MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Henny Vrienten - En Toch... (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Henny Vrienten - En Toch... - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik heb nooit iets gehad met de muziek van Doe Maar en heb er eigenlijk nog steeds niets mee. Ook alles dat Henny Vrienten na Doe Maar heeft gedaan is me grotendeels ontgaan. Het met gastvocalisten gemaakte Nacht (de Soundtrack) uit 2006 vond ik bij vlagen wel een mooie plaat, maar omdat ik het bij vlagen ook niks vond, ben ik de plaat destijds weer heer snel vergeten.

Omdat ik de muzikant Henny Vrienten wel degelijk hoog heb zitten, was ik toch nieuwsgierig naar de man’s nieuwe soloplaat en ik moet zeggen dat En Toch... me verrassend goed is bevallen.

Dat is deels de verdienste van de band waardoor Henny Vrienten zich op En Toch... laat begeleiden. Henny Vrienten was vorig jaar, net als ik, zeer onder de indruk van My Baby Loves Voodoo! van de Amsterdamse band My Baby en vroeg de band voor zijn eerste echte soloplaat in heel veel jaren (23 als ik goed heb geteld). Zoon Xander Vrienten werd als bassist toegevoegd, terwijl niemand minder dan Daniël Lohues tekende voor de productie.

En Toch... is voorzien van een lekker broeierig, zompig en bluesy Americana geluid, dat vervolgens wordt voorzien van de uit duizenden herkenbare vocalen van Henny Vrienten. Ik heb Henny Vrienten nooit een heel groot zanger gevonden, maar op En Toch... weet hij me te raken met zijn ingetogen en zo herkenbare vocalen, die keer op keer mooie persoonlijke verhalen vertellen die weten te ontroeren.

Het zijn bovendien vocalen die fraai kleuren bij de opvallende instrumentatie die vele kanten op schiet en varieert van ingetogen en akoestisch tot bluesy en elektrisch, maar altijd ongepolijst en oorspronkelijk klinkt.

Het geluid van My Baby Loves Voodoo! was voor Henny Vrienten reden om My Baby uit te nodigen voor zijn soloplaat, maar de Amsterdamse band laat op En Toch.. over het algemeen toch een wat ander, vooral meer ingetogen geluid horen. Ik ben persoonlijk vooral gecharmeerd van de uiterst ingetogen luisterliedjes op de plaat, waarin de vocalen van Henny Vrienten het best tot zijn recht komen.

Henny Vrienten was altijd al goed met woorden en verrast ook op En Toch.. met teksten die goed zijn voor een glimlach en verbazing. Zo vertolkt hij direct een mooie ode aan zijn eerste gitaar en strooit hij driftig met mooie associaties en woordspelingen, waardoor je steeds weer aandachtig wilt luisteren naar de muziek en naar de teksten.

Ik ben zeker geen groot liefhebber van Nederlandstalige muziek en heb over het algemeen heel veel tijd nodig om het kwartje te laten vallen, maar En Toch... van Henny Vrienten vond ik direct een mooie en interessante plaat. Dat is zo gebleven. Sterker nog, En Toch... wordt alleen maar sterker en overtuigender.

Henny Vrienten heeft met En Toch... de plaat gemaakt die hij al heel lang wilde maken. Het is natuurlijk jammer dat hij dit niet eerder heeft gedaan, maar het respect voor deze plaat is er niet minder groot om. Ik ben nooit een fan van Henny Vrienten geweest, maar met En Toch... heeft hij me toch nog te pakken. Hopelijk blijft het hier niet bij. Erwin Zijleman

Hilang Child - Every Mover (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hilang Child - Every Mover - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Hilang Child - Every Mover
Het tweede album van Hilang Child is een album dat overloopt van de goede ideeën en dat werkelijk alle kanten op schiet, wat absoluut energie kost, maar het is het uiteindelijk meer dan waard

Bij de eerste keer horen vond ik het niet zoveel. Soms wat te zweverig, soms wat te bombastisch, soms wat te onnavolgbaar, soms wat te gepolijst. Een vat vol tegenstrijdigheden derhalve, maar uiteindelijk valt alles de goede kant op en is Every Mover van Hilang Child een album dat je stevig bezig houdt, maar dat ook vermaakt met songs die soms doen wat je niet verwacht, maar soms ook aan de verwachtingen voldoen. Soms compleet over the top, maar net zo goed ingetogen en raak. Ik wist niet wat ik er mee aan moest, maar inmiddels ben ik wel overtuigd van de kwaliteiten van de Britse muzikant Ed Riman aka Hilang Child.

Je hebt albums die je echt onmiddellijk weten te overtuigen, waarna ze uiteindelijk toch wat tegen blijken te vallen of juist alleen maar mooier en indrukwekkender worden. Je hebt ook albums waar je bij eerste beluistering nauwelijks iets of zelfs helemaal niets in hoort. In de meeste gevallen blijft dat bij mij ook zo, maar soms moet het kwartje nog even vallen.

Every Mover van Hilang Child maakte op mij zeker niet direct een onuitwisbare indruk, integendeel zelfs. Ik vond de muziek van de Britse muzikant Ed Riman te bombastisch en te elektronisch en bovendien bleven zijn songs niet echt hangen en leken ze van de hak op tak te springen.

Omdat ik vrijwel uitsluitend positieve dingen las over het tweede album van Hilang Child en ik stiekem ook wel wat geïntrigeerd was door het bijzondere geluid, ben ik het toch blijven proberen met Every Mover en uiteindelijk sloeg de balans toch in positieve richting uit.

Ed Riman is zoals gezegd een Britse muzikant, en het is een muzikant met wortels in Wales en Indonesië. In de zomer van 2018 verscheen zijn debuutalbum Years, dat ik volgens mij nooit in handen heb gehad en nu is er dan Every Mover.

Ed Riman werd een paar jaar geleden ontdekt door de Britse muzikant en Cocteau Twins lid Simon Raymonde, die hem strikte voor zijn eigen Lost Horizons project (wat overigens het prachtige Ojalá opleverde) en hierna een contract aanbood bij zijn label Bella Union.

Ik ben gek op de catalogus van dit label, dat in ieder geval een flinke stapel aangenaam dromerige albums heeft afgeleverd. Ook de muziek van Hilang Child is soms heerlijk dromerig, maar zoals gezegd kan de Britse muzikant ook behoorlijk bombastische muziek maken.

Every Mover opent met een track waarin nogal wat elektronica wordt ingezet en het is elektronica die soms wat lijkt te conflicteren met de zang en de ritmische basis van de song, waardoor de muziek van Hilang Child mij in ieder geval niet direct wist te pakken.

Wanneer de elektronica wat subtieler is en wordt gecombineerd met geluiden uit de natuur zit Hilang Child direct wat dichter tegen de muziek waarmee zijn label beroemd is geworden aan, maar Every Mover is maar zelden een album dat alleen maar aangenaam voortkabbelt.

De songs van Ed Riman zijn over het algemeen complex en zo nu en dan opvallend rijk georkestreerd, maar wanneer je wat energie steekt in de songs van de Britse muzikant, valt er steeds meer op zijn plek.

Het zijn songs die me niet direct doen denken aan iets anders, al hoor ik flarden van van alles en nog wat bij beluistering van het album. Door de wat complexe maar soms ook opeens hopeloos toegankelijke songs, het regelmatig opduikende bombast en de neiging om de songs vol te stoppen met nogal uiteenlopende goede ideeën duurde het bij mij een tijd voor ik van Every Mover kon genieten, maar inmiddels hoor ik toch veel moois in de rijke instrumentatie, ben ik best te spreken over de zang en raak ik steeds meer onder de indruk van de songs, die vol geheimen blijken te zitten en die invloeden uit een aantal decennia popmuziek fraai combineren.

Op hetzelfde moment vind ik het af en toe net wat teveel allemaal en zou ik willen dat ik een aantal van de opgenomen sporen uit kan zetten, maar ook zonder die optie is het tweede album van Hilang Child een album dat je zeker eens moet proberen. Erwin Zijleman

Hilary Woods - Colt (2018)

poster
4,5
brt schreef:
erwinz dit vind jij ook wel mooi denk ik


Inderdaad

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hilary Woods - Colt - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Hilary Woods speelde ooit bas in de Ierse band JJ72. Die band leverde in 2000 een werkelijk geweldig debuut af, maar kon de belofte van dit debuut helaas nooit waar maken. Ik weet niet wat Hilary Woods de afgelopen 15 jaar heeft gedaan, maar ze duikt nu op met een soloplaat.

De Ierse muzikante ontsnapt misschien niet aan het noemen van de naam van haar voormalige band, maar in muzikaal opzicht heeft haar eerste soloplaat helemaal niets te maken met de door postpunk beïnvloede Britpop van JJ72.

Op Colt schotelt Hilary Woods de luisteraar bijzonder dromerige en beeldende soundscapes voor. Het zijn soundscapes die vooral bestaan uit piano en synths, maar zeker als je de plaat beluistert met een goede koptelefoon (wat ben ik blij met de Bowers & Wilkins PX), hoor je dat er ook nog flink wat bijzondere accenten zijn toegevoegd.

Hilary Woods combineert de mooie en vaak bijna sprookjesachtige klanken met lome en licht onderkoelde zang. De combinatie van beeldende soundscapes en de lome zang roept af en toe associaties op met alles tussen Agnes Obel en Enya, maar waar ik dit soort muziek na verloop van tijd meestal erg saai ga vinden, houdt Colt van Hilary Woods me nu al een tijdje in een wurggreep.

De betoverend mooie en beeldende instrumentatie zit niet alleen vol fraaie klanken en accenten, waaronder bijzondere ritmes, maar maakt ook indruk met een broeierige onderhuidse spanning, die de muziek van Hilary Woods iets unheimisch geeft, maar tegelijkertijd het oor vult met klanken van een bijna onwerkelijke schoonheid.

Het past allemaal prachtig bij de engelachtige zang van Hilary Woods, die haar muziek richting de folk kan sturen, maar ook uitstapjes richting new age niet schuwt. Het doet me af en toe wel wat denken aan Julia Holter, maar de sobere en bezwerende muziek zou ook zomaar een film of tv-serie van David Lynch kunnen voorzien van wat extra magie.

Colt is zeker bij eerste beluistering een wat ongrijpbare plaat, waardoor je bij herhaalde beluistering nog lang nieuwe dingen blijft horen. Het is muziek die zeker niet geschikt is voor alle momenten, maar op de late avond of vroege ochtend is de dromerige muziek van Hilary Woods wonderschoon en bijna niet te weerstaan.

Colt is zeker geen plaat voor beluistering op de achtergrond, want het zijn de fraaie details in de instrumentatie en de vocalen die van het debuut van de Ierse muzikante zo’n bijzondere plaat maken. Bij flink volume of bij beluistering met de koptelefoon voert Hilary Woods je op indrukwekkende wijze door surrealistische landschappen en blijft haar muziek maar aan schoonheid en kracht winnen.

Wanneer je de dromerige klanken even zat bent, ligt een zijuitstapje naar het prachtdebuut van JJ72 voor de hand, maar hierna wil je toch weer snel terug naar de bijzondere droomwereld van Hilary Woods, die een plaat heeft afgeleverd die echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman

Hinds - I Don't Run (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hinds - I Don't Run - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Net iets meer dan twee jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Spaanse band Hinds.

De uit vier vrouwen bestaande band uit Madrid vermaakte op haar debuut Leave Me Alone meedogenloos met onweerstaanbare gitaarsongs vol invloeden.

De muziek van het Spaanse viertal bestond uit gelijke delen 60s garagerock en 60s (Phil Spector) garagepop en werd op smaakt gebracht met een laagje lo-fi, met lekker eigenwijze zangpartijen en zeker ook met heerlijk gitaarwerk.

De deze week verschenen opvolger I Don’t Run volgt in grote lijnen hetzelfde recept als het debuut, maar Hinds heeft dit recept wel verfijnd en verrijkt. Zo neemt het Spaanse viertal wat vaker gas terug en verder zijn nog wat extra invloeden toegevoegd aan het voor mij nog altijd vrijwel onweerstaanbare geluid van Hinds.

Frontvrouwen Carlotta Cosials en Ana García Perrote schrijven nog altijd geweldige songs en het zijn songs die de ene keer meedogenloos verleiden met aanstekelijke garagerock, maar ook net zo makkelijk kiezen voor een subtielere en zwoelere verleiding in zich wat langzamer voortslepende songs.

Zeker in het uptempo werk is de hand van The Strokes producer Gordon Raphael goed hoorbaar, maar Hinds laat zich ook op haar tweede plaat gelukkig niet in een keurslijf dwingen. Op I Don’t Run hebben de songs aan kracht gewonnen, zonder dat dit ten koste is gegaan van de gekte die de muziek van Hinds zo leuk en onweerstaanbaar maakte en maakt.

Die gekte zit in de bijzondere zang op de plaat, die soms wel wat kinderlijk aan doet, maar ook ruw van zich af kan bijten, maar ook het geweldige gitaarwerk op de plaat heeft lak aan conventies en blijft maar leuke riffs en loopjes over je uitstrooien.

Het geluid op I Don’t Run is niet alleen wat minder ruw dan op het debuut, maar is ook veelkleuriger, waardoor Hinds van 60s garagerock en garagepop moeiteloos kan omschakelen richting de gruizige en punky garagerock uit de jaren 70, 80 en 90 of richting alles tussen Bananarama in haar beginjaren tot een band als The Raincoats.

Het klinkt allemaal net wat gestructureerder en voller dan op het debuut van de band uit Madrid, maar ook I Don’t Run is een plaat die heerlijk mag rammelen en dat gelukkig ook volop doet en dit combineert met geweldige melodieën en aanstekelijke refreinen.

De Spaanse band had mij twee jaar geleden stevig te pakken met haar aangename lo-fi garagerock en na enige gewenning vind ik I Don’t Run nog beter en onweerstaanbaarder. Hinds moet het zeker niet hebben van muzikale of vocale hoogstandjes, maar de songs van het Spaanse viertal zijn stuk voor stuk uitermate doeltreffend en verslavend. Het is muziek zoals die in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten momenteel helaas nauwelijks gemaakt wordt, maar gelukkig draagt ook Madrid haar steentje bij met dit heerlijk eigenwijze bandje en hun prima tweede plaat. Erwin Zijleman

Hinds - Leave Me Alone (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hinds - Leave Me Alone - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Carlotta Cosials, Ana García Perrote, Ade Martín en Amber Grimbergen komen uit Madrid en vormen samen Hinds.

Het debuut van het viertal luistert naar de titel Leave Me Alone, maar dat is het laatste dat je wilt doen met deze plaat. Leave Me Alone is immers een plaat die je wilt omarmen en koesteren.

Hinds maakt op haar debuut muziek die bestaat uit gelijke delen 60s garagerock en 60s (Phil Spector) garagepop en die vervolgens is voorzien van een dun laagje lo-fi.

Kom bij Hinds niet om virtuoos gitaarwerk of gouden keeltjes. Het gitaarwerk is rauw en rammelt aan alle kanten, maar meer dan eens komt een vrijwel onweerstaanbaar gitaarloopje of een betoverende gitaarriff voorbij, die zo lijken weggelopen uit de jaren 60.

Ook in vocaal opzicht maakt Hinds geen diepe indruk. De vocalen rammelen net zoals de rest van de muziek en klinken vaak nonchalant, maar ze zijn wel raak, met een incidenteel en opvallend trefzeker koortje als kers op de taart. Wat voor de gitaren en de zang geldt, geldt ook voor de ritmesectie, waardoor de muziek van Hinds in ieder geval consistent rammelt.

Op basis van het bovenstaande zal duidelijk zijn dat Leave Me Alone niet bij iedereen in goede aarde zal vallen, maar voor liefhebbers van onweerstaanbare popliedjes met een rafelrandje is Leave Me Alone absoluut niet te weerstaan.

Hinds neemt je op haar debuut mee terug naar de jaren 60, maar de songs van het viertal zijn zo fris als een bos na een flinke regenbui en zo urgent als wat. Hinds wekt misschien de indruk dat het zomaar wat charmante popliedjes uit de mouw schudt, maar wat zijn ze allemaal goed en wat komen ze allemaal heerlijk binnen.

Heel even moet je misschien wennen aan de rammelende instrumentatie of aan de wat nonchalante zang, maar vervolgens hebben de vier meiden uit Madrid je heel snel te pakken, of je dat nu wilt of niet.

Leave Me Alone is een plaat zonder opsmuk of poespas. Hinds maakt goudeerlijke popmuziek met een lekker rauw randje. Dat is lang niet altijd een garantie voor succes, maar op het debuut van Hinds valt alles op zijn plek. Wat een heerlijke plaat! Erwin Zijleman

Hinds - The Prettiest Curse (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hinds - The Prettiest Curse - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Hinds - The Prettiest Curse
De Spaanse band Hinds strooit nog altijd driftig met even rammelende als aanstekelijke popliedjes, waarvan je alleen maar heel erg vrolijk kunt worden

Hinds debuteerde alweer vier jaar geleden en is inmiddels toe aan album nummer drie. Het viertal uit Madrid is wat opgeschoven van garagerock naar pop, maar rammelt nog altijd bijzonder aangenaam. De vier vrouwen uit Madrid maken popmuziek zonder al te veel pretenties of poespas. Het plezier spat er ook dit keer van af, maar de band is in muzikaal opzicht ook gegroeid. Niet iedereen zal vallen voor de charmes van Hinds, maar ook de verleiding van The Prettiest Curse is voor mij weer genadeloos. Hinds maakt een half uur popmuziek die je vastgrijpt en niet meer loslaat. Hierna wil je alleen maar meer.

De Spaanse band Hinds debuteerde vier jaar geleden met een aangenaam rammelend debuut (Leave Me Alone) dat gelijke delen 60s garagerock en 60s (Phil Spector) garagepop overgoot met een dun laagje lo-fi. De vier vrouwen uit Madrid herhaalden dit kunstje op het twee jaar geleden verschenen I Don’t Run, maar verrijkten hun geluid op het tweede album ook met flink wat andere invloeden, waaronder een laagje pop.

We zijn inmiddels weer twee jaar verder en met enige vertraging ligt nu ook het derde album van Hinds in de winkel. Het viertal uit Madrid kreeg een maand geleden serieuze concurrentie van het eveneens uit Spanje afkomstige en ook uit vier vrouwen bestaande Melenas, dat met Dias Raros een jaarlijstjesplaat afleverde. De lat ligt daarom hoog voor Carlotta Cosials, Ana Perrote, Ade Martin en Amber Grimbergen, maar het lijkt de dames van Hinds niet te deren. Ook The Prettiest Curse is weer een album waarvan je alleen maar zielsveel kunt houden.

Vergeleken met het debuut van de band is er wel het een en ander veranderd. Invloeden uit de garagerock hebben wat aan terrein verloren, terwijl invloeden uit de pop juist veelvuldiger opduiken. Hinds is verder gegroeid in muzikaal en vocaal opzicht en kan zich bovendien een betere producer permitteren. The Prettiest Curse rammelt daarom een stuk minder dan met name het debuut van de band uit Madrid. Dat is niet zonder gevaar, want juist de hoge rammelfactor droeg vier jaar geleden bij aan de onweerstaanbare verleiding van Hinds.

Ook na beluistering van The Prettiest Curse kan ik gelukkig weer concluderen dat het viertal uit Madrid de plooien in haar muziek nergens te glad strijkt. Hinds schuift op haar derde album nog wat verder op richting pop, waarbij de namen van The Raincoats en Bananarama in haar jonge jaren opduiken. Waar het debuut van Hinds was geworteld in de jaren 60, heeft The Prettiest Curse zo nu en dan een 80s feel, wat niet betekent dat invloeden uit de 60s garagerock en Phil Spector garagepop volledig zijn verdwenen uit de muziek van het viertal uit Madrid.

Ook The Prettiest Curse staat weer vol met popliedjes die zijn voorzien van een ruwe charme. Hier en daar vliegt het weer heerlijk uit de bocht, maar juist imperfectie maakt de muziek van Hinds zo aangenaam. Ondanks het feit dat er meer aandacht is besteed aan de instrumentatie en de productie, klinkt ook het derde album van Hinds weer als een album van vier muzikanten die gewoon lekker muziek aan het maken zijn en vooral doen waar ze zelf zin in hebben.

Ondertussen grossiert het viertal uit Madrid in aanstekelijke popliedjes vol zoete verleiding. Het zijn energieke popliedjes vol levenslust, maar het zijn ook popliedjes vol goede ideeën. Het zijn goede ideeën die niet allemaal even goed worden uitgewerkt, maar ook dat is de charme van Hinds.

The Prettiest Curse klinkt wat poppier dan zijn voorganger, maar ook wat dynamischer. Zoete koortjes kunnen zomaar omslaan in gruizig gitaargeweld en een 80s popliedje kan ineens de jaren 60 in worden gesleurd of andersom. Bovendien schakelt de band nu frequenter tussen uptempo en meer ingetogen songs. Hinds propt tien popliedjes in een ruim half uur en het zijn popliedjes die stuk voor stuk goed zijn voor een brede glimlach. Op voorhand was er misschien wat twijfel of Hinds wel zo leuk zou blijven, maar die twijfel blijkt vooralsnog ongegrond. Erwin Zijleman

Hinds - Viva Hinds (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hinds - Viva Hinds - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Hinds - Viva Hinds
Carlotta Cosials en Ana García Perrote moesten noodgedwongen met zijn tweeën verder, maar laten op het uitstekende Viva Hinds horen dat er nog altijd veel muziek en plezier zit in hun bands Hinds

Na de garagerock van de eerste twee albums en het meer pop georiënteerde derde album was het de vraag welke richting de Spaanse band Hinds op zou gaan op hun vierde album. Het deze week verschenen Viva Hinds geeft het antwoord. Op het vierde album laten Carlotta Cosials en Ana García Perrote hier en daar wat flarden uit het verleden van de band horen, maar komen ze ook op de proppen met wat echo’s uit de jaren 80. Wat is gebleven is het aangenaam ruwe karakter van de songs van Hinds en het vermogen van Carlotta Cosials en Ana García Perrote om onweerstaanbaar lekkere popsongs te schrijven en deze op geheel eigen wijze uit te voeren. Heerlijk album!

De Spaanse band Hinds debuteerde in de eerste week van 2016 met het geweldige Leave Me Alone. De muziek van de band uit Madrid rammelde echt aan alle kanten, maar de mix van 60s garagerock en Phil Spector girlpop uit dezelfde periode was ook onweerstaanbaar lekker. Carlotta Cosials, Ana García Perrote, Ade Martín en Amber Grimbergen maakten in muzikaal en vocaal opzicht zeker geen onuitwisbare indruk, maar met de popsongs van de vier was echt helemaal niets mis.

Het werd alleen maar beter op het in het voorjaar van 2018 verschenen I Don’t Run. Het tweede album van Hinds tapte voor een belangrijk deel uit hetzelfde vaatje als het debuutalbum, maar de muziek en met name het gitaarwerk klonk een stuk beter en hetzelfde gold voor de zang, terwijl ook de productie van de van The Strokes bekende Gordon Raphael een duit in het zakje deed.

Het in de zomer van 2020 verschenen The Prettiest Curse was tot voor kort het laatste levensteken van Hinds. Ook de derde album van de band uit Madrid was een uitstekend album, al liet The Prettiest Curse wel een flinke koerswijziging horen met veel meer invloeden uit de pop en een vleugje disco.

Op het deze week verschenen Viva Hinds staan nog maar twee vrouwen op de cover. Bassiste Ade Martín en drumster Amber Grimbergen hebben de band inmiddels verlaten, waardoor Carlotta Cosials en Ana García Perrote met zijn tweeën zijn overgebleven. Op het vierde album van Hinds laten de twee horen dat ze het oude geluid van hun band niet helemaal vergeten zijn, maar domineren de nieuwe wegen.

Viva Hinds klinkt weer wat ruwer dan zijn voorganger en zit in muzikaal opzicht ergens tussen I Don’t Run en The Prettiest Curse in. Het nieuwe album van Hinds heeft heel af en toe nog de jaren 60 vibe die de eerste twee albums van de band zo leuk maakte, maar sleept er vervolgens vooral invloeden uit de jaren 80 bij, met een hoofdrol voor invloeden uit de new wave. Die jaren 80 invloeden hoor je vooral wanneer de synths het voortouw nemen of wanneer de bassen kiezen voor de vaste patronen van de postpunk, maar je hoort het ook terug in het gitaarwerk.

Carlotta Cosials en Ana García Perrote maakten het vierde album van Hinds samen met producer Pete Robertson, die ooit drumde bij The Vaccines. In de studio schoven ook Beck en Fontaines D.C. drummer Grian Chatten aan voor een gastbijdrage, wat illustreert dat Hinds al lang niet meer dat onbekende Spaanse bandje van weleer is.

De muziek van de band rammelt al lang niet meer zo als in het verleden, maar Viva Hinds klinkt lang niet zo gepolijst als zijn voorganger. Carlotta Cosials en Ana García Perrote waren op de vorige albums van Hinds al zeer bedreven in het schrijven van memorabele popsongs en dat zijn ze op het vierde album van de band nog steeds. Alles op het album klinkt even lekker, waarbij het niet zoveel uitmaakt of de twee zich bedienen van het Engels of het Spaans.

Zeker wanneer de muziek breed uitwaaiert neemt Hinds je direct mee terug naar de jaren 80, al kende ik destijds geen band als Hinds. Met name de eerste twee albums van de band vond ik ultieme feelgood albums en ook van Viva Hinds kan ik alleen maar heel vrolijk worden. Carlotta Cosials en Ana García Perrote hebben wat tegenslagen moeten verwerken, maar met Viva Hinds is Hinds gelukkig weer helemaal terug. Erwin Zijleman

Hiss Golden Messenger - Hallelujah Anyhow (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hiss Golden Messenger - Hallelujah Anyhow - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Michael (M.C.) Taylor, oftewel Hiss Golden Messenger, heeft momenteel kennelijk niet te klagen over inspiratie. Nog geen jaar na het uitstekende Heart Like A Levee is de vanuit North Carolina opererende muzikant met Californische wortels immers al weer terug met een nieuwe plaat.

Nu haalt Hiss Golden Messenger zijn inspiratie voor een belangrijk deel uit de jaren 70 en in het bijzonder uit het oeuvre van de destijds nog veel productievere Bob Dylan. Uit dezelfde perioden komen ook invloeden van The Band, Van Morrison en J.J. Cale voorbij en van iets latere datum duiken ook zeker invloeden van Dire Straits op (en dan gelukkig uit de periode waarin de bandnaam nog geen synoniem voor saai en slaapverwekkend was).

Het maakt ook van Hallelujah Anyhow weer een volstrekt tijdloze plaat, die net zo makkelijk een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden. Dat wordt nog eens versterkt door het feit dat de plaat in een vloek en een zucht op de band stond en geen slachtoffer is geworden van een overijverige producer.

Hallelujah Anyhow klinkt niet alleen tijdloos, maar ook opvallend hecht. M.C. Taylor en zijn medemuzikanten hebben in de studio met hoorbaar plezier muziek gemaakt met een duidelijke hang naar net verleden. Het zorgt ervoor dat Hiss Golden Messenger nog wat nadrukkelijker citeert uit het werk van de groten uit het verleden, maar als je deze invloeden kunt verwerken in songs die onmiddellijk blijven hangen en ook nog eens goed zijn voor een brede glimlach, heb ik daar vrede mee.

Hallelujah Anyhow sluit aan op zijn twee voorgangers, maar laat ook net wat andere accenten horen. Door het grotere belang van invloeden uit de rhythm & blues hoor ik dit keer meer van Van Morrison in de muziek van Hiss Golden Messenger, maar Hallelujah Anyhow klinkt ook als een uptempo J.J. Cale, als een groovy Bob Dylan, als de laid-back Rolling Stones of als Dire Straits zonder haarbandje en zonder wereldhits.

Zeker als de zon zo nadrukkelijk schijnt als op de dag dat ik deze recensie intyp, is Hallelujah Anyhow van Hiss Golden Messenger een plaat die heerlijk aangenaam voortkabbelt met echo’s uit het verre verleden, maar die op hetzelfde moment geen moment gedateerd klinkt. Vernieuwend is het allemaal zeker niet, maar zolang Hiss Golden Messenger opereert in genres en met invloeden die nog niets van hun glans hebben verloren, heeft hij mijn zegen.

Waar ik bij eerste beluistering misschien nog even dacht dat ik het trucje van M.C. Taylor nu zo langzamerhand wel ken, is Hallelujah Anyhow de afgelopen dagen (mede door de Indian summer) toch weer naar grote hoogte gestegen en vind ik de plaat weer leuker dan zijn twee ook al door mij bewierookte voorgangers. Dat dankt Hallelujah Anyhow vooral aan de heerlijk ontspannen manier waarop muziek wordt gemaakt.

Luister naar de nieuwe plaat van Hiss Golden Messenger en alle gevoel voor tijd en de hiermee gepaard gaande stress verdwijnt. Hallelujah Anyhow is een zorgeloos klinkende plaat vol memorabele popsongs. Dat lijkt misschien makkelijk, maar wat mij betreft heeft Hiss Golden Messenger weer een prestatie van formaat geleverd. Erwin Zijleman

Hiss Golden Messenger - Heart Like a Levee (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hiss Golden Messenger - Heart Like A Levee - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Hiss Golden Messenger verraste twee jaar geleden met een plaat die zich liet beluisteren als een vergeten Bob Dylan plaat.

Lateness Of Dancers zou overigens zeker geen slechte Bob Dylan plaat zijn geweest, maar was uiteindelijk vooral een hele goede plaat van het alter ego van de Amerikaanse singer-songwriter Michael (M.C.) Taylor (in het verleden ook de man achter The Court & Spark), die op de prachtplaat overigens op indrukwekkende wijze werd bijgestaan door multi-instrumentalist en engineer/producer Scott Hirsch en leden van de band Megafaun.

Ook bij beluistering van de nieuwe plaat van Hiss Golden Messenger zal de naam van Bob Dylan nog enkele keren opduiken, maar Heart Like A Levee is een plaat die de oude meester nooit gemaakt heeft.

Op zijn nieuwe plaat verrijkt M.C. Taylor zijn muziek niet alleen met invloeden uit de folk, maar citeert hij ook uit de archieven van onder andere de gospel, de country, de blues, de psychedelica en de soul.

Megafaun leden Phil en Bradley Cook zijn ook dit keer van de partij en krijgen gezelschap van onder andere een saxofonist en een aantal zangeressen, onder wie Alexandra Sauser-Monnig, Sonyia Tuner en Tift Merritt, die zorgen voor mooie en emotievolle vocale accenten.

Vergeleken met zijn voorganger heeft Heart Like A Levee een opvallend veelkleurig geluid, maar Hiss Golden Messenger weet het hoge niveau van Lateness Of Dancers vrij makkelijk vast te houden.

Op zijn nieuwe plaat neemt M.C. Taylor je mee op een muzikale reis die enkele decennia terug gaat en een groot deel van de Verenigde Staten bestrijkt, maar Heart Like A Levee is ook een tijdloze plaat vol uitstekende popsongs.

Door het veelzijdige geluid en de veelheid aan invloeden verdwijnt de vergelijking met Bob Dylan al heel snel naar de achtergrond en verschuift de aandacht naar Hiss Golden Messenger. Het is aandacht die M.C. Taylor en zijn medemuzikanten verdienen, want wat wordt er op Heart Like A Levee knap gemusiceerd en wat zijn de songs van de prachtig zingende Amerikaan sterk.

Ik was twee jaar geleden behoorlijk onder de indruk van Lateness Of Dancers, maar de nieuwe plaat van Hiss Golden Messenger is nog een stuk sterker. Heart Like A Levee, dat overigens in een hoes is gestoken die herinnert aan die van Boy en War van U2, is een plaat die prima past bij de eerste herfstdagen van 2016 en deze herfstdagen voorziet van een stemmig maar prachtig kleurenpalet. Erwin Zijleman

Hiss Golden Messenger - Lateness of Dancers (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hiss Golden Messenger - Lateness Of Dancers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Meerdere lezers van deze BLOG hebben me de afgelopen weken gewezen op Lateness Of Dancers van Hiss Golden Messenger. Volkomen terecht naar nu blijkt, want wat is dit een mooie plaat. Correctie: wat is dit een prachtige plaat.

Lateness Of Dancers klinkt bij niet al te aandachtige beluistering als een vergeten Bob Dylan plaat van een aantal decennia geleden en wat is het een goede Bob Dylan plaat.

Achter Hiss Golden Messenger gaat de Amerikaanse singer-songwriter Michael (M.C.) Taylor schuil, al mogen ook de bijdragen van multi-instrumentalist en engineer/producer Scott Hirsch en leden van Megafaun niet onvermeld blijven. De samenwerking tussen deze muzikanten leverde de afgelopen vijf jaar al vijf platen op, maar Lateness Of Dancers is mijn eerste kennismaking met de muziek van Hiss Golden Messenger uit North Carolina. Het is een eerste kennismaking die uitstekend is bevallen, want Lateness Of Dancers is zo’n plaat waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden.

Dat ligt voor een deel aan de geweldige muzikanten op de plaat die een tijdloos geluid neerzetten dat opvalt door zijn warmte en subtiele invloeden uit meerdere genres, waaronder de folk, country en blues. Het ligt ook voor een deel aan de al even tijdloze songs van Michael (M.C.) Taylor, die over het vermogen beschikt om van een gewoon popliedje een bijzonder popliedje te maken.

Vooral door de wat nasale vocalen doet Lateness Of Dancers meer dan eens denken aan de platen die Bob Dylan aan het eind van de jaren 70 en het begin van de jaren 80 maakte, maar de muziek van Hiss Golden Messenger heeft ook wat van J.J. Cale, van de verschillende gedaanten van Will Oldham en, ik durf het bijna niet te zeggen, van Dire Straits in haar jonge (en echt goede) jaren.

Lateness Of Dancers komt echter het best tot zijn recht zonder vergelijkingsmateriaal, want Hiss Golden Messenger maakt muziek die het verdient om los van de muziek van anderen beoordeeld te worden.

Het is muziek die zich keer op keer als een warme deken om je heen slaat en het is bovendien muziek die er, ondanks het tijdloze karakter, in slaagt om de fantasie te blijven prikkelen. Hiss Golden Messenger grossiert op Lateness Of Dancers niet alleen in mooie en meeslepende muziek (met glansbijdragen voor het pompende orgeltje en al het gitaarwerk) en bovengemiddeld goede songs, maar vertelt ook mooie verhalen.

Wanneer Bob Dylan op de proppen zou komen met een plaat als Lateness Of Dancers zouden de critici waarschijnlijk superlatieven te kort komen en zou absoluut worden gesproken over een ware sensatie. Nu de plaat niet van Bob Dylan komt maar van een relatief onbekende muzikant uit North Carolina ligt dat voor de critici vast anders, maar voor mij niet. Lateness Of Dancers is een geweldige plaat en vooralsnog wordt hij alleen maar beter. Veel beter zelfs. Erwin Zijleman

Hiss Golden Messenger - Terms of Surrender (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hiss Golden Messenger - Terms Of Surrender - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Hiss Golden Messenger - Terms Of Surrender
Hiss Golden Messenger imponeert en vermaakt met een avontuurlijk en verrassend soulvol album vol diepte en doorleving

M.C. Taylor, de man achter Hiss Golden Messenger, ging de afgelopen twee jaar door diepe dalen, maar levert een verrassend aangenaam klinkend album af. Het is een album dat, mede door de inzet van flink wat gastmuzikanten, lekker vol klinkt, maar het is ook een album dat avontuurlijk en veelzijdiger klinkt dan we van Hiss Golden Messenger gewend zijn. Invloeden uit de soul hebben aan terrein gewonnen en krijgen gezelschap van invloeden uit de countryrock, funk, rhythm & blues en psychedelica. Het kleurt allemaal prachtig bij de doorleefde stem van M.C. Taylor, die in zijn teksten nog wel stil staat bij de zwarte periode die achter hem ligt. Een even aangenaam als indrukwekkend album.

Singer-songwriter Michael Taylor, vooral bekend als M.C. Taylor, maakt inmiddels ruim tien jaar muziek als Hiss Golden Messenger. Ik volg zijn muziek zelf sinds een jaar of vijf en keek uit naar de opvolger van het precies twee jaar geleden verschenen Hallelujah Anyhow, dat me nog wat beter beviel dan zijn directe voorgangers.

Terms Of Surrender volgt op een bijzonder zware periode in het leven van M.C. Taylor. Zijn vader overleed, oude depressies speelden op en er was flink wat twijfel over het kunnen combineren van het leven als muzikant met het vaderschap. Persoonlijk leed is wel vaker een voedingsbodem voor artistieke pieken en dat blijkt ook in het geval van Hiss Golden Messenger het geval. Dat betekent overigens niet dat Terms Of Surrender een somber klinkend album is. Integendeel zelfs.

M.C. Taylor kiest op zijn nieuwe album voor een nog wat voller en warmer geluid en voegt bovendien een soulinjectie, een beetje funk, wat experiment en psychedelica en een flinke dosis New Orleans rhythm & blues toe aan zijn oorspronkelijk vooral door 70s countryrock gedomineerde geluid. Het klinkt direct bijzonder lekker.

Hiss Golden Messenger was tot dusver een samenwerkingsverband tussen M.C. Taylor en multi-instrumentalist en producer Scott Hirsch, maar laatstgenoemde ontbreekt op Terms Of Surrender. M.C. Taylor stond er echter zeker niet alleen voor en werd in de verschillende studio’s waarin het album werd opgenomen bijgestaan door onder andere Brad en Phil Cook (Megafaun), die het album ook produceerden snarenwonder Josh Kaufman, Matt McCaughan (Bon Iver), achtergrondzangeressen Alexandra Sauser-Monnig en Jenny Lewis en The National’s Aaron Dessner. Al deze muzikanten namen flink wat instrumenten mee naar de studio, wat heeft gezorgd voor een rijk en veelkleurig klankentapijt.

Terms Of Surrender opent opgewekt en verrassend soulvol met een track die is volgestopt met instrumenten en waarin de doorleefde strot van M.C. Davis wordt bijgestaan door achtergrondzangeressen. Het is een track die niet zou misstaan op een feelgood album, maar in de teksten duiken wel degelijk flarden op van de zware periode die voorafging aan het album.

Terms Of Surrender bevat een aantal tracks die als groovy zijn te omschrijven, maar het album bevat ook een aantal meer ingetogen tracks. Het zijn tracks waarin M.C. Davis nog altijd soulvol klinkt, wat fraai kleurt bij de warme maar dit keer wat subtielere instrumentatie.

Het is knap hoe Hiss Golden Messenger lekker in het gehoor liggende songs combineert met teksten vol diepgang en een instrumentatie vol avontuur. Terms Of Surrender is een album dat heerlijk vermaakt, maar het is ook een album dat het verdient om volledig uitgeplozen te worden.

Zeker wanneer gas terug wordt genomen is de instrumentatie op het album wonderschoon en blijf je nieuwe dingen horen in het veelkleurige en veelzijdige klankenpalet, dat zich soepel om de stem van M.C. Davis heen beweegt. Hiss Golden Messenger verlegt op Terms Of Surrender zijn grenzen, waardoor het album absoluut iets toevoegt aan zijn voorgangers. Ik vind Terms Of Surrender daarom weer net wat mooier dan deze voorgangers. Erwin Zijleman

Hole - Live Through This (1994)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hole - Live Through This (1994) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Hole - Live Through This (1994)
Courtney Love werd in de jaren 90 vooral verguisd en weggezet als talentloze aandachtstrekker, maar op Live Through This, het tweede album van haar band Hole, hoor je dat ze wel degelijk bulkte van het talent

Live Through This van Hole verscheen een paar dagen na de trieste dood van Kurt Cobain en kreeg hierdoor niet de ontvangst die het album had verdiend. Met de kennis van nu is het tweede album van de band rond Courtney Love een van de beste vrouwelijke rockalbums uit de jaren 90. Hole maakt vrij ruwe gitaarmuziek met vooral invloeden uit de grunge en indierock, maar Courtney Love heeft ook een goed gevoel voor aanstekelijke popsongs. Het zijn songs die ze met heel veel vuur en gevoeg vertolkt, wat de urgentie van haar songs verder vergroot. Hole werd nooit echt serieus genomen, maar op Live Through This hoor je dat het een geweldige band was, met in ieder geval deze klassieker op haar naam.

Courtney Love kon in de jaren 90 op heel weinig sympathie rekenen. Haar huwelijk met Kurt Cobain leek de Nirvana zanger eerder te vergiftigen dan goed te doen, wat vooral Courtney Love werd aangerekend, en haar band Hole werd gezien als een hopeloze poging van de talentloze Courtney Love om zelf als muzikant aan de weg te timmeren.

In werkelijkheid lag het toch wat anders. Kurt Cobain liet de drugs juist even staan na zijn huwelijk met Courtney Love en de geboorte van hun dochter Frances Bean en Hole debuteerde al in het jaar dat Nirvana haar album Nevermind uitbracht, en voordat Courtney Love Kurt Cobain tegen het lijf liep, met het rauwe en wat fragmentarische, maar ook zeker veelbelovende Pretty On The Inside.

Het debuutalbum zou in 1994 gevolgd worden door Live Through This. Het is een album dat een paar dagen na de zelfmoord van Kurt Cobain verscheen, waardoor Courtney Love onmiddellijk werd beschuldigd van het profiteren van de trieste dood van haar echtgenoot. In werkelijkheid lag de releasedatum van het album al lang vast en was er een paar dagen voor de release niet meer zoveel aan te veranderen.

Ik was in 1994 nieuwsgierig genoeg om het album aan te schaffen en werd, ondanks mijn negatieve beeld van Courtney Love, verrast door de hoge kwaliteit van het album. Wanneer ik nu, onbevooroordeeld, luister naar Live Through This hoor ik een nog veel beter album. Hole kon zich nooit kunnen ontworstelen aan alle negatieve emotie rond de band, maar zou in 1998 nog een prima album (Celebrity Skin) afleveren. De stuiptrekkingen van de band in het huidige millennium zijn een stuk minder interessant, waardoor Live Through This onovertroffen blijft.

Terug naar het tweede album van Hole. Het is een album waarvoor, mede dankzij de bekendheid van Courtney Love, een flink budget beschikbaar was en dat hoor je. Het album klinkt verrassend goed, zeker vergeleken met veel andere albums uit deze periode. Courtney Love laat op Live Through This echter vooral horen dat ze wel degelijk beschikt over talent.

Live Through This bevat een serie verrassend sterke songs, die citeren uit de grunge, indierock en Riot Grrrl van dat moment. De songs van de band klinken ruw en rauw, maar Courtney Love beschikt ook over het vermogen om rauwe songs toegankelijk en zelfs aanstekelijk te laten klinken, net als Nirvana dat zo goed kon op Nevermind. Live Through This bevat minstens een handvol memorabele songs en de andere songs op het album doen er niet al te veel voor onder.

Courtney Love is verder een prima zangeres, die de persoonlijke teksten over haar huwelijk met Kurt Cobain en alles hier omheen, met veel passie en gevoel vertolkt. De Amerikaanse muzikante had flink wat voor haar kiezen gekregen en dat hoor je. Live Through This is meer dan eens een schreeuw om hulp van een vrouw vol pijn. Het voorziet de songs op Live Through This van een bijzondere lading, die destijds misschien niet altijd gevoeld werd, maar wat is Live Through This een intens album wanneer je er zonder vooroordelen naar luistert.

Twee maanden na de release van Live Through This kreeg Courtney Love een volgende klap te verwerken, toen Hole bassiste Kristen Pfaff overleed aan een overdosis heroïne. Het voegt een extra zwarte rand toe aan dit aardedonkere maar met grote regelmaat ook fantastische album, dat echt veel meer waardering verdient dan het destijds kreeg. Erwin Zijleman

Hollie Cook - Happy Hour in Dub (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hollie Cook - Happy Hour In Dub - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Hollie Cook - Happy Hour In Dub
Hollie Cook maakte negen jaar geleden een geweldig zomeralbum, maar wist dat wat mij betreft niet meer te evenaren, tot ze besloot om deze fantastische dub-versie van het vorig jaar verschenen Happy Hour te maken

De zomer is de afgelopen dagen voorzichtig teruggekeerd in Nederland en voor later in deze week worden zelfs tropische temperaturen aangekondigd. Iedereen die op zoek gaat naar de perfecte soundtrack bij deze temperaturen moet zeker eens luisteren naar Happy Hour In Dub van Hollie Cook. Het is de dub-versie van het vorig jaar verschenen Happy Hour, dat me persoonlijk wat tegen viel. De dub-versie verleidt echter vanaf de eerste noten meedogenloos en blijft dat negen tracks doen. Ik ben zeker geen kenner van reggae en dub, maar Happy Hour In Dub van Hollie Cook had me direct vanaf de eerste noten te pakken en gaat voorlopig niet meer loslaten.

Midden in de zomer van 2014 werd ik zeer aangenaam verrast door Twice, het tweede album van de Britse muzikante Hollie Cook, die voordat ze begon aan haar solocarrière deel uitmaakte van een nieuwe bezetting van de Britse cultband The Slits. Hollie Cook, de dochter van Paul Cook, die in de originele bezetting van The Sex Pistols achter de drums zat, leverde met haar tweede album de perfecte soundtrack voor de zomer van 2014 af. Terwijl de temperaturen hoog opliepen wist Twice onweerstaanbaar te verleiden met een mix van reggae en pop, waarin stiekem ook nog wat andere exotische invloeden waren verstopt. Twice klonk als Lily Allen na een heleboel Jamaicaanse joints en dat klonk in 2014 echt heerlijk.

Het gemak waarmee Hollie Cook me wist te overtuigen met haar tweede album was compleet verdwenen toen aan het begin van 2018 haar derde album Vessel Of Love verscheen. Nu verscheen Vessel Of Love midden in de winter en dat is niet het seizoen waarin de muziek van Hollie Cook het best tot zijn recht komt. Het in de zomer van 2022 verschenen Happy Hour was weer veel beter getimed, maar ook dit keer had Hollie Cook niet het effect op me dat ze in 2014 wel had. Happy Hour was bij eerste beluistering een aangenaam zomeralbum, maar uiteindelijk maakte het vierde album van de Britse muzikante geen blijvende indruk, al vind ik het album inmiddels beter dan een jaar geleden.

Hollie Cook was kennelijk zelf ook niet 100% tevreden met Happy Hour of vond dat er nog meer in zat, want deze week verscheen een nieuwe versie van het album. Happy Hour In Dub is de dub-versie van het album van vorig jaar. Het is niet de eerste keer dat Hollie Cook haar songs onderdompelt in dub, want ook van haar titelloze debuutalbum uit 2011 verscheen in 2012 een dub-versie.

Ik luister maar weinig naar reggae en nog minder naar dub, maar de dub-versie van Happy Hour deed het onmiddellijk geweldig, waarbij de zomerse temperaturen van het moment vast wel wat hielpen. Happy Hour In Dub bevat alle songs van Happy Hour, maar wel in een andere volgorde. De songs klinken ook flink anders, want alle nieuwe versies worden gedomineerd door de heerlijke tandem van bas en drums, waarvoor James Mckone en Ben Mckone tekenen.

De twee muzikanten spelen net zo soepel als Sly & Robbie in hun beste dagen en voorzien de songs van een lome sfeer, al zijn de ritmes best dwingend. Bas en drums zijn voorzien van flink wat galm en echo, wat Happy Hour In Dub voorziet van het zo karakteristieke dubgeluid. Het is een geluid dat is verrijkt met gitaren, orgel, synths en hier en daar flink wat strijkers en blazers, waardoor er van alles gebeurt op het album.

De muzikale passages zijn langer uitgesponnen dan op de originele versie van Happy Hour, waardoor er wat minder ruimte overblijft voor de zang van Hollie Cook, die ook nog wat gastvocalisten heeft ingeschakeld. Ik vond Happy Hour vorig jaar wat flauwtjes, maar de dub-versies van de songs van het album komen stuk voor stuk genadeloos binnen. Happy Hour In Dub doet uitzien naar nog wat hogere temperaturen, maar als de verwarming ook de komende winter weer wat graden lager moet, zie ik ook bij lagere temperaturen nog wel een rol voor dit heerlijke album, dat zijn twee voorgangers flink overtreft. Erwin Zijleman

Hollis Brown - 3 Shots (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hollis Brown - 3 Shots - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Net iets meer dan twee jaar geleden dook de band Hollis Brown voor het eerst op (dat de band al in 2009 debuteerde vergeten we maar even, want die plaat zag werkelijk iedereen over het hoofd).

Ride On The Train was in de Verenigde Staten op dat moment al flink bejubeld en ook Nederland ging direct om. En terecht.

Ik vergeleek Ride On The Train zelf met de muziek van grootheden als Lynyrd Skynyrd, Rolling Stones, Neil Young, Tom Petty, Creedence Clearwater Revival en Buffalo Springfield. Met terugwerkende kracht voeg ik de naam van The Band toe. Het zijn namen waar je als beginnende band mee thuis kunt komen, waardoor Ride On The Train in brede kring werd opgepikt; ook in Nederland.

Hoewel de muziek van Hollis Brown diep was geworteld in met name de countryrock uit de vroege jaren 70, klonk de muziek van de band uit New York, mede dankzij een flinke rockinjectie, ook fris en eigentijds.

Ride On The Train was zo goed dat Hollis Brown zich eenvoudig stuk had kunnen bijten op de zo geprezen eerste kennismaking met de band, maar dit wist Hollis Brown slim te omzeilen. Vorig jaar verscheen ter nagedachtenis aan Lou Reed op Record Store Day een fraaie remake van Loaded van The Velvet Underground. Een prima tussendoortje en bovendien een plaat die ervoor heeft gezorgd dat niemand het meer zal hebben over de altijd lastige tweede plaat van Hollis Brown.

Hollis Brown is inmiddels een gevestigde band en maakt deze status helemaal waar op het nu verschenen 3 Shots. Het is net als zijn voorgangers een plaat die stevig is verankerd in de jaren 70. Alle hierboven genoemde namen komen ook op 3 Shots voorbij, waarbij ik dit keer persoonlijk vooral veel hoor van Neil Young en wanneer de gitaren mogen gieren ook zeker zijn band Crazy Horse.

Ik wil echter ook een naam toevoegen aan het al zo indrukwekkende lijstje hierboven en dat is de naam van Led Zeppelin. Het toevoegen van de laatste naam is vooral te danken aan het toevoegen van flink wat invloeden uit de blues, maar ook de complexere songstructuren en de geweldige vocalen doen meer dan eens denken aan de hoogtijdagen van Led Zep.

3 Shots bevat gastbijdragen van Nikki Lane en Bo Diddley (!), maar de hoofdrol wordt toch opgeëist door de mannen van Hollis Brown zelf. Ondanks het feit dat de jaren 70 centraal staan op 3 Shots, slaagt Hollis Brown er ook op haar nieuwe plaat in om eigentijds en urgent te klinken. De band maakt geen geheim van haar voorliefde voor muziek uit een inmiddels ver verleden, maar slaat ook tal van bruggen naar muziek van recentere jaren.

3 Shots blinkt uit door bijzonder lekker in het gehoor liggende songs en door vocalen die zo af en toe uit de tenen komen, maar ik vind het boven alles een fantastische gitaarplaat. Het is een gitaarplaat die het beste uit een aantal decennia geweldige rockmuziek combineert met de muzikaliteit van een band die de belofte inmiddels voorbij is.

Ride The Train riep ik twee jaar geleden uit tot één van de beste debuten van het jaar, terwijl Gets Loaded vorig jaar één van de te koesteren tussendoortjes wat. Dit jaar doet Hollis Brown mee om de hoofdprijzen en kansloos is de band zeker niet. Wat een heerlijke plaat. Erwin Zijleman

Hollis Brown - Gets Loaded (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hollis Brown - Gets Loaded - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ride On The Train van Hollis Brown was wat mij betreft één van de betere debuten van 2013 (al heeft de band naar verluid in 2009 ook al eens een plaat uitgebracht, maar die vergeten we voor het gemak maar even ).

De band uit New York greep op Ride On The Train terug op de hoogtepunten uit een aantal decennia rockmuziek. Zelf noemde ik vorig jaar Lynyrd Skynyrd, Rolling Stones, Neil Young, Tom Petty, Creedence Clearwater Revival en Buffalo Springfield als belangrijkste invloeden, maar dit was uiteindelijk een vrij willekeurige selectie. De laatste tijd hoor ik immers misschien nog wel meer van The Band op de plaat.

Ride On The Train was zo’n zeldzame plaat die je bij eerste beluistering al jaren denkt te kennen, maar het blijkt ook een plaat die een jaar later nog net zo fris, aanstekelijk en verslavend klinkt als bij de allereerste kennismaking.

Net een jaar na het sensationele ‘debuut’, ligt er al weer een nieuwe plaat van Hollis Brown in de winkel. Gets Loaded is echter niet de echte opvolger van Ride On The Train, maar een ‘tussendoortje’ dat in eerste instantie alleen voor de 2014 editie van Record Store Day bedoeld was.

Trieste aanleiding voor het opnemen van dit ‘tussendoortje’ was de dood van Lou Reed. Hollis Brown speelde als eerbetoon live een aantal songs van Lou Reed en dit smaakte naar meer. Het resulteerde uiteindelijk in een heuse remake van Loaded van The Velvet Underground. Loaded was in 1970 de vierde plaat in een serie van vier briljante platen en een plaat die volledig door Lou Reed werd gedomineerd. Het is met afstand de meest toegankelijke plaat van deze invloedrijke band, die het op dat moment al moest doen zonder de meeste leden van het eerste uur, maar dat gaat niet ten koste van de kwaliteit van de muziek. Het bleek uiteindelijk de zwanenzang van The Velvet Underground, maar het is een slotakkoord in stijl met klassiekers als Sweet Jane en Rock & Roll.

Hollis Brown heeft de re-make van Loaded gelukkig ontspannen aangepakt, waardoor de plaat minder gekunsteld aan doet dan de gemiddelde remake. Er werd wat gesleuteld aan de volgorde van de songs (de volgorde is precies omgedraaid zag ik na een tijdje) en verder heeft Hollis Brown gelukkig haar eigen geluid behouden.

Ik had Hollis Brown in eerste instantie niet gelinkt aan de muziek van The Velvet Underground en Gets Loaded klinkt ook niet echt als The Velvet Underground, ook al heeft de band niet heel fanatiek gesleuteld aan de originelen.

Hollis Brown maakt nog altijd countryrock met een flinke dosis rock ’n roll. Muziek zoals The Rolling Stones die ooit maakten in hun beste dagen en dat is dan ook de naam die bij mij het vaakst opkomt bij beluistering van Gets Loaded. Het is niet te hopen dat Mick Jagger en consorten deze plaat voor hun Pinkpop optreden te horen krijgen, want ze zouden er wanhopig van worden.

Net als op Ride On The Train verandert alles wat Hollis Brown op Gets Loaded aanraakt in goud. Alles klinkt even lekker en aanstekelijk en alles klinkt bovendien even tijdloos maar toch urgent.

Ride On The Train zette Hollis Brown vorig jaar op de kaart; Gets Loaded bevestigt deze status. Nu op naar de echte opvolger van Ride On The Train. Dat is nu al een plaat om naar uit te zien. Erwin Zijleman

Holly Arrowsmith - A Dawn I Remember (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Holly Arrowsmith - A Dawn I Remember - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Soms komt er maanden geen muziek uit Nieuw-Zeeland voorbij op deze BLOG, maar de afgelopen weken is het spitsuur. Na Julia Deans en The Beths is het nu Holly Arrowsmith die mijn aandacht heeft getrokken met een uitstekende plaat.

Holly Arrowsmith is net als Julia Deans en The Beths afkomstig uit het Nieuw-Zeelandse Auckland, maar tapt in muzikaal opzicht uit een ander vaatje dan de twee stadgenoten die haar voor gingen op deze BLOG.

A Dawn I Remember is een bijzonder ingetogen singer-songwriter plaat, die voor een belangrijk deel genoeg heeft aan fraai akoestisch gitaarspel en een mooie stem.

Holly Arrowsmith maakt muziek die vooral in het hokje folk past en het is folk die zowel aansluiting vindt bij oude helden als Joan Baez en vooral Joni Mitchell en jonge folkies van het moment, waarvan vooral Laura Marling relevant vergelijkingsmateriaal aandraagt.

Holly Arrowsmith groeide op in de Nieuw-Zeelandse natuur, maar werd geboren in Santa Fé, New Mexico. Het verklaart misschien waarom A Dawn I Remember niet alleen citeert uit de archieven van de folk, maar ook aansluiting vindt bij de Americana uit het zuiden van de Verenigde Staten.

A Dawn I Remember, overigens al het tweede album dat Holly Arrowsmith in eigen beheer heeft uitgebracht, is zoals gezegd een voornamelijk ingetogen plaat met een hoofdrol voor de akoestische gitaar en de stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante, maar de productie van de plaat is veel belangrijker en voller dan bij eerste beluistering opvalt.

Voor de productie van A Dawn I Remember deed Holly Arrowsmith een beroep op Ben Edwards, die eerder mooie dingen deed voor onder andere Julia Jacklin, Tami Neilson en Marlon Williams. Ben Edwards heeft er aan de ene kant voor gezorgd dat het verzorgde akoestische gitaarspel van de Nieuw-Zeelandse muzikante en haar mooie en emotievolle stemgeluid in balans zijn, maar de ervaren producer heeft de plaat ook voorzien van fraaie accenten van onder andere piano, keyboards, banjo en slide gitaar. Het voorziet de songs op de plaat van net dat beetje spanning dat nodig is om op te vallen.

De accenten die zijn toegevoegd aan de sobere muziek van Holly Arrowsmith zijn uiterst subtiel en zitten de eenvoud van haar muziek nergens in de weg. Het is muziek die net zo indringend is als de muziek van de al eerder genoemde Joni Mitchell en Laura Marling, maar A Dawn I Remember heeft ook het lome en bezwerende van de platen van bijvoorbeeld Gillian Welch.

Net als alle genoemde zangeressen heeft Holly Arrowsmith geen hele makkelijke stem, maar de stem van de Nieuw-Zeelandse strijkt toch minder tegen de haren in dan die van met name Joni Mitchell. Ook de songs op de tweede plaat van de muzikante uit Auckland maken het je niet altijd makkelijk. Het zijn persoonlijke songs die de tijd nemen en hierdoor zeker op het eerste gehoor wat lang voort lijken te slepen. Het voorziet de songs echter ook van urgentie en van schoonheid, die wat mij betreft steeds nadrukkelijker aan de oppervlakte komt.

A Dawn I Remember is de zoveelste uiterst ingetogen vrouwelijke singer-songwriter plaat die dit jaar is verschenen, maar zowel qua stem en instrumentatie als qua songs springt Holly Arrowsmith er in positieve zin uit. Bij dit soort muziek is uiteindelijk allesbepalend of de muziek je raakt of niet en de songs van Holly Arrowsmith raken mij zeker. Prachtplaat als je het mij vraagt. Erwin Zijleman

Holly Arrowsmith - Blue Dreams (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
Lonesome Highway | Rainy Eyes - rainyeyes.bandcamp.com

Holly Arrowsmith - Blue Dreams
De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Holly Arrowsmith leverde zes jaar geleden een uitstekend album met vooral ingetogen folksongs af, maar overtuigt nu ook met een wat voller en aanstekelijker geluid

Het loont absoluut de moeite om de Nieuw-Zeelandse muziekscene te volgen, want er wordt mooie muziek gemaakt aan de andere kant van de wereld. Het leverde me bijna zes jaar geleden het fraaie A Dawn I Remember van Holly Arrowsmith op en de muzikante uit Auckland keert deze week terug met de opvolger van dat album. De folk van het vorige album is ook te horen op Blue Dreams, al heeft de Nieuw-Zeelandse muzikante haar songs dit keer wel wat voller ingekleurd en kiest ze bovendien voor een vleugje pop. Gebleven zijn de kwaliteit van de songs van Holly Arrowsmith en haar mooie sten, die ook dit keer uitstekend gedijt in de fraai verzorgde klanken op het album.

Alweer bijna zes jaar geleden besprak ik A Dawn I Remember, het tweede album van de uit Nieuw-Zeeland afkomstige singer-songwriter Holly Arrowsmith. Het was destijds uiteraard de nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out Records die me op het spoor zette van de muzikante uit Auckland en diezelfde nieuwsbrief wees me deze week op het nieuwe album van Holly Arrowsmith. De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter, die overigens geboren werd in de Verenigde Staten, heeft de tijd genomen voor haar derde album, dat, in ieder geval deels, duidelijk anders klinkt dan zijn voorganger.

Op A Dawn I Remember maakte Holly Arrowsmith behoorlijk sober klinkende folksongs, die in de basis genoeg hadden aan de akoestische gitaar en de stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante. De muziek op het album werd hier en daar voorzien van fraaie en subtiele accenten, maar de nadruk lag op de mooie stem van Holly Arrowsmith, die haar songs met veel gevoel vertolkte. Ik noemde destijds alles tussen Joni Mitchell en Laura Marling als vergelijkingsmateriaal en toen ik het album deze week nog eens beluisterde kwam ik op dezelfde namen uit.

Holly Arrowsmith maakte haar nieuwe album samen met een aantal leden van de door mij hoog gewaardeerde Nieuw-Zeelandse band Tiny Ruins en deed bovendien een beroep op de strijkersarrangementen van Anita Clark, die ook bekend is onder de naam Motte. Blue Dreams klinkt door de bijdragen van de extra muzikanten een stuk voller, maar Holly Arrowsmith heeft ook wat meer invloeden uit de pop toegelaten in haar songs. Het levert een bijzonder aangenaam klinkend album op, dat het prima doet bij de zomerse temperaturen van het moment.

Het vooral uit snareninstrumenten bestaande geluid is fraai geproduceerd door Tiny Ruins lid Tom Healy, die eerder albums produceerde van onder andere Marlon Williams en Bic Runga. Blue Dreams klinkt door het vollere geluid wat moderner dan A Dawn I Remember, dat meer dan eens herinnerde aan de Amerikaanse folk van een aantal decennia geleden, maar invloeden uit de folk zijn zeker niet verdwenen uit het geluid van de muzikante uit Auckland.

Blue Dreams is een persoonlijk album dat vorm kreeg tijdens de laatste fase van de coronapandemie, een periode die voor Holly Arrowsmith samen viel met haar zwangerschap. De eerste songs op Blue Dreams klinken zoals gezegd wat voller dan de songs op het vorige album, maar de instrumentatie is nog altijd subtiel en zeer smaakvol. Naarmate het album vordert worden de klanken op Blue Dreams weer wat subtieler en keert Holly Arrowsmith hier en daar ook weer terug naar het geluid van haar vorige album en domineert de folk in haar muziek.

Beide kanten van Blue Dreams zijn wat mij betreft aansprekend. Ook dit keer valt de stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante in positieve zin op en ook Blue Dreams staat vol met aansprekende songs, die aangenaam blijven hangen, maar die ook iets met je doen. Het valt door het enorme aanbod momenteel niet mee om de aandacht te trekken als vrouwelijke singer-songwriter, zeker niet als je dit vanaf de andere kant van de aardbol moet doen, maar Holly Arrowsmith laat ook op haar nieuwe album weer horen dat iets dat je van ver haalt soms echt lekkerder is. Erwin Zijleman

Holly Humberstone - Paint My Bedroom Black (2023)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Holly Humberstone - Paint My Bedroom Black - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Holly Humberstone - Paint My Bedroom Black
Het was flink dringen binnen de pop het afgelopen jaar met heel veel uitstekende albums, waartoe ook het debuutalbum van de Britse muzikante Holly Humberstone moet worden gerekend

Holly Humberstone verzamelde vorig jaar het werk van haar eerdere EP’s en haalde een prestigieuze BRIT award binnen, maar leverde dit jaar dan haar echte debuutalbum af. Het is een album vol belofte, want de Britse muzikante kan binnen de popmuziek op een breed terrein uit de voeten. Zo maakt ze de blinkende elektronische pop die inmiddels gemeengoed is, maar kan ze ook uit de voeten met songs die eerder in het hokje indiepop passen. Holly Humberstone is een prima zangeres en schrijft persoonlijke songs die flink wat talent verraden. Misschien moet ze in de toekomst wat duidelijkere keuzes maken, maar alles bij elkaar genomen is dit een zeer verdienstelijk debuutalbum.

2023 is voor mij het jaar van een aantal echt geweldige popalbums (waarvan ik het debuutalbum van Chappell Roan overigens met afstand de beste vind). Ik heb er heel wat opgepikt de afgelopen twaalf maanden, maar heb er ook nog wel een aantal laten liggen. De Amerikaanse muziekwebsite Paste heeft er een aantal opgenomen in haar lijstje met de beste debuutalbums van 2023 en van de genoemde albums bevalt Paint My Bedroom Black van Holly Humberstone me vooralsnog het best.

Vorig jaar verscheen overigens al het album Can You Afford To Lose Me? van de Britse muzikante, maar omdat dat eigenlijk een verzameling was van haar eerder verschenen EP’s, kan Paint My Bedroom Black worden gezien als het echte debuutalbum van Holly Humberstone. De EP’s van de Britse muzikante, die haar overigens een BRIT award opleverden, stonden vol met aangename, maar wat mij betreft ook weinig onderscheidende popsongs.

Ik heb daarom een maand of twee geleden niet heel veel aandacht besteed aan Paint My Bedroom Black, maar dat is toch een duidelijk beter album dan de verzameling oud werk van vorig jaar. Holly Humberstone werd deze week pas 24 jaar oud, maar draait inmiddels een aantal jaren mee als popzangeres. Dat heeft zijn weerslag gehad op haar songs, maar Paint My Bedroom Black is niet het standaard popalbum over mislukte liefdes. Het is een ‘coming of age’ album dat in tekstueel opzicht redelijk divers is.

Dat is het album ook in muzikaal opzicht. Paint My Bedroom Black bevat een aantal vooral elektronisch ingekleurde popsongs die ook van de hand van een van de grote popzangeressen van het moment hadden kunnen zijn, maar Holly Humberstone kan ook uit de voeten met tegen de indiepop aanleunende songs of met meer ingetogen songs met ook nog incidentele uitstapjes richting folkpop en indierock.

Met name in de meer ingetogen en broeierige songs hoor je dat Holly Humberstone een prima zangeres is en hoor je bovendien het eigenzinnige dat in een aantal van de meer standaard popsongs ontbreekt. Over het algemeen genomen weet de Britse muzikante echter een behoorlijk hoog niveau vast te houden. Zeker de wat donkerder getinte en wat meer ingetogen songs maken makkelijk indruk, terwijl de wat meer standaard popsongs misschien niet heel verrassend zijn, maar wel ruimschoots boven de middelmaat uit steken.

De Britse muzikante heeft overigens een opvallende muzieksmaak en rekent Bon Iver tot haar favorieten, wat goed hoorbaar is in het fraaie Baby Blues, wat mij betreft de mooiste track op het album. Als geheel vind ik Paint My Bedroom Black nog wat wispelturiger dan bijvoorbeeld het briljante album van Chappell Roan of het laatste album van Olivia Rodrigo, maar Holly Humberstone heeft wel een album vol belofte gemaakt.

Ik zou persoonlijk graag zien dat ze op haar volgende album wat meer tegen de indiepop aanleunt, maar ook binnen de pure pop kan de Britse muzikante nog flink groeien. Voor het album werd overigens een flink blik producers open getrokken, maar er was een centrale rol weggelegd voor de Britse producer Rob Milton, die misschien nog niet dezelfde status heeft als de grote popproducers uit de Verenigde Staten, maar het debuutalbum van Holly Humberstone heeft voorzien van een blinkende maar ook zeer smaakvolle productie. Erwin Zijleman

Holly Lerski - Sweet Decline (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Holly Lerski - Sweet Decline - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Holly Lerski - Sweet Decline
Een liefdesbreuk die werd gevolgd door een roadtrip door de Verenigde Staten inspireerde de Britse muzikante Holly Lerski tot een serie uitstekende songs, waarmee Sweet Decline zich makkelijk weet te onderscheiden

Direct bij eerste beluistering deden de songs van de Britse muzikante Holly Lerski me wat. Het zijn afwisselend melancholische en zonnige songs en het zijn songs die opvallen door bijzonder smaakvolle klanken en vooral door de bijzondere stem en manier van zingen van Holly Lerski. Het zijn songs die bijzonder lekker in het gehoor liggen, maar het zijn ook songs vol gevoel en het zijn songs die direct iets memorabels hebben. Holly Lerski heeft een verleden in vooral door Britse folk beïnvloede songs, maar de roadtrip door de Verenigde Staten inspireerde haar tot het verwerken van flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek op. Het levert een album op dat me echt zeer aangenaam heeft verrast.

Voor liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters was het behoorlijk lastig kiezen de afgelopen week, maar het album van Holly Lerski sprong er voor mij direct uit. Holly Lerski is een Britse singer-songwriter, die met Sweet Decline haar vijfde studioalbum aflevert, waarvan er overigens maar drie zijn te vinden op de streaming media platforms.

Ik kan me niet herinneren dat ik de naam van Holly Lerski eerder ben tegen gekomen, laat staan dat ik naar haar muziek heb geluisterd. Op de andere twee albums die ik inmiddels heb beluisterd laat Holly Lerski zich vooral beïnvloeden door Britse folk, maar het zijn zeker geen hele traditionele Britse folkalbums.

Op het deze week verschenen Sweet Decline klinkt de muziek van Holly Lerski een stuk Amerikaanser en dat heeft een reden. De muzikante uit Norwich zag in 2019 een lange relatie op de klippen lopen en besloot niet bij de pakken neer te gaan zitten, maar de weide wereld in te trekken op een moment dat dit nog kon. Met een miniatuurgitaar in haar koffer ging ze op pad en op het Londense vliegveld Heathrow schreef ze de eerste song voor Sweet Decline.

De Amerikaanse westkust bood vervolgens voldoende inspiratie voor de overige songs op het album, die uiteindelijk in Nashville werden opgenomen. Zowel het Amerikaanse landschap als de muziekscene van Nashville inspireerden Holly Lerski tot een geluid waarin invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek wat nadrukkelijker aanwezig zijn dan op haar vorige albums, maar de Britse muzikante is ook haar verleden als folkie zeker niet vergeten. De combinatie van invloeden uit de Britse en Amerikaanse rootsmuziek zorgt er voor dat Sweet Decline anders klinkt dan de albums van Britse of juist Amerikaanse bodem en dat is niet het enige waarmee Holly Lerski zich weet te onderscheiden.

De Britse muzikante beschikt over een stem waarin voldoende doorleving doorklinkt om van Sweet Decline een oprecht breakup album te maken, maar het is ook een stem met een eigen geluid, wat wordt versterkt door de bijzondere manier van zingen van Holly Lerski, die haar teksten met veel expressie zingt.

De muzikante uit Norwich slaagt er ook nog eens in om invloeden uit het verleden en heden te combineren en doet dat met een zeer smaakvol en opvallend veelkleurig geluid, dat zich laat beluisteren als het muzikale equivalent van de roadtrip die Holly Lerski maakte na het op de klippen lopen van haar relatie en waarin flink wat verschillende instrumenten opduiken, met fraai akoestisch gitaarspel en bijdragen van de cello als meest in het oor springende elementen.

Ondanks de melancholie op het album is Sweet Decline een album dat hoorbaar ook met veel plezier is gemaakt, wat prachtig is vastgelegd door de ervaren Nashville producer en multi-instrumentalist Matthew Roley, die het album heeft voorzien van een aangenaam en warm geluid.

Holly Lerski gaat al een tijdje mee in de Britse muziekscene en dat hoor je in haar songs, die klinken als de songs van een gelouterde songwriter. De songs van de Britse muzikante variëren van behoorlijk ingetogen tot flink vol en in alle gevallen weet ze de juiste snaar te raken met songs vol gevoel, hier en daar wat weemoed, maar ook de nodige zonnestralen. Het zijn van de songs die je bij de eerste keer horen direct een goed gevoel geven, maar hoe vaker ik naar het album luister hoe dierbaarder ze me worden. Erwin Zijleman

Holly Macve - Golden Eagle (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Holly Macve - Golden Eagle - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Toen de eerste noten van Golden Eagle van Holly Macve uit de speakers kwamen, moest ik eerlijk gezegd wel erg aan Lana Del Rey denken. Dat vind ik persoonlijk niet zo erg, maar het is in rootskringen waarschijnlijk geen pre.

Hoewel associaties met de stem van Lana Del Rey meerdere malen op zullen duiken bij beluistering van het debuut van Holly Macve, wil ik de vergelijking met de Amerikaanse popdiva ook direct weer intrekken.

Holly Macve, een in Ierland geboren maar in Engeland opgegroeide singer-songwriter, maakt immers totaal andere muziek dan Lana Del Rey en zet haar stem uiteindelijk ook totaal anders in.

Op Golden Eagle domineren traditionele folk en country, maar het debuut van Holly Macve is zeker geen dertien in een dozijn rootsplaat. Dat ligt voor een belangrijk deel aan haar bijzondere stem. Het is een stem die zo lijkt weggelopen uit vervlogen tijden, maar het is ook een stem met veel emotie en een in countrysongs altijd goed uitpakkende snik. Het geeft de songs op Golden Eagle flink wat emotionele lading, maar ook een bijzondere intensiteit.

Ook de muzikanten op de plaat dragen er aan bij dat Golden Eagle er uit springt. Voor haar debuut werkte Holly Macve samen met Paul Gregory, die vervolgens zijn band Lanterns On The Lake inschakelde. Golden Eagle sluit deels aan bij het standaard roots instrumentarium, maar klinkt vergeleken met de gemiddelde rootsplaat wat dromeriger, atmosferischer en ook wat spookachtiger. Verder speelt de piano een cruciale rol op de plaat, wat Golden Eagle voorziet van veel melancholie.

Niet iedereen zal de snik in de stem van Holly Macve kunnen waarderen, maar persoonlijk vind ik het echt prachtig. Golden Eagle sluit aan op de klassieke countryplaten van zangeressen als Patsy Cline en Kitty Wells, maar heeft ook raakvlakken met de platen van de obscure folkies uit de vroege jaren 70 of de muziek van de groten uit de alt-country. Dankzij de associaties met de stem van een niet meer met naam te noemen popdiva, klinkt de stokoude muziek van Holly Macve op een of andere manier ook nog eens modern.

De Ierse singer-songwriter kent haar klassiekers en komt op de proppen met tijdloze songs. Het zijn songs die door haar indringende vocalen tot leven komen en vervolgens diep onder de huid kruipen.

Het debuut van Holly Macve krijgt tot dusver niet overdreven veel aandacht, maar ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat deze dame over een paar jaar niet heel groot is. Haar debuut is immers een wonderschone plaat vol grootse songs. Indrukwekkend. Bijzonder indrukwekkend zelfs. Erwin Zijleman

Holly Macve - Not the Girl (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Holly Macve - Not The Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Holly Macve - Not The Girl
Holly Macve maakt de belofte van haar prachtige debuut Golden Eagle meer dan waar op Not The Girl, dat in alle opzichten nog net wat beter en veelzijdiger is en ook nog wel even groeit

De Ierse muzikante Holly Macve heeft de tijd genomen voor de opvolger van haar in 2017 verschenen en zeer goed ontvangen debuutalbum. Dat was een wijs besluit, want het onlangs verschenen Not The Girl laat op alle terreinen groei horen en voegt bovendien iets toe aan het geluid van het terecht geprezen debuutalbum. Not The Girl schuift wat op richting de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar is ook de invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek niet vergeten en sleept er ook nog wat indierock uit de jaren 90 bij. In muzikaal opzicht klinkt het lekker vol, maar het is de stem van Holly Macve die de meeste indruk maakt en ook nog net wat meer dan vier jaar geleden.

De in Ierland geboren maar in Engeland opgegroeide singer-songwriter Holly Macve, leverde aan het begin van 2017 met Golden Eagle een uitstekend debuutalbum af. Op haar debuutalbum maakte de Ierse muzikante muziek die vooral in de hokjes folk en country paste, maar gaf ze ook een eigen draai aan invloeden uit deze genres. In vocaal opzicht deed Golden Eagle een enkele maal aan Lana Del Rey denken, terwijl het door leden van de Britse band Lanterns On The Lake ingekleurde album atmosferischer en soms spookachtiger klonk dan het gemiddelde album in de genoemde genres.

Een tijdje geleden verscheen eindelijk het tweede album van Holly Macve, Not The Girl. Het album was niet direct te vinden op de streaming media diensten, waardoor het tweede album van Holly Macve niet de aandacht heeft gekregen die het album verdient. Ook op haar tweede album maakt de Ierse singer-songwriter muziek die stevig is beïnvloed door Amerikaanse rootsmuziek, maar ook dit keer is het zeker geen dertien in een dozijn Amerikaanse rootsmuziek.

Waar ik bij beluistering van het vorige album nog een enkele keer aan Lana Del Rey moest denken, ontbreekt deze associatie dit keer in eerste instantie volledig. Holly Macve is wat krachtiger en ook wat lager gaan zingen, wat een duidelijk eigen geluid oplevert. Het is een geluid dat ook dit keer op bijzondere wijze is ingekleurd. Not The Girl is voorzien van een warm en gloedvol, maar ook van een behoorlijk vol of zelfs bijna bombastisch geluid. Het is een geluid dat uitstekend past bij de krachtige vocalen van de tegenwoordig vanuit Londen opererende muzikante.

Ook Not The Girl bevat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, zeker wanneer de pedal steel opduikt, maar het tweede album van Holly Macve laat zich vooral beïnvloeden door de singer-songwriter muziek uit de jaren 70. Het levert een tijdloos klinkend album op, dat zich in muzikaal opzicht als een warme deken om je heen slaat en dat in vocaal opzicht indruk maakt.

Het is duidelijk waar Holly Macve haar inspiratie dit keer heeft gevonden, maar Not The Girl klinkt zeker niet als een 70s retroalbum. De flinke scheut country voorziet het tweede album van de Ierse muzikante van een bijzondere twist en wanneer Holly Macve op haar zwoelst zingt hoor ik ook nog een vleugje Mazzy Star, waarmee Not The Girl definitief uit de jaren 70 wordt getrokken.

Not The Girl verscheen een aantal weken geleden vrij anoniem, maar nadat ik het album ongeveer een week geleden bij toeval opzocht, ben ik behoorlijk gehecht geraakt aan het album. Het is knap hoe Holly Macve de torenhoge belofte van haar debuutalbum waar maakt, zonder fantasieloos voort te borduren op dit album.

Golden Eagle viel ruim vijf jaar geleden op door een prachtige productie en ook Not The Girl, dat werd geproduceerd door de mij onbekende Hollow Hand en Holly Macve zelf, maakt in dit opzicht indruk. Not The Girl is ook nog eens gemaakt met een stel uitstekende muzikanten, onder wie gitarist Bill Ryder-Jones en het Britse snarenwonder Chris Hillman, en als halverwege het album toch nog een vleugje Lana Del Rey opduikt is de betovering compleet. Not The Girl van Holly Macve heeft in Nederland vooralsnog 0,0 aandacht gekregen, maar het is een uitstekend album van een groot talent. Ik ben nu al benieuwd naar album nummer drie. Erwin Zijleman

Holly Macve - Wonderland (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Holly Macve - Wonderland - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Holly Macve - Wonderland
De Ierse singer-songwriter Holly Macve kruipt op haar derde album weer wat dichter naar Lana Del Rey (die zelfs een track meedoet) toe, maar Wonderland is een mooi en sfeervol album dat zeker talent laat horen

De Ierse muzikante Holly Macve leek op haar tweede album wat verder op te schuiven richting de Amerikaanse rootsmuziek, maar de inmiddels naar Los Angeles uitgeweken muzikante kiest op Wonderland vol voor de sfeervolle pop. Je kunt niet naar Wonderland luisteren zonder aan Lana Del Rey te denken, maar als je dat weer wat los laat hoor je dat Holly Macve een uitstekende zangeres is en dat haar nieuwe album vol staat met fraai ingekleurde en wat mij betreft aansprekende songs. Lana Del Rey is niet altijd even productief, waardoor er zeker een plekje moet zijn voor Holly Macve, die in ieder geval een aansprekend voorbeeld heeft gekozen en absoluut wat te bieden heeft.

De Ierse muzikante Holly Macve debuteerde in 2017 met het prachtige Golden Eagle, waarop ze vooral invloeden uit de country en de folk verwerkte. Leden van de band Lanterns On The Lake tekenden voor een zeer fraai en sfeervol geluid, waarna Holly Macve het afmaakte met haar mooie stem, die vooral aan countryzangeressen uit het verre verleden deed denken, maar die ook een aangenaam randje Lana Del Rey bevatte.

Golden Eagle werd in 2021 gevolgd door het minstens even mooie Not The Girl, waarop invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek werden gecombineerd met een vleugje 70s singer-songwriter muziek en Holly Macve wat krachtiger zong en de vergelijking met Lana Del Rey grotendeels naar de achtergrond verdween.

De vergelijking met Lana Del Rey is helemaal terug op het deze week verschenen Wonderland, dat me vijftig minuten lang aan Lana Del Rey doet denken. Op een gegeven moment was ik er zelfs van overtuigd dat ik Lana Del Rey hoorde en dat blijkt nog te kloppen ook, want in de derde track op het album zingt de Amerikaanse superster een deuntje mee met de Ierse zangeres, die inmiddels ook Los Angeles als thuisbasis heeft gekozen.

Ik zie het maar als een teken van goedkeuring, waardoor alle associaties met de muziek van Lana Del Rey me iets minder in de weg zitten. Ik vind het overigens geen probleem dat Holly Macve zich op Wonderland zo duidelijk heeft laten inspireren, want een muzikante van het kaliber van Lana Del Rey verdient haar volgelingen. Ik hoor iedere week meerdere albums die klinken als een album van Phoebe Bridgers, dus een Lana Del Rey achtig album mag best op zijn tijd.

Wonderland van Holly Macve verdient, zeker op het eerste gehoor, niet de originaliteitsprijs, maar ik vind het een mooi album. Holly Macve beschikt over een hele mooie stem, die inderdaad kan klinken als die van haar Amerikaanse voorbeeld, maar die ook andere kanten op kan. Het is een stem met veel gevoel en emotie, waardoor de songs op Wonderland makkelijk binnen komen. De fraaie zang op het album wordt gecombineerd met een wat zwaar aangezette instrumentatie met zo af en toe flink wat strijkers. Het doet soms sprookjesachtig en soms wat pompeus aan, maar het past uitstekend bij de bijzondere zang op Wonderland.

Ik moest bij eerste beluistering wel wat wennen aan zowel de zang als de muziek, vooral omdat Holly Macve op haar vorige album een meer ingetogen en aardser geluid liet horen, maar de sfeervolle klanken en de zwoele en warmbloedige zang op Wonderland doen het uitstekend op de eerste herfstavonden van 2024.

Wonderland is een album dat beter en interessanter wordt wanneer je het vaker hoort. Wonderland is dan een album dat minder Lana Del Rey en meer Holly Macve laat horen, al zou ik nog net wat meer authenticiteit willen horen. In muzikaal en vocaal opzicht overtuigt Wonderland direct al vrij makkelijk, maar ook de songs op het derde album van Holly Macve overtuigen steeds net wat makkelijker. Er was ons voor september volgens mij een countryalbum van Lana Del Rey beloofd, maar dat is er niet gekomen. Het fraaie Wonderland van de wel degelijk zeer getalenteerde Holly Macve is wat mij betreft een heel aardig alternatief. Erwin Zijleman

Holly Miranda - Mutual Horse (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Holly Miranda - Mutual Horse - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Holly Miranda groeide op in Detroit en Nashville, maar vertrok, toen het instituut school en een religieuze opvoeding niets voor haar bleken te zijn, al op zeer jonge leeftijd naar New York.

Daar maakt ze inmiddels al bijna 20 jaar muziek. In eerste instantie deed ze dit met de cultband The Jealous Girlfriends, maar sinds haar officiële solodebuut The Magician's Private Library uit 2010 maakt Holly Miranda onder haar eigen naam muziek.

Het leverde vooralsnog twee platen op, die ik soms koester en soms verafschuw, maar die altijd iets met me doen. Het zijn platen die niet heel erg op elkaar lijken en ook het deze week verschenen Mutual Horse klinkt weer anders dan zijn twee voorgangers.

De nieuwe plaat van Holly Miranda staat deels in het teken van het overlijden van haar moeder, maar is ook een zoektocht naar een geluid waarin Holly Miranda alle schroom van zich af kan werpen en kan laten horen waartoe ze in staat is.

Mutual Horse is een bij vlagen opvallend groots klinkende plaat. De instrumentatie en productie zijn stevig aangezet en hetzelfde geldt voor de vocalen van Holly Miranda, die de zangeres in zichzelf heeft ontdekt.

De volle productie en de zeer overtuigende vocalen worden gecombineerd met behoorlijk toegankelijke songs, maar Holly Miranda blijft gelukkig Holly Miranda. Haar songs klinken misschien op het eerste gehoor verrassend toegankelijk of zelfs lichtvoetig, maar zitten vol dubbele bodems en avontuur.

Het is een combinatie die me zeer bevalt. Zoals gezegd hadden de vorige platen van de singer-songwriter uit New York een nogal wisselend effect op me, maar Mutual Horse was vanaf de eerste beluistering een warm bad en is dat ook gebleven.

Holly Miranda overtuigt op haar nieuwe plaat als zangeres en combineert op fraaie wijze een gloedvol geluid met emotie en doorleving. Ook de instrumentatie op de plaat vindt een fraaie balans tussen een geluid waarvan je gelukkig wordt en een geluid dat wringt en nieuwsgierig maakt.

Zeker bij aandachtige beluistering valt op hoe knap de plaat in elkaar is gesleuteld. Dat is ook niet zo gek, want Holly Miranda laat zich op haar nieuwe plaat bijstaan door gelouterde krachten als Kyp Malone (TV on the Radio), Shara Nova (My Brightest Diamond), Jim Kirby Fairchild (Grandaddy, Modest Mouse) en Matthew Morgan (Built to Spill, Modest Mouse).

Deze gelouterde krachten hebben de persoonlijke songs en de werkelijk prachtige vocalen van Holly Miranda steeds voorzien van even intrigerende als doeltreffende klanken. Mutual Horse kan vol en zelfs overweldigend klinken met flink wat elektronica, maar wanneer de songs van Holly Miranda vragen om intimiteit, sluit de instrumentatie hier onmiddellijk bij aan met ingetogen klanken vol fraaie details van onder andere blazers (met een hoofdrol voor de saxofoon) en strijkers, die prachtig passen bij de opeens ingetogen zang van de muzikante uit Brooklyn.

Ik heb Mutual Horse inmiddels vele malen beluisterd, maar blijf, zeker bij beluistering met de koptelefoon, maar nieuwe en verrassende dingen horen op de plaat, die hierdoor mooier en mooier wordt en bijna een uur lang diepe indruk maakt.

Het talent was er altijd al wel bij Holly Miranda, maar zo goed als op het uiterst indrukkende en ook uiterst veelzijdige Mutual Horse was ze nog niet. Vanwege het enorme aanbod aan nieuwe muziek is het momenteel vechten om aandacht, maar voor mij springt Mutual Horse van Holly Miranda er flink uit deze week. Mutual Horse is een plaat om stevig te omarmen en vervolgens intens te koesteren. Erwin Zijleman

Holy Motors - Horse (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Holy Motors - Horse - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Holy Motors - Horse
Holy Motors is een band uit Estland maar klinkt vooral Amerikaans op een album dat gelijke delen Mazzy Star en Cowboy Junkies vermengt met de soundtrack van een western

Holy Motors had maar een paar noten nodig om me te overtuigen van de kwaliteit van de band uit het Estlandse Talinn. De band, die beschikt over drie gitaristen, tovert een ruimtelijk en veelkleurig gitaargeluid uit de speakers, dat net zo makkelijk citeert uit de country en de rockabilly als uit de shoegaze en dreampop. Het wordt allemaal aan elkaar geslagen door een subtiel spelende drummer, waarna de prachtige stem van frontvrouw Eliann Tulve je definitief in katzwijm brengt. Het zou zomaar de soundtrack van een western of duistere tv-serie kunnen zijn, maar ook zonder de beelden betovert de muziek van Holy Motors bijzonder makkelijk.

Bij Estland denk ik niet direct aan popmuziek en al helemaal niet aan het soort muziek dat de band Holy Motors op Horse maakt. Holy Motors komt echter wel degelijk uit Estland en om precies te zijn uit de hoofdstad Talinn. De band omschrijft zichzelf op haar bandcamp pagina als “a dark twang & reverb band from a nonexistent movie”. Het is geen gekke omschrijving, want laat de muziek van Holy Motors uit de speakers komen en je waant je op de set van een Amerikaanse western of een duistere cultfilm van bijvoorbeeld David Lynch.

Het geluid van de band uit Estland wordt gedomineerd door mooie en ruimtelijke gitaarlijnen, die zich afwisselend door country, rockabilly, shoegaze en dreampop hebben laten inspireren. De gitaren laten zich begeleiden door een subtiel spelende drummer, wat een even broeierig als beeldend geluid oplevert.

Het is een geluid waarin de fraaie vocalen van zangeres Eliann Tulve uitstekend gedijen. Eliann Tulve heeft een stem die ergens tussen die van Mazzy Star’s Hope Sandoval en Cowboy Junkies zangeres Margo Timmins in zit en ook in muzikaal opzicht roept de muziek van Holy Motors zowel associaties op met Mazzy Star als met Cowboy Junkies. Zeker wanneer de drie gitaristen van de band hun kunsten mogen etaleren hoor ik veel van Mazzy Star, maar wanneer de twang het wint is het toch weer meer Cowboy Junkies. Vergeleken met beide bands duikt Holy Motors echter veel dieper de Amerikaanse rootsmuziek is, wat bijzonder is voor een band uit Estland.

Het uptempo Country Church waarmee het album opent laat direct goed horen wat Holy Motors te bieden heeft. Prachtig veelkleurig gitaarwerk, prima drumwerk, een veelheid aan invloeden, een oor voor lekker in het gehoor liggende popsongs en een uitstekende zangeres, die mij onmiddellijk over de streep trok. Direct ook in de openingstrack laat Holy Motors horen dat het een meester is in het uit de speakers toveren van beeldende klanken, zeker wanneer aan het eind van de track het tempo nog eens flink omlaag gaat.

De ingrediënten uit de openingstrack komen terug in de tracks die volgen, maar Holy Motors kleurt haar songs steeds wat anders in. De ene keer draagt de band bij aan de soundtrack voor een western, de volgende keer wordt de liefde voor dreampop en shoegaze geëtaleerd en zo blijft Horse verrassen.

Met drie gitaristen aan boord is het logisch dat de band de tijd en ruimte neemt voor het gitaarwerk, maar dat is zeker geen straf. De verleiding van Holy Motors is voor mij echter het hevigst wanneer de stem van Eliann Tulve uit de speakers komt. Het is een stem vol verleiding en bezwering, die me ook wel wat doet denken aan de eerste kennismaking met Lera Lynn als nachtclubzangeres in de aardedonkere serie True Detective, waarin Holy Motors ook zeker niet had misstaan.

Ik was na de verpletterende eerste indruk nog wel even bang dat de muziek van Holy Motors snel zou gaan vervelen, maar dat blijkt zeker niet het geval. Horse laat een consistent geluid horen, maar de band uit Estland varieert voldoende met de verwerkte invloeden en het tempo om ook bij herhaalde beluistering interessant te blijven en zelfs steeds weer iets beter te worden. Een zeer aangename verrassing in deze drukke releaseweek en dat uit Estland. Erwin Zijleman

Holy Wave - Interloper (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Holy Wave - Interloper - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Holy Wave - Interloper
De Amerikaanse band Holy Wave heeft een psychedelisch album gemaakt waarbij het heerlijk wegdromen is, maar vergeet ook vooral niet te luisteren naar alle mooie accenten en invloeden

Interloper van de Amerikaanse band Holy Wave is een album dat snel in het hokje neo-psychedelica zal worden geduwd, maar het zoekt de grenzen van het genre nadrukkelijk op. Dromerige psychedelica wordt verrijkt met zeer uiteenlopende invloeden uit zowel de Britse als de Amerikaanse muziekgeschiedenis, van 80s pop tot dreampop. Het levert een album op dat je makkelijk meevoert naar dromenland, maar het is ook een album dat vrijwel continu de fantasie prikkelt met verrassende wendingen en briljante vondsten. Het ene moment zit je midden in de hoogtijdagen van de psychedelische rock uit de jaren 60, het volgende moment weer in midden het heden. Buitengewoon fascinerend album.

Holy Wave is een band uit Austin, Texas, die met Interloper haar vierde album heeft afgeleverd. De band is de afgelopen jaren in meerdere hokjes geduwd, variërend van (neo-)psychedelica tot indie-rock of zelfs garage punk. Van dat laatste hoor ik niets terug op Interloper, overigens mijn eerste kennismaking met de muziek van de band.

Als ik luister naar het vierde album van de Amerikaanse band hoor ik vooral (neo-)psychedelica en het is psychedelica van bedwelmende soort. Toch is Holy Wave niet het zoveelste bandje dat oude psychedelische wijn in nieuwe zakken serveert. De band varieert tussen zweverige songs die zich langzaam voortslepen en wat puntigere uptempo songs en verstopt uiteenlopende invloeden in deze songs.

Zo doet openingstrack Schmetterling dankzij het weidse geluid en de stuwende ritmes wel wat denken aan de kosmische soul van Curtis Mayfield, maar Holy Wave verwerkt ook met enige regelmaat invloeden uit de jaren 80 in haar muziek of schuift voorzichtig op richting 90s dreampop.

De muziek van de band uit Austin leunt in de meeste tracks zwaar op de synths, waarvoor antieke Vox orgels en de al even antieke mini-Moog van stal zijn gehaald. Vergeleken met de meeste andere bands in het hokje neo-psychedelica, klinkt de muziek van Holy Wave net wat oorspronkelijker en hierdoor minder gekunsteld. Verder beschikt de band uit Austin, Texas, over een aantal hele sterke wapens.

Het mooie en deels met antieke synths gemaakte geluid heb ik al genoemd, maar het is ook een geluid vol mooie details, waarvan vooral het vaak subtiele gitaarwerk opvalt. Verder is de band zeer bedreven in het creëren van een lome sfeer, waarin afwisselend zeer melodieuze lagen of juist atmosferische lagen opduiken. De lome en dromerige klanken worden gecombineerd met zal even lome en dromerige zang, die perfect past bij de muziek op het album, maar die deze ook versterkt.

Interloper klinkt vaak prachtig authentiek, maar Holy Wave heeft ook absoluut eigentijdse accenten verstopt in haar muziek, waardoor het nieuwe album van de band zeker geen retro album is. Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam, maar Interloper is ook een album vol aansprekende popsongs. Interloper is een album dat zich makkelijk opdringt met al die dromerige klanken, maar het is ook een album dat door de vele lagen en subtiele toevoegingen interessant blijft.

Holy Wave is een Amerikaanse band, een Texaanse band zelfs, maar Interloper klinkt me vaak Brits in de oren. Het is een album waarvoor bijvoorbeeld Spiritualized zich in haar beste dagen niet zou hebben geschaamd, maar ook wanneer Holy Wave wat opschuift richting 80s pop of rock, komt vooral Brits vergelijkingsmateriaal aan de oppervlakte, al hoor ik ook wel Amerikaanse shoegaze, dreampop en neo-psychedelica.

Het is knap dat steeds weer net wat andere invloeden worden toegevoegd aan het psychedelische geluid op het album, waardoor je niet alleen lekker wegdroomt bij de lome klanken, maar ook geen noot wilt missen. Interloper is zoals gezegd mijn eerste kennismaking met de muziek van Holy Wave, maar het is er een die naar veel meer smaakt. Heel veel aandacht krijgt het album niet in Nederland, maar als er momenteel een psychedelisch album is dat onze aandacht verdient is het Interloper wel. Erwin Zijleman

Holychild - The Shape of Brat Pop to Come (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Holychild - The Shape Of Brat Pop To Come - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Holychild is een duo uit Los Angeles dat onlangs met haar muziek opdook in de officiële campagne voor de stevig getypte Apple Watch. Hiermee trekken multi-instrumentalist Louie Diller en zangeres Liz Nistico, ondanks de wat tegenvallende belangstelling voor het wonderhorloge van Apple, een miljoenenpubliek.

Die tegenvallende belangstelling voor het horloge van Apple kan overigens ook in het voordeel van Holychild werken, want persoonlijk vond ik de achtergrondmuziek interessanter dan de flitsende features van de Apple Watch en dat was in het verleden wel eens anders bij de promotiecampagnes van Apple.

Dat Holychild nog veel meer in huis heeft laat het horen op het onlangs verschenen debuut The Shape Of Brat Pop To Come (een speelse verwijzing naar Ornette Coleman’s The Shape Of Jazz To Come uit 1959). Louie Diller en Liz Nistico maken op hun debuut hitgevoelige popmuziek met een hoofdletter P, maar het is wel popmuziek met een twist, waardoor Holychild me uiteindelijk toch heeft weten te verleiden met haar debuut.

De muziek van Holychild is elektronisch, vaak wat zwaar aangezet, buitengewoon aanstekelijk en voorzien van lichtvoetige zang. Het is muziek die vaak het etiket kauwgomballenpop krijgt opgeplakt, maar hiermee doe je het duo uit Los Angeles toch wat te kort.

The Shape Of Brat Pop To Come gaat vooral aan de haal met invloeden uit de electropop en de R&B, maar ook invloeden uit de indie-pop, uit de 80s pop en de new wave hebben hun weg gevonden naar het uiteindelijk vooral bijzondere geluid van Holychild.

The Shape Of Brat Pop To Come doet met mij wat de platen van Bananarama in de jaren 80 met me deden (tot de intrede van Stock, Aitken en Waterman). Stuk voor stuk platen die in eerste instantie stiekem (in de betere platenzaak liet ik ze verzegelen omdat ze zogenaamd voor mijn nichtje waren) door mij werden omarmd als ‘guilty pleasures’, maar uiteindelijk veel knapper in elkaar bleken te steken dan over het algemeen werd en wordt vermoed.

Het geldt ook voor The Shape Of Brat Pop To Come van Holychild. Het debuut van Holychild laat zich beluisteren als een lichtvoetige popplaat vol met hits, maar graaf net wat dieper en er komt veel moois aan de oppervlakte. Louie Diller heeft de plaat voorzien van een avontuurlijk elektronisch geluid, dat zich heeft laten inspireren door een aantal decennia popmuziek. Het is een geluid dat sprankelt, maar het is ook een geluid dat zich buiten de gebaande paden durft te bewegen en net zo makkelijk aansluit bij het geluid van Katy Perry of Lady Gaga als bij dat van Tom Tom Club, Luscious Jackson of het zwaar onderschatte Bow Wow Wow om maar eens wat uitersten te noemen.

De zang van Liz Nistico blijkt minstens even veelzijdig. De jonge Amerikaanse klinkt soms als een blik cheerleaders, sluit meer dan eens aan bij de al eerder genoemde Katy Perry, maar kan ook verrassen met voorzichtige raps zoals die gemaakt werden in een tijd waarin Liz Nistico nog lang niet geboren was.

Natuurlijk is The Shape Of Brat Pop To Come van Holychild geen plaat voor iedereen, maar voor een ieder die, net als ik, niet vies is van goed gemaakte frisse popmuziek is dit een heerlijk zomerplaatje. Een zomerplaatje vol aanstekelijke meezing popliedjes, maar ook een zomerplaatje vol aangename, broeierige en soms wat ondeugende verrassingen. De Apple Watch laat ik als Apple freak aan me voorbij gaan, maar de bijbehorende soundtrack van Holychild omarm ik met liefde. Erwin Zijleman

Homemade Empire - Fog Rolls In (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Homemade Empire - Fog Rolls In - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Homemade Empire leverde onlangs haar vierde album af en het is een wat donker maar ook wonderschoon album waarop de Nederlandse band een veelheid aan invloeden combineert

Ik beluisterde Fog Rolls In voor het eerst in een aangenaam brandende lentezon, maar dat is niet de omgeving waarin de muziek van Homemade Empire het best tot zijn recht komt. De muziek van de band rond de Utrechtse muzikant Bart de Kroon is over het algemeen donker en soms zelf dreigend, maar het is ook muziek vol verrassingen. Fog Rolls In klinkt soms folky, soms melodieus, maar net zo makkelijk gruizig of zweverig en als je het wilt horen klinkt bovendien ook nog eens een beetje progrock door. In muzikaal opzicht maakt het album makkelijk indruk en ook de stem van Bart de Kroon valt na enige gewenning op zijn plek. Prachtig voor de donkere uurtjes en die zijn er genoeg.

Honey Cutt - Coasting (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Honey Cutt - Coasting - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Honey Cutt - Coasting
Honey Cutt levert met Coasting een charmant rammelend album vol zonnestralen en zoete verleiding af en dat is precies wat we nodig hebben in deze onzekere en donkere tijden

Even moest ik nadenken over de vraag waar de sprankelende gitaarloopjes op het album van Honey Cutt me toch aan doen denken, maar al snel wist ik het: Johnny Mar. Honey Cutt klinkt vaak als The Sundays met Johnny Marr als gitarist, maar de Amerikaanse band laat zich ook beïnvloeden door 60s Surf en 90s lo-fi. Het levert een album op dat aangenaam rammelt maar dat ook genadeloos verleidt met heel veel zonnestralen, geweldig gitaarwerk, meeslepende zang en uitstekende popliedjes. Coasting is een heerlijk album dat de zorgen van het moment even verdrijft, maar dat ook de fantasie prikkelt. Voor mij de verrassing van deze week, want ik had nog nooit van de band gehoord.

Bij het bestuderen van de albums die de afgelopen week verschenen viel Coasting van Honey Cutt me op door net wat meer kleur. Die kleur komt ook uit de speakers wanneer je het debuutalbum van de band uit Boston, Massachusetts, beluistert.

Honey Cutt is een band rond Kaley Honeycutt, die met haar stem en haar opvallende gitaarwerk het geluid van de band, die haar naam natuurlijk niet voor niets draagt, voor een belangrijk deel bepaalt.

Laat Coasting uit de speakers komen en de zonnestralen vliegen je om de oren. Honey Cutt strooit op het debuutalbum van de band driftig met popliedjes die alle zorgen tijdelijk verdrijven. Het zijn popliedjes die herinneringen oproepen aan de jaren 80 en het zijn popliedjes die klinken of The Sundays Johnny Marr hebben gerekruteerd als gitarist of zangeres Harriet Wheeler The Sundays heeft verruild voor The Smiths.

Coaching staat vol met heerlijk rammelende maar ook behoorlijk onweerstaanbare popliedjes. Het zijn popliedjes die worden gedomineerd door heerlijk gitaarwerk, maar ook de met wat galm opgenomen stem van Kaley Honeycutt draagt nadrukkelijk bij aan de feestvreugde. Coasting van Honey Cutt herinnert aan de onweerstaanbare popliedjes van The Go-Go’s, maar ook aan de aangename popliedjes van Veronica Falls of aan de donkere popsongs van The Cranberries en zo kan ik nog heel lang door gaan, zonder overigens The Smiths en The Sundays te vergeten.

Bij eerste beluistering had ik vooral associaties met muziek uit de jaren 80, maar Coasting grijpt ook terug op de jaren 60, zeker wanneer de gitaren Surf-achtige klanken produceren. Op hetzelfde moment sluit Honey Cutt aan bij de vele eigenzinnige en jonge vrouwelijke singer-songwriters van het moment en past ze meer dan eens in het in de 90s opgerichte hokje voor lo-fi.

Te lang vergelijken en proberen te duiden is echter zonde, want Coasting van Honey Cutt is vooral een album om eindeloos van te genieten. Concentreer je even op de zon die de kamer in valt, vergeet het wereldnieuws en geniet van de zorgeloze popliedjes van Honey Cutt, die stuk voor stuk goed zijn voor heel veel zonnestralen en voor een goed gevoel.

Bij dit soort albums ligt het gevaar op de loer dat het bij de tweede keer horen al flink verveelt en vervolgens snel alle magie is verdwenen, maar Coasting van Honey Cutt blijft nu al dagen leuk of zelfs onweerstaanbaar. De geweldige gitaarloopjes krijg je na één keer horen niet meer uit je hoofd en ook de stem van Kaley Honeycutt is er een die je snel omarmt, ook al mist ze wel eens een noot.

De melodieuze popliedjes van de band uit Boston zijn verder goed voor snelle verleiding, maar het zijn ook popliedjes die interessant blijven, bijvoorbeeld door het wat rammelende karakter van de muziek van Honey Cutt en de uitstapjes buiten de gebaande paden. Ik pikte het album er deze week alleen maar uit vanwege de kleurige en opvallende cover, maar langzaam maar zeker is het ook het album geworden dat ik deze week het meest heb beluisterd en dat me inmiddels zeer dierbaar is. Erwin Zijleman

Honeyblood - Babes Never Die (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Honeyblood - Babes Never Die - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het Schotse duo Honeyblood debuteerde twee jaar geleden met een heerlijke plaat vol stekelige gitaarpop.

Stina Tweeddale en Shona McVicar overtuigden op hun debuut met opvallend aanstekelijke maar ook lekker rauwe gitaarsongs, die het beste van The Throwing Muses en het aanstekelijke van de Dum Dum Girls en hun 1001 soortgenoten leken te combineren.

Deze combinatie was al ruim voldoende voor een meer dan acceptabele plaat, maar Stina Tweeddale en Shona McVicar voegden ook nog de nodige muzikale eigenwijsheid uit hun thuisbasis Glasgow toe, waardoor het debuut van Honeyblood in één adem kon worden genoemd met een aantal bescheiden klassiekers of vergeten parels uit deze Schotse muziekhoofdstad.

Drumster Shona McVicar heeft Honeyblood inmiddels verlaten en is vervangen Cat Myers, maar veel gevolgen voor de muziek van Honeyblood heeft dat niet gehad. Ook Babes Never Die doet met grote regelmaat aan de muziek van Throwing Muses en The Breeders denken en heeft hiernaast het aanstekelijke van al die gruizige vrouwenbands die de afgelopen jaren zijn opgedoken. Het is een combinatie die ik persoonlijk vrijwel onweerstaanbaar vind.

Babes Never Die werd geproduceerd door James Dring, die eerder werkte met onder andere Jamie T. en Lana Del Rey. Het is een keuze die op voorhand werd neergesabeld en nu zorgt voor een aantal minder positieve recensies, maar persoonlijk vind ik de rol van de Britse producer, die overigens ook werkte met Gorillaz, niet overdreven groot. Babes Never Die ligt in het verlengde van het titelloze debuut en staat vol met songs waar ik heel vrolijk van word.

Hier en daar klinkt het geluid van Honeyblood misschien net iets gepolijster, maar er staan een aantal songs tegenover die juist rauwer klinken dan die op het debuut, waardoor de plaat meer dynamiek en variatie bevat.

Natuurlijk zijn er op het moment heel veel bands als Honeyblood, maar ik vind het Schotse tweetal op vrijwel alle fronten net wat beter dan de concurrentie. Babes Never Die bevat betere songs, beter gitaarwerk, betere drums en vooral ook betere vocalen, waardoor de plaat makkelijk blijft boeien.

Er is op het moment eigenlijk maar één vergelijkbare plaat die de competitie met de tweede van Honeyblood aan kan en dat is de laatste van Bettie Serveert. Het is grappig dat juist het Amerikaanse AllMusic.com Bettie Serveert aanhaalt als vergelijkingsmateriaal en het zegt ook wat over het niveau van de Nederlandse band, die in mijn cd-speler de komende tijd zal moeten knokken met de twee dames uit Glasgow. Erwin Zijleman

Honeyblood - Honeyblood (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Honeyblood - Honeyblood - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Honeyblood is een duo uit het Schotse Glasgow en heeft hiermee een thuisbasis die al bijna garant staat voor goede en over het algemeen lekker eigenzinnige popmuziek.

Honeyblood bestaat uit Stina Tweeddale en Shona McVicar. De eerste speelt gitaar en zingt, de tweede drumt (en zingt). Op basis van deze samenstelling verwacht je onmiddellijk muziek die doet denken aan die van The White Stripes, maar dit is een associatie die onmiddellijk weer overboord kan worden gezet.

Het debuut van Honeyblood doet mij persoonlijk vooral denken aan de briljante platen van The Throwing Muses, maar de plaat heeft ook zeker raakvlakken met al die bandjes die noisy gitaren combineren met 60s pop. Met het rauwe van The Throwing Muses en het aanstekelijke van bands als Best Coast, Dum Dum Girls en 1001 soortgenoten, heeft Honeyblood al twee hele sterke en gevaarlijke wapens in handen, maar Stina Tweeddale en Shona McVicar hebben nog veel meer te bieden. Honeyblood heeft immers ook het onweerstaanbaar eigenwijze dat bijna alle bands uit Glasgow hebben en rekt hiernaast het genre waarin het opereert aardig op.

Honeyblood vermaakt het makkelijkst wanneer de gitaren lekker gruizig klinken, het tempo hoog ligt en Stina Tweeddale en Shona McVicar strooien met zwoele en verleidelijke vocalen. Het is een pad dat met enige regelmaat wordt bewandeld op het debuut van Honeyblood, maar Stina Tweeddale en Shona McVicar hebben meer noten op hun zang. Zo krijgt de muziek van het tweetal een bijna Westcoast geluid wanneer wat gas wordt teruggenomen en beperkt Honeyblood haar songs, in tegenstelling tot de meeste van haar soortgenoten, niet tot een paar eenvoudige akkoordenschema’s. Het gitaarwerk van Stina Tweeddale is van een opvallend hoog niveau en haalt de mosterd steeds weer bij andere genres, waardoor het ene moment de hoogtijdagen van de shoegaze en dreampop herleven en je het volgende moment terugkeert naar noiserock in betere dagen of bijna psychedelisch aandoende klanken. Wat geldt voor het gitaarwerk van Stina Tweeddale geldt ook voor het drumwerk van Shona McVicar, die zorgeloos kan beuken, maar ook opvallend subtiel en complex kan spelen.

Als de twee dames van Honeyblood dan ook nog eens beter zingen dan de meeste concurrenten en ook nog eens strooien met popliedjes die van alles met je doen en steeds weer uitblinken door geweldige melodieën en heel veel muzikaal avontuur, weet je dat het debuut van Honeyblood een debuut is dat zich zomaar kan onderscheiden als één van de betere debuten van 2014. Ik ben in ieder geval genadeloos gevallen voor alle verleidingen van de eerste plaat van Honeyblood, net zoals ik in het verleden viel voor al die andere leuke bandjes uit Glasgow. Erwin Zijleman