MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

ROSÉ - rosie (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: ROSÉ - rosie (2024) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: ROSÉ - rosie (2024)
Ik heb het debuutalbum van ROSÉ in december niet opgemerkt of ging er van uit dat het niets voor mij was, maar de K-pop ster heeft een verrassend sterk album afgeleverd, dat niet misstaat tussen de grote popalbums

Liefhebbers van popalbums hebben de laatste tijd niets te klagen, want nogal wat grote popsterren doken het afgelopen jaar op met een nieuw album. Ik hou het genre best goed in de gaten, maar rosie van ROSÉ is me niet opgevallen. Mogelijk door de onhandige releasedatum in december en mogelijk om dat ik niets heb met K-pop. ROSÉ is een van de grote sterren uit het genre en bewijst met haar eind vorig jaar verschenen debuutalbum rosie dat ze niet alleen binnen de K-pop tot grootse daden in staat moet worden geacht. Het debuutalbum van de K-pop ster laat een veelzijdig geluid horen, staat vol met aansprekende songs en laat horen dat ROSÉ geweldig kan zingen. Het sterrendom lonkt wat mij betreft, ook buiten de K-pop.

Ik heb absoluut een zwak voor pop en daar schaam ik mij zeker niet voor. Pop mag van mij ook best aan de gladde kant zijn en ook als er in productioneel en vocaal opzicht hoorbaar flink gesleuteld is aan een popalbum haak ik niet direct af. Toch is het niet zo dat alle grote popalbums van het moment mij goed bevallen, want de meeste popalbums laat ik uiteindelijk liggen.

Het deze week bejubelde nieuwe album van Kesha heb ik snel weer opzij gelegd en ook het vorig jaar zo uitvoerig geprezen album van Charli XCX is bij mij eerlijk gezegd nooit echt geland en dit ondanks het feit dat ik het album talloze keren heb beluisterd, zeker toen brat eind vorig jaar talloze jaarlijstjes aanvoerde.

Ik heb vorig jaar heel veel popalbums besproken, maar in december verscheen er nog een die bij mij tussen wal en schip is gevallen. Het is een album dat ik een paar weken geleden pas heb ontdekt en dat me bij iedere keer horen weer net wat beter bevalt. Het gaat om het album rosie van ROSÉ, dat overigens flink wat aandacht heeft gekregen, ook van muziekmedia die ik normaal gesproken raadpleeg.

ROSÉ is het alter ego van de in het Nieuw-Zeelandse Auckland geboren Roseanne Park. Ik had echt nog nooit van haar gehoord en dat heeft alles te maken met een flinke blinde vlek. ROSÉ is immers een van de grootste sterren uit de K-pop, die de afgelopen jaren ongelooflijke aantallen fans aan zich heeft weten te binden.

Samen met Jisoo, Jennie en Lisa vormde ze de razend populaire Koreaanse band BlackPink, die in het genre de nodige records heeft gebroken. Het is me allemaal ontgaan en dat geldt dus ook voor het eind vorig jaar verschenen eerste soloalbum van ROSÉ. Het is jammer want rosie is echt een prima album, als je van pop met een hoofdletter P houdt tenminste.

Het is een album waar flink wat geld is gestoken, wat gezien de status van ROSÉ als een van de grote sterren uit de K-pop ook niet zo gek is. Voor rosie werd een enorm blik met producers open getrokken, van wie ik de meeste overigens niet ken. Meestal ben ik niet zo gek op albums waarop iedere producer zijn of haar kunstje wil doen, maar rosie van ROSÉ klinkt verrassend consistent.

Ik ben niet heel bekend met K-pop en het debuutalbum van ROSÉ gaat daar niets aan veranderen, want het alter ego van Roseanne Park blijft op het album redelijk verwijderd van de K-pop en kiest voor Amerikaans klinkende popmuziek. Luister naar rosie en je hoort echo’s van flink wat grote popalbums uit het recente verleden. Je hoort het in de zwaar aangezette ballads, waarvan er flink wat zijn te vinden op het album, maar je hoort het ook in de songs die zijn voorzien van een zwoele R&B injectie.

Hier blijft het niet bij, want ROSÉ blijkt op haar debuutalbum verrassend veelzijdig en laat horen dat ze ook uit de voeten kan met meer ingetogen of juist wat stevigere songs. Het klinkt in muzikaal en productioneel allemaal zeer verzorgd en bijzonder aangenaam en ook met de songs van de K-pop ster is niets mis. ROSÉ blijkt ook nog eens een prima zangeres, die flink kan uithalen in de zwaar aangezette ballads, maar ook makkelijk overeind blijft in de meer ingetogen tracks.

Ik heb pop liever net wat meer indie of eigenzinniger dan hetgeen ROSÉ laat horen op haar debuutalbum, maar als ik dit album vergelijk met een aantal recent verschenen grote popalbums, gaat mijn voorkeur duidelijk uit naar het uitstekende rosie. Erwin Zijleman

Rose City Band - Sol y Sombra (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rose City Band - Sol Y Sombra - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Rose City Band - Sol Y Sombra
De echte zomer laat nog wel even op zich wachten, maar met het lome en broeierige Sol Y Sombra van de Amerikaanse band Rose City Band komen de zonnige en zorgeloze tijden nu al binnen bereik

Rose City Band kan niets verkeerd doen bij de critici, maar zelf liet ik de meeste albums van de band uit Portland, Oregon, liggen en dat ondanks het feit dat het bij vluchtige beluistering allemaal wel erg lekker klonk. Ook Sol Y Sombra klinkt bij vluchtige beluistering bijzonder lekker. De met name door countryrock uit de jaren 70 beïnvloede muziek klinkt warm en dromerig en is fraai ingekleurd met veel snareninstrumenten. Ook de zang van voorman Ripley Johnson is aangenaam en past perfect bij de wat lome klanken. De vorige albums van de Amerikaanse band schoof ik om onduidelijke redenen snel aan de kant, maar dat gaat met het heerlijke Sol Y Sombra zeker niet gebeuren.

Ik laat de muziek van de Amerikaanse band Rose City Band de afgelopen jaren vooral liggen. Alleen het tweede album van de band, het in 2022 verschenen Summerlong, kreeg een recensie op de krenten uit de pop, maar het was wel een hele positieve.

Rose City Band is de band van de ook van Moon Duo en Wooden Shjips bekende Amerikaanse muzikant Ripley Johnson, die op de albums van zijn band invloeden uit de psychedelica uit de jaren 60 en 70 en invloeden uit de 70s countryrock op fraaie wijze aan elkaar smeedt.

Het is kennelijk muziek waarvoor ik in de stemming moet zijn, want het eerste, derde en vierde album van Rose City band liet ik links liggen en dit ondanks zeer positieve recensies in de muziekmedia en zeker niet alleen de media die zijn gericht op Amerikaanse rootsmuziek. Ook het deze week verschenen Sol Y Sombra kan weer rekenen op zeer lovende kritieken, waardoor ik het album toch weer op de stapel heb gelegd.

Bij eerste beluistering van het album wist ik direct wat me aansprak en wat me tegen stond bij beluistering van de meeste van de vorige albums van de Amerikaanse band. Wat aanspreekt is de lekker lome en ook warme sfeer van de muziek van Rose City Band en ook de randjes psychedelica en country vind ik vooral aangenaam. Ripley Johnson heeft zijn album Sol Y Sombra genoemd, wat staat voor zon en schaduw. Het is een mooie titel, want de zon schijnt op het album zo intens dat een incidenteel stapje in de schaduw niet verkeerd is.

Zoals gezegd is er ook wel iets dat me tegen staat bij beluistering van de muziek van Rose City Band. Het is het soms bijna gezapige karakter van de songs, wat bij mij associaties oproept met Dire Straits. De Britse band maakte met name in het laatste deel van haar bestaan een aantal grenzeloos saaie albums, waardoor associaties met Dire Straits voor mij meestal killing zijn. Het is niet helemaal eerlijk, want de eerste albums van Dire Straits kon ik heel goed verdragen en bovendien moeten de associaties met de Britse band bij beluistering van Sol Y Sombra van Rose City Band niet worden overdreven.

Toen ik de associatie opzij had gezet beviel het nieuwe album van Rose City Band me een stuk beter en sindsdien ervaar ik het randje Dire Straits alleen maar als aangenaam, net zoals ik dat doe bij de albums van de Britse band Curse Of Lono.

Sol Y Sombra doet het bovendien uitstekend in het huidige seizoen en in de toestand waarin de wereld zich momenteel bevindt. De koude en vaak wat sombere winterdagen van het moment en al het nare wereldnieuws worden naar de achtergrond verdreven door de warme en lome klanken van Rose City Band, waarin de zonnestralen niet te tellen zijn en je jezelf in een zorgeloze zomer waant. Het is vast geen toeval dat de zon zich weer wat vaker laat zien sinds ik dit album beluister en ik blijf het dan ook zeker doen.

De stem van Ripley Johnson pracht pastig bij de vooral door countryrock beïnvloede klanken op Sol Y Sombra, waarbinnen vooral het prachtige gitaarwerk continu de aandacht trekt en uiteraard is ook de in het genre onmisbare pedal steel van de partij. Het klinkt allemaal bijzonder lekker en ook heerlijk ontspannend, maar ook met de kwaliteit van de muziek, de zang en de songs op Sol Y Sombra zit het helemaal goed. Toch wat beter in de gaten blijven houden deze band. Erwin Zijleman

Rose City Band - Summerlong (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rose City Band - Summerlong - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rose City Band - Summerlong
Rose City Band verwarmt de ruimte met even tijdloze als zonnige klanken die putten uit de countryrock en psychedelica uit de jaren 60 en 70

Het debuut van Rose City Band vond ik vorig jaar niet voldoende onderscheidend, maar beviel me vorige week opeens prima. Het tweede album van de band rond Ripley Johnson (ook actief in de bands Moon Duo en Wooden Shjips) is nog veel beter. Het geluid van de band is net wat rijker ingekleurd en laat klanken horen die in het hokje cosmic country passen. Heerlijk zonnige klanken om bij weg te dromen, maar de muziek van de band en het gitaarwerk in het bijzonder steken knap in elkaar en ook de songs van Rose City Band zijn van hoog niveau. Over het debuut had ik nog wat twijfels, maar Summerlong wil ik alleen maar omarmen en koesteren, een hele zomer lang.

Rose City Band, de band rond de ook van Moon Duo en Wooden Shjips bekende Amerikaanse muzikant Ripley Johnson, debuteerde begin vorig jaar alleraardigst met een zonnig klinkend album, waarop invloeden uit de psychedelica uit de jaren 60 en 70 en invloeden uit de 70s countryrock op fraaie wijze aan elkaar werden gesmeed.

Het titelloze album van de band uit Portland, Oregon, kwam destijds niet door mijn selectie, maar toen ik het album eerder deze week nog eens beluisterde, begreep ik eerlijk gezegd niet zo goed waarom ik het album terzijde schoof. Het debuut van Rose City is immers een aangenaam album dat even laid-back als tijdloos voortkabbelt, continu zorgt voor een goed gevoel en opvalt door fraaie gitaarlijnen en prima zang.

Het is een omschrijving die ook op gaat voor het tweede album van de band, dat deze week verscheen. Het betekent overigens niet dat Summerlong over de hele linie vergelijkbaar is met het debuut van Rose City Band. Waar op het debuut van de Amerikaanse band de balans uiteindelijk toch doorsloeg in het voordeel van 60s en 70s psychedelica, trekken dit keer invloeden uit de 70s countryrock aan het langste eind.

Wat is gebleven zijn de tijdloze klanken die driftig strooien met zonnestralen. Nu de zon ook buiten uitbundig schijnt, komen deze klanken misschien wat makkelijker aan dan bij de release van het debuut van de band, midden in de winter, maar ook in muzikaal opzicht bevalt Summerlong me net wat beter dan zijn voorganger.

Ook op Summerlong draait alles om de mooie gitaarlijnen van Ripley Johnson en zijn heerlijk lome zang, maar de extra versiersels die de Amerikaanse muzikant heeft aangebracht hebben zeker meerwaarde. Door gebruik van onder andere de pedal steel schuift het album wat meer pop richting psychedelische country of cosmic country en in dit genre is Rose City Band net wat onderscheidender.

Summerlong klinkt als een net wat beter uitgewerkte versie van het debuut van de band en de extra aandacht die is besteed aan de instrumentatie en de productie heeft zeker meerwaarde. Invloeden uit de 70s countryrock zorgen voor een dromerige en nostalgische sfeer, waarna de wat psychedelischer aandoende uitbarstingen zorgen voor spanning en avontuur. Summerlong is een album vol referenties naar het verre verleden, maar de net wat eigenzinnigere mix van invloeden zorgt er voor dat de muziek van de Amerikaanse band ook wel wat eigentijds heeft.

Iedereen die het werk van zijn andere bands kent weet dat Ripley Johnson een uitstekend songwriter en gitarist is en beide kunsten etaleert hij ook nadrukkelijk op Summerlong, dat continu het oor streelt met tijdloze popsongs en prachtige gitaarlijnen die breed uitwaaien en de muziek van de band voorzien van een beeldend karakter. Summerlong van Rose City Band is een album dat het verlangen naar een zorgeloze zomer aanwakkert, maar het is ook een album dat de zomer onmiddellijk in huis haalt.

Het album is overigens niet over de hele linie zonnig. Summerlong werd grotendeels opgenomen in de zomer, maar werd, na een tour, afgemaakt in de winter, wat je hoort in songs die net wat weemoediger klinken. Als je naar het album luistert waan je je heel even in de jaren 70, waarin coronavirussen voor de gemiddelde aardbewoner nog ver weg waren. Voelt lekker. Erwin Zijleman

Rose Cousins - Conditions of Love - Vol 1 (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rose Cousins - Conditions Of Love Vol. 1 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Rose Cousins - Conditions Of Love Vol. 1
De Canadese muzikante Rose Cousins gaat al een tijdje mee, maar het deze week verschenen Conditions Of Love Vol. 1 is mijn eerste kennismaking met haar muziek en het is een kennismaking die naar meer smaakt

Rose Cousins vertrouwt op haar nieuwe album vooral op haar piano en haar stem, wat een wat nostalgisch klinkend singer-songwriter album oplevert. Het is een stemmig klinkend album wat wordt versterkt door de inzet van flink wat strijkers. Het klinkt allemaal prachtig, zeker omdat de Canadese muzikante een uitstekende zangeres is, die met veel precisie en gevoel zingt. Het komt allemaal samen in een serie persoonlijke en zeer aansprekende songs, die laten horen dat Rose Cousins al een tijdje mee draait in de muziek. Ik had nog nooit van Rose Cousins gehoord, maar Conditions Of Love Vol. 1 is een uitstekend singer-songwriter album, dat anders klinkt dan de meeste andere albums die momenteel in het genre verschijnen.

Ik kwam de naam Rose Cousins vorige week pas voor het eerst tegen. De Canadese muzikante is te horen op het uitstekende nieuwe album van Kris Delmhorst, waarop meerdere gastvocalisten zijn te horen. Rose Cousins is te horen in de openingstrack en de slottrack van Ghost In The Garden van Kris Delmhorst en maakt wat mij betreft twee keer indruk. Toen ik haar naam zag opduiken in de lijsten met de nieuwe albums van deze week was mijn interesse voor het nieuwe album van Rose Cousins direct gewekt.

Ik was de naam Rose Cousins misschien nog nooit eerder tegen gekomen, maar het is zeker geen nieuwkomer in de muziek. Op Spotify kwam ik een ruime handvol albums tegen, die me overigens geen van allen bekend voor komen. Het is best bijzonder, want mijn antenne staat al jaren afgesteld op vrouwelijke muzikanten en Rose Cousins maakt het soort muziek waar ik van hou.

Het deze week verschenen Conditions Of Love Vol. 1 is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Canadese muzikante en het is een kennismaking die naar veel meer smaakt. Het album opent een anderhalve minuut durende piano ouverture en ook op de rest van het album staat de piano centraal.

Rose Cousins maakt op Conditions Of Love Vol. 1 door piano gedomineerde singer-songwriter pop en het is singer-songwriter pop van het tijdloze soort. De Canadese muzikante laat op haar nieuwe album prachtige en zeer sfeervolle pianoakkoorden horen. Het zijn klanken die zorgen voor een bijzondere sfeer en die sfeer wordt nog wat versterkt door al even mooie en stemmige strijkersarrangementen.

Door de combinatie van zwaar aangezette pianoakkoorden en al even stevig aangezette strijkers heeft Conditions Of Love Vol. 1 een duidelijke jaren 70 vibe, maar het album klinkt zeker niet gedateerd. De pianoklanken op het album worden in een aantal tracks gecombineerd met de klanken van een competent spelende band en ook als het geluid van Rose Cousins wat voller klinkt heb ik vooral associaties met muziek uit de jaren 70, wat tegenwoordig overigens zeer populaire invloeden zijn.

In muzikaal opzicht kan ik wel wat met de muziek van Rose Cousins, maar de Canadese muzikante maakt ook zeker indruk als songwriter. De songs op Conditions Of Love Vol. 1 laten stuk voor stuk horen dat we te maken hebben met een gelouterde songwriter en het zijn songs die zich niet alleen makkelijk opdringen, maar zich vervolgens ook makkelijk in het geheugen nestelen.

Het nieuwe album van Rose Cousins is een album dat tien tracks lang zorgt voor een goed gevoel, waardoor je bijna vergeet om heel goed te luisteren naar haar songs. Als je dit wel doet hoor je hoe goed Rose Cousins is op haar nieuwe album, want alles op dit album ademt kwaliteit.

Over de songs en de muziek heb ik al wat gezegd en ook de productie is prachtig, maar het is de stem van Rose Cousins die de meeste indruk maakt. De zang op Conditions Of Love Vol. 1 is echt bijzonder mooi en combineert kracht met souplesse en emotie. Het wordt allemaal versterkt door de prachtige pianoklanken en de al even mooie strijkers.

Conditions Of Love Vol. 1 is mijn eerste kennismaking met de muziek van Rose Cousins. Ik ga zeker ook haar andere werk beluisteren de komende tijd, maar ik verheug me ook al enorm op Vol. 2. en wat mij betreft komen er nog aantal delen bij. Erwin Zijleman

Rose Hotel - A Pawn Surrender (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rose Hotel - A Pawn Surrender - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rose Hotel - A Pawn Surrender
Het tweede album van Rose Hotel, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Jordan Reynolds, valt op door een bijzondere mix van genres, door een lekker vol en tijdloos geluid en zeker ook door een uitstekende stem

De muzikale verrichtingen van de Amerikaanse muzikante Jordan Reynolds waren me tot voor kort ontgaan, maar ik ben zeer gecharmeerd van het tweede album van haar project Rose Hotel. A Pawn Surrender verwerkt zowel invloeden uit het verleden als uit het heden en is niet vies van een genre meer of minder. Het levert een bonte mix van Amerikaanse rootsmuziek, rock, psychedelica en pop op en het is een mix die zich onmiddellijk opdringt. Het klinkt allemaal erg mooi en aangenaam, maar Jordan Reynolds blijkt ook nog eens voorzien van een hele mooie en karakteristieke stem, die het bijzondere karakter van de songs van Rose Hotel nog wat verder versterkt.

Jordan Reynolds is een singer-songwriter uit Atlanta, Georgia, die de afgelopen jaren werkte met onder andere de bands Neighbor Lady en Susto en met de als een komeet omhoog geschoten Faye Webster en die in 2019 bovendien een album afleverde onder de naam Rose Hotel. De Amerikaanse muzikante keert deze week terug met het tweede album van Rose Hotel en A Pawn Surrender is niet alleen een overtuigend, maar ook een heel opvallend album.

Dat opvallende zit hem vooral in de verschillende genres die Jordan Reynolds voorbij laat komen op het album. A Pawn Surrender is een album met flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar ik hoor ook volop invloeden uit de psychedelica, uit de folkrock en uit de indierock en zo zijn er nog wel wat invloeden die voorbij komen op het tweede album van Rose Hotel, waaronder een aangenaam randje pop.

Het zorgt er voor dat A Pawn Surrender wat lastig is te plaatsen en het album je bovendien wat heen en weer sleurt tussen verschillende muziekstijlen en uiteenlopende decennia uit de geschiedenis van de popmuziek. Op hetzelfde moment zorgen de meeste songs op het album voor een feest van herkenning, want de songs van Jordan Reynolds zijn niet alleen aansprekend maar ook zeer toegankelijk.

Ik hoor dit jaar heel veel albums die op elkaar lijken, maar daar hoort het tweede album van Rose Hotel in ieder geval niet bij. A Pawn Surrender citeert weliswaar rijkelijk uit het verleden, maar ik ken geen recent album dat zo klinkt als het tweede album van Rose Hotel. Het is een album dat ook nog eens echt geweldig klinkt, want samen met de mij onbekende producers Damon Moon en Graham Tavel en de mij wel bekende Drew Vandenberg heeft Jordan Reynolds een rijk en veelzijdig geluid in elkaar geknutseld.

Het is een lekker vol en warm geluid, dat de ruimte op aangename wijze vult, waarna wat stekelige accenten van met name gitaren zorgen voor de altijd welkome eigenzinnigheid. De meeste instrumenten zijn lekker stevig aangezet, wat zorgt voor een wat nostalgisch maar ook zeer aangenaam geluid. Wanneer de pedal steel zijn werk doet zit Rose Hotel opeens midden in de Amerikaanse rootsmuziek, maar de Amerikaanse muzikante maakt ook lekker gruizige rootsmuziek als het moet, waarbij het gitaarwerk in positieve zin opvalt.

Al die mooie klanken zijn onderdeel van een serie aansprekende songs, die niet alleen een tijdloos karakter hebben, maar die ook fris en modern klinken. Het zijn songs die goed bij elkaar passen, maar de songs op A Pawn Surrender zijn ook veelzijdig genoeg om de aandacht makkelijk een album lang vast te houden.

Dat doet het tweede album van Rose Hotel het makkelijkst met het nog niet besproken sterkste wapen van Jordan Reynolds, want dat is haar stem. Het is een stem die verleidelijk en dromerig kan klinken, maar het is ook een stem die makkelijk overeind blijft in de wat stevigere tracks op het album en die het tijdloze of wat nostalgische karakter van de songs op het album fraai kan versterken.

Er verschenen de afgelopen week heel veel albums, waaronder albums van een aantal persoonlijke favorieten, maar A Pawn Surrender van Rose Hotel was een van de eerste albums die me overtuigde de afgelopen week en is sindsdien alleen maar beter geworden. Erwin Zijleman

Roseanne Reid - Lawside (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Roseanne Reid - Lawside - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Roseanne Reid - Lawside
Roseanne Reid heeft door uiteenlopende omstandigheden de tijd genomen voor haar tweede album, dat anders klinkt dan zijn bejubelde voorganger, maar uiteindelijk minstens net zoveel indruk maakt

De Schotse muzikante Roseanne Reid debuteerde in het voorjaar van 2019 bijzonder knap met het fraaie Trails, dat ondanks haar geboortegrond vooral Amerikaans klonk. De coronapandemie en het moederschap hebben gezorgd voor een behoorlijk lange pauze in de carrière van Roseanne Reid, maar deze week keert ze terug met Lawside. De muzikante uit Dundee nam haar tweede album dicht bij huis op, waardoor ook invloeden uit de Schotse muziek hun weg hebben gevonden naar het album. Het heeft geen invloed gehad op de kwaliteit, want die is nog altijd hoog. Roseanne Reid staat ook op Lawside garant voor prima songs en laat wederom horen dat ze een geweldige zangeres is.

Trails, het debuutalbum van de Schotse singer-songwriter Roseanne Reid was net iets meer dan vier jaar geleden een bijzonder aangename verrassing. De Schotse muzikante leverde met Trails een verrassend veelzijdig album af, dat in meerdere hoeken van de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten kon en dat onder andere opviel door de uitstekende zang van Roseanne Reid.

Het bij vlagen heerlijk soulvolle Trails werd fraai geproduceerd door Teddy Thompson, zoon van de folklegendes Linda en Richard Thompson. Zelf is Roseanne Reid overigens ook een kind van een bekende muzikant, want haar vader Greg is, met name in Schotland, wereldberoemd als helft van het duo The Proclaimers.

Na Trails leverde Roseanne Reid twee korte EP’s af, maar deze week keert ze dan eindelijk terug met de opvolger van haar uitstekende debuutalbum. Lawside werd, in tegenstelling tot zijn voorganger, niet opgenomen in de Verenigde Staten, maar in het Schotse Perth, dicht bij Dundee, de thuisbasis van Roseanne Reid. Het album werd geproduceerd door de Schotse producer David Macfarlane, die een veel minder indrukwekkend CV heeft dan Teddy Thompson, maar fraai werk heeft afgeleverd.

Lawside klinkt wat consistenter en misschien ook wel wat Schotser dan het debuutalbum van Roseanne Reid, maar de Schotse muzikante is haar liefde voor de Amerikaanse rootsmuziek zeker niet kwijtgeraakt. Dat hoor je vooral in de wat voller ingekleurde songs, die weer zeer aangenaam soulvol kunnen klinken, zeker wanneer blazers worden ingezet. In de wat soberder ingekleurde songs klinkt de muziek van Roseanne Reid wat traditioneler, maar ook deze songs weten zich te onderscheiden door de uitstekende zang van de singer-songwriter uit Dundee.

Het is momenteel enorm dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek en ik had ook deze week zeker vijf uitstekende albums in het genre waaruit ik kon kiezen, maar ook met haar tweede album overtuigde Roseanne Reid me bijzonder makkelijk. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de uitstekende zang op Lawside, maar ook de inkleuring en zeker ook de songs op het tweede album van Roseanne Reid bevallen me uitstekend.

Lawside is een album dat misschien geen hele bijzondere dingen doet en zich ook niet heel nadrukkelijk opdringt, maar de songs van Roseanne Reid ademen kwaliteit en hebben iets bijzonders. Ik kan niet zo heel goed uitleggen wat dit is en ga er maar van uit dat het de optelsom van mooie klanken, een fraaie productie, uitstekende songs en uitstekende zang is.

Ook het feit dat Roseanne Reid door het moederschap en door de coronapandemie lang heeft kunnen werken aan tweede album heeft geholpen, want Lawside klinkt toch wat consistenter en beter uitgewerkt dan het debuutalbum van de muzikante uit Dundee, al had dat album een bijzondere charme.

Vergeleken met dat debuutalbum is de zang van Roseanne Reid wat prominenter in de mix geplaatst en hebben de instrumenten wat gas teruggenomen, waardoor je nog beter hoort met hoeveel gevoel en overtuiging de Schotse muzikante zingt. Trails vond ik net iets meer dan vier jaar geleden een enorme verrassing en een album dat overliep van de belofte, die Roseanne Reid met haar toch wat anders klinkende tweede album meer dan waar maakt. Erwin Zijleman

Roseanne Reid - Trails (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Roseanne Reid - Trails - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Roseanne Reid - Trails
Roseanne Reid kreeg de popmuziek thuis met de paplepel ingegoten en debuteert nu met een verrassend sterk rootsalbum dat wordt aanbevolen door niemand minder dan mentor Steve Earle

Roseanne Reid komt uit Schotland, maar debuteert met een album dat diep is geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek. Teddy Thompson heeft het album voorzien van een bijzonder smaakvolle en verrassend veelzijdige instrumentatie, die binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet bestrijkt. De jonge Roseanne Reid maakt vervolgens indruk met soepele en verrassend doorleefde vocalen, die ervoor zorgen dat Trails flink boven het maaiveld uitsteekt. De jonge Schotse is met dit knappe debuut direct de belofte voorbij en schaart zich onder de smaakmakers binnen de rootsmuziek van het moment.

De Schotse singer-songwriter Roseanne Reid kreeg de popmuziek thuis met de paplepel ingegoten. Haar vader Greg Reid kennen we als helft van het Schotse duo The Proclaimers, dat in de tweede helft van de jaren 80 doorbrak met hits als Letter From America en I'm Gonna Be (500 Miles); songs die uitgroeiden tot alternatieve Schotse volksliederen, zeker in voetbalkringen.

Roseanne Reid maakt al vanaf jonge leeftijd muziek, maar kroop lange tijd niet uit haar schulp. Dat deed ze voor het eerst toen ze een jaar of vijf geleden meedeed aan de songwriters workshop Camp Copperhead in de New Yorkse Catskill Mountains. Deze workshop werd geleid door niemand minder dan Steve Earle, die zeer gecharmeerd bleek van Roseanne Reid’s song Amy.

Trails, het debuut van de Schotse singer-songwriter opent met hetzelfde Amy en het is inderdaad een prachtige song. Het is bovendien een song die direct een aantal van de sterkste wapens van het debuut van Roseanne Reid prijsgeeft.

De singer-songwriter, die haar geboortestad Edinburgh onlangs verruilde voor het Schotse Dundee, beschikt over een bijzonder stemgeluid en beschikt bovendien over het vermogen om zich op te dringen met haar vocalen. Trails laat ook direct een goed gevoel voor een smaakvolle en trefzekere instrumentatie horen en verraadt bovendien dat het debuut van Roseanne Reid vakkundig is geproduceerd.

Voor dat laatste wist de Schotse niemand minder dan Teddy Thomson, zoon van folk legendes Linda en Richard, te strikken. Roseanne Reid komt weliswaar uit Schotland, maar heeft een debuutalbum gemaakt dat diep is geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek. Invloeden variëren van (stokoude) folk en country tot Americana, jazz, blues en rootssongs met een soulinjectie.

De instrumentatie en productie van het album zijn uiterst smaakvol en combineren een authentiek rootsgeluid met bijzondere accenten van flink wat instrumenten. Trails gaat aan de haal met verschillende invloeden, waarbij opvalt dat de stem van Roseanne Reid zich steeds moeiteloos en opvallend soepel aanpast aan het genre en de instrumentatie die zijn gekozen. Haar stem is voorzien van een rauw randje, waardoor ze doorleefder klinkt dan haar leeftijd rechtvaardigt, zeker wanneer mentor Steve Earle opduikt in een fraai duet.

Af en toe doet het me wel wat denken aan Gillian Welch of Jolie Holland, maar de jonge Schotse singer-songwriter is er ook in geslaagd om een herkenbaar eigen geluid te creëren. Het is een geluid dat me zeer goed bevalt. Trails is een rootsplaat vol aangename klanken, aansprekende songs, een flinke dosis melancholie en een zangeres die meer indruk maakt dan de meeste van haar soort- en leeftijdsgenoten.

Vader Greg schopte het samen met zijn tweelingbroer tot de status van cultheld, maar voor dochter Roseanne moet er meer mogelijk zijn. Met haar buitengewoon knappe debuut schaart ze zich onder de smaakmakers binnen de (Amerikaanse) rootsmuziek van het moment en ik heb het idee dat er nog wel wat groei mogelijk is voor deze zeer talentvolle dame. Erwin Zijleman

Rosemary & Garlic - Rosemary & Garlic (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rosemary & Garlic - Rosemary & Garlic - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Rozemarijn en knoflook is een combinatie die in het in de keuken uitstekend doet (bijvoorbeeld bij aardappels of bij lamsvlees), maar ook in de muziek levert het fraaie resultaten op.

Rosemary & Garlic is een Nederlands duo dat bestaat uit zangeres Anne van den Hoogen en toetsenist Dolf Smolenaers. Het tweetal bracht een paar jaar geleden een bijzonder veelbelovende EP (The Kingfisher) uit, maar hierna was het helaas lang stil rond Rosemary & Garlic.

Het tweetal heeft daarom wel in alle rust kunnen werken aan het debuut van Rosemary & Garlic en dat (titelloze) debuut is nu verschenen.

Rosemary & Garlic maakt op haar debuut vooral uiterst ingetogen muziek, maar het is muziek vol toverkracht. In de subtiele instrumentatie staat de piano van Dolf Smolenaers centraal. De stemmige pianoklanken zorgen voor een sfeervol klankentapijt en het is een klankentapijt waarin de heldere stem van Anne van den Hoogen uitstekend gedijt. Het is een stem die herinnert aan die van de folkies uit vervlogen tijden, maar hier en daar hoor ik ook een vleugje Tori Amos, maar dan (gelukkig) wel Tori Amos die niet wordt geplaagd door demonen.

De muziek van Rosemary & Garlic sluit aan bij de Britse folk van lang geleden, maar heeft ook iets mysterieus of zelfs iets mystieks. In de meest folky moment heeft de muziek van het Nederlandse duo vooral raakvlakken met de prachtplaten van Nick Drake, maar Rosemary & Garlic kan ook opschuiven richting de dromerige muziek van The Cocteau Twins of richting de new age van Enya.

Het Nederlandse duo bestrijkt hierdoor een breed palet, maar slaagt er ook in om een consistent eigen geluid neer te zetten. Het Nederlandse tweetal noemt haar muziek zelf “an ode to dreamers, to nature, to the imaginary” en dat snijdt hout.

De muziek van Anne van den Hoogen en Dolf Smolenaers doet het uitstekend op de achtergrond en voorziet stille ochtenden en kille avonden van veel sfeer en warmte, maar Rosemary & Garlic maakt ook muziek die je uit wilt pluizen. Wanneer je wat beter luistert hoor je dat de fraaie pianoklanken worden gecombineerd met subtiel ingezette elektronica en akoestische instrumenten, die extra lagen en onderhuidse spanning toevoegen aan de muziek van Rosemary & Garlic.

Zeker liefhebbers van folk zullen zich snel thuis voelen in het bijzondere geluid van het Nederlandse tweetal, maar ook muziekliefhebbers die pure folk vaak net wat te pastoraal en plechtig vinden klinken (en ik reken mezelf op zijn minst enigszins tot deze categorie) kunnen makkelijk vallen voor de bijzondere muziek van Rosemary & Garlic.

Het titelloze debuut van Anne van den Hoogen en Dolf Smolenaers kreeg mij te pakken toen ik de plaat voor het eerst met de koptelefoon had beluisterd en werd meegezogen naar een sprookjeswereld van grote schoonheid. Het is een sprookjeswereld die voorzichtig aansluit bij die van andere Nederlandse bands als Nancy Brick en Sommerhus, waardoor deze plaat voor mij zomaar kan uitgroeien tot een jaarlijstjesplaat, al is daarover beginnen natuurlijk echt te vroeg. Het zegt echter veel over de bijzondere schoonheid van de muziek van Rosemary & Garlic. Erwin Zijleman

Rosie Carney - Bare (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rosie Carney - Bare - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Uiterst ingetogen singer-songwriter plaat vol gevoel, doorleving en zeggingskracht, die me dierbaarder en dierbaarder wordt

Rosie Carney is pas 21, maar heeft al de nodige ellende achter zich. Het is de voedingsbodem voor een aantal intieme songs vol melancholie, maar het zijn ook songs die vooruit kijken. Heel veel heeft Rosie Carney niet nodig voor het inkleuren van haar songs. Soms een piano, soms wat versiersels, maar meestal alleen een akoestische gitaar, die vervolgens gezelschap krijgt van haar bijzondere stem. Het is een stem die volwassener klinkt dan de 21 jaren die Rosie Carney inmiddels telt. Bare is een intieme en indringende plaat vol mooie, folky songs, die worden vertolkt met hart en ziel. En het is ook nog eens een eersteklas groeiplaat.

Bare, het debuut van de Britse singer-songwriter Rosie Carney, had ik al een paar maal beluisterd, voordat ik op zoek ging naar meer informatie over de persoon achter de plaat.

Bare klinkt als een licht melancholische maar verder redelijk zorgeloze plaat van een jonge twintiger, maar schijn bedriegt. De singer-songwriter uit het Britse Hampshire kreeg in haar jeugd te maken met pesten en zelfs met seksueel geweld en schreef haar eerste songs min of meer op therapeutische basis.

Op haar zestiende werd ze binnengehaald door een platenmaatschappij en gekoppeld aan songwriters van formaat. De jonge Rosie Carney kon de druk echter niet aan en maakte kennis met de harde kanten van de muziekwereld. Zonder ook maar een single te hebben uitgebracht werd het eerder nog zo vurig omarmde talent gedumpt door haar platenmaatschappij en zat er nog een extra kras op de ziel van Rosie Carney.

De jonge Britse singer-songwriter is inmiddels 21 en probeert het nog eens met haar debuut Bare. Bare is een uiterst ingetogen singer-songwriter plaat, die moet concurreren met stapels andere platen in het genre. Dat valt niet mee, maar het debuut van Rosie Carney heeft iets bijzonders. Iets heel bijzonders.

De instrumentatie op het debuut van de Britse singer-songwriter is uiterst sober. In de meeste songs moeten we het doen met de akoestische gitaar of de piano van Rosie Carney en natuurlijk met haar stem. Incidenteel worden nog wat strijkers en wat elektronica toegevoegd, maar uitbundig wordt het nooit.

Het stelt hoge eisen aan de zang op de plaat en die is werkelijk prachtig. Rosie Carney beschikt over een mooie stem, maar het is vooral een stem vol emotie. Hier en daar klinkt ze net zo melancholisch als bijvoorbeeld Birdy, maar de Britse muzikante verrast ook met prachtig heldere vocalen die raken aan die van grote folkzangeressen uit het verleden of met vocalen van een Kate Bush achtige schoonheid en intensiteit. Ook het duet met Lisa Hannigan is van grote schoonheid.

Ze is misschien pas 21, maar Rosie Carney slaagt er op Bare in om haar songs te voorzien van gevoel, doorleving en zeggingskracht. Het geeft de intieme songs op de plaat een bijzondere lading en het is een lading die ervoor zorgt dat Bare zich steeds nadrukkelijker opdringt en steeds mooier en indrukwekkender wordt.

De ingetogen songs van Rosie Carney, die zich overigens lang niet allemaal wentelen in het ongeluk uit haar jeugd, zijn door de sobere instrumentatie en de emotievolle zang voorzien van een enorme urgentie. Dit is geen plaat die je moet laten voortkabbelen op de achtergrond, maar een plaat die je moet beleven en voelen. Vervolgens groeit Bare maar door. Tot grote hoogten. Erwin Zijleman

Rosie Carney - i wanna feel happy (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rosie Carney - i wanna feel happy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rosie Carney - i wanna feel happy
De Brits-Ierse singer-songwriter Rosie Carney keert na haar geweldige debuutalbum Bare en de fraaie remake van Radiohead’s The Bends terug met het werkelijk wonderschone i wanna feel happy

Ik had Rosie Carney na haar eerste twee albums al heel hoog zitten, maar met het deze week verschenen i wanna feel happy weet ze me toch weer te verrassen. Het is even wennen aan de vollere instrumentatie en productie, maar al snel valt alles op zijn plek. Rosie Carney beschikt over een van de mooiste stemmen van het moment en vertolkt haar songs, ondanks haar jonge leeftijd, met heel veel gevoel en doorleving. De ingetogen songs op het album snijden ook dit keer door de ziel, maar ook als de muzikante uit Londen kiest voor een rijker ingekleurd geluid blijft de intimiteit en intensiteit van haar muziek behouden. Het levert een van de mooiste albums van 2022 op.

De in Engeland geboren maar in Ierland opgegroeide singer-songwriter Rosie Carney maakte in 2019 diepe indruk met haar debuutalbum Bare. De muzikante uit Londen was bij de release van haar debuut pas 21 jaar oud, maar had er al een aantal jaren in de muziekindustrie op zitten en droeg bovendien het nodige persoonlijke leed met zich mee. Het leverde een bijna beangstigend intiem en verrassend doorleefd album op, dat ik pas veel later op de juiste waarde kon schatten, maar dat ik inmiddels schaar onder mijn favoriete singer-songwriter albums van de afgelopen jaren.

Rosie Carney kwam de coronapandemie door met het integraal opnemen van haar versie van de Radiohead klassieker The Bends. Heiligschennis volgens veel fans van de band, maar ik vond de uiterst ingetogen en aangenaam dromerige versie van Rosie Carney echt prachtig en reserveerde zelfs een plek in mijn jaarlijst voor het album.

Deze week keert de nog altijd jonge singer-songwriter terug met haar derde album, i wanna feel happy (geen hoofdletters). Het derde album van de Brits-Ierse muzikante is gestoken in een kleurige verpakking, maar Rosie Carney bekijkt het leven nog altijd niet door een roze bril, wat terug komt in de melancholische en persoonlijke teksten.

Het album opent met net wat meer elektronica dan we gewend zijn van de twee vorige albums, maar Rosie Carney slaagt er ook dit keer onmiddellijk in om een bijzondere sfeer te creëren met haar muziek, die zich als een warme deken om je heen slaat en die onmiddellijk nieuwsgierig maakt naar alles dat komen gaat.

In de tweede track horen we weer de akoestische klanken die we van Rosie Carney kennen. De akoestische gitaar vloeit dit keer prachtig samen met atmosferische elektronische klanken en subtiele percussie, maar het is weer vooral de zang die zorgt voor betovering. Rosie Carney beschikt over een van de mooiste stemmen in het genre, maar het is vooral een stem die er in slaagt om je diep te raken en die, in ieder geval bij mij, garant staat voor kippenvel.

Vergeleken met het debuutalbum en de remake van The Bends is i wanna feel happy een stuk voller ingekleurd. Na de elektronica in de eerste twee tracks, bouwt Rosie Carney in de derde track ook nog eens hoge gitaarmuren op, maar door de prachtige zang blijft de muziek van de Brits-Ierse muzikante dromerig en vooral intiem klinken. Het is een kunstje dat wordt herhaald in steeds weer verrassend maar smaakvol ingekleurde songs.

Rosie Carney legde de lat hoog met haar zo fascinerende debuutalbum, consolideerde met het wat mij betreft zeer geslaagde tussendoortje The Bends, maar groeit flink door op haar derde album, dat absoluut behoort tot het beste dat momenteel in het genre wordt gemaakt. Met name de meer ingetogen songs op i wanna feel happy zijn betoverend mooi, maar het zijn door de persoonlijke teksten ook songs met enorm veel zeggingskracht en diepgang.

Rosie Carney heeft op zich niet meer nodig dan een akoestische gitaar en haar stem, maar de toch behoorlijk volle klanken op haar derde album hebben zeker meerwaarde. Ze zorgen voor dynamiek en avontuur, die het album interessanter maken voor een breed publiek. Er is vooralsnog nauwelijks informatie over het album te vinden, maar de productie van het album verraadt de hand van een topkracht.

De meeste songs op i wanna feel happy hebben een ingetogen en akoestische basis, maar om deze basis gebeurt er van alles. De soms behoorlijk volle klanken op het album zouden makkelijk ten koste kunnen gaan van de intensiteit en schoonheid van de muziek van Rosie Carney, maar zeker na enige gewenning versterken ze de prachtsongs op het album alleen maar en op een of andere manier blijft i wanna feel happy een echt singer-songwriter album. Het derde album van Rosie Carney is elf songs lang van een betoverende schoonheid, maar ik lees er vooralsnog bijna niets over. Schande! Erwin Zijleman

Rosie Carney - The Bends (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rosie Carney - The Bends - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rosie Carney - The Bends
Je moet het maar durven om Radiohead klassieker The Bends integraal te coveren. Rosie Carney durft het en pakt je volledig in met prachtig dromerige klanken en haar geweldige stem

Het lijkt op voorhand een project dat alleen maar kan mislukken, maar wat is Rosie Carney’s versie van The Bends van Radiohead mooi. De songs zijn natuurlijk fantastisch, maar probeer hier maar eens lome en dromerige indie-folk van te maken. Rosie Carney probeert het en slaagt wat mij betreft met vlag en wimpel. De songs van klassieker The Bends worden stuk voor stuk Rosie Carney songs. Het is verdienste van de wonderschone instrumentatie op het album, waarin akoestische klanken en elektronica fraai samenvloeien, maar het is uiteindelijk vooral de geweldige stem van de Ierse singer-songwriter die je in katzwijm achter laat. Keer op keer. Rosie Carney onderstreept haar talent nog maar eens en doet dat op zeer indrukwekkende wijze.

Rosie Carney debuteerde aan het begin van 2019 bijzonder knap met het wonderschone Bare, waarop de jonge Ierse singer-songwriter afrekende met een aantal persoonlijke demonen uit het verleden. Het leverde een zeer persoonlijk en intiem album op, dat in de maanden die volgden alleen maar mooier en indringender werd.

Het deed zeer uitzien naar het tweede album van de Ierse singer-songwriter. Dat tweede album is deze week verschenen, al zal de tijd moeten leren of The Bends inderdaad het tweede reguliere album is van Rosie Carney of een mooi tussendoortje.

Bij The Bends moest ik meteen denken aan het album van Radiohead, dat in 1995 verscheen. Het is het album dat de Britse band op de kaart zette, maar het is ook een relatief toegankelijk album, zeker voor Radiohead begrippen. The Bends is mijn favoriete Radiohead album en het is kennelijk ook het favoriete Radiohead album van Rosie Carney, die overigens pas twee jaar na de release van The Bends werd geboren.

Op The Bends voert Rosie Carney het geweldige album van Radiohead integraal uit, wat best gewaagd mag worden genoemd. The Bends is zo’n album waar je eigenlijk maar beter af kan blijven en het is bovendien een album dat vrij ver lijkt verwijderd van de muziek die Rosie Carney normaal gesproken maakt.

Er zullen ongetwijfeld een hoop muziekliefhebbers in het algemeen en Radiohead fans in het bijzonder zijn die helemaal niets moeten hebben van de versie van Rosie Carney of die er zelfs het etiket heiligschennis op plakken, maar persoonlijk ben ik zeer gecharmeerd van deze versie van The Bends.

Rosie Carney maakt op The Bends haar eigen songs van de originelen van Radiohead. Dit doet de Ierse muzikante door te kiezen voor een wat lome of zelfs dromerige instrumentatie waarin akoestische instrumenten zorgen voor de basis, waarna wolken elektronica en strijkers de dromerige sfeer nog wat verder versterken.

De instrumentatie klinkt flink anders dan die van Radiohead en is ontdaan van alle scherpe kantjes en met haar stem maakt Rosie Carney het verschil tussen haar versie van The Bends en die van Radiohead nog een stuk groter. De instrumentatie is te karakteriseren als loom, dromerig en sober en dat gaat ook op voor de zang van Rosie Carney, die voor het grootste deel fluisterzacht is.

Ik ken de originelen van Radiohead heel goed, wat het meestal lastig maakt om van covers te genieten, maar de covers van Rosie Carney hadden me onmiddellijk te pakken. De Ierse singer-songwriter heeft het geluid van haar zo mooie debuut Bare op de versies van Radiohead geplakt en maakt er met haar bijzonder mooie stem definitief haar eigen songs van.

Het zijn songs vol bezwering, die wat mij betreft recht doen aan de originelen. Rosie Carney nam haar versie van The Bends op in haar slaapkamer, wat het dromerige karakter van het album nog wat verder versterkt. Tussendoortje of niet, wat mij betreft maakt Rosie Carney de belofte van haar zo geweldige debuut meer dan waar.

De Ierse singer-songwriter was naar verluidt vooral zenuwachtig over haar versie van High & Dry, maar het is wat mij betreft vier minuten kippenvel. En dat geldt uiteindelijk voor veel meer songs op deze zeer geslaagde remake van een klassieker. Petje af. Erwin Zijleman

Rosie Darling - Lanterns (2023)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
https://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2023/11/rosie-darling-lanterns.html

Rosie Darling - Lanterns
Rosie Darling is de zoveelste jonge vrouwelijke muzikante die het dit jaar probeert met een mix van aanstekelijke pop en licht eigenzinnige indiepop, maar haar debuutalbum Lanterns heeft op een of andere manier iets

Ook Lanterns van de jonge Amerikaanse muzikante Rosie Darling is weer zo’n pop en indiepop album dat direct bij eerste beluistering vertrouwd klinkt. De muzikante uit Los Angeles vertrouwt op een aantal inmiddels zeer bekende ingrediënten, waardoor Lanterns niet in aanmerking gaat komen voor de originaliteitsprijs. Rosie Darling beschikt echter absoluut over talent, want ze schrijft prima songs, die ook nog eens mooi worden uitgevoerd. De stem van Rosie Darling zal niet bij iedereen in de smaak vallen, maar als je houdt van haar zang, tilt deze de songs op Lanterns een flink stuk op. Misschien niet een van de beste popalbums van 2023, maar de grauwe middelmaat ontstijgt Rosie Darling heel makkelijk.

Bij mijn eerste beluistering van Lanterns van Rosie Darling schoof ik het album vrijwel direct terzijde. Door het beperkte aanbod van deze week kwam er echter ook nog een tweede en derde beluistering en ook deze keer kwam het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante niet door mijn selectie. Niet omdat Lanterns een slecht album is, want dat is het zeker niet, maar wel omdat ik dit jaar al heel veel albums als Lanterns heb gehoord en verzadiging nadrukkelijk op de loer ligt.

Rosie Darling opereert op haar debuutalbum op het snijvlak van indiepop en pop en bewandelt, zeker op het eerste gehoor, de inmiddels platgetreden paden. Met haar zachte zang, het afwisselend elektronisch en organisch klinkende geluid, de afwisselend blinkende en sobere productie en de bijzonder lekker in het gehoor liggende songs vond ik de muziek van Rosie Darling op het eerste gehoor inwisselbaar tegen een hele stapel andere popalbums van recente datum, zeker als ze ingrediënten van een aantal andere popalbums nauwgezet reproduceert.

Toch keerde Lanterns nog een paar keer terug en op een of andere manier kreeg ik toch stiekem een zwak voor het debuutalbum van de muzikante die werd geboren in Boston, Massachusetts, maar inmiddels, net als zo veel van haar collega’s, haar geluk beproeft in Los Angeles. Dat zwak ontstond door een aantal onweerstaanbare oorwurmen op Lanterns, maar vooral door een aantal meer ingetogen en met veel gevoel gezongen songs.

De zang van Rosie Darling klinkt bij eerste beluistering van het album wel erg meisjesachtig en bovendien weinig onderscheidend, maar nu ik het album vaker heb gehoord raak ik steeds meer gecharmeerd van de over het algemeen fluisterzachte maar ook emotievolle zang op het album. Lanterns bevat een mooie mix van aanstekelijke popsongs en gevoeligere ballads.

In de aanstekelijke popsongs kiest de Amerikaanse muzikante gelukkig niet voor een overdosis elektronica en beats, waardoor de songs er in het genre voor mij in positieve zin uit springen. Rosie Darling is echter op haar best wanneer ze kiest voor ingetogen en vaak wat melancholisch aandoende songs. Het zijn aan de ene kant songs die herinneren aan flink wat andere songs die dit jaar voorbij zijn gekomen, maar Rosie Darling behoort als zangeres en songwriter tot de betere helft binnen het aanbod van het moment.

Ik krijg nog zeker niet het euforische gevoel dat ik recent kreeg bij beluistering van de albums van bijvoorbeeld IAN SWEET en Chappel Roan, die beiden van jaarlijstjesniveau zijn, maar ik heb dit jaar heel veel popalbums gehoord die minder goed zijn dan Lanterns. Vergeleken met de geweldige albums van bijvoorbeeld IAN SWEET en Chappel Roan scoort Rosie Darling wat minder hoog wanneer het gaat om originaliteit en eigenzinnigheid, maar de Amerikaanse muzikante schrijft zonder meer knappe songs en heeft ook nog wat te melden, waardoor met name haar intieme en persoonlijke songs langzaam maar zeker toch wel binnen komen.

Het aanbod in het genre is op het moment echt heel erg groot, waardoor ik niet durf te voorspellen of Rosie Darling het uiteindelijk gaat maken of niet, maar op basis van de kwaliteit van Lanterns durf ik haar wel voorzichtig een belofte voor de toekomst te noemen. Ik benieuwd wat er nog in het vat zit. Erwin Zijleman

Rosie Frater-Taylor - Featherweight (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rosie Frater-Taylor - Featherweight - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rosie Frater-Taylor - Featherweight
De Britse singer-songwriter Rosie Frater-Taylor strooit op haar album Featherweight met muzikale invloeden en muzikale en vocale hoogstandjes, wat een bijzonder fascinerend album oplevert

Soul, funk, rock, pop, folk en jazz, het zijn de belangrijkste maar niet eens alle invloeden die voorbij komen op Featherweight van Rosie Frater-Taylor. De Britse muzikante verpakt al die invloeden in songs die knap in elkaar zitten en die steeds weer verrassen met bijzondere wendingen en muzikaal vuurwerk, onder andere van de gitaren van de Britse muzikante. Rosie Frater-Taylor is een zeer getalenteerd muzikante en een zeer verdienstelijk songwriter, maar ze is ook nog eens een uitstekende zangeres met een eigen sound. Er verschijnen momenteel heel veel singer-songwriter albums, maar ik ken niet veel albums als Featherweight, dat ook nog eens vol groeipotentie blijkt te zitten.

Featherweight van de Britse muzikante Rosie Frater-Taylor kan deze maand rekenen op positieve woorden van de Britse muziekpers, wat me absoluut nieuwsgierig maakte naar het album. Omdat ik nog niet eerder met haar muziek in aanraking was gekomen ging ik er van uit dat het ging om een debuutalbum, maar het blijkt het tweede album van de muzikante uit Londen.

Featherweight is een in muzikaal opzicht interessant album en het is ook een album van hoge kwaliteit. Het is ook een album waar ik in eerste instantie wat onrustig van werd, want Rosie Frater-Taylor springt in muzikaal opzicht graag van de hak op de tak en is bovendien niet vies van muzikale hoogstandjes, waardoor haar muziek alle aandacht opeist.

Direct in de openingstrack jaagt de Britse muzikante er al een heel arsenaal aan genres doorheen. De openingstrack van Featherweight is jazzy, folky en funky, maar kan ook heerlijk soulvol klinken en hier en daar rocken. Er zit ook wel wat pop en R&B in de eerste track van Featherweight en ik denk dat ik er nog wel wat genres bij kan verzinnen. Het zorgt er voor dat de muziek van Rosie Frater-Taylor direct opvalt en dat is niet alleen de verdienste van het brede assortiment aan invloeden.

Featherweight gooit er direct in de openingstrack immers ook flink wat muzikaal vuurwerk tegenaan, waarbij vooral het gitaarspel van Rosie Frater-Taylor opvalt, al speelt ook de ritmesectie fantastisch. De Britse muzikante kan uitstekend uit de voeten op haar gitaren en kiest steeds voor gitaarspel dat past bij de genres die ze verkent, al zou ik het gitaarwerk in de meeste gevallen bestempelen als jazzy.

Hiermee hebben we nog lang niet alle talenten van Rosie Frater-Taylor besproken, want ze is ook een bijzondere zangeres, die haar songs met veel expressie en met het nodige gevoel vertolkt. Ook in vocaal opzicht kiest de muzikante uit Londen nooit voor de makkelijkste weg, waardoor het even duurt voor je gewend bent aan Featherweight. Dat wordt nog wat versterkt door de complexe songs op het album, die niet alleen vol muzikale hoogstandjes zitten, maar ook continu bijzondere wendingen laten horen.

Rosie Frater-Taylor schrijft zelf bijzondere songs, maar ze kan ook uit de voeten met de songs van anderen, wat ze laat horen met haar bijzondere vertolking van No Scrubs van TLC. Featherweight klinkt in muzikaal en vocaal opzicht en door de complexe songs totaal anders dan de andere singer-songwriter albums die de laatste tijd zijn verschenen. Zeker wanneer de muzikante uit Londen kiest voor een soort jazzrock gebeurde er wat mij betreft net wat teveel in de songs op Featherweight, maar nu ik het album wat vaker heb gehoord raak ik steeds meer onder de indruk van de muzikaliteit en eigenzinnigheid van Rosie Frater-Taylor.

Featherweight is een album dat het best tot zijn recht komt wanneer je er met volledige aandacht naar luistert en je iedere bijzondere wending of muzikaal hoogstandje opmerkt. Ik vergelijk nieuwe muziek graag met muziek die in het verleden is gemaakt, maar dat valt bij Featherweight van Rosie Frater-Taylor niet mee. Mogelijk is er relevant vergelijkingsmateriaal in de jazz, maar daar ben ik onvoldoende in thuis. Ik hoor heel af en toe wat van Wendy & Lisa en van de vergeten Prince protegee Jill Jones, maar echt relevant is dit vergelijkingsmateriaal niet. Laten we het er maar op houden dat Rosie Frater-Taylor een bijzonder talent is met een even bijzonder album. Erwin Zijleman

Rosie Lowe - Lover, Other (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rosie Lowe - Lover, Other - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rosie Lowe - Lover, Other
Rosie Lowe maakt vanuit Londen inmiddels al een aantal jaren bijzondere muziek en ook op het soms lastig te doorgronden maar ook fascinerende Lover, Other sleept de Britse muzikante er weer van alles bij

Ik lees al een paar jaar positieve dingen over de Britse muzikante Rosie Lowe, maar echt goed luisteren naar haar muziek had ik nog niet gedaan. Aangemoedigd door een jubelrecensie in een aansprekend Brits muziektijdschrift ben ik aan de slag gegaan met het afgelopen zomer verschenen Lover, Other en ik ben langzaam maar zeker onder de indruk geraakt van de muziek van Rosie Lowe. Lover, Other is een album dat bol staat van de muzikale invloeden en dat continu van kleur verschiet. Het is een album dat behoorlijk toegankelijk kan klinken, maar ook vol kan gaan voor het experiment. Lover, Other vraagt wat tijd, maar uiteindelijk word je als luisteraar rijkelijk beloond.

Wanneer het Britse muziektijdschrift Uncut een album het tegenwoordig net iets minder zeldzame maar nog altijd niet erg gangbare rapportcijfer 9 geeft, ga ik nog een keer luisteren naar een album, want Uncut heeft het wat mij betreft vaak bij het juiste eind.

In een van de vorige edities van het gerenommeerde Britse muziektijdschrift kreeg Lover, Other van de Britse muzikante Rosie Lowe dit rapportcijfer. Het is een album dat ik afgelopen zomer hooguit vluchtig heb beluisterd en toen terzijde heb geschoven. Dat ik dit heb gedaan begrijp ik achteraf bezien wel, want Rosie Lowe maakt muziek die zich beweegt in genres die ik niet heel vaak beluister en maakt bovendien muziek die het niet goed doet bij vluchtige beluistering en de wens om snel te oordelen.

Lover, Other is niet mijn eerste kennismaking met de muziek van Rosie Lowe, want in 2019 heb ik een tijdje geworsteld met haar album YU. De mix van pop, R&B, soul en elektronica op dat album sprak me zeker aan, maar ik koos uiteindelijk voor een R&B album dat ik net wat avontuurlijker vond, al doe ik Rosie Lowe daar achteraf bezien wel wat mee tekort.

Ook Lover, Other is een album met flink wat invloeden uit de R&B, soul en pop, maar deze genres zijn op hetzelfde moment slechts het topje van de ijsberg. Lover, Other opent met bijna minimalistische en wat jazzy klanken in een triphop achtige track die Beth Gibbons ook wel zou passen. Vervolgens komen de beats en voegt Rosie Lowe flink wat funk toe aan haar muzikale palet. De tweede track op het album heeft een stevige Prince-vibe en herinnert me er nog eens aan hoezeer het muzikale genie uit Minneapolis gemist wordt.

En zo verschiet Lover, Other van Rosie Lowe steeds van kleur. De Prince vibe komt vaker terug, ook in wat experimentelere tracks die de invloeden van de veel te vroeg overleden Amerikaanse muzikant de toekomst in sleuren. Zeker de wat experimenteler klinkende tracks op het album, met tegendraadse elektronica en stuurse beats, maken het me niet altijd makkelijk, maar Lover, Other van Rosie Lowe is een album waar je tijd in moet steken.

De Britse muzikante maakt het je overigens ook niet altijd moeilijk, want het nieuwe album van Rosie Lowe bevat ook een aantal tracks met lome R&B, zwoele soul, bedwelmende jazz en zwoele bossanova, waarin het muzikale avontuur wat subtieler is en vooral op de achtergrond hoorbaar is.

Het verwerken van zoveel invloeden zorgt in combinatie met het vaak zoeken van het experiment voor een wat bonte lappendeken van muziek, maar het is een lappendeken die het verdient om volledig te worden uitgeplozen. Zeker bij eerste beluistering blijft Rosie Lowe je verbazen met bijzondere muzikale wendingen, maar wanneer je het album wat vaker hebt gehoord blijkt het niveau op Lover, Other niet alleen verrassend consistent, maar ook behoorlijk hoog.

Ik begrijp de waardering van Uncut zo langzamerhand ook wel, want als je open staat voor de bijzondere muziek van Rosie Lowe, vliegen de bijzondere passages je om de horen en hoor je har genialiteit in alle aspecten van haar songs. Lover, Other blijft een album waar ik maar af en toe naar zal luisteren, maar het hoge van de hak op de tak gehalte dat ik hoorde bij eerste beluistering is inmiddels al lang verdwenen. Erwin Zijleman

Rosie Tucker - Sucker Supreme (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rosie Tucker - Sucker Supreme - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Het is momenteel dringen voor jonge singer-songwriters in het indie-rock segment, maar Sucker Supreme van Rosie Tucker is een album dat er voor mij uitsprong en alleen maar beter is geworden

Heel even vroeg ik me af wat er nu zo bijzonder is aan Sucker Supreme van Rosie Tucker. De vijver met jonge singer-songwriters in het indie segment zit immers al jaren overvol en even leek de muzikant uit Los Angeles de zoveelste volgeling van Phoebe Bridgers. Het derde album van Rosie Tucker blijkt echter een zeer veelzijdig album dat varieert van zeer ingetogen tot behoorlijk stevig. Het blijkt bovendien een album met fraaie en expressieve vocalen, die qua gevoel goed aansluiten bij de persoonlijke teksten van Rosie Tucker. Sucker Supreme is boven alles een album met een aantal geweldige songs, die al snel uitgroeien tot persoonlijke favorieten.

Rosie Tucker - UTOPIA NOW! (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rosie Tucker - UTOPIA NOW! - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rosie Tucker - UTOPIA NOW!
Het was het eerste half jaar van 2024 flink dringen binnen de indierock waardoor flink wat albums tussen wal en schip vielen, maar UTOPIA NOW! van Rosie Tucker is hier echt veel te goed voor

Het was uiteraard Paste Magazine dat me een paar weken geleden wees op een aantal albums uit de eerste helft van 2024 die ik op een of andere manier had gemist. Van deze albums viel UTOPIA NOW! van Rosie Tucker bijna alsnog buiten de boot, maar op de valreep heb ik het album toch nog opgepikt. Het is een album dat binnen de indierock van het moment met de betere albums mee kan, maar het is ook een album dat herinneringen oproept aan de indierock zoals die in de jaren 90 werd gemaakt. De muzikant uit Los Angeles schrijft aansprekende songs en beschikt over een mooie en karakteristieke stem, waarna producer Wolfy het album heeft voorzien van een aansprekend gitaargeluid.

UTOPIA NOW! van Rosie Tucker dook op in een aantal lijstjes waarin werd teruggekeken op het eerste halfjaar van 2024. Bij de release van het album in maart was de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter me eerlijk gezegd niet opgevallen, maar UTOPIA NOW! is een inderdaad een prima album.

Rosie Tucker is een muzikant uit Los Angeles en ziet zichzelf als een non-binair persoon. Ik was de naam Rosie Tucker volgens mij nog niet eerder tegen gekomen en ging er daarom in eerste instantie van uit dat UTOPIA NOW! een debuutalbum is, maar dat blijkt zeker niet het geval, want eerder verschenen al twee albums en een mini-album.

Het vorige album van Rosie Tucker, het in 2021 verschenen Sucker Supreme, besprak ik zelfs op de krenten uit de pop en omschreef ik als een album dat zeer deed uitzien naar nieuw werk van de Amerikaanse muzikant. Dat ik het album desondanks vergeten was zegt waarschijnlijk vooral iets over het enorm grote albums dat verschijnt binnen de genres waarin Rosie Tucker opereert.

Na vluchtige beluistering van Sucker Supreme en het album dat er aan vooraf ging durf ik wel te concluderen dat de muzikant uit Los Angeles met UTOPIA NOW! het beste album tot dusver heeft afgeleverd. Het is een album dat makkelijk in het hokje indierock zal worden geduwd en daar valt niet zo veel op af te dingen. Het is indierock die met één been in het heden staat, maar die zich ook flink heeft laten beïnvloeden door de indierock die in de jaren 90 werd gemaakt.

Rosie Tucker beschikt over een aansprekende stem, die ook in de jaren 90 hoge ogen had gegooid en ook het gitaarwerk op UTOPIA NOW! doet meer dan eens denken aan indierock albums uit dit decennium. Hier blijft het niet bij, want de muziek van Rosie Tucker vindt ook zeker aansluiting bij de indiepop van het moment.

Rosie Tucker maakte het nieuwe album samen met producer Wolfy, wat weer het alter ego is van Madison Scheckel. Het is een naam die ik ken van het vorig jaar verschenen album van Jess Kallen, ook zo’n album waarover ik direct heel enthousiast was, maar dat ik net als het vorige album van Rosie Tucker helaas snel ben vergeten. Het nieuwe album van Rosie Tucker gaat hopelijk langer mee, want de Amerikaanse muzikant heeft veel te bieden.

UTOPIA NOW! op valt zoals gezegd op door prima gitaarwerk, maar ik ben vooral onder de indruk van de stem van Rosie Tucker. De muzikant uit Los Angeles beschikt over een mooie maar ook bijzondere stem. Het is een stem die zoals gezegd associaties oproept met vrouwelijke boegbeelden van de 90s indierock, met Juliana Hatfield voorop, maar die er ook in positieve zin uitspringt binnen de indierock van het moment.

UTOPIA NOW! heeft nog meer te bieden, want ook de songs op het album vind ik erg sterk. Het zijn songs die liefhebbers van indierock uit heden en verleden direct bekend in de oren klinken, maar de songs van Rosie Tucker zijn ook onderscheidend genoeg om de vergelijking met de songs van de talloze concurrenten aan te kunnen. Aan het eind van het album zoekt Rosie Tucker wat nadrukkelijker de grenzen van de indierock op, maar ook als dat niet gebeurt is UTOPIA NOW! een uitstekend album, dat terecht, en natuurlijk door Paste, nog eens extra in het zonnetje werd gezet. Erwin Zijleman

Roufaida - Coming Up for Air (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Roufaida - Coming Up For Air - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Roufaida - Coming Up For Air
Na een terecht geprezen mini-album keert de Nederlands-Marokkaanse muzikante Roufaida deze week terug met haar debuutalbum Coming Up For Air en wat is het een mooi, spannend, vernieuwend en sprankelend album geworden

De Rotterdamse muzikante Roufaida maakte in 2023 al indruk met een bijzonder eigen geluid en dat geluid is op Coming Up For Air alleen maar mooier, rijker en eigenzinniger geworden. Het is een geluid waarin bijzondere ritmes centraal staan en waarin zowel plaats is voor invloeden uit de Westerse popmuziek als voor invloeden uit onder andere de Marokkaanse muziek. Het is van de eerste tot en met de laatste noot spannend, maar het is ook bijzonder mooi. Het wordt nog mooier door de stem van Roufaida die diepe indruk maakt als vertolker van zowel Engelse als Arabische teksten. Roufaida sleept je een bijzonder muzikaal universum in, dat je vervolgens voorlopig niet meer wilt verlaten.

De Nederlands-Marokkaanse muzikante Roufaida (Aboutaleb) leverde in het voorjaar van 2023 een titelloos mini-album af en maakte terecht flink wat indruk met bijzondere klanken, persoonlijke songs en een mooie en karakteristieke stem. Op het mini-album combineerde de Rotterdamse muzikante op bijzondere wijze invloeden uit de folk en de indie met invloeden uit de Marokkaanse muziek en muziek uit het Midden-Oosten. Het leverde uniek klinkende maar ook zeer aansprekende songs op.

Roufaida keert deze week terug met haar volwaardige debuutalbum en laat horen dat ze sindsdien alleen maar beter is geworden. Op het ruim twee jaar oude mini-album liet Roufaida al een bijzondere smeltkroes vol invloeden horen en hier zijn alleen maar invloeden aan toegevoegd. Naast folk en indie en invloeden uit de muziek waarmee de Rotterdamse muzikanten kennis maakte tijdens de vakanties in Marokko uit haar jeugd, zijn op Coming Up For Air ook invloeden uit onder andere de hiphop, R&B, Afrobeat en pure pop te horen.

Roufaida koos op haar mini-album nog vooral voor songs met een duidelijke folky basis, maar kiest op haar debuutalbum vooral voor dansbare maar tegelijkertijd redelijk ingetogen tracks. Het zijn tracks die worden gedragen door bijzondere ritmes en het zijn tracks die in muzikaal opzicht continu een brug slaan tussen de culturen waartussen Roufaida zich beweegt. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar de muziek op Coming Up For Air is ook altijd spannend, waardoor je steeds weer nieuwe dingen ontdekt op het album.

Het slaan van een brug tussen culturen doet de Rotterdamse muzikante ook met haar teksten, die deels in het Engels en deels in het Arabisch zijn. Het zijn overigens teksten waarin Roufaida geen blad voor de mond neemt. Direct in de openingstracks vraagt ze aandacht voor de Palestijnse zaak, maar ook meer persoonlijke thema’s als discriminatie, het vinden van een eigen identiteit en volwassen worden in een onstuimige wereld komen ruimschoots aan bod op een album dat ook optimisme uitstraalt.

Roufaida trekt niet alleen aandacht met haar bijzondere muziek, maar maakt ook indruk met haar stem. De zang op Coming Up For Air heeft aan kracht en souplesse gewonnen en voelt zich als een vis in het water in het avontuurlijke en veelzijdige geluid op Coming Up For Air. Hoe mooi haar stem is hoor je misschien nog wel het best in een zeer ingetogen track als Li Beirut, maar ook in combinatie met wat steviger aangezette klanken is de stem van Roufaida echt bijzonder mooi.

Het heeft heel af en toe wel wat van de muziek van Naaz, die ook verschillende culturen samenbrengt in haar songs, maar Roufaida heeft op haar debuutalbum ook een duidelijk eigen geluid. Het is een geluid dat verder wordt opgetild door de fenomenale productie van Wannes Salomé, die we kennen van zijn band Klangstof, maar die ook als producer inmiddels flink aan de weg timmert. De Nederlandse producer heeft het album voorzien van een mooi helder geluid, waarin de ritmes een cruciale plek innemen en waar de rest van de muziek en de zang fraai omheen draaien.

Coming Up For Air bevat elf tracks en bevat ruim een half uur muziek, maar wat gebeurt er veel moois en spannends in dit half uur. Na haar mini-album waren de verwachtingen met betrekking tot het debuutalbum van Roufaida hooggespannen, maar de Rotterdamse muzikante maakt ze met speels gemak waar. Wat een bijzonder album. Erwin Zijleman

Roufaida - Roufaida (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Roufaida - Roufaida - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Roufaida - Roufaida
De Rotterdamse muzikante Roufaida creëert op haar titelloze mini-album een heel bijzonder muzikaal universum, waarin invloeden uit de folk naadloos samenvloeien met spannende en exotische invloeden

Direct bij eerste beluistering was ik diep onder de indruk van het debuut van de Nederlands-Marokkaanse muzikante Roufaida. Op dit mini-album creëert Roufaida een uniek eigen geluid, dat vanaf de eerste noten fascineert. Roufaida kan uit de voeten met invloeden uit de indiefolk, maar ze verwerkt ook invloeden uit de muziek waarmee ze in aanraking kwam vanaf het moment dat ze als kind Marokko bezocht. Folky invloeden worden gecombineerd met spannende ritmes en exotische klanken en alles vloeit even mooi samen met de mooie stem van de Rotterdamse muzikante. Het schiet meerdere kanten op, maar alles klinkt even logisch, mooi en bijzonder. Dit smaakt naar veel en veel meer.

Ik bespreek normaal gesproken geen EP’s of mini-albums op de krenten uit de pop, want er valt al meer dan genoeg te kiezen uit de vele albums die wekelijks verschijnen. Voor het deze week verschenen mini-album van Roufaida (Aboutaleb) maak ik echter heel graag een uitzondering, want wat is dit een bijzondere release. Het titelloze mini-album van Roufaida, die overigens al een paar jaar aan de weg timmert, bevat zeven tracks en ruim twintig minuten muziek en in die twintig minuten maakt de muzikante uit Rotterdam, in ieder geval op mij, een onuitwisbare indruk.

Er verschijnt momenteel ontzettend veel muziek van jonge vrouwelijke singer-songwriters, maar Roufaida duikt op met een uniek eigen geluid. De Rotterdamse muzikante begint bij de indiefolk met een akoestische gitaar en een fluisterzachte stem, maar voegt al snel allerlei bijzondere en deels exotische invloeden toe aan haar songs. Ook met de akoestische gitaar en haar stem was Roufaida er waarschijnlijk wel gekomen, want ze beschikt over een hele mooie stem en vertolkt haar teksten met veel gevoel en expressie.

Door de prachtige toevoegingen creëert de Nederlandse muzikante met Marokkaanse wortels echter muziek die zich niet of nauwelijks laat vergelijken met de muziek van anderen. Het begint met avontuurlijke ritmes, maar langzaam maar zeker voegt Roufaida ook steeds meer invloeden uit de Marokkaanse, Arabische en Berber muziek toe aan haar songs.

Het mini-album van Roufaida trekt steeds de aandacht met bijzonder klinkende snareninstrumenten, die haar songs voorzien van een exotisch maar ook dromerig karakter, wat weer contrasteert met de bijzondere en vaak complexe ritmes, die het mini-album voorzien van veel vaart.

Naarmate de openingstrack vordert klinkt de muziek van de Rotterdamse muzikante steeds avontuurlijker en met deze eerste track had Roufaida mij al overtuigd. Ook in de tracks die volgen speelt de Nederlands-Marokkaanse muzikante constant met bijzondere klanken en bijzondere wendingen. Het ene moment klinkt ze als een onvervalste folkie, het volgende moment sleept ze je de Marokkaanse woestijn in met klanken die je normaal gesproken niet in de folk tegen komt.

Door haar teksten deels in het Engels en deels in het Arabisch te zingen versterkt Roufaida het gevoel van de smeltkroes die haar titelloze mini-album is. Het doet me af en toe denken aan de muziek van de briljante Naaz, maar Roufaida verwerkt op andere wijze invloeden uit de muziek die ze als kind opsnoof tijdens de lange zomervakanties in Marokko. Net als Naaz slaagt Roufaida er in om muzikale grenzen te laten vervagen en om folky songs avontuurlijk te laten klinken door er zowel exotische als experimentele invloeden aan toe te voegen.

De Rotterdamse muzikante deed ook nog eens bijna alles zelf op haar mini-album, wat de geleverde prestatie nog wat knapper maakt. Het album, dat ook op 10-inch vinyl is verschenen, klinkt geweldig en het is ook nog eens een album waarop je na talloze keren horen nog nieuwe dingen hoort.

Roufaida verwerkt een aantal zeer uiteenlopende invloeden en laat haar songs echt alle kanten op schieten, maar alles klinkt even mooi en consistent, wat ook de verdienste is van de geweldige zang op het album. 2023 is tot nu toe een prachtig jaar voor de Nederlandse popmuziek, maar Roufaida maakt het nog wat mooier, want wat is dit een enorm talent. Erwin Zijleman

Rowena Wise - Senseless Acts of Beauty (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rowena Wise - Senseless Acts Of Beauty - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rowena Wise - Senseless Acts Of Beauty
Aan jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indie(rock) geen gebrek op het moment, maar inmiddels durf ik wel te concluderen dat Rowena Wise er met haar debuutalbum uit springt deze week

Dat ook aan de andere kant van de wereld geweldige muziek wordt gemaakt laat de Australische muzikante Rowena Wise horen op haar debuutalbum Senseless Acts Of Beauty. Het is een album met een aantal folky tracks, maar de muzikante uit Melbourne maakt toch vooral indierock. Door de songs live in de studio te spelen heeft het album een bijzondere energie en klinken de songs heerlijk ruw. Het zijn songs die zijn ingekleurd zonder poespas, wat de zeggingskracht van de songs verder vergroot. Rowena Wise beschikt ook nog eens over een hele mooie stem, die van een prima album een prachtalbum maakt. Echt een zeer aangename verrassing uit Australië.

Rowena Wise is een muzikante uit het Australische Melbourne (tegenwoordig ook wel aangeduid met de originele naam Naarm), die deze week debuteert met Senseless Acts Of Beauty. In eigen land wordt ze inmiddels gezien als een grote belofte voor de toekomst, maar een stap buiten de landsgrenzen is, zeker in het overvolle genre waarin Rowena Wise opereert en het grote aantal nieuwe albums van het moment, niet eenvoudig.

Senseless Acts Of Beauty krijgt hier vooralsnog helaas niet veel aandacht, maar ik vind het persoonlijk een erg interessant album. Het is een album met een aangename ruwe energie, die mede is verkregen doordat de songs op Senseless Acts Of Beauty live in de studio en in één take werden opgenomen. Rowena Wise kon hierbij een beroep doen op de Australische producer Robert Muiños, die eerder werkte met onder andere Julia Jacklin en ook het album van Rowena Wise prachtig heeft geproduceerd. De Australische muzikante werkte hiernaast met haar vaste ritmesectie, waarna de pedal steel een deel van de open ruimte mocht inkleuren.

Het ruwe karakter van het album wordt verstrekt door de persoonlijke teksten van Rowena Rise, die op haar debuutalbum een verbroken liefdesrelatie achter zich laat en weer overeind krabbelt, een proces dat overigens meerdere jaren heeft beslaan. De Australische muzikante heeft zich voor haar debuutalbum naar verluidt laten beïnvloeden door de Britse en Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70 die ze in haar jeugd met de paplepel kreeg ingegoten.

De songs op Senseless Acts Of Beauty hebben in een aantal gevallen inderdaad een folky karakter, maar het zijn songs die makkelijk opschuiven richting met name de indierock van het moment. Gitaren staat centraal in het geluid van Rowena Wise en het zijn gitaren die zich soms beperken tot vrij elementaire gitaarlijnen, zoals in de prachtige openingstrack, maar die ook vol kunnen klinken of wat steviger uit kunnen halen.

Rowena Wise zet zowel akoestische als elektrische gitaren in op haar album en met name in het laatste geval kunnen haar songs op een overigens fraaie wijze ruw en stekelig klinken. Dit wordt versterkt door het live-geluid van het album en door de rest van de instrumentatie waarop het predicaat “less is more” van toepassing is. Rowena Wise houdt duidelijk niet van opsmuk en heeft de instrumentatie van haar songs in de meeste gevallen teruggebracht tot de essentie, wat de kracht van deze songs versterkt. Heel af en toe hoor ik wat van een jonge PJ Harvey, maar op Senseless Acts Of Beauty is Rowena Wise vooral zichzelf.

Ze tilt het album vervolgens nog een flink stuk op met ijzersterke zang, die zowel krachtig als emotievol klinkt en die track na track bovengemiddeld goed is. Het ruwe en indringende karakter van de songs van de Australische muzikante, de zeer trefzekere instrumentatie en de prachtige zang zorgden er in mijn geval voor dat het debuutalbum van Rowena Rise er makkelijk uitsprong deze week, maar dat ik het album überhaupt vond was min of meer een toevalstreffer. Ik hoop dat Senseless Acts Of Beauty de komende tijd veel meer aandacht gaat trekken, want het zou echt doodzonde zijn als dit zeer overtuigende debuutalbum uit het verre Australië hier tussen wal en schip valt. Erwin Zijleman

Roxy Music - Avalon (1982)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Roxy Music - Avalon (1982) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Roxy Music - Avalon (1982)
Avalon, de zwanenzang van de Britse band Roxy Music uit 1982, wordt over het algemeen minder hoog ingeschat dan de eerste vijf albums van de band, maar doet er echt niet voor onder

Het debuut van Roxy Music is dit jaar precies vijftig jaar oud, maar ook voor de zwanenzang van de band moeten we inmiddels veertig jaar terug in de tijd. Roxy Music stond de afgelopen decennia veelvuldig op het podium, maar de album productie van de band bleef in 1982 steken bij Avalon. Het was in mijn herinnering niet het slechtste, maar ook zeker niet het beste album van Roxy Music, maar mijn respect voor de zwanenzang van de Britse band is de afgelopen weken als een komeet omhoog geschoten. Op Avalon maakt Roxy Music een blauwdruk voor de popmuziek uit de jaren 80 en bereikt het een niveau dat de meeste volgelingen van de band niet zouden halen. Avalon klinkt prachtig en bijzonder sfeervol, maar het is ook een spannend album dat de grenzen van de band weer wat zou verleggen, voor de laatste keer helaas.

Het is dit jaar precies vijftig jaar geleden dat het titelloze debuut van de Britse band Roxy Music verscheen. Om de vijftigste verjaardag van het zeer invloedrijke album te vieren staan Bryan Ferry, Andy Mackay, Phil Manzanera en Paul Thompson later dit jaar op het podium, vooralsnog helaas alleen in het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten.

Roxy Music is de afgelopen vijftig jaar niet altijd actief geweest, maar was met zeer grote regelmaat te vinden op de podia, ook in Europa. Alle reünies van de band hebben echter niet geleid tot uitbreiding van het studio oeuvre van de band, want dat is blijven steken op acht albums, waarvan er zes uit de jaren zeventig stammen en twee uit de jaren 80. Het in 1982 verschenen Avalon is daarom al veertig jaar de zwanenzang van Roxy Music en waarschijnlijk is het verstandig om dat zo te houden.

Avalon volgde in 1982 op Manifesto uit 1979 en Flesh + Blood uit 1980 en dat zijn twee albums die niet konden tippen aan klassiekers als Roxy Music, For Your Pleasure, Stranded, Country Life en Siren. Over Avalon zijn de meningen wat verdeeld, maar ik vind het persoonlijk een fantastisch album.

In mijn herinnering was Avalon een mooi, maar ook wel wat gezapig album, maar het was echt heel lang geleden dat ik het hele album had beluisterd. Ik heb het album, dat vooral bekend is van de hits More Than This en de titeltrack, de afgelopen weken herontdekt en vind Avalon inmiddels een spannend Roxy Music album dat de tand des tijds verrassend goed heeft doorstaan.

Het album, dat werd gemaakt met zo ongeveer de bezetting die later dit jaar op het podium staat, neemt afscheid van het jaren 70 geluid van Roxy Music en is in veel opzichten een blauwdruk voor de muziek die later in de jaren 80 veelvuldig zou worden gemaakt. De band experimenteert op Avalon met bijzondere ritmes, met hier en daar stevig aangezette drums en bassen en gooit er bovendien een flinke bak 80s synths tegenaan. De mooie gitaarlijnen van Phil Manzanera, de saxofoon bijdragen van Andy Mackay en natuurlijk de prachtige stem van Bryan Ferry maken het zo karakteristieke Roxy Music geluid compleet.

Het album werd geproduceerd door Rhett Davies en gemixt door Bob Clearmountain, die zou uitgroeien tot een van de belangrijke producers van de jaren 80. Avalon laat in de wat toegankelijkere tracks een zeer sfeervol geluid horen, dat zich als een warme deken om je heen slaat, maar veel meer dan in mijn herinnering zoekt de Britse band ook het avontuur.

Zeker wanneer alle instrumenten uit mogen pakken levert de band de inspiratie voor het werk waarmee Simple Minds niet veel later stadions zou vullen, maar ik hoor inmiddels toch ook vele lijntjes naar het jaren 70 werk van Roxy Music. Het is achteraf bezien lastig te begrijpen dat Avalon het laatste album van Roxy Music is geworden, want de band klinkt op haar zwanenzang buitengewoon geïnspireerd en echt geen moment uitgeblust.

Ik heb Avalon de afgelopen weken talloze keren beluisterd en vind het album alleen maar beter geworden. Roxy Music heeft een aantal onbetwiste klassiekers op haar naam staan met de eerste vijf albums die de band uitbracht. Avalon volgde in mijn geheugen op respectabele afstand, maar inmiddels schaar ik ook het laatste album van de band onder de Roxy Music klassiekers en van deze klassiekers vind ik Avalon zeker niet de minste. Erwin Zijleman

Roxy Music - Roxy Music (1972)

poster
5,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Roxy Music - Roxy Music, 2018 Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het bijna 46 jaar geleden dat Roxy Music de Command Studios in Londen betrad voor het opnemen van haar eerste plaat.

De plaat zou op 16 juni 1972 verschijnen en het is een plaat die de popmuziek heeft veranderd.

Wanneer ik luister naar de muziek van Roxy Music grijp ik eerlijk gezegd maar zelden naar de eerste plaat van de band, maar nu ik dat, ter ere van de fraaie reissue die deze week is verschenen, weer eens heb gedaan, ben ik onder de indruk van de wilde experimenteerdrift van de band op haar debuut.

Op de eerste plaat van Roxy Music zingt Bryan Ferry of zijn leven er van af hangt, scheurt Andy Mackay met zijn saxofoon overal doorheen, tekent Phil Manzanera voor nauwelijks te doorgronden gitaarlijnen, zorgt de uit Graham Simpson en Paul Thompson bestaande ritmesectie voor een stuwende basis en zijn er natuurlijk ook nog de bijzondere synthesizer partijen van Brian Eno, die hun organische tegenhanger vinden in het pianospel van Bryan Ferry.

Roxy Music smeedt op haar debuut op fascinerende wijze invloeden uit de glamrock, symfonissche rock en avant-garde aan elkaar en legt op haar debuut de basis voor het uiteindelijk niet zo bevredigende label art-rock. Hiermee zijn we er nog lang niet, want het debuut van Roxy Music laat ook invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek horen en neemt in de wat rauwere tracks ook een voorschot op de punkmuziek die pas vijf jaar later zou worden uitgevonden.

Het debuut van Roxy Music is waarschijnlijk de minst toegankelijke plaat van de band die een paar jaar later zou uitgroeien tot een geoliede hitmachine, maar wat is het een goede plaat. De songs van de Britse band zitten niet alleen vol experiment, maar klinken ook verrassend rauw en emotievol. Het zijn bovendien songs die wat te melden hebben en allerlei haakjes bevatten naar de Europese geschiedenis en de Europese kunst en cultuur.

Zeker in de wat langere tracks op de plaat draaien de instrumenten prachtig om elkaar langs en door elkaar heen, maar Roxy Music kan haar ei op haar debuut ook in een minuut of twee kwijt.

Wat opvalt bij beluistering van het debuut van Roxy Music is dat de muziek van de band na al die jaren nog steeds urgent klinkt en ook nog steeds vernieuwender is dan veel muziek die op het moment wordt uitgebracht.

Het is goed te horen dat de band nog niet kon beschikken over een enorm studiobudget, maar dat geeft de songs van de band iets rauws en krachtigs dat ver af staat van het later zo gepolijste geluid van de band.

Ik ben normaal gesproken niet zo’n fan van met heel veel extra’s opgetuigde reissues, maar dat is dit keer anders. De alternatieve opnamen en live-opnamen laten immers prachtig horen hoe de songs van het debuut van Roxy Music nog in ontwikkeling waren in 1972, waardoor ze een paar maanden later totaal anders konden klinken.

Het debuut van Roxy Music zou in de jaren 70 en vooral de jaren 80 talloze bands beïnvloeden, maar veel van de songs op de plaat zijn nog steeds invloedrijk. Ik grijp zoals gezegd meestal naar een andere plaat van Roxy Music wanneer ik iets van de band wil horen, maar nu ik veel beter dan in het verleden heb geluisterd naar het zo goede debuut, weet ik zeker dat ik deze plaat nog veel vaker uit de kast ga trekken, al is het maar omdat het vinyl uit de jaren 70 door de beperkte aandacht uit het verleden nog in topconditie is. Erwin Zijleman

Roy Orbison and Friends - A Black and White Night Live (1989)

Alternatieve titel: Black & White Night

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Roy Orbison - Black & White Night (1989) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Roy Orbison - Black & White Night (1989)
Roy Orbison zat halverwege de jaren 80 in een diep dal, maar dankzij vele muzikale vrienden kreeg de Amerikaanse muzikant de comeback die hij verdiende, wat met Black & White Night een prachtig livealbum opleverde

Toen het Roy Orbison in 1988 eindelijk weer eens voor de wind ging, maakte een hartaanval veel te vroeg een einde aan het leven van de legendarische zanger. Voor zijn dood was er nog wel de comeback met het album Mystery Girl, met de gelegenheidsband The Traveling Wilburys en met het fantastische livealbum Black & White Night. De concertregistratie is er een die de magie van het optreden heeft weten te vangen en dat lukt lang niet altijd. Natuurlijk is er een hoofdrol voor de fascinerende stem van Roy Orbison, maar de Amerikaanse muzikant stond ook nog eens op de planken met een wereldband en achtergrondkoortjes met alleen maar wereldsterren.

De Amerikaanse muzikant Roy Orbison dook aan het eind van de jaren 50 op bij het prestigieuze Sun Records. Hij zag er niet uit als de gemiddelde rock ’n roll ster van dat moment, maar trok wel direct de aandacht met zijn fascinerende en bijzonder mooie stem. Het leverde in de eerste helft van de jaren 60 een flink aantal hits op, waaronder Only The Lonely, Crying, In Dreams, It’s Over, Dream Baby en Oh Pretty Woman.

Roy Orbison kon in de jaren 70 en vroege jaren 80 teren op zijn oude successen, maar toen hij werd getroffen door een ongekende opeenstapeling van persoonlijke misère, zat hij halverwege de jaren 80 financieel en emotioneel aan de grond. Een plekje op de soundtrack van de David Lynch film Blue Velvet zette de Amerikaanse muzikant met de donkere zonnebril en het bijzondere kapsel weer op de kaart, waarna producer en muzikant T-Bone Burnett zich over hem ontfermde.

Roy Orbison dook vervolgens met George Harrison, Bob Dylan, Tom Petty en Jeff Lynne op in The Traveling Wilburys en maakte niet veel later met laatstgenoemde het album Mystery Girl, een van zijn beste albums. Roy Orbison kon helaas niet genieten van het hernieuwde succes, want hij overleed voordat Mystery Girl begin 1989 verscheen.

Mystery Girl is me zeer dierbaar, maar het ook in 1989 postuum verschenen Black & White Night is me nog net wat dierbaarder. De in 1987 opgenomen concertregistratie bevat vooral oud materiaal, maar met het fantastische The Comedians maakt ook het prijsnummer van Mystery Girl deel uit van de setlist.

Black & White Night werd net iets meer dan een jaar voor de dood van Roy Orbison opgenomen, maar de Amerikaanse zanger verkeert op het album in vocaal opzicht in topvorm. De zang op het album is weergaloos, waardoor de live-versies van de oude hits van Roy Orbison wat mij betreft nog beter klinken dan de originele studioversies.

Ook in muzikaal opzicht staat het album als een huis. Dat kan ook bijna niet anders, want Roy Orbison kreeg op het podium gezelschap van de legendarische TCB Band, in de jaren 70 de band van Elvis Presley, die vooral in de wat meer rock ’n roll getinte songs op het album de pannen van het dak speelt en laat horen dat de ritmesectie van de band in de jaren 70 niet voor niets werd geroemd.

Ook voor de koortjes kon Roy Orbison een beroep doen op grootheden, want in de achtergrondkoortjes op Black & White Night duiken onder andere Bruce Springsteen, Tom Waits, Elvis Costello, Jackson Browne, JD Souther, k.d. lang, Jennifer Warnes en Bonnie Raitt op. De nodige strijkers zorgen voor de extra melancholie in de vaak wat weemoedige songs van de Amerikaanse muzikant.

Het is allemaal prachtig opgenomen en ook de fantastische sfeer in de zaal is goed gevangen, wat van Black & White een zeer geslaagde live-registratie maakt. Ik luister momenteel nauwelijks meer naar live-albums, maar Black & White Night is zo’n zeldzaam live-album dat iets toevoegt aan de studioversies van songs.

Na Black & White Night met vooral de oude hits van Roy Orbison verdient ook Mystery Girl de aandacht, want dat album laat horen dat de Amerikaanse muzikant tot zijn dood een zeer getalenteerd songwriter en een fantastische zanger was. Het blijft prachtig dat Roy Orbison aan het eind van zijn leven weer in de schijnwerpers stond, maar het was mooi geweest als hij er wat langer van had kunnen genieten en veel ouder was geworden dan slechts 52 jaar. Erwin Zijleman

Royal Blood - Royal Blood (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Royal Blood - Royal Blood - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Royal Blood is een duo uit het Britse Brighton dat de afgelopen maanden niet over aandacht van de, met name Britse, muziekpers te klagen heeft gehad.

Dit nam zo af en toe de vorm aan van een stevige hype (de BBC riep de band op basis van een enkele single al uit tot één van de ontdekkingen van 2014), waardoor ik met de nodige scepsis begon aan de beluistering van het debuut van de band.

Het is scepsis die snel werd weggenomen, want het debuut van Royal Blood is een geweldige, recht voor zijn raap, rockplaat.

Wanneer je als duo bluesy garagerock maakt ontkom je niet aan de vergelijking met illustere voorgangers als The White Stripes en The Black Keys. Het is een deels terechte vergelijking want de rauwe rock ’n roll van Royal Blood raakt met enige regelmaat aan de muziek die Jack en Meg White beroemd heeft gemaakt.

Hier blijft het echter niet bij, want het debuut van Royal Blood maakt evenmin een geheim van een grote voorliefde voor het werk van Led Zeppelin en citeert hiernaast uit de archieven van de 70s hardrock, uit het oeuvre van de Pixies en met name uit de 90s stoner-rock (Kyuss, Queens Of The Stone Age).

Dat klinkt misschien niet heel origineel, maar op een of andere manier heeft Royal Blood toch een duidelijk eigen geluid. Dat heeft deels te maken met de line-up van Royal Blood. De band bestaat slechts uit een bassist/zanger en een drummer. Drummer Ben Thatcher slaat de songs van Royal Blood vakkundig aan elkaar en weet de in dit genre gangbare neiging tot houthakken buiten de deur te houden, net als Led Zep collega John Bonham dat vroeger deed. Bassist Mike Kerr is een getalenteerd zanger, die zich ergens tussen Jack White en Robert Plant posteert, maar maakt nog meer indruk als bassist.

Bassist is eigenlijk niet helemaal het juiste woord, want Kerr bespeelt zijn bas als een normale elektrische gitaar en weet, mede dankzij een flinke batterij effectpedalen, een geweldig en meedogenloos gitaargeluid uit zijn bas te toveren.

Wat het debuut van Royal Blood verder bijzonder maakt is de dynamiek in de songs van de band. Royal Blood neemt op haar debuut eigenlijk nooit gas terug, maar toch is het debuut van de band een plaat vol dynamiek.

Het debuut van Royal Blood heeft door de bijzondere line-up en de dynamiek wat meer te bieden dan de platen van soortgelijke bands, maar het titelloze debuut van de band uit Brighton blijft toch boven alles een fantastische rockplaat.

Royal Blood maakt rauwe rock ’n roll met diverse invloeden en het is rock ’n roll zonder pretenties of poespas. Het eindresultaat kan ik eigenlijk alleen maar onweerstaanbaar noemen. Zeer onweerstaanbaar zelfs. Erwin Zijleman

Royal Wood - The Burning Bright (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Royal Wood - The Burning Bright - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Royal Wood is een uit het Canadese Toronto afkomstige singer-songwriter, die inmiddels al meer dan tien jaar aan de weg timmert.

In Canada is Royal Wood (het is echt zijn eigen naam) inmiddels een gerespecteerd muzikant, maar de rest van de wereld heeft de Canadees nog niet weten te veroveren, wat verklaart dat het onlangs dan eindelijk ook in Nederland verschenen The Burning Bright mijn eerste kennismaking is met het werk van Royal Wood.

Over de Canadees is nog niet zo heel veel informatie op het Internet te vinden. Op een Wikipedia pagina wordt zijn muziek vergeleken met die van muzikanten van naam en faam als Ron Sexsmith, Randy Newman en Rufus Wainwright, waardoor ik met hoge verwachtingen begon aan de beluistering van de plaat.

Van de bovenstaande namen hoor ik overigens niet zo heel veel terug bij beluistering van The Burning Bright, al deelt Royal Wood met landgenoot Ron Sexsmith het vermogen om toegankelijke popsongs met diepgang te schrijven.

De songs van Royal Wood op The Burning Bright passen stuk voor stuk in het hokje folkpop. De ene keer gaat het wat meer de kant van de folk op, terwijl in een aantal andere songs invloeden uit de pop domineren.

Net als bijvoorbeeld David Gray maakt Royal Wood folky popmuziek die op hetzelfde moment zowel groots als ingetogen kan klinken. The Burning Bright luistert daarom lekker weg, maar slaagt er ook in om de aandacht vast te houden, hoe vaak je de plaat ook beluistert.

Gezien het enorme aanbod in dit genre is het een flinke uitdaging om op te vallen, maar Royal Wood slaagt daar wat mij betreft wel in; vooral omdat hij zo knap op het snijvlak van folk en pop opereert. De Canadees beschikt over een zeer aangenaam stemgeluid (met hier en daar een randje soul), schrijft al even aangename songs en voorziet al deze songs van fraaie arrangementen waarin verschillende instrumenten steeds zorgen voor iets andere kleuren of op zijn minst andere tinten.

Royal Wood onderscheidt zich hiermee van veel van zijn concurrenten en zeker van de concurrenten die de afgelopen jaren misschien wel succesvol zijn geweest, maar als muzikant of songwriter de lichtgewicht status niet zijn ontstegen. Royal Wood maakt op The Burning Bright weliswaar vooral lichtvoetige songs die heerlijk wegzweven, maar in muzikaal en compositorisch opzicht vindt de Canadees aansluiting bij de zwaargewichten.

In Canada wordt Royal Wood inmiddels geschaard onder de meest getalenteerde singer-songwriters van het moment. In Nederland zal hij deze status niet onmiddellijk verkrijgen, maar dat hij meer aandacht verdient dan hij tot dusver krijgt is absoluut zeker. The Burning Bright is namelijk echt veel te goed om te laten liggen. Erwin Zijleman

Royel Otis - hickey (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Royel Otis - hickey - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Royel Otis - hickey
Royel Maddell en Otis Pavlovic tekenden als Royel Otis anderhalf jaar geleden voor het ene na het andere perfecte popliedje en herhalen dit kunstje op het deze week verschenen hickey dat minstens net zo goed is

Je hebt van die albums die klinken als het beste dat in een decennium aan popmuziek is gemaakt. Het debuutalbum van het Australische Royel Otis was zo’n album. Het is een album vol met songs die je humeur een ongelooflijke boost geven en die bijna dwingen tot meezingen, ook als je dit nooit doet. Het maakt het debuutalbum van Royel Otis moeilijk te overtreffen, maar de verleidingskracht van de songs op het deze week verschenen hickey blijkt minstens even groot. Ook hickey is weer een soundtrack van een mooie zomer, maar ook als de zomer er bijna op zit is het een album om je eindeloos mee te vermaken. Hoe ze het doen weet ik niet, maar wat een heerlijk album weer.

“Het Australische duo Royel Otis vermengt op PRATTS & PAIN een aantal sleutelalbums uit de jaren 00 tot uiterst knappe en bijzonder aanstekelijke popsongs, die echt met geen mogelijkheid zijn te weerstaan”. Het was in februari 2024 de samenvatting van mijn recensie van het debuutalbum van Royel Otis.

Bij sleutelalbums uit de jaren 00 dacht ik onder andere aan albums van The Strokes, Franz Ferdinand, MGMT en Tame Impala, maar het is slechts een deel van de associaties die PRATTS & PAIN van Royel Otis opriep. Het Australische duo liet zich niet alleen beïnvloeden door meerdere bands, maar schakelde ook makkelijk tussen genres, maar ieder genre dat Royel Otis aantikte zorgde voor een onweerstaanbaar lekkere song, luister maar eens naar Fried Rice en je begrijpt wat ik bedoel.

PRATTS & PAIN was hierdoor het ultieme feelgood album, maar het bleek ook nog eens een duurzaam feelgood album, want ook anderhalf jaar na de release is PRATTS & PAIN nog altijd een album waar ik heel vrolijk van word. Deze week keren Royel Maddell en Otis Pavlovic, de naam van het duo roept inmiddels geen vragen meer op, ook nog eens terug met een nieuw album.

Na een debuutalbum met alleen maar hoofdletters in de titel doet hickey het alleen met kleine letters, maar verder is er niets veranderd. Na een briljant debuutalbum valt het niet mee om met een tweede album op de proppen te komen, maar hickey overtuigt onmiddellijk en opent met een geweldige popsong die ook op PRATTS & PAIN had kunnen staan.

Ik hoef dan ook geen nieuw vergelijkingsmateriaal te bedenken al is Royel Otis meer dan een mix van The Strokes, Franz Ferdinand, MGMT en Tame Impala. De beslissing om met meer van hetzelfde te komen was een riskante, maar wanneer een paar songs voorbij zijn gekomen waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden weet je dat het ook op het tweede album van Royel Otis weer goed zit.

Natuurlijk valt er ook wel wat aan te merken op de muziek van het Australische tweetal dat inmiddels in Londen woont. Royel Maddell en Otis Pavlovic beperken zich op hickey tot het beproefde concept en doen hooguit een poging om dit verder te perfectioneren. Met het glas half leeg valt hickey misschien wat tegen, maar voor mij is het glas half vol. Royel Otis vermaakt op hickey 13 songs lang met songs die zorgen voor een glimlach en vooral heel veel zonnestralen.

Het klinkt allemaal enigszins bekend, maar het klinkt vooral als Royel Otis. Een heel dun laagje postpunk, een flinke scheut neo-psychedelica en vooral heel veel pop zorgen voor 38 zorgeloze minuten. Het zijn 38 minuten waarin de klanken loom en zwoel zijn, de zang verleidelijk en de refreinen meedogenloos. Het valt niet mee om popliedjes te schrijven waar de luisteraar direct als een blok voor valt, maar Royel Otis draait er de hand niet voor om.

De zomer in Nederland zit er helaas bijna op, maar de zomer duurt eindeloos met hickey. Het leek me een flinke opgave voor Royel Maddell en Otis Pavlovic om in de buurt te komen bij PRATTS & PAIN, maar nu het tweede album van de Australiërs voor de zoveelste keer uit de speakers komt, kan ik alleen maar concluderen dat ze het weer geflikt hebben. De komende tijd wordt de zomer naar verluidt verdreven door wisselvalliger weer met flink wat regen. Met het heerlijke hickey uit de speakers blijft de zon gelukkig volop schijnen. Erwin Zijleman

Royel Otis - PRATTS & PAIN (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Royel Otis - PRATTS & PAIN - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Royel Otis - PRATTS & PAIN
Het Australische duo Royel Otis vermengt op PRATTS & PAIN een aantal sleutelalbums uit met name de jaren 00 tot uiterst knappe en bijzonder aanstekelijke popsongs, die echt met geen mogelijkheid zijn te weerstaan

Op basis van de singles werden al grootse daden verwacht van Royel Otis, maar Otis Pavlovic en Royel Maddell doen het nog beter dan verwacht en vermaken meedogenloos met een serie bijzonder lekkere popsongs. Het zijn songs die aan van alles doen denken, maar het duo uit Sydney vermengt al deze invloeden in een eigen sound, die prachtig is vastgelegd door topproducer Dan Carey. PRATTS & PAIN is een album waar je alleen maar heel vrolijk van kunt worden, maar het is ook een knap in elkaar stekend album, dat niet alleen vermaakt, maar dat je ook weet te verrassen. Een enorme aanwinst voor de zomerfestivals, maar ook het debuutalbum van Royel Otis mag er zijn.

Het Australische duo Royel Otis trok eerder dit jaar nog de aandacht met een bijzondere versie van Murder On The Dancefloor van Sophie Ellis-Bextor, die liet horen dat de twee jonge honden uit Sydney nog een stuk veelzijdiger zijn dan we al wisten. Deze week is het debuutalbum van Royel Otis verschenen en door een serie geweldige singles waren de verwachtingen op zijn minst torenhoog. Het is jammer dat de eerdere singles van het Australische duo ontbreken op PRATTS & PAIN, maar we mogen ons ook heel gelukkig prijzen met maar liefst dertien gloednieuwe songs.

Royel Otis is zoals gezegd een Australisch duo en bestaat uit zanger Otis Pavlovic en gitarist Royel Maddell. Op PRATTS & PAIN jaagt het tweetal er in veertig minuten dertien bijzonder aanstekelijke popsongs doorheen. Het zijn van die zeldzame popsongs die je na één keer horen mee kunt zingen en die ook na vijftig keer horen nog fris klinken. Het zijn popsongs zoals The Strokes ze maakten op het debuutalbum Is This It uit 2001 (bijna niet te geloven dat dit album komende herfst al 23 jaar oud is), maar denk ook aan het titelloze debuutalbum van Franz Ferdinand uit 2004, aan Oracular Spectacular van MGMT uit 2008 en aan Innerspeaker van Tame Impala uit 2010. Zo kan ik nog wel wat namen noemen, maar er zijn niet veel bands die zo’n veelzijdig en goed debuutalbum hebben gemaakt als Royel Otis met PRATTS & PAIN.

Otis Pavlovic en gitarist Royel Maddell verruilden Sydney het afgelopen jaar voor de nieuwe thuisbasis Londen en vonden in de lokale pub PRATTS & PAIN de inspiratie voor hun debuutalbum. Als producer kozen ze voor Dan Carey, die de afgelopen jaren werkte met onder andere Franz Ferdinand, Fontaines D.C., Goat Girl en Wet Leg en wiens studio vlak bij de pub waarnaar het debuutalbum van Royel Otis is vernoemd is gelegen.

Het album opent met twee bijzonder aanstekelijke uptempo songs vol aanstekelijke gitaarloopjes, subtiele synths en het aangename stemgeluid van Otis Pavlovic. Royel Otis had van mij een album vol met dit soort uptempo tracks kunnen maken, maar als het tweetal in de derde track wat gas terug neemt hoor je dat ze verrassend veelzijdig zijn. De ritmes worden interessanter, het eerder genoemde vergelijkingsmateriaal verdwijnt wat uit beeld en het tempo ligt lager, maar de muziek van Royel Otis blijft verslavend en garant staan voor een goed gevoel.

Zeker met de uptempo tracks is PRATTS & PAINS van Royel Otis een echt feelgood album, maar de songs van het Australische duo zijn niet alleen onweerstaanbaar lekker, maar ook interessant. Het zijn songs die putten uit de powerpop en de indierock, maar ik hoor af en toe ook wel wat subtiele invloeden uit de postpunk en met name wanneer de synths domineren net wat minder subtiele invloeden uit de neo-psychedelica.

Het klinkt allemaal zo aanstekelijk dat je bijna vergeet te luisteren naar alle bijzondere ingrediënten in de muziek van Royel Otis. Het tweetal loopt met zevenmijlslaarzen door de muziekgeschiedenis en laat zich net zo makkelijk door The Beatles als door het eerder genoemde Wet Leg inspireren. PRATTS & PAINS geeft je humeur een enorme boost, zelfs op zo’n dag waarop het alleen maar regent, maar ondertussen blijf je je verbazen over al het moois dat Otis Pavlovic en Royel Maddell hebben verstopt op hun zo geslaagde debuutalbum. Erwin Zijleman

Röyksopp - Nebulous Nights (2024)

Alternatieve titel: An Ambient Excursion Into Profound Mysteries

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Röyksopp - Nebulous Nights: An Ambient Excursion Into Profound Mysteries - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Röyksopp - Nebulous Nights: An Ambient Excursion Into Profound Mysteries
Röyksopp is bekend van door elektronica en beats gedomineerde muziek, maar op het twee uur en twintig minuten durende Nebulous Nights laat het tweetal je heerlijk wegdromen op ambient interpretaties van hun songs

Ik heb eigenlijk niets met de Noorse band Röyksopp en heb ook maar heel weinig met het genre ambient, maar de combinatie van de twee pakt verrassend goed uit. Het Noorse duo heeft de songs van de afgelopen jaren verschenen drie delen van Profound Mysteries door de ambient molen gehaald en er een hypnotiserende luistertrip van gemaakt. Nebulous Nights nodigt uit tot een kleine tweeënhalf uur wegdromen, maar vergeet zeker niet te luisteren naar al het moois dat Torbjørn Brundtland en Svein Berge in hun muziek hebben gestopt. De zeer subtiele bijdragen van de van Profound Mysteries bekende gastvocalisten zijn de kers op deze bijzondere taart.

Ik heb nog niet eerder een album van de Noorse band Röyksopp besproken. Dat is ook niet zo gek, want ik heb niet zo heel veel met de elektronische en door beats gedomineerde popmuziek van het tweetal uit het Noorse Bergen.

Torbjørn Brundtland en Svein Berge werkten de afgelopen jaren aan het drieluik Profound Mysteries. Het zijn albums waar ik voor de afwisseling wel naar heb geluisterd en die ik, mede door de bijdragen van gastzangeressen als Astrid S, Alison Goldfrapp, Beki Mari en Susanne Sundfør, bij vlagen best aardig vond, maar uiteindelijk was het toch onvoldoende mijn muziek voor een plekje op de krenten uit de pop.

Eerder deze maand dook het Noorse tweetal op met een nieuw album, dat vooral als een tussendoortje wordt gezien. Het is wel een flink tussendoortje geworden, want Nebulous Nights bevat maar liefst 30 tracks en twee uur en twintig minuten muziek. Nebulous Nights heeft als ondertitel An Ambient Excursion Into Profound Mysteries en dat is een vlag die de lading uitstekend dekt.

Op Nebulous Nights doet Röyksopp de drie delen Profound Mysteries immers nog eens dunnetjes over, maar de elektronica en de beats van de originele albums zijn vervangen door ambient klanken. Nu is ambient ook geen genre waar ik heel erg warm voor loop, maar Nebulous Nights bevalt me op een of andere manier wel.

Op Nebulous Nights hoor je drie uur lang natuurgeluiden bestaande uit stromend water, flinke regenbuiten, tjirpende krekels en fluitende vogeltjes. Het wordt gecombineerd met zweverige, door elektronica gegenereerde klanken, gesproken woord en de subtiele bijdragen van de zangeressen die ook op de originele Profound Mysteries albums zijn te horen.

Het tempo ligt laag, de klanken zijn vaak subtiel en atmosferisch en maar heel af en toe wat zwaarder aangezet, waardoor Nebulous Nights een album is dat zeer geschikt is om bij te ontspannen. Zet de koptelefoon op, sluit de ogen en Torbjørn Brundtland en Svein Berge nemen je mee op een fascinerende luistertrip die je 30 tracks lang meevoert naar een wereld waarin het tempo een stuk lager ligt.

Ik vond ambient in het verleden eerlijk gezegd vooral saai, maar op het nieuwe album van Röyksopp gebeurt echt van alles. In de elektronische klankentapijten is veel moois verstopt en als er even wat minder gebeurt zijn er de bijna hypnotiserende natuurgeluiden. De gastvocalisten, die op de originele Profound Mysteries albums een voorname rol hadden, hebben zich uitstekend aangepast aan het geluid op het ambient album en beperken zich tot subtiele zang en klanken, die de muziek op het album voorzien van een extra dimensie.

Twee uur en twintig minuten is een lange zit, maar Nebulous Nights is wat mij betreft het mooist als je het gehele album ondergaat. Het kost je bijna tweeënhalf uur van de dag, maar de ontspannende werking van de ambient klanken van Röyksopp is groot. Ook na beluistering van Nebulous Nights van Röyksopp is ambient geen genre waar ik heel erg enthousiast van wordt, maar de ambient bewerkingen van het tweetal uit Bergen hebben iets bijzonders. Voor Röyksopp fans waarschijnlijk niet meer dan een tussendoortje, maar ik vind het het meest interessante werk tot dusver van het Noorse duo. Erwin Zijleman

Rozi Plain - Prize (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rozi Plain - Prize - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rozi Plain - Prize
De Britse muzikante Rozi Plain maakte in 2019 met What A Boost een onbetwistbaar jaarlijstjesalbum en herhaalt dit kunstje met haar nieuwe album Prize, dat vol met groeibriljanten blijkt te staan

What A Boost van Rozi Plain kwam voor mij in 2019 als een donderslag bij heldere hemel en haalde uiteindelijk de hoogste regionen van mijn jaarlijstje. Opvolger Prize lijkt bij eerste beluistering een net wat minder bijzonder album, maar de songs van de Britse muzikante blijken bij aandachtige beluistering vol moois te zitten. De songs zijn avontuurlijk, de instrumentatie is fantasierijk en de zang van Rozi Plain is aangenaam, maar ook bijzonder. Prize moet even de tijd krijgen om te groeien, maar als dit eenmaal is gebeurd, wordt het album steeds mooier en indrukwekkender. 2023 is nog pril, maar dit album geeft het prille muziekjaar 2023 direct kleur en glans.

Rozi Plain maakt inmiddels al zo’n vijftien jaar albums, maar het alter ego van Rosalind Leyden, was mij, ondanks de associaties met mijn woonplaats, niet opgevallen, tot ze in 2019 met What A Boost een van de allermooiste albums van het betreffende jaar maakte. Op What A Boost maakte Rozi Plain diepe indruk met een bijzonder geluid en met avontuurlijke songs, die zich steeds nadrukkelijker opdrongen.

Het deze week verschenen Prize is ook een album met een bijzonder geluid en met avontuurlijke songs, maar toch klinkt het album anders dan zijn voorganger. Waar Rozi Plain op What A Boost koos voor een betrekkelijk complex geluid met flink wat invloeden uit de moderne Britse jazzscene en een hoofdrol voor gitaarlijnen, kiest de Britse muzikante op haar nieuwe album, zeker op het eerste gehoor, voor een wat toegankelijker geluid, waarin elektronica een grotere rol speelt.

Schijn bedriegt, want zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed dat onder de elektronica nog flink wat lagen met organische klanken zijn verstopt. Ook de songs op Prize blijken rijker en complexer wanneer je ze wat vaker hoort en zijn zeker niet minder interessant dan die op het terecht zo bewierookte What A Boost. Waar ik bij eerste beluistering van Prize de magie van het vorige album mistte, vind ik het nieuwe album van Rozi Plain inmiddels bijna net zo goed als zijn voorganger. Bijna net zo goed, want de sensatie van een nieuwe ontdekking ontbreekt dit keer natuurlijk.

Ook op Prize werkt Rozi Plain samen met flink wat andere muzikanten, onder wie leden van This Is The Kit (waar Rozi Plain zelf ook deel van uit maakt) en The Comet Is Coming en een aantal muzikanten met een jazz-achtergrond, onder wie saxofonist Alabaster DePlume, waardoor er van alles gebeurt in de songs op het album. Omdat de meeste bijdragen betrekkelijk subtiel zijn is Prize een album dat aangenaam voortkabbelt op de achtergrond, maar wanneer je jezelf volledig onderdompelt in de muziek van Rozi Plain, hoor je pas echt hoe mooi en knap het allemaal in elkaar zit.

Net als op What A Boost maakt Rozi Plain op Prize muziek die de fantasie vrijwel continu prikkelt. De Britse kwaliteitskrant The Guardian vergelijkt het luisteren naar de songs van Rozi Plain met het zoeken naar vormen bij het bestuderen van de wolken en dat is een mooie vergelijking, al is het maar omdat de songs van de Britse muzikante steeds weer in andere richtingen uitwaaien. Het zijn songs die niet in een hokje zijn duwen, want folk, jazz, pop en elektronica zijn geen van allen hokjes waarmee je de fascinerende muziek van Rozi Plain recht doet.

In muzikaal opzicht is het smullen van alle bijzondere ingrediënten en impulsen, maar ook de zachte zang van Rozi Plain draagt bij aan het fraaie eindresultaat. De songs op Prize zouden het principe prima doen in folky versies met akoestische gitaar en zang, maar de vele en vaak bijzondere lagen muziek die Rozi Plain heeft toegevoegd hebben wat mij betreft absoluut meerwaarde.

Heel even dacht ik dat Prize toch wel wat minder goed en intrigerend was dan het werkelijk fenomenale What A Boost, maar hoe vaker ik naar het nieuwe album van de muzikante uit Bristol luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat Rozi Plain het toch weer heeft geflikt en dat terwijl Prize een album is dat na een tijdje rijpen nog veel beter en interessanter is. Erwin Zijleman

Rozi Plain - What a Boost (2019)

poster
5,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rozi Plain - What A Boost - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rozi Plain - What A Boost
Rozi Plain maakt al een paar jaar albums, maar overtreft zichzelf op het sfeervolle, spannende en met grote regelmaat wonderschone What A Boost

In Engeland kan Rozi Plain, het alter ego van de jonge Britse singer-songwriter Rosalind Leyden, al een paar jaar rekenen op zeer lovende recensies, maar met What A Boost moet ook Nederland aan de zegekar worden gebonden. Rozi Plain verrast op haar nieuwe album met een bloedstollend mooie en spannende instrumentatie, waarin prachtige gitaarlijnen gezelschap krijgen van avontuurlijke percussie en uiteenlopende maar altijd fraaie accenten. Het past allemaal prachtig bij de mooie stem van Rosalind Leyden, die laat horen dat ze zowel in folk, jazz, pop als rock uit de voeten kan.

Rosalind Leyden uit het Britse Winchester maakt al sinds haar jonge tienerjaren muziek en debuteerde in 2008 als Rozi Plain. Met het samen met haar broer Sam gemaakte debuut Inside Over Here oogstte de jonge muzikante vooral in het Verenigd Koninkrijk veel lof en ook de twee albums die volgden werden door de Britse muziekcritici zeer enthousiast ontvangen.

Rozi Plain maakte het afgelopen decennium niet alleen drie albums, maar trok ook de aandacht met de samenwerking met This Is The Kit (de band rond Kate Stables) en met een zorgvuldig opgebouwde live-reputatie.

Ik volg de Britse muziektijdschriften en muzieksites volgens mij behoorlijk goed, maar ik moet direct toegeven dat ik Rozi Plain tot een paar dagen geleden niet op het netvlies had. Dat is gek, al is het maar omdat Rozi Plain sinds haar debuut muziek maakt die ik op papier zeer kan waarderen. Ook in de praktijk bevalt de muziek van de Britse singer-songwriter me overigens zeer, weet ik na een inhaalslag op Spotify.

Het is muziek die vooralsnog met name in het hokje indie-folk wordt geduwd. Daar is wel iets voor te zeggen. Invloeden uit de folk spelen absoluut een rol in de muziek van de tegenwoordig vanuit Londen opererende singer-songwriter en Rozi Plain verwerkt deze invloeden op onafhankelijke en eigenzinnige wijze.

Op haar nieuwe album kleurt Rozi Plain echter zo ver buiten de lijntjes van de folk en indie-folk dat het hokje begint te knellen en daarom beter achterwege kan worden gelaten. What A Boost klinkt niet alleen folky, maar ook bluesy en jazzy en maakt indruk met een even rustgevende als opwindende instrumentatie.

Op haar vorige album, Friend uit 2015, maakte Rosalind Leyden nog avances richting elektronica en pop, maar dit keer flirt ze opzichtig met jazz. What A Boost werd opgenomen in het Total Refreshment Centre, het bruisende hart van de hippe Londense jazz-scene, waarbij bekende college muzikanten als Chris Cohen, Sam Amidon en een aantal minder bekende muzikanten, onder wie leden van bands als Trash Kit en This Is The Kit aanschoven.

Ondanks de hulp van flink wat extra muzikanten klinkt What A Boost sober en bij vlagen bijna minimalistisch. Sobere, maar wonderschone en zowel jazzy als bluesy en hier en daar zelfs gruizige gitaarlijnen worden gecombineerd met subtiele bijdragen van percussie, diepe bassen en een verdwaalde blazer, waarna de mooie stem van Rosalind Leyden zorgt voor de verdere inkleuring.

Het is een stem die What A Boost stiekem toch weer de kant van de folk op sleept, maar van 13 in een dozijn folk is geen moment sprake. Denk aan Kathryn Williams, maar dan toch weer heel anders.

What A Boost is door de sobere instrumentatie en de lome en heldere zang een rustgevend album, maar het is op hetzelfde moment een avontuurlijk album dat bol staat van de al dan niet onderhuidse spanning. What A Boost van Rozi Plain is soms dromerig en soms zelfs bijna hallucinerend, maar van wegdromen kan geen sprake zijn.

Steeds weer duiken bijzonder subtiele en opvallend trefzekere accenten op in de instrumentatie. De ene keer een saxofoon, de volgende keer subtiele synths en bijna altijd sprankelende percussie en fraaie gitaarlijnen. Het past allemaal prachtig bij de vocalen, die soms in meerdere lagen zijn opgenomen.

De songs van Rozi Plain zetten je constant op het verkeerde been, maar hoe vaker je ze hoort, hoe dierbaarder ze worden. What A Boost is mijn eerste kennismaking met de muziek van deze jonge Britse singer-songwriter en smaakt naar meer. Dat meer is deels al beschikbaar uit het verleden. Het oeuvre van Rosalind Leyden laat flinke groei horen en de rek is er nog lang niet uit. Desondanks kan What A Boost direct geschaard worden onder de meest bijzondere en mooiste albums van 2019 tot dusver. Erwin Zijleman

Ruben Hoeke Band - Sonic Revolver (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ruben Hoeke Band - Sonic Revolver - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Drieënhalf jaar geleden voorspelde ik de band rond Ruben Hoeke (zoon van de legendarische Nederlandse pianist Rob Hoeke) een prachtige toekomst in binnen- en buitenland.

Aanleiding was het ijzersterke Loaded, dat de basis vormde voor een zegetocht van de Ruben Hoeke Band.

Inmiddels is menig podium in binnen- en buitenland plat gespeeld en is het tijd voor een volgende stap. Die moet gezet gaan worden met het nieuwe album van de band, Sonic Revolver.

Nu ging ik er voor beluistering van de nieuwe plaat van de Ruben Hoeke Band van uit dat er maar weinig te verbeteren viel aan het geluid dat de band op Loaded liet horen. Daar dachten Ruben Hoeke en zijn medemuzikanten (gelukkig) heel anders over. Sonic Revolver is nog een paar klassen beter dan zijn voorganger en imponeert van de eerste tot en met de laatste noot.

Aan de receptuur is niet zo gek veel veranderd. Ook Sonic Revolver bevat een rauwe en energieke mix van vooral rhythm & blues en stevige (hard)rock en ook Sonic Revolver komt aan als de spreekwoordelijke mokerslag.

De nieuwe plaat van de Ruben Hoeke Band laat echter ook de nodige groei horen. Sonic Revolver is, meer dan zijn voorganger, een echte bandplaat en wat is het een hecht spelende band. Natuurlijk eist het geweldige gitaarspel van Ruben Hoeke nadrukkelijk de aandacht op, maar ook de ritmesectie bestaande uit bassist Paul Brandsen en drummer Eric Hoeke is essentieel voor het bijzondere geluid van de band en hetzelfde geldt voor de krachtige vocalen van Lucas Pruim.

Het viertal opent de plaat met een cover uit het rijke oeuvre van vader Rob (die helaas al bijna 17 jaar niet meer onder ons is) en vervolgt met 12 ijzersterke eigen songs. Sonic Revolver sluit in de tracks waarin de stevige rock domineert aan bij de hardrock uit de jaren 70 en doet dit heel erg goed.

Een aantal tracks hadden niet misstaan op de beste platen van Deep Purple en misschien vind ik de zang en het gitaarwerk van de Ruben Hoeke Band wel beter dan die van de iconen uit vervlogen tijden.

De hardrock van de jaren 70 tot en met het heden loopt als een rode draad door de tracks op Sonic Revolver (en raakt bijvoorbeeld ook aan Van Halen, Aerosmith, Guns N’ Roses en zeker ook Thin Lizzy), maar de Ruben Hoeke Band durft ook gas terug te nemen (met gitaarwerk waar U2’s The Edge jaloers op zal zijn) of te kiezen voor songs die meer in de rhythm & blues dan in de hardrock zijn geworteld. Het levert een rockplaat met heel veel ballen op, maar het is ook een rockplaat met heel veel muzikaal en vocaal vuurwerk.

Ik luister met enige regelmaat naar platen in dit genre, maar grijp na een paar minuten toch altijd terug op de grote rockplaten die ik koesterde in de prille eerste jaren als muziekliefhebber. Bij beluistering van Sonic Revolver heb ik die behoefte niet. De Ruben Hoeke band blijft voor de afwisseling eens niet achter bij de grote voorbeelden en doet er ook nog eens een schepje bovenop. Dat Sonic Revolver uiteindelijk moet worden geschaard onder de beste rockplaten van 2016 zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman