Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Rat Tally - In My Car (2022)

4,0
0
geplaatst: 17 augustus 2022, 12:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rat Tally - In My Car - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rat Tally - In My Car
De Amerikaanse muzikante Addy Harris opereert in een overvol genre, maar met haar debuutalbum als Rat Tally weet ze zich uiteindelijk toch te onderscheiden met een stel uitstekende songs
Ik liet het debuutalbum van Rat Tally in eerste instantie liggen omdat het het zoveelste album van een jonge vrouwelijke singer-songwriter in het indiesegment is, maar In My Car overtuigde me uiteindelijk toch. Het debuutalbum van Rat Tally is net wat veelzijdiger en bevat wat meer dynamiek dan de meeste andere albums in het genre en Addy Harris schrijft uitstekende songs. Het zijn songs die lekker in het gehoor liggen, maar die ook de mogelijkheid moeten krijgen om te groeien, waarna In My Car alleen maar leuker en interessanter wordt. Het blijft dringen in dit genre, maar op basis van haar debuutalbum geef ik Addy Harris aka Rat Tally een goede kans op succes.
Ook deze week had ik weer een aantal albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indiepop en indierock liggen. Het album van Sofia Mills sprong er voor mij duidelijk uit en hier wilde ik het eigenlijk ook bij laten deze week, maar bij een extra rondje selecteren raakte ik toch ook voldoende gecharmeerd van In My Car van Rat Tally, waarna ook dit album een plekje op de krenten uit de pop afdwong.
Rat Tally is een project van Addy Harris, een jonge singer-songwriter die via Los Angeles en Boston in Chicago, Illinois, is terecht gekomen. Met In My Car schaart de jonge Amerikaanse muzikante zich onder de horde jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indiepop en -rock, die wordt aangevoerd door Phoebe Bridgers. In muzikaal en vocaal opzicht heeft In My Car absoluut raakvlakken met de muziek van Phoebe Bridgers, maar Rat Tally heeft zo te horen ook een zwak voor de vrouwelijke indierock helden uit de jaren 90.
De songs van de muzikante uit Chicago zijn heerlijk melodieus, maar het zijn melodieuze songs met stekelige randjes. Hier en daar klinkt de muziek van Rat Tally net wat steviger dan die van haar vele soortgenoten in het genre en zeker wanneer de gitaren voorzichtig ontsporen duwt Addy Harris haar muziek de kant van de 90s indierock op. In My Car bevat hiernaast ook een aantal intiemere songs met invloeden uit de folk en de (bedroom)pop, die de gruizige gitaren verruilen voor bijzonder aangename fluisterzang van de muzikante uit Chicago.
Bij snelle beluistering dacht ik alles op In My Car al wel eens eerder en beter gehoord te hebben, maar de intieme popliedjes van Addy Harris hebben iets. De Amerikaanse muzikante noemt In My Car op haar bandcamp pagina een album met “sad music for sad people. Or happy people. Or whoever” en dat is onbedoeld wel een mooie omschrijving van haar album. In My Car van Rat Tally is immers een veelzijdig album met voor elk wat wils.
Zeker de wat stevigere songs op het album overtuigen makkelijk, maar ook wanneer Addy Harris wat dichter tegen haar inspiratiebronnen uit het heden aan schuurt hoor je de kwaliteit in haar songs, in het gitaarwerk en in de mooie koortjes. In My Car bevat gastbijdragen van Jay Som en Madeline Kenney, die binnen de indiescene van het moment tot de smaakmakers mogen worden gerekend. Het is nog wat te vroeg om te zeggen of dit ook voor Addy Harris is weggelegd, maar ik vind het debuut van Rat Tally beter dan de meeste van de debuten van haar soort- en tijdgenoten en In My Car is een album dat baat heeft bij meerdere keren horen.
In een genre waarin eenheidsworst en verzadiging nadrukkelijk op de loer liggen, draait alles om onderscheidend vermogen en hier beschikt Rat Tally wat mij betreft over. In My Car klinkt in muzikaal opzicht verrassend goed en door alle uitbarstingen ook lekker dynamisch, Addy Harris beschikt over een aangenaam stemgeluid en de songs van de Amerikaanse muzikante zijn aansprekend en borduren bovendien niet al te makkelijk voort op de songs van de vele voorbeelden uit heden en verleden. Het zal niet meevallen om midden in de zomer de aandacht te trekken, maar In My Car van Rat Tally verdient deze aandacht zeker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rat Tally - In My Car - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rat Tally - In My Car
De Amerikaanse muzikante Addy Harris opereert in een overvol genre, maar met haar debuutalbum als Rat Tally weet ze zich uiteindelijk toch te onderscheiden met een stel uitstekende songs
Ik liet het debuutalbum van Rat Tally in eerste instantie liggen omdat het het zoveelste album van een jonge vrouwelijke singer-songwriter in het indiesegment is, maar In My Car overtuigde me uiteindelijk toch. Het debuutalbum van Rat Tally is net wat veelzijdiger en bevat wat meer dynamiek dan de meeste andere albums in het genre en Addy Harris schrijft uitstekende songs. Het zijn songs die lekker in het gehoor liggen, maar die ook de mogelijkheid moeten krijgen om te groeien, waarna In My Car alleen maar leuker en interessanter wordt. Het blijft dringen in dit genre, maar op basis van haar debuutalbum geef ik Addy Harris aka Rat Tally een goede kans op succes.
Ook deze week had ik weer een aantal albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indiepop en indierock liggen. Het album van Sofia Mills sprong er voor mij duidelijk uit en hier wilde ik het eigenlijk ook bij laten deze week, maar bij een extra rondje selecteren raakte ik toch ook voldoende gecharmeerd van In My Car van Rat Tally, waarna ook dit album een plekje op de krenten uit de pop afdwong.
Rat Tally is een project van Addy Harris, een jonge singer-songwriter die via Los Angeles en Boston in Chicago, Illinois, is terecht gekomen. Met In My Car schaart de jonge Amerikaanse muzikante zich onder de horde jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indiepop en -rock, die wordt aangevoerd door Phoebe Bridgers. In muzikaal en vocaal opzicht heeft In My Car absoluut raakvlakken met de muziek van Phoebe Bridgers, maar Rat Tally heeft zo te horen ook een zwak voor de vrouwelijke indierock helden uit de jaren 90.
De songs van de muzikante uit Chicago zijn heerlijk melodieus, maar het zijn melodieuze songs met stekelige randjes. Hier en daar klinkt de muziek van Rat Tally net wat steviger dan die van haar vele soortgenoten in het genre en zeker wanneer de gitaren voorzichtig ontsporen duwt Addy Harris haar muziek de kant van de 90s indierock op. In My Car bevat hiernaast ook een aantal intiemere songs met invloeden uit de folk en de (bedroom)pop, die de gruizige gitaren verruilen voor bijzonder aangename fluisterzang van de muzikante uit Chicago.
Bij snelle beluistering dacht ik alles op In My Car al wel eens eerder en beter gehoord te hebben, maar de intieme popliedjes van Addy Harris hebben iets. De Amerikaanse muzikante noemt In My Car op haar bandcamp pagina een album met “sad music for sad people. Or happy people. Or whoever” en dat is onbedoeld wel een mooie omschrijving van haar album. In My Car van Rat Tally is immers een veelzijdig album met voor elk wat wils.
Zeker de wat stevigere songs op het album overtuigen makkelijk, maar ook wanneer Addy Harris wat dichter tegen haar inspiratiebronnen uit het heden aan schuurt hoor je de kwaliteit in haar songs, in het gitaarwerk en in de mooie koortjes. In My Car bevat gastbijdragen van Jay Som en Madeline Kenney, die binnen de indiescene van het moment tot de smaakmakers mogen worden gerekend. Het is nog wat te vroeg om te zeggen of dit ook voor Addy Harris is weggelegd, maar ik vind het debuut van Rat Tally beter dan de meeste van de debuten van haar soort- en tijdgenoten en In My Car is een album dat baat heeft bij meerdere keren horen.
In een genre waarin eenheidsworst en verzadiging nadrukkelijk op de loer liggen, draait alles om onderscheidend vermogen en hier beschikt Rat Tally wat mij betreft over. In My Car klinkt in muzikaal opzicht verrassend goed en door alle uitbarstingen ook lekker dynamisch, Addy Harris beschikt over een aangenaam stemgeluid en de songs van de Amerikaanse muzikante zijn aansprekend en borduren bovendien niet al te makkelijk voort op de songs van de vele voorbeelden uit heden en verleden. Het zal niet meevallen om midden in de zomer de aandacht te trekken, maar In My Car van Rat Tally verdient deze aandacht zeker. Erwin Zijleman
Ratboys - The Window (2023)

4,5
0
geplaatst: 8 december 2023, 20:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ratboys - The Window - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ratboys - The Window
The Window, het vijfde album van de Amerikaanse band Ratboys verscheen afgelopen zomer, trok niet heel veel aandacht, maar duikt nu, volkomen terecht, op in een aantal zeer aansprekende jaarlijstjes
Ik had echt nog nooit van de band Ratboys gehoord, maar ben aangenaam verrast door het vijfde album van de band, dat een aantal jaarlijstjes heeft gehaald. Ratboys kan zowel uit de voeten met indierock als met Amerikaanse rootsmuziek en zal vanwege deze combinatie associaties oproepen met de laatste albums van Big Thief. Die associaties zijn deels terecht, maar Ratboys laat op The Window ook een duidelijk eigen geluid horen en het is een geluid dat me zeer goed bevalt. The Window klinkt soms gruizig en soms ingetogen, maar de songs van Ratboys zijn altijd melodieus en vallen verder in positieve zin op door de bijzondere zang van Julia Steiner. Inderdaad een jaarlijstjesalbum.
Bij het doorspitten van een aantal jaarlijstjes kwam ik The Window van de Amerikaans band Ratboys tegen. Het is bijzonder dat ik het album niet eerder ben tegen gekomen, want het is Paste Magazine, dat ik zeer nauwlettend volg, dat het album heeft opgenomen in haar jaarlijstje. De Amerikaanse muziekwebsite zet het album zelfs op de vijfde plek, waarmee The Window van Ratboys volgens Paste Magazine moet worden gezien als een van de allerbeste albums van 2023.
Het is een album dat door Paste ergens tussen Rilo Kiley en Tom Petty wordt gepositioneerd, maar bij mij komt er maar één naam op wanneer ik luister naar het album. Net als Wednesday, wiens Rat Saw Gold het jaarlijstje van Paste aanvoert, heeft Ratboys zich op haar nieuwe album flink laten beïnvloeden door Big Thief. The Window is overigens al het vijfde album van de band uit Chicago, Illinois, maar ik ben de naam van de band, die ik associeer met punkbands uit de jaren 70, nog niet eerder tegen gekomen.
Ik heb me nog niet verdiept in de rest van het oeuvre van de Amerikaanse band, maar The Window is inderdaad een uitstekend album. Net als Big Thief kan Ratboys uit de voeten met zowel indierock als Amerikaanse rootsmuziek. Beide bands hebben bovendien een met name gitaar georiënteerd geluid en beschikken over een zangeres met een bijzonder stemgeluid. Het zijn opvallende overeenkomsten, maar toch klinkt Ratboys wat mij betreft niet als een surrogaat Big Thief.
The Window opent behoorlijk rauw en stevig met flinke gitaarmuren, die prachtig samenvloeien met de bijzondere stem van zangeres Julia Steiner. Door de wat meisjesachtige zang (zeker geen diskwalificatie) herinnert de muziek van Ratboys ook wel wat aan de indierock met een vrouwelijk boegbeeld uit de jaren 90, maar wanneer in de tweede track meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek opduiken, begeeft Ratboys zich weer wat nadrukkelijker op hetzelfde terrein als Wednesday en Big Thief.
Volgens de informatie op de bandcamp pagina van de band is The Window een wat ander album dan zijn voorgangers. Er werd meer tijd genomen voor het doorontwikkelen van de songs op het album en ook de productie was belangrijker dan in het verleden. Voor deze productie werd een beroep gedaan op Chris Walla, die bekend is van zijn band Death Cab For Cutie, maar ook als producer aan de weg timmerde voor onder andere The Decemberists en Lo Moon. Chris Walla heeft uitstekend werk geleverd, want The Window klinkt uitstekend.
Ratboys schakelt op haar vijfde album makkelijk tussen stevige indierock en wat meer ingetogen Amerikaanse rootsmuziek, vermaakt makkelijk met het prima gitaarwerk en de aansprekende zang van Julia Steiner en slaagt er boven alles in om te verleiden met heerlijk melodieuze songs. Het levert een bijzonder aangenaam album op, dat ik steeds meer ben gaan waarderen de afgelopen twee weken.
Er zijn heel veel bands die een graantje proberen mee te pikken van het succes van bands als Big Thief, maar ik begrijp inmiddels wel dat Paste Magazine The Window van Ratboys hoger inschat dan de meeste andere albums in dit genre. Paste staat hier zeker niet alleen in, want inmiddels zie ik het album in meerdere jaarlijstjes op duiken. En als het album blijft groeien zoals het de afgelopen dagen heeft gedaan komt ook een plek in mijn eigen jaarlijstje steeds nadrukkelijker in zicht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ratboys - The Window - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ratboys - The Window
The Window, het vijfde album van de Amerikaanse band Ratboys verscheen afgelopen zomer, trok niet heel veel aandacht, maar duikt nu, volkomen terecht, op in een aantal zeer aansprekende jaarlijstjes
Ik had echt nog nooit van de band Ratboys gehoord, maar ben aangenaam verrast door het vijfde album van de band, dat een aantal jaarlijstjes heeft gehaald. Ratboys kan zowel uit de voeten met indierock als met Amerikaanse rootsmuziek en zal vanwege deze combinatie associaties oproepen met de laatste albums van Big Thief. Die associaties zijn deels terecht, maar Ratboys laat op The Window ook een duidelijk eigen geluid horen en het is een geluid dat me zeer goed bevalt. The Window klinkt soms gruizig en soms ingetogen, maar de songs van Ratboys zijn altijd melodieus en vallen verder in positieve zin op door de bijzondere zang van Julia Steiner. Inderdaad een jaarlijstjesalbum.
Bij het doorspitten van een aantal jaarlijstjes kwam ik The Window van de Amerikaans band Ratboys tegen. Het is bijzonder dat ik het album niet eerder ben tegen gekomen, want het is Paste Magazine, dat ik zeer nauwlettend volg, dat het album heeft opgenomen in haar jaarlijstje. De Amerikaanse muziekwebsite zet het album zelfs op de vijfde plek, waarmee The Window van Ratboys volgens Paste Magazine moet worden gezien als een van de allerbeste albums van 2023.
Het is een album dat door Paste ergens tussen Rilo Kiley en Tom Petty wordt gepositioneerd, maar bij mij komt er maar één naam op wanneer ik luister naar het album. Net als Wednesday, wiens Rat Saw Gold het jaarlijstje van Paste aanvoert, heeft Ratboys zich op haar nieuwe album flink laten beïnvloeden door Big Thief. The Window is overigens al het vijfde album van de band uit Chicago, Illinois, maar ik ben de naam van de band, die ik associeer met punkbands uit de jaren 70, nog niet eerder tegen gekomen.
Ik heb me nog niet verdiept in de rest van het oeuvre van de Amerikaanse band, maar The Window is inderdaad een uitstekend album. Net als Big Thief kan Ratboys uit de voeten met zowel indierock als Amerikaanse rootsmuziek. Beide bands hebben bovendien een met name gitaar georiënteerd geluid en beschikken over een zangeres met een bijzonder stemgeluid. Het zijn opvallende overeenkomsten, maar toch klinkt Ratboys wat mij betreft niet als een surrogaat Big Thief.
The Window opent behoorlijk rauw en stevig met flinke gitaarmuren, die prachtig samenvloeien met de bijzondere stem van zangeres Julia Steiner. Door de wat meisjesachtige zang (zeker geen diskwalificatie) herinnert de muziek van Ratboys ook wel wat aan de indierock met een vrouwelijk boegbeeld uit de jaren 90, maar wanneer in de tweede track meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek opduiken, begeeft Ratboys zich weer wat nadrukkelijker op hetzelfde terrein als Wednesday en Big Thief.
Volgens de informatie op de bandcamp pagina van de band is The Window een wat ander album dan zijn voorgangers. Er werd meer tijd genomen voor het doorontwikkelen van de songs op het album en ook de productie was belangrijker dan in het verleden. Voor deze productie werd een beroep gedaan op Chris Walla, die bekend is van zijn band Death Cab For Cutie, maar ook als producer aan de weg timmerde voor onder andere The Decemberists en Lo Moon. Chris Walla heeft uitstekend werk geleverd, want The Window klinkt uitstekend.
Ratboys schakelt op haar vijfde album makkelijk tussen stevige indierock en wat meer ingetogen Amerikaanse rootsmuziek, vermaakt makkelijk met het prima gitaarwerk en de aansprekende zang van Julia Steiner en slaagt er boven alles in om te verleiden met heerlijk melodieuze songs. Het levert een bijzonder aangenaam album op, dat ik steeds meer ben gaan waarderen de afgelopen twee weken.
Er zijn heel veel bands die een graantje proberen mee te pikken van het succes van bands als Big Thief, maar ik begrijp inmiddels wel dat Paste Magazine The Window van Ratboys hoger inschat dan de meeste andere albums in dit genre. Paste staat hier zeker niet alleen in, want inmiddels zie ik het album in meerdere jaarlijstjes op duiken. En als het album blijft groeien zoals het de afgelopen dagen heeft gedaan komt ook een plek in mijn eigen jaarlijstje steeds nadrukkelijker in zicht. Erwin Zijleman
Rats on Rafts - Deep Below (2025)

4,0
1
geplaatst: 12 februari 2025, 11:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rats on Rafts - Deep Below - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Rats on Rafts - Deep Below
De Rotterdamse band Rats on Rafts reproduceert op haar nieuwe album op prachtige wijze de postpunk en new wave uit de jaren 80 en heeft een album gemaakt dat in de jaren 80 zomaar mijn favoriete album had kunnen zijn
Laat Deep Below van de Nederlandse band Rats on Rafts uit de speakers komen en je waant je in de jaren 80. De muziek was in dit decennium vaak aan de donkere kant en dat is niet anders op Deep Below dat aardedonker is. Het album van de band uit Rotterdam is op hetzelfde moment beeldschoon. De ritmeselectie speelt prachtig, de gitaarlijnen zijn betoverend mooi, de synths klinken bedwelmend en dan is er ook nog de onderkoelde zang die het helemaal afmaakt. Rats on Rafts vangt prachtig de af en toe wat deprimerende sfeer uit de jaren 80, maar sluit je ogen en laat je meevoeren op de prachtige klanken en je bent helemaal terug in een tijd die stiekem toch ook wel mooi was.
Wanneer ik terug denk aan de jaren 80 komen bij mij vooral heel veel goede en mooie herinneringen naar boven. De jaren 80 waren echter ook in meerdere opzichten behoorlijk deprimerend en dat uitte zich onder andere in de muziek. Er werd nogal wat donkere postpunk en new wave gemaakt in het decennium, waarin de duisternis het vaak won van de zonnestralen.
Als ik terug denk aan de vele feestjes die ik had zie ik vooral in het zwart geklede mensen, bleke gelaten en wat deprimerende en donkere locaties. Het zijn beelden die direct weer helder op het netvlies staan wanneer ik Deep Below van Rats on Rafts beluister. De Nederlandse band heeft immers een album gemaakt dat het in de jaren 80 ongetwijfeld heel goed zou hebben gedaan en dat klinkt als de soundtrack die ik zou bedenken bij een documentaire over het decennium.
Rats on Rafts is een Nederlandse band die inmiddels twintig jaar bestaat. De band had tot voor kort drie studioalbums op haar naam staan, die allemaal een behoorlijk positieve score krijgen op het muziekplatform MusicMeter. Ik kan me niet herinneren dat ik zelf ooit heb geluisterd naar de muziek van de Rotterdamse band, maar dat heeft alles te maken met het feit dat ik zeer selectief ben wanneer het gaat om postpunk en new wave met een hang naar de jaren 80. Het valt immers niet mee om oude muzikale liefdes te overtreffen.
De afgelopen week werd ik echter toch nieuwsgierig naar het nieuwe album van Rats on Rafts, zeker het album ook de aandacht van de Amerikaanse muziekpers wist te halen. Daar valt niets op af te dingen, want waar de meeste postpunk bands van dit moment zich verliezen in irritante praatzang en monotone klanken, reproduceert Rats on Rafts op Deep Below de mix van postpunk en new wave die ik in de jaren 80 zo lief had.
De Rotterdamse band nam haar nieuwe album op met analoge apparatuur en slaagt er in om je in een paar seconden mee te slepen naar de jaren 80. Je hoort het in de donkere baslijnen en drumpartijen, je hoort het in het melodieuze gitaarwerk en je hoort het zeker in de synths, die in ieder geval bij mij direct goed zijn voor nostalgische gevoelens. Ook de wat onderkoelde zang van David Fagan en de hoeveelheid galm die is toegevoegd aan het geluid op Deep Below klinken als vintage jaren 80 muziek.
Ik hoor veel van The Cure en New Order, maar uiteindelijk komt een goed gevulde platenkast met mijn favoriete jaren 80 albums voorbij. Rats on Rafts blijft niet steken in de jaren 80, want wanneer de wolken net wat minder donker zijn, hoor ik ook invloeden uit de dreampop op het album, een volgende muzikale liefde van mij.
In deze donkere tijden zijn de met flink wat 80s doom gevulde klanken van Rats on Rafts misschien niet hetgeen waar je behoefte aan hebt, maar toen ik weer los kwam van alle mooie herinneringen uit de jaren 80, moest ik ook concluderen dat ik Deep Below een bijzonder mooi album vind. De songs op het album zitten vol mooie spanningsbogen, ondanks de donkere tinten is het album opvallend melodieus en zowel de muziek als de zang klinken echt prachtig.
Terecht dus dat ook de Amerikaanse muziekpers hoog opgeeft over de band uit Rotterdam. Voor iedereen die er bij was in de jaren 80 is Deep Below een zeer aangename verrassing, maar het is mooi dat ook een nieuwe generatie via Rats on Rafts kennis kan maken met de zo karakteristieke sound van het decennium. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Rats on Rafts - Deep Below - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Rats on Rafts - Deep Below
De Rotterdamse band Rats on Rafts reproduceert op haar nieuwe album op prachtige wijze de postpunk en new wave uit de jaren 80 en heeft een album gemaakt dat in de jaren 80 zomaar mijn favoriete album had kunnen zijn
Laat Deep Below van de Nederlandse band Rats on Rafts uit de speakers komen en je waant je in de jaren 80. De muziek was in dit decennium vaak aan de donkere kant en dat is niet anders op Deep Below dat aardedonker is. Het album van de band uit Rotterdam is op hetzelfde moment beeldschoon. De ritmeselectie speelt prachtig, de gitaarlijnen zijn betoverend mooi, de synths klinken bedwelmend en dan is er ook nog de onderkoelde zang die het helemaal afmaakt. Rats on Rafts vangt prachtig de af en toe wat deprimerende sfeer uit de jaren 80, maar sluit je ogen en laat je meevoeren op de prachtige klanken en je bent helemaal terug in een tijd die stiekem toch ook wel mooi was.
Wanneer ik terug denk aan de jaren 80 komen bij mij vooral heel veel goede en mooie herinneringen naar boven. De jaren 80 waren echter ook in meerdere opzichten behoorlijk deprimerend en dat uitte zich onder andere in de muziek. Er werd nogal wat donkere postpunk en new wave gemaakt in het decennium, waarin de duisternis het vaak won van de zonnestralen.
Als ik terug denk aan de vele feestjes die ik had zie ik vooral in het zwart geklede mensen, bleke gelaten en wat deprimerende en donkere locaties. Het zijn beelden die direct weer helder op het netvlies staan wanneer ik Deep Below van Rats on Rafts beluister. De Nederlandse band heeft immers een album gemaakt dat het in de jaren 80 ongetwijfeld heel goed zou hebben gedaan en dat klinkt als de soundtrack die ik zou bedenken bij een documentaire over het decennium.
Rats on Rafts is een Nederlandse band die inmiddels twintig jaar bestaat. De band had tot voor kort drie studioalbums op haar naam staan, die allemaal een behoorlijk positieve score krijgen op het muziekplatform MusicMeter. Ik kan me niet herinneren dat ik zelf ooit heb geluisterd naar de muziek van de Rotterdamse band, maar dat heeft alles te maken met het feit dat ik zeer selectief ben wanneer het gaat om postpunk en new wave met een hang naar de jaren 80. Het valt immers niet mee om oude muzikale liefdes te overtreffen.
De afgelopen week werd ik echter toch nieuwsgierig naar het nieuwe album van Rats on Rafts, zeker het album ook de aandacht van de Amerikaanse muziekpers wist te halen. Daar valt niets op af te dingen, want waar de meeste postpunk bands van dit moment zich verliezen in irritante praatzang en monotone klanken, reproduceert Rats on Rafts op Deep Below de mix van postpunk en new wave die ik in de jaren 80 zo lief had.
De Rotterdamse band nam haar nieuwe album op met analoge apparatuur en slaagt er in om je in een paar seconden mee te slepen naar de jaren 80. Je hoort het in de donkere baslijnen en drumpartijen, je hoort het in het melodieuze gitaarwerk en je hoort het zeker in de synths, die in ieder geval bij mij direct goed zijn voor nostalgische gevoelens. Ook de wat onderkoelde zang van David Fagan en de hoeveelheid galm die is toegevoegd aan het geluid op Deep Below klinken als vintage jaren 80 muziek.
Ik hoor veel van The Cure en New Order, maar uiteindelijk komt een goed gevulde platenkast met mijn favoriete jaren 80 albums voorbij. Rats on Rafts blijft niet steken in de jaren 80, want wanneer de wolken net wat minder donker zijn, hoor ik ook invloeden uit de dreampop op het album, een volgende muzikale liefde van mij.
In deze donkere tijden zijn de met flink wat 80s doom gevulde klanken van Rats on Rafts misschien niet hetgeen waar je behoefte aan hebt, maar toen ik weer los kwam van alle mooie herinneringen uit de jaren 80, moest ik ook concluderen dat ik Deep Below een bijzonder mooi album vind. De songs op het album zitten vol mooie spanningsbogen, ondanks de donkere tinten is het album opvallend melodieus en zowel de muziek als de zang klinken echt prachtig.
Terecht dus dat ook de Amerikaanse muziekpers hoog opgeeft over de band uit Rotterdam. Voor iedereen die er bij was in de jaren 80 is Deep Below een zeer aangename verrassing, maar het is mooi dat ook een nieuwe generatie via Rats on Rafts kennis kan maken met de zo karakteristieke sound van het decennium. Erwin Zijleman
Raveloe - Exit Light (2023)

4,0
0
geplaatst: 23 november 2023, 15:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Raveloe - Exit Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Raveloe - Exit Light
De Schotse muzikante Kim Grant levert als Raveloe een interessant debuutalbum af, dat begint bij wat traditioneel aandoende Schotse folk, maar vervolgens stiekem en minder stiekem de grenzen van het genre opzoekt
Ik luister dit jaar meer naar folkalbums dan in het verleden en raakte door het etiket folk ook geïnteresseerd in het debuutalbum van Raveloe. Exit Light van Raveloe is een album dat zal worden gewaardeerd door liefhebbers van het genre, maar het debuutalbum van Raveloe is zeker geen album dat alleen geschikt is voor folkies. De muzikante uit Glasgow zoekt continu de grenzen op van het genre en dat kan alle kanten op. Het ene moment duikt het project van Kim Grant dieper de Keltische folk in, maar Exit Light schuift ook met grote regelmaat op richting indierock. Exit Light is in muzikaal en vocaal opzicht een interessant album en staat ook nog eens vol met uitstekende songs. Aanrader!
Achter Raveloe gaat de Schotse singer-songwriter Kim Grant schuil. De muzikante uit Glasgow bracht de afgelopen drie jaar al een aantal losse tracks en een EP uit en levert deze week haar debuutalbum Exit Light af. Het is een album waarop Kim Grant zelf tekent voor de songs en de zang en voor piano, gitaar, synths, percussie en field recordings, terwijl Paul Gallagher tekent voor percussie, synths en de productie van het album. Een aantal gastmuzikanten voegt nog bijdragen van onder andere bas, drums, harmonium en viool en achtergrondvocalen toe.
Exit Light opent met een akoestische gitaar, een mooie stem en de charmante Schotse tongval van Kim Grant, waardoor ik er vrijwel onmiddellijk van uit ging dat ik te maken had met een typisch Schots folkalbum. Dat is Exit Light echter maar anderhalve minuut, want direct in de openingstrack laat Kim Grant horen dat ze zich niet makkelijk in een hokje laat dringen. Door de stevige gitaren die na anderhalve minuut opduiken schuift Raveloe in de openingstrack op richting indierock, maar ik zou Exit Light uiteindelijk zeker geen indierock album noemen, al is het maar omdat de uitbarstingen in de openingstrack later op het album nog maar een paar keer terugkeren.
Op Exit Light domineren uiteindelijk de invloeden uit de folk, met hier en daar flink wat Keltische folk, maar Raveloe geeft een eigen draai aan deze invloeden. Deze eigen draai komt vooral van de instrumentatie op het album, die vaak wat atmosferisch klinkt, maar waarin ook het experiment wordt gezocht. Dat doet Raveloe in de tweede track op het album, het prachtige The Chair Is Nowhere, met bijzonder vioolspel en dit vioolspel speelt vaker een belangrijke rol op het album. Kim Grant en haar medemuzikanten experimenteren bovendien op subtiele wijze met elektronica en geluidsopnamen, wat Exit Light voorziet van een bijzondere sfeer.
De hoeveelheid experiment moet ook weer niet overdreven worden, want de songs op het debuutalbum van Raveloe liggen lekker in het gehoor. De niet standaard instrumentatie met geregeld een bijzondere wending zorgt er wel voor dat het debuutalbum van Raveloe zich makkelijk weet te onderscheiden van het gemiddelde album in het genre en ook in andere genres goed mee kan.
Dat onderscheiden doet Kim Grant niet alleen met de fantasierijke instrumentatie en het niveau van haar songs, maar ook zeker met haar zang. De singer-songwriter uit Glasgow beschikt over een karakteristiek en ook expressief stemgeluid dat direct de aandacht opeist en uitstekend past bij de meer richting indierock opschuivende tracks op het album, maar Kim Grant kan ook prachtig ingetogen zingen en heeft dan een stem die gemaakt is voor folk.
Wanneer de muziek van Raveloe net wat stekeliger is hoor ik wel wat raakvlakken met een deel van het oeuvre van PJ Harvey, die overigens ook uit de voeten kan met de meer folky tracks, die ook zijn te horen op Exit Light. In eerste instantie was het vooral de veelzijdigheid van het album dat me aantrok, maar de songs van Kim Grant beschikken ook over veel diepgang, waardoor Exit Light een steeds interessanter album wordt. Het is een album dat komt op een moment dat de meeste critici al aan het terugkijken zijn, maar achteraf zal blijken dat het uitstekende debuutalbum van Raveloe niet had misstaan in deze terugblik. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Raveloe - Exit Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Raveloe - Exit Light
De Schotse muzikante Kim Grant levert als Raveloe een interessant debuutalbum af, dat begint bij wat traditioneel aandoende Schotse folk, maar vervolgens stiekem en minder stiekem de grenzen van het genre opzoekt
Ik luister dit jaar meer naar folkalbums dan in het verleden en raakte door het etiket folk ook geïnteresseerd in het debuutalbum van Raveloe. Exit Light van Raveloe is een album dat zal worden gewaardeerd door liefhebbers van het genre, maar het debuutalbum van Raveloe is zeker geen album dat alleen geschikt is voor folkies. De muzikante uit Glasgow zoekt continu de grenzen op van het genre en dat kan alle kanten op. Het ene moment duikt het project van Kim Grant dieper de Keltische folk in, maar Exit Light schuift ook met grote regelmaat op richting indierock. Exit Light is in muzikaal en vocaal opzicht een interessant album en staat ook nog eens vol met uitstekende songs. Aanrader!
Achter Raveloe gaat de Schotse singer-songwriter Kim Grant schuil. De muzikante uit Glasgow bracht de afgelopen drie jaar al een aantal losse tracks en een EP uit en levert deze week haar debuutalbum Exit Light af. Het is een album waarop Kim Grant zelf tekent voor de songs en de zang en voor piano, gitaar, synths, percussie en field recordings, terwijl Paul Gallagher tekent voor percussie, synths en de productie van het album. Een aantal gastmuzikanten voegt nog bijdragen van onder andere bas, drums, harmonium en viool en achtergrondvocalen toe.
Exit Light opent met een akoestische gitaar, een mooie stem en de charmante Schotse tongval van Kim Grant, waardoor ik er vrijwel onmiddellijk van uit ging dat ik te maken had met een typisch Schots folkalbum. Dat is Exit Light echter maar anderhalve minuut, want direct in de openingstrack laat Kim Grant horen dat ze zich niet makkelijk in een hokje laat dringen. Door de stevige gitaren die na anderhalve minuut opduiken schuift Raveloe in de openingstrack op richting indierock, maar ik zou Exit Light uiteindelijk zeker geen indierock album noemen, al is het maar omdat de uitbarstingen in de openingstrack later op het album nog maar een paar keer terugkeren.
Op Exit Light domineren uiteindelijk de invloeden uit de folk, met hier en daar flink wat Keltische folk, maar Raveloe geeft een eigen draai aan deze invloeden. Deze eigen draai komt vooral van de instrumentatie op het album, die vaak wat atmosferisch klinkt, maar waarin ook het experiment wordt gezocht. Dat doet Raveloe in de tweede track op het album, het prachtige The Chair Is Nowhere, met bijzonder vioolspel en dit vioolspel speelt vaker een belangrijke rol op het album. Kim Grant en haar medemuzikanten experimenteren bovendien op subtiele wijze met elektronica en geluidsopnamen, wat Exit Light voorziet van een bijzondere sfeer.
De hoeveelheid experiment moet ook weer niet overdreven worden, want de songs op het debuutalbum van Raveloe liggen lekker in het gehoor. De niet standaard instrumentatie met geregeld een bijzondere wending zorgt er wel voor dat het debuutalbum van Raveloe zich makkelijk weet te onderscheiden van het gemiddelde album in het genre en ook in andere genres goed mee kan.
Dat onderscheiden doet Kim Grant niet alleen met de fantasierijke instrumentatie en het niveau van haar songs, maar ook zeker met haar zang. De singer-songwriter uit Glasgow beschikt over een karakteristiek en ook expressief stemgeluid dat direct de aandacht opeist en uitstekend past bij de meer richting indierock opschuivende tracks op het album, maar Kim Grant kan ook prachtig ingetogen zingen en heeft dan een stem die gemaakt is voor folk.
Wanneer de muziek van Raveloe net wat stekeliger is hoor ik wel wat raakvlakken met een deel van het oeuvre van PJ Harvey, die overigens ook uit de voeten kan met de meer folky tracks, die ook zijn te horen op Exit Light. In eerste instantie was het vooral de veelzijdigheid van het album dat me aantrok, maar de songs van Kim Grant beschikken ook over veel diepgang, waardoor Exit Light een steeds interessanter album wordt. Het is een album dat komt op een moment dat de meeste critici al aan het terugkijken zijn, maar achteraf zal blijken dat het uitstekende debuutalbum van Raveloe niet had misstaan in deze terugblik. Erwin Zijleman
Ravyn Lenae - Hypnos (2022)

4,0
0
geplaatst: 28 december 2022, 15:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ravyn Lenae - HYPNOS - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ravyn Lenae - HYPNOS
Tussen het rijtje uitstekende R&B albums uit 2022 mag het broeierige en bijzonder aangename maar ook fris klinkende HYPNOS van de Amerikaanse muzikante Ravyn Lenae zeker niet ontbreken
Uitsluitend het jaarlijstje van het gerenommeerde Pitchfork wees me op HYPNOS, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Ravyn Lenae. De muzikante uit Los Angeles heeft een album gemaakt dat aan de ene kant teruggrijpt op de R&B uit de jaren 90, maar dat tegelijkertijd eigentijds klinkt. HYPNOS laat echo’s horen van de muziek van de veel te jong overleden Aaliyah, maar klinkt met name door de atmosferische synths ook als een album uit 2022. Zeker op het eerste gehoor is het debuutalbum van Ravyn Lenae vooral een bijzonder aangenaam album, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe knapper het wordt. Inderdaad jaarlijstjesmateriaal.
In het jaarlijstje van de Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork staan dit jaar flink wat R&B albums. De meeste van deze albums was ik het afgelopen jaar al wel eens tegen gekomen, maar dat geldt niet voor HYPNOS van Ravyn Lenae. HYPNOS is het debuutalbum van de muzikante die werd geboren in Chicago, maar inmiddels Los Angeles als thuisbasis heeft. In Los Angeles zit Ravyn Lenae in dezelfde scene als onder andere Steve Lacy en Fousheé, die dit jaar ook in brede kring bejubelde albums afleverden.
HYPNOS is onmiskenbaar een R&B album, maar vergeleken met de mainstream albums in het genre klinkt het debuutalbum van Ravyn Lenae fris en avontuurlijk. Ondanks het frisse geluid grijpt de Amerikaanse muzikante, meer dan de meeste van haar soortgenoten, terug op de R&B uit de jaren 90.
HYPNOS deed me, zeker bij eerste beluistering, flink denken aan de muziek die het R&B supertalent Aaliyah aan het eind van de jaren 90 en helemaal aan het begin van het huidige millennium maakte, tot een vliegtuigongeluk een einde maakte aan haar leven. Ravyn Lenae doet met haar zang wel wat denken aan de veel te jong overleden Aaliyah, maar ook in muzikaal opzicht hoor ik wel wat raakvlakken met de R&B uit de late jaren 90.
Op hetzelfde moment klinkt de muziek van Ravyn Lenae ook absoluut eigentijds en eigenzinnig. Dat laatste zit hem vooral in het gebruik van elektronica op het album. Waar de elektronica in de R&B vaak warm en broeierig klinkt, wordt op HYPNOS vaak gekozen voor atmosferische en wat onderkoelde klanken, overigens zonder dat dit ten koste gaat van het lekker zwoele en dromerige R&B geluid.
Ik had tot vorige week nog nooit van Ravyn Lenae gehoord, maar HYPNOS pakte me direct bij eerste beluistering genadeloos in. Ik hou normaal gesproken vooral van R&B die wat schuurt en het experiment zoekt, wat me normaal gesproken niet bij HYPNOS uit zou laten komen. Het debuutalbum van Ravyn Lenae schuurt nergens en zoekt buiten de atmosferische elektronica nergens nadrukkelijk het experiment.
HYPNOS moet het, zeker op het eerste gehoor, vooral hebben van zoete verleiding en die verleiding is behoorlijk meedogenloos. De zoete klanken en de aangename stem van de Amerikaanse muzikante creëren een buitengewoon aangename sfeer en het is er een die de gevoelstemperatuur met minstens 5 graden laat stijgen en meer dan eens met 10 graden.
Ondertussen zitten de songs van Ravyn Lenae verrassend knap in elkaar en is HYPNOS zowel in muzikaal als in vocaal opzicht een knap album. Dat hoor je vooral in de tracks waarin net wat meer wordt geëxperimenteerd met bijzondere ritmes en klanken, maar ook de lome en broeierige R&B tracks op het album laten veel talent horen.
Het talent van Ravyn Lenae werd het afgelopen jaar vooral door Pitchfork onderkent, maar HYNOS is wat mij betreft een album dat mee kan met de allerbeste R&B albums van 2022. Zeker op de late avond is het debuutalbum van Ravyn Lenae een bijzonder aangename metgezel, maar ook op andere momenten is het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, dat ruim 50 minuten muziek bevat, steeds lastiger te weerstaan. Al met al weer een zeer waardevolle tip van de nog altijd zeer interessante muziekwebsite Pitchfork. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ravyn Lenae - HYPNOS - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ravyn Lenae - HYPNOS
Tussen het rijtje uitstekende R&B albums uit 2022 mag het broeierige en bijzonder aangename maar ook fris klinkende HYPNOS van de Amerikaanse muzikante Ravyn Lenae zeker niet ontbreken
Uitsluitend het jaarlijstje van het gerenommeerde Pitchfork wees me op HYPNOS, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Ravyn Lenae. De muzikante uit Los Angeles heeft een album gemaakt dat aan de ene kant teruggrijpt op de R&B uit de jaren 90, maar dat tegelijkertijd eigentijds klinkt. HYPNOS laat echo’s horen van de muziek van de veel te jong overleden Aaliyah, maar klinkt met name door de atmosferische synths ook als een album uit 2022. Zeker op het eerste gehoor is het debuutalbum van Ravyn Lenae vooral een bijzonder aangenaam album, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe knapper het wordt. Inderdaad jaarlijstjesmateriaal.
In het jaarlijstje van de Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork staan dit jaar flink wat R&B albums. De meeste van deze albums was ik het afgelopen jaar al wel eens tegen gekomen, maar dat geldt niet voor HYPNOS van Ravyn Lenae. HYPNOS is het debuutalbum van de muzikante die werd geboren in Chicago, maar inmiddels Los Angeles als thuisbasis heeft. In Los Angeles zit Ravyn Lenae in dezelfde scene als onder andere Steve Lacy en Fousheé, die dit jaar ook in brede kring bejubelde albums afleverden.
HYPNOS is onmiskenbaar een R&B album, maar vergeleken met de mainstream albums in het genre klinkt het debuutalbum van Ravyn Lenae fris en avontuurlijk. Ondanks het frisse geluid grijpt de Amerikaanse muzikante, meer dan de meeste van haar soortgenoten, terug op de R&B uit de jaren 90.
HYPNOS deed me, zeker bij eerste beluistering, flink denken aan de muziek die het R&B supertalent Aaliyah aan het eind van de jaren 90 en helemaal aan het begin van het huidige millennium maakte, tot een vliegtuigongeluk een einde maakte aan haar leven. Ravyn Lenae doet met haar zang wel wat denken aan de veel te jong overleden Aaliyah, maar ook in muzikaal opzicht hoor ik wel wat raakvlakken met de R&B uit de late jaren 90.
Op hetzelfde moment klinkt de muziek van Ravyn Lenae ook absoluut eigentijds en eigenzinnig. Dat laatste zit hem vooral in het gebruik van elektronica op het album. Waar de elektronica in de R&B vaak warm en broeierig klinkt, wordt op HYPNOS vaak gekozen voor atmosferische en wat onderkoelde klanken, overigens zonder dat dit ten koste gaat van het lekker zwoele en dromerige R&B geluid.
Ik had tot vorige week nog nooit van Ravyn Lenae gehoord, maar HYPNOS pakte me direct bij eerste beluistering genadeloos in. Ik hou normaal gesproken vooral van R&B die wat schuurt en het experiment zoekt, wat me normaal gesproken niet bij HYPNOS uit zou laten komen. Het debuutalbum van Ravyn Lenae schuurt nergens en zoekt buiten de atmosferische elektronica nergens nadrukkelijk het experiment.
HYPNOS moet het, zeker op het eerste gehoor, vooral hebben van zoete verleiding en die verleiding is behoorlijk meedogenloos. De zoete klanken en de aangename stem van de Amerikaanse muzikante creëren een buitengewoon aangename sfeer en het is er een die de gevoelstemperatuur met minstens 5 graden laat stijgen en meer dan eens met 10 graden.
Ondertussen zitten de songs van Ravyn Lenae verrassend knap in elkaar en is HYPNOS zowel in muzikaal als in vocaal opzicht een knap album. Dat hoor je vooral in de tracks waarin net wat meer wordt geëxperimenteerd met bijzondere ritmes en klanken, maar ook de lome en broeierige R&B tracks op het album laten veel talent horen.
Het talent van Ravyn Lenae werd het afgelopen jaar vooral door Pitchfork onderkent, maar HYNOS is wat mij betreft een album dat mee kan met de allerbeste R&B albums van 2022. Zeker op de late avond is het debuutalbum van Ravyn Lenae een bijzonder aangename metgezel, maar ook op andere momenten is het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, dat ruim 50 minuten muziek bevat, steeds lastiger te weerstaan. Al met al weer een zeer waardevolle tip van de nog altijd zeer interessante muziekwebsite Pitchfork. Erwin Zijleman
Ray Bonneville - Easy Gone (2014)

4,5
0
geplaatst: 17 mei 2014, 11:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ray Bonneville - Easy Gone - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Canadese singer-songwriter Ray Bonneville maakt inmiddels al bijna 20 jaar platen en wordt met name in zijn vaderland gerekend tot de grootheden in het rootssegment.
Zelf ken ik Ray Bonneville overigens uitsluitend van het in 2011 verschenen Bad Man’s Blood, maar dat was ook direct een geweldige plaat, die terecht werd bejubeld op deze BLOG en ver daarbuiten.
Onlangs verscheen de opvolger van Bad Man’s Blood, Easy Gone. Gezien mijn enorme liefde voor Bad Man’s Blood waren mijn verwachtingen met betrekking tot Easy Gone bijzonder of zelfs onrealistisch hooggespannen, maar Ray Bonneville heeft me zeker niet teleurgesteld. Sterker nog, Easy Gone is misschien nog wel beter en indrukwekkender dan het al zo imponerende Bad Man’s Blood.
Op Easy Gone vult Ray Bonneville de grote leegte die door J.J. Cale is achtergelaten. Net als J.J. Cale maakt Ray Bonneville vooral door blues geïnspireerde muziek, maar het is zeker geen typische bluesmuziek. Het gitaarspel van Ray Bonneville is heerlijk laid-back en ook de vocalen zijn net wat meer ingetogen dan in het blues genre gebruikelijk is. Hiernaast verwerkt Ray Bonneville nog flink wat andere invloeden in zijn muziek, waardoor invloeden uit de country, folk en rock ’n roll, waarbij goed is te horen dat Bonneville tegenwoordig vanuit Texas opereert en de afgelopen jaren door alle uithoeken van de Verenigde Staten heeft gereisd.
Het levert muziek op die met van alles is te vergelijken, maar drie namen domineren voor mij. Easy Gone doet me, zoals gezegd denken aan de platen van J.J. Cale, vooral vanwege het vermogen om muziek terug te brengen tot de essentie, al is de muziek van Ray Bonneville wel wat rauwer dan die van J.J. Cale. Door deze rauwheid doet het me af en toe ook wel wat aan Bruce Springsteen denken, al domineren rootsinvloeden op Easy Gone en is er maar beperkte ruimte voor Springsteen achtige spierballenrock. Vanwege de manier van zingen van Ray Bonneville en het wat zompige en soms bijna griezelige geluid op de plaat waarin prachtig gitaarwerk domineert, blijf ik misschien nog wel het langst steken bij de naam Daniel Lanois. Easy Gone had zomaar een door Daniel Lanois geproduceerde plaat kunnen zijn of zelfs een plaat van de man die tegenwoordig vooral producer is, maar is natuurlijk geen van beiden.
Ondanks het vergelijkingsmateriaal van naam en faam is het Ray Bonneville die uiteindelijk zijn stempel op deze plaat drukt. De productie van Bonneville en de van Celine Dion (!?!) bekende Justin Douglas is werkelijk prachtig en de band verkeerd in grootse vorm, maar het zijn de songs van Ray Bonneville en zijn vertolking van deze songs die voor het meeste kippenvel zorgen.
Ray Bonneville schreef op Bad Man’s Blood al prachtige songs, maar de songs op Easy Gone zijn nog een stuk indrukwekkender. Het is veelzeggend dat deze songs nauwelijks onder doen voor de ene cover op de plaat, het van Hank Williams bekende So Lonesome I Could Cry; een onbetwiste klassieker. Ray Bonneville maakt er een duister klinkende en hartverscheurend mooie versie van, die prachtig past tussen de andere songs op de plaat.
Drie jaar geleden wist ik het eigenlijk al, maar nu zeg ik het ook: Ray Bonneville behoort tot de allergrootsten binnen het rootssegment en heeft een plaat gemaakt die de komende tijd maar door weinigen zal worden benaderd. Easy Gone is een grootse plaat die maar blijft groeien en verwonderen en die ook bij de zoveelste beluistering nog garant staat voor kippenvel. Heel veel kippenvel zelfs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ray Bonneville - Easy Gone - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Canadese singer-songwriter Ray Bonneville maakt inmiddels al bijna 20 jaar platen en wordt met name in zijn vaderland gerekend tot de grootheden in het rootssegment.
Zelf ken ik Ray Bonneville overigens uitsluitend van het in 2011 verschenen Bad Man’s Blood, maar dat was ook direct een geweldige plaat, die terecht werd bejubeld op deze BLOG en ver daarbuiten.
Onlangs verscheen de opvolger van Bad Man’s Blood, Easy Gone. Gezien mijn enorme liefde voor Bad Man’s Blood waren mijn verwachtingen met betrekking tot Easy Gone bijzonder of zelfs onrealistisch hooggespannen, maar Ray Bonneville heeft me zeker niet teleurgesteld. Sterker nog, Easy Gone is misschien nog wel beter en indrukwekkender dan het al zo imponerende Bad Man’s Blood.
Op Easy Gone vult Ray Bonneville de grote leegte die door J.J. Cale is achtergelaten. Net als J.J. Cale maakt Ray Bonneville vooral door blues geïnspireerde muziek, maar het is zeker geen typische bluesmuziek. Het gitaarspel van Ray Bonneville is heerlijk laid-back en ook de vocalen zijn net wat meer ingetogen dan in het blues genre gebruikelijk is. Hiernaast verwerkt Ray Bonneville nog flink wat andere invloeden in zijn muziek, waardoor invloeden uit de country, folk en rock ’n roll, waarbij goed is te horen dat Bonneville tegenwoordig vanuit Texas opereert en de afgelopen jaren door alle uithoeken van de Verenigde Staten heeft gereisd.
Het levert muziek op die met van alles is te vergelijken, maar drie namen domineren voor mij. Easy Gone doet me, zoals gezegd denken aan de platen van J.J. Cale, vooral vanwege het vermogen om muziek terug te brengen tot de essentie, al is de muziek van Ray Bonneville wel wat rauwer dan die van J.J. Cale. Door deze rauwheid doet het me af en toe ook wel wat aan Bruce Springsteen denken, al domineren rootsinvloeden op Easy Gone en is er maar beperkte ruimte voor Springsteen achtige spierballenrock. Vanwege de manier van zingen van Ray Bonneville en het wat zompige en soms bijna griezelige geluid op de plaat waarin prachtig gitaarwerk domineert, blijf ik misschien nog wel het langst steken bij de naam Daniel Lanois. Easy Gone had zomaar een door Daniel Lanois geproduceerde plaat kunnen zijn of zelfs een plaat van de man die tegenwoordig vooral producer is, maar is natuurlijk geen van beiden.
Ondanks het vergelijkingsmateriaal van naam en faam is het Ray Bonneville die uiteindelijk zijn stempel op deze plaat drukt. De productie van Bonneville en de van Celine Dion (!?!) bekende Justin Douglas is werkelijk prachtig en de band verkeerd in grootse vorm, maar het zijn de songs van Ray Bonneville en zijn vertolking van deze songs die voor het meeste kippenvel zorgen.
Ray Bonneville schreef op Bad Man’s Blood al prachtige songs, maar de songs op Easy Gone zijn nog een stuk indrukwekkender. Het is veelzeggend dat deze songs nauwelijks onder doen voor de ene cover op de plaat, het van Hank Williams bekende So Lonesome I Could Cry; een onbetwiste klassieker. Ray Bonneville maakt er een duister klinkende en hartverscheurend mooie versie van, die prachtig past tussen de andere songs op de plaat.
Drie jaar geleden wist ik het eigenlijk al, maar nu zeg ik het ook: Ray Bonneville behoort tot de allergrootsten binnen het rootssegment en heeft een plaat gemaakt die de komende tijd maar door weinigen zal worden benaderd. Easy Gone is een grootse plaat die maar blijft groeien en verwonderen en die ook bij de zoveelste beluistering nog garant staat voor kippenvel. Heel veel kippenvel zelfs. Erwin Zijleman
Ray Davies - Americana (2017)

3,5
1
geplaatst: 24 april 2017, 17:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ray Davies - Americana - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Americana, het eerste soloalbum van Ray Davies in tien jaar tijd, roept tot dusver verrassend uiteenlopende reacties op.
Het nieuwe album van de voormalige voorman van The Kinks wordt hier en daar de hemel in geprezen als onbetwist meesterwerk, maar wordt net zo makkelijk verguisd als een plaat van een muzikant die inmiddels duidelijk over zijn top heen is.
De waarheid ligt ergens in het midden. Ray Davies woont al geruime tijd in de Verenigde Staten (aan het begin van het millennium werd hij nog eens neergeschoten bij een overval in New Orleans) en gaf zijn biografie een paar jaar geleden ook de titel Americana mee.
De titel van de gelijknamige plaat verwijst vooral naar het leven van Ray Davies in de Verenigde Staten en niet zozeer naar het gelijknamige genre. Aan de andere kant laat Ray Davies zich op zijn nieuwe plaat wel begeleiden door de Amerikaanse alt-country band The Jayhawks.
Dat is voor de band uit Minneapolis overigens niet nieuw, want een maand of wat geleden schitterden ze in dezelfde rol nog op de bijzonder overtuigende plaat van de eveneens Britse singer-songwriter Wesley Stace (luister zeker naar deze plaat!).
Vergeleken met deze Wesley Stace heeft Ray Davies aanzienlijk meer last van slijtage van de stembanden, want de stem van de inmiddels 72-jarige muzikant klinkt op Americana vaak wat dun.
Het schrijven van uitstekende popsongs is Ray Davies echter nog niet verleerd. Americana bevat natuurlijk geen songs van het kaliber van Kinks klassiekers als Waterloo Sunset, Sunny Afternoon of Days, om er maar eens drie te noemen, maar met het niveau van de songs op de plaat is echt niets mis.
Integendeel. Op Americana slaat Ray Davies, samen met The Jayhawks, een brug tussen zijn typisch Britse songs en de Amerikaanse rootsmuziek waarmee hij zich inmiddels al een aantal decennia omgeeft.
The Jayhawks zijn, net als op het album van Wesley Stace, uitstekend op dreef (met een aantal malen een glansrol voor de vocalen van Karen Grotberg) en geven Ray Davies een aantal malen een zetje in de goede richting. Voor vocaal vuurwerk moet je niet meer bij de Brit zijn, maar na enige gewenning groeit Americana flink door en winnen ook de spoken word tracks voor mij aan kracht.
Het siert Ray Davies dat hij nog altijd kan voortborduren op het glorieuze werk van The Kinks, maar dat hij ook nog altijd nieuwe wegen in slaat. En de verhalen die Ray Davies op Americana vertelt zijn, vrijwel zonder uitzondering prachtig.
Een wereldplaat of meesterwerk durf ik Americana zeker niet te noemen, al is het maar vanwege de lang niet altijd even goede zang, maar ook een acceptabele plaat van een van de grootste singer-songwriters aller tijden is nog altijd een stuk interessanter dan het meeste andere dat momenteel verschijnt. En Americana blijkt gelukkig ook nog eens een flinke groeiplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ray Davies - Americana - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Americana, het eerste soloalbum van Ray Davies in tien jaar tijd, roept tot dusver verrassend uiteenlopende reacties op.
Het nieuwe album van de voormalige voorman van The Kinks wordt hier en daar de hemel in geprezen als onbetwist meesterwerk, maar wordt net zo makkelijk verguisd als een plaat van een muzikant die inmiddels duidelijk over zijn top heen is.
De waarheid ligt ergens in het midden. Ray Davies woont al geruime tijd in de Verenigde Staten (aan het begin van het millennium werd hij nog eens neergeschoten bij een overval in New Orleans) en gaf zijn biografie een paar jaar geleden ook de titel Americana mee.
De titel van de gelijknamige plaat verwijst vooral naar het leven van Ray Davies in de Verenigde Staten en niet zozeer naar het gelijknamige genre. Aan de andere kant laat Ray Davies zich op zijn nieuwe plaat wel begeleiden door de Amerikaanse alt-country band The Jayhawks.
Dat is voor de band uit Minneapolis overigens niet nieuw, want een maand of wat geleden schitterden ze in dezelfde rol nog op de bijzonder overtuigende plaat van de eveneens Britse singer-songwriter Wesley Stace (luister zeker naar deze plaat!).
Vergeleken met deze Wesley Stace heeft Ray Davies aanzienlijk meer last van slijtage van de stembanden, want de stem van de inmiddels 72-jarige muzikant klinkt op Americana vaak wat dun.
Het schrijven van uitstekende popsongs is Ray Davies echter nog niet verleerd. Americana bevat natuurlijk geen songs van het kaliber van Kinks klassiekers als Waterloo Sunset, Sunny Afternoon of Days, om er maar eens drie te noemen, maar met het niveau van de songs op de plaat is echt niets mis.
Integendeel. Op Americana slaat Ray Davies, samen met The Jayhawks, een brug tussen zijn typisch Britse songs en de Amerikaanse rootsmuziek waarmee hij zich inmiddels al een aantal decennia omgeeft.
The Jayhawks zijn, net als op het album van Wesley Stace, uitstekend op dreef (met een aantal malen een glansrol voor de vocalen van Karen Grotberg) en geven Ray Davies een aantal malen een zetje in de goede richting. Voor vocaal vuurwerk moet je niet meer bij de Brit zijn, maar na enige gewenning groeit Americana flink door en winnen ook de spoken word tracks voor mij aan kracht.
Het siert Ray Davies dat hij nog altijd kan voortborduren op het glorieuze werk van The Kinks, maar dat hij ook nog altijd nieuwe wegen in slaat. En de verhalen die Ray Davies op Americana vertelt zijn, vrijwel zonder uitzondering prachtig.
Een wereldplaat of meesterwerk durf ik Americana zeker niet te noemen, al is het maar vanwege de lang niet altijd even goede zang, maar ook een acceptabele plaat van een van de grootste singer-songwriters aller tijden is nog altijd een stuk interessanter dan het meeste andere dat momenteel verschijnt. En Americana blijkt gelukkig ook nog eens een flinke groeiplaat. Erwin Zijleman
Ray LaMontagne - Long Way Home (2024)

4,0
2
geplaatst: 18 augustus 2024, 11:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ray LaMontagne - Long Way Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ray LaMontagne - Long Way Home
Twintig jaar na het wonderschone Trouble maakt Ray LaMontagne nog altijd albums die er toe doen, zoals is te horen op het vooral met folk en country gevulde maar ook bijzonder soulvolle Long Way Home
Met een stem als die van Ray LaMontagne is het bijna onmogelijk om een slecht album te maken, maar het is knap hoe de Amerikaanse muzikant zich sinds het weergaloze Trouble uit 2004 steeds weer opnieuw weet uit te vinden op albums van hoog niveau. Dat doet hij, net als op Monovision uit 2020, met vooral ingetogen songs met invloeden uit de folk en de country. De wat meer ingetogen klanken passen uitstekend bij de rauwe en opvallend soulvolle strot van de Amerikaanse muzikant, die nog altijd behoort tot de beste zangers in het genre. Ray LaMontagne koos op zijn laatste albums vaak voor steviger en psychedelisch aandoend werk, maar het meer ingetogen Long Way Home bevalt me net wat beter.
Bijna op de dag af twintig jaar geleden verscheen Trouble, het officiële debuutalbum van de Amerikaanse muzikant Ray LaMontagne. Het is een album dat vooral dankzij de zang direct een verpletterende indruk maakte, maar ook in muzikaal opzicht was Trouble een uitstekend album. Ik noem Trouble het officiële debuutalbum van Ray LaMontagne, want eerder bracht hij als RayCharles LaMontagne al drie albums in eigen beheer uit. Die albums kregen nauwelijks aandacht, maar Trouble werd terecht overladen met superlatieven.
De Amerikaanse muzikant kon maar één keer zo verrassen met zijn stem als hij deed met Trouble, maar de albums die volgden stelden zeker niet teleur. De rauwe soulstem van de Amerikaanse muzikant imponeerde ook op de volgende albums van Ray LaMontagne, die in muzikaal opzicht uiteindelijk andere wegen in sloeg.
Het wat rijker georkestreerde Till The Sun Turns Black uit 2006 vond ik persoonlijk nog net wat indrukwekkender dan Trouble, maar ook Gossip In The Grain (2008), God Willin' & The Creek Don't Rise (2010), Supernova (2014), Ouroboros (2016), Part Of The Light (2018) en Monovision (2020) heb ik hoog zitten.
Na een aantal wat psychedelisch aandoende albums keerde Ray LaMontagne op het laatstgenoemde album weer wat terug naar de folk, country en soul van zijn eerdere albums en domineerden de meer ingetogen songs. Het is een lijn die grotendeels wordt doorgetrokken op het deze week verschenen Long Way Home, dat met negen songs, waaronder twee wat overbodige instrumentale tracks, en maar net iets meer dan een half uur muziek helaas aan de korte kant is. Het is wat mij betreft het enige smetje op een verder uitstekend album van Ray LaMontagne.
Het album opent met een lekker soulvolle track met een hoog retro gehalte. In muzikaal opzicht klinkt het, zeker in de zomer, bijzonder lekker en nog altijd is er de geweldige stem van de Amerikaanse muzikant, die alleen in zijn pink al meer soul heeft dan de meeste jonge soulzangers van het moment. In de tracks die volgen keert Ray LaMontagne vooral terug naar de folk en de country en wederom imponeert hij met zijn fantastische stem.
Net als zoveel andere albums van Ray LaMontagne is ook Long Way Home een album dat net zo goed vele decennia oud zou kunnen zijn, maar waar ik lang niet altijd gek ben op retro, zit de nostalgie me nergens in de weg. Het album bevat een aantal songs die in muzikaal opzicht van Van Morrison hadden kunnen zijn en in muzikaal opzicht komt Neil Young ook een paar keer voorbij, maar de stem van Ray LaMontagne blijft uniek en maakt wat mij betreft nog altijd dezelfde indruk als twintig jaar geleden.
De Amerikaanse muzikant was op een deel van zijn albums niet vies van stevige rock, maar in de wat soberder ingekleurde songs komt zijn stem wat mij betreft veel beter tot zijn recht. Deze songs domineren op Long Way Home, dat meer dan eens herinnert aan de vroege albums van Ray LaMontagne en dat fraai is geproduceerd door Seth Kauffman (Angel Olsen, Lana Del Rey).
Er van uitgaande dat Trouble het echte debuutalbum van Ray LaMontagne is, is Long Way Home alweer het negende studioalbum van de muzikant die werd geboren in Nashua, New Hampshire, maar ook dit album is wat mij betreft weer een waardevolle aanvulling op een inmiddels bijzonder fraai en omvangrijk oeuvre. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ray LaMontagne - Long Way Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ray LaMontagne - Long Way Home
Twintig jaar na het wonderschone Trouble maakt Ray LaMontagne nog altijd albums die er toe doen, zoals is te horen op het vooral met folk en country gevulde maar ook bijzonder soulvolle Long Way Home
Met een stem als die van Ray LaMontagne is het bijna onmogelijk om een slecht album te maken, maar het is knap hoe de Amerikaanse muzikant zich sinds het weergaloze Trouble uit 2004 steeds weer opnieuw weet uit te vinden op albums van hoog niveau. Dat doet hij, net als op Monovision uit 2020, met vooral ingetogen songs met invloeden uit de folk en de country. De wat meer ingetogen klanken passen uitstekend bij de rauwe en opvallend soulvolle strot van de Amerikaanse muzikant, die nog altijd behoort tot de beste zangers in het genre. Ray LaMontagne koos op zijn laatste albums vaak voor steviger en psychedelisch aandoend werk, maar het meer ingetogen Long Way Home bevalt me net wat beter.
Bijna op de dag af twintig jaar geleden verscheen Trouble, het officiële debuutalbum van de Amerikaanse muzikant Ray LaMontagne. Het is een album dat vooral dankzij de zang direct een verpletterende indruk maakte, maar ook in muzikaal opzicht was Trouble een uitstekend album. Ik noem Trouble het officiële debuutalbum van Ray LaMontagne, want eerder bracht hij als RayCharles LaMontagne al drie albums in eigen beheer uit. Die albums kregen nauwelijks aandacht, maar Trouble werd terecht overladen met superlatieven.
De Amerikaanse muzikant kon maar één keer zo verrassen met zijn stem als hij deed met Trouble, maar de albums die volgden stelden zeker niet teleur. De rauwe soulstem van de Amerikaanse muzikant imponeerde ook op de volgende albums van Ray LaMontagne, die in muzikaal opzicht uiteindelijk andere wegen in sloeg.
Het wat rijker georkestreerde Till The Sun Turns Black uit 2006 vond ik persoonlijk nog net wat indrukwekkender dan Trouble, maar ook Gossip In The Grain (2008), God Willin' & The Creek Don't Rise (2010), Supernova (2014), Ouroboros (2016), Part Of The Light (2018) en Monovision (2020) heb ik hoog zitten.
Na een aantal wat psychedelisch aandoende albums keerde Ray LaMontagne op het laatstgenoemde album weer wat terug naar de folk, country en soul van zijn eerdere albums en domineerden de meer ingetogen songs. Het is een lijn die grotendeels wordt doorgetrokken op het deze week verschenen Long Way Home, dat met negen songs, waaronder twee wat overbodige instrumentale tracks, en maar net iets meer dan een half uur muziek helaas aan de korte kant is. Het is wat mij betreft het enige smetje op een verder uitstekend album van Ray LaMontagne.
Het album opent met een lekker soulvolle track met een hoog retro gehalte. In muzikaal opzicht klinkt het, zeker in de zomer, bijzonder lekker en nog altijd is er de geweldige stem van de Amerikaanse muzikant, die alleen in zijn pink al meer soul heeft dan de meeste jonge soulzangers van het moment. In de tracks die volgen keert Ray LaMontagne vooral terug naar de folk en de country en wederom imponeert hij met zijn fantastische stem.
Net als zoveel andere albums van Ray LaMontagne is ook Long Way Home een album dat net zo goed vele decennia oud zou kunnen zijn, maar waar ik lang niet altijd gek ben op retro, zit de nostalgie me nergens in de weg. Het album bevat een aantal songs die in muzikaal opzicht van Van Morrison hadden kunnen zijn en in muzikaal opzicht komt Neil Young ook een paar keer voorbij, maar de stem van Ray LaMontagne blijft uniek en maakt wat mij betreft nog altijd dezelfde indruk als twintig jaar geleden.
De Amerikaanse muzikant was op een deel van zijn albums niet vies van stevige rock, maar in de wat soberder ingekleurde songs komt zijn stem wat mij betreft veel beter tot zijn recht. Deze songs domineren op Long Way Home, dat meer dan eens herinnert aan de vroege albums van Ray LaMontagne en dat fraai is geproduceerd door Seth Kauffman (Angel Olsen, Lana Del Rey).
Er van uitgaande dat Trouble het echte debuutalbum van Ray LaMontagne is, is Long Way Home alweer het negende studioalbum van de muzikant die werd geboren in Nashua, New Hampshire, maar ook dit album is wat mij betreft weer een waardevolle aanvulling op een inmiddels bijzonder fraai en omvangrijk oeuvre. Erwin Zijleman
Ray LaMontagne - Monovision (2020)

4,0
2
geplaatst: 28 juni 2020, 10:13 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ray LaMontagne - Monovision - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ray LaMontagne - Monovision
Na drie albums vol psychedelica kiest Ray LaMontagne op Monovision weer voor een wat meer ingetogen geluid vol invloeden uit de folk en country en dat bevalt uitstekend
Ray LaMontagne maakte 16 jaar geleden indruk met Trouble, dat vooral een geweldige stem liet horen. De afgelopen jaren sneeuwde deze stem soms wat onder in een voller en psychedelisch klinkend geluid, maar op Monovision is de singer-songwriter Ray LaMontagne weer opgestaan. De Amerikaanse muzikant maakte het album in zijn eentje, maar het klinkt allemaal fantastisch. Monovision betovert met een smaakvol retro geluid en hiernaast is er natuurlijk die geweldige stem vol emotie, soul en bezwering. Zijn psychedelische albums waren prima, maar Monovision is wat mij betreft toch net wat beter en komt dicht in de buurt van zijn meesterwerk Till The Sun Turns Black.
De Amerikaanse singer-songwriter Ray LaMontagne koos de afgelopen jaren voor een wat ander geluid dan we van hem gewend waren. Supernova (2014), Ouroboros (2016) en Part Of The Light (2018) klonken experimenteler en psychedelischer dan Trouble (2004) en Till The Sun Turns Black (2006), de albums waarmee de Amerikaanse muzikant iets meer dan 15 jaar geleden doorbrak en die het mogelijk maakten om zijn baan in een schoenenfabriek op te zeggen.
Hoewel ik Till The Sun Turns Black nog steeds met afstand het beste Ray LaMontagne album vind, kon ik zijn psychedelische escapades ook best waarderen, al was er stiekem ook de heimwee naar het oude geluid. Na drie albums vindt de Amerikaanse muzikant het kennelijk zelf ook tijd voor een ander geluid, want het deze week verschenen Monovision klinkt duidelijk anders dan zijn drie voorgangers en keert terug naar het geluid waarmee hij ooit doorbrak.
In de openingstrack schuurt Ray LaMontagne direct dicht tegen het geluid waar hij ooit mee opdook aan. Invloeden uit de folk en blues hebben aan terrein gewonnen en ook in vocaal opzicht zijn er flink wat raakvlakken met de muziek die Ray LaMontagne in zijn eerste jaren als muzikant maakte. Ik vind het zeker geen straf. Door de net wat soberdere instrumentatie ligt de nadruk weer wat meer op de zang en laat dat nu net een van de sterkste wapens van de Amerikaanse muzikant zijn.
In de openingstrack van Monovision zingt Ray LaMontagne met hart en ziel en maakt hij direct indruk. Monovision ligt veel vaker in het verlengde van de vroege albums, maar je hoort ook dat er sindsdien flinke stappen zijn gezet. Waar Ray LaMontagne zijn zang soms net wat te vaak uit de tenen liet komen, zingt hij op Monovision prachtig gedoseerd en bovendien wat gevarieerder, wat bijzonder aangenaam klinkt. Op hetzelfde moment zijn de emotie en melancholie in zijn stem gebleven.
Monovision is een prachtig klinkend album. Het is een prestatie van formaat, want Ray LaMontagne speelde het album dit keer in zijn uppie vol en nam ook de productie voor zijn rekening. Met minimale middelen sorteert de Amerikaanse muzikant een maximaal effect en dat is knap.
De wat meer ingetogen songs op het album zijn heerlijk loom en laidback en worden gedragen door de uitstekende zang en het sfeervolle gitaarspel op het album. Ray LaMontagne heeft altijd vertrouwd op meerdere stijlen en dat doet hij ook op Monovision. Na twee betrekkelijk ingetogen songs komt hij met Strong Enough op de proppen met een song waarvoor Creedence Clearwater Revival zich in haar allerbeste jaren niet zou hebben geschaamd.
Het is een van de weinige uitbarstingen op een voornamelijk ingetogen album, dat wel nadrukkelijk schakelt tussen folk en country en dat vaak wat nostalgisch aandoet. De muziek van Ray LaMontagne heeft altijd wel een redelijk hoog retro gehalte gehad en dat geldt ook weer voor Monovision, al zit het nergens in de weg. Het nieuwe album van Ray LaMontagne laat 45 minuten een prima muzikant, een uitstekend songwriter en een groot zanger met een stem vol soul horen, die net zo goed een aantal decennia geleden aan de weg zou hebben kunnen getimmerd, maar ook in het heden prima mee kan.
Monovision is mogelijk een lichte tegenvaller voor een ieder die zijn psychedelische albums koesterde, maar liefhebbers van de singer-songwriter Ray LaMontagne komen op Monovision ruimschoots aan hun trekken. Veel songs op het album zijn geworteld in de folk en country uit de jaren 70, maar Ray LaMontagne slaagt er ook dit keer in om zijn eigen draai te geven aan de invloeden uit het verleden, maar raakt ook aan grootheden als Van Morrison en Neil Young. In eerste instantie klonk het vooral heel aangenaam, maar Monovision wordt me steeds dierbaarder en wordt ook steeds mooier en indrukwekkender. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ray LaMontagne - Monovision - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ray LaMontagne - Monovision
Na drie albums vol psychedelica kiest Ray LaMontagne op Monovision weer voor een wat meer ingetogen geluid vol invloeden uit de folk en country en dat bevalt uitstekend
Ray LaMontagne maakte 16 jaar geleden indruk met Trouble, dat vooral een geweldige stem liet horen. De afgelopen jaren sneeuwde deze stem soms wat onder in een voller en psychedelisch klinkend geluid, maar op Monovision is de singer-songwriter Ray LaMontagne weer opgestaan. De Amerikaanse muzikant maakte het album in zijn eentje, maar het klinkt allemaal fantastisch. Monovision betovert met een smaakvol retro geluid en hiernaast is er natuurlijk die geweldige stem vol emotie, soul en bezwering. Zijn psychedelische albums waren prima, maar Monovision is wat mij betreft toch net wat beter en komt dicht in de buurt van zijn meesterwerk Till The Sun Turns Black.
De Amerikaanse singer-songwriter Ray LaMontagne koos de afgelopen jaren voor een wat ander geluid dan we van hem gewend waren. Supernova (2014), Ouroboros (2016) en Part Of The Light (2018) klonken experimenteler en psychedelischer dan Trouble (2004) en Till The Sun Turns Black (2006), de albums waarmee de Amerikaanse muzikant iets meer dan 15 jaar geleden doorbrak en die het mogelijk maakten om zijn baan in een schoenenfabriek op te zeggen.
Hoewel ik Till The Sun Turns Black nog steeds met afstand het beste Ray LaMontagne album vind, kon ik zijn psychedelische escapades ook best waarderen, al was er stiekem ook de heimwee naar het oude geluid. Na drie albums vindt de Amerikaanse muzikant het kennelijk zelf ook tijd voor een ander geluid, want het deze week verschenen Monovision klinkt duidelijk anders dan zijn drie voorgangers en keert terug naar het geluid waarmee hij ooit doorbrak.
In de openingstrack schuurt Ray LaMontagne direct dicht tegen het geluid waar hij ooit mee opdook aan. Invloeden uit de folk en blues hebben aan terrein gewonnen en ook in vocaal opzicht zijn er flink wat raakvlakken met de muziek die Ray LaMontagne in zijn eerste jaren als muzikant maakte. Ik vind het zeker geen straf. Door de net wat soberdere instrumentatie ligt de nadruk weer wat meer op de zang en laat dat nu net een van de sterkste wapens van de Amerikaanse muzikant zijn.
In de openingstrack van Monovision zingt Ray LaMontagne met hart en ziel en maakt hij direct indruk. Monovision ligt veel vaker in het verlengde van de vroege albums, maar je hoort ook dat er sindsdien flinke stappen zijn gezet. Waar Ray LaMontagne zijn zang soms net wat te vaak uit de tenen liet komen, zingt hij op Monovision prachtig gedoseerd en bovendien wat gevarieerder, wat bijzonder aangenaam klinkt. Op hetzelfde moment zijn de emotie en melancholie in zijn stem gebleven.
Monovision is een prachtig klinkend album. Het is een prestatie van formaat, want Ray LaMontagne speelde het album dit keer in zijn uppie vol en nam ook de productie voor zijn rekening. Met minimale middelen sorteert de Amerikaanse muzikant een maximaal effect en dat is knap.
De wat meer ingetogen songs op het album zijn heerlijk loom en laidback en worden gedragen door de uitstekende zang en het sfeervolle gitaarspel op het album. Ray LaMontagne heeft altijd vertrouwd op meerdere stijlen en dat doet hij ook op Monovision. Na twee betrekkelijk ingetogen songs komt hij met Strong Enough op de proppen met een song waarvoor Creedence Clearwater Revival zich in haar allerbeste jaren niet zou hebben geschaamd.
Het is een van de weinige uitbarstingen op een voornamelijk ingetogen album, dat wel nadrukkelijk schakelt tussen folk en country en dat vaak wat nostalgisch aandoet. De muziek van Ray LaMontagne heeft altijd wel een redelijk hoog retro gehalte gehad en dat geldt ook weer voor Monovision, al zit het nergens in de weg. Het nieuwe album van Ray LaMontagne laat 45 minuten een prima muzikant, een uitstekend songwriter en een groot zanger met een stem vol soul horen, die net zo goed een aantal decennia geleden aan de weg zou hebben kunnen getimmerd, maar ook in het heden prima mee kan.
Monovision is mogelijk een lichte tegenvaller voor een ieder die zijn psychedelische albums koesterde, maar liefhebbers van de singer-songwriter Ray LaMontagne komen op Monovision ruimschoots aan hun trekken. Veel songs op het album zijn geworteld in de folk en country uit de jaren 70, maar Ray LaMontagne slaagt er ook dit keer in om zijn eigen draai te geven aan de invloeden uit het verleden, maar raakt ook aan grootheden als Van Morrison en Neil Young. In eerste instantie klonk het vooral heel aangenaam, maar Monovision wordt me steeds dierbaarder en wordt ook steeds mooier en indrukwekkender. Erwin Zijleman
Ray LaMontagne - Ouroboros (2016)

4,0
0
geplaatst: 6 maart 2016, 10:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ray LaMontagne - Ouroboros - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ouroboros is al weer de zesde plaat van Ray LaMontagne en de opvolger van het in 2014 verschenen Supernova.
Op Supernova koos de Amerikaanse singer-songwriter samen met producer en Black Keys voorman Dan Auerbach voor een wat steviger en ook wat psychedelischer geluid. Met name de liefhebbers van de rootsmuziek op de eerdere platen van Ray LaMontagne konden deze stap maar matig waarderen.
Ouroboros werd geproduceerd door My Morning Jacket voorman Jim James en is een plaat die hinkt op twee gedachten. Ook de cd versie en de digitale versie van de plaat bestaan uit twee delen en het zijn delen die een duidelijk verschillend geluid laten horen.
Ouroboros opent met het ruim acht minuten durende en flink psychedelische Homecoming en wordt gevolgd door het wat stevigere maar net zo psychedelische Hey, No Pressure, dat ook op Supernova had kunnen staan; iets wat overigens ook geldt voor de twee tracks die volgen.
Nu vond ik Supernova persoonlijk helemaal geen slechte plaat en het is een plaat die ook nog eens beter is geworden naarmate je hem vaker hoorde. De psychedelisch aandoende openingstracks bevallen me dan ook wel, al missen ze het duidelijke stempel dat Ray LaMontagne op zijn eerste platen drukte. Hier staat een fraai 60s geluid met geweldig gitaarwerk tegenover en hoewel Ray LaMontagne misschien wat minder expressief zingt dan we van hem gewend zijn, is ook met de zang helemaal niets mis.
Na 23 minuten zit het eerste deel van de plaat er op en heb ik zelfs een aantal keren aan Pink Floyd moeten denken; een naam die bij beluistering van de eerste platen van Ray LaMontagne nooit bij me op is gekomen.
Het is een naam die ook bij beluistering van het tweede deel van de plaat nog wel eens opkomt, maar over het algemeen genomen laat het tweede deel van de plaat de Ray LaMontagne horen die we kennen van zijn eerste platen en dat is goed nieuws voor de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek.
Het tweede deel van Ouroboros laat een meer akoestisch en roots georiënteerd geluid horen en imponeert weer met vocalen die dwars door de ziel snijden, precies zoals deze vocalen een onuitwisbare indruk maakten op de eerste platen van Ray LaMontagne. Het bevalt me uitstekend, al kan ik met het eerste deel van de plaat ook uit de voeten.
Het in slechts twee weken opgenomen Ouroboros is een plaat met twee gezichten, maar het zijn wat mij betreft gezichten die elkaar versterken. De fans van het eerste uur zullen waarschijnlijk vooral voor het tweede deel van de plaat zwichten, maar ook met het eerste deel is helemaal niets mis. Integendeel zelfs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ray LaMontagne - Ouroboros - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ouroboros is al weer de zesde plaat van Ray LaMontagne en de opvolger van het in 2014 verschenen Supernova.
Op Supernova koos de Amerikaanse singer-songwriter samen met producer en Black Keys voorman Dan Auerbach voor een wat steviger en ook wat psychedelischer geluid. Met name de liefhebbers van de rootsmuziek op de eerdere platen van Ray LaMontagne konden deze stap maar matig waarderen.
Ouroboros werd geproduceerd door My Morning Jacket voorman Jim James en is een plaat die hinkt op twee gedachten. Ook de cd versie en de digitale versie van de plaat bestaan uit twee delen en het zijn delen die een duidelijk verschillend geluid laten horen.
Ouroboros opent met het ruim acht minuten durende en flink psychedelische Homecoming en wordt gevolgd door het wat stevigere maar net zo psychedelische Hey, No Pressure, dat ook op Supernova had kunnen staan; iets wat overigens ook geldt voor de twee tracks die volgen.
Nu vond ik Supernova persoonlijk helemaal geen slechte plaat en het is een plaat die ook nog eens beter is geworden naarmate je hem vaker hoorde. De psychedelisch aandoende openingstracks bevallen me dan ook wel, al missen ze het duidelijke stempel dat Ray LaMontagne op zijn eerste platen drukte. Hier staat een fraai 60s geluid met geweldig gitaarwerk tegenover en hoewel Ray LaMontagne misschien wat minder expressief zingt dan we van hem gewend zijn, is ook met de zang helemaal niets mis.
Na 23 minuten zit het eerste deel van de plaat er op en heb ik zelfs een aantal keren aan Pink Floyd moeten denken; een naam die bij beluistering van de eerste platen van Ray LaMontagne nooit bij me op is gekomen.
Het is een naam die ook bij beluistering van het tweede deel van de plaat nog wel eens opkomt, maar over het algemeen genomen laat het tweede deel van de plaat de Ray LaMontagne horen die we kennen van zijn eerste platen en dat is goed nieuws voor de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek.
Het tweede deel van Ouroboros laat een meer akoestisch en roots georiënteerd geluid horen en imponeert weer met vocalen die dwars door de ziel snijden, precies zoals deze vocalen een onuitwisbare indruk maakten op de eerste platen van Ray LaMontagne. Het bevalt me uitstekend, al kan ik met het eerste deel van de plaat ook uit de voeten.
Het in slechts twee weken opgenomen Ouroboros is een plaat met twee gezichten, maar het zijn wat mij betreft gezichten die elkaar versterken. De fans van het eerste uur zullen waarschijnlijk vooral voor het tweede deel van de plaat zwichten, maar ook met het eerste deel is helemaal niets mis. Integendeel zelfs. Erwin Zijleman
Ray LaMontagne - Part of the Light (2018)

4,0
1
geplaatst: 21 mei 2018, 10:21 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ray LaMontagne - Part Of The Light - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ray LaMontagne maakte met zijn debuut Trouble direct een onuitwisbare indruk. De muzikant uit Nashua, New Hampshire, deed dat vooral met zijn stem, die je bij de strot greep en niet meer dacht aan los laten.
Trouble is zo’n plaat waar je als muzikant een heel leven tegenaan kan hikken, maar ondanks het feit dat de plaat nog altijd wordt gezien als Ray LaMontagne’s beste plaat heeft de Amerikaan inmiddels meerdere hoog gewaardeerde platen op zijn naam staan.
Op zijn laatste platen koos hij voor een wat steviger en psychedelischer geluid, maar de laatste songs op het in 2016 verschenen Ouroboros waren toch weer wat meer ingetogen.
Het is een lijn die wordt doorgetrokken op de eerste tracks van Part Of The Light, al weer het zevende album van Ray LaMontagne. Part Of The Light wordt hier en daar omschreven als een plaat waarop de Amerikaanse muzikant terugkeert naar het geluid van zijn eerste platen, maar dat is wat mij betreft maar ten dele het geval.
Vergeleken met zijn vorige platen kiest Ray LaMontagne absoluut voor een wat minder rock georiënteerd geluid, maar Part Of The Light klinkt ook minder rootsy dan zijn vroege werk. Veel songs op de nieuwe plaat hebben een 70s feel en herinneren aan de grote singer-songwriters uit de eerste helft van de jaren 70. Part Of The Light rockt over het algemeen misschien minder dan zijn voorgangers, maar klinkt nog steeds wat psychedelisch (ik hoor meerdere keren wat van Pink Floyd), wat ik persoonlijk prachtig vind passen bij de fascinerende stem van Ray LaMontagne.
Veel songs op de plaat slepen zich in een laag tempo voort en zijn voorzien van een vol en loom geluid vol fraaie details, waaronder prachtig gitaarwerk van Carl Broemel. Het is een geluid dat fraai combineert met de prachtige zang van Ray LaMontagne, die verrassend ingetogen zingt en niet iedere noot uit de tenen haalt. Voor liefhebbers van het vocale geweld van de eerste platen van de Amerikaan klinkt het misschien wat voorzichtig, maar ik vind het prachtig.
Part Of The Light is een plaat vol onderhuidse spanning en betovering en die onderhuidse spanning en betovering hoor je ook in de stem van Ray LaMontagne. Het is muziek die bij oppervlakkige beluistering misschien nog snel vervliegt, maar nadat ik Part Of The Light met de koptelefoon had beluisterd was ik verkocht.
Zeker in de meest psychedelische songs is de muziek van Ray LaMontagne heerlijk dromerig, maar ook als hij kiest voor een betrekkelijk eenvoudige folksong klinkt zijn muziek zweveriger dan ik van hem gewend ben. Het zorgt misschien niet voor de ruwe impact van een album als Trouble, maar hoe vaker ik naar Part Of The Light luister hoor dierbaarder de songs op de plaat me worden en hoe meer ik onder de indruk raak van de atmosferische klanken en de wonderschone vocalen.
De twee wat stevigere tracks vind ik wat minder, al is het maar omdat ze het bezwerende karakter van de plaat verstoren, maar ik gun Ray LaMontagne zijn uitbarstingen. Zeker wanneer de zon onder is voorziet Part Of The Light de ruimte van prachtige klanken waarbij het heerlijk wegdromen is, maar waarvan je ook geen noot wilt missen, ook niet als de plaat je aan het eind een paar keer ruw met beide benen op de grond zet. Part Of The Light roept vooralsnog gemengde reacties op, maar ik behoor tot het kamp dat de nieuwe Ray LaMontagne schaart onder zijn beste platen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ray LaMontagne - Part Of The Light - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ray LaMontagne maakte met zijn debuut Trouble direct een onuitwisbare indruk. De muzikant uit Nashua, New Hampshire, deed dat vooral met zijn stem, die je bij de strot greep en niet meer dacht aan los laten.
Trouble is zo’n plaat waar je als muzikant een heel leven tegenaan kan hikken, maar ondanks het feit dat de plaat nog altijd wordt gezien als Ray LaMontagne’s beste plaat heeft de Amerikaan inmiddels meerdere hoog gewaardeerde platen op zijn naam staan.
Op zijn laatste platen koos hij voor een wat steviger en psychedelischer geluid, maar de laatste songs op het in 2016 verschenen Ouroboros waren toch weer wat meer ingetogen.
Het is een lijn die wordt doorgetrokken op de eerste tracks van Part Of The Light, al weer het zevende album van Ray LaMontagne. Part Of The Light wordt hier en daar omschreven als een plaat waarop de Amerikaanse muzikant terugkeert naar het geluid van zijn eerste platen, maar dat is wat mij betreft maar ten dele het geval.
Vergeleken met zijn vorige platen kiest Ray LaMontagne absoluut voor een wat minder rock georiënteerd geluid, maar Part Of The Light klinkt ook minder rootsy dan zijn vroege werk. Veel songs op de nieuwe plaat hebben een 70s feel en herinneren aan de grote singer-songwriters uit de eerste helft van de jaren 70. Part Of The Light rockt over het algemeen misschien minder dan zijn voorgangers, maar klinkt nog steeds wat psychedelisch (ik hoor meerdere keren wat van Pink Floyd), wat ik persoonlijk prachtig vind passen bij de fascinerende stem van Ray LaMontagne.
Veel songs op de plaat slepen zich in een laag tempo voort en zijn voorzien van een vol en loom geluid vol fraaie details, waaronder prachtig gitaarwerk van Carl Broemel. Het is een geluid dat fraai combineert met de prachtige zang van Ray LaMontagne, die verrassend ingetogen zingt en niet iedere noot uit de tenen haalt. Voor liefhebbers van het vocale geweld van de eerste platen van de Amerikaan klinkt het misschien wat voorzichtig, maar ik vind het prachtig.
Part Of The Light is een plaat vol onderhuidse spanning en betovering en die onderhuidse spanning en betovering hoor je ook in de stem van Ray LaMontagne. Het is muziek die bij oppervlakkige beluistering misschien nog snel vervliegt, maar nadat ik Part Of The Light met de koptelefoon had beluisterd was ik verkocht.
Zeker in de meest psychedelische songs is de muziek van Ray LaMontagne heerlijk dromerig, maar ook als hij kiest voor een betrekkelijk eenvoudige folksong klinkt zijn muziek zweveriger dan ik van hem gewend ben. Het zorgt misschien niet voor de ruwe impact van een album als Trouble, maar hoe vaker ik naar Part Of The Light luister hoor dierbaarder de songs op de plaat me worden en hoe meer ik onder de indruk raak van de atmosferische klanken en de wonderschone vocalen.
De twee wat stevigere tracks vind ik wat minder, al is het maar omdat ze het bezwerende karakter van de plaat verstoren, maar ik gun Ray LaMontagne zijn uitbarstingen. Zeker wanneer de zon onder is voorziet Part Of The Light de ruimte van prachtige klanken waarbij het heerlijk wegdromen is, maar waarvan je ook geen noot wilt missen, ook niet als de plaat je aan het eind een paar keer ruw met beide benen op de grond zet. Part Of The Light roept vooralsnog gemengde reacties op, maar ik behoor tot het kamp dat de nieuwe Ray LaMontagne schaart onder zijn beste platen. Erwin Zijleman
Ray LaMontagne - Supernova (2014)

4,0
0
geplaatst: 28 april 2014, 19:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ray LaMontagne - Supernova - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Je zou maar een debuut als Trouble maken. Ray LaMontagne hikt er inmiddels een jaar of tien tegenaan en voert keer op keer een ongelijke strijd. Till The Sun Turns Black uit 2006 en Gossip Grain uit 2008 waren objectief beschouwd prima platen, die absoluut nieuwe wegen in probeerden te slaan, maar aan de vergelijking met het tot een klassieker uitgegroeide debuut ontsnapten ze met geen mogelijkheid. Objectief bekeken waren de tweede en derde plaat van Ray LaMontagne misschien zelfs wel beter dan Trouble, maar tegen de magie van het debuut konden ze niet op. Vier jaar geleden gooide Ray LaMontagne het over een andere boeg. Voor het eerst werkte hij zonder topproducer Ethan Johns en koos hij samen met zijn band The Pariah Dogs voor een rauwer geluid op God Willin’ & The Creek Don’t Rise. Wederom een prima plaat (die zelfs een Grammy in de wacht wist te slepen), al vond ik dit keer Trouble echt een klasse beter. Na een pauze van vier jaar keert Ray LaMontagne terug met Supernova. De plaat werd geproduceerd door Black Keys voorman Dan Auerbach, die Ray LaMontagne heeft voorzien van een wat lastig te plaatsen geluid. Het is een geluid dat wat meer mainstream lijkt dan de muziek die we van Ray LaMontagne gewend zijn, maar Ray LaMontagne is niet opeens een popzanger geworden. Supernova klinkt vooral een stuk psychedelischer dan zijn voorgangers. In de openingstrack zweef je zo mee terug naar de jaren 60 en dat is een periode waarin Supernova lange tijd blijft hangen. Ik vond het in eerste instantie een verrassende keuze, want in de zweverige en bij vlagen behoorlijk galmende productie van Dan Auerbach is de stem van Ray LaMontagne een stuk minder imposant dan op zijn vorige platen. Supernova klinkt meer dan eens als een psychedelische plaat van The Kinks of als een vergeten plaat van The Zombies en dat verwacht je niet van een rootsmuzikant als Ray LaMontagne. Hetzelfde geldt voor een aantal van de aanstekelijke popliedjes op de plaat, die zo lijken weggelopen uit een top 40 uit de jaren 70 en maar moeilijk zijn te relateren aan Ray LaMontagne. Na een paar keer horen vond ik Supernova een leuke plaat, maar baalde ik er eigenlijk van dat Ray LaMontagne hem heeft gemaakt. Van Ray LaMontagne verwacht ik immers rootsy popmuziek met zang die uit de tenen komt en overloopt van emotie en melancholie. Een beangstigende ervaring, want sinds wanneer bepaal ik wat voor muziek Ray LaMontagne moet maken. Dat bepaalt hij natuurlijk gewoon zelf en dit keer heeft hij gekozen voor een luchtigere plaat met toegankelijkere songs en een flinke dosis psychedelica. Een andere Ray LaMontagne dan we gewend zijn, maar als je daar eenmaal overheen bent is Supernova een erg lekkere plaat, zeker als de zon een beetje gaat schijnen en aan het eind toch ook nog een prachtig rootsliedje voorbij komt. Conclusie: luister vooral zelf en oordeel niet te snel. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ray LaMontagne - Supernova - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Je zou maar een debuut als Trouble maken. Ray LaMontagne hikt er inmiddels een jaar of tien tegenaan en voert keer op keer een ongelijke strijd. Till The Sun Turns Black uit 2006 en Gossip Grain uit 2008 waren objectief beschouwd prima platen, die absoluut nieuwe wegen in probeerden te slaan, maar aan de vergelijking met het tot een klassieker uitgegroeide debuut ontsnapten ze met geen mogelijkheid. Objectief bekeken waren de tweede en derde plaat van Ray LaMontagne misschien zelfs wel beter dan Trouble, maar tegen de magie van het debuut konden ze niet op. Vier jaar geleden gooide Ray LaMontagne het over een andere boeg. Voor het eerst werkte hij zonder topproducer Ethan Johns en koos hij samen met zijn band The Pariah Dogs voor een rauwer geluid op God Willin’ & The Creek Don’t Rise. Wederom een prima plaat (die zelfs een Grammy in de wacht wist te slepen), al vond ik dit keer Trouble echt een klasse beter. Na een pauze van vier jaar keert Ray LaMontagne terug met Supernova. De plaat werd geproduceerd door Black Keys voorman Dan Auerbach, die Ray LaMontagne heeft voorzien van een wat lastig te plaatsen geluid. Het is een geluid dat wat meer mainstream lijkt dan de muziek die we van Ray LaMontagne gewend zijn, maar Ray LaMontagne is niet opeens een popzanger geworden. Supernova klinkt vooral een stuk psychedelischer dan zijn voorgangers. In de openingstrack zweef je zo mee terug naar de jaren 60 en dat is een periode waarin Supernova lange tijd blijft hangen. Ik vond het in eerste instantie een verrassende keuze, want in de zweverige en bij vlagen behoorlijk galmende productie van Dan Auerbach is de stem van Ray LaMontagne een stuk minder imposant dan op zijn vorige platen. Supernova klinkt meer dan eens als een psychedelische plaat van The Kinks of als een vergeten plaat van The Zombies en dat verwacht je niet van een rootsmuzikant als Ray LaMontagne. Hetzelfde geldt voor een aantal van de aanstekelijke popliedjes op de plaat, die zo lijken weggelopen uit een top 40 uit de jaren 70 en maar moeilijk zijn te relateren aan Ray LaMontagne. Na een paar keer horen vond ik Supernova een leuke plaat, maar baalde ik er eigenlijk van dat Ray LaMontagne hem heeft gemaakt. Van Ray LaMontagne verwacht ik immers rootsy popmuziek met zang die uit de tenen komt en overloopt van emotie en melancholie. Een beangstigende ervaring, want sinds wanneer bepaal ik wat voor muziek Ray LaMontagne moet maken. Dat bepaalt hij natuurlijk gewoon zelf en dit keer heeft hij gekozen voor een luchtigere plaat met toegankelijkere songs en een flinke dosis psychedelica. Een andere Ray LaMontagne dan we gewend zijn, maar als je daar eenmaal overheen bent is Supernova een erg lekkere plaat, zeker als de zon een beetje gaat schijnen en aan het eind toch ook nog een prachtig rootsliedje voorbij komt. Conclusie: luister vooral zelf en oordeel niet te snel. Erwin Zijleman
RAYE - My 21st Century Blues. (2023)

4,0
1
geplaatst: 28 december 2023, 15:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: RAYE - My 21st Century Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.com
RAYE - My 21st Century Blues
RAYE werd het afgelopen jaar eindelijk omarmd als een van de grote talenten van de Britse popmuziek en haar verrassend veelzijdige debuutalbum My 21st Century Blues laat horen dat dit volkomen terecht is
My 21st Century Blues van RAYE verscheen aan het begin van dit jaar, maar zelf ontdekte ik het album pas nadat het opdook in heel veel jaarlijstjes. Daarin hoort het debuutalbum van de Britse muzikante zeker thuis, want RAYE bulkt van het talent. My 21st Century Blues is een zeer gevarieerd album vol invloeden. Die veelzijdigheid trekt de muzikante uit Londen door in de muziek en de zang op haar debuutalbum. Bij eerste beluistering hoor je vooral een toegankelijk popalbum met invloeden uit de R&B, soul, hiphop, jazz en pop, maar My 21st Century Blues stijgt al snel tot grote hoogten, ook als je normaal gesproken niet zo vatbaar bent voor het soort muziek dat RAYE maakt.
De Britse muzikante RAYE haalt met haar debuutalbum My 21st Century Blues flink wat jaarlijstjes, waaronder een aantal zeer aansprekende lijstjes. Het kwam voor mij als een totale verrassing, want ik heb zelf geen aandacht besteed aan het album en heb er ook nauwelijks naar geluisterd eerder dit jaar. Ik ging er van uit dat het debuutalbum van het alter ego van Rachel Keen zich ver buiten mijn muzikale comfort zone bevond, maar dat blijkt reuze mee te vallen.
Zoals zoveel andere Britse popmuzikanten begon Rachel Keen ooit aan een opleiding op de gerenommeerde BRIT School, maar ze vond het keurslijf van de muziekschool al snel te strak en ging haar eigen weg. Dat doet ze ook op haar debuutalbum, waarop het in muzikaal opzicht alle kanten op kan. RAYE maakt op My 21st Century Blues toegankelijke Britse pop met een vleugje soul, maar ze kruipt in een aantal tracks ook een stuk dichter tegen de hiphop en R&B aan. Flirts met de dansvloer en hier en daar een vleugje jazz maken het bonte muzikale palet van het debuutalbum van RAYE compleet.
My 21st Century Blues staat vol met zeer aanstekelijke songs, waarvan een aantal het geweldig doet op de dansvloer. Op hetzelfde moment is de muziek van de jonge Britse muzikante eigenzinnig. Het debuutalbum van RAYE staat bol van de invloeden, maar is ook in muzikaal opzicht een zeer divers album. In een deel van de tracks op het album domineert de elektronica, maar My 21st Century Blues kan ook warm en organisch klinken.
In vocaal opzicht is het album al net zo divers. RAYE kan mee met de grote popzangeressen van het moment, maar ze kan ook de concurrentie met de smaakmakers in de hiphop en R&B aan. Het ene moment vertrouwt ze op elektronica en de autotune voor het vervormen van haar stem, maar de Britse muzikante kan ook rauw, puur en soulvol zingen. My 21st Century Blues sluit aan bij de grote Amerikaanse pop en R&B albums van 2023, maar het album klinkt toch ook typisch Brits, al is het maar door de tongval van de muzikante uit Londen.
Het debuutalbum van RAYE begeeft zich met name in de tracks die wat opschuiven richting hiphop en rap een flink stuk buiten mijn muzikale comfort zone, maar door al het muzikale avontuur en de vocale souplesse haak ik ook bij die tracks niet af. My 21st Century Blues bevat 15 tracks en ruim drie kwartier muziek en schiet in die 15 tracks meerdere kanten op. Het levert een album vol goede ideeën af, maar ook een album dat eigenzinniger en hierdoor interessanter klinkt dan vergelijkbare albums in het genre.
Bij eerste beluistering zag ik het eerste album van RAYE nog vooral als een ‘guilty pleasure’, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer ik onder de indruk raak van de muzikaliteit en originaliteit van RAYE en van haar persoonlijke teksten. De Londense muzikante kan een geweldig popalbum maken, maar ook een loom en zwoel R&B album of een rauw en intens soulalbum. Met My 21st Century Blues heeft ze alles op een hoop gegooid, maar het album klinkt zeker niet als een allegaartje. Zelf hoop ik op een tweede album met sober ingekleurde soul en jazz, maar ook als RAYE blijft doen wat ze doet op haar debuutalbum, kijk ik met veel nieuwsgierigheid uit naar het tweede album van deze zeer talentvolle Britse muzikante. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: RAYE - My 21st Century Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.com
RAYE - My 21st Century Blues
RAYE werd het afgelopen jaar eindelijk omarmd als een van de grote talenten van de Britse popmuziek en haar verrassend veelzijdige debuutalbum My 21st Century Blues laat horen dat dit volkomen terecht is
My 21st Century Blues van RAYE verscheen aan het begin van dit jaar, maar zelf ontdekte ik het album pas nadat het opdook in heel veel jaarlijstjes. Daarin hoort het debuutalbum van de Britse muzikante zeker thuis, want RAYE bulkt van het talent. My 21st Century Blues is een zeer gevarieerd album vol invloeden. Die veelzijdigheid trekt de muzikante uit Londen door in de muziek en de zang op haar debuutalbum. Bij eerste beluistering hoor je vooral een toegankelijk popalbum met invloeden uit de R&B, soul, hiphop, jazz en pop, maar My 21st Century Blues stijgt al snel tot grote hoogten, ook als je normaal gesproken niet zo vatbaar bent voor het soort muziek dat RAYE maakt.
De Britse muzikante RAYE haalt met haar debuutalbum My 21st Century Blues flink wat jaarlijstjes, waaronder een aantal zeer aansprekende lijstjes. Het kwam voor mij als een totale verrassing, want ik heb zelf geen aandacht besteed aan het album en heb er ook nauwelijks naar geluisterd eerder dit jaar. Ik ging er van uit dat het debuutalbum van het alter ego van Rachel Keen zich ver buiten mijn muzikale comfort zone bevond, maar dat blijkt reuze mee te vallen.
Zoals zoveel andere Britse popmuzikanten begon Rachel Keen ooit aan een opleiding op de gerenommeerde BRIT School, maar ze vond het keurslijf van de muziekschool al snel te strak en ging haar eigen weg. Dat doet ze ook op haar debuutalbum, waarop het in muzikaal opzicht alle kanten op kan. RAYE maakt op My 21st Century Blues toegankelijke Britse pop met een vleugje soul, maar ze kruipt in een aantal tracks ook een stuk dichter tegen de hiphop en R&B aan. Flirts met de dansvloer en hier en daar een vleugje jazz maken het bonte muzikale palet van het debuutalbum van RAYE compleet.
My 21st Century Blues staat vol met zeer aanstekelijke songs, waarvan een aantal het geweldig doet op de dansvloer. Op hetzelfde moment is de muziek van de jonge Britse muzikante eigenzinnig. Het debuutalbum van RAYE staat bol van de invloeden, maar is ook in muzikaal opzicht een zeer divers album. In een deel van de tracks op het album domineert de elektronica, maar My 21st Century Blues kan ook warm en organisch klinken.
In vocaal opzicht is het album al net zo divers. RAYE kan mee met de grote popzangeressen van het moment, maar ze kan ook de concurrentie met de smaakmakers in de hiphop en R&B aan. Het ene moment vertrouwt ze op elektronica en de autotune voor het vervormen van haar stem, maar de Britse muzikante kan ook rauw, puur en soulvol zingen. My 21st Century Blues sluit aan bij de grote Amerikaanse pop en R&B albums van 2023, maar het album klinkt toch ook typisch Brits, al is het maar door de tongval van de muzikante uit Londen.
Het debuutalbum van RAYE begeeft zich met name in de tracks die wat opschuiven richting hiphop en rap een flink stuk buiten mijn muzikale comfort zone, maar door al het muzikale avontuur en de vocale souplesse haak ik ook bij die tracks niet af. My 21st Century Blues bevat 15 tracks en ruim drie kwartier muziek en schiet in die 15 tracks meerdere kanten op. Het levert een album vol goede ideeën af, maar ook een album dat eigenzinniger en hierdoor interessanter klinkt dan vergelijkbare albums in het genre.
Bij eerste beluistering zag ik het eerste album van RAYE nog vooral als een ‘guilty pleasure’, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer ik onder de indruk raak van de muzikaliteit en originaliteit van RAYE en van haar persoonlijke teksten. De Londense muzikante kan een geweldig popalbum maken, maar ook een loom en zwoel R&B album of een rauw en intens soulalbum. Met My 21st Century Blues heeft ze alles op een hoop gegooid, maar het album klinkt zeker niet als een allegaartje. Zelf hoop ik op een tweede album met sober ingekleurde soul en jazz, maar ook als RAYE blijft doen wat ze doet op haar debuutalbum, kijk ik met veel nieuwsgierigheid uit naar het tweede album van deze zeer talentvolle Britse muzikante. Erwin Zijleman
Raye Zaragoza - Woman in Color (2020)

4,0
0
geplaatst: 3 januari 2021, 11:22 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Raye Zaragoza - Woman In Color - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Raye Zaragoza - Woman In Color
Woman In Color van Raye Zaragoza is vorig jaar wat ondergesneeuwd, maar wat is het in muzikaal, vocaal en tekstueel opzicht een sterk album en wat zijn de songs aansprekend
Raye Zaragoza worstelde in haar jeugd met haar afkomst en geslacht en vooral met de ongelijke positie van vrouwen en mensen met een andere afkomst. Het bleek een voedingsbodem voor zeer trefzekere teksten die het onrecht in de Amerikaanse samenleving genadeloos aan de kaak stellen. Raye Zaragoza doet dit met een lekker in het gehoor liggende stem en een al even aangenaam klinkende instrumentatie, die steeds weer weet op te vallen door mooie en bijzondere accenten. Woman In Color staat ook nog eens vol met geweldige songs en werd bovendien fraai geproduceerd door Tucker Martine. Ik lees er bijna niets over, maar dit is echt een heel goed album.
Bij bestudering van de jaarlijstjes met een duidelijke voorkeur voor Amerikaanse rootsmuziek kwam ik vooral albums tegen die ik vorig jaar wel heb beluisterd, maar die helaas buiten de boot vielen door het veel te grote aanbod. Woman In Color van Raye Zaragoza was ik het afgelopen jaar niet tegengekomen, maar de hoge notering in het Americana jaarlijstje van PopMatters, tussen al mijn persoonlijke favorieten in het genre in, prikkelde mijn nieuwsgierigheid voldoende om naar het album te luisteren.
Direct bij eerste beluistering blijkt dat de vanuit Long Beach, California, opererende singer-songwriter een heel bijzonder album heeft gemaakt. Raye Zaragoza is zelf ook een bijzonder geval. Ze heeft Japans, Mexicaans en Native-American bloed maar groeide op in de Verenigde Staten.
De zoektocht naar haar eigen identiteit is een van de belangrijke onderwerpen op Woman In Color, maar Raye Zaragoza geeft ook haar ongezouten mening over de Amerikaanse samenleving, zeker wanneer het gaat om de rechten van mensen met een andere afkomst en is verder een fervent voorvechtster van een gelijke positie voor man en vrouw. In tekstueel opzicht is Woman In Color een ijzersterk album waarmee de jonge Amerikaanse singer-songwriter in de voetsporen treedt van de protestzangers en zangeressen uit de jaren 60.
Woman In Color heeft nog veel meer te bieden dan sterke teksten. Raye Zaragoza beschikt over een bijzonder aangename stem, die de hier en daar stevige teksten op het album niet venijnig uitspuugt maar liefdevol op je afvuurt. Het is een stem die niet alleen aangenaam klinkt, maar ook krachtig genoeg is om het tekstuele geweld op een geloofwaardige manier uit de speakers te laten komen. Het is bovendien een stem die alleen maar mooier lijkt te worden.
Hiermee zijn we er nog niet, want Woman In Color is ook nog eens een zeer smaakvol ingekleurd album. In de instrumentatie domineren organische klanken en wordt vaak gekozen voor een vrij ingetogen geluid, maar het is een geluid dat steeds wordt voorzien van mooie versiersels van met name blazers en strijkers.
Het is een geluid dat de hand van een producer van naam en faam verraadt. Die producer van naam en faam wist Raye Zaragoza ook te strikken, want Woman In Color is geproduceerd door niemand minder dan Tucker Martine (bekend van onder andere Laura Veirs, My Morning Jacket, The Jayhawks en Tift Merritt). De gerenommeerde producer heeft het tweede album van Raye Zaragoza voorzien van een mooi vol geluid dat zowel invloeden uit de rootsmuziek als uit de singer-songwriter pop bevat.
Raye Zaragoza schrijft niet alleen scherpe teksten, maar ook uitstekende en verrassend veelkleurige songs, die niet alleen lekker in het gehoor liggen, maar je ook steeds weer weten te verrassen. Het zijn songs die flink wat talent verraden, al is het maar omdat het in veel gevallen groeibriljanten zijn.
Woman In Color is inmiddels een paar keer voorbij gekomen en het verbaast me dat ik vorig jaar zo weinig heb gelezen over dit album, dat met name door PopMatters op de juiste waarde is geschat. Raye Zaragoza heeft immers een album gemaakt dat anders klinkt dan de meeste andere albums in het genre en het is een album dat bol staat van de belofte. Dat de jonge Amerikaanse singer-songwriter zich uit durft te spreken over al het onrecht in de Verenigde Staten levert nog een flinke stapel bonuspunten op. Raye Zaragoza, onthouden die naam! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Raye Zaragoza - Woman In Color - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Raye Zaragoza - Woman In Color
Woman In Color van Raye Zaragoza is vorig jaar wat ondergesneeuwd, maar wat is het in muzikaal, vocaal en tekstueel opzicht een sterk album en wat zijn de songs aansprekend
Raye Zaragoza worstelde in haar jeugd met haar afkomst en geslacht en vooral met de ongelijke positie van vrouwen en mensen met een andere afkomst. Het bleek een voedingsbodem voor zeer trefzekere teksten die het onrecht in de Amerikaanse samenleving genadeloos aan de kaak stellen. Raye Zaragoza doet dit met een lekker in het gehoor liggende stem en een al even aangenaam klinkende instrumentatie, die steeds weer weet op te vallen door mooie en bijzondere accenten. Woman In Color staat ook nog eens vol met geweldige songs en werd bovendien fraai geproduceerd door Tucker Martine. Ik lees er bijna niets over, maar dit is echt een heel goed album.
Bij bestudering van de jaarlijstjes met een duidelijke voorkeur voor Amerikaanse rootsmuziek kwam ik vooral albums tegen die ik vorig jaar wel heb beluisterd, maar die helaas buiten de boot vielen door het veel te grote aanbod. Woman In Color van Raye Zaragoza was ik het afgelopen jaar niet tegengekomen, maar de hoge notering in het Americana jaarlijstje van PopMatters, tussen al mijn persoonlijke favorieten in het genre in, prikkelde mijn nieuwsgierigheid voldoende om naar het album te luisteren.
Direct bij eerste beluistering blijkt dat de vanuit Long Beach, California, opererende singer-songwriter een heel bijzonder album heeft gemaakt. Raye Zaragoza is zelf ook een bijzonder geval. Ze heeft Japans, Mexicaans en Native-American bloed maar groeide op in de Verenigde Staten.
De zoektocht naar haar eigen identiteit is een van de belangrijke onderwerpen op Woman In Color, maar Raye Zaragoza geeft ook haar ongezouten mening over de Amerikaanse samenleving, zeker wanneer het gaat om de rechten van mensen met een andere afkomst en is verder een fervent voorvechtster van een gelijke positie voor man en vrouw. In tekstueel opzicht is Woman In Color een ijzersterk album waarmee de jonge Amerikaanse singer-songwriter in de voetsporen treedt van de protestzangers en zangeressen uit de jaren 60.
Woman In Color heeft nog veel meer te bieden dan sterke teksten. Raye Zaragoza beschikt over een bijzonder aangename stem, die de hier en daar stevige teksten op het album niet venijnig uitspuugt maar liefdevol op je afvuurt. Het is een stem die niet alleen aangenaam klinkt, maar ook krachtig genoeg is om het tekstuele geweld op een geloofwaardige manier uit de speakers te laten komen. Het is bovendien een stem die alleen maar mooier lijkt te worden.
Hiermee zijn we er nog niet, want Woman In Color is ook nog eens een zeer smaakvol ingekleurd album. In de instrumentatie domineren organische klanken en wordt vaak gekozen voor een vrij ingetogen geluid, maar het is een geluid dat steeds wordt voorzien van mooie versiersels van met name blazers en strijkers.
Het is een geluid dat de hand van een producer van naam en faam verraadt. Die producer van naam en faam wist Raye Zaragoza ook te strikken, want Woman In Color is geproduceerd door niemand minder dan Tucker Martine (bekend van onder andere Laura Veirs, My Morning Jacket, The Jayhawks en Tift Merritt). De gerenommeerde producer heeft het tweede album van Raye Zaragoza voorzien van een mooi vol geluid dat zowel invloeden uit de rootsmuziek als uit de singer-songwriter pop bevat.
Raye Zaragoza schrijft niet alleen scherpe teksten, maar ook uitstekende en verrassend veelkleurige songs, die niet alleen lekker in het gehoor liggen, maar je ook steeds weer weten te verrassen. Het zijn songs die flink wat talent verraden, al is het maar omdat het in veel gevallen groeibriljanten zijn.
Woman In Color is inmiddels een paar keer voorbij gekomen en het verbaast me dat ik vorig jaar zo weinig heb gelezen over dit album, dat met name door PopMatters op de juiste waarde is geschat. Raye Zaragoza heeft immers een album gemaakt dat anders klinkt dan de meeste andere albums in het genre en het is een album dat bol staat van de belofte. Dat de jonge Amerikaanse singer-songwriter zich uit durft te spreken over al het onrecht in de Verenigde Staten levert nog een flinke stapel bonuspunten op. Raye Zaragoza, onthouden die naam! Erwin Zijleman
Real Estate - Daniel (2024)

4,0
0
geplaatst: 27 februari 2024, 15:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Real Estate - Daniel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Real Estate - Daniel
Real Estate wist me de afgelopen jaren niet meer echt te overtuigen met haar albums, maar het deze week verschenen Daniel verrast met sterke songs met een vleugje nostalgie en een flinke dosis zonnestralen
Net iets meer dan vier jaar na de release van The Main Thing keert Real Estate terug met een nieuw album. Ik was eerlijk gezegd wat uitgekeken op het werk van de band uit Brooklyn en had daarom geen hoge verwachtingen van Daniel, maar het nieuwe album van Real Estate is veel beter dan ik had verwacht. Het is deels de verdienste van de productie van Nashville wonderboy Daniel Tashian (die mogelijk wordt geëerd in de titel van het album), maar het is vooral de kwaliteit van de songs die het nieuwe album van Real Estate zo goed maken. Daniel verleidt makkelijk met flink wat zonnestralen en een vleugje nostalgie, maar heeft al snel veel meer te bieden.
Bij mijn eerste beluistering van Daniel, het nieuwe album van de Amerikaanse band Real Estate, had ik ongeveer dezelfde ervaring als bij mijn eerste kennismaking met het nieuwe album van Grandaddy een week eerder. Net als Blu Wav van Grandaddy is Daniel van Real Estate een album dat vanaf de eerste noten bijzonder lekker klinkt, maar dat wanneer de aandacht wat afdwaalt ook wat fantasieloos voort lijkt te kabbelen.
Net als Grandaddy is Real Estate een band die ik bij de release van de eerste albums heel hoog had zitten, maar uiteindelijk wat uit beeld raakte. Ik heb hiermee nog niet alle overeenkomsten tussen de beide bands genoemd, want net als Blu Wav van Grandaddy is ook Daniel van Real Estate een album waarop uiteindelijk alles op zijn plek valt en dat zich kan meten met het beste werk van de band.
Dat beste werk van Real Estate stamt wat mij betreft uit de periode 2009-2014, toen de Amerikaanse band met Real Estate (2009), Days (2011) en Atlas (2014) drie geweldige albums uitbracht. Albums vier en vijf deden me een stuk minder, al is het lastig om uit te leggen wat er nu precies minder is aan In Mind uit 2017 en The Main Thing uit 2020. Ik ga geen poging wagen, want met het deze week verschenen Daniel is mijn liefde voor de muziek van Real Estate weer helemaal opgebloeid.
Het zesde album van Real Estate strooit vanaf de eerste noten met onweerstaanbare melodieën en laat de zon uitbundig schijnen. Het is dan ook geen toeval dat de donkere wolken even worden verdreven door zonnestralen op het moment dat ik deze recensie aan het typen ben. De inspiratie voor de zonnige klanken vond de band uit Brooklyn, New York, niet in de eigen thuisbasis, maar in Nashville, Tennessee, waar de band de samenwerking zocht met producer Daniel Tashian.
De Nashville producer zette zichzelf op de kaart met de productie van het briljante Golden Hour van Kacey Musgraves, maar deed de afgelopen jaren ook mooie dingen voor Birdy, Becca Mancari, Lily & Madeleine, A Girl Called Eddy en recent nog voor Brittney Spencer en Sarah Jarosz. Daniel Tashian heeft buiten een af en toe opduikende pedal steel geen grote veranderingen aangebracht in het geluid van Real Estate, maar heeft het album wel voorzien van een mooi warm geluid.
Real Estate doet op Daniel vooral wat het ook haar eerste albums deed en tovert het ene na het andere prachtige popliedje uit de hoge hoed. Het klinkt onmiskenbaar als Real Estate, maar op een of andere manier doet het me meer dan op de vorige twee albums van de band. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder aangenaam, maar de gitaarakkoorden op het album zijn meer dan eens prachtig en ook de stem van Martin Courtney overtuigt makkelijk.
Het knappe van Daniel (en van de eerdere muziek die Real Estate maakte) is dat het een eigentijds klinkend album is, maar op hetzelfde moment ook een album met een nostalgisch tintje. Dat nostalgische tintje vergroot de kracht van de zonnestralen op het album, maar Real Estate is zeker geen dertien in een dozijn retro bandje.
Ik had Daniel na te vluchtige beluistering bijna terzijde geschoven, maar inmiddels ligt het zesde album van Real Estate, dat veel beter en knapper is dan snelle beluistering doet vermoeden, op het stapeltje potentiële soundtracks voor de lente en zomer van 2024 en op het stapeltje met de beste albums van deze week. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Real Estate - Daniel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Real Estate - Daniel
Real Estate wist me de afgelopen jaren niet meer echt te overtuigen met haar albums, maar het deze week verschenen Daniel verrast met sterke songs met een vleugje nostalgie en een flinke dosis zonnestralen
Net iets meer dan vier jaar na de release van The Main Thing keert Real Estate terug met een nieuw album. Ik was eerlijk gezegd wat uitgekeken op het werk van de band uit Brooklyn en had daarom geen hoge verwachtingen van Daniel, maar het nieuwe album van Real Estate is veel beter dan ik had verwacht. Het is deels de verdienste van de productie van Nashville wonderboy Daniel Tashian (die mogelijk wordt geëerd in de titel van het album), maar het is vooral de kwaliteit van de songs die het nieuwe album van Real Estate zo goed maken. Daniel verleidt makkelijk met flink wat zonnestralen en een vleugje nostalgie, maar heeft al snel veel meer te bieden.
Bij mijn eerste beluistering van Daniel, het nieuwe album van de Amerikaanse band Real Estate, had ik ongeveer dezelfde ervaring als bij mijn eerste kennismaking met het nieuwe album van Grandaddy een week eerder. Net als Blu Wav van Grandaddy is Daniel van Real Estate een album dat vanaf de eerste noten bijzonder lekker klinkt, maar dat wanneer de aandacht wat afdwaalt ook wat fantasieloos voort lijkt te kabbelen.
Net als Grandaddy is Real Estate een band die ik bij de release van de eerste albums heel hoog had zitten, maar uiteindelijk wat uit beeld raakte. Ik heb hiermee nog niet alle overeenkomsten tussen de beide bands genoemd, want net als Blu Wav van Grandaddy is ook Daniel van Real Estate een album waarop uiteindelijk alles op zijn plek valt en dat zich kan meten met het beste werk van de band.
Dat beste werk van Real Estate stamt wat mij betreft uit de periode 2009-2014, toen de Amerikaanse band met Real Estate (2009), Days (2011) en Atlas (2014) drie geweldige albums uitbracht. Albums vier en vijf deden me een stuk minder, al is het lastig om uit te leggen wat er nu precies minder is aan In Mind uit 2017 en The Main Thing uit 2020. Ik ga geen poging wagen, want met het deze week verschenen Daniel is mijn liefde voor de muziek van Real Estate weer helemaal opgebloeid.
Het zesde album van Real Estate strooit vanaf de eerste noten met onweerstaanbare melodieën en laat de zon uitbundig schijnen. Het is dan ook geen toeval dat de donkere wolken even worden verdreven door zonnestralen op het moment dat ik deze recensie aan het typen ben. De inspiratie voor de zonnige klanken vond de band uit Brooklyn, New York, niet in de eigen thuisbasis, maar in Nashville, Tennessee, waar de band de samenwerking zocht met producer Daniel Tashian.
De Nashville producer zette zichzelf op de kaart met de productie van het briljante Golden Hour van Kacey Musgraves, maar deed de afgelopen jaren ook mooie dingen voor Birdy, Becca Mancari, Lily & Madeleine, A Girl Called Eddy en recent nog voor Brittney Spencer en Sarah Jarosz. Daniel Tashian heeft buiten een af en toe opduikende pedal steel geen grote veranderingen aangebracht in het geluid van Real Estate, maar heeft het album wel voorzien van een mooi warm geluid.
Real Estate doet op Daniel vooral wat het ook haar eerste albums deed en tovert het ene na het andere prachtige popliedje uit de hoge hoed. Het klinkt onmiskenbaar als Real Estate, maar op een of andere manier doet het me meer dan op de vorige twee albums van de band. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder aangenaam, maar de gitaarakkoorden op het album zijn meer dan eens prachtig en ook de stem van Martin Courtney overtuigt makkelijk.
Het knappe van Daniel (en van de eerdere muziek die Real Estate maakte) is dat het een eigentijds klinkend album is, maar op hetzelfde moment ook een album met een nostalgisch tintje. Dat nostalgische tintje vergroot de kracht van de zonnestralen op het album, maar Real Estate is zeker geen dertien in een dozijn retro bandje.
Ik had Daniel na te vluchtige beluistering bijna terzijde geschoven, maar inmiddels ligt het zesde album van Real Estate, dat veel beter en knapper is dan snelle beluistering doet vermoeden, op het stapeltje potentiële soundtracks voor de lente en zomer van 2024 en op het stapeltje met de beste albums van deze week. Erwin Zijleman
Real World 25 (2014)

4,0
0
geplaatst: 2 november 2014, 09:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Various - Real World 25 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Real World Records werd iets meer dan 25 jaar geleden opgericht door Peter Gabriel. De Britse muzikant was via het door hem georganiseerde WOMAD (World Of Music Arts and Dance) Festival in aanraking gekomen met muziek uit andere windstreken en besloot deze muziek verder te faciliteren en promoten via een eigen studio en een eigen label.
Het genre dat nu bekend staat als wereldmuziek kreeg destijds nauwelijks aandacht. De wereld was in een tijdperk zonder Internet aanzienlijk groter dan nu het geval is en muziek uit met name Afrika en Azië wist het Europese vasteland niet of nauwelijks te bereiken. Dat is vandaag de dag wel anders en dat is mede de verdienste van Peter Gabriel.
Real Word Records heeft inmiddels zijn 25e verjaardag achter zich gelaten en dat wordt nu gevierd met een prachtig boxje met 3 cd’s vol parels uit de rijke historie van Real World Records en een bijzonder informatief boekje.
Real World 25 opent met de al weer bijna vergeten maar nog altijd bezwerende klanken van de Pakistaanse muzikant Nusrat Fateh Ali Khan en eindigt 47 tracks later met de bijna klassiek aandoende klanken van Papa Wemba. Tussen deze twee uitersten hoor je volop songs van oude bekenden, maar ook de nodige songs van nooit opgemerkte parels uit de wereldmuziek en ver daarbuiten.
Muziek uit Afrika, het Midden-Oosten en Azië speelt een belangrijke rol op Real World 25, maar ook Westerse muzikanten brachten platen uit op Real World Records. Natuurlijk komt het werk van Peter Gabriel zelf terug, maar hiernaast zijn er bijdragen van onder andere The Blind Boys Of Alabama, Adrian Sherwood en Joseph Arthur.
Real World 25 laat niet alleen horen dat Peter Gabriel muzikanten uit alle windstreken met open armen ontving en vervolgens de mogelijkheid bood om hun muziek onder de aandacht van Europese en Amerikaanse muziekliefhebbers te brengen, maar laat ook horen dat het Real World complex een bruisende bron van creativiteit was. Muzikanten die de muziek uit hun vaderland zo puur mogelijk op de plaat wilden zetten kregen alle ruimte, maar muzikanten die wilden experimenteren met invloeden uit de westerse popmuziek konden dit naar hartenlust doen en werden nog net wat warmer ontvangen.
Real World 25 levert hierdoor een opvallende mix op van min of meer authentiek klinkende wereldmuziek, muziek die het resultaat is van het vertoeven in een muzikale smeltkroes, die zeker aan het begin van het bestaan van het label, de ene na de andere bijzondere plaat opleverde en muziek die past in het hokje van de eigenzinnige en vaak atmosferische Westerse popmuziek.
Peter Gabriel heeft de vele hoogtepunten uit de goedgevulde catalogus van zijn label niet zomaar op een hoop gegooid, maar heeft er een knap samengestelde compilatie van gemaakt. Het is een compilatie die aan de ene kant van de hak op de tak springt, maar aan de andere kant toch ook een min of meer organisch geheel vormt.
Real World 25 is drie cd’s lang genieten van muziek die niet zomaar in een hokje is te duwen en voor een belangrijk deel nieuw zal zijn. Een mooi eerbetoon aan een bijzonder platenlabel, maar ook een bijzonder aangename luistertrip die alles bij elkaar maar liefst 3 uur en 49 minuten beslaat. Het verveelt wat mij betreft geen seconde. En dat alles dan ook nog eens voor een bespottelijk lage prijs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Various - Real World 25 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Real World Records werd iets meer dan 25 jaar geleden opgericht door Peter Gabriel. De Britse muzikant was via het door hem georganiseerde WOMAD (World Of Music Arts and Dance) Festival in aanraking gekomen met muziek uit andere windstreken en besloot deze muziek verder te faciliteren en promoten via een eigen studio en een eigen label.
Het genre dat nu bekend staat als wereldmuziek kreeg destijds nauwelijks aandacht. De wereld was in een tijdperk zonder Internet aanzienlijk groter dan nu het geval is en muziek uit met name Afrika en Azië wist het Europese vasteland niet of nauwelijks te bereiken. Dat is vandaag de dag wel anders en dat is mede de verdienste van Peter Gabriel.
Real Word Records heeft inmiddels zijn 25e verjaardag achter zich gelaten en dat wordt nu gevierd met een prachtig boxje met 3 cd’s vol parels uit de rijke historie van Real World Records en een bijzonder informatief boekje.
Real World 25 opent met de al weer bijna vergeten maar nog altijd bezwerende klanken van de Pakistaanse muzikant Nusrat Fateh Ali Khan en eindigt 47 tracks later met de bijna klassiek aandoende klanken van Papa Wemba. Tussen deze twee uitersten hoor je volop songs van oude bekenden, maar ook de nodige songs van nooit opgemerkte parels uit de wereldmuziek en ver daarbuiten.
Muziek uit Afrika, het Midden-Oosten en Azië speelt een belangrijke rol op Real World 25, maar ook Westerse muzikanten brachten platen uit op Real World Records. Natuurlijk komt het werk van Peter Gabriel zelf terug, maar hiernaast zijn er bijdragen van onder andere The Blind Boys Of Alabama, Adrian Sherwood en Joseph Arthur.
Real World 25 laat niet alleen horen dat Peter Gabriel muzikanten uit alle windstreken met open armen ontving en vervolgens de mogelijkheid bood om hun muziek onder de aandacht van Europese en Amerikaanse muziekliefhebbers te brengen, maar laat ook horen dat het Real World complex een bruisende bron van creativiteit was. Muzikanten die de muziek uit hun vaderland zo puur mogelijk op de plaat wilden zetten kregen alle ruimte, maar muzikanten die wilden experimenteren met invloeden uit de westerse popmuziek konden dit naar hartenlust doen en werden nog net wat warmer ontvangen.
Real World 25 levert hierdoor een opvallende mix op van min of meer authentiek klinkende wereldmuziek, muziek die het resultaat is van het vertoeven in een muzikale smeltkroes, die zeker aan het begin van het bestaan van het label, de ene na de andere bijzondere plaat opleverde en muziek die past in het hokje van de eigenzinnige en vaak atmosferische Westerse popmuziek.
Peter Gabriel heeft de vele hoogtepunten uit de goedgevulde catalogus van zijn label niet zomaar op een hoop gegooid, maar heeft er een knap samengestelde compilatie van gemaakt. Het is een compilatie die aan de ene kant van de hak op de tak springt, maar aan de andere kant toch ook een min of meer organisch geheel vormt.
Real World 25 is drie cd’s lang genieten van muziek die niet zomaar in een hokje is te duwen en voor een belangrijk deel nieuw zal zijn. Een mooi eerbetoon aan een bijzonder platenlabel, maar ook een bijzonder aangename luistertrip die alles bij elkaar maar liefst 3 uur en 49 minuten beslaat. Het verveelt wat mij betreft geen seconde. En dat alles dan ook nog eens voor een bespottelijk lage prijs. Erwin Zijleman
Reb Fountain - How Love Bends (2025)

4,5
2
geplaatst: 9 maart 2025, 10:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Reb Fountain - How Love Bends - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Reb Fountain - How Love Bends
Vijf jaar geleden ontdekte ik de muziek van Reb Fountain en het was liefde op het eerste gezicht, die deze week nog eens wordt bevestigd door How Love Bends, dat zeker niet onder doet voor de twee wonderschone voorgangers
Voor de muziek van Reb Fountain gaat het gezegde “wat je van ver haalt is lekker” zeker op. Ik was diep onder de indruk van de vorige twee albums van de Nieuw-Zeelandse muzikante en ook het deze week verschenen How Love Bends imponeerde direct bij eerste beluistering. Het is voor een belangrijk deel de verdienste van de echt prachtige stem van de muzikante uit Auckland, maar ook de muziek op haar nieuwe album is echt bijzonder mooi. Reb Fountain schrijft ook nog eens prachtige songs, waardoor ook How Love Bends zich weer met gemak kan meten met de beste albums in het genre. Iedereen die de muziek van Reb Fountain niet kent adviseer ik om zo snel mogelijk te gaan luisteren.
Een jaar of zes geleden begon ik de Nieuw-Zeelandse muziekscene wat intensiever te volgen, onder andere via de nieuwsbrief van de muziekwinkel Flying Out uit Auckland en de nieuwsbrief van het fameuze Flying Nun Records uit dezelfde stad. Het waren deze nieuwsbrieven die me in het voorjaar van 2020 op het spoor hebben gezet van de muziek van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Reb Fountain, die werd geboren in San Francisco, maar via Lyttelton en Christchurch in Auckland was beland.
Het tijdens de eerste maanden van de covidpandemie verschenen album bleek al het vierde album van de Nieuw-Zeelandse muzikante en het bleek een prachtalbum. Reb Fountain maakte indruk met sfeervolle songs, wat stemmige klanken en vooral met een betoverend mooie stem. Het titelloze album van Reb Fountain haalde aan het eind van 2020 mijn jaarlijstje en een jaar later deed het in de herfst van 2021 verschenen IRIS hetzelfde.
Met de kennis van nu zouden beide albums overigens de hoogste regionen van mijn jaarlijstjes hebben gehaald, want de muziek van Reb Fountain werd me in de jaren na de release van beide albums nog een flink stuk dierbaarder. De singer-songwriter uit Auckland heeft het geduld sindsdien helaas flink op de proef gesteld, maar deze week is dan eindelijk de opvolger van IRIS verschenen.
Voor het ontdekken van How Love Bends had ik de Nieuw-Zeelandse nieuwsbrieven niet nodig, want ik volg de socials van Reb Fountain en bovendien hebben haar geweldige albums er voor gezorgd dat ze ook in Europa voet aan de grond heeft gekregen. Door mijn enorme liefde voor de vorige twee albums begon ik met onredelijk hoge verwachtingen aan de beluistering van How Love Bends, maar wat heeft Reb Fountain weer een indrukwekkend album afgeleverd.
Ook op haar nieuwe album maakt de muzikante uit Auckland weer heel veel indruk met haar zang. Ze beschikt over een van de mooiste stemmen die ik ken en omdat het nieuwe album ook nog eens prachtig klinkt is de zang op How Love Bends voor mij een kleine drie kwartier lang goed voor kippenvel en volledige betovering. Zeker wanneer Reb Fountain wat zachter en met wat meer emotie zingt komt haar stem echt keihard binnen en ben ik echt volledig van de wereld.
De prachtige stem van Reb Fountain wordt ook op How Love Bends weer omringd door sfeervolle en soms wat stemmige klanken, waarin organische klanken en elektronica fraai worden gecombineerd en strijkers zorgen voor extra sfeer en versiering. How Love Bands werd gemaakt met de vaste band van Reb Fountain, die tekent voor een bijzonder mooi maar ook ruimtelijk geluid, waarin bovendien meer dan voldoende ruimte is vrij gehouden voor de stem van Reb Fountain.
How Love Bends is geproduceerd door Dave Khan en Simon Gooding en ook de productie van het album is een kunststukje. Alle instrumenten komen even mooi uit de speakers en wanneer Reb Fountain zingt breekt haar stem op prachtige wijze door de muziek heen, wat zowel de kracht van de muziek als die van de zang versterkt.
Gezien mijn enorme liefde voor de vorige twee albums van Reb Fountain en het feit dat deze liefde na de release van de albums nog lang door groeide, durf ik How Love Bends nog goed niet te vergelijken met deze albums, maar als ik het album vergelijk met de andere albums van vrouwelijke singer-songwriters die in de eerste twee maanden van dit jaar zijn verschenen kan ik alleen maar concluderen dat Reb Fountain een album van een bijna onwaarschijnlijke schoonheid heeft gemaakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Reb Fountain - How Love Bends - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Reb Fountain - How Love Bends
Vijf jaar geleden ontdekte ik de muziek van Reb Fountain en het was liefde op het eerste gezicht, die deze week nog eens wordt bevestigd door How Love Bends, dat zeker niet onder doet voor de twee wonderschone voorgangers
Voor de muziek van Reb Fountain gaat het gezegde “wat je van ver haalt is lekker” zeker op. Ik was diep onder de indruk van de vorige twee albums van de Nieuw-Zeelandse muzikante en ook het deze week verschenen How Love Bends imponeerde direct bij eerste beluistering. Het is voor een belangrijk deel de verdienste van de echt prachtige stem van de muzikante uit Auckland, maar ook de muziek op haar nieuwe album is echt bijzonder mooi. Reb Fountain schrijft ook nog eens prachtige songs, waardoor ook How Love Bends zich weer met gemak kan meten met de beste albums in het genre. Iedereen die de muziek van Reb Fountain niet kent adviseer ik om zo snel mogelijk te gaan luisteren.
Een jaar of zes geleden begon ik de Nieuw-Zeelandse muziekscene wat intensiever te volgen, onder andere via de nieuwsbrief van de muziekwinkel Flying Out uit Auckland en de nieuwsbrief van het fameuze Flying Nun Records uit dezelfde stad. Het waren deze nieuwsbrieven die me in het voorjaar van 2020 op het spoor hebben gezet van de muziek van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Reb Fountain, die werd geboren in San Francisco, maar via Lyttelton en Christchurch in Auckland was beland.
Het tijdens de eerste maanden van de covidpandemie verschenen album bleek al het vierde album van de Nieuw-Zeelandse muzikante en het bleek een prachtalbum. Reb Fountain maakte indruk met sfeervolle songs, wat stemmige klanken en vooral met een betoverend mooie stem. Het titelloze album van Reb Fountain haalde aan het eind van 2020 mijn jaarlijstje en een jaar later deed het in de herfst van 2021 verschenen IRIS hetzelfde.
Met de kennis van nu zouden beide albums overigens de hoogste regionen van mijn jaarlijstjes hebben gehaald, want de muziek van Reb Fountain werd me in de jaren na de release van beide albums nog een flink stuk dierbaarder. De singer-songwriter uit Auckland heeft het geduld sindsdien helaas flink op de proef gesteld, maar deze week is dan eindelijk de opvolger van IRIS verschenen.
Voor het ontdekken van How Love Bends had ik de Nieuw-Zeelandse nieuwsbrieven niet nodig, want ik volg de socials van Reb Fountain en bovendien hebben haar geweldige albums er voor gezorgd dat ze ook in Europa voet aan de grond heeft gekregen. Door mijn enorme liefde voor de vorige twee albums begon ik met onredelijk hoge verwachtingen aan de beluistering van How Love Bends, maar wat heeft Reb Fountain weer een indrukwekkend album afgeleverd.
Ook op haar nieuwe album maakt de muzikante uit Auckland weer heel veel indruk met haar zang. Ze beschikt over een van de mooiste stemmen die ik ken en omdat het nieuwe album ook nog eens prachtig klinkt is de zang op How Love Bends voor mij een kleine drie kwartier lang goed voor kippenvel en volledige betovering. Zeker wanneer Reb Fountain wat zachter en met wat meer emotie zingt komt haar stem echt keihard binnen en ben ik echt volledig van de wereld.
De prachtige stem van Reb Fountain wordt ook op How Love Bends weer omringd door sfeervolle en soms wat stemmige klanken, waarin organische klanken en elektronica fraai worden gecombineerd en strijkers zorgen voor extra sfeer en versiering. How Love Bands werd gemaakt met de vaste band van Reb Fountain, die tekent voor een bijzonder mooi maar ook ruimtelijk geluid, waarin bovendien meer dan voldoende ruimte is vrij gehouden voor de stem van Reb Fountain.
How Love Bends is geproduceerd door Dave Khan en Simon Gooding en ook de productie van het album is een kunststukje. Alle instrumenten komen even mooi uit de speakers en wanneer Reb Fountain zingt breekt haar stem op prachtige wijze door de muziek heen, wat zowel de kracht van de muziek als die van de zang versterkt.
Gezien mijn enorme liefde voor de vorige twee albums van Reb Fountain en het feit dat deze liefde na de release van de albums nog lang door groeide, durf ik How Love Bends nog goed niet te vergelijken met deze albums, maar als ik het album vergelijk met de andere albums van vrouwelijke singer-songwriters die in de eerste twee maanden van dit jaar zijn verschenen kan ik alleen maar concluderen dat Reb Fountain een album van een bijna onwaarschijnlijke schoonheid heeft gemaakt. Erwin Zijleman
Reb Fountain - IRIS (2021)

4,5
2
geplaatst: 2 oktober 2021, 10:23 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Reb Fountain - IRIS - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Reb Fountain - IRIS
De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Reb Fountain schaarde zich vorig jaar onder de smaakmakers in het genre en doet er nog een schepje bovenop op het mooie en veelzijdige IRIS
Toen in de lente van 2020 het titelloze album van Reb Fountain verscheen had ik nog niet eerder van de Nieuw-Zeelandse muzikante gehoord. Het album maakte echter een verpletterende indruk en bleek van jaarlijstjesniveau. Op het deze week verschenen IRIS trekt Reb Fountain de lijn van haar vorige album door, maar legt ze ook andere accenten. Amerikaanse rootsmuziek, tijdloze singer-songwriter muziek en eigentijdse folkpop vloeien prachtig samen in de zeer smaakvolle instrumentatie op het album, met de prachtige stem van Reb Fountain als de kers op de taart. IRIS is uiteindelijk misschien nog wel beter dan zijn voorganger, wat een prestatie van formaat is.
De Nieuw-Zeelandse muzikante Reb Fountain maakte bijna anderhalf jaar geleden een onuitwisbare indruk met een titelloos album, dat overigens niet haar debuutalbum is. Het is een album dat in eigen land direct werd bejubeld, maar waar albums uit Nieuw-Zeeland normaal gesproken het Europese vasteland niet heel snel bereiken, trok Reb Fountain ook hier vrijwel onmiddellijk flink wat aandacht met haar album, dat aan het eind van het jaar de hogere regionen van mijn persoonlijke jaarlijstje over 2020 haalde.
Deze week verscheen een nieuw album van de muzikante uit Auckland, die in de Verenigde Staten werd geboren, maar in het Nieuw-Zeelandse Lyttelton opgroeide. Het album opent met stemmige pianoklanken, weemoedige strijkers en de bijna gesproken vocalen van Reb Fountain. Het doet wel wat denken aan de muziek van Nick Cave, die vorig jaar niet voor niets werd aangedragen als vergelijkingsmateriaal.
Wanneer de klanken wat minder donker worden en gesproken woord verandert in zang, kruipt Reb Fountain juist weer wat dichter tegen een aantal vrouwelijke singer-songwriters aan, van wie ik vorig jaar Regina Spektor, Tori Amos, Fiona Apple en landgenote Aldous Harding noemde. Op het deze week verschenen IRIS laat Reb Fountain, nog meer dan vorig jaar, een eigen geluid horen en het is wat mij betreft een zeer aansprekend geluid.
IRIS ligt in het verlengde van het vorige album van de Nieuw-Zeelandse muzikante, maar borduurt zeker niet fantasieloos voort op dit terecht zo geprezen album. Ik vind bijna alles op IRIS nog net wat mooier. De instrumentatie is nog wat mooier en sfeervoller en combineert vooral aardse klanken met zo nu en dan flink wat strijkers. Het is een warm geluid dat hier en daar wat donker kleurt, net als op het vorige album, maar Reb Fountain kan dit keer ook net wat luchtiger of lichtvoetiger klinken.
IRIS schakelt moeiteloos tussen wat ruwere Americana, indringende pianosongs en wat meer gepolijste folkpop, maar de songs van Reb Fountain zijn in alle gevallen zeer smaakvol, wat mede te danken is aan haar uit geweldige muzikanten bestaande band, die het album voorzien van een gloedvol geluid.
Zeker als de zon onder is heeft IRIS hetzelfde effect als een warme deken of een knisperend haardvuur. Het is deels de verdienste van de zeer smaakvolle instrumentatie op en productie van het album, maar ook de stem van Reb Fountain draagt nadrukkelijk bij aan het luisterplezier.
De muzikante uit Auckland liet vorig jaar al horen dat ze een uitstekend, nee geweldig zangeres is, maar op IRIS klinkt alles nog net wat mooier, warmer en veelzijdiger. Het tilt de songs op het album stuk voor stuk naar een hoger niveau en hier en daar staat de zang garant voor kippenvel.
Wat voor de instrumentatie en de vocalen geldt, geldt ook voor de songs, die van een nog wat hoger en bovendien constanter niveau zijn. Het zijn songs die laten horen dat Reb Fountain in meerdere genres uit de voeten kan en songs kan schrijven die vertrouwd klinken, maar ook eigenzinnig. Het levert een album op dat wat mij betreft geen zwak moment kent.
Na het fantastische album van vorig jaar waren mijn verwachtingen hooggespannen en misschien wel te hoog, maar ook IRIS vond ik vrijwel onmiddellijk een fantastisch album en uiteindelijk vind ik het nog net wat beter dan zijn voorganger. Echt niet alles dat je van ver haalt is lekkerder, maar de Nieuw-Zeelandse Reb Fountain heeft wederom een geweldig album afgeleverd en het is er een die je niet wilt missen. Ga dat horen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Reb Fountain - IRIS - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Reb Fountain - IRIS
De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Reb Fountain schaarde zich vorig jaar onder de smaakmakers in het genre en doet er nog een schepje bovenop op het mooie en veelzijdige IRIS
Toen in de lente van 2020 het titelloze album van Reb Fountain verscheen had ik nog niet eerder van de Nieuw-Zeelandse muzikante gehoord. Het album maakte echter een verpletterende indruk en bleek van jaarlijstjesniveau. Op het deze week verschenen IRIS trekt Reb Fountain de lijn van haar vorige album door, maar legt ze ook andere accenten. Amerikaanse rootsmuziek, tijdloze singer-songwriter muziek en eigentijdse folkpop vloeien prachtig samen in de zeer smaakvolle instrumentatie op het album, met de prachtige stem van Reb Fountain als de kers op de taart. IRIS is uiteindelijk misschien nog wel beter dan zijn voorganger, wat een prestatie van formaat is.
De Nieuw-Zeelandse muzikante Reb Fountain maakte bijna anderhalf jaar geleden een onuitwisbare indruk met een titelloos album, dat overigens niet haar debuutalbum is. Het is een album dat in eigen land direct werd bejubeld, maar waar albums uit Nieuw-Zeeland normaal gesproken het Europese vasteland niet heel snel bereiken, trok Reb Fountain ook hier vrijwel onmiddellijk flink wat aandacht met haar album, dat aan het eind van het jaar de hogere regionen van mijn persoonlijke jaarlijstje over 2020 haalde.
Deze week verscheen een nieuw album van de muzikante uit Auckland, die in de Verenigde Staten werd geboren, maar in het Nieuw-Zeelandse Lyttelton opgroeide. Het album opent met stemmige pianoklanken, weemoedige strijkers en de bijna gesproken vocalen van Reb Fountain. Het doet wel wat denken aan de muziek van Nick Cave, die vorig jaar niet voor niets werd aangedragen als vergelijkingsmateriaal.
Wanneer de klanken wat minder donker worden en gesproken woord verandert in zang, kruipt Reb Fountain juist weer wat dichter tegen een aantal vrouwelijke singer-songwriters aan, van wie ik vorig jaar Regina Spektor, Tori Amos, Fiona Apple en landgenote Aldous Harding noemde. Op het deze week verschenen IRIS laat Reb Fountain, nog meer dan vorig jaar, een eigen geluid horen en het is wat mij betreft een zeer aansprekend geluid.
IRIS ligt in het verlengde van het vorige album van de Nieuw-Zeelandse muzikante, maar borduurt zeker niet fantasieloos voort op dit terecht zo geprezen album. Ik vind bijna alles op IRIS nog net wat mooier. De instrumentatie is nog wat mooier en sfeervoller en combineert vooral aardse klanken met zo nu en dan flink wat strijkers. Het is een warm geluid dat hier en daar wat donker kleurt, net als op het vorige album, maar Reb Fountain kan dit keer ook net wat luchtiger of lichtvoetiger klinken.
IRIS schakelt moeiteloos tussen wat ruwere Americana, indringende pianosongs en wat meer gepolijste folkpop, maar de songs van Reb Fountain zijn in alle gevallen zeer smaakvol, wat mede te danken is aan haar uit geweldige muzikanten bestaande band, die het album voorzien van een gloedvol geluid.
Zeker als de zon onder is heeft IRIS hetzelfde effect als een warme deken of een knisperend haardvuur. Het is deels de verdienste van de zeer smaakvolle instrumentatie op en productie van het album, maar ook de stem van Reb Fountain draagt nadrukkelijk bij aan het luisterplezier.
De muzikante uit Auckland liet vorig jaar al horen dat ze een uitstekend, nee geweldig zangeres is, maar op IRIS klinkt alles nog net wat mooier, warmer en veelzijdiger. Het tilt de songs op het album stuk voor stuk naar een hoger niveau en hier en daar staat de zang garant voor kippenvel.
Wat voor de instrumentatie en de vocalen geldt, geldt ook voor de songs, die van een nog wat hoger en bovendien constanter niveau zijn. Het zijn songs die laten horen dat Reb Fountain in meerdere genres uit de voeten kan en songs kan schrijven die vertrouwd klinken, maar ook eigenzinnig. Het levert een album op dat wat mij betreft geen zwak moment kent.
Na het fantastische album van vorig jaar waren mijn verwachtingen hooggespannen en misschien wel te hoog, maar ook IRIS vond ik vrijwel onmiddellijk een fantastisch album en uiteindelijk vind ik het nog net wat beter dan zijn voorganger. Echt niet alles dat je van ver haalt is lekkerder, maar de Nieuw-Zeelandse Reb Fountain heeft wederom een geweldig album afgeleverd en het is er een die je niet wilt missen. Ga dat horen. Erwin Zijleman
Reb Fountain - Reb Fountain (2020)

4,5
3
geplaatst: 3 mei 2020, 11:39 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Reb Fountain - Reb Fountain - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Reb Fountain - Reb Fountain
Wat je van ver haalt is niet altijd lekkerder, maar het veelzijdige, donkere en meeslepende album van Reb Fountain kan mee met de beste albums in het genre
De Nieuw-Zeelandse muziekpers komt deze week superlatieven tekort bij de bespreking van het nieuwe album van Reb Fountain en dat is zeker niet overdreven. De Nieuw-Zeelandse muzikante beschikt over een warme, krachtige en doorleefde stem die meerdere kanten op kan en het is een stem die uitstekend gedijt in het vooral donkere en dreigende klankentapijt op het album. Haar platenmaatschappij noemt Nick Cave als vergelijkingsmateriaal, maar ook onder andere Patti Smith, Tori Amos , Aldous Harding en Regina Spektor dragen relevant vergelijkingsmateriaal aan. Het moet genoeg zeggen over de kwaliteit van het nieuwe album van Reb Fountain.
Volgers van de Nieuw-Zeelandse muziekscene weten al een tijdje dat het nieuwe album van Reb Fountain er een is om naar uit te kijken, want er werden nogal wat mails vol superlatieven verstuurd de afgelopen weken. Het titelloze nieuwe album van de muzikante uit Auckland verscheen deze week op het fameuze Nieuw-Zeelandse label Flying Nun Records en voldoet wat mij betreft volledig aan de hooggespannen verwachtingen.
Reb Fountain is van oorsprong overigens niet afkomstig uit Nieuw-Zeeland. Ze werd als kind van hippie ouders geboren in San Francisco en bracht haar jeugd door in het Nieuw-Zeelandse Lyttelton en Christchurch. Ik ging er van uit dat het deze week verschenen album haar debuut is, maar dat blijkt niet het geval. Reb Fountain heeft al een aantal albums op haar naam staan, maar haar laatste album is met afstand haar beste.
Nieuw-Zeelandse bands hebben vaak het patent op zonnige gitaarpop, maar Reb Fountain is uit ander hout gesneden. De muziek van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter wordt door haar platenlabel omschreven als punk-folk noir en dat is een etiket dat ik nog niet eerder ben tegengekomen. Na beluistering van het album hoor ik zelf geen punk, maar vooral folky singer-songwriter muziek met een donkere ondertoon.
Flying Nun Records noemt zelf Nick Cave als vergelijkingsmateriaal en daar is af en toe wel wat voor te zeggen. De songs van Reb Fountain zijn donker en dreigend en haar teksten zijn al even donker, maar hebben ook iets poëtisch. Het doet me ook wel wat denken aan de albums van Patti Smith en wanneer Reb Fountain plaats neemt achter de piano hoor ik ook wel wat van Tori Amos, landgenote Aldous Harding, Regina Spektor of Fiona Apple (maar dan zonder alle demonen), maar het heeft ook wel wat van de psychedelische Amerikaanse folkies uit de jaren 60.
Het titelloze nieuwe album van Reb Fountain is echter zeker niet alleen een donker album. Hier en daar duikt een lichtvoetiger refrein op of worden donkere klanken verruild voor muziek die hooguit als stemmig is te omschrijven en zo duiken er wel vaker zonnestralen op achter de donkere wolken. Reb Fountain slaagt er bovendien in om heel veel variatie aan te brengen op haar album zonder dat het een ratjetoe wordt.
Bij beluistering van het nieuwe album valt direct op hoe goed het album klinkt. Reb Fountain tourde een tijd met voormalig Crowded House voorman Neil Finn en kon voor haar nieuwe album niet alleen beschikken over zijn studio, maar kon bovendien een beroep doen op een aantal gelouterde muzikanten uit de Nieuw-Zeelandse muziekscene, onder wie Finn Andrews die ook tekent voor een duet. Al die kwaliteit hoor je terug in de instrumentatie op het album die niet alleen donker, maar ook uiterst subtiel is en waarin met name de gitaarlijnen en de fraaie bijdragen van piano en subtiele synths en strijkers accenten in positieve zin opvallen.
Het sterkste wapen van Reb Fountain is echter haar bijzonder expressieve stem. De zang past steeds prachtig bij de donkere klanken en voegt nog wat extra dreiging toe aan de muziek van Reb Fountain. De vocalen op het album zijn vaak langzaam en soms bijna gesproken en dit voorziet het geluid van Reb Fountain van een bijzondere onderhuidse spanning en altijd van urgentie. Reb Fountain beschikt ook nog eens over een stem die steeds weer anders kan klinken. Van donker, intiem en doorleefd tot zeer uitbundig en bijna feeëriek. Reb Fountain beheerst het allemaal.
Persoonlijk hoor ik haar het liefst in de vrij ingetogen en door piano gedomineerde ballads, maar ook de andere songs mogen er zijn. Alle songs op het album worden ook nog eens beter en beter. Verplichte kost al met al voor de liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters dit naar verluidt best bewaarde geheim van de Nieuw-Zeelandse muziekscene. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Reb Fountain - Reb Fountain - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Reb Fountain - Reb Fountain
Wat je van ver haalt is niet altijd lekkerder, maar het veelzijdige, donkere en meeslepende album van Reb Fountain kan mee met de beste albums in het genre
De Nieuw-Zeelandse muziekpers komt deze week superlatieven tekort bij de bespreking van het nieuwe album van Reb Fountain en dat is zeker niet overdreven. De Nieuw-Zeelandse muzikante beschikt over een warme, krachtige en doorleefde stem die meerdere kanten op kan en het is een stem die uitstekend gedijt in het vooral donkere en dreigende klankentapijt op het album. Haar platenmaatschappij noemt Nick Cave als vergelijkingsmateriaal, maar ook onder andere Patti Smith, Tori Amos , Aldous Harding en Regina Spektor dragen relevant vergelijkingsmateriaal aan. Het moet genoeg zeggen over de kwaliteit van het nieuwe album van Reb Fountain.
Volgers van de Nieuw-Zeelandse muziekscene weten al een tijdje dat het nieuwe album van Reb Fountain er een is om naar uit te kijken, want er werden nogal wat mails vol superlatieven verstuurd de afgelopen weken. Het titelloze nieuwe album van de muzikante uit Auckland verscheen deze week op het fameuze Nieuw-Zeelandse label Flying Nun Records en voldoet wat mij betreft volledig aan de hooggespannen verwachtingen.
Reb Fountain is van oorsprong overigens niet afkomstig uit Nieuw-Zeeland. Ze werd als kind van hippie ouders geboren in San Francisco en bracht haar jeugd door in het Nieuw-Zeelandse Lyttelton en Christchurch. Ik ging er van uit dat het deze week verschenen album haar debuut is, maar dat blijkt niet het geval. Reb Fountain heeft al een aantal albums op haar naam staan, maar haar laatste album is met afstand haar beste.
Nieuw-Zeelandse bands hebben vaak het patent op zonnige gitaarpop, maar Reb Fountain is uit ander hout gesneden. De muziek van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter wordt door haar platenlabel omschreven als punk-folk noir en dat is een etiket dat ik nog niet eerder ben tegengekomen. Na beluistering van het album hoor ik zelf geen punk, maar vooral folky singer-songwriter muziek met een donkere ondertoon.
Flying Nun Records noemt zelf Nick Cave als vergelijkingsmateriaal en daar is af en toe wel wat voor te zeggen. De songs van Reb Fountain zijn donker en dreigend en haar teksten zijn al even donker, maar hebben ook iets poëtisch. Het doet me ook wel wat denken aan de albums van Patti Smith en wanneer Reb Fountain plaats neemt achter de piano hoor ik ook wel wat van Tori Amos, landgenote Aldous Harding, Regina Spektor of Fiona Apple (maar dan zonder alle demonen), maar het heeft ook wel wat van de psychedelische Amerikaanse folkies uit de jaren 60.
Het titelloze nieuwe album van Reb Fountain is echter zeker niet alleen een donker album. Hier en daar duikt een lichtvoetiger refrein op of worden donkere klanken verruild voor muziek die hooguit als stemmig is te omschrijven en zo duiken er wel vaker zonnestralen op achter de donkere wolken. Reb Fountain slaagt er bovendien in om heel veel variatie aan te brengen op haar album zonder dat het een ratjetoe wordt.
Bij beluistering van het nieuwe album valt direct op hoe goed het album klinkt. Reb Fountain tourde een tijd met voormalig Crowded House voorman Neil Finn en kon voor haar nieuwe album niet alleen beschikken over zijn studio, maar kon bovendien een beroep doen op een aantal gelouterde muzikanten uit de Nieuw-Zeelandse muziekscene, onder wie Finn Andrews die ook tekent voor een duet. Al die kwaliteit hoor je terug in de instrumentatie op het album die niet alleen donker, maar ook uiterst subtiel is en waarin met name de gitaarlijnen en de fraaie bijdragen van piano en subtiele synths en strijkers accenten in positieve zin opvallen.
Het sterkste wapen van Reb Fountain is echter haar bijzonder expressieve stem. De zang past steeds prachtig bij de donkere klanken en voegt nog wat extra dreiging toe aan de muziek van Reb Fountain. De vocalen op het album zijn vaak langzaam en soms bijna gesproken en dit voorziet het geluid van Reb Fountain van een bijzondere onderhuidse spanning en altijd van urgentie. Reb Fountain beschikt ook nog eens over een stem die steeds weer anders kan klinken. Van donker, intiem en doorleefd tot zeer uitbundig en bijna feeëriek. Reb Fountain beheerst het allemaal.
Persoonlijk hoor ik haar het liefst in de vrij ingetogen en door piano gedomineerde ballads, maar ook de andere songs mogen er zijn. Alle songs op het album worden ook nog eens beter en beter. Verplichte kost al met al voor de liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters dit naar verluidt best bewaarde geheim van de Nieuw-Zeelandse muziekscene. Erwin Zijleman
Rebecca Foon - Waxing Moon (2020)

4,0
0
geplaatst: 28 februari 2020, 16:25 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rebecca Foon - Waxing Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rebecca Foon - Waxing Moon
Rebecca Foon maakt op haar solodebuut zich langzaam voortslepende en beeldende muziek die het oor betovert en de fantasie stevig prikkelt met bijzondere klanken
De muziekscene van het Canadese Montreal heeft al heel veel bijzondere muziek opgeleverd en ook het debuut van Rebecca Foon past in deze categorie. De Canadese muzikante speelde tot dusver vooral voor en met anderen, maar eist nu zelf haar plekje in de spotlights op. Dit doet ze aan de ene kant met filmische instrumentale tracks en hiernaast met uiterst ingetogen tracks met zang. Het is ingetogen en subtiele muziek, maar ook muziek die bestaat uit meerdere lagen en muziek waarin de spanning op bijzondere wijze wordt opgebouwd. Een album om langzaam te ontdekken en je steeds verder in te verliezen.
Rebecca Foon is een Canadese muzikante, die al een aantal jaren opereert in de avontuurlijke muziekscene van Montreal. De klassiek geschoold celliste maakte deel uit van onder andere Set Fire To Flames, A Silver Mt. Zion en Esmerine, maakte muziek als Saltland en speelde met onder andere Patti Smith en Nick Cave & The Bad Seeds. Waxing Moon is het eerste album dat Rebecca Foon onder haar eigen naam uitbrengt en het is een heel bijzonder album geworden.
Waxing Moon opent met track die in het hokje neoklassiek past. Het is een door piano gedragen track waarin noten en stilte in eerste instantie in balans zijn, waarna het pianospel losbarst en strijkers worden toegevoegd. Het levert beeldende klanken op die me doen denken aan Michael Nyman’s soundtrack bij de film The Piano; een soundtrack waarbij je ook prima je eigen beelden kunt verzinnen (al is de film ook prachtig). Rebecca Foon bouwt in de openingstrack van haar eerste soloalbum de spanning fraai op en breekt deze net zo makkelijk weer af.
Met de fraaie pianoklanken in de openingstrack zou de Canadese muzikante best een heel album kunnen vullen en ook een album lang interessant kunnen blijven, maar in de tweede track horen we een andere kant van de muzikante uit Montreal. Repeterende akoestische gitaarakkoorden worden in deze track gecombineerd met de zachte zang van Rebecca Foon. Het levert een track op met een bijna hypnotiserende uitwerking. Het is ook een track die uitnodigt tot aandachtige beluistering, want de atmosferische klanken onder de akoestische gitaar en de stem van Rebecca Foon zijn van een al even bijzondere schoonheid.
Ook de derde track op het album laat beeldende muziek horen die niet zou misstaan op een filmsoundtrack. Een laag strijkers die klinkt als een drone, wordt gecombineerd met subtiele pianoklanken en achtergrondvocalen van Rebecca Foon. Het is een track die net als zijn twee voorgangers de fantasie stevig prikkelt en die ondanks de vele repeterende elementen steeds weer net wat anders klinkt.
De wat experimentelere instrumentale tracks worden afgewisseld met wat toegankelijkere songs met vocalen, maar ook in deze songs creëert Rebecca Foon een bijzondere sfeer en maakt ze muziek die bijna dwingt tot luisteren. De songs met vocalen zijn uiteindelijk in de meerderheid en zijn meestal piano gedreven met atmosferische klanken ter ondersteuning.
De Canadese muzikante maakt deze muziek niet alleen, want met Richard Reed Parry (The Arcade Fire), Jace Lasek (The Besnard Lakes), Sophie Trudeau (Godspeed You Black Emperor) en Patrick Watson en zijn vaste bassist heeft Rebecca Foon zich verzekerd van een aantal zeer competente muzikale medestanders, die de muziek op Waxing Moon prachtig en op avontuurlijke wijze inkleuren. Ik heb het de laatste tijd al vaker gezegd, maar ook Waxing Moon van Rebecca Foon is weer zo’n album dat aan kracht wint wanneer je de volumeknop wat open draait of het album met de koptelefoon beluistert.
Het tempo in de instrumentale tracks en in de tracks met vocalen en akoestische begeleiding ligt laag, maar in het aanstekelijke Wide Open Eyes sleurt Rebecca Foon je ook nog even de dansvloer op. Het is een incidenteel uitstapje, want het grootste deel van Waxing Moon bevat muziek die goed is voor totale onthaasting. De opbrengst van al dit moois is overigens voor het goede doel en gaat naar Pathway To Paris, een organisatie die zich inzet voor de uitvoering van het klimaatakkoord van Parijs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rebecca Foon - Waxing Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rebecca Foon - Waxing Moon
Rebecca Foon maakt op haar solodebuut zich langzaam voortslepende en beeldende muziek die het oor betovert en de fantasie stevig prikkelt met bijzondere klanken
De muziekscene van het Canadese Montreal heeft al heel veel bijzondere muziek opgeleverd en ook het debuut van Rebecca Foon past in deze categorie. De Canadese muzikante speelde tot dusver vooral voor en met anderen, maar eist nu zelf haar plekje in de spotlights op. Dit doet ze aan de ene kant met filmische instrumentale tracks en hiernaast met uiterst ingetogen tracks met zang. Het is ingetogen en subtiele muziek, maar ook muziek die bestaat uit meerdere lagen en muziek waarin de spanning op bijzondere wijze wordt opgebouwd. Een album om langzaam te ontdekken en je steeds verder in te verliezen.
Rebecca Foon is een Canadese muzikante, die al een aantal jaren opereert in de avontuurlijke muziekscene van Montreal. De klassiek geschoold celliste maakte deel uit van onder andere Set Fire To Flames, A Silver Mt. Zion en Esmerine, maakte muziek als Saltland en speelde met onder andere Patti Smith en Nick Cave & The Bad Seeds. Waxing Moon is het eerste album dat Rebecca Foon onder haar eigen naam uitbrengt en het is een heel bijzonder album geworden.
Waxing Moon opent met track die in het hokje neoklassiek past. Het is een door piano gedragen track waarin noten en stilte in eerste instantie in balans zijn, waarna het pianospel losbarst en strijkers worden toegevoegd. Het levert beeldende klanken op die me doen denken aan Michael Nyman’s soundtrack bij de film The Piano; een soundtrack waarbij je ook prima je eigen beelden kunt verzinnen (al is de film ook prachtig). Rebecca Foon bouwt in de openingstrack van haar eerste soloalbum de spanning fraai op en breekt deze net zo makkelijk weer af.
Met de fraaie pianoklanken in de openingstrack zou de Canadese muzikante best een heel album kunnen vullen en ook een album lang interessant kunnen blijven, maar in de tweede track horen we een andere kant van de muzikante uit Montreal. Repeterende akoestische gitaarakkoorden worden in deze track gecombineerd met de zachte zang van Rebecca Foon. Het levert een track op met een bijna hypnotiserende uitwerking. Het is ook een track die uitnodigt tot aandachtige beluistering, want de atmosferische klanken onder de akoestische gitaar en de stem van Rebecca Foon zijn van een al even bijzondere schoonheid.
Ook de derde track op het album laat beeldende muziek horen die niet zou misstaan op een filmsoundtrack. Een laag strijkers die klinkt als een drone, wordt gecombineerd met subtiele pianoklanken en achtergrondvocalen van Rebecca Foon. Het is een track die net als zijn twee voorgangers de fantasie stevig prikkelt en die ondanks de vele repeterende elementen steeds weer net wat anders klinkt.
De wat experimentelere instrumentale tracks worden afgewisseld met wat toegankelijkere songs met vocalen, maar ook in deze songs creëert Rebecca Foon een bijzondere sfeer en maakt ze muziek die bijna dwingt tot luisteren. De songs met vocalen zijn uiteindelijk in de meerderheid en zijn meestal piano gedreven met atmosferische klanken ter ondersteuning.
De Canadese muzikante maakt deze muziek niet alleen, want met Richard Reed Parry (The Arcade Fire), Jace Lasek (The Besnard Lakes), Sophie Trudeau (Godspeed You Black Emperor) en Patrick Watson en zijn vaste bassist heeft Rebecca Foon zich verzekerd van een aantal zeer competente muzikale medestanders, die de muziek op Waxing Moon prachtig en op avontuurlijke wijze inkleuren. Ik heb het de laatste tijd al vaker gezegd, maar ook Waxing Moon van Rebecca Foon is weer zo’n album dat aan kracht wint wanneer je de volumeknop wat open draait of het album met de koptelefoon beluistert.
Het tempo in de instrumentale tracks en in de tracks met vocalen en akoestische begeleiding ligt laag, maar in het aanstekelijke Wide Open Eyes sleurt Rebecca Foon je ook nog even de dansvloer op. Het is een incidenteel uitstapje, want het grootste deel van Waxing Moon bevat muziek die goed is voor totale onthaasting. De opbrengst van al dit moois is overigens voor het goede doel en gaat naar Pathway To Paris, een organisatie die zich inzet voor de uitvoering van het klimaatakkoord van Parijs. Erwin Zijleman
Rebecca Loebe - Blink (2017)

4,0
0
geplaatst: 6 februari 2017, 17:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rebecca Loebe - Blink - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Na haar afstuderen aan het befaamde Berklee College of Music in Boston, Massachusetts, begon Rebecca Loebe in 2004 aan een onzeker bestaan als muzikant.
Het heeft tot dusver een eindeloze reeks concerten, een handvol in eigen beheer uitgebrachte platen en “15 minutes of fame” opgeleverd.
Die 15 minutes of fame stammen uit 2011 toen Rebecca Loebe haar opwachting mocht maken in de Amerikaanse tv-show The Voice (een Nederlandse uitvinding).
Met een bijzondere versie van Nirvana’s Come As You Are wist Rebecca Loebe de stoelen van Christina Aguilera en Maroon 5 zanger Adam Levine om te draaien en was ze even een vreemde eend in de bijt bij een zeer populair maar in artistiek opzicht natuurlijk niet bijster interessant tv-programma.
Haar optreden in The Voice leverde tijdelijk wat extra aandacht en enkele optredens in het buitenland op, maar voor het vorige week verschenen Blink was wederom een flinke crowdfunding campagne noodzakelijk.
Ik heb Rebecca Loebe één keer zien optreden als support-act en was direct onder de indruk van haar bijzondere talenten. Die bijzondere talenten komen ook direct aan de oppervlakte bij beluistering van Blink.
Rebecca Loebe heeft een bijzonder aangename, krachtige en veelzijdige stem en het is een stem die in meerdere uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten kan. Op Blink kiest de vanuit Austin, Texas, opererende singer-songwriter vooral voor lekker in het gehoor liggende songs met invloeden uit de country, folk, rock en pop.
De liefhebber van doorleefde rootsmuziek vindt het waarschijnlijk net wat te lichtvoetig, maar rootsliefhebbers die niet vies zijn van een beetje pop en rock vinden op Blink veel van hun gading.
Blink is voorzien van een volle en verzorgd klinkende productie en een mooi gloedvol en organisch geluid. Het is een voorzichtig broeierig geluid zonder opsmuk dat perfect past bij de mooie vocalen op de plaat.
Rebecca Loebe raakt met haar vocalen af en toe aan Jewel, maar kan met haar stem ook allerlei andere kanten op. Op Blink kan Rebecca Loebe lieflijk fluisteren, met een emotievolle snik ontroeren of stevig uithalen met een soulvolle strot. Het maakt van Blink een veelzijdige plaat, die vrijwel uitsluitend indruk maakt.
Vooral de stem van Rebecca Loebe raakt bij mij voortdurend de juiste snaar, maar ook de warme instrumentatie en productie, de mooie verhalen en de knap in elkaar stekende songs maken bij iedere beluistering meer indruk.
Ik heb een enorm zwak voor vrouwelijke singer-songwriters waardoor de lat in deze hoek inmiddels ontiegelijk hoog ligt, maar Rebecca Loebe heeft met Blink een plaat gemaakt die wat mij betreft mee kan met het allerbeste. Blink zal het waarschijnlijk moeten doen met bescheiden aandacht, maar wat is dit een geweldige plaat van Rebecca Loebe. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rebecca Loebe - Blink - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Na haar afstuderen aan het befaamde Berklee College of Music in Boston, Massachusetts, begon Rebecca Loebe in 2004 aan een onzeker bestaan als muzikant.
Het heeft tot dusver een eindeloze reeks concerten, een handvol in eigen beheer uitgebrachte platen en “15 minutes of fame” opgeleverd.
Die 15 minutes of fame stammen uit 2011 toen Rebecca Loebe haar opwachting mocht maken in de Amerikaanse tv-show The Voice (een Nederlandse uitvinding).
Met een bijzondere versie van Nirvana’s Come As You Are wist Rebecca Loebe de stoelen van Christina Aguilera en Maroon 5 zanger Adam Levine om te draaien en was ze even een vreemde eend in de bijt bij een zeer populair maar in artistiek opzicht natuurlijk niet bijster interessant tv-programma.
Haar optreden in The Voice leverde tijdelijk wat extra aandacht en enkele optredens in het buitenland op, maar voor het vorige week verschenen Blink was wederom een flinke crowdfunding campagne noodzakelijk.
Ik heb Rebecca Loebe één keer zien optreden als support-act en was direct onder de indruk van haar bijzondere talenten. Die bijzondere talenten komen ook direct aan de oppervlakte bij beluistering van Blink.
Rebecca Loebe heeft een bijzonder aangename, krachtige en veelzijdige stem en het is een stem die in meerdere uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten kan. Op Blink kiest de vanuit Austin, Texas, opererende singer-songwriter vooral voor lekker in het gehoor liggende songs met invloeden uit de country, folk, rock en pop.
De liefhebber van doorleefde rootsmuziek vindt het waarschijnlijk net wat te lichtvoetig, maar rootsliefhebbers die niet vies zijn van een beetje pop en rock vinden op Blink veel van hun gading.
Blink is voorzien van een volle en verzorgd klinkende productie en een mooi gloedvol en organisch geluid. Het is een voorzichtig broeierig geluid zonder opsmuk dat perfect past bij de mooie vocalen op de plaat.
Rebecca Loebe raakt met haar vocalen af en toe aan Jewel, maar kan met haar stem ook allerlei andere kanten op. Op Blink kan Rebecca Loebe lieflijk fluisteren, met een emotievolle snik ontroeren of stevig uithalen met een soulvolle strot. Het maakt van Blink een veelzijdige plaat, die vrijwel uitsluitend indruk maakt.
Vooral de stem van Rebecca Loebe raakt bij mij voortdurend de juiste snaar, maar ook de warme instrumentatie en productie, de mooie verhalen en de knap in elkaar stekende songs maken bij iedere beluistering meer indruk.
Ik heb een enorm zwak voor vrouwelijke singer-songwriters waardoor de lat in deze hoek inmiddels ontiegelijk hoog ligt, maar Rebecca Loebe heeft met Blink een plaat gemaakt die wat mij betreft mee kan met het allerbeste. Blink zal het waarschijnlijk moeten doen met bescheiden aandacht, maar wat is dit een geweldige plaat van Rebecca Loebe. Erwin Zijleman
Rebecca Loebe - Circus Heart (2012)

0
geplaatst: 23 april 2014, 15:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rebecca Loebe - Circus Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Niets is leuker dan totaal verrast te worden door een nog onbekende muzikant. Het gebeurde me vorige week in de Leidse Qbus op de avond dat de door mij al vele malen geprezen Amanda Pearcy daar op het podium stond. Eerder op de avond betrad ene Rebecca Loebe het podium en dit bleek een bijzonder geval. Rebecca Loebe groeide op in het Zuiden van de Verenigde Staten, tot ze op haar 17e naar Boston verhuisde om daar aan het roemruchte Berklee College of Music te gaan studeren. Na haar afstuderen keerde Rebecca terug naar het Zuiden van de VS en kwam ze uiteindelijk terecht in Austin, Texas. Daar timmert Rebecca Loebe (ze zal inmiddels tegen de 30 zijn) inmiddels al een jaar of tien aan de weg als singer-songwriter, met in 2011 een verhaal dat past in een mooi jongens of meisjesboek. In dat jaar werd Loebe gevraagd om mee te doen aan het eerste seizoen van het op dat moment in Nederland al zeer succesvolle (en bedachte) The Voice. Rebecca Loebe verwachtte er niets van, maar vertrok toch richting L.A. om daar een bijzondere versie van Nirvana’s Come As You Are neer te zetten. Wat Rebecca Loebe totaal niet had verwacht gebeurde: twee stoelen draaiden om. Uiteindelijk kwam Rebecca Loebe terecht in het team van Maroon 5 zanger Adam Levine (die ik vooral ken van het verhaal dat hij lang had uitgezien naar het moment dat zijn verovering Maria Sjarapova in zijn bed zou belanden om er vervolgens achter te komen dat ze in bed heel wat minder luidruchtig en actief was dan op de tennisbaan). Rebecca Loeb vloog na een eveneens fraaie vertolking van Radiohead’s Creep uit The Voice en werd weer de Rebecca Loebe die ze nu nog steeds is. Live was ik zeer onder de indruk van haar alleen met akoestische gitaar uitgevoerde songs en vooral van de bijzonder mooie en veelzijdige stem van de Amerikaanse. Die stem speelt ook op het vorig jaar verschenen Circus Heart een bijzondere rol. Circus Heart is voorzien van een bij vlagen zeer uitbundige productie, waardoor een aantal van de prachtige popliedjes de intimiteit van de live-versies missen, maar desondanks is Circus Heart een plaat die me weet te raken en te betoveren. Rebecca Loebe beschikt over een prachtige stem die zowel zoet en meisjesachtig als donker en doorleefd kan klinken en ze beschikt bovendien over het vermogen om over alles (hoe triviaal dan ook) een mooi verhaal te schrijven. De meeste songs op haar plaat zijn opgewekt en betrekkelijk lichtvoetig, maar ook het leven van een getalenteerde singer-songwriter als Rebecca Loebe gaat wel eens niet over rozen. Circus Heart is uiteindelijk een singer-songwriter plaat die het goed zal doen bij de liefhebbers van het genre die niet vies zijn van een vleugje pop (en daar reken ik mezelf zeker toe). Als ik luister naar deze plaat begrijp ik niet dat Rebecca Loebe niet al lang veel bekender is (zeker gezien de wetenschap dat miljoenen Amerikanen haar aan het werk hebben gezien bij The Voice). Als ik naar Rebecca Loebe luister hoop ik niet alleen dat ze snel met een volgende plaat op de proppen komt, maar hoop ik ook dat ze de volgende keer kiest voor een bonus-cd waarop het moderner klinkende geluid wordt ingeruild voor een traditioneler rootsgeluid. Met een klassieke of in ieder geval klassiek aandoende rootsplaat maakt deze talentvolle dame waarschijnlijk nog veel meer indruk, zeker omdat haar stem de afgelopen jaren alleen maar mooier is geworden (haar inmiddels al uit een aantal cd’s bestaande oeuvre is te beluisteren via Spotify) en haar verhalen nog meer tot de verbeelding spreken. Tot die tijd koester ik het aangename, sprankelende en met enige regelmaat betoverende Circus Heart. Dat heeft Rebecca Loebe in minder dan een week voor elkaar gekregen en dat is bijzonder. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rebecca Loebe - Circus Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Niets is leuker dan totaal verrast te worden door een nog onbekende muzikant. Het gebeurde me vorige week in de Leidse Qbus op de avond dat de door mij al vele malen geprezen Amanda Pearcy daar op het podium stond. Eerder op de avond betrad ene Rebecca Loebe het podium en dit bleek een bijzonder geval. Rebecca Loebe groeide op in het Zuiden van de Verenigde Staten, tot ze op haar 17e naar Boston verhuisde om daar aan het roemruchte Berklee College of Music te gaan studeren. Na haar afstuderen keerde Rebecca terug naar het Zuiden van de VS en kwam ze uiteindelijk terecht in Austin, Texas. Daar timmert Rebecca Loebe (ze zal inmiddels tegen de 30 zijn) inmiddels al een jaar of tien aan de weg als singer-songwriter, met in 2011 een verhaal dat past in een mooi jongens of meisjesboek. In dat jaar werd Loebe gevraagd om mee te doen aan het eerste seizoen van het op dat moment in Nederland al zeer succesvolle (en bedachte) The Voice. Rebecca Loebe verwachtte er niets van, maar vertrok toch richting L.A. om daar een bijzondere versie van Nirvana’s Come As You Are neer te zetten. Wat Rebecca Loebe totaal niet had verwacht gebeurde: twee stoelen draaiden om. Uiteindelijk kwam Rebecca Loebe terecht in het team van Maroon 5 zanger Adam Levine (die ik vooral ken van het verhaal dat hij lang had uitgezien naar het moment dat zijn verovering Maria Sjarapova in zijn bed zou belanden om er vervolgens achter te komen dat ze in bed heel wat minder luidruchtig en actief was dan op de tennisbaan). Rebecca Loeb vloog na een eveneens fraaie vertolking van Radiohead’s Creep uit The Voice en werd weer de Rebecca Loebe die ze nu nog steeds is. Live was ik zeer onder de indruk van haar alleen met akoestische gitaar uitgevoerde songs en vooral van de bijzonder mooie en veelzijdige stem van de Amerikaanse. Die stem speelt ook op het vorig jaar verschenen Circus Heart een bijzondere rol. Circus Heart is voorzien van een bij vlagen zeer uitbundige productie, waardoor een aantal van de prachtige popliedjes de intimiteit van de live-versies missen, maar desondanks is Circus Heart een plaat die me weet te raken en te betoveren. Rebecca Loebe beschikt over een prachtige stem die zowel zoet en meisjesachtig als donker en doorleefd kan klinken en ze beschikt bovendien over het vermogen om over alles (hoe triviaal dan ook) een mooi verhaal te schrijven. De meeste songs op haar plaat zijn opgewekt en betrekkelijk lichtvoetig, maar ook het leven van een getalenteerde singer-songwriter als Rebecca Loebe gaat wel eens niet over rozen. Circus Heart is uiteindelijk een singer-songwriter plaat die het goed zal doen bij de liefhebbers van het genre die niet vies zijn van een vleugje pop (en daar reken ik mezelf zeker toe). Als ik luister naar deze plaat begrijp ik niet dat Rebecca Loebe niet al lang veel bekender is (zeker gezien de wetenschap dat miljoenen Amerikanen haar aan het werk hebben gezien bij The Voice). Als ik naar Rebecca Loebe luister hoop ik niet alleen dat ze snel met een volgende plaat op de proppen komt, maar hoop ik ook dat ze de volgende keer kiest voor een bonus-cd waarop het moderner klinkende geluid wordt ingeruild voor een traditioneler rootsgeluid. Met een klassieke of in ieder geval klassiek aandoende rootsplaat maakt deze talentvolle dame waarschijnlijk nog veel meer indruk, zeker omdat haar stem de afgelopen jaren alleen maar mooier is geworden (haar inmiddels al uit een aantal cd’s bestaande oeuvre is te beluisteren via Spotify) en haar verhalen nog meer tot de verbeelding spreken. Tot die tijd koester ik het aangename, sprankelende en met enige regelmaat betoverende Circus Heart. Dat heeft Rebecca Loebe in minder dan een week voor elkaar gekregen en dat is bijzonder. Erwin Zijleman
Rebecca Pronsky - Known Objects (2016)

4,0
0
geplaatst: 30 juni 2016, 08:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rebecca Pronsky - Known Objects - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een tijd geleden ontving ik Known Objects van de Amerikaanse singer-songwriter Rebecca Pronsky. Omdat de vijver van de Amerikaanse rootsmuziek momenteel overvol is, duurde het een hele tijd voordat ik de plaat er uit had gevist, maar toen dat eenmaal gebeurd was, hoorde ik al na een paar noten dat dit een plaat is die alle aandacht verdient.
Rebecca Pronsky komt uit Brooklyn en timmert inmiddels al bijna twee decennia aan de weg. Ze debuteerde in 2003 en maakte sindsdien nog een aantal platen. Het zijn platen waarvan ik het artwork deels herken, maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit naar een plaat van Rebecca Pronsky heb geluisterd.
Naar Known Objects heb ik gelukkig wel geluisterd en dat zouden meer liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek moeten doen. Rebecca Pronsky maakt immers muziek die ontroert en intrigeert.
Opener Bag Of Bones maakt onmiddellijk indruk met bijzonder gitaarspel dat broeierig en breed uitwaait en laat verder horen dat Rebecca Pronsky over een bijzondere stem beschikt. Het is een stem die je kan meeslepen en het is bovendien een stem die makkelijk kan ontroeren.
Na de knappe openingstrack zit je op het puntje van de stoel en daar blijf je zitten tot de plaat na tien songs en ruim 39 minuten eindigt. In die 39 minuten laat Rebecca Pronsky een bijzonder veelzijdig geluid horen. Waar de openingstrack je de moerassen van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten in sleept, laten de volgende tracks een meer country georiënteerd geluid horen, wordt er geflirt met pop en rock, wordt er geïmponeerd met intieme folk en schiet Rebecca Pronsky met grote stappen door de muziekgeschiedenis.
De instrumentatie is al even veelzijdig. Rebecca Pronsky koos op haar vorige platen voor een sobere instrumentatie, maar laat zich op haar nieuwe plaat bijstaan door meerdere muzikanten, onder wie gitarist Ben Monder die schitterde op Bowie’s Blackstar en nu ook indruk maakt in twee van de tracks. Het gitaarwerk op de plaat is sowieso van een bijzonder hoog niveau, maar de bijzondere stem van Rebecca Pronsky is minstens even belangrijk.
In de meer country georiënteerde songs hoor ik soms wat van Nancy Griffith, terwijl de folky songs soms wat aan Joni Mitchell doen denken, maar over het algemeen genomen heeft Rebecca Pronsky een geheel eigen geluid.
De songs van de Amerikaanse singer-songwriter maken makkelijk indruk, maar dat Rebecca Pronsky ook in de songs van andere kan kruipen laat ze horen in een opvallende versie van The Blue Nile’s prachtige Heatwave, waarin haar stem verovert en het intrigerende gitaarwerk betovert. Het is een van de vele hoogtepunten op een plaat die ik schaar onder de verrassingen van 2016. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rebecca Pronsky - Known Objects - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een tijd geleden ontving ik Known Objects van de Amerikaanse singer-songwriter Rebecca Pronsky. Omdat de vijver van de Amerikaanse rootsmuziek momenteel overvol is, duurde het een hele tijd voordat ik de plaat er uit had gevist, maar toen dat eenmaal gebeurd was, hoorde ik al na een paar noten dat dit een plaat is die alle aandacht verdient.
Rebecca Pronsky komt uit Brooklyn en timmert inmiddels al bijna twee decennia aan de weg. Ze debuteerde in 2003 en maakte sindsdien nog een aantal platen. Het zijn platen waarvan ik het artwork deels herken, maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit naar een plaat van Rebecca Pronsky heb geluisterd.
Naar Known Objects heb ik gelukkig wel geluisterd en dat zouden meer liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek moeten doen. Rebecca Pronsky maakt immers muziek die ontroert en intrigeert.
Opener Bag Of Bones maakt onmiddellijk indruk met bijzonder gitaarspel dat broeierig en breed uitwaait en laat verder horen dat Rebecca Pronsky over een bijzondere stem beschikt. Het is een stem die je kan meeslepen en het is bovendien een stem die makkelijk kan ontroeren.
Na de knappe openingstrack zit je op het puntje van de stoel en daar blijf je zitten tot de plaat na tien songs en ruim 39 minuten eindigt. In die 39 minuten laat Rebecca Pronsky een bijzonder veelzijdig geluid horen. Waar de openingstrack je de moerassen van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten in sleept, laten de volgende tracks een meer country georiënteerd geluid horen, wordt er geflirt met pop en rock, wordt er geïmponeerd met intieme folk en schiet Rebecca Pronsky met grote stappen door de muziekgeschiedenis.
De instrumentatie is al even veelzijdig. Rebecca Pronsky koos op haar vorige platen voor een sobere instrumentatie, maar laat zich op haar nieuwe plaat bijstaan door meerdere muzikanten, onder wie gitarist Ben Monder die schitterde op Bowie’s Blackstar en nu ook indruk maakt in twee van de tracks. Het gitaarwerk op de plaat is sowieso van een bijzonder hoog niveau, maar de bijzondere stem van Rebecca Pronsky is minstens even belangrijk.
In de meer country georiënteerde songs hoor ik soms wat van Nancy Griffith, terwijl de folky songs soms wat aan Joni Mitchell doen denken, maar over het algemeen genomen heeft Rebecca Pronsky een geheel eigen geluid.
De songs van de Amerikaanse singer-songwriter maken makkelijk indruk, maar dat Rebecca Pronsky ook in de songs van andere kan kruipen laat ze horen in een opvallende versie van The Blue Nile’s prachtige Heatwave, waarin haar stem verovert en het intrigerende gitaarwerk betovert. Het is een van de vele hoogtepunten op een plaat die ik schaar onder de verrassingen van 2016. Erwin Zijleman
Rebecca Schiffman - Before the Future (2025)

4,5
0
geplaatst: 27 juli 2025, 09:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rebecca Schiffman - Before The Future - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Rebecca Schiffman - Before The Future
Rebecca Schiffman trekt nog niet heel veel aandacht met haar muziek, maar met het deze week verschenen Before The Future maakt de singer-songwriter uit Los Angeles eigenlijk in alle opzichten indruk
De Amerikaanse muzikante Rebecca Schiffman neemt de tijd voor haar albums, maar levert wel werk van zeer hoge kwaliteit af. Het is ook weer te horen op het uitstekende Before The Future, dat opvalt met sterke en zeer persoonlijke songs. Het zijn songs met een tijdloos karakter en hier en daar een jaren 70 vibe en het zijn songs die opvallen door de zeer fraaie inkleuring en de trefzekere productie. Rebecca Schiffman beschikt ook nog eens door een mooie en bijzondere stem, wat Before The Future nog wat verder optilt. Het levert een sterk album op dat zich makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere albums in het genre. Absoluut een aanrader dit album.
Het is best bijzonder dat ik nog nooit wat heb geschreven over de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Rebecca Schiffman, die deze week haar vierde album heeft uitgebracht. Ook de vorige drie albums van de muzikante, die New York onlangs heeft verruild voor Los Angeles, zijn immers zeer de moeite waard en het zijn albums die mij als liefhebber van vrouwelijke singer-songwriters zeer zouden moeten aanspreken.
Nu trekt de Amerikaanse muzikante in Nederland tot dusver helaas weinig aandacht met haar muziek. Op het Nederlandse muziekforum MusicMeter is geen letter geschreven over Upside Down Lacrimosa (2003), To Be Good For A Day (2009) en Rebecca Schiffman (2016) en ook rond het deze week verschenen Before The Future is het vooralsnog angstvallig stil.
Het is gelukkig anders in het prachtige Britse muziektijdschrift Uncut, dat in het augustus nummer flink wat woorden besteed aan het nieuwe album van Rebecca Schiffman. Ik vertrouw over het algemeen op het oordeel van het gerenommeerde Britse muziektijdschrift en ook dit keer heeft Uncut het bij het juiste eind. Before The Future is immers direct vanaf de eerste noten prachtig en nu ik het album wat vaker heb beluisterd is het album van Rebecca Schiffman me zeer dierbaar geworden. Het is een album dat is te omschrijven als een folkalbum met invloeden uit de pop en rock, maar Before The Future klinkt ook als de tijdloze singer-songwriters die in de jaren 70 werden gemaakt.
Rebecca Schiffman heeft veel aandacht besteed aan de muziek op haar nieuwe album, waarvoor flink wat muzikanten werden ingeschakeld. Het zorgt voor een warm en lekker vol geluid, waarin van alles gebeurt en waarin vooral het prachtige gitaarwerk opvalt, al zijn ook de bijdragen van uiteenlopende synths niet te versmaden en is ook het baswerk fenomenaal. Ook de andere muzikanten op het album verdienen overigens een compliment, want het nieuwe album van Rebecca Schiffman overtuigt song na song met prachtige klanken en arrangementen.
Het is allemaal bijzonder knap geproduceerd en dat kan ook bijna niet anders, want gedurende de wat langere periode waarin het album werd opgenomen werkte Rebecca Schiffman samen met topkrachten als Sasami Ashworth, Luke Temple en Chris Cohen. In muzikaal opzicht heeft de Amerikaanse muzikante een hoogstaand album gemaakt, maar ik ben ook zeer onder de indruk van haar stem, die ook in de wat voller klinkende songs centraal staat.
Het is een stem die me af en toe wel wat aan Suzanne Vega doet denken, maar ik hoor ook flarden van vergeten Amerikaanse folkies uit de jaren 60. De stem van Rebecca Schiffman wordt alleen maar mooier wanneer koortjes worden ingezet en dat gebeurt met enige regelmaat. Het versterkt de 70s vibe die het album heeft, maar Before The Future is zeker geen retro album.
Ik heb het tot dusver vooral gehad over de vocale en muzikale kwaliteiten van Rebecca Schiffman, maar ze schrijft ook nog eens geweldige songs. Het zijn songs die je makkelijk betoveren, maar die ook de fantasie blijven prikkelen. Ik heb er door de ontdekking van Rebecca Schiffman opeens vier geweldige albums bij en van deze albums schat ik Before The Future het hoogst in. Zeer warm aanbevolen dus dit nieuwe album van deze zeer getalenteerde singer-songwriter uit Los Angeles. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Rebecca Schiffman - Before The Future - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Rebecca Schiffman - Before The Future
Rebecca Schiffman trekt nog niet heel veel aandacht met haar muziek, maar met het deze week verschenen Before The Future maakt de singer-songwriter uit Los Angeles eigenlijk in alle opzichten indruk
De Amerikaanse muzikante Rebecca Schiffman neemt de tijd voor haar albums, maar levert wel werk van zeer hoge kwaliteit af. Het is ook weer te horen op het uitstekende Before The Future, dat opvalt met sterke en zeer persoonlijke songs. Het zijn songs met een tijdloos karakter en hier en daar een jaren 70 vibe en het zijn songs die opvallen door de zeer fraaie inkleuring en de trefzekere productie. Rebecca Schiffman beschikt ook nog eens door een mooie en bijzondere stem, wat Before The Future nog wat verder optilt. Het levert een sterk album op dat zich makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere albums in het genre. Absoluut een aanrader dit album.
Het is best bijzonder dat ik nog nooit wat heb geschreven over de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Rebecca Schiffman, die deze week haar vierde album heeft uitgebracht. Ook de vorige drie albums van de muzikante, die New York onlangs heeft verruild voor Los Angeles, zijn immers zeer de moeite waard en het zijn albums die mij als liefhebber van vrouwelijke singer-songwriters zeer zouden moeten aanspreken.
Nu trekt de Amerikaanse muzikante in Nederland tot dusver helaas weinig aandacht met haar muziek. Op het Nederlandse muziekforum MusicMeter is geen letter geschreven over Upside Down Lacrimosa (2003), To Be Good For A Day (2009) en Rebecca Schiffman (2016) en ook rond het deze week verschenen Before The Future is het vooralsnog angstvallig stil.
Het is gelukkig anders in het prachtige Britse muziektijdschrift Uncut, dat in het augustus nummer flink wat woorden besteed aan het nieuwe album van Rebecca Schiffman. Ik vertrouw over het algemeen op het oordeel van het gerenommeerde Britse muziektijdschrift en ook dit keer heeft Uncut het bij het juiste eind. Before The Future is immers direct vanaf de eerste noten prachtig en nu ik het album wat vaker heb beluisterd is het album van Rebecca Schiffman me zeer dierbaar geworden. Het is een album dat is te omschrijven als een folkalbum met invloeden uit de pop en rock, maar Before The Future klinkt ook als de tijdloze singer-songwriters die in de jaren 70 werden gemaakt.
Rebecca Schiffman heeft veel aandacht besteed aan de muziek op haar nieuwe album, waarvoor flink wat muzikanten werden ingeschakeld. Het zorgt voor een warm en lekker vol geluid, waarin van alles gebeurt en waarin vooral het prachtige gitaarwerk opvalt, al zijn ook de bijdragen van uiteenlopende synths niet te versmaden en is ook het baswerk fenomenaal. Ook de andere muzikanten op het album verdienen overigens een compliment, want het nieuwe album van Rebecca Schiffman overtuigt song na song met prachtige klanken en arrangementen.
Het is allemaal bijzonder knap geproduceerd en dat kan ook bijna niet anders, want gedurende de wat langere periode waarin het album werd opgenomen werkte Rebecca Schiffman samen met topkrachten als Sasami Ashworth, Luke Temple en Chris Cohen. In muzikaal opzicht heeft de Amerikaanse muzikante een hoogstaand album gemaakt, maar ik ben ook zeer onder de indruk van haar stem, die ook in de wat voller klinkende songs centraal staat.
Het is een stem die me af en toe wel wat aan Suzanne Vega doet denken, maar ik hoor ook flarden van vergeten Amerikaanse folkies uit de jaren 60. De stem van Rebecca Schiffman wordt alleen maar mooier wanneer koortjes worden ingezet en dat gebeurt met enige regelmaat. Het versterkt de 70s vibe die het album heeft, maar Before The Future is zeker geen retro album.
Ik heb het tot dusver vooral gehad over de vocale en muzikale kwaliteiten van Rebecca Schiffman, maar ze schrijft ook nog eens geweldige songs. Het zijn songs die je makkelijk betoveren, maar die ook de fantasie blijven prikkelen. Ik heb er door de ontdekking van Rebecca Schiffman opeens vier geweldige albums bij en van deze albums schat ik Before The Future het hoogst in. Zeer warm aanbevolen dus dit nieuwe album van deze zeer getalenteerde singer-songwriter uit Los Angeles. Erwin Zijleman
Rebekah Pulley - The Sea of Everything (2019)

4,0
0
geplaatst: 7 juni 2019, 15:57 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rebekah Pulley - The Sea Of Everything - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rebekah Pulley - The Sea Of Everything
Er verschijnen iedere week zoveel nieuwe rootsalbums dat jezelf onderscheiden bijna onmogelijk is, maar Rebekah Pulley doet het met een album dat steeds leuker en verslavender wordt
Aan nieuwe Amerikaanse rootsmuziek hebben we op het moment geen gebrek, maar wat valt nog op en voegt iets toe aan alles dat er al is? The Sea Of Everything van Rebekah Pulley wat mij betreft. De singer-songwriter uit Florida maakt traditioneel aandoende rootsmuziek, maar voegt net wat meer rock toe aan haar geluid. Bovendien schrijft ze songs die lekker energiek en aanstekelijk klinken en beschikt ze over eens stem die net wat meer met me doet dan de meeste andere stemmen van het moment. Heel veel aandacht gaat Rebekah Pulley vast niet krijgen en zeker niet in Nederland, maar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek vallen zich echt geen buil aan dit bijzonder aangename album.
Ik krijg iedere week nogal wat nieuwe Amerikaanse rootsmuziek toegestuurd, maar moet steeds vaker constateren dat het onbekend of miskend talent in het Amerikaanse rootssegment weinig toevoegt aan alles wat er al is.
De meeste albums die ik wekelijks scan zijn niet goed genoeg of klinken zo doorsnee dat ik liever grijp naar de oude klassiekers. Het album van de mij onbekende Rebekah Pulley was de afgelopen week echter een uitzondering.
Het album van deze Rebekah Pulley wordt op cdbaby aangeprezen als “Beautifully crafted Americana songs by a singer-songwriter with a voice equal parts bourbon and honey.” Dat klinkt op zijn minst veelbelovend, net als het aangedragen vergelijkingsmateriaal dat bestaat uit persoonlijke favorieten als Kathleen Edwards (waar is ze gebleven?), Lucinda Williams en Neko Case.
The Sea Of Everything is mijn eerste kennismaking met de muziek van Rebekah Pulley, maar het blijkt al het zesde album van de singer-songwriter uit St. Petersburg, Florida. Het vorige album van de Amerikaanse singer-songwriter verscheen maar liefst zeven jaar geleden. Rebekah Pulley begon weliswaar op tijd aan het opnemen van haar nieuwe album, maar door de gezondheidsproblemen van producer Steve Connelly duurde het opnameproces uiteindelijk jaren. Het is misschien niet zo gek geweest, want The Sea Of Everything is een uitstekend album geworden.
Rebekah Pulley is inderdaad voorzien van een bijzonder stemgeluid. Ik weet niet zeker of ik de delen whiskey en honing kan onderscheiden, maar de stem van de singer-songwriter uit Florida spreekt me absoluut aan. Het is een stem die ik zelf zou omschrijven als zoet met een rauw randje en dat past prima bij de alt-country die Rebekah Pulley maakt.
De Amerikaanse singer-songwriter laat zich begeleiden door een aantal muzikanten uit de rootsscene van Florida en die klinkt, net als de Texaanse variant, wat rauwer dan de rootsmuziek die in Nashville wordt gemaakt. In de muziek van Rebekah Pulley is ook ruimte voor wat steviger gitaarwerk, waardoor een aantal songs wat meer de kant van rock op gaan en de Amerikaanse zelfs een beetje als Chrissie Hynde klinkt, maar roots staat toch centraal op The Sea Of Everything, dat zich niet alleen beperkt tot alt-country, maar ook heerlijk bluesy kan klinken.
The Sea Of Everything klinkt niet alleen net wat rauwer dan de meeste anders rootsalbums die ik wekelijks krijg toegestuurd, maar de muziek van Rebekah Pulley klinkt ook puurder dan doorleefder. Bovendien is The Sea Of Everything een energiek album dat je makkelijk meesleept. Hele opzienbarende dingen doet Rebekah Pulley volgens mij niet, maar haar betrekkelijk traditionele rootsmuziek bevalt me uitstekend. Wereldberoemd gaat ze vast niet meer worden, maar een tourtje in Europa moet toch mogelijk zijn met dit prima album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rebekah Pulley - The Sea Of Everything - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rebekah Pulley - The Sea Of Everything
Er verschijnen iedere week zoveel nieuwe rootsalbums dat jezelf onderscheiden bijna onmogelijk is, maar Rebekah Pulley doet het met een album dat steeds leuker en verslavender wordt
Aan nieuwe Amerikaanse rootsmuziek hebben we op het moment geen gebrek, maar wat valt nog op en voegt iets toe aan alles dat er al is? The Sea Of Everything van Rebekah Pulley wat mij betreft. De singer-songwriter uit Florida maakt traditioneel aandoende rootsmuziek, maar voegt net wat meer rock toe aan haar geluid. Bovendien schrijft ze songs die lekker energiek en aanstekelijk klinken en beschikt ze over eens stem die net wat meer met me doet dan de meeste andere stemmen van het moment. Heel veel aandacht gaat Rebekah Pulley vast niet krijgen en zeker niet in Nederland, maar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek vallen zich echt geen buil aan dit bijzonder aangename album.
Ik krijg iedere week nogal wat nieuwe Amerikaanse rootsmuziek toegestuurd, maar moet steeds vaker constateren dat het onbekend of miskend talent in het Amerikaanse rootssegment weinig toevoegt aan alles wat er al is.
De meeste albums die ik wekelijks scan zijn niet goed genoeg of klinken zo doorsnee dat ik liever grijp naar de oude klassiekers. Het album van de mij onbekende Rebekah Pulley was de afgelopen week echter een uitzondering.
Het album van deze Rebekah Pulley wordt op cdbaby aangeprezen als “Beautifully crafted Americana songs by a singer-songwriter with a voice equal parts bourbon and honey.” Dat klinkt op zijn minst veelbelovend, net als het aangedragen vergelijkingsmateriaal dat bestaat uit persoonlijke favorieten als Kathleen Edwards (waar is ze gebleven?), Lucinda Williams en Neko Case.
The Sea Of Everything is mijn eerste kennismaking met de muziek van Rebekah Pulley, maar het blijkt al het zesde album van de singer-songwriter uit St. Petersburg, Florida. Het vorige album van de Amerikaanse singer-songwriter verscheen maar liefst zeven jaar geleden. Rebekah Pulley begon weliswaar op tijd aan het opnemen van haar nieuwe album, maar door de gezondheidsproblemen van producer Steve Connelly duurde het opnameproces uiteindelijk jaren. Het is misschien niet zo gek geweest, want The Sea Of Everything is een uitstekend album geworden.
Rebekah Pulley is inderdaad voorzien van een bijzonder stemgeluid. Ik weet niet zeker of ik de delen whiskey en honing kan onderscheiden, maar de stem van de singer-songwriter uit Florida spreekt me absoluut aan. Het is een stem die ik zelf zou omschrijven als zoet met een rauw randje en dat past prima bij de alt-country die Rebekah Pulley maakt.
De Amerikaanse singer-songwriter laat zich begeleiden door een aantal muzikanten uit de rootsscene van Florida en die klinkt, net als de Texaanse variant, wat rauwer dan de rootsmuziek die in Nashville wordt gemaakt. In de muziek van Rebekah Pulley is ook ruimte voor wat steviger gitaarwerk, waardoor een aantal songs wat meer de kant van rock op gaan en de Amerikaanse zelfs een beetje als Chrissie Hynde klinkt, maar roots staat toch centraal op The Sea Of Everything, dat zich niet alleen beperkt tot alt-country, maar ook heerlijk bluesy kan klinken.
The Sea Of Everything klinkt niet alleen net wat rauwer dan de meeste anders rootsalbums die ik wekelijks krijg toegestuurd, maar de muziek van Rebekah Pulley klinkt ook puurder dan doorleefder. Bovendien is The Sea Of Everything een energiek album dat je makkelijk meesleept. Hele opzienbarende dingen doet Rebekah Pulley volgens mij niet, maar haar betrekkelijk traditionele rootsmuziek bevalt me uitstekend. Wereldberoemd gaat ze vast niet meer worden, maar een tourtje in Europa moet toch mogelijk zijn met dit prima album. Erwin Zijleman
Reckless Kelly - American Jackpot / American Girls (2020)

4,0
0
geplaatst: 27 mei 2020, 17:11 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Reckless Kelly - American Jackpot/American Girls - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Reckless Kelly - American Jackpot/American Girls
Reckless Kelly maakt al zo’n 20 jaar oerdegelijke, maar ook hele goede Americana albums en overtuigt na een stilte van 4 jaar met een ambitieus album en maar liefst vijf kwartier muziek
Ik ben persoonlijk al heel wat jaren zeer gecharmeerd van de muziek van de Amerikaanse band Reckless Kelly. Voor avontuur en vernieuwing ben je bij de Texaanse band niet aan het juiste adres, maar de wat traditioneel aandoende en zeer degelijke Americana klinkt altijd prachtig en zit goed in elkaar. Ook op American Jackpot/American Girls steekt de band weer in een prima vorm. Het klinkt allemaal prachtig, de zang is uitstekend en de songs zijn stuk voor stuk aangenaam. American Jackpot/American Girls kan zich meten met de beste albums van de band en dat zegt wat. Verplichte kost voor de liefhebbers van degelijke Americana.
Een jaar of vijftien geleden leek de Amerikaanse band Reckless Kelly uit te groeien tot een van de belangrijkere en betere bands binnen de Amerikaanse rootsmuziek. De band uit Austin, Texas, timmerde stevig aan de weg op het podium en bracht bovendien een aantal uitstekende albums uit, waarvan ik Under The Table And Above The Sun uit 2003 en Wicked Twisted Road uit 2005 nog altijd de beste vind.
Reckless Kelly maakte ook de afgelopen 15 jaar meerdere uitstekende albums, maar de grote belofte van de vroege jaren vervaagde wat, zeker in Nederland. De afgelopen vier jaar was het helemaal stil rond de Texaanse band, maar met American Jackpot/American Girls haalt Reckless Kelly de schade in.
American Jackpot/American Girls is een dubbelalbum met maar liefst vijf kwartier muziek en het is bovendien een concept album (of feitelijk twee concept albums). American Jackpot staat stil bij de Amerikaanse samenleving in al haar facetten en beschrijft deze samenleving genuanceerd aan de hand van persoonlijke verhalen. American Girls is net was losser en staat stil bij de liefde.
Reckless Kelly is in Austin en omstreken nog altijd een grote band, maar in Nederland werden de laatste albums van de band lauwtjes ontvangen. Grote kans dat dit ook gebeurt met American Jackpot/American Girls, maar persoonlijk vind ik het een uitstekend album. Aan de andere kant begrijp ik ook wel waarom niet iedereen enthousiast is over de muziek van de band. Ook American Jackpot/American Girls is weer een oerdegelijk en wat traditioneel aandoend album. Reckless Kelly kleurt ook op haar nieuwe album weer vijf kwartier lang netjes binnen de lijntjes van de Americana en laat zich nergens verleiden tot experimenten of frivoliteiten.
Ik heb er persoonlijk geen enkele moeite mee. Reckless Kelly tekent inderdaad voor een geluid dat niet als spannend of vernieuwend is te omschrijven, maar zet wel een mooi vol, warm en smaakvol geluid neer, dat de songs van de band steeds net wat anders inkleurt en dat ook nog eens wordt verrijkt met gastbijdragen van topmuzikanten als Gary Clark Jr. en Charlie Sexton. Met name het gitaarwerk op het album is fraai, maar ook de dynamiek op en de productie van het album vallen in positieve zin op. Hetzelfde geldt voor de zang van voorman Willy Braun, die bovendien fraaie verhalen heeft opgetekend en overtuigt als songwriter.
Hoewel mijn favoriete Reckless Kelly albums inmiddels meer dan 15 jaar oud zijn, hoor ik op American Jackpot/American Girls een band die zich ook de afgelopen jaren heeft ontwikkeld en die niet alleen degelijk is, maar ook goed. Vijf kwartier muziek is meestal wat veel van het goede, maar American Jackpot/American Girls is gevarieerd genoeg om lang te kunnen boeien, al is het maar omdat de twee albums van elkaar verschillen. American Girls is net wat losser en lichtvoetiger dan American Jackpot en zet bovendien vaker vrouwenstemmen in. American Jackpot is qua thematiek weer wat indrukwekkender.
Ik ben Reckless Kelly al die jaren trouw gebleven, maar had eerlijk gezegd geen album meer verwacht dat in de buurt kan komen van de vroege albums van de band. American Jackpot/American Girls doet dit echter zeker. Warm aanbevolen aan liefhebbers van (degelijke) Amerikaanse rootsmuziek derhalve. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Reckless Kelly - American Jackpot/American Girls - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Reckless Kelly - American Jackpot/American Girls
Reckless Kelly maakt al zo’n 20 jaar oerdegelijke, maar ook hele goede Americana albums en overtuigt na een stilte van 4 jaar met een ambitieus album en maar liefst vijf kwartier muziek
Ik ben persoonlijk al heel wat jaren zeer gecharmeerd van de muziek van de Amerikaanse band Reckless Kelly. Voor avontuur en vernieuwing ben je bij de Texaanse band niet aan het juiste adres, maar de wat traditioneel aandoende en zeer degelijke Americana klinkt altijd prachtig en zit goed in elkaar. Ook op American Jackpot/American Girls steekt de band weer in een prima vorm. Het klinkt allemaal prachtig, de zang is uitstekend en de songs zijn stuk voor stuk aangenaam. American Jackpot/American Girls kan zich meten met de beste albums van de band en dat zegt wat. Verplichte kost voor de liefhebbers van degelijke Americana.
Een jaar of vijftien geleden leek de Amerikaanse band Reckless Kelly uit te groeien tot een van de belangrijkere en betere bands binnen de Amerikaanse rootsmuziek. De band uit Austin, Texas, timmerde stevig aan de weg op het podium en bracht bovendien een aantal uitstekende albums uit, waarvan ik Under The Table And Above The Sun uit 2003 en Wicked Twisted Road uit 2005 nog altijd de beste vind.
Reckless Kelly maakte ook de afgelopen 15 jaar meerdere uitstekende albums, maar de grote belofte van de vroege jaren vervaagde wat, zeker in Nederland. De afgelopen vier jaar was het helemaal stil rond de Texaanse band, maar met American Jackpot/American Girls haalt Reckless Kelly de schade in.
American Jackpot/American Girls is een dubbelalbum met maar liefst vijf kwartier muziek en het is bovendien een concept album (of feitelijk twee concept albums). American Jackpot staat stil bij de Amerikaanse samenleving in al haar facetten en beschrijft deze samenleving genuanceerd aan de hand van persoonlijke verhalen. American Girls is net was losser en staat stil bij de liefde.
Reckless Kelly is in Austin en omstreken nog altijd een grote band, maar in Nederland werden de laatste albums van de band lauwtjes ontvangen. Grote kans dat dit ook gebeurt met American Jackpot/American Girls, maar persoonlijk vind ik het een uitstekend album. Aan de andere kant begrijp ik ook wel waarom niet iedereen enthousiast is over de muziek van de band. Ook American Jackpot/American Girls is weer een oerdegelijk en wat traditioneel aandoend album. Reckless Kelly kleurt ook op haar nieuwe album weer vijf kwartier lang netjes binnen de lijntjes van de Americana en laat zich nergens verleiden tot experimenten of frivoliteiten.
Ik heb er persoonlijk geen enkele moeite mee. Reckless Kelly tekent inderdaad voor een geluid dat niet als spannend of vernieuwend is te omschrijven, maar zet wel een mooi vol, warm en smaakvol geluid neer, dat de songs van de band steeds net wat anders inkleurt en dat ook nog eens wordt verrijkt met gastbijdragen van topmuzikanten als Gary Clark Jr. en Charlie Sexton. Met name het gitaarwerk op het album is fraai, maar ook de dynamiek op en de productie van het album vallen in positieve zin op. Hetzelfde geldt voor de zang van voorman Willy Braun, die bovendien fraaie verhalen heeft opgetekend en overtuigt als songwriter.
Hoewel mijn favoriete Reckless Kelly albums inmiddels meer dan 15 jaar oud zijn, hoor ik op American Jackpot/American Girls een band die zich ook de afgelopen jaren heeft ontwikkeld en die niet alleen degelijk is, maar ook goed. Vijf kwartier muziek is meestal wat veel van het goede, maar American Jackpot/American Girls is gevarieerd genoeg om lang te kunnen boeien, al is het maar omdat de twee albums van elkaar verschillen. American Girls is net wat losser en lichtvoetiger dan American Jackpot en zet bovendien vaker vrouwenstemmen in. American Jackpot is qua thematiek weer wat indrukwekkender.
Ik ben Reckless Kelly al die jaren trouw gebleven, maar had eerlijk gezegd geen album meer verwacht dat in de buurt kan komen van de vroege albums van de band. American Jackpot/American Girls doet dit echter zeker. Warm aanbevolen aan liefhebbers van (degelijke) Amerikaanse rootsmuziek derhalve. Erwin Zijleman
Reckless Kelly - Sunset Motel (2016)

4,0
0
geplaatst: 29 september 2016, 16:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Reckless Kelly - Sunset Motel - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een jaar of tien geleden schaarde ik de vanuit Austin, Texas, opererende band Reckless Kelly nog onder de smaakmakers van de rootsrock en de wat stevigere alt-country.
Met platen als Under The Table And Above The Sun (2003), Wicked Twisted Road (2005) en Reckless Kelly Was Here (2006) timmerde Reckless Kelly stevig aan de weg in de Verenigde Staten, maar was het ook op de Nederlandse podia een graag geziene gast.
Ik weet niet waar het 'mis' is gegaan met Reckless Kelly, maar zeker in Nederland opereert de band nu redelijk in de marge en krijgen nieuwe platen helaas nauwelijks aandacht meer.
Ook bij mij staat Reckless Kelly zeker niet meer dagelijks op het netvlies, maar als er een nieuwe plaat van de Texaanse band verschijnt, veer ik nog altijd enthousiast op. Dat deed ik ook toen enkele weken geleden Sunset Motel op de mat viel en ook dit keer stelde Reckless Kelly me niet teleur.
Dat de doorbraak naar een heel groot publiek is uitgebleven verbaast me overigens niet echt. Reckless Kelly heeft sinds haar bestaan vrij netjes binnen de lijntjes van de alt-country en rootsrock gekleurd en doet dat nog steeds. Voor vernieuwing of avontuur moet je ook op Sunset Motel weer niet bij Reckless Kelly zijn, maar het kunstje dat band beheerst, beheerst de band heel erg goed.
Ook op Sunset Motel maakt Reckless Kelly weer gloedvolle alt-country en is de band bovendien een meester in het maken van lekker stevige rocksongs met flink wat rootsinvloeden. Het is zowel in muzikaal als in vocaal opzicht zeker niet heel spannend wat Reckless Kelly doet, maar er is ook niets mis mee. Het geluid van de band is rijk en trefzeker, de zang op de plaat is uitstekend en ook op de kwaliteit van de songs valt echt niets af te dingen.
Tien jaar geleden was een plaat van Reckless Kelly een plaat waar je je geen seconde een buil aan kon vallen en dat is wat mij betreft nog steeds zo. Sunset Motel staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende songs, die soms prachtig ingetogen effect sorteren of juist lekker stevig stampen.
Tien jaar geleden behoorde het tot het beste in het genre en ook dat is wat mij betreft nog steeds zo. Sunset Motel zal in Nederland waarschijnlijk niet al te veel aandacht krijgen, maar het is echt een prima rootsplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Reckless Kelly - Sunset Motel - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een jaar of tien geleden schaarde ik de vanuit Austin, Texas, opererende band Reckless Kelly nog onder de smaakmakers van de rootsrock en de wat stevigere alt-country.
Met platen als Under The Table And Above The Sun (2003), Wicked Twisted Road (2005) en Reckless Kelly Was Here (2006) timmerde Reckless Kelly stevig aan de weg in de Verenigde Staten, maar was het ook op de Nederlandse podia een graag geziene gast.
Ik weet niet waar het 'mis' is gegaan met Reckless Kelly, maar zeker in Nederland opereert de band nu redelijk in de marge en krijgen nieuwe platen helaas nauwelijks aandacht meer.
Ook bij mij staat Reckless Kelly zeker niet meer dagelijks op het netvlies, maar als er een nieuwe plaat van de Texaanse band verschijnt, veer ik nog altijd enthousiast op. Dat deed ik ook toen enkele weken geleden Sunset Motel op de mat viel en ook dit keer stelde Reckless Kelly me niet teleur.
Dat de doorbraak naar een heel groot publiek is uitgebleven verbaast me overigens niet echt. Reckless Kelly heeft sinds haar bestaan vrij netjes binnen de lijntjes van de alt-country en rootsrock gekleurd en doet dat nog steeds. Voor vernieuwing of avontuur moet je ook op Sunset Motel weer niet bij Reckless Kelly zijn, maar het kunstje dat band beheerst, beheerst de band heel erg goed.
Ook op Sunset Motel maakt Reckless Kelly weer gloedvolle alt-country en is de band bovendien een meester in het maken van lekker stevige rocksongs met flink wat rootsinvloeden. Het is zowel in muzikaal als in vocaal opzicht zeker niet heel spannend wat Reckless Kelly doet, maar er is ook niets mis mee. Het geluid van de band is rijk en trefzeker, de zang op de plaat is uitstekend en ook op de kwaliteit van de songs valt echt niets af te dingen.
Tien jaar geleden was een plaat van Reckless Kelly een plaat waar je je geen seconde een buil aan kon vallen en dat is wat mij betreft nog steeds zo. Sunset Motel staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende songs, die soms prachtig ingetogen effect sorteren of juist lekker stevig stampen.
Tien jaar geleden behoorde het tot het beste in het genre en ook dat is wat mij betreft nog steeds zo. Sunset Motel zal in Nederland waarschijnlijk niet al te veel aandacht krijgen, maar het is echt een prima rootsplaat. Erwin Zijleman
Regina Spektor - Home, before and after (2022)

4,0
2
geplaatst: 1 juli 2022, 16:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Regina Spektor - Home, Before And After - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Regina Spektor - Home, Before And After
Regina Spektor gooit ook op Home, Before And After zo nu en dan weer alle remmen los, wat een aantal behoorlijk theatrale en bombastische, maar ook bijzonder knap in elkaar stekende songs oplevert
Ik heb altijd een zwak gehad voor de muziek van Regina Spektor, al hik ik op haar laatste albums ook altijd wel wat tegen al het bombast in haar muziek aan. Het is niet anders op Home, Before And After, waarop mooie en ingetogen pianosongs kunnen omslaan in songs waarin de strijkers stevig aanzwellen. Op een of andere manier is het bombast in de muziek van de New Yorkse singer-songwriter echter functioneel en tilt het haar songs een voor een op. Regina Spektor kan op haar nieuwe album muziek maken die honderd jaar oud lijkt, maar ze maakt net zo makkelijk de popmuziek van de toekomst. Het levert wederom een razend knap album op, dat mij na een paar keer horen volledig te pakken had.
Het is zes jaar stil geweest rond Regina Spektor, maar deze week keert de Russisch-Amerikaanse singer-songwriter eindelijk terug met een nieuw album. Home, Before And After is het achtste studioalbum van Regina Spektor en een mooie aanvulling op een bijzonder fascinerend oeuvre.
Regina Spektor werd geboren en groeide op in Moskou, tot haar ouders de Russische hoofdstad verruilden voor The Bronx in New York. In New York dook ze aan het eind van de jaren 90 op in de inmiddels al weer vergeten anti-folk scene (wie herinnert zich The Moldy Peaches nog?). Het leverde een aantal eigenzinnige albums op, waarvan ik het in 2004 verschenen Soviet Kitsch de beste vind.
Sindsdien heeft Regina Spektor haar muzikale wegen flink verbreed. In eerste instantie schoof ze op richting de door piano gedomineerde muziek van al even eigenzinnige muzikanten als Fiona Apple en Tori Amos, maar langzaam maar zeker werd de muziek van Regina Spektor steeds theatraler en klonk de muzikante uit New York steeds meer als het vrouwelijke antwoord op Rufus Wainwright.
Ook op Home, Before And After pakt Regina Spektor flink uit in de arrangementen en instrumentatie. De songs op het album beginnen in veel gevallen relatief sober met piano en zang, maar in vrijwel alle gevallen duurt het niet lang voordat de strijkers aanzwellen en Regina Spektor het bombast opzoekt. Het staat me bij de eerder genoemde Rufus Wainwright de laatste jaren vaak tegen, maar van Regina Spektor kan ik het wel hebben.
De muzikante uit New York heeft de songs op haar album niet alleen volgestopt met strijkers, maar ook met allerlei andere ingrediënten, wat een aantal theatrale songs, maar ook een aantal geweldige en eigentijdse popsongs oplevert. Home, Before And After schiet zeker in de eerste tracks, en bij eerste beluistering, alle kanten op, maar na een paar keer horen valt alles op zijn plek.
Regina Spektor heeft voor haar nieuwe album een aantal uitstekende songs geschreven en zingt ze met veel gevoel. Het zijn songs die soms wat overdadig maar toch ook altijd smaakvol worden ingekleurd. De overdaad van Regina Spektor is, net als die van haar bijna naamgenoot Phil Spector, van het soort dat niet schaadt, maar juist steeds mooier wordt.
De songs van Regina Spektor op Home, Before And After zitten niet alleen knap in elkaar, maar maken ook fascinerende sprongen door de tijd. Net als Rufus Wainwright is Regina Spektor niet vies van de theatrale en wat cabareteske muziek zoals die bijna honderd jaar geleden werd gemaakt, maar op haar nieuwe album maakt ze ook muziek waarvoor een van de hedendaagse en eigenzinnige popprinsessen zich niet zou schamen.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik Home, Before And After bij eerste beluistering behoorlijk over the top vond, met het bijna negen minuten durende Spacetime Fairytale als duidelijkste voorbeeld, maar ook dit keer geldt dat er van alles valt te ontdekken in de muziek van Regina Spektor en dat ze ondanks alle bombast aan de goede kant van de streep blijft.
Ik ben uiteindelijk altijd gecharmeerd van de muziek van de Russisch-Amerikaanse muzikante en Home, Before And After is geen uitzondering. Regina Spektor werkt inmiddels ruim twintig jaar aan een uniek geluid en heeft het weer wat verder vervolmaakt. Het heeft lang geduurd, maar goed nieuws dat Regina Spektor terug is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Regina Spektor - Home, Before And After - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Regina Spektor - Home, Before And After
Regina Spektor gooit ook op Home, Before And After zo nu en dan weer alle remmen los, wat een aantal behoorlijk theatrale en bombastische, maar ook bijzonder knap in elkaar stekende songs oplevert
Ik heb altijd een zwak gehad voor de muziek van Regina Spektor, al hik ik op haar laatste albums ook altijd wel wat tegen al het bombast in haar muziek aan. Het is niet anders op Home, Before And After, waarop mooie en ingetogen pianosongs kunnen omslaan in songs waarin de strijkers stevig aanzwellen. Op een of andere manier is het bombast in de muziek van de New Yorkse singer-songwriter echter functioneel en tilt het haar songs een voor een op. Regina Spektor kan op haar nieuwe album muziek maken die honderd jaar oud lijkt, maar ze maakt net zo makkelijk de popmuziek van de toekomst. Het levert wederom een razend knap album op, dat mij na een paar keer horen volledig te pakken had.
Het is zes jaar stil geweest rond Regina Spektor, maar deze week keert de Russisch-Amerikaanse singer-songwriter eindelijk terug met een nieuw album. Home, Before And After is het achtste studioalbum van Regina Spektor en een mooie aanvulling op een bijzonder fascinerend oeuvre.
Regina Spektor werd geboren en groeide op in Moskou, tot haar ouders de Russische hoofdstad verruilden voor The Bronx in New York. In New York dook ze aan het eind van de jaren 90 op in de inmiddels al weer vergeten anti-folk scene (wie herinnert zich The Moldy Peaches nog?). Het leverde een aantal eigenzinnige albums op, waarvan ik het in 2004 verschenen Soviet Kitsch de beste vind.
Sindsdien heeft Regina Spektor haar muzikale wegen flink verbreed. In eerste instantie schoof ze op richting de door piano gedomineerde muziek van al even eigenzinnige muzikanten als Fiona Apple en Tori Amos, maar langzaam maar zeker werd de muziek van Regina Spektor steeds theatraler en klonk de muzikante uit New York steeds meer als het vrouwelijke antwoord op Rufus Wainwright.
Ook op Home, Before And After pakt Regina Spektor flink uit in de arrangementen en instrumentatie. De songs op het album beginnen in veel gevallen relatief sober met piano en zang, maar in vrijwel alle gevallen duurt het niet lang voordat de strijkers aanzwellen en Regina Spektor het bombast opzoekt. Het staat me bij de eerder genoemde Rufus Wainwright de laatste jaren vaak tegen, maar van Regina Spektor kan ik het wel hebben.
De muzikante uit New York heeft de songs op haar album niet alleen volgestopt met strijkers, maar ook met allerlei andere ingrediënten, wat een aantal theatrale songs, maar ook een aantal geweldige en eigentijdse popsongs oplevert. Home, Before And After schiet zeker in de eerste tracks, en bij eerste beluistering, alle kanten op, maar na een paar keer horen valt alles op zijn plek.
Regina Spektor heeft voor haar nieuwe album een aantal uitstekende songs geschreven en zingt ze met veel gevoel. Het zijn songs die soms wat overdadig maar toch ook altijd smaakvol worden ingekleurd. De overdaad van Regina Spektor is, net als die van haar bijna naamgenoot Phil Spector, van het soort dat niet schaadt, maar juist steeds mooier wordt.
De songs van Regina Spektor op Home, Before And After zitten niet alleen knap in elkaar, maar maken ook fascinerende sprongen door de tijd. Net als Rufus Wainwright is Regina Spektor niet vies van de theatrale en wat cabareteske muziek zoals die bijna honderd jaar geleden werd gemaakt, maar op haar nieuwe album maakt ze ook muziek waarvoor een van de hedendaagse en eigenzinnige popprinsessen zich niet zou schamen.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik Home, Before And After bij eerste beluistering behoorlijk over the top vond, met het bijna negen minuten durende Spacetime Fairytale als duidelijkste voorbeeld, maar ook dit keer geldt dat er van alles valt te ontdekken in de muziek van Regina Spektor en dat ze ondanks alle bombast aan de goede kant van de streep blijft.
Ik ben uiteindelijk altijd gecharmeerd van de muziek van de Russisch-Amerikaanse muzikante en Home, Before And After is geen uitzondering. Regina Spektor werkt inmiddels ruim twintig jaar aan een uniek geluid en heeft het weer wat verder vervolmaakt. Het heeft lang geduurd, maar goed nieuws dat Regina Spektor terug is. Erwin Zijleman
Regina Spektor - Remember Us to Life (2016)

4,0
1
geplaatst: 3 oktober 2016, 17:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Regina Spektor - Remember Us To Life - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Regina Spektor werd geboren in Moskou, maar verhuisde toen ze negen jaar oud was naar The Bronx.
In New York dook ze aan het eind van de jaren 90, samen met onder andere The Moldy Peaches, op in de anti-folk scene van The Big Apple, maar deze scene is Regina Spektor op haar laatste platen volledig ontgroeid.
Sinds Begin To Hope uit 2006 opereert Regina Spektor op een breed terrein en dat terrein is op het nu verschenen Remember Us To Life alleen maar breder geworden.
Op haar nieuwe plaat maakt de muzikante uit New York tijdloze singer-songwriter muziek die teruggrijpt op de grote singer-songwriters uit de jaren 70, stekelige pianopop zoals Fiona Apple en Tori Amos die maken en behoorlijk theatrale popmuziek in de stijl van Rufus Wainwrights, maar ook songs waarmee ze de betere popprinsessen naar de kroon steekt en vervolgens overtroeft met avontuurlijke klanken.
Het rammelende geluid van haar eerste platen heeft Regina Spektor inmiddels verruild voor een rijk en gloedvol geluid, waarin warme pianoklanken domineren en ook strijkers naar hartenlust mogen schitteren. Het zijn klanken waarin de aangename stem van Regina Spektor uitstekend gedijt.
Remember Us To Life laat horen dat Regina Spektor zich in vocaal opzicht flink ontwikkeld heeft, maar de meeste groei hoor je in haar songs. Het is knap hoe de Russisch-Amerikaanse singer-songwriter kan aansluiten bij de tijdloze muziek van decennia geleden, maar op hetzelfde moment kan vernieuwen met songs die zich keer op keer stiekem buiten de gebaande paden bewegen.
Zeker wanneer de donkere pianoklanken worden begeleid door strijkers doet de muziek van Regina Spektor denken aan die van de door mij zeer bewonderde Fiona Apple, al is Remember Us To Life wel wat zonniger en lichtvoetiger dan de platen van de weinig productieve muzikante uit New York. Maar Remember Us To Life schiet ook talloze andere kanten op.
Producer Leo Abrahams heeft Remember Us To Life voorzien van rijke arrangementen vol strijkers, maar geeft ook de meer eigenzinnige kant van Regina Spektor alle ruimte, waardoor de wat stemmige en statige pianoballads steeds worden omgeven door songs waarin Regina Spektor lekker buiten de lijntjes kleurt.
Het is opvallend dat Regina Spektor nog steeds veelvuldig wordt geassocieerd met de New Yorkse anti-folk scene, terwijl ze inmiddels precies doet waar deze beweging zich zo tegen afzette. Ik kan me er niet druk om maken, want Remember Us To Life is de beste plaat van Regina Spektor tot dusver. En dat zegt wat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Regina Spektor - Remember Us To Life - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Regina Spektor werd geboren in Moskou, maar verhuisde toen ze negen jaar oud was naar The Bronx.
In New York dook ze aan het eind van de jaren 90, samen met onder andere The Moldy Peaches, op in de anti-folk scene van The Big Apple, maar deze scene is Regina Spektor op haar laatste platen volledig ontgroeid.
Sinds Begin To Hope uit 2006 opereert Regina Spektor op een breed terrein en dat terrein is op het nu verschenen Remember Us To Life alleen maar breder geworden.
Op haar nieuwe plaat maakt de muzikante uit New York tijdloze singer-songwriter muziek die teruggrijpt op de grote singer-songwriters uit de jaren 70, stekelige pianopop zoals Fiona Apple en Tori Amos die maken en behoorlijk theatrale popmuziek in de stijl van Rufus Wainwrights, maar ook songs waarmee ze de betere popprinsessen naar de kroon steekt en vervolgens overtroeft met avontuurlijke klanken.
Het rammelende geluid van haar eerste platen heeft Regina Spektor inmiddels verruild voor een rijk en gloedvol geluid, waarin warme pianoklanken domineren en ook strijkers naar hartenlust mogen schitteren. Het zijn klanken waarin de aangename stem van Regina Spektor uitstekend gedijt.
Remember Us To Life laat horen dat Regina Spektor zich in vocaal opzicht flink ontwikkeld heeft, maar de meeste groei hoor je in haar songs. Het is knap hoe de Russisch-Amerikaanse singer-songwriter kan aansluiten bij de tijdloze muziek van decennia geleden, maar op hetzelfde moment kan vernieuwen met songs die zich keer op keer stiekem buiten de gebaande paden bewegen.
Zeker wanneer de donkere pianoklanken worden begeleid door strijkers doet de muziek van Regina Spektor denken aan die van de door mij zeer bewonderde Fiona Apple, al is Remember Us To Life wel wat zonniger en lichtvoetiger dan de platen van de weinig productieve muzikante uit New York. Maar Remember Us To Life schiet ook talloze andere kanten op.
Producer Leo Abrahams heeft Remember Us To Life voorzien van rijke arrangementen vol strijkers, maar geeft ook de meer eigenzinnige kant van Regina Spektor alle ruimte, waardoor de wat stemmige en statige pianoballads steeds worden omgeven door songs waarin Regina Spektor lekker buiten de lijntjes kleurt.
Het is opvallend dat Regina Spektor nog steeds veelvuldig wordt geassocieerd met de New Yorkse anti-folk scene, terwijl ze inmiddels precies doet waar deze beweging zich zo tegen afzette. Ik kan me er niet druk om maken, want Remember Us To Life is de beste plaat van Regina Spektor tot dusver. En dat zegt wat. Erwin Zijleman
Remember Sports - Like a Stone (2021)

3,5
0
geplaatst: 14 juli 2021, 15:03 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Remember Sports - Like A Stone - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Remember Sports - Like A Stone
Like A Stone is het vierde album van de uit Philadelphia afkomstige band Remember Sports en het is niet alleen het meest veelzijdige album van de band, maar ook het beste album tot dusver
Laat Like A Stone van Remember Sports uit de speakers komen en je wordt getrakteerd op aanstekelijke indierock, zoals die in de jaren 90 wel vaker werd gemaakt. Ook Remember Sports deed het al eerder, maar nog niet zo goed als op hun vierde album. Like A Stone klinkt lekker veelzijdig en maakt zowel in muzikaal als in vocaal opzicht meer indruk dan de vorige albums van Remember Sports. Het geldt ook voor de songs die stuk voor stuk lekker in het gehoor liggen, maar die ook gevarieerder klinken dan we van de band gewend zijn. Een opzienbarend album is het misschien niet, maar ik word er wel twaalf songs lang blij van en dat is ook wat waard.
Er zijn in de eerste helft van 2021 krankzinnig veel albums verschenen. Dat is ook niet zo gek, want wat kun je in deze bijzondere tijd anders dan maar weer eens wat nieuwe muziek opnemen?
Bij het selecteren van nieuwe muziek ontstaan bij mij altijd drie, deels virtuele stapels. Een deel van de nieuwe albums kan direct aanspraak maken op een plekje op de krenten uit de pop, een deel van de albums schuif ik direct opzij en dan zijn er tenslotte nog de albums die het etiket “op zijn minst veelbelovend” opgeplakt krijgen.
Op de laatste stapel kwam ik Like A Stone van de Amerikaanse band Remember Sports tegen. Remember Sports werd een jaar of negen geleden opgericht in Gambier, Ohio, maar opereert inmiddels alweer een aantal jaren vanuit Philadelphia, Pennsylvania. Ik moet eerlijk toegeven dat ik tot dusver nog niet volledig overtuigd was van de kwaliteiten van de band. De eerste albums klonken lekker en stonden vol even catchy als gruizige popliedjes, maar het waren ook popliedjes die ik al heel vaak en in veel gevallen ook beter had gehoord.
Het ruim drie maanden geleden verschenen Like A Stone bevalt me echter een stuk beter en blijft ook bij herhaalde beluistering een bijzonder leuk album. Luister naar het vierde album van de band uit Philadelphia en je hoort lekker ruwe popliedjes die doen denken aan die van tijdgenoten als The Beths en Hop Along en die bovendien herinneringen oproepen aan alles tussen Rilo Kiley, Juliana Hatfield, Yo La Tengo en Sleater-Kinney, om maar een paar namen te noemen.
De muziek op Like A Stone verschilt niet wezenlijk van die op de vorige albums van de Amerikaanse band, maar Remember Sports doet op haar nieuwe album alles net wat beter. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal net wat hechter en zelfverzekerder en bovendien zoekt de Amerikaanse band met grote regelmaat naar uitstapjes buiten de gebaande paden, tot een uitstapje richting de Amerikaanse rootsmuziek aan toe.
Het klinkt in de meeste gevallen gelukkig nog steeds lekker ruw en gruizig met hier en daar flink ontsporende gitaren, maar in muzikaal opzicht is het een stuk interessanter, dynamischer en veelzijdiger. Zeker het gitaarwerk op het album spreekt zeer tot de verbeelding, maar ook de rest van de band is gegroeid de afgelopen jaren.
Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de zang van frontvrouw Carmen Perry die makkelijk overtuigt in de wat ruwere rocksongs, maar die ook in de wat zoetere popsongs eenvoudig overeind blijft. Like A Stone van Remember Sports heeft een hoog 90’s indierock gehalte, maar daar is niets mis mee, al is het maar omdat Remember Sports minstens net zo lekker, of zelfs beter klinkt dan een aantal helden uit dit decennium.
Er is wat mij betreft geen reden om heel druk te doen over het nieuwe album van de Amerikaanse band, maar ondertussen is het wel een album, waar ik keer op keer met heel veel plezier naar luister, waarbij het niet zoveel uitmaakt of de band uit Philadelphia kiest voor punky rocksongs, voor aanstekelijke popsongs of voor songs die wat buiten de lijntjes kleuren van alles dat Remember Sports de afgelopen jaren deed. Ik ben daarom blij dat ik het album alsnog heb opgepikt en ben er van overtuigd dat Like A Stone in bredere kring in de smaak kan vallen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Remember Sports - Like A Stone - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Remember Sports - Like A Stone
Like A Stone is het vierde album van de uit Philadelphia afkomstige band Remember Sports en het is niet alleen het meest veelzijdige album van de band, maar ook het beste album tot dusver
Laat Like A Stone van Remember Sports uit de speakers komen en je wordt getrakteerd op aanstekelijke indierock, zoals die in de jaren 90 wel vaker werd gemaakt. Ook Remember Sports deed het al eerder, maar nog niet zo goed als op hun vierde album. Like A Stone klinkt lekker veelzijdig en maakt zowel in muzikaal als in vocaal opzicht meer indruk dan de vorige albums van Remember Sports. Het geldt ook voor de songs die stuk voor stuk lekker in het gehoor liggen, maar die ook gevarieerder klinken dan we van de band gewend zijn. Een opzienbarend album is het misschien niet, maar ik word er wel twaalf songs lang blij van en dat is ook wat waard.
Er zijn in de eerste helft van 2021 krankzinnig veel albums verschenen. Dat is ook niet zo gek, want wat kun je in deze bijzondere tijd anders dan maar weer eens wat nieuwe muziek opnemen?
Bij het selecteren van nieuwe muziek ontstaan bij mij altijd drie, deels virtuele stapels. Een deel van de nieuwe albums kan direct aanspraak maken op een plekje op de krenten uit de pop, een deel van de albums schuif ik direct opzij en dan zijn er tenslotte nog de albums die het etiket “op zijn minst veelbelovend” opgeplakt krijgen.
Op de laatste stapel kwam ik Like A Stone van de Amerikaanse band Remember Sports tegen. Remember Sports werd een jaar of negen geleden opgericht in Gambier, Ohio, maar opereert inmiddels alweer een aantal jaren vanuit Philadelphia, Pennsylvania. Ik moet eerlijk toegeven dat ik tot dusver nog niet volledig overtuigd was van de kwaliteiten van de band. De eerste albums klonken lekker en stonden vol even catchy als gruizige popliedjes, maar het waren ook popliedjes die ik al heel vaak en in veel gevallen ook beter had gehoord.
Het ruim drie maanden geleden verschenen Like A Stone bevalt me echter een stuk beter en blijft ook bij herhaalde beluistering een bijzonder leuk album. Luister naar het vierde album van de band uit Philadelphia en je hoort lekker ruwe popliedjes die doen denken aan die van tijdgenoten als The Beths en Hop Along en die bovendien herinneringen oproepen aan alles tussen Rilo Kiley, Juliana Hatfield, Yo La Tengo en Sleater-Kinney, om maar een paar namen te noemen.
De muziek op Like A Stone verschilt niet wezenlijk van die op de vorige albums van de Amerikaanse band, maar Remember Sports doet op haar nieuwe album alles net wat beter. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal net wat hechter en zelfverzekerder en bovendien zoekt de Amerikaanse band met grote regelmaat naar uitstapjes buiten de gebaande paden, tot een uitstapje richting de Amerikaanse rootsmuziek aan toe.
Het klinkt in de meeste gevallen gelukkig nog steeds lekker ruw en gruizig met hier en daar flink ontsporende gitaren, maar in muzikaal opzicht is het een stuk interessanter, dynamischer en veelzijdiger. Zeker het gitaarwerk op het album spreekt zeer tot de verbeelding, maar ook de rest van de band is gegroeid de afgelopen jaren.
Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de zang van frontvrouw Carmen Perry die makkelijk overtuigt in de wat ruwere rocksongs, maar die ook in de wat zoetere popsongs eenvoudig overeind blijft. Like A Stone van Remember Sports heeft een hoog 90’s indierock gehalte, maar daar is niets mis mee, al is het maar omdat Remember Sports minstens net zo lekker, of zelfs beter klinkt dan een aantal helden uit dit decennium.
Er is wat mij betreft geen reden om heel druk te doen over het nieuwe album van de Amerikaanse band, maar ondertussen is het wel een album, waar ik keer op keer met heel veel plezier naar luister, waarbij het niet zoveel uitmaakt of de band uit Philadelphia kiest voor punky rocksongs, voor aanstekelijke popsongs of voor songs die wat buiten de lijntjes kleuren van alles dat Remember Sports de afgelopen jaren deed. Ik ben daarom blij dat ik het album alsnog heb opgepikt en ben er van overtuigd dat Like A Stone in bredere kring in de smaak kan vallen. Erwin Zijleman
