MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Courtney Barnett - End of the Day (2023)

Alternatieve titel: Music from the Film Anonymous Club

poster
4,0
Je kan nog zo het publiek vanuit het podium omverblazen, met zo’n zelfverzekerde houding en overtuigingskracht de menigte inpakken, als iedereen tevreden huiswaarts keert sta je er als artiest zijnde helemaal alleen voor. In die grote steden ben je dan gewoon een nietig klein personage. Nergens houvast, continu achter de massa aanlopen. Courtney Barnett blijft die leuke grappige indiepopper, die zich met het hoge ogen gooiende Tell Me How You Really Feel definitief op de kaart zet. Maar dan volgt de stilte en het verplicht pandemie binnenhuis blijven. De verhaaltjes schrijven zich niet meer vanzelf uit, omdat Courtney Barnett van achter de geraniums in een glazen huis vensterbankkluizenaars muurbloempje transformeert. De voedingsbodem sterft af, dreigende depressies kloppen als enige bezoeker nog aan de deur, de Australische zangeres laat ze binnen.

Courtney Barnett is zich van het feit bewust dat de woorden uitblijven, en er geen winst uit zinnen te behalen valt. Ze documenteert deze eenzame trieste periode in de keerzijde van het succes; Anonymous Club genaamd. Deze film valt bijna samen met de Things Take Time, Take Time release samen, en wordt door prachtige, krachtige instrumentale passages geïllustreerd. Ook nu is de DVD versie perfect getimed, namelijk gelijktijdig met de End of the Day soundtrack. In eerste instantie lijkt het niet de opzet om deze muzikale werkstukken in een ander context te plaatsen, maar blijkbaar is de vraag hierna zo groot dat deze nu ruim twee jaar later als End of the Day het licht zien. Verwacht dus geen logisch Things Take Time, Take Time vervolg, want dat is het niet. End of the Day is een bladzijde uit een gesloten privédagboek, zonder waardeoordeel, zonder lyrics, pure zelfreflectie, niet meer dan dat. End of the Day is een stukje doodgaan, maar ook de wedergeboorte van het leven.

Het licht zien, de worsteling om die donkere tunneldagen achter zich te laten. In End of the Day kondigt de nacht zich aan. Een vertrouwde medepassagier, maar ook de onwetende vreemdeling. De terugkomende zekerheid, maar ook de opslokkende schaduwen. Waar gaat het mis? Wanneer gaat het mis? Vaak besef je pas midden in die grote onoverzichtelijke puinhoop dat het niet meer goed aanvoelt. Start Somewhere heeft daarom ook geen vooraankondiging, geen inleiding of rustige opbouw. Courtney Barnett plaatst je direct confronterend in de barre omstandigheden, de zwaarmoedige gemoedsstemming. De zeurende verdovende Start Somewhere drones zijn verstikkend, de eerste pagina van het zelfredzaamheidswerkboek, waarbij tegenslagen enkel versterkt aanvoelen. Als teksten uitblijven, is het de taak van de gitaar om de gedachtes te verantwoorden. Met die opdracht legt het instrument de gevoelsaders bloot. De enige overige constante factor is Stella Mozgawa, de drummer van Warpaint, die als medecomponist en muzikant haar bijdrages levert.

Aarzelend fragmentarisch disfunctionerend, Life Balance geeft perfect die lege gemoedstoestand weer. Laten we het zo stellen, in het leven van Courtney Barnett ontbreekt op dit moment die balans, hervinden en herwinnen, daar draait het om. First Slow, traag, stapje voor stapje controlerend. De kronkelende folky A to B ontdekkingstocht zet zich in. Het dromerige gitaarspel breekt een weg door de muurvaste donderwolken heen. (Electricity), plug in, versterk de testfase en ontlaadt. Doorbreek de futuristische Two Circles Reflecting droomtoestand door het heden te accepteren. Dan pas bereik je op End of the Day die verlichtende troost. Het mediterende Oosterse Floating Down ontplooit zich als een mindfulness bewustwording, opeens is er weer ruimte voor het kleine genieten.

Spring Ascends opent de gesloten afwendende ogen, maakt klankkleuren helderder, duidelijker en zichtbaarder. Intro als tweede kans, lawaaierig reseen, chaotisch rustig. B to C toonladders zetten de klim naar de top in, het onbereikbare ligt binnen handbereik. Like Water is al aardser, meer down to earth. De bloedtoevoer trombones spoelen zich in River schoon, zonlichtwarmte versoepelt de geopende doorgangen. Get On with It. Ik heb er de volste vertrouwen in dat Courtney Barnett zich herpakt. Sterker nog, waarschijnlijk heeft ze deze periode allang afgesloten en genoeg nieuw materiaal geschreven. Vergeet niet dat we twee jaar geleden nog volop in die coronagekte bivakkeerden. Eternity Repeat, kwetsbaar deze ellende overleven. Leer je van gemaakte fouten en kom je er sterker uit? De tijd zal het uitwijzen.

Courtney Barnett - End of the Day | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Courtney Barnett - Things Take Time, Take Time (2021)

poster
3,5
Je ontwaakt na een zware lange nacht. Met heel veel pijn en moeite lukt het je om het lawaaierige koffiezetapparaat op te starten. Buiten worden krijsende kinderen door ochtendhumeurige moeders naar school gebracht. De passerende vuilnisman fluit zoals gewoonlijk weer hetzelfde flauwe deuntje. Oh mijn God, het is weer zo’n depressie opwekkende dag zoals altijd, die zal eindigen in een vertrouwde veilige donkere nacht. En dan verdwijnen de bekende geluiden, de gehoopte stilte domineert. Het gemis van de dagelijkse sleur en de steeds terugkomende herrie neemt alleen maar toe.

Het voortbestaan van Courtney Barnett wordt ontregeld als die vertrouwde chaos wegvalt. Haar liefdesleven stagneert en de met humor gevulde teksten worden steeds ironischer om vervolgens in bijtend sarcasme te vervallen. De zelfspottende luchtigheid is totaal verdwenen en heeft plaats gemaakt voor therapeutisch het verdriet van zich afschrijven. Liefdesbrieven gericht aan haar voormalige partner Jen Cloher, die nooit haar brievenbus bereiken, maar als bijlage in tekst blad bij Things Take Time, Take Time terug te vinden zijn. De scherpte zit hem meer in het confronterende karakter.

Het doeltreffende Sunfair Sundown offert het ruim bevriende studentikoze leventje op voor de eenzaamheid van zelfstandigheid. Trots open je de deur van de eerste eigen woning, waarbij die klik in het sleutelgat de leegte van het nieuwe bestaan aangeeft. Things Take Time, Take Time, de verslaglegging van een glazen huis vensterbankkluizenaar, waar de ramen al vroeg in de ochtend beslaan, en er kleine hartjes in de condens getekend worden.

Het dromerige ouderwetse gitaargrunge rockende Rae Street is het nostalgische verlangen naar het pre-corona tijdperk. Op deze eerste single van Things Take Time, Take Time overheerst de melancholische invalshoek van een vertraagde wereld. De stevige punkrock teksten die het pakkende Sometimes I Sit and Think, and Sometimes I Just Sit zo lekker domineerden verdwijnen in de prullenbak, en er is tevens geen plek meer voor de donkere intimiteitssoul indiesongs die zo heerlijk het sfeervolle Tell Me How You Really Feel vullen.

Het in laag na laag opbouwende Turnig Green is het hoogtepunt van de plaat. Kille trage synthesizers worden ingehaald door de laag afgestemde bas, die daar als krautrock sneltrein doorheen draaft. Heerlijke psychedelische gitaarexplosies en jazzy toetsenwerk geven het een Bowie Station to Station tintje. Het onkruid en de bloem, die zich in alle schoonheid uit de achtergelaten rotzooi ontwikkeld. De herfst van het leven die in de vernieuwende lente tot ontplooiing komt. Opbloeiend escapisme.

Muzikaal optimisme stabiliseert het negativisme in de klaagzang van het zwart wanhopige If I Don’t Hear from You Tonight, en geeft het net die vrolijke twist welke verder zo sterk afwezig is. Misschien moeten de manische uitspattingen van Courtney Barnett juist afgeremd worden om zich staande te houden in de hevige veranderende maatschappij. Misschien is de psychologische rol van haar nieuwe muzikale maatje Stella Mozgawa wel groter dan verwacht. De Warpaint drummer zorgt met het relaxte blikkerige down to earth tempo voor de nodige diepgang, die ze hier en daar nog verfraaid met vintage keyboardpartijen.

Eigenlijk verandert er weinig in de voordracht van Courtney Barnett, maar doordat de gitaar naar de achtergrond verdrongen is klinken de neurotische woorden wel een tikkeltje saaier. Als dan ook nog eens verveling en liefdesverdriet de hoofdthema’s zijn, maak je het jezelf wel heel erg lastig. Een verwerkingsplaat staat niet altijd voor kwaliteit garant, ik mis hier toch wel die vlijmscherpe woordkunsten.

Courtney Barnett - Things Take Time, Take Time | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Cowboy Junkies - All That Reckoning (2018)

poster
4,0
Margo Timmins klinkt doorleefder en warmer dan op hun eerste albums, waar ze nog een soort van fragiele sensualiteit uitstraalde, minder Mazzy Star, meer PJ Harvey (Sing Me A Song) en Patti Smith.
De muziek is dromerig, nog steeds dat Twin Peaks sfeertje, maar er zijn meer lagen toegevoegd.
Bleef voorheen nog wat aan de verbeelding over, hier klinkt het meer ingekleurd, al blijven de herfsttinten overheersen.
De muziek heeft raakvlakken met de eerder genoemde Portishead, maar ook wat met de latere Nick Cave periode.
Ook voor liefhebbers van het meer grimmige werk van The Walkabouts (Setting the Woods on Fire) is dit absoluut een aanrader.

Cowboy Junkies - The Caution Horses (1990)

poster
4,0
Ik ben een avondmens, nou eigenlijk meer een nachtbraker.
In de ochtend kom ik meestal thuis van mijn werk, en in de loop van de middag sta ik op.
Als de kinderen uit school komen, ben ik net wakker.
Het interesseert mij niks dat men denkt dat ik werkeloos ben, omdat ik overdag altijd thuis ben.
Kortom, ik heb een grote hekel aan de ochtend.
Mensen die fluitend onder de douche vandaan komen, en zin hebben om de dag te beginnen.
Wat is hier nu leuk aan.
Maar hoor ik Cowboy Junkies met The Caution Horses, dan heb ik dat gevoel wel.
Het eerste nummer heet dan ook nog eens Sun Comes Up It's Tuesday Morning.
Pleur alle wekkerradio’s het raam uit, want als je deze in de avond instelt op een tijdstip, dan merk je bij het ontwaken dat je per ongeluk een tikje teveel er tegen aan hebt gegeven, waardoor hij net zoekende is tussen twee zenders.
Ervaar op je vrije dag het Vaderdag gevoel, een gekookt eitje, een vers kopje echte koffie, dus niet van zo’n kunstmatig gevuld wattenschijfje, waar een zeikstraaltje overheen is gelopen van de een of ander automaat met nierproblemen.
En als hoogtepunt Margo Timmins die je liefdevol toezingt, waardoor je geneigd bent om weer in slaap te vallen.
Leuk om op 22:00 uur tot deze conclusie te komen.

Cowboy Junkies klinken hier als Counting Crows; maar dan zonder de depressies.
Toevallig staan ze ook nog broederlijk naast elkaar in de kast.
Oh, ik zie nu dat dat niet eens het geval is; er staat nog een album van Covenant en Cousteau tussen, maar het had in principe zo kunnen zijn.

Cowboy Junkies - The Trinity Session (1988)

poster
5,0
Bij de eerste tonen van Mining For Gold komen er twee namen in mij op; namelijk Patti Smith en Máire Brennan (Clannad). Niet dat de stemmen zoveel overheen komen. Het roept dezelfde sfeer op.
Mooi a capella geopend om vervolgens in Misguided Angel een sfeervol country achtige invulling te geven. De keuze van instrumenten roept vergelijkingen op met Counting Crows en Walkabouts. Mooie muziek om bij een kampvuur af te spelen.
Beetje Scouting, beetje EO, maar dan zonder het scheppingsverhaal.
Bij Blue Moon Revisited zitten we opeens in het plaatsje Twin Peaks waar de vrouw met het ooglapje gezellig een kopje koffie drinkt met inspecteur Cooper.
Blue Moon; zoals hij op Grease had moeten klinken.
Countryblues; hoe moet ik I Don’t Get It anders noemen. Alleen ontbreekt hier dan de ellende. Ik moet ook wel aan het nummer Fever denken van Peggy Lee.
I’m So Lonesome I Could Cry lijkt totaal niet meer op de originele versie van Hank Williams. En eerlijk gezegd ben ik daar wel blij om. De versie van Hank Williams vind ik te zeurderig. Margo Timmins is gemeend eenzaam.
Vervolgens klinkt To Love Is To Bury weer een stuk vrolijker. Overheersende country invloeden. Een sterke song. Het valt me trouwens toch op dat de eigen composities even sterk naar voren komen als de gewaagde covers.
200 More Miles lijkt me een On The Road song. Heimwee naar huis. In de nacht geschreven in een oude tourbus, liggend op een betraand hoofdkussen.
Dreaming My Dreams With You heft een iets te lang intro, de zang had eerder mogen beginnen. Verder wel een mooi uitgevoerde versie, maar er staan toch wel veel betere nummers op The Trinity Session. Ik proef hier doorheen een vlaagje onzekerheid in de zang.
Working On A Building bouwt met een geweldige spanning op. De zang valt hier op het juiste moment in; waardoor alles gelijk op zijn plek terecht komt..
En dan te bedenken dat het hoogtepunt nog moet komen.
Sweet Jane is gewoon door Lou Reed voor Cowboy Junkies geschreven. Wat is dit een overtuigende uitvoering. Hier wordt de meester zelf weg geblazen door de leerling.
Ik hoorde deze versie de eerste keer bij het kijken van Natural Born Killers; waar hij dan ook perfect in past. Altijd veels te kort.
Postcard Blues gaat verder waar 200 More Miles eindigde. Een brief naar een geliefde; ver weg van huis.
En met Walking After Midnight zijn we aan het einde gekomen van deze sessie; ergens in een kerkje in Toronto.
Dit is het gevoel dat een Jan Douwe Kroeske in zijn 2 Meter Sessies heeft willen leggen. Wat zal die gebaald hebben toen hij deze opnames voor de eerste keer hoorde.
Dat kerkje was ook wel ergens in Nederland (ik noem een Stevenskerk te Nijmegen) te vinden.

Waarom dit album 20 jaar later opnieuw moest worden opgenomen blijft mij trouwens een raadsel.

Cracker - Kerosene Hat (1993)

poster
4,0
Vrij luchtige country rock met het nodige gevoel voor humor, welke live ook als een huis staat.
Frontman David Lowery komt voort uit de band Camper Van Beethoven; welke ook zeker een cult status had.
Vreemd genoeg mij nooit aan hun gewaagd, terwijl een vriend mij deze vroeger tot vervelends toe mij tipte.
Misschien is dat de reden wel geweest.
Een veelzijdige band, wat je ook hier nog terug hoort, Movie Star is zowat punkrock, invloeden van Ramones zijn hoorbaar.
Als je de cd van Kerosene Hat hebt, dan weet je waarschijnlijk ook wel dat er een geheime track op nummer 69 staat; toepasselijk genaamd; Euro-Trash Girl.
Het bekendste is uiteraard Low, deze kocht ik in dezelfde periode als Body and Soul? van Thelonious Monster, beide lagen in een bak met geflopte cd singles, waar dus vaak het leukste werk te vinden is.
Voor mijn gevoel hebben beide bands wel raakvlakken, al is bij Cracker wel sprake van georganiseerde ongein.
Toch maar meer in dit soort bands verdiepen, Cracker, Camper Van Beethoven, Thelonious Monster, en vooruit laten we er Green On Red aan toevoegen.

Craven Faults - Erratics & Unconformities (2020)

poster
3,5
Ergens in Yorkshire staat een verlaten textielfabriek waar vanuit de schemerige nacht onheilspellende geluiden weten te ontsnappen, en zich opdringen aan de stille omgeving. Zo zou een spannende roman zich kunnen ontwikkelen. Hier gaat het echter om het ontstaan van Erratics & Unconformities, het duistere illustratieve synthesizerdebuut van het Britse Craven Faults.

Met het zuigende Vacca Wall weten ze het tegenovergestelde effect te bereiken als het ontslakken van je innerlijke gedachtes. Hoe gruwelijk effectief kan dit elektro gezelschap je op het verkeerde been zetten. Deze ambient klanken nodigen niet uit tot rust maar laten door de opbouw van geluidsgolven juist de dreiging in een complex werkstuk van ruim een kwartier toe. Onderhuids kruipt het steeds dieper je gevoelsgangen binnen.

Het ontwikkeld zich als een Titanic die nietsvermoedend zijn ondergang tegenmoed vaart. In een wereld waarbij het smelten van de ijskappen niet de dreiging is, maar het dieper vrijwel onzichtbare gelegen ijzigheid het grote gevaar vormt. Soundscapes die niet gebruikt worden om de mindfulness te ondersteunen, maar therapeutisch de verschrikking laten herbeleven. Hoe minimalistisch ze zich introduceren zo onheilspellend wordt er vervolgens de diepgang opgezocht.

Deipkier laat je als een sneltrein de reis vervolgen. Al direct wordt er in de gejaagdheid het startsein gegeven. Hier wandel je wel beschermend aan de hand van de componisten hun geschapen droombeeld binnen. Met een magische hypnotiserende opbouw wordt er gewerkt aan een breed scala van sferische, bijna gewichtsloze trance. Futuristische synthesizers uit de vorige eeuw vormen de basis in dit stukje classic minimal dance.

Nog sterker vanuit de dreamhouse ontwikkelt Cupola Smelt Mill zich naar een insomniatische slapeloosheid. De drang om wakker te blijven is een in wording zijnde proces met heerlijk lang uitgerekte drones. De donkere beats bepalen als wegwijzers de aangegeven richting en voorkomen hiermee dat het stuurloos ten onder gaat.

Meer experimenteel gericht verwelkomt de noise van het strakke Slack Sley & Temple de audiovisuele beleving. De muziek roept sterk hallucinerende beelden op en laten deze versmelten tot een ultiem verslavend tripgenot. Gemakshalve wordt er door gekoppeld naar zachte sirene stilte waar alleen plaats is voor de terugkerende dreun die het oorspronkelijke harde werkveld vormt.

Hangingstones gaat bijna sacraal verder. Een klassiek geschoolde kerkelijke orgelsound laat de componerende kwaliteiten van het gezelschap horen. Natuurlijk zijn we al lang overtuigd dat ambient meer is dan wat knoppen op het juiste moment indrukken, ook nu is het vakmanschap overduidelijk aanwezig. Er zit zoveel triestheid verscholen in de track, waarvan je pas bij meerdere luisterbeurten bewust van wordt.

Die somberheid domineert tevens zwaarmoedig in het benauwende Signal Post. Mokerslagen die als het luiden van de Big Ben een verstikkend gevoel oproepen. Een doods ritueel dat de kwetsbaarheid van de eeuwigheid aankondigt. Neurotische terugkerende drones als unheimisch evenwicht.

Erratics & Unconformities is een krachtig uitgebalanceerde tranceplaat, een gevaarlijke cooling-down na een vluchtige lange nacht stappen. De bewustwording in weerbaar elektroland.

Craven Faults - Erratics & Unconformities | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Cream - Disraeli Gears (1967)

poster
3,5
Cream blijf ik altijd vergelijken met The Jimi Hendrix Experience uit dezelfde periode.
Een sterke drie eenheid; meesterlijke gitarist, met een geweldige ondersteuning van bas en drumpartijen, die het geheel naar een andere dimensie stuwen.
Met een groot verschil; een beetje muziekkenner heeft zeker gehoord van de namen Ginger Baker en Jack Bruce, terwijl er minder vaak een lichtje gaat branden bij Noel Redding en Mitch Mitchell.
Toch is hun aandeel net zo belangrijk te noemen.
Laatst de documentaire over Ginger Baker voor de 2e keer gezien, en ik begin het steeds meer te begrijpen.
Zijn woeste, doorleefde uiterlijk in combinatie met zijn rode krullen is indrukwekkend te noemen, zeker als je ziet hoe hij als een slager te keer gaat achter het drumstel.
Hij wordt samen met Keith Moon gezien als de grootste drummers uit deze tijd, maar wat een verschillende persoonlijkheden.
Keith Moon was een clown, Baker een geweldenaar.
Animal van The Muppet Show moet wel van hem zijn afgeleid; inclusief veel roodkleurige behaaring.
De spanning tussen Jack Bruce en Ginger Baker is op het album niet te horen, maar daarvoor kun je beter live opnames uit deze periode bekijken.
Een kwelling om te zien, en Clapton was toen absoluut geen God, maar meer een misdienaartje die ergens tussen de duivel en engel instond, te bang om partij te kiezen.
Maar zelfs Clapton was in deze periode, en uiteraard bij Derek and the Dominos op zijn best.
Want wees eerlijk, solo wist Clapton veel minder te overtuigen dan tijdens deze super periode bij twee supergroepen.
Zijn status heeft hij vooral aan Cream te danken.
De invloed van Jack Bruce hoor je zelfs in Nederland terug, tenminste ik wel in de zang bij bands als Cuby and the blizzards, Focus en Brainbox.
Het zal ook wel mee spelen dat bij mijn vader in de platenkast Cream tussen Brainbox en Cuby stond, en dat ik bij het luisteren van zijn albums altijd mooi netjes bij het begin van het alfabet begon.

Creature with the Atom Brain - Transylvania (2009)

poster
4,5
De eerste tonen.
Primus achtig intro.
Vervolgend de dEUS gekte.
I Rise The Moon.
Na Worst Case Scenario eindelijk weer eens een experimenteel product uit België.
Gelijk al overrompelend.

De vergelijking met dEUS is zo vreemd nog niet.
Creature With The Atom Brain heeft zijn oorsprong in Evil Superstars en Millionaire.
Bands waar Tom Barman zijn netje uitsloeg.
Vissend op zoek naar bandleden.

Een rustige, uitgebalanceerd geluid.
Slepende donkere zang.
Variatie en eigenzinnigheid.
Echter nergens ten koste gaand van de songs.
Een lange hypnotiserende trip.
Stoner rock met invloeden van onze zuiderburen.
Laag na laag opbouwend.
Jamsessies zoals Josh Homme ze bedoeld heeft.
Doelend op The Dessert Sessions.
Woestijnen Der Vlakke Land.

Vreemd genoeg krijgen ze niet echt naamsbekendheid.
Terwijl dit erg spannende muziek is.
Buiten liefhebbers van Primus en dEUS ook geschikt voor mensen die Queens Of The Stone Age waarderen.
Mark Lanegan is gastzanger op Lonely Light.
Via hem is het een kleine stap naar de grunge.
Ook herkenbaar aanwezig.
Mijn persoonlijke ontdekking van 2009.

Crimi - Luci e Guai (2021)

poster
3,0
Je eerste muzikale herinneringen blijven vaak het hele leven bij. Zo hoorde Julien Lesuisse op zeer jeugdige leeftijd de memorabele deuntjes die zijn Siciliaanse nonna in de keuken tijdens het koken neuriede. Die liefde voor de muziek werd dus al door zijn grootmoeder letterlijk met de paplepel ingegoten. Deze zanger en tevens prima saxofonist groeide dan wel op in Lyon, maar die Italiaanse roots blijven bepalende in zijn ontwikkeling. Zijn hart ligt vol nog steeds op de geboortegrond van zijn voorouders, terwijl zijn ziel ondertussen ook geraakt werd door andere culturen en gewoontes.

Niet vreemd dus dat hij terecht komt bij het feestelijk klinkende bonte ADHD gezelschap Mazalda Turbo Clap. Een zestallige stimulerende adrenalinekick die in freakend hoog tempo er een overvoed aan Algerijnse rai georiënteerde muziek doorheen werkt. Ze staan hiermee dicht bij het rauwe straatgeluid van het rondzwervende Les Négresses Vertes en het manische Mano Negra en de daaruit voortgekomen Mestizo stroming die de puurheid van punk mixt met wereldmuziek.

Omdat de wereld zoveel moois te bieden heeft gaat de verveeld geraakte Julien Lesuisse al snel op zoek naar nieuwe muzikale uitdagingen. Tijdens deze zoektocht maakt hij kennis met gitarist Cyril Moulas, voorheen actief in het jazzy Ethiopische Imperial Tiger Orchestra, Afrobeat drummer Bruno Duval die tevens leerling was van het legendarische Fela Kuti bandlid Tony Allen, en bassist Brice Berrerd. Dit viertal vormt uiteindelijk Crimi.

Crimi is een verbroederend collectief welke poogt om traditionele stijlen onder te brengen in een modern universeel geheel. Grenzen vervagen en muziek is voor iedereen. De geleefde stem van de emotionele zanger Julien Lesuisse houdt wel vast aan die kenmerkende rai sound die hij met Mazalda Turbo Clap al neerzette. De sprankelende begeleiding op Luci e Guai schippert tussen diverse stromingen en verbreed het geluid waarbij er vooral terug gegrepen wordt op de jaren zeventig en tachtig.

Cyril Moulas drukt zijn stempel op Mano d’Oro. De dominant gespeelde loeiharde afro beat krijgt tegengas door die dromerige afzijdige ritmische reggae. Een fusie welke de zomer verwelkomt. De eighties new wave van het haastige La Vicaria en het hypnotiserende Chi Ci Talia? komen volledig tot zijn recht met het Oosterse rockende psychedelische gitaarspel en de strak doorpompende baspartijen.

Ciatu Di Iu Margiu is stevig rockende synthpop, maar dan voortgebracht door echte ademende instrumenten en niet met de hulp van een drumcomputer. Gelukkig grijpt Julien Lesuisse ook nog terug naar zijn saxofoon om de jazz fusion van Conca D’oro in te luiden. Het avontuurlijke La Virrinedda is nachtelijk en verleidend, duisterder en drukkender dan de overige tracks, maar wel zeer overtuigend. De saxofoon laat de ochtendzon ontwaken en zorgt voor een verfrissende afloop.

Het zwoele mierzoete Quetzalcoatl neigt naar jaren tachtig soul, en is een afbreuk ten opzichte van de overige tracks. Het is net te gelikt, te broeierig, en ook die kopstem van Julien Lesuisse werkt hier niet in het voordeel. Lo Nilo is chaotisch en ongecontroleerd en de jamsessie der instrumenten matchen niet geheel met elkaar. En daar zet hem toch wel het kritiekpunt van Luci e Guai. Julien Lesuisse wil net iets teveel. Op muzikaal vlak en qua zang zit het allemaal perfect in elkaar, alleen botsen deze twee werelden te vaak met elkaar. Een mooi gewaagd experiment met een wisselvallige uitwerking.

Crimi - Luci e Guai | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Crowded House - Crowded House (1986)

poster
4,0
Hoe wijs kun je zijn als dertienjarig jongetje.
Don't Dream It's Over draaide ik tijdens de afsluiting van het eerste jaar Mavo.
Ergens in een verbouwde garage.
Mijn eerste ervaringen als diskjockey.
Klein stereotorentje en zaklampje.
Stiekem gefrunnik van mede klasgenoten.
Terwijl ik ontroerd werd door de schoonheid van dit nummer.

Voor mij geen herinneringen aan het eerste lesjaar.
Maar meer het terug verlangen naar de lagere schooltijd.
De eenheid van het dorpse karakter.
Klimmend in bomen.
Kamperen in de eigen achtertuin.
In een korte tijd veel veranderingen ondergaan.
Meisjes werden nu getracht te versieren.
Speelkameraden op een ander nivo.
Toekomstplannen werden al voorzichtig uitgestippeld.
Waar wilde je later je geld mee verdienen.
Vervolgonderwijs in een grotere stad.
Jezelf bewijzen via een gespeeld rollenspel.
Puur om je positie veilig te stellen.
Eerste sigaret op het pleintje.

Don't Dream It's Over is ongewilde bewustwording.
Het logische vervolg op Message To My Girl.
Leeftijdsgenoten ondergingen een verandering.
Opeens waren de eerste sporen van volwassenheid zichtbaar.
Message To My Girl was het geheime verbond.
Gesloten door twee jeugdvrienden.
Een jongen en een meisje.
Elkaar altijd blijven volgen.
Don't Dream It's Over is de pijnlijke waarheid.
Uiteen getrokken door verschillende opleidingen.
In verschillende steden.
De belofte die niet kon worden nagekomen.

Split Enz had meer het speelse karakter.
Vrienden die voor de lol muziek aan het maken waren.
Crowded House was de pubertijd.
Tienerproblemen en liefdesverdriet.
Gedachtegang met een ernstige ondertoon.
Dromen proberen vast te houden.
Door ze op papier te zetten.
De dichter in mij ontwaakte bij de eerste kennismaking.
Het belang van gevoelens durven te uiten.
De puurheid van het debuut van Crowded House zal me altijd blijven raken.

Don't Dream It's Over was ook in andere opzicht een afsluiting.
Hun optreden in Curry & van Inkel was legendarisch.
Akoustische spontane uitvoering.
Adam Curry die vervolgens snel Veronica verliet.
Waardoor de vrijdagavonden op de radio ook nooit meer hetzelfde zouden zijn.

Crowded House - Woodface (1991)

poster
3,5
Woodface is het album, waarbij Neil de hulp inroept van grote broer Tim.
Hierdoor komt het soms te geforceerd over.
Chocolate Cake klinkt een beetje gestoord, zoals we al bij Split Enz gewend waren.
De samenzang op Woodface komt bij mij over, alsof Neil het album en de liedjes al klaar had, maar vanwege de toevoeging van Tim aan Crowded House, besluit om ze samen te zingen.
Gelukkig staan er wel nummers op waarbij het wel werkt, zoals bij Fall at Your Feet en Weather with You.
Weather With you klinkt exotisch, en dat komt niet door het kampvuur samenzang, maar vooral het gebruik van percussie, waarbij de bas het op het einde op een prachtige manier over neemt, als de zang naar de achtergrond verdwijnt.
Bijna op een jam achtige manier, maar ze weten het nummer netjes af te ronden.
Een behoorlijk avontuurlijk album voor Crowded House begrippen.
De een heeft het over invloeden van The Beatles, maar het experimentele zag je natuurlijk ook al terug in Split Enz.
Al zou ik bij Four Seasons in One Day mij wel kunnen voorstellen dat dit een McCartney/Lennon compositie zou kunnen zijn.

Crows - Reason Enough (2024)

poster
4,0
De Londense live-sensatie Crows is een van de smaakmakers op de laatste editie van het Eindhovense Fuzz Club festival. Lukt het een grootheid als Gilla Band deze keer niet geheel om een overtuigende set neer te zetten, het gezelschap rond James Cox walst daar nu met gemak overheen. De frontman is een met het publiek en begeeft zich onderhand meer vóór het podium dan daaróp. Bijzonder, omdat de helft van de setlist uit nieuw nog te releasen materiaal bestaat. Na die energieke krautpunk-gedachte van het overweldigende debuut Silver Tongues en de loeizware uitgedeelde mokerslag van het destructieve Beware Believers, moet het met die derde later verschijnende Crows plaat wel helemaal goed komen.

Reason Enough is echter doordachter en soberder van opzet. Dat zit hem voornamelijk in het tekstuele aandeel van James Cox. Nadat ze die cruciale tweede overleefd hebben, zijn de verwachtingen dus niet geminimaliseerd. Misschien gebruikt de frontman deze informatie juist om te relativeren. Misschien is zijn hoofd net zo’n grote chaos als de wereld om hem heen. Het blijkt dat dit gevaarte niet te overtreffen is en dan val je weg in de diepte. Dan blijkt die uitzichtloze bodem juist de perfecte voedingsbron voor Reason Enough te zijn. Crows zoekt de diepte op, al is niet iedereen daar zo gelukkig mee. Zonder deze diepgang zou er op de plaat geen plek voor het D-Gent shoegazer uitstapje zijn; dit soort experimenten maken Reason Enough juist zo interessant.

Het titelstuk Reason Enough benadrukt al dat de songwriter niet het aanpassingsvermogen bezit om zichzelf helemaal te veranderen. Het wekt vooral verwarring op en uit die verwarring ontstaat onzekerheid. Als je een ding niet wilt als band zijnde, is het onzekerheid uitstralen. Om te overleven moet Crows dicht bij zichzelf blijven en bij die fase past Reason Enough perfect. Waar ligt de grens dat je jezelf voorbij loopt om aan de vraag van de platenmaatschappij te voldoen? Lever je kwaliteit voor kwantiteit in of durf je het aan om jezelf te vernieuwen?

Om deze vraag te beantwoorden zoekt Crows hun heil bij Andy Savours, de befaamde producer die in het verleden al met Arctic Monkeys, My Bloody Valentine en Black County, New Road gewerkt heeft. Living on My Knees is een ironische knieval voor die commerciële voortzetting, het duistere randje ontkracht nogmaals dat Crows zich daardoor laat leiden. Het is doordachter, op lange termijn effectiever. Vision of Me is de bevestiging dat het met die denkwijze wel goed zit. De blik verbreden en daar winst uithalen. Is It Better? voegt eighties postpunk psychedelica aan de krautpunk toe en het is letterlijk een verfrissende verfijning van de Crows sound. Is it better? Het is anders, zeker niet slechter. Every Day of Every Year, maar vandaag is voor Crows het juiste moment, om die motor te starten. Je kan de stemmen in het hoofd niet omzeilen, slechts een beetje voorliegen. Lie to Me om orde en rust te creëren.

Als je jezelf niet meer kan entertainen slaat de verveling toe. Dat inspiratiedodend virus wordt bestreden in Bored, hard met de botte bijl erin; bam! Juist op het punt dat je bang bent dat Crows dus dat spreekwoordelijke bijltje er bij neerlegt, gebruiken ze die angst om zich sterker te presenteren. Die vrijheid biedt slagwerker Sam Lister het enthousiaste vermogen om zich bij het maatschappelijke kritische Land of the Rose uit te leven. Hier raken ze het hart van Engeland: alle pijlen zijn op het bloeddoorlopen bullseye gericht. Elke persoonlijke grimmige strijd heeft zijn oorsprong, net als het netwerk zijn mankementen heeft en daardoor disfunctioneert en het onmogelijk om je als individu staande te houden.

Mooi dat Crows niet frontaal in de aanval gaat, maar de Britten juist een verzoenende Is It Better? liefdesverklaring voorschotelt. Het dansbare Silhouettes maakt de schaduwen groter en laat ze niet in het licht vervagen. Zonder duisternis heeft Crows geen bestaansrecht. Zoveel verschilt Reason Enough dus niet van zijn twee voorgangers. Je moet er net wat beter je best voor doen, net wat beter naar luisteren.

Crows - Reason Enough | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Crumb - Ice Melt (2021)

poster
3,0
Wat ooit begon als een vrijetijdsbesteding om de verveling tegen te gaan, groeit uit tot het vijfkoppige indie gezelschap Crumb. Vanuit de campus van de Tuffs Universiteit in Boston vullen eensgezinde scholieren de uren buiten de college op met het in elkaar zetten van licht verteerbare popsongs.

Na een tweetal veelbelovende lo-fi EP’s verschijnt in 2019 het debuut Jinx. Het straalt vooral de eeuwigheid van het lazy studentenleven uit. Toekomstperspectieven staan nog niet op de voorgrond en alles draait om de relaxte houding van de jongelingen, een hangcultuur waarbij je de indruk krijgt dat de wandeling naar de koelkast om een blikje bier te pakken hun enige beperkte dagelijkse lichaamsbeweging is.

De dromerige stem van Lila Ramani zweeft letterlijk door de ongrijpbare songstructuren heen, en vormt het rustgevende raamwerk in die aangename mix van jazzy dreampop en hypnotiserende retro psychedelica. De dominante aanwezigheid van de zwoele vocalen drukken net iets te prominent de stempel op Jinx. Of het hierdoor een bewuste keuze is om juist op Ice Melt dat strakke samenspel tussen bassist Jesse Brotter en drummer Jonathan Gilad op de voorgrond te plaatsen, zou goed mogelijk kunnen zijn. Helaas zijn de muzikanten en zangeres wat beperkt in hun uitvoering, waardoor ze telkens weer vrijwel dezelfde basis neerzetten.

Het gekristalliseerde ijs is op Ice Melt ontdooit en daaronder ligt ruimte om te relativeren, waardoor de band een veel donkerder volwassener en aardser geluid laat horen. Na het spookachtige intro van Up & Down komt die heerlijke afwisseling tussen dansbare uptempo funk en stroperige noise. De verlokkingen van L.A. zitten verscholen in het nachtmerrie luilekkerland intro en creëren een bewustwording die verder kijkt dan de veilige vier muren van een saaie studentenflat. Hierbij blijft de dreiging echter onderhuids en wil het zich niet ontplooien tot de grimmigheid die wel voelbaar is, maar ingekapseld wordt door de ritmische tandem en het abrupte einde.

Juist die gevaarlijke verleidingen van de Los Angeles scene weet de van Foxygen bekende Jonathan Rado perfect op te roepen. Het bruisende nachtleven van deze wereldstad lijkt samen te komen in het gejaagde Retreat! en Trophy, waar ver op de achtergrond postpunk invloeden hoorbaar zijn. Ongelofelijk hoeveel overwicht deze nieuwe werkplek en de producer hebben op het geluid van Crumb. Met zijn eigenzinnige talent dirigeert en kleurt Jonathan Rado weer heerlijk buiten de lijntjes in het afwijkende maar oh zo gedurfde discotrack Balloon.

Toch houdt de producer zich gruwelijk in en had ik graag wat meer verknipte freakende dance invloeden tussen de klassieke seventies georiënteerde triphop elementen terug gehoord. Vaak komt het net te fragmentarisch tot uiting. Maar misschien is er op dit moment gewoon simpelweg niet meer uit Crumb te halen.

Crumb - Ice Melt | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Cub Scout Bowling Pins - Clang Clang Ho (2021)

poster
3,5
Waarom gemakkelijk doen als het ook moeilijk kan. Het kost je al een vermogen aan tijd om de Guided By Voices catalogus uit te pluizen, en voor het gemak heeft de grote man achter het geheel; Robert Pollard ook nog het nodige solowerk uitgebracht. Om het nog complexer te maken komt hij eerder dit jaar met een Cub Scout Bowling Pins EP (Heaven Beats Iowa) aanzetten welke nu door de release van de volwaardige plaat Clang Clang Ho een vervolg krijgt. Met een klein beetje puzzelwerk kom je er achter dat dit gewoon een voortzetting van Guided By Voices is. Dezelfde muzikanten die in principe dezelfde sound produceren. Welcome Cub Scout Bowling Pins, Exit Guided By Voices? Welnee, van die laatste verschijnt over een paar maanden gewoon It’s Not Them. It Couldn’t Be Them. It Is Them! Kun je het nog allemaal volgen? Ik in ieder geval niet, maar voor uitleg moet je niet bij Robert Pollard aankloppen.

Met een beetje relativering besef je ook wel dat het voor Robert Pollard een onmogelijke opgave is om stil te blijven zitten, en dat hij de gemeenschap gewoon wil verblijden met kersvers materiaal. Waarom? Omdat het kan! Het blijft vaag waarom de band een andere identiteit aanmeet, wezenlijk verschilt Cub Scout Bowling Pins weinig met Guided By Voices. Hoopt Robert Pollard hiermee de status van een Big Star achtige cultband te ontgroeien door zichzelf een nieuwe kans te gunnen en met terugwerkende kracht de gehoopte erkenning te krijgen? Maar eventjes genoeg gespeculeerd, wat maakt Clang Clang Ho nou een goede plaat? Het rammelt net wat minder dan op Earth Man Blues. En toch kun je Cub Scout Bowling Pins nergens betrappen op commerciële uitverkoop.

De liedjes zijn prachtig gepolijst en de gitaar staat wat minder hard opgesteld, dat is het wezenlijke verschil. Al vormen de voortreffelijke zuigende woestijnrock van het pijnlijke gillende stoner bij Sister Slam Dance en de sixties psychedelica van It’s Marbles hierop een uitzondering. De verzinkende bewustzijnsvervaging van Casino Hair Wife wordt afgewisseld met een overtreffende trap in de nog zwaardere hallucinatietrip van Ride My Earthmobile. Verwijzingen naar het stoere benzine zuipende Lou Reed gitaarmotorgeluid passeren in Nova Mona en Human Car om vervolgens ingehaald te worden door de duurzame ecologische hippie viervoeterromantiek van het tragikomische The Telegraph Hill Gazette, de vredelievende anti-oorlogstrack What Crawls Also Flies Over en de retro country folk fragiliteit van Space Invader waarbij je de indruk krijgt dat Burt Bacharach als arrangeur een wild card heeft gekregen.

De tegendraadsheid zit hem dus ook in het productieproces. Collega’s welke thuis stilletjes in tranen uitbarsten door de beperkte mogelijkheden van de pandemie worden door Robert Pollard keihard de mond gesnoerd die in hoog tempo doorgaat met het afleveren van nieuw werk. Clang Clang Ho haalt dan net niet het niveau van het eerder verschenen Earth Man Blues, misstappen zijn er ook niet op terug te vinden. In een interview geeft de zanger aan dat hij de inspiratie uit zijn jeugdjaren haalt en gebeurtenissen met zelfgevormde personages aan elkaar rijgt. Een leuk gegeven waar men weer allerlei Schoolmaster Bones trauma’s, neurotisch kinds geluk en Britse jaren tachtig XTC gekte van Eggs, Mother? en andere onverklaarbare autobiografische verwijzingen achter zoekt.

Thematisch ontwaart zich een conceptplan waarbij het tijdreizen centraal staat. Stap in de Magic Taxi voor een trip Back to the Future waarbij het beginpunt ergens in de indierock van de jaren negentig en de revolutionaire sixties ligt. Een diepe buiging naar The Beatles die in uniform voor Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band poseren. Aan de zijlijn staan The Beach Boys nietsvermoedend de dieren van de plaatselijke kinderboerderij te voeren. Nog steeds overheerst de logica dat een pakkend popliedje niet langer dan 3 minuten hoeft te duren. De oorspronkelijke jaren zestig singeltjes hadden niet meer nodig om tot klassiekers uit te groeien. Er wordt ironisch geknipoogd naar de hedendaagse wankele maatschappij in het slecht passende maar stevig rockende Flip Flop World wat weer een geweldige metaforische woordkeuze is waar zelfs David Byrne jaloers op zal zijn. Robert Pollard is net zo’n gestoorde onnavolgbare genie al overheerst bij hem het ADHD gehalte waardoor hij als een opgevoerde overspannen typemachine maar door blijft ratelen. Clang Clang Ho is een geslaagde nieuwe Guided By Voices plaat met een misleidend etiket.

Cub Scout Bowling Pins - Clang Clang Ho | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Cullen Omori - The Diet (2018)

poster
4,0
Smith Westerns heeft niks met country van doen, al zou je met zo’n naam wel snel die link leggen. Deze luchtige, zeg maar zomers klinkende indie band uit Chicago maakte redelijk naam in het clubcircuit, maar na zeven jaar besloten ze toch om in 2014 te stoppen. Al blijft het merendeel wel actief in de branche. Behoorlijk succesvol zelfs, kan je wel stellen. Drummer Julien Ehrlich, die voorheen al bij Unknown Mortal Orchestra met de stokken het ritme bepaalde, krijgt een grotere rol in het samen met gitarist Max Kakacek opgezette meer psychedelische folky Whitney. Als zanger weet hij al gelijk indruk te maken met de eerste single No Woman, welke grootst wordt opgepakt. Live heeft de gevoelige jongeman zichtbaar moeite met deze status; high van drugs en onder invloed van drank optredend, vreest men voor zijn fragiele gezondheid. Ook een ander lid van Smith Westerns gaat verder in de muziek. Met The Diet maakt de zeer jeugdig ogende Cullen Omori na New Misery zijn tweede soloplaat. Cullen blijkt net als Ehrlich zich moeilijk staande te houden, al vlucht hij meer weg in de anti depressiva. Hij kiest er nu voor om niet zoals bij zijn debuut zo vol in the picture te staan, en zoekt het beschermende weer in een band. Zich verschuilende tussen de overige muzikanten Andy Cary op gitaar, Darren Weiss op drums, Kyle Fredrickson op gitaar en toetsen. Taylor Locke van Rooney is verantwoordelijk voor het opnameproces.

The Diet is ondanks de teksten een stuk minder zwaar van opzet. Vanaf de eerste frisse gitaarakkoorden die Four Years introduceren, lijkt het alsof er daadwerkelijk een forse stap terug in de tijd is gedaan. Dit is precies de periode tussen het afscheid van Smith Westerns en het verschijnen van The Diet. En eigenlijk gaat het hier door waar het toen stopte. De raakvlakken met vorige werkgever zijn overduidelijk aanwezig. Zou het een therapeutisch verwerkingsproces zijn geweest, balende van het feit dat overige oud collega’s wel wisten te scoren; al moet dat bij Ehrlich zoals aangegeven erg ruim gezien worden. Eerst het verleden een plek geven, om vervolgens een doorstart te kunnen maken. Mooi toegankelijk psychedelisch met prima hoge samenzang, welke zo van de een of andere jaren zestig band lijkt geleend. Dit sfeertje zet zich door in het meer down to earth Borderline Friends, waarbij de link naar zijn psychische klachten gemakkelijk te leggen is. Knap hoe hij na een moeilijke periode zich zo open durft te stellen aan de buitenwereld.

Het warme gevoel zet zich door in All by Yourself, geheimzinnige slide gitaar klanken vermengen zich met lichte keyboardgolven. De overstap naar het meer hedendaagse Happiness Reigns zie je niet aankomen. Stuwende drums plaatsen je meer in 2018, al geeft Cullen Omori met zijn zang en het in de merseybeat badende gitaarspel het ook een prima Britpop sausje; dan wel geïmporteerd. Zware klanken leggen de basis voor Master Eyes, om vervolgens plaats te maken voor de fraaie stem van Cullen. Hier pakt hij op een mooie wijze de hoofdrol van frontman op, het schuchtere gesloten karakter helemaal los latend. Quit Girl weet nog meer indruk te maken, hier zeker door de heerlijke rockende begeleiding, die er op het juiste moment telkens weer inhakt. Vocaal wel meer op het randje, maar het misstaat niet. Black Rainbow wordt bewust klein gehouden. Juist de keuze om de woorden niet te laten verdrinken in een oceaan van geluid is misschien wel het krachtigste element van de plaat.

Natural Woman weeft zich als een heerlijke wollen trui onder het passend jasje dat nog meer warmte afgeeft. Als geheel valt het niet zo op, maar los gezien ervaar je waarschijnlijk nog meer de schoonheid van de afzonderlijke tracks. Millennial Geishas met het verkouden begin wordt vervolgens erg open, alsof er een overdosering aan Vicks Blue keelpastilles wordt ingenomen. Het melancholische Last Line is een pijnlijke constatering dat het allemaal een stuk minder rooskleurig is als hoe het overkomt. Queen heeft als basis ook dat weemoedige, een flash back naar afgesloten keuzes, die bepalend lijken te zijn geweest, om opbeurend te rijken naar nieuwe kansen. Een ode aan de liefde, of juist aan het leven. De afsluiter A Real You is behoorlijk folky, en zou ook prima passend zijn op het sprankelende Light Upon the Lake van Whitney. Als er hier een eerlijk oordeel uitgesproken moet worden, dan is The Diet zelfs nog een meer boeiend geheel dan de bejubelde eersteling van Whitney.

Cullen Omori - The Diet | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Cults - Host (2020)

poster
3,0
Het mag duidelijk zijn dat Madeline Follin en Brian Oblivion proberen om steeds verder van hun kenmerkende lichtvoetige indie dreampop sound af te drijven en de vernieuwing zoeken in een meer organische opbouw. En hoe bereiken ze dat punt? Precies, door gebruik te maken van echte instrumenten en uitgeschreven arrangementen die gericht zijn op een orkestrale aanpak. Het New Yorkse Cults, want daar hebben we het hier over, blijft zichzelf uitdagen door een bredere muzikale blik, maar of ze die overtuiging ook naar de luisteraar over kunnen brengen is hierbij de vraag. Host is het nieuwe hoofdstuk wat geopend mag worden, ondertussen alweer het vierde vanaf het naar de band genoemde debuut uit 2011.

Met de opende strijkers in Trials voldoen ze nog aan die verwachtingen, en ook in die ruimtelijke gitaaruithalen proef ik de vernieuwingsdrang. Het zijn voornamelijk de charmante perfecte zangpartijen van Madeline Follin die elk gevoel van diepgang filteren tot toegankelijke popdeuntjes. Het accent wordt zo nu en dan verder doorgetrokken naar de bombastische triphop van het door blazers aangescherpte 8th Avenue. Dit alles met een duidelijk lichtbruin sixties bubblegum randje, waardoor het net nog toegankelijk genoeg klinkt om invloed op de grote markt uit te oefenen. Het blijven brave melodietjes die de speelsheid van ouderwetse kinderliedjes koppelen aan de vintage treurnis van de postpunk. Op zich niks mis mee, als het maar werkt. En op dat punt zit nu juist die twijfel.

Soms pakt dat heel goed uit, zoals in het veelbelovende Shoulders to My Feet. Hierin komt duidelijk naar voren wat er bij Cults in het achterhoofd gebroed heeft. Het prachtige geschoolde pianotoetsen intro gaat over in ontwrichtende new wave romantiek. Ook die meerstemmigheid en overheersende basklanken in het brutale gemeende Spit You Out en de harde stompende shoegazer drumslagen in A Purgatory weten de nodige indruk te maken. Het is wachten tot de met bigbeats opgeleukte mysterieuze Like I Do en in de jungleritmes van Honest Love er die elektronische versnelling in gooit, en dat je tot de conclusie komt dat je juist die op synths gerichte duistere aanpak zo sterk gemist hebt. Hierin ligt toch wel de drive van de band, hoe goed ze het ook proberen om het anders aan te pakken.

Het blijft net te lang in die kunstmatige sentimentele hoek zitten, met het kitscherige veelkleurige kerstverlichting sfeertje, waar zelfs mijn oma zich voor zal schamen. De vintage zachtheid blijft als een ouderwetse grijsblauwe sigarettenwalm rokerig in het midden hangen. Je stapt een goed gevulde snoepwinkel binnen, en je ogen worden direct getrokken naar de schuimblokken van vroeger, die toen nog een dubbeltje per stuk kosten. Door dat nostalgische moment gaat de aandacht niet meer uit naar al die onbekende moderne smaken, maar blijft de hang naar het vertrouwde overheersen. Host is hierdoor een plaat geworden die perfect in het verwachtingspatroon van Cults past, maar niet (om in dreampop termen te eindigen) de gehoopte droomplaat is geworden.

Cults - Host | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Culture Club - Kissing to Be Clever (1982)

poster
3,0
Boy George toch altijd wel een aandachtstrekker gevonden.
Als kind zijnde vond ik het ook een enge man, met dat vrouwelijke uiterlijk.
Voor mij was dit de persoon, waarvan ik dacht dat mijn ouders bedoelde met de vreemde in het park, van wie je geen snoepjes mocht aannemen.
En gezien zijn drugsverleden was dit niet eens zo’n rare beredenering.
Nee, ik had het niet zo op Culture Club.
Eigenlijk zit Kissing to Be Clever tussen Spandau Ballet en Wham! in.
Do You Really Want to Hurt Me? wijkt door de relaxte sfeer wat af van de rest, en ondanks dat het hele album het gevoel van zomer uitstraalt, springt deze er wel uit.
Muzikaal gezien doet de baslijn mij wel denken aan Dreadlock Holiday van 10cc.
Eigenlijk is dit nog echt een niks aan de hand album.
De volgende twee albums krijgen wat meer diepgang.
Boy George klinkt meer als een soulartiest, en ook de teksten hebben meer diepgang.
Eigenlijk vind ik de grote hits Do You Really Want to Hurt Me? en Karma Chameleon stukken minder dan Church of the Poison Mind, Time en Victims; al scoorden die ook niet verkeerd.

Current Joys - East My Love (2024)

poster
4,0
Bijna niemand is zo onvoorspelbaar als Nick Rattigan van Current Joys. Op muzikaal vlak stelt hij mij uitermate gelukkig met het lichtelijk melancholische Voyager waarop hij het ene moment als een neurotisch neefje van The National frontman Matt Berninger klinkt, om vervolgens de zwaarmoedige Robert Smith romanticus uit te hangen. Dat dit grotendeels door zijn paniekstoornissen veroorzaakt wordt, is een trieste bijkomstigheid. Daardoor zijn de tracks misschien wel zo schizofreen verschillend als zijn innerlijke kwelgeesten. Muziek maken is een mooi therapeutisch alternatief als maatschappelijk functioneren geen mogelijkheid is, een ideale uitlaatklep voor de zwaarmoedig gestemde Nick Rattigan.

LOVE + POP is net zo’n warboel zonder duidelijke connecties. En toch is er enige opbouw hoorbaar. Mede door het gebruik van gastzangers is het net een tikkeltje geordend, net wat toegankelijker. Current Joys levert een heuse popplaat af, en ondanks dat er weer een echte lijn ontbreekt, is het nog steeds van hoogwaardig niveau. Toch verlang je ondertussen naar een volgzaam concreet verhaal, geen losstaande hoofdstukken. Dat hij daartoe in staat is, bewijst Nick Rattigan met East My Love, al lijkt dit muzikale luisterboek nergens op de eerder genoemde vertellingen. Om dicht bij zichzelf te blijven, en de haastigheid van zijn vorig werk te ontvluchten, kiest hij hier voor stabiliteit en rust. East My Love is een meer folk georiënteerde verzameling van liedjes.

Current Joys is Nick Rattigan, een eenmansband die vaak gedurende het proces hulp van anderen krijgt. Bij East My Love is hij volledig op zichzelf aangewezen. Deze rusteloze ziel heeft in het verleden al in Henderson, New York, Los Angeles en Dallas gewoond en wijkt nu naar de bossen van Tennessee uit. Bijzonder voor iemand die tegen depressies en angststoornissen strijdt, en eigenlijk continu door zijn naaste omgeving in de gaten gehouden wordt om zijn misstappen zoveel mogelijk te beperken. Nick Rattigan heeft nooit eerder zo prachtig emotioneel gezongen als op Echoes of the Past, en wat werkt die combinatie tussen akoestische gitaar en treurstrijkers hier voortreffelijk. Wat is het ontroerend dat Nick Rattigan zich er bij neerlegt dat hij de maatschappij niet kan bijbenen. Hij omarmt die vijand nu als een vriend met een andere visie, en accepteert het meningsverschil. Wat heeft hij toch grote stappen gezet.

California Rain bezit diezelfde schoonheid, met het grote verschil dat de countrypiano hier de aandacht trekt. Dan komt die scheurende gitaar onverwachts heerlijk binnen. Als zomerse regenbuien in het Californische kustgebied het verdriet niet wegspoelen, moet je het heil ergens anders zoeken. Om al die pracht te benoemen volstaat soms enkel een muzikaal intermezzo. De Days of Heaven pianotrack is zo’n geval. En dan weet je dat het met die gemoedstoestand van Nick Rattigan op dit moment behoorlijk goed zit. Als je de dagen in duisternis doorbrengt, krijg je nooit de mogelijkheid om het kleine te beminnen. Never Seen a Rose is een hedendaagse folkgospel, het opent de ogen en laat de sensitieve beleving toe. Juist die zachte verbale accenten zorgen ervoor dat de aandacht niet verslapt, en zo moet je de natuurlijke waarneming ook beschouwen.

De stoffige Lullaby for the Lost desert countryrocker sluit hier vertraagd stemmig op aan en biedt troost aan de verdwalende zielen welke in onrustige nachten geen uitweg zien. Nick Rattigan heeft die fase overwonnen en staat nu een stuk positiever in het leven. Sterker nog, de zanger gaat zelfs naar het primaire houden van terug. Het verlangen om de familiare zusterliefde in Oh, Sister te herontdekken. Het is bijna een intieme verboden liefde, de kronkelingen in de gedachtegang van Nick Rattigan zijn niet verdwenen. Door de ontroerende inslag komt het allemaal zo goedbedoeld over. En als het dan allemaal te persoonlijk wordt neemt de twijfel het over. Moet je liefdesliedjes schrijven als je slechts die hunkering kent, of mag je in de sferische kerst They Shoot Horses strijkersballad dat verlangen ook uitspreken.

Het is allemaal zo vanzelfsprekend bevredigend. In Slowly Like the Wind is die krankzinnige sluipmoordenaar wel gewoon aanwezig. Nick Rattigan schuift de verantwoordelijkheden voor zich uit en neemt afstand van zijn liedjes. Eenmaal geschreven behoren deze hem niet meer toe. Ook dit is een veilige uitvlucht, en past zo typisch bij de tekstschrijver. Tormenta benoemt een stormachtige korte relatie. Een trieste verslaglegging van een persoon welke zijn emoties niet onder controle heeft, en deze ongepast tot uiting brengt. Het is de liefde die ze uit elkaar drijft, de liefde om een ander geen pijn te doen. De stevige Sister Christian grungerock zoekt de troostende zekerheid in het geloof, en smeekt om vertrouwen.

Nick Rattigan weegt zijn schrijfvermogen tegen dat van Bob Dylan of, en komt er verrassend sterk mee weg. In het klaagzangerige, maar net zo hemelse epische East My Love titelstuk kanaliseert hij zijn emoties, en op het moment dat men te dichtbij komt laat hij de piano en viool het verder oplossen. Beter kan hij de plaat niet afsluiten, maar de wispelturige Nick Rattigan denkt daar duidelijk anders over. Het rommelige Feelin’ Groovy is een bewerking van het bijna gelijknamige The 59th Street Bridge Song (Feelin Groovy) nummer van Simon & Garfunkel, al geeft Nick Rattigan daar net zijn eigen twist aan. Het evenwichtige East My Love overstijgt het eerdere Current Joys werk, al was ik daar al ruimschoots tevreden mee. Dit ligt hem net wat beter dan de postpunk benadering.

Current Joys - East My Love | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Current Joys - LOVE + POP (2023)

poster
4,0
Laten we het simpel duidelijk stellen. LOVE + POP is een op hol geslagen ontembaar projectiel, welke alle kanten op stuitert. Nick Rattigan maakt het zichzelf met de nieuwste Current Joys plaat niet gemakkelijk. Waarschijnlijk voelt het voor hem juist allemaal heel zonneklaar aan. Als je hoofd een warboel van losse haperende contactdozen met overspannen bedradingen is, dan kan je alleen maar LOVE + POP maken. Het fragmentarische LOVE + POP is een aparte afterparty plaat. Een verdovende kater met de nodige onplezierige naweeën. Ik ga er vanuit dat de heerlijke ophitsende afsluitende U R the Reason techno het oorspronkelijke opstartpunt is. Hier is deze ode aan het nachtelijke uitgaansbestaan bewust op het laatste geplaatst, een eerbetoon aan het eindeloze dansavonden escapisme.

Is Nick Rattigan een genie, of mist hij juist alle connectie verbindingen met het aardse bestaan. Zijn angststoornissen maken het onmogelijk om normaal in de maatschappij te functioneren, dus schept hij zijn eigen normale wereld met zijn eigen normale regeltjes waarin hij in alle eenvoud aan muziek kan werken om deze vervolgens aan bevriende collega’s te presenteren. Wanneer is iemand trouwens normaal? Als hij zich aan de criteria van de maatschappij aanpast? Is het normaal als die eigenzinnigheid niet meer van belang is en je een meedraaiend radertje in het sociale netwerk bent. Hoe meer chaos op de plaat, hoe meer rust in de onnavolgbare gedachten van Nick Rattigan.

Nick Rattigan is zich weldegelijk van zijn aanpassingsgebreken bewust. Het kost hem zoveel slopende energie uren waardoor hij neerslachtig teleurgesteld in het leven staat. Deze deprimerende houding werkt ook in zijn muziek door, waardoor men Nick Rattigan al snel in het postpunk emo hokje plaatst. Als de Current Joys zanger ergens een aversie tegen heeft is het wel tegen dat claustrofobisch afbakenen. Kiest hij op de vorige Voyager reisgezelschapsschijf nog voor een meer in de lijn liggende cover van Shivers, het vintage The Boys Next Door prijsnummer van het oudste Nick Cave werk, nu opent hij de plaat met Walk Away as the door Slams van emo popcore rapper Lil Peep, de zoveelste slachtoffer van een schijnbare bewuste overdosis van het pijnbestrijdingsmiddel Fentanyl. Opiaten verzachten het leed, maar nemen de zielenpijn niet weg, triest dat deze dan als definitieve uitvluchtweg genomen worden.

Nick Rattigan zal zeker verwantschap ervaren. Lil Peep experimenteerde bewust met het leven en was zijn tijd ver vooruit. Toch steelt het Your Angel alter ego van Maddy Boyd hier de show. Haar sussende rol in een gewelddadige drugrelatie is een indrukwekkend weerwoord tegen de agressieve wanhoop van Nick Rattigan. Een tot het sociale media getransformeerd fataal Sid and Nancy punk liefdesverhaal. Juist in de vraag en antwoord duetvorm komt deze zo goed tot zijn recht. Een frontale oogopener, Lil Peep zou hier absoluut zijn goedkeurend blik over geworpen hebben en de medeschrijvers van Blink 182; Travis Barker en Mark Hoppus zullen dit zeker wel waarderen. Your Angel pakt tevens in het rauwe LOVE + POP titelstuk haar verzachtende helende momenten. Het crime passionnel bloed van de opener mengt zich met de rode lippenstift en levert een nare nasmaak op.

Het collaboratieverbond maakt hoe dan ook goed van de externe krachten van gastvocalisten gebruik. Lil’ Yachty breekt dit jaar eindelijk met de zeer strak in elkaar stekende Let’s Start Here hiphopplaat door en levert op de retro Gatsby regentreurnis synthpop een subtiele voorzichtige autotune bijdrage. Met iemand gezegend met hoogwaardige rapkwaliteiten verwacht ik echter net wat meer dan dat, het blijft bij een bescheiden cameo performance. Nick Rattigan cijfert zichzelf in het onzichtbare My Shadow Life schimmenlied weg, de hard aangezette Oddbody echo dwingt hem hier op een respectvolle manier naar de achtergrond. Het ontbreken van die evenwichtige zekerheid levert een doorgedraaide cyber Dr. Satan disbalans speeldoosje projectiel op. Bij de kwaadaardige traumatische nachtmerrie schreeuw van Brutus VIII in Rock n Roll Dreams heeft dit dus wel navolging. Dit Slow Hollows bandlid trekt zijn medecollega’s later vervolgens de stuurloze semi akoestische 3lefant diepte in.

Pas in de persoonlijke Cigarettes tijdbom overtroeft hij de stoet aan huurspelers. Dit is zijn dagelijkse gevecht tegen de paniekerige nervositeit, het aangeleerd schijngedrag om zich in de copycat gemeenschap staande te houden. Het dieptrieste I Feel Truth Inside of U klaaglied is een gebrek aan zelfvertrouwen, gebrek aan zelfrespect en de heimelijke hang naar contact. Met het empathische naargeestige Moon Sickness meet Nick Rattigan zich met het betere MGMT werk. Bb Put on Deftones is een oprecht gemeende poging om een liefdesliedje te schrijven, maar valt totaal vrouwonvriendelijk uit. LOVE + POP is fijn onoverzichtelijk, onbewust vrijgevochten met de nodige tegendraadse logica en onlogica. En toch klopt het allemaal.

Current Joys - LOVE + POP | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Current Joys - Voyager (2021)

poster
4,0
Ze zijn er gelukkig nog steeds, de dwalende romantici van de popmuziek. Beeldende poëten die als dolende zielen zich staande houden in de schemerwereld tussen de verharde realiteit en het escapisme van de fantasiebeleving. De uit Nevada afkomstige Nick Rattigan is zo’n bijzondere singer-songwriter, waarbij de nodige gecreëerde geestelijke littekens zijn zwaarmoedige kijk op het gevoelsleven zodanig negatief beïnvloeden. Fysiek vlucht Nick Rattigan weg in de krachtige surfrock van Surf Curse die hij als drummer samen met zijn schoolmaatje Jacob Rubeck maakt. Een dekmantel om zijn innerlijke onrust letterlijk en figuurlijk van zich af te slaan, en welke ervoor zorgt dat hij niet helemaal wegzakt in de duistere deprimerende sound van Current Joys.

De mentale zwaarmoedige kijk op het leven vormt de basis van zijn bestaan. De beladen voordracht van Nick Rattigan wankelt en kraakt van alle kanten. Zijn gegeneraliseerde angststoornis maakt het leven in de maatschappij vrijwel onmogelijk. Doordat hij veranderingen op het gebied van gezondheid, financiën, dood, familie of werkomstandigheden lastig kan plaatsen en verwerken, blijft zijn kwetsbare fragiliteit de bindende factor op de Current Joys albums. Die innerlijke onrust zorgt ervoor dat hij voor langere tijd zoekende is naar de juiste wijze om zich bloot te stellen aan de kritische buitenwereld. In eerste instantie gaat hij aan de slag als The Nicholas Project, wat al snel omgedoopt wordt tot TELE/VISIONS. Nog steeds niet helemaal tevreden over de gekozen naam krijgt het in 2015 uiteindelijk vorm als het eenmansproject Current Joys.

Die labiele toestand levert wel een eerlijke plaat op. Zijn mentale welzijn zit sterk verborgen in Shivers, het prijsnummer van Voyager. Deze cover van The Boys Next Door betekende ruim veertig jaar geleden het startpunt van de carrière van Nick Cave en verwoord perfect de sfeer die Nick Rattigan wil oproepen. Rillingen, maar dan in de vorm van kippenvel, geraakt door de diepgang van een zwartgallige geest met een hoge sensitiviteit. De emotionele vocalen zijn een aangename mix tussen het deprimerende van The Cure, het neurotische van The National en de bevlogenheid van een nog jeugdige The Killers. Hedendaagse postpunk met een vleugje gedateerde nostalgie.

Het gekletter van de opzwepende drumslagen in het melancholische Dancer in the Dark veroorzaakt een ritmische regenval waarbij de invallende strijkers de guurheid van de jaren tachtig oproepen. Een perfecte kennismaking van de grauwe belevingswereld van Current Joys. Door het gejaagde ritme krijgt het geheel een energieke pushende oppepper, waardoor het zwartduistere patroon met regelmaat onderbroken wordt om plaats te maken voor opwekkende levendigheid. De tracks zijn zorgvuldig door Nick Rattigan gecomponeerd waarbij de multi-instrumentalist zelf verantwoordelijk is voor het volle geluid en de overige aankleding. De nadruk ligt veel op het geschoolde toetsenwerk, waarna het sobere gitaarspel voor de overige filmische ambiance zorgt.

De overgevoeligheid zit sterk in het karakter van de singer-songwriter verweven. Zijn labiele persoonlijkheid vormt de leidraad van Voyager, welke terug te horen is in de donkere teksten, de aandoenlijke maniakale klaagzang en het vol geborduurde muzikale raamwerk. Vanwege zijn journalistieke achtergrond en het verleden als productieassistent in de film business heeft Nick Rattigan een sterk ontwikkeld vermogen om te observeren en te visualiseren. De voorliefde voor de destructieve zelfkant en decadente rolprenten verwoordt hij in de verhalende lyrics en de zelfgemaakte tragikomische videoclips. Zo staat in het diep trieste American Honey de gek makende eenzaamheid centraal. Dit alles werkt toe naar het magistrale Voyager Pt. 2, waarbij de zanger het uiterste van zijn stem vraagt.

Voyager is misschien dan wel stukken minder memorabel dan de klassiekers op het (hedendaagse) postpunkvlak, het heimelijke verlangen om deze vervolgens uit je platenkast te halen wordt wel opgewekt. Een mooi voorprogramma om de dag nostalgisch mee af te sluiten.

Current Joys - Voyager | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Cursive - Vitriola (2018)

poster
4,5
Het uit Omaha, Nebraska afkomstige Cursive timmert al ruim 20 jaar aan de weg, timmert zeg ik; het is een mokerslag die ze je toe willen brengen. Soms net zo krachtig als het hartmassageapparaat, hangend in een plaatselijk winkelcentrum. Niet vreemd dat deze band in het verleden haar debuutalbum heeft uitgebracht bij punklabel Epitaph, vervolgens de overstap maakte naar het breder georiënteerde Saddle Creek, en nu haar plek gevonden heeft bij hun zelf opgezette 15 Passenger.

Ze maken rockmuziek met een flinke hoeveelheid emo saus, hun roots liggen ergens in de slipstream van de dominerende gitaarmuziek uit de jaren 90. Het eigenzinnige karakter van de band uit zich in verassende muzikale wendingen, vergelijkbaar met een band als The Flaming Lips, al is Cursive een heel stuk harder. Frontman Tim Kasher is ook solo actief, en verdeeld zijn tijd tussen Cursive en het meer folkrock gerichte The Good Life.

Vanaf de eerste tonen van Free To Be Or Not To Be You worden we de diepte in gezogen, en om de lagen te herkennen is het een aanrader om het geheel met een goede koptelefoon te luisteren, wil je tenminste op een juiste manier de bijna overdosering van instrumenten ervaren. De ruimtelijke invulling geeft de centraal staande zang een extra dimensie, waardoor het nog sterker binnen komt. Tim Kasher heeft datzelfde soulgevoel als Greg Dulli van The Afghan Whigs, en dan maakt het niet meer uit waarover gezongen wordt, je gelooft het woord voor woord.

Pick Up The Pieces lijkt toegankelijker, maar hier is een grote rol weg gelegd voor het tegendraadse drumwerk van Clint Schnase, die na 12 jaar als verloren zoon weer is terug gekeerd bij Cursive, en blijkbaar geen vernieuwde aanpassingsperiode nodig blijkt te hebben. Het punkverleden van de band is halverwege duidelijk hoorbaar, om vervolgens plaats te maken voor de cello van Megan Siebe.

De schreeuw is voorzichtig aanwezig in het licht dramatische aangezette It’s Gonna Hurt, waar ingelaste ruimte is voor cello en het pianospel van Patrick Newberry. En dan weet ik dat we nog maar een gedeelte van de veelzijdigheid hebben gehoord, want ze zijn tot veel meer in staat.

Natuurlijk wordt het wachten beloond op het moment dat het helemaal los dreigt te gaan. Dit is het geval bij Under The Rainbow, waar de zangstem ook meer de hoogte in gaat, voor mij was dit de eerste kennismaking met Vitriola, en gelijk een zeer geslaagde. De subtiele tribal klinkende drums laat het over komen als een soort van energieke overwinningsdans.

Remorse is een gewaagd tussenstuk waar Tim Kasher zc op zijn meest breekbare kant laat horen, de muzikale ondersteuning is wat soberder, licht industrieel, bijna Nine Inch Nails achtig. Ook hier een grote verassing in het vervolg, nu met het passende post-punk gitaar gedeelte.

Het stevigere Ouroboros roept herinneringen op naar de boosheid van de Nu- metal uit de jaren 90, vooral door de droge laag gestemde instrumenten. Dat elektronische futuristisch gedeelte dat volgt, hoort gewoon zo, niks vreemds aan. De muzikale complexiteit is hier niet bedoeld om verwarring te zaaien bij de minder geschoolde luisteraar, maar bied juist een aangename vervullende rol.

Everending heeft iets Bluegrass, of zelfs wat Country in zich, zeker helemaal in het begin, en eigenlijk is de volgende wending niet eens zo verrassend, want bij Cursive kun je eigenlijk alles verwachten, en dan nog zelfs komt het juist niet overheen met je verwachtingen. Hierbij komt een band als The Cure bij mij op, dezelfde verstilde triestheid als bij hun meesterwerk Disintegration, toch wel een band die in de emo scene aardig gewaardeerd wordt.

De overgang naar Ghost Writer verloopt soepel, met hier de bas in de hoofdrol en drager van de duisternis in dit verder toch wel voor Cursive begrippen luchtig geheel. Het voelt in ieder geval een stuk minder problematisch.

Vervolgens verwacht je dus niet een Arcade Fire getint begin bij Life Saving, was je eerder nog niet helemaal overtuigd, dan lukt het hierbij vast wel. Voor mij persoonlijk springt deze wel als een pogodans boven de rest uit. Qua geluid aansluitend bij het ook zeer gewaardeerde Under The Rainbow. Lijkt mij heerlijk om in een uitverkochte zaal voluit het Money! Money! mee te schreeuwen, bij deze band moet gewoon genoeg ruimte zijn voor medestanders.

Noble Soldier/Dystopian Lament heeft een vrij onschuldige start, en lijkt in eerste instantie minder te overtuigen, maar ontwikkeld zich verder zelfs tot een rockopera achtig sluitstuk met zelfs invloeden uit het Beatles kamp. De drift tot experimenteren blijft tot aan de laatste uithaal aanwezig.

Vitriola is een geslaagde Kickstarter, na een vrij lange pauze van zes jaar. De plaat stuitert letterlijk en figuurlijk alle kanten op, al blijft het ondanks de heftige emoties die het oproept, wel onder een georganiseerde controle. Sterker nog, het voelt als een doordacht evenwicht, gericht om de sound van extra dimensies te voorzien. Niet gepland, maar wel gestructureerd. De meest gevarieerde cd die ik het afgelopen jaar heb gehoord.

Cursive - Vitriola | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Customs - Harlequins of Love (2011)

poster
2,5
Leuk die cover van Why Can't I Be You van The Cure.
Oh nee, toch niet.
Het is de nieuwe single Harlequins van Customs.
Beetje rare mix van alles uit de jaren 80.
Het doet mij teveel aan als een IKEA bouwpakket.
Vanuit de buitenkant ziet het er prima uit, maar uiteindelijk blijkt het allemaal net niet te passen.
Prima om Duran Duran synths met Specials ska te combineren, en de zoveelste Editors-achtige zanger het te laten inzingen.
Ik zou zeggen; doe volgend seizoen mee met My Name Is.....
En overtuig Albert Verlinden dat je de nieuwste Tom Smith bent.
Kans op een finaleplaats om vervolgens weer in de anonimiteit te verdwijnen.
Vervolgens dan het stukje Let It Be in Insanity's Famous Last Words is gewoon zielig.
John Lennon draait zich om in zijn graf, buikpijn van het lachen.
België heeft een muzikaal warm klimaat, daar passen deze sneeuwvlokjes met een slechte kledingssmaak niet goed tussen.

P.S. Nu te luisteren op de luisterpaal, en oordeel zelf.
Misschien overtuigt het U wel.

Cypress Hill - Black Sunday (1993)

poster
4,0
Wat dit album voor de Hip-Hop betekend heeft, daar kan ik geen mening over geven.
Dus geen verhaaltje over dat het debuut beter was, of de opvolger een stuk duisterder.
Wel weet ik dat dit album ook gekoesterd werd in de rock wereld.
Het was niet vreemd dat je dit album tussen Red Hot Chili Peppers en Nirvana had staan, en Insane In The Brain kon je goed na een avond stappen draaien om vervolgens Alive van Pearl Jam in te zetten.
De albumhoes sprak in eerste instantie al aan, je verwachtte dat het een cd van de een of andere donkere metal band was.
Het was de tijd dat House of Pain succes boekte met Jump Around, maar toch zette je als rock liefhebber eerder Black Sunday op dan Fine Malt Lyrics.
In Nederland trok Osdorp Posse vervolgens ook een breder publiek, en Sabotage van Beastie Boys was hetzelfde verhaal.
Deze haal ik nog regelmatig uit de kast, ook al waardeer ik hem niet zo hoog als Nevermind van Nirvana en Ten van Pearl Jam, blijft het voor mij een album welke mij doet herinneren aan de opkomst van de Grunge en het overige gitaargeweld.
Voor mij ook zeer begrijpelijk dat Cypress Hill dan ook 2x vertegenwoordigd is op de soundtrack bij deze film; Judgment Night (1993).

Cypress Hill - III Temples of Boom (1995)

poster
3,5
Qua sfeer ligt dit album dicht bij het triphop gebeuren.
Tricky, Portishead en Massive Attack.
Een stuk duisterder dan de vorige twee albums.
Ook moet ik regelmatig denken aan Insane Clown Posse.
Maar Cypress Hill weet het een stuk spannender te brengen.
Spookhuis hip-hop, met de nodige humorvolle knipogen.
B-Real als gastheer.
Een rondleiding verzorgend in zijn eigen krankzinnige hotel.
Bij andere rappers zou soortgelijk stemgeluid lachwekkend over komen.
Bij hem is het gewoon gepast.
Dj Muggs achter de knoppen, om de gasten de stuipen op het lijf te jagen.
Misschien wel het belangrijkste bandlid.
Ergens dwaalt nog de geest van een gestoorde Mexicaanse gangster rond.
Het album laat zich goed als een geheel luisteren.
Alles sluit heerlijk als een lange trip op elkaar aan.
Ondanks dat Black Sunday over het algemeen een stuk bekender is.
Dit is toch wel hun artistieke hoogtepunt.
De overgangen van het scary gebeuren naar meer Oosterse invloeden zijn perfect gedaan.
Cypress Hill duikt in een breed geassorteerde platenkast om hun nummers extra kracht te geven.
Als een jaar later Fun Lovin’ Criminals van zich laten horen met Scooby Snacks, weet je gelijk welk album ze het afgelopen jaar geluisterd hebben.
III (temples Of Boom).