Hier kun je zien welke berichten wizard als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
The Sins of Thy Beloved - All Alone (1997)

2,5
0
geplaatst: 18 juli 2014, 09:48 uur
Twee van de nummers op deze debuutsingle/-EP zouden een jaar later ook op The Sins of Thy Beloved’s debuutalbum verschijnen: All Alone en Worthy of You. De versie van All Alone die hier op staat verschilt van de uitgave op Lake of Sorrow, met name in de tekst en de voordracht daarvan. Ik geef de voorkeur aan de All Alone van Lake of Sorrow. De Worthy of You zoals die op dit album staat, mist de lange vioolsolo van Pete Johansen, waardoor het nummer opeens vier minuten duurt in plaats van zeven. Memories is een aardig nummer.
In vergelijking met de twee albums die The Sins of Thy Beloved in de jaren hierna zou uitbrengen, is dit All Alone duidelijk hun minste album. De productie is niet denderend, de zang van Anita Auglend klinkt iel, fragieler nog als op Lake of Sorrow. Bovendien mis ik de vioolpartijen die zo kenmerkend zijn voor het geluid van Lake of Sorrow, en in mindere mate Perpetual Desolation.
Vooral leuk om te hebben, niet per se om vaak te luisteren...
2.5*
In vergelijking met de twee albums die The Sins of Thy Beloved in de jaren hierna zou uitbrengen, is dit All Alone duidelijk hun minste album. De productie is niet denderend, de zang van Anita Auglend klinkt iel, fragieler nog als op Lake of Sorrow. Bovendien mis ik de vioolpartijen die zo kenmerkend zijn voor het geluid van Lake of Sorrow, en in mindere mate Perpetual Desolation.
Vooral leuk om te hebben, niet per se om vaak te luisteren...
2.5*
The Sins of Thy Beloved - Lake of Sorrow (1998)

4,5
0
geplaatst: 28 augustus 2011, 20:19 uur
Deze week het Metal Album van de Week. Mijn beschrijving in het topic:
Ik zie zelf dat ik nog geeneens een stem heb uitgebracht. Dat zal ik snel doen, en als ik mijn top-10 weer eens aanpas, krijgt dit album een plaats.
4.5*
he Sins of The Beloved werd in 1996 opgericht als Purgatory door Glenn Morten Nordbø (gitaar, zang), Aarild Christensen (gitaar, zang) en Stig Johansen (drums). Ten tijde van Lake of Sorrow bestond de bezetting van deze Noorse band uit 7 man/vrouw. Naast de oprichters waren Anita Auglend (zang), Ingfrid Stensland (toetsen), Anders Thue (toetsen) en Ola Aarrestad (bas) van de partij. Twee jaar na dit album kwam Perpetual Desolation uit, en daarna verdween de band weer zonder echt uit elkaar te gaan.
In het boekje bij het album wordt verder Pete Johansen nog apart genoemd als violist. En terecht, want zijn partijen zijn vaak bepalend voor de sfeer op het album.
Volgens Metal Archives hoort TSOTB thuis onder het labeltje Symphonic Gothic/Doom Metal. Zelf zou ik wellicht het eerste woord hebben verwisseld voor female-fronted, maar daarmee doe ik meteen de grunts weer tekort. Zoals gezegd ben ik bepaald niet een kenner van dit genre. Na Decipher van After Forever en Mother Earth van Within Temptation had ik het wel een beetje gehad met hoog zingende vrouwen in de metalwereld. Helemaal toen ik Epica redelijk vaak voorbij zag komen op MTV met hun overvloed aan keyboards.
Waarom dan toch dit album?
Geen idee. Tenminste, ik kan niet een goed beargumenteerd verhaal ophangen waarom dit zo’n geweldig album is. De vergelijking met de bands die ik noemde in de vorige paragraaf gaat in ieder geval niet op. De muziek hier is trager, donkerder en sfeervoller. De teksten ademen verlatenheid en eenzaamheid, terwijl hier en daar een klein beetje hoop oplicht. Kortom, dit album is als een donkere, noordse winternacht waarin soms de maan achter de wolken vandaan komt om het pad voor je voeten te verlichten. Maar tegen de tijd dat je benen verder willen, is het licht alweer verdwenen.
En misschien is dat laatste wel waarom ik dit album zo mooi vind. Hij werd me vorig jaar aangeraden door een vriendin die dit vaak luisterde, tijdens mijn eerste herfst en winter hier in Denemarken. Niet zo donker als verder naar het noorden, maar nog steeds korte, donkere dagen en grijze nachten waarin de sneeuw oplichtte in het lantaarn- en maanlicht. ’s Avonds bij kaarslicht met een boek op de bank. Door de koptelefoon Lake of Sorrow, een ideale soundtrack voor de winter.
Daarom dus dit album.
Omdat ik het een briljant album vond, omdat het me geraakt heeft, en omdat er nog maar 6 stemmen (gemiddelde 4.16) uitgebracht zijn.
In het boekje bij het album wordt verder Pete Johansen nog apart genoemd als violist. En terecht, want zijn partijen zijn vaak bepalend voor de sfeer op het album.
Volgens Metal Archives hoort TSOTB thuis onder het labeltje Symphonic Gothic/Doom Metal. Zelf zou ik wellicht het eerste woord hebben verwisseld voor female-fronted, maar daarmee doe ik meteen de grunts weer tekort. Zoals gezegd ben ik bepaald niet een kenner van dit genre. Na Decipher van After Forever en Mother Earth van Within Temptation had ik het wel een beetje gehad met hoog zingende vrouwen in de metalwereld. Helemaal toen ik Epica redelijk vaak voorbij zag komen op MTV met hun overvloed aan keyboards.
Waarom dan toch dit album?
Geen idee. Tenminste, ik kan niet een goed beargumenteerd verhaal ophangen waarom dit zo’n geweldig album is. De vergelijking met de bands die ik noemde in de vorige paragraaf gaat in ieder geval niet op. De muziek hier is trager, donkerder en sfeervoller. De teksten ademen verlatenheid en eenzaamheid, terwijl hier en daar een klein beetje hoop oplicht. Kortom, dit album is als een donkere, noordse winternacht waarin soms de maan achter de wolken vandaan komt om het pad voor je voeten te verlichten. Maar tegen de tijd dat je benen verder willen, is het licht alweer verdwenen.
En misschien is dat laatste wel waarom ik dit album zo mooi vind. Hij werd me vorig jaar aangeraden door een vriendin die dit vaak luisterde, tijdens mijn eerste herfst en winter hier in Denemarken. Niet zo donker als verder naar het noorden, maar nog steeds korte, donkere dagen en grijze nachten waarin de sneeuw oplichtte in het lantaarn- en maanlicht. ’s Avonds bij kaarslicht met een boek op de bank. Door de koptelefoon Lake of Sorrow, een ideale soundtrack voor de winter.
Daarom dus dit album.
Omdat ik het een briljant album vond, omdat het me geraakt heeft, en omdat er nog maar 6 stemmen (gemiddelde 4.16) uitgebracht zijn.
Ik zie zelf dat ik nog geeneens een stem heb uitgebracht. Dat zal ik snel doen, en als ik mijn top-10 weer eens aanpas, krijgt dit album een plaats.
4.5*
The Sisters of Mercy - Floodland (1987)

3,5
0
geplaatst: 22 juni 2014, 15:19 uur
Dit album was eigenlijk een toevalsaankoop. Ik had wat gelezen over Floodland in mijn ‘1001 albums’-boek, had eens wat muziek van The Sisters of Mercy op Youtube beluisterd (ook omdat deze band regelmatig voorbijkomt als het gaat om bands die Paradise Lost beinvloed hebben) en dat klonk wel goed. Toen ik het in de platenzaak als tweedehandsje zag liggen, kon ik Floodland niet laten liggen.
Deze toevalsaankoop is niet 100% een toevalstreffer gebleken. De diepe stem van Eldritch bevalt me erg goed, hoewel de muziek veel minder zwaar en donker is dan ik had verwacht. Flood I, Lucretia, 1959 en Driven Like the Snow steken er voor mij bovenuit, 1959 deels omdat het een mooi contrast vormt met de rest van het album. Daar staat dan weer tegenover dat ik de langste nummers, Dominion-Mother Russia en This Corrosion niet echt de moeite waard vind. Te lang, en met name This Corrosion wordt geplaagd door teveel herhaling. ‘Hey now, hey now now’ ad infinitum en ook de vrouwelijke zang op die nummers staat me wat tegen.
Mijn cd heeft Torch en Colours nog als bonusnummers. Die zijn me prima bevallen.
Ik vind Floodland wat wisselend. Als iemand me een ander Sisters of Mercy/Sisterhood/The Mission album kan aanbevelen, dat meer in de richting gaat van de Floodlandnummers die me goed liggen, dan hoor ik het graag
3.5*
Deze toevalsaankoop is niet 100% een toevalstreffer gebleken. De diepe stem van Eldritch bevalt me erg goed, hoewel de muziek veel minder zwaar en donker is dan ik had verwacht. Flood I, Lucretia, 1959 en Driven Like the Snow steken er voor mij bovenuit, 1959 deels omdat het een mooi contrast vormt met de rest van het album. Daar staat dan weer tegenover dat ik de langste nummers, Dominion-Mother Russia en This Corrosion niet echt de moeite waard vind. Te lang, en met name This Corrosion wordt geplaagd door teveel herhaling. ‘Hey now, hey now now’ ad infinitum en ook de vrouwelijke zang op die nummers staat me wat tegen.
Mijn cd heeft Torch en Colours nog als bonusnummers. Die zijn me prima bevallen.
Ik vind Floodland wat wisselend. Als iemand me een ander Sisters of Mercy/Sisterhood/The Mission album kan aanbevelen, dat meer in de richting gaat van de Floodlandnummers die me goed liggen, dan hoor ik het graag

3.5*
The United States of America - The United States of America (1968)

4,5
1
geplaatst: 25 juli 2014, 10:52 uur
Dit album is een van de beste albums die ik opgevist heb uit mijn ‘1001 Albums’-boek. Nu ik de beschrijving in dat boek nog eens doorlees, is het weinig informatief, maar wellicht dat de ‘ijzige zang’, ‘trippende geluidsexperimenten’ en ‘waanzinnige kakofonie’ me een paar jaar geleden over de streep hebben getrokken.
The United States of America is een indrukwekkend album: psychedelisch, betoverend. Soms lieflijk klinkend, soms komen er tonen uit mijn stereo die mijn oren pijnigen. Het eerste nummer, The American Metaphysical Circus, is weliswaar niet representatief voor het hele album (gelukkig maar, ik betwijfel of ik deze circusmuziek een heel album vol zou houden) maar maakt duidelijk dat dit geen alledaags album is, dat er iets speciaals komt, dat je jezelf open moet stellen voor iets nieuws. De synths in Hard Coming Love zijn daarna zo schel, dat ik het volume omlaag moest doen om het uit te kunnen houden. Cloud Song klinkt inderdaad iel als een wolk, en geeft het gevoel dat je langzaam door het nummer glijdt. De, overigens heel erg mooie, zanglijn van Dorothy Moskowitz, klinkt als een ander nummer uit de jaren ’60 die ik gehoord heb, maar kan me niet meer herinneren welke. Stond volgens mij op een Tour of Duty-album van mijn ouders. Hoe dan ook, alweer een erg sterk nummer.
Het heeft weinig zin om alle goede nummers hier te beschrijven, want zwakke broeders zijn er niet op dit album te vinden. Slechts I Wouldn’t Leave My Wooden Wife For You, Sugar past wellicht iets minder op het album: ik vind het wat conventioneler klinken dan de rest van de nummers.
Het album sluit helaas af met het minste stuk: de laatste paar minuten van The American Way of Love. Dat is een mix van fragmenten van alle nummers op het album. Een trip, volgens 1001 Albums. Misschien is het omdat ik niet aan de lsd zat toen ik dit album hoorde, maar voor mij werkt het niet echt.
Dat is het enige smetje op dit album. Ik was van plan hier vier sterren te geven, maar nu ik dit stuk zo schrijf, realiseer ik me dat dat best iets meer mag zijn. De afgelopen weken heb ik dit album bijna dagelijks gehoord, maar ik denk dat er nog veel meer te beluisteren en ontdekken valt op The United States of America.
4.5*
The United States of America is een indrukwekkend album: psychedelisch, betoverend. Soms lieflijk klinkend, soms komen er tonen uit mijn stereo die mijn oren pijnigen. Het eerste nummer, The American Metaphysical Circus, is weliswaar niet representatief voor het hele album (gelukkig maar, ik betwijfel of ik deze circusmuziek een heel album vol zou houden) maar maakt duidelijk dat dit geen alledaags album is, dat er iets speciaals komt, dat je jezelf open moet stellen voor iets nieuws. De synths in Hard Coming Love zijn daarna zo schel, dat ik het volume omlaag moest doen om het uit te kunnen houden. Cloud Song klinkt inderdaad iel als een wolk, en geeft het gevoel dat je langzaam door het nummer glijdt. De, overigens heel erg mooie, zanglijn van Dorothy Moskowitz, klinkt als een ander nummer uit de jaren ’60 die ik gehoord heb, maar kan me niet meer herinneren welke. Stond volgens mij op een Tour of Duty-album van mijn ouders. Hoe dan ook, alweer een erg sterk nummer.
Het heeft weinig zin om alle goede nummers hier te beschrijven, want zwakke broeders zijn er niet op dit album te vinden. Slechts I Wouldn’t Leave My Wooden Wife For You, Sugar past wellicht iets minder op het album: ik vind het wat conventioneler klinken dan de rest van de nummers.
Het album sluit helaas af met het minste stuk: de laatste paar minuten van The American Way of Love. Dat is een mix van fragmenten van alle nummers op het album. Een trip, volgens 1001 Albums. Misschien is het omdat ik niet aan de lsd zat toen ik dit album hoorde, maar voor mij werkt het niet echt.
Dat is het enige smetje op dit album. Ik was van plan hier vier sterren te geven, maar nu ik dit stuk zo schrijf, realiseer ik me dat dat best iets meer mag zijn. De afgelopen weken heb ik dit album bijna dagelijks gehoord, maar ik denk dat er nog veel meer te beluisteren en ontdekken valt op The United States of America.
4.5*
The Wounded - Sunset (2016)

3,5
0
geplaatst: 15 februari 2017, 13:26 uur
De afgelopen weken heb ik dit album regelmatig beluisterd op The Woundeds bandcamppagina. Het is een fijn album geworden. Bij de eerste tonen van Wolves We Raised was ik eigenlijk al overtuigd. De gothic rock van The Wounded is heel aardig, maar de sterkste troef hier is toch de emotie die zanger Marco van de Velde in z'n zang en teksten legt. Tussen de negen nummers die er op dit album staan, is geen zwakke broeder te bekennen. Helaas zijn er ook geen nummers die er echt bovenuit steken. Dat maakt dat het album wat mij betreft iets korter had mogen zijn, maar ik vermaak ook prima met het uur muziek waar The Wounded hier mee komt.
Fijn trouwens dat King ergens rond het midden van het album staat. Dat nummer heeft net een wat andere feel dan veel andere nummers op dit album, en zorgt voor wat afwisseling.
Een goed en consistent album dus.
Fijn trouwens dat King ergens rond het midden van het album staat. Dat nummer heeft net een wat andere feel dan veel andere nummers op dit album, en zorgt voor wat afwisseling.
Een goed en consistent album dus.
Theatre of Tragedy - Last Curtain Call (2011)

4,0
0
geplaatst: 11 augustus 2014, 21:43 uur
Op 2 oktober 2010 speelde Theatre of Tragedy haar laatste concert, in Stavanger, waarna de band werd opgedoekt. Last Curtain Call is een verslag van dat laatste optreden. Ik heb de dubbel-cd in mijn kast staan, maar er is ook een dubbel-dvd uitgekomen waarop twee extra nummers staan.
Of dit album zich laat lezen als een best-of, weet ik niet. Ik ben niet zo’n groot Theatre of Tragedykenner. Verder dan het debuutalbum en Velvet Darkness ben ik eigenlijk nooit gekomen (ik heb nog een paar andere albums op youtube oppervlakkig beluisterd, maar die wisten me nooit zo te raken als ToT’s eerste twee). In ieder geval is elk album uit de catalogus van de band op dit album vertegenwoordigd.
Los daarvan is dit een mooi album geworden. Goed geluid, de sfeer in de zaal lijkt goed overgebracht. Wellicht is er wat gepraat met het publiek uitgeknipt, want echt veel interactie met de zaal lijkt er niet veel te zijn, voor zover ik dat kan beoordelen. De nummers van de eerste twee albums (plus A Rose for the Dead) vind ik de sterkste nummers op dit album, al hoor ik ze liever gezongen door Liv Kristine. Later materiaal als Hide and Seek, Venus, Ashes and Dreams mag er ook zijn. Fade en Forever is the World zijn voor mij de zwakke plekken op Last Curtain Call. Nog een klein minpuntje: Raymond I. Rohonyi's grunt is er met de jaren niet beter op geworden.
Al met al een mooi afscheidsdocument. Ik draai het niet zo veelvuldig meer als toen ik het net had gekocht, maar zo nu en dan komt Last Curtain Call weer eens voorbij. Het is altijd weer genieten.
4.0*
Of dit album zich laat lezen als een best-of, weet ik niet. Ik ben niet zo’n groot Theatre of Tragedykenner. Verder dan het debuutalbum en Velvet Darkness ben ik eigenlijk nooit gekomen (ik heb nog een paar andere albums op youtube oppervlakkig beluisterd, maar die wisten me nooit zo te raken als ToT’s eerste twee). In ieder geval is elk album uit de catalogus van de band op dit album vertegenwoordigd.
Los daarvan is dit een mooi album geworden. Goed geluid, de sfeer in de zaal lijkt goed overgebracht. Wellicht is er wat gepraat met het publiek uitgeknipt, want echt veel interactie met de zaal lijkt er niet veel te zijn, voor zover ik dat kan beoordelen. De nummers van de eerste twee albums (plus A Rose for the Dead) vind ik de sterkste nummers op dit album, al hoor ik ze liever gezongen door Liv Kristine. Later materiaal als Hide and Seek, Venus, Ashes and Dreams mag er ook zijn. Fade en Forever is the World zijn voor mij de zwakke plekken op Last Curtain Call. Nog een klein minpuntje: Raymond I. Rohonyi's grunt is er met de jaren niet beter op geworden.
Al met al een mooi afscheidsdocument. Ik draai het niet zo veelvuldig meer als toen ik het net had gekocht, maar zo nu en dan komt Last Curtain Call weer eens voorbij. Het is altijd weer genieten.
4.0*
Theatre of Tragedy - Theatre of Tragedy (1995)

4,0
1
geplaatst: 25 juli 2014, 11:55 uur
Zo goed als Velvet Darkness They Fear is dit debuutalbum van Theatre of Tragedy weliswaar niet, qua sfeer en tempo is het echter veel afwisselender. Wat beide albums gemeen hebben is de zang, waar de grunt van Raymond Rohonyi afgewisseld en aangevuld wordt door de zang van Liv Kristine Espenæs, en de teksten in oud Engels, die in het boekje bij de cd als ‘poem’, ‘play’ of ‘soliloquy’ worden aangeduid. Termen uit de toneelwereld, die goed passen bij dit muzikale theater.
De eerste vijf nummers zijn allemaal sterk, maar A Distance There Is springt eruit. Een fantastisch nummer. Veel Liv Kristine en verder weinig instrumenten. De laatste vier nummers weten na dat hoogtepunt weinig indruk meer te maken, ook omdat ze niet allemaal helemaal af overkomen. Het wordt zeker niet matig of slecht, en Dying – I Only Feel Apathy is zelfs behoorlijk goed, maar het komt niet uit de schaduw van A Distance There Is.
De productie van het album is misschien niet fantastisch, maar niet storend slecht. Ik heb veel minder gehoord.
Een sterk debuut: 4.0*
De eerste vijf nummers zijn allemaal sterk, maar A Distance There Is springt eruit. Een fantastisch nummer. Veel Liv Kristine en verder weinig instrumenten. De laatste vier nummers weten na dat hoogtepunt weinig indruk meer te maken, ook omdat ze niet allemaal helemaal af overkomen. Het wordt zeker niet matig of slecht, en Dying – I Only Feel Apathy is zelfs behoorlijk goed, maar het komt niet uit de schaduw van A Distance There Is.
De productie van het album is misschien niet fantastisch, maar niet storend slecht. Ik heb veel minder gehoord.
Een sterk debuut: 4.0*
Theatre of Tragedy - Velvet Darkness They Fear (1996)

4,5
0
geplaatst: 17 oktober 2014, 13:54 uur
Dit album leerde ik zo’n vier jaar geleden kennen, en er zijn weinig albums die ik sindsdien zoveel gehoord heb als Velvet Darkness They Fear. Zeggen dat ik elke seconde kan dromen zou een beetje overdreven zijn, maar daar begint het zo langzamerhand wel in de buurt te komen.
Velvet Darkness They Fear stamt uit 1996, en was destijds een van de eerste albums waarop grunt en sopraan tegenover elkaar werden gezet. Aangezien ik dit album pas in 2010 voor het eerst voor het eerst hoorde, was het contrast tussen beide zangstemmen voor mij niets nieuws meer. Wel maakte het erg veel indruk, en ik kan me niet een album herinneren waarbij deze ‘beauty & the beast’-vocalen beter worden uitgevoerd.
Door de zang krijgen de nummers iets dramatisch, intens, emotioneel geladens en dat maakt het de moeite Velvet Darkness They Fear te beluisteren. Zonder de zang was er veel minder te beleven geweest op dit album. De muziek is vaak wat monotoon en met weinig variatie in de drums. Er is ook weinig spectaculair gitaarwerk, hoewel een paar aanslagen hier en daar voor extra diepte in de muziek zorgen. Maar goed, alles staat in dienst van de zang en de sfeer, en voor mij doet de wat vlakke muziek geen afbreuk aan de kwaliteit van de plaat.
Mijn favoriete nummers op dit album zijn de afgelopen jaren nogal eens veranderd, maar op dit moment steken Fair and ‘Guiling Copesmate Death, On Whom the Moon Doth Shine en The Masquerader and Phoenix er voor mij bovenuit. Het eerstgenoemde nummer trekt me meteen het album binnen, en On Whom the Moon Doth Shine werkt toe naar een fantastische climax.
And When He Falleth heb ik niet als een favoriet nummer genoemd (eerder wel trouwens). In dat nummer is op een fantastische wijze een stuk van The Masque of the Red Death verwerkt, wat een hoogtepunt op dit album is. Voor mij komt het nummer pas bij dat stuk ook echt tot leven. Het stuk ervoor werkt voor mij niet zo, met Raymond die murmelt over ‘thou best philospher’.
Als ik een minpunt aan het album zou moeten aanwijzen, dan zou het toch Der Tanz der Schatten zijn. Het ‘Ich liebe dich’-refrein vind ik echt niet goed, en sowieso vind ik het jammer dat het nummer in het Duits geschreven is. Pas als ik niet naar de tekst luister, hoor ik een goed nummer.
Met z’n oud-engelse teksten en het aanduiden van de teksten als ‘play’ of ‘soliloquy’ of zelfs ‘poem’ hangt er een zweem van overtrokken pretentie over Velvet Darkness They Fear, maar de muziek weegt daar ruimschoots tegenop.
Velvet Darkness They Fear staat voor mij na vier jaar nog steeds overeind als een imponerend album (en helaas ook als het laatste -voor mij- interessante album van Theatre of Tragedy…).
4.5*
Velvet Darkness They Fear stamt uit 1996, en was destijds een van de eerste albums waarop grunt en sopraan tegenover elkaar werden gezet. Aangezien ik dit album pas in 2010 voor het eerst voor het eerst hoorde, was het contrast tussen beide zangstemmen voor mij niets nieuws meer. Wel maakte het erg veel indruk, en ik kan me niet een album herinneren waarbij deze ‘beauty & the beast’-vocalen beter worden uitgevoerd.
Door de zang krijgen de nummers iets dramatisch, intens, emotioneel geladens en dat maakt het de moeite Velvet Darkness They Fear te beluisteren. Zonder de zang was er veel minder te beleven geweest op dit album. De muziek is vaak wat monotoon en met weinig variatie in de drums. Er is ook weinig spectaculair gitaarwerk, hoewel een paar aanslagen hier en daar voor extra diepte in de muziek zorgen. Maar goed, alles staat in dienst van de zang en de sfeer, en voor mij doet de wat vlakke muziek geen afbreuk aan de kwaliteit van de plaat.
Mijn favoriete nummers op dit album zijn de afgelopen jaren nogal eens veranderd, maar op dit moment steken Fair and ‘Guiling Copesmate Death, On Whom the Moon Doth Shine en The Masquerader and Phoenix er voor mij bovenuit. Het eerstgenoemde nummer trekt me meteen het album binnen, en On Whom the Moon Doth Shine werkt toe naar een fantastische climax.
And When He Falleth heb ik niet als een favoriet nummer genoemd (eerder wel trouwens). In dat nummer is op een fantastische wijze een stuk van The Masque of the Red Death verwerkt, wat een hoogtepunt op dit album is. Voor mij komt het nummer pas bij dat stuk ook echt tot leven. Het stuk ervoor werkt voor mij niet zo, met Raymond die murmelt over ‘thou best philospher’.
Als ik een minpunt aan het album zou moeten aanwijzen, dan zou het toch Der Tanz der Schatten zijn. Het ‘Ich liebe dich’-refrein vind ik echt niet goed, en sowieso vind ik het jammer dat het nummer in het Duits geschreven is. Pas als ik niet naar de tekst luister, hoor ik een goed nummer.
Met z’n oud-engelse teksten en het aanduiden van de teksten als ‘play’ of ‘soliloquy’ of zelfs ‘poem’ hangt er een zweem van overtrokken pretentie over Velvet Darkness They Fear, maar de muziek weegt daar ruimschoots tegenop.
Velvet Darkness They Fear staat voor mij na vier jaar nog steeds overeind als een imponerend album (en helaas ook als het laatste -voor mij- interessante album van Theatre of Tragedy…).
4.5*
Thin Lizzy - Bad Reputation (1977)

3,0
0
geplaatst: 25 juli 2014, 12:14 uur
Dit is typisch zo’n album dat ik eindeloos kan horen, zonder dat het me gaat vervelen, maar dat ook nooit echt een diepe indruk achterlaat. Het gitaargeluid klinkt lekker, zoals eigenlijk op alle Thin Lizzyplaten die ik ken. Daarbij heeft Lynott een aangename stem om naar te luisteren, maar gebruikt hem voor teksten die bij vaak een wildwestgevoel oproepen en me (daarom) weinig doen.
Met Soldier of Fortune, Opium Trail, Southbound en Dancing in the Moonlight staat hier een aantal goede nummers op. Daar staat een aantal nummers tegenover die ik niet echt de moeite waard vind (Killer Without a Cause, Dear Lord).
Kortom: aardig. Geen straf om naar te luisteren, maar ook niet een plaat die ik vaak hoef te horen.
3.5*
Met Soldier of Fortune, Opium Trail, Southbound en Dancing in the Moonlight staat hier een aantal goede nummers op. Daar staat een aantal nummers tegenover die ik niet echt de moeite waard vind (Killer Without a Cause, Dear Lord).
Kortom: aardig. Geen straf om naar te luisteren, maar ook niet een plaat die ik vaak hoef te horen.
3.5*
Thin Lizzy - Life Live (1983)

3,0
0
geplaatst: 26 augustus 2014, 09:29 uur
Life Live is me veel beter bevallen dan ik had verwacht op basis van de commentaren bij dit album, en het is ook beter dan ik me herinnerde van de laatste keren dat ik het luisterde (in 2010). Misschien ook omdat ik na de laatste paar studioalbums van Thin Lizzy die ik luisterde, en die me wat tegenvielen, weinig meer verwacht had qua Life Live.
Ondanks de zwakke productie, en het stemgeluid van Phil Lynnot dat ik op een paar plaatsen een beetje onvast, haperend vind klinken (maar zoals gezegd, dat was maar een of twee keer), lijkt het alsof de band hier rauwer en harder klinkt dan eerder, en dat bevalt me wel. De toevoeging van wat keyboards, hoewel ze nergens echt een grote rol spelen, voegt ook een extra laagje toe aan de nummers.
De setlist is hier ook de moeite waard. Gelukkig is er een plekje gevonden voor Black Rose, een van mijn favoriete Lizzynummers, en voor de beste nummers van Renegade.
Een aangename verrassing dus.
3.5*
Ondanks de zwakke productie, en het stemgeluid van Phil Lynnot dat ik op een paar plaatsen een beetje onvast, haperend vind klinken (maar zoals gezegd, dat was maar een of twee keer), lijkt het alsof de band hier rauwer en harder klinkt dan eerder, en dat bevalt me wel. De toevoeging van wat keyboards, hoewel ze nergens echt een grote rol spelen, voegt ook een extra laagje toe aan de nummers.
De setlist is hier ook de moeite waard. Gelukkig is er een plekje gevonden voor Black Rose, een van mijn favoriete Lizzynummers, en voor de beste nummers van Renegade.
Een aangename verrassing dus.
3.5*
Thin Lizzy - Renegade (1981)

3,0
0
geplaatst: 14 augustus 2014, 12:40 uur
Van Thin Lizzy ken ik maar een drietal studio-albums: deze, Black Rose en Bad Reputation. Het zijn allemaal albums die ik zelden luister (Live and Dangerous komt wat vaker voorbij). De band heeft een erg lekker gitaargeluid, ongeacht wie er meespelen en de zang van Phil Lynott is erg herkenbaar. Ik vind hem een warme stem hebben, met een melancholische ondertoon. Hoewel het gitaar- en stemgeluid van Lizzy in principe zou moeten resulteren in albums die ik erg goed kan waarderen, is dat bijna nooit het geval.
Op Renegade vind ik drie nummers echt de moeite waard: Angel of Death, It’s Getting Dangerous en het titelnummer. Overigens deed de tekst van Angel of Death me denken aan die van Motorhead’s Burner (dat weliswaar jaren na Angel of Death uitkwam, maar dat ik eerder kende). Bij de overige nummers (Hollywood, Mexican Girl) is soms de tekst het zwakke punt ('Sigmund Freud, he gets very annoyed’), en soms doet de muziek me weinig, zoals in Fats of Leave This Town.
Kortom, ik houd het liever bij Live and Dangerous als ik toch wat van Thin Lizzy will horen.
3.5*
Op Renegade vind ik drie nummers echt de moeite waard: Angel of Death, It’s Getting Dangerous en het titelnummer. Overigens deed de tekst van Angel of Death me denken aan die van Motorhead’s Burner (dat weliswaar jaren na Angel of Death uitkwam, maar dat ik eerder kende). Bij de overige nummers (Hollywood, Mexican Girl) is soms de tekst het zwakke punt ('Sigmund Freud, he gets very annoyed’), en soms doet de muziek me weinig, zoals in Fats of Leave This Town.
Kortom, ik houd het liever bij Live and Dangerous als ik toch wat van Thin Lizzy will horen.
3.5*
Thorns - Thorns (2001)

3,5
0
geplaatst: 8 maart 2010, 20:03 uur
Dankzij het Metal Album van de Week-forumtopic heb ik kennisgemaakt met dit album. Na de eerste keer luisteren was ik erg enthousiast, maar bij de tweede keer vond ik er niet veel aan. Nu, nog een paar luisterbeurten later, ligt mijn mening tussen die 2 eerste indrukken in.
Wat ik goed vind aan dit album is dat het lekker bruut is, maar toch erg strak. Daarnaast vind ik het mengen van Black Metal met Industrial een erg goede zet. Beide genres kunnen me los niet erg vaak boeien, maar dit mengsel was voor mij goed te pruimen. Daarnaast vind ik dat bij vlagen een erg fijne, duistere sfeer wordt neergezet.
Minpunten van dit album vind ik het gitaargeluid. Erg kil, en het doet me bij vlagen meer aan een cirkelzaag dan aan een gitaar denken. Verder zijn er een aantal nummers die me niet zo goed liggen, zoals Shifting Channels, dat voor mijn gevoel nergens echt op gang komt, en Underneath the Universe A. De sfeer die in dit nummer wordt neergezet, is wel ok, maar 7 minuten is echt te lang om mijn aandacht vast te houden.
Al met al leuk om dit album eens geluisterd te hebben, maar ik vrees dat uiteindelijk mijn negatieve punten de overhand krijgen. Niet iets dat ik heel vaak zal gaan luisteren, dus.
Zeker niet slechts, 3.5*.
Wat ik goed vind aan dit album is dat het lekker bruut is, maar toch erg strak. Daarnaast vind ik het mengen van Black Metal met Industrial een erg goede zet. Beide genres kunnen me los niet erg vaak boeien, maar dit mengsel was voor mij goed te pruimen. Daarnaast vind ik dat bij vlagen een erg fijne, duistere sfeer wordt neergezet.
Minpunten van dit album vind ik het gitaargeluid. Erg kil, en het doet me bij vlagen meer aan een cirkelzaag dan aan een gitaar denken. Verder zijn er een aantal nummers die me niet zo goed liggen, zoals Shifting Channels, dat voor mijn gevoel nergens echt op gang komt, en Underneath the Universe A. De sfeer die in dit nummer wordt neergezet, is wel ok, maar 7 minuten is echt te lang om mijn aandacht vast te houden.
Al met al leuk om dit album eens geluisterd te hebben, maar ik vrees dat uiteindelijk mijn negatieve punten de overhand krijgen. Niet iets dat ik heel vaak zal gaan luisteren, dus.
Zeker niet slechts, 3.5*.
Tina Dico - In the Red (2006)

3,5
0
geplaatst: 13 augustus 2013, 10:23 uur
In Denemarken is Tina Dickow een erg bekende singer/songwriter, maar in het buitenland lijkt ze redelijk onbekend. Als ik het goed begrepen heb, was ze zelf niet zo tevreden met dit album. Ze zou zich teveel door de platenmaatschappij hebben laten beinvloeden. Dat kan best zo zijn, maar dit is op z'n tijd toch een heel aangenaam plaatje (hoewel dit niet een album is dat direct aansluit bij wat ik normaal luister). Sterke liedjes met goede teksten. Bovendien heeft Tina Dickow een prettige stem om naar te luisteren. Mijn favoriete nummers zijn Losing, Room with a View en One. Het titelnummer vind ik iets minder, maar dat mag de pret niet drukken.
4.0*
4.0*
Tina Dico - Where Do You Go to Disappear? (2012)

2,5
0
geplaatst: 22 februari 2013, 16:19 uur
Op Where do you go to disappear verruilt Tina Dickow de wereld van de ingetogen, introspectieve liedjes voor die van de gepolijste popmuziek. Om meteen duidelijk te maken waar haar kwaliteiten liggen: helaas niet bij de muziek die ze hier brengt.
Het album begint nog redelijk sterk met We're all experts en Moon to let, maar daarna komt er een hele rij liedjes voorbij die maar niet van de grond komen. Ook tekstueel is het allemaal weinig interessant. De single You wanna teach me to dance springt er dan weer uit. Deels omdat het pakkender is dan de voorgaande nummers, deels omdat de tekst leuk is, en voor mij ook deels omdat het ergens een heel irritant nummer is. Tot slot is afsluiter You live you learn ook nog een goed nummer.
Veel nummers zijn weinig opvallend, sommige ronduit saai. Hopelijk is de volgende weer wat beter.
2,5*
Het album begint nog redelijk sterk met We're all experts en Moon to let, maar daarna komt er een hele rij liedjes voorbij die maar niet van de grond komen. Ook tekstueel is het allemaal weinig interessant. De single You wanna teach me to dance springt er dan weer uit. Deels omdat het pakkender is dan de voorgaande nummers, deels omdat de tekst leuk is, en voor mij ook deels omdat het ergens een heel irritant nummer is. Tot slot is afsluiter You live you learn ook nog een goed nummer.
Veel nummers zijn weinig opvallend, sommige ronduit saai. Hopelijk is de volgende weer wat beter.
2,5*
Tokyo Blade - Tokyo Blade (1983)

3,5
0
geplaatst: 25 juli 2014, 12:35 uur
De foto op de achterkant van de hoes van deze LP laat weinig te raden over: dit is een album uit de jaren ’80. Dat is geen verrassing na het horen van de muziek. Hoewel: je weet maar nooit welk retrovirus er nu weer rondgaat in metalland...maar de productie van dit album maakt meteen duidelijk dat dit geen nieuw album is.
Los van het enigszins matige geluid van Tokyo Blade, zit dit album prima in elkaar. Twee gitaristen komen met een flink aantal lekkere riffs, waarvan die in If Heaven is Hell me het best bevallen. Zoals andere gebruikers hier ook al meldden: If Heaven is Hell is een nummer dat je zeker eens gehoord moet hebben. Ook nummers als On Through the Night en de afsluiter (ok, er komt nog een geintje in de vorm van Blue Ridge Mountains of Virginia) Sunrise in Tokyo zijn erg sterke nummers. Net als Sir Spamalot ben ik minder te spreken over Break the Chains en Tonight, ook omdat die wel erg simpele refreintjes hebben.
Een klein minpunt van dit album is voorts dat zanger Alan Marsh niet de meest fantastische stem ter wereld heeft. Dat doet weinig af aan het album, maar welllicht had een andere zanger nog net wat meer uit de nummers kunnen halen.
Tokyo Blade komt hier met een oerdegelijk debuutalbum met een paar erg sterke nummers, die ervoor zorgen dat ik hier vier sterren geef in plaats van drie en een half. Latere albums van deze band ken ik eigenlijk niet. Ik heb nog wel een best of (Warrior of the Rising Sun) in de kast staan, maar die heb ik vooral gekocht omdat ik aanvankelijk dit album niet kon vinden.
4.0*
Los van het enigszins matige geluid van Tokyo Blade, zit dit album prima in elkaar. Twee gitaristen komen met een flink aantal lekkere riffs, waarvan die in If Heaven is Hell me het best bevallen. Zoals andere gebruikers hier ook al meldden: If Heaven is Hell is een nummer dat je zeker eens gehoord moet hebben. Ook nummers als On Through the Night en de afsluiter (ok, er komt nog een geintje in de vorm van Blue Ridge Mountains of Virginia) Sunrise in Tokyo zijn erg sterke nummers. Net als Sir Spamalot ben ik minder te spreken over Break the Chains en Tonight, ook omdat die wel erg simpele refreintjes hebben.
Een klein minpunt van dit album is voorts dat zanger Alan Marsh niet de meest fantastische stem ter wereld heeft. Dat doet weinig af aan het album, maar welllicht had een andere zanger nog net wat meer uit de nummers kunnen halen.
Tokyo Blade komt hier met een oerdegelijk debuutalbum met een paar erg sterke nummers, die ervoor zorgen dat ik hier vier sterren geef in plaats van drie en een half. Latere albums van deze band ken ik eigenlijk niet. Ik heb nog wel een best of (Warrior of the Rising Sun) in de kast staan, maar die heb ik vooral gekocht omdat ik aanvankelijk dit album niet kon vinden.
4.0*
Tokyo Blade - Warrior of the Rising Sun (1985)

3,0
0
geplaatst: 26 augustus 2014, 08:39 uur
Dit album heb ik op LP in de kast staan, vooral gekocht omdat ik op zoek was naar Tokyo Blade’s debuutalbum maar dat aanvankelijk niet kon vinden. Toen ik het debuut eenmaal gekocht had, heb ik deze verzamelaar eigenlijk nauwelijks meer beluisterd.
Dit album is uit 1985, Tokyo Blade’s debuutalbum is uit 1983. In tussentijd was er nog een LP uitgekomen met een andere zanger (en een heruitgave van het debuutalbum als Midnight Rendezvous voor de Amerikaanse markt), alsmede een paar EPs.
Als mijn inventarisatie klopt, staan er op dit album zes van de negen nummers van Tokyo Blade, zes van de acht van opvolger Night of the Blade, twee van de drie nummers van Lightning Strikes. De EPs Midnight Rendezvous en Madame Guillotine zijn respectievelijk met drie en twee (van de vier) nummers vertegenwoordigd. Death on Main Street tenslotte, is een nieuw nummer.
De anderhalf uur muziek op deze LP is dus meer een overzichtsalbum dan een best-of. Ik vind de NWOBHM van Tokyo Blade eigenlijk niet spannend genoeg om me vier LP-helften te kunnen boeien. Uiteraard staat er een aantal sterke nummers op deze LP (met If Heaven is Hell als topper, maar ook een nummer als Attack Attack mag er zijn), en een aantal zwakke: Lightning Strikes (die teveel ‘extended’ is om te kunnen boeien), het gladde Someone to Love en Midnight Rendezvous. Die uitschieters daargelaten, vind ik de zang te middelmatig en de riffs net niet memorabel genoeg. Maar goed, de meeste metalliefhebber anno 2014 zullen Tokyo Blade ook niet herinneren als dé NWOBHM-band uit de jaren ’80.
Bovendien geef ik de voorkeur aan hele albums in plaats van verzamelaars, omdat ik reguliere albums vaak wat consistenter en beter opgebouwd vind.
Deze LP geeft een mooi overzicht van wat Tokyo Blade in het midden van de jaren ’80 uitspookte, wat wellicht interessant is voor mensen die snel wat van de band willen leren kennen. Zelf houd ik het bij hun debuutalbum, en misschien dat ik me ooit nog eens aan Night of the Blade waag (ik vind Vic Wright’s zang beter klinken dan die van Alan Marsh op de debuutplaat).
3.0*
Dit album is uit 1985, Tokyo Blade’s debuutalbum is uit 1983. In tussentijd was er nog een LP uitgekomen met een andere zanger (en een heruitgave van het debuutalbum als Midnight Rendezvous voor de Amerikaanse markt), alsmede een paar EPs.
Als mijn inventarisatie klopt, staan er op dit album zes van de negen nummers van Tokyo Blade, zes van de acht van opvolger Night of the Blade, twee van de drie nummers van Lightning Strikes. De EPs Midnight Rendezvous en Madame Guillotine zijn respectievelijk met drie en twee (van de vier) nummers vertegenwoordigd. Death on Main Street tenslotte, is een nieuw nummer.
De anderhalf uur muziek op deze LP is dus meer een overzichtsalbum dan een best-of. Ik vind de NWOBHM van Tokyo Blade eigenlijk niet spannend genoeg om me vier LP-helften te kunnen boeien. Uiteraard staat er een aantal sterke nummers op deze LP (met If Heaven is Hell als topper, maar ook een nummer als Attack Attack mag er zijn), en een aantal zwakke: Lightning Strikes (die teveel ‘extended’ is om te kunnen boeien), het gladde Someone to Love en Midnight Rendezvous. Die uitschieters daargelaten, vind ik de zang te middelmatig en de riffs net niet memorabel genoeg. Maar goed, de meeste metalliefhebber anno 2014 zullen Tokyo Blade ook niet herinneren als dé NWOBHM-band uit de jaren ’80.
Bovendien geef ik de voorkeur aan hele albums in plaats van verzamelaars, omdat ik reguliere albums vaak wat consistenter en beter opgebouwd vind.
Deze LP geeft een mooi overzicht van wat Tokyo Blade in het midden van de jaren ’80 uitspookte, wat wellicht interessant is voor mensen die snel wat van de band willen leren kennen. Zelf houd ik het bij hun debuutalbum, en misschien dat ik me ooit nog eens aan Night of the Blade waag (ik vind Vic Wright’s zang beter klinken dan die van Alan Marsh op de debuutplaat).
3.0*
Tony Martin - Back Where I Belong (1992)

3,0
0
geplaatst: 24 oktober 2015, 23:34 uur
Tijdens een verder tegenvallend bezoek aan de Plato kwam ik dit album tegen in een tweedehandsbak. Aangezien het niet duur was, heb ik het maar meegenomen. Van Tony Martin solo had ik namelijk nog nooit iets gehoord.
Martin zingt (uiteraard) en speelt gitaar op de meeste nummers. Oud-Sabbathcollegas Neil Murray en Laurence Cottle spelen bas, Geoff Nicholls doet de meeste keyboardpartijen. Brian May speelt ook nog een solo, namelijk op If There Is A Heaven.
Ik had gerekend, in ieder geval gehoopt, op een album dat in het verlengde ligt van de albums die Tony Martin met Black Sabbath heeft opgenomen (en dan met name Headless Cross en TYR). Op een heropname van Jerusalem na, is dat echter niet het geval. Back Where I Belong is veel lichter. Het neigt richting hardrock/AOR. Er is rijkelijk plaats ingeruimd voor (power)ballads, met als dieptepunt The Last Living Tree, inclusief kinderkoor en wel erg geforceerd overkomende eindrijm. Mijn voorkeur gaat uit naar de wat meer rockende nummers zoals If It Ain’t Worth Fighting For, Sweet Elyse, of het titelnummer. Ook de heropname/semi-cover van Jerusalem, dat als afsluiter een beetje vreemd aan het album hangt (bonusnummer? Of toch een deel van het album), is een van de sterkere nummers op Back Where I Belong. Op zich is dat geen goed teken, maar het komt niet zozeer omdat Tony Martin een slechte zangschrijver is, maar doordat ik nou eenmaal meer van Black Sabbath houd dan van dit soort hardrock.
Kortom, de inhoud van dit album is niet helemaal wat ik verwacht had, en ook niet het soort muziek waar ik een zwak voor heb. Maar om de een of andere reden vind ik Back Where I Belong eigenlijk wel een sympathiek album.
3,0*
Martin zingt (uiteraard) en speelt gitaar op de meeste nummers. Oud-Sabbathcollegas Neil Murray en Laurence Cottle spelen bas, Geoff Nicholls doet de meeste keyboardpartijen. Brian May speelt ook nog een solo, namelijk op If There Is A Heaven.
Ik had gerekend, in ieder geval gehoopt, op een album dat in het verlengde ligt van de albums die Tony Martin met Black Sabbath heeft opgenomen (en dan met name Headless Cross en TYR). Op een heropname van Jerusalem na, is dat echter niet het geval. Back Where I Belong is veel lichter. Het neigt richting hardrock/AOR. Er is rijkelijk plaats ingeruimd voor (power)ballads, met als dieptepunt The Last Living Tree, inclusief kinderkoor en wel erg geforceerd overkomende eindrijm. Mijn voorkeur gaat uit naar de wat meer rockende nummers zoals If It Ain’t Worth Fighting For, Sweet Elyse, of het titelnummer. Ook de heropname/semi-cover van Jerusalem, dat als afsluiter een beetje vreemd aan het album hangt (bonusnummer? Of toch een deel van het album), is een van de sterkere nummers op Back Where I Belong. Op zich is dat geen goed teken, maar het komt niet zozeer omdat Tony Martin een slechte zangschrijver is, maar doordat ik nou eenmaal meer van Black Sabbath houd dan van dit soort hardrock.
Kortom, de inhoud van dit album is niet helemaal wat ik verwacht had, en ook niet het soort muziek waar ik een zwak voor heb. Maar om de een of andere reden vind ik Back Where I Belong eigenlijk wel een sympathiek album.
3,0*
Toxic Holocaust - Evil Never Dies (2003)

3,0
0
geplaatst: 19 augustus 2014, 11:53 uur
Toxic Holocaust heb ik intussen twee keer live gezien, beide keren concerten van rond de drie kwartier denk ik. Als ze nog eens langskomen zou ik misschien wel weer een kaartje kopen. De aanpak van Joel Grind en co. is er een van korte, snelle nummers, simpele riffjes, veel echo op de hese grunt/zang en wasemt in alles de sfeer van de jaren ’80.
Zo goed als dat concept live werkt, wordt het op dit album (opgenomen op Grinds slaapkamer) echter niet. Verre van dat. Hoewel Evil Never Dies slechts een half uur duurt, is het album al op het randje van te lang. Ik vind het album te monotoon, de zang gaat me tegenstaan en de muziek mist wat van de energie die de band live wel weet te brengen.
Evil Never Dies is kortom niet een album dat ik veel hoor.
3.0*
Zo goed als dat concept live werkt, wordt het op dit album (opgenomen op Grinds slaapkamer) echter niet. Verre van dat. Hoewel Evil Never Dies slechts een half uur duurt, is het album al op het randje van te lang. Ik vind het album te monotoon, de zang gaat me tegenstaan en de muziek mist wat van de energie die de band live wel weet te brengen.
Evil Never Dies is kortom niet een album dat ik veel hoor.
3.0*
Trails of Sorrow - Languish in Oblivion (2012)

2,0
0
geplaatst: 26 september 2012, 16:13 uur
De heren, tenminste, dat heb ik maar aangenomen, Dying Poet of Funeral Litanies (zang) en Friedrich Restless Soul (gitaar, synths, programmering) komen uit Italië en hebben doom metal in de aanbieding.
Uiteraard ligt het tempo laag, maar hier en daar zijn er een paar explosieve uitbarstingen. De zang is afwisselend rustig, gesproken en hier en daar wat gekrijs. Naast de gebruikelijke instrumenten tracht een viool voor wat extra sfeer te zorgen.
Het resultaat is teleurstellend, om niet te zeggen slecht.
Ik vind de nummers elke vorm van variatie missen. Op een paar intermezzos na klinkt echt alles hetzelfde. De productie is niet goed. Het geluid van het album deed me een beetje denken aan dat van Turn Loose The Swans van My Dying Bride, maar dan veel slechter. Het gitaargeluid klinkt lang niet overdonderend genoeg en de balans tussen de instrumenten lijkt me ook niet goed. Qua gekrijs gaat de zanger nog wel, maar de rustige delen hebben soms veel te veel echo, soms teveel last van het sterke Italiaanse accent van de zanger. En soms van beide tegelijk.
Kortom, wat mij betreft was 1 nummer Trails of Sorrow ook wel genoeg geweest. Aanrader voor mensen die van herhaling houden.
2.0*
Uiteraard ligt het tempo laag, maar hier en daar zijn er een paar explosieve uitbarstingen. De zang is afwisselend rustig, gesproken en hier en daar wat gekrijs. Naast de gebruikelijke instrumenten tracht een viool voor wat extra sfeer te zorgen.
Het resultaat is teleurstellend, om niet te zeggen slecht.
Ik vind de nummers elke vorm van variatie missen. Op een paar intermezzos na klinkt echt alles hetzelfde. De productie is niet goed. Het geluid van het album deed me een beetje denken aan dat van Turn Loose The Swans van My Dying Bride, maar dan veel slechter. Het gitaargeluid klinkt lang niet overdonderend genoeg en de balans tussen de instrumenten lijkt me ook niet goed. Qua gekrijs gaat de zanger nog wel, maar de rustige delen hebben soms veel te veel echo, soms teveel last van het sterke Italiaanse accent van de zanger. En soms van beide tegelijk.
Kortom, wat mij betreft was 1 nummer Trails of Sorrow ook wel genoeg geweest. Aanrader voor mensen die van herhaling houden.
2.0*
Trash Talk - Trash Talk (2008)

2,5
0
geplaatst: 5 juli 2011, 12:26 uur
Hardcore is een genre waar ik niet bepaald thuis in ben, en waarbij ik me ook niet echt thuis voel. Daarom keek ik enigszins tegen deze inzending van het Metal Album van de Week op.
Op de afsluiter na is het beluisteren van dit album me meegevallen. Hier en daar hoorde ik wel interessante dingen, maar over het algemeen zijn de nummers toch te kort om voor mij herkenbaar te worden. Daardoor heb ik meer het idee dat ik naar 1 nummer van 10 minuten zit te luisteren met wat snelle en soms wat langzamere stukken. Soort van geluidsbrij met klontjes dus. Qua lengte is het laatste nummer (Revelation) een uitzondering, maar na de eerste helft zinkt het nummer weg in nietzeggende geluiden waar ik niet gelukkig van word.
Over de productie is al het een en ander gezegd, en voor mij is het een storende factor. Halverwege het album toch mijn boxen maar even gecheckt of ik er toevallig niet een stel handdoeken overheen had gelegd om te drogen. Dat was niet het geval.
Ik denk dat dit album er met een goede productie voor mij wel een ruime voldoende uit had kunnen slepen, maar nu is de combinatie van slecht geluid en niet hele interessante nummers goed voor niet meer dan 2.5*.
2.5*
Op de afsluiter na is het beluisteren van dit album me meegevallen. Hier en daar hoorde ik wel interessante dingen, maar over het algemeen zijn de nummers toch te kort om voor mij herkenbaar te worden. Daardoor heb ik meer het idee dat ik naar 1 nummer van 10 minuten zit te luisteren met wat snelle en soms wat langzamere stukken. Soort van geluidsbrij met klontjes dus. Qua lengte is het laatste nummer (Revelation) een uitzondering, maar na de eerste helft zinkt het nummer weg in nietzeggende geluiden waar ik niet gelukkig van word.
Over de productie is al het een en ander gezegd, en voor mij is het een storende factor. Halverwege het album toch mijn boxen maar even gecheckt of ik er toevallig niet een stel handdoeken overheen had gelegd om te drogen. Dat was niet het geval.
Ik denk dat dit album er met een goede productie voor mij wel een ruime voldoende uit had kunnen slepen, maar nu is de combinatie van slecht geluid en niet hele interessante nummers goed voor niet meer dan 2.5*.
2.5*
Triptykon - Eparistera Daimones (2010)

4,5
0
geplaatst: 13 januari 2011, 23:35 uur
Uiteindelijk is dit album mijn nummer 2 van 2010 geworden, na Axioma Ethica Odini van Enslaved. Hoe vaker ik Triptykon draai, hoe sterker ik het idee heb dat dit album minstens even goed is als dat van Enslaved. In ieder geval denk ik dat ik beide binnenkort in mijn MuMe-top 10 zet.
Vorige week heb ik dit album (eindelijk) gekocht. De winkel had zowel een digibook (heten die dingen zo?), en het gewone plastic hoesje. Ben uiteindelijk voor het digibook gegaan. Een prima verzorgd boekje, met bij elk nummer een kort commentaar van Tom G. over het ontstaan van het nummer of waar het over gaat. Het cd-schijfje zelf is aan beide kanten zwart. Past uitstekend bij de sfeer van de muziek die erop staat.
Het duurde even voor ik Eparistera Daimones kon waarderen (het duurde trouwens ook even voor ik de naam van de cd helemaal foutloos uit het hoofd kon spellen). Aanvankelijk duurde de cd me te lang, en konden de laatste 2 nummers me niet echt boeien. Dat bleek echter niet aan de muziek, maar aan mezelf te liggen. Dit album is niet eentje dat je bij de eerste keren luisteren helemaal doorhebt. Het duurde bij mij minstens 5 luisterbeurten voor ik het kon waarderen, en sindsdien is mijn waardering alleen maar gegroeid. The Prolonging is zelfs uitgegroeid tot een van mijn favoriete nummers van dit album.
In het boekje schrijft Tom Gabriel Warrior dat hij The Prolonging heeft geschreven als een gebed, toen hij een tijd in Noorwegen verbleef. In het verlengde daarvan heb ik het idee dat het hele album een soort van mis is. "Satan, saviour, father", "Lord, have mercy upon me" (uit Goetia). Dit is echter niet een mis om een god te eren. Een zwarte mis. Duisternis, dood, ondergang als centrale thema's.
Maar toch een mis, door de veelal slepende riffs en de gitaren die soms op het randje van ontstemd lijken te zweven. Daaroverheen veelal simpele teksten met met veel herhalende stukken tekst: "Lie upon lie mankind shall die...", "Pain...myopic empire", "Pain", "As you perish I shall live" die als mystieke toverspreuken worden herhaald, alsof de voorganger in trance is. Zo nu en dan een furieze uitbarsting. "Everything you touch/Every word you speak/Every lie you shape/Every seed you sow/Dies".
Een buitengewoon sfeervol album. Niet sfeervol als in 'met je lief samen romantisch dineren bij kaarslicht', maar wel uitermate geschikt voor lange, sombere dagen met grijs weer buiten, terwijl je alleen in je huis zit, denkend wat je eigenlijk ook al weer op deze aarde aan het uitspoken bent.
4.5*, en een van de weinige albums die kans maken op de maximale score.
Vorige week heb ik dit album (eindelijk) gekocht. De winkel had zowel een digibook (heten die dingen zo?), en het gewone plastic hoesje. Ben uiteindelijk voor het digibook gegaan. Een prima verzorgd boekje, met bij elk nummer een kort commentaar van Tom G. over het ontstaan van het nummer of waar het over gaat. Het cd-schijfje zelf is aan beide kanten zwart. Past uitstekend bij de sfeer van de muziek die erop staat.
Het duurde even voor ik Eparistera Daimones kon waarderen (het duurde trouwens ook even voor ik de naam van de cd helemaal foutloos uit het hoofd kon spellen). Aanvankelijk duurde de cd me te lang, en konden de laatste 2 nummers me niet echt boeien. Dat bleek echter niet aan de muziek, maar aan mezelf te liggen. Dit album is niet eentje dat je bij de eerste keren luisteren helemaal doorhebt. Het duurde bij mij minstens 5 luisterbeurten voor ik het kon waarderen, en sindsdien is mijn waardering alleen maar gegroeid. The Prolonging is zelfs uitgegroeid tot een van mijn favoriete nummers van dit album.
In het boekje schrijft Tom Gabriel Warrior dat hij The Prolonging heeft geschreven als een gebed, toen hij een tijd in Noorwegen verbleef. In het verlengde daarvan heb ik het idee dat het hele album een soort van mis is. "Satan, saviour, father", "Lord, have mercy upon me" (uit Goetia). Dit is echter niet een mis om een god te eren. Een zwarte mis. Duisternis, dood, ondergang als centrale thema's.
Maar toch een mis, door de veelal slepende riffs en de gitaren die soms op het randje van ontstemd lijken te zweven. Daaroverheen veelal simpele teksten met met veel herhalende stukken tekst: "Lie upon lie mankind shall die...", "Pain...myopic empire", "Pain", "As you perish I shall live" die als mystieke toverspreuken worden herhaald, alsof de voorganger in trance is. Zo nu en dan een furieze uitbarsting. "Everything you touch/Every word you speak/Every lie you shape/Every seed you sow/Dies".
Een buitengewoon sfeervol album. Niet sfeervol als in 'met je lief samen romantisch dineren bij kaarslicht', maar wel uitermate geschikt voor lange, sombere dagen met grijs weer buiten, terwijl je alleen in je huis zit, denkend wat je eigenlijk ook al weer op deze aarde aan het uitspoken bent.
4.5*, en een van de weinige albums die kans maken op de maximale score.
Triptykon - Melana Chasmata (2014)

4,0
0
geplaatst: 15 augustus 2014, 16:32 uur
Zelf was ik na vier jaar nog niet bepaald uitgeluisterd met Eparistera Daimones, maar toen lag eerder dit jaar opeens Melana Chasmata bij de platenzaak. Met de kwaliteit van Triptykon’s debuutplaat in het achterhoofd heb ik dit nieuwe album dan ook blind gekocht. Of bijna blind dan, Boleskine House en Breathing had ik al via youtube gehoord.
Toen ik op een bankje in de zon (in de hipsterwijk waar ik het album kocht voelde ik me bijna ouderwets, zo met een cd in plaats van een LP in de hand) het album zat te bekijken, de teksten en commentaren te lezen, bleek Melana Chasmata in ieder geval qua layout en artwork bijna een kopie van Eparistera Daimones.
Thuis aangekomen bleek die gelijkenis niet te zijn opgehouden bij de verpakking van de muziek. Melana Chasmata ligt muzikaal ook in het verlengde van Eparistera Daimones. Dat was opzichzelf geen verrassing: ik las ergens (kan me niet meer herinneren waar) dat Fischer zei dat hij op Eparistera Daimones een geluid gevonden had waarmee hij erg tevreden was, en waarop hij wilde doorborduren. Een zwaar, donker en depressief geluid dus, met veel herhaling en veel bas, en lastig in een hokje te stoppen.
Toch is dit niet een één-op-één kopie van z’n voorganger. Er zit meer variatie in de nummers, het tempo gaat wat vaker omhoog, en in al z’n zwaarte is dit album toch wat lichter, makkelijker te beluisteren dan z’n voorganger. Voor mij betekent dat dat het donkere gevoel dat Eparistera op me achterlaat, hier toch minder goed overkomt.
Daarbij vind ik de kwaliteit van de nummers op Melana Chasmata ook wisselender. Tegenover uitschieters (in positieve zin) als Aurorae en Black Snow staan Altar of Deceit en In the Sleep of Death. Met name dat laatste nummer, met zijn klagende, zeurende tekst, kan ik niet waarderen. Soms voelt het nummer bijna aan als een matige My Dying Bridecover. Zelfs een flink aantal luisterbeurten heeft daar weinig aan kunnen verbeteren. Waar Eparistera met The Prolonging loodzwaar (en op het randje van te lang) afsluit, eindigt dit album mooier, op een rustige manier à la Monotheist, met Waiting.
Kortom, in veel opzichten is Melana Chasmata het iets makkelijker te behappen tweelingbroertje van Eparistera Daimones. Het niveau ligt nog steeds hoog, maar ik vraag me toch af dit album dezelfde houdbaarheid heeft als z’n voorganger.
Een ruime vier sterren.
4.0*
Toen ik op een bankje in de zon (in de hipsterwijk waar ik het album kocht voelde ik me bijna ouderwets, zo met een cd in plaats van een LP in de hand) het album zat te bekijken, de teksten en commentaren te lezen, bleek Melana Chasmata in ieder geval qua layout en artwork bijna een kopie van Eparistera Daimones.
Thuis aangekomen bleek die gelijkenis niet te zijn opgehouden bij de verpakking van de muziek. Melana Chasmata ligt muzikaal ook in het verlengde van Eparistera Daimones. Dat was opzichzelf geen verrassing: ik las ergens (kan me niet meer herinneren waar) dat Fischer zei dat hij op Eparistera Daimones een geluid gevonden had waarmee hij erg tevreden was, en waarop hij wilde doorborduren. Een zwaar, donker en depressief geluid dus, met veel herhaling en veel bas, en lastig in een hokje te stoppen.
Toch is dit niet een één-op-één kopie van z’n voorganger. Er zit meer variatie in de nummers, het tempo gaat wat vaker omhoog, en in al z’n zwaarte is dit album toch wat lichter, makkelijker te beluisteren dan z’n voorganger. Voor mij betekent dat dat het donkere gevoel dat Eparistera op me achterlaat, hier toch minder goed overkomt.
Daarbij vind ik de kwaliteit van de nummers op Melana Chasmata ook wisselender. Tegenover uitschieters (in positieve zin) als Aurorae en Black Snow staan Altar of Deceit en In the Sleep of Death. Met name dat laatste nummer, met zijn klagende, zeurende tekst, kan ik niet waarderen. Soms voelt het nummer bijna aan als een matige My Dying Bridecover. Zelfs een flink aantal luisterbeurten heeft daar weinig aan kunnen verbeteren. Waar Eparistera met The Prolonging loodzwaar (en op het randje van te lang) afsluit, eindigt dit album mooier, op een rustige manier à la Monotheist, met Waiting.
Kortom, in veel opzichten is Melana Chasmata het iets makkelijker te behappen tweelingbroertje van Eparistera Daimones. Het niveau ligt nog steeds hoog, maar ik vraag me toch af dit album dezelfde houdbaarheid heeft als z’n voorganger.
Een ruime vier sterren.
4.0*
Triptykon - Shatter (2010)

3,5
0
geplaatst: 11 augustus 2014, 20:21 uur
Triptykon’s twee albums, en eigenlijk ook Celtic Frost’s Monotheist, bevallen me eigenlijk het best als ik ze in hun geheel kan luisteren. De muziek op deze albums is zwaar en bovendien niet heel makkelijk te doorgronden. Ik geniet er het meest van als ik de tijd neem, en krijg, om in het album te kruipen en mee te gaan in de sfeer.
Dat gegeven in ogenschouw nemend, is het geen wonder dat deze EP, die ik kort na Eparistera Daimones kocht, me minder bevalt dan Triptykon’s reguliere albums. Er is op Shatter simpelweg niet genoeg tijd om helemaal in de sfeer te komen. Het album komt bovendien over als een losse verzameling nummers: twee studionummers, een ambientachtig nummer, en daarna nog twee livenummers.
I am the Twilight is voor mij het beste nummer op deze EP, maar ook Shatter is de moeite waard. Qua sfeer had het op Melana Chasmata gepast. Crucifixus vind ik op hier niet zo goed tot z’n recht komen, hoewel het als afsluiter of als deel van een of andere trilogie prima op een regulier had gepast.
Van de twee livenummers ken ik de studio-uitgaves niet, maar deze nummers weten me hier niet 100% te overtuigen. Vooral de zang ligt me niet heel goed.
Shatter is een aardig tussendoortje, maar ik geef toch de voorkeur aan Eparistera Daimones.
3.5*
Dat gegeven in ogenschouw nemend, is het geen wonder dat deze EP, die ik kort na Eparistera Daimones kocht, me minder bevalt dan Triptykon’s reguliere albums. Er is op Shatter simpelweg niet genoeg tijd om helemaal in de sfeer te komen. Het album komt bovendien over als een losse verzameling nummers: twee studionummers, een ambientachtig nummer, en daarna nog twee livenummers.
I am the Twilight is voor mij het beste nummer op deze EP, maar ook Shatter is de moeite waard. Qua sfeer had het op Melana Chasmata gepast. Crucifixus vind ik op hier niet zo goed tot z’n recht komen, hoewel het als afsluiter of als deel van een of andere trilogie prima op een regulier had gepast.
Van de twee livenummers ken ik de studio-uitgaves niet, maar deze nummers weten me hier niet 100% te overtuigen. Vooral de zang ligt me niet heel goed.
Shatter is een aardig tussendoortje, maar ik geef toch de voorkeur aan Eparistera Daimones.
3.5*
Tristania - Widow's Weeds (1998)

4,0
0
geplaatst: 14 augustus 2014, 12:38 uur
Dankzij de opmerking van Genesis1971, of een soortgelijke opmerking bij een ander album maakte me nieuwsgierig naar Widow’s Weeds. Zowel Lake of Sorrow en Velvet Darkness They Fear heb ik op vier en een halve ster staan, dus mijn verwachtingen voor dit album waren hooggespannen.
Die verwachtingen heeft dit album nooit helemaal in kunnen lossen. Na een jaar luisteren, weet ik eigenlijk nog steeds niet precies waarom ik dit album net wat minder vind.
Wat zeker meespeelt is dat Widow’s Weeds naar mijn idee meer gitaargeorienteerd en wat sneller is dan Lake of Sorrow en Velvet Darkness. Daardoor komt het treurige en verlaten gevoel dat ik dit soort muziek graag in me naar boven wil laten komen, niet echt tevoorschijn.
Ten tweede vind ik de teksten van dit album wat minder: het klinkt alsof het geschreven is met een woordenboek met gothische metaforen in de hand.
Dit alles wil echter niet zeggen dat dit niet een goed album is. Sterker nog, dit is een album dat ik veel draai en erg de moeite waard vind. Mooi opgebouwd, geen zwakke nummers te bekennen (alleen Angellore vind ik iets minder vooral dankzij de cleane vocalen) met Wasteland’s Caress als hoogtepunt. Pete Johansen, die met z’n viool Lake of Sorrow ook al naar een hoger plan tilde, vormt ook hier een mooie aanvulling op de muziek. Tristania had hem gerust op een paar nummers meer mogen laten meespelen.
Niet zo geweldig als gehoopt dus, dit Widow’s Weeds, maar desondanks een album waar ik erg blij mee ben.
4.0*
Die verwachtingen heeft dit album nooit helemaal in kunnen lossen. Na een jaar luisteren, weet ik eigenlijk nog steeds niet precies waarom ik dit album net wat minder vind.
Wat zeker meespeelt is dat Widow’s Weeds naar mijn idee meer gitaargeorienteerd en wat sneller is dan Lake of Sorrow en Velvet Darkness. Daardoor komt het treurige en verlaten gevoel dat ik dit soort muziek graag in me naar boven wil laten komen, niet echt tevoorschijn.
Ten tweede vind ik de teksten van dit album wat minder: het klinkt alsof het geschreven is met een woordenboek met gothische metaforen in de hand.
Dit alles wil echter niet zeggen dat dit niet een goed album is. Sterker nog, dit is een album dat ik veel draai en erg de moeite waard vind. Mooi opgebouwd, geen zwakke nummers te bekennen (alleen Angellore vind ik iets minder vooral dankzij de cleane vocalen) met Wasteland’s Caress als hoogtepunt. Pete Johansen, die met z’n viool Lake of Sorrow ook al naar een hoger plan tilde, vormt ook hier een mooie aanvulling op de muziek. Tristania had hem gerust op een paar nummers meer mogen laten meespelen.
Niet zo geweldig als gehoopt dus, dit Widow’s Weeds, maar desondanks een album waar ik erg blij mee ben.
4.0*
Type O Negative - World Coming Down (1999)

4,5
2
geplaatst: 13 januari 2011, 20:07 uur
Zoals in mijn vorige berichtje al vermeld, heeft het een tijd geduurd voor ik dit album echt kon waarderen. Edwynn merkt terecht op dat dit album vaak wordt afgedaan als inspiratieloze meuk, en dat waren ook de enige berichten die ik er lange tijd over las. En het album kennelijk nogal bevooroordeeld ging beluisteren.
Echter, een paar jaar ouder werd ik weer nieuwsgierig naar World Coming Down, en sinds de hernieuwde kennismaking is mijn mening 180 graden gedraaid. De andere albums van Type O die ik ken (October Rust en Life Is Killing Me) zijn donker, maar altijd met een knipoog. Die knipoog is hier verdwenen, evenals de toetsenpartijen die sommige nummers van October Rust zo briljant maakten (Green Man bijvoorbeeld). Blijft over een somber, depressief album dat door de galmende stem van Peter Steele en de verwrongen klank van de gitaar nog steeds onmiskenbaar Type O Negative is.
Alle nummers zijn zwaar en zwart, hoewel nergens te zwaar en daardoor onluisterbaar. Allemaal achter elkaar een hele zit, maar gelukkig krijgt de luisteraar hier en daar een beetje lucht door korte instrumentale nummers/geluidscollages. Maar ook van die nummers spat de levenslust niet af. Integendeel.
Uit de interviews met Peter Steele die ik gelezen heb, kreeg ik altijd een beeld van een sombere, eenzame man die veelvuldig met zichzelf en de wereld worstelde. Dit album lijkt daarom een erg persoonlijk album, en is voor mij daarom het ultieme Type O Negative album.
4.5*
Echter, een paar jaar ouder werd ik weer nieuwsgierig naar World Coming Down, en sinds de hernieuwde kennismaking is mijn mening 180 graden gedraaid. De andere albums van Type O die ik ken (October Rust en Life Is Killing Me) zijn donker, maar altijd met een knipoog. Die knipoog is hier verdwenen, evenals de toetsenpartijen die sommige nummers van October Rust zo briljant maakten (Green Man bijvoorbeeld). Blijft over een somber, depressief album dat door de galmende stem van Peter Steele en de verwrongen klank van de gitaar nog steeds onmiskenbaar Type O Negative is.
Alle nummers zijn zwaar en zwart, hoewel nergens te zwaar en daardoor onluisterbaar. Allemaal achter elkaar een hele zit, maar gelukkig krijgt de luisteraar hier en daar een beetje lucht door korte instrumentale nummers/geluidscollages. Maar ook van die nummers spat de levenslust niet af. Integendeel.
Uit de interviews met Peter Steele die ik gelezen heb, kreeg ik altijd een beeld van een sombere, eenzame man die veelvuldig met zichzelf en de wereld worstelde. Dit album lijkt daarom een erg persoonlijk album, en is voor mij daarom het ultieme Type O Negative album.
4.5*
