MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

LISASINSON - Perdona Mamá (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: LISASINSON - Perdona Mamá - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Spaanse vrouwen die lekker ruwe en eigenzinnige rockmuziek maken is na Hinds, Mourn en Melenas niets nieuws, maar ook Perdona Mamá van LISASINSON is weer een heerlijk album

Ik heb nooit veel gehad met Spaanse popmuziek of kende geen Spaanse bands, maar de laatste paar jaar is het land hofleverancier van eigenzinnige indie-rock en -pop. Het volgende leuke Spaanse album komt uit Valencia en is gemaakt door LISASINSON. De band levert een debuut af met punky maar ook poppy songs die overlopen van energie. Het Spaanse viertal heeft genoeg aan gitaar, bas, drums en zang en tovert het ene na het andere memorabele popliedje uit de hoge hoed. Het zijn popliedjes zonder opsmuk en zonder pretenties, maar wat dringen ze zich genadeloos op en wat zijn ze lekker. Het zoveelste heerlijke album uit Spanje. LISASINSON, onthouden die naam.

LISASINSON - Un A​ñ​o de Cambios (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: LISASINSON - Un Año De Cambios - dekrentenuitdepop.blogspot.com

LISASINSON - Un Año De Cambios
De Spaanse band LISASINSON leverde iets meer dan twee jaar geleden een onweerstaanbaar lekker album vol punky popsongs af en herhaalt dit kunstje op Un Año De Cambios, dat zelfs nog wat beter is

Opeens waren ze er een paar jaar geleden, de vrouwenbands uit Spanje die albums afleverden die je met geen mogelijkheid kon weerstaan. LISASINSON uit Valencia maakte een van de leukste albums van het stel en doet dit nu nog eens met Un Año De Cambios, dat wat verzorgder klinkt dan zijn voorganger, maar ook een heleboel ruwe energie uit de speakers laat komen. Ook op het nieuwe album van LISASINSON domineren ruwe gitaarloopjes en energieke koortjes, maar ondanks het feit band is gereduceerd tot een duo zijn ook nog flink wat synths en stuwende postpunk bassen toegevoegd aan het geluid op het nieuwe album, dat goed is voor minstens een zomer lang zonnestralen.

Ik werd in het voorjaar van 2021 heel erg gelukkig van Perdona Mamá, het debuutalbum van het Spaanse viertal LISASINSON. De band uit Valencia strooide op haar debuutalbum bijna een half uur lang driftig met onweerstaanbaar lekkere popsongs. Het waren popsongs met een vleugje punk en heel veel energie, maar LISASINSON tekende ook voor heerlijk melodieuze gitaarloopjes en bijzonder lekkere koortjes. Perdona Mamá was een album zonder poespas, maar wat kwamen de songs van Mar, María, Miriam en Paula lekker binnen en wat bleven ze aangenaam hangen, wat deels de verdienste was van de veelzijdigheid van het album.

LISASINSON sloot met haar debuutalbum aan bij de al even lekkere pop- en rocksongs van landgenoten als Hinds, Mourn en Melenas en slaagden er in om Spanje als muziekland op de kaart te zetten met muziek die je hiervoor niet snel met het land associeerde. Spanje heeft sindsdien te maken met extreme droogte en ook de productie van alle leuke vrouwenbands uit het land leek sinds 2021 helaas wat opgedroogd, maar LISASINSON keert deze week gelukkig terug met haar tweede album, dat overigens wordt gepresenteerd als een debuutalbum na het minialbum Perdona Mamá.

Op Un Año De Cambios is LISASINSON gereduceerd tot een duo, want van het oorspronkelijke viertal zijn alleen Miriam en Paula overgebleven. Un Año De Cambios ligt gelukkig wel voor een belangrijk deel in het verlengde van het eerste wapenfeit van LISASINSON. Dat hoor je in het intro dat voorzichtig opent en vervolgens los gaat met flinke gitaarmuren, maar het album begint pas echt nadat de schoolbel heeft geklonken en LISASINSON er met moordend tempo een punky popsong doorheen jaagt. Het is nog altijd rechttoe rechtaan, maar met name de zang en de koortjes geven alle ruwe energie een bijzondere richting.

LISASINSON slaagt er bovendien onmiddellijk in om onweerstaanbaar lekkere popsongs uit de speakers te laten komen en omdat ze nog wat voller zijn ingekleurd, klinkt het allemaal nog wat aangenamer dan op het vorige album van de Spaanse band. Bas en drums stuwen de songs van LISASINSON met flinke kracht vooruit, waarna er alle ruimte is voor een behoorlijk volle mix van gitaren en keyboards. Ik werd direct vrolijk van het nieuwe album van de band uit Valencia, maar ook Un Año De Cambios is een album dat alleen maar leuker en onweerstaanbaarder wordt.

Ik was bijzonder gecharmeerd van de ruwe energie van het vorige album van LISASINSON, maar het net wat verzorgdere geluid van de Spaanse band bevalt me ook uitstekend. Het Spaanse duo laat op Un Año De Cambios wat meer invloeden uit de pop toe in haar songs, maar is de punky energie van zijn voorganger niet vergeten. Vergeleken met het vorige album valt verder vooral het geweldige baswerk op, dat herinneringen oproept aan de vroege postpunk, maar dan ontdaan van alle doom.

In een half uur komen twaalf songs voorbij en ze zijn allemaal even lekker. Ik werd ruim twee jaar geleden bijzonder vrolijk van het eerste wapenfeit van LISASINSON, maar ik word nog veel vrolijker van Un Año De Cambios, dat echt in alle opzichten beter is en dat laat horen dat er nog altijd geweldige popmuziek uit Spanje komt. Erwin Zijleman

Lissie - Castles (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lissie - Castles - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Castles is al weer de vierde plaat van de Amerikaanse singer-songwriter Lissie (Maurus) en tot dusver ben ik, ondanks het feit dat haar vorige platen zich nauwelijks met elkaar laten vergelijken, zeer gecharmeerd van het werk van de muzikante die opgroeide in Rock Island, Illinois.

Lissie debuteerde al weer acht jaar geleden met het sterke Catching A Tiger, waarop ze een balans probeerde te vinden tussen in artistiek opzicht verantwoorde Amerikaanse rootsmuziek en in commercieel opzicht succesvolle popmuziek.

Het is een lijn die werd doorgetrokken op het van een opvallend blinkende productie voorziene Back To Forever uit 2013 dat wel flink opschoof richting pop, waarna Lissie op het twee jaar geleden verschenen en vaak wat donker klinkende My Wild West wel erg dicht tegen Lana Del Rey aan kroop en de invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek vrijwel volledig waren verdwenen.

Het zijn invloeden die niet of nauwelijks terugkeren op het deze week verschenen Castles, dat hierdoor waarschijnlijk niet in de smaak zal vallen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en zeker niet bij de puristen binnen deze groep. Voor liefhebbers van in muzikaal en vocaal opzicht interessante popmuziek valt er op de vierde plaat van Lissie echter flink wat te genieten.

Ik was direct bij de release van haar debuut al onder de indruk van de stem van de singer-songwriter die haar geluk niet kon vinden in Los Angeles en verhuisde naar Iowa en het is een stem die alleen maar mooier en krachtiger is geworden.

Op haar vorige twee platen koos Lissie voor een vol en blinkend geluid, maar Castles is voorzien van duidelijk minder uitbundige klanken. De plaat bevat een aantal redelijk intieme songs met een hoofdrol voor de piano en ook wanneer wordt gekozen voor een wat voller geluid, blijft Lissie ver verwijderd van de overgeproduceerde muziek van de popprinsessen van het moment.

Castles bevat een aantal songs waarmee Lissie zich desondanks kan meten met deze popprinsessen, maar heeft zich ook absoluut laten beïnvloeden door de platen van Fleetwood Mac. Wanneer deze invloeden opduiken valt op dat de stem van Lissie hier en daar dicht tegen die van Stevie Nicks aan schuurt, maar ook de vergelijking met Lana Del Rey is dit keer niet helemaal onzinnig.

Net als zijn voorgangers zal ook Castles waarschijnlijk niet de hemel in worden geprezen door de critici, maar ik geniet ook dit keer erg van de even aangename als interessante popliedjes van Lissie en natuurlijk van haar geweldige stem. Het predicaat ‘bovengemiddeld goede popplaat’ is wat mij betreft op zijn plaats. Erwin Zijleman

Lissie - My Wild West (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lissie - My Wild West - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Elisabeth Maurus, oftewel Lissie, debuteerde in 2010 met het fraaie, nog vooral door folk gedomineerde Catching A Tiger.

Ze trok met haar debuut terecht de aandacht van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar deze haakten in grote getale af na de release van haar tweede plaat Back To Forever, waarop de singer-songwriter uit Rock Island, Illinois, koos voor een meer pop georiënteerd geluid.

Op haar derde plaat, My Wild West, kiest Lissie wederom voor een net wat andere invalshoek, waarin rootsmuziek wederom niet centraal staat.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij eerste beluistering van My Wild West na een aantal tracks heb gecontroleerd of de juiste cd wel in het hoesje zat. Lissie klinkt op haar derde plaat zo nu en dan immers wel heel erg als Lana Del Rey.

Dat zal de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, die Lissie een jaar of zes geleden nog liefdevol omarmden, waarschijnlijk definitief verjagen, maar ik ben persoonlijk gek op de muziek van Lana Del Rey en kan Lissie 3.0 dus wel hebben.

In de openingstracks liggen de invloeden van de platen van Lana Del Rey er misschien wel erg dik bovenop, maar naarmate de plaat vordert trekt Lissie de muziek meer en meer naar zich toe en maakt ze er toch weer haar eigen geluid van.

Liefhebbers van de warmbloedige en soms uitbundige arrangementen in de muziek van Lana Del Rey, zullen My Wild West zeker kunnen waarderen. Ook in vocaal opzicht hoor ik flink wat overeenkomsten tussen beide dames, al hoef je niet heel vaak naar de plaat te luisteren om te concluderen dat Lissie haar zo succesvolle collega in vocaal opzicht vrij makkelijk voor blijft. Waar Lana Del Rey vooral onderkoeld klinkt, maakt Lissie uiteindelijk indruk met kracht en warmte.

Zeker wanneer Lissie naarmate de plaat vordert wat meer afstand neemt van de Lana Del Rey formule, meer invloeden uit de rootsmuziek toelaat in haar muziek, kiest voor eenvoudigere arrangementen en de passie het laat winnen van de onderkoeling, valt er op My Wild West verschrikkelijk veel te genieten (ook voor de inmiddels afgehaakte liefhebbers van singer-songwriter muziek).

Ik heb daarom nog steeds volop vertrouwen in de kwaliteiten van Lissie en ben nu al benieuwd waar ze de volgende keer mee komt. Tot die tijd voldoet deze derde plaat prima, al is het maar omdat hij voorlopig alleen maar beter wordt (en steeds minder op Lana Del Rey gaat lijken). Erwin Zijleman

Lissie - When I'm Alone (2019)

Alternatieve titel: The Piano Retrospective

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lissie - When I'm Alone: The Piano Retrospective - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lissie - When I'm Alone: The Piano Retrospective
Lissie schoof steeds meer op richting pop, maar kiest nu voor haar piano, haar stem en een fraaie collectie songs en het pakt geweldig uit

Ik hou erg van de albums van Lissie. De Amerikaanse singer-songwriter schoof de afgelopen jaren op van roots naar pop, maar bleef imponeren met goede songs en een geweldige stem. Hoe goed de songs en de stem van Lissie zijn hoor je nog net wat beter op het nu verschenen When I'm Alone: The Piano Retrospective, waarop Lissie de grootse instrumentatie en productie verruilt voor de intieme klanken van haar piano. Het zorgt ervoor dat haar krachtige stem nog wat meer indruk maakt en dat haar songs op fraaie wijze een tweede leven krijgen. Het is misschien maar een tussendoortje, maar wel een bijzonder fraai tussendoortje.

Ik ben tot dusver erg gecharmeerd van de albums van de Amerikaanse singer-songwriter Lissie.

Lissie Maurus groeide op in Rock Island, Illinois, maar verruilde deze kleine provinciestad voor het bruisende Los Angeles toen ze haar carrière in de muziek een boost wilde geven (later liet ze LA. overigens gedesillusioneerd achter zich).

Die carrière kreeg in 2010 een vliegende start met Lissie’s debuut Catching A Tiger, waarop de Amerikaanse singer-songwriter de perfecte balans vond tussen in artistiek opzicht verantwoorde Amerikaanse rootsmuziek en in commercieel opzicht succesvolle popmuziek.

Sindsdien is Lissie flink opgeschoven richting pop. Back To Forever uit 2013 flirtte met een grootse en meeslepende productie, waarna Lissie op het twee jaar geleden verschenen en opvallend donker klinkende My Wild West klonk als het tweelingzusje van Lana Del Rey, waar wat mij betreft overigens helemaal niets mis mee is. Ook op het vorig jaar verschenen Castles waren associaties met Lana Del Rey nauwelijks te onderdrukken, maar het meer door haar piano gedomineerde album maakte ook geen geheim van Lissie’s liefde voor de perfecte popliedjes van Fleetwood Mac, wiens Go Your Own Way ze een paar jaar geleden vertolkte op de soundtrack bij de film Safe Haven.

Na Castles liep de relatie van Lissie op de klippen en vond ze tijdelijk een thuis in Berlijn, waar ze When I'm Alone: The Piano Retrospective opnam. Zoals de titel al doet vermoeden horen we op het nieuwe album van Lissie alleen haar piano en haar stem en komen een aantal songs van haar eerdere albums voorbij.

De selectie uit Lissie’s eigen oeuvre is aangevuld met het van de Dixie Chicks bekende Cowboy Take Me Away en voor de tweede keer vertolkt Lissie een song van Fleetwood Mac; dit keer Dreams van million-seller Rumours uit 1977.

Ik gaf hierboven al aan dat ik tot dusver zeer gecharmeerd ben van de albums van Lissie. Dat is niet zozeer vanwege haar flirts met pop, maar vooral vanwege haar kwaliteiten als songwriter en haar even krachtige als emotievolle stem. Het zijn kwaliteiten die nog wat beter dan in het verleden worden belicht op When I'm Alone: The Piano Retrospective.

Lissie kan zich dit keer niet verschuilen achter een blinkende instrumentatie en productie. De songs op haar nieuwe album klinken naakt. Alles komt aan op de pianoklanken, op de zang en natuurlijk op de kwaliteit van de songs van Lissie. When I'm Alone: The Piano Retrospective laat op indrukwekkende wijze horen dat het met alle drie wel goed zit.

De piano klinkt op When I'm Alone: The Piano Retrospective warm en melancholisch, de stem van Lissie maakt diepe indruk met krachtige uithalen, maar ook intieme en emotionele passages en de songs van de Amerikaanse singer-songwriter komen op indrukwekkende wijze tot leven.

Op When I'm Alone: The Piano Retrospective horen we niet de popprinses Lissie maar de singer-songwriter Lissie en dat bevalt me zeer. Haar eigen songs klinken stuk voor stuk geweldig, maar ook het stukgedraaide Dreams zet Lissie makkelijk naar haar hand in een even intieme als gloedvolle versie.

Ik heb zelf nooit getwijfeld aan de kwaliteiten van Lissie, maar een deel van de fans van het eerste uur haakte af toen de Amerikaanse muzikante koos voor de pop. Hopelijk luisteren deze fans van het eerste uur wel weer naar When I'm Alone: The Piano Retrospective, want Lissie heeft een intieme en ingetogen singer-songwriter album gemaakt die overloopt van lef, maar die ook nog eens flink boven het maaiveld uitsteekt. Het is een album dat gepresenteerd wordt als een tussendoortje, maar ik vind het het meest indrukwekkende werk van Lissie tot dusver. Erwin Zijleman

Little Barrie - Death Express (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Little Barrie - Death Express - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Little Barrie? Ik moest eerlijk gezegd heel diep graven in het geheugen en in de platenkast, maar uiteindelijk kwam ik het uit 2005 stammende titelloze debuut van de band uit Londen weer tegen.

Op dit, door Edwyn Collins geproduceerde debuut, ging Little Barrie op voortvarende wijze aan de haal met een aantal decennia muziekindustrie, maar had het een duidelijke voorkeur voor bluesrock en psychedelica uit de jaren 60.

De band leek op basis van het prima debuut klaar voor een mooie toekomst, maar dat viel helaas tegen. In mijn platenkast kwam ik ook de (toch wat mindere) tweede plaat van de Britse band nog tegen, maar hierna ben ik Little Barrie uit het oog verloren (de band bracht ook in 2011 en 2014 nog platen uit) en ik ben vast niet de enige. Onlangs vond ik echter de nieuwe plaat van de band uit Londen in de mailbox en wat is Death Express en geweldige plaat.

Alleen de hele goede luisteraar of de enkeling die op Netflix de credits helemaal uit zit, zal gehoord of gezien hebben dat Little Barrie de prima Netflix serie Better Call Saul (een Breaking Bad prequel) heeft voorzien van flarden muziek, maar op Death Express gaat de band helemaal los.

De nieuwe plaat van Little Barrie bevat 20 tracks en ruim een uur muziek en het is muziek die je onmiddellijk mee terug neemt naar de jaren 60 en 70. Little Barrie eert op Death Express de grote platen van het roemruchte Cream en imponeert met een bedwelmende mix van blues, hardrock en psychedelica.

Het is muziek die de sfeer van een ver verleden ademt en die hiervoor ruim de tijd neemt. Het levert uiteraard heerlijke gitaarsolo’s op, maar ook flink wat lang uitgesponnen passages waarin de spanning prachtig wordt opgebouwd.

Het bijzondere van Death Express is dat Little Barrie, meer dan in het verleden, teruggrijpt op de psychedelische bluesrock uit de late jaren 60 (met naast invloeden van Cream ook hier en daar een vleugje Traffic), maar hier en daar toch ook doet denken aan 90s bands als Primal Scream en Oasis en de uit dezelfde tijd stammende blues explosie van Jon Spencer en zijn band.

Op haar debuut was Little Barrie ook niet vies van wat overbodige uitstapjes richting Britpop, maar op Death Express blijft de band uit Londen gefocust op de drie-eenheid blues, rock en psychedelica en dat pakt geweldig uit.

Natuurlijk is een uur muziek een hele zit, maar zeker als je je overgeeft aan de bijzondere muzikale trip van Little Barrie op Death Express slaat de verveling niet snel toe. Death Express is geworteld in het verleden, maar is niet direct inwisselbaar tegen een klassieker in de platenkast, waardoor de neiging om weer eens een klassieker uit de kast te trekken makkelijk onderdrukt kan worden. Little Barrie was het spoor na haar zo veelbelovende debuut lang bijster, maar met het geweldige Death Express zet de band zichzelf weer nadrukkelijk op de kaart. Erwin Zijleman

Little Big Town - The Breaker (2017)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Little Big Town - The Breaker - dekrentenuitdepop.blogspot.nl


Ik ben tot dusver met een hele grote boog om de platen van Little Big Town heen gelopen.

De band uit Nashville, Tennessee, was (of is) immers een van de boegbeelden van de aalgladde Nashville countrypop en leek (of lijkt) een marionet van de machtige gevestigde orde in Amerikaanse countryhoofdstad.

Nieuwsgierig geworden door enkele zeer positieve recensies in met name de Amerikaanse muziekpers, ben ik toch gaan luisteren naar de nieuwe plaat van de band en sindsdien schaar ik The Breaker onder mijn ‘guilty pleasures’ van het moment.

Ook The Breaker krijgt de etiketten country pop en contemporary country opgeplakt, maar ik hoor toch vooral pure pop met hier en daar een beetje country en folk.

Wanneer invloeden uit de country domineren schuurt Little Big Town tegen de Dixie Chicks en met name Lady Antebellum aan, maar veel vaker hoor ik raakvlakken met de heerlijke Westcoast pop op het onvolprezen debuut van Wilson Phillips of met de pop van Fleetwood Mac (en dan met name de pop die Fleetwood Mac in het decennium na Rumours en Tusk maakte).

Ik noem The Breaker vooralsnog een ‘guilty pleasure’ omdat de plaat is voorzien van een flink gepolijst geluid en de productie hier en daar als overdadig kan worden getypeerd. The Breaker bevat echter ook flink wat songs waarin de kwaliteit onmiddellijk aan de oppervlakte komt wanneer je het dunne laagje polijst wegdenkt of accepteert als een functioneel tierelantijntje.

The Breaker bevat flink wat songs waarvoor Fleetwood Mac zich in de jaren 80 en 90 niet zou hebben geschaamd en het zijn songs die voor mij behoorlijk onweerstaanbaar zijn. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal aangenaam en een stuk avontuurlijker dan Little Big Town tot dusver heeft laten horen.

Waar de band op haar vorige platen keurig binnen de grenzen van de Nashville countrypop bleef, bevat The Breaker flink wat uitstapjes buiten de gebaande paden, waaronder een aantal interessante.

Waar het in muzikaal opzicht waarschijnlijk nog net wat te gelikt klinkt voor een ieder die geen zwak heeft voor perfecte pop, overtuigt Little Big Town in vocaal opzicht vrij makkelijk. Met name de vrouwenstemmen op de plaat maken flink wat indruk en ook de harmonieën op The Breaker zijn dik in orde en hier en daar zelfs wonderschoon.

Het zorgt voor een plaat die vooral de zon laat schijnen, maar zo af en toe maakt Little Big Town ook echt indruk met hele goede songs, een verrassende instrumentatie of bijzonder rake vocalen.

Nu The Breaker voor de zoveelste keer voorbij komt en steeds meer vermaakt, begin ik me zelfs af te vragen of ik het predicaat ‘guilty pleasure’ niet moet laten vallen. Die beslissing stel ik nog maar even uit, maar dat Little Big Town met The Breaker een verrassend sterke plaat heeft gemaakt is voor mij zeker. Erwin Zijleman

Little Mazarn - Mustang Island (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Little Mazarn - Mustang Island - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Little Mazarn - Mustang Island
De Texaanse band Little Mazarn maakte drie jaar geleden al een geweldig album, maar het deze week verschenen Mustang Island is nog een stuk beter en verrast met een fascinerende combinatie van stijlen

Bij vluchtige beluistering lijkt Little Mazarn misschien de zoveelste band die zich laat inspireren door de Appalachen folk uit vervlogen tijden, maar de band uit Austin, Texas, is zeker niet blijven steken in het verleden. Invloeden uit oude folk worden immers op subtiele en soms net wat minder subtiele wijze gecombineerd met invloeden uit het heden. In muzikaal opzicht is Mustang Island een spannend album, wat een wonderschoon album wordt door de prachtige stem van Lindsey Verrill. Het is misschien even wennen aan het bijzondere geluid van Little Mazarn, maar als de Texaanse band je eenmaal te pakken heeft wordt hun nieuwe album alleen maar indrukwekkender.

De naam Little Mazarn kwam me bij het bestuderen van de lijsten met de nieuwe albums van deze week wel enigszins bekend voor, maar ook niet meer dan dat. Het archief van de krenten uit de pop bood gelukkig uitkomst, want in de herfst van 2022 besprak ik Texas River Song, het tweede album van wat toen nog een duo uit Texas was.

Ik was er destijds behoorlijk positief over en dat begreep ik direct toen ik het album vorige week weer beluisterde, want Texas River Song van Little Mazarn is een bijzonder album. Het is een album dat begint bij de Appalachen folk uit het begin van de vorige eeuw en hier ook een tijdje blijft steken, maar Lindsey Verrill en Jeff Johnston slepen de folk van weleer op Texas River Song ook op subtiele wijze het heden in door allerlei subtiele accenten toe te voegen aan hun songs.

Toen ik Texas River Song vorige week beluisterde was ik nog veel meer onder de indruk van het album dan bijna drie jaar geleden en was ik erg benieuwd naar het nieuwe album van de band uit Austin, Texas. Ik ben inmiddels aardig in de ban van Mustang Island, want op haar derde album heeft Little Mazarn het geluid van haar vorige album geperfectioneerd.

Ook op Mustang Island beginnen Lindsey Verrill en Jeff Johnston, die volgens hun bandcamp pagina inmiddels Carolina Chauffe hebben toegevoegd als vast bandlid, bij de folk die lang geleden werd gemaakt in de Appalachen, toch redelijk ver verwijderd van Texas. Maar waar de band op het vorige album nog een tijd bleef hangen in de Appalachen folk van weleer, schuift het drietal nu vrij snel op richting het heden.

Het levert fascinerende muziek op die zowel traditioneel als modern klinkt. Dat hoor je het best in de titeltrack die alle kanten op schiet en je van een spaghetti western meeneemt naar iets dat in de jaren 80 in het hokje new wave had gepast. In muzikaal opzicht klinkt Mustang Island een stuk voller dan Texas River Song.

Op het vorige album waren de accenten die de songs van de band buiten de kaders van de folk sleepten nog behoorlijk subtiel, maar op Mustang Island zijn de synths en andere toegevoegde instrumenten soms een stuk zwaarder aangezet, al kan Little Mazarn ook uit de voeten met rustgevende en ambient achtige klanken. Het zijn klanken die een eigen karakter krijgen door de zingende zaag van Jeff Johnston, die de muziek op het album iets magisch geeft.

Nog veel meer magie komt er van de prachtige stem van Lindsey Verrill, die nog een stuk mooier zingt dan op het vorige album en hier en daar fraai wordt ondersteund (ik vermoed door Caroline Chauffe, maar de credits die ik kan vinden zijn helaas wat onduidelijk). Het tilt het nieuwe album van Little Mazarn nog een flink stuk verder op wat mij betreft.

Mustang Island is een album dat heerlijk rustig voortkabbelt met mooie folky songs en prachtige zang, maar luister net wat beter en je hoort muziek vol bijzondere details. Heel af en toe doet het me wat aan The Handsome Family denken, maar meer dan een vluchtige associatie is het niet.

Texas River Song kreeg drie jaar geleden niet heel veel aandacht en dat is vooralsnog niet anders voor het nieuwe album, maar ik zou iedereen met een hart voor bijzondere Amerikaanse rootsmuziek adviseren om hier eens naar te luisteren. Little Mazarn slaagt er op Mustang Island in om een bijzonder eigen geluid te creëren en het is een in alle opzichten prachtig geluid. Erwin Zijleman

Little Mazarn - Texas River Song (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Little Mazarn - Texas River Song - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Little Mazarn - Texas River Song
Het Texaanse duo Little Mazarn creëert op haar tweede album Texas River Song een bijzondere sfeer, waaraan je waarschijnlijk even moet wennen, maar die al snel een bijzondere en bezwerende uitwerking heeft

Op het eerste gehoor klinkt de muziek van Little Mazarn uit Austin, Texas, traditioneel of zelfs stokoud, maar Lindsey Verrill en Jeff Johnston voegen bijzondere ingrediënten toe aan hun folksongs. Zeker bij eerste beluistering valt nog niet alles op zijn plek, maar als je eenmaal bent gevallen voor de charmes van Little Mazarn is Texas River Song een album dat steeds interessanter wordt. In de instrumentatie van het tweetal zijn allerlei verrassende accenten verstopt en deze voorzien de muziek van Little Mazarn niet alleen van een bijzondere sfeer, maar ook van de nodige bezwering. Het is even wennen misschien, maar dit album kan zomaar uitgroeien tot een van de mooiste albums van het moment.

Texas River Song van Little Mazarn verscheen een week of drie geleden en het is absoluut het album dat ik het vaakst heb weggelegd en er vervolgens toch weer bij heb gepakt de afgelopen weken. Het is een album dat bij mij wat tegen de haren instrijkt, maar het is ook een album dat steeds weer de fantasie weet te prikkelen en dat inmiddels is uitgegroeid tot een aangename maar ook wat ongemakkelijke metgezel.

Little Mazarn is een project van songwriter en zangeres Lindsey Verrill en Jeff Johnston die de zaag bespeelt. Het duo uit Austin, Texas, dat op haar tweede album wordt bijgestaan door een aantal bevriende muzikanten uit de Austin scene, maakt muziek die over het algemeen wordt beschreven in beeldende maar ook flink zweverige termen.

Zo spreekt de website van het tweetal over “Songs that invent new landscapes where the ground is the sky, where the foot touches the cloud and it dissolves ever so slowly, where the eye has the entire day to observe the path of the snail” en waagt de bandcamp pagina van Little Mazarn zich aan de volgende typering: “The music of Little Mazarn is a cool float a few feet from the ground through a dimly lit, almost familiar forest. It is quieter than silence, big as everything, still but always moving. If you’ve ever had flying dreams, or an amazing night time bike ride on LSD, this might be a world for you.”

Ik hou het er zelf maar op dat de muziek van Little Mazarn vooral aards klinkt, maar ook behoorlijk ongrijpbaar is. Bij vluchtige beluistering voelt de muziek van Lindsey Verrill en Jeff Johnston behoorlijk traditioneel aan. Het lijkt in eerste instantie muziek die zo lijkt weggelopen uit de Appalachen van zo’n honderd jaar geleden, maar als je net wat beter luistert hoor je buiten de elementaire instrumentatie en de emotievolle zang van Lindsey Verrill ook een aantal accenten en ingrediënten die een eeuw geleden nog niet werden toegevoegd aan folksongs uit de Appalachen.

Little Mazarn verrijkt haar traditionele songs met vooral invloeden uit de folk wel op hele subtiele wijze. Texas River Songs lijkt zeker bij niet al te aandachtige beluistering een sober en vooral traditioneel ingekleurd album, maar beluister het album met een wat opgevoerd volume of, beter nog, met de koptelefoon en er gaat een wereld voor je open.

De zaag voorziet het geluid van Little Mazarn van flink wat mysterie, terwijl de subtiel ingezette elektronica de op het eerste gehoor nog stokoude muziek van Little Mazarn het heden in sleurt. De zich langzaam voortslepende songs van de band uit Austin hebben al snel een bezwerend en beeldend karakter. Of dit helemaal overeen komt met de beschrijvingen van de band zelf durf ik niet te zeggen, maar Texas River Songs van Little Mazarn doet iets met je en neemt je vervolgens mee naar surrealistische landschappen waar de klok een stuk minder snel tikt.

Wat bij eerste beluistering nog bijna Spartaans klinkt, blijkt bijzonder knap in elkaar te zitten, want de verschillende ingrediënten in de muziek van Little Mazarn zijn bijzonder trefzeker. Het is zoals gezegd het album dat ik het vaakst terzijde heb geschoven de afgelopen weken, maar nu het kwartje eenmaal is gevallen, raak ik steeds meer in de band van dit fascinerende, benevelende en wonderschone album. Ik zou het zeker eens proberen en vooral niet te snel oordelen. Erwin Zijleman

Little Steven - Soulfire (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Little Steven - Soulfire - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Steven van Zandt AKA Little Steven maakte deel uit van de band (Steel Mill) waarmee Bruce Springsteen aan het eind van de jaren 60 net niet doorbrak naar een groot publiek en speelt inmiddels ook al enkele decennia (met enkele onderbrekingen) in Springsteen’s E Street Band.

In de jaren 80 maakte Steven van Zandt samen met zijn band The Disciples Of Soul een aantal aardige platen, maar de afgelopen vijftien jaar was hij buiten de E Street Band vooral te zien als acteur in de succesvolle serie The Sopranos.

Vorig jaar stond de Amerikaan met Springsteen op het podium tijdens diens zo succesvolle The River tour, maar Steven van Zandt vond ook eindelijk weer eens tijd voor het maken van zijn eigen muziek.

Het onder de naam Little Steven uitgebrachte Soulfire is een verrassend sterke plaat. Het is een plaat die Springsteen fans zeker aan zal spreken, al legt Little Steven net wat andere accenten dan The Boss.

Soulfire is voorzien van het grootse geluid dat ook The E Street Band typeert, maar waar Bruce Springsteen uiteindelijk kiest voor de rock, kiest Little Steven voor de blues, soul, rhythm & blues en rock ’n roll (en een beetje doo wop).

Little Steven heeft zijn eerste soloplaat in heel veel jaren voorzien van een groots, meeslepend en moddervet geluid vol blazers en uiteraard spetterend gitaarwerk. Little Steven is hiernaast nog altijd voorzien van een lekker soulvol stemgeluid, dat hij op Soulfire meer dan eens laat ondersteunen door flink wat achtergrondzangeressen.

Door het volle geluid, de heerlijke blazers en de invloeden uit de soul, is Soulfire een warmbloedige plaat, die alleen maar goed kan zijn voor een glimlach. Little Steven had bij het opnemen van de plaat een eindeloze tour achter de rug, maar daar is niets van te merken op Soulfire. De nieuwe plaat van Little Steven is een plaat waar de energie en het plezier van af spatten.

Het is zo’n plaat waarvan je onmiddellijk heel vrolijk van wordt, maar waar ik bang was dat het enthousiasme na een paar luisterbeurten wat af zou vlakken, wordt Soulfire alleen maar leuker en beter.

Little Steven weet precies hoe het feestje van de E Street band klinkt en doet dat solo nog eens over. De Amerikaan legt hierbij vaak andere accenten dan zijn broodheer, waardoor Soulfire absoluut bestaansrecht heeft. Dat is deels de verdienste van de fantastische blazers op de plaat en de geweldige achtergrondzangeressen, maar het zijn uiteindelijk toch de soulvolle strot van Steven van Zandt en zijn spetterende gitaarspel die van Soulfire zo’n goede plaat maken.

Iedereen die denkt dat Little Steven het best tot zijn recht komt naast of achter Springsteen moet hier echt eens naar luisteren. Soulfire van Little Steven is een plaat die passie en plezier ademt, maar uiteindelijk ademt de nieuwe plaat van de Amerikaan vooral pure klasse. Erwin Zijleman

Litzberg - In_My_Head (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Litzberg - In_My_Head - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Litzberg - In_My_Head
Goede gitaarplaten zijn momenteel schaars, maar het debuut van Litzberg is er absoluut één om te koesteren en het is er nog één van eigen bodem ook

Litzberg is de nieuwe band van de Limburgse muzikant Mathijs Peeters. Deze Matthijs Peeters deed in het verleden al mooie dingen, maar overtreft zichzelf op alle fronten met het geweldige debuut van Litzberg. In_My_Head is een gitaarplaat die alles heeft. De songs zijn stuk voor stuk goed en variëren fraai tussen stekelige gitaarpop en meer ingetogen en melodieuzere muziek, het gitaarwerk op het album is opvallend veelkleurig en van een bijzonder hoog niveau en ook op de zang van Mathijs Peeters is helemaal niets aan te merken. In_My_Head, dat ook nog eens prachtig klinkt, schaar ik daarom absoluut onder de grote verrassingen van het moment.

Ik roep op deze BLOG wel vaker dat er momenteel veel te weinig goede gitaarplaten worden gemaakt. Ondanks het enorme aanbod van het moment is de spoeling in het genre helaas nog steeds dun en ging ik er van uit dat ik deze week moest vertrouwen op de, overigens prachtige, reissues van de vier uitstekende albums die Dinosaur Jr. gedurende de jaren 90 maakte, tot ik zeer aangenaam werd verrast door het debuut van Litzberg.

Achter Litzberg gaat de Limburgse muzikant Mathijs Peeters schuil. Het is een naam die we kennen van prima bands als Sandusky, Gasoline Brothers en het minder bekende Reiger, maar ook in zijn uppie maakt Mathijs Peeters muziek die er toe doet.

Litzberg, vernoemd naar het Limburgse natuurgebied waarin Mathijs Peeters zijn jeugd doorbracht, grossiert op het deze week verschenen debuut in geweldige gitaarsongs. In_My_Head opent met een uptempo en lekker stekelige track. Het is een track die gruizig, maar ook prachtig melodieus klinkt en die opvalt door aanstekelijke refreinen en een mooie gitaarsolo. Het is een combinatie van invloeden die je ook hoort bij het toevallig al eerder genoemde Dinosaur Jr., maar Litzberg tapt ook uit andere vaatjes. Met de stevigere gitaarsongs wist Mathijs Peeters me direct te overtuigen, maar ook wanneer de Limburgse muzikant gas terug neemt maakt hij indruk.

In_My_Head doet me meer dan eens aan de jaren 90 denken, waarbij niet alleen flarden Dinosaur Jr., maar ook invloeden van bijvoorbeeld Buffalo Tom opduiken. Aan de andere kant van het spectrum klinkt Litzberg zacht en melodieus of worden meer ingetogen en stevigere momenten op bijzonder fraaie wijze afgewisseld.

Het is niet veel muzikanten gegeven om een debuut vol tijdloze gitaarsongs af te leveren, maar Mathijs Peeters slaagt er op het debuut van Litzberg glansrijk in. In_My_Head is zo’n album dat je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen, maar het is ook een album dat je bij iedere beluistering weer net wat dierbaarder is.

Het is vooral de combinatie van stekelige en juist zeer melodieuze klanken die het debuut van Litzberg zo bijzonder maakt. Mathijs Peeters staat op In_My_Head garant voor honingzoete melodieën, die zich onmiddellijk in het brein nestelen, maar kleurt op het debuut van Litzberg ook buiten de lijntjes met stekelige gitaarakkoorden en net wat ruwere songs.

In_My_Head refereert niet alleen regelmatig naar rockmuziek uit de jaren 90, maar sluit ook aan bij bands als The War On Drugs. Iedereen die het niveau van de vorige bands van Mathijs Peeters kent zal het niet verbazen, maar ik hoop dat ook flink wat muziekliefhebbers aangenaam verrast zullen worden door het geweldige debuut van Litzberg, dat absoluut beschikt over internationale allure.

Liefhebbers van goede songs komen op In_My_Head absoluut aan hun trekken, maar ook een ieder met een zwak voor geweldig gitaarwerk moet het debuut van Litzberg zeker beluisteren. Mathijs Peeters is goed voor prachtig melodieuze solo’s, maar grossiert ook in memorabele riffs en akkoorden en durft in de wat langere tracks op het album ook nog eens volledig los te gaan. En omdat de Limburgse muzikant ook nog eens overtuigt als zanger, durf ik wel te beweren dat In_My_Head een album is waarop alles klopt. Prachtplaat! Erwin Zijleman

Liv Greene - Deep Feeler (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Liv Greene - Deep Feeler - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Liv Greene - Deep Feeler
Liv Greene schaar ik na beluistering van het prachtige Deep Feeler per direct onder de grote beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek, want wat is dit een mooi album en wat is Liv Greene en goede zangeres

Het debuutalbum van Liv Greene was aardig maar wat mij betreft ook niet meer dan dat. Het is ongelooflijk wat voor stap de muzikante uit Nashville heeft gezet op haar tweede album. Het is deels de verdienste van de subtiele instrumentatie en de fraaie productie van het album, dat werd opgenomen in de studio van Gillian Welch en David Rawlings, maar Liv Greene is ook enorm gegroeid als zangeres en als songwriter. Deep Feeler is een veelzijdig rootsalbum dat meerdere hoeken van de Amerikaanse rootsmuziek bestrijkt en dat varieert van uiterst ingetogen tot en met voorzichtig uptempo. De prachtige stem van Liv Greene is in alle tracks de kers op de taart.

De Amerikaanse singer-songwriter Liv Greene debuteerde in het voorjaar van 2020 met Every Bright Penny. Het is een album dat me wel nieuwsgierig maakte naar de muziek van Liv Greene, maar dat me ook niet volledig overtuigde. De muzikante uit Nashville, Tennessee, combineerde op haar debuutalbum op knappe en bijzondere wijze nogal traditioneel aandoende bluegrass met een net wat steviger gitaargeluid en ik hoorde ook wel wat in de stem van de Amerikaanse muzikante.

Het was uiteindelijk vooral een wat schel geluid dat er voor zorgde dat ik Every Bright Penny liet liggen. Dat matige geluid is Liv Greene mogelijk zelf ook opgevallen, want haar deze week verschenen tweede album klinkt echt prachtig. De openingstrack en titeltrack van Deep Feeler combineert warme akoestische gitaarakkoorden, met de bedwelmende klanken van de pedal steel en wat fantasierijke percussie en dat klinkt fantastisch.

Het is een combinatie van klanken die vaker terugkeert op Deep Feeler, dat anders klinkt dan het debuutalbum van Liv Greene. Dit debuutalbum zou ik hebben omschreven als Alison Krauss met een rootsy gitaarband en dat is een omschrijving die op geen enkele manier past bij het tweede album van Liv Greene.

Deep Feeler deed me in eerste instantie wel wat denken aan de muziek van Gillian Welch. Dat is mogelijk geen toeval, wat het tweede album van Liv Greene werd opgenomen in de Woodland Sound Studios van Gillian Welch en David Rawlings in Nashville, waar de Amerikaanse muzikante werd bijgestaan door Matt Andrews, die eerder werkte met de eigenaars van de befaamde studio.

Liv Greene wist vervolgens ook nog eens een stel uitstekende muzikanten naar de studio te krijgen, met Sarah Jarosz als meest aansprekende naam. Het zorgt er voor dat Deep Feeler in muzikaal en productioneel opzicht staat als een huis. Het door gitaren gedomineerde en door andere instrumenten, waaronder de pedal steel en de viool, fraai verrijkte geluid bevat vooral invloeden uit de country en de folk en is door het steeds leggen van net wat andere accenten voldoende gevarieerd.

Ik heb het vorige album van Liv Greene ook nog eens beluisterd en hoewel ik de belofte nog steeds hoor, is het belang van een mooi geluid me nog eens heel goed duidelijk geworden. Op haar debuutalbum vond ik Liv Greene wel een interessante zangeres en dat is ze ook op Deep Feeler waarop haar zang nog wat expressiever is maar ook beter wordt gedoseerd.

De muzikante uit Nashville heeft af en toe een bijzondere snik in haar stem, wat de zang op Deep Feeler onderscheidend maakt, maar het is ook zang die goed past bij de genres die zijn te horen op het album. Liv Greene kan overigens ook prachtig zuiver zingen, waardoor ik af en toe toch weer iets hoor van Alison Krauss, maar ook Emmylou Harris komt voorbij in de veelzijdige zang op het album.

Ik zeg het vaker, maar het valt tegenwoordig echt niet mee om de aandacht te trekken als beginnend muzikant binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Het zal ook voor Liv Greene niet meevallen om op te vallen, maar iedereen die luistert naar Deep Feeler zal horen dat ze dit met haar muziek zeker doet. Ik ben zelf zo onder de indruk van het album dat ik het schaar onder de betere of zelfs de allerbeste rootsalbums van 2024 en dat had ik op basis van haar debuutalbum uit 2022 echt niet verwacht. Erwin Zijleman

Liz Brasher - Painted Image (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Liz Brasher - Painted Image - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jonge Amerikaanse zangeres haalt de soul uit haar tenen, maar imponeert pas echt in de power ballads die je compleet omver blazen
Liz Brasher treedt op haar debuut in de voetsporen van grote zangeressen uit de Southern soul, vult de leegte die Amy Winehouse heeft achtergelaten, maar kan nog veel meer. Wanneer ze kiest voor pop zingt ze de pannen van het dak, maar de Amerikaanse zangeres kan ook uit de voeten met gedreven gospel of weemoedige blues. In vocaal opzicht is het smullen, maar ook de instrumentatie op Painted Image is een kunststukje. De plaat neemt je mee terug naar de hoogtijdagen van de Southern soul, maar voegt talloze accenten van recentere datum toe. De concurrentie is moordend voor Liz Brasher, maar ik kies zonder een spoor van twijfel voor deze getalenteerde dame.

De Amerikaanse zangeres Liz Brasher debuteerde in het voorjaar van 2018 met de prima EP Outcast. Op de op het Fat Possum label verschenen EP maakte de in North Carolina opgegroeide zangeres indruk met een authentiek klinkend soulgeluid, dat af en toe flirtte met Southern Rock. Alle reden dus om uit te zien naar haar debuutalbum.

Liz Brasher maakte als kind en als lid van het plaatselijke kerkkoor kennis met gospel, ontdekte de rijke geschiedenis van de soulmuziek toen ze naar Chicago verhuisde en ontdekte haar eigen soulstem toen ze zich in Memphis, Tennessee, had gevestigd.

De keuze voor Memphis, Tennessee, is geen toevallige. Luister naar Painted Image, het debuutalbum van Liz Brasher, en je wordt meer dan eens mee teruggenomen naar de hoogtijdagen van de Memphis soul. Liz Brasher nam haar debuut op in twee legendarische studio’s in Memphis en deed een beroep op gelouterde muzikanten, die prima weten hoe een goede soulplaat moet klinken.

Painted Image schuurt tegen de groten uit de Southern soul aan, doet me meer dan eens denken aan de muziek waarmee Amy Winehouse een wereldster werd, maar Liz Brasher toont op haar debuut toch net wat meer lef dan de meeste van haar soortgenoten. De authentiek klinkende soul wordt hier en daar verruild voor donker en broeierig klinkende popmuziek vol grootse uithalen. Painted Image heeft dan raakvlakken met Ellen Foley’s briljante Nightout of schuift op richting de even krachtige blue-eyed soul van Dusty Springfield.

Liz Brasher heeft hiernaast dezelfde voorliefde voor retro als bijvoorbeeld Nicole Atkins, maar kan ook kiezen voor songs die weer eerder in het hokje singer-songwriter muziek passen of kiezen voor gospel of blues. Ik kan me voorstellen dat veel muziekliefhebbers behoefte hebben aan wat meer focus, maar mij bevalt het wispelturige karakter van Painted Image wel.

Liz Brasher beschikt over een stem die alle kanten op kan. Ze kan heerlijk soulvol klinken, maar ook pop en folk zet ze moeiteloos naar haar hand. Het is bovendien een stem met een eigen karakter, die zich niet zomaar laat vergelijken met een stem uit het verleden.

Het is een stem die nog wat verder wordt opgetild door de bijzonder fraaie instrumentatie op Painted Image. Wanneer de blazers aanzwellen heeft de soul direct gewonnen op het debuut van Liz Brasher, maar wanneer het orgeltje warm en mysterieus klinkt en de gitaren op fraaie wijze de ruimte vullen, schiet de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter direct een andere kant op en hetzelfde gebeurt wanneer weemoedige strijkers domineren.

Het zorgt ervoor dat Liz Brasher de aandacht veel makkelijker vasthoudt dan al die jonge soulzangeressen die een graantje mee willen pikken van het enorme gat dat Amy Winehouse een paar jaar geleden heeft achtergelaten. In de meest soulvolle momenten vult Liz Brasher dit gat op indrukwekkende wijze, maar Painted Image doet nog veel meer. Bezwerende gospel, melancholische blues, dampende soul of een popballad waarin de zangeres uit Memphis de pannen van het dak zingt; Painted Image heeft het allemaal en hoe vaker ik naar de plaat luister hoe meer ik Liz Brasher geloof.

Wanneer je een stem hebt als Liz Brasher en een beroep kunt doen op de muzikanten die meespelen op Painted Image is het maken van een acceptabele plaat niet zo moeilijk, maar het debuut van Liz Brasher is veel meer dan een acceptabele plaat. In het begin vond ik het jammer dat ze niet vol had gekozen voor de soul, maar inmiddels zijn het vooral de power ballads die goed zijn voor kippenvel en iedere keer is het weer wat meer. Erwin Zijleman

Liz Green - Haul Away! (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Liz Green - Haul Away! - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

O, Devotion! van de Britse singer-songwriter Liz Green was drie jaar geleden een hele bijzondere plaat. Op haar debuut verenigde Liz Green stokoude muziek uit de Amerikaanse Appalachen met al even antieke muziek uit de Amerikaanse en Europese nachtclubs uit de jaren 30 van de vorige eeuw. Liz Green deed hierbij niet haar best om de muziek uit vervlogen tijden nauwgezet te reproduceren, maar vermengde alle invloeden tot een bijzonder eigen geluid, dat vervolgens uniek werd door haar bijzondere, soms wat onvaste, maar altijd bijzonder emotievolle stem. O, Devotion! was zo’n debuut waar je helemaal stuk van was of waar je niets van moest hebben en dat geldt waarschijnlijk ook voor opvolger Haul Away!. De cover van Haul Away! ziet er, zeker vergeleken met de cover van het debuut van Liz Green, opvallend modern uit, maar in muzikaal opzicht is er eigenlijk niet zo gek veel veranderd, waardoor de frisse en kleurige cover eigenlijk niet zo goed past bij de muziek. Liz Green maakt nog altijd muziek die is verankerd in het verre verleden en zingt nog altijd op unieke wijze. Haul Away! laat goed horen dat Liz Green dit keer een iets ruimer budget had voor het opnemen van haar plaat. De tweede van Liz Green klinkt een stuk beter dan zijn voorganger, maar dit is gelukkig niet ten koste gegaan van de rauwe emotie waar de muziek van Liz Green het voor een belangrijk deel van moet hebben. De instrumentatie op Haul Away! is uiterst subtiel en bijzonder stemmig. Liz Green heeft soms genoeg aan een pingelende piano en vormt vervolgens met haar stem warmte en emotie toe. In muzikaal opzicht hebben invloeden uit antieke nachtclub jazz aan terrein gewonnen en dit bevalt me eigenlijk wel. Mede door de prachtige instrumentatie (met een volop op de voorgrond tredende piano en prachtig subtiele blazers) voelt Haul Away! aan als een warm bad. Waar Liz Green op haar debuut nog wel wat kil kon klinken is Haul Away! een heerlijk warmbloedige plaat vol gloedvolle songs. De instrumentatie op Haul Away! is veel mooier dan die op zijn voorganger, maar Liz Green is ook beter gaan zingen, waarbij ze haar unieke geluid gelukkig heeft behouden. Haul Away! laat bovendien veel betere songs horen dan O, Devotion!. Bij beluistering van alle elf songs op de tweede plaat van Liz Green zit je op het puntje van je stoel en vraag je je steeds weer af welke kant het op zal gaan. Liz Green maakt nog altijd muziek waar je heel warm van wordt of die je helemaal koud laat. Persoonlijk behoor ik inmiddels heel duidelijk tot het eerste kamp. Liz Green verraste drie jaar geleden met een mooi en bijzonder debuut, maar schaart zich met deze tweede plaat tussen de weinige vrouwelijke singer-songwriters met een volkomen uniek eigen geluid. Dat is knap. Heel knap zelfs. Erwin Zijleman

Liz Longley - Funeral for My Past (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Liz Longley - Funeral For My Past - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Liz Longley - Funeral For My Past
Liz Longley slaat op Funeral For My Past haar vleugels uit en levert een album af met een veelheid aan invloeden, een fraai geluid en natuurlijk haar geweldige stem

Liz Longley opereerde een jaar of vijf geleden nog voornamelijk vanuit het hokje country, maar blijkt op Funeral For My Past van vele markten thuis. Country, blues, jazz, gospel, pop en vooral soul en rock spelen een belangrijke rol op een album dat geweldig klinkt, dat vol staat met aansprekende songs en dat natuurlijk wordt gedragen door de warme en krachtige stem van Liz Longley. Liefhebbers van een sober geluid zonder opsmuk zijn bij Liz Longley absoluut aan het verkeerde adres, maar muziekliefhebbers die geen moeite hebben met op alle vlakken net wat meer, hebben met Funeral For My Past van Liz Longley een prima album in handen.

Alweer ruim vijf jaar geleden liep ik bij toeval tegen het titelloze album van de Amerikaanse singer-songwriter Liz Longley aan. Het bleek niet het eerste album van de muzikante uit Nashville, maar wel haar meest ambitieuze en beste tot op dat moment. Minstens even toevallig kwam ik vorige week in aanraking met haar nieuwe album, Funeral For My Past. Het is de opvolger van het in 2016 verschenen Weightless, dat ik destijds niet heb opgemerkt.

Ik was eerlijk gezegd alweer vergeten hoe de muziek van Liz Longley precies klonk, maar inmiddels weet ik weer dat haar album uit 2015 zich grotendeels bewoog binnen de kaders van de contemporary country en countrypop uit Nashville, Tennessee. Ondanks dit strakke keurslijf wist Liz Longley op te vallen met een geweldige stem en ijzersterke songs.

Liz Longley woont nog steeds in Nashville, maar Funeral For My Past klinkt duidelijk anders dan haar album uit 2015. Ook op Funeral For My Past hoor ik nog wel wat invloeden uit de country zoals die in Nashville wordt gemaakt, maar over het algemeen genomen bestrijkt Liz Longley op haar nieuwe album een veel breder palet.

Funeral For My Past is een Americana album in ruimste zin van het woord, maar het is ook een rockalbum en een popalbum. Vrijwel alle genres binnen de Americana komen aan bod, maar Funeral For My Past klinkt in eerste instantie vooral soulvol. Liz Longley liet vijf jaar geleden horen dat ze beschikt over een stem die is gemaakt voor country, maar het soulvolle repertoire op har nieuwe album past minstens net zo goed.

De krachtige en warme stem van Liz Longley was het sterkste wapen op haar album uit 2015 en het is ook het sterkste wapen op Funeral For My Past. Liz Longley klinkt in de openingstrack zwoel en funky, maar ze kan ook uitstekend uit de voeten met powerballads vol soul.

Met soul hebben we een belangrijk bestanddeel van het nieuwe album van Liz Longley te pakken, maar het album bestrijkt zoals gezegd een breed palet. Liz Longley flirt op Funeral For My Past met soul, funk en gospel, maar gaat ook aan de haal met country, jazz, blues en zeker ook rock, met hier en daar zelfs uitstapjes richting indie-rock. Hier en daar mogen de gitaren flink uithalen en ook binnen het gitaargeweld blijft de krachtige stem van Liz Longley makkelijk overeind.

Funeral For My Past bestrijkt niet alleen een breed palet qua invloeden, maar varieert ook makkelijk over de tijd. Een aantal tracks op het album doet wat nostalgisch aan, maar Liz Longley kan ook fris en eigentijds klinken en kan hier en daar mee met de jonkies in het indie-rock segment.

Over één ding hebben we het nog niet gehad en dat zijn de songs op het album. Het zijn songs die niet alleen opvallen door een mooi verzorgde instrumentatie, een gloedvolle productie, een veelheid aan invloeden en een geweldige stem, maar het zijn ook songs die zich bijzonder makkelijk opdringen en zich vervolgens als een warme deken om je heen slaan.

De criticus zal beweren dat het allemaal mooi en verzorgd, maar vaak ook wel wat glad klinkt. Dat is absoluut waar, maar het zit me bij Liz Longley echt geen moment in de weg en bovendien kan de muziek van de Amerikaanse muzikante hier en daar ook prachtig ontsporen. Geweldig album wat mij betreft. Erwin Zijleman

Liz Longley - Liz Longley (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Liz Longley - Liz Longley - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Hoewel ook ik mijn portie countrymuziek bij voorkeur volgens de alternatieve receptuur bereid zie, wijs ik country die wat dichter tegen de traditionele Nashville country aan schuurt zeker niet bij voorbaat af.

De titelloze plaat van de Amerikaanse singer-songwriter Liz Longley kon daarom op mijn onverdeelde aandacht rekenen en daar heb ik zeker geen spijt van gekregen.

De plaat van Liz Longley wordt misschien in het hokje ‘contemporary country’ geduwd, maar de Amerikaanse maakt op haar titelloze plaat muziek die ook liefhebbers van de wat meer alternatieve countrymuziek of alternatieve rootsmuziek in bredere zin zal aanspreken.

Omdat de onlangs op het roemruchte Sugar Hill label verschenen plaat van Liz Longley geen titel heeft meegekregen, ging ik er in eerste instantie van uit dat het hier gaat om een debuut, maar een debutant is Liz Longley zeker niet. De singer-songwriter uit Pennsylvania bracht na het afronden van haar opleiding aan het hoog aangeschreven Berklee College of Music in Boston in eigen beheer al een vijftal platen uit en heeft inmiddels in vele uithoeken van de Verenigde Staten op het podium gestaan.

Het zijn platen die ik inmiddels deels heb beluisterd en die absoluut potentie laten horen. Het is potentie die er overigens definitief uit komt op haar eerste niet zelf uitgebrachte plaat (waarvoor overigens ook een crowdfunding campagne noodzakelijk was).

Voor het opnemen van haar ‘officiële debuut’ trok Liz Longley naar country hoofdstad Nashville, alwaar ze een beroep kon doen op een aantal gelouterde muzikanten. Het levert een geïnspireerd klinkende plaat op die zich niet beperkt tot de Nashville country, maar ook uitstapjes maakt richting folk en pop.

De nieuwe plaat van Liz Longley is een plaat vol lekker in het gehoor liggende popliedjes. Dat is deels de verdienste van de ervaren muzikanten die Liz Longley om zich heen heeft verzameld. Deze muzikanten zorgen voor een warmbloedig geluid vol bijzonder fraai gitaarwerk en voldoende variatie om een plaat lang te blijven boeien.

Minstens even belangrijk is echter de stem van Liz Longley. Het is een mooie en krachtige stem die gemaakt lijkt voor het vertolken van muziek met flink wat invloeden uit de country, maar de vocalen van Liz Longley hebben ook iets eigenzinnigs. Dat hoor je bijvoorbeeld wanneer haar stem de hoogte in gaat en de muziek van Liz Longley iets krijgt van die van Sara McLachlan, maar Liz Longley kan ook ontroeren met een mooie countrysnik.

Liz Longley vertolkt op haar nieuwe plaat vooral songs die je onmiddellijk kunt en wilt omarmen, maar in tegenstelling tot de meeste van haar Nashville collega’s zijn de songs van de Amerikaanse singer-songwriter zeker geen songs waarvan er dertien in een dozijn passen. Net als bijvoorbeeld Kacey Musgraves, Ashley Monroe en Brandy Clark, maakt ook Liz Longley countrymuziek die zowel liefhebbers van Nashville country als liefhebbers van alternatieve country zal plezieren.

Ik ben in ieder geval zeer onder de indruk van een plaat die me sinds de eerste beluistering steeds iets dierbaarder is geworden en ik inmiddels dan ook koester als een al dan niet 'guilty' pleasure. Erwin Zijleman

Liz Longley - New Life (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Liz Longley - New Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Liz Longley - New Life
Voor een talentvolle singer-songwriter als Liz Longley zouden de platenmaatschappijen in de rij moeten staan, maar ook dit keer moest de Amerikaanse muzikante zelf haar boontjes doppen, wat wederom een prima album oplevert

Ik mis helaas zo af en toe een album van Liz Longley, die echt veel te weinig aandacht krijgt, maar New Life stond de afgelopen week gelukkig wel op de lijsten met nieuwe albums. Het is een album waarop de muzikante uit Nashville zowel met pop en rock als met Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten kan en in alles genres maakt ze indruk met uitstekende songs, fraaie klanken en een hele mooie stem. Net als het vorige album van Liz Longley is ook New Life een zeer veelzijdig album, maar het zit me geen moment in de weg, al vind ik de wat meer roots georiënteerde songs uiteindelijk het mooist. Hoogste tijd dat het talent van Liz Longley in bredere kring wordt opgemerkt.


Bijna precies tien jaar geleden ontdekte ik het titelloze album van de Amerikaanse muzikante Liz Longley. Het bleek een album van een verrassend hoge kwaliteit. Het in Nashville gemaakte album liet flink wat invloeden uit de countrymuziek horen, maar verwerkte ook absoluut invloeden uit de folk en de pop.

Liz Longley kon in Nashville een beroep doen op een aantal uitstekende muzikanten, waardoor het album prachtig klonk. De Amerikaanse muzikante maakte echter nog veel meer indruk met de kwaliteit van haar songs en vooral met haar bijzonder mooie stem. Vanwege het ontbreken van een titel ging ik er van uit dat het in 2015 verschenen album het debuutalbum van Liz Longley was, maar de aan het prestigieuze Berklee College of Music in Boston opgeleide muzikante bleek al een aantal albums op haar naam te hebben staan.

De muziek van Liz Longley krijgt tot dusver helaas niet heel veel aandacht, zeker niet in Nederland, waardoor ik een in 2016 verschenen album en een vorig jaar verschenen mini-album helaas heb gemist, maar ik was in 2020 wel zeer onder de indruk van het album Funeral For My Past, waarop Liz Longley haar vleugels uitsloeg. Het album kon binnen de Americana op een breed terrein uit de voeten, maar verwerkte ook flink wat invloeden uit de pop en de rock, waarmee de inmiddels in Nashville woonachtige muzikante zich definitief ontworstelde aan het predicaat countryzangeres.

De lijn van Funeral For My Past wordt doorgetrokken op het deze week verschenen New Life, waarop Liz Longley wederom laat horen dat ze met meerdere invloeden uit de voeten kan. New Life is bij vlagen, nog meer dan Funeral For My Past, een popalbum, maar het is een popalbum waarop Liz Longley haar muzikale verleden zeker niet verloochent.

New Life bevat een aantal 100% popsongs, maar het album biedt ook zeker ruimte aan de singer-songwriter Liz Longley. Ook bij beluistering van New Life valt op dat Liz Longley een uitstekende zangeres is, die net zo makkelijk indruk maakt met een ingetogen folksong als met een uptempo popsong.

Liefhebbers van Americana zullen New Life bij vlagen net wat teveel pop vinden, maar vinden op het album ook zeker een aantal songs die stevig in de smaak zullen vallen. Zelf kan ik zowel met pop als met roots uit de voeten en ook de afslag richting pop levert wat mij betreft een aantal prima songs op. Liz Longley is wat ouder dan de populaire popzangeressen van het moment en bezingt ook wat andere thema's, maar haar songs en haar zang zijn absoluut goed genoeg om ook een wat meer pop georiënteerd publiek aan te spreken.

Ik ga New Life niet vergelijken met het inmiddels tien jaar oude titelloze album van Liz Longley, want het zijn in meerdere opzichten en in ieder geval een deel van de songs twee flink verschillende albums. Wat de albums met elkaar gemeen hebben zijn de hoge kwaliteit van de songs, de prachtige instrumentatie en de geweldige zang. Ik vind de stem van Liz Longley persoonlijk het mooist in de net wat meer ingetogen en aan Amerikaanse rootsmuziek rakende songs, waarin ze echt excelleert, maar ook op de rest van het album is de zang echt heel goed.

Het blijft voor mij onbegrijpelijk en ook doodzonde dat een singer-songwriter met de kwaliteiten van Liz Longley steeds maar weer moet afwachten of iemand haar album wil uitbrengen en in de meeste gevallen zelf het benodigde geld bij elkaar moet krijgen. Het is gelukkig ook voor New Life weer gelukt. Erwin Zijleman

Liz Phair - Exile in Guyville (1993)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Liz Phair - Exile In Guyvile (1993) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Liz Phair - Exile In Guyvile (1993)
Liz Phair dook in 1993 voor het eerst op en leverde met haar debuutalbum Exile In Guyville direct een wereldalbum af, dat dertig jaar later terecht wordt geschaard onder de kroonjuwelen van de 90s indierock

Liz Phair liet het de afgelopen dertig jaar vaak afweten met tegenvallende albums, maar het in 1993 verschenen Exile In Guyville, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, is een onbetwiste klassieker. Het is een van de meest invloedrijke indierock albums uit de jaren 90, maar het is ook meer dan dat. Liz Phair laat zich op haar debuutalbum inspireren door de rauwe rock ’n roll van de Rolling Stones uit de jaren 70, maar staat ook open voor andere invloeden uit de jaren 90, waaronder de lo-fi. Het levert een serie ijzersterke, maar ook heerlijk eigenzinnige songs op, die de Amerikaanse muzikante vervolgens helaas niet meer kon evenaren. Of dat ooit nog gaat gebeuren blijft de vraag, want met Liz Phair weet je het maar nooit.

Voor een muzikante die een van de beste en bovendien meest invloedrijke indierock albums uit de jaren 90 op haar naam heeft staan, heeft de Amerikaanse muzikante Liz Phair een wat vreemde carrière. Ze debuteerde precies 30 jaar geleden met een album dat inmiddels in de boeken staat als een klassieker, al is het helaas een klassieker die flink wat liefhebbers van 90s indierock is ontgaan.

In de jaren 90 maakte Liz Phair vervolgens twee albums, Whip-Smart uit 1994 en Whitechocolatespaceegg uit 1998, die voortborduurden op haar debuutalbum, maar die in artistiek opzicht minder interessant waren en het succes van haar debuutalbum niet wisten te evenaren. Dat laatste lukte haar in commercieel opzicht wel met het in 2003 verschenen Liz Phair, maar in muzikaal opzicht was dit schaamteloos commerciële popalbum, waarop de Amerikaanse muzikante klonk als het zusje van Avril Lavigne, een stuk minder interessant.

Het in 2005 verschenen Somebody’s Miracle was nog wat minder indrukwekkend, waarna het in 2010 uitgebrachte Funstyle een stap in de goede richting was, maar nog ver verwijderd bleef van het niveau van haar debuutalbum. Pas met het na een stilte van elf jaar in 2021 uitgebrachte Soberish kwam Liz Phair weer een beetje in de buurt van de op dat moment bijna dertig jaar oude klassieker, maar het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante bleef ongeëvenaard. Ik moet zeggen dat ik zelf niet heel vaak meer luister naar Exile In Guyville, want over dat album heb ik het, maar als ik het debuut van Liz Phair uit de kast trek, ben ik altijd weer onder de indruk.

Op Exile in Guyville begint Liz Phair bij de rauwe rock ’n roll van de Rolling Stones uit de vroege jaren 70. In haar tienerjaren was ze naar verluidt verslingerd aan Exile On Main Street en dat hoor je. Op hetzelfde moment is Exile In Guyville een blauwdruk voor de indierock zoals die later in de jaren 90 in grote hoeveelheden zou worden gemaakt. Het debuutalbum van Liz Phair kon in commercieel opzicht niet tippen aan het twee jaar later verschenen Jagged Little Pill van Alanis Morissette, maar het was in muzikaal opzicht invloedrijker.

Exile In Guyville is meer dan een uitstekend 90s indierock album, want de songs van Liz Phair klinken ook behoorlijk lo-fi en bovendien doet de muzikante uit New Haven, Connecticut, die inmiddels alweer geruime tijd in Californië woont, op haar debuutalbum precies waar ze zelf in heeft. Het levert op Exile In Guyville een serie rauwe en aansprekende rocksongs op, die niet zo ver verwijderd zijn van de muziek van Hole uit dezelfde periode, maar dan met gitaarbijdragen van Keith Richards die uit de jaren 70 is geteleporteerd.

Als ik naar Exile In Guyville luister begrijp ik goed waarom de critici destijds lyrisch waren en nog steeds zijn over het debuutalbum van Liz Phair, maar ik begrijp ook waarom dit album destijds niet in miljoenen over de toonbank is gegaan, want het is ook een album dat afwijkt van de standaard. De latere albums van de Amerikaanse muzikante moesten het doen met soms matige songs, maar op Exile On Guyville is Liz Phair achttien songs en bijna een uur lang in topvorm.

Liz Phair is een prima zangeres en ook in muzikaal opzicht klinkt het album heerlijk, maar ze is ook een groot tekstschrijver, wat een paar jaar geleden ook bleek in haar eigenzinnige autobiografie Horror Stories: A Memoir, wat haar songs voorziet van extra kracht en onderscheidend vermogen. Exile On Guyville zou zeker iedere liefhebber van 90s indierock eens moeten horen. Erwin Zijleman

Liz Phair - Soberish (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Liz Phair - Soberish - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Liz Phair - Soberish
Liz Phair keert op haar nieuwe album Soberish niet terug naar de indie-rock van haar terecht zo geprezen debuutalbum Exile In Guyville, maar keert wel terug naar de goede vorm van dit album

Het was de afgelopen elf jaar nagenoeg stil rond de Amerikaanse muzikante Liz Phair, maar deze week keert ze terug met een nieuw album dat werd aangekondigd als de terugkeer naar haar droomdebuut uit 1993. Daarvoor is Soberish wat teveel pop, maar het is wel hele goede pop. Liz Phair klonk op haar vorige albums nogal mainstream, maar heeft haar eigenzinnigheid hervonden op een prachtig ingekleurd album dat zich makkelijk opdringt, maar dat ook de fantasie weet te prikkelen. Haar debuut Exile In Guyville is een onbetwiste klassieker, maar Soberish is misschien wel beter dan alles dat Liz Phair sindsdien heeft gemaakt. En het album groeit en groeit en groeit.

De Amerikaanse muzikante Liz Phair leverde in 1993 met Exile In Guyville voor mij een van de onbetwiste kroonjuwelen van de jaren 90 af. Het debuutalbum van Liz Phair plaveide de weg voor heel veel jonge vrouwelijke singer-songwriters en de invloed van Exile In Guyville is tot op de dag van vandaag duidelijk hoorbaar.

Na haar geweldige en terecht bejubelde debuut leverde Liz Phair met Whip-Smart uit 1994 en whitechocolatespaceegg uit 1998 twee prima albums af, maar zo memorabel als haar debuutalbum waren ze niet. Op haar titelloze album uit 2003 koos de Amerikaanse muzikante opeens vol voor de pop en die lijn werd doorgetrokken op Somebody's Miracle uit 2005 en Funstyle uit 2010.

De wat meer pop georiënteerd albums van Liz Phair zijn zeker niet slecht, maar toen ik een paar weken geleden las dat de Amerikaanse muzikante na een afwezigheid van elf jaar op haar nieuwe album zou terugkeren naar het geluid van haar debuutalbum vond ik dat geweldig nieuws.

Soberish is deze week verschenen en ligt inderdaad dichter bij Exile in Guyville dan de vorige drie albums van Liz Phair, maar het is op zijn minst wat overdreven om te spreken van een terugkeer naar het geluid van haar debuutalbum. Ook op Soberish omarmt Liz Phair immers nadrukkelijk de pop, maar waar ze op de genoemde popalbums uit het verleden redelijk mainstream klonk, horen we op het nieuwe album de eigenzinnigheid van de eerste albums terug.

Op Soberish werkt Liz Phair weer samen met producer Brad Wood, die ook haar eerste albums produceerde. Brad Wood heeft al het chroom en alle glitters die het geluid op de vorige albums domineerden verwijderd en heeft gekozen voor een op het eerste gehoor betrekkelijk ruw geluid, dat af en toe wat meer invloeden uit de indie-rock bevat, maar dat ook in de door pop gedomineerde songs net wat eigenwijzer klinkt dan gebruikelijk in het genre.

Het geeft de songs van Liz Phair een enorme boost. Waar de Amerikaanse muzikante op haar laatste albums wat gewoontjes klonk, is Soberish weer een album dat de fantasie stevig prikkelt. Het is ook een album dat een stuk urgenter klinkt en dat qua sfeer en urgentie zo nu en dan herinnert aan Exile In Guyville.

Zeker in de op het eerste gehoor wat kaal klinkende songs hoor je echo’s uit het verre verleden van Liz Phair, maar hoor je ook dat ze het schrijven van aangenaam klinkende popliedjes inmiddels beter beheerst. Met haar debuutalbum beet Liz Phair ruw van zich af en deze ruwe energie heeft plaats gemaakt voor wat vriendelijkere en soms zelf dromerige klanken, waarin je hoort dat Liz Phair veel beter is gaan zingen.

Aan de ene kant is het jammer dat Soberish geen tweede Exile In Guyville is geworden, maar aan de andere kant staat dat album al in de kast en had ik Soberish nog niet. Hierboven sprak ik overigens over een wat ruwer of kaler geluid, maar als je Soberish met de koptelefoon beluistert hoor je dat in de productie en in de instrumentatie werkelijk alles uit de kast wordt getrokken.

Vergeleken met veel andere pop producties van het moment klinkt Soberish echter niet eenvormig of continu overweldigend, wat zorgt voor veel diepte in het geluid van Liz Phair. Het levert een serie popsongs op die na één keer horen memorabel is. Het is zeker geen tweede Exile In Guyville, maar Soberish zou absoluut uit kunnen groeien tot het Liz Phair album dat als eerste in de schaduw mag staan van deze klassieker. Erwin Zijleman

Liza Anne - Fine but Dying (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Liza Anne - Fine But Dying - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Liza Anne (volledige naam: Elizabeth Anne Odachowski) is een jonge Amerikaanse singer-songwriter, die opgroeide op het pittoreske St. Simons Island, Georgia, maar inmiddels enkele jaren de edele kunst van het schrijven van songs studeert aan de fameuze Belmont University in Nashville.

Samen met studiegenoot Zachary Dyke maakte Liza Anne al twee platen in Nashville, maar voor plaat nummer drie toog het tweetal naar Parijs, waar in zes dagen 11 songs werden opgenomen in de beroemde La Frette Studios.

Fine But Dying laat horen dat Liza Anne het schrijven van songs inmiddels uitstekend beheerst. Dat is nodig ook, want de concurrentie tussen de jonge vrouwelijke singer-songwriters is momenteel moordend. Je hebt dus iets bijzonders nodig om op te vallen en Liza Anne heeft wat mij betreft iets bijzonders.

De songs van de Amerikaanse singer-songwriter laten zich om te beginnen lastig in een hokje duwen, waardoor opgeworpen vergelijkingsmateriaal steeds maar kort mee gaat. In de openingstrack van de plaat sluit Liza Anne nog vol overtuiging aan bij de indie-rock uit de jaren 90, al laat ze ook direct horen dat ze niet vies is van eigentijdse pop of van een psychologische twist. Het levert een geluid op met flarden uit het verleden, maar minstens evenveel momenten uit het heden, waardoor de songs van Liza Anne zowel tijdloos als eigentijds klinken.

Fine But Dying bevat een aantal lekker stevige songs, maar neemt minstens net zo vaak gas terug, wat zorgt voor een veelzijdig en duidelijk eigen geluid. Zowel de instrumentatie op Fine But Dying als de stem van Liza Anne lijken op het eerste gehoor misschien niet heel bijzonder, maar beiden winnen snel aan kracht.

De derde plaat van de muzikante uit Nashville laat een lekker in het gehoor liggend geluid met evenveel invloeden uit de pop als uit de rock horen, maar het blijkt bij wat aandachtigere beluistering ook een geluid dat spannender en veelkleuriger is dan je op het eerste gehoor zult vermoeden, waarbij vooral het gitaarwerk in de wat meer ingetogen songs er uit springt.

Hetzelfde geldt voor de stem van Liza Anne. Bij eerste beluistering klinken de vocalen op de plaat vooral lekker, maar hoe vaker je naar de plaat luistert, hoe genadelozer deze vocalen zich opdringen.

Het sterkste wapen van Liza Anne blijven echter haar songs. Het zijn songs die meerdere kanten op gaan, maar het zijn ook songs die vrij snel memorabel blijken. Liza Anne put in haar songs flink uit de archieven van de popmuziek en bestrijkt hierbij een opvallend breed palet, dat varieert van de indie-rock helden uit de jaren 90 tot de nagenoeg perfecte popsongs van Fleetwood Mac of de smaakmakers onder de vrouwelijke singer-songwriters van het moment.

Het maakt van Fine But Dying een sterke en avontuurlijke plaat, waarop Liza Anne alles net wat beter doet dan de meeste van haar in groten getale opduikende soortgenoten. Erwin Zijleman

Liza Weald - 1:1 (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Liza Weald - 1:1 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Liza Weald - 1:1
De Nederlandse muzikante Lisa de Bruijn heeft als Liza Weald met 1:1 een intiem en betoverend mooi debuutalbum gemaakt met folky songs die steeds weer weten te verrassen en die van alles met je doen

Ook deze week verschijnen weer stapels nieuwe albums, waardoor het niet meevalt om op te vallen, zeker als je een startende Nederlandse muzikante bent. Lisa de Bruijn is zo’n startende Nederlandse muzikante, maar als Liza Weald heeft ze een album gemaakt dat absoluut de aandacht verdient. Het is een album dat opvalt door mooie klanken, een stem met veel gevoel, spirituele en persoonlijke teksten en songs die dieper graven dan de gemiddelde song van het moment. 1:1 is een intiem en vooral ingetogen album, maar het is ook een album met avontuurlijke songs die steeds weer een andere kant van het talent van Lisa de Bruijn belichten. Sluit je op met dit album en je blijft maar mooie en bijzondere dingen ontdekken in de bijzondere wereld van Liza Weald.

Min of meer bij toeval kwam ik op een van de sociale media een aankondiging tegen van de streaming media release van 1:1 van Liza Weald. Eerlijk gezegd vond ik de betreffende aankondiging wat aan de zweverige kant, maar ik ben toch gaan luisteren naar het album en werd al snel betoverd door de prachtige songs op 1:1 van Liza Weald.

Liza Weald is het alter ego van de Nederlandse muzikante Lisa de Bruijn, wiens wieg in Brabant stond. Ze studeerde de afgelopen jaren aan de inmiddels prestigieuze Codarts University for the Arts in Rotterdam, maar besloot al tijdens haar studie dat ze haar eigen weg wilde gaan. Dat doet Lisa de Bruijn inmiddels in het dagelijks leven door rond te reizen in haar huisje op wielen en dat doet ze ook op haar debuutalbum.

1:1 opent met een betrekkelijk sobere folky song waarin direct een aantal dingen opvallen. Zo valt op dat de Nederlandse muzikante beschikt over een even mooie als bijzondere stem en dat ze zingt met veel gevoel. Verder valt op dat de openingstrack van 1:1 betrekkelijk sober, maar ook heel smaakvol en fantasierijk is ingekleurd . Het laatste dat opvalt bij beluistering van de openingstrack van het debuutalbum van Liza Weald is dat spiritualiteit een belangrijke rol speelt in haar persoonlijke teksten.

Het zijn ingrediënten die allemaal terugkeren in de songs die volgen en vaak nog wat sterker zijn aangezet dan in de openingstrack. De akoestische gitaar speelt een sleutelrol in vrijwel alle songs op 1:1, maar wordt in de meeste songs gecombineerd met fraaie bijdragen van piano, strijkers, blazers of elektronica. Het past prachtig bij de stem van Lisa de Bruijn, die naarmate het album vordert alleen maar mooier wordt.

Het merendeel van de songs op 1:1 past in het hokje folksongs, maar Liza Weald kiest zeker niet voor het vaste stramien van de folksong en durft te experimenteren. Door de spirituele teksten doen de songs van de Nederlandse muzikante soms wat zweverig aan, wat wordt versterkt door sfeervolle en soms wat new age achtige klanken in een aantal van de songs.

Toch is het te makkelijk om 1:1 te bestempelen als een zweverig album, want de songs van Liza Weald hebben ook een duidelijk aards karakter. Deze tegenstelling voorziet 1:1 van een bijzondere sfeer, die al snel een betoverende of zelfs bezwerende uitwerking heeft op de luisteraar.

Ondertussen is het raadzaam om ook aandachtig te blijven luisteren naar de songs op het album, want Liza Weald verrast op haar debuutalbum met songs vol bijzondere verrassingen. Het verraadt de hand van een geschoolde muzikante, maar de songs van het alter ego van Lisa de Bruijn klinken ook puur en oprecht.

Het kan op 1:1 echt alle kanten op, want na een ingetogen folksong en een wat zweverige song levert Liza Weald met Perfect Image ook een verrassend aanstekelijke indiefolk song af, die weer wordt gevolgd door een sprookjesachtige song met veel strijkers of een folky popsong met speelde accenten van elektronica. En zo gebeurt er in alle songs op 1:1 wel iets dat je aangenaam verrast en dat de liefde en bewondering voor het debuutalbum van Liza Weald nog wat verder doet groeien.

De songs op het debuutalbum van Liza Weald maken niet alleen indruk door de steeds weer fraaie klanken en de steeds mooier wordende stem van de Nederlandse muzikante, maar ook door de intieme sfeer op het album. Zeker wanneer je 1:1 met de koptelefoon beluistert neemt Liza Weald je mee naar een wereld waarin een bijna serene rust heerst. Het zal inmiddels duidelijk zijn dat 1:1 van Liza Weald een bijzonder album is. Een wonderschoon album wat mij betreft. Erwin Zijleman

Lizzie No - Halfsies (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lizzie No - Halsies - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lizzie No - Halsies
De New Yorkse muzikante Lizzie No levert met Halfsies een verrassend veelzijdig album af, dat vooral in de meer ingetogen songs indruk maakt met een bijzonder mooie stem en een veelkleurige en spannende instrumentatie

Halfsies is het derde album van de Amerikaanse muzikante Lizzie No en met dit album is ze klaar voor de doorbraak naar een groter publiek. Op Halfsies laat de muzikante uit de Bronx immers horen dat ze zeer getalenteerd is. Dat door je in haar mooie en soulvolle stem en in de fantasierijke inkleuring van het album en je hoort het in haar songs, die direct tot de verbeelding spreken, maar ook beschikken over de nodige groeipotentie. Lizzie No is misschien gebaat bij iets meer focus, maar ook de veelzijdigheid van Halfsies, dat varieert van folk tot rock, draagt bij aan de kwaliteit van dit album, dat echt de aandacht van een breder publiek verdient.

Halfsies is al het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter Lizzie No, maar ik kan me niet herinneren dat ik haar naam ooit eerder ben tegen gekomen. Ik heb de eerste twee albums van de muzikante uit New York inmiddels ook beluisterd en vind het jammer dat ik deze in 2017 en 2019 niet heb opgemerkt. Het zijn immers albums die laten horen dat Lizzie No een zeer talentvolle singer-songwriter is, die zowel uit de voeten kan met ingetogen folk als met wat uitbundigere pop en rock.

Waar de eerste twee albums van Lizzie No vooral een belofte voor de toekomst lieten horen, maakt de muzikante uit de Bronx de belofte op haar derde album meer dan waar. Ook met Halfsies opereert Lizzie No op het snijvlak van folk, roots, pop en rock en daar is het de afgelopen jaren nogal druk. De New Yorkse muzikante weet zich met haar derde album echter makkelijk te onderscheiden en doet dit op meerdere terreinen.

Om te beginnen is Lizzie No een uitstekende zangeres, die niet alleen beschikt over een mooie heldere stem, maar bovendien zingt met veel gevoel en met flink wat soul. Het is een stem die in de meeste tracks wordt versterkt door fraaie achtergrondzang, maar ook als Lizzie No volledig moet vertrouwen op haar stem maakt ze makkelijk indruk. Het is bovendien een veelzijdige stem, die zowel overeind blijft in ingetogen folky songs in de uitbundigere rocksongs op het album. Met de moordende concurrentie in het genre is de stem een van de belangrijkste middelen om je mee te onderscheiden en dat doet Lizzie No met verve.

De muzikante uit New York is niet alleen een uitstekend zangeres, maar ook een getalenteerd songwriter. Halfsies staat vol met songs die heel makkelijk verleiden en die stuk voor stuk een groot publiek moeten kunnen aanspreken. De grote verscheidenheid aan stijlen op Halfsies zou Lizzie No wel eens in de weg kunnen zitten bij dat grote publiek, maar persoonlijk vind ik de veelheid aan stijlen op het album niet storend, al is het maar omdat het behoorlijk consistent klinkt.

Halfsies verwerkt niet alleen meerdere invloeden, maar laat ook in muzikaal opzicht een veelkleurig geluid horen. Lizzie No kan uit de voeten met sober ingekleurde songs, die fraai versierd zijn met strijkers, maar kan ook uitpakken met flink wat gitaren. Persoonlijk vind ik Halfsies op zijn best als Lizzie No behoorlijk ingetogen zingt, de strijkers flink aanzwellen en de Amerikaanse muzikante persoonlijke verhalen vertelt, wat in flink wat songs op het album het geval is.

Met deze ingrediënten had de muzikante uit de Bronx wat mij betreft een nagenoeg perfect singer-songwriter kunnen maken. De meer uptempo pop- en rocksongs op het album, die wel flink in de minderheid zijn, zijn minder indringend, maar ter afwisseling volstaan ze uitstekend en ook in dit soort songs laat Lizzie No horen dat ze beschikt over veel talent.

De eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante sneeuwden een paar jaar geleden flink onder en ook over Halfsies lees ik helaas nog niet heel. Het is jammer, want Lizzie No heeft een album gemaakt dat er zowel qua zang als muziek makkelijk bovenuit steekt en dat ook in de songs een behoorlijk hoog niveau weet te bereiken. Persoonlijk zou ik Lizzie No wel adviseren om de pop en rock te laten zitten en zich op een volgend album te beperken tot de Amerikaanse rootsmuziek, dat ook een breed palet aan mogelijkheden biedt. Erwin Zijleman

Lizzy McAlpine - Older (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lizzy McAlpine - Older - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lizzy McAlpine - Older
Lizzy McAlpine is pas 24 en maakte al twee uitstekende albums, maar met haar derde album Older kan ze zich zomaar scharen onder de meest getalenteerde singer-songwriters van het moment

Lizzy McAlpine is vooral bekend op TikTok, maar met haar nieuwe album Older verdient de singer-songwriter uit Philadelphia een veel groter publiek. Older werd gemaakt met een aantal topmuzikanten en ervaren producers en klinkt echt fantastisch. De ene keer ingetogen en folky, de volgende keer rijk georkestreerd, maar altijd zeer smaakvol. Ook de stem van Lizzy McAlpine valt direct in positieve zin op en dat doet de Amerikaanse muzikante ook met haar songs. Older klinkt als een tijdloos singer-songwriter album, maar de songs van Lizzy McAlpine hebben ook een eigentijdse touch. Haar vorige albums waren uitstekend, maar met Older zet Lizzy McAlpine nog een aantal flinke stappen.

Ik heb het idee dat ik de verrichtingen van (jonge) vrouwelijke singer-songwriters op de voet volg, maar toch mis ik wel eens wat. Tussen de nieuwe albums van deze week vond ik een album van Lizzy McAlpine en dat is een naam die ik volgens mij nog niet eerder ben tegen gekomen. Older is echter al het derde album van de singer-songwriter uit Philadelphia, Pennsylvania en de vorige twee konden in de Verenigde Staten rekenen op zeer positieve recensies.

Lizzy (formeel Elizabeth Catherine) McAlpine schreef al songs op de middelbare school, maar leerde het vak vervolgens aan het prestigieuze Berklee College of Music in Boston. In 2020 verscheen haar debuutalbum Give Me A Minute, waarop de jonge Amerikaanse muzikante indruk maakte met zeer smaakvolle folkpop. Het leverde haar beroemde fans op als Phoebe Bridgers en FINNEAS (ook bekend als de broer van Billie Eilish), maar op een of andere manier ontsnapte ze aan mijn aandacht.

Dat deed ze ook met het in 2022 verschenen five seconds flat, waarop ze koos voor een veel breder muzikaal palet. Het indrukwekkende breakup album five seconds flat had, wanneer ik het album had ontdekt, zonder enige twijfel mijn jaarlijst gehaald, maar mijn eerste kennismaking met de muziek van Lizzy McAlpine kwam helaas pas deze week. Lizzy McAlpine is nog altijd pas 24 jaar oud, maar met Older schaart ze zich wat mij betreft onder de besten in het genre.

Welk genre dat precies is, is niet zo makkelijk te zeggen, want Older is een verrassend veelzijdig album. Op haar vorige album koos de Amerikaanse muzikante voor wat meer invloeden uit de pop, maar Older is weer wat meer een singer-songwriter album, al zoekt Lizzy McAlpine ook de grenzen op van dit genre. Het derde album van de muzikante uit Philadelphia klinkt een groot deel van de tijd als een tijdloos singer-songwriter album, maar Older verwerkt ook invloeden uit de indiepop en indiefolk van het moment.

De jonge Amerikaanse muzikante maakte haar nieuwe album met meerdere producers en flink wat gastmuzikanten, onder wie muzikanten van naam en faam als Jon Brion, Pino Palladino, Matt Chamberlain en Rob Moose. Ondanks het grote aantal muzikanten dat betrokken was bij het album, is Older een verassend intiem album. Dat hoor je het best in de wat meer ingetogen songs op het album, maar ook als het album wat voller klinkt of zelfs stevig uitpakt met rijk gekleurde orkestraties, trekt Lizzy McAlpine alle aandacht naar zich toe.

Dat doet ze met bijzonder mooie zang, die overloopt van gevoel en die doorleefder klinkt dan je van iemand van de leeftijd van Lizzy McAlpine mag verwachten. Ik werd echt onmiddellijk geraakt door de bijzonder mooie stem van de muzikante uit Philadelphia en haar emotievolle voordracht, maar ook de songs op Older zijn van een bijzonder hoog niveau.

Het zijn songs die worden gedragen door de geweldige muzikanten die hebben bijgedragen aan het album en door de uitstekende zang, maar het zijn ook songs die je vanaf de eerste noten nieuwsgierig maken naar alles dat nog komen gaat. Dat doen ook de persoonlijke teksten op dit ‘coming of age’ album, want Lizzy McAlpine heeft absoluut wat te melden. Ik had een week geleden nog nooit van Lizzy McAlpine gehoord, maar ik ben inmiddels diep onder de indruk van haar fraaie oeuvre, waarin het prachtige Older vooralsnog het onbetwiste hoogtepunt is. Erwin Zijleman

Lloyd Cole - Guesswork (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lloyd Cole - Gueswork - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lloyd Cole - Gueswork
Lloyd Cole keert terug met een album dat imponeert en intrigeert en nog maar eens laat horen hoe goed de Britse muzikant is

Vrijwel iedereen denkt bij de naam Lloyd Cole direct aan Rattlesnakes, het debuut van Lloyd Cole & The Commotions uit 1984. Iedereen die denkt dat de Britse muzikant hierna niets bijzonders meer heeft gemaakt heeft het echter flink mis. Lloyd Cole maakt sinds 1990 soloalbums. Het zijn albums die in de meeste gevallen niet veel aandacht hebben gekregen, maar er zitten pareltjes tussen. Ook zijn nieuwe album Guesswork is er weer een. Het is een album dat laat horen dat de Brit nog altijd geniale popliedjes schrijft, maar het is ook een album dat durft te experimenteren en dat bovendien laat horen dat de liefde van Lloyd Cole voor de elektronica is gegroeid. Bijzonder knappe plaat.

Lloyd Cole maakte met zijn band The Commotions voor mij een van de mooiste albums van de jaren 80. Rattlesnakes, het debuut van de Britse band uit 1984, blonk destijds uit door zonnige gitaarsongs met een byte en door de poëtischer teksten van Lloyd Cole. Rattlesnakes is bovendien een album dat de tand des tijds verrassend goed heeft doorstaan, wat zeker voor albums uit de jaren 80 bijzonder is.

Rattlesnakes was niet alleen een droomdebuut, maar ook een molensteen om de nek van Lloyd Cole. Het uiteindelijk in 1987 verschenen tweede album van Lloyd Cole & The Commotions kon de hooggespannen verwachtingen niet waarmaken, waarna het doek viel voor de band en Lloyd Cole gedesillusioneerd naar de Verenigde Staten vertrok. Lloyd Cole maakt sindsdien soloalbums en doet dit met vallen en opstaan. Het heeft inmiddels een stapeltje albums opgeleverd en het zijn albums die helaas maar weinig aandacht hebben gekregen. Het werd twee jaar geleden prachtig verzameld in de box-set In New York, waarna ik het complete solo oeuvre van de Britse muzikant heb herontdekt.

Lloyd Cole maakte in 2015 een behoorlijk experimentele elektronische plaat en hiervoor al een met elektronica pionier Roedelius, maar op de meeste van zijn eerder gemaakte soloalbums liet de Brit muziek horen die voortborduurde op de muziek van zijn inmiddels tot eendagsvlieg gebombardeerde band, maar die ook volgende stappen zette. Het leverde een flink aantal memorabele songs op en deze zijn ook weer te vinden op het deze week verschenen Guesswork.

Guesswork volgt op een stilte van vier jaar en opent direct prachtig met een ingetogen ballad waarin Lloyd Cole zijn kunsten als crooner etaleert. De Brit trekt maar liefst zeven minuten uit voor deze openingstrack, die is voorzien van een bijzonder fraaie instrumentatie en mooie zang. Het is een track die een gevoel van melancholie oproept, maar het is ook een track die op een bijzondere manier de spanning opbouwt en steeds weer andere paden inslaat.

Lloyd Cole had van mij een heel album met tracks als The Over Under mogen maken, maar de Brit slaat op Guesswork ook andere wegen in. In de tweede track, die overigens ook zes minuten duurt, doet de elektronica zijn intrede in de muziek van Lloyd Cole. Night Sweats is net als de openingstrack een track die op een bijzondere manier is opgebouwd en die naast bijzonder gitaarwerk en bezwerende synths een uitstekend zingende Lloyd Cole laat horen.

Ook track drie, Violins, duurt weer bijna zeven minuten en kent een nog dominantere rol voor de synths. Lloyd Cole maakt in deze track de synthpop die hij in de jaren 80 verafschuwde, maar het is synthpop die dieper graaft dan in de jaren 80 gebruikelijk was. Het ijzersterke Guesswork vervolgt met het 5 minuten durende Remains, dat zich langzaam voortsleept en wordt gedomineerd door atmosferische en soms bijna klassiek aandoende klanken, die de stem van Lloyd Cole weer net wat anders laten klinken.

Track 5, The Afterlive, heeft weer een jaren 80 feel met fraaie pianoklanken, subtiele synths en een wederom sterk zingende Lloyd Cole. In Moments And Whatnot experimenteert de Brit vervolgens nog wat nadrukkelijker met elektronische muziek en een snufje Kraftwerk in een verder redelijk lichtvoetig popliedje, dat door de bijzondere instrumentatie en de wederom sterke zang een boost krijgt. When I Came Down From The Mountain ligt in hetzelfde straatje en is wederom een song die in de jaren 80 zou zijn geschaard onder de betere synthpop.

De met subtiele elektronica ingekleurde afsluiter The Loudness Wars ligt, mede dankzij de invallende gitaren, weer wat dichter tegen het werk van Lloyd Cole & The Commotions aan, waarmee de cirkel weer rond is.

Ik heb Guessworks inmiddels meerdere keren beluisterd en ben diep onder de indruk van het nieuwe album van de Britse muzikant. Het is een album met de grandeur van Rattlesnakes, maar het is ook een album dat steeds weer nieuwe dingen probeert en ondertussen imponeert met bijzonder knap gemaakte songs. Lloyd Cole duikt inmiddels met enige regelmaat op in lijstjes met 80s eendagsvliegen, maar laat horen dat hij ook 35 jaar na Rattlesnakes nog een album kan maken dat met de allerbesten mee kan. Erwin Zijleman

Lloyd Cole - In New York (2017)

Alternatieve titel: Collected Recordings 1988-1996

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lloyd Cole - In New York, box-set - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Bijna twee jaar geleden verscheen een fraaie box-set met al het werk van Lloyd Cole & The Commotions (Collected Recordings, 1983-1989).

De Britse band maakte met Rattlesnakes (1984) voor mij één van de meest memorabele platen van de jaren 80, maar ook opvolgers Easy Pieces (1985) en Mainstream (1987) bleken veel beter dan de recensies in de jaren 80 deden vermoeden.

De box-set van Lloyd Cole & The Commotions is daarom nog altijd een graag geziene gast in mijn cd-speler. Maar er is natuurlijk meer.

Lloyd Cole begon in 1988 aan een solocarrière en heeft inmiddels een flinke stapel platen zonder de Commotions op zijn naam staan. Het zijn platen die ik ten tijde van de release lang niet allemaal heb opgepikt, maar het oeuvre van de Britse muzikant blijkt qua niveau verassend consistent.

De afgelopen jaren heeft Lloyd Cole zich toegelegd op het maken van behoorlijk experimentele elektronische muziek (het kwartje is bij mij eerlijk gezegd nog niet gevallen), maar ik hoor hem persoonlijk toch het liefst in aanstekelijke gitaarpop met diepgang en melancholie.

Het is gitaarpop die volop is te horen op het deze week verschenen In New York. In New York, ondertitel Collected Recordings 1988-1996, verzamelt het eerste solowerk van Lloyd Cole.

De Brit vertrok na het uit elkaar vallen van zijn band naar New York, waar hij met een aantal gelouterde muzikanten de studio in dook. Het resulteerde in 1990 in het titelloze solodebuut, dat op de eerste schijf van deze box-set te vinden is.

Het solodebuut van Lloyd Cole trok in 1990 niet heel veel aandacht, maar is een razend knappe plaat vol songs die niet onder doen voor de beste songs van Lloyd Cole & The Commotions.

Lloyd Cole borduurt op zijn eerste soloplaat nadrukkelijk voort op de muziek van zijn band, al zijn de songs net wat meer ingetogen, is er meer aandacht voor subtiele accenten, zingt de Brit wat beter en bekijkt hij het leven bovendien door een net wat minder donkere bril dan in het verleden.

Ook het in 1991 verschenen Don't Get Weird On Me Babe is een verrassend sterke plaat. Op deze plaat gaat Lloyd Cole in een aantal tracks verder met het maken van even aangename als prikkelende gitaarpop, maar de Brit verrast ook met een zwaarder aangezet en rijk georkestreerd geluid.

Bad Vibes had in 1993 moeten zorgen voor de definitieve doorbraak van Lloyd Cole in de Verenigde Staten, maar de plaat deed uiteindelijk niet zoveel. De plaat doet me nu nog veel minder, want ondanks het feit dat met de songs niets mis is, staat de productie of overproductie me flink tegen.

Op Love Story uit 1995 kiest Lloyd Cole gelukkig weer voor de gitaarpop die we van hem kenden. Love Story klinkt op het eerste gehoor zonniger dan we van de Brit gewend zijn, maar dat is maar schijn en zeker in de teksten overheersen de donkere wolken. Love Story is net als de eerste twee soloplaten van Lloyd Cole een sterke plaat.

Op de vijfde schijf van New York vinden we het ‘lost album’ van Lloyd Cole, Smile If You Want To. De songs op de plaat zouden uiteindelijk opduiken op de volgende platen van de Brit, maar zoals het op In New York staat was het oorspronkelijk bedoeld.

Ik heb geen idee waarom de plaat destijds niet werd uitgebracht, maar aan de kwaliteit van de songs heeft het niet gelegen. Ook op de vijfde schijf van In New York strooit Lloyd Cole driftig met geweldige songs. Een zesde cd met demo’s is aardig, maar het beste hebben we op dat moment wel gehad.

Lloyd Cole werd overladen met superlatieven voor het briljante Rattlesnakes, maar hierna was de koek kennelijk op. Volkomen ten onrechte, want In New York staat vol met geweldige popsongs van een niveau dat maar weinig songwriters gegeven is. Schijfje 3 en schijfje 6 zal ik vooral in de verpakking laten, maar de overige vier zijn werkelijk wonderschoon. En ook in het huidige millennium maakte Lloyd Cole nog minstens een handvol uitstekende platen.

Ik zag de goede man onlangs opduiken in een lijstje met eendagsvliegen, maar ik weet inmiddels wel beter. Ook In New York is weer een parel in de platenkast, naast dat ook al zo fraaie boxje van twee jaar geleden. Erwin Zijleman

Lloyd Cole - On Pain (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lloyd Cole - On Pain - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lloyd Cole - On Pain
Lloyd Cole vierde zijn grootste successen alweer bijna veertig jaar geleden met zijn band The Commotions, maar ook zijn solowerk is tot op de dag van vandaag interessant, wat ook weer is te horen op het fraaie On Pain

Rattlesnakes van Lloyd Cole & The Commotions is een van mijn favoriete albums aller tijden en staat op eenzame hoogte in het oeuvre van de Britse muzikant. Ook de soloalbums van Lloyd Cole zijn in de meeste gevallen echter zeer de moeite waard en dit geldt zeker voor zijn nieuwe album On Pain. Het is een album dat opvalt door de bijzondere inzet van elektronica en door de mooie zang, die anders klinkt dan op het debuutalbum uit 1984. Lloyd Cole heeft nooit gestaan voor inhoudsloze deuntjes en dat staat hij nog steeds niet. Het zorgt er voor dat On Pain even wat tijd vraagt, maar uiteindelijk valt ook op dit nieuwe soloalbum van de Britse muzikant weer veel op zijn plek.

De Britse muzikant Lloyd Cole werd onlangs ergens een eendagsvlieg genoemd. Het is een flinke belediging van de songwriter en muzikant die bij een groot publiek misschien vooral bekend is van het debuutalbum van Lloyd Cole & The Commotions (Rattlesnakes), maar die sindsdien zeker niet stil heeft gezeten.

Met Rattlesnakes leverden Lloyd Cole en zijn band in 1984 een van de beste en in ieder geval een van mijn favoriete albums van de jaren 80 af. Het is een album waarop echt alles klopt. De gitaren klinken aangenaam zonnig, maar contrasteren ook fraai met de melancholie in de stem van Lloyd Cole en zijn bitterzoete en vaak wat poëtische teksten. Rattlesnakes bevat bovendien een serie fantastische songs, die bijna veertig jaar na de release nog altijd staan als een huis.

Rattlesnakes van Lloyd Cole & The Commotions werd terecht bedolven onder de positieve recensies en scoorde ook in commercieel opzicht behoorlijk goed, maar het debuutalbum hing ook als een molensteen om de nek van de Britse muzikant. Het lastige tweede album na een memorabel debuutalbum, het al in 1985 verschenen Easy Pieces, viel vies tegen en werd neergesabeld door de critici en door de fans van de band. Ik vind het stevig georkestreerde album lang niet meer zo slecht als destijds, maar het mag niet in de schaduw staan van het briljante Rattlesnakes.

Mainstream, de in 1987 verschenen zwanenzang van Lloyd Cole & The Commotions, was nog wat minder interessant, maar sinds Lloyd Cole in 1990 begon aan een solocarrière nam het niveau van zijn albums weer snel toe. Het heeft inmiddels een stapeltje van zo’n vijftien albums opgeleverd, die misschien niet allemaal even goed en/of toegankelijk zijn, maar er zitten een aantal prima albums tussen, waarvan het in 1991 verschenen Don't Get Weird On Me Babe er voor mij net wat bovenuit steekt.

Deze week wordt het oeuvre van de Britse muzikant uitgebreid met een volgend album, On Pain, de opvolger van het in 2019 uitgebrachte Guesswork. Het is een album dat je, net als alle voorgangers, niet moet vergelijken met het debuutalbum van Lloyd Cole & The Commotions. Op On Pain herinnert niets aan Rattlesnakes uit 1984. Het gitaargeluid van destijds heeft plaatsgemaakt voor een geluid dat voor een belangrijk deel bestaat uit synths en ook in de stem van Lloyd Cole hoor ik weinig meer terug uit het verleden.

Wanneer je On Pain los ziet van de klassieker uit het verleden is het echter een verrassend sterk album. Lloyd Cole is nog altijd een uitstekend songwriter en heeft de songs op zijn nieuwe soloalbum bovendien fantasievol ingekleurd. De Britse muzikant zingt anders dan in het verleden, maar ik vind de zang op On Pain echt prima en misschien zelfs wel beter dan in zijn jonge jaren. De songs van Lloyd Cole beschikken zowel in muzikaal als in tekstueel opzicht vrijwel zonder uitzondering over meer diepgang dan je bij eerste beluistering zult horen en dat is op On Pain niet anders.

Ik moest toch weer even wennen aan de muziek van Lloyd Cole, maar inmiddels ben ik toch weer zeer gecharmeerd van de songs van de Britse muzikant, die song na song laat horen dat hij behoort tot de betere songwriters van zijn generatie. Het illustreert nogmaals hoe idioot het is om Lloyd Cole weg te zetten als een eendagsvlieg. De Britse muzikant is weliswaar niet zo succesvol als de groten binnen de Britse popmuziek, maar op het oeuvre van Lloyd Cole mogen heel wat grote muzikanten inmiddels best jaloers zijn. Erwin Zijleman

Lloyd Cole & The Commotions - Collected Recordings 1983-1989 (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lloyd Cole & The Commotions - Collected Recordings, 1983-1989 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Gelukkig wordt het me niet gevraagd, maar als ik de beste 10 platen van de jaren 80 zou moeten kiezen, weet ik zeker dat Rattlesnakes van Lloyd Cole & The Commotions deel uit maakt van deze top 10.

Rattlesnakes uit 1984 is voor mij een plaat waarop werkelijk alles klopt. Het is een geweldige gitaarplaat met lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar het zijn ook popliedjes vol diepgang en popliedjes die op dat moment anders klonken dan die van de concurrentie.

Rattlesnakes is nog altijd een graag geziene gast in mijn cd speler en het is bovendien een gast die nog net zo fris en eigentijds klinkt als 31 jaar geleden.

Met Lloyd Cole & The Commotions ging het na Rattlesnakes helaas snel mis. Easy Pieces, de tweede plaat van de band, verscheen een jaar na Rattlesnakes en werd (deels terecht) gekraakt door de critici. Ook met het in 1987 verschenen Mainstream konden Lloyd Cole en zijn Commotions geen potten breken, waarna het doek viel voor de band die drie jaar eerder nog zo veelbelovend had gedebuteerd. Lloyd Cole zou in 1990 beginnen aan een solocarrière die, ondanks een aantal uitstekende platen, tot dusver weinig succesvol is.

Collected Recordings, 1983-1989 bevat een belangrijk deel van het muzikale leven van Lloyd Cole & The Commotions. Van vroege demo’s tot laatste stuiptrekkingen en van de drie studioplaten die de band uitbracht tot livemateriaal. Op voorhand zou ik iedere lezer van deze BLOG geadviseerd hebben om deze, overigens niet overdreven prijzige, box te laten liggen en te kiezen voor een heruitgave van Rattlesnakes, maar toen ik er eenmaal in was gedoken heeft deze box me toch weten te grijpen.

De eerste schijf in de mooi uitgevoerde box is meteen de beste, want hierop vinden we een prachtig klinkende geremasterde versie van Rattlesnakes. Nu beluister ik Rattlesnakes zoals gezegd met grote regelmaat, dus voor mij was het geen verrassing hoe goed de plaat nog altijd is. De band uit Glasgow, die destijds in hetzelfde hokje werd geduwd als Prefab Sprout en Aztec Camera, schudt op Rattlesnakes de perfecte popliedjes uit de mouw.

Het zijn zonnig klinkende gitaarsongs, maar in tekstueel opzicht duiken soms donkere wolken op, wat zorgt voor een fraai contrast. Rattlesnakes werd prachtig geproduceerd door Paul Hardiman (die naast Rattlesnakes eigenlijk alleen Soul Mining van The The als belangrijk wapenfeit op zijn cv heeft staan), die onder andere fraaie strijkersarrangementen heeft toegevoegd aan de muziek van de band. Het was destijds zeker even wennen aan de bijzondere stem van Lloyd Cole en zijn literaire teksten, maar wat klinkt het na al die jaren geweldig.

Ik had verwacht dat na de eerste schijf het grote doorbijten zou beginnen, maar dat valt reuze mee. Het destijds ook door mij verguisde Easy Pieces is lang niet zo goed als Rattlesnakes, maar heeft zeker zijn momenten, zeker wanneer de synths buitenspel worden gezet. In tegenstelling tot Rattlesnakes is Easy Pieces niet 10 keer raak, maar er staan toch minstens 5 prima songs op.

Het nog meer verguisde Mainstream uit 1987 (ik heb de plaat destijds niet eens meer gekocht) bevalt me beter dan Easy Pieces. De plaat bevat een aantal songs die wat ‘over the top’ zijn, maar ook een aantal prachtige meer ingetogen songs. Mainstream is natuurlijk lang niet zo goed als Rattlesnakes, maar een slechte plaat is het zeker niet en een aantal songs had op Rattlesnakes niet misstaan.

Wat volgt zijn twee schijven met demo’s, outtakes, b-sides, rarities en een paar live-tracks. Hiertussen verrassend veel pareltjes, zeker wanneer het songs uit de Rattlesnakes periode betreft. Natuurlijk staan de songs niet voor niets op de bonus-discs, maar een aantal had niet misstaan op Rattlesnakes en dat zegt wat.

De DVD met met name tv-optredens vind ik persoonlijk niet zo boeiend; ik kijk liever in het fraai uitgevoerde boekje in deze box-set, maar voor een ander zijn de wat gedateerd aandoende beelden misschien wel relevant.

Al met al een aangename verrassing deze box met het muzikale leven van Lloyd Cole & The Commotions, want zeker het leven na Rattlesnakes had ik een stuk minder boeiend verwacht dan het daadwerkelijk was. En nu is het weer de hoogste tijd voor nieuw solowerk van de Schot want ook daar is de afgelopen jaren helemaal niets op aan te merken. Erwin Zijleman

LNZNDRF - LNZNDRF (2016)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: LNZNDRF - LNZNDRF - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

LNZNDRF is een gelegenheidsband die bestaat uit Scott en Bryan Devendorf, respectievelijk bassist/gitarist en drummer van The National, en Ben Lanz, die onder andere trombone speelt bij Beirut.

LNZNDRF moet naar verluid worden uitgesproken als Lanzendorf, wat de naam van de band opeens een stuk minder obscuur maakt.

Ook de muziek van de band is minder obscuur dan de eerste noten doen vermoeden. De ruim 7 minuten durende openingstrack begint met experimentele en ambient achtige klanken die herinneren aan de platen van Brian Eno en Robert Fripp, maar slaat al snel om in een track vol donkere en meeslepende postpunk en postrock.

LNZNDRF kiest ook in de meeste tracks die volgen voor donkere muziek waarin de instrumenten domineren en de vocalen genoegen moeten nemen met een bijrol. Dat is niet zo erg, want wanneer LNZNDRF vocalen toevoegt aan haar muziek maakt het wat mij betreft minder indruk.

LNZNDRF is op zijn best wanneer de instrumenten de tijd mogen nemen en het experiment niet wordt geschuwd. De plaat van het gelegenheidstrio valt dan op door breed uitwaaiend gitaarwerk, inventief drumwerk dat fraai wordt gecombineerd met elektronische drums en synths die werkelijk alle kanten op mogen schieten.

In een aantal gevallen zorgen deze synths voor ondersteunende en vooral atmosferische geluidstapijten, maar LNZNDRF is ook niet vies van dominant aanwezige en soms zelfs tegendraadse synths die zich hebben laten inspireren door het werk van Kraftwerk.

Kraftwerk is overigens maar een van de vele namen die opduiken bij beluistering van de plaat van LNZNDRF. Zeker wanneer de postpunk regeert doet de muziek van de band denken aan New Order (zeker in combinatie met de wat onvaste vocalen) en The Cure, in de meer elektronisch getinte songs duikt naast Kraftwerk ook O.M.D. op, maar de muziek van de gelegenheidsband vindt ook inspiratie in de shoegaze, de muziek van The War On Drugs en af en toe ook in de muziek van The National (invloeden van Beirut hoor ik daarentegen totaal niet).

Het debuut van LNZNDRF is uiteindelijk misschien niet meer dan een tussendoortje, maar voorlopig heb ik wel wat met deze plaat. Erwin Zijleman

Local Tourist - Other Ways of Living (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Local Tourist - Other Ways Of Living - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Local Tourist - Other Ways Of Living
De Nieuw-Zeelandse band Local Tourist nam haar debuutalbum vanwege visa problemen op in alle haast, maar dat is niet te horen op een prachtig klinkend album vol subtiele klanken en mooie vocalen

Local Tourist kwam bij toeval tot stand toen de Amerikaanse singer-songwriter Erin Umstead in de muziekscene van Christchurch de Nieuw-Zeelandse muzikanten Joe Sampson en Rory Dalley tegen het lijf liep, maar bij Local Tourist is 1 plus 2 veel meer dan drie. Het debuutalbum van de band, die hopelijk geen gelegenheidsband blijkt, valt op door subtiele en hier en daar zelfs bijna minimalistische klanken met een hoofdrol voor fraaie gitaarlijnen. Deze combineren prachtig met de stem van Erin Umstead. Het valt niet mee om de muziek van Local Tourist in een hokje te duwen, maar ontoegankelijk zijn de fraaie klanken van de band zeker niet. Weer een gouden tip van Flying Out uit Auckland.

De nieuwsbrief van het Nieuw-Zeelandse Flying Out Music zette me deze week op het spoor van Other Ways Of Living van de band Local Tourist. Local Tourist is een vooralsnog uit Christchurch opererende band rond de Nieuw-Zeelandse muzikanten Joe Sampson (gitaar, bas) en Rory Dalley (drums) en de Amerikaanse singer-songwriter Erin Umstead. Laatstgenoemde verbleef een tijd in Christchurch en kwam bij het ontdekken van de levendige muziekscene van de Nieuw-Zeelandse stad haar twee toekomstige bandgenoten tegen.

Het leverde uiteindelijk het album Other Ways Of Living op, dat vlak voor de vanwege visa problemen gedwongen terugkeer van Erin Umstead naar de Verenigde Staten werd afgerond in slechts een paar dagen tijd. Hoe het verder moet met Local Tourist blijft nog even de vraag, maar het fraaie debuutalbum neemt niemand het drietal meer af.

Other Ways Of Living viel me tussen de releases van deze week direct op. Enerzijds vanwege de mooie stem van Erin Umstead en haar aangename manier van zingen en anderzijds vanwege het bijzondere geluid van de band. Het debuutalbum van Local Tourist valt op door een behoorlijk sober of zelfs minimalistisch geluid dat hier en daar een 90s vibe heeft, maar toch vooral een album van deze tijd is.

De ritmesectie speelt vooral ingetogen, waardoor in muzikaal opzicht alles op Other Ways Of Living draait om de gitaarlijnen van Joe Sampson. De Nieuw-Zeelandse muzikant speelt prachtig ruimtelijk, maar speelt geen noot teveel, al mag het gitaarwerk een enkele keer wat steviger klinken.

Door de relatief sobere instrumentatie en de vaak repeterende gitaarlijnen heeft de muziek van Local Tourist hier en daar een bijna hypnotiserende uitwerking, maar de popsongs van het drietal zijn ook prachtig en bovendien aangenaam dromerig. Door het dromerige karakter doet de muziek van Local Tourist zo nu en dan wat psychedelisch aan, maar ik vind het lastig om de muziek van de band in een hokje te duwen en ga dan ook geen poging wagen.

Other Ways Of Living zou uitstekend voldoen als soundtrack bij het ultieme seizoen van Twin Peaks, maar ook zonder de curieuze beelden van David Lynch valt er veel te genieten op het album. De bijna minimalistische of in ieder geval redelijk sobere klanken maken van het debuutalbum van Local Tourist een rustgevend album, waarbij het heerlijk ontspannen is. Het is deels de verdienste van de twee prima muzikanten, maar ook de bijzonder aangename stem van Erin Umstead, die prachtig kleurt bij de subtiele klanken, draagt stevig bij aan het zo fraaie eindresultaat.

Erin Umstead en Joe Sampson tekenen niet alleen voor wonderschone vocalen en minstens even mooie gitaarlijnen, maar ze hebben het debuutalbum van hun band ook nog eens knap geproduceerd. Ik zeg het vaker, maar ook dit is weer zo’n album dat pas echt tot leven komt wanneer je het met een goede koptelefoon beluistert en alle fraaie details die zijn opgenomen in de songs op Other Ways Of Living aan de oppervlakte laat komen.

Buiten de nieuwsbrief van Flying Out Music blijft het vooralsnog vooral stil rond het debuutalbum van Local Tourist, maar ik denk dat dit een album is dat in betrekkelijk brede kring in de smaak moet kunnen vallen. Ik ben in ieder geval blij dat ik het ontdekt heb, want dit is nou echt een krent uit de pop. Erwin Zijleman

Locate S,1 - Wicked Jaw (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Locate S,1 - Wicked Jaw - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Locate S,1 - Wicked Jaw
Het derde album van Locate S,1 sneeuwde afgelopen zomer wat onder door het grote aanbod in het genre, maar Wicked Jaw is een verassend knap en veelzijdig album vol toegankelijke popsongs met diepgang

Wicked Jaw van Locate S,1, een project van de Amerikaanse muzikante Christina Schneider, werd bejubeld in een aantal licenties, maar kreeg uiteindelijk toch niet zo heel veel aandacht. De schrijvers van de zeer positieve recensies hadden het bij het juiste eind, want Locate S,1 heeft met Wicked Jaw een uitstekend album afgeleverd. Het is een album dat zich door uiteenlopende genres heeft laten beïnvloeden, maar dat toch consistent klinkt. Het is een album dat makkelijk in het gehoor ligt, maar toch niet kiest voor de makkelijkste weg en het is een album dat je in muzikaal, vocaal en tekstueel opzicht steeds weer weet te verrassen. Doodzonde dat juist dit album wat is ondergesneeuwd.

Wicked Jaw van Locate S,1 viel afgelopen zomer net buiten de boot. In een aantal zomerweken met heel veel nieuwe releases gaf ik de voorkeur aan andere albums van jonge vrouwelijke singer-songwriter, die flink zijn oververtegenwoordigd op de krenten uit de pop. Het was niet de eerste keer dat dit gebeurde met een album van Locate S,1, want ook haar eerste twee albums vielen bij mij tussen wal en schip. Toen ik Wicked Jaw er vorige week nog eens bij pakte, kon ik al snel concluderen dat dit voor het derde album van de Amerikaanse muzikante zeker niet terecht was, want het is een uitstekend album, dat afgelopen zomer meer aandacht en een beter lot had verdiend.

Locate S,1 is de opvallende artiestennaam van Christina Schneider, die haar voormalige thuisbasis Athens, Georgia, niet zo lang geleden verruilde voor het landelijke Vermont in het noordoosten van de Verenigde Staten. Net als op haar eerste twee albums laat de Amerikaanse muzikante op Wicked Jaw een voorliefde voor lekker in het gehoor liggende popsongs horen. Het derde album van Locate S,1 is daarom een album dat direct bij eerste beluistering aangenaam klinkt.

Omdat de songs op het album zich zo makkelijk opdringen voelen ze misschien ook aan als weinig onderscheidend, maar als je wat meer tijd investeert in Wicked Jaw hoor je dat Locate S,1 niet alleen makkelijk in het gehoor liggende, maar ook in artistiek opzicht interessante popsongs schrijft. Het zijn popsongs waarin de Amerikaanse muzikante zich breed laat beïnvloeden, waardoor de popsongs van Locate S,1 ook nog eens verrassend divers zijn.

Zo laat de openingstrack zich vooral door Amerikaanse rootsmuziek beïnvloeden, duikt in de tweede track een vleugje bossa nova op, terwijl in de derde track wordt geflirt met elektronische popmuziek. En zo laat iedere track op het album weer andere invloeden horen, tot en met 60s girlpop en gruizige gitaarpop aan toe, zonder dat het een (te) wispelturig album oplevert.

Christina Schneider beschikt over een mooi en karakteristiek stemgeluid en heeft zich op haar derde album omringd met een aantal prima muzikanten. Zelf kan ze overigens ook op flink wat instrumenten uit de voeten. Met name het gitaarwerk op het album is keer op keer fraai, maar ook de rest van de instrumentatie klinkt degelijk, maar ook avontuurlijk.

De songs van Locate S,1 zijn knapper dan bij eerste beluistering het geval lijkt, maar ook de teksten van de Amerikaanse muzikante graven behoorlijk diep. Zo verwerkt Christina Schneider een aantal zeer heftige trauma’s uit haar jeugd, maar staat ze ook stil bij het enorme effect dat de coronapandemie had op het leven van muzikanten, die normaal gesproken een groot deel van het jaar op het podium staan.

Ik heb Wicked Jaw de afgelopen week vaak beluisterd en ben echt behoorlijk onder de indruk geraakt van de muzikaliteit, veelzijdigheid en intimiteit van het album. Ik heb het derde album van Locate S,1 de afgelopen zomer laten liggen omdat ik de voorkeur gaf aan albums die achteraf bezien toch niet het niveau halen van Wicked Jaw.

Ik stond hier zeker niet alleen in, want het album kreeg weliswaar een aantal uitstekende recensies, maar werd helaas niet heel breed opgepikt. Ik weet zeker dat ik Christina Schneider vanaf nu veel beter in de gaten ga houden, maar ook Wicked Jaw gaat de komende tijd nog vaak voorbij komen. Erwin Zijleman