MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Alice Phoebe Lou - Shelter (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alice Phoebe Lou - Shelter - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Alice Phoebe Lou - Shelter
Alice Phoebe Lou leverde zeven jaar geleden met Orbit een waar droomdebuut af, maar ook al haar volgende albums zijn prachtig, wat ook weer geldt voor het mooie, zwoele en warmbloedige Shelter

De Zuid-Afrikaanse muzikante Alice Phoebe Lou bestookt ons vanuit Berlijn inmiddels al een jaar of zeven met prachtige albums. Ook haar vijfde album, Shelter, heeft niet veel tijd nodig om te overtuigen, want zeker voor liefhebbers van de muziek van Alice Phoebe Lou voelt het album direct bij de eerste noten aan als een warm bad. Ook op Shelter betovert de Zuid-Afrikaanse muzikante met een zwoele mix van folk, jazz en 70s singer-songwriter pop en imponeert ze met haar prachtige stem. De albums van Alice Phoebe Lou trekken helaas maar weinig aandacht, maar ook haar vijfde album staat weer vol met diamanten, die in de zon van het moment nog net wat feller schitteren.

De van oorsprong Zuid-Afrikaanse muzikante Alice Phoebe Lou timmerde stevig aan de weg als straatmuzikant in Berlijn toen in 2016 haar debuutalbum Orbit verscheen. Het is een album waar ik direct bij eerste beluistering smoorverliefd op werd en het was voor mij dan ook geen verrassing dat Orbit later dat jaar de top 10 van mijn jaarlijstje haalde. Orbit werd in veel bredere kring geprezen en had over aandacht niet te klagen, maar desondanks is Alice Phoebe Lou de cultstatus zeven jaar later helaas nog altijd niet ontstegen.

Aan de kwaliteit van haar albums ligt dat zeker niet, want ook op Paper Castles uit 2019 en op Glow en Child’s Play uit 2021 liet Alice Phoebe Lou horen dat ze geweldige songs schrijft en beschikt over een prachtige stem. Het tweede, derde en vierde album van de Zuid-Afrikaanse muzikante waren misschien wat minder verrassend dan het sensationele debuut, dat ik achteraf bezien helemaal bovenaan mijn jaarlijstje over 2016 zou zetten, maar deden qua niveau zeker niet onder voor Orbit.

Deze week verscheen het vijfde album van Alice Phoebe Lou en ook Shelter had maar heel weinig tijd over om mij te overtuigen. Direct van de eerste noten is er immers de bijzonder mooie stem van de muzikante uit Berlijn. Het is een stem die warm en zwoel klinkt, maar Alice Phoebe Lou zingt ook met veel precisie en legt ook veel gevoel in haar zang. De fraaie zang van Alice Phoebe Lou wordt ook op Shelter weer gecombineerd met aangenaam warme klanken.

Ik heb niet veel informatie over de muzikanten die zijn te horen op het album, maar net als op de vorige albums van Alice Phoebe Lou spelen pianoklanken een belangrijke rol in haar muziek. Het gloedvolle geluid op Shelter wordt verder verrijkt met een subtiel spelende ritmesectie, met lome wolken synths, met warmbloedige gitaarlijnen en volgens mij duikt er hier en daar ook nog een pedal steel op.

Ook op haar nieuwe album slaagt de Zuid-Afrikaanse muzikante er in om haar zang prachtig samen te laten vloeien met de instrumentatie en ook dit keer levert dit tijdloze klanken op. De vorige albums van Alice Phoebe Lou waren niet ver verwijderd van de tijdloze singer-songwriter albums uit de jaren 70 en ook Shelter heeft weer een aangename jaren 70 vibe met extra vleugjes folk en jazz. Aan de andere kant is Alice Phoebe Lou op al haar albums ook een kind van deze tijd en dat is op Shelter zeker niet anders.

Als groot fan van haar muziek is ook Shelter een album dat bijzonder makkelijk verleidt, want wat klinkt het allemaal weer lekker, wat zingt Alice Phoebe Lou prachtig en wat vermaken haar songs geweldig, zeker wanneer de zon ook nog eens schijnt. De kracht van Shelter is misschien ook de zwakte van het album, want ik kan me ook voorstellen dat wanneer je de muziek van Alice Phoebe Lou niet kent, makkelijk blijft hangen bij de conclusie dat dit het zoveelste album is met een aangename jaren 70 vibe. Zelf vind ik de muziek van Alice Phoebe Lou veel beter dan de meeste andere albums in het genre.

Sinds Orbit heb ik een ongelooflijk zwak voor haar muziek en dat wordt bij ieder nieuw album alleen maar sterker. Shelter had van mij wel wat langer mogen duren dan het half uur dat we nu voorgeschoteld krijgen, maar ook het vijfde album van Alice Phoebe Lou is weer prachtig. Met een beetje geluk zie je haar live bij het metrostation Warschauer Straße in Berlijn, maar ook door de speakers thuis is het prachtig Erwin Zijleman

Alice Russell - I Am (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alice Russell - I Am - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Alice Russell - I Am
Het is heel lang stil geweest rond de Britse muzikante Alice Russell, maar op I Am laat ze horen dat haar indrukwekkende soulstem alleen maar mooier is geworden, wat ook geldt voor haar ijzersterke songs

Ik moest bij de naam Alice Russell heel diep graven in het geheugen. Dat is ook niet zo gek, want ik kende haar tot voor kort alleen van haar album My Favourite Letters uit 2005. Op dat album maakte de Britse muzikante indruk als zangeres en songwriter en trok ze bovendien de aandacht met een verrassend veelzijdig geluid. De afgelopen elf jaar was het stil rond Alice Russell, maar met I Am is ze weer helemaal terug. Haar stem is in al die jaren alleen maar soulvoller geworden en ook in muzikaal opzicht vind ik het nieuwe geluid van Alice Russell interessanter dan in het verleden. Alle reden dus om I Am van Alice Russell te omarmen als een van de betere soulalbums van het moment.

De Britse muzikante Alice Russell trok in 2005 flink de aandacht met het in alle opzichten geweldige My Favourite Letters. Op haar tweede album maakte de Britse muzikante indruk met een uitstekende stem en met een aangename mix van soul, funk, jazz, pop, disco en hiphop. Het album viel bovendien op door de knappe instrumentatie en productie en door de veelzijdige songs van de Britse muzikante. Menigeen voorspelde Alice Russell op basis van My Favourite Letters een prachtige toekomst in de muziek, maar negentien jaar later is ze helaas nog altijd vrij onbekend bij het grote publiek.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik Alice Russel zelf ook volledig uit het oog ben verloren na My Favourite Letters. De Britse muzikante heeft in de jaren na haar zo goed ontvangen tweede album echter zeker niet stil gezeten. Ze maakte albums met The Quantic Soul Orchestra, als Quantic & Alice Russell en bracht ook onder haar eigen naam ook nog twee albums uit, Pot Of Gold in 2008 en To Dust in 2013. Sinds 2013 was het echter wel stil rond de Britse muzikante.

Deze week keert Alice Russell terug met een nieuw album en I Am laat horen dat de muzikante uit Brighton het maken van hele goede albums gelukkig nog niet is verleerd. I Am is niet alleen een heel goed, maar ook een zeer persoonlijk en indringend album. Alice Russell vierde de geboorte van haar twee kinderen, maar kreeg op hetzelfde moment te maken met de dood van haar vader en de strijd met een aantal trauma’s uit haar jeugd. Het heeft er niet alleen voor gezorgd dat I Am lang op zich heeft laten wachten, maar het heeft ook als resultaat dat de Britse muzikante met nog wat meer gevoel zingt dan op haar vroegere albums.

De zang is sowieso een van de sterkste punten van I Am, want Alice Russell beschikt over een geweldige soulstem, die de afgelopen elf jaar alleen maar aan warmte, kracht en doorleving heeft gewonnen. De Britse muzikante weet de kracht in haar stem bovendien te doseren, wat in de soulmuziek van het moment helaas meer dan eens wordt vergeten.

In vocaal opzicht is het smullen, maar ook in muzikaal opzicht maakt I Am makkelijk indruk. Het samen met TM Juke (Alex Cowan) gemaakte album is wat minder veelzijdig dan My Favourite Letters uit 2005, maar laat hierdoor ook een wat consistenter geluid horen. Het is een geluid dat wat oneerbiedig kan worden omschreven als blue-eyed soul(pop), maar de soul van Alice Russell komt recht uit het hart.

I Am is voorzien van een redelijk ingetogen geluid, dat naast invloeden uit de soul ook invloeden uit de jazz en R&B en wat subtiele invloeden uit de triphop bevat. Het is een eigentijds geluid dat makkelijk een groot publiek aan moet kunnen spreken, maar het is ook een geluid dat iets toevoegt aan de soulmuziek van dit moment.

I Am is een album dat makkelijk indruk maakt door de uitstekende soulstem van de Britse muzikante, maar het is ook een album dat de tijd verdient om te groeien. Ik vond I Am bij eerste beluistering vooral aangenaam klinken, maar ik hoor steeds veel moois in de verzorgde maar ook subtiel klinkende songs van de muzikante uit Brighton. Het is mooi dat Alice Russell de draad weer op heeft kunnen pakken na een lange stilte, maar hopelijk brengt I Am haar ook het succes dat ze in 2005 al zo verdiende. My Favourite Letters blijft een geweldig album, maar ik vind I Am nog een stuk beter. Erwin Zijleman

Alison Krauss - Windy City (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alison Krauss - Windy City - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Alison Krauss ziet er op de cover van haar nieuwe plaat Windy City een stuk mondainer uit dan we van haar gewend zijn en duikt op deze cover bovendien op in de grote stad.

Omdat Windy City ook nog eens het major debuut is van Alison Krauss, was ik even bang dat de bluegrass koningin op 45-jarige leeftijd was begonnen aan een carrière als popprinses, maar deze angst blijkt gelukkig ongegrond.

Windy City is het eerste levensteken van Alison Krauss na een stilte van een jaar of zes. In de tussenliggende periode stond Alison Krauss vooral op het podium met haar band Union Station of had ze last van problemen met haar stem. Het heeft daarom een paar jaar geduurd voor Windy City was afgerond, maar gelukkig ligt de plaat, twee weken na de Amerikaanse release, nu ook in Nederland in de winkel.

Windy City werd opgenomen met de gelouterde Nashville producer Buddy Cannon en bevat uitsluitend covers. Dat laatste is in het oeuvre van Alison Krauss overigens zeker niet ongebruikelijk. Het zijn dit keer vooral country klassiekers die Alison Krauss vertolkt, waardoor de plaat wat meer invloeden uit de country en wat minder invloeden uit de bluegrass bevat.

Van een stijlbreuk is echter geen sprake. Alison Krauss laat zich nog altijd beïnvloeden door muziek uit het verleden, eert de tradities van het genre waarin ze opereert en maakt indruk met een stem die nog altijd behoort tot de mooiste stemmen binnen de Amerikaanse rootsmuziek.

Critici typeren het geluid van Alison Krauss vaak als braaf of gepolijst en dat is een typering die ook vaak zal worden gebruikt voor Windy City. Ik heb persoonlijk geen moeite met de stijl van Alison Krauss en ben het maar ten dele eens met de kritiek op haar muziek.

Voor Windy City kon Alison Krauss niet alleen een beroep doen op een gelouterde Nashville producer, maar ook op minstens even gelouterde muzikanten. Deze weten hoe een klassieke countryplaat moet klinken en leveren wat mij betreft een kunststukje af. Het klinkt voor de een misschien wat te gepolijst, maar persoonlijk hoor ik vooral tranen en weemoed in de fraaie klanken van de ervaren countrymuzikanten.

Hetzelfde geldt voor de vocalen van Alison Krauss. Verwacht van de Amerikaanse zangeres geen rauwe uithalen of hippe stembuigingen, maar verwacht wel volop emotie in de prachtig heldere vocalen.

Je moet er misschien van houden, maar voor mij klopt alles op Windy City. De songs zijn sterk, de instrumentatie is trefzeker, de productie blinkt en Alison Krauss zingt, zoals we van haar gewend zijn, de sterren van de hemel. Zeker op een lome zondagochtend klinkt het fantastisch, maar ook de rest van de week weet Windy City me te overtuigen.

Bij het zien van de cover foto was er misschien heel even de angst dat Alison Krauss een verkeerde weg was ingeslagen, maar na herhaalde beluistering van Windy City ben ik alleen maar heel blij dat ze na een te lange stilte weer terug is. Erwin Zijleman

All Made Up - Tell Me What It's Like Up There (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: All Made Up - Tell Me What It's Like Up There - dekrentenuitdepop.blogspot.com

All Made Up - Tell Me What It's Like Up There
Googelen op Allee Fütterer levert vooral links naar Chappell Roan op, maar de Amerikaanse muzikante heeft als All Made Up ook een zeer persoonlijk en in muzikaal opzicht sterk en interessant mini-album afgeleverd

Tell Me What It's Like Up There van All Made Up bevat nog geen twintig minuten muziek, maar in die kleine twintig minuten maakt het project van Allee Fütterer indruk met bijzondere songs en een veelkleurig geluid. Allee Fütterer verovert momenteel de wereld als bassiste van Chappell Roan, maar hopelijk krijgt ze ook de tijd om het fraaie mini-album van All Made Up te promoten en om volgende stappen te zetten richting haar eigen plekje in de spotlights. Vooralsnog moeten we het doen met slechts een mini-album, maar Allee Fütterer laat meer moois en bijzonders horen dan op een gemiddeld volwaardig album en laat boven alles horen dat ze bulkt van het talent en de belofte.

De Amerikaanse muzikante Allee Fütterer moet momenteel de tijd van haar leven hebben als bassiste in de band van Chappell Roan, die na lang ploeteren in de marge de laatste maanden bezig is aan een ongekende opmars en in sneltreinvaart lijkt uit te groeien tot een wereldster. En terecht overigens. Keerzijde van deze snelle opmars is dat Chappell Roan vanavond niet, zoals gepland, is te zien in de Amsterdamse Melkweg en we Allee Fütterer daarom helaas niet op het kleine podium van een van de hoofdstedelijke poptempels aan het werk kunnen zien.

Allee Fütterer neemt bij Chappell Roan genoegen met een plekje op de achtergrond, maar net als de andere leden van de nieuwe band van Chappell Roan is ze een uitstekende muzikante met een flinke staat van dienst. Haar muzikantenbestaan schoot de afgelopen jaren alle kanten op, want Allee Fütterer speelde in metal bands, maar koos ook voor een opleiding aan het prestigieuze Berklee College Of Music.

Dat ze meer is dan een uitstekende bassiste laat ze horen op het eerder deze zomer verschenen mini-album dat ze heeft uitgebracht onder de naam All Made Up. Tell Me What It's Like Up There van All Made Up bevat zeven songs en ruim 18 minuten muziek. Dat vind ik normaal gesproken te weinig voor een plekje op de krenten uit de pop, maar het mini-album van Allee Fütterer heeft iets speciaals.

Het is om te beginnen een zeer persoonlijk album, waarop Allee Fütterer haar grootmoeder eert, die haar de kans gaf om zichzelf te zijn en die haar de mooie kanten van het leven liet zien. Achter dit verhaal speelt echter ook het seksuele misbruik waarmee Allee Fütterer te maken kreeg in het gezin waarin ze opgroeide. Het heeft gezorgd voor een aantal flinke krassen op haar ziel, maar op 33-jarige leeftijd rekent de Amerikaanse muzikante af met het verleden. Het vertellen van zo'n intiem verhaal dwingt wat mij betreft diep respect af.

Tell Me What It's Like Up There is niet alleen een heel persoonlijk mini-album, maar ook een album dat in muzikaal opzicht indruk maakt. Na een kort intro waarin is te horen dat Allee Fütterer beschikt over een mooie stem, begint het album met My Eyes Don’t See, dat wederom opvalt door mooie zang, maar misschien nog wel meer door de bijzondere orkestratie en sfeer, die wel wat aan Lana Del Rey doet denken.

Die wat serene sfeer slaat makkelijk om wanneer Allee Fütterer schakelt tussen verschillende stijlen, want ze kan op haar mini-album uit de voeten met uiteenlopende genres. Tell Me What It's Like Up There bevat flink wat invloeden uit de indiepop en indierock van het moment, maar Allee Fütterer flirt ook met onder andere hiphop, R&B, funk en jazz en verwerkt bovendien invloeden uit de Americana in haar veelkleurige songs, die soms ook een voorzichtige Prince vibe hebben.

Het zijn songs die niet alleen een enorme muzikaliteit verraden, maar die bovendien overlopen van avontuur, waardoor het mini-album van All Made Up 18 minuten boeit. De meeste songs op het album zijn zacht en sfeervol, wat stevig conflicteert met de persoonlijke thematiek. Dit contrast voorziet de songs van Allee Fütterer van het bitterzoete karakter dat ook de muziek van de al eerder genoemde Lana Del Rey typeert.

Ondanks de raakvlakken met Lana Del Rey laat Allee Fütterer op het debuut van All Made Up vooral een eigen geluid horen en het is een geluid dat makkelijk verleidt, maar dat ook de fantasie uitvoerig prikkelt met verassende wendingen, een veelheid aan invloeden en bijzondere accenten. 18 minuten muziek is natuurlijk wat aan de korte kant, maar het biedt je wel de mogelijkheid om de tracks meerdere keren achter elkaar te beluisteren, wat de waardering voor dit mini-album alleen maar verder laat groeien. Dit smaakt echt naar veel meer. Erwin Zijleman

All Seeing Dolls - Parallel (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: All Seeing Dolls - Parallel - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: All Seeing Dolls - Parallel
De Schotse muzikante Allison Dot en de Amerikaanse muzikant Anton Newcombe zochten de samenwerking tijdens de coronapandemie, wat begin dit jaar het bijzonder interessante debuutalbum van All Seeing Dolls opleverde

Anton Newcombe en Dot Allison draaien allebei al een tijdje mee in de muziek, maar desondanks kreeg hun samenwerking onder de naam All Seeing Dolls begin dit jaar niet veel aandacht. Dat is niet alleen opmerkelijk, maar ook jammer, want Parallel is een mooi en interessant album. Het is een album dat flink psychedelisch klinkt en zich langzaam voortsleept, maar het is ook een album dat betovert met de mooie stem van Dot Allison, die de samenwerking van Anton Newcombe met Tess Parks even doet vergeten. Iedereen die Parallel van All Seeing Dolls heeft laten liggen mist een fascinerende luistertrip die mooier en mooier wordt.

Parallel van All Seeing Dolls verscheen aan het begin van dit jaar, maar is me toen niet opgevallen. Dat was waarschijnlijk zo gebleven als het album me vorige week niet was getipt door een medewerker van een lokale platenzaak, want het album is nu niet bepaald overladen met aandacht. Dat is jammer want Parallel is niet alleen een uitstekend album, maar bovendien een album dat volgens mij een breed publiek moet kunnen aanspreken.

Het is ook nog eens een album waarop twee redelijk bekende muzikanten de krachten bundelen, want zowel Dot Allison als Anton Newcombe lieten al eerder van zich horen. Laatstgenoemde is al sinds het begin van de jaren 90 de drijvende kracht achter de Amerikaanse band The Brian Jonestown Massacre, maar ik ken Anton Newcombe vooral van de albums die hij maakte met de Amerikaanse zangeres Tess Parks en dat zijn albums die stuk voor stuk mijn jaarlijstjes hebben gehaald.

Ook de Schotse muzikante Dot Allison is geen onbekende, want ook zij draait al sinds de jaren 90 mee. Eerst als lid van de band One Dove en sinds het eind van de jaren 90 als solomuzikante, wat inmiddels een handvol wat onderschatte maar echt bijzonder mooie albums heeft opgeleverd.

Tess Parks leverde vorig jaar een fraai album zonder Anton Newcombe af, maar de Amerikaanse muzikant heeft in de persoon van Dot Allison wederom een interessante muzikale metgezel gevonden. Parallel van All Seeing Dolls raakt slechts in beperkte mate aan de muziek die Anton Newcombe samen met Tess Parks maakte. Ook de muziek die hij maakt met Dot Allison klinkt wat psychedelisch of zelfs zweverig, maar wel minder gruizig.

De basis voor Parallel werd gelegd tijdens de coronapandemie en dat hoor je. De muziek van All Seeing Dolls klinkt leeg en wat melancholisch, maar het is vooral muziek die eindeloos de tijd lijkt te hebben. De negen songs op het eerste album van All Seeing Dolls slepen zich langzaam voort en klinken weids. Dat weidse karakter wordt versterkt door de bijzondere stem van Dit Allison. Het is een stem die hier en daar spookachtig wordt genoemd, maar ik vind zelf bezwerend beter passen bij de wat onderkoelde maar bijzonder mooie stem van de Schotse muzikante.

De corona lockdowns hebben inmiddels vooral een negatieve lading al hadden de zeeën van tijd ook wel iets positiefs. Je hebt deze tijd ook nodig om echt te kunnen genieten van het debuutalbum van All Seeing Dolls. Het is geen album waarbij je makkelijk andere dingen doet en bovendien hoor je de schoonheid van zowel de muziek als de zang op het album duidelijker wanneer je je volledig overgeeft aan de muziek van Dot Allison en Anton Newcombe. Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van Mazzy Star, maar het is wel Mazzy Star met nog wat extra valium en Mazzy Star met onderkoelde in plaats van zwoele vocalen.

Het blijft bijzonder dat er zo weinig aandacht is besteed aan het debuutalbum van All Seeing Dolls en het is ook bijzonder dat ik het album op basis van de recensies in onder andere Mojo en Uncut, die wel bij de les waren en die ik toch nauwgezet volg, niet heb opgepikt, maar gelukkig kwam het album alsnog voorbij. Net als de samenwerking tussen Anton Newcombe en Tess Parks, smaakt ook de samenwerking tussen de Amerikaanse muzikant en Dot Allison naar veel meer. Erwin Zijleman

Allah-Las - Worship the Sun (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Allah-Las - Worship The Sun - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Met temperaturen boven de 25 graden hebben we de afgelopen dagen een geweldige nazomer of, mooier gezegd, Indian Summer. Dit schreeuwt om een zomerse soundtrack en hier hoef je momenteel niet lang naar te zoeken.

Worship The Sun is een titel die deze dagen onmiddellijk de aandacht trekt en als de titel van de plaat het niet zou doen zou de naam van de band achter de plaat het wel doen.

Worship The Sun is immers de tweede plaat van Allah-Las, de band uit Los Angeles die twee jaar geleden wist te verrassen met een onweerstaanbare plaat die je zo de jaren 60 in sleepte.

Op haar titelloze debuut deed Allah-Las de hoogtijdagen van bands als The Animals, The Byrds en vooral Love herleven, maar de band schuwde ook uitstapjes richting garagerock, American Underground en de beste dagen van R.E.M. niet.

Het debuut van Allah-Las was door alle nostalgische klanken met geen mogelijkheid te weerstaan, maar omdat de band ook wat toevoegde aan de Californische psychedelische muziek met vleugjes Westcoast pop en surfpop van weleer, groeide de plaat uiteindelijk vrij makkelijk uit tot een jaarlijstjesplaat.

Ook op Worship The Sun overheersen invloeden uit het verleden en ook Worship The Sun is hierdoor een plaat die met geen mogelijkheid is te weerstaan. Laat Worship The Sun uit de speakers komen en de tijd spoelt een aantal decennia terug. Laat Worship The Sun uit de speakers komen en de wolken maken plaats voor de zon.

Allah-Las heeft niet of nauwelijks gesleuteld aan de succesformule van haar debuut. Ook op Worship The Sun domineren invloeden van bands als Love & The Byrds, maar hiernaast komt ook een flinke selectie uit de stapel legendarische Nuggets boxen voorbij.

Ook voor Worship The Sun deed Allah-Las weer een beroep op producer/muzikant Nick Waterhouse. Waterhouse vertilde zich, na een werkelijk geweldig debuut, compleet aan zijn tweede plaat, maar met zijn productionele vaardigheden zit het nog altijd snor, wat overigens niet betekent dat hij zijn kunstje heeft herhaald, want Worship The Sun klinkt wat leger en soberder dan zijn voorganger.

Worship The Sun volgt zoals gezegd in grote lijnen het recept van zijn voorganger, waarbij de nadruk nog wat meer op de Californische muziek uit de 60s ligt. Toch is het meer dan een herhalingsoefening. Allah-Las is in muzikaal opzicht gegroeid, waardoor de songs op de plaat net wat mooier zijn ingekleurd. Dat hoor je in de fraaie koortjes, maar vooral in het prachtige gitaarwerk op de plaat. Ook de songs van de band uit Los Angeles zijn vergeleken met het debuut gegroeid en overtuigen over de hele linie, waardoor de 40 minuten van Worship The Sun voorbij vliegen.

Natuurlijk is Worship The Sun voor een belangrijk deel inwisselbaar tegen een flinke stapel platen van een aantal decennia geleden, maar is dat erg? Nee, wat mij betreft niet. Met Worship The Sun sluit Allah-Las immers aan op de betere platen uit vervlogen tijden en hiernaast zorgen alle moderne opnametechnieken voor een geluid dat in de jaren 60 nog niet tot de mogelijkheden behoorde.

Worship van Allah-Las is hierdoor naast een trip down Memory Lane ook een plaat die het in het hier en nu uitstekend doet; zeker wanneer de zon zo heerlijk schijnt als op het moment. Ik ben nog altijd fan. Erwin Zijleman

Allegra Krieger - Art of the Unseen Infinity Machine (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Allegra Krieger - Art Of The Unseen Infinity Machine - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Allegra Krieger - Art Of The Unseen Infinity Machine
Allegra Krieger levert in rap tempo een serie uitstekende albums af en laat ook op haar nieuwe album Art Of The Unseen Infinity Machine weer horen dat ze behoort tot de betere indie muzikanten van het moment

De vorige albums van de New Yorkse muzikante Allegra Krieger versprongen al opvallend vaak van kleur, maar het deze week verschenen Art Of The Unseen Infinity Machine doet dat nog wat vaker en wat opvallender. Allegra Krieger beperkt zich dit keer niet tot de invloeden uit de folk uit verleden en heden, maar laat ook een wat steviger geluid horen. De instrumentatie op Art Of The Unseen Infinity Machine is afwisselend ingetogen en uitbundig, maar past altijd prachtig bij de opvallende stem van de Amerikaanse muzikante, die haar songs met veel gevoel vertolkt. Ik ben zeer gesteld op de vorige albums van Allegra Krieger, maar Art Of The Unseen Infinity Machine is nog wat mooier.

De Amerikaanse singer-songwriter Allegra Krieger was vorig jaar bijzonder productief met een album (I Keep My Feet On The Fragile Plane) en een mini-album met restmateriaal (Fragile Plane: B-Sides). Ik was zeer te spreken over I Keep My Feet On The Fragile Plane, dat een stuk subtieler was ingekleurd dan voorganger Precious Thing. Dat laatste album, overigens het derde album van de Amerikaanse muzikante, trok absoluut de aandacht met een bij vlagen bont en wat psychedelisch klankentapijt, maar uiteindelijk vond ik het geluid op I Keep My Feet On The Fragile Plane toch beter passen bij de mooie en expressieve stem van de muzikante uit New York.

Beide albums lieten zich stevig beïnvloeden door de Laurel Canyon folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70, maar ik hoorde ook zeker invloeden uit de indiefolk van het moment. Beide invloeden zijn ook te horen op het deze week verschenen Art Of The Unseen Infinity Machine, de derde release van Allegra Krieger is maar net een jaar tijd.

Op haar vijfde album gaat de Amerikaanse muzikante deels verder waar haar vorige album ophield, maar ook Art Of The Unseen Infinity Machine legt weer net wat andere accenten. In een aantal songs valt flink steviger gitaarwerk op, dat de muziek van Allegra Krieger wat in de richting van de indierock, de alt-country en de folkrock duwt.

Het klinkt absoluut lekker, al is het wel even wennen als je gewend bent aan de folky kant van Allegra Krieger. In een aantal tracks ontsporen de gitaren volledig en begeeft Allegra Krieger zich voorzichtig op het terrein van bands als Big Thief en Wednesday. Ook de folky kant van de muzikante uit New York komt gelukkig uitgebreid aan bod op het nieuwe album en ook dit keer is het folk die zich zowel door muziek uit het verleden als door muziek uit het heden heeft laten beïnvloeden.

Zowel de meer ingetogen als de wat steviger klinkende songs vallen op door fraai en inventief gitaarwerk en door de mooie stem van Allegra Krieger. De Amerikaanse muzikante beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid en zingt met veel expressie. Daar moet je van houden, maar het is voor mij vooral de zang die van Art Of The Unseen Infinity Machine zo’n goed album maakt.

Het album was voor een belangrijk deel opgenomen toen Allegra Krieger’s leven op zijn kop stond. Door een heftige brand in de e-bike winkel onder haar appartementencomplex ontsnapte ze maar ternauwernood aan de dood. Het heeft zijn weerslag gehad op de songs die na deze brand werden opgenomen, want deze klinken wat heftiger dan de muziek die Allegra Krieger tot dusver maakte en dat is ook niet zo gek.

Het werk van de muzikante uit New York laat tot nu toe een opvallend snel stijgende lijn horen en die lijn wordt doorgetrokken op Art Of The Unseen Infinity Machine, dat ik weer een stuk beter vind dan het vorige album. Het is voor een belangrijk deel de verdienste van de stem van Allegra Krieger, maar ook het veelkleurige geluid en de persoonlijke songs dragen nadrukkelijk bij aan de kwaliteit van het album.

De muziek van Allegra Krieger is waarschijnlijk wat te eigenzinnig om een heel groot publiek aan te spreken, maar Art Of The Unseen Infinity Machine, dat in de VS wel een aantal hele positieve recensies heeft gekregen, verdient hier echt veel meer aandacht dan het tot dusver krijgt. Erwin Zijleman

Allegra Krieger - I Keep My Feet on the Fragile Plane (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Allegra Krieger - I Keep My Feet On The Fragile Plane - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Allegra Krieger - I Keep My Feet On The Fragile Plane
De New Yorkse singer-songwriter Allegra Krieger geeft haar stem op I Keep My Feet On The Fragile Plane alle ruimte, waardoor haar nieuwe album nog een stuk aansprekender is dan zijn voorganger

Allegra Krieger houdt er van om haar songs vol in te kleuren, wat ik persoonlijk niet altijd mooi vond. Voor haar nieuwe album nam ze in eerste instantie juist behoorlijk sober ingekleurde songs op, waardoor haar mooie en bijzondere stem veel beter tot zijn recht kwam. I Keep My Feet On The Fragile Plane is later wel iets voller ingekleurd, maar de zang krijgt nog steeds alle ruime en dit pakt geweldig uit. Allegra Krieger maakt op haar nieuwe album indruk als zangeres, maar ook als songwriter komt ze op I Keep My Feet On The Fragile Plane uitstekend uit de verf. Het vierde album van de Amerikaanse muzikante is veel beter dan zijn voorgangers en zou zomaar eens hele hoge ogen kunnen gaan gooien.

Ik volg de Amerikaanse muzikante Allegra Krieger al sinds haar debuutalbum Circles uit 2017. Circles was een album dat me qua zang zeker aansprak en dat ook een aantal sterke songs bevatte, maar de instrumentatie was zo vol en opdringerig dat het album me uiteindelijk toch niet volledig overtuigde. Het in 2020 verschenen The Joys Of Forgetting vond ik een stuk beter, maar ook op het tweede album van Allegra Krieger vond ik de naar mijn smaak te aanwezige en ook vaak wat gekunsteld klinkende instrumentatie de zwakke schakel, waardoor ik het album toch terzijde schoof.

Op het in 2022 uitgebrachte Precious Thing viel gelukkig veel op zijn plek. Ook op haar derde album kleurde Allegra Krieger haar songs nog behoorlijk vol in, maar de combinatie van bijzondere klanken en de karakteristieke stem van de muzikante uit New York werkte een stuk beter, onder andere omdat de muziek en de zang meer in balans waren. Ik vond Precious Thing dan ook een sterk album, dat meer aandacht had verdiend.

We zijn inmiddels weer ruim twee jaar verder en deze week is het vierde album van Allegra Krieger verschenen. De Amerikaanse muzikante is sinds haar inmiddels zes jaar oude debuutalbum alleen maar beter geworden en ook haar nieuwe album I Keep My Feet On The Fragile Plane zet Allegra Krieger weer flinke stappen in de goede richting. Op haar nieuwe album zijn de muziek en de zang nog wat meer in balans en treedt de New Yorkse singer-songwriter meer op de voorgrond met haar stem dan met haar muziek. Dat is een wijs besluit, want juist met haar zang weet Allegra Krieger zich te onderscheiden van de talloze concurrenten in de genres waarin ze beweegt.

Allegra Krieger beschikt over een bijzondere en zeer expressieve stem, die af en toe herinnert aan Joni Mitchell. Het is een stem die onmiddellijk de aandacht opeist en die, als je gevoelig bent voor de zang op I Keep My Feet On The Fragile Plane, het album een flink stuk optilt. Allegra Krieger werkt op haar nieuwe album samen met producer Luke Temple, die in eerste instantie koos voor uiterst sober klinkende songs met alleen akoestische gitaar en de stem van de Amerikaanse singer-songwriter.

Hier zijn nog wat restanten van te horen op I Keep My Feet On The Fragile Plane en wat mij betreft klinken de sober ingekleurde passages prachtig. Allegra Krieger mag de volgende keer van mij een uiterst sober folkalbum maken, maar de uiterst sobere basis van de songs op haar nieuwe album werden dit keer nog verrijkt met flink wat andere instrumenten, waaronder elektrische gitaren, de pedal steel en bijzonder klinkende blazers. Het is wel een stuk subtieler gedaan dan in het verleden, waardoor het album een zeer smaakvol geluid laat horen.

Ik had het hierboven over de genres waarin Allegra Krieger opereert, maar die zijn niet altijd goed te duiden. I Keep My Feet On The Fragile Plane heeft zich absoluut laten beïnvloeden door de Laurel Canyon folk van de late jaren 60, maar ook invloeden uit de indiefolk van het moment hebben hun weg gevonden naar het album, dat ook wat invloeden uit de pop verwerkt.

Het is een album dat wat mij betreft flink boven zijn drie voorgangers uitsteekt en het is een album dat Allegra Krieger verder zou moeten kunnen brengen. De Amerikaanse muzikante beschikt immers niet alleen over een bijzondere stem, maar schrijft ook interessante songs, die buiten de lijntjes durven te kleuren en die iets te vertellen hebben. Mijn liefde voor de muziek van Allegra Krieger is zeker niet vanzelf gekomen, maar met I Keep My Feet On The Fragile Plane overtuigt ze me volledig. Erwin Zijleman

Allegra Krieger - Precious Thing (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Allegra Krieger - Precious Thing - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Allegra Krieger - Precious Thing
Allegra Krieger betovert met een prachtige stem voor gevoel en expressie, maar de fascinerende instrumentatie op Precious Thing zorgt ervoor dat een mooi folkalbum een fascinerend folkalbum wordt

Precious Thing is het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter Allegra Krieger en het is haar beste album tot dusver. Waar op de vorige twee albums de zang en de muziek elkaar nogal eens in de weg zaten, versterken de instrumentatie en de vocalen elkaar op Precious Thing op fascinerende wijze. Allegra Krieger maakt intieme en wonderschone akoestische folk, die vervolgens tot grote hoogten wordt opgetild door een voorzichtig schurende en altijd bijzonder mooie instrumentatie. Bij oppervlakkige beluistering hoor je een sfeervol en intiem folkalbum, bij aandachtige beluistering een razend spannend folkalbum, dat continu de grenzen verlegt.

Tussen de releases van deze week vond ik Precious Thing van de Amerikaanse singer-songwriter Allegra Krieger. Een jaar of twee geleden was ik onder de indruk van de zang op haar vorige album The Joys Of Forgetting, maar de wat te opdringerige instrumentatie op dat album stond me uiteindelijk wat tegen, waardoor ik het album snel uit het oog verloor.

Ook op het deze week verschenen Precious Thing, overigens het derde album van de muzikante uit New York, voeren de zang en de instrumentatie continu strijd met elkaar, maar dit keer slagen ze er wat mij betreft in om elkaar te versterken, wat een prachtig album oplevert.

Ook bij eerste beluistering van Precious Thing was ik vooral onder de indruk van de zang van Allegra Krieger. Ze beschikt over een mooie heldere stem, maar het is ook een stem met veel gevoel en expressie, waardoor de zang van de Amerikaanse muzikante direct vanaf de eerste noten iets met je doet.

Allegra Krieger beschikt over een stem die gemaakt is voor akoestische Amerikaanse folk en dat is ook het hokje waarin Precious Thing met enige fantasie past. Met enige fantasie, want de muzikante uit New York heeft ook dit keer zeker niet gekozen voor de instrumentatie die in de folk gewoon is.

Op de momenten dat Precious Thing het moet doen met fraaie akoestische gitaarakkoorden en de prachtige stem van Allegra Krieger, klinkt ze als een folkie die zo lijkt weggelopen uit een heel ver verleden. Onder de wat traditioneel aandoende folky klanken borrelt het echter flink en zo nu en dan komen fraaie accenten en bijzondere wendingen aan de oppervlakte.

Allegra Krieger tekent op Precious Thing zelf voor akoestische gitaar, zang en incidenteel piano, maar de muzikanten die met haar de studio in doken voegen van alles toe aan het in eerste instantie vaak sobere geluid. Door de subtiele en steeds weer prachtige bijdragen van onder andere elektrische gitaren, bas, orgel, keyboards, vibrafoon en trombone, wordt Precious Thing steeds weer op verrassende wijze ingekleurd, wat de ingetogen songs van Allegra Krieger op fascinerende wijze tot leven brengt.

Het is zoals gezegd niet de eerste keer dat de muzikante uit New York haar songs verrijkt met onverwachte en bij vlagen wat schurende klanken, maar op Precious Thing is alles in balans en vind ik het alleen maar mooi. Het verraadt de hand van een ervaren producer, maar het CV van Luke Temple, die we kennen als solomuzikant en als voorman van de band Here We Go Magic, is wat producties redelijk beperkt, al werkte hij wel mee aan het prachtige abysskiss van Big Thief zangeres Adrianne Lenker.

Liefhebbers van de soloalbums van Adrianne Lenker zullen waarschijnlijk ook gecharmeerd zijn van het nieuwe album van Allegra Krieger, die als zangeres meer indruk maakt en niet al teveel inlevert wanneer het gaat om het vermogen om onder de huid te kruipen met haar stem.

Precious Thing kun je op twee manieren beluisteren. Wanneer het album op de achtergrond voortkabbelt is het een bijzonder aangenaam folky album, maar de muziek van Allegra Krieger komt het best tot zijn recht bij beluistering met de koptelefoon, die alle fraaie details en bijzondere wendingen in de wonderschone instrumentatie laat horen. Dat Precious Thing van Allegra Krieger alle aandacht verdient zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman

Allen Stone - Building Balance (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Allen Stone - Building Balance - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Allen Stone - Building Balance
Allen Stone imponeert op zijn nieuwe album als soulzanger en laat horen dat hij in alle hoeken van de soul en R&B uit de voeten kan

Met enige argwaan begon ik aan de beluistering van het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant Allen Stone, maar wat kan hij zingen. Met zijn veelzijdige soulstem beweegt Allen Stone soepel en melodieus door een muzikaal landschap waarin soul en R&B worden afgewisseld en worden vermengd met pop en funk. Het album werd knap geproduceerd door onder andere Jamie Lidell en door een aantal prima muzikanten van een eigentijds geluid voorzien. Met Jamie Lidell dient zich prima vergelijkingsmateriaal aan, maar ik hoor ook meer dan eens wat van Stevie Wonder. Lekkere soulplaat.

Of het terecht is laat ik in het midden, maar ik ben nog altijd op mijn hoede wanneer een muzikant met blonde lokken wordt onthaald als nieuwe soulsensatie. Building Balance van de Amerikaanse muzikant Allen Stone had echter niet veel tijd nodig om me te overtuigen van zijn talent.

Al vrij snel in de openingstrack van het nieuwe album van de muzikant uit Seattle, Washington, imponeert Allen Stone met soulvolle uithalen die herinneren aan Stevie Wonder en daar blijft het niet bij.

Waar veel nieuwe soulhelden nadrukkelijk teruggrijpen op de soul van een aantal decennia geleden, laat Allen Stone snel horen dat hij (ook) een kind van deze tijd is. Waar de openingstrack nog even herinnert aan de soul uit de jaren 70, sluit Allen Stone in de tweede track aan bij de R&B van het moment, om vervolgens ook weer terug te grijpen op zwoele soul uit een ver verleden.

Het maakt Allen Stone niet zoveel uit of hij zich beweegt binnen de oude soul of de moderne R&B, want in beide gevallen maakt hij indruk als zanger. De Amerikaanse muzikant beschikt over een soepele en melodieuze stem en beheerst bovendien de kunst van het doseren, waardoor Building Balance gelukkig niet zo’n soulplaat is waarop van de eerste tot de laatste noot voluit wordt gezongen.

Het doet zoals gezegd af en toe aan Stevie Wonder denken, maar er komen nog wat meer soulhelden voorbij bij beluistering van het derde album van de Amerikaanse muzikant. Vooral in de lome en wat zwoelere tracks is het genieten van het vocale vuurwerk van Allen Stone, maar de muzikant uit Seattle blijft ook in wat meer uptempo tracks makkelijk overeind.

Allen Stone maakt op Building Balance gebruik van meerdere producers die hun sporen in de soul hebben verdiend, maar leunt het zwaarst op Jamie Lidell, die zelf ook meerdere keren bewees dat het hebben van soul los staat van huidskleur. Building Balance is niet alleen in vocaal, maar ook in productioneel opzicht een knappe plaat. Het was misschien verstandig geweest om met één producer te werken (en in dat geval met Jamie Lidell), al maakt de keuze voor een wat breder producersteam van Building Balance wel een lekker veelzijdig album.

Vergeleken met veel andere soulalbums van het moment klinkt het nieuwe album van Allen Stone vooral eigentijds, wat je ook hoort in de instrumentatie, waarin de moddervette blazers eens niet (altijd) domineren. Het is een eigentijds geluid met invloeden uit de soul, R&B en pop, waaraan vervolgens nog wat funk en heel af en toe een beetje van Prince wordt toegevoegd.

Het is een geluid waarmee Allen Stone een breed publiek moet kunnen aanspreken, maar ook de soulliefhebber met een voorkeur voor net wat meer diepgang hoort op Building Balance veel moois. En als het me allemaal net wat te glad en gelikt klinkt, is er altijd de weergaloze stem van Allen Stone, die het ene moment ingetogen kan zingen, om niet veel later de noten uit zijn tenen te halen.

Met Building Balance kan Allen Stone alle kanten op. Hij heeft zonder enige twijfel een authentiek klinkend soulalbum van hoog niveau in zich, maar kan ook uitgroeien tot de smaakmakers binnen de R&B van het moment. Ik ben zelf vooral benieuwd naar het eerste, maar ook als Allen Stone de andere kant op gaat, sluit ik niet uit dat hij ons nog flink gaat verrassen de komende jaren. Erwin Zijleman

Allie Crow Buckley - Moonlit and Devious (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Allie Crow Buckley - Moonlit And Devious - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Allie Crow Buckley - Moonlit And Devious
Allie Crow Buckley kiest op haar debuutalbum voor een nogal zwaar aangezet geluid, dat op het eerste hoor wat overweldigt, maar dat zich, mede door de mooie vocalen, steeds meer opdringt

Moonlit And Devious van Allie Crow Buckley pikte ik er in eerste instantie vooral uit vanwege de achternaam van de muzikante uit Los Angeles. Allie Crow heeft echter niets te maken met de fameuze en helaas ook betreurde Buckleys, maar slaagt er wel in om indruk te maken met een eigen geluid. Het is een geluid dat in eerste instantie wel erg imposant klinkt, maar na enige gewenning valt er steeds meer op zijn plek en hoor je ook steeds beter hoe mooi de muzikante uit Los Angeles zingt en hoe sterk haar songs zijn. Het zijn vocalen die worden omgeven door wolken synths en gitaren, waaruit steeds meer schoonheid aan de oppervlakte komt.

Allie Crow Buckley (geen familie van Tim en Jeff) is een muzikante uit Los Angeles, die deze week debuteert met Moonlit And Devious. Nu zijn er momenteel nogal wat jonge vrouwelijke muzikanten die muziek uitbrengen, maar Allie Crow Buckley is wat mij betreft uit net wat ander hout gesneden en weet daarom op te vallen in het aanbod van deze week.

Mede-producers Jason Boesel en Mike Viola hebben Moonlit And Devious voorzien van een nogal zwaar aangezet geluid. Het is een geluid dat wordt gedomineerd door gitaren en synths, waarbij de eerste soms stevig mogen uithalen of vervormd kunnen klinken, terwijl de tweede dikke wolken elektronica over je uit storten.

Het past op een of andere manier goed bij de wat donkere en onderkoelde zang van Allie Crow Buckley, die af en toe wel wat doet denken aan Lana Del Rey, maar door het grootse geluid op haar debuutalbum uiteindelijk toch flink anders klinkt.

In vocaal opzicht wist Moonlit And Devious me eigenlijk onmiddellijk te overtuigen en ook met de songs op het debuutalbum van Allie Crow Buckley had ik geen enkele moeite. Die moeite had ik wel met het geluid dat hier en daar wel erg groots en meeslepend klinkt, een effect dat nog wat wordt versterkt door de nodige galm toe te voegen.

Nu is een wat bombastisch geluid met flink wat galm vaak handig om wat tegenvallende vocale prestaties te verdoezelen, maar dat heeft Allie Crow Buckley echt niet nodig. De muzikante uit Los Angeles is een uitstekend zangeres, die ook in intieme popliedjes makkelijk overeind zou blijven.

Het gekke is dat het grootse geluid op Moonlit And Devious wel went en na een paar keer horen begon ik met name het gitaarwerk mooi te vinden, terwijl het erg volle elektronische klankentapijt de ruimte steeds aangenamer begon te vullen.

Allie Crow Buckley varieert niet heel veel met de klanken op haar debuutalbum, al neemt ze een hele enkele keer en met name aan het eind van het album wel wat gas terug. De beperkte variatie is aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant bouwt het nu wel prachtig op en is Moonlit And Devious een album dat snel groeit.

De muzikante uit Los Angeles vindt haar inspiratie in muzikaal opzicht vooral in de pop en rock, waarbij af en toe flarden uit de jaren 80 en 90 opduiken. Het is muziek die makkelijk kan vervliegen, maar het is de mooie en krachtige stem van Allie Crow Buckley die het album keer op keer redt. De Amerikaanse muzikante laat overigens ook met haar teksten laat horen dat ze geen 13 in een dozijn popzangeres is.

Liefhebbers van intieme en ingetogen popliedjes zullen moeite hebben met dit wat zwaar aangezette album, maar sinds het debuut van Allie Crow Buckley vat op mij heeft gekregen hoor ik steeds meer mooie dingen in de instrumentatie, die niet alleen groots en meeslepend is, maar ook mysterieus en hier en daar rauw en die er bovendien in slaagt om een bijzondere sfeer te scheppen.

Moonlit And Devious klinkt hier en daar als het album dat Lana Del Rey zou kunnen maken wanneer ze haar peperdure producers niet meer zou kunnen betalen en dat klinkt helemaal niet slecht. Het debuut van Allie Crow Buckley is een album dat wat tijd verdient. Mogelijk pakt het je na meerdere pogingen nog steeds niet, maar Moonlit And Devious wordt net zo makkelijk een album dat stevig bezweert. Erwin Zijleman

Allie Crow Buckley - Utopian Fantasy (2023)

poster
4,0
Dit is de goede:
De krenten uit de pop: Allie Crow Buckley - Utopian Fantasy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Allie Crow Buckley - Utopian Fantasy
De Amerikaanse muzikante Allie Crow Buckley schotelt de luisteraar ook op haar tweede album Utopian Fantasy een fascinerende luistertrip voor waarin steeds meer mooie details aan de oppervlakte komen

De muziek van Allie Crow Buckley uit Los Angeles is muziek waar je even aan moet wennen. In eerste instantie kunnen het volle elektronische geluid en de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikante wat zwaar op de maag liggen, maar na enige gewenning valt alles op zijn plek. Allie Crow Buckley is dan goed voor een fraaie luistertrip waarin je steeds meer moois ontdekt. De Amerikaanse muzikante trekt helaas nog niet veel aandacht met haar muziek, maar ook met het bijzondere Utopian Fantasy laat de muzikante uit Los Angeles horen dat ze iets toevoegt aan alles dat er al is. Ik zou deze Buckley (geen familie) daarom ook zeker eens checken.

Ik had net iets meer dan twee jaar geleden wel wat met het debuutalbum van Allie Crow Buckley (geen familie van), al ging dat zeker niet vanzelf. In eerste instantie vond ik zowel de muziek als de stem van de Amerikaanse muzikante te zwaar aangezet, maar na enige gewenning viel er veel op zijn plek en vond ik zowel de volle klanken als de bijzondere zang op Moonlit And Devious vooral heel erg mooi.

Ik begon vorige week kennelijk weer bij nul met Allie Crow Buckley, want bij eerste beluistering van haar nieuwe album moest ik wederom erg wennen aan de muziek en de zang van de muzikante uit Los Angeles. Ik ben kennelijk niet de enige, want Utopian Fantasy krijgt vooralsnog niet heel veel aandacht. Dat gold overigens ook voor het debuut van Allie Crow Buckley en dat was op zijn minst jammer.

Net als het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante verdient ook Utopian Fantasy alle aandacht en ik kan dan ook alleen maar adviseren om even door te bijten, want de schoonheid komt sneller dan je denkt. Het nieuwe album van Allie Crow Buckley is, zeker in de eerste tracks, nog wat zwaarder aangezet dan haar debuutalbum en elektronica heeft aan terrein gewonnen.

Wanneer je het album uit de speakers laat komen drijven flink wat wolken synths en beats over en ook in vocaal opzicht kiest Allie Crow Buckley hier en daar voor overweldiging. Toch zijn de songs van de Amerikaanse muzikante zeker niet pompeus. Tussen de lagen elektronica is nog voldoende ruimte over voor het imposante stemgeluid van Allie Crow Buckley, dat ook behoorlijk ingetogen uit de speakers kan komen, maar ook hierna bevatten de songs op Utopian Fantasy op een of andere manier nog veel open ruimte.

Ik moest er ook dit keer even aan wennen, maar ik kon al snel genieten van de verschillende lagen elektronica en het uiteindelijk vooral erg mooie stemgeluid van de muzikante uit Los Angeles, die bijna alles op het album samen met producer Jason Boesel opnam. Utopian Fantasy klinkt hier en daar als een nog zwaarder aangezette versie van Moonlit And Devious, maar dat valt uiteindelijk erg mee, zeker wanneer het album vordert.

In muzikaal en vocaal opzicht was ik uiteindelijk snel overtuigd van de kwaliteiten van het tweede album van Allie Crow Buckley, maar vergeleken met haar debuutalbum zit de meeste progressie in de songs. Het zijn stuk voor stuk songs die de fantasie uitvoerig prikkelen, maar het zijn ook aantrekkelijke en hier en daar zelfs aanstekelijke songs, waarin van alles gebeurt. Het duurt misschien even voor je vatbaar bent voor de bijzondere klanken van Allie Crow Buckley, maar hierna zit je op het puntje van je stoel.

In muzikaal en vocaal opzicht hoor je steeds meer bijzondere dingen op Utopian Fantasy, maar ook in tekstueel opzicht is het een interessant album, want Allie Crow Buckley schrijft geen teksten over koetjes en kalfjes en sleept er van alles bij. Nu ik gewend ben aan Utopian Fantasy kan ik me overigens niet meer voorstellen dat ik het album in eerste instantie te zwaar vond aangezet, want zo zwaar klinkt het allemaal niet. Inmiddels vind ik Utopian Fantasy van Allie Crow Buckley vooral een buitengewoon fascinerende en afwisselend imposante en dromerige luistertrip. Ga dat horen. Erwin Zijleman

Allie X - Happiness Is Going to Get You (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Allie X - Happiness Is Going To Get You - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Allie X - Happiness Is Going To Get You
De Canadese muzikante Allie X slaat op haar nieuwe album nieuwe wegen in en laat een minder door elektronica gedomineerd geluid horen, waarin de hoge kwaliteit van haar popsongs nog wat beter tot zijn recht komt

Ik vond de muziek van Allie X tot dusver wel interessant, maar ook niet helemaal mijn ding, al was haar vorige album een twijfelgeval. Het deze maand verschenen Happiness Is Going To Get You bevalt me een stuk beter. Wanneer Alexandra Ashley Hughes achter de piano kruipt laat ze een singer-songwriter geluid horen, maar ze is ook nog altijd niet vies van frisse pop. Het klinkt allemaal aangenaam en toegankelijk, maar de songs van Allie X zijn ook knappe popsongs vol verrassende wendingen. Ik was eigenlijk direct gecharmeerd van het nieuwe album van de Canadese muzikanten, maar hoorde pas na een paar keer hoe goed Happiness Is Going To Get You eigenlijk is.

Er verschenen de afgelopen weken nogal wat popalbums die ik op het eerste gehoor leuk en interessant vond, maar die zich uiteindelijk toch net wat te ver buiten mijn muzikale comfort zone bewogen. Nu is die comfort zone wanneer het gaat om pop best breed, zeker wanneer er zangeressen in het spel zijn, maar de grenzen zijn ook vrij strikt, waardoor een album zomaar over de rand kan vallen.

Dat gebeurde met de eerste drie albums van de Canadese muzikante Allie X, al heb ik over het vorig jaar verschenen Girl With No Face lang getwijfeld. Dat had alles te maken met de bij vlagen behoorlijk onweerstaanbare jaren 80 vibe op dat album, maar uiteindelijk liet ik ook het derde album van Allie X liggen.

Ik had dan ook niet verwacht dat ik het onlangs verschenen Happiness Is Going To Get You wel op zou pikken, maar op haar nieuwe album laat het alter ego van de Canadese muzikante Alexandra Ashley Hughes een net wat ander geluid horen. Het is een geluid waarin elektronica een veel minder prominente rol speelt of in ieder geval wat minder zwaar is aangezet en dat bevalt me over het algemeen wel.

Vergeleken met de vorige albums van Allie X klinkt Happiness Is Going To Get You een stuk subtieler. Een aantal songs is meer piano georiënteerd en schuift voorzichtig op richting singer-songwriter muziek, maar ook als de Canadese muzikante haar songs wel wat voller inkleurt, is het veel minder zwaar dan op haar vorige albums.

Alexandra Ashley Hughes is een klassiek geschoolde muzikante en dat hoorde je op haar vorige albums. Je hoort het nog veel beter op het nieuwe album van Allie X, dat veel meer ruimte biedt aan muzikaal experiment. Dat betekent niet dat de elektronische pop helemaal is verdwenen, want ook Happiness Is Going To Get You bevat een aantal songs waarin elektronica en pop domineren, al klinken ook deze songs anders dan de songs die we tot dusver kenden van Allie X.

Wat vooral opvalt bij beluistering van het nieuwe album van Allie X is hoe gevarieerd het album klinkt. Er is ruimte voor bijna lieflijke en bijzonder lichtvoetige popsongs, maar het album bevat ook songs die je vaker moet horen voor ze beklijven. Dat beklijven was voor mij het probleem met de vorige albums van de muzikante die Canada inmiddels heeft verruild voor Los Angeles.

De vorige albums van Allie X klonken lekker, maar er bleef bij mij niet veel hangen. Dat is anders op Happiness Is Going To Get You, dat wat mij betreft meer memorabele songs bevat. Ik heb zelf wel wat met de songs waarin de piano en de stem van Allie X centraal staan en die me af en toe doen denken aan Tori Amos, maar ook de wat zoetere popsongs op het album kan ik goed hebben.

Het klinkt allemaal zeer toegankelijk, maar Happiness Is Going To Get You zit veel knapper in elkaar dan je bij oppervlakkige beluistering kunt vermoeden. Zet de koptelefoon op en je hoort veel beter hoe inventief de popsongs van Allie X zijn en hoe mooi haar stem is.

Happiness Is Going To Get You bewijst maar weer eens dat je een album niet bij voorbaat al moet afschrijven. Ik had misschien niet heel veel met de vorige albums van Allie X, maar haar vierde album is wat mij betreft een 24-karaat popalbum en Happiness Is Going To Get You is er ook nog eens een die alleen maar leuker en aantrekkelijker wordt. Erwin Zijleman

Allison Crutchfield - Tourist in This Town (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Allison Crutchfield - Tourist In This Town - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Allison Crutchfield groeide op in Birmingham, Alabama, en ontwikkelde, samen met haar tweelingzus Katie, al op hele jonge leeftijd een enorme liefde voor het maken van muziek.

De tweelingzussen formeerden meerdere indie-bands, waarvan P.S. Eliot de bekendste is, maar gingen hun eigen weg toen Katie koos voor het solopad.

Katie Crutchfield kennen we tegenwoordig als de eigenzinnige singer-songwriter Waxahatchee, terwijl Allison korte tijd aan de weg timmerde met de band Swearin’.

Het einde van haar relatie met de gitarist en medeoprichter van deze band was ook direct het einde van de band en daarom debuteert Allison Crutchfield nu solo met Tourist In This Town.

Het is een plaat die ik vanwege de foeilelijke cover art in eerste instantie makkelijk terzijde had geschoven, maar het debuut van Allison Crutchfield is een bijzondere plaat, die het verdient om gehoord te worden.

Tourist In This Town bevat flink wat sporen van de op de klippen gelopen liefdesrelatie van Allison Crutchfield, maar is uiteindelijk toch vooral een plaat die kracht uitstraalt. Het is ook een plaat die nauwelijks in een hokje is te duwen.

Bij de eerste noten lijkt Allison Crutchfield te vissen in de overvolle vijver van de soulvolle pop, maar al snel blijkt dat ze haar voorkeur voor eigenzinnige indie-pop niet kwijt is geraakt door haar liefdescrisis.

Tourist In This Town is een plaat met een bijzonder geluid en het is een geluid dat alle klanten op schiet. In de songs waarin de stevig aangezette keyboards domineren hoor ik raakvlakken met de eigenzinnige new wave en synth pop uit de jaren 80 (en vooral veel Yazzoo), maar Allison Crutchfield kan ook uit de voeten met stekelige (Sleater Kinney en Throwing Muses achtige) rocksongs of met songs die met een beetje fantasie ook door een popprinses kunnen worden vertolkt.

Zeker door het wollige of zelfs hoogpolige tapijt van synths klinkt Tourist In This Town anders dan de meeste andere platen van het moment en soms wat overdadig, al zijn er altijd geweldige gitaarloopjes en stevig aangezette ritmes voor voldoende contrast.

Opvallen doet de plaat ook door de vocalen van Allison Crutchfield. Het zijn vocalen die niet altijd even vast zijn, maar nergens echt ontsporen. In de meest zweverige momenten klinkt een vleugje Björk door, maar het doet me ook wel wat denken aan de best acceptabele soloplaten van Belinda Carlisle, aan de zoete pop van Belle & Sebastian of aan de bittere tranen van Sinéad O'Connor.

Zeker wanneer je Tourist In This Town wat vaker hoort, wakkert de liefde voor deze eigenzinnige maar ook aangename plaat makkelijk aan. De covert art vind ik nog steeds lelijk, maar de muziek begint me steeds meer te intrigeren en ook te raken. Allison is al met al bijna net zo bijzonder als haar zus, maar die sla ik nog net wat hoger aan. Erwin Zijleman

Allison Moorer - Blood (2019)

poster
5,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Allison Moorer - Blood - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Allison Moorer - Blood
Allison Moorer heeft een album gemaakt bij haar autobiografie en het is een indrukwekkend album dat dwars door de ziel snijdt

Dat Allison Moorer een onmenselijk zware jeugd heeft gehad was al bekend, maar het stond nog niet eerder zo centraal in haar muziek. Blood is de titel van de binnenkort te verschijnen autobiografie van Allison Moorer, maar ook de titel van een album waarop ze de gebeurtenissen uit haar jeugd een plek geeft. In tekstueel opzicht is het keer op keer goed voor kippenvel, maar ook in muzikaal en vocaal opzicht raakt ze iedere keer de juiste snaar. Allison Moorer was altijd al een groot zangeres, maar de emotie en doorleving van Blood maakt het nog wat intenser en indringender. Het levert een album af dat diep onder de huid kruipt en behoort tot de meest indrukwekkende albums van het jaar.

Allison Moorer voerde in 2015 mijn jaarlijst aan met het prachtige en emotionele Down To Believing, waarop het einde van haar huwelijk met Steve Earle centraal stond. Het was niet de eerste keer dat ze me zo wist te overtuigen, want ook Miss Fortune uit 2002 en The Duel uit 2004 wisten ooit de toppositie van mijn jaarlijst te bereiken.

Het zal duidelijk zijn dat ik een enorm zwak heb voor Allison Moorer, waardoor ik al ruim vier jaar uit kijk naar de opvolger van Down To Believing. Twee jaar geleden was er het aardige maar zeker niet opzienbarende album dat ze samen met haar zus Shelby Lynne maakte (Not Dark Yet), maar zo langzamerhand werd het wel weer eens tijd voor een nieuw soloalbum van Allison Moorer. Aan deze wens wordt deze week voldaan met Blood.

De release van het nieuwe album van Allison Moorer valt samen met de release van haar gelijknamige autobiografie. Hierin kan Allison Moorer uiteraard niet voorbij gaan aan haar jeugd. Allison Moorer had door armoede, alcoholisme, misbruik en verwaarlozing zeker geen makkelijke jeugd in het zuiden van Alabama, maar haar jeugd kreeg een gitzwarte wending toen haar vader haar moeder vermoordde en vervolgens de hand aan zichzelf sloeg. Allison en haar zus Shelby stonden er alleen voor en bouwden in de jaren die volgden een bijzondere, maar zeker niet altijd makkelijke relatie op.

Down To Believing was vier jaar geleden al een donkere plaat, maar Blood is nog een paar tinten donkerder, wat gezien de thematiek ook niet zo gek is. Het album opent prachtig met het meeslepende Bad Weather, dat begint met atmosferische klanken, waarna Allison Moorer met veel gevoel invalt en direct zorgt voor kippenvel. Het is kippenvel dat bij de verdere beluistering van Blood niet meer verdwijnt.

Blood is direct vanaf de eerste noten het meest persoonlijke album dat Allison Moorer tot dusver heeft gemaakt en is hierdoor ook het meest intense album van de Amerikaanse singer-songwriter. Het meest emotionele moment is zonder enige twijfel de uiterst sobere vertolking van I’m The One To Blame, gebaseerd op een tekst die haar vader naliet, maar het album bevat meer uiterst ingetogen songs die van alles met je doen.

Blood staat vol met emotionele momenten, die subtiel worden ingekleurd door de muzikanten die Allison Moorer hebben begeleid, maar die worden gedragen door haar prachtige en emotievolle stem, die wederom aan kracht en diepte heeft gewonnen. Ik kan niet zonder kippenvel luisteren en hoor steeds meer moois op het album, dat zich niet beperkt tot country, maar ook invloeden uit de folk en de blues verwerkt.

Het is nog even wachten op de gelijknamige autobiografie, maar ik ga er van uit dat het boek van Allison Moorer haar album gaat voorzien van nog wat meer diepgang en intensiteit. Wanneer je je probeert voor te stellen wat een jonge Allison Moorer heeft meegemaakt, valt het niet mee om naar Blood te luisteren, al hoor je ook een sterke vrouw die alle ellende in haar jeugd een plekje heeft gegeven, maar uiteraard niet voorbij kan gaan aan de intense pijn.

Ik ben zoals gezegd een groot liefhebber van het bijzondere oeuvre van Allison Moorer, maar Blood maakt zo mogelijk nog meer indruk dan de geweldige voorganger. De Amerikaanse singer-songwriter schreef voor dit zeer persoonlijke album een serie geweldige songs en ze vertolkt ze met heel veel gevoel, wat weer prachtig wordt geaccentueerd door de fraaie en over het algemeen subtiele instrumentatie op het album en de trefzekere productie van Kenny Greenberg, met wie Allison al vaker samenwerkte. Op Blood geeft Allison Moorer haar donkere jeugd een plekje en ze doet dit op indrukwekkende wijze. Bijzonder indrukwekkende wijze. Erwin Zijleman

Allison Moorer - Down to Believing (2015)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Allison Moorer - Down To Believing - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het is nauwelijks te geloven dat het al weer 17 jaar geleden is dat het debuut van Allison Moorer verscheen.

Alabama Song uit 1998 bewoog zich nog voor een belangrijk deel op het terrein van de ‘contemporary country’ uit Nashville, maar ook liefhebbers van alternatieve country-varianten hoorden de potentie van de jongere Amerikaanse.

Dat kwam er voorzichtig uit op The Hardest Part uit 2000, maar echt goed was Allison Moorer voor het eerst op het in 2002 verschenen Miss Fortune.

Twee jaar na deze plaat verraste Alison Moorer met het stevig rockende The Duel, dat ik persoonlijk nog altijd koester als de beste plaat van de Amerikaanse singer-songwriter (maar dat is een mening die zeker niet breed wordt gedragen).

Allison Moorer staat sindsdien garant voor kwaliteit, al valt haar productiviteit helaas wat tegen sinds ze een aantal jaren geleden in het huwelijk trad met Steve Earle en een kind van hem kreeg.

Dat huwelijk is inmiddels op de klippen gelopen en ook het moederschap blijkt door een autistische stoornis bij haar zoon niet makkelijk. Het heeft allebei zijn sporen nagelaten op Down To Believing, de opvolger van het uit 2010 stammende Crows.

Voor Down To Believing keerde Allison Moorer terug naar Nashville en deed ze een beroep op producer Kenny Greenberg; de man die ook haar eerste twee platen produceerde. Toch ligt Down To Believing niet in het verlengde van de eerste twee platen van Allison Moorer, al is het maar omdat Allison Moorer ook op haar nieuwe plaat weer met enige regelmaat kiest voor een wat steviger geluid.

Veel songs op de plaat raken aan de countryrock uit de jaren 70 of aan de rootsrock die Allison Moorer op The Duel omarmde, maar Allison Moorer is ook haar Nashville roots niet vergeten en overtuigt ook met hartverscheurend mooie ballads.

Down To Believing is in muzikaal opzicht een pittige en geïnspireerd klinkende plaat, wat prima past bij haar al even krachtige stem. In muzikaal en vocaal opzicht zat het eigenlijk altijd wel goed bij Allison Moorer, maar wanneer je Down To Believing vergelijkt met haar vorige platen, klinkt de nieuwe plaat toch anders.

Het heeft vooral te maken met de kwaliteit van de songs op de nieuwe plaat van Allison Moorer. Down To Believing is een hele persoonlijke plaat en dat hoor en voel je. Allison Moorer vertelt op haar nieuwe plaat indringende verhalen en doet dit met hart en ziel. Het maakt van Down To Believing een enorm intense plaat.

Die intensiteit wordt alleen maar groter wanneer in muzikaal opzicht flink uitgehaald mag worden en ook in vocaal opzicht het gaspedaal helemaal open mag. Het is de Allison Moorer waar ik van hou, maar nog niet eerder was het zo goed en gedreven. Na enkele luisterbeurten vind ik Down To Believing net zo goed als The Duel, al was die plaat nog net wat rauwer. Het wordt gecompenseerd door heel veel doorleving en emotie.

Down To Believing valt zoals gezegd op door geweldige songs, maar ook als Allison Moorer zicht vergrijpt aan Creedence Clearwater Revival’s Have You Ever Seen The Rain blijft ze moeiteloos overeind. Het is veelzeggend.

Overigens verdienen ook de muzikanten op deze plaat en producer Kenny Greenberg een eervolle vermelding in deze recensie, want Down To Believing is niet alleen een uiterst veelzijdige plaat, maar klinkt ook prachtig. Allison Moorer’s beste plaat tot dusver? Ik denk het eerlijk gezegd wel. Erwin Zijleman

Allison Moorer - The Duel (2004)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Allison Moorer - The Duel (2004) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Allison Moorer - The Duel (2004)
De Amerikaanse muzikante Allison Moorer stond aan het begin van dit millennium wat in de schaduw van haar zus Shelby Lynne, maar met het bij vlagen stevige The Duel eiste ze definitief haar eigen plekje in de spotlights op

Allison Moorer leek een jaar of twintig geleden te kiezen voor de countrymuziek, maar op het in 2004 verschenen The Duel nam ze een onverwachte afslag. Zeker het eerste deel van het album is behoorlijk stevig en laat meer rock dan country horen. Het is muziek waarin de stem van de Amerikaanse muzikante verrassend goed uit de voeten kan. Dat Allison Moorer ook nog steeds een countryzangeres is hoor je op het tweede deel van het album, waar meer ruimte is voor de muziek waarmee Allison Moorer een paar jaar eerder had gedebuteerd. De meningen over The Duel zijn wat verdeeld, maar het is nog altijd mijn favoriete album van Allison Moorer, die inmiddels een fraai oeuvre op haar naam heeft staan.

In 2019 voerde Allison Moorer mijn jaarlijstje aan met het bijzonder indringende Blood, waarop de Amerikaanse muzikante het huiveringwekkende drama dat zich in haar jeugd voltrok een plek gaf. Het was niet de eerste keer dat Allison Moorer de eerste plaats in mijn jaarlijst wist te bereiken, want dat deed ze ook in 2015 met het album Down To Believing, dat minstens net zo mooi is als Blood en met Thunderstorm/Hurricane mijn favoriete Allison Moorer song bevat.

Sinds Blood hebben we helaas niets meer van Allison Moorer vernomen, maar ze heeft gelukkig een stapeltje prachtige albums op haar naam staan. Het duurde overigens even voor ik het talent van Allison Moorer ontdekte, want ik was nog niet erg gecharmeerd van countrypop toen haar debuutalbum Alabama Song in 1998 verscheen. Ook het in 2000 verschenen The Hardest Part deed me destijds niet zoveel, en dit in tegenstelling tot het in hetzelfde jaar verschenen album van haar zus Shelby Lynne, die met I Am Shelby Lynne een verpletterend mooi countrysoul album afleverde.

Met de kennis van nu vind ik ook The Hardest Part van Allison Moorer overigens een prima album en hetzelfde geldt voor opvolger Miss Fortune uit 2002. Echt indruk maakte Allison Moorer op mij pas in 2004, toen haar vierde studioalbum The Duel verscheen. Het is het album dat uitgroeide tot mijn favoriete album van het betreffende jaar, mede door een geweldig concert tijdens een muziekfestival in Utrecht waarvan ik de naam ben vergeten.

Allison Moorer maakte The Duel op een moment dat ze langzaam maar zeker leek uit te groeien tot een countryster, maar met haar vierde album gooide de muzikante uit Nashville die deur even dicht. Zeker in de openingstracks klinkt The Duel meer als een rockalbum dan als een countryalbum. In deze tracks domineert het lekker stevige gitaarwerk, dat in meerdere lagen door de speakers komt. Ook de ritmesectie draagt bij aan het meer rock georiënteerde geluid op het album en legt een lekker stevige basis.

Het past wonderwel bij de stem van Allison Moorer, die op The Duel laat horen dat ze niet alleen een countryzangeres is, maar ook een rockzangeres. Ik vond en vind de stem van Allison Moorer op The Duel echt bijzonder mooi en ook het rockgeluid op het album bevalt me wel. Het is een geluid dat niet het hele album aan houdt, want op de tweede helft winnen invloeden uit de country wel wat aan terrein en neemt de pedal steel het hier en daar over van de gitaren.

Ook de wat meer country getinte songs op The Duel overtuigen mij in muzikaal opzicht en ook in deze songs zingt Allison Moorer geweldig. De Amerikaanse muzikante werd op de albums die volgden een betere songwriter en ook de teksten werden naarmate de tijd verstreek wat aansprekender en persoonlijker, met de indringende teksten op Blood als hoogtepunt, maar ik heb altijd een enorm zwak gehouden voor The Duel, waarmee Allison Moorer mij voor het eerst echt wist te raken.

Het is doodzonde dat we sinds Blood niets meer hebben gehoord van de Amerikaanse muzikante, die naar verluidt als schrijver en redacteur bij de Country Music Hall of Fame and Museum in Nashville werkt, maar gelukkig is er dat stapeltje prachtalbums. Bij mij ligt The Duel nog altijd bovenop dit stapeltje, want zeker de eerste paar tracks zijn fenomenaal. Erwin Zijleman

Allison Russell - Outside Child (2021)

poster
4,5
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Allison Russell - Outside Child - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Allison Russell heeft de afgelopen twintig jaar een indrukwekkend CV opgebouwd, maar van een soloalbum kwam het nog niet, tot de release deze week van het uitstekende Outside Child

Iedereen die het muzikale verleden van Allison Russell kent, weet dat de Canadese muzikante binnen de Amerikaanse rootsmuziek echt alle kanten op kan. Dat deed ze met Po’ Girl en Birds Of Chicago en dat doet ze op haar eerste soloalbum. Bijgestaan door een ervaren producer en een stel prima muzikanten uit Nashville beweegt Allison Russell zich soepel tussen jazz, soul, folk, country en blues. In muzikaal en productioneel opzicht maakt het album makkelijk indruk, maar het is de geweldige stem van de Canadese muzikante die keer op keer de show steelt. Door de muziek die Allison Russell al op haar naam had staan lag de lat hoog, maar Outside Child valt geen moment tegen.

Allison Russell - The Returner (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Allison Russell - The Returner - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Allison Russell - The Returner
Allison Russell heeft de afgelopen twee decennia een prachtig cv opgebouwd en bewijst ook met haar tweede soloalbum The Returner weer dat ze bulkt van het talent, al kwam ik daar persoonlijk pas achter na een paar keer horen

Na het prachtige Outside Child uit 2021 verwachte ik wonderen van Allison Russell, maar die hoorde ik in eerste instantie niet op het rijkelijk met strijkers versierde en vaak wat funky klinkende The Returner. Het is een album dat bij mij wat meer tijd nodig had dan de muziek die Allison Russell hiervoor maakte, maar wanneer alles op zijn plek is gevallen blijkt dat ook het tweede soloalbum van de Canadese muzikante weer van een bijzonder hoog niveau is. Allison Russell verwerkt nog wat meer invloeden, heeft een stel uitstekende muzikanten om zich heen verzameld en zingt met nog wat meer soul dan we van haar gewend zijn. Het komt allemaal samen in een stel prachtige songs.

De Canadese muzikante Allison Russell bracht tweeënhalf jaar geleden haar eerste soloalbum uit. Met het fascinerende Outside Child maakte ze wat mij betreft behoorlijk wat indruk in het voorjaar van 2021. Dat deed de oorspronkelijk uit Montreal afkomstige muzikante met een bijzondere mix van met name folk, soul, jazz en country, met prachtige klanken en een al even mooie productie en zeker ook met de aansprekende en zeer persoonlijk songs op het album.

Het meest onder de indruk was ik echter van de geweldige zang van Allison Russell, die op Outside Child imponeerde met een soulvolle stem, maar ook met de wijze waarop ze haar stem doseerde en met de hoeveelheid gevoel die ze in haar zang stopte. Dat laatste was niet zo gek, want op het album stond haar zware jeugd vol misbruik centraal.

Allison Russell kwam in 2021 natuurlijk niet uit de lucht vallen. Ze had jaren eerder al indruk gemaakt als lid van de Canadese band Po’ Girl, vormde samen met JT Nero het duo Birds Of Chicago en maakte samen met Rhiannon Giddens, Leyla McCalla en Amythyst Kiah de gelegenheidsband Our Native Daughters. Het was voor mij reden genoeg om twee maanden geleden met torenhoge verwachtingen uit te kijken naar het tweede soloalbum van Allison Russell.

The Returner verscheen begin september, maar in eerste instantie stelde het album me flink teleur. Natuurlijk was er nog steeds die fantastische stem en ook in muzikaal opzicht bevatte The Returner genoeg ingrediënten om indruk te maken, maar de songs op het album pakten me op een of andere manier niet. Het is achteraf bezien lastig om uit te leggen wat ik niet goed vond aan het album, want nu ik het wat vaker heb gehoord vind ik The Returner een fantastisch album.

Ik denk dat ik het in eerste instantie wat teveel van alles vond. Zowel de zang als de muziek op het album zijn wat zwaarder aangezet dan op Outside Child, met hier en daar flink wat strijkers en in het oor springende achtergrondvocalen. Allison Russell heeft haar muzikale palet verder nog wat verbreed met een flinke dosis funk en zeker ook pop, waardoor de songs op The Returner wat minder subtiel klinken dan die op haar vorige album.

De Canadese muzikante die haar thuisbasis Nashville tijdelijk verruilde voor Los Angeles, werkt op haar tweede album vooral samen met vrouwelijke muzikanten, onder wie Brandi Carlile, Brandy Clark en voormalig Prince protegees Wendy & Lisa. In muzikaal opzicht ligt The Returner deels in het verlengde van de muziek die Allison Russell in het verleden maakte, maar het klinkt allemaal net wat uitbundiger met hier en daar een vleugje Prince.

Ik moest er best even aan wennen, maar inmiddels hoor ik vooral de pure klasse van The Returner, dat steeds weer de aandacht trekt met muzikale wendingen, imponeert met soulvolle zang en dat uiteindelijk toch weer overtuigt met de eigenzinnige songs van Allison Russell, die bij mij steeds makkelijker indruk maken.

The Returner is een album dat hier en daar is ontvangen met jubelrecensies, maar ik ben zeker niet de enige die in eerste instantie teleurgesteld was door het tweede album van de Canadese muzikante. Inmiddels weet ik dat de schrijvers van jubelrecensies gelijk hadden en moedig ik iedereen die het album bij eerste beluistering wat vond tegenvallen aan om het toch nog eens te proberen met dit bijzondere album. Erwin Zijleman

Allo Darlin' - Bright Nights (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Allo Darlin' - Bright Nights - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Allo Darlin' - Bright Nights
Na elf jaar afwezigheid keert de Britse band Allo Darlin’ terug met een nieuw album en Bright Nights blijkt een erg sterk album met lekker in het gehoor liggende maar ook razend knappe songs, die doen uitzien naar meer

De naam Allo Darlin’ deed bij mij geen belletje rinkelen, waardoor ik het deze week verschenen Bright Nights bij toeval heb opgepikt. Het is een hele aangename toevalstreffer, want het vierde album van de Britse band staat vol met songs die ik eindeloos wil koesteren. Het zijn songs die me herinneren aan de hoogtijdagen van 10,000 Maniacs, met hier en daar nog wat associaties naar hele leuke Britse bands. Het zijn songs die het goed doen in het huidige seizoen, maar Bright Nights is uiteindelijk een album voor alle seizoenen. De naam Allo Darlin’ zei me echt helemaal niets en ook het nieuwe album krijgt vooralsnog niet veel aandacht, maar wat is dit een leuke band.

De Britse band Allo Darlin’ maakte tussen 2010 en 2014 naar verluidt drie zeer goed ontvangen albums. Ik heb er niets van mee gekregen en dat is best bijzonder, want in recensies van de eerste drie albums van Allo Darlin’ wordt de band vergeleken met onder andere Belle And Sebastian en Camera Obscura en dat zijn bands die ik heel hoog heb zitten.

Ik moet nog luisteren naar de eerste drie albums van Allo Darlin’, want de afgelopen week ging mijn aandacht uit naar het deze week verschenen vierde album van de band uit Londen. Allo Darlin’ is na een stilte van elf jaar terug met een nieuw album en gelukkig heeft in ieder geval de Amerikaanse muziekwebsite Allmusic.com dit opgemerkt en lovende woorden getypt over het album. Dankzij de woorden van de Amerikaanse website had ik het idee dat de muziek van Allo Darlin’ wel eens in mijn straatje zou kunnen passen en dat blijkt te kloppen.

Op Bright Nights maakt de Britse band zonnig klinkende, maar ook goed in elkaar zittende indiepop. Ik begrijp de associaties met Britse bands als Camera Obscura en Belle And Sebastian, maar het zijn niet de eerste namen die bij mij op komen wanneer ik luister naar Bright Nights. De eerste naam die bij mij op komt bij beluistering van Bright Nights is die van 10,000 Maniacs.

Zowel in muzikaal als in vocaal opzicht zit Allo Darlin’ dicht tegen de roemruchte Amerikaanse band aan, waarbij ik meer raakvlakken hoor met de 10,000 Maniacs samenstelling waarin Natalie Merchant was vervangen door Mary Ramsey. Allo Darlin’ klinkt op Bright Nights wat mij betreft sowieso meer Amerikaans dan Brits, al verloochent de band uit Londen haar afkomst zeker niet.

Net als 10,000 Maniacs slaagt Allo Darlin’ er in om lekker in het gehoor liggende en zonnig klinkende songs te schrijven, maar het zijn ook songs waarin van alles gebeurt. De muziek op het album klinkt warm en verzorgd, maar met name het gitaarwerk op Bright Nights neemt flink de ruimte en kan zowel gevoelig als voorzichtig gruizig klinken.

Door de steeds net wat anders klinkende instrumentatie is Bright Nights een lekker gevarieerd klinkend album, met makkelijk in het gehoor liggende maar ook interessante songs als basis. Een andere constante is de stem van zangeres Elizabeth Morris, die even makkelijk overtuigt. Het is een stem die zich makkelijk opdringt en die net zo aangenaam klinkt als de muziek op het album, maar het is ook een stem die iets eigenzinnigs heeft, waardoor het album van Allo Darlin’ niet alleen onderscheidend is, maar bovendien de aandacht makkelijk vast houdt.

Je hoort bij beluistering van Bright Nights goed dat Allo Darlin’ al even meedraait, want eigenlijk klopt alles op het vierde album van de Britse band. Het is een album dat vooralsnog slechts door een enkeling is opgemerkt en dat is jammer. Bright Nights is immers niet alleen een heerlijke soundtrack voor de zomerdagen van het moment en alle zomerdagen die er nog aan komen, maar het is bovendien een album dat in alle opzichten kwaliteit ademt.

Met name de gitaarakkoorden op het album kunnen je alleen maar zielsgelukkig maken en ook de stem van Elizabeth Morris weet song na songs de juiste snaar te raken. Bright Nights is mijn eerste kennismaking met de Britse band, maar dit smaakt naar veel meer. Erwin Zijleman

alt-J (∆) - The Dream (2022)

poster
4,0
Recensie opp de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alt-J - The Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Alt-J - The Dream
De Britse band Alt-J heeft het avontuur nog altijd hoog in het vaandel staan, maar verliest op The Dream voor de afwisseling ook de memorabele popsong met een kop en een staart niet uit het oog

De Britse band Alt-J dook tien jaar geleden op als interessante nieuwkomer, maar verloor in de loop der jaren veel van haar glans. Met het deze week verschenen The Dream is de band weer op de goede weg. The Dream is het meest consistente album van Alt-J tot dusver en het is wat mij betreft ook het album met de beste songs en het meest toegankelijke album van de Britse band tot dusver. Dat laatste betekent overigens niet dat Alt-J haar liefde voor avontuur en experiment verloren heeft, want ook The Dream schiet weer meerdere kanten op. Waar de band in het verleden ook wat te vaak uit de bocht schoot en mijn aandacht verloor, houdt de band deze aandacht nu moeiteloos vast.

Het is dit jaar alweer tien jaar geleden dat An Awesome Wave, het debuut van de Britse band Alt-J, verscheen. Het was een debuut dat destijds flink wat opzien baarde, al is het maar vanwege de bonte mix aan invloeden die was te horen op het album. De lijn van het debuut werd fraai doorgetrokken op het in 2014 verschenen This Is All Yours, dat ik nog net wat sterker vond dan het debuut, maar toen in 2017 Relaxer verscheen was ik snel uitgekeken op de muziek van de Britse band.

Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen van het deze week verschenen The Dream, maar Alt-J revancheert zich op knappe wijze voor het toch wat tegenvallende derde album en hervindt de goede vorm van de eerste twee albums. De muziek van de Britse band kan ook op The Dream alle kanten op, maar de songs passen beter bij elkaar dan die op de vorige albums, waarop de Britse band misschien net wat te vaak van kleur verschoot. The Dream is hierdoor een wat consistenter album dan zijn voorgangers en ook wel een wat toegankelijker album, al heeft de Britse band het avontuur nog altijd hoog in het vaandel staan.

Een song als The Actor had niet misstaan in de hitlijsten in de jaren 80, maar net als in alle songs op het album gebeurt er altijd wel wat bijzonders in de muziek van Alt-J, die je zomaar ruw de dansvloer op kan slepen of een opera in kan trekken, maar ook kan kiezen voor een zeer ingetogen folky song.

The Dream bevat een aantal uptempo en bijna aanstekelijke popsongs, maar de Britse band kan ook uit de voeten met meert ingetogen en folky songs of met wat meer introspectieve en psychedelisch aandoende rocksongs. Wanneer je na The Dream de vorige albums van Alt-J beluistert is het verschil tussen de albums niet eens zo heel groot, dus kennelijk is dat wat tien jaar geleden nog als behoorlijk experimenteel of zelfs vreemd werd bestempeld inmiddels gemeengoed.

Bij beluistering van The Dream strijkt Alt-J vrijwel nergens tegen de haren in. De songs van de band zijn voorzien van flink wat avontuurlijke impulsen, maar het zijn ook lekker in het gehoor liggende songs, met hier en daar een al even aangename twist. Ik was na beluistering van Relaxer in 2017 even uitgekeken op de muziek van de band en op dit soort muziek in het algemeen, maar The Dream bevalt me uitstekend.

Alt-J heeft haar gevoel voor avontuur en experiment behouden, maar het slaat nergens te ver door, waardoor de songs nu zonder uitzondering goed zijn. Het ontdekken van de goede popsong is uiteindelijk de grootste verdienste van The Dream. Natuurlijk schiet de muziek van Alt-J nog met enige regelmaat alle kanten op, maar uiteindelijk keert de Britse band altijd weer terug naar de popsong met een kop en een staart en verzandt het niet langer in nodeloos geëxperimenteer. Het zorgt er voor dat The Dream niet alleen het meest consistente album van Alt-J is tot dusver, maar ook het album met het grootste aantal memorabele popsongs.

De songs op het album vallen niet alleen op door de fraaie inkleuring waarin elektronica en gitaren meestal hand in hand gaan, maar ook door dromerige vocalen, bijzondere koortjes en vooral door een bijzondere sfeer, die vaak wat melancholisch aan doet en meer dan eens herinneringen oproept aan muziek uit de jaren 80 en 90 en incidenteel zelfs de jaren 70, waardoor de Britse band, vaker dan in het verleden, nostalgisch klinkt.

Ik had zoals gezegd geen hoge verwachtingen rond het vierde album van Alt-J, maar The Dream is wat mij betreft het beste album van de band tot dusver en voor mij bovendien het zoveelste album dat het nog zo prille muziekjaar 2022 glans geeft. Erwin Zijleman

alt-J (∆) - This Is All Yours (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alt-J - This Is All Yours - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Alt-J, vernoemd naar de toetscombinatie op de Mac die het symbool ∆ oplevert, maakte ruim twee jaar geleden één van de meest memorabele debuten van 2012.

Ik keek daarom reikhalzend uit naar de tweede plaat van de band uit Leeds, maar was er ook wel een beetje bang voor. Na een fascinerend en volstrekt ongrijpbaar debuut van het kaliber van An Awesome Wave kan een tweede plaat immers alleen maar tegenvallen. Het is meer van hetzelfde of het slaat een nieuwe weg in die net wat minder aanspreekt.

Of deze angst heeft bijgedragen aan het toch behoorlijk lang laten liggen van de nieuwe plaat van Alt-J weet ik niet, het zou ook gewoon toeval kunnen zijn, maar feit is dat ik iets ga zeggen over This Is All Yours nadat er al heel veel en misschien zelfs al wel teveel over is gezegd.

Ik heb besloten om al deze informatie te negeren, de plaat gewoon op te zetten en hierna direct op te schrijven hoe ik de tweede plaat van Alt-J ervaar. Een voor mij niet heel gangbare procedure en niet geschikt voor platen die moeten rijpen, maar ik neem het risico.

Wat kan ik zeggen nadat This Is All Yours voor het eerst uit de speakers is genomen. Ik kan zeggen dat Alt-J op haar tweede plaat doet wat ik van de band verwacht had, maar ik kan ook zeggen dat This Is All Yours een bij vlagen totaal andere plaat is dan An Awesome Wave. Ik kan zeggen dat ik direct geraakt ben door een aantal prachtige songs op de plaat, maar ik kan ook zeggen dat ik van een aantal songs op de plaat nog geen chocolade kan maken. Ik kan zeggen dat ik This Is All Yours net zo mooi en bijzonder vind als het debuut van de band, maar sluit niet uit dat de tweede plaat van de band uit Leeds de komende weken ver terugvalt ... of juist naar onwaarschijnlijke hoogten stijgt.

This Is All Yours is net als zijn voorganger een plaat die alle kanten op schiet. This Is All Yours lijkt toegankelijker dan An Awesome Wave, maar dit is deels schijn. De plaat bevat een aantal redelijk toegankelijke songs en biedt wat minder ruimte aan invloeden uit de avant garde, maar Alt-J springt nog makkelijk van de hak op de tak en bovendien bestaat de muziek van Alt-J nog altijd uit meerdere lagen, waarvan de minst toegankelijke pas opduiken wanneer je de rest er van af hebt gepeld.

This Is All Yours is wat mij betreft een zowel aangename en avontuurlijke lappendeken waarop plaats is voor toegankelijke folktronica, maar ook voor lange uitgesponnen songs zonder of juist met in het oor springende spanningsbogen. Onverwachte invloeden uit de blues of zelfs een Mylus Cyrus sample onderstrepen het grillige karakter van de muziek van Alt-J, maar het zijn de subtiele accenten in de instrumentatie en de teksten die de muziek van Alt-J zo bijzonder maken.

This Is All Yours een plaat waar ik afwisselend van zal houden of helemaal niets mee kan. Een plaat zoals Spirit of Eden van Talk Talk, een plaat zoals de minst toegankelijke platen van Peter Gabriel of een plaat zoals An Awesome Wave van Alt-J. Soms is het prachtig, soms is het slaapverwekkend, soms is het loom, soms nerveus, maar het is altijd muziek die iets met je doet.

Conclusie na één keer horen: mooie en bijzondere plaat die niet onder doet voor zijn voorganger, maar het ware oordeel zal nog wel even op zich laten wachten. Het is bovendien een oordeel dat iedereen zelf maar moet vormen, want de muziek van Alt-J is voor niemand hetzelfde. Erwin Zijleman

Alvvays - Alvvays (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alvvays - Alvvays - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het is nog altijd een verleiding die ik nauwelijks kan weerstaan. Maak een plaat met gruizige gitaarpopliedjes met mooie vrouwenvocalen en een dun suikerlaagje en ik ga genadeloos voor de bijl.

Het uit het Canadese Toronto afkomstige Alvvays weet precies hoe het moet. Het titelloze debuut van de band bevat negen voor mij volstrekt onweerstaanbare popliedjes.

Het zijn popliedjes met mooie dromerige gitaarloopjes die om kunnen slaan in gruizige gitaarwolken, een wat onvaste maar ook bijzonder aangename vrouwenstem en honingzoete melodieën.

Toch is Alvvays anders dan de meeste van haar soortgenoten. De band uit Canada doet immers meer dan het reproduceren van het geluid uit de hoogtijdagen van de 90s shoegaze en dreampop, waardoor het debuut van de band zeker niet inwisselbaar is voor de, overigens ook door mij gekoesterde, platen van bands als Dum Dum Girls, Veronica Falls, Vivian Girls, Dott en noem ze maar op.

Alvvays haalt de mosterd niet alleen in de jaren 90, maar verrast in flink wat songs met invloeden uit de jaren 60 en vooral de jaren 80. Hiernaast doet het suikerlaagje op de muziek van de Canadezen me meer denken aan een band als Belle & Sebastian dan aan een band als Lush, die model heeft gestaan voor de muziek van de meeste andere hierboven genoemde bands.

Verder heeft de muziek van Alvvays iets Schots, of, meer precies, iets van de muziek die in de jaren 90 in Glasgow werd gemaakt. De leden van Alvvays schijnen grote fans van de Schotse band Teenage Fanclub te zijn, maar het debuut van de band heeft ook iets van Camera Obscura, Orange Juice, het al eerder genoemde Belle & Sebastian en wereldband The Delgados.

De eerste tracks op de plaat schuren misschien nog dicht tegen de shoegaze en dreampop aan, maar naarmate de plaat vordert wordt Alvvays steeds eigenzinniger en als je het mij vraagt ook steeds beter.

Het gitaarwerk wordt voller en veelzijdiger, de songstructuren ingewikkelder en zangeres Molly Rankin moet steeds beter haar best doen om de hoge noten te halen. Het levert dynamische songs op vol schoonheidsfoutjes maar ook vol magie. Natuurlijk zijn de songs met zoete melodieën heerlijk, maar wanneer Alvvays het de luisteraar net iets moeilijker maakt valt er nog veel meer te genieten.

Het debuut van Alvvays duurt maar net 30 minuten en bevat negen songs. Het zijn negen songs vol potentie. Het zijn songs die meerdere kanten op schieten en laten horen dat het met Alvvays alle kanten op kan. Dat is niet altijd een aanbeveling, maar in het geval van Alvvays zijn eigenlijk alle kanten goed.

Het schaart het debuut van de band wat mij betreft onder de memorabele debuten van 2014. Mijn enorme zwak voor dit soort muziek speelt hierbij vast een rol, al zouden muziekliefhebbers die dit soort muziek normaal gesproken links laten liggen ook wel eens verrast kunnen worden door deze prima plaat. Erwin Zijleman

Alvvays - Antisocialites (2017)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alvvays - Antisocialites - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het is al weer drie jaar geleden dat ik genadeloos werd verleid door het debuut van Alvvays. De band het Canadese Toronto deed dan ook precies waar ik een zwak voor heb.

Het titelloze debuut van Alvvays stond vol met heerlijk gruizige popliedjes met een honingzoet suikerlaagje.

Alvvays viste met haar debuut in een overvolle vijver, maar de Canadese band betoverde met popliedjes die net iets aanstekelijker, verleidelijker en onweerstaanbaarder waren dan die van de concurrentie.

Ondanks de zoete verleiding van het debuut van Alvvays ging ik er niet van uit dat de band er in deze week vol grote releases uit zou springen met haar tweede plaat. Alvvays doet dat echter wel, want de tweede plaat van de band is een fantastische plaat, die vergeleken met het debuut een flinke stap zet.

De basis van de receptuur van de songs van Alvvays is gelijk gebleven. Ook op Antisocialites maakt de band licht gruizige popliedjes met aangenaam suikerlaagje. Vergeleken met het debuut van de band citeert Alvvays wel wat minder nadrukkelijk uit de shoegaze en de dreampop en heeft het wat meer invloeden uit de new wave (hier en daar heeft het wat van Blondie) en de indiepop toegelaten in haar muziek.

De wat minder prominente rol voor de gruizige gitaren voegt wat meer ruimte toe aan de muziek van Alvvays en die ruimte wordt volledig opgevuld met de vocalen van zangeres Molly Rankin.

Zeker in de wat meer pop georiënteerde songs op de plaat, en daar telt Antisocialites er flink wat van, overtuigt Molly Rankin met uitstekende en voor mij volstrekt onweerstaanbare zang, die de kwaliteit van het debuut vele malen overtreft.

Alleen al door de zang weet de tweede plaat van Alvvays zich makkelijk te onderscheiden van die van de talloze concurrenten in het genre, maar ook in muzikaal opzicht is de tweede plaat van Alvvays de concurrentie een aantal stappen voor.

Alvvays heeft de shoegaze en dreampop nog zeker niet afgezworen, maar maakt ook het soort popliedjes waar The Sundays ooit het patent op hadden en kan bovendien uit de voeten binnen het territorium van bands als Belle & Sebastian en Camera Obscura. De vergelijking met dit soort bands legt de lat hoog voor Antisocialites, maar de plaat kan het aan.

Alvvays heeft een plaat gemaakt die in vocaal opzicht indruk maakt, maar ook de instrumentatie op en de productie van de plaat zijn van hoog niveau. Antisocialites staat vol met klanken waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden, terwijl producer John Congleton er niet alleen voor heeft gezorgd dat het uit vele lagen bestaande geluid van de band fris en luchtig klinkt, maar heeft bovendien de stem van Molly Rankin een flinke boost gegeven.

Tenslotte zijn er de songs op de plaat en ook deze zijn vrijwel zonder uitzondering ijzersterk. Antisocialites komt inmiddels voor de zoveelste keer voorbij en de verleiding van de plaat wordt eigenlijk alleen maar groter. Het aanbod aan nieuwe muziek is deze weken extreem groot, maar dit is wat mij betreft een van de pareltjes binnen dit enorme aanbod. Echt een heerlijke plaat. Erwin Zijleman

Alvvays - Blue Rev (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alvvays - Blue Rev - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Alvvays - Blue Rev
De Canadese band Alvvays keert terug na een stilte van vijf jaar, maar is het maken van onweerstaanbaar lekkere popliedjes met een vleugje shoegaze en dreampop gelukkig niet verleerd

Na een uitstekend titelloos debuutalbum verraste de Canadese band Alvvays in 2017 met het fantastische Antisocialites, dat terecht meerdere jaarlijstjes haalde, waaronder dat van mij. Een serie tegenslagen heeft er voor gezorgd dat we lang hebben moeten wachten op album nummer drie, maar op Blue Rev klinkt de Canadese band of de tijd heeft stilgestaan. Ook Blue Rev verleidt weer meedogenloos met bitterzoete popliedjes vol gruizig of melodieus gitaarwerk en de onweerstaanbare zang van Molly Rankin. Het zijn popliedjes die de klassiekers uit de shoegaze en dreampop kennen, maar Alvvays geeft ook dit keer een aangename eigen draai aan invloeden uit het verleden.

Ruim vijf jaar was het stil rond de Canadese band Alvvays, die in 2014 voor het eerst opdook met haar titelloze debuutalbum. Het was een album vol gruizige gitaarsongs met betoverend mooie gitaarloopjes en een al even mooie vrouwenstem. Het is in de popmuziek inmiddels een beproefde combinatie, maar het is er nog steeds een die ik maar heel lastig kan weerstaan.

Alvvays putte op haar debuutalbum stevig uit de archieven van de dreampop en de shoegaze, maar deed veel meer dan het fantasieloos reproduceren van de muziek uit deze genres. De Canadese band sleepte er nog wat invloeden bij en bleek bovendien een meester in het vertolken van bitterzoete popsongs.

Het uitstekende debuut van de band uit Toronto werd in 2017 gevolgd door Antisocialites, dat nog een stuk beter was dan het debuutalbum van de Canadese band. Op dit album sleepte Alvvays er nog wat invloeden bij en profiteerde het bovendien van de productionele vaardigheden van topproducer John Congleton. Het leverde de band een terechte notering in mijn jaarlijstje over 2017 op.

Sindsdien werd mijn geduld flink op de proef gesteld, maar deze week is dan eindelijk het derde album van Alvvays verschenen. Dat het album zo lang op zicht heeft laten wachten is overigens niet zo gek, want de band kreeg de afgelopen jaren te maken met een aantal serieuze tegenslagen. De tour die volgde op Antisocialites liep uit, een recorder met demo’s werd gestolen, een overstroming vernielde alle apparatuur van de band, de ritmesectie vertrok en net toen alles weer op orde leek, legde de coronapandemie het openbare leven lam.

Het heeft vast gezorgd voor een hoop woede en frustratie, maar daar is niet veel van te horen op het deze week verschenen Blue Rev, al heeft het album hier en daar zijn net wat stevigere momenten. Ondanks het feit dat er vijf lange jaren tussen Antisocialites en Blue Rev zitten, is het nieuwe album van Alvvays een logisch vervolg op zijn voorganger.

De Canadese band maakt nog altijd bitterzoete popliedjes met hier en daar een gitaarmuur maar vooral heerlijk melodieuze gitaarloopjes. Het gitaarwerk wordt gecombineerd met dromerige toetsenpartijen en natuurlijk met de heerlijke stem van frontvrouw Molly Rankin, die nog beter is gaan zingen. Net als op Antisocialites zet Alvvays op haar nieuwe album een aantal stappen vooruit, al zijn die niet zo groot als vijf jaar geleden.

Invloeden uit de shoegaze en dreampop hebben nog een stapje terug gedaan ten gunste van invloeden uit de indiepop en indierock. De vorige twee albums van Alvvays waren zo goed omdat de Canadese band eigenzinniger was dan haar soortgenoten en dat is de band nog steeds. Blue Rev heeft een nog duidelijker eigen geluid dan de twee voorgangers, maar dit is geen moment ten koste gegaan van de meedogenloze verleiding van de muziek van Alvvays, dit keer prachtig geproduceerd door The War On Drugs producer Shawn Everett.

Die verleiding is verstopt in relatief korte songs, want de Canadese band heeft slechts een kleine veertig minuten nodig voor maar liefst veertien songs. Het levert een album op als een mooie doos bonbons. Het is allemaal heerlijke chocolade, maar de vulling is iedere keer net wat anders, waardoor je maar blijft eten. We hebben vijf jaar moeten wachten op een nieuw album van Alvvays, maar Blue Rev was het lange wachten wat mij betreft meer dan waard. Erwin Zijleman

Aly & AJ - With Love From (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Aly & AJ - With Love From - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Aly & AJ - With Love From
De voormalige tienersterren Aly & AJ hebben al een heel muzikaal verleden achter zich, maar laten op hun nieuwe album With Love From horen dat ze in muzikaal en vocaal opzicht volwassen zijn geworden

Ik had nog nooit van Aly & AJ gehoord, maar was direct gecharmeerd van hun nieuwe album With Love From. Het is een album met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, de Westcoast pop van weleer en de hedendaagse pop. De muziek van het tweetal klinkt fris, eigentijds en soms ietwat gepolijst, maar de songs van de twee zussen uit California zijn zeer aangenaam en de stemmen van de twee weten elkaar zeer fraai te versterken. Ik ben in het verleden van Aly & AJ gedoken en dat is lang niet altijd even interessant, maar With Love From is wat mij betreft een album vol belofte. Het is een album dat de ruimte aangenaam vult, maar dat ook zeker van hoge kwaliteit is.

Aly & AJ is een Amerikaans duo dat, toch wel enigszins tot mijn verbazing, al een handvol albums op haar naam heeft staan. Dat ik de zusjes Alyson en Amanda Joy Michalka nog niet eerder ben tegengekomen is ook weer niet zo gek, want in eerste instantie was hun muziek nou niet zo interessant. De twee zussen doken in het eerste decennium van dit millennium op als tienersterren in Disney Channel series met wat doorsnee en vaak aalgladde pop, die hooguit opviel door twee goed bij elkaar passende stemmen. Aly & AJ bleken vervolgens ook uit de voeten te kunnen met suikerzoete countrypop en begaven zich hierna ruim tien jaar lang op het terrein van de musical, waar ik echt helemaal niets mee kan.

In 2021 doken de Californische zussen weer op met een nieuw album, dat me destijds niet is opgevallen. Deels ten onrechte, want a touch of the beat gets you up on your feet gets you out and then into the sun (geen hoofdletters) gaat deels het ene oor in en het andere oor weer uit, maar het bevat ook een aantal prima songs en laat bovendien horen dat Aly & AJ in muzikaal en vocaal opzicht volwassen zijn geworden.

Dat laten de twee zussen nog veel duidelijk horen op het deze week verschenen With Love From, dat ik aanzag voor een debuutalbum. Dat is het dus niet, maar With Love From laat zich wel beluisteren als een nieuwe start. Op het vorige album maakten de zussen Michalka vooral elektronisch ingekleurde popmuziek, maar op het nieuwe album klinkt de muziek van de zussen uit Torrance, California, een stuk organischer en schuiven ze in muzikaal opzicht wat op richting Amerikaanse rootsmuziek en Westcoast pop.

De openingstrack doet heerlijk nostalgisch aan en komt prachtig tot leven wanneer Aly en AJ beginnen te zingen. De stemmen van de twee zussen klinken inmiddels een stuk warmer en rijper dan in hun tienerjaren, maar kleuren gelukkig nog altijd prachtig bij elkaar en doen dat op een manier waarop alleen stemmen van zussen dat kunnen. Door de zang hadden de zussen mij in ieder geval direct te pakken.

In de openingstrack hoor je een vleugje Amerikaanse rootsmuziek, maar Aly & AJ kunnen ook uit de voeten met zonnige Californische pop met hier en daar een flinke knipoog naar de muziek van Fleetwood Mac uit de jaren 70 en 80 of naar de honingzoete maar zeer aangename muziek van Wilson Phillips uit de jaren 90, maar ik hoor hier en daar ook wel wat van First Aid Kit, maar dan met een Californisch sausje.

Om te kunnen genieten van het nieuwe album van de Californische zussen is enige liefde voor lekker in het gehoor liggende popsongs absoluut een vereiste, want With Love From klinkt een stuk gepolijster dan het gemiddelde rootsalbum. Ik hou zelf wel van het soort popliedjes dat Aly & AJ maken en wat mij betreft blijft With Love From altijd aan de goede kant van de streep. De pop met een heel klein beetje country en folk klinkt toch weer anders dan de Nashville countrypop, ook al zijn de ingrediënten grotendeels gelijk.

Het nieuwe album van Aly & AJ doet verlangen naar warme zomeravonden, waarop dit album kan klinken als een aangenaam koel briesje. Ondertussen valt er wel degelijk veel te genieten, want de songs van het tweetal zijn smaakvol ingekleurd met hier en daar een pedal steel en op de zang van het Amerikaanse tweetal valt wat mij betreft niets aan te merken. Ook de songwriting skills van Aly en AJ zijn dik in orde, want With Love From bevat een serie prima songs. Vergeleken met het vorige album zetten de Amerikaanse zussen een flinke stap en ik heb zomaar het idee dat er nog veel meer in zit bij Aly en AJ. Erwin Zijleman

Alycia Lang - Speak the Word to Hear the Sound (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Alycia Lang - Speak The Word To Hear The Sound - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Alycia Lang - Speak The Word To Hear The Sound
De algoritmes van Spotify leveren me eigenlijk maar zelden interessante tips op, maar Speak The Word To Hear The Sound van de Amerikaanse muzikante Alycia Lang is er wat mij betreft zeker een

Alycia Lang maakt al een tijdje muziek, maar heeft de tijd genomen voor haar debuutalbum, dat vorig jaar is verschenen. Het is een album dat helaas nauwelijks is opgemerkt en dat is jammer, want de muzikante uit de Californische Bay Area heeft zeker wat te bieden. Ze schrijft aansprekende songs, die folk als basis hebben maar meerdere kanten op kunnen. Het zijn songs die zijn voorzien van een sfeervol en smaakvol geluid en het is een geluid dat alle ruimte biedt aan de stem van de Amerikaanse muzikante. Haar bijzonder mooie stem is het sterkste wapen van Alycia Lang en zorgt er voor dat Speak The Word To Hear The Sound een uitstekend album is geworden.

Het overkomt me (helaas) niet zo heel vaak meer dat de algoritmes van Spotify me na het afspelen van een album muziek voorschotelen van een muzikant of band die ik nog niet ken. Vorige week gebeurde het me echter wel, want toen kwam de streaming media dienst na het beluisteren van Deeper Well van Kacey Musgraves eens niet met haar album Golden Hour op de proppen, maar met Speak The Word To Hear The Sound van Alycia Lang.

Het klonk direct zo aangenaam dat ik bleef luisteren en inmiddels heb ik wel wat met het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante. Het is overigens het tweede ‘debuutalbum’ van Alycia Lang, die werd geboren in Durham, North Carolina. Op haar vijftiende maakte ze het album She Do That, wat inmiddels nergens meer te vinden is, wat misschien ook maar beter is.

De volwassen Alycia Lang maakt inmiddels ook al heel wat jaren muziek, wat vorig jaar zomer het album Speak The Word To Hear The Sound opleverde. Het is een album dat helaas wat onderbelicht is gebleven, waardoor ik niet heel veel informatie heb over het debuutalbum van Alycia Lang.

Ik weet inmiddels wel dat ze de afgelopen jaren deel uit maakte van de band van Samia en hiernaast de tijd heeft genomen voor het opnemen van Speak The Word To Hear The Sound. Het album bestrijkt de periode waarin ze haar geboortegrond in North Carolina verruilde voor de Bay Area in California en te maken kreeg met de ups en downs die horen bij het leven.

Speak The Word To Hear The Sound is een persoonlijk album geworden met songs die in de meeste gevallen in het hokje folk passen. Alycia Lang beperkt zich echter zeker niet tot een bepaald type folk, want op haar debuutalbum kan ze zowel uit de voeten met eigentijdse indiefolk als met folk die zich heeft laten beïnvloeden door de periode waarin het genre floreerde in de Laurel Canyon bij Los Angeles. De meeste songs op het album zijn stemmig en ingetogen, maar incidenteel kan ook een vleugje folkrock of country opduiken.

Ik heb zoals gezegd weinig informatie over het album, maar uit een lang interview in een Amerikaans tijdschrift kan ik wel opmaken dat Alycia Lang bij het opnemen van haar debuutalbum kon beschikken over de diensten van onder andere Jenn Wasner (Wye Oak, Flock Of Dimes) en de ervaren studiotechnicus Adrian Olsen. Vooral in de stemmig ingekleurde songs met een hoofdrol voor de piano hoor je goed hoe mooi en zuiver de stem van Alycia Lang is, maar ook in de net wat voller klinkende songs weet de Amerikaanse muzikante je makkelijk te raken met haar mooie stem.

Speak The Word To Hear The Sound moet misschien gezien worden als een debuutalbum, maar je hoort in de songs op het album dat Alycia Lang inmiddels al een tijdje mee draait en heel veel tijd, aandacht en gevoel in haar echte debuutalbum heeft gestoken.

Speak The Word To Hear The Sound is zeven tracks mooi en aangenaam, maar het beste moet dan nog komen, want de ruim zeven minuten durende slottrack Slow Fade is bij mij keer op keer goed voor kippenvel en laat nog wat duidelijker horen hoe mooi de stem van Alycia Lang is. De Amerikaanse muzikante krijgt tot dusver nog niet heel veel aandacht, maar het uitstekende Speak The Word To Hear The Sound uit 2024 verdient deze aandacht met terugwerkende kracht. Erwin Zijleman

Alyssa Gengos - Mechanical Sweetness (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Alyssa Gengos - Mechanical Sweetness - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Alyssa Gengos - Mechanical Sweetness
Het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Alyssa Gengos dringt zich misschien niet onmiddellijk op als onmisbaar, maar hoe vaker ik naar dit album luister hoe dierbaarder het me wordt

Jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indiepop en indierock zijn er momenteel in overvloed, maar er zijn er niet zo heel veel zo getalenteerd als Alyssa Gengos uit Los Angeles. De Amerikaanse muzikante heeft haar prachtig klinkende album zelf ingespeeld en geproduceerd en verrast met een mooie mix van gitaren en synths. Ze is bovendien een prima zangeres en schrijft ook nog eens uitstekende songs. Het zijn songs met hier en daar een vleugje jaren 80, maar Mechanical Sweetness staat ook minstens met één been in het heden. Ik was eigenlijk direct overtuigd van het talent van Alyssa Gengos, maar haar debuutalbum is sindsdien alleen maar beter geworden.

Voor liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters in het indie segment zijn het nog altijd gouden tijden. Week na week kan ik kiezen uit meerdere albums van talentvolle vrouwelijke muzikanten, waaronder ook flink wat debuutalbums. Verzadiging ligt inmiddels wel wat op de loer, al is het maar omdat veel nieuwkomers geen geheim maken van hun inspiratiebronnen, maar ook niet al teveel toevoegen aan deze inspiratiebronnen.

De lat ligt daarom momenteel wat hoger, zowel als het gaat om kwaliteit als om originaliteit. Het debuut van de Amerikaanse muzikante Alyssa Gengos gaat wat mij betreft redelijk makkelijk over deze hogere lat. De muzikante uit Los Angeles, California, heeft een in kwalitatief opzicht uitstekend album afgeleverd en slaagt er bovendien in om anders te klinken dan de meeste van haar soort- en tijdgenoten.

Mechanical Sweetness beweegt zich op het snijvlak van indiepop en indierock. Het debuut van de Amerikaanse muzikante schiet vooral de kant van de indiepop op wanneer haar songs worden ingekleurd door synths, maar gitaren spelen een minstens even belangrijke rol op het album. Akoestische gitaren geven Mechanical Sweetness soms een folky karakter, maar de elektrische gitaren op het album kunnen ook licht gruizig klinken, waarmee Alyssa Gengos opschuift richting indierock.

Het debuut van de muzikante uit Los Angeles past uitstekend binnen de golf aan nieuwe muziek van jonge en eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriters, maar Alyssa Gengos verwerkt hier en daar ook invloeden uit het verleden in haar muziek, waardoor Mechanical Sweetness ook hier en daar goed is voor een vleugje nostalgie uit met name de jaren 80, maar ook zeker uit de jaren 70.

In vocaal opzicht doet de Amerikaanse muzikante misschien geen hele bijzondere dingen, maar de stem van Alyssa Gengos klinkt absoluut aangenaam, zeker wanneer de vocalen wat zwoeler en verleidelijker zijn. De zang op het album wint bovendien aan kracht wanneer je Mechanical Sweetness meerdere keren beluistert.

In muzikaal opzicht maakt Mechanical Sweetness nog wat meer indruk. Gitaren en elektronica vloeien steeds weer prachtig samen en de klanken op het album slagen er bovendien in om zowel tijdloos of zelfs nostalgisch als eigentijds te klinken. Het debuutalbum van Alyssa Gengos klinkt wat mij betreft ook avontuurlijker dan de meeste andere albums in het genre.

Het is momenteel stevig dringen in dit genre, maar ik acht Alyssa Gengos zeker niet kansloos, al is het maar omdat ze op haar debuut verrast met bijzonder lekker in het gehoor liggende maar ook zeer interessante songs, die een enorm muzikaal talent verraden. Het feit dat ze buiten de drums tekende voor alle instrumenten die zijn te horen op het album en het album ook nog eens produceerde levert op zijn minst bonuspunten op voor de Amerikaanse muzikante.

Ik gaf al aan dat de zang bij herhaalde beluistering steeds beter wordt en dat geldt eigenlijk voor alle aspecten van dit album. In muzikaal opzicht streelt Alyssa Gengos steeds genadelozer het oor en steeds meer songs op het album krijg ik met geen mogelijkheid meer uit mijn hoofd. Ik laat flink wat albums van vrouwelijke singer-songwriters liggen op het moment, maar dit is echt een pareltje. Erwin Zijleman

Amanda Anne Platt & The Honeycutters - The Ones That Stay (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amanda Anne Platt & The Honeycutters - The Ones That Stay - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Amanda Anne Platt & The Honeycutters - The Ones That Stay
Amanda Anne Platt en haar band The Honeycutters draaien al een tijdje mee, maar leveren met The Ones That Stay een prachtig album af, dat echt alle aandacht verdient van liefhebbers van veelzijdige Amerikaanse rootsmuziek

Zelfs in de wat slappere weken van het moment is het dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, waardoor albums makkelijk tussen wal en schip vallen. Het zou zonde zijn als dit zou gebeuren met The Ones That Stay van Amanda Anne Platt & The Honeycutters, want de band uit Asheville, North Carolina, heeft een uitstekend album afgeleverd. Het is een album dat flink wordt opgetild door de mooie en emotievolle stem van de frontvrouw van de band, maar ook in muzikaal opzicht weet The Ones That Stay steeds weer te verrassen met ruimtelijk klinkende Amerikaanse rootsmuziek, die niet bang is om de grenzen van het genre te verkennen. Het overtuigde me eigenlijk direct, maar dit is ook nog eens een album met veel groeipotentie.

Heel wat jaren geleden heb ik wel eens geluisterd naar een album van Amanda Anne Platt & The Honeycutters. Het zal het titelloze debuutalbum van de band uit Asheville, North Carolina, zijn geweest, maar echt herinneren kan ik het me niet. Ook het deze week verschenen The Ones That Stay was in een drukke week waarschijnlijk niet echt opgevallen, maar het nieuwe album van Amanda Anne Platt en haar band is een album dat zich langzaam maar steeds genadelozer opdringt.

Bij eerste beluistering van het album had ik twee associaties: Edie Brickell & New Bohemians en Natalie Merchant, al dan niet als zangeres van 10,000 Maniacs. Het zijn twee associaties die maar ten dele relevant zijn. De mooie stem van Amanda Anne Platt lijkt maar af en toe op die van Edie Brickell of Natalie Merchant en ook in muzikaal opzicht tappen Amanda Anne Platt en haar band The Honeycutters vooral uit een ander vaatje.

De band uit North Carolina maakt uiteindelijk toch vooral Amerikaanse rootsmuziek, maar het is zeker geen dertien in een dozijn Amerikaanse rootsmuziek. Met name wanneer The Ones That Stay zich voorzichtig buiten de gebaande paden van de Amerikaanse rootsmuziek begeeft hoor ik opeens een randje Natalie Merchant in de zang, hoor ik een gitaarriedeltje dat me herinnert aan 10,000 Maniacs in hun beste dagen of doet het album me qua sfeer even denken aan het zo memorabele debuut van Edie Brickell & New Bohemians van lang geleden.

Het waren in eerste instantie met name deze associaties die er voor zorgden dat ik bleef luisteren naar het nieuwe album van Amanda Anne Platt & The Honeycutters, maar hoe langer ik naar het album luisterde, hoe meer ik overtuigd raakte van de kwaliteit van The Ones That Stay.

De band uit Asheville draait al even mee en dat hoor je. In muzikaal opzicht staat het album als een huis, maar de muzikanten van de band durven ook subtiel te spelen en elkaar de ruimte te geven. Het levert een ruimtelijk en bij vlagen zelfs atmosferisch klinkend geluid op, waarin de details minstens even belangrijk zijn als de basis. Deze details komen vaak van de pedal steel, wat toch een uniek instrument blijft, maar ook de gitaarlijnen zijn met enige regelmaat prachtig.

Qua sfeer doet de muziek van Amanda Anne Platt & The Honeycutters me naast 10,0000 Maniacs af en toe ook wel wat denken aan de muziek van Cowboy Junkies, al is de Canadese band wat verder verwijderd van de Amerikaanse rootsmuziek. Het is allemaal fraai geproduceerd door Scott McMicken van Dr. Dog en Greg Cartwright van Reigning Sound, die je niet verwacht op een album als dit, maar die fraai werk hebben afgeleverd.

De grootste kracht van The Ones Stat Stay schuilt echter in de bijzonder mooie stem van Amanda Anne Platt. De Amerikaanse muzikante beschikt over een karakteristiek stemgeluid met een wat ruw randje, maar ze zingt ook met heel veel gevoel, waardoor iedere noot aan komt. Het is een stem die ook nog eens mooier wordt wanneer je er vaker naar luistert.

De stem van Amanda Anne Platt maakte me in eerste instantie vooral nieuwsgierig naar het nieuwe album van de Amerikaanse band, maar als ik nu naar het album luister sleept de wat mij betreft bijzonder mooie zang me direct mee op de golven van de al even mooie gitaarlijnen en wolkjes pedal steel. Ook The Ones That Stay is een album dat niet zal worden overladen met aandacht deze weken, maar ach wat is het mooi. Erwin Zijleman

Amanda Bergman - Docks (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Amanda Bergman - Docks - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Docks van de Zweedse singer-songwriter Amanda Bergman kwam ik ergens in een jaarlijstje tegen met een omschrijving die me nieuwsgierig maakte en/of in gezelschap van andere platen die me aanspraken (ik weet het eerlijk gezegd niet meer).

Toen de eerste noten van de plaat uit de speakers kwamen was ik vrij snel verkocht, want Amanda Bergman klinkt anders dan de meeste van haar collega’s en heeft een geluid dat me zeer aanspreekt.

Dat ligt voor een belangrijk deel aan haar stem die net wat rauwer, warmer en donkerder klinkt dan die van de meeste andere zangeressen in het genre.

Het bijzondere van de stem van Amanda Bergman is dat de rauwe en donkere accenten zeer subtiel zijn. Heel af en toe hoor je een vleugje Marianne Faithfull, Nico of zelfs Amanda Lear in de stem van de muzikante uit Zweden, maar haar stem kan ook warm en toegankelijk of krachtig en emotievol klinken, zodat ik bij beluistering van Docks zowel associaties heb met de platen van Andrea Schroeder als met de geweldige eerste soloplaten van Maria McKee, om het namen noemen maar eens tot twee te beperken.

Docks is niet alleen in vocaal opzicht een opvallende plaat, maar onderscheidt zich ook met de instrumentatie van de concurrentie. Amanda Bergman heeft haar solodebuut met hulp van leden van de band Amason (waarvan Amanda Bergman ook de zangeres is) en Kristian Mattsson (aka The Tallest Man on Earth) voorzien van een geluid dat zowel doet denken aan warme zomeravonden als aan een warm houtvuur in de Scandinavische winter.

Het is een geluid dat is te omschrijven als veelzijdig en gloedvol en het is bovendien een geluid dat de popliedjes van Amanda Bergman zowel iets aanstekelijks als iets intrigerends geeft. En het kan alle kanten op schieten, want het ene moment hoor je indringende roots en het volgende moment 80s pop of een deuntje dat ook van Fleetwood Mac had kunnen zijn (en dat is voor mij altijd een pre).

Docks is zowel vanwege de vocalen als de instrumentatie een opvallende plaat, maar het is de combinatie van de twee die Docks zo’n mooie en bijzondere plaat maakt. Muziek en stem weten elkaar immers op bijzonder fraaie wijze te versterken. Docks is hierdoor een plaat die direct bij eerste beluistering als een warme deken om je heen valt, maar het is ook een plaat die nog heel lang beter en aangenamer wordt bij nieuwe beluistering.

Op het eerste gehoor vond ik het allemaal vooral heel erg aangenaam en sfeervol, maar inmiddels schuurt Amanda Bergman met Docks toch ook tegen de grens van mijn jaarlijstje aan. Heerlijke plaat voor de donkere dagen van 2016, maar als je hem een paar keer hebt gehoord is Docks er een die het hele jaar door gekoesterd kan worden. Erwin Zijleman