Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Drab City - Good Songs for Bad People (2020)

4,0
1
geplaatst: 18 juni 2020, 15:41 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Drab City - Good Songs For Bad People - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Drab City - Good Songs For Bad People
Drab City combineert op haar debuut 1001 invloeden en komt op de proppen met songs vol zwoele verleiding maar ook songs vol verrassing
Het valt niet mee om de muziek van het Amerikaanse duo Drab City in een hokje te duwen, maar dat hoeft ook helemaal niet. Good Songs For Bad People is de soundtrack van een mooie zomerdag, maar het is ook de soundtrack van een aardedonkere nacht. Drab City klinkt als Portishead dat in de jaren 70 op een Franse filmset is beland, maar het klinkt ook als een band die alleen maar uit het heden kan komen. Aan de ene kant is het zwoel en verleidelijk, aan de andere kant ongrijpbaar en onnavolgbaar. Het levert een album op dat de zon omarmt, maar dat de fantasie voorlopig ook nog wel even blijft prikkelen.
Toen de eerste noten van Good Songs For Bad People van Drab City uit de speakers kwamen dacht ik even dat er van alles mis was met de LP, met mijn platenspeler, met mijn oren, met mijn hersenen of met alles tegelijk, maar na de zwaar vervormde instrumentale openingstrack wordt de muziek van Drab City gelukkig een stuk grijpbaarder. Nu is grijpbaar altijd een relatief begrip en dat geldt zeker wanneer je het gebruikt voor het omschrijven van de muziek op Good Songs For Bad People.
Drab City is een duo uit San Francisco (en soms Berlijn) dat bestaat uit Christopher Dexter Greenspan, ook bekend als oOoOO, en Asia, die muziek maakt onder de naam Islamiq Grrrls. Samen maakten ze al eens een album onder de naam Faminine Mystique, maar nu is er dan het debuut van Drab City.
Na de korte openingstrack is de muziek op het debuut van Drab City weliswaar grijpbaar, maar in een hokje te duwen is het niet of nauwelijks. De muziek op Good Songs For Bad People past deels in het hokje elektronica, maar is ook jazzy en experimenteel en ook met triphop, hiphop, Franse Filmmuziek, dreampop, dub en zeker ook psychedelica doe je de muziek van het Californische duo recht. En er is vast nog veel meer, want de muziek van Drab City laat iedere keer weer nieuwe dingen horen.
Het debuut van Drab City is al even lastig te plaatsen in de tijd. Het ene moment waan je je op de set van een Franse film uit de jaren 60 of 70, maar Drab City maakt ook muziek die alleen maar uit het heden kan stammen. Het doet me meer dan eens denken aan de muziek van Portishead, maar dan wat minder zwaarmoedig en wat organischer. Maar niet veel later zijn alle herinneringen aan Portishead vervlogen en ben je in de hoogtijdagen van de flower power psychedelica beland.
Good Songs For Bad People gedijt uitstekend in het mooie weer van het moment. De muziek van Christopher Dexter Greenspan en Asia nodigt uit tot in het gras liggen en van de zon genieten. Met name de wat filmische songs zijn zeer geschikt om ondertussen de bloemetjes en de bijtjes te bestuderen, maar de muziek van Drab City kan zomaar omslaan van aangenaam bedwelmend in diepgravend en experimenteel.
Zelf hoor ik de band het liefst aan de slag gaan met de zwoele vocalen van Asia, met diepe bassen, jazzy gitaarlijnen en elektronica met een vleugje Kraftwerk en dat is muziek die je meer dan eens tegen komt op het debuut van het duo uit San Francisco. Drab City experimenteert er driftig op los en rent met zevenmijlslaarzen door genres en tijdperken, maar Good Songs For Bad People is ook een zomerse traktatie.
Het is hoe dan ook muziek die recensenten inspireert tot mooie citaten: “Julee Cruise doing the soundtrack to Killing Eve?”, “Mazzy Star miraculously transported back to ye-ye France”, “haunting songs and a strangeness that feels fitting for our surreal times” en als klap op de vuurpijl “You don't have to be evil to enjoy this dream-pop collaboration, but it can't hurt”. Het zijn treffende citaten, maar aan de andere kant illustreren ze ook het onvermogen om de muziek van Drab City goed te typeren.
Het is overigens ook de kracht van Good Songs For Bad People, dat zowel aangenaam vermaakt als hopeloos intrigeert. Ik ben er in ieder geval nog lang niet klaar mee, maar al wel overtuigd van de bijzondere magie van dit album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Drab City - Good Songs For Bad People - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Drab City - Good Songs For Bad People
Drab City combineert op haar debuut 1001 invloeden en komt op de proppen met songs vol zwoele verleiding maar ook songs vol verrassing
Het valt niet mee om de muziek van het Amerikaanse duo Drab City in een hokje te duwen, maar dat hoeft ook helemaal niet. Good Songs For Bad People is de soundtrack van een mooie zomerdag, maar het is ook de soundtrack van een aardedonkere nacht. Drab City klinkt als Portishead dat in de jaren 70 op een Franse filmset is beland, maar het klinkt ook als een band die alleen maar uit het heden kan komen. Aan de ene kant is het zwoel en verleidelijk, aan de andere kant ongrijpbaar en onnavolgbaar. Het levert een album op dat de zon omarmt, maar dat de fantasie voorlopig ook nog wel even blijft prikkelen.
Toen de eerste noten van Good Songs For Bad People van Drab City uit de speakers kwamen dacht ik even dat er van alles mis was met de LP, met mijn platenspeler, met mijn oren, met mijn hersenen of met alles tegelijk, maar na de zwaar vervormde instrumentale openingstrack wordt de muziek van Drab City gelukkig een stuk grijpbaarder. Nu is grijpbaar altijd een relatief begrip en dat geldt zeker wanneer je het gebruikt voor het omschrijven van de muziek op Good Songs For Bad People.
Drab City is een duo uit San Francisco (en soms Berlijn) dat bestaat uit Christopher Dexter Greenspan, ook bekend als oOoOO, en Asia, die muziek maakt onder de naam Islamiq Grrrls. Samen maakten ze al eens een album onder de naam Faminine Mystique, maar nu is er dan het debuut van Drab City.
Na de korte openingstrack is de muziek op het debuut van Drab City weliswaar grijpbaar, maar in een hokje te duwen is het niet of nauwelijks. De muziek op Good Songs For Bad People past deels in het hokje elektronica, maar is ook jazzy en experimenteel en ook met triphop, hiphop, Franse Filmmuziek, dreampop, dub en zeker ook psychedelica doe je de muziek van het Californische duo recht. En er is vast nog veel meer, want de muziek van Drab City laat iedere keer weer nieuwe dingen horen.
Het debuut van Drab City is al even lastig te plaatsen in de tijd. Het ene moment waan je je op de set van een Franse film uit de jaren 60 of 70, maar Drab City maakt ook muziek die alleen maar uit het heden kan stammen. Het doet me meer dan eens denken aan de muziek van Portishead, maar dan wat minder zwaarmoedig en wat organischer. Maar niet veel later zijn alle herinneringen aan Portishead vervlogen en ben je in de hoogtijdagen van de flower power psychedelica beland.
Good Songs For Bad People gedijt uitstekend in het mooie weer van het moment. De muziek van Christopher Dexter Greenspan en Asia nodigt uit tot in het gras liggen en van de zon genieten. Met name de wat filmische songs zijn zeer geschikt om ondertussen de bloemetjes en de bijtjes te bestuderen, maar de muziek van Drab City kan zomaar omslaan van aangenaam bedwelmend in diepgravend en experimenteel.
Zelf hoor ik de band het liefst aan de slag gaan met de zwoele vocalen van Asia, met diepe bassen, jazzy gitaarlijnen en elektronica met een vleugje Kraftwerk en dat is muziek die je meer dan eens tegen komt op het debuut van het duo uit San Francisco. Drab City experimenteert er driftig op los en rent met zevenmijlslaarzen door genres en tijdperken, maar Good Songs For Bad People is ook een zomerse traktatie.
Het is hoe dan ook muziek die recensenten inspireert tot mooie citaten: “Julee Cruise doing the soundtrack to Killing Eve?”, “Mazzy Star miraculously transported back to ye-ye France”, “haunting songs and a strangeness that feels fitting for our surreal times” en als klap op de vuurpijl “You don't have to be evil to enjoy this dream-pop collaboration, but it can't hurt”. Het zijn treffende citaten, maar aan de andere kant illustreren ze ook het onvermogen om de muziek van Drab City goed te typeren.
Het is overigens ook de kracht van Good Songs For Bad People, dat zowel aangenaam vermaakt als hopeloos intrigeert. Ik ben er in ieder geval nog lang niet klaar mee, maar al wel overtuigd van de bijzondere magie van dit album. Erwin Zijleman
Dream Wife - Dream Wife (2018)

4,0
0
geplaatst: 30 januari 2018, 17:01 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dream Wife - Dream Wife - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het verhaal achter het Britse trio Dream Wife klinkt bijna te mooi om waar te zijn.
De uit IJsland afkomstige Rakel Mjöll ontmoette de Britse meiden Alice Go en Bella Podpadec op de kunstacademie in het Londense Brighton. Voor een kunstproject creëerden de drie een fake meidengroep, waarna uitsluitend voor de lol wat muziek werd gemaakt.
We zijn inmiddels drie jaar verder en Dream Wife behoort momenteel tot de door de Britse muziekpers meest gehypte bands van 2018.
Ik ben altijd wat op mijn hoede als de schreeuwerige Britse muziekpers aan de haal gaat met een nieuwe hype, maar als zelfs de Britse kwaliteitskrant The Guardian valt voor de charmes van het drietal uit Londen moet er wel iets aan de hand zijn.
Ik heb het titelloze debuut van Dream Wife daarom ook maar eens in de cd-speler gestopt en begrijp nu waarom de Britse muziekpers zich zo makkelijk heeft laten verleiden door de charmes van het Britse trio.
Dream Wife laat zich op haar debuut door van alles en nog wat beïnvloeden. Denk hierbij aan de Riot grrrl rock van bands als Bikini Kill, Sleater Kinney en Babes in Toyland, aan de muziek van bands als Yeah Yeah Yeahs en The Sounds, maar vergeet ook Bow Wow Wow en Transvision Vamp niet.
Hiermee hebben we de rauwere kant van de muziek van Dream Wife grotendeels te pakken, maar het Brits-IJslandse drietal is ook niet vies van pure pop. Denk hierbij aan alles van Blondie tot Grimes, met een vleugje Madonna in het midden.
Dream Wife eet op haar debuut van meerdere walletjes en heeft alle invloeden aan elkaar gesmeed in popliedjes die misschien even rauw en tegendraads klinken, maar die uiteindelijk vooral vol zoete verleiding zitten.
Nu kun je een album als het debuut van Dream Wife op meerdere manieren beluisteren. Je kunt op zoek gaan naar de waarheid achter de hype en je afvragen of Dream Wife nu echt “the next big thing” is. Dat is natuurlijk niet het geval. Het drietal uit Londen heeft goed geluisterd naar een heleboel voorbeelden en heeft alle ingrediënten vermengd tot een gerecht dat smakelijk is, maar zeker geen culinair hoogstandje.
Ik hoor op het debuut van Dream Wife niets nieuws en hoor ook geen uitzonderlijk talent. Toch ben ik heel blij met deze plaat, want met de songs van het drietal is echt helemaal niets mis. De songs zijn misschien wat eenvormig, maar liggen stuk voor stuk lekker in het gehoor, terwijl ze toch ook rauw en smerig kunnen klinken.
De eenheid van gitaar, bas en drums klinkt solide met hier en daar geweldige riffs en ook in vocaal opzicht houdt Dream Wife zich vrij makkelijk staande. Het debuut van Dream Wife is 34 minuten lang goed voor een glimlach en tijdens die 34 minuten komen ook een aantal popliedjes voorbij die je niet zomaar gaat vergeten, wat voor een debuut geen misselijke prestatie is.
De meiden sluiten ook in tekstueel opzicht nog eens slim aan bij meerdere actualiteiten, waaronder de #MeToo discussie, wat de aantrekkelijkheid van dit debuut nog eens verder vergroot.
Mijn advies: gewoon genieten van het frisse debuut van Dream Wife en verder niet teveel over nadenken. Bij het volgende album kunnen we ons altijd nog de vraag stellen hoe goed Rakel Mjöll, Alice Go en Bella Podpadec zijn. Voorlopig vind ik ze fantastisch. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Dream Wife - Dream Wife - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het verhaal achter het Britse trio Dream Wife klinkt bijna te mooi om waar te zijn.
De uit IJsland afkomstige Rakel Mjöll ontmoette de Britse meiden Alice Go en Bella Podpadec op de kunstacademie in het Londense Brighton. Voor een kunstproject creëerden de drie een fake meidengroep, waarna uitsluitend voor de lol wat muziek werd gemaakt.
We zijn inmiddels drie jaar verder en Dream Wife behoort momenteel tot de door de Britse muziekpers meest gehypte bands van 2018.
Ik ben altijd wat op mijn hoede als de schreeuwerige Britse muziekpers aan de haal gaat met een nieuwe hype, maar als zelfs de Britse kwaliteitskrant The Guardian valt voor de charmes van het drietal uit Londen moet er wel iets aan de hand zijn.
Ik heb het titelloze debuut van Dream Wife daarom ook maar eens in de cd-speler gestopt en begrijp nu waarom de Britse muziekpers zich zo makkelijk heeft laten verleiden door de charmes van het Britse trio.
Dream Wife laat zich op haar debuut door van alles en nog wat beïnvloeden. Denk hierbij aan de Riot grrrl rock van bands als Bikini Kill, Sleater Kinney en Babes in Toyland, aan de muziek van bands als Yeah Yeah Yeahs en The Sounds, maar vergeet ook Bow Wow Wow en Transvision Vamp niet.
Hiermee hebben we de rauwere kant van de muziek van Dream Wife grotendeels te pakken, maar het Brits-IJslandse drietal is ook niet vies van pure pop. Denk hierbij aan alles van Blondie tot Grimes, met een vleugje Madonna in het midden.
Dream Wife eet op haar debuut van meerdere walletjes en heeft alle invloeden aan elkaar gesmeed in popliedjes die misschien even rauw en tegendraads klinken, maar die uiteindelijk vooral vol zoete verleiding zitten.
Nu kun je een album als het debuut van Dream Wife op meerdere manieren beluisteren. Je kunt op zoek gaan naar de waarheid achter de hype en je afvragen of Dream Wife nu echt “the next big thing” is. Dat is natuurlijk niet het geval. Het drietal uit Londen heeft goed geluisterd naar een heleboel voorbeelden en heeft alle ingrediënten vermengd tot een gerecht dat smakelijk is, maar zeker geen culinair hoogstandje.
Ik hoor op het debuut van Dream Wife niets nieuws en hoor ook geen uitzonderlijk talent. Toch ben ik heel blij met deze plaat, want met de songs van het drietal is echt helemaal niets mis. De songs zijn misschien wat eenvormig, maar liggen stuk voor stuk lekker in het gehoor, terwijl ze toch ook rauw en smerig kunnen klinken.
De eenheid van gitaar, bas en drums klinkt solide met hier en daar geweldige riffs en ook in vocaal opzicht houdt Dream Wife zich vrij makkelijk staande. Het debuut van Dream Wife is 34 minuten lang goed voor een glimlach en tijdens die 34 minuten komen ook een aantal popliedjes voorbij die je niet zomaar gaat vergeten, wat voor een debuut geen misselijke prestatie is.
De meiden sluiten ook in tekstueel opzicht nog eens slim aan bij meerdere actualiteiten, waaronder de #MeToo discussie, wat de aantrekkelijkheid van dit debuut nog eens verder vergroot.
Mijn advies: gewoon genieten van het frisse debuut van Dream Wife en verder niet teveel over nadenken. Bij het volgende album kunnen we ons altijd nog de vraag stellen hoe goed Rakel Mjöll, Alice Go en Bella Podpadec zijn. Voorlopig vind ik ze fantastisch. Erwin Zijleman
Dream Wife - So When You Gonna... (2020)

4,0
0
geplaatst: 6 juli 2020, 16:17 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dream Wife - So When You Gonna... - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dream Wife - So When You Gonna...
Dream Wife is terug met een tweede album dat de aanstekelijkheid en de frisheid van het debuut heeft behouden, maar dat ook op alle vlakken beter en overtuigender is dan dit debuut
Het Londense drietal Dream Wife was op haar debuut goed voor het ene aanstekelijke popliedje na het andere, maar de vraag of het in artistiek opzicht wel zo interessant was bleef nog even open staan. Die vraag wordt op het tweede album op zeer overtuigende wijze positief beantwoord. So When You Gonna… borduurt voort op dit debuut, maar is in alle opzichten beter. De productie is mooier, de instrumentatie trefzekerder, de zang overtuigender en Dream Wife heeft ook nog eens gezorgd voor meer variatie in haar muziek. Het is allemaal niet ten koste gegaan van de kwaliteit van de popliedjes van het drietal, want die zijn nog altijd onweerstaanbaar lekker. Heerlijk album.
Ik was in het begin van 2018 behoorlijk enthousiast over het debuut van de Brits/IJslandse band Dream Wife. Rakel Mjöll, Alice Go en Bella Podpadec begonnen Dream Wife min of meer voor de grap op de kunstacademie, maar werden na de eerste single zo stevig omarmd door de Britse muziekpers dat er geen weg terug meer was.
Dream Wife liet zich op haar debuut door van alles en nog wat beïnvloeden. Bikini Kill, Sleater Kinney, Yeah Yeah Yeahs, Bow Wow Wow, Transvision Vamp, Blondie, Grimes; het was slechts een deel van de namen die voorbij kwamen bij beluistering van het debuut van de band uit Londen. Het was ruim een half uur goed voor een brede glimlach, want Dream Wife verstond de kunst van het maken van goede popliedjes op haar debuutalbum absoluut, al was dit debuut nog wel wat eenvormig .
De vraag of het debuut van Dream Wife nu vooral pretentieloos vermaak was of echt goed, liet ik aan het begin van 2018 nog onbeantwoord en schoof ik door naar het tweede album. Dat tweede album is deze week verschenen en beantwoord de nog openstaande vraag op overtuigende wijze.
So When You Gonna… voegt elf songs en 40 minuten muziek toe aan het oeuvre van Dream Wife en blijkt al snel net zo verleidelijk als het debuut van het Londense drietal. Bij oppervlakkige beluistering lijkt Dream Wife het kunstje van haar debuut nog eens te herhalen. Ook So When You Gonna… staat vol met onweerstaanbaar lekkere popliedjes en het zijn popliedjes die associaties oproepen met zo ongeveer hetzelfde lijstje namen als ik bij de beschrijving van het debuut van de band opsomde.
Luister wat beter en je hoort dat Dream Wife de afgelopen twee jaar enorm is gegroeid. Je hoort het allereerst in de productie, waarvoor producer Marta Salogni en engineers Grace Banks en Heba Kadry werden gerekruteerd, waardoor So When You Gonna… 100% vrouwenwerk is. Het tweede album van Dream Wife is voorzien van een mooier geluid, waarin zowel de instrumenten als de zang beter tot zijn recht komen.
Ook in muzikaal en vocaal opzicht hebben de dames van Dream Wife stappen gezet. Het debuut van het drietal moest het nog vooral hebben van ruwe charme, maar op So When You Gonna… wordt prima gemusiceerd. Ook de zang is veel beter dan op het debuut en is bovendien een stuk veelzijdiger.
Veelzijdigheid is sowieso iets dat opvalt bij beluistering van het nieuwe album van het Brits/IJslandse drietal. Waar de songs op het debuut uiteindelijk wel wat eenvormig waren, is So When You Gonna… een lekker veelkleurig album dat voldoende varieert in tempo en kracht om het album 40 minuten lang interessant te houden.
Er is één ding dat niet is veranderd en dat is het vermogen om songs te schrijven die zich genadeloos opdringen en vervolgens heel snel onweerstaanbaar zijn. Het zijn popliedjes die het beste uit een aantal decennia aanstekelijke popmuziek bij elkaar harken en dit alles samensmelten tot frisse en eigentijdse popsongs die goed zijn voor veel meer dan een glimlach.
De vraag of Dream Wife heel goed is in het voorschotelen van even aanstekelijke als pretentieloze popliedjes of dat het Londense drietal veel meer te bieden heeft en ook in artistiek reuze interessant is durfde ik ruim twee jaar geleden nog niet te beantwoorden, maar na beluistering van So When You Gonna… ben ik er wel uit. Dream Wife is echt heel goed! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Dream Wife - So When You Gonna... - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dream Wife - So When You Gonna...
Dream Wife is terug met een tweede album dat de aanstekelijkheid en de frisheid van het debuut heeft behouden, maar dat ook op alle vlakken beter en overtuigender is dan dit debuut
Het Londense drietal Dream Wife was op haar debuut goed voor het ene aanstekelijke popliedje na het andere, maar de vraag of het in artistiek opzicht wel zo interessant was bleef nog even open staan. Die vraag wordt op het tweede album op zeer overtuigende wijze positief beantwoord. So When You Gonna… borduurt voort op dit debuut, maar is in alle opzichten beter. De productie is mooier, de instrumentatie trefzekerder, de zang overtuigender en Dream Wife heeft ook nog eens gezorgd voor meer variatie in haar muziek. Het is allemaal niet ten koste gegaan van de kwaliteit van de popliedjes van het drietal, want die zijn nog altijd onweerstaanbaar lekker. Heerlijk album.
Ik was in het begin van 2018 behoorlijk enthousiast over het debuut van de Brits/IJslandse band Dream Wife. Rakel Mjöll, Alice Go en Bella Podpadec begonnen Dream Wife min of meer voor de grap op de kunstacademie, maar werden na de eerste single zo stevig omarmd door de Britse muziekpers dat er geen weg terug meer was.
Dream Wife liet zich op haar debuut door van alles en nog wat beïnvloeden. Bikini Kill, Sleater Kinney, Yeah Yeah Yeahs, Bow Wow Wow, Transvision Vamp, Blondie, Grimes; het was slechts een deel van de namen die voorbij kwamen bij beluistering van het debuut van de band uit Londen. Het was ruim een half uur goed voor een brede glimlach, want Dream Wife verstond de kunst van het maken van goede popliedjes op haar debuutalbum absoluut, al was dit debuut nog wel wat eenvormig .
De vraag of het debuut van Dream Wife nu vooral pretentieloos vermaak was of echt goed, liet ik aan het begin van 2018 nog onbeantwoord en schoof ik door naar het tweede album. Dat tweede album is deze week verschenen en beantwoord de nog openstaande vraag op overtuigende wijze.
So When You Gonna… voegt elf songs en 40 minuten muziek toe aan het oeuvre van Dream Wife en blijkt al snel net zo verleidelijk als het debuut van het Londense drietal. Bij oppervlakkige beluistering lijkt Dream Wife het kunstje van haar debuut nog eens te herhalen. Ook So When You Gonna… staat vol met onweerstaanbaar lekkere popliedjes en het zijn popliedjes die associaties oproepen met zo ongeveer hetzelfde lijstje namen als ik bij de beschrijving van het debuut van de band opsomde.
Luister wat beter en je hoort dat Dream Wife de afgelopen twee jaar enorm is gegroeid. Je hoort het allereerst in de productie, waarvoor producer Marta Salogni en engineers Grace Banks en Heba Kadry werden gerekruteerd, waardoor So When You Gonna… 100% vrouwenwerk is. Het tweede album van Dream Wife is voorzien van een mooier geluid, waarin zowel de instrumenten als de zang beter tot zijn recht komen.
Ook in muzikaal en vocaal opzicht hebben de dames van Dream Wife stappen gezet. Het debuut van het drietal moest het nog vooral hebben van ruwe charme, maar op So When You Gonna… wordt prima gemusiceerd. Ook de zang is veel beter dan op het debuut en is bovendien een stuk veelzijdiger.
Veelzijdigheid is sowieso iets dat opvalt bij beluistering van het nieuwe album van het Brits/IJslandse drietal. Waar de songs op het debuut uiteindelijk wel wat eenvormig waren, is So When You Gonna… een lekker veelkleurig album dat voldoende varieert in tempo en kracht om het album 40 minuten lang interessant te houden.
Er is één ding dat niet is veranderd en dat is het vermogen om songs te schrijven die zich genadeloos opdringen en vervolgens heel snel onweerstaanbaar zijn. Het zijn popliedjes die het beste uit een aantal decennia aanstekelijke popmuziek bij elkaar harken en dit alles samensmelten tot frisse en eigentijdse popsongs die goed zijn voor veel meer dan een glimlach.
De vraag of Dream Wife heel goed is in het voorschotelen van even aanstekelijke als pretentieloze popliedjes of dat het Londense drietal veel meer te bieden heeft en ook in artistiek reuze interessant is durfde ik ruim twee jaar geleden nog niet te beantwoorden, maar na beluistering van So When You Gonna… ben ik er wel uit. Dream Wife is echt heel goed! Erwin Zijleman
Drive-By Truckers - American Band (2016)

4,0
0
geplaatst: 4 oktober 2016, 17:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Drive-By Truckers - American Band - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Athens, Georgia, afkomstige band Drive-By Truckers bracht tussen 1998 en 2015 een elftal studioplaten, twee verzamelaars en minstens twee live-platen uit.
Wanneer ik het inmiddels imposante rijtje Drive-By Truckers in de platenkast bekijk, valt op dat de band, misschien met uitzondering van haar eerste twee platen, alleen maar geweldige platen heeft gemaakt, met als uitschieter het fantastische Southern Rock Opera uit 2001.
Het zijn platen waarop de band op imposante wijze uiteenlopende soorten rockmuziek aan elkaar heeft gesmeed, met een voorliefde voor Southern Rock, Country Rock en Hard Rock.
Je zou verwachten dat er na al die jaren wat sleet zit op het geluid van de band, maar daar is op American Band gelukkig nog geen sprake van.
American Band wijkt qua verpakking nogal af van de vorige platen van de band. Waar de band uit Georgia voor de meeste van haar vorige platen vertrouwde op de kleurrijke illustraties van Wes Freed, is American Band gestoken in een sombere hoes met een zwart-wit foto van een halfstok hangende Amerikaanse vlag.
De donkere thematiek van de hoes komt terug in de teksten, die dit keer wat minder persoonlijke verhalen vertellen, maar focussen op de problemen waarmee het weldenkende deel van de Verenigde Staten momenteel te kampen heeft.
In muzikaal opzicht klinkt American Band gelukkig redelijk vertrouwd. Drive-By Truckers klinkt nog altijd als een geoliede machine en het is een machine die uit de voeten kan met diverse smaken rockmuziek.
In veel van de tracks hoor ik niet alleen flarden van de vorige platen van de band, maar ook heel veel van Neil Young en later op de plaat ook van de Rolling Stones. Hiernaast laten ook de beste jaren van Lynyrd Skynyrd nog altijd hun sporen na in de muziek van Drive-By Truckers, zeker wanner invloeden uit de Southern Rock mogen domineren. American Band biedt tenslotte ook ruimte aan net wat meer ingetogen songs, die soms raken aan het minder gepolijste werk van The Eagles.
Het klinkt allemaal zo aangenaam en energiek als we van de band gewend zijn, maar mede dankzij de politieke lading klinkt het dit keer ook wat extra gedreven en urgent. Drive-By Truckers moet het tot dusver niet van de vernieuwing hebben, maar laat op haar twaalfde studioplaat een aantal andere dingen horen. De meeste kracht ontleent ook deze plaat echter weer aan de dingen die gelijk zijn gebleven, want Drive-By Truckers is nog altijd vooral een geweldige rockband en bovendien een rockband die alleen maar goede platen maakt. Mogen ze van mij nog heel lang blijven doen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Drive-By Truckers - American Band - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Athens, Georgia, afkomstige band Drive-By Truckers bracht tussen 1998 en 2015 een elftal studioplaten, twee verzamelaars en minstens twee live-platen uit.
Wanneer ik het inmiddels imposante rijtje Drive-By Truckers in de platenkast bekijk, valt op dat de band, misschien met uitzondering van haar eerste twee platen, alleen maar geweldige platen heeft gemaakt, met als uitschieter het fantastische Southern Rock Opera uit 2001.
Het zijn platen waarop de band op imposante wijze uiteenlopende soorten rockmuziek aan elkaar heeft gesmeed, met een voorliefde voor Southern Rock, Country Rock en Hard Rock.
Je zou verwachten dat er na al die jaren wat sleet zit op het geluid van de band, maar daar is op American Band gelukkig nog geen sprake van.
American Band wijkt qua verpakking nogal af van de vorige platen van de band. Waar de band uit Georgia voor de meeste van haar vorige platen vertrouwde op de kleurrijke illustraties van Wes Freed, is American Band gestoken in een sombere hoes met een zwart-wit foto van een halfstok hangende Amerikaanse vlag.
De donkere thematiek van de hoes komt terug in de teksten, die dit keer wat minder persoonlijke verhalen vertellen, maar focussen op de problemen waarmee het weldenkende deel van de Verenigde Staten momenteel te kampen heeft.
In muzikaal opzicht klinkt American Band gelukkig redelijk vertrouwd. Drive-By Truckers klinkt nog altijd als een geoliede machine en het is een machine die uit de voeten kan met diverse smaken rockmuziek.
In veel van de tracks hoor ik niet alleen flarden van de vorige platen van de band, maar ook heel veel van Neil Young en later op de plaat ook van de Rolling Stones. Hiernaast laten ook de beste jaren van Lynyrd Skynyrd nog altijd hun sporen na in de muziek van Drive-By Truckers, zeker wanner invloeden uit de Southern Rock mogen domineren. American Band biedt tenslotte ook ruimte aan net wat meer ingetogen songs, die soms raken aan het minder gepolijste werk van The Eagles.
Het klinkt allemaal zo aangenaam en energiek als we van de band gewend zijn, maar mede dankzij de politieke lading klinkt het dit keer ook wat extra gedreven en urgent. Drive-By Truckers moet het tot dusver niet van de vernieuwing hebben, maar laat op haar twaalfde studioplaat een aantal andere dingen horen. De meeste kracht ontleent ook deze plaat echter weer aan de dingen die gelijk zijn gebleven, want Drive-By Truckers is nog altijd vooral een geweldige rockband en bovendien een rockband die alleen maar goede platen maakt. Mogen ze van mij nog heel lang blijven doen. Erwin Zijleman
Drive-By Truckers - It's Great to Be Alive! (2015)

4,5
0
geplaatst: 6 november 2015, 14:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Drive-By Truckers - It's Great To Be Alive - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het was in de jaren 70 de kroon op het oeuvre van iedere zichzelf respecterende rockband: het live-album.
Deze live-albums bestonden bij voorkeur uit twee of zelfs drie LP’s en als het even meezat groeide het album uit tot één van de hoogtepunten in het oeuvre van de betreffende band.
Live-albums zijn tegenwoordig betrekkelijk zeldzaam en als ze al verschijnen gaat het vaak om vrij overbodige tussendoortjes.
De uit Athens, Georgia, afkomstige band Drive-By Truckers blaast het live-album nu nieuw leven in en hoe.
It’s Great To Be Alive! Bestaat uit 3 cd’s of maar liefst 8 LP’s en bevat meer dan drie uur muziek. Iedereen die de band wel eens live aan het werk heeft gezien weet dat Drive-By Truckers een geweldige live-band is, maar toch werd ik compleet van mijn sokken geblazen bij beluistering van deze live-set.
It’s Great To Be Alive! heeft direct bij eerste beluistering het memorabele wat de live-albums uit de jaren 70 hadden, maar waar de geluidskwaliteit het ook op de klassieke live-platen wel eens wat liet afweten, klinkt de live-plaat van Drive-By Truckers werkelijk fantastisch, waardoor ook de toetsenist kan schitteren achter alle gitaarmuren.
Uiteraard pakt de band af en toe lekker stevig uit met de Southern Rock en countryrock waarmee het al weer bijna 15 jaar geleden doorbrak, maar It’s Great To Be Alive! bevat ook de nodige rustpunten, waardoor de plaat overloopt van dynamiek. In de stevigere songs worden fascinerende gitaarduels uitgevochten, maar de songs waarin de band uit Georgia de subtiliteit zoekt zijn minstens even indrukwekkend.
Het knappe van It’s Great To Be Alive! is dat de plaat niet alleen een fraaie dwarsdoorsnede van het imposante oeuvre van Drive-By Truckers biedt, maar dat je bij beluistering van de plaat ook het idee hebt dat je vlak voor het podium staat. Een live-plaat was vroeger iets om naar uit te kijken en deze tijden herleven. Heerlijk, en dat ruim drie uur lang. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Drive-By Truckers - It's Great To Be Alive - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het was in de jaren 70 de kroon op het oeuvre van iedere zichzelf respecterende rockband: het live-album.
Deze live-albums bestonden bij voorkeur uit twee of zelfs drie LP’s en als het even meezat groeide het album uit tot één van de hoogtepunten in het oeuvre van de betreffende band.
Live-albums zijn tegenwoordig betrekkelijk zeldzaam en als ze al verschijnen gaat het vaak om vrij overbodige tussendoortjes.
De uit Athens, Georgia, afkomstige band Drive-By Truckers blaast het live-album nu nieuw leven in en hoe.
It’s Great To Be Alive! Bestaat uit 3 cd’s of maar liefst 8 LP’s en bevat meer dan drie uur muziek. Iedereen die de band wel eens live aan het werk heeft gezien weet dat Drive-By Truckers een geweldige live-band is, maar toch werd ik compleet van mijn sokken geblazen bij beluistering van deze live-set.
It’s Great To Be Alive! heeft direct bij eerste beluistering het memorabele wat de live-albums uit de jaren 70 hadden, maar waar de geluidskwaliteit het ook op de klassieke live-platen wel eens wat liet afweten, klinkt de live-plaat van Drive-By Truckers werkelijk fantastisch, waardoor ook de toetsenist kan schitteren achter alle gitaarmuren.
Uiteraard pakt de band af en toe lekker stevig uit met de Southern Rock en countryrock waarmee het al weer bijna 15 jaar geleden doorbrak, maar It’s Great To Be Alive! bevat ook de nodige rustpunten, waardoor de plaat overloopt van dynamiek. In de stevigere songs worden fascinerende gitaarduels uitgevochten, maar de songs waarin de band uit Georgia de subtiliteit zoekt zijn minstens even indrukwekkend.
Het knappe van It’s Great To Be Alive! is dat de plaat niet alleen een fraaie dwarsdoorsnede van het imposante oeuvre van Drive-By Truckers biedt, maar dat je bij beluistering van de plaat ook het idee hebt dat je vlak voor het podium staat. Een live-plaat was vroeger iets om naar uit te kijken en deze tijden herleven. Heerlijk, en dat ruim drie uur lang. Erwin Zijleman
Drive-By Truckers - Plan 9 Records July 13, 2006 (2020)

4,5
0
geplaatst: 23 september 2021, 16:29 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Drive -By Truckers - Plan 9 Records, July 13, 2006 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Drive -By Truckers - Plan 9 Records, July 13, 2006
Op een zomeravond in 2006 treedt de Amerikaanse band Drive-By Truckers op in een kleine platenzaak in Virginia en speelt het ruim twee uur lang de pannen van het dak
Ongeveer 200 muziekliefhebbers waren in de zomer van 2006 getuige van een optreden van de Amerikaanse band Drive-By Truckers in een lokale platenzaak. Het werd een gedenkwaardige avond. De band, nog inclusief Jason Isbell, verkeert die avond in topvorm en maakt er een ruim twee uur durend optreden van. Het klinkt allemaal heerlijk ruw, wat de muziek van de band alleen maar voorziet van extra passie, energie en urgentie. De registratie van het optreden was oorspronkelijk alleen als Record Store Day release beschikbaar, maar dit optreden verdiende een reguliere release, inclusief passend artwork. Het is zomaar het beste live-album van de band tot dusver.
De Amerikaanse band Drive-By Truckers leverde vorig jaar met The Unraveling en The New OK maar liefst twee jaarlijstjesalbums af. Het was wat mij betreft de kroon op het werk van de band die in 1996 werd opgericht, in 1998 debuteerde en in 2001 doorbrak met het geweldige Southern Rock Opera. Sindsdien heeft de band uit Athens, Georgia, geen slecht album meer gemaakt, terwijl de teller sinds Southern Rock Opera al op elf studioalbums staat.
Of de band dit jaar nog een studioalbum toevoegt aan haar zo indrukwekkende oeuvre zal de tijd leren, maar deze week verscheen wel een live-album. Het is zeker niet het eerste live-album van de band, want naast een aantal officieel uitgebrachte live-albums, is ook een stapeltje in eigen beheer uitgebrachte albums verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band.
Het deze week uitgebrachte Plan 9 Records, July 13, 2006 werd vorig jaar in een beperkte oplage uitgebracht ter ere van Record Store Day, maar is er nu ook als officiële release, met vernieuwd artwork dat aansluit bij het artwork van de albums die de band tussen 2001 en 2015 uitbracht.
Plan 9 Records, July 13, 2006 werd op de genoemde datum opgenomen in de platenzaak Plan 9 Records in Richmond, Virginia. De platenzaak vierde met het concert van Drive-By Truckers haar 25-jarig bestaan en schoof zoveel mogelijk platenbakken opzij om publiek getuige te laten zijn van het optreden. Het werd een memorabel optreden, dat nu binnen bereik komt van alle fans van de band.
Drive-By Truckers kon in 2006 nog beschikken over Jason Isbell en zijn toenmalige vrouw Shonna Tucker en treedt op de zomeravond in het betreffende jaar aan in de sterkste bezetting. De temperatuur is vast flink opgelopen in de kleine platenzaak in Virginia, want Drive-By Truckers speelt 2 uur en 9 minuten lang de pannen van het dak. Southern Rock staat centraal op Plan 9 Records, July 13, 2006, maar ook invloeden uit de countryrock hebben op dat moment al hun weg gevonden naar het geluid van de band.
Een overvolle platenzaak is misschien niet de beste plek voor het perfect opnemen van een live-album, maar het pakt geweldig uit. De ruwe energie van Drive-By Truckers werd nog niet eerder zo mooi gevangen op een live-album en de imperfecties voorzien het geluid van de band alleen maar van extra emotie.
Toen ik in de tweede helft van de jaren 70 begon met het kopen van LP’s had ik lange tijd een voorkeur voor live-albums. De magie van het live-album is in de loop der jaren wel wat verdwenen, maar Plan 9 Records, July 13, 2006 is weer zo’n live-album dat je van je sokken blaast en dat meer dan eens beter is dan de in de studio opgenomen versies van de songs. De band uit Athens, Georgia, heeft meer uitstekende live-albums op haar naam staan, maar de registratie van het bijzondere optreden in 2006 heeft iets magisch.
Jason Isbell zou de band niet veel later verlaten, wat een mokerslag was die de band verrassend goed te boven kwam. De bezetting op Plan 9 Records, July 13, 2006 blijft echter onovertroffen. Ruim twee uur muziek is veel, maar ik heb dit live-album van Drive-By Truckers inmiddels al flink wat keren beluisterd en het smaakt nog altijd naar meer. Het maakt het oeuvre van Drive-By Truckers nog wat mooier. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Drive -By Truckers - Plan 9 Records, July 13, 2006 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Drive -By Truckers - Plan 9 Records, July 13, 2006
Op een zomeravond in 2006 treedt de Amerikaanse band Drive-By Truckers op in een kleine platenzaak in Virginia en speelt het ruim twee uur lang de pannen van het dak
Ongeveer 200 muziekliefhebbers waren in de zomer van 2006 getuige van een optreden van de Amerikaanse band Drive-By Truckers in een lokale platenzaak. Het werd een gedenkwaardige avond. De band, nog inclusief Jason Isbell, verkeert die avond in topvorm en maakt er een ruim twee uur durend optreden van. Het klinkt allemaal heerlijk ruw, wat de muziek van de band alleen maar voorziet van extra passie, energie en urgentie. De registratie van het optreden was oorspronkelijk alleen als Record Store Day release beschikbaar, maar dit optreden verdiende een reguliere release, inclusief passend artwork. Het is zomaar het beste live-album van de band tot dusver.
De Amerikaanse band Drive-By Truckers leverde vorig jaar met The Unraveling en The New OK maar liefst twee jaarlijstjesalbums af. Het was wat mij betreft de kroon op het werk van de band die in 1996 werd opgericht, in 1998 debuteerde en in 2001 doorbrak met het geweldige Southern Rock Opera. Sindsdien heeft de band uit Athens, Georgia, geen slecht album meer gemaakt, terwijl de teller sinds Southern Rock Opera al op elf studioalbums staat.
Of de band dit jaar nog een studioalbum toevoegt aan haar zo indrukwekkende oeuvre zal de tijd leren, maar deze week verscheen wel een live-album. Het is zeker niet het eerste live-album van de band, want naast een aantal officieel uitgebrachte live-albums, is ook een stapeltje in eigen beheer uitgebrachte albums verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band.
Het deze week uitgebrachte Plan 9 Records, July 13, 2006 werd vorig jaar in een beperkte oplage uitgebracht ter ere van Record Store Day, maar is er nu ook als officiële release, met vernieuwd artwork dat aansluit bij het artwork van de albums die de band tussen 2001 en 2015 uitbracht.
Plan 9 Records, July 13, 2006 werd op de genoemde datum opgenomen in de platenzaak Plan 9 Records in Richmond, Virginia. De platenzaak vierde met het concert van Drive-By Truckers haar 25-jarig bestaan en schoof zoveel mogelijk platenbakken opzij om publiek getuige te laten zijn van het optreden. Het werd een memorabel optreden, dat nu binnen bereik komt van alle fans van de band.
Drive-By Truckers kon in 2006 nog beschikken over Jason Isbell en zijn toenmalige vrouw Shonna Tucker en treedt op de zomeravond in het betreffende jaar aan in de sterkste bezetting. De temperatuur is vast flink opgelopen in de kleine platenzaak in Virginia, want Drive-By Truckers speelt 2 uur en 9 minuten lang de pannen van het dak. Southern Rock staat centraal op Plan 9 Records, July 13, 2006, maar ook invloeden uit de countryrock hebben op dat moment al hun weg gevonden naar het geluid van de band.
Een overvolle platenzaak is misschien niet de beste plek voor het perfect opnemen van een live-album, maar het pakt geweldig uit. De ruwe energie van Drive-By Truckers werd nog niet eerder zo mooi gevangen op een live-album en de imperfecties voorzien het geluid van de band alleen maar van extra emotie.
Toen ik in de tweede helft van de jaren 70 begon met het kopen van LP’s had ik lange tijd een voorkeur voor live-albums. De magie van het live-album is in de loop der jaren wel wat verdwenen, maar Plan 9 Records, July 13, 2006 is weer zo’n live-album dat je van je sokken blaast en dat meer dan eens beter is dan de in de studio opgenomen versies van de songs. De band uit Athens, Georgia, heeft meer uitstekende live-albums op haar naam staan, maar de registratie van het bijzondere optreden in 2006 heeft iets magisch.
Jason Isbell zou de band niet veel later verlaten, wat een mokerslag was die de band verrassend goed te boven kwam. De bezetting op Plan 9 Records, July 13, 2006 blijft echter onovertroffen. Ruim twee uur muziek is veel, maar ik heb dit live-album van Drive-By Truckers inmiddels al flink wat keren beluisterd en het smaakt nog altijd naar meer. Het maakt het oeuvre van Drive-By Truckers nog wat mooier. Erwin Zijleman
Drive-By Truckers - The Complete Dirty South (2023)

4,5
1
geplaatst: 18 juni 2023, 20:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Drive-By Truckers - The Complete Dirty South - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Drive-By Truckers - The Complete Dirty South
The Dirty South, misschien wel het beste album van de Amerikaanse band Drive-By Truckers, verschijnt deze week in een nieuwe en in beperkte mate opgepoetste versie, die vooral de grootheid van het album onderstreept
Het is een geweldig oeuvre dat de Amerikaanse band Drive-By Truckers op haar naam heeft staan. Ik kan maar heel lastig kiezen tussen een enorme stapel prachtige albums, maar de albums met Jason Isbell springen er heel voorzichtig uit. The Dirty South uit 2004 is een van deze albums en het is een album dat deze week verschijnt in een net wat uitgebreidere versie, die bovendien is voorzien van een nieuwe mix en hier en daar nieuwe vocalen. Levensgroot zijn de verschillen zeker niet, maar The Complete Dirty South is zeker niet minder dan het originele album, al is het maar vanwege een extra track van Jason Isbell en de fraaie verpakking. Een onbetwiste klassieker in een subtiel nieuw jasje.
De Amerikaanse band Drive-By Truckers bracht in 2020 met The Unraveling en The New OK twee onbetwiste jaarlijstjesalbums uit. Sindsdien heeft de band uit Athens, Georgia, wat gas terug genomen, al verscheen vorig jaar wel het wat onderschatte Welcome 2 Club XIII. Dat album moet misschien niet gerekend worden tot de Drive-By Truckers klassiekers, maar dat zegt meer over de kwaliteit van het complete oeuvre van de band dan over de kwaliteit van het tot voor kort laatste album.
Drive-By Truckers begon met het maken van klassiekers in 2001, toen het monumentale Southern Rock Opera verscheen. De ode aan de Southern Rock van weleer overtuigde anderhalf uur lang en was de start van een glansrijke carrière. Drive-By Truckers heeft inmiddels een imposant stapeltje geweldige albums op haar naam staan. Het zijn albums waar ik maar heel lastig tussen kan kiezen, maar vandaag kies ik om meerdere redenen voor The Dirty South uit 2004.
The Dirty South is het tweede en laatste album waarop Jason Isbell deel uitmaakt van de band, is het best verkochte album van de Amerikaanse band, is het album dat door velen wordt gezien als het beste album van de band en het is het album dat deze week is verschenen in een nieuwe versie, The Complete Dirty South. The Dirty South viert volgend jaar de twintigste verjaardag, maar de deze week verschenen versie is meer dan een 20th Anniversary Editie.
De band nam het album voor een klein deel opnieuw op, voorzag de songs van een nieuwe mix, rommelde wat aan de volgorde en voegde bovendien een aantal songs toe aan de nieuwe versie van het album. Voorman Patterson Hood geeft aan dat The Complete Dirty South klinkt zoals het album in 2004 bedoeld was, maar dat overtuigde me nog niet direct. Het opnieuw uitvinden van oud werk is meestal een vrij zinloze bezigheid en bijna altijd is de nieuwe versie minder dan het origineel, al zijn er uitzonderingen.
The Dirty South was in 2004 al goed voor 14 tracks en 70 minuten muziek. De nieuwe versie voegt hier nog drie tracks en ruim een kwartier muziek aan toe. Bij beluistering van The Complete Dirty South verscheen mijn oorspronkelijke scepsis langzaam maar zeker. De nieuwe versie van het album klinkt gelukkig niet heel anders dan het origineel. De nieuwe mix is misschien net wat beter en hetzelfde geldt voor de opnieuw ingezongen vocalen in een beperkt aantal tracks.
Ook het beperkt schuiven in de volgorde van de tracks heeft niet veel invloed op het album, waardoor de nieuwe tracks overblijven als grootste aanwinst. Met name het door Jason Isbell geschreven TVA is prachtig en is voor mij voldoende reden om over te stappen op de nieuwe versie van The Dirty South. De nieuwe uitgave is verder fraai verpakt en voorzien van een informatief boekje.
Het had prima onderdeel kunnen zijn van een luxe editie van het album, maar Patterson Hood wilde de frustratie van een destijds tegenwerkende platenmaatschappij van zich af schudden met deze nieuwe versie van het album. The Complete Dirty South is een fraai uitgevoerd en prachtig klinkend album, maar het is vooral een album dat laat horen hoe goed en memorabel het originele album in 2004 was. The Complete Dirty South is uiteindelijk een meer dan aardig tussendoortje, dat absoluut doet uitzien naar nieuw werk van de band uit Georgia, maar dat hier nog heel vaak uit de speakers gaat komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Drive-By Truckers - The Complete Dirty South - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Drive-By Truckers - The Complete Dirty South
The Dirty South, misschien wel het beste album van de Amerikaanse band Drive-By Truckers, verschijnt deze week in een nieuwe en in beperkte mate opgepoetste versie, die vooral de grootheid van het album onderstreept
Het is een geweldig oeuvre dat de Amerikaanse band Drive-By Truckers op haar naam heeft staan. Ik kan maar heel lastig kiezen tussen een enorme stapel prachtige albums, maar de albums met Jason Isbell springen er heel voorzichtig uit. The Dirty South uit 2004 is een van deze albums en het is een album dat deze week verschijnt in een net wat uitgebreidere versie, die bovendien is voorzien van een nieuwe mix en hier en daar nieuwe vocalen. Levensgroot zijn de verschillen zeker niet, maar The Complete Dirty South is zeker niet minder dan het originele album, al is het maar vanwege een extra track van Jason Isbell en de fraaie verpakking. Een onbetwiste klassieker in een subtiel nieuw jasje.
De Amerikaanse band Drive-By Truckers bracht in 2020 met The Unraveling en The New OK twee onbetwiste jaarlijstjesalbums uit. Sindsdien heeft de band uit Athens, Georgia, wat gas terug genomen, al verscheen vorig jaar wel het wat onderschatte Welcome 2 Club XIII. Dat album moet misschien niet gerekend worden tot de Drive-By Truckers klassiekers, maar dat zegt meer over de kwaliteit van het complete oeuvre van de band dan over de kwaliteit van het tot voor kort laatste album.
Drive-By Truckers begon met het maken van klassiekers in 2001, toen het monumentale Southern Rock Opera verscheen. De ode aan de Southern Rock van weleer overtuigde anderhalf uur lang en was de start van een glansrijke carrière. Drive-By Truckers heeft inmiddels een imposant stapeltje geweldige albums op haar naam staan. Het zijn albums waar ik maar heel lastig tussen kan kiezen, maar vandaag kies ik om meerdere redenen voor The Dirty South uit 2004.
The Dirty South is het tweede en laatste album waarop Jason Isbell deel uitmaakt van de band, is het best verkochte album van de Amerikaanse band, is het album dat door velen wordt gezien als het beste album van de band en het is het album dat deze week is verschenen in een nieuwe versie, The Complete Dirty South. The Dirty South viert volgend jaar de twintigste verjaardag, maar de deze week verschenen versie is meer dan een 20th Anniversary Editie.
De band nam het album voor een klein deel opnieuw op, voorzag de songs van een nieuwe mix, rommelde wat aan de volgorde en voegde bovendien een aantal songs toe aan de nieuwe versie van het album. Voorman Patterson Hood geeft aan dat The Complete Dirty South klinkt zoals het album in 2004 bedoeld was, maar dat overtuigde me nog niet direct. Het opnieuw uitvinden van oud werk is meestal een vrij zinloze bezigheid en bijna altijd is de nieuwe versie minder dan het origineel, al zijn er uitzonderingen.
The Dirty South was in 2004 al goed voor 14 tracks en 70 minuten muziek. De nieuwe versie voegt hier nog drie tracks en ruim een kwartier muziek aan toe. Bij beluistering van The Complete Dirty South verscheen mijn oorspronkelijke scepsis langzaam maar zeker. De nieuwe versie van het album klinkt gelukkig niet heel anders dan het origineel. De nieuwe mix is misschien net wat beter en hetzelfde geldt voor de opnieuw ingezongen vocalen in een beperkt aantal tracks.
Ook het beperkt schuiven in de volgorde van de tracks heeft niet veel invloed op het album, waardoor de nieuwe tracks overblijven als grootste aanwinst. Met name het door Jason Isbell geschreven TVA is prachtig en is voor mij voldoende reden om over te stappen op de nieuwe versie van The Dirty South. De nieuwe uitgave is verder fraai verpakt en voorzien van een informatief boekje.
Het had prima onderdeel kunnen zijn van een luxe editie van het album, maar Patterson Hood wilde de frustratie van een destijds tegenwerkende platenmaatschappij van zich af schudden met deze nieuwe versie van het album. The Complete Dirty South is een fraai uitgevoerd en prachtig klinkend album, maar het is vooral een album dat laat horen hoe goed en memorabel het originele album in 2004 was. The Complete Dirty South is uiteindelijk een meer dan aardig tussendoortje, dat absoluut doet uitzien naar nieuw werk van de band uit Georgia, maar dat hier nog heel vaak uit de speakers gaat komen. Erwin Zijleman
Drive-By Truckers - The New OK (2020)

4,0
1
geplaatst: 3 oktober 2020, 11:36 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Drive-By Truckers - The New OK - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Drive-By Truckers - The New OK
Een nieuw album van de Amerikaanse band Drive-By Truckers stond nog lang niet op de agenda, maar de band moest toch wat in coronatijd en het levert nog een prachtalbum op ook
Drive-By Truckers uit Athens, Georgia levert al een kleine twintig jaar alleen maar uitstekende albums af en heeft inmiddels een fraai stapeltje op haar naam staan. Op een nieuw album hadden we normaal gesproken nog wel even moeten wachten, maar dankzij de corona pandemie is er The New OK. Het is een album met materiaal dat deels stamt uit de sessies van het geweldige The Unraveling, dat maar net acht maanden oud is, maar de band nam tijdens de lockdown ook een aantal nieuwe songs op. En zoals we inmiddels van Drive-By Truckers gewend zijn is ook dit album weer heel goed. Wat een fantastische band is dit toch.
De Amerikaanse band Drive-By Truckers debuteerde in de tweede helft van de jaren 90 nog weinig opvallend, maar sinds het imponerende dubbelalbum Southern Rock Opera uit 2001 levert de band uit Athens, Georgia, het ene na het andere geweldige album af. Zelfs het vertrek van de zeer getalenteerde Jason Isbell deerde de band niet, want de albums van Drive-By Truckers zijn er sinds zijn vertrek zeker niet slechter op geworden.
Drive-By Truckers etaleerde op het genoemde Southern Rock Opera nog vooral de liefde voor de Southern rock uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten, maar de afgelopen twee decennia is het geluid van de band steeds veelzijdiger geworden en zijn de teksten van Drive-By Truckers bovendien een stuk maatschappijkritischer dan in het verleden.
Drive-By Truckers bracht in de eerste maand van 2020 (wat lijkt dat lang geleden overigens) het buitengewoon fraaie The Unraveling uit en dat is een album dat zeker op de groslijst voor mijn jaarlijstje staat. De Amerikaanse band begon vervolgens aan een tour die ruim een jaar had moeten duren, maar begin maart gooide de corona pandemie roet in het eten en zaten de leden van de band weer thuis. Met de handen in het haar als we voorman Patterson Hood moeten geloven, want de leden van Drive-By Truckers leven voor de muziek. Toen de tour was geannuleerd zat er dan ook maar één ding op: opnieuw de studio in.
De band had nog wat restmateriaal van The Unraveling liggen en dacht in eerste instantie aan een EP, maar deze week verscheen, bijna uit het niets, een gloednieuw album van Drive-By Truckers, The New OK. The New OK bevat een aantal songs die in 2018 in de Memphis’ Sun Studios werden opgenomen tijdens de sessies voor The Unraveling, maar bevat ook een aantal songs die in coronatijd werden geschreven en opgenomen. Omdat The New OK flink wat restmateriaal bevat van The Unraveling sessies is het verleidelijk om te spreken van een tussendoortje, maar daar is het nieuwe album van Drive-By Truckers echt veel te goed voor.
Net als de vorige albums van de band uit Athens, Georgia, is het een album dat wel raad weet met een verscheidenheid aan invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, inclusief de Southern Rock. Het album bevat een aantal stevige rocksongs, maar ook songs die wat soulvoller of bluesy klinken of tegen countryrock aanleunen.
Het staat allemaal weer als een huis en zeker het gitaarwerk op het album is fantastisch en omdat de band beschikt over meerdere uitstekende zangers is The New OK ook in vocaal opzicht een veelzijdig album. Het spat allemaal uit de speakers, maar ook in tekstueel opzicht is The New OK een interessant album.
Drive-By Truckers heeft de afgelopen vier jaar met grote regelmaat een somber beeld geschetst van de Verenigde Staten in het Trump tijdwerk en dat doet het ook weer op The New OK, waarop onder andere het politiegeweld aan de kaak wordt gesteld. Veel donkere wolken dus op The New OK, maar hier en daar gloort hoop op een betere toekomst, die zich hopelijk over precies een maand aandient.
Ik was eerder dit jaar zeer gecharmeerd van The Unraveling, dat ik schaar onder de allerbeste albums van 2020. Of The New OK net zo goed is zal de tijd moeten leren, maar na het album een paar keer te hebben beluisterd is mijn oordeel al zeer positief. Drive-By Truckers had ongetwijfeld het liefst het hele jaar op het podium gestaan, maar ook het noodgedwongen verblijf in de studio levert iets heel moois op. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Drive-By Truckers - The New OK - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Drive-By Truckers - The New OK
Een nieuw album van de Amerikaanse band Drive-By Truckers stond nog lang niet op de agenda, maar de band moest toch wat in coronatijd en het levert nog een prachtalbum op ook
Drive-By Truckers uit Athens, Georgia levert al een kleine twintig jaar alleen maar uitstekende albums af en heeft inmiddels een fraai stapeltje op haar naam staan. Op een nieuw album hadden we normaal gesproken nog wel even moeten wachten, maar dankzij de corona pandemie is er The New OK. Het is een album met materiaal dat deels stamt uit de sessies van het geweldige The Unraveling, dat maar net acht maanden oud is, maar de band nam tijdens de lockdown ook een aantal nieuwe songs op. En zoals we inmiddels van Drive-By Truckers gewend zijn is ook dit album weer heel goed. Wat een fantastische band is dit toch.
De Amerikaanse band Drive-By Truckers debuteerde in de tweede helft van de jaren 90 nog weinig opvallend, maar sinds het imponerende dubbelalbum Southern Rock Opera uit 2001 levert de band uit Athens, Georgia, het ene na het andere geweldige album af. Zelfs het vertrek van de zeer getalenteerde Jason Isbell deerde de band niet, want de albums van Drive-By Truckers zijn er sinds zijn vertrek zeker niet slechter op geworden.
Drive-By Truckers etaleerde op het genoemde Southern Rock Opera nog vooral de liefde voor de Southern rock uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten, maar de afgelopen twee decennia is het geluid van de band steeds veelzijdiger geworden en zijn de teksten van Drive-By Truckers bovendien een stuk maatschappijkritischer dan in het verleden.
Drive-By Truckers bracht in de eerste maand van 2020 (wat lijkt dat lang geleden overigens) het buitengewoon fraaie The Unraveling uit en dat is een album dat zeker op de groslijst voor mijn jaarlijstje staat. De Amerikaanse band begon vervolgens aan een tour die ruim een jaar had moeten duren, maar begin maart gooide de corona pandemie roet in het eten en zaten de leden van de band weer thuis. Met de handen in het haar als we voorman Patterson Hood moeten geloven, want de leden van Drive-By Truckers leven voor de muziek. Toen de tour was geannuleerd zat er dan ook maar één ding op: opnieuw de studio in.
De band had nog wat restmateriaal van The Unraveling liggen en dacht in eerste instantie aan een EP, maar deze week verscheen, bijna uit het niets, een gloednieuw album van Drive-By Truckers, The New OK. The New OK bevat een aantal songs die in 2018 in de Memphis’ Sun Studios werden opgenomen tijdens de sessies voor The Unraveling, maar bevat ook een aantal songs die in coronatijd werden geschreven en opgenomen. Omdat The New OK flink wat restmateriaal bevat van The Unraveling sessies is het verleidelijk om te spreken van een tussendoortje, maar daar is het nieuwe album van Drive-By Truckers echt veel te goed voor.
Net als de vorige albums van de band uit Athens, Georgia, is het een album dat wel raad weet met een verscheidenheid aan invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, inclusief de Southern Rock. Het album bevat een aantal stevige rocksongs, maar ook songs die wat soulvoller of bluesy klinken of tegen countryrock aanleunen.
Het staat allemaal weer als een huis en zeker het gitaarwerk op het album is fantastisch en omdat de band beschikt over meerdere uitstekende zangers is The New OK ook in vocaal opzicht een veelzijdig album. Het spat allemaal uit de speakers, maar ook in tekstueel opzicht is The New OK een interessant album.
Drive-By Truckers heeft de afgelopen vier jaar met grote regelmaat een somber beeld geschetst van de Verenigde Staten in het Trump tijdwerk en dat doet het ook weer op The New OK, waarop onder andere het politiegeweld aan de kaak wordt gesteld. Veel donkere wolken dus op The New OK, maar hier en daar gloort hoop op een betere toekomst, die zich hopelijk over precies een maand aandient.
Ik was eerder dit jaar zeer gecharmeerd van The Unraveling, dat ik schaar onder de allerbeste albums van 2020. Of The New OK net zo goed is zal de tijd moeten leren, maar na het album een paar keer te hebben beluisterd is mijn oordeel al zeer positief. Drive-By Truckers had ongetwijfeld het liefst het hele jaar op het podium gestaan, maar ook het noodgedwongen verblijf in de studio levert iets heel moois op. Erwin Zijleman
Drive-By Truckers - The Unraveling (2020)

4,5
4
geplaatst: 2 februari 2020, 10:33 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Drive-By Truckers - The Unraveling - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Drive-By Truckers - The Unraveling
Drive-By Truckers ziet dat het er onder Trump zeker niet beter op is geworden in de VS en combineert donkere teksten met gedreven en gloedvolle Americana
Drive-By Truckers draait al meer dan twintig jaar mee, maar heeft nog steeds de energie van een stel jonge honden. De band liet in 2016 een andere kant van zichzelf horen met het maatschappijkritische American Band. Op The Unraveling is de band nog wat kritischer en schetst het een gitzwart beeld van Trump’s Amerika. Ook in muzikaal opzicht verkeert de band in topvorm en wordt er nog altijd geschakeld tussen countryrock, Southern rock en alles er tussenin. The Unraveling is een vaak betrekkelijk ingetogen album vol geweldige gitaarwerk en gepassioneerde vocalen, maar af en toe mag het gas er op. Geweldige plaat!
Toen ik aan het eind van de jaren 90 voor het eerst kennis maakte met de muziek van Drive-By Truckers, hoorde ik een leuke maar verder niet heel opzienbarende band, die invloeden uit onder andere de countryrock en Southern rock aan elkaar smeedde.
Een meesterwerk verwachtte ik op dat moment absoluut niet van de band uit Athens, Georgia, maar dat meesterwerk lag er in 2001 opeens wel in de vorm van Southern Rock Opera, dat anderhalf uur lang imponeerde met rockmuziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Sindsdien heeft de Amerikaanse band een aardig stapeltje albums afgeleverd en ze zijn allemaal goed.
Het deze week verschenen The Unraveling is de opvolger van het alweer uit 2016 stammende American Band. American Band liet nog altijd een geweldige rockband horen, maar het was voor Drive-By Truckers begrippen ook een behoorlijk donkere plaat. American Band keek naar de Amerikaanse samenleving van dat moment en het leverde een somber beeld op.
Het deze week verschenen The Unraveling is, zeker vergeleken met zijn voorganger, weer gestoken in een kleurigere hoes, maar dat zegt niets over de staat van het vaderland van de leden van de band uit Athens, Georgia. The Unraveling schetst een nog wat somberder beeld van de Verenigde Staten, want het is er onder Donald Trump niet beter op geworden. Integendeel.
Drive-By Truckers stelt de misstanden in de Verenigde Staten nog wat nadrukkelijker aan de tand in de vlijmscherpe teksten op het album, die stilstaan bij thema’s als immigratie, racisme, armoede, uit de hand gelopen wapenbezit en grootschalig gebruik van zware pijnstillers (in de VS verantwoordelijk voor 150 doden per dag). Het voorziet de songs van inhoud en passie, waardoor Drive-By Truckers direct met 1-0 voor staat.
Ook in muzikaal opzicht is The Unraveling een overtuigend album. Net als op het vorige album worden ingetogen tracks afgewisseld met stevigere tracks en variëren de invloeden van lome countryrock tot stevige Southern rock (van Neil Young via R.E.M. naar Lynyrd Skynyrd). Drive-By Truckers heeft al deze invloeden opgenomen in een geheel eigen blend binnen de Amerikaanse rootsmuziek en klinkt als een goed geoliede machine.
Zoals altijd is het gitaarwerk op het album van een bijzonder hoog niveau, maar ook de vocalen op het album zijn uitermate trefzeker. Patterson Hood en Mike Cooley hebben allebei een duidelijk eigen stijl, wat zorgt voor flink wat diversiteit. Ik had in het verleden altijd een voorkeur voor het stevigere werk van de band en ook op The Unraveling springen de songs waarin de gitaren los mogen gaan er makkelijk uit, maar het zijn de ingetogen songs vol donkere verhalen over de Verenigde Staten van Trump die door de ziel snijden. Het zijn ook de songs die domineren op het album.
Drive-By Truckers draait inmiddels meer dan 20 jaar mee, maar klonk nog niet vaak zo gepassioneerd, betrokken en urgent als op The Unraveling, waarop donkere teksten en geweldige muziek elkaar op bijzondere wijze weten te versterken. Waar de teksten zwaar en donker zijn, speelt de band betrekkelijk losjes en heeft het op The Unraveling een mooi open geluid, dat prachtig uit de speakers galmt en dat aan het eind nog 8 minuten lang een prachtige psychedelische injectie krijgt.
Iedereen die American Band in 2016 schaarde onder de beste albums van Drive-By Truckers, zal ook genieten van The Unraveling, maar het maatschappij kritische album verdient wat mij betreft ook een veel breder publiek. Wat een wereldband, wat een hoede plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Drive-By Truckers - The Unraveling - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Drive-By Truckers - The Unraveling
Drive-By Truckers ziet dat het er onder Trump zeker niet beter op is geworden in de VS en combineert donkere teksten met gedreven en gloedvolle Americana
Drive-By Truckers draait al meer dan twintig jaar mee, maar heeft nog steeds de energie van een stel jonge honden. De band liet in 2016 een andere kant van zichzelf horen met het maatschappijkritische American Band. Op The Unraveling is de band nog wat kritischer en schetst het een gitzwart beeld van Trump’s Amerika. Ook in muzikaal opzicht verkeert de band in topvorm en wordt er nog altijd geschakeld tussen countryrock, Southern rock en alles er tussenin. The Unraveling is een vaak betrekkelijk ingetogen album vol geweldige gitaarwerk en gepassioneerde vocalen, maar af en toe mag het gas er op. Geweldige plaat!
Toen ik aan het eind van de jaren 90 voor het eerst kennis maakte met de muziek van Drive-By Truckers, hoorde ik een leuke maar verder niet heel opzienbarende band, die invloeden uit onder andere de countryrock en Southern rock aan elkaar smeedde.
Een meesterwerk verwachtte ik op dat moment absoluut niet van de band uit Athens, Georgia, maar dat meesterwerk lag er in 2001 opeens wel in de vorm van Southern Rock Opera, dat anderhalf uur lang imponeerde met rockmuziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Sindsdien heeft de Amerikaanse band een aardig stapeltje albums afgeleverd en ze zijn allemaal goed.
Het deze week verschenen The Unraveling is de opvolger van het alweer uit 2016 stammende American Band. American Band liet nog altijd een geweldige rockband horen, maar het was voor Drive-By Truckers begrippen ook een behoorlijk donkere plaat. American Band keek naar de Amerikaanse samenleving van dat moment en het leverde een somber beeld op.
Het deze week verschenen The Unraveling is, zeker vergeleken met zijn voorganger, weer gestoken in een kleurigere hoes, maar dat zegt niets over de staat van het vaderland van de leden van de band uit Athens, Georgia. The Unraveling schetst een nog wat somberder beeld van de Verenigde Staten, want het is er onder Donald Trump niet beter op geworden. Integendeel.
Drive-By Truckers stelt de misstanden in de Verenigde Staten nog wat nadrukkelijker aan de tand in de vlijmscherpe teksten op het album, die stilstaan bij thema’s als immigratie, racisme, armoede, uit de hand gelopen wapenbezit en grootschalig gebruik van zware pijnstillers (in de VS verantwoordelijk voor 150 doden per dag). Het voorziet de songs van inhoud en passie, waardoor Drive-By Truckers direct met 1-0 voor staat.
Ook in muzikaal opzicht is The Unraveling een overtuigend album. Net als op het vorige album worden ingetogen tracks afgewisseld met stevigere tracks en variëren de invloeden van lome countryrock tot stevige Southern rock (van Neil Young via R.E.M. naar Lynyrd Skynyrd). Drive-By Truckers heeft al deze invloeden opgenomen in een geheel eigen blend binnen de Amerikaanse rootsmuziek en klinkt als een goed geoliede machine.
Zoals altijd is het gitaarwerk op het album van een bijzonder hoog niveau, maar ook de vocalen op het album zijn uitermate trefzeker. Patterson Hood en Mike Cooley hebben allebei een duidelijk eigen stijl, wat zorgt voor flink wat diversiteit. Ik had in het verleden altijd een voorkeur voor het stevigere werk van de band en ook op The Unraveling springen de songs waarin de gitaren los mogen gaan er makkelijk uit, maar het zijn de ingetogen songs vol donkere verhalen over de Verenigde Staten van Trump die door de ziel snijden. Het zijn ook de songs die domineren op het album.
Drive-By Truckers draait inmiddels meer dan 20 jaar mee, maar klonk nog niet vaak zo gepassioneerd, betrokken en urgent als op The Unraveling, waarop donkere teksten en geweldige muziek elkaar op bijzondere wijze weten te versterken. Waar de teksten zwaar en donker zijn, speelt de band betrekkelijk losjes en heeft het op The Unraveling een mooi open geluid, dat prachtig uit de speakers galmt en dat aan het eind nog 8 minuten lang een prachtige psychedelische injectie krijgt.
Iedereen die American Band in 2016 schaarde onder de beste albums van Drive-By Truckers, zal ook genieten van The Unraveling, maar het maatschappij kritische album verdient wat mij betreft ook een veel breder publiek. Wat een wereldband, wat een hoede plaat. Erwin Zijleman
Drive-By Truckers - Welcome 2 Club XIII (2022)

4,0
0
geplaatst: 6 juni 2022, 15:20 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Drive-By Truckers - Welcome 2 Club XIII
Na een drietal stevig bewierookte albums met een politieke lading, keert Drive-By Truckers op Welcome 2 Club XIII terug naar de eenvoud met een lekker gruizig rockalbum, dat steeds beter wordt
Na American Band, The Unraveling en The New OK valt het nieuwe album van Drive-By Truckers, zeker op het eerste gehoor, wat tegen. De songs zijn wat eenvoudiger en herinneren aan het vroege werk van de band en aan voorbeelden als Neil Young & Crazy Horse, The Replacements en R.E.M, om de drie belangrijkste namen te noemen. Ook de politieke boodschap is dit keer grotendeels verdwenen, maar na een paar keer horen is ook het nieuwe album van de band uit Athens, Georgia, weer een uitstekend album. De songs blijven makkelijk hangen, het gitaarwerk is bijzonder lekker en de vocalen zijn prima. Prima aanvulling op een inmiddels zeer indrukwekkend oeuvre.
De Amerikaanse band Drive-By Truckers brak iets meer dan twintig jaar geleden door met het indrukwekkende dubbelalbum Southern Rock Opera, dat zich liet beluisteren als een anderhalf uur durend eerbetoon aan de Southern Rock. Sindsdien heeft de band uit Athens, Georgia, een flinke stapel uitstekende albums afgeleverd en deze albums leken de afgelopen jaren alleen maar beter te worden.
Drive-By Truckers haalde met American Band uit 2016 mijn jaarlijstje en in 2020 dook de band zelfs met twee albums op in mijn jaarlijstje, waarbij The Unraveling een plek in mijn top 10 wist te bereiken. Op American Band, The Unraveling en The New OK liet Drive-By Truckers een net wat minder ruw geluid horen en maakte de band bovendien indruk met geëngageerde teksten, die de misstanden in de Verenigde Staten van Donald Trump genadeloos aan de kaak stelden.
De coronapandemie legde ook Drive-By Truckers een tijd lang stil, maar vorig jaar dook de band de studio in om te repeteren voor de volgende tour van de band. Of het oorspronkelijk de bedoeling was om een nieuw album op te nemen weet ik niet, maar de sessies in de studio hebben het vrijwel live opgenomen Welcome 2 Club XIII opgeleverd.
Het is een album dat anders klinkt dan zijn voorgangers. Op het nieuwe album keert Drive-By Truckers terug naar het wat ruwere geluid van de vroege albums van de band. Ook in tekstueel opzicht is Welcome 2 Club XIII wat minder ambitieus (of pretentieus) dan zijn voorgangers, want de politieke lading is dit keer vrijwel afwezig in de teksten van de songs.
Zeker bij eerste beluistering vond ik Welcome 2 Club XIII daarom wat tegenvallen en daarin sta ik niet alleen, want het nieuwe album van Drive-By Truckers krijgt wat minder positieve recensies dan de drie eerder genoemde albums, die aan Welcome 2 Club XIII vooraf gingen. Ik moet wel zeggen dat het nieuwe album van de band uit Athens na enige gewenning een stuk beter wordt.
Welcome 2 Club XIII herinnert inderdaad aan het vroege werk van de band, maar klinkt hier en daar ook als een ruwe versie van de voormalige stadgenoten R.E.M. of als obscuur werk van Neil Young en zijn Crazy Horse. De vergelijking met R.E.M. is overigens grappig, want voormalig R.E.M. bassist Mike Mills is te horen op het album. Nu we toch namen aan het noemen zijn mag ook de naam van The Replacements niet onvermeld blijven en verder duiken natuurlijk alle eerdere helden van Drive-By Truckers op.
Zeker op het eerste gehoor vond ik Welcome 2 Club XIII wat gewoontjes klinken, maar inmiddels ben ik toch weer onder de indruk van het lekker gruizige gitaargeluid op het album, van de sterke vocalen van Patterson Hood en Mike Cooley en van de songs die zich toch steeds nadrukkelijker opdringen.
Welcome 2 Club XIII is misschien niet de meest logische opvolger van de vorige drie albums van Drive-By Truckers, al moeten de verschillen met American Band, The Unraveling en The New OK ook niet overdreven worden. Welcome 2 Club XIII is een album dat je het beste een paar keer kunt beluisteren en na die paar keer kan ik alleen maar concluderen dat de Amerikaanse band weer een uitstekend album heeft toegevoegd aan haar inmiddels zeer imposante oeuvre. Ik schrijf hem stiekem toch alvast op voor mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Drive-By Truckers - Welcome 2 Club XIII
Na een drietal stevig bewierookte albums met een politieke lading, keert Drive-By Truckers op Welcome 2 Club XIII terug naar de eenvoud met een lekker gruizig rockalbum, dat steeds beter wordt
Na American Band, The Unraveling en The New OK valt het nieuwe album van Drive-By Truckers, zeker op het eerste gehoor, wat tegen. De songs zijn wat eenvoudiger en herinneren aan het vroege werk van de band en aan voorbeelden als Neil Young & Crazy Horse, The Replacements en R.E.M, om de drie belangrijkste namen te noemen. Ook de politieke boodschap is dit keer grotendeels verdwenen, maar na een paar keer horen is ook het nieuwe album van de band uit Athens, Georgia, weer een uitstekend album. De songs blijven makkelijk hangen, het gitaarwerk is bijzonder lekker en de vocalen zijn prima. Prima aanvulling op een inmiddels zeer indrukwekkend oeuvre.
De Amerikaanse band Drive-By Truckers brak iets meer dan twintig jaar geleden door met het indrukwekkende dubbelalbum Southern Rock Opera, dat zich liet beluisteren als een anderhalf uur durend eerbetoon aan de Southern Rock. Sindsdien heeft de band uit Athens, Georgia, een flinke stapel uitstekende albums afgeleverd en deze albums leken de afgelopen jaren alleen maar beter te worden.
Drive-By Truckers haalde met American Band uit 2016 mijn jaarlijstje en in 2020 dook de band zelfs met twee albums op in mijn jaarlijstje, waarbij The Unraveling een plek in mijn top 10 wist te bereiken. Op American Band, The Unraveling en The New OK liet Drive-By Truckers een net wat minder ruw geluid horen en maakte de band bovendien indruk met geëngageerde teksten, die de misstanden in de Verenigde Staten van Donald Trump genadeloos aan de kaak stelden.
De coronapandemie legde ook Drive-By Truckers een tijd lang stil, maar vorig jaar dook de band de studio in om te repeteren voor de volgende tour van de band. Of het oorspronkelijk de bedoeling was om een nieuw album op te nemen weet ik niet, maar de sessies in de studio hebben het vrijwel live opgenomen Welcome 2 Club XIII opgeleverd.
Het is een album dat anders klinkt dan zijn voorgangers. Op het nieuwe album keert Drive-By Truckers terug naar het wat ruwere geluid van de vroege albums van de band. Ook in tekstueel opzicht is Welcome 2 Club XIII wat minder ambitieus (of pretentieus) dan zijn voorgangers, want de politieke lading is dit keer vrijwel afwezig in de teksten van de songs.
Zeker bij eerste beluistering vond ik Welcome 2 Club XIII daarom wat tegenvallen en daarin sta ik niet alleen, want het nieuwe album van Drive-By Truckers krijgt wat minder positieve recensies dan de drie eerder genoemde albums, die aan Welcome 2 Club XIII vooraf gingen. Ik moet wel zeggen dat het nieuwe album van de band uit Athens na enige gewenning een stuk beter wordt.
Welcome 2 Club XIII herinnert inderdaad aan het vroege werk van de band, maar klinkt hier en daar ook als een ruwe versie van de voormalige stadgenoten R.E.M. of als obscuur werk van Neil Young en zijn Crazy Horse. De vergelijking met R.E.M. is overigens grappig, want voormalig R.E.M. bassist Mike Mills is te horen op het album. Nu we toch namen aan het noemen zijn mag ook de naam van The Replacements niet onvermeld blijven en verder duiken natuurlijk alle eerdere helden van Drive-By Truckers op.
Zeker op het eerste gehoor vond ik Welcome 2 Club XIII wat gewoontjes klinken, maar inmiddels ben ik toch weer onder de indruk van het lekker gruizige gitaargeluid op het album, van de sterke vocalen van Patterson Hood en Mike Cooley en van de songs die zich toch steeds nadrukkelijker opdringen.
Welcome 2 Club XIII is misschien niet de meest logische opvolger van de vorige drie albums van Drive-By Truckers, al moeten de verschillen met American Band, The Unraveling en The New OK ook niet overdreven worden. Welcome 2 Club XIII is een album dat je het beste een paar keer kunt beluisteren en na die paar keer kan ik alleen maar concluderen dat de Amerikaanse band weer een uitstekend album heeft toegevoegd aan haar inmiddels zeer imposante oeuvre. Ik schrijf hem stiekem toch alvast op voor mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
Drivin' N' Cryin' - Live the Love Beautiful (2019)

4,0
0
geplaatst: 12 juli 2019, 16:11 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Drivin' N' Cryin' - Live The Love Beautiful - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Drivin' N' Cryin' - Live The Love Beautiful
Drivin’ N’ Cryin’ is ondanks een aantal prima albums in de jaren 80 en 90 nooit wereldberoemd geworden, maar laat vele jaren later horen dat het nog steeds een geweldige band is
Wat is het toch jammer dat er tegenwoordig weinig albums als Live The Love Beautiful worden gemaakt, maar gelukkig hebben we Drivin’ N’ Cryin’ nog. De band rond voorman Kevn Kinney is zo ongeveer opgestaan uit de dood, maar klinkt op haar nieuwe album springlevend. Het levert een rockplaat op vol tijdloze rocksongs die je na één keer horen hebt omarmd. Het zijn songs die binnen de rockmuziek een breed palet bestrijken en het zijn songs die lekker rauw klinken, al is het maar vanwege het uit duizenden herkenbare stemgeluid van Kevn Kinney. Na al die jaren had ik geen hoge verwachtingen van een nieuw Drivin’ N’ Cryin’ album, maar wat is Live The Love Beautiful goed.
Drivin’ N’ Cryin’ is een Amerikaanse band, die aan het eind van de jaren 80 en het begin van de jaren 90 een aantal zeer memorabele albums afleverde.
De band uit Atlanta, Georgia, kreeg in haar hoogtijdagen meerdere etiketten opgeplakt, waaronder met name de etiketten Southern rock, roots rock en college rock, maar geen van deze etiketten deed de band echt recht.
Wanneer ik luister naar de vroege albums van de Amerikaanse band hoor ik vooral een hele goede rockband en die hele goede rockband hoor ik ook wanneer ik luister naar het nieuwe album van de band.
Drivin’ n’ Cryin’ had halverwege de jaren 90 het meeste van haar kruid wel verschoten, maar de band bleef met tussenpozen bestaan. Ondertussen beproefde voorman Kevn Kinney zijn geluk als solomuzikant, wat een aantal prima albums opleverde. Drivin’ n’ Cryin’ vond ik de afgelopen 25 jaar niet zo heel boeiend meer, maar het nieuwe album van de band is uitstekend.
Live The Love Beautiful is een rockplaat die net zo makkelijk een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden en het is een rockplaat waarvan je alleen maar heel gelukkig kunt worden. De muziek van Drivin' N' Cryin' was in het verleden nooit heel precies in een hokje te duwen en dat is het nog steeds niet. Het ene moment domineert de stevige rock met een Southern injectie, maar de Amerikaanse band maakt ook rocksongs met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, meer psychedelisch aandoende songs of songs die omslaan in een stevige psychedelische trip.
Centraal staat altijd het wat geknepen stemgeluid van Kevn Kinney, die hier en daar wat van Bob Dylan heeft, maar wat rauwer zingt. Het is een stem waarvan niet iedereen zal houden, maar ik was 35 jaar gelden al gek op de stem van Kevn Kinney en ben dat nog steeds. Het is een stem die de songs van Drivin' N' Cryin' net wat rauwer en doorleefder maakt en hierdoor interessanter dan de songs van de gemiddelde rockband die zich in de bovengenoemde genres beweegt.
Drivin' N' Cryin' klinkt op Live The Love Beautiful niet alleen als een hele goede rockband, maar ook als een gelouterde rockband. Het nieuwe album van de Amerikaanse band klinkt hecht, maar staat ook nog vol met mooie accenten en natuurlijk met heerlijk gitaarwerk. In muzikaal en vocaal opzicht is het smullen wat mij betreft, maar Live The Love Beautiful van Drivin' N' Cryin' is ook een tijdloos album vol met songs die je na een keer horen niet meer vergeet.
De band rond Kevn Kinney levert hierdoor een heerlijke feelgood plaat af, maar Drivin' N' Cryin' klinkt op haar nieuwe album en het eerste album in minstens een jaar of 10 ook zeer geinspireerd. Live The Love Beautiful is een no-nonsense rockplaat die de jonge honden van het moment niet meer maken, maar ook bands van de leeftijd van Drivin' N' Cryin' kunnen alleen maar dromen van een album als Live The Love Beautiful.
Hiermee ben ik er nog niet, want Kevn Kinney is ook nog eens een verhalenverteller, die misstanden aan de kaak stelt, maar net zo makkelijk persoonlijke anekdotes omtovert tot memorabele songs. Ik moet direct toegeven dat ik de laatste decennia niet meer naar de muziek van Drivin' N' Cryin' heb geluisterd, maar Live The Love Beautiful heeft de liefde voor de band zeker weer aangewakkerd en is ook nog eens een album dat niet misstaat tussen de beste albums van de band. Dat is op zijn minst een prestatie van formaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Drivin' N' Cryin' - Live The Love Beautiful - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Drivin' N' Cryin' - Live The Love Beautiful
Drivin’ N’ Cryin’ is ondanks een aantal prima albums in de jaren 80 en 90 nooit wereldberoemd geworden, maar laat vele jaren later horen dat het nog steeds een geweldige band is
Wat is het toch jammer dat er tegenwoordig weinig albums als Live The Love Beautiful worden gemaakt, maar gelukkig hebben we Drivin’ N’ Cryin’ nog. De band rond voorman Kevn Kinney is zo ongeveer opgestaan uit de dood, maar klinkt op haar nieuwe album springlevend. Het levert een rockplaat op vol tijdloze rocksongs die je na één keer horen hebt omarmd. Het zijn songs die binnen de rockmuziek een breed palet bestrijken en het zijn songs die lekker rauw klinken, al is het maar vanwege het uit duizenden herkenbare stemgeluid van Kevn Kinney. Na al die jaren had ik geen hoge verwachtingen van een nieuw Drivin’ N’ Cryin’ album, maar wat is Live The Love Beautiful goed.
Drivin’ N’ Cryin’ is een Amerikaanse band, die aan het eind van de jaren 80 en het begin van de jaren 90 een aantal zeer memorabele albums afleverde.
De band uit Atlanta, Georgia, kreeg in haar hoogtijdagen meerdere etiketten opgeplakt, waaronder met name de etiketten Southern rock, roots rock en college rock, maar geen van deze etiketten deed de band echt recht.
Wanneer ik luister naar de vroege albums van de Amerikaanse band hoor ik vooral een hele goede rockband en die hele goede rockband hoor ik ook wanneer ik luister naar het nieuwe album van de band.
Drivin’ n’ Cryin’ had halverwege de jaren 90 het meeste van haar kruid wel verschoten, maar de band bleef met tussenpozen bestaan. Ondertussen beproefde voorman Kevn Kinney zijn geluk als solomuzikant, wat een aantal prima albums opleverde. Drivin’ n’ Cryin’ vond ik de afgelopen 25 jaar niet zo heel boeiend meer, maar het nieuwe album van de band is uitstekend.
Live The Love Beautiful is een rockplaat die net zo makkelijk een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden en het is een rockplaat waarvan je alleen maar heel gelukkig kunt worden. De muziek van Drivin' N' Cryin' was in het verleden nooit heel precies in een hokje te duwen en dat is het nog steeds niet. Het ene moment domineert de stevige rock met een Southern injectie, maar de Amerikaanse band maakt ook rocksongs met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, meer psychedelisch aandoende songs of songs die omslaan in een stevige psychedelische trip.
Centraal staat altijd het wat geknepen stemgeluid van Kevn Kinney, die hier en daar wat van Bob Dylan heeft, maar wat rauwer zingt. Het is een stem waarvan niet iedereen zal houden, maar ik was 35 jaar gelden al gek op de stem van Kevn Kinney en ben dat nog steeds. Het is een stem die de songs van Drivin' N' Cryin' net wat rauwer en doorleefder maakt en hierdoor interessanter dan de songs van de gemiddelde rockband die zich in de bovengenoemde genres beweegt.
Drivin' N' Cryin' klinkt op Live The Love Beautiful niet alleen als een hele goede rockband, maar ook als een gelouterde rockband. Het nieuwe album van de Amerikaanse band klinkt hecht, maar staat ook nog vol met mooie accenten en natuurlijk met heerlijk gitaarwerk. In muzikaal en vocaal opzicht is het smullen wat mij betreft, maar Live The Love Beautiful van Drivin' N' Cryin' is ook een tijdloos album vol met songs die je na een keer horen niet meer vergeet.
De band rond Kevn Kinney levert hierdoor een heerlijke feelgood plaat af, maar Drivin' N' Cryin' klinkt op haar nieuwe album en het eerste album in minstens een jaar of 10 ook zeer geinspireerd. Live The Love Beautiful is een no-nonsense rockplaat die de jonge honden van het moment niet meer maken, maar ook bands van de leeftijd van Drivin' N' Cryin' kunnen alleen maar dromen van een album als Live The Love Beautiful.
Hiermee ben ik er nog niet, want Kevn Kinney is ook nog eens een verhalenverteller, die misstanden aan de kaak stelt, maar net zo makkelijk persoonlijke anekdotes omtovert tot memorabele songs. Ik moet direct toegeven dat ik de laatste decennia niet meer naar de muziek van Drivin' N' Cryin' heb geluisterd, maar Live The Love Beautiful heeft de liefde voor de band zeker weer aangewakkerd en is ook nog eens een album dat niet misstaat tussen de beste albums van de band. Dat is op zijn minst een prestatie van formaat. Erwin Zijleman
Drop Nineteens - Delaware (1992)

4,0
1
geplaatst: 4 augustus 2024, 21:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Drop Nineteens - Delaware (1992) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Drop Nineteens - Delaware (1992)
De Brits/Ierse band My Bloody Valentine gaf uiteindelijk de meeste kleur aan het shoegaze genre, maar ook in de Verenigde Staten werden destijds prima albums gemaakt, zoals Delaware van Drop Nineteens
Door de deze week verschenen reissue van het debuutalbum van Drop Nineteens, kom ik met een vertraging van ruim dertig jaar alsnog in aanraking met de muziek van de band uit Boston. Het is een kennismaking die me uitstekend is bevallen. Delaware is misschien geen Loveless (My Bloody Valentine), Souvlaki (Slowdive) of Nowhere (Ride), maar in de subtop van de shoegaze kan het eerste album van Drop Nineteens zeker mee. De band uit Boston dook vorig jaar, na een stilte van dertig jaar, weer op, maar zo goed als op haar debuutalbum Delaware is de Amerikaanse band nooit meer geworden. Liefhebbers van shoegaze die de band niet kennen moeten hier zeker eens naar luisteren.
Tussen de nieuwe albums van deze week vond ik een reissue van Delaware van Drop Nineteens. Het oorspronkelijk in 1992 verschenen album wordt hier en daar bestempeld als een van de kroonjuwelen van de shoegaze, maar ik lees ook kritischere geluiden. Zo schrijft AllMusic.com dat de Amerikaanse band wel erg goed naar de Britse en Ierse voorbeelden heeft geluisterd, maar deze uiteindelijk niet benadert.
Ik heb het genre shoegaze in de jaren 90 redelijk goed gevolgd, maar de albums van Drop Nineteens ben ik volgens mij destijds niet tegengekomen. De band uit Boston, Massachusetts, debuteerde in 1992, bracht in 1993 een tweede album uit en keerde pas vorig jaar terug met haar derde album. Dat laatste album heb ik vrijwel zeker wel beluisterd, maar het kwam niet door mijn selectie, al is het maar omdat ik me bij het beluisteren van shoegaze albums bij voorkeur beperk tot de grote albums uit het verleden.
Door het beperkte aanbod van deze week werd ik wel nieuwsgierig naar Delaware, al was het maar om uit te vinden of het inderdaad een van de betere shoegaze albums aller tijden is (Pitchfork) of slechts een aangenaam maar niet heel bijzonder album in het genre (AllMusic). Laat ik direct maar verklappen dat de waarheid in het midden ligt.
Delaware opent best imponerend met een flink wolkendek van gruizige gitaren dat lang aanhoudt, waarna de ritmesectie er langzaam maar zeker stevig inhakt. De stevige klanken worden gecombineerd met dromerige mannen- en vrouwenvocalen en zeker wanneer het tempo redelijk laag ligt heeft ook de muziek van Drop Nineteens iets looms. Natuurlijk doet het denken aan de muziek van My Bloody Valentine die destijds het goede voorbeeld gaven, maar ik heb in de jaren 90 zeker mindere shoegaze gehoord dan op het debuutalbum van Drop Nineteens.
Ik heb wel wat met de dikke laag gitaren op het album en ook het spel van de ritmesectie springt er in positieve zin uit, net als de zang. In muzikaal opzicht heb ik niets aan te merken op de sound van Drop Nineteens, die ook destijds misschien niet heel origineel was, maar wel met veel energie en dynamiek is gemaakt. De band uit Boston laat zich op Delaware hier en daar ook beïnvloeden door de noiserock van Sonic Youth en sleept er nog wel wat meer bij, maar ik vind de songs die het dichtst bij het beproefde shoegaze stramien blijven het best.
Delaware van Drop Nineteens mag ook wat mij betreft niet in één adem worden genoemd met de kroonjuwelen van de shoegaze, maar een plekje bij de subtop is niet zo gek. Het is best knap, zeker als je je bedenkt dat Drop Nineteens in 1992 een pas net opgericht studentenbandje was.
Delaware scoorde in de Verenigde Staten maar matig en ook in Nederland kreeg het album volgens mij geen voet aan de grond, maar in het Verenigd Koninkrijk deed het album het heel aardig en werd de hoorbare inspiratie door de Britse shoegaze bands kennelijk niet als storend ervaren.
Het lijstje met mijn favoriete albums in het genre wordt door de kennismaking met het debuutalbum van het debuutalbum van Drop Nineteens niet volledig op zijn kop gezet, maar in tegenstelling tot AllMusic vind ik Delaware wel meer dan slechts aangenaam. Zeker in de beste momenten en in de opvallende cover van Madonna’s Angel heeft het album alles dat een goed shoegaze album moet hebben en dat is absoluut geen zekerheid in het genre. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Drop Nineteens - Delaware (1992) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Drop Nineteens - Delaware (1992)
De Brits/Ierse band My Bloody Valentine gaf uiteindelijk de meeste kleur aan het shoegaze genre, maar ook in de Verenigde Staten werden destijds prima albums gemaakt, zoals Delaware van Drop Nineteens
Door de deze week verschenen reissue van het debuutalbum van Drop Nineteens, kom ik met een vertraging van ruim dertig jaar alsnog in aanraking met de muziek van de band uit Boston. Het is een kennismaking die me uitstekend is bevallen. Delaware is misschien geen Loveless (My Bloody Valentine), Souvlaki (Slowdive) of Nowhere (Ride), maar in de subtop van de shoegaze kan het eerste album van Drop Nineteens zeker mee. De band uit Boston dook vorig jaar, na een stilte van dertig jaar, weer op, maar zo goed als op haar debuutalbum Delaware is de Amerikaanse band nooit meer geworden. Liefhebbers van shoegaze die de band niet kennen moeten hier zeker eens naar luisteren.
Tussen de nieuwe albums van deze week vond ik een reissue van Delaware van Drop Nineteens. Het oorspronkelijk in 1992 verschenen album wordt hier en daar bestempeld als een van de kroonjuwelen van de shoegaze, maar ik lees ook kritischere geluiden. Zo schrijft AllMusic.com dat de Amerikaanse band wel erg goed naar de Britse en Ierse voorbeelden heeft geluisterd, maar deze uiteindelijk niet benadert.
Ik heb het genre shoegaze in de jaren 90 redelijk goed gevolgd, maar de albums van Drop Nineteens ben ik volgens mij destijds niet tegengekomen. De band uit Boston, Massachusetts, debuteerde in 1992, bracht in 1993 een tweede album uit en keerde pas vorig jaar terug met haar derde album. Dat laatste album heb ik vrijwel zeker wel beluisterd, maar het kwam niet door mijn selectie, al is het maar omdat ik me bij het beluisteren van shoegaze albums bij voorkeur beperk tot de grote albums uit het verleden.
Door het beperkte aanbod van deze week werd ik wel nieuwsgierig naar Delaware, al was het maar om uit te vinden of het inderdaad een van de betere shoegaze albums aller tijden is (Pitchfork) of slechts een aangenaam maar niet heel bijzonder album in het genre (AllMusic). Laat ik direct maar verklappen dat de waarheid in het midden ligt.
Delaware opent best imponerend met een flink wolkendek van gruizige gitaren dat lang aanhoudt, waarna de ritmesectie er langzaam maar zeker stevig inhakt. De stevige klanken worden gecombineerd met dromerige mannen- en vrouwenvocalen en zeker wanneer het tempo redelijk laag ligt heeft ook de muziek van Drop Nineteens iets looms. Natuurlijk doet het denken aan de muziek van My Bloody Valentine die destijds het goede voorbeeld gaven, maar ik heb in de jaren 90 zeker mindere shoegaze gehoord dan op het debuutalbum van Drop Nineteens.
Ik heb wel wat met de dikke laag gitaren op het album en ook het spel van de ritmesectie springt er in positieve zin uit, net als de zang. In muzikaal opzicht heb ik niets aan te merken op de sound van Drop Nineteens, die ook destijds misschien niet heel origineel was, maar wel met veel energie en dynamiek is gemaakt. De band uit Boston laat zich op Delaware hier en daar ook beïnvloeden door de noiserock van Sonic Youth en sleept er nog wel wat meer bij, maar ik vind de songs die het dichtst bij het beproefde shoegaze stramien blijven het best.
Delaware van Drop Nineteens mag ook wat mij betreft niet in één adem worden genoemd met de kroonjuwelen van de shoegaze, maar een plekje bij de subtop is niet zo gek. Het is best knap, zeker als je je bedenkt dat Drop Nineteens in 1992 een pas net opgericht studentenbandje was.
Delaware scoorde in de Verenigde Staten maar matig en ook in Nederland kreeg het album volgens mij geen voet aan de grond, maar in het Verenigd Koninkrijk deed het album het heel aardig en werd de hoorbare inspiratie door de Britse shoegaze bands kennelijk niet als storend ervaren.
Het lijstje met mijn favoriete albums in het genre wordt door de kennismaking met het debuutalbum van het debuutalbum van Drop Nineteens niet volledig op zijn kop gezet, maar in tegenstelling tot AllMusic vind ik Delaware wel meer dan slechts aangenaam. Zeker in de beste momenten en in de opvallende cover van Madonna’s Angel heeft het album alles dat een goed shoegaze album moet hebben en dat is absoluut geen zekerheid in het genre. Erwin Zijleman
Dry Cleaning - New Long Leg (2021)

4,0
1
geplaatst: 5 april 2021, 11:15 uur
volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dry Cleaning - New Long Leg - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dry Cleaning - New Long Leg
De Britse band Dry Cleaning gaat, net als zoveel andere bands, aan de haal met de erfenis van de postpunk, maar slaagt er ook in om anders te klinken, al is het maar door de bijzondere praatzang
Bands die zich laten beïnvloeden door de postpunk en new wave van weleer zijn er al meer dan genoeg, waardoor ik in eerste instantie vooral sceptisch was over het hypen van het debuut van Dry Cleaning. Deze hype lijkt me inmiddels terecht, want de band uit Londen doet het niet alleen beter maar vooral ook anders dan de meeste van haar concurrenten van het moment. In muzikaal opzicht blijft de band dicht bij de betere voorbeelden die je kunt bedenken en het geluid van de band is ook nog eens prachtig gevangen door topproducer John Parish. New Long Leg staat vol met sterke songs, die ook nog eens uniek klinken door de fascinerende praatzang van Florence Shaw. Een memorabel debuut wat mij betreft.
De krenten uit de pop: Dry Cleaning - New Long Leg - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dry Cleaning - New Long Leg
De Britse band Dry Cleaning gaat, net als zoveel andere bands, aan de haal met de erfenis van de postpunk, maar slaagt er ook in om anders te klinken, al is het maar door de bijzondere praatzang
Bands die zich laten beïnvloeden door de postpunk en new wave van weleer zijn er al meer dan genoeg, waardoor ik in eerste instantie vooral sceptisch was over het hypen van het debuut van Dry Cleaning. Deze hype lijkt me inmiddels terecht, want de band uit Londen doet het niet alleen beter maar vooral ook anders dan de meeste van haar concurrenten van het moment. In muzikaal opzicht blijft de band dicht bij de betere voorbeelden die je kunt bedenken en het geluid van de band is ook nog eens prachtig gevangen door topproducer John Parish. New Long Leg staat vol met sterke songs, die ook nog eens uniek klinken door de fascinerende praatzang van Florence Shaw. Een memorabel debuut wat mij betreft.
Dry Cleaning - Secret Love (2026)

4,0
0
geplaatst: 12 januari, 15:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dry Cleaning - Secret Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Dry Cleaning - Secret Love
Dry Cleaning heeft de tijd genomen voor haar derde album en heeft samen met producer Cate Le Bon nieuwe accenten toegevoegd aan haar geluid, dat door het gesproken woord van Florence Shaw nog altijd uniek klinkt
Met Stumpwork leverde de Britse band Dry Cleaning in 2022 een van de betere albums van het jaar af. Het is een album dat invloeden uit de postpunk niet uit de weg ging, maar ook andere invloeden een kans gaf. De Britse band doet dat nog wat meer op het deze week verschenen Secret Love, dat is geproduceerd door niemand minder dan Cate Le Bon. Het album klinkt door de voordracht van Florence Shaw absoluut als Dry Cleaning, maar in muzikaal opzicht zet de band een aantal subtiele maar mooie stappen. De band uit Londen maakte de belofte van haar debuutalbum meer dan waar op Stumpwork, maar is met het echt prachtige Secret Love de belofte ver voorbij.
Er doken de afgelopen jaren nogal wat Britse en Ierse postpunk bands op met meer pratende dan zingende frontmannen en ik kan daar toch niet heel goed tegen. Op een gegeven moment gaat al dat gepraat me enorm tegen staan, zeker als het allemaal ook nog eens bozig of hyperactief klinkt. Ook de Britse band Dry Cleaning liet zich op haar in 2021 verschenen debuutalbum New Long Leg stevig beïnvloeden door de postpunk van weleer, maar de band uit Londen had vergeleken met de meeste andere bands in het genre twee sterke troeven.
Allereerst wist het topproducer John Parish (PJ Harvey) te strikken voor het album en hiernaast was de praatzang van frontvrouw Florence Shaw niet te vergelijken met die van de meeste van haar mannelijke collega’s. Waar ik vooral nerveus werd van de meeste mannelijke praatzangers, was de voordracht van Florence Shaw verrassend mooi en rustgevend. Het maakte van New Long Leg een origineel en wat mij betreft ook erg goed album.
Het in 2022 verschenen en wederom door John Parish geproduceerde Stumpwork vond ik nog een stuk beter. Op het album liet Dry Cleaning zich nog steeds beïnvloeden door postpunk uit het verleden, maar de band sleepte er ook invloeden uit onder andere de jazz en de psychedelica bij. Het leverde een album op dat terecht opdook in de nodige jaarlijstjes.
Dry Cleaning heeft de tijd genomen voor haar derde album, maar is er in 2026 vroeg bij. Na twee albums met John Parish heeft de Britse band wederom een producer van naam en faam weten te strikken, want zo mogen we Cate Le Bon inmiddels wel noemen. Dry Cleaning nam eerder wat songs op met onder andere Wilco’s Jeff Tweedy, maar begon uiteindelijk opnieuw met Cate Le Bon aan het roer.
Cate Le Bon is op haar eigen albums zeer eigenzinnig en vernieuwend, maar ze heeft het inmiddels bekende geluid van Dry Cleaning grotendeels in stand gehouden. Secret Love klinkt het grootste deel van de tijd als de logische opvolger van Stumpwork. Invloeden uit de postpunk zijn nog altijd niet verdwenen uit het geluid van Dry Cleaning, maar de band uit Londen laat inmiddels een geluid horen dat bol staat van de invloeden.
In de openingstrack hoor je een verrassend funky basloopje en gitaarwerk dat herinnert aan het gitaarwerk van Adrian Belew op de Berlijnse albums van Bowie. Het zijn klanken die veel vaker zijn te horen op het album, dat in muzikaal opzicht nog wat dieper graaft dan Stumpwork.
Dat Dry Cleaning nog altijd klinkt als Dry Cleaning is vooral de verdienste van de praatzang van Florence Shaw. De Britse muzikante draagt haar teksten nog altijd prachtig voor, met hier en daar voorzichtig naar zang neigende voordracht of zelfs echte zang. Het klinkt nog altijd wat onderkoeld, maar wel een stuk melodieuzer dan de praatzang op het debuutalbum van de band.
In muzikaal opzicht is Dry Cleaning vergeleken met het debuutalbum flink gegroeid. Het gitaarwerk op Secret Love is echt prachtig en ook het baswerk mag er zijn. Het is allemaal prachtig geproduceerd door Cate Le Bon, die misschien geen groot stempel op het geluid van Dry Cleaning drukt, maar allerlei subtiele verbeteringen heeft doorgevoerd. Ik heb met name Stumpwork heel hoog zitten, maar na een paar keer horen durf ik de conclusie wel aan dat Dry Cleaning met Secret Love haar beste album tot dusver heeft gemaakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Dry Cleaning - Secret Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Dry Cleaning - Secret Love
Dry Cleaning heeft de tijd genomen voor haar derde album en heeft samen met producer Cate Le Bon nieuwe accenten toegevoegd aan haar geluid, dat door het gesproken woord van Florence Shaw nog altijd uniek klinkt
Met Stumpwork leverde de Britse band Dry Cleaning in 2022 een van de betere albums van het jaar af. Het is een album dat invloeden uit de postpunk niet uit de weg ging, maar ook andere invloeden een kans gaf. De Britse band doet dat nog wat meer op het deze week verschenen Secret Love, dat is geproduceerd door niemand minder dan Cate Le Bon. Het album klinkt door de voordracht van Florence Shaw absoluut als Dry Cleaning, maar in muzikaal opzicht zet de band een aantal subtiele maar mooie stappen. De band uit Londen maakte de belofte van haar debuutalbum meer dan waar op Stumpwork, maar is met het echt prachtige Secret Love de belofte ver voorbij.
Er doken de afgelopen jaren nogal wat Britse en Ierse postpunk bands op met meer pratende dan zingende frontmannen en ik kan daar toch niet heel goed tegen. Op een gegeven moment gaat al dat gepraat me enorm tegen staan, zeker als het allemaal ook nog eens bozig of hyperactief klinkt. Ook de Britse band Dry Cleaning liet zich op haar in 2021 verschenen debuutalbum New Long Leg stevig beïnvloeden door de postpunk van weleer, maar de band uit Londen had vergeleken met de meeste andere bands in het genre twee sterke troeven.
Allereerst wist het topproducer John Parish (PJ Harvey) te strikken voor het album en hiernaast was de praatzang van frontvrouw Florence Shaw niet te vergelijken met die van de meeste van haar mannelijke collega’s. Waar ik vooral nerveus werd van de meeste mannelijke praatzangers, was de voordracht van Florence Shaw verrassend mooi en rustgevend. Het maakte van New Long Leg een origineel en wat mij betreft ook erg goed album.
Het in 2022 verschenen en wederom door John Parish geproduceerde Stumpwork vond ik nog een stuk beter. Op het album liet Dry Cleaning zich nog steeds beïnvloeden door postpunk uit het verleden, maar de band sleepte er ook invloeden uit onder andere de jazz en de psychedelica bij. Het leverde een album op dat terecht opdook in de nodige jaarlijstjes.
Dry Cleaning heeft de tijd genomen voor haar derde album, maar is er in 2026 vroeg bij. Na twee albums met John Parish heeft de Britse band wederom een producer van naam en faam weten te strikken, want zo mogen we Cate Le Bon inmiddels wel noemen. Dry Cleaning nam eerder wat songs op met onder andere Wilco’s Jeff Tweedy, maar begon uiteindelijk opnieuw met Cate Le Bon aan het roer.
Cate Le Bon is op haar eigen albums zeer eigenzinnig en vernieuwend, maar ze heeft het inmiddels bekende geluid van Dry Cleaning grotendeels in stand gehouden. Secret Love klinkt het grootste deel van de tijd als de logische opvolger van Stumpwork. Invloeden uit de postpunk zijn nog altijd niet verdwenen uit het geluid van Dry Cleaning, maar de band uit Londen laat inmiddels een geluid horen dat bol staat van de invloeden.
In de openingstrack hoor je een verrassend funky basloopje en gitaarwerk dat herinnert aan het gitaarwerk van Adrian Belew op de Berlijnse albums van Bowie. Het zijn klanken die veel vaker zijn te horen op het album, dat in muzikaal opzicht nog wat dieper graaft dan Stumpwork.
Dat Dry Cleaning nog altijd klinkt als Dry Cleaning is vooral de verdienste van de praatzang van Florence Shaw. De Britse muzikante draagt haar teksten nog altijd prachtig voor, met hier en daar voorzichtig naar zang neigende voordracht of zelfs echte zang. Het klinkt nog altijd wat onderkoeld, maar wel een stuk melodieuzer dan de praatzang op het debuutalbum van de band.
In muzikaal opzicht is Dry Cleaning vergeleken met het debuutalbum flink gegroeid. Het gitaarwerk op Secret Love is echt prachtig en ook het baswerk mag er zijn. Het is allemaal prachtig geproduceerd door Cate Le Bon, die misschien geen groot stempel op het geluid van Dry Cleaning drukt, maar allerlei subtiele verbeteringen heeft doorgevoerd. Ik heb met name Stumpwork heel hoog zitten, maar na een paar keer horen durf ik de conclusie wel aan dat Dry Cleaning met Secret Love haar beste album tot dusver heeft gemaakt. Erwin Zijleman
Dry Cleaning - Stumpwork (2022)

4,0
1
geplaatst: 24 oktober 2022, 15:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dry Cleaning - Stumpwork - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dry Cleaning - Stumpwork
De Britse band Dry Cleaning debuteerde vorig jaar met een bijzonder geluid, dat nu wordt vervolmaakt op het buitengewoon fascinerende, avontuurlijke en vaak ook wonderschone Stumpwork
Tussen al die Britse en Ierse jonge honden met een voorliefde voor 70s en 80s postpunk met praatzang, wist Dry Cleaning zich vorig jaar makkelijk te onderscheiden. Ook Dry Cleaning liet zich beïnvloeden door de postpunk van weleer en koos voor praatzang, maar de gesproken woorden van Florence Shaw voorzagen het debuut van de band van een uniek eigen geluid. Dat geluid wordt nu geperfectioneerd op Stumpwork dat wat meer afstand neemt van de postpunk, zonder het genre te verloochenen. In muzikaal opzicht heeft de band flinke stappen gezet en ook de voordracht van Florence Shaw heeft aan zeggingskracht gewonnen. Bijzonder album van een unieke band.
We worden de afgelopen jaren overspoeld met Britse postpunk bands die gejaagde muziek combineren met al even gejaagde praatzang. Met name die praatzang kan ik maar in zeer beperkte mate waarderen en de waardering is door het grote aanbod van de afgelopen jaren alleen maar afgenomen.
Het meest opvallende en wat mij betreft ook beste album in het genre was het vorig jaar verschenen New Long Leg van de Britse band Dry Cleaning. De band uit Londen viel op door een wat minder gejaagd geluid, een wat meer eigen interpretatie van de postpunk van weleer, de glasheldere productie van topproducer John Parish en vooral door de praatzang van Florence Shaw.
Waar de meeste postpunk bands van het moment kiezen voor praatzang waar ik vooral heel nerveus van word, was de praatzang van Florence Shaw op het debuutalbum van Dry Cleaning bijna rustgevend. Het leverde een opvallend debuutalbum op, dat deze week wordt gevolgd door album nummer twee, Stumpwork.
Het is een album dat in eerste instantie mijn aandacht trok door de wat onsmakelijke afbeelding op de cover, maar het is uiteindelijk toch vooral de muziek van Dry Cleaning die de aandacht opeist. De Britse band werkt ook op haar tweede album samen met de zeer ervaren John Parish, maar verder is Stumpwork toch een wat ander album dan het debuutalbum van de band.
Invloeden uit de postpunk zoals die in de late jaren 70 en vroege jaren 80 in het Verenigd Koninkrijk werd gemaakt spelen nog altijd een rol in de muziek van Dry Cleaning, maar ze hebben op Stumpwork wel flink aan terrein verloren. Zeker in de basloopjes en in een deel van het gitaarwerk hoor je nog flarden postpunk voorbij komen, maar over het algemeen genomen kiest Dry Cleaning op haar tweede album voor een meer ingetogen geluid, waarin ook ruimte is voor een vleugje psychedelica en incidenteel wat jazzy accenten.
In muzikaal opzicht valt er nog meer te genieten dan op het debuutalbum van de band. De ritmesectie speelt echt geweldig, maar de meeste aandacht wordt getrokken door de prachtige gitaarlijnen op het album. Het zijn gitaarlijnen met af en toe wat scherpe postpunk randjes, maar de gitaarlijnen op Stumpwork zijn ook heerlijk melodieus.
In muzikaal opzicht is Stumpwork een even mooi als fascinerend album, maar de praatzang van Florence Shaw is er ook nog. Die praatzang is nog wat rustgevender dan op het debuutalbum van Dry Cleaning. Het klinkt af en toe alsof de gesproken woorden van Florence Shaw totaal los staan van de muziek, maar minstens net zo vaak vullen de muziek en de praatzang elkaar perfect aan.
Ik ben nog steeds geen heel groot liefhebber van praatzang, maar de wat onderkoelde woorden van Florence Shaw voorzien de muziek van Dry Cleaning van een volkomen uniek karakter en zorgen er bovendien voor dat Stumpwork een bijna hypnotiserende uitwerking heeft op de nietsvermoedende luisteraar.
Stumpwork van Dry Cleaning is een bijzonder fascinerende luistertrip waarin steeds veel moois valt te ontdekken en het is er ook nog eens een die volkomen uniek klinkt. Het debuutalbum van Dry Cleaning was vorig jaar een mooi en spannend album, maar Stumpwork is nog een paar klassen beter. Wat een album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Dry Cleaning - Stumpwork - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dry Cleaning - Stumpwork
De Britse band Dry Cleaning debuteerde vorig jaar met een bijzonder geluid, dat nu wordt vervolmaakt op het buitengewoon fascinerende, avontuurlijke en vaak ook wonderschone Stumpwork
Tussen al die Britse en Ierse jonge honden met een voorliefde voor 70s en 80s postpunk met praatzang, wist Dry Cleaning zich vorig jaar makkelijk te onderscheiden. Ook Dry Cleaning liet zich beïnvloeden door de postpunk van weleer en koos voor praatzang, maar de gesproken woorden van Florence Shaw voorzagen het debuut van de band van een uniek eigen geluid. Dat geluid wordt nu geperfectioneerd op Stumpwork dat wat meer afstand neemt van de postpunk, zonder het genre te verloochenen. In muzikaal opzicht heeft de band flinke stappen gezet en ook de voordracht van Florence Shaw heeft aan zeggingskracht gewonnen. Bijzonder album van een unieke band.
We worden de afgelopen jaren overspoeld met Britse postpunk bands die gejaagde muziek combineren met al even gejaagde praatzang. Met name die praatzang kan ik maar in zeer beperkte mate waarderen en de waardering is door het grote aanbod van de afgelopen jaren alleen maar afgenomen.
Het meest opvallende en wat mij betreft ook beste album in het genre was het vorig jaar verschenen New Long Leg van de Britse band Dry Cleaning. De band uit Londen viel op door een wat minder gejaagd geluid, een wat meer eigen interpretatie van de postpunk van weleer, de glasheldere productie van topproducer John Parish en vooral door de praatzang van Florence Shaw.
Waar de meeste postpunk bands van het moment kiezen voor praatzang waar ik vooral heel nerveus van word, was de praatzang van Florence Shaw op het debuutalbum van Dry Cleaning bijna rustgevend. Het leverde een opvallend debuutalbum op, dat deze week wordt gevolgd door album nummer twee, Stumpwork.
Het is een album dat in eerste instantie mijn aandacht trok door de wat onsmakelijke afbeelding op de cover, maar het is uiteindelijk toch vooral de muziek van Dry Cleaning die de aandacht opeist. De Britse band werkt ook op haar tweede album samen met de zeer ervaren John Parish, maar verder is Stumpwork toch een wat ander album dan het debuutalbum van de band.
Invloeden uit de postpunk zoals die in de late jaren 70 en vroege jaren 80 in het Verenigd Koninkrijk werd gemaakt spelen nog altijd een rol in de muziek van Dry Cleaning, maar ze hebben op Stumpwork wel flink aan terrein verloren. Zeker in de basloopjes en in een deel van het gitaarwerk hoor je nog flarden postpunk voorbij komen, maar over het algemeen genomen kiest Dry Cleaning op haar tweede album voor een meer ingetogen geluid, waarin ook ruimte is voor een vleugje psychedelica en incidenteel wat jazzy accenten.
In muzikaal opzicht valt er nog meer te genieten dan op het debuutalbum van de band. De ritmesectie speelt echt geweldig, maar de meeste aandacht wordt getrokken door de prachtige gitaarlijnen op het album. Het zijn gitaarlijnen met af en toe wat scherpe postpunk randjes, maar de gitaarlijnen op Stumpwork zijn ook heerlijk melodieus.
In muzikaal opzicht is Stumpwork een even mooi als fascinerend album, maar de praatzang van Florence Shaw is er ook nog. Die praatzang is nog wat rustgevender dan op het debuutalbum van Dry Cleaning. Het klinkt af en toe alsof de gesproken woorden van Florence Shaw totaal los staan van de muziek, maar minstens net zo vaak vullen de muziek en de praatzang elkaar perfect aan.
Ik ben nog steeds geen heel groot liefhebber van praatzang, maar de wat onderkoelde woorden van Florence Shaw voorzien de muziek van Dry Cleaning van een volkomen uniek karakter en zorgen er bovendien voor dat Stumpwork een bijna hypnotiserende uitwerking heeft op de nietsvermoedende luisteraar.
Stumpwork van Dry Cleaning is een bijzonder fascinerende luistertrip waarin steeds veel moois valt te ontdekken en het is er ook nog eens een die volkomen uniek klinkt. Het debuutalbum van Dry Cleaning was vorig jaar een mooi en spannend album, maar Stumpwork is nog een paar klassen beter. Wat een album. Erwin Zijleman
Ducks Ltd. - Harm's Way (2024)

4,0
0
geplaatst: 16 februari 2024, 15:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ducks Ltd. - Harm's Way - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ducks Ltd. - Harm's Way
De Canadese band Ducks Ltd. laat zich op Harm’s Way inspireren door de janglepop uit de jaren 90 en verrijkt het genre met een serie heerlijk melodieuze songs, die de lente onmiddellijk laten beginnen
Ducks Ltd. doet op het eerste gehoor geen nieuwe dingen op haar tweede album Harm’s Way, maar wat is het goed. De band heeft de blauwdruk van de janglepop uit de jaren 90 tevoorschijn gehaald en neemt je mee terug naar dit decennium. De band doet dit echter zo goed, dat Harm’s Way al snel een onweerstaanbaar lekker album wordt. Ducks Ltd. strooit met heerlijke gitaarakkoorden, melodieuze songs en mooie koortjes en doet dit met een geluid dat een fraai evenwicht heeft gevonden tussen zoet en ruw. Ik was direct bij eerste beluistering verkocht en deze soundtrack van de lente en zomer van 2024 wordt wat mij betreft alleen maar mooier en aangenamer.
2024 is vooralsnog een mooi jaar voor liefhebbers van de wat zonnigere gitaaralbums. De lat in dit genre wordt deze week nog wat hoger gelegd door de Canadese band Ducks Ltd., dat met Harm’s Way een onweerstaanbaar lekker gitaaralbum heeft gemaakt. Harm’s Way is het tweede album van de band uit Toronto, die bestaat uit Tom McGreevy en Evan Lewis. Modern Fiction, het debuutalbum van de band uit 2021, trok in Nederland helaas niet heel veel aandacht, maar dat moet gaan veranderen met Harm’s Way dat nog een stuk beter is.
Tom McGreevy en Evan Lewis laten op het tweede album van Ducks Ltd. Horen dat ze hun klassiekers kennen. Harm’s Way begint bij de zonnige jaren 80 pop van bijvoorbeeld Aztec Camera en Orange Juice, die hun inspiratie natuurlijk ook deels in het verleden vonden, en komt via de perfecte popsongs van The Go-Betweens uit bij de janglepop van de jaren 90 en bij de catalogus van het roemruchte Sarah Records, dat misschien nooit verder kwam dan de cultstatus, maar tot op de dag van vandaag zeer invloedrijk blijkt. Uit het heden wordt tenslotte nog wat van Rolling Blackouts Coastal Fever toegevoegd.
Ducks Ltd. sluit op Harm’s Way aan bij de muziek van de hoogtijdagen van de janglepop en doet gelukkig geen poging om het genre te moderniseren. Het tweetal uit Toronto doet wel een poging om de lat nog wat hoger te leggen en slaagt daar wat mij betreft glansrijk in. De Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork verwoordt het nog wat steviger en stelt dat Ducks Ltd. de blauwdruk uit het verleden met militaire precisie uitvoert en naar een hoger plan tilt.
Voor Harm’s Way bleven Tom McGreevy en Evan Lewis niet in de eigen thuisbasis Toronto, maar togen ze naar het Amerikaanse Chicago, waar ze onder andere samenwerkten met producer Dave Vettraino (Deeper) en leden van de bands Dehd en Ratboys. Met alle hulp uit de muziekscene van The Windy City werd het geluid van het debuutalbum van Ducks Ltd. Verder geperfectioneerd.
De kracht van Harm’s Way schuilt in eerste instantie in de songs. Het Canadese tweetal verrast vanaf de eerste noten van het album met heerlijk melodieuze songs vol zonnestralen. Het zijn songs die direct in je hoofd zitten en daar blijven ze ook. In muzikaal opzicht trekt vooral het gitaarwerk op Harm’s Way de aandacht. Zoals in het genre van de janglepop gebruikelijk waaien de gitaarakkoorden breed uit en buitelen de memorabele gitaarloopjes over elkaar heen.
De strak spelende ritmesectie vormt het cement en ondanks het feit dat Ducks Ltd. Het beproefde recept van de janglepop gebruikt, klinkt het tweede album van de Canadese band verrassend fris en veelzijdig. Bij het opnemen van het album hebben Tom McGreevy en Evan Lewis veel aandacht besteed aan de vocalen, wat je met name hoort in de koortjes, waaraan ook Jason Balla van de band Dehd bijdroeg.
Ik ging er bij eerste beluistering van Harm’s Way van Ducks Ltd. nog van uit dat ik wel voldoende albums in dit genre heb gehoord, maar het Canadese tweetal is echt veel beter dan andere bands die de afgelopen jaren probeerden om de janglepop nieuw leven in te blazen. De buitentemperatuur ging de afgelopen week wel wat omhoog, maar het voelt wat mij betreft nog niet als lente, tenzij ik het onweerstaanbaar lekkere tweede album van Ducks Ltd. uit de speakers laat komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ducks Ltd. - Harm's Way - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ducks Ltd. - Harm's Way
De Canadese band Ducks Ltd. laat zich op Harm’s Way inspireren door de janglepop uit de jaren 90 en verrijkt het genre met een serie heerlijk melodieuze songs, die de lente onmiddellijk laten beginnen
Ducks Ltd. doet op het eerste gehoor geen nieuwe dingen op haar tweede album Harm’s Way, maar wat is het goed. De band heeft de blauwdruk van de janglepop uit de jaren 90 tevoorschijn gehaald en neemt je mee terug naar dit decennium. De band doet dit echter zo goed, dat Harm’s Way al snel een onweerstaanbaar lekker album wordt. Ducks Ltd. strooit met heerlijke gitaarakkoorden, melodieuze songs en mooie koortjes en doet dit met een geluid dat een fraai evenwicht heeft gevonden tussen zoet en ruw. Ik was direct bij eerste beluistering verkocht en deze soundtrack van de lente en zomer van 2024 wordt wat mij betreft alleen maar mooier en aangenamer.
2024 is vooralsnog een mooi jaar voor liefhebbers van de wat zonnigere gitaaralbums. De lat in dit genre wordt deze week nog wat hoger gelegd door de Canadese band Ducks Ltd., dat met Harm’s Way een onweerstaanbaar lekker gitaaralbum heeft gemaakt. Harm’s Way is het tweede album van de band uit Toronto, die bestaat uit Tom McGreevy en Evan Lewis. Modern Fiction, het debuutalbum van de band uit 2021, trok in Nederland helaas niet heel veel aandacht, maar dat moet gaan veranderen met Harm’s Way dat nog een stuk beter is.
Tom McGreevy en Evan Lewis laten op het tweede album van Ducks Ltd. Horen dat ze hun klassiekers kennen. Harm’s Way begint bij de zonnige jaren 80 pop van bijvoorbeeld Aztec Camera en Orange Juice, die hun inspiratie natuurlijk ook deels in het verleden vonden, en komt via de perfecte popsongs van The Go-Betweens uit bij de janglepop van de jaren 90 en bij de catalogus van het roemruchte Sarah Records, dat misschien nooit verder kwam dan de cultstatus, maar tot op de dag van vandaag zeer invloedrijk blijkt. Uit het heden wordt tenslotte nog wat van Rolling Blackouts Coastal Fever toegevoegd.
Ducks Ltd. sluit op Harm’s Way aan bij de muziek van de hoogtijdagen van de janglepop en doet gelukkig geen poging om het genre te moderniseren. Het tweetal uit Toronto doet wel een poging om de lat nog wat hoger te leggen en slaagt daar wat mij betreft glansrijk in. De Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork verwoordt het nog wat steviger en stelt dat Ducks Ltd. de blauwdruk uit het verleden met militaire precisie uitvoert en naar een hoger plan tilt.
Voor Harm’s Way bleven Tom McGreevy en Evan Lewis niet in de eigen thuisbasis Toronto, maar togen ze naar het Amerikaanse Chicago, waar ze onder andere samenwerkten met producer Dave Vettraino (Deeper) en leden van de bands Dehd en Ratboys. Met alle hulp uit de muziekscene van The Windy City werd het geluid van het debuutalbum van Ducks Ltd. Verder geperfectioneerd.
De kracht van Harm’s Way schuilt in eerste instantie in de songs. Het Canadese tweetal verrast vanaf de eerste noten van het album met heerlijk melodieuze songs vol zonnestralen. Het zijn songs die direct in je hoofd zitten en daar blijven ze ook. In muzikaal opzicht trekt vooral het gitaarwerk op Harm’s Way de aandacht. Zoals in het genre van de janglepop gebruikelijk waaien de gitaarakkoorden breed uit en buitelen de memorabele gitaarloopjes over elkaar heen.
De strak spelende ritmesectie vormt het cement en ondanks het feit dat Ducks Ltd. Het beproefde recept van de janglepop gebruikt, klinkt het tweede album van de Canadese band verrassend fris en veelzijdig. Bij het opnemen van het album hebben Tom McGreevy en Evan Lewis veel aandacht besteed aan de vocalen, wat je met name hoort in de koortjes, waaraan ook Jason Balla van de band Dehd bijdroeg.
Ik ging er bij eerste beluistering van Harm’s Way van Ducks Ltd. nog van uit dat ik wel voldoende albums in dit genre heb gehoord, maar het Canadese tweetal is echt veel beter dan andere bands die de afgelopen jaren probeerden om de janglepop nieuw leven in te blazen. De buitentemperatuur ging de afgelopen week wel wat omhoog, maar het voelt wat mij betreft nog niet als lente, tenzij ik het onweerstaanbaar lekkere tweede album van Ducks Ltd. uit de speakers laat komen. Erwin Zijleman
Dungen - Allas Sak (2015)

4,5
0
geplaatst: 9 november 2015, 17:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dungen - Allas Sak - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Zweedse band Dungen maakt inmiddels al zo’n 15 jaar buitengewoon fascinerende platen.
Het zijn platen waarop psychedelica een hoofdrol speelt en dat is een genre dat de afgelopen jaren niet over belangstelling te klagen heeft. Juist in deze jaren heeft Dungen opvallend weinig van zich laten horen.
Het onlangs verschenen Allas Sak is immers de opvolger van het al weer vijf jaar oude Skit I Allt.
Dungen gaat op haar nieuwe plaat gelukkig gewoon verder waar het vijf jaar geleden ophield en levert wederom een plaat op die in het enorme aanbod aan psychedelica van het moment zijn gelijke niet kent.
Allas Sak is net als zijn voorgangers een heerlijk melodieuze plaat vol invloeden uit de psychedelica en de prog-rock, maar toch maakt Dungen het de luisteraar nooit heel makkelijk.
De band gebruikt nog altijd het Zweeds als voertaal, wat de muziek van de band mysterieuzer maakt dan de gemiddelde portie psychedelica. Ook de instrumentatie op Allas Sak klinkt anders dan het geluid van de meeste soortgenoten van de band. Dungen vertrouwt op diverse blazers, waaronder een fluit, kiest vaak voor complexe ritmes en laat het fraaie gitaarwerk hier prachtig doorheen manoeuvreren.
De band heeft altijd al invloeden uit de jazz en jazzrock toegelaten in haar muziek en deze invloeden hebben op Allas Sak aan terrein gewonnen. Dungen kiest op Allas Sak voor een net wat meer ingetogen geluid, waardoor het heerlijk wegdromen is bij de nieuwe plaat van de Zweedse band.
Dungen neemt je in deze dromen ook dit keer vooral mee terug naar de jaren 60 en 70, maar vergeet niet om haar eigen invloeden aan dit 60s en 70s geluid toe te voegen. Dungen blijft hierdoor een klasse apart. Ook om Allas Sak kan de liefhebber van psychedelische muziek derhalve niet heen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Dungen - Allas Sak - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Zweedse band Dungen maakt inmiddels al zo’n 15 jaar buitengewoon fascinerende platen.
Het zijn platen waarop psychedelica een hoofdrol speelt en dat is een genre dat de afgelopen jaren niet over belangstelling te klagen heeft. Juist in deze jaren heeft Dungen opvallend weinig van zich laten horen.
Het onlangs verschenen Allas Sak is immers de opvolger van het al weer vijf jaar oude Skit I Allt.
Dungen gaat op haar nieuwe plaat gelukkig gewoon verder waar het vijf jaar geleden ophield en levert wederom een plaat op die in het enorme aanbod aan psychedelica van het moment zijn gelijke niet kent.
Allas Sak is net als zijn voorgangers een heerlijk melodieuze plaat vol invloeden uit de psychedelica en de prog-rock, maar toch maakt Dungen het de luisteraar nooit heel makkelijk.
De band gebruikt nog altijd het Zweeds als voertaal, wat de muziek van de band mysterieuzer maakt dan de gemiddelde portie psychedelica. Ook de instrumentatie op Allas Sak klinkt anders dan het geluid van de meeste soortgenoten van de band. Dungen vertrouwt op diverse blazers, waaronder een fluit, kiest vaak voor complexe ritmes en laat het fraaie gitaarwerk hier prachtig doorheen manoeuvreren.
De band heeft altijd al invloeden uit de jazz en jazzrock toegelaten in haar muziek en deze invloeden hebben op Allas Sak aan terrein gewonnen. Dungen kiest op Allas Sak voor een net wat meer ingetogen geluid, waardoor het heerlijk wegdromen is bij de nieuwe plaat van de Zweedse band.
Dungen neemt je in deze dromen ook dit keer vooral mee terug naar de jaren 60 en 70, maar vergeet niet om haar eigen invloeden aan dit 60s en 70s geluid toe te voegen. Dungen blijft hierdoor een klasse apart. Ook om Allas Sak kan de liefhebber van psychedelische muziek derhalve niet heen. Erwin Zijleman
Dungen - Häxan (2016)

4,0
0
geplaatst: 30 november 2016, 17:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dungen - Häxan - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een nieuwe plaat van de Zweedse band Dungen is inmiddels al 15 jaar lang iedere keer weer een feestje.
Het heeft, als ik goed heb geteld, inmiddels acht uitstekende platen opgeleverd, waarvan ik persoonlijk Ta Det Lugnt uit 2004 de beste vind, maar de verschillen met de andere platen zijn zeer klein.
Het zijn platen waarop de Zweedse band aan de haal gaat met zeer uiteenlopende invloeden uit een aantal decennia rockmuziek, maar waarop een voorliefde voor psychedelica centraal staat.
Ook beluistering van het onlangs verschenen Häxan is weer een feestje, al is het een net wat andere plaat dan zijn voorgangers. Häxan is immers een filmsoundtrack bij de uit 1926 (!) stammende animatiefilm The Adventures of Prince Achmed.
Omdat Dungen dit keer moest aansluiten bij de beelden van één van de eerste animatiefilms, is er wat minder ruimte voor lange improvisaties, maar ruimte voor experiment is er ook op de nieuwe plaat van Dungen weer in overvloed.
Ook Häxan kan worden voorzien van het etiket psychedelica, maar ook dit keer sleept de Zweedse band er van alles bij. Zo bevat de bijzondere filmsoundtrack van de Zweedse band flink wat invloeden uit de jazzrock en met name de progrock, maar is er ook ruimte voor folky momenten of voor stevige gitaarriffs.
Omdat The Adventures of Prince Achmed uit het tijdperk van de stomme film stamt, doet ook Dungen het dit keer zonder vocalen en levert het voor het eerst een volledig instrumentale plaat af. Dat is over het algemeen best een barrière, al moet gezegd worden dat de Zweedse teksten van Dungen op de vorige platen van de band ook niet al teveel houvast gaven.
Bij beluistering van Häxan moet je het uiteraard doen zonder de beelden van The Adventures of Prince Achmed, dus of Dungen er in is geslaagd om de oude film tot leven te wekken durf ik niet te zeggen. Gelukkig staat de nieuwe plaat van de band uit Stockholm vol prachtige klanken, waarbij je moeiteloos zelf de beelden verzint.
Häxan is een plaat vol prachtige ingetogen passages, maar de muziek van Dungen mag gelukkig ook met enige regelmaat ontsporen, precies zoals we dat van de band gewend zijn. Het is allemaal net wat minder toegankelijk dan de reguliere Dungen platen, al is toegankelijk bij Dungen altijd een relatief begrip.
Häxan is naar verluid niet meer dan een tussendoortje dat ter ere van Black Friday is uitgebracht, maar voor een tussendoortje is de plaat echt veel te goed. Zeker voor liefhebbers van psychedelische progrock valt er op de nieuwe plaat van Dungen ontzettend veel te genieten.
De band is nooit vies geweest van muzikale hoogstandjes en ook Häxan staat er vol mee, maar bij Dungen heb ik altijd het idee dat het functioneel is. Geniale overgangen zorgen immers ook voor sfeerwisselingen die van elkaar verschillen als dag en nacht, wat bij het maken van een filmsoundtrack zeer goed van pas kan komen.
Op de volgende plaat klinkt Dungen waarschijnlijk weer wat meer als de Dungen die we inmiddels al weer 15 jaar kennen, maar ook deze soundtrack smaakt absoluut naar meer, zeker als je behoefte hebt aan muziek die de fantasie optimaal prikkelt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Dungen - Häxan - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een nieuwe plaat van de Zweedse band Dungen is inmiddels al 15 jaar lang iedere keer weer een feestje.
Het heeft, als ik goed heb geteld, inmiddels acht uitstekende platen opgeleverd, waarvan ik persoonlijk Ta Det Lugnt uit 2004 de beste vind, maar de verschillen met de andere platen zijn zeer klein.
Het zijn platen waarop de Zweedse band aan de haal gaat met zeer uiteenlopende invloeden uit een aantal decennia rockmuziek, maar waarop een voorliefde voor psychedelica centraal staat.
Ook beluistering van het onlangs verschenen Häxan is weer een feestje, al is het een net wat andere plaat dan zijn voorgangers. Häxan is immers een filmsoundtrack bij de uit 1926 (!) stammende animatiefilm The Adventures of Prince Achmed.
Omdat Dungen dit keer moest aansluiten bij de beelden van één van de eerste animatiefilms, is er wat minder ruimte voor lange improvisaties, maar ruimte voor experiment is er ook op de nieuwe plaat van Dungen weer in overvloed.
Ook Häxan kan worden voorzien van het etiket psychedelica, maar ook dit keer sleept de Zweedse band er van alles bij. Zo bevat de bijzondere filmsoundtrack van de Zweedse band flink wat invloeden uit de jazzrock en met name de progrock, maar is er ook ruimte voor folky momenten of voor stevige gitaarriffs.
Omdat The Adventures of Prince Achmed uit het tijdperk van de stomme film stamt, doet ook Dungen het dit keer zonder vocalen en levert het voor het eerst een volledig instrumentale plaat af. Dat is over het algemeen best een barrière, al moet gezegd worden dat de Zweedse teksten van Dungen op de vorige platen van de band ook niet al teveel houvast gaven.
Bij beluistering van Häxan moet je het uiteraard doen zonder de beelden van The Adventures of Prince Achmed, dus of Dungen er in is geslaagd om de oude film tot leven te wekken durf ik niet te zeggen. Gelukkig staat de nieuwe plaat van de band uit Stockholm vol prachtige klanken, waarbij je moeiteloos zelf de beelden verzint.
Häxan is een plaat vol prachtige ingetogen passages, maar de muziek van Dungen mag gelukkig ook met enige regelmaat ontsporen, precies zoals we dat van de band gewend zijn. Het is allemaal net wat minder toegankelijk dan de reguliere Dungen platen, al is toegankelijk bij Dungen altijd een relatief begrip.
Häxan is naar verluid niet meer dan een tussendoortje dat ter ere van Black Friday is uitgebracht, maar voor een tussendoortje is de plaat echt veel te goed. Zeker voor liefhebbers van psychedelische progrock valt er op de nieuwe plaat van Dungen ontzettend veel te genieten.
De band is nooit vies geweest van muzikale hoogstandjes en ook Häxan staat er vol mee, maar bij Dungen heb ik altijd het idee dat het functioneel is. Geniale overgangen zorgen immers ook voor sfeerwisselingen die van elkaar verschillen als dag en nacht, wat bij het maken van een filmsoundtrack zeer goed van pas kan komen.
Op de volgende plaat klinkt Dungen waarschijnlijk weer wat meer als de Dungen die we inmiddels al weer 15 jaar kennen, maar ook deze soundtrack smaakt absoluut naar meer, zeker als je behoefte hebt aan muziek die de fantasie optimaal prikkelt. Erwin Zijleman
Duo Ruut - Ilmateade (2025)

4,0
0
geplaatst: 4 juli 2025, 13:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Duo Ruut - Ilmateade - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Duo Ruut - Ilmateade
Duo Ruut is een tweetal uit Estland dat met Ilmateade een album heeft gemaakt dat deze week stevig is bewierookt door de Britse kwaliteitskrant The Guardian en daar valt echt helemaal niets op af te dingen
Zo ongeveer de enige recensie die van het tweede album van Duo Ruut is verschenen maakte me nieuwsgierig naar dit ‘folkalbum’ dat totaal anders klinkt dan de andere folkalbums die ik ken. Dat heeft alles te maken met de teksten in het Ests, maar ook in alle andere opzichten klinkt Ilmateade anders dan andere folkalbums. Het is hierdoor misschien even wennen aan Ilmateade, maar de schoonheid van de muziek van Duo Ruut dringt zich makkelijk op. Ondanks de eenvoud van de muziek van het Estse duo valt er van alles te ontdekken op Ilmateade, dat mysterieus maar ook bezwerend klinkt. Hoogste tijd dus dat de fascinerende muziek van Duo Ruut in bredere kring wordt opgepikt.
Met afstand het meest bijzondere album dat ik deze week heb beluisterd is het album Ilmateade van Duo Ruut. Het is een album dat afgelopen week uitvoerig werd geprezen door de Britse kwaliteitskrant The Guardian, die bekend staat om het open staan voor muziek die zich buiten de kaders van de westerse popmuziek begeeft. Dat doet Duo Ruut zeker, want ik ken geen enkel album dat lijkt op Ilmateade.
Duo Ruut is een duo dat bestaat uit twee muzikanten uit Estland en voor zover ik weet zijn dit de eerste muzikanten die ik ken uit de Baltische staat. Ann-Lisett Rebane en Katariina Kivi maken op hun tweede album (in 2019 verscheen hun debuutalbum) vooral gebruik van hun stemmen en van een traditioneel instrument uit Estland (kannel) dat lijkt op een citer, maar ook bijzondere ritmes spelen af en toe een voorname rol op het album.
The Guardian heeft Ilmateade van Duo Ruut uitgeroepen tot het folkalbum van de maand, wat Ann-Lisett Rebane en Katariina Kivi afgelopen weekend een plekje opleverde op het geweldige Britse Glastonbury festival. Er is inderdaad wel wat voor te zeggen om Ilmateade in het hokje folk te duwen, maar Duo Ruut heeft zeker geen alledaags folkalbum gemaakt.
Dat ligt in eerste instantie aan het feit dat Ann-Lisett Rebane en Katariina Kivi in het Ests zingen, wat de songs van het tweetal een wat mysterieus karakter geeft. Dat mysterieuze karakter wordt versterkt door de bijzondere klanken van het snareninstrument dat centraal staat in de muziek van Duo Ruut. Hier blijft het niet bij, want ook de manier van zingen wijkt af van de zang op Britse of Amerikaanse folkalbums en ook de songstructuren op Ilmateade hebben iets bijzonders.
Ik luister niet vaak naar muziek die zich duidelijk buiten de gebaande paden van de Westerse popmuziek begeeft, maar ik was eigenlijk direct onder de indruk van het album van Duo Ruut. De stemmen van Ann-Lisett Rebane en Katariina Kivi zijn bijzonder mooi en passen echt prachtig bij elkaar, zeker wanneer ze elkaar versterken in bijzondere harmonieën. De zang is door het gebruik van het Ests misschien niet heel toegankelijk, maar het deed wel direct wat met me.
Dat krijgt Duo Ruut ook voor elkaar met de muziek op het album. Ilmateade is in muzikaal opzicht meestal een heel sober album, met soms maar enkele akkoorden van het bijzondere Estse snareninstrument, maar in combinatie met de stemmen klinkt het zeker niet kaal. De combinatie van de bijzondere zang, de fascinerende klanken en de niet alledaagse songstructuren zorgen voor een bezwerend geluid. Het is een geluid dat zich ondanks alle bijzondere ingrediënten makkelijk opdringt, want zoals The Guardian terecht concludeert is de muziek van Duo Ruut van een bijzondere schoonheid.
De Britse kwaliteitskrant komt wel vaker op de proppen met albums waar verder echt niemand aandacht aan besteed en dat is met Ilmateade van Duo Ruut vooralsnog niet anders, maar dit is echt een album dat het verdient om uit te groeien tot een van de meest fascinerende cultalbums van 2025. Het is een album dat overigens ook bij de liefhebbers van uiteenlopende folkvarianten zeker in de smaak moet kunnen vallen. Ik vond het bij eerste beluistering vooral fascinerend, maar ik raak steeds meer gehecht aan de bijzondere klanken van Duo Ruut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Duo Ruut - Ilmateade - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Duo Ruut - Ilmateade
Duo Ruut is een tweetal uit Estland dat met Ilmateade een album heeft gemaakt dat deze week stevig is bewierookt door de Britse kwaliteitskrant The Guardian en daar valt echt helemaal niets op af te dingen
Zo ongeveer de enige recensie die van het tweede album van Duo Ruut is verschenen maakte me nieuwsgierig naar dit ‘folkalbum’ dat totaal anders klinkt dan de andere folkalbums die ik ken. Dat heeft alles te maken met de teksten in het Ests, maar ook in alle andere opzichten klinkt Ilmateade anders dan andere folkalbums. Het is hierdoor misschien even wennen aan Ilmateade, maar de schoonheid van de muziek van Duo Ruut dringt zich makkelijk op. Ondanks de eenvoud van de muziek van het Estse duo valt er van alles te ontdekken op Ilmateade, dat mysterieus maar ook bezwerend klinkt. Hoogste tijd dus dat de fascinerende muziek van Duo Ruut in bredere kring wordt opgepikt.
Met afstand het meest bijzondere album dat ik deze week heb beluisterd is het album Ilmateade van Duo Ruut. Het is een album dat afgelopen week uitvoerig werd geprezen door de Britse kwaliteitskrant The Guardian, die bekend staat om het open staan voor muziek die zich buiten de kaders van de westerse popmuziek begeeft. Dat doet Duo Ruut zeker, want ik ken geen enkel album dat lijkt op Ilmateade.
Duo Ruut is een duo dat bestaat uit twee muzikanten uit Estland en voor zover ik weet zijn dit de eerste muzikanten die ik ken uit de Baltische staat. Ann-Lisett Rebane en Katariina Kivi maken op hun tweede album (in 2019 verscheen hun debuutalbum) vooral gebruik van hun stemmen en van een traditioneel instrument uit Estland (kannel) dat lijkt op een citer, maar ook bijzondere ritmes spelen af en toe een voorname rol op het album.
The Guardian heeft Ilmateade van Duo Ruut uitgeroepen tot het folkalbum van de maand, wat Ann-Lisett Rebane en Katariina Kivi afgelopen weekend een plekje opleverde op het geweldige Britse Glastonbury festival. Er is inderdaad wel wat voor te zeggen om Ilmateade in het hokje folk te duwen, maar Duo Ruut heeft zeker geen alledaags folkalbum gemaakt.
Dat ligt in eerste instantie aan het feit dat Ann-Lisett Rebane en Katariina Kivi in het Ests zingen, wat de songs van het tweetal een wat mysterieus karakter geeft. Dat mysterieuze karakter wordt versterkt door de bijzondere klanken van het snareninstrument dat centraal staat in de muziek van Duo Ruut. Hier blijft het niet bij, want ook de manier van zingen wijkt af van de zang op Britse of Amerikaanse folkalbums en ook de songstructuren op Ilmateade hebben iets bijzonders.
Ik luister niet vaak naar muziek die zich duidelijk buiten de gebaande paden van de Westerse popmuziek begeeft, maar ik was eigenlijk direct onder de indruk van het album van Duo Ruut. De stemmen van Ann-Lisett Rebane en Katariina Kivi zijn bijzonder mooi en passen echt prachtig bij elkaar, zeker wanneer ze elkaar versterken in bijzondere harmonieën. De zang is door het gebruik van het Ests misschien niet heel toegankelijk, maar het deed wel direct wat met me.
Dat krijgt Duo Ruut ook voor elkaar met de muziek op het album. Ilmateade is in muzikaal opzicht meestal een heel sober album, met soms maar enkele akkoorden van het bijzondere Estse snareninstrument, maar in combinatie met de stemmen klinkt het zeker niet kaal. De combinatie van de bijzondere zang, de fascinerende klanken en de niet alledaagse songstructuren zorgen voor een bezwerend geluid. Het is een geluid dat zich ondanks alle bijzondere ingrediënten makkelijk opdringt, want zoals The Guardian terecht concludeert is de muziek van Duo Ruut van een bijzondere schoonheid.
De Britse kwaliteitskrant komt wel vaker op de proppen met albums waar verder echt niemand aandacht aan besteed en dat is met Ilmateade van Duo Ruut vooralsnog niet anders, maar dit is echt een album dat het verdient om uit te groeien tot een van de meest fascinerende cultalbums van 2025. Het is een album dat overigens ook bij de liefhebbers van uiteenlopende folkvarianten zeker in de smaak moet kunnen vallen. Ik vond het bij eerste beluistering vooral fascinerend, maar ik raak steeds meer gehecht aan de bijzondere klanken van Duo Ruut. Erwin Zijleman
Duran Duran - Rio (1982)

4,5
5
geplaatst: 3 juli 2022, 20:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Duran Duran - Rio (1982) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Duran Duran - Rio (1982)
Duran Duran ging uiteindelijk vol voor de pop en scoorde een imposante serie hits, maar op haar tweede album Rio levert de Britse band kwalitatief hoogstaande songs af, die de tand des tijds prima hebben doorstaan
Ik was Rio, het tweede album van de Britse band Duran Duran, eerlijk gezegd al lang weer vergeten, maar toen ik het album onlangs weer tegen kwam, was ik verrast door de kwaliteit van het album. Duran Duran klinkt op Rio een stuk avontuurlijker dan op de albums die zouden volgen en kruipt dicht tegen bands als Roxy Music en vooral Japan aan. In muzikaal opzicht is het allemaal verrassend goed en ook de zang van Simon Le Bon valt op dit album helemaal niet tegen. De singles van het album zijn natuurlijk bekend, maar het zijn vooral de wat minder bekende tracks die er uit springen op een album dat wat mij betreft niet misstaat tussen de betere albums uit de jaren 80.
Ik was aan het begin van de jaren 80 niet erg geïnteresseerd in de verrichtingen van de Britse band Duran Duran, maar het in 1982 verschenen en in een fraaie hoes gestoken Rio vond ik destijds een prima album. Rio was de opvolger van het in 1981 verschenen titelloze debuut van de band, dat ik destijds niet opmerkte maar dat ook zeker niet slecht is, en legde de basis voor de grote successen die de band uit Birmingham iets later in het decennium zou vieren. Die successen gingen helaas samen met in artistiek opzicht duidelijk minder interessante albums, waardoor ik ook Rio al snel uit het oog verloor.
Met alle andere albums van Duran Duran is wat mij betreft een prima verzamelaar te vullen, maar Rio vind ik als album een stuk interessanter en consistenter dan de rest van het werk van de Britse band. Ik verloor Rio zoals gezegd uit het oog toen Duran Duran in de tweede helft van de jaren 80 vol koos voor de hitgevoelige popmuziek, maar toen ik het album een paar weken geleden opdook in mijn zoektocht naar vergeten albums uit het verleden, was ik direct weer onder de indruk van de hoge kwaliteit van het album.
Op Rio is Duran Duran geen moment de dertien in een dozijn popband die het een paar jaar later zou worden, maar maakt het muziek die niet eens zo heel ver verwijderd is van die van door de critici bejubelde bands als Roxy Music en met name Japan. Ik herinnerde me nog wel een aantal songs van het album, waaronder de singles Hungry Like The Wolf, Save A Prayer en de titeltrack van het album, maar ik was vergeten hoe knap de rest van het album in muzikaal opzicht in elkaar steekt.
Bij beluistering van Rio springen de bijzondere en ook prachtige basloopjes direct in het oor en het zijn deze basloopjes die voor een belangrijk deel verantwoordelijk zijn voor de associaties met de muziek van Japan, maar ook het drumwerk valt in positieve zin op. De uitstekend spelende ritmesectie wordt gecombineerd met een uitgebalanceerde mix van gitaren en synths, die beiden zeer smaakvol klinken.
Over de vocale verrichtingen van zanger Simon Le Bon zijn de meningen altijd verdeeld geweest, maar op de zang op Rio heb ik niets aan te merken. Ook de productie van Colin Thurston, die in de jaren 80 een paar albums produceerde, maar geen heel indrukwekkend CV opbouwde, verdient overigens alle lof.
In muzikaal opzicht is Rio een stuk avontuurlijker en interessanter dan het latere werk van de band en dat geldt ook voor de songs op het album. Buiten de singles was ik de meeste songs op Rio al lang weer vergeten, maar het zijn stuk voor stuk songs die zowel aanstekelijk als in artistiek opzicht interessant zijn. De minder bekende tracks op het album doen overigens zeker niet onder voor de hitsingles. Integendeel zelfs.
Duran Duran slaagt er op Rio in om invloeden uit de rockmuziek en de synthpop uit de jaren 80 met elkaar te verbinden en voegt er hier en daar op smaakvolle wijze een jaren 70 Roxy Music accent aan toe, wat het duidelijkst is te horen wanneer de band een saxofoon van stal haalt. Wat invloeden uit de disco, funk en soft-rock maken het geluid op Rio compleet.
Duran Duran wordt door de keuze voor veel minder interessante pop halverwege de jaren 80 veel minder serieus genomen dan andere bands uit de jaren 80 die het label New Romantic kregen opgeplakt, maar Rio doet geen moment onder voor vergelijkbare albums uit de jaren 80 die wel uitvoerig werden geprezen. Ik had er lang niet meer naar geluisterd, maar het album staat momenteel op repeat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Duran Duran - Rio (1982) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Duran Duran - Rio (1982)
Duran Duran ging uiteindelijk vol voor de pop en scoorde een imposante serie hits, maar op haar tweede album Rio levert de Britse band kwalitatief hoogstaande songs af, die de tand des tijds prima hebben doorstaan
Ik was Rio, het tweede album van de Britse band Duran Duran, eerlijk gezegd al lang weer vergeten, maar toen ik het album onlangs weer tegen kwam, was ik verrast door de kwaliteit van het album. Duran Duran klinkt op Rio een stuk avontuurlijker dan op de albums die zouden volgen en kruipt dicht tegen bands als Roxy Music en vooral Japan aan. In muzikaal opzicht is het allemaal verrassend goed en ook de zang van Simon Le Bon valt op dit album helemaal niet tegen. De singles van het album zijn natuurlijk bekend, maar het zijn vooral de wat minder bekende tracks die er uit springen op een album dat wat mij betreft niet misstaat tussen de betere albums uit de jaren 80.
Ik was aan het begin van de jaren 80 niet erg geïnteresseerd in de verrichtingen van de Britse band Duran Duran, maar het in 1982 verschenen en in een fraaie hoes gestoken Rio vond ik destijds een prima album. Rio was de opvolger van het in 1981 verschenen titelloze debuut van de band, dat ik destijds niet opmerkte maar dat ook zeker niet slecht is, en legde de basis voor de grote successen die de band uit Birmingham iets later in het decennium zou vieren. Die successen gingen helaas samen met in artistiek opzicht duidelijk minder interessante albums, waardoor ik ook Rio al snel uit het oog verloor.
Met alle andere albums van Duran Duran is wat mij betreft een prima verzamelaar te vullen, maar Rio vind ik als album een stuk interessanter en consistenter dan de rest van het werk van de Britse band. Ik verloor Rio zoals gezegd uit het oog toen Duran Duran in de tweede helft van de jaren 80 vol koos voor de hitgevoelige popmuziek, maar toen ik het album een paar weken geleden opdook in mijn zoektocht naar vergeten albums uit het verleden, was ik direct weer onder de indruk van de hoge kwaliteit van het album.
Op Rio is Duran Duran geen moment de dertien in een dozijn popband die het een paar jaar later zou worden, maar maakt het muziek die niet eens zo heel ver verwijderd is van die van door de critici bejubelde bands als Roxy Music en met name Japan. Ik herinnerde me nog wel een aantal songs van het album, waaronder de singles Hungry Like The Wolf, Save A Prayer en de titeltrack van het album, maar ik was vergeten hoe knap de rest van het album in muzikaal opzicht in elkaar steekt.
Bij beluistering van Rio springen de bijzondere en ook prachtige basloopjes direct in het oor en het zijn deze basloopjes die voor een belangrijk deel verantwoordelijk zijn voor de associaties met de muziek van Japan, maar ook het drumwerk valt in positieve zin op. De uitstekend spelende ritmesectie wordt gecombineerd met een uitgebalanceerde mix van gitaren en synths, die beiden zeer smaakvol klinken.
Over de vocale verrichtingen van zanger Simon Le Bon zijn de meningen altijd verdeeld geweest, maar op de zang op Rio heb ik niets aan te merken. Ook de productie van Colin Thurston, die in de jaren 80 een paar albums produceerde, maar geen heel indrukwekkend CV opbouwde, verdient overigens alle lof.
In muzikaal opzicht is Rio een stuk avontuurlijker en interessanter dan het latere werk van de band en dat geldt ook voor de songs op het album. Buiten de singles was ik de meeste songs op Rio al lang weer vergeten, maar het zijn stuk voor stuk songs die zowel aanstekelijk als in artistiek opzicht interessant zijn. De minder bekende tracks op het album doen overigens zeker niet onder voor de hitsingles. Integendeel zelfs.
Duran Duran slaagt er op Rio in om invloeden uit de rockmuziek en de synthpop uit de jaren 80 met elkaar te verbinden en voegt er hier en daar op smaakvolle wijze een jaren 70 Roxy Music accent aan toe, wat het duidelijkst is te horen wanneer de band een saxofoon van stal haalt. Wat invloeden uit de disco, funk en soft-rock maken het geluid op Rio compleet.
Duran Duran wordt door de keuze voor veel minder interessante pop halverwege de jaren 80 veel minder serieus genomen dan andere bands uit de jaren 80 die het label New Romantic kregen opgeplakt, maar Rio doet geen moment onder voor vergelijkbare albums uit de jaren 80 die wel uitvoerig werden geprezen. Ik had er lang niet meer naar geluisterd, maar het album staat momenteel op repeat. Erwin Zijleman
Durand Jones & The Indications - Flowers (2025)

4,0
0
geplaatst: 2 juli 2025, 16:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Durand Jones & The Indications - Flowers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Durand Jones & The Indications - Flowers
Bij de extreem zomerse temperaturen van het moment komt Flowers van Durand Jones & The Indications uitstekend tot zijn recht, maar het is ook een knap gemaakt album vol warme en zoete verleidingen
Ik heb op een of andere manier niet zo heel veel met de neo-soul zangers die het afgelopen decennium aan de weg timmeren. Het geldt ook voor Durand Jones, terwijl ik nog geen moment heb getwijfeld aan zijn muzikaliteit, aan de kwaliteit van zijn band en aan zijn kwaliteiten als soulzanger. De band van de Amerikaanse muzikant heeft met Aaron Frazer nog een geweldige soulzanger in de gelederen en ook in muzikaal opzicht weten de leden van de band van wanten. Het deed me tot dusver onvoldoende, maar op Flowers valt alles op zijn plek. Het klinkt misschien wat glad allemaal, maar zo op zijn tijd doet de lome en zwoele soul op het album wonderen.
Ik besprak op de krenten uit de pop nog niet eerder een album van de Amerikaanse soulzanger Durand Jones. De enige keer dat zijn naam genoemd wordt op deze site is in mijn recensie van het uitstekende debuutalbum van Aaron Frazer, die destijds in de band van Durand Jones speelde. Het betekent overigens niet dat ik de albums die Durand Jones de afgelopen tien jaar, al dan niet met zijn band The Indications, heeft uitgebracht slecht vind, maar bij het beluisteren van vintage soulalbums ligt de lat voor mij altijd net wat hoger.
Ik ken immers mijn soulklassiekers uit de jaren 60 en 70 en die worden nu eenmaal niet zo heel snel benaderd door jonge soulzangers van dit moment. Het zorgde er voor dat ik vrijwel alle albums van Durand Jones de afgelopen jaren met plezier heb beluisterd, maar vervolgens toch weer een soulklassieker uit het verleden uit de kast heb getrokken. Ik ging er van uit dat het niet anders zou gaan met het deze week verschenen nieuwe album van Durand Jones & The Indications, maar Flowers heeft iets, al wist ik niet direct wat.
Durand Jones maakte de afgelopen jaren een soloalbum en ook de andere leden van zijn band, onder wie nog altijd de eerder genoemde Aaron Frazer, deden andere dingen. Het heeft gezorgd voor nieuwe energie, die is geland in de samenwerking van de leden van de band, die ook een stuk gelijkwaardiger zijn dan in het verleden. Zo neemt drummer Aaron Frazer meerdere keren de leadvocalen voor zijn rekening, terwijl gitarist Blake Rhein tekent voor de productie van het album.
De muziek van Durand Jones & The Indications klonk op het debuutalbum van de band nog lekker ruw, maar op Flowers ben je aan het verkeerde adres voor de wat ruwere of rauwere soulmuziek. Flowers klinkt vanaf de eerste noten zwoel en broeierig met lome ritmes, warme klanken, fraaie falset vocalen en een zweverige dwarsfluit voor een vleugje psychedelica.
Het is ook direct vanaf de eerste noten aan de gladde kant of zelfs meer dan dat, want zowel in muzikaal, productioneel als vocaal opzicht wordt er stevig met stroop gesmeerd en zijn alle ruwe randjes en scherpe kantjes zorgvuldig weg gevijld. Een album als Flowers zou ik normaal gesproken echt veel te zoet en gepolijst vinden, maar als de thermometer opeens temperaturen boven de dertig graden aangeeft verleidt het nieuwe album van Durand Jones & The Indications opeens meedogenloos, zeker als de ritmes nog wat lomer worden en ook subtiel spelende blazers worden toegevoegd aan het geluid.
Het past in het hokje neo-soul en het heeft ook wel wat van de zwoele R&B van het moment, maar ik hoor toch ook heel veel echo’s van soulmuziek die in het verleden werd gemaakt. Het zijn geen echo’s van de soulalbums die ik tot mijn favorieten reken, maar het klinkt allemaal erg lekker.
Flowers is een album dat in muzikaal opzicht knap in elkaar zit, dat is voorzien van een zeer trefzekere productie en waarop ook nog eens twee geweldige soulzangers zijn te horen. Of ik ook nog van dit album ga genieten wanneer de temperatuur weer tot normalere waarden is gedaald zal de tijd leren, maar voorlopig heb ik wel wat met deze warme en lome portie soul, die ook na een paar keer horen nog vol zwoele verleiding zit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Durand Jones & The Indications - Flowers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Durand Jones & The Indications - Flowers
Bij de extreem zomerse temperaturen van het moment komt Flowers van Durand Jones & The Indications uitstekend tot zijn recht, maar het is ook een knap gemaakt album vol warme en zoete verleidingen
Ik heb op een of andere manier niet zo heel veel met de neo-soul zangers die het afgelopen decennium aan de weg timmeren. Het geldt ook voor Durand Jones, terwijl ik nog geen moment heb getwijfeld aan zijn muzikaliteit, aan de kwaliteit van zijn band en aan zijn kwaliteiten als soulzanger. De band van de Amerikaanse muzikant heeft met Aaron Frazer nog een geweldige soulzanger in de gelederen en ook in muzikaal opzicht weten de leden van de band van wanten. Het deed me tot dusver onvoldoende, maar op Flowers valt alles op zijn plek. Het klinkt misschien wat glad allemaal, maar zo op zijn tijd doet de lome en zwoele soul op het album wonderen.
Ik besprak op de krenten uit de pop nog niet eerder een album van de Amerikaanse soulzanger Durand Jones. De enige keer dat zijn naam genoemd wordt op deze site is in mijn recensie van het uitstekende debuutalbum van Aaron Frazer, die destijds in de band van Durand Jones speelde. Het betekent overigens niet dat ik de albums die Durand Jones de afgelopen tien jaar, al dan niet met zijn band The Indications, heeft uitgebracht slecht vind, maar bij het beluisteren van vintage soulalbums ligt de lat voor mij altijd net wat hoger.
Ik ken immers mijn soulklassiekers uit de jaren 60 en 70 en die worden nu eenmaal niet zo heel snel benaderd door jonge soulzangers van dit moment. Het zorgde er voor dat ik vrijwel alle albums van Durand Jones de afgelopen jaren met plezier heb beluisterd, maar vervolgens toch weer een soulklassieker uit het verleden uit de kast heb getrokken. Ik ging er van uit dat het niet anders zou gaan met het deze week verschenen nieuwe album van Durand Jones & The Indications, maar Flowers heeft iets, al wist ik niet direct wat.
Durand Jones maakte de afgelopen jaren een soloalbum en ook de andere leden van zijn band, onder wie nog altijd de eerder genoemde Aaron Frazer, deden andere dingen. Het heeft gezorgd voor nieuwe energie, die is geland in de samenwerking van de leden van de band, die ook een stuk gelijkwaardiger zijn dan in het verleden. Zo neemt drummer Aaron Frazer meerdere keren de leadvocalen voor zijn rekening, terwijl gitarist Blake Rhein tekent voor de productie van het album.
De muziek van Durand Jones & The Indications klonk op het debuutalbum van de band nog lekker ruw, maar op Flowers ben je aan het verkeerde adres voor de wat ruwere of rauwere soulmuziek. Flowers klinkt vanaf de eerste noten zwoel en broeierig met lome ritmes, warme klanken, fraaie falset vocalen en een zweverige dwarsfluit voor een vleugje psychedelica.
Het is ook direct vanaf de eerste noten aan de gladde kant of zelfs meer dan dat, want zowel in muzikaal, productioneel als vocaal opzicht wordt er stevig met stroop gesmeerd en zijn alle ruwe randjes en scherpe kantjes zorgvuldig weg gevijld. Een album als Flowers zou ik normaal gesproken echt veel te zoet en gepolijst vinden, maar als de thermometer opeens temperaturen boven de dertig graden aangeeft verleidt het nieuwe album van Durand Jones & The Indications opeens meedogenloos, zeker als de ritmes nog wat lomer worden en ook subtiel spelende blazers worden toegevoegd aan het geluid.
Het past in het hokje neo-soul en het heeft ook wel wat van de zwoele R&B van het moment, maar ik hoor toch ook heel veel echo’s van soulmuziek die in het verleden werd gemaakt. Het zijn geen echo’s van de soulalbums die ik tot mijn favorieten reken, maar het klinkt allemaal erg lekker.
Flowers is een album dat in muzikaal opzicht knap in elkaar zit, dat is voorzien van een zeer trefzekere productie en waarop ook nog eens twee geweldige soulzangers zijn te horen. Of ik ook nog van dit album ga genieten wanneer de temperatuur weer tot normalere waarden is gedaald zal de tijd leren, maar voorlopig heb ik wel wat met deze warme en lome portie soul, die ook na een paar keer horen nog vol zwoele verleiding zit. Erwin Zijleman
Duster - Duster (2019)

4,0
0
geplaatst: 24 december 2019, 16:29 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Duster - Duster - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Duster - Duster
De Californische band Duster keert terug na bijna twintig jaar afwezigheid en heeft de magie van haar eerste twee albums weten te versterken
Duster is een cultband uit de tweede helft van de jaren 90, die na twee geweldige albums uit elkaar viel. Eerder dit jaar werd de balans opgemaakt met een fraaie box-set, maar dit bleek gelukkig geen slotakkoord. Eerder deze maand dook de band uit San Jose immers op met een gloednieuw album en het is een prachtig album. Duster benevelt met een fraaie mix van slowcore, lo-fi, noise-rock, psychedelica en nog veel meer. Soms melodieus, soms rauw, soms experimenteel, maar altijd mooi en tegelijkertijd intrigerend. Duster gaat verder waar het twintig jaar geleden ophield maar klinkt nog altijd urgent.
De Amerikaanse band Duster werd in de tweede helft van de jaren 90 geformeerd in het Californische San Jose. De band maakte twee albums, waarvan met name het in 1998 verschenen Stratosphere de boeken in is gegaan als een cultklassieker. Na het in 2000 verschenen Contemporary Movement, dat zeker niet onder deed voor het debuut van de band, viel alweer het doek voor de band, die de cultstatus helaas nooit echt wist te overstijgen.
Eerder dit jaar verscheen na een stilte van 19 jaar de box-set Capsule Losing Contact met alle muziek die Duster ooit opnam. Een lijvig slotakkoord met bijna drie uur muziek, die nogmaals bevestigde dat Duster een bijzondere band was.
Tijd voor de aftiteling dus, maar net als in de geweldige film Vice (aanrader) blijkt de eerste aftiteling wat te voorbarig. Een week of twee geleden keerde Duster immers terug met een gloednieuw album. Het titelloze album van de Californische band is een nieuwe start en hopelijk levert het de band wat meer waardering op dan 20 jaar geleden. De timing van de release van het nieuwe album van de band is niet heel handig, maar wat is het derde album van Duster een mooi album.
Heel veel veranderd is er niet. Duster maakt nog altijd zich langzaam voortslepende en wat naar binnen gekeerde muziek met elementen uit de slowcore, de lo-fi en de indie-rock. Denk aan bands als Bedhead, Codeine en Slint, maar zeker ook aan bands als Built To Spill en Modest Mouse of en band van dit moment als Horse Jumper Of Love, dat in de meeste jaarlijstjes, inclusief die van mij, helaas al weer vergeten was.
De basis van de muziek van Duster wordt gevormd door subtiele gitaarloopjes, die vaak een repeterend karakter hebben. Het zijn gitaarloopjes die vaak prachtig melodieus zijn, maar Duster kan incidenteel ook rauw en gruizig klinken. Het fraaie gitaarwerk op het album wordt prachtig ondersteund door een wat zwaar aangezette ritmesectie die, net als de lome vocalen, het tempo op fraaie wijze kan verlagen.
De muziek van Duster heeft door het lage tempo iets dromerigs, maar heeft op hetzelfde moment iets dreigends, al is de spanning op het album vooral onderhuids. Net als de vorige albums van de band is ook het derde album van Duster er een waarop in grote lijnen niet heel veel wordt gevarieerd, maar “the devil is in the details”. Het titelloze nieuwe album van de band is immers ook een album waarop heel veel te genieten valt en waarop je steeds weer nieuwe dingen hoort.
Het gitaarwerk op het album blijkt keer en keer van een bijzondere schoonheid, maar bijna stiekem beweegt Duster zich ook over de grenzen van de genoemde genres. Slowcore kan zomaar omslaan in benevelende psychedelica, terwijl eenvoudige lo-fi kan veranderen in behoorlijk complexe en experimentele muziek. Vergeleken met de eerste twee albums van Duster laat album nummer drie net wat meer uitgewerkte songs horen, al is het nieuwe album van de band net zo goed een drie kwartier durende luistertrip.
Duster moet na bijna twintig jaar stilte weer als startend bandje aan de bak en opent nu voor bands die niet hadden bestaan zonder het baanbrekende werk van de band uit San Jose. Het derde album van de band is bovendien een album dat veel beter is dan die van alle jonge bandjes die zich bewust of onbewust hebben laten inspireren door de muziek van de Californische band. Duster dreigt ook met dit nieuwe album weer tussen wal en schip te vallen, maar het is een album van grote schoonheid. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Duster - Duster - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Duster - Duster
De Californische band Duster keert terug na bijna twintig jaar afwezigheid en heeft de magie van haar eerste twee albums weten te versterken
Duster is een cultband uit de tweede helft van de jaren 90, die na twee geweldige albums uit elkaar viel. Eerder dit jaar werd de balans opgemaakt met een fraaie box-set, maar dit bleek gelukkig geen slotakkoord. Eerder deze maand dook de band uit San Jose immers op met een gloednieuw album en het is een prachtig album. Duster benevelt met een fraaie mix van slowcore, lo-fi, noise-rock, psychedelica en nog veel meer. Soms melodieus, soms rauw, soms experimenteel, maar altijd mooi en tegelijkertijd intrigerend. Duster gaat verder waar het twintig jaar geleden ophield maar klinkt nog altijd urgent.
De Amerikaanse band Duster werd in de tweede helft van de jaren 90 geformeerd in het Californische San Jose. De band maakte twee albums, waarvan met name het in 1998 verschenen Stratosphere de boeken in is gegaan als een cultklassieker. Na het in 2000 verschenen Contemporary Movement, dat zeker niet onder deed voor het debuut van de band, viel alweer het doek voor de band, die de cultstatus helaas nooit echt wist te overstijgen.
Eerder dit jaar verscheen na een stilte van 19 jaar de box-set Capsule Losing Contact met alle muziek die Duster ooit opnam. Een lijvig slotakkoord met bijna drie uur muziek, die nogmaals bevestigde dat Duster een bijzondere band was.
Tijd voor de aftiteling dus, maar net als in de geweldige film Vice (aanrader) blijkt de eerste aftiteling wat te voorbarig. Een week of twee geleden keerde Duster immers terug met een gloednieuw album. Het titelloze album van de Californische band is een nieuwe start en hopelijk levert het de band wat meer waardering op dan 20 jaar geleden. De timing van de release van het nieuwe album van de band is niet heel handig, maar wat is het derde album van Duster een mooi album.
Heel veel veranderd is er niet. Duster maakt nog altijd zich langzaam voortslepende en wat naar binnen gekeerde muziek met elementen uit de slowcore, de lo-fi en de indie-rock. Denk aan bands als Bedhead, Codeine en Slint, maar zeker ook aan bands als Built To Spill en Modest Mouse of en band van dit moment als Horse Jumper Of Love, dat in de meeste jaarlijstjes, inclusief die van mij, helaas al weer vergeten was.
De basis van de muziek van Duster wordt gevormd door subtiele gitaarloopjes, die vaak een repeterend karakter hebben. Het zijn gitaarloopjes die vaak prachtig melodieus zijn, maar Duster kan incidenteel ook rauw en gruizig klinken. Het fraaie gitaarwerk op het album wordt prachtig ondersteund door een wat zwaar aangezette ritmesectie die, net als de lome vocalen, het tempo op fraaie wijze kan verlagen.
De muziek van Duster heeft door het lage tempo iets dromerigs, maar heeft op hetzelfde moment iets dreigends, al is de spanning op het album vooral onderhuids. Net als de vorige albums van de band is ook het derde album van Duster er een waarop in grote lijnen niet heel veel wordt gevarieerd, maar “the devil is in the details”. Het titelloze nieuwe album van de band is immers ook een album waarop heel veel te genieten valt en waarop je steeds weer nieuwe dingen hoort.
Het gitaarwerk op het album blijkt keer en keer van een bijzondere schoonheid, maar bijna stiekem beweegt Duster zich ook over de grenzen van de genoemde genres. Slowcore kan zomaar omslaan in benevelende psychedelica, terwijl eenvoudige lo-fi kan veranderen in behoorlijk complexe en experimentele muziek. Vergeleken met de eerste twee albums van Duster laat album nummer drie net wat meer uitgewerkte songs horen, al is het nieuwe album van de band net zo goed een drie kwartier durende luistertrip.
Duster moet na bijna twintig jaar stilte weer als startend bandje aan de bak en opent nu voor bands die niet hadden bestaan zonder het baanbrekende werk van de band uit San Jose. Het derde album van de band is bovendien een album dat veel beter is dan die van alle jonge bandjes die zich bewust of onbewust hebben laten inspireren door de muziek van de Californische band. Duster dreigt ook met dit nieuwe album weer tussen wal en schip te vallen, maar het is een album van grote schoonheid. Erwin Zijleman
Duster - In Dreams (2024)

4,0
0
geplaatst: 20 december 2024, 14:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Duster - In Dreams - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Duster - In Dreams
De Amerikaanse band Duster maakt ook op In Dreams weer indruk met zich langzaam voortslepende songs vol invloeden, prachtig gitaarwerk en een aaneenschakeling van fraaie details
De Californische band Duster leek er ruim twintig jaar geleden na twee miskende albums de brui aan te geven, maar de afgelopen vijf jaar is de band weer actief en levert het bijzondere albums af. Ook het deze maand verschenen In Dreams is weer een sterk album van de Amerikaanse band. Duster verwerkt nog altijd uiteenlopende invloeden in haar songs, waarin de gitaren domineren en het tempo laag ligt. Het doet wel wat denken aan de slowcore uit de jaren 90, maar de muziek van Duster is veelzijdiger. Ook In Dreams is weer een prachtige luistertrip, die ook nog eens verrassend goed past in het huidige seizoen. Het zou echt doodzonde zijn als dit album ondersneeuwt.
De Amerikaanse band Duster maakte aan het eind van de jaren 90 en het begin van het huidige millennium twee albums. Op Stratosphere uit 1998 en Contemporary Movement uit 2000 vermengde de band invloeden uit de lo-fi, postrock, slowcore, noiserock, psychedelica, indierock en shoegaze, maar Duster kon ook uit de voeten met ambient achtige passages.
De band uit California wist destijds de cultstatus helaas niet te ontstijgen, maar dook in 2019 weer op met een bijzonder fraai titelloos album. Het is een album dat verder ging waar Duster een kleine twintig jaar eerder was gestopt, maar de band had haar geluid inmiddels wel vervolmaakt. Na het goed ontvangen album keerde Duster in 2022 terug met het minstens even mooie Together, dat net als zijn voorganger kon rekenen op zeer positieve recensies.
Na de release van niet eerder uitgebracht vroeg materiaal vorig jaar, laat Duster aan het eind van dit jaar weer van zich horen met het derde album uit haar tweede jeugd, waarmee de productie uit de eerste jeugd is overtroffen. In Dreams is, net als het titelloze album uit 2019, verschenen in de laatste weken van het jaar en dat is niet het handigste moment voor het uitbrengen van een album. In Dreams krijgt daarom nog niet zo heel veel aandacht en ontbreekt uiteraard in alle jaarlijstjes, maar met de kwaliteit van het album is echt helemaal niets mis.
Ook In Dreams past weer perfect in het seizoen met zich langzaam voortslepende dromerige en atmosferische klanken, die vaak een wat donker karakter hebben. Door het lage tempo en de breed uitwaaiende gitaarlijnen zijn in de muziek van Duster veel invloeden uit de slowcore hoorbaar, maar de band uit California is zeker geen typische slowcore band.
De band verwerkt ook op In Dreams weer invloeden uit verschillende soorten rockmuziek en schuwt naast atmosferische klanken ook het ruwere werk niet. Gitaren staan centraal in de muziek van Duster en ook op het nieuwe album van de band is het gitaarwerk prachtig. Het wordt gecombineerd met af en toe opduikende en bijzonder lome zang, die het dromerige karakter van de muziek van Duster verder versterkt.
Het gitaarwerk is belangrijker dan de zang, waardoor de songs op het album een lang uitgesponnen indruk maken en vaak wat bezwerend klinken. Door te variëren met het gitaarwerk en hier en daar synths toe te voegen is de muziek van Duster, ondanks het lage tempo, de bezwerende klanken en de onderkoelde zang, zeker niet eentonig. Zeker bij beluistering met de koptelefoon blijf je bijzondere details ontdekken in de muziek van Duster en krijgt In Dreams al snel een hypnotiserende uitwerking.
De Amerikaanse band maakt zeker geen makkelijk in het gehoor liggende rocksongs en zal daarom niet zomaar de aandacht van een breed publiek trekken, maar ook In Dreams is weer een album dat door liefhebbers van dit soort muziek zal worden gekoesterd. Zelf heb ik lang niet altijd een zwak voor dit soort muziek, maar de vorige twee albums van Duster vond ik echt prachtig en In Dreams vind ik nog wat mooier dan deze voorgangers.
Duster bouwt in haar tweede jeugd nog wat nadrukkelijker aan een bijzonder oeuvre dan aan het begin van de carrière van de band en heeft met In Dreams het derde prachtalbum op rij afgeleverd. Ga dat horen! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Duster - In Dreams - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Duster - In Dreams
De Amerikaanse band Duster maakt ook op In Dreams weer indruk met zich langzaam voortslepende songs vol invloeden, prachtig gitaarwerk en een aaneenschakeling van fraaie details
De Californische band Duster leek er ruim twintig jaar geleden na twee miskende albums de brui aan te geven, maar de afgelopen vijf jaar is de band weer actief en levert het bijzondere albums af. Ook het deze maand verschenen In Dreams is weer een sterk album van de Amerikaanse band. Duster verwerkt nog altijd uiteenlopende invloeden in haar songs, waarin de gitaren domineren en het tempo laag ligt. Het doet wel wat denken aan de slowcore uit de jaren 90, maar de muziek van Duster is veelzijdiger. Ook In Dreams is weer een prachtige luistertrip, die ook nog eens verrassend goed past in het huidige seizoen. Het zou echt doodzonde zijn als dit album ondersneeuwt.
De Amerikaanse band Duster maakte aan het eind van de jaren 90 en het begin van het huidige millennium twee albums. Op Stratosphere uit 1998 en Contemporary Movement uit 2000 vermengde de band invloeden uit de lo-fi, postrock, slowcore, noiserock, psychedelica, indierock en shoegaze, maar Duster kon ook uit de voeten met ambient achtige passages.
De band uit California wist destijds de cultstatus helaas niet te ontstijgen, maar dook in 2019 weer op met een bijzonder fraai titelloos album. Het is een album dat verder ging waar Duster een kleine twintig jaar eerder was gestopt, maar de band had haar geluid inmiddels wel vervolmaakt. Na het goed ontvangen album keerde Duster in 2022 terug met het minstens even mooie Together, dat net als zijn voorganger kon rekenen op zeer positieve recensies.
Na de release van niet eerder uitgebracht vroeg materiaal vorig jaar, laat Duster aan het eind van dit jaar weer van zich horen met het derde album uit haar tweede jeugd, waarmee de productie uit de eerste jeugd is overtroffen. In Dreams is, net als het titelloze album uit 2019, verschenen in de laatste weken van het jaar en dat is niet het handigste moment voor het uitbrengen van een album. In Dreams krijgt daarom nog niet zo heel veel aandacht en ontbreekt uiteraard in alle jaarlijstjes, maar met de kwaliteit van het album is echt helemaal niets mis.
Ook In Dreams past weer perfect in het seizoen met zich langzaam voortslepende dromerige en atmosferische klanken, die vaak een wat donker karakter hebben. Door het lage tempo en de breed uitwaaiende gitaarlijnen zijn in de muziek van Duster veel invloeden uit de slowcore hoorbaar, maar de band uit California is zeker geen typische slowcore band.
De band verwerkt ook op In Dreams weer invloeden uit verschillende soorten rockmuziek en schuwt naast atmosferische klanken ook het ruwere werk niet. Gitaren staan centraal in de muziek van Duster en ook op het nieuwe album van de band is het gitaarwerk prachtig. Het wordt gecombineerd met af en toe opduikende en bijzonder lome zang, die het dromerige karakter van de muziek van Duster verder versterkt.
Het gitaarwerk is belangrijker dan de zang, waardoor de songs op het album een lang uitgesponnen indruk maken en vaak wat bezwerend klinken. Door te variëren met het gitaarwerk en hier en daar synths toe te voegen is de muziek van Duster, ondanks het lage tempo, de bezwerende klanken en de onderkoelde zang, zeker niet eentonig. Zeker bij beluistering met de koptelefoon blijf je bijzondere details ontdekken in de muziek van Duster en krijgt In Dreams al snel een hypnotiserende uitwerking.
De Amerikaanse band maakt zeker geen makkelijk in het gehoor liggende rocksongs en zal daarom niet zomaar de aandacht van een breed publiek trekken, maar ook In Dreams is weer een album dat door liefhebbers van dit soort muziek zal worden gekoesterd. Zelf heb ik lang niet altijd een zwak voor dit soort muziek, maar de vorige twee albums van Duster vond ik echt prachtig en In Dreams vind ik nog wat mooier dan deze voorgangers.
Duster bouwt in haar tweede jeugd nog wat nadrukkelijker aan een bijzonder oeuvre dan aan het begin van de carrière van de band en heeft met In Dreams het derde prachtalbum op rij afgeleverd. Ga dat horen! Erwin Zijleman
Duster - Together (2022)

4,5
3
geplaatst: 6 april 2022, 15:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Duster - Together - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Duster - Together
Na het niet meer verwachte derde album van Duster, levert de band ook nog een vierde album af en ook Together is weer een wonderschoon album dat tegen het hokje slowcore aanschurkt, maar er nooit helemaal in past
De Californische band Duster bracht aan het eind van de jaren negentig en aan het begin van het huidige millennium twee prachtige maar onbegrepen albums uit. Vervolgens werd er lang niets meer van de band verloren, tot Duster in 2019 opdook met een bijzonder fraai titelloos album. Dat album krijgt deze week een vervolg met Together. Het is een album dat niet mijlenver is verwijderd van zijn voorgangers en net als deze voorgangers intrigeert het hopeloos. Duster maakt nog steeds donkere en zich langzaam voortslepende gitaarmuziek, die uit vele hokjes put, maar in geen enkel hokje past. Het is muziek die af en toe explodeert, maar die op zijn mooist is wanneer dit net niet gebeurt.
De Amerikaanse band Duster debuteerde in 1998 met het album Stratosphere, waarop invloeden uit onder andere de indierock, slowcore, postrock, noiserock en spacerock werden vermengd met een beetje lo-fi en wat psychedelica. De band uit San Jose, California, keerde in 2000 terug met het eveneens thuis opgenomen en minstens even fascinerende Contemporary Movement, maar ondanks een aantal lovende recensies kwam de band niet echt verder en besloten de leden van de band elk hun eigen weg te gaan.
Tien jaar na het opdoeken van de eerste versie van Duster verkreeg de Californische band langzaam maar zeker de cultstatus en begon het toch weer te kriebelen bij de oprichters van de band, wat uiteindelijk in 2019 resulteerde in een derde Duster album. Op dit titelloze album vervolmaakte de Californische band haar zo bijzondere geluid en leverde het haar beste album tot dat moment af.
Deze week keert Duster terug met een vierde album en is de productie van de tweede editie van de band in ieder geval alvast gelijk aan die van de eerste editie. Together trekt de lijn van het titelloze album uit 2019 door, maar legt de lat wat mij betreft nog net wat hoger.
Duster heeft altijd invloeden uit de slowcore verwerkt en die invloeden spelen ook op het vierde album van de Californische band een belangrijke rol. Het tempo ligt laag, de gitaarlijnen zijn zwaar en donker, de bassen en de drums diep en de zang loom. Duster paste in het verleden echter nooit precies in het hokje slowcore en doet dat nog steeds niet. Alle invloeden die ik heb genoemd bij het beschrijven van de eerste twee albums van de band keren ook op Together weer terug.
De band beschrijft haar nieuwe album zelf met enige humor en relativeringsvermogen: “Gather your loved ones, Together is here. Duster’s fourth album is a 13-song exploration of comfortable, interplanetary goth. A sonic vaseline of submerged guitars, solder-burned synths, and over-driven rhythm tracks. I know people say, ‘Oh Duster music so sad, we've even said it ourselves before, but it's a lot more like absurdism than nihilism”. Persoonlijk vind ik het weer vooral erg mooi.
Duster maakt op haar vierde album intense muziek en die intensiteit wordt alleen maar groter door het lage tempo. De ritmesectie van de band speelt prachtig, maar het is vooral het gitaarwerk dat de muziek van Duster voorziet van een bijzondere lading en van heel veel schoonheid. Zeker de zich langzaam voortslepende songs op het album dringen zich genadeloos op, maar ook als de Amerikaanse band het tempo wat opvoert blijf je makkelijk bij de les.
Het oeuvre van Duster bestrijkt inmiddels bijna 25 jaar, maar in die 25 jaar is er niet zo gek veel veranderd. De Californische band maakt muziek die aan de ene kant bekend klinkt en aansluit bij die van een aantal andere voornamelijk Amerikaanse gitaarbands, maar Duster klinkt ook altijd net wat anders.
Het heeft er voor gezorgd dat de band nooit veel verder is gekomen dan de cultstatus, maar ook Together is weer een prachtige gitaarplaat vol avontuur. Het is een gitaarplaat waar, een incidentele uitbarsting daar gelaten, het tempo maar niet in wil komen en waarop niet heel veel lijkt te gebeuren, tot het album je vast grijpt en het vierde album van Duster steeds meer moois en bijzonders laat horen. Laten we hopen dat deze fascinerende band er nog een vijfde album aan vast plakt en als het even kan snel ook. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Duster - Together - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Duster - Together
Na het niet meer verwachte derde album van Duster, levert de band ook nog een vierde album af en ook Together is weer een wonderschoon album dat tegen het hokje slowcore aanschurkt, maar er nooit helemaal in past
De Californische band Duster bracht aan het eind van de jaren negentig en aan het begin van het huidige millennium twee prachtige maar onbegrepen albums uit. Vervolgens werd er lang niets meer van de band verloren, tot Duster in 2019 opdook met een bijzonder fraai titelloos album. Dat album krijgt deze week een vervolg met Together. Het is een album dat niet mijlenver is verwijderd van zijn voorgangers en net als deze voorgangers intrigeert het hopeloos. Duster maakt nog steeds donkere en zich langzaam voortslepende gitaarmuziek, die uit vele hokjes put, maar in geen enkel hokje past. Het is muziek die af en toe explodeert, maar die op zijn mooist is wanneer dit net niet gebeurt.
De Amerikaanse band Duster debuteerde in 1998 met het album Stratosphere, waarop invloeden uit onder andere de indierock, slowcore, postrock, noiserock en spacerock werden vermengd met een beetje lo-fi en wat psychedelica. De band uit San Jose, California, keerde in 2000 terug met het eveneens thuis opgenomen en minstens even fascinerende Contemporary Movement, maar ondanks een aantal lovende recensies kwam de band niet echt verder en besloten de leden van de band elk hun eigen weg te gaan.
Tien jaar na het opdoeken van de eerste versie van Duster verkreeg de Californische band langzaam maar zeker de cultstatus en begon het toch weer te kriebelen bij de oprichters van de band, wat uiteindelijk in 2019 resulteerde in een derde Duster album. Op dit titelloze album vervolmaakte de Californische band haar zo bijzondere geluid en leverde het haar beste album tot dat moment af.
Deze week keert Duster terug met een vierde album en is de productie van de tweede editie van de band in ieder geval alvast gelijk aan die van de eerste editie. Together trekt de lijn van het titelloze album uit 2019 door, maar legt de lat wat mij betreft nog net wat hoger.
Duster heeft altijd invloeden uit de slowcore verwerkt en die invloeden spelen ook op het vierde album van de Californische band een belangrijke rol. Het tempo ligt laag, de gitaarlijnen zijn zwaar en donker, de bassen en de drums diep en de zang loom. Duster paste in het verleden echter nooit precies in het hokje slowcore en doet dat nog steeds niet. Alle invloeden die ik heb genoemd bij het beschrijven van de eerste twee albums van de band keren ook op Together weer terug.
De band beschrijft haar nieuwe album zelf met enige humor en relativeringsvermogen: “Gather your loved ones, Together is here. Duster’s fourth album is a 13-song exploration of comfortable, interplanetary goth. A sonic vaseline of submerged guitars, solder-burned synths, and over-driven rhythm tracks. I know people say, ‘Oh Duster music so sad, we've even said it ourselves before, but it's a lot more like absurdism than nihilism”. Persoonlijk vind ik het weer vooral erg mooi.
Duster maakt op haar vierde album intense muziek en die intensiteit wordt alleen maar groter door het lage tempo. De ritmesectie van de band speelt prachtig, maar het is vooral het gitaarwerk dat de muziek van Duster voorziet van een bijzondere lading en van heel veel schoonheid. Zeker de zich langzaam voortslepende songs op het album dringen zich genadeloos op, maar ook als de Amerikaanse band het tempo wat opvoert blijf je makkelijk bij de les.
Het oeuvre van Duster bestrijkt inmiddels bijna 25 jaar, maar in die 25 jaar is er niet zo gek veel veranderd. De Californische band maakt muziek die aan de ene kant bekend klinkt en aansluit bij die van een aantal andere voornamelijk Amerikaanse gitaarbands, maar Duster klinkt ook altijd net wat anders.
Het heeft er voor gezorgd dat de band nooit veel verder is gekomen dan de cultstatus, maar ook Together is weer een prachtige gitaarplaat vol avontuur. Het is een gitaarplaat waar, een incidentele uitbarsting daar gelaten, het tempo maar niet in wil komen en waarop niet heel veel lijkt te gebeuren, tot het album je vast grijpt en het vierde album van Duster steeds meer moois en bijzonders laat horen. Laten we hopen dat deze fascinerende band er nog een vijfde album aan vast plakt en als het even kan snel ook. Erwin Zijleman
Dusty Stray - A Tree Fell and Other Songs (2015)

4,0
1
geplaatst: 12 december 2015, 09:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dusty Stray - A Tree Fell And Other Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is al weer ruim vier jaar geleden dat ik zeer enthousiast was over Light Years Away, de tweede plaat van Dusty Stray.
Het alter ego van de vanuit Amsterdam opererende Texaan Jonathan Brown gaf de concurrentie destijds het nakijken met een tijdloze Amerikaanse rootsplaat die zich liet beïnvloeden door meerdere sub genres en door meerdere decennia rootsmuziek.
Ondanks mijn bewondering voor de tweede plaat van Dusty Stray zag ik de derde plaat (het in 2013 verschenen Family Album) compleet over het hoofd en ik moet toegeven dat ook A Tree Fell And Other Songs al weer een week of zes op de stapel lag en lange tijd buiten de boot leek te vallen.
Het zou doodzonde zijn geweest, want ook de vierde plaat van Dusty Stray is weer wonderschoon. Op A Tree Fell And Other Songs werkt Jonathan Brown samen met de Amerikaanse producer (Mark) Kramer, die eerder werkte met onder andere Galaxie 500, Low en Will Oldham’s Palace Songs. Het is een keuze die goed uitpakt, want Kramer weet uitstekend hoe de ingetogen en soms fluisterzachte songs van Dusty Stray moeten klinken.
Ook op A Tree Fell And Other Songs schudt Jonathan Brown de prachtliedjes weer uit zijn mouw. Het zijn ingetogen en over het algemeen stemmige popliedjes die opvallen door het rijke instrumentarium en vooral ook door warmte die de muziek uitstraalt.
A Tree Fell And Other Songs slaat zich als een warme deken om je heen. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de fraaie instrumentatie, maar ook de aangename en soms fluisterzachte stem van Jonathan Brown speelt een belangrijke rol bij het effect dat A Tree Fell And Other Songs sorteert.
De songs van Jonathan krijgen extra diepte door de teksten waarin veel donkerdere thema’s worden aangesneden dan de verwarmende klanken van Dusty Stray suggereren. De bijzonder fraaie en trefzekere productie van Kramer is de slagroom op de taart.
A Tree Fell And Other Songs is een bijzonder aangename plaat, maar het is ook een plaat vol verrassing en diepgang. Dusty Stray is er weer in geslaagd om een plaat te maken van een niveau dat in Nederland maar zelden wordt bereikt. Ook voor deze geldt dat het echt veel te mooi is om te laten liggen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Dusty Stray - A Tree Fell And Other Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is al weer ruim vier jaar geleden dat ik zeer enthousiast was over Light Years Away, de tweede plaat van Dusty Stray.
Het alter ego van de vanuit Amsterdam opererende Texaan Jonathan Brown gaf de concurrentie destijds het nakijken met een tijdloze Amerikaanse rootsplaat die zich liet beïnvloeden door meerdere sub genres en door meerdere decennia rootsmuziek.
Ondanks mijn bewondering voor de tweede plaat van Dusty Stray zag ik de derde plaat (het in 2013 verschenen Family Album) compleet over het hoofd en ik moet toegeven dat ook A Tree Fell And Other Songs al weer een week of zes op de stapel lag en lange tijd buiten de boot leek te vallen.
Het zou doodzonde zijn geweest, want ook de vierde plaat van Dusty Stray is weer wonderschoon. Op A Tree Fell And Other Songs werkt Jonathan Brown samen met de Amerikaanse producer (Mark) Kramer, die eerder werkte met onder andere Galaxie 500, Low en Will Oldham’s Palace Songs. Het is een keuze die goed uitpakt, want Kramer weet uitstekend hoe de ingetogen en soms fluisterzachte songs van Dusty Stray moeten klinken.
Ook op A Tree Fell And Other Songs schudt Jonathan Brown de prachtliedjes weer uit zijn mouw. Het zijn ingetogen en over het algemeen stemmige popliedjes die opvallen door het rijke instrumentarium en vooral ook door warmte die de muziek uitstraalt.
A Tree Fell And Other Songs slaat zich als een warme deken om je heen. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de fraaie instrumentatie, maar ook de aangename en soms fluisterzachte stem van Jonathan Brown speelt een belangrijke rol bij het effect dat A Tree Fell And Other Songs sorteert.
De songs van Jonathan krijgen extra diepte door de teksten waarin veel donkerdere thema’s worden aangesneden dan de verwarmende klanken van Dusty Stray suggereren. De bijzonder fraaie en trefzekere productie van Kramer is de slagroom op de taart.
A Tree Fell And Other Songs is een bijzonder aangename plaat, maar het is ook een plaat vol verrassing en diepgang. Dusty Stray is er weer in geslaagd om een plaat te maken van een niveau dat in Nederland maar zelden wordt bereikt. Ook voor deze geldt dat het echt veel te mooi is om te laten liggen. Erwin Zijleman
Dusty Stray - Estranged (2018)

4,5
0
geplaatst: 27 november 2018, 15:27 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dusty Stray - Estranged - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dusty Stray maakte al vier bloedmooie folky platen en ook nummer vijf is er weer een van een bijzondere schoonheid
Dusty Stray, het alter ego van de Texaanse muzikant Jonathan Brown, die inmiddels al flink wat jaren vanuit Amsterdam opereert, timmert inmiddels al een aantal jaren aan de weg met prachtige platen. Het zijn platen die beginnen bij stokoude folk uit vervlogen tijden, maar dankzij een bijzondere instrumentatie en een al even bijzondere sfeer het heden in worden getild. Estranged is wat mij betreft nog wat beter dan zijn voorgangers en betovert met wonderschone folksongs vol doorleving, maar ook vol avontuur. Bijzondere muzikant deze Jonathan Brown. Iedereen met een folk hart moet dit horen.
Ik weet niet precies waar het aan ligt, maar op een of andere manier verdwijnen de platen van Dusty Stray bij mij altijd op de stapel en duurt het soms maanden voor ze er af komen. Wanneer de platen dan eindelijk van de stapel af komen omarm ik ze stuk voor stuk als bescheiden meesterwerken, dus ik zou zo langzamerhand moeten weten wat Dusty Stray te bieden heeft.
Het verklaart misschien waarom de vijfde plaat van Dusty Stray maar een week of zes op de stapel heeft gelegen, maar inmiddels moet ik concluderen dat dit een week of zes te lang was. Ook Estranged is weer een prachtige plaat van het alter ego van Jonathan Brown en misschien nog wel mooier dan de geweldige voorgangers, waarvan het precies drie jaar oude A Tree Fell And Other Songs tot dusver mijn favoriet was.
Estranged is de opvolger van A Tree Fell And Other Songs en ligt ook in het verlengde van de plaat die drie jaar geleden kon rekenen op zeer positieve recensies, maar helaas slechts in kleine kring de aandacht trok.
Jonathan Brown, een Texaanse muzikant die voor de liefde naar Europa kwam en inmiddels al een aantal jaren vanuit Amsterdam opereert, deed voor de productie ook dit keer een beroep op producer (Mark) Kramer, die eerder werkte met onder andere Galaxie 500, Low en Will Oldham’s Palace Songs en ook de vorige plaat van de Texaan produceerde. Kramer weet precies hoe hij de songs van Jonathan Brown naar een hoger plan kan tillen en doet dit ook op Estranged weer op indrukwekkende wijze.
Jonathan Brown kiest voor de meeste van zijn songs voor een folky basis. Een akoestische gitaar, een stem vol doorleving en een melodie die blijft hangen; het is de basis van de meeste songs op Estranged. Het is een basis die fraai wordt aangevuld met extra accenten in de instrumentatie. Het brengt de songs van Jonathan Brown verder tot leven en het voorziet deze songs van een rijk kleurenpalet, waarin de wat donkere tinten overheersen.
Het is knap hoe de fluisterzachte en folky songs van de Amerikaanse muzikant worden voorzien van een voller geluid, zonder dat dit ten koste gaat van de intimiteit van de songs van Jonathan Brown. Door de bijdragen van onder andere een harmonium, een cello en een lap steel is het geluid op Estranged donker maar sfeervol, maar Jonathan Brown slaagt er ook in om zijn muziek warm te laten klinken, onder andere met fraai akoestisch gitaarspel en met gloedvolle vocalen.
Estranged begint bij stokoude folk uit vervlogen tijden, maar Jonathan Brown geeft steeds weer een andere draai aan zijn muziek, die hier en daar zelfs kan opschuiven richting de muziek van Roger Waters (!), vooral vanwege de stem van Jonathan Brown.
Ik ben niet echt een liefhebber van pure folk, maar de sprankelende folk van Dusty Stray kan ik niet vaak genoeg horen. Estranged is een plaat waarop van alles gebeurt, maar het is ook een plaat met een serie wonderschone songs, die met veel liefde worden vertolkt. Estranged klinkt nog wat veelzijdiger dan zijn voorganger en bevalt me daarom net wat beter.
Het is een plaat die in brede kring aan moet kunnen slaan, want de songs van Jonathan Brown en de inkleuring van deze songs zijn van hoog niveau. Het heeft weer even geduurd voordat de nieuwe plaat van Dusty Stray was geland, maar inmiddels weet ik dat Jonathan Brown voor de vijfde keer een prachtplaat heeft afgeleverd. Ga dat horen! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Dusty Stray - Estranged - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dusty Stray maakte al vier bloedmooie folky platen en ook nummer vijf is er weer een van een bijzondere schoonheid
Dusty Stray, het alter ego van de Texaanse muzikant Jonathan Brown, die inmiddels al flink wat jaren vanuit Amsterdam opereert, timmert inmiddels al een aantal jaren aan de weg met prachtige platen. Het zijn platen die beginnen bij stokoude folk uit vervlogen tijden, maar dankzij een bijzondere instrumentatie en een al even bijzondere sfeer het heden in worden getild. Estranged is wat mij betreft nog wat beter dan zijn voorgangers en betovert met wonderschone folksongs vol doorleving, maar ook vol avontuur. Bijzondere muzikant deze Jonathan Brown. Iedereen met een folk hart moet dit horen.
Ik weet niet precies waar het aan ligt, maar op een of andere manier verdwijnen de platen van Dusty Stray bij mij altijd op de stapel en duurt het soms maanden voor ze er af komen. Wanneer de platen dan eindelijk van de stapel af komen omarm ik ze stuk voor stuk als bescheiden meesterwerken, dus ik zou zo langzamerhand moeten weten wat Dusty Stray te bieden heeft.
Het verklaart misschien waarom de vijfde plaat van Dusty Stray maar een week of zes op de stapel heeft gelegen, maar inmiddels moet ik concluderen dat dit een week of zes te lang was. Ook Estranged is weer een prachtige plaat van het alter ego van Jonathan Brown en misschien nog wel mooier dan de geweldige voorgangers, waarvan het precies drie jaar oude A Tree Fell And Other Songs tot dusver mijn favoriet was.
Estranged is de opvolger van A Tree Fell And Other Songs en ligt ook in het verlengde van de plaat die drie jaar geleden kon rekenen op zeer positieve recensies, maar helaas slechts in kleine kring de aandacht trok.
Jonathan Brown, een Texaanse muzikant die voor de liefde naar Europa kwam en inmiddels al een aantal jaren vanuit Amsterdam opereert, deed voor de productie ook dit keer een beroep op producer (Mark) Kramer, die eerder werkte met onder andere Galaxie 500, Low en Will Oldham’s Palace Songs en ook de vorige plaat van de Texaan produceerde. Kramer weet precies hoe hij de songs van Jonathan Brown naar een hoger plan kan tillen en doet dit ook op Estranged weer op indrukwekkende wijze.
Jonathan Brown kiest voor de meeste van zijn songs voor een folky basis. Een akoestische gitaar, een stem vol doorleving en een melodie die blijft hangen; het is de basis van de meeste songs op Estranged. Het is een basis die fraai wordt aangevuld met extra accenten in de instrumentatie. Het brengt de songs van Jonathan Brown verder tot leven en het voorziet deze songs van een rijk kleurenpalet, waarin de wat donkere tinten overheersen.
Het is knap hoe de fluisterzachte en folky songs van de Amerikaanse muzikant worden voorzien van een voller geluid, zonder dat dit ten koste gaat van de intimiteit van de songs van Jonathan Brown. Door de bijdragen van onder andere een harmonium, een cello en een lap steel is het geluid op Estranged donker maar sfeervol, maar Jonathan Brown slaagt er ook in om zijn muziek warm te laten klinken, onder andere met fraai akoestisch gitaarspel en met gloedvolle vocalen.
Estranged begint bij stokoude folk uit vervlogen tijden, maar Jonathan Brown geeft steeds weer een andere draai aan zijn muziek, die hier en daar zelfs kan opschuiven richting de muziek van Roger Waters (!), vooral vanwege de stem van Jonathan Brown.
Ik ben niet echt een liefhebber van pure folk, maar de sprankelende folk van Dusty Stray kan ik niet vaak genoeg horen. Estranged is een plaat waarop van alles gebeurt, maar het is ook een plaat met een serie wonderschone songs, die met veel liefde worden vertolkt. Estranged klinkt nog wat veelzijdiger dan zijn voorganger en bevalt me daarom net wat beter.
Het is een plaat die in brede kring aan moet kunnen slaan, want de songs van Jonathan Brown en de inkleuring van deze songs zijn van hoog niveau. Het heeft weer even geduurd voordat de nieuwe plaat van Dusty Stray was geland, maar inmiddels weet ik dat Jonathan Brown voor de vijfde keer een prachtplaat heeft afgeleverd. Ga dat horen! Erwin Zijleman
Dusty Stray - Fire Place (2023)

4,5
0
geplaatst: 3 december 2023, 11:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dusty Stray - Fire Place - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dusty Stray - Fire Place
De Amerikaanse muzikant Jonathan Brown maakte als Dusty Stray al vijf bijzonder mooie albums, maar legt de lat nog een stukje hoger op zijn nieuwe album Fire Place, dat dertien songs lang imponeert
Ik volg de vanuit Amsterdam opererende Jonathan Brown inmiddels al een flink aantal jaren en raak steeds meer onder de indruk van de muziek die hij als Dusty Stray maakt. Het deze week verschenen Fire Place volgt ruim vijf jaar na het prachtige Estranged en is nog wat indrukwekkender. De songs van de Amerikaanse muzikant zijn nog wat mooier en avontuurlijker ingekleurd en zijn bovendien nog wat persoonlijker. Fire Place is een album vol behoorlijk weemoedige songs, maar het zijn ook wonderschone songs, die steeds weer verrassen met bijzondere klanken en tijdloze melodieën. Hoogste tijd dat de prachtalbums van Jonathan Brown in veel bredere kring op de juiste waarde worden geschat.
Het is zo langzamerhand een prachtig stapeltje albums dat de Amerikaanse muzikant Jonathan Brown heeft gemaakt onder de naam Dusty Stray. De nog altijd vanuit Amsterdam opererende muzikant maakte sinds 2009 vijf uitstekende albums en die albums krijgen deze week gezelschap van album nummer zes.
Jonathan Brown, die werd geboren op Taiwan en via Texas, België en Spanje vanwege de liefde in Amsterdam terecht kwam, leverde net iets meer dan vijf jaar geleden met het prachtige Estranged zijn beste album tot dat moment af en heeft ons geduld sindsdien stevig op de proef gesteld. Dat geduld wordt deze week dan eindelijk beloond met de release van het zesde album van Dusty Stray, Fire Place.
Jonathan Brown werkte op een aantal van zijn vorige albums, waaronder het bovengenoemde Estranged, samen met de legendarische Amerikaanse producer (Mark) Kramer, die onder andere werkte met Galaxie 500, Low en Will Oldham. Op Fire Place is Kramer niet van de partij en werkt Jonathan Brown samen met de Britse muzikant Stuart Cullen, die bekender is onder de naam Pilote en met wie Jonathan Brown in 2020 een album maakte onder de naam VeldHans.
Deze Stuart Cullen heeft zeker niet dezelfde status als Kramer, maar heeft met Fire Place van Dusty Stray fraai werk afgeleverd. Hij heeft het geluid van Dusty Stray voorzien van bijzondere nieuwe impulsen, waarvan de accenten van keyboards me het meest opvallen. Ook op Fire Place draait het echter vooral om de songs van Jonathan Brown en die zijn weer van een indrukwekkende schoonheid.
De Amerikaanse muzikant was in het verleden niet vies van flink wat melancholie en die melancholie kun je in bakken af scheppen van Fire Place, dat in tekstueel opzicht is getekend door liefdesverdriet, wat een echt breakup album oplevert. Ook in muzikaal opzicht is het nieuwe album van Dusty Stray een album vol melancholie. De meeste songs op het album zijn sober en stemmig ingekleurd met een hoofdrol voor snareninstrumenten, maar Fire Place is ook een warm klinkend album dat het uitstekend doet op de koude avonden van het moment.
De songs van Jonathan Brown zijn in de basis behoorlijk ingetogen folksongs met hier en daar invloeden uit de country, maar de muzikant uit Amsterdam heeft zijn songs ook dit keer fantasierijk ingekleurd met flink wat instrumenten, waardoor de songs behoorlijk gevarieerd klinken. De muziek van Dusty Stray klinkt af en toe Beatlesque en af en toe Dylanesque, maar Jonathan Brown schrijft ook eigentijds klinkende popsongs. Het zijn popsongs die hij op fraaie wijze vertolkt, want de Amerikaanse muzikant beschikt over een aangename stem en zingt bovendien met veel gevoel.
Door de lange stilte rond Dusty Stray moest ik de vorige albums er eerlijk gezegd wel weer even bij pakken, maar inmiddels durf ik wel te concluderen dat Fire Place zeker niet onder doet voor het in 2019 terecht geprezen Estranged. De songs van Jonathan Brown zijn nog net zo mooi als in het verleden, maar de gevarieerde instrumentatie, de wat vollere productie en de persoonlijke teksten zorgen er voor dat Fire Place op mij nog wat meer indruk maakt dan zijn voorgangers.
In kleine kring is Dusty Stray inmiddels een vaste waarde, maar de vanuit onze hoofdstad opererende muzikant verdient wat mij betreft wel wat meer aandacht. Of hij die gaat krijgen zo aan het einde van het jaar is helaas maar de vraag, maar het zou zeer verdiend zijn. Fire Place is het zoveelste prachtalbum van Dusty Stray. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Dusty Stray - Fire Place - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dusty Stray - Fire Place
De Amerikaanse muzikant Jonathan Brown maakte als Dusty Stray al vijf bijzonder mooie albums, maar legt de lat nog een stukje hoger op zijn nieuwe album Fire Place, dat dertien songs lang imponeert
Ik volg de vanuit Amsterdam opererende Jonathan Brown inmiddels al een flink aantal jaren en raak steeds meer onder de indruk van de muziek die hij als Dusty Stray maakt. Het deze week verschenen Fire Place volgt ruim vijf jaar na het prachtige Estranged en is nog wat indrukwekkender. De songs van de Amerikaanse muzikant zijn nog wat mooier en avontuurlijker ingekleurd en zijn bovendien nog wat persoonlijker. Fire Place is een album vol behoorlijk weemoedige songs, maar het zijn ook wonderschone songs, die steeds weer verrassen met bijzondere klanken en tijdloze melodieën. Hoogste tijd dat de prachtalbums van Jonathan Brown in veel bredere kring op de juiste waarde worden geschat.
Het is zo langzamerhand een prachtig stapeltje albums dat de Amerikaanse muzikant Jonathan Brown heeft gemaakt onder de naam Dusty Stray. De nog altijd vanuit Amsterdam opererende muzikant maakte sinds 2009 vijf uitstekende albums en die albums krijgen deze week gezelschap van album nummer zes.
Jonathan Brown, die werd geboren op Taiwan en via Texas, België en Spanje vanwege de liefde in Amsterdam terecht kwam, leverde net iets meer dan vijf jaar geleden met het prachtige Estranged zijn beste album tot dat moment af en heeft ons geduld sindsdien stevig op de proef gesteld. Dat geduld wordt deze week dan eindelijk beloond met de release van het zesde album van Dusty Stray, Fire Place.
Jonathan Brown werkte op een aantal van zijn vorige albums, waaronder het bovengenoemde Estranged, samen met de legendarische Amerikaanse producer (Mark) Kramer, die onder andere werkte met Galaxie 500, Low en Will Oldham. Op Fire Place is Kramer niet van de partij en werkt Jonathan Brown samen met de Britse muzikant Stuart Cullen, die bekender is onder de naam Pilote en met wie Jonathan Brown in 2020 een album maakte onder de naam VeldHans.
Deze Stuart Cullen heeft zeker niet dezelfde status als Kramer, maar heeft met Fire Place van Dusty Stray fraai werk afgeleverd. Hij heeft het geluid van Dusty Stray voorzien van bijzondere nieuwe impulsen, waarvan de accenten van keyboards me het meest opvallen. Ook op Fire Place draait het echter vooral om de songs van Jonathan Brown en die zijn weer van een indrukwekkende schoonheid.
De Amerikaanse muzikant was in het verleden niet vies van flink wat melancholie en die melancholie kun je in bakken af scheppen van Fire Place, dat in tekstueel opzicht is getekend door liefdesverdriet, wat een echt breakup album oplevert. Ook in muzikaal opzicht is het nieuwe album van Dusty Stray een album vol melancholie. De meeste songs op het album zijn sober en stemmig ingekleurd met een hoofdrol voor snareninstrumenten, maar Fire Place is ook een warm klinkend album dat het uitstekend doet op de koude avonden van het moment.
De songs van Jonathan Brown zijn in de basis behoorlijk ingetogen folksongs met hier en daar invloeden uit de country, maar de muzikant uit Amsterdam heeft zijn songs ook dit keer fantasierijk ingekleurd met flink wat instrumenten, waardoor de songs behoorlijk gevarieerd klinken. De muziek van Dusty Stray klinkt af en toe Beatlesque en af en toe Dylanesque, maar Jonathan Brown schrijft ook eigentijds klinkende popsongs. Het zijn popsongs die hij op fraaie wijze vertolkt, want de Amerikaanse muzikant beschikt over een aangename stem en zingt bovendien met veel gevoel.
Door de lange stilte rond Dusty Stray moest ik de vorige albums er eerlijk gezegd wel weer even bij pakken, maar inmiddels durf ik wel te concluderen dat Fire Place zeker niet onder doet voor het in 2019 terecht geprezen Estranged. De songs van Jonathan Brown zijn nog net zo mooi als in het verleden, maar de gevarieerde instrumentatie, de wat vollere productie en de persoonlijke teksten zorgen er voor dat Fire Place op mij nog wat meer indruk maakt dan zijn voorgangers.
In kleine kring is Dusty Stray inmiddels een vaste waarde, maar de vanuit onze hoofdstad opererende muzikant verdient wat mij betreft wel wat meer aandacht. Of hij die gaat krijgen zo aan het einde van het jaar is helaas maar de vraag, maar het zou zeer verdiend zijn. Fire Place is het zoveelste prachtalbum van Dusty Stray. Erwin Zijleman
Dwight Yoakam - Brighter Days (2024)

3,5
0
geplaatst: 17 januari 2025, 15:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dwight Yoakam - Brighter Days - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Dwight Yoakam - Brighter Days
De Amerikaanse muzikant Dwight Yoakam timmert al vele decennia aan de weg en is het schrijven van memorabele songs nog niet verleerd, zoals is te horen op het eind vorig jaar verschenen Brighter Days
Ik ken het omvangrijke oeuvre van de Amerikaanse muzikant Dwight Yoakam nauwelijks, maar door een aantal positieve recensies werd ik nieuwsgierig naar het twee maanden geleden verschenen Brighter Days, dat ook in Nederland warm is ontvangen. Het is een album waarop Dwight Yoakam laat horen dat hij meerdere kanten op kan met zijn muziek. Ik vind het persoonlijk niet altijd geslaagd, maar Brighter Days bevat een flink aantal uitstekende songs. In muzikaal en vocaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend en ook de songs van de Amerikaanse muzikant hebben een tijdloos karakter. Niet mijn favoriete rootsalbum van het moment, maar veel beter dan ik had verwacht.
In 1990 kocht ik op basis van een aantal zeer lovende recensies het album If There Was A Way van de Amerikaanse muzikant Dwight Yoakam. Ik had op dat moment niet heel veel met Amerikaanse rootsmuziek en het album deed dan ook niets met me. Ik heb momenteel veel meer met Amerikaanse rootsmuziek, maar mede vanwege mijn hele duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen heb ik na If There Was A Way nooit meer naar een album van Dwight Yoakam geluisterd.
Ik heb daar deze week eens verandering in gebracht en heb de man’s meest recente album Brighter Days er bij gepakt. Reden was het feit dat dit album deze maand de EuroAmericana chart aanvoert. Dat zijn wel vaker albums waar ik in het genre wat minder mee heb, want ik ben niet vies van countrypop en heb meestal wat minder met hele traditionele Amerikaanse rootsmuziek. Brighter Days van Dwight Yoakam is me echter wel bevallen.
Ik heb me nooit verdiept in het oeuvre en de carrière van de Amerikaanse muzikant, maar hij heeft inmiddels een flink aantal albums op zijn naam staan. Het zijn albums die op AllMusic.com overwegend positief of zelfs heel positief worden beoordeeld. Dwight Yoakam was in de jaren 90 wat minder op dreef (en dat geldt voor opvallend veel muzikanten die in de jaren 70 en 80 populair waren), maar de albums die de Amerikaanse muzikant de afgelopen 25 jaar maakte werden weer vooral geprezen. Het geldt ook voor Brighter Days dat eind vorig jaar na een stilte van acht jaar is verschenen.
Brighter Days is zoals gezegd mijn hernieuwde kennismaking met de muziek van Dwight Yoakam, na die 'miskoop' in 1990, maar toch voldeed het album verrassend goed aan mijn verwachtingen. Dwight Yoakam maakt op zijn laatste album Amerikaanse rootsmuziek met uitstapjes naar de rock en pop. Het is het soort Amerikaanse rootsmuziek dat het goed doet op de Amerikaanse radiostations en hier over het algemeen net wat minder wordt gewaardeerd.
Ik ben zelf ook niet altijd gecharmeerd van Brighter Days, maar het is vaak verrassend goed. Het is een album dat laat horen dat Dwight Yoakam een zeer getalenteerd (co-)songwriter is en een uitstekende zanger. De Amerikaanse muzikant heeft zich verder omringd met een aantal fantastische muzikanten, onder wie twee pedal steel virtuozen. Hij produceerde het album zelf, maar ook op de productie heb ik niets aan te merken.
Dwight Yoakam laat ook horen dat hij een veelzijdige muzikant is. Brighter Days bevat onvervalste rock ’n roll, traditionele countrysongs en wat moderner klinkende rootsmuziek. Het is me af en toe wat te glad, ik vind het soms wat te traditioneel, maar Brighter Days bevat ook een aantal geweldige songs. Wanneer Dwight Yoakam wat steviger rockt is zijn muziek niet eens zo heel ver verwijderd van die van Bruce Springsteen, maar hij kan ook klinken als een crooner of countryzanger uit vervlogen tijden.
Ik blijf een voorkeur houden voor de vrouwenstemmen in het genre en ook voor wat consistenter klinkende albums in het genre, maar ik begrijp ook dat het nieuwe album van Dwight Yoakam zo warm is ontvangen de afgelopen weken. Alle reden ook om me wat meer te verdiepen in het rijke oeuvre van de Amerikaanse muzikant, maar een selectie van de songs op dit nieuwe album gaat zeker nog met enige regelmaat voorbij komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Dwight Yoakam - Brighter Days - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Dwight Yoakam - Brighter Days
De Amerikaanse muzikant Dwight Yoakam timmert al vele decennia aan de weg en is het schrijven van memorabele songs nog niet verleerd, zoals is te horen op het eind vorig jaar verschenen Brighter Days
Ik ken het omvangrijke oeuvre van de Amerikaanse muzikant Dwight Yoakam nauwelijks, maar door een aantal positieve recensies werd ik nieuwsgierig naar het twee maanden geleden verschenen Brighter Days, dat ook in Nederland warm is ontvangen. Het is een album waarop Dwight Yoakam laat horen dat hij meerdere kanten op kan met zijn muziek. Ik vind het persoonlijk niet altijd geslaagd, maar Brighter Days bevat een flink aantal uitstekende songs. In muzikaal en vocaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend en ook de songs van de Amerikaanse muzikant hebben een tijdloos karakter. Niet mijn favoriete rootsalbum van het moment, maar veel beter dan ik had verwacht.
In 1990 kocht ik op basis van een aantal zeer lovende recensies het album If There Was A Way van de Amerikaanse muzikant Dwight Yoakam. Ik had op dat moment niet heel veel met Amerikaanse rootsmuziek en het album deed dan ook niets met me. Ik heb momenteel veel meer met Amerikaanse rootsmuziek, maar mede vanwege mijn hele duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen heb ik na If There Was A Way nooit meer naar een album van Dwight Yoakam geluisterd.
Ik heb daar deze week eens verandering in gebracht en heb de man’s meest recente album Brighter Days er bij gepakt. Reden was het feit dat dit album deze maand de EuroAmericana chart aanvoert. Dat zijn wel vaker albums waar ik in het genre wat minder mee heb, want ik ben niet vies van countrypop en heb meestal wat minder met hele traditionele Amerikaanse rootsmuziek. Brighter Days van Dwight Yoakam is me echter wel bevallen.
Ik heb me nooit verdiept in het oeuvre en de carrière van de Amerikaanse muzikant, maar hij heeft inmiddels een flink aantal albums op zijn naam staan. Het zijn albums die op AllMusic.com overwegend positief of zelfs heel positief worden beoordeeld. Dwight Yoakam was in de jaren 90 wat minder op dreef (en dat geldt voor opvallend veel muzikanten die in de jaren 70 en 80 populair waren), maar de albums die de Amerikaanse muzikant de afgelopen 25 jaar maakte werden weer vooral geprezen. Het geldt ook voor Brighter Days dat eind vorig jaar na een stilte van acht jaar is verschenen.
Brighter Days is zoals gezegd mijn hernieuwde kennismaking met de muziek van Dwight Yoakam, na die 'miskoop' in 1990, maar toch voldeed het album verrassend goed aan mijn verwachtingen. Dwight Yoakam maakt op zijn laatste album Amerikaanse rootsmuziek met uitstapjes naar de rock en pop. Het is het soort Amerikaanse rootsmuziek dat het goed doet op de Amerikaanse radiostations en hier over het algemeen net wat minder wordt gewaardeerd.
Ik ben zelf ook niet altijd gecharmeerd van Brighter Days, maar het is vaak verrassend goed. Het is een album dat laat horen dat Dwight Yoakam een zeer getalenteerd (co-)songwriter is en een uitstekende zanger. De Amerikaanse muzikant heeft zich verder omringd met een aantal fantastische muzikanten, onder wie twee pedal steel virtuozen. Hij produceerde het album zelf, maar ook op de productie heb ik niets aan te merken.
Dwight Yoakam laat ook horen dat hij een veelzijdige muzikant is. Brighter Days bevat onvervalste rock ’n roll, traditionele countrysongs en wat moderner klinkende rootsmuziek. Het is me af en toe wat te glad, ik vind het soms wat te traditioneel, maar Brighter Days bevat ook een aantal geweldige songs. Wanneer Dwight Yoakam wat steviger rockt is zijn muziek niet eens zo heel ver verwijderd van die van Bruce Springsteen, maar hij kan ook klinken als een crooner of countryzanger uit vervlogen tijden.
Ik blijf een voorkeur houden voor de vrouwenstemmen in het genre en ook voor wat consistenter klinkende albums in het genre, maar ik begrijp ook dat het nieuwe album van Dwight Yoakam zo warm is ontvangen de afgelopen weken. Alle reden ook om me wat meer te verdiepen in het rijke oeuvre van de Amerikaanse muzikant, maar een selectie van de songs op dit nieuwe album gaat zeker nog met enige regelmaat voorbij komen. Erwin Zijleman
Dylan LeBlanc - Renegade (2019)

4,0
0
geplaatst: 13 juni 2019, 18:59 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dylan LeBlanc - Renegade - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dylan LeBlanc - Renegade
Dylan Leblanc ondergaat de metamorfose van sobere en melancholische troubadour naar maker van zonnige en radiovriendelijke 70s pop en wat klinkt het lekker
Ik heb een paar keer gecontroleerd of er echt wel een cd van Dylan LeBlanc in het kartonnetje waarop zijn foto prijkt zat, want wat klinkt de Amerikaan anders. Het zo kenmerkende stemgeluid is er nog, maar in muzikaal opzicht slaat Dylan LeBlanc andere wegen in. Er zijn een paar ingetogen en een paar stevige tracks, maar verder kiest de muzikant uit Nashville op zijn nieuwe album vooral voor zonnige en radiovriendelijke popmuziek. Het is popmuziek die zo lijkt weggelopen uit de jaren 70 en die perfect is geproduceerd door de inmiddels gelouterde Nashville producer Dave Cobb. Een beter album om lekker bij te luieren is er momenteel niet.
Paupers Field, het inmiddels negen jaar oude debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Dylan LeBlanc, vond ik prachtig, maar hierna raakte ik redelijk snel uitgekeken op de muziek van de singer-songwriter die werd geboren in Shreveport, Louisiana, maar inmiddels alweer een aantal jaren zijn heil zoekt in Nashville, Tennessee.
Het is gek, want ook het tweede en het derde album van de Amerikaanse muzikant waren op zich prima en het in 2016 verschenen Cautionary Tale was ook nog eens een album om heerlijk bij weg te dromen.
Op het deze week verschenen Renegade kiest Dylan LeBlanc voor een net wat andere lijn. De openingstrack en titeltrack laat net wat stevigere gitaren horen, maar is ook een popliedje dat Fleetwood Mac in haar beste jaren zou hebben kunnen gemaakt. De associatie met de perfecte pop van Fleetwood Mac duikt veel vaker op bij beluistering van het nieuwe album van Dylan LeBlanc. Het opvallende hierbij is dat de hoge stem van de muzikant klinkt als de perfecte synthese van de stemmen van Stevie Nicks, Christine McVie en Lindsey Buckingham.
Ik ben persoonlijk niet vies van de lekker in het gehoor liggende popliedjes waarmee het nieuwe album van Dylan LeBlanc opent, maar vergeleken met zijn vorige albums klinkt het wel erg glad. Dat verandert pas wanneer de Amerikaan kiest voor net wat meer ingetogen songs of wanneer de gitaren net wat rauwer mogen klinken. In het laatste geval verruilt Dylan LeBlanc Fleetwood Mac voor Tom Petty, terwijl de meer ingetogen songs dichter tegen zijn eigen oude werk aan liggen.
Renegade is een album dat door het stevig geproduceerde en radiovriendelijke geluid hier en daar ongetwijfeld neergesabeld gaat worden (al zijn de eerste recensies verrassend positief), maar ik had direct een zwak voor het nieuwe album van Dylan LeBlanc. Renegade herinnert nadrukkelijk aan de radiovriendelijke Amerikaanse popmuziek uit de jaren 70 en dat is muziek die het ook in het heden nog uitstekend doet op een mooie lentedag of zomerdag.
Op een dag waarop je niets hoeft en de zon schijnt, strelen de aanstekelijke popliedjes van Dylan LeBlanc aangenaam het oor. Op deze dagen is het alleen maar een pre dat de Amerikaan zijn songs heeft voorzien van een vol geluid waarin zowel gitaren als keyboards voluit mogen klinken in de mix. En net als het een beetje gaat klinken als Bryan Adams is er de bijzondere stem, die er net op tijd Fleetwood Mac van maakt.
Albums als Renegade vallen ook bij mij niet altijd goed, maar zo op zijn tijd is het onweerstaanbaar lekker. Het vorige album van de muzikant uit Nashville vond ik net wat te slapjes, maar Renegade dringt zich steeds wat nadrukkelijker op en verleidt steeds nadrukkelijker met een 70s geluid en popliedjes die passen bij een zorgeloze wereld.
Dat heerlijke 70s geluid is overigens de verdienste van Nashville topproducer Dave Cobb, die zijn vleugels steeds verder uitslaat en al lang niet meer uitsluitend met alt-country uit de voeten kan. Laat de critici de messen maar slijpen, ik wil alleen maar genieten van deze honingzoete en zomerse traktatie van Dylan LeBlanc. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Dylan LeBlanc - Renegade - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dylan LeBlanc - Renegade
Dylan Leblanc ondergaat de metamorfose van sobere en melancholische troubadour naar maker van zonnige en radiovriendelijke 70s pop en wat klinkt het lekker
Ik heb een paar keer gecontroleerd of er echt wel een cd van Dylan LeBlanc in het kartonnetje waarop zijn foto prijkt zat, want wat klinkt de Amerikaan anders. Het zo kenmerkende stemgeluid is er nog, maar in muzikaal opzicht slaat Dylan LeBlanc andere wegen in. Er zijn een paar ingetogen en een paar stevige tracks, maar verder kiest de muzikant uit Nashville op zijn nieuwe album vooral voor zonnige en radiovriendelijke popmuziek. Het is popmuziek die zo lijkt weggelopen uit de jaren 70 en die perfect is geproduceerd door de inmiddels gelouterde Nashville producer Dave Cobb. Een beter album om lekker bij te luieren is er momenteel niet.
Paupers Field, het inmiddels negen jaar oude debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Dylan LeBlanc, vond ik prachtig, maar hierna raakte ik redelijk snel uitgekeken op de muziek van de singer-songwriter die werd geboren in Shreveport, Louisiana, maar inmiddels alweer een aantal jaren zijn heil zoekt in Nashville, Tennessee.
Het is gek, want ook het tweede en het derde album van de Amerikaanse muzikant waren op zich prima en het in 2016 verschenen Cautionary Tale was ook nog eens een album om heerlijk bij weg te dromen.
Op het deze week verschenen Renegade kiest Dylan LeBlanc voor een net wat andere lijn. De openingstrack en titeltrack laat net wat stevigere gitaren horen, maar is ook een popliedje dat Fleetwood Mac in haar beste jaren zou hebben kunnen gemaakt. De associatie met de perfecte pop van Fleetwood Mac duikt veel vaker op bij beluistering van het nieuwe album van Dylan LeBlanc. Het opvallende hierbij is dat de hoge stem van de muzikant klinkt als de perfecte synthese van de stemmen van Stevie Nicks, Christine McVie en Lindsey Buckingham.
Ik ben persoonlijk niet vies van de lekker in het gehoor liggende popliedjes waarmee het nieuwe album van Dylan LeBlanc opent, maar vergeleken met zijn vorige albums klinkt het wel erg glad. Dat verandert pas wanneer de Amerikaan kiest voor net wat meer ingetogen songs of wanneer de gitaren net wat rauwer mogen klinken. In het laatste geval verruilt Dylan LeBlanc Fleetwood Mac voor Tom Petty, terwijl de meer ingetogen songs dichter tegen zijn eigen oude werk aan liggen.
Renegade is een album dat door het stevig geproduceerde en radiovriendelijke geluid hier en daar ongetwijfeld neergesabeld gaat worden (al zijn de eerste recensies verrassend positief), maar ik had direct een zwak voor het nieuwe album van Dylan LeBlanc. Renegade herinnert nadrukkelijk aan de radiovriendelijke Amerikaanse popmuziek uit de jaren 70 en dat is muziek die het ook in het heden nog uitstekend doet op een mooie lentedag of zomerdag.
Op een dag waarop je niets hoeft en de zon schijnt, strelen de aanstekelijke popliedjes van Dylan LeBlanc aangenaam het oor. Op deze dagen is het alleen maar een pre dat de Amerikaan zijn songs heeft voorzien van een vol geluid waarin zowel gitaren als keyboards voluit mogen klinken in de mix. En net als het een beetje gaat klinken als Bryan Adams is er de bijzondere stem, die er net op tijd Fleetwood Mac van maakt.
Albums als Renegade vallen ook bij mij niet altijd goed, maar zo op zijn tijd is het onweerstaanbaar lekker. Het vorige album van de muzikant uit Nashville vond ik net wat te slapjes, maar Renegade dringt zich steeds wat nadrukkelijker op en verleidt steeds nadrukkelijker met een 70s geluid en popliedjes die passen bij een zorgeloze wereld.
Dat heerlijke 70s geluid is overigens de verdienste van Nashville topproducer Dave Cobb, die zijn vleugels steeds verder uitslaat en al lang niet meer uitsluitend met alt-country uit de voeten kan. Laat de critici de messen maar slijpen, ik wil alleen maar genieten van deze honingzoete en zomerse traktatie van Dylan LeBlanc. Erwin Zijleman
