MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Django Django - Born Under Saturn (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Django Django - Born Under Saturn - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het uit Londen afkomstige Django Django debuteerde ruim drie jaar geleden met een plaat die de boeken in is gegaan als een van de memorabele debuten van 2012.

De Britse band kreeg dit voor elkaar met een plaat die de zon liet schijnen met een bijzondere mix van invloeden en een flinke dosis avontuur.

Het debuut van Django Django was een plaat die uitnodigde tot het noemen van namen. Talking Heads, Devo, The Beta Band, Hot Chip en The Beach Boys waren waarschijnlijk de meest genoemde namen, maar ze vertelden uiteindelijk maar een deel van het verhaal.

Het knappe van het debuut van Django Django was dat de band vrijwel eindeloos durfde te experimenteren, maar op hetzelfde moment nooit het perfecte popliedje uit het oog verloor. Het debuut van de Londenaren stond daarom vol met perfecte popliedjes, maar het waren wel perfecte popliedjes die de fantasie eindeloos bleven prikkelen.

Na een aantal tussendoortjes is Django Django eindelijk terug met een nieuwe plaat. Born Under Saturn gaat voor een groot deel verder waar het debuut van de band ruim drie jaar geleden ophield, maar toch is de tweede plaat van de Britse band niet meer van hetzelfde.

Bij beluistering van Born Under Saturn vallen een aantal dingen op. Allereerst heeft Django Django de muziek uit de jaren 60 nog wat steviger omarmd, waarbij invloeden van de Beach Boys nog altijd domineren. Deze invloeden worden nog altijd gecombineerd met invloeden uit de New Yorkse new wave uit de late jaren 70 (Talking Heads, Devo), wat nog altijd een bijzondere en buitengewoon aantrekkelijke combinatie blijkt.

Invloeden uit de elektronica hebben vergeleken met het debuut een stapje terug gedaan, maar ze zijn zeker niet verdwenen, waardoor Django Django haar zo bijzondere eigen geluid heeft behouden.

Born Under Saturn is objectief beschouwd net wat minder experimenteel dan zijn voorganger, maar alledaags is de muziek van Django Django nog altijd niet. Ook Born Under Saturn klinkt fris en avontuurlijk en zet je meerdere keren op het verkeerde been.

Wat ook is gebleven is het zonnige karakter van de muziek van Django Django. Laat de tweede plaat van de Britten uit de speakers komen en de zon begint te schijnen. De zon schijnt door de net wat toegankelijkere klanken misschien nog wel wat feller dan op het debuut, maar laat je niet verblinden door de zon. Born Under Saturn heeft immers veel meer te bieden en is niet alleen een plaat om bij te dagdromen, maar ook een plaat waarvan je alle details en mysteries wilt ontrafelen.

Zeker wanneer de elektronica opduikt in de muziek van Django Django zit je op het puntje van je stoel en blijf je je verbazen over de bijna natuurlijke wijze waarop deze elektronica samen gaat met klanken die zo lijken weggelopen uit de jaren 60. Waar bij het gebruik van de elektronica op de vorige plaat nog nadrukkelijk in de richting van The Beta Band en Hot Chip werd gewezen, graaft Django Django dit keer dieper in de archieven van de elektronische muziek en is af en toe ook een flinke dosis Kraftwerk hoorbaar, wat de magie alleen maar versterkt.

Het levert een mix van stijlen op die op papier waarschijnlijk overdadig lijkt, maar in de praktijk volstrekt onweerstaanbare popmuziek oplevert. Prachtplaat. Erwin Zijleman

Djessou Mory Kanté - River Strings (2014)

Alternatieve titel: Maninka Guitar

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Djessou Mory Kanté - River Strings: Maninka Guitar - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Bij de naam Djessou Mory Kanté dacht ik in eerste instantie aan de man die in de jaren 80 een grote hit scoorde met het aanstekelijke Yéké Yéké. Djessou Mory Kanté komt net als Mory Kanté, want dat is de man achter Yéké Yéké, uit het West Afrikaanse Guinee, waar de naam Mory Kanté gemeengoed of op zijn minst gangbaar schijnt te zijn.

De oude Mory Kanté is, al dan niet terecht, in de boeken terecht gekomen als eendagsvlieg, maar dat geldt zeker niet voor Djessou Mory Kanté. Djessou Mory Kanté maakt al enkele jaren indruk als gitarist in de band van Salif Keita en was bovendien te horen op flink wat andere recente parels uit de Afrikaanse muziek.

Nu is dit een genre waarin ik niet erg goed thuis ben, of beter gezegd helemaal niet thuis ben, waardoor ik de eerste soloplaat van Djessou Mory Kanté alleen maar op zijn eigen kracht kan beoordelen.

River Strings: Maninka Guitar is een volledig instrumentale gitaarplaat; ook al niet echt mijn ding. Dat klinkt op voorhand misschien wat saai, maar saai is het debuut van Djessou Mory Kanté zeker niet.

De plaat opent met typisch Afrikaanse gitaarklanken. Het is muziek die de gevoelstemperatuur direct met enkele graden laat stijgen en wanneer het eenmaal lekker warm is, komt het lome gevoel vanzelf. Direct in de eerste track hoor je dat Djessou Mory Kanté een geweldig gitarist is, maar het wordt alleen maar beter.

Veel tracks die volgen klinken veel minder Afrikaans. Zeker wanneer Djessou Mory Kanté akoestisch speelt, klinkt zijn muziek ook Spaans en zeker ook Cubaans. Op River Strings: Maninka Guitar draait eigenlijk alles om het gitaarspel van de gitarist uit Guinee, al moet het belang van de bijdragen van zijn subtiel spelende band niet onderschat worden.

Djessou Mory Kanté beschikt over het vermogen om zo snel te spelen dat het je duizelt, maar op deze plaat is het gitaarspel over het algemeen laid back, al komt er zo af en toe wel een onnavolgbaar loopje voorbij.

Het gitaarspel van Djessou Mory Kanté wordt subtiel begeleid door onderliggend gitaarspel, zwoele en lome ritmes, subtiel ingezette Afrikaanse ritmes en heel af en toe een authentiek klinkend orgeltje. Het levert muziek op die aan de ene kant dwingt tot luisteren, maar aan de andere kant is River Strings: Maninka Guitar een geweldige plaat voor een lome en bij voorkeur regenachtige zondagochtend. Zet de verwarming een paar graden hoger, zak lekker onderuit en laat het fraaie gitaarspel van Djessou Mory Kanté als een warme deken over je heen komen. Een positief effect is verzekerd.

Zoals eerder gezegd ben ik totaal niet thuis in dit genre en kan ik het dus niet vergelijken met andere platen in het genre. Ik kan hooguit zeggen dat het ver is verwijderd van de Malinese woestijnrock van een band als Tinariwen, maar dat was waarschijnlijk al wel duidelijk geworden uit het bovenstaande.

Ik weet overigens wel dat ook liefhebbers van wat minder exotische akoestische gitaarvirtuozen zullen genieten van deze bijzondere plaat, maar ook een ieder die normaal gesproken niet zo heel veel heeft met bovengenoemde genres, zoals ikzelf, kunnen zomaar vallen voor de betoverende en hypnotiserende gitaarklanken van Djessou Mory Kanté. Probeer het eens zou ik zeggen. Erwin Zijleman

dodie - Build a Problem (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: dodie - Build A Problem - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De Britse muzikante dodie timmert al heel wat jaren aan de weg, maar levert nu haar volwaardige debuut af, dat verrast met intieme en fluisterzachte popliedjes vol verleiding

Bij eerste beluistering dacht ik nog even dat ik Build A Problem van dodie snel zat zou zijn, maar inmiddels blijf ik maar luisteren naar het debuut van de Britse muzikante. Het is een debuut dat in de basis zacht en minimalistisch klinkt en dit ondanks verwoede pogingen van de producer om het album wat voller in te kleuren. Het levert een intiem en gevoelig album op waarop dodie, ondanks alle bemoeienis van buiten, vooral doet waar ze zelf zin in heeft en waar ze ook nog eens goed in is. Het duurt even voor je jezelf durft onder te dompelen in dit album, maar vervolgens laat de jonge muzikante uit Londen vooral heel veel moois en eigenzinnigs horen.

dodie - Not for Lack of Trying (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: dodie - Not For Lack Of Trying - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: dodie - Not For Lack Of Trying
De Britse muzikante dodie is pas dertig jaar oud, maar heeft er inmiddels al een heel leven in de muziek op zitten en laat op haar wonderschone nieuwe album Not For Lack Of Trying horen dat ze vooralsnog alleen maar beter wordt

Build A Problem, het debuutalbum van dodie, haalde vier jaar geleden mijn jaarlijstje net niet, maar als ik het lijstje nu opnieuw zou moeten maken sluit ik een top 10 notering zeker niet uit. Ik moest destijds erg wennen aan de muziek van dodie, maar het deze week verschenen Not For Lack Of Trying had me onmiddellijk te pakken. De zang van dodie is nog altijd fluisterzacht, maar wat zit er veel gevoel in haar stem. Wat voor de zang geldt, geldt ook voor de muziek, want in de subtiele klanken op het tweede album van de Britse muzikante is veel moois en bijzonders verstopt. Ook de songs van dodie hebben aan kwaliteit gewonnen, waardoor Not For Lack Of Trying echt een prachtalbum is geworden.

De Britse muzikante Dorothy Miranda Clark was als tiener zeer actief op de sociale media en maakte indruk met persoonlijke verhalen en zeker ook met bijzondere en over het algemeen zeer intieme popsongs, die ze vertolkte met haar stem en haar ukelele. Dorothy Miranda Clark is inmiddels bekend onder de naam dodie en debuteerde een kleine tien jaar geleden met haar eerste EP.

Ik ken haar zelf sinds het voorjaar van 2021 toen dodie’s debuutalbum Build A Problem verscheen. Het is een album dat me niet direct wist te overtuigen, maar na een tijdje begon ik te houden van de intieme fluisterpop van de Britse muzikante en uiteindelijk werd het een album dat ik koester. Die fluisterpop vond ik overigens op zijn mooist op de aan Build A Problem toegevoegde bonus-disc, waarop de songs van dodie waren ontdaan van alle opsmuk en je vooral de stem van de Britse muzikante en haar ukelele hoorde.

Na haar debuutalbum dook dodie op in de ‘supergroep’ FIZZ, waarvan het debuutalbum mij echt volledig is ontgaan, maar ondertussen werd ook gewerkt aan een tweede album. De Britse muzikante keert deze week terug met dit tweede album en ik vind Not For Lack Of Trying echt prachtig en nog een stuk beter dan het wat onderschatte debuutalbum.

Voor haar nieuwe album deed dodie wederom een beroep op producer Joe Rubel, die haar muziek hier en daar heeft voorzien van versiersels, maar gelukkig niet de hele trukendoos van een producer heeft opengetrokken. De meeste songs op het tweede album van dodie zijn behoorlijk sober ingekleurd, wat in combinatie met de fluisterzachte zang van de Britse muzikante zorgt voor muziek die dicht tegen de bedroom pop aan kruipt, totdat zich toch opeens een bijzonder klankentapijt ontvouwt, overigens zonder de intimiteit van de popsongs van dodie te schaden.

Door alle subtiliteit in de muziek is Not For Lack Of Trying wel een album dat je met enig volume of met de koptelefoon moet beluisteren, want de muziek vervliegt snel. Dat geldt ook voor de stem van de Britse muzikante, die nog wat zachter is dan op haar debuutalbum, tenzij de zang opeens in meerdere lagen uit de speakers komt.

De zang op het tweede album van dodie is over het algemeen echt fluisterzacht, maar ik vind haar stem echt prachtig, al is het maar omdat de zang ook overloopt van gevoel. Door de zachte zang en de bijzondere instrumentatie hoor ik af en toen iets van Billie Eilish op Not For Lack Of Trying, al heeft dodie wel een duidelijk eigen sound.

De Britse muzikante mag van mij ook een album opnemen met alleen ukelele en zang, maar ik raak steeds meer gecharmeerd van de productie van het nieuwe album van dodie. Ik raak ook steeds meer gehecht aan de songs, die vol verrassende wendingen zitten en toch heel vaak net hetgeen doen dat je niet had verwacht en ook niet vies zijn van uitstapjes richting onder andere folk en jazz.

Het zijn songs waarin ‘coming of age’ een centraal thema is, wat gezien de leeftijd van dodie en haar leven niet zo gek is. Het is een wat uitgekauwd thema, maar de perspectieven op Not For Lack Of Trying zijn net wat origineler en bovendien klinken de teksten van de Britse muzikante oprecht.

Ik ben nog steeds zeer gecharmeerd van het debuutalbum van dodie, dat ik eigenlijk oas een jaar na de release echt op de juiste waarde wist te schatten, maar haar nieuwe album vind ik nog een stuk beter. Het is een album dat het oor in eerste instantie zachtjes streelt, maar hoe vaker je het album hoort, hoe intenser de fantasie wordt geprikkeld. Erwin Zijleman

Doe Paoro - Soft Power (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Doe Paoro - Soft Power - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Doe Paoro doet iedere keer weer wat anders en overtuigt dit keer met gloedvolle soul en tijdloze jaren 70 singer-songwriter muziek

Doe Paoro dook een paar jaar geleden op met rustgevende muziek met vooral invloeden uit Tibet, maar heeft inmiddels de soul en de pop in haar stem gevonden. Aan de hand van topproducer Jimmy Hogarth kan ze de concurrentie aan met de soulzangeressen van het moment, maar Doe Paoro is ook niet vies van Phil Spector girl pop of van de muziek die de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70 maakten. Soft Power klinkt als een klok, staat vol goede songs en overtuigt in vocaal opzicht. Heel veel aandacht kreeg de plaat niet, maar als Soft Power iets verdient is het aandacht. Heel veel aandacht.

De in Brooklyn, New York, geboren, maar inmiddels al een aantal jaren vanuit het zonovergoten Los Angeles opererende Doe Paoro, timmert inmiddels al een aantal jaren aan de weg, maar wist op mij nog geen onuitwisbare indruk te maken.

Het alter ego van Sonia Kreitzer debuteerde ooit met muziek die vooral was beïnvloed door Tibetaanse (!) muziek, maar ging vervolgens aan de hand van onder andere Justin Vernon (Bon Iver), S. Carey (ook bekend van Bon Iver) en producer BJ Burton (die dit jaar opmerkelijke dingen deed met de muziek van Low) meer de kant van de elektronische popmuziek op.

Voor haar derde plaat koos de Amerikaanse muzikante wederom voor een totaal andere weg. Soft Power werd opgenomen in Londen met producer Jimmy Hogarth, die eerder werkte met onder andere Amy Winehouse, Duffy, Corinne Bailey Rae en Sia. Jimmy Hogarth haalde een flink aantal uitstekende sessiemuzikanten, die onder andere speelden met Adele, naar de studio in Londen, waarna Soft Power vrijwel live werd opgenomen.

Ik was tot dusver nog niet heel erg onder de indruk van de muziek van Doe Paoro, maar wat de Amerikaanse zangeres op Soft Power laat horen is uitstekend. Jimmy Hogarth werkte de afgelopen 15 jaar met een aantal van de betere Britse soulzangeressen en ook Doe Paoro kan uitstekend uit de voeten met soul. In een aantal tracks schuurt ze vrij dicht tegen de muziek van Corinne Bailey Rae, Duffy en Amy Winehouse aan, maar Doe Paoro heeft op Soft Power meer te bieden.

In de tracks waarin invloeden uit de soul net wat minder nadrukkelijk aanwezig zijn, klinkt de Amerikaanse singer-songwriter als haar soortgenoten uit de vroege jaren 70, met Carole King als belangrijkste voorbeeld. Er zijn momenteel nogal wat zangeressen die hun eigen Tapestry willen maken, maar van al deze zangeressen komt Doe Paoro het dichtst in de buurt.

De meer pop georiënteerde songs op Soft Power klinken volstrekt tijdloos en lijken zo weggelopen uit de jaren 70. Dit is deels de verdienste van het fraaie en warmbloedige geluid dat de door Jimmy Hogarth opgetrommelde sessiemuzikanten op de band hebben geslingerd, maar de kwaliteit van de stem van Doe Paoro is minstens even belangrijk en waarschijnlijk belangrijker.

Doe Paoro heeft een stem die van popliedjes bijzondere aangename popliedjes maakt, maar het is ook een stem die iets met je doet en die steeds weer anders klinkt. Doe Paoro kan in de meest soulvolle tracks op de plaat de concurrentie aan met alle jonge soulzangeressen van het moment, maar concurreert net zo makkelijk met een Scandinavische ijsprinses, een Amerikaanse popprinses of met de grote singer-songwriters uit de jaren 70.

Soft Power overtuigt dankzij de goede popliedjes, de verzorgde instrumentatie en de prima zang van Doe Paoro bijzonder makkelijk, maar het is ook een plaat die nog een flinke tijd doorgroeit en alleen maar aangenamer wordt. Het is bovendien een verassend veelzijdige plaat, die net zo makkelijk aansluit bij de girl pop uit de jaren 50 of de soul uit de jaren 60 als bij de hitgevoelige popmuziek van het moment. Ik heb de plaat lang laten liggen, maar het blijkt uiteindelijk een voltreffer. Erwin Zijleman

Dolly Parton - Coat of Many Colors (1971)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dolly Parton - Coat Of Many Colors - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Dolly Parton - Coat Of Many Colors
Dolly Parton maakte stapels albums, waarvan ik er niet veel ken, maar het in 1971 verschenen Coat Of Many Colors is een prachtig album, dat niet voor niets wordt geschaard onder de beste albums in het genre

Dolly Parton kende ik lange tijd alleen van Jolene en het vooral van Whitney Houston bekende I Will Always Love You, maar via een lijstje van Rolling Stone kwam ik op het spoor van Coat Of Many Colors, het album waarmee Dolly Parton in 1971 doorbrak als soloartiest. Het is een wat traditioneel aandoend, maar ook veelzijdig countryalbum, waarop Dolly Parton laat horen dat ze een uitstekend songwriter en een prima zangeres is. Een hele waslijst aan gelouterde muzikanten zorgt voor een prachtig geluid, waarin meerdere kanten van de countrymuziek worden verkend. Het levert een album op dat hier inmiddels met enige regelmaat voorbij komt en me steeds dierbaarder wordt.

Ik kwam onlangs een lijst van Rolling Sone tegen met de beste countryalbums aller tijden. Het is een lijst die werd aangevoerd door Coat Of Many Colors van Dolly Parton en dat is een album dat ik nog nooit had beluisterd en ook nog niet eerder was tegen gekomen. Het oeuvre van Dolly Parton was mij sowieso onbekend, want buiten een paar singles (waaronder natuurlijk Jolene en I Always Love You) kende ik eigenlijk niets van de Amerikaanse countryzangeres, die toen ik kennis maakte met de countrymuziek ook niet heel serieus werd genomen en vooral bekend stond vanwege haar imposante boezem.

Toen Coat Of Many Colors in 1971 verscheen had Dolly Parton al een aantal albums op haar naam staan en was ze vooral bekend als de duetpartner van de Amerikaanse countryzanger en legende Porter Wagoner. Met Coat Of Many Colors brak Dolly Parton door als solomuzikant en begon ze aan een carrière die tot op de dag van vandaag duurt.

Het album dankte het succes in eerste instantie aan de titeltrack, waarin Dolly Parton terug kijkt op haar jeugd in Tennessee. Dolly Parton verdiende de afgelopen decennia honderden miljoenen als zangeres, actrice, schrijfster en ondernemer, maar groeide op in bittere armoede in het zuiden van de Verenigde Staten. In de titeltrack van Coat Of Many Colors blikt ze terug op de jas die haar moeder voor haar maakte van een aantal oude lappen stof, wat haar vervulde van trots, maar haar ook het mikpunt maakte van leedvermaak door haar klasgenoten.

Dolly Parton leunde tot het album uit 1971 vooral op de songwriting skills van Porter Wagoner, maar op Coat Of Many Colors laat ze horen dat ze een uitstekend songwriter is. Ook vele decennia later staat het album nog altijd vol aansprekende songs en indringende persoonlijke verhalen. Dolly Parton kon door de status van Porter Wagoner een beroep doen op een hele waslijst aan aansprekende muzikanten, waardoor Coat Of Many Colors ook in muzikaal opzicht een uitstekend album is.

Het is een album dat uitstekend uit de voeten kan met country tranentrekkers, maar het album kan ook voorzichtig opschuiven richting traditionelere countrymuziek en bluegrass of richting de countrypop van de vroege jaren 70. Met de oren van nu klinkt Coat Of Many Colors misschien wel wat traditioneel, maar ik vind het album zeker niet gedateerd klinken.

Naast de sterke songs en de mooie en veelzijdige klanken valt Coat Of Many Colors ook op door de stem van Dolly Parton. Het is een stem die ik kende van de paar bekende singles, maar die op het album uit 1971 wat mij betreft veel meer indruk maakt. Het is een stem die is gemaakt voor countryballads met een snik, maar wanneer Dolly Parton wat meer los gaat in haar zang, vind ik het ook een stem vol soul.

Het blijft lastig om Coat Of Many Colors te vergelijken met alle andere countryalbums en vervolgens de beste te kiezen. Ik zou zelf eerder gaan voor de gitzwarte songs van Patsy Cline, de geweldige stem van Emmylou Harris of de gloedvolle moderne countrypop van Kacey Musgraves, om maar eens drie andere namen te noemen, maar Coat Of Many Colors is me wel snel dierbaar geworden en dat is lang niet met alle albums uit de lijst van Rolling Stone gelukt. Ik heb nog steeds niet heel veel met het oeuvre van Dolly Parton en heb ook haar laatste album weer laten liggen, maar haar inmiddels tot een klassieker uitgegroeide album uit 1971 is echt prachtig. Erwin Zijleman

Dominie Hooper - In This Body Lives (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dominie Hooper - In This Body Lives - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Dominie Hooper - In This Body Lives
Het is misschien even wennen aan de behoorlijke donkere en soms wat tegendraadse songs van de Britse muzikante Dominie Hooper, maar luister wat vaker naar haar debuutalbum In This Body Lives en alles valt op zijn plek

De Britse singer-songwriter Dominie Hooper is een van de vele vrouwelijke singer-songwriters die dit jaar een debuutalbum uitbrengt, maar ze heeft er wel een bijzonder debuutalbum van gemaakt. Het is een album dat zich niet zo makkelijk in een van de gangbare hokjes laat duwen. In This Body Lives bevat folky passages, maar het is ook een donker, ruw en soms wat ongrijpbaar album. Wat voor de muziek en de songs op het album geldt, geldt ook voor de zang van Dominie Hooper, die prachtig kan zingen, maar je ook bang kan maken. In This Body Lives is een album dat in het enorme aanbod van het moment zomaar kan ondersneeuwen, maar dat zou echt doodzonde zijn.

Er verschenen de afgelopen nogal wat debuutalbums van vrouwelijke singer-songwriters. Daar heb ik over het algemeen een zwak voor, maar het genre is ook al tijden overvol, waardoor verzadiging op de loer ligt. Een debuutalbum dat wat mij betreft zeker niet mag blijven liggen is het debuutalbum van Dominie Hooper. De in Dartmoor opgegroeide maar tegenwoordig in Londen woonachtige muzikante heeft met In This Body Lives immers een bijzonder mooi en fascinerend album gemaakt.

De cover van het album is aardedonker en pas als je er wat langer naar kijkt zie je wat er op staat. Wat voor de cover van het album geldt, geldt ook voor de muziek op het album. Dominie Hooper maakt op haar debuutalbum donkere of zelfs aardedonkere muziek en het is bovendien muziek die je even op je in moet laten werken. Het album bevat een aantal songs met een kop en een staart, maar ook een aantal lastiger te doorgronden instrumentale passages.

Ook als Dominie Hooper wat toegankelijker klinkt, en toegankelijk is op In This Body Lives een relatief begrip, zijn haar songs wat ongrijpbaar en af en toe beangstigend donker. De songs van de Britse muzikante zijn in de basis folky, maar het is wel folk van het duistere soort. Ik heb af en toe associaties met PJ Harvey en Patti Smith, maar echt zinvol vergelijkingsmateriaal is het niet.

In de donkere lagen op het debuutalbum van Dominie Hooper spelen elektrische gitaren en de cello een voorname rol. Het gitaarwerk is vooral ruw en stekelig, terwijl de cello vooral de lagere noten opzoekt. De vrij stevig aangezette accenten van de elektrische gitaar en de cello worden ondersteund door een fantastisch spelende band, die juist weer wonderschone accenten toevoegt aan de alternatieve folk die Dominie Hooper maakt.

Het schakelen tussen ruwe en wat tegendraadse en juist betoverend mooie momenten hoor je ook in de zang van de Britse muzikante, die wat onderkoeld kan klinken, maar je ook kan raken met mooi gezongen en zeer intense passages. Ik was eigenlijk direct onder de indruk van het bijzondere geluid van Dominie Hooper, maar werd ook wat heen en weer geslingerd tussen het bewonderen van de schoonheid van haar muziek en het niet uit de voeten kunnen met de extremere kanten van haar muziek.

Na een paar keer horen is dat wel veranderd en is mijn eerste twijfel over In This Body Lives volledig verdwenen. De wat toegankelijkere en meer ingetogen songs op het album zijn alleen maar mooier geworden en maken zowel met de muziek als de zang steeds meer indruk. De wat minder makkelijk te doorgronden tracks op het album geven het debuutalbum van Dominie Hooper een eigen gezicht en versterken de bijzondere sfeer op het album.

Het is een album dat afwisselend in de smaak zal vallen bij folkies en liefhebbers van wat minder gangbare muziek, met liefhebbers van beide uitersten als spekkoper. Het album is overigens prachtig geproduceerd door Ben Hillier, die eerder albums van onder andere Depeche Mode en Nadine Shah voorzag van donkere tinten. Het regent momenteel zoals gezegd debuutalbums van vrouwelijke singer-songwriters, maar In This Body Lives van de Britse muzikante Dominie Hooper is echt een hele bijzondere. Erwin Zijleman

Don Bryant - You Make Me Feel (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Don Bryant - You Make Me Feel - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Don Bryant - You Make Me Feel
Don Bryant is inmiddels flink op leeftijd, maar maakt nu alsnog de klassieke en authentieke soulplaat waar hij in de jaren 70 niet aan toe kwam

De afgelopen jaren zijn we meerdere keren verrast door oude soulzangers op leeftijd die nog eens laten horen dat ze nog altijd met de besten mee kunnen. Don Bryant behoort binnen deze groep ouwe rotten tot de uitblinkers. Zijn soulvolle stem klinkt nog net zo soepel als in zijn beste jaren en de geweldige band die hem bij staat zet een prachtig authentiek en soepel soulgeluid neer. Het biedt de Amerikaanse soulzanger de mogelijkheid om de klassieke soulplaat te maken die er in de jaren 70 niet kwam. Er valt de laatste tijd volop te genieten voor liefhebbers van soulmuziek, maar zo goed als dit hoor je het niet vaak.

Don Bryant timmerde halverwege de jaren 60 al aan de weg bij het fameuze Hi Records label, dat in 1969 zijn debuut Precious Soul uitbracht. Het is het label dat aan de hand van producer Willie Mitchell uitgroeide tot een van de beste en meest beroemde soul labels en dat zijn legendarische status onder andere dankt aan de muzikanten van de huisband Hi Rhythm Section, de Royal Recording Studios in Memphis en het succes van onder andere Ann Peebles en vooral Al Green.

Een carrière als soulzanger leek in 1969 aanstaande voor Don Bryant, maar het liep anders. Don Bryant koos langzaam maar zeker voor een rol als songwriter voor het roemruchte label, zeker toen hij aan de jonge soulzangeres Ann Peebles werd gekoppeld. Tussen Don Bryant en Ann Peebles klikte het niet alleen in muzikaal opzicht, waardoor Don Bryant’s ambitie om zelf aan de weg te timmeren als soulzanger als sneeuw voor de zon verdween en hij de vaste begeleider en songwriter van zijn echtgenote werd.

Tot 2017 maakte de Amerikaanse muzikant slechts twee in eigen beheer uitgebrachte gospelplaten, maar in 2017 keerde Don Bryant terug met het samen met zijn oude vrienden van Hi Records gemaakte Don’t Give Up On Love. Dat album wordt nu gevolgd door You Make Me Feel, dat door de corona crisis iets later verscheen dan gepland. Don Bryant is inmiddels 78 jaar oud, maar op zijn nieuwe album klinkt de oude soulzanger geenszins versleten.

You Make Me Feel bevat deels bekend materiaal en deels materiaal dat nog op de plank lag, maar alles werd opnieuw opgenomen en ingezongen. Toch klinkt You Make Me Feel niet als een album uit 2020. Ook op zijn nieuwe album kiest Don Bryant voor een geluid dat nauwelijks afwijkt van het geluid dat 50 jaar geleden al veelvuldig klonk in de studio’s van het Hi Records label. Je hoort onmiddellijk dat You Make Me Feel is volgespeeld door ouwe rotten in de soulmuziek, want wat klinkt het allemaal soepel en swingend.

Don Bryant heeft nog een aantal leden van de roemruchte Hi Rhythm Section op kunnen trommelen en deed hiernaast een beroep op leden van St. Paul & The Broken Bones en The Bo-Keys. In muzikaal opzicht klinkt het fantastisch, maar ook in vocaal opzicht baart Don Bryant opzien. Zijn soulvolle stem klinkt nog net zo lenig en soepel als in zijn jonge jaren en laat nergens horen dat we met een zanger die de 80 nadert te maken hebben. Het zorgt er voor dat You Make Me Feel in alle opzichten klinkt als een authentieke soulplaat en dat klinkt wat mij betreft toch lekkerder dan de soulpop en neo-soul van het moment.

In de teksten van Don Bryant loopt zijn hart nog altijd over van de liefde voor zijn vrouw Ann Peebles, die na een hersenbloeding in 2012 haar muzikale carrière beëindigde. Het biedt haar echtgenoot de mogelijkheid om zelf te schitteren in de spotlights en dat doet Don Bryant op zeer overtuigende wijze. Er zijn de afgelopen jaren wel weer oude soulzangers opgedoken die nog steeds uitstekend uit de voeten bleken te kunnen met de soulmuziek uit hun jonge jaren, maar zo goed als Don Bryant hoor je het toch niet vaak. Er gaat niets boven de soulklassiekers uit de jaren 60 en 70, maar leg dit album ernaast en je hoort dat Don Bryant een album heeft gemaakt dat mee kan met deze klassiekers. En dat op 78-jarige leeftijd. Erwin Zijleman

Don Henley - Cass County (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Don Henley - Cass County - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Bij Don Henley denk je onmiddellijk aan The Eagles. De karakteristieke stem van de Amerikaan is nauw verbonden met meerdere wereldhits, maar ook met een aantal van de betere countryrock platen aller tijden.

Ook het solowerk van Don Henley mag er tot dusver zijn, al schoof de Eagles zanger op deze platen steeds meer op richting radiovriendelijke popmuziek.

Op het onlangs verschenen Cass County geeft Don Henley zijn countryrock wortels weer wat meer ruimte en dat levert een hele mooie plaat op.

In een aantal tracks op de plaat kiest Don Henley voor duetten, waarvoor onder andere Miranda Lambert, Mick Jagger, Merle Haggard en Dolly Parton opdraven, maar de meeste tracks draagt hij in vocaal opzicht zelf en dat kan hij als geen ander. Don Henley is de 65 inmiddels ruim gepasseerd, maar hij zingt nog net zo goed of misschien zelfs wel beter dan in zijn beste jaren.

In muzikaal opzicht is Cass County een stuk traditioneler of op zijn minst een stuk meer roots georiënteerd dan zijn voorgangers, waarbij overigens tal van raakvlakken met de muziek van The Eagles zijn te vinden.

Don Henley had op zijn vorige soloplaten een voorkeur voor groots klinkende songs, maar kiest nu voor de relatieve eenvoud. Dat lijkt op het eerste gehoor niet heel opzienbarend, maar het levert uiteindelijk een kwalitatief hoogstaande rootsplaat op, die de concurrentie op vocaal en muzikaal opzicht makkelijk voor blijft.

Hiernaast blijft Don Henley een meester in het schrijven van songs die je soms decennia bij kunnen blijven en dat is een zeldzame kwaliteit. Ik had geen hele hoge verwachtingen van de eerste soloplaat van Don Henley in 15 jaar tijd, maar Cass County heeft me in alle opzichten aangenaam verrast. Erwin Zijleman

Donna Blue - Dark Roses (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Donna Blue - Dark Roses - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Donna Blue - Dark Roses
Het Nederlandse duo Donna Blue heeft met Dark Roses een album gemaakt dat verbaast en verwondert, maar dat je ook op genadeloze wijze verleidt en betovert met wonderschone songs vol nostalgie

Door drie geweldige EP’s wist ik al wel een beetje wat ik kon verwachten van het Nederlandse duo Donna Blue, maar het deze week verschenen Dark Roses heeft zelfs mijn stoutste verwachtingen overtroffen. Donna Blue neemt op haar debuutalbum een diepe duik in de muziekgeschiedenis met een voorkeur voor beeldende klanken. Dark Roses sleurt je door de tijd en over continenten met songs vol nostalgie en verleiding, maar ook met songs die zo mooi zijn dat je blijft luisteren naar het debuutalbum van Danique van Kesteren en Bart van Dalen. Donna Blue is een enorme aanwinst voor de Nederlandse popmuziek, maar het debuutalbum van het tweetal verdient ook ver buiten onze landsgrenzen alle aandacht.

Na drie zeer veelbelovende EP’s debuteert de Nederlandse band Donna Blue deze week met Dark Roses. Het zijn EP’s die er voor hebben gezorgd dat ik met bijna onrealistisch hoge verwachtingen begon aan de eerste beluistering van het album, dat elf nieuwe tracks bevat, maar toen Dark Roses na bijna 38 minuten eindigde, wist ik dat ik naar een album had geluisterd dat heel hoog gaat eindigen in mijn jaarlijstje aan het eind van dit jaar.

Donna Blue is een Nederlands duo dat bestaat uit Danique van Kesteren en Bart van Dalen en op Dark Roses nemen de twee je mee op een muzikale roadtrip die je niet snel gaat vergeten. Het is een buitengewoon fascinerende roadtrip langs onder andere zwoele Franse films uit de jaren 70, ongrijpbare series van David Lynch, de verleiding van Mazzy Star, Californische psychedelica met een vleugje Surf, lome en broeierige zomers, duistere nachtclubs in desolate oorden, een tripje door de woestijn in het zuiden van de Verenigde Staten, een spaghetti western, de zoete klanken van Burt Bacharach, een terugkeer naar het eerste seizoen van Twin Peaks en een orgeltje uit de nalatenschap van Ray Manzarek.

Het is een omschrijving waar je zonder de muziek van Donna Blue gehoord te hebben waarschijnlijk helemaal niets mee kunt, maar laat het debuutalbum van de twee Nederlandse muzikanten uit de speakers komen en echt alles komt voorbij. Dark Roses is door al deze associaties een zeer beeldend album, maar het is ook een album dat overloopt van nostalgie. Het is boven alles een album van een bijna onwerkelijke schoonheid.

Danique van Kesteren en Bart van Dalen hebben hun debuutalbum op hele bijzondere wijze ingekleurd. Het tweetal put uit een aantal decennia muziekgeschiedenis en bestrijkt meerdere continenten. Het had makkelijk kunnen zorgen voor een als los zand aan elkaar hangend album, maar dat is Dark Roses zeker niet. De afwisselend honingzoete en bitterzoete instrumentatie heeft zich door van alles en nog wat laten beïnvloeden, maar alle invloeden zijn met veel gevoel en precisie aan elkaar gesmeed, wat flink wat wonderschone muziek oplevert. Het is muziek zoals die al decennia niet meer gemaakt wordt, maar toch klinkt het debuutalbum van Donna Blue geen moment oubollig.

Zeker bij beluistering met de koptelefoon is het genieten van alle prachtige klanken en van de knappe wijze waarop al deze klanken zijn gecombineerd. In muzikaal opzicht is Dark Roses een wonderschoon album, maar ook in vocaal opzicht weet Donna Blue me zeer te raken en dan vooral wanneer Danique van Kesteren plaats neemt achter de microfoon.

Dark Roses doet me een paar keer denken aan het fantastische Slush van de gelegenheidsband OP8 (Lisa Germano, Howe Gelb, Joey Burns en John Convertino), maar waar OP8 bleef hangen in de bloedhete woestijn van Arizona, sleurt Donna Blue je net zo makkelijk naar Parijs, San Francisco of toch naar Twin Peaks.

Ik heb het debuutalbum van Donna Blue inmiddels vele malen beluisterd, maar ben alleen maar meer onder de indruk van een album dat niet alleen totaal anders klinkt dan alle andere albums van het moment, maar dat er bovendien in slaagt om je mee te voeren naar een droomwereld die ver is verwijderd van de dagelijkse realiteit en waarin je eindeloos wilt verblijven. Erwin Zijleman

Donna Blue - Into the Realm of Love (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Donna Blue - Into The Realm Of Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Donna Blue - Into The Realm Of Love
Het Nederlandse duo Donna Blue heeft met Into The Realm Of Love een betoverend mooi album gemaakt, dat je meeneemt op een fascinerende roadtrip door vervlogen tijden en langs nostalgische klanken

Danique van Kesteren en Bart van Dalen maakten bijna twee jaar geleden flink wat indruk met het debuutalbum van Donna Blue. Het album nam je vooral mee terug naar de jaren 60, maar beperkte zich niet tot een vaste plek en schuwde uitstapjes door de tijd niet. Op Into The Realm Of Love heeft Donna Blue haar geluid verder geperfectioneerd. De instrumentatie is nog wat mooier en veelzijdiger, de arrangementen zijn van een fascinerende schoonheid en de zang streelt intensief het oor. Ook de songs van het Nederlandse duo zijn beter dan op het debuutalbum en slepen je mee naar andere tijden en uiteenlopende plekken. Het is na een kleine 40 minuten prachtige muziek iedere keer weer ruw ontwaken, maar de 40 minuten van Into The Realm Of Love behouden gelukkig eindeloos hun bijzondere kracht.

Bijna twee jaar geleden verscheen Dark Roses, het debuutalbum van het Nederlandse duo Donna Blue. Danique van Kesteren en Bart van Dalen namen je met dit album mee op een lange roadtrip vol prachtige beelden. Ik omschreef het in mijn recensie van het album als een buitengewoon fascinerende roadtrip langs onder andere zwoele Franse films uit de jaren 70, ongrijpbare series van David Lynch, de verleiding van Mazzy Star, Californische psychedelica met een vleugje Surf, lome en broeierige zomers, duistere nachtclubs in desolate oorden, een tripje door de woestijn in het zuiden van de Verenigde Staten, een spaghetti western, de zoete klanken van Burt Bacharach, een terugkeer naar het eerste seizoen van Twin Peaks en een orgeltje uit de nalatenschap van Ray Manzarek.

Later in mijn recensie vergeleek ik Dark Roses van Donna Blue ook nog met het fantastische en helaas niet meer op de streaming media diensten te vinden album Slush van de gelegenheidsband OP8 (Lisa Germano, Howe Gelb, Joey Burns en John Convertino), maar waar OP8 in 1997 bleef hangen in de bloedhete woestijn van Arizona, sleurde Donna Blue je op Dark Roses net zo makkelijk naar Parijs, San Francisco of toch naar Twin Peaks.

Deze week is het tweede album van Donna Blue verschenen en al mijn woorden over Dark Roses kan ik ook op Into The Realm Of Love plakken. Ook het tweede album van Danique van Kesteren en Bart van Dalen is goed voor een fascinerende luistertrip zonder grenzen en dwars door de tijd. Ook op Into The Realm Of Love vindt Donna Blue haar inspiratie deels in Parijs en deels in de Verenigde Staten, maar in muzikaal opzicht klinkt het nieuwe album van het Nederlandse duo nog mooier en rijker en ook het beeldende karakter van de muziek van Donna Blue heeft alleen maar aan kracht gewonnen.

Net als Dark Roses neemt ook Into The Realm Of Love je vooral mee terug naar het verleden en dan met name naar de jaren 60. Vanuit de jaren 60 kijkt het album naar onze huidige samenleving en alle problemen waarmee we momenteel worstelen, waardoor Danique van Kesteren en Bart van Dalen ons een beklemmende spiegel voorhouden. Bij beluistering van Into The Realm Of Love is het makkelijk ontsnappen aan de huidige wereldproblemen en eigenaardigheden, want zet de koptelefoon op en je gaat zes decennia terug in de tijd en verblijft vervolgens in zorgeloze oorden.

In muzikaal opzicht is Into The Realm Of Love, onder andere door het toevoegen van invloeden uit de jazz en werkelijk schitterende strijkersarrangementen, nog een stuk interessanter dan het debuutalbum van Donna Blue en ook de zang van Danique van Kesteren is nog mooier dan op het debuutalbum. Ook de songs van Donna Blue zijn nog een stuk beter dan op het debuutalbum en bieden niet alleen de mogelijkheid om te ontsnappen aan de dagelijkse realiteit, maar wakkeren ook het verlangen naar zomerse temperaturen aan.

Vergeet ondertussen niet te luisteren naar alle wonderschone details op het album. De instrumentatie zit vol bijzondere accenten, de arrangementen zijn betoverend mooi, de zangpartijen zijn om van te watertanden en dit alles is ook nog eens fraai geproduceerd. Het is bijna moeilijk te geloven dat Into The Realm Of Love in de huidige tijd is gemaakt, want het kan bijna niet anders dan dat Serge Gainsbourg en Lee Hazlewood achter de knoppen hebben gezeten bij het opnemen van de prachtige songs van Donna Blue, dat op hetzelfde moment niet gedateerd aan doet. Het debuut van Donna Blue was heel erg goed, maar album nummer twee is van een bijna onrealistische schoonheid. Erwin Zijleman

Donnie Fritts - Oh My Goodness (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Donnie Fritts - Oh My Goodness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Donnie Fritts debuteerde ruim 40 jaar geleden, maar heel productief is hij de afgelopen decennia als solomuzikant niet geweest.

Volgens Allmusic.com bracht de Amerikaan platen uit in 1974 en 1997 en eerder dit jaar werd hier een derde plaat aan toegevoegd.

Oh My Goodness werd geproduceerd door John Paul White (ex-Civil Wars) en kent gastbijdragen van onder andere Brittany Howard, Ben Tanner, Jason Isbell, Amanda Shires, John Prine, Spooner Oldham, The Secret Sisters en Dylan LeBlanc.

De belangrijkste man op Oh My Goodness is echter Donnie Fritts zelf, want dankzij zijn rauwe en doorleefde vocalen is het een plaat die je onmiddellijk bij de strot grijpt.

John Paul White was bij Civil Wars niet vies van een volle en overdadige productie, maar de plaat van Donnie Fritts heeft hij voorzien van een prachtig stemmige productie. Het is een productie waarin de stem van de Amerikaan centraal staat, waarin strijkers zorgen voor een wat desolate sfeer, maar waarin ook volop ruimte is voor rauwe en traditionele folk, country en blues.

Donnie Fritts heeft als solomuzikant misschien geen heel indrukwekkend CV, maar hij was in de jaren 60 al actief als songwriter in de Muscle Shoals studio in Alabama en weet daarom precies hoe een goede song in elkaar steekt.

De songs op Oh My Goodness ademen de sfeer van het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Het zijn rauwe en broeierige songs die wel wat doen denken aan die van John Hiatt, maar de wijze waarop Donnie Fritts zingt doet ook wel wat denken aan de scherpe voordracht van Randy Newman.

Oh My Goodness is een plaat die makkelijk indruk maakt, maar de songs op de plaat werden mij pas echt dierbaar toen ik de plaat wat vaker had gehoord. Donnie Fritts heeft een rootsplaat zonder opsmuk maar vol emotie gemaakt. Het is een plaat die 40 jaar oud had kunnen zijn, maar ook in het heden overloopt van zeggingskracht en urgentie.

Het leverde Donnie Fritts een eervolle vermelding in een aantal jaarlijstjes op, maar in veel te veel platenkasten of playlists ontbreekt deze bescheiden parel nog. Zonde. Erwin Zijleman

Donny McCaslin - Beyond Now (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Donny McCaslin - Beyond Now - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik zal nog steeds niet snel een jazzplaat opzetten, maar mijn allergie voor het genre is met het verstrijken van de jaren wel verdwenen.

Zo heel af en toe heb ik zelfs zin in jazzy klanken, maar vanwege mijn onbekendheid met het genre weet ik meestal niet waar ik moet beginnen.

Beyond Now van Donny McCaslin ben ik dan ook niet gaan beluisteren omdat de saxofonist en zijn band moeten worden gerekend tot de beste jazzmuzikanten van het moment, maar omdat de muzikanten uit New York schitterden op Bowie’s Blackstar.

Het meewerken aan de zwanenzang van David Bowie heeft zeker zijn sporen nagelaten op Beyond Now van Donny McCaslin en dat blijkt niet alleen uit het feit dat er twee Bowie songs op de plaat staan. Donny McCaslin’s versies van A Small Plot of Land (van het onderschatte Outside) en Warszawa (van het briljante Low) zijn een prachtig eerbetoon aan de muzikant die ons precies een jaar geleden verraste met een prachtplaat en iets later schokte met zijn dood, maar ook op de rest van de plaat waart de geest van David Bowie rond.

Beyond Now moet het uiteraard doen zonder de geweldige vocalen van David Bowie, maar in muzikaal opzicht laat de nieuwe plaat van Donny McCaslin volop raakvlakken horen met de muziek op Blackstar. Natuurlijk is er nog meer ruimte voor experiment, maar het is experiment dat zich zeker niet tot de jazz beperkt. Saxofonist Donny McCaslin en zijn bandleden drummer Mark Guiliana, bassist Tim Lefebvre en toetsenist Jason Lindner, overigens allemaal te horen op Blackstar, kunnen heerlijk losgaan in de jazz, maar verrijken hun muziek met allerlei uitstapjes buiten de gebaande paden en flink wat elektronica. Het maakt van Beyond Now een buitengewoon fascinerende plaat, die ook door muziekliefhebbers die niet gek zijn op pure jazz zeer gewaardeerd kan worden.

Een aantal tracks ligt zo dicht tegen de muziek op Blackstar aan dat het bijna wachten is op de wederopstanding van de stem die de popmuziek zoveel kleur heeft gegeven, maar deze blijft uiteraard uit. Er valt echter meer dan genoeg te genieten.

Het saxofoonspel van Donny McCaslin is dynamisch, temperamentvol en onnavolgbaar, de ritmesectie zorgt voor geweldige ritmes en fascinerende tempoversnellingen en de keyboards van Jason Lindner zorgen voor een geluid dat zich ver buiten de vaste kaders van de jazz beweegt.

Waar Bowie op Blackstar Donny McCaslin en zijn medemuzikanten redelijk in het gareel hield, mogen ze op Beyond Now los gaan, waarbij ook de gastbijdrage van gitarist Nate Wood niet onvermeld mag blijven. Het mooie is dat het nergens ontaard in doelloos gefreak, waar de jazz in mijn beleving (of mijn beperkte verstand van jazz) het patent op heeft.

Het levert een bijzonder fascinerende en bij vlagen bloedstollend mooie plaat op, die de beslissing van David Bowie om voor zijn zwanenzang te kiezen voor deze muzikanten een hele begrijpelijke beslissing maakt. Het is jammer dat de samenwerking tussen Bowie en deze band beperkt bleef tot één plaat, maar ook zonder Bowie maakt Donny McCaslin muziek die het absoluut verdient om gehoord te worden. Ik laat Beyond Now in ieder geval niet meer los. Erwin Zijleman

Donny McCaslin - Blow. (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Donny McCaslin - Blow. - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Blackstar saxofonist Donny McCaslin verkent op zijn nieuwe plaat met succes de grenzen van de jazz en genres ver daarbuiten
De Amerikaanse saxofonist Donny McCaslin is vooral bekend als de muzikant die mocht schitteren op Bowie’s Blackstar, maar met alleen de credits voor Blackstar doe je hem flink tekort. Samen met de andere muzikanten uit zijn kwartet en een aantal gastvocalisten heeft Donny McCaslin met Blow. een buitengewoon fascinerende plaat afgeleverd. Het is een plaat die begint bij de jazz, maar uiteindelijk ook genres als rock, pop, soul en progrock verkent. Blow. maakt het je nergens makkelijk, maar staat bol van het avontuur. Neem er de tijd voor en er komt steeds meer schoonheid aan de oppervlakte.



Donny McCaslin en zijn saxofoon zijn onafscheidelijk sinds zijn kinderjaren en vanaf het eind van de jaren 90 timmert de New Yorkse muzikant bovendien stevig aan de weg als jazzmuzikant.

Bij het grote publiek werd Donny McCaslin echter pas bekend toen hij met zijn band opdook op de zwanenzang van David Bowie helemaal aan het begin van 2016. Het fascinerende saxofoonspel van de Amerikaanse muzikant speelde een belangrijke rol op Blackstar en tilde de plaat naar een nog wat hoger niveau.

Eind 2016 verscheen van Donny McCaslin het uitstekende Beyond Now, waarop de inspirerende samenwerking met David Bowie en de trieste dood van het pop icoon nog na ijlden en de New Yorkse saxofonist imponeerde met onder andere twee songs van de hand van David Bowie.

Inmiddels zijn we twee jaar verder en ligt er een nieuwe plaat van Donny McCaslin en zijn band in de winkel. Ook op Blow. werkt de New Yorkse saxofonist samen met de geweldige drummer Mark Giuliana, bassist Tim Lefebvre en toetsenist Jason Lindner, alleen ook van de partij op Blackstar. Naast een aantal extra gastmuzikanten, zijn er ook flink wat gastvocalisten te horen op de plaat, onder wie Mark Kozelek (de fraaie samenwerking tussen de twee krijgt volgend jaar een vervolg), Ryan Dahle en Gayle Ann Dorsey.

De meeste platen van Donny McCaslin kunnen in het hokje jazz worden geduwd, al zocht de Amerikaanse saxofonist al vaker de grenzen van de jazz op. Dat doet hij nog veel nadrukkelijker op Blow., dat af en toe nog wel in het hokje jazz past, maar zich ook veelvuldig buiten de grenzen van het genre begeeft.

Zeker wanneer de gastvocalisten worden ingezet schuift Blow. ver weg van de jazz en verkent het onder andere de soul en funk en de rock op een breed terrein. Dit laatste varieert van jazzrock, soul en funk tot progrock (denk meer aan King Crimson dan aan Genesis) of zelfs indie-rock; genres die ik tot dusver niet had gezocht achter Donny McCaslin. De New Yorkse muzikant moet echter zeker niet worden afgeschreven als jazzmuzikant, want wanneer de rock even naar de achtergrond wordt gedrongen, treden jazz en avant-garde direct naar de voorgrond. Het levert heel veel muzikaal vuurwerk op, waarbij het fascinerende saxofoonspel en het werkelijk fenomenale drumwerk, hier en daar flarden Blackstar naar boven brengen.

Blow. is zeker geen plaat die je aangenaam op de achtergrond laat voortkabbelen. Hiervoor gebeurt er veel te veel op de nieuwe plaat van Donny McCaslin en zijn medemuzikanten en strijken er bovendien te vaak passages flink tegen de haren in, zeker voor een ieder die de jazz normaal gesproken links laat liggen. Blow. laat zich lastig vergelijken met andere platen die recent zijn verschenen, maakt het je lang niet altijd makkelijk, maar is, als je je er voor open stelt, ook een plaat vol schoonheid en ongebreideld avontuur. Het is zeker geen plaat die ik dagelijks wil horen, maar zo af en toe mag Blow. de fantasie meedogenloos prikkelen en is het bovendien een goede aanleiding voor het weer eens opzetten van de klassieker Blackstar, die bijna drie jaar na dato nog steeds goed is voor kippenvel. Erwin Zijleman

Dope Lemon - Smooth Big Cat (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dope Lemon - Smooth Big Cat - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Dope Lemon - Smooth Big Cat
Heerlijk zomers, loom en dromerig album van Dope Lemon, wat een alter ego blijkt van niemand minder dan Angus Stone

Laat Smooth Big Cat van Dope Lemon uit de speakers komen en de donkere wolken worden onmiddellijk verruild voor warme zonnestralen. Het alter ego van Angus Stone kiest vooral voor songs in een laag tempo met luie vocalen en mooi gitaarwerk, maar de Australische muzikant slaat ook andere wegen in, wat het album spannend houdt. Smooth Big Cat doet me wel wat denken aan de muziek van JJ Cale, maar dan met een eigentijdse Angus Stone touch. Heerlijke muziek om volledig bij weg te dromen, maar zeker ook interessant genoeg om minstens één oog (of oor) open te houden.

Het blijft mooi hoeveel invloed muziek kan hebben op je gemoedstoestand. Op het moment dat ik deze recensie typ, komt de regen werkelijk met bakken uit de hemel en lijkt de zomer heel ver weg. Toch voelt het hier achter de pc als een heerlijk lome zomerdag en die zomerdag heb ik te danken aan Smooth Big Cat van Dope Lemon.

De naam Dope Lemon deed bij mij geen belletje rinkelen, maar Smooth Big Cat is zeker niet mijn eerste kennismaking met de muziek van de Australische muzikant. Achter Dope Lemon gaat immers niemand minder dan Angus Stone schuil en die ken ik natuurlijk al jaren.

Angus Stone ken ik van een fraai soloalbum, van een prima album als Lady Of The Sunshine en natuurlijk van het stapeltje uitstekende albums dat hij maakte met zijn zus Julia als Angus & Julia Stone. Angus Stone maakte al eerder muziek als Dope Lemon, maar levert met Smooth Big Cat het beste album van dit alter ego tot dusver af.

Smooth Big Cat is een album met buitengewoon lome, zwoele en dromerige muziek. Het tempo ligt laag, de instrumentatie is betrekkelijk sober en ook de zang van Angus Stone heeft geen enkele haast. Het nieuwe album van Dope Lemon klinkt meer dan eens als een album dat JJ Cale gemaakt zou kunnen hebben wanneer hij een aantal decennia later en aan de Australische kust zou zijn geboren. Smooth Big Cat wordt hier en daar dan ook niet voor niets omschreven als “laidback coastal rock” en dat is wat mij betreft een prima omschrijving.

Uiteraard citeert Angus Stone ook nadrukkelijk uit zijn eigen werk en hoor je zeker wat van de albums van Angus & Julia Stone, al moeten we het dit keer doen zonder een blinkende productie en zonder de honingzoete stem van Julia.

Smooth Big Cat is een loom en laid-back album dat bijzonder aangenaam voortkabbelt, maar dat ook spannend is door de variatie die Angus Stone heeft aangebracht. Hier en daar flirt de Australische muzikant wat met elektronica, met een antieke ritmebox of een net wat meer up-tempo song, wat Smooth Big Cat spannend houdt.

Aan de andere kant had ik me met alleen maar “laidback coastal rock” ook best vermaakt, want Angus Stone weet precies hoe dit moet klinken. Smooth Big Cat klinkt hier en daar als JJ Cale, maar kan ook worden omschreven als een vroege versie van Dire Straits, die ver weg blijft van de commercie en zich heeft opgesloten in een oude boerderij in de woestijn van Arizona. De Australische muzikant voegt hiernaast flink wat psychedelische accenten toe aan zijn muziek, wat de dromerige sfeer van Smooth Big Cat verder versterkt.

Smooth Big Cat van Dope Lemon is een heerlijk album om bij weg te dromen, maar ook een album dat steeds weer betovert met bijzonder fraaie gitaarlijnen en subtiele accenten. Dat het album tenslotte is verpakt in een wat goedkoop aandoende hoes moeten we Angus Stone maar vergeven. Erwin Zijleman

Dori Freeman - Do You Recall (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dori Freeman - Do You Recall - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Dori Freeman - Do You Recall
Do You Recall is al het vijfde album van de Amerikaanse singer-songwriter Dori Freeman, die, nog net wat meer dan op haar vorige albums, laat horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek met de besten mee kan

Ik heb Dori Freeman al een paar keer een grote toekomst voorspeld, maar helaas is de Amerikaanse muzikante nog altijd behoorlijk onbekend. Hopelijk gaat het veranderen met haar vijfde album Do You Recall, dat de lat weer net een stukje hoger legt en niet onder doet voor de betere rootsalbums van 2023. Dori Freeman maakt op haar nieuwe album authentiek klinkende Amerikaanse rootsmuziek, kleurt deze prachtig in en betovert vervolgens met haar bijzonder mooie stem. De oude liefde voor de Appalachen folk is wat verdwenen, maar persoonlijk vind ik de wat eigentijdser klinkende songs op Do You Recall beter dan de songs op haar eerdere albums.

De Amerikaanse muzikante Dori Freeman debuteerde aan het begin van 2016 en maakte wat mij betreft direct indruk. Het titelloze debuutalbum van de muzikante uit Galax, Virginia, werd in een vloek en een zucht opgenomen met producer Teddy Thompson, maar klonk echt prachtig. Dori Freeman schakelde op haar debuutalbum makkelijk tussen Appalachen folk en Amerikaanse rootsmuziek van recentere datum en maakte vooral indruk met haar mooie en heldere stem, die af en toe aan Alison Krauss deed denken, maar ook herinnerde aan Emmylou Harris.

De albums van Dori Freeman worden vooralsnog zeker niet bedolven onder de aandacht, maar ook met Letters Never Read uit 2017, Every Single Star uit 2019 en Ten Thousand Roses uit 2021 leverde de muzikante uit Virginia uitstekende albums af, die een beter lot verdiend hadden. Na drie albums die werden geproduceerd door Teddy Thompson koos Dori Freeman op Ten Thousand Roses voor haar echtgenoot Nicholas Falk, die ook het deze week verschenen Do You Recall produceerde.

Op haar vorige album koos de Amerikaanse muzikante voor een net wat moderner en ook wat gevarieerder geluid en dat geluid is ook weer te horen op haar nieuwe album. Do You Recall doet me met enige regelmaat denken aan Loose Future van Courtney Marie Andrews, die ook niet meteen werd omarmd door de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar met haar vorig jaar verschenen album flink wat jaarlijstjes haalde. Ook Dori Freeman is met vijf uitstekende albums op haar naam klaar voor de doorbraak naar een groter publiek en haar nieuwe album is wat mij betreft haar beste album tot dusver.

Do You Recall klinkt wat warmer en moderner dan met name de eerste drie albums van Dori Freeman, maar verwacht geen heftige flirts met pop op het album. Het is een album dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek in meerdere hoeken uit de voeten kan, maar Do You Recall blijft de rootsmuziek elf tracks lang trouw. Dori Freeman maakte haar nieuwe album in haar thuisbasis Galax, Virginia, en tekende samen met haar echtgenoot Nicholas Falk voor een groot deel van de instrumenten.

Snareninstrumenten domineren in het geluid van Dori Freeman op Do You Recall, maar net als op het eerder genoemde album van Courtney Marie Andrews zijn ook op dit album subtiele elektronische impulsen toegevoegd. In muzikaal opzicht klinkt Do You Recall bijzonder aangenaam en ook de songs van Dori Freeman zijn zeer aansprekend, maar ook dit keer trekt de Amerikaanse singer-songwriter vooral de aandacht met haar stem, die sinds haar debuutalbum uit 2016 alleen maar aan kracht heeft gewonnen.

Bij ieder nieuw album van Dori Freeman begrijp ik niet waarom ze niet veel bekender is, maar zo sterk als bij haar nieuwe album heb ik dit nog niet gehad. Do You Recall is zo’n album dat je direct na eerste beluistering wilt koesteren en dat vervolgens zeker niet verzwakt, bijvoorbeeld omdat de persoonlijke teksten de aandacht trekken, prachtig snarenwerk je nog wat meer betovert of je nog wat steviger wordt gegrepen door de prachtige stem van Dori Freeman. Eind november is geen hele handige tijd voor het uitbrengen van een nieuw album, al is het ook een tijd waarin een prachtalbum als dit hopelijk net wat minder makkelijk ondersneeuwt. Erwin Zijleman

Dori Freeman - Dori Freeman (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dori Freeman - Dori Freeman - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De inmiddels 24 jaar oude Dori Freeman groeide op in de Appalachen en kreeg daar de traditionele Amerikaanse rootsmuziek met de paplepel ingegoten door haar muzikale familie.

Het is goed te horen op haar deze week verschenen titelloze debuut, dat inmiddels in opvallend brede kring zeer warm wordt onthaald. Daar valt niets op af te dingen, want het debuut van Dori Freeman is een bijzondere plaat.

Dat is het vooral dankzij de werkelijk prachtige stem van de Amerikaanse singer-songwriter. Het is een stem die wel wat doet denken aan die van Alison Krauss, maar Dori Freeman slaagt er ondanks haar jonge leeftijd ook in om flink wat warmte en doorleving in haar stem te leggen, waardoor haar songs makkelijk effect sorteren.

Het debuut van Dori Freeman werd uiteindelijk in slechts drie dagen (!) opgenomen in New York, met niemand minder dan Teddy Thompson (zoon van Linda en Richard) achter de knoppen.

Teddy Thompson trommelde voor het debuut van Dori Freeman een aantal topmuzikanten op en het zijn muzikanten die precies weten hoe een memorabele countryplaat (want dat is het uiteindelijk toch voor een belangrijk deel) moet klinken. Deze muzikanten zorgen voor een gloedvol en licht broeierig geluid, waarin de geweldige stem van Dori Freeman uitstekend gedijt.

Het is een geluid van grote schoonheid waarin vooral de bijdragen van pedal steel, viool en piano indruk maken met wonderschone bijdragen (maar ook de geweldige spelende ritmesectie van groot belang is).

Het is een geluid dat vraagt om een geweldige zangeres en dat is Dori Freeman. Als de Amerikaanse begint te zingen ben je bij de les en is stoppen met luisteren geen optie. De stem van de Amerikaanse leent zich uitstekend voor country tearjerkers over list en bedrog, maar Dori Freeman laat op haar debuut horen dat ze ook buiten de lijntjes van de Amerikaanse countrymuziek durft te kleuren. Hiervoor begeeft ze zich deels op de in de Appalachen zeer gangbare folk en bluegrass, maar ook voorzichtige flirts met (60s) pop pakken uitstekend uit.

Dat we de komende jaren zeer serieus rekening moeten gaan houden met de talenten van Dori Freeman zal inmiddels duidelijk zijn, maar dit droomdebuut neemt alvast niemand haar meer af. Erwin Zijleman

Dori Freeman - Every Single Star (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dori Freeman - Every Single Star - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Dori Freeman - Every Single Star
Het derde album van Dori Freeman werd eerder dit jaar helaas nauwelijks opgemerkt, maar is een verrassend sterk album vol wonderschone vocalen

Dori Freeman dook een paar jaar geleden op en leek zich onmiddellijk te scharen onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek van dat moment. Haar tweede album trok echter veel minder aandacht en ook haar eerder dit jaar verschenen derde album moet het doen met bescheiden aandacht. Zonde, want Every Single Star is een sterk album, dat in muzikaal maar vooral in vocaal opzicht flink boven het maaiveld uitsteekt. Het is bovendien een tijdloos countryalbum dat herinnert aan de groten uit het verleden. Veel te goed om te laten liggen.

Ik was bijna vier jaar geleden zeer onder de indruk van het titelloze debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Dori Freeman. De in de Appalachen opgegroeide muzikante kreeg de traditionele Amerikaanse rootsmuziek met de paplepel ingegoten en toonde zich op haar debuut niet alleen een uitstekend songwriter, maar ook een geweldige zangeres.

Haar heldere stem, die me wel wat aan die van Alison Krauss deed denken, bewoog zich op het in slechts drie dagen met producer Teddy Thompson (zoon van Linda en Richard) opgenomen debuut soepel door een aantal hoeken van de Amerikaanse rootsmuziek, met een duidelijke voorkeur voor de country. Een aantal prima muzikanten tilde het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter nog wat verder omhoog.

Het debuut van Dori Freeman was me zo dierbaar dat ik er vast van overtuigd was dat ik de jonge Amerikaanse in de gaten zou houden, maar het liep toch anders. Haar in 2017 verschenen tweede album Letters Never Read ontging me volledig, terwijl het eerder dit jaar verschenen Every Single Star vrijwel onmiddellijk op de stapel terecht kwam en er pas weer af kwam toen ik een week of twee geleden begon met de eindejaarschoonmaak.

Vervolgens werd ik toch weer snel gegrepen door de prachtige stem van Dori Freeman, die dit keer niet alleen doet denken aan Alison Krauss, maar ook wel wat heeft van Emmylou Harris en hier en daar ook raakt aan Linda Ronstadt. Voor liefhebbers van de betere countryzangeressen alle reden dus om op te letten, maar ook in muzikaal opzicht is het derde album van Dori Freeman dik in orde.

De Amerikaanse muzikante deed, net als voor haar debuut en haar tweede album, een beroep op producer Teddy Thompson, die een aantal uitstekende muzikanten naar de studio wist te halen, met een glansrol voor de gitarist. Waar haar debuut in drie dagen op de band stond, waren nu vijf dagen nodig; nog altijd een prestatie van formaat.

Every Single Star is, net als het titelloze debuut van Dori Freeman, vooral een countryalbum, maar de singer-songwriter uit Galax, Virginia, is niet heel streng in de leer en verwerkt ook invloeden uit de folk in haar muziek. Met name in de wat soberder ingekleurde songs op het album hoor je wat een goede zangeres Dori Freeman is, maar ook in de wat uitbundiger ingekleurde songs houdt de Amerikaanse zangeres zich zeer makkelijk staande.

De geweldige stem van Dori Freeman en de fraaie instrumentatie zijn sterke wapens, maar ook haar songs zijn dik in orde, terwijl de persoonlijke teksten die zowel de pieken als de dalen in het leven bezingen inzicht geven in de persoon Dori Freeman.

Dit alles zorgt er voor dat Every Single Star zich laat beluisteren als een tijdloos countryalbum. Het is een tijdloos countryalbum dat nog lang door groeit, waardoor Every Single Star me steeds weer net wat dierbaarder is en ik steeds makkelijker smelt voor de prachtige en emotievolle stem van de singer-songwriter uit Virginia, maar ook voor de prachtige gitaarlijnen op het album die zich steeds nadrukkelijker opdringen.

Het derde album van Dori Freeman moest het het afgelopen jaar doen met zeer bescheiden aandacht, maar liefhebbers van tijdloze countrymuziek en geweldige vocalen, moeten hier zeker eens naar luisteren. Erwin Zijleman

Dori Freeman - Ten Thousand Roses (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dori Freeman - Ten Thousand Roses - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Dori Freeman - Ten Thousand Roses
Dori Freeman kiest na drie albums met Teddy Thompson voor een net wat ander geluid dat traditionele klanken vermengd met wat moderne tinten en natuurlijk met haar geweldige stem

De Amerikaanse muzikante Dori Freeman krijgt tot dusver nog niet de aandacht die ze verdient. Ze is inmiddels toe aan haar vierde album en het is het vierde album waarop ze indruk maakt met haar prachtige stem. Waar de vorige drie album wat traditioneel klonken, is Ten Thousand Roses voorzien van een wat moderner geluid, al is ook het traditionele rootsinstrumentarium nog nadrukkelijk aanwezig in haar muziek. Het soms net wat lichtvoetigere geluid op het album bevalt me wel, al is het maar omdat Dori Freeman nog wat duidelijker laat horen wat een geweldige zangeres ze is. Ten Thousand Roses is een modern klinkend rootsalbum dat Dori Freeman maar eens op de kaart moet gaan zetten als groot talent.

Dori Freeman debuteerde in 2016 bijzonder fraai met een titelloos album dat werd geproduceerd door Teddy Thompson, die tot haar verbazing reageerde op een bericht dat ze hem via Facebook stuurde. Na een geslaagde crowdfunding campagne was er genoeg geld voor het opnemen van een album en was er ook nog ruimte om een aantal muzikanten van naam en faam uit te nodigen in de studio in New York.

Het leverde een zeer geslaagd debuut op, dat misschien nog wel het meest opviel door de werkelijk prachtige stem van de Amerikaanse muzikante die afwisselend deed denken aan Alison Krauss en Emmylou Harris.

Teddy Thompson produceerde een jaar later ook het tweede album van de muzikante uit Galax, Virginia, maar dat album trok helaas maar weinig aandacht en viel ook mij niet op, wat overigens niet had te maken met de kwaliteit van het album. Het in 2019 verschenen en wederom door Teddy Thompson geproduceerde Every Single Star pakte me uiteindelijk wel in, maar kreeg net als de eerste twee albums van Dori Freeman veel te weinig aandacht.

Deze week verscheen het vierde album van Dori Freeman, Ten Thousand Roses, en het is een album dat toch wat anders klinkt dan zijn drie voorgangers. Voor het eerst deed de Amerikaanse muzikante geen beroep op Teddy Thompson en liet ze de productie over aan haar echtgenoot Nicholas Falk. Deze haalde andere muzikanten naar de studio, maar drukt ook zijn eigen stempel op het geluid van Dori Freeman.

Waar de eerste drie albums van Dori Freeman waren voorzien van een redelijk traditioneel en ook tijdloos countrygeluid met wat uitstapjes richting folk, kiest de muzikante, die nog steeds opereert vanuit Virginia op haar nieuwe album voor een wat voller en ook wat moderner geluid, al hoor ik net zo goed uitstapjes naar de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw.

Het is een geluid dat wat voorzichtige invloeden uit de (indie-)pop niet schuwt, maar Amerikaanse rootsmuziek domineert ook het vierde album van Dori Freeman, dat wat mij betreft kan worden gezien als een schoolvoorbeeld van alt-country in het huidige millennium.

Het is een album dat, net als zijn drie voorgangers, de meeste kracht ontleend aan de bijzonder mooie stem van Dori Freeman. Het is een stem die ook op Ten Thousand Roses weer prachtig uit de speakers komt, maar het is ook een stem die zich aanpast aan de genres die het nieuwe album aantikt.

In de wat traditioneler aandoende songs met vooral invloeden uit de country klinkt Dori Freeman als op haar vorige albums en als een zangeres die mee kan met de besten in het genre, maar wanneer Ten Thousand Roses net wat lichtvoetiger klinkt, klinken ook de vocalen wat lichtvoetiger, waardoor het vierde album van Dori Freeman nog wat duidelijker anders klinkt dan zijn voorgangers.

Rootsliefhebbers met een aversie tegen invloeden uit de pop in hun rootsmuziek hoeven overigens niet te schrikken van het bovenstaande, want Ten Thousand Roses is wat mij betreft voor 99% een rootsalbum, met hier en daar een wat frivoler uitstapje.

Het is een album dat mij uitstekend bevalt. Na drie albums met een vergelijkbaar geluid en een vergelijkbare productie, was ik wel toe aan iets anders en dat anders hebben we gekregen. Een ding is gelukkig niet veranderd en dat is dat Dori Freeman nog altijd de sterren van de hemel zingt en muziek maakt die zich niet alleen genadeloos opdringt, maar die ook heerlijk blijft hangen. Erwin Zijleman

Dorothea Paas - Anything Can't Happen (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dorothea Paas - Anything Can't Happen - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De Canadese muzikante Dorothea Paas duikt diep in de archieven van de Laurel Canyon folk, maar slaagt er ook in om de invloeden uit het verleden te verwerken in een eigenzinnig geluid

Anything Can’t Happen van de Canadese muzikante Dorothea Paas maakte bij eerste beluistering niet overdreven veel indruk, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe mooier en bijzonderder ik het vind. De muzikante uit Toronto heeft een zwak voor Laurel Canyon folk in het algemeen en de muziek van Joni Mitchell in het bijzonder, maar slaagt er ook in om een eigen geluid neer te zetten. In muzikaal opzicht is het vaak loom en wat zweverig, al heeft het album ook zijn stevigere momenten. De bijzondere zang van de Canadese muzikante kleurt fraai bij de instrumentatie en zorgt er voor dat Dorothea Paas zich uiteindelijk makkelijk weet te onderscheiden van de concurrentie.

Dorthia Cottrell - Death Folk Country (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dorthia Cottrell - Death Folk Country - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Dorthia Cottrell - Death Folk Country
De Amerikaanse muzikante Dorthia Cottrell komt na lange stilte met haar tweede soloalbum, dat net zo mooi, indringend en bezwerend blijkt als het helaas nauwelijks opgemerkte debuutalbum

Dorthia Cottrell maakt deel uit van een doom-metal band, maar heeft zelf ook andere muzikale voorkeuren. Net als op haar debuutalbum maakt ze ook op het deze week verschenen Death Folk Country geen geheim van haar liefde voor de psychedelische folkmuziek zoals deze in de late jaren 60 en vroege jaren 70 in de Verenigde Staten werd gemaakt, maar ze sleept hier ook uiteenlopende invloeden bij. De instrumentatie op het album is donker of zelfs duister, wat zorgt voor een wat beklemmende sfeer. Deze wordt verder versterkt door de mooie maar ook bezwerende zang van Dorthia Cottrell, die het niveau van haar debuutalbum weet te overtreffen op dit fraaie tweede album.

Bijna acht jaar geleden besprak ik het titelloze solodebuut van Dorthia Cottrell, die op dat moment vooral bekend was als de zangeres van de mij overigens onbekende band Windhand. Dat ik nog nooit van Windhand had gehoord was overigens niet zo gek, want de Amerikaanse band maakte muziek die in het hokje doom-metal werd geduwd en dat is geen genre dat ik regelmatig beluister.

Dorthia Cottrell bleef op haar eerste soloalbum (gelukkig) ver verwijderd van de doom-metal en maakte muziek die afwisselend was te typeren als folk-noir, country-noir en psych-folk. Nu werden er op dat moment wel weer albums gemaakt die van deze etiketten werden voorzien, maar het album van Dorthia Cottrell wist zich makkelijk te onderscheiden door de bijzonder fraaie instrumentatie, waarin akoestische gitaren, elektrische gitaren en een pedal steel prachtig om elkaar heen draaiden, en door de mooie en bezwerende vocalen van de Amerikaanse muzikante.

Ik heb het album in de jaren na de release niet al te vaak meer beluisterd, maar toen ik dat naar aanleiding van het verschijnen van het tweede soloalbum van Dorthia Cottrell weer eens deed, was ik direct weer onder de indruk van de schoonheid en de kracht van het album. Bijna acht jaar zijn vestreken sinds de release van het solodebuut van Dorthia Cottrell, die vast actief is geweest voor Windhand, al heeft ook die band de afgelopen vijf jaar geen nieuwe muziek meer uitgebracht.

Met Death Folk Country is er gelukkig wel eindelijk een opvolger van het titelloze album uit 2015 en ook het tweede soloalbum van Dorthia Cottrell mag er zijn. Death Folk Country opent met een donker en duister intro, waarna in de tweede track de stem van Dorthia Cottrell invalt. Ook op haar tweede album verwerkt de Amerikaanse muzikante invloeden uit de psych-folk en zijn er flarden folk-noir en country-noir te horen, maar de songs op Death Folk Country zijn minder makkelijk in een hokje te duwen dan die op zijn voorganger.

Dorthia Cottrell schuift op haar tweede album immers ook op richting slowcore, Americana en indierock en maakt bovendien muziek die is te omschrijven als donkere en duistere dreampop. De instrumentatie op het album is donkerder dan die op het debuutalbum en klinkt bovendien wat anders, zeker wanneer keyboards worden ingezet. oor de zang zijn er nog altijd flink wat echo’s uit de psychedelische folk uit de jaren 60 en 70 te horen, maar Dorthia Cottrell slaat dit keer makkelijker bruggen naar het heden.

De instrumentatie en de zang maken van Death Folk Country een behoorlijk donker album en dit wordt nog versterkt door het lage tempo, de hoge mate van bezwering en de thematiek van de teksten, die ook een voorkeur hebben voor donkere en duistere thema’s. Een ding is niet veranderd sinds het debuutalbum van Dorthia Cottrell en dat is dat de Amerikaanse muzikante een album heeft gemaakt waar je aan de ene kant bang van wordt, maar dat aan de andere kant van een bijzondere schoonheid en intensiteit is. Nog meer dan op haar soloalbum heeft Dorthia Cottrell op Death Folk Country muziek vol bezwering gemaakt. Het is muziek die je langzaam maar zeker opslokt en pas weer los laat wanneer de 42 minuten muziek er op zitten. Erwin Zijleman

Dorthia Cottrell - Dorthia Cottrell (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dorthia Cottrell - Dorthia Cottrell - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het titelloze debuut van Dorthia Cottrell is al even uit, maar heeft door de zomerdip toch mijn cd-speler nog gehaald. Gelukkig maar, want het eerste soloalbum van de zangeres van de Amerikaanse band Windhand is zeer de moeite waard.

Windhand is overigens een doom metalband uit Richmond, Virginia, maar Dorthia Cottrell tapt op haar soloplaat uit een heel ander vaatje. Het debuut van de Amerikaanse zangeres staat vol met aardedonkere songs, die met enige fantasie in het hokje folk-noir of country-noir passen, maar de muziek van Dorthia Cottrell heeft ook raakvlakken met de psych-folk die een paar jaar geleden zo floreerde.

Ik had direct associaties met de vorige week besproken plaat van Lera Lynn en dus met de muziek die het tweede seizoen van de prachtige serie True Detective zo fraai inkleurt.

Op het debuut van Dorthia Cottrell domineren akoestische gitaarlijnen en de indringende stem van de Amerikaanse, waarna zowel zweverige als stekelige elektrische gitaarlijnen en breed uitwaaiend pedal steel werk het geluid van Dorthia Cottrell voorzien van enig venijn.

Het is muziek waarvoor in het Engels het woord ‘haunting’ is uitgevonden. Muziek die het vooral goed doet wanneer de zon zich niet meer laat zien en al snel een bezwerende uitwerking heeft op de luisteraar.

Het tempo ligt over het algemeen zeer laag en het akoestische gitaarwerk is eenvoudig en repetitief. Het contrasteert prachtig met de spaarzaam ingezette maar geweldige gitaaruithalen op de plaat, met het bijzonder fraaie pedal steel werk en met de expressieve en soms in meerdere lagen opgenomen vocalen van Dorthia Cottrell, die je met haar bezwerende zang steeds weer bij de strot grijpt.

Wanneer de verdere inkleuring achterwege wordt gelaten heeft de Amerikaanse overigens een wat meer standaard folk geluid, maar ook dat blijkt van een bijzondere schoonheid en zeer indringend. Al met al een bijzonder knappe plaat. Erwin Zijleman

Dot Allison - Consciousology (2023)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dot Allison - Consciousology - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Dot Allison - Consciousology
Dot Allison verrast met een bijzonder album dat invloeden uit de Britse folk combineert met psychedelica, een flinke bak strijkers, experimentele elektronica en de bijzondere fluisterstem van de Schotse muzikante

Ik heb de muziek van de Schotse muzikante Dot Allison tot dusver compleet gemist, maar ik was direct onder de indruk van haar nieuwe album Consciousology. Het is een album dat zich hoorbaar heeft laten beïnvloeden door de Britse folk uit het verleden, maar Dot Allison geeft een geheel eigen draai aan alle invloeden uit dit verleden. Ze heeft haar folksongs voorzien van flink wat strijkers, wat haar songs een klassiek tintje geeft, maar op Consciousology wordt ook volop geëxperimenteerd met elektronica. Het combineert allemaal prachtig met de bijzondere stem van de muzikante uit Edinburgh, die op haar nieuwe album een bijzonder hoog niveau weet te halen.

De Britse muzikante Dot Allison heeft al een heel muzikaal leven achter zich, maar volgens mij is het deze week verschenen Consciousology echt pas mijn eerste kennismaking met haar muziek. De Britse muzikante dook aan het begin van de jaren 90 op in de band One Dove, die vooral binnen de techno scene populair was, maar desondanks niet verder kwam dan één album. Dot Allison begon vervolgens aan het eind van de jaren 90 aan een solocarrière, die inmiddels een kleine vijfentwintig jaar duurt.

Omdat de Britse muzikante een lange pauze nam toen ze moeder werd, is het oeuvre van Dot Allison nog niet heel erg omvangrijk. Het deze week verschenen Consciousology is pas haar zesde album en zoals gezegd het eerste album dat ik van haar ken. Ik heb inmiddels ook de rest van het oeuvre van Dot Allison vluchtig beluisterd en begrijp eerlijk gezegd niet zo goed waarom ik al haar vorige albums heb laten liggen. De muzikante uit het Schotse Edinburgh beschikt immers over een aangename maar ook bijzondere stem en maakt bovendien interessante muziek, die het experiment niet schuwt en in meerdere genres uit de voeten kan.

Consciousology heb ik inmiddels een stuk beter beluisterd en ik ben behoorlijk onder de indruk van het album. Het is een album waarop de Britse muzikante samenwerkt met het London Contemporary Orchestra, dat tekent voor zeer fraaie strijkersarrangementen, die zijn bedacht door Hannah Peel. Dot Allison kan zelf ook met flink wat instrumenten uit de voeten en tekent op Consciousology onder andere voor synths en de Theremin, terwijl Ride voorman Andy Bell gitaar speelt. De combinatie van akoestische gitaren en de fluisterzachte stem van Dot Allison levert songs op die deels herinneren aan de Britse (psychedelische) folk van lang geleden, maar die door alle strijkers en synths toch anders klinken dan het gemiddelde Britse folkalbum.

Bij eerste beluistering van Consciousology springt vooral de bijzondere stem van Dot Allison in het oor. De Schotse muzikante zingt vooral zacht en als een echte folkie, maar ze zoekt ook de hoge noten op, wat een bijzonder effect geeft. Het doet me af en toe denken aan Beth Orton en soms ook aan Kathryn Williams, maar de zang van Dot Allison is een stuk eigenzinniger.

De zang op het nieuwe album van Dot Allison is zeker niet alledaags en de muziek op het album is dat nog veel minder. Op Consciousology waaien de strijkers breed uit, terwijl de elektronica juist in kleine kring beweegt met veel repeterende elementen en het nodige experiment. Soms schuurt de muzikante uit Edinburgh dicht tegen de psychedelisch getinte Britse folk aan, maar veel vaker zoekt ze haar eigen weg, wat intrigerende songs oplevert.

Door alle strijkers klinkt het allemaal bijzonder mooi en bij vlagen bijna klassiek, maar Consciousology kleurt, met name via de breed ingezette synths, ook steeds buiten de lijntjes. Soms klinkt de muziek van Dot Allison buitengewoon ingetogen, maar de Britse muzikante kan ook flink uitpakken met een vol geluid, dat als een bescheiden storm overtrekt.

Zeker wanneer de strijkers worden gecombineerd met wat experimentele elektronica en Dot Allison lagen vocalen op elkaar stapelt maakt de Britse singer-songwriter muziek die de fantasie uitvoerig prikkelt. Het is muziek die me af en toe doet denken aan die van Kate Bush en dat is het mooiste compliment dat je dit fraaie album kunt maken. Erwin Zijleman

Doug Tuttle - Doug Tuttle (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Doug Tuttle - Doug Tuttle - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Nog geen tien seconden. Het is de tijd die Usain Bolt nodig heeft voor het afleggen van 100 meter. Het is ook de tijd die Amerikaanse muzikant Doug Tuttle nodig heeft om je bijna 50 jaar mee terug te nemen in de tijd. Het titelloze solodebuut van Doug Tuttle is een plaat die hij zelf overigens liever niet had gemaakt. Samen met zijn partner Rachel Neveu vormde Tuttle een aantal jaren de band Mmoss. Mmoss maakte naar verluid twee briljante platen, maar toen de relatie tussen Doug Tuttle en Rachel Neveu op de klippen liep, zonk ook Mmoss naar de bodem. Ik heb de platen van Mmoss inmiddels beluisterd, maar vind de eerste soloplaat van Doug Tuttle persoonlijk een paar klassen beter. Liefdesverdriet doet vervelende dingen met de gemiddelde mens, maar doet mooie dingen met de gemiddelde muzikant; het blijkt maar weer. In muzikaal opzicht neemt Doug Tuttle je mee terug naar de jaren 60 en 70. De invloeden die Doug Tuttle in zijn muziek verwerkt beperken zich niet tot enkele namen. De naam van het oude Pink Floyd duikt meerder keren op, maar Doug Tuttle is ook niet vies van invloeden uit de West Coast pop en is evenmin bang voor een bijna eindeloos durende gitaarsolo, die weer wat aan Neil Young doet denken. Doug Tuttle maakt op zijn debuut songs die je makkelijk benevelen. Het is een heerlijke plaat om bij onderuit te zakken en even alles te vergeten, maar het is ook een plaat die je bij iedere beluistering uitnodigt om nog wat dieper te graven in de vele lagen waaruit de muziek van Doug Tuttle bestaat. Als je goed luistert hoor je dat Doug Tuttle veel meer doet dan het reproduceren van psychedelica uit vervolgen tijden. Zo voegt hij op slimme wijze invloeden uit de lo-fi toe aan zijn muziek, klinken de gitaren soms net wat gruiziger dan destijds gebruikelijk en zijn hier en daar opvallende samples verstopt. Net als je denkt dat Doug Tuttle misschien toch beter past in het hokje neo-psychedelica, komt de Amerikaan weer op de proppen met een track die je in één keer naar het weiland van Woodstock slingert, om je vervolgens met een fantastische gitaarsolo weer tien jaar verder in de tijd af te leveren. Na alle keren dat ik het debuut van Doug Tuttle heb beluisterd weet ik nog steeds niet welke kant van de plaat ik nu prefereer; het wegdromen is even lekker als het uitpluizen van alle bijzonderheden. Nu zijn er de afgelopen jaren heel veel platen in dit genre verschenen, maar het debuut van Doug Tuttle springt er wat mij betreft bovenuit. Allereerst door de prachtige instrumentatie, waarin vooral de stokoude orgeltjes meedogenloos verleiden, hiernaast door de subtiele wijze waarop modernere invloeden zijn verwerkt in de muziek van Doug Tuttle en tenslotte door de hele bijzondere sfeer die deze plaat oproept. Laat het debuut van Doug Tuttle uit de speakers knallen of door de koptelefoon komen en je bent even in een totaal andere wereld. Het is een wereld waarin ik niet altijd zou willen vertoeven, maar zo op zijn tijd wil ik echt niet anders dan mezelf volledig onderdompelen in het warme bad van Doug Tuttle. Erwin Zijleman

Doug Tuttle - It Calls on Me (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Doug Tuttle - It Calls On Me - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse muzikant Doug Tuttle debuteerde twee jaar geleden met een titelloze plaat die je binnen enkele seconden een aantal decennia terug wierp in de tijd.

De door liefdesverdriet gedreven en hierdoor vrij donkere plaat riep afwisselend herinneringen op aan Pink Floyd, 60s West Coast Pop en Neil Young en verraste niet alleen met heerlijk lome songs, maar ook met onweerstaanbare gitaarsolo’s vol gruizig geweld.

Er zijn veel muzikanten als Doug Tuttle, maar waar de meeste van deze muzikanten volledig blijven hangen in de jaren 60 en 70 wist de muzikant uit Massachusetts ook op knappe wijze invloeden van recentere datum in zijn muziek te verwerken, waardoor je de roze hippiebril zo af en toe moest verruilen voor het t-shirt van een lo-fi band van recentere datum.

Het debuut van Doug Tuttle kreeg in Nederland helaas nauwelijks aandacht en dat is niet anders voor het vorige maand verschenen It Calls On Me. Het is zonde.Na het sombere debuut is de tweede plaat van Doug Tuttle een behoorlijk opgewekte plaat met vooral zonnig klinkende songs.

Liefhebbers van het uit de bocht gierende gitaarwerk van de Amerikaanse muzikant komen dit keer wat minder aan hun trekken, want It Calls On Me is een meer ingetogen plaat, waarop de invloeden van het stevigere werk van Neil Young zijn verruild voor invloeden van de platen van Crosby, Stills, Nash & Young.

Naast invloeden uit de West Coast Pop zijn ook invloeden uit de psychedelica weer sterk vertegenwoordigd op de tweede plaat van Doug Tuttle. It Calls On Me neemt je, net als zijn voorganger, flink mee terug in de tijd en betovert met heerlijk dromerige en zweverige popliedjes.

Plaat nummer twee is misschien net wat minder eigenzinnig dan het debuut van Doug Tuttle, maar is zeker niet minder onweerstaanbaar, al is het maar omdat Doug Tuttle de kunst van het schrijven van een goed popliedje beter beheerst.

Zeker door de toegevoegde zonnestralen maakt It Calls On Me van iedere regenachtige dag een prachtige lentedag. Het is een lentedag waarop af en toe nog wel een donker gitaarwolkje voorbij komt, maar het blijft droog en zonnig. Voor mij genoeg om er keer op keer van te genieten. Erwin Zijleman

Douglas Firs - Happy Pt. 2 (2024)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Douglas Firs - Happy, Pt. 2 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Douglas Firs - Happy, Pt. 2
Gertjan Van Hellemont maakte precies drie jaar geleden indruk met het melancholische Heart Of A Mother en doet dit nu opnieuw met het prachtig klinkende Happy, Pt. 2, dat misschien nog wel beter is

Douglas Firs had drie jaar geleden niet te klagen over aandacht en waardering van de critici. Dat was volkomen terecht, want Heart Of A Mother was en is een prachtig album. De deze week verschenen opvolger Happy, Pt. 2 is zeker niet minder mooi. Gertjan Van Hellemont heeft ook dit keer veel aandacht besteed aan de muziek en heeft een gevarieerd geluid gecreëerd dat zowel ingetogen als uitbundig kan klinken. Het tilt de songs op het nieuwe album van Douglas Firs een flink stuk op, maar ook de songs zelf en de zang op Happy, Pt. 2 zijn zeer smaakvol. Het levert een album op dat de naam van Douglas Firs nog wat nadrukkelijker op de kaart moet gaan zetten.

Douglas Firs, de band rond de Belgische muzikant Gertjan Van Hellemont, leverde aan het begin van de herfst van 2021 met Heart Of A Mother, een prachtig album af. Het is een album dat enerzijds werd gekleurd door de geboorte van de zoon van Gertjan Van Hellemont, maar anderzijds werd getekend door de dood van de moeder en de oma van de Belgische muzikant. Heart Of A Mother klonk door het verlies van dierbaren vooral melancholisch, al brak tussen de donkere wolken ook af en toe de zon door.

Heart Of A Mother werd terecht bedolven onder de zeer positieve recensies en viel ook in de smaak bij Noel Gallagher, die liet weten fan te zijn van Douglas Firs. Of Noel Gallagher door de aankomende Oasis reünie tijd heeft om naar het nieuwe album van Douglas Firs te luisteren is de vraag, maar als de Britse muzikant dit doet weet ik bijna zeker dat hij ook onder de indruk zal zijn van het deze week verschenen Happy Pt. 2. Het is immers een album dat wat mij betreft nog mooier is dan zijn zo bejubelde voorganger.

Gertjan Van Hellemont maakte het nieuwe album van Douglas Firs met zijn vaste band en een aantal gastmuzikanten, die bij elkaar kwamen in een Nederlandse studio en in de thuisstudio’s van een aantal leden van de band. Vervolgens vertrok Gertjan Van Hellemont naar de Verenigde Staten voor de mix en het masteren van het album. De Belgische muzikant deed in Los Angeles een beroep op een aantal zeer ervaren krachten en dat hoor je.

Happy, Pt. 2 is een echt prachtig klinkend album, waarop alle instrumenten en de zang fraai in balans zijn. Het is niet onbelangrijk, want de muzikanten die zijn te horen op het album pakken flink uit. Douglas Firs was in het verleden niet bang voor zeer spaarzaam ingekleurde songs, maar Happy Pt. 2 laat vooral een redelijk vol klankentapijt horen. Het is een klankentapijt dat wordt gedragen door gitaren, dat een belangrijke rol laat horen voor de pedal steel en dat hier en daar uitpakt met flink wat strijkers en een fraai scheurende saxofoon.

Het geluid op Happy, Pt. 2 is warm en sfeervol en zeker wanneer de klanken wat atmosferischer zijn hebben de nieuwe songs van Douglas Firs een filmisch karakter. Net als op zijn vorige albums laat Gertjan Van Hellemont zich meer dan eens beïnvloeden door de countryrock uit de jaren 70 en door de singer-songwriter muziek uit dezelfde periode. Het zijn invloeden die op Happy Pt. 2 worden gecombineerd met Beatlesque arrangementen, maar het nieuwe album van Douglas Firs is ook zeker een album van deze tijd.

Gertjan Van Hellemont heeft ook voor Happy, Pt. 2 weer een aantal wonderschone songs geschreven. Het zijn songs die nog altijd behoorlijk melancholisch kunnen klinken, maar vergeleken met Heart Of A Mother is er meer ruimte voor de zonnige kanten van het leven. Happy, Pt. 2 is een album dat in eerste instantie vooral in muzikaal opzicht indruk maakt, maar hierna hoor je dat er ook met de kwaliteit van de songs niets mis is.

Alle songs op Happy, Pt. 2 zijn knap opgebouwd en laten steeds weer andere mooie dingen horen. Ook de zang van Gertjan Van Hellemont, die zich hier en daar fraai laat ondersteunen door de mooie stem van Roos Denayer, draagt bij aan de kwaliteit van het album, dat zeker niet onder doet voor de zo geprezen voorganger. Noel Gallagher moet maar snel gaan luisteren. Erwin Zijleman

Douglas Firs - Heart of a Mother (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Douglas Firs - Heart Of A Mother - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Douglas Firs - Heart Of A Mother
Het was een paar jaar stil rond Douglas Firs, maar de band rond de Belgische muzikant Gertjan Van Hellemont keert deze week fraai terug met het stemmige en melancholische Heart Of A Mother

Het debuut van de Belgische band Douglas Firs vond ik prachtig, maar de twee op het Excelsior label uitgebrachte albums die volgden vielen me tegen. Het deze week verschenen Heart Of A Mother is getekend door een aantal mooie en een aantal verdrietige momenten in het leven van Gertjan Van Hellemont. Het levert een sfeervol en bij vlagen melancholisch album op. Het is een intiem album met vooral ingetogen klanken, maar de instrumentatie op het album is ook mooi versierd met fraaie accenten. Ook in vocaal opzicht is het album van Douglas Firs weer dik in orde, mede dankzij de fraaie vrouwenstem op het album. Het levert een album op dat de belofte van het debuut helemaal waar maakt.

Mijn eerste kennismaking met de Belgische band Douglas Firs stamt uit het voorjaar van 2013 toen de band rond of zelfs het alter ego van Gertjan Van Hellemont mocht opdraven in De Wereld Draait Door voor precies 1 minuut muziek, wat een even krachtig als denigrerend middel was. Het was genoeg om me te overtuigen van de kwaliteiten van Douglas Firs, waarna ik alsnog het in 2012 verschenen debuutalbum Shimmer & Glow oppikte.

Het is een uitstekend album dat de mosterd haalde bij oude helden als Neil Young, Gram Parsons en Townes van Zandt, maar dat ook wel wat deed denken aan Heartbreaker, het glorieuze debuut van Ryan Adams.

Douglas Firs tekende vervolgens een contract bij het Nederlandse Excelsior label en ging op zoek naar een eigen geluid. Dat lukte wat mij betreft maar ten dele, waardoor de band rond singer-songwriter Gertjan Van Hellemont, ook bekend als gitarist van The Bony King Of Nowhere, niet meer terugkeerde op deze BLOG.

De afgelopen vier jaar was het stil rond Douglas Firs, maar deze week keert de band terug met Heart Of A Mother. Aan het album ging een emotionele achtbaan vooraf. Gertjan Van Hellemont werd vader, maar moest ook afscheid nemen van zijn moeder en oma. Het bleek een voedingsbodem voor een intiem album, waarop vreugde en melancholie hand in hand gaan.

Heart Of A Mother is een buitengewoon stemmig ingekleurd album. De meeste songs op het album moeten het doen met vooral de akoestische gitaar en de stem van Gertjan Van Hellemont, maar er zijn ook de spaarzame accenten die zijn aangebracht door de andere muzikanten die op het album zijn te horen, waaronder flink wat keyboards en bas en drums. Bovendien wordt de stem van de muzikant uit Gent hier en daar fraai ondersteunt door de mooie stem van Roos Denayer, wat fraaie harmonieën oplevert.

Net als het debuut van Douglas Firs is ook Heart Of A Mother een album vol echo’s uit het verleden, wat me beter bevalt dan de zoektocht naar het eigen geluid op het tweede en derde album van de Belgische band. Op hetzelfde moment is het nieuwe album zeker geen doorsnee retro album en slaagt Douglas Firs er ook in om midden in het heden te staan.

Heart Of A Mother valt direct op door sfeervolle klanken, mooie accenten, prima vocalen en aansprekende songs vol melancholie, maar luister gerust wat vaker naar het album voor je een oordeel velt. Mijn oordeel over het vierde album van Douglas Firs is de afgelopen weken immers alleen maar positiever geworden en de rek is er nog niet uit.

Zeker wat later op de avond vult de sfeervolle muziek op het album op fraaie wijze de ruimte, waarbij een regenbuitje versterkend werkt. Gertjan Van Hellemont nam zijn nieuwe album thuis op, wat zorgt voor een intieme en breekbare sfeer, maar omdat de mix van het album verzorgd in Louisville, Kentucky, verzorgd werd door de ervaren Kevin Ratterman, bekend van Ray LaMontagne en My Morning Jacket, klinkt het album, zeker vergeleken met de gemiddelde thuisopname, prachtig.

Ik had de muziek van Douglas Firs de afgelopen jaren niet meer beluisterd en had dan ook geen hoge verwachtingen van Heart Of A Mother, maar het is een uitstekend album, dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van stemmige of zelfs melancholische rootsmuziek. Erwin Zijleman

Dove Ellis - Blizzard (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dove Ellis - Blizzard - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Dove Ellis - Blizzard
Blizzard van de Ierse muzikant Dove Ellis staat door een wat onhandig getimede release nog in geen enkel jaarlijstje, maar daar hoort het in muzikaal maar vooral in vocaal opzicht opzienbarende album zeker in thuis

Zonder een bijzonder lovende recensie van The Guardian zou het debuutalbum van de Ierse muzikant Dove Ellis waarschijnlijk aan mijn aandacht zijn ontsnapt. Voor nu dan, want Blizzard moet bedolven gaan worden onder de jubelrecensies. Dove Ellis maakt op zijn debuutalbum muziek die varieert van ingetogen folk tot rock en het is muziek die fraai is ingekleurd met invloeden die met zevenmijlslaarzen door de tijd stappen. Het album wordt vervolgens mijlenver opgetild door de opzienbarende stem van de Ierse muzikant. Het is een stem die allerlei associaties oproept en al deze associaties vervolgens combineert in een geluid dat je compleet van je sokken blaast.

Ik was de naam Dove Ellis nog niet eerder tegen gekomen, maar er doken de afgelopen dagen een aantal bijzonder positieve recensies op van zijn debuutalbum Blizzard. In deze recensies wordt de muziek van de Ierse muzikant onder andere vergeleken met die van Tim Buckley, Jeff Buckley, Nick Drake, Van Morrison, Thom Yorke en Rufus Wainwright. Het maakte me absoluut nieuwsgierig naar het eerste album van Dove Ellis en die nieuwsgierigheid werd verder aangewakkerd door een vijfsterren recensie van de Britse kwaliteitskrant The Guardian, die Blizzard een glorieus debuut noemt.

Ik had niet veel tijd nodig om tot dezelfde conclusie te komen als de Britse krant, want Blizzard van Dove Ellis is in meerdere opzichten een fascinerend album. Zeker wanneer je het album voor het eerst hoort gaat alle aandacht uit naar de unieke stem van de Ierse singer-songwriter. De stem van Dove Ellis doet in eerste instantie vooral denken aan die van Jeff Buckley, maar ook Tim Buckley, Rufus Wainwright en Thom Yorke zijn nooit ver weg.

De stem van de Ierse muzikant treedt nadrukkelijk op de voorgrond en voorziet zijn songs van het nodige drama. Het zorgt voor een sfeer die af en toe wel wat doet denken aan die op Jeff Buckley’s meesterwerk Grace, maar Dove Ellis heeft ook een duidelijk eigen geluid. In een aantal van de wat zwaarder aangezette koortjes heb ik voorzichtige associaties met Queen, maar de wat meer ingetogen songs hebben ook wel wat van Nick Drake, wat iets zegt over de veelzijdigheid van de zang.

Ik vind de zang van Dove Ellis hier en daar op het randje, zeker wanneer ik naar mijn smaak net wat teveel pathos en bombast hoor, maar de Ierse muzikant beschikt absoluut over een geweldige stem, die het grootste deel van de 34 minuten die Blizzard bijzonder makkelijk overtuigt.

Het is de zang die het eerst in het oor springt bij beluistering van het debuutalbum van Dove Ellis, maar ook in muzikaal opzicht heeft de Ierse muzikant een bijzonder intrigerend album afgeleverd. Blizzard grijpt in flink wat songs terug op invloeden uit de jaren 70, maar slaat ook makkelijk een brug naar de jaren 90, waarbij hij makkelijk schakelt tussen Jeff Buckley, Radiohead en Rufus Wainwright.

Dove Ellis kan overweg met ingetogen folk, maar gaat ook moeiteloos aan de haal met invloeden uit de Keltische muziek (wat de vergelijking met Van Morrison oplevert), tijdloze singer-songwriter muziek of indierock. Blizzard is voorzien van een redelijk vol geluid, waarin de nodige instrumenten voorbij komen. Het is een geluid dat is voorzien van veel bijzondere wendingen en steeds weer iets nieuws laat horen.

Het is een geluid dat vaak tijdloos klinkt, tot de waanzinnige stem van Dove Ellis zijn debuutalbum voorziet van een unieke handtekening. Het levert wat mij betreft terecht een aantal jubelrecensies, maar het is ook nog veel te stil rond een album dat inderdaad en glorieus debuutalbum moet worden genoemd.

De timing van Blizzard is natuurlijk zeer ongelukkig. De jaarlijstjes domineren momenteel de muziekmedia, waardoor er weinig aandacht is voor nieuwe albums. Hopelijk wordt het debuutalbum van Dove Ellis de komende maanden nog wel opgepikt, want Blizzard zou de start kunnen zijn van een prachtige carrière, wanneer deze niet al in de knop wordt gebroken. Ik heb mijn jaarlijstje gelukkig nog niet gemaakt. Erwin Zijleman

Doves - The Universal Want (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Doves - The Universal Want - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Doves - The Universal Want
Na een lange stilte keert Doves terug met een groots en meeslepend klinkend album, dat laat horen dat de Britse band ooit niet voor niets werd geschaard onder de smaakmakers

Als ik denk aan Doves, denk ik vooral aan het prachtige Lost Souls dat dit jaar alweer 20 jaar oud is. De band zou nog een paar uitstekende albums te maken, maar ging een jaar of elf geleden toch behoorlijk roemloos ten onder. Doves is nu terug met een nieuw album en The Universal Want is verrassend goed. Doves is haar eigen verleden natuurlijk niet helemaal vergeten, maar durft ook verder terug te kijken en verwerkt hiernaast volop invloeden uit het heden in haar muziek. Het is allemaal behoorlijk stevig aangezet, maar er zit ook voldoende lucht in de muziek van de Britse band, die er flink wat nieuwe invloeden bij sleept, maar ook gewoon de geweldige band van twintig jaar geleden blijft.

Een jaar voordat Elbow debuteerde met Asleep In The Back, debuteerde de eveneens uit Manchester afkomstige band Doves met het wonderschone Lost Souls. Het zou nog een paar jaar duren voordat Elbow een album van het niveau van het debuut van Doves zou maken, maar waar Elbow al snel uitgroeide tot een van de smaakmakers binnen de alternatieve Britse popmuziek, verloor Doves langzaam maar zeker terrein.

Het geweldige Lost Souls kreeg overigens een bijzonder fraai vervolg met het in 2002 verschenen The Last Broadcast en het uit 2005 stammende Some Cities, maar toen de band het in 2009 nog eens probeerde met het overigens ook uitstekende Kingdom Of Rust was bijna iedereen Doves alweer vergeten en werd de band alleen in de geschiedenisboeken nog in één adem genoemd met Elbow en Radiohead.

De afgelopen elf jaar was het stil rond de band, maar uit het niets is Doves terug met een nieuw album. The Universal Want opent met donkere en atmosferische klanken, waarna een spannend ritme wordt ingezet, een batterij elektronica wordt opgestart en de eerste vocalen opduiken.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik de afgelopen elf jaar nooit meer naar de muziek van Doves heb geluisterd, maar The Universal Want klinkt op een of andere manier direct vertrouwd. De muziek van Doves is altijd wat minder verfijnd geweest dan die van Elbow en was ook nooit vies van uitstapjes richting de grootse en meeslepende muziek van Coldplay. Het is niet anders op The Universal Want, dat hier en daar alle registers open trekt, maar dat wat mij betreft ook altijd aan de juiste kant van de streep blijft wanneer het gaat om avontuur.

Er zijn twintig lange jaren verstreken sinds het debuut van de band en dat hoor je. The Universal Want klinkt een stuk moderner dan Lost Souls en teert niet al teveel op het oude succes. Het valt meestal niet mee om na lange afwezigheid terug te keren met een album dat nog enigszins in de buurt komt van de albums uit het verleden, maar de terugkeer van Doves is wat mij betreft geslaagd.

De band heeft gekozen voor een lekker vol geluid waarin flink wordt uitgepakt met zowel gitaren als elektronica en waarin ook de ritmesectie van zich mag laten horen, met wat mij betreft een glansrol voor de drummer van de band. Zanger Jimi Goodwin heb ik nooit een heel groot zanger gevonden, maar hij heeft wel een duidelijk eigen geluid en slaat zich prima door de songs op The Universal Want heen.

Doves grijpt hier en daar terug op haar eigen geluid van weleer, maar duikt ook in de archieven van de Britse popmuziek en durft ook eigentijds te klinken. De meeste songs op het album klinken groots en meeslepend, waardoor The Universal Want een behoorlijk overweldigende indruk maakt, maar het flink volle geluid is wat mij betreft ook functioneel en biedt ook ruimte aan experiment. De productie verdient overigens een pluim, want zeker wanneer wat gas terug wordt genomen komt alles even helder uit de speakers. Een vleugje prog en psychedelica brengen het geluid van Doves nog wat verder op smaak.

De release van The Universal Want was voor mij een mooie gelegenheid om de eerdere albums van de band weer eens uit de kast te trekken. Die albums zijn nog altijd geweldig, maar ook met het verrassend sterke The Universal Want blijft Doves wat mij betreft makkelijk overeind tussen de betere Britse bands van het huidige millennium. Heel goed nieuws dus dat de band terug is dus. Erwin Zijleman

Downriver Dead Men Go - Departures (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Downriver Dead Men Go - Departures - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Downriver Dead Men Go uit Leiden zoekt de grenzen van de progrock op, gaat er overheen en maakt een plaat van een bijna onwerkelijke schoonheid en kracht

Progrock volg ik al een tijdje niet meer en de muziekscene in mijn woonplaats Leiden kennelijk ook niet, want een jaarlijstje moest me op het spoor zetten van de Leidse band Downriver Dead Men Go. De band maakt op Departures muziek die met één been in de progrock staat, maar die met het andere been allerlei andere genres verkent. Het levert fascinerende muziek op, die het ene moment het oor lieflijk, dromerig en melodieus kan strelen, maar het volgende moment kan ontsporen of kan omslaan in donkere en atmosferische klanken. Downriver Dead Men Go heeft mijn oude liefde voor de progrock aangewakkerd met een betoverende en bedwelmende plaat die het genre de toekomst in trekt.

Ik heb vele bronnen die ik wekelijks kan aanboren voor nieuwe muziek. De een zorgt voor de belangrijkste nieuwe releases van de grote platenmaatschappijen, de ander voor de beste Amerikaanse rootsmuziek uit Nashville en omstreken of juist uit Austin, een volgende voor de beste nieuwe Britse, Amerikaanse of Nederlandse gitaarbandjes van het moment.

Soms zoek ik muziek die net wat dieper graaft, die net wat meer tegen de haren in strijkt en die net wat nadrukkelijker het avontuur of de grenzen opzoekt. Voor dit soort muziek kan ik uitstekend terecht op de website De Subjectivisten (https://subjectivisten.nl) waarop wekelijks een stapel platen wordt besproken waarover je op geen enkele andere muzieksite iets leest en die (helaas) ook niet zomaar mijn kant op worden gestuurd.

In de jaarlijst van Jan-Willem kwam ik een beperkt aantal bekende platen tegen, maar ook flink wat obscure parels. De mooiste van het stel komt van een band uit Leiden en laat dat nu al heel veel jaren mijn woonplaats zijn. In Leiden ben ik de band Downriver Dead Men Go eerlijk gezegd nog nooit tegen gekomen, terwijl het debuut van de band in 2015 in verrassend brede kring kon rekenen op hele positieve recensies.

Ook de tweede plaat van de band, het eerder dit jaar verschenen Departures, werd zeker niet alleen op De Subjectivisten de hemel in geprezen, maar het is me helaas ontgaan. Helemaal onlogisch is dit niet, want Downriver Dead Men Go krijgt in alle recensies vooral het etiket progrock opgeplakt en dat is een genre dat ik niet heel nadrukkelijk volg.

Helemaal onbekend is het genre me overigens niet, want in de tijden dat het nog symfonische rock werd genoemd was het genre mijn jeugdliefde (of jeugdzonde). In de meeste melodieuze songs op de plaat herinnert de muziek van Downriver Dead Men Go me nadrukkelijk aan deze jeugdliefde. Deze melodieuze en dromerig aandoende songs met lome vocalen en al even melodieuze gitaarsolo’s doen wel wat denken aan de muziek die Pink Floyd in haar betere jaren maakte en zijn ook niet heel ver verwijderd van de muziek die andere bands de afgelopen jaren in het genre hebben gemaakt.

De muziek van de Leidse band laat zich echter zeker niet uitsluitend in het hokje progrock duwen. Wanneer de fraaie melodieën op de plaat dreigen te ontsporen, sluit de muziek van Downriver Dead Men Go ook zeker aan bij de betere postrock bands, maar Departures kan ook kiezen voor stevige rock, uitstapjes richting psychedelica of postpunk of voor melancholische flirts met ambient. Het betovert en intrigeert bijna 70 minuten lang.

Bij beluistering van Departures kwam mijn oude liefde voor de progrock direct weer naar boven, maar Downriver Dead Men Go prikkelt ook genadeloos de fantasie met alle uitstapjes buiten de gebaande paden. Het zijn uitstapjes die zoals gezegd alle kanten op kunnen gaan. De ene keer kiest de band uit Leiden voor een ruwe uitbarsting van de gitaren of kille gitaarwolken, het volgende moment voor bijna verstilde passages met bijna klassiek aandoende arrangementen en atmosferische en beeldende klanken die fraai door de ruimte zweven, maar er is ook altijd ruimte voor meeslepende en melodieuze gitaarsolo’s zoals David Gilmour ze in zijn beste dagen speelde.

Departures is een plaat vol al dan niet onderhuidse spanning en het is hierdoor een plaat die niet alleen betovert met prachtige muziek, maar die ook lang doorgroeit omdat er steeds weer iets gebeurt dat je niet verwacht. Ergens bij mij om de hoek gemaakt (zo groot is Leiden immers niet), maar Downriver Dead Men Go maakt niet alleen progrock van wereldklasse, maar ook progrock die de grenzen van het genre durft op te zoeken en te overschrijden. Departurtes is hierdoor niet alleen een bijna onwerkelijk mooie, maar ook een hele knappe plaat, die inderdaad behoort tot het beste dat dit jaar gemaakt is. Erwin Zijleman