Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Cassandra Jenkins - An Overview on Phenomenal Nature (2021)

4,5
2
geplaatst: 23 februari 2021, 15:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cassandra Jenkins - An Overview On Phenomenal Nature - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cassandra Jenkins - An Overview On Phenomenal Nature
Cassandra Jenkins heeft met An Overview On Phenomenal Nature een geweldig debuutalbum afgeleverd, dat het oor genadeloos streelt, maar dat je ook iedere keer weer weet te verrassen
Eigenlijk was ik bij het horen van de eerste noten van het debuutalbum van de New Yorkse singer-songwriter Cassandra Jenkins al verkocht, maar het mooiste moet dan echt nog komen. De songs op An Overview On Phenomenal Nature zitten knap in elkaar en zijn werkelijk prachtig ingekleurd. De Amerikaanse muzikante trekt hierbij alles uit de kast, waarna producer Josh Kaufman alles op zeer vakkundige wijze aan elkaar heeft gesmeed. Het klinkt, ook door de zeer aangename vocalen, allemaal bijzonder lekker, maar ondertussen blijf je je ook maar verbazen over alle bijzonder fraaie details. Het debuut van Cassandra Jenkins is wat kort, maar verder klopt alles.
De vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters in het indie-segment zit nog altijd overvol, waardoor het soms niet meevalt om de meest talentvolle muzikanten er uit te vissen. Ook de afgelopen week viel er weer flink wat te kiezen in het genre, maar An Overview On Phenomenal Nature van Cassandra Jenkins stak er wat mij betreft met kop en schouders bovenuit.
Cassandra Jenkins is een singer-songwriter uit New York, die met An Overview On Phenomenal Nature haar debuutalbum heeft afgeleverd, na de afgelopen jaren op het podium te hebben gestaan met Eleanor Friedberger, The Hold Steady voorman Craig Finn en Purple Mountains, het laatste project van de in 2019 overleden muzikant David Berman (Silver Jews). Het debuut van Cassandra Jenkins bevat slechts zeven songs en net iets meer dan 30 minuten muziek, maar dat is dan ook direct de enige kritische noot die ik kan kraken.
De eerste track (Michelangelo) opent met een trefzeker gitaarakkoord en de mooie stem van de muzikante uit New York. Het is misschien niet direct onderscheidend, maar associaties met Aimee Mann heb ik niet vaak, waardoor ik direct geboeid was. Dat wordt verderop in de track beloond wanneer de gitaar mag ontsporen en ook nog eens fraaie bijdragen van synths en strijkers worden toegevoegd.
Het is direct duidelijk dat het debuut van Cassandra Jenkins bijzonder knap geproduceerd is en dit is het werk van Josh Kaufman, die ook het deze week verschenen album van The Hold Steady prachtig produceerde.
Naarmate An Overview On Phenomenal Nature vordert, wordt de muziek van Cassandra Jenkins steeds bijzonderder. In New Bikini vloeien piano, synths en gitaren prachtig samen met blazers en imponeert de muzikante uit New York met lome zang en een jazzy sfeertje.
Met Hard Drive slaat het album een volgende weg in. Elektronica en spoken word worden omgeven door wonderschone arrangementen van piano en blazers en spannende ritmes, terwijl Cassandra Jenkins bezweert met haar praatzang. Het is het prijsnummer van het album.
Het wordt fraai vervolgd met het dromerige en atmosferisch klinkende Crosshairs, dat net als de eerdere tracks opvalt door mooie heldere stem, een prachtige en veelzijdige instrumentatie, fraaie strijkersarrangementen en een productie die er voor zorgt dat het er op lijkt dat Cassandra Williams bij je in de kamer staat. Het streelt het oor zo intens dat ik al visioenen heb van jaarlijstjes.
Ook in het uiterst ingetogen Ambiguous Norway is de instrumentatie weer bijzonder smaakvol en worden nog wat extra nieuwe wegen verkent, net als in Hailey, waarin Cassandra Jenkins een intieme folksong naar haar hand zet en er wederom in slaagt om bijzonder te klinken en zowel in vocaal als tekstueel opzicht te ovetuigen.
Het album zit er dan bijna op, maar de uitsmijter The Ramble klokt nog ruim 7 minuten, waarin fluitende vogeltjes gezelschap krijgen van atmosferische synths en subtiele blazers en de muzikanten op het album nog eenmaal alles uit de kast mogen trekken (en Cassandra Jenkins de zang maar eens achterwege laat). Het is zoals gezegd veel te snel voorbij, maar de indruk die de singer-songwriter uit New York in een half uur maakt is wat mij betreft onuitwisbaar. Ik ben nu al benieuwd naar haar volgende album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cassandra Jenkins - An Overview On Phenomenal Nature - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cassandra Jenkins - An Overview On Phenomenal Nature
Cassandra Jenkins heeft met An Overview On Phenomenal Nature een geweldig debuutalbum afgeleverd, dat het oor genadeloos streelt, maar dat je ook iedere keer weer weet te verrassen
Eigenlijk was ik bij het horen van de eerste noten van het debuutalbum van de New Yorkse singer-songwriter Cassandra Jenkins al verkocht, maar het mooiste moet dan echt nog komen. De songs op An Overview On Phenomenal Nature zitten knap in elkaar en zijn werkelijk prachtig ingekleurd. De Amerikaanse muzikante trekt hierbij alles uit de kast, waarna producer Josh Kaufman alles op zeer vakkundige wijze aan elkaar heeft gesmeed. Het klinkt, ook door de zeer aangename vocalen, allemaal bijzonder lekker, maar ondertussen blijf je je ook maar verbazen over alle bijzonder fraaie details. Het debuut van Cassandra Jenkins is wat kort, maar verder klopt alles.
De vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters in het indie-segment zit nog altijd overvol, waardoor het soms niet meevalt om de meest talentvolle muzikanten er uit te vissen. Ook de afgelopen week viel er weer flink wat te kiezen in het genre, maar An Overview On Phenomenal Nature van Cassandra Jenkins stak er wat mij betreft met kop en schouders bovenuit.
Cassandra Jenkins is een singer-songwriter uit New York, die met An Overview On Phenomenal Nature haar debuutalbum heeft afgeleverd, na de afgelopen jaren op het podium te hebben gestaan met Eleanor Friedberger, The Hold Steady voorman Craig Finn en Purple Mountains, het laatste project van de in 2019 overleden muzikant David Berman (Silver Jews). Het debuut van Cassandra Jenkins bevat slechts zeven songs en net iets meer dan 30 minuten muziek, maar dat is dan ook direct de enige kritische noot die ik kan kraken.
De eerste track (Michelangelo) opent met een trefzeker gitaarakkoord en de mooie stem van de muzikante uit New York. Het is misschien niet direct onderscheidend, maar associaties met Aimee Mann heb ik niet vaak, waardoor ik direct geboeid was. Dat wordt verderop in de track beloond wanneer de gitaar mag ontsporen en ook nog eens fraaie bijdragen van synths en strijkers worden toegevoegd.
Het is direct duidelijk dat het debuut van Cassandra Jenkins bijzonder knap geproduceerd is en dit is het werk van Josh Kaufman, die ook het deze week verschenen album van The Hold Steady prachtig produceerde.
Naarmate An Overview On Phenomenal Nature vordert, wordt de muziek van Cassandra Jenkins steeds bijzonderder. In New Bikini vloeien piano, synths en gitaren prachtig samen met blazers en imponeert de muzikante uit New York met lome zang en een jazzy sfeertje.
Met Hard Drive slaat het album een volgende weg in. Elektronica en spoken word worden omgeven door wonderschone arrangementen van piano en blazers en spannende ritmes, terwijl Cassandra Jenkins bezweert met haar praatzang. Het is het prijsnummer van het album.
Het wordt fraai vervolgd met het dromerige en atmosferisch klinkende Crosshairs, dat net als de eerdere tracks opvalt door mooie heldere stem, een prachtige en veelzijdige instrumentatie, fraaie strijkersarrangementen en een productie die er voor zorgt dat het er op lijkt dat Cassandra Williams bij je in de kamer staat. Het streelt het oor zo intens dat ik al visioenen heb van jaarlijstjes.
Ook in het uiterst ingetogen Ambiguous Norway is de instrumentatie weer bijzonder smaakvol en worden nog wat extra nieuwe wegen verkent, net als in Hailey, waarin Cassandra Jenkins een intieme folksong naar haar hand zet en er wederom in slaagt om bijzonder te klinken en zowel in vocaal als tekstueel opzicht te ovetuigen.
Het album zit er dan bijna op, maar de uitsmijter The Ramble klokt nog ruim 7 minuten, waarin fluitende vogeltjes gezelschap krijgen van atmosferische synths en subtiele blazers en de muzikanten op het album nog eenmaal alles uit de kast mogen trekken (en Cassandra Jenkins de zang maar eens achterwege laat). Het is zoals gezegd veel te snel voorbij, maar de indruk die de singer-songwriter uit New York in een half uur maakt is wat mij betreft onuitwisbaar. Ik ben nu al benieuwd naar haar volgende album. Erwin Zijleman
Cassandra Jenkins - My Light, My Destroyer (2024)

4,5
2
geplaatst: 13 juli 2024, 11:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cassandra Jenkins - My Light, My Destroyer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cassandra Jenkins - My Light, My Destroyer
An Overview On Phenomenal Nature was misschien wel de grootste verrassing van 2021 en ook met My Light, My Destroyer levert de Amerikaanse muzikante Cassandra Jenkins weer een mooi en fascinerend album af
Er ging een flinke worsteling vooraf aan de release van My Light, My Destroyer, maar uiteindelijk vond Cassandra Jenkins de juiste weg. Het is een weg die minstens net zo intens en avontuurlijk is als die op het terecht zo bejubelde An Overview On Phenomenal Nature, maar Cassandra Jenkins slaat ook nieuwe richtingen in. My Light, My Destroyer is een album zonder opsmuk, maar net als op het vorige album gebeurt er van alles in de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter, die ook dit keer overtuigt met haar stem. Natuurlijk mist My Light, My Destroyer de sensationele verrassing van zijn voorganger, maar een minder album is het zeker niet. Integendeel. Jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker.
Cassandra Jenkins leverde aan het begin van 2021 met An Overview On Phenomenal Nature een van de mooiste albums van het betreffende jaar af. Het album stond aan het eind van 2021 dan ook hoog in mijn jaarlijstje en achteraf bezien schat ik het tweede album van de Amerikaanse muzikante nog wat hoger in. Op An Overview On Phenomenal Nature maakte Cassandra Jenkins makkelijk indruk met haar mooie stem en haar ingetogen en intieme maar ook zeer fantasierijke songs en imponeerde ze met een samen met producer Josh Kaufman in elkaar gesleuteld geluid vol fascinerende details. Het album was bovendien voorzien van een bijzondere emotionele lading die was ingegeven door de trieste dood van de bevriende muzikant David Berman (Silver Jews, Purple Mountains).
De afgelopen weken doken al een aantal zeer lovende recensies op van het nieuwe album van Cassandra Jenkins in onder andere Mojo en Uncut, waardoor ik met bijna onrealistisch hoge verwachtingen begon aan My Light, My Destroyer. Cassandra Jenkins maakte haar nieuwe album met een indrukwekkende lijst gastmuzikanten en deed voor de productie een beroep op Andrew Lappin. De Amerikaanse producer is misschien niet zo bekend als Josh Kaufman, maar leverde de afgelopen jaren fraai werk af voor L’Rain, Yumi Zouma en Madison McFerrin.
My Light, My Destroyer opent subtiel met een ingetogen folksong waarin de mooie stem van Cassandra Jenkins wordt omgeven door fraaie en sfeervolle klanken. De Amerikaanse muzikante had me met deze fraaie openingstrack direct te pakken, maar had vervolgens nog wel wat verrassingen in petto. In de tweede track spelen gruizige klinkende gitaren een belangrijke rol en schuift Cassandra Jenkins flink op richting indierock, al behoudt ze door de zang haar eigen geluid.
My Light, My Destroyer is een album dat continu van kleur verschiet. De flirt met indierock wordt gevolgd door een broeierige en atmosferische track met deels gesproken tekst, waarna een kort intermezzo wordt gevolgd door een zeer sfeervolle en warm ingekleurde song, die heen en weer schuift tussen folk en rock. Later op het album eisen strijkers en blazers de aandacht op, maar de instrumentatie staat altijd in dienst van de songs en van de mooie stem van de Amerikaanse muzikante.
De muziek van Cassandra Jenkins deed me op An Overview On Phenomenal Nature met enige regelmaat denken aan de muziek van Aimee Mann en dat is ook een naam die veelvuldig opkomt bij beluistering van My Light, My Destroyer en dat is wat mij betreft een groot compliment. Die vergelijking is vooral relevant voor de wat toegankelijkere popsongs op het album, want Cassandra Jenkins zoekt op haar nieuwe album ook het experiment met ‘field recordings’ en intermezzo’s, die de songs aan elkaar breien.
Net als haar vorige album is ook My Light, My Destroyer een album waarop van alles gebeurt, maar op een of andere manier klinken haar songs nog altijd of ze zijn teruggebracht tot de essentie. Het maken van My Light, My Destroyer was na alle ellende die vooraf ging aan An Overview On Phenomenal Nature en het onverwachte succes van dit album een enorme worsteling en die is af en toe hoorbaar. Op hetzelfde moment is ook My Light, My Destroyer weer een album dat anders klinkt dan de andere albums van vrouwelijke singer-songwriters van het moment.
Ook My Light, My Destroyer is een album dat je hier en daar zal verbazen, maar het is ook een album dat in muzikaal en vocaal opzicht van een hele bijzondere schoonheid is. Het is bovendien een album dat zowel het oor streelt als de fantasie prikkelt. Prachtig. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cassandra Jenkins - My Light, My Destroyer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cassandra Jenkins - My Light, My Destroyer
An Overview On Phenomenal Nature was misschien wel de grootste verrassing van 2021 en ook met My Light, My Destroyer levert de Amerikaanse muzikante Cassandra Jenkins weer een mooi en fascinerend album af
Er ging een flinke worsteling vooraf aan de release van My Light, My Destroyer, maar uiteindelijk vond Cassandra Jenkins de juiste weg. Het is een weg die minstens net zo intens en avontuurlijk is als die op het terecht zo bejubelde An Overview On Phenomenal Nature, maar Cassandra Jenkins slaat ook nieuwe richtingen in. My Light, My Destroyer is een album zonder opsmuk, maar net als op het vorige album gebeurt er van alles in de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter, die ook dit keer overtuigt met haar stem. Natuurlijk mist My Light, My Destroyer de sensationele verrassing van zijn voorganger, maar een minder album is het zeker niet. Integendeel. Jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker.
Cassandra Jenkins leverde aan het begin van 2021 met An Overview On Phenomenal Nature een van de mooiste albums van het betreffende jaar af. Het album stond aan het eind van 2021 dan ook hoog in mijn jaarlijstje en achteraf bezien schat ik het tweede album van de Amerikaanse muzikante nog wat hoger in. Op An Overview On Phenomenal Nature maakte Cassandra Jenkins makkelijk indruk met haar mooie stem en haar ingetogen en intieme maar ook zeer fantasierijke songs en imponeerde ze met een samen met producer Josh Kaufman in elkaar gesleuteld geluid vol fascinerende details. Het album was bovendien voorzien van een bijzondere emotionele lading die was ingegeven door de trieste dood van de bevriende muzikant David Berman (Silver Jews, Purple Mountains).
De afgelopen weken doken al een aantal zeer lovende recensies op van het nieuwe album van Cassandra Jenkins in onder andere Mojo en Uncut, waardoor ik met bijna onrealistisch hoge verwachtingen begon aan My Light, My Destroyer. Cassandra Jenkins maakte haar nieuwe album met een indrukwekkende lijst gastmuzikanten en deed voor de productie een beroep op Andrew Lappin. De Amerikaanse producer is misschien niet zo bekend als Josh Kaufman, maar leverde de afgelopen jaren fraai werk af voor L’Rain, Yumi Zouma en Madison McFerrin.
My Light, My Destroyer opent subtiel met een ingetogen folksong waarin de mooie stem van Cassandra Jenkins wordt omgeven door fraaie en sfeervolle klanken. De Amerikaanse muzikante had me met deze fraaie openingstrack direct te pakken, maar had vervolgens nog wel wat verrassingen in petto. In de tweede track spelen gruizige klinkende gitaren een belangrijke rol en schuift Cassandra Jenkins flink op richting indierock, al behoudt ze door de zang haar eigen geluid.
My Light, My Destroyer is een album dat continu van kleur verschiet. De flirt met indierock wordt gevolgd door een broeierige en atmosferische track met deels gesproken tekst, waarna een kort intermezzo wordt gevolgd door een zeer sfeervolle en warm ingekleurde song, die heen en weer schuift tussen folk en rock. Later op het album eisen strijkers en blazers de aandacht op, maar de instrumentatie staat altijd in dienst van de songs en van de mooie stem van de Amerikaanse muzikante.
De muziek van Cassandra Jenkins deed me op An Overview On Phenomenal Nature met enige regelmaat denken aan de muziek van Aimee Mann en dat is ook een naam die veelvuldig opkomt bij beluistering van My Light, My Destroyer en dat is wat mij betreft een groot compliment. Die vergelijking is vooral relevant voor de wat toegankelijkere popsongs op het album, want Cassandra Jenkins zoekt op haar nieuwe album ook het experiment met ‘field recordings’ en intermezzo’s, die de songs aan elkaar breien.
Net als haar vorige album is ook My Light, My Destroyer een album waarop van alles gebeurt, maar op een of andere manier klinken haar songs nog altijd of ze zijn teruggebracht tot de essentie. Het maken van My Light, My Destroyer was na alle ellende die vooraf ging aan An Overview On Phenomenal Nature en het onverwachte succes van dit album een enorme worsteling en die is af en toe hoorbaar. Op hetzelfde moment is ook My Light, My Destroyer weer een album dat anders klinkt dan de andere albums van vrouwelijke singer-songwriters van het moment.
Ook My Light, My Destroyer is een album dat je hier en daar zal verbazen, maar het is ook een album dat in muzikaal en vocaal opzicht van een hele bijzondere schoonheid is. Het is bovendien een album dat zowel het oor streelt als de fantasie prikkelt. Prachtig. Erwin Zijleman
Cassandra Lewis - Lost in a Dream (2024)

4,5
0
geplaatst: 15 augustus 2024, 15:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cassandra Lewis - Lost In A Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cassandra Lewis - Lost In A Dream
De Amerikaanse muzikante Cassandra Lewis laat op Lost In A Dream horen dat ze een geweldige zangeres is, wat nog wat wordt versterkt door het klassieke countrygeluid en de trefzekere productie van Dave Cobb
Ik ben zeker niet vies van eigentijds klinkende countrypop, maar ook met wat traditioneler en nostalgisch aandoende countrymuziek kan ik goed uit de voeten. Dit soort countrymuziek hoorde ik de afgelopen tijd niet mooier en indrukwekkender dan op het prachtige Lost In A Dream van Cassandra Lewis. De Amerikaanse muzikante zingt op haar tweede album continu de sterren van de hemel en doet dit met een mix van kracht en souplesse. Het combineert prachtig met het authentiek klinkende countrygeluid, dat op weergaloze wijze is geproduceerd door niemand minder dan Dave Cobb. Het levert een tijdloos countryalbum op dat de vloer aanveegt met de meeste concurrenten in dit segment van de Amerikaanse rootsmuziek.
Het is de afgelopen weken behoorlijk rustig wanneer het gaat om nieuwe albums, maar binnen de Amerikaanse rootsmuziek wil men vooralsnog niets weten van een zomerstop. Ook de afgelopen weken verschenen flink wat interessante albums in het genre en hierbij ging het zowel om eigentijdse countrypop als om wat traditioneler klinkende Amerikaanse rootsmuziek.
Lost In A Dream van Cassandra Lewis valt absoluut in de laatste categorie, want wanneer Lost In A Dream uit de speakers komt waan je je in een andere tijd. Het tweede album van Cassandra Lewis klinkt als een klassiek countryalbum van een aantal decennia geleden, maar de Amerikaanse muzikante beperkt zich zeker niet tot de country, maar voegt ook invloeden uit de soul en de kosmische Americana toe aan haar songs.
Zeker wanneer je het volume wat opvoert hoor je hoe geweldig het album is geproduceerd. Dat kan ook bijna niet anders, want niemand minder dan Nashville golden boy Dave Cobb produceerde het tweede album van Cassandra Lewis. De Amerikaanse topproducer, die inmiddels negen Grammy’s in de wacht sleepte, haalde een aantal geweldige muzikanten naar de studio en dat hoor je.
Lost In A Dream is voorzien van een prachtig geluid, dat het wat nostalgische karakter van het album versterkt. De muzikanten die zijn te horen op het album spelen niet alleen de sterren van de hemel, maar spelen ook verrassend subtiel. Lost In A Dream is voorzien van een fraai ruimtelijk geluid, dat aan de ene kant goed is voor beeldende klanken, maar dat ook veel ruimte open laat.
Die ruimte wordt fraai opgevuld door de fascinerende stem van Cassandra Lewis. De muzikante die al sinds haar jeugd overal en nergens woonde beschikt over een opvallend krachtige stem. Zeker wanneer de Amerikaanse muzikante uithaalt met haar stem is de zang op Lost In A Dream imponerend.
Het knappe is dat Cassandra Lewis met orkaankracht kan zingen, maar zich nergens overschreeuwt. Ook in de meest intense uithalen zingt ze loepzuiver en dat is een knappe prestatie. De Amerikaanse muzikante kan hier en daar geweldig uithalen met een hoeveelheid passie om bang van te worden, maar ze kan ook doseren. De indrukwekkende zang op het tweede album van Cassandra Lewis is minstens even vaak ingetogen en ook dan maakt ze diepe indruk.
De passie van de uithalen maakt makkelijk plaats voor het gevoel en de emotie van de meer ingehouden zang en in beide uitersten excelleert Cassandra Lewis. Het is werkelijk prachtig geproduceerd door Dave Cobb, die de fascinerende stem van Cassandra Lewis op fantastische wijze centraal heeft gezet, maar ook tekent voor een prachtige instrumentatie, die de zang alleen maar versterkt.
Met een stem als die van Cassandra Lewis, een productie van Dave Cobb en de klanken van een aantal geweldige muzikanten kun je geen slecht album maken, maar Lost In A Dream is ook nog eens een album vol geweldige songs. Het zijn songs vol weemoed, nostalgie en melancholie, die herinneren aan de klassieke countryalbums uit de jaren 60 en 70, maar die ook decennia later diepe indruk maken.
Het zijn songs die Cassandra Lewis deels zelf schreef, maar ook erkende songwriters als Angaleena Presley, Natalie Hemby en Emily West droegen bij aan de ijzersterke songs op het album. Het duurde zelf even voor ik het tweede album van Cassandra Lewis van de stapel had gepakt, maar sindsdien ben ik diep, diep onder de indruk van het wonderschone Lost In A Dream. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cassandra Lewis - Lost In A Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cassandra Lewis - Lost In A Dream
De Amerikaanse muzikante Cassandra Lewis laat op Lost In A Dream horen dat ze een geweldige zangeres is, wat nog wat wordt versterkt door het klassieke countrygeluid en de trefzekere productie van Dave Cobb
Ik ben zeker niet vies van eigentijds klinkende countrypop, maar ook met wat traditioneler en nostalgisch aandoende countrymuziek kan ik goed uit de voeten. Dit soort countrymuziek hoorde ik de afgelopen tijd niet mooier en indrukwekkender dan op het prachtige Lost In A Dream van Cassandra Lewis. De Amerikaanse muzikante zingt op haar tweede album continu de sterren van de hemel en doet dit met een mix van kracht en souplesse. Het combineert prachtig met het authentiek klinkende countrygeluid, dat op weergaloze wijze is geproduceerd door niemand minder dan Dave Cobb. Het levert een tijdloos countryalbum op dat de vloer aanveegt met de meeste concurrenten in dit segment van de Amerikaanse rootsmuziek.
Het is de afgelopen weken behoorlijk rustig wanneer het gaat om nieuwe albums, maar binnen de Amerikaanse rootsmuziek wil men vooralsnog niets weten van een zomerstop. Ook de afgelopen weken verschenen flink wat interessante albums in het genre en hierbij ging het zowel om eigentijdse countrypop als om wat traditioneler klinkende Amerikaanse rootsmuziek.
Lost In A Dream van Cassandra Lewis valt absoluut in de laatste categorie, want wanneer Lost In A Dream uit de speakers komt waan je je in een andere tijd. Het tweede album van Cassandra Lewis klinkt als een klassiek countryalbum van een aantal decennia geleden, maar de Amerikaanse muzikante beperkt zich zeker niet tot de country, maar voegt ook invloeden uit de soul en de kosmische Americana toe aan haar songs.
Zeker wanneer je het volume wat opvoert hoor je hoe geweldig het album is geproduceerd. Dat kan ook bijna niet anders, want niemand minder dan Nashville golden boy Dave Cobb produceerde het tweede album van Cassandra Lewis. De Amerikaanse topproducer, die inmiddels negen Grammy’s in de wacht sleepte, haalde een aantal geweldige muzikanten naar de studio en dat hoor je.
Lost In A Dream is voorzien van een prachtig geluid, dat het wat nostalgische karakter van het album versterkt. De muzikanten die zijn te horen op het album spelen niet alleen de sterren van de hemel, maar spelen ook verrassend subtiel. Lost In A Dream is voorzien van een fraai ruimtelijk geluid, dat aan de ene kant goed is voor beeldende klanken, maar dat ook veel ruimte open laat.
Die ruimte wordt fraai opgevuld door de fascinerende stem van Cassandra Lewis. De muzikante die al sinds haar jeugd overal en nergens woonde beschikt over een opvallend krachtige stem. Zeker wanneer de Amerikaanse muzikante uithaalt met haar stem is de zang op Lost In A Dream imponerend.
Het knappe is dat Cassandra Lewis met orkaankracht kan zingen, maar zich nergens overschreeuwt. Ook in de meest intense uithalen zingt ze loepzuiver en dat is een knappe prestatie. De Amerikaanse muzikante kan hier en daar geweldig uithalen met een hoeveelheid passie om bang van te worden, maar ze kan ook doseren. De indrukwekkende zang op het tweede album van Cassandra Lewis is minstens even vaak ingetogen en ook dan maakt ze diepe indruk.
De passie van de uithalen maakt makkelijk plaats voor het gevoel en de emotie van de meer ingehouden zang en in beide uitersten excelleert Cassandra Lewis. Het is werkelijk prachtig geproduceerd door Dave Cobb, die de fascinerende stem van Cassandra Lewis op fantastische wijze centraal heeft gezet, maar ook tekent voor een prachtige instrumentatie, die de zang alleen maar versterkt.
Met een stem als die van Cassandra Lewis, een productie van Dave Cobb en de klanken van een aantal geweldige muzikanten kun je geen slecht album maken, maar Lost In A Dream is ook nog eens een album vol geweldige songs. Het zijn songs vol weemoed, nostalgie en melancholie, die herinneren aan de klassieke countryalbums uit de jaren 60 en 70, maar die ook decennia later diepe indruk maken.
Het zijn songs die Cassandra Lewis deels zelf schreef, maar ook erkende songwriters als Angaleena Presley, Natalie Hemby en Emily West droegen bij aan de ijzersterke songs op het album. Het duurde zelf even voor ik het tweede album van Cassandra Lewis van de stapel had gepakt, maar sindsdien ben ik diep, diep onder de indruk van het wonderschone Lost In A Dream. Erwin Zijleman
Cassie Ramone - Christmas in Reno (2015)

3,5
0
geplaatst: 25 december 2015, 10:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cassie Ramone - Christmas In Reno - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb niets maar dan ook echt helemaal niets met kerstplaten, maar toch probeer ik er ieder jaar weer een of twee te vinden waarvan ik wel kan genieten.
Dat is voor vandaag in ieder geval uitstekend gelukt, want Christmas In Reno van Cassie Ramone is een plaat waarvan ik het hele jaar kan genieten.
Cassie Ramone werd geboren als Cassie Grzymkowski, maar dat is natuurlijk geen naam waarmee je het maakt in de muziek. Als Cassie Ramone heeft de uit New York afkomstige muzikante het wel gemaakt. Eerst als lid van Vivian Girls, hierna met The Babies en tenslotte met haar alter ego La Sera.
Onder haar ‘eigen’ naam heeft Cassie Ramone nu een heuse kerstplaat afgeleverd. Het is een kerstplaat met uitgekauwde klassiekers als Christmas (Baby Please Come Home), Sleigh Ride, Run Run Rudolph en nog wat songs die ik te vaak gehoord heb. Het leuke van Christmas In Reno is echter dat de versies van Cassie Ramone totaal anders klinken dan alles dat je tot dusver gehoord hebt.
Cassie Ramone laat zich begeleiden door gitaren die zo lijken weggelopen van de platen die ze eerder maakte. Soms gruizig, soms dromerig en altijd voorzien van flink wat galm en vervorming. De bijzondere gitaarklanken voorziet ze vervolgens van wat lijzige vocalen die genoegen nemen met een rol op de achtergrond.
Het rammelt allemaal ook nog eens net zo lekker als op de betere platen in het lo-fi genre en werkelijk nergens heeft het ook maar iets te maken met kerstmuziek. Christmas In Reno laat muziek vol invloeden uit de lo-fi, shoegaze en dreampop horen en dit geeft de van oorsprong kerstliedjes een geheel eigen sfeer.
Christmas Time van Paul McCartney wordt opeens een wereldsong en ook de uitgekauwde kerstklassiekers zijn opeens zeer smakelijk. Op het eerste gehoor lijkt Cassie Ramone maar wat aan te klooien, maar als je wat beter luistert zit het allemaal prima in elkaar. Pas na een paar keer horen komen de kerstliedjes tevoorschijn, maar het zijn opeens liedjes om van te houden.
Na tien songs in 24 minuten smaakt Christmas In Reno vooral naar meer en dat kan ik toch niet over heel veel kerstplaten zeggen. Ik zet hem nog maar eens op. Happy Christmas! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cassie Ramone - Christmas In Reno - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb niets maar dan ook echt helemaal niets met kerstplaten, maar toch probeer ik er ieder jaar weer een of twee te vinden waarvan ik wel kan genieten.
Dat is voor vandaag in ieder geval uitstekend gelukt, want Christmas In Reno van Cassie Ramone is een plaat waarvan ik het hele jaar kan genieten.
Cassie Ramone werd geboren als Cassie Grzymkowski, maar dat is natuurlijk geen naam waarmee je het maakt in de muziek. Als Cassie Ramone heeft de uit New York afkomstige muzikante het wel gemaakt. Eerst als lid van Vivian Girls, hierna met The Babies en tenslotte met haar alter ego La Sera.
Onder haar ‘eigen’ naam heeft Cassie Ramone nu een heuse kerstplaat afgeleverd. Het is een kerstplaat met uitgekauwde klassiekers als Christmas (Baby Please Come Home), Sleigh Ride, Run Run Rudolph en nog wat songs die ik te vaak gehoord heb. Het leuke van Christmas In Reno is echter dat de versies van Cassie Ramone totaal anders klinken dan alles dat je tot dusver gehoord hebt.
Cassie Ramone laat zich begeleiden door gitaren die zo lijken weggelopen van de platen die ze eerder maakte. Soms gruizig, soms dromerig en altijd voorzien van flink wat galm en vervorming. De bijzondere gitaarklanken voorziet ze vervolgens van wat lijzige vocalen die genoegen nemen met een rol op de achtergrond.
Het rammelt allemaal ook nog eens net zo lekker als op de betere platen in het lo-fi genre en werkelijk nergens heeft het ook maar iets te maken met kerstmuziek. Christmas In Reno laat muziek vol invloeden uit de lo-fi, shoegaze en dreampop horen en dit geeft de van oorsprong kerstliedjes een geheel eigen sfeer.
Christmas Time van Paul McCartney wordt opeens een wereldsong en ook de uitgekauwde kerstklassiekers zijn opeens zeer smakelijk. Op het eerste gehoor lijkt Cassie Ramone maar wat aan te klooien, maar als je wat beter luistert zit het allemaal prima in elkaar. Pas na een paar keer horen komen de kerstliedjes tevoorschijn, maar het zijn opeens liedjes om van te houden.
Na tien songs in 24 minuten smaakt Christmas In Reno vooral naar meer en dat kan ik toch niet over heel veel kerstplaten zeggen. Ik zet hem nog maar eens op. Happy Christmas! Erwin Zijleman
Cat Power - Covers (2022)

4,0
1
geplaatst: 17 januari 2022, 15:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cat Power - Covers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cat Power - Covers
Chan Marshall, oftewel Cat Power, laat ook op haar derde album dat is gevuld met songs van anderen horen dat ze het vertolken van andermans songs echt tot in de perfectie beheerst
Bij de aankondiging van een volgend Cat Power album met covers overheerste bij mij teleurstelling, ook al bewees Chan Marshall al twee keer eerder dat ze dit kunstje uitstekend beheerst. Van de drie albums met covers vind ik Covers na een paar keer horen de beste. Cat Power bestrijkt dit keer een breed terrein, maar het maakt uiteindelijk niet zoveel uit of ze een song van Lana Del Rey of een song van Iggy Pop vertolkt. De Amerikaanse muzikante maakt immers ook op Covers haar eigen songs van de songs van anderen. Covers is sfeervol maar betrekkelijk sober ingekleurd, waardoor het vaak aankomt op de stem van Chan Marshall en die is ook dit keer prachtig, net als de rest van het album.
Cat Power, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Chan Marshall, debuteerde halverwege de jaren 90 en heeft inmiddels een flink stapeltje albums op haar naam staan. Van deze albums vind ik persoonlijk het uit 1998 stammende Moon Pix de beste, maar ook albums als You Are Free uit 2003 en The Greatest uit 2006 springen er wat mij betreft uit in het oeuvre van Cat Power.
Ruim drie jaar na het eveneens uitstekende Wanderer keert Chan Marshall terug met een nieuw album. Covers bevat, zoals de titel al doet vermoeden, songs van anderen, al staat er ook een Cat Power song op het album. Nu ben ik lang niet altijd gecharmeerd van albums met vrijwel uitsluitend songs van anderen, maar Chan Marshall beheerst de kunst van het vertolken van andermans songs uitstekend en slaagt er verrassend vaak in om er haar eigen songs van te maken.
Covers is dan ook niet het eerste album waarop de songs van anderen domineren, want Chan Marshall maakte er al twee. Zowel The Covers Record uit 2000 en Jukebox uit 2008 reken ik niet tot mijn favoriete Cat Power albums, maar heel veel minder dan de hierboven genoemde albums zijn ze niet en ik vind het zeker geen overbodig album, zoals zoveel andere albums met covers.
Ook voor Covers heeft Chan Marshall weer een opvallende serie songs geselecteerd. Met songs van onder andere Frank Ocean, Lana Del Rey, The Pogues, Bob Seger, Iggy Pop, Jackson Browne, Nick Cave, The Replacements en Billie Holiday schiet Covers alle kanten op en waar op albums met covers meestal de gebaande paden worden bewandeld, kiest Cat Power voor een andere weg.
Het zijn in de meeste gevallen niet de bekendste songs van de muzikanten die Chan Marshall heeft geselecteerd voor dit album, wat het ook net wat makkelijker om haar eigen songs te maken van deze songs, al blijft het een hele kunst. Net als op de vorige twee albums slaagt Cat Power er echter ook op Covers weer in om haar eigen songs te creëren.
In veel gevallen zijn de originelen nauwelijks meer te herkennen en klinkt het album als een typisch Cat Power album. Het is een Cat Power album dat aansluit bij haar wat meer ingetogen albums. De instrumentatie op Covers is niet heel uitbundig, maar wel zeer trefzeker. Er wordt knap gemusiceerd op het album, waarbij zowel de wat jazzy gitaarlijnen als de soepel spelende ritmesectie opvallen. Hiernaast is er vaak een belangrijke rol voor de piano, wat van Covers een sfeervol album maakt.
Als ik echt moet kiezen heb ik liever een album met eigen songs van Chan Marshall dan de volgende collectie covers, maar op deze nieuwe verzameling is heel weinig aan te merken. Covers klinkt over het algemeen als een Cat Power album, waarop hier en daar associaties opduiken bij songs die vaag bekend klinken.
De fraaie instrumentatie speelt een belangrijke rol op dit album, maar Chan Marshall is ook een uitstekend zangeres, die haar eigen songs of de songs van anderen met veel gevoel vertolkt. Cat Power liet met The Greatest uit 2006 horen dat ze ook een geweldig soulalbum kan maken en hoewel ik Covers zeker niet wil bestempelen als soulalbum, klinken meerdere songs op het album wel degelijk soulvol. Covers is al met al prima album en zeker niet het tussendoortje dat een album met uitsluitend songs van anderen zo vaak is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cat Power - Covers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cat Power - Covers
Chan Marshall, oftewel Cat Power, laat ook op haar derde album dat is gevuld met songs van anderen horen dat ze het vertolken van andermans songs echt tot in de perfectie beheerst
Bij de aankondiging van een volgend Cat Power album met covers overheerste bij mij teleurstelling, ook al bewees Chan Marshall al twee keer eerder dat ze dit kunstje uitstekend beheerst. Van de drie albums met covers vind ik Covers na een paar keer horen de beste. Cat Power bestrijkt dit keer een breed terrein, maar het maakt uiteindelijk niet zoveel uit of ze een song van Lana Del Rey of een song van Iggy Pop vertolkt. De Amerikaanse muzikante maakt immers ook op Covers haar eigen songs van de songs van anderen. Covers is sfeervol maar betrekkelijk sober ingekleurd, waardoor het vaak aankomt op de stem van Chan Marshall en die is ook dit keer prachtig, net als de rest van het album.
Cat Power, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Chan Marshall, debuteerde halverwege de jaren 90 en heeft inmiddels een flink stapeltje albums op haar naam staan. Van deze albums vind ik persoonlijk het uit 1998 stammende Moon Pix de beste, maar ook albums als You Are Free uit 2003 en The Greatest uit 2006 springen er wat mij betreft uit in het oeuvre van Cat Power.
Ruim drie jaar na het eveneens uitstekende Wanderer keert Chan Marshall terug met een nieuw album. Covers bevat, zoals de titel al doet vermoeden, songs van anderen, al staat er ook een Cat Power song op het album. Nu ben ik lang niet altijd gecharmeerd van albums met vrijwel uitsluitend songs van anderen, maar Chan Marshall beheerst de kunst van het vertolken van andermans songs uitstekend en slaagt er verrassend vaak in om er haar eigen songs van te maken.
Covers is dan ook niet het eerste album waarop de songs van anderen domineren, want Chan Marshall maakte er al twee. Zowel The Covers Record uit 2000 en Jukebox uit 2008 reken ik niet tot mijn favoriete Cat Power albums, maar heel veel minder dan de hierboven genoemde albums zijn ze niet en ik vind het zeker geen overbodig album, zoals zoveel andere albums met covers.
Ook voor Covers heeft Chan Marshall weer een opvallende serie songs geselecteerd. Met songs van onder andere Frank Ocean, Lana Del Rey, The Pogues, Bob Seger, Iggy Pop, Jackson Browne, Nick Cave, The Replacements en Billie Holiday schiet Covers alle kanten op en waar op albums met covers meestal de gebaande paden worden bewandeld, kiest Cat Power voor een andere weg.
Het zijn in de meeste gevallen niet de bekendste songs van de muzikanten die Chan Marshall heeft geselecteerd voor dit album, wat het ook net wat makkelijker om haar eigen songs te maken van deze songs, al blijft het een hele kunst. Net als op de vorige twee albums slaagt Cat Power er echter ook op Covers weer in om haar eigen songs te creëren.
In veel gevallen zijn de originelen nauwelijks meer te herkennen en klinkt het album als een typisch Cat Power album. Het is een Cat Power album dat aansluit bij haar wat meer ingetogen albums. De instrumentatie op Covers is niet heel uitbundig, maar wel zeer trefzeker. Er wordt knap gemusiceerd op het album, waarbij zowel de wat jazzy gitaarlijnen als de soepel spelende ritmesectie opvallen. Hiernaast is er vaak een belangrijke rol voor de piano, wat van Covers een sfeervol album maakt.
Als ik echt moet kiezen heb ik liever een album met eigen songs van Chan Marshall dan de volgende collectie covers, maar op deze nieuwe verzameling is heel weinig aan te merken. Covers klinkt over het algemeen als een Cat Power album, waarop hier en daar associaties opduiken bij songs die vaag bekend klinken.
De fraaie instrumentatie speelt een belangrijke rol op dit album, maar Chan Marshall is ook een uitstekend zangeres, die haar eigen songs of de songs van anderen met veel gevoel vertolkt. Cat Power liet met The Greatest uit 2006 horen dat ze ook een geweldig soulalbum kan maken en hoewel ik Covers zeker niet wil bestempelen als soulalbum, klinken meerdere songs op het album wel degelijk soulvol. Covers is al met al prima album en zeker niet het tussendoortje dat een album met uitsluitend songs van anderen zo vaak is. Erwin Zijleman
Cat Power - Moon Pix (1998)

4,5
0
geplaatst: 23 maart 2025, 21:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cat Power - Moon Pix (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cat Power - Moon Pix (1998)
Cat Power maakte in 1995 en 1996 drie albums die nauwelijks werden opgemerkt, maar met het ruwe en intense Moon Pix zette zichzelf in 1998 op de kaart als een bijzondere en zeer talentvolle singer-songwriter
Halverwege de jaren 90 raakte ik langzaam maar zeker steeds meer geïnteresseerd in vrouwelijke singer-songwriters. Tussen mijn favoriete albums van vrouwelijke singer-songwriters uit dit decennium zit zeker Moon Pix van Cat Power. Het was het eerste album van het alter ego van Chan Marshall dat ik beluisterde en ik vind het nog altijd haar beste album. Moon Pix is ongepolijst en soms wat stekelig, maar het is ook een intiem en emotievol album, waarop Chan Marshall op bijzondere wijze de singer-songwriter in zichzelf ontdekt. Het oeuvre van de Amerikaanse muzikante is helaas wat wispelturig, maar het intense en indringende Moon Pix is en blijft een prachtig album.
De Amerikaanse muzikante Chan Marshall, beter bekend onder de naam Cat Power, leverde in 2018 met Wanderer een van haar beste albums tot dat moment af. Het is een album dat verscheen na een stilte van zes jaar en dat volgde op twee net wat mindere albums.
Sindsdien ben ik helaas niet volledig overtuigd van de productie van Chan Marshall, want sinds Wanderer hebben we het moeten doen met een aardig tussendoortje met covers en een remake van het legendarische concert dat Bob Dylan in 1966 gaf in de Londense Royal Albert Hall. Het is het concert dat de boeken in is gegaan als het concert waarin Bob Dylan door iemand in het publiek Judas werd genoemd, al was dat feitelijk een paar dagen eerder in Manchester. Chan Marshall eert de oude meester op zich op fraaie wijze, maar uiteindelijk heb ik maar één keer geluisterd naar het meest recente album van Cat Power.
Hoe anders was het in 1998, toen ik haar album Moon Pix ontdekte. Het was mijn eerste kennismaking met de muziek van Cat Power, maar het was al haar vierde album. Moon Pix was wel het album waarmee Chan Marshall doorbrak naar een groter publiek en waarop ze zich voor het eerst als folky singer-songwriter manifesteerde. Ik vind het nog altijd haar beste album, al heb ik ook wel wat met het eerder genoemde Wanderer en met het soulvolle en wat meer gladgestreken The Greatest uit 2006.
Op Moon Pix klinken de songs van Cat Power nog een stuk ruwer en stekeliger en hoewel ik dat niet altijd aansprekend vind pakt het op het vierde album van Cat Power echt geweldig uit. Chan Marshall nam haar vierde album op in Australië en werd onder andere bijgestaan door twee leden van The Dirty Three (gitarist Mick Turner en drummer Jim White).
Moon Pix is een album zonder opsmuk. Je hoort vooral de akoestische of elektrische gitaar, een subtiele ritmesectie en hier en daar een fluit. De sobere instrumentatie staat volledig in dienst van de zang van Chan Marshall. Het is een zang die in 1998 ook wel gemengde reacties opriep en in mijn omgeving had destijds echt niemand iets met de stem van Chan Marshall.
Zelf was ik direct gecharmeerd van de wat ongepolijste maar ook mooie en emotievolle zang van Chan Marshall, die ook perfect past bij de even ongepolijste muziek op het album. Ook de songs van Cat Power op Moon Pix spraken me in 1998 onmiddellijk aan en zijn me nog steeds dierbaar.
Het verhaal achter het album is ook mooi. Chan Marshall schreef de meeste songs voor het album in één nacht, nadat ze was ontwaakt uit een buitengewoon heftige en zeer beangstigende nachtmerrie. Het heeft gezorgd voor een serie zeer intense songs. Het zijn songs die zoals gezegd wat ongepolijst kunnen klinken, maar de songs op Moon Pix hebben ook een bijzondere ruwe schoonheid.
Ik had om onduidelijke redenen al lang niet meer naar Moon Pix geluisterd, maar ben sinds kort weer helemaal in de ban van het album dat in 1998 zoveel impact had en dat een van de albums was die mijn liefde voor vrouwelijke singer-songwriters hebben aangewakkerd. De laatste jaren valt de muziek van Cat Power me toch wat tegen, maar ze heeft ook een aantal geweldige albums op haar naam staan, met wat mij betreft het beangstigend intense Moon Pix als onbetwist hoogtepunt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Cat Power - Moon Pix (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cat Power - Moon Pix (1998)
Cat Power maakte in 1995 en 1996 drie albums die nauwelijks werden opgemerkt, maar met het ruwe en intense Moon Pix zette zichzelf in 1998 op de kaart als een bijzondere en zeer talentvolle singer-songwriter
Halverwege de jaren 90 raakte ik langzaam maar zeker steeds meer geïnteresseerd in vrouwelijke singer-songwriters. Tussen mijn favoriete albums van vrouwelijke singer-songwriters uit dit decennium zit zeker Moon Pix van Cat Power. Het was het eerste album van het alter ego van Chan Marshall dat ik beluisterde en ik vind het nog altijd haar beste album. Moon Pix is ongepolijst en soms wat stekelig, maar het is ook een intiem en emotievol album, waarop Chan Marshall op bijzondere wijze de singer-songwriter in zichzelf ontdekt. Het oeuvre van de Amerikaanse muzikante is helaas wat wispelturig, maar het intense en indringende Moon Pix is en blijft een prachtig album.
De Amerikaanse muzikante Chan Marshall, beter bekend onder de naam Cat Power, leverde in 2018 met Wanderer een van haar beste albums tot dat moment af. Het is een album dat verscheen na een stilte van zes jaar en dat volgde op twee net wat mindere albums.
Sindsdien ben ik helaas niet volledig overtuigd van de productie van Chan Marshall, want sinds Wanderer hebben we het moeten doen met een aardig tussendoortje met covers en een remake van het legendarische concert dat Bob Dylan in 1966 gaf in de Londense Royal Albert Hall. Het is het concert dat de boeken in is gegaan als het concert waarin Bob Dylan door iemand in het publiek Judas werd genoemd, al was dat feitelijk een paar dagen eerder in Manchester. Chan Marshall eert de oude meester op zich op fraaie wijze, maar uiteindelijk heb ik maar één keer geluisterd naar het meest recente album van Cat Power.
Hoe anders was het in 1998, toen ik haar album Moon Pix ontdekte. Het was mijn eerste kennismaking met de muziek van Cat Power, maar het was al haar vierde album. Moon Pix was wel het album waarmee Chan Marshall doorbrak naar een groter publiek en waarop ze zich voor het eerst als folky singer-songwriter manifesteerde. Ik vind het nog altijd haar beste album, al heb ik ook wel wat met het eerder genoemde Wanderer en met het soulvolle en wat meer gladgestreken The Greatest uit 2006.
Op Moon Pix klinken de songs van Cat Power nog een stuk ruwer en stekeliger en hoewel ik dat niet altijd aansprekend vind pakt het op het vierde album van Cat Power echt geweldig uit. Chan Marshall nam haar vierde album op in Australië en werd onder andere bijgestaan door twee leden van The Dirty Three (gitarist Mick Turner en drummer Jim White).
Moon Pix is een album zonder opsmuk. Je hoort vooral de akoestische of elektrische gitaar, een subtiele ritmesectie en hier en daar een fluit. De sobere instrumentatie staat volledig in dienst van de zang van Chan Marshall. Het is een zang die in 1998 ook wel gemengde reacties opriep en in mijn omgeving had destijds echt niemand iets met de stem van Chan Marshall.
Zelf was ik direct gecharmeerd van de wat ongepolijste maar ook mooie en emotievolle zang van Chan Marshall, die ook perfect past bij de even ongepolijste muziek op het album. Ook de songs van Cat Power op Moon Pix spraken me in 1998 onmiddellijk aan en zijn me nog steeds dierbaar.
Het verhaal achter het album is ook mooi. Chan Marshall schreef de meeste songs voor het album in één nacht, nadat ze was ontwaakt uit een buitengewoon heftige en zeer beangstigende nachtmerrie. Het heeft gezorgd voor een serie zeer intense songs. Het zijn songs die zoals gezegd wat ongepolijst kunnen klinken, maar de songs op Moon Pix hebben ook een bijzondere ruwe schoonheid.
Ik had om onduidelijke redenen al lang niet meer naar Moon Pix geluisterd, maar ben sinds kort weer helemaal in de ban van het album dat in 1998 zoveel impact had en dat een van de albums was die mijn liefde voor vrouwelijke singer-songwriters hebben aangewakkerd. De laatste jaren valt de muziek van Cat Power me toch wat tegen, maar ze heeft ook een aantal geweldige albums op haar naam staan, met wat mij betreft het beangstigend intense Moon Pix als onbetwist hoogtepunt. Erwin Zijleman
Cat Power - Wanderer (2018)

4,5
1
geplaatst: 7 oktober 2018, 10:06 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cat Power - Wanderer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cat Power vergeet de bombast van haar vorige plaat en keert terug naar intieme popliedjes vol weemoed en schoonheid
Sun uit 2012 was achteraf bezien geen geslaagd experiment, al was het in commercieel opzicht de meest succesvolle plaat uit het oeuvre van Cat Power. Na een serie tegenslagen om bang van te worden keert Chan Marshall terug naar de basis en imponeert ze met bloedmooie popliedjes vol weemoed en vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Wanderer is een plaat zonder opsmuk, maar vol emotie. Het is een plaat die direct onder de huid kruipt en niet van plan is om daar weg te gaan. Er was veel twijfel rond Cat Power, maar met deze prachtplaat neemt Chan Marshall alle twijfel weg.
Het is een tijd stil geweest rond Cat Power. Het laatste wapenfeit van de Amerikaanse singer-songwriter Chan Marshall stamde tot voor kort uit 2012 en het is zeker geen onomstreden wapenfeit.
Op Sun strooide Chan Marshall zes jaar geleden zeer driftig met elektronica, beats en een behoorlijk vol en overweldigend geluid. Sun was hierdoor mijlenver verwijderd van de platen waarmee de singer-songwriter, die werd geboren in Atlanta, Georgia, maar inmiddels al geruime tijd vanuit New York opereert, ooit doorbrak.
Ik vond Sun zes jaar geleden wel een spannende plaat, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik de plaat sindsdien niet meer heb beluisterd. Ik grijp in het geval van Cat Power nog steeds naar meer ingetogen prachtplaten als Moon Pix uit 1998 of You Are Free uit 2003 of juist naar het uiterst soulvolle The Greatest uit 2006.
Het zijn platen die vanaf nu stevige concurrentie krijgen van Cat Power’s nieuwe plaat, want met Wanderer revancheert Chan Marshall zich op indrukwekkende wijze voor de wat tegenvallende voorganger.
In de zes jaar die zijn verstreken sinds de release van The Sun is er nogal wat gebeurd in het leven van Chan Marshall. Een zeldzame ziekte kostte haar bijna het leven, ze beviel betrekkelijk onverwacht van een zoon en raakte ook nog eens verzeild in een stevig conflict met haar platenmaatschappij waarmee ze uiteindelijk ook brak. Het is niet eens alles, want er kwamen ook nog verbroken relaties, verslavingen en psychische problemen voorbij in het enerverende maar niet altijd makkelijke leven van Chan Marshall.
Wanderer kwam er dus niet zonder slag of stoot, maar wat is het een mooie en rustgevende plaat geworden. Waar voorganger Sun opviel door een overvol geluid, kiest Chan Marshall op een nieuwe plaat vooral voor een behoorlijk ingetogen geluid met een belangrijke rol voor de akoestische gitaar en de piano. In muzikaal opzicht keert Chan Marshall vooral terug naar de folk en blues van haar vroege platen, al flirt ze zeer incidenteel ook nog met de soul die zo dominant aanwezig was op het succesvolle en bejubelde The Greatest.
Wanderer opent met een ruim een minuut durende en wat pastoraal klinkende song, maar hierna landt de plaat in stemmige organische klanken en de nog altijd betoverend mooie stem van Chan Marshall. Ik vind de Amerikaanse singer-songwriter persoonlijk het best in stemmig ingekleurde songs met zwoele vocalen en die songs zijn ruim vertegenwoordigd op Wanderer.
Cat Power keert op haar nieuwe plaat terug naar de Amerikaanse rootsmuziek en vergeet alle blinkende lichtjes van haar vorige plaat, die het in commercieel opzicht overigens goed deed. Verrassende gast op Wanderer is Lana Del Rey die tekent voor een mooi duet, maar minstens even verrassend is Cat Power’s cover van Rihanna’s Stay; een cover die hier en daar fel bekritiseerd wordt, maar ik vind de van alle opsmuk ontdane versie van Chan Marshall wel geslaagd.
Amerikaanse rootsmuziek staat centraal op de nieuwe plaat van Cat Power, maar Chan Marshall geeft haar eigen draai aan invloeden uit deze muziek en heeft zeker geen typische rootsplaat gemaakt. Het is wel een plaat die van alles met je doet. De intieme en vaak wat donkere songs van Cat Power op Wanderer kwamen bij mij direct flink binnen en de impact van de ingetogen en vaak wat weemoedig klinkende songs wordt alleen maar groter naarmate ik ze vaker hoor.
Na 38 minuten sluit de plaat net zo pastoraal als hij is begonnen, maar de betovering is na deze 38 minuten compleet. In commercieel opzicht moet Chan Marshall vast een flinke veer laten met Wandere, maar in artistiek opzicht schuurt ze dicht tegen haar allerbeste werk aan en misschien heeft ze zelfs wel haar beste plaat afgeleverd. Goed dat ze terug is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cat Power - Wanderer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cat Power vergeet de bombast van haar vorige plaat en keert terug naar intieme popliedjes vol weemoed en schoonheid
Sun uit 2012 was achteraf bezien geen geslaagd experiment, al was het in commercieel opzicht de meest succesvolle plaat uit het oeuvre van Cat Power. Na een serie tegenslagen om bang van te worden keert Chan Marshall terug naar de basis en imponeert ze met bloedmooie popliedjes vol weemoed en vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Wanderer is een plaat zonder opsmuk, maar vol emotie. Het is een plaat die direct onder de huid kruipt en niet van plan is om daar weg te gaan. Er was veel twijfel rond Cat Power, maar met deze prachtplaat neemt Chan Marshall alle twijfel weg.
Het is een tijd stil geweest rond Cat Power. Het laatste wapenfeit van de Amerikaanse singer-songwriter Chan Marshall stamde tot voor kort uit 2012 en het is zeker geen onomstreden wapenfeit.
Op Sun strooide Chan Marshall zes jaar geleden zeer driftig met elektronica, beats en een behoorlijk vol en overweldigend geluid. Sun was hierdoor mijlenver verwijderd van de platen waarmee de singer-songwriter, die werd geboren in Atlanta, Georgia, maar inmiddels al geruime tijd vanuit New York opereert, ooit doorbrak.
Ik vond Sun zes jaar geleden wel een spannende plaat, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik de plaat sindsdien niet meer heb beluisterd. Ik grijp in het geval van Cat Power nog steeds naar meer ingetogen prachtplaten als Moon Pix uit 1998 of You Are Free uit 2003 of juist naar het uiterst soulvolle The Greatest uit 2006.
Het zijn platen die vanaf nu stevige concurrentie krijgen van Cat Power’s nieuwe plaat, want met Wanderer revancheert Chan Marshall zich op indrukwekkende wijze voor de wat tegenvallende voorganger.
In de zes jaar die zijn verstreken sinds de release van The Sun is er nogal wat gebeurd in het leven van Chan Marshall. Een zeldzame ziekte kostte haar bijna het leven, ze beviel betrekkelijk onverwacht van een zoon en raakte ook nog eens verzeild in een stevig conflict met haar platenmaatschappij waarmee ze uiteindelijk ook brak. Het is niet eens alles, want er kwamen ook nog verbroken relaties, verslavingen en psychische problemen voorbij in het enerverende maar niet altijd makkelijke leven van Chan Marshall.
Wanderer kwam er dus niet zonder slag of stoot, maar wat is het een mooie en rustgevende plaat geworden. Waar voorganger Sun opviel door een overvol geluid, kiest Chan Marshall op een nieuwe plaat vooral voor een behoorlijk ingetogen geluid met een belangrijke rol voor de akoestische gitaar en de piano. In muzikaal opzicht keert Chan Marshall vooral terug naar de folk en blues van haar vroege platen, al flirt ze zeer incidenteel ook nog met de soul die zo dominant aanwezig was op het succesvolle en bejubelde The Greatest.
Wanderer opent met een ruim een minuut durende en wat pastoraal klinkende song, maar hierna landt de plaat in stemmige organische klanken en de nog altijd betoverend mooie stem van Chan Marshall. Ik vind de Amerikaanse singer-songwriter persoonlijk het best in stemmig ingekleurde songs met zwoele vocalen en die songs zijn ruim vertegenwoordigd op Wanderer.
Cat Power keert op haar nieuwe plaat terug naar de Amerikaanse rootsmuziek en vergeet alle blinkende lichtjes van haar vorige plaat, die het in commercieel opzicht overigens goed deed. Verrassende gast op Wanderer is Lana Del Rey die tekent voor een mooi duet, maar minstens even verrassend is Cat Power’s cover van Rihanna’s Stay; een cover die hier en daar fel bekritiseerd wordt, maar ik vind de van alle opsmuk ontdane versie van Chan Marshall wel geslaagd.
Amerikaanse rootsmuziek staat centraal op de nieuwe plaat van Cat Power, maar Chan Marshall geeft haar eigen draai aan invloeden uit deze muziek en heeft zeker geen typische rootsplaat gemaakt. Het is wel een plaat die van alles met je doet. De intieme en vaak wat donkere songs van Cat Power op Wanderer kwamen bij mij direct flink binnen en de impact van de ingetogen en vaak wat weemoedig klinkende songs wordt alleen maar groter naarmate ik ze vaker hoor.
Na 38 minuten sluit de plaat net zo pastoraal als hij is begonnen, maar de betovering is na deze 38 minuten compleet. In commercieel opzicht moet Chan Marshall vast een flinke veer laten met Wandere, maar in artistiek opzicht schuurt ze dicht tegen haar allerbeste werk aan en misschien heeft ze zelfs wel haar beste plaat afgeleverd. Goed dat ze terug is. Erwin Zijleman
Cate Le Bon - Crab Day (2016)

4,0
0
geplaatst: 29 april 2016, 15:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cate Le Bon - Crab Day - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Wales afkomstige zangeres Cate Le Bon (geen familie van Simon) maakte tussen 2009 en 2013 drie geweldige platen, waarvan ik met name Cyrk uit 2012 koester als een bescheiden meesterwerk.
Vorig jaar dook Cate Le Bon op in het duo DRINKS, maar dat blijkt gelukkig een gelegenheidsduo geweest. Met het eerder deze maand verschenen Crab Day revancheert de singer-songwriter uit Cardiff zich voor de bijzonder zwakke plaat van DRINKS en keert ze terug naar het niveau dat we van haar gewend zijn.
De muziek van Cate Le Bon omschreef ik een paar jaar geleden als volgt: “De muziek van Cate Le Bon is zeker niet alledaags. Haar mix van oude folk, psychedelica, lo-fi, psych-folk en Krautrock klinkt als Nico geproduceerd door Syd Barrett, als PJ Harvey die met een tijdmachine is afgereisd naar de hoogtijdagen van de Krautrock of als Sandy Denny die verstrikt is geraakt in het web van Devendra Banhart.”
Het is een omschrijving die nog steeds van toepassing is op de muziek van Cate Le Bon. Ook Crab Day is weer stevig geïnspireerd door de muziek van The Velvet Underground en Cate Le Bon klinkt nog steeds als het jongere zusje van Nico.
Vergeleken met haar vorige platen is Cate Le Bon dit keer wat minder stijlvast en experimenteert ze er driftig op los. Crab Day strijkt daarom wat meer tegen de haren in dan de meeste andere platen van het moment, maar als je daar tegen kunt valt er op Crab Day heel veel te genieten.
Cate Le Bon verrast ook op haar nieuwe plaat weer met eigenzinnige popliedjes vol invloeden en verrassende wendingen. Haar songs zijn soms verrassend toegankelijk, maar minstens net zo vaak tegendraads.
Mede door de gevarieerde instrumentatie (waarin met name het stekelige gitaarspel en de incidenteel opduikende saxofoon indruk maken) blijft Crab Day de fantasie makkelijk prikkelen, maar ook de vocalen van Cate Le Bon dragen weer zeer nadrukkelijk bij aan het fraaie eindresultaat.
Iedereen die koude rillingen kreeg of krijgt van de zang van Nico, zal ook de stem van Cate Le Bon niet kunnen waarderen, maar persoonlijk hou ik wel van het eigenzinnige geluid van de singer-songwriter uit Wales. Na de teleurstelling van vorig jaar overheerst nu derhalve de tevredenheid over de vierde prima plaat van de eigenzinnige en zeer getalenteerde Cate Le Bon. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cate Le Bon - Crab Day - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Wales afkomstige zangeres Cate Le Bon (geen familie van Simon) maakte tussen 2009 en 2013 drie geweldige platen, waarvan ik met name Cyrk uit 2012 koester als een bescheiden meesterwerk.
Vorig jaar dook Cate Le Bon op in het duo DRINKS, maar dat blijkt gelukkig een gelegenheidsduo geweest. Met het eerder deze maand verschenen Crab Day revancheert de singer-songwriter uit Cardiff zich voor de bijzonder zwakke plaat van DRINKS en keert ze terug naar het niveau dat we van haar gewend zijn.
De muziek van Cate Le Bon omschreef ik een paar jaar geleden als volgt: “De muziek van Cate Le Bon is zeker niet alledaags. Haar mix van oude folk, psychedelica, lo-fi, psych-folk en Krautrock klinkt als Nico geproduceerd door Syd Barrett, als PJ Harvey die met een tijdmachine is afgereisd naar de hoogtijdagen van de Krautrock of als Sandy Denny die verstrikt is geraakt in het web van Devendra Banhart.”
Het is een omschrijving die nog steeds van toepassing is op de muziek van Cate Le Bon. Ook Crab Day is weer stevig geïnspireerd door de muziek van The Velvet Underground en Cate Le Bon klinkt nog steeds als het jongere zusje van Nico.
Vergeleken met haar vorige platen is Cate Le Bon dit keer wat minder stijlvast en experimenteert ze er driftig op los. Crab Day strijkt daarom wat meer tegen de haren in dan de meeste andere platen van het moment, maar als je daar tegen kunt valt er op Crab Day heel veel te genieten.
Cate Le Bon verrast ook op haar nieuwe plaat weer met eigenzinnige popliedjes vol invloeden en verrassende wendingen. Haar songs zijn soms verrassend toegankelijk, maar minstens net zo vaak tegendraads.
Mede door de gevarieerde instrumentatie (waarin met name het stekelige gitaarspel en de incidenteel opduikende saxofoon indruk maken) blijft Crab Day de fantasie makkelijk prikkelen, maar ook de vocalen van Cate Le Bon dragen weer zeer nadrukkelijk bij aan het fraaie eindresultaat.
Iedereen die koude rillingen kreeg of krijgt van de zang van Nico, zal ook de stem van Cate Le Bon niet kunnen waarderen, maar persoonlijk hou ik wel van het eigenzinnige geluid van de singer-songwriter uit Wales. Na de teleurstelling van vorig jaar overheerst nu derhalve de tevredenheid over de vierde prima plaat van de eigenzinnige en zeer getalenteerde Cate Le Bon. Erwin Zijleman
Cate Le Bon - Michelangelo Dying (2025)

4,5
1
geplaatst: 2 oktober 2025, 19:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cate Le Bon - Michelangelo Dying - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cate Le Bon - Michelangelo Dying
Cate Le Bon imponeerde de afgelopen jaren met een aantal geweldige albums en maakte indruk als producer en dat doet ze allebei ook weer met het deze week verschenen Michelangelo Dying, haar volgende prachtalbum
Het is fascinerende muziek die de uit Wales afkomstige Cate Le Bon maakt. In het begin was het misschien nog even wennen aan haar bijzondere songs en klanken, de bijzondere mix van invloeden en haar zeer karakteristieke stem, maar de afgelopen albums van haar hand waren albums op te koesteren. Dat geldt wat mij betreft ook weer voor het deze week verschenen Michelangelo Dying, dat deels in het verlengde ligt van zijn voorgangers, maar ook weer nieuwe elementen toevoegt aan de unieke muziek van Cate Le Bon. Ook Michelangelo Dying is weer geen heel makkelijk album, maar neem er even de tijd voor en je hoort steeds meer moois in het muzikale universum van Cate Le Bon.
De uit Wales afkomstige muzikante Cate Le Bon debuteerde in 2009 nog wat anoniem en wisselvallig met het aardige Me Oh My, maar sindsdien zijn haar albums alleen maar beter geworden. Het in 2012 verschenen Cyrk vond ik nog vooral lekker eigenzinnig, maar Mug Museum (2013), Crab Day (2016), Reward (2019) en Pompeii (2022) noemde ik op deze site stuk voor stuk al dan niet bescheiden meesterwerken. Cate Le Bon wist zich de afgelopen jaren bovendien te onderscheiden als producer van albums van onder andere Devendra Banhart, Kurt Vile, H. Hawkline, John Grant en Wilco, maar blijft gelukkig ook zelf albums maken.
Ik omschreef de muziek van de muzikante uit Wales de afgelopen jaren als een mix van oude folk, psychedelica, lo-fi, psych-folk en Krautrock. Dat is een omschrijving die op zich niet zoveel zegt, maar op een of andere manier vind ik hem ook wel weer van toepassing op het deze week verschenen Michelangelo Dying. Bij de vorige albums van Cate Le Bon hoorde ik bovendien ook wel wat van David Bowie en dan met name de Berlijnse jaren van de Britse muzikant, van Kate Bush en van Nico en ook dat zijn namen die terugkeren bij beluistering van Michelangelo Dying.
Met haar vijfde prachtalbum op rij onttrekt Cate Le Bon zich echter ook wel wat aan de vergelijking met anderen, waardoor haar nieuwe album vooral een Cate Le Bon album is. Het is een album dat net als haar vorige albums opvalt door een bonte mix van invloeden, door een eigenzinnig maar ook betoverend mooi geluid, door songs vol avontuur en door een zeer karakteristieke stem.
Het is een stem die soms wel wat aan die van Nico doet denken, al is de stem van Cate Le Bon wel wat toegankelijker, al blijft het een stem waar je van moet houden. Ik vind de stem van de muzikante uit Wales perfect passen bij de bijzondere klanken, die het geluid van Bowie’s Berlijnse periode combineren met flarden 80s, wat van Kate Bush en heel veel eigenzinnigheid van Cate Le Bon.
Ook Michelangelo Dying is weer een album dat vanaf de eerste tot en met de laatste noot intrigeert en blijft verrassen, maar het is ook een album met songs met een kop en een staart. Die songs waaien misschien net wat meer uit dan op de vorige albums van Cate Le Bon en zijn door het bezongen liefdesverdriet ook wat melancholischer, maar iedereen die haar vorige albums koesterde kan ook weer uit de voeten met Michelangelo Dying.
Alle albums van Cate Le Bon zijn groeialbums, waardoor ik het nog niet zo makkelijk vind om het album te plaatsen binnen haar inmiddels heel behoorlijke oeuvre, maar dat het net als de vorige vier albums een album van een bovengemiddeld niveau is is voor mij nu al zeker.
Cate Le Bon nam haar breakup album in een aantal sessies op en deed dat op Hydra, in Cardiff, in London in Los Angeles, en in Joshua Tree. Het suggereert dat er de nodige tijd is gestoken in het uiteraard door Cate Le Bon zelf geproduceerde album en zo klinkt het ook. Met name bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe mooi, rijk en knap de muziek op het album is en hoe bijzonder deze combineert met de stem van Cate Le Bon.
Ik kan me goed voorstellen dat er mensen zijn die niets horen in de niet alledaagse muziek van de muzikante uit Wales, maar ik kan me ook voorstellen dat er mensen zijn die weer intens en eindeloos gaan smullen van Michelangelo Dying en ik ben er zelf een van. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Cate Le Bon - Michelangelo Dying - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cate Le Bon - Michelangelo Dying
Cate Le Bon imponeerde de afgelopen jaren met een aantal geweldige albums en maakte indruk als producer en dat doet ze allebei ook weer met het deze week verschenen Michelangelo Dying, haar volgende prachtalbum
Het is fascinerende muziek die de uit Wales afkomstige Cate Le Bon maakt. In het begin was het misschien nog even wennen aan haar bijzondere songs en klanken, de bijzondere mix van invloeden en haar zeer karakteristieke stem, maar de afgelopen albums van haar hand waren albums op te koesteren. Dat geldt wat mij betreft ook weer voor het deze week verschenen Michelangelo Dying, dat deels in het verlengde ligt van zijn voorgangers, maar ook weer nieuwe elementen toevoegt aan de unieke muziek van Cate Le Bon. Ook Michelangelo Dying is weer geen heel makkelijk album, maar neem er even de tijd voor en je hoort steeds meer moois in het muzikale universum van Cate Le Bon.
De uit Wales afkomstige muzikante Cate Le Bon debuteerde in 2009 nog wat anoniem en wisselvallig met het aardige Me Oh My, maar sindsdien zijn haar albums alleen maar beter geworden. Het in 2012 verschenen Cyrk vond ik nog vooral lekker eigenzinnig, maar Mug Museum (2013), Crab Day (2016), Reward (2019) en Pompeii (2022) noemde ik op deze site stuk voor stuk al dan niet bescheiden meesterwerken. Cate Le Bon wist zich de afgelopen jaren bovendien te onderscheiden als producer van albums van onder andere Devendra Banhart, Kurt Vile, H. Hawkline, John Grant en Wilco, maar blijft gelukkig ook zelf albums maken.
Ik omschreef de muziek van de muzikante uit Wales de afgelopen jaren als een mix van oude folk, psychedelica, lo-fi, psych-folk en Krautrock. Dat is een omschrijving die op zich niet zoveel zegt, maar op een of andere manier vind ik hem ook wel weer van toepassing op het deze week verschenen Michelangelo Dying. Bij de vorige albums van Cate Le Bon hoorde ik bovendien ook wel wat van David Bowie en dan met name de Berlijnse jaren van de Britse muzikant, van Kate Bush en van Nico en ook dat zijn namen die terugkeren bij beluistering van Michelangelo Dying.
Met haar vijfde prachtalbum op rij onttrekt Cate Le Bon zich echter ook wel wat aan de vergelijking met anderen, waardoor haar nieuwe album vooral een Cate Le Bon album is. Het is een album dat net als haar vorige albums opvalt door een bonte mix van invloeden, door een eigenzinnig maar ook betoverend mooi geluid, door songs vol avontuur en door een zeer karakteristieke stem.
Het is een stem die soms wel wat aan die van Nico doet denken, al is de stem van Cate Le Bon wel wat toegankelijker, al blijft het een stem waar je van moet houden. Ik vind de stem van de muzikante uit Wales perfect passen bij de bijzondere klanken, die het geluid van Bowie’s Berlijnse periode combineren met flarden 80s, wat van Kate Bush en heel veel eigenzinnigheid van Cate Le Bon.
Ook Michelangelo Dying is weer een album dat vanaf de eerste tot en met de laatste noot intrigeert en blijft verrassen, maar het is ook een album met songs met een kop en een staart. Die songs waaien misschien net wat meer uit dan op de vorige albums van Cate Le Bon en zijn door het bezongen liefdesverdriet ook wat melancholischer, maar iedereen die haar vorige albums koesterde kan ook weer uit de voeten met Michelangelo Dying.
Alle albums van Cate Le Bon zijn groeialbums, waardoor ik het nog niet zo makkelijk vind om het album te plaatsen binnen haar inmiddels heel behoorlijke oeuvre, maar dat het net als de vorige vier albums een album van een bovengemiddeld niveau is is voor mij nu al zeker.
Cate Le Bon nam haar breakup album in een aantal sessies op en deed dat op Hydra, in Cardiff, in London in Los Angeles, en in Joshua Tree. Het suggereert dat er de nodige tijd is gestoken in het uiteraard door Cate Le Bon zelf geproduceerde album en zo klinkt het ook. Met name bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe mooi, rijk en knap de muziek op het album is en hoe bijzonder deze combineert met de stem van Cate Le Bon.
Ik kan me goed voorstellen dat er mensen zijn die niets horen in de niet alledaagse muziek van de muzikante uit Wales, maar ik kan me ook voorstellen dat er mensen zijn die weer intens en eindeloos gaan smullen van Michelangelo Dying en ik ben er zelf een van. Erwin Zijleman
Cate Le Bon - Pompeii (2022)

4,5
3
geplaatst: 6 februari 2022, 10:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cate Le Bon - Pompeii - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cate Le Bon - Pompeii
Singer-songwriter Cate Le Bon staat garant voor bijzondere albums en levert ook met Pompeii weer een album af dat even de tijd moet krijgen, maar dat vervolgens naar grote hoogten groeit
Ik heb een ongelooflijk zwak voor de muziek van Cate Le Bon, die met het in 2019 verschenen Reward haar beste album tot dat moment maakte. Dat album krijgt serieuze concurrentie van het nu verschenen Pompeii, dat me inmiddels minstens net zo goed bevalt. De muzikante uit Wales verwerkt dit keer wat meer invloeden uit de jaren 70 en 80 en heeft hoorbaar een zwak voor de muziek van David Bowie. De songs van Cate Le Bon moeten ook dit keer groeien en rijpen, maar als dat proces voltooid is, is ook haar nieuwe album weer een album dat makkelijk vermaakt met fraaie klanken, maar dat ook dieper graaft met bijzondere twists. Bijzondere muzikante, uitstekend album.
De uit Wales afkomstige singer-songwriter Cate Le Bon bracht vijftien jaar geleden haar eerste single uit en bouwt sindsdien aan een heel bijzonder oeuvre. Ze heeft inmiddels een aantal uitstekende albums op haar naam staan en het zijn stuk voor stuk albums die niet voor de makkelijkste weg kiezen, maar die op hetzelfde moment flink wat memorabele popsongs bevatten.
Het vorige album van Cate Le Bon, het in 2019 verschenen Reward, was voor mij en ondanks de hoge kwaliteit van haar eerste albums met afstand haar beste album tot dusver, waardoor ik, inmiddels al weer enkele weken geleden, met hooggespannen verwachtingen begon aan haar nieuwe album Pompeii.
Bij een nieuw album van Cate Le Bon weet je over het algemeen twee dingen zeker. Allereerst klinkt een nieuw album van de muzikante uit Wales tot dusver altijd anders dan haar vorige albums en hiernaast maakt Cate Le Bon muziek die de tijd nodig heeft om te rijpen. Het gaat ook weer op voor Pompeii dat zeker niet fantasieloos voortborduurt op het prachtige Reward en dat bovendien sinds mijn eerste beluistering nog flink aan kracht heeft gewonnen.
Pompeii is net als Reward geproduceerd door de van oorsprong Russische producer Samur Khouja, die de afgelopen jaren mooie dingen deed voor Regina Spektor, Midnight Sister en dus ook voor Cate Le Bon. Cate Le Bon schakelde voor Reward nog flink wat muzikanten in, maar op Pompeii doet ze veel zelf. De Britse muzikante tekende zelf voor de gitaren, synths, bas, piano en percussie op het album en deed alleen voor de drums, saxofoon en clarinet een beroep op andere muzikanten.
Pompeii is vergeleken met de vorige albums van Cate Le Bon een behoorlijk toegankelijk album, al zitten haar songs ook dit keer vol dubbele bodems en bijzondere twists. Reward haalde deze bijzondere twists zo nu en dan uit de archieven van de Krautrock, maar bevatte ook verwijzingen naar het werk van David Bowie.
Invloeden uit het werk van de Britse grootheid hebben op Pompeii aan kracht gewonnen. Qua sfeer doet Pompeii meer dan eens denken aan de muziek die Bowie in de tweede helft van de jaren 70 in Berlijn maakte en zeker ook aan die van de jaren hiervoor in de Verenigde Staten, maar Cate Le Bon is op haar nieuwe album ook niet vies van uitstapjes naar de jaren 80, zeker wanneer haar songs worden voorzien van wolken synths.
Pompeii is een behoorlijk introspectief album. Cate Le Bon nam het album grotendeels in haar uppie op in Cardiff en voegde de aanvullingen van de andere muzikanten wat later toe. Veel songs op het album klinken wat in zichzelf gekeerd, maar Pompeii heeft ook een nostalgisch tintje.
Bij eerste beluistering vond ik het album net wat minder dan zijn zo goede voorganger, maar over een album van Cate Le Bon moet je nooit te snel oordelen. Songs die in eerste instantie makkelijk lijken te vervliegen of die wat fantasieloos voort lijken te kabbelen, blijken bij herhaalde beluistering een stuk beter en ook na een paar weken is de rek er voor mij nog niet uit.
Pompeii klinkt vaak als een album dat in de jaren 80 gemaakt had kunnen worden, al weet ik niet direct wie er in dit decennium in staat was om een album als dit te maken. Ook met Pompeii gaat Cate Le Bon weer niet wereldberoemd worden, maar een ieder die haar muziek, net als ik, inmiddels een jaar of tien koestert, valt er ook op het zesde album van Cate Le Bon weer verschrikkelijk veel te genieten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cate Le Bon - Pompeii - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cate Le Bon - Pompeii
Singer-songwriter Cate Le Bon staat garant voor bijzondere albums en levert ook met Pompeii weer een album af dat even de tijd moet krijgen, maar dat vervolgens naar grote hoogten groeit
Ik heb een ongelooflijk zwak voor de muziek van Cate Le Bon, die met het in 2019 verschenen Reward haar beste album tot dat moment maakte. Dat album krijgt serieuze concurrentie van het nu verschenen Pompeii, dat me inmiddels minstens net zo goed bevalt. De muzikante uit Wales verwerkt dit keer wat meer invloeden uit de jaren 70 en 80 en heeft hoorbaar een zwak voor de muziek van David Bowie. De songs van Cate Le Bon moeten ook dit keer groeien en rijpen, maar als dat proces voltooid is, is ook haar nieuwe album weer een album dat makkelijk vermaakt met fraaie klanken, maar dat ook dieper graaft met bijzondere twists. Bijzondere muzikante, uitstekend album.
De uit Wales afkomstige singer-songwriter Cate Le Bon bracht vijftien jaar geleden haar eerste single uit en bouwt sindsdien aan een heel bijzonder oeuvre. Ze heeft inmiddels een aantal uitstekende albums op haar naam staan en het zijn stuk voor stuk albums die niet voor de makkelijkste weg kiezen, maar die op hetzelfde moment flink wat memorabele popsongs bevatten.
Het vorige album van Cate Le Bon, het in 2019 verschenen Reward, was voor mij en ondanks de hoge kwaliteit van haar eerste albums met afstand haar beste album tot dusver, waardoor ik, inmiddels al weer enkele weken geleden, met hooggespannen verwachtingen begon aan haar nieuwe album Pompeii.
Bij een nieuw album van Cate Le Bon weet je over het algemeen twee dingen zeker. Allereerst klinkt een nieuw album van de muzikante uit Wales tot dusver altijd anders dan haar vorige albums en hiernaast maakt Cate Le Bon muziek die de tijd nodig heeft om te rijpen. Het gaat ook weer op voor Pompeii dat zeker niet fantasieloos voortborduurt op het prachtige Reward en dat bovendien sinds mijn eerste beluistering nog flink aan kracht heeft gewonnen.
Pompeii is net als Reward geproduceerd door de van oorsprong Russische producer Samur Khouja, die de afgelopen jaren mooie dingen deed voor Regina Spektor, Midnight Sister en dus ook voor Cate Le Bon. Cate Le Bon schakelde voor Reward nog flink wat muzikanten in, maar op Pompeii doet ze veel zelf. De Britse muzikante tekende zelf voor de gitaren, synths, bas, piano en percussie op het album en deed alleen voor de drums, saxofoon en clarinet een beroep op andere muzikanten.
Pompeii is vergeleken met de vorige albums van Cate Le Bon een behoorlijk toegankelijk album, al zitten haar songs ook dit keer vol dubbele bodems en bijzondere twists. Reward haalde deze bijzondere twists zo nu en dan uit de archieven van de Krautrock, maar bevatte ook verwijzingen naar het werk van David Bowie.
Invloeden uit het werk van de Britse grootheid hebben op Pompeii aan kracht gewonnen. Qua sfeer doet Pompeii meer dan eens denken aan de muziek die Bowie in de tweede helft van de jaren 70 in Berlijn maakte en zeker ook aan die van de jaren hiervoor in de Verenigde Staten, maar Cate Le Bon is op haar nieuwe album ook niet vies van uitstapjes naar de jaren 80, zeker wanneer haar songs worden voorzien van wolken synths.
Pompeii is een behoorlijk introspectief album. Cate Le Bon nam het album grotendeels in haar uppie op in Cardiff en voegde de aanvullingen van de andere muzikanten wat later toe. Veel songs op het album klinken wat in zichzelf gekeerd, maar Pompeii heeft ook een nostalgisch tintje.
Bij eerste beluistering vond ik het album net wat minder dan zijn zo goede voorganger, maar over een album van Cate Le Bon moet je nooit te snel oordelen. Songs die in eerste instantie makkelijk lijken te vervliegen of die wat fantasieloos voort lijken te kabbelen, blijken bij herhaalde beluistering een stuk beter en ook na een paar weken is de rek er voor mij nog niet uit.
Pompeii klinkt vaak als een album dat in de jaren 80 gemaakt had kunnen worden, al weet ik niet direct wie er in dit decennium in staat was om een album als dit te maken. Ook met Pompeii gaat Cate Le Bon weer niet wereldberoemd worden, maar een ieder die haar muziek, net als ik, inmiddels een jaar of tien koestert, valt er ook op het zesde album van Cate Le Bon weer verschrikkelijk veel te genieten. Erwin Zijleman
Cate Le Bon - Reward (2019)

4,5
0
geplaatst: 26 mei 2019, 10:37 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cate Le Bon - Reward - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cate Le Bon - Reward
Cate Le Bon maakt het de luisteraar wederom niet makkelijk, maar stel je open voor Reward en je wordt bijzonder rijkelijk beloond met een album vol verrassing
Voor lekker in het gehoor liggende popliedjes ben je bij Cate Le Bon al jaren niet aan het juiste adres en de singer-songwriter uit Wales maakt het je ook dit keer niet makkelijk. Zowel de instrumentatie als de vocalen op Reward strijken flink tegen de haren in, maar zitten op hetzelfde moment vol prachtige accenten. Cate Le Bon heeft een album gemaakt dat anders klinkt dan alle andere albums van het moment en het is een album dat iedere keer weer net wat mooier en bijzonderder is. Geen moment in een hokje te duwen en vol experiment, maar ook een album dat maar blijft intrigeren.
Het in 2009 verschenen debuut van Cate Le Bon is me destijds volledig ontgaan, maar sinds het uit 2012 stammende Cyrk ben ik fan van de singer-songwriter die werd geboren op het platteland van Wales.
Cyrk werd in 2013 gevolgd door het eveneens uitstekende Mug Museum en in 2016 door het nog net wat betere Crab Day. De afgelopen jaren maakte Cate Le Bon bovendien twee albums onder de naam DRINKS met de Amerikaanse muzikant Tim Presley, maar deze bevielen me een stuk minder dan haar soloalbums.
Het is wat mij betreft dan ook goed nieuws dat Cate Le Bon nu weer opduikt met een nieuw soloalbum en het is nog beter nieuws dat Reward het beste soloalbum van de Britse singer-songwriter tot dusver is.
De charme van de vorige albums van Cate Le Bon zat hem vooral in het feit dat ze nergens kiest voor de makkelijkste weg en dat doet ze gelukkig ook niet op Reward. De zang van de Britse muzikante vergeleek ik in het verleden wel eens met die van Nico en niet omdat Cate Le Bon is voorzien van een even donker stemgeluid, maar vooral omdat ze net als Nico op bijzondere wijze zingt. Het is ook weer het geval op Reward, dat het je in vocaal opzicht niet altijd makkelijk maakt.
Hetzelfde geldt overigens voor de instrumentatie op het album. Het is een betrekkelijk sobere instrumentatie, die het vooral moet hebben van de bijzondere accenten. Zo laat de bijna minimalistisch klinkende openingstrack vooral accenten van saxofoon en percussie horen en zijn het meerdere lagen van de stem van Cate Le Bon die de ruimte moeten vullen.
De muzikante uit Wales schreef de meeste songs voor Reward achter de piano, maar het zijn synths, gitaar, percussie en saxofoon die het geluid op het album bepalen. Het doet me af en toe denken aan de albums die Bowie in Berlijn maakte, maar Reward sluit ook nadrukkelijk aan bij de synthpop uit de jaren 80 en heeft ook wel wat van de beste albums van de Eurythmics. Hiernaast hoor ik flink wat van Kate Bush, vooral wanneer het gaat om experimenteerdrift. Aan de andere kant staat het in Los Angeles opgenomen album ook met minstens één been in het heden en klinkt Cate Le Bon uiteindelijk vooral als Cate Le Bon.
Cate Le Bon maakte de afgelopen jaren een aantal soloalbums die schuurden en ook Reward schuurt. De vocalen strijken af en toe tegen de haren in en de instrumentatie kan af en toe wat kitscherig aandoen, maar tegen schurende noten staan bij Cate Le Bon ook altijd noten die je zielsgelukkig maken.
Reward is in muzikaal opzicht een spannend album, dat niet of nauwelijks in een hokje is te duwen. Samen met onder andere Stella Mozgawa (Warpaint) en Josh Klinghoffer (Red Hot Chili Peppers) zet Cate Le Bon een geluid neer dat vooral ongrijpbaar is. Net als op haar vorige albums zijn experimenten met Krautrock en psychedelica nooit ver weg, maar Cate Le Bon sleept er dit keer van alles bij.
Vrijwel alle songs op het album moet je meerdere keren horen voordat ze ook maar enigszins vertrouwd klinken en ook dan blijft Reward een behoorlijk ongrijpbaar album. Wanneer je eenmaal gevangen bent in het bijzondere muzikale universum van Cate Le Bon wint het album echter snel aan kracht. Reward is een eigenzinnig album dat geen compromissen sluit. Het is een album dat het je soms enorm moeilijk maakt, maar het is ook een album dat je uiteindelijk alleen maar wilt koesteren. Zoals gezegd het beste album van Cate Le Bon tot dusver en een van de beste albums van het moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cate Le Bon - Reward - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cate Le Bon - Reward
Cate Le Bon maakt het de luisteraar wederom niet makkelijk, maar stel je open voor Reward en je wordt bijzonder rijkelijk beloond met een album vol verrassing
Voor lekker in het gehoor liggende popliedjes ben je bij Cate Le Bon al jaren niet aan het juiste adres en de singer-songwriter uit Wales maakt het je ook dit keer niet makkelijk. Zowel de instrumentatie als de vocalen op Reward strijken flink tegen de haren in, maar zitten op hetzelfde moment vol prachtige accenten. Cate Le Bon heeft een album gemaakt dat anders klinkt dan alle andere albums van het moment en het is een album dat iedere keer weer net wat mooier en bijzonderder is. Geen moment in een hokje te duwen en vol experiment, maar ook een album dat maar blijft intrigeren.
Het in 2009 verschenen debuut van Cate Le Bon is me destijds volledig ontgaan, maar sinds het uit 2012 stammende Cyrk ben ik fan van de singer-songwriter die werd geboren op het platteland van Wales.
Cyrk werd in 2013 gevolgd door het eveneens uitstekende Mug Museum en in 2016 door het nog net wat betere Crab Day. De afgelopen jaren maakte Cate Le Bon bovendien twee albums onder de naam DRINKS met de Amerikaanse muzikant Tim Presley, maar deze bevielen me een stuk minder dan haar soloalbums.
Het is wat mij betreft dan ook goed nieuws dat Cate Le Bon nu weer opduikt met een nieuw soloalbum en het is nog beter nieuws dat Reward het beste soloalbum van de Britse singer-songwriter tot dusver is.
De charme van de vorige albums van Cate Le Bon zat hem vooral in het feit dat ze nergens kiest voor de makkelijkste weg en dat doet ze gelukkig ook niet op Reward. De zang van de Britse muzikante vergeleek ik in het verleden wel eens met die van Nico en niet omdat Cate Le Bon is voorzien van een even donker stemgeluid, maar vooral omdat ze net als Nico op bijzondere wijze zingt. Het is ook weer het geval op Reward, dat het je in vocaal opzicht niet altijd makkelijk maakt.
Hetzelfde geldt overigens voor de instrumentatie op het album. Het is een betrekkelijk sobere instrumentatie, die het vooral moet hebben van de bijzondere accenten. Zo laat de bijna minimalistisch klinkende openingstrack vooral accenten van saxofoon en percussie horen en zijn het meerdere lagen van de stem van Cate Le Bon die de ruimte moeten vullen.
De muzikante uit Wales schreef de meeste songs voor Reward achter de piano, maar het zijn synths, gitaar, percussie en saxofoon die het geluid op het album bepalen. Het doet me af en toe denken aan de albums die Bowie in Berlijn maakte, maar Reward sluit ook nadrukkelijk aan bij de synthpop uit de jaren 80 en heeft ook wel wat van de beste albums van de Eurythmics. Hiernaast hoor ik flink wat van Kate Bush, vooral wanneer het gaat om experimenteerdrift. Aan de andere kant staat het in Los Angeles opgenomen album ook met minstens één been in het heden en klinkt Cate Le Bon uiteindelijk vooral als Cate Le Bon.
Cate Le Bon maakte de afgelopen jaren een aantal soloalbums die schuurden en ook Reward schuurt. De vocalen strijken af en toe tegen de haren in en de instrumentatie kan af en toe wat kitscherig aandoen, maar tegen schurende noten staan bij Cate Le Bon ook altijd noten die je zielsgelukkig maken.
Reward is in muzikaal opzicht een spannend album, dat niet of nauwelijks in een hokje is te duwen. Samen met onder andere Stella Mozgawa (Warpaint) en Josh Klinghoffer (Red Hot Chili Peppers) zet Cate Le Bon een geluid neer dat vooral ongrijpbaar is. Net als op haar vorige albums zijn experimenten met Krautrock en psychedelica nooit ver weg, maar Cate Le Bon sleept er dit keer van alles bij.
Vrijwel alle songs op het album moet je meerdere keren horen voordat ze ook maar enigszins vertrouwd klinken en ook dan blijft Reward een behoorlijk ongrijpbaar album. Wanneer je eenmaal gevangen bent in het bijzondere muzikale universum van Cate Le Bon wint het album echter snel aan kracht. Reward is een eigenzinnig album dat geen compromissen sluit. Het is een album dat het je soms enorm moeilijk maakt, maar het is ook een album dat je uiteindelijk alleen maar wilt koesteren. Zoals gezegd het beste album van Cate Le Bon tot dusver en een van de beste albums van het moment. Erwin Zijleman
Caylee Hammack - Bed of Roses (2025)

3,5
0
geplaatst: 19 maart 2025, 15:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Caylee Hammack - Bed Of Roses - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Caylee Hammack - Bed Of Roses
De Amerikaanse muzikante Caylee Hammack vertelt op haar tweede album Bed Of Roses mooie verhalen en vertolkt ze met hart en ziel met een krachtige stem en muziek die ook buiten de lijntjes van de countrypop kleurt
Bed Of Roses klinkt op het eerste gehoor een beetje als de country(pop) albums die in de jaren 90 of aan het begin van dit millennium werden gemaakt. Daar was ik niet altijd gek op, maar het tweede album van Caylee Hammack is ook een album waarover je niet te snel moet oordelen. De zang op het album is soms wat zwaar aangezet, maar Caylee Hammack is ook een prima zangeres. In muzikaal opzicht klinkt het soms wat mainstream, maar de muzikanten op het album leveren ook vakwerk. Caylee Hammack toont zich bovendien een prima songwriter, die de hoofdstukken uit haar gelijktijdig verschenen boek heeft vertaald naar een serie aansprekende songs.
Bed Of Roses van Caylee Hammack krijgt vooral zeer positieve recensies, maar zelf was ik niet direct overtuigd van het album. Het is een album dat ik zelf zou omschrijven als countrypop en daar ben ik zeker niet vies van. Het is bovendien countrypop die bestaat uit meer country dan pop, dus ook in dat opzicht zou het album me aan moeten spreken. Bij eerste beluistering vond ik Bed Of Roses echter wat mainstream klinken en bovendien had ik wat moeite met de krachtige stem van Caylee Hammack.
Het zijn twee dingen waar ik kennelijk aan moest wennen, want nu ik het tweede album van Caylee Hammack meerdere keren heb gehoord vind ik het mainstream gehalte van Bed Of Roses wel meevallen en ook de stem van de Amerikaanse muzikante bevalt me inmiddels een stuk beter.
Bed Of Roses is een wat ander countrypop album dan de albums die ik de afgelopen twee jaar heb omarmd in het genre en zit wat dichter aan tegen de albums die in de jaren 90 en 00 werden gemaakt in het genre. Bed Of Roses is een typisch Nashville countrypop album, maar het is er een die ook liefhebbers van wat traditioneler aandoende country varianten zal bevallen.
Bed Of Roses is een bijzonder album, want het verscheen samen met een boek dat Caylee Hammack schreef met de Amerikaanse schrijfster Carolyn Brown. Het is een boek dat ‘coming of age’ als centraal thema heeft en dat is een thema dat het goed doet binnen de countrymuziek. Het album volgt de hoofdstukken van het boek en kan met een beetje worden gezien als de soundtrack bij het boek.
Ik had eerlijk gezegd nog niet eerder van Caylee Hammack gehoord, maar er is hoorbaar veel geld gestoken in Bed Of Roses. De Amerikaanse muzikante kon een beroep doen op een dozijn songwriters en wist bovendien prima muzikanten en ervaren producers (Dann Huff en John Osborne) te strikken voor haar tweede album.
Bed Of Roses klinkt met enge regelmaat als een typisch Nashville countrypop album, maar Caylee Hammack doet ook haar eigen ding. In muzikaal opzicht kan het meerdere kanten op, waardoor het album zich ook met enige regelmaat ver buiten de vaste kaders van de Nashville countrypop beweegt. Zeker in de wat meer ingehouden tracks klinkt het allemaal bijzonder smaakvol en maakt Caylee Hammack muziek die ook zal worden gewaardeerd door country liefhebbers die niet veel op hebben met countrypop.
Wat voor de muziek geldt, geldt ook voor de zang van de Amerikaanse muzikante. Ik hou persoonlijk niet zo heel erg van de hele krachtige uithalen die Caylee Hammack in huis heeft, maar ze weet ook uitstekend te doseren en gaat slechts bij uitzondering vol op het orgel.
Bed Of Roses van Caylee Hammack wist me niet zo makkelijk te overtuigen als een aantal andere recent verschenen countrypop albums, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer ik overtuig raak van de kwaliteiten van de Amerikaanse muzikante. Bed Of Roses gaat het in de Verenigde Staten ongetwijfeld heel goed doen, maar ook hier zouden liefhebbers van countrymuziek die niet vies zijn van een beetje pop best wel eens kunnen vallen voor de muzikale charmes van Caylee Hammack, die laat horen dat ze flink gegroeid is sinds de release van haar debuutalbum in 2020. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Caylee Hammack - Bed Of Roses - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Caylee Hammack - Bed Of Roses
De Amerikaanse muzikante Caylee Hammack vertelt op haar tweede album Bed Of Roses mooie verhalen en vertolkt ze met hart en ziel met een krachtige stem en muziek die ook buiten de lijntjes van de countrypop kleurt
Bed Of Roses klinkt op het eerste gehoor een beetje als de country(pop) albums die in de jaren 90 of aan het begin van dit millennium werden gemaakt. Daar was ik niet altijd gek op, maar het tweede album van Caylee Hammack is ook een album waarover je niet te snel moet oordelen. De zang op het album is soms wat zwaar aangezet, maar Caylee Hammack is ook een prima zangeres. In muzikaal opzicht klinkt het soms wat mainstream, maar de muzikanten op het album leveren ook vakwerk. Caylee Hammack toont zich bovendien een prima songwriter, die de hoofdstukken uit haar gelijktijdig verschenen boek heeft vertaald naar een serie aansprekende songs.
Bed Of Roses van Caylee Hammack krijgt vooral zeer positieve recensies, maar zelf was ik niet direct overtuigd van het album. Het is een album dat ik zelf zou omschrijven als countrypop en daar ben ik zeker niet vies van. Het is bovendien countrypop die bestaat uit meer country dan pop, dus ook in dat opzicht zou het album me aan moeten spreken. Bij eerste beluistering vond ik Bed Of Roses echter wat mainstream klinken en bovendien had ik wat moeite met de krachtige stem van Caylee Hammack.
Het zijn twee dingen waar ik kennelijk aan moest wennen, want nu ik het tweede album van Caylee Hammack meerdere keren heb gehoord vind ik het mainstream gehalte van Bed Of Roses wel meevallen en ook de stem van de Amerikaanse muzikante bevalt me inmiddels een stuk beter.
Bed Of Roses is een wat ander countrypop album dan de albums die ik de afgelopen twee jaar heb omarmd in het genre en zit wat dichter aan tegen de albums die in de jaren 90 en 00 werden gemaakt in het genre. Bed Of Roses is een typisch Nashville countrypop album, maar het is er een die ook liefhebbers van wat traditioneler aandoende country varianten zal bevallen.
Bed Of Roses is een bijzonder album, want het verscheen samen met een boek dat Caylee Hammack schreef met de Amerikaanse schrijfster Carolyn Brown. Het is een boek dat ‘coming of age’ als centraal thema heeft en dat is een thema dat het goed doet binnen de countrymuziek. Het album volgt de hoofdstukken van het boek en kan met een beetje worden gezien als de soundtrack bij het boek.
Ik had eerlijk gezegd nog niet eerder van Caylee Hammack gehoord, maar er is hoorbaar veel geld gestoken in Bed Of Roses. De Amerikaanse muzikante kon een beroep doen op een dozijn songwriters en wist bovendien prima muzikanten en ervaren producers (Dann Huff en John Osborne) te strikken voor haar tweede album.
Bed Of Roses klinkt met enge regelmaat als een typisch Nashville countrypop album, maar Caylee Hammack doet ook haar eigen ding. In muzikaal opzicht kan het meerdere kanten op, waardoor het album zich ook met enige regelmaat ver buiten de vaste kaders van de Nashville countrypop beweegt. Zeker in de wat meer ingehouden tracks klinkt het allemaal bijzonder smaakvol en maakt Caylee Hammack muziek die ook zal worden gewaardeerd door country liefhebbers die niet veel op hebben met countrypop.
Wat voor de muziek geldt, geldt ook voor de zang van de Amerikaanse muzikante. Ik hou persoonlijk niet zo heel erg van de hele krachtige uithalen die Caylee Hammack in huis heeft, maar ze weet ook uitstekend te doseren en gaat slechts bij uitzondering vol op het orgel.
Bed Of Roses van Caylee Hammack wist me niet zo makkelijk te overtuigen als een aantal andere recent verschenen countrypop albums, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer ik overtuig raak van de kwaliteiten van de Amerikaanse muzikante. Bed Of Roses gaat het in de Verenigde Staten ongetwijfeld heel goed doen, maar ook hier zouden liefhebbers van countrymuziek die niet vies zijn van een beetje pop best wel eens kunnen vallen voor de muzikale charmes van Caylee Hammack, die laat horen dat ze flink gegroeid is sinds de release van haar debuutalbum in 2020. Erwin Zijleman
Cedric Burnside - I Be Trying (2021)

4,0
2
geplaatst: 9 juli 2021, 12:38 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cedric Burnside - I Be Trying - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cedric Burnside - I Be Trying
Cedric Burnside maakt op I Be Trying indruk met uitstekende zang, geweldig gitaarwerk en muziek die de blues uit vervlogen tijden eert, maar die ook open staat voor invloeden van nu
Als kleinzoon van de legendarische bluesmuzikant R.L. Burnside beschikt Cedric Burnside in ieder geval over de juiste muzikale genen, maar dat is nog geen garantie op succes. Met I Be Trying laat de Amerikaanse muzikant echter horen dat de appel niet ver van de boom is gevallen. Cedric Burnside beschikt over een prima stem en is een geweldig gitarist. Hij kan op zijn nieuwe album uit de voeten met de blues van zijn opa, maar staat ook open voor invloeden uit andere tijden en andere genres. I Be Trying is een bijzonder lekker album, dat je de hele speelduur meesleept, maar het is ook heel erg goed. Ik had hem niet zo op het netvlies, maar dit is echt een hele grote.
Ik weet dat Cedric Burnside de kleinzoon is van de legendarische bluesmuzikant R.L. Burnside, maar hier houdt mijn kennis ook meteen op. De jonge Burnside telg, ook al 42 jaar oud inmiddels trouwens, heeft in verschillende gedaanten (Burnside Exploration, Cedric Burnside Project en sinds 2018 als Cedric Burnside) al meerdere albums afgeleverd, maar ze zijn allemaal aan mij voorbij gegaan.
Zijn tweede soloalbum onder zijn eigen naam heb ik wel direct opgepikt en dat is deels de verdienste van The Black Keys, die de opa van Cedric eerden op hun eerder dit jaar verschenen album Delta Kream. Ik mag The Black Keys dankbaar zijn voor het ontdekken van de muziek van Cedric Burnside, want het onlangs verschenen I Be Trying is een heerlijk album van een uitstekend muzikant.
De uit muzikant uit Holly Springs, Mississippi, kreeg de muziek thuis met de paplepel ingegoten van zijn muzikale ouders en omdat het gezin inwoonde bij opa Robert Lee (natuurlijk beter bekend als R.L.), deed opa ook nog een flinke duit in het zakje. Cedric Burnside heeft daarom inmiddels al zo’n 30 jaar ervaring in de muziek en heeft bovendien de muzikale genen van zijn grootvader geërfd.
Het is allemaal te horen op I Be Trying, dat niet alleen een heerlijk bluesalbum is, maar ook veel meer dan dat. In de bluesy tracks op het album grijpt Cedric Burnside nadrukkelijk terug op de Mississippi blues uit het verre verleden, al klinkt het wel wat moderner dan de meeste andere albums in het genre.
Cedric Burnside is een prima zanger en boven alles een geweldig gitarist, die zowel op de akoestische gitaar als op de elektrische gitaar wonderen verricht. Het bluesy gitaarspel op het album is om je vingers bij af te likken en komt ook nog eens geweldig uit de speakers.
Dat laatste is de verdienste van de legendarische producer Lawrence "Boo" Mitchell, die in zijn Royal Studio in Memphis eerder werkte met onder andere Al Green, Solomon Burke, Lamont Dozier, Rod Stewart en John Mayer. Deze Boo Mitchell heeft ook het nieuwe album van Cedric Burnside prachtig geproduceerd. De band lijkt bij je in de huiskamer te spelen, waarbij met name het gitaarwerk en de zang uit de speakers knallen.
De jongere Burnside telg werd verder bijgestaan door een fantastische ritmesectie en gastmuzikant Luther Dickinson (North Mississippi Allstars), maar het meeste doet de Amerikaanse bluesmuzikant zelf (in een aantal songs neemt hij zelf ook nog eens zeer verdienstelijk de drums voor zijn rekening).
Cedric Burnside kan op I Be Trying uitstekend uit de voeten met de bluesmuziek zoals die in verleden werd gemaakt, maar hij kan nog meer. Blues is absoluut de hoofdmoot op het album, maar de muzikant uit Mississippi kan ook uit de voeten met invloeden uit omliggende genres met hier en daar een vleugje soul of funk.
I Be Trying is een bijzonder lekkend klinkend album dat echt geen moment verveelt, maar luister nog net wat beter en je hoort hoe goed het gitaarwerk op het album is. Cedric Burnside speelt rauw maar ook gevoelig en zoekt bovendien met enige regelmaat een uitweg van de gebaande paden. Het levert een album op dat laat horen dat de muziek die zijn opa R.L. Burnside lang geleden op de kaart zette nog steeds springlevend en relevant is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cedric Burnside - I Be Trying - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cedric Burnside - I Be Trying
Cedric Burnside maakt op I Be Trying indruk met uitstekende zang, geweldig gitaarwerk en muziek die de blues uit vervlogen tijden eert, maar die ook open staat voor invloeden van nu
Als kleinzoon van de legendarische bluesmuzikant R.L. Burnside beschikt Cedric Burnside in ieder geval over de juiste muzikale genen, maar dat is nog geen garantie op succes. Met I Be Trying laat de Amerikaanse muzikant echter horen dat de appel niet ver van de boom is gevallen. Cedric Burnside beschikt over een prima stem en is een geweldig gitarist. Hij kan op zijn nieuwe album uit de voeten met de blues van zijn opa, maar staat ook open voor invloeden uit andere tijden en andere genres. I Be Trying is een bijzonder lekker album, dat je de hele speelduur meesleept, maar het is ook heel erg goed. Ik had hem niet zo op het netvlies, maar dit is echt een hele grote.
Ik weet dat Cedric Burnside de kleinzoon is van de legendarische bluesmuzikant R.L. Burnside, maar hier houdt mijn kennis ook meteen op. De jonge Burnside telg, ook al 42 jaar oud inmiddels trouwens, heeft in verschillende gedaanten (Burnside Exploration, Cedric Burnside Project en sinds 2018 als Cedric Burnside) al meerdere albums afgeleverd, maar ze zijn allemaal aan mij voorbij gegaan.
Zijn tweede soloalbum onder zijn eigen naam heb ik wel direct opgepikt en dat is deels de verdienste van The Black Keys, die de opa van Cedric eerden op hun eerder dit jaar verschenen album Delta Kream. Ik mag The Black Keys dankbaar zijn voor het ontdekken van de muziek van Cedric Burnside, want het onlangs verschenen I Be Trying is een heerlijk album van een uitstekend muzikant.
De uit muzikant uit Holly Springs, Mississippi, kreeg de muziek thuis met de paplepel ingegoten van zijn muzikale ouders en omdat het gezin inwoonde bij opa Robert Lee (natuurlijk beter bekend als R.L.), deed opa ook nog een flinke duit in het zakje. Cedric Burnside heeft daarom inmiddels al zo’n 30 jaar ervaring in de muziek en heeft bovendien de muzikale genen van zijn grootvader geërfd.
Het is allemaal te horen op I Be Trying, dat niet alleen een heerlijk bluesalbum is, maar ook veel meer dan dat. In de bluesy tracks op het album grijpt Cedric Burnside nadrukkelijk terug op de Mississippi blues uit het verre verleden, al klinkt het wel wat moderner dan de meeste andere albums in het genre.
Cedric Burnside is een prima zanger en boven alles een geweldig gitarist, die zowel op de akoestische gitaar als op de elektrische gitaar wonderen verricht. Het bluesy gitaarspel op het album is om je vingers bij af te likken en komt ook nog eens geweldig uit de speakers.
Dat laatste is de verdienste van de legendarische producer Lawrence "Boo" Mitchell, die in zijn Royal Studio in Memphis eerder werkte met onder andere Al Green, Solomon Burke, Lamont Dozier, Rod Stewart en John Mayer. Deze Boo Mitchell heeft ook het nieuwe album van Cedric Burnside prachtig geproduceerd. De band lijkt bij je in de huiskamer te spelen, waarbij met name het gitaarwerk en de zang uit de speakers knallen.
De jongere Burnside telg werd verder bijgestaan door een fantastische ritmesectie en gastmuzikant Luther Dickinson (North Mississippi Allstars), maar het meeste doet de Amerikaanse bluesmuzikant zelf (in een aantal songs neemt hij zelf ook nog eens zeer verdienstelijk de drums voor zijn rekening).
Cedric Burnside kan op I Be Trying uitstekend uit de voeten met de bluesmuziek zoals die in verleden werd gemaakt, maar hij kan nog meer. Blues is absoluut de hoofdmoot op het album, maar de muzikant uit Mississippi kan ook uit de voeten met invloeden uit omliggende genres met hier en daar een vleugje soul of funk.
I Be Trying is een bijzonder lekkend klinkend album dat echt geen moment verveelt, maar luister nog net wat beter en je hoort hoe goed het gitaarwerk op het album is. Cedric Burnside speelt rauw maar ook gevoelig en zoekt bovendien met enige regelmaat een uitweg van de gebaande paden. Het levert een album op dat laat horen dat de muziek die zijn opa R.L. Burnside lang geleden op de kaart zette nog steeds springlevend en relevant is. Erwin Zijleman
Celeste - Not Your Muse (2021)

4,0
1
geplaatst: 8 februari 2021, 16:03 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Celeste - Not Your Muse - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Celeste - Not Your Muse
Bij eerste beluistering viel het me tegen, maar hoe vaker ik naar het debuut van Celeste luister, hoe mooier het wordt, met een onbetwiste glansrol voor de wat meer ingetogen en jazzy tracks
Je moet kennelijk in de stemming zijn voor Not Your Muse van Celeste. Bij mijn eerste kennismaking deed het me heel weinig, maar bij de tweede kans viel alles op zijn plek. Celeste maakt pure pop met hier en daar een vleugje jazz en soul, maar het is zeker geen dertien in een dozijn popzangeres. Haar stem is van een wonderbaarlijke schoonheid en die schoonheid hoor je ook in de instrumentatie, zeker wanneer de Britse zangeres de inkleuring van haar songs betrekkelijk sober en subtiel houdt. Maak niet dezelfde fout als ik en oordeel niet te snel over dit album. Celeste blijkt dan al snel het enorme talent dat de Britse media van haar maken op het moment.
Het komt niet heel vaak voor dat ik mijn mening over een album zo grondig moet herzien als mijn mening over het debuutalbum van de Britse zangeres Celeste. Het is een album waar ik met enorm hoge verwachtingen naar uit had gekeken, maar toen het album ruim een week geleden verscheen viel het me tegen. Vies tegen zelfs.
Te glad, te veilig, te gewoontjes en nog wat van dit soort oordelen domineerden mijn mening over het debuut van de in de Verenigde Staten geboren, maar in het Verenigd Koninkrijk getogen Celeste, waarna ik het album direct terzijde schoof.
Ik schreef er een paar zinnen over op in mijn recensie van het album van Arlo Parks, dat me wel direct beviel, en daar kreeg ik nogal wat reacties op, die stuk voor stuk aandrongen op het nogmaals beluisteren van het debuut van Celeste en dit keer wat beter. Ik verwachtte er eerlijk gezegd niets van, maar het wonder geschiedde: ik werd een week later wel volledig gegrepen door Not Your Muse.
Waarom het ruim een week geleden mis ging weet ik echt niet en dat doet er ook niet meer toe. Het verkeerde album op het verkeerde moment waarschijnlijk. Feit is dat mijn tweede kennismaking met Celeste een totaal andere was.
Openingstrack Ideal Woman is direct van een bijzondere schoonheid. Een mooie ingetogen en wat jazzy instrumentatie, een laag tempo en de prachtige stem van Celeste, die de track vol gevoel en doorleving vertolkt. Het is een stem die af en toe wat heeft van die van Amy Winehouse en af en toe ook wat van Adele, maar Celeste heeft ook een duidelijk eigen stemgeluid dat puur en oprecht klinkt.
Strange, de tweede track op het album en wat mij betreft het prijsnummer, is nog mooier en loopt over van gevoel en intimiteit. Kippenvel. Wanneer het tempo in track nummer drie, Tonight Tonight, wat omhoog gaat is het onderscheidend vermogen van Celeste wat minder groot, maar ik vind het nog steeds smaakvol en zeker niet glad, veilig of gewoontjes.
Not Your Muse is voorzien van een smaakvol geluid dat warm aanvoelt en dat flink vol is ingekleurd met strijkers en blazers, maar dat ook sobere en intieme momenten heeft. Het is een geluid dat de ruimte makkelijk vult met aangename klanken, maar het is ook een geluid dat veel knapper in elkaar steekt dat je op het eerste gehoor zult vermoeden.
Ook In Stop This Flame houdt Celeste het tempo hoog, maar dit keer overtuigt ze makkelijk met haar soepele en soulvolle stem en met de trefzekere instrumentatie die afwisselend ingetogen en jazzy of groots en meeslepend is. Na het soepele Tell Me Something I Don’t Know neemt Celeste in de titeltrack van het album weer gas terug en imponeert ze met haar zang, terwijl ook de instrumentatie weer prachtig uitpakt.
Van Not Your Muse is ook een luxe versie verschenen, die ruim 80 minuten muziek bevat. Natuurlijk is niet alles goed op deze versie, maar wanneer ik vooral de wat meer ingetogen songs er uit pik, hou ik nog heel veel geweldige songs over.
Zeker wanneer je het volume wat opvoert, dringt de stem van Celeste zich genadeloos op en wordt de zang op Not Your Muse mooier en mooier. De Britse zangeres vindt aansluiting bij de soulvolle popzangeressen van het moment, maar ook de vergelijking met de grote soul- en jazzzangeressen uit een ver verleden snijdt hout. Een prachtalbum al met al. Gelukkig bestaat er zoiets als een tweede kans. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Celeste - Not Your Muse - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Celeste - Not Your Muse
Bij eerste beluistering viel het me tegen, maar hoe vaker ik naar het debuut van Celeste luister, hoe mooier het wordt, met een onbetwiste glansrol voor de wat meer ingetogen en jazzy tracks
Je moet kennelijk in de stemming zijn voor Not Your Muse van Celeste. Bij mijn eerste kennismaking deed het me heel weinig, maar bij de tweede kans viel alles op zijn plek. Celeste maakt pure pop met hier en daar een vleugje jazz en soul, maar het is zeker geen dertien in een dozijn popzangeres. Haar stem is van een wonderbaarlijke schoonheid en die schoonheid hoor je ook in de instrumentatie, zeker wanneer de Britse zangeres de inkleuring van haar songs betrekkelijk sober en subtiel houdt. Maak niet dezelfde fout als ik en oordeel niet te snel over dit album. Celeste blijkt dan al snel het enorme talent dat de Britse media van haar maken op het moment.
Het komt niet heel vaak voor dat ik mijn mening over een album zo grondig moet herzien als mijn mening over het debuutalbum van de Britse zangeres Celeste. Het is een album waar ik met enorm hoge verwachtingen naar uit had gekeken, maar toen het album ruim een week geleden verscheen viel het me tegen. Vies tegen zelfs.
Te glad, te veilig, te gewoontjes en nog wat van dit soort oordelen domineerden mijn mening over het debuut van de in de Verenigde Staten geboren, maar in het Verenigd Koninkrijk getogen Celeste, waarna ik het album direct terzijde schoof.
Ik schreef er een paar zinnen over op in mijn recensie van het album van Arlo Parks, dat me wel direct beviel, en daar kreeg ik nogal wat reacties op, die stuk voor stuk aandrongen op het nogmaals beluisteren van het debuut van Celeste en dit keer wat beter. Ik verwachtte er eerlijk gezegd niets van, maar het wonder geschiedde: ik werd een week later wel volledig gegrepen door Not Your Muse.
Waarom het ruim een week geleden mis ging weet ik echt niet en dat doet er ook niet meer toe. Het verkeerde album op het verkeerde moment waarschijnlijk. Feit is dat mijn tweede kennismaking met Celeste een totaal andere was.
Openingstrack Ideal Woman is direct van een bijzondere schoonheid. Een mooie ingetogen en wat jazzy instrumentatie, een laag tempo en de prachtige stem van Celeste, die de track vol gevoel en doorleving vertolkt. Het is een stem die af en toe wat heeft van die van Amy Winehouse en af en toe ook wat van Adele, maar Celeste heeft ook een duidelijk eigen stemgeluid dat puur en oprecht klinkt.
Strange, de tweede track op het album en wat mij betreft het prijsnummer, is nog mooier en loopt over van gevoel en intimiteit. Kippenvel. Wanneer het tempo in track nummer drie, Tonight Tonight, wat omhoog gaat is het onderscheidend vermogen van Celeste wat minder groot, maar ik vind het nog steeds smaakvol en zeker niet glad, veilig of gewoontjes.
Not Your Muse is voorzien van een smaakvol geluid dat warm aanvoelt en dat flink vol is ingekleurd met strijkers en blazers, maar dat ook sobere en intieme momenten heeft. Het is een geluid dat de ruimte makkelijk vult met aangename klanken, maar het is ook een geluid dat veel knapper in elkaar steekt dat je op het eerste gehoor zult vermoeden.
Ook In Stop This Flame houdt Celeste het tempo hoog, maar dit keer overtuigt ze makkelijk met haar soepele en soulvolle stem en met de trefzekere instrumentatie die afwisselend ingetogen en jazzy of groots en meeslepend is. Na het soepele Tell Me Something I Don’t Know neemt Celeste in de titeltrack van het album weer gas terug en imponeert ze met haar zang, terwijl ook de instrumentatie weer prachtig uitpakt.
Van Not Your Muse is ook een luxe versie verschenen, die ruim 80 minuten muziek bevat. Natuurlijk is niet alles goed op deze versie, maar wanneer ik vooral de wat meer ingetogen songs er uit pik, hou ik nog heel veel geweldige songs over.
Zeker wanneer je het volume wat opvoert, dringt de stem van Celeste zich genadeloos op en wordt de zang op Not Your Muse mooier en mooier. De Britse zangeres vindt aansluiting bij de soulvolle popzangeressen van het moment, maar ook de vergelijking met de grote soul- en jazzzangeressen uit een ver verleden snijdt hout. Een prachtalbum al met al. Gelukkig bestaat er zoiets als een tweede kans. Erwin Zijleman
Celeste - Woman of Faces (2025)

4,0
1
geplaatst: 16 november 2025, 11:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Celeste - Woman Of Faces - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Celeste - Woman Of Faces
Bijna vijf jaar na haar terecht bewierookte debuutalbum keert de Brits-Jamaicaanse zangeres Celeste terug met een aardedonker en loodzwaar album, waarop ze nog altijd diepe indruk maakt als zangeres
Celeste verdween na het succes van haar debuutalbum net zo snel als ze gekomen was, maar deze week is er dan eindelijk haar tweede album. Woman Of Faces is een totaal ander album dan Not Your Muse bijna vijf jaar geleden. De songs zijn vrijwel zonder uitzondering ingetogen en indringend, met muziek die vooral bestaat uit piano en strijkers. De stem van Celeste is nog altijd mooi en bijzonder, maar klinkt een stuk ruwer en doorleefder dan op haar debuutalbum. Het is een donker album waarop Celeste afstand neemt van de popster die ze een paar jaar geleden was, maar ook Woman Faces is een album dat de superlatieven verdiend waarmee Not Your Muse aan het begin van 2021 werd overladen.
Helemaal aan het begin van 2021, in de eerste coronawinter, verscheen het debuutalbum van de in de Verenigde Staten geboren, maar in het Verenigd Koninkrijk opgegroeide zangeres Celeste, die zowel Brits als Jamaicaans bloed heeft. De Britse muziekpers was direct razend enthousiast over Not Your Muse en de uiterst positieve recensies stapelden zich op.
Als ik mijn recensie van het album mag geloven worstelde ik zelf in eerste instantie flink met het album, dat ik bij de eerste kennismaking te glad en wat doorsnee vond. Het coronavirus tastte kennelijk niet alleen de smaak maar ook het gehoor aan, want als ik nu naar Not Your Muse luister, hoor ik direct vanaf de openingstrack een sensationeel goede zangeres.
Natuurlijk duurde de luxe versie van Not Your Muse met 80 minuten muziek veel te lang, maar wat is er veel moois te horen op het debuutalbum van Celeste. Het is een album met zowel ingetogen en wat jazzy songs als juist wat meer uptempo en soulvolle popsongs, maar in alle songs op Not Your Muse maakt Celeste diepe indruk als zangeres.
Celeste leek de afgelopen jaren van de aardbodem verdwenen, waardoor haar inmiddels al weer bijna vijf jaar oude debuutalbum helaas wat in de vergetelheid is geraakt. De Brits-Jamaicaanse muzikante kampte de afgelopen jaren met de nodige persoonlijke problemen, waaronder een gebroken hart en een depressie, waardoor het maken van muziek wat naar de achtergrond is verdwenen.
Deze week keert ze gelukkig terug met haar tweede album, dat de afgelopen maanden al werd vooraf gegaan door enkele singles. Op de cover van Woman Of Faces ziet Celeste er een stuk doorleefder uit dan op de cover van haar debuutalbum, want de persoonlijke misère is haar niet in de koude kleren gaan zitten.
Het doet me wel wat denken aan de covers van de eerste twee albums van Amy Winehouse, die in een paar jaar tijd van een gezond uitziende tiener veranderde in een lichamelijk wrak. De analogie blijft niet beperkt tot de covers van de albums, maar voor ik begin aan het nieuwe album van Celeste spreek ik alvast de hoop uit dat het met haar beter gaat aflopen dan met Amy Winehouse.
Er zit niet alleen bijna vijf jaar tussen het debuutalbum van Celeste en haar deze week verschenen album, maar ook in muzikaal opzicht zijn de albums ver van elkaar verwijderd. Not Your Muse was in 2021, ondanks de variatie binnen de songs, te omschrijven als een fris en bij vlagen lichtvoetig popalbum met invloeden uit de jazz, soul en R&B. Woman Of Faces is niet alleen zwaardere kost, maar is ook een heftig album.
Het is een album waarop Celeste de pop grotendeels aan de kant zet voor door piano en strijkers gedomineerde songs. Het klinkt allemaal behoorlijk donker en melancholisch en herinnert eerder aan soul- en jazzzangeressen uit het verre verleden dan aan popzangeressen van het moment.
De muziek op Woman Of Faces klinkt behoorlijk dramatisch en weemoedig en dat wordt versterkt door de stem van Celeste. Ook op Woman Of Faces hoor ik een geweldige zangeres, maar de stem van de Brits-Jamaicaanse muzikante is in een paar jaar tijd wel heel veel jaren ouder geworden. Soms hoor ik wat van Nina Simone, soms van Amy Winehouse, maar Celeste heeft ook een eigen geluid, dat anders klinkt dan een paar jaar geleden, maar nog steeds bijzonder indrukwekkend is. Woman Of Faces is bij vlagen zware kost, maar het is ook een echt kippenvel album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Celeste - Woman Of Faces - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Celeste - Woman Of Faces
Bijna vijf jaar na haar terecht bewierookte debuutalbum keert de Brits-Jamaicaanse zangeres Celeste terug met een aardedonker en loodzwaar album, waarop ze nog altijd diepe indruk maakt als zangeres
Celeste verdween na het succes van haar debuutalbum net zo snel als ze gekomen was, maar deze week is er dan eindelijk haar tweede album. Woman Of Faces is een totaal ander album dan Not Your Muse bijna vijf jaar geleden. De songs zijn vrijwel zonder uitzondering ingetogen en indringend, met muziek die vooral bestaat uit piano en strijkers. De stem van Celeste is nog altijd mooi en bijzonder, maar klinkt een stuk ruwer en doorleefder dan op haar debuutalbum. Het is een donker album waarop Celeste afstand neemt van de popster die ze een paar jaar geleden was, maar ook Woman Faces is een album dat de superlatieven verdiend waarmee Not Your Muse aan het begin van 2021 werd overladen.
Helemaal aan het begin van 2021, in de eerste coronawinter, verscheen het debuutalbum van de in de Verenigde Staten geboren, maar in het Verenigd Koninkrijk opgegroeide zangeres Celeste, die zowel Brits als Jamaicaans bloed heeft. De Britse muziekpers was direct razend enthousiast over Not Your Muse en de uiterst positieve recensies stapelden zich op.
Als ik mijn recensie van het album mag geloven worstelde ik zelf in eerste instantie flink met het album, dat ik bij de eerste kennismaking te glad en wat doorsnee vond. Het coronavirus tastte kennelijk niet alleen de smaak maar ook het gehoor aan, want als ik nu naar Not Your Muse luister, hoor ik direct vanaf de openingstrack een sensationeel goede zangeres.
Natuurlijk duurde de luxe versie van Not Your Muse met 80 minuten muziek veel te lang, maar wat is er veel moois te horen op het debuutalbum van Celeste. Het is een album met zowel ingetogen en wat jazzy songs als juist wat meer uptempo en soulvolle popsongs, maar in alle songs op Not Your Muse maakt Celeste diepe indruk als zangeres.
Celeste leek de afgelopen jaren van de aardbodem verdwenen, waardoor haar inmiddels al weer bijna vijf jaar oude debuutalbum helaas wat in de vergetelheid is geraakt. De Brits-Jamaicaanse muzikante kampte de afgelopen jaren met de nodige persoonlijke problemen, waaronder een gebroken hart en een depressie, waardoor het maken van muziek wat naar de achtergrond is verdwenen.
Deze week keert ze gelukkig terug met haar tweede album, dat de afgelopen maanden al werd vooraf gegaan door enkele singles. Op de cover van Woman Of Faces ziet Celeste er een stuk doorleefder uit dan op de cover van haar debuutalbum, want de persoonlijke misère is haar niet in de koude kleren gaan zitten.
Het doet me wel wat denken aan de covers van de eerste twee albums van Amy Winehouse, die in een paar jaar tijd van een gezond uitziende tiener veranderde in een lichamelijk wrak. De analogie blijft niet beperkt tot de covers van de albums, maar voor ik begin aan het nieuwe album van Celeste spreek ik alvast de hoop uit dat het met haar beter gaat aflopen dan met Amy Winehouse.
Er zit niet alleen bijna vijf jaar tussen het debuutalbum van Celeste en haar deze week verschenen album, maar ook in muzikaal opzicht zijn de albums ver van elkaar verwijderd. Not Your Muse was in 2021, ondanks de variatie binnen de songs, te omschrijven als een fris en bij vlagen lichtvoetig popalbum met invloeden uit de jazz, soul en R&B. Woman Of Faces is niet alleen zwaardere kost, maar is ook een heftig album.
Het is een album waarop Celeste de pop grotendeels aan de kant zet voor door piano en strijkers gedomineerde songs. Het klinkt allemaal behoorlijk donker en melancholisch en herinnert eerder aan soul- en jazzzangeressen uit het verre verleden dan aan popzangeressen van het moment.
De muziek op Woman Of Faces klinkt behoorlijk dramatisch en weemoedig en dat wordt versterkt door de stem van Celeste. Ook op Woman Of Faces hoor ik een geweldige zangeres, maar de stem van de Brits-Jamaicaanse muzikante is in een paar jaar tijd wel heel veel jaren ouder geworden. Soms hoor ik wat van Nina Simone, soms van Amy Winehouse, maar Celeste heeft ook een eigen geluid, dat anders klinkt dan een paar jaar geleden, maar nog steeds bijzonder indrukwekkend is. Woman Of Faces is bij vlagen zware kost, maar het is ook een echt kippenvel album. Erwin Zijleman
Celine Cairo - Overflow (2021)

4,5
1
geplaatst: 31 augustus 2021, 15:27 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Celine Cairo - Overflow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Celine Cairo - Overflow
De Nederlandse muzikante Celine Cairo imponeert met een sensationeel goed album vol prima songs, wonderschone klanken en vooral betoverend mooie zang, die het album tot grote hoogten optilt
Ik moet eerlijk toegeven dat de naam Celine Cairo me helemaal niets zei toen ik haar album Overflow een paar dagen geleden in handen kreeg, maar wat ben ik blij dat ik het album niet heb laten liggen. Celine Cairo heeft samen met onder andere topproducer Tim Bran een album met internationale allure afgeleverd. Het is een album dat prachtig is ingekleurd met hier en daar een verwijzing naar London Grammar en dat vol staat met aansprekende songs, maar het kippenvel komt van de prachtige stem van Celine Cairo die veertig minuten lang imponeert met zang die je eindeloos wilt koesteren. Wat mij betreft een van de grote verrassingen van het muziekjaar 2021.
Celine Cairo is een Nederlandse singer-songwriter die inmiddels drie EP’s en drie albums op haar naam heeft staan. Ik was haar naam zelf nog niet eerder tegengekomen volgens mij, tot ik haar nieuwe album Overflow aantrof tussen de nieuwe releases van deze week. Het is wat mij betreft een van de grote verrassingen van deze week, want het nieuwe album van Celine Cairo is een wonderschoon album dat van de eerste tot de laatste noot imponeert.
Ik begon zonder enige achtergrondinformatie aan mijn eerste beluistering van het album en dacht even dat ik nieuw werk van London Grammar in handen had. Dat is niet zo gek, want Overflow werd geproduceerd door Tim Bran, die vooral bekend is van zijn werk met Birdy, Halsey en natuurlijk London Grammar. Ook het nieuwe album van Celine Cairo bevat duidelijk de hand van Tim Bran, die tekent voor atmosferische elektronische klankentapijten en een subtiele maar zeer trefzekere organische basis.
Om associaties op te roepen met het werk van London Grammar is meer nodig, want de band beschikt in de persoon van Hannah Reid over een van de betere zangeressen van het moment. Dat legt de lat hoog voor Celine Cairo, maar de Amsterdamse muzikante blijkt een geweldige zangeres, die zeker niet onder doet voor Hannah Reid en haar qua bereik en klankkleuren zelfs overtreft.
Met de productie, waaraan ook de Amsterdamse muzikant en producer Benjamin Rheinländer bijdroeg, en de werkelijk prachtige stem van Celine Cairo zijn twee sterke kanten van Overflow benoemd, maar het album heeft nog veel meer te bieden.
Celine Cairo nam haar nieuwe album op met haar vaste band, die het album op zeer fraaie wijze heeft ingekleurd. Overflow bevat zoals gezegd de van London Grammar bekende combinatie van atmosferische elektronica en subtiele organische accenten, maar waar de Britse band vaak net wat teveel vertrouwt op het ene trucje, is Overflow gevarieerder en ook sfeervoller ingekleurd.
Ook de kwaliteit van de songs op Overflow is fascinerend hoog. Celine Cairo werkte meerdere jaren aan de songs op het album en werd hierin bijgestaan door een drietal Britse songwriters, onder wie producer Tim Bran. Het levert een serie bijzonder sterke songs op en het zijn songs waarmee Celine Cairo de competitie met de internationale concurrentie makkelijk aan kan.
Ik was direct onder de indruk van Overflow, maar het album is sinds mijn eerste beluistering alleen maar beter geworden. Er valt steeds weer wat nieuws te ontdekken in de mooie klanken op het album, de songs blijven makkelijk hangen maar ook verrassen en dan is er ook nog de prachtige stem van Celine Cairo, die steeds meer indruk maakt en behoort tot de mooiste stemmen van het moment.
Ik lees op het Internet nog niet heel veel en absoluut veel te weinig over het album, maar Overflow van Celine Cairo is een album dat het absoluut verdient om gehoord te horen en dat wat mij betreft over de potentie beschikt om van de Amsterdamse singer-songwriter een wereldster te maken.
Het is slim dat Tim Bran heeft gekozen voor een geluid dat onmiddellijk doet denken aan London Grammar, maar hoe vaker ik naar Overflow luister, hoe minder ik London Grammar hoor en hoe meer Celine Cairo. Ik ben over het algemeen goed voorbereid op de nieuwe albums van de week, maar deze zag ik echt niet aan komen. Ik ben er even stil van. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Celine Cairo - Overflow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Celine Cairo - Overflow
De Nederlandse muzikante Celine Cairo imponeert met een sensationeel goed album vol prima songs, wonderschone klanken en vooral betoverend mooie zang, die het album tot grote hoogten optilt
Ik moet eerlijk toegeven dat de naam Celine Cairo me helemaal niets zei toen ik haar album Overflow een paar dagen geleden in handen kreeg, maar wat ben ik blij dat ik het album niet heb laten liggen. Celine Cairo heeft samen met onder andere topproducer Tim Bran een album met internationale allure afgeleverd. Het is een album dat prachtig is ingekleurd met hier en daar een verwijzing naar London Grammar en dat vol staat met aansprekende songs, maar het kippenvel komt van de prachtige stem van Celine Cairo die veertig minuten lang imponeert met zang die je eindeloos wilt koesteren. Wat mij betreft een van de grote verrassingen van het muziekjaar 2021.
Celine Cairo is een Nederlandse singer-songwriter die inmiddels drie EP’s en drie albums op haar naam heeft staan. Ik was haar naam zelf nog niet eerder tegengekomen volgens mij, tot ik haar nieuwe album Overflow aantrof tussen de nieuwe releases van deze week. Het is wat mij betreft een van de grote verrassingen van deze week, want het nieuwe album van Celine Cairo is een wonderschoon album dat van de eerste tot de laatste noot imponeert.
Ik begon zonder enige achtergrondinformatie aan mijn eerste beluistering van het album en dacht even dat ik nieuw werk van London Grammar in handen had. Dat is niet zo gek, want Overflow werd geproduceerd door Tim Bran, die vooral bekend is van zijn werk met Birdy, Halsey en natuurlijk London Grammar. Ook het nieuwe album van Celine Cairo bevat duidelijk de hand van Tim Bran, die tekent voor atmosferische elektronische klankentapijten en een subtiele maar zeer trefzekere organische basis.
Om associaties op te roepen met het werk van London Grammar is meer nodig, want de band beschikt in de persoon van Hannah Reid over een van de betere zangeressen van het moment. Dat legt de lat hoog voor Celine Cairo, maar de Amsterdamse muzikante blijkt een geweldige zangeres, die zeker niet onder doet voor Hannah Reid en haar qua bereik en klankkleuren zelfs overtreft.
Met de productie, waaraan ook de Amsterdamse muzikant en producer Benjamin Rheinländer bijdroeg, en de werkelijk prachtige stem van Celine Cairo zijn twee sterke kanten van Overflow benoemd, maar het album heeft nog veel meer te bieden.
Celine Cairo nam haar nieuwe album op met haar vaste band, die het album op zeer fraaie wijze heeft ingekleurd. Overflow bevat zoals gezegd de van London Grammar bekende combinatie van atmosferische elektronica en subtiele organische accenten, maar waar de Britse band vaak net wat teveel vertrouwt op het ene trucje, is Overflow gevarieerder en ook sfeervoller ingekleurd.
Ook de kwaliteit van de songs op Overflow is fascinerend hoog. Celine Cairo werkte meerdere jaren aan de songs op het album en werd hierin bijgestaan door een drietal Britse songwriters, onder wie producer Tim Bran. Het levert een serie bijzonder sterke songs op en het zijn songs waarmee Celine Cairo de competitie met de internationale concurrentie makkelijk aan kan.
Ik was direct onder de indruk van Overflow, maar het album is sinds mijn eerste beluistering alleen maar beter geworden. Er valt steeds weer wat nieuws te ontdekken in de mooie klanken op het album, de songs blijven makkelijk hangen maar ook verrassen en dan is er ook nog de prachtige stem van Celine Cairo, die steeds meer indruk maakt en behoort tot de mooiste stemmen van het moment.
Ik lees op het Internet nog niet heel veel en absoluut veel te weinig over het album, maar Overflow van Celine Cairo is een album dat het absoluut verdient om gehoord te horen en dat wat mij betreft over de potentie beschikt om van de Amsterdamse singer-songwriter een wereldster te maken.
Het is slim dat Tim Bran heeft gekozen voor een geluid dat onmiddellijk doet denken aan London Grammar, maar hoe vaker ik naar Overflow luister, hoe minder ik London Grammar hoor en hoe meer Celine Cairo. Ik ben over het algemeen goed voorbereid op de nieuwe albums van de week, maar deze zag ik echt niet aan komen. Ik ben er even stil van. Erwin Zijleman
Céu - APKÁ! (2019)

4,5
0
geplaatst: 9 september 2020, 15:22 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Céu - APKÁ! - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Céu - APKÁ!
Céu begint ook op APKÁ! weer bij de Braziliaanse muziek, maar sleept er vervolgens van alles bij, wat resulteert in een avontuurlijk en eigenzinnig, maar ook aanstekelijk album
De Braziliaanse muzikante Céu neemt de tijd voor haar muziek, maar ieder album dat ze aflevert is bijzonder. Het geldt ook weer voor het met enige vertraging verschenen APKÁ!, dat minstens net zo intrigeert als zijn voorgangers. De muzikante uit São Paulo begint ook dit keer bij de Braziliaanse muziek, maar gooit er vervolgens een bak elektronica en een enorme berg invloeden overheen. APKÁ! verschiet vrijwel continu van kleur, is geen moment in een hokje te duwen en fascineert eindeloos, maar het is ook een heerlijk album dat de zomer nog even omarmt. Alles dat Céu doet vind ik goed, maar de groei is er nog steeds niet uit. Indrukwekkend.
De Braziliaanse muzikante Céu, overigens geboren als Maria Do Céu Whitaker Poças, debuteerde precies 15 jaar geleden met een album vol zwoele en verleidelijke klanken. Het titelloze album van de muzikante uit São Paulo stond bol van de invloeden uit de Braziliaanse muziek, maar het knappe van het debuut van Céu was dat ze het al opvallend bonte palet met invloeden uit de muziek van haar vaderland wist te verrijken met 1001 andere invloeden, waaronder invloeden uit de Cubaanse en Afrikaanse muziek, maar ook zeker invloeden uit de Westerse popmuziek, die ze rijkelijk opsnoof toen ze een tijd in New York verbleef.
Céu vond met haar debuut aansluiting bij een eigenzinnige Braziliaanse muzikante als Cibelle, maar ging ook nadrukkelijk haar eigen weg. Op de albums die volgden werd deze weg alleen maar eigenzinniger en sleepte Céu er niet alleen meer elektronica, maar ook steeds meer invloeden bij. Het heeft er voor gezorgd dat ik Vagarosa uit 2009, Caravana Sereia Bloom uit 2012 en Tropix uit 2016 net zo veel, of misschien zelfs nog wel meer, kan waarderen dan het geweldige en terecht wereldwijd bejubelde debuut van Céu.
De Braziliaanse muzikante neemt tot dusver de tijd voor haar muziek, waardoor we ook dit keer meerdere jaren hebben moeten wachten op nieuwe muziek. APKÁ!, het vijfde album van Céu, is er overigens al even, maar was eerst niet in Nederland verkrijgbaar en vervolgens niet te vinden op de streaming media diensten. Inmiddels is het album zowel digitaal en fysiek verkrijgbaar en kunnen we ook in Nederland volop genieten van de nieuwe muziek van de Braziliaanse muzikante.
Céu opereert nog altijd vanuit São Paulo, maar haar muziek kent ook dit keer geen grenzen. APKÁ! werd gemaakt met hetzelfde team dat ook verantwoordelijk was voor het uitstekende Tropix. Het zijn muzikanten en een producer aan wie je het maken van Braziliaanse muziek kunt toevertrouwen, maar die ook niet bang zijn voor andere invloeden. Van die invloeden sleept Céu er weer talloze bij op APKÁ!. Ook op haar nieuwe album verloochent de Braziliaanse muzikante haar afkomst niet, maar invloeden uit de rijke tradities van de Braziliaanse muziek krijgen ook dit keer gezelschap van zoveel invloeden dat je maar op het puntje van de stoel blijft zitten om niets te missen.
Het verwerken van meerdere invloeden is op zich niet zo heel bijzonder, maar Céu gaat er op APKÁ! weer behoorlijk ver in. Het ene moment domineren zwoele Braziliaanse klanken, maar de eigenzinnige elektronica kan het zomaar overnemen en vervolgens doorslaan richting klanken die associaties oproepen met de muziek van Kraftwerk. Het is maar een van de vele uitersten op het nieuwe album van Céu, dat ook opzichtig kan flirten met pop of aan de haal kan gaan met funk, reggae, psychedelica, Afrobeat, hiphop en met wat eigenlijk niet, met een vleugje Talking Heads als bonus.
Op hetzelfde moment zijn de Braziliaanse zonnestralen ook nooit ver weg en keert het verlangen naar de zomer even in alle hevigheid terug. Céu laat zich op APKÁ! echt geen moment in een hokje duwen en experimenteert er driftig op los, maar een zwaar of ontoegankelijk album is het geen moment. Iedereen die de muziek van Céu kent weet al lang hoe laat het is. Iedereen die haar muziek niet kent moet echt eens gaan luisteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Céu - APKÁ! - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Céu - APKÁ!
Céu begint ook op APKÁ! weer bij de Braziliaanse muziek, maar sleept er vervolgens van alles bij, wat resulteert in een avontuurlijk en eigenzinnig, maar ook aanstekelijk album
De Braziliaanse muzikante Céu neemt de tijd voor haar muziek, maar ieder album dat ze aflevert is bijzonder. Het geldt ook weer voor het met enige vertraging verschenen APKÁ!, dat minstens net zo intrigeert als zijn voorgangers. De muzikante uit São Paulo begint ook dit keer bij de Braziliaanse muziek, maar gooit er vervolgens een bak elektronica en een enorme berg invloeden overheen. APKÁ! verschiet vrijwel continu van kleur, is geen moment in een hokje te duwen en fascineert eindeloos, maar het is ook een heerlijk album dat de zomer nog even omarmt. Alles dat Céu doet vind ik goed, maar de groei is er nog steeds niet uit. Indrukwekkend.
De Braziliaanse muzikante Céu, overigens geboren als Maria Do Céu Whitaker Poças, debuteerde precies 15 jaar geleden met een album vol zwoele en verleidelijke klanken. Het titelloze album van de muzikante uit São Paulo stond bol van de invloeden uit de Braziliaanse muziek, maar het knappe van het debuut van Céu was dat ze het al opvallend bonte palet met invloeden uit de muziek van haar vaderland wist te verrijken met 1001 andere invloeden, waaronder invloeden uit de Cubaanse en Afrikaanse muziek, maar ook zeker invloeden uit de Westerse popmuziek, die ze rijkelijk opsnoof toen ze een tijd in New York verbleef.
Céu vond met haar debuut aansluiting bij een eigenzinnige Braziliaanse muzikante als Cibelle, maar ging ook nadrukkelijk haar eigen weg. Op de albums die volgden werd deze weg alleen maar eigenzinniger en sleepte Céu er niet alleen meer elektronica, maar ook steeds meer invloeden bij. Het heeft er voor gezorgd dat ik Vagarosa uit 2009, Caravana Sereia Bloom uit 2012 en Tropix uit 2016 net zo veel, of misschien zelfs nog wel meer, kan waarderen dan het geweldige en terecht wereldwijd bejubelde debuut van Céu.
De Braziliaanse muzikante neemt tot dusver de tijd voor haar muziek, waardoor we ook dit keer meerdere jaren hebben moeten wachten op nieuwe muziek. APKÁ!, het vijfde album van Céu, is er overigens al even, maar was eerst niet in Nederland verkrijgbaar en vervolgens niet te vinden op de streaming media diensten. Inmiddels is het album zowel digitaal en fysiek verkrijgbaar en kunnen we ook in Nederland volop genieten van de nieuwe muziek van de Braziliaanse muzikante.
Céu opereert nog altijd vanuit São Paulo, maar haar muziek kent ook dit keer geen grenzen. APKÁ! werd gemaakt met hetzelfde team dat ook verantwoordelijk was voor het uitstekende Tropix. Het zijn muzikanten en een producer aan wie je het maken van Braziliaanse muziek kunt toevertrouwen, maar die ook niet bang zijn voor andere invloeden. Van die invloeden sleept Céu er weer talloze bij op APKÁ!. Ook op haar nieuwe album verloochent de Braziliaanse muzikante haar afkomst niet, maar invloeden uit de rijke tradities van de Braziliaanse muziek krijgen ook dit keer gezelschap van zoveel invloeden dat je maar op het puntje van de stoel blijft zitten om niets te missen.
Het verwerken van meerdere invloeden is op zich niet zo heel bijzonder, maar Céu gaat er op APKÁ! weer behoorlijk ver in. Het ene moment domineren zwoele Braziliaanse klanken, maar de eigenzinnige elektronica kan het zomaar overnemen en vervolgens doorslaan richting klanken die associaties oproepen met de muziek van Kraftwerk. Het is maar een van de vele uitersten op het nieuwe album van Céu, dat ook opzichtig kan flirten met pop of aan de haal kan gaan met funk, reggae, psychedelica, Afrobeat, hiphop en met wat eigenlijk niet, met een vleugje Talking Heads als bonus.
Op hetzelfde moment zijn de Braziliaanse zonnestralen ook nooit ver weg en keert het verlangen naar de zomer even in alle hevigheid terug. Céu laat zich op APKÁ! echt geen moment in een hokje duwen en experimenteert er driftig op los, maar een zwaar of ontoegankelijk album is het geen moment. Iedereen die de muziek van Céu kent weet al lang hoe laat het is. Iedereen die haar muziek niet kent moet echt eens gaan luisteren. Erwin Zijleman
Céu - Novela (2024)

4,0
1
geplaatst: 12 juli 2024, 20:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Céu - Novela - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Céu - Novela
Céu maakt inmiddels al een kleine twintig jaar geweldige albums en ook op Novela laat ze weer een fascinerende smeltkroes van invloeden horen en strooit ze bovendien uitbundig met de broodnodige zonnestralen
Het vorige album van de Braziliaanse muzikante Céu vond ik net wat minder, maar met het deze lente verschenen Novela heeft ze de juiste vorm weer te pakken. Céu groeide op met traditionele Braziliaanse muziek, maar ontdekte in New York ook allerlei andere genres. Beide werelden worden ook op Novela weer op fraaie wijze gecombineerd. Novela heeft het zwoele en zonnige van de Braziliaanse muziek, maar sluit ook aan bij uiteenlopende andere genres. In muzikaal opzicht weet de Braziliaanse muzikante daarom steeds weer te verrassen, waarna de meedogenloze verleiding volgt met haar mooie stem. Na een eenmalig dipje is ook dit weer een topalbum van Céu.
De Braziliaanse muzikante Céu (in eerste instantie geschreven als CéU) bracht in 2005 haar debuutalbum uit. Het album was in haar vaderland Brazilië direct zeer succesvol, maar een internationale doorbraak liet nog twee jaar op zich wachten. Dat die doorbraak er kwam was overigens volkomen terecht, want het debuutalbum van Céu, de artiestennaam van Maria do Céu Whitaker Poças, was en is een onweerstaanbaar lekker album.
Céu kreeg de traditionele Braziliaanse muziek thuis met de paplepel ingegoten door haar zeer muzikale familie, maar toen ze op haar achttiende São Paulo verruilde voor New York, maakte ze ook kennis met andere genres, waaronder jazz, soul, dub, tropicalia, electronica en R&B. Het vloeide allemaal prachtig samen op haar titelloze debuutalbum, dat op zeer fraaie wijze een brug sloeg tussen de muziekscene van New York en de Braziliaanse wortels van Céu. Het album, dat uiteindelijk drie zomers mee ging, leverde haar terecht een Grammy nominatie op, die Céu definitief op de kaart zette.
Het debuutalbum van Céu stamt uit de tijd voor de krenten uit de pop, maar de albums die volgden konden bijna allemaal op een plekje rekenen. Zo noemde ik het in 2009 verschenen Vagarosa de ultieme zomerplaat van 2009 en bestempelde ik het in 2012 uitgebrachte Caravana Sereia Bloom als een album van een wereldburger die open staat voor alles dat ze tegenkomt, maar die haar afkomst zeker niet verloochent.
Tropix uit 2016 omschreef ik vervolgens als een album dat je vaker op het verkeerde been zet dan Messi (op dat moment onbetwist de beste voetballer op de wereld) zijn tegenstanders dolt, terwijl het in 2019 verschenen APKÁ! op de krenten uit de pop als volgt werd omschreven: “Het ene moment domineren zwoele Braziliaanse klanken, maar de eigenzinnige elektronica kan het zomaar overnemen en vervolgens doorslaan richting klanken die associaties oproepen met de muziek van Kraftwerk. Het is maar een van de vele uitersten op het nieuwe album van Céu, dat ook opzichtig kan flirten met pop of aan de haal kan gaan met funk, reggae, psychedelica, Afrobeat, hiphop en met wat eigenlijk niet, met een vleugje Talking Heads als bonus”.
Na al die prachtalbums viel het in 2021 uitgebrachte Um Gosto de Sol me wat tegen. De muziek van Céu sloeg wat mij betreft te ver door richting mainstream en ook het deels verruilen van het Portugees voor het Engels beviel me niet. Door het tegenvallende vorige album is het een paar maanden geleden verschenen Novela op de stapel blijven liggen. Ten onrechte, want op haar zevende reguliere album heeft de Braziliaanse muzikante de goede vorm weer gevonden.
Op Novela schakelt de Braziliaanse muzikante weer moeiteloos uiteenlopende genres en stapt ze met zevenmijlslaarzen door de tijd. Natuurlijk zijn er de Braziliaanse zonnestralen, maar er is ook volop ruimte voor meer introspectieve ingrediënten in de muziek van Céu. Novela werd gemaakt met een beperkt aantal muzikanten, wat zorgt voor een hecht en consistent geluid. De productie van het album klinkt wat dof, maar voorziet de songs van Céu wel van een aangename nostalgische vibe.
Met zoveel goede albums op haar naam had Céu al lang wereldberoemd moeten zijn, maar ook Novela is weer nauwelijks opgepikt. Daar was ik zelf ook schuldig aan, maar inmiddels ben ik zwaar verknocht aan de nieuwe Céu, die net zo intens verleidt al de meeste voorgangers. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Céu - Novela - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Céu - Novela
Céu maakt inmiddels al een kleine twintig jaar geweldige albums en ook op Novela laat ze weer een fascinerende smeltkroes van invloeden horen en strooit ze bovendien uitbundig met de broodnodige zonnestralen
Het vorige album van de Braziliaanse muzikante Céu vond ik net wat minder, maar met het deze lente verschenen Novela heeft ze de juiste vorm weer te pakken. Céu groeide op met traditionele Braziliaanse muziek, maar ontdekte in New York ook allerlei andere genres. Beide werelden worden ook op Novela weer op fraaie wijze gecombineerd. Novela heeft het zwoele en zonnige van de Braziliaanse muziek, maar sluit ook aan bij uiteenlopende andere genres. In muzikaal opzicht weet de Braziliaanse muzikante daarom steeds weer te verrassen, waarna de meedogenloze verleiding volgt met haar mooie stem. Na een eenmalig dipje is ook dit weer een topalbum van Céu.
De Braziliaanse muzikante Céu (in eerste instantie geschreven als CéU) bracht in 2005 haar debuutalbum uit. Het album was in haar vaderland Brazilië direct zeer succesvol, maar een internationale doorbraak liet nog twee jaar op zich wachten. Dat die doorbraak er kwam was overigens volkomen terecht, want het debuutalbum van Céu, de artiestennaam van Maria do Céu Whitaker Poças, was en is een onweerstaanbaar lekker album.
Céu kreeg de traditionele Braziliaanse muziek thuis met de paplepel ingegoten door haar zeer muzikale familie, maar toen ze op haar achttiende São Paulo verruilde voor New York, maakte ze ook kennis met andere genres, waaronder jazz, soul, dub, tropicalia, electronica en R&B. Het vloeide allemaal prachtig samen op haar titelloze debuutalbum, dat op zeer fraaie wijze een brug sloeg tussen de muziekscene van New York en de Braziliaanse wortels van Céu. Het album, dat uiteindelijk drie zomers mee ging, leverde haar terecht een Grammy nominatie op, die Céu definitief op de kaart zette.
Het debuutalbum van Céu stamt uit de tijd voor de krenten uit de pop, maar de albums die volgden konden bijna allemaal op een plekje rekenen. Zo noemde ik het in 2009 verschenen Vagarosa de ultieme zomerplaat van 2009 en bestempelde ik het in 2012 uitgebrachte Caravana Sereia Bloom als een album van een wereldburger die open staat voor alles dat ze tegenkomt, maar die haar afkomst zeker niet verloochent.
Tropix uit 2016 omschreef ik vervolgens als een album dat je vaker op het verkeerde been zet dan Messi (op dat moment onbetwist de beste voetballer op de wereld) zijn tegenstanders dolt, terwijl het in 2019 verschenen APKÁ! op de krenten uit de pop als volgt werd omschreven: “Het ene moment domineren zwoele Braziliaanse klanken, maar de eigenzinnige elektronica kan het zomaar overnemen en vervolgens doorslaan richting klanken die associaties oproepen met de muziek van Kraftwerk. Het is maar een van de vele uitersten op het nieuwe album van Céu, dat ook opzichtig kan flirten met pop of aan de haal kan gaan met funk, reggae, psychedelica, Afrobeat, hiphop en met wat eigenlijk niet, met een vleugje Talking Heads als bonus”.
Na al die prachtalbums viel het in 2021 uitgebrachte Um Gosto de Sol me wat tegen. De muziek van Céu sloeg wat mij betreft te ver door richting mainstream en ook het deels verruilen van het Portugees voor het Engels beviel me niet. Door het tegenvallende vorige album is het een paar maanden geleden verschenen Novela op de stapel blijven liggen. Ten onrechte, want op haar zevende reguliere album heeft de Braziliaanse muzikante de goede vorm weer gevonden.
Op Novela schakelt de Braziliaanse muzikante weer moeiteloos uiteenlopende genres en stapt ze met zevenmijlslaarzen door de tijd. Natuurlijk zijn er de Braziliaanse zonnestralen, maar er is ook volop ruimte voor meer introspectieve ingrediënten in de muziek van Céu. Novela werd gemaakt met een beperkt aantal muzikanten, wat zorgt voor een hecht en consistent geluid. De productie van het album klinkt wat dof, maar voorziet de songs van Céu wel van een aangename nostalgische vibe.
Met zoveel goede albums op haar naam had Céu al lang wereldberoemd moeten zijn, maar ook Novela is weer nauwelijks opgepikt. Daar was ik zelf ook schuldig aan, maar inmiddels ben ik zwaar verknocht aan de nieuwe Céu, die net zo intens verleidt al de meeste voorgangers. Erwin Zijleman
Céu - Tropix (2016)

4,5
1
geplaatst: 30 maart 2016, 21:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Céu - Tropix - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik ben inmiddels al een jaar of tien zeer gecharmeerd van de bijzondere muziek van de Braziliaanse singer-songwriter Céu (volledige naam: Maria do Céu Whitaker Poças).
In die tien jaar maakte Céu drie echt geweldige platen (Céu, Vagarosa en Caravana Sereia Bloom). Het zijn platen vol Braziliaanse verleiding, maar het zijn ook platen vol avontuur.
Céu maakt muziek die uiteraard flink is beïnvloed door de Braziliaanse muziek die ze met de paplepel kreeg ingegoten (samba, bossa nova, tropicalia, forró), maar ze gaat net zo graag aan de haal met invloeden uit de pop, rock, psychedelica, funk, elektronica, West Coast pop en muziek uit andere verre oorden.
Ook op het deze week verschenen Tropix is Céu weer van vele markten thuis. Tropix laat de lente krachtig doorbreken met zwoele Braziliaanse klanken, maar ook dit keer zet de muziek van Céu je vaker op het verkeerde been dan Messi in topvorm zijn tegenstanders dolt.
Het fraaie van de muziek van Céu is dat de Braziliaanse singer-songwriter alle invloeden op buitengewoon subtiele wijze verwerkt. Een track die 90% van de tijd een zwoel en tijdloos Braziliaans popliedje is, kan door een paar bijzonder subtiele accenten een eigentijds funky en elektronisch popliedje worden en andersom.
Tropix borduurt voort op zijn drie briljante voorgangers, maar laat net wat meer accenten uit de moderne elektronische popmuziek horen. Het bijzondere van Tropix is dat deze moderne elektronica vooral wordt gecombineerd met traditionele Braziliaanse muziek. Het geeft Tropix een uniek geluid, dat vooral met de koptelefoon goed tot zijn recht komt.
Bij wat oppervlakkerige beluistering is Tropix vooral een zwoel lenteplaatje. Dat is ook lekker, erg lekker zelfs, maar alle bijzondere accenten maken van de vierde van Céu pas echt een plaat om te koesteren.
Tropix imponeert met alle verrassende muzikale wendingen, maar is ook in vocaal opzicht een prachtplaat. Céu beschikt over een zwoel stemgeluid dat verwarmt en betovert en het is een stemgeluid dat zich op behendige wijze langs alle subtiele wendingen op de plaat krult.
Ik ken de vorige drie platen van de Braziliaanse singer-songwriter van de eerste tot en met de laatste noot, maar met het intrigerende en wonderschone Tropix weet ze mee weer te verrassen en te verleiden. Keer op keer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Céu - Tropix - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik ben inmiddels al een jaar of tien zeer gecharmeerd van de bijzondere muziek van de Braziliaanse singer-songwriter Céu (volledige naam: Maria do Céu Whitaker Poças).
In die tien jaar maakte Céu drie echt geweldige platen (Céu, Vagarosa en Caravana Sereia Bloom). Het zijn platen vol Braziliaanse verleiding, maar het zijn ook platen vol avontuur.
Céu maakt muziek die uiteraard flink is beïnvloed door de Braziliaanse muziek die ze met de paplepel kreeg ingegoten (samba, bossa nova, tropicalia, forró), maar ze gaat net zo graag aan de haal met invloeden uit de pop, rock, psychedelica, funk, elektronica, West Coast pop en muziek uit andere verre oorden.
Ook op het deze week verschenen Tropix is Céu weer van vele markten thuis. Tropix laat de lente krachtig doorbreken met zwoele Braziliaanse klanken, maar ook dit keer zet de muziek van Céu je vaker op het verkeerde been dan Messi in topvorm zijn tegenstanders dolt.
Het fraaie van de muziek van Céu is dat de Braziliaanse singer-songwriter alle invloeden op buitengewoon subtiele wijze verwerkt. Een track die 90% van de tijd een zwoel en tijdloos Braziliaans popliedje is, kan door een paar bijzonder subtiele accenten een eigentijds funky en elektronisch popliedje worden en andersom.
Tropix borduurt voort op zijn drie briljante voorgangers, maar laat net wat meer accenten uit de moderne elektronische popmuziek horen. Het bijzondere van Tropix is dat deze moderne elektronica vooral wordt gecombineerd met traditionele Braziliaanse muziek. Het geeft Tropix een uniek geluid, dat vooral met de koptelefoon goed tot zijn recht komt.
Bij wat oppervlakkerige beluistering is Tropix vooral een zwoel lenteplaatje. Dat is ook lekker, erg lekker zelfs, maar alle bijzondere accenten maken van de vierde van Céu pas echt een plaat om te koesteren.
Tropix imponeert met alle verrassende muzikale wendingen, maar is ook in vocaal opzicht een prachtplaat. Céu beschikt over een zwoel stemgeluid dat verwarmt en betovert en het is een stemgeluid dat zich op behendige wijze langs alle subtiele wendingen op de plaat krult.
Ik ken de vorige drie platen van de Braziliaanse singer-songwriter van de eerste tot en met de laatste noot, maar met het intrigerende en wonderschone Tropix weet ze mee weer te verrassen en te verleiden. Keer op keer. Erwin Zijleman
Chairlift - Moth (2016)

3,5
0
geplaatst: 1 februari 2016, 15:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chairlift - Moth - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De naam Chairlift kwam ik voor het eerst tegen bij mijn bespreking van Arcadia van Ramona Lisa. Ramona Lisa bleek een soloproject van Caroline Polachek en deze Caroline Polachek vormt ook de helft van het duo Chairlift.
Het vanuit Brooklyn opererende duo kreeg in het verleden het etiket synthpop opgeplakt, maar kennelijk is Chairlift op Moth een wat andere weg ingeslagen.
Moth staat immers vol met lekker in gehoor liggende en verrassend warmbloedig klinkende popmuziek. Chairlift klinkt op Moth broeierig en funky, schuwt de schaamteloos aanstekelijke popmuziek niet, maar verrast ook met knap gemaakte muziek die uit vele lagen bestaat.
Chairlift heeft misschien een historie in de synthpop, maar de synths moeten op Moth vaak genoegen nemen met een rol op de achtgrond. Wanneer je Moth met de koptelefoon beluistert hoor je hoe mooi de onderlagen zijn, maar bij wat minder aandachtige beluistering domineren zwoele beats, diepe bassen en de aanstekelijke maar ook zeer overtuigende vocalen van Caroline Polachek.
Moth moet hierdoor een veel breder publiek kunnen bereiken dan Chairlift deed met haar vorige platen, maar de nieuwe plaat van het duo moet ook niet onderschat worden. Chairlift maakt op Moth muziek die bijzonder lekker in het gehoor ligt, maar Moth is ook een plaat met songs vol geheimen en complexe structuren en het is bovendien een verrassend veelzijdige plaat die invloeden uit meerdere decennia bestrijkt.
Zeker bij aandachtige beluistering blijkt de muziek van het New Yorkse duo zeer avontuurlijk en verrassend bezwerend. Met name wanneer Chairlift gas terug neemt en de ritmes net wat minder dominant zijn, is Moth een plaat vol mooie luisterliedjes (die heel soms zelfs aan die van Sade doen denken) en het zijn luisterliedjes met inhoud.
Chairlift beweegt zich met Moth binnen een genre waar ik zeker niet blind voor ga, maar het bijzondere Moth heeft me toch vrij makkelijk weten te overtuigen en blijft dat ook doen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chairlift - Moth - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De naam Chairlift kwam ik voor het eerst tegen bij mijn bespreking van Arcadia van Ramona Lisa. Ramona Lisa bleek een soloproject van Caroline Polachek en deze Caroline Polachek vormt ook de helft van het duo Chairlift.
Het vanuit Brooklyn opererende duo kreeg in het verleden het etiket synthpop opgeplakt, maar kennelijk is Chairlift op Moth een wat andere weg ingeslagen.
Moth staat immers vol met lekker in gehoor liggende en verrassend warmbloedig klinkende popmuziek. Chairlift klinkt op Moth broeierig en funky, schuwt de schaamteloos aanstekelijke popmuziek niet, maar verrast ook met knap gemaakte muziek die uit vele lagen bestaat.
Chairlift heeft misschien een historie in de synthpop, maar de synths moeten op Moth vaak genoegen nemen met een rol op de achtgrond. Wanneer je Moth met de koptelefoon beluistert hoor je hoe mooi de onderlagen zijn, maar bij wat minder aandachtige beluistering domineren zwoele beats, diepe bassen en de aanstekelijke maar ook zeer overtuigende vocalen van Caroline Polachek.
Moth moet hierdoor een veel breder publiek kunnen bereiken dan Chairlift deed met haar vorige platen, maar de nieuwe plaat van het duo moet ook niet onderschat worden. Chairlift maakt op Moth muziek die bijzonder lekker in het gehoor ligt, maar Moth is ook een plaat met songs vol geheimen en complexe structuren en het is bovendien een verrassend veelzijdige plaat die invloeden uit meerdere decennia bestrijkt.
Zeker bij aandachtige beluistering blijkt de muziek van het New Yorkse duo zeer avontuurlijk en verrassend bezwerend. Met name wanneer Chairlift gas terug neemt en de ritmes net wat minder dominant zijn, is Moth een plaat vol mooie luisterliedjes (die heel soms zelfs aan die van Sade doen denken) en het zijn luisterliedjes met inhoud.
Chairlift beweegt zich met Moth binnen een genre waar ik zeker niet blind voor ga, maar het bijzondere Moth heeft me toch vrij makkelijk weten te overtuigen en blijft dat ook doen. Erwin Zijleman
Chanel Beads - Your Day Will Come (2024)

4,0
1
geplaatst: 24 april 2024, 13:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chanel Beads - Your Day Will Come - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chanel Beads - Your Day Will Come
De New Yorkse band Chanel Beads kan op Your Day Will Come niet kiezen tussen dromerige 80s en 90s popsongs en wat zweverigere klanken, wat een wispelturig maar ook mooi en interessant album oplevert
Het debuutalbum van de Amerikaanse band Chanel Beads opent als een album dat mooie herinneringen uit het verleden oproept met een dromerig en wat onderkoeld geluid dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 80 en 90. In de wendingen in de openingssong hoor je al dat Chanel Beads niet het zoveelste bandje is dat muziek uit de jaren 80 en 90 nieuw leven inblaast en dat hoor je nog veel duidelijker in de wat experimentelere en vooral sferische tracks op het debuutalbum van de band van de Amerikaanse muzikant Shane Lavers. Chanel Beads kan niet kiezen tussen twee uitersten, maar doet een geslaagde poging om deze toch aan elkaar te verbinden.
Pitchfork schaarde Your Day Will Come van Chanel Beads onder de beste nieuwe albums van deze week en omschreef het album als “a dreamy and druggy pop album”. Het maakte me op zijn minst nieuwsgierig naar het debuutalbum van de band uit New York. De omschrijving van Pitchfork blijkt direct trefzeker, want het eerste album van Chanel Beads opent met dromerige klanken met een jaren 80 en 90 sfeertje, maar eindigt in wat zweverige klanken die verder vrij weinig houvast bieden. Het is een combinatie die met enige regelmaat terugkeert op Your Day Will Come, wat het een interessant album maakt.
Chanel Beads is een project van de Amerikaanse muzikant en producer Shane Lavers, die deel uit maakt van een wat eigenzinnige muziekscene in New York, waarin vooral experimentele muziek wordt gemaakt. Ook op het debuutalbum van Chanel Beads schuwt Shane Lavers het experiment zeker niet, maar Your Day Will Come is zeker geen ontoegankelijk album.
Het album opent zoals gezegd met dromerige klanken en een sfeer die herinnert aan popmuziek uit de jaren 80 en 90 en het is door de atmosferische synths, de melodieuze gitaarakkoorden en de wat staccato percussie ook een aanstekelijke popsong, zeker wanneer de wat onderkoelde vocalen van Maya McGrory invallen. Uiteindelijk wordt het echter een wat trippy song, die overigens nog altijd best aangenaam klinkt.
De bovengenoemde ingrediënten komen vaker terug op het album, maar omdat Chanel Beads varieert met de intensiteit van de gitaarpartijen en de synths, klinken de songs van de Amerikaanse band zeker niet eenvormig. In vocaal opzicht neemt Maya McGrory meestal het voortouw en dat bevalt me wel, want haar zang klinkt niet alleen onderkoeld, maar voorziet de songs van Chanel Beads ook van een nog wat dromerige sfeer, zeker als de onderkoeling plaats maakt voor mooie vocalen.
Maya McGrory wordt in vocaal opzicht af en toe bijgestaan door Shane Lavers, die ook een stemgeluid heeft dat de jaren 80 en 90 vibe in de muziek van Chanel Beads versterkt. Het is muziek die absoluut invloeden uit de postpunk verwerkt, maar Your Day Will Come is geen moment een postpunk album.
Ik heb zelf een voorkeur voor de wat toegankelijkere en heerlijk dromerige of zweverige songs op het album, maar Shane Lavers laat zich niet beperken op het debuutalbum van zijn band, die in een aantal songs ook andere invloeden verwerkt en ook kan kiezen voor beeldende klankenpartijen waarin ook de viool van multi-instrumentalist Zachary Paul opduikt.
Chanel Beads had een onweerstaanbaar lekker album vol flarden uit de jaren 80 en 90 kunnen maken, maar daar hebben we er misschien al weg genoeg van. Your Day Will Come is uiteindelijk net wat minder licht verteerbaar, al heeft het album genoeg dromerige momenten om je te verleiden en je op hetzelfde moment ruw wakker te schudden.
Of om Pitchfork te citeren: “More than anything else, Your Day Will Come is cool because it’s a good hang. Like you’re sitting shotgun in the car of someone you have a crush on and you’re taking turns being DJ. Like: you are riding your bike and you are a little bit drunk and it is 90 degrees so you’re wearing a rash guard because baby, you burn easily. It seems to say: to give one shit, to care about your art, to maybe even be a little funny about it, is it so uncool?”. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chanel Beads - Your Day Will Come - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chanel Beads - Your Day Will Come
De New Yorkse band Chanel Beads kan op Your Day Will Come niet kiezen tussen dromerige 80s en 90s popsongs en wat zweverigere klanken, wat een wispelturig maar ook mooi en interessant album oplevert
Het debuutalbum van de Amerikaanse band Chanel Beads opent als een album dat mooie herinneringen uit het verleden oproept met een dromerig en wat onderkoeld geluid dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 80 en 90. In de wendingen in de openingssong hoor je al dat Chanel Beads niet het zoveelste bandje is dat muziek uit de jaren 80 en 90 nieuw leven inblaast en dat hoor je nog veel duidelijker in de wat experimentelere en vooral sferische tracks op het debuutalbum van de band van de Amerikaanse muzikant Shane Lavers. Chanel Beads kan niet kiezen tussen twee uitersten, maar doet een geslaagde poging om deze toch aan elkaar te verbinden.
Pitchfork schaarde Your Day Will Come van Chanel Beads onder de beste nieuwe albums van deze week en omschreef het album als “a dreamy and druggy pop album”. Het maakte me op zijn minst nieuwsgierig naar het debuutalbum van de band uit New York. De omschrijving van Pitchfork blijkt direct trefzeker, want het eerste album van Chanel Beads opent met dromerige klanken met een jaren 80 en 90 sfeertje, maar eindigt in wat zweverige klanken die verder vrij weinig houvast bieden. Het is een combinatie die met enige regelmaat terugkeert op Your Day Will Come, wat het een interessant album maakt.
Chanel Beads is een project van de Amerikaanse muzikant en producer Shane Lavers, die deel uit maakt van een wat eigenzinnige muziekscene in New York, waarin vooral experimentele muziek wordt gemaakt. Ook op het debuutalbum van Chanel Beads schuwt Shane Lavers het experiment zeker niet, maar Your Day Will Come is zeker geen ontoegankelijk album.
Het album opent zoals gezegd met dromerige klanken en een sfeer die herinnert aan popmuziek uit de jaren 80 en 90 en het is door de atmosferische synths, de melodieuze gitaarakkoorden en de wat staccato percussie ook een aanstekelijke popsong, zeker wanneer de wat onderkoelde vocalen van Maya McGrory invallen. Uiteindelijk wordt het echter een wat trippy song, die overigens nog altijd best aangenaam klinkt.
De bovengenoemde ingrediënten komen vaker terug op het album, maar omdat Chanel Beads varieert met de intensiteit van de gitaarpartijen en de synths, klinken de songs van de Amerikaanse band zeker niet eenvormig. In vocaal opzicht neemt Maya McGrory meestal het voortouw en dat bevalt me wel, want haar zang klinkt niet alleen onderkoeld, maar voorziet de songs van Chanel Beads ook van een nog wat dromerige sfeer, zeker als de onderkoeling plaats maakt voor mooie vocalen.
Maya McGrory wordt in vocaal opzicht af en toe bijgestaan door Shane Lavers, die ook een stemgeluid heeft dat de jaren 80 en 90 vibe in de muziek van Chanel Beads versterkt. Het is muziek die absoluut invloeden uit de postpunk verwerkt, maar Your Day Will Come is geen moment een postpunk album.
Ik heb zelf een voorkeur voor de wat toegankelijkere en heerlijk dromerige of zweverige songs op het album, maar Shane Lavers laat zich niet beperken op het debuutalbum van zijn band, die in een aantal songs ook andere invloeden verwerkt en ook kan kiezen voor beeldende klankenpartijen waarin ook de viool van multi-instrumentalist Zachary Paul opduikt.
Chanel Beads had een onweerstaanbaar lekker album vol flarden uit de jaren 80 en 90 kunnen maken, maar daar hebben we er misschien al weg genoeg van. Your Day Will Come is uiteindelijk net wat minder licht verteerbaar, al heeft het album genoeg dromerige momenten om je te verleiden en je op hetzelfde moment ruw wakker te schudden.
Of om Pitchfork te citeren: “More than anything else, Your Day Will Come is cool because it’s a good hang. Like you’re sitting shotgun in the car of someone you have a crush on and you’re taking turns being DJ. Like: you are riding your bike and you are a little bit drunk and it is 90 degrees so you’re wearing a rash guard because baby, you burn easily. It seems to say: to give one shit, to care about your art, to maybe even be a little funny about it, is it so uncool?”. Erwin Zijleman
Chantal Acda - Bounce Back (2017)

4,5
1
geplaatst: 23 april 2017, 10:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chantal Acda - Bounce Back - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Chantal Acda maakte bijna twee jaar geleden diepe indruk met het wonderschone The Sparkle in Our Flaws.
Op deze plaat imponeerde de tegenwoordig vanuit Antwerpen opererende, maar in het Brabantse Helmond geboren, singer-songwriter met prachtige en opvallend intieme songs.
Dit doet ze ook weer op het nu verschenen Bounce Back, dat zeker in het verlengde ligt van zijn voorganger, maar ook weer een volgende stap zet.
Chantal Acda slaagde er in het verleden in om grote namen aan zich te binden (zo werkte ze al samen met onder andere geluidskunstenaar Nils Frahm en met Walkabouts voorman Chris Eckman) en is daar ook dit keer in geslaagd.
Niemand minder dan meestergitarist Bill Frisell voorziet Bounce Back van bijzondere gitaarlijnen, terwijl Phill Brown, die indruk maakte met Talk Talk en vooral met de verstilde soloplaat van Talk Talk zanger Mark Hollis, tekende voor de productie van de plaat.
Op Bounce Back betovert Chantal Acda met wonderschone en ook dit keer opvallend intieme songs, maar het zijn ook songs die dieper graven en meer tijd claimen dan gebruikelijk is in het genre waarin Chantal Acda opereert.
Centraal staat ook dit keer de prachtige stem van Chantal Acda, die net zo helder en pastoraal kan zingen als de Britse folkzangeressen uit de jaren 70, maar net zo makkelijk in de huid kruipt van Scandinavische ijsprinsessen of de zangeressen die in de jaren 70 de muziek uit de Laurel Canyon bij Los Angeles kleur gaven.
Chantal Acda beschikt over een warme en heldere stem die de ruimte prachtig kan vullen, maar die aan kracht wint door deze ruimte juist niet volledig te vullen. De singer-songwriter uit Antwerpen doseert haar vocalen prachtig en geeft ook nog eens alle ruimte aan de werkelijk prachtige instrumentatie op de plaat.
Het is een instrumentatie waarin de even onnavolgbare als trefzekere gitaarlijnen van Bill Frisell het meest opvallen, maar ook de bijdragen van de blazers, de subtiele elektronica en de avontuurlijke en soms lang repeterende percussie zijn het vermelden zeker waard.
Chantal Acda laat in haar zang veel ruimte open en de bijzondere instrumentatie op de plaat doet eigenlijk precies hetzelfde. Phil Brown maakte met Mark Hollis eens een verstilde en minimalistische plaat en heeft ook Bounce Back van Chantal Acda voorzien van een uiterst subtiel en soms bijna minimalistisch geluid. Op Bounce Back wordt geen noot teveel gespeeld, maar iedere noot die wordt gespeeld is raak.
Chantal Acda heeft op Bounce Back gekozen voor wat langere songs (de plaat bevat 9 tracks die samen 50 minuten duren), waarin ruimte is voor wat langere instrumentale passages en onthaastende zang. Het levert flink wat muzikale hoogstandjes op en het zijn hoogstandjes waarin het experiment niet wordt geschuwd.
Toch is Bounce Back een opvallend toegankelijke plaat. Chantal Acda maakt op haar nieuwe plaat indruk met intieme, ingetogen maar ook indringende songs met inhoud. Bounce Back vertelt persoonlijke verhalen over zaken die ons allemaal bezig zouden moeten houden en streelt ondertussen het oor met prachtige zang en een instrumentatie en productie vol onderhuidse spanning.
Ik was twee jaar geleden zeer onder de indruk van het fraaie The Sparkle in Our Flaws, maar Bounce Back is nog veel mooier en indrukwekkender. Zomaar een van de muzikale hoogtepunten van 2017 tot dusver. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chantal Acda - Bounce Back - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Chantal Acda maakte bijna twee jaar geleden diepe indruk met het wonderschone The Sparkle in Our Flaws.
Op deze plaat imponeerde de tegenwoordig vanuit Antwerpen opererende, maar in het Brabantse Helmond geboren, singer-songwriter met prachtige en opvallend intieme songs.
Dit doet ze ook weer op het nu verschenen Bounce Back, dat zeker in het verlengde ligt van zijn voorganger, maar ook weer een volgende stap zet.
Chantal Acda slaagde er in het verleden in om grote namen aan zich te binden (zo werkte ze al samen met onder andere geluidskunstenaar Nils Frahm en met Walkabouts voorman Chris Eckman) en is daar ook dit keer in geslaagd.
Niemand minder dan meestergitarist Bill Frisell voorziet Bounce Back van bijzondere gitaarlijnen, terwijl Phill Brown, die indruk maakte met Talk Talk en vooral met de verstilde soloplaat van Talk Talk zanger Mark Hollis, tekende voor de productie van de plaat.
Op Bounce Back betovert Chantal Acda met wonderschone en ook dit keer opvallend intieme songs, maar het zijn ook songs die dieper graven en meer tijd claimen dan gebruikelijk is in het genre waarin Chantal Acda opereert.
Centraal staat ook dit keer de prachtige stem van Chantal Acda, die net zo helder en pastoraal kan zingen als de Britse folkzangeressen uit de jaren 70, maar net zo makkelijk in de huid kruipt van Scandinavische ijsprinsessen of de zangeressen die in de jaren 70 de muziek uit de Laurel Canyon bij Los Angeles kleur gaven.
Chantal Acda beschikt over een warme en heldere stem die de ruimte prachtig kan vullen, maar die aan kracht wint door deze ruimte juist niet volledig te vullen. De singer-songwriter uit Antwerpen doseert haar vocalen prachtig en geeft ook nog eens alle ruimte aan de werkelijk prachtige instrumentatie op de plaat.
Het is een instrumentatie waarin de even onnavolgbare als trefzekere gitaarlijnen van Bill Frisell het meest opvallen, maar ook de bijdragen van de blazers, de subtiele elektronica en de avontuurlijke en soms lang repeterende percussie zijn het vermelden zeker waard.
Chantal Acda laat in haar zang veel ruimte open en de bijzondere instrumentatie op de plaat doet eigenlijk precies hetzelfde. Phil Brown maakte met Mark Hollis eens een verstilde en minimalistische plaat en heeft ook Bounce Back van Chantal Acda voorzien van een uiterst subtiel en soms bijna minimalistisch geluid. Op Bounce Back wordt geen noot teveel gespeeld, maar iedere noot die wordt gespeeld is raak.
Chantal Acda heeft op Bounce Back gekozen voor wat langere songs (de plaat bevat 9 tracks die samen 50 minuten duren), waarin ruimte is voor wat langere instrumentale passages en onthaastende zang. Het levert flink wat muzikale hoogstandjes op en het zijn hoogstandjes waarin het experiment niet wordt geschuwd.
Toch is Bounce Back een opvallend toegankelijke plaat. Chantal Acda maakt op haar nieuwe plaat indruk met intieme, ingetogen maar ook indringende songs met inhoud. Bounce Back vertelt persoonlijke verhalen over zaken die ons allemaal bezig zouden moeten houden en streelt ondertussen het oor met prachtige zang en een instrumentatie en productie vol onderhuidse spanning.
Ik was twee jaar geleden zeer onder de indruk van het fraaie The Sparkle in Our Flaws, maar Bounce Back is nog veel mooier en indrukwekkender. Zomaar een van de muzikale hoogtepunten van 2017 tot dusver. Erwin Zijleman
Chantal Acda - Saturday Moon (2021)

4,5
0
geplaatst: 31 maart 2021, 15:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chantal Acda - Saturday Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chantal Acda - Saturday Moon
Chantal Acda keert terug met een volgend prachtalbum, dat wordt gedragen door fraaie bijdragen van topmuzikanten, maar vooral door de wonderschone stem van Chantal Acda en haar emotievolle voordracht
Met het vorige album van Chantal Acda kon ik net wat minder, maar de twee albums ervoor waren van een bijzonder hoog niveau. Ook het deze week verschenen Saturday Moon is weer prachtig. Chantal Acda wilde het album eigenlijk zoveel mogelijk in haar eentje maken, maar uiteindelijk doken toch weer flink wat gastmuzikanten op, die tekenen voor een prachtig en ook gevarieerd geluid. Het is een geluid dat het album voorziet van avontuur, maar het is ook een geluid dat fraai kleurt bij de stem van de Nederlandse singer-songwriter. Het is een stem die ook op dit album weer zorgt voor kippenvel, deels vanwege de schoonheid en deels vanwege al het gevoel. Saturday Moon is een album van een niveau dat maar weinigen gegeven is.
De Nederlandse singer-songwriter Chantal Acda, die overigens al jaren in België woont, maakte met The Sparkle In Our Flaws uit 2015 en Bounce Back uit 2017 in ieder geval twee albums die ik koester.
Met het twee jaar geleden verschenen PŪWAWAU, waarop de popsongs met een kop en een staart vrijwel volledig uit het oog waren verloren, kon ik helaas veel minder goed overweg. Ik was dan ook benieuwd welke kant Chantal Acda op zou gaan op haar nieuwe album en deze vraag beantwoordt ze deze week met Saturday Moon.
Het is een antwoord dat me bevalt, want Saturday Moon ligt dichter bij The Sparkle In Our Flaws en Bounce Back dan bij PŪWAWAU, al heeft ook het laatstgenoemde album wel wat sporen nagelaten op het nieuwe album van Chantal Acda.
De Nederlandse singer-songwriter maakte haar vorige albums met topproducers als Nils Frahm, Peter Broderick en Phill Brown en met een imposante lijst gastmuzikanten, maar Saturday Moon wilde ze oorspronkelijk in haar eentje maken, wat natuurlijk ook past in deze tijd. Uiteindelijk kon Chantal Acda het zoeken van samenwerking toch niet laten, waardoor de meeste songs op Saturday Moon toch weer wat voller zijn ingekleurd.
Je hoort het direct in de openingstrack en titeltrack, waarin naast het geweldige drumwerk van Eric Thielemans vooral het soepele gitaarwerk van de Congolese gitarist Rodriguez Vangama opvalt. Het voorziet de openingstrack van het album van een bijzondere sfeer, die wordt versterkt door het koor dat ook op PŪWAWAU zo’n belangrijke rol speelde, maar nu zeer functioneel bijdraagt aan een ijzersterke song.
Het sterkste wapen van Chantal Acda heb ik nog niet benoemd, want dat is haar prachtige stem. De stem van Chantal Acda is niet alleen mooi, maar het is ook een stem vol gevoel, die de zeer persoonlijke teksten op het album met de nodige emotie overdraagt, wat het album voorziet van lading en zeggingskracht.
Na de redelijk vol klinkende openingstrack neemt Chantal Acda even wat gas terug met Conflict Of Minds, dat het vooral moet doen met een akoestische gitaar en werkelijk wonderschone zang, al hoor je ook dit keer op de achtergrond subtiele accenten van onder andere bas en drums, tot de strijkers mogen aanzwellen. Het is een track die keer op keer goed is voor kippenvel en dat geldt voor nagenoeg alle tracks op het album.
In Disappear krijgt Chantal Acda gezelschap van Mimi Parker en Alan Sparhawk van Low, wat respectievelijk bijzondere vocalen en eigenzinnige gitaarlijnen oplevert. Al even fraaie en ruimtelijke gitaarlijnen komen in twee andere tracks van topgitarist Bill Frisell en uiteindelijk schoven er maar liefst 18 muzikanten aan tijdens de opnames van Saturday Moon, onder wie topkrachten als Marc Ribot, Shahzad Ismaily (Tom Waits), Borgar Magnason (Sigur Rós) en Gerd van Mulders en Pieter Van Dessel (beiden van de band Marble Sounds).
In een aantal songs op het album hoor je nog wel wat terug van de oorspronkelijke wens om een intiem soloalbum te maken, maar in de meeste songs is het geluid van Chantal Acda prachtig ingekleurd. Gelukkig krijgt de stem van Chantal Acda alle ruimte in het mooie klankentapijt, want de zang op Saturday Moon is van een niveau dat slechts voor heel weinig zangeressen haalbaar is. Het levert absoluut een van de mooiste albums van 2021 tot dusver op. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chantal Acda - Saturday Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chantal Acda - Saturday Moon
Chantal Acda keert terug met een volgend prachtalbum, dat wordt gedragen door fraaie bijdragen van topmuzikanten, maar vooral door de wonderschone stem van Chantal Acda en haar emotievolle voordracht
Met het vorige album van Chantal Acda kon ik net wat minder, maar de twee albums ervoor waren van een bijzonder hoog niveau. Ook het deze week verschenen Saturday Moon is weer prachtig. Chantal Acda wilde het album eigenlijk zoveel mogelijk in haar eentje maken, maar uiteindelijk doken toch weer flink wat gastmuzikanten op, die tekenen voor een prachtig en ook gevarieerd geluid. Het is een geluid dat het album voorziet van avontuur, maar het is ook een geluid dat fraai kleurt bij de stem van de Nederlandse singer-songwriter. Het is een stem die ook op dit album weer zorgt voor kippenvel, deels vanwege de schoonheid en deels vanwege al het gevoel. Saturday Moon is een album van een niveau dat maar weinigen gegeven is.
De Nederlandse singer-songwriter Chantal Acda, die overigens al jaren in België woont, maakte met The Sparkle In Our Flaws uit 2015 en Bounce Back uit 2017 in ieder geval twee albums die ik koester.
Met het twee jaar geleden verschenen PŪWAWAU, waarop de popsongs met een kop en een staart vrijwel volledig uit het oog waren verloren, kon ik helaas veel minder goed overweg. Ik was dan ook benieuwd welke kant Chantal Acda op zou gaan op haar nieuwe album en deze vraag beantwoordt ze deze week met Saturday Moon.
Het is een antwoord dat me bevalt, want Saturday Moon ligt dichter bij The Sparkle In Our Flaws en Bounce Back dan bij PŪWAWAU, al heeft ook het laatstgenoemde album wel wat sporen nagelaten op het nieuwe album van Chantal Acda.
De Nederlandse singer-songwriter maakte haar vorige albums met topproducers als Nils Frahm, Peter Broderick en Phill Brown en met een imposante lijst gastmuzikanten, maar Saturday Moon wilde ze oorspronkelijk in haar eentje maken, wat natuurlijk ook past in deze tijd. Uiteindelijk kon Chantal Acda het zoeken van samenwerking toch niet laten, waardoor de meeste songs op Saturday Moon toch weer wat voller zijn ingekleurd.
Je hoort het direct in de openingstrack en titeltrack, waarin naast het geweldige drumwerk van Eric Thielemans vooral het soepele gitaarwerk van de Congolese gitarist Rodriguez Vangama opvalt. Het voorziet de openingstrack van het album van een bijzondere sfeer, die wordt versterkt door het koor dat ook op PŪWAWAU zo’n belangrijke rol speelde, maar nu zeer functioneel bijdraagt aan een ijzersterke song.
Het sterkste wapen van Chantal Acda heb ik nog niet benoemd, want dat is haar prachtige stem. De stem van Chantal Acda is niet alleen mooi, maar het is ook een stem vol gevoel, die de zeer persoonlijke teksten op het album met de nodige emotie overdraagt, wat het album voorziet van lading en zeggingskracht.
Na de redelijk vol klinkende openingstrack neemt Chantal Acda even wat gas terug met Conflict Of Minds, dat het vooral moet doen met een akoestische gitaar en werkelijk wonderschone zang, al hoor je ook dit keer op de achtergrond subtiele accenten van onder andere bas en drums, tot de strijkers mogen aanzwellen. Het is een track die keer op keer goed is voor kippenvel en dat geldt voor nagenoeg alle tracks op het album.
In Disappear krijgt Chantal Acda gezelschap van Mimi Parker en Alan Sparhawk van Low, wat respectievelijk bijzondere vocalen en eigenzinnige gitaarlijnen oplevert. Al even fraaie en ruimtelijke gitaarlijnen komen in twee andere tracks van topgitarist Bill Frisell en uiteindelijk schoven er maar liefst 18 muzikanten aan tijdens de opnames van Saturday Moon, onder wie topkrachten als Marc Ribot, Shahzad Ismaily (Tom Waits), Borgar Magnason (Sigur Rós) en Gerd van Mulders en Pieter Van Dessel (beiden van de band Marble Sounds).
In een aantal songs op het album hoor je nog wel wat terug van de oorspronkelijke wens om een intiem soloalbum te maken, maar in de meeste songs is het geluid van Chantal Acda prachtig ingekleurd. Gelukkig krijgt de stem van Chantal Acda alle ruimte in het mooie klankentapijt, want de zang op Saturday Moon is van een niveau dat slechts voor heel weinig zangeressen haalbaar is. Het levert absoluut een van de mooiste albums van 2021 tot dusver op. Erwin Zijleman
Chantal Acda - The Sparkle in Our Flaws (2015)

4,0
0
geplaatst: 23 november 2015, 15:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chantal Acda - The Sparkle In Our Flaws - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Sparkle In Our Flaws van Chantal Acda heb ik al geruime tijd in huis en is zo’n plaat waarvan je ongemerkt steeds meer geniet, maar die zich toch niet heel erg opdringt.
De plaat is daarom lang op de stapel voor deze BLOG blijven liggen en dat is jammer. Heel jammer zelfs. De intieme luisterliedjes van Chantal Acda zijn immers wonderschoon en blijken het uitstekend te doen bij het herfstweer van de laatste tijd.
Chantal Acda ken ik persoonlijk vooral als de schitterende vrouwenstem op de platen van Isbells, maar de Belgische singer-songwriter maakte een jaar of twee geleden ook al eens een prima soloplaat. The Sparkle In Our Flaws vind ik persoonlijk nog wat mooier en is een plaat die zich kan meten met die van de concurrentie in binnen- en buitenland.
Het sterkste wapen van Chantal Acda is haar bijzondere stem. Het is een mooie en heldere stem die gemaakt lijkt voor traditioneel aandoende Britse folk. Chantal Acda heeft zich zeker laten beïnvloeden door dit genre, maar geeft ook haar eigen draai aan alle invloeden uit het verleden.
De folky songs van Chantal Acda zijn vaak fluisterzacht en bloedmooi, maar steken ook bijzonder knap in elkaar. De instrumentatie op The Sparkle In Our Flaws is sober, maar zit stiekem vol verrassingen, waaronder fraai repeterende patronen en schitterende strijkers.
Het is een instrumentatie die hierdoor nadrukkelijk de aandacht trekt, maar op hetzelfde moment is het ook een instrumentatie die de fraaie stem van Chantal Acda volledig in de spotlights zet. De combinatie van beiden zorgt er wel voor dat Chantal Acda een duidelijk eigen geluid heeft en dat is een groot goed.
Door de combinatie van een sobere maar ook avontuurlijke instrumentatie en een stem waarvan je alleen maar kunt houden, is The Sparkle In Our Flaws bovendien een plaat die makkelijk betovert en je heerlijk laat wegdromen. Dat wegdromen gaat soms zo ver dat je vergeet hoe mooi en bijzonder deze plaat is. Niet doen, want daarvoor is The Sparkle In Our Flaws van Chantal Acda echt veel te mooi en bijzonder. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chantal Acda - The Sparkle In Our Flaws - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Sparkle In Our Flaws van Chantal Acda heb ik al geruime tijd in huis en is zo’n plaat waarvan je ongemerkt steeds meer geniet, maar die zich toch niet heel erg opdringt.
De plaat is daarom lang op de stapel voor deze BLOG blijven liggen en dat is jammer. Heel jammer zelfs. De intieme luisterliedjes van Chantal Acda zijn immers wonderschoon en blijken het uitstekend te doen bij het herfstweer van de laatste tijd.
Chantal Acda ken ik persoonlijk vooral als de schitterende vrouwenstem op de platen van Isbells, maar de Belgische singer-songwriter maakte een jaar of twee geleden ook al eens een prima soloplaat. The Sparkle In Our Flaws vind ik persoonlijk nog wat mooier en is een plaat die zich kan meten met die van de concurrentie in binnen- en buitenland.
Het sterkste wapen van Chantal Acda is haar bijzondere stem. Het is een mooie en heldere stem die gemaakt lijkt voor traditioneel aandoende Britse folk. Chantal Acda heeft zich zeker laten beïnvloeden door dit genre, maar geeft ook haar eigen draai aan alle invloeden uit het verleden.
De folky songs van Chantal Acda zijn vaak fluisterzacht en bloedmooi, maar steken ook bijzonder knap in elkaar. De instrumentatie op The Sparkle In Our Flaws is sober, maar zit stiekem vol verrassingen, waaronder fraai repeterende patronen en schitterende strijkers.
Het is een instrumentatie die hierdoor nadrukkelijk de aandacht trekt, maar op hetzelfde moment is het ook een instrumentatie die de fraaie stem van Chantal Acda volledig in de spotlights zet. De combinatie van beiden zorgt er wel voor dat Chantal Acda een duidelijk eigen geluid heeft en dat is een groot goed.
Door de combinatie van een sobere maar ook avontuurlijke instrumentatie en een stem waarvan je alleen maar kunt houden, is The Sparkle In Our Flaws bovendien een plaat die makkelijk betovert en je heerlijk laat wegdromen. Dat wegdromen gaat soms zo ver dat je vergeet hoe mooi en bijzonder deze plaat is. Niet doen, want daarvoor is The Sparkle In Our Flaws van Chantal Acda echt veel te mooi en bijzonder. Erwin Zijleman
Chantal Acda & The Atlantic Drifters - Silently Held (2024)

4,5
0
geplaatst: 5 mei 2024, 10:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chantal Acda & The Atlantic Drifters - Silently Held - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chantal Acda & The Atlantic Drifters - Silently Held
Chantal Acda laat ook op haar nieuwe album Silently Held weer horen dat ze een zangeres van wereldklasse is, wat fraai wordt onderstreept door een legioen topmuzikanten die van hetzelfde niveau zijn
Chantal Acda woont al jaren in Antwerpen, maar mag vanwege haar geboortegrond ook een van de beste Nederlandse zangeressen van het moment worden genoemd. Dat liet ze al horen op haar vorige albums, maar het is nog wat duidelijker te horen op Silently Held, dat werd gemaakt met een aantal topmuzikanten die zijn samengekomen in de band The Atlantic Drifters. Deze band tekent voor een bijzonder subtiel en wat jazzy geluid dat opvalt door de talloze fraaie accenten die aan de oppervlakte komen. Het past allemaal prachtig bij de stem van Chantal Acda, die nog mooier zingt dan op haar vorige albums. Het levert een album op dat overloopt van kwaliteit en dat je alleen maar ademloos kunt beluisteren.
Chantal Acda werd geboren in het Brabantse Helmond, maar haar muzikale carrière kreeg een vliegende start vanuit Antwerpen, nadat ze een album van de Vlaamse band Isbells had voorzien van werkelijk prachtige achtergrondvocalen. Antwerpen is nog altijd de thuisbasis van de Nederlandse muzikante, die de afgelopen tien jaar een even mooi als fascinerend oeuvre heeft opgebouwd.
Dat deed ze met een handvol wonderschone albums onder haar eigen naam, maar ze maakte ook een bijzonder fraai album met Bruno Bavota en maakte samen met Eric Thielemans en Walkabouts voorman Chris Eckman bovendien twee uitstekende albums met de gelegenheidsband Distance, Light & Sky. Chantal Acda is bij het grote publiek helaas nog altijd niet heel bekend, maar in kringen van muzikanten wordt haar stem uitvoerig geprezen, waardoor ze er keer op keer in slaagt om aansprekende muzikanten aan zich te binden.
De muzikante uit Antwerpen duikt deze week op met een nieuw album, Silently Held. Op de cover van het album prijkt niet alleen de naam van Chantal Acda, maar ook die van haar band The Atlantic Drifters. Dat is niet zomaar een band, want ook dit keer heeft Chantal Acda een beroep gedaan op een aantal muzikanten van naam en faam.
De band van Chantal Acda bestaat op het nieuwe album uit meestergitarist Bill Frisell, drummer Eric Thielemans, pianist Jozef Dumoulin, bassist Thomas Morgan, saxofonist Colin Stetson en multi-instrumentalist Shahzad Ismaily. Dat is een band waarvan de meeste muzikanten alleen maar kunnen dromen en het is een band die op Silently Held tekent voor een prachtig subtiel geluid.
Dit geluid wordt verder verfraaid door de blaasinstrumenten van Joachim Badenhorst, Niels Van Heertum en Kurt Van Herck, waarna alles is geproduceerd door de onder andere van Adrianne Lenker bekende Philip Weinrobe en de mix werd verzorgd door de al even gelouterde Phill Brown.
Er ontbreekt vervolgens nog maar één ding aan alle muzikale en productionele weelde op Silently Held en dat is een zangeres van wereldklasse. Het is een rol die Chantal Acda ook op dit album met verve vervuld. De Nederlandse zangeres zingt met enorm veel gevoel en precisie en beschikt over een van de mooiste stemmen die ik ken.
Het is een stem die zich op Silently Held aanpast aan de muzikale setting, want de uiterst subtiele klanken van de fantastische muzikanten die Chantal Acda op het album omringen vragen om ingetogen en breekbare zang. De fraaie klanken en de wonderschone stem van Chantal Acda vloeien op Silently Held prachtig samen en versterken elkaar op fascinerende wijze.
Silently Held is met de ingetogen en vaak wat jazzy klanken geen album dat makkelijk een heel groot publiek gaat aanspreken, maar het is wel een album dat in kwalitatief opzicht ver boven het maaiveld uit steekt. Silently Held bevat negen wat langere tracks en het zijn tracks waarin zowel de muzikanten als Chantal Acda zelf de tijd en ruimte krijgen om te excelleren. En dat doen de topmuzikanten en de topzangeres met veel overtuiging.
Silently Held is een album dat de mogelijkheid biedt om even terug te schakelen naar een lager tempo, maar het is ook een album waarop de muzikale en vocale hoogstandjes elkaar in razend tempo opvolgen. Desondanks is het een subtiel en evenwichtig album, dat steeds beter wordt. Silently Held is al met al een volgend hoogtepunt in het unieke en hoogstaande oeuvre van Chantal Acda. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chantal Acda & The Atlantic Drifters - Silently Held - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chantal Acda & The Atlantic Drifters - Silently Held
Chantal Acda laat ook op haar nieuwe album Silently Held weer horen dat ze een zangeres van wereldklasse is, wat fraai wordt onderstreept door een legioen topmuzikanten die van hetzelfde niveau zijn
Chantal Acda woont al jaren in Antwerpen, maar mag vanwege haar geboortegrond ook een van de beste Nederlandse zangeressen van het moment worden genoemd. Dat liet ze al horen op haar vorige albums, maar het is nog wat duidelijker te horen op Silently Held, dat werd gemaakt met een aantal topmuzikanten die zijn samengekomen in de band The Atlantic Drifters. Deze band tekent voor een bijzonder subtiel en wat jazzy geluid dat opvalt door de talloze fraaie accenten die aan de oppervlakte komen. Het past allemaal prachtig bij de stem van Chantal Acda, die nog mooier zingt dan op haar vorige albums. Het levert een album op dat overloopt van kwaliteit en dat je alleen maar ademloos kunt beluisteren.
Chantal Acda werd geboren in het Brabantse Helmond, maar haar muzikale carrière kreeg een vliegende start vanuit Antwerpen, nadat ze een album van de Vlaamse band Isbells had voorzien van werkelijk prachtige achtergrondvocalen. Antwerpen is nog altijd de thuisbasis van de Nederlandse muzikante, die de afgelopen tien jaar een even mooi als fascinerend oeuvre heeft opgebouwd.
Dat deed ze met een handvol wonderschone albums onder haar eigen naam, maar ze maakte ook een bijzonder fraai album met Bruno Bavota en maakte samen met Eric Thielemans en Walkabouts voorman Chris Eckman bovendien twee uitstekende albums met de gelegenheidsband Distance, Light & Sky. Chantal Acda is bij het grote publiek helaas nog altijd niet heel bekend, maar in kringen van muzikanten wordt haar stem uitvoerig geprezen, waardoor ze er keer op keer in slaagt om aansprekende muzikanten aan zich te binden.
De muzikante uit Antwerpen duikt deze week op met een nieuw album, Silently Held. Op de cover van het album prijkt niet alleen de naam van Chantal Acda, maar ook die van haar band The Atlantic Drifters. Dat is niet zomaar een band, want ook dit keer heeft Chantal Acda een beroep gedaan op een aantal muzikanten van naam en faam.
De band van Chantal Acda bestaat op het nieuwe album uit meestergitarist Bill Frisell, drummer Eric Thielemans, pianist Jozef Dumoulin, bassist Thomas Morgan, saxofonist Colin Stetson en multi-instrumentalist Shahzad Ismaily. Dat is een band waarvan de meeste muzikanten alleen maar kunnen dromen en het is een band die op Silently Held tekent voor een prachtig subtiel geluid.
Dit geluid wordt verder verfraaid door de blaasinstrumenten van Joachim Badenhorst, Niels Van Heertum en Kurt Van Herck, waarna alles is geproduceerd door de onder andere van Adrianne Lenker bekende Philip Weinrobe en de mix werd verzorgd door de al even gelouterde Phill Brown.
Er ontbreekt vervolgens nog maar één ding aan alle muzikale en productionele weelde op Silently Held en dat is een zangeres van wereldklasse. Het is een rol die Chantal Acda ook op dit album met verve vervuld. De Nederlandse zangeres zingt met enorm veel gevoel en precisie en beschikt over een van de mooiste stemmen die ik ken.
Het is een stem die zich op Silently Held aanpast aan de muzikale setting, want de uiterst subtiele klanken van de fantastische muzikanten die Chantal Acda op het album omringen vragen om ingetogen en breekbare zang. De fraaie klanken en de wonderschone stem van Chantal Acda vloeien op Silently Held prachtig samen en versterken elkaar op fascinerende wijze.
Silently Held is met de ingetogen en vaak wat jazzy klanken geen album dat makkelijk een heel groot publiek gaat aanspreken, maar het is wel een album dat in kwalitatief opzicht ver boven het maaiveld uit steekt. Silently Held bevat negen wat langere tracks en het zijn tracks waarin zowel de muzikanten als Chantal Acda zelf de tijd en ruimte krijgen om te excelleren. En dat doen de topmuzikanten en de topzangeres met veel overtuiging.
Silently Held is een album dat de mogelijkheid biedt om even terug te schakelen naar een lager tempo, maar het is ook een album waarop de muzikale en vocale hoogstandjes elkaar in razend tempo opvolgen. Desondanks is het een subtiel en evenwichtig album, dat steeds beter wordt. Silently Held is al met al een volgend hoogtepunt in het unieke en hoogstaande oeuvre van Chantal Acda. Erwin Zijleman
Chappell Roan - The Rise and Fall of a Midwest Princess (2023)

5,0
3
geplaatst: 3 oktober 2023, 15:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chappell Roan - The Rise And Fall Of A Midwest Princess - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chappell Roan - The Rise And Fall Of A Midwest Princess
Chappell Roan kreeg het na een veelbelovende start niet voor niets de afgelopen jaren, maar bewijst met het uitstekende The Rise And Fall Of A Midwest Princess dat ze een plekje verdient tussen de popprinsessen van het moment
Een goed popalbum laat ik niet liggen en een heel goed popalbum al helemaal niet. Chappell Roan heeft een heel goed popalbum gemaakt, maar de jonge Amerikaanse muzikante heeft helaas nog niet alle spotlights op zich gericht. Ze past misschien niet helemaal in het perfecte plaatje dat conservatief Amerika heeft van een popprinses, maar in muzikaal opzicht is er helemaal niets aan te merken op The Rise And Fall Of A Midwest Princess. Het album werd knap geproduceerd door de gewilde Dan Nigro, maar Chappell Roan is de ster op het album. The Rise And Fall Of A Midwest Princess staat vol met buitengewoon aanstekelijke songs met een eigenwijs randje. Ik kan er wel wat mee.
Chappell Roan, het alter ego van Kayleigh Rose Amstutz, debuteerde in 2017 met de folky EP School Nights, nadat ze op de middelbare school al de aandacht had getrokken met een aantal YouTube video’s. Na de release van haar debuut EP leek de Amerikaanse muzikante voorbestemd om een van de volgende grote popsterren te worden, maar we hebben uiteindelijk ruim zes jaar moeten wachten op haar debuutalbum.
Chappell Roan begon na de release van haar eerste EP samen met producer Dan Nigro, vooral bekend van zijn werk voor Olivia Rodrigo en Caroline Polachek, aan nieuw materiaal. Ze nam onder andere de aanstekelijke, eigenzinnige en geweldig gezongen single Pink Pony Club op, maar haar platenmaatschappij zag een song over een jonge stripper die houdt van haar werk niet zitten en liet de song een jaar lang op de plank liggen.
Chappell Roan kwam vervolgens als queer uit de kast, wat ook niet direct aansloot bij het beeld dat haar platenmaatschappij had van een toekomstige popprinses. De carrière van Chappell Roan leek geknakt in de knop, maar gelukkig krabbelde ze weer overeind. Dankzij de steun van producer Dan Nigro en collega popster Olivia Rodrigo, die haar meeneemt als support act tijdens de GUTS tour, keert Chappell Roan deze week terug met haar debuutalbum The Rise And Fall Of A Midwest Princess.
Ik heb wel wat met pop, maar de concurrentie in het genre is op het moment moordend. Ik ging er van uit dat ik het album van Chappell Roan wel kon laten liggen, mede omdat er in de Verenigde Staten niet heel druk wordt gedaan over het album. Ik ben blij dat ik wel de tijd heb genomen voor het debuutalbum van de jonge Amerikaanse muzikante, die inmiddels is neergestreken in Los Angeles. The Rise And Fall Of A Midwest Princess, geweldige titel ook, is immers een uitstekend popalbum en wat mij betreft een album waar wel degelijk heel druk over gedaan moet worden.
Iedereen die Olivia Rodrigo hoog heeft zitten zou ook eens moeten luisteren naar het debuutalbum van Chappell Roan. Niet eens omdat de albums van de twee jonge muzikanten op elkaar lijken, al is er wel enige overlap tussen The Rise And Fall Of A Midwest Princess en GUTS van Olivia Rodrigo. Waar laatstgenoemde stevig flirt met rock, heeft Chappell Roan een voorliefde voor elektronisch ingekleurde popmuziek, maar in het midden komen Olivia Rodrigo en Chappell Roan elkaar meer dan eens tegen.
Dat is deels de verdienste van producer Dan Nigro, die het album heeft voorzien van een blinkende maar ook voorzichtig eigenzinnige productie, maar Chappell Roan heeft zelf ook veel te bieden. The Rise And Fall Of A Midwest Princess staat vol met geweldige popsongs en het zijn zeer veelzijdige popsongs, die variëren van tracks voor de dansvloer tot gloedvolle en wat nostalgisch klinkende ballads. In die laatste tracks hoor je dat de jonge Amerikaanse muzikante een uitstekende zangeres is, maar ook in de uptempo tracks blijft ze met haar krachtige stem makkelijk overeind.
Als je niet van pure pop houdt moet je niet eens beginnen aan The Rise And Fall Of A Midwest Princess van Chappell Roan, maar voor de liefhebbers van pure pop valt er hel veel te genieten op het album. Het is een album dat wat mij betreft niet onder doet voor de beste popalbums van 2023, wat het extra wonderlijk maakt dat Chappell Roan nog geen superster is. Het zou een kwestie van tijd moeten zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chappell Roan - The Rise And Fall Of A Midwest Princess - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chappell Roan - The Rise And Fall Of A Midwest Princess
Chappell Roan kreeg het na een veelbelovende start niet voor niets de afgelopen jaren, maar bewijst met het uitstekende The Rise And Fall Of A Midwest Princess dat ze een plekje verdient tussen de popprinsessen van het moment
Een goed popalbum laat ik niet liggen en een heel goed popalbum al helemaal niet. Chappell Roan heeft een heel goed popalbum gemaakt, maar de jonge Amerikaanse muzikante heeft helaas nog niet alle spotlights op zich gericht. Ze past misschien niet helemaal in het perfecte plaatje dat conservatief Amerika heeft van een popprinses, maar in muzikaal opzicht is er helemaal niets aan te merken op The Rise And Fall Of A Midwest Princess. Het album werd knap geproduceerd door de gewilde Dan Nigro, maar Chappell Roan is de ster op het album. The Rise And Fall Of A Midwest Princess staat vol met buitengewoon aanstekelijke songs met een eigenwijs randje. Ik kan er wel wat mee.
Chappell Roan, het alter ego van Kayleigh Rose Amstutz, debuteerde in 2017 met de folky EP School Nights, nadat ze op de middelbare school al de aandacht had getrokken met een aantal YouTube video’s. Na de release van haar debuut EP leek de Amerikaanse muzikante voorbestemd om een van de volgende grote popsterren te worden, maar we hebben uiteindelijk ruim zes jaar moeten wachten op haar debuutalbum.
Chappell Roan begon na de release van haar eerste EP samen met producer Dan Nigro, vooral bekend van zijn werk voor Olivia Rodrigo en Caroline Polachek, aan nieuw materiaal. Ze nam onder andere de aanstekelijke, eigenzinnige en geweldig gezongen single Pink Pony Club op, maar haar platenmaatschappij zag een song over een jonge stripper die houdt van haar werk niet zitten en liet de song een jaar lang op de plank liggen.
Chappell Roan kwam vervolgens als queer uit de kast, wat ook niet direct aansloot bij het beeld dat haar platenmaatschappij had van een toekomstige popprinses. De carrière van Chappell Roan leek geknakt in de knop, maar gelukkig krabbelde ze weer overeind. Dankzij de steun van producer Dan Nigro en collega popster Olivia Rodrigo, die haar meeneemt als support act tijdens de GUTS tour, keert Chappell Roan deze week terug met haar debuutalbum The Rise And Fall Of A Midwest Princess.
Ik heb wel wat met pop, maar de concurrentie in het genre is op het moment moordend. Ik ging er van uit dat ik het album van Chappell Roan wel kon laten liggen, mede omdat er in de Verenigde Staten niet heel druk wordt gedaan over het album. Ik ben blij dat ik wel de tijd heb genomen voor het debuutalbum van de jonge Amerikaanse muzikante, die inmiddels is neergestreken in Los Angeles. The Rise And Fall Of A Midwest Princess, geweldige titel ook, is immers een uitstekend popalbum en wat mij betreft een album waar wel degelijk heel druk over gedaan moet worden.
Iedereen die Olivia Rodrigo hoog heeft zitten zou ook eens moeten luisteren naar het debuutalbum van Chappell Roan. Niet eens omdat de albums van de twee jonge muzikanten op elkaar lijken, al is er wel enige overlap tussen The Rise And Fall Of A Midwest Princess en GUTS van Olivia Rodrigo. Waar laatstgenoemde stevig flirt met rock, heeft Chappell Roan een voorliefde voor elektronisch ingekleurde popmuziek, maar in het midden komen Olivia Rodrigo en Chappell Roan elkaar meer dan eens tegen.
Dat is deels de verdienste van producer Dan Nigro, die het album heeft voorzien van een blinkende maar ook voorzichtig eigenzinnige productie, maar Chappell Roan heeft zelf ook veel te bieden. The Rise And Fall Of A Midwest Princess staat vol met geweldige popsongs en het zijn zeer veelzijdige popsongs, die variëren van tracks voor de dansvloer tot gloedvolle en wat nostalgisch klinkende ballads. In die laatste tracks hoor je dat de jonge Amerikaanse muzikante een uitstekende zangeres is, maar ook in de uptempo tracks blijft ze met haar krachtige stem makkelijk overeind.
Als je niet van pure pop houdt moet je niet eens beginnen aan The Rise And Fall Of A Midwest Princess van Chappell Roan, maar voor de liefhebbers van pure pop valt er hel veel te genieten op het album. Het is een album dat wat mij betreft niet onder doet voor de beste popalbums van 2023, wat het extra wonderlijk maakt dat Chappell Roan nog geen superster is. Het zou een kwestie van tijd moeten zijn. Erwin Zijleman
Charles Bradley - Black Velvet (2018)

4,0
0
geplaatst: 12 november 2018, 19:02 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Charles Bradley - Black Velvet - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Na zijn trieste dood moeten we het doen met restmateriaal van Charles Bradley, maar ook dat is bij vlagen zeer indrukwekkend
Ik wilde Black Velvet eigenlijk laten liggen en het houden bij de drie prachtplaten die Charles Bradley tijdens zijn leven maakte, maar ook het met restmateriaal gevulde Black Velvet is een goede en bij vlagen geweldige soulplaat, die je meedogenloos bij de strot grijpt. Ook Black Velvet laat een vintage soulgeluid horen met een soulzanger die niet had misstaan tussen de groten uit de jaren 60 en 70. Natuurlijk is het niet allemaal even goed, het is niet voor niets restmateriaal, maar de hoogtepunten op Black Velvet staan garant voor een dikke laag kippenvel. Charles Bradley wordt nog iedere dag gemist.
Charles Bradley had geen makkelijke jeugd. Hij groeide op in grote armoede in Brooklyn, New York, en bracht een groot deel van zijn tijd op straat door. Toen Charles Bradley 14 jaar was nam zijn zus hem (in 1962) mee naar een optreden van James Brown in het legendarische Apollo Theatre in Harlem. Vanaf dat moment wist Charles Bradley precies wat hij wilde met zijn leven: hij wilde een groot soulzanger worden.
Er volgde een strijd die een aantal decennia zou duren. Charles Bradley verruilde het ene laagbetaalde baantje voor het andere en trad in zijn vrije tijd zo af en toe op. Van een carrière als soulzanger leek het niet meer te komen, tot hij bij toeval werd opgepikt door het soullabel Daptone Records, werd gekoppeld aan muzikant Thomas Brenneck en op zijn 62e dan eindelijk mocht debuteren als soulzanger met het uitstekende No Time For Dreaming.
De geweldige soulstem van Charles Bradley kreeg eindelijk de waardering waar hij al zo lang van droomde en de soulmuziek had er een nieuwe held bij. Na No Time For Dreaming liet Charles Bradley op Victim Of Love uit 2013 en Changes uit 2016 horen dat hij nog veel beter kon, maar vervolgens sloeg het noodlot toe. Na de release van Changes werd kanker geconstateerd bij Charles Bradley en een jaar later overleed de soulzanger op pas 68-jarige leeftijd.
Ruim een jaar na de dood van Charles Bradley en op de 70e verjaardag die hij nooit zou vieren, is Black Velvet verschenen. Ik was eigenlijk van plan om deze plaat met restmateriaal te laten liggen, maar uit mededogen met het sympathieke Daptone Records, dat met Charles Bradley en Sharon Jones haar beide vlaggenschepen verloor, ben ik toch gaan luisteren.
Black Velvet is en blijft een verzameling restmateriaal en is over de hele linie niet zo goed als de vorige platen van Charles Bradley. Dat betekent echter niet dat er niets valt te genieten op de laatste plaat van de soulzanger die helaas even snel ging als hij gekomen was. Charles Bradley imponeert ook op Black Velvet met een soulstem die door de ziel snijdt.
Zijn band zet een prachtig vintage soulgeluid neer en Charles Bradley zingt zoals de grote soulzangers uit de jaren 60 en 70 dat ooit deden. Black Velvet bevat in de vorm van Nirvana’s Stay Away en Neil Young's Heart Of Gold twee opvallende en wat mij betreft geslaagde covers en ook tussen de andere songs op de plaat zitten pareltjes, waaronder de vanuit de tenen komende afsluiter Victim Of Love.
Black Velvet heeft ook zeker zijn mindere momenten, maar er staat zoveel moois tegenover dat de plaat de concurrentie met de meeste andere soulplaten van het moment makkelijk aan kan, hetgeen het unieke talent van Charles Bradley nog maar eens onderstreept. Charles Bradley heeft zich daarboven aangesloten bij vrijwel alle grote soulzangers en soulzangeressen, maar wordt hier nog steeds gemist. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Charles Bradley - Black Velvet - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Na zijn trieste dood moeten we het doen met restmateriaal van Charles Bradley, maar ook dat is bij vlagen zeer indrukwekkend
Ik wilde Black Velvet eigenlijk laten liggen en het houden bij de drie prachtplaten die Charles Bradley tijdens zijn leven maakte, maar ook het met restmateriaal gevulde Black Velvet is een goede en bij vlagen geweldige soulplaat, die je meedogenloos bij de strot grijpt. Ook Black Velvet laat een vintage soulgeluid horen met een soulzanger die niet had misstaan tussen de groten uit de jaren 60 en 70. Natuurlijk is het niet allemaal even goed, het is niet voor niets restmateriaal, maar de hoogtepunten op Black Velvet staan garant voor een dikke laag kippenvel. Charles Bradley wordt nog iedere dag gemist.
Charles Bradley had geen makkelijke jeugd. Hij groeide op in grote armoede in Brooklyn, New York, en bracht een groot deel van zijn tijd op straat door. Toen Charles Bradley 14 jaar was nam zijn zus hem (in 1962) mee naar een optreden van James Brown in het legendarische Apollo Theatre in Harlem. Vanaf dat moment wist Charles Bradley precies wat hij wilde met zijn leven: hij wilde een groot soulzanger worden.
Er volgde een strijd die een aantal decennia zou duren. Charles Bradley verruilde het ene laagbetaalde baantje voor het andere en trad in zijn vrije tijd zo af en toe op. Van een carrière als soulzanger leek het niet meer te komen, tot hij bij toeval werd opgepikt door het soullabel Daptone Records, werd gekoppeld aan muzikant Thomas Brenneck en op zijn 62e dan eindelijk mocht debuteren als soulzanger met het uitstekende No Time For Dreaming.
De geweldige soulstem van Charles Bradley kreeg eindelijk de waardering waar hij al zo lang van droomde en de soulmuziek had er een nieuwe held bij. Na No Time For Dreaming liet Charles Bradley op Victim Of Love uit 2013 en Changes uit 2016 horen dat hij nog veel beter kon, maar vervolgens sloeg het noodlot toe. Na de release van Changes werd kanker geconstateerd bij Charles Bradley en een jaar later overleed de soulzanger op pas 68-jarige leeftijd.
Ruim een jaar na de dood van Charles Bradley en op de 70e verjaardag die hij nooit zou vieren, is Black Velvet verschenen. Ik was eigenlijk van plan om deze plaat met restmateriaal te laten liggen, maar uit mededogen met het sympathieke Daptone Records, dat met Charles Bradley en Sharon Jones haar beide vlaggenschepen verloor, ben ik toch gaan luisteren.
Black Velvet is en blijft een verzameling restmateriaal en is over de hele linie niet zo goed als de vorige platen van Charles Bradley. Dat betekent echter niet dat er niets valt te genieten op de laatste plaat van de soulzanger die helaas even snel ging als hij gekomen was. Charles Bradley imponeert ook op Black Velvet met een soulstem die door de ziel snijdt.
Zijn band zet een prachtig vintage soulgeluid neer en Charles Bradley zingt zoals de grote soulzangers uit de jaren 60 en 70 dat ooit deden. Black Velvet bevat in de vorm van Nirvana’s Stay Away en Neil Young's Heart Of Gold twee opvallende en wat mij betreft geslaagde covers en ook tussen de andere songs op de plaat zitten pareltjes, waaronder de vanuit de tenen komende afsluiter Victim Of Love.
Black Velvet heeft ook zeker zijn mindere momenten, maar er staat zoveel moois tegenover dat de plaat de concurrentie met de meeste andere soulplaten van het moment makkelijk aan kan, hetgeen het unieke talent van Charles Bradley nog maar eens onderstreept. Charles Bradley heeft zich daarboven aangesloten bij vrijwel alle grote soulzangers en soulzangeressen, maar wordt hier nog steeds gemist. Erwin Zijleman
Charles Bradley - Changes (2016)

4,0
0
geplaatst: 3 april 2016, 10:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Charles Bradley - Changes - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het blijft een prachtig verhaal. Charles Bradley zag als ventje van 14 James Brown op het podium van het legendarische New Yorkse Apollo Theater en wist vanaf dat moment dat hij in diens voetsporen wilde treden.
Het zou vervolgens echter nog 50 jaar duren voordat het debuut van de soulzanger uit Gainesville, Florida, zou verschijnen, maar No Time For Dreaming was vervolgens wel een debuut dat Charles Bradley onmiddellijk op de kaart zette als één van de grote soulzangers van dit moment.
Charles Bradley is inmiddels 68, maar weet gelukkig van geen ophouden. Changes is, na Victim Of Love uit 2013, zijn derde plaat en ook dit is weer een geweldige soulplaat.
Charles Bradley wordt op Changes bijgestaan door de kundige producer Thomas Brenneck en de fantastisch spelende The Menahan Street Band. Producer en band zetten een heerlijk soulgeluid neer, dat zo lijkt weggelopen uit de hoogtijdagen van het Stax label of de muziek die Charles Bradley’s held James Brown in de jaren 60 maakte. Een fraai retro soulgeluid hoor je wel vaker, maar als Charles Bradley gaat zingen weet je dat Changes een andere plaat is dan al die andere soulplaten die momenteel verschijnen.
Changes opent met de hoogmis en een lofzang op de Verenigde Staten en direct zit je op het puntje van je stoel. Charles Bradley mag flink op leeftijd zijn, maar de longen die hij op Changes uit zijn lijf zingt hebben nog de kracht van een jonge god.
Charles Bradley heeft nooit een geheim gemaakt van zijn bewondering voor James Brown en dat doet hij ook op Changes niet. Met name de extatische kreten doen sterk aan The Godfather of Soul denken, maar Charles Bradley haakt ook aan bij alle andere grote soulzangers uit de jaren 60.
Van de drie platen die Charles Bradley tot dusver heeft gemaakt zal Changes waarschijnlijk het minst verrassen, maar ik vind het wel de beste. De productie en instrumentatie op de plaat zijn van wereldklasse en de zang is op zijn minst imponerend.
Charles Bradley maakt op Changes van alles soul, waarbij het niet zoveel uitmaakt of hij met een gloednieuwe song of met een Black Sabbath cover uit een ver verleden op de proppen komt. Indrukwekkende plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Charles Bradley - Changes - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het blijft een prachtig verhaal. Charles Bradley zag als ventje van 14 James Brown op het podium van het legendarische New Yorkse Apollo Theater en wist vanaf dat moment dat hij in diens voetsporen wilde treden.
Het zou vervolgens echter nog 50 jaar duren voordat het debuut van de soulzanger uit Gainesville, Florida, zou verschijnen, maar No Time For Dreaming was vervolgens wel een debuut dat Charles Bradley onmiddellijk op de kaart zette als één van de grote soulzangers van dit moment.
Charles Bradley is inmiddels 68, maar weet gelukkig van geen ophouden. Changes is, na Victim Of Love uit 2013, zijn derde plaat en ook dit is weer een geweldige soulplaat.
Charles Bradley wordt op Changes bijgestaan door de kundige producer Thomas Brenneck en de fantastisch spelende The Menahan Street Band. Producer en band zetten een heerlijk soulgeluid neer, dat zo lijkt weggelopen uit de hoogtijdagen van het Stax label of de muziek die Charles Bradley’s held James Brown in de jaren 60 maakte. Een fraai retro soulgeluid hoor je wel vaker, maar als Charles Bradley gaat zingen weet je dat Changes een andere plaat is dan al die andere soulplaten die momenteel verschijnen.
Changes opent met de hoogmis en een lofzang op de Verenigde Staten en direct zit je op het puntje van je stoel. Charles Bradley mag flink op leeftijd zijn, maar de longen die hij op Changes uit zijn lijf zingt hebben nog de kracht van een jonge god.
Charles Bradley heeft nooit een geheim gemaakt van zijn bewondering voor James Brown en dat doet hij ook op Changes niet. Met name de extatische kreten doen sterk aan The Godfather of Soul denken, maar Charles Bradley haakt ook aan bij alle andere grote soulzangers uit de jaren 60.
Van de drie platen die Charles Bradley tot dusver heeft gemaakt zal Changes waarschijnlijk het minst verrassen, maar ik vind het wel de beste. De productie en instrumentatie op de plaat zijn van wereldklasse en de zang is op zijn minst imponerend.
Charles Bradley maakt op Changes van alles soul, waarbij het niet zoveel uitmaakt of hij met een gloednieuwe song of met een Black Sabbath cover uit een ver verleden op de proppen komt. Indrukwekkende plaat. Erwin Zijleman
Charles Wesley Godwin - How the Mighty Fall (2021)

4,5
1
geplaatst: 18 november 2021, 15:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Charles Wesley Godwin - How The Mighty Fall - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Charles Wesley Godwin - How The Mighty Fall
Charles Wesley Godwin maakt op zijn tweede album indruk met een prachtig vol maar ook authentiek geluid, met ijzersterke songs en vooral met een zeer karakteristieke stem vol gevoel
Het debuut van de Amerikaanse muzikant Charles Wesley Godwin viel bij mij, ten onrechte, wat tussen wal en schip, maar het onlangs verschenen How The Mighty Fall schaar ik onder de beste rootsalbums van het jaar. Er werd een heel legioen muzikanten opgetrommeld voor het album en dat hoor je. How The Mighty Fall klinkt prachtig vol, maar het is een authentiek klinkend geluid zonder opsmuk. De Amerikaanse muzikant schrijft ook nog eens uitstekende songs vol invloeden uit de Appalachen folk en de country en vertelt in deze songs mooie verhalen. Het mooist van alles is echter de bijzondere stem van Charles Wesley Godwin, die zijn songs vol gevoel en doorleving vertolkt. Prachtalbum.
Seneca, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikant Charles Wesley Godwin, heb ik twee jaar geleden vaak beluisterd, maar op een of andere manier kwam het nooit tot een recensie. Het had in ieder geval niets te maken met de kwaliteit van het album, want het debuutalbum van de muzikant uit Morgantown, West Virginia, dook aan het eind van 2019 wat mij betreft terecht op in een aantal op Amerikaanse rootsmuziek georiënteerde jaarlijstjes.
Vorig week verscheen het tweede album van Charles Wesley Godwin, How The Mighty Fall. Het is een album dat makkelijk ondersneeuwt met het enorme aantal nieuwe albums van het moment, maar net als het debuut van de Amerikaanse muzikant, verdient ook album nummer twee alle aandacht.
Heel veel veranderd is er niet op How The Mighty Fall. Charles Wesley Godwin beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid en maakt nog altijd muziek die zich heeft laten beïnvloeden door zowel de folk zoals die in de Amerikaanse Appalachen werd gemaakt als door de wat traditioneel aandoende countrymuziek.
How The Mighty Fall ligt absoluut in het verlengde van het terecht bejubelde debuutalbum, maar de instrumentatie vind ik nog wat mooier. Charles Wesley Godwin heeft zijn muziek lekker vol ingekleurd met de instrumenten die je verwacht op een rootsalbum als dit, met een hoofdrol voor een breed assortiment aan fraai snarenwerk en vooral voor de nadrukkelijk aanwezige viool.
Het klinkt voller dan de meeste andere albums die zich hebben laten beïnvloeden door de folk uit de Appalachen (overigens bij Charles Wesley Godwin om de hoek), wat ook niet zo gek is gezien het flinke aantal muzikanten dat bijdroeg aan het album, maar van overdaad is nergens sprake.
Ondanks de volle klanken en de hier en daar ook nog eens toegevoegde vrouwenstemmen, staat de bijzondere stem van Charles Wesley Godwin centraal op How The Mighty Fall. Het is een doorleefd klinkende stem die de verhalen op het album voorziet van veel gevoel. Hoewel ik, ook binnen de Amerikaanse rootsmuziek, een duidelijke voorkeur heb voor vrouwenstemmen, is het tweede album van de Amerikaanse muzikant makkelijk uitgegroeid tot een van mijn favoriete rootsalbums van het moment.
Met een bijzondere stem, een vol maar ook authentiek klinkend geluid en mooie verhalen hebben we al een aantal ingrediënten van een uitstekend rootsalbum te pakken, maar de muzikant uit West Virginia schrijft ook nog eens geweldige songs. De songs op het tweede album van Charles Wesley Godwin dringen zich stuk voor stuk makkelijk op, maar verliezen ook na vele keren horen niets van hun glans. Het zijn songs zoals die ook decennia geleden gemaakt hadden kunnen worden, maar How The Mighty Fall past wat mij betreft ook uitstekend in deze tijd.
Charles Wesley Godwin is op zijn tweede album honkvast wanneer het gaat om de genres die hij bestrijkt, maar mede door de rijke instrumentatie is How The Mighty Fall een gevarieerd klinkend album. Het is een album dat hier en daar klinkt als het album dat een jonge Bruce Springsteen zou kunnen hebben gemaakt als hij niet in New Jersey maar aan de voet van de Appalachen zou zijn geboren, maar Charles Wesley Godwin heeft ook een duidelijk eigen geluid. Het levert een bijzonder sterk album op. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Charles Wesley Godwin - How The Mighty Fall - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Charles Wesley Godwin - How The Mighty Fall
Charles Wesley Godwin maakt op zijn tweede album indruk met een prachtig vol maar ook authentiek geluid, met ijzersterke songs en vooral met een zeer karakteristieke stem vol gevoel
Het debuut van de Amerikaanse muzikant Charles Wesley Godwin viel bij mij, ten onrechte, wat tussen wal en schip, maar het onlangs verschenen How The Mighty Fall schaar ik onder de beste rootsalbums van het jaar. Er werd een heel legioen muzikanten opgetrommeld voor het album en dat hoor je. How The Mighty Fall klinkt prachtig vol, maar het is een authentiek klinkend geluid zonder opsmuk. De Amerikaanse muzikant schrijft ook nog eens uitstekende songs vol invloeden uit de Appalachen folk en de country en vertelt in deze songs mooie verhalen. Het mooist van alles is echter de bijzondere stem van Charles Wesley Godwin, die zijn songs vol gevoel en doorleving vertolkt. Prachtalbum.
Seneca, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikant Charles Wesley Godwin, heb ik twee jaar geleden vaak beluisterd, maar op een of andere manier kwam het nooit tot een recensie. Het had in ieder geval niets te maken met de kwaliteit van het album, want het debuutalbum van de muzikant uit Morgantown, West Virginia, dook aan het eind van 2019 wat mij betreft terecht op in een aantal op Amerikaanse rootsmuziek georiënteerde jaarlijstjes.
Vorig week verscheen het tweede album van Charles Wesley Godwin, How The Mighty Fall. Het is een album dat makkelijk ondersneeuwt met het enorme aantal nieuwe albums van het moment, maar net als het debuut van de Amerikaanse muzikant, verdient ook album nummer twee alle aandacht.
Heel veel veranderd is er niet op How The Mighty Fall. Charles Wesley Godwin beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid en maakt nog altijd muziek die zich heeft laten beïnvloeden door zowel de folk zoals die in de Amerikaanse Appalachen werd gemaakt als door de wat traditioneel aandoende countrymuziek.
How The Mighty Fall ligt absoluut in het verlengde van het terecht bejubelde debuutalbum, maar de instrumentatie vind ik nog wat mooier. Charles Wesley Godwin heeft zijn muziek lekker vol ingekleurd met de instrumenten die je verwacht op een rootsalbum als dit, met een hoofdrol voor een breed assortiment aan fraai snarenwerk en vooral voor de nadrukkelijk aanwezige viool.
Het klinkt voller dan de meeste andere albums die zich hebben laten beïnvloeden door de folk uit de Appalachen (overigens bij Charles Wesley Godwin om de hoek), wat ook niet zo gek is gezien het flinke aantal muzikanten dat bijdroeg aan het album, maar van overdaad is nergens sprake.
Ondanks de volle klanken en de hier en daar ook nog eens toegevoegde vrouwenstemmen, staat de bijzondere stem van Charles Wesley Godwin centraal op How The Mighty Fall. Het is een doorleefd klinkende stem die de verhalen op het album voorziet van veel gevoel. Hoewel ik, ook binnen de Amerikaanse rootsmuziek, een duidelijke voorkeur heb voor vrouwenstemmen, is het tweede album van de Amerikaanse muzikant makkelijk uitgegroeid tot een van mijn favoriete rootsalbums van het moment.
Met een bijzondere stem, een vol maar ook authentiek klinkend geluid en mooie verhalen hebben we al een aantal ingrediënten van een uitstekend rootsalbum te pakken, maar de muzikant uit West Virginia schrijft ook nog eens geweldige songs. De songs op het tweede album van Charles Wesley Godwin dringen zich stuk voor stuk makkelijk op, maar verliezen ook na vele keren horen niets van hun glans. Het zijn songs zoals die ook decennia geleden gemaakt hadden kunnen worden, maar How The Mighty Fall past wat mij betreft ook uitstekend in deze tijd.
Charles Wesley Godwin is op zijn tweede album honkvast wanneer het gaat om de genres die hij bestrijkt, maar mede door de rijke instrumentatie is How The Mighty Fall een gevarieerd klinkend album. Het is een album dat hier en daar klinkt als het album dat een jonge Bruce Springsteen zou kunnen hebben gemaakt als hij niet in New Jersey maar aan de voet van de Appalachen zou zijn geboren, maar Charles Wesley Godwin heeft ook een duidelijk eigen geluid. Het levert een bijzonder sterk album op. Erwin Zijleman
Charli Adams - Bullseye (2021)

4,0
0
geplaatst: 23 juli 2021, 15:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Charli Adams - Bullseye - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Charli Adams - Bullseye
De Amerikaanse muzikante Charli Adams heeft een aantal aansprekende fans en kan op haar debuutalbum zowel uit de voeten met net wat te gladde pop als met aansprekende indiepop en rock
Charli Adams heeft momenteel niet over aandacht te klagen. Grote namen prijzen haar stem en de topproducers buitelden over elkaar voor de productie van haar debuutalbum. Bullseye klinkt over het algemeen genomen prachtig en de songs van de Amerikaanse muzikante zijn sterk, maar Charli Adams moet het vooral van haar stem hebben. Het is een stem waarmee ze alle kanten op kan en dat doet ze dan ook op haar debuutalbum. Zeker de tracks die aanleunen tegen die indiepop en indierock van het moment zijn ijzersterk, maar de muzikante uit Nashville kan ook menig popprinses naar de kroon steken. Alles bij elkaar een ruime voldoende en flink wat belofte voor de toekomst.
Ik was de naam van de Amerikaanse muzikante Charli Adams volgens mij nog niet eerder tegengekomen, maar de muzikante uit Nashville, Tennessee, mag naar verluidt Taylor Swift, Phoebe Bridgers en Justin Vernon (beter bekend als Bon Iver) inmiddels tot haar fans rekenen. Laatstgenoemde gaf haar de bijnaam Bullseye na een gezamenlijk potje darten, waarin Charli Adams de bullseye gemakkelijk raakte en sindsdien gaat het de Amerikaanse muzikante niet alleen op het dartbord voor de wind.
Charli Adams vertrok op haar zeventiende naar Nashville voor een onzeker bestaan in de muziek, maar na de release van haar debuutalbum hoeven we ons geen zorgen meer te maken over de carrière van de Amerikaanse muzikante. Bullseye werd grotendeels in Nashville opgenomen, maar heeft niets te maken met de muziek die normaal gesproken in die stad wordt gemaakt. De jonge Amerikaanse muzikante mag zoals gezegd Taylor Swift en Phoebe Bridgers tot haar fans rekenen, maar het zijn ook de grote voorbeelden van Charli Adams. Bullseye staat vol met de indiepop die Taylor Swift maakt en de indierock waar Phoebe Bridgers het patent op heeft.
Ik was de naam van Charli Adams volgens mij nog niet eerder tegengekomen, maar Bullseye is zeker geen obscuur debuutalbum. Voor het album, dat in Nashville, New York en Londen werd opgenomen, werd een goed gevuld blik met producers opengetrokken en het zijn producers die stuk voor stuk werkten met aansprekende namen binnen de pop van het afgelopen decennium.
Het had er zomaar voor kunnen zorgen dat Bullseye klinkt als alle andere albums van de gerenommeerde popprinsessen, maar Charli Adams heeft het randje indie in haar muziek behouden. Het klinkt allemaal wat gladder dan de muziek van Phoebe Bridgers of de smaakvolle indiefolk van Taylor Swift, maar Charli Adams blijft wat mij betreft een album lang aan de goede kant van de streep.
In muzikaal opzicht is het allemaal niet overdreven spannend en misschien ook net wat te gepolijst, maar het klinkt bijzonder aangenaam en wat mij betreft ook smaakvol genoeg om het album niet direct aan de kant te schuiven. Hetzelfde geldt voor de songs van de Amerikaanse muzikante. Het zijn songs die niet heel diep graven, maar het zijn ook songs die zich makkelijk opdringen en die ook wanneer de pop de overhand heeft net interessant genoeg blijven.
Met Bullseye moet Charli Adams concurreren met zowel de popprinsessen van het moment als met het hele leger jonge vrouwelijke muzikanten in de indiepop en indierock. Dat is nogal wat concurrentie, maar ik denk dat Charli Adams het met Bullseye wel gaat redden. Dat dankt de muzikante uit Nashville vooral aan haar stem, die verrassend veel kanten op kan en bijna altijd mooi en overtuigend klinkt.
Als ik luister naar Bullseye van Charli Adams hoor ik een album dat nog wat teveel op twee gedachten hinkt en lastig kan kiezen tussen de gladde pop van het moment of de smaakvollere pop en rock met een vleugje indie. Zeker als het album wat dichter tegen Phoebe Bridgers aan schuurt heeft deze er een serieuze concurrent bij, maar Bullseye durft ook de competitie met de popprinsessen aan. Het is de komende jaren een kwestie van de juiste keuzes maken, maar als Charli Adams die maakt zijn de verwachtingen wat mij betreft hooggespannen. Dit debuut verdient in de tussentijd een dikke voldoende. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Charli Adams - Bullseye - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Charli Adams - Bullseye
De Amerikaanse muzikante Charli Adams heeft een aantal aansprekende fans en kan op haar debuutalbum zowel uit de voeten met net wat te gladde pop als met aansprekende indiepop en rock
Charli Adams heeft momenteel niet over aandacht te klagen. Grote namen prijzen haar stem en de topproducers buitelden over elkaar voor de productie van haar debuutalbum. Bullseye klinkt over het algemeen genomen prachtig en de songs van de Amerikaanse muzikante zijn sterk, maar Charli Adams moet het vooral van haar stem hebben. Het is een stem waarmee ze alle kanten op kan en dat doet ze dan ook op haar debuutalbum. Zeker de tracks die aanleunen tegen die indiepop en indierock van het moment zijn ijzersterk, maar de muzikante uit Nashville kan ook menig popprinses naar de kroon steken. Alles bij elkaar een ruime voldoende en flink wat belofte voor de toekomst.
Ik was de naam van de Amerikaanse muzikante Charli Adams volgens mij nog niet eerder tegengekomen, maar de muzikante uit Nashville, Tennessee, mag naar verluidt Taylor Swift, Phoebe Bridgers en Justin Vernon (beter bekend als Bon Iver) inmiddels tot haar fans rekenen. Laatstgenoemde gaf haar de bijnaam Bullseye na een gezamenlijk potje darten, waarin Charli Adams de bullseye gemakkelijk raakte en sindsdien gaat het de Amerikaanse muzikante niet alleen op het dartbord voor de wind.
Charli Adams vertrok op haar zeventiende naar Nashville voor een onzeker bestaan in de muziek, maar na de release van haar debuutalbum hoeven we ons geen zorgen meer te maken over de carrière van de Amerikaanse muzikante. Bullseye werd grotendeels in Nashville opgenomen, maar heeft niets te maken met de muziek die normaal gesproken in die stad wordt gemaakt. De jonge Amerikaanse muzikante mag zoals gezegd Taylor Swift en Phoebe Bridgers tot haar fans rekenen, maar het zijn ook de grote voorbeelden van Charli Adams. Bullseye staat vol met de indiepop die Taylor Swift maakt en de indierock waar Phoebe Bridgers het patent op heeft.
Ik was de naam van Charli Adams volgens mij nog niet eerder tegengekomen, maar Bullseye is zeker geen obscuur debuutalbum. Voor het album, dat in Nashville, New York en Londen werd opgenomen, werd een goed gevuld blik met producers opengetrokken en het zijn producers die stuk voor stuk werkten met aansprekende namen binnen de pop van het afgelopen decennium.
Het had er zomaar voor kunnen zorgen dat Bullseye klinkt als alle andere albums van de gerenommeerde popprinsessen, maar Charli Adams heeft het randje indie in haar muziek behouden. Het klinkt allemaal wat gladder dan de muziek van Phoebe Bridgers of de smaakvolle indiefolk van Taylor Swift, maar Charli Adams blijft wat mij betreft een album lang aan de goede kant van de streep.
In muzikaal opzicht is het allemaal niet overdreven spannend en misschien ook net wat te gepolijst, maar het klinkt bijzonder aangenaam en wat mij betreft ook smaakvol genoeg om het album niet direct aan de kant te schuiven. Hetzelfde geldt voor de songs van de Amerikaanse muzikante. Het zijn songs die niet heel diep graven, maar het zijn ook songs die zich makkelijk opdringen en die ook wanneer de pop de overhand heeft net interessant genoeg blijven.
Met Bullseye moet Charli Adams concurreren met zowel de popprinsessen van het moment als met het hele leger jonge vrouwelijke muzikanten in de indiepop en indierock. Dat is nogal wat concurrentie, maar ik denk dat Charli Adams het met Bullseye wel gaat redden. Dat dankt de muzikante uit Nashville vooral aan haar stem, die verrassend veel kanten op kan en bijna altijd mooi en overtuigend klinkt.
Als ik luister naar Bullseye van Charli Adams hoor ik een album dat nog wat teveel op twee gedachten hinkt en lastig kan kiezen tussen de gladde pop van het moment of de smaakvollere pop en rock met een vleugje indie. Zeker als het album wat dichter tegen Phoebe Bridgers aan schuurt heeft deze er een serieuze concurrent bij, maar Bullseye durft ook de competitie met de popprinsessen aan. Het is de komende jaren een kwestie van de juiste keuzes maken, maar als Charli Adams die maakt zijn de verwachtingen wat mij betreft hooggespannen. Dit debuut verdient in de tussentijd een dikke voldoende. Erwin Zijleman
