Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Ryan Adams - Ryan Adams (2014)

4,5
0
geplaatst: 7 september 2014, 10:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ryan Adams - Ryan Adams - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ryan Adams viert later dit jaar zijn veertigste verjaardag en heeft inmiddels drie muzikale levens achter zich.
De muzikant uit Jacksonville, North Carolina debuteerde op jonge leeftijd in de cultband the Patty Duke Syndrome, groeide halverwege de jaren 90 met zijn band Whiskeytown uit tot de pioniers en smaakmakers van de alt-country en begon vrijwel onmiddellijk na de start van het nieuwe millennium aan een bijzonder succesvolle solocarrière.
Met name in de eerste jaren na de release van zijn prachtdebuut Heartbreaker bracht Ryan Adams bijna aan de lopende band prachtplaten uit en doken hiernaast nog de nodige platen op die niet werden uitgebracht, maar eveneens zeer de moeite waard waren.
Ryan Adams werd uitgeroepen tot muzikaal wonderkind en leek uitgegroeid tot een vaste waarde, maar een jaar of acht geleden stokte de enorme productie van Ryan Adams bijna van de ene op de andere dag. Sindsdien moeten we het doen met een beperkt aantal platen en bovendien platen van wisselend niveau.
De afgelopen jaren was het helemaal stil rond Ryan Adams, maar bijna uit het niets is het voormalige wonderkind terug met een nieuwe plaat. Zijn titelloze nieuwe plaat kan worden gezien als een nieuwe start en laat een Ryan Adams horen die we eigenlijk nog niet kenden.
Op zijn vorige platen schakelde Ryan Adams voornamelijk tussen roots en rootsrock, maar op zijn nieuwe plaat maakt hij rockmuziek die gemaakt is voor de grote Amerikaanse radiostations en zomaar stadions zou kunnen vullen.
Bij beluistering van deze nieuwe plaat moest ik in eerste instantie vooral denken aan Tom Petty, maar ook de naam van Bruce Springsteen dook meer dan eens op. Allereerst in de groots klinkende rocksongs op de plaat, maar zeker ook in de meer ingetogen single Wrecking Ball, die niet zou misstaan op een Springsteen plaat (en waarschijnlijk niets voor niets deze titel heeft meegekregen).
Wrecking Ball is een van de weinige ingetogen momenten op een plaat die stevig citeert uit een aantal decennia radiovriendelijke Amerikaanse rockmuziek. Af en toe klinkt de nieuwe plaat van Ryan Adams wel erg gelikt en soms bijna te gelikt, maar alle songs op de plaat hebben ook wel een twist die de song net op tijd de goede kant op sturen.
Liefhebbers van de rootsmuzikant Ryan Adams zullen op zijn minst moeten wennen aan de nieuwe plaat van de Amerikaan, maar ik had persoonlijk maar heel weinig tijd nodig om dit eerste levensteken van Ryan Adams in een jaar of drie te omarmen.
De nieuwe plaat van Ryan Adams klinkt niet alleen bijzonder lekker, maar op een of andere manier klopt ook alles. Ieder subtiel of minder subtiel muzikaal accent is raak, iedere song op de plaat heeft het in zich om uit te groeien tot een klassieker en in iedere song klinkt Adams gedreven en geloofwaardig.
Een muzikant als Ryan Adams maakt geen slechte platen, maar voor zijn laatste memorabele of echt goede plaat, moest ik zo langzamerhand toch flink wat jaren terug in de tijd. Aan de wat mindere periode die volgde komt nu een abrupt einde, want de titelloze veertiende (officiële) plaat van Ryan Adams is wat mij betreft één van zijn betere.
Ryan Adams heeft in het verleden wel vaker aangekondigd een grootse rockplaat te willen maken, maar dit keer is het hem ook echt gelukt. Een glorieuze comeback als je het mij vraagt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ryan Adams - Ryan Adams - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ryan Adams viert later dit jaar zijn veertigste verjaardag en heeft inmiddels drie muzikale levens achter zich.
De muzikant uit Jacksonville, North Carolina debuteerde op jonge leeftijd in de cultband the Patty Duke Syndrome, groeide halverwege de jaren 90 met zijn band Whiskeytown uit tot de pioniers en smaakmakers van de alt-country en begon vrijwel onmiddellijk na de start van het nieuwe millennium aan een bijzonder succesvolle solocarrière.
Met name in de eerste jaren na de release van zijn prachtdebuut Heartbreaker bracht Ryan Adams bijna aan de lopende band prachtplaten uit en doken hiernaast nog de nodige platen op die niet werden uitgebracht, maar eveneens zeer de moeite waard waren.
Ryan Adams werd uitgeroepen tot muzikaal wonderkind en leek uitgegroeid tot een vaste waarde, maar een jaar of acht geleden stokte de enorme productie van Ryan Adams bijna van de ene op de andere dag. Sindsdien moeten we het doen met een beperkt aantal platen en bovendien platen van wisselend niveau.
De afgelopen jaren was het helemaal stil rond Ryan Adams, maar bijna uit het niets is het voormalige wonderkind terug met een nieuwe plaat. Zijn titelloze nieuwe plaat kan worden gezien als een nieuwe start en laat een Ryan Adams horen die we eigenlijk nog niet kenden.
Op zijn vorige platen schakelde Ryan Adams voornamelijk tussen roots en rootsrock, maar op zijn nieuwe plaat maakt hij rockmuziek die gemaakt is voor de grote Amerikaanse radiostations en zomaar stadions zou kunnen vullen.
Bij beluistering van deze nieuwe plaat moest ik in eerste instantie vooral denken aan Tom Petty, maar ook de naam van Bruce Springsteen dook meer dan eens op. Allereerst in de groots klinkende rocksongs op de plaat, maar zeker ook in de meer ingetogen single Wrecking Ball, die niet zou misstaan op een Springsteen plaat (en waarschijnlijk niets voor niets deze titel heeft meegekregen).
Wrecking Ball is een van de weinige ingetogen momenten op een plaat die stevig citeert uit een aantal decennia radiovriendelijke Amerikaanse rockmuziek. Af en toe klinkt de nieuwe plaat van Ryan Adams wel erg gelikt en soms bijna te gelikt, maar alle songs op de plaat hebben ook wel een twist die de song net op tijd de goede kant op sturen.
Liefhebbers van de rootsmuzikant Ryan Adams zullen op zijn minst moeten wennen aan de nieuwe plaat van de Amerikaan, maar ik had persoonlijk maar heel weinig tijd nodig om dit eerste levensteken van Ryan Adams in een jaar of drie te omarmen.
De nieuwe plaat van Ryan Adams klinkt niet alleen bijzonder lekker, maar op een of andere manier klopt ook alles. Ieder subtiel of minder subtiel muzikaal accent is raak, iedere song op de plaat heeft het in zich om uit te groeien tot een klassieker en in iedere song klinkt Adams gedreven en geloofwaardig.
Een muzikant als Ryan Adams maakt geen slechte platen, maar voor zijn laatste memorabele of echt goede plaat, moest ik zo langzamerhand toch flink wat jaren terug in de tijd. Aan de wat mindere periode die volgde komt nu een abrupt einde, want de titelloze veertiende (officiële) plaat van Ryan Adams is wat mij betreft één van zijn betere.
Ryan Adams heeft in het verleden wel vaker aangekondigd een grootse rockplaat te willen maken, maar dit keer is het hem ook echt gelukt. Een glorieuze comeback als je het mij vraagt. Erwin Zijleman
Ryan Adams - Wednesdays (2020)

3,5
0
geplaatst: 16 december 2020, 15:42 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ryan Adams - Wednesdays - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ryan Adams - Wednesdays
Ryan Adams keert na drie jaar afwezigheid terug met een werkelijk uitstekend album, maar het is helaas wel een album met een wat nare bijsmaak en die domineert uiteindelijk net wat teveel
Wednesdays van Ryan Adams had eigenlijk vorig jaar moeten verschijnen, maar de Amerikaanse muzikant trok de aandacht vorig jaar uiteindelijk niet met zijn muziek. Ik weet zeker dat ik Wednesdays vorig jaar een geweldig album zou hebben gevonden, maar door de talloze beschuldigingen van seksuele intimidatie en manipulatie aan het adres van de Amerikaanse muzikant zit er een luchtje aan Wednesdays. Zonder dit luchtje is het een intiem, melancholisch en persoonlijk album vol met de sober ingekleurde songs die je zo graag hoort van Ryan Adams. Met het luchtje kan ik er toch minder van genieten, al is het maar uit respect voor alle jonge vrouwen die hem vorig jaar aanklaagden.
Ryan Adams stond lang bekend als muzikaal wonderkind. Met name in de eerste tien jaar van het huidige millennium bracht de Amerikaanse muzikant aan de lopende band geweldige albums uit en bleven minstens evenveel albums op de plank liggen. De afgelopen tien jaar was het net wat minder, maar albums van Ryan Adams bleven absoluut albums om naar uit te kijken.
Begin 2019 kondigde de Amerikaanse muzikant een serie nieuwe albums aan, maar niet veel later kreeg de #MeToo beweging hem in het vizier. Meerdere vrouwen, onder wie singer-songwriters Phoebe Bridgers, Natalie Prass, Emma Swift en Liz Phair en zijn ex-vrouw en muzikante en actrice Mandy Moore, beschuldigden Ryan Adams onder andere van seksuele intimidatie en manipulatief gedrag.
Ryan Adams trok de aangekondigde serie albums in en ging uiteindelijk heel diep door het stof. Of dat genoeg is laat ik in het midden, maar op een of andere manier was ik niet direct enthousiast toen vorige week, uit het niets, een nieuw album van het voormalige wonderkind verscheen.
Er zit door alle perikelen helaas een luchtje aan het nieuwe album van Ryan Adams, maar zolang hij niet is veroordeeld was ik toch net nieuwsgierig genoeg naar zijn nieuwe album. Het deze week verschenen Wednesdays is een behoorlijk sober en melancholisch album, maar het gaat te ver om Wednesdays de reactie van Ryan Adams op de gebeurtenissen van het afgelopen jaar te noemen. Het album lag immers al op de plank en de meeste songs stonden op de tracklists van de albums die de Amerikaanse muzikant vorig jaar wilde uitbrengen.
Ryan Adams debuteerde precies 20 jaar geleden met het uiterst sobere Heartbreaker, maar bracht sindsdien ook flink wat voller ingekleurde en stevigere albums uit. Wednesdays is zoals gezegd een spaarzaam ingekleurd album. We horen vooral een akoestische gitaar en spaarzaam wat toetsen of een mondharmonica. Het wordt gecombineerd met de stem van Ryan Adams, die wat minder expressief is gaan zingen, maar nog altijd flink wat emotie in zijn stem kan leggen.
Objectief beschouwd is Wednesdays een bijzonder sterk Ryan Adams album, waarop de Amerikaanse muzikant een brug slaat tussen Amerikaanse rootsmuziek en tijdloze singer-songwriter muziek. De songs zijn stuk voor stuk smaakvol ingekleurd, Ryan Adams vertolkt ze vol gevoel en het zijn ook nog eens aansprekende songs, waarin Ryan Adams zoals zo vaak verloren liefdes bezingt.
Dat laatste is ook direct waar het wat wringt. De verloren liefdes die de Amerikaanse muzikant bezingt zouden best wel eens jonge vrouwelijke singer-songwriters als Phoebe Bridgers, Natalie Prass en Emma Swift kunnen zijn, die uiteindelijk te maken kregen met gedrag dat op geen enkele manier goed te praten is.
Het maakt het voor mij toch lastig om van dit album te genieten, hoe mooi sommige songs op het album ook zijn. Ik weet dat aan veel dingen die ik koop (van levensmiddelen tot elektronica tot kleding) aspecten van uitbuiting kleven, maar als ik muziek kies zijn er ook genoeg muzikanten die vrouwen wel met respect behandelen.
Ryan Adams heeft al met al een uitstekend album afgeleverd, maar voor ik er echt van kan genieten moet hij eerst maar eens schoon schip maken, bijvoorbeeld door in zijn songs niet zelf het slachtoffer uit te hangen. In de tussentijd zet ik Punisher van Phoebe Bridgers nog maar eens op. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ryan Adams - Wednesdays - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ryan Adams - Wednesdays
Ryan Adams keert na drie jaar afwezigheid terug met een werkelijk uitstekend album, maar het is helaas wel een album met een wat nare bijsmaak en die domineert uiteindelijk net wat teveel
Wednesdays van Ryan Adams had eigenlijk vorig jaar moeten verschijnen, maar de Amerikaanse muzikant trok de aandacht vorig jaar uiteindelijk niet met zijn muziek. Ik weet zeker dat ik Wednesdays vorig jaar een geweldig album zou hebben gevonden, maar door de talloze beschuldigingen van seksuele intimidatie en manipulatie aan het adres van de Amerikaanse muzikant zit er een luchtje aan Wednesdays. Zonder dit luchtje is het een intiem, melancholisch en persoonlijk album vol met de sober ingekleurde songs die je zo graag hoort van Ryan Adams. Met het luchtje kan ik er toch minder van genieten, al is het maar uit respect voor alle jonge vrouwen die hem vorig jaar aanklaagden.
Ryan Adams stond lang bekend als muzikaal wonderkind. Met name in de eerste tien jaar van het huidige millennium bracht de Amerikaanse muzikant aan de lopende band geweldige albums uit en bleven minstens evenveel albums op de plank liggen. De afgelopen tien jaar was het net wat minder, maar albums van Ryan Adams bleven absoluut albums om naar uit te kijken.
Begin 2019 kondigde de Amerikaanse muzikant een serie nieuwe albums aan, maar niet veel later kreeg de #MeToo beweging hem in het vizier. Meerdere vrouwen, onder wie singer-songwriters Phoebe Bridgers, Natalie Prass, Emma Swift en Liz Phair en zijn ex-vrouw en muzikante en actrice Mandy Moore, beschuldigden Ryan Adams onder andere van seksuele intimidatie en manipulatief gedrag.
Ryan Adams trok de aangekondigde serie albums in en ging uiteindelijk heel diep door het stof. Of dat genoeg is laat ik in het midden, maar op een of andere manier was ik niet direct enthousiast toen vorige week, uit het niets, een nieuw album van het voormalige wonderkind verscheen.
Er zit door alle perikelen helaas een luchtje aan het nieuwe album van Ryan Adams, maar zolang hij niet is veroordeeld was ik toch net nieuwsgierig genoeg naar zijn nieuwe album. Het deze week verschenen Wednesdays is een behoorlijk sober en melancholisch album, maar het gaat te ver om Wednesdays de reactie van Ryan Adams op de gebeurtenissen van het afgelopen jaar te noemen. Het album lag immers al op de plank en de meeste songs stonden op de tracklists van de albums die de Amerikaanse muzikant vorig jaar wilde uitbrengen.
Ryan Adams debuteerde precies 20 jaar geleden met het uiterst sobere Heartbreaker, maar bracht sindsdien ook flink wat voller ingekleurde en stevigere albums uit. Wednesdays is zoals gezegd een spaarzaam ingekleurd album. We horen vooral een akoestische gitaar en spaarzaam wat toetsen of een mondharmonica. Het wordt gecombineerd met de stem van Ryan Adams, die wat minder expressief is gaan zingen, maar nog altijd flink wat emotie in zijn stem kan leggen.
Objectief beschouwd is Wednesdays een bijzonder sterk Ryan Adams album, waarop de Amerikaanse muzikant een brug slaat tussen Amerikaanse rootsmuziek en tijdloze singer-songwriter muziek. De songs zijn stuk voor stuk smaakvol ingekleurd, Ryan Adams vertolkt ze vol gevoel en het zijn ook nog eens aansprekende songs, waarin Ryan Adams zoals zo vaak verloren liefdes bezingt.
Dat laatste is ook direct waar het wat wringt. De verloren liefdes die de Amerikaanse muzikant bezingt zouden best wel eens jonge vrouwelijke singer-songwriters als Phoebe Bridgers, Natalie Prass en Emma Swift kunnen zijn, die uiteindelijk te maken kregen met gedrag dat op geen enkele manier goed te praten is.
Het maakt het voor mij toch lastig om van dit album te genieten, hoe mooi sommige songs op het album ook zijn. Ik weet dat aan veel dingen die ik koop (van levensmiddelen tot elektronica tot kleding) aspecten van uitbuiting kleven, maar als ik muziek kies zijn er ook genoeg muzikanten die vrouwen wel met respect behandelen.
Ryan Adams heeft al met al een uitstekend album afgeleverd, maar voor ik er echt van kan genieten moet hij eerst maar eens schoon schip maken, bijvoorbeeld door in zijn songs niet zelf het slachtoffer uit te hangen. In de tussentijd zet ik Punisher van Phoebe Bridgers nog maar eens op. Erwin Zijleman
Ryan Bingham - Fear and Saturday Night (2015)

4,5
0
geplaatst: 25 januari 2015, 10:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ryan Bingham - Fear And Saturday Night - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Toen Ryan Bingham in 2007 opdook met zijn debuut Mescalito, dacht ik heel even dat ik een geweldig alternatief voor Ryan Adams in handen had. Uiteindelijk bleek Ryan Bingham toch wat meer mainstream dan de onvoorspelbare Ryan Adams, maar ik kan de platen van Ryan Bingham tot dusver zeker waarderen.
Roadhouse Sun (2009), Junky Star (2010) en Tomorrowland (2012) verdienden dan ook allemaal een plekje op de krenten uit de pop en ook het onlangs verschenen Fear And Saturday Night mag hierop niet ontbreken.
De carrière van de singer-songwriter uit New Mexico kent tot dusver pieken en dalen. Bingham werd ooit binnengehaald op het roemruchte Lost Highways label, brak lange tijd niet echt door, werd even wereldberoemd door zijn bijdrage aan de soundtrack bij de film Crazy Hearts, die Bingham zelfs een Oscar opleverde, maar vervolgens weer net zo makkelijk vergeten. Fear And Saturday Night krijgt hierdoor niet de aandacht die de plaat van een groot muzikant, want dat is Ryan Bingham, verdient en dat is jammer.
Ryan Bingham stelde voor Fear And Saturday Night een nieuwe band samen en nam de plaat vervolgens vrijwel live op. Het zorgt voor veel rauwe energie. Die hoor je aan de ene kant in de stem van Ryan Bingham, die meer gruis op zijn stembanden heeft dan de meeste van zijn soort- en leeftijd-genoten, maar je hoort het ook in de energie waarmee de songs op de band zijn gesmeten.
De muziek van Ryan Bingham doet, zeker wanneer de vocalen heerlijk gruizig moeten zijn, flink denken aan die van Bob Dylan, al is het wel een Bob Dylan die we inmiddels al een tijdje niet meer gehoord hebben. Fear And Saturday Night gaat echter net zo makkelijk aan de haal met Springsteen achtige powersongs of met songs die duidelijk zijn beïnvloed door muzikale helden als John Prine, Steve Earle, Waylon Jennings of Townes van Zandt.
In muzikaal opzicht is Fear And Saturday Night een veelkleurig geheel. Ryan Bingham kan prima uit de voeten in wat stevigere songs met flink wat rockinvloeden of up-tempo songs met een Tex Mex injectie, maar hij blijft ook moeiteloos overeind in ballads die met veel gevoel worden gezongen. Ryan Bingham heeft nogal wat meegemaakt in zijn leven en dat hoor je.
Hoewel de plaat vrijwel live werd ingespeeld is Fear And Saturday Night goed in balans en is er altijd voldoende ruimte voor de bij vlagen hartverscheurend mooie stem van Ryan Bingham, die leed zodanig kan vertolken dat je zelf een traantje moet wegpinken.
In rootskringen wordt Ryan Bingham verweten dat hij een knieval voor de commercie heeft gemaakt. Ik heb het persoonlijk nooit een bezwaar gevonden en merk er op Fear And Saturday Night eerlijk gezegd helemaal niets meer van. Fear And Saturday Night is namelijk een geweldige rootsplaat, die gehakt maakt van de meeste concurrenten. En tja, Ryan Adams..... Die gaat echt geen plaat meer maken van het niveau van deze vijfde van Ryan Bingham. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ryan Bingham - Fear And Saturday Night - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Toen Ryan Bingham in 2007 opdook met zijn debuut Mescalito, dacht ik heel even dat ik een geweldig alternatief voor Ryan Adams in handen had. Uiteindelijk bleek Ryan Bingham toch wat meer mainstream dan de onvoorspelbare Ryan Adams, maar ik kan de platen van Ryan Bingham tot dusver zeker waarderen.
Roadhouse Sun (2009), Junky Star (2010) en Tomorrowland (2012) verdienden dan ook allemaal een plekje op de krenten uit de pop en ook het onlangs verschenen Fear And Saturday Night mag hierop niet ontbreken.
De carrière van de singer-songwriter uit New Mexico kent tot dusver pieken en dalen. Bingham werd ooit binnengehaald op het roemruchte Lost Highways label, brak lange tijd niet echt door, werd even wereldberoemd door zijn bijdrage aan de soundtrack bij de film Crazy Hearts, die Bingham zelfs een Oscar opleverde, maar vervolgens weer net zo makkelijk vergeten. Fear And Saturday Night krijgt hierdoor niet de aandacht die de plaat van een groot muzikant, want dat is Ryan Bingham, verdient en dat is jammer.
Ryan Bingham stelde voor Fear And Saturday Night een nieuwe band samen en nam de plaat vervolgens vrijwel live op. Het zorgt voor veel rauwe energie. Die hoor je aan de ene kant in de stem van Ryan Bingham, die meer gruis op zijn stembanden heeft dan de meeste van zijn soort- en leeftijd-genoten, maar je hoort het ook in de energie waarmee de songs op de band zijn gesmeten.
De muziek van Ryan Bingham doet, zeker wanneer de vocalen heerlijk gruizig moeten zijn, flink denken aan die van Bob Dylan, al is het wel een Bob Dylan die we inmiddels al een tijdje niet meer gehoord hebben. Fear And Saturday Night gaat echter net zo makkelijk aan de haal met Springsteen achtige powersongs of met songs die duidelijk zijn beïnvloed door muzikale helden als John Prine, Steve Earle, Waylon Jennings of Townes van Zandt.
In muzikaal opzicht is Fear And Saturday Night een veelkleurig geheel. Ryan Bingham kan prima uit de voeten in wat stevigere songs met flink wat rockinvloeden of up-tempo songs met een Tex Mex injectie, maar hij blijft ook moeiteloos overeind in ballads die met veel gevoel worden gezongen. Ryan Bingham heeft nogal wat meegemaakt in zijn leven en dat hoor je.
Hoewel de plaat vrijwel live werd ingespeeld is Fear And Saturday Night goed in balans en is er altijd voldoende ruimte voor de bij vlagen hartverscheurend mooie stem van Ryan Bingham, die leed zodanig kan vertolken dat je zelf een traantje moet wegpinken.
In rootskringen wordt Ryan Bingham verweten dat hij een knieval voor de commercie heeft gemaakt. Ik heb het persoonlijk nooit een bezwaar gevonden en merk er op Fear And Saturday Night eerlijk gezegd helemaal niets meer van. Fear And Saturday Night is namelijk een geweldige rootsplaat, die gehakt maakt van de meeste concurrenten. En tja, Ryan Adams..... Die gaat echt geen plaat meer maken van het niveau van deze vijfde van Ryan Bingham. Erwin Zijleman
Ryan Culwell - Run Like a Bull (2022)

4,5
0
geplaatst: 31 januari 2022, 16:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ryan Culwell - Run Like A Bull - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ryan Culwell - Run Like A Bull
De Amerikaanse singer-songwriter Ryan Culwell maakte al twee prima albums, maar het prachtig ingekleurde Run Like A Bull is nog een stuk beter en is een van de eerste roots-verrassingen van 2022
Ryan Culwell zet op zijn derde album Run Like A Bull relatief eenvoudige middelen in, maar slaagt er toch in om een bijzonder geluid te creëren. Het grotendeels akoestische geluid leeft op door de prachtige elektrische gitaarlijnen van Will Kimbrough en de dromerige pedal steel. Op vergelijkbare wijze laat de Amerikaanse muzikant zijn ruwe strot versieren met een subtiel randje vrouwenstemmen. Het klinkt allemaal prachtig en omdat de muzikant uit Nashville ook nog eens tekent voor sterke songs en mooie verhalen, is Run Like A Bull een album dat er makkelijk uitspringt in het enorme aanbod van het moment. Ryan Culwell, onthouden die naam.
Ik moet toegeven dat de naam Ryan Culwell bij mij geen belletje deed rinkelen toen zijn nieuwe album Run Like A Bull deze week opdook in de lijsten met nieuwe releases. Het album wist mij op eigen kracht te overtuigen, waarna ik pas ontdekte dat ik in 2018 al behoorlijk positief was over zijn tweede album The Last American.
Ryan Culwell debuteerde in 2015 met het zeer ingetogen of zelfs bijna verstilde Flatlands, dat het leven op het Texaanse platteland bezong. The Last American liet het geluid van de grote stad horen en is een album dat ik in 2018 beschreef als het album dat Ryan Adams op dat moment al een tijd niet meer had gemaakt.
En nu is er dus Run Like A Bull. Het album opent prachtig met een door een akoestische gitaar en een pedal steel gedragen track, die herinnert aan de countryrock uit de jaren 70, zeker wanneer Ryan Culwell zich in vocaal opzicht subtiel laat bijstaan door een mooie vrouwenstem.
Het geluid van de openingstrack wordt doorgetrokken in flink wat tracks op het album en dat is zeker geen straf. De fraaie en soms op elkaar gestapelde elektrische gitaarlijnen en de atmosferische pedal steel op de achtergrond kleuren prachtig bij elkaar en vormen een fraaie basis voor de zang van Ryan Culwell.
De muzikant uit Nashville, Tennessee, beschikt over een wat ruwe stem, die de songs op zijn derde album met veel gevoel vertolkt. De ruwe strot van de Amerikaanse muzikant krijgt vaak gezelschap van ingetogen vrouwenstemmen, die de zang net wat optillen.
In muzikaal opzicht zit Run Like A Bull wat tussen de vorige twee albums van Ryan Culwell in. Hij kiest dit keer voor wat meer ingetogen en deels akoestische songs, maar ze zijn wel zeer fraai ingekleurd. Ryan Culwell gebruikt op Run Like A Bull de instrumenten die je vaker hoort in dit genre, maar ik vind de instrumentatie op het album bijzonder.
De Amerikaanse muzikant heeft een akoestisch folkalbum gemaakt en dit vervolgens prachtig versiert met elektrische gitaarlijnen die hier op bijzondere wijze doorheen snijden, waarna de pedal steel de muziek een weids karakter geeft. Ryan Culwell klinkt op Run Like A Bull niet langer als Ryan Adams, maar heeft een duidelijk eigen geluid.
Ik vond The Last American aan het eind van 2018 vooral een album vol belofte, maar het ijzersterke Run Like A Bull is de belofte voorbij. Ryan Culwell maakt op zijn derde album niet alleen indruk met een prachtig geluid, met bijzondere arrangementen en met een lekker rauwe strot, maar ook met indringende en soms wat aan Bruce Springsteen herinnerende verhalen en met songs die verrassend makkelijk blijven hangen.
Het knappe is dat de Amerikaanse muzikant zijn nieuwe album slechts in vier dagen opnam. Dat is deels de verdienste van de topmuzikanten die hem bijstaan, want met onder andere topproducer Neilson Hubbard en stergitarist Will Kimbrough kun je al bijna geen slecht album maken. Ook zangeressen Natalie Schlabs, Betsy Phillips en Caroline Spence verdienen alle lof, want ondanks de bescheiden rol van hun stemmen dragen ze nadrukkelijk bij aan het bijzonder fraaie eindresultaat.
Ik was Ryan Culwell zoals gezegd helemaal vergeten, maar het prachtige Run Like A Bull is wat mij betreft aanleiding om de Amerikaanse singer-songwriter vanaf nu zeer nauwlettend in de gaten te houden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ryan Culwell - Run Like A Bull - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ryan Culwell - Run Like A Bull
De Amerikaanse singer-songwriter Ryan Culwell maakte al twee prima albums, maar het prachtig ingekleurde Run Like A Bull is nog een stuk beter en is een van de eerste roots-verrassingen van 2022
Ryan Culwell zet op zijn derde album Run Like A Bull relatief eenvoudige middelen in, maar slaagt er toch in om een bijzonder geluid te creëren. Het grotendeels akoestische geluid leeft op door de prachtige elektrische gitaarlijnen van Will Kimbrough en de dromerige pedal steel. Op vergelijkbare wijze laat de Amerikaanse muzikant zijn ruwe strot versieren met een subtiel randje vrouwenstemmen. Het klinkt allemaal prachtig en omdat de muzikant uit Nashville ook nog eens tekent voor sterke songs en mooie verhalen, is Run Like A Bull een album dat er makkelijk uitspringt in het enorme aanbod van het moment. Ryan Culwell, onthouden die naam.
Ik moet toegeven dat de naam Ryan Culwell bij mij geen belletje deed rinkelen toen zijn nieuwe album Run Like A Bull deze week opdook in de lijsten met nieuwe releases. Het album wist mij op eigen kracht te overtuigen, waarna ik pas ontdekte dat ik in 2018 al behoorlijk positief was over zijn tweede album The Last American.
Ryan Culwell debuteerde in 2015 met het zeer ingetogen of zelfs bijna verstilde Flatlands, dat het leven op het Texaanse platteland bezong. The Last American liet het geluid van de grote stad horen en is een album dat ik in 2018 beschreef als het album dat Ryan Adams op dat moment al een tijd niet meer had gemaakt.
En nu is er dus Run Like A Bull. Het album opent prachtig met een door een akoestische gitaar en een pedal steel gedragen track, die herinnert aan de countryrock uit de jaren 70, zeker wanneer Ryan Culwell zich in vocaal opzicht subtiel laat bijstaan door een mooie vrouwenstem.
Het geluid van de openingstrack wordt doorgetrokken in flink wat tracks op het album en dat is zeker geen straf. De fraaie en soms op elkaar gestapelde elektrische gitaarlijnen en de atmosferische pedal steel op de achtergrond kleuren prachtig bij elkaar en vormen een fraaie basis voor de zang van Ryan Culwell.
De muzikant uit Nashville, Tennessee, beschikt over een wat ruwe stem, die de songs op zijn derde album met veel gevoel vertolkt. De ruwe strot van de Amerikaanse muzikant krijgt vaak gezelschap van ingetogen vrouwenstemmen, die de zang net wat optillen.
In muzikaal opzicht zit Run Like A Bull wat tussen de vorige twee albums van Ryan Culwell in. Hij kiest dit keer voor wat meer ingetogen en deels akoestische songs, maar ze zijn wel zeer fraai ingekleurd. Ryan Culwell gebruikt op Run Like A Bull de instrumenten die je vaker hoort in dit genre, maar ik vind de instrumentatie op het album bijzonder.
De Amerikaanse muzikant heeft een akoestisch folkalbum gemaakt en dit vervolgens prachtig versiert met elektrische gitaarlijnen die hier op bijzondere wijze doorheen snijden, waarna de pedal steel de muziek een weids karakter geeft. Ryan Culwell klinkt op Run Like A Bull niet langer als Ryan Adams, maar heeft een duidelijk eigen geluid.
Ik vond The Last American aan het eind van 2018 vooral een album vol belofte, maar het ijzersterke Run Like A Bull is de belofte voorbij. Ryan Culwell maakt op zijn derde album niet alleen indruk met een prachtig geluid, met bijzondere arrangementen en met een lekker rauwe strot, maar ook met indringende en soms wat aan Bruce Springsteen herinnerende verhalen en met songs die verrassend makkelijk blijven hangen.
Het knappe is dat de Amerikaanse muzikant zijn nieuwe album slechts in vier dagen opnam. Dat is deels de verdienste van de topmuzikanten die hem bijstaan, want met onder andere topproducer Neilson Hubbard en stergitarist Will Kimbrough kun je al bijna geen slecht album maken. Ook zangeressen Natalie Schlabs, Betsy Phillips en Caroline Spence verdienen alle lof, want ondanks de bescheiden rol van hun stemmen dragen ze nadrukkelijk bij aan het bijzonder fraaie eindresultaat.
Ik was Ryan Culwell zoals gezegd helemaal vergeten, maar het prachtige Run Like A Bull is wat mij betreft aanleiding om de Amerikaanse singer-songwriter vanaf nu zeer nauwlettend in de gaten te houden. Erwin Zijleman
Ryan Culwell - The Last American (2018)

4,0
0
geplaatst: 24 december 2018, 15:57 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ryan Culwell - The Last American - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Last American van Ryan Culwell moet je een paar keer horen, maar blijkt dan een bij vlagen bloedstollend mooie rootsplaat
Gek hoe sommige platen je direct weten te raken en andere platen in hetzelfde genre weinig tot niets met je doen. Ik had lang niets met The Last American van Ryan Culwell, maar toen de eerste track op de plaat me te pakken had, vielen ook de andere tracks op de plaat als dominostenen om. Ryan Culwell verruilde het Texaanse platteland voor de grote stad, maar maakt op zijn plaat soms de stevige rock van de stad en soms de verstilde folk van het platteland, waarbij de vervagende “American Dream” steeds centraal staat in de teksten. The Last American klinkt vaak als de plaat die Ryan Adams de afgelopen jaren niet meer gemaakt heeft, maar laat ook absoluut de belofte van Ryan Culwell horen.
The Last American van Ryan Culwell lag inmiddels een maand of vier op de stapel en lag er voor een belangrijk deel omdat ik de cover van de plaat mooi vind.
Over de muziek van Ryan Culwell had ik de afgelopen jaren een minder duidelijke mening. Op het in 2015 verschenen Flatlands maakte de Texaanse muzikant in eerste instantie indruk met verstilde songs die het zware leven in de Texaanse Panhandle (het smalle uitsteeksel in het diepe zuiden van de Lone Star State) bezong. Op een of andere manier bleven de songs van de Amerikaanse singer-songwriter echter niet hangen en verdween Flatlands snel naar de achtergrond.
Dat gebeurde de afgelopen maanden ook een paar keer met The Last American en alleen dankzij de mooie foto op de cover bleef de plaat op de stapel liggen. The Last American is een wat andere plaat dan zijn bijna verstilde voorganger. In de eerste tracks kiest Ryan Culwell voor een lekker stevig geluid en heeft de folk plaatsgemaakt voor rootsrock. Met name de openingstrack deed en doet me flink aan Ryan Adams denken. Het klinkt erg lekker, maar het voegt op het eerste gehoor ook niet veel toe aan alles dat er al is.
Ook in de tweede track scheuren de gitaren aangenaam, maar pas in de derde track maakt Ryan Culwell indruk in de meer ingetogen titeltrack. De Texaanse muzikant vertelt in de meer ingetogen songs mooie maar sombere verhalen en het zijn verhalen die tot leven komen door de mooie instrumentatie op de plaat en door de aansprekende stem van de Amerikaan, die in zijn teksten stevig uithaalt naar de teloorgang van de “American Dream”.
The Last American klinkt, zeker in de wat stevigere tracks, behoorlijk vol geproduceerd en dat pakt bij Amerikaanse rootsmuziek lang niet altijd goed uit. Ook bij beluistering van The Last American stond de productie me in eerste instantie wat tegen, maar hoe vaker ik naar de plaat luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat Ryan Culwell met The Last American een hele knappe rootsplaat heeft gemaakt.
Het is in de uptempo track een plaat die Ryan Adams gemaakt zou kunnen hebben, maar echt al jaren niet meer maakt. Het zijn tracks waarin de gitaren lekker stevig mogen uithalen en subtiel worden omgeven door atmosferische klanken, wat de plaat een bijzondere sfeer geeft. Het is een sfeer die nog beter tot zijn recht komt in de wat meer ingetogen songs op de plaat, die wat meer diepgang laten horen dan de wat rechttoe rechtaan rocksongs op The Last American en hier en daar herinneren aan Springsteen’s Nebraska.
Ryan Culwell nam de plaat overigens op nadat een ongeluk met een kettingzaag hem bijna het leven kostte, waarna hij de ruige Texaanse Panhandle definitief verruilde voor Nashville, Tennessee. Vergeleken met Flatlanders is The Last American ook veel meer een plaat van de stad, maar zeker in de ingetogen songs klinken nog flink wat echo’s van het Amerikaanse platteland door.
Ik had de laatste plaat van Ryan Culwell al een paar keer terzijde geschoven, maar de afgelopen maanden ben ik stiekem ook gaan houden van The Last American, waarna het kwartje de afgelopen dagen definitief viel. Ik had vaak mijn reserves bij de muziek van de Texaanse muzikant, maar kan inmiddels toch alleen maar concluderen dat Ryan Culwell een hele knappe en bij vlagen wonderschone rootsplaat heeft gemaakt. Begin misschien niet met de rocktracks waarmee de plaat opent, maar met het bloedstollend mooie Fucked Up Too halverwege de plaat. Wanneer je eenmaal overtuigt bent van de kwaliteiten van de Amerikaanse muzikant volgen alle andere tracks snel. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ryan Culwell - The Last American - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Last American van Ryan Culwell moet je een paar keer horen, maar blijkt dan een bij vlagen bloedstollend mooie rootsplaat
Gek hoe sommige platen je direct weten te raken en andere platen in hetzelfde genre weinig tot niets met je doen. Ik had lang niets met The Last American van Ryan Culwell, maar toen de eerste track op de plaat me te pakken had, vielen ook de andere tracks op de plaat als dominostenen om. Ryan Culwell verruilde het Texaanse platteland voor de grote stad, maar maakt op zijn plaat soms de stevige rock van de stad en soms de verstilde folk van het platteland, waarbij de vervagende “American Dream” steeds centraal staat in de teksten. The Last American klinkt vaak als de plaat die Ryan Adams de afgelopen jaren niet meer gemaakt heeft, maar laat ook absoluut de belofte van Ryan Culwell horen.
The Last American van Ryan Culwell lag inmiddels een maand of vier op de stapel en lag er voor een belangrijk deel omdat ik de cover van de plaat mooi vind.
Over de muziek van Ryan Culwell had ik de afgelopen jaren een minder duidelijke mening. Op het in 2015 verschenen Flatlands maakte de Texaanse muzikant in eerste instantie indruk met verstilde songs die het zware leven in de Texaanse Panhandle (het smalle uitsteeksel in het diepe zuiden van de Lone Star State) bezong. Op een of andere manier bleven de songs van de Amerikaanse singer-songwriter echter niet hangen en verdween Flatlands snel naar de achtergrond.
Dat gebeurde de afgelopen maanden ook een paar keer met The Last American en alleen dankzij de mooie foto op de cover bleef de plaat op de stapel liggen. The Last American is een wat andere plaat dan zijn bijna verstilde voorganger. In de eerste tracks kiest Ryan Culwell voor een lekker stevig geluid en heeft de folk plaatsgemaakt voor rootsrock. Met name de openingstrack deed en doet me flink aan Ryan Adams denken. Het klinkt erg lekker, maar het voegt op het eerste gehoor ook niet veel toe aan alles dat er al is.
Ook in de tweede track scheuren de gitaren aangenaam, maar pas in de derde track maakt Ryan Culwell indruk in de meer ingetogen titeltrack. De Texaanse muzikant vertelt in de meer ingetogen songs mooie maar sombere verhalen en het zijn verhalen die tot leven komen door de mooie instrumentatie op de plaat en door de aansprekende stem van de Amerikaan, die in zijn teksten stevig uithaalt naar de teloorgang van de “American Dream”.
The Last American klinkt, zeker in de wat stevigere tracks, behoorlijk vol geproduceerd en dat pakt bij Amerikaanse rootsmuziek lang niet altijd goed uit. Ook bij beluistering van The Last American stond de productie me in eerste instantie wat tegen, maar hoe vaker ik naar de plaat luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat Ryan Culwell met The Last American een hele knappe rootsplaat heeft gemaakt.
Het is in de uptempo track een plaat die Ryan Adams gemaakt zou kunnen hebben, maar echt al jaren niet meer maakt. Het zijn tracks waarin de gitaren lekker stevig mogen uithalen en subtiel worden omgeven door atmosferische klanken, wat de plaat een bijzondere sfeer geeft. Het is een sfeer die nog beter tot zijn recht komt in de wat meer ingetogen songs op de plaat, die wat meer diepgang laten horen dan de wat rechttoe rechtaan rocksongs op The Last American en hier en daar herinneren aan Springsteen’s Nebraska.
Ryan Culwell nam de plaat overigens op nadat een ongeluk met een kettingzaag hem bijna het leven kostte, waarna hij de ruige Texaanse Panhandle definitief verruilde voor Nashville, Tennessee. Vergeleken met Flatlanders is The Last American ook veel meer een plaat van de stad, maar zeker in de ingetogen songs klinken nog flink wat echo’s van het Amerikaanse platteland door.
Ik had de laatste plaat van Ryan Culwell al een paar keer terzijde geschoven, maar de afgelopen maanden ben ik stiekem ook gaan houden van The Last American, waarna het kwartje de afgelopen dagen definitief viel. Ik had vaak mijn reserves bij de muziek van de Texaanse muzikant, maar kan inmiddels toch alleen maar concluderen dat Ryan Culwell een hele knappe en bij vlagen wonderschone rootsplaat heeft gemaakt. Begin misschien niet met de rocktracks waarmee de plaat opent, maar met het bloedstollend mooie Fucked Up Too halverwege de plaat. Wanneer je eenmaal overtuigt bent van de kwaliteiten van de Amerikaanse muzikant volgen alle andere tracks snel. Erwin Zijleman
Ryan Davis & the Roadhouse Band - New Threats from the Soul (2025)

4,0
1
geplaatst: 28 juli 2025, 20:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ryan Davis & The Roadhouse Band - New Threats From The Soul - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ryan Davis & The Roadhouse Band - New Threats From The Soul
Ryan Davis & The Roadhouse Band imponeren op New Threats From The Soul met zeven lange tracks, waarin ze niet alleen geweldige alt-country maken, maar ook iets bijzonders toevoegen aan alle alt-country die er al is
Bij eerste beluistering van New Threats From The Soul van de Amerikaanse muzikant Ryan Davis en zijn band The Roadhouse Band werd ik direct van mijn sokken geblazen door het volle en verrassende geluid. Het is een geluid dat zich beweegt binnen de kaders van de alt-country, maar op hetzelfde moment nadrukkelijk de grenzen opzoekt. In de lange tracks op het bijna een uur durende album gebeurt van alles en het is allemaal even mooi. Ryan Davis beschikt ook nog eens over een karakteristieke stem, die ook een stempel drukt op New Threats From The Soul. Ryan Davis & The Roadhouse band hebben een fantastisch alt-country album gemaakt en het wordt alleen maar beter en indrukwekkender.
Met name Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut geven deze maand hoog op over New Threats From The Soul, wat volgens mij het tweede album is van de Amerikaanse muzikant Ryan Davis en zijn band The Roadhouse Band. Na beluistering van het album kan ik me wel vinden in de lovende woorden van de Britse recensenten, want New Threats From The Soul is een zeer aansprekend en opvallend album.
Het is een album met een speelduur van maar liefst 57 minuten, maar in het kleine uur vervelen Ryan Davis en zijn band echt geen moment. Het tweede album van Ryan Davis & The Roadhouse Band bevat overigens slechts zeven tracks, wat betekent dat we worden getrakteerd op wat langer uitgesponnen songs en ook dat bevalt me wel.
De Amerikaanse band benut de tijd die het heeft in haar songs voor flink wat muzikaal vuurwerk en evenveel bijzondere wendingen, wat een spannend album oplevert. Dat is best bijzonder, want New Threats From The Soul is een album dat ik zelf in het hokje Americana of alt-country zou stoppen en dat zijn op zich geen genres waarin hele spannende muziek wordt gemaakt.
Binnen de Americana of de alt-country zit de muziek van Ryan Davis & The Roadhouse Band soms aan de traditionele kant, maar New Threats From The Soul klinkt door de bijzondere muziek ook anders dan andere albums in het genre en heeft hierdoor ook iets moderns.
Het doet me met grote regelmaat denken aan de muziek die de veel te vroeg overleden David Berman maakte met zijn bands Silver Jews en Purple Mountains. Dat heeft veel te maken met de zang van Ryan Davis, maar ook in muzikaal opzicht hoor ik raakvlakken. De muziek van Ryan Davis & The Roadhouse Band wordt ook wel omschreven als Americana noir en dat is een goede omschrijving want de muziek van de Amerikaanse band is vaak aan de donkere en melancholische kant.
Het album sprak me eigenlijk direct aan, want New Threats From The Soul heeft niet alleen iets bijzonders, maar straalt ook urgentie uit. Het album werd gemaakt met flink wat gastmuzikanten, die allemaal iets bijdragen aan het bijzondere geluid van Ryan Davis & The Roadhouse Band. Het levert een bont en veelkleurig, maar op een of andere manier ook consistent album op.
Natuurlijk is er geweldig snarenwerk te horen, inclusief de onmisbare pedal steel, maar ook de bijdragen van strijkers en blazers zijn bijzonder, net als de bijdragen van de in het genre wat atypische synths en de fluit, die de muziek op het album hier en daar een stevig psychedelisch tintje geeft.
Ryan Davis bepaalt met zijn stem voor een belangrijk deel het geluid New Threats From The Soul, maar ook de achtergrondzang van onder andere Catherine Irwin van Freakwater en de Canadese zangeres Myriam Gendron streelt keer op keer het oor. Met zeven lange songs is New Threats From The Soul een lange zit, maar ik onderga de bijna een uur durende luistertrip van Ryan Davis & The Roadhouse Band met steeds meer plezier, maar ook met steeds meer bewondering.
Ik hoor de afgelopen jaren niet heel veel goede alt-country albums meer en een alt-country album dat iets toevoegt aan alles dat er al is, is nog wat zeldzamer. New Threats From The Soul van Ryan Davis & The Roadhouse Band is een heel goed alt-country album en het is er een die, vooral met de veelkleurige instrumentatie, maar ook met de geweldige songs, de uitstapjes naar andere genres en de karakteristieke zang van Ryan Davis, iets toevoegt aan alles dat er al is in het genre. Zeer warm aanbevolen dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Ryan Davis & The Roadhouse Band - New Threats From The Soul - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ryan Davis & The Roadhouse Band - New Threats From The Soul
Ryan Davis & The Roadhouse Band imponeren op New Threats From The Soul met zeven lange tracks, waarin ze niet alleen geweldige alt-country maken, maar ook iets bijzonders toevoegen aan alle alt-country die er al is
Bij eerste beluistering van New Threats From The Soul van de Amerikaanse muzikant Ryan Davis en zijn band The Roadhouse Band werd ik direct van mijn sokken geblazen door het volle en verrassende geluid. Het is een geluid dat zich beweegt binnen de kaders van de alt-country, maar op hetzelfde moment nadrukkelijk de grenzen opzoekt. In de lange tracks op het bijna een uur durende album gebeurt van alles en het is allemaal even mooi. Ryan Davis beschikt ook nog eens over een karakteristieke stem, die ook een stempel drukt op New Threats From The Soul. Ryan Davis & The Roadhouse band hebben een fantastisch alt-country album gemaakt en het wordt alleen maar beter en indrukwekkender.
Met name Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut geven deze maand hoog op over New Threats From The Soul, wat volgens mij het tweede album is van de Amerikaanse muzikant Ryan Davis en zijn band The Roadhouse Band. Na beluistering van het album kan ik me wel vinden in de lovende woorden van de Britse recensenten, want New Threats From The Soul is een zeer aansprekend en opvallend album.
Het is een album met een speelduur van maar liefst 57 minuten, maar in het kleine uur vervelen Ryan Davis en zijn band echt geen moment. Het tweede album van Ryan Davis & The Roadhouse Band bevat overigens slechts zeven tracks, wat betekent dat we worden getrakteerd op wat langer uitgesponnen songs en ook dat bevalt me wel.
De Amerikaanse band benut de tijd die het heeft in haar songs voor flink wat muzikaal vuurwerk en evenveel bijzondere wendingen, wat een spannend album oplevert. Dat is best bijzonder, want New Threats From The Soul is een album dat ik zelf in het hokje Americana of alt-country zou stoppen en dat zijn op zich geen genres waarin hele spannende muziek wordt gemaakt.
Binnen de Americana of de alt-country zit de muziek van Ryan Davis & The Roadhouse Band soms aan de traditionele kant, maar New Threats From The Soul klinkt door de bijzondere muziek ook anders dan andere albums in het genre en heeft hierdoor ook iets moderns.
Het doet me met grote regelmaat denken aan de muziek die de veel te vroeg overleden David Berman maakte met zijn bands Silver Jews en Purple Mountains. Dat heeft veel te maken met de zang van Ryan Davis, maar ook in muzikaal opzicht hoor ik raakvlakken. De muziek van Ryan Davis & The Roadhouse Band wordt ook wel omschreven als Americana noir en dat is een goede omschrijving want de muziek van de Amerikaanse band is vaak aan de donkere en melancholische kant.
Het album sprak me eigenlijk direct aan, want New Threats From The Soul heeft niet alleen iets bijzonders, maar straalt ook urgentie uit. Het album werd gemaakt met flink wat gastmuzikanten, die allemaal iets bijdragen aan het bijzondere geluid van Ryan Davis & The Roadhouse Band. Het levert een bont en veelkleurig, maar op een of andere manier ook consistent album op.
Natuurlijk is er geweldig snarenwerk te horen, inclusief de onmisbare pedal steel, maar ook de bijdragen van strijkers en blazers zijn bijzonder, net als de bijdragen van de in het genre wat atypische synths en de fluit, die de muziek op het album hier en daar een stevig psychedelisch tintje geeft.
Ryan Davis bepaalt met zijn stem voor een belangrijk deel het geluid New Threats From The Soul, maar ook de achtergrondzang van onder andere Catherine Irwin van Freakwater en de Canadese zangeres Myriam Gendron streelt keer op keer het oor. Met zeven lange songs is New Threats From The Soul een lange zit, maar ik onderga de bijna een uur durende luistertrip van Ryan Davis & The Roadhouse Band met steeds meer plezier, maar ook met steeds meer bewondering.
Ik hoor de afgelopen jaren niet heel veel goede alt-country albums meer en een alt-country album dat iets toevoegt aan alles dat er al is, is nog wat zeldzamer. New Threats From The Soul van Ryan Davis & The Roadhouse Band is een heel goed alt-country album en het is er een die, vooral met de veelkleurige instrumentatie, maar ook met de geweldige songs, de uitstapjes naar andere genres en de karakteristieke zang van Ryan Davis, iets toevoegt aan alles dat er al is in het genre. Zeer warm aanbevolen dus. Erwin Zijleman
Rykarda Parasol - The Color of Destruction (2015)

4,0
0
geplaatst: 23 april 2016, 10:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rykarda Parasol - The Color Of Destruction - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Rykarda Parasol is een afwisselend vanuit San Francisco en Parijs opererende muzikante, die inmiddels een jaar of tien aan de weg timmert.
Dat heeft tot dusver vier bijzondere platen opgeleverd. Het zijn platen die stuk voor stuk konden rekenen op uitstekende recensies, maar die uiteindelijk helaas maar weinig aandacht trokken.
Het eind 2015 verschenen The Color Of Destruction moet daar maar eens verandering in gaan brengen en hopelijk helpt de Nederlandse release van de plaat hierbij.
Iedereen die de vorige platen van Rykarda Parasol kent, zal ook The Color Of Destruction direct omarmen. De Amerikaanse zangeres maakt buitengewoon stemmige en gloedvolle muziek met een vleugje psychedelica.
De instrumentatie op The Color Of Destruction is tijdloos, bijzonder sfeervol en herinnert aan de jaren 60 en 70, maar roept ook associaties op met de platen van onder andere Nick Cave. Het is een instrumentatie vol mooie accenten, met een hoofdrol voor het bijzondere vioolspel op de plaat.
Het is een instrumentatie die prachtig kleurt bij Rykarda Parasol’s sterkste wapen. Dat sterkste wapen is haar unieke stem. Het is een stem die lijkt opgebouwd uit gelijke delen Nico, Grace Slick, Patti Smith en Marianne Faithfull en vervolgens is verrijkt met een beetje PJ Harvey en wat van Siouxsie Sioux. Dat klinkt waarschijnlijk erg donker en onderkoeld, maar vergeleken met de meeste van haar soortgenoten slaagt Rykarda Parasol er in om veel warmte in haar vocalen te leggen.
De combinatie van de stemmige instrumentatie en de zeker niet alledaagse vocalen, levert een plaat op die zich niet makkelijk laat positioneren. The Color Of Destruction zou met gemak enige decennia oud kunnen zijn, maar klinkt geen moment gedateerd. Het is bovendien een plaat die nogal uiteenlopende stijlen samen smeedt.
Zeker wanneer je eenmaal gewend bent aan het bijzondere geluid van Rykarda Parasol, is The Color Of Destruction een gepassioneerde plaat vol songs die een enorme kracht en urgentie uitstralen. Of Rykarda Parasol met deze plaat gaat doorbreken naar een groot publiek betwijfel ik, maar voor de fijnproevers is dit absoluut een plaat om te koesteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rykarda Parasol - The Color Of Destruction - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Rykarda Parasol is een afwisselend vanuit San Francisco en Parijs opererende muzikante, die inmiddels een jaar of tien aan de weg timmert.
Dat heeft tot dusver vier bijzondere platen opgeleverd. Het zijn platen die stuk voor stuk konden rekenen op uitstekende recensies, maar die uiteindelijk helaas maar weinig aandacht trokken.
Het eind 2015 verschenen The Color Of Destruction moet daar maar eens verandering in gaan brengen en hopelijk helpt de Nederlandse release van de plaat hierbij.
Iedereen die de vorige platen van Rykarda Parasol kent, zal ook The Color Of Destruction direct omarmen. De Amerikaanse zangeres maakt buitengewoon stemmige en gloedvolle muziek met een vleugje psychedelica.
De instrumentatie op The Color Of Destruction is tijdloos, bijzonder sfeervol en herinnert aan de jaren 60 en 70, maar roept ook associaties op met de platen van onder andere Nick Cave. Het is een instrumentatie vol mooie accenten, met een hoofdrol voor het bijzondere vioolspel op de plaat.
Het is een instrumentatie die prachtig kleurt bij Rykarda Parasol’s sterkste wapen. Dat sterkste wapen is haar unieke stem. Het is een stem die lijkt opgebouwd uit gelijke delen Nico, Grace Slick, Patti Smith en Marianne Faithfull en vervolgens is verrijkt met een beetje PJ Harvey en wat van Siouxsie Sioux. Dat klinkt waarschijnlijk erg donker en onderkoeld, maar vergeleken met de meeste van haar soortgenoten slaagt Rykarda Parasol er in om veel warmte in haar vocalen te leggen.
De combinatie van de stemmige instrumentatie en de zeker niet alledaagse vocalen, levert een plaat op die zich niet makkelijk laat positioneren. The Color Of Destruction zou met gemak enige decennia oud kunnen zijn, maar klinkt geen moment gedateerd. Het is bovendien een plaat die nogal uiteenlopende stijlen samen smeedt.
Zeker wanneer je eenmaal gewend bent aan het bijzondere geluid van Rykarda Parasol, is The Color Of Destruction een gepassioneerde plaat vol songs die een enorme kracht en urgentie uitstralen. Of Rykarda Parasol met deze plaat gaat doorbreken naar een groot publiek betwijfel ik, maar voor de fijnproevers is dit absoluut een plaat om te koesteren. Erwin Zijleman
Rykarda Parasol - Tuesday Morning (2023)

4,0
0
geplaatst: 10 november 2023, 15:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rykarda Parasol - Tuesday Morning - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rykarda Parasol - Tuesday Morning
Het is best lang stil geweest rond de Amerikaanse muzikante Rykarda Parasol, maar met haar nieuwe album Tuesday Morning gaat ze verder op de weg die ze met haar uitstekende vorige albums is ingeslagen
Ik ontdekte de uit San Francisco afkomstige Rykarda Parasol pas toen ze haar vierde album uitbracht, maar sindsdien heb ik haar muziek hoog zitten. Het is muziek die teruggrijpt op de psychedelische pop-noir en folk-noir die in de jaren 60 werd gemaakt aan de Amerikaanse westkust en het is muziek die wordt gedragen door de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikante. Het is een stem vol doorleving en weemoed die de muziek van Rykarda Parasol op bijzondere wijze kleurt. Ook op Tuesday Morning trekt de zang weer de meeste aandacht, maar ook de kwaliteit van de songs van Rykarda Parasol is weer dik in orde. Bijzondere muzikante met wederom een uitstekend album.
In de herfst van 2015 besprak ik The Color Of Destruction van Rykarda Parasol. Het was niet mijn eerste kennismaking met haar muziek, maar het was wel de eerste keer dat ik de tijd nam om er eens goed naar te luisteren. The Color Of Destruction was al het vierde album van de muzikante uit San Francisco en na mijn positieve oordeel over het album ben ik ook de eerste drie albums van Rykarda Parasol beter gaan beluisteren en al snel zeer gaan waarderen.
Het leek er lange tijd op dat de Amerikaanse muzikante zou blijven steken op vier albums, maar na ruim acht jaar wachten is deze week dan eindelijk de opvolger van The Color Of Destruction verschenen. Op Tuesday Morning gaat Rykarda Parasol verder waar haar vorige album ophield, waardoor het album direct vertrouwd aanvoelt of zelfs als het spreekwoordelijke warme bad. Ook Tuesday Morning heeft weer een zeer aangename jaren 60 vibe en had net zo makkelijk 55 jaar geleden gemaakt kunnen worden in de thuisbasis van Rykarda Parasol.
Ondanks het jaren 60 sfeertje klinkt ook het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante zeker niet gedateerd en als dat wel zo is zit het me niet in de weg. Rykarda Parasol laat ook op Tuesday Morning weer horen dat ze zeer bedreven is in het schrijven van tijdloze popsongs, die op even tijdloze wijze worden ingekleurd. Veel songs herinneren aan de muziek die in de jaren 60 aan de Amerikaanse westkust werd gemaakt, maar als Rykarda Parasol er een Franstalige track tussendoor gooit zit je direct in het Parijs van de late jaren 60 en kijkt Serge Gainsbourg goedkeurend toe.
Rykarda Parasol tekende zelf voor de productie van het album, waarvoor ze een aantal prima muzikanten heeft ingeschakeld. Tuesday Morning klinkt niet alleen warm, maar is ook voorzien van een zeer smaakvolle instrumentatie, die vooral organisch en vaak wat psychedelisch klinkt. Het is de perfecte basis voor de stem van Rykarda Parasol en het is deze stem die ook dit keer de meeste aandacht trekt en de meeste indruk maakt.
Het is een stem die ik ruim acht jaar geleden beschreef als een stem die bestaat uit gelijke delen Nico, Grace Slick, Patti Smith en Marianne Faithfull en vervolgens is verrijkt met een beetje PJ Harvey en wat van Siouxsie Sioux. Bij beluistering van Tuesday Morning blijft dit rijtje namen absoluut overeind, maar ik wil er wel de naam van Lana Del Rey aan toevoegen. Zeker de wat nostalgisch aandoende tracks van Lana Del Rey zijn niet heel ver verwijderd van de songs op het nieuwe album van Rykarda Parasol, die al dit soort muziek maakte toen Lana Del Ray nog als Lizzy Grant door het leven ging.
De wat donkere stem van Rykarda Parasol heeft er voor gezorgd dat haar muziek is voorzien van labels als pop-noir en folk-noir en dat zijn op zich prima omschrijvingen voor haar songs. Het zijn songs waarvan ik acht jaar geleden heb leren houden, maar Tuesday Morning vond ik direct bij eerste beluistering een geweldig album. Het is een album dat zich aan de ene kant laat beluisteren als een vergeten klassieker uit de jaren 60, wat van Tuesday Morning een interessant zoekplaatje maakt, maar het is ook een fris popalbum dat anders klinkt dan de meeste andere popalbums van het moment. En op de kille en regenachtige herfstavonden van het moment klinkt het nog net wat lekkerder. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rykarda Parasol - Tuesday Morning - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rykarda Parasol - Tuesday Morning
Het is best lang stil geweest rond de Amerikaanse muzikante Rykarda Parasol, maar met haar nieuwe album Tuesday Morning gaat ze verder op de weg die ze met haar uitstekende vorige albums is ingeslagen
Ik ontdekte de uit San Francisco afkomstige Rykarda Parasol pas toen ze haar vierde album uitbracht, maar sindsdien heb ik haar muziek hoog zitten. Het is muziek die teruggrijpt op de psychedelische pop-noir en folk-noir die in de jaren 60 werd gemaakt aan de Amerikaanse westkust en het is muziek die wordt gedragen door de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikante. Het is een stem vol doorleving en weemoed die de muziek van Rykarda Parasol op bijzondere wijze kleurt. Ook op Tuesday Morning trekt de zang weer de meeste aandacht, maar ook de kwaliteit van de songs van Rykarda Parasol is weer dik in orde. Bijzondere muzikante met wederom een uitstekend album.
In de herfst van 2015 besprak ik The Color Of Destruction van Rykarda Parasol. Het was niet mijn eerste kennismaking met haar muziek, maar het was wel de eerste keer dat ik de tijd nam om er eens goed naar te luisteren. The Color Of Destruction was al het vierde album van de muzikante uit San Francisco en na mijn positieve oordeel over het album ben ik ook de eerste drie albums van Rykarda Parasol beter gaan beluisteren en al snel zeer gaan waarderen.
Het leek er lange tijd op dat de Amerikaanse muzikante zou blijven steken op vier albums, maar na ruim acht jaar wachten is deze week dan eindelijk de opvolger van The Color Of Destruction verschenen. Op Tuesday Morning gaat Rykarda Parasol verder waar haar vorige album ophield, waardoor het album direct vertrouwd aanvoelt of zelfs als het spreekwoordelijke warme bad. Ook Tuesday Morning heeft weer een zeer aangename jaren 60 vibe en had net zo makkelijk 55 jaar geleden gemaakt kunnen worden in de thuisbasis van Rykarda Parasol.
Ondanks het jaren 60 sfeertje klinkt ook het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante zeker niet gedateerd en als dat wel zo is zit het me niet in de weg. Rykarda Parasol laat ook op Tuesday Morning weer horen dat ze zeer bedreven is in het schrijven van tijdloze popsongs, die op even tijdloze wijze worden ingekleurd. Veel songs herinneren aan de muziek die in de jaren 60 aan de Amerikaanse westkust werd gemaakt, maar als Rykarda Parasol er een Franstalige track tussendoor gooit zit je direct in het Parijs van de late jaren 60 en kijkt Serge Gainsbourg goedkeurend toe.
Rykarda Parasol tekende zelf voor de productie van het album, waarvoor ze een aantal prima muzikanten heeft ingeschakeld. Tuesday Morning klinkt niet alleen warm, maar is ook voorzien van een zeer smaakvolle instrumentatie, die vooral organisch en vaak wat psychedelisch klinkt. Het is de perfecte basis voor de stem van Rykarda Parasol en het is deze stem die ook dit keer de meeste aandacht trekt en de meeste indruk maakt.
Het is een stem die ik ruim acht jaar geleden beschreef als een stem die bestaat uit gelijke delen Nico, Grace Slick, Patti Smith en Marianne Faithfull en vervolgens is verrijkt met een beetje PJ Harvey en wat van Siouxsie Sioux. Bij beluistering van Tuesday Morning blijft dit rijtje namen absoluut overeind, maar ik wil er wel de naam van Lana Del Rey aan toevoegen. Zeker de wat nostalgisch aandoende tracks van Lana Del Rey zijn niet heel ver verwijderd van de songs op het nieuwe album van Rykarda Parasol, die al dit soort muziek maakte toen Lana Del Ray nog als Lizzy Grant door het leven ging.
De wat donkere stem van Rykarda Parasol heeft er voor gezorgd dat haar muziek is voorzien van labels als pop-noir en folk-noir en dat zijn op zich prima omschrijvingen voor haar songs. Het zijn songs waarvan ik acht jaar geleden heb leren houden, maar Tuesday Morning vond ik direct bij eerste beluistering een geweldig album. Het is een album dat zich aan de ene kant laat beluisteren als een vergeten klassieker uit de jaren 60, wat van Tuesday Morning een interessant zoekplaatje maakt, maar het is ook een fris popalbum dat anders klinkt dan de meeste andere popalbums van het moment. En op de kille en regenachtige herfstavonden van het moment klinkt het nog net wat lekkerder. Erwin Zijleman
Ryley Walker - All Kinds of You (2014)

4,5
0
geplaatst: 23 augustus 2014, 08:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Riley Walker - All Kinds Of You - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het Nederlandse muziektijdschrift Heaven heeft misschien niet de allure en diepgang van Britse concurrenten als Mojo en Uncut, maar het zet me wel met enige regelmaat op het spoor van prachtplaten die elders (inclusief Mojo en Uncut) geen enkele aandacht krijgen.
In de meest recente editie van het tijdschrift wordt het debuut van de volslagen onbekende Amerikaanse singer-songwriter Ryley Walker bejubeld en dit blijkt een voltreffer.
Ryley Walker is pas 24, maar grijpt met zijn bijzondere muziek nadrukkelijk terug op de psychedelische folkmuziek uit de jaren 60 en 70. Daarin staat hij niet alleen, maar de invulling die Ryley Walker er aan geeft is uniek.
In de muziek van Ryley Walker vallen een aantal dingen op. Allereerst is er zijn complexe akoestische gitaarspel, dat meer dan eens doet denken aan dat van John Fahey en Bert Jansch. Dit bijzondere gitaarspel wordt gecombineerd met vocalen die herinneringen oproepen aan groten als Tim Buckley en Tim Hardin.
Het zou op zich genoeg kunnen of zelfs moeten zijn voor een mooi folky geluid, maar All Kinds Of You van Ryley Walker laat nog veel meer horen. De jonge singer-songwriter uit Chicago laat zich immers bijstaan door een band waarin vooral de violist en de pianist nadrukkelijk de aandacht opeisen.
Het combineert fraai met het akoestische gitaarspel en de mooie stem van Ryley Walker, maar het levert ook een heel bijzonder geluid op. Zeker wanneer piano en viool eindeloos mogen experimenteren doet het geluid van Ryley Walker op All Kinds Of You zwaar psychedelisch aan, maar Ryley Walker slaat ook continu bruggen richting de Britse en Amerikaanse folk uit vervlogen tijden.
Het debuut van Ryley Walker klinkt eigenlijk geen moment als een plaat uit 2014. Als iemand me zou vertellen dat het een vergeten meesterwerk uit de jaren 60 of 70 betreft zou ik het waarschijnlijk eerder hebben geloofd, maar All Kinds Of You stamt echt uit het heden.
Omdat de plaat zover is verwijderd van de hedendaagse folk, is het debuut van Ryley Walker zeker geen makkelijke plaat. Zeker in het begin moest ik erg wennen aan het gitaarspel, aan de vocalen en vooral aan het bijzondere bandgeluid vol viooluithalen, maar wanneer de puzzelstukjes langzaam maar zeker op hun plaats vallen blijkt All Kinds Of You een intrigerende maar ook wonderschone plaat.
Het is een plaat die geen moment lijkt op de leeftijd- en soortgenoten van Ryley Walker, waarmee de jonge singer-songwriter uit Chicago zich met speels gemak weet te onderscheiden en wat mij betreft aandacht en lof afdwingt
Iedere keer als ik naar het debuut van Ryley Walker luister hoor ik weer nieuwe dingen en iedere keer word ik nog wat dieper meegesleept in het unieke en bijzonder mysterieuze muzikale universum van Ryley Walker, dat zo langzamerhand een bezwerende werking heeft gekregen.
All Kinds Of You van Ryley Walker is een plaat die waarschijnlijk makkelijk vergeten wordt, maar echt niet vergeten mag worden. Dankzij Heaven heb ik hem in ieder geval te pakken en daar ben ik echt heel erg blij mee. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Riley Walker - All Kinds Of You - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het Nederlandse muziektijdschrift Heaven heeft misschien niet de allure en diepgang van Britse concurrenten als Mojo en Uncut, maar het zet me wel met enige regelmaat op het spoor van prachtplaten die elders (inclusief Mojo en Uncut) geen enkele aandacht krijgen.
In de meest recente editie van het tijdschrift wordt het debuut van de volslagen onbekende Amerikaanse singer-songwriter Ryley Walker bejubeld en dit blijkt een voltreffer.
Ryley Walker is pas 24, maar grijpt met zijn bijzondere muziek nadrukkelijk terug op de psychedelische folkmuziek uit de jaren 60 en 70. Daarin staat hij niet alleen, maar de invulling die Ryley Walker er aan geeft is uniek.
In de muziek van Ryley Walker vallen een aantal dingen op. Allereerst is er zijn complexe akoestische gitaarspel, dat meer dan eens doet denken aan dat van John Fahey en Bert Jansch. Dit bijzondere gitaarspel wordt gecombineerd met vocalen die herinneringen oproepen aan groten als Tim Buckley en Tim Hardin.
Het zou op zich genoeg kunnen of zelfs moeten zijn voor een mooi folky geluid, maar All Kinds Of You van Ryley Walker laat nog veel meer horen. De jonge singer-songwriter uit Chicago laat zich immers bijstaan door een band waarin vooral de violist en de pianist nadrukkelijk de aandacht opeisen.
Het combineert fraai met het akoestische gitaarspel en de mooie stem van Ryley Walker, maar het levert ook een heel bijzonder geluid op. Zeker wanneer piano en viool eindeloos mogen experimenteren doet het geluid van Ryley Walker op All Kinds Of You zwaar psychedelisch aan, maar Ryley Walker slaat ook continu bruggen richting de Britse en Amerikaanse folk uit vervlogen tijden.
Het debuut van Ryley Walker klinkt eigenlijk geen moment als een plaat uit 2014. Als iemand me zou vertellen dat het een vergeten meesterwerk uit de jaren 60 of 70 betreft zou ik het waarschijnlijk eerder hebben geloofd, maar All Kinds Of You stamt echt uit het heden.
Omdat de plaat zover is verwijderd van de hedendaagse folk, is het debuut van Ryley Walker zeker geen makkelijke plaat. Zeker in het begin moest ik erg wennen aan het gitaarspel, aan de vocalen en vooral aan het bijzondere bandgeluid vol viooluithalen, maar wanneer de puzzelstukjes langzaam maar zeker op hun plaats vallen blijkt All Kinds Of You een intrigerende maar ook wonderschone plaat.
Het is een plaat die geen moment lijkt op de leeftijd- en soortgenoten van Ryley Walker, waarmee de jonge singer-songwriter uit Chicago zich met speels gemak weet te onderscheiden en wat mij betreft aandacht en lof afdwingt
Iedere keer als ik naar het debuut van Ryley Walker luister hoor ik weer nieuwe dingen en iedere keer word ik nog wat dieper meegesleept in het unieke en bijzonder mysterieuze muzikale universum van Ryley Walker, dat zo langzamerhand een bezwerende werking heeft gekregen.
All Kinds Of You van Ryley Walker is een plaat die waarschijnlijk makkelijk vergeten wordt, maar echt niet vergeten mag worden. Dankzij Heaven heb ik hem in ieder geval te pakken en daar ben ik echt heel erg blij mee. Erwin Zijleman
Ryley Walker - Course in Fable (2021)

4,0
2
geplaatst: 4 april 2021, 10:57 uur
De volledige recensie staat op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ryley Walker - Course In Fable - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ryley Walker - Course In Fable
De Amerikaanse muzikant Ryley Walker voegt nog wat invloeden toe aan zijn muziek en overtuigt met een bonte mix van folk(rock), psychedelica, progrock, jazz(rock) en songs die de fantasie blijven prikkelen
De Amerikaanse muzikant Ryley Walker maakte in 2014 diepe indruk met het met psychedelische folk gevulde All Kinds Of You en maakt die indruk sindsdien met alle albums die hij onder zijn eigen naam uitbrengt. Het zijn albums waarop steeds weer nieuwe invloeden worden toegevoegd, wat nu een bijzondere mix van onder andere folkrock, progrock en jazzrock oplevert. Samen met een aantal geweldige muzikanten en een uitstekende producer heeft Ryley Walker een album gemaakt dat je na één keer horen wilt koesteren en bovendien volledig wilt ontdekken. Het is een album vol muzikale hoogstandjes, maar ook een album zonder haast. Bijzonder mooi.
De krenten uit de pop: Ryley Walker - Course In Fable - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ryley Walker - Course In Fable
De Amerikaanse muzikant Ryley Walker voegt nog wat invloeden toe aan zijn muziek en overtuigt met een bonte mix van folk(rock), psychedelica, progrock, jazz(rock) en songs die de fantasie blijven prikkelen
De Amerikaanse muzikant Ryley Walker maakte in 2014 diepe indruk met het met psychedelische folk gevulde All Kinds Of You en maakt die indruk sindsdien met alle albums die hij onder zijn eigen naam uitbrengt. Het zijn albums waarop steeds weer nieuwe invloeden worden toegevoegd, wat nu een bijzondere mix van onder andere folkrock, progrock en jazzrock oplevert. Samen met een aantal geweldige muzikanten en een uitstekende producer heeft Ryley Walker een album gemaakt dat je na één keer horen wilt koesteren en bovendien volledig wilt ontdekken. Het is een album vol muzikale hoogstandjes, maar ook een album zonder haast. Bijzonder mooi.
Ryley Walker - Deafman Glance (2018)

4,0
0
geplaatst: 23 mei 2018, 13:43 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ryley Walker - Deafman Glance - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse muzikant Ryley Walker dook in het voorjaar van 2014 voor het eerst op met het buitengewoon fascinerende All Kinds Of You. In Nederland maakten we pas enkele maanden later kennis met de muziek van de jonge muzikant uit Chicago, maar ook hier was het debuut van Ryley Walker uiteindelijk een jaarlijstjesplaat.
Ryley Walker greep op zijn debuut nadrukkelijk terug op de psychedelische folkmuziek uit de jaren 60 en 70 en verraste met een bijzondere instrumentatie, waarin zijn akoestische fingerpicking gitaarspel, de pianist en met name de violist de hoofdrollen opeisten. Elementen uit de 70s folk uit zowel Engeland als de Verenigde Staten maakten het unieke geluid van Ryley Walker compleet.
Het bijzondere geluid van de Amerikaan werd op het een jaar na zijn debuut verschenen Primrose Green verrijkt met invloeden uit de jazz, terwijl op het weer een jaar later verschenen Golden Sings That Have Been Sung flink wat experiment werd toegevoegd aan het geluid van de muzikant uit Chicago.
Vorig jaar was er nog het fraaie tussendoortje met gitarist Bill MacKay, maar inmiddels is ook het vierde album van Ryley Walker verschenen. Deafman Glance gaat weer verder waar Golden Sings That Have Been Sung twee jaar geleden op hield en combineert alles wat Ryley Walker tot dusver heeft gedaan met nog wat nieuwe uitstapjes buiten de gebaande paden.
Het levert een plaat op die niet onmiddellijk de onuitwisbare indruk maakt die All Kinds Of You vier jaar geleden wel maakte. De songs van de muzikant uit Chicago zijn in een aantal gevallen psychedelisch, folky en wonderschoon, maar Deafman Glance bevat ook een aantal tracks die in eerste instantie lijken te verzanden in jazzy geëxperimenteer of gejam en daar kun je me zeker niet altijd voor wakker maken.
Zeker bij eerste beluistering springt Ryley Walker op Deafman Glance van de hak op de tak. Van folk en psychedelica, naar jazz en avant garde en in de meest extreme momenten schuift de Amerikaan zelfs op in de richting van postrock of zelfs de progrock van een band als King Crimson. Aan de andere kant zijn ook de associaties met het werk van Tim Buckley dit keer niet te onderdrukken, waarmee Deafman Glance niet altijd even ver is verwijderd van zijn voorgangers.
Ook na vele keren luisteren is de nieuwe plaat van Ryley Walker geen plaat die ik in de toekomst heel vaak op ga zetten, maar wanneer ik toe ben aan de experimentele klanken is het een plaat die maar nieuwsgierig blijft maken en waarop langzaam maar zeker steeds meer puzzelstukjes op hun plek vallen.
Heel wat muziekliefhebbers zouden geen enkele moeite hebben gehad met All Kinds Of You part II, III en IV, maar het siert Ryley Walker dat hij blijft zoeken naar vernieuwing en hij het experiment niet schuwt. En ik heb zomaar het idee dat het nu soms ongrijpbare en richtingloze Deafman Glance de komende maanden nog flink kan groeien. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ryley Walker - Deafman Glance - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse muzikant Ryley Walker dook in het voorjaar van 2014 voor het eerst op met het buitengewoon fascinerende All Kinds Of You. In Nederland maakten we pas enkele maanden later kennis met de muziek van de jonge muzikant uit Chicago, maar ook hier was het debuut van Ryley Walker uiteindelijk een jaarlijstjesplaat.
Ryley Walker greep op zijn debuut nadrukkelijk terug op de psychedelische folkmuziek uit de jaren 60 en 70 en verraste met een bijzondere instrumentatie, waarin zijn akoestische fingerpicking gitaarspel, de pianist en met name de violist de hoofdrollen opeisten. Elementen uit de 70s folk uit zowel Engeland als de Verenigde Staten maakten het unieke geluid van Ryley Walker compleet.
Het bijzondere geluid van de Amerikaan werd op het een jaar na zijn debuut verschenen Primrose Green verrijkt met invloeden uit de jazz, terwijl op het weer een jaar later verschenen Golden Sings That Have Been Sung flink wat experiment werd toegevoegd aan het geluid van de muzikant uit Chicago.
Vorig jaar was er nog het fraaie tussendoortje met gitarist Bill MacKay, maar inmiddels is ook het vierde album van Ryley Walker verschenen. Deafman Glance gaat weer verder waar Golden Sings That Have Been Sung twee jaar geleden op hield en combineert alles wat Ryley Walker tot dusver heeft gedaan met nog wat nieuwe uitstapjes buiten de gebaande paden.
Het levert een plaat op die niet onmiddellijk de onuitwisbare indruk maakt die All Kinds Of You vier jaar geleden wel maakte. De songs van de muzikant uit Chicago zijn in een aantal gevallen psychedelisch, folky en wonderschoon, maar Deafman Glance bevat ook een aantal tracks die in eerste instantie lijken te verzanden in jazzy geëxperimenteer of gejam en daar kun je me zeker niet altijd voor wakker maken.
Zeker bij eerste beluistering springt Ryley Walker op Deafman Glance van de hak op de tak. Van folk en psychedelica, naar jazz en avant garde en in de meest extreme momenten schuift de Amerikaan zelfs op in de richting van postrock of zelfs de progrock van een band als King Crimson. Aan de andere kant zijn ook de associaties met het werk van Tim Buckley dit keer niet te onderdrukken, waarmee Deafman Glance niet altijd even ver is verwijderd van zijn voorgangers.
Ook na vele keren luisteren is de nieuwe plaat van Ryley Walker geen plaat die ik in de toekomst heel vaak op ga zetten, maar wanneer ik toe ben aan de experimentele klanken is het een plaat die maar nieuwsgierig blijft maken en waarop langzaam maar zeker steeds meer puzzelstukjes op hun plek vallen.
Heel wat muziekliefhebbers zouden geen enkele moeite hebben gehad met All Kinds Of You part II, III en IV, maar het siert Ryley Walker dat hij blijft zoeken naar vernieuwing en hij het experiment niet schuwt. En ik heb zomaar het idee dat het nu soms ongrijpbare en richtingloze Deafman Glance de komende maanden nog flink kan groeien. Erwin Zijleman
Ryley Walker - Golden Sings That Have Been Sung (2016)

4,5
0
geplaatst: 24 augustus 2016, 15:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ryley Walker - Golden Sings That Have Been Sung - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Halverwege 2014 kwam ik voor het eerst in aanraking met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Ryley Walker.
De jonge muzikant uit Chicago imponeerde op zijn debuut All Kinds Of You met muziek die nadrukkelijk teruggreep op de psychedelische folk uit de jaren 60 en 70, maar ook een eigen draai gaf aan de invloeden uit het verleden, bijvoorbeeld door een eigenzinnige instrumentatie met een hoofdrol voor de viool.
Nog geen jaar later was de Amerikaan terug met zijn tweede plaat en ook Primrose Green bleek een voltreffer. Op zijn tweede plaat borduurde Ryley Walker voort op het geluid van zijn debuut, maar zette hij, bijgestaan door een aantal uitstekende muzikanten, ook een aantal flinke stappen. Primrose Green was nog altijd geworteld in de psychedelische folk van decennia geleden, maar verwerkte ook op fraaie wijze invloeden uit de jazz.
Inmiddels zijn we weer een jaar verder en komt Ryley Walker al weer met zijn derde plaat op de proppen. Golden Sings That Have Been Sung is geproduceerd door Leroy Bach, die ook voor Wilco’s Yankee Hotel Foxtrot achter de knoppen zat. Het is een plaat die meerdere malen opduikt als associatie bij beluistering van de derde plaat van Ryley Walker, die zich verder ook zeker heeft laten beïnvloeden door de experimentele muziek die in de jaren 90 in zijn thuisbasis Chicago werd gemaakt door bands als Tortoise en The Sea And Cake.
Gecombineerd met de inmiddels vertrouwde invloeden uit de psychedelische folk en jazz levert het een fascinerend nieuw geluid op. Golden Sings That Have Been Sung is een plaat die een belangrijk deel van zijn kracht ontleent aan de fraaie arrangementen (die gemaakt lijken voor de kleine uurtjes), de vele muzikale hoogstandjes (met name het gitaarwerk is weer om van te watertanden) en de werkelijk prachtige productie, maar Ryley Walker schrijft ook nog steeds prima songs met een kop en een staart.
Naast de al genoemde associaties citeert Ryley Walker dit keer in gelijke delen uit het oeuvre van Tim en Jeff Buckley, maar heeft hij inmiddels ook een herkenbaar eigen geluid op de rails. Het is een geluid waarin het draait om details en subtiliteiten, al mag de muziek af en toe ook wel eens uit de bocht schieten. Golden Sings That Have Been Sung is niet heel makkelijk te doorgronden, maar wanneer je je openstelt voor de nieuwe songs van Ryley Walker valt er verschrikkelijk veel te genieten op zijn nieuwe plaat.
Terwijl ik volledig nog wel even bezig ben met het ontrafelen van alle geheimen van Golden Sings That Have Been Sung wordt in veel recensies al opzichtig gesproken over de jaarlijstjes. Terecht denk ik. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ryley Walker - Golden Sings That Have Been Sung - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Halverwege 2014 kwam ik voor het eerst in aanraking met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Ryley Walker.
De jonge muzikant uit Chicago imponeerde op zijn debuut All Kinds Of You met muziek die nadrukkelijk teruggreep op de psychedelische folk uit de jaren 60 en 70, maar ook een eigen draai gaf aan de invloeden uit het verleden, bijvoorbeeld door een eigenzinnige instrumentatie met een hoofdrol voor de viool.
Nog geen jaar later was de Amerikaan terug met zijn tweede plaat en ook Primrose Green bleek een voltreffer. Op zijn tweede plaat borduurde Ryley Walker voort op het geluid van zijn debuut, maar zette hij, bijgestaan door een aantal uitstekende muzikanten, ook een aantal flinke stappen. Primrose Green was nog altijd geworteld in de psychedelische folk van decennia geleden, maar verwerkte ook op fraaie wijze invloeden uit de jazz.
Inmiddels zijn we weer een jaar verder en komt Ryley Walker al weer met zijn derde plaat op de proppen. Golden Sings That Have Been Sung is geproduceerd door Leroy Bach, die ook voor Wilco’s Yankee Hotel Foxtrot achter de knoppen zat. Het is een plaat die meerdere malen opduikt als associatie bij beluistering van de derde plaat van Ryley Walker, die zich verder ook zeker heeft laten beïnvloeden door de experimentele muziek die in de jaren 90 in zijn thuisbasis Chicago werd gemaakt door bands als Tortoise en The Sea And Cake.
Gecombineerd met de inmiddels vertrouwde invloeden uit de psychedelische folk en jazz levert het een fascinerend nieuw geluid op. Golden Sings That Have Been Sung is een plaat die een belangrijk deel van zijn kracht ontleent aan de fraaie arrangementen (die gemaakt lijken voor de kleine uurtjes), de vele muzikale hoogstandjes (met name het gitaarwerk is weer om van te watertanden) en de werkelijk prachtige productie, maar Ryley Walker schrijft ook nog steeds prima songs met een kop en een staart.
Naast de al genoemde associaties citeert Ryley Walker dit keer in gelijke delen uit het oeuvre van Tim en Jeff Buckley, maar heeft hij inmiddels ook een herkenbaar eigen geluid op de rails. Het is een geluid waarin het draait om details en subtiliteiten, al mag de muziek af en toe ook wel eens uit de bocht schieten. Golden Sings That Have Been Sung is niet heel makkelijk te doorgronden, maar wanneer je je openstelt voor de nieuwe songs van Ryley Walker valt er verschrikkelijk veel te genieten op zijn nieuwe plaat.
Terwijl ik volledig nog wel even bezig ben met het ontrafelen van alle geheimen van Golden Sings That Have Been Sung wordt in veel recensies al opzichtig gesproken over de jaarlijstjes. Terecht denk ik. Erwin Zijleman
Ryley Walker - Primrose Green (2015)

5,0
0
geplaatst: 1 april 2015, 16:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ryley Walker - Primrose Green - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Vooral dankzij de inspanningen van het Nederlandse muziektijdschrift Heaven, kreeg het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Ryley Walker vorig jaar uiteindelijk toch nog de aandacht die deze plaat zo verdiende.
Op zijn debuut ging de pas 24 jaar oude Amerikaan op indrukwekkende wijze aan de haal met invloeden uit de psychedelische folkmuziek uit de jaren 60 en 70. In de keuze voor deze invloeden stond Ryley Walker zeker niet alleen, maar de invulling die de jonge Amerikaan er aan gaf was bijzonder of zelfs uniek te noemen.
De combinatie van complex akoestisch ‘finger-picking’ gitaarspel, bijzonder mooie vocalen, fraaie bijrollen voor piano en viool en veel ruimte voor experiment, maakte diepe indruk en schaarde All Kinds Of You uiteindelijk onder de beste debuten van 2014.
Op zijn nieuwe plaat Primrose Green gaat Ryley Walker verder waar All Kinds Of You vorig jaar ophield, maar de Amerikaan heeft zich er zeker niet makkelijk van af gemaakt. Vergeleken met zijn voorganger graaft Primrose Green nog net wat dieper en is er bovendien nog meer ruimte voor experiment.
De muziek van Ryley Walker heeft nog altijd wortels in de Amerikaanse psychedelische folk uit de jaren 60 en 70, maar biedt dit keer ook meer ruimte aan invloeden uit de Britse folk uit deze periode. Hiernaast klinkt Primrose Green meer dan eens jazzy. Dat laatste is overigens niet zo gek, want de band die Ryley Walker om zich heen heeft verzameld op Primrose Green bestaat uit een aantal gelouterde jazzmuzikanten.
Waar op All Kinds Of You de piano en de viool de belangrijkste bijrollen naast het ingenieuze gitaarspel van Ryley Walker opeisten, is het geluid dit keer veelzijdiger en veelkleuriger, al zijn er ook zeker raakvlakken met het geluid van het debuut van Ryley Walker.
Ryley Walker kon dit keer een beroep doen op betere en veelzijdigere muzikanten dan op het debuut en dat hoor je. De instrumentatie op Primrose Green is meer in balans dan die op het debuut en valt hiernaast op door de vele spannende accenten. Bovendien is er meer subtiele dynamiek tussen de band en Ryley Walker en tillen ze elkaar met enige regelmaat naar grote hoogten. Het levert een bijzonder fraai klankentapijt op waarin folk, jazz en psychedelica op even mooie, trefzekere als onnavolgbare wijze samenvloeien.
De prima muzikanten bieden Ryley Walker de mogelijkheid om te groeien en die kans grijpt de Amerikaan met beide handen aan. Bij beluistering van Primrose Green keer je nog altijd vrijwel onmiddellijk terug naar de jaren 60 en 70, waarbij ook dit keer met name Tim Buckley en John Martyn zinvol vergelijkingsmateriaal aandragen, maar ook de betere platen van Van Morrison uit deze periode nooit heel ver weg zijn. Op hetzelfde moment laat Ryley Walker, nog meer dan op zijn debuut, een eigen geluid horen.
Ook op Primrose Green overtuigt Ryley Walker weer nadrukkelijk als gitarist en als zanger, maar hiernaast maken ook zeker de complexe songs dit keer een onuitwisbare indruk. Ryley Walker leek de lat met All Kinds Of You erg hoog te hebben gelegd voor zichzelf, maar met Primrose Green gaat hij er met speels gemak overheen. Jaarlijstjesplaat, let maar op. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ryley Walker - Primrose Green - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Vooral dankzij de inspanningen van het Nederlandse muziektijdschrift Heaven, kreeg het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Ryley Walker vorig jaar uiteindelijk toch nog de aandacht die deze plaat zo verdiende.
Op zijn debuut ging de pas 24 jaar oude Amerikaan op indrukwekkende wijze aan de haal met invloeden uit de psychedelische folkmuziek uit de jaren 60 en 70. In de keuze voor deze invloeden stond Ryley Walker zeker niet alleen, maar de invulling die de jonge Amerikaan er aan gaf was bijzonder of zelfs uniek te noemen.
De combinatie van complex akoestisch ‘finger-picking’ gitaarspel, bijzonder mooie vocalen, fraaie bijrollen voor piano en viool en veel ruimte voor experiment, maakte diepe indruk en schaarde All Kinds Of You uiteindelijk onder de beste debuten van 2014.
Op zijn nieuwe plaat Primrose Green gaat Ryley Walker verder waar All Kinds Of You vorig jaar ophield, maar de Amerikaan heeft zich er zeker niet makkelijk van af gemaakt. Vergeleken met zijn voorganger graaft Primrose Green nog net wat dieper en is er bovendien nog meer ruimte voor experiment.
De muziek van Ryley Walker heeft nog altijd wortels in de Amerikaanse psychedelische folk uit de jaren 60 en 70, maar biedt dit keer ook meer ruimte aan invloeden uit de Britse folk uit deze periode. Hiernaast klinkt Primrose Green meer dan eens jazzy. Dat laatste is overigens niet zo gek, want de band die Ryley Walker om zich heen heeft verzameld op Primrose Green bestaat uit een aantal gelouterde jazzmuzikanten.
Waar op All Kinds Of You de piano en de viool de belangrijkste bijrollen naast het ingenieuze gitaarspel van Ryley Walker opeisten, is het geluid dit keer veelzijdiger en veelkleuriger, al zijn er ook zeker raakvlakken met het geluid van het debuut van Ryley Walker.
Ryley Walker kon dit keer een beroep doen op betere en veelzijdigere muzikanten dan op het debuut en dat hoor je. De instrumentatie op Primrose Green is meer in balans dan die op het debuut en valt hiernaast op door de vele spannende accenten. Bovendien is er meer subtiele dynamiek tussen de band en Ryley Walker en tillen ze elkaar met enige regelmaat naar grote hoogten. Het levert een bijzonder fraai klankentapijt op waarin folk, jazz en psychedelica op even mooie, trefzekere als onnavolgbare wijze samenvloeien.
De prima muzikanten bieden Ryley Walker de mogelijkheid om te groeien en die kans grijpt de Amerikaan met beide handen aan. Bij beluistering van Primrose Green keer je nog altijd vrijwel onmiddellijk terug naar de jaren 60 en 70, waarbij ook dit keer met name Tim Buckley en John Martyn zinvol vergelijkingsmateriaal aandragen, maar ook de betere platen van Van Morrison uit deze periode nooit heel ver weg zijn. Op hetzelfde moment laat Ryley Walker, nog meer dan op zijn debuut, een eigen geluid horen.
Ook op Primrose Green overtuigt Ryley Walker weer nadrukkelijk als gitarist en als zanger, maar hiernaast maken ook zeker de complexe songs dit keer een onuitwisbare indruk. Ryley Walker leek de lat met All Kinds Of You erg hoog te hebben gelegd voor zichzelf, maar met Primrose Green gaat hij er met speels gemak overheen. Jaarlijstjesplaat, let maar op. Erwin Zijleman
