MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Desaparecidos - Payola (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Desaparecidos - Payola - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

In 2002 stond Conor Oberst in het middelpunt van de belangstelling. De jonge Amerikaanse muzikant behoorde met zijn band Bright Eyes tot de lievelingen van de critici en trok bovendien zoveel muzikanten naar zijn thuisbasis Omaha, Nebraska, dat sprake was van een heuse Omaha scene.

Het was kennelijk nog niet genoeg, want Desaparecidos was destijds het zoveelste project van Conor Oberst. Read Music/Speak Spanish, het debuut van de band, bleek een behoorlijk goede plaat met een mix van indie-rock, punk, powerpop en de destijds zeer populaire emo-rock.

Totaal andere muziek dan Oberst maakte met Bright Eyes, maar wat was het een goede en energieke plaat. En dat is het nog steeds.

De afgelopen jaren is de stroom goede muziek uit Omaha, Nebraska, helaas wat opgedroogd en van Desaparecidos werd sinds het debuut van de band zelfs helemaal niets meer voornomen. Tot voor kort dan, want onlangs verscheen Payola, de tweede plaat van Desaparecidos.

Heel veel veranderd is er eigenlijk niet. In 2015 is het genre emo weliswaar vrijwel van de aardbodem verdwenen, maar de mix van indie-rock, powerpop en punk op Payola wijkt niet zo gek veel af van de muziek op Read Music/Speak Spanish uit 2002.

Desaparecidos is misschien 13 jaar weg geweest, maar op Payola klinkt de band nog net zo energiek, urgent en gedreven als op het debuut. Payola is een plaat die er heerlijk inhakt met rauwe gitaarriffs, aanstekelijke refreinen, veel emo(tie) en net voldoende avontuur om de muziek van Desaparecidos boven die van de concurrentie uit te laten stijgen.

Payola is een plaat om zo hard mogelijk uit de speakers (of de koptelefoon) te laten knallen, om vervolgens 40 minuten intens te genieten. Ik ben de laatste jaren niet echt onder de indruk van de muziek die Conor Oberst maakt, maar op de onverwachte terugkeer van Desaparecidos is niets, maar dan ook helemaal niets aan te merken. Erwin Zijleman

Dési Ducrot - In Too Deep (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dési Ducrot - In Too Deep - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Dési Ducrot groeide op in Zeeland en is de dochter van de wielrenner, wielercommentator en psycholoog Maarten Ducrot.

Na haar studie in Amsterdam besloot ze haar passie voor de muziek niet langer weg te drukken en begon ze met het opnemen van haar eigen songs.

Een van die songs kwam een jaar of vier geleden bij toeval terecht bij producer Marg van Eenbergen (in een vorig leven ook bekend als frontvrouw van cultband Seedling en soloproject GRAM) en samen begonnen de twee aan het proces dat uiteindelijk heeft geleid tot In Too Deep.

Het was zeker geen makkelijk proces. Dési Ducrot heeft een voorliefde voor traditionele Amerikaanse rootsmuziek, maar wilde zeker geen 13 in een dozijn rootsplaat maken. Samen met Marg van Eenbergen werd er eindeloos gesleuteld aan de songs voor het debuut van Dési Ducrot en na bijna vier jaar was de plaat klaar. Het resultaat mag er zijn.

In Too Deep staat met minstens één been in de Amerikaanse rootsmuziek en laat een geluid horen waarin de dobro en de pedal steel vaak een voorname rol spelen. Het is een geluid dat fraai kleurt bij de krachtige stem van Dési Ducrot, die gemaakt lijkt voor de countrymuziek en die af en toe wel wat doet denken aan die van Neko Case.

In Too Deep laat zich echter zeker niet alleen inspireren door Amerikaanse rootsmuziek, maar flirt ook met pop, zeker wanneer de fraai gearrangeerde strijkers mogen aanzwellen of wanneer subtiel elektronica wordt ingezet en sluit een enkele keer zelfs aan bij bombastische rock. Het zorgt ervoor dat In Too Deep anders klinkt dan de gemiddelde rootsplaat, al zullen de uitstapjes buiten de gebaande paden de liefhebbers van het genre waarschijnlijk niet al te zeer afschrikken.

Zeker wanneer ik de plaat met de koptelefoon beluister hoor ik goed dat Marg van Eenbergen en Dési Ducrot heel lang hebben gesleuteld aan het geluid op de plaat. In elke track duiken weer andere fraaie accenten op en waar soms wordt gekozen voor een vol en groots geluid, bevat In Too Deep ook een aantal uiterst ingetogen songs.

Het zijn songs die zijn geïnspireerd door een road-trip die Dési Ducrot maakte door de Verenigde Staten, waardoor de meeste tracks op de plaat beelden van weidse Amerikaanse landschappen op het netvlies toveren.

In Too Deep onderscheidt zich met de trefzekere en gevarieerde instrumentatie en productie al van de meeste andere platen van het moment, maar het sterkste wapen op In Too Deep is toch de stem van Dési Ducrot. De singer-songwriter uit Amsterdam is nog een twintiger, maar klinkt op haar debuut gelouterd en doorleefd.

Dési Ducrot durft haar stem op meerdere manieren in te zetten en imponeert zowel wanneer ze ingetogen en gevoelig zingt als wanneer ze vol gas geeft. Welke weg Dési Ducrot ook kiest, iedere noot is raak en iedere noot komt aan.

In Too Deep laat horen dat de jonge singer-songwriter uit Amsterdam bulkt van het talent en omdat ze de tijd heeft genomen voor het opnemen van haar debuut komt dit talent er op In Too Deep ook direct uit. Het levert een knappe plaat die ook buiten de landsgrenzen alle aandacht verdient. Erwin Zijleman

Dési Ducrot - Smile Like You've Never Seen a Woman Before (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dési Ducrot - Smile Like You’ve Never Seen A Woman Before - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Dési Ducrot - Smile Like You’ve Never Seen A Woman Before
Ruim vijf jaar na haar debuutalbum keert de Nederlandse singer-songwriter Dési Ducrot terug met Smile Like You’ve Never Seen A Woman Before, waarop ze laat horen dat haar prima debuut geen toevalstreffer was

De Amsterdamse singer-songwriter Dési Ducrot maakte alweer bijna zes jaar geleden indruk met haar debuutalbum, waarop ze invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek combineerde met een eigen geluid. Opvolger Smile Like You’ve Never Seen A Woman Before heeft heel lang op zich laten wachten, maar ook op haar tweede album steekt Dési Ducrot in een uitstekende vorm. Ook Smile Like You’ve Never Seen A Woman Before laat flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek horen, maar invloeden uit de pop en rock hebben absoluut aan terrein gewonnen. Voor de kwaliteit maakt het niets uit, want ook op haar tweede album zingt Dési Ducrot prima en maakt ze indruk met haar songs.

Dési Ducrot debuteerde helemaal aan het begin van 2018 zeer verdienstelijk met het album In Too Deep. Het is een album waaraan de Amsterdamse muzikante heel lang had gewerkt en dat was te horen. Dési Ducrot vond de inspiratie voor haar debuutalbum tijdens een roadtrip door de Verenigde Staten, waardoor er flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek waren te horen op het album, maar Dési Ducrot gaf ook haar eigen draai aan deze invloeden, wat een bijzonder klinkend rootsalbum opleverde.

De Nederlandse muzikante schaarde zich met haar debuutalbum onder de grote beloften van de Nederlandse Americana, maar heeft ons geduld vervolgens flink op de proef gesteld. Vorige maand verscheen immers pas het tweede album van Dési Ducrot, Smile Like You’ve Never Seen A Woman Before. Het is een album dat nog niet heel veel aandacht heeft gekregen, maar op haar tweede album laat Dési Ducrot horen dat ze de belofte van het uitstekende In Too Deep absoluut waar maakt.

Smile Like You’ve Never Seen A Woman Before heeft, mede door de coronapandemie, lang op zich laten wachten, maar ook dit keer heeft Dési Ducrot de tijd genomen voor haar album. Net als bij haar debuutalbum deed ze voor de productie van haar nieuwe album een beroep op Marg van Eenbergen (die in een vorig leven in de band Seedling zat) en die heeft wederom fraai werk geleverd.

Ook Smile Like You’ve Never Seen A Woman Before is een album dat alle ruimte biedt aan invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar Dési Ducrot heeft zich dit keer naar verluidt ook laten beïnvloeden door haar jeugdhelden Sheryl Crow en Alanis Morissette. Die invloeden hoor ik niet heel vaak terug, maar invloeden uit de pop en rock hebben op het tweede album van de Amsterdamse muzikanten wel wat aan terrein gewonnen.

Dési Ducrot liet op haar debuutalbum een verrassend veelzijdig geluid horen en dat doet ze ook weer op Smile Like You’ve Never Seen A Woman Before. Het album bestrijkt binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed terrein en dat is nog maar een deel van het verhaal van het album. Wanneer blazers worden ingezet klinkt het nieuwe album van Dési Ducrot lekker soulvol, maar ze kan ook uit de voeten met wat stevigere gitaartracks of juist zeer ingetogen songs. In muzikaal opzicht klinkt het lekker, maar het is ook dit keer de prima zang die het album boven het maaiveld uit tilt. Dési Ducrot beschikt over een aangename stem met veel soul en het is een stem die zich makkelijk aanpast aan de genres waarin ze zich beweegt.

Net als het het debuutalbum van Dési Ducrot is ook Smile Like You’ve Never Seen A Woman Before een album dat bij eerste beluistering aangenaam klinkt maar niet direct een onuitwisbare indruk maakt, maar ik merk dat ook het tweede album van de Amsterdamse muzikante steeds meer songs bevat die me dierbaar zijn, waarbij mij voorkeur overigens uit gaat naar de wat meer ingetogen klinkende en wat stemmiger ingekleurde songs op het album, die gelukkig goed vertegenwoordigd zijn.

Het zal niet meevallen om de aandacht te trekken in deze weken met bijzonder veel nieuwe releases, maar Smile Like You’ve Never Seen A Woman Before van Dési Ducrot verdient deze aandacht absoluut. Ik was Dési Ducrot eerlijk gezegd alweer vergeten, maar dit album had ik echt niet willen missen. Erwin Zijleman

Destroyer - LABYRINTHITIS (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Destroyer - LABYRINTHITIS - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Destroyer - LABYRINTHITIS
Dan Bejar levert ook met LABYRINTHITIS weer een typisch Destroyer album af dat zowel vermaakt als prikkelt en dat dit keer vooral put uit de donkere en dansbare archieven van de jaren 80

Ik ben geen heel groot fan van de Canadese band Destroyer, al is dat waarschijnlijk omdat ik te weinig tijd neem voor de muziek van de band rond Dan Bejar. Ook het eerder dit jaar verschenen LABYRINTHITIS is weer geen album dat onmiddellijk alle geheimen prijs geeft. Dan Bejar flirt op het album vooral met invloeden uit de jaren 80 en bestrijkt hierbij een breed palet aan invloeden. Samen met producer John Collins verkent de Canadese muzikant zowel 80s doom-pop als dansbare synthpop, maar het is bij Destroyer bijna nooit wat het lijkt. LABYRINTHITIS is een album dat de volledige aandacht verdient en vervolgens snel uitgroeit tot een fascinerende luistertrip.

LABYRINTHITIS van Destroyer is een van de vaste waarden in de jaarlijstjes over 2022. Het album staat in het merendeel van de jaarlijstjes die ik heb bekeken en staat in een aantal aansprekende lijstjes zelfs hoog in de top 10. Zelf heb ik het meerdere keren geprobeerd met het album, maar tot voor kort zonder heel veel succes.

Ik heb sowieso een moeizame relatie met de muziek van het project van de Canadese muzikant Dan Bejar. De muzikant uit Vancouver maakt al sinds het eind van de jaren 90 muziek als Destroyer, wat een imposant stapeltje albums heeft opgeleverd. Van al deze albums wist alleen Poison Season uit 2015 me direct bij eerste beluistering te overtuigen.

Met veel van de andere albums van Destroyer had ik hetzelfde als bij mijn beluisteringen van LABYRINTHITIS, waarmee ik het echt heb geprobeerd dit jaar. Het album bevat een aantal songs waarvoor ik ook bij eerste beluistering direct enthousiast opveerde, maar ook een aantal tracks die nagenoeg niets met me deden. Ik heb nog altijd mijn voorkeuren op het album, maar nadat ik LABYRINTHITIS de afgelopen weken nog een paar keer heb beluisterd is er toch wel veel op zijn plek gevallen.

Dat ik vergelijkbare ervaringen heb met de albums van Destroyer betekent overigens niet dat deze albums op elkaar lijken. Dan Bejar, die ook deel uit maakt van het Canadese collectief The New Pornographers en in het verleden ook nog twee geweldige albums maakte met zijn band Swan Lake, is een muzikale kameleon die op zijn albums makkelijk van kleur verschiet.

Op LABYRINTHITIS maakt de Canadese muzikant muziek die hier en daar zo lijkt weggelopen uit de jaren 80. In de wat meer elektronisch ingekleurde songs op het album schuurt Destroyer op LABYRINTHITIS dicht tegen de muziek van New Order aan, inclusief wat onvast klinkende zang. In de wat complexer in elkaar stekende songs duiken jaren 80 invloeden van bands als Roxy Music en Japan op, maar de songs dragen ook het unieke stempel van Destroyer.

Met namen het hoge jaren 80 gehalte stond me bij mijn eerste beluisteringen van LABYRINTHITIS wat tegen, want wat zijn er dit jaar veel albums gemaakt die ment minstens een been in het betreffende decennium staan, en ik heb nog steeds wat moeite met de songs die opschuiven richting aanstekelijke synthpop, maar de meeste songs op het album hebben me inmiddels toch te pakken.

Het is deels de verdienste van het vakwerk van producer John Collins, die de jaren 80 accenten in de muziek van Destroyer nog wat heeft aangedikt, maar ook op knappe wijze uiteenlopende stijlen aan elkaar heeft gesmeed en ook nog eens uiting geeft aan zijn bewondering voor New Order bassist Peter Hook. Het wordt alleen maar knapper wanneer je je bedenkt dat het album tijdens de coronapandemie werd opgenomen en John Collins aan de slag moest met van afstand aangeleverde bijdragen.

LABYRINTHITIS schommelt heen en weer tussen donkere jaren 80 pop en synthpop die flirt met de dansvloer, maar ondanks het feit dat het album weer anders klinkt dan andere albums van Dan Bejar blijft het ook typisch Destroyer. Typisch Destroyer betekent in dit geval dat op het eerste gehoor vooral aanstekelijke songs toch weer vol blijken te zitten met bijzondere wendingen, met de niet altijd mooie maar wel karakteristieke bijna praatzang van Dan Bejar als bonus. Jammer dat ik niet eerder diep in deze muzikale ontdekkingsreis ben gedoken. Erwin Zijleman

Destroyer - Poison Season (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Destroyer - Poison Season - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Daniel Bejar heeft een flinke vinger in de pap bij de Canadese gelegenheidsband The New Pornographers, maar maakt ook al bijna 20 jaar platen als Destroyer.

Het zijn platen die lange tijd leken veroordeeld tot een bestaan in de marge, maar sinds het in brede kring opgepikte en ook nog eens door de critici bejubelde Kaputt uit 2011 doet Destroyer er waarschijnlijk meer toe dan de gelegenheidsband die eerder met zoveel succes aan de weg timmerde.

Kaputt, dat in 2011 meerdere jaarlijstjes haalde, wist me heel makkelijk te overtuigen, al bleef er door de wel erg duidelijke inspiratiebronnen ook wel iets knagen.

Dat overkomt me vooralsnog niet bij Poison Season, dat inmiddels al enkele weken een trouwe metgezel is. Net als op Kaputt lijkt Daniel Bejar ook op zijn nieuwe plaat weer vooral geïnspireerd door muziek uit de jaren 70, maar Destroyer kiest dit keer voor meer avontuur en diepgang.

De belangrijkste inspiratiebronnen voor Poison Season zijn overduidelijk: Bruce Springsteen en zijn E-Street Band, Roxy Music en vooral Lou Reed en David Bowie. Het ligt er soms vrij dik bovenop, maar aan de andere kant ken ik geen Lou Reed of David Bowie plaat die over de hele linie is te vergelijken met Poison Season van Destroyer.

Zeker wanneer Destroyer uitpakt met grootse songs vol saxofoonuithalen ligt de vergelijking met de groten uit de jaren 70 voor de hand, maar Poison Season bevat ook flink wat meer ingetogen en veel lastiger te doorgronden songs, waarin invloeden van de platen van Robbie Robertson doorklinken, maar ook invloeden uit de jazz een belangrijke rol spelen.

Poison Season is hierdoor een plaat die af en toe op grootse wijze vermaakt, maar minstens even vaak intrigeert met bijzondere klanken en songs die maar blijven groeien. Uiteindelijk is Poison Season absoluut goed en bijzonder genoeg om los te worden gezien van al het aangedragen vergelijkingsmateriaal en dat is knap.

Destroyer heeft een plaat gemaakt die teruggrijpt op het verleden, maar alle invloeden vervolgens op bijzondere wijze het heden in sleept. Het levert een plaat op die net als zijn voorganger de jaarlijstjes zal gaan halen. Dit keer knaagt er bij mij niets en kan ik me er dus alleen maar bij aansluiten. Erwin Zijleman

Devendra Banhart - Flying Wig (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Devendra Banhart - Flying Wig - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Devendra Banhart - Flying Wig
De Amerikaans-Venezolaanse muzikant Devendra Banhart slaat, samen met producer Cate Le Bon, andere wegen in, wat een bijzonder klinkend album oplevert, dat mooier wordt naarmate je het vaker hoort

Bij de naam Devendra Banhart denk ik in eerste instantie aan de alternatieve folk zoals die aan het begin van dit millennium werd gemaakt. De muzikant uit Los Angeles heeft sindsdien meerdere muzikale afslagen genomen en dat doet hij ook op zijn nieuwe album Flying Wig. Het album werd geproduceerd door de Britse muzikante Cate Le Bon, die de songs van Devendra Banhart heeft voorzien van een duidelijk ander geluid. Het is een geluid dat bestaat uit meerdere lagen en dat elektronischer en atmosferischer klinkt dan we gewend zijn van Devendra Banhart. Ik was wel wat uitgekeken op zijn muziek, maar Flying Wig is echt een prachtig album.

Devendra Banhart was aan het begin van dit millennium een van de vaandeldragers van de stroming die afwisselend freak folk, alt folk of gewoon indiefolk werd genoemd. De Amerikaans-Venezolaanse muzikant maakte in sneltreinvaart een indrukwekkend stapeltje albums, waarvan ik Rejoicing In The Hands uit 2004 nog altijd de beste vind. Devendra Banhart bleek vervolgens ook uit de voeten te kunnen met dromerige retro folk, maar langzaam maar zeker raakte ik toch wat uitgekeken op de muziek van Devendra Banhart.

Zijn laatste paar albums heb ik nauwelijks meer gevolgd, wat in het geval van Ma uit 2019 overigens een flinke misser was, en ook het afgelopen herfst verschenen Flying Wig heb ik in eerste instantie laten liggen. Dat ik het album onlangs toch heb opgepikt was niet de verdienste van Devendra Banhart, maar van de producer van zijn nieuwe album. Voor Flying Wig deed de muzikant uit Los Angeles immers een beroep op de Britse muzikante en producer Cate Le Bon.

Cate Le Bon maakte de afgelopen jaren niet alleen een aantal hele goede albums, maar timmerde ook steeds nadrukkelijker aan de weg als producer. Ze produceerde niet alleen het in 2023 bejubelde album van H. Hawkline (Milk For Flowers), maar was ook de verrassende producer van het laatste album van Wilco. Dat deze twee indrukwekkende productieklussen geen toevalstreffer waren laat de muzikante uit Wales horen op Flying Wig, dat de muziek van Devendra Banhart een fraaie impuls geeft.

Op zijn tiende album slaat Devendra Banhart duidelijk andere wegen in. Folk is nog altijd de basis van de songs op Flying Wig, maar Cate Le Bon heeft meerdere lagen toegevoegd aan de muziek van Devendra Banhart, waaronder een laag elektronica. Organische en elektronische klanken vloeien prachtig samen op het album, waarbij de dromerige en verrassend ingetogen zang van de Amerikaans-Venezolaanse muzikant de lijm tussen de beide lagen vormt.

Flying Wig klinkt, net als zoveel andere albums van Devendra Banhart, loom en dromerig, maar door de fraaie productie van Cate Le Bon vind ik het nieuwe album een stuk spannender dan een aantal van zijn voorgangers. Flying Wig werd opgenomen in een studio in de Californische Topanga Canyon, die ooit in het bezit van Neil Young was. Er is hoorbaar met veel aandacht en gevoel gesleuteld aan de mooie klanken, die deels aards, maar ook behoorlijk zweverig kunnen klinken.

De muziek van Brian Eno was naar verluidt een belangrijke inspiratiebron voor Devendra Banhart en dat hoor je terug in de wat ambient achtige passages op het album. Het is een album dat in een aantal recensies ook wordt gelinkt aan de Berlijnse periode van David Bowie, maar persoonlijk hoor ik veel meer invloeden van Roxy Music en de muziek die Bryan Ferry maakte op een aantal van zijn latere soloalbums.

De songs van Devendra Banhart op Flying Wig zijn met veel smaak ingekleurd, maar de productie van Cate Le Bon voorziet de sfeervolle klanken ook van avontuur. Het is misschien even wennen aan het nieuwe geluid van Devendra Banhart, maar toen ik het album een paar keer had gehoord kwamen de songs nog wat nadrukkelijker tot leven. Het siert de muzikant uit Los Angeles dat hij zijn muziek blijft vernieuwen, wat de ene keer beter lukt dan de andere keer. Flying Wig is over de hele linie heel geslaagd. Erwin Zijleman

Devon Williams - Gilding the Lily (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Devon Williams - Gilding The Lily - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Devon Williams is een uit Los Angeles afkomstige singer-songwriter, die de afgelopen tien jaar in nogal uiteenlopende bands opdook en zowel de aandacht trok met punkpop als met alt-folk.

Sinds een jaar of vijf maakt Devon Williams soloplaten, maar het vorige maand verschenen Gilding The Lily is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaan.

Het is een eerste kennismaking die me uitstekend is bevallen. Devon Williams maakt immers muziek die tegenwoordig niet al teveel meer wordt gemaakt, maar die ik persoonlijk wel kan waarderen.

Net zoals zoveel andere muzikanten haalt Devon Williams zijn inspiratie uit het verleden. Op Gilding The Lily staan de jaren 80 centraal, maar het zijn niet de gangbare of gewaardeerde invloeden die Devon Williams verwerkt op zijn derde soloplaat. Devon Williams gaat immers aan de haal met de muzikale erfenis van bands als Aztec Camera, Prefab Sprout, A Flock Of Seagulls en vooral The Dream Academy, om maar een paar namen te noemen.

Gilding The Lily staat hierdoor vol met honingzoete 80s pop. Het is popmuziek waarin gitaren en synths de credits delen en waarin af en toe ook wel wat is te horen van destijds eveneens bijzonder populaire of door de critici gewaardeerde bands als The Simple Minds, Lloyd Cole & The Commotions, Heaven 17 en Teardrop Explodes.

Het is de popmuziek met zoete melodieën en flink wat galm die we inmiddels weer bijna vergeten zijn en die niet langer op veel sympathie van de critici hoeft te rekenen, maar persoonlijk word ik toch best vrolijk van een plaat als Gilding The Lily en trek ik me niet zoveel aan van het negatieve oordeel van een groot deel van de Britse muziekpers.

Op Gilding The Lily overheersen de zonnige 80s popsongs, maar hier en daar is ook wat ruimte voor donkere wolken, waarmee Devon Williams af en toe kortstondig aansluiting vindt bij 80s doom.

Als je goed naar Gilding The Lily luistert hoor je overigens dat Devon Williams de mosterd echt niet alleen in de 80s haalt. Gilding The Lily bevat ook net wat beter verstopte invloeden uit de 60s pop en herinnert bij vlagen aan de grote singer-songwriter platen uit de 70s.

Dat het allemaal erg goed gedaan is zal nauwelijks ter discussie staan. Devon Williams tovert op Gilding The Lily het ene na het andere bijzonder aangename popliedje uit de hoge hoed. Het zijn popliedjes met een warmbloedige en lekker volle instrumentatie die aanvoelen als een warm bad. De ene keer slaat de balans door in de richting van 80s synthpop, de volgende keer winnen de gitaren op punten, maar altijd zijn er de heerlijke melodieën en de breed uitwaaiende klanken die doen verlangen naar warme zomeravonden.

In de meeste recensies die ik tegen kom wordt Devon Williams het fantasieloos reproduceren van 80s pop verweten, maar daar ben ik het totaal niet mee eens. Enerzijds omdat Devon Williams zich door van alles en nog wat laat beïnvloeden en anderzijds omdat alle songs op Gilding The Lily goed zijn. Erg goed zelfs. Mijn conclusie: heerlijke plaat vol verrassingen en verleidingen. Erwin Zijleman

DeWolff - Grand Southern Electric (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: DeWolff - Grand Southern Electric - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De tweede en derde plaat van de Limburgse band DeWolff (respectievelijk Strange Fruits And Undiscovered Plants uit 2009 en Orchards/Lupine uit 20110) heb ik op deze BLOG de hemel in geprezen, maar op één of andere manier heb ik de vierde plaat van het trio, het in 2012 verschenen IV, gemist.

Die plaat heb ik onlangs, op zoek naar de nieuwe plaat van de band, alsnog beluisterd en ik kon al snel concluderen dat er ook met de vierde van DeWolff helemaal niets mis was. Die conclusie gaat ook weer op voor de vijfde plaat van de Limburgers, het onlangs verschenen Grand Southern Electric.

Voor deze plaat togen de Limburgers naar het Zuiden van de Verenigde Staten, waar ze samen werkten met Black Keys producer Mark Neill. Grand Southern Electric klinkt hierdoor misschien net wat Amerikaanser dan zijn voorgangers, maar heel groot zijn de verschillen niet.

Vergeleken met de eerste platen van DeWolff hebben de invloeden uit de psychedelica een stapje terug moeten doen en verder hebben de songs met een kop en een staart het gewonnen van de wat langer uitgesponnen jams. Niks mis mee wat mij betreft, want psychedelica is er op het moment al genoeg en songs met een kop en een staart gaan uiteindelijk langer mee dan jams.

Wat gebleven is het feit dat DeWolff nog altijd een bak vol invloeden uit een ver verleden verwerkt in haar muziek. Het zijn invloeden die stammen uit een tijd waarin de leden van de band nog lang niet geboren waren en het zijn zowel invloeden uit de Verenigde Staten als uit het Verenigd Koninkrijk.

Het zijn zoveel invloeden dat iedereen er zijn of haar eigen favorieten uit het verre verleden uit kan pikken. Zo hoor ik zelf vooral invloeden van Deep Purple (vanwege het orgel) en Led Zeppelin (vanwege de zang), maar fans van The Allman Brothers Band en Lynyrd Skynyrd horen waarschijnlijk flink wat van hun favoriete bands in de muziek van DeWolff en zo kan ik nog wel wat namen noemen.

Wanneer ik Grand Southern Electric vergelijk met de platen waarmee DeWolff een paar jaar geleden op de proppen kwam, hoor ik vooral heel veel muzikale groei. Het gitaarwerk en het nadrukkelijk aanwezige orgeltje klinken heerlijk en ook de zang is klassen beter dan een paar jaar geleden. Wat voor de instrumentatie en de zang geldt, geldt ook voor de songs. DeWolff maakt songs waarvoor de grote voorbeelden van de band zich een aantal decennia geleden niet geschaamd zouden hebben en het zijn bovendien songs die veel beter zijn dan die van de concurrenten in het genre dat wat oneerbiedig '70s retro' wordt genoemd.

Zelf vind ik DeWolff veel meer dan een retro band. De band laat zich weliswaar inspireren door de rijke geschiedenis van de rockmuziek (en wie doet dit niet?), maar geeft uiteindelijk toch haar eigen draai aan al deze invloeden.

Grand Southern Electric had ik een aantal decennia geleden al graag in de kast gehad en pik ik er nu liever uit dan de platen van de hierboven genoemde bands. Wederom een bijzonder knappe prestatie van de Limburgers dus. Erwin Zijleman

DeWolff - Love, Death & In Between (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: DeWolff - Love, Death & In Between - dekrentenuitdepop.blogspot.com

DeWolff - Love, Death & In Between
Nu de coronapandemie (tijdelijk?) achter ons ligt pakt de Limburgse band DeWolff flink uit met een lang en vol klinkend album, waarop de band de archieven van de jaren 70 induikt zonder ook maar een moment gedateerd te klinken

Ik vond de laatste albums van de Nederlandse band DeWolff net wat minder goed dan de eerste albums van de band, maar met Love, Death & In Between slaat de Limburgse band keihard terug. Samen met flink wat gastmuzikanten zoekt en vindt de band haar inspiratie in de jaren 70 en imponeert het ruim een uur lang met muzikaal en vocaal vuurwerk. Naast de vertrouwde invloeden uit de bluesrock en de psychedelica klinkt de band dit keer ook lekker soulvol. In de uptempo songs gaan de pannen van het dak, maar ook als DeWolff gas terug neemt zit je op het puntje van je stoel. Er zijn meer bands als DeWolff, maar zo goed als de Nederlandse band zijn er echt maar heel weinig.

Ik heb sinds 2009 veel aandacht besteed aan de muziek van de Nederlandse band DeWolff, die de afgelopen veertien jaar een indrukwekkend aantal uitstekende albums heeft uitgebracht. Na het met bescheiden middelen en ‘on the road’ opgenomen Tascam Tapes uit 2020 raakte ik echter ook wel wat uitgekeken op de muziek van de Limburgse band. Het in 2021 verschenen Wolffpack deed me veel minder dan de meeste andere DeWolff albums en ook het vorig jaar met de Amerikaanse band Dawn Brothers gemaakte Double Cream raakte me minder dan gebruikelijk.

Ik begon daarom met bescheiden verwachtingen aan de beluistering van het nieuwe album van de band, maar wat is Love, Death & In Between een fantastisch album geworden. Na het relatief sobere Tascam Tapes en het in coronatijd en daarom deels individueel opgenomen Wolffpack, vond de Nederlandse band het weer eens tijd voor een ouderwets opgenomen album. De studio werd daarom naast de broers Pablo en Luka van de Poel en Robin Piso gevuld met heel veel gastmuzikanten, waarna de tracks live werden ingespeeld. Het levert een energieke luistertrip op, die ruim 65 minuten lang de aandacht opeist.

DeWolff vond de inspiratie voor Love, Death & In Between tijdens een roadtrip door de Verenigde Staten, die de band onder andere bij een dienst in de kerk van Al Green in Memphis, Tennessee bracht. Ik moest onmiddellijk denken aan de kerkdienst in de legendarische jaren 70 film The Blues Brothers (de film zelf is overigens uit 1980), waarvoor Love, Death & In Between niet zou misstaan als alternatieve soundtrack.

DeWolff citeerde op haar vorige albums al nadrukkelijk uit de muziek die in de jaren 60 en 70 werd gemaakt en doet dat ook weer op haar nieuwe album, dat een flinke soulinjectie heeft gekregen. Het met flink wat muzikanten gemaakte albums staat vol met heerlijk gitaarwerk, fantastisch klinkende Hammond en Wurlitzer orgels en voegt ook nog blazers en koortjes toe. Het gevaar van overdaad ligt op de loer, maar Love, Death & In Between klinkt geen moment overdadig. DeWolff neemt in flink wat songs gas terug en als er flink wordt uitgepakt is dat functioneel.

Er zijn wel meer bands die putten uit de rijke archieven van met name de jaren 70 en een voorkeur hebben voor de genres die ook DeWolff aanpakt, waaronder psychedelica, bluesrock en dit keer veel soul, maar er zijn niet veel bands die het geluid en de sfeer van de jaren 70 zo goed weten te vangen als DeWolff. Love, Death & In Between staat vol met gitaarsolo’s en orgelspel zoals je dat tegenwoordig nauwelijks meer hoort, maar het knappe van de muziek van de Limburgse band is dat ook Love, Death & In Between weer geen moment klinkt als een opgewarmde prak uit het verre verleden.

De band speelt met veel passie en gevoel en slaat bovendien steeds weer net wat andere wegen in, waardoor een speelduur van ruim 65 minuten niet teveel van het goede is en ook een track van 16 minuten blijft boeien. In muzikaal opzicht knalt Love, Death & In Between uit de speakers, maar ook de zang op het album is fantastisch en dit geldt zowel voor de leadzang als voor de achtergrondzang. Ik was een beetje uitgekeken op DeWolff, maar ben weer helemaal bij de les door dit album dat wat mij betreft moet worden gerekend tot de beste DeWolff albums tot dusver. Erwin Zijleman

DeWolff - Muscle Shoals (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: DeWolff - Muscle Shoals - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: DeWolff - Muscle Shoals
De Limburgse band DeWolff nam haar nieuwe album op in Muscle Shoals en liet zich in muzikaal opzicht stevig beïnvloeden door de geschiedenis van dit bijzondere en roemruchte muziekstadje in Alabama

DeWolff houdt de vaart er in en heeft in een betrekkelijk korte periode een indrukwekkend oeuvre opgebouwd. Muscle Shoals werd opgenomen in de gelijknamige plaats en dat is er een die een indrukwekkend stempel heeft gedrukt op de geschiedenis van de popmuziek. DeWolff heeft dit keer wat meer soul in haar muziek gestopt, maar is nog altijd goed voor veel muzikaal vuurwerk en flink wat energie. De mix van blues, rock en soul knalt uit de speakers en zorgt in ieder geval bij mij voor een goed gevoel. Het rockt misschien wat minder dan in het verleden, maar Muscle Shoals klinkt wat mij betreft zo opwindend als we inmiddels van de Limburgse band mogen verwachten.

Het debuutalbum van de Nederlandse band DeWolff is pas vijftien jaar oud, maar desondanks leverde de band vorige week alweer haar tiende studioalbum af, terwijl hiernaast ook nog vier live-albums verschenen. Van de vorige negen studioalbums besprak ik er zeven op de krenten uit de pop, wat betekent dat ik de Limburgse band hoog heb zitten.

Desondanks vond ik vorige week dat ik het nieuwe album van de band best even kon laten liggen. Voor mijn gevoel was het vorige album van de band immers nog niet eens zo oud. Daar zat ik fout, want Love, Death & In Between verscheen aan het begin van 2023 en is dus bijna twee jaar oud, wat in het oeuvre van DeWolff een immense kloof is. Er is nog een reden om het nieuwe album van de band niet te laten liggen en dat is het feit dat het tiende album van DeWolff wederom een prima album is.

Zoals de titel en de cover al doen vermoeden toog de Limburgse band voor het opnemen van Muscle Shoals naar deze legendarische plaats in het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Muscle Shoals, Alabama, is een wat onbeduidend stadje aan de oevers van de Mississippi, maar het is een stadje met een grote historische waarde, onder andere in de popmuziek.

Die historische betekenis dankt het stadje aan de FAME Studios en de Muscle Shoals Sound Studio, die in de jaren 60 neerstreken in Muscle Shoals. De soulmuziek die in deze studio’s werd gemaakt zorgde ervoor dat Muscle Shoals met name in de jaren 60 en 70 de “Hit Recording Capital of the World” werd genoemd, waarna vele muzikanten van naam en faam studiotijd inboekten in Alabama. Die status hebben het stadje en de studio al lang niet meer, maar Muscle Shoals blijft een bedevaartsoord voor muziekliefhebbers en muzikanten.

Dat DeWolff voor haar nieuwe album neerstreek in Muscle Shoals is niet zo gek. De Limburgse band maakt al sinds haar debuutalbum muziek die niet alleen de jaren 70 ademt, maar ook zomaar gemaakt zou kunnen zijn aan de oevers van de Mississippi. Het nieuwe album van de band werd daadwerkelijk gemaakt aan deze oevers en dat geeft het album wat extra’s.

Dat extra’s krijgt de band ook omdat het kon werken met topproducer Ben Tanner, onder andere bekend van Alabama Shakes, The Secret Sisters en Nicole Atkins. Pablo van de Poel (gitaar/zang), Luka van de Poel (drums/zang) en Robin Piso (orgels) doen verder zoals altijd hun eigen ding en dat klinkt weer fantastisch.

Net als de vorige albums van de Limburgse band heeft Muscle Shoals een jaren 70 vibe, maar het album klinkt weer net wat anders dan zijn voorgangers. Southern rock en bluesrock zijn nog altijd belangrijke bestanddelen van de muziek van DeWolff, maar de band voegt er dit keer ook flink wat invloeden uit de Southern soul aan toe.

Het levert een geluid op dat mij wel bevalt, al kan ik me voorstellen dat liefhebbers van het wat rauwere werk van DeWolff het album wat minder goed vinden. Dat rauwe werk is goed te horen op een aantal van de vorige albums van de band, waardoor ik de stap in de nieuwe richting alleen maar als positief beoordeel. Het is verder ook niet zo gek dat de roemruchte geschiedenis van Muscle Shoals zijn weerslag heeft op het album. Ik ben nu al benieuwd welke weg DeWolff de volgende keer inslaat, maar met dit album kan ik prima uit de voeten. Erwin Zijleman

DeWolff - Roux-Ga-Roux (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: DeWolff - Roux-Ga-Roux - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Limburgse band DeWolff dook een jaar of acht geleden op en maakte direct indruk. Destijds ging het nog een stel jonge honden, die op fascinerende wijze aan de haal gingen met rockmuziek uit de jaren 60 en 70; muziek die werd gemaakt ver voordat de muzikanten van DeWolff werden geboren.

Echte jonge honden zijn het inmiddels niet meer, maar de rockmuziek uit de jaren 60 en 70 is DeWolff gelukkig trouw gebleven.

Het bracht de band in 2014 in de Verenigde Staten, waar met Black Keys producer Mark Neill het uitstekende Grand Southern Electric werd opgenomen. Enig minpuntje van deze plaat was dat de invloeden uit de psychedelica wat naar de achtergrond waren gedrongen, maar deze zijn op Roux-Ga-Roux gelukkig weer helemaal terug.

Als ik luister naar Roux-Ga-Roux van DeWolff zit ik weer op mijn tienerkamer en luister ik naar de destijds grijsgedraaide platen van Deep Purple, Led Zeppelin, The Doors en The Rolling Stones. Allemaal bands met een eigen en uit duizenden herkenbaar geluid, maar DeWolff veegt alles moeiteloos op één hoop en voegt er ook nog invloeden van bands aan toe die ik op mijn tienerkamer nog niet had ontdekt, waaronder met name The Allman Brothers Band, Grand Funk Railroad en iedere band waarin Eric Clapton in de jaren 60 en 70 speelde.

De muzikanten van DeWolff vielen op hun debuut al op door hun muzikaliteit, maar in muzikaal opzicht is de band de afgelopen acht jaar ook nog eens enorm gegroeid. Roux-Ga-Roux maakt indruk met spetterend gitaarwerk, heerlijk orgelspel en vocalen die, net als bij de grote voorbeelden, uit de tenen komen.

Ritmesecties worden over het algemeen wat ondergewaardeerd en ook bij DeWolff treedt de ritmesectie niet direct op de voorgrond. De basis van bas en drums staat echter als een huis en is de basis van al het moois dat er op wordt gebouwd. Dit bouwwerk is door het geweldige gitaarspel en het nadrukkelijk aanwezige orgel al flink vol, maar wordt nog wat voller door incidenteel toegevoegde blazers en funky achtergrond vocalen.

Het levert een plaat op vol geweldige songs, muzikaal vuurwerk en herinneringen aan de hoogtijdagen van bluesrock, psychedelische rock, Southern rock en hardrock, maar misschien nog wel het knapste van Roux-Ga-Roux is dat DeWolff alle invloeden aan elkaar smeedt tot een groots maar ook uniek eigen geluid.

Twee decennia van de beste rockmuziek samengebald op één prachtige plaat. Ik kan er echt geen genoeg van krijgen. Erwin Zijleman

DeWolff - Tascam Tapes (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: DeWolff - Tascam Tapes - dekrentenuitdepop.blogspot.com

DeWolff - Tascam Tapes
Het nieuwe album van DeWolff werd met zeer bescheiden middelen “on the road” opgenomen, maar het verrassend soulvolle album, dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 70, is zeker geen tussendoortje, misschien wel hun beste album zelfs

De Limburgse band DeWolff blijft verbazen. De band verrijkt haar door 70s bluesrock geïnspireerde muziek dit keer met flink wat soul, funk en zelf een beetje disco, maar ook voor de liefhebber van rauwe bluesrock valt er genoeg te genieten op dit met eenvoudige middelen opgenomen album. Bas en drums kwamen uit de sampler, waarna gitaar, keyboard, mondharmonica en zang live werden toegevoegd. “A 50$ album that sounds like a million bucks” noemt de band het zelf en daar kan ik na enige gewenning alleen maar in mee gaan. DeWolff zet weer een volgende stap en het is er een die steeds mooier en onmisbaarder wordt.

Op de cover van het nieuwe album van de Nederlandse band DeWolff prijkt de volgende tekst: “This is DeWolff’s New Album. It Was Recorded On The Road For Less Than 50$. But It Sounds Like A Million Bucks!” Voor net geen 50$ kocht de band een stokoude Tascam viersporen-cassetterecorder op batterijen, die “on the road” werd gebruikt voor het opnemen van het nieuwe album van de band.

Bij het opnemen van Tascam Tapes liet de band zich inspireren door de muziek die eerder in de toerbus voorbij was gekomen en dat was zo te horen opvallend veel soul, disco en funk, al is de band de blues en de rock gelukkig ook niet vergeten.

Tascam Tapes werd met beperkte middelen opgenomen en dat hoor je ook wel. Drums en bas kwamen uit de sampler, waarna gitaar, keyboards, mondharmonica en zang live werden toegevoegd. Het is een opnameproces dat goed past bij de muziek van DeWolff. Tascam Tapes opent rauw en bluesy, maar staat ook vol zwoele soul, moddervette funk en een vleugje disco.

De muziek van DeWolff leek altijd al muziek van een paar decennia geleden en het gevoel dat je naar een album uit de jaren 70 aan het luisteren bent is bij beluistering van Tascam Tapes alleen maar sterker geworden. De bluesy wortels van de band komen goed tot zijn recht in het voor DeWolff begrippen betrekkelijk ingetogen geluid.

De bluesy gitaarlicks komen prachtig uit de speakers en combineren fraai met de heerlijk soulvolle zang op het album. Wanneer DeWolff kiest voor de blues schuurt het dicht tegen The Black Keys aan, zonder ook maar een moment onder te doen voor de Amerikaanse band. In de meeste tracks heeft het bluesy geluid van DeWolff echter een soulinjectie gekregen.

Het heerlijk zompige gitaargeluid wordt gecombineerd met soulvolle samples van bas en drums, waarna zweverige synths het geluid van DeWolff hier en daar ook nog eens voorzien van een psychedelisch tintje of een snufje disco. Nog meer dan de vorige albums van DeWolff heeft Tascam Tapes een 70s feel, maar het is een 70s album dat ik nog niet in de kast had staan.

Tascam Tapes klinkt aan de ene kant als een snel in elkaar gefrommeld tussendoortje dat de verveling in de toerbus, in motels en backstage moest tegengaan, maar aan de andere kant is het een ijzersterk album dat ondanks de speelduur van maar net iets meer dan een half uur een waardevolle aanvulling vormt op de vorige albums van de band.

Het gitaarwerk op het album is net als op de vorige albums onweerstaanbaar lekker, de zang is door de soulvolle accenten uitstekend en ook de synths vallen in positieve zin op, maar het knapst vind ik misschien nog wel de gesampelde ritmes, die steeds weer net wat anders klinken, maar er ook steeds weer in slagen om de muziek van DeWolff een groovy feel te geven. De samples waren waarschijnlijk een stuk duurder dan de eenvoudige viersporenrecorder die werd gebruikt voor het opnemen van het album, maar het was het geld waard.

In het begin is het misschien even wennen, maar hoe vaker ik naar Tascam Tapes luister, hoe beter ik het album vind. Het is een album dat ik waarschijnlijk vaker ga beluisteren dan de vorige albums van de band, die in het genre in Nederland op eenzame hoogte staat, maar ook internationaal gezien opzien moet gaan baren met het soulvolle Tascam Tapes. Erwin Zijleman

DeWolff - Thrust (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: DeWolff - Thrust - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Nederlandse band DeWolff gaat inmiddels al weer tien jaar mee en is in die tien jaar goed voor platen die me onmiddellijk terugwerpen in de tijd.

De Limburgse band maakt platen die niet hadden misstaan tussen de platen die mijn jeugdhelden maakten en dat is een prestatie van formaat.

Er zijn veel meer bands die teruggrijpen op de rijke historie van de rockmuziek en in de voetsporen treden van bands als Led Zeppelin, Deep Purple, The Allman Brothers Band, Cream en noem ze maar op, maar waar ik bij beluistering van de platen van de meeste van deze bands direct verlang naar de platen van mijn jeugdhelden, beluister ik de platen van DeWolff van de eerste tot de laatste noot.

De Limburgse band heeft inmiddels acht platen op haar naam staan (de debuut EP en een live album meegeteld) en het zijn allemaal platen die voortborduren op de muziek van enkele decennia geleden.

De piepjonge honden van tien jaar geleden zijn inmiddels volwassen en hebben in de tien jaar dat DeWolff bestaat veel bijgeleerd. De band beschikt inmiddels over een eigen studio waarin lekker kan worden gesleuteld aan de rockmuziek van de band en de leden van de band zijn in muzikaal opzicht flink gegroeid. Thrust klinkt daarom weer beter dan de vorige platen van de band en citeert weer op onweerstaanbare wijze uit de bluesrock en hardrock van de jaren 70, waarbij een snufje of een flinke wolk psychedelica nooit wordt vergeten.

Voor de liefhebbers van deze genres klopt op Thrust alles. De ritmesectie speelt bijzonder trefzeker, het orgeltje stuwt de muziek van DeWolff naar steeds grotere hoogten en het gitaarwerk is zoals altijd fantastisch, net als de zang, die de grote rockbands uit de jaren 70 met terugwerkende kracht jaloers zal maken.

DeWolff maakt geen moment een geheim van haar inspiratiebronnen, maar is er weer in geslaagd om een plaat te maken die je er in de jaren 70 bij zou hebben gehad, al is het maar omdat de band niet alleen prachtig voluit kan spelen, maar ook subtiel gas kan terugnemen.

De band tekende dit keer zelf voor de productie en ook dit kunstje beheerst de Limburgse band inmiddels perfect, want wat knalt Thrust heerlijk uit de speakers. In muzikaal opzicht laat de band nog altijd groei horen en die groei hoor je ook in de teksten, die dit keer uithalen naar de nieuwe Amerikaanse president en naar populisten in ons eigen land, maar die ook een inkijkje geven in het niet altijd makkelijke leven ‘on the road’.

Het geeft Thrust meer diepgang, maar gelukkig is het ook nog altijd een plaat die uitnodigt tot het bespelen van de luchtgitaar en die de huidige tijd weer even verruilt voor de jaren 70, waarin de magie niet uit de computer of telefoon kwam, maar direct uit de groeven van de platenspeler. Alle reden dus om Thrust op vinyl aan te schaffen, de telefoon uit te schakelen en intens te genieten van de rockmuziek van Limburgs en Nederlands trots. Erwin Zijleman

Dexys - Let the Record Show: Dexys Do Irish and Country Soul (2016)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dexys - Let The Record Show: Dexys Do Irish And Country Soul - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Kevin Rowland is absoluut een bijzondere persoonlijkheid, maar hij is ook zeker een bijzonder muzikant.

Rowland stond aan het begin van de jaren 80 aan het roer van Dexys Midnight Runners, dat met Searching For The Young Soul Rebels (1980) en Too-Rye-Ay (1982) twee platen maakte die inmiddels best klassiekers mogen worden genoemd.

Dat geldt in kwalitatief opzicht zeker ook voor het uit 1985 stammende Don’t Stand Me Down, maar die plaat deed volkomen ten onrechte helemaal niets en moet het daarom doen met een cultstatus.

Kevin Rowland maakte vervolgens nog twee soloplaten, waarvan de eerste aardig was en de tweede een draak, maar vervolgens was het stil, tot de eigenzinnige Brit in 2012 opdook met de band Dexys.

Het in 2012 verschenen One Day I'm Going To Soar bleek een verrassend sterke plaat, die in Engeland terecht de hemel werd ingeprezen maar in Nederland helaas niet veel deed.

Dexys is nu terug met Let The Record Show: Dexys Do Irish And Country Soul. Op basis van de titel had ik een plaat vol Ierse traditionals verwacht, maar dat blijkt niet het geval. Er staan er een aantal op de nieuwe plaat van Dexys, maar Kevin Rowland en zijn kompanen gaan ook in de haal met wereldhits als To Love Somebody en Smoke Gets In Your Eyes en met minder voor de hand liggende covers van How Do I Live van LeAnn Rimes en Joni Mitchell’s Both Sides Now.

Ik geef eerlijk toe dat ik de plaat bij eerste beluistering wat zoetsappig en gezapig vond klinken (de associatie met de kledingstijl van Kevin Rowland is snel gemaakt), maar de nieuwe plaat van Dexys is er, net als zijn voorganger, een die groeit.

Op Let The Record Show: Dexys Do Irish And Country Soul begeeft Dexys zich op een terrein dat al door velen is platgewalst, maar door de eigenzinnige aanpakt blijft de band vrij makkelijk overeind. Op haar nieuwe plaat klinkt Dexys als een laid-back uitvoering van Van Morrison en dat klinkt na enige gewenning bijzonder aangenaam.

Liefhebbers van muziek met een rauw randje zijn bij Dexys aan het verkeerde adres, net als een ieder die allergisch is voor muziek die op het randje van kunst en kitsch balanceert. Zeker als je de plaat wat vaker hoort valt echter op dat Kevin Rowland veel gevoel en liefde in zijn vertolkingen van bekende en minder bekende songs legt.

Rowland blijft een vreemde snuiter, maar als muzikant maakt hij op Let The Record Show: Dexys Do Irish And Country Soul toch weer indruk, zeker als je gewend bent aan het wat gezapige geluid en het juiste tijdstip voor het beluisteren van de plaat hebt gevonden. Erwin Zijleman

Dia Frampton - Bruises (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dia - Bruises - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De naam Dia (Frampton) deed bij mij niet direct een belletje rinkelen, maar toen ik op zoek ging naar meer informatie over haar nieuwe plaat, bleek ik haar toch al een tijdje te kennen.

Een jaar of tien geleden maakte Dia Frampton immers samen met haar zus Meg Frampton een aantal bijzondere platen als Meg & Dia.

De platen van de zusjes uit Utah deden helaas niet heel veel, maar smaakten zeker naar meer. Op dat meer hebben we een tijdje moeten wachten, maar het is nu eindelijk beschikbaar.

Dia Frampton besloot een paar jaar geleden om het zonder haar zus te proberen en bracht een soloplaat uit die niet veel aandacht wist te trekken. Het onlangs verschenen Bruises moet dat wel gaan doen, want het is een buitengewoon ambitieuze plaat, die zowel bij een breed publiek als bij een selecte groep muziekliefhebbers in de smaak moet kunnen vallen.

Dia heeft een hele mooie heldere stem met een aangenaam rauw randje. Het is een stem die uitstekend gedijt in een aantal van de wat zweverigere popsongs op Bruises, maar het is ook een stem die kan schitteren in de rijk geproduceerde songs op de plaat.

Bruises werd geproduceerd door Dan Heath, die eerder werkte met onder andere Lana Del Rey. Heath heeft Bruises voorzien van een smaakvolle maar tegelijkertijd ook radiovriendelijke productie. Het is een productie waarin enerzijds wordt gekozen voor buitengewoon stemmige klanken, maar Bruises kan ook flink uitpakken.

In de instrumentatie staan de strijkers van het Hungarian Studio Orchestra centraal. Deze strijkers ondersteunen de bijzonder mooie stem van Dia met subtiele klanken, maar de strijkers kunnen ook flink aanzwellen of samen met flink wat elektronica zorgen voor het zwaar aangezette popgeluid dat het momenteel zo goed doet.

Zeker wanneer Dia kiest voor flink wat pop in haar muziek en ze haar meest soulvolle strot open trekt, kan de singer-songwriter uit Salt Lake City moeiteloos concurreren met de succesvolste popprinsessen van het moment, maar Dia Frampton is op hetzelfde moment ook veel en veel beter dan deze popprinsessen en komt op de proppen met songs die makkelijk verleiden, maar ook de fantasie continu prikkelen.

Bruises zal zeker niet bij iedereen in de smaak vallen, maar ik vind het een bijzonder sterke plaat. Bruises valt op door hele mooie vocalen, een blinkende productie en lekker in het gehoor liggende songs, maar het is ook een plaat vol verleiding, avontuur en toverkracht. Het is bovendien een zeer dynamische plaat waarop een zacht briesje binnen een paar noten om kan slaan in een orkaan.

Zeker wanneer je lekker wegdroomt bij de klanken van Bruises wint de plaat heel snel aan kracht en voor mij is Bruises inmiddels zelfs al wat verslavend en nog veel beter dan ik op basis van de platen van Meg & Dia had verwacht. Erwin Zijleman

Diana Jones - Song to a Refugee (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Diana Jones - Song To A Refugee - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Diana Jones - Song To A Refugee
Het was een tijd stil rond de Amerikaanse singer-songwriter Diana Jones, maar met het fraaie Song To A Refugee is ze weer helemaal terug als een van de smaakmakers in het genre

Song To A Refugee van Diana Jones is een conceptalbum met de vluchtelingenproblematiek als centraal thema. De Amerikaanse singer-songwriter kruipt in de huid van vluchtelingen en doet dit vol gevoel en compassie. Het thema is mooi, maar ook in vocaal en muzikaal opzicht is Song To A Refugee een ijzersterk album. De instrumentatie is sober en stemmig, maar ook zeer trefzeker en zoals altijd vertolkt Diana Jones haar songs op doorleefde wijze. Song To A Refugee duikt deze weken op in flink wat jaarlijstjes en hoog in de jaarlijstjes die zich vooral richten op Amerikaanse rootsmuziek. Er valt wat mij betreft niets op af te dingen.

In de meeste jaarlijstjes waarin Amerikaanse rootsmuziek centraal staat is er een mooie plek gereserveerd voor het album dat de Amerikaanse singer-songwriter Diana Jones dit jaar heeft uitgebracht. Het is een album dat bij mij maar om één reden op de stapel is blijven en dat is het feit dat het album niet op vinyl is uitgebracht. Het is geen goede reden natuurlijk, al blijft vinyl zoveel leuker dan een cd’tje. Uiteindelijk moet het echter gaan om de kwaliteit van het album en na één keer horen is duidelijk dat Diana Jones eerder dit jaar met Song To A Refugee een hoogstaand album heeft gemaakt.

Song To A Refugee is in meerdere opzichten een hoogstaand album. Allereerst is er de thematiek. Diana Jones bezingt op haar meest recente album de vluchtelingenproblematiek, waarbij ze met grote regelmaat in de huid van vluchtelingen kruipt. We vinden hier in Nederland dat we het de afgelopen negen maanden best zwaar hebben gehad zonder cafés, restaurants, concerten en festivals, maar het is natuurlijk niet te vergelijken met mensen die huis en haard achter zich laten omdat het er niet langer veilig of leefbaar is.

Diana Jones bezingt het lot van vluchtelingen wereldwijd, uiteraard met speciale aandacht voor de vluchtelingenproblematiek in het zuiden van de Verenigde Staten, en doet dat met hart en ziel. Het is een verademing na alle holle retoriek rond de motieven en het lot van vluchtelingen.

Song To A Refugee is ook een hoogstaand album door de zang die, zoals altijd bij Diana Jones, prachtig is. De Amerikaanse singer-songwriter beschikt, net als bijvoorbeeld soortgenoot Iris DeMent, over een bijzondere stem en beschikt bovendien over het vermogen om veel emotie en urgentie in haar stem te leggen. Het is een stem die niet bij alle liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in de smaak valt, maar ik vind het inmiddels al een aantal jaren prachtig.

Het is een stem die bovendien prachtig kleurt bij die van anderen, wat nog maar eens blijkt wanneer Steve Earle, Richard Thompson en Peggy Seeger aanschuiven in het fraaie We Believe You of wanneer The Chapin Sisters hun stemmen toevoegen. De doorleefde en emotievolle vocalen op Song To A Refugee passen natuurlijk ook nog eens prachtig bij de thematiek en het hart onder de riem voor vluchtelingen waar dan ook ter wereld.

Naast de thematiek en de geweldige zang is Song To A Refugee ook nog eens een prachtig rootsalbum waarop gloedvol wordt gemusiceerd door een aantal gelouterde muzikanten, onder wie de zeer ervaren David Mansfield, die het album ook produceerde. De meeste songs op het album zijn betrekkelijk sober, maar zeer smaakvol gearrangeerd, met meestal een hoofdrol voor fraai gitaarwerk en hiernaast fraaie bijdragen van onder andere de viool.

Het was de afgelopen jaren behoorlijk stil rond Diana Jones, maar met Song To A Refugee heeft ze een prachtig album afgeleverd. Het is een album dat niet alleen laat horen dat het hart van Diana Jones op de juiste plek zit, maar dat ook nog maar eens onderstreept dat de Amerikaanse singer-songwriter binnen de Amerikaanse rootsmuziek tot de smaakmakers moet worden gerekend. Song To A Refugee is bovendien een album dat thuishoort in de jaarlijstjes, inclusief die van mij. Erwin Zijleman

Diana Krall - Wallflower (2015)

poster
3,5
De krenten uit de pop: Diana Krall - Wallflower - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Natuurlijk kan ze veel en veel beter, maar als je zo kunt zingen klinkt het wel heel lekker.

Platen van Diana Krall liet ik altijd links liggen, maar sinds de Canadese jazzzangeres is getrouwd met Elvis Costello probeer ik het iedere keer toch even, je weet het immers maar nooit.

Het was tot dusver zeker geen garantie voor succes, maar iets meer dan twee jaar geleden was het dan toch opeens raak. Het met songs uit de jaren 30 en 40 gevulde Glad Rag Doll bleek een geweldige plaat, die ook in rootskringen warm werd onthaald.

Dat was natuurlijk mede de verdienste van topproducer T Bone Burnett en geweldige muzikanten als Marc Ribot, Jay Bellerose, Bryan Sutton en natuurlijk Elvis Costello zelf, maar ook Diana Krall zelf droeg met geweldige en wat meer doorleefde vocalen nadrukkelijk bij aan de kwaliteit van Glad Rag Doll.

Het leverde me ook nog een persoonlijk succesje op, want de recensie van de zo geslaagde plaat van Diana Krall trok opvallend veel lezers en staat nog altijd in de top 10 van de meest gelezen recensies op mijn BLOG.

De opvolger van Glad Rag Doll zou eigenlijk al in de herfst van 2014 verschijnen, maar een vanwege een longontsteking moest Diana Krall haar tour cancelen en werd ook het album uitgesteld. Op de cover van Wallflower heeft Diana Krall haar gewaagde outfit van Glad Rag Doll verruild voor een leren jack en kijkt ze wat boos in de camera. Ook in muzikaal opzicht is Wallflower een totaal andere plaat dan Glad Rag Doll.

Diana Krall vertolkt dit keer songs van recentere datum en kiest bovendien voor een zwaar georkestreerd geluid met vooral piano en heel veel strijkers. Het past prachtig bij haar geweldige stem, maar persoonlijk prefereer ik toch het meer rootsy en veel rauwere geluid van Glad Rag Doll. Ik ging er daarom van uit dat ik heel snel klaar zou zijn met Wallflower, maar de plaat heeft op het juiste moment en in de juiste setting toch wel wat.

Diana Krall heeft dit keer zoals gezegd gekozen voor songs van recentere datum, waaronder de nodige klassiekers. Nu valt het niet mee om nog wat toe te voegen aan klassiekers als California Dreaming, Desperado, Alone Again, Sorry Seems To Be The Hardest Word, I’m Not In Love, Wallflower (vertolkt met de ontdekking van 2014, Blake Mills) en Don’t Dream It’s Over, maar Diana Krall slaagt er zo af en toe in. Dit doet ze door de songs op uiterst sobere en vaak bijna lome wijze te vertolken.

De bijna klassiek aandoende productie van David Foster, die zijn kast vol heeft staan met Grammy’s, is niet echt mijn ding, maar het is fraai hoe de stemmige klanken compleet in dienst staan van de geweldige zang van Diana Krall. Er zijn niet veel zangeressen die mooier zingen dan de Canadese jazzzangeres.

Zo goed als Glad Rag Doll is Wallflower zeker niet, maar na enige gewenning bevat de pure popplaat die Diana Krall dit keer heeft gemaakt toch wel wat memorabele vertolkingen van grote songs en is de zang werkelijk oorstrelend.

Volgende keer liever weer een wat meer rootsy geluid, zoals in het op deze plaat wat uit de toon vallende Operator (That’s Not The Way It Feels) of liever nog zoals op Glad Rag Doll, maar als tussendoortje kan dit net, bijvoorbeeld aan het eind van een drukke dag. Dat Diana Krall veel en veel beter kan en moet zal echter duidelijk zijn. Erwin Zijleman

Diana Silvers - From Another Room (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Diana Silvers - From Another Room - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Diana Silvers - From Another Room
Succesvolle actrices die gaan zingen; het is meestal geen goed idee, maar dat het ook anders kan laat de Amerikaanse actrice en muzikante Diana Silvers horen op haar uitstekende debuutalbum From Another Room

Min of meer bij toeval liep ik tegen het debuutalbum van Diana Silvers aan en het is een album dat me uitstekend bevalt. De muzikante uit New York beschikt over een bijzonder mooie stem en het is een stem die het goed doet in het folky repertoire dat domineert op haar debuutalbum. From Another Room doet af en toe denken aan de albums die werden gemaakt binnen de Laurel Canyon scene van de jaren 60 en 70, maar Diana Silvers kan naast tijdloos ook eigentijds klinken. Diana Silvers schrijft ook nog eens mooie en persoonlijke songs, waardoor haar debuutalbum From Another Room een album is dat wat mij betreft opvalt in het enorme aanbod van het moment.

In geen van de releaselijsten die ik de afgelopen week heb bekeken, en dat zijn er behoorlijk wat, kwam ik de naam van Diana Silvers tegen. Min of meer bij toeval zag ik haar deze week verschenen debuutalbum wel in een lijstje met tips op Spotify. Die tips bekijk en beluister ik lang niet altijd, want het muziekplatform tipt me maar zelden iets dat ik nog niet ken en ook nog eens goed vind.

Ik ben echter blij dat ik From Another Room wel heb beluisterd, want ik vind het debuutalbum van Diana Silvers echt heel erg mooi. Het is een naam die voor mij wat uit de lucht komt vallen en dat is niet zo gek, want de Amerikaanse muzikante bracht pas twee maanden geleden haar eerste single uit en vorige maand de tweede. Onbekend is Diana Silvers zeker niet, want ze timmerde de afgelopen jaren stevig en met veel succes aan de weg als model en als actrice.

Dat ze ook kan zingen was tot voor kort een goed bewaard geheim, maar met From Another Room zet Diana Silvers indrukwekkende eerste stappen als muzikante. Gezien haar bekendheid als model en actrice verbaast het me wel dat het debuutalbum van Diana Silvers deze week niet heel veel aandacht krijgt. Het aantal recensies dat het album heeft gekregen is op de vingers van één hand te tellen en met name de wat alternatievere media geven niet thuis.

Het heeft mogelijk te maken met het feit dat actrices die zo nodig willen gaan zingen de schijn meestal flink tegen hebben. Dat is in de meeste gevallen overigens volkomen terecht, maar Diana Silvers verdient absoluut het voordeel van de twijfel. De in Los Angeles opgegroeide maar tegenwoordig in New York woonachtige Diana Silvers kreeg de muziek thuis met de paplepel ingegoten en speelde al op jonge leeftijd cello. Dat instrument verruilde ze uiteindelijk voor de gitaar, die het eenvoudiger maakte om folky songs te schrijven.

Diana Silvers brak op jonge leeftijd door als model en later als actrice, waardoor ze haar muzikale ambities tijdelijk parkeerde. Of ze vanaf nu vol voor de muziek gaat weet ik niet, maar ik hoop het wel. De Amerikaanse muzikante nam haar debuutalbum in elf dagen op en nam hierbij veel in eigen hand. Ze schreef de songs voor het album, tekende voor de productie en uiteraard voor de zang, maar naast het gitaarspel zijn ook de bijdragen van cello, vibrafoon, synths en percussie van de hand van Diana Silvers zelf.

Het levert een intiem en persoonlijk album op en het is een album dat mij absoluut weet te raken. From Another Room is een album dat zeker een folkalbum mag worden genoemd. Het is een folkalbum dat in flink wat tracks doet denken aan de folk die in de jaren 60 en 70 werd gemaakt in de Laurel Canyon bij Los Angeles. Het zijn de tracks op From Another Room die wat nostalgisch aandoen, maar de songs van Diana Silvers klinken incidenteel ook wat moderner, zoals The Dream dat de jaren 60 en 70 direct verruilt voor het heden.

De muziek op het album is zeer smaakvol en voorziet de songs van Diana Silvers van een aangename en warme sfeer. Die sfeer wordt nog wat aangenamer door de stem van de Amerikaanse muzikante, die echt kan zingen en beschikt over een warm en karakteristiek stemgeluid, dat de songs op haar debuutalbum nog wat verder optilt. Ik begrijp inmiddels wel waarom Spotify mij het album tipte, maar ik begrijp niet dat het verder zo stil is rond From Another Room van Diana Silvers, want dit is echt een uitstekend album. Erwin Zijleman

Diane Birch - Flying on Abraham (2024)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Diane Birch - Flying On Abraham - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Diane Birch - Flying On Abraham
Het was een tijd stil rond Diane Birch, maar met Flying On Abraham heeft ze een album gemaakt dat op fraaie wijze de sfeer van de Amerikaanse singer-songwriter albums uit de jaren 70 reproduceert

Als iemand mij had verteld dat Flying On Abraham van Diane Birch een reissue is van een album uit het begin van de jaren 70 had ik het absoluut geloofd, want het is een album dat naadloos aansluit op klassiekers van bijvoorbeeld Carole King en Laura Nyro. Er zijn al stapels albums in dit genre, maar het nieuwe album van Diane Birch valt me zeker niet tegen. Het album verleidt makkelijk met een mooi verzorgd geluid met een jaren 70 vibe en een vleugje soul en ook de zang van Diane Birch is uitstekend. En omdat de Amerikaanse muzikante ook nog eens uitstekende songs schrijft houdt Flying On Abraham de aandacht makkelijk vast en grijp je niet direct naar de klassiekers van weleer.

Toch wel enigszins tot mijn verbazing besprak ik nog niet eerder een album van Diane Birch. De Amerikaanse muzikante maakt immers het soort muziek waar ik van hou en het deze week verschenen Flying On Abraham voelde direct als het spreekwoordelijke warme bad. Ik heb daarom ook naar de eerdere albums van Diane Birch geluisterd en ook Bible Belt uit 2009, Speak A Little Louder uit 2013 en Nous uit 2016 wisten me direct te overtuigen. Het album uit 2013 heb ik overigens al een jaar of elf in de kast staan, maar ik kan me niet herinneren dat ik er ooit naar heb geluisterd.

Van de vier album van de Amerikaanse muzikante bevalt Flying On Abraham me overigens het best, dus ik focus me op dit album. Het is lang stil geweest rond Diane Birch, maar op Flying On Abraham lijkt de tijd stil te hebben gestaan. En niet alleen sinds haar vorige album uit 2016, maar sinds de eerste helft van de jaren 70. Flying On Abraham zou namelijk makkelijk in hetzelfde jaar kunnen zijn gemaakt als Tapestry van Carole King of Gonna Take A Miracle van Laura Nyro.

Nu is de muziek van zowel Carole King als Laura Nyro een inspiratiebron voor veel meer vrouwelijke singer-songwriters, maar ik hoor niet zo heel vaak nieuwe albums die in alle opzichten uit 1971 hadden kunnen stammen. Flying On Abraham ademt echt in alle opzichten de sfeer van de vroege jaren 70. Diane Birch heeft haar nieuwe album voorzien van een warm en gloedvol geluid dat zo lijkt weggelopen uit Los Angeles. Het is een verzorgd geluid met zowel invloeden uit de pop en rock en het is een geluid dat is voorzien van een soulimpuls.

Die soulimpuls komt terug in de stem van Diane Birch, die klinkt als haar grote voorbeelden van lang geleden. Laura Nyro en Carole King dragen het meest relevante vergelijkingsmateriaal aan, maar ook Rickie Lee Jones en Carly Simon kunnen zeker worden genoemd. Als ik luister naar Flying On Abraham van Diane Birch krijg ik zin om de klassiekers van de genoemde grootheden uit de kast te trekken, maar het deze week verschenen album van Diane Birch houdt de aandacht desondanks vrij makkelijk vast. Het geluid van de Amerikaanse muzikante herinnert niet alleen aan muziek uit vervlogen tijden, maar doet er ook niet voor onder.

Flying On Abraham klinkt zo Amerikaans en zo bekend dat ik een legendarische Amerikaanse producer verwachte, maar het album blijkt opgenomen in het Verenigd Koninkrijk en geproduceerd door de Brit Paul Stacey, die ik vooral associeer met Britpop. Paul Stacey haalde wel een flink aantal topmuzikanten naar de Britse studio en dat hoor je.

Flying On Abraham is voorzien van een prachtig geluid met regelmatig geweldig gitaarwerk. Het jaren 70 geluid klinkt op het eerste gehoor misschien erg verzorgd of zelfs glad, zeker wanneer de strijkers aanzwellen, maar als je eenmaal valt voor de charmes van Diane Birch klinkt het album steeds aangenamer en is er steeds meer moois te horen in de fraaie instrumentatie op en productie van het album.

Ook de stem van Diane Birch bevalt me overigens steeds beter, waardoor haar nieuwe album me steeds dierbaarder wordt. Het blijft best bijzonder dat ik haar vorige albums stuk voor stuk heb laten liggen, maar na de zeer goede ervaring met Flying On Abraham blijf ik deze talentvolle Amerikaanse muzikante zeker volgen. Erwin Zijleman

Diet Cig - Do You Wonder About Me? (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Diet Cig - Do You Wonder About Me? - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Diet Cig - Do You Wonder About Me?
Het New Yorkse duo Diet Cig levert tien perfecte popliedjes in 24 minuten af en het zijn popliedjes die na aangenaam en onweerstaanbaar ook nog interessant worden

Drie jaar geleden was ik zeer gecharmeerd van het debuut van het New Yorkse duo Diet Cig. Het was een debuut zonder muzikale hoogstandjes en zonder pretenties, maar wat klonken de songs op het debuut van Diet Cig lekker. Het kunstje van het debuut wordt nu nog eens herhaald op Do You Wonder About Me?, dat minstens net zo onweerstaanbaar is. Het rammelt aan alle kanten en vernieuwend is het geen moment, maar wat word je weer vrolijk van de muziek van Diet Cig. Het duo schiet met een noodgang door tien songs en ze klinken zeker niet allemaal hetzelfde. En na die 24 minuten zet je het album gewoon nog een keer op.

De term “guilty pleasure” wordt meestal gebruikt voor iets dat je eigenlijk niet goed mag vinden maar stiekem toch goed vindt. Het herinnert me aan de alternatieve platenzaken van vroeger, waarin je altijd het gevoel had dat je op je muzieksmaak werd beoordeeld wanneer je wilde afrekenen. Het bracht me er wel eens toe om een LP of cd te laten verzegelen omdat het zogenaamd een cadeautje was voor een al dan niet bestaand nichtje. Iets dat volgens mij feilloos werd doorzien door de smaakpolitie achter de kassa.

Inmiddels bepaal ik zelf wel of ik iets goed mag vinden of niet, maar ik heb nog steeds “guilty pleasures”. Een guilty pleasure is voor mij een album dat misschien niet heel veel om het lijf heeft, maar dat keer op keer zorgt voor een goed gevoel. Do You Wonder About Me? van Diet Cig is zo’n album.

Diet Cig is een man-vrouw duo uit New York dat bestaat uit Alex Luciano (v) en Noah Bowman (m). De eerste speelt gitaar en zingt, de tweede drumt. “Two homies just making tunes and eggs on the regs” aldus hun eigen bandcamp pagina. Do You Wonder About Me? is niet mijn eerste kennismaking met de muziek van het Amerikaanse tweetal. Drie jaar geleden verscheen debuut Swear I'm Good At This en ook dat was al een echte guilty pleasure volgens mijn definitie.

Op hun tweede album gaan Alex Luciano en Noah Bowman gewoon verder waar hun debuut ophield. Do You Wonder About Me? jaagt er in 24 minuten tien volstrekt onweerstaanbare popliedjes doorheen. De kortste duurt net geen minuut, de langste houdt het ruim drieënhalve minuut vol. Het zijn popliedjes met de rauwe gitaarriffs en meisjesachtige zang van Alex Luciano en het degelijke drumwerk van Noah Bowman. Soms klinkt het punky, soms hoor je vooral invloeden uit de dreampop en shoegaze en soms is het pure pop. De popliedjes van Diet Cig zijn soms donker en rauw, maar ze zijn net zo makkelijk zonnig en honingzoet.

Wat alle popliedjes op het nieuwe album van het New Yorkse duo gemeen hebben is dat ze niet of nauwelijks zijn te weerstaan. Voor muzikale hoogstandjes ben je bij Alex Luciano en Noah Bowman en de paar gastmuzikanten die bijdroegen aan het album aan het verkeerde adres, maar het is wel allemaal even trefzeker. Het geldt ook voor de zang van Alex Luciano die kan kirren als een bakvis, maar ondertussen de meeste noten gewoon goed raakt.

Do You Wonder About Me? is soms wat ongepolijst en rammelt een groot deel van de tijd, maar ondertussen komen ook continu memorabele refreinen en geweldige melodieën voorbij. De koortjes herinneren soms aan de vrouwelijke indie-rock uit de jaren 90 (denk aan alles tussen Throwing Muses en Juliana Hatfield), maar de muziek van Diet Cig sluit ook naadloos aan op die van al die bandjes die het afgelopen decennium aan de slag gingen met invloeden uit de shoegaze en de dreampop.

Waar die bandjes vaak wat eenvormig klinken, brengt Diet Cig voldoende variatie aan in de 24 minuten dat het album duurt, waardoor je je werkelijk geen moment verveelt. Een belangrijke vraag die resteert is of Do You Wonder About Me? van Diet Cig nu een guilty pleasure is of gewoon een prima album. Ik neig stiekem toch naar het laatste. Erwin Zijleman

Diet Cig - Swear I'm Good at This (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Diet Cig - Swear I’m Good At This - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het Amerikaanse Paste Magazine publiceerde onlangs een lijstje met de twintig beste platen die 2017 tot dusver heeft opgeleverd.

Omdat 2017 pas net vier maanden oud is, vind ik het zelf nog veel te vroeg om de balans op te maken, maar de lijstjes van Paste leveren wel eens aardige tips op.

De eerste vond ik op nummer 18, want daar staat volgens Paste Swear I’m Good At This van Diet Cig.

De naam Diet Cig zei me werkelijk helemaal niets, maar wat word ik vrolijk van het debuut van het duo uit Hudson Valley, New York.

Alex Luciano en Noah Bowman liepen elkaar in 2014 tegen het lijf op de campus van de State University of New York en besloten samen muziek te gaan maken. Na twee jaar vooral op het podium te hebben gestaan werd Swear I’m Good At This opgenomen en wat is het een leuke en frisse plaat.

Alex Luciano (v) speelt op het debuut van Diet Cig gitaar en zingt, terwijl Noah Bowman (m) drumt. Het duo grossiert op haar debuut in even frisse als stekelige popliedjes. Diet Cig heeft een voorliefde voor gruizige gitaren en dromerige vrouwenvocalen; een sinds de opkomst van de shoegaze en de dreampop in de jaren 90 beproefde combinatie.

Swear I’m Good At This bevat twaalf bitterzoete popliedjes en heeft daar nog geen half uur voor nodig. Gitarist Alex Luciano strooit driftig met rauwe riffs met flink wat vervorming of juist voor subtiele akkoorden en Noah Bowman slaat de boel vervolgens vakkundig aan elkaar. Hier en daar wat synths en wat backing vocals maken het af.

Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar de meerwaarde zit in de stem van Alex Luciano. Het is een stem die in eerste instantie wat onvast klinkt, maar de expressieve voordracht van de Amerikaanse wint al snel aan kracht en geeft Swear I’m Good At This uiteindelijk een flinke zet in de rug.

Zeker wanneer de muziek van het duo lekker dromerig klinkt, hoor je op Swear I’m Good At This flink wat invloeden uit de dreampop, maar Diet Cig kan ook heel stevig uitpakken. In tekstueel opzicht staat het met vallen en opstaan opgroeien centraal en komt Alex Luciano zowel gevoelig als geestig uit de hoek en spuwt ze af en toe teksten uit die in de conservatieve Verenigde Staten wel eens voor rode oortjes zullen zorgen.

Diet Cig doet op Swear I’m Good At This niet aan muzikale hoogstandjes en maakt muziek die af en toe flink rammelt. Het is de charme van een plaat die vervolgens wel uitblinkt met buitengewoon aanstekelijke en verslavende popliedjes.

Het debuut van Diet Cig is na 28 minuten al weer voorbij, maar heeft op mij inmiddels een onuitwisbare indruk gemaakt. Zo op zijn tijd koester ik dit soort plaatjes en beter dan deze heb ik ze al tijden niet meer gehoord. Erwin Zijleman

Dig Deeper - In Central European Time (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dig Deeper - In Central European Time - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik word iedere week weer overspoeld met nieuwe releases. Nieuwe cd’s, downloads en streams strijden iedere week weer om de aandacht en het is niet altijd een gelijke strijd.

Het label van de Noorse band Dig Deeper was zo slim om me een LP te sturen, want met vinyl is opvallen momenteel een stuk makkelijker.

Vervolgens gaat het natuurlijk om de muziek en gelukkig weet Dig Deeper ook met haar muziek flink indruk te maken.

De Noorse band bestaat al een aantal jaren en heeft ook al een aantal platen gemaakt, maar In Central European Time is mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit het Noorse Bergen.

In Central European bevat slechts zes tracks, maar deze zijn goed voor ruim veertig minuten muziek. De Noorse band komt op haar nieuwe plaat met twee tracks van gemiddelde lengte en vier tracks die zeven tot ruim tien minuten duren op de proppen. Hiermee maakt Dig Deeper het zichzelf niet makkelijk, want wie houdt in deze jachtige tijden nog meerdere minuten de aandacht vast?

Op In Central European Time laat Dig Deeper horen dat het dit kunstje uitstekend beheerst. De band doet dit met muziek die heel lastig in een hokje is te duwen. Dig Deeper kreeg in het verleden vooral het etiket alt-country opgeplakt, maar met dit etiket vertel je slechts een deel van het verhaal van In Central European Time.

Bij beluistering van de nieuwe plaat van de Noren duiken hier en daar duidelijke invloeden van Neil Young en zijn Crazy Horse op en schuurt de band dicht tegen een band als Richmond Fontaine aan, maar de muziek van Dig Deeper is op In Central European Time ook geworteld in de psychedelica uit de jaren 60 en 70 en in de American/Paisley Underground uit de jaren 90.

Zeker wanneer de band kiest voor lang uitgesponnen songs, lome en zweverige klanken van synths en orgels en prachtig melodieus gitaarspel heeft In Central European Time duidelijke raakvlakken met de muziek van Pink Floyd en duikt heel af en toe de vergelijking met Dire Straits (in hun betere jaren) op.

Wanneer de gitaren wat steviger worden aangezet schuift de band echter op in de richting van American Underground bands als The Dream Syndicate en Green On Red, om vervolgens toch weer uit te komen bij de alt-country.

Zeker in de lang uitgesponnen tracks op de plaat is een belangrijke rol weggelegd voor het gitaarwerk, dat niet alleen alle ruimte en tijd krijgt, maar ook verrassend veelzijdig en veelkleurig is. De Noren combineren hun breed uitwaaiende klanken en het fantastische gitaarwerk met tijdloos aandoende en wat onderkoelde vocalen, die een oase van rust zijn binnen het bij vlagen aanzwellende gitaargeweld.

Door het tijdloze karakter van de muziek van Dig Deeper en de voorkeur voor aangenaam voortkabbelende songs vol onderhuidse spanning, doet In Central European Time me ook wel wat denken aan de onlangs verschenen plaat van The War On Drugs, maar de nieuwe plaat van Dig Deeper is wat mij betreft beter.

Uitstekende keuze overigens om de plaat op vinyl uit te brengen, want dit is een plaat die schreeuwt om vinyl. In Central Time sleurt me door een aantal decennia popmuziek, inclusief die van mijn jeugd, en wat is het genieten. Prachtplaat! Erwin Zijleman

DIIV - Deceiver (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: DIIV - Deceiver - dekrentenuitdepop.blogspot.com

DIIV - Deceiver
DIVV wist me met haar vorige twee albums niet te overtuigen, maar het door shoegaze geïnspireerde Deceiver kleurt de herfstavonden prachtig in

Bands die zich laten inspireren door shoegaze en indie-rock uit de jaren 90 zijn er volop, maar bands die deze invloeden verwerken in een eigen geluid zijn er maar weinig. DIVV uit Brooklyn, New York, doet het op Deceiver wel. Gruizige gitaarmuren worden gecombineerd met dromerige zang, wonderschone gitaarloopjes en krijgen gezelschap van donkere bassen en zware drums. Deceiver is een donker album, maar het is ook een album vol schoonheid. De songs van de band zijn melancholiek maar ook melodieus, de teksten zijn donker, maar de zang is loom en dromerig. Een geweldige soundtrack voor de donkere avonden die er aan zitten te komen.

DIIV is een band uit Brooklyn, New York, die een paar weken geleden haar derde album uitbracht. AllMusic.com beschreef de muziek van de band eens mooi als “music that combines shoegaze bliss with grunge catharsis”.

Op het debuut van de band hoorde ik inderdaad zowel invloeden van My Bloody Valentine als van Nirvana, overigens zonder het niveau van deze bands te benaderen. Het in 2016 verschenen Is The Is Are vond ik al een stuk interessanter. Het album schuurde een aantal weken tegen mijn BLOG aan, maar de twijfel bleef bij mij overheersen.

Die twijfel verdween als sneeuw voor de zon bij de eerste beluistering van het nieuwe album van de New Yorkse band. Ook Deceiver laat hier en daar flink wat invloeden uit de 90’s shoegaze en indie-rock horen, maar DIIV heeft deze invloeden inmiddels opgenomen in een eigen rockgeluid. Het is een over het algemeen melodieus maar ook wat melancholisch rockgeluid dat opvalt door gruizige gitaarmuren, prachtige gitaarloopjes en wat ingetogen zang, maar ook door heel veel dynamiek.

DIVV kan hard en zacht afwisselen op een manier die in de jaren 90 uitstekend werd beheerst door Smashing Pumpkins, maar de band is op Deceiver ook een meester in het schakelen tussen zeer melodieuze en juist gruizige passages. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal net wat hechter en strakker dan op de vorige albums van de band, maar vooral de songs van DIVV zijn een stuk sterker geworden.

DIVV klonk op haar debuut nog behoorlijk zonnig, maar inmiddels hebben de donkere wolken het gewonnen van de zonnestralen, wat ook niet zo gek is al je weet dat in de teksten alles draait om de verslavingen van de zanger van de band. Zeker wanneer invloeden uit de shoegaze domineren en gezelschap krijgen van invloeden uit de postpunk maakt DIVV behoorlijk donkere muziek, maar door de wat lome zang en hier en daar prachtige gitaarlijnen is de band uit New York zeker niet het zoveelste doom bandje.

Bij beluistering van Deceiver hoor ik veel van bands als My Bloody Valentine, Slowdive en Smashing Pumpkins, maar zeker wanneer de gitaren ontsporen hoor ik ook wel wat van Sonic Youth. De combinatie van gitaarmuren en dromerige klanken is natuurlijk niet nieuw, maar DIVV beheerst dit kunstje op Deceiver erg goed. Het voorziet de songs op het album niet alleen van dynamiek, maar ook van een bijzondere schoonheid.

Je kunt je bij beluistering van Deceiver concentreren op de gitaarmuren of op de dromerige zang en subtiele details en in beide gevallen hoor je veel mooie dingen. Het gitaarwerk op het album is prachtig en varieert van gruizig tot dromerig en van dromerig tot psychedelisch, maar ook de ritmesectie van de band is knap bezig en smeedt de uitersten binnen de muziek van DIVV op knappe wijze aan elkaar.

We zijn de afgelopen jaren niet zo verwend wanneer het gaat om nieuwe albums binnen de shoegaze (meestal wordt de afslag richting dreampop genomen) en alleen hierom is Deceiver van DIVV een album dat alle aandacht verdient. De band uit Brooklyn slaagt er wat mij betreft echter ook in om meer te doen dan het alleen maar reproduceren van invloeden uit het verleden. Deceiver van DIVV is een wonderschoon album dat heel wat donkere avonden prachtig in zal kleuren. Erwin Zijleman

DIIV - Frog in Boiling Water (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: DIIV - Frog In Boiling Water - dekrentenuitdepop.blogspot.com

DIIV - Frog In Boiling Water
De Amerikaanse band DIIV borduurt op Frog In Boiling Water, na een stilte van bijna vijf jaar, voort op het geluid van voorganger Deceiver, maar kiest ook voor een nog wat melodieuzer en dromeriger geluid

Ik was in 2019 behoorlijk enthousiast over het derde album van de Amerikaanse band DIIV. Op Deceiver verwerkte de band flink wat invloeden uit zowel de shoegaze als de indierock en maakte het indruk met een dromerig geluid vol dynamiek. De verschillen tussen hard en zacht zijn wat minder groot op Frog In Boiling Water, maar het levert zeker geen saai album op. DIIV verrast dit keer met heerlijk dromerige songs, die zich vooral in een laag tempo voortslepen. De dynamiek is er nog altijd, maar het geluid van de Amerikaanse band is wel wat subtieler geworden. Het geluid is ook wat melodieuzer geworden, waardoor Frog In Boiling Water wat mij betreft een bijzonder sterk album is geworden.

De eerste twee albums van de Amerikaanse band DIIV vond ik zeker interessant toen ik ze voor het eerst beluisterde, maar uiteindelijk vond ik de albums met een mix shoegaze, grunge en 90s indierock toch onvoldoende toevoegen aan alle muziek die ik al in de kast had staan. Dit veranderde in 2019 met de release van Deceiver, dat ik in muzikaal opzicht een stuk interessanter vond dan zijn twee voorgangers.

Op Deceiver combineerde de band uit Brooklyn, New York, dromerige en wat melancholische klanken met veel stevigere en gruizigere passages, wat zorgde voor een album vol dynamiek. Het album, dat nadrukkelijk de aandacht trok met prachtig gitaarwerk, deed me af en toe wel wat denken aan de muziek van The Smashing Pumpkins in hun beste dagen, al waren invloeden van My Bloody Valentine ook nooit ver weg.

We zijn inmiddels bijna vijf jaar verder, maar deze week is eindelijk de opvolger van het uitstekende Deceiver verschenen. DIIV heeft lang gewerkt aan haar vierde album en het was naar verluidt zo’n lastig proces dat het voortbestaan van de band enige tijd onzeker was. DIIV bestaat gelukkig nog en heeft ook met Frog In Boiling Water weer een aansprekend album afgeleverd.

Het is een album dat op het eerste gehoor in het verlengde ligt van het vorige album. Ook op Frog In Boiling Water worden dromerige passages afgewisseld met gruizige gitaarmuren, wat zorgt voor de nodige dynamiek. Ook het vierde album van DIIV roept vrijwel onmiddellijk associaties op met de muziek van The Smashing Pumpkins, op de voet gevolgd door My Bloody Valentine.

DIIV slaat op haar nieuwe album zeker geen nieuwe wegen in, maar toch is Frog In Boiling Water ook zeker geen kopie van Deceiver. Vergeleken met het vorige album hebben de meer ingetogen en wat benevelende passages in de muziek van DIIV wat aan terrein gewonnen en Frog In Boiling Water klinkt ook wat verzorgder dan het vorige album van de New Yorkse band. Dat zal lang niet iedere liefhebber van dit soort muziek zien als een pre, maar zelf ben ik erg gecharmeerd van het geluid op het nieuwe album.

Frog In Boiling Water bevat een serie melodieuze songs en het zijn songs waarin vaker gas wordt teruggenomen dan op het vorige album. In de dromerige passages zijn fraaie bijdragen van gitaren en synths te horen, maar het is vooral de zeer aangename zang, die vaak in meerdere lagen is opgenomen, die het lome en melodieuze karakter van de nieuwe muziek van DIIV versterkt.

Het wordt ook dit keer gecontrasteerd met stevige riffs en gruizige gitaarmuren, al is het gitaarwerk minder stevig en zijn de gitaarmuren minder hoog dan op Deceiver. DIIV verruilt de inmiddels van de band bekende invloeden uit de shoegaze en de indierock met enige regelmaat voor invloeden uit de dreampop of zelfs de slowcore en dat gaat de New Yorkse band verrassend goed af.

Ik kan me voorstellen dat liefhebbers van het wat stevigere werk Frog In Boiling Water wat gezapig vinden klinken, maar luister met wat meer aandacht en je hoort heel veel moois in de songs op het nieuwe album van DIIV, dat bij vluchtige beluistering misschien wat eenvormig klinkt, maar dat wel degelijk is volgestopt met subtiele wendingen en fraaie details, waardoor het vierde album van de Amerikaanse band alleen maar interessanter wordt. Erwin Zijleman

Dijon - Baby (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dijon - Baby - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Dijon - Baby
Baby van de Amerikaanse muzikant Dijon staat in heel veel jaarlijstjes en wordt veelvuldig vergeleken met de muziek die Prince maakte en dat blijken twee hele goede redenen om eens naar het album te luisteren

Baby, het tweede album van de Amerikaanse muzikant Dijon was wat mij betreft een van de grote verrassingen in de afgelopen maand gepubliceerde jaarlijstjes. Vooral omdat ik nog nooit van de Amerikaanse muzikant en zijn album had gehoord, terwijl Baby vooral wordt vergeleken met Prince, die behoort tot mijn persoonlijke favorieten. Inmiddels begrijp ik wel dat Dijon zoveel jaarlijstjes heeft gehaald, want Baby is inderdaad een bijzonder album. Het is een album dat inderdaad flink wat invloeden van Prince laat horen, maar hier blijft het zeker niet bij. Baby is zeker geen makkelijk album en het is bovendien lastig te classificeren, maar hoe vaker ik er naar luister hoe beter het wordt.

Baby van Dijon deed het niet alleen goed in de R&B jaarlijstjes, maar dook ook op in heel veel algemene jaarlijstjes en meer dan eens op een flink hoge positie. Het tweede album van de Amerikaanse muzikant verscheen midden in de zomer en is me toen totaal niet opgevallen.

Ik weet niet hoe het album van Dijon afgelopen zomer is beschreven, maar bij de noteringen in de jaarlijstjes wordt vaak de naam van Prince genoemd en dat maakte me direct nieuwsgierig naar de muziek op Baby. De vergelijking met Prince wordt vaak en makkelijk gemaakt, maar bij beluistering van het tweede album van Dijon hoor ik inderdaad wel wat van de muziek die Prince maakte. Het is wel de muziek die Prince zou kunnen hebben gemaakt in het decennium na zijn veel te vroege dood, want de muziek van Dijon staat met minstens één been in het heden.

De naam Dijon kwam voor mij uit de lucht vallen, maar zonder enige faam zou hij er niet in zijn geslaagd als topproducers als Mk.gee, BJ Burton, en Andrew Sarlo en wereldbassist Pino Palladino te strikken voor zijn album. En dat zijn niet de enige topmuzikanten die zijn te horen op het album.

Dijon maakt misschien deels muziek van het moment, maar dat betekent niet dat er geen echo’s van de muziek die Prince heeft gemaakt zijn te horen. Ik hoor vooral invloeden van de muziek die Prince in de jaren 80 maakte en dat is het decennium waarin de muzikant uit Minneapolis op zijn best was. Ik hoor deze invloeden in de productie, in de zang en in het verwerken van nogal verschillende invloeden.

Baby is soms een duidelijk R&B album, maar Dijon kan ook uit de voeten met soul, psychedelica en funk en maakt bovendien met grote regelmaat muziek die zich niet zo makkelijk in hokjes laat vangen, net zoals Prince dat zo vaak deed. Het maakt van het beluisteren van Baby een interessante ervaring, die de fantasie flink prikkelt.

De muziek van Dijon blijft redelijk ver verwijderd van het standaard R&B repertoire en zoekt hier en daar flink het experiment, maar ontoegankelijk is de muziek van de Amerikaan niet. Zelf vind ik Baby het mooist wanneer de gitaren lekker ruw klinken en Dijon met veel expressie en emotie zingt. Het doet dan flink denken aan Prince in topvorm, maar het is ook niet ver verwijderd van de muziek die Mk.gee, die ook heeft meegewerkt aan Baby, maakt. Ook het album van Frank Ocean, dat ik pas recent heb ontdekt, heeft zeker invloed gehad op het tweede album van Dijon, met name in de zang.

Baby is, zeker bij eerste beluisteringen, zeker geen makkelijk album. De songs van Dijon doen bij eerste beluistering wat fragmentarisch aan, waardoor het wat zoeken is naar de popsongs met een kop en een staart. De bijzondere songstructuren op Baby maken eerste beluistering van het album misschien wat lastiger, maar het is ook de kracht van de songs van de Amerikaanse muzikant, die song na song weet te verrassen met misschien lastig te plaatsen, maar ook wonderschone passages. Het zijn passages met de psychedelica die Prince af en toe omarmde, maar de songs van Dijon zijn ook altijd schatplichtig aan de R&B en de soul.

Bij eerste beluistering intrigeerde het album me vooral, maar inmiddels kan ik me iets voorstellen bij het predicaat ‘meesterwerk’ dat Baby inmiddels met grote regelmaat krijgt opgeplakt. Dijon begeeft zich hiervoor misschien net wat te vaak buiten mijn muzikale comfort zone, maar ik schaar hem inmiddels wel onder de muzikanten die de muzikale erfenis van Prince op zeer eervolle wijze bewaken. Erwin Zijleman

Diners - Domino (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Diners - DOMINO - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Diners - DOMINO
Haal de zomer in huis met DOMINO van Diners, dat het aanstekelijke van de powerpop combineert met de klasse van de Beatles en de zonnestralen van The Beach Boys, wat een onweerstaanbaar album oplevert

Met name in de Verenigde Staten is er volop aandacht voor DOMINO van Diners, het project van de Amerikaanse muzikant Blue Broderick. Diners gaat inmiddels al een aantal albums mee, maar op DOMINO zet Blue Broderick grote stappen. De muziek van Diners staat bol van de invloeden en put in eerste instantie uit de archieven van de powerpop uit de jaren 60 en 70 met hier en daar wat echo’s van The Beatles en The Beach Boys. DOMINO is echter zeker niet blijven hangen in het verleden, maar klinkt ook fris en energiek. Het is nog geen half uur muziek die Diners ons voorschotelt, maar probeer deze dosis zonnestralen maar eens te weerstaan. Het is mij in ieder geval niet gelukt. Heerlijk album!

Amerikaanse muziekwebsites als Paste en Pitchfork waren de afgelopen week heel enthousiast over DOMINO van Diners. Dat begreep ik direct toen ik naar het album luisterde, want het album staat vol met zonnige popsongs en het zijn popsongs die opvallen door een hang naar het verleden, maar ook door een eigentijdse twist.

Ik ging er van uit dat DOMINO het debuutalbum van Diners is, maar dat is zeker niet het geval, want het project van de Amerikaanse muzikant Blue Broderick, die zichzelf ziet als transgender, heeft al een handvol albums uitgebracht. De muzikant die lange tijd opereerde vanuit Phoenix, Arizona, maar inmiddels naar Los Angeles is verkast, draait inmiddels al ruim tien jaar mee, maar is met DOMINO klaar voor de doorbraak naar een breder publiek.

Ik heb de vorige albums van Diners inmiddels ook beluisterd en hier zitten een aantal prima albums tussen. Het zijn albums die wat meer rammelen dan het nieuwe album van Blue Broderick, dat wat mij betreft meer indruk maakt. Het is een album dat zich heeft beïnvloeden door een aantal decennia popmuziek, waardoor het continu associaties oproept.

In de omgevallen platenkast die uiteindelijk DOMINO heeft opgeleverd zaten flink wat klassiekers uit de powerpop, maar ook zeker een aantal albums van The Beatles en The Beach Boys. Het levert een bijzondere mix op die hier en daar getypeerd kan worden als Beatlesque powerpop met Beach Boys harmonieën en een snufje Harry Nilsson. Dat klinkt direct aanstekelijk, maar een aantal popsongs op DOMINO blijken al snel behoorlijk onweerstaanbaar en het worden er steeds meer.

Het zijn popsongs met heerlijke en vaak zonnige gitaarakkoorden en wat nonchalante, maar ook dromerige zang, hier en daar aangevuld met heerlijke koortjes. Wanneer de muziek van Diners wat ruwer klinkt hoor je wat meer lo-fi in de muziek van de Amerikaanse muzikant, maar ook de wat gruizigere gitaarsongs op het album vallen op door geweldige melodieën en aanstekelijke refreinen. En als Blue Broderick er opeens een gitaarsolo uitgooit, klinkt de muziek van Diners weer net wat anders, maar nog steeds bijzonder lekker.

De Amerikaanse muzikant beschikt over een bijzondere stem en het is een stem die DOMINO voorziet van nog wat extra onderscheidend vermogen. Zeker als de zon schijnt is DOMINO van Diners een zomerse verleiding die bijna niet is te weerstaan, maar luister net wat beter en je hoort dat de songs van de Amerikaanse muzikant knap in elkaar zitten en bovendien zijn volgestopt met mooie muzikale en vocale accenten.

Blue Broderick deed in de studio in Portland, Oregon, heel veel zelf, maar bedankt op de bandcamp pagina van de band ook uitvoerig de twee muzikanten die Diners bijstonden en DOMINO net wat voller inkleurden. Op deze bandcamp pagina omschrijft Blue Broderick Diners als een “100 year old pop rock band” en dat is een aardige omschrijving, al had “50 year old” beter gepast.

Ik heb eigenlijk maar één ding aan te merken op het album en dat is dat tien songs er na 24 minuten en 54 minuten wel heel snel op zitten. Heel erg is dat overigens niet, want Diners heeft meer interessants te bieden en bovendien kun je het album ook best een tweede keer opzetten, om vervolgens net zo meedogenloos verleid te worden door de nostalgische maar ook opvallend frisse popsongs van de Amerikaanse muzikant Blue Broderick, die absoluut een groter podium verdient. Erwin Zijleman

Dinosaur Jr - Sweep It Into Space (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dinosaur Jr. - Sweep It Into Space - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ook op haar twaalfde album doet de Amerikaanse band Dinosaur Jr. precies wat je verwacht en precies wat je hoopt en strooit de band 45 minuten lang met onweerstaanbare gitaarsongs

De Amerikaanse band Dinosaur Jr. ontdekte ik ergens aan het eind van de jaren 80 of misschien het begin van de jaren 90 en sindsdien ben ik fan. Het heeft met het deze week verschenen Sweep It Into Space inmiddels twaalf albums opgeleverd en ze zijn allemaal goed. Op haar nieuwe album doet de band waar het inmiddels al bijna 40 jaar heel goed in is. Dinosaur Jr. grossiert in catchy songs waarin het geweldige gitaarwerk van J Mascis alle kanten op mag schieten. J Mascis verkeert ook op het nieuwe album van Dinosaur Jr. weer in topvorm en dat geldt ook voor bandgenoten Lou Barlow en Murph. Het levert een portie aanstekelijke en vaak onweerstaanbare rockmuziek op waar heel wat jonge honden van het moment een voorbeeld aan kunnen nemen.

Dinosaur Jr. - Give a Glimpse of What Yer Not (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dinosaur Jr. - Give A Glimpse Of What Yer Not - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het is niet veel bands gegeven om na een afwezigheid van ruim 10 jaar terug te keren op het allerhoogste niveau.

Dinosaur Jr. deed het in 2007 met het sterke Beyond en weet het hoge niveau van de comeback plaat sindsdien overtuigend vast te houden.

Na Beyond (2007), Farm (2009) en I Bet On Sky (2012), is het onlangs verschenen Give A Glimpse Of What Yer Not al weer de vierde plaat uit het tweede leven van de band en het is wat mij betreft weer een hele goede.

J Mascis, Lou Barlow en Murph hebben inmiddels een uit duizenden herkenbaar geluid, waardoor Give A Glimpse Of What Yer Not misschien geen hele verrassende plaat is, maar wat valt er weer veel te genieten.

Dinosaur Jr. heeft nog altijd het patent op gruizige maar ook heerlijk melodieuze rocksongs en waar de band op haar vorige plaat nieuwe wegen insloeg, wordt op Give A Glimpse Of What Yer Not weer het vertrouwde recept gebruikt. Het is een recept waar ik persoonlijk geen genoeg van kan krijgen.

Ook op haar nieuwe plaat vertrouwt Dinosaur Jr. weer voor een belangrijk deel op het onweerstaanbare gitaarwerk van J Masics, die dit keer overigens ook vrijwel alle songs schreef. Mascis kan prachtig rauw en ondersteunend spelen, maar is gelukkig ook nog steeds niet vies van heerlijk zweverige gitaarsolo’s, die meer dan eens doen denken aan die van Neil Young in zijn jaren met Crazy Horse.

Ik ben altijd wel gecharmeerd van de songs van Lou Barlow en ook de twee songs van zijn hand op deze plaat zijn uitstekend, maar ook J Masics is het schrijven van geweldige songs nog lang niet verleerd, waardoor de plaat de volledige speelduur blijft boeien en vermaken.

Hier en daar wordt Dinosaur Jr. een gebrek aan vernieuwing of urgentie verweten, maar zo lang het Amerikaanse trio blijft strooien met onweerstaanbare songs vol memorabele riffs, dromerige vocalen, betoverende gitaarsolo’s en melodieën die je bij blijven, laat ik geen plaat van de band liggen.

Versie 2.0 van Dinosaur Jr. timmert inmiddels al weer bijna tien jaar aan de weg en is een stuk minder wisselvallig dan versie 1.0. Give A Glimpse Of What Yer Not is de vierde topplaat op rij en het is ook dit keer een plaat die niet onder doet voor klassiekers als You're Living All Over Me (1987), Bug (1988) en Green Mind (1991). Topband. Erwin Zijleman

Distance, Light & Sky - Gold Coast (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Distance, Light & Sky - Gold Coast - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bijzondere samenwerking tussen drie topmuzikanten zorgt voor een wonderschone herfstsoundtrack

Ik ben een groot fan van The Walkabouts en heb de platen van Chantal Acda hoog zitten. De samenwerking tussen Chantal Acda, The Walkabouts voorman Chris Eckman en jazzmuzikant Eric Thielemans moet dan ook haast wel iets moois opleveren. Dat doet het ook, want Gold Coast van de gelegenheidsformatie Distance, Light & Sky is een wonderschone plaat vol stemmige klanken, fraaie accenten en prachtige stemmen, waarbij vooral die van Chantal Acda imponeert. Gold Coast klinkt als een nog niet gemaakte Walkabouts plaat, maar de warme stem van Chantal Acda en de avontuurlijke percussie van Eric Thielemans hebben absoluut meerwaarde. Laat die donkere dagen maar komen.

De Amerikaanse band The Walkabouts maakte tussen 1987 en 2011 een stapel uitstekende platen, waaronder een aantal die me zeer dierbaar zijn (met Satisfied Mind uit 1993 en Ended Up A Stranger uit 2002 als mijn persoonlijke favorieten, maar ik kan er zo nog drie of vier noemen die ik echt niet had willen missen).

Chantal Acda timmert nog wat minder lang aan de weg, maar sinds ze me betoverde met haar bijzonder fraaie zang op twee platen van de Belgische band Isbells, volg ik ook haar muziek en was ik behoorlijk onder de indruk van haar laatste twee soloplaten (The Sparkle in Our Flaws uit 2015 en Bounce Back uit 2017).

Op Gold Coast van de gelegenheidsband Distance, Light & Sky bundelen Chantal Acda en The Walkabouts voorman Chris Eckman de krachten en krijgen ze gezelschap van de Belgische jazz en avant garde muzikant Eric Thielemans.

Gold Coast is de tweede plaat van Distance, Light & Sky, na het in 2014 verschenen Casting Nets, dat me destijds vreemd genoeg niet is opgevallen. Gold Coast valt me wel op, al is het maar omdat de sfeervolle songs prachtig kleuren bij de vallende blaadjes buiten.

Als groot liefhebber van de muziek van The Walkabouts klinkt Gold Coast van Distance, Light & Sky direct bekend. De plaat klinkt als The Walkabouts plaat die de band uit Seattle nog niet gemaakt heeft en het is een plaat die zeker niet had misstaan in het imposante oeuvre van de band. De instrumentatie en de donkere vocalen van Chris Eckman nemen me onmiddellijk mee terug naar de eerdere genoemde hoogtepunten uit het oeuvre van de Amerikaanse band, maar de tweede plaat van Distance, Light & Sky is meer dan een in potentie hele goede plaat van The Walkabouts.

De doorleefde zang van Chris Eckman staat immers vrijwel continu in de schaduw van de prachtige vocalen van Chantal Acda, die maar weer eens laat horen dat ze onder de beste zangeressen van het moment moet worden geschaard. Eric Thielemans kleurt de muziek van de gelegenheidsband verder in met subtiele maar avontuurlijke percussie. De Vlaamse jazzmuzikant deelt overigens met Chris Eckman een passie voor de muziek uit Mali, maar daar hoor ik op Gold Coast niet zo veel van terug. Vind ik ook niet erg.

Chantal Acda, Chris Eckman en Eric Thielemans hebben een uiterst ingetogen, stemmige en voornamelijk donker getinte plaat gemaakt. Het is een plaat met een betrekkelijk sobere instrumentatie, maar luister net met wat meer aandacht en je hoort de vele smaakvolle accenten. Het kleurt fraai bij de doorleefde strot van Chris Eckman en nog veel fraaier bij de mooie, warme en heldere vocalen van Chantal Acda, die in vrijwel alle songs garant staat voor kippenvel.

Er komen vast heel wat koude en donkere avonden aan, maar met deze prachtplaat uit de speakers is het aangenaam warm. Chris Eckman mag The Walkabouts van mij weer tot leven wekken, maar ook dit zijuitstapje smaakt naar veel en veel meer. Erwin Zijleman

Divorce - Drive to Goldenhammer (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Divorce - Drive To Goldenhammer - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Divorce - Drive To Goldenhammer
Het debuutalbum van de Britse band Divorce is op een of andere manier compleet langs me heen gegaan eerder dit jaar, maar Drive To Goldenhammer is een album dat in alle opzichten veel te bieden heeft

De muziek van de Britse band Divorce is lastig in een hokje te duwen en dat maakt van Drive To Goldenhammer al een leuk album. Ik hoor vooral invloeden uit de folk, pop en rock, maar de band sleept er nog veel meer bij. Divorce verdient ook nog eens complimenten voor de uitvoering, want het debuutalbum van de band klinkt fris en sprankelend. De zang van de frontvrouw en frontman van de band is uitstekend en in muzikaal opzicht gebeurt er steeds weer iets dat je niet verwacht. En omdat Divorce ook nog eens goed is voor lekker in het gehoor liggende maar ook verrassende songs is het niet zo gek dat de band door een deel van de Britse muziekpers is uitgeroepen tot grote belofte voor de toekomst.

Drive To Goldenhammer van Divorce kwam ik onlangs tegen in een persoonlijk jaarlijstje, waarin ik verder uitsluitend albums tegen kwam die ik ook hoog heb zitten, waardoor ik absoluut naar het album moest luisteren. Ik had eerlijk gezegd nog nooit van Divorce gehoord, maar het blijkt een band uit het Britse Nottingham die inmiddels een paar jaar bestaat.

Drive To Goldenhammer is het begin dit jaar verschenen debuutalbum van de band, die op Wikipedia een alt-country band wordt genoemd. Dat label zou ik zelf niet op de muziek van Divorce plakken, al verwerkt de Britse band wel wat invloeden uit de alt-country. Ik hoor zelf meer invloeden uit de folk, pop en rock, maar de band uit Nottingham is ook niet vies van chamber pop en shoegaze om nog maar wat genres te noemen.

De Britse muziekpers vond het begin dit jaar allemaal prachtig, maar op een of andere manier heb ik het debuutalbum van Divorce niet opgepakt. Toen ik dat wel had gedaan vond ik Drive To Goldenhammer op het eerste gehoor wat aan de brave kant en ook het wat theatrale aspect van de muziek van de band trok me niet direct aan. Aan de andere kant intrigeerde het album me ook, want Divorce heeft voor haar debuutalbum een aantal geweldige songs geschreven.

Het zijn van die songs die je direct een goed gevoel geven en die verrassend makkelijk in het geheugen blijven hangen. De tegenstrijdige gevoelens die ik had bij eerste beluistering van het eerste album van Divorce hielden relatief lang aan, want ik heb Drive To Goldenhammer vaak weggelegd en er toch weer bij gepakt de afgelopen weken.

Ik had wel direct wat met de combinatie van de mannenstem en de vrouwenstem die zijn te horen op het album en ik had en heb ook wel wat met het volle geluid van Divorce, dat ook wel wat doet denken aan de muziek van The Last Dinner Party, zeker wanneer zangeres Tiger Cohen-Towell de belangrijkste leadvocalen voor haar rekening mee.

Tiger Cohen-Towell tekent samen met zanger Felix Mackenzie-Barrow voor de songs op het album en de songs van de twee zijn duidelijk verschillend en niet alleen vanwege de zang. Het zijn songs die je keer op keer weten te verrassen, want het kan bij Divorce echt alle kanten op.

Een bijna lieflijke folksong kan zomaar omslaan in een shoegaze song vol ruwe gitaaruitbarstingen en zo zijn er heel veel bijzondere wendingen te horen op Drive To Goldenhammer. Het zijn songs waarin mooie verhalen worden verteld, wat Divorce extra bonuspunten oplevert.

Zeker wanneer de muziek op het album wat steviger of theatraler klinkt blijft er niets meer over van mijn eerste ervaringen met het album, die nog werd gekenmerkt door een typering als braaf, maar ook de meer ingetogen songs op het album zou ik niet langer typeren als braaf.

Hoe vaker ik naar Drive To Goldenhammer luister, hoe meer ik gecharmeerd raak van het veelzijdige geluid van de Britse band en het vermogen van Tiger Cohen-Towell en Felix Mackenzie-Barrow om zeer aansprekende songs te schrijven. De Britse kwaliteitskrant riep de band uit tot belofte voor de toekomst en ook die aanprijzing heb ik gemist eerder dit jaar. Het is een aanprijzing waarin ik me inmiddels volledig kan vinden, want Divorce uit Nottingham heeft veel te bieden. Erwin Zijleman