Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Roger Waters - The Pros and Cons of Hitchhiking (1984)

4,5
1
geplaatst: 6 november 2022, 20:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Roger Waters - The Pros And Cons Of Hitch Hiking (1984) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Roger Waters - The Pros And Cons Of Hitch Hiking (1984)
Roger Waters borduurt op The Pros And Cons Of Hitch Hiking nadrukkelijk voort op Pink Floyd’s The Wall, maar het album voegt ook iets toe, al is het maar vanwege het hemeltergend mooie gitaarspel van Eric Clapton
Toen Roger Waters de macht binnen Pink Floyd naar zich toe trok op het indrukwekkende The Wall uit 1979, werkte hij ook al aan het uiteindelijk in 1984 verschenen The Pros And Cons Of Hitch Hiking. Dat is goed te horen, want de albums laten meer overeenkomsten dan verschillen horen. Toch zijn het juist die verschillen die van The Pros And Cons Of Hitch Hiking zo’n memorabel album maken. Denk bij deze verschillen aan het scheurende saxofoonwerk van topmuzikant David Sanborn, maar naast Roger Waters steelt vooral Eric Clapton de show met gitaarwerk dat hier en daar van een bijna onwerkelijke schoonheid is. Het blijft een bijzonder album.
Ik vind het moeilijk om te zeggen wat mijn favoriete Pink Floyd album is, maar ik weet wel welk album van de Britse band ik met afstand het vaakst beluister. The Wall beluister ik het liefst integraal tijdens wandelingen door de stad. De tachtig minuten muziek op het album uit 1979 blijven me na al die jaren en luisterbeurten nog steeds hopeloos fascineren.
The Wall was feitelijk de zwanenzang van de bezetting van Pink Floyd met Roger Waters. Na The Wall volgde in 1983 The Final Cut, wat feitelijk meer een soloalbum van Roger Waters was, die de band vervolgens verliet. Het is een album dat in 1984 werd gevolgd door een echt soloalbum van de Britse muzikant, The Pros And Cons Of Hitch Hiking.
Het tweede soloalbum van Roger Waters, in 1970 verscheen het curieuze Music From The Body, ligt, nog veel meer dan The Final Cut, in het verlengde van The Wall. Ook op The Pros And Cons Of Hitch Hiking krijgen we een kijkje in de psyche van Roger Waters en net als The Wall is het een conceptalbum.
In een aantal opzichten kopieert The Pros And Cons Of Hitch Hiking bijna letterlijk de ingrediënten die op The Wall zo’n belangrijke rol spelen, als het gebruik van nogal wat geluidsfragmenten, het vertellen van een bijzonder verhaal en de hier en daar bijna wanhopige zang van Roger Waters.
De songs op beide albums stammen bovendien grotendeels uit dezelfde tijd, maar toch vind ik The Pros And Cons Of Hitch Hiking zeker geen slap aftreksel van The Wall; een mening die overigens niet iedere Pink Floyd fan met me deelt. The Pros And Cons Of Hitch Hiking en The Wall hebben zeker overeenkomsten, maar er zijn ook belangrijke verschillen.
Roger Waters maakte The Pros And Cons Of Hitch Hiking niet met zijn Pink Floyd collega’s, maar trommelde een aantal andere muzikanten op. Juist deze muzikanten zorgen er voor dat The Pros And Cons Of Hitch Hiking anders klinkt dan The Wall. Denk hierbij aan de soulvolle achtergrondzang van Doreen Chanter en Katie Kissoon, het inventieve drumwerk van Roxy Music drummer Andy Newmark en de fraaie strijkersarrangementen van Michael Kamen, maar vooral aan het geweldige saxofoonspel van de legendarische David Sanborn en zeker aan het weergaloze gitaarspel van Eric Clapton.
De Britse gitaarheld stond in de tour die volgde op de release van het album laveloos op het podium van de Rotterdamse Ahoy, maar op The Pros And Cons Of Hitch Hiking speelt Eric Clapton de sterren van de hemel. Hier en daar speelt hij opvallend trefzeker in de geest van Pink Floyd gitarist David Gilmour, maar zeker in het wonderschone slide gitaarspel hoor je duidelijk de hand van een van de beste gitaristen aller tijden.
Ik luister lang niet zo vaak naar The Pros And Cons Of Hitch Hiking als naar The Wall, maar toen ik er pas weer een paar keer naar luisterde viel me op dat het album nog altijd uitstekend dienst doet als een broertje of zusje van The Wall. Zeker als Eric Clapton los mag gaan, kan The Pros And Cons Of Hitch Hiking de concurrentie met The Wall best aan, al bevat het album wat minder memorabele songs dan een van de meesterwerken van Pink Floyd. Roger Waters bouwde na The Pros And Cons Of Hitch Hiking aan een opvallend solo-oeuvre, maar dit album blijft toch mijn favoriet, naast dat meesterwerk van Pink Floyd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Roger Waters - The Pros And Cons Of Hitch Hiking (1984) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Roger Waters - The Pros And Cons Of Hitch Hiking (1984)
Roger Waters borduurt op The Pros And Cons Of Hitch Hiking nadrukkelijk voort op Pink Floyd’s The Wall, maar het album voegt ook iets toe, al is het maar vanwege het hemeltergend mooie gitaarspel van Eric Clapton
Toen Roger Waters de macht binnen Pink Floyd naar zich toe trok op het indrukwekkende The Wall uit 1979, werkte hij ook al aan het uiteindelijk in 1984 verschenen The Pros And Cons Of Hitch Hiking. Dat is goed te horen, want de albums laten meer overeenkomsten dan verschillen horen. Toch zijn het juist die verschillen die van The Pros And Cons Of Hitch Hiking zo’n memorabel album maken. Denk bij deze verschillen aan het scheurende saxofoonwerk van topmuzikant David Sanborn, maar naast Roger Waters steelt vooral Eric Clapton de show met gitaarwerk dat hier en daar van een bijna onwerkelijke schoonheid is. Het blijft een bijzonder album.
Ik vind het moeilijk om te zeggen wat mijn favoriete Pink Floyd album is, maar ik weet wel welk album van de Britse band ik met afstand het vaakst beluister. The Wall beluister ik het liefst integraal tijdens wandelingen door de stad. De tachtig minuten muziek op het album uit 1979 blijven me na al die jaren en luisterbeurten nog steeds hopeloos fascineren.
The Wall was feitelijk de zwanenzang van de bezetting van Pink Floyd met Roger Waters. Na The Wall volgde in 1983 The Final Cut, wat feitelijk meer een soloalbum van Roger Waters was, die de band vervolgens verliet. Het is een album dat in 1984 werd gevolgd door een echt soloalbum van de Britse muzikant, The Pros And Cons Of Hitch Hiking.
Het tweede soloalbum van Roger Waters, in 1970 verscheen het curieuze Music From The Body, ligt, nog veel meer dan The Final Cut, in het verlengde van The Wall. Ook op The Pros And Cons Of Hitch Hiking krijgen we een kijkje in de psyche van Roger Waters en net als The Wall is het een conceptalbum.
In een aantal opzichten kopieert The Pros And Cons Of Hitch Hiking bijna letterlijk de ingrediënten die op The Wall zo’n belangrijke rol spelen, als het gebruik van nogal wat geluidsfragmenten, het vertellen van een bijzonder verhaal en de hier en daar bijna wanhopige zang van Roger Waters.
De songs op beide albums stammen bovendien grotendeels uit dezelfde tijd, maar toch vind ik The Pros And Cons Of Hitch Hiking zeker geen slap aftreksel van The Wall; een mening die overigens niet iedere Pink Floyd fan met me deelt. The Pros And Cons Of Hitch Hiking en The Wall hebben zeker overeenkomsten, maar er zijn ook belangrijke verschillen.
Roger Waters maakte The Pros And Cons Of Hitch Hiking niet met zijn Pink Floyd collega’s, maar trommelde een aantal andere muzikanten op. Juist deze muzikanten zorgen er voor dat The Pros And Cons Of Hitch Hiking anders klinkt dan The Wall. Denk hierbij aan de soulvolle achtergrondzang van Doreen Chanter en Katie Kissoon, het inventieve drumwerk van Roxy Music drummer Andy Newmark en de fraaie strijkersarrangementen van Michael Kamen, maar vooral aan het geweldige saxofoonspel van de legendarische David Sanborn en zeker aan het weergaloze gitaarspel van Eric Clapton.
De Britse gitaarheld stond in de tour die volgde op de release van het album laveloos op het podium van de Rotterdamse Ahoy, maar op The Pros And Cons Of Hitch Hiking speelt Eric Clapton de sterren van de hemel. Hier en daar speelt hij opvallend trefzeker in de geest van Pink Floyd gitarist David Gilmour, maar zeker in het wonderschone slide gitaarspel hoor je duidelijk de hand van een van de beste gitaristen aller tijden.
Ik luister lang niet zo vaak naar The Pros And Cons Of Hitch Hiking als naar The Wall, maar toen ik er pas weer een paar keer naar luisterde viel me op dat het album nog altijd uitstekend dienst doet als een broertje of zusje van The Wall. Zeker als Eric Clapton los mag gaan, kan The Pros And Cons Of Hitch Hiking de concurrentie met The Wall best aan, al bevat het album wat minder memorabele songs dan een van de meesterwerken van Pink Floyd. Roger Waters bouwde na The Pros And Cons Of Hitch Hiking aan een opvallend solo-oeuvre, maar dit album blijft toch mijn favoriet, naast dat meesterwerk van Pink Floyd. Erwin Zijleman
Rogier Pelgrim - Birds and Busy People (2017)

4,5
0
geplaatst: 9 maart 2017, 17:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rogier Pelgrim - Birds And Busy People - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb niet zoveel of eigenlijk helemaal niets met talentenjachten, maar blijf me er wel oprecht over verbazen hoe weinig een groots opgezette talentenjacht als The Voice Of Holland uiteindelijk oplevert (over de slappe aftreksels van dit kijkcijferkanon heb ik het niet eens).
We hebben inmiddels flink wat seizoenen van The Voice Of Holland gehad, maar hoeveel blijvertjes heeft dit opgeleverd en hoeveel van deze blijvertjes hebben echt talent als zelfstandig muzikant (en niet als marionet van de muziekindustrie)? De talentenjacht
De beste singer-songwriter van Nederland doet het wat dat betreft een stuk beter. Ik heb ook hier eigenlijk nooit naar gekeken, maar als je na een aantal seizoenen onder andere Douwe Bob, Maaike Ouboter, Judy Blank, Michael Prins en Lucas Hamming hebt opgeleverd als nieuwe talenten, heb je het meer dan goed gedaan.
Het wat mij betreft grootste talent dat het programma heeft voortgebracht heb ik nog niet eens genoemd, want dat is voor mij Rogier Pelgrim. Zijn vorige plaat, Roll The Dice, bejubelde ik iets meer dan drie jaar geleden en vergeleek ik met de platen van onder andere Damien Rice, Patrick Watson en Jeff Buckley.
Het zijn namen die af en toe ook nog wel opduiken bij beluistering van de nieuwe plaat van Rogier Pelgrim, al is Birds And Busy People een andere plaat dan zijn voorganger. Birds And Busy People bevat een aantal meer ingetogen songs, zoals die ook op Roll The Dice waren te horen, maar Rogier Pelgrim laat op zijn nieuwe plaat toch vooral een wat voller en soms ook net wat lichtvoetiger geluid horen.
Dat levert een aantal bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes op, maar het zijn ook popliedjes die kwaliteit ademen. Ook wanneer de instrumentatie voller en lichtvoetiger is, blijven de songs van Rogier Pelgrim eigenzinnig en ook intiem.
De Nederlandse singer-songwriter heeft wat te vertellen en dat geeft zijn songs urgentie. Waar een vollere instrumentatie de kracht van de boodschap vaak in de weg zit, geeft het de songs op Birds And Busy People extra kracht.
Dat ligt voor een belangrijk deel aan de bijzondere accenten die Rogier Pelgrim aan de instrumentatie heeft toegevoegd. Het zijn accenten die de muziek iets ongrijpbaars geven en het kleurt ook nog eens prachtig bij zijn bijzondere stem.
Van het eerder genoemde vergelijkingsmateriaal hoor ik vooral Jeff Buckley nog meer dan eens terug, maar Birds And Busy People sluit net zo makkelijk aan bij de muziek van Radiohead of juist bij al die folkies die met wat elektronica intieme folksongs omtoveren in radiovriendelijke popliedjes.
Die laatste heeft Rogier Pelgrim ook op zijn nieuwe plaat staan, maar over het algemeen graaft Birds And Busy People toch net wat dieper dan de concurrentie. Het levert een plaat op die nog veel meer overtuigt dan het al zo goede debuut en echt geen seconde onder doet voor hetgeen dat buiten Nederland wordt gemaakt. En Birds And Busy People wordt bij herhaalde beluistering ook nog eens steeds beter. Ga dat horen dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rogier Pelgrim - Birds And Busy People - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb niet zoveel of eigenlijk helemaal niets met talentenjachten, maar blijf me er wel oprecht over verbazen hoe weinig een groots opgezette talentenjacht als The Voice Of Holland uiteindelijk oplevert (over de slappe aftreksels van dit kijkcijferkanon heb ik het niet eens).
We hebben inmiddels flink wat seizoenen van The Voice Of Holland gehad, maar hoeveel blijvertjes heeft dit opgeleverd en hoeveel van deze blijvertjes hebben echt talent als zelfstandig muzikant (en niet als marionet van de muziekindustrie)? De talentenjacht
De beste singer-songwriter van Nederland doet het wat dat betreft een stuk beter. Ik heb ook hier eigenlijk nooit naar gekeken, maar als je na een aantal seizoenen onder andere Douwe Bob, Maaike Ouboter, Judy Blank, Michael Prins en Lucas Hamming hebt opgeleverd als nieuwe talenten, heb je het meer dan goed gedaan.
Het wat mij betreft grootste talent dat het programma heeft voortgebracht heb ik nog niet eens genoemd, want dat is voor mij Rogier Pelgrim. Zijn vorige plaat, Roll The Dice, bejubelde ik iets meer dan drie jaar geleden en vergeleek ik met de platen van onder andere Damien Rice, Patrick Watson en Jeff Buckley.
Het zijn namen die af en toe ook nog wel opduiken bij beluistering van de nieuwe plaat van Rogier Pelgrim, al is Birds And Busy People een andere plaat dan zijn voorganger. Birds And Busy People bevat een aantal meer ingetogen songs, zoals die ook op Roll The Dice waren te horen, maar Rogier Pelgrim laat op zijn nieuwe plaat toch vooral een wat voller en soms ook net wat lichtvoetiger geluid horen.
Dat levert een aantal bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes op, maar het zijn ook popliedjes die kwaliteit ademen. Ook wanneer de instrumentatie voller en lichtvoetiger is, blijven de songs van Rogier Pelgrim eigenzinnig en ook intiem.
De Nederlandse singer-songwriter heeft wat te vertellen en dat geeft zijn songs urgentie. Waar een vollere instrumentatie de kracht van de boodschap vaak in de weg zit, geeft het de songs op Birds And Busy People extra kracht.
Dat ligt voor een belangrijk deel aan de bijzondere accenten die Rogier Pelgrim aan de instrumentatie heeft toegevoegd. Het zijn accenten die de muziek iets ongrijpbaars geven en het kleurt ook nog eens prachtig bij zijn bijzondere stem.
Van het eerder genoemde vergelijkingsmateriaal hoor ik vooral Jeff Buckley nog meer dan eens terug, maar Birds And Busy People sluit net zo makkelijk aan bij de muziek van Radiohead of juist bij al die folkies die met wat elektronica intieme folksongs omtoveren in radiovriendelijke popliedjes.
Die laatste heeft Rogier Pelgrim ook op zijn nieuwe plaat staan, maar over het algemeen graaft Birds And Busy People toch net wat dieper dan de concurrentie. Het levert een plaat op die nog veel meer overtuigt dan het al zo goede debuut en echt geen seconde onder doet voor hetgeen dat buiten Nederland wordt gemaakt. En Birds And Busy People wordt bij herhaalde beluistering ook nog eens steeds beter. Ga dat horen dus. Erwin Zijleman
Rolling Blackouts Coastal Fever - Endless Rooms (2022)

4,0
0
geplaatst: 6 januari 2023, 16:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop;
De krenten uit de pop: Rolling Blackouts Coastal Fever - Endless Rooms - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rolling Blackouts Coastal Fever - Endless Rooms
De Australische band Rolling Blackouts Coastal Fever leverde in de lente van 2022 haar derde album af en dit doet zeker niet onder voor de eerste twee albums van de band en is zelfs nog wat beter
Ik heb geen idee waarom ik Endless Rooms van Rolling Blackouts Coastal Fever vorig jaar keer op keer heb laten liggen, maar dankzij flink wat jaarlijstjes ben ik alsnog bij de les. Ik was zeer te spreken over de eerste twee albums van de Australische band, maar vind het derde album eerlijk gezegd nog beter. De band uit Melbourne heeft haar geluid verrijkt met synths, varieert wat vaker met het tempo en kiest zo nu en dan voor wat langere songs, waarin meer ruimte is voor bijzondere wendingen. Endless Rooms straalt wat meer rust uit, maar blijft gelukkig ook een album vol aanstekelijke songs en een album vol zonnestralen. Dat had ik een maand of acht eerder moeten weten, maar ik ben blij dat ik Endless Rooms alsnog heb opgepikt.
De Australische band Rolling Blackouts Coastal Fever debuteerde in 2018 met het briljante Hope Downs, dat in het betreffende jaar opdook in vele jaarlijstjes, waaronder dat van mij, waarin het album de top 20 haalde. Ik beschreef het album destijds zelf als een combinatie van het allerbeste uit de Australische, Nieuw-Zeelandse, Britse en Amerikaanse gitaarpop, waarbij ik namen noemde als The Go-Betweens, The Chills, The Bats, The Feelies, The Strokes, R.E.M., The Smiths en Orange Juice, wat alles zegt over de kwaliteit van het debuutalbum van de Australische band. Het album was bovendien de soundtrack van een lange, warme en zorgeloze zomer, wat nog wat extra bonuspunten opleverde.
Twee jaar later was ik minstens even enthousiast over het tweede album van de band uit Melbourne. Ook Sideways To New Italy combineerde invloeden uit een aantal decennia gitaarpop en strooide net als zijn voorganger uitbundig met zonnestralen, die in de eerste coronazomer goed van pas kwamen. Gezien mijn goede ervaringen met de eerste twee albums van Rolling Blackouts Coastal Fever begrijp ik eerlijk gezegd niet waarom ik het afgelopen zomer verschenen derde album van de band keer op keer heb laten liggen. Ik hou het er maar op dat de concurrentie moordend was dit jaar, want aan de kwaliteit van Endless Rooms kan het niet gelegen hebben.
Op haar derde album gaat Rolling Blackouts Coastal Fever deels verder waar Sideways To New Italy in de zomer van 2020 ophield. De band grossiert nog altijd in even aanstekelijke als stekelige gitaarsongs, waarvoor ook dit keer imposant vergelijkingsmateriaal kan worden aangedragen. Dat vergelijkingsmateriaal is eigenlijk niet substantieel veranderd, maar dat betekent niet dat Endless Rooms precies hetzelfde klinkt als zijn twee voorgangers. De muziek van de Australische band is nog altijd zeer zonnig en verleidelijk, maar in muzikaal opzicht is de band gegroeid.
Rolling Blackouts Coastal Fever kiest in een aantal songs voor een net wat stekeliger geluid, heeft hiernaast wat langere songs opgenomen en kiest bovendien met enige regelmaat voor songs met een wat lager tempo. In die langere en tragere songs zoekt de band net wat meer het experiment, waardoor Endless Rooms meer is dan een verzameling catchy popliedjes met een zomerse inslag. Op hetzelfde moment kunnen de songs van de Australische band ook grootser, meeslepender en toegankelijker klinken dan die op de vorige twee albums, wat mede het resultaat is van de inzet van synths. Rolling Blackouts Coastal Fever nam haar derde album op in de Australische bush en kon vanwege de coronapandemie de tijd nemen voor Endless Rooms. Dat hoor je, want veel songs op het album maken een ontspannen indruk.
Ik heb het derde album van Rolling Blackouts Coastal Fever er onlangs alleen maar bij gepakt omdat Endless Rooms de afgelopen weken opdook in meerdere jaarlijstjes en inmiddels kan ik concluderen dat daar niets op valt af te dingen. Endless Rooms is net zo verleidelijk als de eerste twee albums van de Australische band, maar is in muzikaal opzicht nog net wat interessanter. Op naar het volgende album van de band, dat normaal gesproken in de zomer van 2024 moet gaan verschijnen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rolling Blackouts Coastal Fever - Endless Rooms - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rolling Blackouts Coastal Fever - Endless Rooms
De Australische band Rolling Blackouts Coastal Fever leverde in de lente van 2022 haar derde album af en dit doet zeker niet onder voor de eerste twee albums van de band en is zelfs nog wat beter
Ik heb geen idee waarom ik Endless Rooms van Rolling Blackouts Coastal Fever vorig jaar keer op keer heb laten liggen, maar dankzij flink wat jaarlijstjes ben ik alsnog bij de les. Ik was zeer te spreken over de eerste twee albums van de Australische band, maar vind het derde album eerlijk gezegd nog beter. De band uit Melbourne heeft haar geluid verrijkt met synths, varieert wat vaker met het tempo en kiest zo nu en dan voor wat langere songs, waarin meer ruimte is voor bijzondere wendingen. Endless Rooms straalt wat meer rust uit, maar blijft gelukkig ook een album vol aanstekelijke songs en een album vol zonnestralen. Dat had ik een maand of acht eerder moeten weten, maar ik ben blij dat ik Endless Rooms alsnog heb opgepikt.
De Australische band Rolling Blackouts Coastal Fever debuteerde in 2018 met het briljante Hope Downs, dat in het betreffende jaar opdook in vele jaarlijstjes, waaronder dat van mij, waarin het album de top 20 haalde. Ik beschreef het album destijds zelf als een combinatie van het allerbeste uit de Australische, Nieuw-Zeelandse, Britse en Amerikaanse gitaarpop, waarbij ik namen noemde als The Go-Betweens, The Chills, The Bats, The Feelies, The Strokes, R.E.M., The Smiths en Orange Juice, wat alles zegt over de kwaliteit van het debuutalbum van de Australische band. Het album was bovendien de soundtrack van een lange, warme en zorgeloze zomer, wat nog wat extra bonuspunten opleverde.
Twee jaar later was ik minstens even enthousiast over het tweede album van de band uit Melbourne. Ook Sideways To New Italy combineerde invloeden uit een aantal decennia gitaarpop en strooide net als zijn voorganger uitbundig met zonnestralen, die in de eerste coronazomer goed van pas kwamen. Gezien mijn goede ervaringen met de eerste twee albums van Rolling Blackouts Coastal Fever begrijp ik eerlijk gezegd niet waarom ik het afgelopen zomer verschenen derde album van de band keer op keer heb laten liggen. Ik hou het er maar op dat de concurrentie moordend was dit jaar, want aan de kwaliteit van Endless Rooms kan het niet gelegen hebben.
Op haar derde album gaat Rolling Blackouts Coastal Fever deels verder waar Sideways To New Italy in de zomer van 2020 ophield. De band grossiert nog altijd in even aanstekelijke als stekelige gitaarsongs, waarvoor ook dit keer imposant vergelijkingsmateriaal kan worden aangedragen. Dat vergelijkingsmateriaal is eigenlijk niet substantieel veranderd, maar dat betekent niet dat Endless Rooms precies hetzelfde klinkt als zijn twee voorgangers. De muziek van de Australische band is nog altijd zeer zonnig en verleidelijk, maar in muzikaal opzicht is de band gegroeid.
Rolling Blackouts Coastal Fever kiest in een aantal songs voor een net wat stekeliger geluid, heeft hiernaast wat langere songs opgenomen en kiest bovendien met enige regelmaat voor songs met een wat lager tempo. In die langere en tragere songs zoekt de band net wat meer het experiment, waardoor Endless Rooms meer is dan een verzameling catchy popliedjes met een zomerse inslag. Op hetzelfde moment kunnen de songs van de Australische band ook grootser, meeslepender en toegankelijker klinken dan die op de vorige twee albums, wat mede het resultaat is van de inzet van synths. Rolling Blackouts Coastal Fever nam haar derde album op in de Australische bush en kon vanwege de coronapandemie de tijd nemen voor Endless Rooms. Dat hoor je, want veel songs op het album maken een ontspannen indruk.
Ik heb het derde album van Rolling Blackouts Coastal Fever er onlangs alleen maar bij gepakt omdat Endless Rooms de afgelopen weken opdook in meerdere jaarlijstjes en inmiddels kan ik concluderen dat daar niets op valt af te dingen. Endless Rooms is net zo verleidelijk als de eerste twee albums van de Australische band, maar is in muzikaal opzicht nog net wat interessanter. Op naar het volgende album van de band, dat normaal gesproken in de zomer van 2024 moet gaan verschijnen. Erwin Zijleman
Rolling Blackouts Coastal Fever - Hope Downs (2018)

4,5
0
geplaatst: 19 juni 2018, 15:20 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rolling Blackouts Coastal Fever - Hope Downs - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Er wordt inmiddels al een aantal maanden heel druk gedaan over de Australische band Rolling Blackouts Coastal Fever. Heel gek is dat niet, want de twee EP’s die de band uit Melbourne tot dusver afleverde waren echt geweldig en smaakten naar veel meer.
Ook het eerste album van de band is een plaat die ik onmiddellijk heb omarmd, al is het maar omdat je met Hope Downs direct de zomer in huis haalt.
Rolling Blackouts Coastal Fever, op de cover van het debuut afgekort tot Rolling Blackouts C.F., maakt zonnige gitaarsongs zoals The Go-Betweens ze in hun allerbeste dagen maakten, maar Home Downs herinnert ook aan Nieuw Zeelandse bands als The Chills, The Clean en The Bat.
Hiermee zijn we er nog niet, want R.B.C.F. heeft zich ook nog laten beïnvloeden door Britse gitaarpop uit de jaren 80, met afwisselend The Smiths, Prefab Sprout en Aztec Camera als aansprekende voorbeelden. Als ik vanuit de Verenigde Staten nog The Feelies, het vroege R.E.M. en The Strokes toevoeg aan de belangrijkste inspiratiebronnen van de Australische band, moet duidelijk zijn hoe de muziek van Rolling Blackouts Coastal Fever ongeveer klinkt.
Met name door de zonnige gitaarlijnen en de geweldige melodieën klinkt Hope Downs zonnig en onbevangen, maar net als bij een groot deel van de bovengenoemde voorbeelden rammelen en jengelen de songs van de Australiërs bijzonder aangenaam en zit er veel meer moois en bijzonders verstopt in de gitaarsongs van de band dan je bij eerste beluistering zult vermoeden.
Het zorgt er voor dat de soms ook rauw en stekelig klinkende gitaarpop van Rolling Blackouts Coastal Fever direct zorgt voor een goed gevoel en dat de songs van de band direct worden opgeslagen in het geheugen, maar het zorgt er ook voor dat de muziek van de band ook op iets langere termijn interessant blijft.
De songs winnen nog wat meer aan kracht door de dynamiek die is toegevoegd aan Hope Downs. Rolling Blackouts Coastal Fever kiest op haar debuut vooral voor uptempo songs, maar kan in deze songs af en toe ook flink gas terug nemen. Verder sleept de band uit Melbourne er stiekem veel meer bij dan het bovenstaande suggereert. In een aantal songs steekt R.B.C.F. zelfs de Rolling Stones naar de kroon in songs die Mick Jagger en co. echt nooit meer gaan maken.
Het is bijzonder hoe de op het eerste gehoor redelijk rechttoe rechtaan gitaarsongs van de band zijn voorzien van zoveel moois en zoveel diepte. Iedere keer als ik luister naar Hope Downs hoor ik weer nieuwe ingrediënten en ze zijn stuk voor stuk onweerstaanbaar. Het telt op tot een serie songs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden en het is een serie songs van een niveau dat maar weinig bands op hun debuut wisten te bereiken.
Natuurlijk wordt er op het moment wel erg druk gedaan over de muziek van de Australische band en wordt er erg driftig gestrooid met superlatieven, maar kan ik er veel op afdingen? Nee. Rolling Blackouts Coastal Fever vermengt op haar debuut invloeden uit een aantal decennia popmuziek en het gaat vrijwel uitsluitend om invloeden van bands die me dierbaar zijn. Het levert popsongs op waarvan ik alleen maar intens kan houden en het zijn ook nog eens popsongs die de zon uitbundig laten schijnen. De soundtrack van een hele mooie zomer lijkt gemaakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rolling Blackouts Coastal Fever - Hope Downs - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Er wordt inmiddels al een aantal maanden heel druk gedaan over de Australische band Rolling Blackouts Coastal Fever. Heel gek is dat niet, want de twee EP’s die de band uit Melbourne tot dusver afleverde waren echt geweldig en smaakten naar veel meer.
Ook het eerste album van de band is een plaat die ik onmiddellijk heb omarmd, al is het maar omdat je met Hope Downs direct de zomer in huis haalt.
Rolling Blackouts Coastal Fever, op de cover van het debuut afgekort tot Rolling Blackouts C.F., maakt zonnige gitaarsongs zoals The Go-Betweens ze in hun allerbeste dagen maakten, maar Home Downs herinnert ook aan Nieuw Zeelandse bands als The Chills, The Clean en The Bat.
Hiermee zijn we er nog niet, want R.B.C.F. heeft zich ook nog laten beïnvloeden door Britse gitaarpop uit de jaren 80, met afwisselend The Smiths, Prefab Sprout en Aztec Camera als aansprekende voorbeelden. Als ik vanuit de Verenigde Staten nog The Feelies, het vroege R.E.M. en The Strokes toevoeg aan de belangrijkste inspiratiebronnen van de Australische band, moet duidelijk zijn hoe de muziek van Rolling Blackouts Coastal Fever ongeveer klinkt.
Met name door de zonnige gitaarlijnen en de geweldige melodieën klinkt Hope Downs zonnig en onbevangen, maar net als bij een groot deel van de bovengenoemde voorbeelden rammelen en jengelen de songs van de Australiërs bijzonder aangenaam en zit er veel meer moois en bijzonders verstopt in de gitaarsongs van de band dan je bij eerste beluistering zult vermoeden.
Het zorgt er voor dat de soms ook rauw en stekelig klinkende gitaarpop van Rolling Blackouts Coastal Fever direct zorgt voor een goed gevoel en dat de songs van de band direct worden opgeslagen in het geheugen, maar het zorgt er ook voor dat de muziek van de band ook op iets langere termijn interessant blijft.
De songs winnen nog wat meer aan kracht door de dynamiek die is toegevoegd aan Hope Downs. Rolling Blackouts Coastal Fever kiest op haar debuut vooral voor uptempo songs, maar kan in deze songs af en toe ook flink gas terug nemen. Verder sleept de band uit Melbourne er stiekem veel meer bij dan het bovenstaande suggereert. In een aantal songs steekt R.B.C.F. zelfs de Rolling Stones naar de kroon in songs die Mick Jagger en co. echt nooit meer gaan maken.
Het is bijzonder hoe de op het eerste gehoor redelijk rechttoe rechtaan gitaarsongs van de band zijn voorzien van zoveel moois en zoveel diepte. Iedere keer als ik luister naar Hope Downs hoor ik weer nieuwe ingrediënten en ze zijn stuk voor stuk onweerstaanbaar. Het telt op tot een serie songs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden en het is een serie songs van een niveau dat maar weinig bands op hun debuut wisten te bereiken.
Natuurlijk wordt er op het moment wel erg druk gedaan over de muziek van de Australische band en wordt er erg driftig gestrooid met superlatieven, maar kan ik er veel op afdingen? Nee. Rolling Blackouts Coastal Fever vermengt op haar debuut invloeden uit een aantal decennia popmuziek en het gaat vrijwel uitsluitend om invloeden van bands die me dierbaar zijn. Het levert popsongs op waarvan ik alleen maar intens kan houden en het zijn ook nog eens popsongs die de zon uitbundig laten schijnen. De soundtrack van een hele mooie zomer lijkt gemaakt. Erwin Zijleman
Rolling Blackouts Coastal Fever - Sideways to New Italy (2020)

4,0
1
geplaatst: 7 juni 2020, 10:41 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rolling Blackouts Coastal Fever - Sideways To New Italy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rolling Blackouts Coastal Fever - Sideways To New Italy
Haal onmiddellijk de zomer in huis met deze onweerstaanbaar lekkere gitaarplaat vol instant hits van de Australische band Rolling Blackouts Coastal Fever
Ik was al bijna weer vergeten hoe onweerstaanbaar lekker het debuut van de Australische band Rolling Blackouts Coastal Fever twee jaar geleden klonk, maar toen de eerste noten van het tweede album van de band uit de speakers kwamen was ik direct weer bij de les. Ook Sideways To New Italy is een album vol zonnestralen en een album vol vrijwel onmiddellijk memorabele gitaarsongs. Het zijn songs die aan van alles en nog wat doet denken, maar op hetzelfde moment klinkt het net zo fris als een zomerbuitje. De gitaren mogen heerlijk jengelen en af en toe wat steviger uithalen, de koortjes zijn prachtig, de songs stuk voor stuk onweerstaanbaar. De soundtrack voor een mooie zomer is binnen.
Sideways To New Italy van Rolling Blackouts Coastal Fever is een album waar ik al een tijdje naar uit kijk. Hope Downs, het iets meer dan twee jaar geleden debuut van de Australische band, was immers een album dat niet alleen de zomer innig omarmde, maar dat ook associaties opriep met geweldige gitaarbands uit Australië (The Go-Betweens), Nieuw-Zeeland (The Chills, The Bats), de Verenigde Staten (The Feelies, The Strokes, R.E.M.) en het Verenigd Koninkrijk (The Smiths, Orange Juice).
Het leverde een debuut op dat niet alleen klonk als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast, met nog veel meer namen dan de paar die hier boven zijn genoemd, maar dat bovendien driftig strooide met zonnestralen. Gezien de goede ervaringen van twee jaar geleden, hoopte ik stiekem op meer van hetzelfde. Dat is Sideways To New Italy misschien niet precies, maar het komt zeker in de buurt. Ook op haar tweede album maakt de Australische band muziek die de zon laat schijnen en ook Sideways To New Italy is een album dat uitnodigt tot vergelijken met heel veel leuke gitaaralbums die je al in de kast hebt staan.
Direct vanaf de eerste noten van openingstrack The Second Of The First is duidelijk dat Rolling Blackouts Coastal Fever het schrijven van aanstekelijke gitaarsongs niet is verleerd. De band uit Melbourne heeft nog altijd een voorkeur voor jangle gitaarpop en pakt meteen stevig uit met een perfect popliedje vol vlammend gitaarwerk.
Na me de afgelopen weken vooral te hebben ondergedompeld in wat weemoedige singer-songwriter albums, zorgt de vrolijke, zonnige en energieke gitaarmuziek van Rolling Blackouts Coastal Fever direct voor een goed gevoel. Het gitaarwerk is weer bijzonder lekker en neemt je mee op een reis langs heel wat memorabele gitaarplaten uit het verleden, maar ook de melodieën en refreinen op Sideways To New Italy zijn weer onweerstaanbaar. Het tweede album van de Australische band ligt absoluut in het verlengde van het terecht bewierookte en in brede kring omarmde debuut, maar Rolling Blackouts Coastal Fever probeert hier en daar ook wel net wat andere wegen in te slaan.
Hope Downs was twee jaar geleden een album vol instant hits en dat is een etiket dat ook op Sideways To New Italy te plakken is. Het album staat vol met songs die je al jaren lijkt te kennen en het zijn ook nog eens songs die doen verlangen naar een prachtige zomer.
Sideways To New Italy van Rolling Blackouts Coastal Fever is zo’n album dat je onmiddellijk weet te verleiden, maar waarvan je je wel even afvraagt of het nu ook bijzonder is of alleen maar lekker. Ik vind het onweerstaanbaar lekker, maar het is ook razend knap wat de Australische band doet. Aan de ene kant hoor je bijzonder aanstekelijke gitaarsongs, maar aan de andere kant wordt er knap gemusiceerd, is de zang dik in orde en probeert Rolling Blackouts Coastal Fever steeds weer net wat andere accenten te leggen.
Ik was eerlijk gezegd al lang weer vergeten hoe leuk het debuut van de Australische band was, maar de zonnige, zorgeloze en pretentieloze gitaarsongs op Sideways To New Italy verrichten hier al weer een paar dagen wonderen. Buiten is de zon even verdwenen op het moment, maar binnen schijnt hij weer volop wanneer deze heerlijke gitaarplaat uit de speakers komt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rolling Blackouts Coastal Fever - Sideways To New Italy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rolling Blackouts Coastal Fever - Sideways To New Italy
Haal onmiddellijk de zomer in huis met deze onweerstaanbaar lekkere gitaarplaat vol instant hits van de Australische band Rolling Blackouts Coastal Fever
Ik was al bijna weer vergeten hoe onweerstaanbaar lekker het debuut van de Australische band Rolling Blackouts Coastal Fever twee jaar geleden klonk, maar toen de eerste noten van het tweede album van de band uit de speakers kwamen was ik direct weer bij de les. Ook Sideways To New Italy is een album vol zonnestralen en een album vol vrijwel onmiddellijk memorabele gitaarsongs. Het zijn songs die aan van alles en nog wat doet denken, maar op hetzelfde moment klinkt het net zo fris als een zomerbuitje. De gitaren mogen heerlijk jengelen en af en toe wat steviger uithalen, de koortjes zijn prachtig, de songs stuk voor stuk onweerstaanbaar. De soundtrack voor een mooie zomer is binnen.
Sideways To New Italy van Rolling Blackouts Coastal Fever is een album waar ik al een tijdje naar uit kijk. Hope Downs, het iets meer dan twee jaar geleden debuut van de Australische band, was immers een album dat niet alleen de zomer innig omarmde, maar dat ook associaties opriep met geweldige gitaarbands uit Australië (The Go-Betweens), Nieuw-Zeeland (The Chills, The Bats), de Verenigde Staten (The Feelies, The Strokes, R.E.M.) en het Verenigd Koninkrijk (The Smiths, Orange Juice).
Het leverde een debuut op dat niet alleen klonk als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast, met nog veel meer namen dan de paar die hier boven zijn genoemd, maar dat bovendien driftig strooide met zonnestralen. Gezien de goede ervaringen van twee jaar geleden, hoopte ik stiekem op meer van hetzelfde. Dat is Sideways To New Italy misschien niet precies, maar het komt zeker in de buurt. Ook op haar tweede album maakt de Australische band muziek die de zon laat schijnen en ook Sideways To New Italy is een album dat uitnodigt tot vergelijken met heel veel leuke gitaaralbums die je al in de kast hebt staan.
Direct vanaf de eerste noten van openingstrack The Second Of The First is duidelijk dat Rolling Blackouts Coastal Fever het schrijven van aanstekelijke gitaarsongs niet is verleerd. De band uit Melbourne heeft nog altijd een voorkeur voor jangle gitaarpop en pakt meteen stevig uit met een perfect popliedje vol vlammend gitaarwerk.
Na me de afgelopen weken vooral te hebben ondergedompeld in wat weemoedige singer-songwriter albums, zorgt de vrolijke, zonnige en energieke gitaarmuziek van Rolling Blackouts Coastal Fever direct voor een goed gevoel. Het gitaarwerk is weer bijzonder lekker en neemt je mee op een reis langs heel wat memorabele gitaarplaten uit het verleden, maar ook de melodieën en refreinen op Sideways To New Italy zijn weer onweerstaanbaar. Het tweede album van de Australische band ligt absoluut in het verlengde van het terecht bewierookte en in brede kring omarmde debuut, maar Rolling Blackouts Coastal Fever probeert hier en daar ook wel net wat andere wegen in te slaan.
Hope Downs was twee jaar geleden een album vol instant hits en dat is een etiket dat ook op Sideways To New Italy te plakken is. Het album staat vol met songs die je al jaren lijkt te kennen en het zijn ook nog eens songs die doen verlangen naar een prachtige zomer.
Sideways To New Italy van Rolling Blackouts Coastal Fever is zo’n album dat je onmiddellijk weet te verleiden, maar waarvan je je wel even afvraagt of het nu ook bijzonder is of alleen maar lekker. Ik vind het onweerstaanbaar lekker, maar het is ook razend knap wat de Australische band doet. Aan de ene kant hoor je bijzonder aanstekelijke gitaarsongs, maar aan de andere kant wordt er knap gemusiceerd, is de zang dik in orde en probeert Rolling Blackouts Coastal Fever steeds weer net wat andere accenten te leggen.
Ik was eerlijk gezegd al lang weer vergeten hoe leuk het debuut van de Australische band was, maar de zonnige, zorgeloze en pretentieloze gitaarsongs op Sideways To New Italy verrichten hier al weer een paar dagen wonderen. Buiten is de zon even verdwenen op het moment, maar binnen schijnt hij weer volop wanneer deze heerlijke gitaarplaat uit de speakers komt. Erwin Zijleman
Rolling Stones - Blue & Lonesome (2016)

4,0
1
geplaatst: 2 december 2016, 15:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Rolling Stones - Blue & Lonesome - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Gaan The Rolling Stones ooit nog eens een echt goede plaat maken? Het is een vraag die al talloze keren is gesteld sinds de release van het geweldige Tattoo You uit 1981.
De Britse band maakte klassiekers in de jaren 60 en 70, maar sinds de jaren 80 is de spoeling zeer dun. Dat het deze week verschenen Blue & Lonesome de beste Stones plaat in 35 jaar wordt genoemd zegt dan ook niet zo heel veel en misschien zelfs wel helemaal niets.
Persoonlijk ben ik overigens best tevreden met een aardige Stones plaat, want ook die zijn sinds Tattoo You zeer schaars. Verder dan Voodoo Lounge (1994) en A Bigger Bang (uit 2005 en tot vandaag het laatste echte wapenfeit van de band) kom ik eigenlijk niet en dat is een magere score voor een band die moet worden geschaard onder de allergrootsten uit de muziekgeschiedenis.
Aan dat bescheiden rijtje aardige Stones platen kan nu Blue & Lonesome worden toegevoegd, want eindelijk klinken de heren op leeftijd weer eens geïnspireerd en urgent.
Dat doen The Rolling Stones dit keer niet met eigen songs, want op Blue & Lonesome worden de blueshelden van de band geëerd. Op Blue & Lonesome vertolken de Stones immers de songs die Mick Jagger en Keith Richards aan het begin van de jaren 60 inspireerden tot het formeren van een eigen band.
Nu lijkt het vertolken van bluessongs uit de jaren 50 en 60 een eenvoudig kunstje, maar dat is het zeker niet. Het werkt immers alleen als je als muzikant je ziel en zaligheid in de songs stopt en dat is precies wat de Stones doen op hun nieuwe plaat.
Charlie Watts drumt swingend en trefzeker, Keith Richards en Ron Wood strooien driftig met geweldige bluesriffs, Mick Jagger laat de mondharmonica scheuren en diezelfde Mick Jagger laat eindelijk weer eens horen dat hij een geweldig zanger is. Op Blue & Lonesome vertolken de Stones de bluesklassiekers uit een ver verleden zoals ze dit aan het begin van de jaren 60 hadden kunnen doen en dat klinkt verassend goed. De jonge honden in de inmiddels bejaarde muzikanten zijn weer wakker.
Voor Blue & Lonesome werd een beroep gedaan op topproducer Don Was, die de in slechts drie dagen opgenomen songs zo rauw en gruizig mogelijk op de band heeft gezet, waardoor de plaat uit de speakers knalt en zo energiek en onbevangen klinkt als je hoopt.
Natuurlijk kan Blue & Lonesome niet concurreren met Tattoo You, waarop de band nog met Stones klassiekers als Start Me Up en Waiting On A Friend op de proppen kwam, maar heb ik sindsdien zo genoten van een Stones plaat als ik nu geniet van Blue & Lonesome? Nee!
Er wordt misschien net wat te druk gedaan over het artistieke belang van de nieuwe plaat van de legendarische band, maar dat Blue & Lonesome een in vrijwel alle opzichten geslaagde plaat is zal duidelijk zijn. Mogelijk inspireert het de band nog tot grootse daden, maar als dit het slotakkoord van The Rolling Stones is vind ik dat ook best. Op Blue & Lonesome kunnen The Rolling Stones immers best trots zijn en dat was even geleden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Rolling Stones - Blue & Lonesome - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Gaan The Rolling Stones ooit nog eens een echt goede plaat maken? Het is een vraag die al talloze keren is gesteld sinds de release van het geweldige Tattoo You uit 1981.
De Britse band maakte klassiekers in de jaren 60 en 70, maar sinds de jaren 80 is de spoeling zeer dun. Dat het deze week verschenen Blue & Lonesome de beste Stones plaat in 35 jaar wordt genoemd zegt dan ook niet zo heel veel en misschien zelfs wel helemaal niets.
Persoonlijk ben ik overigens best tevreden met een aardige Stones plaat, want ook die zijn sinds Tattoo You zeer schaars. Verder dan Voodoo Lounge (1994) en A Bigger Bang (uit 2005 en tot vandaag het laatste echte wapenfeit van de band) kom ik eigenlijk niet en dat is een magere score voor een band die moet worden geschaard onder de allergrootsten uit de muziekgeschiedenis.
Aan dat bescheiden rijtje aardige Stones platen kan nu Blue & Lonesome worden toegevoegd, want eindelijk klinken de heren op leeftijd weer eens geïnspireerd en urgent.
Dat doen The Rolling Stones dit keer niet met eigen songs, want op Blue & Lonesome worden de blueshelden van de band geëerd. Op Blue & Lonesome vertolken de Stones immers de songs die Mick Jagger en Keith Richards aan het begin van de jaren 60 inspireerden tot het formeren van een eigen band.
Nu lijkt het vertolken van bluessongs uit de jaren 50 en 60 een eenvoudig kunstje, maar dat is het zeker niet. Het werkt immers alleen als je als muzikant je ziel en zaligheid in de songs stopt en dat is precies wat de Stones doen op hun nieuwe plaat.
Charlie Watts drumt swingend en trefzeker, Keith Richards en Ron Wood strooien driftig met geweldige bluesriffs, Mick Jagger laat de mondharmonica scheuren en diezelfde Mick Jagger laat eindelijk weer eens horen dat hij een geweldig zanger is. Op Blue & Lonesome vertolken de Stones de bluesklassiekers uit een ver verleden zoals ze dit aan het begin van de jaren 60 hadden kunnen doen en dat klinkt verassend goed. De jonge honden in de inmiddels bejaarde muzikanten zijn weer wakker.
Voor Blue & Lonesome werd een beroep gedaan op topproducer Don Was, die de in slechts drie dagen opgenomen songs zo rauw en gruizig mogelijk op de band heeft gezet, waardoor de plaat uit de speakers knalt en zo energiek en onbevangen klinkt als je hoopt.
Natuurlijk kan Blue & Lonesome niet concurreren met Tattoo You, waarop de band nog met Stones klassiekers als Start Me Up en Waiting On A Friend op de proppen kwam, maar heb ik sindsdien zo genoten van een Stones plaat als ik nu geniet van Blue & Lonesome? Nee!
Er wordt misschien net wat te druk gedaan over het artistieke belang van de nieuwe plaat van de legendarische band, maar dat Blue & Lonesome een in vrijwel alle opzichten geslaagde plaat is zal duidelijk zijn. Mogelijk inspireert het de band nog tot grootse daden, maar als dit het slotakkoord van The Rolling Stones is vind ik dat ook best. Op Blue & Lonesome kunnen The Rolling Stones immers best trots zijn en dat was even geleden. Erwin Zijleman
Rolling Stones - Hackney Diamonds (2023)

4,0
2
geplaatst: 21 oktober 2023, 10:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Rolling Stones - Hackney Diamonds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Rolling Stones - Hackney Diamonds
Alleen een rasoptimist rekende nog op een ouderwets goed album van The Rolling Stones, maar met Hackney Diamonds hebben Mick Jagger, Keith Richards, Ron Woods en flink wat gastmuzikanten dit album toch echt gemaakt
Hackney Diamonds, het nieuwe album van The Rolling Stones werd begin september aangekondigd met de single Angry, die zeker niet tegenviel. Het is wat mij betreft een van de minste tracks op Hackney Diamonds, dat een ouderwets goed album van The Rolling Stones is. Natuurlijk niet zo goed als de erkende meesterwerken van de band van heel lang geleden, maar zo energiek en gedreven als op Hackney Diamonds hoorde ik The Rolling Stones al heel lang niet meer. Mick Jagger zingt fantastisch, Keith Richards en Ron Wood vechten fraaie gitaarduels uit en Hackney Diamonds staat vol met geweldige songs. Het album is momenteel onderdeel van een flinke hype, maar op alle mooie woorden voor Hackney Diamonds valt echt maar heel weinig af te dingen.
Hackney Diamonds van The Rolling Stones is de afgelopen weken bedolven onder de aandacht in de media. Dat had aan de ene kant wel wat van een stevige hype, maar aan de andere kant hebben we het natuurlijk wel over een van de grootste rockbands uit de geschiedenis van de popmuziek. Een nieuw album van The Rolling Stones is bovendien een bijzondere gebeurtenis geworden, want heel productief is de Britse band al lang niet meer. Voor het laatste album van de band, het met covers gevulde en verrassend sterke Blue & Lonesome, moeten we bijna zeven jaar terug in de tijd, terwijl we voor het laatste studioalbum met origineel materiaal terug moeten naar A Bigger Bang, dat verscheen in de herfst van 2005, toen er overigens veel minder druk werd gedaan over een nieuw album van The Rolling Stones.
Hackney Diamonds wordt in veel recensies het beste album van de band sinds Tattoo You genoemd en dat is een album dat in de zomer van 1981 verscheen. Dat is op zich niet zo moeilijk, want na Tattoo You maakte de band er lange tijd een potje van met een stapeltje albums dat het moest hebben van hooguit twee of drie goede songs. Ik vind het altijd lastig om een nieuw album van een band te vergelijken met albums die vele decennia geleden werden gemaakt. Het is niet realistisch om van een band die inmiddels meer dan 60 jaar bestaat nog een album van het kaliber van Beggars Banquet, Let It Bleed, Sticky Fingers of Exile On Main Street te verwachten, maar het moest toch beter kunnen dan nagenoeg alle albums die de band na 1981 maakte.
Blue & Lonesome wat was dat betreft een zeer aangename verrassing in 2016, want de covers van bekende en minder bekende bluessongs klonken verrassend geïnspireerd. De inspiratie van dat album heeft de band meegenomen naar Hackney Diamonds, dat me echt uitstekend bevalt. Mick Jagger en Keith Richards vieren dit jaar hun 80e verjaardag en ook ‘jonkie’ Ron Wood is de 75 inmiddels gepasseerd, maar dat is geen moment te horen op Hackney Diamonds, dat fris en energiek klinkt. De Britse band heeft de gastenlijst dit keer gevuld met een aantal indrukwekkende namen (Paul McCartney, Elton John, Stevie Wonder, Lady Gaga), maar Hackney Diamonds is toch vooral een rock ’n roll album zonder al te veel poespas.
Waar er live inmiddels de nodige sleet zit op de stembanden van Mick Jagger en op het gitaarwerk van Keith Richards en Ron Wood, klinken de zang en het gitaarwerk op Hackney Diamonds verrassend goed. Zeker de zang van Mick Jagger heb ik al heel lang niet meer zo gedreven gehoord en laat horen dat de 80 jaar oude muzikant het nog steeds heeft. Het vuur dat zo lang geleden doofde op de albums van The Rolling Stones brandt op Hackney Diamonds weer in volle hevigheid en wat klinkt dat lekker. Ook de productie van Don Was, Andrew Watt en Jagger & Richards klinkt prima en versterkt het no-nonsense geluid van het album.
Uiteindelijk draait natuurlijk alles om de songs en die zijn echt veel beter dan ik had durven dromen. Het is een serie songs die het hele oeuvre van de band bestrijkt, van broeierige ballads tot doorleefde blues en van melancholische country tot recht voor zijn raap rock ’n roll. Hackney Diamonds smaakt bij eerste beluistering naar veel meer en stelt vervolgens niet teleur. Ik was de afgelopen weken behoorlijk sceptisch in mijn verwachtingen met betrekking tot Hackney Diamonds, maar dit is eindelijk weer eens een album dat je mag verwachten van een van de grootste rockbands aller tijden.
Natuurlijk kan Hackney Diamonds zich niet meten met de onbetwiste klassiekers die de band in de jaren 60 en 70 maakte, maar is het album zoveel minder dan Tattoo You? Ik vind persoonlijk van niet (maar ik vond Tattoo You destijds echt veel minder dan Some Girls). Wat mij betreft zijn we dan ook eindelijk af van de eeuwige vergelijking met Tattoo You. Op naar het volgende album dan maar? Wat mij betref wel en het schijnt al bijna af te zijn ook. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Rolling Stones - Hackney Diamonds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Rolling Stones - Hackney Diamonds
Alleen een rasoptimist rekende nog op een ouderwets goed album van The Rolling Stones, maar met Hackney Diamonds hebben Mick Jagger, Keith Richards, Ron Woods en flink wat gastmuzikanten dit album toch echt gemaakt
Hackney Diamonds, het nieuwe album van The Rolling Stones werd begin september aangekondigd met de single Angry, die zeker niet tegenviel. Het is wat mij betreft een van de minste tracks op Hackney Diamonds, dat een ouderwets goed album van The Rolling Stones is. Natuurlijk niet zo goed als de erkende meesterwerken van de band van heel lang geleden, maar zo energiek en gedreven als op Hackney Diamonds hoorde ik The Rolling Stones al heel lang niet meer. Mick Jagger zingt fantastisch, Keith Richards en Ron Wood vechten fraaie gitaarduels uit en Hackney Diamonds staat vol met geweldige songs. Het album is momenteel onderdeel van een flinke hype, maar op alle mooie woorden voor Hackney Diamonds valt echt maar heel weinig af te dingen.
Hackney Diamonds van The Rolling Stones is de afgelopen weken bedolven onder de aandacht in de media. Dat had aan de ene kant wel wat van een stevige hype, maar aan de andere kant hebben we het natuurlijk wel over een van de grootste rockbands uit de geschiedenis van de popmuziek. Een nieuw album van The Rolling Stones is bovendien een bijzondere gebeurtenis geworden, want heel productief is de Britse band al lang niet meer. Voor het laatste album van de band, het met covers gevulde en verrassend sterke Blue & Lonesome, moeten we bijna zeven jaar terug in de tijd, terwijl we voor het laatste studioalbum met origineel materiaal terug moeten naar A Bigger Bang, dat verscheen in de herfst van 2005, toen er overigens veel minder druk werd gedaan over een nieuw album van The Rolling Stones.
Hackney Diamonds wordt in veel recensies het beste album van de band sinds Tattoo You genoemd en dat is een album dat in de zomer van 1981 verscheen. Dat is op zich niet zo moeilijk, want na Tattoo You maakte de band er lange tijd een potje van met een stapeltje albums dat het moest hebben van hooguit twee of drie goede songs. Ik vind het altijd lastig om een nieuw album van een band te vergelijken met albums die vele decennia geleden werden gemaakt. Het is niet realistisch om van een band die inmiddels meer dan 60 jaar bestaat nog een album van het kaliber van Beggars Banquet, Let It Bleed, Sticky Fingers of Exile On Main Street te verwachten, maar het moest toch beter kunnen dan nagenoeg alle albums die de band na 1981 maakte.
Blue & Lonesome wat was dat betreft een zeer aangename verrassing in 2016, want de covers van bekende en minder bekende bluessongs klonken verrassend geïnspireerd. De inspiratie van dat album heeft de band meegenomen naar Hackney Diamonds, dat me echt uitstekend bevalt. Mick Jagger en Keith Richards vieren dit jaar hun 80e verjaardag en ook ‘jonkie’ Ron Wood is de 75 inmiddels gepasseerd, maar dat is geen moment te horen op Hackney Diamonds, dat fris en energiek klinkt. De Britse band heeft de gastenlijst dit keer gevuld met een aantal indrukwekkende namen (Paul McCartney, Elton John, Stevie Wonder, Lady Gaga), maar Hackney Diamonds is toch vooral een rock ’n roll album zonder al te veel poespas.
Waar er live inmiddels de nodige sleet zit op de stembanden van Mick Jagger en op het gitaarwerk van Keith Richards en Ron Wood, klinken de zang en het gitaarwerk op Hackney Diamonds verrassend goed. Zeker de zang van Mick Jagger heb ik al heel lang niet meer zo gedreven gehoord en laat horen dat de 80 jaar oude muzikant het nog steeds heeft. Het vuur dat zo lang geleden doofde op de albums van The Rolling Stones brandt op Hackney Diamonds weer in volle hevigheid en wat klinkt dat lekker. Ook de productie van Don Was, Andrew Watt en Jagger & Richards klinkt prima en versterkt het no-nonsense geluid van het album.
Uiteindelijk draait natuurlijk alles om de songs en die zijn echt veel beter dan ik had durven dromen. Het is een serie songs die het hele oeuvre van de band bestrijkt, van broeierige ballads tot doorleefde blues en van melancholische country tot recht voor zijn raap rock ’n roll. Hackney Diamonds smaakt bij eerste beluistering naar veel meer en stelt vervolgens niet teleur. Ik was de afgelopen weken behoorlijk sceptisch in mijn verwachtingen met betrekking tot Hackney Diamonds, maar dit is eindelijk weer eens een album dat je mag verwachten van een van de grootste rockbands aller tijden.
Natuurlijk kan Hackney Diamonds zich niet meten met de onbetwiste klassiekers die de band in de jaren 60 en 70 maakte, maar is het album zoveel minder dan Tattoo You? Ik vind persoonlijk van niet (maar ik vond Tattoo You destijds echt veel minder dan Some Girls). Wat mij betreft zijn we dan ook eindelijk af van de eeuwige vergelijking met Tattoo You. Op naar het volgende album dan maar? Wat mij betref wel en het schijnt al bijna af te zijn ook. Erwin Zijleman
Romi Mayes - Devil on Both Shoulders (2015)

4,5
0
geplaatst: 14 november 2015, 10:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Romi Mayes - Devil On Both Shoulders - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het lijkt al weer een eeuwigheid geleden dat ik voor het laatst naar een plaat van Romi Mayes heb geluisterd.
Over haar debuut, Sweet Somethin Steady, was ik in 2006 best te spreken, maar vervolgens ben ik de Canadese singer-songwriter weer snel uit het oog verloren.
Dat is jammer, want ook op het onlangs verschenen Devil On Both Shoulders, haar eerste plaat in vier jaar tijd, laat de singer-songwriter uit Winnipeg weer horen dat ze veel te bieden heeft.
Romi Mayes beschikt over een stem vol soul en blues en deze benut ze op Devil On Both Shoulders optimaal.
Romi Mayes laat zich op haar nieuwe plaat begeleiden door muzikanten die een lekker donker en broeierig geluid neer kunnen zetten. Het is een geluid waarin de gitaar en het orgel domineren, maar de uitstekend spelende ritmesectie verdient minstens net zo veel lof.
Het is een geluid waarin de stem van Romi Mayes uitstekend gedijt.
Het is een stem met gelijke delen soul en blues, die af en toe wel wat doet denken aan die van Bonnie Raitt, maar als Romi Mayes gas geeft hoor je af en toe ook wel wat van Janis Joplin (al is het maar een klein beetje).
De geweldige zang van Romi Mayes tilt Devil On Both Shoulders makkelijker naar een hoger plan, maar ook de instrumentatie, de productie (van de van Corb Lund bekende Grant Siemens) en de songs op de plaat smaken naar veel meer.
Romi Mayes maakt makkelijk indruk met aangenaam klinkende uptempo songs vol heerlijk bluesy gitaarwerk (dat opvallend veelkleurig is), maar juist de, overigens prachtig gespeelde, meer ingetogen songs die je langzaam maar steker bij de strot grijpen maken uiteindelijk de meeste indruk.
Ik reserveerde de zaterdag tot voor kort voor minder bekend of miskend talent in het rootssegment. Daar kwam het de laatste tijd niet altijd van, maar dit is er weer een. En wat voor een. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Romi Mayes - Devil On Both Shoulders - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het lijkt al weer een eeuwigheid geleden dat ik voor het laatst naar een plaat van Romi Mayes heb geluisterd.
Over haar debuut, Sweet Somethin Steady, was ik in 2006 best te spreken, maar vervolgens ben ik de Canadese singer-songwriter weer snel uit het oog verloren.
Dat is jammer, want ook op het onlangs verschenen Devil On Both Shoulders, haar eerste plaat in vier jaar tijd, laat de singer-songwriter uit Winnipeg weer horen dat ze veel te bieden heeft.
Romi Mayes beschikt over een stem vol soul en blues en deze benut ze op Devil On Both Shoulders optimaal.
Romi Mayes laat zich op haar nieuwe plaat begeleiden door muzikanten die een lekker donker en broeierig geluid neer kunnen zetten. Het is een geluid waarin de gitaar en het orgel domineren, maar de uitstekend spelende ritmesectie verdient minstens net zo veel lof.
Het is een geluid waarin de stem van Romi Mayes uitstekend gedijt.
Het is een stem met gelijke delen soul en blues, die af en toe wel wat doet denken aan die van Bonnie Raitt, maar als Romi Mayes gas geeft hoor je af en toe ook wel wat van Janis Joplin (al is het maar een klein beetje).
De geweldige zang van Romi Mayes tilt Devil On Both Shoulders makkelijker naar een hoger plan, maar ook de instrumentatie, de productie (van de van Corb Lund bekende Grant Siemens) en de songs op de plaat smaken naar veel meer.
Romi Mayes maakt makkelijk indruk met aangenaam klinkende uptempo songs vol heerlijk bluesy gitaarwerk (dat opvallend veelkleurig is), maar juist de, overigens prachtig gespeelde, meer ingetogen songs die je langzaam maar steker bij de strot grijpen maken uiteindelijk de meeste indruk.
Ik reserveerde de zaterdag tot voor kort voor minder bekend of miskend talent in het rootssegment. Daar kwam het de laatste tijd niet altijd van, maar dit is er weer een. En wat voor een. Erwin Zijleman
Romi Mayes - Small Victories (2024)

4,0
0
geplaatst: 24 augustus 2024, 10:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Romi Mayes - Small Victories - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Romi Mayes - Small Victories
Romi Mayes timmerde in eigen land al met redelijk wat succes aan de weg en dat succes verdient ze ook met het na een lange stilte verschenen Small Victories, dat zowel met folk en country als met bluesy rock uit de voeten kan
Small Victories, het zevende album van de Canadese muzikante Romi Mayes, is een album met twee gezichten. Op het eerste deel van het album domineren folk en country, terwijl op het tweede deel van het album bluesy rock de hoofdrol opeist. Romi Mayes noemt het eerste deel het zachte deel van het album, maar zo zacht is het niet. Het gitaarwerk is nadrukkelijk aanwezig en ook de wat gruizige stem van Romi Mayes zorgt er voor dat haar songs lekker ruw klinken. Op het tweede deel van het album doet ze er nog een schepje bovenop, maar in alle songs op het album hoor je een met veel passie spelende band, een prima zangeres en een uitstekende songwriter. In Canada weten ze het al lang, maar Small Victories verdient ook de aandacht van de rest van de wereld.
De muziek van de Canadese muzikante Romi Mayes kom ik maar zo af en toe tegen, want heel veel aandacht krijgt de muziek van de singer-songwriter uit Winnipeg, Manitoba, helaas niet. Onlangs verscheen haar zevende album Small Victories, dat Romi Mayes maakte met een beperkt aantal muzikanten en dat ze grotendeels zelf produceerde.
Van de vorige zes albums van de Canadese muzikante blijk ik er toch nog drie te kennen en van deze albums maakte met name het in 2015 verschenen Devil On Both Shoulders best wat indruk. Het blijkt de voorganger van het deze week verschenen Small Victories, want de afgelopen negen jaar deed Romi Mayes kennelijk andere dingen. Dat is best bijzonder, want in haar vaderland Canada is ze een bekende muzikante die een aantal Canadian Music Awards in de wacht sleepte en bovendien werd genomineerd voor de zeer prestigieuze Juno Award.
Romi Mayes moet dus absoluut wat te bieden hebben en dat hoor je direct op Small Victories. Hoewel het album vooralsnog alleen digitaal is verschenen bestaat het uit een ‘soft side’ en een ‘heavy side’. De ‘soft side’ klinkt overigens helemaal niet soft, want direct vanaf de openingsnoten zorgen Romi Mayes en haar band voor lekker ruw gitaarwerk, dat af en toe in een al even lekkere solo eindigt.
Het gitaarwerk is niet het enige dat de muziek van Romi Mayes een aangenaam ruw karakter geeft, want ook de zang van de Canadese muzikante is zeker niet soft. Romi Mayes heeft een aangenaam laagje gruis op haar stembanden, wat haar songs voorziet van gevoel en doorleving.
De songs op de ‘soft side’ zijn vooral geworteld in de folk en de country en hoewel Romi Mayes uit het hoge noorden komt, klinken haar songs alsof ze ergens diep in het zuiden van de Verenigde Staten en als het even kan ergens aan de oevers van de Mississippi zijn gemaakt. Het eerste deel van het nieuwe album van Romi Mayes maakt makkelijk indruk en doet uitzien naar het tweede deel van Small Victories.
Omdat ik het eerste deel van het album zeker niet soft vond, sloot ik niet uit dat Romi Mayes een grap had uitgehaald of dat Spotify beide delen had verwisseld, maar de ‘heavy side’ van het album klinkt inderdaad nog wat steviger dan het eerste deel. Op de ‘heavy side’ zijn de invloeden uit de folk en de country wat minder duidelijk aanwezig en is plaatsgemaakt voor de bluesy rock die Romi Mayes ook liet horen op Devil On Both Shoulders.
Ik heb persoonlijk een lichte voorkeur voor de songs op het eerste deel van het album, maar ook in het wat stevigere en wat meer rock georiënteerde werk kunnen Romi Mayes en haar band goed uit de voeten. De wat ruwe stem van de Canadese muzikante helpt hierbij enorm.
Alle songs op Small Victories laten horen dat Romi Mayes in Canada niet voor niets de nodige prijzen in de wacht heeft gesleept. Het is dan ook jammer dat haar muziek zo weinig aandacht krijgt, al heeft de lange periode van stilte na Devil On Both Shoulders vast niet geholpen. Met Small Victories maakt Romi Mayes een nieuwe start en het levert een album op dat zeker niet onder doet voor de rootsalbums die momenteel in de Verenigde Staten worden gemaakt. Ik hoop dat het album wat meer aandacht gaat trekken en hoop bovendien dat we niet weer zo lang moeten wachten op een nieuw album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Romi Mayes - Small Victories - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Romi Mayes - Small Victories
Romi Mayes timmerde in eigen land al met redelijk wat succes aan de weg en dat succes verdient ze ook met het na een lange stilte verschenen Small Victories, dat zowel met folk en country als met bluesy rock uit de voeten kan
Small Victories, het zevende album van de Canadese muzikante Romi Mayes, is een album met twee gezichten. Op het eerste deel van het album domineren folk en country, terwijl op het tweede deel van het album bluesy rock de hoofdrol opeist. Romi Mayes noemt het eerste deel het zachte deel van het album, maar zo zacht is het niet. Het gitaarwerk is nadrukkelijk aanwezig en ook de wat gruizige stem van Romi Mayes zorgt er voor dat haar songs lekker ruw klinken. Op het tweede deel van het album doet ze er nog een schepje bovenop, maar in alle songs op het album hoor je een met veel passie spelende band, een prima zangeres en een uitstekende songwriter. In Canada weten ze het al lang, maar Small Victories verdient ook de aandacht van de rest van de wereld.
De muziek van de Canadese muzikante Romi Mayes kom ik maar zo af en toe tegen, want heel veel aandacht krijgt de muziek van de singer-songwriter uit Winnipeg, Manitoba, helaas niet. Onlangs verscheen haar zevende album Small Victories, dat Romi Mayes maakte met een beperkt aantal muzikanten en dat ze grotendeels zelf produceerde.
Van de vorige zes albums van de Canadese muzikante blijk ik er toch nog drie te kennen en van deze albums maakte met name het in 2015 verschenen Devil On Both Shoulders best wat indruk. Het blijkt de voorganger van het deze week verschenen Small Victories, want de afgelopen negen jaar deed Romi Mayes kennelijk andere dingen. Dat is best bijzonder, want in haar vaderland Canada is ze een bekende muzikante die een aantal Canadian Music Awards in de wacht sleepte en bovendien werd genomineerd voor de zeer prestigieuze Juno Award.
Romi Mayes moet dus absoluut wat te bieden hebben en dat hoor je direct op Small Victories. Hoewel het album vooralsnog alleen digitaal is verschenen bestaat het uit een ‘soft side’ en een ‘heavy side’. De ‘soft side’ klinkt overigens helemaal niet soft, want direct vanaf de openingsnoten zorgen Romi Mayes en haar band voor lekker ruw gitaarwerk, dat af en toe in een al even lekkere solo eindigt.
Het gitaarwerk is niet het enige dat de muziek van Romi Mayes een aangenaam ruw karakter geeft, want ook de zang van de Canadese muzikante is zeker niet soft. Romi Mayes heeft een aangenaam laagje gruis op haar stembanden, wat haar songs voorziet van gevoel en doorleving.
De songs op de ‘soft side’ zijn vooral geworteld in de folk en de country en hoewel Romi Mayes uit het hoge noorden komt, klinken haar songs alsof ze ergens diep in het zuiden van de Verenigde Staten en als het even kan ergens aan de oevers van de Mississippi zijn gemaakt. Het eerste deel van het nieuwe album van Romi Mayes maakt makkelijk indruk en doet uitzien naar het tweede deel van Small Victories.
Omdat ik het eerste deel van het album zeker niet soft vond, sloot ik niet uit dat Romi Mayes een grap had uitgehaald of dat Spotify beide delen had verwisseld, maar de ‘heavy side’ van het album klinkt inderdaad nog wat steviger dan het eerste deel. Op de ‘heavy side’ zijn de invloeden uit de folk en de country wat minder duidelijk aanwezig en is plaatsgemaakt voor de bluesy rock die Romi Mayes ook liet horen op Devil On Both Shoulders.
Ik heb persoonlijk een lichte voorkeur voor de songs op het eerste deel van het album, maar ook in het wat stevigere en wat meer rock georiënteerde werk kunnen Romi Mayes en haar band goed uit de voeten. De wat ruwe stem van de Canadese muzikante helpt hierbij enorm.
Alle songs op Small Victories laten horen dat Romi Mayes in Canada niet voor niets de nodige prijzen in de wacht heeft gesleept. Het is dan ook jammer dat haar muziek zo weinig aandacht krijgt, al heeft de lange periode van stilte na Devil On Both Shoulders vast niet geholpen. Met Small Victories maakt Romi Mayes een nieuwe start en het levert een album op dat zeker niet onder doet voor de rootsalbums die momenteel in de Verenigde Staten worden gemaakt. Ik hoop dat het album wat meer aandacht gaat trekken en hoop bovendien dat we niet weer zo lang moeten wachten op een nieuw album. Erwin Zijleman
Ron Gallo - Heavy Meta (2017)

4,5
0
geplaatst: 7 februari 2017, 14:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ron Gallo - Heavy Meta - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ron Gallo is een jonge muzikant uit Philadelphia (maar tegenwoordig woonachtig in Nashville), die naar verluid al voor zijn twintigste furore maakte met zijn band Toy Soldiers.
Het is mij eerlijk gezegd ontgaan (al heb ik de platen van de band inmiddels wel beluisterd), maar met Heavy Meta (geen typo) trekt Ron Gallo nu alsnog de aandacht.
Heavy Meta is de tweede soloplaat van de Amerikaan en ik vind het een geweldige plaat.
Voor vernieuwing ben je bij Ron Gallo aan het verkeerde adres. Heavy Meta laat zich vooral beïnvloeden door de garagerock uit de jaren 60 en voegt hier vervolgens allerlei invloeden aan toe.
Deze variëren van invloeden uit de punk, hardrock en glamrock tot invloeden uit de rootsrock, American Underground, psychedelica en indie-rock. Het levert een bijna onweerstaanbare rockplaat op die het beste uit een aantal decennia op een hoop lijkt te hebben geveegd.
Heavy Meta is gemaakt door Ron Gallo’s power trio dat naast hemzelf bestaat uit bassist Joe Bisirri en drummer Dylan Sevey. De ritmesectie speelt strak en degelijk, maar stuwt Ron Gallo ook met enige regelmaat naar grote hoogten.
De Amerikaan beschikt over een stem die gemaakt is voor dit soort muziek en alle kanten op kan. Gallo kan zijn teksten rauw en geëngageerd uitspuwen, maar kan ook behoorlijk loom of ingetogen zingen of juist hysterisch krijsen.
Wat voor de stem van Ron Gallo geldt, geldt ook voor zijn gitaarspel. Heavy Meta kan flink uit de bocht vliegen met gierende gitaren, maar kan ook benevelen met psychedelische gitaarwolken of imponeren met razend knappe gitaarsolo’s.
En zo zet Ron Gallo je keer op keer op het verkeerde been en word je heen en weer geslingerd tussen de jaren 60, 70, 80 en 90. Het doet me af en toe wel wat denken aan de geweldige gitaarplaat van Car Seat Headrest die vorig jaar terecht de jaarlijstjes haalde, maar Heavy Meta roept ook associaties op met het werk van The Who, Steve Wynn, The Clash en T. Rex, om maar eens een paar namen te noemen.
Het noemen van namen is uiteindelijk zinloos, want wat het ene moment nog zeer relevant is, is het volgende moment compleet onzinnig. Wat overeind blijft is dat Ron Gallo met Heavy Meta een rockplaat heeft afgeleverd die je compleet van je sokken blaast, die grenzeloos vermaakt, maar die ook verrast en intrigeert en ook in tekstueel opzicht waardevol is.
Ron Gallo maakt muziek die tegenwoordig veel te weinig gemaakt wordt. Dat heb je niet altijd door, maar na beluistering van de bijna 40 minuten tijdloze rockmuziek van Heavy Meta weet je wat je de laatste tijd zo gemist hebt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ron Gallo - Heavy Meta - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ron Gallo is een jonge muzikant uit Philadelphia (maar tegenwoordig woonachtig in Nashville), die naar verluid al voor zijn twintigste furore maakte met zijn band Toy Soldiers.
Het is mij eerlijk gezegd ontgaan (al heb ik de platen van de band inmiddels wel beluisterd), maar met Heavy Meta (geen typo) trekt Ron Gallo nu alsnog de aandacht.
Heavy Meta is de tweede soloplaat van de Amerikaan en ik vind het een geweldige plaat.
Voor vernieuwing ben je bij Ron Gallo aan het verkeerde adres. Heavy Meta laat zich vooral beïnvloeden door de garagerock uit de jaren 60 en voegt hier vervolgens allerlei invloeden aan toe.
Deze variëren van invloeden uit de punk, hardrock en glamrock tot invloeden uit de rootsrock, American Underground, psychedelica en indie-rock. Het levert een bijna onweerstaanbare rockplaat op die het beste uit een aantal decennia op een hoop lijkt te hebben geveegd.
Heavy Meta is gemaakt door Ron Gallo’s power trio dat naast hemzelf bestaat uit bassist Joe Bisirri en drummer Dylan Sevey. De ritmesectie speelt strak en degelijk, maar stuwt Ron Gallo ook met enige regelmaat naar grote hoogten.
De Amerikaan beschikt over een stem die gemaakt is voor dit soort muziek en alle kanten op kan. Gallo kan zijn teksten rauw en geëngageerd uitspuwen, maar kan ook behoorlijk loom of ingetogen zingen of juist hysterisch krijsen.
Wat voor de stem van Ron Gallo geldt, geldt ook voor zijn gitaarspel. Heavy Meta kan flink uit de bocht vliegen met gierende gitaren, maar kan ook benevelen met psychedelische gitaarwolken of imponeren met razend knappe gitaarsolo’s.
En zo zet Ron Gallo je keer op keer op het verkeerde been en word je heen en weer geslingerd tussen de jaren 60, 70, 80 en 90. Het doet me af en toe wel wat denken aan de geweldige gitaarplaat van Car Seat Headrest die vorig jaar terecht de jaarlijstjes haalde, maar Heavy Meta roept ook associaties op met het werk van The Who, Steve Wynn, The Clash en T. Rex, om maar eens een paar namen te noemen.
Het noemen van namen is uiteindelijk zinloos, want wat het ene moment nog zeer relevant is, is het volgende moment compleet onzinnig. Wat overeind blijft is dat Ron Gallo met Heavy Meta een rockplaat heeft afgeleverd die je compleet van je sokken blaast, die grenzeloos vermaakt, maar die ook verrast en intrigeert en ook in tekstueel opzicht waardevol is.
Ron Gallo maakt muziek die tegenwoordig veel te weinig gemaakt wordt. Dat heb je niet altijd door, maar na beluistering van de bijna 40 minuten tijdloze rockmuziek van Heavy Meta weet je wat je de laatste tijd zo gemist hebt. Erwin Zijleman
Ron Sexsmith - Carousel One (2015)

5,0
0
geplaatst: 4 april 2015, 08:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ron Sexsmith - Carousel One - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ron Sexsmith maakt inmiddels 24 jaar platen en heeft in die 24 jaar een dozijn (bescheiden) meesterwerken afgeleverd. Op elk van deze meesterwerken staat minstens een handvol briljante popsongs, zodat de Canadese singer-songwriter wat mij betreft inmiddels niet meer onder doet voor de allergrootsten in het genre (en dat vinden muzikanten uit deze categorie als Paul McCartney en Elvis Costello zelf overigens ook).
Dat Ron Sexsmith nog altijd in de marge of op zijn minst in de schaduw van de groten der aarde opereert is dan ook een trieste constatering, maar het is niet anders en het gaat waarschijnlijk ook niet meer veranderen; daarvoor is het talent van de Canadees inmiddels te lang miskend.
Op het vier jaar geleden verschenen Long Player Late Bloomer deed Ron Sexsmith met een wat gepolijster geluid nog één poging om in bredere kring gehoord te worden, maar het bleek een weinig succesvolle poging. Long Player Late Bloomer behoort tot de mindere platen in het rijke oeuvre van de Canadees en zorgde ook niet voor het gewenste bredere publiek.
Ron Sexsmith zat gelukkig niet bij de pakken neer en leverde twee jaar geleden met Forever Endeavour één van zijn sterkste platen tot dusver af. Inmiddels is het al weer tijd voor plaat nummer 13 (of nummer 14 wanneer we de prima verzameling restjes op Rarities uit 2003 mee rekenen) en ook Carousel One blijkt weer een hele mooie plaat en bovendien een plaat van het niveau dat we inmiddels van Ron Sexsmith gewend zijn.
Ron Sexsmith maakt inmiddels 24 jaar akelig perfecte popliedjes, maar desondanks klinkt iedere plaat die hij uitbrengt weer net wat anders. De Canadees krijgt dit onder andere voor elkaar door steeds voor een andere producer te kiezen en bovendien steeds te kiezen voor een net wat andere invalshoek of een net wat ander geluid.
Na de net wat minder geslaagde samenwerking met Bob Rock op Long Player Late Bloomer en de juist zeer geslaagde samenwerking met Mitchell Froom op Forever Endeavour, heeft Sexsmith dit keer gekozen voor de met name van Wilco bekende Jim Scott. Waar Mitchell Froom de vorige plaat van Ron Sexsmith voorzag van een behoorlijk ingetogen en grotendeels akoestisch geluid, heeft Jim Scott gekozen voor een wat uitbundiger geluid.
Het is een geluid dat meerdere kanten op schiet en zowel plaats biedt aan voorzichtig rockende songs en songs met een vleugje country als aan de volstrekt tijdloze en wat meer pop-georiënteerde songs die we inmiddels al zo lang kennen van Ron Sexsmith.
Eerder gaf ik al aan dat eigenlijk iedere plaat van de Canadees garant staat voor minstens een handvol briljante popsongs en deze komen ook op Carousel One weer snel aan de oppervlakte. Dit zorgt er inmiddels ook voor dat de lat voor Ron Sexsmith bij iedere nieuwe plaat weer ontiegelijk hoog ligt. Carousel One bevat een aantal songs die je na één keer horen nooit meer wilt vergeten, maar ook de songs die op het eerste gehoor misschien net wat minder zijn, blijken uiteindelijk in veel gevallen pareltjes.
Carousel One is zoals gezegd een gevarieerde plaat. Zeker vergeleken met zijn voorganger klinkt de nieuwe Ron Sexsmith opvallend losjes en ontspannen en hoor je dat de plaat met veel plezier is gemaakt. Het geeft zijn tijdloze songs een extra dimensie. Het klinkt zoals gezegd losjes, maar ondertussen maakt Ron Sexsmith ook op deze plaat weer popmuziek van het allerhoogste niveau.
Ron Sexsmith mag misschien nog altijd geen wereldster zijn, maar het bij elkaar krijgen van een flink aantal geweldige sessiemuzikanten is voor de Canadees inmiddels geen probleem meer. Ook op Carousel One wordt er daarom weer geweldig gemusiceerd, wat de fraaie songs van de Canadees nog wat meer glans geeft.
Carousel One is al met al de zoveelste prachtplaat van Ron Sexsmith en het is wederom een plaat die Paul McCartney maar wat graag gemaakt zou hebben. Verplichte kost voor de liefhebbers van zijn muziek; een prachtige ontdekking voor een ieder die de muziek van de Canadees tot dusver links heeft laten liggen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ron Sexsmith - Carousel One - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ron Sexsmith maakt inmiddels 24 jaar platen en heeft in die 24 jaar een dozijn (bescheiden) meesterwerken afgeleverd. Op elk van deze meesterwerken staat minstens een handvol briljante popsongs, zodat de Canadese singer-songwriter wat mij betreft inmiddels niet meer onder doet voor de allergrootsten in het genre (en dat vinden muzikanten uit deze categorie als Paul McCartney en Elvis Costello zelf overigens ook).
Dat Ron Sexsmith nog altijd in de marge of op zijn minst in de schaduw van de groten der aarde opereert is dan ook een trieste constatering, maar het is niet anders en het gaat waarschijnlijk ook niet meer veranderen; daarvoor is het talent van de Canadees inmiddels te lang miskend.
Op het vier jaar geleden verschenen Long Player Late Bloomer deed Ron Sexsmith met een wat gepolijster geluid nog één poging om in bredere kring gehoord te worden, maar het bleek een weinig succesvolle poging. Long Player Late Bloomer behoort tot de mindere platen in het rijke oeuvre van de Canadees en zorgde ook niet voor het gewenste bredere publiek.
Ron Sexsmith zat gelukkig niet bij de pakken neer en leverde twee jaar geleden met Forever Endeavour één van zijn sterkste platen tot dusver af. Inmiddels is het al weer tijd voor plaat nummer 13 (of nummer 14 wanneer we de prima verzameling restjes op Rarities uit 2003 mee rekenen) en ook Carousel One blijkt weer een hele mooie plaat en bovendien een plaat van het niveau dat we inmiddels van Ron Sexsmith gewend zijn.
Ron Sexsmith maakt inmiddels 24 jaar akelig perfecte popliedjes, maar desondanks klinkt iedere plaat die hij uitbrengt weer net wat anders. De Canadees krijgt dit onder andere voor elkaar door steeds voor een andere producer te kiezen en bovendien steeds te kiezen voor een net wat andere invalshoek of een net wat ander geluid.
Na de net wat minder geslaagde samenwerking met Bob Rock op Long Player Late Bloomer en de juist zeer geslaagde samenwerking met Mitchell Froom op Forever Endeavour, heeft Sexsmith dit keer gekozen voor de met name van Wilco bekende Jim Scott. Waar Mitchell Froom de vorige plaat van Ron Sexsmith voorzag van een behoorlijk ingetogen en grotendeels akoestisch geluid, heeft Jim Scott gekozen voor een wat uitbundiger geluid.
Het is een geluid dat meerdere kanten op schiet en zowel plaats biedt aan voorzichtig rockende songs en songs met een vleugje country als aan de volstrekt tijdloze en wat meer pop-georiënteerde songs die we inmiddels al zo lang kennen van Ron Sexsmith.
Eerder gaf ik al aan dat eigenlijk iedere plaat van de Canadees garant staat voor minstens een handvol briljante popsongs en deze komen ook op Carousel One weer snel aan de oppervlakte. Dit zorgt er inmiddels ook voor dat de lat voor Ron Sexsmith bij iedere nieuwe plaat weer ontiegelijk hoog ligt. Carousel One bevat een aantal songs die je na één keer horen nooit meer wilt vergeten, maar ook de songs die op het eerste gehoor misschien net wat minder zijn, blijken uiteindelijk in veel gevallen pareltjes.
Carousel One is zoals gezegd een gevarieerde plaat. Zeker vergeleken met zijn voorganger klinkt de nieuwe Ron Sexsmith opvallend losjes en ontspannen en hoor je dat de plaat met veel plezier is gemaakt. Het geeft zijn tijdloze songs een extra dimensie. Het klinkt zoals gezegd losjes, maar ondertussen maakt Ron Sexsmith ook op deze plaat weer popmuziek van het allerhoogste niveau.
Ron Sexsmith mag misschien nog altijd geen wereldster zijn, maar het bij elkaar krijgen van een flink aantal geweldige sessiemuzikanten is voor de Canadees inmiddels geen probleem meer. Ook op Carousel One wordt er daarom weer geweldig gemusiceerd, wat de fraaie songs van de Canadees nog wat meer glans geeft.
Carousel One is al met al de zoveelste prachtplaat van Ron Sexsmith en het is wederom een plaat die Paul McCartney maar wat graag gemaakt zou hebben. Verplichte kost voor de liefhebbers van zijn muziek; een prachtige ontdekking voor een ieder die de muziek van de Canadees tot dusver links heeft laten liggen. Erwin Zijleman
Ron Sexsmith - Hangover Terrace (2025)

4,5
2
geplaatst: 2 september 2025, 17:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ron Sexsmith - Hangover Terrace - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ron Sexsmith - Hangover Terrace
Na dertig jaar is het misschien bijna gewoon dat Ron Sexsmith een album vol geweldige popsongs aflevert, maar het niveau dat de Canadese muzikant ook op zijn nieuwe album weer aantikt is geen moment gewoon
Er zijn inmiddels dertig jaren verstreken sinds de release van het officiële debuutalbum van Ron Sexsmith. In die dertig jaar is de Canadese muzikant door de critici, door zijn collega’s en door zijn fans bewierookt als groot songwriter en daar valt niets op af te dingen. De laatste albums van Ron Sexsmith hebben misschien net wat minder lof geoogst dan zijn vroegere albums, maar ik vind ze zeker niet minder goed. Ook het deze week verschenen Hangover Terrace is weer een sterk album. Ron Sexsmith staat ook dit keer weer garant voor tijdloze popsongs die je direct wilt koesteren. Het zijn popsongs met een hang naar het verleden, maar de songs van Ron Sexsmith klinken ook altijd fris en urgent.
Het in 1991 en in eerste instantie alleen op cassette uitgebrachte debuutalbum van de Canadese muzikant Ron Sexsmith trok zeker niet in brede kring de aandacht, maar leverde hem wel een platencontract op. Het resulteerde in 1995 in een titelloos album, dat door de critici vrijwel unaniem zeer uitvoerig werd geprezen. Sindsdien staat Ron Sexsmith bekend als een groot songwriter en dat is zeker niet overdreven.
Het is bovendien volkomen terecht, want vanaf zijn officiële debuutalbum laat Ron Sexsmith horen dat hij het schrijven van songs tot in de perfectie beheerst. Het zijn songs die hij ook nog eens op zeer fraaie wijze kan vertolken, waardoor het beluisteren van een Ron Sexsmith album inmiddels al dertig jaar een zeer aangename ervaring is en hij meerdere prachtplaten op zijn naam heeft staan.
Het zijn niet alleen de critici die Ron Sexsmith hoog hebben zitten, want ook collega songwriters zijn fan en het gaat hierbij zeker niet om de minsten. Onder andere Paul McCartney, Elton John en Elvis Costello hebben in het verleden aangegeven fan te zijn en ze zijn zeker niet de enigen die het werk van Ron Sexsmith op de juiste waarde weten te schatten.
Het oeuvre van Ron Sexsmith is inmiddels omvangrijk te noemen en hoewel hij niet meer zo productief is als in zijn jongere jaren kunnen we nog altijd om de twee a drie jaar rekenen op een nieuw album. Ik merk dat de critici de laatste jaren wat zuiniger zijn met het bewieroken van de albums van Ron Sexsmith en ook het deze week verschenen Hangover Terrace wordt weliswaar positief beoordeeld, maar moet het doen zonder de superlatieven van weleer.
Dat is ook wel logisch, want op een gegeven moment raak je gewend aan het hoge niveau van de albums van de Canadese muzikant, die bovendien voortborduurt op een inmiddels beproefd recept. Aan de andere kant vind ik juist de laatste paar albums van Ron Sexsmith weer erg sterk en beter dan een aantal albums die hij na zijn eerste gloriejaren maakte.
Ook het in een wat koddige hoes gestoken Hangover Terrace is van af de eerste noten een feest van herkenning. Ron Sexsmith heeft weer een aantal tijdloze popsongs geschreven en het zijn popsongs die je onmiddellijk een goed gevoel geven. De songs van de Canadese muzikant hebben altijd een hang naar de jaren 70 gehad en dat is op zijn nieuwe album, volgens mij zijn vijftiende, niet anders.
De Canadese muzikant nam zijn nieuwe album op in Londen, waar een aantal gastmuzikanten aanschoven, onder wie Ed Harcourt en Pretenders gitarist Robbie McIntosh. Het maakt voor het geluid van Ron Sexsmith niet zo gek veel uit, want ook Hangover Terrace is weer een vintage Ron Sexsmith album.
Dat het nieuwe album in Londen werd opgenomen is niet voor niets, want de Canadese muzikant sluit met zijn tijdloze songs misschien nog wel het meest aan bij de songs van grote Britse songwriters als Paul McCartney en Ray Davies. Hangover Terrace bevat misschien geen grote verrassingen, maar voegt wel weer veertien klassieke Ron Sexsmith songs toe aan een prachtig oeuvre.
Het schrijven van direct memorabele popsongs lijkt ook bij beluistering van dit album weer zo eenvoudig, maar songs als de songs op Hangover Terrace zijn echt alleen gegeven aan de allergrootste songwriters. Niet iedereen zal Ron Sexsmith toevoegen aan het lijstje met de grootste songwriters, maar de Canadese muzikant bewijst inmiddels al dertig jaar lang keer op keer dat hij zeker op dit lijstje thuis hoort. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Ron Sexsmith - Hangover Terrace - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ron Sexsmith - Hangover Terrace
Na dertig jaar is het misschien bijna gewoon dat Ron Sexsmith een album vol geweldige popsongs aflevert, maar het niveau dat de Canadese muzikant ook op zijn nieuwe album weer aantikt is geen moment gewoon
Er zijn inmiddels dertig jaren verstreken sinds de release van het officiële debuutalbum van Ron Sexsmith. In die dertig jaar is de Canadese muzikant door de critici, door zijn collega’s en door zijn fans bewierookt als groot songwriter en daar valt niets op af te dingen. De laatste albums van Ron Sexsmith hebben misschien net wat minder lof geoogst dan zijn vroegere albums, maar ik vind ze zeker niet minder goed. Ook het deze week verschenen Hangover Terrace is weer een sterk album. Ron Sexsmith staat ook dit keer weer garant voor tijdloze popsongs die je direct wilt koesteren. Het zijn popsongs met een hang naar het verleden, maar de songs van Ron Sexsmith klinken ook altijd fris en urgent.
Het in 1991 en in eerste instantie alleen op cassette uitgebrachte debuutalbum van de Canadese muzikant Ron Sexsmith trok zeker niet in brede kring de aandacht, maar leverde hem wel een platencontract op. Het resulteerde in 1995 in een titelloos album, dat door de critici vrijwel unaniem zeer uitvoerig werd geprezen. Sindsdien staat Ron Sexsmith bekend als een groot songwriter en dat is zeker niet overdreven.
Het is bovendien volkomen terecht, want vanaf zijn officiële debuutalbum laat Ron Sexsmith horen dat hij het schrijven van songs tot in de perfectie beheerst. Het zijn songs die hij ook nog eens op zeer fraaie wijze kan vertolken, waardoor het beluisteren van een Ron Sexsmith album inmiddels al dertig jaar een zeer aangename ervaring is en hij meerdere prachtplaten op zijn naam heeft staan.
Het zijn niet alleen de critici die Ron Sexsmith hoog hebben zitten, want ook collega songwriters zijn fan en het gaat hierbij zeker niet om de minsten. Onder andere Paul McCartney, Elton John en Elvis Costello hebben in het verleden aangegeven fan te zijn en ze zijn zeker niet de enigen die het werk van Ron Sexsmith op de juiste waarde weten te schatten.
Het oeuvre van Ron Sexsmith is inmiddels omvangrijk te noemen en hoewel hij niet meer zo productief is als in zijn jongere jaren kunnen we nog altijd om de twee a drie jaar rekenen op een nieuw album. Ik merk dat de critici de laatste jaren wat zuiniger zijn met het bewieroken van de albums van Ron Sexsmith en ook het deze week verschenen Hangover Terrace wordt weliswaar positief beoordeeld, maar moet het doen zonder de superlatieven van weleer.
Dat is ook wel logisch, want op een gegeven moment raak je gewend aan het hoge niveau van de albums van de Canadese muzikant, die bovendien voortborduurt op een inmiddels beproefd recept. Aan de andere kant vind ik juist de laatste paar albums van Ron Sexsmith weer erg sterk en beter dan een aantal albums die hij na zijn eerste gloriejaren maakte.
Ook het in een wat koddige hoes gestoken Hangover Terrace is van af de eerste noten een feest van herkenning. Ron Sexsmith heeft weer een aantal tijdloze popsongs geschreven en het zijn popsongs die je onmiddellijk een goed gevoel geven. De songs van de Canadese muzikant hebben altijd een hang naar de jaren 70 gehad en dat is op zijn nieuwe album, volgens mij zijn vijftiende, niet anders.
De Canadese muzikant nam zijn nieuwe album op in Londen, waar een aantal gastmuzikanten aanschoven, onder wie Ed Harcourt en Pretenders gitarist Robbie McIntosh. Het maakt voor het geluid van Ron Sexsmith niet zo gek veel uit, want ook Hangover Terrace is weer een vintage Ron Sexsmith album.
Dat het nieuwe album in Londen werd opgenomen is niet voor niets, want de Canadese muzikant sluit met zijn tijdloze songs misschien nog wel het meest aan bij de songs van grote Britse songwriters als Paul McCartney en Ray Davies. Hangover Terrace bevat misschien geen grote verrassingen, maar voegt wel weer veertien klassieke Ron Sexsmith songs toe aan een prachtig oeuvre.
Het schrijven van direct memorabele popsongs lijkt ook bij beluistering van dit album weer zo eenvoudig, maar songs als de songs op Hangover Terrace zijn echt alleen gegeven aan de allergrootste songwriters. Niet iedereen zal Ron Sexsmith toevoegen aan het lijstje met de grootste songwriters, maar de Canadese muzikant bewijst inmiddels al dertig jaar lang keer op keer dat hij zeker op dit lijstje thuis hoort. Erwin Zijleman
Ron Sexsmith - Hermitage (2020)

4,0
0
geplaatst: 19 april 2020, 11:29 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ron Sexsmith - Hermitage - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ron Sexsmith - Hermitage
De Canadese singer-songwriter Ron Sexsmith maakt al een aantal decennia nagenoeg perfecte popliedjes en is het schrijven van deze tijdloze popliedjes gelukkig nog altijd niet verleerd
Lang voor het nodig was om thuis te blijven sloot Ron Sexsmith zich samen met zijn vaste producer op in zijn nieuwe huis op het Canadese platteland. Het levert een serie typische Ron Sexsmith songs op. Het is het soort songs dat de grote singer-songwriters in de jaren 70 schreven en het is het soort songs dat de Canadese muzikant inmiddels ook al drie decennia schrijft. Vergeleken met zijn vorige albums klinkt Hermitage net wat lomer en zorgelozer en dat is precies wat we nodig hebben in deze onzekere tijden. Het lijkt allemaal zo makkelijk, maar ondertussen levert Ron Sexsmith wederom een topprestatie.
Aan een album van Ron Sexsmith kun je je eigenlijk geen buil vallen. De Canadese singer-songwriter draait al een kleine 30 jaar mee en heeft als ik goed geteld heb inmiddels 13 reguliere albums op zijn naam staan. Het zijn albums vol met popliedjes zoals alleen de allergrootsten ze kunnen schrijven. Het zijn popliedjes zoals met name Paul McCartney en Harry Nilsson ze in de jaren 70 schreven, met eerstgenoemde als belangrijkste voorbeeld (vermoed ik).
Ron Sexsmith schrijft niet alleen hele goede popsongs, maar hij weet inmiddels ook al een kleine 30 jaar een beangstigend hoog niveau vast te houden. Natuurlijk heb ook ik mijn favorieten binnen het oeuvre van Ron Sexsmith (Cobblestone Runway uit 2002 en Retriever uit 2004 zijn me net wat dierbaarder dan de rest), maar al zijn albums heb ik hoog zitten en beluister ik nog steeds met heel veel plezier.
Ook het deze week verschenen Hermitage wist me vrijwel onmiddellijk te verleiden. Ron Sexsmith heeft ook dit keer weer een geweldige serie volstrekt tijdloze popsongs geschreven. Het zijn popsongs die je bij eerste beluistering al meerdere decennia denkt te kennen en die zich onmiddellijk als een warme deken om je heen slaan. Hermitage klinkt niet heel anders dan de vorige albums van Ron Sexsmith, maar misschien wel net iets meer laid-back. Het zal te maken hebben met de nieuwe leefomgeving van de Canadese muzikant, die de grote stad (Toronto) heeft verruild voor het Canadese platteland.
Samen met zijn vaste producer en drummer Don Kerr werd in de nieuwe woning een eenvoudige studio ingericht, waarna de twee aan de slag gingen met de nieuwe songs. Don Kerr bespeelde de drums en tekende voor de productie, terwijl Ron Sexsmith alle andere instrumenten en uiteraard de vocalen voor zijn rekening nam. Het was zo te horen goed toeven op het Canadese platteland, want Hermitage straalt niet alleen plezier maar ook rust uit.
Ron Sexsmith schudt ook dit keer de nagenoeg perfecte popliedjes uit zijn mouw en hij doet dit zo achteloos dat je ook dit keer bij eerste beluistering niet eens door hebt hoe goed de songs van de Canadese singer-songwriter zijn. Hermitage kabbelt bijzonder aangenaam voort, maar ondertussen zijn de songs weer zo goed dat Paul McCartney er een uitstekend album mee had kunnen vullen.
Ook de rust die de songs uitstralen bevalt me wel. Je hoort deze rust het in de betrekkelijk ingetogen instrumentatie en productie en je hoort het zeker ook in de zang van Ron Sexsmith, die naast een geweldig songwriter ook een uitstekend zanger is. Hermitage is 14 songs en 39 minuten lang goed voor een goed gevoel en zorgeloze popmuziek en wat het is ook dit keer weer goed gemaakte popmuziek. En precies wat we nodig hebben in deze tijden.
Hermitage zal zich niet direct scharen onder het meest gedreven werk van de Canadese muzikant, want daarvoor klinkt het album net wat te loom en zorgeloos, maar wanneer de songs zich eenmaal in het geheugen hebben genesteld weet je dat Ron Sexsmith wederom een prestatie van formaat heeft geleverd. Wereldberoemd gaat hij er echt niet meer mee worden, die hoop heb ik al lang opgegeven, maar iedereen die de muziek van Ron Sexsmith inmiddels al geruime tijd koestert, zal ook weer vallen voor de nieuwe portie popsongs met zijn unieke stempel. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ron Sexsmith - Hermitage - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ron Sexsmith - Hermitage
De Canadese singer-songwriter Ron Sexsmith maakt al een aantal decennia nagenoeg perfecte popliedjes en is het schrijven van deze tijdloze popliedjes gelukkig nog altijd niet verleerd
Lang voor het nodig was om thuis te blijven sloot Ron Sexsmith zich samen met zijn vaste producer op in zijn nieuwe huis op het Canadese platteland. Het levert een serie typische Ron Sexsmith songs op. Het is het soort songs dat de grote singer-songwriters in de jaren 70 schreven en het is het soort songs dat de Canadese muzikant inmiddels ook al drie decennia schrijft. Vergeleken met zijn vorige albums klinkt Hermitage net wat lomer en zorgelozer en dat is precies wat we nodig hebben in deze onzekere tijden. Het lijkt allemaal zo makkelijk, maar ondertussen levert Ron Sexsmith wederom een topprestatie.
Aan een album van Ron Sexsmith kun je je eigenlijk geen buil vallen. De Canadese singer-songwriter draait al een kleine 30 jaar mee en heeft als ik goed geteld heb inmiddels 13 reguliere albums op zijn naam staan. Het zijn albums vol met popliedjes zoals alleen de allergrootsten ze kunnen schrijven. Het zijn popliedjes zoals met name Paul McCartney en Harry Nilsson ze in de jaren 70 schreven, met eerstgenoemde als belangrijkste voorbeeld (vermoed ik).
Ron Sexsmith schrijft niet alleen hele goede popsongs, maar hij weet inmiddels ook al een kleine 30 jaar een beangstigend hoog niveau vast te houden. Natuurlijk heb ook ik mijn favorieten binnen het oeuvre van Ron Sexsmith (Cobblestone Runway uit 2002 en Retriever uit 2004 zijn me net wat dierbaarder dan de rest), maar al zijn albums heb ik hoog zitten en beluister ik nog steeds met heel veel plezier.
Ook het deze week verschenen Hermitage wist me vrijwel onmiddellijk te verleiden. Ron Sexsmith heeft ook dit keer weer een geweldige serie volstrekt tijdloze popsongs geschreven. Het zijn popsongs die je bij eerste beluistering al meerdere decennia denkt te kennen en die zich onmiddellijk als een warme deken om je heen slaan. Hermitage klinkt niet heel anders dan de vorige albums van Ron Sexsmith, maar misschien wel net iets meer laid-back. Het zal te maken hebben met de nieuwe leefomgeving van de Canadese muzikant, die de grote stad (Toronto) heeft verruild voor het Canadese platteland.
Samen met zijn vaste producer en drummer Don Kerr werd in de nieuwe woning een eenvoudige studio ingericht, waarna de twee aan de slag gingen met de nieuwe songs. Don Kerr bespeelde de drums en tekende voor de productie, terwijl Ron Sexsmith alle andere instrumenten en uiteraard de vocalen voor zijn rekening nam. Het was zo te horen goed toeven op het Canadese platteland, want Hermitage straalt niet alleen plezier maar ook rust uit.
Ron Sexsmith schudt ook dit keer de nagenoeg perfecte popliedjes uit zijn mouw en hij doet dit zo achteloos dat je ook dit keer bij eerste beluistering niet eens door hebt hoe goed de songs van de Canadese singer-songwriter zijn. Hermitage kabbelt bijzonder aangenaam voort, maar ondertussen zijn de songs weer zo goed dat Paul McCartney er een uitstekend album mee had kunnen vullen.
Ook de rust die de songs uitstralen bevalt me wel. Je hoort deze rust het in de betrekkelijk ingetogen instrumentatie en productie en je hoort het zeker ook in de zang van Ron Sexsmith, die naast een geweldig songwriter ook een uitstekend zanger is. Hermitage is 14 songs en 39 minuten lang goed voor een goed gevoel en zorgeloze popmuziek en wat het is ook dit keer weer goed gemaakte popmuziek. En precies wat we nodig hebben in deze tijden.
Hermitage zal zich niet direct scharen onder het meest gedreven werk van de Canadese muzikant, want daarvoor klinkt het album net wat te loom en zorgeloos, maar wanneer de songs zich eenmaal in het geheugen hebben genesteld weet je dat Ron Sexsmith wederom een prestatie van formaat heeft geleverd. Wereldberoemd gaat hij er echt niet meer mee worden, die hoop heb ik al lang opgegeven, maar iedereen die de muziek van Ron Sexsmith inmiddels al geruime tijd koestert, zal ook weer vallen voor de nieuwe portie popsongs met zijn unieke stempel. Erwin Zijleman
Ron Sexsmith - The Last Rider (2017)

4,5
1
geplaatst: 22 april 2017, 10:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ron Sexsmith - The Last Rider - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het lijkt allemaal zo makkelijk bij Ron Sexsmith. Wanneer zijn nieuwe plaat The Last Rider pas tien minuten onderweg is, heb je al weer drie onweerstaanbare popliedjes gehoord.
Het zijn popliedjes die je al jaren lijkt te kennen, maar het zijn ook popliedjes die je nooit meer wilt en gaat vergeten.
Het is een kunstje dat Ron Sexsmith inmiddels al ruim 20 jaar beheerst en hij lijkt er alleen maar beter in te worden.
Kunstje is overigens wat denigrerend, want de popliedjes van Ron Sexsmith zijn popliedjes van het hoogst denkbare niveau.
Ook op The Last Rider schotelt de Candese singer-songwriter de luisteraar weer popliedjes voor waarvoor Paul McCartney een moord zou doen en waarschijnlijk ook een moord zou hebben gedaan in zijn beste jaren.
Laat The Last Rider uit de speakers komen en je hoort tijdloze popliedjes die de groten uit de muziekgeschiedenis in de jaren 70 zomaar gemaakt zouden kunnen hebben. Denk aan Paul McCartney en Harry Nilsson, maar denk ook aan Elton John in zijn beste jaren of aan Randy Newman.
Het is een mooi rijtje namen, maar het is een rijtje namen waarin Ron Sexsmith zo langzamerhand absoluut thuis hoort. De Canadees heeft inmiddels ruim een dozijn geweldige platen op zijn naam staan en ook The Last Rider is er weer een.
Ron Sexsmith nam zijn nieuwe plaat voor de gelegenheid eens op met zijn vaste band, maar een echt ander geluid levert dat niet op. Ook The Last Rider strooit driftig met de zonnige popliedjes waarvan een muziekliefhebber alleen maar hele vrolijk kan worden. Hier en daar trekt ook wel een donker wolkje over in de vaak wat melancholische teksten, maar dat geeft de songs van Ron Sexsmith alleen maar meer diepgang.
De Canadees flirtte een paar jaar geleden nog even met een wat toegankelijker geluid, maar is gelukkig weer terug op het oude nest. Een grote ster zal Ron Sexsmith waarschijnlijk nooit worden, want daar is tegenwoordig helaas veel meer voor nodig dan een pen vol briljante popliedjes en een mooie stem. Voor een ieder die oor heeft voor de kwaliteiten van de muzikant uit Ontario valt er ook op The Last Rider echter weer verschrikkelijk veel te genieten.
Het is volstrekt tijdloze muziek die Ron Sexsmith op zijn nieuwe plaat maakt. De songs op The Last Rider lopen over van invloeden uit de jaren 70, maar de songs van de Canadees klinken vijf decennia later geen moment gedateerd en betoveren met prachtige melodieën, onweerstaanbare refreinen en songs die zich opvallend makkelijk opdringen, maar niet eenvoudig vergeten worden.
Bij oppervlakkige beluistering klinkt ook The Last Rider weer als een vergeten klassieker uit vervlogen tijden, maar luister wat beter naar de de plaat en je hoort songs van een ongekend hoog niveau. Het zijn songs die dit keer prachtig en zeer stemmig zijn ingekleurd door de vaste band van Ron Sexsmith en die nog een extra zetje naar boven krijgen door de mooie en bijzondere stem van de songwriter, die weer een volgend kunststukje heeft toegevoegd aan zijn even indrukwekkende als mooie oeuvre. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ron Sexsmith - The Last Rider - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het lijkt allemaal zo makkelijk bij Ron Sexsmith. Wanneer zijn nieuwe plaat The Last Rider pas tien minuten onderweg is, heb je al weer drie onweerstaanbare popliedjes gehoord.
Het zijn popliedjes die je al jaren lijkt te kennen, maar het zijn ook popliedjes die je nooit meer wilt en gaat vergeten.
Het is een kunstje dat Ron Sexsmith inmiddels al ruim 20 jaar beheerst en hij lijkt er alleen maar beter in te worden.
Kunstje is overigens wat denigrerend, want de popliedjes van Ron Sexsmith zijn popliedjes van het hoogst denkbare niveau.
Ook op The Last Rider schotelt de Candese singer-songwriter de luisteraar weer popliedjes voor waarvoor Paul McCartney een moord zou doen en waarschijnlijk ook een moord zou hebben gedaan in zijn beste jaren.
Laat The Last Rider uit de speakers komen en je hoort tijdloze popliedjes die de groten uit de muziekgeschiedenis in de jaren 70 zomaar gemaakt zouden kunnen hebben. Denk aan Paul McCartney en Harry Nilsson, maar denk ook aan Elton John in zijn beste jaren of aan Randy Newman.
Het is een mooi rijtje namen, maar het is een rijtje namen waarin Ron Sexsmith zo langzamerhand absoluut thuis hoort. De Canadees heeft inmiddels ruim een dozijn geweldige platen op zijn naam staan en ook The Last Rider is er weer een.
Ron Sexsmith nam zijn nieuwe plaat voor de gelegenheid eens op met zijn vaste band, maar een echt ander geluid levert dat niet op. Ook The Last Rider strooit driftig met de zonnige popliedjes waarvan een muziekliefhebber alleen maar hele vrolijk kan worden. Hier en daar trekt ook wel een donker wolkje over in de vaak wat melancholische teksten, maar dat geeft de songs van Ron Sexsmith alleen maar meer diepgang.
De Canadees flirtte een paar jaar geleden nog even met een wat toegankelijker geluid, maar is gelukkig weer terug op het oude nest. Een grote ster zal Ron Sexsmith waarschijnlijk nooit worden, want daar is tegenwoordig helaas veel meer voor nodig dan een pen vol briljante popliedjes en een mooie stem. Voor een ieder die oor heeft voor de kwaliteiten van de muzikant uit Ontario valt er ook op The Last Rider echter weer verschrikkelijk veel te genieten.
Het is volstrekt tijdloze muziek die Ron Sexsmith op zijn nieuwe plaat maakt. De songs op The Last Rider lopen over van invloeden uit de jaren 70, maar de songs van de Canadees klinken vijf decennia later geen moment gedateerd en betoveren met prachtige melodieën, onweerstaanbare refreinen en songs die zich opvallend makkelijk opdringen, maar niet eenvoudig vergeten worden.
Bij oppervlakkige beluistering klinkt ook The Last Rider weer als een vergeten klassieker uit vervlogen tijden, maar luister wat beter naar de de plaat en je hoort songs van een ongekend hoog niveau. Het zijn songs die dit keer prachtig en zeer stemmig zijn ingekleurd door de vaste band van Ron Sexsmith en die nog een extra zetje naar boven krijgen door de mooie en bijzondere stem van de songwriter, die weer een volgend kunststukje heeft toegevoegd aan zijn even indrukwekkende als mooie oeuvre. Erwin Zijleman
Ron Sexsmith - The Vivian Line (2023)

4,5
2
geplaatst: 18 februari 2023, 11:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ron Sexsmith - The Vivian Line - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ron Sexsmith - The Vivian Line
Ron Sexsmith wordt over het algemeen niet gerekend tot de grootheden binnen de popmuziek, maar ook de songs op The Vivian Line zijn weer van een niveau waarvan de meeste songwriters alleen maar kunnen dromen
Ik ben inmiddels een kleine dertig jaar fan van de Canadese singer-songwriter Ron Sexsmith en hij heeft me echt nog nooit teleurgesteld. Ook zijn nieuwe album The Vivian Line laat weer goed horen dat de Canadese muzikant behoort tot de allerbeste songwriters en niet misstaat in een rijtje met de grootheden uit de popmuziek. De songs op The Vivian Line zijn zeer sfeervol ingekleurd, met hier en daar flink wat strijkers en blazers, en dat past prachtig bij de stem van Ron Sexsmith, die nog altijd een uitstekende zanger is. Het is zo langzamerhand bijna vanzelfsprekend dat de Canadese muzikant albums vol memorabele popsongs aflevert, maar wie doet dit Ron Sexsmith na?
Ron Sexsmith is misschien niet meer zo productief als in zijn jongere jaren, maar voor een masterclass songwriting ben je bij de Canadese muzikant nog altijd aan het juiste adres. Ik heb inmiddels een flinke rij Ron Sexsmith albums in de kast staan en het zijn albums waartussen ik met geen mogelijkheid zou kunnen kiezen, ook niet als het echt zou moeten, al zou ik onder zware bedreiging waarschijnlijk uitkomen bij Cobblestone Runway uit 2002 en Retriever uit 2004. De Canadese muzikant schrijft songs van een niveau dat alleen de allergrootste songwriters is gegeven en heeft inmiddels een enorme lijst prachtsongs op zijn naam staan.
Ook op het deze week verschenen The Vivian Line staat weer een dozijn memorabele popliedjes en het zijn stuk voor stuk popliedjes die het unieke stempel van Ron Sexsmith dragen. De Canadese muzikant heeft zijn voormalige thuisbasis Toronto verlaten en is teruggekeerd naar Ontario, waar hij opgroeide. Voor het opnemen van The Vivian Line toog hij echter naar Nashville, Tennessee, waar hij samenwerkte met multi-instrumentalist en producer Brad Jones, die als bassist was te horen op een aantal vroege Ron Sexsmith albums.
Ron Sexsmith heeft na een stuk of vijftien prachtalbums nog lang niet dezelfde status als songwriters als Paul McCartney, Elvis Costello, Ray Davies, Harry Nilsson en Randy Newman, om er een paar te noemen, maar ze zouden zich stuk voor stuk niet schamen voor de songs die Ron Sexsmith inmiddels een kleine dertig jaar schrijft. Ook The Vivian Line staat weer vol met songs die je direct bij de eerste keer horen dierbaar zijn en die ook na talloze keren horen nog niet vervelen.
Ron Sexsmith en Brad Jones hebben The Vivian Line behoorlijk vol maar ook zeer smaakvol ingekleurd. Met name door de strijkers en de blazers doet het af en toe wat barok aan, maar het is ook een album vol tijdloze popliedjes zoals de hierboven genoemde grootheden ze een aantal decennia geleden maakten.
The Vivian Line is zoals gezegd een typisch Ron Sexsmith album en dat betekent ook dat de songs op het album zeker niet eenvormig klinken. The Vivian Line is een behoorlijk gevarieerd klinkend album met het niveau van de songs en de smaakvolle inkleuring als constanten. Ook in vocaal opzicht doet het nieuwe album van de Canadese muzikant niet onder voor zijn vroegere werk. De stembanden van Ron Sexsmith zijn nog niet aan slijtage onderhevig en voorzien de songs op The Vivian Line van een inmiddels herkenbaar en karakteristiek geluid.
Het nieuwe album van Ron Sexsmith is een ontspannen klinkend album, maar de Canadese muzikant maakt zich er zeker niet makkelijk van af. Ook The Vivian Line klinkt direct bij eerste beluistering bekend of zelfs vertrouwd, wat hier en daar misschien ten koste gaat van de urgentie. Heel erg vind ik dat niet, want wat zijn de songs van Ron Sexsmith weer mooi en tijdloos. Het zijn songs die zich direct genadeloos opdringen, zeker als je een zwak hebt voor de muziek van de Canadese muzikant, maar er valt ook altijd wel wat moois en bijzonders te ontdekken in de songs van Ron Sexsmith.
In vrijwel al mijn recensies van de albums van Ron Sexsmith roem ik de nagenoeg perfecte popliedjes die hij bijna achteloos uit zijn mouw lijkt te schudden. Het is niet anders op The Vivian Line, dat sinds mijn eerste beluistering ook nog eens flink is gegroeid. Het lijkt zo makkelijk als je Ron Sexsmith aan het werk hoort, maar wat is het ontzettend knap. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ron Sexsmith - The Vivian Line - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ron Sexsmith - The Vivian Line
Ron Sexsmith wordt over het algemeen niet gerekend tot de grootheden binnen de popmuziek, maar ook de songs op The Vivian Line zijn weer van een niveau waarvan de meeste songwriters alleen maar kunnen dromen
Ik ben inmiddels een kleine dertig jaar fan van de Canadese singer-songwriter Ron Sexsmith en hij heeft me echt nog nooit teleurgesteld. Ook zijn nieuwe album The Vivian Line laat weer goed horen dat de Canadese muzikant behoort tot de allerbeste songwriters en niet misstaat in een rijtje met de grootheden uit de popmuziek. De songs op The Vivian Line zijn zeer sfeervol ingekleurd, met hier en daar flink wat strijkers en blazers, en dat past prachtig bij de stem van Ron Sexsmith, die nog altijd een uitstekende zanger is. Het is zo langzamerhand bijna vanzelfsprekend dat de Canadese muzikant albums vol memorabele popsongs aflevert, maar wie doet dit Ron Sexsmith na?
Ron Sexsmith is misschien niet meer zo productief als in zijn jongere jaren, maar voor een masterclass songwriting ben je bij de Canadese muzikant nog altijd aan het juiste adres. Ik heb inmiddels een flinke rij Ron Sexsmith albums in de kast staan en het zijn albums waartussen ik met geen mogelijkheid zou kunnen kiezen, ook niet als het echt zou moeten, al zou ik onder zware bedreiging waarschijnlijk uitkomen bij Cobblestone Runway uit 2002 en Retriever uit 2004. De Canadese muzikant schrijft songs van een niveau dat alleen de allergrootste songwriters is gegeven en heeft inmiddels een enorme lijst prachtsongs op zijn naam staan.
Ook op het deze week verschenen The Vivian Line staat weer een dozijn memorabele popliedjes en het zijn stuk voor stuk popliedjes die het unieke stempel van Ron Sexsmith dragen. De Canadese muzikant heeft zijn voormalige thuisbasis Toronto verlaten en is teruggekeerd naar Ontario, waar hij opgroeide. Voor het opnemen van The Vivian Line toog hij echter naar Nashville, Tennessee, waar hij samenwerkte met multi-instrumentalist en producer Brad Jones, die als bassist was te horen op een aantal vroege Ron Sexsmith albums.
Ron Sexsmith heeft na een stuk of vijftien prachtalbums nog lang niet dezelfde status als songwriters als Paul McCartney, Elvis Costello, Ray Davies, Harry Nilsson en Randy Newman, om er een paar te noemen, maar ze zouden zich stuk voor stuk niet schamen voor de songs die Ron Sexsmith inmiddels een kleine dertig jaar schrijft. Ook The Vivian Line staat weer vol met songs die je direct bij de eerste keer horen dierbaar zijn en die ook na talloze keren horen nog niet vervelen.
Ron Sexsmith en Brad Jones hebben The Vivian Line behoorlijk vol maar ook zeer smaakvol ingekleurd. Met name door de strijkers en de blazers doet het af en toe wat barok aan, maar het is ook een album vol tijdloze popliedjes zoals de hierboven genoemde grootheden ze een aantal decennia geleden maakten.
The Vivian Line is zoals gezegd een typisch Ron Sexsmith album en dat betekent ook dat de songs op het album zeker niet eenvormig klinken. The Vivian Line is een behoorlijk gevarieerd klinkend album met het niveau van de songs en de smaakvolle inkleuring als constanten. Ook in vocaal opzicht doet het nieuwe album van de Canadese muzikant niet onder voor zijn vroegere werk. De stembanden van Ron Sexsmith zijn nog niet aan slijtage onderhevig en voorzien de songs op The Vivian Line van een inmiddels herkenbaar en karakteristiek geluid.
Het nieuwe album van Ron Sexsmith is een ontspannen klinkend album, maar de Canadese muzikant maakt zich er zeker niet makkelijk van af. Ook The Vivian Line klinkt direct bij eerste beluistering bekend of zelfs vertrouwd, wat hier en daar misschien ten koste gaat van de urgentie. Heel erg vind ik dat niet, want wat zijn de songs van Ron Sexsmith weer mooi en tijdloos. Het zijn songs die zich direct genadeloos opdringen, zeker als je een zwak hebt voor de muziek van de Canadese muzikant, maar er valt ook altijd wel wat moois en bijzonders te ontdekken in de songs van Ron Sexsmith.
In vrijwel al mijn recensies van de albums van Ron Sexsmith roem ik de nagenoeg perfecte popliedjes die hij bijna achteloos uit zijn mouw lijkt te schudden. Het is niet anders op The Vivian Line, dat sinds mijn eerste beluistering ook nog eens flink is gegroeid. Het lijkt zo makkelijk als je Ron Sexsmith aan het werk hoort, maar wat is het ontzettend knap. Erwin Zijleman
Roofman - Still the Mess I Was (2023)

4,0
0
geplaatst: 2 maart 2023, 20:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Roofman - Stil The Mess I Was - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Roofman - Stil The Mess I Was
De Nederlandse band Roofman levert met Still The Mess I Was een prachtig klinkend debuutalbum met een veelheid aan invloeden en een indrukwekkende serie direct memorabele songs af
Direct bij eerste beluistering was ik onder de indruk van het mooie en tijdloze geluid op het debuutalbum van Roofman, maar het album moest toen nog beginnen te groeien. Flink wat keren horen later heb ik een enorm zwak voor het album van de Nederlandse band rond Thijs van der Meulen. Roofman staat immers garant voor songs die je al heel lang lijkt te kennen, maar die je op hetzelfde moment iedere keer weer aangenaam verrassen. Still The Mess I Was springt door genres en door de tijd, maar klinkt ook altijd als Roofman. Het is misschien een debuutalbum, maar Roofman is het niveau van een debuutalbum echt op alle fronten al heel ver voorbij. Ga dat horen.
Still The Mess I Was is het debuutalbum van de band Roofman, wat weer een project is van Nederlandse singer-songwriter Thijs van der Meulen. Het is een album dat in het enorme aanbod van het moment zomaar onder kan sneeuwen, maar daar is het debuut van Roofman echt veel te goed voor.
Thijs van der Meulen vormt Roofman samen met de Amerikaanse muzikanten Rhett Shull en Philip Conrad, die respectievelijk tekenen voor gitaar en bas en ook in de band van de Amerikaanse muzikant Noah Guthrie spelen, en zijn broer Pim, die achter de drumkit zit. Thijs van der Meulen en zijn medemuzikanten namen Still The Mess I Was op in de roemruchte Clouds Hill studio in Hamburg en dat is een studio die is volgepropt met analoge apparatuur.
Studiobaas Johan Scheerer was vervolgens zo onder de indruk van het geluid van de band dat hij het album produceerde. Dat Still The Mess I Was is opgenomen in een studio met een voorliefde voor analoge apparatuur hoor je, want het debuutalbum van Roofman roept, in ieder geval bij mij, vooral nostalgische gevoelens op. Dat ligt natuurlijk niet alleen aan het geluid, maar zeker ook aan de muziek op het album.
Het is muziek die niet zo makkelijk in een hokje is te duwen, want Roofman blijkt op haar debuutalbum van vele markten thuis. Het album opent met een wat psychedelisch seventies sfeertje, maar Still The Mess I Was wandelt vervolgens met zevenmijlslaarzen door genres en door de tijd. Thijs van der Meulen heeft zich absoluut laten beïnvloeden door de muziek uit de jaren 70, maar maakt ook geen geheim van zijn liefde voor rockmuziek uit de jaren 90. Hiermee zijn we er nog niet, want ook invloeden uit de Americana hebben hun weg gevonden naar het geluid van Roofman, waarin hier en daar ook nog een subtiel snufje progrock en psychedelica is verstopt.
Ondanks de vele invloeden is Still The Mess I Was zeker geen bonte lappendeken, want het debuut van Roofman klinkt absoluut consistent. Bij eerste beluisteringen vond ik het album vooral geweldig klinken. Het is de verdienste van de prima muzikanten op het album, maar ook opname technisch en productioneel klopt echt alles. Nu ik het album veel vaker heb beluisterd, valt vooral op hoe goed de songs van Roofman zijn.
Het zijn songs die na één keer horen voorgoed in je hoofd zitten dankzij de memorabele melodieën en de onweerstaanbare refreinen, maar het zijn ook songs die je al decennia lijkt te kennen, waarbij overigens wel een goedgevulde platenkast over je heen dondert, want wat roept de muziek van Roofman veel associaties op, zonder zich direct te laten vergelijken met de muziek van anderen.
De kwaliteit van Still The Mess I Was van Roofman blijft niet beperkt tot de muziek, de songs, het geluid en de productie, want Thijs van der Meulen is ook nog eens een uitstekend zanger en is in vocaal opzicht minstens net zo veelzijdig als zijn band in muzikaal opzicht is. Het stuwt het album van Roofman nog wat hoger op.
Ik vind het debuutalbum van Roofman inmiddels zo goed dat ik er van overtuigd ben dat een Britse of Amerikaanse band met een album als Still The Mess I Was een bescheiden hype zou kunnen ontketenen. Of Roofman weet op te vallen in het enorme aanbod van het moment is de vraag, maar dat het debuutalbum van de Nederlandse band echt alle aandacht verdient zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Roofman - Stil The Mess I Was - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Roofman - Stil The Mess I Was
De Nederlandse band Roofman levert met Still The Mess I Was een prachtig klinkend debuutalbum met een veelheid aan invloeden en een indrukwekkende serie direct memorabele songs af
Direct bij eerste beluistering was ik onder de indruk van het mooie en tijdloze geluid op het debuutalbum van Roofman, maar het album moest toen nog beginnen te groeien. Flink wat keren horen later heb ik een enorm zwak voor het album van de Nederlandse band rond Thijs van der Meulen. Roofman staat immers garant voor songs die je al heel lang lijkt te kennen, maar die je op hetzelfde moment iedere keer weer aangenaam verrassen. Still The Mess I Was springt door genres en door de tijd, maar klinkt ook altijd als Roofman. Het is misschien een debuutalbum, maar Roofman is het niveau van een debuutalbum echt op alle fronten al heel ver voorbij. Ga dat horen.
Still The Mess I Was is het debuutalbum van de band Roofman, wat weer een project is van Nederlandse singer-songwriter Thijs van der Meulen. Het is een album dat in het enorme aanbod van het moment zomaar onder kan sneeuwen, maar daar is het debuut van Roofman echt veel te goed voor.
Thijs van der Meulen vormt Roofman samen met de Amerikaanse muzikanten Rhett Shull en Philip Conrad, die respectievelijk tekenen voor gitaar en bas en ook in de band van de Amerikaanse muzikant Noah Guthrie spelen, en zijn broer Pim, die achter de drumkit zit. Thijs van der Meulen en zijn medemuzikanten namen Still The Mess I Was op in de roemruchte Clouds Hill studio in Hamburg en dat is een studio die is volgepropt met analoge apparatuur.
Studiobaas Johan Scheerer was vervolgens zo onder de indruk van het geluid van de band dat hij het album produceerde. Dat Still The Mess I Was is opgenomen in een studio met een voorliefde voor analoge apparatuur hoor je, want het debuutalbum van Roofman roept, in ieder geval bij mij, vooral nostalgische gevoelens op. Dat ligt natuurlijk niet alleen aan het geluid, maar zeker ook aan de muziek op het album.
Het is muziek die niet zo makkelijk in een hokje is te duwen, want Roofman blijkt op haar debuutalbum van vele markten thuis. Het album opent met een wat psychedelisch seventies sfeertje, maar Still The Mess I Was wandelt vervolgens met zevenmijlslaarzen door genres en door de tijd. Thijs van der Meulen heeft zich absoluut laten beïnvloeden door de muziek uit de jaren 70, maar maakt ook geen geheim van zijn liefde voor rockmuziek uit de jaren 90. Hiermee zijn we er nog niet, want ook invloeden uit de Americana hebben hun weg gevonden naar het geluid van Roofman, waarin hier en daar ook nog een subtiel snufje progrock en psychedelica is verstopt.
Ondanks de vele invloeden is Still The Mess I Was zeker geen bonte lappendeken, want het debuut van Roofman klinkt absoluut consistent. Bij eerste beluisteringen vond ik het album vooral geweldig klinken. Het is de verdienste van de prima muzikanten op het album, maar ook opname technisch en productioneel klopt echt alles. Nu ik het album veel vaker heb beluisterd, valt vooral op hoe goed de songs van Roofman zijn.
Het zijn songs die na één keer horen voorgoed in je hoofd zitten dankzij de memorabele melodieën en de onweerstaanbare refreinen, maar het zijn ook songs die je al decennia lijkt te kennen, waarbij overigens wel een goedgevulde platenkast over je heen dondert, want wat roept de muziek van Roofman veel associaties op, zonder zich direct te laten vergelijken met de muziek van anderen.
De kwaliteit van Still The Mess I Was van Roofman blijft niet beperkt tot de muziek, de songs, het geluid en de productie, want Thijs van der Meulen is ook nog eens een uitstekend zanger en is in vocaal opzicht minstens net zo veelzijdig als zijn band in muzikaal opzicht is. Het stuwt het album van Roofman nog wat hoger op.
Ik vind het debuutalbum van Roofman inmiddels zo goed dat ik er van overtuigd ben dat een Britse of Amerikaanse band met een album als Still The Mess I Was een bescheiden hype zou kunnen ontketenen. Of Roofman weet op te vallen in het enorme aanbod van het moment is de vraag, maar dat het debuutalbum van de Nederlandse band echt alle aandacht verdient zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman
Roos Meijer - Stories of Change (2023)
Alternatieve titel: Residentie Orkest the Hague

4,5
0
geplaatst: 17 juni 2023, 10:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Roos Meijer . Residentie Orkest The Hague - Stories Of Change - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Roos Meijer . Residentie Orkest The Hague - Stories Of Change
Stories Of Change van Roos Meijer leek me op voorhand een wat overbodig tussendoortje, maar wat pakt de samenwerking met het Residentie Orkest goed uit en wat is de muzikante uit Den Haag een fantastische zangeres
De Haagse muzikante Roos Meijer maakte de afgelopen twee jaar in twee gedaantes twee totaal verschillende, maar ook twee betoverend mooie albums. De songs van haar solodebuut Why Don't We Give It A Try? keren nu deels terug op Stories Of Change, dat werd gemaakt met het eveneens Haagse Residentie Orkest. Het is een goedmakertje voor het concert dat op het laatste moment sneuvelde door een van de corona lockdowns, maar het is zeker geen overbodig tussendoortje. Het Residentie Orkest voorziet de songs van Roos Meijer van bijzonder mooie klanken, waarna de Haagse muzikante de sterren van de hemel zingt. Stories Of Change is drie kwartier lang van een bijna beangstigende schoonheid en onderstreept het enorme talent van Roos Meijer.
De Nederlandse muzikante Roos Meijer haalde zowel in 2021 als in 2022 mijn jaarlijstje. In 2021 deed ze dit met haar solodebuut Why Don't We Give It A Try?, waarop ze diepe indruk maakte met fraai ingekleurde folksongs en vooral met een werkelijk prachtige stem. De bijzonder mooie stem van Roos Meijer was ook te horen op het in 2022 verschenen Tales Of Adolescence, het debuutalbum van het duo Maida Rose. Samen met Javièr den Leeuw liet Roos Meijer horen dat ze niet alleen uitstekend uit de voeten kan binnen de folk, maar ook op zeer fraaie wijze dreampop songs kan vertolken, wat het mooiste dreampop album van 2022 opleverde.
Eerder deze maand verscheen een nieuw album van Roos Meijer, dat me op voorhand niet zo essentieel leek als haar solodebuut en het debuutalbum van Maida Rose. Stories Of Change werd opgenomen met het Haagse Residentie Orkest en bevat vooral songs van het debuutalbum van Roos Meijer en van de EP (Maktub) die ze in 2018 uitbracht. Roos Meijer zou eind 2021 met datzelfde Residentie Orkest op het podium van het Paard in Den Haag staan, maar de zoveelste lockdown vanwege de coronapandemie gooide helaas roet in het eten.
Elk nadeel heeft zijn voordeel, want omdat werd besloten om dan maar zonder publiek op te treden en het concert op te nemen, kunnen we nu allemaal genieten van de bijzondere bewerkingen van de songs van Roos Meijer. Ik was op voorhand zoals gezegd niet overtuigd van de meerwaarde van de samenwerking met het Residentie Orkest en had het album bijna laten liggen als een niet heel noodzakelijk tussendoortje.
Op Why Don't We Give It A Try? maakte Roos Meijer indruk met een gevarieerde en zonder uitzondering wonderschone inkleuring van haar songs, wat een serie songs opleverde die ik tot op de dag van vandaag koester. Nieuwe versies zouden hier alleen maar afbreuk aan kunnen doen, maar inmiddels denk ik heel anders over dit ‘tussendoortje’ van de Haagse muzikante. Stories Of Change is namelijk een ontstellend mooi album.
De klassieke orkestraties voorzien de songs van Roos Meijer van een voller en steviger aangezet geluid, maar het Residentie Orkest voorziet de songs ook van een spannend en fantasierijk klankentapijt. Het nadeel van klassieke orkestraties is dat zowel de zang als de songs makkelijk verzuipen in een brei van strijkers en blazers, maar hier is op Stories Of Change geen moment sprake van. Het Residentie Orkest pakt hier en daar prachtig uit, maar de stem van Roos Meijer krijgt gelukkig alle ruimte.
Die stem maakte op haar debuutalbum diepe indruk, maar ik vind de zang op Stories Of Change misschien nog wel mooier. Het is een stem die twaalf songs lang goed is voor kippenvel en die alleen maar verder wordt opgetild door de zeer smaakvolle orkestratie. Het album laat nog maar eens horen hoe sterk de songs op het debuutalbum van Roos Meijer zijn, maar ik ben minstens evenveel onder de indruk van de songs van haar debuut EP, die ik nog niet kende, maar zeker niet onder doen voor de songs op het debuutalbum.
Het is te danken aan het Nederlandse muziekplatform Musicmeter dat ik Stories Of Change überhaupt ben gaan beluisteren en wat ben ik de tipgever dankbaar. Ik sluit zeker niet uit dat Roos Meijer over een maand of zes voor de derde keer op rij mijn jaarlijstje gaat halen, want wat is de combinatie van een van de beste Nederlandse orkesten en misschien wel de beste zangeres die ons land rijk is een bijzondere. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Roos Meijer . Residentie Orkest The Hague - Stories Of Change - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Roos Meijer . Residentie Orkest The Hague - Stories Of Change
Stories Of Change van Roos Meijer leek me op voorhand een wat overbodig tussendoortje, maar wat pakt de samenwerking met het Residentie Orkest goed uit en wat is de muzikante uit Den Haag een fantastische zangeres
De Haagse muzikante Roos Meijer maakte de afgelopen twee jaar in twee gedaantes twee totaal verschillende, maar ook twee betoverend mooie albums. De songs van haar solodebuut Why Don't We Give It A Try? keren nu deels terug op Stories Of Change, dat werd gemaakt met het eveneens Haagse Residentie Orkest. Het is een goedmakertje voor het concert dat op het laatste moment sneuvelde door een van de corona lockdowns, maar het is zeker geen overbodig tussendoortje. Het Residentie Orkest voorziet de songs van Roos Meijer van bijzonder mooie klanken, waarna de Haagse muzikante de sterren van de hemel zingt. Stories Of Change is drie kwartier lang van een bijna beangstigende schoonheid en onderstreept het enorme talent van Roos Meijer.
De Nederlandse muzikante Roos Meijer haalde zowel in 2021 als in 2022 mijn jaarlijstje. In 2021 deed ze dit met haar solodebuut Why Don't We Give It A Try?, waarop ze diepe indruk maakte met fraai ingekleurde folksongs en vooral met een werkelijk prachtige stem. De bijzonder mooie stem van Roos Meijer was ook te horen op het in 2022 verschenen Tales Of Adolescence, het debuutalbum van het duo Maida Rose. Samen met Javièr den Leeuw liet Roos Meijer horen dat ze niet alleen uitstekend uit de voeten kan binnen de folk, maar ook op zeer fraaie wijze dreampop songs kan vertolken, wat het mooiste dreampop album van 2022 opleverde.
Eerder deze maand verscheen een nieuw album van Roos Meijer, dat me op voorhand niet zo essentieel leek als haar solodebuut en het debuutalbum van Maida Rose. Stories Of Change werd opgenomen met het Haagse Residentie Orkest en bevat vooral songs van het debuutalbum van Roos Meijer en van de EP (Maktub) die ze in 2018 uitbracht. Roos Meijer zou eind 2021 met datzelfde Residentie Orkest op het podium van het Paard in Den Haag staan, maar de zoveelste lockdown vanwege de coronapandemie gooide helaas roet in het eten.
Elk nadeel heeft zijn voordeel, want omdat werd besloten om dan maar zonder publiek op te treden en het concert op te nemen, kunnen we nu allemaal genieten van de bijzondere bewerkingen van de songs van Roos Meijer. Ik was op voorhand zoals gezegd niet overtuigd van de meerwaarde van de samenwerking met het Residentie Orkest en had het album bijna laten liggen als een niet heel noodzakelijk tussendoortje.
Op Why Don't We Give It A Try? maakte Roos Meijer indruk met een gevarieerde en zonder uitzondering wonderschone inkleuring van haar songs, wat een serie songs opleverde die ik tot op de dag van vandaag koester. Nieuwe versies zouden hier alleen maar afbreuk aan kunnen doen, maar inmiddels denk ik heel anders over dit ‘tussendoortje’ van de Haagse muzikante. Stories Of Change is namelijk een ontstellend mooi album.
De klassieke orkestraties voorzien de songs van Roos Meijer van een voller en steviger aangezet geluid, maar het Residentie Orkest voorziet de songs ook van een spannend en fantasierijk klankentapijt. Het nadeel van klassieke orkestraties is dat zowel de zang als de songs makkelijk verzuipen in een brei van strijkers en blazers, maar hier is op Stories Of Change geen moment sprake van. Het Residentie Orkest pakt hier en daar prachtig uit, maar de stem van Roos Meijer krijgt gelukkig alle ruimte.
Die stem maakte op haar debuutalbum diepe indruk, maar ik vind de zang op Stories Of Change misschien nog wel mooier. Het is een stem die twaalf songs lang goed is voor kippenvel en die alleen maar verder wordt opgetild door de zeer smaakvolle orkestratie. Het album laat nog maar eens horen hoe sterk de songs op het debuutalbum van Roos Meijer zijn, maar ik ben minstens evenveel onder de indruk van de songs van haar debuut EP, die ik nog niet kende, maar zeker niet onder doen voor de songs op het debuutalbum.
Het is te danken aan het Nederlandse muziekplatform Musicmeter dat ik Stories Of Change überhaupt ben gaan beluisteren en wat ben ik de tipgever dankbaar. Ik sluit zeker niet uit dat Roos Meijer over een maand of zes voor de derde keer op rij mijn jaarlijstje gaat halen, want wat is de combinatie van een van de beste Nederlandse orkesten en misschien wel de beste zangeres die ons land rijk is een bijzondere. Erwin Zijleman
Roos Meijer - Why Don't We Give It a Try? (2021)

4,5
3
geplaatst: 19 november 2021, 15:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Roos Meijer - Why Don’t We Give It A Try? - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Roos Meijer - Why Don’t We Give It A Try?
Het debuut van de Nederlandse singer-songwriter Roos Meijer is een album dat flink wat indruk maakt met prachtige klanken, bevlogen teksten en prima songs en imponeert met werkelijk prachtige vocalen
Direct bij eerste beluistering van Why Don’t We Give It A Try? van Roos Meijer durfde ik al wel te concluderen dat de Nederlandse muzikante een ijzersterk debuutalbum heeft afgeleverd, maar na een paar keer horen is het wat mij betreft een debuutalbum dat kan worden geschaard onder de meest indrukwekkende debuten van het muziekjaar 2021. Roos Meijer heeft een debuutalbum afgeleverd dat opvalt door wonderschone klanken, die steeds weer nieuwe wegen inslaan, maar het sterkste wapen van de Nederlandse singer-songwriter is haar geweldige stem. Why Don’t We Give It A Try? is een album dat intrigeert en betovert en het wordt echt alleen maar mooier en indrukwekkender.
De Nederlandse singer-songwriter Roos Meijer bracht eerder dit jaar een aantal veelbelovende tracks uit als helft van het duo Maida Rose, maar voordat het debuutalbum van Maida Rose verschijnt is er het eerste soloalbum van de Nederlandse muzikante. Why Don’t We Give It A Try? opent met een aantal fragmenten en al snel een kakafonie van Amerikaanse nieuwsberichten met een hoofdrol voor Donald Trump en zijn Mexicaanse muur, maar met de eerste noten van de titeltrack van het album keren de rust en de rede terug.
Roos Meijer maakt met Maida Rose muziek die in het hokje dreampop past, maar haar solodebuut hoort thuis in hokjes als folk, alt folk en indiefolk. Why Don’t We Give It A Try? maakt geen geheim van de sterkste wapens van Roos Meijer. Direct na het hectische intro vallen de bijzonder smaakvolle instrumentatie en de werkelijk prachtige stem van de Nederlandse muzikante op.
De instrumentatie is over het algemeen ingetogen en beperkt zich voornamelijk tot organische klanken. Het is een zeer smaakvolle en wat mij betreft ook warm klinkende instrumentatie, die niet volledig aansluit op de klanken die gangbaar zijn binnen de folk, maar hier ook niet mijlenver van verwijderd is.
Het is een instrumentatie waarin de akoestische gitaar of de piano centraal staat en waaraan vervolgens zowel subtiele als redelijk uitgesproken versiersels zijn toegevoegd, die absoluut sfeerbepalend zijn, zeker wanneer het gaat om atmosferische klankentapijten op de achtergrond of om jazzy blazers die meer op de voorgrond treden.
In muzikaal opzicht is Why Don’t We Give It A Try? van Roos Meijer zeker geen doorsnee folkalbum en dat is het ook niet in vocaal opzicht. De Nederlandse singer-songwriter kan prima uit de voeten in folky tracks, maar beschikt over een indrukwekkend stemgeluid. Het is een krachtig, veelzijdig en ook warm stemgeluid, dat mij eigenlijk onmiddellijk over de streep trok.
Why Don’t We Give It A Try? is het debuutalbum van Roos Meijer, maar het is een album dat geen moment klinkt als een debuutalbum. Zowel de instrumentatie op de albums als de zang van Roos Meijer ademen kwaliteit, ervaring en souplesse. In de instrumentatie is iedere noot raak en dat geldt ook voor de bijzonder fraaie zang op het album, wat je nog wat beter hoort wanneer meerdere lagen vocalen worden gecombineerd.
Die kwaliteit, ervaring en souplesse hoor je ook terug in de songs op het album. Het zijn songs die nooit kiezen voor de makkelijkste weg, maar zich desondanks genadeloos opdringen. Bijna alle songs op het debuutalbum van Roos Meijer klinken verschillend, maar de songs vormen ook een eenheid. Het zijn songs die me onmiddellijk te pakken hadden, maar Why Don’t We Give It A Try? is ook een album dat tijd vraagt om al het moois te kunnen ontdekken.
Met alle vocale en muzikale pracht en de fascinerende songstructuren ben ik er overigens nog niet, want Roos Meijer schrijft ook nog eens uitstekende teksten die laat horen dat ze geëngageerd en emotioneel betrokken is en het hart op de juiste plek heeft zitten.
Hoe vaker ik naar dit album luister, hoe meer ik onder de indruk raak van de bijzondere talenten van Roos Meijer, die een album van een wonderlijke schoonheid heeft gemaakt, dat diepe, diepe indruk maakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Roos Meijer - Why Don’t We Give It A Try? - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Roos Meijer - Why Don’t We Give It A Try?
Het debuut van de Nederlandse singer-songwriter Roos Meijer is een album dat flink wat indruk maakt met prachtige klanken, bevlogen teksten en prima songs en imponeert met werkelijk prachtige vocalen
Direct bij eerste beluistering van Why Don’t We Give It A Try? van Roos Meijer durfde ik al wel te concluderen dat de Nederlandse muzikante een ijzersterk debuutalbum heeft afgeleverd, maar na een paar keer horen is het wat mij betreft een debuutalbum dat kan worden geschaard onder de meest indrukwekkende debuten van het muziekjaar 2021. Roos Meijer heeft een debuutalbum afgeleverd dat opvalt door wonderschone klanken, die steeds weer nieuwe wegen inslaan, maar het sterkste wapen van de Nederlandse singer-songwriter is haar geweldige stem. Why Don’t We Give It A Try? is een album dat intrigeert en betovert en het wordt echt alleen maar mooier en indrukwekkender.
De Nederlandse singer-songwriter Roos Meijer bracht eerder dit jaar een aantal veelbelovende tracks uit als helft van het duo Maida Rose, maar voordat het debuutalbum van Maida Rose verschijnt is er het eerste soloalbum van de Nederlandse muzikante. Why Don’t We Give It A Try? opent met een aantal fragmenten en al snel een kakafonie van Amerikaanse nieuwsberichten met een hoofdrol voor Donald Trump en zijn Mexicaanse muur, maar met de eerste noten van de titeltrack van het album keren de rust en de rede terug.
Roos Meijer maakt met Maida Rose muziek die in het hokje dreampop past, maar haar solodebuut hoort thuis in hokjes als folk, alt folk en indiefolk. Why Don’t We Give It A Try? maakt geen geheim van de sterkste wapens van Roos Meijer. Direct na het hectische intro vallen de bijzonder smaakvolle instrumentatie en de werkelijk prachtige stem van de Nederlandse muzikante op.
De instrumentatie is over het algemeen ingetogen en beperkt zich voornamelijk tot organische klanken. Het is een zeer smaakvolle en wat mij betreft ook warm klinkende instrumentatie, die niet volledig aansluit op de klanken die gangbaar zijn binnen de folk, maar hier ook niet mijlenver van verwijderd is.
Het is een instrumentatie waarin de akoestische gitaar of de piano centraal staat en waaraan vervolgens zowel subtiele als redelijk uitgesproken versiersels zijn toegevoegd, die absoluut sfeerbepalend zijn, zeker wanneer het gaat om atmosferische klankentapijten op de achtergrond of om jazzy blazers die meer op de voorgrond treden.
In muzikaal opzicht is Why Don’t We Give It A Try? van Roos Meijer zeker geen doorsnee folkalbum en dat is het ook niet in vocaal opzicht. De Nederlandse singer-songwriter kan prima uit de voeten in folky tracks, maar beschikt over een indrukwekkend stemgeluid. Het is een krachtig, veelzijdig en ook warm stemgeluid, dat mij eigenlijk onmiddellijk over de streep trok.
Why Don’t We Give It A Try? is het debuutalbum van Roos Meijer, maar het is een album dat geen moment klinkt als een debuutalbum. Zowel de instrumentatie op de albums als de zang van Roos Meijer ademen kwaliteit, ervaring en souplesse. In de instrumentatie is iedere noot raak en dat geldt ook voor de bijzonder fraaie zang op het album, wat je nog wat beter hoort wanneer meerdere lagen vocalen worden gecombineerd.
Die kwaliteit, ervaring en souplesse hoor je ook terug in de songs op het album. Het zijn songs die nooit kiezen voor de makkelijkste weg, maar zich desondanks genadeloos opdringen. Bijna alle songs op het debuutalbum van Roos Meijer klinken verschillend, maar de songs vormen ook een eenheid. Het zijn songs die me onmiddellijk te pakken hadden, maar Why Don’t We Give It A Try? is ook een album dat tijd vraagt om al het moois te kunnen ontdekken.
Met alle vocale en muzikale pracht en de fascinerende songstructuren ben ik er overigens nog niet, want Roos Meijer schrijft ook nog eens uitstekende teksten die laat horen dat ze geëngageerd en emotioneel betrokken is en het hart op de juiste plek heeft zitten.
Hoe vaker ik naar dit album luister, hoe meer ik onder de indruk raak van de bijzondere talenten van Roos Meijer, die een album van een wonderlijke schoonheid heeft gemaakt, dat diepe, diepe indruk maakt. Erwin Zijleman
Roosbeef - Lucky (2020)

4,0
1
geplaatst: 21 januari 2020, 16:39 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Roosbeef - Lucky - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Roosbeef - Lucky
Roosbeef keert na een paar jaar afwezigheid terug met een strakker geluid en vastere zang, maar de eigenzinnigheid is gelukkig gebleven in haar persoonlijke popliedjes
Nederlandstalige popmuziek is nooit een grote liefde voor mij geweest, maar het debuut van Roosbeef vond ik direct charmant en bijzonder. We zijn inmiddels flink wat jaren verder en Roos Reebergen is volwassen geworden. Dat hoor je ook in haar muziek, die strakker klinkt, en je hoort het in haar zang, die zelfverzekerder klinkt. De eigenzinnige popliedjes en de mooie en bijzondere observaties in haar teksten zijn gelukkig gebleven, waardoor Lucky minstens net zo makkelijk verleidt als het debuut van Roosbeef alweer meer dan tien jaar geleden deed.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Roosbeef stamt uit 2008, toen het album Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten verscheen. Het was het debuut van de band rond of het alter ego van de uit Duiven afkomstige Roos Reebergen.
In 2008 was ik nog enigszins allergisch voor Nederlandstalige popmuziek en zat ik nog vol vooroordelen over popmuziek in de eigen taal. Ik was echter direct zeer gecharmeerd van de bijzondere popliedjes van Roosbeef.
De songs van Roos Reebergen hadden iets knulligs (voor Engelstalige bandjes meestal wat respectvoller omschreven als lo-fi), maar ze waren ook reuze charmant en bovendien puur en eerlijk. Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten heb ik uiteindelijk verrassend vaak beluisterd, al is het maar omdat mijn kinderen, destijds nog klein, gek waren op popliedjes als Te Heet Gewassen (en vooral het zinnetje “speel je koehandel met een ander”).
Ook het tweede album van Roosbeef, Omdat Ik Dat Wil uit 2011, beviel me goed, al miste ik de pure magie en de charme van het debuut. Na Kalf uit 2015 vertrok Roos Reebergen samen met haar man naar de Verenigde Staten en kreeg ze een kind. Het leek het einde van Roosbeef, maar inmiddels is Roos Reebergen terug in Nederland, gewend aan het moederschap en klaar voor een terugkeer in de muziek.
Het nieuwe album van Roosbeef heeft een Engelse titel gekregen, maar de songs van Roosbeef zijn nog altijd in het Nederlands. Vergeleken met het charmant knullige geluid van het debuut klinkt Lucky flink anders. Het geluid van Roosbeef is veel strakker en flink elektronischer dan het rammelgeluid op het debuut. Het is een geluid dat hierdoor wat minder eigenzinnig is, maar het is een mooi geluid, dat de ruimte op aangename wijze vult en dat bijzonder knap is geproduceerd door de Vlaming Pascal Deweze.
Wat voor de muziek op Lucky geldt, geldt ook voor de zang van Roos Reebergen. Waar de zang op het debuut vaak wat onvast klonk, strijken de vocalen op Lucky maar zelden tegen de haren in.
Roosbeef heeft hiermee afstand genomen van de twee dingen die Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten zo charmant en aantrekkelijk maakten, maar toch heeft Lucky me makkelijk overtuigd. Een groot deel van de kracht van het debuut van Roosbeef schuilde immers in de bijzondere en persoonlijke teksten en die zijn er op Lucky nog steeds. De teksten op het nieuwe album van Roosbeef verdienen het om uitgeplozen te worden en raken meer dan eens de juiste snaar.
Ook het vermogen om lekker in het gehoor liggende popliedjes te schrijven is Roos Reebergen nog niet kwijt. Lucky staat vol met aangename popliedjes, maar het zijn ook popliedjes met inhoud. Roosbeef is op Lucky volwassen geworden en daar is niets mis mee. Songs over onhandige liefdes en kleine problemen zijn songs over het moederschap en het leven als volwassene geworden, maar het zijn nog altijd persoonlijke songs die net zo puur en eerlijk klinken als de songs op het charmante debuut, al zijn ze nu verpakt in een opvallend hecht bandgeluid.
Roosbeef mist op Lucky de ruwe charme van Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten, maar overtuigt met uitstekende popsongs, die de fantasie minstens evenveel prikkelen. Een groot liefhebber van Nederlandstalige popmuziek ben ik nog steeds niet, maar Roosbeef slaagt er nog steeds in om onze wat harde en a-melodieuze taal zacht en melodieus te maken. Een prima comeback al met al. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Roosbeef - Lucky - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Roosbeef - Lucky
Roosbeef keert na een paar jaar afwezigheid terug met een strakker geluid en vastere zang, maar de eigenzinnigheid is gelukkig gebleven in haar persoonlijke popliedjes
Nederlandstalige popmuziek is nooit een grote liefde voor mij geweest, maar het debuut van Roosbeef vond ik direct charmant en bijzonder. We zijn inmiddels flink wat jaren verder en Roos Reebergen is volwassen geworden. Dat hoor je ook in haar muziek, die strakker klinkt, en je hoort het in haar zang, die zelfverzekerder klinkt. De eigenzinnige popliedjes en de mooie en bijzondere observaties in haar teksten zijn gelukkig gebleven, waardoor Lucky minstens net zo makkelijk verleidt als het debuut van Roosbeef alweer meer dan tien jaar geleden deed.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Roosbeef stamt uit 2008, toen het album Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten verscheen. Het was het debuut van de band rond of het alter ego van de uit Duiven afkomstige Roos Reebergen.
In 2008 was ik nog enigszins allergisch voor Nederlandstalige popmuziek en zat ik nog vol vooroordelen over popmuziek in de eigen taal. Ik was echter direct zeer gecharmeerd van de bijzondere popliedjes van Roosbeef.
De songs van Roos Reebergen hadden iets knulligs (voor Engelstalige bandjes meestal wat respectvoller omschreven als lo-fi), maar ze waren ook reuze charmant en bovendien puur en eerlijk. Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten heb ik uiteindelijk verrassend vaak beluisterd, al is het maar omdat mijn kinderen, destijds nog klein, gek waren op popliedjes als Te Heet Gewassen (en vooral het zinnetje “speel je koehandel met een ander”).
Ook het tweede album van Roosbeef, Omdat Ik Dat Wil uit 2011, beviel me goed, al miste ik de pure magie en de charme van het debuut. Na Kalf uit 2015 vertrok Roos Reebergen samen met haar man naar de Verenigde Staten en kreeg ze een kind. Het leek het einde van Roosbeef, maar inmiddels is Roos Reebergen terug in Nederland, gewend aan het moederschap en klaar voor een terugkeer in de muziek.
Het nieuwe album van Roosbeef heeft een Engelse titel gekregen, maar de songs van Roosbeef zijn nog altijd in het Nederlands. Vergeleken met het charmant knullige geluid van het debuut klinkt Lucky flink anders. Het geluid van Roosbeef is veel strakker en flink elektronischer dan het rammelgeluid op het debuut. Het is een geluid dat hierdoor wat minder eigenzinnig is, maar het is een mooi geluid, dat de ruimte op aangename wijze vult en dat bijzonder knap is geproduceerd door de Vlaming Pascal Deweze.
Wat voor de muziek op Lucky geldt, geldt ook voor de zang van Roos Reebergen. Waar de zang op het debuut vaak wat onvast klonk, strijken de vocalen op Lucky maar zelden tegen de haren in.
Roosbeef heeft hiermee afstand genomen van de twee dingen die Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten zo charmant en aantrekkelijk maakten, maar toch heeft Lucky me makkelijk overtuigd. Een groot deel van de kracht van het debuut van Roosbeef schuilde immers in de bijzondere en persoonlijke teksten en die zijn er op Lucky nog steeds. De teksten op het nieuwe album van Roosbeef verdienen het om uitgeplozen te worden en raken meer dan eens de juiste snaar.
Ook het vermogen om lekker in het gehoor liggende popliedjes te schrijven is Roos Reebergen nog niet kwijt. Lucky staat vol met aangename popliedjes, maar het zijn ook popliedjes met inhoud. Roosbeef is op Lucky volwassen geworden en daar is niets mis mee. Songs over onhandige liefdes en kleine problemen zijn songs over het moederschap en het leven als volwassene geworden, maar het zijn nog altijd persoonlijke songs die net zo puur en eerlijk klinken als de songs op het charmante debuut, al zijn ze nu verpakt in een opvallend hecht bandgeluid.
Roosbeef mist op Lucky de ruwe charme van Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten, maar overtuigt met uitstekende popsongs, die de fantasie minstens evenveel prikkelen. Een groot liefhebber van Nederlandstalige popmuziek ben ik nog steeds niet, maar Roosbeef slaagt er nog steeds in om onze wat harde en a-melodieuze taal zacht en melodieus te maken. Een prima comeback al met al. Erwin Zijleman
Rory Block - Hard Luck Child (2014)
Alternatieve titel: A Tribute to Skip James

4,0
0
geplaatst: 23 november 2014, 09:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rory Block - Hard Luck Child: A Tribute To Skip James - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er zijn mensen die met droge ogen durven te beweren dat Rory Block een eendagsvlieg is. Die bewering is dan gebaseerd op het feit dat Rory Block in Nederland aan het eind van de jaren 80 een dikke hit scoorde met het indringende Lovin’ Whiskey en hierna direct weer in de vergetelheid raakte.
Mensen die beweren dat Rory Block een eendagsvlieg is weten waarschijnlijk niet dat Lovin’ Whiskey destijds afkomstig was van een verzamelaar (Best Blues & Originals) en hiervoor al op het in 1986 verschenen en totaal geflopte (hoe kan het ook anders met zo’n titel) I've Got a Rock in My Sock stond.
Mensen die beweren dat Rory Block een eendagsvlieg is weten waarschijnlijk ook niet dat Rory Block voor deze plaat zo’n tien andere platen uitbracht en al vanaf 1975 met wisselend succes in de Verenigde Staten aan de weg timmerde.
Mensen die beweren dat Rory Block een eendagsvlieg is weten tenslotte ook niet dat Rory Block na het scoren van een hit in Nederland nog heel veel relevante platen heeft uitgebracht en tot op de dag van vandaag zeer actief is.
Ik wist het allemaal wel, maar ik moet toegeven dat ik er de laatste jaren weinig mee heb gedaan. Het laatste wapenfeit dat ik me van Rory Block echt goed herinnerde was het in 2003 verschenen en uitstekende Last Fair Deal.
Het was een van haar laatste platen met flink wat eigen werk, want sinds 2005 eert Rory Block haar muzikale helden. Dat begon in 2006 met het vertolken van het werk van Robert Johnson, waarna tussen 2008 en 2013 achtereenvolgens Son House, Mississippi Fred McDowell, Rev. Gary Davis en Mississippi John Hurt aan de beurt waren.
Ik geef eerlijk toe dat ik ze met uitzondering van het eerbetoon aan Robert Johnson allemaal gemist heb, maar inmiddels heb ik ze alsnog beluisterd en ben ik onder de indruk. Dat ben ik ook van het recent verschenen Hard Luck Child: A Tribute To Skip James.
Skip James werd geboren in 1902 en overleed in 1969. Vanaf de jaren 20 tot aan zijn dood was Skip James bluesmuzikant en een van de betere vertolkers van de Delta Blues. Net als op Avalon: A Tribute to Mississippi John Hurt begint Rory Block haar eerbetoon met een eigen song over de betreffende bluesmuzikant, waarna een selectie uit de songs van deze muzikant volgt.
Het werk van Skip James (die overigens op zijn ziekbed een nog piepjonge Rory Block op bezoek kreeg) is bij Rory Block in goede handen. Block is een uitstekend gitarist en vertolkt de songs van de oude meester met hart en ziel, waardoor haar vertolkingen recht doen aan de status van de vergeten bluesmuzikant.
Met deze tribute doet Rory Block eigenlijk twee dingen. Allereerst eert ze op indrukwekkende een vergeten bluesmuzikant en hiernaast laat ze horen dat ze er zelf nog steeds toe doet. En hoe. Bluesmuzikanten moeten vooral ontroeren en dat doet Rory Block nog steeds met speels gemak. De bijzondere songs van Skip James en het geweldige gitaarspel van Rory Block zijn de kers en de slagroom op deze mooie en smakelijke taart. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rory Block - Hard Luck Child: A Tribute To Skip James - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er zijn mensen die met droge ogen durven te beweren dat Rory Block een eendagsvlieg is. Die bewering is dan gebaseerd op het feit dat Rory Block in Nederland aan het eind van de jaren 80 een dikke hit scoorde met het indringende Lovin’ Whiskey en hierna direct weer in de vergetelheid raakte.
Mensen die beweren dat Rory Block een eendagsvlieg is weten waarschijnlijk niet dat Lovin’ Whiskey destijds afkomstig was van een verzamelaar (Best Blues & Originals) en hiervoor al op het in 1986 verschenen en totaal geflopte (hoe kan het ook anders met zo’n titel) I've Got a Rock in My Sock stond.
Mensen die beweren dat Rory Block een eendagsvlieg is weten waarschijnlijk ook niet dat Rory Block voor deze plaat zo’n tien andere platen uitbracht en al vanaf 1975 met wisselend succes in de Verenigde Staten aan de weg timmerde.
Mensen die beweren dat Rory Block een eendagsvlieg is weten tenslotte ook niet dat Rory Block na het scoren van een hit in Nederland nog heel veel relevante platen heeft uitgebracht en tot op de dag van vandaag zeer actief is.
Ik wist het allemaal wel, maar ik moet toegeven dat ik er de laatste jaren weinig mee heb gedaan. Het laatste wapenfeit dat ik me van Rory Block echt goed herinnerde was het in 2003 verschenen en uitstekende Last Fair Deal.
Het was een van haar laatste platen met flink wat eigen werk, want sinds 2005 eert Rory Block haar muzikale helden. Dat begon in 2006 met het vertolken van het werk van Robert Johnson, waarna tussen 2008 en 2013 achtereenvolgens Son House, Mississippi Fred McDowell, Rev. Gary Davis en Mississippi John Hurt aan de beurt waren.
Ik geef eerlijk toe dat ik ze met uitzondering van het eerbetoon aan Robert Johnson allemaal gemist heb, maar inmiddels heb ik ze alsnog beluisterd en ben ik onder de indruk. Dat ben ik ook van het recent verschenen Hard Luck Child: A Tribute To Skip James.
Skip James werd geboren in 1902 en overleed in 1969. Vanaf de jaren 20 tot aan zijn dood was Skip James bluesmuzikant en een van de betere vertolkers van de Delta Blues. Net als op Avalon: A Tribute to Mississippi John Hurt begint Rory Block haar eerbetoon met een eigen song over de betreffende bluesmuzikant, waarna een selectie uit de songs van deze muzikant volgt.
Het werk van Skip James (die overigens op zijn ziekbed een nog piepjonge Rory Block op bezoek kreeg) is bij Rory Block in goede handen. Block is een uitstekend gitarist en vertolkt de songs van de oude meester met hart en ziel, waardoor haar vertolkingen recht doen aan de status van de vergeten bluesmuzikant.
Met deze tribute doet Rory Block eigenlijk twee dingen. Allereerst eert ze op indrukwekkende een vergeten bluesmuzikant en hiernaast laat ze horen dat ze er zelf nog steeds toe doet. En hoe. Bluesmuzikanten moeten vooral ontroeren en dat doet Rory Block nog steeds met speels gemak. De bijzondere songs van Skip James en het geweldige gitaarspel van Rory Block zijn de kers en de slagroom op deze mooie en smakelijke taart. Erwin Zijleman
Rory Gallagher - Blues (2019)

4,5
4
geplaatst: 1 juni 2019, 10:48 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rory Gallagher - Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rory Gallagher - Blues
Prachtig en lijvig eerbetoon aan een helaas wat vergeten muzikant, maar ook een eerbetoon aan een van de beste gitaristen aller tijden
Bij Rory Gallagher denk ik vooral aan de jaren 70, maar de Ierse muzikant maakte tot vlak voor zijn overlijden in 1995 muziek. Rory Gallagher zou dit jaar zijn vijftigste verjaardag in de muziek hebben gevierd en ter ere van dit feit is de lijvige compilatie Blues verschenen. Blues bevat in de meest uitgebreide vorm ruim drie uur muziek en laat horen dat Rory Gallagher de blues in de genen had. De Ierse muzikant had een uitstekende band en was een prima zanger, maar voor het kippenvel moet je toch bij het gitaarspel van Rory Gallagher zijn. Blues bevat 3 uur lang geweldig gitaarwerk en laat horen dat Rory Gallagher niet onder doet voor de gitaristen voor wie standbeelden zijn opgericht. De Ier heeft er een in zijn geboorteplaats Ballyshannon, maar hij verdient er nog veel meer.
Het is volgende maand alweer 24 jaar geleden dat Rory Gallagher overleed. De Ierse muzikant vierde zijn grootste successen echter ver voor zijn overlijden en met name gedurende de jaren 70. Generaties muziekliefhebbers zijn daarom opgegroeid zonder de muziek van Rory Gallagher en dat is echt doodzonde.
Een paar jaar geleden werd het werk van de Ierse gitarist opnieuw onder de aandacht gebracht met de reissue van Irish Tour '74, wat mij betreft het beste album van Rory Gallagher. Deze lijvige box-set laat prachtig horen wat Rory Gallagher in zijn beste jaren te bieden had en hiervoor ben je ook aan het juiste adres bij de deze week verschenen compilatie Blues, die viert dat Rory Gallagher precies 50 jaar geleden zijn eerste muziek uitbracht.
Blues biedt in de meest uitgebreide vorm ruim drie uur muziek en het is ruim drie uur smullen. Rory Gallagher behoorde samen met onder andere Eric Clapton tot de grote gitaristen uit de jaren 70. De Ierse muzikant werd begeerd door meerdere bands, maar speelde uiteindelijk toch het liefst met zijn eigen band, waarmee hij in de jaren 70 ook volle zalen trok.
Berucht is het verhaal dat Rory Gallagher na het onverwachte vertrek van Mick Taylor uit de Rolling Stones werd gevraagd auditie te doen voor een plek in de Rolling Stones. Rory Gallagher jamde in Rotterdam (!) een aantal dagen met de band en leek de plek naast Keith Richards binnen te hebben, maar toen het definitieve ja-woord net wat te lang op zich liet wachten pakte Rory Gallagher zijn gitaar en vertrok hij naar Japan voor een tour met zijn eigen band (waarna Ron Wood de nieuwe Stones gitarist werd).
Denk aan Rory Gallagher en je denkt aan een muzikant die wars was van uiterlijk vertoon. Een oude spijkerbroek en een ruitjesoverhemd werden zijn handelsmerk en ook in muzikaal opzicht moest de Ierse muzikant weinig hebben van opsmuk. De Rory Gallagher band had genoeg aan een ritmesectie en een gitarist, incidenteel aangevuld met een mondharmonica en orgel of piano.
Blues bevat niet eerder uitgebracht materiaal, waaronder veel live-materiaal, en beslaat vrijwel de gehele carrière van de Ierse gitarist. Blues is absoluut een vlag die de lading dekt, want de blues staat centraal op deze compilatie. Het is een genre waarin de Rory Gallagher band uitstekend uit de voeten kan.
De ritmesectie speelt sober maar hecht en Rory Gallagher is een prima zanger. De meeste indruk maakt de Ierse muzikant echter als gitarist. Op Blues speelt Rory Gallagher geweldige akkoorden, meedogenloze riffs, prachtig akoestisch slide spel en onnavolgbare solo’s. De Ier had zoals gezegd een voorliefde voor muziek zonder opsmuk, maar zijn snarenwerk was en is fenomenaal.
Ik grijp de afgelopen jaren zelf vooral naar Irish Tour '74 wanneer ik muziek van Rory Gallagher wil horen en dat blijft een geweldige keuze, al is het maar omdat het een volledige en zeer consistente live-set bevat. Blues bestrijkt een veel langere periode, inclusief de uitstapjes met Muddy Waters en Albert King, en geeft een beter overzicht van de carrière van Rory Gallagher. Dat het op prachtig vinyl is geperst geeft Blues wat extra meerwaarde. Al met al een compilatie die niet zal misstaan in menig goed gevulde platenkast. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rory Gallagher - Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rory Gallagher - Blues
Prachtig en lijvig eerbetoon aan een helaas wat vergeten muzikant, maar ook een eerbetoon aan een van de beste gitaristen aller tijden
Bij Rory Gallagher denk ik vooral aan de jaren 70, maar de Ierse muzikant maakte tot vlak voor zijn overlijden in 1995 muziek. Rory Gallagher zou dit jaar zijn vijftigste verjaardag in de muziek hebben gevierd en ter ere van dit feit is de lijvige compilatie Blues verschenen. Blues bevat in de meest uitgebreide vorm ruim drie uur muziek en laat horen dat Rory Gallagher de blues in de genen had. De Ierse muzikant had een uitstekende band en was een prima zanger, maar voor het kippenvel moet je toch bij het gitaarspel van Rory Gallagher zijn. Blues bevat 3 uur lang geweldig gitaarwerk en laat horen dat Rory Gallagher niet onder doet voor de gitaristen voor wie standbeelden zijn opgericht. De Ier heeft er een in zijn geboorteplaats Ballyshannon, maar hij verdient er nog veel meer.
Het is volgende maand alweer 24 jaar geleden dat Rory Gallagher overleed. De Ierse muzikant vierde zijn grootste successen echter ver voor zijn overlijden en met name gedurende de jaren 70. Generaties muziekliefhebbers zijn daarom opgegroeid zonder de muziek van Rory Gallagher en dat is echt doodzonde.
Een paar jaar geleden werd het werk van de Ierse gitarist opnieuw onder de aandacht gebracht met de reissue van Irish Tour '74, wat mij betreft het beste album van Rory Gallagher. Deze lijvige box-set laat prachtig horen wat Rory Gallagher in zijn beste jaren te bieden had en hiervoor ben je ook aan het juiste adres bij de deze week verschenen compilatie Blues, die viert dat Rory Gallagher precies 50 jaar geleden zijn eerste muziek uitbracht.
Blues biedt in de meest uitgebreide vorm ruim drie uur muziek en het is ruim drie uur smullen. Rory Gallagher behoorde samen met onder andere Eric Clapton tot de grote gitaristen uit de jaren 70. De Ierse muzikant werd begeerd door meerdere bands, maar speelde uiteindelijk toch het liefst met zijn eigen band, waarmee hij in de jaren 70 ook volle zalen trok.
Berucht is het verhaal dat Rory Gallagher na het onverwachte vertrek van Mick Taylor uit de Rolling Stones werd gevraagd auditie te doen voor een plek in de Rolling Stones. Rory Gallagher jamde in Rotterdam (!) een aantal dagen met de band en leek de plek naast Keith Richards binnen te hebben, maar toen het definitieve ja-woord net wat te lang op zich liet wachten pakte Rory Gallagher zijn gitaar en vertrok hij naar Japan voor een tour met zijn eigen band (waarna Ron Wood de nieuwe Stones gitarist werd).
Denk aan Rory Gallagher en je denkt aan een muzikant die wars was van uiterlijk vertoon. Een oude spijkerbroek en een ruitjesoverhemd werden zijn handelsmerk en ook in muzikaal opzicht moest de Ierse muzikant weinig hebben van opsmuk. De Rory Gallagher band had genoeg aan een ritmesectie en een gitarist, incidenteel aangevuld met een mondharmonica en orgel of piano.
Blues bevat niet eerder uitgebracht materiaal, waaronder veel live-materiaal, en beslaat vrijwel de gehele carrière van de Ierse gitarist. Blues is absoluut een vlag die de lading dekt, want de blues staat centraal op deze compilatie. Het is een genre waarin de Rory Gallagher band uitstekend uit de voeten kan.
De ritmesectie speelt sober maar hecht en Rory Gallagher is een prima zanger. De meeste indruk maakt de Ierse muzikant echter als gitarist. Op Blues speelt Rory Gallagher geweldige akkoorden, meedogenloze riffs, prachtig akoestisch slide spel en onnavolgbare solo’s. De Ier had zoals gezegd een voorliefde voor muziek zonder opsmuk, maar zijn snarenwerk was en is fenomenaal.
Ik grijp de afgelopen jaren zelf vooral naar Irish Tour '74 wanneer ik muziek van Rory Gallagher wil horen en dat blijft een geweldige keuze, al is het maar omdat het een volledige en zeer consistente live-set bevat. Blues bestrijkt een veel langere periode, inclusief de uitstapjes met Muddy Waters en Albert King, en geeft een beter overzicht van de carrière van Rory Gallagher. Dat het op prachtig vinyl is geperst geeft Blues wat extra meerwaarde. Al met al een compilatie die niet zal misstaan in menig goed gevulde platenkast. Erwin Zijleman
Rory Gallagher - Check Shirt Wizard: Live in '77 (2020)

4,5
1
geplaatst: 13 maart 2020, 15:28 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rory Gallagher - Check Shirt Wizard: Live in '77 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rory Gallagher - Check Shirt Wizard: Live in '77
We zijn de afgelopen jaren al flink verwend met live-materiaal van Rory Gallagher, maar ook deze nieuwe worp is weer uitstekend, precies zoals je van de meestergitarist verwacht
Nog nauwelijks bekomen van de prachtige live-boxen van de afgelopen jaren, ligt er al weer nieuw live-materiaal van Rory Gallagher in de winkel. Dit keer gaat het om een box-set van bescheiden afmetingen, maar het is nog altijd dik twee uur muziek die we voorgeschoteld krijgen. Check Shirt Wizard: Live in '77 bevat opnamen van de tour die volgde op de release van Calling Card, een van de betere studioalbums van de Ierse muzikant, en laat Rory Gallagher in goeden doen horen. De live-set zit vol bluesy hardrock vol geweldige gitaarsolo’s, maar ook het meer ingetogen en akoestische werk heeft een plek gekregen. Een volgend eerbetoon aan deze geweldige muzikant.
Liefhebbers van de muziek van Rory Gallagher komen de afgelopen jaren echt niets tekort. Na de bijzonder fraaie reissue van het legendarische livealbum Irish Tour ’74... in 2014, was er vorig jaar de eveneens fraaie box-set Blues. Het deze week verschenen Check Shirt Wizard: Live in '77 is wat bescheidener van opzet, maar bevat nog altijd ruim twee uur muziek van de Ierse topgitarist en bluesmuzikant.
Met name door de prachtige reissue van het legendarische Irish Tour ’74... (een box-set die ik echt iedereen kan aanraden) duikt de naam Rory Gallagher gelukkig weer met enige regelmaat op en nemen ook jonge muziekliefhebbers kennis van zijn fabuleuze gitaarspel. Dit gitaarspel staat ook weer centraal op Check Shirt Wizard: Live in '77. Het deze week verschenen live-album van Rory Gallagher bevat, zoals de titel al aangeeft, live-opnamen uit 1977 en werd opgenomen tijdens een aantal concerten in Engeland, die volgden op de release van het uitstekende album Calling Card in 1976.
Iedereen die de muziek van Rory Gallagher kent weet wat hij of zij kan verwachten. Ook op Check Shirt Wizard: Live in '77 imponeert Rory Gallagher weer met een mix van blues en hardrock, waarin zijn onnavolgbare gitaarspel centraal staat. De solo’s vliegen je weer om de oren en het zijn solo’s van het soort dat je tegenwoordig helaas nog maar zelden hoort.
Rory Gallagher wordt hierbij ondersteund door een band die bestaat uit een oerdegelijke ritmesectie en een uitstekende organist. De gitaarsolo’s van Rory Gallagher zijn onlosmakelijk verbonden met de jaren 70 en dat geld ook voor de rest van zijn muziek. De mix van blues en hardrock is niet zo gek ver verwijderd van die van bijvoorbeeld Deep Purple of hier en daar Led Zeppelin, maar de muziek van Rory Gallagher bevat minder poespas en biedt meer ruimte aan zijn gitaarwerk en aan invloeden uit de blues.
Dat gitaarwerk is voornamelijk elektrisch, maar de live-set van de Ierse muzikant bood ook altijd ruimte aan akoestische intermezzo’s, die eveneens zeer de moeite waard zijn en nog wat meer invloeden uit de blues laten horen.
Check Shirt Wizard: Live in '77 is niet zo essentieel als Irish Tour ’74... en niet zo mooi uitgevoerd als Blues, maar er valt weer genoeg te genieten, zeker omdat de setlist weer net wat anders is, zo komen vrijwel alle tracks van Calling Card voorbij, en omdat Rory Gallagher in de tweede helft van de jaren 70 op de toppen van zijn kunnen presteerde. De gitarist met het houthakkershemd leek het in de jaren 70 vooral van zijn harde werken moeten hebben, maar heeft in de decennia die volgden talloze gitaristen beïnvloed.
De Ierse muzikant overleed in 1995 op veel te jonge leeftijd, maar gelukkig heeft hij ons flink wat goede muziek nagelaten. Hier komt nog steeds nieuwe muziek bij, want kennelijk nam hij zijn concerten standaard op, waardoor er maar interessant live-materiaal blijft verschijnen. De afgelopen jaren was Irish Tour ’74 verplichte kost en ook Blues kwam hier vorig jaar dicht bij in de buurt. Check Shirt Wizard: Live in '77 is misschien net wat minder essentieel, maar echt veel meer dan een leuk hebbedingetje. Rory Gallagher is al 25 jaar niet meer onder ons, maar vergeten doen we hem nooit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rory Gallagher - Check Shirt Wizard: Live in '77 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rory Gallagher - Check Shirt Wizard: Live in '77
We zijn de afgelopen jaren al flink verwend met live-materiaal van Rory Gallagher, maar ook deze nieuwe worp is weer uitstekend, precies zoals je van de meestergitarist verwacht
Nog nauwelijks bekomen van de prachtige live-boxen van de afgelopen jaren, ligt er al weer nieuw live-materiaal van Rory Gallagher in de winkel. Dit keer gaat het om een box-set van bescheiden afmetingen, maar het is nog altijd dik twee uur muziek die we voorgeschoteld krijgen. Check Shirt Wizard: Live in '77 bevat opnamen van de tour die volgde op de release van Calling Card, een van de betere studioalbums van de Ierse muzikant, en laat Rory Gallagher in goeden doen horen. De live-set zit vol bluesy hardrock vol geweldige gitaarsolo’s, maar ook het meer ingetogen en akoestische werk heeft een plek gekregen. Een volgend eerbetoon aan deze geweldige muzikant.
Liefhebbers van de muziek van Rory Gallagher komen de afgelopen jaren echt niets tekort. Na de bijzonder fraaie reissue van het legendarische livealbum Irish Tour ’74... in 2014, was er vorig jaar de eveneens fraaie box-set Blues. Het deze week verschenen Check Shirt Wizard: Live in '77 is wat bescheidener van opzet, maar bevat nog altijd ruim twee uur muziek van de Ierse topgitarist en bluesmuzikant.
Met name door de prachtige reissue van het legendarische Irish Tour ’74... (een box-set die ik echt iedereen kan aanraden) duikt de naam Rory Gallagher gelukkig weer met enige regelmaat op en nemen ook jonge muziekliefhebbers kennis van zijn fabuleuze gitaarspel. Dit gitaarspel staat ook weer centraal op Check Shirt Wizard: Live in '77. Het deze week verschenen live-album van Rory Gallagher bevat, zoals de titel al aangeeft, live-opnamen uit 1977 en werd opgenomen tijdens een aantal concerten in Engeland, die volgden op de release van het uitstekende album Calling Card in 1976.
Iedereen die de muziek van Rory Gallagher kent weet wat hij of zij kan verwachten. Ook op Check Shirt Wizard: Live in '77 imponeert Rory Gallagher weer met een mix van blues en hardrock, waarin zijn onnavolgbare gitaarspel centraal staat. De solo’s vliegen je weer om de oren en het zijn solo’s van het soort dat je tegenwoordig helaas nog maar zelden hoort.
Rory Gallagher wordt hierbij ondersteund door een band die bestaat uit een oerdegelijke ritmesectie en een uitstekende organist. De gitaarsolo’s van Rory Gallagher zijn onlosmakelijk verbonden met de jaren 70 en dat geld ook voor de rest van zijn muziek. De mix van blues en hardrock is niet zo gek ver verwijderd van die van bijvoorbeeld Deep Purple of hier en daar Led Zeppelin, maar de muziek van Rory Gallagher bevat minder poespas en biedt meer ruimte aan zijn gitaarwerk en aan invloeden uit de blues.
Dat gitaarwerk is voornamelijk elektrisch, maar de live-set van de Ierse muzikant bood ook altijd ruimte aan akoestische intermezzo’s, die eveneens zeer de moeite waard zijn en nog wat meer invloeden uit de blues laten horen.
Check Shirt Wizard: Live in '77 is niet zo essentieel als Irish Tour ’74... en niet zo mooi uitgevoerd als Blues, maar er valt weer genoeg te genieten, zeker omdat de setlist weer net wat anders is, zo komen vrijwel alle tracks van Calling Card voorbij, en omdat Rory Gallagher in de tweede helft van de jaren 70 op de toppen van zijn kunnen presteerde. De gitarist met het houthakkershemd leek het in de jaren 70 vooral van zijn harde werken moeten hebben, maar heeft in de decennia die volgden talloze gitaristen beïnvloed.
De Ierse muzikant overleed in 1995 op veel te jonge leeftijd, maar gelukkig heeft hij ons flink wat goede muziek nagelaten. Hier komt nog steeds nieuwe muziek bij, want kennelijk nam hij zijn concerten standaard op, waardoor er maar interessant live-materiaal blijft verschijnen. De afgelopen jaren was Irish Tour ’74 verplichte kost en ook Blues kwam hier vorig jaar dicht bij in de buurt. Check Shirt Wizard: Live in '77 is misschien net wat minder essentieel, maar echt veel meer dan een leuk hebbedingetje. Rory Gallagher is al 25 jaar niet meer onder ons, maar vergeten doen we hem nooit. Erwin Zijleman
Rory Gallagher - Irish Tour (1974)
Alternatieve titel: Irish Tour '74

4,5
0
geplaatst: 30 oktober 2014, 21:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rory Gallagher - Irish Tour '74..., Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de laatste maanden van het jaar worden we traditiegetrouw overspoeld met reissues en dat is dit jaar niet anders. Het zijn zoals altijd de grote namen die de meeste aandacht trekken, met dit jaar Led Zeppelin in de hoofdrol, maar er verschijnen ook zat reissues die veel minder of zelfs helemaal geen aandacht krijgen, maar wel degelijk zeer de moeite zijn.
Irish Tour ’74... van Rory Gallagher is zo’n reissue. De naam Rory Gallagher zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen. De Ierse muzikant overleed immers in 1995 op slechts 47-jarige leeftijd, kort nadat hij een op het oog succesvolle levertransplantatie had ondergaan en niet lang nadat hij op een Rotterdams podium onwel was geworden.
Tussen 1970 en 1995 maakte Rory Gallagher vooral op het podium een onuitwisbare indruk. De jonge Rory Gallagher leerde zichzelf op jonge leeftijd gitaar spelen en bleek een natuurtalent. In 1972 en 1974 werd hij door het destijds toonaangevende Melody Maker uitgroepen tot beste gitarist ter wereld en tot aan zijn dood bevestigde hij deze status.
Rory Gallagher bracht een groot aantal platen uit, waaronder opvallend veel live-platen. Dat is niet verwonderlijk, want Rory Gallagher was op zijn best op het podium. Zijn live-platen zijn dan ook zijn beste platen en van deze live-platen was het in 1974 verschenen Irish Tour... met afstand de beste.
De luxe versie van de reissue van Irish Tour..., getiteld Irish Tour ’74..., is veel meer dan het origineel dat destijds op twee LP’s werd geperst. Deze luxe versie bestaat uit maar liefst 7 cd’s en een DVD. Dat lijkt wat veel van het goede, maar dat valt reuze mee.
Rory Gallagher was berucht om zijn lange concerten. Zo speelde hij eens op zaterdagavond in de Rotterdamse Doelen. Toen Rory hoorde dat er vanwege de autoloze zondag veel bezoekers zouden stranden op het perron van Rotterdam Centraal speelde hij zo lang door dat deze bezoekers direct in de eerste zondagochtend trein konden stappen.
Irish Tour ’74... bevat een aantal concerten van Rory Gallagher’s Ierse tour van 1974 en laat een schat aan materiaal horen. In muzikaal opzicht varieert de Ier tussen hardrock en bluesrock; twee genres die uitstekend passen bij zijn rauwe strot.
De Ier schreef prima songs, maar uiteindelijk draaide natuurlijk alles om zijn gitaarspel. Irish Tour 74... laat alle facetten van het unieke gitaarspel van Rory Gallagher horen. Dit varieert van prachtig bluesy spel tot meedogenloze riffs en van lome aanslagen tot onwaarschijnlijk snelle en vaak onnavolgbare solo’s. Het doet meer dan eens denken aan de songs en aan het gitaarspel van Jimi Hendrix, al had Rory Gallagher absoluut zijn eigen stijl. Ook de rest van zijn band verdient trouwens alle lof, want wat klinkt het allemaal heerlijk vet en zompig.
Het is echter vooral smullen voor liefhebbers van het betere gitaarspel en het wordt eigenlijk alleen maar beter. Een ieder die Rory Gallagher nooit live aan het werk heeft gezien kan hier na beluistering van Irish Tour ’74... alleen maar intens om treuren (ik heb hem zelfs ook maar één keer gezien helaas), maar deze bijzonder fraaie live-registraties zijn een waardig alternatief.
Ik had zelf al heel lang niet meer geluisterd naar de platen van deze Ierse gitaargod, maar ben weer helemaal om en dompel me keer op keer onder in het geweld van één van de beste gitaristen aller tijden; 7 cd’s lang als het moet. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rory Gallagher - Irish Tour '74..., Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de laatste maanden van het jaar worden we traditiegetrouw overspoeld met reissues en dat is dit jaar niet anders. Het zijn zoals altijd de grote namen die de meeste aandacht trekken, met dit jaar Led Zeppelin in de hoofdrol, maar er verschijnen ook zat reissues die veel minder of zelfs helemaal geen aandacht krijgen, maar wel degelijk zeer de moeite zijn.
Irish Tour ’74... van Rory Gallagher is zo’n reissue. De naam Rory Gallagher zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen. De Ierse muzikant overleed immers in 1995 op slechts 47-jarige leeftijd, kort nadat hij een op het oog succesvolle levertransplantatie had ondergaan en niet lang nadat hij op een Rotterdams podium onwel was geworden.
Tussen 1970 en 1995 maakte Rory Gallagher vooral op het podium een onuitwisbare indruk. De jonge Rory Gallagher leerde zichzelf op jonge leeftijd gitaar spelen en bleek een natuurtalent. In 1972 en 1974 werd hij door het destijds toonaangevende Melody Maker uitgroepen tot beste gitarist ter wereld en tot aan zijn dood bevestigde hij deze status.
Rory Gallagher bracht een groot aantal platen uit, waaronder opvallend veel live-platen. Dat is niet verwonderlijk, want Rory Gallagher was op zijn best op het podium. Zijn live-platen zijn dan ook zijn beste platen en van deze live-platen was het in 1974 verschenen Irish Tour... met afstand de beste.
De luxe versie van de reissue van Irish Tour..., getiteld Irish Tour ’74..., is veel meer dan het origineel dat destijds op twee LP’s werd geperst. Deze luxe versie bestaat uit maar liefst 7 cd’s en een DVD. Dat lijkt wat veel van het goede, maar dat valt reuze mee.
Rory Gallagher was berucht om zijn lange concerten. Zo speelde hij eens op zaterdagavond in de Rotterdamse Doelen. Toen Rory hoorde dat er vanwege de autoloze zondag veel bezoekers zouden stranden op het perron van Rotterdam Centraal speelde hij zo lang door dat deze bezoekers direct in de eerste zondagochtend trein konden stappen.
Irish Tour ’74... bevat een aantal concerten van Rory Gallagher’s Ierse tour van 1974 en laat een schat aan materiaal horen. In muzikaal opzicht varieert de Ier tussen hardrock en bluesrock; twee genres die uitstekend passen bij zijn rauwe strot.
De Ier schreef prima songs, maar uiteindelijk draaide natuurlijk alles om zijn gitaarspel. Irish Tour 74... laat alle facetten van het unieke gitaarspel van Rory Gallagher horen. Dit varieert van prachtig bluesy spel tot meedogenloze riffs en van lome aanslagen tot onwaarschijnlijk snelle en vaak onnavolgbare solo’s. Het doet meer dan eens denken aan de songs en aan het gitaarspel van Jimi Hendrix, al had Rory Gallagher absoluut zijn eigen stijl. Ook de rest van zijn band verdient trouwens alle lof, want wat klinkt het allemaal heerlijk vet en zompig.
Het is echter vooral smullen voor liefhebbers van het betere gitaarspel en het wordt eigenlijk alleen maar beter. Een ieder die Rory Gallagher nooit live aan het werk heeft gezien kan hier na beluistering van Irish Tour ’74... alleen maar intens om treuren (ik heb hem zelfs ook maar één keer gezien helaas), maar deze bijzonder fraaie live-registraties zijn een waardig alternatief.
Ik had zelf al heel lang niet meer geluisterd naar de platen van deze Ierse gitaargod, maar ben weer helemaal om en dompel me keer op keer onder in het geweld van één van de beste gitaristen aller tijden; 7 cd’s lang als het moet. Erwin Zijleman
Rosali - Bite Down (2024)

4,5
0
geplaatst: 29 maart 2024, 15:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rosali - Bite Down - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rosali - Bite Down
De albums van Rosali blijven vooralsnog wat onder de radar, maar ook op Bite Down laat de Amerikaanse muzikante weer horen dat ze met haar muziek, zang en songs met de allerbesten mee kan
Rosali ontdekte ik een paar jaar geleden min of meer per toeval, maar sindsdien kan ieder album van de Amerikaanse muzikante op mijn aandacht rekenen. Het leverde de afgelopen jaren twee uitstekende albums op, maar het deze week verschenen Bite Down vind ik nog net wat beter. Rosali is een prima zangeres en een uitstekend songwriter, wat ook dit keer een serie hoogstaande songs oplevert. Het zijn songs die dankzij wat impulsen uit de countryrock nog wat mooier zijn ingekleurd dan in het verleden, waarbij vooral de gitaren in het oor springen. Bite Down kreeg de afgelopen week zeker niet de meeste aandacht, maar is wel een van de beste albums van de week.
Het is knap hoe Rosali (Middleman) er iedere keer weer in slaagt om haar albums te voorzien van weinig aansprekende covers. Ook de foto op haar nieuwe album Bite Down spreekt, in ieder geval bij mij, niet erg tot de verbeelding en dat was bij haar vorige albums niet anders. Het is nog veel knapper hoe de Amerikaanse muzikante er keer op keer in slaagt om uitstekende albums af te leveren.
Het zijn albums die er helaas nog niet voor hebben gezorgd dat Rosali in wat bredere kring bekend is, wat ze gezien de kwaliteit van haar albums wel verdient. Of het deze week verschenen Bite Down hier verandering gaat brengen is maar de vraag, want het album is verschenen in een week waarin de concurrentie groot is, zeker ook in het genre waarin Rosali opereert. De Amerikaanse muzikante wist zich de afgelopen week gelukkig wel gesteund door Amerikaanse muziekwebsites als Pitchfork en Paste, maar ook zonder deze steun zou ik het nieuwe album van Rosali absoluut hebben geselecteerd voor een plekje op de krenten uit de pop.
Ook op Bite Down laat Rosali in eerste instantie vooral horen dat ze een uitstekende songwriter is. De songs van de Amerikaanse muzikante waren op haar debuutalbum nog sober en folky, maar hierna is Rosali opgeschoven richting indiepop en indierock, waarin overigens ook nog altijd flink invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek zijn verwerkt. De laatste invloeden hebben op Bite Down weer wat aan terrein gewonnen en dat pakt wat mij betreft heel goed uit.
Ook op Bite Down staat de muzikante uit North Carolina weer garant voor songs die vrijwel onmiddellijk memorabel zijn. Het zijn bovendien songs waarvan je alleen maar heel gelukkig kunt worden, zeker als buiten ook de zon nog eens gaat schijnen. De songs van Rosali klinken toegankelijk en blijven makkelijk hangen, maar het is zeker niet zo dat Bite Down altijd kiest voor de makkelijkste weg. In muzikaal opzicht klinken alle songs op het nieuwe album van Rosali even aangenaam, maar er zijn ook volop interessante uitstapjes te horen, waarbij vooral de bijdragen van de gitaren opvallen.
Zeker wanneer invloeden uit de psychedelica en de countryrock worden toegevoegd en de gitaren de ruimte krijgen klinken de songs van Rosali echt fantastisch. Het combineert prachtig met de mooie maar ook eigenzinnige stem van Rosali, die zich nog steeds ontwikkelt als zangeres. De zang op Bite Down doet me met enige regelmaat denken aan Aimee Mann, een van mijn favoriete zangeressen. Ook in muzikaal opzicht doet Bite Down wel wat denken aan Aimee Mann, al schuurt de muziek van Rosali, met name in de wat stevigere passages, net wat meer en zit ze dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan.
Zeker in de toptracks op het album, zoals het werkelijk wonderschone Hills On Fire, laat Rosali horen dat ze de vergelijking met haar veel bekendere en hoger gewaardeerde collega’s makkelijk aan kan, maar ook over de hele linie is Bite Down een album van een opmerkelijk constante en hoge kwaliteit. Bite Down vind ik weer een stuk beter dan de vorige albums van de Amerikaanse muzikante, wat betekent dat de rek er nog niet uit is bij Rosali. Het gaat daarom vast een keer lukken met haar muziek, maar het echt uitstekende Bite Down verdient onmiddellijk de aandacht van een ieder met een zwak voor vrouwelijke singer-songwriters. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rosali - Bite Down - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rosali - Bite Down
De albums van Rosali blijven vooralsnog wat onder de radar, maar ook op Bite Down laat de Amerikaanse muzikante weer horen dat ze met haar muziek, zang en songs met de allerbesten mee kan
Rosali ontdekte ik een paar jaar geleden min of meer per toeval, maar sindsdien kan ieder album van de Amerikaanse muzikante op mijn aandacht rekenen. Het leverde de afgelopen jaren twee uitstekende albums op, maar het deze week verschenen Bite Down vind ik nog net wat beter. Rosali is een prima zangeres en een uitstekend songwriter, wat ook dit keer een serie hoogstaande songs oplevert. Het zijn songs die dankzij wat impulsen uit de countryrock nog wat mooier zijn ingekleurd dan in het verleden, waarbij vooral de gitaren in het oor springen. Bite Down kreeg de afgelopen week zeker niet de meeste aandacht, maar is wel een van de beste albums van de week.
Het is knap hoe Rosali (Middleman) er iedere keer weer in slaagt om haar albums te voorzien van weinig aansprekende covers. Ook de foto op haar nieuwe album Bite Down spreekt, in ieder geval bij mij, niet erg tot de verbeelding en dat was bij haar vorige albums niet anders. Het is nog veel knapper hoe de Amerikaanse muzikante er keer op keer in slaagt om uitstekende albums af te leveren.
Het zijn albums die er helaas nog niet voor hebben gezorgd dat Rosali in wat bredere kring bekend is, wat ze gezien de kwaliteit van haar albums wel verdient. Of het deze week verschenen Bite Down hier verandering gaat brengen is maar de vraag, want het album is verschenen in een week waarin de concurrentie groot is, zeker ook in het genre waarin Rosali opereert. De Amerikaanse muzikante wist zich de afgelopen week gelukkig wel gesteund door Amerikaanse muziekwebsites als Pitchfork en Paste, maar ook zonder deze steun zou ik het nieuwe album van Rosali absoluut hebben geselecteerd voor een plekje op de krenten uit de pop.
Ook op Bite Down laat Rosali in eerste instantie vooral horen dat ze een uitstekende songwriter is. De songs van de Amerikaanse muzikante waren op haar debuutalbum nog sober en folky, maar hierna is Rosali opgeschoven richting indiepop en indierock, waarin overigens ook nog altijd flink invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek zijn verwerkt. De laatste invloeden hebben op Bite Down weer wat aan terrein gewonnen en dat pakt wat mij betreft heel goed uit.
Ook op Bite Down staat de muzikante uit North Carolina weer garant voor songs die vrijwel onmiddellijk memorabel zijn. Het zijn bovendien songs waarvan je alleen maar heel gelukkig kunt worden, zeker als buiten ook de zon nog eens gaat schijnen. De songs van Rosali klinken toegankelijk en blijven makkelijk hangen, maar het is zeker niet zo dat Bite Down altijd kiest voor de makkelijkste weg. In muzikaal opzicht klinken alle songs op het nieuwe album van Rosali even aangenaam, maar er zijn ook volop interessante uitstapjes te horen, waarbij vooral de bijdragen van de gitaren opvallen.
Zeker wanneer invloeden uit de psychedelica en de countryrock worden toegevoegd en de gitaren de ruimte krijgen klinken de songs van Rosali echt fantastisch. Het combineert prachtig met de mooie maar ook eigenzinnige stem van Rosali, die zich nog steeds ontwikkelt als zangeres. De zang op Bite Down doet me met enige regelmaat denken aan Aimee Mann, een van mijn favoriete zangeressen. Ook in muzikaal opzicht doet Bite Down wel wat denken aan Aimee Mann, al schuurt de muziek van Rosali, met name in de wat stevigere passages, net wat meer en zit ze dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan.
Zeker in de toptracks op het album, zoals het werkelijk wonderschone Hills On Fire, laat Rosali horen dat ze de vergelijking met haar veel bekendere en hoger gewaardeerde collega’s makkelijk aan kan, maar ook over de hele linie is Bite Down een album van een opmerkelijk constante en hoge kwaliteit. Bite Down vind ik weer een stuk beter dan de vorige albums van de Amerikaanse muzikante, wat betekent dat de rek er nog niet uit is bij Rosali. Het gaat daarom vast een keer lukken met haar muziek, maar het echt uitstekende Bite Down verdient onmiddellijk de aandacht van een ieder met een zwak voor vrouwelijke singer-songwriters. Erwin Zijleman
Rosali - No Medium (2021)

4,5
2
geplaatst: 8 mei 2021, 10:11 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rosali - No Medium - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Amerikaanse muzikante Rosali maakte in 2018 diepe indruk met het nauwelijks opgemerkte Trouble Away, maar overtreft dat album nu op alle fronten met het fantastische No Medium
De naam Rosali zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar net als haar tweede album verdient ook het deze week verschenen No Medium alle aandacht. Het in slechts tien dagen opgenomen album kan hier en daar stevig rocken, maar verkent ook de Amerikaanse rootsmuziek en de pop. Aimee Mann is zinvol vergelijkingsmateriaal, maar dan wel Aimee Mann in zeer goede doen, wat alles zegt over het hoge niveau van het nieuwe album van Rosali. In muzikaal opzicht is het smullen, de songs zijn geweldig, de teksten indringend en alsof het nog niet genoeg is betovert de Amerikaanse muzikante ook nog eens met prachtige vocalen. Het levert een bescheiden meesterwerk op.
De krenten uit de pop: Rosali - No Medium - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Amerikaanse muzikante Rosali maakte in 2018 diepe indruk met het nauwelijks opgemerkte Trouble Away, maar overtreft dat album nu op alle fronten met het fantastische No Medium
De naam Rosali zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar net als haar tweede album verdient ook het deze week verschenen No Medium alle aandacht. Het in slechts tien dagen opgenomen album kan hier en daar stevig rocken, maar verkent ook de Amerikaanse rootsmuziek en de pop. Aimee Mann is zinvol vergelijkingsmateriaal, maar dan wel Aimee Mann in zeer goede doen, wat alles zegt over het hoge niveau van het nieuwe album van Rosali. In muzikaal opzicht is het smullen, de songs zijn geweldig, de teksten indringend en alsof het nog niet genoeg is betovert de Amerikaanse muzikante ook nog eens met prachtige vocalen. Het levert een bescheiden meesterwerk op.
Rosali - Trouble Anyway (2018)

4,0
0
geplaatst: 21 december 2018, 15:45 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rosali - Trouble Anyway - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De tweede plaat van de Amerikaanse singer-songwriter Rosali heeft bedroevend weinig aandacht gekregen en dat is doodzonde
Dankzij een obscuur jaarlijstje werd ik op de valreep van 2019 toch nog op het spoor gezet van de tweede plaat van de Amerikaanse singer-songwriter Rosali. Daar ben ik blij mee, want Trouble Anyway is een plaat vol aanstekelijke songs en het zijn aanstekelijke songs die steeds beter worden. Rosali heeft gekozen voor een vol geluid met prachtig en veelkleurig gitaarwerk en heeft een stem die meerdere kanten op kan. Het levert een plaat op die aan van alles en nog wat doet denken, maar uiteindelijk toch vooral behoorlijk uniek klinkt. Verdient echt veel meer aandacht dan de plaat tot dusver heeft gekregen.
Vrouwelijke singer-songwriters trekken over het algemeen wat makkelijker mijn aandacht dan hun mannelijke collega’s, maar ook als vrouwelijke singer-songwriter kun je, vanwege het enorme aanbod van het afgelopen jaar, nog makkelijk tussen wal en schip vallen met een uitstekende plaat.
Het was bijna gebeurd met het tweede album van de Amerikaanse singer-songwriter Rosali, dat ik nog net op tijd uit de onderste regionen van een obscuur jaarlijstje pikte.
Rosali (Middleman) is een jonge singer-songwriter uit Philadelphia, Pennsylvania, die midden in de zomer Trouble Anyway uitbracht. De Amerikaanse muzikante debuteerde in 2016 met het akoestische en folky Out Of Love (en speelde hiervoor in een aantal lokale bands), dat ik geen slechte plaat, maar ook zeker geen opzienbarende plaat vond. Trouble Anyway is dat wat mij betreft wel.
Rosali koos dit keer voor een veel voller geluid, dat ze deels liet inkleuren door een aantal muzikale vrienden, onder wie flink wat gelouterde muzikanten (inclusief leden van The War On Drugs). Het is een vol en warm geluid, dat op Trouble Anyway meerdere kanten op kan schieten. Rosali heeft de akoestische folk achter zich gelaten en kiest op haar tweede plaat voor een tijdloos geluid, dat met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek springt.
Rosali doet op haar tweede plaat met enige regelmaat aan Aimee Mann denken, maar neemt je net zo makkelijk mee terug naar de onweerstaanbare pop van Fleetwood Mac uit de jaren 70 of naar de verleidelijke folk van Sarah McLachlan uit de jaren 90, om maar eens twee namen te noemen.
De singer-songwriter uit Philadelphia verleidt op haar tweede plaat makkelijk met tijdloos klinkende popliedjes en dromerige vocalen, maar Trouble Anyway prikkelt ook de fantasie met flink wat invloeden en een fascinerende muzikale tijdreis. Trouble Anyway klinkt soms loom en zweverig, maar kan ook uitpakken met prachtig gitaarwerk. De tweede plaat van Rosali kan prachtig melancholisch of zelfs weemoedig klinken, maar kan je humeur ook een flinke boost in de goede richting geven met opvallend aanstekelijke songs.
De veelzijdige muzikanten die Rosali om zich heen heeft verzameld voorzien iedere song op de plaat weer van andere klanken en kleuren en de singer-songwriter uit Philadelphia sluit hier in vocaal opzicht makkelijk bij aan met afwisselend dromerige en gepassioneerde vocalen.
Het levert een plaat op die negen songs en bijna 40 minuten lang herinnert aan muziek uit het verleden, maar die ook met beide benen in het heden staat. Persoonlijk heb ik vooral een zwak voor de wat meer ingetogen songs op de plaat, waarin de stem van Rosali het mooist klinkt en de breed uitwaaiende gitaarlijnen van een betoverende schoonheid zijn, maar ook de meer uptempo songs op de plaat mogen er zijn. Trouble Anyway is een plaat die makkelijk overtuigt en die bij een brede groep muziekliefhebbers in de smaak kan vallen, maar het is ook een plaat die nog lang door groeit en eigenlijk alleen maar leuker en onweerstaanbaarder wordt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rosali - Trouble Anyway - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De tweede plaat van de Amerikaanse singer-songwriter Rosali heeft bedroevend weinig aandacht gekregen en dat is doodzonde
Dankzij een obscuur jaarlijstje werd ik op de valreep van 2019 toch nog op het spoor gezet van de tweede plaat van de Amerikaanse singer-songwriter Rosali. Daar ben ik blij mee, want Trouble Anyway is een plaat vol aanstekelijke songs en het zijn aanstekelijke songs die steeds beter worden. Rosali heeft gekozen voor een vol geluid met prachtig en veelkleurig gitaarwerk en heeft een stem die meerdere kanten op kan. Het levert een plaat op die aan van alles en nog wat doet denken, maar uiteindelijk toch vooral behoorlijk uniek klinkt. Verdient echt veel meer aandacht dan de plaat tot dusver heeft gekregen.
Vrouwelijke singer-songwriters trekken over het algemeen wat makkelijker mijn aandacht dan hun mannelijke collega’s, maar ook als vrouwelijke singer-songwriter kun je, vanwege het enorme aanbod van het afgelopen jaar, nog makkelijk tussen wal en schip vallen met een uitstekende plaat.
Het was bijna gebeurd met het tweede album van de Amerikaanse singer-songwriter Rosali, dat ik nog net op tijd uit de onderste regionen van een obscuur jaarlijstje pikte.
Rosali (Middleman) is een jonge singer-songwriter uit Philadelphia, Pennsylvania, die midden in de zomer Trouble Anyway uitbracht. De Amerikaanse muzikante debuteerde in 2016 met het akoestische en folky Out Of Love (en speelde hiervoor in een aantal lokale bands), dat ik geen slechte plaat, maar ook zeker geen opzienbarende plaat vond. Trouble Anyway is dat wat mij betreft wel.
Rosali koos dit keer voor een veel voller geluid, dat ze deels liet inkleuren door een aantal muzikale vrienden, onder wie flink wat gelouterde muzikanten (inclusief leden van The War On Drugs). Het is een vol en warm geluid, dat op Trouble Anyway meerdere kanten op kan schieten. Rosali heeft de akoestische folk achter zich gelaten en kiest op haar tweede plaat voor een tijdloos geluid, dat met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek springt.
Rosali doet op haar tweede plaat met enige regelmaat aan Aimee Mann denken, maar neemt je net zo makkelijk mee terug naar de onweerstaanbare pop van Fleetwood Mac uit de jaren 70 of naar de verleidelijke folk van Sarah McLachlan uit de jaren 90, om maar eens twee namen te noemen.
De singer-songwriter uit Philadelphia verleidt op haar tweede plaat makkelijk met tijdloos klinkende popliedjes en dromerige vocalen, maar Trouble Anyway prikkelt ook de fantasie met flink wat invloeden en een fascinerende muzikale tijdreis. Trouble Anyway klinkt soms loom en zweverig, maar kan ook uitpakken met prachtig gitaarwerk. De tweede plaat van Rosali kan prachtig melancholisch of zelfs weemoedig klinken, maar kan je humeur ook een flinke boost in de goede richting geven met opvallend aanstekelijke songs.
De veelzijdige muzikanten die Rosali om zich heen heeft verzameld voorzien iedere song op de plaat weer van andere klanken en kleuren en de singer-songwriter uit Philadelphia sluit hier in vocaal opzicht makkelijk bij aan met afwisselend dromerige en gepassioneerde vocalen.
Het levert een plaat op die negen songs en bijna 40 minuten lang herinnert aan muziek uit het verleden, maar die ook met beide benen in het heden staat. Persoonlijk heb ik vooral een zwak voor de wat meer ingetogen songs op de plaat, waarin de stem van Rosali het mooist klinkt en de breed uitwaaiende gitaarlijnen van een betoverende schoonheid zijn, maar ook de meer uptempo songs op de plaat mogen er zijn. Trouble Anyway is een plaat die makkelijk overtuigt en die bij een brede groep muziekliefhebbers in de smaak kan vallen, maar het is ook een plaat die nog lang door groeit en eigenlijk alleen maar leuker en onweerstaanbaarder wordt. Erwin Zijleman
Rosalía - El Mal Querer (2018)

4,0
1
geplaatst: 23 december 2018, 10:07 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rosalía - El Mar Querer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Een Spaanse verrassing uit het jaarlijstje van de Volkskrant en het is een verrassing die naar veel meer smaakt
El Mar Querer van Rosalía haalde de afgelopen weken nogal wat jaarlijstjes en dat is best bijzonder voor een plaat die weliswaar uitbundig flirt met pop en R&B, maar die ook nadrukkelijk put uit de archieven van de traditionele Spaanse Flamenco en gipsy muziek. El Mar Querer schommelt heen en weer tussen lekker in het gehoor liggende popliedjes met een eigenzinnige twist en songs die veel nadrukkelijker de traditionele Spaanse muziek en het experiment opzoeken. Muziek die doet verlangen naar de zomer, maar ook muziek die op fascinerende wijze een winteravond kan verwarmen.
Ik zag El Mar Querer van Rosalía de afgelopen weken al een paar keer voorbij komen in jaarlijstjes, dus mijn interesse was al gewekt toen de plaat, toch wel wat verrassend, dit weekend de jaarlijst van de Volkskrant aanvoerde. Het was wel een extra stimulans om eens snel naar de plaat te luisteren.
Rosalía Vila Tobella is een jonge Spaanse zangeres, die eerder dit jaar een dikke zomerhit scoorde met het aanstekelijke Pienso en tu Mirá, maar ook de recensenten van het kritische Pitchfork wist te overtuigen met haar muziek.
Rosalía doet dit met muziek die met één been in de traditionele Spaanse muziek staat, maar met het andere been vol kiest voor de pop. Rosalía haalt flink wat invloeden uit de Spaanse flamenco muziek en flirt hiernaast met de gipsy muziek uit het Zuid-Europese land. Invloeden uit de Spaanse muziek worden vervolgens gegoten in aanstekelijke songs, die aansluiten bij de popmuziek zoals deze in de Verenigde Staten en dan met name in de pop, hiphop en R&B wordt gemaakt.
Zeker in de meest toegankelijke songs op de plaat doet Rosalía niet onder voor de grote pop- en R&B prinsessen van het moment, maar door haar Spaanse roots klinkt ze wel anders. Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van Christine & The Queens, al is deze met invloeden uit de Franse pop en het Franse chanson minder ver verwijderd van de Amerikaanse popmuziek dan Rosalía (al zal het Spaans weer minder barrières opwerpen dan het Frans).
Rosalía is de afgelopen maanden wereldwijd onthaald als nieuwe ster, maar in haar vaderland is er ook kritiek. De jonge zangeres uit Barcelona zou de tradities van de Spaanse flamenco muziek verkwanselen en zou door het verwerken van invloeden uit de gipsy muziek aan de haal gaan met andermans culturele erfenis. Ook de expliciete teksten van Rosalía, die hier en daar goed aansluiten bij de #MeToo beweging, vallen niet overal in goede aarde.
Zelf heb ik onbevangen geluisterd naar de tweede plaat van Rosalía en ik ben, zeker na enige gewenning, behoorlijk onder de indruk van El Mar Querer. Een aantal songs op de plaat luistert lekker weg en herinnert aan die mooie zomer van 2018, die maar niet leek te stoppen maar uiteindelijk toch is gedoofd, maar veel interessanter zijn de songs waarin de jonge Spaanse zangeres dieper in de traditionele Spaanse muziek duikt, of juist nadrukkelijk het experiment zoekt.
Rosalía bijt in haar teksten naar verluidt flink van zich af en hekelt de wijze waarop vrouwen nog steeds seksueel onderdrukt worden. Mijn Spaans is niet goed genoeg om deze teksten te kunnen volgen, maar de passie en woede zijn duidelijk hoorbaar in de krachtige vocalen van de zangeres uit Barcelona.
Rosalía verleidt meedogenloos in popliedjes die doen verlangen naar de lente en zomer van 2019, maar ze kruipt onder de huid in de minder grijpbare songs op de plaat, die je soms ver mee terug lijken te nemen naar de tijd van voor de globalisering en het massatoerisme, waarin Spanje nog een exotisch land met bijzondere eigen tradities was.
Vorige week besprak ik de eveneens in brede kring bejubelde plaat van Kali Uchis, maar El Mar Querer van Rosalía vind ik nog een stuk knapper. Hulde aan iedereen die dit direct hoorde, want de jonge Spaanse zangeres maakt het je niet altijd makkelijk op haar terecht zo geprezen tweede plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rosalía - El Mar Querer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Een Spaanse verrassing uit het jaarlijstje van de Volkskrant en het is een verrassing die naar veel meer smaakt
El Mar Querer van Rosalía haalde de afgelopen weken nogal wat jaarlijstjes en dat is best bijzonder voor een plaat die weliswaar uitbundig flirt met pop en R&B, maar die ook nadrukkelijk put uit de archieven van de traditionele Spaanse Flamenco en gipsy muziek. El Mar Querer schommelt heen en weer tussen lekker in het gehoor liggende popliedjes met een eigenzinnige twist en songs die veel nadrukkelijker de traditionele Spaanse muziek en het experiment opzoeken. Muziek die doet verlangen naar de zomer, maar ook muziek die op fascinerende wijze een winteravond kan verwarmen.
Ik zag El Mar Querer van Rosalía de afgelopen weken al een paar keer voorbij komen in jaarlijstjes, dus mijn interesse was al gewekt toen de plaat, toch wel wat verrassend, dit weekend de jaarlijst van de Volkskrant aanvoerde. Het was wel een extra stimulans om eens snel naar de plaat te luisteren.
Rosalía Vila Tobella is een jonge Spaanse zangeres, die eerder dit jaar een dikke zomerhit scoorde met het aanstekelijke Pienso en tu Mirá, maar ook de recensenten van het kritische Pitchfork wist te overtuigen met haar muziek.
Rosalía doet dit met muziek die met één been in de traditionele Spaanse muziek staat, maar met het andere been vol kiest voor de pop. Rosalía haalt flink wat invloeden uit de Spaanse flamenco muziek en flirt hiernaast met de gipsy muziek uit het Zuid-Europese land. Invloeden uit de Spaanse muziek worden vervolgens gegoten in aanstekelijke songs, die aansluiten bij de popmuziek zoals deze in de Verenigde Staten en dan met name in de pop, hiphop en R&B wordt gemaakt.
Zeker in de meest toegankelijke songs op de plaat doet Rosalía niet onder voor de grote pop- en R&B prinsessen van het moment, maar door haar Spaanse roots klinkt ze wel anders. Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van Christine & The Queens, al is deze met invloeden uit de Franse pop en het Franse chanson minder ver verwijderd van de Amerikaanse popmuziek dan Rosalía (al zal het Spaans weer minder barrières opwerpen dan het Frans).
Rosalía is de afgelopen maanden wereldwijd onthaald als nieuwe ster, maar in haar vaderland is er ook kritiek. De jonge zangeres uit Barcelona zou de tradities van de Spaanse flamenco muziek verkwanselen en zou door het verwerken van invloeden uit de gipsy muziek aan de haal gaan met andermans culturele erfenis. Ook de expliciete teksten van Rosalía, die hier en daar goed aansluiten bij de #MeToo beweging, vallen niet overal in goede aarde.
Zelf heb ik onbevangen geluisterd naar de tweede plaat van Rosalía en ik ben, zeker na enige gewenning, behoorlijk onder de indruk van El Mar Querer. Een aantal songs op de plaat luistert lekker weg en herinnert aan die mooie zomer van 2018, die maar niet leek te stoppen maar uiteindelijk toch is gedoofd, maar veel interessanter zijn de songs waarin de jonge Spaanse zangeres dieper in de traditionele Spaanse muziek duikt, of juist nadrukkelijk het experiment zoekt.
Rosalía bijt in haar teksten naar verluidt flink van zich af en hekelt de wijze waarop vrouwen nog steeds seksueel onderdrukt worden. Mijn Spaans is niet goed genoeg om deze teksten te kunnen volgen, maar de passie en woede zijn duidelijk hoorbaar in de krachtige vocalen van de zangeres uit Barcelona.
Rosalía verleidt meedogenloos in popliedjes die doen verlangen naar de lente en zomer van 2019, maar ze kruipt onder de huid in de minder grijpbare songs op de plaat, die je soms ver mee terug lijken te nemen naar de tijd van voor de globalisering en het massatoerisme, waarin Spanje nog een exotisch land met bijzondere eigen tradities was.
Vorige week besprak ik de eveneens in brede kring bejubelde plaat van Kali Uchis, maar El Mar Querer van Rosalía vind ik nog een stuk knapper. Hulde aan iedereen die dit direct hoorde, want de jonge Spaanse zangeres maakt het je niet altijd makkelijk op haar terecht zo geprezen tweede plaat. Erwin Zijleman
ROSALÍA - LUX (2025)

5,0
2
geplaatst: 8 november 2025, 11:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: ROSALÍA - LUX - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: ROSALÍA - LUX
De Spaanse muzikante ROSALÍA slaat op haar nieuwe album LUX totaal andere wegen in dan op de vorige albums, maar maakt nog altijd diepe indruk met haar muziek, stem en songs, die ook dit keer volkomen uniek klinken
De critici waren er gisteren heel snel uit en probeerden elkaar te overtreffen met superlatieven. Daar valt niet zo veel op af te dingen, want LUX is een adembenemend mooi album. Het is ook een bijzonder album, dat je wel even op je in moet laten werken. Het is een album dat flink afstand neemt van de elektronische popmuziek die op haar vorige twee albums was te horen. Dankzij impulsen van de London Symphony Orchestra neemt ROSALÍA de afslag richting klassieke muziek, met hier en daar invloeden uit de flamenco, precies de twee richtingen waarin ze ooit afstudeerde. Het is bij vlagen behoorlijk heftig en af en toe pompeus en pretentieus, maar wat is het ook indrukwekkend mooi. De verwachtingen waren hooggespannen, maar ROSALÍA overtreft ze met speels gemak.
Gisteren verscheen LUX, het vierde album van ROSALÍA, de naam waaronder de Spaanse muzikante Rosalía Vila Tobella inmiddels een aantal jaren muziek maakt. De vorige twee albums van ROSALÍA , El Mal Querer uit 2018 en MOTOMAMI uit 2022 konden rekenen op zeer lovende recensies, maar wat gisteren gebeurde na de release van LUX heb ik niet vaak gezien.
Het nieuwe album van ROSALÍA werd binnen enkele uren bedolven onder de 5-sterren recensies, waarin het aantal superlatieven steeds verder toenam. LUX is al meerdere malen uitgeroepen tot album van het jaar en dat enkele uren na de release. Het lijkt een hype van ongekende proporties, maar LUX is echt een sensationeel goed album.
ROSALÍA debuteerde in 2017 met het album Los Ángeles, waarop ze vooral Spaanse flamenco maakte. Op de twee albums die volgden schoof ze op richting popmuziek, al was het wel popmuziek die bol stond van de bijzondere invloeden. LUX is een totaal ander album dan El Mal Querer en MOTOMAMI en de vraag of het nog wel een popalbum is lijkt me een legitieme vraag.
Na de songs op het album meerdere keren te hebben beluisterd beantwoord ik de vraag of LUX een popalbum is met ja, maar het is wel een popalbum dat totaal anders klinkt dan alle andere popalbums die je de afgelopen jaren hebt gehoord. Dat zit hem in eerste instantie in de muziek op het album, waarvoor ROSALÍA onder andere een beroep deed op de London Symphony Orchestra.
Zeker wanneer het orkest uitpakt met heel veel strijkers schuift LUX op richting bij vlagen behoorlijk bombastische klassieke muziek, maar de Spaanse muzikante grijpt ook terug op de flamenco muziek waarmee ze opgroeide. Het betekent niet dat ROSALÍA de popmuziek volledig achter zich heeft gelaten, want in een aantal songs hoor je ook duidelijke ingrediënten waarmee LUX weer wat dichter tegen de vorige twee albums kruipt, tot de strijkers toch weer losbarsten. \
Op LUX kruipt de Spaanse muzikante in de huid van een aantal vrouwen die een belangrijke rol speelden in de wereldgeschiedenis en dit doet ze in veertien talen, wat het bijzondere karakter van LUX nog wat verder versterkt. Zeker bij eerste beluistering is LUX een fascinerende maar ook wat overweldigende luistertrip van 15 (streaming media) of zelfs 18 (cd en LP) tracks.
In muzikaal opzicht word je heen en weer geslingerd tussen klassieke muziek, Spaanse flamenco of toch weer pop en ook de stem van ROSALÍA schiet alle kanten op. Van fraai ingetogen tot verleidelijk zwoel tot imponerende orkaankracht. De Spaanse muzikante redde het ooit niet in een Spaanse talentenjacht omdat ze vals zong, maar op LUX is haar zang bijzonder mooi.
Het is razendknap hoe LUX in een paar noten kan schakelen van klassieke muziek naar Flamenco of pop en weer terug. Er gebeurt op het nieuwe album van ROSALÍA zoveel dat het je bijna continu duizelt en hoewel de Spaanse muzikante op haar nieuwe album heel vaak buiten mijn muzikale comfort zone kleurt kan ik alleen maar ademloos luisteren naar het bijzondere LUX.
Dat lukte ROSALÍA overigens ook al met haar vorige twee albums, die ik heel hoog heb zitten, maar ik vind LUX nog wat indrukwekkender. Of het nieuwe album van ROSALÍA inderdaad het album van 2025 gaat worden zal de tijd leren, maar dat het een van de meest bijzondere albums van het moment is, is voor mij zeker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: ROSALÍA - LUX - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: ROSALÍA - LUX
De Spaanse muzikante ROSALÍA slaat op haar nieuwe album LUX totaal andere wegen in dan op de vorige albums, maar maakt nog altijd diepe indruk met haar muziek, stem en songs, die ook dit keer volkomen uniek klinken
De critici waren er gisteren heel snel uit en probeerden elkaar te overtreffen met superlatieven. Daar valt niet zo veel op af te dingen, want LUX is een adembenemend mooi album. Het is ook een bijzonder album, dat je wel even op je in moet laten werken. Het is een album dat flink afstand neemt van de elektronische popmuziek die op haar vorige twee albums was te horen. Dankzij impulsen van de London Symphony Orchestra neemt ROSALÍA de afslag richting klassieke muziek, met hier en daar invloeden uit de flamenco, precies de twee richtingen waarin ze ooit afstudeerde. Het is bij vlagen behoorlijk heftig en af en toe pompeus en pretentieus, maar wat is het ook indrukwekkend mooi. De verwachtingen waren hooggespannen, maar ROSALÍA overtreft ze met speels gemak.
Gisteren verscheen LUX, het vierde album van ROSALÍA, de naam waaronder de Spaanse muzikante Rosalía Vila Tobella inmiddels een aantal jaren muziek maakt. De vorige twee albums van ROSALÍA , El Mal Querer uit 2018 en MOTOMAMI uit 2022 konden rekenen op zeer lovende recensies, maar wat gisteren gebeurde na de release van LUX heb ik niet vaak gezien.
Het nieuwe album van ROSALÍA werd binnen enkele uren bedolven onder de 5-sterren recensies, waarin het aantal superlatieven steeds verder toenam. LUX is al meerdere malen uitgeroepen tot album van het jaar en dat enkele uren na de release. Het lijkt een hype van ongekende proporties, maar LUX is echt een sensationeel goed album.
ROSALÍA debuteerde in 2017 met het album Los Ángeles, waarop ze vooral Spaanse flamenco maakte. Op de twee albums die volgden schoof ze op richting popmuziek, al was het wel popmuziek die bol stond van de bijzondere invloeden. LUX is een totaal ander album dan El Mal Querer en MOTOMAMI en de vraag of het nog wel een popalbum is lijkt me een legitieme vraag.
Na de songs op het album meerdere keren te hebben beluisterd beantwoord ik de vraag of LUX een popalbum is met ja, maar het is wel een popalbum dat totaal anders klinkt dan alle andere popalbums die je de afgelopen jaren hebt gehoord. Dat zit hem in eerste instantie in de muziek op het album, waarvoor ROSALÍA onder andere een beroep deed op de London Symphony Orchestra.
Zeker wanneer het orkest uitpakt met heel veel strijkers schuift LUX op richting bij vlagen behoorlijk bombastische klassieke muziek, maar de Spaanse muzikante grijpt ook terug op de flamenco muziek waarmee ze opgroeide. Het betekent niet dat ROSALÍA de popmuziek volledig achter zich heeft gelaten, want in een aantal songs hoor je ook duidelijke ingrediënten waarmee LUX weer wat dichter tegen de vorige twee albums kruipt, tot de strijkers toch weer losbarsten. \
Op LUX kruipt de Spaanse muzikante in de huid van een aantal vrouwen die een belangrijke rol speelden in de wereldgeschiedenis en dit doet ze in veertien talen, wat het bijzondere karakter van LUX nog wat verder versterkt. Zeker bij eerste beluistering is LUX een fascinerende maar ook wat overweldigende luistertrip van 15 (streaming media) of zelfs 18 (cd en LP) tracks.
In muzikaal opzicht word je heen en weer geslingerd tussen klassieke muziek, Spaanse flamenco of toch weer pop en ook de stem van ROSALÍA schiet alle kanten op. Van fraai ingetogen tot verleidelijk zwoel tot imponerende orkaankracht. De Spaanse muzikante redde het ooit niet in een Spaanse talentenjacht omdat ze vals zong, maar op LUX is haar zang bijzonder mooi.
Het is razendknap hoe LUX in een paar noten kan schakelen van klassieke muziek naar Flamenco of pop en weer terug. Er gebeurt op het nieuwe album van ROSALÍA zoveel dat het je bijna continu duizelt en hoewel de Spaanse muzikante op haar nieuwe album heel vaak buiten mijn muzikale comfort zone kleurt kan ik alleen maar ademloos luisteren naar het bijzondere LUX.
Dat lukte ROSALÍA overigens ook al met haar vorige twee albums, die ik heel hoog heb zitten, maar ik vind LUX nog wat indrukwekkender. Of het nieuwe album van ROSALÍA inderdaad het album van 2025 gaat worden zal de tijd leren, maar dat het een van de meest bijzondere albums van het moment is, is voor mij zeker. Erwin Zijleman
ROSALÍA - MOTOMAMI (2022)

4,5
0
geplaatst: 22 maart 2022, 16:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rosalía - MOTOMAMI - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rosalía - MOTOMAMI
Rosalía maakte in 2018 een onuitwisbare indruk met het fascinerende El Mal Querer, maar overtreft dit album met het onnavolgbare MOTOMAMI, dat imponeert met een orkaan van avontuur
De Spaanse muzikante Rosalía stond voor de bijna onmogelijke opgave om het wereldwijd bejubelde El Mal Querer op zijn minst te benaderen. Haar deze week verschenen nieuwe album overtreft de voorganger op meerdere fronten. Invloeden uit de traditionele Spaanse muziek hebben wat aan terrein verloren, maar zijn vervangen door zeer uiteenlopende andere invloeden. Het levert een woeste roller coaster ride op die je steeds weer van je sokken blaast en keer op keer nieuwe wegen in slaat. Ook MOTOMAMI bevat flink wat invloeden uit pop en R&B, maar Rosalía bewandelt geen moment de platgetreden paden en betovert en verwondert een album lang.
El Mal Querer van de Spaanse muzikante Rosalía dook aan het eind van 2018 op in nogal wat jaarlijstjes en voerde het altijd opvallend inclusieve jaarlijstje van de Volkskrant zelfs aan. Met El Mal Querer bewoog Rosalía zich flink buiten mijn muzikale comfort zone, maar eenmaal bekomen van de eerste schrik vond ik het een prachtplaat.
Op El Mal Querer vermengde de Spaanse muzikante op volkomen unieke wijze invloeden uit de traditionele Spaanse Flamenco en gipsy muziek met moderne en hitgevoelige pop en R&B. In muzikaal opzicht spatte het avontuur elf songs lang uit de speakers, maar Rosalía bleek ook nog eens een geweldige zangeres.
Als ik mijn jaarlijstje over 2018 een paar weken later had mogen maken had het tweede album van Rosalía er zeker in gestaan en ook ruim drie jaar na de release is het nog altijd in alle opzichten een buitengewoon fascinerend album. Deze week is een nieuw album van de jonge zangeres uit Barcelona verschenen en ook ik begon met hooggespannen verwachtingen aan MOTOMAMI (ik schrijf het één keer met de voorgeschreven hoofdletters).
Net als El Mal Querer is Motomami een album waarmee Rosalía het je geen moment makkelijk maakt. De Spaanse muzikante experimenteert er weer driftig op los en hoewel haar muziek ook dit keer bol staat van de invloeden uit de pop en de R&B, is het album niet of nauwelijks te vergelijken met de albums van de pop en R&B prinsessen uit de Verenigde Staten.
Rosalía kreeg na de release van El Mal Querer in eigen land hier en daar flink wat kritiek vanwege de bijzondere wijze waarop ze invloeden uit traditionele Spaanse muziek verwerkte in haar songs, wat een enkeling zag als heiligschennis. Of ze zich wat van deze kritiek heeft aangetrokken weet ik niet, maar feit is wel dat Motomami veel minder invloeden uit de Spaanse Flamenco en gipsy muziek laat horen dan zijn voorganger.
Deze invloeden hebben vooral plaatsgemaakt voor invloeden uit de Latin, maar Rosalía schuift ook net wat dichter tegen de pop en R&B aan. Voor Motomami werden kosten noch moeite gespaard en dat hoor je. Voor het derde album van Rosalía werd een flink blik producers open getrokken, die Rosalía van Europa naar Noord- en Zuid-Amerika hebben gesleept.
Rosalía was gelukkig niet van plan om zich aan te passen aan het keurslijf van deze producers, want Motomami klinkt minstens even eigenzinnig als zijn voorganger. Nog meer dan El Mal Querer schiet het nieuwe album van Rosalía steeds weer andere kanten op en het zijn kanten die je meestal niet verwacht.
Het ene moment sleept de Spaanse muzikante je een dansvloer vol exotische ritmes op, het volgende moment tovert ze je een jazzy ballad voor, maar ook die ontspoort uiteindelijk weer. Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van M.I.A., al kunnen de meedogenloze klanken bij Rosalía ook weer opeens plaats maken voor hitgevoelige passages.
Motomami sleept je 16 songs en ruim veertig minuten heen en weer tussen uitersten. Er gebeurt zoveel dat het je meer dan eens duizelt, maar wat gebeurt er veel moois op het album en wat maakt Rosalía indruk als eigenzinnig talent en als exponent van de mondiale popmuziek waarin invloeden uit alle windstreken worden verwerkt. Ook Motomami bevindt zich mijlenver buiten mijn muzikale comfort zone, maar wat is dit een indrukwekkend album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rosalía - MOTOMAMI - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rosalía - MOTOMAMI
Rosalía maakte in 2018 een onuitwisbare indruk met het fascinerende El Mal Querer, maar overtreft dit album met het onnavolgbare MOTOMAMI, dat imponeert met een orkaan van avontuur
De Spaanse muzikante Rosalía stond voor de bijna onmogelijke opgave om het wereldwijd bejubelde El Mal Querer op zijn minst te benaderen. Haar deze week verschenen nieuwe album overtreft de voorganger op meerdere fronten. Invloeden uit de traditionele Spaanse muziek hebben wat aan terrein verloren, maar zijn vervangen door zeer uiteenlopende andere invloeden. Het levert een woeste roller coaster ride op die je steeds weer van je sokken blaast en keer op keer nieuwe wegen in slaat. Ook MOTOMAMI bevat flink wat invloeden uit pop en R&B, maar Rosalía bewandelt geen moment de platgetreden paden en betovert en verwondert een album lang.
El Mal Querer van de Spaanse muzikante Rosalía dook aan het eind van 2018 op in nogal wat jaarlijstjes en voerde het altijd opvallend inclusieve jaarlijstje van de Volkskrant zelfs aan. Met El Mal Querer bewoog Rosalía zich flink buiten mijn muzikale comfort zone, maar eenmaal bekomen van de eerste schrik vond ik het een prachtplaat.
Op El Mal Querer vermengde de Spaanse muzikante op volkomen unieke wijze invloeden uit de traditionele Spaanse Flamenco en gipsy muziek met moderne en hitgevoelige pop en R&B. In muzikaal opzicht spatte het avontuur elf songs lang uit de speakers, maar Rosalía bleek ook nog eens een geweldige zangeres.
Als ik mijn jaarlijstje over 2018 een paar weken later had mogen maken had het tweede album van Rosalía er zeker in gestaan en ook ruim drie jaar na de release is het nog altijd in alle opzichten een buitengewoon fascinerend album. Deze week is een nieuw album van de jonge zangeres uit Barcelona verschenen en ook ik begon met hooggespannen verwachtingen aan MOTOMAMI (ik schrijf het één keer met de voorgeschreven hoofdletters).
Net als El Mal Querer is Motomami een album waarmee Rosalía het je geen moment makkelijk maakt. De Spaanse muzikante experimenteert er weer driftig op los en hoewel haar muziek ook dit keer bol staat van de invloeden uit de pop en de R&B, is het album niet of nauwelijks te vergelijken met de albums van de pop en R&B prinsessen uit de Verenigde Staten.
Rosalía kreeg na de release van El Mal Querer in eigen land hier en daar flink wat kritiek vanwege de bijzondere wijze waarop ze invloeden uit traditionele Spaanse muziek verwerkte in haar songs, wat een enkeling zag als heiligschennis. Of ze zich wat van deze kritiek heeft aangetrokken weet ik niet, maar feit is wel dat Motomami veel minder invloeden uit de Spaanse Flamenco en gipsy muziek laat horen dan zijn voorganger.
Deze invloeden hebben vooral plaatsgemaakt voor invloeden uit de Latin, maar Rosalía schuift ook net wat dichter tegen de pop en R&B aan. Voor Motomami werden kosten noch moeite gespaard en dat hoor je. Voor het derde album van Rosalía werd een flink blik producers open getrokken, die Rosalía van Europa naar Noord- en Zuid-Amerika hebben gesleept.
Rosalía was gelukkig niet van plan om zich aan te passen aan het keurslijf van deze producers, want Motomami klinkt minstens even eigenzinnig als zijn voorganger. Nog meer dan El Mal Querer schiet het nieuwe album van Rosalía steeds weer andere kanten op en het zijn kanten die je meestal niet verwacht.
Het ene moment sleept de Spaanse muzikante je een dansvloer vol exotische ritmes op, het volgende moment tovert ze je een jazzy ballad voor, maar ook die ontspoort uiteindelijk weer. Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van M.I.A., al kunnen de meedogenloze klanken bij Rosalía ook weer opeens plaats maken voor hitgevoelige passages.
Motomami sleept je 16 songs en ruim veertig minuten heen en weer tussen uitersten. Er gebeurt zoveel dat het je meer dan eens duizelt, maar wat gebeurt er veel moois op het album en wat maakt Rosalía indruk als eigenzinnig talent en als exponent van de mondiale popmuziek waarin invloeden uit alle windstreken worden verwerkt. Ook Motomami bevindt zich mijlenver buiten mijn muzikale comfort zone, maar wat is dit een indrukwekkend album. Erwin Zijleman
Rose - Kerosine (2019)

3,5
0
geplaatst: 10 januari 2020, 07:48 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rose - Kerosene - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rose - Kerosene
Rose keert terug na een paar jaar afwezigheid en wat diepe dalen en levert wederom een album af dat meerdere kanten op schiet en zowel melancholiek als zonnig kan klinken
Rose debuteerde alweer 14 jaar geleden prachtig met een mooi en veelzijdig album. Het niveau van haar debuut wist ze niet volledig vast te houden op de albums die volgden, maar een album van Rose was altijd de moeite waard. Het geldt ook weer voor het deze herfst, na een stilte van vier jaar, verschenen Kerosene, dat net als het gelijktijdig verschenen boek met dezelfde titel autobiografisch is. De muziek van Rose kan ook op Kerosene weer alle kanten op. Van emotievolle chansons tot lichtvoetige pop tot zwoele Franse zuchtmeisjes muziek. Soms kabbelt het net wat teveel voort, maar Rose kan je ook zomaar raken met haar prachtige stem. Het eindoordeel is positief derhalve.
Door de prachtplaat van Pomme ben ik weer wat dieper in de Franse muziek gedoken, waarna ik al snel een nieuw album van Rose tegen kwam. Rose is het alter ego van de in Nice geboren Keren Meloul.
De Franse singer-songwriter debuteerde in 2006 met een razend knap titelloos debuutalbum, dat ik nog steeds schaar onder de hoogtepunten binnen de Franse popmuziek binnen het huidige millennium. Het is een album waarop Franse zuchtmeisjes muziek wordt verrijkt met de rijke historie van het Franse chanson, maar waarop ook plaats is voor invloeden uit de Amerikaanse folk, psychedelica en West-Coast pop uit de jaren 60 en 70.
Het in 2009 verschenen Les Souvenirs Sous Ma Frange was misschien niet zo indrukwekkend als het debuut van Rose, maar nog altijd een uitstekend album, wat overigens ook gold voor Et Puis Juin uit 2013 en Pink Lady uit 2015. De afgelopen jaren was het stil rond Rose maar in de afgelopen herfst dook ze op met een nieuw album, Kerosene.
Kerosene heeft in Nederland nauwelijks aandacht gekregen, maar in Frankrijk is ook het nieuwe album van Rose weer goed ontvangen. De release van Kerosene viel samen met de release van een gelijknamig boek, waarmee Rose haar debuut maakt als schrijver. Mijn beheersing van het Frans is niet zodanig dat ik de naar verluidt autobiografische roman kan lezen, dus ik beperk me maar tot de muziek.
De eerste twee tracks van Kerosene laten direct horen dat er niet zo gek veel veranderd is in de muziek van de Française. Kerosene opent met een track die dicht tegen het Franse chanson aankruipt en die wordt gedomineerd door piano, strijkers en de mooie stem van Rose. Rose heeft altijd veelzijdige albums gemaakt en ook Kerosene is er weer een. De emotievolle klanken van het Franse chanson worden in de tweede track vervangen door een zwoele beat en veel lichtvoetigere vocalen. Het zijn de twee uitersten van een album, waartussen de andere tracks zich bewegen.
Rose maakt nog altijd tijdloze Franse popmuziek met een beeldend karakter. Het is popmuziek die zich zeker heeft laten beïnvloeden door het pionierswerk van Serge Gainsbourg, maar Rose vindt haar inspiratie ook in het heden. Kerosene verscheen in de herfst, maar ademt de sfeer van de zomer. Zeker de wat lichtvoetigere songs op het album strooien driftig met zonnestralen en zitten vol zoet en zwoele verleiding.
Meer dan de vorige albums van Rose is Kerosene een album dat bijzonder aangenaam voortkabbelt en hier en daar raakt aan de “middle of the road” van de Franse popmuziek. Echt inzakken doet het album echter nooit. Net wat minder spannend klinkende songs worden afgewisseld door songs waarin Rose toch weer net wat andere invloeden verkent en altijd is er die mooie en warme stem.
Persoonlijk hoor ik Rose het liefst in de songs waarin de tradities van het Franse chanson dichtbij zijn of in songs die wat Amerikaanse invloeden verwerken, maar ook de zoete pop van de Franse zangeres gaat er in als koek. De volgende keer mag het van mij wel net wat minder gepolijst, maar Kerosene is op het moment een uitstekende en welkome aanvulling op het vitamine D tekort en laat bovendien meer dan eens horen wat Rose in huis heeft. Mooi dat ze terug is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Rose - Kerosene - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Rose - Kerosene
Rose keert terug na een paar jaar afwezigheid en wat diepe dalen en levert wederom een album af dat meerdere kanten op schiet en zowel melancholiek als zonnig kan klinken
Rose debuteerde alweer 14 jaar geleden prachtig met een mooi en veelzijdig album. Het niveau van haar debuut wist ze niet volledig vast te houden op de albums die volgden, maar een album van Rose was altijd de moeite waard. Het geldt ook weer voor het deze herfst, na een stilte van vier jaar, verschenen Kerosene, dat net als het gelijktijdig verschenen boek met dezelfde titel autobiografisch is. De muziek van Rose kan ook op Kerosene weer alle kanten op. Van emotievolle chansons tot lichtvoetige pop tot zwoele Franse zuchtmeisjes muziek. Soms kabbelt het net wat teveel voort, maar Rose kan je ook zomaar raken met haar prachtige stem. Het eindoordeel is positief derhalve.
Door de prachtplaat van Pomme ben ik weer wat dieper in de Franse muziek gedoken, waarna ik al snel een nieuw album van Rose tegen kwam. Rose is het alter ego van de in Nice geboren Keren Meloul.
De Franse singer-songwriter debuteerde in 2006 met een razend knap titelloos debuutalbum, dat ik nog steeds schaar onder de hoogtepunten binnen de Franse popmuziek binnen het huidige millennium. Het is een album waarop Franse zuchtmeisjes muziek wordt verrijkt met de rijke historie van het Franse chanson, maar waarop ook plaats is voor invloeden uit de Amerikaanse folk, psychedelica en West-Coast pop uit de jaren 60 en 70.
Het in 2009 verschenen Les Souvenirs Sous Ma Frange was misschien niet zo indrukwekkend als het debuut van Rose, maar nog altijd een uitstekend album, wat overigens ook gold voor Et Puis Juin uit 2013 en Pink Lady uit 2015. De afgelopen jaren was het stil rond Rose maar in de afgelopen herfst dook ze op met een nieuw album, Kerosene.
Kerosene heeft in Nederland nauwelijks aandacht gekregen, maar in Frankrijk is ook het nieuwe album van Rose weer goed ontvangen. De release van Kerosene viel samen met de release van een gelijknamig boek, waarmee Rose haar debuut maakt als schrijver. Mijn beheersing van het Frans is niet zodanig dat ik de naar verluidt autobiografische roman kan lezen, dus ik beperk me maar tot de muziek.
De eerste twee tracks van Kerosene laten direct horen dat er niet zo gek veel veranderd is in de muziek van de Française. Kerosene opent met een track die dicht tegen het Franse chanson aankruipt en die wordt gedomineerd door piano, strijkers en de mooie stem van Rose. Rose heeft altijd veelzijdige albums gemaakt en ook Kerosene is er weer een. De emotievolle klanken van het Franse chanson worden in de tweede track vervangen door een zwoele beat en veel lichtvoetigere vocalen. Het zijn de twee uitersten van een album, waartussen de andere tracks zich bewegen.
Rose maakt nog altijd tijdloze Franse popmuziek met een beeldend karakter. Het is popmuziek die zich zeker heeft laten beïnvloeden door het pionierswerk van Serge Gainsbourg, maar Rose vindt haar inspiratie ook in het heden. Kerosene verscheen in de herfst, maar ademt de sfeer van de zomer. Zeker de wat lichtvoetigere songs op het album strooien driftig met zonnestralen en zitten vol zoet en zwoele verleiding.
Meer dan de vorige albums van Rose is Kerosene een album dat bijzonder aangenaam voortkabbelt en hier en daar raakt aan de “middle of the road” van de Franse popmuziek. Echt inzakken doet het album echter nooit. Net wat minder spannend klinkende songs worden afgewisseld door songs waarin Rose toch weer net wat andere invloeden verkent en altijd is er die mooie en warme stem.
Persoonlijk hoor ik Rose het liefst in de songs waarin de tradities van het Franse chanson dichtbij zijn of in songs die wat Amerikaanse invloeden verwerken, maar ook de zoete pop van de Franse zangeres gaat er in als koek. De volgende keer mag het van mij wel net wat minder gepolijst, maar Kerosene is op het moment een uitstekende en welkome aanvulling op het vitamine D tekort en laat bovendien meer dan eens horen wat Rose in huis heeft. Mooi dat ze terug is. Erwin Zijleman
