MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Logan Farmer - Nightmare World I See the Horizon (2026)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Logan Farmer - Nightmare World I See The Horizon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Logan Farmer - Nightmare World I See The Horizon
De Amerikaanse muzikant Logan Farmer maakte al twee in kleine kring stevig bewierookte albums en ook het deze week verschenen Nightmare World I See The Horizon is weer een kunststukje van de muzikant uit Colorado

Ik kende het werk van Logan Farmer tot deze week niet, maar ik heb er inmiddels drie prachtalbums bij. Het zijn folky albums die soms een jaren 70 vibe hebben, maar Logan Farmer is zeker niet in het verleden blijven steken. De Amerikaanse muzikant heeft een fraai ingekleurd en prachtig geproduceerd album gemaakt. Het is een album vol zeer aansprekende songs, die vervolgens enorm worden opgetild door de prachtige stem van Logan Farmer. Nightmare World I See The Horizon is een album dat verwarmt en ontspant, maar ondertussen zit je ook drie kwartier lang op het puntje van de stoel en dan moet je zijn eerste twee albums nog ontdekken.

Het deze week verschenen Nightmare World I See The Horizon is het derde album van de uit Fort Collins, Colorado, afkomstige muzikant Logan Farmer. Ik zie dat zijn eerste twee albums op het Nederlandse muziekplatform MusicMeter opvallend hoge beoordelingen hebben binnengesleept, maar ik ken de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikant niet.

Het heeft vast te maken met mijn duidelijke voorliefde voor vrouwenstemmen en ook deze week beluisterde ik in eerste instantie vooral albums die worden gedomineerd door vrouwenstemmen. Hierna wist Nightmare World I See The Horizon me echter heel snel te overtuigen.

Dat heeft alles te maken met de stem van Logan Farmer, want die is echt heel mooi. Het is een stem die in de verte wel wat doet denken aan die van Cat Stevens en ook in muzikaal opzicht hoor ik raakvlakken met het vroege jaren 70 werk van de Britse muzikant die sinds het eind van de jaren 70 als Yusuf Islam door het leven gaat (al verscheen zijn meest recente album onder de naam Yusuf/Cat Stevens).

Net als Cat Stevens in de vroege jaren 70 beschikt Logan Farmer over een warm maar ook zeer karakteristiek stemgeluid en het is een stemgeluid dat lekker laidback door de speakers komt. Ik heb niet zoveel met de wat aanstellerig zingende mannelijke folkies van het moment, maar de stem van Logan Farmer beviel me eigenlijk direct.

Nightmare World I See The Horizon doet me af en toe denken aan de muziek van Cat Stevens van vele decennia geleden, maar ik hoor ook wel wat van David Gray. Daar blijft het niet bij en ik heb het idee dat iedereen die naar het prachtige nieuwe album van Logan Farmer luistert weer andere associaties heeft. Zo hoor ik zelf opeens wat van Don McLean, wat ik eerder niet hoorde.

Alleen de stem van de Amerikaanse muzikant maakt van Nightmare World I See The Horizon al een mooi album, maar er valt veel meer te genieten op het door Logan Farmer zelf geproduceerde album. Zo klinkt het album echt prachtig, waardoor het bijna lijkt of de muzikant uit Colorado bij je in de woonkamer staat.

Naast de zang is ook de muziek op het derde album van Logan Farmer van een bijzondere schoonheid. De Amerikaanse muzikant zorgt op zijn nieuwe album zelf voor een bijzondere mooie stem, gitaren en wat accenten van keyboards. Het zorgt voor een folky basis, die vervolgens fraai wordt verrijkt door de andere muzikanten op het album. Heather Woods Broderick tekent voor bijdragen van de cello en toch nog een prachtige vrouwenstem, terwijl andere muzikanten accenten van onder andere viool, pedal steel, elektrische gitaar en nog meer cello toevoegen.

Het zorgt er voor dat Nightmare World I See The Horizon een zeer sfeervol album is. Het is een album dat gemaakt lijkt voor de winteravonden van het moment, maar ik heb zomaar een idee dat de muziek van Logan Farmer het net zo goed doet op een warme zomeravond.

Door de stem van de Amerikaanse muzikant was ik al overtuigd van de kwaliteit van Nightmare World I See The Horizon, maar door de prachtige muziek is het wat mij betreft een album in de buitencategorie, wat nog eens wordt versterkt door de knappe songs, die je steeds weer weten te betoveren en verrassen. Door mijn vrouwenstemmen bias had ik het album bijna gemist en dat zou doodzonde zijn geweest. Erwin Zijleman

Loki Project - Game of Life (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Loki Project - Game Of Life - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Loki Project - Game Of Life
De Nederlandse muzikante Lieke Dijkstra heeft als Loki Project met Game Of Life een buitengewoon interessant en intrigerend album afgeleverd, dat anders klinkt dan alle andere albums van het moment

Direct vanaf de eerste noten is Game Of Life van Loki Project een album dat de fantasie prikkelt. In muzikaal opzicht klinkt het eerste album van het project van de Nederlandse muzikante Lieke Dijkstra bijzonder fascinerend en ook de zang op het album trekt direct de aandacht. De soms wat minimalistisch maar ook avontuurlijk klinkende songs op het album zijn op het eerste gehoor behoorlijk ongrijpbaar, maar uiteindelijk vallen alle puzzelstukjes in elkaar. Lieke Dijkstra laat zich door van alles beïnvloeden en combineert uiteenlopende genres in een uniek eigen geluid. Game Of Life van Loki Project is een album van eigen bodem waar we best trots op mogen zijn en dat alle aandacht verdient.

Tussen de releases van deze week kwam ik min of meer bij toeval Game Of Life van Loki Project tegen. Bij snelle beluistering van het album intrigeerde het me wel en nu ik het album wat beter ken ben ik nog een stuk enthousiaster over het debuutalbum van Loki Project.

Ik heb nog niet heel veel info kunnen vinden over de achtergrond van Loki Project, maar op bandcamp staat een informatief verhaaltje: “Loki Project is the artistic persona of experimental musician and visual artist Lieke Dijkstra. Known for her expressive voice and genre-defying sound, her music is characterized by a certain minimalism, within which an explosiveness unfolds, which often brings across a paradox: there is lightness yet also something more dark is to be found.”

Ik heb meestal niet zo heel veel met dit soort omschrijvingen, maar in het geval van Game Of Life vind ik de tekst best treffend. De naam Lieke Dijkstra was ik nog niet eerder tegen gekomen, maar ze timmerde tot dusver vooral aan de weg als kunstenares. Ik weet niet of Game Of Life haar eerste stap in de muziek is, maar het is hoe dan ook een hele knappe stap.

Het debuutalbum van Loki Project bevat acht tracks, waarvoor Lieke Dijkstra en haar medemuzikanten ruim 36 minuten nodig hebben. Het project van Lieke Dijkstra neemt de tijd voor het uitwerken van de songs op het album en dat levert fascinerende songs op. Het zijn songs die geen van allen zijn te omschrijven als toegankelijke popsongs, maar ontoegankelijk is de muziek van Loki Project ook zeker niet.

Het is jammer dat er op de bandcamp pagina van Loki Project maar heel weinig informatie is te vinden over de muzikanten en de instrumenten die zijn te horen op het album, want in muzikaal opzicht klinkt Game Of Life heel bijzonder. Het album opent met wat Oriëntaals aandoende klanken, die worden gecombineerd met prachtige baslijnen. Het doet inderdaad wat minimalistisch aan, maar in muzikaal opzicht is Game Of Life een typisch voorbeeld van “less is more”.

De bijdragen van uiteenlopende instrumenten zijn subtiel, maar hebben hierdoor juist een maximaal effect. De wat minimalistische of in ieder geval subtiele klanken bieden veel ruimte aan de zang en die ruimte pakt Lieke Dijkstra op indrukwekkende wijze. De Amsterdamse muzikante beschikt over een hele mooie en ook nog eens zeer veelzijdige stem. Het is een stem die wat onderkoeld kan klinken en hierdoor associaties op kan roepen met uiteenlopende Scandinavische zangeressen, maar de zang op Game Of Life klinkt ook verrassend soulvol.

De combinatie van bijzondere klanken en hele mooie zang keert terug in alle songs op het album, maar het debuutalbum van Loki Project kiest steeds een net wat andere invalshoek en verwerkt hierbij invloeden uit nogal verschillende genres, variërend van ambient tot hiphop. Het levert een album op dat niet goed of eigenlijk helemaal niet in een hokje is te duwen en dat klinkt als geen enkel ander album, maar de songs van Loki Project dringen zich verrassend makkelijk op.

Het zijn songs die door de bijzondere en vaak repetitieve klanken en de al even bijzondere zang een bijna hypnotiserende uitwerking hebben en ondertussen de fantasie eindeloos prikkelen. Dat blijft Game Of Life doen, want door het bijzondere karakter van de muziek en de zang en de eigenzinnige songstructuren blijf je nieuwe dingen horen op dit album. Wat mij betreft een hele bijzondere verrassing van eigen bodem. Erwin Zijleman

Lola Kirke - Heart Head West (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lola Kirke - Heart Head West - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lola Kirke (de dochter van Free en Bad Company drummer Simon Kirke) groeide op in Manhattan, maar de muziek die ze maakt op haar debuut is zeker niet de muziek van de grote stad.

Het is muziek uit het zuiden van de Verenigde Staten, die in veel tracks het platteland verkiest boven de stad. Het is de muziek die Lola Kirke als tiener hoorde op de platen van onder andere Gram Parsons.

Heart Head West is de zoveelste plaat van een jonge vrouwelijke singer-songwriter in het rootssegment, maar op een of andere manier heeft het debuut van Lola Kirke iets bijzonders.

De songs van de jonge Amerikaanse singer-songwriter kleuren aan de ene kant netjes binnen de lijntjes van de Americana, maar Heart Head West heeft ook iets zwoels en dromerigs. Het zorgt er voor dat het debuut van Lola Kirke net wat beter blijft hangen dan de platen van haar vele soortgenoten.

Dat is maar goed ook, want het debuut van de singer-songwriter uit New York is ook een plaat die nog heel lang beter en interessanter wordt. Heart Head West, overigens opgenomen in Los Angeles en voor de afwisseling eens niet in Nashville, is voorzien van een mooie ruimtelijke instrumentatie. Het is een instrumentatie waarin met name de gitaarlijnen breed mogen uitwaaien, wat zorgt voor een bijzondere sfeer.

Het is een sfeer waarop Lola Kirke haar stempel drukt met haar mooie en bijzondere stem. Het is een stem die niet direct lijkt op die van de meeste zangeressen in het rootssegment. De warme stem van de Amerikaanse singer-songwriter heeft af en toe wat van die van Aimee Mann, maar klinkt over het algemeen net wat lomer en dromeriger. Het is een stem die het debuut van Lola Kirke gewild of ongewild voorziet van een vleugje pop, waardoor Heart Head West zeker niet alleen geschikt is voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek.

Voor de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek valt er overigens genoeg te genieten op de plaat, waarbij opvalt dat de jonge singer-songwriter uit New York binnen de Americana een breed terrein bestrijkt en soms flink wat Southern twang toevoegt aan haar muziek.

Alleen al door het vleugje Aimee Mann dat te horen is op de eerste plaat van Lola Kirke heb ik Heart Head West snel omarmd, maar sindsdien is de plaat me snel dierbaarder geworden. De songs van Lola Kirke liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar hebben door de wisselwerking tussen het ruimtelijke geluid, de fraaie gitaarlijnen en de heerlijke vocalen ook altijd iets onderscheidends.

Het is lastig om hier precies de vinger op te leggen, maar Heart Head West prikkelt de fantasie wat mij betreft vaker en steviger dan de meeste andere platen in dit genre. Lola Kirke slaagt er niet alleen in om pop en rootsmuziek fraai samen te laten smelten, maar doet dit bovendien net anders dan de meeste van haar soortgenoten. Heart Head West klinkt als een rootsy Aimee Mann en dat was nu precies waar ik al een tijdje naar op zoek was. Erwin Zijleman

Lola Kirke - Lady for Sale (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lola Kirke - Lady For Sale - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lola Kirke - Lady For Sale
Luister naar Lady For Sale van Lola Kirke en je wordt teruggeworpen naar de countrypop van de jaren 90, wat absoluut even wennen is, maar uiteindelijk valt er toch weer veel op zijn plek op dit album

Zo makkelijk als het debuutalbum van Lola Kirke me in 2018 overtuigde, zo moeilijk had ik het met de vorig jaar verschenen opvolger Lady For Sale. De zwoele Americana van het debuut van Lola Kirke heeft hierop plaatsgemaakt voor het soort countrypop dat in de jaren 90 werd gemaakt onder aanvoering van Shania Twain. Zeker bij eerste beluistering vond ik het wat te glad en hier en daar cheesy, maar bij de nieuwe poging na het doorploegen van flink wat rootsy jaarlijstjes, kwamen de talenten van Lola Kirke wat mij betreft toch weer boven drijven. De van oorsprong Britse muzikante slaagt er bovendien in om anders te klinken dan de concurrentie en dat is ook wat waard.

In de zomer van 2018 maakte ik kennis met de muziek van Lola Kirke, de dochter van Bad Company drummer Simon Kirke. De van oorsprong Britse muzikante uit New York maakte op haar in Los Angeles opgenomen debuutalbum zwoele Americana met een randje pop. Heart Head West klonk net wat anders dan alle rootsalbums uit Nashville van dat moment en drong zich hierdoor makkelijk op. Het vleugje Aimee Mann in haar muziek was voor mij de kers op de taart.

Ik was Lola Kirke eerlijk gezegd al lang weer vergeten toen in het voorjaar van 2022 haar tweede album verscheen. Lady For Sale schoof ik destijds vrij makkelijk aan de kant, waarna het album pas weer opdook toen ik het tegen kwam in een aantal over het algemeen smaakvolle jaarlijstjes waarin Amerikaanse rootsmuziek de hoofdrol speelt.

Lady For Sale kent direct in de openingstrack een gastbijdrage van Courtney Marie Andrews, voor mij een van de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment, maar desondanks speelde Lola Kirke zeker niet direct een gewonnen wedstrijd. Op Lady For Sale laat Lola Kirke een duidelijk ander geluid horen dan op haar geweldige debuutalbum.

Voor haar debuutalbum bleef de Britse muzikante nog ver weg van Nashville, maar Lady For Sale werd opgenomen in de hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek. Toch klinkt Lady For Sale zeker niet als een Nashville countrypop album, althans niet als een Nashville countrypop album uit het heden. Lady For Sale van Lola Kirke lijkt zo weggelopen uit de late jaren 80 en vroege jaren 90 en laat een countrypop geluid horen zoals dat tegenwoordig nauwelijks meer gemaakt wordt.

Het tweede album van Lola Kirke begint bij de albums van Shania Twain uit de jaren 90, maar flirt ook nadrukkelijk met de popmuziek uit deze periode met wat echo's van zowel Belinda Carlisle als Sheena Easton. In muzikaal opzicht bestaat Lady For Sale uit twee delen Amerikaanse rootsmuziek en één deel jaren 90 pop. Dat ene deel jaren 90 pop is behoorlijk nadrukkelijk aanwezig in de muziek op het album, waardoor Lady For Sale flink anders klinkt dan zo ongeveer alle andere rootsalbums van het moment.

Dat komt vooral door de impulsen van elektronica die zijn toegevoegd aan de songs van Lola Kirke. Lady For Sale valt op door de inzet van wat cheesy synths, die je onmiddellijk mee terug nemen naar de jaren 90. Ik moest hier op zijn minst aan wennen, maar inmiddels kan ik de uitstapjes naar de jaren 90 wel waarderen, al is het maar omdat er ook voldoende fraai snarenwerk is te horen in het gloedvolle geluid op het album.

Invloeden uit de jaren 90 beperken zich overigens niet tot de inzet van elektronica, want ook de zang, de koortjes en de productie lijken, zeker bij eerste beluistering, niet van deze tijd. Ik begrijp op zich heel goed dat ik het album vorig jaar wat kitscherig vond klinken, maar nu ik het tweede album van Lola Kirke wat vaker heb beluisterd, vind ik het een veel sympathieker album.

De Britse muzikante schrijft bijzonder aangenaam klinkende songs en is verder een prima zangeres met een aangename snik in haar stem, die binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan. Je moet niet vies zijn van een vleugje jaren 90 countrypop nostalgie om van Lady For Sale te kunnen houden, maar als dat zo is, is het tweede album van Lola Kirke een album dat de torenhoge belofte van haar debuutalbum wat mij betreft toch nog waarmaakt. Erwin Zijleman

Lola Kirke - Trailblazer (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lola Kirke - Trailblazer - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lola Kirke - Trailblazer
Lola Kirke klinkt iedere keer als ze nieuwe muziek uitbrengt weer net wat anders, maar op het prachtige Trailblazer heeft ze samen met topproducer Daniel Tashian haar wat mij betreft ultieme geluid gevonden

Als groot fan van Kacey Musgraves valt me op dat haar unieke geluid tot dusver nauwelijks invloed heeft op andere muzikanten. Dat verandert deze week met Trailblazer van Lola Kirke, die haar nieuwe album opnam met Kacey Musgraves producer Daniel Tashian en dat hoor je. Trailblazer heeft de aangename vibe die ook de albums van Kacey Musgraves kenmerkt en Lola Kirke is een uitstekende zangeres. Trailblazer omarmt nog wel wat steviger invloeden uit de country en dat klinkt echt bijzonder lekker. Ik was al erg enthousiast over de vorige albums van Lola Kirke, maar met dit geweldige album zou ze toch moeten kunnen doorbreken naar een veel groter publiek

Lola Kirke, de dochter van Simon Kirke, de drummer van 70s iconen Free en Bad Company, debuteerde in het voorjaar van 2018 met het uitstekende Heart Head West. Het is een album waarop Lola Kirke me meer dan eens deed denken aan Aimee Mann en dat is een van mijn favoriete singer-songwriters aller tijden. Vergeleken met Aimee Mann verwerkte Lola Kirke op haar debuutalbum flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, wat het album alleen maar aangenamer maakte.

Toen vier jaar later Lady For Sale verscheen hoopte ik op meer van hetzelfde, maar op haar tweede album maakte Lola Kirke muziek die deed denken aan de countrypop uit de jaren 90. Daar had ik in de jaren 90 echt niets mee, maar Lady For Sale vond ik uiteindelijk een geweldig album, al was het maar vanwege de krachtige stem van Lola Kirke, die gemaakt leek voor de countrypop op het album.

Vorig jaar verscheen de bijzonder aangename EP Country Curious, waarop Lola Kirke opeens weer klonk als een countryzangeres uit de jaren 70, compleet met een fraaie snik. Het kan dus alle kanten op bij de Amerikaanse muzikante, die deze week terugkeert met haar derde volwaardige album.

Als ik moet kiezen tussen de twee albums en de EP die Lola Kirke de afgelopen jaren maakte, kies ik uiteindelijk toch voor haar debuutalbum Heart Head West. Het is wat mij betreft dan ook goed nieuws dat het deze week verschenen Trailblazer me meer doet denken aan het debuutalbum van Lola Kirke dan aan het countrypop album en de country EP die volgden.

Lola Kirke slaat echter ook dit keer weer andere wegen in, maar is zeker niet vergeten welke uitstapjes ze de afgelopen jaren heeft gemaakt. Trailblazer heeft een duidelijke country vibe, maar het is geen traditioneel countryalbum en geen puur countrypop album. Die country vibe hoor je terug in het geweldige snarenwerk op het album, maar ook de zang van Lola Kirke heeft een country feel.

Het klinkt in muzikaal opzicht allemaal bijzonder lekker, maar het zit ook knap in elkaar, wat je goed hoort wanneer je het album met de koptelefoon beluistert. Met Trailblazer vindt Lola Kirke aansluiting bij de grote countryzangeressen van het moment en vooral bij degenen die niet vies zijn van uitstapjes naar omliggende genres.

Het doet me meer dan eens denken aan de muziek van Kacey Musgraves en dat is geen toeval, want Lola Kirke vertrouwde voor de productie van haar nieuwe album op de kunsten van Kacey Musgraves producer Daniel Tashian. Het zorgt er voor dat Trailblazer ook in productioneel opzicht een razend knap album is, maar de ster van het album is wat mij betreft Lola Kirke zelf.

De tegenwoordig in Nashville woonachtige muzikante zingt nog een stuk beter dan op haar vorige albums en is ook als songwriter gegroeid. Ze schrijft inmiddels prima teksten met de nodige humor, verbeeldingskracht en diepgang en tekent op Trailblazer voor tien direct memorabele songs, hier en daar geholpen door de beste songwriters uit Nashville.

Met Trailblazer schaart Lola Kirke zich wat mij betreft onder de smaakmakers in het genre en maakt ze de belofte van haar vorige albums meer dan waar. We zullen het dit jaar zeer waarschijnlijk zonder een nieuw Kacey Musgraves album moeten doen, maar Trailblazer van Lola Kirke is wat mij betreft een prima alternatief. Erwin Zijleman

Lola Young - I'm Only F**king Myself (2025)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lola Young - I'm Only F**king Myself - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lola Young - I'm Only F**king Myself
De Britse muzikante Lola Young maakte met I'm Only F**king Myself een paar maanden geleden een eigenzinnig popalbum, dat echt alle kanten op gaat, maar dat langzaam maar zeker steeds indrukwekkender wordt

Lola Young werd in 2025 definitief een wereldster, wat ze mede dankt aan haar tweede album This Wasn't Meant For You Anyway. Wereldsterren worden in muzikaal opzicht vaak wat voorzichtiger, maar daar doet Lola Young niet aan mee. Op haar derde album I'm Only F**king Myself klinkt ze nog wat veelzijdiger dan op haar eerste twee albums en in tekstueel opzicht is het album nog wat explicieter dan zijn twee voorgangers. Lola Young maakt van haar hart geen moordkuil en doet in muzikaal opzicht waar ze zelf zin in heeft. Dat siert de Britse muzikante, die er op haar derde album in slaagt om geen concessies te doen en een volgende stap te zetten in de richting van een uniek eigen geluid.

Begin vorig jaar maakte ik dankzij de geweldige single Messy voor het eerst kennis met de muziek van de Britse muzikante Lola Young. Messy is niet alleen een onweerstaanbaar lekkere oorwurm, maar het is ook een single die laat horen dat Lola Young beschikt over een unieke stem en een bijzondere eigen stijl, die haar inmiddels terecht heel groot hebben gemaakt.

Messy is afkomstig van het in de zomer van 2024 verschenen This Wasn't Meant For You Anyway, dat ik een leuk album vond en vind. Ik was echter veel meer onder de indruk van het debuutalbum van Lola Young. Op het uit 2023 stammende My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely laat de Britse muzikante een origineler geluid horen. Het is een geluid dat is volgestopt met elektronica, maar dat desondanks verrassend warm klinkt.

Afgelopen herfst verscheen de opvolger van het zo succesvolle This Wasn't Meant For You Anyway. Ik heb het een paar keer geprobeerd met I'm Only F**king Myself, maar ook het derde album van Lola Young vond ik minder goed dan haar debuutalbum. Ik vond het nieuwe album op het eerste gehoor wat gewoontjes en miste het unieke van haar debuutalbum.

ik vind ik I'm Only F**king Myself nog steeds minder goed dan het debuut van Lola Young, maar ik ben het derde album van de Britse muzikante inmiddels wel wat meer gaan waarderen. Ik waardeer I'm Only F**king Myself inmiddels als een goed gemaakt maar ook verrassend veelzijdig en puur popalbum.

De meeste grote popzangeressen van het moment beperken zich niet tot één genre, maar slagen er in om te variëren op hun albums. Lola Young doet dit op haar derde album in extreme mate en dat is knap. Ze flirt op I'm Only F**king Myself nadrukkelijk met de dansvloer, maar kan ook uit de voeten met stevige rocksongs. En zo schiet de Britse muzikante alle kanten op, zonder dat haar album een bij elkaar geraapt zooitje wordt.

Het betekent niet dat ik alles goed vind op I'm Only F**king Myself, want het album bevat ook een aantal songs die niet in mijn straatje passen. Hiertegenover staat een geweldige en vol dynamiek zittende rocksong als SPIDERS, waarin Lola Young weer een andere kant van zichzelf laat horen en wat mij betreft indruk maakt.

De Britse muzikante is in het verleden vooral vergeleken met Adele en Amy Winehouse, maar op haar nieuwe album laat ze horen dat ook andere smaakmakers uit de Britse popmuziek van dit millennium, onder wie zeker Lily Allen, invloed hebben gehad op haar geluid.

Ik vind het geluid van Lola Young ook een uniek geluid, want ze beschikt over een lekker ruwe stem met een duidelijk eigen sound en dan zijn er ook nog eens de behoorlijk expliciete teksten, die op I'm Only F**king Myself nog wat minder rekening houden met fatsoenridders die de cultuursector steeds meer willen beperken.

Lola Young is pas 24 jaar oud, maar ze heeft inmiddels drie uitstekende albums op haar naam staan. Het zijn albums waarop ze de strijd aan gaat met haar eigen demonen, maar waarop ze ook precies doet waar ze zelf zin in heeft. Het levert met I'm Only F**king Myself een bont gekleurd album op, waarop echt niet alles raak is, maar waarop ook een ruime handvol geweldige songs staat.

En ook als Lola Young muziek maakt die ik minder kan waarderen weet ze me te raken, want alles aan de Britse muzikante is echt. Zo echt dat ze haar tour inmiddels heeft moeten annuleren omdat het allemaal wat teveel werd. Hopelijk krabbelt ze snel weer overeind. Erwin Zijleman

Lola Young - My Mind Wanders and Sometimes Leaves Completely (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lola Young - My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely (2023) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lola Young - My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely (2023)
Lola Young is absoluut een van de sensaties van 2025, maar dat de jonge Britse muzikante niet uit de lucht komt vallen hoor je op haar geweldige debuutalbum My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely uit 2023

Met Messy maakte Lola Young uit Londen vorig jaar een oorwurm die met geen mogelijkheid uit je hoofd is te krijgen. De single is afkomstig van het album This Wasn’t Meant For You Anyway, waarmee Lola Young momenteel hoge ogen gooit. Veel minder bekend is haar debuutalbum My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely uit 2023. Het debuutalbum van Lola Young is wat mij betreft nog veel beter dan haar doorbraakalbum. Het album klinkt door de inzet van elektronica origineler en ook de zang op het album spreekt me net wat meer aan. Het is een album dat ik in 2023, ondanks heel veel lovende recensies, niet heb opgemerkt, maar inmiddels heb ik het omarmd.

De Britse muzikante Lola Young timmert momenteel stevig aan de weg met haar album This Wasn’t Meant For You Anyway, dat vorig jaar verscheen. Ook ik was eerder dit jaar diep onder de indruk van de geweldige single Messy, die je echt met geen mogelijkheid uit je hoofd krijgt, maar de rest van het album maakte op mij vorig jaar helaas veel minder indruk, waardoor ik het album niet selecteerde voor een recensie op de krenten uit de pop.

Inmiddels durf ik wel te concluderen dat ik het album van Lola Young vorig jaar flink heb onderschat, want This Wasn’t Meant For You Anyway is een uitstekend album, dat laat horen dat Lola Young niet de zoveelste jonge Britse zangeres is die een poging doet om in de voetsporen van Amy Winehouse te treden, maar niet beschikt over het benodigde talent. Lola Young beschikt zeker over dit talent en laat dat horen in flink wat songs op haar vorig jaar verschenen album.

Ik was daarom van plan om alsnog aandacht te besteden aan This Wasn’t Meant For You Anyway, tot ik op Spotify ook het debuutalbum van Lola Young tegen kwam. De muzikante uit Londen bracht al in 2019, op slechts 18-jarige leeftijd, het mini-album Intro uit en kwam, mede door de coronapandemie, pas in 2023 op de proppen met My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely. Het is een album dat ik nog veel beter vind dan het vorig jaar verschenen This Wasn’t Meant For You Anyway, waarmee Lola Young doorbrak naar een groot publiek.

Op My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely laat Lola Young een net wat ander en wat mij betreft origineler geluid horen. Dat het geluid me zo aanspreekt is overigens best bijzonder, want My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely ligt op zich verder buiten mijn muzikale comfort zone dan het meest recente album van Lola Young.

De Britse muzikante draagt haar teksten in een aantal gevallen en zeker aan het begin van het album bijna voor en omringt zich bovendien met flink wat elektronica. Dat zou ik normaal minder moeten waarderen dan de soulvolle strot en de meer organische klanken waarmee Lola Young zich momenteel omringt, maar My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely heeft iets bijzonders of zelfs unieks.

Vooral met elektronica ingekleurde albums klinken vaak wat kil, maar het debuutalbum van Lola Young klinkt warm en avontuurlijk. De jonge Britse muzikante draagt op My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely inderdaad een deel van haar teksten voor, maar ze zingt zeker op het tweede deel van het album echt prachtig en laat ook, meer dan op haar vorig jaar verschenen album, een eigenzinnig geluid horen. Bij beluistering van My Mind Wanders And Sometimes Leaves Completely denk ik niet of nauwelijks aan Amy Winehouse, wat ik bij beluistering van This Wasn’t Meant For You Anyway wel doe.

Lola Young maakt op haar debuutalbum muziek die me normaal gesproken niet erg aanspreekt, maar het album heeft iets. Het heeft vast te maken met het zeer karakteristieke stemgeluid van de jonge muzikante uit Londen, maar ook in muzikaal opzicht prikkelt het album makkelijk de fantasie. Ik begrijp dan ook volkomen dat de Britse muziekpers in 2023 laaiend enthousiast was over het album, al heb ik daar toen niets van mee gekregen. Zelf ben ik inmiddels ook overtuigd van de kwaliteiten van Lola Young, die vooral op haar debuutalbum behoorlijk imponeert. Erwin Zijleman

Loma - Don't Shy Away (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Loma - Don't Shy Away - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Loma - Don't Shy Away
Het debuut van de gelegenheidsband Loma was tweeënhalf jaar geleden van een bijzondere schoonheid, maar het tweede album van de band is alleen maar mooier en indrukwekkender

Bij een gelegenheidsband moet je altijd maar afwachten hoe de samenwerking uitpakt, maar de samenwerking tussen Shearwater voorman Jonathan Meiburg en de twee leden van het duo Cross Record bleek begin 2018 zeer geslaagd. Als Loma leverde het drietal een album af dat niet in een hokje was te duwen, maar dat wel een onuitwisbare indruk maakte. Het debuut van Loma werd zo positief ontvangen dat een tweede album niet uit kon blijven en dat album is er nu. Don’t Shy Away klinkt wat consistenter dan het debuut van Loma, maar de muziek van het Amerikaanse drietal is nog net zo ongrijpbaar en nog net zo betoverend mooi.

Een paar jaar geleden hoorde Shearwater voorman Jonathan Meiburg het tweede album van het Amerikaanse duo Cross Record. Hij was zo onder de indruk dat hij Emily Cross en Dan Duszynski rekruteerde als support-act voor een tour van Shearwater. Hier bleef het niet bij, want aan het begin van 2018 debuteerden Jonathan Meiburg, Emily Cross en Dan Duszynski als de gelegenheidsband Loma.

Het debuut van de band bleek van een bijzondere schoonheid en dook aan het einde van het jaar terecht op in een aantal jaarlijstjes. Zelf was ik ook onder de indruk van het debuut van Loma, dat bol stond van de invloeden. Ik noemde in mijn recensie onder andere dreampop, post-rock, chamber pop, folk, avant-garde en indierock, maar hiermee had ik slechts het topje van de ijsberg te pakken. Het debuut van Loma bleek vervolgens ook nog een album dat alleen maar mooier en indrukwekkender werd en uiteindelijk veel meer was dan de som van de best indrukwekkende delen.

Loma leek lange tijd een eenmalig project, maar Jonathan Meiburg, Emily Cross en Dan Duszynski zullen absoluut gevleid zijn geweest door de uiterst lovende reacties en werden uiteindelijk door niemand minder dan Brian Eno over de streep getrokken om het buitengewoon fraaie debuut een vervolg te geven. Don’t Shy Away is deze week verschenen en laat horen dat het Amerikaanse drietal de toppen van hun samenwerking op het debuut van Loma nog lang niet had bereikt. Ondanks het feit dat ik zeer gecharmeerd was van het debuut van Loma, vond ik Don’t Shy Away direct bij eerste beluistering een stuk beter.

Loma borduurt op haar tweede album voort op het geluid van het terecht zo bewierookte debuut, maar heeft alle invloeden dit keer geïntegreerd in een wat consistenter geluid. Het is een geluid dat bestaat uit een aantal cirkels. Binnenin zit de prachtige heldere stem van Emily Cross, die het oor continu zacht streelt, maar die ook constant zorgt voor verbazing en betovering. Om de stem van Emily Cross cirkelt een bijzonder smaakvolle en over het algemeen stemmige instrumentatie. Het is een instrumentatie die zowel dromerig als broeierig klinkt en die perfect past bij de mooie stem van de frontvrouw van de band.

Hiermee zijn we er nog niet, want in de buitenste cirkel van het geluid zoekt Loma het avontuur op. Geen van de songs op het album klinkt alledaags en steeds weer duiken nieuwe geluiden en invloeden op in het bijzondere klankentapijt van de band. Het heeft soms het mysterieuze van Cocteau Twins of het experiment van Kate Bush, maar beide vergelijkingen zijn even treffend als onzinnig.

Het geluid op Don’t Shy Away is misschien consistenter dan het geluid op het debuut van Loma, maar het schiet nog altijd meerdere kanten op, al is het maar omdat de band net zo makkelijk kiest als voor ambient achtige klanken, als voor eigenzinnige blazersarrangementen of stuwende synths.

Het levert een luistertrip op die nog veel meer intrigeert dan die op het al zo fascinerende debuut van de band en die aan het eind ook nog gezelschap krijgt van fan van het eerste uur Brian Eno, die hoort dat het dit keer nog beter is. Alle reden dus om te hopen op een volgende samenwerking tussen Jonathan Meiburg, Emily Cross en Dan Duszynski, maar laat ik eerst het tweede album van Loma eens opschrijven voor mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman

Loma - How Will I Live Without a Body? (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Loma - How Will I Live Without a Body? - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Loma - How Will I Live Without a Body?
Loma stond een paar jaar op een laag pitje, maar met het wonderschone How Will I Live Without a Body? hebben Jonathan Meiburg, Emily Cross en Dan Duszynski hun beste album tot dusver gemaakt

De Amerikaanse band Loma ontstond min of meer bij toeval, maar is, zeker na de release van haar derde album, niet meer weg te denken. Op de eerste twee albums van de band combineerden Jonathan Meiburg, Emily Cross en Dan Duszynski de prachtige stem van Emily Cross met mooie en avontuurlijke klanken en dat doet Loma op How Will I Live Without a Body? op nog veel indrukwekkendere wijze. De songs van de Amerikaanse band strelen hier en daar genadeloos het oor, maar kunnen ook behoorlijk ongrijpbaar klinken. De bijzondere muziek wordt gecombineerd met de geweldige stem van Emily Cross, die nog mooier zingt dan op de vorige albums. Loma is terug en dat is geweldig nieuws.

Voorman Jonathan Meiburg van de Amerikaanse band Shearwater hoorde in 2016 het tweede album van het eveneens Amerikaanse duo Cross Record. Hij was zo onder de indruk van dit album dat hij het duo uitnodigde als support act van Shearwater, maar hier bleef het niet bij. Uiteindelijk dook Jonathan Meiburg samen met Emily Cross en Dan Duszynski van Cross Record een Texaanse studio in en was Loma geboren.

Het aan het begin van 2018 verschenen titelloze debuutalbum van Loma werd gezien als een album van een gelegenheidsband of wat oneerbiediger als een tussendoortje, maar de eerste muzikale verrichtingen van Jonathan Meiburg, Emily Cross en Dan Duszynski bleken een zeer aangename verrassing. Het debuutalbum van Loma imponeerde door de prachtige stem van Emily Cross, maar ook het combineren van invloeden uit zeer uiteenlopende genres en de ongebreidelde experimenteerdrang van Loma spraken zeer tot de verbeelding.

Toen eind 2020 Don’t Shy Away verscheen werd Loma nog steeds een gelegenheidsband genoemd, maar het tweede album van Jonathan Meiburg, Emily Cross en Dan Duszynski, die dit keer niemand minder dan Brian Eno naar de studio haalden, bleek nog indrukwekkender dan het al zo goede debuut. Deze week verschijnt met How Will I Live Without a Body? het derde album van Loma en laat het drietal horen dat het nog wat beter kan.

Het derde album van Loma kwam er niet zonder slag of stoot, want de coronapandemie dreef de drie muzikanten ver uit elkaar, waarna andere projecten, als het boek van Jonathan Meiburg, de aandacht opeisten. In Engeland werd de gezamenlijke inspiratie weer gevonden en het levert een fascinerend album op, dat wat mij betreft zijn twee voorgangers makkelijk overtreft.

Na de samenwerking met Brian Eno hebben Jonathan Meiburg, Emily Cross en Dan Duszynski wederom een grote naam weten te strikken, want op How Will I Live Without a Body? duikt ook Laurie Anderson op, die inmiddels de kracht van AI heeft ontdekt. Ook How Will I Live Without a Body? is echter weer een typisch Loma album.

Het is een album dat betovert met de stem van Emily Cross, die op het derde album van Loma bijna onwaarschijnlijk mooie zang laat horen. De bedwelmend mooie stem van de Amerikaanse muzikante wordt deels gecombineerd met fraaie en bijzonder stemmige en voornamelijk organische muzikale passages, maar Jonathan Meiburg, Emily Cross en Dan Duszynski zoeken, bijgestaan door Laurie Anderson ook nadrukkelijk het experiment.

Hier en daar zijn behoorlijk eclectische passages toegevoegd aan de muziek op het album, wat de songs op How Will I Live Without a Body? iets overweldigends maar ook iets ongrijpbaars geeft, wat wordt versterkt door uiteenlopende achtergrondgeluiden. De muziek van Loma was op de eerste twee albums al van een bijzondere schoonheid, maar op het derde album klinkt de muziek van de Amerikaanse band nog veel mooier en fascinerender.

Steeds weer verrast Loma met bijzondere klanken en verrassende wendingen, maar ondertussen heeft de muziek van de band ook een bijna hypnotiserende uitwerking, die nog eens wordt versterkt door de waanzinnig mooie stem van Emily Cross. Voor mij is na How Will I Live Without a Body? één ding zeker: Loma is geen gelegenheidsband, Loma is een wereldband en het is een wereldband die voor mij een van de meest bijzondere albums van 2024 tot dusver heeft gemaakt. Erwin Zijleman

Loma - Loma (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Loma - Loma - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Emily Cross en Dan Duszynski vormen vanaf 2010 vanuit Chicago het duo Cross Record.

De tweede plaat van het duo, Wabi Sabi uit 2016, kwam via via in handen van Shearwater voorman Jonathan Meiburg en hij was zo onder de indruk van de plaat (en terecht weet ik inmiddels) dat hij Cross Record vroeg als support act voor de laatste tour van Shearwater.

Tijdens deze tour raakte hij nog wat meer onder de indruk van de muzikale kwaliteiten van Emily Cross en Dan Duszynski en stelde hij voor om samen een plaat te maken. En deze plaat is er nu gekomen.

Het project van het drietal luistert naar de naam Loma en het titelloze debuut van de gelegenheidsband, die Texas als uitvalsbasis heeft gekozen, is nu verschenen.

Jonathan Meiburg heeft een imposante staat van dienst met een negental hele mooie platen met Shearwater en zijn bijdragen aan een handvol platen van Okkervil River en het is dus niet zo gek dat hij ook een flinke vinger in de pap heeft op het debuut van Loma. Meiburg schreef alle songs op de plaat, maar laat de zang over aan Emily Cross, terwijl Dan Duszynski de songs verder mocht inkleuren.

Het levert een hele mooie en buitengewoon fascinerende plaat op. Loma maakt muziek die hier en daar het etiket dreampop verdient, maar het drietal verwerkt op haar debuut ook invloeden uit de post-rock, de chamber pop, de folk, de avant-garde en de indie-rock en dit is nog maar het topje van de ijsberg.

Jonathan Meiburg heeft misschien de songs geschreven voor het debuut van Loma, maar op de plaat staat hij wat mij betreft volledig in de schaduw van Emily Cross, die betovert met prachtige, vaak wat dromerige vocalen.

De zang van Emily Cross zorgt voor de verleiding op het debuut van Loma, terwijl de fascinerende inkleuring van de songs door Dan Duszynski zorgt voor de verbazing. De instrumentatie op de eerste plaat van Loma schuwt het experiment geen moment en schiet bovendien alle kanten op. Het zorgt er voor dat de plaat garant staat voor een fascinerende luistertrip, waarin invloeden uit een aantal decennia popmuziek opduiken, maar Loma ook vooruit kijkt richting de toekomst.

Dan Duszynski experimenteert er lustig op los en stopt het geluid van de band vol met fascinerende geluiden en uitstapjes buiten de gebaande paden. Aan de andere kant zorgt hij er ook voor dat de veelkleurige en soms bijna overweldigende instrumentatie de mooie stem van Emily Cross nergens echt in de weg zit. Deze stem is op zijn best wanneer de instrumentatie donker of zelfs beklemmend is en dat is hij op het grootste deel van de plaat.

Het is misschien heel even wennen, maar ruim voordat de eerste luisterbeurt er op zat was ik al diep onder de indruk van het Amerikaanse drietal en sindsdien is het debuut van Loma alleen maar mooier en fascinerender geworden. Ik kan de muziek van Loma niet goed in een hokje duwen en heb ook niet direct relevant vergelijkingsmateriaal voorhanden, maar ik weet bijna zeker dat heel veel muziekliefhebbers zullen smullen van deze fascinerende, beklemmende, maar ook wonderschone plaat. Erwin Zijleman

London Grammar - Californian Soil (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: London Grammar - Californian Soil - dekrentenuitdepop.blogspot.com

London Grammar kiest op Californian Soil deels voor een wat voller en meer uptempo geluid, maar de Britse band heeft ook haar uit duizenden herkenbare onderkoelde geluid behouden

Met haar eerste twee albums leverde London Grammar wat mij betreft twee voltreffers af. Het deze week verschenen Californian Soil is op het eerste gehoor net wat minder, maar het is wel een groeiplaat. Het is een album dat wat voller en wat lichtvoetiger opent dan we van de band gewend zijn, maar naarmate het album vordert hoor je steeds meer het zo herkenbare London Grammar geluid. En als de wat vollere klanken je niet overtuigen, is er altijd nog de geweldige stem van Hannah Reid, die het geluid van de Britse band ook op Californian Soil weer op buitengewoon indrukwekkende wijze naar zich toe trekt. Geweldige band en weer een uitstekend album.

London Grammar - Truth Is a Beautiful Thing (2017)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: London Grammar - Truth Is A Beautiful Thing - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het Britse trio London Grammar debuteerde al weer bijna vier jaar geleden met het terecht de hemel in geprezen If You Wait.

Op haar debuut maakte de band uit Londen indruk met een broeierige instrumentatie vol invloeden uit de triphop, maar het sterkste wapen van de band bleek zangeres Hannah Reid, die If You Wait naar grote hoogten tilde.

Het succes van het debuut heeft gezorgd voor een flink budget, waardoor London Grammar voor haar tweede plaat kon beschikken over topproducers als Jon Hopkins (Coldplay), Paul Epworth (Adele, Florence + The Machine) en Greg Kurstin (Adele, Sia). Ze hebben stuk voor stuk goed geluisterd naar het debuut van London Grammar en vervolgens Hannah Reid de hoofdrol gegeven op Truth Is A Beautiful Thing.

De instrumentatie van Dan Rothman en Dot Major is ook dit keer prachtig, maar treedt veel minder op de voorgrond. Het is een wijs besluit, want Hannah Reid maakt ook dit keer een onuitwisbare indruk met een stem vol kracht, subtiliteit en emotie.

Truth Is A Beautiful Thing opent opvallend ingetogen. Het tempo ligt laag, de instrumentatie is loom en aardedonker, wat prachtig past bij de van melancholie overlopende zang van Hannah Reid.

Door het lage tempo moet je, zeker bij eerste beluistering, wel wat moeite doen om bij de les te blijven. De trage en donkere popsongs van London Grammar dringen zich zeker niet onmiddellijk op, maar wanneer het kwartje eenmaal valt, valt het ook hard.

Ondanks het feit dat de band voor haar tweede plaat heeft gekozen voor producers van naam en faam en voor producers die niet vies zijn van grootse en meeslepende hits, heeft London Grammar het eigen geluid dat op If You Wait zo mooi vorm kreeg behouden en verder ontwikkeld.

De tweede plaat van de Britten bevat wel iets meer invloeden uit de pop, maar het smaakvolle en eigenzinnige pop. Het is een moedig besluit, want waar London Grammar met een paar stevige stampers makkelijk de wereld zou kunnen veroveren, liggen de lome en donkere klanken voor menigeen waarschijnlijk wat zwaar op de maag. Persoonlijk heb ik echter een steeds groter zwak voor de meer ingetogen songs van London Grammar en het zijn deze songs die domineren op Truth Is A Beautiful Thing.

Zeker bij beluistering met de koptelefoon is goed te horen hoe loodzwaar de ritmes zijn, maar ook hoe subtiel de rest van de instrumentatie is (let maar eens op de prachtige gitaarlijnen en de mooie pianoklanken). Het is de perfecte ondergrond voor de weer hemeltergend mooie vocalen van Hannah Reid, die beter doseert dan op het debuut en ook meer emotie en doorleving laat horen. Het is goed voor heel veel kippenvel.

Truth Is A Beautiful Thing is ook nog eens een plaat vol ingehouden spanning. Je verwacht dat de ingehouden en zich langzaam voortslepende klanken ieder moment tot uitbarsting komen, maar dat gebeurt uiteindelijk 50 minuten niet (op de luxe editie van de plaat zelfs ruim een uur niet).

Waar If You Wait met louter superlatieven werd onthaald, zijn de reacties dit keer gemengd. Persoonlijk vind ik Truth Is A Beautiful Thing niet alleen een waardig opvolger van het prachtdebuut maar bovendien een stap vooruit. Erwin Zijleman

Loose Cattle - Someone's Monster (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Loose Cattle - Someone's Monster - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Loose Cattle - Someone's Monster
De Amerikaanse band Loose Cattle trok vorig jaar niet heel veel aandacht met haar album Someone’s Monster, maar het is een album dat moet worden gerekend tot de beste alt-country albums van het jaar

Someone’s Monster van Loose Cattle kwam ik bij toeval tegen, maar het album maakte vrijwel onmiddellijk een onuitwisbare indruk. Loose Cattle is een band uit New Orleans die bestaat uit ervaren muzikanten. Dat hoor je direct, want wat wordt er goed gemusiceerd op het album, dat zowel uit de voeten kan met alternatieve country als met wat traditioneler klinkende countrymuziek. Ook de zang op Someone’s Monster is prachtig, want de band beschikt over het nodige vocale talent. Het album van Loose Cattle staat ook nog eens vol uitstekende en bijzonder lekker in het gehoor liggende songs en is zeer vakkundig geproduceerd door John Agnello. Wat een topalbum.

In de jaarlijst van de lezers van het Amerikaanse online muziektijdschrift No Depression kwam ik het album Someone’s Monster van Loose Cattle tegen. Het was eigenlijk de enige verrassing die ik tegen kwam in de lijsten van No Depression, want ik volg het tijdschrift dat de focus volledig richt op de Amerikaanse rootsmuziek het hele jaar door op de voet. Het was misschien de enige tip die de jaarlijsten van No Depression me opleverde, maar het was voor mij wel een gouden tip, want ik ben behoorlijk verslingerd geraakt aan het album van de band uit New Orleans, Louisiana.

Someone’s Monster is het derde album van Loose Cattle en het is een album dat zowel in de hokjes country als alt-country past. Bij beluistering van het album moet ik vaak denken aan de twee beste albums van The Jayhawks (Hollywood Town Hall en Tomorrow The Green Grass) en die schaar ik onder mijn favoriete alt-country albums aller tijden. Ook Loose Cattle kan alt-country maken waarvan ik direct heel vrolijk wordt, maar de band kan ook andere kanten op en schuift op Someone’s Monster ook met enige regelmaat op richting wat traditioneler klinkende Amerikaanse rootsmuziek.

De band beschikt met Kimberly Kaye over een geweldige zangeres, die in een aantal songs op het album het voortouw neemt. Ook de zanger van de band, Michael Cerveris, beschikt over een aansprekend stemgeluid en het schakelen tussen mannen en vrouwenstemmen is wat mij betreft een van de sterke punten van Loose Cattle.

De band maakte met haar vorige albums muzikale vrienden, wat er voor heeft gezorgd dat Lucinda Williams (die schittert in de versie van Lady Gaga’s Joanne en wiens Crescent City later op het album voorbij komt) en Patterson Hood (Drive-by Truckers) een bijdrage hebben geleverd aan het album. Het levert Loose Cattle nog wat bonuspunten op.

In muzikaal opzicht is Someone’s Monster een rijk album. Het geluid van Loose Cattle is over het algemeen gitaar georiënteerd, maar bijdragen van onder andere de viool, de lap steel, de pedal steel en de mellotron (!) zorgen er voor dat de muziek van Loose Cattle rijker en ook anders klinkt dan de meeste muziek in de genres waarbinnen de band uit New Orleans zich beweegt.

Ik ben echt zeer gecharmeerd van het geluid op het album, dat me enerzijds herinnert aan een aantal alt-country favorieten uit het verleden, maar dat ook verrassend warm of zelfs gloedvol klinkt en iets toevoegt aan alles dat ik al heb. In muzikaal opzicht wist Loose Cattle me direct te veroveren, maar ook de zang op het album vind ik echt geweldig, zeker wanneer Kimberly Kaye en Michael Cerveris samen zingen en er ook nog een blik achtergrondvocalisten wordt open getrokken.

Het zorgt voor een behoorlijk vol geluid, maar dat komt echt prachtig uit de speakers. Het is de verdienste van de gelouterde producer John Agnello, die al sinds het begin van de jaren 90 als topproducer bekend staat en inmiddels een CV heeft waar je even stil van wordt. De Amerikaanse producer verricht ook wonderen op Someone’s Monster van Loose Cattle, dat echt fantastisch klinkt.

Een aantal op Amerikaanse rootsmuziek gerichte muziekwebsites schreef het afgelopen jaar al mooie woorden over het album van Loose Cattle, maar Someone’s Monster had de aandacht van een hele grote groep liefhebbers van het genre verdient. Ik schaar het album zelf met terugwerkende kracht onder de beste alt-country albums van 2024. Erwin Zijleman

Lord Huron - Long Lost (2021)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lord Huron - Long Lost - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lord Huron - Long Lost
Bij eerste beluisteringen leek Long Lost van Lord Huron me vooral een ‘guilty pleasure’, maar hoe vaker ik naar dit album luister, hoe mooier en bijzonderder de muziek van de Amerikaanse band wordt

Laat Long Lost van de Amerikaanse band Lord Huron uit de speakers komen en je wordt een aantal decennia terug geworpen in de tijd. De band uit Los Angeles neemt je mee terug naar de jaren 50 en zestig met gitaren vol galm, honingzoete orkestraties, verleidelijke koortjes en stemmen vol weemoed en nostalgie. Het klinkt in eerste instantie als zeer aangename retro, maar naarmate je vaker naar dit album luistert valt er steeds meer op zijn plek en ontvouwt zich een onweerstaanbaar lekkere, maar ook avontuurlijke luistertrip waarin je steeds weer nieuwe dingen hoort. Ik zag het album de afgelopen weken in flink wat jaarlijstjes en begrijp nu waarom.

Ik ben Long Lost van Lord Huron inmiddels in een aantal jaarlijstjes tegengekomen, terwijl ik het album zelf eerder dit jaar leuk, maar uiteindelijk toch niet bijzonder genoeg vond. Long Lost verscheen aan het eind van het voorjaar en dat was misschien toch niet de beste tijd voor een album als dit. De zoete en nostalgische klanken van de band uit Los Angeles voelden, in ieder geval voor mij, in het voorjaar nog aan als hooguit een ‘guilty pleasure’, maar nu de avonden koud en donker zijn, doet de muziek van Lord Huron wonderen.

De Amerikaanse band maakt retro met een hoofdletter R. Laat Long Lost uit de speakers komen en Lord Huron neemt je mee terug naar de jaren 50 en 60 met prachtige galmende gitaren, aanzwellende strijkers en blazers, bijna overdadige koortjes, alles verzwelgende harmonieën en hier boven op nog een stem vol melancholie. Het is een stem die herinneringen oproept aan de gouden keeltjes van Don en Phil Everly, maar Lord Huron is zeker niet de zoveelste band die aan de haal gaat met de muzikale erfenis van The Everly Brothers.

Bij beluistering van Long Lost stap je in Lord Huron’s tijdmachine en die heeft de nodige verrassingen voor je in petto. Door gebruik te maken van intermezzo’s en door uiteenlopende invloeden te verwerken, is Long Lost een bijna een uur durende luistertrip, die bijzonder aangenaam vermaakt, maar die ook zo knap in elkaar zit dat je er na een paar keer horen een favoriet album bij hebt.

Long Lost maakt uitstapjes richting de folk, country en rock ’n roll uit de jaren 50, maar de band heeft ook een voorliefde voor spaghetti westerns uit de jaren 60 en 70 en gooit er hier en daar ook nog wat barokke pop tegenaan. Het klinkt allemaal geweldig, zeker wanneer de gitaren galmen en de zang overloopt van weemoed.

De songs van Lord Huron nemen je stuk voor stuk mee terug naar een ver verleden, maar de songs vormen ook een eenheid. Het is een eenheid waarbij David Lynch alleen nog maar wat beelden hoeft te verzinnen. Zeker bij oppervlakkige beluistering klinkt het allemaal bijzonder aangenaam, zeker wanneer de zon onder is en de temperatuur buiten daalt tot het vriespunt, maar wat zit het ook allemaal knap in elkaar.

De productie van het album is fantastisch en zou zomaar van Phil Spector in zijn meest briljante dagen kunnen zijn, maar ook in muzikaal opzicht gebeurt er van alles op Long Lost. Wanneer de theremin van stal wordt gehaald krijgt de muziek van Lord Huron iets psychedelisch, maar wanneer nog wat extra zoetstof wordt toegevoegd kan Lord Huron ook zomaar klinken als de Moody Blues die op de set van een spaghetti western zijn beland.

Ik kan me nog steeds voorstellen dat ik dit album eerder dit jaar bij vluchtige beluistering wat te zoet, wat over the top en wat te nostalgisch vond, maar dompel je onder in deze fascinerende soundtrack en Long Lost van Lord Huron sleept zich van hoogtepunt naar hoogtepunt.

Drie kwartier lang betovert de band uit Los Angeles met prachtige klanken en stemmen waarvoor je alleen maar kunt smelten, waarna nog een kwartier lang ambient achtige klanken volgen. Het zijn klanken die je de tijd geven om nog eens te overdenken waar je de eerste 45 minuten naar geluisterd hebt. Is het aangename retro of een waar meesterwerk? Ik neig naar het laatste. Erwin Zijleman

Lorde - Melodrama (2017)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lorde - Melodrama - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit Nieuw-Zeeland afkomstige Ella Yelich-O'Connor is net 16 als op Soundcloud haar eerste EP opduikt, The Love Club. Sindsdien kennen we Ella Yelich-O'Connor als Lorde.

Nog geen jaar later is Lorde dankzij de hitsingle Royals een wereldster en imponeert ze met haar debuut Pure Heroine.

Het debuut van Lorde viel dankzij de aanstekelijke singles in de smaak bij een breed publiek, maar bleek dankzij de eigenzinnige onderlaag ook interessant voor muziekliefhebbers die normaal gesproken hun neus ophalen voor popprinsessen.

Met Pure Heroine deed Lorde wat Lana del Rey eerder deed; schaamteloos commerciële popmuziek maken die ook in artistiek opzicht interessant is. Het is vervolgens de vraag hoe het verder gaat met een muzikante die creatief en eigenzinnig is, maar ook een potentiële goudmijn voor de platenmaatschappij die haar onder contract heeft staan. Lana del Rey, die 10 jaar ouder is dan Lorde, bleef verrassend overeind, maar lukt dit een meisje dat de tienerjaren nog maar net ontgroeid is ook?

Lorde keert iets minder dan vier jaar na haar debuut terug met Melodrama. De studio in Auckland werd voor de tweede plaat verruild voor een studio in New York, waar een heel legioen aan hippe producers op de Nieuw-Zeelandse popprinses stond te wachten. Het zijn de producers die hebben gesleuteld aan het geluid van Taylor Swift, Rihanna, Beyonce en Justin Bieber en (helaas) ook hun sporen hebben nagelaten op de tweede plaat van Lorde.

Melodrama klinkt op het eerste gehoor minder spannend en minder eigenzinnig dan Pure Heroine en lijkt gezwicht voor het grote geld. Je kunt het de piepjonge Lorde nauwelijks kwalijk nemen, maar bij eerste beluistering was ik toch vooral teleurgesteld.

Melodrama kwam echter tot leven toen ik de plaat met de koptelefoon beluisterde. Natuurlijk klonk de plaat nog steeds hitgevoelig en domineerde de pure pop, maar dat was op Pure Heroine niet anders. Het debuut van Lorde beschikte uiteindelijk over een dubbele bodem en dat is op de tweede plaat van Lorde niet anders.

De vroegrijpe tiener van vier jaar geleden is getransformeerd in een jonge vrouw die ook de schaduwkanten van de liefde heeft ervaren en van haar hart geen moordkuil maakt. Het geeft de lichtvoetige popliedjes van Lorde een bijzondere lading. Ook in vocaal opzicht klinkt de Nieuw-Zeelandse gelukkig nog steeds anders dan de meeste van haar soortgenoten, wat ook Melodrama weer iets rauws en oorspronkelijks geeft.

Lorde is op haar tweede plaat in het keurslijf van de radiovriendelijke popmuziek gedrongen, maar heeft gelukkig ook nog genoeg ruimte gekregen om hier aan te ontsnappen. Ook de songs op Melodrama zitten nog vol verrassende wendingen en ook dit keer is de onderlaag donker en avontuurlijk.

In het begin was ik nog even afgeleid door de aanstekelijke refreinen en de dansvloer beats, maar als je daar eenmaal aan gewend bent openbaart zich, met name bij beluistering met de koptelefoon, een fascinerend muzikaal landschap waarin Lorde laat horen dat ze nog steeds de getalenteerde en heerlijk eigenzinnige muzikanten van vier jaar geleden is.

De Nederlandse muziekpers moet er helaas niet veel van hebben, maar ik zie inmiddels ook de nodige zeer lovende recensies opduiken. Het zijn recensies waar ik me volledig in kan vinden. Lorde is misschien in een keurslijf gedrongen, maar ontworstelt zich keer op keer aan dit keurslijf als Houdini in zijn beste dagen. Hele knappe plaat. Erwin Zijleman

Lorde - Solar Power (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lorde - Solar Power - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lorde - Solar Power
Lorde ging de afgelopen jaren door diepe dalen, maar keert nu terug met een album dat een stuk lichter en zonniger klinkt, maar dat nog altijd vol staat met songs die zich langzaam maar zeker genadeloos opdringen

Lorde staat met Solar Power voor de onmogelijke opdracht om haar vorige album Melodrama te overtreffen. Dat probeert ze ook niet, want ondanks het feit dat ze wederom voor topproducer Jack Antonoff heeft gekozen, is Solar Power een totaal ander album dan Melodrama. Het tempo ligt een stuk lager en de donkere wolken hebben plaatsgemaakt voor zonnestralen. Solar Power grijpt je hierdoor niet bij de strot zoals Melodrama deed, maar zeker als je er wat beter en vaker naar luistert, is ook het derde album van Lorde een album vol verleiding. Die zit deels in de feilloze productie van Jack Antonoff, maar ook in de zang en songs van Lorde. Ik ben blij dat ze terug is.

Ella Yelich-O'Connor was pas 17 jaar oud toen ze in 2013 opdook als Lorde. Met haar debuutalbum Pure Heroine trok de Nieuw-Zeelandse muzikante direct wereldwijd de aandacht. Daar viel niets op af te dingen, want het debuut van Lorde stond bol van de belofte. Die belofte werd volledig waargemaakt op het in 2017 verschenen Melodrama, waarop Lorde werkte met producer Jack Antonoff.

Melodrama is wat mij betreft een van de beste popalbums van het afgelopen decennium en zette Lorde op de kaart als een eigenzinnige popprinses. Het is vier jaar stil geweest rond Lorde en in die vier jaar is er veel veranderd. Er zijn een aantal nieuwe eigenzinnige popprinsessen opgedoken en producer Jack Antonoff is inmiddels een van de meest gevraagde producers in het genre.

Ook op haar nieuwe album Solar Power werkt Lorde weer met Jack Antonoff. Dat is aan de ene kant bijna een garantie op succes, maar aan de andere kant is het geluid van de succesvolle producer de afgelopen twee jaar op zoveel albums terecht gekomen dat eenvormigheid op de loer ligt.

Ook op Solar Power is de hand van Jack Antonoff duidelijk hoorbaar. Het nieuwe album van Lorde ligt qua geluid en productie relatief dicht bij de zo succesvolle albums van Taylor Swift en Lana Del Rey en klinkt inmiddels wat minder eigenzinnig dan bijvoorbeeld de muziek van Billie Eilish, die Jack Antonoff nog buiten de deur heeft weten te houden.

Toch is Solar Power ook een typisch Lorde album, al is het maar vanwege de bijzondere en zeer herkenbare stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante. Dat Solar Power een typisch Lorde album betekent overigens niet dat het album in het verlengde ligt van voorganger Melodrama. Op haar vorige album drenkte Lorde haar songs nog in baden van melancholie, maar Solar Power klinkt een stuk zonniger en optimistischer. Lorde heeft een aantal zware jaren achter zich gelaten en heeft ook afscheid genomen van haar donkere geluid.

Jack Antonoff heeft ook het nieuwe album van Lorde weer smaakvol ingekleurd met een geluid dat nadrukkelijk zijn handtekening bevat en dat hier en daar herinnert aan de fraaie indiefolk op de laatste albums van Taylor Swift, waarop hij ook een stevige vinger in de pap had.

De Amerikaanse producer tekende bovendien voor nagenoeg alle instrumenten op het album en riep naast wat blazers alleen drummer Matt Chamberlain op voor een bijdrage aan het geluid, terwijl Clairo en Phoebe Bridgers opduiken voor wat backing vocals.

Solar Power is ondanks de mooie klanken en de herkenbare zang van Lorde een lastig album. Zeker als je met wat minder aandacht naar het album luistert kabbelt het allemaal wat voort en mis je de scherpe randjes van Melodrama.

Zelf vergelijk ik het nieuwe album dan ook niet met het ook nagenoeg onaantastbare vorige album van Lorde en beoordeel ik Solar Power als een op zichzelf staand album. Het is een album dat aan kracht wint wanneer je er met veel aandacht naar luistert en bij voorkeur met de koptelefoon. Dan pas hoor je hoeveel moois er is verstopt in de wat trage en zonnige popliedjes en hoor je niet alleen het enorme talent van Jack Antonoff, maar ook dat van Lorde.

Solar Power zal niet kunnen rekenen op alle superlatieven waarmee Melodrama vier jaar geleden werd onthaald, het is in de eerste recensies alles of niets, maar het is wat mij betreft een mooi album, dat absoluut de tijd moet krijgen om door te groeien, waarna je zult horen dat Lorde nog altijd behoort tot de betere van de eigenzinnige popprinsessen. En ondertussen is Solar Power ook de soundtrack van de zomer die maar niet wil komen. Erwin Zijleman

Lorde - Virgin (2025)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lorde - Virgin - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lorde - Virgin
Lorde leverde in 2021 met Solar Power een interessant maar ook net wat minder overtuigend album af, maar revancheert zich razend knap met Virgin, dat vooralsnog met afstand het beste popalbum van 2025 is

De Nieuw-Zeelandse muzikante Lorde is nog altijd pas 28 jaar oud, maar levert deze week met Virgin al haar vierde album af, bijna 12 jaar na het verschijnen van haar debuutalbum. Met Melodrama maakte ze in 2017 een van mijn favoriete popalbums aller tijden, maar dat niveau haalde ze niet op haar vorige album. Het is een niveau dat wel weer wordt gehaald op het deze week verschenen Virgin. Het is een album met de zo herkenbare stem van Lorde en haar al even herkenbare eigenzinnige popsongs. Virgin is ook in productioneel en muzikaal opzicht een hoogstaand album en het is een album dat vooralsnog alleen maar interessanter wordt. Wat een indrukwekkende zet weer van de Nieuw-Zeelandse popster.

Ella Marija Lani Yelich-O'Connor was pas 16 jaar oud toen ze in 2013 haar debuutalbum Pure Heroine uitbracht onder de naam Lorde. De Nieuw-Zeelandse muzikante maakte direct indruk met een aantal geweldige en zeer aanstekelijke popsongs, maar het waren ook popsongs met een duidelijk eigen geluid.

Ik vond Pure Heroine vooral een album met een aantal geweldige singles, maar met het in 2017 verschenen en door geweldenaar Jack Antonoff geproduceerde Melodrama leverde Lorde wat mij betreft een nagenoeg perfect popalbum af. Het is een popalbum dat ik schaar onder de beste popalbums van dit millennium en er verschenen er de afgelopen vijfentwintig jaar nogal wat. Het vervolgens in 2021 verschenen Solar Power was zeker geen slecht album, maar het wat meer ingetogen album was, zeker achteraf bezien, lang niet zo goed als Melodrama en dit ondanks een aantal geweldige muzikanten en wederom Jack Antonoff achter de knoppen.

Sinds de aankondiging van Virgin, het vierde album van Lorde, ging het in eerste instantie alleen maar over de zogenaamd gewaagde of zelfs ongepaste cover van het album, maar ik zie nog steeds niet wat er gewaagd of ongepast is aan een röntgenfoto (de binnenhoes hadden we toen nog niet gezien, maar kom op, het is 2025). Sinds deze week kunnen we het gelukkig over de nieuwe songs van Lorde hebben en die zijn echt geweldig. Of Virgin uiteindelijk Melodrama gaat overtreffen durf ik nog niet te zeggen, maar het vierde album van Lorde komt in ieder geval akelig dicht in de buurt van het album uit 2017 en groeit nog wel even door.

Voor de productie deed Lorde dit keer een beroep op drie producers, onder wie Jim-E Stack, die nog niet de status heeft van Jack Antonoff, maar wel een van de producers was van het briljante Desire, I Want To Turn Into You van Caroline Polachek, en Daniel Nigro, de man achter Chappel Roan en Olivia Rodrigo en ook betrokken bij het genoemde album van Caroline Polachek. Ze tekenen voor een productioneel hoogstandje.

Vergeleken met Solar Power schuift Virgin weer wat op richting elektronisch ingekleurde en soms zwaar aangezette popsongs. Toch blijft Virgin ver weg van de wat eendimensionale popalbums van het moment. Net als bijvoorbeeld Billie Eilish, met wie Lorde bijna de achternaam deelt, schakelt Lorde makkelijk tussen met veel elektronica ingekleurde en uptempo songs en wat subtieler klinkende songs waarin gas wordt teruggenomen.

Net als Billie Eilish slaagt Lorde er bovendien in om een uit duizenden herkenbaar geluid te creëren. Dat doet de Nieuw-Zeelandse muzikante met haar stem, maar ook met haar songs, die zonder uitzondering aanstekelijk zijn, maar ook overlopen van avontuur en verrassing. In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis en slaagt Lorde er in om iedere track weer net wat anders en vaak ook verrassend ruw te klinken, maar ook de karakteristieke zang van Lorde is fantastisch op Virgin en hetzelfde geldt voor haar persoonlijke teksten.

We wisten natuurlijk al dat Lorde in staat is om een kwalitatief hoogstaand popalbum te maken, want dat deed ze op hele jonge leeftijd al eens met Melodrama. Toch ging ik er op voorhand niet van uit dat de Nieuw-Zeelandse muzikante het nog een keer zou flikken, maar na Virgin meerdere keren gehoord te hebben kan ik alleen maar concluderen dat Lorde voorlopig met afstand het beste popalbum van 2025 heeft gemaakt en ik denk eerlijk gezegd niet dat iemand hier in dit genre nog overheen gaat dit jaar. Erwin Zijleman

Lorelle Meets the Obsolete - Balance (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lorelle Meets The Obsolete - Balance - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Lorelle Meets The Obsolete is een duo uit het Mexicaanse Guadalajara dat bestaat uit Alberto González en Lorena Quintanilla.

De twee maken inmiddels een jaar of vijf platen, maar pas met hun vierde plaat, het vorig jaar verschenen Balance, wist het duo in wat bredere kring aandacht te trekken.

Balance dook zelfs op in een aantal betrekkelijk obscure Amerikaanse jaarlijstjes en daar kan ik me wel wat mij voorstellen. Lorelle Meets The Obsolete heeft met Balance immers een even betoverende als bezwerende plaat gemaakt.

Het is een plaat die, zeker op het eerste gehoor, stevig citeert uit de hoogtijdagen van de dreampop en de shoegaze, maar waar veel bands deze invloeden vooral reproduceren, doen Alberto González en Lorena Quintanilla er iets bijzonders mee.

In de openingstrack schuurt Lorelle Meets The Obsolete dicht tegen de muziek van het door mij gekoesterde Lush aan, maar al snel worden de gitaarmuren hoger en gruiziger. Lorelle Meets The Obsolete schuift langzaam op richting My Bloody Valentine, maar maakt ook geen geheim van haar voorliefde voor 60 psychedelica, 90s lo-fi en de muziek van Mazzy Star.

Met Lush, My Bloody Valentine en Mazzy Star is het lijstje met mijn helden uit de jaren 90 goed gevuld, maar Lorelle Meets The Obsolete is veel meer dan de optelsom van de tot dusver onderscheiden delen.

Zo trekt Alberto González steeds weer indrukwekkende gitaarmuren op, zorgen de keyboards (en vogeltjes) voor geestverruimende soundscapes en benevelt Lorena Quintanilla je met haar even zwoele als onderkoelde stem.

Veel meer dan de genoemde inspiratiebronnen laat Lorelle Meets The Obsolete haar muziek domineren door invloeden uit de 60s psychedelica. Hoewel de muziek van het tweetal zeker niet ontoegankelijk is, heeft de popsong met een kop en een staart zeker geen prioriteit op Balance.

De songs van het Mexicaanse duo waaieren breed uit en verzanden net zo makkelijk in gitaargeweld als in bijna verstilde pracht. Balance is hierdoor een plaat die het meeste effect sorteert wanneer je de muziek van Lorelle Meets The Obsolete ondergaat. Zeker met de koptelefoon heeft de muziek van Alberto González en Lorena Quintanilla een bezwerende of zelfs bijna hypnotiserend effect en ontdek je steeds mooiere patronen in het gitaarwerk, dat bij oppervlakkige beluistering nog vooral een bak herrie lijkt.

Wanneer je Balance vaker hoort, wordt het steeds meer een psychedelisch hoogstandje dat is verrijkt met invloeden uit de shoegaze en dreampop in plaats van andersom. En zo gaat deze ruwe diamant door herhaaldelijk slijpen steeds feller fonkelen. Het heeft zoals gezegd gezorgd voor een plek in een aantal obscure Amerikaanse jaarlijstjes, maar wat had ik deze plaat ook graag in mijn jaarlijst gehad. Een van de vergeten prachtplaten van het bijzondere muziekjaar 2016. Erwin Zijleman

Loren Kramar - Glovemaker (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Loren Kramar - Glovemaker - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Loren Kramar - Glovemaker
De Amerikaanse muzikant Loren Kramar trekt op zijn debuutalbum Glovemaker onmiddellijk de aandacht met een fascinerende soulstem, maar ook in muzikaal opzicht maakt het album makkelijk indruk

De openingstrack van het eerste album van de Amerikaanse muzikant Loren Kramar maakt een verpletterende indruk. De muzikant uit Los Angeles maakt indruk met een authentiek klinkend soulgeluid en imponeert met een fascinerende stem. Die stem maakt het je op Glovemaker niet altijd makkelijk, maar toen ik eenmaal gewend was aan de stem van Loren Kramar was ik om. De Amerikaanse muzikant maakt indruk als zanger, maar verrast ook in muzikaal opzicht met songs die meerdere kanten op kunnen en zeker niet altijd kiezen voor de makkelijkste weg. Glovemaker van Loren Kramar levert vooral jubelrecensies op en daar valt uiteindelijk niets op af te dingen.

Glovemaker, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikant Loren Kramar, opent met een song waarvoor de grote soulzangers uit de jaren 60 en 70 zich absoluut niet zouden hebben geschaamd. Het is een zeer smaakvol ingekleurde soulsong, die afwisselend subtiel en bombastisch klinkt en waarin de stem van Loren Kramar de hoofdrol opeist, ook al is de openingstrack van Glovemaker in muzikaal opzicht minstens net zo interessant.

Het is een stem die ik bij mijn eerste kennismaking met Glovemaker direct imponerend vond, maar het is een stem, die, in ieder geval voor mij, ook makkelijk teveel van het goede kan zijn. Na mijn eerste beluistering van het debuutalbum van Loren Kramar schoof ik het album dan ook tijdelijk terzijde, maar de stem van de muzikant uit Los Angeles intrigeerde me ook op een of andere manier, waardoor ik het album er toch steeds weer bij pakte. En met resultaat.

De stem van Loren Kramar is er een die makkelijker van kleur verschiet dan de gemiddelde kameleon, want de Amerikaanse muzikant klinkt het ene moment als een soulzanger uit de jaren 60 en 70, maar het volgende moment meer een folkie uit dezelfde periode. De zang van Loren Kramar doet me af en toe ook wel wat aan die van Simply Red’s Mick Hucknall denken, maar dan wel ten tijde van Picture Book, het uitstekende debuutalbum van de Britse band.

Loren Kramar had met zijn stem en de geweldige muzikanten die op Glovemaker zijn te horen een tijdloos soulalbum kunnen maken, maar de Amerikaanse muzikant oriënteert zich op zijn debuutalbum breder. Na de prachtige soulsong Hollywood Blvd richt Loren Kramar zich een aantal tracks op het soort muziek dat werd gemaakt door de grote singer-songwriters uit de jaren 70.

Zijn stem klinkt opeens als die van Cat Stevens en ook de wat theatrale songs doen wel wat denken aan die van de Britse folkzanger uit de jaren 70, al hoor ik ook wel wat van de wat pompeuzere songs van David Bowie in de songs van Loren Kramar en hier en daar ook wel wat van Randy Newman. Ook in de songs waarin invloeden uit de soul niet domineren is de muzikant uit Los Angeles de soul overigens niet helemaal vergeten. De zang zat me bij mijn eerste beluisteringen van Glovemaker nog wel eens in de weg, maar inmiddels ben ik vooral onder de indruk van de vocale prestaties van de muzikant uit Los Angeles, die zeker in de sober ingekleurde songs makkelijk goed is voor kippenvel.

Ik was wel direct onder de indruk van de muziek op het album, want de songs op Glovemaker zijn soms misschien wat overdadig, maar altijd heel smaakvol ingekleurd met prachtig pianowerk, fraaie bijdragen van strijkers en blazers en een prachtig spelende ritmesectie. De soms zwaar aangezette klanken, waaronder de strijkersarrangementen van Drew Erickson en de prachtige en juist weer subtiele accenten van saxofonist Sam Gendel en pianist John Carroll Kirby passen verder perfect bij de zang van de Amerikaanse muzikant.

De songs op Glovemaker zijn soms wat pompeus en theatraal, maar uiteindelijk vliegt Glovemaker wat mij betreft nergens echt uit de bocht. Het doet me soms wel wat denken aan de muziek van Father John Misty, maar Loren Kramar voegt een flinke hoeveelheid soul toe en die soul komt na enige gewenning stevig binnen. Het is allemaal prachtig geproduceerd door Sean O'Brien, die een stevige reputatie heeft als technicus, onder andere voor The National, maar ook als producer vakwerk aflevert. Ik ben inmiddels helemaal om. Erwin Zijleman

Lori McKenna - 1988 (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lori McKenna - 1988 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lori McKenna - 1988
Lori McKenna levert de afgelopen paar jaren geweldige albums af en ook het wederom door Dave Cobb geproduceerde 1988 is weer een rootsalbum dat niet onder doet voor de beste albums in het genre

De meeste jonge countryzangeressen van het moment kiezen in hun teksten voor de in het genre vertrouwde thema’s als mislukte liefdes en onbetrouwbare mannen. Lori McKenna kijkt daarentegen terug op een inmiddels 35 jaar durend huwelijk en het opvoeden van vijf kinderen. In muzikaal opzicht wijkt de singer-songwriters uit Massachusetts minder af van de norm, want 1988 is een zeer aansprekend rootsalbum, dat net als zijn voorgangers prachtig is geproduceerd door de zeer gewilde producer Dave Cobb. De producer uit Nashville heeft 1988 voorzien van een mooi en veelkleurig gitaargeluid, waarin de fraai doorleefde stem van Lori McKenna uitstekend tot zijn recht komt. Weer een topalbum van de Amerikaanse muzikante.

De Amerikaanse singer-songwriter Lori McKenna schaarde zich met het in 2004 verschenen Bittertown, overigens al haar vierde album, onder de grote beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Die belofte zou ze in de jaren die volgden waarmaken als songwriter voor menig muzikant in Nashville, maar de albums die Lori McKenna zelf maakte na Bittertown sneeuwden helaas stuk voor stuk wat onder, deels omdat ze toch net wat minder goed waren dan het geweldige album uit 2004.

De revanche kwam in 2016 met het uitstekende, door Nashville wonderboy Dave Cobb geproduceerde, The Bird & The Rifle, dat liet horen dat Lori McKenna met de besten in het genre mee kon. De Amerikaanse muzikante wist het hoge niveau van The Bird & The Rifle vast te houden op The Tree uit 2018 en op The Balladeer uit 2020, die ook allebei door Dave Cobb werden geproduceerd. Na een stilte van precies drie jaar is deze week een nieuw album van Lori McKenna verschenen en 1988 is er in geslaagd om het hoge niveau van zijn drie voorgangers te continueren.

De titel van het album, die uiteraard associaties oproept met 1989 van Taylor Swift, verwijst naar het jaar waarin Lori McKenna in het huwelijk trad, wat dit jaar 35 jaar geleden is. Lori McKenna, die opgroeide op het platteland in Massachusetts, waar ze nog steeds woont, trouwde jong en kreeg niet veel later haar eerste kind. Ze heeft er inmiddels vijf en kijkt op 1988 terug op 35 jaar gezinsleven. Het is een onderwerp dat ook op de vorige albums van Lori McKenna met enige regelmaat voorbij kwam, waardoor ze in tekstueel opzicht wat afwijkt van de norm binnen de countrymuziek, waarin foute mannen en ongelukkige liefdes zo vaak centraal staan.

Op haar vorige drie albums werkte Lori McKenna samen met topproducer Dave Cobb en deze is ook op 1988 gelukkig weer van de partij. De veelgevraagde Nashville producer heeft ook 1988 weer voorzien van een prachtig geluid waarin de gitaren centraal staan en tekent zelf ook voor bijzonder mooi gitaarwerk. Net als zoveel andere Dave Cobb producties klinkt het nieuwe album van Lori McKenna aangenaam vol maar zonder opsmuk en bovendien tijdloos.

Lori McKenna schreef de afgelopen decennia songs voor flink wat aanstormende talenten in Nashville en ook op 1988 laat ze weer horen dat ze een zeer getalenteerd songwriter is. De songs op 1988 liggen bijzonder lekker in het gehoor en blijven ook makkelijk hangen, maar het zijn ook songs die na meerdere keren horen nog makkelijk overtuigen. Vergeleken met haar vroege albums klinkt de stem van Lori McKenna wat ruwer en doorleefder, maar persoonlijk vind ik dat haar stem met de jaren alleen maar mooier is geworden.

Ik hou persoonlijk wel van flink wat melancholie in country- en folksongs zoals ook Lori McKenna die maakt. Lori McKenna is over het algemeen wat positiever ingesteld dan de meeste van haar collega’s, al is het ook in haar leven niet alleen rozengeur en maneschijn, maar de nostalgie die doorklinkt in haar songs zorgt er voor dat 1988 qua sfeer niet heel veel afwijkt van de wat donkerdere albums in het genre.

Lori McKenna is, zeker in Nederland, helaas niet heel bekend, al heeft ze met haar vorige drie albums ook hier aandacht getrokken. Die aandacht verdient ze ook weer met het uitstekende 1988, dat laat horen dat de muzikante uit Massachusetts niet onder doet voor de erkende smaakmakers in het genre. Erwin Zijleman

Lori McKenna - The Balladeer (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lori McKenna - The Balladeer - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lori McKenna - The Balladeer
Lori McKenna verkeert de afgelopen jaren in topvorm en ook haar elfde album The Balladeer is weer een album dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek met de allerbesten mee kan

Lori McKenna schreef jarenlang de ene na de andere hit in Nashville, maar met haar eigen albums wilde het niet meer zo lukken. Met het in 2016 verschenen The Bird And The Rifle keerde de Amerikaanse singer-songwriter terug op het hoogste niveau en die vorm hield ze vast op het twee jaar geleden verschenen The Tree. Ook het wederom door topproducer Dave Cobb geproduceerde The Balladeer is weer een uitstekend album van Lori McKenna. Natuurlijk vanwege de geweldige songs, maar ook de instrumentatie, productie en prachtig doorleefd klinkende zang zijn van zeer hoog niveau. Topalbum weer van Lori McKenna.

De Amerikaanse singer-songwriter Lori McKenna kende ik lange tijd alleen van haar geweldige maar helaas wat ondergesneeuwde album Bittertown uit 2004. Sinds het 2016 verschenen The Bird And The Rifle, al het negende album van de singer-songwriter uit Stoughton, Massachusetts, krijgt ze echter eindelijk de aandacht die ze als singer-songwriter verdient en sindsdien ben ook ik bij de les.

The Bird And The Rifle hoorde bij de mooiste albums van 2016, terwijl opvolger The Tree een plekje in de jaarlijstjes van 2018 verdiende. Beide albums werden terecht overladen met superlatieven en prijzen en die haalde Lori McKenna ook nog eens binnen met de songs die ze schreef voor een bijzonder indrukwekkende waslijst met muzikanten die er toe doen in de Amerikaanse folk- en country scene.

Twee jaar na The Tree is er The Balladeer en ook dit is weer een geweldig album van Lori McKenna. Op haar elfde album kijkt Lori McKenna terug op haar leven als muzikant en als moeder. De in Stoughton, Massachusetts, geboren en getogen muzikante trouwde jong en kreeg maar liefst vijf kinderen. Haar drukke bestaan als moeder combineert Lori McKenna inmiddels al ruim 20 jaar met een leven als muzikant.

Ook voor haar nieuwe album toog ze weer naar Nashville, waar ook veel van haar eerdere albums werden opgenomen. In de hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek kreeg ze gezelschap van topproducer Dave Cobb, die ook tekende voor de productie van The Bird And The Rifle en The Tree. Dave Cobb heeft ook het nieuwe album van Lori McKenna weer voorzien van een mooie productie, waarin sober ingekleurde songs worden afgewisseld met net wat voller gearrangeerde songs. Het mooie en warme geluid kleurt perfect bij de mooie stem van Lori McKenna, die weer net wat meer emotie en doorleving laat horen in haar stem.

The Balladeer is in muzikaal opzicht misschien geen heel spannend album, maar de instrumentatie is steeds aangenaam en bijzonder trefzeker. Het is bovendien een instrumentatie die groeit wanneer je vaker naar het album luistert, want waar het in eerste instantie vooral aangenaam klinkt, hoor ik inmiddels steeds meer mooie accenten in het vakkundig geproduceerde geluid op het album, met een hoofdrol voor bijzonder fraai gitaarwerk van producer Dave Cobb zelf.

In vocaal opzicht maakt Lori McKenna ook dit keer indruk met een stem die meerdere kanten op kan en die altijd vol gevoel zit en hiernaast zijn er natuurlijk de uitstekende songs met vooral invloeden uit de folk en de country. Lori McKenna moet inmiddels worden geschaard onder de betere en de meest succesvolle songwriters in Nashville, maar ze heeft ook nog een aantal prima songs voor haar eigen album bewaard.

Het zijn songs die lekker in het gehoor liggen, maar die ook over het vermogen beschikken om de luisteraar te raken. The Balladeer is een album dat fraai terugkijkt op een leven als muzikant, vrouw en moeder. Natuurlijk is er af en toe een vleugje melancholie, maar over het algemeen genomen is het een positief album, wat in het hoogseizoen van de breakup albums ook wel eens prettig is. The Balladeer is het derde album op rij dat Lori McKenna heeft gemaakt met Dave Cobb en het is ook het derde uitstekende album op rij van de Amerikaanse singer-songwriter. Erwin Zijleman

Lori McKenna - The Bird & The Rifle (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lori McKenna - The Bird & The Rifle - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Lori McKenna duikt deze dagen op in flink wat van de Amerikaanse countryjaarlijstjes. Het is voor mij een grote verrassing, want Lori McKenna ken ik eigenlijk alleen maar uit het verleden.

Aan het eind van de jaren 90 dook haar naam voor het eerst op in het folkcircuit in Boston, aan het begin van het nieuwe millennium maakte ze twee hele aardige platen, maar de meeste opzien baarde de singer-songwriter uit Boston, Massachusetts, wat mij betreft met het in 2004 verschenen Bittertown, dat ik in het betreffende jaar schaarde onder de beste vrouwelijke singer-songwriter platen.

Hierna verloor ik Lori McKenna compleet uit het oog. Dat was ook niet zo moeilijk, want tussen haar meesterwerk uit 2004 en het dit jaar opgedoken The Bird & The Rifle verschenen zo te zien slechts twee platen, waarvan er één niet kon rekenen op positieve recensies. In de tussentijd was Lori McKenna in Nashville wel heel actief en succesvol als songwriter voor anderen.

Het afgelopen zomer verschenen The Bird & The Rifle werd in de Verenigde Staten zeer warm ontvangen en daar valt echt helemaal niets op af te dingen. In het genre dat me zo dierbaar is, heeft Lori McKenna immers een van de mooiste platen afgeleverd het afgelopen jaar.

Voor The Bird & The Rifle deed Lori McKenna een beroep op producer Dave Cobb en dat is op het moment bijna een garantie op succes. Dave Cobb, die vorig jaar achter de knoppen zat bij Sturgill Simpson, Corb Lund en Jason Isbell, deed dit jaar al hele mooie dingen voor Mary Chapin Carpenter, Amanda Shires, Brett Dennen en neef Brent Cobb en heeft hetzelfde gedaan voor Lori McKenna.

The Bird & The Rifle is voorzien van een mooi verzorgde en behoorlijk vol klinkende productie. De grotendeels akoestische en gloedvolle instrumentatie is opgepoetst met flink wat strijkers. Dat is soms wel wat veel van het goede of net wat te gladjes, maar op de plaat van Lori McKenna pakt het prachtig uit.

De Amerikaanse singer-songwriter is inmiddels achter in de veertig, wat heeft gezorgd voor een rauw randje op haar stembanden. Het zorgt voor flink wat doorleving en dat contrasteert prachtig met de mooi verzorgde instrumentatie en productie.

Op Bittertown manifesteerde Lori McKenna zich 12 jaar geleden niet alleen als een geweldig zangeres, maar bovendien als een zeer getalenteerd songwriter. Beide kunstjes is ze op The Bird & The Rifle nog niet verleerd. In vocaal opzicht is Lori McKenna de meeste van haar jongere concurrenten met gemak de baas en ook haar songs steken flink boven het maaiveld uit.

Dat de nieuwe plaat van Lori McKenna opduikt in de jaarlijstjes met de betere countryplaten van 2016 is dan ook niet meer dan logisch. Ik heb hem eerder dit jaar gemist, maar ben nu weer helemaal bij de les. Erwin Zijleman

Lori McKenna - The Tree (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lori McKenna - The Tree - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De muzikale carrière van de Amerikaanse singer-songwriter Lori McKenna heeft tot dusver een bijzonder en opvallend grillig verloop. Haar eerste platen werden nauwelijks opgemerkt en ook het in 2004 verschenen en geweldige Bittertown kreeg in eerste instantie nauwelijks aandacht.

Toen de plaat alsnog werd opgepikt nadat Faith Hill een aantal songs van Lori McKenna had gecoverd, werd de muzikante uit Stoughton, Massachusetts, direct geschaard onder de grote beloften in het genre. Lori McKenna tekende bij een major, maar haar major debuut, Unglamorous uit 2007, maakte de belofte helaas niet waar.

Lori McKenna keerde terug naar haar kleine label en leverde in 2011 met Lorraine een grotendeels genegeerde prachtplaat af. De Amerikaanse singer-songwriter leek vervolgens weer helemaal uit beeld te verdwijnen, maar maakte twee jaar geleden indruk met het bijzonder fraaie The Bird & The Rifle. Onlangs verscheen de opvolger van deze plaat en direct bij eerste beluistering van The Tree hoor je dat Lori McKenna de goede vorm van twee jaar geleden vast heeft weten te houden.

The Bird & The Rifle ontleende een deel van zijn kracht aan de trefzekere productie van Dave Cobb en het is dan ook goed nieuws dat de gewilde producer uit Nashville ook voor The Tree plaats nam achter de knoppen. The Tree ligt in het verlengde van de terecht geprezen voorganger en overtuigt met prima songs.

Het zijn songs die bijzonder fraai zijn ingekleurd door een stel gelouterde muzikanten, die van Dave Cobb allemaal een eigen een plekje hebben gekregen in het smaakvolle geluid op de plaat. Het kleurt fraai bij de voor de country gemaakte stem van Lori McKenna, die steeds nadrukkelijk op de voorgrond treedt. Het is een stem die met de jaren aan gevoel aan doorleving heeft gewonnen en ook op The Tree kan Lori McKenna de strijd met de betere zangeressen in het genre aan.

Lori McKenna is in country kringen al lange tijd een gewild songwriter, heeft een aantal hits van groten op haar naam staan en grossierde de afgelopen jaren in gerenommeerde prijzen binnen de countrymuziek. The Tree laat horen waarom dat zo is. De songs van de Amerikaanse singer-songwriter dringen zich makkelijk op, maar het zijn ook intieme songs vol diepgang en emotie. In muzikaal, productioneel en vocaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, maar Lori McKenna schrijft ook nog eens songs die ergens over gaan en die de persoonlijke thema’s niet schuwen.

The Bird & The Rifle ontdekte ik pas helemaal aan het eind van 2016 en was te laat voor mijn jaarlijstje, maar de plaat duikt zeker op tussen mijn favoriete platen in het genre van de afgelopen jaren.

Ook The Tree is weer een plaat die ik na een paar keer horen alleen maar wil koesteren. Lori McKenna heeft misschien niet de flair en de hitgevoeligheid van de populaire countrypop zangeressen van het moment, maar ze schrijft songs waar deze zangeressen een moord voor zouden doen en vertolkt ze met een dosis gevoel waarvan de lichtvoetige countrypop zangeressen (waar ik overigens een groot zwak voor heb) alleen maar kunnen dromen. De carrière van Lori McKenna kent zoals gezegd een grillig verloop, maar met haar laatste twee platen heeft ze een constant en griezelig hoog niveau bereikt. Erwin Zijleman

Lori Triplett - When the Morning Comes (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lori Triplett - When The Morning Comes - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lori Triplett - When The Morning Comes
De Amerikaanse muzikante Lori Triplett zat in een diep dal, maar kwam er uit door het maken van het bijzonder mooie en bij vlagen opvallend hoopvolle en lichtvoetige rootsalbum When The Morning Comes

Min of meer bij toeval kwam ik op het spoor van When The Morning Comes van Lori Triplett, maar het nieuwe album van de singer-songwriter uit Nashville werd me heel snel dierbaar. Het is een album dat opvalt door de mooie stem van Lori Triplett, door de vaak zeer sfeervolle klanken, door de lekker in het gehoor liggende songs, door de persoonlijke teksten en door de trefzekere combinatie van Amerikaanse rootsmuziek en een subtiel laagje pop. Het doet me meer dan eens denken aan de muziek die Jewel in de jaren na haar doorbraak maakte en dat is wat mij betreft een groot compliment. Ik had nog nooit van Lori Triplett gehoord, maar When The Morning Comes is een zeer aangename verrassing.

Tussen de stapels nieuwe albums van de afgelopen week die het etiket Amerikaanse rootsmuziek opgeplakt kregen, haalde ik When The Morning Comes van Lori Triplett. Het is volgens de website van de Amerikaanse muzikante haar derde album, maar op de streaming media diensten kom ik naast wat redelijk recente EP’s alleen haar inmiddels vijftien jaar oude album Safe Place To Land tegen, dat naar verluidt werd vooraf gegaan door haar debuutalbum uit 2004.

Wat Lori Triplett sinds haar tweede album heeft gedaan weet ik niet precies, maar ik lees op haar website wel dat het maken van When The Morning Comes een hele zware bevalling is geweest. De Amerikaanse muzikante werd gekweld door de angst om dierbaren in het algemeen en haar moeder in het bijzonder te verliezen en kwam naar eigen zeggen terecht in een ondoordringbare mist van donkere gedachten en verdriet. Het maken van When The Morning Comes heeft haar geholpen om de beklemmende mist te verdrijven, want hoewel het nieuwe album van Lori Triplett een album vol melancholie is, zijn de teksten van de Amerikaanse muzikante ook gevuld met hoop.

Ik heb in de eerste zin van deze recensie al verklapt dat het een album is dat past in het hokje Amerikaanse rootsmuziek en binnen dit genre kiest Lori Triplett voor een wat lichtvoetige variant, die ook zeker ruimte biedt aan invloeden uit de pop. When The Morning Comes doet me om meerdere redenen denken aan de albums die haar landgenote Jewel maakte na haar debuutalbum Pieces Of You.

Dat heeft deels te maken met de stem van Lori Triplett en haar manier van zingen. De stem van Lori Triplett lijkt minstens een deel van de tijd erg op die van Jewel, zeker als ze zingt met een lichte snik in haar stem. De associaties met de muziek van Jewel en dan met name associaties met haar tweede en derde album (respectievelijk Spirit en This Way) worden ook zeker opgeroepen door de songs. Het zijn songs met flink wat invloeden uit de folk en de country, maar ze zijn vervolgens voorzien van een smaakvol laagje pop, waarin vooral de wat steviger aangezette percussie opvalt.

Dat laagje pop wordt versterkt door flink wat instrumenten toe te voegen aan de sobere akoestische basis van deze songs. Dat doet Lori Triplett overigens niet in alle songs op het album, want When The Morning Comes bevat ook een aantal meer ingetogen songs, die dichter tegen de pure folk aan schuren. Het zijn stuk voor stuk mooie songs en het zijn songs die opvallen door de mooie instrumentatie, de overtuigende zang van Lori Triplett en haar zeer persoonlijke teksten.

When The Morning Comes van Lori Triplett moet zich proberen te onderscheiden van stapels andere nieuwe albums in het genre en wat mij betreft is de muzikante uit Nashville hier glansrijk in geslaagd. Ik vind de zang mooier dan die van de meeste concurrenten van Lori Triplett en ook in muzikaal opzicht overtuigt ze me net wat makkelijker. When The Morning Comes bevat een aantal songs die zich makkelijk opdringen, maar het nieuwe album van Lori Triplett begon voor mij pas echt te groeien toen ik het album voor de tweede en derde keer beluisterde. Het zal niet meevallen voor Lori Triplett om aandacht te trekken, maar ik zou zeker eens luisteren naar het bijzonder mooie When The Morning Comes. Erwin Zijleman

Los Coast - Samsara (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Los Coast - Samsara - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Los Coast - Samsara
Los Coast maakt de verwachtingen meer dan waar met een broeierig album dat van alles en nog wat aan elkaar smeedt en werkelijk geen moment verveelt

Los Coast heeft met Samsara een geweldig soulalbum afgeleverd, maar de band uit Austin, Texas, maakt zeker geen 13 in een dozijn soul. De muziek van de Texaanse band begint bij een authentiek klinkend soulgeluid, maar sleept er vervolgens van alles bij. Van funk tot R&B, van psychedelica tot rock, van gospel tot jazz. Samara van Los Coast is een feestje, maar ondertussen speelt de band de pannen van het dak en imponeert de rauwe soulstrot van voorman Trey Pivott steeds wat meer. In Austin en omstreken werd al een tijd uitgekeken naar dit album en waarom dat zo is, is na beluistering van Samsara overduidelijk.

Los Coast timmert al een aantal jaren stevig aan de weg binnen de muziekscene van Austin, Texas, en dat is een muziekscene waarin talent niet onopgemerkt blijft. Naar het debuut van Los Coast wordt dan ook al een aantal jaren uitgekeken, maar het deze week verschenen Samsara maakt een einde aan het lange wachten.

Ik had zelf niet veel tijd nodig om te concluderen dat het debuut van de band uit Austin, Texas, het wachten meer dan waard is. Los Coast vermaakt op haar debuut meedogenloos en doet dit met een opwindende mix van soul, funk, psychedelica, R&B en nog veel meer.

Los Coast beschikt in de persoon van frontman Trey Pivott over een uitstekend zanger. Het is een zanger die de emotie van de oude soulhelden combineert met de bravoure van de R&B en neo-soul zangers van recentere datum.

De heerlijk rauwe en soulvolle zang is echter niet het enige sterke wapen van Los Coast. De band bestaat uit een aantal uitstekende muzikanten en het zijn muzikanten die een heerlijk authentiek klinkend soulgeluid neer kunnen zetten. De muzikanten van Los Coast durven echter ook buiten de hokjes van de vintage soul te kleuren en doen dit met grote regelmaat.

Samsara is een album dat je het ene moment meesleept naar de soul uit de jaren 60 en 70, maar het volgende moment zit je midden in de R&B en neo-soul scene van het moment. Hier blijft het niet bij, want de leden van Los Coast hebben ook een zwak voor psychedelica, een voorliefde voor funk en zijn bovendien niet bang voor rock. In de meest funky moment klinkt Samsara als Prince in zijn jonge jaren, maar voor je het weet schiet het weer een andere kant op.

De dampende soul en funk op Samsara maken van het debuut van Los Coast vooral een album voor een feestje, maar ook wanneer je niet in een feeststemming bent, valt er op het album genoeg te genieten. Bijvoorbeeld van het uitstekende gitaarwerk op het album, dat zowel funky, jazzy als soulvol kan klinken, van de meedogenloos swingende ritmesectie of van het al even swingende toetsenwerk op het album, dat varieert van broeierige orgeltjes tot zweverige synths.

Los Coast maakt muziek vol energie en met een enorme flow en doet ook in dit opzicht aan Prince denken. Op hetzelfde moment sluit de band uit Austin, Texas, probleemloos aan bij de R&B of hiphop van het moment en past het ook in dit hokje, maar ook de muziek van Curtis Mayfield is een belangrijke inspiratiebron voor Los Coast geweest en zo kan ik nog wel even door gaan. Het is een flinke stapel hokjes die voorbij komt bij beluistering van Samsara van Los Coast, want je hoort op het debuut van Los Coast ook nog gospel, folk en nog veel meer, maar het stoort me geen moment.

Het debuut van de Texaanse band is een eersteklas feelgood album, maar ook later op de avond voldoet het album uitstekend en doen zeker de wat zwoelere tracks wonderen. De lat lag hoog op basis van alle berichten die aan dit album vooraf gingen, maar Samsara van Los Coast gaat er moeiteloos overheen. Erwin Zijleman

Los Lobos - Gates of Gold (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Los Lobos - Gates Of Gold - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Los Lobos werd in 1973 geformeerd in Los Angeles en gaat inmiddels dus al ruim 40 jaar mee. In de jaren 70 moest de band nog wat warmlopen, maar sindsdien staat de band ieder decennium garant voor minstens 1 klassieker.

Platen als How Will The Wolf Survive (1984) en Kiko (1992) heeft menig liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in de kast staan, maar ook de platen die Los Lobos de afgelopen 15 jaar heeft gemaakt mogen er zijn.

Sterker nog: Good Morning Aztlán (2002), The Ride (2004), The Town And The City (2006) en Tin Can Crust (2010) doen niet onder voor de beste platen die Los Lobos gedurende de jaren 80 en 90 maakte.

De afgelopen jaren bracht de band vooral prima live-platen uit, maar met Gates Of Gold voegt Los Lobos nu wederom een hele sterke studioplaat aan haar imposante oeuvre toe. Ook Gates Of Gold is weer een plaat die zich kan meten met de beste platen die Los Lobos heeft gemaakt en dat is knap voor een band die al ruim 40 jaar bestaat.

Los Lobos bestrijkt op haar laatste platen een opvallend breed palet en doet dat ook weer op deze nieuwe plaat. Vrijwel alle genres die onder de noemer Amerikaanse rootsmuziek kunnen worden geschaard komen voorbij op Gates Of Gold en in al deze genres kan Los Lobos uitstekend uit de voeten.

Gates Of Gold bevat lekker stevige rootsrock, muziek die teruggrijpt op de countryrock uit de jaren 60 en 70, intieme folk, rauwe blues en uiteraard songs met invloeden uit de Mexicaanse muziek. In muzikaal en vocaal opzicht staat het allemaal als een huis, maar Los Lobos slaagt er ook deze keer in om songs te schrijven die verrassen en de fantasie prikkelen.

Gates Of Gold is een uiterst veelzijdige plaat, maar het is ook een plaat van een bijzonder hoog niveau. Los Lobos wordt helaas vaak gezien als een band uit het verleden, maar ook deze plaat laat weer horen dat de band de concurrentie ook in het heden mijlenver voor is. Erwin Zijleman

Los Lobos - Llegó Navidad (2019)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Los Lobos - Llegó Navidad - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Los Lobos - Llegó Navidad
Tussen alle honingzoete kerstalbums van dit jaar duikt Los Lobos op met een geïnspireerde en kruidige mix van Tex-Mex en Latin, die ook na de kerstdagen nog prima smaakt

Het valt ook dit jaar niet mee om tussen de stapels kerstalbums die zijn verschenen iets fatsoenlijks te ontdekken. Toch is er dit jaar ook een heel leuk kerstalbum verschenen en dat is het album van de Amerikaanse band Los Lobos. Llegó Navidad klinkt vooral als een Los Lobos album en het is het soort Los Lobos album dat de Amerikaanse band al een tijd niet meer heeft gemaakt. Hier en daar duikt een kerstbelletje op, maar ik hoor toch vooral heel veel zonnestralen en plezier op dit album, dat het wachten op een echt nieuw album van de band iets makkelijker maakt.

Ook dit jaar zijn er weer stapels kerstalbums verschenen, maar het aantal echt interessante kerstalbums is met groot gemak op de vingers van één hand te tellen. Met afstand het leukste kerstalbum van het jaar komt wat mij betreft van de Amerikaanse band Los Lobos.

Llegó Navidad is zo’n leuk kerstalbum omdat het gelukkig niet het zoveelste kerstalbum is met volledig uitgemolken kersthits in een net wat ander jasje. Los Lobos haalt de meeste van de kerstsongs op het eigen kerstalbum uit Midden- en Zuid-Amerika, met een enkel uitstapje naar het zuiden van de Verenigde Staten en komt alleen helemaal aan het eind van het album met een uitbundige en wat melige versie van het hier wel uitgemolken Feliz Navidad op de proppen.

De band ging bij de keuze van de songs zeker niet over één nacht ijs, maar maakte een selectie uit meer dan 150 songs, waarna de band er nog een eigen kerstsong aan toevoegde. Hier en daar duikt een vleugje kerstmis op, maar voor de rest klinkt Llegó Navidad vooral als een regulier Los Lobos album en het is voor de afwisseling weer eens een grotendeels Spaanstalig en voornamelijk akoestisch Los Lobos album.

Llegó Navidad herinnert hierdoor aan albums als La Pistola Y La Corazon en Acoustic En Vivo, met hier en daar zoals gezegd een feestelijk uitstapje dat van Llegó Navidad toch een kerstalbum maakt. En om de feestvreugde verder te verhogen, worden hier en daar flink wat blazers ingezet en wordt het geluid van Los Lobos van extra warmte voorzien. Llegó Navidad is een album dat de sneeuwvlokken achterwege laat, maar zorgt voor heel veel zonnestralen. Daar is niets mis mee, want we komen hier wel wat vitamine D tekort in de donkere maanden van het jaar.

Natuurlijk is een kerstalbum per definitie niet veel meer dan een tussendoortje, maar er wordt op Llegó Navidad met veel passie gespeeld en gezongen. Voor liefhebbers van vuurwerk op de akoestische gitaar en zang vol gevoel, valt er op het kerstalbum van Los Lobos daarom voldoende te genieten en mij zitten de incidenteel opduikende kerstbelletjes in ieder geval niet echt in de weg.

Zeker de songs die niet zomaar herkenbaar zijn als kerstsongs, zouden niet misstaan op de reguliere Los Lobos albums en zeker niet op de albums waarop Spaanstalige songs en een akoestisch geluid domineren, waardoor het album een waardevolle aanvulling is op het oeuvre van de band.

Llegó Navidad schotelt je met kerst een opwindende schotel van Tex-Mex en traditionele Latijns-Amerikaanse muziek voor en het is een schotel die een stuk lichter en kruidiger is dan de gemiddelde kerstplaat en hierdoor niet als een baksteen op de maag ligt. Op hetzelfde moment durft Los Lobos hier en daar ook buiten de lijntjes te kleuren en voegt het op subtiele wijze invloeden uit andere genres toe, waardoor de Amerikaanse band ook opeens verrassend bluesy en soulvol kan klinken.

Llegó Navidad is een heerlijk kerstalbum, maar het is vooral ook een album dat doet uitzien naar een nieuw album van Los Lobos, want een band die zo geïnspireerd en urgent met kerstliedjes aan de slag gaat, moet ook tot grotere prestaties in staat worden geacht. Hoogste tijd dus voor een opvolger van het al uit 2015 stammende Gates Of Gold, dat ook al liet horen dat de muziek van Los Lobos nog niet aan slijtage onderhevig is. Erwin Zijleman

Los Lobos - Native Sons (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Los Lobos - Native Sons - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Los Lobos - Native Sons
Los Lobos gaat op Native Sons aan de haal met de popmuziek die in de jaren 70 in en rond Los Angeles werd gemaakt, maar eert stiekem ook het eigen oeuvre dat inmiddels zes decennia bestrijkt

Los Lobos is niet meer zo actief als in haar jonge jaren, maar alles wat de band uit Los Angeles de afgelopen 15 jaar heeft uitgebracht was raak. Dat kan ook weer gezegd worden van het nieuwe album van de Amerikaanse band. Native Sons bevat uitsluitend songs van anderen en bestrijkt in muzikaal opzicht een breed palet. Het bijzondere is dat alle songs werden gemaakt in en rond Los Angeles en dan met name in de jaren 60 en 70. Los Lobos covert songs van bekende en minder bekende muzikanten en maakt er eigen songs van. In muzikaal opzicht kon het al alle kanten op bij Los Lobos, maar Native Sons voegt nog wat genres toen aan een soundtrack voor warme zomerdagen, of de zon buiten nu schijnt of niet.

De Amerikaanse band Los Lobos debuteerde aan het eind van de jaren 70 en heeft inmiddels een imposant oeuvre opgebouwd. Het is een oeuvre waarin het in muzikaal opzicht alle kanten op kan. De band eerde op een aantal albums nadrukkelijk de Mexicaanse wortels van een aantal leden van de band, maar maakte ook typisch Amerikaanse rootsrock, om maar eens twee van vele genres te noemen. Bij het grote publiek is de band waarschijnlijk alleen bekend van de single La Bamba, maar iedereen die het oeuvre van Los Lobos kent, weet dat bijna alles dat de band hiernaast maakte veel interessanter is.

Los Lobos gaat zoals gezegd al een tijdje mee, maar de laatste paar albums van de band waren van een bijzonder hoog niveau en deden niet onder voor het beste werk van de band uit Los Angeles. Ook het vorige week verschenen Native Sons is een uitstekend album. Het is bovendien een album dat qua stijlen zo ongeveer de hele carrière van Los Lobos samenvat. Dat had de Amerikaanse band prima kunnen doen met een verzamelalbum of eventueel met herbewerkingen van eigen songs, maar Los Lobos heeft gekozen voor een andere benadering.

Native Sons bestaat uitsluitend uit covers en het bijzondere is dat het allemaal covers zijn van muzikanten die opereerden vanuit Los Angeles en de directe omgeving van de stad. Los Lobos is bij de keuze van de songs niet eenkennig geweest, want het kan alle kanten op. Van blues tot soul, van psychedelica tot Latin, van folk tot (Westcoast) pop, van rock ’n roll tot jazz en nog veel meer.

Nu ben ik lang niet altijd gek op albums met louter covers, maar Native Sons is een zeer smaakvol album met covers. Het zijn zeker niet de geijkte songs die je op veel meer albums met covers voorbij hoort komen, wat overigens niet betekent dat Los Lobos kiest voor het obscuurdere werk. Op Native Sons komen immers ook songs van een aantal grote namen voorbij, waaronder songs van Buffalo Springfield (2x), Jackson Browne, The Beach Boys, Patsy Cline en John Hiatt. Ondanks de veelheid aan stijlen springt Native Sons niet van de hak op de tak. Het album neemt je mee naar het Los Angeles van de jaren 60 en 70 en houdt je daar bijna 50 minuten vast.

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder aangenaam. Het gitaarwerk is prachtig, zeker in de wat bluesy uithalen, de hier en daar toegevoegde blazers voegen warmte toe en ook de ritmesectie speelt geweldig. In vocaal opzicht is Native Sons nog wat beter. De zang is laid-back en soulvol en schakelt moeiteloos tussen de vele genres die op het album worden aangetikt.

For What It’s Worth van Buffalo Springfield is wat mij betreft een song waar iedereen af moet blijven, maar de versie van Los Lobos is verrassend goed. Het geldt eigenlijk voor alle covers op het album, die ondanks de grote verscheidenheid een eenheid vormen en ook klinken als Los Lobos songs. Met de songs van anderen eert Los Lobos immers niet alleen de muzikanten die in de jaren 70 in en rond Los Angeles actief waren, maar eert het bovendien het eigen oeuvre.

Er zijn niet veel bands die in zes decennia relevant zijn, maar Los Lobos levert ook in de jaren 20 een album af dat zich kan meten met het beste werk van de band, al blijven How Will The Wolf Survive? uit 1984, Kiko uit 1992 en The Town And The City uit 2006 de hoogtepunten in het oeuvre van de Amerikaanse band, maar ook Native Sons ga ik nog vaak beluisteren. Erwin Zijleman

Lost Bear - Inside the Dragon (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lost Bear - Inside The Dragon - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

In het voorjaar van 2011 debuteerde de uit Utrecht afkomstige band Lost Bear met het indrukwekkende Limshasa. Het was een debuut dat zich maar lastig in een hokje liet duwen.

Lost Bear liet zich op haar debuut vooral beïnvloeden door 90s rock, maar gaf via vele uitstapjes buiten de gebaande paden ook een geheel eigen draai aan haar muziek, die onder andere met trompetten werd ingekleurd.

Limshasa kreeg eind 2012 een vervolg met de fraaie EP Shingolai, die voortborduurde op het debuut, maar ook groei liet horen. Vorig jaar verscheen het op cassette (!) uitgebrachte Monkey Pop, dat me op een of andere manier ontging, maar naar verluid een donker en psychedelisch geluid liet horen.

Lost Bear is nu terug met Inside The Dragon en ook dit is een buitengewoon ambitieus project. Inside The Dragon is een heuse dubbel LP met 30 songs in iets meer dan 70 minuten. De muziek van Lost Bear was op haar vorige platen al bijna niet in een hokje te duwen, maar met Inside The Dragon is dat echt onmogelijk geworden.

Lost Bear neemt je op haar nieuwe plaat mee op een tijdreis door een aantal decennia popmuziek en kiest hierbij zeker niet voor de makkelijkste route. Direct in de openingstracks laat Lost Bear horen dat het van vele markten thuis is. Een duistere instrumentale track wordt gevolgd door een funky track vol flarden Talking Heads en Tom Tom Club, waarna Lou Reed, dEUS en Pearl Jam worden samengesmeed tot een bezwerende rocksong.

De muziek van Lost Bear is muziek die uitnodigt tot associëren, maar ondanks alle associaties is het ook muziek die je nog niet eerder gehoord hebt. Na een vervreemdend intermezzo gaat de Utrechtse band los met meedogenloze hardcore, die weer gevolgd wordt door een prachtig melodieuze track waarvoor Radiohead zich niet zou schamen, maar waarmee ook Pearl Jam best uit de voeten zou kunnen.

Inside The Dragon is dan pas een kwartier onderweg, maar je bent al alle kanten opgeslingerd. Dat blijft zo bij beluistering van de rest van de plaat. Lost Bear maakt nog steeds muziek die geïnspireerd is door de indierock en lo-fi uit de jaren 90, maar de band maakt zoveel uitstapjes dat er eigenlijk geen label is te plakken op de muziek van Lost Bear.

Inside The Dragon heeft zijn psychedelische momenten, experimenteert met elektronica, geeft gas en neemt gas terug en overtuigt zowel met lekker in het gehoor liggende rocksongs als met songs die veel lastiger te doorgronden zijn.

Pearl Jam heb ik al een paar keer genoemd als vergelijkingsmateriaal, maar ook de namen van Dinosaur Jr. en Buffalo Tom komen weer meerdere keren boven drijven, zeker op de eerste plaatkanten. Hetzelfde geldt voor Pavement en Guided By Voices.

Inside The Dragon schiet uiteindelijk zoveel kanten op dat het onmogelijk is om snel een oordeel te vormen over de plaat. Zeker in eerste instantie is het raadzaam om de plaat gedoseerd te beluisteren, waarbij opvalt dat de vier plaatkanten verschillende geluiden laten horen en de plaat met name aan het eind steeds stemmiger en intenser gaat klinken en met name Radiohead en Elbow domineren als vergelijkingsmateriaal.

Inmiddels heb ik Inside The Dragon meerdere malen beluisterd en vind ik het niet alleen een interessante en spannende plaat, maar ook een hele goede plaat. Heel af en toe komt er een track voorbij die niet zoveel met me doet, maar Lost Bear laat ook flink wat wonderschone tracks horen, die nog maar eens onderstrepen dat we hier te maken hebben met één van de smaakmakers in de alternatieve Nederlandse muziekscene.

Ik zet de plaat nog maar eens op en weer hoor ik nieuwe dingen. En de groei is er nog lang niet uit. Liefhebbers van rockmuziek die buiten de lijntjes kleurt moeten hier echt naar luisteren. Erwin Zijleman

Lost Horizons - In Quiet Moments (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lost Horizons - In Quiet Moments - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lost Horizons - In Quiet Moments

Lost Horizons komt ruim drie jaar na het fraaie Ojalá met een album dat in muzikaal en vocaal opzicht nog wat diverser is, maar dat net als zijn voorganger betovert met de ene prachtsong na de andere
Projecten met een grote groep gastvocalisten slagen maar zelden. Het klinkt al snel als een ratjetoe en het niveau is vaak wisselvallig. Richie Thomas en Simon Raymonde lieten met Ojalá horen dat het ook anders kan en doen dat nu nogmaals met In Quiet Moments. Het knappe van het nieuwe album is dat de gastzangers en -zangeressen nog wat diverser zijn en er in muzikaal opzicht meer vrijheidsgraden zijn, maar dat de consistentie toch weer aardig is behouden. Het klinkt iedere keer weer net wat anders, maar het zijn geen reuzensprongen. Verder is de kwaliteit van de songs alleen maar gegroeid. Ik had het niet verwacht, maar Lost Horizons heeft het weer geflikt.


Lost Horizons debuteerde aan het eind van 2017 met het bijzonder fraaie Ojalá. Het project van voormalig The Jesus And Mary Chain drummer Richie Thomas en The Cocteau Twins bassist en toetsenist, man achter het project This Mortal Coil en Bella Union platenbaas Simon Raymonde deed voor het debuut van hun project een beroep op een groot aantal gastvocalisten, onder wie Marissa Nadler, Sharon van Etten, Tim Smith (Midlake), Hazel Wilde (Lanterns On The Lake) en Karen Peris (The Innocence Mission).

Het zorgde in vocaal opzicht voor een zeer divers album, maar omdat alle gastvocalisten moesten opereren binnen het donkere maar zeer sfeervolle geluid van Lost Horizons was Ojalá ook een verrassend consistent album. Deze week keert Lost Horizons terug met een tweede album, In Quiet Moments.

Richie Thomas en Simon Raymonde zijn ook dit keer verantwoordelijk voor het geluid van Lost Horizons, maar voor de zang werd wederom een beroep gedaan op gastvocalisten. De gastenlijst overlapt deels met die voor het debuutalbum (Marissa Nadler, Tim Smith, Gemma Dunleavy, Cameron Neal en Karen Peris zijn ook dit keer van de partij), maar met Jack en Lily Wolter (Penelope Isles), Dana Margolin (Porridge Radio), C. Duncan, Ren Harvieu, Laura Groves en John Grant worden ook wat aansprekende nieuwe namen toegevoegd aan de gastenlijst, waarbij het natuurlijk hielp dat Simon Raymonde een prachtig platenlabel in zijn bezit heeft.

In Quiet Moments opent met een door Jack en Lily Wolter (Penelope Isles) gezongen track, die in muzikaal opzicht voortborduurt op het debuut van Lost Horizons. De klanken zijn even dromerig als zweverig met diepe bassen en zwierige ritmes als drijvende kracht. Het verandert wanneer in de tweede track de reggae klanken van The Hempolics opduiken en dat is zeker niet de enige keer dat het geluid van Lost Horizons een wat andere kant op schiet.

Richie Thomas en Simon Raymonde wisten op het debuut van hun project de consistentie aardig te bewaken, maar staan dit keer uitstapjes buiten de gebaande paden toe. In Quiet Moments herinnert in flink wat tracks aan de pracht van Ojalá, maar verkent ook andere wegen. Dat pakt soms prachtig uit, zoals in de track met Dana Margolin (Porridge Radio), die de postpunk uit de jaren 80 op geweldige wijze laat herleven, maar ook de bijzondere klanken van Lost Horizons omarmt, tot de gitaar er dwars doorheen snijdt.

Ook de twist die John Grant geeft aan het geluid van het project van Richie Thomas en Simon Raymonde is geslaagd, net als de zwoele soulverrassing van Ural Thomas en de beklemmende voordracht van Rosie Blair en zo sleept In Quiet Moments zich toch weer vrij makkelijk van hoogtepunt naar hoogtepunt en heb ik er ook weer wat favoriete vrouwenstemmen bij (die van KookieLou bijvoorbeeld).

Projecten als Lost Horizons komen meestal niet of slechts matig uit de verf of weten slechts eenmalig te betoveren. Richie Thomas en Simon Raymonde betoveren voor de tweede keer en slagen er met In Quiet Moments in om vijf kwartier lang te vermaken. Niet alles is even goed, maar het aantal mindere tracks is zeer beperkt terwijl het aantal uitschieters naar boven nog wat groter is dan op het terecht zo geprezen Ojalá ruim drie jaar geleden. Al met al een uitstekend album. Erwin Zijleman