MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Renata Zeiguer - Picnic in the Dark (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Renata Zeiguer - Picnic In The Dark - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Renata Zeiguer - Picnic In The Dark
Het is dringen in het land van de jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorkeur voor indiepop en indierock, maar met Picnic In The Dark weet Renata Zeiguer zich wat mij betreft makkelijk te onderscheiden

Het debuut van de Amerikaanse muzikante Renate Zeiguer viel me vier jaar geleden zeker op, maar volledig overtuigen deed ze me nog niet. Dat doet de muzikante uit de Catskill Mountains wel met het deze week verschenen Picnic In The Dark, dat aansluit bij de betere albums van al haar soortgenoten, maar dat ook een eigen geluid laat horen. Het is een geluid met net wat meer invloeden uit de 80s en 90s, maar de muziek van Renata Zeiguer klinkt ook eigentijds. De muziek klinkt lekker vol met een combinatie van synths en gitaren, wat goed past bij de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikante, die je op aangename wijze een bijzondere droomwereld in trekt.

Renata Zeiguer debuteerde vier jaar geleden met het zwoele en veelbelovende Old Ghost. Het debuut van de muzikante uit Brooklyn, New York, schoot me uiteindelijk net wat teveel kanten op om een onuitwisbare indruk te maken, maar Old Ghost was goed genoeg om haar naam te onthouden. wat ik ook heb gedaan.

Renata Zeiguer keert deze week terug met haar tweede album, Picnic In The Dark. De Amerikaanse muzikante heeft het hectische New York inmiddels verruild voor de rust van de Catskill Mountains op enige afstand van The Big Apple en dat hoor je op haar tweede album. Op haar debuut sprong de muziek van Renata Zeiguer net wat teveel van de hak op de tak en maakte ze bovendien een wat gejaagde indruk, maar op Picnic In The Dark regeert de rust.

Toch ligt het tweede album van de Amerikaanse muzikante in het verlengde van haar debuut. Ook op Picnic In The Dark is gekozen voor een redelijk vol geluid waarin gitaren en synths hand in hand gaan en ook op album nummer twee is er natuurlijk de bijzondere stem van Renata Zeiguer. Het is een stem die niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar ik vind de vocalen op Picnic In The Dark erg mooi, al is het maar omdat ze perfect kleuren bij het bonte klankenpalet op het album.

De muziek van Renata Zeiguer sluit aan bij die van al die andere talentvolle en over het algemeen jonge en vrouwelijke muzikanten die momenteel regeren in de indiepop en indierock, maar ze legt toch net wat andere accenten. Picnic In The Dark klinkt niet allen wat voller, maar hier en daar ook experimenteler dan de albums van alle soortgenoten van Renate Zeiguer en verwerkt bovendien net wat andere invloeden.

Door het gebruik van een ritmebox herinnert het album meer dan eens aan de jaren 80 en 90. Uit de jaren 80 verwerkt de Amerikaanse muzikante invloeden uit de synthpop, maar ook de combinatie van synths en gitaren doet wel wat denken aan de muziek uit de 80’s, terwijl de synths ook doen denken aan de indie electronica uit de jaren 90.

Op hetzelfde moment is Picnic In The Dark ook een album van deze tijd. Renata Zeiguer heeft een album vol frisse popliedjes afgeleverd. Het zijn dromerige en nog altijd voorzichtig zwoele popliedjes, die makkelijk verleiden en die van een eigen geluid worden voorzien door de bijzondere zang van de muzikante die zich hoorbaar thuis voelt in haar nieuwe omgeving. Picnic In The Dark laat zich beluisteren als een verzameling aangename songs, maar door de wat surrealistische verhalen die Renata Zeiguer vertelt is het ook te beluisteren als een lange en licht benevelende luistertrip.

Met al die jonge vrouwelijke muzikanten in het indiesegment ligt verzadiging al een tijdje op de loer, maar Renata Zeiguer weet zich op Picnic In The Dark te onderscheiden van alles dat er al is. De instrumentatie op het album is vol, maar laat ook keer op keer mooie en bijzondere wendingen horen, de stem van Renata Zeiguer is misschien even wennen, maar eenmaal gewend aan haar stem wordt deze alleen maar mooier en Picnic In The Dark bevat ook nog eens een aantal avontuurlijke songs die de fantasie makkelijk prikkelen.

Renate Zeiguer heeft bovendien een album gemaakt dat zich door van alles en nog wat heeft laten beïnvloeden en dat op bijzondere maar ook soepele wijze door de tijd springt. Het is misschien even wennen, maar uiteindelijk is de verleiding van dit album voor mij genadeloos. Erwin Zijleman

Reneé Rapp - BITE ME (2025)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Reneé Rapp - BITE ME - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Reneé Rapp - BITE ME
Het is dringen tussen de grote popsterren van het moment, die Reneé Rapp nog wel even achter zich kunnen houden, maar de Amerikaanse zangeres laat op haar tweede album BITE ME wel horen dat ze er aan komt

Door platforms als TikTok bestaat er momenteel een muzikaal universum waar ik geen deel van uit maak, maar van waaruit af en toe een nieuwe popster opduikt. Reneé Rapp is zo’n popster, want ze is al behoorlijk populair, verkoopt grote zalen uit en heeft een vet platencontract getekend. Op haar tweede album BITE ME laat ze horen dat ze niet vies is van invloeden uit de jaren 90, maar ze verwerkt veel meer invloeden op het album. Het klinkt allemaal lekker en het is goed gemaakt, maar Reneé Rapp raakt me nog niet met al haar songs. Dat kan nog gaan komen met een volgend album, want de beste tracks op BITE ME zijn van een prima niveau en smaken absoluut naar meer. In de gaten houden deze Reneé Rapp.

Deze week verscheen het tweede album van de Amerikaanse popster Reneé Rapp die bovendien in een vloek en een zucht de AFAS Live uitverkocht. Het is de volgende popzangeres die buiten mijn bubbel en vermoedelijk via het platform TikTok groot is geworden.

Ik heb twee jaar geleden wel geluisterd naar haar debuutalbum Snow Angel, maar was destijds niet erg onder de indruk. Reneé Rapp maakte op haar debuutalbum wat mij betreft weinig onderscheidende popmuziek, waardoor ik het album toen niet heb besproken.

Ik heb deze week toch nog een keer naar Snow Angel geluisterd en hoewel het geen album is dat kan concurreren met de grote albums in het genre, hoor ik toch wel iets van belofte op het debuutalbum van Reneé Rapp. Het is wel een album dat echt alle kanten op schiet en het hele spectrum tussen 90s indierock en R&B bestrijkt.

Ik heb persoonlijk een voorkeur voor albums met iets meer focus en consistentie, maar dat is kennelijk niet het ding van Renée Rapp. Ook op het deze week verschenen BITE ME laat de Amerikaanse muzikante zich niet beperken en schakelt ze makkelijk tussen genres.

Net als haar debuutalbum opent BITE ME stevig, maar hierna neemt Reneé Rapp snel de afslag richting pop. Het is pop waarin de jaren 90 hun sporen hebben nagelaten, maar het album sluit ook zeker aan bij de popmuziek van dit moment. Als ik luister naar BITE ME begrijp ik wel dat de populariteit van Reneé Rapp flink is gegroeid. BITE ME is een album met een serie aansprekende popsongs en het zijn popsongs die meerdere kanten van Reneé Rapp laten zien.

Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante is naar eigen zeggen geïnspireerd door Jagged Little Pill, het album waarmee Alanis Morissette precies 30 jaar geleden doorbrak. Met deze vergelijking trekt Reneé Rapp misschien een net wat te grote broek aan, al is ook BITE ME een persoonlijk ‘coming of age’ album, waarop onder andere wordt geworsteld met de seksuele identiteit.

Als ik luister naar BITE ME hoor ik in de gevarieerde songs zo ongeveer alle grote popsterren van het moment voorbij komen. Van deze popsterren hoor ik het meest van Olivia Rodrigo, al flirt Reneé Rapp wat opzichtiger met de dansvloer. De wat eendimensionale danspop spreekt me persoonlijk minder aan dan de door 90s pop en rock beïnvloede songs, maar ik kan me wel voorstellen dat ze het goed doen bij een pop minnend publiek.

Ik heb BITE ME inmiddels meerdere keren beluisterd en het is geen popalbum dat op mij een onuitwisbare indruk maakt, zoals bijvoorbeeld de recente albums van Chappell Roan, Taylor Swift, Gracie Abrams, Billie Eilish en Olivia Rodrigo dat wel deden, maar BITE ME is wel een lekker album. Het is een album dat voor mij prima voldoet als ‘guilty pleasure’ voor bij het stofzuigen, maar het is ook een album dat beter wordt wanneer je het vaker hoort.

Het is knap geproduceerd door de mij onbekende Alexander 23, het is in muzikaal opzicht lekker veelzijdig en met enige regelmaat zeer smaakvol en de songs zijn stuk voor stuk goed. De stem van Reneé Rapp viel me op haar debuutalbum niet erg op, maar ze is beter gaan zingen. Ook qua zang doet BITE ME me meer dan eens aan Olivia Rodrigo denken, maar Reneé Rapp is niet alleen in muzikaal opzicht veelzijdig en kan ook met haar stem meerdere kanten op. Ik schaar de Amerikaanse muzikante nog niet onder de onbetwiste toppers in het genre, maar de beste songs op BITE ME laten horen dat de rek er bij Reneé Rapp nog lang niet uit is. Erwin Zijleman

Renée Reed - Renée Reed (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Renée Reed - Renée Reed - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Renée Reed - Renée Reed
De Amerikaanse singer-songwriter Renée Reed heeft haar debuutalbum gemaakt met minimale middelen, maar het effect van haar dromerige folk is in de meeste songs op het album maximaal

Ik laat me meestal niet zo heel makkelijk overtuigen door folky songs die genoeg hebben aan een akoestische gitaar en een stem, maar het debuutalbum van Renée Reed uit Lafayette, Louisiana, overtuigde me uiteindelijk redelijk snel en makkelijk. Vrijwel alle songs op het album moeten het doen met een paar gitaarakkoorden en de bijzondere zang van de Amerikaanse muzikante. Ik heb het normaal gesproken liever wat voller, maar de muziek van Renée Reed heeft al snel een bezwerende uitwerking. Het heeft af en toe wat van de psychedelische folkzangeressen uit de jaren 60, maar Renée Reed is ook een kind van deze tijd. Een bijzonder fascinerend debuut wat mij betreft.

Renée Reed is een singer-songwriter uit Lafayette, Louisiana, die deze week debuteert met een titelloos album. Het is een album dat ze vrijwel volledig in haar eentje maakte en dat volgens haar bandcamp pagina is gevuld met “dream-fi folk from the cajun prairies”.

Daar kon ik me op voorhand niet veel bij voorstellen, maar na enige gewenning bevalt het debuutalbum van Renée Reed me wel. Ik moest in eerste instantie zowel wennen aan de instrumentatie als aan de zang en misschien ook nog wel aan de songs, waarmee we alle ingrediënten van de muziek van Renée Reed te pakken hebben.

Laten we met de instrumentatie beginnen. Deze is uiterst sober. Veel meer dan akoestische gitaar is er niet te horen op het album (slechts één keer hoor ik een orgeltje of percussie). Het is sober en vaak wat repeterend gitaarspel, dat je mee terugneemt naar de psychedelische folk uit de jaren 60 en 70.

Het klinkt absoluut mooi en sfeervol, maar veel variatie zit er natuurlijk niet in, al probeert Renée absoluut te variëren met akkoorden en klanken, waardoor het even wachten is tot je gegrepen wordt door de klanken op het album. Dat gebeurde bij mij nog redelijk snel, want als je een tijdje luistert naar het debuut van Renée Reed , krijgen de akoestische klanken langzaam maar zeker een bezwerende uitwerking.

Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de zang van de muzikante uit Lafayette. Renée Reed zingt zacht en wat zweverig, wat het psychedelische effect van haar muziek versterkt. Net als het gitaarspel vond ik ook de zang op het album in eerste instantie niet heel bijzonder, maar ook deze zang heeft na enige gewenning een bijna hypnotiserende uitwerking en de stem van de Amerikaanse singer-songwriter is er bovendien een die nog lang mooier wordt.

Voor de songs op het album geldt in grote lijnen hetzelfde als voor de instrumentatie en zang. In eerste instantie kabbelt het debuutalbum van Renée Reed wat voort en het album doet dit zonder al teveel indruk te maken. Wanneer er meer op zijn plek begint te vallen, beginnen ook de songs op het album te groeien. Hier en daar hoor ik zelfs een vleugje Mazzy Star, maar naast onder andere Jessica Pratt zijn ook de Amerikaanse psychedelische folkzangeressen uit de late jaren 60 relevant vergelijkingsmateriaal.

Wanneer alles op zijn plek valt, wordt het ook tijd om naar de teksten van Renée Reed te luisteren, want ook in tekstueel opzicht is het debuutalbum van de singer-songwriter uit Louisiana de moeite waard, al is het maar omdat de zeer persoonlijke thema’s niet worden geschuwd.

De omschrijving “dream-fi folk from the cajun prairies” blijkt uiteindelijk ook verrassend treffend. Het debuutalbum van Renée Reed is dromerig, klinkt lo-fi, is ruimtelijk en refereert, ondanks het feit dat het album bijna volledig Engelstalig is, ook naar de Franstalige cajun cultuur waarin de muzikante uit Lafayette opgroeide en waarvan ze de muziek met de paplepel kreeg ingegoten.

Op het eerste gehoor klonk het voor mij vooral als een album om bij weg te dommelen in de lentezon, waar het album ook zeker geschikt voor is, maar inmiddels zie ik het debuut van Renée Reed als een uitstekend album dat veel meer te bieden heeft dan je bij vluchtige beluistering zal vermoeden. Het kost even wat tijd, maar de beloning volgt snel. Erwin Zijleman

Resa Saffa Park - Silver Bead Eyes (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Resa Saffa Park - Silver Bead Eyes - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Resa Saffa Park - Silver Bead Eyes
De Noorse muzikante Theresa Frostad Eggesbø bracht eerder dit jaar onder de naam Resa Saffa Park het prachtige Silver Bead Eyes uit en dat is een album dat me echt in alle opzichten zeer aangenaam heeft verrast

Luister naar Silver Bead Eyes, het eerder dit jaar verschenen album van Resa Saffa Park, en een aantal dingen vallen op. Het is een album dat subtiel en wat jazzy maar ook zeer smaakvol is ingekleurd en dat verandert van ingetogen naar beeldend wanneer de strijkers aanzwellen. Het is een album met songs die makkelijk blijven hangen, maar die ook diepgang laten horen. Het zijn songs die het laat op de avond uitstekend doen, maar ook de rest van de dag dringen ze zich steeds meer op. En Silver Bead Eyes is een album van een uitstekende zangeres, die niet alleen beschikt over een hele mooie stem, maar ook over een stem die meerdere kanten op kan. Wat een verrassing dit album.

De meeste albums die ik op zondagavond bespreek zijn vele decennia oud en meestal gaat het om albums die ik echt noot voor noot ken. Het is goed om zo af en toe ook stil te staan bij vergeten albums uit een veel recenter verleden, want door het grote aanbod aan nieuwe muziek vallen er momenteel met enige regelmaat prachtige albums tussen wal en schip. Silver Bead Eyes van Resa Saffa Park kwam ik bij toeval op het spoor en is zo’n album.

Tussen de kattenfilmpjes op Instagram kwam ik een filmpje tegen waarop deze Resa Saffa Park het vinyl van haar in februari verschenen album uitpakt. Toen ik het album vervolgens opzocht op Spotify was ik direct aangenaam verrast door het niveau van Silver Bead Eyes, dat tot mijn verbazing al het derde album van Resa Saffa Park is, al kunnen Spaces uit 2022 en Madness. Let Me In! uit 2023 gezien hun speelduur ook best worden gezien als EP’s of mini-albums. Silver Bead Eyes is met dertien tracks en bijna veertig minuten in ieder geval wel een volwaardig album en ik vind het een heel mooi album.

Resa Saffa Park is de opvallende artiestennaam van de Noorse actrice Theresa Frostad Eggesbø, die werd geboren in Dubai en voor de start van haar carrière aan het Liverpool Institute for Performing Arts studeerde. Resa Saffa Park heeft momenteel weer Oslo als thuisbasis, maar schreef de songs op Silver Bead Eyes naar eigen zeggen in Florence, Oslo, London en Wenen. Een echte wereldburger dus, maar in Nederland is de Noorse muzikante vooralsnog helaas volslagen onbekend.

Albums van actrices die gaan zingen zijn meestal niet heel geslaagd, maar het album van Resa Saffa Park is een uitzondering. De Noorse muzikante beschikt over een hele mooie stem en het is bovendien een stem die meerdere kanten op kan. In de wat meer ingetogen passages en zeker in de wat donker getinte passages in de songs op Silver Bead Eyes hoor ik flink wat van Lana Del Rey in de stem van Resa Saffa Park, maar de muzikante uit Oslo kan ook meer uitgesproken en ook wat soulvoller of jazzier klinken.

Ik heb helaas maar heel weinig informatie over het album, maar weet dat het album is geproduceerd door Bård Berg en dat muzikanten Eirik Grove er Daragh Wearen tekenen voor een groot deel van de muziek op het album, buiten de strijkers, waarvoor het Turkse Istanbul String Quartet werd ingeschakeld. Het zijn allemaal namen die me niets zeggen, maar Silver Bead Eyes is echt een prachtig klinkend album.

De muziek op het album is subtiel, maar ook zeer sfeervol. De basis klinkt jazzy en folky, maar je hoort ook een vleugje soul en wanneer de strijkers aanzwellen krijgt de muziek op Silver Bead Eyes ook een beeldend of zelfs filmisch karakter. Ik heb meer dan eens associaties met Lana Del Rey, maar een enkele keer komt ook Fiona Apple voorbij en zo kan ik nog wel wat namen noemen. Het zijn allemaal namen van persoonlijke favorieten, waarom het niet zo gek ik dat het album van Resa Saffa Park me zo goed bevalt.

Het is grappig hoe je soms door puur toeval interessante nieuwe muziek tegen kunt komen, maar het overkomt me maar zelden dat ik door toeval een album van het kaliber van Silver Bead Eyes van Resa Saffa Park tegen kom. Ik ga de Noorse muzikante vanaf nu nauwlettend in de gaten houden en koester haar prachtige album steeds wat meer. Erwin Zijleman

Reymer - Thrill My Soul (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Reymer - Thrill My Soul - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

In België gaat de meeste aandacht op het moment natuurlijk uit naar de nieuwe plaat van Selah Sue (waarover de meningen overigens steeds verdeelder zijn), maar er is nog een Belgische zangeres die een plekje in de spotlights verdient: Reymer.

(Tine) Reymer heeft een rijk verleden in de Vlaamse popmuziek en maakte onder andere deel uit van de met name in België geprezen bands Flowers For Breakfast, El Tattoo Del Tigre en Billie King.

De afgelopen jaren koos Reymer nadrukkelijk voor het moederschap, maar met het onlangs verschenen Thrill My Soul maakt Reymer een verrassend sterke comeback.

Reymer maakte Thrill My Soul niet in haar eentje, maar maakte dankbaar gebruik van de muzikale diensten van een aantal kopstukken uit de Belgische muziekscene, onder wie haar Flowers For Breakfast kompaan Tom Pintens, zangeres Nathalie Delcroix (Laïs, Eriksson Delcroix) en Triggerfinger gitarist Ruben Block.

Het levert een hele opvallende plaat op. Het eerste dat opvalt bij beluistering van Thrill My Soul is de mooie stem van Reymer. Het is een stem die warm en helder, maar ook puur en breekbaar kan klinken, waardoor Thrill My Soul zich makkelijk opdringt. Dat doet de plaat overigens ook door de bijzonder fraaie instrumentatie en door de veelheid aan genres die Reymer op haar debuut aan zich weet te binden.

De plaat opent met een authentiek klinkende folksong die zo lijkt weggelopen uit de Amerikaanse Appalachen, maar vervolgens schiet Thrill My Soul werkelijk alle kanten op en verkent het naast folk, Americana en soul ook rock ’n roll en pop.

In alle songs op de plaat staat de stem van Reymer, hier en daar overigens bijgestaan door bijzonder fraaie ondersteunende vocalen, centraal. Het is een wijs besluit, want de stem van de Vlaamse zangeres beschikt over het vermogen om alle songs op de plaat naar een hoger plan te tillen en doet dat ook.

De instrumentatie heeft door de centrale rol voor de stem van Reymer noodgedwongen een stapje terug moeten doen, maar ook dit pakt uitstekend uit. De instrumentatie op Thrill My Soul is voornamelijk ingetogen, maar is hiernaast opvallend veelzijdig, zwoel en zeer bedreven in het creëren van onderhuidse spanning. Het zijn over het algemeen minimale middelen die worden ingezet, variërend van fraai pianospel tot ingetogen gitaarspel, maar ze sorteren een maximaal effect.

De uiteenlopende en zonder uitzondering subtiele accenten van andere instrumenten zorgen voor de broodnodige dynamiek en maken het bijzondere geluid van Reymer compleet. Het fraaie geluid doet vermoeden dat een producer van naam en faam zich heeft bemoeid met Thrill My Soul, maar ook dit blijkt een kunstje van Reymer zelf, wat de waardering voor haar talent nog wat groter maakt.

Thrill My Soul is tenslotte ook nog eens een plaat die traditioneel of zelfs bijna pastoraal kan klinken, maar niet veel later heerlijk lichtvoetig is. Het is een volgend voorbeeld van de balans en beheersing die het debuut van Reymer zo’n aangename en indrukwekkende plaat maken.

Vorig jaar was ik compleet stuk van het debuut van Melanie de Biasio. Dit jaar moet ik constateren dat het debuut van Reymer anders maar zeker niet minder is. Thrill My Soul van Reymer is een plaat om zielsveel van te houden. Wat een talent. Erwin Zijleman

Rhiannon Giddens - Freedom Highway (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rhiannon Giddens - Freedom Highway - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Rhiannon Giddens stond in 2005 aan de basis van The Carolina Chocolate Drops en haalde in 2010 zelfs een Grammy op voor de zeer traditionele Amerikaanse rootsmuziek van de band uit North Carolina.

The Carolina Chocolate Drops staat sinds 2012 op een laag pitje, maar gelukkig hebben we de soloplaten van Rhiannon Giddens.

Twee jaar na het buitengewoon indrukwekkende, door T-Bone Burnett geproduceerde, Tomorrow Is My Turn is de Amerikaanse singer-songwriter terug met Freedom Highway.

Rhiannon Giddens heeft op alle platen die ze tot dusver heeft gemaakt de Amerikaanse rootsmuziek uit een ver verleden geëerd en dat doet ze ook weer op haar nieuwe plaat, al staat Freedom Highway zeker niet met beide benen in het verleden.

Waar ze op haar solodebuut kon leunen op de naam en faam van de in brede kring gerespecteerde T-Bone Burnett, produceerde ze haar nieuwe plaat samen met Dirk Powell, die binnen de Appalachen folk geldt als virtuoos op de fiddle en de banjo. Dat heeft goed uitgepakt, want Freedom Highway klinkt fantastisch en minder traditioneel dan je op basis van de keuze voor Dirk Powell zou verwachten.

Waar Rhiannon Giddens op haar solodebuut vertrouwde op de songs van anderen, schreef ze dit keer bijna alle songs voor haar nieuwe plaat zelf (Het indringende The Angels Laid Him Away van Mississippi John Hurt is de enige cover), wat Freedom Highway interessanter maakt dan het overigens uitstekende debuut.

Freedom Highway opent behoorlijk traditioneel met een aantal songs die het verleden van zowel de Appalachen als de Zuidelijke Verenigde Staten eren en in muzikaal opzicht een aantal decennia teruggaan naar enkele zwarte bladzijden uit de geschiedenis van de Verenigde Staten.

Het is een genre waarin Rhiannon Giddens met haar krachtige en bijzondere stem uitstekend uit de voeten kan en ook in de Appalachen folk gelouterde muzikanten weten wel raad met deze uitstapjes naar het muzikale verleden, met uiteraard een glansrol voor de banjo van Dirk Powell.

Vanaf de vierde track laat Rhiannon Giddens horen dat ze meer kan. Het gloedvolle Birmingham Sunday is een opvallend toegankelijke soulsong met geweldige vocalen, terwijl Rhiannon Giddens in Better Get It Right The First Time niet alleen flirt met soul, maar ook met R&B en zelfs een rapper opduikt. Het zal niet overal worden gewaardeerd, maar ik vind het geslaagde uitstapjes buiten de gebaande paden van de traditionele folk uit de Appalachen, die aan het eind van de jaren 90 zo mooi op de kaart werd gezet door Gillian Welch.

Die traditionele folk keert terug in de resterende tracks op de plaat (met uitzondering van de afsluiter), maar na de soulvolle injectie hoor je ook in de andere songs op de plaat dat Rhiannon Giddens voorzichtig buiten de lijntjes probeert te kleuren, wat haar muziek voor mij interessanter maakt.

In muzikaal opzicht valt er heel veel te genieten op Freedom Highway, want wat heeft Rhiannon Giddens topmuzikanten opgetrommeld voor haar tweede plaat. Het meest geraakt word ik echter door haar bijzondere stem die steeds weer wat anders klinkt en die een perfecte balans heeft gevonden tussen kracht en kwetsbaarheid. Rhiannon Giddens behoorde al tot de smaakmakers van de Amerikaanse rootsmuziek, maar zet met haar nieuwe plaat toch weer een opvallend grote stap. Erwin Zijleman

Rhiannon Giddens - Tomorrow Is My Turn (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rhiannon Giddens - Tomorrow Is My Turn - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Rhiannon Giddens dook een jaar of acht geleden op als frontvrouw van The Carolina Chocolate Drops. De band maakte een aantal aardige platen met stokoude bluegrass en aanverwante genres, maar meer dan aardig vond ik de platen van de band nooit. Dat lag overigens zeker niet aan Rhiannon Giddens, die ik persoonlijk altijd een maatje te groot vond voor de band.

Eind vorig jaar stal Rhiannon Giddens al de show op Lost On The River van The New Basement Tapes, waarop restmateriaal van Bob Dylan’s Basement Tapes werd voorzien van muziek, en nu duikt de Amerikaanse zangeres op met haar solodebuut Tomorrow Is My Turn. Het debuut van Rhiannon Giddens werd, net als Lost On The River, geproduceerd door topproducer T-Bone Burnett, die wel raad weet met het talent van Rhiannon Giddens.

Tomorrow Is My Turn is een lekker afwisselende plaat, die uitstekend laat horen hoe getalenteerd Rhiannon Giddens is. De Amerikaanse houdt ook op haar solodebuut vast aan de Amerikaanse rootsmuziek, maar ze bestrijkt hierbij een veel breder en veelkleuriger palet dan op de platen van The Caroline Chocolate Drops.

Voor het merendeel van de songs op Tomorrow Is My Turn vertrouwt Rhiannon Giddens op het werk van anderen. Dat is aan de ene kant een zwaktebod, maar aan de andere kant heeft Giddens samen met T-Bone Burnett een aantal geweldige songs uitgezocht en vertolkt ze deze songs vervolgens op zeer intense en bovendien geheel eigen wijze.

T-Bone Burnett heeft voor Tomorrow Is My Turn gekozen voor een wat ouderwets klinkend geluid met uitstapjes naar blues, soul, country, rock ‘n roll en jazz. Het is een geluid dat volledig in dienst staat van de vocalen van Rhiannon Giddens, maar zeker als je met wat meer aandacht naar de plaat luistert hoor je hoe knap er gemusiceerd wordt en hoe vol het geluid zit met subtiele, maar zeer doeltreffende accenten, waarbij vooral het gitaarwerk een eervolle vermelding verdient.

Rhiannon Giddens liet bij The Carolina Chocolate Drops al horen dat ze over een geweldige stem beschikt, maar op haar solodebuut klinkt ze nog veel overtuigender, wat overigens mede de verdienste is van de prachtige productie. Welk genre Rhiannon Giddens ook uitzoekt, het resultaat is keer op keer imponerend. Rhiannon Giddens kan jazzy zingen zoals Nina Simone dat kon, maar steekt net zo makkelijk grote soulzangeressen of groten uit de country naar de kroon. Ze doet dit op een manier die aansluit bij die van de hele grote namen, maar Rhiannon Giddens heeft ook nog eens een duidelijk eigen sound.

Het levert een buitengewoon indrukwekkend debuut op, met hoogtepunten die alle kanten op schieten en eigenlijk maar één song (het titelnummer) die wat tegenvalt. Nu nog wat meer bedreven raken in het schrijven van eigen songs en een droomcarrière lonkt voor Rhiannon Giddens. Ook zonder die eigen songs is Tomorrow Is My Turn overigens een debuut dat mee kan gaan doen om de prijzen dit jaar. Erwin Zijleman

Rhiannon Giddens - You're the One (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rhiannon Giddens - You're The One - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rhiannon Giddens - You're The One
Het laatste echte soloalbum van de Amerikaanse muzikante Rhiannon Giddens was inmiddels ruim zes jaar oud, maar met het bont ingekleurde You’re The One levert ze een uiterst veelzijdig topalbum af

Het is een mooi stapeltje albums waaraan Rhiannon Giddens de afgelopen vijftien jaar heeft bijgedragen. Het zijn stuk voor stuk albums die zich niet in een hokje laten duwen en die over het algemeen flink wat genres bestrijken. Het gaat ook weer op voor het deze week verschenen You’re The One, dat volgt op de twee albums die Rhiannon Giddens maakte met de Italiaanse muzikant Francesco Turrisi. You’re The One is weer een echt soloalbum en het is een sterk album. Rhiannon Giddens schreef dit keer zelf alle songs en tekent met flink wat muzikanten voor een warm en gloedvol geluid, dat in meerdere genres uit de voeten kan en wordt opgetild door de uitstekende zang van de Amerikaanse muzikante.

Ik volg de Amerikaanse muzikante Rhiannon Giddens inmiddels al een jaar of vijftien. Eerst als lid van de band The Carolina Chocolate Drops, die indruk maakte met een buitengewoon fascinerende smeltkroes aan stijlen, en vanaf 2015 als solomuzikante en als lid van de gelegenheidsband Our Native Daughters.

De Amerikaanse muzikante debuteerde in 2015 prachtig met het door niemand dan T-Bone Burnett geproduceerde Tomorrow Is My Turn, waarop Rhiannon Giddens vooral excelleerde als zangeres en net als bij The Carolina Chocolate Drops liet horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kon. Op het in 2017 verschenen Freedom Highway manifesteerde Rhiannon Giddens zich wat nadrukkelijker als songwriter en richtte ze zich wat meer op de Appalachen folk, wat mij persoonlijk uitstekend beviel.

Na het uitstapje met Our Native Daughters maakte de Amerikaanse muzikante twee albums met de Italiaanse multi-instrumentalist Francesco Turrisi, maar deze albums deden me op een of andere manier niet zo veel. Ik ben dan ook blij dat Rhiannon Giddens deze week weer opduikt met een album waarop alleen haar naam prijkt.

You’re The One is het eerste album van Rhiannon Giddens waarop alleen haar eigen songs zijn te vinden en na beluistering van het album is duidelijk dat de Amerikaanse muzikante het schrijven van songs inmiddels uitstekend beheerst. You’re The One werd gemaakt met producer Jack Splash, die werkte met Alicia Keys, Valerie June en Solange en op zijn CV vooral pop en R&B albums heeft staan. Het zijn twee genres waaraan Rhiannon Giddens zich niet waagt op haar nieuwe soloalbum, maar met de productie van Jack Splash is niets mis.

Rhiannon Giddens liet in het verleden al horen dat ze in flink wat genres uit de voeten kan en ook op You’re The One kan ze weer niet kiezen. Het nieuwe album van de muzikante uit Nashville, Tennessee, bevat tracks die dicht tegen de Appalachen folk aan schuren, maar Rhiannon Giddens gaat ook aan de haal met soul, zydeco, cajun, gospel, jazz, country en blues. Hiermee heb ik nog niet eens alle invloeden genoemd, want ook You’re The One is weer een bonte mix van stijlen.

Rhiannon Giddens werkte op You’re The One met een waslijst aan muzikanten, onder wie Francesco Turrisi, Dirk Powell en gitarist Niwel Tsumbu, die opvallende gitaarlijnen toevoegt aan de songs, maar ook de bassist en de drummer steken in een geweldige vorm. De songs van Rhiannon Giddens zijn op You’re The One betrekkelijk vol ingekleurd met flink wat instrumenten, waaronder ook de nodige blazers, maar er is genoeg ruimte over gelaten voor de zang van de Amerikaanse muzikante.

Rhiannon Giddens trekt op het album flink de aandacht met krachtige en soulvolle zang en sluit prachtig aan bij de rijke instrumentatie. You’re The One is door alle invloeden en het rijke geluid misschien een wat wispelturig album, maar ik vind de songs vrijwel zonder uitzondering ijzersterk. Het zijn songs die soms wat nostalgisch aandoen, maar Rhiannon Giddens slaagt er steeds in om iets bijzonders toe te voegen aan haar songs, waardoor You’re The One ondanks het af en toe nostalgische karakter vooral een eigentijds klinkend album is. Bij Rhiannon Giddens weet je nooit welke kant het op gaat, maar de kant van You’re The One bevalt me zeer. Erwin Zijleman

Rhyan Sinclair - Letters to Aliens (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rhyan Sinclair - Letters To Aliens - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rhyan Sinclair - Letters To Aliens
De Amerikaanse muzikante Rhyan Sinclair levert met Letters To Aliens een knap rootsalbum af, dat zowel traditioneel als eigentijds klinkt en zich knap ontworstelt aan het krappe keurslijf uit Nashville

Het debuut van de uit Kentucky opererende Rhyan Sinclair was bijna vier jaar geleden op zijn minst veelbelovend, maar met het deze week verschenen Letters To Aliens maakt ze de belofte wat mij betreft meer dan waar. De Amerikaanse muzikante heeft een authentiek rootsalbum met zowel invloeden uit de country als uit de folk afgeleverd, maar het album klinkt ook fris en modern. Haar vaste band zorgt voor een aangenaam geluid waar het spelplezier van af spat en Rhyan Sinclair heeft een stem die is gemaakt voor de genres waarin ze beweegt. Hoewel de melancholie in de teksten niet ontbreekt, is Letters To Aliens ook een feelgood album, dat een vleugje hoop geeft in deze krankzinnige tijden.

Letters To Aliens is het tweede album van de uit Lexington, Kentucky, afkomstige Rhyan Sinclair. Haar in 2018 verschenen debuutalbum Barnstormer vond ik heel erg goed en het verbaasde me eerlijk gezegd dan ook dat ik het album destijds niet heb besproken op deze BLOG. Barnstormer was een behoorlijk traditioneel klinkend countryalbum dat niet had misstaan naast de countrypop die ik in het betreffende jaar wel nadrukkelijk omarmde.

Rhyan Sinclair keert deze week terug met Letters To Aliens, dat ik na een paar keer horen nog een stuk hoger aansla dan haar debuutalbum. Ook op Letters To Aliens maakt de muzikante uit Kentucky wat traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek met flink wat invloeden uit de country. Op haar tweede album klinkt Rhyan Sinclair echter wel wat moderner, wat een rootsalbum oplevert dat ook liefhebbers van alt-country aan moet kunnen spreken.

Op Barnstormer was de stem van Rhyan Sinclair haar sterkste wapen en dat is op Letters To Aliens niet anders. Vergeleken met haar debuutalbum vertrouwt Letters To Aliens wat minder op de in de traditionele country onmisbare snik, maar de stem van de Amerikaanse muzikante is er nog altijd een die gemaakt is voor dit genre.

Rhyan Sinclair kiest op haar tweede album niet alleen voor een net wat moderner geluid, maar ook voor net wat meer dynamiek. Er zit wat meer vaart in het album en Letters To Aliens bevalt me daarom beter dan Barnstormer. Rhyan Sinclair maakte haar debuutalbum met een aantal sessiemuzikanten, maar kiest op Letters To Aliens voor haar vaste band, wat een hechter geluid oplevert. Het is bovendien een geluid waar het spelplezier van af spat, waardoor het tweede album van Rhyan Sinclair zich makkelijk opdringt als een feelgood album.

Vergeleken met het veelbelovende Barnstormer laat Letters To Aliens op alle terreinen groei horen. Rhyan Sinclair zingt op haar nieuwe album beter en mooier, haar band klinkt dynamischer en ook de kwaliteit van de songs van de muzikante uit Kentucky is gegroeid. Rhyan Sinclair produceerde haar tweede album voor een belangrijk deel zelf en blijft mede hierdoor ver verwijderd van de countryscene in Nashville, die singer-songwriters graag in een keurslijf perst.

Letters To Aliens klinkt door het ontsnappen aan dit keurslijf wat authentieker dan de countrypop albums uit Nashville en heeft ook nog eens een aangename jaren 70 vibe met niet alleen flink wat 70s country, maar zo nu en dan ook een vleugje 70s folk. Het knappe van Letters To Aliens van Rhyan Sinclair is dat het album aan de ene kant geen geheim maakt van inspiratie door de grote countryzangeressen uit het verleden, maar aan de andere kant ook lekker eigentijds klinkt.

Het tweede album van de Amerikaanse muzikante groeide de afgelopen weken al uit tot een zeer aangename metgezel tijdens langere wandelingen, maar inmiddels vind ik Letters To Alien veel meer dan aangenaam. De concurrentie binnen de Amerikaanse rootsmuziek is momenteel moordend, met niet alleen heel veel nieuwe albums maar ook heel veel goede nieuwe albums, maar het album van Rhyan Sinclair verdient het wat mij betreft absoluut om opgemerkt te worden. Wat mij begon als een aangenaam feelgood album tussen alle ellende van het moment, is inmiddels een meer dan uitstekend rootsalbum geworden. Erwin Zijleman

Rhye - Blood (2018)

poster
vinylbeleving schreef:
Prachtige recensie erwinz alleen een klein dingetje...Rhye is geen duo meer. Sinds 2017 heeft Hannibal de band verlaten en is Rhye een solo project van Milosh geworden.


Grappig. Verschil is nauwelijks te horen.

Rhye - Home (2021)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rhye - Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rhye - Home
Echt veel nieuws onder de zon is er misschien niet, maar Rhye heeft haar mix van pop en R&B wel nog wat verder geperfectioneerd en presenteert op Home het equivalent van een knisperend haardvuur

Ik heb in 2013 flink moeten wennen aan Woman, het debuut van het destijds Deens-Canadese duo Rhye. Eenmaal gewend aan de zoete R&B pop van Rhye, bleek Woman het perfecte album voor vroege en late uurtjes. Na Woman ging Mike Milosh alleen verder en haalde hij het niveau van Woman net niet, maar op het deze week verschenen Home heeft de Canadese muzikant het juiste niveau weer te pakken. De instrumentatie en de songs op het album steken razend knap in elkaar, terwijl de hoge zang op zijn minst aangenaam is. Misschien nog wel belangrijker is het feit dat Rhye meedogenloos verleidt met warme en lome 0lanken, die zich als een lekker warme deken om je heen slaan. Precies wat we nodig hebben.

Rhye werd ruim tien jaar geleden in Denemarken geformeerd door de Deense muzikant en producer Robin Hanibal en zijn Canadese collega muzikant en producer Mike Milosh. Het leverde in 2013 het zeer goed ontvangen Woman op. Uiteindelijk ging Mike Milosh alleen verder als Rhye, wat in 2018 het tweede album Blood opleverde, in 2019 het mini-album Spirit en nu dan het vierde album Home.

Ondanks het feit dat er na het vertrek van Robin Hannibal niet zo gek veel veranderde in de muziek van Rhye, vond ik Blood en Spirit uiteindelijk toch net wat minder sterk dan het debuut van Rhye. Het deze week verschenen Home viel bij mij een aantal weken geleden al op de mat en in de afgelopen weken is het album uitgegroeid tot een trouwe metgezel tijdens late of vroege uurtjes.

Mike Milosh heeft geleerd van de vorige twee albums van Rhye en heeft dit keer de tijd genomen voor de puntjes op de i. De mix van de legendarische technicus Alan Moulder is de kers op de taart, maar ook de rest van Home valt op door een geslaagd streven naar perfectie.

Zeker tijdens de late en vroege uurtjes heeft het vierde album van Rhye hetzelfde effect als een knisperend haardvuur. Laat Home uit de speakers komen en de ruimte wordt gevuld met warmte.

Het album blijft mij maar verleiden en dat is op zich best bijzonder, want Rhye maakt het soort muziek waar ik normaal gesproken niet zo gek op ben. Ook Home staat immers weer vol met behoorlijk zoete pop met een vleugje R&B en hier en daar een snufje disco.

Rhye staat nog steeds voor songs met een warme organische basis, waarop lagen elektronica en strijkers worden gestapeld. Hierop komen de vaak wat zachte en hoge vocalen van Mike Milosh, die de muziek van Rhye nog wat zoeter en warmer maakt. Het is muziek die zich bij mij keer op keer genadeloos opdringt.

Dat ik Home van Rhye zo lekker vind klinken heeft meerdere redenen. Ten eerste vind ik de instrumentatie op het album echt razend knap. Het is een instrumentatie die is gebouwd op de lome beats die de onderlaag van de muziek van Rhye vormen. Hierop worden zoals gezegd meerdere extra lagen gestapeld. Soms synths, soms strijkers, maar ook hier en daar subtiele blazers, een fraai orgeltje, 70s elektronische gitaren of juist akoestische en organische klanken.

Het steekt niet alleen knap in elkaar, maar wat klinkt het ook warm en aangenaam, wat smelt alles mooi samen en wat is het de perfecte start of afsluiting van de dag. Wat voor de instrumentatie geldt, geldt overigens ook voor de zang van Mike Milosh, die zich als zanger flink heeft verbeterd en zich hier en daar prachtig laat bijstaan door een koor. En dan zijn er ook nog de songs, die je stuk voor stuk doen smelten, maar die al even knap in elkaar blijken te zitten als de instrumentatie op Home.

Woman van Rhye heb ik ook maandenlang gekoesterd op de genoemde tijdstippen aan het begin en eind van de dag en waar Blood en Spirit toch wat tegenvielen, verwacht ik dat Home voorlopig niet van de platenspeler af zal zijn te slaan.

Lome R&B pop laat ik meestal liggen, maar de lome, broeierige en dromerige R&B pop van Rhye smaakt na iedere beluistering naar meer. We zullen de komende weken de avond thuis door moeten brengen, maar met de gordijnen dicht en Rhye uit de speakers is dat niet per se een straf. Erwin Zijleman

Rich Ruth - I Survived, It's Over (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rich Ruth - I Survived, It's Over - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rich Ruth - I Survived, It's Over
Rich Ruth is op I Survived, It’s Over goed voor een mooie en fascinerende maar ook duizelingwekkende en verrassend veelkleurige luistertrip die alle kanten op schiet en lak heeft aan genres

Rich Ruth is een muzikant uit Nashville, Tennessee, maar maakt op zijn laatste album I Survived, It’s Over muziek zoals die in Nashville maar zelden wordt gemaakt. Het is instrumentale muziek die moeiteloos schakelt tussen genres als jazz, psychedelica, ambient, rock en new age en hiervoor een enorme batterij instrumenten uit de kast trekt. Het levert een album vol beeldende klanken op en het is album waaraan je zeker even moet wennen, maar waarop uiteindelijk steeds meer op zijn plek valt. Het album van Rich Ruth duikt deze weken op in flink wat jaarlijstjes en na flink wennen begrijp ik inmiddels volledig waarom. I Survived, It’s Over is een buitengewoon fascinerend album.

I Survived, It’s Over van Rich Ruth werd bij de release afgelopen zomer al uitvoerig bejubeld en het verbaast me dan ook niet dat het album momenteel in flink wat jaarlijstjes is terug te vinden. Ik heb het de afgelopen maanden wel een paar keer geprobeerd met het album, maar hoewel ik het intrigerend vond was het niet echt mijn ding. De afgelopen weken luister ik wat nadrukkelijker buiten mijn comfort zone en heb ik het album er toch maar weer eens bij gepakt en met succes.

Rich Ruth is een muzikant uit Nashville, Tennessee, die is neergestreken bij het label van Jack White. Allmusic.com omschrijft de muziek van Rich Ruth als volgt: “his peculiar stylistic palette encompasses spiritual jazz, ambient electronic, new age, and kosmische, with searing electric guitar solos that rip through his work like bolts of lightning”. I Survived, It’s Over werd ook nog eens geïnspireerd door tornado’s die huis hielden rond Nashville eerder dit jaar en zorgden voor heel veel schade in de buurt waar Rich Ruth woont.

De bovenstaande omschrijving van de muziek van Rich Ruth is natuurlijk wat vaag, maar toch ook herkenbaar. I Survived, It’s Over opent met sfeervolle en ambient achtige klanken, waar na enige tijd de gitaar van Rich Ruth doorheen snijdt. Het tempo is inmiddels voorzichtig opgevoerd en het geluid van de Amerikaanse muzikant is voorzien van flink wat jazzy accenten. Het is muziek die aan de ene kant ontspant en een bijna bezwerende uitwerking heeft, maar aan de andere kant gebeurt er echt van alles in de muziek van Rich Ruth.

Ik schrijf wel vaker dat het verstandig is om een album met de koptelefoon te beluisteren, maar dit geldt zeker voor beluistering van I Survived, It’s Over. Rich Ruth heeft de zeven lange tracks op zijn album immers voorzien van een behoorlijk complex geluid waarvoor flink wat instrumenten uit de kast zijn getrokken. Die komen allemaal samen in een magistrale productie.

AllMusic.com noemt hierboven vooral de scheurende gitaarsolo’s van de muzikant uit Nashville, maar in de meeste tracks op het album ontbreekt het ruwe gitaarwerk. De meeste tracks zitten vol geweldig drumwerk, atmosferische keyboards, sfeervolle pedal steel klanken, een af en toe ontsporende saxofoon en fraaie bijdragen van de fluit en af en toe de harp, die de muziek van Rich Ruth een psychedelisch tintje geven.

Ik ben normaal gesproken niet zo heel gek op instrumentale albums, maar op I Survived, It’s Over mis je de zang geen moment. Zeker bij beluistering met de koptelefoon is de muziek van Rich Ruth goed voor een even mooie als fascinerende luistertrip. Het is een luistertrip die al snel niet meer is te vangen in genres of hokjes of in tijden, al heeft het album vaak een jaren 60 vibe en kom je met de typering ambient psychedelic jazz een heel eind.

I Survived, It’s Over doet het vast geweldig als soundtrack bij een film of documentaire, maar vooralsnog mag je je eigen beelden bedenken bij de filmische klanken van Rich Ruth. Het zijn klanken die steeds weer andere kanten op schieten, waardoor psychedelische passages zomaar om kunnen slaan in pure jazz. Het is af en toe onnavolgbaar, maar het is ook van een bijzondere schoonheid.

Persoonlijk had Rich Ruth van mij best wat vaker mogen kiezen voor de snijdende gitaarsolo’s uit de openingstrack, maar ook zonder deze solo’s is de muziek op I Survived, It’s Over buitengewoon fascinerend. Het is muziek waar ik zeker niet altijd voor in de stemming ben, maar zo op zijn tijd is de muziek van Rich Ruth niet alleen mooi en bijzonder, maar bovendien muziek die de fantasie zeer stevig prikkelt. Bijzonder album. Erwin Zijleman

Richard Edwards - Lemon Cotton Candy Sunset (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Richard Edwards - Lemon Cotton Candy Sunset - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Richard Edwards timmerde een aantal jaren geleden nog met flink wat succes aan de weg met zijn band Margot & The Nuclear So And So's, maar kreeg een flinke tegenslag te verwerken toen hij werd getroffen door een zeldzame, en ook nog eens levensbedreigende ziekte. Toen zijn huwelijk vervolgens ook op de klippen liep was het leed helemaal niet meer te overzien.

Inmiddels pakt de Amerikaanse muzikant zijn leven gelukkig weer op en heeft hij met Lemon Cotton Candy Sunset zijn eerste soloplaat afgeleverd. Het is een verrassend sterke soloplaat, die tot dusver veel minder aandacht krijgt dan de plaat verdient.

Het door Rob Schnapf, vooral bekend als producer van vrijwel het volledige oeuvre van Elliott Smith, geproduceerde Lemon Cotton Candy Sunset is een plaat die in muzikaal opzicht meerdere kanten op gaat en in tekstueel opzicht verslag doet van een periode vol tegenslagen in het leven van Richard Edwards.

De plaat bevat een aantal ingetogen songs, maar ook een aantal net wat songs met invloeden uit de indie-rock. Het zijn songs die over het algemeen redelijk toegankelijk klinken, maar Lemon Cotton Candy Sunset is ook een stekelige plaat vol scherpe randjes.

Het is een plaat die zijn kracht voor een belangrijk deel ontleend aan de deken van melancholie die over de plaat hen ligt en aan de soms uit de bocht vliegende of zwaar aangezette instrumentatie, die prachtig contrasteert met de meer ingetogen en juist zeer melodieuze passages.

Lemon Cotton Candy Sunset is een plaat die over het algemeen redelijk makkelijk zal overtuigen met licht psychedelisch aandoende popsongs en mooie atmosferische klanken, maar het is ook een plaat die bij meer aandachtige beluistering het meeste effect zal sorteren.

Richard Edwards is de afgelopen jaren geconfronteerd met het eindige van het leven en de liefde. Het heeft krassen op zijn ziel nagelaten, die de Amerikaanse muzikant op Lemon Cotton Candy Sunset op indrukwekkende wijze van zich af zingt. Het debuut van de Amerikaan maakt indruk met een indringende en vaak wat desolate sfeer, maar imponeert ook met wonderschone popliedjes.

Persoonlijk heb ik een duidelijke voorkeur voor de stemmig ingekleurde singer-songwriter muziek op de plaat, maar ook als Richard Edwards kiest voor een wat toegankelijker en wat steviger geluid, houdt hij de aandacht vast met knap in elkaar stekende en van leed en emotie overlopende songs.

Ik was niet heel erg onder de indruk van de muziek die Richard Edwards met Margot & The Nuclear So And So’s maakte, maar de eerste soloplaat van de Amerikaan is indrukwekkend. Qua intensiteit en kleur doet het af en toe wel wat denken aan de al eerder genoemde Elliott Smith, maar Lemon Cotton Candy Sunset is ook een plaat die makkelijk een breed publiek moet kunnen aanspreken.

Persoonlijk ben ik inmiddels diep onder de indruk van een plaat die alleen maar mooier en indringender klinkt naarmate je hem vaker hoort en die de ruim 50 minuten die de plaat duurt ook steeds meer ontroert en hypnotiseert. Erwin Zijleman

Richard Hawley - Further (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Richard Hawley - Further - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Richard Hawley - Further
Het was een paar jaar stil rond Richard Hawley, maar gelukkig is de Brit terug met een verrassend veelzijdig, maar wederom ijzersterk album

Het duurde even voor het succes Richard Hawley toelachte, maar sindsdien behoort de muzikant uit Sheffield tot de smaakmakers van de Britse popmuziek. De Brit manifesteerde zich op zijn laatste albums als een volleerd crooner en dat is een kwaliteit die ook op Further alle ruimte krijgt. Op zijn nieuwe album gaat Richard Hawley echter ook aan de haal met stevigere rocksongs en met songs die in het hokje Britpop passen en ook dit zijn songs die zich uiteindelijk makkelijk weten te onderscheiden. Het levert het zoveelste uitstekende Richard Hawley album op.

Het is een tijd stil geweest rond de Britse muzikant Richard Hawley. Het laatste serieuze wapenfeit van de Brit stamt uit 2015 toen het fraaie en van melancholie overlopende Hollow Meadows verscheen. Met dit album schaarde de Britse muzikant zich definitief onder de beste Britse crooners van dat moment.

De carrière van de muzikant uit Sheffield is op zijn minst bijzonder te noemen. Met zijn band The Longpigs wist Richard Hawley de subtop van de Britpop niet te ontstijgen, waarna hij veroordeeld leek tot het spelen in dienst van anderen (zo was hij een tijd lang extra gitarist bij Pulp). Het veranderde allemaal met zijn titelloze solodebuut uit 2001, waarna de uitstekende albums elkaar in rap tempo opvolgden (met Truelove’s Gutter uit 2009 als mijn persoonlijke favoriet).

Richard Hawley heeft de tijd genomen voor zijn nieuwe album en Further blijkt een zeer gevarieerd album. Natuurlijk laat Richard Hawley ook dit keer horen dat hij een volleerd crooner is, maar Further bevat ook een aantal stevigere rocksongs en een aantal songs die als Britpop zijn te classificeren. Persoonlijk hoor ik de muzikant uit Sheffield het liefst als crooner en het zijn dan ook de tracks waarin Richard Hawley deze kwaliteit uitbuit die me in eerste instantie het best bevielen.

Further opent met een van de stevigere songs op het album en het is een song die op het eerste gehoor wat gewoontjes aandoet. Net als in alle andere songs op het album komt de kwaliteit echter snel bovendrijven. Further laat track na track horen dat Richard Hawley een geweldig zanger is, die in meerdere genres uit de voeten kan. Het tilt alle tracks op het album naar een hoger plan, maar ook buiten de geweldige zang valt er veel te genieten op het nieuwe album van de Britse muzikant.

In de openingstrack valt direct het prachtige gitaarwerk op, maar ook de wijze waarop strijkers worden toegevoegd aan het geluid van Richard Hawley is van grote schoonheid. De strijkers doen het uiteraard uitstekend in de songs waarin Richard Hawley zijn kwaliteiten als crooner nog maar eens een boost geeft, maar uiteindelijk vallen alle songs op het album op door een prachtige instrumentatie en productie.

Further is het zoveelste Richard Hawley album waarvan je hoopt dat Morrissey of Marc Almond ze ooit nog eens maken, maar het is de muzikant uit Sheffield die het ene na het andere prachtalbum aflevert.

Bij eerste beluistering van Further vond ik het jammer dat Richard Hawley dit keer heeft gekozen voor een behoorlijk gevarieerd geluid, maar het is uiteindelijk ook de kracht van het album. Op Further grijpt Richard Hawley terug op het verleden met Britpop die hij ook al met zijn band Longpigs maakte of met gitaargeweld dat ook het fraaie Standing At The Sky’s Edge uit 2012 een belangrijke rol speelde.

Op zijn vorige album was de gitarist Richard Hawley minder vaak te horen, maar Further staat vol met geweldig gitaarwerk, dat hier en daar mag ontsporen in prachtige solo’s, maar ook prachtig zwoel kan klinken.

Richard Hawley kijkt op Further ook vooruit en hij doet dat met een blik die een stuk optimistischer is dan op zijn vorige album. Ook op Further is er ruimte voor melancholie, zeker in de stemmige ballads, maar de zon mag ook schijnen op een volgend album van Richard Hawley dat de middelmaat ruimschoots overstijgt en het talent van de muzikant uit Sheffield nogmaals onderstreept. Erwin Zijleman

Richard Hawley - Hollow Meadows (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Richard Hawley - Hollow Meadows - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De carrière van Richard Hawley leek niet echt van de grond te komen, tot hij in 2001 begon aan een solocarrière.

De zoon van een metaalarbeider uit Sheffield maakte vervolgens zes geweldige platen, waarop hij zich steeds nadrukkelijker manifesteerde als een echte ‘crooner’.

Groot was dan ook mijn verbazing toen Richard Hawley in 2012 opeens op de proppen kwam met het verrassend stevig rockende en behoorlijk psychedelische Standing At The Sky’s Edge.

Ik vond het als eenmalig uitstapje best de moeite waard, maar ik ben blij dat Richard Hawley op zijn nieuwe plaat weer grotendeels terugkeert naar het geluid dat zo mooi vorm kreeg op de eerste zes platen van de Britse muzikant.

Daar leek het in eerste instantie overigens niet op, want de tracks die het album vooruit snelden lagen nog redelijk in het verlengde van Standing At The Sky’s Edge. De meeste tracks op Hollow Meadows doen dit echter niet.

Hollow Meadows is een behoorlijk ingetogen plaat, waarop Richard Hawley zich weer nadrukkelijk manifesteert als crooner. Hij doet dat dit keer op een plaat die opvalt door een werkelijk prachtige instrumentatie en productie.

Hollow Meadows slaat zich onmiddellijk als een warme deken om je heen en verkleint even het universum. Zelfs een matige zanger zou in zo’n fraaie setting nog een redelijke plaat maken, maar Richard Hawley is zeker geen matige zanger.

Als Sheffield’s eigen Sinatra tilt Richard Hawley alle songs op Hollow Meadows naar een hoger plan. De strijkers klinken prachtig, maar het zijn vooral de wat weemoedig klinkende gitaren die een ideale basis vormen voor de donkere stem van Richard Hawley, die op Hollow Meadows al zijn songs met hart en ziel vertelt.

Hollow Meadows is uiteindelijk misschien nog wel beter dan de vorige platen die Richard Hawley heeft gemaakt. Iedereen die de man’s prachtige oeuvre kent weet wat dat betekent. Erwin Zijleman

Richard Hawley - In This City They Call You Love (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Richard Hawley - In This City They Call You Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Richard Hawley - In This City They Call You Love
Richard Hawley haalde de afgelopen twaalf jaar maar zelden het niveau van zijn beste albums, maar de Britse muzikant herpakt zich op zijn nieuwe album, dat laat horen dat hij nog altijd behoort tot de beste crooners

Richard Hawley laat ook op zijn nieuwe album In This City They Call You Love weer incidenteel horen dat hij kan rocken, maar de Britse muzikant doet dit keer vooral waar hij goed in is. De meeste songs op het album zijn voorzien van ingetogen klanken en laten de Britse muzikant vooral als crooner horen. Dat beheerst Richard Hawley zoals zijn idolen uit het verleden dat deden, waardoor In This City They Call You Love goed is voor flink wat nostalgie. En voor flink wat melancholie, wat het album voorziet van een bijzondere sfeer. Richard Hawley was zijn topvorm even kwijt, maar hij heeft hem weer gevonden op zijn uitstekende nieuwe album, dat niet onder doet voor zijn beste albums.

Richard Hawley maakte in de jaren 90 deel uit van de niet heel succesvolle Britpop band Longpigs en stond later op het podium met het veel succesvollere Pulp. De Britse gitarist had echter hogere ambities en wilde in de voetsporen treden van zijn jeugdhelden Roy Orbison en Elvis Presley, van wie hij de muziek thuis in Sheffield met de paplepel kreeg ingegoten. In 2001 debuteerde Richard Hawley met een zeer goed ontvangen titelloos mini-album, waarop de Britse muzikant voor het eerst liet horen dat hij niet alleen een prima gitarist maar ook een getalenteerd crooner is.

Er volgde een serie uitstekende albums, waartussen ik maar lastig kan kiezen. Lowedges (2003), Coles Corner (2005), Lady's Bridge (2007), Truelove's Gutter (2009), Standing At The Sky's Edge (2012) en Hollow Meadows (2015) zijn allemaal uitstekende albums met een karakteristiek geluid, dat over de albums flink kon variëren. Als ik echt moet kiezen kies ik voor Truelove’s Gutter, waarop de instrumentatie nog net wat mooier en origineler was en de stem van Richard Hawley nog beter uit de verf kwam, maar groot zijn de verschillen tussen deze albums niet.

Sindsdien is het echter wat kwakkelen met de Britse muzikant. Het in 2019 verschenen Further kon maar lastig kiezen tussen stevige rocksongs (die overigens ook te vinden waren op het psychedelische Standing At The Sky's Edge ) en songs waarin de crooner Richard Hawley centraal stond en hoewel het zeker geen slecht album was, schat ik het toch lager in dan de serie voorgangers. Sindsdien maakte de Britse muzikant een soundtrack en een musical, maar voor de echte opvolger van Further moesten we tot deze week wachten.

In This City They Call You Love is net als het inmiddels vijf jaar oude Further een album met twee gezichten, maar ik schat het nieuwe album van Richard Hawley veel hoger in. Het nieuwe album van de Britse muzikant bevat een beperkt aantal wat stevigere songs en een flink aantal meer ingetogen songs. In de wat stevigere songs hoor je dat Richard Hawley nog prima uit de voeten kan op zijn gitaren, maar zijn kunsten als crooner bewaart hij vooral voor de wat meer ingetogen songs op het album, waarin het gitaarwerk overigens ook zeer fraai is.

Wanneer ik In This City They Call You Love vergelijk met zijn voorganger is er in muzikaal en vocaal opzicht niet eens zo heel veel veranderd, maar de songs op het nieuwe album vind ik een stuk beter. Het zijn songs die zich kunnen meten met die op de beste albums van de muzikant uit Sheffield, die in eigen land terecht een grootheid is.

Zeker wanneer Richard Hawley zich manifesteert als de romantische crooner tekent hij op In This City They Call You Love voor prachtige songs, maar ook de wat stevigere songs, die sterk in de minderheid zijn dit keer, spreken zeer tot de verbeelding. Crooners als Richard Hawley zijn helaas een wat uitstervend ras, maar luister naar de mooiste songs op het album, zoals het wonderschone Heavy Rain, en je weet dat er altijd behoefte zal zijn aan zangers als Richard Hawley, die in het genre inmiddels al ruim twintig jaar mee kan met de allerbesten.

Het inmiddels vijftien jaar oude Truelove’s Gutter is nog altijd mijn favoriete Richard Hawley album, maar In This City They Call You Love komt heel dicht in de buurt en is nog zeker niet uitgegroeid. Richard Hawley maakt al met al een glorieuze comeback en dat is heel goed nieuws. Erwin Zijleman

Richard Lindgren - Malmostoso (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Richard Lindgren - Malmostoso - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De naam Richard Lindgren deed bij mij niet direct een belletje rinkelen, maar de singer-songwriter uit Zweden heeft inmiddels al een aantal, zonder uitzondering zeer positief besproken, platen op zijn naam staan.

De oorspronkelijk uit Malmö afkomstige muzikant schijnt momenteel vooral in Italië populair te zijn en heeft zich daarom gevestigd in het Zuid-Europese land.

Met het uitstekende Malmostoso moet de Zweedse muzikant echter ook het Noorden van Europa kunnen veroveren, waarna de oversteek naar de Verenigde Staten met enig vertrouwen kan worden gewaagd. De Zweed maakt immers muziek die we in deze regionen zeer kunnen waarderen.

Het met Italiaanse muzikanten opgenomen Malmostoso is een warm en gloedvol klinkende plaat, die in haar meest grootse momenten doet denken aan het werk van Bruce Springsteen en zijn E-Street Band. Net als The Boss heeft Richard Lindgren echter ook een meer ingetogen kant, wat indringende songs vol emotie oplevert, die juist weer doen denken aan het jaren 70 werk van Bob Dylan.

Malmostoso werd gemaakt na de dood van Lindgren’s moeder en een algemeen gevoel van onbehagen over de plekken waar hij woonde en dat hoor je in vrijwel alle songs op de plaat, die aan de sombere kant is. De rauwe strot van Richard Lindgren wordt in zijn sombere songs gekleurd door emotie, wat de songs op de plaat een bijzondere lading geeft.

Het kleurt verrassend fraai bij de soms behoorlijk uitbundige klanken van de muzikanten die hem begeleiden, al weten deze gelukkig ook heel goed wanneer het even net wat meer ingetogen moet klinken. De meeste indruk maakt Richard Lindgren wanneer de muzikanten even gas terug nemen en de Zweed het nodige leed over de luisteraar mag uitstorten. Het is leed dat aankomt en ontroert en dat is een groot goed in de muziek.

Malmostoso is niet alleen een plaat vol emotie, maar het is ook een volstrekt tijdloze plaat. De nieuwe plaat van Richard Lindgren had in alle van de afgelopen vijf a zes decennia gemaakt kunnen worden, maar klinkt geen moment gedateerd. De songs van de momenteel vanuit Italië opererende muzikant zijn puur en eerlijk en worden vooralsnog alleen maar mooier en intenser.

Malmostoso is vooralsnog een betrekkelijk obscure plaat, maar het is er een die net zo liefdevol moet worden ontvangen als in Italië inmiddels is gebeurd. Laatbloeier Richard Lindgren is immers een singer-songwriter die er in slaagt om met zijn indringende songs onder de huid te kruipen, waarna dit album naar grote hoogten stijgt. Erwin Zijleman

Richard Swift - 4 Hits & a Miss - The Essential Richard Swift (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Richard Swift - 4 Hits & A Miss - The Essential Richard Swift - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Richard Swift - 4 Hits & A Miss - The Essential Richard Swift
Richard Swift is vooral bekend als producer, maar op de verzamelaar 4 Hits & A Miss - The Essential Richard Swift laat hij horen dat hij ook een uitstekende muzikant en een zeer getalenteerd songwriter was

De Amerikaanse muzikant en producer Richard Swift overleed op veel te jonge leeftijd, maar heeft gelukkig veel moois nagelaten. Hierbij dacht ik altijd in eerste instantie aan zijn producties, zoals die voor Damien Jurado, maar de deze week verschenen verzamelaar 4 Hits & A Miss - The Essential Richard Swift laat horen dat hij ook bijzondere songs kon schrijven en vertolken. De songs op de verzamelaar klinken als vergeten tracks uit een ver verleden, tot je opeens toch een eigentijdsere twist tegen komt. Het zijn popsongs die direct memorabel zijn, waarna de verrassing alsnog naar boven komt borrelen. 4 Hits & A Miss - The Essential Richard Swift is voor mij de start van een bijzondere muzikale ontdekkingstocht.

4 Hits & A Miss - The Essential Richard Swift is, zoals de titel al suggereert, een verzamelalbum met werk van Richard Swift. Ik ken de Amerikaanse muzikant, die in 2018 op slechts 41-jarige leeftijd overleed aan door alcoholisme veroorzaakte kwalen, eerlijk gezegd vooral als producer van een aantal van de betere albums van Damien Jurado, maar Richard Swift produceerde ook albums van onder andere Valerie June, Foxygen, The Shins, Kevin Morby en Nathaniel Rateliff, is als multi-instrumentalist te horen op talloze albums en maakte dus ook muziek onder zijn eigen naam.

Van de handvol albums die hij maakte ken ik eigenlijk alleen The Hex, dat een paar maanden na zijn dood postuum werd uitgebracht. Dat album werd, mede door de trieste dood van de Amerikaanse muzikant en producer, onmiddellijk onthaald als een waar meesterwerk, maar het was ook een lastig en wat chaotisch album dat alle kanten op ging.

Voor 4 Hits & A Miss - The Essential Richard Swift gaat deze omschrijving ook op. Richard Swift liep als muzikant en producer over van de goede ideeën en die moesten allemaal een plekje krijgen in zijn songs. Het zijn songs die beginnen bij een aantal grote bands en muzikanten uit de jaren 60 en 70, van wie ik Harry Nilsson, Van Dyke Parks, Randy Newman, The Kinks, The Beatles, 10cc en The Beach Boys zeker wil noemen, maar het is slechts het topje van de ijsberg.

Bij beluistering van een aantal songs op 4 Hits & A Miss - The Essential Richard Swift zou je zomaar het idee kunnen hebben dat je luistert naar een vergeten klassieker uit de jaren 60 of 70, tot Richard Swift de songs voorziet van een bijzondere twist, bijvoorbeeld met elektronica uit en ander tijdperk.

4 Hits & A Miss - The Essential Richard Swift is een redelijk willekeurige greep uit het oeuvre van de Amerikaanse muzikant, maar het is wel een greep die laat horen dat Richard Swift de nagenoeg perfecte popsongs uit zijn mouw schudde. Het zijn popsongs die direct memorabel zijn, maar die je ook makkelijk op het verkeerde been zetten. Het zijn songs waarin de piano en de karakteristieke stem van Richard Swift meestal centraal staan, maar een flinke muzikale uitbarsting of bijzondere wending is nooit ver weg.

In zijn studio in Cottage Grove, Oregon, liet Richard Swift met grote regelmaat horen dat hij een uitstekend muzikant en een zeer getalenteerde producer was, maar ook als zanger blijft bij makkelijk overeind. De productie van veel songs op 4 Hits & A Miss - The Essential Richard Swift heeft zich absoluut laten beïnvloeden door de producties van Phil Spector, maar ook invloeden van de kosmische soul uit de jaren 60 sijpelen nadrukkelijk door in een aantal songs van de Amerikaanse muzikant, die dan opeens ook al een prima soulzanger kan klinken.

De producties van Richard Swift hebben hiernaast een duidelijk eigen geluid. Damien Jurado profiteerde er van op een aantal van zijn meest aansprekende albums, maar ook de albums van Richard Swift hadden een veel beter lot verdiend. Het is allemaal prachtig te horen op de verzamelaar 4 Hits & A Miss - The Essential Richard Swift, die zeer geschikt is als eerste kennismaking met de muziek van Richard Swift. Na deze eerste kennismaking wil ik het oeuvre van deze bijzondere en veel te jong overleden muzikant en producer echter volledig uitpluizen. Ik ben heel benieuwd. Erwin Zijleman

Richard Swift - The Hex (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Richard Swift - The Hex - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Het postuum verschenen The Hex is de afgelopen maanden de hemel in geprezen ... en dat is volkomen terecht

Ik waardeerde Richard Swift enorm als producer en veel minder als muzikant, maar uiteindelijk ben ook ik gevallen voor zijn zwanenzang The Hex. The Hex is een buitengewoon fascinerende plaat die je vooral mee terugneemt naar de jaren 60 en 70 en dan vooral naar de met psychedelica verrijkte soul uit de jaren 60. Dat had ik persoonlijk niet gezocht achter Richard Swift, maar wat de Amerikaan laat horen op The Hex is bijzonder indrukwekkend. De Amerikaanse muzikant neemt je mee terug naar vervlogen tijden en voegt in deze tijden iets toe dat er nog niet was. Prachtig.

Richard Swift overleed afgelopen zomer. Hij werd slechts 41 jaar. Richard Swift was een gewaardeerd muzikant, maar ik waardeerde de Amerikaan vooral als producer. Richard Swift tilde in eerste instantie vooral de platen van Damien Jurado naar een hoger plan, maar de afgelopen jaren werd het stapeltje door hem geproduceerde platen steeds hoger en indrukwekkender. Nathaniel Rateliff, Kevin Morby, The Shins, Valerie June, Foxygen; het zijn maar een paar namen die profiteerden van de genialiteit van Richard Swift.

Als muzikant waardeerde ik Richard Swift veel minder. Op de serie platen die de in California opgegroeide muzikant maakte hoorde ik veel goede ideeën, maar ik vond de platen van Richard Swift ook fragmentarisch en uiteindelijk vaak teveel van het goede. We Are The 21st Century Ambassadors Of Peace & Magic uit 2013 vond ik vooralsnog zijn beste, maar ook dit is zeker geen plaat die ik onder mijn persoonlijke favorieten schaar.

Ik heb dan ook lang getwijfeld of ik me zou gaan wagen aan de eerder dit jaar postuum uitgebrachte laatste plaat van Richard Swift. De eerder uitgebrachte digitale versie van The Hex heb ik een paar maanden geleden kunnen weerstaan, maar het vorige week verschenen vinyl had op een of andere manier een aantrekkingskracht die bijna niet en uiteindelijk helemaal niet was te weerstaan.

Hierbij heeft het ongetwijfeld geholpen dat The Hex inmiddels door de muziekpers is onthaald als het meesterwerk van Richard Swift. Ik begon dan ook met veel te hoge verwachtingen aan The Hex van Richard Swift, maar de Amerikaanse muzikant heeft ze waargemaakt.

The Hex laat zich beluisteren als een tijdreis door een aantal decennia popmuziek met een voorliefde voor de jaren 60. Net als op de vorige platen van Richard Swift hoor ik op The Hex invloeden uit de wat cabareteske Tin Pan Alley, uit de psychedelica, uit de Britse en Amerikaanse gitaarmuziek, maar ik hoor dit keer toch vooral invloeden uit de soul. Het is psychedelisch aandoende soul zoals Marvin Gaye en Curtis Mayfield die in hun beste dagen maakten, maar dan anders.

De falset stem van Richard Swift is natuurlijk geen typische soulstem en bovendien is de muziek van de Amerikaanse muzikant te veelzijdig om in slechts één hokje te passen. Het ene moment waan je je misschien nog op What’s Going On van Marvin Gaye of Super Fly van Curtis Mayfield, maar op een volgende track kunnen deze klassiekers uit de soul zomaar verruild zijn voor singer-songwriter klassiekers als Sail Away van Randy Newman of Nilsson Schmilsson van Harry Nilsson.

Het zorgt er voor dat The Hex net zo van de hak op de tak kan springen als de vorige platen van Richard Swift, al klinkt The Hex wat mij betreft consistenter dan alles dat de Amerikaan hiervoor maakte. Ook The Hex laat zich beluisteren als de perfecte soundtrack van de Netflix documentaire The Vietnam War, die me de afgelopen twee weken ruim 18 uur in een wurggreep heeft gehouden, maar Richard Swift prikkelt ook de fantasie in het heden.

Zijn trieste dood zorgt in de muziekpers logischerwijs voor iets te grote woorden, want of The Hex een meesterwerk of klassieker is zal de tijd moeten leren. Dat het een buitengewoon fascinerende plaat is, die het vroegere werk van de Amerikaan overtreft, is wat mij betreft echter zeker. Ik waardeerde Richard Swift de afgelopen jaren vooral als producer, maar met zijn bijzonder fascinerende zwanenzang overtuigt hij me minstens net zo zeer als muzikant, wat het verlies van zijn talent nog wat groter maakt. Erwin Zijleman

Richmond Fontaine - Don't Skip Out on Me (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Richmond Fontaine - Don't Skip Out On Me - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Willy Vlautin is niet alleen de voorman van de Amerikaanse alt-country band Richmond Fontaine, maar ook een geweldig schrijver. In zijn boeken The Motel Life (2006), Northline (2008), Lean On Pete (2010) en The Free (2014) vertelt Vlautin prachtige verhalen, die aansluiten bij de literaire tradities van zijn vaderland.

Het zijn verhalen die indringende beelden van desolate landschappen en vervallen steden in de Verenigde Staten op het netvlies toveren, maar het zijn vooral verhalen waarin bijzondere personages tot leven worden gewekt en de relaties tussen mensen met veel precisie en gevoel worden beschreven.

Twee dagen geleden begon ik aan het meest recente boek van de Amerikaanse schrijver en ook Don't Skip Out On Me heeft weer een diepe indruk gemaakt. Het boek beschrijft op indringende wijze het verhaal van een boerenknecht met Indiaanse wortels, die het als Mexicaanse profbokser wil gaan maken.

Don’t Skip Out On Me laat zich lezen als een road trip door Nevada, Arizona, Texas en een aantal Mexicaanse steden, maar het is vooral een boek over dromen, illusies, desillusies en de voorwaarde en onvoorwaardelijke liefde tussen mensen. Het is een boek dat met grote regelmaat goed is voor een brok in de keel, maar het is ook een boek dat je laat glimlachen.

Toen ik het boek binnen twee dagen had uitgelezen, begreep ik waarom de achterkaft van het boek zo stug was. Hier was immers de cd met de soundtrack die Richmond Fontaine bij het boek heeft gemaakt tegenaan geplakt. Het is een soundtrack die ook los verkrijgbaar is en die ik nog even had laten liggen, maar nu ik het vijfde prachtboek van Willy Vlautin had gelezen, wilde ik ook horen welke klanken hij en zijn band bij het boek hadden bedacht.

Don’t Skip Out On Me is een volledig instrumentale plaat die nog wat meer kleur geeft aan de hoofdpersonen in het boek en de desolate plekken waar ze hun tijd doorbrengen. Het is vaak broeierig warm in het boek en het is dan ook niet verrassend dat Richmond Fontaine vooral kiest voor zich langzaam voortslepende klanken en een uiterst sober geluid.

Uiteraard gaat het tempo wat omhoog wanneer het uitgestrekte en lege platteland wordt verruild voor de hectiek van de grote stad, worden de melancholische klanken tijdelijk vervangen door zonnige klanken wanneer het de hoofdpersoon in het boek even voor de wind gaat en duiken Mexicaanse klanken op wanneer de hoofdpersoon de Mexicaanse grens is overgestoken voor een bokswedstrijd.

Ik heb de soundtrack direct opgezet toen ik het boek had uitgelezen en kan alleen maar beamen dat Richmond Fontaine prachtige klanken heeft bedacht bij een boek dat bijna schreeuwt om een verfilming. Of de soundtrack ook zonder het boek te hebben gelezen zoveel indruk maakt weet ik niet, al heeft het ook wel wat om je eigen verhaal te verzinnen bij de beeldende klanken van Richmond Fontaine.

De beste deal is natuurlijk om het boek te kopen, want daar zit de cd gewoon bij (in ieder geval bij de Engelse versie). Ik kan het boek echt iedereen aanraden. En de muziek? Die is gewoon heel mooi. Erwin Zijleman

Richmond Fontaine - You Can't Go Back If There's Nothing to Go Back To (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Richmond Fontaine - You Can't Go Back If There's Nothing To Go Back To - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Richmond Fontaine werd in 1994 opgericht in Portland, Oregon, en bouwt sindsdien aan een prachtig oeuvre.

Veel van de tien platen die de band tussen 1997 en 2011 uitbracht reken ik tot het beste binnen de alt-country en een aantal platen van de band zijn me zo dierbaar dat ik ze absoluut zou meenemen bij verbanning naar een onbewoond eiland.

Het is daarom even slikken dat de onlangs verschenen elfde plaat van de band ook meteen de laatste zal zijn.

Helemaal als een verrassing komt dat natuurlijk niet. De band viel na het in 2011 verschenen High Country al deels uit elkaar en verder is voorman Willy Vlautin inmiddels succesvoller als schrijver dan als muzikant en maakt hij keuzes die niet altijd in het voordeel van zijn band uitvallen.

Gelukkig is You Can't Go Back If There's Nothing To Go Back To een slotakkoord dat niet onder doet voor de andere platen van Richmond Fontaine.

De band stond nooit bekend om haar opgewekte muziek, maar You Can't Go Back If There's Nothing To Go Back To (de titel doet ook wel wat vermoeden) is wel een erg donkere plaat geworden.

Richmond Fontaine heeft haar laatste plaat voorzien van een stemmige maar ook bijna weemoedige instrumentatie. Hierin is een hoofdrol weggelegd voor de 'huilende' pedal steel, maar ook de ingetogen gitaarakkoorden en de sfeervolle keyboards dragen nadrukkelijk bij aan de bijzondere sfeer op de plaat.

Het is een sfeer die vrijwel onmiddellijk beelden op het netvlies tovert en het zijn beelden die verder worden ingekleurd door de wederom prachtige teksten van Willy Vlautin, die zijn schrijftalent zeker niet reserveert voor zijn boeken en zijn teksten ook nog eens indringend voordraagt.

You Can't Go Back If There's Nothing To Go Back To is hierdoor een plaat die je onmiddellijk meesleept in de wereld van Willy Vlautin. Ondanks het feit dat het een wereld vol ellende is en de band soms bijna uitgeput klinkt, is het goed toeven in de muzikale wereld van Richmond Fontaine.

You Can't Go Back If There's Nothing To Go Back To is een alt-country plaat van hoog niveau en het is bovendien een plaat die aankomt, zoals je dat in dit genre verwacht. Natuurlijk blijft het doodzonde dat dit de laatste plaat is van deze geweldige band, maar het is een zwanenzang om trots op te zijn en het is er een om te koesteren, in de bewoonde of onbewoonde wereld. Erwin Zijleman

Rick Parfitt - Over and Out (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rick Parfitt - Over And Out - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Rick Parfitt trad in 1967 toe tot Status Quo, dat met name in de jaren 70 hit na hit scoorde. De band gebruikte hiervoor steeds ongeveer hetzelfde recept, waardoor de band de weinig vleiende bijnaam “Steeds weer zo” kreeg.

Het is een recept waarin de rechttoe rechtaan gitaarriffs van Rick Parfitt een belangrijke rol speelden. Rick Parfitt bepaalde met zijn blonde manen en stoere voorkomen bovendien voor een belangrijk deel het imago van de band, die in de tweede helft van de jaren 80 wel door de hits heen was, maar tot 2015 met grote regelmaat op het podium stond en nieuwe platen bleef uitbrengen.

In de gloriejaren van Status Quo was Rick Parfitt het toonbeeld van gezondheid, maar drank en drugs eisten hun tol. Rick Parfitt kreeg een aantal hartaanvallen en overleed in december 2016 op slechts 68-jarige leeftijd aan een infectie.

De Britse muzikant werkte op dat moment al een tijdje aan een soloalbum, iets dat hij halverwege de jaren 80 ook al eens geprobeerd had, maar dat album werd nooit uitgebracht. Over And Out verschijnt ruim een jaar na de dood van Rick Parfitt gelukkig wel. Het is mede de verdienste van zijn zoon Rick Jr., die de plaat afmaakte en hierbij de hulp inriep van onder andere Queen gitarist Brian May, Muse bassist Chris Wolstenholme en Status Quo bassist Alan Lancaster.

Ik was zeker geen groot fan van Status Quo en verwachte dan ook helemaal niets van de soloplaat van Rick Parfitt, maar Over And Out heeft iets. De plaat bevat een aantal songs die zo van Status Quo hadden kunnen zijn en voortborduren op het recept dat de Britse band gedurende de jaren 70 zo succesvol gebruikte, maar er is ook ruimte voor een aantal wat sentimenteel aandoende ballads, waarin de kwetsbaarheid van Rick Parfitt goed te horen is en hij bovendien tegen het werk van Jeff Lynne of tegen de plaat die Queen afmaakte na de dood van Freddy Mercury aan schuurt.

Het levert een verrassend sterke plaat op. Iedereen die vernieuwing verwacht moet niet eens beginnen aan deze plaat. Rick Parfitt doet op Over And Out vooral waar hij decennia lang goed in was en strooit met aanstekelijke rocksongs en zijn zo herkenbare riffs en vocalen.

Het klinkt een stuk gepolijster dan de rocksongs die mijn voorkeur hebben, maar op een of andere manier past het bij de songs van Rick Parfitt en op een of andere manier bevalt het me wel. Luister naar Over And Out en je bent terug in de hoogtijdagen van de band waarop volop werd neergekeken, maar waarvan je de hits stiekem ook wel lekker vond.

Natuurlijk heeft Over And Out niet de bijna mythische lading van de laatste platen van David Bowie en Leonard Cohen, die net als Rick Parfitt voelden dat het einde in zicht was, maar het is wel een goede plaat en hiermee een afscheid in stijl. Ik had het op voorhand niet verwacht, maar blijf de eerste en laatste soloplaat van Rick Parfitt in de cd speler stoppen en Over And Out wordt er zeker niet slechter op. Integendeel. Erwin Zijleman

Rickie Lee Jones - Rickie Lee Jones (1979)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rickie Lee Jones - Rickie Lee Jones (1979) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rickie Lee Jones - Rickie Lee Jones (1979)
Rickie Lee Jones zocht op jonge leeftijd haar geluk in Los Angeles, liep de juiste mensen tegen het lijf en leverde in 1979 een titelloos debuutalbum af, dat inmiddels terecht is uitgegroeid tot een klassieker

Rickie Lee Jones hoopt volgend jaar haar zeventigste verjaardag te vieren, maar timmert nog altijd stevig aan de weg. Ze heeft inmiddels flink wat uitstekende albums op haar naam staan, maar haar creatieve piek bereikte ze wat mij betreft in 1979, toen haar titelloze debuutalbum verscheen. De mix van folk, jazz en singer-songwriter muziek die was te horen op het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante was destijds zeker niet uniek, maar de fraaie klanken op het album werden opgetild door de bijzondere stem van Rickie Lee Jones, haar emotievolle voordracht en door de geweldige songs en verhalen van de Amerikaanse muzikante. Het leverde een album op dat inmiddels is uitgegroeid tot een onbetwiste klassieker.

Niet zo heel lang geleden verscheen een nieuw album van de Amerikaanse muzikante Rickie Lee Jones, Pieces Of Treasure. Het is een album met songs uit het Great American Songbook en het is bovendien een album waarop de Amerikaanse muzikante samenwerkt met producer Russ Titleman, die ook haar eerste twee albums mede produceerde.

Pieces Of Treasure klinkt absoluut smaakvol, bevat sterke songs en valt uiteraard op door de bijzondere en zeer karakteristieke stem van Rickie Lee Jones, maar toch deed het album me niet zo veel. Ik ben zo langzamerhand wat uitgekeken op vertolkingen van songs uit het Great American Songbook en mistte vooral de eigen stijl van Rickie Lee Jones op haar laatste album.

De Amerikaanse muzikante heeft inmiddels een flinke stapel albums op haar naam staan en weet over het algemeen een behoorlijk hoog niveau te bereiken. Ik ben zeer gesteld op Flying Cowboys uit 1989 en op The Sermon On Exposition Boulevard uit 2007, maar als ik echt moet kiezen uit het oeuvre van de Amerikaanse muzikante, gaat mijn voorkeur uit naar Pirates uit 1981 en vooral naar haar debuutalbum Rickie Lee Jones uit 1979.

Rickie Lee Jones werd geboren in Chicago, Illinois, groeide vervolgens overal en nergens op, om vervolgens op jonge leeftijd haar geluk te zoeken in Los Angeles, California, waar ze werkte als serveerster en in de avonduren optrad in clubs. De bijzondere stem van Rickie Lee Jones bleef niet onopgemerkt, want al snel trok ze de aandacht van onder andere Tom Waits, Little Feat zanger Lowell George en platenbaas Lenny Waronker.

Laatstgenoemde produceerde samen met Russ Titleman het titelloze debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, dat uitvoerig werd geprezen door de critici en ook in commercieel opzicht succesvol was. Dat was volkomen terecht, want het debuutalbum is ook bijna 45 jaar na de release nog altijd een geweldig album dat niets van zijn glans heeft verloren.

Dat is deels de verdienste van de uitstekende muzikanten en gelouterde producers die naar de studio in Los Angeles kwamen, maar het is Rickie Lee Jones zelf die van het album een klassieker maakt. Het album opent prachtig met Chuck E’s In Love, een fraai eerbetoon aan collega muzikant Chuck E. Weiss. Het is de bekendste track van Rickie Lee Jones en het is nog altijd een geweldige song.

Rickie Lee Jones vertelt op haar debuutalbum prachtige verhalen en vertolkt ze met veel gevoel. De Amerikaanse singer-songwriter beschikt op haar debuutalbum over een mooie stem, maar het is ook een stem met een rauw en eigenzinnig randje en een stem met veel dynamiek, waardoor het debuutalbum van Rickie Lee Jones in 1979 anders klonk dan de meeste andere albums van vrouwelijke singer-songwriters.

De mix van folk, jazz en singer-songwriter muziek klonk in 1979 tijdloos en dat klinkt het debuutalbum van Rickie Lee Jones nog steeds. De Amerikaanse muzikante wist het niveau van haar debuutalbum nooit meer te overtreffen of te evenaren, maar kwam nog wel een aantal keren dicht in de buurt. Met name haar debuutalbum bleek een inspiratiebron voor veel vrouwelijke singer-songwriters en is tot op de dag van vandaag zeer invloedrijk. Het was een paar jaar geleden dat ik voor het laatst naar het album had geluisterd, maar het prachtige debuutalbum staat hier inmiddels weer stevig op repeat. Erwin Zijleman

Riddy Arman - Riddy Arman (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Riddy Arman - Riddy Arman - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Riddy Arman - Riddy Arman
Riddy Arman maakt op haar titelloze debuutalbum indruk met een sober, sfeervol en tijdloos countrygeluid, met persoonlijke songs en vooral met een doorleefd stemgeluid dat goed is voor kippenvel

Het titelloze debuut van Riddy Arman is een soort album dat je tegenwoordig helaas veel te weinig hoort. Het is een album dat sober maar zeer smaakvol en sfeervol is ingekleurd met tijdloze klanken, die herinneren aan de hoogtijdagen van de country en countryrock. Het is bovendien een album vol aansprekende songs, die mooie en persoonlijke verhalen vertellen. Het is ook nog eens een trefzeker geproduceerd album, maar het mooist is toch de stem van Riddy Arman, die veel ouder klinkt dan ze is en verrast met doorleefde vocalen vol emotie en melancholie. Het herinnert aan albums uit vervlogen tijden, maar ook in 2021 komt dit album flink aan.

De Amerikaanse muzikante Riddy Arman debuteert deze week met een titelloos album en het is een album dat, in ieder geval op mij, behoorlijk wat indruk maakt. Riddy Arman woonde de afgelopen jaren overal en nergens in de Verenigde Staten, maar is inmiddels neergestreken in Montana. In de Mississippi Studios in Portland, Oregon, nam ze samen met producer Bronson Tew en een aantal prima muzikanten haar debuutalbum op.

Het is een album dat vrij sober is ingekleurd, maar de instrumentatie op het debuut van de Amerikaanse muzikante is ook warm en sfeervol. Het is een instrumentatie die herinnert aan de country en countryrock van een aantal decennia geleden, met een hoofdrol voor gitaren en belangrijke bijrollen voor onder andere de pedal steel, het orgel en de viool.

De echte hoofdrol op het titelloze debuut van Riddy Arman is echter weggelegd voor haar stem. Het is een doorleefd klinkende stem, die ouder klinkt dan Riddy Arman daadwerkelijk is. Het is een stem die herinnert aan countryalbums uit het verleden, al beschikt Riddy Arman zeker niet over het zo karakteristieke stemgeluid dat je vaak hoort in de countrymuziek. Haar wat donkere stem gedijt echter uitstekend in het genre en maakt vanaf de eerste noten van haar debuutalbum indruk.

Het is een stem die niet iedereen mooi zal vinden, maar de zang op het album komt wel aan en doet wonderen als je er gevoelig voor bent. Persoonlijk was ik direct onder de indruk van de vocale kwaliteiten van Riddy Arman, die zeker als ze met kracht en wat extra galm zingt makkelijk zorgt voor kippenvel.

Producer Bronson Tew heeft het album prachtig opgenomen in slechts zes dagen tijd. Alle instrumenten komen helder en zonder opsmuk uit de speakers en vormen de perfecte basis voor de bijzondere vocalen van Riddy Arman. Het is bovendien een gevarieerde instrumentatie, waarin steeds weer net wat andere accenten opduiken.

Op basis van het bovenstaande verwacht je waarschijnlijk een album vol melancholie en dat is het ook. De muzikante uit Montana opent met een song die gaat over het overlijden van haar vader en visioenen van Johnny Cash en ook op de rest van het album vertelt Riddy Arman mooie persoonlijke verhalen. Haar debuutalbum is vooral gevuld met eigen songs, maar ook de emotievolle cover van Kris Kristofferson's Help Me Make It Through The Night mag er zijn.

Het levert een album op van een soort dat tegenwoordig nog maar weinig wordt gemaakt. Het is een puur, oprecht en emotievol countryalbum, dat herinnert aan vervlogen tijden, maar dat ook in 2021 nog uitstekend voldoet.

Bij eerste beluistering vond ik het geluid aangenaam nostalgisch en de stem van Riddy Arman mooi, maar het debuutalbum van de muzikante uit Montana is me sinds de eerste kennismaking steeds dierbaarder geworden en zou wat mij betreft een blauwdruk moeten zijn voor veel meer countryalbums.

Ik probeer me voor te stellen hoe het breakup album van Kacey Musgraves zou hebben geklonken als ze had gekozen voor de benadering van Riddy Arman. Het had waarschijnlijk een verpletterend album opgeleverd. Na talloze keren horen durf ik het debuut van Riddy Arman inmiddels ook wel een verpletterend album te noemen en het wordt echt alleen maar mooier. Erwin Zijleman

Riders of the Canyon - Riders of the Canyon (2023)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Riders Of The Canyon - Riders Of The Canyon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Riders Of The Canyon - Riders Of The Canyon
Riders Of The Canyon, met Joana Serrat als bekendste lid, heeft een bij vlagen lekker stevig gitaaralbum afgeleverd, dat binnen het fraaie oeuvre van de Spaanse muzikante minstens een aangenaam tussendoortje is

Het debuutalbum van de band Riders Of The Canyon sneeuwde een paar weken geleden wat onder, maar het is een album dat zeker aandacht verdient, al is het maar vanwege het feit dat Joana Serrat deel uitmaakt van de voornamelijk Spaanse band. Het debuutalbum van Riders Of The Canyon lijkt niet direct op een van de albums van Joana Serrat, maar het zou zomaar het geluid van haar volgende album kunnen zijn. De gelegenheidsband heeft een album afgeleverd dat het etiket folkrock opgeplakt krijgt en dat past op zich prima bij het geluid van de band, dat ingetogen en folky kan zijn, maar in de meeste gevallen lekker stevig klinkt. Prima album en mogelijk een mooi voorproefje op nieuw werk van Joana Serrat.

Het titelloze album van Riders Of The Canyon viel een paar weken geleden niet erg op tussen de flinke stapel nieuwe releases van dat moment en zelf had ik het album ook niet opgemerkt, tot ik hoorde dat de Spaanse muzikante Joana Serrat een van de leden van de (gelegenheids)band is. Joana Serrat heb ik inmiddels een kleine tien jaar hoog zitten, waardoor ik direct nieuwsgierig werd naar Riders Of The Canyon.

Joana Serrat debuteerde in 2014 prachtig met het album Dear Great Canyon. Ondanks het feit dat de wieg van Joana Serrat in Spanje stond, klonk Dear Great Canyon, mede dankzij de goed gevulde platenkast van haar ouders, vooral Amerikaans. Het door niemand minder dan Howard Bilerman (The Arcade Fire) geproduceerde album vond een belangrijk deel van de inspiratie in de muziek zoals die aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 in de Laurel Canyon bij Los Angeles werd gemaakt, maar had, mede door de Spaanse tongval van Joana Serrat, ook een eigen sound.

Joana Serrat overtrof haar debuut met het in 2016 verschenen en wederom door Howard Bilerman geproduceerde Cross The Verge, dat door het Britse muziektijdschrift Mojo treffend werd omschreven als “Mazzy Star guesting on an early Neil Young demo”. In 2017 verzette Joana Serrat de bakens op het door Israel Nash geproduceerde Dripping Springs, dat opschoof richting 70s countrypop, waarna ze in 2021 opschoof richting pop op het dromerige en wederom uitstekende Hardcore From The Heart.

Met Riders Of The Canyon laat Joana Serrat weer een andere kant van zichzelf horen. Samen met de Noord-Ierse singer-songwriter Matthew McDaid en de Catalaanse muzikanten Roger Usart en Victor Partido heeft ze een lekker stevig rockalbum gemaakt. Direct in de openingstrack is er een belangrijke rol weggelegd voor de zang van Joana Serrat, die dit keer is omgeven door behoorlijk stevige gitaren. De muziek van Riders Of The Canyon is niet altijd zo stevig als in de openingstrack en is te vangen met de verzamelterm folkrock, al zijn er ook uitstapjes richting onder andere Westcoast pop, American Underground en countryrock.

Persoonlijk heb ik een flinke voorkeur voor de stem van Joana Serrat, maar ook Matthew McDaid zingt prima, al vind ik de songs met zijn zang wel wat minder onderscheidend, zeker in de wat stevigere tracks. Het is daarom jammer dat de Joana Serrat in slechts drie van de tien tracks het voortouw neemt in vocaal opzicht. Daar had ik persoonlijk hele andere keuzes genaakt. Het betekent overigens niet dat het album van Riders Of The Canyon een teleurstellend album is, want ik luister er absoluut met veel plezier naar.

Het debuutalbum van Riders Of The Canyon, de band werd overigens al in 2017 geformeerd, werd overal en nergens opgenomen, waarbij ook nog de nodige gastmuzikanten aanschoven. Het is een album dat voor mij een tussendoortje is, want ik kijk uiteindelijk toch vooral uit naar nieuw werk van Joana Serrat, die zoals gezegd helaas niet de hoofdrol speelt op het album van Riders Of The Canyon.

Het debuutalbum van de voornamelijk Spaanse band is wel een tussendoortje van heel behoorlijke kwaliteit, want de band heeft er echt zin in op dit debuutalbum en zet een lekker vol geluid neer, waarin de gitaren af en toe heerlijk ontsporen. In muzikaal opzicht doet het album nostalgisch en vaak wat weemoedig aan, maar op een warme zomeravond klinkt het bijzonder lekker, zeker wanneer de band even gas terug neemt en kiest voor meer folky songs. Al met al een prima album, dat onder andere laat horen dat Joana Serrat nog meer kan dan we al wisten. Erwin Zijleman

Rihanna - ANTI (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rihanna - ANTI - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De popprinsessen van de afgelopen jaren lijken (eindelijk) volwassen te worden. Nadat Miley Cyrus vorig jaar al een psychedelische popplaat afleverde die zo af en toe naar veel meer smaakte (maar minstens net zo vaak de plank mis sloeg), dook vorige week Rihanna op met een plaat die veel beter is dan alle andere platen die ze tot dusver heeft gemaakt.

Het grootste probleem van Rihanna was tot dusver dat ze zich omringde met zoveel topproducers dat een zoektocht naar Rihanna zelf vaak niet zoveel meer opleverde. Aan wereldhits geen gebrek maar naar pure emotie of een eigen smoel kon je lang zoeken zonder ook maar iets te vinden. Het heeft Rihanna zeker geen windeieren gelegd, maar voor de muziekliefhebber was het er over het algemeen niet veel te genieten op haar platen.

Op het uit het niets verschenen ANTI is Rihanna vooral zichzelf en dat valt niet tegen. Integendeel zelfs. Op ANTI heeft Rihanna een voorkeur voor lekkere lome beats en durft ze te experimenteren met gitaren en vooral met bijzonder klinkende elektronica. Het levert een lekker ontspannen geluid vol rafelrandjes op en het is een geluid dat bijzonder knap in elkaar steekt (met de koptelefoon is ANTI echt veel beter dan zachtjes uit de speakers).

Rihanna overtuigde in vocaal opzicht altijd vrij makkelijk, maar op het lome ANTI komt haar stem nog veel beter tot zijn recht. Dat betekent overigens niet noodzakelijkerwijs dat haar stem mooier is op ANTI, want ontdaan van alle trucjes die in de studio kunnen worden gebruikt om een stem op te poetsen, klinkt Rihanna op ANTI een aantal malen lekker rauw of wellustig, maar af en toe ook wel wat rafelig en onvast.

Dat werkt op zich uitstekend in een bijna bluesy of soulvolle track (luister maar eens naar het prachtige Love On The Brain of het er op volgende Higher) of in een folky popliedje, maar ook in de lome elektronische popmuziek op ANTI geven de rauwere, zwoelere en rafeligere vocalen van Rihanna de plaat een duw in de goede richting.

Met ANTI lijkt Rihanna afscheid te nemen van de kauwgomballenpop en kiest ze voor een avontuurlijker en zeker ook persoonlijker geluid dat nog steeds hitgevoelige songs op kan leveren maar ook flink tegen de haren in kan strijken. Het eigenzinnige hoor je op ANTI overigens niet alleen in de muziek, maar zeker ook in de teksten, waarin Rihanna zo af en toe flink van leer trekt.

Al met al een plaat die het verdient om gehoord te worden, ook door een ieder die tot dusver met een grote boog om de platen van Rihanna heen liep, zoals ik. Erwin Zijleman

Rina Mushonga - The Wild, The Wilderness (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rina Mushonga - The Wild, The Wilderness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er zijn tijden geweest dat je er bijna over struikelde, maar op de één of andere manier zijn ze op het moment heel schaars. Dat is gek, want is de lente niet het ultieme seizoen voor platen van meisjes met een gitaar? Ik krijg er de laatste weken als groot liefhebber bijna ontwenningsverschijnselen van, maar gelukkig duikt er opeens weer één op. En wat voor één. Met het predicaat ‘meisje met gitaar’ doe je Rina Mushonga overigens flink te kort. De momenteel vanuit Nederland opererende singer-songwriter met Nederlandse en Zimbabwaanse wortels (die overigens opgroeide in India, Zimbabwe en Londen), doet op haar debuut The Wild, The Wilderness veel meer dan het gemiddelde meisje met gitaar. Natuurlijk heeft ook Rina Mushonga haar voorbeelden. Dat zijn wat mij betreft met name Tracy Chapman, Joan Armatrading en Christine McVie (Fleetwood Mac). Met Tracy Chapman en Joan Armatrading deelt Rina Mushonga de ruwe emotie in haar songs en net als Christine McVie is Rina Mushonga in staat om popsongs te schrijven en te vertolken die na één keer horen memorabel zijn en je ook nog eens stevig bij de strot grijpen vanwege alle onderhuidse spanning en emotie. Rina Mushonga is echter om meerdere redenen geen doorsnee meisje met gitaar. The Wild, The Wilderness heeft een verrassend vol, meer band georiënteerd, geluid en het is een geluid dat makkelijk buiten de vaste kaders van de Amerikaanse singer-songwriter muziek treedt. Rina Mushonga vindt haar voorbeelden misschien vooral in de Verenigde Staten, maar ze is haar Afrikaanse wortels zeker niet vergeten en voegt op speelse en tegelijkertijd ook subtiele wijze Afrikaanse invloeden toe aan haar muziek. Rina Mushonga is bovendien een stuk getalenteerder dan het gemiddelde meisjes met gitaar. Haar gitaarspel heeft een bijzondere klank en dynamiek en klinkt heerlijk vol, terwijl haar stem meerdere kanten op kan. De songs van Rina Mushonga doen soms wel wat denken aan die van Tracy Chapman, maar haar stem heeft een aanmerkelijk groter bereik, waardoor Rina Mushonga ook kan opschuiven in de richting van de zoetgevooisde klanken van Christine McVie. Over Christine McVie gesproken: een aantal songs op The Wild, The Wilderness had met een beetje fantasie op Rumours, of beter nog Tusk, kunnen staan, maar hebben op hetzelfde moment een uniek eigen geluid. Ondanks mijn voorliefde voor meisjes met een gitaar, moet ik in alle eerlijkheid concluderen dat het gros ervan keurig binnen de lijntjes kleurt. Rina Mushonga doet dat zeker niet. Ze gebruikt andere kleuren dan de meest van haar collega’s en lijntjes zijn er om flink doorheen te kleuren. Het maakt van The Wild, The Wilderness een spannende en sprankelende plaat. Het is een plaat die de zomer laat beginnen in maart, maar het is ook een plaat die veel meer biedt dan zonnestralen. De songs van Rina Mushonga zitten bijzonder knap in elkaar en vertellen ook nog eens verhalen die er toe doen. Al met al kan ik The Wild, The Wilderness alleen maar binnenhalen als een sensationeel goed debuut. Dat het een debuut van eigen bodem is geeft de plaat nog veel meer glans, al moet ik ook concluderen dat Nederland veel te klein is voor een muzikant van het kaliber van Rina Mushonga. Erwin Zijleman

Ringo Deathstarr - Pure Mood (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ringo Deathstarr - Pure Mood - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ringo Deathstarr is een Amerikaanse band die op haar platen tot dusver nogal stevig citeert uit de archieven van de shoegaze en de dreampop.

Dat zijn absoluut genres waar ik mee uit de voeten kan, maar tot dusver wist Ringo Deathstarr op mij nog geen onuitwisbare indruk achter te laten.

Dat doet de band uit Austin, Texas, wel met het onlangs verschenen Pure Mood. Ringo Deathstarr heeft dit keer wat meer tijd genomen voor het opnemen van haar plaat en dat betaalt zichzelf terug.

De songs zijn beter en diverser en voegen opeens wel wat toe aan alles wat er al is, waardoor ik zelfs de prachtige box van Lush die onlangs is verschenen even opzij heb gelegd voor beluistering van de nieuwe Ringo Deathsetarr.

De band uit Texas citeerde tot dusver wel erg letterlijk uit de catalogus van My Bloody Valentine, maar sluit dit keer ook nadrukkelijker aan bij de dreampop van bijvoorbeeld Lush.

Met name de engelachtige vrouwenvocalen op Pure Mood zijn prachtig, maar de instrumentatie is misschien nog wel spannender. Ringo Deathstarr kiest afwisselend voor een ruimtelijk en lekker stevig geluid en sluit in beide gevallen ook aan bij invloeden van recentere datum.

Pure Mood is daarom avontuurlijker en trefzekerder dan de meeste andere platen die dit jaar in de shoegaze en dreampop genres zijn verschenen en combineert ultieme verleiding met stapjes terug in de tijd en stapjes in het heden.

Zoals gezegd zijn de vocalen op de plaat prachtig, maar ook het gitaarwerk op de plaat maakt indruk, waarbij het niet zoveel uitmaakt of Ringo Deathstarr kiest voor melodieuze gitaarlijnen of voor het opbouwen van gruizige muren. De atmosferische keyboard partijen en de degelijke ritmesectie smeden alles aan elkaar.

De muziek van Ringo Deathstarr vond ik tot dusver niet heel bijzonder en nogal eenvormig, maar op Pure Mood blijkt de band van vele markten thuis en geeft het eindelijk vorm aan een geheel eigen geluid. Knappe plaat. Erwin Zijleman

Ringo Starr - Look Up (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ringo Starr - Look Up - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ringo Starr - Look Up
Ringo Starr hoopt deze zomer zijn 85e verjaardag te vieren, maar klinkt op zijn nieuwe album, mede dankzij geweldige muzikanten, flink wat invloeden uit de country en topproducer T-Bone Burnett, nog opvallend fris en vitaal

Albums van Ringo Starr kon ik de afgelopen decennia meestal met een gerust hart laten liggen, want bijzonder vond ik ze geen van allen. Op zijn nieuwe album Look Up klinken de songs van de Britse muzikant echter verrassend goed. Look Up is een album met veel invloeden uit de countrymuziek, maar het gitaarwerk is vaak lekker stevig en Ringo Starr maakt ook geen geheim van het feit dat hij in de jaren 60 in een populair bandje speelde. De Britse muzikant op leeftijd is verrassend goed bij stem, maar combineert zijn zang ook fraai met een aantal mooie vrouwenstemmen uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het levert een uitstekend album op, dat behoort tot de allerbeste albums van de ex-Beatle.

Wanneer het gaat om het solowerk van de vier leden van The Beatles heb ik met afstand het minst met de albums die Ringo Starr na het uiteenvallen van Britse band maakte. Van de flinke stapel albums die de voormalige drummer van The Beatles heeft gemaakt vond ik tot voor kort eigenlijk alleen Ringo uit 1973 de moeite waard.

Het album met de geweldige single Photograph doet in kwalitatief opzicht niet heel veel onder voor de soloalbums die Paul McCartney, John Lennon en George Harrison in dezelfde periode maakten en deed er ook in commercieel opzicht niet voor onder. Alle albums die Ringo Starr na Ringo maakte, al dan niet met zijn All-Star Band, vond ik echter een stuk minder interessant. Door filmpjes met drumcovers op Instagram en YouTube ben ik de drummer Ringo Starr het afgelopen jaar wel veel meer gaan waarderen, maar ik ging er tot een paar dagen geleden van uit dat ik het deze week verschenen Look Up best kon laten liggen.

Op zijn nieuwe album verklaart Ringo Starr de liefde aan de countrymuziek. Dat is op zich geen nieuws, want dat deed hij al een paar keer eerder, bijvoorbeeld op het in 1970 in Nashville opgenomen Beaucoups of Blues, maar de vorige keren was ik er niet echt van onder de indruk (al is het album uit 1970 eigenlijk best aardig). Look Up vind ik echter een geweldig album.

Op Look Up werkt Ringo Starr samen met muzikant en topproducer T-Bone Burnett, die ook de meeste songs voor het album schreef. T-Bone Burnett haalde bovendien een aantal aansprekende muzikanten naar de studio, onder wie Billy Strings, Molly Tuttle, Lucius, Larkin Poe en Alison Krauss.

In de openingstrack horen we naast Ringo Starr vooral Billy Strings en hoewel Breathless ontegenzeggelijk invloeden uit de countrymuziek bevat, klinkt het ook als een track die zomaar op een van de albums van The Beatles had kunnen staan. Het snarenwerk van Billy Strings mag er zoals gewoonlijk zijn, maar ook het drumwerk van Ringo Starr valt in positieve zin op, net als zijn zang die verrassend goed klinkt.

In veel tracks op het album laat de ex-Beatle zich in vocaal opzicht begeleiden door de vrouwenstemmen van Molly Tuttle, Lucius, Larkin Poe en Alison Krauss en dat zijn stemmen die me dierbaar zijn. De combinatie met de stem van Ringo Starr pakt verrassend goed uit en tilt de zang van de ex-Beatle flink op.

Ook de combinatie van invloeden uit de country, wat steviger gitaarwerk en toch ook wat Beatlesque ingrediënten werkt song na song uitstekend. Ik had op veel van de vorige albums van Ringo Starr het gevoel dat hij vooral voor zijn plezier wat muziek aan het maken was, maar op Look Up klinkt de inmiddels 84 jaar oude muzikant opvallend geïnspireerd en gedreven.

Waar een jonge Ringo Starr 55 jaar geleden op Beaucoups of Blues nog probeerde te klinken als een muzikant uit Nashville, klinkt hij op Look Up als een ex-Beatle die zijn liefde voor de countrymuziek op subtiele wijze verwerkt in songs die ook zeker klinken als Ringo Starr songs.

Ringo Starr maakte na het uit elkaar vallen van The Beatles heel veel albums, maar het deze week verschenen Look Up is beter dan vrijwel al deze albums en moet wat mij betreft alleen Ringo nog voor zich dulden, maar het nieuwe album van de Britse muzikant is nog zeker niet uitgegroeid. Look Up is voor mij een enorme en zeer aangename verrassing. Erwin Zijleman

River Whyless - Monoflora (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: River Whyless - Monoflora - dekrentenuitdepop.blogspot.com

River Whyless - Monoflora
Binnen het flinke aanbod van deze week vielen de prachtige stemmen van River Whyless me direct op, maar de indiefolk band uit North Carolina heeft op haar vierde album Monoflora nog veel meer te bieden

River Whyless bereikt in Nederland vooralsnog slechts een klein publiek, maar met het deze week verschenen vierde album Monoflora, verdient de band uit Asheville, North Carolina, veel meer. Monoflora past in het hokje folk, maar de band is binnen het genre niet eenkennig en kan bovendien uit de voeten in omliggende genres. In muzikaal opzicht zoekt de band afwisselend naar traditie en avontuur, wat een spannende serie songs oplevert. Het zijn songs die flink worden opgetild door de prachtige stemmen van drie van de leden van de band, die keer op keer tekenen door harmonieën die goed zijn voor kippenvel. Een zeer aangename verrassing deze Amerikaanse band.

Het deze week verschenen Monoflora is het vierde album van de Amerikaanse band River Whyless, maar volgens mij het eerste album van de band dat ik beluisterd heb, al weet ik zeker dat ik het in 2018 verschenen Kindness, A Rebel in handen heb gehad. Ik ga er maar van uit dat het destijds niet tot luisteren is gekomen, al is het maar omdat Monoflora maar heel weinig tijd nodig had om me te overtuigen.

River Whyless is een band uit Asheville, North Carolina, en maakt muziek die vooral het etiket indiefolk krijgt opgeplakt. Bij Asheville denk ik al snel aan folk uit de Appalachen, maar de muziek van River Whyless beperkt zich zeker niet tot folk uit de eigen regio. Monoflora laat ook invloeden uit de Britse folk horen, maar ik hoor op het vierde album van River Whyless ook invloeden uit de countryrock en uit de Westcoast pop, al is folk het dominante genre op het album.

River Whyless bestaat uit vier muzikanten, die niet alleen goed uit de voeten kunnen op hun instrumenten, maar ook beschikken over mooie stemmen en bovendien alle vier als songwriter actief zijn. Het zorgt voor een mooi en divers album, dat ook nog eens door de band zelf werd geproduceerd.

Op Monoflora draait veel om de prachtige stemmen van bassist Dan Shearin, gitarist Ryan O’Keefe en violiste Hallie Anderson. De harmonieën van de eerste twee herinneren afwisselend aan Crosby, Stills & Nash en Simon & Garfunkel, terwijl de heldere stem van laatstgenoemde de muziek van River Whyless de kant van de folk op duwt.

Alleen al door de prachtige stemmen en de werkelijk wonderschone harmonieën, was ik onmiddellijk onder de indruk van het vierde album van River Whyless, maar de band uit North Carolina vertrouwt zeker niet alleen op de vocale capaciteiten van de vier leden van de band, die wordt gecompleteerd door drummer Alex McWalters.

In muzikaal opzicht springen vooral het gitaarwerk en de bijdragen van de viool in het oor, al levert ook de ritmesectie knap werk af. De muziek van River Whyless is zoals gezegd geworteld in de folk, maar de muziek van de band kan ook wat psychedelisch aandoen, zeker wanneer de gitaren of de viool los mag gaan.

River Whyless heeft vier songwriters in de gelederen en dat hoor je. De band kan behoorlijk traditioneel klinken, maar wanneer keyboards worden ingezet klinkt Monoflora opeens verrassend modern en maakt de Amerikaanse band moderne folk met uiteenlopende invloeden. De muziek van River Whyless op Monoflora is sfeervol en mooi, maar het vierde album van de band is ook een spannend album, dat steeds weer nieuwe wegen in slaat, met de prachtige stemmen van de band als constante.

Het valt niet mee om in deze weken met veel releases aandacht te trekken, maar de tot dusver nog niet heel breed opgepikte muziek van de band uit Asheville verdient absoluut de aandacht van liefhebbers van smaakvol gemaakte folk, die open staat voor andere invloeden. Monoflora is wat mij betreft verplichte kost voor een ieder die smelt van prachtig bij elkaar kleurende stemmen, want de vocalen blijven voor mij het sterkste punt op dit album, al zijn de muziek en de songs me inmiddels bijna net zo dierbaar. Ik heb de vorige albums van de band er overigens ook nog even bij gepakt, maar Monoflora vind ik net wat beter dan de andere drie. Geweldige band, prachtig album. Erwin Zijleman