de vorige plaat afwisselend deed denken aan Roy Orbison, Don Mclean en David Gray, is ook op Canyons Of My Mind het sterkste wapen, maar in muzikaal opzicht overtuigde Andrew Combs mij dit keer net wat minder makkelijk.
Op zijn nieuwe plaat, die Andrew Combs overigens maakte met hetzelfde producersteam dat ook werkte aan zijn voorganger, schuift de singer-songwriter in muzikaal opzicht wat op richting de 70s pop en hebben invloeden uit de roots aan terrein verloren.
Toch is Canyons Of My Mind zeker geen schaamteloze popplaat. Ver op de achtergrond is vaak het rootsinstrumentarium van de vorige plaat te horen en net als je denkt dat Andrew Combs de roots toch echt grotendeels heeft afgezworen komt hij samen met Caitlin Rose in de laatste track op de proppen met een wonderschoon country duet dat herinnert aan de hoogtijdagen van Emmylou Harris en Gram Parsons.
In de track ervoor heeft hij hard uitgehaald naar de nieuwe president van de Verenigde Staten en is duidelijk geworden dat Andrew Combs niet alleen popliedjes maakt die de zon doen schijnen.
De verschuiving richting 70s pop, die er wel degelijk is op Canyons Of My Mind, zal niet bij iedereen in de smaak vallen, maar het is gelukkig geen 13 in een dozijn pop. In zijn popsongs verrast Andrew Combs met verrassende wendingen en komt net zo makkelijk een scheurende saxofoon als een uit de bocht vliegende gitaar voorbij.
Op hetzelfde moment heeft ook Canyons Of My Mind het warme, aangename en volstrekt tijdloze dat de vorige plaat van Andrew Combs zo bijzonder maakte. Bij de eerste beluisteringen aarzelde ik misschien nog wat, maar inmiddels heeft Andrew Combs me toch weer te pakken met zijn bijzonder aangename pop- en rootssongs met inhoud en vooral met die stem die nog steeds alles wat hij aanraakt verandert in goud. Erwin Zijleman
Andrew Combs - Ideal Man (2019)

4,0
1
geplaatst: 22 september 2019, 11:15 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Andrew Combs - Ideal Man - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Andrew Combs - Ideal Man
Andrew Combs strooit op zijn nieuwe album driftig met volstrekt tijdloze en nagenoeg perfecte popliedjes die voorlopig alleen maar aan kracht winnen
Andre Combs werd een jaar of vier geleden geschaard onder de grote beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar is sindsdien wat opgeschoven richting pop. Ook Ideal Man staat vol referenties naar de betere singer-songwriters uit de jaren 70 en is bovendien voorzien van een snufje Laurel Canyon folk en een scheutje psychedelica. Het levert een tijdloos album op dat zich als een warme deken om je heem slaat en vervolgens begint met groeien, bijvoorbeeld door de zeer smaakvolle instrumentatie of door de prachtige stem van de Amerikaanse muzikant. Het levert een album op dat maar lastig is te weerstaan.
Andrew Combs werd geboren in Dallas, Texas, maar zijn carrière in de muziek kwam pas van de grond toen hij de Texaanse hoofdstad had verruild voor Nashville, Tennessee.
De Amerikaanse singer-songwriter trok voor het eerst de aandacht met het in 2015 verschenen All These Dreams, feitelijk zijn tweede album. Op All These Dreams overtuigde Andrew Combs met een tijdloze maar ook bijzonder aangename mix van Amerikaanse rootsmuziek en de in artistiek opzicht interessantere popmuziek uit de jaren 70.
Op het in 2017 verschenen Canyons Of My Mind sloeg de balans wat door richting 70s pop, al waren invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek zeker niet helemaal verdwenen uit de muziek van Andrew Combs. Hetzelfde kan gezegd worden over Ideal Man, het deze week verschenen nieuwe album van de singer-songwriter uit Nashville.
Ook Ideal Man lijkt zo weggelopen uit de jaren 70 en bevat meer invloeden uit de pop dan uit de roots. Gelukkig heeft Andrew Combs wel een voorkeur voor de in kwalitatief opzicht hoogstaande pop uit het decennium en heeft hij een album gemaakt waarvoor Harry Nilsson zich niet geschaamd zou hebben.
Ideal Man werd niet opgenomen in Nashville, maar in Brooklyn, New York, waar Andrew Combs de studio in dook met muzikanten Dominic Billett en Jerry Bernhardt en producer en muzikant Sam Cohen. Het viertal nam in Brooklyn een bijzonder sterk album op.
Direct in de openingstrack maakt Andrew Combs indruk met een tijdloze popsong, die je bij eerste beluistering al decennia denkt te kennen. Het zorgt direct voor het spreekwoordelijke warme bad, waarin naast invloeden uit de 70s pop en Amerikaanse rootsmuziek ook een psychedelisch tintje is te horen. Andrew Combs grossiert op zijn nieuwe album in tijdloze popliedjes en het zijn stuk voor stuk popliedjes die je humeur een positieve boost geven. Andrew Combs werd na de release van zijn vorige album vader en zit nog op een roze wolk. Het voorziet Ideal Man van een aangename sfeer en het is een sfeer die alle songs op het album een stukje optilt.
Iedereen die de vorige albums van Andrew Combs kent, weet dat de geboren Texaan is voorzien van een mooi en zeer aangenaam stemgeluid, waarin flarden Don McLean, Harry Nilsson, Ryan Adams en Roy Orbison zijn te horen. Ook Ideal Man maakt in vocaal opzicht indruk, wat nog een extra dimensie toevoegt aan dit veelkleurige album.
Andrew Combs maakte op All These Dreams geen geheim van zijn bewondering voor muzikanten als Guy Clark en Mickey Newbury, maar is, wanneer het gaat om het verwerken van invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, inmiddels wat opgeschoven richting de Laurel Canyon folk, wat nog wat Californische zonnestralen toevoegt aan het warme geluid op het album, zeker wanneer ook nog wat soul wordt toegevoegd.
Het is goed te horen dat Ideal Man is gemaakt met een beperkt aantal muzikanten. Het album klinkt intiem en gloedvol en zet de prachtige stem van Andrew Combs terecht in het zonnetje. Ondertussen valt er ook in muzikaal opzicht genoeg te genieten, want het gitaarwerk op het album is prachtig, terwijl de keyboards steeds weer zorgen voor bijzondere accenten. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de volstrekt tijdloze popmuziek van Andrew Combs, maar de prachtig gespeelde en geweldig gezongen popsongs op Ideal Man gaan er bij mij in als koek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Andrew Combs - Ideal Man - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Andrew Combs - Ideal Man
Andrew Combs strooit op zijn nieuwe album driftig met volstrekt tijdloze en nagenoeg perfecte popliedjes die voorlopig alleen maar aan kracht winnen
Andre Combs werd een jaar of vier geleden geschaard onder de grote beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar is sindsdien wat opgeschoven richting pop. Ook Ideal Man staat vol referenties naar de betere singer-songwriters uit de jaren 70 en is bovendien voorzien van een snufje Laurel Canyon folk en een scheutje psychedelica. Het levert een tijdloos album op dat zich als een warme deken om je heem slaat en vervolgens begint met groeien, bijvoorbeeld door de zeer smaakvolle instrumentatie of door de prachtige stem van de Amerikaanse muzikant. Het levert een album op dat maar lastig is te weerstaan.
Andrew Combs werd geboren in Dallas, Texas, maar zijn carrière in de muziek kwam pas van de grond toen hij de Texaanse hoofdstad had verruild voor Nashville, Tennessee.
De Amerikaanse singer-songwriter trok voor het eerst de aandacht met het in 2015 verschenen All These Dreams, feitelijk zijn tweede album. Op All These Dreams overtuigde Andrew Combs met een tijdloze maar ook bijzonder aangename mix van Amerikaanse rootsmuziek en de in artistiek opzicht interessantere popmuziek uit de jaren 70.
Op het in 2017 verschenen Canyons Of My Mind sloeg de balans wat door richting 70s pop, al waren invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek zeker niet helemaal verdwenen uit de muziek van Andrew Combs. Hetzelfde kan gezegd worden over Ideal Man, het deze week verschenen nieuwe album van de singer-songwriter uit Nashville.
Ook Ideal Man lijkt zo weggelopen uit de jaren 70 en bevat meer invloeden uit de pop dan uit de roots. Gelukkig heeft Andrew Combs wel een voorkeur voor de in kwalitatief opzicht hoogstaande pop uit het decennium en heeft hij een album gemaakt waarvoor Harry Nilsson zich niet geschaamd zou hebben.
Ideal Man werd niet opgenomen in Nashville, maar in Brooklyn, New York, waar Andrew Combs de studio in dook met muzikanten Dominic Billett en Jerry Bernhardt en producer en muzikant Sam Cohen. Het viertal nam in Brooklyn een bijzonder sterk album op.
Direct in de openingstrack maakt Andrew Combs indruk met een tijdloze popsong, die je bij eerste beluistering al decennia denkt te kennen. Het zorgt direct voor het spreekwoordelijke warme bad, waarin naast invloeden uit de 70s pop en Amerikaanse rootsmuziek ook een psychedelisch tintje is te horen. Andrew Combs grossiert op zijn nieuwe album in tijdloze popliedjes en het zijn stuk voor stuk popliedjes die je humeur een positieve boost geven. Andrew Combs werd na de release van zijn vorige album vader en zit nog op een roze wolk. Het voorziet Ideal Man van een aangename sfeer en het is een sfeer die alle songs op het album een stukje optilt.
Iedereen die de vorige albums van Andrew Combs kent, weet dat de geboren Texaan is voorzien van een mooi en zeer aangenaam stemgeluid, waarin flarden Don McLean, Harry Nilsson, Ryan Adams en Roy Orbison zijn te horen. Ook Ideal Man maakt in vocaal opzicht indruk, wat nog een extra dimensie toevoegt aan dit veelkleurige album.
Andrew Combs maakte op All These Dreams geen geheim van zijn bewondering voor muzikanten als Guy Clark en Mickey Newbury, maar is, wanneer het gaat om het verwerken van invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, inmiddels wat opgeschoven richting de Laurel Canyon folk, wat nog wat Californische zonnestralen toevoegt aan het warme geluid op het album, zeker wanneer ook nog wat soul wordt toegevoegd.
Het is goed te horen dat Ideal Man is gemaakt met een beperkt aantal muzikanten. Het album klinkt intiem en gloedvol en zet de prachtige stem van Andrew Combs terecht in het zonnetje. Ondertussen valt er ook in muzikaal opzicht genoeg te genieten, want het gitaarwerk op het album is prachtig, terwijl de keyboards steeds weer zorgen voor bijzondere accenten. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de volstrekt tijdloze popmuziek van Andrew Combs, maar de prachtig gespeelde en geweldig gezongen popsongs op Ideal Man gaan er bij mij in als koek. Erwin Zijleman
Andrew Combs - Sundays (2022)

4,0
1
geplaatst: 25 augustus 2022, 15:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Andrew Combs - Sundays - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Andrew Combs - Sundays
Andrew Combs schaarde zich met zijn eerste drie albums onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar kiest op Sundays voor een geluid dat niet zo makkelijk in een hokje past (maar wel prachtig is)
Sundays, het vijfde album van de van oorsprong Texaanse muzikant Andrew Combs trekt in eerste instantie de aandacht door de bijzonder fraaie klanken en arrangementen. Met zijn nieuwe geluid kleurt Andrew Combs wat verder buiten de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek, zonder het genre te verloochenen. In muzikaal opzicht is het smullen, maar ook in vocaal opzicht steekt de Amerikaanse muzikant in een geweldige vorm. De eigenzinnige en vaak persoonlijke songs maken Sundays vervolgens nog wat mooier en onweerstaanbaarder. Sundays klinkt anders dan verwacht, maar stelt zeker niet teleur. Integendeel zelfs, het is het beste Andrew Combs album tot dusver.
De Amerikaanse muzikant Andrew Combs trok in 2012 nog niet heel veel aandacht met zijn, achteraf bezien uitstekende, debuutalbum Worried Man, maar kon rekenen op zeer lovende recensies toen in 2015 zijn tweede album All These Dreams verscheen. Met All These Dreams en het in 2017 verschenen Canyons Of My Mind schaarde de in Dallas, Texas, geboren, maar inmiddels vanuit Nashville, Tennessee, opererende muzikant zich onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek.
Die status consolideerde Andrew Combs met het in 2019 verschenen Ideal Man, al schoof hij op zijn vierde album ook wel wat op richting de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70. Ook op het deze week verschenen Sundays beperkt Andrew Combs zich zeker niet tot de Amerikaanse rootsmuziek. Nog meer dan Ideal Man is het vijfde album van de Amerikaanse muzikant er een waarop hij de grenzen van het genre opzoekt en hier meer dan eens overheen gaat.
Andrew Combs begon met het opnemen van Sundays nadat hij in 2020 last kreeg van mentale problemen, die ook nog eens werden versterkt door de coronapandemie, die het leven van een muzikant er zeker niet makkelijker op maakte. Op Sundays stelt de Amerikaanse muzikant zichzelf de grote levensvragen, wat een zeer persoonlijk album oplevert.
Bij eerste beluistering is Sundays ook vooral een bijzonder klinkend album. Andrew Combs maakte zijn vijfde album samen met producer Jordan Lehning (Kacey Musgraves) die het album in mono opnam. Dat is overigens niet de reden dat Sundays zo bijzonder klinkt. Andrew Combs kiest op zijn nieuwe album vooral voor subtiele en vaak bijzondere klanken en arrangementen.
Veel songs op het album zijn bijna minimalistisch ingekleurd, maar kaal klinken de songs van de muzikant uit Nashville zeker niet. Het doet af en toe wel wat denken aan de albums van de Amerikaanse muzikant en producer Blake Mills, die er ook in slaagt om met minimale middelen een maximaal en bijzonder effect te bereiken.
Vergeleken met de vorige vier albums klinkt Sundays het minst als een Amerikaans rootsalbum. Alleen wanneer de pedal steel van Spencer Cullum opduikt hoor je de rootsmuzikant Andrew Combs, maar in de andere tracks domineert het subtiele experiment. Andrew Combs kiest dit keer vooral voor veelkleurige en keer op keer fascinerende gitaarlijnen en een subtiel spelende ritmesectie, waarna orgels en blazers de muziek van de Amerikaanse muzikant voorzien van even mooie als subtiele accenten.
Het geluid op Sundays is zoals gezegd vrij sober, maar er valt veel te ontdekken in de fraaie details in de instrumentatie. De stem van Andrew Combs past perfect bij de subtiele klanken op het album. De zang is wat meer ingetogen dan we van hem gewend zijn, maar ik vind de stem van Andrew Combs, die zowel de hoge als de lage noten haalt, op Sundays nog mooier dan op zijn vorige albums.
Zeker als Andrew Combs het experiment wat steviger aanzet en bijvoorbeeld flirt met gitaarlijnen die zo weg lijken gelopen uit de Berlijnse jaren van Bowie, hoor je hoe veelzijdig hij is geworden, zonder volledig te vervreemden van de Amerikaanse rootsmuziek. Voor rootspuristen zal Sundays misschien even wennen zijn, maar wat mij betreft is het vijfde album van de Amerikaanse muzikant het volgende hoogtepunt in een bijzonder fraai oeuvre. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Andrew Combs - Sundays - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Andrew Combs - Sundays
Andrew Combs schaarde zich met zijn eerste drie albums onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar kiest op Sundays voor een geluid dat niet zo makkelijk in een hokje past (maar wel prachtig is)
Sundays, het vijfde album van de van oorsprong Texaanse muzikant Andrew Combs trekt in eerste instantie de aandacht door de bijzonder fraaie klanken en arrangementen. Met zijn nieuwe geluid kleurt Andrew Combs wat verder buiten de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek, zonder het genre te verloochenen. In muzikaal opzicht is het smullen, maar ook in vocaal opzicht steekt de Amerikaanse muzikant in een geweldige vorm. De eigenzinnige en vaak persoonlijke songs maken Sundays vervolgens nog wat mooier en onweerstaanbaarder. Sundays klinkt anders dan verwacht, maar stelt zeker niet teleur. Integendeel zelfs, het is het beste Andrew Combs album tot dusver.
De Amerikaanse muzikant Andrew Combs trok in 2012 nog niet heel veel aandacht met zijn, achteraf bezien uitstekende, debuutalbum Worried Man, maar kon rekenen op zeer lovende recensies toen in 2015 zijn tweede album All These Dreams verscheen. Met All These Dreams en het in 2017 verschenen Canyons Of My Mind schaarde de in Dallas, Texas, geboren, maar inmiddels vanuit Nashville, Tennessee, opererende muzikant zich onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek.
Die status consolideerde Andrew Combs met het in 2019 verschenen Ideal Man, al schoof hij op zijn vierde album ook wel wat op richting de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70. Ook op het deze week verschenen Sundays beperkt Andrew Combs zich zeker niet tot de Amerikaanse rootsmuziek. Nog meer dan Ideal Man is het vijfde album van de Amerikaanse muzikant er een waarop hij de grenzen van het genre opzoekt en hier meer dan eens overheen gaat.
Andrew Combs begon met het opnemen van Sundays nadat hij in 2020 last kreeg van mentale problemen, die ook nog eens werden versterkt door de coronapandemie, die het leven van een muzikant er zeker niet makkelijker op maakte. Op Sundays stelt de Amerikaanse muzikant zichzelf de grote levensvragen, wat een zeer persoonlijk album oplevert.
Bij eerste beluistering is Sundays ook vooral een bijzonder klinkend album. Andrew Combs maakte zijn vijfde album samen met producer Jordan Lehning (Kacey Musgraves) die het album in mono opnam. Dat is overigens niet de reden dat Sundays zo bijzonder klinkt. Andrew Combs kiest op zijn nieuwe album vooral voor subtiele en vaak bijzondere klanken en arrangementen.
Veel songs op het album zijn bijna minimalistisch ingekleurd, maar kaal klinken de songs van de muzikant uit Nashville zeker niet. Het doet af en toe wel wat denken aan de albums van de Amerikaanse muzikant en producer Blake Mills, die er ook in slaagt om met minimale middelen een maximaal en bijzonder effect te bereiken.
Vergeleken met de vorige vier albums klinkt Sundays het minst als een Amerikaans rootsalbum. Alleen wanneer de pedal steel van Spencer Cullum opduikt hoor je de rootsmuzikant Andrew Combs, maar in de andere tracks domineert het subtiele experiment. Andrew Combs kiest dit keer vooral voor veelkleurige en keer op keer fascinerende gitaarlijnen en een subtiel spelende ritmesectie, waarna orgels en blazers de muziek van de Amerikaanse muzikant voorzien van even mooie als subtiele accenten.
Het geluid op Sundays is zoals gezegd vrij sober, maar er valt veel te ontdekken in de fraaie details in de instrumentatie. De stem van Andrew Combs past perfect bij de subtiele klanken op het album. De zang is wat meer ingetogen dan we van hem gewend zijn, maar ik vind de stem van Andrew Combs, die zowel de hoge als de lage noten haalt, op Sundays nog mooier dan op zijn vorige albums.
Zeker als Andrew Combs het experiment wat steviger aanzet en bijvoorbeeld flirt met gitaarlijnen die zo weg lijken gelopen uit de Berlijnse jaren van Bowie, hoor je hoe veelzijdig hij is geworden, zonder volledig te vervreemden van de Amerikaanse rootsmuziek. Voor rootspuristen zal Sundays misschien even wennen zijn, maar wat mij betreft is het vijfde album van de Amerikaanse muzikant het volgende hoogtepunt in een bijzonder fraai oeuvre. Erwin Zijleman
Andrew Hibbard - Andrew Hibbard (2020)

4,0
0
geplaatst: 15 mei 2020, 17:24 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Andrew Hibbard - Andrew Hibbard - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Andrew Hibbard - Andrew Hibbard
Andrew Hibbard refereert op zijn nieuwe album naar een aantal groten uit het verleden, maar weet de aandacht toch makkelijk vast te houden met gloedvolle country en folk
Direct wanneer de eerste noten van het titelloze album van de Amerikaanse muzikant Andrew Hibbard uit de speakers komen hoor je flarden Bob Dylan, Gram Parsons, Neil Young en nog veel meer echo’s uit een ver verleden. Andrew Hibbard heeft een voorkeur voor 70s country, 60s folk en sleept er ook nog wat 50s country en rock ’n roll bij. Vernieuwend is zijn muziek niet, maar de uitvoering is prachtig. Met name de pedal steel en de mondharmonica spelen een glansrol en Andre Hibbard is ook nog eens een overtuigend zanger en songwriter. Hier gaan liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zich zeker geen buil aan vallen.
Het aanbod aan nieuwe muziek begint in een aantal genres wat op te drogen, maar binnen de Amerikaanse rootsmuziek worden iedere week nog flink wat nieuwe albums uitgebracht. Ik heb in het genre vaak een voorkeur voor rootsmuzikanten die vernieuwing zoeken en iets toevoegen aan alles dat er al is. Hiervoor ben je bij Andrew Hibbard aan het verkeerde adres, maar desondanks ben ik erg onder de indruk van zijn deze week verschenen album.
Andrew Hibbard is een muzikant uit Hamilton, Ohio, die op jonge leeftijd gitaar leerde spelen en ook al vanaf jonge leeftijd songs schrijft. De Amerikaanse singer-songwriter heeft inmiddels heel wat songs op zijn naam staan en bracht er ook al een aantal uit via twee in beheer uitgebrachte albums. Het deze week verschenen titelloze album moet gezien worden als zijn officiële debuut en het is een debuut waar veel liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek wel mee uit de voeten kunnen verwacht ik.
Het is ook een album dat met een beetje fantasie net zo goed een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden. Bij beluistering van het album heb ik vrijwel continu associaties met rootsmuziek uit een ver verleden. Ik zou deze recensie kunnen vullen met flink wat namen, maar als ik er drie uit moet pikken kies ik voor Gram Parsons, Bob Dylan en Neil Young. Dat is lastig vergelijkingsmateriaal, want natuurlijk mag je Andrew Hibbard niet vergelijken met muzikanten van het kaliber van bovenstaande drie. Toch blijft de muzikant uit Ohio vrij makkelijk overeind.
Andrew Hibbard laat op zijn nieuwe album horen dat hij aansprekende songs kan schrijven en het zijn songs die op fraaie wijze worden uitgevoerd. Het titelloze album van de Amerikaanse muzikant beweegt zich vooral binnen de country en de folk en beweegt zich qua invloeden tussen de late jaren 50 en late jaren 70. De songs die wat meer leunen op 70s countryrock worden bijzonder fraai ingekleurd met pedal steel, terwijl de songs die wat meer aansluiten bij 60s folk leunen op de mondharmonica. Hier en daar gaat Andrew Hibbard nog wat verder terug in de tijd en sleept hij er wat vroege rock ’n roll bij, wat het retro gehalte op het album verder vergroot.
Het is lang niet altijd mijn smaak maar bij Andrew Hibbard zit de hang naar het verleden me niet in de weg. De songs zijn goed, de uitvoering is prachtig, de productie van Zachary Gabbard is tijdloos, de verhalen zijn mooi en Andrew Hibbard is ook nog eens voorzien van een aansprekend stemgeluid, dat zowel in de country als in de folk uitstekend uit de voeten kan. Hier en daar liggen de invloeden van met name Bob Dylan er misschien net wat te dik bovenop, maar wanneer de pedal steel weer dromerige klanken door de speakers stuurt, speelt Andrew Hibbard toch weer een gewonnen wedstrijd.
De muzikant uit Hamilton, Ohio, heeft zeker niet het meest originele rootsalbum gemaakt, maar levert een knappe prestatie door zich te spiegelen aan grootheden uit het verleden en toch overeind te blijven. Het album van Andrew Hibbard heeft me bovendien geïnspireerd tot het weer eens uit de kast trekken van klassiekers van Bob Dylan, Gram Parsons, Neil Young en Johnny Cash en dat is altijd een mooie bijvangst. Dat Andrew Hibbard vervolgens toch ook weer terugkeerde in de cd speler zegt genoeg over de kwaliteit van zijn album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Andrew Hibbard - Andrew Hibbard - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Andrew Hibbard - Andrew Hibbard
Andrew Hibbard refereert op zijn nieuwe album naar een aantal groten uit het verleden, maar weet de aandacht toch makkelijk vast te houden met gloedvolle country en folk
Direct wanneer de eerste noten van het titelloze album van de Amerikaanse muzikant Andrew Hibbard uit de speakers komen hoor je flarden Bob Dylan, Gram Parsons, Neil Young en nog veel meer echo’s uit een ver verleden. Andrew Hibbard heeft een voorkeur voor 70s country, 60s folk en sleept er ook nog wat 50s country en rock ’n roll bij. Vernieuwend is zijn muziek niet, maar de uitvoering is prachtig. Met name de pedal steel en de mondharmonica spelen een glansrol en Andre Hibbard is ook nog eens een overtuigend zanger en songwriter. Hier gaan liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zich zeker geen buil aan vallen.
Het aanbod aan nieuwe muziek begint in een aantal genres wat op te drogen, maar binnen de Amerikaanse rootsmuziek worden iedere week nog flink wat nieuwe albums uitgebracht. Ik heb in het genre vaak een voorkeur voor rootsmuzikanten die vernieuwing zoeken en iets toevoegen aan alles dat er al is. Hiervoor ben je bij Andrew Hibbard aan het verkeerde adres, maar desondanks ben ik erg onder de indruk van zijn deze week verschenen album.
Andrew Hibbard is een muzikant uit Hamilton, Ohio, die op jonge leeftijd gitaar leerde spelen en ook al vanaf jonge leeftijd songs schrijft. De Amerikaanse singer-songwriter heeft inmiddels heel wat songs op zijn naam staan en bracht er ook al een aantal uit via twee in beheer uitgebrachte albums. Het deze week verschenen titelloze album moet gezien worden als zijn officiële debuut en het is een debuut waar veel liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek wel mee uit de voeten kunnen verwacht ik.
Het is ook een album dat met een beetje fantasie net zo goed een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden. Bij beluistering van het album heb ik vrijwel continu associaties met rootsmuziek uit een ver verleden. Ik zou deze recensie kunnen vullen met flink wat namen, maar als ik er drie uit moet pikken kies ik voor Gram Parsons, Bob Dylan en Neil Young. Dat is lastig vergelijkingsmateriaal, want natuurlijk mag je Andrew Hibbard niet vergelijken met muzikanten van het kaliber van bovenstaande drie. Toch blijft de muzikant uit Ohio vrij makkelijk overeind.
Andrew Hibbard laat op zijn nieuwe album horen dat hij aansprekende songs kan schrijven en het zijn songs die op fraaie wijze worden uitgevoerd. Het titelloze album van de Amerikaanse muzikant beweegt zich vooral binnen de country en de folk en beweegt zich qua invloeden tussen de late jaren 50 en late jaren 70. De songs die wat meer leunen op 70s countryrock worden bijzonder fraai ingekleurd met pedal steel, terwijl de songs die wat meer aansluiten bij 60s folk leunen op de mondharmonica. Hier en daar gaat Andrew Hibbard nog wat verder terug in de tijd en sleept hij er wat vroege rock ’n roll bij, wat het retro gehalte op het album verder vergroot.
Het is lang niet altijd mijn smaak maar bij Andrew Hibbard zit de hang naar het verleden me niet in de weg. De songs zijn goed, de uitvoering is prachtig, de productie van Zachary Gabbard is tijdloos, de verhalen zijn mooi en Andrew Hibbard is ook nog eens voorzien van een aansprekend stemgeluid, dat zowel in de country als in de folk uitstekend uit de voeten kan. Hier en daar liggen de invloeden van met name Bob Dylan er misschien net wat te dik bovenop, maar wanneer de pedal steel weer dromerige klanken door de speakers stuurt, speelt Andrew Hibbard toch weer een gewonnen wedstrijd.
De muzikant uit Hamilton, Ohio, heeft zeker niet het meest originele rootsalbum gemaakt, maar levert een knappe prestatie door zich te spiegelen aan grootheden uit het verleden en toch overeind te blijven. Het album van Andrew Hibbard heeft me bovendien geïnspireerd tot het weer eens uit de kast trekken van klassiekers van Bob Dylan, Gram Parsons, Neil Young en Johnny Cash en dat is altijd een mooie bijvangst. Dat Andrew Hibbard vervolgens toch ook weer terugkeerde in de cd speler zegt genoeg over de kwaliteit van zijn album. Erwin Zijleman
Andy Bell - Flicker (2022)

4,5
0
geplaatst: 18 februari 2022, 17:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Andy Bell - Flicker - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Andy Bell - Flicker
Andy Bell tekende met het debuutalbum van zijn band Ride voor een klassieker, hikte hier vervolgens lang tegenaan, maar levert met Flicker misschien wel zijn beste album sinds het debuut van Ride af
Nowhere van Ride staat ook hier in de kast als een van de mooiste gitaarplaten uit de jaren 90. Het album kreeg een paar jaar geleden gezelschap van het eerste album van Ride dat enigszins in de buurt kwam van dit debuut en in 2020 ook nog eens van het eerste soloalbum van Ride voorman Andy Bell. Zijn tweede soloalbum, het deze week verschenen Flicker, is nog een stuk mooier en is misschien wel het beste dat Andy Bell de afgelopen dertig jaar heeft gemaakt. De Britse muzikant laat zich beïnvloeden door al zijn eigen werk, maar ook door alles dat de afgelopen decennia het predicaat ‘psychedelische pop’ verdiende. Het levert een ijzersterk album op.
Andy Bell heeft zijn sporen in de Britse popmuziek inmiddels ruimschoots verdiend. Dat deed de Britse muzikant in eerste instantie met zijn band Ride. Ride debuteerde in 1990 met het album Nowhere, dat inmiddels op zijn minst een cultklassieker is. Nowhere is een van de beste Britse gitaarplaten aller tijden en behoort tot de kroonjuwelen van de shoegaze, al doe je Ride met uitsluitend dit genre wel wat tekort.
Nowhere is ook een album dat altijd als een molensteen om de nek van Ride heeft gehangen. De Britse band bleef in de jaren 90 albums maken, maar de magie van het briljante debuut was verdwenen. Een jaar of vijf geleden keerde Ride verrassend sterk terug, maar het blijft toch de band van het nooit meer overtroffen Nowhere.
Andy Bell stond ook nog aan de basis van de band Hurricane #1, speelde in Oasis en Beady Eye en debuteerde in de herfst van 2020 als solomuzikant. Zijn eerste soloalbum The View From Halfway Down was verrassend sterk en krijgt deze week een vervolg met Flicker. Er zijn inmiddels 32 jaar verstreken sinds het zo memorabele debuut van Ride, maar met Flicker geeft Andy Bell nog maar eens nadrukkelijk zijn visitekaartje af en levert hij misschien wel zijn beste album sinds het debuut van Ride af.
Flicker bevat maar liefst 18 songs en is goed voor ruim 75 minuten muziek. In die 75 minuten vat Andy Bell samen wat hij de afgelopen 35 jaar heeft gedaan in de muziek en laat hij horen wat hij nog van plan is. In een aantal tracks gaat Andy Bell verder waar Ride’s meesterwerk Nowhere in 1990 ophield, maar het album bevat ook flink wat tracks waarin de elektronica een prominentere plek inneemt dan de gitaren. Meestal zijn elektronica en gitaren overigens prachtig in balans en bestrijkt Andy Bell een breed palet.
Flicker doet vaak wat psychedelisch aan en herinnert ook vaak aan de muziek die de Britse muzikant in zijn jongere jaren maakte, maar het album klinkt ook verrassend fris en eigentijds en laat horen dat Andy Bell voorlopig nog niet afgeschreven kan worden. Flicker werd samen gemaakt met Oasis en Beady Eye collega Gem Archer en de basis van de meeste tracks stamt al uit 2016. Het afgelopen jaar had Andy Bell nog flink wat tijd over om te sleutelen aan de songs op het album en het resultaat mag er zijn.
De Britse muzikant heeft de songs op het album flink volgestopt met gitaren en elektronica, maar wat vooral opvalt bij beluistering van Flicker is de hoge kwaliteit van de songs. Juist zijn songwriting skills lieten Andy Bell wel eens in de steek in al die jaren na het fantastische debuut van Ride, maar zijn tweede soloalbum grossiert in prachtsongs. Het zijn songs die vol of zelfs overvol klinken, maar het zijn ook zeer melodieuze songs, waarin nog voldoende ruimte is overgehouden voor lekker lome zang.
Als ik het tweede soloalbum van Andy Bell in een hokje moet duwen, kom ik uiteindelijk uit op het hokje psychedelische pop. Het is psychedelische pop waarin Andy Bell zoals gezegd uitvoerig citeert uit eigen werk, maar ook de rest van de geschiedenis van de psychedelische popmuziek is de Britse muzikant niet ontgaan. Zijn vorige album was prima, maar met Flicker laat Andy Bell horen dat hij veel meer is dan de eendagsvlieg die hier en daar nog wel eens van hem gemaakt wordt (en uiteraard volkomen ten onrechte). Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Andy Bell - Flicker - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Andy Bell - Flicker
Andy Bell tekende met het debuutalbum van zijn band Ride voor een klassieker, hikte hier vervolgens lang tegenaan, maar levert met Flicker misschien wel zijn beste album sinds het debuut van Ride af
Nowhere van Ride staat ook hier in de kast als een van de mooiste gitaarplaten uit de jaren 90. Het album kreeg een paar jaar geleden gezelschap van het eerste album van Ride dat enigszins in de buurt kwam van dit debuut en in 2020 ook nog eens van het eerste soloalbum van Ride voorman Andy Bell. Zijn tweede soloalbum, het deze week verschenen Flicker, is nog een stuk mooier en is misschien wel het beste dat Andy Bell de afgelopen dertig jaar heeft gemaakt. De Britse muzikant laat zich beïnvloeden door al zijn eigen werk, maar ook door alles dat de afgelopen decennia het predicaat ‘psychedelische pop’ verdiende. Het levert een ijzersterk album op.
Andy Bell heeft zijn sporen in de Britse popmuziek inmiddels ruimschoots verdiend. Dat deed de Britse muzikant in eerste instantie met zijn band Ride. Ride debuteerde in 1990 met het album Nowhere, dat inmiddels op zijn minst een cultklassieker is. Nowhere is een van de beste Britse gitaarplaten aller tijden en behoort tot de kroonjuwelen van de shoegaze, al doe je Ride met uitsluitend dit genre wel wat tekort.
Nowhere is ook een album dat altijd als een molensteen om de nek van Ride heeft gehangen. De Britse band bleef in de jaren 90 albums maken, maar de magie van het briljante debuut was verdwenen. Een jaar of vijf geleden keerde Ride verrassend sterk terug, maar het blijft toch de band van het nooit meer overtroffen Nowhere.
Andy Bell stond ook nog aan de basis van de band Hurricane #1, speelde in Oasis en Beady Eye en debuteerde in de herfst van 2020 als solomuzikant. Zijn eerste soloalbum The View From Halfway Down was verrassend sterk en krijgt deze week een vervolg met Flicker. Er zijn inmiddels 32 jaar verstreken sinds het zo memorabele debuut van Ride, maar met Flicker geeft Andy Bell nog maar eens nadrukkelijk zijn visitekaartje af en levert hij misschien wel zijn beste album sinds het debuut van Ride af.
Flicker bevat maar liefst 18 songs en is goed voor ruim 75 minuten muziek. In die 75 minuten vat Andy Bell samen wat hij de afgelopen 35 jaar heeft gedaan in de muziek en laat hij horen wat hij nog van plan is. In een aantal tracks gaat Andy Bell verder waar Ride’s meesterwerk Nowhere in 1990 ophield, maar het album bevat ook flink wat tracks waarin de elektronica een prominentere plek inneemt dan de gitaren. Meestal zijn elektronica en gitaren overigens prachtig in balans en bestrijkt Andy Bell een breed palet.
Flicker doet vaak wat psychedelisch aan en herinnert ook vaak aan de muziek die de Britse muzikant in zijn jongere jaren maakte, maar het album klinkt ook verrassend fris en eigentijds en laat horen dat Andy Bell voorlopig nog niet afgeschreven kan worden. Flicker werd samen gemaakt met Oasis en Beady Eye collega Gem Archer en de basis van de meeste tracks stamt al uit 2016. Het afgelopen jaar had Andy Bell nog flink wat tijd over om te sleutelen aan de songs op het album en het resultaat mag er zijn.
De Britse muzikant heeft de songs op het album flink volgestopt met gitaren en elektronica, maar wat vooral opvalt bij beluistering van Flicker is de hoge kwaliteit van de songs. Juist zijn songwriting skills lieten Andy Bell wel eens in de steek in al die jaren na het fantastische debuut van Ride, maar zijn tweede soloalbum grossiert in prachtsongs. Het zijn songs die vol of zelfs overvol klinken, maar het zijn ook zeer melodieuze songs, waarin nog voldoende ruimte is overgehouden voor lekker lome zang.
Als ik het tweede soloalbum van Andy Bell in een hokje moet duwen, kom ik uiteindelijk uit op het hokje psychedelische pop. Het is psychedelische pop waarin Andy Bell zoals gezegd uitvoerig citeert uit eigen werk, maar ook de rest van de geschiedenis van de psychedelische popmuziek is de Britse muzikant niet ontgaan. Zijn vorige album was prima, maar met Flicker laat Andy Bell horen dat hij veel meer is dan de eendagsvlieg die hier en daar nog wel eens van hem gemaakt wordt (en uiteraard volkomen ten onrechte). Erwin Zijleman
Andy Bell - Pinball Wanderer (2025)

4,0
0
geplaatst: 4 maart 2025, 19:54 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Andy Bell - Pinball Wanderer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Andy Bell - Pinball Wanderer
Andy Bell maakte 35 jaar geleden een niet te overtreffen klassieker met zijn band Ride, maar doet op zijn soloalbums nu al voor de derde keer op rij wat op de albums van zijn band na 1990 niet meer wilde lukken
Andy Bell bracht vijf jaar geleden zijn eerste soloalbum uit en The View From Halfway Down bleek een enorme verrassing. Opvolger Flicker was misschien nog wel beter en ook met het deze week verschenen Pinball Wanderer heeft de voorman van de band Ride een uitstekend soloalbum afgeleverd. Het is een album dat opvalt door een psychedelisch sfeertje, dat wordt versterkt door de geweldige baslijnen en ritmes, en het is een album waarop vooral de elektronica de hoofdrol opeist, al is Andy Bell zeker niet vergeten dat hij een geweldige gitarist is. Acht tracks lang maakt Andy Bell indruk, waardoor zijn solocarrière inmiddels meer moois heeft opgeleverd dan de carrière van zijn band, al blijft Nowhere van Ride natuurlijk onovertroffen.
Andy Bell, niet te verwarren met zijn naamgenoot die zanger van de synthpop band Erasure was, is nog altijd vooral bekend vanwege zijn eerste wapenfeit. Het in 1990 verschenen debuutalbum van zijn band Ride is de boeken in gegaan als een shoegaze en indierock klassieker. Het inmiddels 35 jaar oude Nowhere is nog altijd een fantastisch album, maar het hing ook als een molensteen om de nek van Andy Bell.
Het tweede album van de band was nog best redelijk, maar hierna kwam de band nooit meer ook maar enigszins in de buurt van het niveau van Nowhere en dat deed Ride ook niet op het vorig jaar verschenen Interplay, dat ik wederom teleurstellend vond. Het lukte Andy Bell evenmin met zijn nieuwe band Hurricane #1, waardoor hij uiteindelijk zijn geluk zocht in Oasis en Liam Gallagher’s Beady Eye.
Een paar jaar geleden begon Andy Bell met het maken van soloalbums en op deze albums kon hij zich wel ontworstelen aan de erfenis van het debuutalbum van Ride. The View From Halfway Down (2020) en Flicker (2022) zijn uitstekende albums. Het zijn albums waarop Andy Bell af en toe teruggrijpt op de muziek die hij in het verleden maakte, maar de Britse muzikant flirt op zijn soloalbums vooral met psychedelische pop en kiest, zeker vergeleken met het debuutalbum van Ride, voor een veel minder gruizig geluid met zowel een rol voor gitaren als voor synths.
Deze week verscheen het derde soloalbum van Andy Bell en ook Pinball Wanderer bevalt me uitstekend. Ook op Pinball Wanderer hoor je af en toe voorzichtige flarden van de muziek van Ride, maar ook op zijn nieuwe soloalbum kiest Andy Bell vooral voor een wat trippy geluid, waarin elektronica meestal een grotere rol speelt dan de gitaren en de muziek opvallend melodieus is.
Prijsnummer is wat mij betreft de door Dot Allison gezongen versie van de jaren 80 culthit I’m In Love With A German Film Star van de vergeten Britse postpunk band The Passions. Andy Bell en Dot Allison maken er een prachtige versie van met de titel I’m In Love … en verdrijven de 80s doom met wat zonnestralen en ook nog wat gitaarwerk van NEU gitarist Michael Rother.
Op de rest van het album doet Andy Bell eigenlijk alles samen met Oasis lid Gem Archer en dat doen ze zonder de druk die sinds Nowhere op de album van Ride zit. Door de invloeden uit de psychedelica zit er een geweldige flow in de songs op Pinball Wanderer en het is een flow die wordt versterkt door de geweldige ritmes, die soms ook wel wat doen denken aan de muziek die in de Madchester scene werd gemaakt door onder andere The Stone Roses, maar het heeft soms ook wel wat van de Afrobeat.
Zeker de wat langere tracks op het album hebben een geestverruimend effect en het wordt allemaal nog wat mooier wanneer Andy Bell er wat gruizig gitaarwerk tegenaan legt. Het klinkt allemaal heerlijk ontspannend, maar de songs op Pinball Wanderer zijn uitstekend en ook op de zang van Andy Bell valt niets aan te merken. Nog meer dan op zijn vorige soloalbums maakt Andy Bell vooral indruk met de muziek. Het album schiet meerdere kanten op en alles klinkt even lekker, zeker wanneer je in de stemming bent voor een psychedelische luistertrip als deze.
Het blijft bijzonder dat Andy Bell er met Ride nooit echt in is geslaagd om in de buurt te komen van het legendarische debuutalbum van de band, maar dat nu op zijn soloalbums al voor de derde keer op rij doet. Mij hoor je hier niet over klagen, zeker niet als het uitstekende albums als deze oplevert. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Andy Bell - Pinball Wanderer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Andy Bell - Pinball Wanderer
Andy Bell maakte 35 jaar geleden een niet te overtreffen klassieker met zijn band Ride, maar doet op zijn soloalbums nu al voor de derde keer op rij wat op de albums van zijn band na 1990 niet meer wilde lukken
Andy Bell bracht vijf jaar geleden zijn eerste soloalbum uit en The View From Halfway Down bleek een enorme verrassing. Opvolger Flicker was misschien nog wel beter en ook met het deze week verschenen Pinball Wanderer heeft de voorman van de band Ride een uitstekend soloalbum afgeleverd. Het is een album dat opvalt door een psychedelisch sfeertje, dat wordt versterkt door de geweldige baslijnen en ritmes, en het is een album waarop vooral de elektronica de hoofdrol opeist, al is Andy Bell zeker niet vergeten dat hij een geweldige gitarist is. Acht tracks lang maakt Andy Bell indruk, waardoor zijn solocarrière inmiddels meer moois heeft opgeleverd dan de carrière van zijn band, al blijft Nowhere van Ride natuurlijk onovertroffen.
Andy Bell, niet te verwarren met zijn naamgenoot die zanger van de synthpop band Erasure was, is nog altijd vooral bekend vanwege zijn eerste wapenfeit. Het in 1990 verschenen debuutalbum van zijn band Ride is de boeken in gegaan als een shoegaze en indierock klassieker. Het inmiddels 35 jaar oude Nowhere is nog altijd een fantastisch album, maar het hing ook als een molensteen om de nek van Andy Bell.
Het tweede album van de band was nog best redelijk, maar hierna kwam de band nooit meer ook maar enigszins in de buurt van het niveau van Nowhere en dat deed Ride ook niet op het vorig jaar verschenen Interplay, dat ik wederom teleurstellend vond. Het lukte Andy Bell evenmin met zijn nieuwe band Hurricane #1, waardoor hij uiteindelijk zijn geluk zocht in Oasis en Liam Gallagher’s Beady Eye.
Een paar jaar geleden begon Andy Bell met het maken van soloalbums en op deze albums kon hij zich wel ontworstelen aan de erfenis van het debuutalbum van Ride. The View From Halfway Down (2020) en Flicker (2022) zijn uitstekende albums. Het zijn albums waarop Andy Bell af en toe teruggrijpt op de muziek die hij in het verleden maakte, maar de Britse muzikant flirt op zijn soloalbums vooral met psychedelische pop en kiest, zeker vergeleken met het debuutalbum van Ride, voor een veel minder gruizig geluid met zowel een rol voor gitaren als voor synths.
Deze week verscheen het derde soloalbum van Andy Bell en ook Pinball Wanderer bevalt me uitstekend. Ook op Pinball Wanderer hoor je af en toe voorzichtige flarden van de muziek van Ride, maar ook op zijn nieuwe soloalbum kiest Andy Bell vooral voor een wat trippy geluid, waarin elektronica meestal een grotere rol speelt dan de gitaren en de muziek opvallend melodieus is.
Prijsnummer is wat mij betreft de door Dot Allison gezongen versie van de jaren 80 culthit I’m In Love With A German Film Star van de vergeten Britse postpunk band The Passions. Andy Bell en Dot Allison maken er een prachtige versie van met de titel I’m In Love … en verdrijven de 80s doom met wat zonnestralen en ook nog wat gitaarwerk van NEU gitarist Michael Rother.
Op de rest van het album doet Andy Bell eigenlijk alles samen met Oasis lid Gem Archer en dat doen ze zonder de druk die sinds Nowhere op de album van Ride zit. Door de invloeden uit de psychedelica zit er een geweldige flow in de songs op Pinball Wanderer en het is een flow die wordt versterkt door de geweldige ritmes, die soms ook wel wat doen denken aan de muziek die in de Madchester scene werd gemaakt door onder andere The Stone Roses, maar het heeft soms ook wel wat van de Afrobeat.
Zeker de wat langere tracks op het album hebben een geestverruimend effect en het wordt allemaal nog wat mooier wanneer Andy Bell er wat gruizig gitaarwerk tegenaan legt. Het klinkt allemaal heerlijk ontspannend, maar de songs op Pinball Wanderer zijn uitstekend en ook op de zang van Andy Bell valt niets aan te merken. Nog meer dan op zijn vorige soloalbums maakt Andy Bell vooral indruk met de muziek. Het album schiet meerdere kanten op en alles klinkt even lekker, zeker wanneer je in de stemming bent voor een psychedelische luistertrip als deze.
Het blijft bijzonder dat Andy Bell er met Ride nooit echt in is geslaagd om in de buurt te komen van het legendarische debuutalbum van de band, maar dat nu op zijn soloalbums al voor de derde keer op rij doet. Mij hoor je hier niet over klagen, zeker niet als het uitstekende albums als deze oplevert. Erwin Zijleman
