Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
David Bowie - Toy (2022)
Alternatieve titel: Toy: Box

4,0
1
geplaatst: 8 januari 2022, 11:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Bowie - Toy (Toy:Box) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Bowie - Toy (Toy:Box)
Toy van David Bowie dook vorige maand al op in de box-set Brilliant Adventure, maar het verrassend sterke album is nu ook zelfstandig verkrijgbaar en blijkt een zeer aangename verrassing
De jaren rond de start van het nieuwe millennium staan niet bekend als de in muzikaal opzicht beste jaren van David Bowie, wat het ergste deed vrezen voor een album waar de platenmaatschappij van de Britse muzikant destijds geen heil in zag. Toy blijkt echter een verrassend sterk album, dat misschien niet moet worden gerekend tot de Bowie klassiekers, maar wel goed meedoet in de middenmoot van het geweldige oeuvre van de Britse muzikant. Bowie nam in 2000 een aantal songs die hij helemaal aan het begin van zijn carrière schreef opnieuw op en vertolkte ze samen met zijn live-band van dat moment met veel gevoel. Bowie is al vijf jaar niet meer onder ons en Toy laat nog maar eens horen hoe groot zijn talent was.
De muzikale erfenis van David Bowie is in goede handen, want wat is er sinds zijn trieste dood in 2016 veel muziek verschenen van de Britse muzikant. Zijn imposante oeuvre werd verrijkt met een aantal geweldige live-albums (vooral die van de Isolar en Isolar II tour zijn geweldig) en met een aantal lijvige box-sets die steeds weer een andere periode van zijn indrukwekkende carrière bestreken.
Vorige maand was er nog de fraaie box-set Brilliant Adventure, die muziek bevatte uit de periode 1992 tot en met 2001. Het is wat mij betreft zeker niet de beste periode van David Bowie, want albums als Black Tie White Noise, 1. Outside, The Buddha Of Suburbia, Earthling en Hours reken ik in ieder geval niet tot mijn favoriete Bowie albums. Ik haakte zelf af bij Tonight uit 1984, om pas bij The Next Day uit 2013 weer aan te haken.
Brilliant Adventure bevatte met Toy ook een album dat nog niet eerder was verschenen en dit album is deze week, mede ter ere van de 75e verjaardag van de Britse muzikant, ook nog als losse release uitgebracht. Helaas is er voor gekozen om ook van Toy weer een complete box-set te maken, want Toy (Toy:Box) bevat maar liefst 38 songs en bijna 2 uur en 40 minuten muziek, waardoor met name het vinyl peperduur is.
David Bowie nam Toy op in 2000, maar zijn platenmaatschappij zag er destijds geen heil in, waarna het album op de plank terecht kwam. Voor de echte Bowie fans was het album al bij elkaar te schrapen via B-kantjes en compilaties of via een redelijk makkelijk verkrijgbare bootleg, maar nu ligt het ook gewoon als compleet album in de winkel.
Op Toy staan een aantal songs uit de jonge jaren van David Bowie, maar dan in een nieuw jasje. Het zijn songs die nog deels onder de naam Davy Jones werden uitgebracht en bijna allemaal stammen uit een tijd waarin David Bowie nog met niet al te veel succes aan de weg timmerde, al staan er ook wel wat songs op die werden geschreven in zijn gloriejaren of pas decennia later.
Ik had, mede gezien de andere Bowie albums uit deze periode, geen hoge verwachtingen van het album, maar de songs op de vorige maand verschenen Brilliant Adventure vielen me zeker niet tegen. Nu ik er met nog veel meer aandacht naar heb geluisterd, vind ik Toy nog veel beter en kan het album de concurrentie met de albums die wel werden uitgebracht rond 2001 heel makkelijk aan.
Dat ligt deels aan de kwaliteit van de songs, maar David Bowie zingt ook geweldig en wordt ook nog eens fraai begeleid door zijn toenmalige liveband, die echt uitstekend op dreef is. Toy is in alles een typisch David Bowie album en het is een album waarop de Britse muzikant laat horen dat hij een geweldig crooner en een getalenteerd songwriter is.
Ik begrijp aan de ene kant wel dat de platenmaatschappij er in 2001 niet veel in zag, want Toy klinkt vaak wat nostalgisch en hoort, ondanks het feit dat de songs opnieuw werden ingespeeld, in veel gevallen eerder in de jaren 60 en 70 dan in het nieuwe millennium thuis. Aan de andere kant is Toy echt veel en veel beter dan de albums die in deze periode wel werden uitgebracht.
De Toy box-set bevat nog flink wat alternatieve mixes van de songs, maar het originele album bevalt mij met afstand het best. Toy hoort misschien niet bij de beste albums die Bowie heeft gemaakt, maar ik ken heel veel Bowie albums die minder zijn, waardoor Toy wat mij betreft een zeer aangename verrassing is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Bowie - Toy (Toy:Box) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Bowie - Toy (Toy:Box)
Toy van David Bowie dook vorige maand al op in de box-set Brilliant Adventure, maar het verrassend sterke album is nu ook zelfstandig verkrijgbaar en blijkt een zeer aangename verrassing
De jaren rond de start van het nieuwe millennium staan niet bekend als de in muzikaal opzicht beste jaren van David Bowie, wat het ergste deed vrezen voor een album waar de platenmaatschappij van de Britse muzikant destijds geen heil in zag. Toy blijkt echter een verrassend sterk album, dat misschien niet moet worden gerekend tot de Bowie klassiekers, maar wel goed meedoet in de middenmoot van het geweldige oeuvre van de Britse muzikant. Bowie nam in 2000 een aantal songs die hij helemaal aan het begin van zijn carrière schreef opnieuw op en vertolkte ze samen met zijn live-band van dat moment met veel gevoel. Bowie is al vijf jaar niet meer onder ons en Toy laat nog maar eens horen hoe groot zijn talent was.
De muzikale erfenis van David Bowie is in goede handen, want wat is er sinds zijn trieste dood in 2016 veel muziek verschenen van de Britse muzikant. Zijn imposante oeuvre werd verrijkt met een aantal geweldige live-albums (vooral die van de Isolar en Isolar II tour zijn geweldig) en met een aantal lijvige box-sets die steeds weer een andere periode van zijn indrukwekkende carrière bestreken.
Vorige maand was er nog de fraaie box-set Brilliant Adventure, die muziek bevatte uit de periode 1992 tot en met 2001. Het is wat mij betreft zeker niet de beste periode van David Bowie, want albums als Black Tie White Noise, 1. Outside, The Buddha Of Suburbia, Earthling en Hours reken ik in ieder geval niet tot mijn favoriete Bowie albums. Ik haakte zelf af bij Tonight uit 1984, om pas bij The Next Day uit 2013 weer aan te haken.
Brilliant Adventure bevatte met Toy ook een album dat nog niet eerder was verschenen en dit album is deze week, mede ter ere van de 75e verjaardag van de Britse muzikant, ook nog als losse release uitgebracht. Helaas is er voor gekozen om ook van Toy weer een complete box-set te maken, want Toy (Toy:Box) bevat maar liefst 38 songs en bijna 2 uur en 40 minuten muziek, waardoor met name het vinyl peperduur is.
David Bowie nam Toy op in 2000, maar zijn platenmaatschappij zag er destijds geen heil in, waarna het album op de plank terecht kwam. Voor de echte Bowie fans was het album al bij elkaar te schrapen via B-kantjes en compilaties of via een redelijk makkelijk verkrijgbare bootleg, maar nu ligt het ook gewoon als compleet album in de winkel.
Op Toy staan een aantal songs uit de jonge jaren van David Bowie, maar dan in een nieuw jasje. Het zijn songs die nog deels onder de naam Davy Jones werden uitgebracht en bijna allemaal stammen uit een tijd waarin David Bowie nog met niet al te veel succes aan de weg timmerde, al staan er ook wel wat songs op die werden geschreven in zijn gloriejaren of pas decennia later.
Ik had, mede gezien de andere Bowie albums uit deze periode, geen hoge verwachtingen van het album, maar de songs op de vorige maand verschenen Brilliant Adventure vielen me zeker niet tegen. Nu ik er met nog veel meer aandacht naar heb geluisterd, vind ik Toy nog veel beter en kan het album de concurrentie met de albums die wel werden uitgebracht rond 2001 heel makkelijk aan.
Dat ligt deels aan de kwaliteit van de songs, maar David Bowie zingt ook geweldig en wordt ook nog eens fraai begeleid door zijn toenmalige liveband, die echt uitstekend op dreef is. Toy is in alles een typisch David Bowie album en het is een album waarop de Britse muzikant laat horen dat hij een geweldig crooner en een getalenteerd songwriter is.
Ik begrijp aan de ene kant wel dat de platenmaatschappij er in 2001 niet veel in zag, want Toy klinkt vaak wat nostalgisch en hoort, ondanks het feit dat de songs opnieuw werden ingespeeld, in veel gevallen eerder in de jaren 60 en 70 dan in het nieuwe millennium thuis. Aan de andere kant is Toy echt veel en veel beter dan de albums die in deze periode wel werden uitgebracht.
De Toy box-set bevat nog flink wat alternatieve mixes van de songs, maar het originele album bevalt mij met afstand het best. Toy hoort misschien niet bij de beste albums die Bowie heeft gemaakt, maar ik ken heel veel Bowie albums die minder zijn, waardoor Toy wat mij betreft een zeer aangename verrassing is. Erwin Zijleman
David Bowie - Welcome to the Blackout (2018)
Alternatieve titel: Live London '78

5,0
2
geplaatst: 30 juni 2018, 10:21 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Bowie - Welcome To The Blackout, Live London '78 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Record Store Day laat ik normaal gesproken aan mij voorbij gaan (vanwege een afkeer van gecreëerde schaarste en hysterie), maar dit jaar was ik in Split en kwam ik bij toeval langs een piepklein platenzaakje in de oude stad. Ik vroeg uit nieuwsgierigheid naar de Record Store Day releases en die bleken in een nog dichtgeplakte doos te zitten. Een hele makkelijke manier om een paar mooie platen op de kop te tikken (en nog voor een relatief lage prijs ook).
De mooiste van het stel was zonder enige twijfel Welcome To The Blackout van David Bowie en deze plaat is nu dan ook op cd en via de streaming media diensten verkrijgbaar.
In de tweede helft van de jaren 70 had David Bowie zijn creatieve piek bereikt en ook op het podium verkeerde hij in topvorm. De Isolar tour uit 1976 en de Isolar II tour uit 1978 behoren tot de beste concertreeksen van de Britse muzikant (al had de Serious Moonlight Tour ook zijn charme), die op dat moment vanuit Berlijn opereerde.
De Isolar II tour werd vastgelegd op Stage, dat destijds niet heel goed werd ontvangen, maar omdat het een van de eerste (serieuze) platen was die ik kocht, ik het voor mij nog altijd een hele bijzondere plaat. Vorig jaar verscheen Live Nassau Coliseum '76, waarop de eerste Isolar tour is vastgelegd en nu is er dan Welcome To The Blackout, dat opnamen bevat die tijdens de Isolar II tour in London werden gemaakt.
Tijdens de Isolar II tour speelde Bowie met een wat grotere band dan tijdens de eerste Isolar tour en was er een glansrol weggelegd voor gitarist Adrian Belew, waardoor ik Stage nog altijd prefereer boven Live Nassau Coliseum '76. Stage krijgt nu echter zeer serieuze concurrentie van Welcome To The Blackout.
Natuurlijk overlapt de plaat flink met Stage, want de setlist van Bowie was tijdens de Isolar II tour redelijk constant. Dit betekent dat de nadruk ligt op Station To Station, Low en Heroes, maar dat halverwege het concert ook een groot deel van The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars voorbij komt.
Opvallend genoeg klinkt Welcome To The Blackout veel beter dan Stage, dat wat dof klinkt, en Bowie lijkt ook in net wat betere vorm tijdens de concerten die hij gaf in de stad waarin hij werd geboren. Vergeleken met Stage worden vrijwel alle songs wat rauwer en energieker gespeeld, zonder dat dit ten koste gaat van de mystiek die over de Isolar tours hing.
Bowie liet naar verluidt alle concerten van de Isolar II tour opnemen door producer Tony Visconti en dat verklaart waarom Welcome To The Blackout fantastisch klinkt. In de jaren 70 was het nog gangbaar om het publiek naar de voorgrond te mixen, zoals op Stage ook te horen is, maar Welcome To The Blackout klinkt fraai en lijkt direct uit de PA te komen.
De veelkleurige toetsenpartijen van Roger Powell waaieren heerlijk uit en natuurlijk zijn er de tegendraadse gitaarpartijen van Adrian Belew, die het donkere karakter van de instrumentatie nog wat versterken. Ook de rest van de band van Bowie bestaat uit geweldige muzikanten, waardoor de Brit zich kan beperken tot zijn zang. De Berlijnse periode van David Bowie was zeker niet de meest gezonde periode uit zijn leven, maar de zang op Welcome To The Blackout klinkt fantastisch en prachtig intens.
Vergeleken met Stage bevat de in Londen opgenomen plaat nog een extra LP, waardoor er een uur en drie kwartier kan worden genoten van Bowie tijdens zijn Isolar II tour. Ik heb de plaat inmiddels een maand of twee in mijn bezit en leg Welcome To The Blackout vaker op de draaitafel dan Live Nassau Coliseum '76 of Stage, terwijl ook deze platen me heel dierbaar zijn. De plaat laat horen hoe goed David Bowie in topvorm was, maar maakt ook pijnlijk duidelijk welke leegte hij op 10 januari 2016 heeft achter gelaten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Bowie - Welcome To The Blackout, Live London '78 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Record Store Day laat ik normaal gesproken aan mij voorbij gaan (vanwege een afkeer van gecreëerde schaarste en hysterie), maar dit jaar was ik in Split en kwam ik bij toeval langs een piepklein platenzaakje in de oude stad. Ik vroeg uit nieuwsgierigheid naar de Record Store Day releases en die bleken in een nog dichtgeplakte doos te zitten. Een hele makkelijke manier om een paar mooie platen op de kop te tikken (en nog voor een relatief lage prijs ook).
De mooiste van het stel was zonder enige twijfel Welcome To The Blackout van David Bowie en deze plaat is nu dan ook op cd en via de streaming media diensten verkrijgbaar.
In de tweede helft van de jaren 70 had David Bowie zijn creatieve piek bereikt en ook op het podium verkeerde hij in topvorm. De Isolar tour uit 1976 en de Isolar II tour uit 1978 behoren tot de beste concertreeksen van de Britse muzikant (al had de Serious Moonlight Tour ook zijn charme), die op dat moment vanuit Berlijn opereerde.
De Isolar II tour werd vastgelegd op Stage, dat destijds niet heel goed werd ontvangen, maar omdat het een van de eerste (serieuze) platen was die ik kocht, ik het voor mij nog altijd een hele bijzondere plaat. Vorig jaar verscheen Live Nassau Coliseum '76, waarop de eerste Isolar tour is vastgelegd en nu is er dan Welcome To The Blackout, dat opnamen bevat die tijdens de Isolar II tour in London werden gemaakt.
Tijdens de Isolar II tour speelde Bowie met een wat grotere band dan tijdens de eerste Isolar tour en was er een glansrol weggelegd voor gitarist Adrian Belew, waardoor ik Stage nog altijd prefereer boven Live Nassau Coliseum '76. Stage krijgt nu echter zeer serieuze concurrentie van Welcome To The Blackout.
Natuurlijk overlapt de plaat flink met Stage, want de setlist van Bowie was tijdens de Isolar II tour redelijk constant. Dit betekent dat de nadruk ligt op Station To Station, Low en Heroes, maar dat halverwege het concert ook een groot deel van The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars voorbij komt.
Opvallend genoeg klinkt Welcome To The Blackout veel beter dan Stage, dat wat dof klinkt, en Bowie lijkt ook in net wat betere vorm tijdens de concerten die hij gaf in de stad waarin hij werd geboren. Vergeleken met Stage worden vrijwel alle songs wat rauwer en energieker gespeeld, zonder dat dit ten koste gaat van de mystiek die over de Isolar tours hing.
Bowie liet naar verluidt alle concerten van de Isolar II tour opnemen door producer Tony Visconti en dat verklaart waarom Welcome To The Blackout fantastisch klinkt. In de jaren 70 was het nog gangbaar om het publiek naar de voorgrond te mixen, zoals op Stage ook te horen is, maar Welcome To The Blackout klinkt fraai en lijkt direct uit de PA te komen.
De veelkleurige toetsenpartijen van Roger Powell waaieren heerlijk uit en natuurlijk zijn er de tegendraadse gitaarpartijen van Adrian Belew, die het donkere karakter van de instrumentatie nog wat versterken. Ook de rest van de band van Bowie bestaat uit geweldige muzikanten, waardoor de Brit zich kan beperken tot zijn zang. De Berlijnse periode van David Bowie was zeker niet de meest gezonde periode uit zijn leven, maar de zang op Welcome To The Blackout klinkt fantastisch en prachtig intens.
Vergeleken met Stage bevat de in Londen opgenomen plaat nog een extra LP, waardoor er een uur en drie kwartier kan worden genoten van Bowie tijdens zijn Isolar II tour. Ik heb de plaat inmiddels een maand of twee in mijn bezit en leg Welcome To The Blackout vaker op de draaitafel dan Live Nassau Coliseum '76 of Stage, terwijl ook deze platen me heel dierbaar zijn. De plaat laat horen hoe goed David Bowie in topvorm was, maar maakt ook pijnlijk duidelijk welke leegte hij op 10 januari 2016 heeft achter gelaten. Erwin Zijleman
David Corley - Available Light (2014)

4,5
0
geplaatst: 20 februari 2015, 14:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Corley - Available Light - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Hippe crowdfunding campagnes en de toch wat traditionele Amerikaanse rootsmuziek. Het lijkt een niet direct voor de hand liggende combinatie, maar in de praktijk blijken de twee prima samen te gaan.
Dankzij een zeer geslaagde crowdfunding campagne op Kickstarter kon de Amerikaanse singer-songwriter David Corley op zijn 53e vorig jaar dan eindelijk zijn debuut uitbrengen en het is een debuut dat ik niet graag had willen missen. Het is een debuut dat na enige omzwervingen nu gelukkig ook gewoon in Nederland verkrijgbaar is.
Available Light is niet alleen een prima rootsplaat, maar het is ook een rootsplaat die iets toevoegt aan alles dat ik al in de kast heb staan. Dat ligt voor een belangrijk deel aan het bijzondere stemgeluid van de Amerikaan. David Corley heeft een donkere en een wat brommerige stem, waarmee vergeleken Van Morrisson een mooi zangvogeltje is. Het is stem waarvan je moet houden, maar als je er van houdt dragen de vocalen van David Corley nadrukkelijk bij aan het hoge niveau van zijn debuut.
Het is een stem die het goed doet in combinatie met lekker lome klanken en deze domineren dan ook op Available Light. De zompige rootsklanken op het debuut van de muzikant uit Lafayette, Indiana doen me wel wat denken aan de muziek van Robbie Robertson, maar ook de swamp-blues van Tony Joe White is zeker zinvol vergelijkingsmateriaal. Tenslotte hoor ik iets van een jonge Tom Waits en een oude Chris Rea, waarmee het plaatje voor een belangrijk deel duidelijk zal zijn.
David Corley laat zich op zijn debuut bijstaan door een kleine maar zeer competente band, die een lekker bluesy geluid neerzet en hierin zowel lekker kan uitpakken als zeer ingetogen kan spelen. Het klinkt allemaal zo lekker dat je blijft luisteren, maar de magie moet uiteindelijk komen van de rauwe en wat mij betreft unieke vocalen van de Amerikaan, die zich overigens op fraaie wijze laat bijstaan door een aantal zangeressen, wat zijn rauwe vocalen alleen maar versterkt.
De rauwe maar ook gevoelige strot van David Corley brengt zijn indringende verhalen tot leven en zorgt ervoor dat Available Light veel meer is dan zomaar een serie rootssongs. Het leven van David Corley is lang niet altijd makkelijk geweest en dat hoor en voel je op Available Light.
Door de emotionele lading komen de songs van David Corley iedere keer weer hard aan, maar de plaat van de Amerikaan laat ook nog lang nieuwe dingen horen. De instrumentatie op de plaat en de productie van de plaat zijn wat mij betreft kunststukjes die er in slagen om de vocalen van David Corley steeds trefzekerder uit de speakers te krijgen en ook de zang op de plaat wordt alleen maar mooier, wat maar weer eens bewijst dat niet alleen hele mooie stemmen je kunnen betoveren.
Ik heb Available Light van David Corley inmiddels al enkele maanden in huis, maar heb gewacht op de Nederlandse release. Dat vond ik in het begin wel eens jammer, maar het heeft de plaat absoluut goed gedaan. Wat een paar maanden geleden nog een fruitige beaujolais was is inmiddels een stevige rode wijn en het is er een die nog best even door mag rijpen. Hulde voor een ieder die het hoorde toen David Corley zijn crowdfunding campagne startte. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Corley - Available Light - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Hippe crowdfunding campagnes en de toch wat traditionele Amerikaanse rootsmuziek. Het lijkt een niet direct voor de hand liggende combinatie, maar in de praktijk blijken de twee prima samen te gaan.
Dankzij een zeer geslaagde crowdfunding campagne op Kickstarter kon de Amerikaanse singer-songwriter David Corley op zijn 53e vorig jaar dan eindelijk zijn debuut uitbrengen en het is een debuut dat ik niet graag had willen missen. Het is een debuut dat na enige omzwervingen nu gelukkig ook gewoon in Nederland verkrijgbaar is.
Available Light is niet alleen een prima rootsplaat, maar het is ook een rootsplaat die iets toevoegt aan alles dat ik al in de kast heb staan. Dat ligt voor een belangrijk deel aan het bijzondere stemgeluid van de Amerikaan. David Corley heeft een donkere en een wat brommerige stem, waarmee vergeleken Van Morrisson een mooi zangvogeltje is. Het is stem waarvan je moet houden, maar als je er van houdt dragen de vocalen van David Corley nadrukkelijk bij aan het hoge niveau van zijn debuut.
Het is een stem die het goed doet in combinatie met lekker lome klanken en deze domineren dan ook op Available Light. De zompige rootsklanken op het debuut van de muzikant uit Lafayette, Indiana doen me wel wat denken aan de muziek van Robbie Robertson, maar ook de swamp-blues van Tony Joe White is zeker zinvol vergelijkingsmateriaal. Tenslotte hoor ik iets van een jonge Tom Waits en een oude Chris Rea, waarmee het plaatje voor een belangrijk deel duidelijk zal zijn.
David Corley laat zich op zijn debuut bijstaan door een kleine maar zeer competente band, die een lekker bluesy geluid neerzet en hierin zowel lekker kan uitpakken als zeer ingetogen kan spelen. Het klinkt allemaal zo lekker dat je blijft luisteren, maar de magie moet uiteindelijk komen van de rauwe en wat mij betreft unieke vocalen van de Amerikaan, die zich overigens op fraaie wijze laat bijstaan door een aantal zangeressen, wat zijn rauwe vocalen alleen maar versterkt.
De rauwe maar ook gevoelige strot van David Corley brengt zijn indringende verhalen tot leven en zorgt ervoor dat Available Light veel meer is dan zomaar een serie rootssongs. Het leven van David Corley is lang niet altijd makkelijk geweest en dat hoor en voel je op Available Light.
Door de emotionele lading komen de songs van David Corley iedere keer weer hard aan, maar de plaat van de Amerikaan laat ook nog lang nieuwe dingen horen. De instrumentatie op de plaat en de productie van de plaat zijn wat mij betreft kunststukjes die er in slagen om de vocalen van David Corley steeds trefzekerder uit de speakers te krijgen en ook de zang op de plaat wordt alleen maar mooier, wat maar weer eens bewijst dat niet alleen hele mooie stemmen je kunnen betoveren.
Ik heb Available Light van David Corley inmiddels al enkele maanden in huis, maar heb gewacht op de Nederlandse release. Dat vond ik in het begin wel eens jammer, maar het heeft de plaat absoluut goed gedaan. Wat een paar maanden geleden nog een fruitige beaujolais was is inmiddels een stevige rode wijn en het is er een die nog best even door mag rijpen. Hulde voor een ieder die het hoorde toen David Corley zijn crowdfunding campagne startte. Erwin Zijleman
David Crosby - For Free (2021)

4,0
3
geplaatst: 24 juli 2021, 10:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Crosby - For Free - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Crosby - For Free
David Crosby wordt volgende maand 80 jaar oud, maar heeft de uitstekende vorm van zijn laatste paar soloalbums behouden op het tijdloze For Free, dat de avond aangenaam inkleurt
De criticus zal beweren dat ook het nieuwe album van David Crosby geen heel spannend album is. For Free klinkt loom en ingetogen en heeft een jaren 70 jazzy softrock gevoel. Geen vernieuwing dus van David Crosby, maar dat is ook het laatste dat ik van hem verwacht of verlang. For Free zit in muzikaal opzicht geweldig in elkaar, de Amerikaanse muzikant is verrassend goed bij stem en de songs zijn stuk voor stuk aangenaam maar ook interessant. For Free is een album waarvan de meeste tijdgenoten van David Crosby alleen maar kunnen dromen, als dromen ze nog gegeven is. For Free sleept je mee naar een zorgeloze zomeravond in Los Angeles ergens in de jaren 70 en het is er goed toeven.
David Crosby had tot 2014 eigenlijk maar één fatsoenlijk soloalbum op zijn naam staan, maar het was met zijn solodebuut If I Could Only Remember My Name uit 1971 wel een geweldig soloalbum. David Crosby beoordelen we natuurlijk niet alleen op zijn solocarrière, maar ook deze heeft de afgelopen zeven jaar flink aan kracht gewonnen. Croz uit 2014, Lighthouse uit 2016, Sky Trails uit 2017 en Here If You Listen uit 2018 waren stuk voor stuk prima albums en dat is voor muzikanten van de leeftijd van David Crosby al lang geen zekerheid meer.
Deze week keert de Amerikaanse muzikant terug met een volgend soloalbum, For Free. Waar veel van zijn tijdgenoten al jaren achter de geraniums zitten of zo langzamerhand wat uitgeblust of inspiratieloos klinken, verkeert David Crosby op zijn 79e nog altijd in een uitstekende muzikale vorm.
Op For Free staat de Amerikaanse muzikant, bijgestaan door oude vrienden, stil bij zijn eigen sterfelijkheid. Joan Baez tekende voor het schilderij op de cover, tijdgenoten als Michael McDonald en Donald Fagen dragen in muzikaal opzicht bij, terwijl Joni Mitchell tekende voor de titelsong, die samen met Sarah Jarosz wordt vertolkt. De productie liet David Crosby aan zijn zoon James Raymond, die tekende voor een mooi verzorgd geluid.
Het is een geluid dat keurig binnen de lijntjes kleurt, maar For Free is zeker geen gezapig klinkend album. Het geluid op For Free is over het algemeen ingetogen, maar ook zeer smaakvol ingekleurd. Het doet denken aan de jazzy softrock zoals die in de jaren 70 veel werd gemaakt in en rond Los Angeles en dat is muziek die nog altijd bijzonder aangenaam klinkt en de tand des tijds prima heeft doorstaan.
Het is een geluid dat ook nog eens goed past bij de zang van David Crosby. De Amerikaanse muzikant klinkt in vocaal opzicht wat minder krachtig dan in zijn jongere jaren, maar de stembanden zijn nog zeker niet versleten, wat best bijzonder is voor iemand die volgende maand zijn tachtigste verjaardag viert en zeker niet bekend staat om een hele gezonde levenswandel.
Zeker wat later op de avond vult de muziek van David Crosby op bijzonder aangename wijze de ruimte en heb je geen moment het idee dat je naar een album aan het luisteren bent van een muzikant die al een tijdje over de datum is, wat helaas geldt voor de meeste van de tijdgenoten van David Crosby.
Aan vernieuwing doet David Crosby niet op For Free, maar daar hoor je mij niet over klagen. For Free staat in muzikaal opzicht als een huis, met een hoofdrol voor het prachtige gitaarspel, de zang is uitstekend en de songs kabbelen misschien wat voort, maar zitten ook erg goed in elkaar. Na vijf albums in zeven jaar tijd is de verrassing er wat van af, maar ik merk toch dat ik bij iedere beluistering weer geniet van dit tijdloze album, dat herinnert aan een stapeltje geweldige albums uit de jaren 70.
Het is knap dat David Crosby er nog in slaagt om albums van dit niveau te maken en het is nog knapper dat hij er sinds 2014 al vijf heeft gemaakt. For Free doet het geweldig in de avondzon of onder het maanlicht, maar het is ook een album dat laat horen dat een van de allergrootsten uit de geschiedenis van de popmuziek het nog niet verleerd is en dat is iets om heel blij van te worden. Op naar het volgende album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Crosby - For Free - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Crosby - For Free
David Crosby wordt volgende maand 80 jaar oud, maar heeft de uitstekende vorm van zijn laatste paar soloalbums behouden op het tijdloze For Free, dat de avond aangenaam inkleurt
De criticus zal beweren dat ook het nieuwe album van David Crosby geen heel spannend album is. For Free klinkt loom en ingetogen en heeft een jaren 70 jazzy softrock gevoel. Geen vernieuwing dus van David Crosby, maar dat is ook het laatste dat ik van hem verwacht of verlang. For Free zit in muzikaal opzicht geweldig in elkaar, de Amerikaanse muzikant is verrassend goed bij stem en de songs zijn stuk voor stuk aangenaam maar ook interessant. For Free is een album waarvan de meeste tijdgenoten van David Crosby alleen maar kunnen dromen, als dromen ze nog gegeven is. For Free sleept je mee naar een zorgeloze zomeravond in Los Angeles ergens in de jaren 70 en het is er goed toeven.
David Crosby had tot 2014 eigenlijk maar één fatsoenlijk soloalbum op zijn naam staan, maar het was met zijn solodebuut If I Could Only Remember My Name uit 1971 wel een geweldig soloalbum. David Crosby beoordelen we natuurlijk niet alleen op zijn solocarrière, maar ook deze heeft de afgelopen zeven jaar flink aan kracht gewonnen. Croz uit 2014, Lighthouse uit 2016, Sky Trails uit 2017 en Here If You Listen uit 2018 waren stuk voor stuk prima albums en dat is voor muzikanten van de leeftijd van David Crosby al lang geen zekerheid meer.
Deze week keert de Amerikaanse muzikant terug met een volgend soloalbum, For Free. Waar veel van zijn tijdgenoten al jaren achter de geraniums zitten of zo langzamerhand wat uitgeblust of inspiratieloos klinken, verkeert David Crosby op zijn 79e nog altijd in een uitstekende muzikale vorm.
Op For Free staat de Amerikaanse muzikant, bijgestaan door oude vrienden, stil bij zijn eigen sterfelijkheid. Joan Baez tekende voor het schilderij op de cover, tijdgenoten als Michael McDonald en Donald Fagen dragen in muzikaal opzicht bij, terwijl Joni Mitchell tekende voor de titelsong, die samen met Sarah Jarosz wordt vertolkt. De productie liet David Crosby aan zijn zoon James Raymond, die tekende voor een mooi verzorgd geluid.
Het is een geluid dat keurig binnen de lijntjes kleurt, maar For Free is zeker geen gezapig klinkend album. Het geluid op For Free is over het algemeen ingetogen, maar ook zeer smaakvol ingekleurd. Het doet denken aan de jazzy softrock zoals die in de jaren 70 veel werd gemaakt in en rond Los Angeles en dat is muziek die nog altijd bijzonder aangenaam klinkt en de tand des tijds prima heeft doorstaan.
Het is een geluid dat ook nog eens goed past bij de zang van David Crosby. De Amerikaanse muzikant klinkt in vocaal opzicht wat minder krachtig dan in zijn jongere jaren, maar de stembanden zijn nog zeker niet versleten, wat best bijzonder is voor iemand die volgende maand zijn tachtigste verjaardag viert en zeker niet bekend staat om een hele gezonde levenswandel.
Zeker wat later op de avond vult de muziek van David Crosby op bijzonder aangename wijze de ruimte en heb je geen moment het idee dat je naar een album aan het luisteren bent van een muzikant die al een tijdje over de datum is, wat helaas geldt voor de meeste van de tijdgenoten van David Crosby.
Aan vernieuwing doet David Crosby niet op For Free, maar daar hoor je mij niet over klagen. For Free staat in muzikaal opzicht als een huis, met een hoofdrol voor het prachtige gitaarspel, de zang is uitstekend en de songs kabbelen misschien wat voort, maar zitten ook erg goed in elkaar. Na vijf albums in zeven jaar tijd is de verrassing er wat van af, maar ik merk toch dat ik bij iedere beluistering weer geniet van dit tijdloze album, dat herinnert aan een stapeltje geweldige albums uit de jaren 70.
Het is knap dat David Crosby er nog in slaagt om albums van dit niveau te maken en het is nog knapper dat hij er sinds 2014 al vijf heeft gemaakt. For Free doet het geweldig in de avondzon of onder het maanlicht, maar het is ook een album dat laat horen dat een van de allergrootsten uit de geschiedenis van de popmuziek het nog niet verleerd is en dat is iets om heel blij van te worden. Op naar het volgende album. Erwin Zijleman
David Crosby - Here If You Listen (2018)

4,0
1
geplaatst: 28 december 2018, 16:07 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Crosby - Here If You Listen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Crosby is begonnen aan een nieuwe jeugd en levert zijn vierde meer dan uitstekende soloplaat op rij in nog geen vijf jaar tijd af
Ondanks mijn diepe bewondering voor de drie voorgangers ontsnapte Here If You Listen een maand of twee geleden aan mijn aandacht. Het zal aan de spuuglelijke hoes hebben gelegen, maar in muzikaal opzicht is ook de nieuwe plaat van de inmiddels 77 jaar oude Amerikaanse legende weer dik in orde. Bijgestaan door een virtuoze jazzmuzikant en twee topzangeressen borduurt David Crosby voort op zijn roemruchte verleden, maar slaat hij ook nieuwe wegen in. Here If You Listen voelt daarom als een warm bad, maar het is ook een spannende plaat die de fantasie prikkelt. Een diepe buiging is op zijn plaats.
David Crosby was nooit zo productief wanneer het ging om het maken van soloplaten, maar de afgelopen jaren is zijn productie op dit terrein bijna ongekend.
De afgelopen jaren was ik behoorlijk onder de indruk van Croz (2014), Lighthouse (2016) en Sky Trails (2017), maar vreemd genoeg is de release van Here If You Listen een maand of twee geleden aan mijn aandacht ontsnapt.
De vierde soloplaat van David Crosby in iets meer dan vier jaar tijd is gestoken in een eenvoudige en wat mij betreft lelijke hoes, waarop ook de namen van Michael League, Michelle Willis en Becca Stevens prijken. De drie staan inmiddels bekend als The Lighthouse band en waren nadrukkelijk van de partij op de gelijknamige soloplaat van David Crosby uit 2016.
De Amerikaanse muzikant, die naast Crosby, Stills, Nash & Young ook The Byrds op zijn CV heeft staan, vierde afgelopen zomer zijn 77e verjaardag, maar is in muzikaal opzicht begonnen aan zijn tweede (of misschien wel derde jeugd). Hij heeft de namen van zijn medemuzikanten niet voor niets op de hoes van zijn nieuwe plaat gezet, want Here If You Listen klinkt nog meer als een bandplaat dan zijn voorgangers.
De stembanden van David Crosby zijn niet meer zo krachtig als in zijn gloriejaren, maar dit wordt bijzonder fraai gemaskeerd door de mooie stemmen van Becca Stevens (van wie ik pas nog een prachtplaat heb ontdekt) en Michelle Willis, die de gaten die David Crosby laat vallen fraai opvullen. Overigens heb ik geen enkele moeite met de soms wat kwetsbaarder klinkende vocalen van David Crosby, die weliswaar aan kracht hebben ingeboet, maar aan emotie, doorleving en zeggingskracht hebben gewonnen.
Net als zijn vorige platen laat ook Here If You Listen echo’s horen uit het roemruchte verleden van David Crosby. Hier en daar herinnert de plaat aan de gloriedagen van Crosby, Stills & Nash (en een tijdje Young), maar ook zijn solo meesterwerk If I Could Only Remember My Name uit 1971 heeft zijn sporen nagelaten op Here If You Listen.
De nieuwe plaat van David Crosby klinkt, net als zijn voorgangers, ook jazzier dan we van de Amerikaanse muzikant gewend waren, wat ongetwijfeld de verdienste is van Michael League, die ook de avontuurlijke jazzband Snarky Puppy aanvoert. In de meest jazzy momenten klinkt Here If You Listen als een plaat die Steely Dan gemaakt zou kunnen hebben wanneer het twee topzangeressen zou hebben ingehuurd, maar de plaat graaft ook dieper in de folk zoals deze aan het eind van de jaren 60 in de canyons rond Los Angeles werd gemaakt; een plek waar David Crosby ooit met Joni Mitchell het liefdesgeluk zocht.
Here If You Listen is een plaat die bijzonder aangenaam klinkt en die de gevoelstemperatuur op een donkere avond onmiddellijk een aantal graden laat stijgen. Het is een plaat die één van de grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek heeft gemaakt met een aantal topmuzikanten en dat hoor je. Het is echter ook een plaat die nergens voor de makkelijkste weg kiest. David Crosby en zijn uitstekende medemuzikanten citeren hier en daar uit het rijke oeuvre van de Amerikaan (en een enkele keer letterlijk), maar zoeken ook nadrukkelijk het avontuur, wat van Here If You Listen ook een sprankelende plaat maakt, die je nieuwsgierig maakt naar alles dat gaat komen. David Crosby kwakkelde de laatste decennia wat, maar dit is voltreffer nummer vier in nog geen vijf jaar tijd. Een prestatie van formaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Crosby - Here If You Listen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Crosby is begonnen aan een nieuwe jeugd en levert zijn vierde meer dan uitstekende soloplaat op rij in nog geen vijf jaar tijd af
Ondanks mijn diepe bewondering voor de drie voorgangers ontsnapte Here If You Listen een maand of twee geleden aan mijn aandacht. Het zal aan de spuuglelijke hoes hebben gelegen, maar in muzikaal opzicht is ook de nieuwe plaat van de inmiddels 77 jaar oude Amerikaanse legende weer dik in orde. Bijgestaan door een virtuoze jazzmuzikant en twee topzangeressen borduurt David Crosby voort op zijn roemruchte verleden, maar slaat hij ook nieuwe wegen in. Here If You Listen voelt daarom als een warm bad, maar het is ook een spannende plaat die de fantasie prikkelt. Een diepe buiging is op zijn plaats.
David Crosby was nooit zo productief wanneer het ging om het maken van soloplaten, maar de afgelopen jaren is zijn productie op dit terrein bijna ongekend.
De afgelopen jaren was ik behoorlijk onder de indruk van Croz (2014), Lighthouse (2016) en Sky Trails (2017), maar vreemd genoeg is de release van Here If You Listen een maand of twee geleden aan mijn aandacht ontsnapt.
De vierde soloplaat van David Crosby in iets meer dan vier jaar tijd is gestoken in een eenvoudige en wat mij betreft lelijke hoes, waarop ook de namen van Michael League, Michelle Willis en Becca Stevens prijken. De drie staan inmiddels bekend als The Lighthouse band en waren nadrukkelijk van de partij op de gelijknamige soloplaat van David Crosby uit 2016.
De Amerikaanse muzikant, die naast Crosby, Stills, Nash & Young ook The Byrds op zijn CV heeft staan, vierde afgelopen zomer zijn 77e verjaardag, maar is in muzikaal opzicht begonnen aan zijn tweede (of misschien wel derde jeugd). Hij heeft de namen van zijn medemuzikanten niet voor niets op de hoes van zijn nieuwe plaat gezet, want Here If You Listen klinkt nog meer als een bandplaat dan zijn voorgangers.
De stembanden van David Crosby zijn niet meer zo krachtig als in zijn gloriejaren, maar dit wordt bijzonder fraai gemaskeerd door de mooie stemmen van Becca Stevens (van wie ik pas nog een prachtplaat heb ontdekt) en Michelle Willis, die de gaten die David Crosby laat vallen fraai opvullen. Overigens heb ik geen enkele moeite met de soms wat kwetsbaarder klinkende vocalen van David Crosby, die weliswaar aan kracht hebben ingeboet, maar aan emotie, doorleving en zeggingskracht hebben gewonnen.
Net als zijn vorige platen laat ook Here If You Listen echo’s horen uit het roemruchte verleden van David Crosby. Hier en daar herinnert de plaat aan de gloriedagen van Crosby, Stills & Nash (en een tijdje Young), maar ook zijn solo meesterwerk If I Could Only Remember My Name uit 1971 heeft zijn sporen nagelaten op Here If You Listen.
De nieuwe plaat van David Crosby klinkt, net als zijn voorgangers, ook jazzier dan we van de Amerikaanse muzikant gewend waren, wat ongetwijfeld de verdienste is van Michael League, die ook de avontuurlijke jazzband Snarky Puppy aanvoert. In de meest jazzy momenten klinkt Here If You Listen als een plaat die Steely Dan gemaakt zou kunnen hebben wanneer het twee topzangeressen zou hebben ingehuurd, maar de plaat graaft ook dieper in de folk zoals deze aan het eind van de jaren 60 in de canyons rond Los Angeles werd gemaakt; een plek waar David Crosby ooit met Joni Mitchell het liefdesgeluk zocht.
Here If You Listen is een plaat die bijzonder aangenaam klinkt en die de gevoelstemperatuur op een donkere avond onmiddellijk een aantal graden laat stijgen. Het is een plaat die één van de grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek heeft gemaakt met een aantal topmuzikanten en dat hoor je. Het is echter ook een plaat die nergens voor de makkelijkste weg kiest. David Crosby en zijn uitstekende medemuzikanten citeren hier en daar uit het rijke oeuvre van de Amerikaan (en een enkele keer letterlijk), maar zoeken ook nadrukkelijk het avontuur, wat van Here If You Listen ook een sprankelende plaat maakt, die je nieuwsgierig maakt naar alles dat gaat komen. David Crosby kwakkelde de laatste decennia wat, maar dit is voltreffer nummer vier in nog geen vijf jaar tijd. Een prestatie van formaat. Erwin Zijleman
David Crosby - Lighthouse (2016)

4,0
1
geplaatst: 6 november 2016, 10:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Crosby - Lighthouse - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Na het nooit meer te overtreffen If I Could Only Remember My Name uit 1971, dat absoluut behoort tot de kroonjuwelen van de popmuziek, luisterde ik nooit meer naar een soloplaat van David Crosby, tot in 2014 Croz verscheen.
Croz was natuurlijk niet zo goed of invloedrijk als de inmiddels 45 jaar oude klassieker, maar liet wel horen dat David Crosby op zijn oude dag nog een plaat kon maken die er toe deed.
Ondanks zijn leeftijd (David Crosby werd de afgelopen zomer 75 jaar) en zijn niet altijd goede gezondheid, ligt er twee jaar na Croz al weer een nieuwe plaat van de veteraan in de winkel.
Op Lighthouse wordt de Amerikaan, die in 1963 zijn eerste muziek opnam, stevig bijgestaan door Michael League (bekend van de in de VS legendarische jam band Snarky Puppy), die de plaat produceerde en meeschreef aan het merendeel van de songs.
Michael League schaart If I Could Only Remember My Name onder zijn favoriete platen aller tijden en heeft samen met David Crosby een plaat gemaakt die absoluut is geïnspireerd door de klassieker uit 1971.
Lighthouse is een opvallend ingetogen plaat. In de meeste tracks wordt de stem van David Crosby voornamelijk begeleid door een akoestische gitaar (wel een met 12 snaren vermoed ik) en zijn er verder vooral smaakvolle accenten.
Dat is zeker niet zonder risico, want in vocaal opzicht is David Crosby natuurlijk niet meer zo indrukwekkend als in zijn beste jaren. Uiteindelijk pakt de keuze voor een opvallend ingetogen instrumentatie echter uitstekend uit. De stem van David Crosby klinkt misschien wat kwetsbaarder dan in zijn hoogtijdagen, maar is nog altijd een stem die een song naar een hoger plan kan tillen. Bovendien accentueert de instrumentatie nu de gebreken in de stem van de Amerikaan, waardoor deze gebreken zorgen voor emotie en intensiteit.
Heel af en toe grijpt David Crosby naar de harmonieën die hem ooit samen met Stephen Stills en Graham Nash (en later ook Neil Young) wereldberoemd maakte, maar meestal wordt gekozen voor eenvoud, al graaft de muziek wel wat dieper dan je op het eerste gehoor zult vermoeden.
De instrumentatie bevat volop jazzy accenten (waardoor Lighthouse mij meer dan eens doet denken aan de platen van Donald Fagen) en dat zijn accenten die prima passen bij de stem van David Crosby.
Ik vond Lighthouse zeker bij eerste beluistering geen makkelijke plaat, maar het is wel een plaat die groeit en aan die groei komt vooralsnog maar geen eind. Wederom een indrukwekkend statement van een muzikant op leeftijd dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Crosby - Lighthouse - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Na het nooit meer te overtreffen If I Could Only Remember My Name uit 1971, dat absoluut behoort tot de kroonjuwelen van de popmuziek, luisterde ik nooit meer naar een soloplaat van David Crosby, tot in 2014 Croz verscheen.
Croz was natuurlijk niet zo goed of invloedrijk als de inmiddels 45 jaar oude klassieker, maar liet wel horen dat David Crosby op zijn oude dag nog een plaat kon maken die er toe deed.
Ondanks zijn leeftijd (David Crosby werd de afgelopen zomer 75 jaar) en zijn niet altijd goede gezondheid, ligt er twee jaar na Croz al weer een nieuwe plaat van de veteraan in de winkel.
Op Lighthouse wordt de Amerikaan, die in 1963 zijn eerste muziek opnam, stevig bijgestaan door Michael League (bekend van de in de VS legendarische jam band Snarky Puppy), die de plaat produceerde en meeschreef aan het merendeel van de songs.
Michael League schaart If I Could Only Remember My Name onder zijn favoriete platen aller tijden en heeft samen met David Crosby een plaat gemaakt die absoluut is geïnspireerd door de klassieker uit 1971.
Lighthouse is een opvallend ingetogen plaat. In de meeste tracks wordt de stem van David Crosby voornamelijk begeleid door een akoestische gitaar (wel een met 12 snaren vermoed ik) en zijn er verder vooral smaakvolle accenten.
Dat is zeker niet zonder risico, want in vocaal opzicht is David Crosby natuurlijk niet meer zo indrukwekkend als in zijn beste jaren. Uiteindelijk pakt de keuze voor een opvallend ingetogen instrumentatie echter uitstekend uit. De stem van David Crosby klinkt misschien wat kwetsbaarder dan in zijn hoogtijdagen, maar is nog altijd een stem die een song naar een hoger plan kan tillen. Bovendien accentueert de instrumentatie nu de gebreken in de stem van de Amerikaan, waardoor deze gebreken zorgen voor emotie en intensiteit.
Heel af en toe grijpt David Crosby naar de harmonieën die hem ooit samen met Stephen Stills en Graham Nash (en later ook Neil Young) wereldberoemd maakte, maar meestal wordt gekozen voor eenvoud, al graaft de muziek wel wat dieper dan je op het eerste gehoor zult vermoeden.
De instrumentatie bevat volop jazzy accenten (waardoor Lighthouse mij meer dan eens doet denken aan de platen van Donald Fagen) en dat zijn accenten die prima passen bij de stem van David Crosby.
Ik vond Lighthouse zeker bij eerste beluistering geen makkelijke plaat, maar het is wel een plaat die groeit en aan die groei komt vooralsnog maar geen eind. Wederom een indrukwekkend statement van een muzikant op leeftijd dus. Erwin Zijleman
David Crosby - Sky Trails (2017)

4,0
3
geplaatst: 2 oktober 2017, 17:09 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Crosby - Sky Trails - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
David Crosby had halverwege de jaren 70 al een bijzonder indrukwekkend cv opgebouwd en een nog indrukwekkendere serie platen afgeleverd, waaronder minstens een handvol klassiekers.
Hij maakte deel uit van The Byrds, maakte met If I Could Only Remember My Name een prachtige soloplaat, en maakte uiteraard in meerdere combinaties platen met Stephen Stills, Graham Nash en Neil Young.
Vervolgens deed de Amerikaan het wel erg lang rustig aan. Pas aan het eind van de jaren 90 maakte hij met CPR (waarin ook zijn zoon James Raymond van de partij was) weer een aantal platen die er toe deden, waarna hij pas in 2014 zijn tweede echt goede soloplaat afleverde. Sinds Croz steekt David Crosby gelukkig in een blakende vorm, want na het nog geen jaar geleden verschenen Lighthouse is de ouwe rot al weer terug met een nieuwe plaat.
Vergeleken met Lighthouse laat het deze week verschenen Sky Trails een wat ander geluid horen en het is een geluid waarin David Crosby geen moment een geheim maakt van zijn liefde voor de jazz. Waar op de vorige plaat de akoestische gitaar nog centraal stond, kiest David Crosby dit keer voor een warm en behoorlijk geluid, waaraan een heel legioen gelouterde muzikanten heeft bijgedragen.
Sky Trails gunt uiteenlopende blazers alle ruimte, maar er is ook een belangrijke rol weggelegd voor zoon James Raymond en uiteraard duikt ook de vrijwel onmisbare pedal steel van virtuoos Greg Leisz op.
Bij beluistering van Sky Trails moest ik met grote regelmaat aan de platen van Steely Dan en de soloplaten van Donald Fagen denken, maar de nieuwe plaat van de inmiddels 76 jaar oude muzikant heeft ook raakvlakken met de muziek van Toto, een deel van de soloplaten van Don Henley, Paul Simon en Sting en met de muziek die David Crosby zelf maakte met CPR.
Ondanks al het vergelijkingsmateriaal is Sky Trails uiteindelijk vooral een David Crosby plaat. De stem van de Amerikaanse muzikant herken je nog altijd uit duizenden en hoewel de stembanden van David Crosby na 76 jaar wel wat versleten zijn, is hij op Sky Trails verrassend goed bij stem.
De plaat gaat zoals gezegd flink aan de haal met invloeden uit de jazz en de jazzy popmuziek, maar er is gelukkig ook ruimte voor zijn oude liefde. In wat meer folky songs krijgt David Crosby een keer fraai gezelschap van zangeres Becca Stevens en covert hij op zeer fraaie wijze Joni Mitchell’s Amelia.
Door het volle en warme geluid, de jazzy invloeden, de prachtige accenten van piano, gitaar, synths en blazers en de mooie stem van David Crosby is Sky Trails een plaat die het uitstekend doet op de late avond, maar de plaat verdient meer dan een rol op de achtergrond.
David Crosby weet dat hij niet het eeuwige leven heeft en maakt de afgelopen jaren in stevig tempo muziek van hoog niveau. Met Croz en Lighthouse maakte de Amerikaan al meer memorabele soloplaten dan in de decennia ervoor, maar met het bijzonder fraaie Sky Trails legt hij de lat nog net een stukje hoger. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Crosby - Sky Trails - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
David Crosby had halverwege de jaren 70 al een bijzonder indrukwekkend cv opgebouwd en een nog indrukwekkendere serie platen afgeleverd, waaronder minstens een handvol klassiekers.
Hij maakte deel uit van The Byrds, maakte met If I Could Only Remember My Name een prachtige soloplaat, en maakte uiteraard in meerdere combinaties platen met Stephen Stills, Graham Nash en Neil Young.
Vervolgens deed de Amerikaan het wel erg lang rustig aan. Pas aan het eind van de jaren 90 maakte hij met CPR (waarin ook zijn zoon James Raymond van de partij was) weer een aantal platen die er toe deden, waarna hij pas in 2014 zijn tweede echt goede soloplaat afleverde. Sinds Croz steekt David Crosby gelukkig in een blakende vorm, want na het nog geen jaar geleden verschenen Lighthouse is de ouwe rot al weer terug met een nieuwe plaat.
Vergeleken met Lighthouse laat het deze week verschenen Sky Trails een wat ander geluid horen en het is een geluid waarin David Crosby geen moment een geheim maakt van zijn liefde voor de jazz. Waar op de vorige plaat de akoestische gitaar nog centraal stond, kiest David Crosby dit keer voor een warm en behoorlijk geluid, waaraan een heel legioen gelouterde muzikanten heeft bijgedragen.
Sky Trails gunt uiteenlopende blazers alle ruimte, maar er is ook een belangrijke rol weggelegd voor zoon James Raymond en uiteraard duikt ook de vrijwel onmisbare pedal steel van virtuoos Greg Leisz op.
Bij beluistering van Sky Trails moest ik met grote regelmaat aan de platen van Steely Dan en de soloplaten van Donald Fagen denken, maar de nieuwe plaat van de inmiddels 76 jaar oude muzikant heeft ook raakvlakken met de muziek van Toto, een deel van de soloplaten van Don Henley, Paul Simon en Sting en met de muziek die David Crosby zelf maakte met CPR.
Ondanks al het vergelijkingsmateriaal is Sky Trails uiteindelijk vooral een David Crosby plaat. De stem van de Amerikaanse muzikant herken je nog altijd uit duizenden en hoewel de stembanden van David Crosby na 76 jaar wel wat versleten zijn, is hij op Sky Trails verrassend goed bij stem.
De plaat gaat zoals gezegd flink aan de haal met invloeden uit de jazz en de jazzy popmuziek, maar er is gelukkig ook ruimte voor zijn oude liefde. In wat meer folky songs krijgt David Crosby een keer fraai gezelschap van zangeres Becca Stevens en covert hij op zeer fraaie wijze Joni Mitchell’s Amelia.
Door het volle en warme geluid, de jazzy invloeden, de prachtige accenten van piano, gitaar, synths en blazers en de mooie stem van David Crosby is Sky Trails een plaat die het uitstekend doet op de late avond, maar de plaat verdient meer dan een rol op de achtergrond.
David Crosby weet dat hij niet het eeuwige leven heeft en maakt de afgelopen jaren in stevig tempo muziek van hoog niveau. Met Croz en Lighthouse maakte de Amerikaan al meer memorabele soloplaten dan in de decennia ervoor, maar met het bijzonder fraaie Sky Trails legt hij de lat nog net een stukje hoger. Erwin Zijleman
David Eugene Edwards & Alexander Hacke - Risha (2018)

4,0
2
geplaatst: 26 juni 2018, 15:40 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Eugene Edwards & Alexander Hacke - Risha - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Eugene Edwards maakte een handvol prachtplaten met 16 Horsepower, een aantal prima platen met Wovenhand en nog wat obscure pareltjes met de gelegenheidsband Slim Cessna's Auto Club. Het zijn allemaal platen waarop de muzikant uit Denver, Colorado, indruk maakt met zijn gedreven vocalen. David Eugene Edwards zingt meestal alsof de duivel hem op de hielen zit, wat de muziek van zijn bands voorziet van een onderhuidse spanning om bang van te worden.
Waar 16 Horsepower, Woven Hand en Slim Cessna's Auto Club met een mix van country, folk, punk en gospel allemaal ongeveer uit hetzelfde vaatje tappen, gooit David Eugene Edwards het over een andere boeg op de plaat die hij heeft gemaakt met Alexander Hacke.
Deze Duitse muzikant kennen we natuurlijk van Einstürzende Neubauten en hiernaast van de Australische band Crime & The City Solution, waarin David Eugene Edwards in het verleden ook wel eens is opgedoken. De Amerikaan en de Duitser hebben de krachten gebundeld op Risha en dat levert een verrassend sterke plaat op.
Natuurlijk wordt ook Risha gedomineerd door de bezwerende zang van David Eugene Edwards, al zingt de Amerikaan bij vlagen wel wat minder gejaagd dan we van hem gewend zijn. Alexander Hacke voorziet het geluid van het tweetal vervolgens van wat beklemmende elektronica en van invloeden die tot dusver nog niet waren doorgedrongen tot de muziek van zijn Amerikaanse metgezel. Het levert een fascinerend geluid op, waarin absoluut plaats is voor de folk en gospel die David Eugene Edwards graag omarmt, maar waarin ook volop ruimte is voor invloeden uit de industrial, de elektronica en de wereldmuziek.
David Eugene Edwards en Alexander Hacke kunnen op Risha stevig uitpakken met rauwe en gejaagde muziek, maar de plaat bevat ook een aantal stemmige tracks die zelfs invloeden uit de ambient niet schuwen. Het ene moment wordt de plaat gedomineerd door de uit duizenden herkenbare zang van de muzikant uit Denver, Colorado, maar het volgende moment neemt Alexander Hacke je mee langs surrealistische landschappen en muziek zoals die in het Midden Oosten wordt gemaakt.
Zeker de bezwerende en over het algemeen aardedonkere songs op de plaat overtuigen makkelijk dankzij de gedreven zang van David Eugene Edwards, maar ook de andere songs op de plaat winnen snel aan kracht, zeker wanneer de gitaren door het elektronische landschap heen snijden of de elektronica je eindeloos ver weg drijft.
Net als de platen van 16 Horsepower en Wovenhand is Risha een plaat die energie slurpt. Dit wordt deels veroorzaakt door de gepassioneerde en intense zang van de Amerikaan, maar het effect wordt versterkt door de avontuurlijke en vaak zelfs wat ongrijpbare klanken die Alexander Hacke aan het geluid van het tweetal heeft toegevoegd.
De vraag of de samenwerking tussen de Amerikaan en de Duitser naar meer smaakt kan inmiddels al met een volmondig ja worden beantwoord. Risha voegt immers wat toe aan alles dat er al is en is, zeker als geheel, van een indrukwekkend hoog niveau. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Eugene Edwards & Alexander Hacke - Risha - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Eugene Edwards maakte een handvol prachtplaten met 16 Horsepower, een aantal prima platen met Wovenhand en nog wat obscure pareltjes met de gelegenheidsband Slim Cessna's Auto Club. Het zijn allemaal platen waarop de muzikant uit Denver, Colorado, indruk maakt met zijn gedreven vocalen. David Eugene Edwards zingt meestal alsof de duivel hem op de hielen zit, wat de muziek van zijn bands voorziet van een onderhuidse spanning om bang van te worden.
Waar 16 Horsepower, Woven Hand en Slim Cessna's Auto Club met een mix van country, folk, punk en gospel allemaal ongeveer uit hetzelfde vaatje tappen, gooit David Eugene Edwards het over een andere boeg op de plaat die hij heeft gemaakt met Alexander Hacke.
Deze Duitse muzikant kennen we natuurlijk van Einstürzende Neubauten en hiernaast van de Australische band Crime & The City Solution, waarin David Eugene Edwards in het verleden ook wel eens is opgedoken. De Amerikaan en de Duitser hebben de krachten gebundeld op Risha en dat levert een verrassend sterke plaat op.
Natuurlijk wordt ook Risha gedomineerd door de bezwerende zang van David Eugene Edwards, al zingt de Amerikaan bij vlagen wel wat minder gejaagd dan we van hem gewend zijn. Alexander Hacke voorziet het geluid van het tweetal vervolgens van wat beklemmende elektronica en van invloeden die tot dusver nog niet waren doorgedrongen tot de muziek van zijn Amerikaanse metgezel. Het levert een fascinerend geluid op, waarin absoluut plaats is voor de folk en gospel die David Eugene Edwards graag omarmt, maar waarin ook volop ruimte is voor invloeden uit de industrial, de elektronica en de wereldmuziek.
David Eugene Edwards en Alexander Hacke kunnen op Risha stevig uitpakken met rauwe en gejaagde muziek, maar de plaat bevat ook een aantal stemmige tracks die zelfs invloeden uit de ambient niet schuwen. Het ene moment wordt de plaat gedomineerd door de uit duizenden herkenbare zang van de muzikant uit Denver, Colorado, maar het volgende moment neemt Alexander Hacke je mee langs surrealistische landschappen en muziek zoals die in het Midden Oosten wordt gemaakt.
Zeker de bezwerende en over het algemeen aardedonkere songs op de plaat overtuigen makkelijk dankzij de gedreven zang van David Eugene Edwards, maar ook de andere songs op de plaat winnen snel aan kracht, zeker wanneer de gitaren door het elektronische landschap heen snijden of de elektronica je eindeloos ver weg drijft.
Net als de platen van 16 Horsepower en Wovenhand is Risha een plaat die energie slurpt. Dit wordt deels veroorzaakt door de gepassioneerde en intense zang van de Amerikaan, maar het effect wordt versterkt door de avontuurlijke en vaak zelfs wat ongrijpbare klanken die Alexander Hacke aan het geluid van het tweetal heeft toegevoegd.
De vraag of de samenwerking tussen de Amerikaan en de Duitser naar meer smaakt kan inmiddels al met een volmondig ja worden beantwoord. Risha voegt immers wat toe aan alles dat er al is en is, zeker als geheel, van een indrukwekkend hoog niveau. Erwin Zijleman
David Gilmour - Luck and Strange (2024)

4,0
3
geplaatst: 10 september 2024, 15:53 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Gilmour - Luck And Strange - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Gilmour - Luck And Strange
David Gilmour heeft niet heel veel soloalbums gemaakt en de albums die hij heeft gemaakt vind ik lang niet allemaal goed, maar op het deze week verschenen Luck An Strange is de Britse muzikant in topvorm
Voor het laatste echte wapenfeit van David Gilmour moesten we tot voor kort bijna negen jaar terug in de tijd, maar met Luck And Strange is de voormalige Pink Floyd gitarist en zanger terug met een nieuw album. Op dit album doet David Gilmour waar hij goed in is. Dat betekent dat hij de ene na de andere memorabele gitaarsolo uit de mouw schudt en bovendien tekent voor prima songs. Luck And Strange bevat uiteraard echo’s van met name het latere werk van Pink Floyd, maar David Gilmour voegt ook iets toe aan alles dat hij eerder gemaakt heeft. Het is een knappe prestatie van een muzikant die hard richting de 80 gaat, maar nog altijd muziek maakt die er toe doet.
Rattle That Lock, het tot voor kort laatste studioalbum van de Britse muzikant David Gilmour, verscheen een klein jaar na The Endless River, de zwanenzang van zijn band Pink Floyd. Over The Endless River waren de meningen zeer verdeeld. De een noemde het een onbetwist meesterwerk, de ander vond het slaapverwekkend saai. Mijn mening ligt ergens in het midden, maar ik vond The Endless River persoonlijk interessanter dan Rattle That Lock, dat een aantal mooie tracks bevatte, maar dat ook ruimte bood aan een aantal wat mij betreft weinig onderscheidende popsongs.
Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen van het deze week verschenen Luck And Strange, al blijft David Gilmour natuurlijk een geweldige gitarist. Het is direct te horen in de openingstrack, waarin wolken synths worden gecombineerd met het uit duizenden herkenbare gitaarspel van de voormalige Pink Floyd gitarist, die ik persoonlijk schaar onder de allerbeste gitaristen.
David Gilmour begon aan zijn nieuwe soloalbum tijdens de coronapandemie en werkte, net als op het vorige album, intensief samen met zijn vrouw Polly Samson, die wederom tekende voor de teksten. Ook zijn dochter Romany Gilmour levert een bijdrage aan het album, maar verder vertrouwde David Gilmour vooral op zeer gelouterde muzikanten, onder wie topkrachten als Guy Pratt, Steve Gadd en Roger Eno. De keuze voor de vooral van Alt-J, maar ook van Marika Hackman en Wolf Alice bekende producer Charlie Andrew is opvallender, maar het pakt uitstekend uit.
David Gilmour vierde eerder dit jaar zijn 78e verjaardag, maar steekt op Luck And Strange in een prima vorm. Het gitaarspel van de Britse muzikant is nog altijd weergaloos, zeker als hij kiest voor de dromerige en breed uitwaaiende solo’s, waar hij al zo lang het patent op heeft. Ook de stem van David Gilmour klinkt nog prima en veel beter dan die van de meeste van zijn leeftijdsgenoten, al legt hij het af tegen dochter Romany, die in twee tracks het voortouw neemt.
Meer dan voorganger Rattle That Lock is Luck And Strange een album waarop David Gilmour vertrouwt op zijn inmiddels vertrouwde competenties. De wonderschone gitaarsolo’s vliegen je om de oren en ze krijgen alle ruimte in het stemmige en met veel synths ingekleurde geluid. Veel songs op het album zijn niet ver verwijderd van de songs die zijn te vinden op de albums die Pink Floyd maakte na het vertrek van Roger Waters, die de weg inmiddels flink kwijt is, maar Luck And Strange klinkt opvallend geïnspireerd. Op hetzelfde moment is sterfelijkheid een centraal thema op het album, wat geen onbekend thema is op albums van muzikanten van de leeftijd van David Gilmour.
Ik had zoals gezegd geen hele hoge verwachtingen van het nieuwe album van de voormalige Pink Floyd gitarist en zanger, maar Luck And Strange is een mooi album, dat zeker iets toevoegt aan alles dat de Britse muzikant al gemaakt heeft. Het is overigens een album dat het verdient om met de koptelefoon te worden beluisterd, want dan hoor je pas goed hoe mooi alle lagen in de muziek op het album zijn en hoe knap het is geproduceerd door Charlie Andrew, die stiekem toch wel wat nieuwe elementen heeft toegevoegd aan de muziek van David Gilmour. Al met al een zeer aangename verrassing dit album van deze levende legende. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Gilmour - Luck And Strange - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Gilmour - Luck And Strange
David Gilmour heeft niet heel veel soloalbums gemaakt en de albums die hij heeft gemaakt vind ik lang niet allemaal goed, maar op het deze week verschenen Luck An Strange is de Britse muzikant in topvorm
Voor het laatste echte wapenfeit van David Gilmour moesten we tot voor kort bijna negen jaar terug in de tijd, maar met Luck And Strange is de voormalige Pink Floyd gitarist en zanger terug met een nieuw album. Op dit album doet David Gilmour waar hij goed in is. Dat betekent dat hij de ene na de andere memorabele gitaarsolo uit de mouw schudt en bovendien tekent voor prima songs. Luck And Strange bevat uiteraard echo’s van met name het latere werk van Pink Floyd, maar David Gilmour voegt ook iets toe aan alles dat hij eerder gemaakt heeft. Het is een knappe prestatie van een muzikant die hard richting de 80 gaat, maar nog altijd muziek maakt die er toe doet.
Rattle That Lock, het tot voor kort laatste studioalbum van de Britse muzikant David Gilmour, verscheen een klein jaar na The Endless River, de zwanenzang van zijn band Pink Floyd. Over The Endless River waren de meningen zeer verdeeld. De een noemde het een onbetwist meesterwerk, de ander vond het slaapverwekkend saai. Mijn mening ligt ergens in het midden, maar ik vond The Endless River persoonlijk interessanter dan Rattle That Lock, dat een aantal mooie tracks bevatte, maar dat ook ruimte bood aan een aantal wat mij betreft weinig onderscheidende popsongs.
Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen van het deze week verschenen Luck And Strange, al blijft David Gilmour natuurlijk een geweldige gitarist. Het is direct te horen in de openingstrack, waarin wolken synths worden gecombineerd met het uit duizenden herkenbare gitaarspel van de voormalige Pink Floyd gitarist, die ik persoonlijk schaar onder de allerbeste gitaristen.
David Gilmour begon aan zijn nieuwe soloalbum tijdens de coronapandemie en werkte, net als op het vorige album, intensief samen met zijn vrouw Polly Samson, die wederom tekende voor de teksten. Ook zijn dochter Romany Gilmour levert een bijdrage aan het album, maar verder vertrouwde David Gilmour vooral op zeer gelouterde muzikanten, onder wie topkrachten als Guy Pratt, Steve Gadd en Roger Eno. De keuze voor de vooral van Alt-J, maar ook van Marika Hackman en Wolf Alice bekende producer Charlie Andrew is opvallender, maar het pakt uitstekend uit.
David Gilmour vierde eerder dit jaar zijn 78e verjaardag, maar steekt op Luck And Strange in een prima vorm. Het gitaarspel van de Britse muzikant is nog altijd weergaloos, zeker als hij kiest voor de dromerige en breed uitwaaiende solo’s, waar hij al zo lang het patent op heeft. Ook de stem van David Gilmour klinkt nog prima en veel beter dan die van de meeste van zijn leeftijdsgenoten, al legt hij het af tegen dochter Romany, die in twee tracks het voortouw neemt.
Meer dan voorganger Rattle That Lock is Luck And Strange een album waarop David Gilmour vertrouwt op zijn inmiddels vertrouwde competenties. De wonderschone gitaarsolo’s vliegen je om de oren en ze krijgen alle ruimte in het stemmige en met veel synths ingekleurde geluid. Veel songs op het album zijn niet ver verwijderd van de songs die zijn te vinden op de albums die Pink Floyd maakte na het vertrek van Roger Waters, die de weg inmiddels flink kwijt is, maar Luck And Strange klinkt opvallend geïnspireerd. Op hetzelfde moment is sterfelijkheid een centraal thema op het album, wat geen onbekend thema is op albums van muzikanten van de leeftijd van David Gilmour.
Ik had zoals gezegd geen hele hoge verwachtingen van het nieuwe album van de voormalige Pink Floyd gitarist en zanger, maar Luck And Strange is een mooi album, dat zeker iets toevoegt aan alles dat de Britse muzikant al gemaakt heeft. Het is overigens een album dat het verdient om met de koptelefoon te worden beluisterd, want dan hoor je pas goed hoe mooi alle lagen in de muziek op het album zijn en hoe knap het is geproduceerd door Charlie Andrew, die stiekem toch wel wat nieuwe elementen heeft toegevoegd aan de muziek van David Gilmour. Al met al een zeer aangename verrassing dit album van deze levende legende. Erwin Zijleman
David Gilmour - Rattle That Lock (2015)

4,0
0
geplaatst: 30 september 2015, 16:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Gilmour - Rattle That Lock - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Nu het doek voor Pink Floyd definitief is gevallen, zijn we voor het uit duizenden herkenbare gitaarwerk van David Gilmour aangewezen op zijn solowerk.
Rattle That Lock komt nog geen jaar na Pink Floyd’s zwanenzang The Endless River en sluit in de instrumentale openingstrack naadloos aan op deze plaat.
Die lijn had David Gilmour wat mij betreft eindeloos door kunnen trekken, want waar The Endless River voor velen nog altijd een goed alternatief is voor de zwaardere slaapmiddelen, vind ik het nog altijd een fascinerende en bij vlagen bloedstollend mooie plaat.
David Gilmour kiest op Rattle That Lock voor een veelzijdiger geluid, waarin volop ruimte is voor stemmige passages en zijn prachtige en melodieuze gitaarwerk, maar waarin ook ruimte is voor lekker in het gehoor liggende popsongs.
In de wat meer rechttoe rechtaan popsongs hoor ik het onderscheidende vermogen van David Gilmour niet zo goed, waardoor mijn voorkeur uitgaat naar de momenten waarop het hypnotiserende gitaarwerk domineert. Deze momenten zijn er gelukkig volop.
David Gilmour heeft voor Rattle That Lock flink wat gastmuzikanten opgetrommeld, maar het mooist zijn toch de songs waarin de instrumentatie sober wordt gehouden en de dromerige zang en David Gilmour en zijn breed uitwaaiende gitaarspel de boventoon voeren.
Ondanks het feit dat de zang en het gitaarspel van David Gilmour bijna onlosmakelijk zijn verbonden met de muziek van Pink Floyd, laat David Gilmour op Rattle That Lock horen dat er leven is na Pink Floyd.
De Britse muzikant doet dit door nieuwe invloeden toe te laten in zijn muziek en op hetzelfde moment zichzelf te blijven. Rattle That Lock laat horen dat David Gilmour nog steeds platen kan maken die in grote aantallen over de toonbank zullen gaan, maar het is ook een plaat die er in artistiek opzicht toe doet. Dat is verrassend en knap. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Gilmour - Rattle That Lock - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Nu het doek voor Pink Floyd definitief is gevallen, zijn we voor het uit duizenden herkenbare gitaarwerk van David Gilmour aangewezen op zijn solowerk.
Rattle That Lock komt nog geen jaar na Pink Floyd’s zwanenzang The Endless River en sluit in de instrumentale openingstrack naadloos aan op deze plaat.
Die lijn had David Gilmour wat mij betreft eindeloos door kunnen trekken, want waar The Endless River voor velen nog altijd een goed alternatief is voor de zwaardere slaapmiddelen, vind ik het nog altijd een fascinerende en bij vlagen bloedstollend mooie plaat.
David Gilmour kiest op Rattle That Lock voor een veelzijdiger geluid, waarin volop ruimte is voor stemmige passages en zijn prachtige en melodieuze gitaarwerk, maar waarin ook ruimte is voor lekker in het gehoor liggende popsongs.
In de wat meer rechttoe rechtaan popsongs hoor ik het onderscheidende vermogen van David Gilmour niet zo goed, waardoor mijn voorkeur uitgaat naar de momenten waarop het hypnotiserende gitaarwerk domineert. Deze momenten zijn er gelukkig volop.
David Gilmour heeft voor Rattle That Lock flink wat gastmuzikanten opgetrommeld, maar het mooist zijn toch de songs waarin de instrumentatie sober wordt gehouden en de dromerige zang en David Gilmour en zijn breed uitwaaiende gitaarspel de boventoon voeren.
Ondanks het feit dat de zang en het gitaarspel van David Gilmour bijna onlosmakelijk zijn verbonden met de muziek van Pink Floyd, laat David Gilmour op Rattle That Lock horen dat er leven is na Pink Floyd.
De Britse muzikant doet dit door nieuwe invloeden toe te laten in zijn muziek en op hetzelfde moment zichzelf te blijven. Rattle That Lock laat horen dat David Gilmour nog steeds platen kan maken die in grote aantallen over de toonbank zullen gaan, maar het is ook een plaat die er in artistiek opzicht toe doet. Dat is verrassend en knap. Erwin Zijleman
David Gray - Dear Life (2025)

4,0
2
geplaatst: 19 januari 2025, 10:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: David Gray - Dear Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: David Gray - Dear Life
David Gray zal het succes van zijn doorbraakalbum White Ladder waarschijnlijk nooit evenaren, maar de Britse muzikant is geweldige albums blijven maken en ook het zeer sfeervolle Dear Life is er weer een
Ik heb een ongelooflijk zwak voor de muziek van David Gray. Dat begon ooit met White Ladder, dat ik schaar onder mijn favoriete albums aller tijden, maar ook de albums die volgden waren prachtig en zeker de afgelopen vijftien jaar verkeert de Britse muzikant in een uitstekende vorm. Het is ook weer te horen op Dear Life, dat een typisch David Gray album is. Het is een album met flarden van zijn muziek uit het verleden, maar het album klinkt ook weer net wat anders. In muzikaal opzicht zit het allemaal knap in elkaar en de Britse muzikant schrijft nog altijd uitstekende songs, die nog wat verder worden opgetild door zijn zo herkenbare en wat mij betreft prachtige stem.
De Britse muzikant David Gray had al drie weinig succesvolle albums op zijn naam staan toen hij in 1999 doorbrak met het eind 1998 verschenen White Ladder. White Ladder was ook mijn eerste kennismaking met de muziek van David Gray en het is een album waar ik nog vaak op terug grijp. De mix van folky popsongs en elektronische impulsen klonk aan het eind van de jaren 90 fris en aansprekend en dat klinkt White Ladder wat mij betreft nog steeds.
White Ladder maakte van David Gray voor korte tijd een wereldster, maar het album hing ook als een molensteen om zijn nek, want hoe maak je nog een album met de impact van White Ladder? Ik vond het in 2002 verschenen A New Day At Midnight helemaal niet zo slecht, maar het was geen White Ladder en dat gold in nog veel sterkere mate voor de twee albums die volgden, al waren dit objectief bezien zeker geen slechte albums.
Het sterrendom van David Gray verbleekte daarom snel, maar de Britse muzikant herpakte zich met het zwaar onderschatte Foundling uit 2010, dat in commercieel opzicht niet kon tippen aan White Ladder, maar er in artistiek opzicht niet veel voor onder deed. Voor velen is David Gray nog altijd de muzikant van White Ladder, maar mijn zwak voor zijn muziek is nooit verdwenen.
Na Foundling waren ook Mutineers (2014), Gold In A Brass Age (2019) en Skellig (2021) uitstekende albums, waardoor ik het deze week verschenen Dear Life direct opschreef voor een recensie op de krenten uit de pop. David Gray stelt op zijn twaalfde studioalbum wederom niet teleur, want ook Dear Life is een sterk album.
Het is een typisch David Gray album dankzij de karakteristieke en zeer herkenbare stem van de Britse muzikant, maar ook in muzikaal opzicht bevat Dear Life een aantal bekende ingrediënten. In de openingstrack zijn er de ritmes die ook op White Ladder zo’n belangrijke rol speelden, maar David Gray omringt zich in deze openingstrack niet met elektronica maar vooral met organische klanken, waaronder stemmige strijkers en sfeervolle blazers.
De songs van David Gray zijn ook op zijn nieuwe album weer folky, maar ze hebben ook de unieke sound die al zijn albums kenmerken. De eerder genoemde ingrediënten keren terug in de songs die volgen. Dear Life is een warm klinkend album met songs die heerlijk voortkabbelen op de achtergrond, maar die het ook verdienen om met volledige aandacht te beluisteren.
In het duet met zangeres Talia Rae doet David Gray er een schepje bovenop, maar Dear Life bevat vooral lekkere lome en wat dromerige songs. Het zijn dit soort songs waarin ik de stem van de Britse muzikant persoonlijk het mooist vind en ik vind de zang op Dear Life dan ook geweldig, zeker wanneer dochter Florence tekent voor fraaie achtergrondzang.
Er zijn momenteel heel wat muzikanten met een folky repertoire en wat invloeden uit de pop, maar waar ik dit meestal dodelijk saai vind, sprankelt de muziek van David Gray weer een album lang. In muzikaal opzicht is het album avontuurlijker dan die van de concurrentie, de zang is beter en David Gray schrijft ook veel betere songs.
Ook Dear Life is weer geen album dat fantasieloos voortborduurt op het succes van White Ladder en dat siert David Gray. Zeker de rijke orkestraties van strijkers en blazers voegen wat toe aan zijn songs en het past verrassend goed bij zijn stem, die op het album op verschillende wijzen word ingezet. Ook Dear Life zal het commerciële succes van White Ladder niet benaderen, maar ook dit is weer een uitstekend album van David Gray. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: David Gray - Dear Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: David Gray - Dear Life
David Gray zal het succes van zijn doorbraakalbum White Ladder waarschijnlijk nooit evenaren, maar de Britse muzikant is geweldige albums blijven maken en ook het zeer sfeervolle Dear Life is er weer een
Ik heb een ongelooflijk zwak voor de muziek van David Gray. Dat begon ooit met White Ladder, dat ik schaar onder mijn favoriete albums aller tijden, maar ook de albums die volgden waren prachtig en zeker de afgelopen vijftien jaar verkeert de Britse muzikant in een uitstekende vorm. Het is ook weer te horen op Dear Life, dat een typisch David Gray album is. Het is een album met flarden van zijn muziek uit het verleden, maar het album klinkt ook weer net wat anders. In muzikaal opzicht zit het allemaal knap in elkaar en de Britse muzikant schrijft nog altijd uitstekende songs, die nog wat verder worden opgetild door zijn zo herkenbare en wat mij betreft prachtige stem.
De Britse muzikant David Gray had al drie weinig succesvolle albums op zijn naam staan toen hij in 1999 doorbrak met het eind 1998 verschenen White Ladder. White Ladder was ook mijn eerste kennismaking met de muziek van David Gray en het is een album waar ik nog vaak op terug grijp. De mix van folky popsongs en elektronische impulsen klonk aan het eind van de jaren 90 fris en aansprekend en dat klinkt White Ladder wat mij betreft nog steeds.
White Ladder maakte van David Gray voor korte tijd een wereldster, maar het album hing ook als een molensteen om zijn nek, want hoe maak je nog een album met de impact van White Ladder? Ik vond het in 2002 verschenen A New Day At Midnight helemaal niet zo slecht, maar het was geen White Ladder en dat gold in nog veel sterkere mate voor de twee albums die volgden, al waren dit objectief bezien zeker geen slechte albums.
Het sterrendom van David Gray verbleekte daarom snel, maar de Britse muzikant herpakte zich met het zwaar onderschatte Foundling uit 2010, dat in commercieel opzicht niet kon tippen aan White Ladder, maar er in artistiek opzicht niet veel voor onder deed. Voor velen is David Gray nog altijd de muzikant van White Ladder, maar mijn zwak voor zijn muziek is nooit verdwenen.
Na Foundling waren ook Mutineers (2014), Gold In A Brass Age (2019) en Skellig (2021) uitstekende albums, waardoor ik het deze week verschenen Dear Life direct opschreef voor een recensie op de krenten uit de pop. David Gray stelt op zijn twaalfde studioalbum wederom niet teleur, want ook Dear Life is een sterk album.
Het is een typisch David Gray album dankzij de karakteristieke en zeer herkenbare stem van de Britse muzikant, maar ook in muzikaal opzicht bevat Dear Life een aantal bekende ingrediënten. In de openingstrack zijn er de ritmes die ook op White Ladder zo’n belangrijke rol speelden, maar David Gray omringt zich in deze openingstrack niet met elektronica maar vooral met organische klanken, waaronder stemmige strijkers en sfeervolle blazers.
De songs van David Gray zijn ook op zijn nieuwe album weer folky, maar ze hebben ook de unieke sound die al zijn albums kenmerken. De eerder genoemde ingrediënten keren terug in de songs die volgen. Dear Life is een warm klinkend album met songs die heerlijk voortkabbelen op de achtergrond, maar die het ook verdienen om met volledige aandacht te beluisteren.
In het duet met zangeres Talia Rae doet David Gray er een schepje bovenop, maar Dear Life bevat vooral lekkere lome en wat dromerige songs. Het zijn dit soort songs waarin ik de stem van de Britse muzikant persoonlijk het mooist vind en ik vind de zang op Dear Life dan ook geweldig, zeker wanneer dochter Florence tekent voor fraaie achtergrondzang.
Er zijn momenteel heel wat muzikanten met een folky repertoire en wat invloeden uit de pop, maar waar ik dit meestal dodelijk saai vind, sprankelt de muziek van David Gray weer een album lang. In muzikaal opzicht is het album avontuurlijker dan die van de concurrentie, de zang is beter en David Gray schrijft ook veel betere songs.
Ook Dear Life is weer geen album dat fantasieloos voortborduurt op het succes van White Ladder en dat siert David Gray. Zeker de rijke orkestraties van strijkers en blazers voegen wat toe aan zijn songs en het past verrassend goed bij zijn stem, die op het album op verschillende wijzen word ingezet. Ook Dear Life zal het commerciële succes van White Ladder niet benaderen, maar ook dit is weer een uitstekend album van David Gray. Erwin Zijleman
David Gray - Gold in a Brass Age (2019)

4,5
1
geplaatst: 13 maart 2019, 17:05 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Gray - Gold In A Brass Age - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Gray - Gold In A Brass Age
David Gray is terug na een stilte van bijna vijf jaar en geeft zijn zo herkenbare geluid nog wat fraaie nieuwe impulsen
Ik ontdekte David Gray, zoals zoveel van ons, pas na de release van zijn vierde album White Ladder. Sindsdien heb ik een zwak voor zijn muziek. Het is een tijd stil geweest rond de Britse muzikant maar met Gold In A Brass Age is David Gray terug. Het geluid is nog altijd uit duizenden herkenbaar, maar op zijn nieuwe plaat geeft de Brit zijn songs ook een stevige soulinjectie en bovendien voegt hij meer dynamiek en verrassing toe aan zijn muziek. Het levert een album dat direct vermaakt, maar dat ook nog heel lang nieuwe en mooie dingen laat horen. Zomaar een van de betere albums van David Gray.
De Britse singer-songwriter David Gray timmerde al een aantal jaren aan de weg en had al drie niet in heel brede kring opgepikte albums op zijn naam staan, toen hij in 1998 doorbrak met het prachtige White Ladder.
White Ladder, dat opviel door de opvallende combinatie van soulvolle songs met speelse elektronica, maakte van David Gray een wereldster, al leek de Brit zichzelf niet heel comfortabel te voelen in deze rol.
De opvolger van White Ladder liet vervolgens lang op zicht wachten en stelde in commercieel opzicht teleur. Zelf heb ik echter altijd een zwak gehouden voor de platen van de Britse muzikant, die een aantal albums voortborduurde op het geluid van White Ladder om vervolgens de elektronica af te zweren en vervolgens toch weer te omarmen.
Het na een stilte van bijna vijf jaar verschenen Gold In A Brass Age laat weer het uit duizenden herkenbare David Gray geluid horen en het is een geluid dat mij uitstekend bevalt. Direct in de openingstrack combineert de Brit heerlijk soulvolle vocalen en invloeden uit de rhythm & blues met een subtiel laagje elektronica, waarmee David Gray terugkeert naar het geluid dat op White Ladder de zo herkenbare vorm kreeg.
Net als op White Ladder grossiert David Gray ook op zijn nieuwe plaat weer in lekker in het gehoor liggende popliedjes en het zijn popliedjes die ondanks het uit duizenden herkenbare geluid fris en eigentijds klinken.
Waar David Gray op White Ladder koos voor aanstekelijke en vaak hitgevoelige songs, graaft hij op Gold In A Brass Age flink wat dieper. Zeker wanneer het tempo wat lager ligt experimenteert de Brit met bijzondere ritmes en met repeterende klanken, die zijn songs een bezwerend karakter geven. Ook in de wat meer uptempo songs verrast Gold In A Brass Age met songs die aan de ene kant een bekend geluid laten horen, maar die aan de andere kant de fantasie flink prikkelen.
Op zijn nieuwe plaat klinkt David Gray bovendien nog wat soulvoller dan we van hem gewend zijn, wat hier en daar nog wat wordt versterkt door exotische klanken of een randje gospel.
Ik heb zelf zoals gezegd altijd een zwak gehouden voor de muziek van David Gray en ook zijn nieuwe album stelt me zeker niet teleur. Integendeel zelfs. Gold In A Brass Age verleidt niet zo makkelijk als White Ladder ooit deed, maar is na enige gewenning een hele interessante plaat en bovendien een plaat die stevig door groeit.
David Gray heeft de tijd genomen voor zijn nieuwe album en dat hoor je. De ene song is nog beter dan de andere en alle songs stralen een opvallend soort rust uit. Op hetzelfde moment steekt de instrumentatie steeds weer razendknap in elkaar en verrast de Brit met vocalen die alleen maar aan kracht en warmte hebben gewonnen.
Ik was David Gray wat uit het oog verloren na al die jaren stilte en als ik al een plaat had verwacht was hij zeker niet zo goed als het uitstekende Gold In A Brass Age, dat absoluut hoort bij zijn beste werk en het zo bekende David Gray geluid tal van nieuwe impulsen geeft. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Gray - Gold In A Brass Age - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Gray - Gold In A Brass Age
David Gray is terug na een stilte van bijna vijf jaar en geeft zijn zo herkenbare geluid nog wat fraaie nieuwe impulsen
Ik ontdekte David Gray, zoals zoveel van ons, pas na de release van zijn vierde album White Ladder. Sindsdien heb ik een zwak voor zijn muziek. Het is een tijd stil geweest rond de Britse muzikant maar met Gold In A Brass Age is David Gray terug. Het geluid is nog altijd uit duizenden herkenbaar, maar op zijn nieuwe plaat geeft de Brit zijn songs ook een stevige soulinjectie en bovendien voegt hij meer dynamiek en verrassing toe aan zijn muziek. Het levert een album dat direct vermaakt, maar dat ook nog heel lang nieuwe en mooie dingen laat horen. Zomaar een van de betere albums van David Gray.
De Britse singer-songwriter David Gray timmerde al een aantal jaren aan de weg en had al drie niet in heel brede kring opgepikte albums op zijn naam staan, toen hij in 1998 doorbrak met het prachtige White Ladder.
White Ladder, dat opviel door de opvallende combinatie van soulvolle songs met speelse elektronica, maakte van David Gray een wereldster, al leek de Brit zichzelf niet heel comfortabel te voelen in deze rol.
De opvolger van White Ladder liet vervolgens lang op zicht wachten en stelde in commercieel opzicht teleur. Zelf heb ik echter altijd een zwak gehouden voor de platen van de Britse muzikant, die een aantal albums voortborduurde op het geluid van White Ladder om vervolgens de elektronica af te zweren en vervolgens toch weer te omarmen.
Het na een stilte van bijna vijf jaar verschenen Gold In A Brass Age laat weer het uit duizenden herkenbare David Gray geluid horen en het is een geluid dat mij uitstekend bevalt. Direct in de openingstrack combineert de Brit heerlijk soulvolle vocalen en invloeden uit de rhythm & blues met een subtiel laagje elektronica, waarmee David Gray terugkeert naar het geluid dat op White Ladder de zo herkenbare vorm kreeg.
Net als op White Ladder grossiert David Gray ook op zijn nieuwe plaat weer in lekker in het gehoor liggende popliedjes en het zijn popliedjes die ondanks het uit duizenden herkenbare geluid fris en eigentijds klinken.
Waar David Gray op White Ladder koos voor aanstekelijke en vaak hitgevoelige songs, graaft hij op Gold In A Brass Age flink wat dieper. Zeker wanneer het tempo wat lager ligt experimenteert de Brit met bijzondere ritmes en met repeterende klanken, die zijn songs een bezwerend karakter geven. Ook in de wat meer uptempo songs verrast Gold In A Brass Age met songs die aan de ene kant een bekend geluid laten horen, maar die aan de andere kant de fantasie flink prikkelen.
Op zijn nieuwe plaat klinkt David Gray bovendien nog wat soulvoller dan we van hem gewend zijn, wat hier en daar nog wat wordt versterkt door exotische klanken of een randje gospel.
Ik heb zelf zoals gezegd altijd een zwak gehouden voor de muziek van David Gray en ook zijn nieuwe album stelt me zeker niet teleur. Integendeel zelfs. Gold In A Brass Age verleidt niet zo makkelijk als White Ladder ooit deed, maar is na enige gewenning een hele interessante plaat en bovendien een plaat die stevig door groeit.
David Gray heeft de tijd genomen voor zijn nieuwe album en dat hoor je. De ene song is nog beter dan de andere en alle songs stralen een opvallend soort rust uit. Op hetzelfde moment steekt de instrumentatie steeds weer razendknap in elkaar en verrast de Brit met vocalen die alleen maar aan kracht en warmte hebben gewonnen.
Ik was David Gray wat uit het oog verloren na al die jaren stilte en als ik al een plaat had verwacht was hij zeker niet zo goed als het uitstekende Gold In A Brass Age, dat absoluut hoort bij zijn beste werk en het zo bekende David Gray geluid tal van nieuwe impulsen geeft. Erwin Zijleman
David Gray - Mutineers (2014)

4,0
0
geplaatst: 29 juni 2014, 11:30 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
http://www.dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2014/06/david-gray-mutineers.html
De Britse singer-songwriter David Gray had al drie weinig succesvolle platen op zijn naam staan, toen hij in 1999 onverwacht doorbrak met White Ladder.
White Ladder was een plaat waarop alles op zijn plek viel en het was bovendien de juiste plaat op het juiste moment. De intieme popliedjes van David Gray klonken aan het eind van de jaren 90 anders dan de meeste andere popliedjes van het moment. De bijzondere stem van David Gray en het subtiele laagje elektronica op de plaat deden de rest.
White Ladder is nog steeds een plaat waar ik graag en veelvuldig op teruggrijp. De popliedjes van David Gray kabbelen 15 jaar later nog steeds bijzonder aangenaam voort, maar de rauwe stem van de muzikant uit Manchester en de bijzondere sfeer op de plaat geven White Ladder ook nog steeds iets urgente.
Die urgentie ontbrak nog wel eens op de platen die David Gray na White Ladder zou maken. David Gray wist de intimiteit van het op zijn slaapkamer opgenomen White Ladder niet meer te benaderen en koos bovendien voor een net wat gepolijster geluid. Bij de critici kon de opeens tot wereldster gebombardeerde David Gray natuurlijk al helemaal geen goed meer doen.
Persoonlijk vond ik het verguizen van de volgende platen van David Gray lang niet altijd terecht. A New Day At Midnight (2002), Life In Slow Motion (2005) en Draw The Line (2009) waren zeker niet zo goed als White Ladder en borduurden misschien net iets te fantasieloos voor op de doorbraakplaat van David Gray, maar slechte platen waren het zeker niet (de beste nummers van de drie platen leveren een plaat op die heel dicht in de buurt van White Ladder komt).
Met het in 2010 verschenen Foundling nam David Gray enige afstand van White Ladder. Het aangename laagje elektronica was verdwenen en in de songs keerde David Gray terug naar de essentie van de singer-songwriter muziek. Ik had persoonlijk verwacht dat het uitstekende Foundling David Gray weer terug zou brengen naar de top, maar de plaat maakte, net als zijn drie voorgangers, de verwachtingen niet waar.
De afgelopen vier jaar was het stil rond David Gray, maar bijna uit het niets is hij toch weer terug met Mutineers. Mutineers werd geproduceerd door de van Lamb bekende Andy Barlow; een verrassende keuze, al heeft Barlow inmiddels ook zijn sporen als producer verdiend. Andy Barlow heeft absoluut fraai werk afgeleverd. Mutineers klinkt heel erg mooi en heeft een geluid dat intrigeert. Het is een geluid dat anders is dan het geluid op White Ladder, maar desondanks moest ik bij beluistering van de nieuwe plaat vaak denken aan White Ladder.
Op Mutineers maakt David Gray weer intieme en aangenaam voortkabbelende popliedjes die zijn voorzien van een mooi laagje elektronica; een laagje dat overigens wel wat voller is dan het laagje op White Ladder. Op Mutineers klinken de vocalen van David Gray bovendien weer urgent en hiernaast is de Brit er in geslaagd om songs te schrijven die net dat beetje extra hebben.
De zieltjes van de critici gaat David Gray er vast niet mee terug winnen, maar dat heeft weinig te maken met de kwaliteit van Mutineers. Met Mutineers heeft David Gray een plaat gemaakt die niet al teveel onder doet voor White Ladder en heeft hij bovendien een plaat gemaakt die echt iets toevoegt aan de inmiddels vijftien jaar oude klassieker. Een heerlijke plaat om bij achterover te leunen, maar ook als je met volledige aandacht naar Mutineers luistert valt er flink wat te genieten. Knappe plaat. Hele knappe plaat zelfs. Erwin Zijleman
http://www.dekrentenuitdepop.blogspot.nl/2014/06/david-gray-mutineers.html
De Britse singer-songwriter David Gray had al drie weinig succesvolle platen op zijn naam staan, toen hij in 1999 onverwacht doorbrak met White Ladder.
White Ladder was een plaat waarop alles op zijn plek viel en het was bovendien de juiste plaat op het juiste moment. De intieme popliedjes van David Gray klonken aan het eind van de jaren 90 anders dan de meeste andere popliedjes van het moment. De bijzondere stem van David Gray en het subtiele laagje elektronica op de plaat deden de rest.
White Ladder is nog steeds een plaat waar ik graag en veelvuldig op teruggrijp. De popliedjes van David Gray kabbelen 15 jaar later nog steeds bijzonder aangenaam voort, maar de rauwe stem van de muzikant uit Manchester en de bijzondere sfeer op de plaat geven White Ladder ook nog steeds iets urgente.
Die urgentie ontbrak nog wel eens op de platen die David Gray na White Ladder zou maken. David Gray wist de intimiteit van het op zijn slaapkamer opgenomen White Ladder niet meer te benaderen en koos bovendien voor een net wat gepolijster geluid. Bij de critici kon de opeens tot wereldster gebombardeerde David Gray natuurlijk al helemaal geen goed meer doen.
Persoonlijk vond ik het verguizen van de volgende platen van David Gray lang niet altijd terecht. A New Day At Midnight (2002), Life In Slow Motion (2005) en Draw The Line (2009) waren zeker niet zo goed als White Ladder en borduurden misschien net iets te fantasieloos voor op de doorbraakplaat van David Gray, maar slechte platen waren het zeker niet (de beste nummers van de drie platen leveren een plaat op die heel dicht in de buurt van White Ladder komt).
Met het in 2010 verschenen Foundling nam David Gray enige afstand van White Ladder. Het aangename laagje elektronica was verdwenen en in de songs keerde David Gray terug naar de essentie van de singer-songwriter muziek. Ik had persoonlijk verwacht dat het uitstekende Foundling David Gray weer terug zou brengen naar de top, maar de plaat maakte, net als zijn drie voorgangers, de verwachtingen niet waar.
De afgelopen vier jaar was het stil rond David Gray, maar bijna uit het niets is hij toch weer terug met Mutineers. Mutineers werd geproduceerd door de van Lamb bekende Andy Barlow; een verrassende keuze, al heeft Barlow inmiddels ook zijn sporen als producer verdiend. Andy Barlow heeft absoluut fraai werk afgeleverd. Mutineers klinkt heel erg mooi en heeft een geluid dat intrigeert. Het is een geluid dat anders is dan het geluid op White Ladder, maar desondanks moest ik bij beluistering van de nieuwe plaat vaak denken aan White Ladder.
Op Mutineers maakt David Gray weer intieme en aangenaam voortkabbelende popliedjes die zijn voorzien van een mooi laagje elektronica; een laagje dat overigens wel wat voller is dan het laagje op White Ladder. Op Mutineers klinken de vocalen van David Gray bovendien weer urgent en hiernaast is de Brit er in geslaagd om songs te schrijven die net dat beetje extra hebben.
De zieltjes van de critici gaat David Gray er vast niet mee terug winnen, maar dat heeft weinig te maken met de kwaliteit van Mutineers. Met Mutineers heeft David Gray een plaat gemaakt die niet al teveel onder doet voor White Ladder en heeft hij bovendien een plaat gemaakt die echt iets toevoegt aan de inmiddels vijftien jaar oude klassieker. Een heerlijke plaat om bij achterover te leunen, maar ook als je met volledige aandacht naar Mutineers luistert valt er flink wat te genieten. Knappe plaat. Hele knappe plaat zelfs. Erwin Zijleman
David Gray - Skellig (2021)

4,5
2
geplaatst: 20 februari 2021, 10:50 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Gray - Skellig - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Gray - Skellig
David Gray draait inmiddels bijna dertig jaar mee, maar weet zich toch weer te vernieuwen op Skellig dat anders klinkt dan zijn meest succesvolle albums, maar wel het vertrouwde hoge niveau haalt
Het is vooralsnog verrassend stil rond het nieuwe album van de Britse muzikant David Gray, terwijl hij met White Ladder toch een million-seller op zijn naam heeft staan. Ik vind persoonlijk vrijwel al zijn albums goed en ook Skellig heeft me weer aangenaam verrast. Het album is voorzien van een wat traditioneler aandoend, zeer stemmig en soms wat atmosferisch geluid, dat wat minder de kant van de pop op gaat dan de meest succesvolle albums van David Gray. Het is een geluid dat soms ruw en oorspronkelijk klinkt, maar het steekt allemaal weer razend knap in elkaar, net als de songs van de Britse muzikant. Wederom een bijzonder fraai album van David Gray.
De Britse singer-songwriter David Gray maakte halverwege de jaren 90 drie albums die echt bijna niemand opvielen, maar werd een wereldster met het in 1998 verschenen en terecht uitvoerig bejubelde White Ladder. Sindsdien is het succes van David Gray helaas weer deels verdampt, maar de Britse muzikant staat nog altijd garant voor uitstekende albums, zoals hij twee jaar geleden nog liet horen met Gold In A Brass Age, dat ik schaar onder zijn betere albums.
Deze week verscheen een nieuw album van David Gray en ook Skellig had niet veel tijd nodig om me te overtuigen. White Ladder van David Gray viel 23 jaar geleden op met folky songs, die een eigentijds tintje kregen dankzij subtiele flirts met elektronica. De rol van deze elektronica heeft David Gray sindsdien langzaam maar zeker afgebouwd en ook Skellig doet niet veel moeite om modern te klinken.
Skellig werd gemaakt met vooral Ierse muzikanten, onder wie Robbie Malone en David Kitt en zangeres Niamh Farrell. De muzikanten hebben gekozen voor een redelijk compact arsenaal aan instrumenten. De songs op Skellig moeten het voor een belangrijk deel doen met piano, gitaar, bas en drums, waarna de Britse klassieke muzikante Caroline Dale de songs hier en daar nog wat verder mag invloeden met haar cello.
Ondanks het beperkte aantal instrumenten klinkt Skellig zeker niet Spartaans, maar wel wat traditioneler, misschien stiekem ook wat Keltischer en zeker atmosferischer dan de vorige albums van David Gray. Ik ben persoonlijk zeer gecharmeerd van het sfeervolle geluid op het nieuwe album van de Britse muzikant, die zijn muziek wat verder heeft teruggebracht tot de essentie.
Toch klinkt Skellig geen moment kaal, zeker niet wanneer de cello de lege ruimte fraai inkleurt, en het is ook zeker geen eenvormig album. David Gray keert op zijn nieuwe album terug naar zijn roots met songs vol invloeden uit de folkrock, maar is ook de lekker in het gehoor liggende songs van zijn meer pop georiënteerde albums niet vergeten, wat prachtige songs oplevert, die zich ook nog eens makkelijk opdringen.
De albums van David Gray pik je er alleen al door zijn stem meestal makkelijk uit, maar Skellig borduurt wat minder voortvarend voort op het zo herkenbare David Gray geluid dan zijn voorgangers. Enerzijds door het smaakvolle geluid zonder al te veel opsmuk, maar ook de zang klinkt hier en daar net wat anders, zeker wanneer David Gray zijn vocalen laat omringen door de mooie stem van Niamh Farrell.
De muziek van de Britse muzikant had altijd al iets melancholisch of zelfs weemoedigs en dat is niet veranderd op zijn nieuwe album, waarop de melancholie in de zang en de teksten nog wat wordt versterkt door de sfeervolle maar ook vaak wat donkere klanken. Het voorziet het album van een bijzondere sfeer.
Skellig zal niet zo makkelijk een breed publiek aanspreken als White Ladder bijna 25 jaar geleden deed, maar liefhebbers van mooie popsongs met een folky inslag moeten makkelijk kunnen vallen voor het nieuwe album van David Gray. Zelf ben ik als een blok gevallen voor het nieuwe album, dat bijna een uur lang betovert met stemmige klanken, uitstekende zang en songs van het niveau dat we inmiddels kennen van David Gray.
Skellig is ook nog eens een lockdown album dat de sfeer van de rare wereld waarin we al bijna een jaar leven fraai weet te vangen. Het levert nog een aantal extra bonuspunten op. David Gray draait inmiddels heel wat jaren mee, maar hij weet me met Skellig toch weer te verrassen. Dat is knap. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Gray - Skellig - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Gray - Skellig
David Gray draait inmiddels bijna dertig jaar mee, maar weet zich toch weer te vernieuwen op Skellig dat anders klinkt dan zijn meest succesvolle albums, maar wel het vertrouwde hoge niveau haalt
Het is vooralsnog verrassend stil rond het nieuwe album van de Britse muzikant David Gray, terwijl hij met White Ladder toch een million-seller op zijn naam heeft staan. Ik vind persoonlijk vrijwel al zijn albums goed en ook Skellig heeft me weer aangenaam verrast. Het album is voorzien van een wat traditioneler aandoend, zeer stemmig en soms wat atmosferisch geluid, dat wat minder de kant van de pop op gaat dan de meest succesvolle albums van David Gray. Het is een geluid dat soms ruw en oorspronkelijk klinkt, maar het steekt allemaal weer razend knap in elkaar, net als de songs van de Britse muzikant. Wederom een bijzonder fraai album van David Gray.
De Britse singer-songwriter David Gray maakte halverwege de jaren 90 drie albums die echt bijna niemand opvielen, maar werd een wereldster met het in 1998 verschenen en terecht uitvoerig bejubelde White Ladder. Sindsdien is het succes van David Gray helaas weer deels verdampt, maar de Britse muzikant staat nog altijd garant voor uitstekende albums, zoals hij twee jaar geleden nog liet horen met Gold In A Brass Age, dat ik schaar onder zijn betere albums.
Deze week verscheen een nieuw album van David Gray en ook Skellig had niet veel tijd nodig om me te overtuigen. White Ladder van David Gray viel 23 jaar geleden op met folky songs, die een eigentijds tintje kregen dankzij subtiele flirts met elektronica. De rol van deze elektronica heeft David Gray sindsdien langzaam maar zeker afgebouwd en ook Skellig doet niet veel moeite om modern te klinken.
Skellig werd gemaakt met vooral Ierse muzikanten, onder wie Robbie Malone en David Kitt en zangeres Niamh Farrell. De muzikanten hebben gekozen voor een redelijk compact arsenaal aan instrumenten. De songs op Skellig moeten het voor een belangrijk deel doen met piano, gitaar, bas en drums, waarna de Britse klassieke muzikante Caroline Dale de songs hier en daar nog wat verder mag invloeden met haar cello.
Ondanks het beperkte aantal instrumenten klinkt Skellig zeker niet Spartaans, maar wel wat traditioneler, misschien stiekem ook wat Keltischer en zeker atmosferischer dan de vorige albums van David Gray. Ik ben persoonlijk zeer gecharmeerd van het sfeervolle geluid op het nieuwe album van de Britse muzikant, die zijn muziek wat verder heeft teruggebracht tot de essentie.
Toch klinkt Skellig geen moment kaal, zeker niet wanneer de cello de lege ruimte fraai inkleurt, en het is ook zeker geen eenvormig album. David Gray keert op zijn nieuwe album terug naar zijn roots met songs vol invloeden uit de folkrock, maar is ook de lekker in het gehoor liggende songs van zijn meer pop georiënteerde albums niet vergeten, wat prachtige songs oplevert, die zich ook nog eens makkelijk opdringen.
De albums van David Gray pik je er alleen al door zijn stem meestal makkelijk uit, maar Skellig borduurt wat minder voortvarend voort op het zo herkenbare David Gray geluid dan zijn voorgangers. Enerzijds door het smaakvolle geluid zonder al te veel opsmuk, maar ook de zang klinkt hier en daar net wat anders, zeker wanneer David Gray zijn vocalen laat omringen door de mooie stem van Niamh Farrell.
De muziek van de Britse muzikant had altijd al iets melancholisch of zelfs weemoedigs en dat is niet veranderd op zijn nieuwe album, waarop de melancholie in de zang en de teksten nog wat wordt versterkt door de sfeervolle maar ook vaak wat donkere klanken. Het voorziet het album van een bijzondere sfeer.
Skellig zal niet zo makkelijk een breed publiek aanspreken als White Ladder bijna 25 jaar geleden deed, maar liefhebbers van mooie popsongs met een folky inslag moeten makkelijk kunnen vallen voor het nieuwe album van David Gray. Zelf ben ik als een blok gevallen voor het nieuwe album, dat bijna een uur lang betovert met stemmige klanken, uitstekende zang en songs van het niveau dat we inmiddels kennen van David Gray.
Skellig is ook nog eens een lockdown album dat de sfeer van de rare wereld waarin we al bijna een jaar leven fraai weet te vangen. Het levert nog een aantal extra bonuspunten op. David Gray draait inmiddels heel wat jaren mee, maar hij weet me met Skellig toch weer te verrassen. Dat is knap. Erwin Zijleman
David Gray - White Ladder (1998)

5,0
2
geplaatst: 21 februari 2020, 14:18 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Gray - White Ladder, 20th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Gray - White Ladder, 20th Anniversary Edition
White Ladder van David Gray is alweer (meer dan) 20 jaar oud, maar heeft de tand des tijds verrassend goed doorstaan en mag dus best een klassieker worden genoemd
White Ladder maakte van David Gray, na een aantal weinig succesvolle albums, een wereldster en daar viel niets op af te dingen. Het album klonk ruim 20 jaar geleden fris en anders en dat doet het eigenlijk nog steeds. De impulsen van elektronica zijn geslaagd, de stem van de Britse muzikant is aansprekend en de songs op White Ladder zijn ijzersterk. Ter ere van de twintigste verjaardag is het album opgepoetst en zijn een aantal prima bonustracks toegevoegd. Alle reden om het doorbraakalbum van David Gray te scharen onder de klassiekers binnen de geschiedenis van de popmuziek.
De Britse muzikant David Gray had al drie weinig succesvolle albums op zijn naam staan toen hij in 1998 opdook met White Ladder. White Ladder was een paar klassen beter dan de eerste drie album van de Brit en maakte van David Gray in rap tempo een wereldster. Ook ik viel voor de charmes van het album, dat folky songs combineerde met elektronica, en zette White Ladder hoog in mijn jaarlijstje over het betreffende jaar, al kan het ook 1999 geweest zijn, want het album trok niet onmiddellijk de aandacht.
White Ladder zorgde niet alleen voor de doorbraak van David Gray, maar hing uiteindelijk ook als een molensteen om zijn nek. De albums die volgden waren een stuk minder aansprekend en David Gray zou de goede vorm pas weer hervinden in 2014 toen het bijzonder fraaie Mutineers verscheen. Het album markeerde de start van de tweede jeugd van David Gray en deze kreeg een passend vervolg met het vorig jaar verschenen Gold In A Brass Age.
Goed, terug naar White Ladder. Het album viel in 1998 allereerst op door de subtiele elektronica die was toegevoegd aan de songs. Fraai klinkende synths en spannende ritmes voorzagen de muziek van David Gray van net wat meer dynamiek dan gebruikelijk was in het genre en tilden het album hoog boven het maaiveld uit.
De bijzondere elektronische accenten waren echter zeker niet de enige sterke punten van White Ladder. Het album bevatte met onder andere Babylon, Please Forgive Me, My Oh My, Silver Lining, This Year’s Love en Sail Away een serie hele sterke songs en maakte ook nog eens indruk met een bijzonder overtuigende versie van Soft Cell’s Say Hello Wave Goodbye. David Gray bleek bovendien een prima zanger met een bijzonder eigen geluid, dat zo nu en dan iets van Bob Dylan heeft.
Deze week verscheen, ter ere van de twintigste (eigenlijk bijna 22e) verjaardag van het album een luxe editie van White Ladder. Het is een album dat ik nog met enige regelmaat beluister en het verbaast me dan ook niet dat White Ladder de tand des tijds uitstekend heeft doorstaan. De songs en de zang op het album overtuigen nog altijd bijzonder makkelijk, terwijl de destijds wat atypische instrumentatie tegenwoordig gemeengoed is.
Vooral de kwaliteit van de songs valt op. White Ladder klinkt na al die jaren nog even fris en urgent als op de dag van de release en zou ook nu nog moeiteloos mee kunnen met de beste albums. Alle reden om White Ladder het predicaat klassieker toe te kennen.
Het feestje van de ruime twintigste verjaardag van White Ladder wordt gevierd met een bonus-discs met hierop een aantal demo’s en een aantal songs die White Ladder uiteindelijk niet haalden. Met name de zeven nieuwe tracks laten horen dat het destijds wel goed zat met de inspiratie van David Gray, want een aantal van deze tracks had niet misstaan op het originele album.
De demo’s zijn leuk, maar ook niet meer dan dat. Het zijn demo’s die laten horen hoe een aantal songs van White Ladder in de steigers worden gezet. David Gray moet tijdens het opnemen van de demo’s al vermoed hebben dat hij goud in handen had, maar de definitieve versies van de songs zijn nog een stuk beter, onder andere omdat de toegevoegde elektronica een stuk subtieler is. Al met al een mooie uitgave van een mooi en invloedrijk album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Gray - White Ladder, 20th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Gray - White Ladder, 20th Anniversary Edition
White Ladder van David Gray is alweer (meer dan) 20 jaar oud, maar heeft de tand des tijds verrassend goed doorstaan en mag dus best een klassieker worden genoemd
White Ladder maakte van David Gray, na een aantal weinig succesvolle albums, een wereldster en daar viel niets op af te dingen. Het album klonk ruim 20 jaar geleden fris en anders en dat doet het eigenlijk nog steeds. De impulsen van elektronica zijn geslaagd, de stem van de Britse muzikant is aansprekend en de songs op White Ladder zijn ijzersterk. Ter ere van de twintigste verjaardag is het album opgepoetst en zijn een aantal prima bonustracks toegevoegd. Alle reden om het doorbraakalbum van David Gray te scharen onder de klassiekers binnen de geschiedenis van de popmuziek.
De Britse muzikant David Gray had al drie weinig succesvolle albums op zijn naam staan toen hij in 1998 opdook met White Ladder. White Ladder was een paar klassen beter dan de eerste drie album van de Brit en maakte van David Gray in rap tempo een wereldster. Ook ik viel voor de charmes van het album, dat folky songs combineerde met elektronica, en zette White Ladder hoog in mijn jaarlijstje over het betreffende jaar, al kan het ook 1999 geweest zijn, want het album trok niet onmiddellijk de aandacht.
White Ladder zorgde niet alleen voor de doorbraak van David Gray, maar hing uiteindelijk ook als een molensteen om zijn nek. De albums die volgden waren een stuk minder aansprekend en David Gray zou de goede vorm pas weer hervinden in 2014 toen het bijzonder fraaie Mutineers verscheen. Het album markeerde de start van de tweede jeugd van David Gray en deze kreeg een passend vervolg met het vorig jaar verschenen Gold In A Brass Age.
Goed, terug naar White Ladder. Het album viel in 1998 allereerst op door de subtiele elektronica die was toegevoegd aan de songs. Fraai klinkende synths en spannende ritmes voorzagen de muziek van David Gray van net wat meer dynamiek dan gebruikelijk was in het genre en tilden het album hoog boven het maaiveld uit.
De bijzondere elektronische accenten waren echter zeker niet de enige sterke punten van White Ladder. Het album bevatte met onder andere Babylon, Please Forgive Me, My Oh My, Silver Lining, This Year’s Love en Sail Away een serie hele sterke songs en maakte ook nog eens indruk met een bijzonder overtuigende versie van Soft Cell’s Say Hello Wave Goodbye. David Gray bleek bovendien een prima zanger met een bijzonder eigen geluid, dat zo nu en dan iets van Bob Dylan heeft.
Deze week verscheen, ter ere van de twintigste (eigenlijk bijna 22e) verjaardag van het album een luxe editie van White Ladder. Het is een album dat ik nog met enige regelmaat beluister en het verbaast me dan ook niet dat White Ladder de tand des tijds uitstekend heeft doorstaan. De songs en de zang op het album overtuigen nog altijd bijzonder makkelijk, terwijl de destijds wat atypische instrumentatie tegenwoordig gemeengoed is.
Vooral de kwaliteit van de songs valt op. White Ladder klinkt na al die jaren nog even fris en urgent als op de dag van de release en zou ook nu nog moeiteloos mee kunnen met de beste albums. Alle reden om White Ladder het predicaat klassieker toe te kennen.
Het feestje van de ruime twintigste verjaardag van White Ladder wordt gevierd met een bonus-discs met hierop een aantal demo’s en een aantal songs die White Ladder uiteindelijk niet haalden. Met name de zeven nieuwe tracks laten horen dat het destijds wel goed zat met de inspiratie van David Gray, want een aantal van deze tracks had niet misstaan op het originele album.
De demo’s zijn leuk, maar ook niet meer dan dat. Het zijn demo’s die laten horen hoe een aantal songs van White Ladder in de steigers worden gezet. David Gray moet tijdens het opnemen van de demo’s al vermoed hebben dat hij goud in handen had, maar de definitieve versies van de songs zijn nog een stuk beter, onder andere omdat de toegevoegde elektronica een stuk subtieler is. Al met al een mooie uitgave van een mooi en invloedrijk album. Erwin Zijleman
David Keenan - "WHAT THEN?" (2021)

4,0
1
geplaatst: 17 oktober 2021, 10:24 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Keenan - "WHAT THEN?" - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Keenan - "WHAT THEN?"
De Ierse muzikant David Keenan debuteerde vorig jaar op indrukwekkende wijze, maar zet op zijn tweede album stappen in alle richtingen, wat een bijzonder fascinerend album oplevert
Met A Beginner's Guide To Bravery leverde David Keenan vorig jaar een debuut af dat iedereen die het album heeft beluisterd niet snel zal zijn vergeten. De Ierse muzikant vertolkte zijn songs met veel gevoel en vertelde terloops ook nog eens prachtige verhalen. Met zijn tweede album borduurt David Keenan voort op zijn debuut, maar slaat hij ook op indrukwekkende wijze nieuwe wegen in. “WHAT THEN?” is hier en daar voorzien van een bont, maar ook groots en meeslepend geluid en klinkt over de hele linie warmer en voller dan het debuut van David Keenan. Gebleven zijn de gepassioneerde vocalen en de prachtige verhalen, die hier en daar lezen als gedichten. Meeslepend album.
De Ierse muzikant David Keenan noemde ik vorig jaar een waar fenomeen. Aanleiding was het verschijnen van zijn debuutalbum A Beginner's Guide To Bravery, waarop hij wat mij betreft imponeerde met mooie verhalen, knappe songs en hartverscheurend mooie vocalen. Die vocalen en het Ierse accent van de muzikant, die op dat moment vanuit Liverpool opereerde, vielen overigens niet bij iedereen in de smaak, maar als je vatbaar was voor de bijzondere zang van David Keenan en zijn gepassioneerde voordacht en verhalen, kwam A Beginner's Guide To Bravery hard binnen.
David Keenan heeft Liverpool vanwege de liefde inmiddels verruild voor Barcelona, maar zijn tweede album nam hij op in zijn vaderland Ierland. In zijn hoofd was David Keenan echter al in Barcelona, want zijn tweede album, “WHAT THEN?”, klinkt wat minder Keltisch en wat warmer dan zijn debuutalbum. De verschillen met het debuutalbum moeten ook weer niet overdreven worden, want direct vanaf de eerste noten is het tweede album van David Keenan deels een feest van herkenning.
De instrumentatie klinkt in de fraaie openingstrack What Then Cried Jo Soap net wat warmer en voller en valt bovendien op door een stevig aangezet ritme, maar David Keenan haalt zijn vocalen ook dit keer uit zijn tenen en vertelt op gepassioneerde wijze zijn mooie verhalen.
Door het net wat andere geluid klinkt “WHAT THEN?” net wat moderner dan het bijzondere debuut van David Keenan, maar ook het tweede album van de Ierse muzikant lijkt hier en daar zo weggelopen uit de jaren 60 of 70.
Vergeleken met A Beginner's Guide To Bravery kiest de Ierse muzikant op zijn tweede album wel wat vaker het experiment. Zo haalt hij in het bijna bombastische Bark flink wat strijkers en Oosterse klanken van stal en begeeft hij zich hier en daar op het terrein van Rufus Wainwright (in zijn net wat minder pompeuze dagen).
Keltische invloeden hebben iets aan terrein verloren, al klinkt de muziek van David Keenan nog steeds onmiskenbaar Iers, ten gunste van een belangrijkere rol voor ritmes, een lekker vol geluid en flink wat invloeden uit de psychedelica.
A Beginner's Guide To Bravery imponeerde deels vanwege de ‘less is more’ aanpak, waardoor het veel voller klinkende “WHAT THEN?” wat meer tijd vraagt voor het maken van een onuitwisbare indruk, maar ik denk dat het net wat voller ingekleurde geluid van de Ierse muzikant uiteindelijk een breder publiek aan zal kunnen spreken.
David Keenan liet op zijn debuut horen dat hij een groot verhalenverteller is en die kunst is hij niet verleerd op zijn tweede album, waarvan de teksten lezen als een roman, waarin de jeugd van David Keenan en het Ierse culturele erfgoed vaak centraal staan. Door de bijzondere instrumentatie en hier en daar bonte klanken komen de teksten op bijzondere wijze tot leven, wat de impact van de muziek van David Keenan verder vergroot.
Op “WHAT THEN?” slaat David Keenan hier en daar net wat andere wegen in, maar het tweede album van de muzikant uit Barcelona is uiteindelijk ook een logisch vervolg op zijn glorieuze debuut en bovendien een vervolg dat iets toevoegt aan dit debuut. Ik heb het album een paar keer moeten beluisteren voor ik net zo onder de indruk was als een jaar geleden, maar sindsdien groeit het indrukwekkende “WHAT THEN?” alleen maar door. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Keenan - "WHAT THEN?" - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Keenan - "WHAT THEN?"
De Ierse muzikant David Keenan debuteerde vorig jaar op indrukwekkende wijze, maar zet op zijn tweede album stappen in alle richtingen, wat een bijzonder fascinerend album oplevert
Met A Beginner's Guide To Bravery leverde David Keenan vorig jaar een debuut af dat iedereen die het album heeft beluisterd niet snel zal zijn vergeten. De Ierse muzikant vertolkte zijn songs met veel gevoel en vertelde terloops ook nog eens prachtige verhalen. Met zijn tweede album borduurt David Keenan voort op zijn debuut, maar slaat hij ook op indrukwekkende wijze nieuwe wegen in. “WHAT THEN?” is hier en daar voorzien van een bont, maar ook groots en meeslepend geluid en klinkt over de hele linie warmer en voller dan het debuut van David Keenan. Gebleven zijn de gepassioneerde vocalen en de prachtige verhalen, die hier en daar lezen als gedichten. Meeslepend album.
De Ierse muzikant David Keenan noemde ik vorig jaar een waar fenomeen. Aanleiding was het verschijnen van zijn debuutalbum A Beginner's Guide To Bravery, waarop hij wat mij betreft imponeerde met mooie verhalen, knappe songs en hartverscheurend mooie vocalen. Die vocalen en het Ierse accent van de muzikant, die op dat moment vanuit Liverpool opereerde, vielen overigens niet bij iedereen in de smaak, maar als je vatbaar was voor de bijzondere zang van David Keenan en zijn gepassioneerde voordacht en verhalen, kwam A Beginner's Guide To Bravery hard binnen.
David Keenan heeft Liverpool vanwege de liefde inmiddels verruild voor Barcelona, maar zijn tweede album nam hij op in zijn vaderland Ierland. In zijn hoofd was David Keenan echter al in Barcelona, want zijn tweede album, “WHAT THEN?”, klinkt wat minder Keltisch en wat warmer dan zijn debuutalbum. De verschillen met het debuutalbum moeten ook weer niet overdreven worden, want direct vanaf de eerste noten is het tweede album van David Keenan deels een feest van herkenning.
De instrumentatie klinkt in de fraaie openingstrack What Then Cried Jo Soap net wat warmer en voller en valt bovendien op door een stevig aangezet ritme, maar David Keenan haalt zijn vocalen ook dit keer uit zijn tenen en vertelt op gepassioneerde wijze zijn mooie verhalen.
Door het net wat andere geluid klinkt “WHAT THEN?” net wat moderner dan het bijzondere debuut van David Keenan, maar ook het tweede album van de Ierse muzikant lijkt hier en daar zo weggelopen uit de jaren 60 of 70.
Vergeleken met A Beginner's Guide To Bravery kiest de Ierse muzikant op zijn tweede album wel wat vaker het experiment. Zo haalt hij in het bijna bombastische Bark flink wat strijkers en Oosterse klanken van stal en begeeft hij zich hier en daar op het terrein van Rufus Wainwright (in zijn net wat minder pompeuze dagen).
Keltische invloeden hebben iets aan terrein verloren, al klinkt de muziek van David Keenan nog steeds onmiskenbaar Iers, ten gunste van een belangrijkere rol voor ritmes, een lekker vol geluid en flink wat invloeden uit de psychedelica.
A Beginner's Guide To Bravery imponeerde deels vanwege de ‘less is more’ aanpak, waardoor het veel voller klinkende “WHAT THEN?” wat meer tijd vraagt voor het maken van een onuitwisbare indruk, maar ik denk dat het net wat voller ingekleurde geluid van de Ierse muzikant uiteindelijk een breder publiek aan zal kunnen spreken.
David Keenan liet op zijn debuut horen dat hij een groot verhalenverteller is en die kunst is hij niet verleerd op zijn tweede album, waarvan de teksten lezen als een roman, waarin de jeugd van David Keenan en het Ierse culturele erfgoed vaak centraal staan. Door de bijzondere instrumentatie en hier en daar bonte klanken komen de teksten op bijzondere wijze tot leven, wat de impact van de muziek van David Keenan verder vergroot.
Op “WHAT THEN?” slaat David Keenan hier en daar net wat andere wegen in, maar het tweede album van de muzikant uit Barcelona is uiteindelijk ook een logisch vervolg op zijn glorieuze debuut en bovendien een vervolg dat iets toevoegt aan dit debuut. Ik heb het album een paar keer moeten beluisteren voor ik net zo onder de indruk was als een jaar geleden, maar sindsdien groeit het indrukwekkende “WHAT THEN?” alleen maar door. Erwin Zijleman
David Keenan - A Beginner's Guide to Bravery (2020)

4,5
4
geplaatst: 15 januari 2020, 16:27 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Keenan - A Beginner's Guide To Bravery - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Keenan - A Beginner's Guide To Bravery
De Ierse muzikant David Keenan toont zich op zijn fraaie debuut A Beginner's Guide To Bravery een waar fenomeen en imponeert met mooie verhalen, knappe songs en hartverscheurend mooie vocalen
2020 is nog maar net begonnen, maar de eerste geweldige singer-songwriter dient zich aan. David Keenan laat op zijn debuut A Beginner's Guide To Bravery horen dat hij een getalenteerd songwriter en een groot zanger is. De Ierse muzikant vertolkt zijn verhalen met hart en ziel en heeft deze verhalen ook nog eens voorzien van prachtige klanken, die soms uiterst ingetogen en soms uitbundig zijn. Luister naar A Beginner's Guide To Bravery en het talent, de emotie en de urgentie spatten er van af. Groots debuut, dat is zeker.
A Beginner's Guide To Bravery is de fraaie titel van het debuut van de Ierse singer-songwriter David Keenan. De jonge muzikant verliet zijn vaderland Ierland toen hij na de middelbare school vast dreigde te lopen en diep ongelukkig dreigde te worden van een burgermansbestaan. Hij besloot zijn geluk te zoeken in Liverpool, waar hij als muzikant een stuk kansrijker was dan in de Ierse provinciestad waarin hij opgroeide.
Inmiddels zijn we een paar jaar verder, heeft David Keenan flink wat podiumervaring en werd het zo langzamerhand wel eens tijd voor een debuutalbum.
A Beginner's Guide To Bravery is niet alleen een fraaie titel voor een album, maar het debuut van de Ierse muzikant is ook nog eens gestoken in een bijzonder fraaie cover, vol symboliek. Die symboliek gebruikt David Keenan ook in zijn teksten. Net als flink wat gerenommeerde singer-songwriters uit het verleden is David Keenan een belezen man, die zijn eigen literaire ambities kwijt kan in zijn teksten.
De tegenwoordig vanuit Dublin opererende muzikant verloochent zijn Ierse wortels op zijn debuut zeker niet. Hij beschikt over een duidelijk Iers accent en verwerkt bovendien Keltische invloeden in zijn muziek.
A Beginner's Guide To Bravery is in muzikaal opzicht een veelzijdig album. David Keenan heeft in een aantal songs genoeg aan zijn akoestische gitaar en zijn stem, maar een aantal songs op het album zijn veel voller en wat steviger ingekleurd. In de sober klinkende songs roept A Beginner's Guide To Bravery onmiddellijk herinneringen op aan de grote singer-songwriters uit de late jaren 60 en vroege jaren 70, maar het debuut van David Keenan kan ook een stuk eigentijdser klinken.
De instrumentatie is niet alleen veelzijdig, maar ook zeer smaakvol. A Beginner's Guide To Bravery klinkt over het algemeen wat melancholisch, zeker wanneer violen worden ingezet, wat uitstekend past bij de expressieve en emotievolle zang van de Ierse muzikant. David Keenan kan prachtig ingetogen zingen, maar kan het ook voorzichtig uitschreeuwen. Zijn Ierse tongval geeft de zang op zijn debuut nog wat extra lading.
De singer-songwriter uit Dublin heeft een debuut afgeleverd dat zich makkelijk weet te onderscheiden van het gemiddelde debuut in het genre. Zowel de instrumentatie als de zang zijn van een opvallend hoog niveau en hetzelfde geldt voor de verhalen die David Keenan vertelt.
A Beginner's Guide To Bravery is een album dat aanzet tot associëren. Ik hoor wat van Van Morrison, David Gray, Tim Buckley, The Waterboys en de briljante Gavin Friday, maar zo kan ik nog wel even doorgaan, zonder dat ik een naam kan noemen die het hele album relevant is. Laten we het er maar op houden dat David Keenan zijn klassiekers kent en alle invloeden verwerkt in een persoonlijk geluid.
Ik hou persoonlijk niet zo van zangers die het zo af en toe uitschreeuwen, maar de uithalen van David Keenan zijn van een bijzondere intensiteit en intimiteit en komen stuk voor stuk aan. Hetzelfde geldt voor de instrumentatie, die het album steeds weer een net wat andere kant op sleurt, zonder dat het ten koste gaat van de consistentie.
Het nieuwe jaar is nog jong, maar David Keenan heeft de lat in het genre direct hoog gelegd met een uitstekend debuut, dat me de afgelopen weken bij herhaalde beluistering alleen maar dierbaarder is geworden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Keenan - A Beginner's Guide To Bravery - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Keenan - A Beginner's Guide To Bravery
De Ierse muzikant David Keenan toont zich op zijn fraaie debuut A Beginner's Guide To Bravery een waar fenomeen en imponeert met mooie verhalen, knappe songs en hartverscheurend mooie vocalen
2020 is nog maar net begonnen, maar de eerste geweldige singer-songwriter dient zich aan. David Keenan laat op zijn debuut A Beginner's Guide To Bravery horen dat hij een getalenteerd songwriter en een groot zanger is. De Ierse muzikant vertolkt zijn verhalen met hart en ziel en heeft deze verhalen ook nog eens voorzien van prachtige klanken, die soms uiterst ingetogen en soms uitbundig zijn. Luister naar A Beginner's Guide To Bravery en het talent, de emotie en de urgentie spatten er van af. Groots debuut, dat is zeker.
A Beginner's Guide To Bravery is de fraaie titel van het debuut van de Ierse singer-songwriter David Keenan. De jonge muzikant verliet zijn vaderland Ierland toen hij na de middelbare school vast dreigde te lopen en diep ongelukkig dreigde te worden van een burgermansbestaan. Hij besloot zijn geluk te zoeken in Liverpool, waar hij als muzikant een stuk kansrijker was dan in de Ierse provinciestad waarin hij opgroeide.
Inmiddels zijn we een paar jaar verder, heeft David Keenan flink wat podiumervaring en werd het zo langzamerhand wel eens tijd voor een debuutalbum.
A Beginner's Guide To Bravery is niet alleen een fraaie titel voor een album, maar het debuut van de Ierse muzikant is ook nog eens gestoken in een bijzonder fraaie cover, vol symboliek. Die symboliek gebruikt David Keenan ook in zijn teksten. Net als flink wat gerenommeerde singer-songwriters uit het verleden is David Keenan een belezen man, die zijn eigen literaire ambities kwijt kan in zijn teksten.
De tegenwoordig vanuit Dublin opererende muzikant verloochent zijn Ierse wortels op zijn debuut zeker niet. Hij beschikt over een duidelijk Iers accent en verwerkt bovendien Keltische invloeden in zijn muziek.
A Beginner's Guide To Bravery is in muzikaal opzicht een veelzijdig album. David Keenan heeft in een aantal songs genoeg aan zijn akoestische gitaar en zijn stem, maar een aantal songs op het album zijn veel voller en wat steviger ingekleurd. In de sober klinkende songs roept A Beginner's Guide To Bravery onmiddellijk herinneringen op aan de grote singer-songwriters uit de late jaren 60 en vroege jaren 70, maar het debuut van David Keenan kan ook een stuk eigentijdser klinken.
De instrumentatie is niet alleen veelzijdig, maar ook zeer smaakvol. A Beginner's Guide To Bravery klinkt over het algemeen wat melancholisch, zeker wanneer violen worden ingezet, wat uitstekend past bij de expressieve en emotievolle zang van de Ierse muzikant. David Keenan kan prachtig ingetogen zingen, maar kan het ook voorzichtig uitschreeuwen. Zijn Ierse tongval geeft de zang op zijn debuut nog wat extra lading.
De singer-songwriter uit Dublin heeft een debuut afgeleverd dat zich makkelijk weet te onderscheiden van het gemiddelde debuut in het genre. Zowel de instrumentatie als de zang zijn van een opvallend hoog niveau en hetzelfde geldt voor de verhalen die David Keenan vertelt.
A Beginner's Guide To Bravery is een album dat aanzet tot associëren. Ik hoor wat van Van Morrison, David Gray, Tim Buckley, The Waterboys en de briljante Gavin Friday, maar zo kan ik nog wel even doorgaan, zonder dat ik een naam kan noemen die het hele album relevant is. Laten we het er maar op houden dat David Keenan zijn klassiekers kent en alle invloeden verwerkt in een persoonlijk geluid.
Ik hou persoonlijk niet zo van zangers die het zo af en toe uitschreeuwen, maar de uithalen van David Keenan zijn van een bijzondere intensiteit en intimiteit en komen stuk voor stuk aan. Hetzelfde geldt voor de instrumentatie, die het album steeds weer een net wat andere kant op sleurt, zonder dat het ten koste gaat van de consistentie.
Het nieuwe jaar is nog jong, maar David Keenan heeft de lat in het genre direct hoog gelegd met een uitstekend debuut, dat me de afgelopen weken bij herhaalde beluistering alleen maar dierbaarder is geworden. Erwin Zijleman
David Keenan - Modern Mythologies (2025)

4,0
1
geplaatst: 28 november 2025, 16:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: David Keenan - Modern Mythologies - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: David Keenan - Modern Mythologies
David Keenan leek aan het begin van 2025 razendsnel uit te groeien tot een ster, maar maakte andere keuzes, die samenkomen op het uitstekende Modern Mythologies, dat laat horen dat zijn droomdebuut geen toevalstreffer was
De eerste twee albums van de Ierse muzikant David Keenan vond ik echt geweldig, maar zijn derde album deed me helemaal niets. Het was vervolgens afwachten of de muzikant uit Dublin weer zou opduiken, maar dat doet hij gelukkig deze week met zijn vierde album Modern Mythologies. Het is een album dat deels herinnert aan zijn eerste twee albums, maar de muziek van David Keenan is op Modern Mythologies wel eigenzinniger en gevarieerder. De Ierse muzikant schrijft nog altijd prachtige teksten en vertolkt ze met veel passie. In muzikaal opzicht is het wat spannender dan op de eerste twee albums, maar uiteindelijk valt alles op zijn plek op de glorieuze terugkeer van David Keenan.
De Ierse muzikant David Keenan debuteerde helemaal aan het begin van 2020 met het geweldige A Beginner's Guide To Bravery. Het is een album dat echt alles heeft dat een sensationeel goed debuutalbum moet hebben. De Ierse muzikant vertelde op zijn debuutalbum indringende verhalen, kleurde deze prachtig in en vertolkte zijn songs ook nog eens met hart en ziel.
Ik schreef er bijna zes jaar geleden het volgende over, maar er zijn veel meer superlatieven te vinden in mijn recensie van het debuutalbum van David Keenan: “A Beginner's Guide To Bravery is een album dat aanzet tot associëren. Ik hoor wat van Van Morrison, David Gray, Tim Buckley, The Waterboys en de briljante Gavin Friday, maar zo kan ik nog wel even doorgaan, zonder dat ik een naam kan noemen die het hele album relevant is. Laten we het er maar op houden dat David Keenan zijn klassiekers kent en alle invloeden verwerkt in een persoonlijk geluid”.
A Beginner's Guide To Bravery werd terecht de hemel in geprezen en een glorieuze carrière van de Ierse muzikant leek slechts een kwestie van tijd. David Keenan gooide vervolgens zijn eigen glazen in met zijn tweede album "WHAT THEN?", dat een wat lastiger album was dan zijn debuutalbum, maar persoonlijk vond ik "WHAT THEN?" nog wat beter dan het al zo goede debuutalbum.
David Keenan kreeg na het matige succes van zijn tweede album mot met zijn platenmaatschappij, die de grootste plannen die het met hem had niet zag uitkomen. De muzikant uit Dublin maakte vervolgens in zijn uppie zijn derde album Crude, maar dat album mistte de magie van zijn twee voorgangers en kreeg terecht veel minder positieve recensies.
Na een filmsoundtrack keert David Keenan deze week terug met Modern Mythologies en met dit album revancheert hij zich wat mij betreft voor het wat mindere Crude. Met Modern Mythologies keert David Keenan deels terug naar het geluid van zijn eerste twee albums, maar gedurende het album wordt snel duidelijk dat de Ierse muzikant nu precies doet waar hij zelf zin in heeft en zich niet meer laat leiden door commerciële motieven.
Modern Mythologies opent toegankelijk met een soulvolle track met blazers, die laat horen dat de erfenis van Van Morrison bij David Keenan in goede handen is. Vervolgens kan het echter alle kanten op en dat hoor je nog wat beter op de luxe editie van het album, die nog wat extra andere wegen verkent.
Grootste kracht van David Keenan blijft zijn stem, die zijn poëtische teksten met heel veel gevoel, passie en expressie vertolkt. Ik hoor er wat in van alle namen die ik hierboven al heb genoemd, maar bij beluistering van Modern Mythologies komen ook David Gray en vooral Rufus Wainwright hier en daar op als vergelijkingsmateriaal en zo kan ik nog wel wat namen noemen.
In muzikaal opzicht kan het bij David Keenan dit keer alle kanten op, van soul en blues tot pop en rock en folk en jazz. De muziek van de Ierse muzikant was in het verleden al zeer intens, maar de intensiteit is op zijn nieuwe album nog wat opgevoerd en doet wel wat denken aan Jeff Buckley. Het zijn nogal wat grote namen die in deze recensie voorbij komen, maar David Keenan is op Modern Mythologies vooral zichzelf en dat is knap. Iedereen die hem na het tegenvallende Crude had afgeschreven moet maar eens snel naar dit nieuwe album gaan luisteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: David Keenan - Modern Mythologies - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: David Keenan - Modern Mythologies
David Keenan leek aan het begin van 2025 razendsnel uit te groeien tot een ster, maar maakte andere keuzes, die samenkomen op het uitstekende Modern Mythologies, dat laat horen dat zijn droomdebuut geen toevalstreffer was
De eerste twee albums van de Ierse muzikant David Keenan vond ik echt geweldig, maar zijn derde album deed me helemaal niets. Het was vervolgens afwachten of de muzikant uit Dublin weer zou opduiken, maar dat doet hij gelukkig deze week met zijn vierde album Modern Mythologies. Het is een album dat deels herinnert aan zijn eerste twee albums, maar de muziek van David Keenan is op Modern Mythologies wel eigenzinniger en gevarieerder. De Ierse muzikant schrijft nog altijd prachtige teksten en vertolkt ze met veel passie. In muzikaal opzicht is het wat spannender dan op de eerste twee albums, maar uiteindelijk valt alles op zijn plek op de glorieuze terugkeer van David Keenan.
De Ierse muzikant David Keenan debuteerde helemaal aan het begin van 2020 met het geweldige A Beginner's Guide To Bravery. Het is een album dat echt alles heeft dat een sensationeel goed debuutalbum moet hebben. De Ierse muzikant vertelde op zijn debuutalbum indringende verhalen, kleurde deze prachtig in en vertolkte zijn songs ook nog eens met hart en ziel.
Ik schreef er bijna zes jaar geleden het volgende over, maar er zijn veel meer superlatieven te vinden in mijn recensie van het debuutalbum van David Keenan: “A Beginner's Guide To Bravery is een album dat aanzet tot associëren. Ik hoor wat van Van Morrison, David Gray, Tim Buckley, The Waterboys en de briljante Gavin Friday, maar zo kan ik nog wel even doorgaan, zonder dat ik een naam kan noemen die het hele album relevant is. Laten we het er maar op houden dat David Keenan zijn klassiekers kent en alle invloeden verwerkt in een persoonlijk geluid”.
A Beginner's Guide To Bravery werd terecht de hemel in geprezen en een glorieuze carrière van de Ierse muzikant leek slechts een kwestie van tijd. David Keenan gooide vervolgens zijn eigen glazen in met zijn tweede album "WHAT THEN?", dat een wat lastiger album was dan zijn debuutalbum, maar persoonlijk vond ik "WHAT THEN?" nog wat beter dan het al zo goede debuutalbum.
David Keenan kreeg na het matige succes van zijn tweede album mot met zijn platenmaatschappij, die de grootste plannen die het met hem had niet zag uitkomen. De muzikant uit Dublin maakte vervolgens in zijn uppie zijn derde album Crude, maar dat album mistte de magie van zijn twee voorgangers en kreeg terecht veel minder positieve recensies.
Na een filmsoundtrack keert David Keenan deze week terug met Modern Mythologies en met dit album revancheert hij zich wat mij betreft voor het wat mindere Crude. Met Modern Mythologies keert David Keenan deels terug naar het geluid van zijn eerste twee albums, maar gedurende het album wordt snel duidelijk dat de Ierse muzikant nu precies doet waar hij zelf zin in heeft en zich niet meer laat leiden door commerciële motieven.
Modern Mythologies opent toegankelijk met een soulvolle track met blazers, die laat horen dat de erfenis van Van Morrison bij David Keenan in goede handen is. Vervolgens kan het echter alle kanten op en dat hoor je nog wat beter op de luxe editie van het album, die nog wat extra andere wegen verkent.
Grootste kracht van David Keenan blijft zijn stem, die zijn poëtische teksten met heel veel gevoel, passie en expressie vertolkt. Ik hoor er wat in van alle namen die ik hierboven al heb genoemd, maar bij beluistering van Modern Mythologies komen ook David Gray en vooral Rufus Wainwright hier en daar op als vergelijkingsmateriaal en zo kan ik nog wel wat namen noemen.
In muzikaal opzicht kan het bij David Keenan dit keer alle kanten op, van soul en blues tot pop en rock en folk en jazz. De muziek van de Ierse muzikant was in het verleden al zeer intens, maar de intensiteit is op zijn nieuwe album nog wat opgevoerd en doet wel wat denken aan Jeff Buckley. Het zijn nogal wat grote namen die in deze recensie voorbij komen, maar David Keenan is op Modern Mythologies vooral zichzelf en dat is knap. Iedereen die hem na het tegenvallende Crude had afgeschreven moet maar eens snel naar dit nieuwe album gaan luisteren. Erwin Zijleman
David Kitt - Idiot Check (2023)

4,0
0
geplaatst: 7 april 2023, 16:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Kitt - Idiot Check - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Kitt - Idiot Check
David Kitt behoorde tot de pioniers van wat uiteindelijk de folktronica werd, maar de Ierse muzikant staat ook al sinds 2000 garant voor uitstekende albums en levert ook met Idiot Check weer een hele mooie af
Idiot Check, het nieuwe album van David Kitt, klinkt direct bij de eerste noten vertrouwd in de oren, maar meer van hetzelfde is het zeker niet. De Ierse muzikant maakt nog altijd folky songs die zijn voorzien van elektronische impulsen, maar de songs op het nieuwe album klinken hier en daar net wat experimenteler, zonder het unieke David Kitt stempel te verliezen. David Kitt keerde na lange afwezigheid in 2018 terug met het uitstekende Yous en ook Idiot Check is een album dat niet onder doet voor zijn beste werk. Heel bekend is David Kitt helaas nog niet geworden met zijn muziek, maar ook Idiot Check laat weer horen dat dit volkomen onterecht is.
De Ierse muzikant David Kitt maakte in het eerste decennium van dit millennium een aantal uitstekende albums, waarop hij invloeden uit de folk combineerde met flink wat elektronica. Het is een combinatie die inmiddels gemeengoed is, maar twintig jaar geleden trok David Kitt flink wat aandacht met de op dat moment nog bijzondere combinatie van invloeden en kon hij rekenen op zeer positieve recensies in met name de gerenommeerde Britse muziektijdschriften.
De Ierse muzikant bleef vervolgens het hele decennium prima albums maken, maar de aandacht voor zijn muziek verslapte wel wat, mogelijk omdat we op een gegeven moment werden doodgegooid met folkalbums vol elektronische impulsen. Ik was David Kitt dan ook al lang weer vergeten toen hij in 2018, na een aantal jaren bij Tindersticks te hebben gespeeld, opdook met Yous.
Yous sloot naadloos aan op de eerdere albums van de Ierse muzikant, maar ik vond het echt een geweldig album en mogelijk zelfs het beste David Kitt album tot dat moment. Ik ging er even van uit dat het deze week verschenen Idiot Check de opvolger is van het alweer vijf jaar oude Yous, maar in 2021 verscheen ook nog 20, waarop nieuwe versies van een aantal oudere David Kitt songs zijn te vinden. Dat vind ik over het algemeen een vrij kansloze exercitie, maar 20 is echt een prachtig album, dat ik de komende tijd nog heel vaak ga beluisteren.
Goed, eerst is er Idiot Check, dat het eerste echt nieuwe werk van David Kitt in vijf jaar is. Het is een album dat eigenlijk direct vertrouwd klinkt, enerzijds door het karakteristieke en herkenbare stemgeluid van David Kitt en anderzijds door de combinatie van invloeden uit de folk die zijn verrijkt met een vleugje elektronica.
Naast de inmiddels bekende ingrediënten uit de muziek van de Ierse muzikant, zijn er op Idiot Check ook met enige regelmaat vrouwenstemmen te horen. Deze komen deels van Katie Kim, maar in één van de tracks duikt de legendarische Mary Margaret O’Hara op. De vrouwenstemmen zijn wat mij betreft een verrijking van de muziek van David Kitt, die verder doet waar hij inmiddels al meer dan twintig jaar goed in is.
Ook Idiot Check staat weer vol met wat lome en dromerige folky popsongs, die aangenaam voortkabbelen, maar die ook vol mooie details zitten. David Kitt heeft de elektronica op zijn nieuwe album betrekkelijk subtiel ingezet en zo hoor ik zijn muziek persoonlijk het liefst. De Ierse muzikant maakt over het algemeen genomen behoorlijk toegankelijke songs, maar Idiot Check bevat ook een aantal songs waarin hij net wat meer het experiment opzoekt, waardoor het album niet alleen aangenaam maar ook avontuurlijk klinkt.
Mijn ervaring met David Kitt albums is dat deze nog lange tijd beter worden en dat gaat ook weer op voor het nieuwe album van de Ierse muzikant. Bij iedere beluistering van Idiot Check hoor ik weer nieuwe dingen in de instrumentatie of in de songstructuren, waardoor ik het album iedere keer weer net wat hoger in schat.
Ik was vijf jaar zoals gezegd zeer gecharmeerd van Yous, maar het nieuwe album van David Kitt is zeker niet minder. En dan heb ik als bonus ook nog de anderhalf uur prachtige muziek op 20 liggen. Er werd David Kitt in 2000 een hele grote toekomst voorspeld. Die is er misschien niet gekomen, maar de Ierse muzikant maakt nog altijd geweldige albums, die echt alle aandacht verdienen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Kitt - Idiot Check - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Kitt - Idiot Check
David Kitt behoorde tot de pioniers van wat uiteindelijk de folktronica werd, maar de Ierse muzikant staat ook al sinds 2000 garant voor uitstekende albums en levert ook met Idiot Check weer een hele mooie af
Idiot Check, het nieuwe album van David Kitt, klinkt direct bij de eerste noten vertrouwd in de oren, maar meer van hetzelfde is het zeker niet. De Ierse muzikant maakt nog altijd folky songs die zijn voorzien van elektronische impulsen, maar de songs op het nieuwe album klinken hier en daar net wat experimenteler, zonder het unieke David Kitt stempel te verliezen. David Kitt keerde na lange afwezigheid in 2018 terug met het uitstekende Yous en ook Idiot Check is een album dat niet onder doet voor zijn beste werk. Heel bekend is David Kitt helaas nog niet geworden met zijn muziek, maar ook Idiot Check laat weer horen dat dit volkomen onterecht is.
De Ierse muzikant David Kitt maakte in het eerste decennium van dit millennium een aantal uitstekende albums, waarop hij invloeden uit de folk combineerde met flink wat elektronica. Het is een combinatie die inmiddels gemeengoed is, maar twintig jaar geleden trok David Kitt flink wat aandacht met de op dat moment nog bijzondere combinatie van invloeden en kon hij rekenen op zeer positieve recensies in met name de gerenommeerde Britse muziektijdschriften.
De Ierse muzikant bleef vervolgens het hele decennium prima albums maken, maar de aandacht voor zijn muziek verslapte wel wat, mogelijk omdat we op een gegeven moment werden doodgegooid met folkalbums vol elektronische impulsen. Ik was David Kitt dan ook al lang weer vergeten toen hij in 2018, na een aantal jaren bij Tindersticks te hebben gespeeld, opdook met Yous.
Yous sloot naadloos aan op de eerdere albums van de Ierse muzikant, maar ik vond het echt een geweldig album en mogelijk zelfs het beste David Kitt album tot dat moment. Ik ging er even van uit dat het deze week verschenen Idiot Check de opvolger is van het alweer vijf jaar oude Yous, maar in 2021 verscheen ook nog 20, waarop nieuwe versies van een aantal oudere David Kitt songs zijn te vinden. Dat vind ik over het algemeen een vrij kansloze exercitie, maar 20 is echt een prachtig album, dat ik de komende tijd nog heel vaak ga beluisteren.
Goed, eerst is er Idiot Check, dat het eerste echt nieuwe werk van David Kitt in vijf jaar is. Het is een album dat eigenlijk direct vertrouwd klinkt, enerzijds door het karakteristieke en herkenbare stemgeluid van David Kitt en anderzijds door de combinatie van invloeden uit de folk die zijn verrijkt met een vleugje elektronica.
Naast de inmiddels bekende ingrediënten uit de muziek van de Ierse muzikant, zijn er op Idiot Check ook met enige regelmaat vrouwenstemmen te horen. Deze komen deels van Katie Kim, maar in één van de tracks duikt de legendarische Mary Margaret O’Hara op. De vrouwenstemmen zijn wat mij betreft een verrijking van de muziek van David Kitt, die verder doet waar hij inmiddels al meer dan twintig jaar goed in is.
Ook Idiot Check staat weer vol met wat lome en dromerige folky popsongs, die aangenaam voortkabbelen, maar die ook vol mooie details zitten. David Kitt heeft de elektronica op zijn nieuwe album betrekkelijk subtiel ingezet en zo hoor ik zijn muziek persoonlijk het liefst. De Ierse muzikant maakt over het algemeen genomen behoorlijk toegankelijke songs, maar Idiot Check bevat ook een aantal songs waarin hij net wat meer het experiment opzoekt, waardoor het album niet alleen aangenaam maar ook avontuurlijk klinkt.
Mijn ervaring met David Kitt albums is dat deze nog lange tijd beter worden en dat gaat ook weer op voor het nieuwe album van de Ierse muzikant. Bij iedere beluistering van Idiot Check hoor ik weer nieuwe dingen in de instrumentatie of in de songstructuren, waardoor ik het album iedere keer weer net wat hoger in schat.
Ik was vijf jaar zoals gezegd zeer gecharmeerd van Yous, maar het nieuwe album van David Kitt is zeker niet minder. En dan heb ik als bonus ook nog de anderhalf uur prachtige muziek op 20 liggen. Er werd David Kitt in 2000 een hele grote toekomst voorspeld. Die is er misschien niet gekomen, maar de Ierse muzikant maakt nog altijd geweldige albums, die echt alle aandacht verdienen. Erwin Zijleman
David Kitt - Yous (2018)

4,5
0
geplaatst: 13 maart 2018, 16:52 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Kitt - Yous - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Ierse muzikant David Kitt debuteerde helemaal aan het begin van het huidige millennium met het bijzondere Small Moments.
Op zijn debuut vermengde de Ierse singer-songwriter intieme en akoestische folk met elektronica, loops en voorzichtige beats.
Het was destijds nog een bijzondere combinatie en de eerste plaat van David Kitt werd dan ook bejubeld in met name de gerenommeerde Britse muziektijdschriften.
David Kitt perfectioneerde zijn bijzondere geluid op het een jaar na zijn debuut verschenen The Big Romance, dat in 2001 terecht opdook in de allerhoogste regionen van mijn jaarlijstje.
Op het in 2004 verschenen Square 1 werd de hoeveelheid elektronica fors opgevoerd, maar op het in 2005 verschenen The Black And Red Notebook en Not Fade Away uit 2006 keerde David Kitt weer grotendeels terug naar het geluid waar hij mee jaren eerder was doorgebroken. Alle platen die David Kitt na The Big Romance maakte waren prima platen, maar het bijzondere was er wel wat af en ook de magie van zijn voorlopige meesterwerk was op de latere platen voor een belangrijk deel verdwenen.
Na 2006 verloor ik David Kitt uit het oog en dat is ook niet zo gek, want de Ier verdween vrijwel volledig in de anonimiteit en bracht alleen in 2009 nog een plaat uit. Ik was daarom zeer aangenaam verrast toen ik zijn naam vorige week zag opduiken in de lijst met de nieuwe releases van deze week en gezien mijn enorme liefde voor The Big Romance, ben ik uiteraard onmiddellijk gaan luisteren naar Yous.
Op zijn nieuwe plaat grijpt David Kitt deels terug op de platen waarmee hij ooit doorbraak, maar van een herhalingsoefening is zeker geen sprake. Net als op zijn eerste platen verwerkt David Kitt op Yous invloeden uit de traditionele akoestische folk en wederom combineert hij deze invloeden met subtiel ingezette elektronica, loops en beats.
Door de mix van invloeden, maar vooral door de zo karakteristieke stem van David Kitt voelt Yous aan als een warm bad, maar het is een warm bad waaraan ook nog wat subtiele extra’s zijn toegevoegd. Zo bestaat het akoestische klankentapijt niet alleen uit de warm klinkende akoestische gitaar van David Kitt, maar ook uit het fraaie vioolspel van Margie Jean Lewis, die een vleugje melancholie toevoegt aan het geluid van David Kitt en die de Ierse muzikant ook nog eens op fraaie wijze vocaal ondersteunt.
Ik denk niet dat ik de afgelopen tien jaar naar de muziek van David Kitt heb geluisterd, maar sinds ik Yous uit de speakers heb laten komen, heb ik ook weer geluisterd naar de vorige platen van de Ierse muzikant en begrijp ik weer waarom ik deze platen ooit zo hoog had zitten.
Ook Yous heb ik inmiddels hoog zitten. David Kitt maakt op zijn nieuwe plaat niet alleen indruk met mooie en intieme songs en een stem die de avond verwarmt, maar imponeert ook dit keer met een uiterst subtiele en hele bijzondere instrumentatie die de fantasie blijft prikkelen, maar die ook bijzonder aangenaam klinkt.
David Kitt is lang weggeweest, maar haalt met Yous bijna uit het niets het niveau van zijn beste platen. En Yous is nog lang niet gestopt met groeien. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Kitt - Yous - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Ierse muzikant David Kitt debuteerde helemaal aan het begin van het huidige millennium met het bijzondere Small Moments.
Op zijn debuut vermengde de Ierse singer-songwriter intieme en akoestische folk met elektronica, loops en voorzichtige beats.
Het was destijds nog een bijzondere combinatie en de eerste plaat van David Kitt werd dan ook bejubeld in met name de gerenommeerde Britse muziektijdschriften.
David Kitt perfectioneerde zijn bijzondere geluid op het een jaar na zijn debuut verschenen The Big Romance, dat in 2001 terecht opdook in de allerhoogste regionen van mijn jaarlijstje.
Op het in 2004 verschenen Square 1 werd de hoeveelheid elektronica fors opgevoerd, maar op het in 2005 verschenen The Black And Red Notebook en Not Fade Away uit 2006 keerde David Kitt weer grotendeels terug naar het geluid waar hij mee jaren eerder was doorgebroken. Alle platen die David Kitt na The Big Romance maakte waren prima platen, maar het bijzondere was er wel wat af en ook de magie van zijn voorlopige meesterwerk was op de latere platen voor een belangrijk deel verdwenen.
Na 2006 verloor ik David Kitt uit het oog en dat is ook niet zo gek, want de Ier verdween vrijwel volledig in de anonimiteit en bracht alleen in 2009 nog een plaat uit. Ik was daarom zeer aangenaam verrast toen ik zijn naam vorige week zag opduiken in de lijst met de nieuwe releases van deze week en gezien mijn enorme liefde voor The Big Romance, ben ik uiteraard onmiddellijk gaan luisteren naar Yous.
Op zijn nieuwe plaat grijpt David Kitt deels terug op de platen waarmee hij ooit doorbraak, maar van een herhalingsoefening is zeker geen sprake. Net als op zijn eerste platen verwerkt David Kitt op Yous invloeden uit de traditionele akoestische folk en wederom combineert hij deze invloeden met subtiel ingezette elektronica, loops en beats.
Door de mix van invloeden, maar vooral door de zo karakteristieke stem van David Kitt voelt Yous aan als een warm bad, maar het is een warm bad waaraan ook nog wat subtiele extra’s zijn toegevoegd. Zo bestaat het akoestische klankentapijt niet alleen uit de warm klinkende akoestische gitaar van David Kitt, maar ook uit het fraaie vioolspel van Margie Jean Lewis, die een vleugje melancholie toevoegt aan het geluid van David Kitt en die de Ierse muzikant ook nog eens op fraaie wijze vocaal ondersteunt.
Ik denk niet dat ik de afgelopen tien jaar naar de muziek van David Kitt heb geluisterd, maar sinds ik Yous uit de speakers heb laten komen, heb ik ook weer geluisterd naar de vorige platen van de Ierse muzikant en begrijp ik weer waarom ik deze platen ooit zo hoog had zitten.
Ook Yous heb ik inmiddels hoog zitten. David Kitt maakt op zijn nieuwe plaat niet alleen indruk met mooie en intieme songs en een stem die de avond verwarmt, maar imponeert ook dit keer met een uiterst subtiele en hele bijzondere instrumentatie die de fantasie blijft prikkelen, maar die ook bijzonder aangenaam klinkt.
David Kitt is lang weggeweest, maar haalt met Yous bijna uit het niets het niveau van zijn beste platen. En Yous is nog lang niet gestopt met groeien. Erwin Zijleman
David Nance - David Nance & Mowed Sound (2024)

4,0
0
geplaatst: 14 februari 2024, 15:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Nance - David Nance & Mowed Sound - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Nance - David Nance & Mowed Sound
De Amerikaanse cultheld David Nance heeft met David Nance & Mowed Sound een album vol echo’s uit het verre verleden gemaakt en verdient met dit album de aandacht van een veel groter publiek
Zonder voorkennis had ik David Nance & Mowed Sound waarschijnlijk ergens aan het eind van de jaren 60 of het begin van de jaren 70 geplaatst. De muzikant uit Omaha, Nebraska, laat zich op zijn album immers vooral beïnvloeden door countryrock en psychedelische rock uit deze decennia. De meeste songs op het album hebben een laidback sfeer, wat wordt versterkt door de dromerige vocalen en het vaak wat lome gitaarspel. Allerlei namen uit het verleden komen op bij beluistering van David Nance & Mowed Sound, maar het zijn er zo veel dat vergelijken uiteindelijk zinloos is. Hoogste tijd dat cultheld David Nance wereldwijd in de spotlights komt te staan met dit album.
Met name de alternatieve Amerikaanse muziekpers besteedt deze week redelijk wat aandacht aan David Nance & Mowed Sound van David Nance. Het is voor mij een nieuwe naam, maar de muzikant uit Omaha, Nebraska, schijnt in de Verenigde Staten al een jaar of tien een ware cultheld te zijn. Dat leverde al een aantal in kleine kring bejubelde albums op, maar met David Nance & Mowed Sound staat de Amerikaanse muzikant volgens de muziekmedia in zijn vaderland aan de vooravond van een doorbraak naar een groter publiek.
Het zal zeker helpen dat het nieuwe album van David Nance is verschenen op Third Man Records, het label van Jack White, maar uiteindelijk zal de muziek moeten spreken. Dat doet David Nance & Mowed Sound wat mij betreft op overtuigende wijze. Omaha, Nebraska, staat al een aantal decennia bekend om haar eigenzinnige muziekscene en ook met David Nance heeft de in het lege midden van de Verenigde Staten gelegen stad weer een talentvolle muzikant in de gelederen.
Iedereen die me had verteld dat David Nance & Mowed Sound ergens aan het begin van de jaren 70 in California was gemaakt had ik overigens ook geloofd, want het nieuwe album van David Nance staat met minstens één been en misschien zelfs wel met twee in het verleden. De muzikant uit Omaha laat zich op zijn nieuwe album inspireren door de countryrock uit de jaren 70, maar ook invloeden uit de psychedelica van de jaren 60 en 70 hebben hun weg gevonden naar het album.
David Nance & Mowed Sound is een laidback album met een wat dromerige sfeer. Zeker wanneer invloeden uit de countryrock domineren en zowel de muziek als de zang ingetogen zijn verleidt David Nance bijzonder makkelijk met songs die uit een andere tijd lijken te komen en hier en daar wat aan J.J. Cale doen denken. Uit een andere tijd komen ze overigens ook wanneer David Nance zijn songs wat steviger aanzet en de elektrische gitaren domineren. De muziek op David Nance & Mowed Sound schuift dan op richting psychedelica en ademt misschien nog wel wat nadrukkelijker de sfeer van het verleden.
David Nance & Mowed Sound doet niet alleen qua invloeden denken aan muziek uit een ver verleden, maar ook de wijze waarop muziek wordt gemaakt herinnert aan vervlogen tijden. David Nance en zijn medemuzikanten lijken hier en daar lekker te jammen, maar ondertussen verliezen ze de songs met een kop en een staart nooit helemaal uit het oog. David Nance en zijn band spelen heerlijk, maar de songs van de Amerikaanse muzikant hebben ook iets bijzonders, waardoor ik in ieder geval blijf luisteren naar dit album.
Het is een album dat nadrukkelijk uitnodigt tot associëren, maar het is meer dan een zoekplaatje met echo’s uit het verleden. Ook de vorige albums van de muzikant uit Omaha zijn overigens zeer de moeite waard, zeker voor liefhebbers van het net wat stevigere werk. Voor zijn eerste album op het label van Jack White kiest David Nance vooral voor minder stevige songs, maar er zit genoeg power en dynamiek in de songs op David Nance & Mowed Sound. Alle reden dus voor Jack White om trots te zijn op de nieuwe aanwinst op zijn label, die wat mij betreft met David Nance & Mowed Sound een album heeft afgeleverd dat beter en interessanter is dan de laatste albums van zijn beroemde platenbaas. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Nance - David Nance & Mowed Sound - dekrentenuitdepop.blogspot.com
David Nance - David Nance & Mowed Sound
De Amerikaanse cultheld David Nance heeft met David Nance & Mowed Sound een album vol echo’s uit het verre verleden gemaakt en verdient met dit album de aandacht van een veel groter publiek
Zonder voorkennis had ik David Nance & Mowed Sound waarschijnlijk ergens aan het eind van de jaren 60 of het begin van de jaren 70 geplaatst. De muzikant uit Omaha, Nebraska, laat zich op zijn album immers vooral beïnvloeden door countryrock en psychedelische rock uit deze decennia. De meeste songs op het album hebben een laidback sfeer, wat wordt versterkt door de dromerige vocalen en het vaak wat lome gitaarspel. Allerlei namen uit het verleden komen op bij beluistering van David Nance & Mowed Sound, maar het zijn er zo veel dat vergelijken uiteindelijk zinloos is. Hoogste tijd dat cultheld David Nance wereldwijd in de spotlights komt te staan met dit album.
Met name de alternatieve Amerikaanse muziekpers besteedt deze week redelijk wat aandacht aan David Nance & Mowed Sound van David Nance. Het is voor mij een nieuwe naam, maar de muzikant uit Omaha, Nebraska, schijnt in de Verenigde Staten al een jaar of tien een ware cultheld te zijn. Dat leverde al een aantal in kleine kring bejubelde albums op, maar met David Nance & Mowed Sound staat de Amerikaanse muzikant volgens de muziekmedia in zijn vaderland aan de vooravond van een doorbraak naar een groter publiek.
Het zal zeker helpen dat het nieuwe album van David Nance is verschenen op Third Man Records, het label van Jack White, maar uiteindelijk zal de muziek moeten spreken. Dat doet David Nance & Mowed Sound wat mij betreft op overtuigende wijze. Omaha, Nebraska, staat al een aantal decennia bekend om haar eigenzinnige muziekscene en ook met David Nance heeft de in het lege midden van de Verenigde Staten gelegen stad weer een talentvolle muzikant in de gelederen.
Iedereen die me had verteld dat David Nance & Mowed Sound ergens aan het begin van de jaren 70 in California was gemaakt had ik overigens ook geloofd, want het nieuwe album van David Nance staat met minstens één been en misschien zelfs wel met twee in het verleden. De muzikant uit Omaha laat zich op zijn nieuwe album inspireren door de countryrock uit de jaren 70, maar ook invloeden uit de psychedelica van de jaren 60 en 70 hebben hun weg gevonden naar het album.
David Nance & Mowed Sound is een laidback album met een wat dromerige sfeer. Zeker wanneer invloeden uit de countryrock domineren en zowel de muziek als de zang ingetogen zijn verleidt David Nance bijzonder makkelijk met songs die uit een andere tijd lijken te komen en hier en daar wat aan J.J. Cale doen denken. Uit een andere tijd komen ze overigens ook wanneer David Nance zijn songs wat steviger aanzet en de elektrische gitaren domineren. De muziek op David Nance & Mowed Sound schuift dan op richting psychedelica en ademt misschien nog wel wat nadrukkelijker de sfeer van het verleden.
David Nance & Mowed Sound doet niet alleen qua invloeden denken aan muziek uit een ver verleden, maar ook de wijze waarop muziek wordt gemaakt herinnert aan vervlogen tijden. David Nance en zijn medemuzikanten lijken hier en daar lekker te jammen, maar ondertussen verliezen ze de songs met een kop en een staart nooit helemaal uit het oog. David Nance en zijn band spelen heerlijk, maar de songs van de Amerikaanse muzikant hebben ook iets bijzonders, waardoor ik in ieder geval blijf luisteren naar dit album.
Het is een album dat nadrukkelijk uitnodigt tot associëren, maar het is meer dan een zoekplaatje met echo’s uit het verleden. Ook de vorige albums van de muzikant uit Omaha zijn overigens zeer de moeite waard, zeker voor liefhebbers van het net wat stevigere werk. Voor zijn eerste album op het label van Jack White kiest David Nance vooral voor minder stevige songs, maar er zit genoeg power en dynamiek in de songs op David Nance & Mowed Sound. Alle reden dus voor Jack White om trots te zijn op de nieuwe aanwinst op zijn label, die wat mij betreft met David Nance & Mowed Sound een album heeft afgeleverd dat beter en interessanter is dan de laatste albums van zijn beroemde platenbaas. Erwin Zijleman
David Ramirez - Fables (2015)

4,0
0
geplaatst: 30 januari 2016, 10:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Ramirez - Fables - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter David Ramirez wist dat hij muzikant wilde worden toen hij in zijn studentenjaren een plaat van Ryan Adams hoorde.
Door het werk van Ryan Adams ontdekte hij vervolgens het rijke oeuvre van Bob Dylan en vertrok hij met een gitaar en een schone onderbroek naar Nashville, Tennessee, om daar zijn geluk als muzikant te beproeven.
Zijn eerste twee platen deden niet heel veel, maar het door Noah Gundersen (!) geproduceerde Fables moet daar verandering in gaan brengen. David Ramirez, die Nashville inmiddels heeft verruild voor Austin, Texas, heeft immers een prachtplaat afgeleverd.
Fables is een intieme singer-songwriter plaat die vertelt over het eenzame leven van een singer-songwriter ‘on the road’. David Ramirez trok de afgelopen jaren zonder veel succes door de Verenigde Staten en dat was niet altijd een genoegen. De eenzame en frustrerende momenten blijken nu echter wel een voedingsbodem geweest voor een geweldige plaat.
Fables is zo’n plaat die je vast weet te grijpen. De plaat doet dit direct bij eerste beluistering, maar doet dit ook nog wanneer je Fables voor de zoveelste keer hoort. Noah Gundersen heeft Fables voorzien van een mooi ingetogen geluid dat de intimiteit van de songs accentueert, al is de muziek van David Ramirez wel wat uitbundiger dan zijn eigen muziek.
Dat David Ramirez zich in eerste instantie heeft laten beïnvloeden door Ryan Adams is goed te horen, al is het lang geleden dat Ryan Adams zo’n mooi verstilde plaat heeft gemaakt. David Ramirez beperkt zich echter zeker niet tot de alt-country van het moment, maar raakt ook aan de singer-songwriter muziek uit de jaren 70 (denk aan James Taylor, Jackson Browne).
David Ramirez heeft op Fables vaak genoeg aan zijn akoestische gitaar en zijn emotievolle stem, maar Fables valt ook op door fraaie accenten van vrouwenstemmen en bevat ook nog eens een wonderschone bijdrage van pedal steel virtuoos Greg Leisz. Het is de slagroom op een voor liefhebbers van rootsy singer-songwriters vrijwel onweerstaanbare taart. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Ramirez - Fables - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter David Ramirez wist dat hij muzikant wilde worden toen hij in zijn studentenjaren een plaat van Ryan Adams hoorde.
Door het werk van Ryan Adams ontdekte hij vervolgens het rijke oeuvre van Bob Dylan en vertrok hij met een gitaar en een schone onderbroek naar Nashville, Tennessee, om daar zijn geluk als muzikant te beproeven.
Zijn eerste twee platen deden niet heel veel, maar het door Noah Gundersen (!) geproduceerde Fables moet daar verandering in gaan brengen. David Ramirez, die Nashville inmiddels heeft verruild voor Austin, Texas, heeft immers een prachtplaat afgeleverd.
Fables is een intieme singer-songwriter plaat die vertelt over het eenzame leven van een singer-songwriter ‘on the road’. David Ramirez trok de afgelopen jaren zonder veel succes door de Verenigde Staten en dat was niet altijd een genoegen. De eenzame en frustrerende momenten blijken nu echter wel een voedingsbodem geweest voor een geweldige plaat.
Fables is zo’n plaat die je vast weet te grijpen. De plaat doet dit direct bij eerste beluistering, maar doet dit ook nog wanneer je Fables voor de zoveelste keer hoort. Noah Gundersen heeft Fables voorzien van een mooi ingetogen geluid dat de intimiteit van de songs accentueert, al is de muziek van David Ramirez wel wat uitbundiger dan zijn eigen muziek.
Dat David Ramirez zich in eerste instantie heeft laten beïnvloeden door Ryan Adams is goed te horen, al is het lang geleden dat Ryan Adams zo’n mooi verstilde plaat heeft gemaakt. David Ramirez beperkt zich echter zeker niet tot de alt-country van het moment, maar raakt ook aan de singer-songwriter muziek uit de jaren 70 (denk aan James Taylor, Jackson Browne).
David Ramirez heeft op Fables vaak genoeg aan zijn akoestische gitaar en zijn emotievolle stem, maar Fables valt ook op door fraaie accenten van vrouwenstemmen en bevat ook nog eens een wonderschone bijdrage van pedal steel virtuoos Greg Leisz. Het is de slagroom op een voor liefhebbers van rootsy singer-songwriters vrijwel onweerstaanbare taart. Erwin Zijleman
David Rawlings - Poor David's Almanack (2017)

4,0
0
geplaatst: 15 augustus 2017, 14:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: David Rawlings - Poor David's Almanack - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Heel productief zijn David Rawlings en Gillian Welch niet.
Gillian Welch was in de afgelopen 21 jaar goed voor slechts vijf platen, waarvan de eerste vier tussen 1996 en 2003 werden uitgebracht en de laatste (het geweldige The Harrow & The Harvest, dat akelig dicht in de buurt komt bij haar meesterwerk Time (The Revelator) uit 2001) al weer zes jaar oud is.
David Rawlings maakte als Dave Rawlings Machine twee prima platen in 2009 en 2015 en brengt nu als David Rawlings Poor David’s Almanack uit.
Waar David Rawlings een belangrijke rol speelde op de zo bejubelde platen van Gillian Welch, draagt Gillian Welch stevig bij aan de platen van haar echtgenoot. Ze schreef mee aan flink wat songs op de plaat, tekent voor de percussie en voegt uiteraard prachtige harmony vocalen toe.
Net als op de platen van Dave Rawlings Machine neemt David Rawlings echter het voortouw op Poor David’s Almanack, dat net als de platen van Gillian Welch is geworteld in de Appalachen folk, maar ook citeert uit de folkrock en countryrock uit de jaren 70. Vergeleken met de platen van Dave Rawlings Machine schuurt Poor David’s Almanack wat dichter tegen het werk van Gillian Welch aan en dat vind ik persoonlijk goed nieuws.
De nieuwe plaat van David Rawlings (en Gillian Welch) past in het hokje traditionele Amerikaanse rootsmuziek, maar verkent hierbinnen een breed terrein. De plaat bevat een aantal zeer ingetogen folksongs, maar ook net wat stevigere songs of songs die opschuiven richting blues en country of zelfs voorzichtig raken aan het meer roots georiënteerde werk van The Eagles en Fleetwood Mac.
De vaak lome en ingetogen klanken eren de rijke tradities van de Amerikaanse rootsmuziek en sluiten hier en daar aan bij muzikale helden uit een ver verleden (een aantal songs op de plaat zou niet hebben misstaan op Deja Vu van Crosby, Stills, Nash & Young, maar David Rawlings en Gillian Welch hebben inmiddels ook een uit duizenden herkenbaar eigen geluid.
Als groot fan van de stem van Gillian Welch, veer ik steeds enthousiast op wanneer ze tekent voor prachtige harmonieën, maar ook de stem van haar partner ligt lekker in het gehoor en past uitstekend bij de muziek die het tweetal maakt.
Het is muziek die zich makkelijk opdringt, maar pas hierna begint met groeien. Bij eerste beluistering vond ik Poor David’s Almanack vooral een lekker klinkende plaat met tijdloze rootsmuziek voor bij het kampvuur, maar net als op de vorige platen van het tweetal krijgen de songs van Gillian Welch na verloop van tijd iets bezwerends.
Dat is deels de verdienste van de fraai bij elkaar kleurende stemmen van het tweetal, maar ook de trefzekere instrumentatie, met een hoofdrol voor werkelijk prachtig gitaarwerk, op Poor David’s Almanack draagt stevig bij aan het luisterplezier dat de nieuwe plaat van David Rawlings oplevert.
Heel veel platen maken Gillian Welch en David Rawlings misschien niet, maar zolang ze allemaal van het hoge niveau zijn dat we inmiddels van het tweetal gewend zijn, heb ik er vrede mee. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: David Rawlings - Poor David's Almanack - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Heel productief zijn David Rawlings en Gillian Welch niet.
Gillian Welch was in de afgelopen 21 jaar goed voor slechts vijf platen, waarvan de eerste vier tussen 1996 en 2003 werden uitgebracht en de laatste (het geweldige The Harrow & The Harvest, dat akelig dicht in de buurt komt bij haar meesterwerk Time (The Revelator) uit 2001) al weer zes jaar oud is.
David Rawlings maakte als Dave Rawlings Machine twee prima platen in 2009 en 2015 en brengt nu als David Rawlings Poor David’s Almanack uit.
Waar David Rawlings een belangrijke rol speelde op de zo bejubelde platen van Gillian Welch, draagt Gillian Welch stevig bij aan de platen van haar echtgenoot. Ze schreef mee aan flink wat songs op de plaat, tekent voor de percussie en voegt uiteraard prachtige harmony vocalen toe.
Net als op de platen van Dave Rawlings Machine neemt David Rawlings echter het voortouw op Poor David’s Almanack, dat net als de platen van Gillian Welch is geworteld in de Appalachen folk, maar ook citeert uit de folkrock en countryrock uit de jaren 70. Vergeleken met de platen van Dave Rawlings Machine schuurt Poor David’s Almanack wat dichter tegen het werk van Gillian Welch aan en dat vind ik persoonlijk goed nieuws.
De nieuwe plaat van David Rawlings (en Gillian Welch) past in het hokje traditionele Amerikaanse rootsmuziek, maar verkent hierbinnen een breed terrein. De plaat bevat een aantal zeer ingetogen folksongs, maar ook net wat stevigere songs of songs die opschuiven richting blues en country of zelfs voorzichtig raken aan het meer roots georiënteerde werk van The Eagles en Fleetwood Mac.
De vaak lome en ingetogen klanken eren de rijke tradities van de Amerikaanse rootsmuziek en sluiten hier en daar aan bij muzikale helden uit een ver verleden (een aantal songs op de plaat zou niet hebben misstaan op Deja Vu van Crosby, Stills, Nash & Young, maar David Rawlings en Gillian Welch hebben inmiddels ook een uit duizenden herkenbaar eigen geluid.
Als groot fan van de stem van Gillian Welch, veer ik steeds enthousiast op wanneer ze tekent voor prachtige harmonieën, maar ook de stem van haar partner ligt lekker in het gehoor en past uitstekend bij de muziek die het tweetal maakt.
Het is muziek die zich makkelijk opdringt, maar pas hierna begint met groeien. Bij eerste beluistering vond ik Poor David’s Almanack vooral een lekker klinkende plaat met tijdloze rootsmuziek voor bij het kampvuur, maar net als op de vorige platen van het tweetal krijgen de songs van Gillian Welch na verloop van tijd iets bezwerends.
Dat is deels de verdienste van de fraai bij elkaar kleurende stemmen van het tweetal, maar ook de trefzekere instrumentatie, met een hoofdrol voor werkelijk prachtig gitaarwerk, op Poor David’s Almanack draagt stevig bij aan het luisterplezier dat de nieuwe plaat van David Rawlings oplevert.
Heel veel platen maken Gillian Welch en David Rawlings misschien niet, maar zolang ze allemaal van het hoge niveau zijn dat we inmiddels van het tweetal gewend zijn, heb ik er vrede mee. Erwin Zijleman
Dawes - Passwords (2018)

4,0
0
geplaatst: 27 juni 2018, 15:07 uur
recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Dawes - Passwords - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De uit Los Angeles afkomstige band Dawes bestaat, toch wel enigszins tot mijn verbazing, al weer ruim negen jaar. Ik was negen jaar geleden behoorlijk onder de indruk van het debuut van de band (North Hills), waarop Dawes aan de haal ging met de erfenis van de Laurel Canyon scene van de thuisbasis van de band.
De door Jonathan Wilson geproduceerde plaat eerde nadrukkelijk de rijke muziekgeschiedenis van Los Angeles, maar slaagde er ook in om eigentijds te klinken, wat een knappe prestatie was.
In de jaren die volgden maakte Dawes lang niet altijd evenveel indruk als op haar debuut, maar de laatste jaren wist de band mij weer te overtuigen. De vorige plaat van de band, het in 2016 verschenen We’re All Gonna Die, viel zeker niet bij iedereen in de smaak, maar ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van het veelkleurige en zeer toegankelijke rockgeluid op de plaat en van de fraaie productie van Blake Mills, die ooit gitaar speelde in een voorloper van de band.
Voor haar nieuwe plaat heeft Dawes weer een beroep gedaan op producer Jonathan Wilson, die zoals gezegd ook het debuut van de Californische band produceerde. Wanneer Jonathan Wilson plaats neemt achter de knoppen kun je er bijna vergif op in nemen dat het geluid op de plaat een hoogs 70s gehalte zal hebben en dit gaat ook weer op voor Passwords. Net als op het debuut van de band slaagt Dawes er echter ook dit keer in om een geluid dat volop herinnert aan de popmuziek uit de jaren 70 fris en eigentijds te laten klinken.
Passwords herinnert zowel in de instrumentatie als in de songs aan nogal wat groten uit de jaren 70, waarbij de erfenis van de Laurel Canyon scene nog altijd nadrukkelijk wordt geëerd. Dawes blijft dit keer echter niet aan het begin van de jaren 70 hangen, maar flirt nadrukkelijk met de radiovriendelijke popmuziek die later in het decennium werd gemaakt door The Eagles en Fleetwood Mac en lonkt bovendien naar de 80s popmuziek van onder andere Steve Winwood en zelfs Hall & Oates.
Het levert een serie buitengewoon lekker in het gehoor liggende popsongs op en het zijn popsongs die laten horen dat Dawes een verrassend breed palet kan bestrijken. Op Passwords is voorman Taylor Goldsmith bovendien verder gegroeid als zanger en songwriter. De muzikant uit Los Angeles schudt de tijdloze popliedjes bijna achteloos uit de mouw, maar zoals gezegd staat Dawes ook dit keer niet met beide benen in het verleden.
Passwords richt zich in de teksten op de plaat op de dominante rol van technologie in onze samenleving, maar voegt ook in muzikaal opzicht eigentijdse accenten toe aan haar muziek, bijvoorbeeld door de synths net wat uitbundiger aan te laten zwellen. Passwords valt hiernaast op door fraai kabbelende pianoakkoorden, door stemmige klanken vol strijkers en door lekker gitaarwerk, dat hier en daar doet denken aan dat van Eric Clapton.
Nu zijn er momenteel zat bands die de mosterd halen waar Dawes dit doet, dus het gaat er uiteindelijk om of de songs op Passwords blijven hangen. Voor mezelf kan ik deze vraag bevestigend beantwoorden. Na meerdere keren horen zijn een aantal songs op de plaat me dierbaar en ik heb het idee dat hier nog wel wat songs bij komen. Invloeden uit de jaren 70 zijn populair op het moment, maar zo mooi als op de nieuwe plaat van Dawes heb ik ze de laatste tijd niet gehoord. Erwin Zijleman
review on: De krenten uit de pop: Dawes - Passwords - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De uit Los Angeles afkomstige band Dawes bestaat, toch wel enigszins tot mijn verbazing, al weer ruim negen jaar. Ik was negen jaar geleden behoorlijk onder de indruk van het debuut van de band (North Hills), waarop Dawes aan de haal ging met de erfenis van de Laurel Canyon scene van de thuisbasis van de band.
De door Jonathan Wilson geproduceerde plaat eerde nadrukkelijk de rijke muziekgeschiedenis van Los Angeles, maar slaagde er ook in om eigentijds te klinken, wat een knappe prestatie was.
In de jaren die volgden maakte Dawes lang niet altijd evenveel indruk als op haar debuut, maar de laatste jaren wist de band mij weer te overtuigen. De vorige plaat van de band, het in 2016 verschenen We’re All Gonna Die, viel zeker niet bij iedereen in de smaak, maar ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van het veelkleurige en zeer toegankelijke rockgeluid op de plaat en van de fraaie productie van Blake Mills, die ooit gitaar speelde in een voorloper van de band.
Voor haar nieuwe plaat heeft Dawes weer een beroep gedaan op producer Jonathan Wilson, die zoals gezegd ook het debuut van de Californische band produceerde. Wanneer Jonathan Wilson plaats neemt achter de knoppen kun je er bijna vergif op in nemen dat het geluid op de plaat een hoogs 70s gehalte zal hebben en dit gaat ook weer op voor Passwords. Net als op het debuut van de band slaagt Dawes er echter ook dit keer in om een geluid dat volop herinnert aan de popmuziek uit de jaren 70 fris en eigentijds te laten klinken.
Passwords herinnert zowel in de instrumentatie als in de songs aan nogal wat groten uit de jaren 70, waarbij de erfenis van de Laurel Canyon scene nog altijd nadrukkelijk wordt geëerd. Dawes blijft dit keer echter niet aan het begin van de jaren 70 hangen, maar flirt nadrukkelijk met de radiovriendelijke popmuziek die later in het decennium werd gemaakt door The Eagles en Fleetwood Mac en lonkt bovendien naar de 80s popmuziek van onder andere Steve Winwood en zelfs Hall & Oates.
Het levert een serie buitengewoon lekker in het gehoor liggende popsongs op en het zijn popsongs die laten horen dat Dawes een verrassend breed palet kan bestrijken. Op Passwords is voorman Taylor Goldsmith bovendien verder gegroeid als zanger en songwriter. De muzikant uit Los Angeles schudt de tijdloze popliedjes bijna achteloos uit de mouw, maar zoals gezegd staat Dawes ook dit keer niet met beide benen in het verleden.
Passwords richt zich in de teksten op de plaat op de dominante rol van technologie in onze samenleving, maar voegt ook in muzikaal opzicht eigentijdse accenten toe aan haar muziek, bijvoorbeeld door de synths net wat uitbundiger aan te laten zwellen. Passwords valt hiernaast op door fraai kabbelende pianoakkoorden, door stemmige klanken vol strijkers en door lekker gitaarwerk, dat hier en daar doet denken aan dat van Eric Clapton.
Nu zijn er momenteel zat bands die de mosterd halen waar Dawes dit doet, dus het gaat er uiteindelijk om of de songs op Passwords blijven hangen. Voor mezelf kan ik deze vraag bevestigend beantwoorden. Na meerdere keren horen zijn een aantal songs op de plaat me dierbaar en ik heb het idee dat hier nog wel wat songs bij komen. Invloeden uit de jaren 70 zijn populair op het moment, maar zo mooi als op de nieuwe plaat van Dawes heb ik ze de laatste tijd niet gehoord. Erwin Zijleman
Dawes - We're All Gonna Die (2016)

4,0
1
geplaatst: 11 oktober 2016, 15:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dawes - We're All Gonna Die - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit North Hills, California, afkomstige band Dawes debuteerde zo’n zeven jaar geleden met een titelloze plaat, waarop de band, samen met producer Jonathan Wilson, een buitengewoon fraai en authentiek Laurel Canyon geluid liet horen.
Sindsdien ben ik Dawes eerlijk gezegd wat uit het oog verloren, maar sinds de release van hun vijfde plaat ben ik weer bij de les.
Het niet erg optimistisch maar wel realistisch getitelde We’re All Gonna Die, laat een duidelijk ander geluid horen dan het debuut van zeven jaar geleden.
Samen met producer Blake Mills, overigens lid van een vroege versie van Dawes en als muzikant met Heigh Ho nog goed voor een van de betere platen van 2014, heeft Dawes gekozen voor een geluid waarin ruimte is voor uiteenlopende invloeden. Het vintage Laurel Canyon geluid van het debuut is verruild voor een fris geluid waarin zowel organische als elektronische klanken hun weg hebben gevonden.
Het is een geluid waarin nog altijd volop ruimte is voor invloeden uit het verleden, maar het zijn niet de invloeden die je verwacht van Dawes. Bij beluistering van We’re All Gonna Die had ik afwisselend associaties met de Amerikaanse soft-rock uit de jaren 70, de platen van Paul Simon uit de jaren 80 en 90, het gehele oeuvre van 10cc, af en toe wat van The Eagles en heel soms wat van het acceptabele werk van Maroon 5. Namen die tijdens de laatste beluistering op kwamen zijn die van Tom Petty, The Doobie Brothers en Jackson Browne.
Al deze invloeden zijn verwerkt in een toch ook wel eigentijds geluid en gegoten in vrijwel zonder uitzondering buitengewoon lekker in het gehoor liggende songs, al zijn het ook songs waarin ruimte is voor experiment of subtiele passages.
In muzikaal opzicht valt er volop te genieten, al moet je natuurlijk wel open staan voor de wat gladde productie en de vele funky escapades van Dawes. Uit de recensies die tot dusver zijn verschenen blijkt dat We’re All Gonna Die van Dawes een plaat is waar je van houdt of die je verafschuwt. Zelf schaar ik mezelf absoluut in de eerste categorie.
Dawes durft op haar vijfde plaat nadrukkelijk buiten de eigen lijntjes te kleuren, kiest een fraai evenwicht tussen lekker in het gehoor liggende popmuziek en muzikaal avontuur en balanceert af en toe misschien op de grens van kunst en kitsch, maar blijft altijd aan de juiste kant van de streep.
Iedere keer dat ik naar We’re All Gonna Die van Dawes luister hoor ik weer nieuwe dingen en duikt weer meer vergelijkingsmateriaal uit vervlogen tijden op (zo hoor ik nu opeens iets van Electric Light Orchestra). Iedere keer dat ik naar de vijfde van Dawes luister is het ook weer wat meer genieten. Heerlijke en interessante plaat dus wat mij betreft. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Dawes - We're All Gonna Die - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit North Hills, California, afkomstige band Dawes debuteerde zo’n zeven jaar geleden met een titelloze plaat, waarop de band, samen met producer Jonathan Wilson, een buitengewoon fraai en authentiek Laurel Canyon geluid liet horen.
Sindsdien ben ik Dawes eerlijk gezegd wat uit het oog verloren, maar sinds de release van hun vijfde plaat ben ik weer bij de les.
Het niet erg optimistisch maar wel realistisch getitelde We’re All Gonna Die, laat een duidelijk ander geluid horen dan het debuut van zeven jaar geleden.
Samen met producer Blake Mills, overigens lid van een vroege versie van Dawes en als muzikant met Heigh Ho nog goed voor een van de betere platen van 2014, heeft Dawes gekozen voor een geluid waarin ruimte is voor uiteenlopende invloeden. Het vintage Laurel Canyon geluid van het debuut is verruild voor een fris geluid waarin zowel organische als elektronische klanken hun weg hebben gevonden.
Het is een geluid waarin nog altijd volop ruimte is voor invloeden uit het verleden, maar het zijn niet de invloeden die je verwacht van Dawes. Bij beluistering van We’re All Gonna Die had ik afwisselend associaties met de Amerikaanse soft-rock uit de jaren 70, de platen van Paul Simon uit de jaren 80 en 90, het gehele oeuvre van 10cc, af en toe wat van The Eagles en heel soms wat van het acceptabele werk van Maroon 5. Namen die tijdens de laatste beluistering op kwamen zijn die van Tom Petty, The Doobie Brothers en Jackson Browne.
Al deze invloeden zijn verwerkt in een toch ook wel eigentijds geluid en gegoten in vrijwel zonder uitzondering buitengewoon lekker in het gehoor liggende songs, al zijn het ook songs waarin ruimte is voor experiment of subtiele passages.
In muzikaal opzicht valt er volop te genieten, al moet je natuurlijk wel open staan voor de wat gladde productie en de vele funky escapades van Dawes. Uit de recensies die tot dusver zijn verschenen blijkt dat We’re All Gonna Die van Dawes een plaat is waar je van houdt of die je verafschuwt. Zelf schaar ik mezelf absoluut in de eerste categorie.
Dawes durft op haar vijfde plaat nadrukkelijk buiten de eigen lijntjes te kleuren, kiest een fraai evenwicht tussen lekker in het gehoor liggende popmuziek en muzikaal avontuur en balanceert af en toe misschien op de grens van kunst en kitsch, maar blijft altijd aan de juiste kant van de streep.
Iedere keer dat ik naar We’re All Gonna Die van Dawes luister hoor ik weer nieuwe dingen en duikt weer meer vergelijkingsmateriaal uit vervlogen tijden op (zo hoor ik nu opeens iets van Electric Light Orchestra). Iedere keer dat ik naar de vijfde van Dawes luister is het ook weer wat meer genieten. Heerlijke en interessante plaat dus wat mij betreft. Erwin Zijleman
Dawn Landes - Meet Me at the River (2018)

4,0
0
geplaatst: 25 oktober 2018, 16:29 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dawn Landes - Meet Me At The River - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De nieuwe van Dawn Landes verdween bijna tussen wal en schip, maar blijkt een parel binnen de rootsmuziek van het moment
De vorige van Dawn Landes viel me eerlijk gezegd wat tegen, wat er vast aan heeft bijgedragen dat Meet Me At The River niet onmiddellijk boven op de stapel lag. Toen de plaat hier eenmaal lag werd me snel duidelijk dat de Amerikaanse singer-songwriter een prachtplaat heeft gemaakt. Meet Me At The River laat zich beluisteren als een klassieke 70s countryplaat met hier en daar een snufje alt-country en imponeert zowel in productioneel, muzikaal als vocaal opzicht met songs die stuk voor stuk blijven hangen en je langzaam maar zeker steeds dierbaarder worden.
Er verschijnen momenteel zo idioot veel platen dat het niet te voorkomen is dat er af en toe één tussen wal en schip valt. Het was bijna gebeurd met Meet Me At The River van Dawn Landes, wat deels ook wel te maken heeft met het feit dat de plaat pas in Nederland werd uitgebracht toen de internationale aandacht voor de plaat al weer grotendeels was verstomd.
Meet Me At The River stond dan ook niet meer op mijn lijstje, tot ik de bijzonder lovende recensie in het Britse muziektijdschrift Uncut nog eens doorlas en toch wel nieuwsgierig werd naar de nieuwe plaat van de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, die door Uncut met een zeldzame 9 werd beloond.
Dawn Landes komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. De in Louisville, Kentucky, geboren muzikante debuteerde in 2005 en leverde de afgelopen tien jaar met Fireproof, Sweet Heart Rodeo en Bluebird drie platen af die warm werden onthaald door zowel de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek als de critici. Sinds Bluebird was het lang stil, maar afgelopen zomer dook Dawn Landes eindelijk weer op met een nieuwe plaat. Persoonlijk vond ik Sweet Heart Rodeo een uitstekende plaat, maar viel het uiterst ingetogen en wel erg voortkabbelende Bluebird, waarop Dawn Landes het einde van haar huwelijk met muzikant Josh Ritter verwerkte, me toch wat tegen.
Het is wat mij betreft dan ook goed nieuws dat Dawn Landes op Meet Me At The River heeft gekozen voor een voller en wat meer uptempo geluid. De singer-songwriter uit Nashville deed voor de productie van haar nieuwe plaat een beroep op de legendarische Nashville producer Fred Foster, die in de Amerikaanse country hoofdstad werkte met de groten der aarde.
Fred Foster heeft Meet Me At The River voorzien van een warm en rijk countrygeluid, dat je mee terugneemt naar de country zoals die in de jaren 70 werd gemaakt. Het is een geluid dat fraai wordt ingekleurd door een aantal prima muzikanten uit de Nashville scene en waarin de pedal steel uiteraard niet ontbreekt. Het is ook een geluid waarin de uitstekende stem van Dawn Landes beter gedijt dan in het vrij sobere geluid op haar vorige plaat.
De singer-songwriter die lang het leven van een nomade heeft geleefd en via Kentucky, Missouri en New York uiteindelijk in Nashville is terecht gekomen, klinkt op haar nieuwe plaat als een van de grote countryzangeressen uit de country van weleer en doet er qua stem niet voor onder.
De fraaie instrumentatie, tijdloze productie en de krachtige stem van Dawn Landes zijn de belangrijkste ingrediënten van Meet Me At The River, maar Dawn Landes vertelt ook nog eens mooie persoonlijke verhalen en schrijft aansprekende songs, die ook nog eens makkelijk blijven hangen. Het heeft er voor gezorgd dat de nieuwe plaat van Dawn Landes me heel snel dierbaar is geworden.
Het maakt het extra pijnlijk dat de plaat lange tijd onopgemerkt dreigde te blijven en in Nederland sowieso weinig aandacht krijgt, maar gelukkig zette Uncut me weer op het juiste spoor. Het is dringen in het genre op het moment, maar deze moet wat mij betreft gehoord worden als een van de smaakmakers van het moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Dawn Landes - Meet Me At The River - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De nieuwe van Dawn Landes verdween bijna tussen wal en schip, maar blijkt een parel binnen de rootsmuziek van het moment
De vorige van Dawn Landes viel me eerlijk gezegd wat tegen, wat er vast aan heeft bijgedragen dat Meet Me At The River niet onmiddellijk boven op de stapel lag. Toen de plaat hier eenmaal lag werd me snel duidelijk dat de Amerikaanse singer-songwriter een prachtplaat heeft gemaakt. Meet Me At The River laat zich beluisteren als een klassieke 70s countryplaat met hier en daar een snufje alt-country en imponeert zowel in productioneel, muzikaal als vocaal opzicht met songs die stuk voor stuk blijven hangen en je langzaam maar zeker steeds dierbaarder worden.
Er verschijnen momenteel zo idioot veel platen dat het niet te voorkomen is dat er af en toe één tussen wal en schip valt. Het was bijna gebeurd met Meet Me At The River van Dawn Landes, wat deels ook wel te maken heeft met het feit dat de plaat pas in Nederland werd uitgebracht toen de internationale aandacht voor de plaat al weer grotendeels was verstomd.
Meet Me At The River stond dan ook niet meer op mijn lijstje, tot ik de bijzonder lovende recensie in het Britse muziektijdschrift Uncut nog eens doorlas en toch wel nieuwsgierig werd naar de nieuwe plaat van de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, die door Uncut met een zeldzame 9 werd beloond.
Dawn Landes komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. De in Louisville, Kentucky, geboren muzikante debuteerde in 2005 en leverde de afgelopen tien jaar met Fireproof, Sweet Heart Rodeo en Bluebird drie platen af die warm werden onthaald door zowel de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek als de critici. Sinds Bluebird was het lang stil, maar afgelopen zomer dook Dawn Landes eindelijk weer op met een nieuwe plaat. Persoonlijk vond ik Sweet Heart Rodeo een uitstekende plaat, maar viel het uiterst ingetogen en wel erg voortkabbelende Bluebird, waarop Dawn Landes het einde van haar huwelijk met muzikant Josh Ritter verwerkte, me toch wat tegen.
Het is wat mij betreft dan ook goed nieuws dat Dawn Landes op Meet Me At The River heeft gekozen voor een voller en wat meer uptempo geluid. De singer-songwriter uit Nashville deed voor de productie van haar nieuwe plaat een beroep op de legendarische Nashville producer Fred Foster, die in de Amerikaanse country hoofdstad werkte met de groten der aarde.
Fred Foster heeft Meet Me At The River voorzien van een warm en rijk countrygeluid, dat je mee terugneemt naar de country zoals die in de jaren 70 werd gemaakt. Het is een geluid dat fraai wordt ingekleurd door een aantal prima muzikanten uit de Nashville scene en waarin de pedal steel uiteraard niet ontbreekt. Het is ook een geluid waarin de uitstekende stem van Dawn Landes beter gedijt dan in het vrij sobere geluid op haar vorige plaat.
De singer-songwriter die lang het leven van een nomade heeft geleefd en via Kentucky, Missouri en New York uiteindelijk in Nashville is terecht gekomen, klinkt op haar nieuwe plaat als een van de grote countryzangeressen uit de country van weleer en doet er qua stem niet voor onder.
De fraaie instrumentatie, tijdloze productie en de krachtige stem van Dawn Landes zijn de belangrijkste ingrediënten van Meet Me At The River, maar Dawn Landes vertelt ook nog eens mooie persoonlijke verhalen en schrijft aansprekende songs, die ook nog eens makkelijk blijven hangen. Het heeft er voor gezorgd dat de nieuwe plaat van Dawn Landes me heel snel dierbaar is geworden.
Het maakt het extra pijnlijk dat de plaat lange tijd onopgemerkt dreigde te blijven en in Nederland sowieso weinig aandacht krijgt, maar gelukkig zette Uncut me weer op het juiste spoor. Het is dringen in het genre op het moment, maar deze moet wat mij betreft gehoord worden als een van de smaakmakers van het moment. Erwin Zijleman
Dawn Landes - The Liberated Woman's Songbook (2024)

4,0
0
geplaatst: 3 april 2024, 11:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dawn Landes - The Liberated Woman’s Songbook - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dawn Landes - The Liberated Woman’s Songbook
Dawn Landes stoft een boek met songs over vrouwenrechten uit 1971 af en brengt het momenteel weer zeer actuele thema onder de aandacht met een aantal fraai ingekleurde folksongs
The Liberated Woman’s Songbook is een boek uit 1971 waarin een groot aantal folksongs over vrouwenrechten zijn opgenomen. De Amerikaanse singer-songwriter Dawn Landes vertolkt elf songs uit dit boek en vraagt hiermee aandacht voor de verslechterende rechten van vrouwen in de VS. The Liberated Woman’s Songbook bevat songs uit een ver verleden, maar het album klinkt, mede door de productie van Josh Kaufman, verrassend eigentijds. Dawn Landes heeft een wat wispelturig oeuvre, maar op haar nieuwe album zingt ze prachtig en houdt ze, samen met een aantal uitstekende muzikanten en topproducer Josh Kaufman een behoorlijk hoog niveau vast.
De Amerikaanse singer-songwriter Aoife O’Donovan bracht vorige week een album uit dat volledig in het teken staat van de rechten van vrouwen. Deze week doet Dawn Landes met The Liberated Woman’s Songbook hetzelfde. Het thema komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Fundamentele christenen en een door radicaal rechts en idioten gedomineerde Republikeinse partij doen er in de Verenigde Staten momenteel alles aan om de rechten van vrouwen te beperken en eerder verworven vrijheden, bijvoorbeeld wanneer het gaat om abortus, terug te draaien. Een tegengeluid is daarom zeer welkom.
Wanneer ik moet kiezen tussen het door een compleet koor en een orkest wat overdadig klinkende album van Aoife O’Donovan en het veel soberder klinkende album van Dawn Landes kies ik voor het laatste album. De keuze voor Dawn Landes was voor mij zeker geen vanzelfsprekende, want ik heb lang niet al haar vorige albums opgepikt, al vond ik met name het in 2018 verschenen Meet Me At The River prachtig.
The Liberated Woman’s Songbook trok in eerste instantie vooral mijn aandacht door het concept. Het nieuwe album van de singer-songwriter, die via haar geboortegrond in Kentucky en jaren in New York in Chapel Hill, North Carolina, is terecht gekomen, is gebaseerd op het boek The Liberated Woman's Songbook van Jerry Silverman, dat in 1971 verscheen. Het boek bundelde 77 songs over vrouwenrechten en van deze songs vertolkt Dawn Landes er elf op haar nieuwe album (na demo’s te hebben opgenomen van 25 songs in het boek).
De oudste song op het album komt uit 1830, terwijl we aan het eind van het album in 1970 zijn beland. Het zijn songs die een goed beeld geven van de rechten waarvoor vrouwen de afgelopen twee eeuwen hebben moeten strijden en die hopelijk stand houden in het huidige sociale en politieke klimaat in de Verenigde Staten.
Dawn Landes vertolkt de deels stokoude songs met veel gevoel voor traditie, maar The Liberated Woman’s Songbook klinkt minder traditioneel dan ik op voorhand had verwacht. Dawn Landes maakte haar nieuwe album samen met producer Josh Kaufman (Bonny Light Horseman, The Hold Steady, Cassandra Jenkins), die het album heeft voorzien van een authentiek maar ook eigentijds klinkend geluid. The Liberated Woman’s Songbook klinkt immers zeker niet als een serie traditionals van heel lang geleden, maar als een serie songs van nu, al hoor je in de teksten dat de songs uit een ver verleden stammen.
De combinatie van folksongs met zowel authentieke als eigentijdse invloeden passen wat mij betreft uitstekend bij de stem van Dawn Landes, die wordt versterkt door de sfeervolle klanken en de fraaie productie van Josh Kaufman. De Amerikaanse singer-songwriter zingt echt prachtig op haar nieuwe album en voorziet de geëngageerde songs van de juiste lading. Ze wordt bijgestaan door subtiele bijdragen van een aantal zangeressen, terwijl op de achtergrond een heel arsenaal aan instrumenten voorbij komt. Desondanks klinkt The Liberated Woman’s Songbook geen moment overdadig, maar eerder intiem.
Ik was in het verleden niet altijd gecharmeerd van de albums van Dawn Landes, het in 2020 verschenen ROW kwam ik bijvoorbeeld echt niet doorheen, maar ze maakte ook een aantal hele mooie albums. Het prachtige The Liberated Woman’s Songbook was echter geen moment een twijfelgeval deze week en strijdt ook nog eens voor een goede zaak. Warm aanbevolen dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Dawn Landes - The Liberated Woman’s Songbook - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dawn Landes - The Liberated Woman’s Songbook
Dawn Landes stoft een boek met songs over vrouwenrechten uit 1971 af en brengt het momenteel weer zeer actuele thema onder de aandacht met een aantal fraai ingekleurde folksongs
The Liberated Woman’s Songbook is een boek uit 1971 waarin een groot aantal folksongs over vrouwenrechten zijn opgenomen. De Amerikaanse singer-songwriter Dawn Landes vertolkt elf songs uit dit boek en vraagt hiermee aandacht voor de verslechterende rechten van vrouwen in de VS. The Liberated Woman’s Songbook bevat songs uit een ver verleden, maar het album klinkt, mede door de productie van Josh Kaufman, verrassend eigentijds. Dawn Landes heeft een wat wispelturig oeuvre, maar op haar nieuwe album zingt ze prachtig en houdt ze, samen met een aantal uitstekende muzikanten en topproducer Josh Kaufman een behoorlijk hoog niveau vast.
De Amerikaanse singer-songwriter Aoife O’Donovan bracht vorige week een album uit dat volledig in het teken staat van de rechten van vrouwen. Deze week doet Dawn Landes met The Liberated Woman’s Songbook hetzelfde. Het thema komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Fundamentele christenen en een door radicaal rechts en idioten gedomineerde Republikeinse partij doen er in de Verenigde Staten momenteel alles aan om de rechten van vrouwen te beperken en eerder verworven vrijheden, bijvoorbeeld wanneer het gaat om abortus, terug te draaien. Een tegengeluid is daarom zeer welkom.
Wanneer ik moet kiezen tussen het door een compleet koor en een orkest wat overdadig klinkende album van Aoife O’Donovan en het veel soberder klinkende album van Dawn Landes kies ik voor het laatste album. De keuze voor Dawn Landes was voor mij zeker geen vanzelfsprekende, want ik heb lang niet al haar vorige albums opgepikt, al vond ik met name het in 2018 verschenen Meet Me At The River prachtig.
The Liberated Woman’s Songbook trok in eerste instantie vooral mijn aandacht door het concept. Het nieuwe album van de singer-songwriter, die via haar geboortegrond in Kentucky en jaren in New York in Chapel Hill, North Carolina, is terecht gekomen, is gebaseerd op het boek The Liberated Woman's Songbook van Jerry Silverman, dat in 1971 verscheen. Het boek bundelde 77 songs over vrouwenrechten en van deze songs vertolkt Dawn Landes er elf op haar nieuwe album (na demo’s te hebben opgenomen van 25 songs in het boek).
De oudste song op het album komt uit 1830, terwijl we aan het eind van het album in 1970 zijn beland. Het zijn songs die een goed beeld geven van de rechten waarvoor vrouwen de afgelopen twee eeuwen hebben moeten strijden en die hopelijk stand houden in het huidige sociale en politieke klimaat in de Verenigde Staten.
Dawn Landes vertolkt de deels stokoude songs met veel gevoel voor traditie, maar The Liberated Woman’s Songbook klinkt minder traditioneel dan ik op voorhand had verwacht. Dawn Landes maakte haar nieuwe album samen met producer Josh Kaufman (Bonny Light Horseman, The Hold Steady, Cassandra Jenkins), die het album heeft voorzien van een authentiek maar ook eigentijds klinkend geluid. The Liberated Woman’s Songbook klinkt immers zeker niet als een serie traditionals van heel lang geleden, maar als een serie songs van nu, al hoor je in de teksten dat de songs uit een ver verleden stammen.
De combinatie van folksongs met zowel authentieke als eigentijdse invloeden passen wat mij betreft uitstekend bij de stem van Dawn Landes, die wordt versterkt door de sfeervolle klanken en de fraaie productie van Josh Kaufman. De Amerikaanse singer-songwriter zingt echt prachtig op haar nieuwe album en voorziet de geëngageerde songs van de juiste lading. Ze wordt bijgestaan door subtiele bijdragen van een aantal zangeressen, terwijl op de achtergrond een heel arsenaal aan instrumenten voorbij komt. Desondanks klinkt The Liberated Woman’s Songbook geen moment overdadig, maar eerder intiem.
Ik was in het verleden niet altijd gecharmeerd van de albums van Dawn Landes, het in 2020 verschenen ROW kwam ik bijvoorbeeld echt niet doorheen, maar ze maakte ook een aantal hele mooie albums. Het prachtige The Liberated Woman’s Songbook was echter geen moment een twijfelgeval deze week en strijdt ook nog eens voor een goede zaak. Warm aanbevolen dus. Erwin Zijleman
Dawn Richard & Spencer Zahn - Quiet in a World Full of Noise (2024)

4,0
0
geplaatst: 11 oktober 2024, 14:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dawn Richard & Spencer Zahn - Quiet In A World Full Of Noise - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dawn Richard & Spencer Zahn - Quiet In A World Full Of Noise
Dawn Richard heeft een verleden in de R&B en Spencer Zahn is vooral bekend als componist, maar de werelden van beiden vloeien op prachtige wijze samen op het in alle opzichten bijzondere Quiet In A World Full Of Noise
Quiet In A World Full Of Noise is een album vol beeldende en bijzonder mooie klanken. Het zijn klanken van de hand van componist Spencer Zahn, die ook goed uit de voeten kan met filmmuziek. Het is muziek waarin je eigenlijk geen zang verwacht, maar die zang is er wel en komt van R&B zangeres Dawn Richard, die ook op haar eigen albums al buiten de lijntjes kleurde, maar op Quiet In A World Full Of Noise de grenzen nog wat steviger verlegt met Spencer Zahn. Het lijkt een wat vreemde combinatie, maar het pakt echt prachtig uit. Spencer Zahn en Dawn Richard hebben een album gemaakt dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht betovert en dat je een kleine 40 minuten mee neemt naar een andere wereld.
Ik volg de ontwikkelingen binnen de R&B zeker niet op de voet, maar waar ik het genre een jaar of tien geleden nog volledig links liet liggen, luister ik inmiddels naar een flink deel van de nieuwe albums binnen de R&B en heb ik een zwak voor de wat avontuurlijkere albums binnen het genre. R&B muzikanten als Solange, Tirzah, Kelela, Janelle Monáe, Cleo Sol en Amel Larrieux wisten de afgelopen jaren zelfs mijn jaarlijstje te halen en de term R&B komt inmiddels terug in vele tientallen recensies op de krenten uit de pop.
Ook de Amerikaanse R&B muzikante Dawn Richard trok aan het eind van 2021 mijn aandacht met haar album Second Line, dat in meerdere jaarlijstjes opdook. Het is een album waarop Dawn Richard de grenzen van de R&B opzoekt, net zoals de bovengenoemde muzikanten dat deden op hun albums. Het was mijn eerste kennismaking met de muziek van Dawn Richard, die al een jaar of vijftien meedraait en inmiddels een respectabel aantal albums op haar naam heeft staan.
De Amerikaanse muzikante duikt deze week op met een album dat ze heeft gemaakt met de eveneens Amerikaanse componist en multi-instrumentalist Spencer Zahn. Het is niet de eerste keer dat de twee samenwerken, want in 2022 verscheen al het album Pigments. Het is een album dat me twee jaar geleden niet is opgevallen, maar het is een fascinerend album, waarop Spenzer Zahn op bijzondere wijze invloeden uit de jazz en de neoklassieke muziek combineert en Dawn Richard tekent voor de vocalen.
Het deze week verschenen Quiet In A World Full Of Noise is weer een duidelijk ander album, maar het is wederom een album waarop de niet voor de hand liggende samenwerking tussen Dawn Richard en Spencer Zahn verrassend goed werkt. Met R&B heeft het niet zo gek veel te maken, al zijn er zeker nog wat subtiele invloeden uit het genre verstopt in de zang op het album, al hoor ik meer invloeden uit de soul en de jazz.
Op Quiet In A World Full Of Noise draait in eerste instantie alles om de composities van Spencer Zahn. De Amerikaanse muzikant ging door een diep dal na een breakup en schreef een aantal door piano gedomineerde en behoorlijk stemmige en melancholische tracks. De stemmige klanken, die af en toe ook veel rijker zijn georkestreerd met een flinke batterij aan strijkers, worden gecombineerd met de wederom zeer ingetogen maar ook zeer smaakvolle zang van Dawn Richard, die nog meer dan op Pigments en haar R&B getinte albums laat horen dat ze een uitstekende zangeres is.
De zang van Dawn Richard is op Quiet In A World Full Of Noise iets dominanter aanwezig dan op Pigments en komt wat mij betreft ook beter tot zijn recht in het vooral neoklassieke maar ook met elektronica verrijkte geluid op het album. Het is mijlenver verwijderd van de muziek waarmee Dawn Richard een paar jaar geleden mijn aandacht trok en bij eerste beluistering moest ik er echt flink aan wennen, maar inmiddels vind ik Quiet In A World Full Of Noise niet alleen een bijzonder, maar ook een heel mooi album.
Ik ben op zich heel benieuwd naar de volgende R&B verrichtingen van Dawn Richard, maar ook de samenwerking met Spencer Zahn smaakt zeker naar meer. Met Quiet In A World Full Of Noise hebben Dawn Richard en Spencer Zahn een album gemaakt dat je even op je in moet laten werken, maar dat vervolgens al snel verandert in een fascinerende en meestal bedwelmend mooie luistertrip. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Dawn Richard & Spencer Zahn - Quiet In A World Full Of Noise - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dawn Richard & Spencer Zahn - Quiet In A World Full Of Noise
Dawn Richard heeft een verleden in de R&B en Spencer Zahn is vooral bekend als componist, maar de werelden van beiden vloeien op prachtige wijze samen op het in alle opzichten bijzondere Quiet In A World Full Of Noise
Quiet In A World Full Of Noise is een album vol beeldende en bijzonder mooie klanken. Het zijn klanken van de hand van componist Spencer Zahn, die ook goed uit de voeten kan met filmmuziek. Het is muziek waarin je eigenlijk geen zang verwacht, maar die zang is er wel en komt van R&B zangeres Dawn Richard, die ook op haar eigen albums al buiten de lijntjes kleurde, maar op Quiet In A World Full Of Noise de grenzen nog wat steviger verlegt met Spencer Zahn. Het lijkt een wat vreemde combinatie, maar het pakt echt prachtig uit. Spencer Zahn en Dawn Richard hebben een album gemaakt dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht betovert en dat je een kleine 40 minuten mee neemt naar een andere wereld.
Ik volg de ontwikkelingen binnen de R&B zeker niet op de voet, maar waar ik het genre een jaar of tien geleden nog volledig links liet liggen, luister ik inmiddels naar een flink deel van de nieuwe albums binnen de R&B en heb ik een zwak voor de wat avontuurlijkere albums binnen het genre. R&B muzikanten als Solange, Tirzah, Kelela, Janelle Monáe, Cleo Sol en Amel Larrieux wisten de afgelopen jaren zelfs mijn jaarlijstje te halen en de term R&B komt inmiddels terug in vele tientallen recensies op de krenten uit de pop.
Ook de Amerikaanse R&B muzikante Dawn Richard trok aan het eind van 2021 mijn aandacht met haar album Second Line, dat in meerdere jaarlijstjes opdook. Het is een album waarop Dawn Richard de grenzen van de R&B opzoekt, net zoals de bovengenoemde muzikanten dat deden op hun albums. Het was mijn eerste kennismaking met de muziek van Dawn Richard, die al een jaar of vijftien meedraait en inmiddels een respectabel aantal albums op haar naam heeft staan.
De Amerikaanse muzikante duikt deze week op met een album dat ze heeft gemaakt met de eveneens Amerikaanse componist en multi-instrumentalist Spencer Zahn. Het is niet de eerste keer dat de twee samenwerken, want in 2022 verscheen al het album Pigments. Het is een album dat me twee jaar geleden niet is opgevallen, maar het is een fascinerend album, waarop Spenzer Zahn op bijzondere wijze invloeden uit de jazz en de neoklassieke muziek combineert en Dawn Richard tekent voor de vocalen.
Het deze week verschenen Quiet In A World Full Of Noise is weer een duidelijk ander album, maar het is wederom een album waarop de niet voor de hand liggende samenwerking tussen Dawn Richard en Spencer Zahn verrassend goed werkt. Met R&B heeft het niet zo gek veel te maken, al zijn er zeker nog wat subtiele invloeden uit het genre verstopt in de zang op het album, al hoor ik meer invloeden uit de soul en de jazz.
Op Quiet In A World Full Of Noise draait in eerste instantie alles om de composities van Spencer Zahn. De Amerikaanse muzikant ging door een diep dal na een breakup en schreef een aantal door piano gedomineerde en behoorlijk stemmige en melancholische tracks. De stemmige klanken, die af en toe ook veel rijker zijn georkestreerd met een flinke batterij aan strijkers, worden gecombineerd met de wederom zeer ingetogen maar ook zeer smaakvolle zang van Dawn Richard, die nog meer dan op Pigments en haar R&B getinte albums laat horen dat ze een uitstekende zangeres is.
De zang van Dawn Richard is op Quiet In A World Full Of Noise iets dominanter aanwezig dan op Pigments en komt wat mij betreft ook beter tot zijn recht in het vooral neoklassieke maar ook met elektronica verrijkte geluid op het album. Het is mijlenver verwijderd van de muziek waarmee Dawn Richard een paar jaar geleden mijn aandacht trok en bij eerste beluistering moest ik er echt flink aan wennen, maar inmiddels vind ik Quiet In A World Full Of Noise niet alleen een bijzonder, maar ook een heel mooi album.
Ik ben op zich heel benieuwd naar de volgende R&B verrichtingen van Dawn Richard, maar ook de samenwerking met Spencer Zahn smaakt zeker naar meer. Met Quiet In A World Full Of Noise hebben Dawn Richard en Spencer Zahn een album gemaakt dat je even op je in moet laten werken, maar dat vervolgens al snel verandert in een fascinerende en meestal bedwelmend mooie luistertrip. Erwin Zijleman
De Lorians - De Lorians (2019)

4,0
2
geplaatst: 6 augustus 2019, 12:24 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: De Lorians - De Lorians - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Lorians - De Lorians
De Lorians smeedt op fascinerende wijze invloeden uit de jazzrock, progrock en psychedelica aan elkaar op een album dat maar blijft verbazen
Japanse bands houden over het algemeen wel van wat experiment in hun muziek en dat is niet anders op het debuut van het uit Tokyo afkomstige De Lorians. De jonge Japanners gaan aan de haal met invloeden uit de Canterbury scene en Frank Zappa en smeden op weergaloze wijze invloeden uit de jazzrock, progrock en psychedelica aan elkaar. De muziek van de Japanse band is volledig instrumentaal en springt op het eerste gehoor van de hak op de tak. Langzaam maar zeker vallen er echter steeds meer puzzelstukjes in elkaar. Het debuut van De Lorians slurpt energie, maar geeft misschien nog wel meer energie. Buitengewoon fascinerend album.
De Lorians is een band uit Tokyo en het is een band die een krankzinnig maar ook waanzinnig debuut heeft afgeleverd. Het titelloze debuut van de Japanse band is ruim een half uur lang totaal ongrijpbaar, maar ook zo interessant dat je al snel geen noot wilt missen.
Het avontuurlijke geluid van de band bestaat uit gelijke delen jazzrock, progrock en psychedelica en wordt op smaak gebracht met experimentele rock en een subtiel Japans tintje.
De Japanners hebben een volledig instrumentaal debuut afgeleverd, dat je acht tracks lang op het puntje van je stoel houdt. De jonge Japanse honden hebben goed geluisterd naar bands uit de Britse Canterbury scene van de late jaren 60 en vroege jaren 70 als Soft Machine en Caravan, maar zijn ook hoorbaar geinspireerd door het omvangrijke oeuvre van Frank Zappa.
Het geluid van De Lorians wordt gedomineerd door prachtig solerende gitaren, een avontuurlijke ritmesectie en een hoofdrol voor de saxofoon, maar de Japanse band experimenteert er ook driftig op los met flink wat keyboards, een didgeridoo en de theremin. Zeker in de uptempo passages schuift de band flink op richting de jazzrock uit de jaren 70, maar in een paar noten kom je ook zomaar uit bij de progrock of psychedelica uit dezelfde periode.
Ik ben normaal gesproken niet zo gek op volledig instrumentale muziek, maar op het debuut van De Lorians gebeurt zoveel dat het maar goed is dat er geen zang opduikt in het al zo volle geluid van de band.
De muziek van de Japanse band is hier en daar totaal ongrijpbaar, maar het is ook muziek die de fantasie stevig prikkelt en die goed is voor mooie beelden op het netvlies en zomaar de soundtrack bij een experimentele 70s film had kunnen zijn. Het is bovendien muziek die nog heel lang nieuwe dingen laat horen, waardoor het album steeds weer verrast.
In de Britse Canterbury scene uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 werd al driftig geëxperimenteerd met een mix van jazzrock, progrock en psychedelica en De Lorians borduurt hier vrolijk op voort. De band omschrijft zichzelf als “a bunch of long-haired Japanese twenty-somethings playing Zappa-loving Canterbury-inspired blissed-out spiritual jazz rippers” en slaat hiermee de spijker op de kop.
Het is knap hoe de band eclectische passages afwisselt met meer ingetogen passages, die vervolgens weer kunnen exploderen in een kakafonie van geluid. Als alle energie na een half uur pieken wegvloeit ben je blij dat het even stil is, maar vervolgens verlang je toch weer snel naar de fascinerende klanken van de Japanse band.
Muziekliefhebbers met een allergie voor jazzrock of progrock kunnen de Japanse energiebom waarschijnlijk niet verdragen, maar voor de rest van ons is het debuut van De Lorians op een of andere manier toch toegankelijker dan het bovenstaande mogelijk suggereert. Bijzonder album, dat is zeker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: De Lorians - De Lorians - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Lorians - De Lorians
De Lorians smeedt op fascinerende wijze invloeden uit de jazzrock, progrock en psychedelica aan elkaar op een album dat maar blijft verbazen
Japanse bands houden over het algemeen wel van wat experiment in hun muziek en dat is niet anders op het debuut van het uit Tokyo afkomstige De Lorians. De jonge Japanners gaan aan de haal met invloeden uit de Canterbury scene en Frank Zappa en smeden op weergaloze wijze invloeden uit de jazzrock, progrock en psychedelica aan elkaar. De muziek van de Japanse band is volledig instrumentaal en springt op het eerste gehoor van de hak op de tak. Langzaam maar zeker vallen er echter steeds meer puzzelstukjes in elkaar. Het debuut van De Lorians slurpt energie, maar geeft misschien nog wel meer energie. Buitengewoon fascinerend album.
De Lorians is een band uit Tokyo en het is een band die een krankzinnig maar ook waanzinnig debuut heeft afgeleverd. Het titelloze debuut van de Japanse band is ruim een half uur lang totaal ongrijpbaar, maar ook zo interessant dat je al snel geen noot wilt missen.
Het avontuurlijke geluid van de band bestaat uit gelijke delen jazzrock, progrock en psychedelica en wordt op smaak gebracht met experimentele rock en een subtiel Japans tintje.
De Japanners hebben een volledig instrumentaal debuut afgeleverd, dat je acht tracks lang op het puntje van je stoel houdt. De jonge Japanse honden hebben goed geluisterd naar bands uit de Britse Canterbury scene van de late jaren 60 en vroege jaren 70 als Soft Machine en Caravan, maar zijn ook hoorbaar geinspireerd door het omvangrijke oeuvre van Frank Zappa.
Het geluid van De Lorians wordt gedomineerd door prachtig solerende gitaren, een avontuurlijke ritmesectie en een hoofdrol voor de saxofoon, maar de Japanse band experimenteert er ook driftig op los met flink wat keyboards, een didgeridoo en de theremin. Zeker in de uptempo passages schuift de band flink op richting de jazzrock uit de jaren 70, maar in een paar noten kom je ook zomaar uit bij de progrock of psychedelica uit dezelfde periode.
Ik ben normaal gesproken niet zo gek op volledig instrumentale muziek, maar op het debuut van De Lorians gebeurt zoveel dat het maar goed is dat er geen zang opduikt in het al zo volle geluid van de band.
De muziek van de Japanse band is hier en daar totaal ongrijpbaar, maar het is ook muziek die de fantasie stevig prikkelt en die goed is voor mooie beelden op het netvlies en zomaar de soundtrack bij een experimentele 70s film had kunnen zijn. Het is bovendien muziek die nog heel lang nieuwe dingen laat horen, waardoor het album steeds weer verrast.
In de Britse Canterbury scene uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 werd al driftig geëxperimenteerd met een mix van jazzrock, progrock en psychedelica en De Lorians borduurt hier vrolijk op voort. De band omschrijft zichzelf als “a bunch of long-haired Japanese twenty-somethings playing Zappa-loving Canterbury-inspired blissed-out spiritual jazz rippers” en slaat hiermee de spijker op de kop.
Het is knap hoe de band eclectische passages afwisselt met meer ingetogen passages, die vervolgens weer kunnen exploderen in een kakafonie van geluid. Als alle energie na een half uur pieken wegvloeit ben je blij dat het even stil is, maar vervolgens verlang je toch weer snel naar de fascinerende klanken van de Japanse band.
Muziekliefhebbers met een allergie voor jazzrock of progrock kunnen de Japanse energiebom waarschijnlijk niet verdragen, maar voor de rest van ons is het debuut van De Lorians op een of andere manier toch toegankelijker dan het bovenstaande mogelijk suggereert. Bijzonder album, dat is zeker. Erwin Zijleman
Dead Can Dance - Dionysus (2018)

4,0
1
geplaatst: 6 november 2018, 15:31 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dead Can Dance - Dionysus - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Je moet zelf zorgen voor de bijzondere beelden, maar vervolgens zorgt Dead Can Dance voor de bijzonder fraaie soundtrack
Ik heb lang niet altijd wat met de muziek van het Australische Dead Can Dance en de afgelopen jaren was het bovendien stil rond de band van Brendan Perry en Lisa Gerrard. Dionysus pakt me echter onmiddellijk. De mix van klassieke muziek, New Age, Keltische muziek en wereldmuziek zorgt niet alleen onmiddellijk voor ontspanning, maar prikkelt ook de fantasie. Dead Can Dance heeft de soundtrack gemaakt voor een film die je zelf mag bedenken. De locaties liggen met de invloeden redelijk vast, maar verder kan het alle kanten op met de mooie maar ook spannende klanken van Dead Can Dance.
De Australische band Dead Can Dance kwam tot dusver nog niet voor op deze BLOG. Dat is ook niet zo gek, want de band maakte de afgelopen tien jaar slechts één studioplaat (Anastasis uit 2012) en die viel me flink tegen.
Nu moet ik direct toegeven dat ik sowieso lang niet altijd fan ben van de muziek van de band rond Brendan Perry en Lisa Gerrard. Als liefhebber van popsongs met een kop en een staart is de muziek van Dead Can Dance me vaak wat te langdradig of te zweverig, waardoor het stapeltje Dead Can Dance in mijn platenkast betrekkelijk smal is.
Het deze week verschenen Dionysus ga ik er echter zeker aan toevoegen, want de nieuwe plaat Dead Can Dance boeit me weer wel. Dat betekent overigens niet dat de Australische band opeens popsongs met een kop en een staart maakt en de langdradige of zweverige tracks heeft afgezworen. Integendeel zelfs.
Dionysus bestaat uit zeven songs, die in twee actes goed zijn voor 36 minuten muziek. Het is muziek die ik bij vlagen zeker als zweverig of langdradig kan bestempelen, maar het is ook beeldende muziek die garant staat voor mooie beelden op het netvlies. Zeker in de eerste acte zijn nauwelijks vocalen te horen en als ze al zijn te horen zijn het om uithalen die meer als instrument dan als stem klinken. Het zijn uithalen die worden gecombineerd met klanken die putten uit de archieven van de Keltische muziek, de wereldmuziek, de New Age en de klassieke muziek en die zijn aangevuld met geluiden uit de natuur.
Mijn kat reageert steeds fel op de vogelgeluiden, maar ik vind de eerste acte van Dionysus vooral ontspannend. Dead Can Dance maakt muziek waarop het lekker wegdromen en waarin de eindbestemming een flink stuk naar het zuiden ligt. Te ver wegdromen is echter ook weer zonde, want er gebeurt van alles op de plaat die, zoals we van het duo gewend zijn, razendknap in elkaar steekt.
Brendan Perry en Lisa Gerrard hebben zich dit keer laten beïnvloeden door de Griekse god Dionysos, die ooit eens begon als god van de wijn, maar later ook een groot deel van de natuur en het welzijn van de mens in het Griekse Rijk in zijn portefeuille kreeg. Dead Can Dance eert op Dionysus de gelijknamige Griekse god en het is dan ook niet zo gek dat in muzikaal opzicht vooral wordt geput uit de archieven van de Mediterrane en vooral de Noord-Afrikaanse muziek.
In de eerste acte zijn vooral instrumenten te horen, maar in de tweede acte duiken ook stemmen op in tracks met Noord-Afrikaans aandoende songs, al staat alles wel in dienst van de beeldende muziek op de plaat, die vaak nogal mysterieus aan doet.
Ik kan me heel goed voorstellen dat er muziekliefhebbers zijn die helemaal niets hebben met de nieuwe plaat van Dead Can Dance, maar wanneer de schoonheid van de plaat je eenmaal raakt, wint de plaat snel aan kracht en word je nadrukkelijk geprikkeld om je eigen beelden te bedenken bij de bijzondere muziek van Brendan Perry en Lisa Gerrard. Ik sta er zelf lang niet altijd open voor, maar Dionysus vind ik prachtig en de plaat wordt alleen maar mooier. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Dead Can Dance - Dionysus - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Je moet zelf zorgen voor de bijzondere beelden, maar vervolgens zorgt Dead Can Dance voor de bijzonder fraaie soundtrack
Ik heb lang niet altijd wat met de muziek van het Australische Dead Can Dance en de afgelopen jaren was het bovendien stil rond de band van Brendan Perry en Lisa Gerrard. Dionysus pakt me echter onmiddellijk. De mix van klassieke muziek, New Age, Keltische muziek en wereldmuziek zorgt niet alleen onmiddellijk voor ontspanning, maar prikkelt ook de fantasie. Dead Can Dance heeft de soundtrack gemaakt voor een film die je zelf mag bedenken. De locaties liggen met de invloeden redelijk vast, maar verder kan het alle kanten op met de mooie maar ook spannende klanken van Dead Can Dance.
De Australische band Dead Can Dance kwam tot dusver nog niet voor op deze BLOG. Dat is ook niet zo gek, want de band maakte de afgelopen tien jaar slechts één studioplaat (Anastasis uit 2012) en die viel me flink tegen.
Nu moet ik direct toegeven dat ik sowieso lang niet altijd fan ben van de muziek van de band rond Brendan Perry en Lisa Gerrard. Als liefhebber van popsongs met een kop en een staart is de muziek van Dead Can Dance me vaak wat te langdradig of te zweverig, waardoor het stapeltje Dead Can Dance in mijn platenkast betrekkelijk smal is.
Het deze week verschenen Dionysus ga ik er echter zeker aan toevoegen, want de nieuwe plaat Dead Can Dance boeit me weer wel. Dat betekent overigens niet dat de Australische band opeens popsongs met een kop en een staart maakt en de langdradige of zweverige tracks heeft afgezworen. Integendeel zelfs.
Dionysus bestaat uit zeven songs, die in twee actes goed zijn voor 36 minuten muziek. Het is muziek die ik bij vlagen zeker als zweverig of langdradig kan bestempelen, maar het is ook beeldende muziek die garant staat voor mooie beelden op het netvlies. Zeker in de eerste acte zijn nauwelijks vocalen te horen en als ze al zijn te horen zijn het om uithalen die meer als instrument dan als stem klinken. Het zijn uithalen die worden gecombineerd met klanken die putten uit de archieven van de Keltische muziek, de wereldmuziek, de New Age en de klassieke muziek en die zijn aangevuld met geluiden uit de natuur.
Mijn kat reageert steeds fel op de vogelgeluiden, maar ik vind de eerste acte van Dionysus vooral ontspannend. Dead Can Dance maakt muziek waarop het lekker wegdromen en waarin de eindbestemming een flink stuk naar het zuiden ligt. Te ver wegdromen is echter ook weer zonde, want er gebeurt van alles op de plaat die, zoals we van het duo gewend zijn, razendknap in elkaar steekt.
Brendan Perry en Lisa Gerrard hebben zich dit keer laten beïnvloeden door de Griekse god Dionysos, die ooit eens begon als god van de wijn, maar later ook een groot deel van de natuur en het welzijn van de mens in het Griekse Rijk in zijn portefeuille kreeg. Dead Can Dance eert op Dionysus de gelijknamige Griekse god en het is dan ook niet zo gek dat in muzikaal opzicht vooral wordt geput uit de archieven van de Mediterrane en vooral de Noord-Afrikaanse muziek.
In de eerste acte zijn vooral instrumenten te horen, maar in de tweede acte duiken ook stemmen op in tracks met Noord-Afrikaans aandoende songs, al staat alles wel in dienst van de beeldende muziek op de plaat, die vaak nogal mysterieus aan doet.
Ik kan me heel goed voorstellen dat er muziekliefhebbers zijn die helemaal niets hebben met de nieuwe plaat van Dead Can Dance, maar wanneer de schoonheid van de plaat je eenmaal raakt, wint de plaat snel aan kracht en word je nadrukkelijk geprikkeld om je eigen beelden te bedenken bij de bijzondere muziek van Brendan Perry en Lisa Gerrard. Ik sta er zelf lang niet altijd open voor, maar Dionysus vind ik prachtig en de plaat wordt alleen maar mooier. Erwin Zijleman
