Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Honeyglaze - Real Deal (2024)

4,0
0
geplaatst: 26 september 2024, 15:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Honeyglaze - Real Deal - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Honeyglaze - Real Deal
Het debuutalbum van de Britse band Honeyglaze werd helaas slechts in kleine kring op de juiste waarde geschat, maar de deze week verschenen opvolger Real Deal is nog veel mooier en indrukwekkender
Real Deal van Honeyglaze moet het doen met bas, gitaar en drums, maar ondanks het beperkte instrumentarium klinkt het tweede album van de Britse band verrassend vol en veelzijdig. Met name het gitaarwerk op het album is van een bijzondere schoonheid en dit gitaarwerk duwt de Britse band bovendien richting experiment. Minstens even belangrijk in het geluid van Honeyglaze is de zang van Anouska Sokolow, die niet alleen een verbroken liefdesrelatie van zich af zingt, maar bovendien song na song indruk maakt met intense zang. Je hoort absoluut flarden uit verschillende soorten gitaarmuziek uit met name de jaren 90 in de songs van Honeyglaze, maar de band maakt er op bijzondere wijze haar eigen ding van.
De Britse band Honeyglaze debuteerde in het voorjaar van 2022 met een album dat in eerste instantie het zoveelste album leek dat zich liet inspireren door meerdere soorten gitaarmuziek uit de jaren 90. Het was de reden dat ik in 2022 geen aandacht heb besteed aan het titelloze debuutalbum van Honeyglaze, maar toen ik het album maanden later bij toeval nog eens tegen kwam hoorde ik wel iets bijzonders in de muziek van de band uit Londen.
Daarom keek ik met best hooggespannen verwachtingen uit naar het tweede album van de band en dat album is deze week verschenen. Ook op Real Deal zijn flink wat invloeden uit de rockmuziek uit de jaren 90 te horen, maar Honeyglaze laat zich niet zo makkelijk vastpinnen op één genre, waardoor de Britse band interessanter is dan de meeste andere bands met een voorliefde voor gitaarmuziek uit de jaren 90.
Vergeleken met haar debuutalbum heeft Honeyglaze op Real Deal flinke stappen gezet. Dat hoor je in eerste instantie in het gitaarwerk op het album, dat makkelijk schakelt tussen meedogenloze riffs, melodieuze akkoorden en inventief in elkaar draaiende gitaarlijnen. Het doet met enige regelmaat denken aan het gitaarwerk uit de dreampop en de shoegaze, maar Honeyglaze begeeft zich ook met grote regelmaat buiten de gebaande paden van deze twee genres.
Dat doet ook de strak spelende ritmesectie, die uit de voeten kan met de zwaar aangezette baslijnen en beukende drums uit de postpunk, maar ook een stuk subtieler kan spelen. Het gitaargeluid van Honeyglaze wordt hier en daar zeer subtiel verrijkt met synths, maar het grootste deel van het album moeten we het doen met de drie-eenheid bas, drums en gitaar. Ondanks het beperkte aantal instrumenten klinkt het nieuwe album van Honeyglaze verrassend veelzijdig en veelkleurig.
Boegbeeld van de Londense band is zangeres en gitariste Anouska Sokolow, die zowel met haar gitaarspel als met haar zang indruk maakt. Anouska Sokolow beschikt over een stem die uitstekend past bij de gitaarmuziek die haar band maakt, maar net als haar gitaarwerk is ook haar zang van het soort dat alle kanten op gaat.
De zang van de Britse muzikante gaat een enkele keer over in praten of zit hier dicht tegenaan, maar op het overgrote deel van het album blijft ze gelukkig zingen. Met praatzang schuift Honeyglaze dicht tegen een band als Dry Cleaning aan, maar ik heb persoonlijke een duidelijke voorkeur voor de songs met echte zang.
Het zijn de wat stevigere songs die het makkelijkst de aandacht trekken, maar met een meer ingetogen track als het prachtige TMJ, het nog mooiere Ghost of de fascinerende titeltrack maakt Honeyglaze wat mij betreft nog net wat meer indruk, zeker als subtiele klanken opeens ruw ontsporen.
Nu ik wat vaker naar het album heb geluisterd, ben ik alleen maar meer onder de indruk van Real Deal van Honeyglaze. De band begint misschien bij muzikale helden uit de jaren 90, maar sleept er echt van alles bij en durft bovendien te experimenteren, wat songs vol verrassende wendingen en hier en daar een onverwachte invloed als een randje prog oplevert.
Het doet me af en toe wel wat denken aan Warpaint in hun beste dagen, maar ik hoor ook wel wat van het geniale album van de Amerikaanse band Crowsdell, dat nu echt eens op de streaming media platforms moet gaan opduiken. Honeyglaze is op Real Deal echter vooral zichzelf. Heb ik hiermee alles gezegd over Real Deal van Honeyglaze? Nee, het album is echt weergaloos geproduceerd door Claudius Mittendorfer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Honeyglaze - Real Deal - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Honeyglaze - Real Deal
Het debuutalbum van de Britse band Honeyglaze werd helaas slechts in kleine kring op de juiste waarde geschat, maar de deze week verschenen opvolger Real Deal is nog veel mooier en indrukwekkender
Real Deal van Honeyglaze moet het doen met bas, gitaar en drums, maar ondanks het beperkte instrumentarium klinkt het tweede album van de Britse band verrassend vol en veelzijdig. Met name het gitaarwerk op het album is van een bijzondere schoonheid en dit gitaarwerk duwt de Britse band bovendien richting experiment. Minstens even belangrijk in het geluid van Honeyglaze is de zang van Anouska Sokolow, die niet alleen een verbroken liefdesrelatie van zich af zingt, maar bovendien song na song indruk maakt met intense zang. Je hoort absoluut flarden uit verschillende soorten gitaarmuziek uit met name de jaren 90 in de songs van Honeyglaze, maar de band maakt er op bijzondere wijze haar eigen ding van.
De Britse band Honeyglaze debuteerde in het voorjaar van 2022 met een album dat in eerste instantie het zoveelste album leek dat zich liet inspireren door meerdere soorten gitaarmuziek uit de jaren 90. Het was de reden dat ik in 2022 geen aandacht heb besteed aan het titelloze debuutalbum van Honeyglaze, maar toen ik het album maanden later bij toeval nog eens tegen kwam hoorde ik wel iets bijzonders in de muziek van de band uit Londen.
Daarom keek ik met best hooggespannen verwachtingen uit naar het tweede album van de band en dat album is deze week verschenen. Ook op Real Deal zijn flink wat invloeden uit de rockmuziek uit de jaren 90 te horen, maar Honeyglaze laat zich niet zo makkelijk vastpinnen op één genre, waardoor de Britse band interessanter is dan de meeste andere bands met een voorliefde voor gitaarmuziek uit de jaren 90.
Vergeleken met haar debuutalbum heeft Honeyglaze op Real Deal flinke stappen gezet. Dat hoor je in eerste instantie in het gitaarwerk op het album, dat makkelijk schakelt tussen meedogenloze riffs, melodieuze akkoorden en inventief in elkaar draaiende gitaarlijnen. Het doet met enige regelmaat denken aan het gitaarwerk uit de dreampop en de shoegaze, maar Honeyglaze begeeft zich ook met grote regelmaat buiten de gebaande paden van deze twee genres.
Dat doet ook de strak spelende ritmesectie, die uit de voeten kan met de zwaar aangezette baslijnen en beukende drums uit de postpunk, maar ook een stuk subtieler kan spelen. Het gitaargeluid van Honeyglaze wordt hier en daar zeer subtiel verrijkt met synths, maar het grootste deel van het album moeten we het doen met de drie-eenheid bas, drums en gitaar. Ondanks het beperkte aantal instrumenten klinkt het nieuwe album van Honeyglaze verrassend veelzijdig en veelkleurig.
Boegbeeld van de Londense band is zangeres en gitariste Anouska Sokolow, die zowel met haar gitaarspel als met haar zang indruk maakt. Anouska Sokolow beschikt over een stem die uitstekend past bij de gitaarmuziek die haar band maakt, maar net als haar gitaarwerk is ook haar zang van het soort dat alle kanten op gaat.
De zang van de Britse muzikante gaat een enkele keer over in praten of zit hier dicht tegenaan, maar op het overgrote deel van het album blijft ze gelukkig zingen. Met praatzang schuift Honeyglaze dicht tegen een band als Dry Cleaning aan, maar ik heb persoonlijke een duidelijke voorkeur voor de songs met echte zang.
Het zijn de wat stevigere songs die het makkelijkst de aandacht trekken, maar met een meer ingetogen track als het prachtige TMJ, het nog mooiere Ghost of de fascinerende titeltrack maakt Honeyglaze wat mij betreft nog net wat meer indruk, zeker als subtiele klanken opeens ruw ontsporen.
Nu ik wat vaker naar het album heb geluisterd, ben ik alleen maar meer onder de indruk van Real Deal van Honeyglaze. De band begint misschien bij muzikale helden uit de jaren 90, maar sleept er echt van alles bij en durft bovendien te experimenteren, wat songs vol verrassende wendingen en hier en daar een onverwachte invloed als een randje prog oplevert.
Het doet me af en toe wel wat denken aan Warpaint in hun beste dagen, maar ik hoor ook wel wat van het geniale album van de Amerikaanse band Crowsdell, dat nu echt eens op de streaming media platforms moet gaan opduiken. Honeyglaze is op Real Deal echter vooral zichzelf. Heb ik hiermee alles gezegd over Real Deal van Honeyglaze? Nee, het album is echt weergaloos geproduceerd door Claudius Mittendorfer. Erwin Zijleman
Hooton Tennis Club - Big Box of Chocolates (2016)

4,0
0
geplaatst: 18 december 2016, 10:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hooton Tennis Club - Big Box Of Chocolates - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het zal ongetwijfeld aan mij liggen, maar hoe vaak hoor je nog een Britse gitaarplaat met popliedjes die je na één keer horen niet meer wilt vergeten?
Ik zoek er iedere week naar, maar vind ze helaas al tijden niet. Waar zijn die Britse jonge honden gebleven die pretentieloze popliedjes schrijven die aankomen als de spreekwoordelijke mokerslag en prachtig voortborduren op de legendarische lichtingen uit de jaren 60, 70, 80 en 90?
Zijn de niet meer zo jonge Britse honden van de Rolling Stones of de ook niet meer piepjonge honden van Madness op het moment echt het beste dat de Britse gitaarmuziek te bieden heeft of zijn er wel degelijk vaandeldragers die pas na de gloriedagen van Oasis zijn geboren?
Bij toeval liep ik tegen Big Box Of Chocolates van Hooton Tennis Club aan en ik wist onmiddellijk dat het goed zat. Ruim een jaar geleden debuteerde deze band immers met Highest Point In Cliff Town en dat was een plaat die destijds precies aan mijn verwachtingen voldeed en uiteindelijk zelfs een plek in mijn jaarlijstje wist af te dwingen.
Ook Big Box Of Chocolates biedt precies waar ik op het moment zin in heb, want de gitaarpop van Hooton Tennis Club is nog altijd bijzonder trefzeker en nagenoeg onweerstaanbaar.
Ook de tweede plaat van de band uit Liverpool klinkt weer als een omgevallen platenkast. Het is een platenkast waarin alles van The Beatles en The Kinks tot en met The Jam en Oasis is te vinden, maar Hooton Tennis Club beperkt zich zeker niet tot de gitaarmuziek van Britse oorsprong.
Ook invloeden uit de eigenwijze Amerikaanse gitaarpop van onder andere Pavement, Guided By Voices en Big Star (om maar eens drie namen te noemen) hebben hun weg gevonden naar de zeer aanstekelijke, maar ook in artistiek opzicht interessante songs van Hooton Tennis Club.
Het debuut van de band werd buitengewoon kundig geproduceerd door de van The Coral bekende Bill Ryder-Jones, maar de productie van Big Box Of Chocolates is nog raker. Hiervoor verantwoordelijk is de gelukkig weer helemaal herstelde Edwyn Collins (Orange Juice), die een perfect evenwicht tussen aanstekelijke refreinen en licht stekelige melodieën heeft gevonden en heeft gezorgd voor lekker jengelende gitaren.
Big Box Of Chocolates van Hooton Tennis Club is uiteindelijk een doos vol met lekkers, maar waar bij chocolaatjes enige voorzichtigheid is geboden, kun je van de heerlijke popliedjes van Hooton Tennis Club probleemloos genieten tot de doos helemaal leeg is. En daarna begin je gewoon weer helemaal opnieuw. Het is misschien goed zoeken naar jonge Britse gitaarbands, maar gelukkig zijn ze er nog. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Hooton Tennis Club - Big Box Of Chocolates - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het zal ongetwijfeld aan mij liggen, maar hoe vaak hoor je nog een Britse gitaarplaat met popliedjes die je na één keer horen niet meer wilt vergeten?
Ik zoek er iedere week naar, maar vind ze helaas al tijden niet. Waar zijn die Britse jonge honden gebleven die pretentieloze popliedjes schrijven die aankomen als de spreekwoordelijke mokerslag en prachtig voortborduren op de legendarische lichtingen uit de jaren 60, 70, 80 en 90?
Zijn de niet meer zo jonge Britse honden van de Rolling Stones of de ook niet meer piepjonge honden van Madness op het moment echt het beste dat de Britse gitaarmuziek te bieden heeft of zijn er wel degelijk vaandeldragers die pas na de gloriedagen van Oasis zijn geboren?
Bij toeval liep ik tegen Big Box Of Chocolates van Hooton Tennis Club aan en ik wist onmiddellijk dat het goed zat. Ruim een jaar geleden debuteerde deze band immers met Highest Point In Cliff Town en dat was een plaat die destijds precies aan mijn verwachtingen voldeed en uiteindelijk zelfs een plek in mijn jaarlijstje wist af te dwingen.
Ook Big Box Of Chocolates biedt precies waar ik op het moment zin in heb, want de gitaarpop van Hooton Tennis Club is nog altijd bijzonder trefzeker en nagenoeg onweerstaanbaar.
Ook de tweede plaat van de band uit Liverpool klinkt weer als een omgevallen platenkast. Het is een platenkast waarin alles van The Beatles en The Kinks tot en met The Jam en Oasis is te vinden, maar Hooton Tennis Club beperkt zich zeker niet tot de gitaarmuziek van Britse oorsprong.
Ook invloeden uit de eigenwijze Amerikaanse gitaarpop van onder andere Pavement, Guided By Voices en Big Star (om maar eens drie namen te noemen) hebben hun weg gevonden naar de zeer aanstekelijke, maar ook in artistiek opzicht interessante songs van Hooton Tennis Club.
Het debuut van de band werd buitengewoon kundig geproduceerd door de van The Coral bekende Bill Ryder-Jones, maar de productie van Big Box Of Chocolates is nog raker. Hiervoor verantwoordelijk is de gelukkig weer helemaal herstelde Edwyn Collins (Orange Juice), die een perfect evenwicht tussen aanstekelijke refreinen en licht stekelige melodieën heeft gevonden en heeft gezorgd voor lekker jengelende gitaren.
Big Box Of Chocolates van Hooton Tennis Club is uiteindelijk een doos vol met lekkers, maar waar bij chocolaatjes enige voorzichtigheid is geboden, kun je van de heerlijke popliedjes van Hooton Tennis Club probleemloos genieten tot de doos helemaal leeg is. En daarna begin je gewoon weer helemaal opnieuw. Het is misschien goed zoeken naar jonge Britse gitaarbands, maar gelukkig zijn ze er nog. Erwin Zijleman
Hooton Tennis Club - Highest Point in Cliff Town (2015)

4,0
0
geplaatst: 8 september 2015, 14:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hooton Tennis Club - Highest Point In Cliff Town - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In mijn recente bespreking van het debuut van The Bohicas suggereerde ik nog dat de vijver met leuke jonge Britse gitaarbands momenteel aardig aan het opdrogen is.
Het is een bewering die nauwelijks meer vol te houden is wanneer vrijwel gelijktijdig met het debuut van The Bohicas nog een debuut verschijnt dat de liefhebbers van Britse gitaarbands tevreden doet glimlachen.
Dit debuut wordt afgeleverd door Hooton Tennis Club uit Liverpool. De band met de wat suffe naam heeft met Highest Point In Cliff Town een debuut afgeleverd dat, misschien nog wel meer dan het debuut van The Bohicas, vol staat met vrijwel onweerstaanbare popsongs.
Zoals het een band uit Liverpool betaamd begint Hooton Tennis Club bij de muzikale erfenis van The Beatles en dan met name bij de beginjaren van de band. De popliedjes van Hooton Tennis Club hebben net als die van de Fab Four genoeg aan mooi gitaarwerk en meerstemmige vocalen en laten de zon vrijwel onmiddellijk schijnen, zeker wanneer ook nog wat psychedelica wordt toegevoegd aan het warme geluid van de band.
Hooton Tennis Club is gelukkig niet in het verleden blijven steken en verwerkt ook allerlei andere invloeden in haar zo aanstekelijke muziek. Dit varieert van de lo-fi van Pavement en Guided By Voices tot flink wat echo’s uit de hoogtijdagen van de Amerikaanse garagerock uit de jaren 60, maar ook invloeden van bands als Big Star en Teenage Fanclub zijn duidelijk hoorbaar.
Dat zijn geen invloeden waarmee je je onmiddellijk kunt onderscheiden van de concurrentie, maar dankzij de prachtige productie van voormalig The Coral gitarist Bill Ryder-Jones en de veelvuldige benadering van het perfecte popliedje, heeft Hooton Tennis Club meerdere sterke wapens in handen.
Net als bij The Bohicas is het maar de vraag of we het over tien jaar nog zullen hebben over Hooton Tennis Club, maar helemaal kansloos acht ik deze prima band uit Liverpool zeker niet. Zeker niet na dit uitstekende debuut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Hooton Tennis Club - Highest Point In Cliff Town - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In mijn recente bespreking van het debuut van The Bohicas suggereerde ik nog dat de vijver met leuke jonge Britse gitaarbands momenteel aardig aan het opdrogen is.
Het is een bewering die nauwelijks meer vol te houden is wanneer vrijwel gelijktijdig met het debuut van The Bohicas nog een debuut verschijnt dat de liefhebbers van Britse gitaarbands tevreden doet glimlachen.
Dit debuut wordt afgeleverd door Hooton Tennis Club uit Liverpool. De band met de wat suffe naam heeft met Highest Point In Cliff Town een debuut afgeleverd dat, misschien nog wel meer dan het debuut van The Bohicas, vol staat met vrijwel onweerstaanbare popsongs.
Zoals het een band uit Liverpool betaamd begint Hooton Tennis Club bij de muzikale erfenis van The Beatles en dan met name bij de beginjaren van de band. De popliedjes van Hooton Tennis Club hebben net als die van de Fab Four genoeg aan mooi gitaarwerk en meerstemmige vocalen en laten de zon vrijwel onmiddellijk schijnen, zeker wanneer ook nog wat psychedelica wordt toegevoegd aan het warme geluid van de band.
Hooton Tennis Club is gelukkig niet in het verleden blijven steken en verwerkt ook allerlei andere invloeden in haar zo aanstekelijke muziek. Dit varieert van de lo-fi van Pavement en Guided By Voices tot flink wat echo’s uit de hoogtijdagen van de Amerikaanse garagerock uit de jaren 60, maar ook invloeden van bands als Big Star en Teenage Fanclub zijn duidelijk hoorbaar.
Dat zijn geen invloeden waarmee je je onmiddellijk kunt onderscheiden van de concurrentie, maar dankzij de prachtige productie van voormalig The Coral gitarist Bill Ryder-Jones en de veelvuldige benadering van het perfecte popliedje, heeft Hooton Tennis Club meerdere sterke wapens in handen.
Net als bij The Bohicas is het maar de vraag of we het over tien jaar nog zullen hebben over Hooton Tennis Club, maar helemaal kansloos acht ik deze prima band uit Liverpool zeker niet. Zeker niet na dit uitstekende debuut. Erwin Zijleman
Hop Along - Painted Shut (2015)

4,0
1
geplaatst: 21 september 2015, 15:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hop Along - Painted Shut - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Painted Shut van Hop Along is zo’n plaat die onmiddellijk aanspreekt, maar die zich op hetzelfde moment niet heel nadrukkelijk weet te onderscheiden van alles dat er al is.
De band uit Philadelphia, Pennsylvania, die overigens al zeven jaar bestaat, maakt op haar tweede plaat licht stekelige en zonder uitzondering lekker in het gehoor liggende popliedjes.
Het zijn popliedjes met een punky attitude, een vleugje grunge, maar uiteindelijk vooral heerlijke melodieën.
Het is een geluid waarin de gitaren af en toe lekker los mogen gaan, waarin de ritmesectie de boel degelijk aan elkaar slaat en waarin af en toe wordt verrast met een song die flink gas terugneemt en anders klinkt dan de meeste andere songs op de plaat.
Painted Shut van Hop Along laat horen dat de band beschikt over een getalenteerd gitarist, die constant strooit met onweerstaanbare gitaarloopjes, en dat Hop Along in staat is om songs te schrijven die blijven hangen. Het zijn songs die af en toe wel wat doen denken aan de muziek van Rilo Kiley, al is het geluid van Hop Along wel wat rauwer.
Het is genoeg om van Hop Along een plaat te maken die je tevreden doet glimlachen en die goed is voor bijna 40 minuten luisterplezier. Om meer te zijn dan zo’n plaat heb je als band iets bijzonders nodig.
Dat hoorde ik bij eerste beluistering eerlijk gezegd niet, maar op een gegeven moment werd ik toch gegrepen door het enorme talent van zangeres Frances Quinlan. Sinds ik dit talent heb onderkend, schaar ik Painted Shut van Hop Along onder de grote verrassingen van de laatste tijd.
Frances Quinlan kan wat onvast zingen, maar is ook een kruidvat dat ieder moment kan exploderen en dat ook met enige regelmaat doet. Haar wat meisjesachtige zang is dan van het ene op het andere moment rauw en wild, wat de songs op Painted Shut iets bijzonders geeft.
Wat op het eerste gehoor nog niet aan de oppervlakte komt, geeft de tweede plaat van Hop Along vervolgens vleugels. Frances Quinlan zingt, schreeuwt, jankt en spuugt en geeft de songs van Hop Along de lading die zo vaak ontbreekt in dit genre. Heerlijke plaat. En een bijzondere plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Hop Along - Painted Shut - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Painted Shut van Hop Along is zo’n plaat die onmiddellijk aanspreekt, maar die zich op hetzelfde moment niet heel nadrukkelijk weet te onderscheiden van alles dat er al is.
De band uit Philadelphia, Pennsylvania, die overigens al zeven jaar bestaat, maakt op haar tweede plaat licht stekelige en zonder uitzondering lekker in het gehoor liggende popliedjes.
Het zijn popliedjes met een punky attitude, een vleugje grunge, maar uiteindelijk vooral heerlijke melodieën.
Het is een geluid waarin de gitaren af en toe lekker los mogen gaan, waarin de ritmesectie de boel degelijk aan elkaar slaat en waarin af en toe wordt verrast met een song die flink gas terugneemt en anders klinkt dan de meeste andere songs op de plaat.
Painted Shut van Hop Along laat horen dat de band beschikt over een getalenteerd gitarist, die constant strooit met onweerstaanbare gitaarloopjes, en dat Hop Along in staat is om songs te schrijven die blijven hangen. Het zijn songs die af en toe wel wat doen denken aan de muziek van Rilo Kiley, al is het geluid van Hop Along wel wat rauwer.
Het is genoeg om van Hop Along een plaat te maken die je tevreden doet glimlachen en die goed is voor bijna 40 minuten luisterplezier. Om meer te zijn dan zo’n plaat heb je als band iets bijzonders nodig.
Dat hoorde ik bij eerste beluistering eerlijk gezegd niet, maar op een gegeven moment werd ik toch gegrepen door het enorme talent van zangeres Frances Quinlan. Sinds ik dit talent heb onderkend, schaar ik Painted Shut van Hop Along onder de grote verrassingen van de laatste tijd.
Frances Quinlan kan wat onvast zingen, maar is ook een kruidvat dat ieder moment kan exploderen en dat ook met enige regelmaat doet. Haar wat meisjesachtige zang is dan van het ene op het andere moment rauw en wild, wat de songs op Painted Shut iets bijzonders geeft.
Wat op het eerste gehoor nog niet aan de oppervlakte komt, geeft de tweede plaat van Hop Along vervolgens vleugels. Frances Quinlan zingt, schreeuwt, jankt en spuugt en geeft de songs van Hop Along de lading die zo vaak ontbreekt in dit genre. Heerlijke plaat. En een bijzondere plaat. Erwin Zijleman
Hope - Hope (2017)

4,0
1
geplaatst: 27 december 2017, 14:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hope - Hope - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De plaat lag hier al een tijd op de stapel. Een gitzwarte hoes met alleen het woord Hope. Het is de titel van de plaat en de naam van de band.
Lastig te googelen dus, maar inmiddels weet ik dat Hope een band is uit Berlijn en dat het debuut van de band live werd opgenomen in een verlaten sanatorium in de buurt van Berlijn.
De naam van de band doet misschien nog vermoeden dat Hope opgewekte muziek maakt, maar de kleur van de hoes zegt uiteindelijk veel meer over de muziek van de band uit Berlijn.
Hope maakt immers gitzwarte muziek en het is ook nog eens muziek die de temperatuur onmiddellijk een paar graden laat dalen. De band uit Berlijn heeft alvast de soundtrack gemaakt voor het laatste seizoen van Game Of Thrones, waarin de ijzige kou steeds verder oprukt en het daglicht langzaam maar zeker wordt verdreven.
Op het door Olaf Opal (The Notwist, Liquido) geproduceerde debuut van Hope domineren loodzware drums, diepe bassen, ijle synths en voornamelijk gruizige gitaren. Het is muziek die een koude wind door de kamer blaast, maar het is ook muziek die het verdient om aandachtig beluisterd te worden, want Hope bouwt haar geluidsmuren verrassend mooi op.
Het zijn geluidsmuren die soms hoog en dreigend zijn, maar het zijn ook geluidsmuren vol dynamiek en vol mooie details, waarin met name de drums en de gitaren een belangrijke rol opeisen.
De hoofdrol is echter weggelegd voor de frontvrouw van de band. Christine Borsch-Supan trekt in de openingstrack fel van leer met zang die de felheid van Patti Smith combineert met de donkere mystiek van Siouxsie Sioux, maar steekt in de tweede track Portishead’s Beth Gibbons naar de kroon met zang die garant staat voor kippenvel. Nu vind ik de muziek van Portishead al behoorlijk koel en donker, maar Hope draait de thermostaat nog flink lager en laat horen dat diepzwart nog best wat tinten donkerder kan.
De Duitse band maakt onder leiding van het indrukwekkende boegbeeld Christine Borsch-Supan muziek om bang van te worden, maar eenmaal bekomen van de schrik hoor je ook muziek van een bijna onwerkelijke schoonheid.
Producer Olaf Opal heeft een duister kunststukje afgeleverd en de muzikanten van de band raken steeds vaker een gevoelige snaar, maar het is Christine Borsch-Supan die uiteindelijk iedereen op de knieën krijgt. De zangeres uit Berlijn spreekt haar teksten uit als een hogepriester uit de duistere regionen zoals landgenote Nico dat ooit kon, maar bij de zangeres van Hope is iedere noot raak.
De acht tracks op het titelloze debuut van Hope zijn niet alleen aardedonker, maar zitten ook vol onderhuidse spanning. Het is spanning die steeds weer prachtig aan de oppervlakte komt en opbouwt tot de climax die steeds weer op andere wijze komt.
Hope vertrouwt in een aantal tracks op indrukwekkende gitaarmuren met een randje shoegaze, maar de band uit Berlijn durft ook verrassend subtiel te spelen. Na acht songs in iets meer dan een half uur ben je desondanks murw gebeukt door alle donkerere en dreigende klanken en heeft Christine Borsch-Supan haar bezwering met succes uitgesproken.
Het debuut van Hope is geen plaat voor een ieder die het leven uitsluitend door een roze bril wil bekijken, maar wanneer je niet bang bent voor aardedonkere muziek vol ruwe schoonheid is het debuut van de band uit Berlijn een debuut om te koesteren. Na één keer horen was ik diep onder de indruk, maar de plaat van de Duitse band groeit ook nog eens bij iedere luisterbeurt en brengt steeds meer detail aan in iets dat op het eerste gehoor nog gitzwart en ijskoud lijkt. Prachtplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Hope - Hope - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De plaat lag hier al een tijd op de stapel. Een gitzwarte hoes met alleen het woord Hope. Het is de titel van de plaat en de naam van de band.
Lastig te googelen dus, maar inmiddels weet ik dat Hope een band is uit Berlijn en dat het debuut van de band live werd opgenomen in een verlaten sanatorium in de buurt van Berlijn.
De naam van de band doet misschien nog vermoeden dat Hope opgewekte muziek maakt, maar de kleur van de hoes zegt uiteindelijk veel meer over de muziek van de band uit Berlijn.
Hope maakt immers gitzwarte muziek en het is ook nog eens muziek die de temperatuur onmiddellijk een paar graden laat dalen. De band uit Berlijn heeft alvast de soundtrack gemaakt voor het laatste seizoen van Game Of Thrones, waarin de ijzige kou steeds verder oprukt en het daglicht langzaam maar zeker wordt verdreven.
Op het door Olaf Opal (The Notwist, Liquido) geproduceerde debuut van Hope domineren loodzware drums, diepe bassen, ijle synths en voornamelijk gruizige gitaren. Het is muziek die een koude wind door de kamer blaast, maar het is ook muziek die het verdient om aandachtig beluisterd te worden, want Hope bouwt haar geluidsmuren verrassend mooi op.
Het zijn geluidsmuren die soms hoog en dreigend zijn, maar het zijn ook geluidsmuren vol dynamiek en vol mooie details, waarin met name de drums en de gitaren een belangrijke rol opeisen.
De hoofdrol is echter weggelegd voor de frontvrouw van de band. Christine Borsch-Supan trekt in de openingstrack fel van leer met zang die de felheid van Patti Smith combineert met de donkere mystiek van Siouxsie Sioux, maar steekt in de tweede track Portishead’s Beth Gibbons naar de kroon met zang die garant staat voor kippenvel. Nu vind ik de muziek van Portishead al behoorlijk koel en donker, maar Hope draait de thermostaat nog flink lager en laat horen dat diepzwart nog best wat tinten donkerder kan.
De Duitse band maakt onder leiding van het indrukwekkende boegbeeld Christine Borsch-Supan muziek om bang van te worden, maar eenmaal bekomen van de schrik hoor je ook muziek van een bijna onwerkelijke schoonheid.
Producer Olaf Opal heeft een duister kunststukje afgeleverd en de muzikanten van de band raken steeds vaker een gevoelige snaar, maar het is Christine Borsch-Supan die uiteindelijk iedereen op de knieën krijgt. De zangeres uit Berlijn spreekt haar teksten uit als een hogepriester uit de duistere regionen zoals landgenote Nico dat ooit kon, maar bij de zangeres van Hope is iedere noot raak.
De acht tracks op het titelloze debuut van Hope zijn niet alleen aardedonker, maar zitten ook vol onderhuidse spanning. Het is spanning die steeds weer prachtig aan de oppervlakte komt en opbouwt tot de climax die steeds weer op andere wijze komt.
Hope vertrouwt in een aantal tracks op indrukwekkende gitaarmuren met een randje shoegaze, maar de band uit Berlijn durft ook verrassend subtiel te spelen. Na acht songs in iets meer dan een half uur ben je desondanks murw gebeukt door alle donkerere en dreigende klanken en heeft Christine Borsch-Supan haar bezwering met succes uitgesproken.
Het debuut van Hope is geen plaat voor een ieder die het leven uitsluitend door een roze bril wil bekijken, maar wanneer je niet bang bent voor aardedonkere muziek vol ruwe schoonheid is het debuut van de band uit Berlijn een debuut om te koesteren. Na één keer horen was ik diep onder de indruk, maar de plaat van de Duitse band groeit ook nog eens bij iedere luisterbeurt en brengt steeds meer detail aan in iets dat op het eerste gehoor nog gitzwart en ijskoud lijkt. Prachtplaat. Erwin Zijleman
Hope In High Water - Bonfire & Pine (2019)

4,0
0
geplaatst: 11 januari 2020, 15:06 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hope In High Water - Bonfire & Pine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Hope In High Water - Bonfire & Pine
Ook in Engeland wordt uitstekende Amerikaans klinkende rootsmuziek gemaakt, bijvoorbeeld door het Britse tweetal Hope In High Water, dat op haar tweede album imponeert
Hope In High Water is een duo uit het Britse Milton Keynes dat met Bonfire & Pine een prachtig rootsalbum heeft gemaakt. Het Britse tweetal maakt vooral in vocaal opzicht indruk met krachtige stemmen die ook nog eens prachtig bij elkaar kleuren, maar ook de sobere instrumentatie is wonderschoon en verrassend trefzeker. Buiten een enkel uitstapje richting Britse folk, klinkt het album van Hope In High Water verrassend Amerikaans, maar binnen het genre kunnen de twee Britse muzikanten met de besten mee. In Nederland kreeg dit album niet veel aandacht, maar dat moet maar snel gaan veranderen.
De flinke stapel rootsplaten die ik ontvang komen voor het belangrijkste deel uit de Verenigde Staten, maar af en toe duikt er een Europees album op. Bij beluistering van Bonfire & Pine van Hope In High Water twijfelde ik geen moment aan de afkomst. Het album klinkt immers zo Amerikaans als een Amerikaans rootsalbum kan klinken.
Groot was dan ook mijn verbazing toen ik las dat Hope In High Water een duo uit het Britse Milton Keynes is. Carly en Josh (achternamen onbekend) beschrijven hun muziek als “Mountain Music from the Flatlands of Milton Keynes” en het is muziek die me zeer goed bevalt.
Op het tweede album van het duo speelt Josh gitaar en Carly banjo en bas, waarna het wat sobere geluid van het tweetal incidenteel wat meer wordt ingekleurd door viool, drums en percussie. De instrumentatie op Bonfire & Pine is betrekkelijk sober, maar kaal klinkt het geen moment. Het is de verdienste van de uitstekende zang op het album.
Carly en Josh nemen afwisselend het voortouw, maar hebben ook stemmen die prachtig bij elkaar kleuren. Het zijn stemmen die vol passie uit de speakers komen. Carly en Josh zingen op het tweede album van hun band alsof hun leven er van af hangt, wat Bonfire & Pine voorziet van heel veel kracht en urgentie.
Ondanks het betrekkelijk sobere instrumentarium is het tweede album van Hope In High Water een verrassend veelzijdig album. Het Britse duo haalt haar inspiratie zoals gezegd vooral uit de Amerikaanse rootsmuziek en het bestrijkt hierbinnen een breed palet. De twee muzikanten uit Milton Keynes lijken een voorkeur te hebben voor de wat traditionele Amerikaanse rootsmuziek, maar schuwen ook uitstapjes richting country, blues en soul niet.
Zeker wanneer de muziek van het Britse tweetal zich langzaam voortsleept heeft de muziek op Bonfire & Pine een bezwerend karakter, maar Hope In High Water is ook goed voor tijdloze Amerikaanse rootsmuziek die het oor genadeloos streelt.
Heel af en toe verraden Carly en Josh hun afkomst en komen ze met een passage die terugkeert naar de traditionele Britse folk op de proppen. Amerikaanse rootsmuziek domineert echter op het album en Carly en Josh kunnen uitstekend uit de voeten binnen het genre.
De instrumentatie op Bonfire & Pine is spaarzaam maar trefzeker en valt iedere keer weer op door mooie accenten. De songs van het tweetal klinken afwisselend tijdloos en traditioneel en steeds is er weer de prachtige zang van Carly of Josh en zijn er de prachtige harmonieën van de twee Britse muzikanten. Het wordt allemaal met veel gevoel gebracht door twee muzikanten die volgens hun bio wortels hebben in de punk en hardcore, maar bij deze genres blijven ze ver uit de buurt.
Ik was bij eerste beluistering nog bang dat het vocale vuurwerk op het album snel zou gaan vermoeien, maar dat is zeker niet het geval. Carly en Josh hebben als Hope In High Water een geïnspireerd klinkend rootsalbum afgeleverd. Het is een album dat de rijke tradities van de Amerikaanse rootsmuziek eert, maar het Britse tweetal zoekt de grenzen op met avontuurlijke uitstapjes en verplettert meer dan eens met zang om van te watertanden. De meeste Amerikaanse rootsmuziek kwam het afgelopen jaar uiteraard uit de Verenigde Staten, maar dit Britse tweetal kan er ook wat van. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Hope In High Water - Bonfire & Pine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Hope In High Water - Bonfire & Pine
Ook in Engeland wordt uitstekende Amerikaans klinkende rootsmuziek gemaakt, bijvoorbeeld door het Britse tweetal Hope In High Water, dat op haar tweede album imponeert
Hope In High Water is een duo uit het Britse Milton Keynes dat met Bonfire & Pine een prachtig rootsalbum heeft gemaakt. Het Britse tweetal maakt vooral in vocaal opzicht indruk met krachtige stemmen die ook nog eens prachtig bij elkaar kleuren, maar ook de sobere instrumentatie is wonderschoon en verrassend trefzeker. Buiten een enkel uitstapje richting Britse folk, klinkt het album van Hope In High Water verrassend Amerikaans, maar binnen het genre kunnen de twee Britse muzikanten met de besten mee. In Nederland kreeg dit album niet veel aandacht, maar dat moet maar snel gaan veranderen.
De flinke stapel rootsplaten die ik ontvang komen voor het belangrijkste deel uit de Verenigde Staten, maar af en toe duikt er een Europees album op. Bij beluistering van Bonfire & Pine van Hope In High Water twijfelde ik geen moment aan de afkomst. Het album klinkt immers zo Amerikaans als een Amerikaans rootsalbum kan klinken.
Groot was dan ook mijn verbazing toen ik las dat Hope In High Water een duo uit het Britse Milton Keynes is. Carly en Josh (achternamen onbekend) beschrijven hun muziek als “Mountain Music from the Flatlands of Milton Keynes” en het is muziek die me zeer goed bevalt.
Op het tweede album van het duo speelt Josh gitaar en Carly banjo en bas, waarna het wat sobere geluid van het tweetal incidenteel wat meer wordt ingekleurd door viool, drums en percussie. De instrumentatie op Bonfire & Pine is betrekkelijk sober, maar kaal klinkt het geen moment. Het is de verdienste van de uitstekende zang op het album.
Carly en Josh nemen afwisselend het voortouw, maar hebben ook stemmen die prachtig bij elkaar kleuren. Het zijn stemmen die vol passie uit de speakers komen. Carly en Josh zingen op het tweede album van hun band alsof hun leven er van af hangt, wat Bonfire & Pine voorziet van heel veel kracht en urgentie.
Ondanks het betrekkelijk sobere instrumentarium is het tweede album van Hope In High Water een verrassend veelzijdig album. Het Britse duo haalt haar inspiratie zoals gezegd vooral uit de Amerikaanse rootsmuziek en het bestrijkt hierbinnen een breed palet. De twee muzikanten uit Milton Keynes lijken een voorkeur te hebben voor de wat traditionele Amerikaanse rootsmuziek, maar schuwen ook uitstapjes richting country, blues en soul niet.
Zeker wanneer de muziek van het Britse tweetal zich langzaam voortsleept heeft de muziek op Bonfire & Pine een bezwerend karakter, maar Hope In High Water is ook goed voor tijdloze Amerikaanse rootsmuziek die het oor genadeloos streelt.
Heel af en toe verraden Carly en Josh hun afkomst en komen ze met een passage die terugkeert naar de traditionele Britse folk op de proppen. Amerikaanse rootsmuziek domineert echter op het album en Carly en Josh kunnen uitstekend uit de voeten binnen het genre.
De instrumentatie op Bonfire & Pine is spaarzaam maar trefzeker en valt iedere keer weer op door mooie accenten. De songs van het tweetal klinken afwisselend tijdloos en traditioneel en steeds is er weer de prachtige zang van Carly of Josh en zijn er de prachtige harmonieën van de twee Britse muzikanten. Het wordt allemaal met veel gevoel gebracht door twee muzikanten die volgens hun bio wortels hebben in de punk en hardcore, maar bij deze genres blijven ze ver uit de buurt.
Ik was bij eerste beluistering nog bang dat het vocale vuurwerk op het album snel zou gaan vermoeien, maar dat is zeker niet het geval. Carly en Josh hebben als Hope In High Water een geïnspireerd klinkend rootsalbum afgeleverd. Het is een album dat de rijke tradities van de Amerikaanse rootsmuziek eert, maar het Britse tweetal zoekt de grenzen op met avontuurlijke uitstapjes en verplettert meer dan eens met zang om van te watertanden. De meeste Amerikaanse rootsmuziek kwam het afgelopen jaar uiteraard uit de Verenigde Staten, maar dit Britse tweetal kan er ook wat van. Erwin Zijleman
Hope Sandoval and the Warm Inventions - Until the Hunter (2016)

4,5
0
geplaatst: 5 november 2016, 10:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hope Sandoval And The Warm Inventions - Until The Hunter - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Toen Mazzy Star er na het geweldige Among My Swan uit 1996 de brui aan gaf, vond zangeres Hope Sandoval in voormalig My Bloody Valentine drummer Colm O'Ciosoig, die al sinds het briljante Loveless uit 1991 op de bank zat, een muzikale medestander.
Als Hope Sandoval And The Warm Inventions maakten ze met Bavarian Fruit Bread uit 20001 en Through The Devil Softly uit 2009 twee uitstekende platen, die het gemis van de twee legendarische bands uit de jaren 90 voor mij voor een belangrijk deel verzachtte.
In 2013 keerden zowel Mazzy Star als My Bloody Valentine terug met een prima plaat en leek de rol van het project van Hope Sandoval en Colm O'Ciosoig uitgespeeld, maar gisteren verscheen er toch weer een nieuwe plaat van Hope Sandoval And The Warm Inventions.
Ik ben er persoonlijk heel blij mee, want ik vond de twee platen van het soloproject van Hope Sandoval beter dan de terugkeer van Mazzy Star (en die van My Bloody Valentine) en ook Until The Hunter laat weer prachtig horen dat er leven is na of naast Mazzy Star.
Op Until The Hunter kiezen Hope Sandoval, Colm Ó Cíosóig en de hen omringende muzikanten voor een prachtig ingetogen geluid. Het is een geluid waarin de nog altijd prachtige stem van Hope Sandoval het best tot zijn recht komt. Het is een stem die in de loop der jaren alleen maar beter is geworden en inmiddels veel meer kan dan heerlijk zwoel klinken.
Waar Mazzy Star en My Bloody Valentine voor een deel vertrouwden op gruizige gitaren is de instrumentatie op Until The Hunter ingetogen, warm en stemmig. Met name de gitaarlijnen zijn van een betoverende schoonheid en kronkelen prachtig om de warmbloedige vocalen van Hope Sandoval heen.
De meeste songs op de plaat kiezen bedwelming als wapen en citeren nadrukkelijk uit de zweverige archieven van de psychedelica, maar Hope Sandoval en haar collega muzikanten schuwen op Until The Hunter ook het experiment niet en kleuren bovendien meerdere keren buiten de lijntjes van het vertrouwde geluid. Het zeker niet onaardige duet met Kurt Vile laat horen dat de stem van Hope Sandoval ook in een wat meer rootsy klankentapijt uitstekend gedijt en zo zijn er op Until The Hunter nog wel meer uitstapjes die naar meer smaken.
Hope Sandoval And The Warm Inventions maken ook op hun derde plaat weer muziek die het uitstekend zal doen in het huidige en volgende jaargetijde, maar de schoonheid van deze plaat zal zeker niet verbleken wanneer de zon weer meer gaat schijnen en de temperatuur naar zomerse waarden klimt.
Het soloproject van Hope Sandoval en Colm O'Ciosoig was in eerste instantie misschien vooral een doekje voor het bloeden, maar met deze derde plaat hebben de twee het niveau van de voormalige en op papier nog steeds actieve broodheren op zijn minst geëvenaard. Het levert een plaat op die ik persoonlijk schaar onder de mooiste van het moment en de mooiste van het hele bijzondere muziekjaar 2016. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Hope Sandoval And The Warm Inventions - Until The Hunter - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Toen Mazzy Star er na het geweldige Among My Swan uit 1996 de brui aan gaf, vond zangeres Hope Sandoval in voormalig My Bloody Valentine drummer Colm O'Ciosoig, die al sinds het briljante Loveless uit 1991 op de bank zat, een muzikale medestander.
Als Hope Sandoval And The Warm Inventions maakten ze met Bavarian Fruit Bread uit 20001 en Through The Devil Softly uit 2009 twee uitstekende platen, die het gemis van de twee legendarische bands uit de jaren 90 voor mij voor een belangrijk deel verzachtte.
In 2013 keerden zowel Mazzy Star als My Bloody Valentine terug met een prima plaat en leek de rol van het project van Hope Sandoval en Colm O'Ciosoig uitgespeeld, maar gisteren verscheen er toch weer een nieuwe plaat van Hope Sandoval And The Warm Inventions.
Ik ben er persoonlijk heel blij mee, want ik vond de twee platen van het soloproject van Hope Sandoval beter dan de terugkeer van Mazzy Star (en die van My Bloody Valentine) en ook Until The Hunter laat weer prachtig horen dat er leven is na of naast Mazzy Star.
Op Until The Hunter kiezen Hope Sandoval, Colm Ó Cíosóig en de hen omringende muzikanten voor een prachtig ingetogen geluid. Het is een geluid waarin de nog altijd prachtige stem van Hope Sandoval het best tot zijn recht komt. Het is een stem die in de loop der jaren alleen maar beter is geworden en inmiddels veel meer kan dan heerlijk zwoel klinken.
Waar Mazzy Star en My Bloody Valentine voor een deel vertrouwden op gruizige gitaren is de instrumentatie op Until The Hunter ingetogen, warm en stemmig. Met name de gitaarlijnen zijn van een betoverende schoonheid en kronkelen prachtig om de warmbloedige vocalen van Hope Sandoval heen.
De meeste songs op de plaat kiezen bedwelming als wapen en citeren nadrukkelijk uit de zweverige archieven van de psychedelica, maar Hope Sandoval en haar collega muzikanten schuwen op Until The Hunter ook het experiment niet en kleuren bovendien meerdere keren buiten de lijntjes van het vertrouwde geluid. Het zeker niet onaardige duet met Kurt Vile laat horen dat de stem van Hope Sandoval ook in een wat meer rootsy klankentapijt uitstekend gedijt en zo zijn er op Until The Hunter nog wel meer uitstapjes die naar meer smaken.
Hope Sandoval And The Warm Inventions maken ook op hun derde plaat weer muziek die het uitstekend zal doen in het huidige en volgende jaargetijde, maar de schoonheid van deze plaat zal zeker niet verbleken wanneer de zon weer meer gaat schijnen en de temperatuur naar zomerse waarden klimt.
Het soloproject van Hope Sandoval en Colm O'Ciosoig was in eerste instantie misschien vooral een doekje voor het bloeden, maar met deze derde plaat hebben de twee het niveau van de voormalige en op papier nog steeds actieve broodheren op zijn minst geëvenaard. Het levert een plaat op die ik persoonlijk schaar onder de mooiste van het moment en de mooiste van het hele bijzondere muziekjaar 2016. Erwin Zijleman
Horace Andy - Midnight Rocker (2022)

4,0
0
geplaatst: 21 december 2022, 14:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Horace Andy - Midnight Rocker - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Horace Andy - Midnight Rocker
De Jamaicaanse muzikant Andy Horace gooit deze weken hoge ogen in met name de Britse jaarlijstjes met een album dat niet alleen driftig strooit met zonnestralen, maar dat ook gedreven en urgent klinkt
Het was het afgelopen decennium behoorlijk stil rond Horace Andy, maar dit jaar keerde de muzikant uit Jamaica terug met een album dat niet alleen een van zijn beste albums is, maar bovendien een van de beste albums van het jaar. Horace Andy is inmiddels 71 jaar oud, maar klinkt op Midnight Rocker als in zijn beste dagen. Het is deels de verdienste van topproducer Adrian Sherwood, die het album heeft voorzien van zijn unieke stempel, maar Horace Andy trekt nog meer aandacht met zijn karakteristieke zang. Midnight Rocker is een heerlijk album om de winter mee te verdrijven, maar het is ook een album dat er tien songs lang zeer toe doet.
Ik ben geen groot liefhebber en al helemaal geen kenner van reggae, waardoor ik in eerste instantie vooral verbaasd was door de hoge notering van het laatste album van Horace Andy in met name de Britse jaarlijstjes, waarin de Jamaicaanse muzikant meer dan eens de top 10 haalt.
Ik heb wel een bescheiden stapeltje reggae albums in de kast staan, maar hier zat nog geen album van Horace Andy tussen. De Jamaicaanse muzikant timmert al sinds het begin van de jaren 70 nadrukkelijk aan de weg, maar stond voor muziekliefhebbers met een matige interesse in reggae, zoals ik, in de schaduw van de grote of in ieder geval de bekendere muzikanten in het genre.
De afgelopen twaalf jaar was het behoorlijk stil rond Horace Andy, maar dit jaar keerde hij terug met maar liefst twee albums, Midnight Rocker en Midnight Scorchers. De laatste is een album met remixes, maar met Midnight Rocker heeft de Jamaicaanse muzikant een reggae album gemaakt dat er toe doet.
Horace Andy werkt op Midnight Rocker samen met de legendarische Britse producer Adrian Sherwood en dat pakt geweldig uit. Horace Andy is inmiddels 71 jaar oud, maar klinkt op Midnight Rocker net zo gedreven en urgent als in zijn jonge jaren. Midnight Rocker klinkt voor mij als een reggae album, maar de muziek van Horace Andy en de albums die zijn geproduceerd door Adrian Sherwood krijgen meestal het etiket dub opgeplakt. \
Horace Andy werkte volgens mij nog niet eerder samen met de legendarische producer, maar op Midnight Rocker steken beiden in topvorm. In een maand waarin de dagen vooralsnog alleen maar donkerder worden en de zon zich niet al te vaak laat zien, is het nieuwe album van Horace Andy een album dat strooit met zonnestralen. Direct bij de eerste noten wordt het koude of natte Nederland verruild voor het zonnige Jamaica en dat voelt aangenaam.
Midnight Rocker is uiteraard voorzien van een geweldige productie, waarin Adrian Sherwood laat horen dat hij in het genre moet worden gerekend tot de allerbesten. De bas en drums zijn loom en donker en slagen er in om direct een bijzondere sfeer te creëren. Het door bas en drums gedomineerde geluid op Midnight Rocker wordt gecombineerd met subtiele gitaarloopjes en al even subtiele bijdragen van keyboards. Zeker wanneer de keyboards een belangrijke rol spelen klinkt het geluid van Horace Andy op hetzelfde moment authentiek en modern.
Ik luister zoals gezegd niet heel vaak naar reggae en dub, maar bij beluistering van Midnight Rocker had ik vrijwel onmiddellijk het idee dat dit een album is dat er uit springt in het genre. Het is de verdienste van de fraaie klanken en de geweldige productie, maar ook de zang van Horace Andy doet een flinke duit in het zakje.
De Jamaicaanse muzikant is de 70 inmiddels gepasseerd, maar hij is nog altijd uitstekend bij stem. Bovendien beschikt hij over een zeer karakteristiek stemgeluid met flink wat hoge noten en veel vibrato. Ik heb Midnight Rocker vorige week uit een aantal Britse jaarlijstjes gehaald, maar blijf het album beluisteren, bijvoorbeeld tijdens wandelen. De combinatie van buitengewoon zonnige klanken en de Nederlandse winter brengt de hersenen wat in de war, maar Midnight Rocker wordt ondertussen alleen maar leuker en beter. Dat hebben de Britse muziekcritici goed gehoord dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Horace Andy - Midnight Rocker - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Horace Andy - Midnight Rocker
De Jamaicaanse muzikant Andy Horace gooit deze weken hoge ogen in met name de Britse jaarlijstjes met een album dat niet alleen driftig strooit met zonnestralen, maar dat ook gedreven en urgent klinkt
Het was het afgelopen decennium behoorlijk stil rond Horace Andy, maar dit jaar keerde de muzikant uit Jamaica terug met een album dat niet alleen een van zijn beste albums is, maar bovendien een van de beste albums van het jaar. Horace Andy is inmiddels 71 jaar oud, maar klinkt op Midnight Rocker als in zijn beste dagen. Het is deels de verdienste van topproducer Adrian Sherwood, die het album heeft voorzien van zijn unieke stempel, maar Horace Andy trekt nog meer aandacht met zijn karakteristieke zang. Midnight Rocker is een heerlijk album om de winter mee te verdrijven, maar het is ook een album dat er tien songs lang zeer toe doet.
Ik ben geen groot liefhebber en al helemaal geen kenner van reggae, waardoor ik in eerste instantie vooral verbaasd was door de hoge notering van het laatste album van Horace Andy in met name de Britse jaarlijstjes, waarin de Jamaicaanse muzikant meer dan eens de top 10 haalt.
Ik heb wel een bescheiden stapeltje reggae albums in de kast staan, maar hier zat nog geen album van Horace Andy tussen. De Jamaicaanse muzikant timmert al sinds het begin van de jaren 70 nadrukkelijk aan de weg, maar stond voor muziekliefhebbers met een matige interesse in reggae, zoals ik, in de schaduw van de grote of in ieder geval de bekendere muzikanten in het genre.
De afgelopen twaalf jaar was het behoorlijk stil rond Horace Andy, maar dit jaar keerde hij terug met maar liefst twee albums, Midnight Rocker en Midnight Scorchers. De laatste is een album met remixes, maar met Midnight Rocker heeft de Jamaicaanse muzikant een reggae album gemaakt dat er toe doet.
Horace Andy werkt op Midnight Rocker samen met de legendarische Britse producer Adrian Sherwood en dat pakt geweldig uit. Horace Andy is inmiddels 71 jaar oud, maar klinkt op Midnight Rocker net zo gedreven en urgent als in zijn jonge jaren. Midnight Rocker klinkt voor mij als een reggae album, maar de muziek van Horace Andy en de albums die zijn geproduceerd door Adrian Sherwood krijgen meestal het etiket dub opgeplakt. \
Horace Andy werkte volgens mij nog niet eerder samen met de legendarische producer, maar op Midnight Rocker steken beiden in topvorm. In een maand waarin de dagen vooralsnog alleen maar donkerder worden en de zon zich niet al te vaak laat zien, is het nieuwe album van Horace Andy een album dat strooit met zonnestralen. Direct bij de eerste noten wordt het koude of natte Nederland verruild voor het zonnige Jamaica en dat voelt aangenaam.
Midnight Rocker is uiteraard voorzien van een geweldige productie, waarin Adrian Sherwood laat horen dat hij in het genre moet worden gerekend tot de allerbesten. De bas en drums zijn loom en donker en slagen er in om direct een bijzondere sfeer te creëren. Het door bas en drums gedomineerde geluid op Midnight Rocker wordt gecombineerd met subtiele gitaarloopjes en al even subtiele bijdragen van keyboards. Zeker wanneer de keyboards een belangrijke rol spelen klinkt het geluid van Horace Andy op hetzelfde moment authentiek en modern.
Ik luister zoals gezegd niet heel vaak naar reggae en dub, maar bij beluistering van Midnight Rocker had ik vrijwel onmiddellijk het idee dat dit een album is dat er uit springt in het genre. Het is de verdienste van de fraaie klanken en de geweldige productie, maar ook de zang van Horace Andy doet een flinke duit in het zakje.
De Jamaicaanse muzikant is de 70 inmiddels gepasseerd, maar hij is nog altijd uitstekend bij stem. Bovendien beschikt hij over een zeer karakteristiek stemgeluid met flink wat hoge noten en veel vibrato. Ik heb Midnight Rocker vorige week uit een aantal Britse jaarlijstjes gehaald, maar blijf het album beluisteren, bijvoorbeeld tijdens wandelen. De combinatie van buitengewoon zonnige klanken en de Nederlandse winter brengt de hersenen wat in de war, maar Midnight Rocker wordt ondertussen alleen maar leuker en beter. Dat hebben de Britse muziekcritici goed gehoord dus. Erwin Zijleman
Horse Horse Tiger Tiger - Horse Horse Tiger Tiger (2017)

4,0
0
geplaatst: 14 juli 2017, 08:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Horse Horse Tiger Tiger - Horse Horse Tiger Tiger - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Horse Horse Tiger Tiger is het alter ego van de Nederlandse broers Gijs en Joep van Osch. De twee broers hebben de naam van hun alter ego ontleend aan een Chinese uitdrukking die in het Nederlands iets als “gaat wel” betekent.
Wanneer een Chinees op een vraag 马马虎虎 [馬馬虎虎] (fonetich: mǎmǎhǔhǔ) antwoord, loopt hij zeker niet over van enthousiasme. De broers van Osch liepen de afgelopen jaren zeker wel over van enthousiasme.
De twee hebben naar eigen zeggen als monniken gewerkt aan het titelloze debuut van Horse Horse Tiger Tiger, dat mogelijk werd na een succesvolle crowdfunding campagne. De plaat werd vervolgens in een leegstaand bejaardentehuis opgenomen, geproduceerd door JJJ Sielcken (bekend van Lucas Hamming en Jett Rebel) en in Los Angeles gemixt door niemand minder dan Noah Georgeson (bekend van Devendra Banhart, Joanna Newsom, The Strokes en Cate Le Bon om maar een paar namen te noemen).
In het leegstaande bejaardentehuis werd een hele bijzondere plaat in elkaar geknutseld. Het debuut van Horse Horse Tiger Tiger is flink beïnvloed door de platenkast van de ouders van de broers, maar ook de muziek waarmee Gijs en Joep van Osch zelf zijn opgegroeid hebben hun sporen nagelaten in de muziek van Horse Horse Tiger Tiger.
In de platenkast van de ouders stonden in ieder geval platen van The Beatles, The Beach Boys en Simon & Garfunkel, terwijl van recentere datum sporen uit de grunge en invloeden van onder andere Elliott Smith, The Strokes en The White Stripes hoorbaar zijn. Het levert een bijzonder geluid op, waarin de knappe popsongs van The Beatles, de genialiteit en de zonnestralen van The Beach Boys en de perfect bij elkaar passende stemmen van Simon & Garfunkel worden gecombineerd met de melancholie van Elliott Smith, de trefzekere riffs van The White Strips, het aanstekelijke van The Strokes en de ruwe energie van de grunge.
Het is een geluid dat zich lastig laat beschrijven en dat je met het noemen van een handvol namen echt flink tekort doet. Horse Horse Tiger Tiger verrast en imponeert op haar debuut met volstrekt tijdloze en verrassend intieme popliedjes die op knappe wijze een brug slaan tussen de klassiekers uit de jaren 60 en 70, de smaakmakers uit de jaren 90 en het heden.
Het aan elkaar knopen van zoveel invloeden is al een knappe prestatie, maar Horse Horse Tiger Tiger slaagt er ook nog eens in om in iedere track weer anders te klinken. Hierbij blijven maar andere namen opduiken, maar als ik in de ene track moet denken aan Fleet Foxes en ik in de volgende track een eigentijdse versie van The Everly Brothers hoor of stiekem toch iets van Radiohead, is wel duidelijk dat het associëren met de muziek van anderen bij beluistering van Horse Horse Tiger Tiger een vermoeiende en uiteindelijk zinloze exercitie is.
Het is veel verstandiger om te genieten van de intieme, aanstekelijke en al snel onweerstaanbare popliedjes van de broers van Osch. Het zijn popliedjes die nergens de makkelijkste weg kiezen en die verrassen met mooie vocalen, bijzonder klinkende gitaren, verrassende ritmes, subtiele accenten van andere instrumenten en heel veel dynamiek. Het levert een plaat op die geen moment misstaat tussen de betere platen van het moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Horse Horse Tiger Tiger - Horse Horse Tiger Tiger - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Horse Horse Tiger Tiger is het alter ego van de Nederlandse broers Gijs en Joep van Osch. De twee broers hebben de naam van hun alter ego ontleend aan een Chinese uitdrukking die in het Nederlands iets als “gaat wel” betekent.
Wanneer een Chinees op een vraag 马马虎虎 [馬馬虎虎] (fonetich: mǎmǎhǔhǔ) antwoord, loopt hij zeker niet over van enthousiasme. De broers van Osch liepen de afgelopen jaren zeker wel over van enthousiasme.
De twee hebben naar eigen zeggen als monniken gewerkt aan het titelloze debuut van Horse Horse Tiger Tiger, dat mogelijk werd na een succesvolle crowdfunding campagne. De plaat werd vervolgens in een leegstaand bejaardentehuis opgenomen, geproduceerd door JJJ Sielcken (bekend van Lucas Hamming en Jett Rebel) en in Los Angeles gemixt door niemand minder dan Noah Georgeson (bekend van Devendra Banhart, Joanna Newsom, The Strokes en Cate Le Bon om maar een paar namen te noemen).
In het leegstaande bejaardentehuis werd een hele bijzondere plaat in elkaar geknutseld. Het debuut van Horse Horse Tiger Tiger is flink beïnvloed door de platenkast van de ouders van de broers, maar ook de muziek waarmee Gijs en Joep van Osch zelf zijn opgegroeid hebben hun sporen nagelaten in de muziek van Horse Horse Tiger Tiger.
In de platenkast van de ouders stonden in ieder geval platen van The Beatles, The Beach Boys en Simon & Garfunkel, terwijl van recentere datum sporen uit de grunge en invloeden van onder andere Elliott Smith, The Strokes en The White Stripes hoorbaar zijn. Het levert een bijzonder geluid op, waarin de knappe popsongs van The Beatles, de genialiteit en de zonnestralen van The Beach Boys en de perfect bij elkaar passende stemmen van Simon & Garfunkel worden gecombineerd met de melancholie van Elliott Smith, de trefzekere riffs van The White Strips, het aanstekelijke van The Strokes en de ruwe energie van de grunge.
Het is een geluid dat zich lastig laat beschrijven en dat je met het noemen van een handvol namen echt flink tekort doet. Horse Horse Tiger Tiger verrast en imponeert op haar debuut met volstrekt tijdloze en verrassend intieme popliedjes die op knappe wijze een brug slaan tussen de klassiekers uit de jaren 60 en 70, de smaakmakers uit de jaren 90 en het heden.
Het aan elkaar knopen van zoveel invloeden is al een knappe prestatie, maar Horse Horse Tiger Tiger slaagt er ook nog eens in om in iedere track weer anders te klinken. Hierbij blijven maar andere namen opduiken, maar als ik in de ene track moet denken aan Fleet Foxes en ik in de volgende track een eigentijdse versie van The Everly Brothers hoor of stiekem toch iets van Radiohead, is wel duidelijk dat het associëren met de muziek van anderen bij beluistering van Horse Horse Tiger Tiger een vermoeiende en uiteindelijk zinloze exercitie is.
Het is veel verstandiger om te genieten van de intieme, aanstekelijke en al snel onweerstaanbare popliedjes van de broers van Osch. Het zijn popliedjes die nergens de makkelijkste weg kiezen en die verrassen met mooie vocalen, bijzonder klinkende gitaren, verrassende ritmes, subtiele accenten van andere instrumenten en heel veel dynamiek. Het levert een plaat op die geen moment misstaat tussen de betere platen van het moment. Erwin Zijleman
Horse Jumper of Love - Disaster Trick (2024)

4,0
0
geplaatst: 19 augustus 2024, 15:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Horse Jumper Of Love - Disaster Trick - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Horse Jumper Of Love - Disaster Trick
Horse Jumper Of Love tapt op haar nieuwe album Disaster Trick uit een inmiddels bekend vaatje, maar de songs van de Amerikaanse band zijn op het nieuwe album een stuk beter en klinken echt fantastisch
Dat de Amerikaanse band Horse Jumper Of Love geweldige gitaaralbums kan maken liet de band uit Boston al horen op So Divine en Natural Part, maar dat het nog beter kan is te horen op Disaster Trick. Het is deels de verdienste van producer Alex Farrar, die tekent voor een veel mooier en gedetailleerder geluid, maar ook de band zelf heeft meer focus, waardoor de songs nog wat meer aanspreken. Horse Jumper Of Love verwerkt nog altijd uiteenlopende invloeden uit een aantal decennia gitaarmuziek en heeft dit alles aan elkaar gesmeed in zich langzaam voortslepende songs vol fraaie details. Horse Jumper Of Love weet de stijgende lijn op haar albums vast te houden en dat is knap.
De Amerikaanse band Horse Jumper Of Love dook in het voorjaar van 2016 op met haar titelloze debuutalbum. Het nog geen half uur durende album klonk alsof Pavement songs van Codeine vertolkte en dat klonk best aardig, maar ook niet meer dan dat. In de zomer van 2019 bracht de band uit Boston, Massachusetts, haar tweede album uit en So Divine was echt veel beter dan het debuutalbum.
De muziek van Horse Jumper Of Love deed mij ook op So Divine met grote regelmaat aan Pavement denken, maar waar de songs op het debuutalbum vooral rammelden, stond het tweede album vol met geweldige songs. De mix van slowcore, lo-fi, noiserock, indierock, shoegaze, grunge en psychedelica leverde wat mij betreft een van de beste gitaaralbums van 2019 op, want ondanks de af en toe duidelijk hoorbare inspiratiebronnen slaagde Horse Jumper Of Love er ook nog eens in om origineel te klinken, wat van So Divine een nog wat knapper album maakte.
De band uit Boston herhaalde dit kunstje met het in 2020 verschenen Natural Part, dat door de beter uitgewerkte songs nog wat meer indruk maakte dan zijn voorganger en opdook in meerdere jaarlijstjes. Vorig jaar keerde de Amerikaanse band terug met Heartbreak Rules, dat werd gepresenteerd als een thuis opgenomen tussendoortje met wat restmateriaal en nieuwe versies van songs van Natural Part.
Ik ging er vorig jaar van uit dat ik dit tussendoortje best kon laten liggen, maar toen ik eerder deze week luisterde naar het een half uur durende (mini-)album, was ik toch wel gecharmeerd van de wat soberder en het grotendeels akoestisch klinkende songs. De opvolger van Heartbreak Rules is er inmiddels ook, want deze week verscheen Disaster Trick.
Horse Jumper Of Love keert op het wederom slechts een half uur durende album weer terug naar het geluid van Natural Part, maar zet ook dit keer stappen. Met So Divine en Natural Part verdiende Horse Jumper Of Love al een groter publiek dan het had en geldt in nog sterkere mate voor Disaster Trick, dat ik na een paar keer horen wel durf te bestempelen als het beste album van Horse Jumper Of Love tot dusver.
In muzikaal opzicht ligt het album in het verlengde van zijn voorgangers, wat betekent dat ook Disaster Trick is te omschrijven als een mix van onder andere slowcore, lo-fi, noiserock en indierock. In muzikaal opzicht maakt de band echter nog meer indruk, want het nieuwe album klinkt een stuk beter dan de vorige albums. Horse Jumper Of Love deed voor Disaster Trick een beroep op muzikant en producer Alex Farrar, die vorig jaar indruk maakte met de albums van Indigo de Souza en vooral Wednesday. Het is een keuze die geweldig uitpakt, want het nieuwe geluid van Horse Jumper Of Love bevat veel meer diepte, detail en dynamiek.
De mate van detail wordt versterkt door de gastbijdragen van onder andere Karly Hartzman en MJ Lenderman van Wednesday en Ella Williams (Squirrel Flower), die variatie aanbrengen in de songs van Horse Jumper Of Love. Op hetzelfde moment is de band uit Boston nog altijd een meester in het maken van zich buitengewoon langzaam voortslepende songs met wonderschone gitaarwolken. Het duurt helaas maar een half uurtje, maar het is een half uur van een grote schoonheid. De oogst aan gitaaralbums valt mij eerlijk gezegd wat tegen de laatste tijd, maar Disaster Trick is een hele mooie. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Horse Jumper Of Love - Disaster Trick - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Horse Jumper Of Love - Disaster Trick
Horse Jumper Of Love tapt op haar nieuwe album Disaster Trick uit een inmiddels bekend vaatje, maar de songs van de Amerikaanse band zijn op het nieuwe album een stuk beter en klinken echt fantastisch
Dat de Amerikaanse band Horse Jumper Of Love geweldige gitaaralbums kan maken liet de band uit Boston al horen op So Divine en Natural Part, maar dat het nog beter kan is te horen op Disaster Trick. Het is deels de verdienste van producer Alex Farrar, die tekent voor een veel mooier en gedetailleerder geluid, maar ook de band zelf heeft meer focus, waardoor de songs nog wat meer aanspreken. Horse Jumper Of Love verwerkt nog altijd uiteenlopende invloeden uit een aantal decennia gitaarmuziek en heeft dit alles aan elkaar gesmeed in zich langzaam voortslepende songs vol fraaie details. Horse Jumper Of Love weet de stijgende lijn op haar albums vast te houden en dat is knap.
De Amerikaanse band Horse Jumper Of Love dook in het voorjaar van 2016 op met haar titelloze debuutalbum. Het nog geen half uur durende album klonk alsof Pavement songs van Codeine vertolkte en dat klonk best aardig, maar ook niet meer dan dat. In de zomer van 2019 bracht de band uit Boston, Massachusetts, haar tweede album uit en So Divine was echt veel beter dan het debuutalbum.
De muziek van Horse Jumper Of Love deed mij ook op So Divine met grote regelmaat aan Pavement denken, maar waar de songs op het debuutalbum vooral rammelden, stond het tweede album vol met geweldige songs. De mix van slowcore, lo-fi, noiserock, indierock, shoegaze, grunge en psychedelica leverde wat mij betreft een van de beste gitaaralbums van 2019 op, want ondanks de af en toe duidelijk hoorbare inspiratiebronnen slaagde Horse Jumper Of Love er ook nog eens in om origineel te klinken, wat van So Divine een nog wat knapper album maakte.
De band uit Boston herhaalde dit kunstje met het in 2020 verschenen Natural Part, dat door de beter uitgewerkte songs nog wat meer indruk maakte dan zijn voorganger en opdook in meerdere jaarlijstjes. Vorig jaar keerde de Amerikaanse band terug met Heartbreak Rules, dat werd gepresenteerd als een thuis opgenomen tussendoortje met wat restmateriaal en nieuwe versies van songs van Natural Part.
Ik ging er vorig jaar van uit dat ik dit tussendoortje best kon laten liggen, maar toen ik eerder deze week luisterde naar het een half uur durende (mini-)album, was ik toch wel gecharmeerd van de wat soberder en het grotendeels akoestisch klinkende songs. De opvolger van Heartbreak Rules is er inmiddels ook, want deze week verscheen Disaster Trick.
Horse Jumper Of Love keert op het wederom slechts een half uur durende album weer terug naar het geluid van Natural Part, maar zet ook dit keer stappen. Met So Divine en Natural Part verdiende Horse Jumper Of Love al een groter publiek dan het had en geldt in nog sterkere mate voor Disaster Trick, dat ik na een paar keer horen wel durf te bestempelen als het beste album van Horse Jumper Of Love tot dusver.
In muzikaal opzicht ligt het album in het verlengde van zijn voorgangers, wat betekent dat ook Disaster Trick is te omschrijven als een mix van onder andere slowcore, lo-fi, noiserock en indierock. In muzikaal opzicht maakt de band echter nog meer indruk, want het nieuwe album klinkt een stuk beter dan de vorige albums. Horse Jumper Of Love deed voor Disaster Trick een beroep op muzikant en producer Alex Farrar, die vorig jaar indruk maakte met de albums van Indigo de Souza en vooral Wednesday. Het is een keuze die geweldig uitpakt, want het nieuwe geluid van Horse Jumper Of Love bevat veel meer diepte, detail en dynamiek.
De mate van detail wordt versterkt door de gastbijdragen van onder andere Karly Hartzman en MJ Lenderman van Wednesday en Ella Williams (Squirrel Flower), die variatie aanbrengen in de songs van Horse Jumper Of Love. Op hetzelfde moment is de band uit Boston nog altijd een meester in het maken van zich buitengewoon langzaam voortslepende songs met wonderschone gitaarwolken. Het duurt helaas maar een half uurtje, maar het is een half uur van een grote schoonheid. De oogst aan gitaaralbums valt mij eerlijk gezegd wat tegen de laatste tijd, maar Disaster Trick is een hele mooie. Erwin Zijleman
Horse Jumper of Love - Natural Part (2022)

4,5
0
geplaatst: 23 juni 2022, 16:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Horse Jumper Of Love - Natural Part - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Horse Jumper Of Love - Natural Part
De Amerikaanse band Horse Jumper Of Love imponeerde drie jaar geleden met So Divine, maar gaat hier nog eens heel dik overheen op het nog veel betere Natural Part, dat echt een geweldige gitaarplaat is
Horse Jumper Of Love uit Boston oogstte in 2019 veel lof met haar tweede album So Divine, maar wereldberoemd werd de Amerikaanse band er niet mee. Dat moet dan maar gaan gebeuren met opvolger Natural Part, die deze week is verschenen. Op Natural Part klinkt Horse Jumper Of Love alleen maar beter. De dynamiek en de veelheid aan invloeden zijn gebleven, maar in muzikaal, vocaal en compositorisch opzicht is Horse Jumper Of Love alleen maar gegroeid. Het levert een fantastische gitaarplaat op die je blijft verbazen en die ook nog eens alleen maar beter wordt. Vergeten in de jaarlijstjes over 2019, maar dat moet in 2022 echt heel anders.
De Amerikaanse band Horse Jumper Of Love leverde bijna drie jaar geleden met So Divine een werkelijk geweldige gitaarplaat af. Het was niet alleen een hele goede gitaarplaat, maar ook een hele fascinerende, want de band uit Boston had op haar tweede officiële album lak aan hokjes en tikte in nog geen half uur een flinke rij genres aan.
So Divine was een album dat aan het eind van 2019 in heel veel jaarlijstjes had moeten staan, maar de critici die het album in de zomer van 2019 nog de hemel in prezen, waren het album een half jaar later alweer vergeten. Ik kan het mezelf overigens ook verwijten, want ook in mijn jaarlijstje over 2019 ontbrak So Divine van Horse Jumper Of Love jammerlijk.
De Amerikaanse band keert deze week terug met haar derde album Natural Part en het is een album waarop Horse Jumper Of Love haar zo bijzondere geluid nog wat verder heeft vervolmaakt. Heel veel tijd neemt de band uit Boston daar ook dit keer niet voor, want Natural Part bevat maar net iets meer dan een half uur muziek, waarin elf songs voorbij komen.
So Divine beschreef ik bijna drie jaar geleden als een mix van slowcore, lo-fi, indierock, noiserock, grunge en psychedelica en dat is een omschrijving die ook wel weer van toepassing is op Natural Part, al legt de band dit keer wel net wat andere accenten en heeft het in muzikaal opzicht flinke stappen gezet. Pavement noemde ik in 2019 als belangrijkste vergelijkingsmateriaal en ook dat is niet veranderd, al hoor ik dit keer meer van slowcore pioniers Codeine en heb ik hier en daar voorzichtige associaties met de muziek van Buffalo Tom.
Het belangrijkste verschil tussen So Divine en Natural Part is dat Horse Jumper Of Love dit keer wat meer tijd in een betere studio heeft doorgebracht en haar geluid iets heeft opgepoetst en verrijkt. Dat zou in theorie ten koste kunnen gaan van de ruwe charme van de songs op het vorige album van de Amerikaanse band, maar dat blijkt in de praktijk gelukkig niet het geval. Integendeel.
Horse Jumper Of Love heeft ook met Natural Part een erg goede en ook fascinerende gitaarplaat gemaakt, die ik na een paar keer horen nog beter vind dan zijn voorganger. Het is een gitaarplaat die tegen meerdere hokjes aan schuurt, maar zich in geen van deze hokjes laat vangen.
Door het betere geluid op het album komt met name het gitaarwerk op het album beter tot zijn recht, maar ook de zang spreekt nog meer aan dan drie jaar geleden. Net als op So Divine is de Amerikaanse band op Natural Part een meester in het schakelen tussen hard en zacht en tussen langzaam en snel. De dynamiek op het album wordt nog wat vergroot door hier en daar atmosferisch klinkende keyboards of een cello in te zetten, maar Natural Part blijft een gitaaralbum.
Zeker de aan slowcore herinnerende gitaarpartijen zijn wonderschoon, maar eigenlijk is alles mooi op het nieuwe album van Horse Jumper Of Love. Met So Divine had Horse Jumper Of Love aan het eind van 2019 zoals gezegd een plek in heel wat aansprekende jaarlijstjes verdient, maar het kwam er helaas niet van. Met Natural Part kan de band uit Boston in de herkansing en dit keer mogen we de band echt niet vergeten. Het nieuwe album van Horse Jumper Of Love is immers een prachtalbum en het wordt vooralsnog alleen maar mooier en indrukwekkender. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Horse Jumper Of Love - Natural Part - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Horse Jumper Of Love - Natural Part
De Amerikaanse band Horse Jumper Of Love imponeerde drie jaar geleden met So Divine, maar gaat hier nog eens heel dik overheen op het nog veel betere Natural Part, dat echt een geweldige gitaarplaat is
Horse Jumper Of Love uit Boston oogstte in 2019 veel lof met haar tweede album So Divine, maar wereldberoemd werd de Amerikaanse band er niet mee. Dat moet dan maar gaan gebeuren met opvolger Natural Part, die deze week is verschenen. Op Natural Part klinkt Horse Jumper Of Love alleen maar beter. De dynamiek en de veelheid aan invloeden zijn gebleven, maar in muzikaal, vocaal en compositorisch opzicht is Horse Jumper Of Love alleen maar gegroeid. Het levert een fantastische gitaarplaat op die je blijft verbazen en die ook nog eens alleen maar beter wordt. Vergeten in de jaarlijstjes over 2019, maar dat moet in 2022 echt heel anders.
De Amerikaanse band Horse Jumper Of Love leverde bijna drie jaar geleden met So Divine een werkelijk geweldige gitaarplaat af. Het was niet alleen een hele goede gitaarplaat, maar ook een hele fascinerende, want de band uit Boston had op haar tweede officiële album lak aan hokjes en tikte in nog geen half uur een flinke rij genres aan.
So Divine was een album dat aan het eind van 2019 in heel veel jaarlijstjes had moeten staan, maar de critici die het album in de zomer van 2019 nog de hemel in prezen, waren het album een half jaar later alweer vergeten. Ik kan het mezelf overigens ook verwijten, want ook in mijn jaarlijstje over 2019 ontbrak So Divine van Horse Jumper Of Love jammerlijk.
De Amerikaanse band keert deze week terug met haar derde album Natural Part en het is een album waarop Horse Jumper Of Love haar zo bijzondere geluid nog wat verder heeft vervolmaakt. Heel veel tijd neemt de band uit Boston daar ook dit keer niet voor, want Natural Part bevat maar net iets meer dan een half uur muziek, waarin elf songs voorbij komen.
So Divine beschreef ik bijna drie jaar geleden als een mix van slowcore, lo-fi, indierock, noiserock, grunge en psychedelica en dat is een omschrijving die ook wel weer van toepassing is op Natural Part, al legt de band dit keer wel net wat andere accenten en heeft het in muzikaal opzicht flinke stappen gezet. Pavement noemde ik in 2019 als belangrijkste vergelijkingsmateriaal en ook dat is niet veranderd, al hoor ik dit keer meer van slowcore pioniers Codeine en heb ik hier en daar voorzichtige associaties met de muziek van Buffalo Tom.
Het belangrijkste verschil tussen So Divine en Natural Part is dat Horse Jumper Of Love dit keer wat meer tijd in een betere studio heeft doorgebracht en haar geluid iets heeft opgepoetst en verrijkt. Dat zou in theorie ten koste kunnen gaan van de ruwe charme van de songs op het vorige album van de Amerikaanse band, maar dat blijkt in de praktijk gelukkig niet het geval. Integendeel.
Horse Jumper Of Love heeft ook met Natural Part een erg goede en ook fascinerende gitaarplaat gemaakt, die ik na een paar keer horen nog beter vind dan zijn voorganger. Het is een gitaarplaat die tegen meerdere hokjes aan schuurt, maar zich in geen van deze hokjes laat vangen.
Door het betere geluid op het album komt met name het gitaarwerk op het album beter tot zijn recht, maar ook de zang spreekt nog meer aan dan drie jaar geleden. Net als op So Divine is de Amerikaanse band op Natural Part een meester in het schakelen tussen hard en zacht en tussen langzaam en snel. De dynamiek op het album wordt nog wat vergroot door hier en daar atmosferisch klinkende keyboards of een cello in te zetten, maar Natural Part blijft een gitaaralbum.
Zeker de aan slowcore herinnerende gitaarpartijen zijn wonderschoon, maar eigenlijk is alles mooi op het nieuwe album van Horse Jumper Of Love. Met So Divine had Horse Jumper Of Love aan het eind van 2019 zoals gezegd een plek in heel wat aansprekende jaarlijstjes verdient, maar het kwam er helaas niet van. Met Natural Part kan de band uit Boston in de herkansing en dit keer mogen we de band echt niet vergeten. Het nieuwe album van Horse Jumper Of Love is immers een prachtalbum en het wordt vooralsnog alleen maar mooier en indrukwekkender. Erwin Zijleman
Horse Jumper of Love - So Divine (2019)

4,0
0
geplaatst: 5 juli 2019, 17:17 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Horse Jumper Of Love - So Divine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Horse Jumper Of Love - So Divine
Makkelijk maakt de Amerikaanse band Horse Jumper Of Love het je geen moment, maar stel je open voor de bijzondere muziek op So Divine en er komt steeds meer moois aan de oppervlakte
In het begin hoorde ik vooral veel van Pavement in haar jonge jaren, maar de uit Boston, Massachusetts, afkomstige band Horse Jumper Of Love sleept er op haar tweede album werkelijk van alles bij. Slowcore, lo-fi, indierock, noiserock, grunge, psychedelica, het komt allemaal voorbij op So Divine en er is nog veel meer. Al deze invloeden worden verwerkt in een geluid vol dynamiek. Van loom en ingetogen tot gruizig en hard, van toegankelijk en melodieus tot experimenteel en tegendraads. Horse Jumper Of Love heeft zeker geen makkelijk album gemaakt, maar schotelt je een aantal ruwe diamanten voor die je zelf mag slijpen. Dat kost in het begin wat kracht, maar al snel begint alles prachtig te blinken.
Er worden de laatste jaren gelukkig weer wat meer goede gitaarplaten gemaakt. Deze zijn deels afkomstig van oudgedienden, maar gelukkig zijn er ook nieuwe bands die het maken van een goede gitaarplaat onder de knie proberen te krijgen. Het uit Boston, Massachusetts, afkomstige Horse Jumper Of Love is zo’n band.
De band beschikt natuurlijk over een prachtige naam, ontleend aan een Latijnse tekst, maar ook in muzikaal opzicht valt er veel te genieten op het tweede album van de Amerikaanse band.
So Divine opent met zich langzaam voortslepende klanken die herinneren aan de hoogtijdagen van de slowcore, maar vrijwel onmiddellijk is ook de associatie met bands als Pavement en Guided By Voices niet te onderdrukken. Invloeden uit de noiserock maken het geluid van Horse Jumper Of Love compleet. Met een combinatie van slowcore, lo-fi en noiserock is het geluid van de band uit Boston al behoorlijk uniek, maar Divine voegt ook nog invloeden uit onder andere de indie-rock en de grunge toe aan haar geluid.
Het is een geluid dat overloopt van dynamiek. Uiterst ingetogen passages kunnen zomaar omslaan in gitaargeweld en andersom. Het geluid van Horse Jumper Of Love is bovendien een geluid dat in eerste instantie weinig houvast biedt. Zeker bij eerste beluistering van So Divine moest ik wat zoeken naar de songstructuren, maar wanneer je je weg eenmaal hebt gevonden in het geluid van Horse Jumper Of Love, is het een geluid dat vrijwel continue fascineert.
De Amerikaanse band is een meester in het laten omslaan van haar muziek. Wat het ene moment nog zonnig en lieflijk klinkt, slaat het volgende moment om in noodweer vol gruizig gitaarwerk.
Onder andere Pavement is eerder genoemd als vergelijkingsmateriaal en dat blijkt met name in de kortere songs op het album uiterst trefzeker vergelijkingsmateriaal. Nu levert één Pavement al meer dan genoeg albums per jaar op, dus het is goed dat Horse Jumper Of Love ook iets eigenzinnigs heeft. De lastig te doorgronden songs van de band kleuren uitvoerig buiten de lijntjes van alle bovengenoemde genres en voegen steeds weer nieuwe elementen toe aan het bijzondere geluid van Horse Jumper Of Love.
De band uit Boston experimenteert er flink oplos en schuift net zo makkelijk op richting psychedelica of postrock als richting slowcore of lo-fi. Horse Jumper Of Love maakt het je lang niet altijd makkelijk, maar als de band het je makkelijk maakt tekent het voor prachtig melodieuze songs, die weer worden gecontrasteerd door meer schurende songs.
Het zijn stuk voor stuk songs die het de luisteraar misschien niet altijd makkelijk maken, maar die ook beschikken over een bezwerend vermogen. Wat in eerste instantie nog wat schuurt en zorgt voor een unheimisch gevoel, sleept je niet veel later mee in de bijzondere wereld van Horse Jumper Of Love. Het is een wereld die is gevuld met een aantal decennia rockmuziek, maar toch is So Divine een album dat maar weinig gelijken kent. Het is een album dat in eerste instantie misschien wat energie kost, maar alles dat je er in steekt wordt rijkelijk terugbetaald door deze fascinerende gitaarplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Horse Jumper Of Love - So Divine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Horse Jumper Of Love - So Divine
Makkelijk maakt de Amerikaanse band Horse Jumper Of Love het je geen moment, maar stel je open voor de bijzondere muziek op So Divine en er komt steeds meer moois aan de oppervlakte
In het begin hoorde ik vooral veel van Pavement in haar jonge jaren, maar de uit Boston, Massachusetts, afkomstige band Horse Jumper Of Love sleept er op haar tweede album werkelijk van alles bij. Slowcore, lo-fi, indierock, noiserock, grunge, psychedelica, het komt allemaal voorbij op So Divine en er is nog veel meer. Al deze invloeden worden verwerkt in een geluid vol dynamiek. Van loom en ingetogen tot gruizig en hard, van toegankelijk en melodieus tot experimenteel en tegendraads. Horse Jumper Of Love heeft zeker geen makkelijk album gemaakt, maar schotelt je een aantal ruwe diamanten voor die je zelf mag slijpen. Dat kost in het begin wat kracht, maar al snel begint alles prachtig te blinken.
Er worden de laatste jaren gelukkig weer wat meer goede gitaarplaten gemaakt. Deze zijn deels afkomstig van oudgedienden, maar gelukkig zijn er ook nieuwe bands die het maken van een goede gitaarplaat onder de knie proberen te krijgen. Het uit Boston, Massachusetts, afkomstige Horse Jumper Of Love is zo’n band.
De band beschikt natuurlijk over een prachtige naam, ontleend aan een Latijnse tekst, maar ook in muzikaal opzicht valt er veel te genieten op het tweede album van de Amerikaanse band.
So Divine opent met zich langzaam voortslepende klanken die herinneren aan de hoogtijdagen van de slowcore, maar vrijwel onmiddellijk is ook de associatie met bands als Pavement en Guided By Voices niet te onderdrukken. Invloeden uit de noiserock maken het geluid van Horse Jumper Of Love compleet. Met een combinatie van slowcore, lo-fi en noiserock is het geluid van de band uit Boston al behoorlijk uniek, maar Divine voegt ook nog invloeden uit onder andere de indie-rock en de grunge toe aan haar geluid.
Het is een geluid dat overloopt van dynamiek. Uiterst ingetogen passages kunnen zomaar omslaan in gitaargeweld en andersom. Het geluid van Horse Jumper Of Love is bovendien een geluid dat in eerste instantie weinig houvast biedt. Zeker bij eerste beluistering van So Divine moest ik wat zoeken naar de songstructuren, maar wanneer je je weg eenmaal hebt gevonden in het geluid van Horse Jumper Of Love, is het een geluid dat vrijwel continue fascineert.
De Amerikaanse band is een meester in het laten omslaan van haar muziek. Wat het ene moment nog zonnig en lieflijk klinkt, slaat het volgende moment om in noodweer vol gruizig gitaarwerk.
Onder andere Pavement is eerder genoemd als vergelijkingsmateriaal en dat blijkt met name in de kortere songs op het album uiterst trefzeker vergelijkingsmateriaal. Nu levert één Pavement al meer dan genoeg albums per jaar op, dus het is goed dat Horse Jumper Of Love ook iets eigenzinnigs heeft. De lastig te doorgronden songs van de band kleuren uitvoerig buiten de lijntjes van alle bovengenoemde genres en voegen steeds weer nieuwe elementen toe aan het bijzondere geluid van Horse Jumper Of Love.
De band uit Boston experimenteert er flink oplos en schuift net zo makkelijk op richting psychedelica of postrock als richting slowcore of lo-fi. Horse Jumper Of Love maakt het je lang niet altijd makkelijk, maar als de band het je makkelijk maakt tekent het voor prachtig melodieuze songs, die weer worden gecontrasteerd door meer schurende songs.
Het zijn stuk voor stuk songs die het de luisteraar misschien niet altijd makkelijk maken, maar die ook beschikken over een bezwerend vermogen. Wat in eerste instantie nog wat schuurt en zorgt voor een unheimisch gevoel, sleept je niet veel later mee in de bijzondere wereld van Horse Jumper Of Love. Het is een wereld die is gevuld met een aantal decennia rockmuziek, maar toch is So Divine een album dat maar weinig gelijken kent. Het is een album dat in eerste instantie misschien wat energie kost, maar alles dat je er in steekt wordt rijkelijk terugbetaald door deze fascinerende gitaarplaat. Erwin Zijleman
HORSEBATH - Another Farewell (2025)

0
geplaatst: 11 februari 2025, 18:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: HORSEBATH - Another Farewell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: HORSEBATH - Another Farewell
Het muziekjaar 2025 is nog pril, maar met Another Farewell heeft de Canadese band HORSEBATH een rootsalbum gemaakt dat de lat hoog legt voor alles dat dit jaar nog gaat komen in het genre
Er werd al een tijdje reikhalzend uitgekeken naar het debuutalbum van de uit het Canadese Nova Scotia afkomstige band HORSEBATH en toen ik het album had beluisterd begreep ik waarom. Met Another Farewell heeft HORSEBATH een rootsalbum gemaakt waarvan ik, en met mij waarschijnlijk vele anderen, alleen maar zielsgelukkig kan worden. Het is een album dat zich niet laat vastpinnen op een genre of een moment in de tijd, wat een gevarieerd album oplevert. Het is een album dat in muzikaal en vocaal opzicht de nodige kwaliteit heeft te bieden en die kwaliteit hoor je ook terug in de songs. Het debuutalbum van HORSEBATH overtuigt bijzonder makkelijk, maar wordt vervolgens beter en beter.
Ik weet niet heel veel over de Canadese band HORSEBATH (alleen hoofdletters), maar met name in kringen van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek wordt er al een tijdje heel druk gedaan over het debuutalbum van de band, dat deze maand dan ook verrassend de EuroAmericana chart aanvoert. Dat debuutalbum is deze week verschenen en na beluistering begrijp ik de ophef rond Another Farewell wel.
HORSEBATH is een band uit het Canadese Nova Scotia, die zich inmiddels in Montreal heeft gevestigd, waar het debuutalbum van de band werd opgenomen. Another Farewell ontstond tijdens de vele kilometers die de band maakte tijdens het touren door het zeer uitgestrekte vaderland van de leden van de band.
Rootsmuziek uit Canada klinkt altijd net wat anders dan de rootsmuziek die in de Verenigde Staten wordt gemaakt en ook het debuutalbum van HORSEBATH klinkt anders dan de meeste andere albums die momenteel in het genre worden gemaakt, ook al vind de Canadese band de inspiratie vooral in het diepe zuiden van de Verenigde Staten.
Bij beluistering van Another Farewell vallen een aantal dingen op. Het eerste dat opvalt is dat de Canadese band met haar muziek door de tijd reist. Een aantal songs op het album hebben een duidelijke jaren 60 of jaren 70 vibe, maar HORSEBATH kan ook verder terug gaan in de tijd of juist dichter naar het heden opschuiven.
Het tweede dat opvalt is dat de band bestaat uit een aantal uitstekende muzikanten. Another Farewell is een prachtig klinkend album, dat track na track het oor streelt met geweldige gitaar- en keyboard partijen. De band kan uit de voeten met wat traditioneler aandoende Americana, maar kan ook zo de ‘summer of love’ induiken met langgerekte psychedelische klanken.
Another Farewell is zo’n album dat vrijwel onmiddellijk zorgt voor een gevoel van rust en gelukzaligheid en dat is precies wat we nodig hebben op het moment. HORSEBATH was tot dusver vooral een live-band, maar de fraaie wijze waarop ze hun muziek op de plaat hebben gekregen dwingt respect af.
De muziek van HORSEBATH klinkt niet alleen mooi, maar is ook verrassend veelzijdig. De Canadese band stapt niet alleen met zevenmijlslaarzen door de tijd, maar laat zich ook niet beperken tot één genre, wat ook te maken heeft met het feit dat de Canadese band meerdere getalenteerde songwriters in de gelederen heeft.
Hiermee hebben we nog niet alle sterke punten van het debuutalbum van HORSEBATH gehad, want de band beschikt ook nog eens over meerdere goede zangers. Het zorgt voor variëteit in de leadzang, maar het biedt ook de mogelijkheid om fraaie harmonieën toe te voegen aan de songs en dat is een mogelijkheid die HORSEBATH niet onbenut laat.
Persoonlijk vind ik vooral de zich langzaam voortslepende songs met flarden countryrock en een beetje psychedelica van een enorme schoonheid. Het zijn beeldende songs die goed zijn voor mooie beelden en een fijn gevoel, maar het zijn ook songs waar ik naar kan blijven luisteren en die me vooralsnog alleen maar dierbaarder worden.
Liefhebbers van Amerikaanse (en Canadese) rootsmuziek zijn er inmiddels al wel uit dat Another Farewell van HORSEBATH een sensationeel goed album is, maar ook liefhebbers van andere soorten muziek zouden zomaar verleid kunnen worden door dit prachtige album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: HORSEBATH - Another Farewell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: HORSEBATH - Another Farewell
Het muziekjaar 2025 is nog pril, maar met Another Farewell heeft de Canadese band HORSEBATH een rootsalbum gemaakt dat de lat hoog legt voor alles dat dit jaar nog gaat komen in het genre
Er werd al een tijdje reikhalzend uitgekeken naar het debuutalbum van de uit het Canadese Nova Scotia afkomstige band HORSEBATH en toen ik het album had beluisterd begreep ik waarom. Met Another Farewell heeft HORSEBATH een rootsalbum gemaakt waarvan ik, en met mij waarschijnlijk vele anderen, alleen maar zielsgelukkig kan worden. Het is een album dat zich niet laat vastpinnen op een genre of een moment in de tijd, wat een gevarieerd album oplevert. Het is een album dat in muzikaal en vocaal opzicht de nodige kwaliteit heeft te bieden en die kwaliteit hoor je ook terug in de songs. Het debuutalbum van HORSEBATH overtuigt bijzonder makkelijk, maar wordt vervolgens beter en beter.
Ik weet niet heel veel over de Canadese band HORSEBATH (alleen hoofdletters), maar met name in kringen van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek wordt er al een tijdje heel druk gedaan over het debuutalbum van de band, dat deze maand dan ook verrassend de EuroAmericana chart aanvoert. Dat debuutalbum is deze week verschenen en na beluistering begrijp ik de ophef rond Another Farewell wel.
HORSEBATH is een band uit het Canadese Nova Scotia, die zich inmiddels in Montreal heeft gevestigd, waar het debuutalbum van de band werd opgenomen. Another Farewell ontstond tijdens de vele kilometers die de band maakte tijdens het touren door het zeer uitgestrekte vaderland van de leden van de band.
Rootsmuziek uit Canada klinkt altijd net wat anders dan de rootsmuziek die in de Verenigde Staten wordt gemaakt en ook het debuutalbum van HORSEBATH klinkt anders dan de meeste andere albums die momenteel in het genre worden gemaakt, ook al vind de Canadese band de inspiratie vooral in het diepe zuiden van de Verenigde Staten.
Bij beluistering van Another Farewell vallen een aantal dingen op. Het eerste dat opvalt is dat de Canadese band met haar muziek door de tijd reist. Een aantal songs op het album hebben een duidelijke jaren 60 of jaren 70 vibe, maar HORSEBATH kan ook verder terug gaan in de tijd of juist dichter naar het heden opschuiven.
Het tweede dat opvalt is dat de band bestaat uit een aantal uitstekende muzikanten. Another Farewell is een prachtig klinkend album, dat track na track het oor streelt met geweldige gitaar- en keyboard partijen. De band kan uit de voeten met wat traditioneler aandoende Americana, maar kan ook zo de ‘summer of love’ induiken met langgerekte psychedelische klanken.
Another Farewell is zo’n album dat vrijwel onmiddellijk zorgt voor een gevoel van rust en gelukzaligheid en dat is precies wat we nodig hebben op het moment. HORSEBATH was tot dusver vooral een live-band, maar de fraaie wijze waarop ze hun muziek op de plaat hebben gekregen dwingt respect af.
De muziek van HORSEBATH klinkt niet alleen mooi, maar is ook verrassend veelzijdig. De Canadese band stapt niet alleen met zevenmijlslaarzen door de tijd, maar laat zich ook niet beperken tot één genre, wat ook te maken heeft met het feit dat de Canadese band meerdere getalenteerde songwriters in de gelederen heeft.
Hiermee hebben we nog niet alle sterke punten van het debuutalbum van HORSEBATH gehad, want de band beschikt ook nog eens over meerdere goede zangers. Het zorgt voor variëteit in de leadzang, maar het biedt ook de mogelijkheid om fraaie harmonieën toe te voegen aan de songs en dat is een mogelijkheid die HORSEBATH niet onbenut laat.
Persoonlijk vind ik vooral de zich langzaam voortslepende songs met flarden countryrock en een beetje psychedelica van een enorme schoonheid. Het zijn beeldende songs die goed zijn voor mooie beelden en een fijn gevoel, maar het zijn ook songs waar ik naar kan blijven luisteren en die me vooralsnog alleen maar dierbaarder worden.
Liefhebbers van Amerikaanse (en Canadese) rootsmuziek zijn er inmiddels al wel uit dat Another Farewell van HORSEBATH een sensationeel goed album is, maar ook liefhebbers van andere soorten muziek zouden zomaar verleid kunnen worden door dit prachtige album. Erwin Zijleman
Horsegirl - Phonetics On and On (2025)

4,5
1
geplaatst: 18 februari 2025, 15:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Horsegirl - Phonetics On And On - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Horsegirl - Phonetics On And On
De Amerikaanse band Horsegirl maakte bijna drie jaar geleden een onuitwisbare indruk met haar fascinerende debuutalbum en herhaalt dit kunstje met het flink anders klinkende maar wederom fantastische tweede album
Er zijn niet heel veel muzikanten die net van de middelbare school een jaarlijstjesalbum maken. De Amerikaanse band Horsegirl deed het op fascinerende wijze. Dat Versions Of Modern Performance geen toevalstreffer was laat het drietal uit Chicago horen op het album nummer twee. Phonetics On And On klinkt een stuk subtieler dan het debuutalbum van Horsegirl, maar het niveau ligt ook dit keer hoog. Het album is ook nog eens prachtig geproduceerd door Cate Le Bon, die het niveau van Horsegirl nog wat verder heeft opgetild. Luister naar het tweede album van Horsegirl en je hoort een aangenaam album, luister nog wat beter en je hoort net als drie jaar geleden een meesterwerk.
De Amerikaanse band Horsegirl leverde in de zomer van 2022 een bijzonder en wat mij betreft sensationeel goed debuutalbum af. Nora Cheng, Penelope Lowenstein en Gigi Reece hadden de middelbare school nog maar net achter zich gelaten toen Versions Of Modern Performance verscheen, maar ze lieten op het debuutalbum van Horsegirl horen dat ze bulkten van het talent.
Op het album verwerkten de drie invloeden uit de postpunk, noiserock en indierock in songs die afwisselend hopeloos aanstekelijk en ongeremd eigenzinnig waren. De Britse kwaliteitskrant The Guardian omschreef Versions Of Modern Performance als een masterclass indierock en daar kon ik me wel in vinden.
Het half uur muziek op het debuutalbum van Horsegirl is inmiddels al weer bijna drie jaar oud en dus is het geweldig nieuws dat de band uit Chicago, Illinois, deze week opduikt met haar tweede album. Nora Cheng, Penelope Lowenstein en Gigi Reece verdeelden hun tijd de afgelopen jaren tussen hun vervolgopleiding en Horsegirl, waardoor het tweede album van de band wat langer op zich heeft laten wachten.
Phonetics On And On werd aan het begin van 2024 opgenomen op een moment dat hun thuisbasis Chicago te maken kreeg met extreem lage temperaturen, waardoor de studio maar lastig warm te krijgen was. Phonetics On And On stond mede hierdoor in slechts twee weken op de band, maar waar je zou verwachten dat Horsegirl alle remmen los zou gooien in de strijd tegen de kou, is het tweede album van de band verrassend ingetogen en subtiel.
Horsegirl werkte bij het opnemen van het tweede album samen met de uit Wales afkomstige muzikante en producer Cate Le Bon, die de afgelopen jaren niet alleen steeds indrukwekkendere albums heeft afgeleverd, maar ook steeds meer indruk maakte als producer voor onder andere Wilco, John Grant en Devendra Banhart. Ook voor Horsegirl heeft Cate Le Bon weer vakwerk afgeleverd, want waar Versions Of Modern Performance vooral elementair klonk, zit Phonetics On And On vol prachtige details.
De zang van Nora Cheng en Penelope Lowenstein zit in de mix wat meer op de voorgrond, waardoor deze zang beter tot zijn recht komt. De op bijzondere wijze tegen elkaar in draaiende gitaren klinken juist wat meer op de achtergrond en worden bovendien veel subtieler ingezet, hier en daar aangevuld met synths en strijkers. Het zorgt er voor dat Phonetics On And On een meer ingehouden album is dan zijn voorganger, maar wat gebeurt er veel op het album.
Horsegirl laat zich nog steeds beïnvloeden door postpunk en indierock, maar doet op haar tweede album, nog meer dan op Versions Of Modern Performance, haar eigen ding. Het debuutalbum van Horsegirl deed het vooral geweldig bij afspelen met flink volume en ook Phonetics On And On komt dan goed tot zijn recht, maar het is dankzij alle subtiele details ook een album voor de koptelefoon.
Nora Cheng, Penelope Lowenstein en Gigi Reece zijn nog altijd piepjong, maar ze leveren ook met hun tweede album weer muziek af van een niveau dat de meeste bands niet gegeven is. Versions Of Modern Performance is me nog altijd zeer dierbaar, maar inmiddels vind ik het nieuwe album van Horsegirl nog net wat beter. Wederom een masterclass van hoog niveau van dit bijzondere trio uit Chicago dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Horsegirl - Phonetics On And On - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Horsegirl - Phonetics On And On
De Amerikaanse band Horsegirl maakte bijna drie jaar geleden een onuitwisbare indruk met haar fascinerende debuutalbum en herhaalt dit kunstje met het flink anders klinkende maar wederom fantastische tweede album
Er zijn niet heel veel muzikanten die net van de middelbare school een jaarlijstjesalbum maken. De Amerikaanse band Horsegirl deed het op fascinerende wijze. Dat Versions Of Modern Performance geen toevalstreffer was laat het drietal uit Chicago horen op het album nummer twee. Phonetics On And On klinkt een stuk subtieler dan het debuutalbum van Horsegirl, maar het niveau ligt ook dit keer hoog. Het album is ook nog eens prachtig geproduceerd door Cate Le Bon, die het niveau van Horsegirl nog wat verder heeft opgetild. Luister naar het tweede album van Horsegirl en je hoort een aangenaam album, luister nog wat beter en je hoort net als drie jaar geleden een meesterwerk.
De Amerikaanse band Horsegirl leverde in de zomer van 2022 een bijzonder en wat mij betreft sensationeel goed debuutalbum af. Nora Cheng, Penelope Lowenstein en Gigi Reece hadden de middelbare school nog maar net achter zich gelaten toen Versions Of Modern Performance verscheen, maar ze lieten op het debuutalbum van Horsegirl horen dat ze bulkten van het talent.
Op het album verwerkten de drie invloeden uit de postpunk, noiserock en indierock in songs die afwisselend hopeloos aanstekelijk en ongeremd eigenzinnig waren. De Britse kwaliteitskrant The Guardian omschreef Versions Of Modern Performance als een masterclass indierock en daar kon ik me wel in vinden.
Het half uur muziek op het debuutalbum van Horsegirl is inmiddels al weer bijna drie jaar oud en dus is het geweldig nieuws dat de band uit Chicago, Illinois, deze week opduikt met haar tweede album. Nora Cheng, Penelope Lowenstein en Gigi Reece verdeelden hun tijd de afgelopen jaren tussen hun vervolgopleiding en Horsegirl, waardoor het tweede album van de band wat langer op zich heeft laten wachten.
Phonetics On And On werd aan het begin van 2024 opgenomen op een moment dat hun thuisbasis Chicago te maken kreeg met extreem lage temperaturen, waardoor de studio maar lastig warm te krijgen was. Phonetics On And On stond mede hierdoor in slechts twee weken op de band, maar waar je zou verwachten dat Horsegirl alle remmen los zou gooien in de strijd tegen de kou, is het tweede album van de band verrassend ingetogen en subtiel.
Horsegirl werkte bij het opnemen van het tweede album samen met de uit Wales afkomstige muzikante en producer Cate Le Bon, die de afgelopen jaren niet alleen steeds indrukwekkendere albums heeft afgeleverd, maar ook steeds meer indruk maakte als producer voor onder andere Wilco, John Grant en Devendra Banhart. Ook voor Horsegirl heeft Cate Le Bon weer vakwerk afgeleverd, want waar Versions Of Modern Performance vooral elementair klonk, zit Phonetics On And On vol prachtige details.
De zang van Nora Cheng en Penelope Lowenstein zit in de mix wat meer op de voorgrond, waardoor deze zang beter tot zijn recht komt. De op bijzondere wijze tegen elkaar in draaiende gitaren klinken juist wat meer op de achtergrond en worden bovendien veel subtieler ingezet, hier en daar aangevuld met synths en strijkers. Het zorgt er voor dat Phonetics On And On een meer ingehouden album is dan zijn voorganger, maar wat gebeurt er veel op het album.
Horsegirl laat zich nog steeds beïnvloeden door postpunk en indierock, maar doet op haar tweede album, nog meer dan op Versions Of Modern Performance, haar eigen ding. Het debuutalbum van Horsegirl deed het vooral geweldig bij afspelen met flink volume en ook Phonetics On And On komt dan goed tot zijn recht, maar het is dankzij alle subtiele details ook een album voor de koptelefoon.
Nora Cheng, Penelope Lowenstein en Gigi Reece zijn nog altijd piepjong, maar ze leveren ook met hun tweede album weer muziek af van een niveau dat de meeste bands niet gegeven is. Versions Of Modern Performance is me nog altijd zeer dierbaar, maar inmiddels vind ik het nieuwe album van Horsegirl nog net wat beter. Wederom een masterclass van hoog niveau van dit bijzondere trio uit Chicago dus. Erwin Zijleman
Horsegirl - Versions of Modern Performance (2022)

4,0
0
geplaatst: 9 juni 2022, 17:36 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Horsegirl - Versions Of Modern Performance - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Horsegirl - Versions Of Modern Performance
De Amerikaanse band Horsegirl levert met Versions Of Modern Performance een werkelijk fantastisch debuutalbum af, dat je constant op het verkeerde been zet, maar dat ook meedogenloos verleidt
De muziek van de piepjonge Amerikaanse muzikanten Nora Cheng, Penelope Lowenstein en Gigi Reece krijgt allerlei etiketten opgeplakt, maar ik hoor persoonlijk toch vooral 90s indierock en noiserock. De muziek van Horsegirl is ruw en avontuurlijk, met een hoofdrol voor geweldig gitaarwerk, maar Versions Of Modern Performance heeft ook zijn toegankelijkere momenten en is dan opeens verrassend aanstekelijk. Horsegirl is momenteel een behoorlijke hype, maar Versions Of Modern Performance is in kwalitatief opzicht de hype ver voorbij. De drie jonge meiden uit Chicago hebben een weergaloos album afgeleverd, dat dit jaar zeker hoge ogen gaat gooien, al is het maar in de jaarlijstjes.
Met name in de Verenigde Staten wordt al een tijdje heel erg druk gedaan over Horsegirl uit Chicago. Nora Cheng (gitaar, zang), Penelope Lowenstein (gitaar, zang) en Gigi Reece (drums) zaten nog op de middelbare school toen ze de eerste songs voor hun debuutalbum schreven, maar het weerhield het legendarische label Matador er niet van om Horsegirl direct een platencontract aan te bieden.
Dat er momenteel heel druk wordt gedaan over het drietal uit Chicago is overigens volkomen terecht en ook op de beslissing van Matador om het drietal onmiddellijk te tekenen valt echt helemaal niets af te dingen. Versions Of Modern Performance van Horsegirl is namelijk een geweldig album, dat met een beetje geluk kan uitgroeien tot een van beste debuutalbums van het jaar.
Dat er op voorhand veel vertrouwen was in de muziek van Horsegirl blijkt overigens ook uit het feit dat niemand minder dan de legendarische John Agnello het album produceerde. Met het CV van deze John Agnello kan ik de rest van deze recensie vullen en dat ga ik niet doen, maar hij werkte onder andere met Dinosaur Jr., Sonic Youth en The Breeders en dat zijn drie namen die nog terug gaan komen in deze recensie.
Horsegirl wordt hier en daar een punk, een post-punk of een shoegaze sensatie genoemd, maar buiten wat flarden postpunk (bijvoorbeeld in de openingstrack) zou ik de muziek van het drietal uit Chicago zelf in de hokjes indierock en noiserock stoppen. Bij Horsegirl draait alles om de gitaren en deze worden gebruikt om hier en daar flink hoge muren op te bouwen.
Nora Cheng, Penelope Lowenstein en Gigi Reece houden niet alleen van gitaarmuren, maar ook van lekker vervormd gitaarwerk, dat hier en daar flink het experiment opzoekt. Zeker wanneer de songs met een kop en een staart tijdelijk worden verlaten voor net wat experimenteler werk schuift Horsegirl op richting Sonic Youth, terwijl de wat toegankelijkere songs op het album herinneren aan Dinosaur Jr. (daar zijn de eerste twee namen al). Horsegirl doet verder denken aan alle indierock bands die in de jaren 90 werden aangevoerd door een vrouw, met The Breeders (en daar is de derde naam) en Sleater-Kinney als aansprekende voorbeelden.
Nora Cheng, Penelope Lowenstein en Gigi Reece hebben de middelbare school nog maar net verlaten, maar het debuutalbum van de band zit razend knap in elkaar. Ook de meest rechttoe rechtaan songs op het album zitten vol bijzondere wendingen en zowel het gitaarwerk als de drums op het album klinken geweldig en kiezen bovendien nooit voor de makkelijkste weg. De zang op het album is aangenaam ruw, maar vliegt echt nergens uit de bocht wat Versions Of Modern Performance nog wat beter maakt.
Het doet af en toe wel wat denken aan de muziek van het zwaar onderschatte Goat Girl, maar Horsegirl wordt voor de afwisseling eens wel overladen met aandacht. Ruim een half uur lang houdt Horsegirl je op het puntje van de stoel met songs die het je nergens makkelijk maken, maar die desondanks met speels gemak overtuigen. De Britse kwaliteitskrant The Guardian noemt Versions Of Modern Performance een indierock masterclass en dat is precies wat het is. Wat een debuut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Horsegirl - Versions Of Modern Performance - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Horsegirl - Versions Of Modern Performance
De Amerikaanse band Horsegirl levert met Versions Of Modern Performance een werkelijk fantastisch debuutalbum af, dat je constant op het verkeerde been zet, maar dat ook meedogenloos verleidt
De muziek van de piepjonge Amerikaanse muzikanten Nora Cheng, Penelope Lowenstein en Gigi Reece krijgt allerlei etiketten opgeplakt, maar ik hoor persoonlijk toch vooral 90s indierock en noiserock. De muziek van Horsegirl is ruw en avontuurlijk, met een hoofdrol voor geweldig gitaarwerk, maar Versions Of Modern Performance heeft ook zijn toegankelijkere momenten en is dan opeens verrassend aanstekelijk. Horsegirl is momenteel een behoorlijke hype, maar Versions Of Modern Performance is in kwalitatief opzicht de hype ver voorbij. De drie jonge meiden uit Chicago hebben een weergaloos album afgeleverd, dat dit jaar zeker hoge ogen gaat gooien, al is het maar in de jaarlijstjes.
Met name in de Verenigde Staten wordt al een tijdje heel erg druk gedaan over Horsegirl uit Chicago. Nora Cheng (gitaar, zang), Penelope Lowenstein (gitaar, zang) en Gigi Reece (drums) zaten nog op de middelbare school toen ze de eerste songs voor hun debuutalbum schreven, maar het weerhield het legendarische label Matador er niet van om Horsegirl direct een platencontract aan te bieden.
Dat er momenteel heel druk wordt gedaan over het drietal uit Chicago is overigens volkomen terecht en ook op de beslissing van Matador om het drietal onmiddellijk te tekenen valt echt helemaal niets af te dingen. Versions Of Modern Performance van Horsegirl is namelijk een geweldig album, dat met een beetje geluk kan uitgroeien tot een van beste debuutalbums van het jaar.
Dat er op voorhand veel vertrouwen was in de muziek van Horsegirl blijkt overigens ook uit het feit dat niemand minder dan de legendarische John Agnello het album produceerde. Met het CV van deze John Agnello kan ik de rest van deze recensie vullen en dat ga ik niet doen, maar hij werkte onder andere met Dinosaur Jr., Sonic Youth en The Breeders en dat zijn drie namen die nog terug gaan komen in deze recensie.
Horsegirl wordt hier en daar een punk, een post-punk of een shoegaze sensatie genoemd, maar buiten wat flarden postpunk (bijvoorbeeld in de openingstrack) zou ik de muziek van het drietal uit Chicago zelf in de hokjes indierock en noiserock stoppen. Bij Horsegirl draait alles om de gitaren en deze worden gebruikt om hier en daar flink hoge muren op te bouwen.
Nora Cheng, Penelope Lowenstein en Gigi Reece houden niet alleen van gitaarmuren, maar ook van lekker vervormd gitaarwerk, dat hier en daar flink het experiment opzoekt. Zeker wanneer de songs met een kop en een staart tijdelijk worden verlaten voor net wat experimenteler werk schuift Horsegirl op richting Sonic Youth, terwijl de wat toegankelijkere songs op het album herinneren aan Dinosaur Jr. (daar zijn de eerste twee namen al). Horsegirl doet verder denken aan alle indierock bands die in de jaren 90 werden aangevoerd door een vrouw, met The Breeders (en daar is de derde naam) en Sleater-Kinney als aansprekende voorbeelden.
Nora Cheng, Penelope Lowenstein en Gigi Reece hebben de middelbare school nog maar net verlaten, maar het debuutalbum van de band zit razend knap in elkaar. Ook de meest rechttoe rechtaan songs op het album zitten vol bijzondere wendingen en zowel het gitaarwerk als de drums op het album klinken geweldig en kiezen bovendien nooit voor de makkelijkste weg. De zang op het album is aangenaam ruw, maar vliegt echt nergens uit de bocht wat Versions Of Modern Performance nog wat beter maakt.
Het doet af en toe wel wat denken aan de muziek van het zwaar onderschatte Goat Girl, maar Horsegirl wordt voor de afwisseling eens wel overladen met aandacht. Ruim een half uur lang houdt Horsegirl je op het puntje van de stoel met songs die het je nergens makkelijk maken, maar die desondanks met speels gemak overtuigen. De Britse kwaliteitskrant The Guardian noemt Versions Of Modern Performance een indierock masterclass en dat is precies wat het is. Wat een debuut. Erwin Zijleman
Hospitality - Trouble (2014)

4,5
0
geplaatst: 18 december 2014, 16:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hospitality - Trouble - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb dit jaar nog niet zo heel veel platen opgepikt uit de jaarlijstjes van anderen, maar de platen die ik heb opgepikt zijn zeer de moeite waard. Dat geldt zeker voor Trouble, de tweede plaat van de Amerikaanse band Hospitality.
Dat ik de tweede plaat van Hospitality eerder dit jaar (in januari als ik het goed zie) compleet heb genegeerd, is overigens best bijzonder, want ik was zo’n tweeënhalf jaar geleden behoorlijk onder de indruk van het titelloze debuut van Hospitality.
Je zou verwachten dat je een band die je afwisselend vergelijkt met The Sundays, The Pixies, PJ Harvey, Sleater-Kinney en Belle & Sebastian niet zomaar vergeet, maar Trouble is bij mij desondanks op de stapel blijven liggen. Dankzij een aantal jaarlijstjes met smaak en een aantal lezers van deze BLOG is de plaat er toch nog af gekomen en daar valt helemaal niets op af te dingen.
Op Trouble laat Hospitality horen dat het niets van haar veelzijdigheid en eigenzinnigheid heeft verloren. Sterker nog, de tweede plaat van de band uit Brooklyn, is nog eigenzinniger en veelzijdiger dan het destijds door mij zo bejubelde debuut.
Dat betekent nog niet direct dat Trouble een logisch vervolg is op het debuut van de band. Trouble is uiteindelijk toch wel een wat andere plaat dan zijn voorganger en wat mij betreft is het een betere plaat.
Op haar debuut koos Hospitality afwisselend voor honingzoete en stekelige popliedjes. Op Trouble domineren de stekeligere songs, waardoor een aantal namen kunnen worden weggestreept uit het bovenstaande lijstje met vergelijkingsmateriaal of op zijn minst minder relevant zijn.
Hospitality heeft haar tweede plaat niet alleen voorzien van nog wat stekeligere songs, maar heeft deze songs vervolgens ook gegoten in een ander geluid. Het is een subtiel geluid waarin veel ruimte wordt opengelaten, waardoor Trouble weids en open klinkt. Het geeft de muziek van Hospitality een bijzondere sfeer en dynamiek.
Het is een sfeer die uitstekend past bij de mooie stem van zangeres Amber Papini, die er ook op Trouble weer in slaagt om songs naar zich toe te trekken en vervolgens naar net wat grotere hoogte te tillen.
Hier en daar heeft de tweede plaat van Hospitality wat van Throwing Muses, al is de muziek van Hospitality meer ingetogen en avontuurlijker. Hier en daar lijkt het ook wat op de roemruchte plaat van Young Marble Giants, al zijn de songs van Hospitality een stuk conventioneler en hierdoor toegankelijker.
Hospitality houdt er op Trouble van om de luisteraar op het verkeerde been te zetten. Bijvoorbeeld door toch opeens met een zoet popliedje op de proppen te komen, door stiltes te gebruiken wanneer je iets anders verwacht of deze stilte vervolgens weer af te wisselen met een vol en wollig synthesizer-tapijt met prog-rock ambities.
Waar het debuut van Hospitality perfect paste in het hokje indie-pop, ligt dit keer het hokje indie-rock meer voor de hand, al is Trouble uiteindelijk toch vooral een plaat die je niet in een hokje moet proberen te duwen. Van Trouble moet je vooral genieten en wat gaat dat weer makkelijk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Hospitality - Trouble - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb dit jaar nog niet zo heel veel platen opgepikt uit de jaarlijstjes van anderen, maar de platen die ik heb opgepikt zijn zeer de moeite waard. Dat geldt zeker voor Trouble, de tweede plaat van de Amerikaanse band Hospitality.
Dat ik de tweede plaat van Hospitality eerder dit jaar (in januari als ik het goed zie) compleet heb genegeerd, is overigens best bijzonder, want ik was zo’n tweeënhalf jaar geleden behoorlijk onder de indruk van het titelloze debuut van Hospitality.
Je zou verwachten dat je een band die je afwisselend vergelijkt met The Sundays, The Pixies, PJ Harvey, Sleater-Kinney en Belle & Sebastian niet zomaar vergeet, maar Trouble is bij mij desondanks op de stapel blijven liggen. Dankzij een aantal jaarlijstjes met smaak en een aantal lezers van deze BLOG is de plaat er toch nog af gekomen en daar valt helemaal niets op af te dingen.
Op Trouble laat Hospitality horen dat het niets van haar veelzijdigheid en eigenzinnigheid heeft verloren. Sterker nog, de tweede plaat van de band uit Brooklyn, is nog eigenzinniger en veelzijdiger dan het destijds door mij zo bejubelde debuut.
Dat betekent nog niet direct dat Trouble een logisch vervolg is op het debuut van de band. Trouble is uiteindelijk toch wel een wat andere plaat dan zijn voorganger en wat mij betreft is het een betere plaat.
Op haar debuut koos Hospitality afwisselend voor honingzoete en stekelige popliedjes. Op Trouble domineren de stekeligere songs, waardoor een aantal namen kunnen worden weggestreept uit het bovenstaande lijstje met vergelijkingsmateriaal of op zijn minst minder relevant zijn.
Hospitality heeft haar tweede plaat niet alleen voorzien van nog wat stekeligere songs, maar heeft deze songs vervolgens ook gegoten in een ander geluid. Het is een subtiel geluid waarin veel ruimte wordt opengelaten, waardoor Trouble weids en open klinkt. Het geeft de muziek van Hospitality een bijzondere sfeer en dynamiek.
Het is een sfeer die uitstekend past bij de mooie stem van zangeres Amber Papini, die er ook op Trouble weer in slaagt om songs naar zich toe te trekken en vervolgens naar net wat grotere hoogte te tillen.
Hier en daar heeft de tweede plaat van Hospitality wat van Throwing Muses, al is de muziek van Hospitality meer ingetogen en avontuurlijker. Hier en daar lijkt het ook wat op de roemruchte plaat van Young Marble Giants, al zijn de songs van Hospitality een stuk conventioneler en hierdoor toegankelijker.
Hospitality houdt er op Trouble van om de luisteraar op het verkeerde been te zetten. Bijvoorbeeld door toch opeens met een zoet popliedje op de proppen te komen, door stiltes te gebruiken wanneer je iets anders verwacht of deze stilte vervolgens weer af te wisselen met een vol en wollig synthesizer-tapijt met prog-rock ambities.
Waar het debuut van Hospitality perfect paste in het hokje indie-pop, ligt dit keer het hokje indie-rock meer voor de hand, al is Trouble uiteindelijk toch vooral een plaat die je niet in een hokje moet proberen te duwen. Van Trouble moet je vooral genieten en wat gaat dat weer makkelijk. Erwin Zijleman
Hotels on Mars - Grief Museum (2021)

4,0
0
geplaatst: 18 februari 2021, 15:51 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hotels On Mars - Grief Museum - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Hotels On Mars - Grief Museum
Mat Weitman noemt Hotels On Mars zijn lo-fi project, waar zeker iets voor te zeggen is, maar het is wel een heel bijzonder lo-fi project, dat al snel vermaakt en hopeloos intrigeert
Bij eerste beluistering moest ik vooral wennen aan het bijzondere geluid op Grief Museum van Hotels On Mars. Het is een geluid waarin flink galmende gitaren nogal prominent aanwezig zijn. Het is een geluid dat makkelijk een aantal decennia oud zou kunnen zijn, al zou de verantwoordelijke voor de mix destijds onmiddellijk ontslagen zijn. Na enige gewenning raakte ik snel overtuigd van de kwaliteit van het album, dat absoluut een bijzonder eigen geluid laat horen. Het gitaarwerk is aangenaam, de zang heel behoorlijk en de songs spreken wat mij betreft tot de verbeelding. Wat mij betreft een aangename verrassing uit Brooklyn, New York.
Hotels On Mars is het alter ego van de Amerikaanse muzikant Mat Weitman, die onder zijn eigen naam een aantal EP’s uitbracht, maar nu debuteert met het album Grief Museum. De tegenwoordig uit Brooklyn, New York, opererende muzikant noemt Hotels On Mars een lo-fi project en daar valt wel iets voor te zeggen. Aan de andere kant klinkt Grief Museum anders dan alle andere lo-fi albums die ik in de kast heb staan.
Het debuut van Hotels On Mars viel onmiddellijk op door de bijzondere manier waarop het album is opgenomen, maar ik was er niet direct uit of ik het nu mooi vond of niet. Gitaren staan vooraan in de mix van het album en niet zo’n klein beetje ook. Het zijn gitaren met heel veel galm, die soms herinneren aan vervlogen tijden, zeker wanneer de galmknop nog wat verder wordt open gedraaid.
Ergens ver achter de gitaren komt de zang uit de speakers, terwijl de ritmesectie genoegen moet nemen met een plekje nog verder achterin. In eerste instantie klonk het album voor mij als een Oasis soundcheck waarin Noel Gallagher met zijn gitaren broer Liam naar de achtergrond probeert te dringen. Het is een mooi beeld, maar het is even wennen als het uit de speakers komt.
Op een gegeven moment begon het bijzondere geluid van de Amerikaanse muzikant me echter te intrigeren en vond ik de bijzondere combinatie van galmende gitaren en wat onderkoelde zang steeds mooier worden. Nu hou ik ook wel van dit soort galmende gitaren en dat is absoluut een vereiste om te kunnen houden van Grief Museum van Hotels On Mars.
Toen het beeld van de Oasis soundcheck was verdrongen, nam het debuut van het project van Mat Weitman me vooral mee terug naar de jaren 50 en 60, al haalde destijds niemand het in zijn hoofd om een album als Grief Museum te maken.
De meeste tracks op het album volgen ongeveer hetzelfde recept en keer op keer leidt dat tot nostalgisch klinkende popliedjes met bijzonder gitaarwerk in de hoofdrol. Gelukkig zitten er wel subtiele verschillen tussen de songs wanneer het gaat om dit gitaarwerk dat soms folky is of tegen country aanleunt, maar ook psychedelisch kan klinken of terug kan grijpen op de rock ’n roll uit de jaren 50 en 60.
Het is gitaarspel dat langzaam maar zeker steeds meer tot de verbeelding gaat spreken en dat geldt ook voor de zang en de songs op het album. Mat Weitman is een betere gitarist dan zanger, maar hij is ook een heel behoorlijk songwriter, waardoor ik toch bleef luisteren naar het heftige en hierdoor wel wat vermoeiende geluid op het album.
Het is een album dat anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment, wat absoluut bonuspunten oplevert voor Hotels On Mars. Grief Museum laat zich beluisteren als een portie retro, maar Mat Weitman doet meer dan nieuwe wijn in oude zakken stoppen. Ik geef direct toe dat ik flink heb moeten wennen aan de bijzondere aanpak van de muzikant uit Brooklyn, maar eenmaal gewend aan het bijzondere geluid ontdek ik toch steeds meer schoonheid op dit album.
Wereldberoemd gaat Mat Weitman er vast niet mee worden, maar liefhebbers van galmende gitaren en songs met een hang naar het verleden, moeten zeker eens luisteren naar dit bijzondere album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Hotels On Mars - Grief Museum - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Hotels On Mars - Grief Museum
Mat Weitman noemt Hotels On Mars zijn lo-fi project, waar zeker iets voor te zeggen is, maar het is wel een heel bijzonder lo-fi project, dat al snel vermaakt en hopeloos intrigeert
Bij eerste beluistering moest ik vooral wennen aan het bijzondere geluid op Grief Museum van Hotels On Mars. Het is een geluid waarin flink galmende gitaren nogal prominent aanwezig zijn. Het is een geluid dat makkelijk een aantal decennia oud zou kunnen zijn, al zou de verantwoordelijke voor de mix destijds onmiddellijk ontslagen zijn. Na enige gewenning raakte ik snel overtuigd van de kwaliteit van het album, dat absoluut een bijzonder eigen geluid laat horen. Het gitaarwerk is aangenaam, de zang heel behoorlijk en de songs spreken wat mij betreft tot de verbeelding. Wat mij betreft een aangename verrassing uit Brooklyn, New York.
Hotels On Mars is het alter ego van de Amerikaanse muzikant Mat Weitman, die onder zijn eigen naam een aantal EP’s uitbracht, maar nu debuteert met het album Grief Museum. De tegenwoordig uit Brooklyn, New York, opererende muzikant noemt Hotels On Mars een lo-fi project en daar valt wel iets voor te zeggen. Aan de andere kant klinkt Grief Museum anders dan alle andere lo-fi albums die ik in de kast heb staan.
Het debuut van Hotels On Mars viel onmiddellijk op door de bijzondere manier waarop het album is opgenomen, maar ik was er niet direct uit of ik het nu mooi vond of niet. Gitaren staan vooraan in de mix van het album en niet zo’n klein beetje ook. Het zijn gitaren met heel veel galm, die soms herinneren aan vervlogen tijden, zeker wanneer de galmknop nog wat verder wordt open gedraaid.
Ergens ver achter de gitaren komt de zang uit de speakers, terwijl de ritmesectie genoegen moet nemen met een plekje nog verder achterin. In eerste instantie klonk het album voor mij als een Oasis soundcheck waarin Noel Gallagher met zijn gitaren broer Liam naar de achtergrond probeert te dringen. Het is een mooi beeld, maar het is even wennen als het uit de speakers komt.
Op een gegeven moment begon het bijzondere geluid van de Amerikaanse muzikant me echter te intrigeren en vond ik de bijzondere combinatie van galmende gitaren en wat onderkoelde zang steeds mooier worden. Nu hou ik ook wel van dit soort galmende gitaren en dat is absoluut een vereiste om te kunnen houden van Grief Museum van Hotels On Mars.
Toen het beeld van de Oasis soundcheck was verdrongen, nam het debuut van het project van Mat Weitman me vooral mee terug naar de jaren 50 en 60, al haalde destijds niemand het in zijn hoofd om een album als Grief Museum te maken.
De meeste tracks op het album volgen ongeveer hetzelfde recept en keer op keer leidt dat tot nostalgisch klinkende popliedjes met bijzonder gitaarwerk in de hoofdrol. Gelukkig zitten er wel subtiele verschillen tussen de songs wanneer het gaat om dit gitaarwerk dat soms folky is of tegen country aanleunt, maar ook psychedelisch kan klinken of terug kan grijpen op de rock ’n roll uit de jaren 50 en 60.
Het is gitaarspel dat langzaam maar zeker steeds meer tot de verbeelding gaat spreken en dat geldt ook voor de zang en de songs op het album. Mat Weitman is een betere gitarist dan zanger, maar hij is ook een heel behoorlijk songwriter, waardoor ik toch bleef luisteren naar het heftige en hierdoor wel wat vermoeiende geluid op het album.
Het is een album dat anders klinkt dan de meeste andere albums van het moment, wat absoluut bonuspunten oplevert voor Hotels On Mars. Grief Museum laat zich beluisteren als een portie retro, maar Mat Weitman doet meer dan nieuwe wijn in oude zakken stoppen. Ik geef direct toe dat ik flink heb moeten wennen aan de bijzondere aanpak van de muzikant uit Brooklyn, maar eenmaal gewend aan het bijzondere geluid ontdek ik toch steeds meer schoonheid op dit album.
Wereldberoemd gaat Mat Weitman er vast niet mee worden, maar liefhebbers van galmende gitaren en songs met een hang naar het verleden, moeten zeker eens luisteren naar dit bijzondere album. Erwin Zijleman
Hotline TNT - Cartwheel (2023)

4,0
1
geplaatst: 8 november 2023, 14:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hotline TNT - Cartwheel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Hotline TNT - Cartwheel
Hotline TNT citeert op haar in de Verenigde Staten uitvoerig bejubelde tweede album Cartwheel stevig uit de archieven van de 90s shoegaze, maar geeft ook een eigen draai aan de invloeden uit het verleden
De spoeling wordt naarmate het einde van het jaar nadert wel wat dunner, maar het komt niet zo vaak voor dat Pitchfork en Paste unaniem zijn in hun keuze van het album van de week. De afgelopen week waren ze het wel, want beiden kozen voor Cartwheel van Hotline TNT. Het is een album dat in het hokje shoegaze wordt geduwd. Dat is logisch vanwege de gruizige gitaarmuren en de wat dromerige sfeer, maar Hotline TNT blijft zeker niet steken in het verleden en voegt ook invloeden uit omliggende genres toe. Boven alles maakt de Amerikaanse band indruk met aansprekende en prachtig melodieuze songs, die zijn volgestopt met gruizig gitaarwerk en minstens even veel melancholie.
Pitchfork zette me deze week op het spoor van de Amerikaanse band Hotline TNT, die voor haar tweede album Cartwheel een prachtig rapportcijfer kreeg van de Amerikaanse muziekwebsite, die het album ook nog eens uitriep tot het album van de week. Pitchfork stond hier niet alleen in, want ook mijn andere vaste tipgever Paste maakte Cartwheel van Hotline TNT het album van de week en vergeleek het bovendien met klassiekers uit het genre als Loveless van My Bloody Valentine en Souvlaki van Slowdive, waardoor Hotline TNT verzekerd was van mijn aandacht.
De band uit Brooklyn, New York, trok al eerder de aandacht van niemand minder dan Jack White, die de band rekruteerde voor zijn label Third Man Records, waarop het tweede album van de Amerikaanse band is verschenen. Cartwheel van Hotline TNT krijgt zowel door Pitchfork als Paste het etiket shoegaze opgeplakt en dat is een genre waar ik in de jaren 90 gek op was, maar waar ik tegenwoordig niet al te vaak meer naar luister. Toch was ik onmiddellijk onder de indruk van het nieuwe album van Hotline TNT.
De band rond voorman Will Anderson, die in de studio vrijwel alles zelf doet, put inderdaad stevig uit de archieven van de shoegaze, maar verwerkt ook invloeden uit omliggende genres als de indierock, powerpop en noiserock en stort bovendien een enorme hoeveelheid door liefdesverdriet veroorzaakte melancholie over je uit. Dat in de meeste recensies van het album de invloeden uit de shoegaze worden benadrukt is niet zo gek, want vrijwel direct vanaf de eerste noten bouwt Hotline TNT hoge en bijzonder gruizige gitaarmuren op.
De combinatie van melodieuze gitaarlijnen en een flinke bak gruizige herrie klinkt voor liefhebbers van shoegaze onmiddellijk bekend in de horen en ook de solide basis van bas en drums en de wat dromerige zang van Will Anderson duwen Cartwheel van Hotline TNT makkelijk in het hokje shoegaze, al doe je de band uit Brooklyn hier ook wel wat mee te kort.
De gitaarmuren klinken overigens het mooist wanneer je het album met een flink volume beluisterd, waardoor het om de vrede met de buren te bewaren raadzaam is om de koptelefoon er bij te pakken. Dan hoor je hoe mooi de gitaarmuren zijn, maar hoor je vooral hoe mooi het gitaarwerk combineert met de melodieuze songs van Hotline TNT en met de dromerige of zelfs wat luie zang van Will Anderson.
Cartwheel duurt maar net iets meer dan een half uur, maar op zich is dat genoeg. De hoge gitaarmuren en het gruizige gitaarwerk vragen immers wel wat van de luisteraar, die continu wordt bestookt met gitaarsalvo’s. Paste draagt zoals gezegd wat shoegaze klassiekers aan als vergelijkingsmateriaal, maar persoonlijk hoor ik slechts in beperkte mate raakvlakken met de klassiekers uit de jaren 90. Hotline TNT maakt op Cartwheel haar eigen shoegaze variant en doet dat echt heel erg goed.
In muzikaal opzicht zit het direct goed en ik heb ook niets tegen de zang, die in een aantal recensies echter ook als zwak of zelfs saai wordt bestempeld. Nu ik wat vaker naar het album heb geluisterd ben ik zelf vooral steeds meer onder de indruk van de songs, die langzaam maar zeker opduiken uit al het gruizige gitaargeweld. Ik lees in Nederland nog niet veel over dit geweldige album, maar dat moet echt heel snel gaan veranderen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Hotline TNT - Cartwheel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Hotline TNT - Cartwheel
Hotline TNT citeert op haar in de Verenigde Staten uitvoerig bejubelde tweede album Cartwheel stevig uit de archieven van de 90s shoegaze, maar geeft ook een eigen draai aan de invloeden uit het verleden
De spoeling wordt naarmate het einde van het jaar nadert wel wat dunner, maar het komt niet zo vaak voor dat Pitchfork en Paste unaniem zijn in hun keuze van het album van de week. De afgelopen week waren ze het wel, want beiden kozen voor Cartwheel van Hotline TNT. Het is een album dat in het hokje shoegaze wordt geduwd. Dat is logisch vanwege de gruizige gitaarmuren en de wat dromerige sfeer, maar Hotline TNT blijft zeker niet steken in het verleden en voegt ook invloeden uit omliggende genres toe. Boven alles maakt de Amerikaanse band indruk met aansprekende en prachtig melodieuze songs, die zijn volgestopt met gruizig gitaarwerk en minstens even veel melancholie.
Pitchfork zette me deze week op het spoor van de Amerikaanse band Hotline TNT, die voor haar tweede album Cartwheel een prachtig rapportcijfer kreeg van de Amerikaanse muziekwebsite, die het album ook nog eens uitriep tot het album van de week. Pitchfork stond hier niet alleen in, want ook mijn andere vaste tipgever Paste maakte Cartwheel van Hotline TNT het album van de week en vergeleek het bovendien met klassiekers uit het genre als Loveless van My Bloody Valentine en Souvlaki van Slowdive, waardoor Hotline TNT verzekerd was van mijn aandacht.
De band uit Brooklyn, New York, trok al eerder de aandacht van niemand minder dan Jack White, die de band rekruteerde voor zijn label Third Man Records, waarop het tweede album van de Amerikaanse band is verschenen. Cartwheel van Hotline TNT krijgt zowel door Pitchfork als Paste het etiket shoegaze opgeplakt en dat is een genre waar ik in de jaren 90 gek op was, maar waar ik tegenwoordig niet al te vaak meer naar luister. Toch was ik onmiddellijk onder de indruk van het nieuwe album van Hotline TNT.
De band rond voorman Will Anderson, die in de studio vrijwel alles zelf doet, put inderdaad stevig uit de archieven van de shoegaze, maar verwerkt ook invloeden uit omliggende genres als de indierock, powerpop en noiserock en stort bovendien een enorme hoeveelheid door liefdesverdriet veroorzaakte melancholie over je uit. Dat in de meeste recensies van het album de invloeden uit de shoegaze worden benadrukt is niet zo gek, want vrijwel direct vanaf de eerste noten bouwt Hotline TNT hoge en bijzonder gruizige gitaarmuren op.
De combinatie van melodieuze gitaarlijnen en een flinke bak gruizige herrie klinkt voor liefhebbers van shoegaze onmiddellijk bekend in de horen en ook de solide basis van bas en drums en de wat dromerige zang van Will Anderson duwen Cartwheel van Hotline TNT makkelijk in het hokje shoegaze, al doe je de band uit Brooklyn hier ook wel wat mee te kort.
De gitaarmuren klinken overigens het mooist wanneer je het album met een flink volume beluisterd, waardoor het om de vrede met de buren te bewaren raadzaam is om de koptelefoon er bij te pakken. Dan hoor je hoe mooi de gitaarmuren zijn, maar hoor je vooral hoe mooi het gitaarwerk combineert met de melodieuze songs van Hotline TNT en met de dromerige of zelfs wat luie zang van Will Anderson.
Cartwheel duurt maar net iets meer dan een half uur, maar op zich is dat genoeg. De hoge gitaarmuren en het gruizige gitaarwerk vragen immers wel wat van de luisteraar, die continu wordt bestookt met gitaarsalvo’s. Paste draagt zoals gezegd wat shoegaze klassiekers aan als vergelijkingsmateriaal, maar persoonlijk hoor ik slechts in beperkte mate raakvlakken met de klassiekers uit de jaren 90. Hotline TNT maakt op Cartwheel haar eigen shoegaze variant en doet dat echt heel erg goed.
In muzikaal opzicht zit het direct goed en ik heb ook niets tegen de zang, die in een aantal recensies echter ook als zwak of zelfs saai wordt bestempeld. Nu ik wat vaker naar het album heb geluisterd ben ik zelf vooral steeds meer onder de indruk van de songs, die langzaam maar zeker opduiken uit al het gruizige gitaargeweld. Ik lees in Nederland nog niet veel over dit geweldige album, maar dat moet echt heel snel gaan veranderen. Erwin Zijleman
Houndmouth - Little Neon Limelight (2015)

4,0
0
geplaatst: 28 april 2015, 15:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Houndmouth - Little Neon Limelight - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit New Albany, Indiana, afkomstige band Houndmouth wordt in de Verenigde Staten in hetzelfde hokje geduwd als The Lumineers, waarmee de band in Europa aansluiting vindt bij een band als Mumford & Sons.
Ook Houndmouth maakt immers lekker in het gehoor liggende rootsmuziek met een opzwepende instrumentatie en gepassioneerde vocalen.
Toch sla ik Houndmouth na het beluisteren van Little Neon Limelight, overigens de tweede plaat van de band, aanzienlijk hoger aan dan de genoemde concurrenten. Dat heeft meerdere redenen.
Allereest valt Little Neon Limelight op door geweldig gitaarwerk. Dit kan ondersteunend gitaarwerk op de achtergrond zijn, maar de muziek van Houndmouth mag af en toe ook flink ontsporen.
Hiermee hebben we direct een tweede reden waarom Houndmouth zich weet te onderscheiden van de concurrentie te pakken, want in tegenstelling tot de genoemde bands kleurt Houndmouth aanzienlijk minder netjes binnen de lijnen en sluit het bovendien meer aan op de muziek uit de jaren 60 en 70 en verpakt het deze invloeden in songs vol urgentie.
Tenslotte vind ik Houndmouth in vocaal opzicht veel beter dan de genoemde zeer succesvolle bands. Ook Houndmouth grossiert in gepassioneerde vocalen en zwaar aangezette harmonieën, maar het lijkt bij de band uit Indiana geen kunstje. De band combineert op bijzonder fraaie wijze mannen- en vrouwenvocalen en zeker wanneer er in vocaal opzicht gast terug genomen mag worden waan je je een aantal decennia terug in de tijd, terwijl de band in de harmonieën ook uitstapjes richting gospel kan maken.
De muziek van Houndmouth grijpt nadrukkelijk terug op de countryrock en folkrock uit de jaren 60 en 70, maar de band schuwt ook 50s rock ’n roll of meer eigentijdse rockvarianten niet en is ook niet bang voor een ingetogen ballad , een flinke dosis psychedelica of een spetterende portie Southern rock.
Het is jammer dat Houndmouth op Little Neon Limelight heeft gekozen voor twee grootse en meeslepende openingstracks, want persoonlijk vind ik de tweede plaat sterker worden wanneer de band minder zijn best doet om een breed publiek aan te spreken.
Little Neon Limelight is uiteindelijk vooral een geweldige rootsalbum. Het is een rootsalbum van een band die in muzikaal opzicht meerdere kanten op durft te gaan en het is een album van een band die beschikt over de luxe van meerdere leden die geweldig kunnen zingen. In technisch opzicht is het waarschijnlijk niet eens zo heel bijzonder, maar Little Neon Limelight maakt diepe indruk met de hoeveelheid emotie die in de songs en met name in de vocalen van Houndmouth is verpakt.
Little Neon Limelight is tenslotte ook nog eens een enorme groeiplaat. Bij eerste beluistering vond ik de muziek van de Amerikaanse band vooral lekker klinken, maar inmiddels is Little Neon Limelight voor mij een van de beste rootsplaten van de laatste tijd. En hij wordt nog steeds alleen maar beter. Zeer warm aanbevolen dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Houndmouth - Little Neon Limelight - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit New Albany, Indiana, afkomstige band Houndmouth wordt in de Verenigde Staten in hetzelfde hokje geduwd als The Lumineers, waarmee de band in Europa aansluiting vindt bij een band als Mumford & Sons.
Ook Houndmouth maakt immers lekker in het gehoor liggende rootsmuziek met een opzwepende instrumentatie en gepassioneerde vocalen.
Toch sla ik Houndmouth na het beluisteren van Little Neon Limelight, overigens de tweede plaat van de band, aanzienlijk hoger aan dan de genoemde concurrenten. Dat heeft meerdere redenen.
Allereest valt Little Neon Limelight op door geweldig gitaarwerk. Dit kan ondersteunend gitaarwerk op de achtergrond zijn, maar de muziek van Houndmouth mag af en toe ook flink ontsporen.
Hiermee hebben we direct een tweede reden waarom Houndmouth zich weet te onderscheiden van de concurrentie te pakken, want in tegenstelling tot de genoemde bands kleurt Houndmouth aanzienlijk minder netjes binnen de lijnen en sluit het bovendien meer aan op de muziek uit de jaren 60 en 70 en verpakt het deze invloeden in songs vol urgentie.
Tenslotte vind ik Houndmouth in vocaal opzicht veel beter dan de genoemde zeer succesvolle bands. Ook Houndmouth grossiert in gepassioneerde vocalen en zwaar aangezette harmonieën, maar het lijkt bij de band uit Indiana geen kunstje. De band combineert op bijzonder fraaie wijze mannen- en vrouwenvocalen en zeker wanneer er in vocaal opzicht gast terug genomen mag worden waan je je een aantal decennia terug in de tijd, terwijl de band in de harmonieën ook uitstapjes richting gospel kan maken.
De muziek van Houndmouth grijpt nadrukkelijk terug op de countryrock en folkrock uit de jaren 60 en 70, maar de band schuwt ook 50s rock ’n roll of meer eigentijdse rockvarianten niet en is ook niet bang voor een ingetogen ballad , een flinke dosis psychedelica of een spetterende portie Southern rock.
Het is jammer dat Houndmouth op Little Neon Limelight heeft gekozen voor twee grootse en meeslepende openingstracks, want persoonlijk vind ik de tweede plaat sterker worden wanneer de band minder zijn best doet om een breed publiek aan te spreken.
Little Neon Limelight is uiteindelijk vooral een geweldige rootsalbum. Het is een rootsalbum van een band die in muzikaal opzicht meerdere kanten op durft te gaan en het is een album van een band die beschikt over de luxe van meerdere leden die geweldig kunnen zingen. In technisch opzicht is het waarschijnlijk niet eens zo heel bijzonder, maar Little Neon Limelight maakt diepe indruk met de hoeveelheid emotie die in de songs en met name in de vocalen van Houndmouth is verpakt.
Little Neon Limelight is tenslotte ook nog eens een enorme groeiplaat. Bij eerste beluistering vond ik de muziek van de Amerikaanse band vooral lekker klinken, maar inmiddels is Little Neon Limelight voor mij een van de beste rootsplaten van de laatste tijd. En hij wordt nog steeds alleen maar beter. Zeer warm aanbevolen dus. Erwin Zijleman
House of Cosy Cushions - Spell (2014)

4,5
0
geplaatst: 8 april 2014, 14:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: House Of Cosy Cushions - Spell - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Spell is niet mijn eerste kennismaking met het werk van House Of Cosy Cushions. In de herfst van 2012 werd ik immers al heerlijk beneveld door Haunt Me Sweetly; een psychedelisch hoogstandje dat terecht met superlatieven werd onthaald op deze BLOG. Haunt Me Sweetly was een niet altijd even makkelijk te doorgronden en nog minder makkelijk te beschrijven plaat. Hetzelfde geldt eigenlijk voor Spell en misschien is het dit keer zelfs nog wel lastiger geworden. De plaat draait inmiddels al een tijdje zijn rondjes op de platenspeler, maar nog steeds vind ik het buitengewoon lastig om iets op te schrijven over de nieuwe plaat van House Of Cosy Cushions. De deels Nederlands en deels Ierse band rond kunstenaar en muzikant Richard Bolhuis zet in de openingstrack Mountain direct de toon. Nauwelijks thuis te brengen klanken, die een experimenteel aandoend patroon herhalen, worden hier en daar gecombineerd met bijna beangstigende drones. Alle pogingen om de muziek van House Of Cosy Cushions te vergelijken met de muziek van anderen of om de muziek op Spell in een hokje te stoppen zijn direct gestrand. Ook bij alle tracks die volgen is het ondernemen van een poging tot classificeren of vergelijken een vrijwel zinloze exercitie. In al deze tracks is de instrumentatie experimenteel en bijzonder. Soms elektronisch en bijna niet van deze wereld, maar vaak ook aards en organisch. De songs met vocalen zijn ingetogen en loom, terwijl in de instrumentale tracks volop ruimte is voor het experiment. In de instrumentale songs is een voorname rol weggelegd voor een strijker en een blazer, maar ook tapes, loops en zelfs een heuse hartslag of een melancholische zingende zaag worden ingezet om de bijzondere muziek van House Of Cosy Cushions nog net wat ongrijpbaarder te maken. De vocale tracks, waarin Richard Bolhuis in de meeste gevallen solo opereert, zijn zeker niet alledaags, maar bieden nog wel wat raakvlakken. Soms met Pink Floyd in haar psychedelische jaren, soms met Genesis in de dagen dat Peter Gabriel nog aan de touwtjes trok en vaak met het werk van David Sylvian. Deze raakvlakken zijn schaarser in de instrumentale tracks, maar deze overtuigen wat mij betreft net zo makkelijk als de vocale tracks. House Of Cosy Cushions maakt misschien muziek die weinig houvast biedt, maar de band staat ook garant voor muziek die uitnodigt tot heerlijk wegdromen of juist starten met een fascinerende muzikale reis die je op plekken brengt waar je nog nooit geweest bent. De instrumentale tracks hebben vaak een repeterend karakter, de ene keer zacht en teder, de volgende keer bijna industrieel rauw en hard. De repeterende elementen staan tegenover fraaie accenten van strijkers en blazers, wat de muziek van House Of Cosy Cushions een unieke schoonheid geeft. Vergeleken met zijn voorganger zoekt Spell nog wat nadrukkelijker het experiment. Het maakt Spell tot een plaat voor de liefhebber, maar deze liefhebber krijgt heel veel moois. Ik zet Spell zelf nog maar eens op en verbaas me voor de zoveelste keer over de bijzondere klanken, de verrassende wendingen en de bijna onwerkelijke schoonheid van de muziek van House Of Cosy Cushions. Een makkelijke luistertrip is het zeker niet, maar acht wat is Spell een mooie, bijzondere en fascinerende plaat. Tip: koop de plaat op vinyl, dat klinkt werkelijk prachtig en sorteert nog net wat meer effect. Erwin Zijleman
House Of Cosy Cushions presenteert haar nieuwe plaat op 11 april in Paradiso. Eerder deze week is de band aan het werk te zien in België. Ga dat zien. Zie: http://houseofcosycushions.com/Tour-2014.
De krenten uit de pop: House Of Cosy Cushions - Spell - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Spell is niet mijn eerste kennismaking met het werk van House Of Cosy Cushions. In de herfst van 2012 werd ik immers al heerlijk beneveld door Haunt Me Sweetly; een psychedelisch hoogstandje dat terecht met superlatieven werd onthaald op deze BLOG. Haunt Me Sweetly was een niet altijd even makkelijk te doorgronden en nog minder makkelijk te beschrijven plaat. Hetzelfde geldt eigenlijk voor Spell en misschien is het dit keer zelfs nog wel lastiger geworden. De plaat draait inmiddels al een tijdje zijn rondjes op de platenspeler, maar nog steeds vind ik het buitengewoon lastig om iets op te schrijven over de nieuwe plaat van House Of Cosy Cushions. De deels Nederlands en deels Ierse band rond kunstenaar en muzikant Richard Bolhuis zet in de openingstrack Mountain direct de toon. Nauwelijks thuis te brengen klanken, die een experimenteel aandoend patroon herhalen, worden hier en daar gecombineerd met bijna beangstigende drones. Alle pogingen om de muziek van House Of Cosy Cushions te vergelijken met de muziek van anderen of om de muziek op Spell in een hokje te stoppen zijn direct gestrand. Ook bij alle tracks die volgen is het ondernemen van een poging tot classificeren of vergelijken een vrijwel zinloze exercitie. In al deze tracks is de instrumentatie experimenteel en bijzonder. Soms elektronisch en bijna niet van deze wereld, maar vaak ook aards en organisch. De songs met vocalen zijn ingetogen en loom, terwijl in de instrumentale tracks volop ruimte is voor het experiment. In de instrumentale songs is een voorname rol weggelegd voor een strijker en een blazer, maar ook tapes, loops en zelfs een heuse hartslag of een melancholische zingende zaag worden ingezet om de bijzondere muziek van House Of Cosy Cushions nog net wat ongrijpbaarder te maken. De vocale tracks, waarin Richard Bolhuis in de meeste gevallen solo opereert, zijn zeker niet alledaags, maar bieden nog wel wat raakvlakken. Soms met Pink Floyd in haar psychedelische jaren, soms met Genesis in de dagen dat Peter Gabriel nog aan de touwtjes trok en vaak met het werk van David Sylvian. Deze raakvlakken zijn schaarser in de instrumentale tracks, maar deze overtuigen wat mij betreft net zo makkelijk als de vocale tracks. House Of Cosy Cushions maakt misschien muziek die weinig houvast biedt, maar de band staat ook garant voor muziek die uitnodigt tot heerlijk wegdromen of juist starten met een fascinerende muzikale reis die je op plekken brengt waar je nog nooit geweest bent. De instrumentale tracks hebben vaak een repeterend karakter, de ene keer zacht en teder, de volgende keer bijna industrieel rauw en hard. De repeterende elementen staan tegenover fraaie accenten van strijkers en blazers, wat de muziek van House Of Cosy Cushions een unieke schoonheid geeft. Vergeleken met zijn voorganger zoekt Spell nog wat nadrukkelijker het experiment. Het maakt Spell tot een plaat voor de liefhebber, maar deze liefhebber krijgt heel veel moois. Ik zet Spell zelf nog maar eens op en verbaas me voor de zoveelste keer over de bijzondere klanken, de verrassende wendingen en de bijna onwerkelijke schoonheid van de muziek van House Of Cosy Cushions. Een makkelijke luistertrip is het zeker niet, maar acht wat is Spell een mooie, bijzondere en fascinerende plaat. Tip: koop de plaat op vinyl, dat klinkt werkelijk prachtig en sorteert nog net wat meer effect. Erwin Zijleman
House Of Cosy Cushions presenteert haar nieuwe plaat op 11 april in Paradiso. Eerder deze week is de band aan het werk te zien in België. Ga dat zien. Zie: http://houseofcosycushions.com/Tour-2014.
House of Cosy Cushions - Underground Bliss (2018)

4,5
1
geplaatst: 28 juni 2018, 06:44 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: House Of Cosy Cushions - Underground Bliss - dekrentenuitdepop.blogspot.com
House Of Cosy Cushions maakte op mij een onuitwisbare indruk met de platen Haunt Me Sweetly uit 2012 en Spell uit 2014. De platen van de band rond de Nederlandse muzikant en kunstenaar Richard Bolhuis deden dit met muziek die zich op geen enkele manier in een hokje liet duwen en ook lang niet altijd houvast bood.
De deels Nederlandse en deels Ierse band bracht haar meest recente project, Underground Bliss, al naar het podium en wist hier muziek en kunst op even fraaie als fascinerende wijze te combineren. Het fraai verpakte vinyl heb ik inmiddels al een maand of twee in huis en eindelijk kan ik iets opschrijven over de nieuwe plaat van House Of Cosy Cushions.
Het is goed dat ik de tijd heb kunnen nemen voor de plaat, want Bliss is, net als zijn voorgangers, een plaat die zijn geheimen maar spaarzaam prijs geeft. De vorige platen van de band waren niet of nauwelijks te vergelijken met de muziek van anderen, maar uiteindelijk kwam ik tot het rijtje Pink Floyd (in haar psychedelische beginjaren), Sparklehorse, Low, Genesis (Peter Gabriel periode) en David Sylvian. Op Underground Bliss hoor ik af en toe nog steeds wel wat van de meest experimentele psychedelische muziek die Pink Floyd aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 maakte, maar alle andere vergelijkingen zijn niet meer relevant.
Op Underground Bliss intrigeert House Of Cosy Cushions met bijzondere soundscapes. Het zijn soundscapes die donker en soms zelfs wat dreigend klinken, maar die ook zomaar kunnen omslaan in bezwerende klanken van een bijzondere schoonheid. Het combineert vast prachtig met het kunstwerk dat zich ontvouwt tijdens de optredens van de band, maar de plaat is minstens even mooi en bijzonder wanneer je zelf beelden mag bedenken bij de bijzondere klanken van de Iers-Nederlandse band.
Net als de vorige platen van House Of Cosy Cushions komt de muziek van de band het best tot zijn recht wanneer je de plaat met wat hoger volume of met de koptelefoon beluistert. Zeker bij volledige aandacht hoor je hoe mooi de tracks op de plaat zich ontwikkelen en zonder woorden een verhaal vertellen.
Underground Bliss is wat minder toegankelijk dan zijn twee voorgangers, maar het is zeker geen ontoegankelijke plaat. Het is bijzonder hoe betoverende of zelfs lieflijke klanken kunnen transformeren in donkere en dreigende klanken en het is al even bijzonder hoe de plaat de aandacht moeiteloos vast houdt; ook wanneer House Of Cosy Cushions zich een tijd lang beperkt tot repeterende patronen en voorzichtig over waaiende geluidswolken. Experimentele klanken kunnen zomaar omslaan in een track met een bijna aanstekelijk ritme of met een fraai gitaarloopje, waardoor je 36 minuten bij de les moet blijven om maar niets te missen van al het moois dat voorbij komt.
Underground Bliss van House Of Cosy Cushions zal vooral in het hokje avant garde worden geduwd, maar de bijzondere soundscapes van de band passen wat mij betreft ook prima in het hokje psychedelica. De nieuwe plaat van het project van Richard Bolhuis is echter vooral een plaat die zich continu probeert te ontworstelen aan hokjes en daar glansrijk in slaagt.
Makkelijk is het allemaal niet, maar hoe meer energie je in deze bijzondere plaat steekt hoe meer schoonheid en avontuur je terug krijgt. Laat je ook meevoeren door de bijzondere klanken van deze unieke band en kom vanzelf op plaatsen waar je nog nooit bent geweest, maar nog regelmatig wilt terugkeren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: House Of Cosy Cushions - Underground Bliss - dekrentenuitdepop.blogspot.com
House Of Cosy Cushions maakte op mij een onuitwisbare indruk met de platen Haunt Me Sweetly uit 2012 en Spell uit 2014. De platen van de band rond de Nederlandse muzikant en kunstenaar Richard Bolhuis deden dit met muziek die zich op geen enkele manier in een hokje liet duwen en ook lang niet altijd houvast bood.
De deels Nederlandse en deels Ierse band bracht haar meest recente project, Underground Bliss, al naar het podium en wist hier muziek en kunst op even fraaie als fascinerende wijze te combineren. Het fraai verpakte vinyl heb ik inmiddels al een maand of twee in huis en eindelijk kan ik iets opschrijven over de nieuwe plaat van House Of Cosy Cushions.
Het is goed dat ik de tijd heb kunnen nemen voor de plaat, want Bliss is, net als zijn voorgangers, een plaat die zijn geheimen maar spaarzaam prijs geeft. De vorige platen van de band waren niet of nauwelijks te vergelijken met de muziek van anderen, maar uiteindelijk kwam ik tot het rijtje Pink Floyd (in haar psychedelische beginjaren), Sparklehorse, Low, Genesis (Peter Gabriel periode) en David Sylvian. Op Underground Bliss hoor ik af en toe nog steeds wel wat van de meest experimentele psychedelische muziek die Pink Floyd aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 maakte, maar alle andere vergelijkingen zijn niet meer relevant.
Op Underground Bliss intrigeert House Of Cosy Cushions met bijzondere soundscapes. Het zijn soundscapes die donker en soms zelfs wat dreigend klinken, maar die ook zomaar kunnen omslaan in bezwerende klanken van een bijzondere schoonheid. Het combineert vast prachtig met het kunstwerk dat zich ontvouwt tijdens de optredens van de band, maar de plaat is minstens even mooi en bijzonder wanneer je zelf beelden mag bedenken bij de bijzondere klanken van de Iers-Nederlandse band.
Net als de vorige platen van House Of Cosy Cushions komt de muziek van de band het best tot zijn recht wanneer je de plaat met wat hoger volume of met de koptelefoon beluistert. Zeker bij volledige aandacht hoor je hoe mooi de tracks op de plaat zich ontwikkelen en zonder woorden een verhaal vertellen.
Underground Bliss is wat minder toegankelijk dan zijn twee voorgangers, maar het is zeker geen ontoegankelijke plaat. Het is bijzonder hoe betoverende of zelfs lieflijke klanken kunnen transformeren in donkere en dreigende klanken en het is al even bijzonder hoe de plaat de aandacht moeiteloos vast houdt; ook wanneer House Of Cosy Cushions zich een tijd lang beperkt tot repeterende patronen en voorzichtig over waaiende geluidswolken. Experimentele klanken kunnen zomaar omslaan in een track met een bijna aanstekelijk ritme of met een fraai gitaarloopje, waardoor je 36 minuten bij de les moet blijven om maar niets te missen van al het moois dat voorbij komt.
Underground Bliss van House Of Cosy Cushions zal vooral in het hokje avant garde worden geduwd, maar de bijzondere soundscapes van de band passen wat mij betreft ook prima in het hokje psychedelica. De nieuwe plaat van het project van Richard Bolhuis is echter vooral een plaat die zich continu probeert te ontworstelen aan hokjes en daar glansrijk in slaagt.
Makkelijk is het allemaal niet, maar hoe meer energie je in deze bijzondere plaat steekt hoe meer schoonheid en avontuur je terug krijgt. Laat je ook meevoeren door de bijzondere klanken van deze unieke band en kom vanzelf op plaatsen waar je nog nooit bent geweest, maar nog regelmatig wilt terugkeren. Erwin Zijleman
Hovvdy - True Love (2021)

4,0
1
geplaatst: 4 januari 2022, 16:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hovvdy - True Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Hovvdy - True Love
True Love van het Amerikaanse duo Hovvdy is op het eerste gehoor vooral loom, dromerig en honingzoet, maar luister net wat beter en er komt echt steeds meer moois aan de oppervlakte
Ook ik ging er bij eerste beluistering van het nieuwe album van Hovvdy van uit dat dit een album is dat je het beste kunt bewaren voor broeierige en zorgeloze zomeravonden die momenteel ver weg lijken. Langzaam maar zeker is dit album echter een trouwe metgezel geworden die ook op donkere winteravonden uitstekend tot zijn recht komt. De klanken zijn warm, de productie van Andrew Sarlow subtiel maar smaakvol en de stemmen van de twee leden van de band zijn vaak aangenaam maar met enige regelmaat ook veel meer dan dat. Typisch zo’n album dat veel beter is dan je bij de eerste inschatting dacht. Ik vond het toen vooral zoetsappig, maar inmiddels prachtig.
Hovvdy is een duo uit Austin, Texas, dat bestaat uit Charlie Martin en Will Taylor. Beiden stapten het afgelopen jaar in het huwelijksbootje en werden vader, waardoor hun tweede album True Love is voorzien van een positieve en dromerige sfeer. True Love verscheen een paar maanden geleden en bij eerste beluistering vond ik de muziek van het Amerikaanse duo vooral erg zoetsappig, al hoorde ik ook wel wat moois in de lome klanken op True Love. Mede aangemoedigd door een aantal jaarlijstjes heb ik het album de afgelopen week nog een paar keer beluisterd en inmiddels ben ik een stuk positiever over het album.
Hovvdy maakte in het verleden muziek met een ruw randje, maar op True Love klinkt de band een stuk gepolijster. Dat is best bijzonder, want het nieuwe album van Hovvdy werd geproduceerd door niemand minder dan Andrew Sarlo, die de afgelopen jaren prachtige dingen deed met de muziek van Big Thief, die wel in ruime mate is voorzien van scherpe kanten.
Bij eerste beluistering deed True Love van Hovvdy me vooral denken aan de albums van John Mayer of zelfs de muziek van Jack Johnson. Het maakte van True Love een album dat je uitstekend voort kunt laten kabbelen op de achtergrond, bij voorkeur op een broeierige zomeravond. Wanneer je wat vaker luistert naar het album, blijkt de muziek van Hovvdy gelukkig ook geschikt voor de andere seizoenen en blijkt het bovendien muziek die intensieve beluistering verdient.
Bij eerste beluistering was ik vooral verbaasd over het wat gepolijste geluid op het album, maar nu ik wat vaker naar het album heb geluisterd, vind ik ook deze productie van Andrew Sarlo vakwerk. True Love is voorzien van een behoorlijk vol geluid, maar het is een geluid dat ondanks alle instrumenten ademt. Het nieuwe album van Hovvdy is voorzien van een akoestische basis, waarin warm klinkende akoestische gitaren domineren, maar waarin ook mooie subtiele accenten zijn verstopt, waardoor de instrumentatie op True Love veel spannender is dan bij eerste beluistering het geval lijkt.
De warme klanken kleuren prachtig bij de mooie stemmen van Charlie Martin en Will Taylor, die vooral loom en dromerig klinken. Beide heren zitten nog op de roze wolk die hoort bij het verse vaderschap en dat hoor je. Ik heb normaal gesproken een voorkeur voor albums die overlopen van melancholie, maar zo op zijn tijd mag het ook wel eens wat zoeter en lieflijker en hiervoor ben je bij Hovvdy aan het juiste adres.
True Love is uiteindelijk een vat vol tegenstrijdigheden. Soms is het een suikerspin die vervliegt waar je bij staat, maar het Amerikaanse duo tekent ook voor intieme popliedjes die je langzaam maar zeker dierbaar worden. Zelf luister ik inmiddels voor de zoveelste keer naar het album dat ik eerder dit jaar makkelijk terzijde schoof en ik vind de instrumentatie, de productie, de vocalen en de songs weer net wat mooier dan de vorige keer.
True Love wakkert het verlangen naar broeierige en vooral zorgeloze zomeravonden aan, maar ook als de temperaturen deze winter nog flink naar beneden schieten, verwacht ik bescheiden wonderen van dit album dat echt veel beter is dan iedereen die er slechts met een half oor heeft beluisterd zal beweren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Hovvdy - True Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Hovvdy - True Love
True Love van het Amerikaanse duo Hovvdy is op het eerste gehoor vooral loom, dromerig en honingzoet, maar luister net wat beter en er komt echt steeds meer moois aan de oppervlakte
Ook ik ging er bij eerste beluistering van het nieuwe album van Hovvdy van uit dat dit een album is dat je het beste kunt bewaren voor broeierige en zorgeloze zomeravonden die momenteel ver weg lijken. Langzaam maar zeker is dit album echter een trouwe metgezel geworden die ook op donkere winteravonden uitstekend tot zijn recht komt. De klanken zijn warm, de productie van Andrew Sarlow subtiel maar smaakvol en de stemmen van de twee leden van de band zijn vaak aangenaam maar met enige regelmaat ook veel meer dan dat. Typisch zo’n album dat veel beter is dan je bij de eerste inschatting dacht. Ik vond het toen vooral zoetsappig, maar inmiddels prachtig.
Hovvdy is een duo uit Austin, Texas, dat bestaat uit Charlie Martin en Will Taylor. Beiden stapten het afgelopen jaar in het huwelijksbootje en werden vader, waardoor hun tweede album True Love is voorzien van een positieve en dromerige sfeer. True Love verscheen een paar maanden geleden en bij eerste beluistering vond ik de muziek van het Amerikaanse duo vooral erg zoetsappig, al hoorde ik ook wel wat moois in de lome klanken op True Love. Mede aangemoedigd door een aantal jaarlijstjes heb ik het album de afgelopen week nog een paar keer beluisterd en inmiddels ben ik een stuk positiever over het album.
Hovvdy maakte in het verleden muziek met een ruw randje, maar op True Love klinkt de band een stuk gepolijster. Dat is best bijzonder, want het nieuwe album van Hovvdy werd geproduceerd door niemand minder dan Andrew Sarlo, die de afgelopen jaren prachtige dingen deed met de muziek van Big Thief, die wel in ruime mate is voorzien van scherpe kanten.
Bij eerste beluistering deed True Love van Hovvdy me vooral denken aan de albums van John Mayer of zelfs de muziek van Jack Johnson. Het maakte van True Love een album dat je uitstekend voort kunt laten kabbelen op de achtergrond, bij voorkeur op een broeierige zomeravond. Wanneer je wat vaker luistert naar het album, blijkt de muziek van Hovvdy gelukkig ook geschikt voor de andere seizoenen en blijkt het bovendien muziek die intensieve beluistering verdient.
Bij eerste beluistering was ik vooral verbaasd over het wat gepolijste geluid op het album, maar nu ik wat vaker naar het album heb geluisterd, vind ik ook deze productie van Andrew Sarlo vakwerk. True Love is voorzien van een behoorlijk vol geluid, maar het is een geluid dat ondanks alle instrumenten ademt. Het nieuwe album van Hovvdy is voorzien van een akoestische basis, waarin warm klinkende akoestische gitaren domineren, maar waarin ook mooie subtiele accenten zijn verstopt, waardoor de instrumentatie op True Love veel spannender is dan bij eerste beluistering het geval lijkt.
De warme klanken kleuren prachtig bij de mooie stemmen van Charlie Martin en Will Taylor, die vooral loom en dromerig klinken. Beide heren zitten nog op de roze wolk die hoort bij het verse vaderschap en dat hoor je. Ik heb normaal gesproken een voorkeur voor albums die overlopen van melancholie, maar zo op zijn tijd mag het ook wel eens wat zoeter en lieflijker en hiervoor ben je bij Hovvdy aan het juiste adres.
True Love is uiteindelijk een vat vol tegenstrijdigheden. Soms is het een suikerspin die vervliegt waar je bij staat, maar het Amerikaanse duo tekent ook voor intieme popliedjes die je langzaam maar zeker dierbaar worden. Zelf luister ik inmiddels voor de zoveelste keer naar het album dat ik eerder dit jaar makkelijk terzijde schoof en ik vind de instrumentatie, de productie, de vocalen en de songs weer net wat mooier dan de vorige keer.
True Love wakkert het verlangen naar broeierige en vooral zorgeloze zomeravonden aan, maar ook als de temperaturen deze winter nog flink naar beneden schieten, verwacht ik bescheiden wonderen van dit album dat echt veel beter is dan iedereen die er slechts met een half oor heeft beluisterd zal beweren. Erwin Zijleman
Howe Gelb - Future Standards (2016)

4,0
0
geplaatst: 29 november 2016, 15:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Howe Gelb - Future Standards - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Howe Gelb heeft met zijn band Giant Sand (waarvoor eerder dit jaar het doek dan definitief viel) zeker 10 prachtplaten gemaakt en ook het aantal uitstekende soloplaten van de muzikant uit Tucson, Arizona, is de handvol inmiddels gepasseerd.
Op al die platen blijft Howe Gelb zijn muziek veranderen en vernieuwen, waardoor een nieuwe plaat van Howe Gelb altijd weer een verrassing is en meestal ook een bijzonder aangename verrassing.
Dat geldt ook weer voor het onlangs verschenen Future Standards. Op zijn nieuwe soloplaat kiest Howe Gelb voor een geluid dat we nog niet van hem kenden en treedt hij in de voetsporen van Bob Dylan.
Future Standards staat immers vol met songs die Frank Sinatra graag vertolkt zou hebben, waarna Bob Dylan er vervolgens op een van zijn laatste twee platen mee aan de haal zou zijn gegaan. Howe Gelb put echter niet uit de archieven van het American Songbook, maar schrijft zijn “Sinatra songs” gewoon zelf.
Future Standards laat een geluid horen dat lijkt weggelopen uit de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw. Begeleid door piano, gitaar, bas en drums maakt Howe Gelb muziek die je meeneemt naar rokerige nachtclubs en het is muziek die de kleine uurtjes tot een feest maakt.
De muzikanten die hem omringen zetten een fraai ingetogen jazzy geluid neer, waarop Howe Gelb vervolgens zijn kunsten als crooner mag vertonen. Het is iets dat de gelouterde muzikant uit Arizona opvallend goed beheerst. Howe Gelb probeert niet te klinken als de grote crooners uit de vorige eeuw, maar geeft een geheel eigen draai aan het genre. Howe Gelb blijft immers een muzikant die zich niet zomaar conformeert aan de conventies van een genre, waardoor ook Future Standards weer fris en eigenzinnig klinkt.
Ik had op voorhand niet verwacht dat de donkere stem van Howe Gelb het goed zou doen in het jazzy repertoire dat op Future Standards domineert, maar het klinkt echt geweldig. Het gevaar van eenvormigheid ligt voor mij altijd op de loer in dit genre, maar dit weet Howe Gelb uitstekend te ondervangen middels een geheim wapen. Dit geheime wapen bestaat uit de heerlijk zwoele vocalen van zangeres Lonna Kelley, die minstens net zo veel indruk maakt als Howe Gelb zelf.
Bob Dylan kreeg nogal wat kritiek toen hij het roer omgooide op zijn laatste twee platen en ook Future Standards zal niet door iedereen juichend worden ontvangen. Zelf moet ik inmiddels toegeven dat ik de laatste twee platen van Dylan regelmatig opzet wanneer de zon onder is en ook Future Standards wordt waarschijnlijk een graag geziene gast tijdens de kleine uurtjes, al is het maar omdat ik deze plaat van Howe Gelb gezien de eigenzinnige inbreng van de Amerikaan, nog wat hoger inschat dan de laatste twee platen van de oude meester Bob Dylan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Howe Gelb - Future Standards - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Howe Gelb heeft met zijn band Giant Sand (waarvoor eerder dit jaar het doek dan definitief viel) zeker 10 prachtplaten gemaakt en ook het aantal uitstekende soloplaten van de muzikant uit Tucson, Arizona, is de handvol inmiddels gepasseerd.
Op al die platen blijft Howe Gelb zijn muziek veranderen en vernieuwen, waardoor een nieuwe plaat van Howe Gelb altijd weer een verrassing is en meestal ook een bijzonder aangename verrassing.
Dat geldt ook weer voor het onlangs verschenen Future Standards. Op zijn nieuwe soloplaat kiest Howe Gelb voor een geluid dat we nog niet van hem kenden en treedt hij in de voetsporen van Bob Dylan.
Future Standards staat immers vol met songs die Frank Sinatra graag vertolkt zou hebben, waarna Bob Dylan er vervolgens op een van zijn laatste twee platen mee aan de haal zou zijn gegaan. Howe Gelb put echter niet uit de archieven van het American Songbook, maar schrijft zijn “Sinatra songs” gewoon zelf.
Future Standards laat een geluid horen dat lijkt weggelopen uit de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw. Begeleid door piano, gitaar, bas en drums maakt Howe Gelb muziek die je meeneemt naar rokerige nachtclubs en het is muziek die de kleine uurtjes tot een feest maakt.
De muzikanten die hem omringen zetten een fraai ingetogen jazzy geluid neer, waarop Howe Gelb vervolgens zijn kunsten als crooner mag vertonen. Het is iets dat de gelouterde muzikant uit Arizona opvallend goed beheerst. Howe Gelb probeert niet te klinken als de grote crooners uit de vorige eeuw, maar geeft een geheel eigen draai aan het genre. Howe Gelb blijft immers een muzikant die zich niet zomaar conformeert aan de conventies van een genre, waardoor ook Future Standards weer fris en eigenzinnig klinkt.
Ik had op voorhand niet verwacht dat de donkere stem van Howe Gelb het goed zou doen in het jazzy repertoire dat op Future Standards domineert, maar het klinkt echt geweldig. Het gevaar van eenvormigheid ligt voor mij altijd op de loer in dit genre, maar dit weet Howe Gelb uitstekend te ondervangen middels een geheim wapen. Dit geheime wapen bestaat uit de heerlijk zwoele vocalen van zangeres Lonna Kelley, die minstens net zo veel indruk maakt als Howe Gelb zelf.
Bob Dylan kreeg nogal wat kritiek toen hij het roer omgooide op zijn laatste twee platen en ook Future Standards zal niet door iedereen juichend worden ontvangen. Zelf moet ik inmiddels toegeven dat ik de laatste twee platen van Dylan regelmatig opzet wanneer de zon onder is en ook Future Standards wordt waarschijnlijk een graag geziene gast tijdens de kleine uurtjes, al is het maar omdat ik deze plaat van Howe Gelb gezien de eigenzinnige inbreng van de Amerikaan, nog wat hoger inschat dan de laatste twee platen van de oude meester Bob Dylan. Erwin Zijleman
Howe Gelb - Gathered (2019)

4,0
0
geplaatst: 15 maart 2019, 17:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Howe Gelb - Gathered - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Howe Gelb - Gathered
Howe Gelb leeft zich nog maar eens uit als jazzy crooner en overtuigt wederom op een plaat die het vooral in de kleine uurtjes goed zal doen
Howe Gelb stond met zijn band Giant Sand aan de basis van de alt-country uit de woestijn van Arizona, maar lijkt de afgelopen jaren te hebben gekozen voor de jazz. Samen met een subtiel spelende band en flink wat gasten, vult Howe Gelb nog maar eens op bijzonder aangename wijze de ruimte met jazzy standards en eigen songs. Het is allemaal eerder gedaan, maar de unieke stem van Howe Gelb, die langzaam opschuift richting spoken word, geeft ook deze plaat weer een eigen gezicht. Bovendien staat de plaat met lome en zwoele klanken garant voor complete onthaasting en dat is zo af en toe ook wel eens lekker.
Howe Gelb is al sinds halverwege de jaren 80 actief in de muziek en heeft stapels mooie platen gemaakt met zijn band Giant Sand en als solomuzikant.
De Amerikaanse muzikant uit Tucson, Arizona, zette de muziek uit de woestijn van Arizona op de kaart, maar liet zich geen moment in een hokje duwen.
Op zijn laatste soloplaten leek de Amerikaanse muzikant vol te kiezen voor de jazz, maar op het nu verschenen Gathered keren ook hier en daar invloeden uit de alt-country en de folk terug.
Gathered werd gemaakt met een aantal gasten, onder wie M. Ward, Anna Karina, Pieta Brown, Kira Skov, dochter Talula en onze eigen JB Meijers en klinkt wat voller dan zijn directe voorganger.
Op zijn meer jazz georiënteerd albums klonk de stem van Howe Gelb wat donkerder dan in het verleden en zocht hij de grenzen van zang en spoken word op. Dat doet hij ook weer in de openingstrack van Gathered, waarin een akoestische gitaar gezelschap krijgt van vocalen die afwisselend aan Lou Reed en Leonard Cohen doen denken.
De vergelijking met Leonard Cohen dringt zich nog veel nadrukkelijker op in de tweede track, waarin ook M. Ward is te horen. Dat is ook niet zo gek, want A Thousand Kisses Deep kennen we natuurlijk van Leonard Cohen zelf. Het zijn songs waar je normaal gesproken vooral van af moet blijven, maar de zwoele versie van M. Ward en Howe Gelb doet wat mij betreft recht aan het origineel.
Gathered bevat een mix van covers en eigen songs en beweegt zich op een net wat breder terrein dan de vorige platen van de muzikant uit Tucson. De invloeden uit de jazz, die domineerden op de vorige twee platen van Howe Gelb, zijn gebleven, maar ook de alt-country, die Howe Gelb in zijn jongere jaren omarmde, en de folk hebben een beperkte plek gekregen op de plaat.
Het levert een lome en zwoele plaat op, die het uitstekend doet tijdens de kleine uurtjes. Dat geldt met name voor de langzame jazzy songs die zijn voorzien van fraaie pianoklanken, een inventief spelende ritmesectie en af en toe wat en blazers en waarin hier en daar een vrouwenstem opduikt.
Op zijn vorige platen vond ik de ene na de andere lome jazzy song wel wat veel van het goede en daarom is het goed dat Howe Gelb op Gathered ook kiest voor andere geluiden en wat meer tempo en twang, al laat hij in deze tracks de zang vaak achterwege. Gathered bevat hiernaast een aantal meer folky songs, waarin de stem van Howe Gelb het uitstekend doet.
De criticus zal zich afvragen of het echt nodig is dat een klassieker als Moon River nog eens uit de mottenballen wordt gehaald, maar de versie van Howe Gelb en de wat onvast zingende Talula Gelb bevalt me op een of andere manier wel, al vind ik de duetten met de andere zangeressen een stuk beter.
Ook op Gathered schuift de zang van Howe Gelb op richting voordragen. Daar ben ik lang niet altijd gek op, maar de donkere stem van de Amerikaan voorziet de songs van een bijzondere en rustgevende sfeer en laat ook nog eens horen hoe Lou Reed mogelijk zou hebben geklonken op zijn echt oude dag.
Howe Gelb kan nog honderden platen maken als Gathered en uiteindelijk zal het vast gaan vervelen, maar deze vind ik toch weer aangenaam en beter dan zijn meer als een tussendoortje klinkende voorganger. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Howe Gelb - Gathered - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Howe Gelb - Gathered
Howe Gelb leeft zich nog maar eens uit als jazzy crooner en overtuigt wederom op een plaat die het vooral in de kleine uurtjes goed zal doen
Howe Gelb stond met zijn band Giant Sand aan de basis van de alt-country uit de woestijn van Arizona, maar lijkt de afgelopen jaren te hebben gekozen voor de jazz. Samen met een subtiel spelende band en flink wat gasten, vult Howe Gelb nog maar eens op bijzonder aangename wijze de ruimte met jazzy standards en eigen songs. Het is allemaal eerder gedaan, maar de unieke stem van Howe Gelb, die langzaam opschuift richting spoken word, geeft ook deze plaat weer een eigen gezicht. Bovendien staat de plaat met lome en zwoele klanken garant voor complete onthaasting en dat is zo af en toe ook wel eens lekker.
Howe Gelb is al sinds halverwege de jaren 80 actief in de muziek en heeft stapels mooie platen gemaakt met zijn band Giant Sand en als solomuzikant.
De Amerikaanse muzikant uit Tucson, Arizona, zette de muziek uit de woestijn van Arizona op de kaart, maar liet zich geen moment in een hokje duwen.
Op zijn laatste soloplaten leek de Amerikaanse muzikant vol te kiezen voor de jazz, maar op het nu verschenen Gathered keren ook hier en daar invloeden uit de alt-country en de folk terug.
Gathered werd gemaakt met een aantal gasten, onder wie M. Ward, Anna Karina, Pieta Brown, Kira Skov, dochter Talula en onze eigen JB Meijers en klinkt wat voller dan zijn directe voorganger.
Op zijn meer jazz georiënteerd albums klonk de stem van Howe Gelb wat donkerder dan in het verleden en zocht hij de grenzen van zang en spoken word op. Dat doet hij ook weer in de openingstrack van Gathered, waarin een akoestische gitaar gezelschap krijgt van vocalen die afwisselend aan Lou Reed en Leonard Cohen doen denken.
De vergelijking met Leonard Cohen dringt zich nog veel nadrukkelijker op in de tweede track, waarin ook M. Ward is te horen. Dat is ook niet zo gek, want A Thousand Kisses Deep kennen we natuurlijk van Leonard Cohen zelf. Het zijn songs waar je normaal gesproken vooral van af moet blijven, maar de zwoele versie van M. Ward en Howe Gelb doet wat mij betreft recht aan het origineel.
Gathered bevat een mix van covers en eigen songs en beweegt zich op een net wat breder terrein dan de vorige platen van de muzikant uit Tucson. De invloeden uit de jazz, die domineerden op de vorige twee platen van Howe Gelb, zijn gebleven, maar ook de alt-country, die Howe Gelb in zijn jongere jaren omarmde, en de folk hebben een beperkte plek gekregen op de plaat.
Het levert een lome en zwoele plaat op, die het uitstekend doet tijdens de kleine uurtjes. Dat geldt met name voor de langzame jazzy songs die zijn voorzien van fraaie pianoklanken, een inventief spelende ritmesectie en af en toe wat en blazers en waarin hier en daar een vrouwenstem opduikt.
Op zijn vorige platen vond ik de ene na de andere lome jazzy song wel wat veel van het goede en daarom is het goed dat Howe Gelb op Gathered ook kiest voor andere geluiden en wat meer tempo en twang, al laat hij in deze tracks de zang vaak achterwege. Gathered bevat hiernaast een aantal meer folky songs, waarin de stem van Howe Gelb het uitstekend doet.
De criticus zal zich afvragen of het echt nodig is dat een klassieker als Moon River nog eens uit de mottenballen wordt gehaald, maar de versie van Howe Gelb en de wat onvast zingende Talula Gelb bevalt me op een of andere manier wel, al vind ik de duetten met de andere zangeressen een stuk beter.
Ook op Gathered schuift de zang van Howe Gelb op richting voordragen. Daar ben ik lang niet altijd gek op, maar de donkere stem van de Amerikaan voorziet de songs van een bijzondere en rustgevende sfeer en laat ook nog eens horen hoe Lou Reed mogelijk zou hebben geklonken op zijn echt oude dag.
Howe Gelb kan nog honderden platen maken als Gathered en uiteindelijk zal het vast gaan vervelen, maar deze vind ik toch weer aangenaam en beter dan zijn meer als een tussendoortje klinkende voorganger. Erwin Zijleman
Howe Gelb & Lonna Kelly - Further Standards (2017)

4,0
0
geplaatst: 10 december 2017, 20:38 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Howe Gelb & Lonna Kelly - Further Standards - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Howe Gelb, natuurlijk vooral bekend als voorman van Giant Sand, maar inmiddels ook van een flink aantal prima soloplaten, verraste vorig jaar met het opvallende Future Standards.
Op deze plaat trad de muzikant uit Tucson, Arizona, in de voetsporen van Bob Dylan, die zich op zijn laatste paar platen heeft gemanifesteerd als een volleerd crooner.
Future Standards stond vol met songs die Frank Sinatra heel graag vertolkt zou hebben, maar waar Bob Dylan de songs uit het American Songbook haalde, schreef Howe Gelb zijn “Sinatra songs” op Future Standards gewoon zelf.
De Amerikaanse muzikant ging na de release van de plaat het podium op met de songs van Future Standards en kijkt een jaar later terug met Further Standards. De nieuwe release bevat een groot aantal songs van de vorige plaat, maar dan live opgenomen, maar bevat ook restmateriaal en een aantal gloednieuwe songs.
Op de cover van Further Standards prijkt niet alleen de naam van Howe Gelb, maar heeft ook de naam van zangeres Lonna Kelley een plekje gekregen. De geweldige stem van Lonna Kelly noemde ik vorig jaar nog het geheime wapen van Future Standards, maar op het podium is de rol van de uit Phoenix, Arizona, afkomstige zangeres flink gegroeid. Op Further Standards zijn de zwoele vocalen van Lonna Kelly daarom niet langer een geheim wapen, maar zijn ze het sterkste wapen van de plaat.
Further Standards borduurt natuurlijk flink voort op het vorig jaar zo goed ontvangen Future Standards, maar ik vind het toch meer dan een tussendoortje. De live opgenomen songs laten horen dat Howe Gelb ook op het podium een uitstekend crooner is en dat de songs van de plaat in een nog wat eenvoudigere jazzy instrumentatie minstens net zo makkelijk overeind blijven als een jaar geleden.
Howe Gelb zingt op zijn minst verdienstelijk, maar hij legt het toch af tegen Lonna Kelly die alle songs op de plaat nog wat verder omhoog stuwt. Further Songs is een heerlijke plaat voor de late, kleine en vroege uurtjes en geven je het gevoel dat je de woonkamer in het koude Nederland hebt verruild voor een broeierige nachtclub in Arizona.
In deze nachtclub vertolkt Howe Gelb met eenvoudige middelen zijn songs en het zijn songs die stuk voor stuk tijdloos klinken. Hier en daar mag de gitarist heerlijk soleren, maar over het algemeen genomen is de muziek sober en staan de stemmen centraal. Met name Lonna Kelly steelt hierbij keer op de keer de show, maar de contrasten die Howe Gelb aanbrengt zitten haar zeker niet in de weg en tillen de zang van de mij verder onbekende zangeres keer op keer naar een nog wat hoger niveau.
Howe Gelb heeft inmiddels een zeer imposant oeuvre op zijn naam staan en het is een oeuvre vol verrassende wendingen. Ook de vorig jaar op Future Standards ingeslagen weg was een verrassende wending en het was een hele aangename. Further Standards laat horen dat Howe Gelb nog wel even door kan gaan op de ingeslagen weg, want ik hoor op de nieuwe plaat, tussendoortje of niet, alleen maar groei. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Howe Gelb & Lonna Kelly - Further Standards - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Howe Gelb, natuurlijk vooral bekend als voorman van Giant Sand, maar inmiddels ook van een flink aantal prima soloplaten, verraste vorig jaar met het opvallende Future Standards.
Op deze plaat trad de muzikant uit Tucson, Arizona, in de voetsporen van Bob Dylan, die zich op zijn laatste paar platen heeft gemanifesteerd als een volleerd crooner.
Future Standards stond vol met songs die Frank Sinatra heel graag vertolkt zou hebben, maar waar Bob Dylan de songs uit het American Songbook haalde, schreef Howe Gelb zijn “Sinatra songs” op Future Standards gewoon zelf.
De Amerikaanse muzikant ging na de release van de plaat het podium op met de songs van Future Standards en kijkt een jaar later terug met Further Standards. De nieuwe release bevat een groot aantal songs van de vorige plaat, maar dan live opgenomen, maar bevat ook restmateriaal en een aantal gloednieuwe songs.
Op de cover van Further Standards prijkt niet alleen de naam van Howe Gelb, maar heeft ook de naam van zangeres Lonna Kelley een plekje gekregen. De geweldige stem van Lonna Kelly noemde ik vorig jaar nog het geheime wapen van Future Standards, maar op het podium is de rol van de uit Phoenix, Arizona, afkomstige zangeres flink gegroeid. Op Further Standards zijn de zwoele vocalen van Lonna Kelly daarom niet langer een geheim wapen, maar zijn ze het sterkste wapen van de plaat.
Further Standards borduurt natuurlijk flink voort op het vorig jaar zo goed ontvangen Future Standards, maar ik vind het toch meer dan een tussendoortje. De live opgenomen songs laten horen dat Howe Gelb ook op het podium een uitstekend crooner is en dat de songs van de plaat in een nog wat eenvoudigere jazzy instrumentatie minstens net zo makkelijk overeind blijven als een jaar geleden.
Howe Gelb zingt op zijn minst verdienstelijk, maar hij legt het toch af tegen Lonna Kelly die alle songs op de plaat nog wat verder omhoog stuwt. Further Songs is een heerlijke plaat voor de late, kleine en vroege uurtjes en geven je het gevoel dat je de woonkamer in het koude Nederland hebt verruild voor een broeierige nachtclub in Arizona.
In deze nachtclub vertolkt Howe Gelb met eenvoudige middelen zijn songs en het zijn songs die stuk voor stuk tijdloos klinken. Hier en daar mag de gitarist heerlijk soleren, maar over het algemeen genomen is de muziek sober en staan de stemmen centraal. Met name Lonna Kelly steelt hierbij keer op de keer de show, maar de contrasten die Howe Gelb aanbrengt zitten haar zeker niet in de weg en tillen de zang van de mij verder onbekende zangeres keer op keer naar een nog wat hoger niveau.
Howe Gelb heeft inmiddels een zeer imposant oeuvre op zijn naam staan en het is een oeuvre vol verrassende wendingen. Ook de vorig jaar op Future Standards ingeslagen weg was een verrassende wending en het was een hele aangename. Further Standards laat horen dat Howe Gelb nog wel even door kan gaan op de ingeslagen weg, want ik hoor op de nieuwe plaat, tussendoortje of niet, alleen maar groei. Erwin Zijleman
Howling Bells - Heartstrings (2014)
HOWRAH - Bliss (2021)

4,5
0
geplaatst: 17 juni 2021, 16:31 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: HOWRAH - Bliss - dekrentenuitdepop.blogspot.com
HOWRAH - Bliss
De Amsterdamse band HOWRAH levert een album af dat je eigenlijk niet verwacht in de zomer, maar wat is dit jaarlijstjeswaardige album mooi en indrukwekkend en de rek is er nog lang niet uit
Na een geweldig debuut komt de Nederlandse band HOWRAH deze week met het altijd moeilijke tweede album op de proppen. Ook voor de luisteraar is het even moeilijk of op zijn minst wennen, tot Bliss begint aan een duizelingwekkende groei en je wordt opgeslokt door al het moois dat de Amsterdamse band te bieden heeft. Het tempo ligt dit keer wat lager, maar HOWRAH klinkt ook hechter en meer in balans. Het debuut van de band blijft een prachtalbum, maar uiteindelijk vind ik Bliss in vrijwel alle opzichten beter. HOWRAH heeft een album gemaakt dat de postpunk uit de eerste bloeiperiode van het genre het heden in sleept en op fascinerende en wonderschone wijze tot leven wekt.
Precies drie jaar geleden luisterde ik voor het eerst naar Self-serving Strategies, het debuutalbum van de Nederlandse band HOWRAH. De Amsterdamse band werd met haar debuut (te) makkelijk in het hokje postpunk geduwd, maar Self-serving Strategies was voor mij veel meer dan een postpunk album.
HOWRAH kon op haar debuutalbum immers niet alleen uit de voeten met invloeden uit de postpunk, maar ook met invloeden uit onder andere de indie-rock, shoegaze en noiserock. Bovendien was het een album vol avontuur en vol prachtige spanningsbogen en boven alles een album met werkelijk fantastisch gitaarwerk, dat vaker van kleur verschoot dan de gemiddelde kameleon.
Deze week keert HOWRAH terug met haar tweede album, Bliss. Net als Self-serving Strategies verschijnt ook Bliss in de zomer en dat is een seizoen dat ik persoonlijk niet associeer met vaak toch wat donker getinte postpunk. Ook Bliss is een album dat absoluut invloeden uit de postpunk bevat, maar ook dit keer sleept de Amsterdamse band er van alles bij. Het is misschien muziek die ik zoals gezegd niet onmiddellijk associeer met de zonnestralen van het moment, maar het tweede album van HOWRAH doet het verrassend goed in de zon.
Bliss is een album waar ik met zeer hoge verwachtingen aan begon en stiekem hoopte ik eerlijk gezegd op Self-serving Strategies deel 2. Bliss ligt deels in het verlengde van het debuutalbum van HOWRAH, maar de band slaat ook net wat andere wegen in. Het tempo ligt wat lager, de kleurverschillen tussen de songs zijn wat minder groot en alles bij elkaar genomen is Bliss net wat meer postpunk dat het debuut van HOWRAH.
De postpunk hoor je vooral in de bassen, de ritmes, de keyboards en de zang, maar ook het gitaarwerk laat meer flarden van de postpunk uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 horen. Met de postpunk invloeden uit deze periode is HOWRAH wat mij betreft overigens een stuk interessanter dan alle postpunk bands die sinds de jaren 90 vooral met de grootse en meeslepende variant van het genre pronken.
HOWRAH zoekt het ook op Bliss in de details en deze details zijn ook dit keer van een bijzondere schoonheid. Wederom eist het geweldige gitaarwerk op het album een hoofdrol op, maar HOWRAH laat meer dan op haar debuutalbum een evenwichtig bandgeluid horen. Het is een geluid dat prachtig uit de speakers komt en alle instrumenten een podium geeft, wat de kracht van het album flink ten goede komt.
Door het wat lagere tempo moest ik even wennen aan het album, maar al snel blijkt dat ook Bliss vol schoonheid en geheimen zit. Alle mooie details worden gecombineerd met songs die uiteindelijk net wat toegankelijker zijn en daarom makkelijker blijven hangen, wat uiteindelijk bonuspunten oplevert voor het tweede album van de Amsterdamse band, dat wat mij betreft een wereldwijd podium verdient.
Hoe vaker ik naar Bliss van HOWRAH luister, hoe zekerder ik er van word dat dit het mooiste postpunkalbum is dat ik in vele jaren heb gehoord. Het is een album dat me herinnerd aan postpunk helden uit een heel ver verleden, maar het knappe van Bliss is dat het ook nog eens veel meer is dan een postpunkalbum. Het is een album dat de zomerdagen van het moment verrassend fraai inkleurt, maar dit album wordt ongetwijfeld alleen maar mooier en indrukwekkender wanneer de dagen weer korter en kouder worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: HOWRAH - Bliss - dekrentenuitdepop.blogspot.com
HOWRAH - Bliss
De Amsterdamse band HOWRAH levert een album af dat je eigenlijk niet verwacht in de zomer, maar wat is dit jaarlijstjeswaardige album mooi en indrukwekkend en de rek is er nog lang niet uit
Na een geweldig debuut komt de Nederlandse band HOWRAH deze week met het altijd moeilijke tweede album op de proppen. Ook voor de luisteraar is het even moeilijk of op zijn minst wennen, tot Bliss begint aan een duizelingwekkende groei en je wordt opgeslokt door al het moois dat de Amsterdamse band te bieden heeft. Het tempo ligt dit keer wat lager, maar HOWRAH klinkt ook hechter en meer in balans. Het debuut van de band blijft een prachtalbum, maar uiteindelijk vind ik Bliss in vrijwel alle opzichten beter. HOWRAH heeft een album gemaakt dat de postpunk uit de eerste bloeiperiode van het genre het heden in sleept en op fascinerende en wonderschone wijze tot leven wekt.
Precies drie jaar geleden luisterde ik voor het eerst naar Self-serving Strategies, het debuutalbum van de Nederlandse band HOWRAH. De Amsterdamse band werd met haar debuut (te) makkelijk in het hokje postpunk geduwd, maar Self-serving Strategies was voor mij veel meer dan een postpunk album.
HOWRAH kon op haar debuutalbum immers niet alleen uit de voeten met invloeden uit de postpunk, maar ook met invloeden uit onder andere de indie-rock, shoegaze en noiserock. Bovendien was het een album vol avontuur en vol prachtige spanningsbogen en boven alles een album met werkelijk fantastisch gitaarwerk, dat vaker van kleur verschoot dan de gemiddelde kameleon.
Deze week keert HOWRAH terug met haar tweede album, Bliss. Net als Self-serving Strategies verschijnt ook Bliss in de zomer en dat is een seizoen dat ik persoonlijk niet associeer met vaak toch wat donker getinte postpunk. Ook Bliss is een album dat absoluut invloeden uit de postpunk bevat, maar ook dit keer sleept de Amsterdamse band er van alles bij. Het is misschien muziek die ik zoals gezegd niet onmiddellijk associeer met de zonnestralen van het moment, maar het tweede album van HOWRAH doet het verrassend goed in de zon.
Bliss is een album waar ik met zeer hoge verwachtingen aan begon en stiekem hoopte ik eerlijk gezegd op Self-serving Strategies deel 2. Bliss ligt deels in het verlengde van het debuutalbum van HOWRAH, maar de band slaat ook net wat andere wegen in. Het tempo ligt wat lager, de kleurverschillen tussen de songs zijn wat minder groot en alles bij elkaar genomen is Bliss net wat meer postpunk dat het debuut van HOWRAH.
De postpunk hoor je vooral in de bassen, de ritmes, de keyboards en de zang, maar ook het gitaarwerk laat meer flarden van de postpunk uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 horen. Met de postpunk invloeden uit deze periode is HOWRAH wat mij betreft overigens een stuk interessanter dan alle postpunk bands die sinds de jaren 90 vooral met de grootse en meeslepende variant van het genre pronken.
HOWRAH zoekt het ook op Bliss in de details en deze details zijn ook dit keer van een bijzondere schoonheid. Wederom eist het geweldige gitaarwerk op het album een hoofdrol op, maar HOWRAH laat meer dan op haar debuutalbum een evenwichtig bandgeluid horen. Het is een geluid dat prachtig uit de speakers komt en alle instrumenten een podium geeft, wat de kracht van het album flink ten goede komt.
Door het wat lagere tempo moest ik even wennen aan het album, maar al snel blijkt dat ook Bliss vol schoonheid en geheimen zit. Alle mooie details worden gecombineerd met songs die uiteindelijk net wat toegankelijker zijn en daarom makkelijker blijven hangen, wat uiteindelijk bonuspunten oplevert voor het tweede album van de Amsterdamse band, dat wat mij betreft een wereldwijd podium verdient.
Hoe vaker ik naar Bliss van HOWRAH luister, hoe zekerder ik er van word dat dit het mooiste postpunkalbum is dat ik in vele jaren heb gehoord. Het is een album dat me herinnerd aan postpunk helden uit een heel ver verleden, maar het knappe van Bliss is dat het ook nog eens veel meer is dan een postpunkalbum. Het is een album dat de zomerdagen van het moment verrassend fraai inkleurt, maar dit album wordt ongetwijfeld alleen maar mooier en indrukwekkender wanneer de dagen weer korter en kouder worden. Erwin Zijleman
HOWRAH - Ends and Means (2024)

4,5
1
geplaatst: 29 november 2024, 15:53 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: HOWRAH - Ends And Means - dekrentenuitdepop.blogspot.com
HOWRAH - Ends And Means
De leden van de Amsterdamse band HOWRAH hebben hun sporen in de muziek ruimschoots verdiend, maar zetten een indrukwekkende nieuwe stap met het echt in alle opzichten geweldige Ends And Means
Dat de Nederlandse band HOWRAH een geweldig gitaaralbum kan maken is geen nieuws. De band leverde met Self-serving Strategies en BLISS al twee uitstekende albums af. Het zijn albums die in alle opzichten worden overtroffen met het deze week verschenen Ends And Means. HOWRAH combineert op haar derde album invloeden uit meerdere door gitaren gedomineerde genres en smeedt al deze invloeden samen in een serie uitstekende songs. HOWRAH verslapt op haar nieuwe album geen moment, wat Ends And Means voorziet van een bijzondere flow. Je hebt continu het idee dat je naar een prachtplaat aan het luisteren bent en dat is ook zo.
Er zijn momenteel flink wat Nederlandse bands die uitstekende albums maken met door postpunk en indierock beïnvloede muziek en een aantal van deze bands timmert ook nog eens met veel succes aan de weg. De Amsterdamse band HOWRAH blijft wat betreft het succes helaas wat achter, maar in kwalitatief opzicht is het wat mij betreft een van de betere bands in het genre.
Dat liet HOWRAH al horen op haar debuutalbum Self-serving Strategies uit 2018, dat vervolgens in 2021 werd overtroffen door het nog veel betere BLISS. We zijn inmiddels nog een keer drie jaar verder en dus was het de hoogste tijd voor een nieuw album van de Amsterdamse band. Dat album is deze week verschenen en luistert naar de titel Ends And Means.
Ik was zelf zeer te spreken over de vorige twee albums van HOWRAH en het is voor mij dan ook geen verrassing dat ook het derde album van de Amsterdamse band van hoog niveau is. Na één keer horen was ik er al uit dat Ends And Means een van de leukste en meest interessante rockalbums van eigen bodem en van het moment is en daar ben ik na herhaalde beluistering alleen maar meer van overtuigd geraakt. De potentie van HOWRAH blijft overigens niet beperkt tot de eigen bodem, want ook internationaal kan het album wat mij betreft met de beste albums mee. Vraag is dus hoe we er voor kunnen zorgen dat bijvoorbeeld Pitchfork dit album in het vizier krijgt.
De muziek van HOWRAH werd zeker op basis van het debuutalbum makkelijk in het hokje postpunk geduwd, maar dat is een hokje waarin Ends And Means niet thuis hoort. Dat betekent echter niet dat invloeden uit de postpunk geen rol spelen op het nieuwe album van HOWRAH, want dat doen ze zeker. De Amsterdamse band sleept er op haar derde album echter ook een flinke bak invloeden bij. Dit varieert van new wave en shoegaze tot indierock tot lo-fi en noiserock, waarbij de inspiratiebronnen zowel uit het Verenigd Koninkrijk als uit de Verenigde Staten komen, maar ik hoor ook een laagje van de betere gitaaralbums van Excelsior uit het verleden.
Ends And Means is een album waarop niet heel veel gevarieerd wordt. In alle tracks op het album rollen de lagen gitaren over elkaar heen en ook de zang op het album varieert niet heel erg. Het is een combinatie die een wat eenvormig album op zou kunnen leveren, maar dat is het derde album van HOWRAH zeker niet. Het album heeft een hele aangename flow en juist het consistente geluid op het album voorziet Ends And Means van energie en kracht. Dat heeft ook te maken met de kwaliteit van de muziek en de zang op het album. De zang is misschien niet heel gevarieerd, maar wel altijd goed. Het gitaarwerk op het album is gevarieerder en maakt track na track indruk met een dynamisch en ruimtelijk geluid.
End And Means wordt nog wat beter door de kwaliteit van de songs op het album. HOWRAH heeft een serie aansprekende maar zeker ook aanstekelijke songs geschreven. Het zorgt er voor dat het album makkelijk indruk maakt met toegankelijke en melodieuze songs, waarna de mooie details in het gitaarwerk het album steeds verder omhoog stuwen. HOWRAH is zoals gezegd nog niet zo succesvol als een aantal andere gitaarbands van eigen bodem, maar dat moet haast wel gaan veranderen met het uitstekende derde album van de Amsterdammers, dat absoluut van jaarlijstjes niveau is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: HOWRAH - Ends And Means - dekrentenuitdepop.blogspot.com
HOWRAH - Ends And Means
De leden van de Amsterdamse band HOWRAH hebben hun sporen in de muziek ruimschoots verdiend, maar zetten een indrukwekkende nieuwe stap met het echt in alle opzichten geweldige Ends And Means
Dat de Nederlandse band HOWRAH een geweldig gitaaralbum kan maken is geen nieuws. De band leverde met Self-serving Strategies en BLISS al twee uitstekende albums af. Het zijn albums die in alle opzichten worden overtroffen met het deze week verschenen Ends And Means. HOWRAH combineert op haar derde album invloeden uit meerdere door gitaren gedomineerde genres en smeedt al deze invloeden samen in een serie uitstekende songs. HOWRAH verslapt op haar nieuwe album geen moment, wat Ends And Means voorziet van een bijzondere flow. Je hebt continu het idee dat je naar een prachtplaat aan het luisteren bent en dat is ook zo.
Er zijn momenteel flink wat Nederlandse bands die uitstekende albums maken met door postpunk en indierock beïnvloede muziek en een aantal van deze bands timmert ook nog eens met veel succes aan de weg. De Amsterdamse band HOWRAH blijft wat betreft het succes helaas wat achter, maar in kwalitatief opzicht is het wat mij betreft een van de betere bands in het genre.
Dat liet HOWRAH al horen op haar debuutalbum Self-serving Strategies uit 2018, dat vervolgens in 2021 werd overtroffen door het nog veel betere BLISS. We zijn inmiddels nog een keer drie jaar verder en dus was het de hoogste tijd voor een nieuw album van de Amsterdamse band. Dat album is deze week verschenen en luistert naar de titel Ends And Means.
Ik was zelf zeer te spreken over de vorige twee albums van HOWRAH en het is voor mij dan ook geen verrassing dat ook het derde album van de Amsterdamse band van hoog niveau is. Na één keer horen was ik er al uit dat Ends And Means een van de leukste en meest interessante rockalbums van eigen bodem en van het moment is en daar ben ik na herhaalde beluistering alleen maar meer van overtuigd geraakt. De potentie van HOWRAH blijft overigens niet beperkt tot de eigen bodem, want ook internationaal kan het album wat mij betreft met de beste albums mee. Vraag is dus hoe we er voor kunnen zorgen dat bijvoorbeeld Pitchfork dit album in het vizier krijgt.
De muziek van HOWRAH werd zeker op basis van het debuutalbum makkelijk in het hokje postpunk geduwd, maar dat is een hokje waarin Ends And Means niet thuis hoort. Dat betekent echter niet dat invloeden uit de postpunk geen rol spelen op het nieuwe album van HOWRAH, want dat doen ze zeker. De Amsterdamse band sleept er op haar derde album echter ook een flinke bak invloeden bij. Dit varieert van new wave en shoegaze tot indierock tot lo-fi en noiserock, waarbij de inspiratiebronnen zowel uit het Verenigd Koninkrijk als uit de Verenigde Staten komen, maar ik hoor ook een laagje van de betere gitaaralbums van Excelsior uit het verleden.
Ends And Means is een album waarop niet heel veel gevarieerd wordt. In alle tracks op het album rollen de lagen gitaren over elkaar heen en ook de zang op het album varieert niet heel erg. Het is een combinatie die een wat eenvormig album op zou kunnen leveren, maar dat is het derde album van HOWRAH zeker niet. Het album heeft een hele aangename flow en juist het consistente geluid op het album voorziet Ends And Means van energie en kracht. Dat heeft ook te maken met de kwaliteit van de muziek en de zang op het album. De zang is misschien niet heel gevarieerd, maar wel altijd goed. Het gitaarwerk op het album is gevarieerder en maakt track na track indruk met een dynamisch en ruimtelijk geluid.
End And Means wordt nog wat beter door de kwaliteit van de songs op het album. HOWRAH heeft een serie aansprekende maar zeker ook aanstekelijke songs geschreven. Het zorgt er voor dat het album makkelijk indruk maakt met toegankelijke en melodieuze songs, waarna de mooie details in het gitaarwerk het album steeds verder omhoog stuwen. HOWRAH is zoals gezegd nog niet zo succesvol als een aantal andere gitaarbands van eigen bodem, maar dat moet haast wel gaan veranderen met het uitstekende derde album van de Amsterdammers, dat absoluut van jaarlijstjes niveau is. Erwin Zijleman
HOWRAH - Self-serving Strategies (2018)

4,5
0
geplaatst: 23 juni 2018, 10:20 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: HOWRAH - Self-serving Strategies - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Self-serving Strategies van HOWRAH (ook wel geschreven als H O W R A H) heb ik al even in huis, maar tot voor kort was de plaat van de Nederlandse band nog niet uit de veelkleurige hoes gekomen. Toen dat eenmaal gebeurd was, was ik ook direct verkocht, want HOWRAH heeft een wonderschone en heerlijk avontuurlijke gitaarplaat gemaakt.
Het is een plaat die bestaat uit meerdere lagen. De basis wordt gevormd door een stevige en nogal donkere klinkende ritmesectie, die herinnert aan de postpunk platen die aan het eind van de jaren 70 voor het eerst opdoken. Hierbovenop liggen de prima zangpartijen op de plaat, die Self-serving Strategies ook voorzien van een wat donkere tint. De hoofdrol wordt echter opgeëist door het fantastische gitaarwerk op de plaat.
Het is gitaarwerk dat alle kanten op kan schieten en dat vaak ook doet. Hier en daar herinneren de gitaarlijnen aan de postpunk, maar het gitaarwerk schuift net zo makkelijk op richting indie-rock, shoegaze, noiserock of richting de funky gitaarlijnen waarop Talking Heads het patent had in haar beste jaren. Het voorziet de songs van de band van heel veel kleur en spanning.
Self-serving Strategies is het debuut van HOWRAH, maar de leden van de band hebben hun sporen in de muziek inmiddels ruimschoots verdiend in diverse Amsterdamse bands (die bij mij overigens lang niet allemaal een belletje deden rinkelen). Dat hoor je want het debuut van HOWRAH is een zelfverzekerde plaat met allure.
De songs van HOWRAH klinken hier en daar net zo groots en meeslepend als die van bands als Editors en White Lies, maar zijn in muzikaal opzicht veel interessanter. Er gebeurt van alles op Self-serving Strategies van HOWRAH. De band legt zich niet vast op één genre en durft bovendien buiten de lijntjes te kleuren, waardoor de songs van de band zich het ene moment makkelijk opdringen, maar het volgende moment toch weer tegen de haren instrijken met rauwe en stekelige passages.
Het fantastische gitaarwerk op de plaat is steeds weer de aanjager. HOWRAH is niet zuinig met geweldige gitaarlijnen, maar verrast op haar debuut ook met prachtige gitaarwolken of al even aangename gruizige uitbarstingen. Het veelkleurige en soms bijna eclectische gitaarwerk op de plaat voorziet het debuut van HOWRAH van heel veel dynamiek en avontuur en transformeert de plaat langzaam maar zeker tot een buitengewoon fascinerende luisterrip.
Het is een luistertrip waarin het gaspedaal af en toe flink wordt ingetrapt, maar op Self-serving Strategies wordt ook prachtig gas teruggenomen, waarna de muziek van de Nederlandse band een bezwerend karakter krijgt. HOWRAH heeft een plaat gemaakt die met één been in de late jaren 70 en vroege jaren 80 staat, maar de muziek van de Nederlandse band staat met het andere been krachtig in het heden.
Self-serving Strategies klinkt hier en daar als de plaat die New Order had gemaakt wanneer het na het sombere einde van Joy Division vol voor de gitaren had gekozen, maar het debuut van HOWRAH kan ook de concurrentie met alle hippe en bejubelde gitaarbandjes van het moment met gemak aan.
Self-serving Strategies werd opgenomen in de studio van de veel te vroeg overleden muzikant en producer Corno Zwetsloot, die met deze plaat een prachtig eerbetoon krijgt. 2018 heeft al een aantal mooie gitaarplaten afgeleverd, maar die van HOWRAH steekt er net wat bovenuit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: HOWRAH - Self-serving Strategies - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Self-serving Strategies van HOWRAH (ook wel geschreven als H O W R A H) heb ik al even in huis, maar tot voor kort was de plaat van de Nederlandse band nog niet uit de veelkleurige hoes gekomen. Toen dat eenmaal gebeurd was, was ik ook direct verkocht, want HOWRAH heeft een wonderschone en heerlijk avontuurlijke gitaarplaat gemaakt.
Het is een plaat die bestaat uit meerdere lagen. De basis wordt gevormd door een stevige en nogal donkere klinkende ritmesectie, die herinnert aan de postpunk platen die aan het eind van de jaren 70 voor het eerst opdoken. Hierbovenop liggen de prima zangpartijen op de plaat, die Self-serving Strategies ook voorzien van een wat donkere tint. De hoofdrol wordt echter opgeëist door het fantastische gitaarwerk op de plaat.
Het is gitaarwerk dat alle kanten op kan schieten en dat vaak ook doet. Hier en daar herinneren de gitaarlijnen aan de postpunk, maar het gitaarwerk schuift net zo makkelijk op richting indie-rock, shoegaze, noiserock of richting de funky gitaarlijnen waarop Talking Heads het patent had in haar beste jaren. Het voorziet de songs van de band van heel veel kleur en spanning.
Self-serving Strategies is het debuut van HOWRAH, maar de leden van de band hebben hun sporen in de muziek inmiddels ruimschoots verdiend in diverse Amsterdamse bands (die bij mij overigens lang niet allemaal een belletje deden rinkelen). Dat hoor je want het debuut van HOWRAH is een zelfverzekerde plaat met allure.
De songs van HOWRAH klinken hier en daar net zo groots en meeslepend als die van bands als Editors en White Lies, maar zijn in muzikaal opzicht veel interessanter. Er gebeurt van alles op Self-serving Strategies van HOWRAH. De band legt zich niet vast op één genre en durft bovendien buiten de lijntjes te kleuren, waardoor de songs van de band zich het ene moment makkelijk opdringen, maar het volgende moment toch weer tegen de haren instrijken met rauwe en stekelige passages.
Het fantastische gitaarwerk op de plaat is steeds weer de aanjager. HOWRAH is niet zuinig met geweldige gitaarlijnen, maar verrast op haar debuut ook met prachtige gitaarwolken of al even aangename gruizige uitbarstingen. Het veelkleurige en soms bijna eclectische gitaarwerk op de plaat voorziet het debuut van HOWRAH van heel veel dynamiek en avontuur en transformeert de plaat langzaam maar zeker tot een buitengewoon fascinerende luisterrip.
Het is een luistertrip waarin het gaspedaal af en toe flink wordt ingetrapt, maar op Self-serving Strategies wordt ook prachtig gas teruggenomen, waarna de muziek van de Nederlandse band een bezwerend karakter krijgt. HOWRAH heeft een plaat gemaakt die met één been in de late jaren 70 en vroege jaren 80 staat, maar de muziek van de Nederlandse band staat met het andere been krachtig in het heden.
Self-serving Strategies klinkt hier en daar als de plaat die New Order had gemaakt wanneer het na het sombere einde van Joy Division vol voor de gitaren had gekozen, maar het debuut van HOWRAH kan ook de concurrentie met alle hippe en bejubelde gitaarbandjes van het moment met gemak aan.
Self-serving Strategies werd opgenomen in de studio van de veel te vroeg overleden muzikant en producer Corno Zwetsloot, die met deze plaat een prachtig eerbetoon krijgt. 2018 heeft al een aantal mooie gitaarplaten afgeleverd, maar die van HOWRAH steekt er net wat bovenuit. Erwin Zijleman
HT Heartache - Sundowner (2014)

4,5
0
geplaatst: 21 december 2014, 12:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: HT Heartache - Sundowner - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik kijk ieder jaar erg uit naar de jaarlijstjes van Pitchfork en PopMatters; wat mij betreft de twee interessantste alternatieve Amerikaanse muzieksites. Dit jaar vallen deze lijstjes me echter flink tegen, waarbij het feit dat beiden een rapplaat als lijstaanvoerder hebben voor mij veelzeggend is.
Gelukkig heeft PopMatters ook nog lijstjes per genre en hierin zijn wel enkele krenten uit de pop te vinden. Die in het Americana lijstje komt van ene HT Heartache en luistert naar de titel Sundowner.
De naam HT Heartache zei me eerlijk gezegd helemaal niets en er is ook niet heel veel informatie over haar op het Internet te vinden, maar het blijkt het alter ego van de tot voor kort uit Los Angeles maar tegenwoordig vanuit Philadelphia opererende Mary Roth.
Mary Roth maakte een paar jaar geleden al eens een plaat als HT Heartache (het in 2010 verschenen Swing Low, overigens ook een uitstekende plaat), maar met Sundowner heeft ze, in ieder geval in de Verenigde Staten, de harten van de critici veroverd.
Dat is niet zo gek, want Sundowner is een buitengewoon fascinerende plaat met een heel bijzonder geluid. Het is een geluid dat vaak is te omschrijven als Mazzy Star dat een Americana plaat heeft gemaakt met Cowboy Junkie Margot Timmins als zangeres. Het is een omschrijving die ten dele duidelijk maakt in welke hoek we HT Heartache moeten zoeken, maar het is ook een omschrijving die lang niet het hele verhaal vertelt.
Sundowner bevat 8 songs. Het zijn songs die zich over het algemeen langzaam voortslepen. Het zijn songs met een vrij ingetogen instrumentatie, waarin gitaren domineren. Het zijn tenslotte songs die door Mary Roth worden voorzien van dromerige vocalen, al zijn het wel dromerige vocalen met emotie en pit.
Sundowner bevat acht songs die langzaam onder de huid kruipen, maar als ze daar eenmaal zitten is de tweede plaat van HT Heartache een plaat met een enorme impact. Sundowner heeft zoveel impact door de bijzondere sfeer en door de unieke vocalen van Mary Roth, maar de tweede plaat van HT Heartache is ook een plaat die bol staat van de invloeden en hierdoor steeds weer andere beelden oproept.
Het zijn invloeden die beginnen bij de 60s folk uit de Laurel Canyon bij de voormalige thuisbasis van Mary Roth, maar Sundowner maakt vervolgens een muzikale tijdreis die via de jaren 90 (Cowboy Junkies, Mazzy Star) in het heden eindigt en stiekem ook wat invloeden uit de psychedelica omarmt.
Sundowner is een donkere en melancholische plaat, maar het is ook een plaat waarbij het heerlijk wegdromen is, zeker wanneer Mary Roth voorzichtig op lijkt te schuiven richting new age, maar dat uiteindelijk toch niet doet.
Sundowner is een plaat die meerdere keren bekend klinkt, maar aan de andere kant maakt HT Heartache muziek die niet direct zijn gelijke kent. Sundowner is hierdoor een vat vol tegenstrijdigheden dat steeds intrigerender, maar ook steeds mooier en dierbaarder wordt.
Direct na één keer horen was ik in de ban van de bijzondere stem van Mary Roth en haar bijzondere songs, maar sindsdien heb ik zoveel meer moois gehoord op deze plaat dat ik er van baal dat ik toch weer wat te vroeg ben geweest met mijn jaarlijstje. Sundowner van HT Heartache had in dit jaarlijstje immers zeker niet misstaan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: HT Heartache - Sundowner - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik kijk ieder jaar erg uit naar de jaarlijstjes van Pitchfork en PopMatters; wat mij betreft de twee interessantste alternatieve Amerikaanse muzieksites. Dit jaar vallen deze lijstjes me echter flink tegen, waarbij het feit dat beiden een rapplaat als lijstaanvoerder hebben voor mij veelzeggend is.
Gelukkig heeft PopMatters ook nog lijstjes per genre en hierin zijn wel enkele krenten uit de pop te vinden. Die in het Americana lijstje komt van ene HT Heartache en luistert naar de titel Sundowner.
De naam HT Heartache zei me eerlijk gezegd helemaal niets en er is ook niet heel veel informatie over haar op het Internet te vinden, maar het blijkt het alter ego van de tot voor kort uit Los Angeles maar tegenwoordig vanuit Philadelphia opererende Mary Roth.
Mary Roth maakte een paar jaar geleden al eens een plaat als HT Heartache (het in 2010 verschenen Swing Low, overigens ook een uitstekende plaat), maar met Sundowner heeft ze, in ieder geval in de Verenigde Staten, de harten van de critici veroverd.
Dat is niet zo gek, want Sundowner is een buitengewoon fascinerende plaat met een heel bijzonder geluid. Het is een geluid dat vaak is te omschrijven als Mazzy Star dat een Americana plaat heeft gemaakt met Cowboy Junkie Margot Timmins als zangeres. Het is een omschrijving die ten dele duidelijk maakt in welke hoek we HT Heartache moeten zoeken, maar het is ook een omschrijving die lang niet het hele verhaal vertelt.
Sundowner bevat 8 songs. Het zijn songs die zich over het algemeen langzaam voortslepen. Het zijn songs met een vrij ingetogen instrumentatie, waarin gitaren domineren. Het zijn tenslotte songs die door Mary Roth worden voorzien van dromerige vocalen, al zijn het wel dromerige vocalen met emotie en pit.
Sundowner bevat acht songs die langzaam onder de huid kruipen, maar als ze daar eenmaal zitten is de tweede plaat van HT Heartache een plaat met een enorme impact. Sundowner heeft zoveel impact door de bijzondere sfeer en door de unieke vocalen van Mary Roth, maar de tweede plaat van HT Heartache is ook een plaat die bol staat van de invloeden en hierdoor steeds weer andere beelden oproept.
Het zijn invloeden die beginnen bij de 60s folk uit de Laurel Canyon bij de voormalige thuisbasis van Mary Roth, maar Sundowner maakt vervolgens een muzikale tijdreis die via de jaren 90 (Cowboy Junkies, Mazzy Star) in het heden eindigt en stiekem ook wat invloeden uit de psychedelica omarmt.
Sundowner is een donkere en melancholische plaat, maar het is ook een plaat waarbij het heerlijk wegdromen is, zeker wanneer Mary Roth voorzichtig op lijkt te schuiven richting new age, maar dat uiteindelijk toch niet doet.
Sundowner is een plaat die meerdere keren bekend klinkt, maar aan de andere kant maakt HT Heartache muziek die niet direct zijn gelijke kent. Sundowner is hierdoor een vat vol tegenstrijdigheden dat steeds intrigerender, maar ook steeds mooier en dierbaarder wordt.
Direct na één keer horen was ik in de ban van de bijzondere stem van Mary Roth en haar bijzondere songs, maar sindsdien heb ik zoveel meer moois gehoord op deze plaat dat ik er van baal dat ik toch weer wat te vroeg ben geweest met mijn jaarlijstje. Sundowner van HT Heartache had in dit jaarlijstje immers zeker niet misstaan. Erwin Zijleman


