MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Olivia Ellen Lloyd - Loose Cannon (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Olivia Ellen Lloyd - Loose Cannon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Olivia Ellen Lloyd - Loose Cannon
Het debuut van Olivia Ellen Lloyd trok een half jaar geleden niet heel veel aandacht, maar het is echt een uitstekend rootsalbum, dat de grauwe middelmaat in alle opzichten weet te overstijgen

In een jaar met soms krankzinnig veel nieuwe releases verdwijnen albums op de stapel die veel te goed zijn voor deze stapel en vervolgens is het maar de vraag of ze er ooit weer af komen. Loose Cannon van Olivia Ellen Lloyd is er gelukkig af gekomen, want de muzikante uit Brooklyn, New York, heeft een prima album afgeleverd. Het is een album dat wat traditioneler klinkt dan je van een muzikante uit het hippe Brooklyn zou verwachten, maar Loose Cannon klinkt nergens oubollig. Het is een degelijk rootsalbum met invloeden uit de folk en vooral de country, maar Olivia Ellen Lloyd tilt de persoonlijke songs op haar debuut in alle opzichten naar een hoger plan.

Loose Cannon van de Amerikaanse muzikante Olivia Ellen Lloyd verscheen bijna een half jaar geleden in een periode waarin we werden overspoeld met nieuwe releases en met name met albums die in het hokje Amerikaanse rootsmuziek passen. Ik had direct bij eerste beluistering een zwak voor het album, maar in de betreffende weken waren er albums die zich net wat meer wisten op te dringen dan het debuut van Olivia Ellen Lloyd.

De Amerikaanse muzikante opereert inmiddels al een tijdje van Brooklyn, New York, maar maakt op Loose Cannon muziek die je eerder in het zuiden van de Verenigde Staten positioneert en dan met name in Nashville, Tennessee, en omstreken. Het debuut van Olivia Ellen Lloyd staat immers vol met wat traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek, met een hoofdrol voor invloeden uit de country en de folk.

Er wordt de afgelopen jaren verschrikkelijk veel uitgebracht in dit genre en het aantal releases is door de coronapandemie alleen maar toegenomen. Olivia Ellen Lloyd heeft hierdoor nogal wat concurrenten op het moment, maar haar debuutalbum verdient absoluut meer aandacht dan het tot dusver heeft gekregen en zeker in Nederland, waar ik nog helemaal niets heb gelezen over Loose Cannon.

Het debuut van de Amerikaanse muzikante ontstijgt de middelmaat op meerdere terreinen en op enkele terreinen zelfs ruimschoots. Om te beginnen zijn de songs op Loose Cannon zeer gevarieerd, al doen ze stuk voor stuk wat melancholisch aan. Olivia Ellen Lloyd kan uit de voeten met ingetogen countrysongs, maar schuwt ook het wat stevigere werk niet. Ze haalt de meeste inspiratie uit de countrymuziek, maar als muzikante die werd geboren en opgroeide aan de rand van de Appalachen in Virginia, hoor je ook wel wat invloeden uit de folk uit deze regio.

Ik heb niet veel informatie kunnen vinden over de muzikanten die zijn te horen op het album, maar het lijkt er op dat Olivia Ellen Lloyd het heeft moeten doen zonder gerenommeerde muzikanten uit Nashville. Dat is niet te horen, want in muzikaal opzicht klinkt Loose Cannon uitstekend. De band schakelt moeiteloos tussen een aantal genres en kan prachtig traditioneel of toch wat moderner klinken.

Het debuut van de muzikante uit New York doet in muzikaal opzicht zeker niet onder voor alles dat momenteel in Nashville wordt gemaakt en ook in vocaal opzicht vind ik Olivia Ellen Lloyd een aanwinst. Ze beschikt over een stem die gemaakt is voor de countrymuziek, maar ik hoor toch ook een duidelijk eigen geluid. Het is een geluid waarin ook voldoende emotie doorklinkt, zeker wanneer de Amerikaanse muzikante persoonlijke verhalen vertelt over de dalen in haar leven.

Loose Cannon is zoals gezegd al een hele tijd uit, maar toen ik het album een week of twee geleden bij toeval weer tegen kwam, was me snel duidelijk dat het debuut van Olivia Ellen Lloyd te goed is om te laten liggen, al is het maar omdat ze net wat anders klinkt dan rootsmuzikanten uit Nashville en Texas, die het genre domineren. Het verbaast me dan ook niet dat het album in de Verenigde Staten flink wat positieve recensies heeft gekregen. Hoogste tijd dat ook Nederland kennis maakt met de talenten van de muzikante uit Brooklyn. Erwin Zijleman

Olivia Rodrigo - GUTS (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Olivia Rodrigo - GUTS - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Olivia Rodrigo - GUTS
Met SOUR leverde Olivia Rodrigo in 2021 een van de beste popalbums van het jaar af en dit kunstje herhaalt ze met het veelzijdige en persoonlijke GUTS, dat laat horen dat de Amerikaanse muzikante alleen maar beter is geworden

Hoe overtref je een debuutalbum dat werd onthaald met louter superlatieven en dat werd geschaard onder de beste albums in het genre? Olivia Rodrigo zal het zichzelf vaak hebben afgevraagd, maar met GUTS heeft ze het antwoord gevonden. De pas 20 jaar oude muzikante schakelt op haar nieuwe album tussen wat steviger rockende songs en popballads en op beide terreinen maakt ze indruk. In vocaal opzicht is GUTS beter dan SOUR, vooral omdat Olivia Rodrigo met veel meer emotie zingt. GUTS sleept je de wereld van een jongvolwassen vrouw in, die toevallig ook nog een wereldster is. Het levert een album vol persoonlijke worstelingen op, maar ook een album met een serie geweldige popsongs.

Olivia Rodrigo verraste in het voorjaar van 2021 vriend en vijand met haar debuutalbum SOUR. De pas 18 jaar oude muzikante was op dat moment vooral bekend als Disney actrice, maar leverde met SOUR een album af dat zich kon meten met de beste albums van de erkende popprinsessen. Niet alles op SOUR was even goed, maar de pieken op het album waren zo hoog dat het debuutalbum van Olivia Rodrigo aan het eind in 2021 opdook in flink wat jaarlijstjes, waaronder die van mij.

De inmiddels 20 jaar oude muzikante keert deze week terug met haar tweede album GUTS, dat moet opboksen tegen torenhoge verwachtingen. Ik heb het album inmiddels meerdere keren beluisterd en kan alleen maar concluderen dat de Amerikaanse muzikante de verwachtingen heeft waargemaakt. Ook GUTS is immers een popalbum dat zich kan meten met de beste albums in het genre.

Olivia Rodrigo is sinds haar debuutalbum uitgegroeid tot een spreekbuis van een generatie en zal met de teksten op haar nieuwe album wederom vooral tieners en jongvolwassenen aanspreken. Veel songs op het album gaan over de pieken en dalen van de liefde en over alle hobbels die je tegenkomt bij het volwassen worden, wat extra lastig is als je opeens een wereldster bent.

GUTS schetst een mooi beeld van een generatie die opgroeit in een bijzondere tijd, waarin sociale media een zeer grote invloed hebben en de wereldproblemen groter lijken dan in de afgelopen decennia. Het album geeft bovendien een inkijkje in de druk waarmee een wereldster als Olivia Rodrigo te maken heeft. Het is niet zo moeilijk om je te verplaatsen in de wereld van Olivia Rodrigo, waardoor GUTS in tekstueel opzicht zeker geen album is dat alleen tieners en jongvolwassenen zal aanspreken.

Op haar debuutalbum maakte Olivia Rodrigo indruk met een serie geweldige popsongs en een mooie stem en op GUTS is de jonge Amerikaanse muzikante in muzikaal en vocaal opzicht alleen maar gegroeid. Met SOUR veroverde Olivia Rodrigo haar eigen plekje tussen de popprinsessen van het moment en dit eigen plekje heeft ze op GUTS versterkt.

De Amerikaanse muzikante heeft nooit een geheim gemaakt van haar bewondering voor jeugdhelden als Alanis Morissette en Avril Lavigne, wiens invloeden met name doorklinken in de wat stevigere songs op het album. Het zijn songs waarin Olivia Rodrigo prachtig schakelt tussen hard en zacht en waarin ze in tekstueel opzicht geen blad voor de mond neemt en met name haar ex-vriendjes het er flink van langs krijgen, maar waarin de Amerikaanse muzikante zichzelf ook niet spaart. Ze scheldt er ook nog eens flink op los, wat haar songs voorziet van extra kracht.

De wat meer rockende tracks zijn bijzonder aanstekelijk en zitten goed in elkaar, maar ik vind de net wat meer ingetogen tracks en ballads op het album nog een stuk beter. In het prachtige Vampire kruipt Olivia Rodrigo wat dichter tegen Lorde aan en hoor je hoe mooi haar stem is, wat terugkomt in alle meer ingetogen tracks op het album.

GUTS bevat uiteindelijk een flink aantal vijfsterren popsongs, waardoor het album zich kan meten met de topalbums van Taylor Swift, Lorde, Billie Eilish en noem ze maar op. In de beste tracks steekt de jonge Amerikaanse muzikante zelfs boven de concurrentie uit. Het is razendknap, want de druk op Olivia Rodrigo moet na het succes van SOUR enorm zijn geweest.

Wat GUTS nog wat indrukwekkender maakt is dat de Amerikaanse muzikante zich op haar tweede album kwetsbaar opstelt en ons deelgenoot maakt van haar leven en haar worstelingen. Het levert een bij vlagen melancholisch album op, maar GUTS is ook een album dat zomaar kan uitgroeien tot het beste popalbum van 2023. Een diepe buiging is op zijn plaats. Erwin Zijleman

Olivia Rodrigo - SOUR (2021)

poster
4,5
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Olivia Rodrigo - SOUR - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Olivia Rodrigo is misschien pas 18 jaar oud, maar laat op haar debuutalbum met invloeden uit de pop, rock en folk horen dat ze als zangeres en als songwriter werkelijk bulkt van het talent

Olivia Rodrigo timmert al een paar jaar aan de weg als actrice, maar ze heeft meer talenten. Haar debuutalbum SOUR schiet misschien net wat teveel kanten op, maar er staan toch flink wat songs van een verrassend hoog niveau op. SOUR is een stuk eigenzinniger dan de albums van de gemiddelde popprinses en laat bovendien een veel betere zangeres horen. Met SOUR kan Olivia Rodrigo aansluiten bij de smaakmakers binnen de hedendaagse pop en dat is een knappe prestatie, zeker als je je bedenkt dat de beste songs op het album niet hadden misstaan op de beste albums van deze smaakmakers. Ik geef eerlijk toe dat ik het niet had verwacht, maar SOUR is echt een knap album.

Olivia Ruiz - La Réplique (2024)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Olivia Ruiz - La Réplique - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Olivia Ruiz - La Réplique
Het is wel eens drukker geweest in de Franse popmuziek, maar met La Réplique levert Olivia Ruiz een interessant album af, dat de zwoele zomerhits zeker niet schuwt, maar dat ook dieper kan graven

Olivia Ruiz ken ik uit een ver verleden, maar haar laatste paar albums vielen me niet op. Het deze week verschenen La Réplique doet dat weer wel. Enerzijds door het vermogen om de zon onmiddellijk nog wat feller te laten schijnen en anderzijds door muziek te maken die de fantasie en de nieuwsgierigheid prikkelt. La Réplique bevindt zich met grote regelmaat binnen mijn muzikale comfort zone, maar ook de uitstapjes hier buiten kan ik in de meeste gevallen goed hebben. De instrumentatie op La Réplique is smaakvol en soms verrassend en dat geldt ook voor de songs van Olivia Ruiz, die ook nog eens een prima zangeres is. Een prima album al met al.

J'aime Pas L'amour en La Femme Chocolate, de eerste twee albums van de Franse muzikante Olivia Ruiz, kocht ik een kleine twintig jaar geleden in een enorme supermarkt in de Dordogne. Het voorzag de lange autoritten op het Franse platteland van een aangenaam Frans tintje, al sprongen de albums van Olivia Ruiz er niet echt uit binnen het stapeltje albums dat ik destijds had gescoord en werden het geen onvoorwaardelijke liefdes zoals de albums van Berry, Rose en Zaz die ik een paar jaar later op de kop tikte in de lokale supermarché.

Hoewel ik de Franse popmuziek zeker probeer te volgen heb ik de vier albums die Olivia Ruiz maakte tussen 2008 en 2016 niet opgemerkt, maar deze week trok ze direct mijn aandacht met het na een stilte van ruim zeven jaar verschenen La Réplique. De spoeling in het genre lijkt de laatste tijd wat dunner dan een paar jaar geleden, dus ik was wel weer eens toe aan Franstalige popmuziek.

Als ik mag kiezen heb ik een voorkeur voor albums van Franse zangeressen die de perfecte balans hebben gevonden tussen het relatief zware Franse chanson en de lichtvoetige Franse popmuziek die wordt verzameld onder de misschien wat denigrerende naam ‘zuchtmeisjespop’. Olivia Ruiz blijft op La Réplique redelijk ver verwijderd van beide uitersten en maakt op haar nieuwe album vooral zonnige popmuziek met hier en daar een serieus uitstapje.

Het is popmuziek die doet verlangen naar de lente en de zomer, maar ook als het album nu uit de speakers komt voelen de zonnestralen van het moment warmer aan dan ze daadwerkelijk zijn. Zonnige popmuziek klinkt zeker aangenaam, maar in artistiek opzicht misschien net wat minder interessant. De zonnige popmuziek van Olivia Ruiz is in artistiek opzicht echter zeker interessant.

De Franse muzikante heeft een aantal redelijk lichtvoetige popsongs op haar album gezet, maar ook een aantal songs die dieper graven. In muzikaal opzicht is La Réplique een behoorlijk veelzijdig album en met name de songs die ik niet onmiddellijk zou bestempelen als potentiële zomerhits zijn fantasierijk ingekleurd. Zeker als Olivia Ruiz kiest voor wat meer ingetogen klanken, hoor je dat ze haar klassiekers binnen het Franse chanson kent, maar ze kan ook uit de voeten met de moderne en onder andere door hiphop beïnvloede Franse popmuziek.

Zelf heb ik absoluut een voorkeur voor de net wat minder modern klinkende songs op het album, maar ik vermoed dat de wat eigentijdser klinkende songs een breder publiek aan gaan spreken. Olivia Ruiz overtuigt ook nog eens makkelijk als zangeres met een aangenaam maar ook voldoende doorleefd stemgeluid, dat fraai kleurt bij de zomerse of wat donkerdere klanken op het album.

Zoals gezegd schatte ik Olivia Ruiz twintig jaar geleden binnen het aanbod van de Franse supermarkt wat minder hoog in dan een aantal van haar concurrenten. Ook La Réplique vind ik nog niet van het niveau van de albums van bijvoorbeeld Zaz, maar Olivia Ruiz heeft met haar nieuwe album wel een album gemaakt dat goed mee kan in de subtop. Het is een album dat me een enkele keer echt weet te raken en dat me nog iets vaker weet te verrassen. In de resterende tracks moet ik het doen met een aangenaam zomergevoel en ook daar is niets mis mee na maanden regen. Erwin Zijleman

OMD - Dazzle Ships Live at the Museum of Liverpool (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Orchestra Manoeuvres In The Dark - Dazzle Ships (Live At The Museum Of Liverpool) - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Orchestral Manoeuvres In The Dark (O.M.D.) schaarde ik in de jaren 80 zeker niet onder mijn favoriete bands. Mede hierdoor zag ik de band’s meesterwerk Dazzle Ships in 1983 volledig over het hoofd.

De muziek van O.M.D. weet ik sinds een aantal jaren wel op de juiste waarde te schatten en het sterk door Kraftwerk beïnvloede Dazzle Ships is mijn favoriet, al kan ik ook vrijwel alle andere platen van de band inmiddels zeer waarderen.

Eind vorig jaar stond de band twee avonden in The Museum Of Liverpool en tijdens de shows stond Dazzle Ships centraal.

O.M.D. had er uiteindelijk een crowdfunding campagne voor nodig om de fraaie cd plus DVD uit te brengen, maar deze gingen vervolgens als warme broodjes over de toonbank. Terecht, want de shows in Liverpool waren zeer indrukwekkend.

Het valt waarschijnlijk niet mee om de cd plus DVD nog op de kop te tikken, maar luisteren kan gelukkig via Spotify. Op de live-registratie wordt Dazzle Ships niet integraal uitgevoerd, maar worden de tracks van de meest experimentele plaat van de band afgewisseld met een aantal van de grote hits die de band rond Paul Humphreys en Andy McCluskey scoorde.

De set van O.M.D. doet me behoorlijk denken aan de zeer memorabele concerten van Kraftwerk die ik dit jaar heb gezien en dat is het grootste compliment dat je een band die elektronische muziek maakt kunt maken. Bij vlagen is de muziek van O.M.D. bijzonder experimenteel, wat fraai contrasteert met de inmiddels tijdloze wereldhits die de band ook op haar naam heeft staan.

Een live-plaat van een band als O.M.D. leek me op voorhand nogal overbodig, maar inmiddels kan ik maar geen genoeg krijgen van deze bijzonder sfeervolle en zeer knap uitgevoerde live-tracks. O.M.D. timmert nog steeds aan de weg, maakt nog platen die er toe doen (al schatte ik English Electric uit 2013 ook pas na maanden op de juiste waarde) en maakt live behoorlijk wat indruk. Snel naar Nederland halen dus deze band. Erwin Zijleman

OMD - The Punishment of Luxury (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Orchestral Manoeuvres in the Dark - The Punishment Of Luxury - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Orchestral Manoeuvres in the Dark, afgekort OMD, vergaarde waarschijnlijk de meeste roem met een aantal hitsingles uit de jaren 80.

Als ik aan OMD denk, denk ik echter niet aan de handvol vaak wat gezapige hits die de band scoorde, maar aan de buitengewoon spannende platen die de band maakte.

Het zijn platen die verder gingen waar Kraftwerk aan het eind van de jaren 70 was gestopt en het zijn platen die enorm veel invloed hebben gehad op de elektronische muziek van deze tijd.

Met name Dazzle Ships uit 1983 (waarop overigens geen succesvolle single is te vinden) behoort tot de betere platen binnen de elektronische popmuziek en het is zeker niet de enige uitstekende plaat van Orchestral Manoeuvres In The Dark.

De band rond kernleden Paul Humphreys en Andy McCluskey (die aan het eind van de jaren ook nog zijn bankrekening spekte met de meidengroep Atomic Kitten) vierde haar grootste successen weliswaar in de eerste helft van de jaren 80, maar is altijd muziek blijven maken. Heel succesvol was het tweetal de afgelopen decennia niet en eerlijk gezegd sloeg OMD na de jaren 80 de plank ook met grote regelmaat mis, maar dat Orchestral Manoeuvres in the Dark het maken van interessante elektronische popmuziek nog niet is verleerd, laten Paul Humphreys en Andy McCluskey horen op het deze week verschenen The Punishment Of Luxury.

Net als het vier jaar geleden verschenen English Electric laat The Punishment Of Luxury goed horen waar OMD inmiddels al ruim 35 jaar voor staat. Paul Humphreys en Andy McCluskey laten op hun nieuwe plaat horen dat ze nog altijd tijdloze popliedjes kunnen maken, maar The Punishment Of Luxury staat ook vol met wat experimentelere muziek, waarvoor Kraftwerk zich niet zou schamen. Net als Kraftwerk maakt OMD bovendien muziek die eenvoudig kan opschuiven richting de dansvloer.

De criticus zal beweren dat OMD in haar nieuwe popliedjes wel erg teert op het verleden en dat de band in de wat meer experimentele of dansbare tracks wel erg dicht tegen Kraftwerk aanleunt, maar persoonlijk heb ik er geen enkele moeite mee. The Punishment Of Luxury is een fris en modern klinkende plaat met aanstekelijke popliedjes, hoogstaande elektronische muziek en goed geslaagde flirts met dansmuziek en experimentele elektronische muziek.

Hier en daar klinkt het inderdaad alsof er muziek van Kraftwerk uit de speakers komt, maar zo lang de Duitse band geen nieuwe muziek meer maakt, zijn de klanken van OMD voor mij het beste alternatief. OMD zet bovendien een volgende stap in de minst toegankelijke tracks op de plaat.

Ik had op voorhand geen hele hoge verwachtingen rond een nieuwe plaat van Orchestral Manoeuvres in the Dark en gezien het tijdloze karakter van Dazzle Ships (dat nog altijd muziek uit de toekomst laat horen) ook geen dringende behoefte aan een nieuwe plaat van de Britten, maar Punishment Of Luxury is een erg sterke plaat.

Zeker wanneer OMD het experiment opzoekt valt er verschrikkelijk veel te genieten op de plaat en zit je echt op het puntje van de stoel. De enkele uitglijder vergeef ik het tweetal graag, want er blijft genoeg elektronisch vuurwerk over.

The Punishment Of Luxury, dat overigens werkelijk fantastisch klinkt, laat horen dat OMD nog lang niet versleten is. Zo fris en fruitig als The Punishment Of Luxury klinken immers maar heel weinig platen binnen dit genre. Erwin Zijleman

Once & Future Band - Deleted Scenes (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Once & Future Band - Deleted Scenes - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Once & Future Band - Deleted Scenes
Once & Future Band verrast met een bijzondere mix van jazzrock, progrock en psychedelica, die verrassend tijdloos en verrassend zonnig klinkt

Ik kon me op voorhand niet zoveel voorstellen bij een mix van Pink Floyd, E.L.O. en Steely Dan, maar inmiddels ken ik de mix van progrock, psychedelica en jazzrock van Once & Future Band en kan ik alleen maar concluderen dat deze mix me zeer goed bevalt. De muziek van de band uit Oakland, California, klinkt loom en zonnig, maar is ook spannend. Het is muziek die hier en daar flink los mag gaan, maar het perfecte popliedje wordt nooit uit het oog verloren. Het levert een album op waarbij het lekker wegdromen is, maar dat ook de fantasie prikkelt met een bonte mix aan invloeden uit het verleden.

Deleted Scenes van de Amerikaanse band Once & Future Band wordt op AllMusic.com omschreven als een mix van Pink Floyd, Electric Light Orchestra en Steely Dan. Alle drie bands die ik een ver verleden hoog had zitten, waardoor ik zeker nieuwsgierig werd naar het tweede album van de band uit Oakland, California.

In de openingstrack van Deleted Scenes verrast Once & Future Band inderdaad met een opvallende mix van progrock, jazzrock en psychedelische pop, al zou ik op basis van deze openingstrack niet met de bovenstaande drie namen op de proppen zijn gekomen. Deleted Scenes opent wat mij betreft vooral Beatlesque, waarna aan het eind van de track nog een portie 70s symfonische rock voorbij komt. Het is een bijzondere combinatie, maar het bevalt me wel.

In de tweede track hoor ik de door AllMusic.com genoemde invloeden van Steely Dan, maar ook de jazzy klanken waarmee de tweede track opent krijgen langzaam maar zeker gezelschap van invloeden uit de progrock, waarbij ik eerder invloeden van Genesis en Yes hoor dan van Pink Floyd. En zo komt iedere track op het album weer met wat andere invloeden op de proppen, waarbij progrock, psychedelica en tijdloze pop centraal staan.

Het knappe van de muziek van Once & Future Band is dat de band uit Oakland met twee benen in het verleden staat, maar er toch in slaagt om muziek te maken die eigentijds klinkt. Op hetzelfde moment had Deleted Scenes net zo goed in de late jaren 60 of vroege jaren 70 gemaakt kunnen zijn.

En zo zijn er meer tegenstrijdigheden te horen in de muziek van de Amerikaanse band. Once & Future Band citeert hier en daar bijna letterlijk uit de hoogtijdagen van de pompeuze symfonische rock van de jaren 70, maar verliest de popsong met een kop en een staart geen moment uit het oog, wat nogal verschilt van de grote bands van weleer, die hun songs het liefst uitsmeerden over de speelduur van een kant van een LP. Het is een eigenschap die de band gemeen heeft met Steely Dan, dat muzikale hoogstandjes ook altijd wist te combineren met geweldige popsongs.

Deleted Scenes klinkt vaak of Steely Dan de krachten heeft gebundeld met een paar muzikanten uit de symfonische rock en een verdwaalde Beatle (luister maar eens naar Freaks), waarna Jeff Lynne ook nog wat bij mocht dragen. Je zou het op basis van het bovenstaande niet zeggen, maar het is muziek die perfect past bij het aangename lentezonnetje van het moment.

Once & Future Band is op zijn tijd niet vies van muzikale krachtpatserij, maar de uitspattingen van met name keyboards duren nooit te lang en worden uiteindelijk altijd weer overwoekerd door de toegankelijke songstructuren die de Amerikaanse band zichzelf heeft opgelegd. In het lentezonnetje komt Once & Future Band met een aangename trip down Memory Lane, maar maakt het ook muziek die Matthew E. White graag zou produceren in zijn Spacebomb Studios.

Ik was op voorhand wel een beetje bang dat Deleted Scenes snel zou gaan vervelen wanneer ik het kunstje eenmaal gehoord had, maar nu het album voor de zoveelste keer voorbij komt en het wederom een zeer aangename luisterervaring is kan ik wel concluderen dat het tweede album van Once & Future Band leuk is en leuk blijft. Erwin Zijleman

Opeth - In Cauda Venenum [Swedish Version] (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Opeth - In Cauda Venenum - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Opeth - In Cauda Venenum
Opeth intrigeert wederom met een ruim een uur durende en buitengewoon dynamische mix van 70s hardrock en progrock en metal van recentere datum

Opeth was jarenlang vooral een metal band en dat is niet mijn genre, maar sinds het drie jaar geleden verschenen Sorceress heeft de band uit Stockholm mijn volledige aandacht. Ook op het nu verschenen In Cauda Venenum combineert de Zweedse band invloeden uit de metal met flink wat 70s progrock en hardrock. Het levert ruim een uur buitengewoon intrigerende muziek op. Opeth wisselt toegankelijke stukken af met muzikaal vuurwerk en schakelt moeiteloos tussen stevige riffs en bijna ingetogen muziek. Het herinnert meer dan eens aan de rockmuziek uit een ver verleden, maar In Cauda Venenum staat ook absoluut in het heden.

De Zweedse band Opeth werd in 1990 opgericht in Stockholm en debuteerde vijf jaar later met een album waarop diverse soorten metal werden vermengd met een vleugje progrock. De band schoof in de jaren die volgden op richting metal en dat is een genre waar ik persoonlijk niet al te veel mee kan, waardoor ik een flinke stapel Opeth platen links heb laten liggen.

De laatste jaren verwerkt Opeth weer meer invloeden uit de progrock in haar muziek en dat leverde drie jaar geleden het geweldige Sorceress op. Het album herinnerde aan de symfonische rock en hardrock uit de jaren 70, maar klonk door invloeden uit de metal ook eigentijds en bovendien als Opeth.

We zijn inmiddels drie jaar verder en deze week verscheen een nieuw album van de band. In Cauda Venenum is zowel in een Zweedse als Engelse versie verschenen, wat qua luisterervaring nog best veel verschil maakt. In Cauda Venenum bevat ruim een uur muziek en het is muziek die flink wat van je vergt. Opeth heeft het album behoorlijk volgestopt met muzikaal vuurwerk en intermezzo’s, waardoor je continu heen en weer wordt geslingerd. Opeth walst hier en daar over je heem met meedogenloze metal riffs, maar neemt net ook gas terug in bijna lieflijk klinkende of op zijn minst folky passages.

Vergeleken met Sorceress hoor ik weer wat meer invloeden uit de metal, maar ook op In Cauda Venenum spelen invloeden uit de progrock een belangrijke rol. Het is een genre dat ik onder mijn jeugdliefdes en/of jeugdzondes schaar en dat me inmiddels slechts zo nu en dan weet te boeien. Opeth slaagt daar op In Cauda Venenum vrij makkelijk in. De band schakelt net als Yes in haar beste dagen tussen uiterst ingetogen en zwaar bombastische muziek en bouwt op fraaie wijze de spanning op in haar muziek.

Op het vorige album van de band hoorde ik ook flink wat invloeden uit de 70s hardrock, maar de riffs op In Cauda Venenum herinneren toch weer wat meer aan de metal. Opeth laat het zeker niet bij invloeden uit de progrock, hardrock en metal en sleept er op subtiele wijze van alles bij. Hier en daar hoor ik wat folk, niet veel later jazzrock of psychedelica.

Opeth verrast op haar nieuwe album met een aantal redelijk rechttoe rechtaan passages, maar verrast nog veel vaker met onnavolgbare muziek. Het is muziek die bestaat uit vele lagen en het duurt wel even voor je al deze lagen hebt doorgrond. Er valt veel te genieten op In Cauda Venenum. Het gitaarwerk schiet alle kanten op, de synths en met name de orgels slepen je direct mee naar de jaren 70 en zanger Mikael Åkerfeldt laat nog maar eens horen dat hij een groot rockzanger is. Ik veer zelf vooral op wanneer invloeden uit de progrock domineren, maar alle andere invloeden gaan makkelijk mee naar binnen en winnen aan terrein.

Opeth heeft met In Cauda Venenum wederom een zeer ambitieus album afgeleverd. Het is een album dat zeker bij eerste beluisteringen als behoorlijk heftig over komt, maar al snel valt alles op zijn plek. Ik heb dit jaar redelijk wat albums met invloeden uit de progrock beluisterd en werd maar zelden echt geboeid. Opeth boeit echter ruim een eer lang en ik hoor steeds meer moois op een album dat wat mij betreft overigens het best tot zijn recht komt in de Zweedse versie, waarop de taal nog net wat meer mysterie toevoegt aan het fascinerende geluid van Opeth. Erwin Zijleman

Opeth - Sorceress (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Opeth - Sorceress - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Bij de Zweedse band Opeth dacht ik tot voor kort aan metal van het soort dat mij meestal niet kan bekoren. Opeth schijnt de death metal met grunts, die het jaren lang heeft gemaakt, echter een paar jaar geleden te hebben afgezworen en vervolgens te hebben gekozen voor de progrock.

Dat is een genre waarvoor je de handen van de critici ook niet snel op elkaar krijgt, maar toch heb ik voor Sorceress, de nieuwe plaat van Opeth, inmiddels al flink wat buitengewoon lovende recensies voorbij zien komen.

Daarom ben ik onlangs, voor het eerst in mijn leven, aan een plaat van Opeth begonnen en daar heb ik zeker geen spijt van.

Opeth maakt op Sorceress muziek die inderdaad flink is geïnspireerd door progrock uit vervlogen tijden, maar de band uit Stockholm combineert de wat zweverige songs vol invloeden uit de progrock met veel stevigere rocksongs, die juist flink citeren uit de hardrock zoals die in de jaren 70 populair was.

De combinatie van invloeden uit de 70s progrock en hardrock, met hier en daar een citaat uit het metal verleden van Opeth zelf of juist een akoestisch uitstapje of een jazzrock achtige passage, pakt geweldig uit. Sorceress bevat een aantal onnavolgbare songs vol muzikale hoogstandjes, maar ook voor een redelijk rechttoe rechtaan metal riff ben je bij de Zweedse band aan het juiste adres.

Wanneer ik denk aan progrock uit de jaren 70, denk ik aan een heleboel bands die allemaal hun eigen fans hadden en waarbinnen ik zelf ook mijn duidelijke favorieten had. Opeth gooit invloeden van al deze bands op een grote hoop en maakt progrock die steeds weer aan een andere grote band uit het verleden doet denken, waarbij zowel uiterst ingetogen als zeer eclectische varianten voorbij komen. Ook met de invloeden uit de hardrock is Opeth overigens bepaald niet kieskeurig.

Bij beluistering van Sorceress komt daarom een hele waslijst aan grote namen voorbij, maar ik ga er voor de afwisseling eens niet een noemen. Al deze namen gaan immers maar heel even mee als vergelijkingsmateriaal en bovendien doe je er Opeth tekort mee. Op Sorceress maakt de Zweedse band immers niet alleen rockmuziek vol invloeden, maar maakt het bovendien muziek met een opvallend eigen geluid.

Sorceress is een razend knappe plaat vol dynamiek en avontuur en vol schoonheid en ruwheid, maar naar verluid stond alles in slechts 12 dagen op de band. Het is illustratief voor de bijzondere wijze waarop Opeth met muziek bezig is.

Met hun oude metal platen kan ik nog steeds niet uit de voeten, maar van deze progrock verrassing met hier en daar een uitstapje richting de hardrock en nog wat verrassende invloeden kan ik inmiddels geen genoeg meer krijgen. Erwin Zijleman

Orange Blossom - Spells from the Drunken Sirens (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Orange Blossom - Spells From The Drunken Sirens - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Orange Blossom - Spells From The Drunken Sirens
Het Franse muzikantencollectief Orange Blossom is niet heel productief, maar de unieke smeltkroes van zeer uiteenlopende invloeden levert ook op Spells From The Drunken Sirens weer fascinerende muziek op

Orange Blossom maakte tien jaar geleden indruk met het bijzondere Under The Shade Of Violets en doet dit nu opnieuw met Spells From The Drunken Sirens. De Franse band laat zich ook dit keer vooral inspireren door invloeden uit de Arabische muziek, maar vermengt deze met uiteenlopende andere invloeden. Het is vaak wat traditioneel aandoende muziek, die door impulsen van elektronica opeens modern en avontuurlijk wordt. Bij eerste beluistering bevond Spells From The Drunken Sirens zich ver buiten mijn muzikale comfort zone, maar als dit album je eenmaal grijpt blijft Orange Blossom je verbazen met haar fascinerende en wonderschone muziek.

Ik heb altijd wat moeite met de naam van het genre ‘wereldmuziek’, maar ben nog geen goed alternatief tegen gekomen, het momenteel ook wel gebruikte ‘global music’ vind ik even nietszeggend. Het is een genre waarin ik niet heel goed thuis ben, maar muziek die zich buiten de kaders van de ‘westerse’ (pop)muziek beweegt, pik ik wel degelijk met enige regelmaat op.

Zo haalden Zaho de Sagazan en Arooj Aftab dit jaar de top 10 van mijn jaarlijstje en ook de albums in mijn jaarlijstje van Nina Maia en Mabe Fratti zullen waarschijnlijk vaak het etiket ‘wereldmuziek’ opgeplakt krijgen. Het zijn allemaal albums die ik ook wel tegen ben gekomen in de Nederlandse, Britse en Amerikaanse muziekmedia, maar ik krijg inmiddels ook al enkele jaren een jaarlijstje met wat obscuurdere albums in het genre.

Dat lijstje zette me precies tien jaar geleden op het spoor van het Franse muzikantencollectief Orange Blossom en hun bijzondere album Under The Shade Of Violets. Dit jaar dook Orange Blossom op met de opvolger van dit album en ook Spells From The Drunken Sirens is een album dat aandacht verdient van een ieder die niet bang is voor muziek die zich grotendeels buiten de kaders van de popmuziek beweegt.

Zowel de website als de bandcamp pagina van de band zijn helaas niet erg scheutig met informatie, maar ik weet inmiddels wel dat de band oorspronkelijk uit het Franse Nantes komt en dat de samenstelling van de band door de tijd is veranderd. Ik weet niet precies wie er zijn te horen op Spells From The Drunken Siren en wat de achtergrond van het album is, waardoor ik het met de muziek moest doen.

Het is muziek die zich redelijk ver buiten mijn comfort zone beweegt, want zeker bij eerste beluistering domineren invloeden uit de Arabische muziek op het album, wat je hoort in de muziek, maar zeker ook in de zang. Ik moest daarom zelf wel even wennen aan de muziek van Orange Blossom, net als ik dit tien jaar geleden moest, maar eenmaal gewend aan Spells From The Drunken Sirens is het een album dat je blijft verrassen.

Dat doet de band zeker met de bijzondere muziek op het album, die begint bij traditionele Arabische klanken, maar waarin ook op unieke wijze moderne elektronica is verwerkt. De muziek van Orange Blossom kan traditioneel klinken, maar heeft ook iets sprookjesachtigs en iets moderns, waardoor de muziek van het Franse collectief zich nooit echt goed in een hokje laat duwen.

Als je eenmaal gewend bent aan de bijzondere muziek en de anders klinkende zang op het album blijft Spells From The Drunken Sirens je verrassen met bijzondere en verrassende wendingen. De wijze waarop elektronica wordt gecombineerd met traditionele muziek doet wel wat denken aan het terecht bejubelde album van Zaho de Sagazan, maar de oorsprong van de traditionele muziek van Orange Blossom is wat verder verwijderd van onze landsgrenzen dan die van de Franse muzikante.

Orange Blossom beperkt zich zeker niet tot invloeden uit de Arabische muziek en de pop, want ik hoor ook invloeden uit andere windstreken op Spells From The Drunken Sirens, dat zich laat beluisteren als een smeltkroes waarin geen restricties zijn opgelegd aan de invloeden. De combinatie van subtiele snareninstrumenten, stevig aangezette strijkers, moderne elektronica, bijzondere ritmes en de bijzondere vocalen van de zangeres van de van de band dringt zich wat mij betreft steeds genadelozer op en voorziet de muziek van Orange Blossom van een meditatief en ook beeldend karakter. Het is lastig te omschrijven, maar wat is het mooi. Erwin Zijleman

Orange Blossom - Under the Shade of Violets (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Orange Blossom - Under The Shade Of Violets - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik ben niet heel erg goed thuis in het genre wereldmuziek, maar kan het genre zo nu en dan zeker waarderen. Ik was dan ook heel blij met een lijstje met de beste wereldmuziek uit 2014, dat ik kreeg toegestuurd van een lezer van deze BLOG (bedankt Hans).

Bovenaan dit lijstje prijkte Under The Shade Of Violets van Orange Blossom en ik begrijp inmiddels waarom.

Orange Blossom is een vanuit Frankrijk opererende band, die wereldmuziek vermengt met andere soorten muziek. In de openingstrack van de plaat worden klassiek aandoende en bijna filmische strijkersarrangementen gecombineerd met elektronische muziek en muziek en vocalen vol invloeden uit met name Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Het levert buitengewoon intrigerende muziek op, maar ook betoverend mooie en bijna hypnotiserende muziek.

Ook in de tracks die volgen weet Orange Blossom op geheel eigen en fascinerende wijze wereldmuziek met vooral Arabische invloeden te vermengen met klassiek aandoende arrangementen, stuwende elektronica en muziek die lijkt gemaakt als soundtrack voor een film met prachtige beelden. Het zijn ingrediënten die je niet bij elkaar verwacht, maar het eindresultaat mag best een smaaksensatie worden genoemd.

Voor een ieder die het Arabisch niet machtig is, is Under The Shade Of Violets een plaat met deels zeer exotische muziek. Het is muziek je meeneemt naar overvolle souks of juist naar de grote leegte van de woestijn. De exotische ingrediënten in de muziek van Orange Blossom bestaan vooral uit Oosters aandoende ritmes en emotievolle vrouwenvocalen en mannenvocalen. Het combineert prachtig met de zwaar aangezette strijkers (die soms Westers en soms Ooster klinken) en de over het algemeen subtiel ingezette elektronica.

Ik ben niet goed thuis in de wereldmuziek en al helemaal niet in het genre dat vast als Fusion zal worden omschreven en kan de muziek van Orange Blossom niet vergelijken met de muziek van anderen. Dat heeft als luisteraar zeker voordelen, want beluistering van Under The Shade Of Violets is keer op keer een fascinerende en opvallend beeldende luisterervaring.

De muziek op de nieuwe plaat van Orange Blossom (de band maakte er de afgelopen tien jaar een aantal) is van een betoverende schoonheid en intensiteit. De ene keer uiterst ingetogen, de volgende keer opzwepend met stuwende ritmes, maar altijd bijzonder en indringend.

Nadat ik Under The Shade Of Violets voor het eerst had beluisterd was ik diep onder de indruk van de muziek van de Franse band en die diepe indruk is gebleven bij alle volgende keren dat ik de plaat heb beluisterd. Liefhebbers van wereldmuziek met volop haakjes naar andere genres kunnen geen moment om deze plaat heen, maar ook muziekliefhebbers die normaal gesproken niet uit de voeten kunnen met wereldmuziek, zullen smullen van het bijzondere gerecht dat Orange Blossom op Under The Shade serveert. Wat een bijzondere plaat. Erwin Zijleman

Orange Juice - You Can't Hide Your Love Forever (1982)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Orange Juice - You Can't Hide Your Love Forever (1982) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Orange Juice - You Can't Hide Your Love Forever (1982)
You Can't Hide Your Love Forever, het debuutalbum van de Schotse band Orange Juice, deed in 1982 niet heel veel, maar blijkt achteraf bezien een verrassend veelzijdig, overtuigend en zeker ook invloedrijk album

Het debuutalbum van het uit Glasgow afkomstige Orange Juice staat maar in weinig lijstjes met de beste of belangrijkste albums van 1982. Het album deed destijds ook niet zo heel veel, maar You Can't Hide Your Love Forever is met de kennis van nu een behoorlijk invloedrijk album. Het is bovendien een zeer memorabel album, want de popsongs van de Schotse band klinken ook na al die jaren nog aanstekelijk en eigenzinnig. Het zijn popsongs zoals die in de jaren 80 veel vaker werden gemaakt, maar de band rond Edwyn Collins verwerkte een aantal bijzondere invloeden, waardoor You Can't Hide Your Love Forever net wat anders klinkt dan de meeste andere albums uit die tijd. Het had in 1982 een veel beter lot verdiend.

De Schotse band Orange Juice werd in 1976 opgericht, maar kreeg pas in 1979 haar definitieve naam. Het debuutalbum van de band uit Glasgow verscheen in 1982, waarna in 1983 en 1984 nog twee albums volgden. Van de drie albums van Orange Juice is het debuutalbum You Can't Hide Your Love Forever wat mij betreft de beste. Het is een album dat me aan het begin van de jaren 80 overigens niet is opgevallen en daar stond ik zeker niet alleen in, want de band bleef ondanks een positief oordeel van de critici helaas relatief onbekend, wat er uiteindelijk voor zorgde dat de band werd gedumpt door haar platenmaatschappij.

Ik kwam Orange Juice zelf pas op het spoor toen in 1989 de solocarrière van voormalig bandlid Edwyn Collins begon. Edwyn Collins zou halverwege de jaren 90 een culthit scoren met de single A Girl Like You, maar persoonlijk vind ik vooral zijn debuutalbum Hope And Despair uit 1989 en de albums die hij maakte nadat hij was hersteld van een zware hersenbloeding in 2005 veel interessanter. Door het debuutalbum van Edwyn Collins kwam ik op het spoor van de albums van Orange Juice, die ik pas goed kon beluisteren toen ze beschikbaar werden gemaakt op de streaming media diensten.

Met name het in 1982 verschenen debuutalbum van Orange Juice is een album dat destijds een veel beter lot had verdiend. Op You Can't Hide Your Love Forever maakt Orange Juice frisse jaren 80 pop, die een belangrijke inspiratiebron zou worden voor bands die uiteindelijk een stuk succesvoller waren dan de band uit Glasgow. Luister naar You Can't Hide Your Love Forever en je hoort flarden van The Style Council, Aztec Camera, The Smiths, Spandau Ballet en ook Franz Ferdinand en Belle And Sebastian, die allen pas na of zelfs ver na Orange Juice zouden debuteren.

De muziek van Orange Juice bevat invloeden uit de postpunk die aan het eind van de jaren 70 kwam opzetten, maar You Can't Hide Your Love Forever bevat ook een blauwdruk van de opgewektere popmuziek uit de jaren 80. De band laat op haar debuutalbum bovendien horen een goede neus te hebben voor tijdloze popsongs. Het debuutalbum van de band uit Glasgow klinkt ruim 40 jaar na de oorspronkelijke release bij vlagen ietwat gedateerd, maar een groot deel van de songs klinkt ook na al die jaren nog fris en urgent.

Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat Orange Juice met wat meer geluk had kunnen uitgroeien tot een van de vaandeldragers van de popmuziek van de jaren 80. Met name het veelkleurige en vaak wat funky gitaarwerk en het energieke baswerk op het album springen nadrukkelijk in het oor, maar ook de zang van Edwyn Collins heeft iets bijzonders, waardoor de muziek van Orange Juice wat minder glad klinkt dan de muziek van een aantal van de hier boven genoemde volgelingen van de Schotse band.

Orange Juice kwam voort uit de postpunk scene, maar de band heeft zich op haar debuutalbum door van alles en nog wat laten inspireren en laat ook invloeden van onder andere Talking Heads, Roxy Music, The Modern Lovers en Chic horen op You Can't Hide Your Love Forever. De bonte mix aan invloeden is nog een extra reden om het debuutalbum van Orange Juice met terugwerkende kracht toe te voegen aan de memorabele albums van de vroege jaren 80. Erwin Zijleman

Orchestral Manoeuvres in the Dark - Junk Culture (1984)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Orchestral Manoeuvres In The Dark - Junk Culture, Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Orchestral Manoeuvres In The Dark, ook bekend als O.M.D., is nog steeds actief, maar de hoogtijdagen van de band liggen inmiddels heel ver achter ons.

Met name in de eerste helft van de jaren 80 maakte de band rond Paul Humphreys en Andy McCluskey een aantal uitstekende platen, waarvan ik persoonlijk Junk Culture uit 1984 de leukste vind (wat niet noodzakelijkerwijs betekent dat ik het ook de beste plaat van het duo vind, want dan kom ik uit bij het veel experimentelere Dazzle Ships uit 1983 of bij het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide Architecture & Morality uit 1981).

Junk Culture vierde in de lente van 2014 zijn dertigste verjaardag, maar om onduidelijke redenen krijgt de plaat pas bijna een jaar later de zo verdiende luxe uitgave.

Junk Culture was een overgangsplaat voor O.M.D. en vormt de schakel tussen de duidelijk door Kraftwerk geïnspireerde albums met volop ruimte voor experiment en de albums waarop O.M.D. schaamteloos aanstekelijke popmuziek maakte. De albums die in de jaren na Junk Culture zouden volgen waren nauwelijks interessant, maar op de plaat uit 1984 heeft O.M.D. nog veel te bieden. Verrassend veel zelfs.

Junk Culture zou O.M.D. in de vorm van Tesla Girls, Locomotion en Talking Loud And Clear drie dikke hits opleveren, maar de plaat heeft meer te bieden dan aanstekelijke singles. Waar de band op haar vorige platen zeer dicht tegen het geluid van Kraftwerk aan schurkte, zoekt het op Junk Culture aansluiting bij exotische ritmes en moderner klinkende elektronica, waarbij men uiteraard flink kon profiteren van de op dat moment gloednieuwe en zeer populaire Fairlight synthesizer.

Door het intensieve gebruik van de Fairlight klinkt Junk Culture als een typische jaren 80 plaat, al heeft de muziek van O.M.D. de tand des tijd als je het mij vraagt beter doorstaan dan die van de meeste van haar soort- en tijdgenoten.

Junk Culture heb ik in de jaren 80 grijs gedraaid, maar ik vind het nog steeds een spannende plaat, die knap manoeuvreert tussen aanstekelijke singles en meer experimentele en avontuurlijke songs. Hier en daar duiken de Kraftwerk invloeden nog stevig op, maar O.M.D. voorziet deze invloeden dit keer van een duidelijk eigen versiering.

Tesla Girls vond ik altijd maar een niemendalletje, maar de tijd heeft de song absoluut goed gedaan. Dat geldt opvallend genoeg voor heel veel songs op de plaat. O.M.D. zag ik in de jaren 80 als een trendvolger, maar als ik nu naar de plaat luister hoor ik een band die in veel opzichten trendsettend is geweest. Zonder O.M.D. geen Pet Shop Boys en geen Erasure en ook flink wat hedendaagse synthpop bands hadden het niet gekund zonder het voorwerk van Orchestral Manoeuvres In The Dark.

Junk Culture is een frisse en avontuurlijke plaat van een band die het na deze plaat jarenlang flink kwijt zou zijn (opvolger Crush is tien klassen minder en dat geldt ook voor de meeste platen die volgden) en wordt nu terecht nog eens onder de aandacht gebracht. In een mooie en waardevolle uitvoering, want voor de afwisseling is ook het bonusmateriaal eens van grote waarde. Verplichte kost derhalve voor iedereen die de elektronische popmuziek een warm hart toedraagt. Erwin Zijleman

Oren Lavie - Bedroom Crimes (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Oren Lavie - Bedroom Crimes - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Israëlische muzikant Oren Lavie leverde precies tien jaar geleden met The Opposite Side Of The Sea een wonderschone, maar helaas nauwelijks opgemerkte, plaat op.

Toen een paar weken geleden bijna uit het niets zijn nieuwe plaat Bedroom Crimes opdook, ging ik er van uit dat ik een aantal platen had gemist, maar dat blijkt niet het geval.

De via Tel Aviv, New York en Berlijn in Los Angeles terecht gekomen muzikant heeft ook een bloeiende carrière als schrijver (onder andere van geweldige kinderboeken) en als (toneel)regisseur en kwam de afgelopen tien jaar kennelijk niet toe aan het maken van muziek. Met Bedroom Crimes is Oren Lavie echter terug als muzikant en heeft hij wederom een hele mooie plaat afgeleverd.

Bedroom Crimes opent prachtig. Mooie, klassiek aandoende, pianoklanken begeleiden de wat hese stem van Oren Lavie, die vervolgens gezelschap krijgt van niemand minder dan Vanessa Paradis. Het is een opener die de lat hoog legt voor de rest van de plaat, waarop Oren Lavie het (helaas) zonder Vanessa Paradis moet doen.

Ook zonder de verleidelijke vocalen van de Franse zangeres blijft Oren Lavie echter makkelijk overeind. Bedroom Crimes overtuigt met een wonderschone en vooral stemmige instrumentatie, waarin mooie pianoklanken en flink wat strijkers het klankentapijt domineren. Het past prachtig bij de bijzondere stem van Oren Lavie, die in de meest ingetogen momenten raakt aan de vocalen van David Sylvian, maar minstens net zo vaak opschuift richting de wat toegankelijkere en minstens even mooie vocalen van Chris Rea.

Als liefhebber van vrouwenstemmen, vind ik de openingstrack van Bedroom Crimes het mooist, maar ook de rest van de plaat houdt mijn aandacht moeiteloos vast. Ondanks het feit dat Oren Lavie vaak hetzelfde recept gebruikt voor zijn songs, dringt Bedroom Crimes zich genadeloos op. De instrumentatie op de plaat is buitengewoon smaakvol en ook de stem van de Israëlische muzikant houdt je nadrukkelijk bij de les.

Bedroom Crimes is een plaat die het uitstekend doet op lome zondagochtend of late avonden en betovert met prachtige klanken en een stem vol warmte en gevoel. Het inzetten van een klassiek aandoende orkestratie is zeker niet nieuw in de popmuziek, maar toch klinkt de muziek van Oren Lavie net weer wat anders dan die van de meeste van zijn soortgenoten.

Bedroom Crimes is een plaat vol beeldende klanken, die verder worden opgetild door de verhalen die Oren Lavie vertelt. Het zijn klassiek aandoende klanken die zijn verrijkt met invloeden uit de chamber pop en de (Franse) filmmuziek en hier en daar verder worden opgetuigd met veel moderner klinkende elektronica of een snufje jazz.

In eerste instantie is Bedroom Crimes vooral een plaat die de ruimte voorziet van bijzonder aangename, gloedvolle en wonderschone klanken, maar de songs van Oren Lavie winnen snel aan kracht en laten steeds meer kleuren en diepgang horen.

De plaat die in eerste instantie vooral mijn aandacht trok vanwege de bijdrage van Vanessa Paradis, is de afgelopen weken snel uitgegroeid tot een van mijn favorieten van het moment en de rek is er echt nog lang niet uit. Prachtplaat. Erwin Zijleman

Orla Gartland - Woman on the Internet (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Orla Gartland - Woman On The Internet - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Orla Gartland - Woman On The Internet
De Ierse muzikante Orla Gartland debuteert met een knap album, dat enerzijds naadloos aansluit op de succesvolle popalbums van het moment, maar dat ook een eigen weg zoekt

Orla Gartland lijkt op haar debuut Woman On The Internet niet te kunnen kiezen tussen aanstekelijke pop, intieme folk en stevige rock, maar de diversiteit van het album bepaalt ook deels de kracht van dit debuut. Woman On The Internet klinkt over het algemeen genomen toegankelijk en sluit dan aan bij de grote popalbums van het moment, maar Orla Gartland laat ook horen dat ze een eigenzinnige muzikante is die alles op haar eigen manier doet. Het is ook de charme van een album dat misschien niet altijd excelleert, maar dat wel aangenaam vermaakt, soms intrigeert en je altijd nieuwsgierig maakt naar de volgende track. Orla Gartland lijkt me blijvertje.

Ondanks mijn liefde voor vrouwelijke singer-songwriters, is het enorme aanbod in het genre zelfs mij wel eens wat teveel, waardoor het debuutalbum van Orla Gartland een paar weken geleden tussen wal en schip viel. Dit bleef toch wat knagen, want het debuut van de Ierse muzikante is een prima album, dat nog meer aandacht verdient dan het album tot dusver krijgt. Daarom, met enige vertraging, alsnog aandacht voor Woman On The Internet.

Orla Gartland kreeg thuis in Dublin de Ierse folkmuziek met de paplepel ingegoten en bespeelde al op jonge leeftijd meerdere instrumenten. In haar puberjaren verruilde ze de traditionele Ierse folk echter voor de bij haar leeftijdsgenoten populaire ‘bedroom pop’. Op haar debuutalbum Woman On The Internet verrast Orla Gartland met een bijzonder geluid, dat uiteenlopende invloeden verwerkt en de ‘bedroom pop’ weer achter zich heeft gelaten.

Het debuut van de muzikante, die Dublin inmiddels heeft verruild voor Londen, is in eerste instantie een popalbum, maar ook invloeden uit de rock en de folk hebben hun weg gevonden naar het album, waardoor het niet zo makkelijk in een hokje past.

Zeker wanneer Orla Gartland zich alleen laat begeleiden door subtiele elektronica, is duidelijk dat de muziek van Billie Eilish een belangrijke inspiratiebron is geweest, maar Woman On The Internet blijft hier zeker niet in hangen. Een gitaaruitbarsting is nooit heel ver weg en ook in vocaal opzicht kan Orla Gartland meer dan fluisteren.

Van een Ierse muzikante, die de traditionele Ierse muziek thuis met de paplepel kreeg ingegoten, had ik wel wat meer invloeden uit deze muziek verwacht, maar het debuut van Orla Gartland is meestal niet heel ver verwijderd van de popalbums die momenteel in de Verenigde Staten worden gemaakt, met Lorde en de al eerder genoemde Billie Eilish als vergelijkingsmateriaal. Het zijn namen die je vooral terug hoort in de pop georiënteerde songs op Woman On The Internet, maar het album heeft ook een stevigere kant en kan wel degelijk rocken.

Het knappe van het debuut van Orla Gartland is dat ze zich niet in het keurslijf van een producer van naam en faam heeft laten persen, maar nadrukkelijk haar eigen ding doet. Het zorgt ervoor dat haar debuutalbum makkelijk van kleur verschiet en ook flink buiten de lijntjes van de mainstream pop kleurt.

Zeker als de gitaren mogen scheuren en de stem van de Ierse muzikante uit de bocht vliegt zijn de popprinsessen van het moment opeens mijlenver weg, maar ook in de door pop gedomineerde songs op het album slaagt Orla Gartland er steeds in om net wat anders te klinken dan haar soortgenoten, waardoor Woman On The Internet zich wat mij betreft makkelijk weet te onderscheiden van alle kleurloze releases in het segment.

Dat doet de Ierse muzikante niet alleen met bijzondere twists in de instrumentatie en de zang, maar ook met haar persoonlijke teksten, die een inkijkje geven in haar ‘coming of age’. Orla Gartland lijkt op haar debuut nog wat op meerdere gedachten te hinken door niet te kiezen voor pop, rock of folk, maar de diversiteit op haar debuutalbum vergroot ook de charme van dit debuutalbum. Al met al een fris en aansprekend album van een muzikante die tot grootse daden in staat moet worden geacht. Dit debuut staat in ieder geval bol van de belofte. Erwin Zijleman

Orville Peck - Bronco (2022)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Orville Peck - Bronco - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Orville Peck - Bronco
De Canadese muzikant Orville Peck maakt ook op zijn tweede album weer muziek die lijkt weggelopen uit een heel ver verleden en die tegen kitsch aan lijkt te schuren, tot dat alles op zijn plek valt

Ik heb drie jaar geleden flink geworsteld met het debuutalbum van Orville Peck, die op Pony in de huid kroop van Elvis maar vervolgens opschoof richting Morrissey. Opvolger Bronco klinkt nog wat grootser en meeslepender dan zijn voorganger en blijft wat meer hangen in het verre verleden. Zeker de zang doet wat dramatisch of zelfs kitscherig aan, maar na enige gewenning raakt de Canadese muzikant me wel met zijn bijzondere stem vol echo's van Elvis. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal wat rijker en grootser, al heeft Bronco ook absoluut zijn meer ingetogen momenten. Niet geschikt voor iedereen, maar als je er tegen kunt is Bronco van Orville Peck een fascinerend album dat alleen maar beter wordt.

Een jaar na de dood van Elvis Presley in 1977 dook een gemaskerde lookalike op, die niet alleen sprekend leek op de te vroeg overleden rock ’n roll legende, maar ook precies zo klonk. Orion Eckley Darnell, beter bekend als Orion, zou afkomstig zijn uit Ribbonsville, Tennessee, maar toen hij zijn debuutalbum met de toepasselijke titel Reborn uitbracht, ging al snel het gerucht dat Orion niemand minder dan Elvis Presley zelf zou zijn, die zijn trieste dood in scène had gezet om te ontsnappen aan de enorme druk van de muziekwereld.

Orion bleek uiteindelijk ene Jimmy Ellis uit Alabama en niet de wederopstanding van een van de grootste muzikanten uit de muziekgeschiedenis. Ook bij beluistering van Pony, het debuutalbum van de eveneens gemaskerde Canadese muzikant Orville Peck, waren associaties met Elvis Presley drie jaar geleden niet te onderdrukken, al was dit keer wel duidelijk dat achter het masker niet een inmiddels hoogbejaarde koning van de rock ’n roll schuil ging.

Orville Peck keert, na de matige EP Show Pony uit 2020, terug met zijn tweede album Bronco. Nu duurde het bij mij drie jaar geleden wel even voor ik overtuigd was van de kwaliteiten van het debuutalbum van Orville Peck. Zijn sterk door muziek uit het verleden gekleurde debuutalbum kon immers niet alleen beluisterd worden als een flinke dosis muzikale nostalgie, maar ook als een minstens even grote dosis kitsch.

Uiteindelijk beviel Pony me, mede door de uitstapjes richting de muziek van The Smiths, zelfs goed genoeg voor een plek in mijn jaarlijstje, maar bij eerste beluistering van Bronco begon ik toch weer bij nul. Ook op zijn tweede album zet Orville Peck zijn zang zwaar aan en roept hij vooral herinneringen op aan Elvis, met hier en daar een uitstapje richting Roy Orbison of Lee Hazlewood.

Het is soort zang dat je tegenwoordig niet al te vaak meer hoort en dat wat kitscherig op op zijn minst dramatisch aan doet. Ook in muzikaal opzicht klinkt Bronco grootser en meeslepender dan zijn voorganger, wat het gevoel van kitsch nog wat verder versterkt. Ik moest er echt weer even in komen, maar uiteindelijk ben ik toch weer onder de indruk geraakt van de muziek van Orville Peck.

De Canadese muzikant keert zowel in muzikaal als in vocaal opzicht terug naar de jaren 50, 60 en 70 en put zowel uit de archieven van de rock ’n en roll als uit die van de country. De Canadese muzikant blijft hier dit keer ook hangen en vergeet de uitstapjes richting Morrissey, die op Pony wel te horen waren.

Zeker wanneer flink wat violen uit de kast worden getrokken klinkt Bronco als Western Stars van Bruce Springsteen, maar Bronco is een verrassend veelkleurig album, dat ook dienst zou kunnen doen als soundtrack bij een spaghetti western. In muzikaal opzicht klinkt het lekker theatraal en ook in vocaal opzicht wordt het bombast niet uit de weg gegaan, maar het is meer dan een trucje, wat helaas in flink wat recensies wordt gesuggereerd. Orville Peck en zijn medemuzikanten, stuk voor stuk gelouterde sessiemuzikanten uit Nashville, stoppen hun ziel en zaligheid in de songs op Bronco, dat uit de speakers knalt.

Als Orville Peck in 1978 zou zijn opgedoken, zou hij een zeer serieuze concurrent voor Orion zijn geweest, maar vele decennia later is de Canadese muzikant veel meer dan de zoveelste wederopstanding van Elvis. Het duurde bij mij een paar keer horen voor ik weer gewend was aan het drama en de pathos op Bronco, maar inmiddels heeft Orville Peck me toch weer te pakken met zijn bijzondere muziek, die vergeleken met zijn debuutalbum nog wat overtuigender klinkt. Erwin Zijleman

Orville Peck - Pony (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Orville Peck - Pony - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Orville Peck - Pony
Orville Peck grijpt op fraaie wijze terug op muziek uit de jaren 50, maar sleept er net zo makkelijk invloeden uit de new wave bij op dit fascinerende debuut

Wat een fascinerende plaat is dit. Het gitaarwerk neemt je het ene moment mee terug naar de rockabilly en country uit de jaren 50, maar trekt je het volgende moment zomaar de hoogtijdagen van The Smiths in. Stokoude rootsmuziek gaat hand in hand met donkere new wave, zonder dat het ook maar een moment vervreemd. In vocaal opzicht is Pony nog indrukwekkender, want crooner Orville Peck kan alle kanten op. Van honingzoete country tot aardedonkere new wave; alles wat Orville Peck op zijn debuut Pony aanraakt verandert in goud. Prachtplaat.

In eerste instantie werd mijn aandacht vooral getrokken door de felrode cover met de opvallende afbeelding, maar deze cover maakte me uiteindelijk nieuwsgierig genoeg om eens te luisteren naar het debuut van de mij totaal onbekende Orville Peck.

Deze Orville Peck staat op de cover van zijn debuut Pony afgebeeld als gemaskerde cowboy, wat bijdraagt aan alle mysterie rond zijn persoon.

Volgens zijn bandcamp pagina opereert hij nu vanuit Nevada, maar is hij afkomstig uit “the badlands of North America”. In deze badlands maakte hij waarschijnlijk kennis met invloeden uit de country, rock ’n roll en rockabilly uit de jaren 50 en 60, want deze invloeden vormen vaak de basis van de muziek van de Amerikaanse muzikant.

Pony opent met fraaie ruimtelijke gitaarlijnen, die al snel gezelschap krijgen van de mooie stem van Orville Peck, die een volleerd crooner blijkt te zijn. Pony stapt onmiddellijk in de voetsporen van de eerste albums van Chris Isaak, die de mosterd natuurlijk ook uit het verre verleden haalde, en voegt er in de hoge noten nog een vleugje Roy Orbison aan toe.

Het mooie van Pony is dat Orville Peck niet blijft hangen bij country en rock ’n roll uit de jaren 50 en 60, maar er uiteenlopende invloeden bij sleept. Pony klinkt hier en daar als Morrissey die de country en rock ’n roll heeft ontdekt of als Lloyd Cole die op zoek is gegaan naar de oorsprong van de rockabilly. Pony kan hierdoor omslaan van een traditioneel aandoende rootsplaat of croonerplaat in een album dat inspiratie haalt uit de 80s new wave of zelfs uit de shoegaze of gothrock uit de jaren 90.

Door alle invloeden zet Pony van Orville Peck je vaak op het verkeerde been, maar het debuut van de Amerikaanse muzikant overtuigt op indrukwekkende wijze. Het is fraai hoe stokoude invloeden uit de country en rockabilly in een keer om kunnen slaan in een eigentijdser geluid, bijvoorbeeld door opeens elektronica of juist een banjo toe te voegen of door de gitaren opeens totaal anders te laten klinken.

Gitaarloopjes die het ene moment nog uit de Sun Studio’s in de jaren 50 lijken te komen, worden opeens voorzien van zonnestralen zoals Johnny Marr dat kon in zijn beste dagen of herinneren aan de hoogtijdagen van Lloyd Cole & The Commotions.

Het is nog veel mooier hoe Orville Peck met zijn stem alle kanten op blijkt te kunnen. Het ene moment haalt hij de hoge noten van Roy Orbison, het volgende moment kruipt hij in de huid van een jonge Elvis, niet veel later steekt hij Morrissey naar de kroon lijkt het, net als bij David Eugene Edwards in zijn beste dagen, of de duivel hem op zijn hielen zit, of klinkt hij net zo poppy als Erasure zanger Andy Bell of net zo soulvol als Allison Moyet.

Constant word je heen en weer geslingerd tussen met name de jaren 50 en 80, maar het klinkt geen moment onlogisch. Orville Peck slaat op indrukwekkende wijze een brug tussen genres en tijdperken, maakt indruk met een bijzonder fraaie en trefzekere instrumentatie en imponeert met een stem die alle songs op zijn debuut naar een hoger plan tilt.

In eerste instantie klinkt het vooral leuk en origineel, maar hoe vaker ik naar Pony luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat Orville Peck een hele mooie en ook hele bijzondere plaat heeft gemaakt, die een ieders aandacht verdient. Erwin Zijleman

Oscar - Cut and Paste (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Oscar - Cut And Paste - dekrentenuitdepop.blogspot.nl


Ik heb redelijk zicht op de wekelijkse bak met nieuwe releases, maar voor de zekerheid loop ik ook nog altijd even door het bakje dat Spotify wekelijks klaar zet. Dat levert meestal geen verassingen op en het komt dan ook niet vaak voor dat een op voorhand onbekende plaat langer dan een paar minuten uit de speakers komt.

Cut And Paste van ene Oscar kwam echter van de eerste tot de laatste noot door deze speakers. Dat heeft deels te maken met het feit dat het plafond gewit moest worden en ik dus op een trap stond met een verfroller in mijn hand, maar het heeft ook zeker met de kwaliteit van de plaat te maken.

De Britse Oscar (Scheller) maakt geen geheim van zijn werkwijze. Cut And Paste is in tegenstelling tot zijn debuut niet op zijn slaapkamer opgenomen, maar ook in de studio knutselde de Brit er vrolijk op los op zijn computer, waarna alle puzzelstukjes aan elkaar werden geplakt. Het resultaat mag er zijn.

Cut And Paste is geen plaat vol muzikale hoogstandjes, maar de popliedjes van Oscar zijn popliedjes om te koesteren. De Britse muzikant heeft een uitstekend gevoel voor onweerstaanbare melodieën en stopt zijn DIY popliedjes ook nog eens vol met al even onweerstaanbare accenten.

Cut And Paste is dan ook een eerste klas feelgood plaat, die zelfs het witten van een plafond tot een feestje maakt. Oscar citeert hierbij stevig uit de archieven van de Britpop (denk vooral aan Blur), maar grijpt ook terug op de synthpop uit de jaren 80.

Bij beluistering van Cut And Paste had ik meer dan eens associaties met de muziek van The Human League. Dat heeft deels te maken met het stemgeluid van Oscar, dat soms als twee druppels water lijkt op dat van Human League zanger Phil Oakey, maar ook de honingzoete popliedjes op Cut And Paste hadden, ondanks een veel belangrijkere rol voor gitaren, niet misstaan op de platen die de band uit Sheffield in de jaren 80 maakte.

Cut And Paste rammelt onder de oppervlakte aan alle kanten, maar aan de oppervlakte zie je alleen maar zonnestralen. Het is knap hoe Oscar invloeden uit een aantal decennia popmuziek aan elkaar weet te smeden tot een toch wel eigenzinnig geluid. Het is nog knapper hoe de jonge Brit er in slaagt om het ene na het andere memorabele popliedje uit de hoge hoed te toveren.

In 34 minuten komen 10 songs voorbij en ze zijn allemaal even leuk. Het gaat allemaal nergens over en er mankeert absoluut van alles aan, maar wat klinkt het allemaal lekker en onweerstaanbaar. Het plafond is inmiddels weer stralend wit, maar Cut And Paste van Oscar is voorlopig een blijvertje. Wat een leuke plaat. Erwin Zijleman

Oscar Jerome - The Spoon (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Oscar Jerome - The Spoon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Oscar Jerome - The Spoon
The Spoon van de Britse muzikant Oscar Jerome is een heerlijk loom maar ook avontuurlijk jazzalbum met een flinke dosis soul dat uit de speakers knalt en zeker niet alleen voor jazzliefhebbers interessant is

De Britse muzikant Oscar Jerome levert op een wat onhandig moment zijn tweede album af, maar The Spoon is echt te mooi en te bijzonder om onder te sneeuwen. De warme klanken op het album doen het overigens uitstekend in het huidige jaargetijde, maar The Spoon valt niet alleen op door aangename klanken, maar ook door heel veel muzikaal vuurwerk. In de muziek van Oscar Jerome is alle ruimte voor experiment, maar de Britse muzikant verliest de popsong met een kop en een staart nooit te ver uit het oog. The Spoon wordt vooral in het hokje jazz geduwd, maar de muziek van Oscar Jerome is uiteindelijk niet in slechts één hokje te duwen. Heerlijk album.

Op The Spoon van de Britse muzikant Oscar Jerome wordt in de tot dusver verschenen recensies met enige regelmaat het etiket “experimentele jazz” geplakt en dat is voor mij zeker geen aanbeveling. Bij “experimentele jazz” verwacht ik hele nerveuze muziek die mij als muziekliefhebber zonder grote liefde voor jazz op geen enkele manier houvast biedt. Zo’n album is The Spoon van Oscar Jerome gelukkig niet.

De Britse muzikant maakte zijn tweede album tijdens een periode van lange corona lockdowns in Berlijn en dat hoor je. Het is een album met flink wat invloeden uit de jazz, maar het is gelukkig niet de jazz van het nerveuze of zelfs eclectische soort. Op The Spoon domineren lekkere lome beats, diepe bassen en zeer subtiele maar ook prachtige gitaarlijnen, die fraai combineren met de wat dromerige zang. Alleen het saxofoonspel op het album en de bijdragen van de fluit gaan hier en daar behoorlijk los, maar rode vlekken krijg ik er zeker niet van.

The Spoon bevat niet alleen invloeden uit de jazz, want Oscar Jerome is ook zeker niet vies van invloeden uit de soul, en verwerkt ook nog wat subtiele invloeden uit de R&B en hier en daar een vleugje Latin en psychedelica. In een aantal tracks schuurt de Britse muzikant bovendien tegen de grenzen van de pop en rock aan, waardoor The Spoon uiteindelijk vooral een crossover album is.

Ondanks mijn eerste aarzeling door het etiket “experimentele jazz” was ik direct onder de indruk van het nieuwe album van Oscar Jerome. Het album is voorzien van een moddervet geluid en knalt werkelijk uit de speakers, waarbij de waanzinnige bijdragen van de drummer alle aandacht verdienen. De wat meer uptempo songs maken stil zitten onmogelijk, maar de meer ingetogen tracks op het album vind ik persoonlijk nog wat indrukwekkender.

In deze meer ingetogen tracks is het gitaarwerk echt prachtig, waarna de bijdragen van elektronica zorgen voor een wat zweverige sfeer, die weer fraai contrasteert met de zwoele en soulvolle zang van de Britse muzikant. Zeker door de koptelefoon komen alle verschillende klanken goed tot zijn recht en valt op hoe goed alle onderdelen van de muziek van Oscar Jerome bij elkaar passen.

The Spoon klinkt hier en daar als een album dat Prince nooit gemaakt heeft, maar waarschijnlijk heel graag had willen maken. Een groter compliment kan ik de muzikant uit Londen niet maken. Voor complimenten over het tweede album van Oscar Jerome ben je overigens bij de Britse muziekjournalisten aan het juiste adres, want de superlatieven vliegen je om de oren en dat is wat mij betreft zeker niet overdreven.

In Engeland lopen op het moment een aantal zeer getalenteerde jonge jazzmuzikanten rond, die hun inspiratie vinden in het verleden, maar hier vervolgens een eigentijdse draai aan geven. Oscar Jerome doet dit ook en hij doet het weer op een net wat andere manier dan zijn soort- en tijdgenoten, waardoor The Spoon twaalf songs lang sprankelt en verrast.

Af en toe hoor je flarden van grote soul- en jazzmuzikanten uit het verleden, maar The Spoon klinkt uiteindelijk vooral fris en eigenzinnig. De tweede week van december is natuurlijk niet de beste week om een nieuw album uit te brengen, maar het zou doodzonde zijn als dit bijzonder fraaie en knappe album buiten de boot zou vallen door een ongelukkige releasedatum. Erwin Zijleman

Oscar Lang - Chew the Scenery (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Oscar Lang - Chew The Scenery - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Oscar Lang - Chew The Scenery
Chew The Scenery van de Britse muzikant Oscar Lang klinkt in eerste instantie vooral overweldigend, maar blijkt een vat vol tegenstrijdigheden en goede ideeën, dat alleen maar leuker wordt

Chew The Scenery is mijn eerste kennismaking met de muziek van Oscar Lang. De Britse muzikant bracht al een aantal EP’s uit, maar op zijn debuutalbum vallen alle puzzelstukjes in elkaar. Oscar Lang laat zich op zijn debuut door van alles en nog wat beïnvloeden en pakt uit met een volle en soms overvolle productie, die je van je sokken blaast, maar die ook vol zit met goede of zelfs geweldige ideeën. Chew The Scenery bevat een aanstekelijke mix van vooral indierock, neo-psychedelica en Britpop, maar hier laat Oscar Lang het zeker niet bij. Ik moest er even aan wennen, maar sindsdien hoor ik steeds meer moois op dit bijzondere album.

De Britse muzikant Oscar Lang bracht de afgelopen jaren al een aantal EP’s uit , waarop hij zijn muziek langzaam maar zeker transformeerde van ‘bedroom pop’ tot rock. Chew The Scenery is het officiële debuutalbum van de muzikant uit Londen en het is een debuutalbum dat het verdient om ontdekt en uitgeplozen te worden.

Direct bij eerste beluistering is duidelijk dat Oscar Lang een goed gevoel heeft voor aanstekelijke en tijdloze popliedjes. Vanaf de eerste noten vermaakt het debuut van de Britse muzikant met lekker in het gehoor liggende popsongs. Het zijn popsongs waarin gelijke delen Britpop, indierock en neo-psychedelica met elkaar worden vermengd.

Waar Oscar Lang in het verleden vrij ingetogen ‘bedroom pop’ maakte, valt zijn debuutalbum op door een uitbundig geluid, dat is volgestopt met flink wat instrumenten. De productie van het album is zeker niet subtiel te noemen. Bas, drums, gitaren en synths komen steeds als een muur op je af en draaien in razend tempo rondjes om elkaar heen.

Wanneer de zang en de koortjes er ook nog eens bij komen is de muziek van Oscar Lang behoorlijk overweldigend, maar naast de muur van geluid, die hier en daar wordt versterkt door psychedelisch aandoende tempowisselingen, zijn er ook de aanstekelijke refreinen en aantrekkelijke melodieën.

Ondanks het feit dat het geluid op Chew The Scenery vrijwel zonder uitzondering vol of zelfs overvol klinkt, klinkt het album niet eenvormig. In een deel van de songs domineren de gitaren, in een ander deel van de songs hoor je juist vooral synths, waardoor het debuut van Oscar Lang een boeiend album blijft. Het is een album dat op het eerste gehoor klinkt als een mix van heel veel popmuziek uit het verleden. Chew The Scenery lijkt zo af en toe op van alles en nog wat, maar aan de andere kant ook op helemaal niets.

Zeker bij de eerste keer horen word je makkelijk verleid door de memorabele melodieën en de pakkende refreinen. Chew The Scenery is een album om heel vrolijk van te worden, al overheerste bij mij ook wel de angst dat ik er na een paar keer horen niet veel meer aan zou vinden. Dat laatste valt gelukkig mee, want de Britse muzikant heeft niet alleen een goed gevoel voor aanstekelijke en tijdloze popliedjes, maar heeft zijn songs ook voorzien van allerlei spitsvondigheden, waardoor het album ook bij herhaalde beluistering boeiend blijft.

Oscar Lang kan stevig rocken op zijn debuutalbum, maar kan je ook zomaar verrassen met een 70s piano ballad, met bezwerende psychedelica of met door synths gedomineerde 80s pop. Ik ben lang niet altijd gecharmeerd van albums als Chew The Scenery, maar mijn mening over het debuut van Oscar Lang is bij herhaalde beluistering alleen maar positiever geworden.

Het is knap hoe de muzikant uit Londen muziek kan maken die aan de ene kant compleet over the top is, maar die net zo makkelijk verbaast met subtiele accenten en verrassende wendingen. Kunst en kitsch liggen dicht bij elkaar op het album, maar Oscar Lang slaagt er in om constant aan de juiste kant van de streep te blijven. Chew The Scenery is een aangenaam zoekplaatje vol verwijzingen naar het verleden, maar het is ook een eigenzinnig album van een muzikant die zich moeiteloos weet te onderscheiden van zijn soortgenoten. Erwin Zijleman

Oscar Lang - Look Now (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Oscar Lang - Look Now - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Oscar Lang - Look Now
De Britse muzikant Oscar Lang levert met Look Now een persoonlijk breakup-album af, maar zijn songs klinken zeker niet minder aanstekelijk en zorgen dankzij een heerlijke 70s vibe direct voor een goed gevoel

Het twee jaar geleden verschenen Chew The Scenery van de Britse muzikant Oscar Lang was bij eerste beluistering een wat overweldigend en alle kanten op springend album, maar dankzij de uitstekende songs bleek het al snel een uitstekend album. Opvolger Look Now klinkt net wat consistenter, al blijft het lastig om de muziek van Oscar Lang met een of twee genres te vangen. Look Now is in tekstueel opzicht een wat melancholisch album, maar van de songs van Oscar Lang kun je alleen maar heel vrolijk worden, zeker wanneer de Britse muzikant zich laat beïnvloeden door Beatlesque popsongs uit de jaren 70. De hype rond Oscar Lang lijkt voorbij, maar over zijn talent heb ik echt geen twijfels meer.

Ik moest bijna twee jaar geleden erg wennen aan Chew The Scenery van de Britse muzikant Oscar Lang. Op zijn tweede of zelfs derde album, dat overigens vreemd genoeg werd gepresenteerd als een debuutalbum, stortte de muzikant uit Londen een enorme bak goede ideeën over de luisteraar uit. Het waren goede ideeën die zich hadden laten inspireren door een veelheid aan genres en die waren verpakt in een overvolle productie, die ook nog eens driftig heen en weer schoot tussen een aantal decennia voornamelijk Britse popmuziek. De mix van met name indierock, neo-psychedelica en Britpop leek op het eerste gehoor misschien wat overweldigend, maar ook al snel bijzonder aangenaam en interessant, waardoor ik het destijds overigens behoorlijk gehypte album toch met veel plezier oppikte.

Deze week verscheen het nieuwe album van Oscar Lang en vooralsnog is het een stuk stiller rond de Britse muzikant. Dat heeft niets te maken met de kwaliteit van de songs op Look Now, want het nieuwe album van de muzikant uit Londen doet zeker niet onder voor zijn voorganger en is wat mij betreft zelfs een stuk beter.

Look Now opent met een wat Beatlesque song die zich vooral heeft laten beïnvloeden door de grote singer-songwriters uit de jaren 70, onder wie minstens een aantal leden van The Beatles, maar vanuit de coulissen lijkt ook Prince af en toe mee te kijken, al zijn de invloeden van de grote muzikant uit Minneapolis subtiel. De openingstrack leert ons ook dat Oscar Lang zijn liefde voor flink vol geproduceerde songs niet is verloren, want er komt ook dit keer een muur van geluid uit de speakers met in de openingstrack een enorme bak strijkers.

Het is overigens wel een mooi klinkende muur van geluid, waardoor Look Now me makkelijker en sneller overtuigde dan zijn voorganger. Niet alleen de volle productie van Chew The Scenery is gebleven, want ook dit keer schakelt de Britse muzikant makkelijk tussen genres. Hij lijkt wel iets stijlvaster, want Look Now bevat iets meer 70s singer-songwriter pop en ook de songs die zich in omliggende genres bewegen vallen op door een aangename 70s vibe. Oscar Lang speelt overigens wel met de invloeden uit het verre verleden door er op subtiele wijze meer eigentijdse invloeden in te verwerken, bijvoorbeeld met eigenzinnige elektronica.

In muzikaal opzicht verleidt het nieuwe album van Oscar Lang makkelijk met een bont palet aan klanken, maar de songs van de Britse muzikant zijn nog wat aantrekkelijker met direct memorabele melodieën en refreinen die het humeur een flinke boost geven. Zeker in de door piano gedomineerde popsongs met een hang naar de jaren 70 overtuigt Oscar Lang niet alleen met popsongs waar je vrolijk van wordt, maar laat hij bovendien horen dat hij een prima zanger is.

Wat mij betreft had Oscar Lang een album vol onweerstaanbaar lekkere Beatlesque popsongs gemaakt, maar aan de kant maakt de veelzijdigheid van de Britse muzikant Look Now zo’n interessant album. Look Now is naar verluidt een breakup album, maar dat hoor je er niet aan af. De songs van Oscar Lang geven vooral een goed gevoel en zijn in een aantal gevallen aan de melige kant, zeker wanneer bijzondere stemmetjes worden ingezet zoals in het catchy en opeens weer veel moderner klinkende Blow Ur Cash. Het is misschien een wat bijzonder breakup album, maar absoluut een geweldig popalbum. Erwin Zijleman

Otis Gibbs - Souvenirs of a Misspent Youth (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Otis Gibbs - Souvenirs Of A Misspent Youth - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Otis Gibbs is een Amerikaanse singer-songwriter die inmiddels al een jaar of twaalf in eigen beheer platen uitbrengt. Dat deed hij oorspronkelijk vanuit zijn thuisstaat Indiana, maar inmiddels al weer geruime tijd vanuit Nashville, Tennessee, waar Gibbs ook zijn zevende plaat, Souvenirs Of A Misspent Youth, opnam.

Het is voor kleinschalig en grotendeels in de anonimiteit opererende muzikanten als Otis Gibbs waarschijnlijk niet makkelijk om het hoofd boven water te houden, maar gelukkig is er tegenwoordig het fenomeen crowdfunding. Souvenirs Of A Misspent Youth werd mogelijk door giften van muziekliefhebbers en ook in dit geval kunnen de gulle gevers trots zijn op hun daad. Souvenirs Of A Misspent Youth is immers een hele mooie en overtuigende plaat die Otis Gibbs nu eindelijk maar eens op de kaart moet gaan zetten als het grote talent dat hij inmiddels al meer dan tien jaar is.

Otis Gibbs maakt ook op zijn zevende plaat weer traditioneel aandoende singer-songwriter muziek. Het is over het algemeen ingetogen en grotendeels akoestisch rootsmuziek die op het Internet vooral wordt vergeleken met uiteenlopende grootheden als Woody Guthrie, Steve Earle, Townes van Zandt, Bruce Springsteen en Billy Bragg. Dat zijn inderdaad stuk voor stuk namen die je terug hoort op Souvenirs Of A Misspent Youth en uiteraard geen namen waarvoor een singer-songwriter zich hoeft te schamen.

Otis Gibbs maakt zoals gezegd traditioneel aandoende rootsmuziek en het is rootsmuziek die verschillende kanten op gaat. In veel gevallen domineren invloeden uit de folk, maar ook invloeden uit de country en bluegrass hebben hun weg gevonden op de nieuwe plaat van Otis Gibbs.

Een goede singer-songwriter vertolkt zijn songs niet alleen met hart en ziel, maar vertelt ook mooie verhalen. Hiervoor ben je ook bij Otis Gibbs aan het juiste adres. De Amerikaan heeft een kleurrijk leven achter zich en kent de meeste uithoeken van de VS als zijn broekzak. De verhalen zijn daarom prachtig, maar ook de songs op Souvenirs Of A Misspent Youth zijn zonder uitzondering sterk. Het helpt hierbij zeker dat Otis Gibbs zich niet beperkt tot één subgenre en bovendien kiest voor verschillende accenten in de instrumentatie, waarin naast de akoestische basis afwisselend een pedal steel, een viool en een banjo mogen schitteren.

De stem van Otis Gibbs is tot dusver nog niet besproken, maar ook deze is van hoog niveau, mooi doorleefd en rechtvaardigt voor een belangrijk deel het eerder genoemde vergelijkingsmateriaal.

Ik moet eerlijk toegeven dat de muziek van Otis Gibbs me tot dusver nog niet echt was opgevallen, maar Souvenirs Of A Misspent Youth is zo mooi en overtuigend dat ik absoluut ook de rest van het oeuvre van Otis Gibbs ga ontdekken. Laat ik me vooralsnog tot Souvenirs Of A Misspent Youth beperken: met Souvenirs Of A Misspent Youth heeft Otis Gibbs een plaat gemaakt die weet op te vallen in het enorme rootsaanbod van het moment. Flink weet op te vallen durf ik zelfs wel te zeggen. Erwin Zijleman

Our Girl - Stranger Today (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Our Girl - Stranger Today - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Our Girl is een trio uit het Britse Brighton dat deze week debuteert met Stranger Today. Het is een debuut dan in de Britse muziekpers kan rekenen op zeer positieve recensies en daar valt wat mij betreft niets op af te dingen.

Het uit drie vrouwen bestaande Our Girl borduurt op haar debuut met name voort op muziek uit de jaren 90, met een duidelijke voorliefde voor shoegaze en dreampop. Met deze invloeden dreigt de Britse band zich te begeven op inmiddels wel erg platgetreden paden, maar Our Girl kiest voor een andere aanpak dan de meeste van haar soortgenoten.

Invloeden uit de dreampop en shoegaze worden op Stranger Today verrijkt met invloeden uit onder andere de psychedelica, noiserock, grunge en indie-rock, waardoor Our Girl de fantasie net wat meer prikkelt dan de bands die bij het verwerken van invloeden uit de shoegaze en dreampop wat strenger in de leer zijn.

Centraal op Stranger Today staan de gitaren, die in gruizige salvo’s op je worden afgevuurd, maar die ook subtieler betoveren met prachtig melodieuze gitaarlijnen. Het zijn gitaarlijnen die fraai combineren met de dromerige zang op de plaat, zeker wanneer invloeden uit de dreampop domineren of wanneer de band op de tweede helft van de plaat steeds vaker gas terug neemt.

Ook in haar songs bewaakt Our Girl op doeltreffende wijze de balans tussen melodie en gruis. De band voegt flink wat dynamiek toe aan haar muziek, door de gitaren af en toe te laten ontsporen, waarbij de ritmesectie als aanjager fungeert, maar hiertegenover staan ook altijd fraai dromerige passages.

De songs van het Britse trio zijn aansprekend. Het zijn songs die lekker in het gehoor liggen en die vanwege alle verwijzingen naar het verleden op een of andere manier bekend klinken, maar Our Girl houdt haar muziek ook spannend door met groter regelmaat andere invloeden aan haar muziek toe te voegen en door de kans op ontsporing hoog te houden. Stranger Today wint ook nog eens aan kracht wanneer je de plaat vaker hoort.

Bij iedere volgende luisterbeurt wint het gitaarwerk op de plaat aan kleur en kracht en ook de zang vind ik iedere keer weer net wat aansprekender. Bij eerste beluistering is het debuut van Our Girl nog een plaat die mee lijkt te liften op de zoveelste shoegaze en dreampop revival, maar wanneer je wat beter luistert hoor je dat het Britse trio binnen deze revival een vreemde eend in de bijt is.

Het is momenteel weer dringen met een groeiend aantal releases, waardoor je als debuterende band makkelijk ondersneeuwt, maar het zou doodzonde zijn als het debuut van Our Girl niet wordt opgemerkt. Ik hoor de plaat inmiddels zelfs voor de zoveelste keer en ik hoor zoveel memorabels in de songs van het Britse trio. Ieder gitaarakkoord op de plaat is wonderschoon en raak en het is meer dan eens gitaarwerk waarin je jezelf volledig kunt verliezen, wat het debuut van Our Girl voorziet van nog wat extra kracht en bezwering. Al met al een bijzonder indrukwekkend debuut van een drietal dat het hopelijk nog ver gaat schoppen. Erwin Zijleman

Our Girl - The Good Kind (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Our Girl - The Good Kind - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Our Girl - The Good Kind
Na het terecht geprezen debuutalbum van Our Girl was het zes jaar stil, maar met haar nieuwe album The Good Kind heeft de Britse album een mooi, veelzijdig en in alle opzichten ijzersterk indierock album gemaakt

Soph Natan verdeelt haar tijd tussen de succesvolle Britse band The Big Moon en haar eigen band Our Girl. De afgelopen jaren stond The Big Moon centraal, maar het nieuwe album van Our Girl laat horen dat ook die band beschikt over heel veel potentie. Our Girl debuteerde zes jaar geleden met een veelzijdig indierock album vol invloeden en heeft haar geluid geperfectioneerd op The Good Kind. Alle invloeden zijn nog wat knapper samengesmeed tot één totaalgeluid en het is een geluid waarin mooi gitaarwerk en de al even mooie stem van Soph Natan centraal staan. Het fantasierijke The Good Kind van Our Girl kan met een beetje geluk uitgroeien tot een van de betere indierock albums van 2024.

Het Britse duo deary duikt deze week op met een fraai mini-album, waarop invloeden uit de shoegaze, slowcore en vooral dreampop uit de jaren 90 worden verwerkt. Het zijn invloeden die ook een rol speelden op het debuutalbum van het eveneens uit het Verenigd Koninkrijk afkomstige Our Girl. Dat debuutalbum (Stranger Today) verscheen in de zomer van 2018 en kon destijds rekenen op zeer positieve recensies en terecht.

Het trio uit Brighton, dat inmiddels naar Londen is verkast, wist zich wat mij betreft te onderscheiden van al die andere bands die invloeden uit de genoemde genres verwerkten door haar eigen weg te kiezen. Our Girl maakte op haar debuutalbum geen geheim van haar inspiratiebronnen uit de genoemde genres, maar was ook niet vies van invloeden uit onder andere de psychedelica, noiserock, grunge en indierock, wat een fris en veelzijdig geluid opleverde.

Het was ruim zes jaar stil rond Our Girl, wat waarschijnlijk alles te maken heeft met het feit dat Soph Nathan ook deel uitmaakt van de band The Big Moon, die in 2020 en 2022 twee uitstekende albums uitbracht. Soph Natan staat in The Big Moon wat in de schaduw van frontvrouw Juliette Jackson, maar in Our Girl heeft ze zelf haar plek in de schijnwerpers.

Our Girl bestaat verder uit bassist Joshua Tyler en drummer Lauren Wilson en de drie hebben de tijd genomen voor het tweede album van Our Girl, dat helaas een wat anonieme plek heeft gekregen in de releaselijsten van deze week. Uiteindelijk hebben twee sessies geleid tot de songs die zijn terecht gekomen op The Good Kind. Een deel van de songs op het album werd opgenomen met Fern Ford, die ook deel uitmaakt van The Big Moon, terwijl voor een ander deel van de songs niemand minder dan John Parish, vooral bekend van zijn werkt met PJ Harvey, aanschoof.

Omdat er ruim zes jaren zijn verstreken sinds de release van het debuutalbum van Our Girl moest ik het album er weer even bij pakken, maar ik was direct weer onder de indruk van Stranger Today. Op opvolger The Good Kind laten Soph Natan, Joshua Tyler en Lauren Wilson horen dat het debuutalbum geen toevalstreffer was.

Ook het tweede album van Our Girl is een album dat bol staat van de invloeden. Het album klinkt misschien nog wel wat ambitieuzer, want naast alle invloeden die al te horen waren op het debuutalbum, heeft de Britse band ook nog een vleugje pop en incidenteel wat strijkers toegevoegd aan haar geluid. Vergeleken met het debuutalbum van Our Girl is The Good Kind wat meer een indierock album, maar het is wel een indierock album dat open staat voor alle andere invloeden die de leden van de band een warm hart toedragen.

The Good Kind komt een beetje uit het niets, maar het is een sterk album, dat zich zowel in vocaal als in muzikaal opzicht makkelijk opdringt en dat alleen maar goede songs bevat. Vergeleken met het vorige album vind ik de zang van Soph Natan nog wat mooier en ook het gitaarwerk, al dan niet in combinatie met synths, is nog wat mooier dan op het terecht geprezen debuutalbum van Our Girl.

Je zou dan ook verwachten dat er momenteel echt heel druk wordt gedaan over The Good Kind, maar dat valt helaas erg tegen. Hopelijk verandert dat nog, want Our Girl is veel meer dan het minder populaire zusje van The Big Moon en heeft een album gemaakt dat echt heel veel mooie worden verdient. Erwin Zijleman

Our Native Daughters - Songs of Our Native Daughters (2019)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Our Native Daughters - Songs Of Our Native Daughters - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Our Native Daughters - Songs Of Our Native Daughters
Vier gelouterde muzikanten bundelen de krachten en komen met een krachtig statement en bovenal met geweldige Amerikaanse rootsmuziek

Van muzikanten met de naam en faam van Rhiannon Giddens, Leyla McCalla en Allison Russell verwacht je een grootse plaat en dat is ook precies wat je krijgt. Samen met Amythyst Kiah vormen de drie gelouterde muzikanten Our Native Daughters en het debuut van de band is een fascinerende plaat. In muzikaal opzicht worden de tradities van de traditionele Amerikaanse rootsmuziek en de Afrikaanse muziek op fraaie wijze geëerd, in vocaal opzicht is het steeds weer smullen en Songs Of Our Native Daughters geeft ook nog eens een krachtig statement af over rassenongelijkheid in de Verenigde Staten uit het verre verleden, maar ook in het heden. Indrukwekkend.

Als ik de minst aansprekende cover moet kiezen van de platen die ik afgelopen week in handen kreeg, kom ik absoluut uit bij Songs Of Our Native Daughters van Our Native Daughters. De covert art van het debuut van deze heuse ‘supergroep’ ziet er nogal goedkoop uit en wekt niet direct de indruk dat het gaat om een plaat vol bijzondere muziek.

“Don’t Judge A Book By It’s Cover” zegt een wijs Engels gezegde en het is een gezegde dat zeker op gaat voor het debuut van dit bijzondere viertal.

Ik had het al over een ‘supergroep’ en dat is een predicaat dat zeker van toepassing is op Our Native Daughters. Het viertal bevat minstens drie muzikanten van naam en faam, want wat te denken van Rhiannon Giddens, Leyla McCalla en Allison Russell.

De eerste twee kennen we natuurlijk van het roemruchte Carolina Chocolate Drops, maar zowel Rhiannon Giddens als Leyla McCalla timmeren inmiddels ook aan de weg als solomuzikant. Allison Russell kennen we van Po' Girl en Birds of Chicago en ook zij heeft haar sporen in de muziek inmiddels ruimschoots verdiend. De mij onbekende Amythyst Kiah maakt het bijzondere kwartet compleet.

Rhiannon Giddens, Leyla McCalla, Allison Russell en Amythyst Kiah zijn alle vier jonge zwarte vrouwen met een hartstochtelijke liefde voor traditionele Amerikaanse rootsmuziek en het zijn ook vier vrouwen die uit de voeten kunnen op de banjo, waardoor het niet zo gek is dat ze alle vier een banjo in hun handen hebben op de cover van hun gezamenlijke debuut.

Songs Of Our Native Daughters is geworteld in de traditionele Amerikaanse folk, maar gaat ook aan de haal met blues, bluegrass, gospel, soul en nog wat varianten binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Het debuut van het viertal opent heerlijk bluesy, waarbij direct opvalt dat knap snarenwerk fraai wordt gecombineerd met vier stemmen die bij elkaar passen.

De vier jonge zwarte vrouwen van Our Native Daughters zijn opgegroeid in een tijd waarin ras gelukkig een minder grote rol speelt dan in de tijd van hun voorouders, maar iedereen die het Amerikaanse nieuws volgt, weet dat ras er nog steeds toe doet en ongelijke kansen eerder regel dan uitzondering zijn.

Rhiannon Giddens, Leyla McCalla, Allison Russell en Amythyst Kiah spreken zich nadrukkelijk uit over ongelijkheid in de Verenigde Staten in de 21e eeuw, maar gaan ook terug naar de tijd van de slavernij; een hoofdstuk uit de Amerikaanse geschiedenis dat niet vergeten mag worden.

Songs Of Our Native Daughters is in muzikaal opzicht een interessante plaat. De vier leden van de gelegenheidsband kunnen op meerdere instrumenten uit de voeten en etaleren hun kunsten op grootse wijze. Ook qua invloeden is het debuut van de vier een fascinerende plaat. Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek staan centraal, maar ook invloeden uit de Afrikaanse muziek, die werden doorgegeven door de voorouders van de vier muzikanten, hebben een plekje gekregen op de plaat.

Het wordt gecombineerd met flink wat vocaal vuurwerk. Our Native Daughters herbergt vier uitstekende zangeressen met nogal verschillende stemmen. Het zijn stemmen die fraai het voortouw nemen, maar die ook prachtig bij elkaar kleuren. Vanwege de thematiek is Songs Of Our Native Daughters een plaat vol passie en emotie en dit geeft de songs op de plaat nog wat extra lading. Ondanks de vele instrumenten, stemmen en lading is het debuut van de vier topmuzikanten ook een ingetogen plaat vol ruimte.

Het is een plaat die je met grote regelmaat het verre, verre verleden van de Amerikaanse rootsmuziek in sleept, maar oubollig klinkt het geen moment. Op basis van de reputatie van minstens drie leden van de band verwacht je een plaat die flink boven het maaiveld uitsteekt en dat is ook precies wat je krijgt. Een krachtig statement van vier geweldige muzikanten. Erwin Zijleman

Outer Spaces - Gazing Globe (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Outer Spaces - Gazing Globe - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Outer Spaces - Gazing Globe
Outer Spaces betovert makkelijk met een heerlijk zonnige en buitengewoon lekker klinkende mix van Fleetwood Mac pop en 90s jangle pop

Het tweede album van Outer Spaces lag heel lang op de stapel, maar toen ik er eindelijk de tijd voor nam, was ik binnen een paar minuten verkocht. De Amerikaanse band heeft een goed gevoel voor tijdloze 70s pop, maar heeft ook een zwak voor 90s jangle pop en nog veel meer. Het levert een heerlijke gitaarplaat op, die buitengewoon aangenaam, maar ook voldoende eigenzinnig klinkt. De perfecte mix van Fleetwood Mac en 10,000 Maniacs, met een vleugje 90s indie-rock en nog wat subtiele toevoegingen. Gazing Globe is grotendeels genegeerd dit jaar, maar verdient echt alle aandacht.

Ergens aan het begin van de zomer verscheen Gazing Globe, het tweede album van de band Outer Spaces. Het debuut van de band, die werd geformeerd in Athens, Georgia, maar die inmiddels vanuit Baltimore, Maryland, opereert, heb ik in 2016 gemist, terwijl het tweede album verscheen in een week met nog flink wat interessante releases. Gazing Globe verdween daarom snel op de stapel, maar ik ben blij dat het album daar deze week toch nog van af is gekomen.

Het tweede album van de Amerikaanse band past immers prima bij de laatste dag van het jaar waarop de temperatuur nog in de buurt van de twintig graden komt en dat gevoel hou ik graag nog even vast.

Toen ik Gazing Globe uit de speakers liet komen, moest ik onmiddellijk denken aan Fleetwood Mac in haar beste jaren. De stem van frontvrouw Cara Beth Satalino heeft wel wat van die van Stevie Nicks en ook de melodie en de instrumentatie van de openingstrack zouden niet hebben misstaan op de albums die Fleetwood Mac halverwege de jaren 70 uitbracht.

AllMusic.com hoort hiernaast ook wat van voormalige stadgenoten R.E.M. in de muziek van Outer Spaces, wat absoluut herkenbaar is, al hoor ik zelf veel meer van 10,000 Maniacs, dat gelijk met R.E.M. haar grootste successen vierde. Het is een mooie combinatie van invloeden. Outer Spaces verleidt aan de ene kant genadeloos met gloedvolle popmuziek met een hang naar de jaren 70, maar laat ook voldoende eigenzinnigheid horen.

Wanneer Outer Spaces wat eigenzinniger klinkt, wordt de muziek van de Amerikaanse band wat ruwer en rammelt het wat meer. Bovendien duiken er in dat geval wat meer invloeden uit de jaren 90 op, maar Gazing Globe is net zo makkelijk een kind van de jaren 70 of 90 als een kind van deze tijd.

Het geluid van de band wordt vooral gedragen door gitaren, die zo veelkleurig klinken als je op basis van het bovenstaande mag verwachten. Het wordt gecombineerd met de overtuigende zang van Cara Beth Satalino, die zo zwoel en verleidelijk kan klinken als Stevie Nicks, maar ook zo geëngageerd als Natalie Merchant of zo meisjesachtig als Juliana Hatfield.

Outer Spaces schakelt makkelijk tussen 70s pop, jangle pop, power pop en indie-rock en voegt hier en daar ook nog wat invloeden uit de psychedelica toe aan haar muziek. Gazing Globe is vooral een gitaarplaat, maar een enkel accent van een saxofoon of een viool zorgt voor voldoende variatie.

In muzikaal en vocaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend, maar het tweede album van Outer Spaces staat ook nog eens vol uitstekende songs. Het zijn songs die Cara Beth Satalino vooral schreef na het tijdelijk stopzetten van haar relatie met mede-bandlid Chester Gwazda, wat het album van de spanning voorziet die ook Rumours van Fleetwood Mac naar grote hoogten tilde.

Gazing Globe van Outer Spaces zal het succes van Rumours nooit benaderen, maar het is zeker een album dat meer aandacht verdient dan het tot dusver heeft gekregen. Luister naar het tweede album van de Amerikaanse band en niet alleen de zon gaat schijnen, maar ook de fantasie wordt geprikkeld. Iedereen die nieuwsgierig is naar een mix van Fleetwood Mac, R.E.M. en 10,000 Maniacs moet zeker gaan luisteren, maar ook een ieder die de afgelopen week Two Hands van Big Thief heeft omarmd, moet het eerder dit jaar verschenen album van Outer Spaces zeker een kans geven. Erwin Zijleman

Over the Rhine - Blood Oranges in the Snow (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Over The Rhine - Blood Oranges In The Snow - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik heb het ook dit jaar weer geprobeerd met de 1001 kerstplaten die zijn verschenen, maar zodra de stokoude kerstklassiekers voorbij komen haak ik af, hoe mooi of bijzonder ze ook worden uitgevoerd.

Ik grijp dan vaak terug op Snow Angels van Over The Rhine uit 2006. Een van mijn favoriete bands aller tijden maakte al weer acht jaar geleden een hele bijzondere kerstplaat. Een plaat zonder de geijkte klassiekers, maar qua sfeer en thematiek was het toch echt een kerstplaat.

Ik was van plan om Snow Angels nog maar eens onder de aandacht te brengen als één van de weinige kerstplaten die wel de moeite waard is, maar toen ik de plaat opzocht op Spotify, zag ik tot mijn verbazing een gloednieuwe plaat van Over The Rhine: Blood Oranges In The Snow. Het blijkt niet de opvolger van Meet Me At The Edge of the World dat vorig jaar zo overtuigend mijn jaarlijst haalde, maar een vervolg op het eerder genoemde Snow Angels.

Dat betekent overigens niet dat Blood Oranges In The Snow een totaal andere plaat is dan Meet Me At The Edge of the World. Ook op haar ‘kerstplaat’ maakt Over The Rhine de inmiddels van haar bekende stemmige Americana en grossiert het in songs die je weten te raken.

Uiteraard zijn de songs op Blood Oranges In The Snow wel wat stemmiger dan de songs op de reguliere albums van Over The Rhine en verder domineert de thematiek van de laatste weken van december, maar Blood Oranges In The Snow blijft gelukkig heel ver verwijderd van de reguliere kerstplaten.

Snow Angels was voor mij tot dusver een voor de meeste platen onbereikbaar ijkpunt wanneer het gaat om kwalitatief goede kerstplaten, maar Blood Oranges In The Snow is zeker niet minder dan Snow Angels. Over The Rhine heeft wederom een prachtige plaat gemaakt vol melancholische songs over de donkere dagen aan het einde van het jaar en het zijn songs die veel langer mee gaan dan slechts twee kerstdagen.

De muziek van de band uit Ohio staat al vele jaren bekend om haar prachtig stemmige karakter, maar op Blood Oranges In The Snow huilt de pedal steel nog net wat weemoediger en klinkt de piano nog net wat desolater. Het past prachtig bij de prachtige stemmen van Karen Bergquist en Linford Detweile.

Blood Oranges In The Snow bevat vooral nieuwe songs, maar ook Merle Haggard's If We Make It Through December zet Over The Rhine op indrukwekkende wijze naar haar hand.

Muziekliefhebbers die ook dit jaar met kerst een plaat op willen zetten die er ook in muzikaal opzicht toe doet, zullen smullen van dit kunststukje van Over The Rhine. Fans van de band weten dat ook deze kerstplaat heel lang mee zal gaan en het wachten op de opvolger van het zo indrukwekkende Meet Me At The Edge of the World een stuk makkelijker maakt. Erwin Zijleman

Over the Rhine - Love & Revelation (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Over The Rhine - Love & Revelation - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Het was een paar jaar stil rond Over The Rhine, maar gelukkig is de Amerikaanse band terug met een plaat die het hoge niveau van de vorige platen vasthoudt

Ik ontdekte Over The Rhine aan het begin van het millennium, toen de band al een paar prima platen op haar naam had staan, maar haar mooiste platen nog moest maken. Sindsdien verkeert de band in absolute topvorm, wat heeft geresulteerd in een indrukwekkend stapeltje prachtplaten. De afgelopen jaren was het helaas wat stil rond Over The Rhine, maar met Love & Revelation is de band rond Karin Bergquist en Linford Detweiler gelukkig terug. Veel veranderd is er niet. Over The Rhine staat nog altijd garant voor een bijzonder mooi geluid, emotievolle vocalen en songs die ergens over gaan. Het levert wederom een topplaat op.

Karin Bergquist en Linford Detweiler vormen al sinds 1989 de basis van de band Over The Rhine en vieren dit jaar dus de dertigste verjaardag van hun band.

De band uit Cincinnati, Ohio, debuteerde in 1991, maar zelf ontdekte ik Over The Rhine pas tien jaar later, toen in 2001 Films For Radio verscheen. Ik was direct onder de indruk van deze plaat, maar alle platen die ik sindsdien van de band heb gehoord zijn veel beter. Over The Rhine leverde in 2003 haar voorlopige meesterwerk Ohio af, maar alle platen die hierna zijn verschenen doen niet veel onder voor deze plaat.

De afgelopen jaren zijn de liefhebbers van Over The Rhine niet erg verwend. In 2013 verscheen het prachtige Meet Me At The Edge Of The World, een jaar later gevolgd door het voor een kerstplaat erg goede Blood Oranges In The Snow. Sindsdien was het helaas stil rond de band uit Cincinatti, maar deze week keerde Over The Rhine gelukkig terug met Love & Revelation.

Voor een ieder die de andere platen van Over The Rhine kent, is ook Love & Revelation direct weer een feest van herkenning. Karin Bergquist en Linford Detweiler vertellen al hun hele leven persoonlijke verhalen op de albums van Over The Rhine en doen dat ook dit keer. Waar op de vorige platen vaak het leven op het Amerikaanse platteland centraal stond, staat Love & Revelation voor een deel in het teken van liefde, verlies en rouw.

De songs gaan deels over persoonlijk verlies, maar focussen zich minstens net zo vaak op het verlies van het Amerika dat Karin Bergquist en Linford Detweiler dierbaar is en dat ten onder dreigt te gaan aan populisme en verdeeldheid. Gelukkig is de liefde er ook nog en is Love & Revelation een album vol melancholie, maar zeker geen aardedonker album geworden.

In muzikaal opzicht is er niet zo heel veel veranderd. Over The Rhine kiest nog steeds voor een stemmig maar ook warm en vol geluid, waarin een akoestische basis de fundering vormt voor de krachtige vocalen van Karin Bergquist. Denk aan 10,000 Maniacs, The Innocence Mission en Cowboy Junkies, maar Over The Rhine heeft ook een duidelijk eigen geluid.

Hier en daar zwellen de strijkers flink aan, hier en daar is er een onverwacht uitstapje, maar ook op Love & Revelation domineren mooie, warme klanken en een productie die recht doet aan deze klanken. Het zijn klanken, met een hoofdrol voor prachtige pianoklanken en een arsenaal aan snareninstrumenten, waaronder geweldige pedal steel klanken, die perfect passen bij de mooie stem van Karin Bergquist, die de afgelopen decennia alleen maar mooier is gaan zingen en nog wat meer emotie en doorleving aan haar stem heeft toegevoegd.

De instrumentatie is zo mooi dat ik topmuzikanten vermoedde en die zijn inderdaad aangeschoven in de persoon van topkrachten als drummer Jay Bellerose en pedal steel wizard Greg Leisz.

Of Over The Rhine veel nieuwe zieltjes gaat winnen met deze plaat durf ik te betwijfelen, maar voor de fans van het eerste of tweede uur is ook dit weer een plaat om te koesteren. Voor een band die inmiddels dertig jaar bestaat en nog nauwelijks een steek heeft laten vallen is dat een prestatie van formaat. Een diepe buiging is op zijn plaats. Erwin Zijleman

Ovlov - Buds (2021)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ovlov - buds - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ovlov - buds
De Amerikaanse band Ovlov leverde iets meer dan drie jaar geleden een werkelijk geniale gitaarplaat af met TRU en herhaalt dat kunstje nu met het net wat minder zwaar klinkende buds

Gitaarbands als Ovlov zijn helaas niet meer zo ruim beschikbaar als in bijvoorbeeld de jaren 90. Alle reden dus om ook het nieuwe album van de Amerikaanse band te koesteren. Ovlov leverde drie jaar geleden met TRU een onbetwist jaarlijstjesalbum af en het deze maand verschenen buds is zeker niet minder. Hier en daar leunt de band wat meer tegen de pop aan, maar ook buds is weer een 100% gitaarplaat vol dynamiek, met hier en daar hoge gitaarmuren en met melodieuze songs die je na één keer horen voorgoed wilt omarmen. Ovlov vindt haar inspiratie nog altijd vooral in de jaren 90, maar buds klinkt ook absoluut fris en eigentijds. Geweldige gitaarplaat dus, ook al duurt hij maar 25 minuten.

De Amerikaanse band Ovlov leverde in de zomer van 2018 met het album TRU wat mij betreft één van de allerbeste gitaarplaten van het betreffende jaar af. Het album haalde met een elfde plek net niet de top tien van mijn jaarlijstje, maar verder deed de muziek van Ovlov helaas maar heel weinig in Nederland. Vorige week keerde de band uit Newtown, Connecticut, terug met een nieuw album, buds. Het is het derde album van de Amerikaanse band en ook dit keer weet Ovlov wat mij betreft de juiste snaren te raken.

TRU duurde ruim drie jaar geleden maar net een half uur en op buds heeft Ovlov slechts een kleine 25 minuten muziek voor ons in petto. Dat is wat mij betreft echt te kort voor een album, maar aan de andere kant heb ik liever een album dat 25 minuten goed is dan een album dat 50 minuten duurt, maar een groot deel van de tijd weinig indruk maakt.

Ovlov maakt op buds direct vanaf de eerste noten indruk en houdt dit wat mij betreft de hele speelduur van het album vol. In 25 minuten komen acht tracks voorbij en het zijn tracks die wederom laten horen dat Ovlov een geweldige gitaarband is en daar zijn er wat mij betreft echt veel te weinig van op het moment.

TRU herinnerde mij aan de muziek van persoonlijke favorieten als Dinosaur Jr., Built To Spill, Sunny Day Real Estate, Pavement, Guided By Voices en Buffalo Tom en dat zijn ook namen die opduiken bij beluistering van buds. Net als de meeste van de bovengenoemde bands maakt Ovlov muziek vol dynamiek. Het ene moment vliegen de gitaren vrijwel continu uit de bocht, maar het volgende moment verrast de band net zo makkelijk met ingetogen klanken die hier en daar ook nog eens worden opgeluisterd met zoete vrouwenstemmen.

Op buds is de muziek van Ovlov niet alleen licht explosief, maar ook zeer melodieus. Ondanks het feit dat buds werd opgenomen tijdens de Amerikaanse lockdowns, waardoor met name de gastmuzikanten hun bijdrage vanuit hun eigen woonplaats moesten aanleveren, klinkt de band verrassend hecht en hoor ik in muzikaal opzicht de nodige groei.

Ik heb een heel lijstje vergelijkingsmateriaal aangeleverd voor het beschrijven van de muziek van Ovlov en het is een lijstje dat ik nog flink uit zou kunnen breiden, bijvoorbeeld met wat smaakmakers uit de grunge. Het illustreert hoe veelzijdig en gevarieerd de muziek van Ovlov is, al blijft buds wel een 100% gitaarplaat.

Het kunstje om hard en zacht met grote regelmaat af te wisselen werd in de jaren 90 al flink uitgebuit, maar het werkt nog steeds. Bij iedere gitaaruitbarsting op het album ben je benieuwd hoe Ovlov gaat overschakelen naar een meer ingetogen passage, terwijl je in de ingetogen momenten continu alert bent op een uitbarsting.

In muzikaal en vocaal opzicht klinkt buds minstens net zo lekker als voorganger TRU, maar de kwaliteit van de songs vind ik op het nieuwe album nog net wat hoger. TRU werd na mijn recensie in de zomer van 2018 alleen maar beter en onweerstaanbaarder en ik heb het idee dat ook buds nog veel leuker gaat worden dan het album nu al is.

Het is iedere keer weer jammer dat het album er na een kleine vijfentwintig minuten alweer op zet, maar hierna zet ik het album gewoon nog eens op, of ik kies voor voorgangers TRU en Am, die ook zeker niet te versmaden zijn. Wat een heerlijke band is dit toch. Het wordt tijd dat Ovlov ook in Nederland potten gaat breken. Erwin Zijleman

Ovlov - Tru (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ovlov - TRU - dekrentenuitdepop.blogspot.com

AllMusic.com is deze week razend enthousiast over TRU, de tweede plaat van de Amerikaanse band Ovlov. TRU wordt niet alleen een “instant classic indie rock album” genoemd, maar ook “the kind of breathtakingly great record most bands can only dream about making”.

Het zijn grote woorden, maar luister naar de eerste noten van de tweede plaat van de band uit Newtown, Connecticut, en je weet dat geen woord van de superlatieven van AllMusic.com gelogen of overdreven is.

TRU opent met heerlijk gruizige gitaren vol vervorming, maar ook met opvallend melodieuze muziek. TRU doet onmiddellijk denken aan de muziek van bands als Dinosaur Jr. en Built To Spill, maar niet veel later duiken ook associaties op met een band als Sunny Day Real Estate of met het werk van Pavement of Guided By Voices.

Het is muziek die op het moment veel te weinig gemaakt wordt, maar de liefhebber van even gruizige als melodieuze gitaarmuziek heeft waarschijnlijk al een flinke stapel persoonlijke favorieten uit de jaren 90 in de kast staan. Het zijn favorieten waartussen de tweede plaat van Ovlov zeker niet zal misstaan.

De Amerikaanse band, die vijf jaar geleden vrij anoniem debuteerde, sleept er op TRU nog veel meer invloeden bij. Hier en daar hoor ik een vleugje shoegaze, hier en daar wat uit de 90s grunge en zeker in de meest toegankelijke songs raakt de muziek van Ovlov ook nog aan die van Buffalo Tom; een persoonlijke favoriet. Het is vergelijkingsmateriaal om van te watertanden, maar Ovlov doet ook nog eens nadrukkelijk haar eigen ding.

De band trekt zo nu en dan hoge en gruizige gitaarmuren vol vervorming en feedback op, maar is ook niet bang voor meer ingetogen en prachtig melodieus gitaarwerk. De songs van de band uit Newtown, Connecticut, komen soms met heel veel geweld uit de speakers, maar kiezen zeker niet altijd voor makkelijk beukwerk. In een aantal van de songs op TRU laat Ovlov horen dat het veel dieper graaft dan de meeste van haar soortgenoten. Bij aandachtige beluistering hoor je opeens zeer ingenieuze gitaarloopjes en slaat de drummer bijna uit het niets onnavolgbare ritmes.

Iedere weg die Ovlov op TRU kiest levert bovendien geweldige songs op. TRU is een plaat die Dinosaur Jr. gemaakt had kunnen hebben en dat is wat mij betreft een groot compliment. TRU walst 30 minuten als een stoomwals over je heen, maar hierna ben je verkocht.

De band heeft in dit half uur immers negen geweldige songs toegevoegd aan al het moois dat in de jaren 90 in het genre werd gemaakt en herschrijft de muziekgeschiedenis. Het is natuurlijk doodzonde dat een plaat als TRU wordt uitgebracht in een periode waarin de aandacht voor nieuwe muziek minimaal is, maar iedereen die hem mist, mist zomaar een van de meest memorabele gitaarplaten van het jaar.

Wat een aangename verrassing, nee wat een sensatie. En nee, ik ben niet bevangen door de hitte of droogte, want op het moment dat ik deze recensie intypte genoot ik van de koelte van de Alpen. Erwin Zijleman