MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Rozi Plain - Prize (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rozi Plain - Prize - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rozi Plain - Prize
De Britse muzikante Rozi Plain maakte in 2019 met What A Boost een onbetwistbaar jaarlijstjesalbum en herhaalt dit kunstje met haar nieuwe album Prize, dat vol met groeibriljanten blijkt te staan

What A Boost van Rozi Plain kwam voor mij in 2019 als een donderslag bij heldere hemel en haalde uiteindelijk de hoogste regionen van mijn jaarlijstje. Opvolger Prize lijkt bij eerste beluistering een net wat minder bijzonder album, maar de songs van de Britse muzikante blijken bij aandachtige beluistering vol moois te zitten. De songs zijn avontuurlijk, de instrumentatie is fantasierijk en de zang van Rozi Plain is aangenaam, maar ook bijzonder. Prize moet even de tijd krijgen om te groeien, maar als dit eenmaal is gebeurd, wordt het album steeds mooier en indrukwekkender. 2023 is nog pril, maar dit album geeft het prille muziekjaar 2023 direct kleur en glans.

Rozi Plain maakt inmiddels al zo’n vijftien jaar albums, maar het alter ego van Rosalind Leyden, was mij, ondanks de associaties met mijn woonplaats, niet opgevallen, tot ze in 2019 met What A Boost een van de allermooiste albums van het betreffende jaar maakte. Op What A Boost maakte Rozi Plain diepe indruk met een bijzonder geluid en met avontuurlijke songs, die zich steeds nadrukkelijker opdrongen.

Het deze week verschenen Prize is ook een album met een bijzonder geluid en met avontuurlijke songs, maar toch klinkt het album anders dan zijn voorganger. Waar Rozi Plain op What A Boost koos voor een betrekkelijk complex geluid met flink wat invloeden uit de moderne Britse jazzscene en een hoofdrol voor gitaarlijnen, kiest de Britse muzikante op haar nieuwe album, zeker op het eerste gehoor, voor een wat toegankelijker geluid, waarin elektronica een grotere rol speelt.

Schijn bedriegt, want zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed dat onder de elektronica nog flink wat lagen met organische klanken zijn verstopt. Ook de songs op Prize blijken rijker en complexer wanneer je ze wat vaker hoort en zijn zeker niet minder interessant dan die op het terecht zo bewierookte What A Boost. Waar ik bij eerste beluistering van Prize de magie van het vorige album mistte, vind ik het nieuwe album van Rozi Plain inmiddels bijna net zo goed als zijn voorganger. Bijna net zo goed, want de sensatie van een nieuwe ontdekking ontbreekt dit keer natuurlijk.

Ook op Prize werkt Rozi Plain samen met flink wat andere muzikanten, onder wie leden van This Is The Kit (waar Rozi Plain zelf ook deel van uit maakt) en The Comet Is Coming en een aantal muzikanten met een jazz-achtergrond, onder wie saxofonist Alabaster DePlume, waardoor er van alles gebeurt in de songs op het album. Omdat de meeste bijdragen betrekkelijk subtiel zijn is Prize een album dat aangenaam voortkabbelt op de achtergrond, maar wanneer je jezelf volledig onderdompelt in de muziek van Rozi Plain, hoor je pas echt hoe mooi en knap het allemaal in elkaar zit.

Net als op What A Boost maakt Rozi Plain op Prize muziek die de fantasie vrijwel continu prikkelt. De Britse kwaliteitskrant The Guardian vergelijkt het luisteren naar de songs van Rozi Plain met het zoeken naar vormen bij het bestuderen van de wolken en dat is een mooie vergelijking, al is het maar omdat de songs van de Britse muzikante steeds weer in andere richtingen uitwaaien. Het zijn songs die niet in een hokje zijn duwen, want folk, jazz, pop en elektronica zijn geen van allen hokjes waarmee je de fascinerende muziek van Rozi Plain recht doet.

In muzikaal opzicht is het smullen van alle bijzondere ingrediënten en impulsen, maar ook de zachte zang van Rozi Plain draagt bij aan het fraaie eindresultaat. De songs op Prize zouden het principe prima doen in folky versies met akoestische gitaar en zang, maar de vele en vaak bijzondere lagen muziek die Rozi Plain heeft toegevoegd hebben wat mij betreft absoluut meerwaarde.

Heel even dacht ik dat Prize toch wel wat minder goed en intrigerend was dan het werkelijk fenomenale What A Boost, maar hoe vaker ik naar het nieuwe album van de muzikante uit Bristol luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat Rozi Plain het toch weer heeft geflikt en dat terwijl Prize een album is dat na een tijdje rijpen nog veel beter en interessanter is. Erwin Zijleman

Rozi Plain - What a Boost (2019)

poster
5,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rozi Plain - What A Boost - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rozi Plain - What A Boost
Rozi Plain maakt al een paar jaar albums, maar overtreft zichzelf op het sfeervolle, spannende en met grote regelmaat wonderschone What A Boost

In Engeland kan Rozi Plain, het alter ego van de jonge Britse singer-songwriter Rosalind Leyden, al een paar jaar rekenen op zeer lovende recensies, maar met What A Boost moet ook Nederland aan de zegekar worden gebonden. Rozi Plain verrast op haar nieuwe album met een bloedstollend mooie en spannende instrumentatie, waarin prachtige gitaarlijnen gezelschap krijgen van avontuurlijke percussie en uiteenlopende maar altijd fraaie accenten. Het past allemaal prachtig bij de mooie stem van Rosalind Leyden, die laat horen dat ze zowel in folk, jazz, pop als rock uit de voeten kan.

Rosalind Leyden uit het Britse Winchester maakt al sinds haar jonge tienerjaren muziek en debuteerde in 2008 als Rozi Plain. Met het samen met haar broer Sam gemaakte debuut Inside Over Here oogstte de jonge muzikante vooral in het Verenigd Koninkrijk veel lof en ook de twee albums die volgden werden door de Britse muziekcritici zeer enthousiast ontvangen.

Rozi Plain maakte het afgelopen decennium niet alleen drie albums, maar trok ook de aandacht met de samenwerking met This Is The Kit (de band rond Kate Stables) en met een zorgvuldig opgebouwde live-reputatie.

Ik volg de Britse muziektijdschriften en muzieksites volgens mij behoorlijk goed, maar ik moet direct toegeven dat ik Rozi Plain tot een paar dagen geleden niet op het netvlies had. Dat is gek, al is het maar omdat Rozi Plain sinds haar debuut muziek maakt die ik op papier zeer kan waarderen. Ook in de praktijk bevalt de muziek van de Britse singer-songwriter me overigens zeer, weet ik na een inhaalslag op Spotify.

Het is muziek die vooralsnog met name in het hokje indie-folk wordt geduwd. Daar is wel iets voor te zeggen. Invloeden uit de folk spelen absoluut een rol in de muziek van de tegenwoordig vanuit Londen opererende singer-songwriter en Rozi Plain verwerkt deze invloeden op onafhankelijke en eigenzinnige wijze.

Op haar nieuwe album kleurt Rozi Plain echter zo ver buiten de lijntjes van de folk en indie-folk dat het hokje begint te knellen en daarom beter achterwege kan worden gelaten. What A Boost klinkt niet alleen folky, maar ook bluesy en jazzy en maakt indruk met een even rustgevende als opwindende instrumentatie.

Op haar vorige album, Friend uit 2015, maakte Rosalind Leyden nog avances richting elektronica en pop, maar dit keer flirt ze opzichtig met jazz. What A Boost werd opgenomen in het Total Refreshment Centre, het bruisende hart van de hippe Londense jazz-scene, waarbij bekende college muzikanten als Chris Cohen, Sam Amidon en een aantal minder bekende muzikanten, onder wie leden van bands als Trash Kit en This Is The Kit aanschoven.

Ondanks de hulp van flink wat extra muzikanten klinkt What A Boost sober en bij vlagen bijna minimalistisch. Sobere, maar wonderschone en zowel jazzy als bluesy en hier en daar zelfs gruizige gitaarlijnen worden gecombineerd met subtiele bijdragen van percussie, diepe bassen en een verdwaalde blazer, waarna de mooie stem van Rosalind Leyden zorgt voor de verdere inkleuring.

Het is een stem die What A Boost stiekem toch weer de kant van de folk op sleept, maar van 13 in een dozijn folk is geen moment sprake. Denk aan Kathryn Williams, maar dan toch weer heel anders.

What A Boost is door de sobere instrumentatie en de lome en heldere zang een rustgevend album, maar het is op hetzelfde moment een avontuurlijk album dat bol staat van de al dan niet onderhuidse spanning. What A Boost van Rozi Plain is soms dromerig en soms zelfs bijna hallucinerend, maar van wegdromen kan geen sprake zijn.

Steeds weer duiken bijzonder subtiele en opvallend trefzekere accenten op in de instrumentatie. De ene keer een saxofoon, de volgende keer subtiele synths en bijna altijd sprankelende percussie en fraaie gitaarlijnen. Het past allemaal prachtig bij de vocalen, die soms in meerdere lagen zijn opgenomen.

De songs van Rozi Plain zetten je constant op het verkeerde been, maar hoe vaker je ze hoort, hoe dierbaarder ze worden. What A Boost is mijn eerste kennismaking met de muziek van deze jonge Britse singer-songwriter en smaakt naar meer. Dat meer is deels al beschikbaar uit het verleden. Het oeuvre van Rosalind Leyden laat flinke groei horen en de rek is er nog lang niet uit. Desondanks kan What A Boost direct geschaard worden onder de meest bijzondere en mooiste albums van 2019 tot dusver. Erwin Zijleman

Ruben Hoeke Band - Sonic Revolver (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ruben Hoeke Band - Sonic Revolver - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Drieënhalf jaar geleden voorspelde ik de band rond Ruben Hoeke (zoon van de legendarische Nederlandse pianist Rob Hoeke) een prachtige toekomst in binnen- en buitenland.

Aanleiding was het ijzersterke Loaded, dat de basis vormde voor een zegetocht van de Ruben Hoeke Band.

Inmiddels is menig podium in binnen- en buitenland plat gespeeld en is het tijd voor een volgende stap. Die moet gezet gaan worden met het nieuwe album van de band, Sonic Revolver.

Nu ging ik er voor beluistering van de nieuwe plaat van de Ruben Hoeke Band van uit dat er maar weinig te verbeteren viel aan het geluid dat de band op Loaded liet horen. Daar dachten Ruben Hoeke en zijn medemuzikanten (gelukkig) heel anders over. Sonic Revolver is nog een paar klassen beter dan zijn voorganger en imponeert van de eerste tot en met de laatste noot.

Aan de receptuur is niet zo gek veel veranderd. Ook Sonic Revolver bevat een rauwe en energieke mix van vooral rhythm & blues en stevige (hard)rock en ook Sonic Revolver komt aan als de spreekwoordelijke mokerslag.

De nieuwe plaat van de Ruben Hoeke Band laat echter ook de nodige groei horen. Sonic Revolver is, meer dan zijn voorganger, een echte bandplaat en wat is het een hecht spelende band. Natuurlijk eist het geweldige gitaarspel van Ruben Hoeke nadrukkelijk de aandacht op, maar ook de ritmesectie bestaande uit bassist Paul Brandsen en drummer Eric Hoeke is essentieel voor het bijzondere geluid van de band en hetzelfde geldt voor de krachtige vocalen van Lucas Pruim.

Het viertal opent de plaat met een cover uit het rijke oeuvre van vader Rob (die helaas al bijna 17 jaar niet meer onder ons is) en vervolgt met 12 ijzersterke eigen songs. Sonic Revolver sluit in de tracks waarin de stevige rock domineert aan bij de hardrock uit de jaren 70 en doet dit heel erg goed.

Een aantal tracks hadden niet misstaan op de beste platen van Deep Purple en misschien vind ik de zang en het gitaarwerk van de Ruben Hoeke Band wel beter dan die van de iconen uit vervlogen tijden.

De hardrock van de jaren 70 tot en met het heden loopt als een rode draad door de tracks op Sonic Revolver (en raakt bijvoorbeeld ook aan Van Halen, Aerosmith, Guns N’ Roses en zeker ook Thin Lizzy), maar de Ruben Hoeke Band durft ook gas terug te nemen (met gitaarwerk waar U2’s The Edge jaloers op zal zijn) of te kiezen voor songs die meer in de rhythm & blues dan in de hardrock zijn geworteld. Het levert een rockplaat met heel veel ballen op, maar het is ook een rockplaat met heel veel muzikaal en vocaal vuurwerk.

Ik luister met enige regelmaat naar platen in dit genre, maar grijp na een paar minuten toch altijd terug op de grote rockplaten die ik koesterde in de prille eerste jaren als muziekliefhebber. Bij beluistering van Sonic Revolver heb ik die behoefte niet. De Ruben Hoeke band blijft voor de afwisseling eens niet achter bij de grote voorbeelden en doet er ook nog eens een schepje bovenop. Dat Sonic Revolver uiteindelijk moet worden geschaard onder de beste rockplaten van 2016 zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman

Ruby Boots - Don't Talk About It (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ruby Boots - Don't Talk About It - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ruby Boots is een Australische singer-songwriter die onderdak heeft gevonden in Nashville en vanuit de hoofdstad van de country Don’t Talk About It uitbrengt.

Don’t Talk About It is de tweede plaat van Ruby Boots en de opvolger van het in 2014 verschenen en door mij niet opgemerkte Sollitude.

De Australische singer-songwriter opereert inmiddels zoals gezegd vanuit Nashville, maar levert zeker geen typische Nashville countryplaat af.

Don’t Talk About It werd geproduceerd door de mij niet bekende Beau Bedford, die zijn band The Texas Gentlemen heeft opgetrommeld als begeleidingsband van Ruby Boots. Don’t Talk About It kent ook nog gastbijdragen van Nikki Lane, maar verder moet de Australische singer-songwriter het toch vooral zelf doen.

Ruby Boots doet dat in de openingstracks met rauwe energie die hier en daar voorzichtig herinnert aan de punk, maar de muziek van de Australische singer-songwriter ademt op hetzelfde moment de sfeer van de girlpop uit de late jaren 50 en vroege jaren 60; absoluut een bijzondere combinatie.

Ruby Boots klinkt hierdoor anders dan de meeste van haar leeftijdgenoten en laat vooral wat rauwere en meer doorleefde of juist nostalgisch aandoende klanken horen. Zeker in de eerste twee tracks is het wat zoeken naar de country in de muziek van Ruby Boots, maar uiteindelijk komt die absoluut aan de oppervlakte.

Ruby Boots speelt dan al lang een gewonnen wedstrijd, want met de rauwe en door rock georiënteerde openingstracks grijpt de Australische muzikante je stevig bij de strot en blijken de muzikanten van The Texas Gentlemen een gouden greep.

Natuurlijk zijn er meer countryzangeressen die niet vies zijn van wat stevigere en rauwere klanken, maar de muziek van Ruby Boots klinkt duidelijk anders. Het is knap hoe de Australische singer-songwriter balanceert tussen rauwe en recht voor zijn raap rockmuziek, honingzoete en nostalgisch aandoende popmuziek uit een heel ver verleden en de rootsmuziek zoals die de afgelopen decennia met zoveel succes in Nashville wordt gemaakt.

Ruby Boots valt op door de bijzondere invloeden die ze in haar muziek verwerkt, maar uiteindelijk staat of valt alles in Nashville bij de vocalen. Ook met haar zang maakt Ruby Boots indruk. De Australische muzikante kan vervaarlijk uithalen met doorleefde vocalen, maar kan ook zwoel verleiden met soulvolle zang waar Phil Spector een aantal decennia geleden ook genadeloos voor zou zijn gevallen. Vanaf de derde track laat Ruby Boots meer invloeden uit de country, folk en pop toe in haar muziek en ook in deze genres kan de Australische zangeres uitstekend uit de voeten en maakt ze indruk met een aangename snik en flink wat gevoel.

Na een aantal tracks keert de rock gelukkig terug in de muziek van Ruby Boots en valt Don’t Talk About It voor mij definitief in de categorie van de Nashville platen die zich onderscheiden van de grauwe massa, waarna Ruby Boots aan het eind van de plaat ook nog eens Stevie Nicks naar de kroon steekt.

Het aanbod van het moment is momenteel idioot groot en alleen met de grote namen kan ik deze BLOG moeiteloos week na week vullen. Ruby Boots heeft zich hier knap tussen gewurmd en is wat mij betreft één van de meest veelbelovende jonge zangeressen die vanuit Nashville de wereld probeert te veroveren. Erwin Zijleman

Ruby Gill - Some Kind of Control (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ruby Gill - Some Kind Of Control - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ruby Gill - Some Kind Of Control
Some Kind Of Control van Ruby Gill is een album dat begin vorig jaar helaas nauwelijks is opgemerkt, maar het is een album van een bijna onwerkelijke schoonheid, waar je alleen maar ademloos naar kunt luisteren

Ruby Gill werd geboren in Zuid-Afrika, maar werkt tegenwoordig vanuit het Australische Melbourne. Daar maakte ze het bijna een jaar geleden verschenen Some Kind Of Control. Het is een indrukwekkend mooi album met vooral ingetogen songs, die worden gedragen door piano of gitaar. De muziek is sober, maar ook indringend en intens en dat geldt ook voor de zang van Ruby Gill, die beschikt over een prachtige stem. Some Kind Of Control is geen album dat via TikTok de wereld gaat veroveren, maar in andere bubbels verdient Ruby Gill echt alle aandacht. Bij eerste beluistering was ik geroerd door de intieme songs en sindsdien is Some Kind Of Control me extreem dierbaar geworden.

Ik weet niet eens meer waar ik het album precies tegen kwam, maar in een persoonlijk jaarlijstje dat ik vond op het Internet zag ik negen albums die ook hoog genoteerd staan in mijn eigen lijstje en Some Kind Of Control van Ruby Gill. Inmiddels weet ik dat het mij tot voor kort totaal onbekende album ook niet had misstaan in mijn jaarlijstje, want Ruby Gill heeft een fascinerend album gemaakt.

Het is tweede album van de singer-songwriter die werd geboren in het Zuid-Afrikaanse Johannesburg, maar inmiddels Melbourne in Australië als thuisbasis heeft. Some Kind Of Control is de opvolger van het in 2022 verschenen debuutalbum I'm Gonna Die With This Frown On My Face, dat alleen met de titel al de aandacht had moeten trekken.

Die aandacht trekt Ruby Gill ook met de bijzondere titels van de songs op haar tweede album. Titels als How Chimpanzees Reassure Each Other en Room Full Of Human Male Politicians maakten me op voorhand al heel nieuwsgierig naar de muziek van Ruby Gill en ze heeft me zeker niet teleur gesteld.

De muzikante uit Melbourne kan uit de voeten met de piano en de gitaar en dat zijn de twee instrumenten die centraal staan in de meeste songs op Some Kind Of Control. Het zijn songs die redelijk sober tot bijna minimalistisch zijn ingekleurd, wat de songs voorziet van een bijzondere sfeer.

Het is een sfeer die niet direct is te koppelen aan een bepaald genre, want Ruby Gill slaagt er in om steeds anders te klinken. In een aantal songs maakt de Zuid-Afrikaanse muzikante folk zoals deze meerdere decennia geleden in de heuvels rond Los Angeles of in San Francisco werd gemaakt, maar Some Kind Of Control kan ook ruw en rafelig klinken, wat af en toe doet denken aan de muziek van PJ Harvey.

De muziek op het tweede album van Ruby Gill is redelijk sober, maar met beperkte middelen wordt een maximaal effect verkregen. Zowel de piano als de gitaren kunnen donker of zelfs beklemmend klinken en voorzien de songs van Ruby Gill van een bijzondere onderhuidse spanning.

Het kleurt prachtig bij de stem van de muzikante uit Melbourne, die ook alle kanten op kan. In de meer folky songs op het album hoor ik flarden van folkies uit de late jaren 60 en vroege jaren 70, maar de zang van Ruby Gill doet me af en toe ook denken aan Fiona Apple, wat overigens niet betekent dat de stemmen van de twee op elkaar lijken.

De vergelijking met Fiona Apple heeft vooral te maken met het wat donkere en vooral zeer intense geluid van Ruby Gill, die direct vanaf de eerste noten van Some Kind Of Control alle aandacht opeist. De songs op het album zijn sober en intens, maar ook rauw en puur en het zijn songs die zich behoorlijk stevig opdringen.

Bij eerste beluistering van het tweede album van Ruby Gill was ik diep onder de indruk van haar songs en inmiddels een week of twee verder is mijn liefde voor het album alleen maar gegroeid. Ruby Gill heeft een singer-songwriter album gemaakt van een soort dat tegenwoordig nauwelijks meer wordt gemaakt.

Het is een album met een intimiteit en intensiteit die je bij de strot grijpt, maar de Zuid-Afrikaanse muzikante weet je ook steeds weer te verrassen, bijvoorbeeld met de bijzondere koortjes op het album, die af en toe herinneren aan haar geboortegrond, maar ook door binnen haar songs met grote stappen door genres en door de tijd te stappen. Luister naar Some Kind Of Control van Ruby Gill en je bent verkocht. Erwin Zijleman

Rufus Wainwright - Folkocracy (2023)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rufus Wainwright - Folkocracy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rufus Wainwright - Folkocracy
Rufus Wainwright keert op Folkocracy terug naar de songs die hij hoorde op de vele folkfestivals waar hij als kind bij was en doet dit met een zeer imposante gastenlijst, wat een bont gekleurd album oplevert

Er zijn niet veel muzikanten die zoveel met hun stem kunnen als Rufus Wainwright. Er zijn ook niet veel muzikanten die zoveel genres aan kunnen tikken als de Canadese muzikant doet. Op sommige van zijn albums slaat dat misschien net wat te ver door richting bombast, maar dat is het risico van zijn veelzijdigheid. Op Folkocracy beperkt de Canadese muzikant het aantal genres door te kiezen voor folksongs, maar zijn stem moet stevig aan de bak. Op het album tekent de Canadese muzikant immers voor duetten met een indrukwekkend aantal gastmuzikanten. Het levert wederom een verrassend veelkleurig album op, dat in de meeste gevallen goed uitpakt.

Rufus Wainwright debuteerde precies vijfentwintig jaar geleden met een titelloos album dat hem op de kaart zette als een tijdloze singer-songwriter. Dat de Canadese muzikant veel meer is dan dat heeft hij sindsdien laten horen, want zijn oeuvre is buitengewoon veelkleurig en wat mij betreft ook wel wat wispelturig of zelfs wisselvallig.

Dat Rufus Wainwright de meest veelzijdige muzikant uit een zeer muzikale familie is (met vader Loudon Wainwright III, moeder Kate McGarrigle, zus Martha Wainwright en halfzus Lucy Wainwright Roche), liet hij eerder dit jaar op de Nederlandse podia horen. Tijdens zijn concerten met The Amsterdam Sinfonietta sprong de Canadese muzikant van genre naar genre, maar alles was even mooi en bijzonder.

Op het deze week verschenen Folkocracy beperkt Rufus Wainwright zich tot de (folk)songs waarmee hij opgroeide tijdens de vele folkfestivals die hij als kind meemaakte, maar dat levert nog niet direct een eenvormig album op. Rufus Wainwright maakte zijn nieuwe album immers met een enorme waslijst aan gastmuzikanten, van wie de meesten in vocaal opzicht een zeer prominente rol spelen.

Met de gastenlijst kan ik een flink deel van deze recensie vullen, maar Madison Cunningham, John Legend, Susanna Hoffs, Chris Stills, Sheryl Crow, Brandi Carlile, Andrew Bird, Anohni, David Byrne, Nicole Scherzinger, Van Dyke Parks en Chaka Khan verdienen het om genoemd te worden. Hiermee zijn we er nog niet, want ook zus en halfzus Martha Wainwright en Lucy Wainwright Roche en tante Anna McGarrigle zijn te horen op het net iets meer dan een uur durende album, dat ook nog eens werd geproduceerd door topproducer Mitchell Froom.

Rufus Wainwright heeft er door te werken met zoveel gastmuzikanten een ambitieus project van gemaakt. Aan de ene kant siert hem dat, maar aan de andere kant gaat het gezegde ‘overdaad schaadt’ zo af en toe op, net als op de albums uit zijn oeuvre die ik persoonlijk te pompeus en te pretentieus vind.

Het begint allemaal prachtig met de sober ingekleurde openingstrack, waarin de mooie en bijzondere stem van Rufus Wainwright fraai kleurt bij de al even mooie stem van Maddison Cuningham. Folkocracy bevat veel geslaagde tracks, want de Canadese muzikant is een veelzijdig zanger, die makkelijk aansluit bij de zeer verschillende stemmen van de gastmuzikanten op het album.

Folkocracy is op zijn mooist wanneer de instrumentatie betrekkelijk sober is en de vocale acrobatiek niet wordt overdreven. In een aantal gevallen vind ik het teveel. Teveel stemmen in Twelve-Thirty (Young Girls Are Coming to the Canyon) van The Mamas & The Papas, teveel acrobatiek in een aantal traditionals en af en toe een stem die ik niet mooi vind passen bij de stem van Rufus Wainwright (die van Anohni bijvoorbeeld), maar het album bevat ook verrassend goed uitpakkende samenwerkingen als die met David Byrne en Chaka Khan.

Ik vind Folkocracy niet zo goed als de meer ingetogen singer-songwriter albums van de Canadese muzikant en ook niet zo imponerend als zijn concerten met The Amsterdam Sinfonietta, maar als project en als album vind ik het uiteindelijk toch geslaagd. Mijn versie van het album is een minuut of twintig korter dan het origineel, maar is veertig minuten zo goed als je van Rufus Wainwright mag verwachten. Erwin Zijleman

Rufus Wainwright - Poses (2001)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rufus Wainwright - Poses (2001) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rufus Wainwright - Poses (2001)
De muziek van Rufus Wainwright ging de afgelopen twintig jaar alle kanten op en sloeg vaak door richting bombast, maar op het prachtige Poses uit 2001 hoor je een geweldige en tijdloze singer-songwriter aan het werk

Poses was in 2001 mijn eerste kennismaking met de muziek van Rufus Wainwright, die makkelijk de aandacht trok vanwege zijn zeer muzikale familieleden. Het is nog altijd mijn favoriete album van de Canadese muzikant. Rufus Wainwright zou op de albums die volgden uitpakken met heel veel bombast, maar Poses is een echt singer-songwriter album. Het is wel een singer-songwriter album met hier en daar weelderige arrangementen, maar deze kleuren prachtig bij de al even weelderige stem van Rufus Wainwright. De Canadese muzikant klinkt daarom ook op Poses anders dan andere singer-songwriters, maar het resultaat is wat mij betreft wonderschoon.

Volgende week verschijnt een nieuw album van Rufus Wainwright (Folkocrazy), waarop hij samenwerkt met een imposante lijst gastmuzikanten en waar ik erg benieuwd naar ben. Aan het begin van het jaar zag ik hem live aan het werk met de Amsterdam Sinfonietta en dat leverde een zeer memorabel concert op. Ik ben overigens lang niet altijd enthousiast over het werk van de Canadese muzikant, want een aantal van zijn albums vind ik te pompeus of spreekt me om een andere reden niet aan.

Als ik moet kiezen uit zijn inmiddels redelijk omvangrijke oeuvre, kies ik voor het titelloze debuutalbum dat dit jaar zijn vijfentwintigste verjaardag viert of voor het in 2001 verschenen Poses, dat ik persoonlijk nog wat beter vind, al zijn maar weinig mensen dat met me eens. Na Poses sloeg Rufus Wainwright andere wegen in, waarna hij in 2003 op de proppen kwam met het mooie, maar ook zeer bombastische Want One. Op Poses is hij echter nog vooral een singer-songwriter met een hang naar de jaren 70.

Ook op het door de vooral van Sarah McLachlan bekende Pierre Marchand geproduceerde Poses is Rufus Wainwright niet vies van weelderige arrangementen, die hier en daar opschuiven richting bombast, maar van overdaad is wat mij betreft nergens sprake. De arrangementen passen, zeker wanneer strijkers en blazers worden ingezet, fraai bij de bijzondere stem van Rufus Wainwright. Het is een stem die niet bij iedereen in de smaak valt en die bij een enkeling zelfs tegen de haren instrijkt, maar persoonlijk vind ik de Canadese muzikant een uitstekende zanger.

Nog meer dan zijn debuutalbum staat Poses vol met uitstekende songs. Het zijn songs waarvoor de grote singer-songwriters uit de jaren 70 zich niet zouden hebben geschaamd, maar Rufus Wainwright geeft er een eigen draai aan met zijn karakteristieke stem en de fraaie instrumentatie en arrangementen. Poses was in 2001 mijn eerste kennismaking met de muziek van Rufus Wainwright en op een of andere manier kom ik altijd weer bij dit album uit.

De prachtige gearrangeerde openingstrack Cigarettes And Chocolate Milk is nog altijd een van mijn favoriete Rufus Wainwright tracks, maar het album bevat veel meer songs die ik hoger aansla dan het andere werk van de Canadese muzikant. Veel songs op Poses klinken tijdloos en hebben een jaren 70 vibe, zeker wanneer de muziek een psychedelisch of oriëntaals tintje heeft, maar Poses is zeker geen standaard 70s singer-songwriter album.

In een aantal tracks experimenteert Rufus Wainwright met bijzondere ritmes om in andere tracks flink met stroop te smeren met een hele batterij strijkers en blazers. Het album schiet hierdoor makkelijk door de tijd en overbrugt de kloof tussen jaren 70 singer-songwriter pop en de muziek uit het huidige millennium meerdere malen.

Poses werd gemaakt met een enorme lijst en muzikanten en dat hoor je. Veel zangers zouden verzuipen in het volle geluid van het album, maar Rufus Wainwright blijft makkelijk overeind. Iedereen die alleen bekend is met het bombastische werk van de Canadese muzikant en hier niet goed mee uit de voeten kan, moet absoluut eens luisteren naar de eerste twee albums van Rufus Wainwright. Dat heb ik zelf de afgelopen dagen veel gedaan en mijn voorkeur voor Poses is gebleven. Erwin Zijleman

Rufus Wainwright - Unfollow the Rules (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rufus Wainwright - Unfollow The Rules - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rufus Wainwright - Unfollow The Rules
Rufus Wainwright leek de popmuziek definitief vaarwel te hebben gezegd, maar keert nu terug met een prachtig singer-songwriter album, dat herinneringen oproept aan zijn eerste albums

Unfollow The Rules van Rufus Wainwright voelt aan als een warm bad en dat is het laatste dat ik van de Amerikaanse muzikant had verwacht. Op het door Mitchell Froom geproduceerde nieuwe album domineren warme klanken, lekker in het gehoor liggende popsongs en de mooie stem van Rufus Wainwright. Natuurlijk klinkt het af en toe wat bombastischer of theatraler dan het gemiddelde singer-songwriter album, maar waar veel van zijn vorige albums teveel van het goede waren, overtuigt Unfollow The Rules 50 minuten lang met tijdloos klinkende popliedjes met hier en daar een 70s feel, maar altijd het uit duizenden herkenbare stempel van Rufus Wainwright.

Rufus Wainwright heeft de afgelopen 20 jaar een bijzonder of zelfs uniek oeuvre opgebouwd. Het begon met het titelloze debuutalbum uit 1998 en opvolger Poses uit 2001 en dat zijn nog altijd met afstand mijn favoriete Rufus Wainwright albums en eerlijk gezegd de enige twee albums van de Amerikaanse muzikant die ik nog met enige regelmaat uit de kast trek.

Na Poses sloeg de muziek van Rufus Wainwright steeds verder door richting bombast. Dat was in het begin nog wel interessant, maar al snel sloeg het wat mij betreft te ver door en haakte ik steeds sneller af. De afgelopen jaren raakte Rufus Wainwright dankzij zijn liefde voor Shakespeare sonnetten nog veel verder verwijderd van zijn eerste stappen als singer-songwriter en had ik eerlijk gezegd de hoop opgegeven dat hij nog eens een album zou maken dat me langer dan hooguit enkele minuten zou bevallen. Deze week kwam de Amerikaanse singer-songwriter echter op de proppen met een gloednieuw album dat me uitstekend bevalt en dat ruim 50 minuten de aandacht vasthoudt.

Unfollow The Rules opent prachtig met Trouble In Paradise, dat het vintage Rufus Wainwright geluid van zijn eerste twee albums verrijkt met een vleugje Queen, een snufje E.L.O. en een beetje van The Beatles. Het is een track die zeker niet vies is van bombast, maar het blijft ook een lekker in het gehoor liggende popsong. Ook in de zang neemt de Amerikaanse muzikant niet helemaal afstand van het theatrale, maar het is niet meer zo over the top als op de meeste albums die hij sinds Poses maakte.

Rufus Wainwright leek op zijn laatste albums afstand te hebben genomen van de popmuziek, maar op Unfollow The Rules staan de popsongs weer centraal. Het zijn popsongs die lekker vol, maar zeker niet overdadig, zijn ingekleurd met een hele bak aan instrumenten en die ook nog eens zijn verrijkt met flink wat strijkers en mooie koortjes. Het doet hier en daar wat seventies achtig aan, maar het klinkt zeker niet gedateerd. In de lekker volle instrumentatie en productie voelt de zanger Rufus Wainwright zich als een vis in het water, maar waar ik het op veel van zijn latere albums allemaal net wat te veel vond, zingt hij op Unfollow The Rules prachtig gedoseerd.

Het nieuwe album van Rufus Wainwright bevat niet alleen vol ingekleurde popsongs, maar ook relatief sobere vooral met piano ingekleurde songs met gloedvolle vocalen, wat meer jazzy songs of wat door strijkers en koortjes gedomineerde songs waarin het bombast toch weer flink aanzwelt of juist de klassieke muziek wordt opgezocht, al blijft Rufus Wainwright dit keer wat mij betreft een album lang aan de juiste kant van de streep. Het levert een gevarieerd album op dat goed laat horen in welke genres Rufus Wainwright uit de voeten kan, maar waarop hij ook vooral laat horen dat hij een uitstekend songwriter een een prima zanger is.

Unfollow The Rules is ook nog eens een geweldig klinkend album, wat de verdienste is van topmuzikanten als Blake Mills, Matt Chamberlain, Jim Keltner en Randy Kerber en van topproducer Mitchell Froom, die steeds weer zorgt voor prachtige warme klanken en er bovendien voor heeft gezorgd dat Unfollow The Rules nergens ontspoort in bombast en overdaad. Al met al dus een Rufus Wainwright album dat ik het best kan omschrijven als ouderwets goed. Erwin Zijleman

Rumer - In Session with Redtenbacher's Funkestra (2025)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rumer - In Session with Redtenbacher's Funkestra - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Rumer - In Session with Redtenbacher's Funkestra
De Britse zangeres Rumer doet op In Session geen echt nieuwe dingen, maar het album klinkt zeer aangenaam en wordt, net als de vorige albums van Rumer, opgetild door haar werkelijk prachtige stem

Met Seasons Of My Soul debuteerde Rumer in 2010 zeer veelbelovend en verrassend succesvol. Een klapper als haar debuutalbum is sindsdien wat mij betreft niet voorbij gekomen en ook In Session is er weer geen. Op hetzelfde moment is er niets mis met het nieuwe album van Rumer. De Britse zangeres laat zich begeleiden door een zeer competent spelende band, die de Rumer songs uit het verleden net wat anders inkleurt en zoals altijd zingt ze de sterren van de hemel in een prachtige productie. In Session voelt tegelijkertijd als een warm bad en als de warme deken die we in dit seizoen en met een rond warende griepgolf zo goed kunnen gebruiken met zijn allen. Lekker album dus, maar ik denk dat Rumer meer kan.

Mijn recensie van het debuutalbum van de Britse zangeres Rumer was tot eind 2023 met afstand de meest bezochte recensie op de krenten uit de pop en staat nog altijd in de top 10 met de recensies met de meeste bezoekers. Seasons Of My Soul werd aan het eind van 2010 de hemel in geprezen in alle Britse muziektijdschriften, maar was op dat moment nog niet verkrijgbaar in Nederland (het album verscheen in Nederland pas in februari).

Toen Rumer ook nog eens de show stal in Hootenanny, de oudejaarsshow van Jools Holland, begon haar naam ook in Nederland rond te zingen, wat vele duizenden bezoekers naar de krenten uit de pop bracht. De hype die eind 2010 rond Rumer los barste was op zich best bijzonder, want de in Pakistan geboren Britse muzikante maakte nogal zoete popmuziek, die zowel aan The Carpenters als aan Burt Bacharach deed denken.

De stem van Rumer bleek echter, net als die van Karen Carpenter, van een unieke schoonheid, waardoor ook ik me liet verleiden door Seasons Of My Soul, dat het zeker in de wintermaanden fantastisch deed. De carrière van de Britse muzikant heeft sinds het terecht zo geprezen debuutalbum helaas een wat grillig karakter en verloop.

Boys Don’t Cry uit 2012 en Into Colour uit 2014 borduurden voort op het debuutalbum van Rumer, maar waren wat minder verrassend en wat mij betreft ook niet zo goed als Seasons Of My Soul. Vervolgens ging de Britse zangeres op This Girl's In Love: A Bacharach & David Songbook uit 2016 aan de haal met de songs van Burt Bacharach en Hal David. Het was een logische keuze, maar ook een keuze die eerder al door flink wat andere zangeressen was gemaakt.

Nashville Tears uit 2020 met songs van countrymuzikant Hugh Prestwood was een stuk verrassender, maar hoewel Rumer het geluid op dit album voor een belangrijk deel bepaalde met haar prachtige stem begon ik zo langzamerhand wel weer te verlangen naar nieuwe songs van Rumer. Dit verlangen wordt helaas niet bevredigd met het deze week verschenen In Session. Het album bevat immers songs die wel al kennen van Rumer, zij het in net wat andere versies.

Op In Session werkt Rumer samen met de Britse band Redtenbacher’s Funkestra. Op basis van de naam van deze band had ik een flinke funkinjectie verwacht op het album, maar dat valt wat tegen. Ook op In Session laat Rumer zich vooral begeleiden door overigens bijzonder trefzekere soulvolle en jazzy klanken en het zijn klanken die vooral zoet en loom klinken met hier en daar een funky accentje.

Ook de versies van de Rumer songs op In Session doen daarom weer met grote regelmaat denken aan de muziek van The Carpenters, die tegenwoordig gelukkig wel op de juiste waarde worden geschat. In Session mag daarom best een tussendoortje worden genoemd, maar het is wel een tussendoortje met zang die het oor echt genadeloos streelt en ook in muzikaal opzicht heb ik er niets op aan te merken.

Laat In Session uit de speakers komen en de gevoelstemperatuur stijgt met flink wat graden, waarna je ook nog eens wordt overvallen door een bijzonder aangenaam loom en dromerig gevoel. Met een stem als die van Rumer is het onmogelijk om een slecht album te maken, maar ik vind het nieuwe album van Rumer vooral een aangenaam album. Wel een bijzonder aangenaam album overigens. Helemaal goed dus, maar ik ben de volgende keer wel benieuwd of Rumer ons nog echt kan verrassen. Erwin Zijleman

Rumer - Into Colour (2014)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rumer - Into Colour - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De met afstand meest gelezen recensie op deze BLOG is inmiddels al een aantal jaren Seasons Of My Soul, het debuut van de Brits-Pakistaanse Rumer. De plaat heeft zo’n enorme voorsprong op de concurrentie dat ik niet denk dat dit ooit nog gaat veranderen, maar waar ligt dat nu aan?

De recensie van de ruim tweeënhalf jaar geleden verschenen opvolger Boys Don’t Cry werd nauwelijks gelezen, dus ik denk niet dat de Rumer fanclub behoort tot de vaste lezers van deze BLOG.

Ik denk dat het te maken heeft met de timing van de recensie van het debuut van Rumer. Seasons Of My Soul verscheen in Engeland vele maanden voor de Nederlandse release en destijds sprak ook de alternatieve Britse muziekpers nog bijzonder lovend over het debuut van Rumer, die werd onthaald als ware sensatie.

Onlangs verscheen in Engeland de derde plaat van Rumer en ook hier moeten we in Nederland nog een tijdje op wachten (de release staat in Nederland gepland voor februari). Ik denk echter niet dat lezers ook deze keer in grote getalen naar deze BLOG komen om te lezen over Into Colour, want de serieuze muziekpers is inmiddels afgehaakt wanneer het gaat om Rumer en in Nederland moeten we inmiddels ook niet zo heel veel meer hebben van de Brits-Pakistaanse zangeres.

Ik beluister Into Colour inmiddels al een tijdje en moet concluderen dat Rumer op haar derde plaat nog wat meer mainstream of zelfs middle-of-the-road klinkt dan op haar debuut, maar stiekem vind ik de derde van Rumer toch ook wel een lekkere plaat.

Into Colour bevat vooral jazzy popsongs, maar kent ook een aantal uitstapjes richting kitscherige disco. Het is geen muziek waarvoor je de handen van de critici op elkaar krijgt, maar onaangenaam is het zeker niet.

Persoonlijk kan ik bij beluistering van Into Colour van een aantal dingen genieten. Zo zijn de productie en de instrumentatie van hoog niveau, wat er voor zorgt dat Into Colour als een warme deken om je heen valt. De heerlijke stem van Rumer zorgt voor het knisperende houtvuur dat het behaaglijke gevoel compleet maakt.

Natuurlijk is het jammer dat Rumer haar eerste stapjes richting meer alternatieve muziek vaarwel heeft gezegd en nu vol kiest voor muziek voor een groot publiek, maar aan de andere kant beheerst Rumer dit genre als geen ander.

In vocaal opzicht klinkt Rumer nog altijd een combinatie van Karen Carpenter en een willekeurige grote soulzangeres, waardoor ze zowel in gevoelige ballads als meer uptempo songs met disco invloeden uitstekend uit de voeten kan.

Ik ga er van uit dat de meeste lezers van deze BLOG niet uit de voeten zullen kunnen met de derde plaat van Rumer, maar zelf koester ik de plaat als een ‘guilty pleasure’. Zeker laat op de avond is Into Colour een heerlijke plaat met af en toe een wat uitbundiger moment. In muzikaal opzicht misschien erg middle-of-the-road, maar op de vocalen valt maar heel weinig af te dingen. Erwin Zijleman

Rumer - Nashville Tears (2020)

Alternatieve titel: The Songs of Hugh Prestwood

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rumer - Nashville Tears - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rumer - Nashville Tears
Rumer imponeert ook dit keer met haar werkelijk prachtige stem op een album dat fraaie en trefzekere invloeden uit de country toevoegt aan de muziek van de Britse zangeres

In muzikaal opzicht vind ik de albums van Rumer altijd net wat te zoet, maar dat ben ik direct vergeten wanneer ze begint te zingen. Een van de mooiste stemmen uit de popmuziek van het moment keert terug met een album waarop ze wederom songs van anderen vertolkt. Het zijn dit keer songs van de Nashville singer-songwriter Hugh Prestwood, wat invloeden uit de country toevoegt aan de muziek van Rumer. Ook dit genre blijkt uitstekend te passen bij de wonderschone stem van de Britse zangeres, die direct vanaf de eerste noten indruk maakt en hier pas mee stopt wanneer het album na een uur is afgelopen. Prachtig weer.

De recensie van Seasons Of My Soul, het debuut van de Britse zangeres Rumer, is nog altijd met afstand de best gelezen recensie op deze BLOG en ligt mijlenver voor op de rest van de top 10 aller tijden. Rumer maakte in 2010 indruk in Later, het tv-programma van Jools Holland op de BBC, en debuteerde later in het jaar met Seasons Of My Soul, dat, toch wel enigszins verrassend, stevig werd bewierookt door de complete Britse muziekpers. In Nederland verscheen het debuut van Rumer pas een half jaar later, wat mogelijk het succes van mijn vroege recensie verklaart.

Zoals gezegd was ik enigszins verrast door alle lovende woorden over het debuut van Rumer, want de muziek van de Britse singer-songwriter met deels Pakistaanse roots is nogal zoet en gepolijst. Desondanks was ik zeer gecharmeerd van het debuut van Rumer en van de albums die volgden en dat heeft alles te maken met de werkelijk prachtige stem van Rumer. Het is een stem die wel wat aan die van Karen Carpenter doet denken en dat is wat mij betreft een van de meest onderschatte stemmen uit de geschiedenis van de popmuziek.

Door het zoete karakter van de muziek van Rumer, moet ik bij een nieuw album desondanks altijd weer even wennen en dat was bij de eerste noten van Nashville Tears niet anders. Rumer ging vier jaar geleden op This Girl's in Love: A Bacharach & David Songbook aan de haal met songs van Burt Bacharach en Hal David en die bleken haar op het lijf geschreven.

Ook op Nashville Tears vertolkt de Britse zangeres songs van een ander en dit keer gaat het om de songs van de Amerikaanse singer-songwriter Hugh Prestwood. Zijn naam deed bij mij niet direct een belletje rinkelen, maar de songwriter uit Nashville heeft een imposante serie songs op zijn naam staan en verdiende hiermee een plekje in de Nashville Songwriters Hall of Fame. Nashville Tears opent met stevig aanzwellende strijkers die niet hadden misstaan op haar vorige album, maar al snel nemen voorzichtige countryklanken het voortouw met een hoofdrol voor de altijd prachtige pedal steel.

Nashville Tears is meer een country album dan de vorige albums van Rumer, maar het is zeker geen standaard country album en het is bovendien een typisch Rumer album. Ook Nashville Tears klinkt in de instrumentatie en in de arrangementen wat zoet en gepolijst, maar je bent de misschien net wat te zoete klanken direct vergeten wanneer Rumer invalt met haar prachtige stem. Waar ik tien jaar geleden Karen Carpenter hoorde met een vleugje Rumer, hoor ik inmiddels heel veel Rumer en een klein beetje Karen Carpenter. Het is een stem die de songs van Hugh Prestwood direct omtovert in Rumer songs.

Nashville Tears is een typisch Rumer album, maar het is een album dat me nog wat beter bevalt dan zijn voorgangers, met name door de country twist die geweldig uitpakt en de prachtige stem van de Britse zangeres nog wat verder optilt. Nashville Tears is verplichte kost voor de liefhebbers van de stem van Rumer, maar ook liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en bijvoorbeeld van de muziek van Alison Krauss gaan zich zeker geen buil vallen aan het bijzonder fraaie nieuwe album van Rumer, dat in muzikaal opzicht zeer smaakvol is en in vocaal opzicht wederom fenomenaal, een uur lang. Erwin Zijleman

runnner - Like Dying Stars, We're Reaching Out (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Runnner - Like Dying Stars, We're Reaching Out - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Runnner - Like Dying Stars, We're Reaching Out
Als Runnner betovert de Amerikaanse muzikant Noah Weinman met mooi ingekleurde folksongs, verrassende arrangementen, nostalgisch klinkende muziek en bijzonder aangename fluisterzang

Ik had nog niet eerder van Runnner gehoord, maar was direct bij eerste beluistering onder de indruk van Like Dying Stars, We're Reaching Out. De muziek van de band rond de Amerikaanse muzikant Noah Weinman doet door de zachte zang wel wat aan Elliott Smith denken, maar in muzikaal opzicht slaat Runnner vooral andere wegen in. Like Dying Stars, We're Reaching Out kan uit de voeten met bijna verstilde folk met een hoofdrol voor de banjo, maar in de meeste songs domineren de bijzondere arrangementen, die de muziek van Runnner voorzien van een hele bijzondere sfeer. Runnner maakt muziek vol echo’s uit het verleden, maar klinkt ook verrassend eigenzinnig en eigentijds.

Mijn vaste tipgever Paste Magazine wees me afgelopen vrijdag vooral op Like Dying Stars, We're Reaching Out van de Amerikaanse band Runnner (inderdaad met drie keer een n). Het is een album dat in eerste instantie niet op mijn lijstje stond om de eenvoudige reden dat ik nog niet eerder van Runnner had gehoord.

Runnner is een project van de Amerikaanse muzikant Noah Weinman, die momenteel vanuit Los Angeles, California, opereert. Deze Noah Weinman speelde een voorname rol op het eind vorig jaar verschenen Quiet The Room van Skullcrusher en dat is een album dat ik sindsdien alleen maar mooier ben gaan vinden. Ook Like Dying Stars, We're Reaching Out van Runnner lijkt me een groeialbum, maar in tegenstelling tot het debuutalbum van Skullcrusher, was ik direct bij eerste beluistering onder de indruk van het officiële debuutalbum van Runnner.

Het is een album dat me in eerste instantie vooral deed denken aan de albums van Elliott Smith en dat heeft alles te maken met de fluisterzachte stem en de manier van zingen van Noah Weinman. De vergelijking met Elliott Smith houdt overigens niet al te lang stand, want buiten de zang neemt het aantal overeenkomsten met de muziek van de veel te jong overleden muzikant snel af.

Noah Weinman creëert direct vanaf de eerste noten van Like Dying Stars, We're Reaching Out een bijzondere sfeer. Het album opent met wat zweverige klanken die worden gecombineerd met mooi pianospel, wat prachtig combineert met het ingetogen akoestische gitaarspel en de zachte stem van Noah Weinman. Runnner maakt direct vanaf de eerste noten ruimtelijke en beeldende muziek en dat wordt versterkt door het toevoegen van flink wat samples. In anders songs kan de muziek van Runnner overigens ook aardser klinken en zeker wanneer de banjo wordt ingezet hoor ik ook wel wat van de band Trampled By Turtles, die wat mij betreft een van de mooiste albums van 2022 maakte.

Like Dying Stars, We're Reaching Out heeft een onthaastende werking, maar het is ook een album met popsongs waarvan je alleen maar vrolijk kunt worden. De muziek van Runnner doet, vooral door de zang, wat nostalgisch aan, maar Noah Weinman weet ook hoe je memorabele popsongs schrijft. Naast de vergelijking met Elliott Smith dringt ook de vergelijking met Sufjan Stevens zich een aantal malen op, maar Runnner blijft uiteindelijk toch vooral Runnner.

De muzikant uit Los Angeles probeert al zijn songs een bijzondere wending mee te geven, waardoor Like Dying Stars, We're Reaching Out niet het zoveelste album is met mooi ingekleurde folksongs. Alles op het album klinkt even mooi en aangenaam, met hier en daar ook nog wat voorzichtige wijzigingen naar de harmonieën van Crosby, Stills & Nash, maar de songs van Runnner blijven ook wat ongrijpbaar.

Je hoort in de basis vooral ingetogen folksongs, maar door de atmosferische klankentapijten, hier en daar een vleugje chamberpop, af en toe een bijzonder ritme en op zijn tijd een vleugje pop, is Like Dying Stars, We're Reaching Out van Runnner geen moment een dertien in een dozijn folkalbum. Ik vond de songs op het album zoals gezegd direct mooi, maar het zijn ook stuk voor stuk songs die steeds mooier en avontuurlijker worden. Absoluut een album dat alle aandacht verdient, ook in Nederland. Erwin Zijleman

runo plum - patching (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: runo plum - patching (2025) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: runo plum - patching (2025)
De Amerikaanse muzikante runo plum bleef eind vorig jaar helaas wat onder de radar met haar debuutalbum patching, dat ik zelf achteraf bezien schaar onder de betere of zelfs de beste albums van het afgelopen jaar

Je hebt van die album waar je meteen bij eerste beluistering verliefd op bent en patching van runo plum is wat mij betreft zo’n album. Het album verscheen een paar maanden geleden en kwam vorige week door puur toeval op mijn weg. Het album is zo goed door de bijzonder mooie stem van de Amerikaanse muzikante, maar ook de muziek op patching, die zowel kan opschuiven richting indiefolk als indierock, spreekt zeer tot de verbeelding. De muzikante uit Minneapolis schrijft ook nog eens zeer aansprekende songs, die aan de ene kant overlopen van melancholie, maar op hetzelfde moment van een betoverende schoonheid en een bedwelmende intimiteit zijn. Wat een prachtig album!

Op zondagavond bespreek ik op de krenten pop persoonlijke favorieten of vergeten albums uit een ver verleden. Ook vandaag bespreek ik een persoonlijke favoriet en bovendien een helaas alweer vergeten album, maar voor de afwisseling betreft het dit keer een album van recente datum. Van zeer recente datum zelfs, want patching van runo plum (twee keer geen hoofdletters) verscheen medio november, net iets meer dan drie maanden geleden.

Het is een album dat ik zelf pas vorige week heb ontdekt en direct bij eerste beluistering was ik ondersteboven van patching. Ik wist in eerste instantie bijna niets over runo plum, buiten het feit dat ze uit Minneapolis, Minnesota, komt, een stad die vorige maand het nieuws domineerde. Op de bandcamp pagina van de Amerikaanse singer-songwriter is net wat meer informatie te vinden.

De muziek van runo plum, het is volgens mij haar echte naam, dook op toen ze tijdens de coronapandemie muziek maakte vanuit haar slaapkamer en beschikbaar maakte via het Internet. Volgens diezelfde bandcamp pagina ging de muzikante uit Minneapolis door diepe dalen na een onverwachte liefdesbreuk, die haar wereld op zijn kop zette.

De afgelopen jaren uit het leven van runo plum zijn goed terug te horen op haar debuutalbum patching. Je hoort goed dat de Amerikaanse muzikante ooit is begonnen met het maken van bedroom pop, want haar songs klinken nog altijd intiem, wat wordt versterkt door haar vooral zachte stem. Ook de dalen in haar persoonlijke leven hebben sporen nagelaten op patching, dat een groot deel van de tijd een nogal melancholisch klinkend album is.

Op patching werkt runo plum samen met een beperkt aantal muzikanten en de mij onbekende producer Lutalo Jones, met wie ze het album produceerde. Het album is voorzien van een behoorlijk sober geluid, dat voornamelijk bestaat uit gitaar, bas en drums en op de achtergrond soms wat keyboards.

De muziek op patching klinkt vaak ingetogen, wat de songs van runo plum een folky karakter geeft, maar ze flirt hier en daar ook voorzichtig met invloeden uit de indierock en levert een album af dat met enige fantasie zowel in het hokje indiefolk als in het hokje indierock past. De muziek op patching is vooral sober, maar ik vind de inkleuring van het album ook mooi, zeker ook wanneer heel subtiel wordt gespeeld.

De muziek op het debuutalbum van runo plum past bovendien echt heel goed bij haar stem. Ik heb hierboven al verklapt dat de muzikante uit Minneapolis vooral zacht zingt en fluisterzacht is misschien nog wel een betere omschrijving. Hiermee begeeft runo plum zich in een druk speelveld, maar ik vind haar stem echt uitzonderlijk mooi. Het is een stem waar je de melancholie in bakken af kunt scheppen, maar het is ook een stem die de songs op patching voorziet van een opvallend intiem karakter.

Het kabbelt allemaal zeer aangenaam voort op de late avond, maar de ware kracht van het debuutalbum van runo plum ontdek je pas wanneer je het album met de koptelefoon beluistert en de muziek en de zang prachtig samensmelten. Ik begrijp er echt niets van dat het debuutalbum van runo plum in november zo weinig aandacht kreeg, maar wat ben ik blij dat ik het album, dat in 2025 hoog in mijn jaarlijstje had moeten staan, alsnog heb ontdekt. Ik zou zeker eens luisteren. Grote kans dat je, net als ik, genadeloos voor de bijl gaat. Erwin Zijleman

Rush - 2112 (1976)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rush - 2112, 40th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er zijn van die platen die ik noot voor noot ken. Het zijn meestal platen die stammen uit vervlogen tijden, want inmiddels is het muziekaanbod zo groot en zo toegankelijk dat er niet veel platen zijn die ik zo vaak draai dat ik ze noot voor noot kan reproduceren.

Dat lukt me dus wel bij de nu verschenen editie van 2112 van Rush, waarvoor ik als puber eerst even moest sparen en waarmee de veertigste verjaardag van het album wordt gevierd. Op zich best knap overigens dat ik de songs op de plaat nog in detail ken, want de muziek die Rush maakt is bij vlagen onnavolgbaar.

2112 was niet mijn eerste kennismaking met de muziek van Rush. In 1978 pikte ik als eerste Hemispheres op en dat is de Rush plaat die ik nog steeds het meest draai. Na Hemispheres begon ik aan de ontdekking van de rest van het oeuvre van het Canadese trio en die ontdekking begon in eerste instantie met het in 1977 verschenen A Farewell To Kings en de in 1976 verschenen live-plaat All The World’s A Stage.

Via deze live-plaat ontdekte ik uiteindelijk ook het eveneens uit 1976 stammende 2112, dat inmiddels een onbetwiste klassieker is in het oeuvre van Rush en ook een van mijn favoriete platen van de band, die momenteel bezig is met haar afscheidstour.

2112 was en is zeker geen makkelijke plaat. Op de eerste plaatkant staat het 20 minuten durende titelstuk dat overloopt van tempowisselingen en dynamiek. In deze 20 minuten slaat Rush op fascinerende wijze een brug tussen hardrock en symfonische rock en schaamt het zich niet voor het een jaar later in de punkbeweging zo verafschuwde muzikaal spierballenvertoon.

Het drumwerk van Neil Peart is razendsnel en soms onnavolgbaar, al zit bassist Geddy Lee hem constant op de hielen met fenomenaal en al even snel baswerk. Het gitaarwerk van Alex Lifeson schiet op 2112 alle kanten op en accelereert met een snelheid waarop Max Verstappen jaloers zal zijn. De hoge vocalen van Geddy Lee worden zeker niet door iedereen gewaardeerd, maar ik vind het nog altijd prachtig.

Bij beluistering van de 20 minuten durende titeltrack zit ik na al die jaren nog altijd op het puntje van mijn stoel en is het 20 minuten genieten. Op de tweede plaatkant staan wat compactere songs, waaronder live-favoriet A Passage To Bangkok, maar ook deze compactere songs zitten vol hoogstandjes.

Het is opvallend dat 2112 na al die jaren nog maar weinig van zijn oorspronkelijke glans en kracht heeft verloren en nog net zo sprankelt als op de dag van de release.

Mooi dus dat de 40ste verjaardag van de plaat in stijl wordt gevierd, al is het meeste materiaal op de luxe editie niet zo essentieel. Zo is het live-werk uit 1976 vergelijkbaar met de al eerder genoemde live-plaat en zijn de vertolkingen van Rush klassiekers door onder andere de Foo Fighters en Alice In Chains voor mij behoorlijk overbodig. De niet eerder uitgebrachte tracks zijn wel weer interessant.

De in de Abbey Studios geremasterde versie van 2112 klinkt natuurlijk geweldig, maar dat deed de een paar jaar geleden uitgebrachte versie ook. Het maakt dus niet zoveel uit welke versie je kiest, maar dat 2112 een monumentale plaat is, is voor mij weer eens bevestigd. Erwin Zijleman

Rush - A Farewell to Kings (1977)

poster
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rush - A Farewell To Kings, 40th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

In 1978 kocht ik mijn eerste plaat van de Canadese band Rush, het destijds net verschenen Hemispheres, dat mijn liefde voor de muziek van de band flink aanwakkerde.

Vervolgens kocht ik tegelijkertijd A Farewell To Kings uit 1977 en het uit 1976 stammende 2112, dat uiteindelijk mijn favoriete Rush plaat werd. Mede hierdoor sneeuwde A Farewell To Kings direct onder.

Ik ben Rush lang blijven volgen, maar A Farewell To Kings heeft altijd minder aandacht gekregen dan de meeste andere platen van het drietal uit het Canadese Toronto.

Veel tracks van A Farewell To Kings ken ik van de vele live platen van Rush, maar pas sinds de 40th Anniversary Edition van de plaat op de draaitafel ligt heb ik de plaat uit 1977 wat vaker als geheel beluisterd en dat doet wat met de songs.

A Farewell To Kings is een plaat die naadloos aansluit op de andere platen die Rush in de tweede helft van de jaren 70 maakte. Ook A Farewell To Kings bevat een aantal lange tracks en het zijn tracks vol muzikaal vuurwerk. Rush kan in deze lange tracks stevig rocken, maar kan ook uitpakken met hoogstandjes die raken aan de symfonische rock uit de jaren 70.

Ook op A Farewell To Kings verrast Rush met uiterst ingetogen passages vol subtiele klanken en hier en daar zelfs fluitende vogeltjes, maar trekt het ook hoge gitaarmuren op, waarna de trommelvliezen nog wat verder op de proef worden gesteld door de hoge zang van bassist Geddy Lee. Het voorziet de platen van de band van heel veel dynamiek.

Niet iedereen zal gevoelig zijn voor de muzikale hoogstandjes van Rush en het vaak wat pompeuze geluid van de band, maar ik vind het prachtig. Het gitaarwerk van Alex Lifeson is om je vingers bij af te likken, Neil Peart drumt alsof zijn leven er van af hangt en strooit continu met onnavolgbare ritmes, terwijl Geddy Lee alle gaten dicht met fantastische basloopjes en zijn uit duizenden herkenbare zang. Het is muziek zoals die tegenwoordig niet veel meer wordt gemaakt, maar wat mij betreft is de muziek van Rush nog net zo essentieel als 40 jaar geleden.

Ik kende van A Farewell To Kings zoals gezegd wel veel individuele tracks, maar net zoals op zoveel andere platen van Rush uit de jaren 70 overstijgt het geheel ruimschoots de som der delen.

A Farewell To Kings ligt qua geluid vrij dicht bij het een jaar later verschenen Hemispheres en laat vergeleken met de eerdere platen van de Canadese band een wat grotere rol voor synthesizers horen. De plaat houdt je bijna veertig minuten op het puntje van je stoel en imponeert met muziek die staat als een huis en met zang die op een aangename manier door merg en been gaat.

Waar de originele versie van de plaat na bijna 40 minuten ophield, heeft de 40th Anniversary Edition uiteraard flink wat extra’s te bieden (waarbij je het zo gek kunt maken als je zelf wilt). Deze extra’s bestaan uit geweldig live-materiaal en, verrassend, een aantal uitvoeringen van Rush tracks door andere bands (onder andere Dream Theater en The Trews). Dat laatste hoeft van mij niet zo, maar het live-werk knalt uit de speakers, net als de fraai geremasterde versie van A Farewell To Kings, dat ik na al die jaren alsnog omarm als een van de betere platen van Rush. Erwin Zijleman

Rush - Hemispheres (1978)

poster
5,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rush - Hemispheres, 40th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rush viert nog maar eens een 40e verjaardag en dit keer van mijn favoriete plaat van de Canadese band

De prijzen van de 40th Anniversary Editions van de platen van Rush zijn stevig, zeker voor de vinyl liefhebbers (meer dan 100 euro voor 3 LP’s), maar er valt ook dit keer veel te genieten gelukkig. Niet alleen van wat mij betreft een van de sleutelplaten uit het oeuvre van de Canadese band en mijn favoriete Rush plaat aller tijden, maar ook van het eerste optreden van Rush op Nederlandse bodem op het Pinkop festival van 1979. Rush jaagt hier thuis iedereen met enige regelmaat de gordijnen in, maar ik ben nog steeds een groot fan van de band en waardeer deze bijzonder fraaie reissue dan ook enorm.

In 1979 was het Pinkpop festival nog betrekkelijk bescheiden van opzet. Voor het luttele bedrag van 30 gulden kon je vanaf 11 uur terecht in het sportpark in Geleen voor een affiche waarop de namen van zeven artiesten prijkten.

Pinkpop 1979 betekende de doorbraak voor The Police in Nederland en gaf bovendien voor het eerst een groot podium aan Elvis Costello en zijn Attractions en aan het toen nog frisse en fruitige Dire Straits. Tussen half acht en half negen zou Peter Tosh, tot verdriet van Jan Smeets zonder Mick Jagger, het festival afsluiten (voor de volledigheid: het festival werd geopend door Massada en vervolgd door The Average White band), maar de echte hoofdact was voor mij toch het Canadese Rush, dat van zes tot zeven mocht spelen.

De band had het jaar ervoor Hemispheres uitgebracht en dat was een half jaar later nog steeds mijn favoriete plaat van dat moment (als jongetje van 15 was de aanwas van nieuwe platen ook beperkt). Hemispheres was de tweede Rush plaat die ik kocht (de eerste was het titelloze debuut uit 1974, dat ik net iets voor Hemispheres kocht en dat me maar matig beviel) en hoewel het stapeltje Rush in de kast sindsdien flink is uitgedijt, is het nog steeds mijn favoriete Rush plaat.

Het is een plaat die vorige maand haar veertigste (!) verjaardag vierde en dat is in het geval van Rush de laatste jaren een mooie aanleiding voor een fraai uitgevoerde reissue. De cd-versie is gunstig geprijsd, maar voor de versie op vinyl moet helaas diep in de buidel worden getast, zeker wanneer je voor de meest luxe uitvoering kiest. Je krijgt er veel moois voor terug, want de opgepoetste versie van Hemispheres klinkt fantastisch.

De plaat opent met een track die een hele plaatkant bestrijkt en het is typische Rush track, waarmee de Canadese band zowel liefhebbers van hardrock als progrock aan zich wist te binden. Ik jaag hier thuis nog steeds iedereen (inclusief de kat) de gordijnen in met het veelzijdige gitaarwerk, het onnavolgbare drum- en baswerk en vooral met de hoge stem van Geddy Lee, maar zelf vind ik het nog steeds prachtig.

Cygnus X-1 Book II: Hemispheres heeft alles wat Rush zo goed maakt. Dynamiek, spanningsbogen, heel veel muzikaal vuurwerk, wonderschone passages en zang die uit de tenen komt. Op de tweede plaatkant kiest de band voor wat kortere songs, al beslaat Rush klassieker La Villa Strangiato al weer meer dan 9 minuten.

De geremasterde versie van Hemispheres is prachtig, maar ook de bonus is mooi en waardevol, zeker voor de Nederlandse fans. Deze bonus schijven bevatten immers het volledige Pinkop optreden uit 1979 en als kers op de taart ook nog eens een live-uitvoering van 2112; een andere klassieker uit het rijke oeuvre van de band.

Rush stak op het Pinkpop podium in een uitstekende vorm en deed er nog een schepje bovenop omdat het laatste optreden van de tour was. We krijgen helaas alleen het slot van Cygnus X-1 Book II te horen, maar wel La Villa Strangiato en verder een fraaie dwarsdoorsnede van het oeuvre van de band op dat moment. Drumsolo’s zijn aan mij meestal niet besteed, maar Neil Peart is een exceptioneel drummer en als tijdbeeld is een drumsolo ook wel weer mooi. Kortom, geweldig om het optreden op Pinkpop weer eens terug te horen.

Rush is inmiddels gestopt met toeren en mogelijk ook met het maken van platen, maar gelukkig kunnen er nog van heel wat prachtplaten 40th Anniversary versies worden gemaakt, om te beginnen in 2020 met Permanent Waves; een andere favoriet in mijn Rush verzameling. Erwin Zijleman

Rush - Moving Pictures (1981)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rush - Moving Pictures (1981) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Rush - Moving Pictures (1981)
De Canadese band Rush heeft een flinke stapel uitstekende albums op haar naam staan, waarvan Moving Pictures uit 1981 door velen het hoogst wordt ingeschat en dat is misschien wel terecht

Toen in 1981 Moving Pictures van Rush verscheen was ik net begonnen met het luisteren naar andere muziek, waardoor ik het album tot voor kort veel minder goed kende dan met name 2112, Hemispheres en Permanent Waves. Tot voor kort, want geïnspireerd door een aantal lijstjes met de beste albums van 1981 heb ik Moving Pictures alsnog ontdekt. Rush heeft het jaren 70 albums van haar klassiekers uit de jaren 70 grondig gerenoveerd en klonk in 1981 een stuk frisser en moderner. Dat doet het album nog steeds, wat iets zegt over de kwaliteit van het album, waarop de drie Canadese muzikanten veertig minuten lang de pannen van het dak spelen. Weergaloos album.

Als tiener hield ik eerst van hardrock en later van progrock, destijds nog symfonische rock genoemd. Beide genres kwamen prachtig samen in de muziek van de Canadese band Rush. De eerste albums van de band vond ik al heel aardig, maar vanaf het vierde album, het in 1976 verschenen 2112, steeg Rush voor mij naar grote hoogten. 2112 werd gevolgd door een prima live-album, waarna de nagenoeg perfecte reeks A Farewell To Kings (1977), Hemispheres (1978) en Permanent Waves (1980) volgde.

Mijn muzieksmaak veranderde vervolgens langzaam maar zeker, maar tot halverwege de jaren 80 bleef ik de muziek van het Canadese drietal volgen. Ik luisterde echter vooral naar 2112, Hemispheres en Permanent Waves, waardoor Moving Pictures (1981), Signals (1982) en Grace Under Pressure (1984) er wat bekaaid van af kwamen. Met name Moving Pictures wordt door velen gezien als het beste album van Rush, waardoor ik mijn favoriete Rush albums een keer heb laten staan en me heb gericht op het album uit 1981.

Het is een album waarvan ik een aantal tracks ken uit de live setting, maar op het studioalbum klinken ze wat mij betreft nog veel beter. Rush klonk op de albums die in de jaren 70 verschenen als een band uit de jaren 70, maar op Moving Pictures omarmen Geddy Lee, Alex Lifeson en Neil Peart nog wat meer dan op Permanent Waves de jaren 80.

Ondanks de koerswijziging is ook Moving Pictures een typisch Rush album, met het geweldige gitaarwerk van Alex Lifeson, de baslijnen en keyboards van Geddy Lee, het fenomenale drumwerk van Neil Peart en natuurlijk ook nog de zo karakteristieke hoge stem van Geddy Lee. Ook op Moving Pictures, dat opent met Rush klassieker Tom Sawyer, verwerkt de Canadese band invloeden uit de hardrock en de progrock, maar de songs op Moving Pictures klinken ook wat moderner dan op de Rush albums die er aan vooraf gingen.

Het is deels de verdienste van de fris klinkende synths, maar het Canadese drietal verwerkt ook wat andere invloeden dan voorheen en speelt wat strakker. Het is gevangen in een weergaloze productie waarin je ieder detail hoort. In muzikaal opzicht verkeert de band op Moving Pictures in absolute topvorm. De baslijnen van Geddy Lee zijn fantastisch, het gitaarwerk van Alex Lifeson is veelkleurig en drummer Neil Peart speelt de pannen van het dak met zijn onnavolgbare drumwerk.

Het album opent met een aantal wat compactere songs, maar in het bijna elf minuten durende The Camera Eye schotelt Rush ons een epos voor zoals alleen de Canadese band die kan maken en in het verleden ook maakte. Dit keer wel voorzien van een jaren 80 sausje, want hoewel Moving Pictures in heel veel opzichten een typisch Rush album is, lijkt de band het nieuwe decennium te hebben aangegrepen om haar geluid grondig te moderniseren, wat je nog wat beter hoort in de slottrack Vital Signs. Het is een track die lijkt geïnspireerd door het werk van The Police, maar Rush gooit er de muzikale genialiteit tegenaan die we van de band kennen.

Moving Pictures was bij mij zoals gezegd een stuk minder bekend dan de albums die er aan vooraf gingen, maar ik begrijp inmiddels wel waarom velen juist dit album het beste album van Rush noemen. Het is een album dat volgende week de 44e verjaardag viert, maar vergeleken met de meeste andere albums van deze leeftijd klinkt het nog verrassend fris en urgent, wat iets zegt over de torenhoge kwaliteit van het album. Erwin Zijleman

Rush - Permanent Waves (1980)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rush - Permanent Waves, 40th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rush - Permanent Waves, 40th Anniversary Edition
Rush sloeg veertig jaar geleden nieuwe wegen in op Permanent Waves, dat een moderner en wat compacter geluid liet horen zonder het zo kenmerkende Rush stempel te verliezen

Een nieuw decennium, een nieuw geluid. Rush sloot de jaren 70 af met het bezwerende en breed uitgesponnen Hemispheres en begon de jaren 80 met het veel strakkere en compactere Permanent Waves. De ter ere van de veertigste verjaardag van het album uitgebrachte reissue laat horen dat het album niets van zijn glans heeft verloren. Rush stond op het snijvlak van hardrock en progrock op eenzame hoogte en laat dat horen op zowel de geremasterede versie van het studioalbum als op de bijgevoegde live-opnamen. Muzikaal vuurwerk van het allerhoogste niveau en dat bijna twee uur lang.

De veertigste verjaardag van de albums van de Canadese band Rush worden vooralsnog op zeer feestelijke wijze gevierd. Dit jaar is Permanent Waves, dat inderdaad verscheen in 1980, aan de beurt. De verjaardag van het album wordt helaas wat overschaduwd door het overlijden van drummer Neil Peart eerder dit jaar, maar desondanks wordt ook Permanent Waves ter ere van de veertigste verjaardag uitgebracht in een aantal luxe edities.

Permanent Waves was in 1980 de opvolger van het in 1978 verschenen Hemispheres. Dat album werd net wat minder lovend ontvangen dan zijn directe voorgangers, maar de meningen waren verdeeld. Zo is Hemispheres nog altijd mijn favoriete Rush album en smulde ik dus van de bijzonder fraaie reissue twee jaar geleden. Feit is wel dat tracks die een hele plaatkant besloegen, zoals Cygnus X-1, Book II Hemispheres aan het eind van de jaren 70, mede door toedoen van de punkbeweging, wat uit de gratie raakten.

In hoeverre Rush vatbaar was voor het bestempelen van hardrock en progrock bands uit de jaren 70 als dinosaurussen is niet bekend, maar feit is wel dat de Canadese band het begin van een nieuw decennium aangreep voor het moderniseren van haar geluid. Dat zie je niet direct terug in de lengte van de tracks, want ook Permanent Waves bevat nog twee tracks die langer duren dan 7 minuten.

De songs op het album klinken echter wel wat compacter, wat je direct hoort in de openingstrack The Spirit Of Radio. Het is een track die moderner klinkt dan het jaren 70 werk van Rush, al zijn veel ingrediënten uit het oudere werk van de band nog steeds aanwezig. Ook Permanent Waves verwerkt vooral invloeden uit de hardrock en de progrock en laat een geluid horen dat kan worden getypeerd als vintage Rush.

Het geweldige gitaarwerk van Alex Lifeson, de stuwende baslijnen en de hoge zang van Geddy Lee en het onnavolgbare drumwerk van Neil Peart maken van Permanent Waves een echt Rush album. Het is een album vol muzikaal vuurwerk en vol tempowisselingen, maar het is ook een album met songs met een kop en een staart. Het is een album waarop het toetsenwerk bovendien wat is opgefrist.

Permanent Waves kon zich in 1980 wat mij betreft niet meten met de albums die er aan vooraf gingen, maar het album heeft de tand des tijds uitstekend doorstaan. Permanent Waves klinkt nog altijd urgent en invloedrijk en is nog altijd een album van een niveau dat destijds weinig bands gegeven was.

Het geluid van Permanent Waves zou worden geperfectioneerd op het in 1981 verschenen Moving Pictures, dat zou uitgroeien tot het meest succesvolle Rush album. Dat is iets voor volgend jaar, want nu hebben we de reissue van Permanent Waves.

Naast de prachtig opgepoetste versie van het originele album bevat deze reissue in de luxere edities live-opnamen van de Permanent Wave tour. Het is een tour die een band op het grensvlak van twee decennia laat horen. Aan de ene kant zijn er de nieuwe wat compactere songs, maar ook voor buiten 20 minuten Hemispheres draait de band haar hand niet om. Smullen dus weer, zeker voor de fans van de band die het stapeltje prachtige reissues weer met een kunnen uitbreiden. Het kost wat, maar dan heb je ook wat. Erwin Zijleman

Rustin Man - Clockdust (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rustin Man - Clockdust - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rustin Man - Clockdust
Rustin Man brengt zijn tweede album in een jaar tijd uit en het is een album dat vermaakt, verrast, betovert en intrigeert maar ook af en toe schuurt of tegen de haren instrijkt

Als fan van Talk Talk en fan van het eerste album van Rustin Man en Beth Gibbons, viel het eerste echte soloalbum van Rustin Man, aka Paul Webb, me vorig jaar toch wat tegen, met name vanwege de zang van de Britse muzikant. Aan die zang moest ik ook dit keer wennen, maar ik werd al snel betoverd door de geweldige arrangementen en de knap opgebouwde songs vol invloeden. Paul Webb heeft op Clockdust gesleuteld aan een bijzonder eigen geluid en het is een geluid dat steeds makkelijker weet te imponeren. Clockdust is na enige gewenning een prachtalbum waarop ik alles kan waarderen, inclusief de zang.

Rustin Man is het alter ego van de Britse muzikant Paul Webb, die in een vorig leven bas speelde in de band Talk Talk. Alleen dat feit is al voldoende om me heel nieuwsgierig te maken naar de muziek van Rustin Man, maar dat gaat vooralsnog met vallen en opstaan.

Out Of Season was in 2002 het eerste album waarop de naam van Rustin Man prijkte en dit is een album dat ik tot op de dag van vandaag koester. Dat is overigens voor een belangrijk deel de verdienste van Portishead zangeres Beth Gibbons, wiens naam eveneens op de cover prijkt en die met haar zang minstens net zoveel indruk maakt als Paul Webb met zijn arrangementen.

Rustin Man keerde vorig jaar terug met Drift Code. Wederom een album dat opviel door wonderschone arrangementen en dat bovendien indruk maakte met een veelheid aan invloeden, steeds weer fraai verpakt in knap opgebouwde songs. Drift Code was echter ook de eerste kennismaking met de zang van Paul Webb en die streek bij mij nogal tegen de haren in, al ging ik het album na vele pogingen wel meer waarderen dan in de eerste weken na de release.

Deze week verscheen alweer een nieuw album van Rustin Man, Clockdust. Het is een album dat in muzikaal opzicht nogal ingetogen opent en je daarom direct met de stem van Paul Webb confronteert. Ik had er ook dit keer wat moeite mee, al kan ik niet heel goed uitleggen waarom dat zo is. Paul Webb is misschien geen heel groot zanger, maar wel een zanger die beschikt over een karakteristiek stemgeluid, waarin ik minstens een vleugje David Bowie hoor. Het is een stem die in eerste instantie wat dominant aanwezig is, maar zeker wanneer de arrangementen wat aan kracht winnen, is het een stem die je langzaam maar zeker gaat bevallen.

Paul Webb zingt hier en daar wat plechtstatig en dat zit misschien wel meer in de weg dan zijn stem zelf. Het past overigens uitstekend bij de muziek op Clockdust. Het is muziek die zich beweegt over de grenzen van meerdere genres en die met een beetje fantasie ook flink wat decennia geleden gemaakt zou kunnen zijn. Bij beluistering van Clockdust hoor je vooral invloeden uit de folk, jazz, klassieke muziek en psychedelica, maar ook invloeden uit de progrock en invloeden uit het vroege werk van ongrijpbare muzikanten als Scott Walker en toch ook David Bowie zijn hoorbaar.

Net als op Drift Code en het album met Beth Gibbons tekent Paul Webb ook dit keer voor prachtige arrangementen en voor een fraaie instrumentatie. Clockdust is een stemmig en melancholisch album waarop steeds weer andere klanken opduiken en waarop tot voor kort onverenigbare klanken en invloeden worden verenigd. De instrumentatie en arrangementen zijn soms uiterst subtiel, maar net zo makkelijk behoorlijk uitbundig.

Het levert een album op dat je alle kanten op beweegt en dat net zo makkelijk het oor streelt als dat het tegen de haren in strijkt. Het is bovendien een album dat het ene moment uit een ver verleden lijkt te komen, maar je het volgende moment toch weer de toekomst in sleurt. De ene song op het album is nog mooier opgebouwd dan de andere en hoe vaker je naar het album luistert hoe meer je in de ban raakt van de songs van Rustin Man. Tegen die tijd ben je al lang vergeten dat je in het begin zo moest wennen aan zijn stem. Erwin Zijleman

Ruston Kelly - Pale, Through the Window (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ruston Kelly - Pale, Through The Window - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ruston Kelly - Pale, Through The Window
Ruston Kelly leverde twee jaar geleden met The Weakness een jaarlijstjesalbum af en vervolgt zijn weg met Pale, Through The Window, dat in muzikaal opzicht in het verlengde van zijn uitstekende voorganger ligt

In 2000 liep het kersverse huwelijk van Kacey Musgraves en Ruston Kelly op de klippen, wat beiden inspireerde tot een breakup album. Dat van Kacey Musgraves is zeker niet haar beste, maar Ruston Kelly overtrof zichzelf met The Weakness. Het is een album dat zeker ingrediënten uit de Amerikaanse rootsmuziek bevat, maar dat ook opzichtig flirt met pop en rock. Dat levert meestal draken van albums op, maar The Weakness was een zeer overtuigend album en dat geldt ook voor opvolger Pale, Through The Window, dat in tekstueel opzicht een andere richting kiest, maar dat in muzikaal en vocaal opzicht uit hetzelfde vaatje tapt als The Weakness twee jaar geleden.

Ik had tot het voorjaar van 2023 volgens mij nog nooit naar de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Ruston Kelly geluisterd. Ik kende hem eigenlijk alleen als de echtgenoot en later voormalige echtgenoot van Kacey Musgraves en ging er om onduidelijke redenen van uit dat hij het soort oubollige countrymuziek maakt waar ik niet gek op ben. Het in het voorjaar van 2023 verschenen The Weakness vond ik echter een enorme verrassing en uiteindelijk vond ik het album zelfs goed genoeg voor mijn jaarlijstje.

Op The Weakness werkte Ruston Kelly samen met producer Nate Mercereau, die vooral popalbums en (neo-)soulalbums op zijn naam heeft staan. Het leverde een album op dat in de basis nog wel een Amerikaans rootsalbum was, maar dat niet klonk als een rootsalbum. Op een of andere manier klonk The Weakness ook niet als een pop en rock album, waardoor ik uiteindelijk tot de conclusie kwam dat Ruston Kelly de Amerikaanse rootsmuziek op The Weakness grondig had gemoderniseerd.

The Weakness was bovendien een indringend breakup album dat duidelijk maakte dat het einde van het huwelijk met Kacey Musgraves niet alleen bij haar diepe wonden had geslagen. Ondanks mijn grote liefde voor de muziek van Kacey Musgraves vond ik haar breakup album (Star-crossed) minder dan dat van haar voormalige echtgenoot en dat zegt wat over de kwaliteit van The Weakness.

Ruston Kelly kreeg na het album te maken met een writer’s block en andere persoonlijke dalen, maar hij vond uiteindelijk God (de ontmoeting omschreef hij als “a mushroom trip without the mushrooms”) en een nieuwe liefde (de ontmoeting is niet nader omschreven) en nam bovendien afstand van de fles. Het zijn ingrediënten die ook van het deze week verschenen Pale, Through The Window een zeer persoonlijk album maken.

Ruston Kelly werkt op zijn nieuwe album samen met muzikant, studiotechnicus en producer Jarrad Kritzstein, met wie hij al eerder samenwerkte. Het levert een album op dat in muzikaal opzicht in het verlengde ligt van The Weakness. Ook Pale, Through The Window is een album dat een groot deel van de tijd niet klinkt als een rootsalbum, maar meer als een pop en rock album.

In de meeste songs zijn de invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek vooral subtiel, maar er staan ook wel een aantal songs op het album die dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan kruipen en die ik persoonlijk het mooist en indrukwekkendst vind. Ik denk dat ik albums als Pale, Through The Window vaak wat te glad zal vinden, maar net als The Weakness wist ook het nieuwe album van de muzikant uit Nashville me direct te overtuigen.

Dat ligt deels aan de lekker in het gehoor liggende stem van Ruston Kelly, die voldoende Amerikaanse rootsmuziek in zijn stem heeft om niet te klinken als de vaak wat aanstelligere mannenstemmen in de wat melancholische pop en rock van het moment. De Amerikaanse muzikant heeft bovendien ook voor Pale, Through The Window weer een serie persoonlijke en aansprekende songs geschreven. Ook in muzikaal en productioneel opzicht vind ik het nieuwe album van Ruston Kelly een bijzonder aangenaam album, dat ook nog wel even door kan groeien. Ruston Kelly is in Nederland behoorlijk onbekend, maar het is zeker een interessante muzikant. Erwin Zijleman

Ruston Kelly - The Weakness (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ruston Kelly - The Weakness - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ruston Kelly - The Weakness
De Amerikaanse muzikant Ruston Kelly heeft een mooi en bijzonder album gemaakt, dat geen moment klinkt als een folk- of countryalbum, maar stiekem toch een echt Amerikaans rootsalbum is

Ruston Kelly keert na het einde van zijn huwelijk met Kacey Musgraves terug met een bijzonder album. The Weakness bevat zeker sporen van de liefdesbreuk van een paar jaar geleden, maar het is zeker geen typisch breakup album geworden. Het is bovendien geen typisch rootsalbum, want Ruston Kelly, die tot nu toe vooral actief was binnen de folk en de country, heeft zijn nieuwe album bijzonder in laten kleuren door producer Nate Mercereau, die het album heeft voorzien van een fraai laagje elektronica. The Weakness schuift daarom flink op richting pop en rock, maar onder het blinkende laagje is Ruston Kelly de singer-songwriter gebleven die hij altijd al was. Fascinerend album.

Ik kende de Amerikaanse muzikant Ruston Kelly tot voor kort eigenlijk alleen als de voormalige echtgenoot van Kacey Musgraves, maar had nog nooit naar zijn muziek geluisterd. Ik ging er om onduidelijke redenen van uit dat hij wat gladde en oubollige countrymuziek zou maken, maar dat is zeker niet de muziek die is te horen op The Weakness, het deze week verschenen vierde album van de muzikant uit Nashville, Tennessee.

The Weakness is het eerste album dat Ruston Kelly heeft gemaakt nadat zijn huwelijk met Kacey Musgraves op de klippen liep, maar omdat dit inmiddels even is geleden, is het zeker geen typisch breakup album, al staat de Amerikaanse muzikant in een aantal songs stil bij het einde van zijn huwelijk. Kacey Musgraves maakte dat breakup album in 2021 overigens wel met star-crossed, dat ik sinds de release wel meer ben gaan waarderen, maar dat me nog steeds veel minder goed bevalt dan het briljante Golden Hour uit 2018.

The Weakness van Ruston Kelly is verschenen op het Rounder label, dat vooral bekend staat om wat traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek, en krijgt ook nog steeds labels als folk en country opgeplakt, maar het is wat mij betreft toch vooral een pop- en rockalbum met de ene keer wat meer en de andere keer wat minder invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek.

Ruston Kelly maakte zijn nieuwe album samen met producer Nate Mercereau, die de afgelopen jaren werkte met onder andere Pink, Lizzo en The Weeknd, maar ook met Leon Bridges, Jon Batiste en recent nog met Kimbra. Het is niet de producer die je op voorhand verwacht bij een muzikant als Ruston Kelly, maar het pakt wat mij betreft prachtig uit.

Nu moet ik overigens wel direct toegeven dat ik The Weakness bij eerste beluistering geen bijzonder album vond. Bij snelle beluistering maken met name de songs waarin invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek grotendeels ontbreken een wat gladde en weinig onderscheidende indruk, maar op een of andere manier werd ik toch steeds nieuwsgieriger naar het album, dat ik al snel steeds beter vond en dat ik inmiddels niet alleen een mooi maar ook indrukwekkend of zelfs imponerend album vind.

Het is een album dat geen moment is te vergelijken met de Amerikaanse rootsmuziek zoals deze momenteel in Nashville wordt gemaakt. Nate Mercereau, die Ruston Kelly naar zijn studio in Los Angeles haalde, heeft flink wat elektronica toegevoegd aan het geluid van Ruston Kelly, die zich zelf nog wel beperkt tot de akoestische gitaar en zijn stem. Onder de synths die zijn toegevoegd bevindt zich zelfs de fameuze Mellotron, die The Weakness voorziet van een bijzonder geluid.

Toch heeft Ruston Kelly de Amerikaanse rootsmuziek niet helemaal afgezworen, maar hooguit grondig gemoderniseerd. Het zal bij rootspuristen waarschijnlijk onmiddellijk in het verkeerde keelgat schieten, maar ik vind The Weakness een uitstekend album. Ruston Kelly heeft een aantal persoonlijke songs geschreven, die in de basis prima sobere rootssongs zouden kunnen zijn, maar die vervolgens prachtig worden ingekleurd door producer Nate Mercereau, die de ene keer kiest voor een betrekkelijk dunne laag elektronica, maar ook flink kan uitpakken. The Weakness is hierdoor een album waar ik flink aan moest wennen, maar inmiddels ben ik echt volledig overtuigd door Ruston Kelly. Erwin Zijleman

Ruth Moody - Wanderer (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ruth Moody - Wanderer - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ruth Moody - Wanderer
Het moederschap heeft er voor gezorgd dat Ruth Moody lange tijd geen nieuwe muziek heeft gemaakt, maar met het prachtige Wanderer staat haar prachtige stem gelukkig weer volop in de schijnwerpers

We hebben momenteel geen gebrek aan goede rootsalbums, wat veel vraagt van de nieuwkomers. Ruth Moody is geen echte nieuwkomer, maar na elf jaar stilte moet ze zichzelf opnieuw bewijzen. Dat doet ze op indrukwekkende wijze met het deze week verschenen Wanderer. Het is een album dat overtuigt met veelzijdig klinkende Amerikaanse rootsmuziek, die zowel authentiek als eigentijds klinkt. Het is Amerikaanse rootsmuziek die bijzonder mooi en verrassend veelzijdig is ingekleurd en vakkundig is geproduceerd. Wanderer maakt echter de meeste indruk met de bijzonder mooie stem van Ruth Moody, die sinds haar vorige album alleen maar mooier en doorleefder is gaan zingen.

Het is heel lang stil geweest rond de in Australië geboren maar in Canada opgegroeide muzikante Ruth Moody, die ik zelf eerlijk gezegd al lang weer was vergeten. Ruth Moody maakte vanaf het begin van dit millennium deel uit van het Canadese trio The Wailin' Jennys, dat indruk maakte met een aantal fraaie folkalbums vol wonderschone harmonieën, waarvan ik met name de eerste twee erg goed vond. De afgelopen zeven jaar is echter niet veel meer vernomen van de band en voor het laatste solowerk van Ruth Moody moeten we zelfs nog verder terug in de tijd.

These Wilder Things, het tweede soloalbum van Ruth Moody, verscheen immers ruim elf jaar geleden. Het is een album dat de aandacht trok met een mooie mix van stokoude en nieuwere muzikale invloeden en dat imponeerde met de prachtige stem van Ruth Moody, die af en toe deed denken aan Alison Krauss. Ruth Moody werkte sindsdien met niemand minder dan Mark Knopfler, maar de afgelopen tien jaar deed ze vooral andere dingen. Het moederschap eiste haar meeste aandacht op het afgelopen decennium, maar de afgelopen jaren was er stilaan weer meer tijd voor de muziek.

Het resulteerde in het deze week verschenen Wanderer, dat laat horen dat het uitstekende These Wilder Things elf jaar geleden geen toevalstreffer was. Ik was Ruth Moody zelf zoals gezegd vergeten, maar in muzikantenkringen lag dit gelukkig anders. De Australisch-Canadese muzikante vond een flink aantal uitstekende muzikanten bereid om mee te spelen op haar nieuwe album en kon bovendien een beroep doen op de Grammy winnende producer Dan Knobler.

De gasten die opduiken op Wanderer hebben in ieder geval gezorgd voor een prachtig geluid. Het is een geluid dat wat voller, veelzijdiger en eigentijdser klinkt dan het geluid op het vorige album van Ruth Moody. Op dat album liet ze zich af en toe ook nog wel beïnvloeden door folk uit de Appalachen, maar Wanderer is vooral een eigentijds rootsalbum met hier en daar wat flarden uit het verleden.

In muzikaal opzicht klinkt het album gevarieerd maar altijd bijzonder smaakvol, maar ook dit keer maakt Ruth Moody de meeste indruk met haar stem. Het is een stem die nog altijd wel wat aan die van Alison Krauss doet denken, maar de stem van Ruth Moody heeft ook een duidelijk eigen geluid. Het is een geluid dat prachtig combineert met de fraaie instrumentatie op het album en dat genadeloos betovert wanneer de prachtige stem van Ruth Moody samenvloeit met de al even mooie klanken van de pedal steel, die een voorname rol spelen op Wanderer.

Het is flink dringen in het genre waarin Ruth Moody opereert en er verschijnen wekelijks albums die uit dezelfde vijver vissen als de Australisch-Canadese muzikante doet op haar nieuwe album. Wanderer klinkt wat mij betreft echter veel mooier dan de meeste albums in het genre en ook met haar songs doet Ruth Moody zeker niet onder voor haar concurrenten. Met haar stem is ze deze concurrenten nog makkelijk de baas. Ruth Moody zingt op haar nieuwe album prachtig ingetogen, maar klinkt ook doorleefder dan op haar vorige album, wat de impact van haar songs heeft vergroot.

Wanderer van Ruth Moody is zeker niet het (roots)album dat deze weken de meeste aandacht trekt, maar het is echt tien songs lang een wonderschoon album, dat liefhebbers van het genre echt niet willen missen. Erwin Zijleman

Ruthie Foster - Healing Time (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ruthie Foster - Healing Time - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ruthie Foster - Healing Time
De Texaanse muzikante Ruthie Foster behoort al ruim twintig jaar tot de allerbeste soulzangeressen van deze tijd en laat op het veelzijdige en krachtige Healing Time nog maar eens horen waarom dat zo is

Er zijn de afgelopen twintig jaar nog wat jonge soulsensaties gelanceerd, die vervolgens even met veel succes aan de weg timmeren, maar vervolgens snel vergeten worden. Geen van deze soulsensaties was zo goed als de Amerikaanse muzikante Ruthie Foster, die inmiddels een stapeltje geweldige soulalbums op haar naam heeft staan. Het zijn albums die te weinig waardering krijgen en dat gaat Healing Time waarschijnlijk niet veranderen. Ook op haar nieuwe album laar Ruthie Foster echter weer horen dat ze behoort tot de beste soulzangeressen van het moment en bewijst ze bovendien dat ze in alle uithoeken van de soulmuziek uit de voeten kan.

Het nieuwe album van Bruce Springsteen maakte vorige week maar weer eens pijnlijk duidelijk wat er gebeurt als een soulalbum geen soul heeft. Met de soul zit het bij de Amerikaanse zangeres Ruthie Foster gelukkig altijd wel goed. De Texaanse muzikante dook aan het eind van de jaren 90 op en staat inmiddels ruim twintig jaar garant voor prima soulmuziek. Het heeft haar inmiddels vier Grammy nominaties opgeleverd, maar ik overdrijf niet als ik zeg dat het een schande is dat Ruthie Foster nog altijd niet wordt geëerd als een van de grootse soulzangeressen van het huidige millennium.

Ook het deze week verschenen Healing Time is nog maar net onderweg als Ruthie Foster de veters uit je schoenen zingt met haar fantastische stem. Het is een stem die herinnert aan de grote soulzangeressen uit het verleden, met Aretha Franklin voorop. Er zijn niet veel soulzangeressen die dit kunnen of mogen zeggen, maar Ruthie Foster maakt het inmiddels al ruim twintig jaar waar.

De Texaanse zangeres maakte haar nieuwe album met een aantal ervaren krachten uit de muziekscene van Austin, Texas, onder wie de onder andere van Lucinda Williams bekende topproducer Mark Howard, die Healing Time heeft voorzien van een geluid met zowel invloeden uit de soul en de gospel, als uit de blues en de rock.

Het is een behoorlijk vol geluid en dat heeft Ruthie Foster eigenlijk niet nodig. Ook bij sobere klanken vult de soulvolle strot van de Amerikaanse muzikante immers met gemak de hele ruimte, waardoor een vol geluid alleen maar ten koste gaat van het vocale vuurwerk. Dat hoor je goed wanneer in What Kind Of Fool net wat meer ruimte overblijft voor de zang en Ruthie Foster imponeert met rauwe soulstrot. In dezelfde track zit overigens ook een prachtige gitaarsolo van Sonny Landreth, die de luisteraar weer eens ouderwets van zijn of haar sokken blaast.

Ik vond Healing Time in eerste instantie wat te vol en bij vlagen ook wat te glad ingekleurd en ook dat kan een soulalbum om de zeep helpen. Naarmate ik het album wat vaker had gehoord begon ik de productie van Mark Howard en de bijdragen van de fantastische muzikanten op het album overigens wel wat meer te waarderen, al mogen de albums van Ruthie Foster wat mij betreft best wat soberder klinken.

De zang maakt echter alles goed. Ook op Healing Time laat presteert Ruthie Foster in vocaal opzicht weer op de toppen van haar kunnen. Haar stem kan klinken als een zwoel briesje op een snikhete zomerdag, maar de zang van de Texaanse muzikante kan ook tot orkaankracht aanzwellen. Ook als alle registers open gaan blijft Ruthie Foster zingen, wat een wereld van verschil is vergeleken met al die schreeuwende jonge soulzangeressen van het moment.

Het zou mooi zijn als ook Healing Time Ruthie Foster weer een Grammy nominatie op gaat leveren, maar deze keer mag ze hem van mij wel eens winnen. Ook in Nederland verdient de Amerikaanse zangeres veel meer aandacht dan ze tot dusver krijgt, want laat haar nieuwe album uit de speakers knallen en je hoort een soulzangeres die de tijden van de allergrootsten in het genre doet herleven. De naar mijn smaak net wat mindere tracks op het album laten bovendien horen dat Ruthie Foster haar topvorm nog niet heeft bereikt, want een onbetwiste soulklassieker ligt absoluut binnen haar bereik. Erwin Zijleman

Ruthie Foster - Joy Comes Back (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ruthie Foster - Joy Comes Back - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik heb de Amerikaanse soulzangeres Ruthie Foster op deze BLOG al meerdere malen een prachtige toekomst in de muziek voorspeld.

Dat doe ik eigenlijk al sinds 2002 toen het geweldige Runaway Soul, mijn eerste kennismaking met de muziek van Ruthie Foster, verscheen.

Zo langzamerhand moet ik echter maar eens accepteren dat Ruthie Foster, die de 50 inmiddels is gepasseerd, het echt niet meer gaat winnen van al die jonge soulzangeressen, die weliswaar veel minder soul hebben dan de zangeres uit Texas, maar marketing technisch in alle andere opzichten een stuk interessanter zijn voor de muziekindustrie.

Ruthie Foster zal in de geschiedenisboeken waarschijnlijk niet in één adem genoemd gaan worden met Aretha Franklin en al die andere grote soulzangeressen uit het verleden, maar wat is ze goed.

Ook haar nieuwe plaat Joy Comes Back heeft niet veel tijd nodig om genadeloos te overtuigen. Als Ruthie Foster gaat zingen springen de veters spontaan uit je schoenen. De Texaanse zangeres heeft meer soul in haar pink dan de meeste jonge soulzangeressen in hun hele lijf en alleen dat feit maakt van Joy Comes Back al een bovengemiddeld goede soulplaat.

Ruthie Foster is bij het grote publiek misschien niet zo heel bekend, maar haar collega muzikanten weten haar stem gelukkig wel op de juiste waarde te schatten. Ruthie Foster kan daarom altijd een beroep doen op uitstekende muzikanten en heeft dit keer onder andere de geweldige gitarist Derek Trucks weten te strikken. Deze laat af en toe een fenomenale solo horen, maar laat het meeste vuurwerk over aan Ruthie Foster, die geweldig uit kan halen, maar ook mooi en subtiel kan zingen.

De Texaanse moet het over het algemeen niet van haar eigen songs hebben en levert ook dit keer slechts één song aan. Ruthie Foster kan echter als geen ander songs van anderen vertolken en heeft ook dit keer weer een bijzondere serie songs verzameld.

Het maakt Ruthie Foster niet zoveel uit of een songs uit de rijke geschiedenis van de soul komt of niet, waardoor ze ook van songs uit totaal andere genres onvervalste soulsongs maakt, met hier en daar een vleugje country, blues of gospel. Dit keer gaat Ruthie Foster onder andere aan de haal met songs van Mississippi John Hurt, Chris Stapleton, Stevie Wonder en Black Sabbath (!!) en het klinkt allemaal even fantastisch.

Ruthie Foster zingt zo makkelijk dat het maken van een geweldige soulplaat als Joy Comes Back een fluitje van een cent lijkt, maar iedereen die de meeste andere recente releases in het genre heeft beluisterd, weet dat dit niet zo is. Liefhebbers van dampende soul hebben momenteel flink wat releases om uit te kiezen, maar qua zang, doorleving, songkeuze en instrumentatie is er één plaat die er met kop en schouders bovenuit steekt: Joy Comes Back van Ruthie Foster. Erwin Zijleman

Ruthie Foster - Mileage (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ruthie Foster - Mileage - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ruthie Foster - Mileage
Ruthie Foster timmert inmiddels al zo’n 25 jaar aan de weg met een van de betere soulstemmen van dit millennium en ook op het uitstekende Mileage maakt de Texaanse muzikante weer indruk met haar songs en haar stem

Ik weet niet precies wanneer ik de muziek van Ruthie Foster heb ontdekt, maar ik ga inmiddels al heel wat albums mee. Die albums worden de laatste jaren zeker niet minder, wat twee jaar geleden nog resulteerde in het prachtige Healing Time. De kwaliteit van dat album wordt minimaal geëvenaard op het deze week verschenen Mileage. Ook op haar nieuwe album kan Ruthie Foster uit de voeten met een opwindende mix van soul, blues, country, jazz en rock en staat ze garant voor tijdloze songs. Het is allemaal fraai geproduceerd door Tyler Bryant, maar het is ook dit keer vooral de waanzinnige soulstem van Ruthie Foster die het album naar een hoger plan tilt.

Iedereen die het werk van Ruthie Foster kent weet dat de Amerikaanse muzikante inmiddels al zo’n 25 jaar garant staat voor kwaliteit. Die kwaliteit komt voor een belangrijk deel van de geweldige soulstem van de Texaanse muzikante, die met haar stem herinnert aan meerdere grote soulzangeressen uit het verleden.

Ruthie Foster heeft de afgelopen 25 jaar een stevige reputatie op het podium opgebouwd en ook haar albums kunnen over het algemeen rekenen op positieve kritieken. Ondanks meerdere Grammy nominaties moet Ruthie Foster het echter nog altijd doen met bescheiden aandacht en dat is gezien de kwaliteit van haar albums best bijzonder.

De inmiddels 60 jaar oude soulzangeres gaat echter stug door en levert deze week met Mileage haar volgende album af, als ik goed geteld heb haar tiende studioalbum. De Texaanse muzikante heeft vervolgens niet veel tijd nodig om je van je sokken te blazen met haar imposante soulstem.

Die soulstem is al indrukwekkend wanneer Ruthie Foster redelijk ingetogen zingt, maar als ze uithaalt is het verstandig om dekking te zoeken. Net als de grote soulzangeressen uit het verleden kan Ruthie Foster geweldig uithalen, maar dat doet ze, in tegenstelling tot veel jonge soulzangeressen van het moment, alleen wanneer dat functioneel is. Doseren is een kunst en het is er een die Ruthie Foster ook op Mileage weer uitstekend beheerst.

Ruthie Foster werd op haar vorige album, het in 2022 verschenen Healing Time, bijgestaan door producers Mark Howard en Tyler Bryant, die de stem van Ruthie Foster verpakten in een prachtig geluid. Het leverde Ruthie Foster maar weer eens een Grammy nominatie op en dat was volkomen terecht.

Tyler Bryant keert terug op Mileage en produceerde niet alleen het album, maar schreef ook mee aan de songs op het album. Dat deed hij samen met zijn vrouw Rebecca Lovell, die we ook kennen van het duo Larkin Poe, dat hier en daar nog wat achtergrondvocalen toevoegt. Met zijn drieën hebben ze een serie aantrekkelijke songs gepend.

Het zijn, zoals zo vaak op albums van Ruthie Foster, songs met een hoofdrol voor invloeden uit de soul en bijrollen voor invloeden uit onder andere de jazz, blues, country en rock. Ook Mileage is weer een album dat net zo makkelijk een aantal decennia oud had kunnen zijn, maar gedateerd klinkt het zeker niet.

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal weer oerdegelijk, maar er wordt ook geweldig gespeeld door de gelouterde muzikanten die op het album zijn te horen. De volle klanken op het album met bijdragen van onder andere gitaren, orgels en blazers, zorgen voor een stevige basis, waarop Ruthie Foster vervolgens mag schitteren met haar stem. Dat doet de Amerikaanse muzikante ook dit keer met verve. De stem van Ruthie Foster bevat een hoeveelheid soul om bang van te worden en varieert niet alleen makkelijk in kracht, maar ook in tempo.

Het is een waar feestje om Ruthie Foster op het podium te zien, maar ze weet de kracht en dynamiek van haar optredens ook steeds beter te vangen op haar albums. Iedereen die de albums van Ruthie Foster kent en waardeert zal zich ook geen buil vallen aan het uitstekende Mileage, maar ook dit keer verdient de Texaanse muzikante met de geweldige soulstem absoluut de aandacht van een groter publiek. Erwin Zijleman

Ruthie Foster - Promise of a Brand New Day (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ruthie Foster - Promise Of A Brand New Day - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Gaat de Amerikaanse singer-songwriter Ruthie Foster ooit nog eens de waardering krijgen die ze inmiddels al een jaar of 15 verdient? Ik had er inmiddels een hard hoofd in, maar zelf gelooft de muzikante uit Texas er nog wel in.

Haar nieuwe plaat heeft de optimistische titel Promise Of A Brand New Day meegekregen en na beluistering van de plaat kan ik dit optimisme alleen maar delen.

Ruthie Foster zag de afgelopen jaren menig meesterwerk (Runaway Soul uit 2002, The Phenomenal Ruthie Foster uit 2007, The Truth According To Ruthie Foster uit 2009 en Let It Burn uit 2012 kan ik iedereen aanbevelen) in de anonimiteit verdwijnen, maar is wederom vol goede moed de studio in gedoken.

Het moet ongetwijfeld een steuntje in de rug zijn geweest dat niemand minder dan Meshell Ndegeocello de plaat wilde produceren en ook nog eens een aantal ervaren muzikanten mee nam naar de studio.

Meshell Ndegeocello maakt zelf nogal eigenzinnige muziek, maar ze heeft Ruthie Foster (gelukkig) niet verleid tot muzikale uitstapjes heel ver buiten de gebaande paden. De muziek van Ruthie Foster ademende in het verleden vooral vintage soul met een vleugje folk, blues en gospel en doet dat nog steeds. Toch klinkt Promise Of A Brand New Day net wat anders dan de vorige platen van Ruthie Foster.

Meshell Ndegeocello drukt misschien niet heel nadrukkelijk haar stempel op de nieuwe plaat van Ruthie Foster, maar heeft er wel voor gezorgd dat Promise Of A Brand New Day klinkt als een fantastische soulplaat. De muzikanten die Ruthie Foster deze keer omringen zorgen voor een authentiek klinkend soulgeluid, waarin ruimte is voor soleren, wat fraai gitaar-, orgel- en pianowerk oplevert. Het is, bijvoorbeeld door het ontbreken van blazers, een redelijk ingetogen geluid, waardoor er volop ruimte is voor vocaal vuurwerk.

Iedereen die de vorige platen van Ruthie Foster kent, weet dat je voor vocaal vuurwerk bij Ruthie Foster aan het juiste adres bent. De Texaanse singer-songwriter beschikt over een imposant stemgeluid dat herinneringen oproept aan grootheden als Aretha Franklin en Etta James. Het is een stemgeluid dat flink uit kan halen, maar ook kan doseren; een vaardigheid die de meeste jonge soulzangeressen van het moment helaas vreemd is.

Promise Of A Brand New Day ademt de sfeer van oude soulplaten, maar houdt zich ook in het neo-soul geweld van het moment moeiteloos staande en bevat hiernaast nog eens flink wat invloeden uit de gospelmuziek.

Er zijn nogal wat jonge soulzangeressen actief op het moment, maar geen van deze zangeressen komt ook maar in de buurt van Ruthie Foster. Foster heeft zoals gezegd al meerdere meesterwerken op haar naam staan, maar Promise Of A Brand New Day is nog een stuk beter. Worden er dit jaar betere soulplaten gemaakt dan Promise Of A Brand New Day van Ruthie Foster? Ik denk het eerlijk gezegd niet. Erwin Zijleman

RVG - Brain Worms (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: RVG - Brain Worms - dekrentenuitdepop.blogspot.com

RVG - Brain Worms
De Australische band RVG heeft haar geluid op het deze week verschenen Brain Worms nog wat verder opgepoetst en uitgebouwd, maar de onweerstaanbaar lekkere en vaak zonnige popsongs zijn gebleven

RVG maakte in 2020 een van de leukste en beste gitaarplaten van het jaar, maar het album sneeuwde helaas wat onder door de coronapandemie. De wraak van de band is zoet, want het nu verschenen Brain Worms is nog wat beter. Gebleven zijn de songs met flarden van The Go-Betweens, gebleven is ook de geweldige stem van Romy Vager. Hier en daar zijn de invloeden uit de postpunk wat steviger aangezet, maar de songs van RVG doen het desondanks nog altijd uitstekend bij uitbundige zonneschijn. Brain Worms klinkt net wat anders dan de wat ruwere voorganger Feral, maar RVG heeft alles dat dit album zo leuk maakte behouden of zelfs verbeterd.

Feral van de Australische band RVG was net iets meer dan drie jaar geleden een zeer aangename en bovendien heerlijk zomerse verrassing. De band uit Melbourne imponeerde op haar tweede album met even stekelige als zonnige songs, die klonken als de betere songs van The Go-Betweens met hier en daar wat gastbijdragen van Echo & The Bunnymen in hun meest opgewekte dagen. RVG strooide op Feral met gitaarloopjes waar je alleen maar heel erg vrolijk van kon worden en maakte indruk met de zeer karakteristieke stem van frontvrouw en transvrouw Romy Vager.

RVG stond oorspronkelijk voor Romy Vager Group en ondanks het feit dat alles binnen de band draait om het charismatische boegbeeld bekt de afkorting toch wat beter dan de volledige naam. RVG bracht Feral uit aan het begin van de coronapandemie en kreeg al snel te maken met serieuze lockdowns, waardoor het album niet naar het podium kon worden gebracht en hierdoor niet de aandacht kreeg die het verdiende. Ik omarmde het album zelf als de grote verrassing van het voorjaar van 2020, maar was Feral helaas alweer vergeten toen ik aan het eind van het jaar mijn jaarlijstje samenstelde, waarin het geweldige album van RVG zeker niet had misstaan. Deze week keert RVG terug met haar nieuwe album, dat ver van huis in Londen werd opgenomen.

Brain Worms is een logische opvolger van het uitstekende Feral, maar slaat ook nieuwe wegen in. De band rond Romy Vager heeft op haar derde album meer aandacht aan haar geluid besteed en heeft het niet alleen mooier, maar ook voller ingekleurd. Gebleven zijn de heerlijke gitaarloopjes, die ook dit keer onmiddellijk een zomers gevoel oproepen, maar waar de gitaren domineerden op Feral, zijn op Brain Worms ook flink wat synths te horen. Brain Worms klinkt ook net wat minder stekelig dan zijn voorganger en is bij vlagen een wat dromerig klinkend album, al worden ook galm en bombast niet geschuwd. Het geluid van de band wordt nog altijd voor een belangrijk deel bepaald door de bijzondere stem van Romy Vager, die mooier is gaan zingen.

Brain Worms klinkt bij vlagen anders dan zijn voorganger, maar de verschillen moeten ook niet overdreven worden. Ook op haar derde album staat de Australische band garant voor popsongs zoals hun legendarische landgenoten The Go-Betweens die een aantal decennia geleden maakten. Vergeleken met de bitterzoete popsongs van The Go-Betweens zijn de popsongs van RVG wel wat ruwer en voorzien van een vleugje postpunk, maar ze zijn net zo onweerstaanbaar lekker.

Nog meer dan op Feral rijgt RVG de geweldige popsongs aan elkaar op Brain Worms. Het zijn popsongs die hier en daar zonniger en dromeriger en hier en daar juist donkerder en meeslepender klinken dan we van de band gewend zijn, maar gelukkig kan de Australische band in beide uitersten uitstekend uit de voeten. Net nu de temperaturen in Nederland dan eindelijk stijgen tot zomerse waarden komt RVG uit Melbourne, ondanks de invloeden uit de postpunk, met een album dat uitstekend gedijt bij deze temperaturen.

Feral kreeg drie jaar geleden niet de aandacht die het verdiende, maar op Brain Worms laat RVG niet alleen horen dat het behoort tot de allerbeste Australische bands van het moment, maar ook dat het de concurrentie met bands uit andere windstreken aan kan. Brain Worms is een heerlijk album dat bij iedere keer horen beter en verslavender wordt. Laat de zomer maar beginnen. Erwin Zijleman

RVG - Feral (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: RVG - Feral - dekrentenuitdepop.blogspot.com

RVG - Feral
De Australische band RVG verwerkt op Feral invloeden uit het rijke oeuvre van landgenoten The Go-Betweens en invloeden uit de Britpop met een onweerstaanbaar aangenaam resultaat

De muziek van de Australische band The Go-Betweens is helaas slechts in beperkte mate te vinden op Spotify, maar luister naar Feral van het eveneens Australische RVG en de roemruchte band uit het verleden lijkt opgestaan. RVG heeft hetzelfde gevoel voor onweerstaanbare maar ook avontuurlijke popliedjes en combineert dit met invloeden uit de Britpop en opvallend gepassioneerde zang. Direct bij de eerste keer luisteren dringt het tweede album van de Australische band zich genadeloos op, maar vervolgens worden de popsongs op Feral alleen maar leuker, beter en onweerstaanbaarder. Zonnig maar ook stekelig en boven alles bijzonder lekker.

In eerste instantie dacht ik een vergeten klassieker van The Go-Betweens in handen te hebben, maar niet veel later leek het toch meer op een obscuur album uit de hoogtijdagen van de Britpop. Feral is echter geen van beiden, maar is het tweede album van de Australische band RVG. Feral is mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit het Australische Preston, die door de Australische muziekpers de afgelopen weken is overladen met superlatieven. Daar valt helemaal niets op af te dingen, want Feral is een geweldig album.

Het is een album dat zich zoals gezegd stevig heeft laten inspireren door het werk van The Go-Betweens. Zowel de songstructuren als de zang doen meer dan eens denken aan het werk van de roemruchte Australische band, die wat mij betreft moet worden gerekend tot de allergrootste bands uit de geschiedenis van de popmuziek. Net als The Go-Betweens heeft RVG een goed gevoel voor popliedjes die zowel stekelig als zonnig klinken en voor popliedjes die je na één keer horen nooit meer wilt vergeten. Vergeleken met de muziek van The Go-Betweens klinkt Feral net wat ruwer en bovendien nemen breed uitwaaiende gitaarlijnen een net wat prominentere plek in op het album. Het zijn gitaarlijnen die van de hand van een jonge Johnny Marr hadden kunnen zijn en die de songs op Feral keer op keer een stukje omhoog tillen. In de muziek van RVG hoor ik ook wel een vleugje van The Smiths (de band van de jonge Johnny Marr), maar als ik vergelijkingsmateriaal uit de Britse popmuziek moet kiezen hoor ik, buiten het gitaarwerk, toch vooral invloeden van bands als Pulp en Suede, met hier en daar een vleugje Lloyd Cole & The Commotions.

Het breed uitwaaiende gitaarwerk speelt niet alleen een cruciale rol in de muziek van RVG, maar klinkt ook geweldig en verrassend veelzijdig. RVG heeft voor Feral gewerkt met producer Victor Van Vugt, die na het horen van een demo van de band zo enthousiast was dat hij direct vanuit Berlijn naar Melbourne vloog om met RVG aan de slag te gaan. De naam Victor Van Vugt deed bij mij niet direct een belletje rinkelen, maar hij heeft een imposant CV, waarop de name van onder andere PJ Harvey, Nick Cave & The Bad Seeds en Beth Orton prijken. Met Feral van RVG heeft de producer een volgens kunststukje aan zijn CV toegevoegd, want het tweede album van de Australische band klinkt als een klok.

In muzikaal opzicht klinkt de muziek van RVG vooral zonnig, maar in de persoonlijke teksten van zanger en transgender Romy Vager komen ook de nodige donkere wolken voorbij. Het is met name deze zang die de muziek van RVG de kant van Suede en Pulp op duwt. Waar de zang op de albums van The Go-Betweens altijd wat onderkoeld is, is de zang op Feral zeer extravert en soms wat theatraal. Het voorziet de door zonnige gitaarlijnen gedomineerde muziek van de band van wat ruwe randjes en dat bevalt me wel.

RVG schudt op Feral het ene na het andere geweldige popliedje uit haar mouw. Direct bij eerste beluistering kon ik alleen maar zielsgelukkig worden van dit album, maar na herhaalde beluistering kan ik concluderen dat Feral van RVG zeker niet minder leuk wordt. Integendeel zelfs. De geweldige songs op het album dringen zich iedere keer weer net wat meer op en worden steeds iets onweerstaanbaarder. Australië wordt op muziekgebied de afgelopen jaren wat overvleugeld door buurland Nieuw-Zeeland, maar met RVG heeft het een geweldige troef in handen. Ga dat horen! Erwin Zijleman

Ry Cooder - The Prodigal Son (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ry Cooder - The Prodigal Son - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ry Cooder maakte zijn echte klassiekers misschien in de eerste helft van de jaren 70, maar in ieder decennium dat volgde leverde de muzikant uit Los Angeles ook minstens één prachtplaat af (waarvan een aantal de klassieker status inmiddels ook heeft bereikt).

Verder stond de Californische muzikant natuurlijk aan de wieg van de Buena Vista Social Club, die de Afrikaans-Cubaanse muziek aan het eind van de jaren 90 naar de rest van de wereld bracht.

In het nieuwe millennium leverde Ry Cooder al een handvol uitstekende platen af en zes jaar na het wat mij betreft net wat mindere Delta Time is hij terug met The Prodigal Son.

Ry Cooder produceerde zijn nieuwe plaat samen met zijn zoon Joachim en koos dit keer voor een bescheiden bezetting in de studio. Ry Cooder tekent op The Prodigal Son voor vrijwel alle snareninstrumenten en de keyboards en nam uiteraard de vocalen voor zijn rekening. Zoon Joachim nam plaats achter de drumkit, zodat verder alleen een bassist, een violist en wat achtergrondzangers nodig waren.

Het levert een mooi open geluid op, waarin iedere snaar die Ry Cooder aanraakt is te horen. Dat is een genot, want de Amerikaan behoort nog altijd tot de betere gitaristen en heeft bovendien een uniek en uit duizenden herkenbaar geluid.

Wat voor het gitaarwerk van Ry Cooder geldt, geldt ook voor de rest van het geluid op de plaat. Ook op zijn nieuwe plaat vermengt Ry Cooder op de van hem bekende wijze invloeden uit de folk, country en vooral blues en gospel, waardoor de plaat aanvoelt als het spreekwoordelijke warme bad.

Ry Cooder maakt zich er echter zeker niet makkelijk af en klinkt op The Prodigal Son geïnspireerd en gepassioneerd. De inspiratie en passie zijn goed te horen in de weer net wat doorleefder klinkende vocalen van de inmiddels 71 jaar oude muzikant, maar komen nog duidelijker uit de speakers wanneer Ry Cooder grijpt naar zijn gitaren of naar de banjo of mandoline.

Het snarenwerk van de meestergitarist is nog altijd om je vingers bij af te likken en kan heerlijk los gaan of juist uitermate subtiel klinken. Ry Cooder maakte in 1989 een onuitwisbare indruk door het desolate landschap en de beklemmende leegte van Paris, Texas, te vangen met een enkele aanraking van de snaren op zijn gitaar (op de soundtrack van de gelijknamige film) en het is een kunst die hij nog steeds tot in de perfectie beheerst.

The Prodigal Son bevat een aantal traditionals, een aantal covers en een aantal eigen songs en alles klinkt even mooi, gloedvol en ruimtelijk. Alleen vanwege het gitaarwerk is The Prodigal Son al een aanrader, maar ook in vocaal opzicht is het weer een prima plaat, terwijl de songs zonder uitzondering van hoog niveau zijn.

Laat The Prodigal Son uit de speakers komen en de temperatuur stijgt met een aantal graden, terwijl de tuin of het terras langzaam maar zeker transformeert in de moerrassen uit het diepe Zuiden van de Verenigde Staten. In de verte staat een wat vervallen kerkje van waaruit prachtig gitaarwerk klinkt. Ry Cooder is terug. Ga dat horen. Erwin Zijleman

Ryan Adams - 1989 (2015)

poster
4,0
Ik vind het origineel van Taylor Swift niet slecht, maar ben toch niet meer zo onder de indruk als ik een paar jaar geleden was.

In muzikaal opzicht spreekt de benadering van Ryan Adams me meer aan. Kwestie van smaak.