MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Suzanne Vega - Lover, Beloved (2016)

Alternatieve titel: Songs from an Evening with Carson McCullers

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Suzanne Vega - Lover, Beloved: Songs From An Evening With Carson McCullers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er staat inmiddels een aardig rijtje Suzanne Vega in de platenkast, maar toch ben ik iedere keer weer benieuwd naar de verrichtingen van de Amerikaanse singer-songwriter, die al in 1985 debuteerde.

Het afgelopen decennium vond Suzanne Vega vooral haar eigen werk opnieuw uit en verraste ze met uiterst ingetogen versies van haar bekende en minder bekende songs, maar het in 2014 verschenen Tales From The Realm Of The Queen Of Pentacles liet juist weer een opvallend vol en uitbundig geluid horen.

Altijd weer wat nieuws dus bij Suzanne Vega en dat is dit keer niet anders. Op Lover, Beloved: Songs From An Evening With Carson McCullers eert Suzanne Vega haar favoriete schrijfster en vertelt ze het levensverhaal van Carson McCullers, zoals ze dat een paar jaar geleden ook al in het theater deed. Deze Carson McCullers was vooral succesvol in de jaren 40 van de vorige eeuw en nam het in haar boeken op voor de underdogs in het Zuiden van de Verenigde Staten (bijvoorbeeld in haar bekendste en zeker aan te bevelen boek The Heart Is A Lonely Hunter).

Zeker in muzikaal opzicht klinkt Lover, Beloved anders dan de andere platen van Suzanne Vega. Suzanne Vega verruilt haar over het algemeen lichtvoetige popgeluid voor een wat zwaarder aangezet, donkerder en theatraler geluid, met een hoofdrol voor de piano en af en toe wat blazers, maar het is ook muziek die net wat experimenteler klinkt dan we van Suzanne Vega gewend zijn. Toch is het, net als al zijn voorgangers, een typische Suzanne Vega plaat, want haar bijzondere stem herken je ook dit keer uit duizenden.

Het siert Suzanne Vega dat ze precies doet waar ze zelf zin in heeft en nu een relatief onbekende maar zeker invloedrijke schrijfster eert. De songs op de plaat zijn net wat minder toegankelijk dan haar folky popsongs, maar overtuigen toch vrij makkelijk.

Zeker in de kleine uurtjes of wanneer de regen naar beneden klettert is Lover, Beloved: Songs From An Evening With Carson McCullers een heerlijke plaat en het is bovendien een plaat die nog wel even door kan groeien, bijvoorbeeld omdat de instrumentatie vol subtiele details zit en Suzanne Vega ook in vocaal opzicht zo nu en dan verrassende wegen in slaat.

En zo zet Suzanne Vega ons wederom op het verkeerde been en levert ze wederom een plaat af die iets toevoegt aan haar bijzondere oeuvre. Ik moest er zeker even aan wennen, maar ben er inmiddels heel blij mee, net als met The Heart Is A Lonely Hunter van Carson McCullers overigens. Erwin Zijleman

Suzie Ungerleider - Among the Evergreens (2025)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Suzie Ungerleider - Among The Evergreens - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Suzie Ungerleider - Among The Evergreens
Suzie Ungerleider was bijna twintig jaar bekend onder de naam Oh Susanna, maar maakt tegenwoordig muziek onder haar eigen naam en ook dat levert met Among The Evergreens mooie muziek op

Liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde van Amerikaanse rootsmuziek hebben momenteel niets te klagen, want het aanbod is enorm. Probeer als vrouwelijke singer-songwriter dan maar eens op te vallen. Suzie Ungerleider deed het in het verleden succesvol onder de naam Oh Susanna, maar is heel wat anoniemer onder haar eigen naam. Ten onrechte, want ze maakt nog steeds prima albums. Among The Evergreens is smaakvol ingekleurd, bevat een serie prima songs en dan is er ook nog de karakteristieke stem van de muzikante uit Vancouver, die net dat beetje extra te bieden heeft dat nodig is om op te vallen in dit overvolle genre.

De in de Verenigde Staten geboren maar in Canada opgegroeide muzikante Suzie Ungerleider maakte in het verleden muziek onder de naam Oh Susanna. Dat leverde tussen 1999 en 2017 zeven albums op. Ik heb ze niet allemaal in mijn bezit, maar met name Sleepy Little Sailor uit 2001 en Short Stories uit 2007 vond ik prima albums. Het in 2014 verschenen Namedropper is het laatste album van Oh Susanna dat ik ken, waarna ik Suzie Ungerleider uit het oog ben verloren.

In 2017 verscheen onder de naam Oh Susanna nog het album A Girl In Teen City, maar hierna begon Suzie Ungerleider met het maken van muziek onder haar eigen naam. Op zich een bijzonder besluit, want de zorgvuldig opgebouwde reputatie als Oh Susanna was in één keer weg en Suzie Ungerleider is, in ieder geval voor mij, een naam die niet echt blijft hangen.

De Canadese muzikante bracht in 2021 het album My Name Is Suzie Ungerleider uit en dat is een album dat mij nooit is opgevallen. Het deze week verschenen Among The Evergreens viel waarschijnlijk alleen op vanwege een wat kleiner aantal nieuwe albums en mijn speciale aandacht voor vrouwelijke singer-songwriters.

De hernieuwde kennismaking met Suzie Ungerleider is me goed bevallen, want Among The Evergreens is een mooi album. Het is een album dat op zich niet heel veel afwijkt van de albums die Suzie Ungerleider maakte als Oh Susanna, want ook onder haar eigen naam maakt ze singer-songwriter muziek met flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek.

Het is muziek zonder opsmuk, want het gaat om de songs en om de stem van Suzie Ungerleider. Het betekent niet dat Among The Evergreens in muzikaal opzicht geen aansprekend album is, want de tien songs op het album, die samen goed zijn voor een kleine 35 minuten muziek, klinken stuk voor stuk lekker. De songs van Suzie Ungerleider zijn de ene keer ingetogen en folky en de andere keer wat voller ingekleurd met meer invloeden uit de country en fraaie bijdragen van de pedal steel.

Het klinkt allemaal behoorlijk authentiek, maar de songs van de muzikante uit Vancouver ademen ook kwaliteit. Dat is deels de verdienste van de fraaie klanken, maar het zit hem vooral in de kwaliteit van de songs en nog net wat meer in de stem van Suzie Ungerleider. De Canadese muzikante beschikt over een bijzondere stem. Het is een stem die niet per se mooi is en ook zeker niet door iedereen mooi gevonden zal worden, maar het is wel een stem die wat met je doet.

Zelf ben ik zeer gecharmeerd van het karakteristieke stemgeluid van Suzie Ungerleider, dat zowel een rauw als een emotievol randje bevat. Het voorziet haar songs van veel gevoel en hierdoor ook van urgentie. Among The Evergreens is een album van een soort waarvan ik er echt al heel veel heb en er normaal gesproken ook niet veel meer van bij wil hebben, maar met name door de zang van Suzie Ungerleider is dit nu weer eens een album dat ik niet wil missen.

Eenmaal gegrepen door de zang op Among The Evergreens raakte ik ook steeds meer onder de indruk van de songs en de muziek op het album. Suzie Ungerleider had er wat mij betreft verstandig aan gedaan om muziek te blijven maken als Oh Susanna, maar na mijn ontdekking van dit fraaie album zal ik ook haar nieuwe naam blijven onthouden. Erwin Zijleman

Suzy V - Sound of the Sea (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Suzy V - Sound Of The Sea - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Suzy V - Sound Of The Sea
Suzy V overrompelt op haar debuut met een mix van aanstekelijke pop en Siciliaanse folk die betovert en bezweert

Luister naar de openingstrack van Sound Of The Sea en je bent om. De Amsterdamse singer-songwriter Suzy V creëert op haar debuut een volkomen uniek geluid, waarin invloeden uit de wat weemoedige Siciliaanse volksmuziek een belangrijke rol spelen. Het levert muziek op die garant staat voor mooie beelden op het netvlies en het stevig prikkelen van de fantasie. Suzy V maakt hiernaast aanstekelijke en soms jazzy pop, die wel wat doet denken aan Caro Emerald, wat niet zo gek is omdat Caro Emerald gitarist en producer Wieger Hoogendorp het debuut van Suzy V produceerde. Sound Of The Sea is een debuut dat overloopt van belofte, maar het is ook een debuut dat je meerdere malen verbaast en betovert.

Hoeveel debuterende muzikanten maken met de eerste noten van hun debuut direct een onuitwisbare indruk? Het zijn er niet heel veel denk ik, maar de Nederlandse singer-songwriter Suzy V doet het.

Haar debuut Sound Of The Sea opent met mediterrane klanken, die je onmiddellijk de set van The Godfather op sleuren, al is dat vooral mijn associatie. Helemaal onzinnig is die associatie overigens niet. Suzy V kwam via haar half-Italiaanse moeder in aanraking met de Siciliaanse folk en nam de liefde voor de muziek van dit prachtige Italiaanse eiland over.

Het is muziek vol warme klanken en zonnestralen maar het is ook muziek vol melancholie, want ook daaraan is op het Italiaanse eiland dankzij de gewelddadige geschiedenis geen gebrek. Het is muziek die prachtig past bij de uitstekende zang van Suzy V en het is muziek die haar debuut voorziet van een uniek eigen geluid, dat in de openingstrack Gone Tomorrow van een bijzondere schoonheid is.

Invloeden uit de Siciliaanse folkmuziek keren met grote regelmaat terug op Sound Of The Sea en voorzien het album van Suzy V van een beeldend of zelfs filmisch karakter. Luister naar de muziek van Suzy V en de bijzondere beelden verschijnen bijna vanzelf op het netvlies. Zeker wanneer de Amsterdamse singer-songwriter het tempo laag houdt, maakt ze indruk met gevoelige zang die uitstekend gedijt in het bijzondere klankentapijt op het album, dat hier en daar opschuift richting Portishead.

Sound Of The Sea is vaak een wat donker en bezwerend album, maar het debuut van Suzy V heeft ook een lichtvoetige kant. Wanneer de Nederlandse singer-songwriter kiest voor aanstekelijke pop of uptempo jazzy songs, hoor je goed dat ze het album samen met de van Caro Emerald bekende Wieger Hoogendorp heeft gemaakt.

Het is niet zo makkelijk om lekker in het gehoor liggende popliedjes te combineren met zoveel Siciliaanse melancholie, maar op het debuut van Suzy V vloeien de twee werelden op bijna organische wijze samen. Het levert een album op dat zoals gezegd direct een onuitwisbare indruk maakt en dat vervolgens makkelijk de aandacht vast weet te houden.

De jazzy en poppy songs op het album hebben wat mij betreft een wat minder bijzonder geluid en spreken me daarom net wat minder aan, maar ook in deze songs houdt de jonge Suzy V zich als zangeres moeiteloos staande.

Het geluid van Wieger Hoogendorp is dankzij Caro Emerald inmiddels wereldberoemd en ook op Sound Of The Sea steekt het in productioneel en instrumentaal opzicht allemaal knap in elkaar, al zijn een aantal wat meer pop georiënteerde songs wat minder onderscheidend. Het is een overigens zeer beperkt aantal mindere momenten dat absoluut wordt gecompenseerd door de momenten waarin Suzy V uitpakt met haar Siciliaanse roots.

In die songs lijkt de Amsterdamse singer-songwriter bij de hand genomen door Ennio Morricone of een andere grote Italiaanse componist en maakt ze muziek die van alles met je doet en die nieuwsgierig maakt naar alles wat Suzy V nog voor je in petto heeft. Suzy V is overigens het alter ego van Suzanne ten Brink en ze is inderdaad de dochter van een bekende tv-presentator. Dat zou best een handige kruiwagen kunnen zijn, maar die heeft Suzy V met al haar talent en het unieke geluid op Sound Of The Sea helemaal niet nodig. Wat een bijzonder album. Erwin Zijleman

Suzzy Roche & Lucy Wainwright Roche - I Can Still Hear You (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Suzzy Roche & Lucy Wainwright Roche - I Can Still Hear You - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Suzzy Roche & Lucy Wainwright Roche - I Can Still Hear You
Moeder en dochter Suzzy Roche (The Roches) en Lucy Wainwright Roche betoveren met een fraai ingekleurd album vol prachtige vocalen en werkelijk wonderschone harmonieën

Stemmen van zussen kleuren over het algemeen nog net wat mooier bij elkaar dan twee zorgvuldig bij elkaar gezochte stemmen. Het gaat ook op voor de stemmen van moeder en dochter, zoals is te horen op I Can Still Hear You van moeder Suzzy Roche (bekend van het fameuze trio The Roches) en dochter Lucy Wainwright Roche (de stiefzus van Martha en Rufus Wainwright). De prachtige stemmen van de twee versterken elkaar in een fraai klinkend decor waarin invloeden uit de traditionele folk en Amerikaanse rootsmuziek domineren en waarin echo’s van het legendarische werk van The Roches nadrukkelijk doorklinken.

Suzzy Roche vormde samen met haar zussen Maggie en Terre het legendarische trio The Roches. Aan de eind van de jaren 70 debuteerde het drietal met een album dat inmiddels is uitgegroeid tot een klassieker, maar ook in de jaren 80 en 90 maakten The Roches een aantal uitstekende albums, waarop de wonderschone harmonieën van Maggie, Suzzy en Terre Roche centraal stonden. In de er op volgende jaren maakten de drie zussen soloalbums en opereerden ze in verschillende samenstellingen als duo, tot The Roches in 2007 nog één keer terugkeerden met het fraaie comeback album Moonswept. Suzzy Roche maakte bovendien een aantal soloalbums, waaronder het briljante Songs From An Unmarried Housewife And Mother, Greenwich Village, USA uit 2000.

Suzzy Roche had een tijd een relatie met singer-songwriter Loudon Wainwright III, waaruit dochter Lucy werd geboren. Lucy Wainwright Roche, de stiefzus van Martha en Rufus Wainwright, erfde de muzikale genen van haar ouders en debuteerde 10 jaar geleden met het fraaie veelbelovende Lucy. Sindsdien is haar muziek helaas weinig succesvol, wat overigens ook geldt voor het solowerk van haar moeder.

Suzzy Roche en Lucy Wainwright Roche besloten daarom een paar jaar geleden om de krachten te bundelen en doen dat inmiddels voor de derde keer op het buitengewoon fraaie I Can Still Hear You, dat hopelijk meer aandacht gaat trekken dan zijn twee voorgangers.

De sterkste wapens van The Roches waren ongetwijfeld de prachtig bij elkaar kleurende stemmen en de harmonieën van de drie zussen. De stemmen van moeder Suzzy en dochter Lucy kleuren al even mooi bij elkaar en zorgen er voor dat I Can Still Hear You direct flink boven het maaiveld uitsteekt.

Suzzy en Lucy waren neergestreken in Nashville voor het opnemen van het album, toen de corona pandemie roet in het eten gooide en het album thuis verder werd afgemaakt. I Can Still Hear You is een album dat vooral bij liefhebbers van wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en folk in het bijzonder in de smaak zal vallen.

De acht nieuwe songs en drie covers zijn voorzien van een voornamelijk akoestische en zeer smaakvolle instrumentatie, waarin de stemmen van Suzzy Roche en Lucy Wainwright Roche alle ruimte krijgen. Dat is een wijs besluit, want het zijn prachtige stemmen. Het zijn bovendien stemmen die elkaar op fraaie wijze versterken, zoals dat eigenlijk alleen kan met stemmen die flink wat genen delen.

Het is mij af en toe net wat te traditioneel, maar waar ik normaal afhaak bij dit soort muziek word ik nu verleid en gegrepen door de prachtige vocalen en harmonieën. Het is geen muziek waarmee Suzzy Roche en Lucy Wainwright Roche een heel groot publiek gaan bereiken, maar voor liefhebbers van het genre is het smullen, zeker wanneer de Indigo Girls opduiken voor een bijdrage, wanneer de instrumentatie op zijn mooist wordt ingekleurd of wanneer de twee de in 2017 overleden Maggie Roche eren met hun vertolking van haar Jane.

In een ooit bloeiend genre zijn inmiddels weinig smaakmakers meer over, maar de samenwerking tussen Suzzy Roche en haar dochter Lucy Wainwright Roche bloeit op I Can Still Hear You als nooit tevoren. Erwin Zijleman

Swamp Dogg - Sorry You Couldn't Make It (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Swamp Dogg - Sorry You Couldn't Make It - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Swamp Dogg - Sorry You Couldn't Make It
Swamp Dogg debuteerde vele decennia geleden en is inmiddels flink op leeftijd, maar de ouwe rot is het maken van goede albums en vooral goede country-soul albums nog zeker niet verleerd

Swamp Dogg, toch vooral bekend van zijn klassiekers uit de vroege jaren 70, baarde twee jaar geleden opzien met een fascinerend en vernieuwend album. Op Sorry You Couldn’t Make It heeft Swamp Dog de flirts met een modern geluid alweer achter zich gelaten en kiest hij voor het beproefde country-soul geluid waarmee hij al zo lang aan de weg timmert. Bijgestaan door een uit de kluiten gewassen band, maakt de oude muzikant indruk met tijdloze muziek en een verrassend vitaal klinkende soulstem. Sorry You Couldn’t Make It is een authentiek klinkend Swamp Dogg album en het is voor de derde keer op rij een hele goede.

Jerry Williams Jr., de man achter de muzikant Swamp Dogg, hoopt dit jaar zijn 78e verjaardag te vieren. Hij maakte zijn eerste single toen hij net twaalf jaar oud was, maar zijn bijdrage aan de popmuziek werd pas echt serieus toen hij in de tweede helft van de jaren 60 aan de slag ging als producer en songwriter in de Southern soul scene en niet veel later zijn alter ego Swamp Dogg bedacht.

Als Swamp Dogg maakte Jerry Williams Jr. aan het begin van de jaren 70 een aantal legendarische en invloedrijke albums (Total Destruction To Your Mind uit 1970, Rat On! uit 1971, Cuffed Collared & Tagged uit 1972 en Gag A Maggot uit 1973 zijn alle vier klassiekers) en ook in de jaren 80 verschenen er nog een aantal Swamp Dogg albums die niet misstaan in de platenkast van een liefhebber van Southern soulmuziek (met name I'm Not Selling Out -- I'm Buying In! uit 1981 is een uitstekend album).

Na de jaren 80 leek de koek wat op, maar het afgelopen decennium verschenen er met The White Man Made Me Do It uit 2015 en Love, Loss And Auto-Tune uit 2018 toch weer twee prima albums van de soulmuzikant op leeftijd, al waren de meningen over het laatste album zeer verdeeld. Jerry Williams Jr. is inmiddels 77, maar wil nog steeds van geen ophouden weten. Deze week verscheen Sorry You Couldn’t Make It; niet alleen het zoveelste album van Swamp Dogg, maar ook het zoveelste uitstekende album van de Amerikaanse muzikant.

Op het twee jaar geleden verschenen Love, Loss And Auto-Tune flirtte Swamp Dogg opzichtig met de R&B van de 21e eeuw en pakte hij in productioneel opzicht stevig uit met heel veel elektronica en de verrekte auto-tune. Love, Loss And Auto-Tune is zeker niet mijn favoriete Swamp Dogg album, maar het was wel een album vol lef en, toch wel enigszins verrassend, een behoorlijk succesvol album.

Swamp Dogg had daarom een flink budget voor Love, Loss And Auto-Tune part II, maar dat is Sorry You Couldn’t Make It zeker niet geworden. Swamp Dogg gebruikte het beschikbare budget voor het formeren van een flinke band, om vervolgens een album vol country-soul te maken. Het is de oude liefde van de Amerikaanse muzikant en het is een liefde die stevig opbloeit op zijn nieuwe album.

Sorry You Couldn’t Make It klinkt geweldig. De flink uit de kluiten gewassen band pakt stevig uit met een vol geluid waarin gitaren, onweerstaanbare orgels, de pedal steel en strijkers en blazers strijden om de aandacht. Het is een geluid dat herinnert aan de countrysoul uit vervlogen tijden en het is een geluid dat uitstekend past bij de soulstem van Swamp Dogg, die twee jaar geleden nog moest vertrouwen op de auto-tune, maar nu de sterren van de hemel zingt.

Swamp Dogg wordt in twee tracks bijgestaan door levende legende John Prine, die wat zwakker klinkt dan zijn leeftijdsgenoot, maar compenseert met emotie en doorleving. Hier blijft het niet bij wanneer het gaat om bijdragen van muzikanten van naam en faam, want ook Justin Vernon (Bon Iver), Jenny Lewis, Sam Amidon en leden van Poliça’s zijn te horen op het album.

Het levert een country-soul album op dat ook een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden, bijvoorbeeld door Swamp Dogg zelf, maar dat ook in 2020 nog urgent en essentieel klinkt. Heerlijk. Erwin Zijleman

Swamp Dogg - The White Man Made Me Do It (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Swamp Dogg - The White Man Made Me Do It - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het afgelopen jaar zijn met enige regelmaat reissues verschenen van werk dat op één of andere manier is gerelateerd aan de Amerikaanse muzikant en producer Swamp Dogg.

Op deze BLOG stonden eerder dit jaar de schitterende platen van Sandra Phillips en Wolfmoon in de schijnwerpers; twee platen die werden geproduceerd door Swamp Dogg en bovendien platen waarop het alter ego van Jerry Williams Jr. een stevige vinger in de pap had.

Eigen werk van Swamp Dogg kreeg ik tot dusver nog niet in handen, tot The White Man Made Me Do It op de mat viel.

Swamp Dogg begon in de jaren 60 als producer en wist al snel een uniek geluid te creëren. Het is een geluid dat bestaat uit flink wat ingrediënten, maar Southern soul en psychedelica vormen de belangrijkste bestanddelen van de muziek die Swamp Dogg produceerde en uiteindelijk ook zelf ging maken. Dat leverde met name in de jaren 70 een aantal obscure soulklassiekers op.

Een aantal van deze klassiekers werd eerder dit jaar opnieuw uitgebracht, maar The White Man Made Me Do It valt in een hele andere categorie. Het is immers een gloednieuwe plaat van de inmiddels 72-jarige Swamp Dogg.

Nu bracht Swamp Dogg na zijn beste jaren, de jaren 70, wel vaker platen uit, maar deze waren helaas vaak van een vrij bedenkelijk niveau. Op The White Man Made Me Do It heeft Swamp Dogg echter zijn oude vorm hervonden en verrast hij met een soulplaat waar de vonken van af vliegen.

The White Man Made Me Do It bevat 14 tracks en het zijn 14 tracks die uit de speakers spatten. Swamp Dogg kiest op zijn nieuwe plaat voor een moddervet soulgeluid met lekker veel blazers, maar dit geluid verrijkt hij vervolgens met uiteenlopende ingrediënten. Aan de ene kant zijn er de funky impulsen die doen denken aan Prince of Sly Stone in hun betere jaren, aan de andere kant de meer psychedelische toevoegingen van met name keyboards en gitaren.

Funky gitaren, een swingende ritmesectie, moddervette blazers en spacy gitaren en keyboards. Het is goed voor een bijzonder geluid, dat vervolgens nog wat eigenzinniger wordt door de vocalen van Swamp Dogg, die op 72-jarige leeftijd nog verrassend goed bij stem is. Swamp Dogg kan nog altijd zingen als de groten in het genre en draagt zijn teksten hiernaast deels voor, wat zijn muziek een bijzondere lading geeft. Het is een lading die herinnert aan zijn jaren 70 werk, dat ik ook maar direct beluisterd heb (en dat voor een deel op Spotify is te vinden).

Swamp Dogg maakt op zijn nieuwe plaat opwindende soul en het is ook nog eens opwindende soul met een boodschap, want Swamp Dogg is niet vies van zwaar politieke teksten die misstanden in de Verenigde Staten aan de kaak durven te stellen.

Een aantal tracks begeeft zich nadrukkelijk buiten de gebaande paden, maar Swamp Dogg is op The White Man Made Me Do It ook niet vies van Southern soul dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 60 en 70.

Swamp Dogg laat op zijn nieuwe plaat niet alleen horen dat hij nog altijd prima songs kan schrijven, maar laat ook horen dat hij op boeiende wijze in de songs van anderen kan kruipen, ook als het gaat om platgetreden paden als You Send Me (van Sam Cooke).

Om de feestvreugde nog wat te vergroten komt de plaat ook nog eens met een bonus-disc vol andere artiesten uit de stal van Swamp Dogg, Het smaakt allemaal naar veel meer.

In 2014 zijn flink wat prima soulplaten verschenen. Deels van jonge honden en deels van oude meesters. Er zit er echter niet één tussen die zo verpletterend mooi, indrukwekkend en urgent is als The White Man Made Me Do It van Swamp Dogg. Wat een come-back. Erwin Zijleman

Swans - The Beggar (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Swans - The Beggar - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Swans - The Beggar
Swans betovert op The Beggar net iets meer dan twee uur lang met behoorlijk ingetogen en donkere klanken, waarin steeds bijzondere details opduiken, met de bezwerende stem van Michael Gira als kers op de taart

De muziek van Swans was ooit oorverdovend en ook op een aantal recente albums liep de muziek van de band over van dynamiek. Op The Beggar kiest de Amerikaanse band vooral voor ingetogen klanken, maar alledaags is de muziek van Michael Gira geen moment. The Beggar verdrijft de zonnestralen van het moment met aardedonkere wolken, maar de muziek van Swans is ook van een bijzondere schoonheid. Het is een volgend hoofdstuk in een fascinerend oeuvre. The Beggar wordt door The Guardian beschreven als ‘dark and unsettling, purifying and beautiful’. Het is een rake omschrijving van het zoveelste fascinerende album van de Amerikaanse band.

Swans, de band rond de Amerikaanse muzikant Michael Gira, werd in 1982 geformeerd in New York en debuteerde precies veertig jaar geleden. De band heeft inmiddels een respectabel aantal albums op haar naam staan en dan zijn er ook nog de soloalbums van Michael Gira en de albums van een aantal van zijn andere bands, waarvan Angels Of Light de bekendste is. Het zijn stuk voor stuk fascinerende albums, al kan ik lang niet altijd uit de voeten met de muziek van Michael Gira, die inmiddels al veertig jaar precies doet waar hij zin in heeft.

De muziek van Swans heb ik het afgelopen decennium niet altijd even intensief gevolgd, maar nieuwe muziek van de band heeft altijd mijn aandacht. Ik was vooral onder de indruk van The Seer uit 2012 en The Glowing Man uit 2016. Dat waren allebei behoorlijk heftige albums, waarop Michael Gira en zijn medemuzikanten niet keken op een genre meer of minder en bovendien het hele spectrum tussen verstild en kakofonisch wisten te bestrijken.

Het deze week verschenen The Beggar, het zestiende studioalbum van de band, is de echte opvolger van het uit 2019 stammende Leaving Meaning., dat me minder aansprak, al vind ik het lastig om uit te leggen waarom dat zo was. Zoals we inmiddels van Michael Gira gewend zijn is ook het nieuwe album van Swans weer een ambitieus werkstuk, dat overigens niet heel ver is verwijderd van zijn voorganger.

The Beggar bevat net iets meer dan twee uur muziek en bevat desondanks slechts elf tracks, waarvan er een maar liefst vierenveertig minuten (!) claimt. De openingstrack The Parasite laat direct horen dat ook het nieuwe album van Swans weer geen lichte kost is. Het is een track die het moet doen zonder de muzikale geweldsuitbarstingen van de hierboven genoemde albums, maar die wel meerdere kanten op schiet. Het is een track die vooral wordt gedomineerd door de bezwerende zang van Michael Gira, terwijl op de achtergrond bijna verstilde klanken worden afgewisseld met een dikke laag atmosferische klanken.

Het is muziek die tot leven komt wanneer je de volumeknop wat verder open draait of het album met de koptelefoon beluistert. Dat laatste verdient waarschijnlijk de voorkeur, want The Beggar is een album dat het daglicht maar nauwelijks kan verdragen en niet heel goed past bij alle zonneschijn van het moment. Michael Gira heeft nooit vrolijke muziek gemaakt, maar The Beggar is een behoorlijk donker of zelfs onheilspellend album dat hier en daar lijkt voor te sorteren op een slotakkoord van de Amerikaanse band.

Ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van de dynamiek die zo’n prominente rol speelde op een aantal van de vorige albums van de band, maar ook de meer ingetogen en vaak repeterende klanken op The Beggar spreken tot de verbeelding, zeker wanneer strijkers en koortjes worden gecombineerd met duistere drones. Swans is wel eens wat wilder van de hak op de tak gesprongen, maar ook op haar nieuwe album is de band zeker niet stijlvast. The Beggar is niet te vangen in een beperkt aantal genres en is wat dat betreft een typisch Swans album.

Twee uur muziek is misschien wat veel van het goede en ook een track van 44 minuten vraagt veel van de luisteraar, maar wanneer The Beggar je eenmaal grijpt is het een fascinerend album, dat je makkelijk in een bijzondere toestand brengt. Het album bevat overigens ook wel wat stevigere tracks waarin de kop en de staart wat duidelijker te herkennen zijn, maar de zich langzaam voortslepende tracks hebben mijn voorkeur. Weer een fascinerend album van deze unieke band. Erwin Zijleman

Swans - The Glowing Man (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Swans - The Glowing Man - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik reken mezelf zeker niet tot de trouwe fans van de uit New York afkomstige band Swans. Eens in de zoveel jaar ben ik diep onder de indruk van een plaat van de band rond Michael Gira, maar vervolgens kijk ik jaren niet naar de band om.

Het heeft voor een belangrijk deel deel te maken met de intensiteit van de platen van Swans, want de meeste platen van de band gaan je niet in de koude kleren zitten.

De laatste keer dat ik flink onder de indruk was van de muziek van Swans, was vier jaar geleden, toen het overweldigende en verrassend succesvolle The Seer verscheen.

Het al even succesvolle (en naar verluid ook even imponerende) To Be Kind uit 2014 heb ik vervolgens weer gemist en hetzelfde leek te gebeuren met het onlangs verschenen The Glowing Man.

Toen ik las dat het mogelijk de zwanenzang van de huidige samenstelling van Swans is, ben ik echter toch gaan luisteren en langzaam maar zeker heeft ook deze plaat me opgeslokt in de aardedonkere wereld van de band uit New York.

The Glowing Man is net als zijn twee voorgangers een plaat waarvoor Swans ruim de tijd neemt. The Glowing Man duurt op twee minuten na twee uur en in die bijna twee uur komen slechts acht songs voorbij. Het zijn songs die het volledige spectrum van een angstaanjagende stilte tot een explosie van muzikaal geweld bestrijken.

Swans is een meester in het maken van muziek waarin slechts hele kleine stapjes worden gezet, maar de band staat ook dit keer weer garant voor hoge spanningsbogen en muziek van een indringende schoonheid.

Makkelijk is het allemaal niet. Zeker als je met beperkte aandacht naar de muziek van Swans luistert ben je de draad snel kwijt en is de muziek van de band eerder vermoeiend dan inspirerend. Bij beluistering met volledige aandacht groeit ook The Glowing Man daarentegen weer snel naar grote hoogten.

De muziek van Swans is vaak repeterend en bezwerend, maar kan binnen een aantal noten omslaan, wat ook deze plaat weer voorziet van heel veel dynamiek. In de meest toegankelijke momenten is The Glowing Man goed voor hypnotiserende klanken vol bezwerende percussie of voor wonderschone en bijna intieme muzikale passages. In de minst toegankelijke momenten vliegt Swans keer op keer uit de bocht en trekken gitzwarte wolken over. Van het oude Pink Floyd naar Talking Heads en van Krautrock naar noise.

Het kost wat energie om twee uur Swans te doorstaan, maar iedere keer dat je het probeert hoor je de plaat groeien. Iedereen die, net als ik, The Seer vier jaar heeft geleden heeft omarmd en hetzelfde deed met To Be Kind, zal ook genieten van The Glowing Man. Het is niet makkelijk en meestal gitzwart, maar onder al dat zwart komt steeds meer moois aan de oppervlakte. Buitengewoon intrigerend. Erwin Zijleman

Sway Wild - Sway Wild (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sway Wild - Sway Wild - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sway Wild - Sway Wild
Dave McGraw en Mandy Fer keren terug als Sway Wild en imponeren met een bijzonder geluid, een veelheid aan stijlen, uitstekende songs en zang om van te watertanden

Na drie prachtalbums werd het wel weer eens tijd voor een nieuw album van Dave McGraw en Mandy Fer, maar aangevuld met bassist Thom Lord duiken de Amerikaanse muzikanten nu op als Sway Wild. Het levert een bijzonder avontuurlijk debuutalbum op. Het is een album waarop Mandy Fer alles uit haar elektrische gitaar haalt, waarna de wat staccato basis fraai wordt ingekleurd met onder andere strijkers, blazers en bas en drums. Het levert een bont geluid op dat alle kanten op schiet, maar dat neerslaat in fraaie songs wanneer Mandy Fer begint te zingen. Het levert een album op dat niet al te veel aandacht heeft gekregen de afgelopen maanden, maar dat met de allerbesten mee kan.

Ik ontdekte de muziek van Dave McGraw en Mandy Fer pas laat. Het in kleine kring bejubelde debuut Seed Of A Pine uit 2010 ging volledig aan mij voorbij, terwijl ik het in veel bredere kring opgepikte Maritime uit 2014 pas ontdekte toen het album opdook in flink wat jaarlijstjes.

Ruim drie jaar geleden was ik wel bij de les toen het derde album van Dave McGraw en Mandy Fer verscheen. Het met bescheiden middelen gemaakte Off-Grid Lo-Fi maakte behoorlijk wat indruk en vanaf dat moment was ik van plan om het werk van het Amerikaanse tweetal nauwlettend in de gaten te houden.

Dat is weer niet gelukt, want eerder dit jaar dook het duo, na een stilte van ruim drie jaar, op met nieuw werk. Dat ik het album niet direct oppikte is deels te verklaren door het feit dat Dave McGraw en Mandy Fer hun nieuwe album niet onder hun eigen naam hebben uitgebracht, maar onder de naam Sway Wild.

Na het drukke tourschema dat volgde op de release van Maritime en Off-Grid Lo-Fi maakte het duo samen met een bevriende muzikant, Thom Lord, een lange zeiltocht langs de Noord-Amerikaanse en Canadese kust. Het leverde zoveel inspiratie op dat de drie na afloop de studio in doken en Sway Wild was geboren. Dave McGraw nam plaats achter de drums, Thom Lord bespeelde de pas, terwijl Mandy Fer zich uitleefde op haar elektrische gitaar.

Het is met name Mandy Fer die haar stempel drukt op het debuut van Sway Wild. Haar veelkleurige gitaarspel domineert het geluid op het album en doet dit samen met haar prachtige vocalen. Dave McGraw en Thom Lord spelen vooral ondersteunend, maar smeden ondertussen ook de vele stijlen die worden aangeraakt op het debuut van Sway Wild op knappe wijze aan elkaar.

In de studio kreeg het trio in vocaal opzicht gezelschap van Birds of Chicago en Anna Tivel, terwijl de blazers van MarchFourth en de strijkers van het Portland Cello Project het bijzondere geluid van Sway Wild verder inkleurden, met een prachtig Hammond orgel als finishing touch.

Het is een bont geluid dat zich niet makkelijk of helemaal niet in een hokje laat duwen. Veel songs op het album worden gedomineerd door het bijzondere gitaarspel van Mandy Fer dat soms staccato, maar soms ook subtiel en prachtig melodieus klinkt. Het is gitaarspel dat varieert van zeer ingetogen tot rauw en uitbundig.

Sway Wild heeft bovendien een geluid dat vele genres bestrijkt. Sway Of Wild kan uit de voeten met zo ongeveer alles dat binnen het hokje Amerikaanse rootsmuziek past (folk, blues, country), maar schuwt ook uitstapjes richting funk, jazz, gospel, Afrikaanse muziek, Latin, psychedelica en rock niet.

Het Amerikaanse drietal lijkt zeker bij eerste beluistering van de hak op de tak te springen met de ene tempowisseling naar de andere, maar door deze dynamiek lopen alle stijlen op het album op organische wijze in elkaar over.

In muzikaal opzicht is het debuut van Sway Wild smullen, maar ook in vocaal opzicht valt er heel veel te genieten op het album. Mandy Fer is een uitstekend zangeres, die meer dan eens aan Norah Jones doet denken, maar ze heeft ook een duidelijk eigen geluid dat op het debuut van Sway Wild meer dan eens goed is voor kippenvel. Het prachtdebuut van Sway Wild lag een maand of drie op de stapel, maar is nu hard op weg richting mijn jaarlijstje. Prachtplaat. Erwin Zijleman

Sweet Billy Pilgrim - Somapolis (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sweet Billy Pilgrim - Somapolis - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sweet Billy Pilgrim - Somapolis
De tot een duo gereduceerde Britse band Sweet Billy Pilgrim keert na een stilte van een paar jaar terug met een veelkleurig album vol avontuurlijke popsongs met flink wat invloeden uit de jaren 80

Ik was Sweet Billy Pilgrim eerlijk gezegd alweer vergeten, want het is een tijd stil geweest rond de eigenzinnige Britse band. Het is een band die ooit een mooie toekomst voor zich leek te hebben, maar Sweet Billy Pilgrim wist de cultstatus helaas nooit te ontstijgen. Ook op het deze week verschenen Somapolis laat de band uit Londen horen dat het prima albums maakt. Somapolis schiet alle kanten op, maar vermaakt elf songs lang met eigenzinnige maar ook makkelijk in het gehoor liggende songs. Het zijn songs met een hoog jaren 80 gehalte, maar in de jaren 80 waren er maar weinig bands die het niveau van Sweet Billy Pilgrim wisten te halen. Het blijft een unieke band.

Somapolis is het vijfde album van de Britse band Sweet Billy Pilgrim en de opvolger van het uit 2018 stammende Wapentak. Dat is een album dat ik niet heb opgemerkt, waardoor mijn laatste ervaring met de muziek van Sweet Billy Pilgrim stamt uit 2015, toen Motorcade Amnesiacs verscheen. De beste ervaringen heb ik echter met de eerste drie albums van de band uit Londen.

Sweet Billy Pilgrim schaarde zich met We Just Did What Happened And No One Came uit 2005, Twice Born Men uit 2009 en Crown And Treaty uit 2012 onder de lievelingen van de Britse muziekpers en leek uit te groeien tot een van de leukste cultbands van dat moment. Toen de band een contract tekende bij het Samadhisound label van David Sylvian leek er even nog veel meer in te zitten, maar platenmaatschappijen hebben vooralsnog weinig geduld met de muziek van de Britse band.

Het deze week verschenen Somapolis is zoals gezegd het vijfde album van Sweet Billy Pilgrim en met dit album heeft de band ook haar vijfde platenmaatschappij versleten. Dit verbaast me op zich niet, want de muziek van Sweet Billy Pilgrim is inmiddels al een jaar of zeventien een bonte mengelmoes van stijlen. Dat is op Somapolis niet anders, want ook het nieuwe album van Sweet Billy Pilgrim schiet alle kanten op.

In de openingstrack hoor ik vooral raakvlakken met bands als Elbow en The Blue Nile en dat is vergelijkingsmateriaal dat bij beluistering van alle albums van Sweet Billy Pilgrim opduikt. Het is ook vergelijkingsmateriaal dat niet lang stand houdt, want de broeierige openingstrack wordt gevolgd door een track die meer de kant van de blue eyed soul op gaat en bovendien zo lijkt weggelopen uit de jaren 80. Lang duurt dit allemaal niet, want naast invloeden uit de blue eyed soul duiken ook af en toe invloeden uit de synthpop op.

Laat ik het er maar op houden dat de muziek van Sweet Billy Pilgrim niet goed is te vergelijken met de muziek van anderen, het duiden van de muziek van de band zelf is al lastig genoeg. Ondanks alle invloeden en het inzetten van zowel mannen- als vrouwenvocalen klinkt Somapolis verrassend consistent. Het is een bijzondere gave van Billy Sweet Pilgrim, dat zowel genres als klankentapijten met speels gemak aan elkaar smeedt.

De Londense band is inmiddels gereduceerd tot een duo en het is een perfect op elkaar ingespeeld duo. Jana Carpenter en Tim Elsenburg kunnen allebei uit de voeten met flink wat instrumenten en beschikken bovendien over prima stemmen. De twee hebben de tijd genomen voor dit nieuwe album, dat naar verluidt een conceptalbum is dat is gebaseerd op de Wim Wenders film Wings Of Desire. Hiervoor heb ik met alleen een digitale versie van het album te weinig aanknopingspunten, maar ook zonder het overkoepelende verhaal ben ik zeer tevreden met dit album, dat misschien nog het meest lijkt op de geweldige albums van Prefab Sprout.

Net als deze band slaagt Sweet Billy Pilgrim er in om toegankelijke en hier en daar zelfs wat cheesy 80s pop te maken die heerlijk aangenaam klinkt, maar die ook razend knap in elkaar zit. Ook met Somapolis zal Sweet Billy Pilgrim waarschijnlijk slechts een zeer bescheiden publiek weten te bereiken, maar liefhebbers van goed gemaakte 80s pop moeten hier zeker eens naar luisteren. Erwin Zijleman

Sweet Whirl - How Much Works (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sweet Whirl - How Much Works - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sweet Whirl - How Much Works
De Australische singer-songwriter Sweet Whirl betovert met een warm en tijdloos klinkend singer-songwriter album vol mooie muziek en prachtige zang, maar ook een eigenzinnige twist

Esther Edquist maakt al een aantal jaren muziek, maar maakt nu diepe indruk met een bijzonder fraai album dat tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70 combineert met klanken uit het heden. De songs zijn prachtig, de instrumentatie is veelkleurig en varieert van uiterst sober tot zeer uitbundig, maar het is de stem van Esther Edquist die de meeste indruk maakt. De warme en emotievolle vocalen maken van een goed album een uitstekend album en zorgen er voor dat How Much Works je niet alleen een goed gevoel geeft, maar je ook diep weet te raken. Bijzonder fraai debuut van deze Australische muzikante.

Sweet Whirl is het alter ego van de Australische muzikante Esther Edquist en How Much Works is haar volwaardige debuut. Op twee eerder verschenen EP’s was de muziek van Sweet Whirl nog uitermate sober, maar How Much Works is voorzien van een wat rijker ingekleurd geluid.

Sweet Whirl maakt op haar debuutalbum singer-songwriter muziek met een jazzy tintje. Hier en daar duikt een vleugje Joni Mitchell op, maar over het algemeen genomen klinkt de muziek van Esther Edquist wel wat lichtvoetiger dan die van levende legende Joni Mitchell en hoor ik misschien nog wel meer van Carole King.

Ik ben persoonlijk zeer gecharmeerd van de instrumentatie op en productie van het album, die meerdere lagen instrumenten op fraaie wijze stapelen. How Much Works klinkt veel voller dan de muziek die de Australische muzikante eerder maakte, maar wat ruimhartiger ingekleurde passages worden met enige regelmaat afgewisseld met passages waarin de muziek van Sweet Whirl toch opeens weer heel sober klinkt en het aantal instrumenten is teruggebracht tot één of twee, wat zeker wanneer een ritmebox wordt ingezet bijna minimalistisch kan klinken. Ook dit kan overigens zo weer om kan slaan in een veel voller geluid.

Het organische klankentapijt op How Much Works ademt vooral de sfeer van het verleden en heeft vaak een 70s feel. Het kleurt prachtig bij de warme en krachtige stem van Esther Edquist, die laat horen dat ze een uitstekende zangeres is. Ze is bovendien een uitstekend songwriter, want de songs op How Much Works dringen zich stuk voor stuk makkelijk op en blijven ook makkelijk hangen.

Het debuut van Sweet Whirl laat zich beluisteren als een klassiek singer-songwriter album uit vervlogen tijden dat bijna alleen maar in Los Angeles kan zijn gemaakt, maar wanneer de Australische muzikante elektronische soundscapes aan haar geluid toevoegt, weet je dat How Much Works alleen maar uit het heden kan stammen.

De songs op het debuut van Sweet Whirl liggen lekker in het gehoor, maar de muzikante uit het Australische Melbourne is ook niet bang om zich met enige regelmaat buiten de gebaande paden te begeven en haar tijdloze songs te voorzien van wat experiment en avontuur. Het zorgt ervoor dat How Much Works de ruimte niet alleen vult met aangename klanken, maar je ook nieuwsgierig maakt naar alles dat nog komen gaat. Door de speelse accenten in de instrumentatie is de muziek van Sweet Whirl origineel, maar de tijdloze songs op het album vormen op hetzelfde moment een warm bad.

Ik was direct al gecharmeerd van de zang van Esther Edquist, maar naarmate ik het album vaker hoor vind ik deze zang alleen maar indrukwekkender, al is het maar vanwege de warmte en de melancholie die de Australische muzikante afwisselend in haar stem weet te leggen. Het is zang die bij mij keer op keer goed is voor kippenvel.

De singer-songwriter uit Melbourne maakt niet alleen indruk met haar mooie zang en aansprekende songs, maar speelde ook nog eens de meeste instrumenten zelf in, wat haar debuut van nog wat meer glans voorziet. Het levert een album op dat in de smaak zal vallen bij liefhebbers van 70s singer-songwriter muziek, maar ook iedereen die het laatste album van Lana Del Rey koestert (en terecht) zou hier eens naar moeten luisteren. Erwin Zijleman

Swimming Tapes - Morningside (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Swimming Tapes - Morningside - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Swimming Tapes - Morningside
Natuurlijk klinkt Morningside van Swimming Tapes hopeloos zoet, braaf, zwoel en zorgeloos, maar beluister het album op het juiste moment en je wilt niet meer zonder

Puur toeval dat ik het debuut van de Britse band Swimming Tapes juist op een prachtige zomerdag uit de speakers liet komen. Op zo’n mooie zomerdag zijn de zonnige en zorgeloze klanken van de band vrijwel onweerstaanbaar. Het zijn klanken die keurig of zelfs braaf binnen de lijntjes kleuren, maar het zijn ook klanken die herinneren aan een aantal onweerstaanbare bands uit het verleden. En luister net wat beter en je hoort dat er niets mis is met de prachtige gitaarlijnen, zachte zang en songs die de zomer omarmen. De zomer kan in Nederland zomaar weer verdwijnen, maar met dit album uit de speakers weet je direct weer hoe het voelt.

Morningside van de Britse band Swimming Tapes is zo’n album dat 9 van de 10 keer of misschien zelfs wel 99 van de 100 keer geruisloos aan mij voorbij zal gaan. De gitaarpop van de Britse band is aangenaam, maar zal vaak het ene oor in en het andere oor weer uit gaan.

Ik beluisterde het album echter op een lome zondagmiddag waarop de temperatuur zomaar opeens opliep tot 30 graden. Op deze warme en lome zondag was het debuut van Swimming Tapes precies wat ik nodig had en sindsdien heb ik een enorm zwak voor dit album.

Swimming Tapes is zoals gezegd een band uit Londen en het is een band die zonnige en zorgeloze gitaarpop maakt. De band versierde de covers van haar eerdere EP’s met beelden van zomerse stranden en ook de cover van het debuut van de band heeft iets zomers. Het zijn beelden die perfect passen bij de muziek van de band.

Morningside staat vol met ingetogen gitaarpop die bestaat uit meerdere lagen gitaarakkoorden, een subtiele ritmesectie, fluisterzachte zang en hier en daar wat aan Westcoast pop herinnerende koortjes of een beetje elektronica. Het is muziek die nauwkeurig binnen de lijntjes kleurt en op veel dagen wat braaf en zoet zal klinken, maar op een broeierige zomerdag wil je echt niets liever dan dit.

Het doet wel wat denken aan bands als Real Estate en The Shins, maar het debuut van Swimming Tapes herinnert ook aan een Britse band als Travis (met name de dromerige tracks op The Man Who) of uit een nog verder verleden aan bands als The La’s en Aztec Camera, stuk voor stuk bands die ik hoog heb zitten. Verder doet Morningside me flink denken aan een van mijn ‘guilty pleasures’ uit de jaren 80, No Sense Of Sin van The Lotus Eaters, maar ik hoor ook flink wat van The Beach Boys en Belle & Sebastian om nog maar eens twee namen te noemen.

Ook Morningside van Swimming Tapes wilde ik in eerste instantie omarmen als ‘guilty pleasure’ tot ik me begon af te vragen wat er in artistiek opzicht nu precies mis is met de muziek van de band uit Londen. Niets, was uiteindelijk mijn conclusie. Natuurlijk klinkt het debuut van de Britse band honingzoet en klinken de meeste songs op het debuut bijna naïef zorgeloos, maar wat is er mis met een roze bril wanneer het leven je toelacht?

De gitaarlijnen op het album zijn al even zonnig en helder en roepen hier en daar wel wat herinneringen op aan de dreampop, maar het zijn ook de gitaarlijnen die de muziek van Britse en Amerikaanse bands uit het verleden zo onweerstaanbaar maakten.

Af en toe hoop je dat de muzikanten van de band even uit hun rol vallen, maar Morningside blijft maar vertroetelen met honingzoete klanken en zorgt ervoor dat de zomer nog even in je bol blijft. 11 songs, 35 minuten en het is afgelopen. In die 35 minuten heb je alleen maar gedacht aan luieren in de zon en hoop je dat de zomer nooit meer voorbij gaat. De zomerse temperaturen van het afgelopen weekend waren zo weer verdwenen, maar met Morningside van Swimming Tapes hou ik de zomer nog even vast. Erwin Zijleman

Syd Arthur - Apricity (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Syd Arthur - Apricity - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Britse band Syd Arthur kan in de betere Engelse muziektijdschriften inmiddels al enkele jaren rekenen op zeer positieve recensies, maar krijgt buiten Engeland helaas nauwelijks aandacht.

Met de kwaliteit van de platen van de band heeft het niets te maken, want zowel On And On uit 2012 als het ook op deze BLOG besproken Sound Mirror uit 2014 waren uitstekende platen en ook het onlangs verschenen Apricity is weer een uitstekende plaat.

De naam Syd Arthur is ontleend aan de roman Siddhartha van Herman Hesse, maar spreekt ook zeker bewondering uit voor de muziek van Syd Barrett en Arthur Lee (Love). Arthur koppel ik persoonlijk ook aan de gelijknamige plaat van The Kinks, want ook de psychedelische muziek van deze band heeft zeker zijn sporen nagelaten in de muziek van Syd Arthur.

Hier blijft het niet bij, want de uit Canterbury afkomstige band citeert uiteraard ook uit de archieven van de zogenaamde Canterbury scene, die een aantal decennia geleden werd aangevoerd door bands als Soft Machine, Caravan, Gong en Hatfield And The North. Ook op Apricity citeert Syd Arthur veelvuldig uit de muziek van een aantal decennia geleden, maar de derde plaat van de Britse band klinkt een stuk eigentijdser dan zijn voorgangers.

Het levert een bijzonder geluid op, dat ik niet heel makkelijk niet in een hokje kan duwen. Apricity bevat flink wat invloeden uit de psychedelica uit de jaren 60 en 70, maar gooit ook lijntjes uit richting progrock, Krautrock, jazzrock en folk van weleer, maar ook zeker richting de pop, rock en neo-psychedelica zoals die momenteel worden gemaakt (en hier en daar hoor ik zelfs een voorzichtige flirt met funk en dance).

De muziek van Syd Arthur is bij vlagen toegankelijk en lichtvoetig, maar kan ook kiezen voor aan de progrock ontleend experiment. Dit experiment slaat gelukkig nergens te ver door. Heel af en toe ben je de draad wel even kwijt, maar uiteindelijk staan songs met een kop en een staart centraal op Apricity.

Het levert een fascinerende luistertrip op die zowel authentiek als eigentijds klinkt, waardoor je steeds heen en weer wordt geslingerd tussen een aantal decennia popmuziek. Tijdens deze luistertrip valt er heel wat te genieten. Zo is de ritmesectie onnavolgbaar maar swingend, is het gitaarwerk prachtig melodieus en zorgen met name de viool en keyboards van Raven Bush (een neef van Kate) voor prachtige uitstapjes richting de progrock en Canterbury scene, waarbij opvalt dat Syd Arthur veel warmer klinkt dan de meeste van zijn soortgenoten.

In Engeland weet men de muziek van Syd Arthur inmiddels al drie platen op de juiste waarde te schatten, maar om dit pareltje kunnen we ook in Nederland niet heen. Erwin Zijleman

Syd Arthur - Sound Mirror (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Syd Arthur - Sound Mirror - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Syd Arthur is een band uit het Britse Canterbury die in eigen land de afgelopen maanden warm is onthaald. Sound Mirror, de tweede plaat van de band, werd door het toonaangevende Mojo zelfs geschaard onder de beste platen van de eerste helft van 2014 en ook de rest van de Britse pers was vol lof.

In Nederland is het tot dusver nog redelijk stil rond de muziek van Syd Arthur en dat is jammer. Sound Mirror is immers een erg lekkere en bovendien erg goede plaat.

De wortels van Syd Arthur liggen in een ver verleden. De naam van de band roept natuurlijk associaties op met Syd Barrett en The Kinks (en in het bijzonder hun meesterwerk Arthur, Or The Decline And Fall Of The British Empire) en dat zijn twee namen die je absoluut terug hoort bij beluistering van Sound Mirror.

Het zijn zeker niet de enige namen die opkomen bij het beluisteren van de plaat en ook niet de namen die uiteindelijk het meest tot de verbeelding spreken. Sound Mirror doet veel vaker denken aan de muziek van het eveneens uit Canterbury afkomstige Caravan en roept bovendien herinneringen op aan de muziek van Soft Machine en minstens even onnavolgbare soortgenoten als Gong en Amon Düül.

De muziek van Syd Arthur is een mix van psychedelische rock, progrock, folk en zeker ook neo-psychedelica, waardoor Sound Mirror niet alleen aanhaakt bij grotendeels vergeten namen uit het verleden (want laten we eerlijk zijn, wie pakt nog met enige regelmaat een lp van Caravan uit de kast?), maar ook aansluiting vindt bij meer eigentijdse psychedelische bands als Temples en Tame Impala. Hiernaast doet de muziek van Syd Arthur mij zelf met enige regelmaat denken aan Turin Brakes, al hebben de bands in muzikaal opzicht verder niet zo gek veel met elkaar te maken.

Sound Mirror is een lekker vol klinkende plaat, die de complexiteit niet schuwt. De jazzy ritmes zijn vaak ongrijpbaar en ook de songs van de band bieden over het algemeen weinig houvast. Toch is de tweede plaat van Syd Arthur een plaat die het erg goed doet op de achtergrond. De muziek van Syd Arthur is dan vooral een muzikale reis door een ver verleden, die je bij vergeten parels uit de platenkast brengt. Zeker wanneer je wat beter naar de muziek van Syd Arthur luistert valt op dat de band misschien met één been in het verleden staat, maar het andere been stevig in het heden heeft gepositioneerd, wat de band een bijzonder geluid geeft.

Het Verenigd Koninkrijk heeft de band zoals gezegd inmiddels omarmd, waarbij de steun van Paul Weller zeker helpt. In Nederland zal Syd Arthur het op eigen kracht moeten doen en daar krijgt de band een hele kluif aan. Aan de ene kant omdat de muziek uit Canterbury in Nederland minder populair was dan in Engeland en anderzijds omdat we in Nederland momenteel een beetje uitgekeken lijken op bands die invloeden van een aantal decennia geleden centraal hebben staan in hun muziek.

Ook ik rekende Caravan nooit tot mijn favoriete bands en heb het eerlijk gezegd ook wel wat gehad met al die retro, maar Sound Mirror van Syd Arthur had ik toch niet willen missen. Syd Arthur maakt muziek die anders is dan die van al haar soort- en tijdgenoten en heeft bovendien een plaat gemaakt die je even loskoppelt van de hectiek van het heden. Dat betovert vrij makkelijk en intrigeert vervolgens nog heel lang. Bijzondere plaat. Erwin Zijleman

Sydney Rose - One Sided (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sydney Rose - One Sided - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sydney Rose - One Sided
Er zijn nogal wat albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters die niet hadden kunnen worden gemaakt zonder Stranger In The Alps van Phoebe Bridgers en One Sided van Sydney Rose vind ik een mooie

Sydney Rose is een jonge singer-songwriter uit Georgia, die via TikTok een miljoenenpubliek heeft bereikt met haar bedroom pop. Het is bedroom pop die geen geheim maakt van een grenzeloze bewondering voor Phoebe Bridgers. Invloeden van Phoebe Bridgers zijn hoorbaar in de zang, de instrumentatie en de songs, maar Sydney Rose maakt ook zelf indruk met een bijzonder mooie stem, persoonlijke teksten over volwassen worden en een zeer smaakvolle instrumentatie met fraaie bijdragen van strijkers en blazers. Het is duidelijk waar Sydney Rose de inspiratie heeft gevonden, maar ze laat op 20-jarige leeftijd horen dat ze ook zelf veel te bieden heeft.

In de herfst van 2017 verscheen Stranger In The Alps, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Phoebe Bridgers. Het is een album dat ik in mijn recensie direct een van de grootste verrassingen van het jaar noemde, waarna het debuutalbum van Phoebe Bridgers net voor Lorde’s Melodrama en net achter Julien Baker’s Turn Out The Lights terecht kwam op de tweede plaats in mijn jaarlijstje over 2017.

Het is ongelooflijk hoeveel invloed het album sindsdien heeft gehad op heel veel jonge vrouwelijke singer-songwriters. Bijna wekelijks hoor ik albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters die Stranger In The Alps van Phoebe Bridgers hebben gebruikt als blauwdruk voor hun album. Wanneer dit er wat te dik bovenop ligt laat ik deze albums over het algemeen liggen en luister ik weer eens naar het nog altijd prachtige debuutalbum van Phoebe Bridgers zelf.

Soms zijn er echter uitzonderingen en omarm ik een album ondanks de gelijkenis met het geweldige album uit 2017. Zo kwam ik deze week One Sided van Sydney Rose tegen. De 20 jaar oude muzikante uit Georgia zat nog in de brugklas toen Phoebe Bridgers haar debuutalbum uitbracht, maar schijnt inmiddels een ster te zijn op TikTok, nadat ze op haar slaapkamer een aantal songs opnam. Ik ben niet actief op dit platform, maar het debuutalbum van Sydney Rose krijgt deze week ook elders aandacht en kwam op mijn lijst met te beluisteren nieuwe albums terecht.

In de openingstrack van One Sided is de invloed van Phoebe Bridgers wel heel duidelijk. Sydney Rose heeft vrijwel dezelfde stem als Phoebe Bridgers, zingt op dezelfde manier, kiest voor een vergelijkbare instrumentatie en heeft ook nog eens een song geschreven die in alles doet denken aan de songs van Phoebe Bridgers. Helemaal als een verrassing komt dit niet, want op de vorig jaar verschenen debuut EP van Sydney Rose stond een track met de veelzeggende titel Phoebe Told Me.

One Sided bevat veel meer tracks die geen geheim maken van de belangrijkste inspiratiebron van Sydney Rose, maar toch heb ik wel wat met de songs van de muzikante uit Georgia. De Amerikaanse muzikante zingt prachtig, schrijft aansprekende songs en komt puur en oprecht over in haar teksten die vooral gaan over alle ellende die komt kijken bij volwassen worden. In tijden waarin zwaar geproduceerde popalbums de norm zijn, kiest ze bovendien voor een fraai en intiem geluid dat vooral bestaat uit akoestische gitaren hier en daar aangevuld met wat percussie en blazers en strijkers.

Wanneer Sydney Rose kiest voor wat rijker georkestreerde songs verdwijnt de vergelijking met Phoebe Bridgers wel iets naar de achtergrond en bovendien kan ik me minder interessante inspiratiebronnen voorstellen. Sydney Rose moet misschien nog op zoek naar een wat meer eigen geluid, maar ze heeft absoluut talent. Bij eerste beluistering zat het hoge Phoebe Bridgers gehalte me nog wat in de weg, maar nu ik het album wat vaker heb beluisterd hoor ik steeds meer memorabele popsongs en vind ik de zang van Sydney Rose ook steeds mooier.

Zes jaar geleden zou One Sided een revolutionair klinkend album zou zijn geweest. Dat is het nu zeker niet, maar ik heb dit jaar nog niet veel jonge vrouwelijke singer-songwriters gehoord die de enorme invloed van Phoebe Bridgers zo mooi verwerken als Sydney Rose doet op haar debuutalbum. Erwin Zijleman

Sylvie Kreusch - Comic Trip (2024)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sylvie Kreusch - Comic Trip - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sylvie Kreusch - Comic Trip
Met Montbray leverde Sylvie Kreusch aan het eind van 2021 een geweldig album af, maar het nog wat veelzijdigere en continu verrassende Comic Trip is nog veel mooier en is in alle opzichten een groots album

Het debuutalbum van Sylvie Kreusch was voor mij een van de grote verrassingen van 2021. Deze week keert de muzikante uit Antwerpen terug met haar tweede album en zet ze een volgende stap. Ook Comic Trip profiteert van de mooie stem van de Belgische muzikante en haar verleidelijke zang, maar ook in muzikaal opzicht is het een fascinerend album. Het is een album met een filmisch karakter, dat je meesleept naar uiteenlopende werelden. Song na song weet Sylvie Kreusch te verrassen met bijzondere klanken en met songs die de fantasie uitvoerig prikkelen. Montbray was een geweldig debuutalbum, maar met Comic Trip geeft Sylvie Kreusch een nog veelkleuriger en indrukwekkender visitekaartje af.

Sylvie Kreusch draaide al een tijdje mee in de Belgische muziekscene en maakte onder andere indruk op de albums van Warhaus, de band van haar toenmalige geliefde Maarten Devoldere, toen ze aan het eind van 2021 haar debuutalbum Montbray uitbracht. Het album kwam te laat voor de meeste jaarlijstjes, maar in mijn jaarlijstje haalde het album de top 20 en achteraf bezien was een veel hogere notering op zijn plaats geweest.

Ik vergeleek Montbray meer dan eens met de muziek van Lana Del Rey, maar dan wel Lana Del Rey die Los Angeles had verruild voor Parijs. Montbray verscheen in de tweede winter van de coronapandemie, maar de zwoele popplaat van Sylvie Kreusch liet de gevoelstemperatuur met vele graden stijgen en liet de luisteraars ondanks de lockdowns vrij door de ruimte en de tijd reizen.

De Belgische muzikante keert deze week terug met haar tweede album en Comic Trip heeft mijn bijna onwerkelijk hoge verwachtingen meer dan waar gemaakt. Ook op haar tweede album doet Sylvie Kreusch me nog heel af en toe aan Lana Del Rey denken (zoals in het prachtige Daddy's Selling Wine In A Burning House), maar de Belgische muzikante heeft op haar tweede album een nog duidelijker eigen geluid, dat een bijzonder karakter krijgt door de extra lagen vocalen die zijn toegevoegd.

Het is een geluid dat zich nog deels heeft laten beïnvloeden door de zwoele Franse popmuziek, maar heeft ook het bruisende nachtleven van een aantal andere Europese hoofdsteden ontdekt en is evenmin bang voor het uitgestrekte platteland. Op hetzelfde moment neemt de muzikante uit Antwerpen je mee naar een bijna kinderlijke fantasiewereld, wat zorgt voor een bijzonder contrast.

Vergeleken met Montbray zijn de popsongs op Comic Trip nog wat aanstekelijker en ook wat speelser. Het zijn songs die stuk voor stuk garant staan voor een aangenaam gevoel, met het zijn ook songs die de fantasie prikkelen. Sylvie Kreusch zet voor het prikkelen fantasie net zo makkelijk buitengewoon verleidelijke vocalen als een onschuldig kinderkoor in en weet steeds weer op een andere manier te verrassen met haar sprankelende songs.

Comic Trip is net als Montbray een Engelstalig album, maar toch heeft ook haar nieuwe album zo nu en dan een Franse sfeer. Je waant je af en toe in de soundtrack van een Franse film uit de jaren 70 en Comic Trip heeft een productie waarvoor Serge Gainsbourg zich zeker niet zou hebben geschaamd. De Franse sfeer hoor je vooral in de wat theatraal aandoende en rijker georkestreerde songs, maar Comic Trip heeft, zeker vergeleken met Montbray, ook een veel organischer geluid. Ook dat organische geluid klinkt weids en beeldend, maar heeft de Franse films uit de jaren 70 verruild voor Amerikaanse spaghetti westerns.

Sylvie Kreusch gaat op Comic Trip deels terug naar haar kindertijd en een aantal vervelende perioden uit deze tijd, wat extra emotie toevoegt aan haar geweldige zang en een album oplevert dat je continu heen en weer slingert tussen verleden, heden en toekomst. Het is een bijzonder fascinerende luistertrip, die maar blijft verrassen en imponeren.

2024 is een jaar met een aantal geweldige Amerikaanse popalbums, maar met Comic Trip zet Sylvie Kreusch er een Europees alternatief tegenover dat veel rijker is. Dat hoor je in de steeds weer prachtige muziek vol invloeden, in de sprankelende songs vol bijzondere wendingen en in de betoverend mooie zang van Sylvie Kreusch. De vorige keer was ze te laat voor veel jaarlijstjes, maar Comic Trip zou in heel veel jaarlijstjes moeten opduiken. Ik schrijf hem alvast op voor de top 10. Erwin Zijleman

Sylvie Kreusch - Montbray (2021)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sylvie Kreusch - Montbray - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sylvie Kreusch - Montbray
De Belgische muzikante Sylvie Kreusch verwerkt op Montbray het einde van een liefdesrelatie, maar doet dit met een zwoele, dromerige en broeierige popplaat, waar de vonken maar van af blijven vliegen
Montbray is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Belgische muzikante Sylvie Kreusch en het is een imponerende kennismaking. Montbray sleept je vanaf de eerste noten mee naar zwoele oorden en zorgeloze tijden. De Belgische muzikante sluit aan bij de grote popprinsessen, maar geeft haar muziek ook een Europees tintje. Montbray klinkt als een meesterwerk van Serge Gainsbourg, als Lana Del Rey die Los Angeles heeft verruild voor Parijs en als de soundtrack bij zwoele Franse films uit de jaren 70. Sylvie Kreusch verleidt met haar debuutalbum meedogenloos, maar ze heeft haar songs ook volgestopt met avontuur. Prachtplaat!

De naam Sylvie Kreusch deed bij mij eerlijk gezegd niet direct een belletje rinkelen, maar in België timmert ze inmiddels al heel wat jaren met succes aan de weg. Eerst als frontvrouw van de band Soldier’s Heart, later met Warhaus, het project van Balthazar’s Maarten Devoldere, en hierna ook als solomuzikante. Het is me bijna allemaal ontgaan, maar sinds mijn eerste beluistering van haar vorige maand verschenen solodebuut ben ik helemaal bij de les.

Montbray van Sylvie Kreusch is immers een geweldige popplaat, die niet onder doet voor de albums van de grote popprinsessen van het moment. Op haar debuutalbum bezingt Sylvie Kreusch de pieken en de dalen van de liefde. Haar relatie met de eerder genoemde Maarten Devoldere liep op de klippen, maar Montbray is zeker geen van melancholie overlopend breakup album.

Montbray opent prachtig met het sfeervolle Flying High, waarin Sylvie Kreusch me in eerste instantie wat aan Lana Del Rey doet denken, maar vervolgens al snel transformeert in een zwoel Frans zuchtmeisje, dat vervolgens weer transformeert in een gelouterde popprinses. De openingstrack van Montbray is er een vol zoete verleiding, maar het is ook direct duidelijk dat Sylvie Kreusch zich niet zomaar in een keurslijf laat dwingen.

In de openingstrack van haar album is de muziek van de Belgische muzikante zwoel en dromerig, maar de muziek van Sylvie Kreusch is ook direct spannend. Flying High is een grootste openingstrack, die de toon zet voor de rest van het album. Het is een album dat vaak zwoel of zelfs sensueel klinkt, maar onder het suikerlaagje dat Sylvie Kreusch om haar songs heeft gesmolten, is veel moois en interessants te horen.

De avonden en nachten zijn momenteel in Nederland verboden terrein, maar de muziek van Sylvie Kreusch komt juist tussen 17 en 5 uur tot leven. Ik noemde hierboven Lana Del Rey als vergelijkingsmateriaal en dat is een associatie die veel vaker op komt bij beluistering van Montbray. Net als Lana Del Rey slaagt Sylvie Kreusch er in om haar songs van zwoele en broeierige lagen te voorzien, maar is er ook altijd een wat onderkoelde laag.

Waar Lana Del Rey de muziek van Los Angeles maakt, is Montbray meer Europees. Los Angeles wordt verruild voor Antwerpen, Gent en Parijs, met in de laatste stad hier en daar een uitstapje richting Amanda Lear. Montbray doet denken aan zwoele Franse films, aan zorgeloze zomers, aan broeierige nachten en aan talloze andere verleidingen, maar het album laat zich ook beluisteren als een verzameling prachtige luisterliedjes, die keer op keer prachtig zijn gearrangeerd en geweldig worden gezongen.

Montbray is het perfecte album om de avond lockdown van het moment mee in te kleuren en hoe vaker ik naar het debuut van Sylvie Kreusch luister, hoe beter het wordt. Sylvie Kreusch is op Montbray de muze die Serge Gainsbourg nooit heeft gehad, maar waarvan hij wel altijd is blijven dromen.

Het debuut van de Belgische muzikante is een album dat je vanaf de eerste noten vastgrijpt en meesleurt naar andere tijden. Het is groots en meeslepend, maar ook intiem en klein. Montbray is een album dat makkelijk van kleur verschiet en je daarom maar blijft verbazen. In België weten ze het al lang, maar ach wat is deze Sylvie Kreusch goed. Erwin Zijleman

Sylvie Simmons - Blue on Blue (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sylvie Simmons - Blue On Blue - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sylvie Simmons - Blue On Blue
Sylvie Simmons is een groot muziekjournalist, maar overtuigt nu ook als muzikante op een sober maar zeer intiem album vol betoverende klanken en een stem vol emotie

Het debuut van de Britse muziekjournalist, schrijfster en muzikante Sylvie Simmons overtuigde me zes jaar geleden bij vlagen, maar het deze week verschenen Blue On Blue is een stuk indrukwekkender. De instrumentatie is uiterst subtiel maar stemmig, de productie van Howe Gelbe trefzeker en avontuurlijk, maar het is vooral Sylvie Simmons die overtuigt met haar breekbare en emotievolle stem, met haar poëtische teksten en met songs die iedere keer dat je ze hoort weer wat beter zijn. Al met al een indrukwekkend album van de Britse alleskunner, die overigens geen geheim maakt van haar bewondering van grootheden als Serge Gainsbourg en vooral Leonard Cohen.

Sylvie Simmons is vooral bekend als een zeer gerespecteerd muziekjournalist. Ze schrijft al decennia voor toonaangevende muziektijdschriften en heeft inmiddels een buitengewoon indrukwekkend CV, waarop de namen van onder andere Sounds, Rolling Stone en de laatste decennia vooral Mojo prijken.

Hiernaast schreef ze een aantal aansprekende biografieën over onder andere Mötley Crüe, Neil Young, Johnny Cash, Serge Gainsbourg en natuurlijk Leonard Cohen, wiens biografie I'm Your Man: The Life of Leonard Cohen geldt als het beste boek dat over de legendarische Canadese muzikant is geschreven.

Een jaar of tien geleden ontdekte Sylvie Simmons dat ze niet alleen beschikt over een scherpe en vlotte pen, maar ook over een bijzondere stem en leerde ze bovendien de ukelele bespelen. Het leverde in 2014 het door Giant Sand voorman Howe Gelbe geproduceerde Sylvie op. Het is een album dat me destijds slechts bij vlagen wist te overtuigen, maar dat Sylvie Simmons meer is dan een muziekjournalist was wel duidelijk.

De opvolger van het debuut van Sylvie Simmons liep ernstige vertraging op door een ongeluk en de er op volgende revalidatie, maar deze week is het alsnog verschenen. Blue On Blue werd, net als het debuut van Sylvie Simmons, geproduceerd door Howe Gelbe, die nog een aantal extra gitaristen optrommelde in de studio in Tucson, Arizona.

Blue On Blue overtuigt me meer dan het debuut van Sylvie Simmons. De songs zijn beter uitgewerkt, de instrumentatie is mooier en de stem van de Britse muzikante is wat minder wankel. Het blijft een stem waarvan je moet houden, maar zelf hou ik wel van de wijze waarop Sylvie Simmons al haar gevoel in haar stem legt. Hier en daar hoor ik wat van Marianne Faithfull, zeker wanneer de zang wat breekbaar klinkt, maar Blue On Blue laat ook een duidelijk eigen geluid horen.

Wat voor de zang geldt, geldt ook voor de instrumentatie. Het is een spaarzame instrumentatie met een hoofdrol voor de ukelele van Sylvie Simmons, waarna akoestische en elektrische gitaren en hier en daar een belletje of een keyboard het geluid net wat meer inkleuren. Zeker wanneer de Spaanse gitaar de aandacht opeist schuurt Sylvie Simmons dicht tegen het geluid van Leonard Cohen aan, maar ook de instrumentatie blijft eigenzinnig.

Met een bijzondere stem en een bijzonder geluid heeft Sylvie Simmons al twee sterke troeven in handen, maar Blue On Blue valt ook nog eens op door bijzondere songs. Het zijn songs die zich absoluut hebben laten beïnvloeden door het werk van Leonard Cohen, over wie Sylvie Simmons haar mooiste boek schreef, maar ook flarden Serge Gainsbourg, het onderwerp van een van haar andere biografieën, klinken door. Het is allemaal knap geproduceerd door Howe Gelbe, die er ook nog wat Americana uit de woestijn van Tucson (denk vooral aan zijn geweldige gelegenheidsband OP8) aan toe voegt en tekent voor een fraai duet.

Blue On Blue is een uiterst intiem album vol fraaie ingetogen klanken, een stem vol gevoel en weemoed en een serie songs met fraaie teksten die nog lang aan kracht en diepte winnen. Het is misschien even wennen, maar vervolgens wordt Blue On Blue van Sylvie Simmons alleen maar mooier en aansprekender. Haar boeken en artikelen in de Mojo koester ik al jaren, maar ook de muziek van Sylvie Simmons wil ik vanaf nu niet meer missen. Erwin Zijleman

SZA - Ctrl (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: SZA - Ctrl - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Steeds wanneer ik een album bespreek dat in het hokje R&B kan worden geduwd, geef ik onmiddellijk aan dat ik normaal gesproken helemaal niet van het genre houd.

Dat dat zo is geloof ik nog steeds, maar desondanks kijk ik niet meer op van R&B platen die mijn jaarlijstje halen.

Vorig jaar schaarde ik het echt geweldige A Seat At The Table van Solange onder de tien allerbeste platen van 2016 en dit jaar duikt Take Me Apart van Kelela op in mijn jaarlijst. Uit meerdere en met name Amerikaanse jaarlijstjes pikte ik eerder deze week ook nog eens Ctrl van SZA op.

Het officiële debuut van het alter ego van Solána Imani Rowe komt net wat te laat voor mijn jaarlijstje, maar ook dit is weer een R&B plaat die aangenaam vermaakt, maar me ook comtinu op het puntje van de stoel houdt.

Op Ctrl kiest SZA voornamelijk voor lekkere lome beats en bijpassende vocalen. Diepe bassen en uiterst subtiele percussie worden gecombineerd met een wat zweverig aandoend elektronisch geluidstapijt met spoken word samples en met de soulvolle vocalen van SZA, die hier en daar wordt bijgestaan door grote rappers, onder wie Kendrick Lamar.

SZA is een modern klinkende R&B plaat, die voor mij, als leek in het genre, naadloos aansluit op het meesterwerk van Solange van vorig jaar, maar de muzikante uit St. Louis, Missouri, verwerkt ook invloeden uit een verder verleden in haar muziek.

Solána Rowe groeide volgens het persbericht bij de plaat op met de muziek van de Wu Tang Clan en soortgenoten, maar in huize Rowe was naar verluid ook de muziek van Björk een graag gezien gast en werd verder veel geluisterd naar jazz en naar de platen van Billie Holiday. Het zijn invloeden die je vooral terug hoort wanneer je wat beter naar de songs van SZA luistert. Het zijn songs die veel knapper in elkaar steken dan die van de gemiddelde R&B zangeres of popprinses en het zijn songs die vol verrassende lagen zitten.

Of SZA vroeger ook veel naar Lauryn Hill en Janet Jackson heeft geluisterd vertelt het persbericht niet, maar ik hoor duidelijke invloeden van dit roemruchte tweetal. Wanneer SZA flink gas terug neemt heeft Ctrl ook wel iets van de muziek van Sade, maar dan voorzien van een eigentijdse R&B injectie.

Het is knap hoe SZA muziek van een aantal decennia geleden combineert met de hedendaagse R&B en pop en het is ook knap hoe ze, net als Solange, andere wegen in slaat dan haar mainstream collega’s.

Ctrl klinkt vergeleken met de meeste platen in het genre een stuk subtieler. Dat hoor je in het tempo dat verassend laag ligt, dat hoor je in de instrumentatie en productie die beiden verrassend subtiel en ingetogen zijn en in de vocalen die verassend loom en al even ingetogen klinken.

Omdat ik geen kenner van het genre ben strijkt Ctrl voor mij ook met enige regelmaat tegen de haren in, zeker wanneer de teksten wat platvloers worden, maar dat maakt de plaat voor mij alleen maar interessanter. Ctrl is overigens in tekstueel opzicht ook wel een interessante plaat, want waar de meeste zangeressen in het genre over zelfvertrouwen niet hebben te klagen, toont SZA zich ook met grote regelmaat kwetsbaar en onzeker.

Wanneer het gaat om haar muzikale prestaties is onzekerheid overigens totaal onnodig, want met Ctrl heeft SZA een plaat afgeleverd die moet worden geschaard onder de interessantere (R&B) debuten van 2017. Erwin Zijleman

SZA - SOS (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: SZA - SOS - dekrentenuitdepop.blogspot.com

SZA - SOS
Vijfenhalf jaar na de release van haar debuutalbum Ctrl keert de Amerikaanse muzikante SZA dan eindelijk terug met de bijzonder ambitieuze maar wat mij betreft ook zeer geslaagde opvolger SOS

Ik ben geen heel groot liefhebber van R&B, maar voor de betere albums in het genre ben ik zeker in. SZA maakte in de zomer van 2017 zo’n album met haar uitstekende debuutalbum Ctrl, maar sindsdien was het stil rond de Amerikaanse muzikante. Wat ongelukkig getimed verschijnt deze week dan eindelijk opvolger SOS en het is een fascinerend album geworden. Het is een album waar een stevig uit de kluiten gewassen team van producers, songwriters en muzikanten aan heeft gewerkt en waarop SZA torenhoge ambities lijkt te hebben, maar het pakt verrassend goed uit. SOS is een avontuurlijk R&B album dat alle kanten op schiet, maar toch verrassend makkelijk overtuigt.

Bijna op de dag af vijf jaar geleden besprak ik op deze BLOG het debuutalbum van SZA, dat ik was tegengekomen in een jaarlijstje. Het alter ego van de Amerikaanse muzikante Solána Imani Rowe leverde met Ctrl een van de beste R&B albums van 2017 af en haalde dan ook terecht flink wat jaarlijstjes. Die jaarlijstjes zal ze dit jaar niet gaan halen, want het deze week verschenen SOS komt voor nagenoeg alle jaarlijstjes te laat.

Dat is jammer, want het tweede album van SZA is een zeer ambitieus album, waarop ongelooflijk veel te ontdekken valt. SOS bevat niet alleen bijna 70 minuten muziek, maar kleurt ook wat nadrukkelijker buiten de lijntjes van de R&B. Ik ben zelf de laatste jaren wel te porren voor dit soort avontuurlijke R&B albums en SOS valt me na de eerste beluisteringen zeker niet tegen.

SZA heeft enorm lang de tijd genomen voor de opvolger van Ctrl, die in 2020 al werd aangekondigd, maar keer op werd uitgesteld. Een blik op de credits bij het album leert dat SZA niets aan het toeval heeft overgelaten. Voor SOS werd een bijna absurd groot blik met songwriters en producers opengetrokken, die natuurlijk allemaal invloed wilden hebben op het geluid van SZA. Het zal dan ook niemand verbazen dat SOS een wat bonte lappendeken is geworden, waarop hoorbaar alles uit de kast wordt getrokken.

Het knappe is dat Solána Imani Rowe alo die producers en songwriters redelijk in toom heeft gehouden, want SOS is, ondanks de lengte van bijna 70 minuten, een behoorlijk consistent album geworden. Net als op haar vorige album verwerkt SZA op SOS niet alleen invloeden uit de hedendaagse R&B, maar duikt ook dit keer met enige regelmaat een vleugje Janet Jackson uit de jaren 90 op.

Zoals gezegd wordt op het tweede album van SZA alles uit de kast getrokken, waarvoor onder andere een enorme batterij elektronica wordt ingezet. Ondanks alle elektronica kan het album gelukkig ook loom, broeierig en organisch klinken, waardoor SOS warmer klinkt dan de meeste moderne R&B albums. Natuurlijk wordt de elektronica ook ingezet om de stemmen wat beter te laten klinken, maar Solána Imani Rowe grijpt zelf gelukkig niet al te vaak naar de auto-tune. Dat heeft ze ook niet nodig, want ze laat ook op SOS weer horen dat ze een uitstekende zangeres is. Dit hoor je vooral in de wat meer ingetogen tracks, waarin de Amerikaanse muzikante laat horen dat ze ook kan doseren, waaraan het in dit genre wel eens ontbreekt.

SZA is in Nederland een stuk minder bekend dan in de VS, waar SOS afgelopen vrijdag enthousiast werd onthaald. Het kritische Pitchfork gaf het album een mooie 8,7 en ook de andere Amerikaanse media waren zeer enthousiast over dit ambitieuze albums. Ik kan me daar wel in vinden. SOS is een heerlijk R&B album vol zwoele momenten, maar het is ook een R&B album waarop er alle ruimte is voor uitstapjes buiten de gebaande paden en het nodige experiment.

Wanneer ook Phoebe Bridges nog eens opduikt is wel duidelijk dat SZA zich met haar nieuwe album zeker niet alleen richt op liefhebbers van R&B, maar dat ook muziekliefhebbers met een bredere smaak die open staan voor R&B op SOS veel interessante dingen kunnen horen. Ik reken mezelf tot deze laatste groep en schaar het album onder de meest interessante R&B releases van 2022, waarin overigens flink wat interessante R&B albums zijn verschenen. Erwin Zijleman