Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Jessie Ware - Tough Love (2014)

4,0
0
geplaatst: 21 oktober 2014, 13:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jessie Ware - Tough Love - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse zangeres Jessie Ware imponeerde twee jaar geleden met het prachtige Devotion, waarop ze een brug wist te slaan tussen Soul II Soul en The Xx. Devotion koppelde toegankelijkheid aan avontuur en was, mede door de fantastische stem van Jessie Ware, uiteindelijk maar heel moeilijk te weerstaan.
Devotion was met name in het Verenig Koninkrijk zeer succesvol, waardoor Tough Love moet worden gezien als de altijd moeilijke tweede plaat na een succesvol debuut. Heel veel last lijkt Jessie Ware hier niet van te hebben gehad, want Tough Love treedt moeiteloos in de voetsporen van Devotion.
Op Tough Love gaat Jessie Ware verder waar Devotion ruim twee jaar geleden ophield al is er ook wel wat veranderd. Invloeden uit de mainstream pop hebben wat aan terrein gewonnen op de tweede plaat van de Britse zangeres en verder speelt Jessie Ware wat meer met haar stem en durft ze ook wat hoger te zingen.
Jessie Ware maakt nog altijd muziek die op opvallende wijze meerdere invloeden combineert. Uit de 90s zijn nog steeds flink wat invloeden van met name Soul II Soul, Whitney Houston (jaja) en Sade hoorbaar, maar Jessie Ware combineert deze invloeden met een instrumentarium dat zowel leent uit de moderne dancepop van het moment als uit de meer alternatieve elektronische muziek, wat zo nu en dan zeer verrassende resultaten oplevert.
Liefhebbers van pure singer-songwriters of van vintage soul zullen op Tough Love uiteindelijk te weinig van hun gading vinden, maar muziekliefhebbers die niet vies zijn van goed gemaakte popmuziek met een avontuurlijk randje zullen ook Tough Love weer omarmen.
Op Tough Love ontbreekt de verrassing van een achteraf bezien toch redelijk sensationeel debuut, maar Jessie Ware compenseert dit met betere songs en veelzijdigere zang. Tough Love is een heerlijk zwoele plaat. Het is een plaat die is voorzien van een gladde en glanzende coating, maar onder de oppervlakte laat Jessie Ware ook op Tough Love weer horen dat ze durft te experimenteren met een afwijkend instrumentarium of bijzondere zang.
Het roept bij de critici dit keer gemengde reacties op, maar wat mij betreft verdient Jessie Ware ook met Tough Love weer de superlatieven waarmee voor Devotion nog zo nadrukkelijk werd gestrooid.
Tough Love klinkt op het eerste gehoor misschien zo af en toe als een dertien in een dozijn popplaat, maar het is veel meer dan dat. Luister goed naar de bijzondere instrumentatie en je zit op het puntje van de stoel. Hetzelfde geldt voor de vocalen van Jessie Ware. De Britse zangeres treedt misschien makkelijk in de voetsporen van menig popprinses, maar laat bij net wat aandachtigere beluistering zoveel meer horen, zeker wanneer het gaat om doseren.
Tough Love is een heerlijk plaatje voor een lome zondagochtend met verrassend hoge temperaturen, maar het is ook een plaat waarop steeds weer wat nieuws is te horen en een plaat die veel avontuurlijker is dan je bij niet al te aandachtige beluistering zult vermoeden. Net als de recente plaat van Banks zal Tough Love het grote publiek weten te verleiden, maar heeft het ook genoeg te bieden voor de wat veeleisendere muziekliefhebber. Krijg je er geen genoeg van? Kies dan voor de luxe editie met een aantal extra tracks. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jessie Ware - Tough Love - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse zangeres Jessie Ware imponeerde twee jaar geleden met het prachtige Devotion, waarop ze een brug wist te slaan tussen Soul II Soul en The Xx. Devotion koppelde toegankelijkheid aan avontuur en was, mede door de fantastische stem van Jessie Ware, uiteindelijk maar heel moeilijk te weerstaan.
Devotion was met name in het Verenig Koninkrijk zeer succesvol, waardoor Tough Love moet worden gezien als de altijd moeilijke tweede plaat na een succesvol debuut. Heel veel last lijkt Jessie Ware hier niet van te hebben gehad, want Tough Love treedt moeiteloos in de voetsporen van Devotion.
Op Tough Love gaat Jessie Ware verder waar Devotion ruim twee jaar geleden ophield al is er ook wel wat veranderd. Invloeden uit de mainstream pop hebben wat aan terrein gewonnen op de tweede plaat van de Britse zangeres en verder speelt Jessie Ware wat meer met haar stem en durft ze ook wat hoger te zingen.
Jessie Ware maakt nog altijd muziek die op opvallende wijze meerdere invloeden combineert. Uit de 90s zijn nog steeds flink wat invloeden van met name Soul II Soul, Whitney Houston (jaja) en Sade hoorbaar, maar Jessie Ware combineert deze invloeden met een instrumentarium dat zowel leent uit de moderne dancepop van het moment als uit de meer alternatieve elektronische muziek, wat zo nu en dan zeer verrassende resultaten oplevert.
Liefhebbers van pure singer-songwriters of van vintage soul zullen op Tough Love uiteindelijk te weinig van hun gading vinden, maar muziekliefhebbers die niet vies zijn van goed gemaakte popmuziek met een avontuurlijk randje zullen ook Tough Love weer omarmen.
Op Tough Love ontbreekt de verrassing van een achteraf bezien toch redelijk sensationeel debuut, maar Jessie Ware compenseert dit met betere songs en veelzijdigere zang. Tough Love is een heerlijk zwoele plaat. Het is een plaat die is voorzien van een gladde en glanzende coating, maar onder de oppervlakte laat Jessie Ware ook op Tough Love weer horen dat ze durft te experimenteren met een afwijkend instrumentarium of bijzondere zang.
Het roept bij de critici dit keer gemengde reacties op, maar wat mij betreft verdient Jessie Ware ook met Tough Love weer de superlatieven waarmee voor Devotion nog zo nadrukkelijk werd gestrooid.
Tough Love klinkt op het eerste gehoor misschien zo af en toe als een dertien in een dozijn popplaat, maar het is veel meer dan dat. Luister goed naar de bijzondere instrumentatie en je zit op het puntje van de stoel. Hetzelfde geldt voor de vocalen van Jessie Ware. De Britse zangeres treedt misschien makkelijk in de voetsporen van menig popprinses, maar laat bij net wat aandachtigere beluistering zoveel meer horen, zeker wanneer het gaat om doseren.
Tough Love is een heerlijk plaatje voor een lome zondagochtend met verrassend hoge temperaturen, maar het is ook een plaat waarop steeds weer wat nieuws is te horen en een plaat die veel avontuurlijker is dan je bij niet al te aandachtige beluistering zult vermoeden. Net als de recente plaat van Banks zal Tough Love het grote publiek weten te verleiden, maar heeft het ook genoeg te bieden voor de wat veeleisendere muziekliefhebber. Krijg je er geen genoeg van? Kies dan voor de luxe editie met een aantal extra tracks. Erwin Zijleman
Jesu / Sun Kil Moon - Jesu / Sun Kil Moon (2016)

4,0
0
geplaatst: 2 februari 2016, 14:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jesu/Sun Kil Moon - Jesu/Sun Kil Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik volg het niet heel precies, maar het lijkt er af en toe op dat Mark Kozelek zo ongeveer iedere maand een nieuwe plaat uit brengt. De live-platen laat ik meestal liggen, maar als de naam Sun Kil Moon op de hoes prijkt, is mijn interesse over het algemeen gewekt.
Deze nieuwe plaat bevat overigens niet alleen de naam Sun Kil Moon, maar ook de naam Jesu. Dat zei me eerlijk gezegd niets, maar het blijkt de band van ene Justin Broadrick. Jesu wordt over het algemeen in het hokje metal geduwd en dat verklaart ook direct dat de naam van de band me niet bekend voor kwam.
De samenwerking tussen Justin Broadrick en Mark Kozelek op Jesu/Sun Kil Moon is verrassend interessant. Het is een samenwerking waarvan het resultaat al een tijdje op de plank schijnt te liggen, maar gelukkig is het nu gewoon verkrijgbaar.
Jesu/Sun Kil Moon bevat de donkere songs en de mooie en vooral indringende verhalen die we van Mark Kozelek kennen, maar dit keer worden deze songs eens niet uitsluitend begeleid door verstilde akoestische klanken, maar ook door meedogenloze gitaarriffs en door bijzondere elektronica. Met name in de openingstracks, waarin de gitaren mogen gieren en scheuren, klinkt dat bijzonder lekker. Het klinkt ontegenzeggelijk als Mark Kozelek, maar dan toch net wat anders dan we van hem gewend zijn.
Het blijft knap hoe Mark Kozelek de aandacht in lange tracks van 6-8 minuten weet vast te houden, ook als er in muzikaal opzicht op het eerste gehoor niet zo heel veel gebeurd. Het zal niet iedereen overkomen, maar ik kan alleen maar luisteren.
In de tracks waarin de gitaren worden verruild voor elektronica en gasten als Will Oldham, Mimi Parker en Alan Sparhawk (Low), Rachel Goswell (Slowdive) en Isaac Brock (Modest Mouse) opduiken, is de invloed van Jesu beperkt en krijgen we wat we van Mark Kozelek gewend zijn. Het is muziek die je moet grijpen, maar als Mark Kozelek je grijpt met zijn muziek en vocalen is er geen houden aan.
Ik heb inmiddels een aardig stapeltje van Mark Kozelek in huis (solo, Sun Kil Moon en natuurlijk Red House Painters), maar ook deze met Jesu vind ik weer een waardevolle aanvulling op een inmiddels imposant oeuvre. Ook op deze plaat slaagt Mark Kozelek er immers weer in om je te bedwelmen met zijn bijzondere songs. De, overigens beperkte, inbreng van Jesu zorgt voor de gewenste vernieuwing. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jesu/Sun Kil Moon - Jesu/Sun Kil Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik volg het niet heel precies, maar het lijkt er af en toe op dat Mark Kozelek zo ongeveer iedere maand een nieuwe plaat uit brengt. De live-platen laat ik meestal liggen, maar als de naam Sun Kil Moon op de hoes prijkt, is mijn interesse over het algemeen gewekt.
Deze nieuwe plaat bevat overigens niet alleen de naam Sun Kil Moon, maar ook de naam Jesu. Dat zei me eerlijk gezegd niets, maar het blijkt de band van ene Justin Broadrick. Jesu wordt over het algemeen in het hokje metal geduwd en dat verklaart ook direct dat de naam van de band me niet bekend voor kwam.
De samenwerking tussen Justin Broadrick en Mark Kozelek op Jesu/Sun Kil Moon is verrassend interessant. Het is een samenwerking waarvan het resultaat al een tijdje op de plank schijnt te liggen, maar gelukkig is het nu gewoon verkrijgbaar.
Jesu/Sun Kil Moon bevat de donkere songs en de mooie en vooral indringende verhalen die we van Mark Kozelek kennen, maar dit keer worden deze songs eens niet uitsluitend begeleid door verstilde akoestische klanken, maar ook door meedogenloze gitaarriffs en door bijzondere elektronica. Met name in de openingstracks, waarin de gitaren mogen gieren en scheuren, klinkt dat bijzonder lekker. Het klinkt ontegenzeggelijk als Mark Kozelek, maar dan toch net wat anders dan we van hem gewend zijn.
Het blijft knap hoe Mark Kozelek de aandacht in lange tracks van 6-8 minuten weet vast te houden, ook als er in muzikaal opzicht op het eerste gehoor niet zo heel veel gebeurd. Het zal niet iedereen overkomen, maar ik kan alleen maar luisteren.
In de tracks waarin de gitaren worden verruild voor elektronica en gasten als Will Oldham, Mimi Parker en Alan Sparhawk (Low), Rachel Goswell (Slowdive) en Isaac Brock (Modest Mouse) opduiken, is de invloed van Jesu beperkt en krijgen we wat we van Mark Kozelek gewend zijn. Het is muziek die je moet grijpen, maar als Mark Kozelek je grijpt met zijn muziek en vocalen is er geen houden aan.
Ik heb inmiddels een aardig stapeltje van Mark Kozelek in huis (solo, Sun Kil Moon en natuurlijk Red House Painters), maar ook deze met Jesu vind ik weer een waardevolle aanvulling op een inmiddels imposant oeuvre. Ook op deze plaat slaagt Mark Kozelek er immers weer in om je te bedwelmen met zijn bijzondere songs. De, overigens beperkte, inbreng van Jesu zorgt voor de gewenste vernieuwing. Erwin Zijleman
Jetstream Pony - Bowerbirds and Blue Things (2025)

4,0
0
geplaatst: 24 april 2025, 20:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jetstream Pony - Bowerbirds And Blue Things - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jetstream Pony - Bowerbirds And Blue Things
De Britse band Jetstream Pony maakt geen geheim van haar grote voorbeelden uit de jaren 90, maar de mix van dreampop, shoegaze, postpunk en indierock op Bowerbirds And Blue Things klinkt echt onweerstaanbaar lekker
Vijf jaar geleden viel het kwartje nog niet en ook vorige maand werd ik niet direct gegrepen door de muziek van de Britse band Jetstream Pony. Misschien klonk het allemaal net wat te bekend in de oren, misschien wakkerde Bowerbirds And Blue Things vooral het verlangen naar de muziek van lievelingsbands uit het verleden aan, maar op een gegeven moment kwam het besef dat Jetstream Pony op haar tweede album echt heel goed is. Het geldt voor de muziek, het geldt voor de zang en het geldt voor de songs, die allerlei nostalgische gevoelens oproepen, maar ook geen moment gedateerd klinken. En Bowerbirds And Blue Things wordt eigenlijk alleen maar leuker.
Bowerbirds And Blue Things, het tweede album van de Britse band Jetstream Pony lag al een aantal weken op de stapel en leek er eerlijk gezegd niet meer van af te komen. Dat gebeurde bijna vijf jaar geleden ook met het titelloze debuutalbum van de band uit Brighton.
Ook toen was ik bij eerste beluistering zeer gecharmeerd van de muziek van Jetstream Pony. Het is muziek die me in 2020 mee terug nam naar de jaren 90 en naar bands met een voorliefde voor postpunk, dreampop, shoegaze en indierock. Jetstream Pony verdiende met haar debuutalbum misschien niet de originaliteitsprijs, maar deed verder echt alles goed.
De Britse band vermaakte met melodieuze en aanstekelijke songs, met veelkleurig gitaarwerk met hier en daar heel veel zonnestralen en met een aansprekende zangeres. Jetstream Pony deed samengevat zo ongeveer alles dat ik in de jaren 90 in muzikaal opzicht leuk vond en ook bijna net zo goed, maar dan wel 30 jaar later of misschien wel 30 jaar te laat. Ik greep daarom terug op mijn oude helden en vergat Jetstream Pony.
Een paar weken geleden had ik eigenlijk hetzelfde met het tweede album van de band. Bowerbirds And Blue Things voelde direct bij eerste beluistering aan als een warm bad, waardoor ik als een blok viel voor het album. Jetstream Pony leek echt alles goed te doen en ook nog wel wat beter dan op het debuutalbum, maar na een tijdje trok ik toch de albums van Lush weer uit de kast en omarmde ik het onlangs verschenen album van de nieuwe band van voormalig Lush frontvrouw Miki Berenyi.
Ik ben blij dat ik Bowerbirds And Blue Things toch nog een kans heb gegeven, want Jetstream Pony is echt een stuk beter dan de meeste andere bands die teruggrijpen op de hoogtijdagen van de dreampop, shoegaze, postpunk en indierock. De band uit Brighton bestaat uit een aantal muzikanten die hun sporen in de Britse popmuziek ruimschoots verdiend hebben en dat hoor je.
In muzikaal opzicht klinkt Bowerbirds And Blue Things niet alleen direct bekend, maar wat zit het allemaal goed in elkaar. De drummer speelt heerlijk strak, de baslijnen zijn lekker diep en ruw, het gitaarwerk is track na track om van te smullen, zangeres Beth Arzy zingt buitengewoon verleidelijk en de band beschikt ook over een aantal prima mannenstemmen die de stem van de frontvrouw prachtig versterken.
In muzikaal en vocaal opzicht klinkt Jetstream Pony objectief gezien misschien wel beter dan de grote voorbeelden uit het verleden en ook de songs van de band uit Brighton zijn stuk voor stuk van hoog niveau. Natuurlijk hoor ik heel veel flarden uit de jaren 90 en invloeden van bands die voor mij niet te overtreffen zijn, maar dat zijn geen geldige redenen om Bowerbirds And Blue Things te laten liggen.
Integendeel, het zijn redenen om het tweede album van Jetstream Pony nog wat steviger te omarmen. Sinds ik dat heb gedaan is mijn liefde voor het album gegroeid tot grote hoogten. De ene song is nog beter dan de andere, de ritmesectie speelt de sterren van de hemel, het gitaarwerk zorgt voor talloze momenten van geluk en dan is er ook nog eens de onweerstaanbaar lekkere zang. Ik laat de albums van mijn helden uit de jaren 90 daarom momenteel even in de kast staan en kies voor het nieuwe album van Miki Berenyi en voor dit prachtalbum van Jetstream Pony. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Jetstream Pony - Bowerbirds And Blue Things - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jetstream Pony - Bowerbirds And Blue Things
De Britse band Jetstream Pony maakt geen geheim van haar grote voorbeelden uit de jaren 90, maar de mix van dreampop, shoegaze, postpunk en indierock op Bowerbirds And Blue Things klinkt echt onweerstaanbaar lekker
Vijf jaar geleden viel het kwartje nog niet en ook vorige maand werd ik niet direct gegrepen door de muziek van de Britse band Jetstream Pony. Misschien klonk het allemaal net wat te bekend in de oren, misschien wakkerde Bowerbirds And Blue Things vooral het verlangen naar de muziek van lievelingsbands uit het verleden aan, maar op een gegeven moment kwam het besef dat Jetstream Pony op haar tweede album echt heel goed is. Het geldt voor de muziek, het geldt voor de zang en het geldt voor de songs, die allerlei nostalgische gevoelens oproepen, maar ook geen moment gedateerd klinken. En Bowerbirds And Blue Things wordt eigenlijk alleen maar leuker.
Bowerbirds And Blue Things, het tweede album van de Britse band Jetstream Pony lag al een aantal weken op de stapel en leek er eerlijk gezegd niet meer van af te komen. Dat gebeurde bijna vijf jaar geleden ook met het titelloze debuutalbum van de band uit Brighton.
Ook toen was ik bij eerste beluistering zeer gecharmeerd van de muziek van Jetstream Pony. Het is muziek die me in 2020 mee terug nam naar de jaren 90 en naar bands met een voorliefde voor postpunk, dreampop, shoegaze en indierock. Jetstream Pony verdiende met haar debuutalbum misschien niet de originaliteitsprijs, maar deed verder echt alles goed.
De Britse band vermaakte met melodieuze en aanstekelijke songs, met veelkleurig gitaarwerk met hier en daar heel veel zonnestralen en met een aansprekende zangeres. Jetstream Pony deed samengevat zo ongeveer alles dat ik in de jaren 90 in muzikaal opzicht leuk vond en ook bijna net zo goed, maar dan wel 30 jaar later of misschien wel 30 jaar te laat. Ik greep daarom terug op mijn oude helden en vergat Jetstream Pony.
Een paar weken geleden had ik eigenlijk hetzelfde met het tweede album van de band. Bowerbirds And Blue Things voelde direct bij eerste beluistering aan als een warm bad, waardoor ik als een blok viel voor het album. Jetstream Pony leek echt alles goed te doen en ook nog wel wat beter dan op het debuutalbum, maar na een tijdje trok ik toch de albums van Lush weer uit de kast en omarmde ik het onlangs verschenen album van de nieuwe band van voormalig Lush frontvrouw Miki Berenyi.
Ik ben blij dat ik Bowerbirds And Blue Things toch nog een kans heb gegeven, want Jetstream Pony is echt een stuk beter dan de meeste andere bands die teruggrijpen op de hoogtijdagen van de dreampop, shoegaze, postpunk en indierock. De band uit Brighton bestaat uit een aantal muzikanten die hun sporen in de Britse popmuziek ruimschoots verdiend hebben en dat hoor je.
In muzikaal opzicht klinkt Bowerbirds And Blue Things niet alleen direct bekend, maar wat zit het allemaal goed in elkaar. De drummer speelt heerlijk strak, de baslijnen zijn lekker diep en ruw, het gitaarwerk is track na track om van te smullen, zangeres Beth Arzy zingt buitengewoon verleidelijk en de band beschikt ook over een aantal prima mannenstemmen die de stem van de frontvrouw prachtig versterken.
In muzikaal en vocaal opzicht klinkt Jetstream Pony objectief gezien misschien wel beter dan de grote voorbeelden uit het verleden en ook de songs van de band uit Brighton zijn stuk voor stuk van hoog niveau. Natuurlijk hoor ik heel veel flarden uit de jaren 90 en invloeden van bands die voor mij niet te overtreffen zijn, maar dat zijn geen geldige redenen om Bowerbirds And Blue Things te laten liggen.
Integendeel, het zijn redenen om het tweede album van Jetstream Pony nog wat steviger te omarmen. Sinds ik dat heb gedaan is mijn liefde voor het album gegroeid tot grote hoogten. De ene song is nog beter dan de andere, de ritmesectie speelt de sterren van de hemel, het gitaarwerk zorgt voor talloze momenten van geluk en dan is er ook nog eens de onweerstaanbaar lekkere zang. Ik laat de albums van mijn helden uit de jaren 90 daarom momenteel even in de kast staan en kies voor het nieuwe album van Miki Berenyi en voor dit prachtalbum van Jetstream Pony. Erwin Zijleman
Jett Rebel - Don't Die on Me Now!!! (2016)

4,0
1
geplaatst: 29 augustus 2016, 15:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jett Rebel - Don't Die On Me Now - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Begin dit jaar begon ik nog vol tegenzin aan de beluistering van de nieuwe plaat van Jett Rebel.
Het alter ego van Jelte Tuinstra wist me met het snel in elkaar geknutselde Truck echter voor het eerst in muzikaal opzicht te overtuigen, waardoor alle reserves die ik had ten opzichte van de persoon Jelte Tuinstra werden weggenomen.
Bij de release van Truck verbaasde ik me al over de enorme productiviteit van Jett Rebel, maar nauwelijks een half jaar later ligt er al weer een volgende plaat van de Nederlandse muzikant in de winkel.
Don’t Die On Me Now is voor de afwisseling eens niet door Jelte Tuinstra alleen volgespeeld maar is een echte bandplaat. Het is een plaat waarop Jelte Tuinstra samen met drummer Kees Schaper en bassist Xander Vrienten (inderdaad de zoon van) terugkeert naar de bluesy rock ’n roll van een aantal decennia geleden.
Jett Rebel heeft nooit een geheim gemaakt van zijn muzikale helden en voegt op zijn nieuwe plaat nog wat namen toe aan het rijtje dat tot dusver werd aangevoerd door Prince. Don’t Die On Me Now sluit aan op het werk van Bowie uit de vroege jaren 70, refereert meer dan eens aan de muziek van Led Zeppelin en is bovendien niet vies van hier en daar een vleugje classic rock.
Hier laat Jett Rebel het niet bij, want ook een ieder die in de jaren 70 de platen van Steely Dan koesterde zal heel af en toe enthousiast opveren en hetzelfde geldt voor liefhebbers van The Eagles.
Vernieuwend is het natuurlijk niet, maar het maken van muziek die herinnert aan het beste uit een ver verleden, maar niet onmiddellijk aanzet tot het uit de kast grijpen van klassiekers uit dit verleden, is minstens even knap.
Bluesrock domineert op Don’t Die On Me Now, maar het is geen dertien in een dozijn bluesrock. Jett Rebel jamt er af en toe lekker op los, maar de bluesy riffs en gitaarsolo’s worden ook moeiteloos gecombineerd met fraaie koortjes, psychedelische momenten en heel veel andere uitstapjes buiten de gebaande paden van de bluesy rock van weleer. Luisteren naar Don’t Die On Me Now voelt daarom aan als willekeurig trekken uit een goed gevulde 70s platenkast.
Jett Rebel liet op Truck al horen dat hij bijna achteloos memorabele korte popsongs met een kop en een staart uit de mouw kan schudden. Die songs zijn ook terug te vinden op zijn nieuwe plaat, maar Don’t Die On Me Now blijft ook boeien wanneer de kop en de staart worden vergeten en er lang wordt gejamd. Een interessante en vooral bijzonder lekkere plaat. Ik kan echt niet anders zeggen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jett Rebel - Don't Die On Me Now - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Begin dit jaar begon ik nog vol tegenzin aan de beluistering van de nieuwe plaat van Jett Rebel.
Het alter ego van Jelte Tuinstra wist me met het snel in elkaar geknutselde Truck echter voor het eerst in muzikaal opzicht te overtuigen, waardoor alle reserves die ik had ten opzichte van de persoon Jelte Tuinstra werden weggenomen.
Bij de release van Truck verbaasde ik me al over de enorme productiviteit van Jett Rebel, maar nauwelijks een half jaar later ligt er al weer een volgende plaat van de Nederlandse muzikant in de winkel.
Don’t Die On Me Now is voor de afwisseling eens niet door Jelte Tuinstra alleen volgespeeld maar is een echte bandplaat. Het is een plaat waarop Jelte Tuinstra samen met drummer Kees Schaper en bassist Xander Vrienten (inderdaad de zoon van) terugkeert naar de bluesy rock ’n roll van een aantal decennia geleden.
Jett Rebel heeft nooit een geheim gemaakt van zijn muzikale helden en voegt op zijn nieuwe plaat nog wat namen toe aan het rijtje dat tot dusver werd aangevoerd door Prince. Don’t Die On Me Now sluit aan op het werk van Bowie uit de vroege jaren 70, refereert meer dan eens aan de muziek van Led Zeppelin en is bovendien niet vies van hier en daar een vleugje classic rock.
Hier laat Jett Rebel het niet bij, want ook een ieder die in de jaren 70 de platen van Steely Dan koesterde zal heel af en toe enthousiast opveren en hetzelfde geldt voor liefhebbers van The Eagles.
Vernieuwend is het natuurlijk niet, maar het maken van muziek die herinnert aan het beste uit een ver verleden, maar niet onmiddellijk aanzet tot het uit de kast grijpen van klassiekers uit dit verleden, is minstens even knap.
Bluesrock domineert op Don’t Die On Me Now, maar het is geen dertien in een dozijn bluesrock. Jett Rebel jamt er af en toe lekker op los, maar de bluesy riffs en gitaarsolo’s worden ook moeiteloos gecombineerd met fraaie koortjes, psychedelische momenten en heel veel andere uitstapjes buiten de gebaande paden van de bluesy rock van weleer. Luisteren naar Don’t Die On Me Now voelt daarom aan als willekeurig trekken uit een goed gevulde 70s platenkast.
Jett Rebel liet op Truck al horen dat hij bijna achteloos memorabele korte popsongs met een kop en een staart uit de mouw kan schudden. Die songs zijn ook terug te vinden op zijn nieuwe plaat, maar Don’t Die On Me Now blijft ook boeien wanneer de kop en de staart worden vergeten en er lang wordt gejamd. Een interessante en vooral bijzonder lekkere plaat. Ik kan echt niet anders zeggen. Erwin Zijleman
Jett Rebel - Super Pop (2017)

4,0
1
geplaatst: 25 januari 2017, 17:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jett Rebel - Super Pop - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jett Rebel riep bij mij lange tijd een flinke allergische reactie op, maar het afgelopen jaar ben ik de muziek van het alter ego van Jelte Tuinstra langzaam maar zeker gaan waarderen (niet meer naar DWDD kijken, waarin Jett Rebel keer op keer op genante wijze zalig wordt verklaard, heeft hier zeker bij geholpen).
Met Super Pop duikt de Nederlandse muzikant binnen een jaar al voor de derde keer op deze BLOG op en dat is tot dusver volgens mij niemand anders gelukt.
Dat heeft natuurlijk niet alleen met de kwaliteit van de muziek van Jett Rebel te maken, maar ook met de onwaarschijnlijke productiviteit van Jelte Tuinstra, want wie maakt er tegenwoordig nog drie platen in een jaar?
Super Pop volgt op het flink rammelende Truck en het vooral met bluesy rock gevulde Don’t Die On Me Know en klinkt weer flink anders dan zijn twee voorgangers. Op Super Pop domineert, en hoe kan het ook anders, de pure pop en het is pop vol referenties naar de jaren 70 en iets mindere mate de jaren 80.
Super Pop is ook, net als zijn voorgangers, een ADHD popplaat. Jett Rebel loopt kennelijk over van de ideeën en smijt ze ongegeneerd op de band. Daar moet je tegen kunnen, want met zoveel ideeën op een plaat kan het niet alleen maar goed zijn. Ook op Super Pop slaat Jett Rebel de plank met enige regelmaat mis, zeker wanneer het allemaal wat te theatraal of te kitscherig klinkt, maar de wat mindere songs op de plaat worden ruimschoots gecompenseerd door popliedjes vol geniale momenten.
Super Pop citeert flink uit de 70s catalogus van Paul McCartney en vooral 10cc (waarvan ik het oeuvre steeds genialer ga vinden), is niet vies van de bombast van Queen, heeft soms wat van de hogeschool pop van Steely Dan en verrast met Beach Boys achtige koortjes.
Op de vorige platen van Jett Rebel waren de invloeden van Prince nooit ver weg en ook op Super Pop doen de funky pop songs en de lekker soulvol klinkende songs aan de geniale en aan de juist totaal niet geniale momenten van het voormalige genie uit Minneapolis denken.
Het niveau van zijn inspiratiebronnen haalt Jelte Tuinstra natuurlijk nog niet. Ook Super Pop is weer een plaat die hoorbaar in een stevig tempo is gemaakt en waarvoor de aangedragen songs niet op een goudschaaltje zijn gewogen.
Toch blijft Jett Rebel wat mij betreft ook dit keer vrij makkelijk overeind. De Nederlandse muzikant heeft, nog meer dan op zijn vorige platen, een uitstekend gehoor voor volstrekt tijdloze popliedjes en heeft er een paar geschreven die je na één keer horen niet meer vergeet.
Net als Foxygen met haar eveneens vorige week verschenen plaat, heeft Jett Rebel een plaat gemaakt die klinkt als een omgevallen platenkast uit de 70s en ook in dit geval is het een platenkast die niet alleen klassiekers maar ook guilty pleasures bevat. Waar Foxygen zo af en toe flink uit de bocht knalt, komt Jett Rebel er op wat korte uitstapjes door de berm na zonder kleerscheuren van af.
Super Pop zal wel gekraakt worden door de serieuze muziekpers, maar is echt een plaat vol geweldige momenten. Met wat meer focus maakt Jett Rebel ook nog wel eens een plaat die de wereld versteld doet staan, let maar op. Tot die tijd ben ik dik tevreden met Super Pop. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jett Rebel - Super Pop - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jett Rebel riep bij mij lange tijd een flinke allergische reactie op, maar het afgelopen jaar ben ik de muziek van het alter ego van Jelte Tuinstra langzaam maar zeker gaan waarderen (niet meer naar DWDD kijken, waarin Jett Rebel keer op keer op genante wijze zalig wordt verklaard, heeft hier zeker bij geholpen).
Met Super Pop duikt de Nederlandse muzikant binnen een jaar al voor de derde keer op deze BLOG op en dat is tot dusver volgens mij niemand anders gelukt.
Dat heeft natuurlijk niet alleen met de kwaliteit van de muziek van Jett Rebel te maken, maar ook met de onwaarschijnlijke productiviteit van Jelte Tuinstra, want wie maakt er tegenwoordig nog drie platen in een jaar?
Super Pop volgt op het flink rammelende Truck en het vooral met bluesy rock gevulde Don’t Die On Me Know en klinkt weer flink anders dan zijn twee voorgangers. Op Super Pop domineert, en hoe kan het ook anders, de pure pop en het is pop vol referenties naar de jaren 70 en iets mindere mate de jaren 80.
Super Pop is ook, net als zijn voorgangers, een ADHD popplaat. Jett Rebel loopt kennelijk over van de ideeën en smijt ze ongegeneerd op de band. Daar moet je tegen kunnen, want met zoveel ideeën op een plaat kan het niet alleen maar goed zijn. Ook op Super Pop slaat Jett Rebel de plank met enige regelmaat mis, zeker wanneer het allemaal wat te theatraal of te kitscherig klinkt, maar de wat mindere songs op de plaat worden ruimschoots gecompenseerd door popliedjes vol geniale momenten.
Super Pop citeert flink uit de 70s catalogus van Paul McCartney en vooral 10cc (waarvan ik het oeuvre steeds genialer ga vinden), is niet vies van de bombast van Queen, heeft soms wat van de hogeschool pop van Steely Dan en verrast met Beach Boys achtige koortjes.
Op de vorige platen van Jett Rebel waren de invloeden van Prince nooit ver weg en ook op Super Pop doen de funky pop songs en de lekker soulvol klinkende songs aan de geniale en aan de juist totaal niet geniale momenten van het voormalige genie uit Minneapolis denken.
Het niveau van zijn inspiratiebronnen haalt Jelte Tuinstra natuurlijk nog niet. Ook Super Pop is weer een plaat die hoorbaar in een stevig tempo is gemaakt en waarvoor de aangedragen songs niet op een goudschaaltje zijn gewogen.
Toch blijft Jett Rebel wat mij betreft ook dit keer vrij makkelijk overeind. De Nederlandse muzikant heeft, nog meer dan op zijn vorige platen, een uitstekend gehoor voor volstrekt tijdloze popliedjes en heeft er een paar geschreven die je na één keer horen niet meer vergeet.
Net als Foxygen met haar eveneens vorige week verschenen plaat, heeft Jett Rebel een plaat gemaakt die klinkt als een omgevallen platenkast uit de 70s en ook in dit geval is het een platenkast die niet alleen klassiekers maar ook guilty pleasures bevat. Waar Foxygen zo af en toe flink uit de bocht knalt, komt Jett Rebel er op wat korte uitstapjes door de berm na zonder kleerscheuren van af.
Super Pop zal wel gekraakt worden door de serieuze muziekpers, maar is echt een plaat vol geweldige momenten. Met wat meer focus maakt Jett Rebel ook nog wel eens een plaat die de wereld versteld doet staan, let maar op. Tot die tijd ben ik dik tevreden met Super Pop. Erwin Zijleman
Jett Rebel - Truck (2016)

4,0
0
geplaatst: 1 februari 2016, 20:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jett Rebel - Truck - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het valt voor mij niet mee om onbevooroordeeld naar de muziek van Jett Rebel te luisteren. Het troetelkind van De Wereld Draait Door komt op mij over als een ongelooflijke aansteller met een benevelde act die in de jaren 50 misschien nog shokkeerde, maar tegenwoordig vooral wat zielig aan doet.
Het eindeloze gedweep met Jett Rebel in De Wereld Draait Door maakt het er niet beter op. Waar de gemiddelde muzikant in DWDD het moet doen met één schamele minuut, mag Jelte Tuinstra met grote regelmaat minutenlang zijn kunsten vertonen, wat altijd leidt tot gelukzalige (of zelfs orgastische) blikken aan de inmiddels wat incestueuze DWDD tafel.
Goed, deze Jett Rebel heeft onlangs aangekondigd dat hij dit jaar maar liefst drie platen gaat uitbrengen, waarvan de eerste, Truck, inmiddels is verschenen. Truck werd bij Jett Rebel thuis opgenomen met behulp van een antieke analoge 4 sporen cassette recorder, bevat bijna een uur muziek en maar liefst 27 (!) songs.
Dat klinkt allemaal hopeloos pretentieus, maar Truck is verrassend sterk. Dat geldt overigens niet voor de geluidskwaliteit, want die is mager. Heel erg is dat niet, want het geeft de songs en flarden van songs op Truck iets bijzonders en iets authentieks.
Truck bevat zoals gezegd 27 songs en deze variëren in lengte van twee seconden (het toepasselijk getitelde Less Is More) tot iets meer dan vier minuten. De hele korte tracks bevatten vooral goede en soms minder goede ideeën, maar Truck bevat ook flink wat songs met een kop en een staart.
Jett Rebel spiegelde zich tot dusver vooral aan het werk van Prince. Invloeden van het genie uit Minneapolis duiken ook op Truck weer op, maar het merendeel van de songs op de plaat heeft zich vooral laten beïnvloeden door het werk van The Beatles (denk vooral aan The White Album) en de wat minder door surfboards en strand gedomineerde songs van The Beach Boys (met af en toe een vleugje Talking Heads en Devo).
Het getuigt van lef dat Jett Rebel een plaat als Truck durft te maken en wanneer je de plaat meerdere keren hebt gehoord is niet langer vol te houden dat Jelte Tuinstra niet is gezegend met flink wat muzikaal talent.
Het volledig zelf gespeelde Truck bevat een aantal geniale songs in de dop en hiernaast flink wat songs die in ieder geval goed zijn voor een glimlach. In muzikaal opzicht rammelt het behoorlijk, maar het gitaarwerk is bij vlagen prachtig en ook de zang kent uitstekende momenten.
Het levert een interessante plaat op, die me stiekem toch wel nieuwsgierig maakt naar de andere platen die Jett Rebel dit jaar gaat uitbrengen. Ik kan er nog steeds niet naar kijken, maar in muzikaal opzicht ben ik inmiddels overtuigd van het talent van Jett Rebel en dat is het laatste wat ik voor beluistering van Truck had verwacht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jett Rebel - Truck - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het valt voor mij niet mee om onbevooroordeeld naar de muziek van Jett Rebel te luisteren. Het troetelkind van De Wereld Draait Door komt op mij over als een ongelooflijke aansteller met een benevelde act die in de jaren 50 misschien nog shokkeerde, maar tegenwoordig vooral wat zielig aan doet.
Het eindeloze gedweep met Jett Rebel in De Wereld Draait Door maakt het er niet beter op. Waar de gemiddelde muzikant in DWDD het moet doen met één schamele minuut, mag Jelte Tuinstra met grote regelmaat minutenlang zijn kunsten vertonen, wat altijd leidt tot gelukzalige (of zelfs orgastische) blikken aan de inmiddels wat incestueuze DWDD tafel.
Goed, deze Jett Rebel heeft onlangs aangekondigd dat hij dit jaar maar liefst drie platen gaat uitbrengen, waarvan de eerste, Truck, inmiddels is verschenen. Truck werd bij Jett Rebel thuis opgenomen met behulp van een antieke analoge 4 sporen cassette recorder, bevat bijna een uur muziek en maar liefst 27 (!) songs.
Dat klinkt allemaal hopeloos pretentieus, maar Truck is verrassend sterk. Dat geldt overigens niet voor de geluidskwaliteit, want die is mager. Heel erg is dat niet, want het geeft de songs en flarden van songs op Truck iets bijzonders en iets authentieks.
Truck bevat zoals gezegd 27 songs en deze variëren in lengte van twee seconden (het toepasselijk getitelde Less Is More) tot iets meer dan vier minuten. De hele korte tracks bevatten vooral goede en soms minder goede ideeën, maar Truck bevat ook flink wat songs met een kop en een staart.
Jett Rebel spiegelde zich tot dusver vooral aan het werk van Prince. Invloeden van het genie uit Minneapolis duiken ook op Truck weer op, maar het merendeel van de songs op de plaat heeft zich vooral laten beïnvloeden door het werk van The Beatles (denk vooral aan The White Album) en de wat minder door surfboards en strand gedomineerde songs van The Beach Boys (met af en toe een vleugje Talking Heads en Devo).
Het getuigt van lef dat Jett Rebel een plaat als Truck durft te maken en wanneer je de plaat meerdere keren hebt gehoord is niet langer vol te houden dat Jelte Tuinstra niet is gezegend met flink wat muzikaal talent.
Het volledig zelf gespeelde Truck bevat een aantal geniale songs in de dop en hiernaast flink wat songs die in ieder geval goed zijn voor een glimlach. In muzikaal opzicht rammelt het behoorlijk, maar het gitaarwerk is bij vlagen prachtig en ook de zang kent uitstekende momenten.
Het levert een interessante plaat op, die me stiekem toch wel nieuwsgierig maakt naar de andere platen die Jett Rebel dit jaar gaat uitbrengen. Ik kan er nog steeds niet naar kijken, maar in muzikaal opzicht ben ik inmiddels overtuigd van het talent van Jett Rebel en dat is het laatste wat ik voor beluistering van Truck had verwacht. Erwin Zijleman
Jewel - Freewheelin' Woman (2022)

4,0
0
geplaatst: 18 april 2022, 15:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jewel - Freewheelin' Woman - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jewel - Freewheelin' Woman
Het oeuvre van singer-songwriter Jewel blijft een zeer wisselvallig oeuvre, maar de uitstapjes naar soul op het na een afwezigheid van zeven jaar verschenen Freewheelin’ Woman smaken absoluut naar meer
Jewel maakte op jonge leeftijd het geweldige Pieces Of You, dat sindsdien als een molensteen om haar nek hangt. Het oeuvre van de Amerikaanse muzikante is op zijn minst wisselvallig en heeft de plank wat mij betreft te vaak misgeslagen. Toch heb ik, dankzij Pieces Of You, voorgoed een zwak voor Jewel. Het is een zwak dat zeven jaar geleden werd beloond met het folky Picking Up The Pieces. Ook Freewheelin’ Woman bevat een aantal folky tracks, maar de balans slaat door richting pop en zeker ook richting soul. Zeker het laatste genre had ik niet direct geassocieerd met Jewel, maar het past verrassend goed. Het levert een album op waarop de pieken het uiteindelijk makkelijk winnen van de dalen.
Als ik denk aan Jewel, denk ik aan Pieces Of You uit 1995. Het is het album waarmee de destijds nog piepjonge Jewel (Kilcher) debuteerde en waarop ze indruk maakte met een bijzonder eigen geluid. Pieces Of You verscheen in het voorjaar van 1995, maar ik ontdekte het album veel later en raakte pas echt in de ban van Jewel na haar verpletterende optreden in Paradiso, in het najaar van 1997.
Dankzij Pieces Of You zal ik altijd een zwak houden voor de muziek van Jewel, al wist de Amerikaanse singer-songwriter het niveau van haar debuutalbum sindsdien nog maar zelden te benaderen. Jewel heeft inmiddels een dozijn albums op haar naam staan, maar Pieces Of You steekt er nog altijd flink bovenuit.
De muzikante die opgroeide in het ruige Alaska maakte een aantal hele zwakke albums, maar Spirit, This Way, Goodbye Alice In Wonderland en het popalbum 0304 (dat ik jaren heb verafschuwd) blijven wat mij betreft aan de goede kant van de streep. Het beste album van Jewel na Pieces Of You vind ik echter het in 2015 verschenen Picking Up The Pieces, waarop de Amerikaanse muzikante de draad van Pieces Of You weer oppikte.
Het leek in 2015 de start van een mooie comeback, maar de afgelopen zeven jaar was het vrijwel stil rond Jewel, die gelukkig deze week weer opduikt met een nieuw album, Freewheelin’ Woman. Op voorhand hoopte ik op een album dat de lijn van het fantastische Picking Up The Pieces zou doortrekken, maar die hoop werd direct bij de eerste noten van Freewheelin’ Woman de kop in gedrukt.
Op haar nieuwe album laat Jewel de folk en country van haar meest memorabele albums weer grotendeels achter zich en kiest ze voor de soul en de pop. Het is niet helemaal nieuw, maar zo soulvol als op Freewheelin’ Woman hoorde ik Jewel nog niet. Freewheelin’ Woman knalt direct uit de speakers met een moddervet soulgeluid, compleet met blazers.
Het is een geluid dat vraagt om een geweldige soulzangeres. Bij een geweldige soulzangeres zou ik niet direct hebben gedacht aan Jewel, maar het valt zeker niet tegen. De stem van Jewel, die toch vooral gemaakt lijkt voor folk en country (al is het maar vanwege de snik in haar stem), houdt zich verrassend makkelijk staande in het soulgeluid op haar nieuwe album en klinkt gewoon lekker.
Het is een soulgeluid waarin zeker ruimte is voor invloeden uit de genres die we van Jewel kennen, maar Freewheelin’ Woman is binnen het oeuvre van Jewel absoluut een vreemde eend in de bijt. In Dancing Slow krijgt Jewel hulp van de Amerikaanse band Train, wat haar zomaar een zomerhit op kan leveren, maar in de meeste songs op het album trekt Jewel in vocaal opzicht alleen de kar.
Na twee soulvolle tracks kiest de Amerikaanse muzikante voor de lichtvoetige pop, die ze eerder op 0304 maakte. Het uiterst zwakke Alibis is gelukkig een van de weinige miskleunen op het album, dat over het algemeen wat verder weg blijft van de kauwgomballenpop en tegen de soul of toch weer tegen de folk aan schuurt in een aantal akoestische songs die niet hadden misstaan op het vorige album.
Freewheelin’ Woman is uiteindelijk een typisch Jewel album, dat niet kiest voor de gebaande paden, wat soms goed en soms minder goed uitpakt. De soulkant van Jewel smaakt wat mij betreft echter wel naar meer, al mag ze wat mij betreft op haar volgende album ook weer opschuiven richting het zo memorabele Pieces Of You. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jewel - Freewheelin' Woman - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jewel - Freewheelin' Woman
Het oeuvre van singer-songwriter Jewel blijft een zeer wisselvallig oeuvre, maar de uitstapjes naar soul op het na een afwezigheid van zeven jaar verschenen Freewheelin’ Woman smaken absoluut naar meer
Jewel maakte op jonge leeftijd het geweldige Pieces Of You, dat sindsdien als een molensteen om haar nek hangt. Het oeuvre van de Amerikaanse muzikante is op zijn minst wisselvallig en heeft de plank wat mij betreft te vaak misgeslagen. Toch heb ik, dankzij Pieces Of You, voorgoed een zwak voor Jewel. Het is een zwak dat zeven jaar geleden werd beloond met het folky Picking Up The Pieces. Ook Freewheelin’ Woman bevat een aantal folky tracks, maar de balans slaat door richting pop en zeker ook richting soul. Zeker het laatste genre had ik niet direct geassocieerd met Jewel, maar het past verrassend goed. Het levert een album op waarop de pieken het uiteindelijk makkelijk winnen van de dalen.
Als ik denk aan Jewel, denk ik aan Pieces Of You uit 1995. Het is het album waarmee de destijds nog piepjonge Jewel (Kilcher) debuteerde en waarop ze indruk maakte met een bijzonder eigen geluid. Pieces Of You verscheen in het voorjaar van 1995, maar ik ontdekte het album veel later en raakte pas echt in de ban van Jewel na haar verpletterende optreden in Paradiso, in het najaar van 1997.
Dankzij Pieces Of You zal ik altijd een zwak houden voor de muziek van Jewel, al wist de Amerikaanse singer-songwriter het niveau van haar debuutalbum sindsdien nog maar zelden te benaderen. Jewel heeft inmiddels een dozijn albums op haar naam staan, maar Pieces Of You steekt er nog altijd flink bovenuit.
De muzikante die opgroeide in het ruige Alaska maakte een aantal hele zwakke albums, maar Spirit, This Way, Goodbye Alice In Wonderland en het popalbum 0304 (dat ik jaren heb verafschuwd) blijven wat mij betreft aan de goede kant van de streep. Het beste album van Jewel na Pieces Of You vind ik echter het in 2015 verschenen Picking Up The Pieces, waarop de Amerikaanse muzikante de draad van Pieces Of You weer oppikte.
Het leek in 2015 de start van een mooie comeback, maar de afgelopen zeven jaar was het vrijwel stil rond Jewel, die gelukkig deze week weer opduikt met een nieuw album, Freewheelin’ Woman. Op voorhand hoopte ik op een album dat de lijn van het fantastische Picking Up The Pieces zou doortrekken, maar die hoop werd direct bij de eerste noten van Freewheelin’ Woman de kop in gedrukt.
Op haar nieuwe album laat Jewel de folk en country van haar meest memorabele albums weer grotendeels achter zich en kiest ze voor de soul en de pop. Het is niet helemaal nieuw, maar zo soulvol als op Freewheelin’ Woman hoorde ik Jewel nog niet. Freewheelin’ Woman knalt direct uit de speakers met een moddervet soulgeluid, compleet met blazers.
Het is een geluid dat vraagt om een geweldige soulzangeres. Bij een geweldige soulzangeres zou ik niet direct hebben gedacht aan Jewel, maar het valt zeker niet tegen. De stem van Jewel, die toch vooral gemaakt lijkt voor folk en country (al is het maar vanwege de snik in haar stem), houdt zich verrassend makkelijk staande in het soulgeluid op haar nieuwe album en klinkt gewoon lekker.
Het is een soulgeluid waarin zeker ruimte is voor invloeden uit de genres die we van Jewel kennen, maar Freewheelin’ Woman is binnen het oeuvre van Jewel absoluut een vreemde eend in de bijt. In Dancing Slow krijgt Jewel hulp van de Amerikaanse band Train, wat haar zomaar een zomerhit op kan leveren, maar in de meeste songs op het album trekt Jewel in vocaal opzicht alleen de kar.
Na twee soulvolle tracks kiest de Amerikaanse muzikante voor de lichtvoetige pop, die ze eerder op 0304 maakte. Het uiterst zwakke Alibis is gelukkig een van de weinige miskleunen op het album, dat over het algemeen wat verder weg blijft van de kauwgomballenpop en tegen de soul of toch weer tegen de folk aan schuurt in een aantal akoestische songs die niet hadden misstaan op het vorige album.
Freewheelin’ Woman is uiteindelijk een typisch Jewel album, dat niet kiest voor de gebaande paden, wat soms goed en soms minder goed uitpakt. De soulkant van Jewel smaakt wat mij betreft echter wel naar meer, al mag ze wat mij betreft op haar volgende album ook weer opschuiven richting het zo memorabele Pieces Of You. Erwin Zijleman
Jewel - Picking Up the Pieces (2015)

4,5
0
geplaatst: 13 september 2015, 10:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jewel - Picking Up The Pieces - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik weet niet eens meer wanneer het precies was, maar wat werd ik van mijn sokken geblazen door het akoestische concert dat de Amerikaanse Jewel (Kilcher) ergens halverwege de jaren 90 gaf in het Amsterdamse Paradiso.
Hetzelfde gebeurde overigens bij beluistering van haar debuut Pieces Of You uit 1995, dat ik nog altijd koester als één van mijn favoriete platen aller tijden.
Pieces Of You was feitelijk een wat bij elkaar geraapt zooitje met flink wat live opgenomen songs, maar wat wist Jewel te imponeren met haar stem en haar mooie en bijzondere verhalen.
Het niveau van Pieces Of You wist Jewel vervolgens helaas niet meer te benaderen, mede omdat ze de folk waarmee ze twintig jaar geleden zoveel indruk maakte verruilde voor steeds meer pop, tot de pure kauwgomballenpop van 0304 uit 2003.
De afgelopen jaren maakte Jewel helemaal niets bijzonders meer, maar bijna uit het niets is ze terug met Picking Up The Pieces. Op de cover van de plaat, waarvan de titel mogelijk verwijst naar haar debuut, oogt Jewel nog net zo fris als twintig jaar geleden en gelukkig geldt dit ook voor haar muziek.
Van alle platen die Jewel de afgelopen twintig jaar heeft gemaakt, lijkt Picking Up The Pieces het meest op het glorieuze debuut van de singer-songwriter, die opgroeide in Alaska, een ster werd in San Diego en inmiddels al geruime tijd vanuit Texas opereert.
Op Picking Up The Pieces maakt Jewel weer mooie intieme folksongs, die vaak genoeg hebben aan een akoestische gitaar en haar geweldige stem, die mooie verhalen vol humor vertellen, al komt dit keer ook het nodige leed voorbij. Weg is vrijwel alle opsmuk, weg zijn de flirts met hitgevoelige popmuziek. Jewel is weer de gedreven singer-songwriter die ze ooit was.
Mijn liefde voor Jewel was de afgelopen jaren wel wat bekoeld door de niet te verdragen kerstplaten en platen met kinderliedjes, maar met Picking Up The Pieces heeft Jewel me weer helemaal te pakken.
Rodney Crowell en Dolly Parton zingen een deuntje mee, maar uiteindelijk draait alles om het uitzonderlijke talent van Jewel, die dan eindelijk haar glorieuze debuut weet te benaderen of zelfs te overtreffen. Ja, echt. Het moet gek lopen wanneer dit niet mijn favoriete plaat van 2015 gaat worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jewel - Picking Up The Pieces - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik weet niet eens meer wanneer het precies was, maar wat werd ik van mijn sokken geblazen door het akoestische concert dat de Amerikaanse Jewel (Kilcher) ergens halverwege de jaren 90 gaf in het Amsterdamse Paradiso.
Hetzelfde gebeurde overigens bij beluistering van haar debuut Pieces Of You uit 1995, dat ik nog altijd koester als één van mijn favoriete platen aller tijden.
Pieces Of You was feitelijk een wat bij elkaar geraapt zooitje met flink wat live opgenomen songs, maar wat wist Jewel te imponeren met haar stem en haar mooie en bijzondere verhalen.
Het niveau van Pieces Of You wist Jewel vervolgens helaas niet meer te benaderen, mede omdat ze de folk waarmee ze twintig jaar geleden zoveel indruk maakte verruilde voor steeds meer pop, tot de pure kauwgomballenpop van 0304 uit 2003.
De afgelopen jaren maakte Jewel helemaal niets bijzonders meer, maar bijna uit het niets is ze terug met Picking Up The Pieces. Op de cover van de plaat, waarvan de titel mogelijk verwijst naar haar debuut, oogt Jewel nog net zo fris als twintig jaar geleden en gelukkig geldt dit ook voor haar muziek.
Van alle platen die Jewel de afgelopen twintig jaar heeft gemaakt, lijkt Picking Up The Pieces het meest op het glorieuze debuut van de singer-songwriter, die opgroeide in Alaska, een ster werd in San Diego en inmiddels al geruime tijd vanuit Texas opereert.
Op Picking Up The Pieces maakt Jewel weer mooie intieme folksongs, die vaak genoeg hebben aan een akoestische gitaar en haar geweldige stem, die mooie verhalen vol humor vertellen, al komt dit keer ook het nodige leed voorbij. Weg is vrijwel alle opsmuk, weg zijn de flirts met hitgevoelige popmuziek. Jewel is weer de gedreven singer-songwriter die ze ooit was.
Mijn liefde voor Jewel was de afgelopen jaren wel wat bekoeld door de niet te verdragen kerstplaten en platen met kinderliedjes, maar met Picking Up The Pieces heeft Jewel me weer helemaal te pakken.
Rodney Crowell en Dolly Parton zingen een deuntje mee, maar uiteindelijk draait alles om het uitzonderlijke talent van Jewel, die dan eindelijk haar glorieuze debuut weet te benaderen of zelfs te overtreffen. Ja, echt. Het moet gek lopen wanneer dit niet mijn favoriete plaat van 2015 gaat worden. Erwin Zijleman
Jewel - Pieces of You (1995)
Alternatieve titel: What We Call Human Nature in Actuality Is Human Habit

5,0
0
geplaatst: 21 november 2020, 10:27 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jewel - Pieces Of You, 25th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jewel - Pieces Of You, 25th Anniversary Edition
Pieces Of You, vijfentwintig jaar geleden de sensationele eerste kennismaking met Jewel, verschijnt nu in een 25th Anniversary Edition en het is een schatkist vol geweldig bonusmateriaal
Pieces of You, het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Jewel, had vijfentwintig jaar geleden een enorme impact op mijn muzieksmaak. Het is ook een album dat ik reken tot mijn favoriete albums aller tijden. Het album is vijfentwintig jaar na de release nog een beetje mooier geworden met een wat opgepoetst geluid en een karrenvracht aan interessant bonusmateriaal. Het originele album blijft voor mij het meest waardevol, maar waar luxe edities van albums me lang niet altijd kunnen boeien, fascineert de 25th Anniversary Edition van Pieces Of You me vijf uur lang met intieme demo’s, outtakes en waardevol live-materiaal.
Stel je mag tien albums meenemen naar een onbewoond eiland, welke neem je mee? Het is een vreselijke vraag die nauwelijks te beantwoorden is en waarschijnlijk verschilt het antwoord per dag. Verbanningen naar onbewoonde eilanden zijn gelukkig zeldzaam tegenwoordig, maar als ik de vraag zou krijgen is de kans groot dat Pieces Of You van Jewel deel zou uitmaken van de tien albums die mee mogen.
Pieces Of You verscheen in 1995 en veranderde mijn muzieksmaak volledig en vooralsnog voorgoed. Jewel (Kilcher) was een van de eerste vrouwelijke singer-songwriters die ik serieus omarmde en er zouden er velen volgen.
Jewel was al een icoon in San Diego toen Pieces Of You verscheen, maar de twintig jaar oude muzikante was verder nog relatief onbekend. De in Alaska opgegroeide singer-songwriter verwierf die legendarische status in San Diego met haar wekelijkse optredens in het Inner Change Coffeehouse, maar toen was er Pieces Of You.
Het debuut van Jewel is wat oneerbiedig beschouwd een wat bij elkaar geraapt zooitje van haar eerste studio opnamen en een aantal live-opnamen, maar wat had een album een impact, eerst in de Verenigde Staten, maar later ook in Europa. Toen Jewel aan het eind van het jaar ook nog het hoofdstedelijke Paradiso bezocht voor een zeer memorabel concert was ik definitief verkocht en werd Pieces Of You mijn favoriete album gedurende een aantal jaren.
Het album viert nu, iets verlaat, zijn vijfentwintigste verjaardag en ter ere van deze verjaardag wordt flink uitgepakt met een 25th Anniversary Edition op maar liefst vier LP’s of CD’s (die nog wat meer bonusmateriaal bevatten).
Het begint allemaal met de originele, maar uiteraard wel geremasterde, versie van Pieces Of You, dat voor mij in die vijfentwintig jaar niets van zijn charme, kracht en urgentie heeft verloren. Pieces Of You is met afstand het meest persoonlijke en ook meest intieme album van Jewel en hierdoor ook het meest aansprekende.
De akoestische songs op het album zijn relatief sober ingekleurd met vooral akoestische gitaar en een enkele keer piano zodat de nadruk ligt op de zang van Jewel. Van die zang is niet iedereen gecharmeerd, maar ik viel vijfentwintig jaar geleden als een blok voor de zang van de Amerikaanse singer-songwriter en doe dat nog steeds.
Ik ben normaal gesproken niet zo heel gek op uitgebreide luxe edities van albums en ook in de 25th Anniversary Edition van Pieces Of You vind ik het originele album, met een groot aantal klassiekers binnen het oeuvre van Jewel, het meest waardevol. Ook aan de drie schijven met bonusmateriaal heb ik echter verrassend veel plezier beleefd.
De 25th Anniversary Edition van Pieces Of You bevat ruim vijf uur muziek en bestaat naast het originele album uit wat opgepoetste radiomixen van de songs van het album, songs die het album niet haalden, demo’s en flink wat live-opnamen, deels gemaakt in het Inner Change Coffeehouse in San Diego in de tijd voor de release van het album.
Met name de ruwe demo’s van songs zijn geweldig omdat die nog wat intiemer en persoonlijker klinken dan de versies die op het album terecht kwamen en laten horen hoe mooi imperfectie kan zijn. Hetzelfde geldt overigens voor de live-opnamen. Deze live-opnamen ken ik nog voor een belangrijk deel van wat obscure cassettebandjes die ik in 1995 of 1996 uit de VS liet komen en het is een feest van herkenning om ze weer eens te horen.
Al met al ben ik zielsgelukkig met deze luxe editie, maar voor de minder fanatieke fans volstaat de geremasterde versie van het originele album ook wel. De vraag welke tien albums ik mee zou nemen naar een onbewoond eiland blijft een hopeloze en nauwelijks te beantwoorden vraag, maar na ruim vijf uur Pieces Of You weet ik nog wat zekerder dat ik maar over negen albums hoef na te denken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jewel - Pieces Of You, 25th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jewel - Pieces Of You, 25th Anniversary Edition
Pieces Of You, vijfentwintig jaar geleden de sensationele eerste kennismaking met Jewel, verschijnt nu in een 25th Anniversary Edition en het is een schatkist vol geweldig bonusmateriaal
Pieces of You, het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Jewel, had vijfentwintig jaar geleden een enorme impact op mijn muzieksmaak. Het is ook een album dat ik reken tot mijn favoriete albums aller tijden. Het album is vijfentwintig jaar na de release nog een beetje mooier geworden met een wat opgepoetst geluid en een karrenvracht aan interessant bonusmateriaal. Het originele album blijft voor mij het meest waardevol, maar waar luxe edities van albums me lang niet altijd kunnen boeien, fascineert de 25th Anniversary Edition van Pieces Of You me vijf uur lang met intieme demo’s, outtakes en waardevol live-materiaal.
Stel je mag tien albums meenemen naar een onbewoond eiland, welke neem je mee? Het is een vreselijke vraag die nauwelijks te beantwoorden is en waarschijnlijk verschilt het antwoord per dag. Verbanningen naar onbewoonde eilanden zijn gelukkig zeldzaam tegenwoordig, maar als ik de vraag zou krijgen is de kans groot dat Pieces Of You van Jewel deel zou uitmaken van de tien albums die mee mogen.
Pieces Of You verscheen in 1995 en veranderde mijn muzieksmaak volledig en vooralsnog voorgoed. Jewel (Kilcher) was een van de eerste vrouwelijke singer-songwriters die ik serieus omarmde en er zouden er velen volgen.
Jewel was al een icoon in San Diego toen Pieces Of You verscheen, maar de twintig jaar oude muzikante was verder nog relatief onbekend. De in Alaska opgegroeide singer-songwriter verwierf die legendarische status in San Diego met haar wekelijkse optredens in het Inner Change Coffeehouse, maar toen was er Pieces Of You.
Het debuut van Jewel is wat oneerbiedig beschouwd een wat bij elkaar geraapt zooitje van haar eerste studio opnamen en een aantal live-opnamen, maar wat had een album een impact, eerst in de Verenigde Staten, maar later ook in Europa. Toen Jewel aan het eind van het jaar ook nog het hoofdstedelijke Paradiso bezocht voor een zeer memorabel concert was ik definitief verkocht en werd Pieces Of You mijn favoriete album gedurende een aantal jaren.
Het album viert nu, iets verlaat, zijn vijfentwintigste verjaardag en ter ere van deze verjaardag wordt flink uitgepakt met een 25th Anniversary Edition op maar liefst vier LP’s of CD’s (die nog wat meer bonusmateriaal bevatten).
Het begint allemaal met de originele, maar uiteraard wel geremasterde, versie van Pieces Of You, dat voor mij in die vijfentwintig jaar niets van zijn charme, kracht en urgentie heeft verloren. Pieces Of You is met afstand het meest persoonlijke en ook meest intieme album van Jewel en hierdoor ook het meest aansprekende.
De akoestische songs op het album zijn relatief sober ingekleurd met vooral akoestische gitaar en een enkele keer piano zodat de nadruk ligt op de zang van Jewel. Van die zang is niet iedereen gecharmeerd, maar ik viel vijfentwintig jaar geleden als een blok voor de zang van de Amerikaanse singer-songwriter en doe dat nog steeds.
Ik ben normaal gesproken niet zo heel gek op uitgebreide luxe edities van albums en ook in de 25th Anniversary Edition van Pieces Of You vind ik het originele album, met een groot aantal klassiekers binnen het oeuvre van Jewel, het meest waardevol. Ook aan de drie schijven met bonusmateriaal heb ik echter verrassend veel plezier beleefd.
De 25th Anniversary Edition van Pieces Of You bevat ruim vijf uur muziek en bestaat naast het originele album uit wat opgepoetste radiomixen van de songs van het album, songs die het album niet haalden, demo’s en flink wat live-opnamen, deels gemaakt in het Inner Change Coffeehouse in San Diego in de tijd voor de release van het album.
Met name de ruwe demo’s van songs zijn geweldig omdat die nog wat intiemer en persoonlijker klinken dan de versies die op het album terecht kwamen en laten horen hoe mooi imperfectie kan zijn. Hetzelfde geldt overigens voor de live-opnamen. Deze live-opnamen ken ik nog voor een belangrijk deel van wat obscure cassettebandjes die ik in 1995 of 1996 uit de VS liet komen en het is een feest van herkenning om ze weer eens te horen.
Al met al ben ik zielsgelukkig met deze luxe editie, maar voor de minder fanatieke fans volstaat de geremasterde versie van het originele album ook wel. De vraag welke tien albums ik mee zou nemen naar een onbewoond eiland blijft een hopeloze en nauwelijks te beantwoorden vraag, maar na ruim vijf uur Pieces Of You weet ik nog wat zekerder dat ik maar over negen albums hoef na te denken. Erwin Zijleman
JFDR - Brazil (2017)

4,5
2
geplaatst: 30 december 2017, 10:12 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: JFDR - Brazil - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jófríður Ákadóttir is pas 22, maar timmert al een flink aantal jaren aan de weg in de IJslandse muziekscene. De IJslandse muzikante deed dit onder andere met haar band Samaris en met het duo Pascal Pinon, dat ze vormde met haar tweelingzus Ásthildur Ákadóttir.
Voor haar nieuwe soloproject koos Jófríður Ákadóttir niet voor haar eigen naam, maar voor het alter ego JFDR, waar natuurlijk wel iets voor te zeggen valt met zo’n ingewikkelde naam.
JFDR’s debuut Brazil verscheen al aan het begin van het jaar, maar ik heb het solodebuut van Jófríður Ákadóttir pas deze week uit een obscuur maar bijzonder jaarlijstje geplukt.
Op Brazil maakt de IJslandse muzikante het de luisteraar zeker niet makkelijk, maar als je eenmaal in de stemming bent voor de bijzondere muziek van JFDR is het muziek die je mee kan voeren naar een compleet ander muzikaal universum.
Brazil staat vol met atmosferische soundscapes die worden aangevuld met bijzonder fraaie gitaarlijnen, zweverige synths en subtiele ritmes. Het zijn klanken die uitnodigen tot wegdromen, maar de muziek van JFDR is ook buitengewoon spannend en avontuurlijk. Het is muziek die complex in elkaar steekt en is opgebouwd uit meerdere lagen, maar heel ontoegankelijk zijn de klanken van JFDR niet.
De zweverige en vaak wat sprookjesachtig aandoende klanken worden op Brazil gecombineerd met de mooie en heldere stem van Jófríður Ákadóttir, die past in het rijtje van de IJslandse ijsprinsessen dat nog altijd wordt aangevoerd door Björk.
Brazil is zoals gezegd een plaat waarbij het heerlijk wegdromen is, maar de muziek van JFDR komt het best tot zijn recht wanneer je de vele lagen waaruit de muziek van de IJslandse muzikante bestaat probeert te ontrafelen. Dan hoor je hoe subtiel en trefzeker de individuele bijdragen zijn en hoe alle individuele klanken bijdragen aan het zo bijzondere geheel.
Wat op het eerste gehoor nog enigszins experimenteel en ongrijpbaar is, wordt langzaam maar zeker een bedwelmend en bezwerend klankentapijt, waaraan je je alleen maar over wilt geven. Zowel de instrumentatie als de zang op Brazil zijn subtiel en zeer breekbaar, maar het geheel dat ontstaat is uitermate krachtig.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe mooi de plaat is. Synths gaan naadloos over in werkelijk prachtige gitaarlijnen, de zang is zo helder als een beekje in de IJslandse natuur, de atmosferische klanken zijn van een bijna onwerkelijke schoonheid en de songs van JFDR blijven maar aan kracht en verbeelding winnen.
Bij snelle beluistering vervliegt Brazil van JFDR snel en vrijwel volledig, maar wanneer je net wat meer energie steekt in het ontdekken van deze bijzondere plaat, komt de bijzondere en intieme schoonheid steeds nadrukkelijker aan de oppervlakte.
In het enorme aanbod van het moment is Brazil van JFDR een wat vreemde eind in de bijt, maar het is een vreemde eend met bijzondere kleuren en vormen, die je na een paar keer horen echt niet meer wilt missen. Buitengewoon fascinerende plaat van deze pas 22 jaar oude IJslandse muzikante. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: JFDR - Brazil - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jófríður Ákadóttir is pas 22, maar timmert al een flink aantal jaren aan de weg in de IJslandse muziekscene. De IJslandse muzikante deed dit onder andere met haar band Samaris en met het duo Pascal Pinon, dat ze vormde met haar tweelingzus Ásthildur Ákadóttir.
Voor haar nieuwe soloproject koos Jófríður Ákadóttir niet voor haar eigen naam, maar voor het alter ego JFDR, waar natuurlijk wel iets voor te zeggen valt met zo’n ingewikkelde naam.
JFDR’s debuut Brazil verscheen al aan het begin van het jaar, maar ik heb het solodebuut van Jófríður Ákadóttir pas deze week uit een obscuur maar bijzonder jaarlijstje geplukt.
Op Brazil maakt de IJslandse muzikante het de luisteraar zeker niet makkelijk, maar als je eenmaal in de stemming bent voor de bijzondere muziek van JFDR is het muziek die je mee kan voeren naar een compleet ander muzikaal universum.
Brazil staat vol met atmosferische soundscapes die worden aangevuld met bijzonder fraaie gitaarlijnen, zweverige synths en subtiele ritmes. Het zijn klanken die uitnodigen tot wegdromen, maar de muziek van JFDR is ook buitengewoon spannend en avontuurlijk. Het is muziek die complex in elkaar steekt en is opgebouwd uit meerdere lagen, maar heel ontoegankelijk zijn de klanken van JFDR niet.
De zweverige en vaak wat sprookjesachtig aandoende klanken worden op Brazil gecombineerd met de mooie en heldere stem van Jófríður Ákadóttir, die past in het rijtje van de IJslandse ijsprinsessen dat nog altijd wordt aangevoerd door Björk.
Brazil is zoals gezegd een plaat waarbij het heerlijk wegdromen is, maar de muziek van JFDR komt het best tot zijn recht wanneer je de vele lagen waaruit de muziek van de IJslandse muzikante bestaat probeert te ontrafelen. Dan hoor je hoe subtiel en trefzeker de individuele bijdragen zijn en hoe alle individuele klanken bijdragen aan het zo bijzondere geheel.
Wat op het eerste gehoor nog enigszins experimenteel en ongrijpbaar is, wordt langzaam maar zeker een bedwelmend en bezwerend klankentapijt, waaraan je je alleen maar over wilt geven. Zowel de instrumentatie als de zang op Brazil zijn subtiel en zeer breekbaar, maar het geheel dat ontstaat is uitermate krachtig.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe mooi de plaat is. Synths gaan naadloos over in werkelijk prachtige gitaarlijnen, de zang is zo helder als een beekje in de IJslandse natuur, de atmosferische klanken zijn van een bijna onwerkelijke schoonheid en de songs van JFDR blijven maar aan kracht en verbeelding winnen.
Bij snelle beluistering vervliegt Brazil van JFDR snel en vrijwel volledig, maar wanneer je net wat meer energie steekt in het ontdekken van deze bijzondere plaat, komt de bijzondere en intieme schoonheid steeds nadrukkelijker aan de oppervlakte.
In het enorme aanbod van het moment is Brazil van JFDR een wat vreemde eind in de bijt, maar het is een vreemde eend met bijzondere kleuren en vormen, die je na een paar keer horen echt niet meer wilt missen. Buitengewoon fascinerende plaat van deze pas 22 jaar oude IJslandse muzikante. Erwin Zijleman
JFDR - Museum (2023)

4,0
0
geplaatst: 12 mei 2023, 12:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: JFDR - Museum - dekrentenuitdepop.blogspot.com
JFDR - Museum
Jófríður Ákadóttir maakte als JFDR al twee bijzondere albums, maar overtreft deze met het relatief sober ingekleurde Museum, dat laat horen dat IJslands experiment wel degelijk samen kan gaan met betoverend mooie songs
Museum van JFDR experimenteert er driftig op los en zet je met grote regelmaat op het verkeerde been, maar toch is het zeker geen ontoegankelijk album. De IJslandse muzikante Jófríður Ákadóttir maakt betoverend mooie muziek die lak heeft aan de conventies van de popsong met een kop en een staart, maar toch strijken haar songs niet tegen de haren in. Museum is onmiskenbaar een album dat in IJsland is gemaakt en het is een album dat goed is voor fraaie beelden op het netvlies. Het is misschien even wennen, maar als je eenmaal wordt gegrepen door de bijzondere muziek van Jófríður Ákadóttir wordt Museum van JFDR alleen maar mooier.
Ik was in 2017 heel enthousiast over Brazil, het eerste soloalbum van JFDR, het alter ego van de IJslandse muzikante Jófríður Ákadóttir. Deze Jófríður Ákadóttir was destijds pas 22 jaar oud, maar had haar sporen in de IJslandse popmuziek al ruimschoots verdiend. Op haar debuut als JFDR maakte de muzikante uit Reykjavík indruk met muziek die het je nergens makkelijk maakte. Het was muziek die bij vrijwel iedereen associaties opriep met de muziek van Björk, maar ik vond de muziek van JFDR een stuk aangenamer en bovendien aanzienlijk lichter verteerbaar.
De in 2020 verschenen opvolger New Dreams pikte ik om onduidelijke redenen niet direct bij de release op, maar groeide later uit tot een album dat me minstens net zo dierbaar was als het terecht stevig bewierookte Brazil. In 2021 bracht JFDR twee filmsoundtracks uit, waarvan er één redelijk dicht bij haar reguliere albums lag, maar toch net wat minder interessant was dan haar reguliere albums.
Na New Dreams zag ik ook het twee weken geleden verschenen Museum in eerste instantie over het hoofd, maar na een paar jubelverhalen in met name de Amerikaanse muziekpers, was ik dit keer gelukkig heel snel bij de les. Ook op Museum verloochent Jófríður Ákadóttir haar afkomst niet, want haar muziek heeft het mysterieuze, atmosferische en ijle wat muziek uit IJsland zo vaak heeft.
Bij muziek uit IJsland denk ook ik nog altijd in eerste instantie aan Björk, maar in muzikaal opzicht vind ik JFDR een stuk interessanter. Waar Björk zich op haar laatste album verloor in bombast en gekte, zijn de nieuwe songs van JFDR intiem, ingetogen en wonderschoon. Jófríður Ákadóttir grijpt op Museum minder naar de elektronica en heeft met name de piano centraal gezet. De vaak bijna serene pianoklanken worden gecombineerd met subtiele bas en drums, subtiele lagen synths en hier en daar wat bijdragen van de viool en de harp.
Dat laatste instrument geeft de muziek van JFDR een sprookjesachtig karakter, wat weer contrasteert met het hier en daar vervormen van de muziek en de stem van JFDR, wat een vervreemdend effect heeft. JFDR experimenteert er ook op Museum flink op los. De IJslandse muzikante kiest nooit voor rechttoe rechtaan popsongs, maar ontoegankelijk vind ik haar muziek zeker niet. Museum betovert makkelijk met wonderschone klanken, die iets ongrijpbaars krijgen door de experimenten van de IJslandse muzikanten.
Ook de zang van Jófríður Ákadóttir is vooral zacht en mooi, maar ook met haar stem zoekt de muzikante uit Reykjavík hier en daar de grenzen op. Op Museum domineert, nog meer dan op de vorige twee albums van JFDR, de verfijning. De IJslandse muzikante gaat bijna minimalistische klanken niet uit de weg, maar de arrangementen zijn ook weelderig en beeldend.
Jófríður Ákadóttir maakte twee jaar geleden twee echte filmsoundtracks, maar ook de songs op Museum zouden niet misstaan in een film, want wat zijn de fraaie klanken op het album beeldend en wat prikkelt de muziek van de IJslandse muzikante intens de fantasie. Met albums als Museum zit Jófríður Ákadóttir haar beroemde landgenote waarschijnlijk snel op de hielen, maar persoonlijk vind ik Museum beter dan alles van Björk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: JFDR - Museum - dekrentenuitdepop.blogspot.com
JFDR - Museum
Jófríður Ákadóttir maakte als JFDR al twee bijzondere albums, maar overtreft deze met het relatief sober ingekleurde Museum, dat laat horen dat IJslands experiment wel degelijk samen kan gaan met betoverend mooie songs
Museum van JFDR experimenteert er driftig op los en zet je met grote regelmaat op het verkeerde been, maar toch is het zeker geen ontoegankelijk album. De IJslandse muzikante Jófríður Ákadóttir maakt betoverend mooie muziek die lak heeft aan de conventies van de popsong met een kop en een staart, maar toch strijken haar songs niet tegen de haren in. Museum is onmiskenbaar een album dat in IJsland is gemaakt en het is een album dat goed is voor fraaie beelden op het netvlies. Het is misschien even wennen, maar als je eenmaal wordt gegrepen door de bijzondere muziek van Jófríður Ákadóttir wordt Museum van JFDR alleen maar mooier.
Ik was in 2017 heel enthousiast over Brazil, het eerste soloalbum van JFDR, het alter ego van de IJslandse muzikante Jófríður Ákadóttir. Deze Jófríður Ákadóttir was destijds pas 22 jaar oud, maar had haar sporen in de IJslandse popmuziek al ruimschoots verdiend. Op haar debuut als JFDR maakte de muzikante uit Reykjavík indruk met muziek die het je nergens makkelijk maakte. Het was muziek die bij vrijwel iedereen associaties opriep met de muziek van Björk, maar ik vond de muziek van JFDR een stuk aangenamer en bovendien aanzienlijk lichter verteerbaar.
De in 2020 verschenen opvolger New Dreams pikte ik om onduidelijke redenen niet direct bij de release op, maar groeide later uit tot een album dat me minstens net zo dierbaar was als het terecht stevig bewierookte Brazil. In 2021 bracht JFDR twee filmsoundtracks uit, waarvan er één redelijk dicht bij haar reguliere albums lag, maar toch net wat minder interessant was dan haar reguliere albums.
Na New Dreams zag ik ook het twee weken geleden verschenen Museum in eerste instantie over het hoofd, maar na een paar jubelverhalen in met name de Amerikaanse muziekpers, was ik dit keer gelukkig heel snel bij de les. Ook op Museum verloochent Jófríður Ákadóttir haar afkomst niet, want haar muziek heeft het mysterieuze, atmosferische en ijle wat muziek uit IJsland zo vaak heeft.
Bij muziek uit IJsland denk ook ik nog altijd in eerste instantie aan Björk, maar in muzikaal opzicht vind ik JFDR een stuk interessanter. Waar Björk zich op haar laatste album verloor in bombast en gekte, zijn de nieuwe songs van JFDR intiem, ingetogen en wonderschoon. Jófríður Ákadóttir grijpt op Museum minder naar de elektronica en heeft met name de piano centraal gezet. De vaak bijna serene pianoklanken worden gecombineerd met subtiele bas en drums, subtiele lagen synths en hier en daar wat bijdragen van de viool en de harp.
Dat laatste instrument geeft de muziek van JFDR een sprookjesachtig karakter, wat weer contrasteert met het hier en daar vervormen van de muziek en de stem van JFDR, wat een vervreemdend effect heeft. JFDR experimenteert er ook op Museum flink op los. De IJslandse muzikante kiest nooit voor rechttoe rechtaan popsongs, maar ontoegankelijk vind ik haar muziek zeker niet. Museum betovert makkelijk met wonderschone klanken, die iets ongrijpbaars krijgen door de experimenten van de IJslandse muzikanten.
Ook de zang van Jófríður Ákadóttir is vooral zacht en mooi, maar ook met haar stem zoekt de muzikante uit Reykjavík hier en daar de grenzen op. Op Museum domineert, nog meer dan op de vorige twee albums van JFDR, de verfijning. De IJslandse muzikante gaat bijna minimalistische klanken niet uit de weg, maar de arrangementen zijn ook weelderig en beeldend.
Jófríður Ákadóttir maakte twee jaar geleden twee echte filmsoundtracks, maar ook de songs op Museum zouden niet misstaan in een film, want wat zijn de fraaie klanken op het album beeldend en wat prikkelt de muziek van de IJslandse muzikante intens de fantasie. Met albums als Museum zit Jófríður Ákadóttir haar beroemde landgenote waarschijnlijk snel op de hielen, maar persoonlijk vind ik Museum beter dan alles van Björk. Erwin Zijleman
Jillette Johnson - All I Ever See in You Is Me (2017)

4,5
1
geplaatst: 19 augustus 2017, 10:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jillette Johnson - All I Ever See In You Is Me - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Al weer bijna vier jaar geleden debuteerde de Amerikaanse singer-songwriter Jillette Johnson met Water In A Whale.
Ik was diep onder de indruk van de eerste plaat van de jonge singer-songwriter uit New York, maar het debuut van Jillette Johnson wist Nederland helaas niet te bereiken en was op dat moment ook niet beschikbaar via streaming diensten als Spotify en Apple Music, waardoor het talent van de Amerikaanse in Nederland niet werd opgemerkt.
Ook de tweede plaat van Jillette Johnson krijgt in Nederland vooralsnog niet veel aandacht, maar dat gaat ongetwijfeld veranderen wanneer de plaat in september ook hier in de winkels ligt.
Op All I Ever See In You Is Me zet Jillette Johnson immers een enorme stap voorwaarts en schaart ze zich definitief onder de smaakmakers in het genre van de vrouwelijke singer-songwriters.
Voor de productie van haar tweede plaat wist de singer-songwriter uit New York niemand minder dan Dave Cobb (Sturgill Simpson, Chris Stapleton, Jason Isbell) te strikken en dat is een uitstekende keuze geweest. De gelouterde producer uit Nashville, die de afgelopen jaren meerdere jaarlijstjesplaten produceerde, heeft de tweede plaat van Jillette Johnson voorzien van een tijdloos geluid dat perfect past bij haar mooie en veelzijdige stem.
De Amerikaanse singer-songwriter werd in de recensies van haar zo indrukwekkende debuut vergeleken met grootheden als Carole King, Kate Bush, Tori Amos en vooral Laura Nyro, maar verrast op All I Ever See In You Is Me met een geluid dat nog veel meer associaties oproept, maar ook het eigen Jillette Johnson geluid laat horen.
All I Ever See In You Is Me is voorzien van een zeer ingetogen geluid, waarin de piano van Jillette Johnson de hoofdrol speelt. Vanwege de combinatie van piano en zang roept de tweede plaat van de Amerikaanse uiteraard associaties op met de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70 (met name Carole King en Laura Nyro), maar All I Ever See In You Is Me herinnert ook aan de tijdloze pop van Fleetwood Mac en aan de misschien net wat te zoetsappige country van Dolly Parton.
Meer dan het debuut roept de tweede plaat van Jillette Johnson bij mij echter ook associaties op met de intieme popmuziek van Natalie Merchant, met de avontuurlijke pianopop van Regina Spektor en bij vlagen ook met de melancholische muziek van Fiona Apple. Door het vleugje Lana Del Rey en Vanessa Carlton krijgt All I Ever See In You Is Me ook een voorzichtig eigentijds tintje, maar de tweede plaat van Jillette Johnson is uiteindelijk toch vooral een klassieke singer-songwriter plaat.
In dat genre moet de Amerikaanse concurreren met flink wat getalenteerde soortgenoten en opboksen tegen de groten uit het verleden, maar All I Ever See In You Is Me kan de strijd als je het mij vraagt aan.
In muzikaal en productioneel opzicht klopt alles en ook in vocaal opzicht maakt Jillette Johnson nog meer indruk dan op haar debuut. Het zijn echter vooral de uitstekende songs en de persoonlijke teksten die de plaat naar grote hoogten tillen. Ik schrijf hem alvast op voor mijn jaarlijstje, want Jillette Johnson doet alles waar ik een zwak voor heb. En ze doet het echt verdomd goed. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jillette Johnson - All I Ever See In You Is Me - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Al weer bijna vier jaar geleden debuteerde de Amerikaanse singer-songwriter Jillette Johnson met Water In A Whale.
Ik was diep onder de indruk van de eerste plaat van de jonge singer-songwriter uit New York, maar het debuut van Jillette Johnson wist Nederland helaas niet te bereiken en was op dat moment ook niet beschikbaar via streaming diensten als Spotify en Apple Music, waardoor het talent van de Amerikaanse in Nederland niet werd opgemerkt.
Ook de tweede plaat van Jillette Johnson krijgt in Nederland vooralsnog niet veel aandacht, maar dat gaat ongetwijfeld veranderen wanneer de plaat in september ook hier in de winkels ligt.
Op All I Ever See In You Is Me zet Jillette Johnson immers een enorme stap voorwaarts en schaart ze zich definitief onder de smaakmakers in het genre van de vrouwelijke singer-songwriters.
Voor de productie van haar tweede plaat wist de singer-songwriter uit New York niemand minder dan Dave Cobb (Sturgill Simpson, Chris Stapleton, Jason Isbell) te strikken en dat is een uitstekende keuze geweest. De gelouterde producer uit Nashville, die de afgelopen jaren meerdere jaarlijstjesplaten produceerde, heeft de tweede plaat van Jillette Johnson voorzien van een tijdloos geluid dat perfect past bij haar mooie en veelzijdige stem.
De Amerikaanse singer-songwriter werd in de recensies van haar zo indrukwekkende debuut vergeleken met grootheden als Carole King, Kate Bush, Tori Amos en vooral Laura Nyro, maar verrast op All I Ever See In You Is Me met een geluid dat nog veel meer associaties oproept, maar ook het eigen Jillette Johnson geluid laat horen.
All I Ever See In You Is Me is voorzien van een zeer ingetogen geluid, waarin de piano van Jillette Johnson de hoofdrol speelt. Vanwege de combinatie van piano en zang roept de tweede plaat van de Amerikaanse uiteraard associaties op met de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70 (met name Carole King en Laura Nyro), maar All I Ever See In You Is Me herinnert ook aan de tijdloze pop van Fleetwood Mac en aan de misschien net wat te zoetsappige country van Dolly Parton.
Meer dan het debuut roept de tweede plaat van Jillette Johnson bij mij echter ook associaties op met de intieme popmuziek van Natalie Merchant, met de avontuurlijke pianopop van Regina Spektor en bij vlagen ook met de melancholische muziek van Fiona Apple. Door het vleugje Lana Del Rey en Vanessa Carlton krijgt All I Ever See In You Is Me ook een voorzichtig eigentijds tintje, maar de tweede plaat van Jillette Johnson is uiteindelijk toch vooral een klassieke singer-songwriter plaat.
In dat genre moet de Amerikaanse concurreren met flink wat getalenteerde soortgenoten en opboksen tegen de groten uit het verleden, maar All I Ever See In You Is Me kan de strijd als je het mij vraagt aan.
In muzikaal en productioneel opzicht klopt alles en ook in vocaal opzicht maakt Jillette Johnson nog meer indruk dan op haar debuut. Het zijn echter vooral de uitstekende songs en de persoonlijke teksten die de plaat naar grote hoogten tillen. Ik schrijf hem alvast op voor mijn jaarlijstje, want Jillette Johnson doet alles waar ik een zwak voor heb. En ze doet het echt verdomd goed. Erwin Zijleman
Jillette Johnson - It's a Beautiful Day and I Love You (2021)

4,0
0
geplaatst: 13 februari 2021, 10:22 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jillette Johnson - It's A Beautiful Day And I Love You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jillette Johnson - It's A Beautiful Day And I Love You
It's A Beautiful Day And I Love You is het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter Jillette Johnson en het is er wederom een vol geweldige songs, veel invloeden en een prachtstem
De albums van Jillette Johnson doen tot nu toe niet veel in Nederland (en de rest van Europa). Dat is jammer, want de singer-songwriter heeft met het deze week verschenen It's A Beautiful Day And I Love You inmiddels drie prima albums op haar naam staan. De vorige was vooral een tijdloos singer-songwriter album, maar op haar nieuwe album strijden Amerikaanse rootsmuziek en pop en rock om de aandacht. Het levert wederom een tijdloos album op dat iedere keer weer een andere invalshoek kiest, maar alle songs zijn even onweerstaanbaar, klinken even lekker en natuurlijk is er altijd de prima stem van Jillette Johnson die haar songs gloedvol vertolkt.
De Amerikaanse singer-songwriter Jillette Johnson debuteerde acht jaar geleden zeer verdienstelijk met het fraaie Water In A Whale, dat in Nederland helaas weinig deed, maar dat in de Verenigde Staten kon rekenen op goede kritieken. Vier jaar geleden verscheen het nog veel betere All I Ever See In You Is Me, maar ok dit album wist Nederland maar nauwelijks te bereiken.
We zijn inmiddels weer vier jaar verder en deze week verscheen daarom It's A Beautiful Day And I Love You, het derde album van Jillette Johnson. Op haar debuutalbum vermengde de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek met pop en dat deed ze op zeer smaakvolle wijze. Het tweede album van Jillette Johnson was veel soberder ingekleurd met vooral piano en schoof op richting de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70.
Het is een lijn die de Amerikaanse singer-songwriter slechts in zeer beperkte mate doortrekt op haar nieuwe album. It’s A Beautiful Day And I Love You ligt in het verlengde van het debuut van Jillette Johnson en schuift weer wat meer op richting pop, terwijl hiernaast invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek worden verwerkt, met hier en daar wat uitstapjes richting classic rock.
De muzikante uit Nashville heeft dit keer niet gekozen voor een eenvormig geluid, maar schiet alle kanten op. De ene keer domineert de pop, de volgende keer de country of toch de rock. It’s A Beautiful Day And I Love You is qua stijlen een bont album, maar de instrumentatie is nog wat veelkleuriger.
Jillette Johnson kiest op haar derde album vooral voor tijdloze klanken en ze zijn in alle gevallen even sfeervol als smaakvol. Voor liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek is het waarschijnlijk wat te vol en gepolijst, maar voor mij voelt het geluid op It’s A Beautiful Day And I Love You iedere keer weer aan als de op deze winterdagen zo gewenste warme deken.
Het geluid op het derde album van Jillette Johnson is gloedvol en tijdloos en dat geldt ook voor de songs op het album. Het zijn stuk voor stuk songs van alle tijden en het zijn niet alleen songs die zich makkelijk in het geheugen nestelen, maar het zijn ook nog eens songs die je humeur een flinke boost geven.
It’s A Beautiful Day And I Love You is voor mij het feelgood album dat de titel suggereert. Dit predicaat dankt het album aan het mooie geluid en de aansprekende songs, maar zeker ook aan de bijzonder aangename stem van Jillette Johnson, die alle songs op het album nog een stukje verder optilt met uitstekende vocalen.
Net als met de eerste twee albums speelde Jillette Johnson voor mij weer vrijwel onmiddellijk een gewonnen wedstrijd en de songs op It’s A Beautiful Day And I Love You verliezen bij herhaalde beluistering zeker niet aan kracht. Integendeel. Met name de gitaarlijnen op het album worden mooier en mooier, terwijl de zang van de Amerikaanse muzikante alleen maar onweerstaanbaarder wordt.
Jillette Johnson is in Nederland volslagen onbekend, maar It’s A Beautiful Day And I Love You is voltreffer nummer drie. Valt er dan helemaal niets te klagen bij beluistering van het derde album van Jillette Johnson? Ja, met 31 minuten is het album aan de korte kant. Gelukkig zijn de eerste twee albums er ook nog. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jillette Johnson - It's A Beautiful Day And I Love You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jillette Johnson - It's A Beautiful Day And I Love You
It's A Beautiful Day And I Love You is het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter Jillette Johnson en het is er wederom een vol geweldige songs, veel invloeden en een prachtstem
De albums van Jillette Johnson doen tot nu toe niet veel in Nederland (en de rest van Europa). Dat is jammer, want de singer-songwriter heeft met het deze week verschenen It's A Beautiful Day And I Love You inmiddels drie prima albums op haar naam staan. De vorige was vooral een tijdloos singer-songwriter album, maar op haar nieuwe album strijden Amerikaanse rootsmuziek en pop en rock om de aandacht. Het levert wederom een tijdloos album op dat iedere keer weer een andere invalshoek kiest, maar alle songs zijn even onweerstaanbaar, klinken even lekker en natuurlijk is er altijd de prima stem van Jillette Johnson die haar songs gloedvol vertolkt.
De Amerikaanse singer-songwriter Jillette Johnson debuteerde acht jaar geleden zeer verdienstelijk met het fraaie Water In A Whale, dat in Nederland helaas weinig deed, maar dat in de Verenigde Staten kon rekenen op goede kritieken. Vier jaar geleden verscheen het nog veel betere All I Ever See In You Is Me, maar ok dit album wist Nederland maar nauwelijks te bereiken.
We zijn inmiddels weer vier jaar verder en deze week verscheen daarom It's A Beautiful Day And I Love You, het derde album van Jillette Johnson. Op haar debuutalbum vermengde de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek met pop en dat deed ze op zeer smaakvolle wijze. Het tweede album van Jillette Johnson was veel soberder ingekleurd met vooral piano en schoof op richting de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70.
Het is een lijn die de Amerikaanse singer-songwriter slechts in zeer beperkte mate doortrekt op haar nieuwe album. It’s A Beautiful Day And I Love You ligt in het verlengde van het debuut van Jillette Johnson en schuift weer wat meer op richting pop, terwijl hiernaast invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek worden verwerkt, met hier en daar wat uitstapjes richting classic rock.
De muzikante uit Nashville heeft dit keer niet gekozen voor een eenvormig geluid, maar schiet alle kanten op. De ene keer domineert de pop, de volgende keer de country of toch de rock. It’s A Beautiful Day And I Love You is qua stijlen een bont album, maar de instrumentatie is nog wat veelkleuriger.
Jillette Johnson kiest op haar derde album vooral voor tijdloze klanken en ze zijn in alle gevallen even sfeervol als smaakvol. Voor liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek is het waarschijnlijk wat te vol en gepolijst, maar voor mij voelt het geluid op It’s A Beautiful Day And I Love You iedere keer weer aan als de op deze winterdagen zo gewenste warme deken.
Het geluid op het derde album van Jillette Johnson is gloedvol en tijdloos en dat geldt ook voor de songs op het album. Het zijn stuk voor stuk songs van alle tijden en het zijn niet alleen songs die zich makkelijk in het geheugen nestelen, maar het zijn ook nog eens songs die je humeur een flinke boost geven.
It’s A Beautiful Day And I Love You is voor mij het feelgood album dat de titel suggereert. Dit predicaat dankt het album aan het mooie geluid en de aansprekende songs, maar zeker ook aan de bijzonder aangename stem van Jillette Johnson, die alle songs op het album nog een stukje verder optilt met uitstekende vocalen.
Net als met de eerste twee albums speelde Jillette Johnson voor mij weer vrijwel onmiddellijk een gewonnen wedstrijd en de songs op It’s A Beautiful Day And I Love You verliezen bij herhaalde beluistering zeker niet aan kracht. Integendeel. Met name de gitaarlijnen op het album worden mooier en mooier, terwijl de zang van de Amerikaanse muzikante alleen maar onweerstaanbaarder wordt.
Jillette Johnson is in Nederland volslagen onbekend, maar It’s A Beautiful Day And I Love You is voltreffer nummer drie. Valt er dan helemaal niets te klagen bij beluistering van het derde album van Jillette Johnson? Ja, met 31 minuten is het album aan de korte kant. Gelukkig zijn de eerste twee albums er ook nog. Erwin Zijleman
Jim James - Eternally Even (2016)

4,0
0
geplaatst: 8 november 2016, 15:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jim James - Eternally Even - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jim James, ook bekend als Yim Yames of als James Edward Olliges Jr., kennen we natuurlijk als zanger van My Morning Jacket en als lid van gelegenheidsbands als The New Basement Tapes en Monsters of Folk, maar sinds het bijna op therapeutische basis gemaakte Regions Of Light And Sound Of God, staat zijn naam ook op de kaart als soloartiest.
Zijn solocarrière krijgt nu een vervolg met Eternally Even en wat is het een mooi en bijzonder vervolg geworden.
Op Eternally Even werkt Jim James nauw samen met Blake Mills en dat is de afgelopen twee jaar bijna een garantie voor een bijzondere plaat (Mills maakte in 2014 zelf een jaarlijstjes plaat en schitterde dit jaar onder andere op de prachtplaat van Cass McCombs).
Naast Blake Mills en Jim James schoven meerdere gastmuzikanten van naam en faam aan en met zijn allen zorgen ze voor een vol en opvallend bont geluid, dat meestal ver is verwijderd van de muziek die Jim James met My Morning Jacket maakt. Of fans van My Morning Jacket of liefhebbers van het soort muziek dat de band maakt blij gaan worden van Eternally Even durf ik dan ook te betwijfelen.
Jim James en zijn medemuzikanten maken op de nieuwe soloplaat van de muzikant uit Louisville, Kentucky, muziek die zich lastig laat omschrijven en die bestaat uit ingrediënten die niet heel vaak vermengd worden. Op Eternally Even staan invloeden uit de soul, jazz en psychedelica centraal, maar ook uitstapjes richting pop, elektronica, R&B en progrock (!) worden niet geschuwd.
Bij beluistering van de plaat heb ik soms associaties met What’s Going On van Marvin Gaye, maar Eternally Even sluit ook met enige regelmaat aan bij de hedendaagse elektronische muziek, of stiekem toch bij de muziek van de geweldige band die Jim James buiten zijn solo escapades aanvoert, al zingt Jim James op deze plaat flink anders dan we van hem gewend zijn en kiest hij vooral voor de lagere registers.
Eternally Even is een plaat die smeekt om onbevooroordeelde beluistering. Juist wanneer je het veelkleurige geluid op de plaat ondergaat en niet in een hokje probeert te duwen, komt de plaat tot leven en komen fraaie beelden aan de oppervlakte. In eerste instantie vond ik een aantal tracks te elektronisch en een aantal andere tracks wat te zweverig of trippy, maar wanneer je Eternally Even wat vaker hoort, komen de meeste songs op de plaat tot leven en dwingt Jim James bij mij vrijwel uitsluitend respect af.
Met zijn nieuwe soloplaat doet Jim James precies wat je zou moeten verwachten van een soloplaat. Hij kleurt continu buiten de lijntjes van de muziek van My Morning Jacket en slaat wegen in die je niet van hem zou verwachten. Het is absoluut even wennen, maar als je het juiste moment voor Eternally Even eenmaal hebt gevonden is het een bijzonder en meer dan eens bloedstollend mooie plaat, die steeds weer nieuwe, mooie en verrassende dingen laat horen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jim James - Eternally Even - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jim James, ook bekend als Yim Yames of als James Edward Olliges Jr., kennen we natuurlijk als zanger van My Morning Jacket en als lid van gelegenheidsbands als The New Basement Tapes en Monsters of Folk, maar sinds het bijna op therapeutische basis gemaakte Regions Of Light And Sound Of God, staat zijn naam ook op de kaart als soloartiest.
Zijn solocarrière krijgt nu een vervolg met Eternally Even en wat is het een mooi en bijzonder vervolg geworden.
Op Eternally Even werkt Jim James nauw samen met Blake Mills en dat is de afgelopen twee jaar bijna een garantie voor een bijzondere plaat (Mills maakte in 2014 zelf een jaarlijstjes plaat en schitterde dit jaar onder andere op de prachtplaat van Cass McCombs).
Naast Blake Mills en Jim James schoven meerdere gastmuzikanten van naam en faam aan en met zijn allen zorgen ze voor een vol en opvallend bont geluid, dat meestal ver is verwijderd van de muziek die Jim James met My Morning Jacket maakt. Of fans van My Morning Jacket of liefhebbers van het soort muziek dat de band maakt blij gaan worden van Eternally Even durf ik dan ook te betwijfelen.
Jim James en zijn medemuzikanten maken op de nieuwe soloplaat van de muzikant uit Louisville, Kentucky, muziek die zich lastig laat omschrijven en die bestaat uit ingrediënten die niet heel vaak vermengd worden. Op Eternally Even staan invloeden uit de soul, jazz en psychedelica centraal, maar ook uitstapjes richting pop, elektronica, R&B en progrock (!) worden niet geschuwd.
Bij beluistering van de plaat heb ik soms associaties met What’s Going On van Marvin Gaye, maar Eternally Even sluit ook met enige regelmaat aan bij de hedendaagse elektronische muziek, of stiekem toch bij de muziek van de geweldige band die Jim James buiten zijn solo escapades aanvoert, al zingt Jim James op deze plaat flink anders dan we van hem gewend zijn en kiest hij vooral voor de lagere registers.
Eternally Even is een plaat die smeekt om onbevooroordeelde beluistering. Juist wanneer je het veelkleurige geluid op de plaat ondergaat en niet in een hokje probeert te duwen, komt de plaat tot leven en komen fraaie beelden aan de oppervlakte. In eerste instantie vond ik een aantal tracks te elektronisch en een aantal andere tracks wat te zweverig of trippy, maar wanneer je Eternally Even wat vaker hoort, komen de meeste songs op de plaat tot leven en dwingt Jim James bij mij vrijwel uitsluitend respect af.
Met zijn nieuwe soloplaat doet Jim James precies wat je zou moeten verwachten van een soloplaat. Hij kleurt continu buiten de lijntjes van de muziek van My Morning Jacket en slaat wegen in die je niet van hem zou verwachten. Het is absoluut even wennen, maar als je het juiste moment voor Eternally Even eenmaal hebt gevonden is het een bijzonder en meer dan eens bloedstollend mooie plaat, die steeds weer nieuwe, mooie en verrassende dingen laat horen. Erwin Zijleman
Jim James - Uniform Distortion (2018)

4,0
0
geplaatst: 4 juli 2018, 12:33 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jim James - Uniform Distortion - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Het is een knap stapeltje platen dat Jim James, ook bekend als Yim Yames en geboren als James Edward Olliges Jr., inmiddels op zijn naam heeft staan.
De muzikant uit Louisville, Kentucky, (maar tegenwoordig woonachtig in Los Angeles) brak ooit door met de prachtband My Morning Jacket, maakte deel uit van de aansprekende gelegenheidsformaties The New Basement Tapes en Monsters of Folk en heeft de afgelopen jaren ook een stapeltje prima soloplaten afgeleverd.
Ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van Regions Of Light And Sound Of God uit 2013 en Eternally Even uit 2016 en ook de covers plaat Tribute To 2 van vorig jaar mocht er best zijn. Alle reden dus om nieuwsgierig te zijn naar Uniform Distortion dat vorige week verscheen.
Ik heb de plaat een aantal keren gehoord en na mijn eerste teleurstelling begint de plaat inmiddels te groeien. Jim James maakt het de luisteraar op vrijwel al zijn platen soms makkelijk en soms moeilijk en Uniform Distortion is wat dat betreft geen uitzondering. Een deel van de songs op de plaat dringt zich makkelijk op met memorabele melodieën en songs vol invloeden uit vervlogen tijden, maar ik hoor bij Jim James ook altijd wel songs waarin de Amerikaanse muzikant zich er wel erg makkelijk van af lijkt te maken en direct veel minder indruk maakt. Dat is ook bij beluistering van Uniform Distortion weer het geval, maar ook dit keer beschikt een deel van de wat mindere songs over groeipotentie.
Jim James maakt vaak muziek met een stevige hang naar het verleden en dat is op zijn nieuwe plaat niet anders. Uniform Distortion laat zich met grote regelmaat beluisteren als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en dit keer liggen de platen van Neil Young en zijn band Crazy Horse wat mij betreft bovenop. Met wat onvaste maar emotievolle vocalen, geweldige melodieën en heerlijk gruizig maar tegelijkertijd melodieus gitaarwerk eert Jim James een paar keer de oude meester, maar Uniform Distortion blijft zeker niet steken in de jaren 70.
Jim James maakte de afgelopen zowel uiterst ingetogen akoestische platen als door heel veel synths gedragen elektronische platen, maar zijn nieuwe plaat is een rockplaat. Het is een rockplaat die imponeert met een aantal songs die zo uit een vergeten sessie van Neil Young afkomstig zouden kunnen zijn, maar Jim James komt ook op de proppen met een aantal rechttoe rechtaan stampers (in de tweede track lijkt de man zelfs geïnspireerd door Status Quo en later komen ook de Ramones nog voorbij) en met een aantal songs die opschuiven in de richting van de 90s indie-rock van Dinosaur Jr., dat een deel van de mosterd natuurlijk ook in het verleden haalde.
Uniform Distortion klinkt hier en daar als een plaat die Jim James op een verloren avond of in een dronken bui heeft gemaakt, waardoor ik bij eerste beluistering niet erg onder de indruk was van de plaat. De nieuwe plaat van de Amerikaanse muzikant wordt echter snel beter, waarna de balans in de goede richting doorslaat en het losse en ontspannen karakter van de songs de plaat een boost geeft. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jim James - Uniform Distortion - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Het is een knap stapeltje platen dat Jim James, ook bekend als Yim Yames en geboren als James Edward Olliges Jr., inmiddels op zijn naam heeft staan.
De muzikant uit Louisville, Kentucky, (maar tegenwoordig woonachtig in Los Angeles) brak ooit door met de prachtband My Morning Jacket, maakte deel uit van de aansprekende gelegenheidsformaties The New Basement Tapes en Monsters of Folk en heeft de afgelopen jaren ook een stapeltje prima soloplaten afgeleverd.
Ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van Regions Of Light And Sound Of God uit 2013 en Eternally Even uit 2016 en ook de covers plaat Tribute To 2 van vorig jaar mocht er best zijn. Alle reden dus om nieuwsgierig te zijn naar Uniform Distortion dat vorige week verscheen.
Ik heb de plaat een aantal keren gehoord en na mijn eerste teleurstelling begint de plaat inmiddels te groeien. Jim James maakt het de luisteraar op vrijwel al zijn platen soms makkelijk en soms moeilijk en Uniform Distortion is wat dat betreft geen uitzondering. Een deel van de songs op de plaat dringt zich makkelijk op met memorabele melodieën en songs vol invloeden uit vervlogen tijden, maar ik hoor bij Jim James ook altijd wel songs waarin de Amerikaanse muzikant zich er wel erg makkelijk van af lijkt te maken en direct veel minder indruk maakt. Dat is ook bij beluistering van Uniform Distortion weer het geval, maar ook dit keer beschikt een deel van de wat mindere songs over groeipotentie.
Jim James maakt vaak muziek met een stevige hang naar het verleden en dat is op zijn nieuwe plaat niet anders. Uniform Distortion laat zich met grote regelmaat beluisteren als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en dit keer liggen de platen van Neil Young en zijn band Crazy Horse wat mij betreft bovenop. Met wat onvaste maar emotievolle vocalen, geweldige melodieën en heerlijk gruizig maar tegelijkertijd melodieus gitaarwerk eert Jim James een paar keer de oude meester, maar Uniform Distortion blijft zeker niet steken in de jaren 70.
Jim James maakte de afgelopen zowel uiterst ingetogen akoestische platen als door heel veel synths gedragen elektronische platen, maar zijn nieuwe plaat is een rockplaat. Het is een rockplaat die imponeert met een aantal songs die zo uit een vergeten sessie van Neil Young afkomstig zouden kunnen zijn, maar Jim James komt ook op de proppen met een aantal rechttoe rechtaan stampers (in de tweede track lijkt de man zelfs geïnspireerd door Status Quo en later komen ook de Ramones nog voorbij) en met een aantal songs die opschuiven in de richting van de 90s indie-rock van Dinosaur Jr., dat een deel van de mosterd natuurlijk ook in het verleden haalde.
Uniform Distortion klinkt hier en daar als een plaat die Jim James op een verloren avond of in een dronken bui heeft gemaakt, waardoor ik bij eerste beluistering niet erg onder de indruk was van de plaat. De nieuwe plaat van de Amerikaanse muzikant wordt echter snel beter, waarna de balans in de goede richting doorslaat en het losse en ontspannen karakter van de songs de plaat een boost geeft. Erwin Zijleman
Jim Lauderdale - From Another World (2019)

4,0
0
geplaatst: 28 juni 2019, 12:27 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jim Lauderdale - From Another World - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jim Lauderdale - From Another World
Jim Lauderdale heeft een productie om bang van te worden, maar ook kwalitatief weet de Amerikaanse muzikant wederom de juiste snaar te raken
Ieder jaar ligt er weer een nieuw album van Jim Lauderdale. Ik deed er niet zo gek veel mee, tot ik diep onder de indruk raakte van het in 2017 verschenen London Southern. Het was een wat atypisch album in het oeuvre van Jim Lauderdale, maar langzaam maar zeker werd ook zijn andere muziek me dierbaar. Op zijn nieuwe album stapt de Amerikaanse muzikant weer wat af van de traditionele country en bluegrass en kiest hij voor een geluid dat onder andere is geïnjecteerd met countryrock en psychedelica. Het is muziek met oog en oor voor de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek, maar Jim Lauderdale kleurt ook altijd buiten de lijntjes.
Jim Lauderdale dook aan het eind van de jaren 80 op als muzikant en is sinds het begin van de jaren 90 een vaste waarde binnen de Amerikaanse rootsmuziek.
De al tijden in Nashville, Tennessee, woonachtige muzikant is er een van het oude stempel. Jim Lauderdale maakt aan de lopende band nieuwe muziek en brengt deze muziek ook direct uit. De Amerikaanse muzikant heeft daarom inmiddels een enorme stapel albums op zijn naam staan en tot op de dag van vandaag komt er ieder jaar minstens één album bij.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik me pas in de muziek van Jim Lauderdale ben gaan verdiepen na de release van het geweldige London Southern, dat in 2017 terecht kwam in mijn jaarlijstje. Op London Southern werkte Jim Lauderdale samen met de mensen achter Nick Lowe en kleurde hij weer eens op fascinerende wijze buiten zijn lijntjes. Het zijn lijntjes die alle kanten op schieten, want Jim Lauderdale heeft de afgelopen decennia alle uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek bewandeld.
Het vorig jaar verschenen Time Flies vond ik niet zo goed als het in rhythm & blues gewortelde London Southern, maar het vooral door country en bluegrass geïnspireerde album bleek een groeiplaat. Tijd om op adem te komen hebben we niet, want inmiddels is er alweer een nieuw album van de Amerikaanse muzikant verschenen.
From Another World toont op de cover wederom de fantastische kop van Jim Lauderdale, maar in muzikaal opzicht legt de muzikant uit Nashville wederom net wat andere accenten. Vergeleken met zijn directe voorganger is From Another World wat steviger. Invloeden uit de country en bluegrass zijn aangevuld met invloeden uit de countryrock en hier en daar is bovendien een psychedelisch accent te horen.
Jim Lauderdale maakt nog altijd muziek die diep is geworteld in de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek, maar oubollig klinkt het nergens. Op hetzelfde moment maakt Jim Lauderdale ook nog altijd muziek die wars is van pretenties. Ook From Another World klinkt weer als een album dat met veel liefde voor de muziek in elkaar is gesmeed en geen hoger doel heeft dan vermaken en ontroeren.
Waar ik direct enorm onder de indruk was van London Southern, is ook From Another World weer een album waar ik in eerste instantie aan moest wennen. Hier en daar is het net naar mijn smaak net wat te traditioneel, maar wanneer het spelplezier van Jim Lauderdale en zijn band eenmaal is overgesprongen is ook dit weer snel een album dat je vaker terug wilt horen en dat leuker en interessanter wordt. En zeker wanneer Jim Lauderdale heerlijke vrouwenstemmen toevoegt ben ik toch weer snel verkocht.
Alleen al de ongekende productie van de Amerikaanse muzikant dwingt heel veel respect af, maar sinds ik wat beter naar zijn albums luister, hoor ik dat ook met de kwaliteit van zijn albums niets mis is. Het geldt ook voor From Another World dat na een aantal luisterbeurten beter en beter wordt en stiekem toch dicht in de buurt komt van het door mij onbereikbaar geachte London Southern. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jim Lauderdale - From Another World - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jim Lauderdale - From Another World
Jim Lauderdale heeft een productie om bang van te worden, maar ook kwalitatief weet de Amerikaanse muzikant wederom de juiste snaar te raken
Ieder jaar ligt er weer een nieuw album van Jim Lauderdale. Ik deed er niet zo gek veel mee, tot ik diep onder de indruk raakte van het in 2017 verschenen London Southern. Het was een wat atypisch album in het oeuvre van Jim Lauderdale, maar langzaam maar zeker werd ook zijn andere muziek me dierbaar. Op zijn nieuwe album stapt de Amerikaanse muzikant weer wat af van de traditionele country en bluegrass en kiest hij voor een geluid dat onder andere is geïnjecteerd met countryrock en psychedelica. Het is muziek met oog en oor voor de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek, maar Jim Lauderdale kleurt ook altijd buiten de lijntjes.
Jim Lauderdale dook aan het eind van de jaren 80 op als muzikant en is sinds het begin van de jaren 90 een vaste waarde binnen de Amerikaanse rootsmuziek.
De al tijden in Nashville, Tennessee, woonachtige muzikant is er een van het oude stempel. Jim Lauderdale maakt aan de lopende band nieuwe muziek en brengt deze muziek ook direct uit. De Amerikaanse muzikant heeft daarom inmiddels een enorme stapel albums op zijn naam staan en tot op de dag van vandaag komt er ieder jaar minstens één album bij.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik me pas in de muziek van Jim Lauderdale ben gaan verdiepen na de release van het geweldige London Southern, dat in 2017 terecht kwam in mijn jaarlijstje. Op London Southern werkte Jim Lauderdale samen met de mensen achter Nick Lowe en kleurde hij weer eens op fascinerende wijze buiten zijn lijntjes. Het zijn lijntjes die alle kanten op schieten, want Jim Lauderdale heeft de afgelopen decennia alle uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek bewandeld.
Het vorig jaar verschenen Time Flies vond ik niet zo goed als het in rhythm & blues gewortelde London Southern, maar het vooral door country en bluegrass geïnspireerde album bleek een groeiplaat. Tijd om op adem te komen hebben we niet, want inmiddels is er alweer een nieuw album van de Amerikaanse muzikant verschenen.
From Another World toont op de cover wederom de fantastische kop van Jim Lauderdale, maar in muzikaal opzicht legt de muzikant uit Nashville wederom net wat andere accenten. Vergeleken met zijn directe voorganger is From Another World wat steviger. Invloeden uit de country en bluegrass zijn aangevuld met invloeden uit de countryrock en hier en daar is bovendien een psychedelisch accent te horen.
Jim Lauderdale maakt nog altijd muziek die diep is geworteld in de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek, maar oubollig klinkt het nergens. Op hetzelfde moment maakt Jim Lauderdale ook nog altijd muziek die wars is van pretenties. Ook From Another World klinkt weer als een album dat met veel liefde voor de muziek in elkaar is gesmeed en geen hoger doel heeft dan vermaken en ontroeren.
Waar ik direct enorm onder de indruk was van London Southern, is ook From Another World weer een album waar ik in eerste instantie aan moest wennen. Hier en daar is het net naar mijn smaak net wat te traditioneel, maar wanneer het spelplezier van Jim Lauderdale en zijn band eenmaal is overgesprongen is ook dit weer snel een album dat je vaker terug wilt horen en dat leuker en interessanter wordt. En zeker wanneer Jim Lauderdale heerlijke vrouwenstemmen toevoegt ben ik toch weer snel verkocht.
Alleen al de ongekende productie van de Amerikaanse muzikant dwingt heel veel respect af, maar sinds ik wat beter naar zijn albums luister, hoor ik dat ook met de kwaliteit van zijn albums niets mis is. Het geldt ook voor From Another World dat na een aantal luisterbeurten beter en beter wordt en stiekem toch dicht in de buurt komt van het door mij onbereikbaar geachte London Southern. Erwin Zijleman
Jim Lauderdale - London Southern (2017)

4,5
0
geplaatst: 9 februari 2017, 15:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jim Lauderdale - London Southern - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jim Lauderdale is in Amerikaanse rootskringen inmiddels al een aantal decennia een begrip, maar in Nederland krijgen zijn platen over het algemeen niet zoveel aandacht.
Het zijn nogal wat platen, want de vanuit Nashville opererende singer-songwriter is enorm productief.
Alleen in het huidige millennium tel ik al bijna twintig platen en het vorige week verschenen London Southern is de meest recente van het stel.
Voor zijn nieuwe plaat verruilde Jim Lauderdale zijn vertrouwde thuisbasis Nashville voor Londen, waar hij de studio in dook met Nick Lowe producers Neil Brockbank en Robert Trehern en de band van Nick Lowe. Dat laatste las ik pas toen ik de plaat al een aantal keren had gehoord en verklaart waarom ik bij beluistering van London Southern meer dan eens aan Nick Lowe moest denken.
De nieuwe plaat van Jim Lauderdale werd weliswaar opgenomen in Londen, maar klinkt vooral heel Amerikaans. Jim Lauderdale liet in het verleden al horen dat hij het volledige spectrum van de Amerikaanse rootsmuziek in de vingers heeft en dat doet hij ook weer op zijn nieuwe plaat.
Waar op de meeste platen van de Amerikaan invloeden uit de country en bluegrass domineren, is London Southern vooral een soul en rhythm & blues plaat. Het is de soul en rhythm & blues uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten en ook dit genre ligt Jim Lauderdale uitstekend.
De band van Nick Lowe stond misschien in de studio in het kille Londen, maar waande zich in de befaamde Muscle Shoals studio’s in Alabama. London Southern klinkt heerlijk broeierig en doet qua productie en instrumentatie denken aan klassieke soulplaten uit het hart van Alabama.
Jim Lauderdale voelt zich in deze setting als een vis in het water en imponeert als crooner. In vocaal opzicht hoor ik zeker wat van Nick Lowe, maar er zijn ook raakvlakken met het werk van Van Morrison en verder drukt de ouwe rot Jim Lauderdale natuurlijk ook zelf zijn stempel op de plaat.
Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam, maar de songs op de plaat zijn stuk voor stuk van hoog niveau. Dat is deels de verdienste van Lauderdale zelf, maar ook de songwriting skills van onder andere Dan Penn en John Oates (Hall & Oates) tillen London Southern naar een hoger plan.
De afgelopen jaren kon ik de bijna grenzeloze productie van Jim Lauderdale niet bijbenen waardoor ik zijn meeste platen heb gemist, maar deze nieuwe plaat had ik voor geen goud willen missen.
Er zijn veel jonkies die denken dat ze een echte soulplaat kunnen maken, maar voor het echte werk moet je toch bij een door de wol geverfde muzikant als Jim Lauderdale zijn. Bijzonder indrukwekkende plaat. En de zeer authentieke cover is natuurlijk ook schitterend. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jim Lauderdale - London Southern - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jim Lauderdale is in Amerikaanse rootskringen inmiddels al een aantal decennia een begrip, maar in Nederland krijgen zijn platen over het algemeen niet zoveel aandacht.
Het zijn nogal wat platen, want de vanuit Nashville opererende singer-songwriter is enorm productief.
Alleen in het huidige millennium tel ik al bijna twintig platen en het vorige week verschenen London Southern is de meest recente van het stel.
Voor zijn nieuwe plaat verruilde Jim Lauderdale zijn vertrouwde thuisbasis Nashville voor Londen, waar hij de studio in dook met Nick Lowe producers Neil Brockbank en Robert Trehern en de band van Nick Lowe. Dat laatste las ik pas toen ik de plaat al een aantal keren had gehoord en verklaart waarom ik bij beluistering van London Southern meer dan eens aan Nick Lowe moest denken.
De nieuwe plaat van Jim Lauderdale werd weliswaar opgenomen in Londen, maar klinkt vooral heel Amerikaans. Jim Lauderdale liet in het verleden al horen dat hij het volledige spectrum van de Amerikaanse rootsmuziek in de vingers heeft en dat doet hij ook weer op zijn nieuwe plaat.
Waar op de meeste platen van de Amerikaan invloeden uit de country en bluegrass domineren, is London Southern vooral een soul en rhythm & blues plaat. Het is de soul en rhythm & blues uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten en ook dit genre ligt Jim Lauderdale uitstekend.
De band van Nick Lowe stond misschien in de studio in het kille Londen, maar waande zich in de befaamde Muscle Shoals studio’s in Alabama. London Southern klinkt heerlijk broeierig en doet qua productie en instrumentatie denken aan klassieke soulplaten uit het hart van Alabama.
Jim Lauderdale voelt zich in deze setting als een vis in het water en imponeert als crooner. In vocaal opzicht hoor ik zeker wat van Nick Lowe, maar er zijn ook raakvlakken met het werk van Van Morrison en verder drukt de ouwe rot Jim Lauderdale natuurlijk ook zelf zijn stempel op de plaat.
Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam, maar de songs op de plaat zijn stuk voor stuk van hoog niveau. Dat is deels de verdienste van Lauderdale zelf, maar ook de songwriting skills van onder andere Dan Penn en John Oates (Hall & Oates) tillen London Southern naar een hoger plan.
De afgelopen jaren kon ik de bijna grenzeloze productie van Jim Lauderdale niet bijbenen waardoor ik zijn meeste platen heb gemist, maar deze nieuwe plaat had ik voor geen goud willen missen.
Er zijn veel jonkies die denken dat ze een echte soulplaat kunnen maken, maar voor het echte werk moet je toch bij een door de wol geverfde muzikant als Jim Lauderdale zijn. Bijzonder indrukwekkende plaat. En de zeer authentieke cover is natuurlijk ook schitterend. Erwin Zijleman
Jim Lauderdale - Time Flies (2018)

3,5
0
geplaatst: 6 augustus 2018, 16:56 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jim Lauderdale - Time Flies - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Amerikaanse muzikant Jim Lauderdale leverde met het vorig jaar verschenen London Southern een onverwachte jaarlijstjesplaat af.
Op London Southern werkte de zeer productieve Amerikaan (hij heeft inmiddels zo’n 30 albums op zijn naam staan en maakt pas sinds het begin van de jaren 90 platen) samen met de band van Nick Lowe en schoven ook Nick Lowe producers Neil Brockbank en Robert Trehern aan. Het zorgde voor wat subtiele Britse accenten op een plaat die voor het grootste deel was geworteld in de soul en rhythm & blues uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten.
Het bleek een gouden greep. De meeste andere platen die ik van Jim Lauderdale in de kast heb staan passen in de hokjes country en bluegrass, maar soul en rhythm & blues bleken de Amerikaan wat mij betreft nog veel beter te liggen.
Op Time Flies borduurt Jim Lauderdale in een beperkt aantal tracks voort op het geluid van de bejubelde voorganger, maar de muzikant uit Nashville, Tennessee, laat op zijn nieuwe plaat vooral horen dat hij ook alle andere genres die hij beheerst niet is vergeten. Het levert een zeer gevarieerde plaat op, die op het eerste gehoor wat minder indruk maakt dan het veel consistentere London Southern, maar na even doorbijten winnen veel van de songs op de plaat aan kracht.
Ik vind Jim Lauderdale op Time Flies het best wanneer hij kiest voor soulvolle songs in de lijn van de songs op London Southern, maar ook de op het eerste gehoor wat traditioneel aandoende country en bluegrass songs worden snel beter.
Time Flies werd opgenomen in Nashville, Tennessee, waar een prima band en flink wat gastmuzikanten kwamen opdraven. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, waarbij vooral opvalt hoe mooi ingetogen en soms broeierig de muzikanten kunnen spelen.
Het bredere palet aan stijlen biedt Jim Lauderdale de kans om te laten horen dat hij over meerdere stemmen beschikt. In de met rhythm & blues en countrysoul doorspekte songs zit de stem van de Amerikaan dicht tegen die van Van Morrison aan, maar wanneer Lauderdale kiest voor pure country klinkt de zang op de plaat duidelijk anders.
Zeker wanneer vrouwenvocalen worden ingezet voor de ondersteuning klinken de countrysongs op de plaat erg lekker, al zal enige liefde voor hele traditionele country nodig zijn om echt te kunnen genieten van deze kant van Jim Lauderdale. De muzikant uit Nashville beperkt zich zeker niet tot rhythm & blues, soul en country, want Time Flies bevat ook een aantal laid-back songs en een aantal songs met jazzy accenten en songs met invloeden uit de Swing.
Het maakt van Time Flies is zeer veelzijdige, maar ook wat fragmentarische plaat. Time Flies blijft daarom achter bij het fantastische London Southern, maar dat was ook een plaat in de buitencategorie. Zo hoog rijkt de nieuwe van Jim Lauderdale niet, maar omdat het aantal prima songs blijft groeien is het wat mij betreft wel degelijk een krent uit de pop. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jim Lauderdale - Time Flies - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Amerikaanse muzikant Jim Lauderdale leverde met het vorig jaar verschenen London Southern een onverwachte jaarlijstjesplaat af.
Op London Southern werkte de zeer productieve Amerikaan (hij heeft inmiddels zo’n 30 albums op zijn naam staan en maakt pas sinds het begin van de jaren 90 platen) samen met de band van Nick Lowe en schoven ook Nick Lowe producers Neil Brockbank en Robert Trehern aan. Het zorgde voor wat subtiele Britse accenten op een plaat die voor het grootste deel was geworteld in de soul en rhythm & blues uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten.
Het bleek een gouden greep. De meeste andere platen die ik van Jim Lauderdale in de kast heb staan passen in de hokjes country en bluegrass, maar soul en rhythm & blues bleken de Amerikaan wat mij betreft nog veel beter te liggen.
Op Time Flies borduurt Jim Lauderdale in een beperkt aantal tracks voort op het geluid van de bejubelde voorganger, maar de muzikant uit Nashville, Tennessee, laat op zijn nieuwe plaat vooral horen dat hij ook alle andere genres die hij beheerst niet is vergeten. Het levert een zeer gevarieerde plaat op, die op het eerste gehoor wat minder indruk maakt dan het veel consistentere London Southern, maar na even doorbijten winnen veel van de songs op de plaat aan kracht.
Ik vind Jim Lauderdale op Time Flies het best wanneer hij kiest voor soulvolle songs in de lijn van de songs op London Southern, maar ook de op het eerste gehoor wat traditioneel aandoende country en bluegrass songs worden snel beter.
Time Flies werd opgenomen in Nashville, Tennessee, waar een prima band en flink wat gastmuzikanten kwamen opdraven. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, waarbij vooral opvalt hoe mooi ingetogen en soms broeierig de muzikanten kunnen spelen.
Het bredere palet aan stijlen biedt Jim Lauderdale de kans om te laten horen dat hij over meerdere stemmen beschikt. In de met rhythm & blues en countrysoul doorspekte songs zit de stem van de Amerikaan dicht tegen die van Van Morrison aan, maar wanneer Lauderdale kiest voor pure country klinkt de zang op de plaat duidelijk anders.
Zeker wanneer vrouwenvocalen worden ingezet voor de ondersteuning klinken de countrysongs op de plaat erg lekker, al zal enige liefde voor hele traditionele country nodig zijn om echt te kunnen genieten van deze kant van Jim Lauderdale. De muzikant uit Nashville beperkt zich zeker niet tot rhythm & blues, soul en country, want Time Flies bevat ook een aantal laid-back songs en een aantal songs met jazzy accenten en songs met invloeden uit de Swing.
Het maakt van Time Flies is zeer veelzijdige, maar ook wat fragmentarische plaat. Time Flies blijft daarom achter bij het fantastische London Southern, maar dat was ook een plaat in de buitencategorie. Zo hoog rijkt de nieuwe van Jim Lauderdale niet, maar omdat het aantal prima songs blijft groeien is het wat mij betreft wel degelijk een krent uit de pop. Erwin Zijleman
Jimmy LaFave - Peace Town (2018)

4,5
2
geplaatst: 23 juli 2018, 17:58 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jimmy LaFave - Peace Town - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Amerikaanse singer-songwriter Jimmy LaFave verloor iets meer dan een jaar geleden de strijd tegen een zeer agressieve vorm van kanker. Jimmy LaFave bleef tot vlak voor zijn dood optreden en muziek opnemen, maar voor een laatste studioalbum bleek de tijd die hij nog kreeg helaas te kort.
Jimmy LaFave werkte echter al wel een tijdje aan een project waarin hij 100 door hem gekoesterde songs opnieuw wilde opnemen. De singer-songwriter uit Austin, Texas, verloor de strijd tegen zijn ziekte helaas sneller dan verwacht, waardoor het ambitieuze project niet kon worden afgerond. Peace Town is verschenen op de volgende verjaardag die Jimmy LaFave niet meer kon vieren en bevat 20 songs uit dit project; nog altijd een respectabel aantal.
Het zijn songs die goed laten horen door welke muzikanten Jimmy LaFave zich tijdens zijn muzikale leven heeft laten beïnvloeden. Peace Town bevat songs van onder andere Chuck Berry, Pete Townshend, J.J. Cale, Leon Russell, The Band en natuurlijk Bob Dylan, de muzikale held van Jimmy LaFave. Hiernaast nam de Amerikaanse muzikant een aantal van zijn eigen songs opnieuw op en schreef hij een aantal songs bij de teksten van de door hem zeer bewonderde Woody Guthrie.
Het levert ruim anderhalf uur muziek op en het is muziek vol emotie. Jimmy LaFave heeft Peace Town gemaakt met flink wat bevriende muzikanten, maar heeft zelf de hoofdrol op een plaat die binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed terrein bestrijkt. De gezondheid van de Amerikaanse singer-songwriter ging tijdens de opnamen snel achteruit en dat hoor je in de soms kwetsbare vocalen. Het zijn kwetsbare vocalen vol emotie, wat het lastig maakt om zonder een brok in je keel te luisteren naar de laatste songs die Jimmy LaFave opnam.
Het fraaie The Night Tribe uit 2015 is helaas de zwanenzang van Jimmy LaFave geworden, maar Peace Town is absoluut een fraaie aanvulling op het oeuvre van de Texaanse muzikant. Jimmy LaFave eert in de twintig laatste songs die hij opnam zijn muzikale helden, maar laat ook horen dat hij tijdens zijn te korte leven zelf ook is uitgegroeid tot een grootheid.
Coverplaten roepen bij mij vrijwel altijd het verlangen op om de originelen weer eens op te zetten, maar Peace Town van Jimmy LaFave wil ik niet onderbreken. Er wordt prima gemusiceerd op de plaat, maar het is de emotionele lading die er zo’n bijzondere plaat van maakt.
Iedereen die goed thuis is in de Amerikaanse muziekgeschiedenis en in het oeuvre van Jimmy LaFave zal veel bekends horen in de ruim anderhalf uur muziek, maar door alle onderhuidse ellende raakt de plaat je net wat harder dan vergelijkbare platen in het genre. Het is vreselijk dat we Jimmy LaFave zo vroeg moesten verliezen en het is jammer dat hij zijn project niet volledig kon voltooien, maar met de 20 songs op Peace Town kunnen we alleen maar heel blij zijn. Op hetzelfde moment onderstreept de plaat hoe zeer Jimmy LaFave wordt gemist. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jimmy LaFave - Peace Town - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Amerikaanse singer-songwriter Jimmy LaFave verloor iets meer dan een jaar geleden de strijd tegen een zeer agressieve vorm van kanker. Jimmy LaFave bleef tot vlak voor zijn dood optreden en muziek opnemen, maar voor een laatste studioalbum bleek de tijd die hij nog kreeg helaas te kort.
Jimmy LaFave werkte echter al wel een tijdje aan een project waarin hij 100 door hem gekoesterde songs opnieuw wilde opnemen. De singer-songwriter uit Austin, Texas, verloor de strijd tegen zijn ziekte helaas sneller dan verwacht, waardoor het ambitieuze project niet kon worden afgerond. Peace Town is verschenen op de volgende verjaardag die Jimmy LaFave niet meer kon vieren en bevat 20 songs uit dit project; nog altijd een respectabel aantal.
Het zijn songs die goed laten horen door welke muzikanten Jimmy LaFave zich tijdens zijn muzikale leven heeft laten beïnvloeden. Peace Town bevat songs van onder andere Chuck Berry, Pete Townshend, J.J. Cale, Leon Russell, The Band en natuurlijk Bob Dylan, de muzikale held van Jimmy LaFave. Hiernaast nam de Amerikaanse muzikant een aantal van zijn eigen songs opnieuw op en schreef hij een aantal songs bij de teksten van de door hem zeer bewonderde Woody Guthrie.
Het levert ruim anderhalf uur muziek op en het is muziek vol emotie. Jimmy LaFave heeft Peace Town gemaakt met flink wat bevriende muzikanten, maar heeft zelf de hoofdrol op een plaat die binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed terrein bestrijkt. De gezondheid van de Amerikaanse singer-songwriter ging tijdens de opnamen snel achteruit en dat hoor je in de soms kwetsbare vocalen. Het zijn kwetsbare vocalen vol emotie, wat het lastig maakt om zonder een brok in je keel te luisteren naar de laatste songs die Jimmy LaFave opnam.
Het fraaie The Night Tribe uit 2015 is helaas de zwanenzang van Jimmy LaFave geworden, maar Peace Town is absoluut een fraaie aanvulling op het oeuvre van de Texaanse muzikant. Jimmy LaFave eert in de twintig laatste songs die hij opnam zijn muzikale helden, maar laat ook horen dat hij tijdens zijn te korte leven zelf ook is uitgegroeid tot een grootheid.
Coverplaten roepen bij mij vrijwel altijd het verlangen op om de originelen weer eens op te zetten, maar Peace Town van Jimmy LaFave wil ik niet onderbreken. Er wordt prima gemusiceerd op de plaat, maar het is de emotionele lading die er zo’n bijzondere plaat van maakt.
Iedereen die goed thuis is in de Amerikaanse muziekgeschiedenis en in het oeuvre van Jimmy LaFave zal veel bekends horen in de ruim anderhalf uur muziek, maar door alle onderhuidse ellende raakt de plaat je net wat harder dan vergelijkbare platen in het genre. Het is vreselijk dat we Jimmy LaFave zo vroeg moesten verliezen en het is jammer dat hij zijn project niet volledig kon voltooien, maar met de 20 songs op Peace Town kunnen we alleen maar heel blij zijn. Op hetzelfde moment onderstreept de plaat hoe zeer Jimmy LaFave wordt gemist. Erwin Zijleman
Jimmy Montague - Tomorrow's Coffee (2024)

4,0
0
geplaatst: 4 maart 2024, 14:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jimmy Montague - Tomorrow's Coffee - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jimmy Montague - Tomorrow's Coffee
James Palko speelt normaal gesproken bas in de rockband Taking Meds, maar als Jimmy Montague dompelt hij zichzelf onder in de zwoele, jazzy en soulvolle singer-songwriter pop uit de jaren 70
Direct vanaf de eerste noten van Tomorrow’s Coffee voelt het album aan als een warm bad, zeker als je een zwak hebt voor popmuziek uit de jaren 70. De Amerikaanse muzikant James Palko neemt je als Jimmy Montague mee terug naar de jazzy popmuziek uit de jaren 70 en sleept er vervolgens flink wat soul, pop en rock bij. Hier en daar duiken flarden Steely Dan op, maar Tomorrow’s Coffee citeert ook zeker uit de archieven van de grote singer-songwriters van de jaren 70. Ondertussen loopt de temperatuur flink op en voel je je steeds lekkerder bij deze onweerstaanbare mix van zwoele en aangename klanken en broeierige en volstrekt tijdloze popsongs.
Ik had ook deze week weer een aantal hele mooie albums uit de oude doos klaar liggen voor de zondagavond, maar het album dat me het meest overtuigend mee terug nam naar de jaren 70 is gloednieuw. Het is een album dat is gemaakt door Jimmy Montague en dat is een naam die ik nog niet eerder was tegen gekomen. Ik ben vast niet de enige, want de naam is niet te vinden in de goed gevulde muziekencyclopedie van AllMusic.com en ook op de Nederlandse muzieksite MusicMeter.nl komt de naam Jimmy Montague niet voor.
Het is zo ongeveer alleen Paste Magazine dat aandacht heeft besteed aan het vorige week verschenen Tomorrow’s Coffee, waarmee de Amerikaanse muzieksite weer eens een uitstekend tipgever blijkt. Via Paste Magazine weet ik dat Jimmy Montague een project is van de Amerikaanse muzikant James Palko, die ook actief is als bassist van de Amerikaanse rockband Taking Meds. De albums van die band vond ik niet heel bijzonder, maar het soloproject van James Palko blijkt buitengewoon verslavend en wordt alleen maar lekkerder.
Als Jimmy Montague keert James Palko terug naar de jaren 70, want zo ongeveer alles op Tomorrow’s Coffee ademt de sfeer van dit decennium. Paste heeft ook voor dit album een mooie oneliner verzonnen en omschrijft Tomorrow’s Coffee als “a blanket of cool that takes Billy Joel progenies and marries them with jazz fusion, yacht rock, power-pop and bedroom lo-fi in really bountiful ways”.
Het is een redelijk trefzekere omschrijving al hoor ik naast invloeden uit de singer-songwriter muziek van de jaren 70 vooral invloeden uit de jazzy pop, soft pop, en blue-eyed soul. Ik zou het album van Jimmy Montague daarom zelf omschrijven als een album dat Michael Franks heeft gemaakt met Steely Dan, maar ook dat is een vlag die de lading maar ten dele dekt.
Zeker wanneer Jimmy Montague kiest voor jazzy popmuziek met een hoofdrol voor de piano verleidt Tomorrow’s Coffee vrijwel onmiddellijk meedogenloos met zwoele klanken, maar James Palko heeft in een aantal songs ook lekker soulvolle of juist jazzy blazers toegevoegd aan zijn muziek en gooit er bovendien met enige regelmaat een wat venijnigere gitaarsolo tegenaan.
Het doet me met grote regelmaat denken aan de muziek van Steely Dan, maar James Palko heeft het streven naar perfectie van Walter Becker en Donald Fagen vervangen door zijn liefde voor aanstekelijke popsongs. De Amerikaanse muzikant is niet vies van wat zoetige accenten met hier en daar wat strijkers en smeert nog wat extra stroop in de honingzoete koortjes vol oeh’s en ah’s en shalala’s.
James Palko heeft flink wat muzikanten uitgenodigd voor Tomorrow’s Coffee en heeft het album vervolgens zeer vakkundig geproduceerd. Met zijn wat zachte zang doet hij af en toe wel wat aan Elliott Smith denken, maar de muziek op het album van Jimmy Montague, zo te zien overigens al het derde album, is een flink stuk zonniger.
James Palko balanceert als Jimmy Montague op het dunne koord tussen kunst en kitsch, maar ook als hij kiest voor aalgladde soulpop blijft hij wat mij betreft aan de juiste kant van de streep. Je moet er zeker voor in de stemming zijn, maar als je in de stemming bent voor de zwoele 70s pop van Jimmy Montague is Tomorrow’s Coffee tien songs en een kleine veertig minuten lang intens genieten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jimmy Montague - Tomorrow's Coffee - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jimmy Montague - Tomorrow's Coffee
James Palko speelt normaal gesproken bas in de rockband Taking Meds, maar als Jimmy Montague dompelt hij zichzelf onder in de zwoele, jazzy en soulvolle singer-songwriter pop uit de jaren 70
Direct vanaf de eerste noten van Tomorrow’s Coffee voelt het album aan als een warm bad, zeker als je een zwak hebt voor popmuziek uit de jaren 70. De Amerikaanse muzikant James Palko neemt je als Jimmy Montague mee terug naar de jazzy popmuziek uit de jaren 70 en sleept er vervolgens flink wat soul, pop en rock bij. Hier en daar duiken flarden Steely Dan op, maar Tomorrow’s Coffee citeert ook zeker uit de archieven van de grote singer-songwriters van de jaren 70. Ondertussen loopt de temperatuur flink op en voel je je steeds lekkerder bij deze onweerstaanbare mix van zwoele en aangename klanken en broeierige en volstrekt tijdloze popsongs.
Ik had ook deze week weer een aantal hele mooie albums uit de oude doos klaar liggen voor de zondagavond, maar het album dat me het meest overtuigend mee terug nam naar de jaren 70 is gloednieuw. Het is een album dat is gemaakt door Jimmy Montague en dat is een naam die ik nog niet eerder was tegen gekomen. Ik ben vast niet de enige, want de naam is niet te vinden in de goed gevulde muziekencyclopedie van AllMusic.com en ook op de Nederlandse muzieksite MusicMeter.nl komt de naam Jimmy Montague niet voor.
Het is zo ongeveer alleen Paste Magazine dat aandacht heeft besteed aan het vorige week verschenen Tomorrow’s Coffee, waarmee de Amerikaanse muzieksite weer eens een uitstekend tipgever blijkt. Via Paste Magazine weet ik dat Jimmy Montague een project is van de Amerikaanse muzikant James Palko, die ook actief is als bassist van de Amerikaanse rockband Taking Meds. De albums van die band vond ik niet heel bijzonder, maar het soloproject van James Palko blijkt buitengewoon verslavend en wordt alleen maar lekkerder.
Als Jimmy Montague keert James Palko terug naar de jaren 70, want zo ongeveer alles op Tomorrow’s Coffee ademt de sfeer van dit decennium. Paste heeft ook voor dit album een mooie oneliner verzonnen en omschrijft Tomorrow’s Coffee als “a blanket of cool that takes Billy Joel progenies and marries them with jazz fusion, yacht rock, power-pop and bedroom lo-fi in really bountiful ways”.
Het is een redelijk trefzekere omschrijving al hoor ik naast invloeden uit de singer-songwriter muziek van de jaren 70 vooral invloeden uit de jazzy pop, soft pop, en blue-eyed soul. Ik zou het album van Jimmy Montague daarom zelf omschrijven als een album dat Michael Franks heeft gemaakt met Steely Dan, maar ook dat is een vlag die de lading maar ten dele dekt.
Zeker wanneer Jimmy Montague kiest voor jazzy popmuziek met een hoofdrol voor de piano verleidt Tomorrow’s Coffee vrijwel onmiddellijk meedogenloos met zwoele klanken, maar James Palko heeft in een aantal songs ook lekker soulvolle of juist jazzy blazers toegevoegd aan zijn muziek en gooit er bovendien met enige regelmaat een wat venijnigere gitaarsolo tegenaan.
Het doet me met grote regelmaat denken aan de muziek van Steely Dan, maar James Palko heeft het streven naar perfectie van Walter Becker en Donald Fagen vervangen door zijn liefde voor aanstekelijke popsongs. De Amerikaanse muzikant is niet vies van wat zoetige accenten met hier en daar wat strijkers en smeert nog wat extra stroop in de honingzoete koortjes vol oeh’s en ah’s en shalala’s.
James Palko heeft flink wat muzikanten uitgenodigd voor Tomorrow’s Coffee en heeft het album vervolgens zeer vakkundig geproduceerd. Met zijn wat zachte zang doet hij af en toe wel wat aan Elliott Smith denken, maar de muziek op het album van Jimmy Montague, zo te zien overigens al het derde album, is een flink stuk zonniger.
James Palko balanceert als Jimmy Montague op het dunne koord tussen kunst en kitsch, maar ook als hij kiest voor aalgladde soulpop blijft hij wat mij betreft aan de juiste kant van de streep. Je moet er zeker voor in de stemming zijn, maar als je in de stemming bent voor de zwoele 70s pop van Jimmy Montague is Tomorrow’s Coffee tien songs en een kleine veertig minuten lang intens genieten. Erwin Zijleman
Jimmy Somerville - Homage (2015)

3,5
0
geplaatst: 27 maart 2015, 15:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jimmy Somerville - Homage - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jimmy Somerville timmerde in de jaren 80 stevig aan de weg als zanger van eerst Bronski Beat en later The Communards, maar sinds het begin van de jaren 90 heb ik zijn opvallend hoge stemgeluid eerlijk gezegd nauwelijks meer gehoord.
Vorig jaar zag ik de goede man nog in een Youtube-filmpje waarin hij een straatmuzikant bijstond in zijn vertolking van Bronski Beat’s Smalltown Boy, maar niets wees toen op een comeback van Jimmy Somerville.
Uit het niets (voor mij dan; de echte liefhebbers hebben ongetwijfeld Somerville’s eerdere soloplaten opgepikt) is Jimmy Somerville echter terug met Homage.
Op Homage brengt hij, de titel zegt het al, een eerbetoon. Na een paar noten weet je al waaraan de Schotse zanger een eerbetoon brengt, want de eerste noten van Homage nemen je onmiddellijk mee terug naar de hoogtijdagen van de disco. Terug dus naar de jaren 70. Terug naar de tijd van glinsterende discobollen, dansvloeren in oplichtende kleuren, foute danspasjes en outfits met hele wijde pijpen.
Het past allemaal uitstekend bij de stem van Jimmy Somerville, want zijn hoge en wat mij betreft ook altijd wat dunne stemgeluid bloeit volledig op in de authentiek aandoende discoklanken op Homage.
Hommage bevat alle ingrediënten van de in het jaren 70 zo populaire genre. Gitaarloopjes die zo van Chic’s Nile Rodgers hadden kunnen zijn, modervette baslijnen en drumwerk, licht kitscherige strijkers en blazers, dwingende achtergrondvocalen en natuurlijk songs die stil zitten lastig of zelfs onmogelijk maken.
Jimmy Somerville voelt zich in dit geluid als een vis in het water. Hij is naar eigen zeggen opgegroeid met en in muzikaal opzicht gevormd door de discoklanken uit de jaren 70 en dat hoor je. Homage is een geïnspireerd klinkende plaat waar het plezier van af spat.
Het is knap hoe Jimmy Somerville samen met producer John Winfield een geluid heeft neergezet dat je onmiddellijk mee terug neemt naar de hoogtijdagen van de discomuziek en dat in kwalitatief opzicht niet onder doet voor het beste uit deze periode. Het is bovendien een gevarieerd geluid dat alle zijden van de jaren 70 disco belicht.
Homage biedt volop ruimte aan uptempo discomuziek, maar biedt ook plaats aan het net wat meer ingetogen en zwoelere werk. Homage bevat 12 tracks en al deze tracks knallen werkelijk uit de speakers.
Natuurlijk balanceert Jimmy Somerville meer dan eens op de grens van kunst en kitsch en een aantal keer overschrijdt de Schot deze grens aan de verkeerde kant, maar hoort dat niet een beetje bij dit genre? Ik vind van wel.
70s disco staat momenteel weer volop in de belangstelling, maar er zijn niet veel muzikanten die het genre op zulke overtuigende wijze tot leven weten te brengen als Jimmy Somerville doet op Homage. Als je iets of iemand een eerbetoon wilt brengen moet je het ook goed doen en dat is precies wat Jimmy Somerville op Homage heeft gedaan. Petje af. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jimmy Somerville - Homage - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jimmy Somerville timmerde in de jaren 80 stevig aan de weg als zanger van eerst Bronski Beat en later The Communards, maar sinds het begin van de jaren 90 heb ik zijn opvallend hoge stemgeluid eerlijk gezegd nauwelijks meer gehoord.
Vorig jaar zag ik de goede man nog in een Youtube-filmpje waarin hij een straatmuzikant bijstond in zijn vertolking van Bronski Beat’s Smalltown Boy, maar niets wees toen op een comeback van Jimmy Somerville.
Uit het niets (voor mij dan; de echte liefhebbers hebben ongetwijfeld Somerville’s eerdere soloplaten opgepikt) is Jimmy Somerville echter terug met Homage.
Op Homage brengt hij, de titel zegt het al, een eerbetoon. Na een paar noten weet je al waaraan de Schotse zanger een eerbetoon brengt, want de eerste noten van Homage nemen je onmiddellijk mee terug naar de hoogtijdagen van de disco. Terug dus naar de jaren 70. Terug naar de tijd van glinsterende discobollen, dansvloeren in oplichtende kleuren, foute danspasjes en outfits met hele wijde pijpen.
Het past allemaal uitstekend bij de stem van Jimmy Somerville, want zijn hoge en wat mij betreft ook altijd wat dunne stemgeluid bloeit volledig op in de authentiek aandoende discoklanken op Homage.
Hommage bevat alle ingrediënten van de in het jaren 70 zo populaire genre. Gitaarloopjes die zo van Chic’s Nile Rodgers hadden kunnen zijn, modervette baslijnen en drumwerk, licht kitscherige strijkers en blazers, dwingende achtergrondvocalen en natuurlijk songs die stil zitten lastig of zelfs onmogelijk maken.
Jimmy Somerville voelt zich in dit geluid als een vis in het water. Hij is naar eigen zeggen opgegroeid met en in muzikaal opzicht gevormd door de discoklanken uit de jaren 70 en dat hoor je. Homage is een geïnspireerd klinkende plaat waar het plezier van af spat.
Het is knap hoe Jimmy Somerville samen met producer John Winfield een geluid heeft neergezet dat je onmiddellijk mee terug neemt naar de hoogtijdagen van de discomuziek en dat in kwalitatief opzicht niet onder doet voor het beste uit deze periode. Het is bovendien een gevarieerd geluid dat alle zijden van de jaren 70 disco belicht.
Homage biedt volop ruimte aan uptempo discomuziek, maar biedt ook plaats aan het net wat meer ingetogen en zwoelere werk. Homage bevat 12 tracks en al deze tracks knallen werkelijk uit de speakers.
Natuurlijk balanceert Jimmy Somerville meer dan eens op de grens van kunst en kitsch en een aantal keer overschrijdt de Schot deze grens aan de verkeerde kant, maar hoort dat niet een beetje bij dit genre? Ik vind van wel.
70s disco staat momenteel weer volop in de belangstelling, maar er zijn niet veel muzikanten die het genre op zulke overtuigende wijze tot leven weten te brengen als Jimmy Somerville doet op Homage. Als je iets of iemand een eerbetoon wilt brengen moet je het ook goed doen en dat is precies wat Jimmy Somerville op Homage heeft gedaan. Petje af. Erwin Zijleman
Jo Harman - People We Become (2017)

3,5
0
geplaatst: 8 februari 2017, 17:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jo Harman - People We Become - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bijna tweeënhalf jaar geleden verscheen het debuut van de Britse zangeres Jo Harman. Dirt On My Tongue koppelde de ontroering van Eva Cassidy aan de soul van Joss Stone en de rauwe strot van Beth Hart en was in meerdere opzichten een veelbelovend of zelfs imponerend debuut.
Het leverde Jo Harman veel lof en een aantal prijzen op, waardoor ze de echte opvolger van haar debuut (de twee verschenen live platen tel ik maar even niet mee) met wat ruimere middelen kon opnemen in Nashville.
In Nashville kon de jonge Britse zangeres een beroep doen op de zeer gelouterde producer Fred Mollin (die een cv heeft om bang van te worden) en kon ze bovendien beschikken over een aantal gerenommeerde sessiemuzikanten.
Het zijn keuzes die me bij eerste beluistering wat tegen stonden, want People We Become klinkt op het eerste gehoor behoorlijk glad en vaak wat pompeus.
Ik had na Dirt On My Tongue gehoopt op een wat minder gepolijste plaat dan People We Become is geworden, maar Jo Harman heeft een andere weg gekozen. Nadat ik mijn verwachtingen had bijgesteld, ben ik de tweede plaat van Jo Harman echter langzaam maar zeker gaan waarderen en dit om meerdere redenen.
Zo heeft Jo Harman een fantastische stem en daar verandert een keuze voor een wat ander repertoire of een wat gepolijstere productie helemaal niets aan. Vergeleken met haar debuut kiest Jo Harman wat vaker voor de soulvolle strot en raakt ze meer dan eens aan haar landgenote Joss Stone (die nog altijd tegen haar fenomenale debuut aanhikt). Met haar krachtige stem maakt Jo Harman makkelijk indruk, maar ook in de wat meer ingetogen songs neemt ze vrijwel onmiddellijk alle twijfel weg.
De productie van de plaat en de gekozen instrumentatie zijn misschien wat gelikter en hier en daar wat pompeuzer dan mij lief is, maar Fred Mollin en de opgetrommelde sessiemuzikanten verstaan de kunst van het maken van een goede plaat en kunnen in uiteenlopende genres uit de voeten, zodat zowel een stevig aangezette rocksong als een lome jazzy song fantastisch klinken en de imposante stem van Jo Harman perfect ondersteunen.
Tenslotte is ook met de songs op de plaat niets mis. Jo Harman slaagt er in om songs te schrijven die bruggen slaan tussen genres, waardoor People We Become veelzijdiger klinkt dan zijn voorganger.
In het begin vond ik het zoals gezegd veel te gepolijst en teveel mainstream, maar inmiddels hoor ik toch vooral de schoonheid van de plaat, waarop zowel in muzikaal als vocaal opzicht mooie en bijzondere dingen gebeuren.
De volgende keer mag Jo Harman van mij best een smerige en rauwe bluesplaat maken, maar ook met dit naar mainstream neigende uitstapje maakt ze de belofte van haar debuut in meerdere opzichten waar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jo Harman - People We Become - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bijna tweeënhalf jaar geleden verscheen het debuut van de Britse zangeres Jo Harman. Dirt On My Tongue koppelde de ontroering van Eva Cassidy aan de soul van Joss Stone en de rauwe strot van Beth Hart en was in meerdere opzichten een veelbelovend of zelfs imponerend debuut.
Het leverde Jo Harman veel lof en een aantal prijzen op, waardoor ze de echte opvolger van haar debuut (de twee verschenen live platen tel ik maar even niet mee) met wat ruimere middelen kon opnemen in Nashville.
In Nashville kon de jonge Britse zangeres een beroep doen op de zeer gelouterde producer Fred Mollin (die een cv heeft om bang van te worden) en kon ze bovendien beschikken over een aantal gerenommeerde sessiemuzikanten.
Het zijn keuzes die me bij eerste beluistering wat tegen stonden, want People We Become klinkt op het eerste gehoor behoorlijk glad en vaak wat pompeus.
Ik had na Dirt On My Tongue gehoopt op een wat minder gepolijste plaat dan People We Become is geworden, maar Jo Harman heeft een andere weg gekozen. Nadat ik mijn verwachtingen had bijgesteld, ben ik de tweede plaat van Jo Harman echter langzaam maar zeker gaan waarderen en dit om meerdere redenen.
Zo heeft Jo Harman een fantastische stem en daar verandert een keuze voor een wat ander repertoire of een wat gepolijstere productie helemaal niets aan. Vergeleken met haar debuut kiest Jo Harman wat vaker voor de soulvolle strot en raakt ze meer dan eens aan haar landgenote Joss Stone (die nog altijd tegen haar fenomenale debuut aanhikt). Met haar krachtige stem maakt Jo Harman makkelijk indruk, maar ook in de wat meer ingetogen songs neemt ze vrijwel onmiddellijk alle twijfel weg.
De productie van de plaat en de gekozen instrumentatie zijn misschien wat gelikter en hier en daar wat pompeuzer dan mij lief is, maar Fred Mollin en de opgetrommelde sessiemuzikanten verstaan de kunst van het maken van een goede plaat en kunnen in uiteenlopende genres uit de voeten, zodat zowel een stevig aangezette rocksong als een lome jazzy song fantastisch klinken en de imposante stem van Jo Harman perfect ondersteunen.
Tenslotte is ook met de songs op de plaat niets mis. Jo Harman slaagt er in om songs te schrijven die bruggen slaan tussen genres, waardoor People We Become veelzijdiger klinkt dan zijn voorganger.
In het begin vond ik het zoals gezegd veel te gepolijst en teveel mainstream, maar inmiddels hoor ik toch vooral de schoonheid van de plaat, waarop zowel in muzikaal als vocaal opzicht mooie en bijzondere dingen gebeuren.
De volgende keer mag Jo Harman van mij best een smerige en rauwe bluesplaat maken, maar ook met dit naar mainstream neigende uitstapje maakt ze de belofte van haar debuut in meerdere opzichten waar. Erwin Zijleman
Joan As Police Woman - Lemons, Limes and Orchids (2024)

4,0
2
geplaatst: 24 september 2024, 14:53 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joan As Police Woman - Lemons, Limes And Orchids - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joan As Police Woman - Lemons, Limes And Orchids
Er was de afgelopen jaren minder aandacht voor de muziek van Joan As Police Woman, maar met Lemons, Limes And Orchids heeft de Amerikaanse muzikante een album gemaakt dat in muzikaal en vocaal opzicht excelleert
Het was even geleden dat ik naar de muziek van Joan As Police Woman had geluisterd, maar dankzij de mooie klanken en de uitstekende zang vond ik Lemons, Limes And Orchids direct een prima album. Het is een album dat vervolgens snel groeit, want de zang van Joan Wasser wordt alleen maar mooier, terwijl de muziek op Lemons, Limes And Orchids vol fraaie geheimen blijkt te zitten. Jazz en soul domineren op het nieuwe album van Joan As Policewoman, maar de Amerikaanse muzikante zoekt ook zeker de grenzen op van deze genres en gaat er op fraaie wijze overheen. Bij eerste beluistering vond ik Lemons, Limes And Orchids vooral aangenaam klinken, maar inmiddels heb ik de magie van dit prachtige album ontdekt.
Joan Wasser haalde met het debuutalbum van haar project Joan As Police Woman in 2006 de top tien van mijn jaarlijstje. De Amerikaanse muzikante was voor het verschijnen van Real Life vooral bekend als de voormalige vriendin van Jeff Buckley, maar met haar uitstekende debuutalbum liet ze horen dat ze zelf ook een uitstekende en zeer eigenzinnige muzikante is en bovendien een zeer getalenteerde zangeres.
Real Life bleek helaas ook zo’n album dat nauwelijks te benaderen en al helemaal niet te overtreffen is, waardoor ieder volgend album van Joan As Police Woman wat tegenviel. Op een of andere manier ben ik de belangstelling voor haar muziek vervolgens snel verloren, want op de krenten uit de pop kom ik alleen het vierde album van de Amerikaanse muzikante, The Deep Field uit 2011, nog tegen.
De vijf studioalbums die volgden heb ik allemaal niet besproken en ik moet eerlijk toegeven dat ik ze zelfs niet eens allemaal heb beluisterd. Ook het deze week verschenen Lemons, Limes And Orchids lag bij mij vrijwel onder op de stapel en leek kansloos voor een recensie. Bij vluchtige beluistering klikte het echter wel met dit album en deze klik heeft inmiddels plaats gemaakt voor flink wat waardering en bewondering voor het nieuwe album van Joan As Police Woman.
Lemons, Limes And Orchids is een album met vooral sfeervolle songs, die in de meeste gevallen kiezen voor een laag tempo. Het zijn songs met in eerste instantie vooral invloeden uit de soul en de jazz en het zijn songs die direct aangenaam klinken, maar die niet allemaal direct de indruk wekken dat er iets heel bijzonders gebeurt. De warme en sfeervolle klanken passen wel prachtig bij de mooie en zeer herkenbare stem van Joan Wasser, die laat horen dat ze ook in de soul en de jazz uitstekend uit de voeten kan.
Na een aantal tracks verschuift de instrumentatie wat met voorzichtige uitstapjes richting folk en pop, met hier en daar wat funky baslijnen en met de introductie van wat meer elektronica. Hierdoor klinkt het geluid van Joan As Police Woman spannender dan in de openingstracks, al blijft het tempo laag en blijft de muziek zeer sfeervol. Zeker de zang op het album overtuigt steeds makkelijker, want wat is en blijft Joan Wasser een geweldige zangeres.
Vergeet echter ook niet te luisteren naar de muziek, want de Amerikaanse muzikante heeft een aantal topkrachten naar de studio gehaald en dat hoor je. Lemons, Limes And Orchids moet het niet hebben van muzikaal spierballenvertoon, maar iedere noot die wordt gespeeld is raak en het geheel der noten schakelt subtiel tussen genres. De muziek op het album werd naar verluidt live ingespeeld, wat de instrumentatie op Lemons, Limes And Orchids alleen maar knapper maakt. Ook iedere noot die wordt gezongen is raak, want Joan Wasser zong nog niet eerder met zoveel precisie en warmte.
Lemons, Limes And Orchids is een album dat in alle opzichten kwaliteit ademt en die kwaliteit komt steeds nadrukkelijker aan de oppervlakte in de fraaie songs op het album, die ook in tekstueel opzicht de moeite waard zijn. Zeker bij beluistering met de koptelefoon valt op hoe knap de muziek op Lemons, Limes And Orchids in elkaar zit en hoe mooi de subtiele details zijn. Ook de zang van Joan Wasser komt nog beter tot zijn recht wanneer je het album met de koptelefoon beluistert. Ik ben inmiddels ook de vorige album van Joan As Police Woman aan het ontdekken, maar Lemons, Limes And Orchids steekt er voor mij voorlopig net wat boven uit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Joan As Police Woman - Lemons, Limes And Orchids - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joan As Police Woman - Lemons, Limes And Orchids
Er was de afgelopen jaren minder aandacht voor de muziek van Joan As Police Woman, maar met Lemons, Limes And Orchids heeft de Amerikaanse muzikante een album gemaakt dat in muzikaal en vocaal opzicht excelleert
Het was even geleden dat ik naar de muziek van Joan As Police Woman had geluisterd, maar dankzij de mooie klanken en de uitstekende zang vond ik Lemons, Limes And Orchids direct een prima album. Het is een album dat vervolgens snel groeit, want de zang van Joan Wasser wordt alleen maar mooier, terwijl de muziek op Lemons, Limes And Orchids vol fraaie geheimen blijkt te zitten. Jazz en soul domineren op het nieuwe album van Joan As Policewoman, maar de Amerikaanse muzikante zoekt ook zeker de grenzen op van deze genres en gaat er op fraaie wijze overheen. Bij eerste beluistering vond ik Lemons, Limes And Orchids vooral aangenaam klinken, maar inmiddels heb ik de magie van dit prachtige album ontdekt.
Joan Wasser haalde met het debuutalbum van haar project Joan As Police Woman in 2006 de top tien van mijn jaarlijstje. De Amerikaanse muzikante was voor het verschijnen van Real Life vooral bekend als de voormalige vriendin van Jeff Buckley, maar met haar uitstekende debuutalbum liet ze horen dat ze zelf ook een uitstekende en zeer eigenzinnige muzikante is en bovendien een zeer getalenteerde zangeres.
Real Life bleek helaas ook zo’n album dat nauwelijks te benaderen en al helemaal niet te overtreffen is, waardoor ieder volgend album van Joan As Police Woman wat tegenviel. Op een of andere manier ben ik de belangstelling voor haar muziek vervolgens snel verloren, want op de krenten uit de pop kom ik alleen het vierde album van de Amerikaanse muzikante, The Deep Field uit 2011, nog tegen.
De vijf studioalbums die volgden heb ik allemaal niet besproken en ik moet eerlijk toegeven dat ik ze zelfs niet eens allemaal heb beluisterd. Ook het deze week verschenen Lemons, Limes And Orchids lag bij mij vrijwel onder op de stapel en leek kansloos voor een recensie. Bij vluchtige beluistering klikte het echter wel met dit album en deze klik heeft inmiddels plaats gemaakt voor flink wat waardering en bewondering voor het nieuwe album van Joan As Police Woman.
Lemons, Limes And Orchids is een album met vooral sfeervolle songs, die in de meeste gevallen kiezen voor een laag tempo. Het zijn songs met in eerste instantie vooral invloeden uit de soul en de jazz en het zijn songs die direct aangenaam klinken, maar die niet allemaal direct de indruk wekken dat er iets heel bijzonders gebeurt. De warme en sfeervolle klanken passen wel prachtig bij de mooie en zeer herkenbare stem van Joan Wasser, die laat horen dat ze ook in de soul en de jazz uitstekend uit de voeten kan.
Na een aantal tracks verschuift de instrumentatie wat met voorzichtige uitstapjes richting folk en pop, met hier en daar wat funky baslijnen en met de introductie van wat meer elektronica. Hierdoor klinkt het geluid van Joan As Police Woman spannender dan in de openingstracks, al blijft het tempo laag en blijft de muziek zeer sfeervol. Zeker de zang op het album overtuigt steeds makkelijker, want wat is en blijft Joan Wasser een geweldige zangeres.
Vergeet echter ook niet te luisteren naar de muziek, want de Amerikaanse muzikante heeft een aantal topkrachten naar de studio gehaald en dat hoor je. Lemons, Limes And Orchids moet het niet hebben van muzikaal spierballenvertoon, maar iedere noot die wordt gespeeld is raak en het geheel der noten schakelt subtiel tussen genres. De muziek op het album werd naar verluidt live ingespeeld, wat de instrumentatie op Lemons, Limes And Orchids alleen maar knapper maakt. Ook iedere noot die wordt gezongen is raak, want Joan Wasser zong nog niet eerder met zoveel precisie en warmte.
Lemons, Limes And Orchids is een album dat in alle opzichten kwaliteit ademt en die kwaliteit komt steeds nadrukkelijker aan de oppervlakte in de fraaie songs op het album, die ook in tekstueel opzicht de moeite waard zijn. Zeker bij beluistering met de koptelefoon valt op hoe knap de muziek op Lemons, Limes And Orchids in elkaar zit en hoe mooi de subtiele details zijn. Ook de zang van Joan Wasser komt nog beter tot zijn recht wanneer je het album met de koptelefoon beluistert. Ik ben inmiddels ook de vorige album van Joan As Police Woman aan het ontdekken, maar Lemons, Limes And Orchids steekt er voor mij voorlopig net wat boven uit. Erwin Zijleman
Joan Osborne - Love and Hate (2014)

3,5
0
geplaatst: 22 mei 2014, 14:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joan Osborne - Love And Hate - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Joan Osborne staat inmiddels, zeker in Nederland, al weer heel wat jaren in de boeken als ‘one hit wonder’. Die status dankt ze aan de wereldhit One Of Us uit 1995. One Of Us, overigens niet door Joan Osborne zelf geschreven, stond op haar officiële debuut Relish. Die plaat deed het dankzij het wereldwijde succes van One Of Us heel aardig, maar bleek een blok aan het been van Joan Osborne.
Het duurde maar liefst vijf jaar voor de oorspronkelijk uit Anchorage, Kentucky, afkomstige singer-songwriter met een opvolger op de proppen kwam en deze kon de vergelijking met Relish eigenlijk niet goed doorstaan. Ook alle platen die zouden volgen hadden hier last van. Dat betekent overigens niet dat Joan Osborne sinds Relish alleen maar tegenvallende platen heeft gemaakt. How Sweet It Is uit 2002 en Breakfast In Bed waren nauwelijks minder dan Relish, misschien vond ik ze zelf wel beter, maar hadden geen potentiële wereldhit aan boord.
Bovendien zwalkte Joan Osborne de afgelopen 15 jaar net wat teveel tussen mainstream pop, bluesy rock, pure soul en het vertolken van songs uit de oude doos, waardoor haar platen maar weinig houvast boden.
Twee jaar na het uitstekende Bring It On Home, dat ik zelf pas deze week ontdekte, maar in de VS wel op de juiste waarde werd geschat en zelfs een Grammy in de wacht sleepte, keert Joan Osborne terug met Love And Hate. Laat ik maar met de deur in huis vallen: Love And Hate is geen plaat waarmee Joan Osborne zich in Nederland gaat ontworstelen aan het predicaat ‘one hit wonder’ en het is evenmin een plaat waarmee Joan Osborne in Nederland een grote groep serieuze muziekliefhebbers aan zich gaat binden.
Op Love And Hate laat Joan Osborne de pure soul en blues immers weer meer wat varen en kiest ze vooral voor wat zoet aandoende 70s pop. Het is zeker geen kauwgomballenpop, maar lekker in het gehoor liggende muziek met invloeden uit de rhythm & blues, soul, funk, jazz en pop.
In de honingzoete openingstrack klinkt dat als een kruising tussen Van Morrison en Paula Cole, maar dit zijn slechts twee van de vele namen die opduiken bij beluistering van Love And Hate (om er nog een paar te noemen: Burt Bacharach, Dusty Springfield, Stevie Wonder, Barbara Streisan).
Samen met sterproducer Jack Petruzzelli (zijn werk voor Rufus Wainwright is voor deze recensie het meest relevant) heeft Joan Osborne een over het algemeen ingetogen plaat gemaakt. Dat hoor je het best in de met strijkers versierde ballads die voorzichtig opschuiven richting Barbara Streisand, maar hier en daar kiest Joan Osborne ook voor wat meer uptempo songs. Deze klinken soms funky, maar zijn ook niet vies van 80s pop of tijdloze pop.
Wanneer je kijkt naar de uitersten is Love And Hate een weinig coherent album, maar omdat de stemmige tracks domineren klinkt de nieuwe Joan Osborne toch als een eenheid. Veel mensen zullen het net wat te zoet vinden, maar persoonlijk vind ik het net gaan, vooral omdat Joan Osborne een fantastische zangeres is, die overdadig zoet nog net op tijd voorziet van een vleugje bitter en uiteindelijk alle songs naar zich toe trekt.
Ik geef direct toe dat ik ook nog wel wat twijfels heb over deze plaat en een aantal songs op het randje of net er overheen vind, maar ik merk op hetzelfde moment dat ik de plaat steeds vaker in de cd speler stop en Love And Hate eigenlijk altijd lekker vind klinken en daar gaat het uiteindelijk toch om. Joan Osborne kan een perfecte rootsplaat maken, maar heeft dat nog even niet gedaan. Het is aan de ene kant jammer, maar deze zoete verrassing smaakt ook best. Heel best zelfs, al is het absoluut even wennen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Joan Osborne - Love And Hate - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Joan Osborne staat inmiddels, zeker in Nederland, al weer heel wat jaren in de boeken als ‘one hit wonder’. Die status dankt ze aan de wereldhit One Of Us uit 1995. One Of Us, overigens niet door Joan Osborne zelf geschreven, stond op haar officiële debuut Relish. Die plaat deed het dankzij het wereldwijde succes van One Of Us heel aardig, maar bleek een blok aan het been van Joan Osborne.
Het duurde maar liefst vijf jaar voor de oorspronkelijk uit Anchorage, Kentucky, afkomstige singer-songwriter met een opvolger op de proppen kwam en deze kon de vergelijking met Relish eigenlijk niet goed doorstaan. Ook alle platen die zouden volgen hadden hier last van. Dat betekent overigens niet dat Joan Osborne sinds Relish alleen maar tegenvallende platen heeft gemaakt. How Sweet It Is uit 2002 en Breakfast In Bed waren nauwelijks minder dan Relish, misschien vond ik ze zelf wel beter, maar hadden geen potentiële wereldhit aan boord.
Bovendien zwalkte Joan Osborne de afgelopen 15 jaar net wat teveel tussen mainstream pop, bluesy rock, pure soul en het vertolken van songs uit de oude doos, waardoor haar platen maar weinig houvast boden.
Twee jaar na het uitstekende Bring It On Home, dat ik zelf pas deze week ontdekte, maar in de VS wel op de juiste waarde werd geschat en zelfs een Grammy in de wacht sleepte, keert Joan Osborne terug met Love And Hate. Laat ik maar met de deur in huis vallen: Love And Hate is geen plaat waarmee Joan Osborne zich in Nederland gaat ontworstelen aan het predicaat ‘one hit wonder’ en het is evenmin een plaat waarmee Joan Osborne in Nederland een grote groep serieuze muziekliefhebbers aan zich gaat binden.
Op Love And Hate laat Joan Osborne de pure soul en blues immers weer meer wat varen en kiest ze vooral voor wat zoet aandoende 70s pop. Het is zeker geen kauwgomballenpop, maar lekker in het gehoor liggende muziek met invloeden uit de rhythm & blues, soul, funk, jazz en pop.
In de honingzoete openingstrack klinkt dat als een kruising tussen Van Morrison en Paula Cole, maar dit zijn slechts twee van de vele namen die opduiken bij beluistering van Love And Hate (om er nog een paar te noemen: Burt Bacharach, Dusty Springfield, Stevie Wonder, Barbara Streisan).
Samen met sterproducer Jack Petruzzelli (zijn werk voor Rufus Wainwright is voor deze recensie het meest relevant) heeft Joan Osborne een over het algemeen ingetogen plaat gemaakt. Dat hoor je het best in de met strijkers versierde ballads die voorzichtig opschuiven richting Barbara Streisand, maar hier en daar kiest Joan Osborne ook voor wat meer uptempo songs. Deze klinken soms funky, maar zijn ook niet vies van 80s pop of tijdloze pop.
Wanneer je kijkt naar de uitersten is Love And Hate een weinig coherent album, maar omdat de stemmige tracks domineren klinkt de nieuwe Joan Osborne toch als een eenheid. Veel mensen zullen het net wat te zoet vinden, maar persoonlijk vind ik het net gaan, vooral omdat Joan Osborne een fantastische zangeres is, die overdadig zoet nog net op tijd voorziet van een vleugje bitter en uiteindelijk alle songs naar zich toe trekt.
Ik geef direct toe dat ik ook nog wel wat twijfels heb over deze plaat en een aantal songs op het randje of net er overheen vind, maar ik merk op hetzelfde moment dat ik de plaat steeds vaker in de cd speler stop en Love And Hate eigenlijk altijd lekker vind klinken en daar gaat het uiteindelijk toch om. Joan Osborne kan een perfecte rootsplaat maken, maar heeft dat nog even niet gedaan. Het is aan de ene kant jammer, maar deze zoete verrassing smaakt ook best. Heel best zelfs, al is het absoluut even wennen. Erwin Zijleman
Joan Shelley - Like the River Loves the Sea (2019)

4,5
0
geplaatst: 5 september 2019, 16:49 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joan Shelley - Like The River Loves The Sea - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joan Shelley - Like The River Loves The Sea
Joan Shelley laat zich inspireren door de Amerikaanse folk uit vervlogen tijden en levert een ingetogen, intiem en bloedstollend mooi album af
Joan Shelley kwam er de afgelopen jaren bekaaid af op deze BLOG, maar inmiddels ben ik flink onder de indruk van haar oeuvre en dan met name van haar laatste album Like The River Loves The Sea. Het is een album met mooie ingetogen folksongs die vooral herinneren aan de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk uit de jaren 60 en 70. Het op IJsland opgenomen album is sober gearrangeerd, waardoor de fluisterzachte stem van Joan Shelley alle aandacht krijgt. Het is een stem die alle aandacht opeist en die makkelijk onder de huid kruipt. Hetzelfde geldt voor de tijdloos klinkende songs van de Amerikaanse singer-songwriter die met haar nieuwe album diepe indruk maakt.
De Amerikaanse singer-songwriter Joan Shelley was in het verleden niet zo happig op het (snel) beschikbaar maken van haar muziek via de streaming media diensten, waardoor haar albums, in ieder geval op deze BLOG, niet de aandacht kregen die ze verdienden.
De singer-songwriter uit Louisville, Kentucky, doet het tegenwoordig anders, want het deze week verschenen Like The River Loves The Sea is direct te vinden op onder andere Spotify, Apple Music en bandcamp, waar ook de rest van het bijzonder fraaie oeuvre van de Amerikaanse singer-songwriter is te vinden.
Like The River Loves The Sea is de opvolger van het ruim twee jaar geleden verschenen titelloze album, waarop Joan Shelley zeer succesvol samenwerkte met Wilco voorman Jeff Tweedy, die het album mede produceerde. Voor haar nieuwe album trok Joan Shelley helemaal naar IJsland, waar de Amerikaanse muzikant James Elkington, in kleine kring bekend van de band The Zincs, tekende voor een belangrijk deel van het instrumentarium en de coproductie, terwijl een beperkt aantal IJslandse muzikanten zorg droeg voor de verdere inkleuring van het album en ook Will Oldham nog een paar noten mee zong.
De meeste muzikanten die hun inspiratie zoeken op IJsland keren terug met een album vol atmosferische en zweverige klanken, maar op het nieuwe album van Joan Shelley is er niet zo gek veel veranderd ten opzichte van de vorige albums van de Amerikaanse singer-songwriter.
Like The River Loves The Sea is, net als zijn voorgangers, geworteld in de Amerikaanse folk uit de jaren 60, waarbij Joan Shelley vooral aansluit bij de vaandeldragers van de Laurel Canyon scene met Joni Mitchell voorop, maar ook invloeden van alternatievere smaakmakers als Linda Perhacs, Karen Dalton en Judee Sill hebben hun weg gevonden in de muziek van de singer-songwriter uit Louisville.
Vergeleken met een groot deel van deze singer-songwriters beschikt Joan Shelley over een bijzonder aangename en makkelijk in het gehoor liggende stem. De vocalen op Like The River Loves The Sea zijn over het algemeen fluisterzacht, maar het zijn ook vocalen vol emotie, wat de songs van Joan Shelley een bijzondere lading geeft.
De mooie heldere en zachte vocalen op het album worden gecombineerd met een op het eerste gehoor ook zeer sobere instrumentatie, maar het door de akoestische gitaar gedomineerde geluid wordt hier en daar subtiel versterkt door strijkers en synthesizers. Zeker wanneer Joan Shelley kiest voor traditioneel aandoende folksongs heeft ze ook wel wat van Gillian Welch, maar het merendeel van de songs zoekt de inspiratie in het California van de jaren 60 en niet in de Appalachen.
Ik heb de meeste releases van Joan Shelley de afgelopen jaren onvoldoende aandacht gegeven, maar inmiddels ben ik behoorlijk in de ban van een intiem en wonderschoon oeuvre en dan vooral van de prachtige stem van Joan Shelley en de bijzondere wijze waarop ze haar songs vertolkt. Binnen dit oeuvre kan Like The River Loves The Sea wat mij betreft met de beste albums mee. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Joan Shelley - Like The River Loves The Sea - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joan Shelley - Like The River Loves The Sea
Joan Shelley laat zich inspireren door de Amerikaanse folk uit vervlogen tijden en levert een ingetogen, intiem en bloedstollend mooi album af
Joan Shelley kwam er de afgelopen jaren bekaaid af op deze BLOG, maar inmiddels ben ik flink onder de indruk van haar oeuvre en dan met name van haar laatste album Like The River Loves The Sea. Het is een album met mooie ingetogen folksongs die vooral herinneren aan de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk uit de jaren 60 en 70. Het op IJsland opgenomen album is sober gearrangeerd, waardoor de fluisterzachte stem van Joan Shelley alle aandacht krijgt. Het is een stem die alle aandacht opeist en die makkelijk onder de huid kruipt. Hetzelfde geldt voor de tijdloos klinkende songs van de Amerikaanse singer-songwriter die met haar nieuwe album diepe indruk maakt.
De Amerikaanse singer-songwriter Joan Shelley was in het verleden niet zo happig op het (snel) beschikbaar maken van haar muziek via de streaming media diensten, waardoor haar albums, in ieder geval op deze BLOG, niet de aandacht kregen die ze verdienden.
De singer-songwriter uit Louisville, Kentucky, doet het tegenwoordig anders, want het deze week verschenen Like The River Loves The Sea is direct te vinden op onder andere Spotify, Apple Music en bandcamp, waar ook de rest van het bijzonder fraaie oeuvre van de Amerikaanse singer-songwriter is te vinden.
Like The River Loves The Sea is de opvolger van het ruim twee jaar geleden verschenen titelloze album, waarop Joan Shelley zeer succesvol samenwerkte met Wilco voorman Jeff Tweedy, die het album mede produceerde. Voor haar nieuwe album trok Joan Shelley helemaal naar IJsland, waar de Amerikaanse muzikant James Elkington, in kleine kring bekend van de band The Zincs, tekende voor een belangrijk deel van het instrumentarium en de coproductie, terwijl een beperkt aantal IJslandse muzikanten zorg droeg voor de verdere inkleuring van het album en ook Will Oldham nog een paar noten mee zong.
De meeste muzikanten die hun inspiratie zoeken op IJsland keren terug met een album vol atmosferische en zweverige klanken, maar op het nieuwe album van Joan Shelley is er niet zo gek veel veranderd ten opzichte van de vorige albums van de Amerikaanse singer-songwriter.
Like The River Loves The Sea is, net als zijn voorgangers, geworteld in de Amerikaanse folk uit de jaren 60, waarbij Joan Shelley vooral aansluit bij de vaandeldragers van de Laurel Canyon scene met Joni Mitchell voorop, maar ook invloeden van alternatievere smaakmakers als Linda Perhacs, Karen Dalton en Judee Sill hebben hun weg gevonden in de muziek van de singer-songwriter uit Louisville.
Vergeleken met een groot deel van deze singer-songwriters beschikt Joan Shelley over een bijzonder aangename en makkelijk in het gehoor liggende stem. De vocalen op Like The River Loves The Sea zijn over het algemeen fluisterzacht, maar het zijn ook vocalen vol emotie, wat de songs van Joan Shelley een bijzondere lading geeft.
De mooie heldere en zachte vocalen op het album worden gecombineerd met een op het eerste gehoor ook zeer sobere instrumentatie, maar het door de akoestische gitaar gedomineerde geluid wordt hier en daar subtiel versterkt door strijkers en synthesizers. Zeker wanneer Joan Shelley kiest voor traditioneel aandoende folksongs heeft ze ook wel wat van Gillian Welch, maar het merendeel van de songs zoekt de inspiratie in het California van de jaren 60 en niet in de Appalachen.
Ik heb de meeste releases van Joan Shelley de afgelopen jaren onvoldoende aandacht gegeven, maar inmiddels ben ik behoorlijk in de ban van een intiem en wonderschoon oeuvre en dan vooral van de prachtige stem van Joan Shelley en de bijzondere wijze waarop ze haar songs vertolkt. Binnen dit oeuvre kan Like The River Loves The Sea wat mij betreft met de beste albums mee. Erwin Zijleman
Joan Shelley - Real Warmth (2025)

4,0
0
geplaatst: 25 september 2025, 18:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Joan Shelley - Real Warmth - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Joan Shelley - Real Warmth
De Amerikaanse muzikante Joan Shelley bouwt gestaag aan een fraai oeuvre, dat deze week wordt verrijkt met het zeer sfeervolle en smaakvolle Real Warmth, dat je wederom mee terug neemt naar de folk uit de jaren 60 en 70
Het duurde even voor ik overtuigd raakte van de kwaliteiten van de Amerikaanse muzikante Joan Shelley, maar eenmaal overtuigd koester ik haar albums. Ook het deze week verschenen Real Warmth is weer een prachtig album met muziek die van een kille herfstavond een warme zomeravond maakt en een stem die je doet smelten. Joan Shelley is zeker niet de enige die zich laat beïnvloeden door folk uit de jaren 60 en 70, maar er zijn er maar weinig die de invloeden uit het verleden zo mooi laten herleven. Real Warmth is een album met een serie aansprekende songs en met prachtige muziek, waarna de al even mooie stem van Joan Shelley de kers op de taart is.
Ik volg de Amerikaanse singer-songwriter Joan Shelley al sinds haar tweede album Electric Ursa uit 2014. Ik vond het een uitstekend album, maar het viel bij mij op een of andere manier tussen wal en schip en dat gold ook voor de eveneens uitstekende opvolger Over And Even uit 2015 en haar nog betere titelloze album uit 2017. De ommekeer kwam met het in 2019 uitgebrachte Like The River Loves The Sea dat ik echt betoverend mooi vond. Dat gold ook voor het in 2022 verschenen The Spur, dat met overtuiging mijn jaarlijstje haalde.
Op al haar albums maakt Joan Shelley muziek die zich stevig heeft laten beïnvloeden door de muziek die aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 in de Laurel Canyon bij Los Angeles werd gemaakt, maar ook de wat meer psychedelische en alternatieve Amerikaanse folk uit deze periode heeft zeker zijn sporen nagelaten op haar muziek.
Joan Shelley is helaas nog wat minder bekend dan de kwaliteit van haar albums rechtvaardigt, maar dat is het lot van muzikanten die niet het geluk hebben te worden omarmd door het TikTok publiek. Joan Shelley weet ondanks haar beperkte bekendheid wel goed aangeschreven producers en muzikanten aan zich te binden. Zo werkte ze in het verleden met Jeff Tweedy en James Elkington, terwijl ze ook gitarist (en echtgenoot) Nathan Salsburg meestal aan haar zijde weet.
Real Warmth, het nieuwe album van Joan Shelley, is geproduceerd door Ben Whiteley, die deel uit maakt van de Canadese band The Weather Station. Joan Shelley koos voor Like The River Loves The Sea voor een studio op IJsland en nam The Spur op in Kentucky. Haar nieuwe album werd opgenomen in het Canadese Toronto, maar alle albums van de Amerikaanse muzikante hebben een vergelijkbaar geluid.
Het is een geluid dat ook op Real Warmth weer is beïnvloed door Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70, al hoor ik ook wel wat invloeden uit de Britse folk uit deze periode. Mede door de inzet van uitstekende muzikanten als Nathan Salsburg, Ben Whiteley, Karen Ng, Doug Paisley en Tamara Lindeman klinkt ook Real Warmth weer prachtig, zeker als echt bijzonder fraaie klanken van een saxofoon worden toegevoegd of wanneer het album met een breed uitwaaiende pedal steel wordt voorzien van een subtiele country vibe.
Real Warmth ademt dankzij de warme en wat broeierige klanken de sfeer van een lome zomeravond en dat voelt zeer aangenaam, zeker nu de temperaturen hier wat beginnen te dalen. De warme sfeer van het album wordt versterkt door de bijzonder mooie zang van Joan Shelley. Ook op haar nieuwe album zingt de Amerikaanse muzikante weer prachtig ingehouden, maar echt iedere noot is raak op Real Warmth. De stem van Joan Shelley is niet alleen mooi, maar zit ook vol gevoel en doorleving, wat de kracht van haar songs verder vergroot.
Ik begrijp op zich wel dat Joan Shelley geen muziek maakt die een jong publiek op TikTok gaat aanspreken, maar ik hoop dat haar nieuwe album weer in net wat bredere kring wordt opgepakt. Het duurde bij mij even voor ik viel voor de muzikale charmes van de Amerikaanse muzikante, maar met Real Warmth levert ze voor de derde keer op rij een album af dat het uitstekend gaat doen op kille herfstavonden en koude winteravonden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Joan Shelley - Real Warmth - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Joan Shelley - Real Warmth
De Amerikaanse muzikante Joan Shelley bouwt gestaag aan een fraai oeuvre, dat deze week wordt verrijkt met het zeer sfeervolle en smaakvolle Real Warmth, dat je wederom mee terug neemt naar de folk uit de jaren 60 en 70
Het duurde even voor ik overtuigd raakte van de kwaliteiten van de Amerikaanse muzikante Joan Shelley, maar eenmaal overtuigd koester ik haar albums. Ook het deze week verschenen Real Warmth is weer een prachtig album met muziek die van een kille herfstavond een warme zomeravond maakt en een stem die je doet smelten. Joan Shelley is zeker niet de enige die zich laat beïnvloeden door folk uit de jaren 60 en 70, maar er zijn er maar weinig die de invloeden uit het verleden zo mooi laten herleven. Real Warmth is een album met een serie aansprekende songs en met prachtige muziek, waarna de al even mooie stem van Joan Shelley de kers op de taart is.
Ik volg de Amerikaanse singer-songwriter Joan Shelley al sinds haar tweede album Electric Ursa uit 2014. Ik vond het een uitstekend album, maar het viel bij mij op een of andere manier tussen wal en schip en dat gold ook voor de eveneens uitstekende opvolger Over And Even uit 2015 en haar nog betere titelloze album uit 2017. De ommekeer kwam met het in 2019 uitgebrachte Like The River Loves The Sea dat ik echt betoverend mooi vond. Dat gold ook voor het in 2022 verschenen The Spur, dat met overtuiging mijn jaarlijstje haalde.
Op al haar albums maakt Joan Shelley muziek die zich stevig heeft laten beïnvloeden door de muziek die aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 in de Laurel Canyon bij Los Angeles werd gemaakt, maar ook de wat meer psychedelische en alternatieve Amerikaanse folk uit deze periode heeft zeker zijn sporen nagelaten op haar muziek.
Joan Shelley is helaas nog wat minder bekend dan de kwaliteit van haar albums rechtvaardigt, maar dat is het lot van muzikanten die niet het geluk hebben te worden omarmd door het TikTok publiek. Joan Shelley weet ondanks haar beperkte bekendheid wel goed aangeschreven producers en muzikanten aan zich te binden. Zo werkte ze in het verleden met Jeff Tweedy en James Elkington, terwijl ze ook gitarist (en echtgenoot) Nathan Salsburg meestal aan haar zijde weet.
Real Warmth, het nieuwe album van Joan Shelley, is geproduceerd door Ben Whiteley, die deel uit maakt van de Canadese band The Weather Station. Joan Shelley koos voor Like The River Loves The Sea voor een studio op IJsland en nam The Spur op in Kentucky. Haar nieuwe album werd opgenomen in het Canadese Toronto, maar alle albums van de Amerikaanse muzikante hebben een vergelijkbaar geluid.
Het is een geluid dat ook op Real Warmth weer is beïnvloed door Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70, al hoor ik ook wel wat invloeden uit de Britse folk uit deze periode. Mede door de inzet van uitstekende muzikanten als Nathan Salsburg, Ben Whiteley, Karen Ng, Doug Paisley en Tamara Lindeman klinkt ook Real Warmth weer prachtig, zeker als echt bijzonder fraaie klanken van een saxofoon worden toegevoegd of wanneer het album met een breed uitwaaiende pedal steel wordt voorzien van een subtiele country vibe.
Real Warmth ademt dankzij de warme en wat broeierige klanken de sfeer van een lome zomeravond en dat voelt zeer aangenaam, zeker nu de temperaturen hier wat beginnen te dalen. De warme sfeer van het album wordt versterkt door de bijzonder mooie zang van Joan Shelley. Ook op haar nieuwe album zingt de Amerikaanse muzikante weer prachtig ingehouden, maar echt iedere noot is raak op Real Warmth. De stem van Joan Shelley is niet alleen mooi, maar zit ook vol gevoel en doorleving, wat de kracht van haar songs verder vergroot.
Ik begrijp op zich wel dat Joan Shelley geen muziek maakt die een jong publiek op TikTok gaat aanspreken, maar ik hoop dat haar nieuwe album weer in net wat bredere kring wordt opgepakt. Het duurde bij mij even voor ik viel voor de muzikale charmes van de Amerikaanse muzikante, maar met Real Warmth levert ze voor de derde keer op rij een album af dat het uitstekend gaat doen op kille herfstavonden en koude winteravonden. Erwin Zijleman
Joan Shelley - The Spur (2022)

4,5
1
geplaatst: 25 juni 2022, 10:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joan Shelley - The Spur - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joan Shelley - The Spur
De Amerikaanse singer-songwriter Joan Shelley vervolgt haar weg met het intieme The Spur, dat vol staat met ingetogen, maar prachtig ingekleurde folksongs, die worden gedragen door haar wonderschone vocalen
Joan Shelley is ondanks de lange pauze na haar vorige album alweer toe aan haar vijfde album in acht jaar tijd. The Spur borduurt voort op de vorige albums van de muzikante uit Kentucky, maar legt ook net wat andere accenten en laat bovendien wederom groei horen. Joan Shelley maakt nog altijd behoorlijk ingetogen folksongs, maar haar songs zijn ook dit keer fraai ingekleurd met vooral veel mooi snarenwerk. Het past allemaal prachtig bij haar stem, die zich soepel beweegt door het vaak aan de folk uit de jaren 60 herinnerende geluid. Het levert een even mooie als indringende luistertrip op die je twaalf songs en ruim veertig minuten lang vastgrijpt en betovert.
De Amerikaanse singer-songwriter Joan Shelley debuteerde alweer tien jaar geleden, maar krijgt pas sinds haar vijf jaar geleden verschenen titelloze derde album veel aandacht van de critici. De muzikante uit Louisville, Kentucky, verdient deze aandacht dubbel en dwars met folky songs, die zo lijken weggelopen uit de jaren 60.
In het werk van Joan Shelley zijn tot dusver flink wat invloeden uit de Laurel Canyon scene en van met name Joni Mitchell te horen, maar de songs van de Amerikaanse muzikante raken ook aan die van alternatievere folkzangeressen uit het verleden als Linda Perhacs, Karen Dalton en Judee Sill. Nu zijn dit invloeden en namen die ik de afgelopen jaren welk erg vaak moet intypen in recensies, maar Joan Shelley slaagt er vooralsnog in om meer indruk te maken dan de concurrentie.
Joan Shelley koos op haar titelloze album uit 2017 voor Wilco voorman Jeff Tweedy als producer en werkte op het drie jaar geleden verschenen en op IJsland opgenomen Like The River Loves The Sea samen met multi-instrumentalist James Elkington, die op de meeste van haar albums is te horen. James Elkington keert terug op het deze week verschenen The Spur, waarop ook haar vaste gitarist Nathan Salsburg weer is te horen.
Joan Shelley was na de tour die volgde op Like The River Loves The Sea het touren en reizen helemaal beu en besloot zich terug te trekken op een boerderij op het platteland van Kentucky. De coronapandemie maakte het mogelijk om het touren zo lang mogelijk uit te stellen, waardoor in een intieme setting de tijd kon worden genomen voor het opnemen van haar nieuwe album, waarop ook gastvocalen van onder andere Meg Baird en Bill Callahan zijn te horen en dat vorig jaar al werd afgerond.
Joan Shelley werd in de tussentijd ook nog moeder, wat de bijzondere en vaak intieme sfeer op het album nog wat verder heeft versterkt. Het betekent overigens niet dat er in muzikaal opzicht heel veel is veranderd in de muziek van Joan Shelley. Ook op The Spur hoor je immers vooral ingetogen folksongs die herinneren aan folkzangeressen uit een ver verleden.
Vergeleken met deze folkzangeressen uit het verleden heeft Joan Shelley wel meer aandacht besteed aan de instrumentatie. De akoestische gitaar of piano en de stem van Joan Shelley worden op The Spur omgeven met bijzonder fraaie accenten van andere instrumenten, waaronder het inmiddels bekende prachtige gitaarwerk van Nathan Salsburg en incidenteel stemmige cello bijdragen of bijdragen van blazers.
The Spur klinkt hierdoor voller dan de folkalbums van weleer, maar van overdaad is nooit sprake, waardoor The Spur nog altijd de sfeer van de jaren 60 kan ademen. Het combineert bijzonder mooi met de prachtige stem van Joan Shelley, die ook met haar stem herinnert aan Amerikaanse folkzangeressen van weleer, maar ook af en toe wel wat heeft van Gillian Welch, zeker wanneer haar stem wordt gecombineerd met fraai rootsy snarenwerk.
Joan Shelley beschrijft The Spur zelf als een meditatie langs licht en donker, want de lange periode in isolatie leverde niet uitsluitend positieve ervaringen op. Het meditatieve karakter van de muziek herken ik zeker, want The Spur is een heerlijk album om je mee af te zonderen of om bij te ontspannen.
Ik had eerlijk gezegd verwacht dat ik de ingetogen folk met een hang naar het verleden na zoveel albums inmiddels wel gehoord zou hebben, maar de muziek van Joan Shelley wordt vooralsnog alleen maar mooier en indrukwekkender. The Spur vind ik dan ook haar beste album tot dusver en dat zegt wat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Joan Shelley - The Spur - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joan Shelley - The Spur
De Amerikaanse singer-songwriter Joan Shelley vervolgt haar weg met het intieme The Spur, dat vol staat met ingetogen, maar prachtig ingekleurde folksongs, die worden gedragen door haar wonderschone vocalen
Joan Shelley is ondanks de lange pauze na haar vorige album alweer toe aan haar vijfde album in acht jaar tijd. The Spur borduurt voort op de vorige albums van de muzikante uit Kentucky, maar legt ook net wat andere accenten en laat bovendien wederom groei horen. Joan Shelley maakt nog altijd behoorlijk ingetogen folksongs, maar haar songs zijn ook dit keer fraai ingekleurd met vooral veel mooi snarenwerk. Het past allemaal prachtig bij haar stem, die zich soepel beweegt door het vaak aan de folk uit de jaren 60 herinnerende geluid. Het levert een even mooie als indringende luistertrip op die je twaalf songs en ruim veertig minuten lang vastgrijpt en betovert.
De Amerikaanse singer-songwriter Joan Shelley debuteerde alweer tien jaar geleden, maar krijgt pas sinds haar vijf jaar geleden verschenen titelloze derde album veel aandacht van de critici. De muzikante uit Louisville, Kentucky, verdient deze aandacht dubbel en dwars met folky songs, die zo lijken weggelopen uit de jaren 60.
In het werk van Joan Shelley zijn tot dusver flink wat invloeden uit de Laurel Canyon scene en van met name Joni Mitchell te horen, maar de songs van de Amerikaanse muzikante raken ook aan die van alternatievere folkzangeressen uit het verleden als Linda Perhacs, Karen Dalton en Judee Sill. Nu zijn dit invloeden en namen die ik de afgelopen jaren welk erg vaak moet intypen in recensies, maar Joan Shelley slaagt er vooralsnog in om meer indruk te maken dan de concurrentie.
Joan Shelley koos op haar titelloze album uit 2017 voor Wilco voorman Jeff Tweedy als producer en werkte op het drie jaar geleden verschenen en op IJsland opgenomen Like The River Loves The Sea samen met multi-instrumentalist James Elkington, die op de meeste van haar albums is te horen. James Elkington keert terug op het deze week verschenen The Spur, waarop ook haar vaste gitarist Nathan Salsburg weer is te horen.
Joan Shelley was na de tour die volgde op Like The River Loves The Sea het touren en reizen helemaal beu en besloot zich terug te trekken op een boerderij op het platteland van Kentucky. De coronapandemie maakte het mogelijk om het touren zo lang mogelijk uit te stellen, waardoor in een intieme setting de tijd kon worden genomen voor het opnemen van haar nieuwe album, waarop ook gastvocalen van onder andere Meg Baird en Bill Callahan zijn te horen en dat vorig jaar al werd afgerond.
Joan Shelley werd in de tussentijd ook nog moeder, wat de bijzondere en vaak intieme sfeer op het album nog wat verder heeft versterkt. Het betekent overigens niet dat er in muzikaal opzicht heel veel is veranderd in de muziek van Joan Shelley. Ook op The Spur hoor je immers vooral ingetogen folksongs die herinneren aan folkzangeressen uit een ver verleden.
Vergeleken met deze folkzangeressen uit het verleden heeft Joan Shelley wel meer aandacht besteed aan de instrumentatie. De akoestische gitaar of piano en de stem van Joan Shelley worden op The Spur omgeven met bijzonder fraaie accenten van andere instrumenten, waaronder het inmiddels bekende prachtige gitaarwerk van Nathan Salsburg en incidenteel stemmige cello bijdragen of bijdragen van blazers.
The Spur klinkt hierdoor voller dan de folkalbums van weleer, maar van overdaad is nooit sprake, waardoor The Spur nog altijd de sfeer van de jaren 60 kan ademen. Het combineert bijzonder mooi met de prachtige stem van Joan Shelley, die ook met haar stem herinnert aan Amerikaanse folkzangeressen van weleer, maar ook af en toe wel wat heeft van Gillian Welch, zeker wanneer haar stem wordt gecombineerd met fraai rootsy snarenwerk.
Joan Shelley beschrijft The Spur zelf als een meditatie langs licht en donker, want de lange periode in isolatie leverde niet uitsluitend positieve ervaringen op. Het meditatieve karakter van de muziek herken ik zeker, want The Spur is een heerlijk album om je mee af te zonderen of om bij te ontspannen.
Ik had eerlijk gezegd verwacht dat ik de ingetogen folk met een hang naar het verleden na zoveel albums inmiddels wel gehoord zou hebben, maar de muziek van Joan Shelley wordt vooralsnog alleen maar mooier en indrukwekkender. The Spur vind ik dan ook haar beste album tot dusver en dat zegt wat. Erwin Zijleman
Joana Serrat - BIG WAVE (2024)

4,5
0
geplaatst: 20 juni 2024, 18:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joana Serrat - BIG WAVE - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joana Serrat - BIG WAVE
De Spaanse muzikante Joana Serrat is in Nederland helaas nog altijd vrij onbekend, maar levert ook met het wat ruwere en donkerdere BIG WAVE weer een uitstekend album af, dat echt alle aandacht verdient
Ondanks mijn liefde voor de vorige albums van Joana Serrat had ik het nieuwe album van de Spaanse muzikante bijna gemist. Dat zou doodzonde zijn geweest, want met BIG WAVE voegt Joana Serrat weer een fascinerend hoofdstuk toe aan haar oeuvre. De ooit als folky begonnen muzikante omringt zich dit keer door een veel ruwer en gruiziger geluid, waarin gitaren de hoofdrol spelen. Het is een behoorlijk donker geluid, maar als Joana Serrat zingt schijnt nog altijd de zon. Het is knap hoe de Spaanse muzikante op haar nieuwe album weer flink anders klinkt dan op haar vorige album, maar er ook in slaagt om een bijzonder hoog niveau vast te houden.
Het nieuwe album van de Spaanse muzikante Joana Serrat is eerder deze maand bijna geruisloos verschenen in Nederland. Ondanks het feit dat ik haar vorige albums erg goed vond had ik de release van het nieuwe album daarom bijna gemist, maar gelukkig waren de Britse muziektijdschriften Mojo en Uncut wel bij de les.
Met name Uncut is bijzonder positief over BIG WAVE en geeft het album de voor het tijdschrift (zeker voor een nieuwe release) redelijk zeldzame 9. Daar valt wat mij betreft niets op af te dingen, al is het maar omdat Joana Serrat op haar nieuwe album weer een andere kant van zichzelf laat horen, zonder aan kwaliteit in te boeten.
BIG WAVE is het zesde album van de Spaanse muzikante, maar zelf ken ik er vijf. Ik ontdekte Joana Serrat aan het begin van 2015, toen het op dat moment al een jaar oude Dear Great Canyon, het tweede album van Joana Serrat, voor het eerst aandacht kreeg in Nederland. Het is een album waarop de muzikante uit Vic (bij Barcelona) zich vooral laat beïnvloeden door de folk(rock) en country(rock) albums uit de platenkast van haar vader en de invloeden uit het verleden combineert met een beetje dreampop en indierock in een prachtige productie van de van The Arcade Fire bekende Howard Bilerman.
Het zijn invloeden die ook zijn te horen op het uit 2016 stammende en wederom dor Howard Bilerman geproduceerde Cross The Verge en op het in 2017 verschenen Dripping Sins, waarop Joana Serrat samenwerkt met Israel Nash. Op het samen met leden van Midlake gemaakte Hardcore From The Heart uit 2021 werd het vizier wat meer gericht op pop, maar de muziek van Joana Serrat bleef bijzonder en zeer aansprekend.
Vorig jaar dook de Spaanse muzikante op met de gelegenheidsband Riders Of The Canyon, maar met BIG WAVE keert ze terug met een eigen album. Joana Serrat nam haar vorige albums op in Texas en ook BIG WAVE werd weer in de zuidelijke Amerikaanse staat opgenomen, met dit keer de van Centro-Matic, John Moreland, Jason Isbell & The 400 Unit en Nikki Lane bekende muzikant en producer Matt Pence achter de knoppen.
Mojo hoort in de muziek op het nieuwe album van Joana Serrat invloeden van My Bloody Valentine en Cocteau Twins. Dat vind ik persoonlijk wat ver gezocht, al is de muziek op BIG WAVE, waarvoor de Spaanse muzikante een beroep deed op leden van Midlake en Mercury Rev, wel een bijzondere combinatie van dromerige en zweverige en rauwe en gruizige klanken.
Het bij vlagen vervormde geluid op het album wordt gecombineerd met de mooie stem van Joana Serrat en dat is een bijzondere combinatie. Ik hou persoonlijk wel van het folky geluid van de muzikante uit Catalonië, maar ook het wat donkere en ruwe geluid op BIG WAVE is zeer aansprekend en ook dit geluid past prima bij de stem van Joana Serrat.
Ik ben zoals gezegd zeer gecharmeerd van de vorige albums van de Spaanse muzikante, die het op het interessante muziekplatform MusicMeter.nl in de meeste gevallen helaas alleen met mijn observatie moeten doen. Ook voor BIG WAVE is er nog geen aandacht in Nederland, maar zoals Mojo en Uncut terecht concluderen is ook het nieuwe album van Joana Serrat weer een uitstekend album.
Het is een album waarop gruizige gitaren en donkere wolken een belangrijke rol spelen, maar ook dit keer zijn de songs stuk voor stuk zeer aansprekend en hoor je nog steeds de folk- en countryinvloeden uit de platenkast van haar jeugd. Ik zou er zeker eens naar luisteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Joana Serrat - BIG WAVE - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Joana Serrat - BIG WAVE
De Spaanse muzikante Joana Serrat is in Nederland helaas nog altijd vrij onbekend, maar levert ook met het wat ruwere en donkerdere BIG WAVE weer een uitstekend album af, dat echt alle aandacht verdient
Ondanks mijn liefde voor de vorige albums van Joana Serrat had ik het nieuwe album van de Spaanse muzikante bijna gemist. Dat zou doodzonde zijn geweest, want met BIG WAVE voegt Joana Serrat weer een fascinerend hoofdstuk toe aan haar oeuvre. De ooit als folky begonnen muzikante omringt zich dit keer door een veel ruwer en gruiziger geluid, waarin gitaren de hoofdrol spelen. Het is een behoorlijk donker geluid, maar als Joana Serrat zingt schijnt nog altijd de zon. Het is knap hoe de Spaanse muzikante op haar nieuwe album weer flink anders klinkt dan op haar vorige album, maar er ook in slaagt om een bijzonder hoog niveau vast te houden.
Het nieuwe album van de Spaanse muzikante Joana Serrat is eerder deze maand bijna geruisloos verschenen in Nederland. Ondanks het feit dat ik haar vorige albums erg goed vond had ik de release van het nieuwe album daarom bijna gemist, maar gelukkig waren de Britse muziektijdschriften Mojo en Uncut wel bij de les.
Met name Uncut is bijzonder positief over BIG WAVE en geeft het album de voor het tijdschrift (zeker voor een nieuwe release) redelijk zeldzame 9. Daar valt wat mij betreft niets op af te dingen, al is het maar omdat Joana Serrat op haar nieuwe album weer een andere kant van zichzelf laat horen, zonder aan kwaliteit in te boeten.
BIG WAVE is het zesde album van de Spaanse muzikante, maar zelf ken ik er vijf. Ik ontdekte Joana Serrat aan het begin van 2015, toen het op dat moment al een jaar oude Dear Great Canyon, het tweede album van Joana Serrat, voor het eerst aandacht kreeg in Nederland. Het is een album waarop de muzikante uit Vic (bij Barcelona) zich vooral laat beïnvloeden door de folk(rock) en country(rock) albums uit de platenkast van haar vader en de invloeden uit het verleden combineert met een beetje dreampop en indierock in een prachtige productie van de van The Arcade Fire bekende Howard Bilerman.
Het zijn invloeden die ook zijn te horen op het uit 2016 stammende en wederom dor Howard Bilerman geproduceerde Cross The Verge en op het in 2017 verschenen Dripping Sins, waarop Joana Serrat samenwerkt met Israel Nash. Op het samen met leden van Midlake gemaakte Hardcore From The Heart uit 2021 werd het vizier wat meer gericht op pop, maar de muziek van Joana Serrat bleef bijzonder en zeer aansprekend.
Vorig jaar dook de Spaanse muzikante op met de gelegenheidsband Riders Of The Canyon, maar met BIG WAVE keert ze terug met een eigen album. Joana Serrat nam haar vorige albums op in Texas en ook BIG WAVE werd weer in de zuidelijke Amerikaanse staat opgenomen, met dit keer de van Centro-Matic, John Moreland, Jason Isbell & The 400 Unit en Nikki Lane bekende muzikant en producer Matt Pence achter de knoppen.
Mojo hoort in de muziek op het nieuwe album van Joana Serrat invloeden van My Bloody Valentine en Cocteau Twins. Dat vind ik persoonlijk wat ver gezocht, al is de muziek op BIG WAVE, waarvoor de Spaanse muzikante een beroep deed op leden van Midlake en Mercury Rev, wel een bijzondere combinatie van dromerige en zweverige en rauwe en gruizige klanken.
Het bij vlagen vervormde geluid op het album wordt gecombineerd met de mooie stem van Joana Serrat en dat is een bijzondere combinatie. Ik hou persoonlijk wel van het folky geluid van de muzikante uit Catalonië, maar ook het wat donkere en ruwe geluid op BIG WAVE is zeer aansprekend en ook dit geluid past prima bij de stem van Joana Serrat.
Ik ben zoals gezegd zeer gecharmeerd van de vorige albums van de Spaanse muzikante, die het op het interessante muziekplatform MusicMeter.nl in de meeste gevallen helaas alleen met mijn observatie moeten doen. Ook voor BIG WAVE is er nog geen aandacht in Nederland, maar zoals Mojo en Uncut terecht concluderen is ook het nieuwe album van Joana Serrat weer een uitstekend album.
Het is een album waarop gruizige gitaren en donkere wolken een belangrijke rol spelen, maar ook dit keer zijn de songs stuk voor stuk zeer aansprekend en hoor je nog steeds de folk- en countryinvloeden uit de platenkast van haar jeugd. Ik zou er zeker eens naar luisteren. Erwin Zijleman
Joana Serrat - Cross the Verge (2016)

4,5
0
geplaatst: 17 mei 2016, 19:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joana Serrat - Cross The Verge - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Spaanse singer-songwriter Joana Serrat trok begin vorig jaar in kleine kring terecht aandacht met haar debuut Dear Great Canyon.
Samen met de vooral van The Arcade Fire bekende producer Howard Bilerman (hij produceerde het briljante Funeral) vertaalde Joana Serrat de liefde voor de goed gevulde platenkast van haar ouders naar songs die stuk voor stuk diepe indruk maakten.
Het bleek een platenkast met een voorkeur voor Amerikaanse folk en country, maar Joana Serrat en Howard Bilerman verwerkten alle invloeden uit het verleden in een fris en eigentijds geluid dat veel meer aandacht had verdiend.
De herkansing komt met het onlangs verschenen Cross The Verge, dat nog veel mooier en indrukwekkender is dan zijn voorganger. Ook op haar nieuwe plaat werkt Joana Serrat weer samen met de gelouterde Howard Bilerman en dat is een wijs besluit. Cross The Verge klinkt immers fantastisch en ligt alleen door de productie al een flink stuk voor op de platen van de concurrentie.
Dear Great Canyon werd nog opgenomen in Spanje, maar voor haar nieuwe plaat toog de Spaanse singer-songwriter naar Montreal, alwaar flink wat gastmuzikanten aanschoven, onder wie Basia Bulat, Neil Halstead (Slowdive, Mojave 3) en Ryan Boldt (The Deep Dark Woods). Het levert een prachtige plaat op, die veel meer aandacht verdient dan de toch wat ondergewaardeerde voorganger.
Ook op haar nieuwe plaat maakt Joana Serrat weer muziek die is verankerd in de Amerikaanse rootsmuziek, die zo goed vertegenwoordigd was in de platenkast van haar ouders. Howard Bilerman sluit hierbij aan met een productie waarin de pedal steel centraal staat.
Ondanks de voorliefde voor invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en het bijbehorende instrumentarium, is Cross The Verge zeker geen 13 in een dozijn rootsplaat. Dat heeft deels te maken met de lichte Spaanse en wat mij betreft zeer charmante Spaanse tongval van Joana Serrat, maar het heeft vooral te maken met de bijzondere sfeer die Joana Serrat creëert op haar nieuwe plaat.
Cross The Verge heeft een licht bedwelmende en soms bijna bezwerende uitwerking en doet af en toe wel wat denken aan de platen van Mazzy Star. Het Britse muziektijdschrift Mojo slaat de spijker dan ook op de kop met de omschrijving “like Mazzy Star guesting on an early Neil Young demo”.
Cross The Verge is soms ingetogen en bijna sereen, maar kan ook uithalen met lekker stevig gitaarwerk en is hierdoor gevarieerder dan de meeste andere platen in het genre. De veelzijdige stem van de Spaanse, die ook aan Sinéad o'Connor kan raken, maakt het af.
Ik heb de plaat inmiddels een tijdje in mijn bezit en kan nauwelijks meer zonder. Joana Serrat maakte indruk met haar vorige plaat, maar deelt een mokerslag uit met deze prachtplaat. Ga dat horen! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Joana Serrat - Cross The Verge - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Spaanse singer-songwriter Joana Serrat trok begin vorig jaar in kleine kring terecht aandacht met haar debuut Dear Great Canyon.
Samen met de vooral van The Arcade Fire bekende producer Howard Bilerman (hij produceerde het briljante Funeral) vertaalde Joana Serrat de liefde voor de goed gevulde platenkast van haar ouders naar songs die stuk voor stuk diepe indruk maakten.
Het bleek een platenkast met een voorkeur voor Amerikaanse folk en country, maar Joana Serrat en Howard Bilerman verwerkten alle invloeden uit het verleden in een fris en eigentijds geluid dat veel meer aandacht had verdiend.
De herkansing komt met het onlangs verschenen Cross The Verge, dat nog veel mooier en indrukwekkender is dan zijn voorganger. Ook op haar nieuwe plaat werkt Joana Serrat weer samen met de gelouterde Howard Bilerman en dat is een wijs besluit. Cross The Verge klinkt immers fantastisch en ligt alleen door de productie al een flink stuk voor op de platen van de concurrentie.
Dear Great Canyon werd nog opgenomen in Spanje, maar voor haar nieuwe plaat toog de Spaanse singer-songwriter naar Montreal, alwaar flink wat gastmuzikanten aanschoven, onder wie Basia Bulat, Neil Halstead (Slowdive, Mojave 3) en Ryan Boldt (The Deep Dark Woods). Het levert een prachtige plaat op, die veel meer aandacht verdient dan de toch wat ondergewaardeerde voorganger.
Ook op haar nieuwe plaat maakt Joana Serrat weer muziek die is verankerd in de Amerikaanse rootsmuziek, die zo goed vertegenwoordigd was in de platenkast van haar ouders. Howard Bilerman sluit hierbij aan met een productie waarin de pedal steel centraal staat.
Ondanks de voorliefde voor invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en het bijbehorende instrumentarium, is Cross The Verge zeker geen 13 in een dozijn rootsplaat. Dat heeft deels te maken met de lichte Spaanse en wat mij betreft zeer charmante Spaanse tongval van Joana Serrat, maar het heeft vooral te maken met de bijzondere sfeer die Joana Serrat creëert op haar nieuwe plaat.
Cross The Verge heeft een licht bedwelmende en soms bijna bezwerende uitwerking en doet af en toe wel wat denken aan de platen van Mazzy Star. Het Britse muziektijdschrift Mojo slaat de spijker dan ook op de kop met de omschrijving “like Mazzy Star guesting on an early Neil Young demo”.
Cross The Verge is soms ingetogen en bijna sereen, maar kan ook uithalen met lekker stevig gitaarwerk en is hierdoor gevarieerder dan de meeste andere platen in het genre. De veelzijdige stem van de Spaanse, die ook aan Sinéad o'Connor kan raken, maakt het af.
Ik heb de plaat inmiddels een tijdje in mijn bezit en kan nauwelijks meer zonder. Joana Serrat maakte indruk met haar vorige plaat, maar deelt een mokerslag uit met deze prachtplaat. Ga dat horen! Erwin Zijleman
Joana Serrat - Dear Great Canyon (2014)

4,5
0
geplaatst: 31 januari 2015, 21:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Boek: Kraftwerk - Publikation - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Voor platen in de categorie ‘minder bekend talent in het rootssegment’ ga ik deze week bijna een jaar terug in de tijd. Het is immers al weer bijna een jaar geleden dat Dear Great Canyon van de Spaanse singer-songwriter Joana Serrat verscheen.
Dat leverde haar vorig jaar helaas maar weinig aandacht op in Nederland, maar dankzij haar optreden op Eurosonic staat Dear Great Canyon nu gelukkig alsnog in de belangstelling. En terecht.
Joana Serrat groeide op in de buurt van Barcelona. Dat hoor je soms terug in het Engels van de Spaanse singer-songwriter, maar zeker niet in de muziek die op Dear Great Canyon centraal staat. De ouders van Joana Serrat beschikten over een goed gevulde platenkast, waarin Amerikaanse muziek centraal stond en die platenkast heeft de muzikale voorkeur van de jonge Joana Serrat voor een belangrijk deel bepaald.
Joana Serrat ging daarom aan de andere kant van de grote plas op zoek naar een geschikte producer van naam en faam en die bleken uiteindelijk in de rij te staan voor de getalenteerde Spaanse singer-songwriter. Dear Great Canyon werd uiteindelijk opgenomen in het Spaande Cadiz met de gerenommeerde producer Howard Bilerman achter de knoppen. Bilerman is vooral bekend van The Arcade Fire (hij produceerde het nooit meer overtroffen Funeral) en Godspeed You! Black Emperor, maar produceerde ook platen van Vic Chesnutt, Basia Bulat en de al weer vergeten Angela Desveaux (check haar prachtplaten uit 2006 en 2008).
Howard Bilerman heeft het debuut van Joana Serrat voorzien van een productie die zowel authentiek als modern klinkt. De voorliefde van Joana Serrat voor Amerikaanse rootsmuziek klinkt nadrukkelijk door op Dear Great Canyon, maar het is zeker geen 13 in een dozijn rootsplaat geworden. Dear Great Canyon laat weliswaar goed horen dat Joana Serrat flink is beïnvloed door Amerikaanse folk en country, maar deze invloeden zijn verpakt in een heerlijk dromerig en op hetzelfde moment vol geluid waarin typische rootsinstrumenten als een pedal steel fraai worden gecombineerd met moderne elektronica en elektrische gitaren.
Ook qua zang is Joana Serrat overigens geen typische rootszangeres. Haar stem doet af en toe denken aan die van Beth Orton, maar heeft af en toe ook iets van Sinéad O’Connor, al worden de excessen gelukkig vermeden. Jana Serrat kan echter ook klinken als een folkie van weleer, wat een hele gevarieerde plaat oplevert, met het hoge niveau als enige constante.
Het levert ook een plaat op die uiteindelijk niet precies in een hokje past, maar wel steeds weet te betoveren met prachtige songs vol geheimen. Deze zijn de ene keer lichtvoetig en toegankelijk, maar zijn net zo makkelijk ingetogen en donker of zelfs dreigend. De ene keer past het in het hokje indie-pop of indie-rock, maar Joana Serrat is ook niet bang voor bijna verstilde folk of duistere country-noir, die goed aansluit op de voorbeelden uit de platenkast van haar ouders.
Howard Bilerman verdient een standbeeld voor de prachtige productie van Dear Great Canyon, maar het meeste respect gaat natuurlijk uit naar de Spaanse singer-songwriter Joana Serrat, die niet alleen een bloedmooie maar ook volop betoverende plaat heeft gemaakt vol songs die iets met je doen en je nieuwsgierig maken naar de achtergronden van deze plaat.
Na flink wat beluisteringen weet ik het zeker: Dear Great Canyon is een debuut om heel erg druk over te doen. Dat is vorig jaar helaas niet gebeurd, maar dat Dear Great Canyon een tweede kans verdient is wat mij betreft zeker. Ik schaar hem in ieder geval alvast onder de verrassingen van 2015. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Boek: Kraftwerk - Publikation - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Voor platen in de categorie ‘minder bekend talent in het rootssegment’ ga ik deze week bijna een jaar terug in de tijd. Het is immers al weer bijna een jaar geleden dat Dear Great Canyon van de Spaanse singer-songwriter Joana Serrat verscheen.
Dat leverde haar vorig jaar helaas maar weinig aandacht op in Nederland, maar dankzij haar optreden op Eurosonic staat Dear Great Canyon nu gelukkig alsnog in de belangstelling. En terecht.
Joana Serrat groeide op in de buurt van Barcelona. Dat hoor je soms terug in het Engels van de Spaanse singer-songwriter, maar zeker niet in de muziek die op Dear Great Canyon centraal staat. De ouders van Joana Serrat beschikten over een goed gevulde platenkast, waarin Amerikaanse muziek centraal stond en die platenkast heeft de muzikale voorkeur van de jonge Joana Serrat voor een belangrijk deel bepaald.
Joana Serrat ging daarom aan de andere kant van de grote plas op zoek naar een geschikte producer van naam en faam en die bleken uiteindelijk in de rij te staan voor de getalenteerde Spaanse singer-songwriter. Dear Great Canyon werd uiteindelijk opgenomen in het Spaande Cadiz met de gerenommeerde producer Howard Bilerman achter de knoppen. Bilerman is vooral bekend van The Arcade Fire (hij produceerde het nooit meer overtroffen Funeral) en Godspeed You! Black Emperor, maar produceerde ook platen van Vic Chesnutt, Basia Bulat en de al weer vergeten Angela Desveaux (check haar prachtplaten uit 2006 en 2008).
Howard Bilerman heeft het debuut van Joana Serrat voorzien van een productie die zowel authentiek als modern klinkt. De voorliefde van Joana Serrat voor Amerikaanse rootsmuziek klinkt nadrukkelijk door op Dear Great Canyon, maar het is zeker geen 13 in een dozijn rootsplaat geworden. Dear Great Canyon laat weliswaar goed horen dat Joana Serrat flink is beïnvloed door Amerikaanse folk en country, maar deze invloeden zijn verpakt in een heerlijk dromerig en op hetzelfde moment vol geluid waarin typische rootsinstrumenten als een pedal steel fraai worden gecombineerd met moderne elektronica en elektrische gitaren.
Ook qua zang is Joana Serrat overigens geen typische rootszangeres. Haar stem doet af en toe denken aan die van Beth Orton, maar heeft af en toe ook iets van Sinéad O’Connor, al worden de excessen gelukkig vermeden. Jana Serrat kan echter ook klinken als een folkie van weleer, wat een hele gevarieerde plaat oplevert, met het hoge niveau als enige constante.
Het levert ook een plaat op die uiteindelijk niet precies in een hokje past, maar wel steeds weet te betoveren met prachtige songs vol geheimen. Deze zijn de ene keer lichtvoetig en toegankelijk, maar zijn net zo makkelijk ingetogen en donker of zelfs dreigend. De ene keer past het in het hokje indie-pop of indie-rock, maar Joana Serrat is ook niet bang voor bijna verstilde folk of duistere country-noir, die goed aansluit op de voorbeelden uit de platenkast van haar ouders.
Howard Bilerman verdient een standbeeld voor de prachtige productie van Dear Great Canyon, maar het meeste respect gaat natuurlijk uit naar de Spaanse singer-songwriter Joana Serrat, die niet alleen een bloedmooie maar ook volop betoverende plaat heeft gemaakt vol songs die iets met je doen en je nieuwsgierig maken naar de achtergronden van deze plaat.
Na flink wat beluisteringen weet ik het zeker: Dear Great Canyon is een debuut om heel erg druk over te doen. Dat is vorig jaar helaas niet gebeurd, maar dat Dear Great Canyon een tweede kans verdient is wat mij betreft zeker. Ik schaar hem in ieder geval alvast onder de verrassingen van 2015. Erwin Zijleman
