MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten potjandosie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

James Taylor - Before This World (2015)

poster
4,0
James Taylor wordt ook wel 1 van de peetvaders van het singer/songwriter genre genoemd. misschien een boude uitspraak, maar hij stond begin 70's samen met artiesten als o.a. Bob Dylan, Joni Mitchell en Paul Simon aan de bakermat van dit genre. zijn album "Sweet Baby James" (1970) staat bekend als een klassieker.

45 jaar later verschijnt "Before This World" 13 jaar na het sterke "October Road" met voor het eerst weer nieuw materiaal ofwel 9 eigen nieuwe nummers plus een fraaie cover van het bekende, melancholische Schots/Ierse folkliedje "Wild Mountain Thyme" dat oneindig vaak gecoverd is, o.a. als "Purple Heather" op het Van Morrison album "Hard Nose the Highway".

de man met de fluwelen zangstem hoeft van mij niet te vernieuwen en dat doet hij ook niet op dit album met merendeels prachtige melodieuze luisterliedjes als "Today Today Today", de piano ballad "You and I Again" met Yo-Yo Ma op cello, dat hij schreef voor zijn vrouw Kim met simpele, alles zeggende regels als "And so although I know we're only small, In the time we have here, This time we have it all, You and I again".

de individuele pareltjes waar men hierboven over schreef zijn verder "Angels of Fenway", de prachtige tekst en melodie van het weemoedige "Before This World" waarop hij de zang met Sting deelt en met name het 2e deel het folky "Jolly Springtime" met fraaie, meerstemmige zang en het geëngageerde "Far Afghanistan" over het lot van Amerikaanse soldaten met o.a. de tekstregels "And after 9/11 here comes your Uncle Sam, another painful lesson in the far Afghanistan".

zoals wel vaker bij James Taylor staan er ook "mindere" nummers, zoals "Watchin' Over Me" en "Snowtime" op dit album, maar over de hele linie is BTW een fijn luisteralbum. wellicht saai en risicoloos voor sommigen, maar groot respect voor de kwaliteit van dit album van de destijds 67-jarige James Taylor. benieuwd of gaucho dit album inmiddels heeft beluisterd.

onder de sessiemuzikanten bevinden zich de van hem vertrouwde grootheden Steve Gadd (drums), Jimmy Johnson (bass), Michael Landau (electric & nylon string guitars), Larry Goldings (diverse toetsen), Luis Conte (percussion) en Andrea Zonn (fiddle). zijn vrouw Caroline "Kim" Taylor en hun zoon Henry zingen mee op "Angels of Fenway" en "Wild Mountain Thyme".

tenslotte als ik zie hoe makkelijk hier op MuMe met 4 en 4,5 sterren wordt rond gestrooid voor allerlei albums van debuterende singer/songwriters of hun 2e of derde album, kan ik dit album moeilijk anders dan met 4 sterren waarderen. sommigen zullen dat oude l.llenpraat vinden. het zij zo.

Album werd geproduceerd door Dave O'Donnell

James Taylor - Covers (2008)

poster
3,0
James Taylor bewijst op dit album dat covers van goede liedjes gespeeld door goede muzikanten lang niet altijd geslaagd zijn. vermoedelijk ligt dat bij dit album aan de arrangementen en de behoorlijk gladde, gepolijste productie.

gelukkig is het niet alleen kommer en kwel, want met "I'm Growing" (William Robinson/Warren Moore), "Wichita Lineman" (Jimmy Webb), "Why Baby Why" (Darrell Edwards/George Jones) met een fraai koortje, "Seminole Wind" (John Anderson) en "Sadie" staan er ook een 5-tal nummers op het originele album die het beluisteren waard zijn. de overige 5 covers zijn niet erg geslaagd en kunnen inderdaad niet tippen aan de originelen.

van de 8 bonus tracks verschenen er 6 eerder op de EP "Other Covers" (2009) en zijn "Summertime Blues" en "Not Fade Away" nieuw. beide zijn niet bepaald goed te noemen. 2 van die 8 nummers ontstijgen de middelmaat, de traditional "Wasn't That a Mighty Storm", waarvan de cover versie van Nanci Griffith op het album "Other Voices Too" te prefereren valt en de Tom Waits cover "Shiver Me Timbers", hoewel ik de de laid-back cover van "Memphis" (Chuck Berry) ook best lekker vind.

onder de sessiemuzikanten bevinden zich behalve een blazerssectie o.a. de klasbakken Steve Gadd (drums), Jimmy Johnson (bass), Michael Landau (electric guitars) en Luis Conte (percussion).

Album werd geproduceerd door Dave O'Donnell & James Taylor
Recorded at The Barn, Washington, Massachusetts

deelcitaat uit de liner notes (James, June '08)

"I've done covers of other people's songs since the beginning. Looking over the various collections of my tunes (record labels love to re-release), a fair-sized portion of my "hits" have been covers "You've Got a Friend", "How Sweet it Is", "Up On the Roof", "Handyman"...so this is not uncharted water for me. I've always thought that writing an original song and reinterpreting someone else's were similar processes; just as making music is a lot like listening to it"

James Taylor - Flag (1979)

poster
3,5
de opvolger van het sterke "JT" (1977) bevalt iets minder dan zijn voorganger. 10 eigen liedjes plus 2 covers "Day Tripper" (Lennon/McCartney) en de klassieker "Up On the Roof"(Goffin/King) dat een hit werd in de States. heb een zwak voor de prachtige, zoetgevooisde stem van James Taylor.

album opent sterk met het up-tempo "Company Man" met een backing vocal van Graham Nash, waarna er voor zijn doen 3 vrij stevig rockende nummers volgen waaronder een minder geslaagde cover van "Day Tripper". "I Will Not Lie For You" is 1 van de betere nummers op het eerste deel van dit album.

het hart van het album vanaf nummer 7 met de prachtige melodie van "B.S.U.R." met harmoniezang van Carly Simon, een re-recording van zijn eigen "Rainy Day Man" en het sterke, folky "Millworker" ervaar ik als het sterkste gedeelte.

de ballad "Chanson Francaise" is aan de erg zoete kant, waarna de lekkere lome, jazzy ballad "Sleep Come Free Me" dit album sterk afsluit.

onder de sessiemuzikanten bevinden zich o.a. Danny Korthchmar/Waddy Wachtel (guitars), Dan Dugmore (pedal steel), Leland Sklar (bass) en Russ Kunkel (drums).

Album werd geproduceerd door Peter Asher
Recorded at The Sound Factory, Hollywood, L.A., California

James Taylor - Gorilla (1975)

poster
5,0
kan me goed vinden in de teksten hierboven waarvoor dank. na het zwakke "Walking Man" (1974) is de opvolger "Gorilla" een verademing. 9 prachtige eigen liedjes van JT plus een cover "How Sweet It Is" (Holland-Dozier-Holland) en de traditional "Wandering" hier prachtig, sober uitgevoerd.

een juweeltje met nagenoeg alleen maar song pareltjes, dat in mijn geval sinds het verschijnen in 1975 al een heel leven mee gaat. het luchtige, vrolijke "Mexico" met schitterende zang van Crosby & Nash zet meteen de toon. een kunstje dat zij herhalen op het absolute prijsnummer "Lighthouse".

een zeer consistent album met de ene na de andere prachtmelodie, dat de tand des tijds heeft doorstaan. ook het lome, jazzy "Gorilla" past goed bij de warme sfeer met verder prachtige ballads als "You Make It Easy", "I Was a Fool to Care" en "Love Songs". wel ervaar ik "How Sweet It Is" inmiddels als het minste nummer. de uitbundige versie op zijn live album uit 1993 spreekt meer aan.

mijn favoriete album van de man met ook nog andere klasse songs, zoals het pittige, bluesy "Angry Blues" met het herkenbare gitaarspel van (wijlen) Lowell George en het ingetogen, ontroerende "Sarah Maria" dat hij schreef voor zijn destijds pasgeboren dochter Sally en na al die jaren nog steeds kippenvel oplevert.

Album werd geproduceerd door Russ Titelman & Lenny Waronker

James Taylor - Hourglass (1997)

poster
4,0
na een stilte van 6 jaar verscheen "Hourglass" de opvolger van het matige "New Moon Shine". zeg maar gerust een "return to form" met veel bovengemiddeld goede liedjes. een album waar hij in de States een Grammy mee in de wacht sleepte.

10 originals van James Taylor plus "Boatman" van zijn broer Livingston Taylor en Maggie Taylor en een cover "Walking My Baby Back Home" (Fred Ahlert/Roy Turk) een American classic stammend uit 1930.

prijsnummers zijn wat mij betreft het mid-tempo "Line 'Em Up" en de pracht ballad "Gaia" met Branford Marsalis op sax.

verder fraaie mid-tempo liedjes als "Little More Time with You" met Stevie Wonder op harmonica, het deels in het Frans gezongen "Ananas", "Jump Up Behind Me" waarop Sting te horen valt met prachtige klanken van Michael Brecker op Ewi (electronic wind instrument), "Yellow and Rose" met een backing vocal van Shawn Colvin en het sterke "Boatman".

"Enough to Be on Your Way" met Yo-Yo Ma op cello en fraai vioolspel van Mark O'Connor, "Another Day" en "Up Er Mei" met een backing vocal van Jill Dell' Abate zijn ballads die lekker weg luisteren. ervaar alleen "Up from Your Life" als een dissonant op dit consistente album, dat fraai wordt afgesloten met de jazzy ballad "Walking My Baby Back Home".

de hidden track "Hangnail" sluit prima aan bij de fijne flow van "Hourglass", waar o.a. Dan Dugmore op pedal steel gitaar op meerdere nummers een fraaie bijdrage aan levert.

Album werd geproduceerd door Frank Filipetti & James Taylor

James Taylor - In the Pocket (1976)

poster
4,0
"In the Pocket" werd het zesde en laatste album dat James Taylor voor het label Warner Bros maakte.
heb deze lange tijd als een minder album beschouwd en dat is niet terecht, want er staan grotendeels memorabele liedjes op met sterke melodieën, prachtig gearrangeerd in een productie die qua gladheid aan de goede kant van de streep blijft, waar de productie op een album als "Walking Man" ietwat "over the top" was. als vanouds weet JT zich op dit album omringd met een keur aan top sessiemuzikanten.

het catchy mid-tempo "Shower the People" is een sterke opener. verder veel schitterend door JT gezongen ballads als "A Junkie's Lament" met een lead vocal van Art Garfunkel, "Slow Burning Love", "Daddy's All Gone", "Don't Be Sad" co-written met Stevie Wonder dat wordt ingekleurd met zijn harmonicaspel en het banjo spel van Herb Pedersen en "Captain Jim's Drunken Dream" met fraaie mandoline accenten van David Grisman.

"Nothing Like a Hundred Miles" met harmoniezang van Crosby & Nash en het dobro spel van David Lindley is 1 van de vele hoogtepunten.

de met een R&B sausje overgoten meer up-tempo nummers "Money Machine", "Woman's Gotta Have It" (een matige cover) en "Family Man" bekoren een stuk minder. het opgewekte, ritmische "Everybody Has the Blues" met een brass band sound inclusief tuba bevalt beter. vandaar 4 sterren voor dit ondergewaardeerde album.

Album werd geproduceerd door Lenny Waronker en Russ Titelman
Recorded at Warner Bros. Recording Studios, Hollywood, California

James Taylor - James Taylor (1968)

poster
3,5
de inmiddels 77-jarige James Taylor was 20 jaar oud toen hij in 1968 naar Engeland ging om daar wat demo's van zijn liedjes op te nemen. zijn vriend en mentor Peter Asher, bekend van het zangduo Peter & Gordon, was destijds hoofd van de A&R afdeling van het net opgerichte Apple Records label van de Beatles.

Peter Asher "had no hesitation in bringing the demo to the enthusiastic new company where James was immediately and warmly welcomed by Paul McCartney and assembled staff. James was the first artist signed by Apple"

Peter Asher besloot dat de simpele akoestische arrangementen van James Taylor aangevuld moesten worden met strijkers en een kopersectie (brass), waarvoor de orkest arrangeur Richard Hewson werd ingehuurd. het resultaat is dit inmiddels 57 jaar oude gelijknamige debuut album.

een aantal van de beste nummers van dit album zouden later in betere, definitieve versies verschijnen, zoals "Something in the Way She Moves" dat later prachtig gecoverd werd door Matthews Southern Comfort (album "Second Spring") en "Carolina in My Mind" op het "Greatest Hits" album (1976) en "Rainy Day Man" op het album "Flag" (1979), samen met "Don't Talk Now" en "Something's Wrong" de sterkhouders van dit wat onsamenhangende debuut, waarop meerdere liedjes te lijden hebben van de strijkers en brass arrangementen, die de op zich goede liedjes geen goed doen.

dit debuut mist de kwaliteit en verfijning van zijn latere werk. het album verkocht slecht en het bleef bij dit ene album dat James Taylor voor Apple maakte. de opvolger "Sweet Baby James" met de hitsingle "Fire and Rain" werd in de States een groot commercieel succes. de rest is geschiedenis.

Album werd geproduceerd door Peter Asher
Recorded at Trident Studios, London, July to October 1968
All tracks composed by James Taylor, except track 11 (traditional)

James Taylor - JT (1977)

poster
4,0
heb een voorkeur voor de 70's albums van James Taylor, zo ook voor deze. 10 nummers schreef hij zelf waarvan 1 "Terra Nova" co-written met Carly Simon plus "Honey Don't Leave L.A." van gitarist Danny Kortchmar en een schitterende cover "Handy Man" (Jones/Blackwell) een prachtige melodie met backing vocals van Leah Kunkel met dat hemelse refrein "Come, come, come, Yeah, yeah, yeah". het hoogtepunt van dit album.

goede tweeden zijn "Looking for Love on Broadway" en "Terra Nova" met harmoniezang van Carly Simon.
van de up-tempo nummers steken "Honey Don't Leave L.A.", "I Was Only Telling a Lie" met fraaie gitaar riffs van Danny Kortchmar en "Bartender's Blues" met harmoniezang van Linda Ronstadt en een steel gitaar partij van Dan Dugmore er boven uit.

de ballads "There We Are" en "Secret O' Life" behoren niet tot zijn sterkste, hoewel dit album sterk afsluit met een andere ballad "If I Keep My Heart Out of Sight".

Album werd geproduceerd door Peter Asher
Recorded at The Sound Factory, Los Angeles, CA

de basis bezetting op dit album:

James Taylor: acoustic guitar, vocals & background vocals
Danny Kortchmar: guitars
Leland Sklar: bass
Dr. Clarence McDonald: keyboards
Russell Kunkel: drums & percussion

James Taylor - Mud Slide Slim & the Blue Horizon (1971)

poster
4,5
het tweede album van de destijds 23-jarige James Taylor voor het Warner Bros. label doet niet onder voor zijn debuut "Sweet Baby James" op dat label.

11 eigen nummers van JT plus een cover van "You've Got a Friend" (Carole King) waarmee hij zijn grootste hit scoorde en een nummer "Machine Gun Kelly" van gitarist Danny Kortchmar, een schitterende melodie uitgevoerd met prachtig akoestisch gitaarspel.

album opent met het luchtige, vrolijke "Love Has Brought Me Around" gevolgd door de bekende hit.
fraaie piano ballads als "Places In My Past", "Soldiers", "Long Ago and Far Away" en "Highway Song" met het koortje van hemzelf, Kate Taylor en Peter Asher maken alle indruk, zoals ook het lieflijke "You Can Close Your Eyes" met alleen zang en akoestisch gitaarspel van JT dat doet.

van de iets meer up-tempo nummers steken het eerder genoemde "Machine Gun Kelly", het titelnummer "Mud Slide Slim" met subtiele percussie, "Hey Mister etc" en het folky "Riding On a Railroad" met o.a. John Hartford (banjo) en Richard Greene (fiddle) er boven uit. het bluesy met een blazerssectie (The Memphis Horns) voorziene "Let Me Ride" beklijft minder.

het door JT op akoestische gitaar sober uitgevoerde "Isn't It Nice to Be Home Again" is een fraaie afsluiter.

o.a. Joni MItchell (background vocals), Leland Sklar (bass), Russ Kunkel (drums), Danny Kortchmar (acoustic & electric guitars) en Carole King (piano, background vocals) werkten mee aan dit album.

Album werd geproduceerd door Peter Asher
Recorded at Crystal Recording Studios, Hollywood, California

James Taylor - Never Die Young (1988)

poster
3,5
inderdaad nogal wisselende kwaliteit van de liedjes op dit album met 10 eigen nummers van James Taylor, waarvan 3 co-written, waaronder het matige "T-Bone" c/w Billy Payne (Little Feat), het stemmige "Baby Boom Baby" c/w Zachary Wiesner met een saxofoon partij van Michael Brecker en het fraaie, melodieuze "Home By Another Way" c/w Thomas Mayer, 1 van de betere nummers op dit album.

samen met het titelnummer "Never Die Young" en de met prachtige koortjes opgetuigde nummers "Sun On The Moon" en "First of May" en het bluesy "Sweet Potato Pie" zijn dit de sterkhouders.

voor het overige weinig memorabele liedjes, dat op bij voorbeeld "Runaway Boy" niet verholpen kan worden door de fraaie vioolklanken van Mark O'Connor en de mierzoete piano ballad "Valentine's Day".
de "synthesizer programming" is, zoals vermeld in de liner notes, gelukkig niet al te prominent aanwezig.

ondanks het muzikale vakmanschap ervaar ik "Never Die Young" als 1 van 's mans mindere albums.

Album werd geproduceerd door Don Grolnick
Recorded at Power Station, N.Y.C., New York

de basis muzikanten op dit album:
Leland Sklar: bass
Carlos Vega drums, percussion
Bob Mann, James Taylor: guitars
Dan Dugmore: pedal steel guitar, banjo
Don Grolnick: keyboards
James Taylor, Arnold McCuller, Rosemary Butler: vocals

James Taylor - New Moon Shine (1991)

poster
3,5
een wat minder album van de inmiddels 77-jarige James Taylor. 10 eigen nummers waarvan 2 co-written plus een fraaie, subtiele Sam Cooke cover (9) en een mooi ingehouden versie van de traditional "The Water is Wide" met Jerry Douglas (dobro) en Mark O'Connor (viool).

de sterke melodieën van "Copperline" (co-written Reynolds Price), "The Frozen Man" en "Shed a Little Light" met een fraai koortje en de ballads "Like Everyone She Knows" met wederom fraaie backing vocals en een heerlijke sax solo van Branford Marsalis en "Native Son" zijn wat mij betreft de sterkhouders van dit voor zijn doen matige album.

de up-tempo nummers "Stop Thinkin' Bout That" (co-written Danny Kortchmar) en de met lichte R&B beïnvloede nummers "Slap Leather" en "One More Go Round" beklijven een stuk minder. ook "Oh Brother" met de obligate "hand claps" doet dat niet of nauwelijks.

op dit album spelen weer een flink aantal vertrouwde sessiemuzikanten mee o.a. Carlos Vega (drums), Michael Landau (electric guitar), Jimmy Johnson (bass) en Don Grolnick (piano, organ, synthesizer) bekend van zijn eerdere albums en o.a. Valerie Carter/Arnold McCuller zingen mee in de koortjes.

Album werd geproduceerd door Don Grolnick
Recorded at Skyline & Power Station Studios, New York City & A&M and Studio F Studios, Los Angeles

James Taylor - October Road (2002)

poster
4,5
een verrassend goed album van de destijds 54-jarige James Taylor met 10 zelf gepende nummers en 1 cover "September Grass" (John L. Sheldon) en een kerstnummer.

het album bevat met "September Grass", "October Road" met het herkenbare gitaarspel van Ry Cooder, "On the 4th of July", het melodieuze "Carry Me On My Way" en het klein gehouden "Baby Buffalo" met prachtige harmoniezang van Sally Taylor een flink aantal pareltjes.

ook "My Travelling Star", de "marching song" "Belfast to Boston" met (Ierse) folkinvloeden (bagpipes, penny whistle) en de weemoedige piano ballad "Caroline I See You" zijn nummers die beklijven.

heb minder met de steriele productie en de gepolijste blazers van "Whenever You're Ready" en "Raised Up Family" die doen denken aan de sound van Steely Dan. samen met de jazzy piano ballad "Mean Old Man" wat mindere nummers.

onder de sessiemuzikanten bevinden zich o.a. Steve Gadd (drums), Jimmy Johnson (bass), Michael Brecker (saxophones), Stuart Duncan (violin), Michael Landau (guitars) en Greg Phillinganes (keyboards). de prachtige zang van James Taylor wordt op meerdere nummers aangevuld met fraaie koortjes.

"October Road" is 1 van de betere albums uit de nadagen van 's mans rijke muzikale carrière.

Album werd geproduceerd door Russ Titelman

James Taylor - One Man Dog (1972)

poster
4,0
tja ieder zijn mening AdrieMeijer. wat mij betreft geen grote stijlbreuk t.o.v. de 2 voorgangers, wel meer korte nummers waaronder 3 instrumentale inclusief de afsluiter "Jig", maar wel een album met over de hele linie wat minder memorabele nummers ofwel minder uitschieters.

alle eigen nummers van JT uitgezonderd "Back On the Street Again" (Danny Kortchmar), "Someone" (John McLaughin) en de traditional "One Morning in May" 1 van de prijsnummers met wonderschone zang van Linda Rondstadt.

fraaie nummers als "One Man Parade", "Nobody But You", "Chill Dog", "New Tune" en "Don't Let Me Be Lonely Tonight" met een sax solo van Michael Brecker ervaar ik als "vintage" James Taylor liedjes, echter het mid-tempo "Back On the Street Again", de piano ballad "Hymn" met een halverwege invallende brass band en het folky "Dance" met pedal steel spel van Red Rhodes en de banjo en fiddle klanken van John Hartford maken de meeste indruk.

het bluesy "Woh, Don't You Know" en het wat experimentele met percussie ingeleide "Little David" bekoren minder.

"One Man Dog" werd wederom geproduceerd door zijn manager/vriend Peter Asher

James Taylor - Sweet Baby James (1970)

poster
4,5
na zijn gelijknamige debuut (1968) op het Apple label van de Beatles volgde 2 jaar later "Sweet Baby James", de eerste van 6 albums die James Taylor voor het vermaarde Warner Bros. label zou maken.

een ijzersterk debuut op dat label met 10 bovengemiddeld goede, eigen liedjes. het lieflijke "Sweet Baby James" zet meteen de toon gevolgd door de ballad "Lo and Behold" met de fraaie pedal steel klanken van Red Rhodes, waarna de jazzy accenten van het lichtvoetige "Sunny Skies", het bluesy "Steamroller" met een geweldige Danny Kortchmar op gitaar en een fraaie blazersectie, de pracht melodie van "Country Road", de folk van "Oh Susannah" (Stephen Forster) en wellicht 1 van zijn mooiste ballads, de klassieker "Fire and Rain" volgen.

de ballad "Blossom" is een klein gehouden songpareltje, het mid-tempo "Anywhere Like Heaven" laat wederom een fraaie pedal steel horen en wordt verder omlijst met de fiddle klanken van Chris Darrow, waarna het kaal gehouden bluesy "Oh Baby, Don't You Loose Your Lip on Me" en het mid-tempo "Suite for 20G" het tweede nummer met een blazerssectie en heerlijk gitaarspel van Danny Kortchmar deze klassieker afsluiten.

onder de sessiemuzikanten bevinden zich verder John London/Bobby West/Randy Meisner (bass), Russ Kunkel (drums) en Carole King (piano).

Album werd geproduceerd door Peter Asher
Recorded at Sunset Sound Studios, Los Angeles, California

(deel) citaat uit de liner notes van Peter Asher (Spring 2019) over de ontstaansgeschiedenis van dit album:

"We made one album for Apple but left when the company started to fall apart. James and I decided I should become his manager (a role I retained for the next 25 years) and we both left for America. Over breakfast at the Continental Hyatt House on the Sunset Strip I made a deal with Joe Smith of Warner Bros. Records for us to make several albums for that much-admired label and then made a plan for James to fly out from the East Coast to begin recording the first of them. I put a little core band together, beginning with the essential Danny Kortchmar on guitar, who in turn introduced me to the legendary songwriter (and underrated pianist) Carole King. I visited a rehearsal of singer-songwriter and friend John Stewart, where I first heard (and hired) the brilliant and profoundly creative drummer Russ Kunkel"

James Taylor - Walking Man (1974)

poster
3,0
een flinke tegenvaller dit vijfde solo album van de aimabele, sympathieke "positivo" James Taylor met 8 JT originals plus het zwakke "Ain't No Song" (David Spinozza/Joey Levine) en "The Promised Land" een matige Chuck Berry cover dat net als "Rock 'n Roll is Music Now" en Me and My Guitar" tot de 3 rockende nummers behoort. nummers die dat met de beetje misplaatste strijkers overigens niet echt doen.

de opener "Walking Man" belooft veel goeds en staat op eenzame hoogte. veruit het beste nummer, dat ik graag in een andere versie zonder strijkers had willen horen. "Let It All Fall Down" en "Fading Away" zijn goede tweeden en ook het ingetogen wel erg zoete "Daddy's Baby" wil enigszins beklijven.

mis op dit album ook de warme, intieme sfeer van zijn voorgaande albums. glad, steriel geproduceerd en wat ook niet helpt is de matige kwaliteit van de liedjes. het gepolijste en overdadig georkestreerde "Ain't No Song" is wat dat betreft een dieptepunt. ondanks de waslijst van vele topmuzikanten o.a. de Brecker Brohers, Hugh McCracken, Don Grolnick, Rick Marotta, etc. beland dit teleurstellende album zelden in de speler.

Album werd geproduceerd door David Spinozza
Recorded at The Hit Factory, New York City, New York

Jason Isbell - Foxes in the Snow (2025)

poster
4,0
deze laatste worp van Jason Isbell viel mij in eerste instantie tegen. normaal hou ik wel van het "less is more" principe, want op dit album is alleen Jason Isbell met zang en gitaar te horen, maar de liedjes vond ik nogal anoniem, monotoon en eenvormig klinken. kortom het songmateriaal wilde me niet "pakken".

om die reden bewust gewacht met iets te posten bij dit album, maar na verloop van tijd blijkt "Foxes in the Snow" toch wel een groeidiamantje te zijn. 1 van de betere singer/songwriter albums die tot zover dit jaar in het folk/roots genre verschenen.

hoogtepunten "Bury Me", "Eileen", "Don't Be Tough" en "Wind Behind the Rain", maar zo zal een ieder zijn eigen favorieten hebben. kan mij goed voorstellen dat de fans van zijn ruigere werk met band minder met dit album hebben. als liefhebber van het rustigere werk vermoed ik dat zijn album "Southeastern" een logische keuze is om mij verder in 's mans oeuvre te verdiepen.

Jason Isbell and the 400 Unit - Weathervanes (2023)

poster
veel aandacht hier op de site voor deze Weathervanes van Jason Isbell. vraag me af of dit het soort albums zijn die over pak 'em beet 30/40 jaar "classics" zullen worden genoemd. heb alleen Sirens Of The Ditch (Deluxe Edition) in mijn bezit, die ik redelijk tot goed vind maar mij niet zo overtuigde. daarnaast van de DBT "Southern Rock Opera" en "The Dirty South". ben ook een kind van de seventies dus bekend met de hier door Tonio aangehaalde gitaarduels van bijv. de onovertroffen Duane Allman/Dicky Betts, maar inmiddels ben ik wat minder gecharmeerd van het zeg maar "ruigere' werk en luister ik meer naar het wat rustiger werk van singer/songwriters uit de roots/americana hoek zoals Doug Paisley en John Gorka. wellicht een beetje off-topic maar zijn er albums van Jason Isbell die enigszins in dit genre vallen?

Jeff Talmadge - Blissville (2004)

poster
4,5
Jeff Talmadge is een schromelijk onderschatte Amerikaanse singer/songwriter in het americana/roots (folk/country) genre. na zijn debuutalbum "Secret Anniversaries" (1999) werd dit zijn 5e solo album en het tweede album dat werd uitgebracht op het Nederlandse Corazong label van Bert Ruiter en Evert Wilbrink.
dit werd destijds gevolgd door een tournee langs het kleine clubcircuit in de Lage Landen.

hij groeide op in diverse kleine stadjes in de staat Texas 70 mijl van de grens met Mexico, was advocaat en had een succesvol kantoor in Austin, Texas, sloot dit in 2003 en verhuisde naar Atlanta, staat Georgia.

de muziekpers maakt vergelijkingen met artiesten als Mickey Newbury en Townes Van Zandt en vanwege zijn excellente songwriting ontving hij diverse awards. zijn sound en songs brengen ook wel John Hiatt in herinnering.

op "Blissville" staan 6 niet eerder verschenen songs plus 7 nieuwe versies van songs van 3 eerder verschenen albums, t.w. tracks 4 en 8 van "Secret Anniversaries", tracks 6,12 en 13 van "Bad Tattoo" en tracks 7 en 11 van "The Spinning Of the World".

veel melodieuze ballads en mid-tempo songs die prachtig worden ingekleurd met o.a. accordeon, dobro, slide gitaar en viool gezongen met de doorleefde stem van Jeff Talmadge, een enkele keer aangevuld met fraaie backing vocals. stuk voor stuk memorabele, verhalende songs met introspectieve, poëtische teksten die ergens over gaan, zoals in het melancholische "A Soldier's Christmas".

los van het fraaie fingerpickin' gitaarspel van Jeff Talmadge excelleert ene Bradley Kopp op zowel akoestische als elektrische gitaar.

Jeff Talmadge schreef alle songs voor dit album zelf, uitgezonderd "Midnight Flight" dat hij schreef met de Amerikaanse singer/songwriter wijlen David Rodriguez die lange tijd in Nederland woonachtig was en van wie onlangs het postume album "David Rodriguez & The Rhythm Chiefs "Rise and Shine" verscheen.

dit jaar (2024) verscheen 13 jaar na zijn laatste album "KInd of Everything" (2011) zijn in eigen beheer uitgebrachte achtste album "Sparrow". zonder iets te willen opdringen ben ik benieuwd of iemand, misschien Lura daar iets over te melden heeft. de man brengt al 25 jaar excellente albums uit en zijn muziek verdient meer aandacht.

Jeffrey Foucault - Ghost Repeater (2006)

poster
4,5
er zijn van die albums die je lange tijd negeer en waarvan je na vele jaren opnieuw de pracht ontdek, zoals dit hierboven terecht bejubelde "Ghost Repeater" van de Amerikaanse singer/songwriter Jeffrey Foucault.

de man schreef 11 zeer sterke, melodieuze liedjes voor dit album met mooie, verhalende teksten, prachtig muzikaal omlijst door o.a. accordeon, pedal steel en met geweldig ondersteunend gitaarspel van Bo Ramsey. voeg daarbij de fraaie harmoniezang van Kris Delmhorst op nummers als "One For Sorrow" en "One Part Love" en dan heb je een potentiële americana (folk/country) klassieker, dat dit album achteraf ook blijkt te zijn.

Jeffrey Foucault's stem en zijn songs/sound hebben wel iets weg van die van Steve Earle, waarvan de laatste tekstueel wel meer de "hard core troubadour" is.

van de solo albums van JF beschouw ik deze als zijn beste. inderdaad hoogstaande americana, zoals Teacher hierboven al eerder terecht opmerkte.

een album met een kwaliteit, zoals een collega als Steve Earle naar mijn mening al jaren niet meer maakt. Jeffrey Foucault maakte ook een prima duo album "Seven Curses" met Mark Erelli en 2 fraaie americana (folk) albums met de gelegenheidsformatie Redbird (met Kris Delmhorst en de met hen bevriende singer/songwriter Peter Mulvey).

Album werd geproduceerd door Bo Ramsey
Recorded at Minstrel, Iowa City, Iowa

Jeffrey Foucault: acoustic guitar, vocals
Bo Ramsey: electric, resonator & Weissenborn guitar
Rick Cicalo: bass, stand up bass
Steve Hayes: drums, percussion
Dave Moore: accordion
Eric Heywood: pedal steel
Nate Basinger: hammond organ, Wurlitzer
Kris Delmhorst: vocals

Jeffrey Martin - Thank God We Left the Garden (2023)

poster
4,5
Zo dan! dacht ik na meerdere luisterbeurten van dit album van de uit Portland, Oregon afkomstige Amerikaanse singer/songwriter. dit is het vierde album van de pas 37-jarige Jeffrey Martin, dat 6 jaar na zijn vorige album "One Go Around" (2017) verscheen.

met dank aan erwinz en de berichten van andere users hierboven, besloot ik dit album aan te schaffen. zoals LittleBox al eerder aangaf is dit een verbluffend goede plaat met melodieuze, sterke verhalende songs uitgevoerd door de man alleen met zijn stem die inderdaad iets weg heeft van de Engelse singer/songwriter David Gray, en akoestische gitaar, op enkele nummers aangevuld met atmosferische flarden van een elektrische gitaar.

"Keep It Simple" zong Van Morrison ooit op een gelijknamig album en dat is zeker op dit album van toepassing. 11 zelfgeschreven liedjes van Jeffrey Martin met prachtige, intense, indringende muziek. alle nummers die stuk voor stuk blijven hangen. verwacht geen complexe songstructuren bij deze man, maar recht toe/recht aan songs met een melancholische ondertoon die de luisteraar emotionele rijkdom bieden en direct "binnen" komen.

folk/americana van de bovenste plank op dit album dat op de valreep van 2023 uitkwam. een album waarmee de liefhebber van dit genre haar of zijn hart kan ophalen.

Album werd geproduceerd door Jeffrey Martin & Jon Neufeld
Recorded in The Shack, Portland, Oregon

Jeffrey Martin: acoustic guitar, classical guitar, vocals
Jon Neufeld: electric guitar

Jennie Stearns - Birds Fall (2007)

poster
3,5
het derde solo album van de uit Carlisle, Massachusetts afkomstige singer/songwriter Jennie Stearns (meisjesnaam Brandhorst) dat zij in eigen beheer uitbracht.

vrij "basic" roots/americana met voornamelijk folk en ook wel wat country invloeden. Jennie Stearns schrijft weliswaar goede liedjes, echter lang niet al haar liedjes willen beklijven. haar stem heeft wel iets weg van die van Lucinda Williams, maar dan zonder het rauwe randje.

veel ingetogen slow-tempo nummers gezongen met haar mooie, melancholieke stem, een enkele keer wat meer up-tempo in "Thirty Years", die enigszins inwisselbaar klinken.

hoogtepunten zijn "Step into the Picture" met een fraaie pedal steel, "Birds Fall", "Everything" en "When You Go" nummers die fraai worden ingekleurd met de gitaar partijen van multi-instrumentalist/producer Gurf Morlix, bekend van zijn producties van albums van o.a. Slaid Cleaves, Mary Gauthier, Ray Wylie Hubbard en niet te vergeten Lucinda Williams.

op dit ietwat brave, kleurloze album mis je de energie en intense voordracht van de laatste of bij voorbeeld iemand als Mary Gauthier.

Album werd geproduceerd door Gurf Morlix (die inmiddels 15 solo albums op zijn naam heeft staan)
Recorded at Rootball Studio, Austin, Texas
All songs written by Jennie Stearns

Jennie Stearns: vocal
Gurf Morlix: guitars, bass, mandocello, keyboard, pedal steel, percussion, Weissenborn, vocal
Rick Richards: drums, djembe
Jim Lauderdale: vocal (tracks 3,7)

Jennie Stearns - Blurry Edges (2011)

poster
3,5
het vierde album van Jennie Lowe Stearns, de opvolger van het 4 jaar eerder verschenen "Birds Fall".
roots/folk muziek vervat in melancholieke melodieën, spaarzaam geïnstrumenteerd, gezongen met haar ietwat dromerige stem, begeleid door haar band The Fire Choir.

11 eigen songs die worden ingekleurd met voornamelijk piano en orgelspel van haar vaste begeleider Michael Stark en ingehouden slide gitaar partijen van Joe Novelli.

veel piano ballads als "Pale Blue Parka", "Frida" en "Thieves", waarbij het laatste nummer er bovenuit steekt.

een enkele keer wat meer up-tempo zoals in "Night and Day" dat wordt opgeluisterd door de fraaie klanken van de slide gitaar en bij de afsluiter "Blurry Edges" veer je als luisteraar even op bij de "distorted" gitaarpartijen op het eind van dit nummer.

weliswaar een fraai album dat helaas te lijden heeft aan eenvormigheid. vanwege het gebrek aan variatie in het songmateriaal en de instrumentatie, kan dit album niet tippen aan haar mijns inziens beste album "Desire", een meer gevarieerd album waar naar verhouding meer kwaliteitsliedjes op staan.

haar laatste eveneens in eigen beheer uitgebrachte album "Ghost Tracks" (2019) ken ik niet.
misschien dat Lura hier iets over te melden heeft.

Album werd geproduceerd door Jennie Lowe Stearns
Recorded at Pyramid Sound Studios, Ithaca, New York

Jennie Lowe Stearns: vocals, acoustic guitar
Michael Stark: piano, Rhodes & Europa organ
Matt Saccuccimorano: drums
Brian Dozoretz: standup & electric bass
Emily Arin: backing vocals (tracks 5,7,9)
Joe Novelli: astral slide guitar

Jennie Stearns - Sing Desire (2002)

poster
4,0
bijzonder fraai en sterk 2e album van de Amerikaanse singer/songwriter Jennie Stearns (tegenwoordig Jennie Lowe). een meer gevarieerd album dan de opvolger "Birds Fall", met een rijkere, vollere instrumentatie en bovenal betere songs in een betere productie, waarbij haar prachtige stem alle ruimte krijgt. het genre zou ik folk/roots willen noemen i.p.v. folk/rock zoals hierboven vermeld, maar dat terzijde.

veel hoogtepunten op dit "Sing Desire" o.a. "Season of Dreams" een ballad die Lucinda Williams op het lijf geschreven zou zijn, met een tweede stem van Willie Watson van de alt.country band Old Crow Medicine Show, een nummer waarvan de melancholie wordt versterkt door de klanken van een cornet.

"Knoxville Girl" eveneens een fraaie, intense ballad met extra vocalen van Mary Lorson gezongen met die breekbare, melancholieke stem van Jennie Stearns. ook "Too Close" met wederom een 2e stem van Willie Watson en het wonderschone, verstilde "Shades of Blue" met prachtige accenten van harmonium en orgel, vallen onder die categorie songs.

het aanstekelijke "County Road" ingekleurd met de banjo klanken van Richie Stearns en het vrolijke met fiddle spel opgesierde "Sleeping" met een bossa nova ritme zorgen voor een fijne afwisseling.

dan denk je alle hoogtepunten te hebben gehad, maar dan komt haar kaal gehouden versie van het Johnny Dowd nummer "Garden of Delight" nog, met alleen haar zang begeleid door een orgel. wederom een hoogtepunt.

"You Save Me" en "Early Train" zijn iets "mindere" tracks, maar dan minder in die zin dat deze iets onderdoen voor de overige songs op dit album.

al met al is "Sing Desire" na haar 1e album "Angel With a Broken Wing" een sterk visitekaartje van Jennie Stearns. een album waarop zij bewees een prima songwriter te zijn. mocht zij ooit weer eens een tournee doen in de lage landen, dan zal ik er zeker bij zijn.

bedankt voor het sturen van de link Lura, maar ik heb dit album al een tijdje fysiek in huis, en deze bevalt mij inderdaad een stuk beter dan haar derde album "Birds Fall".

Album werd geproduceerd door Chad Crumm & Jennie Stearns
Recorded at the Music Tank, Trumansburg, New York
(except "Bitter Sweet" produced and recorded by Billy Cote at PPG Studios, Ithaca, NY)

All songs by Jennie Stearns, except "Sleeping" music Chad Crumm, lyrics Jennie Stearns & Chad Crumm,
and "Garden of Delight" (Johnny Dowd)

Jennie Stearns: vocals, acoustic guitar, guitar
Chad Crumm: upright bass, electric bass, acoustic & electric guitars, fiddle, synthesizer, spinet organ,piano
Jordan Aceto, Johnny Dowd, Gregory McGrath, Gabriel Tavares: electric guitar
Brian Dudla, Bill King, Matt Saccuccimorano: drums
Richie Stearns: tenor guitar, resophonic tenor guitar, banjo
Harry Aceto: bass
Mary Lorson: Fender Rhodes, vocal
Willie Watson vocal (tracks 4 & 9), acoustic guitar
Peter Dodge: cornet
Billy Cote: strung acoustic guitars, Moog bass, atmospheres
Amy Glicklich: harmonium
Mike Stark: organ

Jerry Douglas - Restless on the Farm (1998)

poster
4,0
dobro- en lap steel virtuoos/producer en alom gerespecteerde Jerry Douglas, speelde als sessie muzikant op een oneindig aantal albums mee en is o.a. lid van Union Station, de band van Alison Krauss.
hij was ook actief als musical director van de vermaarde "Transatlantic Sessions" en droeg daar ook muzikaal in belangrijke mate aan bij.

Jerry Douglas maakte daarnaast ook een 12-tal solo albums. van de 11 songs op dit album zijn er 5 door hemzelf gepend waarvan 1 "The Ride" co-written met Bela Fleck en de overige 6 nummers zijn covers.

7 instrumentale nummers en 4 nummers met zang die voor een fijne balans zorgen. van de nummers met zang die mijn voorkeur hebben, maken met name de covers "Don't Take Your Guns to Town" (Johnny Cash) met zang van Steve Earle en de blue grass opener "Things in Life" (Don Stover) met zang van Tim O'Brien indruk. de Ierse zangeres Maura O'Connell verzorgt de zang op het Paul Brady nummer "Follow On" en John Cowan zingt op het Johnny Winter nummer "TV Doctor".

de instrumentale nummers met het fenomenale spel van Jerry Douglas doen af en toe denken aan het werk van Ry Cooder. "A Tribute to Peador O'Donnell" is een cover van de Ierse muzikant Donal Lunny, bekend van zijn werk met Planxty.

een niet te onderschatten album waar de man volop de ruimte krijgt zijn kunsten te etaleren en dat liefhebbers van zijn spel niet teleur zal stellen.

Album werd geproduceerd door Jerry Douglas
Recorded at Masterlink Studio, Nashville, Tennessee

Jerry Douglas: dobro, lap steel, Weissenborn guitar
Russ Barenberg, Bryan Sutton: guitar
Victor Krauss, Edgar Meyer: bass
John Gardner: drums, percussion
Sonny Landreth: metal body dobro (track 3)
Sam Bush: National mandolin (track 3)
Bela Fleck: banjo (track 9)

Jerry Douglas & Aly Bain - Transatlantic Sessions 3 Volume One (2007)

poster
4,0
de opnames voor de "Transatlantic Sessions" 3 vonden in 2007 plaats en werden op 2 cd´s uitgebracht, deze volume one uit 2007 en volume 2 uit 2008. er staan totaal 39 nummers op. in 2007 verschenen de opnames ook op dvd.

de opnames werden in 2007 op t.v. uitgezonden op RTE1 (Ierland), BBC2 (Scotland) en BBC4 (UK)

"Such an incredible array of talent in one place."

"Every now and again a programme appears on TV that makes you feel that life is great. Transatlantic Sessions is such a programme. It's music that touches your heart."

uit de liner notes:
"Transatlantic Sessions 3 brings together the best of Nashville, Ireland and Scotland in a format developed by director Mike Alexander that affords, in the words of one critic, "a unique insight into the sheer joy of making music" or, as another more pithily put it, "the greatest backporch shows ever".
Music co-directors were Nashville's Jerry Douglas and Shetland's own Aly Bain. A beautiful old farm steading converted into a small concert/studio space at Strathgarry House near Killiecrankie in the Scottish Highlands was chosen and top vocal and instrumental exponents of the Country and Celtic traditions gathered to rehearse and play together with no audience except themselves and a "resident" house-band of their peers"

de 28 muzikanten op de Transatlantic Sessions 3 waren:
Paul Brady, Iris Dement, Cara Dillon, Julie Fowlis, Sam Lakeman, Catriona MacKay, Karen Matheson, Bruce Molsky, Fred Morrison, Jim Murray, Tim O 'Brien, Gerry O'Connor, Joan Osborne, Eddi Reader, Jenna Reid, Darrell Scott, Sharon Shannon

plus Transatlantic House Band:
Jerry Douglas: dobro, steel guitar
Aly Bain: fiddle, viola
Russ Barenberg: guitar, mandolin
Phil Cunningham: accordion, piano, mandola
Donal Lunny: bouzouki
Donald Shaw: accordion, piano, harmonium
Todd Parks: bass
Michael McGoldrick: Irish pipes, whistles, flute
Ronan Browne: Irish pipes, whistles
James MacKintosh: percussion
Donald Hay: percussion

Jerry Douglas & Aly Bain - Transatlantic Sessions 3 Volume Two (2008)

poster
4,0
de 2e cd van de Transatlantic Sessions 3 is, zoals gebruikelijk gevuld met prachtige muziek of zoals men dat in de UK zou zeggen "absolutely fabulous". de opnames vonden plaats in Killiecrankie in de Schotse Hooglanden en werden op de Ierse, Schotse en Britse t.v. uitgezonden en verschenen later ook op dvd.

uit de liner notes over "The Sessions Spirit"

"Killiecrankie's best kept secret is located on the other side of the River Garry, Strathgarry House which has been converted into a small concert hall with a truly wonderful acoustic. It was there that a small army of singers, instrumentalists, technicians and production assistants convened for a couple of weeks in the early spring of 2007 to create and record Transatlantic Sessions 3"

"Nashville's Jerry Douglas, twelve times a Grammy winner and with Aly Bain music co-director for Transatlantic Sessions 3, got it exactly right when he remarked that, on arrival at Strathgarry House "you leave your ego at the door"

Jerry Jeff Walker - Best of the Vanguard Years (1999)

poster
4,0
een verzamelaar van het werk dat wijlen Jerry Jeff Walker maakte op het label Vanguard.
alvorens hij solo ging maakte hij 2 albums met de Amerikaanse country/folk rock band Circus Maximus, niet te verwarren met de Noorse metalband van dezelfde naam. samen met Bob Bruno was hij de belangrijkste songwriter van die band, die achteraf gezien werd als voorloper van groepen als The Byrds.

toen de groep halverwege de opnames van het tweede album werd opgeheven, was er nog een verplichting om een derde album te maken en dat werd het solo album "Driftin Way of Life", met merendeels songs die JJW al eerder schreef maar minder geschikt waren voor Circus Maximus.

dit album is als volgt samengesteld:

tracks 1,4,8, 10 t/m 17 van "Driftin Way of Life" (1969)
tracks 6,7,19 & 20 van het gelijknamige "Circus Maximus" (1967)
tracks 5,9 & 18 van het Circus Maximus album "Neverland Revisited" (1968)
track 2 met zijn bekendste nummer "Mr. Bojangles" en track 3 "Louise" van singer/songwriter Paul Siebel, een duet met zangeres Nicolette Larson, zijn 2 niet eerder uitgebrachte demo versies

een staalkaart van zijn songwriter's kwaliteiten uit zijn beginperiode. de man ontwikkelde zich later tot 1 van de belangrijkste Amerikaanse singer/songwriters in het country/rock/folk genre en maakte tot zijn overlijden in 2020 rond de 40 solo albums.

zijn "Mr. Bojangles" dat een grote hit werd in de versie van The Nitty Gritty Dirt Band en tot een klassieker uitgroeide, is op dit album te horen in een kleine, intieme versie die mij zeer bevalt. op het eerbetoon "Jerry Jeff" (2022) van Steve Earle staat dit nummer eveneens.

fraaie ballads als "Louise" met een dobro partij van Mike Auldridge, "Morning Song to Sally", "Fading Lady" ,"Dust on My Boots" en "No Roots in Ramblin' worden afgewisseld met mid-tempo liedjes als "Driftin' Way of Life", "Shell Game" en "Let It Ride" of het vrolijke, aanstekelijke "Gertrude".

de beste nummers op deze verzamelaar met alle songs van Jerry Jeff Walker uitgezonderd "Louise" zijn afkomstig van het album "Driftin' Way of Life" hier in zijn geheel met 11 nummers vertegenwoordigd. op dit album bestonden de muzikanten uit:

Jerry Jeff Walker: vocals, guitar, harmonica
Kenneth Buttrey: drums
Norbert Putnam: bass
David Bromberg, Wayne Moss: guitar
Pete Wade: dobro
Harald Rugg: steel guitar
David Briggs: piano, harpsichord

Jerry Jeff Walker - Hill Country Rain (1992)

poster
4,0
het 23e album van de legendarische singer/songwriter wijlen Jerry Jeff Walker. hij werd geboren in Oreonta, een noordelijke Appalachen regio in de staat New York. een man met een enorme staat van dienst, die als songwriter zeer hoog aangeschreven stond en in het rijtje van o.a. Guy Clark, John Prine en Townes Van Zandt past. hij schreef ooit de klassieker "Mr. Bojangles" dat een grote hit werd in de versie van The Nitty Gritty Dirt Band. de man werd als een boegbeeld beschouwd van progressieve country en outlaw country.

Jerry Jeff Walker overleed in 2020 op 78-jarige leeftijd. Steve Earle wijdde in 2022 als eerbetoon een heel album aan deze begenadigde songwriter genaamd "Jerry Jeff". van dit album staat de titeltrack "Hill Country Rain" op dat album.

op dit kraakhelder geproduceerde, gevarieerde album staat een fijne mix van up-tempo country rockers, naast de titeltrack, de stevige opener "Rock & Roll My Baby", het aanstekelijke "So Bad Last Night" met een hoog meezinggehalte, "The Man He Used To Be" en "Curly and Lil". daar staan fraaie ballads tegenover zoals "Singin' the Dinosaur Blues" (een nummer van Stephen Fromholz), het schitterende "Last Night I Fell in Love Again", "The Dutchman" en "To the Artist".

er staan 6 originals van Jerry Jeff Walker zelf (tracks 1,2,4,7,9 en 10) op dit album, track 3) werd geschreven door Steven Fromholz, track 5) co-written met Don Schlitz, track 6) een nummer van Ron Davies en Jeff Silbar en track van Michael Smith.

Album werd geproduceerd door Jerry Jeff Walker, Lloyd Maines en Susan Walker
Recorded at Cedar Creek Studios, Austin, Texas, April 1992

de band "The Gonzo Comprades" op dit album waren:
Fred Krc: drums
Lloyd Maines: dobro, pedal steel, acoustic guitar
John Inmon: electric & acoustic guitar, harmony vocals
Bob Livingston: bass, harmony vocals
Brian Piper: keyboards
Jerry Jeff Walker: acoustic/rhythm guitar, lead vocals

citaat uit de liner notes:
quote
"With everyone in sight picking up a guitar and a ten-gallon hat, Texas' consumate honky-tonk troubadour took off his hat and strapped on his rocking boots for his 23rd album, "Hill Country Rain". Deftly crossing the boundaries of rock and country. 10 songs which sweep the listener from the highway to the roadhouse to the recesses of the high and lonesome heart. With just enough of the fun and funk, or as Jerry Jeff explained "I didn't know you could have this good a time in a recording studio"
unquote

Jesse Colin Young - American Dreams (1978)

poster
2,5
dat is inderdaad een beetje het probleem met de muziek van Jesse Colin Young, geboren en getogen in Queens, State of New York. ooit lid van de band "The Youngbloods" met wie hij een internationale hit had met het nummer "Get Together" (geschreven door Chet Powers). de hierboven aangehaalde kruisbestuiving van verschillende muziekstijlen doet de muziek geen goed. zijn periode in de jaren zeventig bij Warner Bros. was ronduit zijn beste en leverde fijne, consistente albums op zoals Song For Juli, Lightshine, Songbird en het live album On The Road. dit was tevens commercieel gezien zijn beste periode, met albums die in de Amerikaanse Billboard Top 100 eindigden. mocht je kennis willen maken met zijn muziek, dan zou ik aanraden te beginnen met Song For Juli of On The Road. dat zijn voornamelijk folk/country albums met wat blues en soul elementen gevuld met goed behapbare songs. op veel van zijn latere albums klinkt de muziek niet samenhangend en maakt de man mijns inziens verkeerde keuzes door te flirten met jazz, disco en andere in zwang zijnde muziekstijlen. jammer, want de man is in staat om goede liedjes te schrijven en beschikt over een fijne stem.

Jesse Colin Young - Crazy Boy (1996)

poster
3,0
de uit New York afkomstige Jesse Colin Young (echte naam Perry Miller) was een prima singer/songwriter en begenadigd zanger. eerst actief met de vermaarde sixties band The Youngbloods, die hij samen met gitarist Jerry Corbitt formeerde en waarmee hij als frontman een aantal fraaie albums maakte. de Youngbloods scoorden in 1967 een hit in de U.S.A. met "Get Together" een nummer van Chet Powers (aka Dino Valenti), bekend van de psychedelic rock band Quicksilver Messenger Service.

de band The Youngbloods werd in 1972 opgeheven, waarna Jesse Colin Young opnieuw een solo carrière begon die meer dan 50 jaar duurde. hij maakte in de seventies een aantal fraaie solo albums, o.a. "Song For Juli" (vernoemd naar zijn dochter), "Light Shine" en "Songbird" met een mix van blues/country/folk/rock en lichte jazz invloeden. hij bleef tot in lengte van jaren solo albums uitbrengen, waarvan "Crazy Boy" een album is uit de nadagen van zijn carrière. zijn eerdere solo debuut "The Soul of a City Boy" (1964) is overigens een echt folk album.

op "Crazy Boy" dat op zijn eigen "Ridgetop" label verscheen, staat een re-make van 1 van zijn bekendste nummers "Darkness, Darkness" dat oorspronkelijk verscheen op het Youngbloods album "Elephant Mountain" (1969). een nummer dat gecoverd werd door o.a. Cowboy Junkies, Robert Plant en onze eigen Golden Earring.

dit album met 10 eigen songs waarvan 1 "The Cross & the Gun" co-written met Wendy Waldman is geen slecht album, maar doet helaas qua sound in niets herinneren aan die van zijn 70's albums.
veel AOR liedjes met synths die aan een soort van stadionrock doen denken en niet willen beklijven.

onder de sessiemuzikanten bevinden zich o.a. Michael Porcaro (bass), Carlos Vega (drums), Bill Cuomo (keyboards, synthesizer), Rick Vito (slide guitar) en Dean Parks & Dennis Herring (rhythm guitars).
Timothy B. Schmit (Eagles) is op tracks 8 t/m 10 te horen op backing vocals.

zijn live album "On the Road" (1976) beschouw ik als een klassieker binnen het oeuvre dat de man ons achterliet. jammer dat deze en zijn overige seventies albums zo moeilijk verkrijgbaar zijn.

Jesse Colin Young R.I.P. (16 maart 2025)