MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Lera Lynn - Comic Book Cowboy (2025)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Lera Lynn - Comic Book Cowboy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Lera Lynn - Comic Book Cowboy
Lera Lynn maakte wat mij betreft de mooiste albums van 2020 en 2022 en doet met het bijna uit het niets verschenen en wederom bijzonder mooie Comic Book Cowboy wederom een gooi naar de top van mijn jaarlijstje

In de meeste releaselijsten kwam ik het album niet tegen, maar Spotify wees me zomaar op een gloednieuw album van Lera Lynn. Het is een album dat moet opboksen tegen de geweldige albums On My Own en Something More Than Love, maar Comic Book Cowboy kan de vergelijking aan. Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante is sober maar zeer warm en smaakvol ingekleurd en biedt alle ruimte aan de stem van Lera Lynn. Ze liet op haar vorige albums al horen dat ze beschikt over een van de mooiste stemmen van het moment en ook op Comic Book Cowboy is de zang weer prachtig en misschien nog wel mooier dan op de vorige albums. Mijn liefde voor Lera Lynn is nog wat gegroeid met het volgende prachtalbum.

Mijn eerste kennismaking met Lera Lynn stamt uit 2015, toen de Amerikaanse muzikante figureerde in het tweede seizoen van de aardedonkere HBO serie True Detective. Met het woord figureren doe ik haar overigens flink tekort, want in haar rol als nachtclub zangeres vertolkte ze een aantal indringende en echt wonderschone songs, geproduceerd door niemand minder dan T-Bone Burnett.

The Only Thing Worth Fighting For, A Church In Ruins en vooral het hemeltergend mooie My Least Favorite Life maakten me nieuwsgierig naar de twee albums die Lera Lynn op dat moment al had uitgebracht (Have You Met Lera Lynn? uit 2011 en The Avenues uit 2014) en ze bleken allebei prachtig. Het gold ook voor het in 2016 verschenen Resistor, dat de top 15 van mijn jaarlijstje haalde.

Na het prima tussendoortje Lera Plays Well With Others uit 2018 deed de Amerikaanse singer-songwriter er nog een schepje bovenop, want On My Own en Something More Than Love bereikten respectievelijk in 2020 en 2022 de eerste plek in mijn jaarlijstje. Sindsdien stond veel in het teken van het moederschap, maar bijna uit het niets verschijnt deze week een nieuw album van Lera Lynn.

Comic Book Cowboy volgt op de eerder dit jaar verschenen EP True Sessions waarop de songs van de True Detective soundtrack nog eens voorbij kwamen. Ik heb niet veel informatie over het nieuwe album, want ondanks de enorm hoge kwaliteit van haar vorige albums behoort Comic Book Cowboy niet tot de releases die worden uitgelicht deze week.

Wat ik weet is dat Lera Lynn het album voor een belangrijk deel maakte met haar partner Todd Lombardo, dat Spencer Cullum de pedal steel bespeelt en dat in de teksten het moederschap een belangrijke rol speelt. Het nieuwe album van Lera Lynn opent met een track met veel gesproken woord en een bijzonder ritme, maar wanneer de muzikante uit Nashville, Tennessee, zingt herken je direct haar zo herkenbare en karakteristieke geluid.

Het is een geluid dat veelvuldig terugkeert op Comic Book Cowboy, dat in muzikaal opzicht in het verlengde van voorganger Something More Than Love ligt. De Amerikaanse muzikante combineert ook op haar nieuwe album invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de pop en doet dat op bijzondere wijze. Lera Lynn klinkt ook op Comic Book Cowboy weer anders dan al haar collega’s.

Dat ligt deels aan de wat mij betreft bijzondere en ook bijzonder mooie inkleuring van haar songs, maar het is vooral de stem van Lera Lynn die van Comic Book Cowboy zo’n geweldig album maakt. Net als bijvoorbeeld Kacey Musgraves beschikt Lera Lynn over een uniek klinkende stem en het is een stem die sinds haar rol in True Detective alleen maar mooier is geworden.

Dat geldt overigens ook voor haar songs, die op Comic Book Cowboy weer net wat anders klinken dan op haar vorige albums, maar stuk voor stuk dat zwoele en tijdloze hebben dat de songs van Lera Lynn nu al een paar albums kenmerkt en dat in ieder geval op mij een genadeloos verleidend effect heeft.

Comic Book Cowboy kwam ook voor mij uit de lucht vallen, waardoor ik het album nog niet zo vaak heb beluisterd als ik zou willen voor een goed oordeel. Aan de andere kant weet ik na mijn eerste beluisteringen van het album al wel dat Comic Book Cowboy het uitstekend gaat doen in mijn jaarlijstje over een paar maanden. Ik ben inmiddels al zo’n tien jaar een enorm fan van Lera Lynn en ze wordt alleen maar beter. Erwin Zijleman

Lera Lynn - On My Own (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lera Lynn - On My Own - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lera Lynn - On My Own
Lera Lynn maakte (overigens voor de corona pandemie) volledig in haar uppie een nieuw album en het is in alle opzichten een prachtalbum geworden van deze zeer getalenteerde muzikante

Sinds het bekijken van het tweede seizoen van de aardedonkere tv-serie True Detective ben ik fan van Lera Lynn en sindsdien verrast ze me met geweldige albums. Het zijn albums die in alle opzichten worden overtroffen door het weergaloze On My Own, dat deze week is verschenen. Lera Lynn nam haar nieuwe album volledig in haar eentje op en tekende ook zelf voor de opname en productie. Het resultaat mag er zijn, want On My Own is een hoogstaand album. De instrumentatie en productie zijn bijzonder fraai en ook de songs op het album ontstijgen de middelmaat ruimschoots. De bijzonder mooie stem van Lera Lynn maakt er vervolgens prachtsongs van. Ik lees er vooralsnog weinig over, maar dit is er een voor de jaarlijstjes.

Mijn eerste kennismaking met de muziek van Lera Lynn stamt uit 2015 toen ze als melancholische nachtclub zangeres opdook in de duistere en beklemmende tv-serie True Detective. Nu zie ik wel vaker zangeressen in tv-series, maar Lera Lynn maakte direct een onuitwisbare indruk en maakte misschien nog wel meer indruk dan de overigens geweldige tv-serie zelf deed. Het verhaal ben ik al weer grotendeels vergeten, maar songs van de True Detective soundtrack als het fraaie Lately en het aardedonkere My Least Favourite Life zijn bij mij nog steeds goed voor kippenvel.

Lera Lynn bleek in 2015 al een tweetal albums op haar naam te hebben staan en bracht vervolgens in 2016 het uitstekende Resistor uit, waarop de Amerikaanse singer-songwriter liet horen dat ze ook buiten het folky repertoire uit de voeten kon. Resistor werd twee jaar geleden gevolgd door het fraaie tussendoortje Plays Well With Others, waarop Lera Lynn tekende voor een aantal fraaie duetten met bevriende muzikanten.

Deze week verscheen een nieuw album van Lera Lynn en het is een album dat in Nederland vooralsnog nauwelijks aandacht krijgt. Het is doodzonde, want On My Own is een prachtig album, dat het talent van Lera Lynn nog eens stevig onderstreept en dat bovendien klassen beter is dan zijn al heel behoorlijke voorgangers.

Lera Lynn maakte On My Own in haar eentje. De muzikante uit Nashville, Tennessee, tekende niet alleen voor de vocalen en alle instrumenten, maar nam het album ook zelf op en was ook verantwoordelijk voor de productie. Dat klinkt als een album van de corona pandemie die ons sinds het voorjaar zo hard raakt, maar On My Own werd gemaakt voordat de pandemie ook in Nashville toesloeg.

Je hoort goed dat Lera Lynn het album alleen heeft gemaakt. Het album straalt rust uit en klinkt bovendien intiemer dan het goed ontvangen Resistor. Lera Lynn kiest op On My Own vooral voor ingetogen songs en het zijn songs waarin melancholie meestal in overvloed voorradig is. De instrumentatie is mooi maar sober en vaak wat donker getint. Het kleurt prachtig bij de fluisterzachte zang van Lera Lynn, die nog net zo weemoedig klinkt als ze deed in die desolate bar in True Detective.

Het mooist op On My Own zijn wat mij betreft de zich langzaam voortslepende songs met ingetogen en wat broeierige klanken en de prachtige stem van Lera Lynn, die laat horen dat ze in vocaal opzicht met de besten mee kan.

Waar Lera Lynn op Resistor nog meerdere kanten op schoot, is On My Own een consistent klinkend album waarop schoonheid en melancholie hand in hand gaan. Dat betekent niet dat On My Own een eenvormig album is, wat ook dit keer durft Lera Lynn te variëren en vertrouwt ze net zo makkelijk op donkere gitaarlijnen als op elektronica (inclusief een ritmebox). Het zorgt ervoor dat On My Own je nog lang blijft verbazen en ondertussen steeds een beetje beter wordt.

Lera Lynn krijgt met haar nieuwe album vooralsnog niet overdreven veel aandacht en hier in Nederland wordt het album vooralsnog zelfs doodgezwegen, maar wat is dit een goed en veelzijdig album. Dat de Amerikaanse singer-songwriter On My Own helemaal in haar eentje maakte, geeft dit fraaie album alleen maar meer glans. Erwin Zijleman

Lera Lynn - Plays Well with Others (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lera Lynn - Plays Well With Others: A Duets Album - dekrentenuitdepop.blogspot.com


Lera Lynn trok nadrukkelijk de aandacht als weemoedige nachtclubzangeres in de geweldige HBO serie True Detective, waarna bleek dat ze ook al een tweetal prima platen op haar naam had staan.

Deze werden vervolgens ruimschoots overtroffen door het in 2016 verschenen Resistor, waarmee de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, zich definitief schaarde onder de smaakmakers van het moment.

Lera Lynn heeft sinds de release van Resistor vooral op het podium gestaan en brengt nu een plaat uit die als tussendoortje zal worden gekarakteriseerd. Het is gelukkig wel een heel aardig tussendoortje geworden en wat mij betreft zelfs veel meer dan dat.

Op Plays Well With Others, ondertitel A Duets Album, laat Lera Lynn horen dat ze het inderdaad prima doet in de samenwerking met anderen. In alle songs op de ruim een half uur durende plaat laat de Amerikaanse singer-songwriter zich immers bijstaan door een collega muzikant, wat een fraaie serie duetten oplevert.

Het zijn vooral mannelijke collega’s uit het rootssegment die aanschuiven op de nieuwe plaat van Lera Lynn, onder wie John Paul White (The Civil Wars), Dylan LeBlanc, J.D. McPherson, Andrew Combs en ouwe rot Rodney Crowell. De eer van de vrouwelijke muzikanten wordt gered door de helft van het duo Shovels & Rope en Nicole Atkins, en natuurlijk is Lera Lynn er zelf ook nog.

Plays Well With Others kiest in het merendeel van de songs voor een betrekkelijk sobere benadering. De plaat heeft niet veel meer nodig dan akoestische gitaren en fraaie stemmen, waarbij de stem van Lera Lynn steeds opvallend mooi samensmelt met die van haar gasten. Hiernaast slaagt de singer-songwriter uit Nashville er ook dit keer in om haar songs met wat subtiele accenten van met name strijkers te voorzien van een wat donkere en broeierige sfeer.

Het is misschien maar een half muziek en het is misschien maar een tussendoortje, maar hoe vaker ik Plays Well With Others hoor, hoe beter de plaat me bevalt. Lera Lynn nam de plaat op in de studio van John Paul White, die de plaat mede produceerde en voorzag van een prachtig akoestisch geluid. Het is een geluid dat fraai kleurt bij de heerlijke stem van Lera Lynn, die laat horen dat zwoel en onderkoeld prima samen kunnen gaan.

Wat Plays Well With Others nog wat knapper maakt is het feit dat de plaat vooral nieuwe songs bevat en het zijn songs die Lera Lynn samen schreef met de aangeschoven gastmuzikanten. Het levert een verrassend veelzijdige plaat op, met de ingetogen instrumentatie en de heerlijke stem van Lera Lynn als constante factoren en uiteindelijk toch ook een opvallend groot aantal raakvlakken met haar vorige plaat.

En zo heeft de singer-songwriter uit Nashville met een tussendoortje toch een waardig opvolger van Resistor afgeleverd en legt ze de lat voor haar volgende plaat nog net een stukje hoger. Een plekje op de eregalerij lonkt wat mij betreft. Erwin Zijleman

Lera Lynn - Resistor (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lera Lynn - Resistor - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse singer-songwriter Lera Lynn maakte een onuitwisbare indruk in het tweede seizoen van de buitengewoon beklemmende en donkere HBO serie True Detective, waarin ze als nachtclubzangeres zwaar deprimerende maar ook wonderschone songs vertolkte.

Het zette me op het spoor van twee eerder uitgebrachte platen, die misschien niet zo verstild en aardedonker klonken als de songs in True Detective, maar me zeker nieuwsgierig maakten naar de volgende plaat van de talentvolle singer-songwriter uit Texas.

Resistor opent met een uptempo song die vooral invloeden uit de rock bevat en wel wat doet denken aan PJ Harvey, maar in de tracks die volgen gaat Lera Lynn toch weer het duistere pad op en uiteindelijk verwerkt ze ook weer invloeden uit de country in haar muziek.

De songs op Resistor zijn lang niet zo ingetogen of verstild als de songs op de True Detective soundtrack, maar hebben een minstens net zo bezwerende uitwerking. De wat vollere en bijna spookachtige instrumentatie geeft de songs van Lera Lynn nog wat extra lading, maar de meeste impact heeft Lera Lynn toch met haar stem, die ook op Resistor weer meerdere malen goed is voor kippenvel.

Resistor is misschien niet de meest geschikte plaat voor een mooie lentedag, maar als de zon eenmaal onder is begint de muziek van Lera Lynn aan kracht te winnen. Zowel de instrumentatie als de vocalen op Resistor geven de muziek van Lera Lynn een opvallend eigen geluid. Het is een geluid om bijna bang van te worden, maar ook dit keer verrast Lera Lynn met muziek van een bijna onwerkelijke schoonheid, maar is ze ook niet bang voor bijna hitgevoelige songs.

De songs op Resistor klinken misschien anders dan de songs die Lera Lynn ‘beroemd’ hebben gemaakt, maar hebben minstens net zoveel impact. Ook het soms wat meer uptempo en met donker klinkende gitaren opgetuigde geluid op Resistor sleept je immers vrij makkelijk de duisternis in.

Vergeleken met de door de ziel snijdende songs van de True Detective soundtrack hebben de songs op Resistor misschien net wat meer tijd nodig om een onuitwisbare indruk te maken, maar na een paar keer horen was ik volledig overtuigd van de kwaliteiten van Resistor. Hoogste tijd dus om Lera Lynn niet langer te zien als de zwaar melancholische nachtclubzangeres uit True Detective, maar te omarmen als een van de grotere talenten van het moment. Erwin Zijleman

Lera Lynn - Something More Than Love (2022)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lera Lynn - Something More Than Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lera Lynn - Something More Than Love
Lera Lynn leverde met het uit 2020 stammende On My Own een zwaar onderschat prachtalbum af en houdt het hoge niveau van dat album vast op het minstens net zo mooie en jaarlijstjeswaardige Something More Than Love

Lera Lynn maakte een verpletterende indruk in de HBO serie True Detective, maar ook de albums die ze sindsdien maakte vind ik van een overrompelende schoonheid. Na het geweldige maar helaas grotendeels genegeerde On My Own uit 2020, keert de muzikante uit Nashville deze week terug met Something More Than Love. Het is wederom en album waarop Lera Lynn verschillende invloeden weet te combineren in een mooi eigen geluid, waarop ze indruk maakt met songs die zich makkelijk in het geheugen nestelen en waarop ze meedogenloos verleidt met haar mooie stem, die de zorgen van deze rare tijd verruilt voor zorgeloze zomerdagen van lang geleden. Wederom een prachtalbum van de Amerikaanse muzikante.

De naam van Lera Lynn blijft voorgoed verbonden aan het tweede seizoen van de Amerikaanse HBO serie True Detective, waarin ze was te zien als zangeres in een nogal duistere nachtclub en waarin ze de aardedonkere sfeer van de serie perfect wist te vangen in een aantal beklemmende maar ook wonderschone songs.

Sinds deze eerste kennismaking ben ik fan van Lera Lynn en weet ze me steeds weer te verrassen. In 2016 haalde ze de top 15 van mijn jaarlijstje met het bij vlagen wat stevigere Resistor en in 2020 voerde Lera Lynn mijn jaarlijstje zelfs aan met het prachtige On My Own, dat in Nederland helaas volkomen werd genegeerd.

Deze week keert de Amerikaanse muzikante terug met een nieuw album en ook Something More Than Love is weer een geweldig album. Ook op haar nieuwe album, inmiddels alweer haar zesde, verleidt Lera Lynn makkelijk met haar stem. Het is een stem die ik het mooist vind in songs waarin het tempo wat lager ligt en de sfeer wat loom of zwoel is en Something More Than Love staat vol met dit soort songs.

Alleen vanwege de zang vind ik Something More Than Love al een prachtig album, maar Lera Lynn slaagt er ook dit keer in om invloeden uit meerdere genres en meerdere periodes uit de geschiedenis van de popmuziek met elkaar te combineren. Something More Than Love bevat een bijzondere mix van invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, pop, rock, singer-songwriter muziek en een vleugje Serge Gainsbourg.

Zeker vergeleken met Resistor hebben invloeden uit de rock flink aan terrein verloren, terwijl de muzikante uit Nashville dit keer vaker put uit de archieven van de singer-songwriter muziek die in de jaren 70 vorm kreeg. Vergeleken met On My Own schuift Something More Than Love wat op richting pop, tot toch weer een pedal steel opduikt.

Lera Lynn heeft haar nieuwe album bijzonder smaakvol ingekleurd. Het gitaarwerk op het album eist vrijwel nooit de hoofdrol op, maar is prachtig en speelt uiteindelijk een centrale rol in het vaak warme of zelfs wat zwoele geluid, waarin ook strijkers en keyboards met enige regelmaat een belangrijke rol spelen. Ook op haar nieuwe album stapt Lera Lynn weer flink door de tijd, al heeft het album vaak een zonnig en zorgeloos jaren 70 sfeertje.

Na mijn zeer positieve recensie van On My Own kreeg ik veel reacties van muziekliefhebbers die er niets in hoorden en het maar wat voort vonden kabbelen. Ik kan me op zich voorstellen dat ook Something More Than Love deze reactie gaat oproepen, maar voor mij is echt alles raak op het nieuwe album van Lera Lynn.

De muzikante uit Nashville schrijft zeer aansprekende songs, die lekker in het gehoor liggen maar ook verrassen, het album klinkt echt prachtig en de zang streelt steeds weer op ongekend aangename wijze het oor, waardoor ik song na song net zo in katzwijm lig als onze kat op een te warme zomerdag.

Something More Than Love doet me qua concept wel wat denken aan Golden Hour, het met afstand beste album van Kacey Musgraves en een album waarop uiteenlopende invloeden prachtig samenvloeiden in even tijdloze als eigentijdse popmuziek. Kacey Musgraves is inmiddels een wereldster en zover is Lera Lynn nog lang niet, maar ik kan me toch niet voorstelen dat Something More Than Love hetzelfde lot wacht als het zo genegeerde On My Own.

Zelf ben ik er al lang uit: Lera Lynn is er wederom in geslaagd om een album af te leveren dat heel hoog gaat eindigen in mijn jaarlijstje en Something More Than Love is echt nog lang niet uitgegroeid en streelt het oor steeds wat intenser, liefdevoller en meedogenlozer. Erwin Zijleman

Lera Lynn - The Avenues (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lera Lynn - The Avenues - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

In het prachtige tweede seizoen van de HBO serie True Detective (aanrader!) bevinden de hoofdpersonen zich af en toe in een wat desolate nachtclub, waarin een vrouwelijke singer-songwriter aardedonkere en zeer beklemmende muziek speelt.

Het is muziek die na een paar keer de aandacht begon te trekken, waarna ik op zoek ging naar de naam van de singer-songwriter die de al zo beroerde levens van de hoofdpersonen nog net wat donkerder kleurt.

Dat was niet zo moeilijk want in diverse fora werd al druk gediscussieerd over de muzikale bijdragen van ene Lera Lynn. Deze Lera Lynn blijkt twee platen op haar naam te hebben staan en het zijn hele mooie platen.

Op The Avenues uit 2014 maakt Lera Lynn stemmige country-noir vol avontuur. De muziek op The Avenues is niet zo aardedonker als in True Detective, maar donkerder dan de gemiddelde alt-country. Het is muziek die opvalt door een mooie stemmige instrumentatie en een werkelijk prachtige productie van Joshua Grange (k.d. lang, Beck).

Het is een productie die de songs van Lera Lynn een bijzondere lading geeft, maar het is ook een productie die een beeldend geluid oplevert, dat inderdaad gemaakt lijkt voor de wat duisterdere films en series. Het stuwt Lera Lynn in de serie de kant van Portishead op en dat is een associatie die ook bij The Avenues een aantal keren opduikt.

Het is bovendien een geluid waarin de warme, dromerige maar ook licht onderkoelde stem van Lera Lynn uitstekend gedijt. Het is een stem die indruk maakt en dat doet Lera Lynn ook met haar persoonlijke songs die indringende verhalen vertellen, maar in muzikaal opzicht ook de wat lichtvoetigere uitstapjes (die haar muziek de kant van Cowboy Junkies of zelfs Fleetwood Mac op duwen) niet schuwen.

Het is te hopen dat True Detective Lera Lynn op de kaart gaat zetten als een singer-songwriter om in de gaten te houden, want de twee platen die ze tot dusver heeft uitgebracht verdienen veel meer aandacht dan ze tot dusver hebben gekregen. The Avenues durf ik zelfs een waar pareltje te noemen. Erwin Zijleman

Les Imprimés - R​ê​verie (2023)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Les Imprimés - Rêverie - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Les Imprimés - Rêverie
De Noorse muzikant Morten Martens levert als Les Imprimés met Rêverie een zwoel soulalbum af dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 60 of 70 en dat het heel goed doet bij de zomerse temperaturen van het moment

Bij Noorwegen denk ik niet direct aan soulmuziek en zeker niet aan het soort soulmuziek op het debuutalbum van Les Imprimés. Het project van de Noorse muzikant Morton Martens kreeg vorm tijdens de coronapandemie en alle uren in de studio hebben een prachtig klinkend album opgeleverd. Het is een album dat je een aantal decennia terugwerpt in de tijd, maar de gelikte soulklanken op Rêverie doen het ook in de zomer van 2023 uitstekend. Ik ging er even van uit dat de zwoele verleiding van Les Imprimés hooguit enkele keren zou werken, maar dit album wordt alleen maar verleidelijker en verslavender. Een heerlijke soulverrassing uit het Noorse Kristiansand.

De zomer keerde de afgelopen dagen gelukkig terug in Nederland en bracht flink wat zonnestralen en hogere temperaturen. Ook binnenshuis is het opeens een stuk broeieriger, maar dat is zeker niet alleen de verdienste van het weer. Sinds een paar dagen heb ik immers Rêverie van Les Imprimés in huis en wat is dit een heerlijk album. Les Imprimés klinkt Frans en dat geldt ook voor de titel van het album, maar er is niets Frans aan Les Imprimés.

Les Imprimés is namelijk een project van de Noorse muzikant Morten Martens. Dat is een naam die bij mij geen belletje deed rinkelen, maar de muzikant uit Kristiansand timmert in eigen land al flink wat jaren met veel succes aan de weg als muzikant en producer. De coronapandemie zorgde ervoor dat Morton Martens van de ene op de andere dag veel tijd door kon brengen in zijn studio en tijdens al deze uren kreeg het debuutalbum van Les Imprimés vorm.

Bij Noorwegen denk ik vooral aan stemmige en vaak wat sombere muziek, maar Morton Martens pakt stevig uit met zwoele klanken en een flinke dosis soul. De Noorse muzikant bespeelt bijna alle instrumenten op Rêverie, tekent voor de vocalen, schreef de songs en nam ook de productie voor zijn rekening. Het album klinkt echter zeker niet als huisvlijt van één muzikant, wat Rêverie is voorzien van een rijk georkestreerd geluid en klinkt alsof het flink dringen was in de Noorse studio.

Het debuutalbum van Les Imprimés verruilt Kristiansand voor een Amerikaanse soulstudio en de jaren van de coronapandemie voor de jaren 60 of 70. Morton Martens is er op het debuutalbum van zijn project in geslaagd om een heerlijk authentiek klinkend soulgeluid te creëren. Het is een zwoel en broeierig soulgeluid waarin keyboards een voorname rol spelen, maar Rêverie klinkt ook oorspronkelijk en organisch, zeker wanneer gitaren tijdelijk de hoofdrol opeisen.

Het is soul van het zoete of zelfs mierzoete soort, maar de Noorse muzikant voert het perfect uit. Het debuutalbum van Les Imprimés lijkt gemaakt met een uit de kluiten gewassen orkest en met een flink achtergrondkoor, maar als ik de informatie die ik over het album heb moet geloven zit Morton Martens achter bijna alles dat op het album is te horen en dat terwijl hij op zich niet beschikt over een karakteristieke soulstem.

Het is knap hoe de Noorse muzikant het zwoele en wat gladde soulgeluid van lang geleden weet te reproduceren, maar het is nog knapper hoe hij er in slaagt om twaalf songs lang te verleiden met songs die er stuk voor stuk voor zorgen dat je in katzwijm ligt. Les Imprimés levert met Rêverie een heerlijke soundtrack af voor de teruggekeerde zomer, maar ik heb het idee dat de lome en zwoele klanken van de Noorse muzikant veel langer mee gaan.

Als ik moet kiezen uit de overvolle archieven van de soulmuziek kies ik maar zelden voor het soort muziek dat Morton Martens maakt, maar ik kan het debuutalbum van zijn project maar lastig weerstaan. Rêverie lijkt in bijna niets op de muziek van Prince, maar op een of andere manier kan ik me voorstellen dat het muzikale genie uit Minneapolis een album als dit gemaakt zou kunnen hebben en dat het een geweldig album zou zijn geweest.

Op voorhand had ik nog wel wat twijfels over de houdbaarheid van dit album, want Morton Martens smeert wel heel uitbundig met stroop, maar vooralsnog vind ik het debuutalbum van Les Imprimés alleen maar aangenamer worden, zeker zolang de zon zo lekker schijnt als tijdens de afgelopen dagen. Erwin Zijleman

Les Sœurs Boulay - Échapper à la Nuit (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Les Sœurs Boulay - Échapper À La Nuit - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Les Sœurs Boulay - Échapper À La Nuit
Zingende zussen zorgen vaak voor vocale chemie en op zijn tijd vocale magie, zoals ook weer is te horen op Échapper À La Nuit, het vierde album van de Canadese zussen Stéphanie en Mélanie Boulay

Nog niet bekomen van het prachtalbum van La Féline is er alweer een volgende Franstalige verrassing. Deze komt van Les Sœurs Boulay, een Canadees duo dat wordt gevormd door de zussen Stéphanie en Mélanie Boulay. De zussen uit Montréal hebben een veelzijdig album gemaakt dat in muzikaal opzicht meerdere kanten op kan en makkelijk schakelt tussen ingetogen folk, atmosferische klanken en zwoele pop. Échapper À La Nuit verleidt door de warme klanken makkelijk, maar het zijn de prachtige stemmen van Les Sœurs Boulay, die voor de betovering zorgen, zeker wanneer de twee hun stemmen prachtig samen laten vloeien.

Ik volg de Franstalige popmuziek niet altijd op de voet, maar het is absoluut een investering die loont. Het bleek vorige week maar weer eens met het nieuwe album van La Féline, dat wat mij betreft hoort bij de allerbeste en allermooiste albums van 2022, maar ook deze week kreeg ik weer een mooi Franstalig album in handen. Deze keer gaat het niet om een album uit Frankrijk, maar om een album uit Canada, want ook daar spreken ze in een deel van het land een aardig mondje Frans.

Échapper À La Nuit is het nieuwe album van het Canadese duo Les Sœurs Boulay, die inmiddels vier albums op hun naam hebben staan, maar die ik volgens mij nog niet eerder ben tegengekomen. Het duo bestaat, zoals de naam al doet vermoeden, uit de zussen Stéphanie en Mélanie Boulay, die momenteel vanuit Montréal, Québec, muziek maken.

Zingende zussen zijn er in vele soorten en maten, maar wat bijna al deze zingende zussen gemeen hebben is dat hun stemmen prachtig bij elkaar kleuren en elkaar bovendien fraai weten te versterken. Het is niet anders voor Les Sœurs Boulay, die hiermee in de voetsporen treden van The Webb Sisters, First Aid Kit, Lily & Madeleine, Haim en The Staves, om maar een paar namen uit het heden en recente verleden te noemen.

Ook Stéphanie en Mélanie Boulay beschikken over stemmen die echt prachtig bij elkaar passen en die zorgen voor magie wanneer ze samen door de speakers komen. Door de prachtige stemmen en harmonieën overtuigde Échapper À La Nuit me vrijwel onmiddellijk, maar ook in muzikaal opzicht hebben de zussen Boulay flink wat te bieden.

Stéphanie en Mélanie Boulay komen weliswaar uit Canada, maar hun nieuwe album had ook in Frankrijk gemaakt kunnen zijn. Laat Échapper À La Nuit door de speakers komen en de temperatuur stijgt met een paar graden, terwijl ook het humeur een boost krijgt. De zussen Boulay staan op hun nieuwe album garant voor heerlijk zwoele klanken, die door de aangename stemmen ook iets dromerigs krijgen.

Een aantal songs op het album is wat uitbundiger ingekleurd en leunen wat tegen de Franse pop aan, maar Stéphanie en Mélanie Boulay kunnen ook uit de voeten met songs die tegen het Franse chanson aankruipen en met meer ingetogen en wat atmosferisch klinkende songs. Échapper À La Nuit is zeker niet zo bijzonder en avontuurlijk als het album van La Féline vorige week, maar mooi en aangenaam is het zeker.

Zeker wat later op de avond is het heerlijk wegdromen bij de muziek van Les Sœurs Boulay en sleept Échapper À La Nuit je ver van de Nederlandse landsgrenzen vandaan. Luister net wat beter en je hoort dat ook de zusjes Boulay met enige regelmaat buiten de lijntjes kleuren en invloeden uit meerdere genres verwerken in een bijzonder geluid. Het is een bij vlagen beeldend of zelfs filmisch geluid dat de fantasie flink prikkelt, maar het Canadese duo kan ook uit de voeten met ingetogen folksongs zonder opsmuk.

De grootste kracht van het album schuilt in de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Stéphanie en Mélanie Boulay, maar ook de grote veelzijdigheid op hun nieuwe album maakt van Échapper À La Nuit een bovengemiddeld goed album. Soms hoor ik maanden geen Franse muziek, maar nu zijn er opeens weer twee topalbums in een week tijd. Je hoort er mij niet over klagen. Erwin Zijleman

Leslie Mendelson - Love and Murder (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leslie Mendelson - Love And Murder - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Toen Leslie Mendelson in 2005 voor het eerst opdook lag een mooie carrière in het verschiet.

Haar met name door Carole King en Joni Mitchell beïnvloede muziek deed het goed bij de critici en het in hetzelfde jaar verschenen debuut Take It As You Will liep over van de belofte.

Die belofte maakte Leslie Mendelson vervolgens meer dan waar met het vier jaar later verschenen Swan Feathers, dat de singer-songwriter uit New York had moeten scharen onder de smaakmakers binnen de vrouwelijke singer-songwriters van dat moment.

Swan Feathers deed helaas niet zo veel en na de release van de plaat in 2009 bleef het heel lang stil. Tot vorige week dan, al is het meer geluk dan wijsheid dat ik de derde plaat van Leslie Mendelson tegen kwam in de Amerikaanse lijstjes met nieuwe releases. Ik ben overigens heel blij dat ik de plaat tegen kwam, want Leslie Mendelson bulkt nog steeds van het talent.

Love And Murder volgt op een periode vol tegenslagen. Leslie Mendelson’s ontdekker Joel Dorn overleed onverwachts, het label dat haar zo trots had binnengehaald zette haar na het uitblijven van succes meedogenloos aan de kant, een afgeronde plaat bleef op de plank liggen en natuurlijk waren er ook de persoonlijke tegenslagen die bij het leven horen.

Het klinkt allemaal door op Love And Murder dat opvalt door een enorme intensiteit en intimiteit. Leslie Mendelson laat zich nog altijd nadrukkelijk beïnvloeden door het baanbrekende werk van met name Joni Mitchell en Carole King. Uit het oeuvre van Carole King klinken de hoogstaande popsongs en de emotie door, terwijl invloeden van Joni Mitchell er voor zorgen dat het werk van Leslie Mendelson opvallend intiem is en ook buiten de lijntjes durft te kleuren.

De singer-songwriter uit New York werkte dit keer samen met songwriter Steve McEwan en topproducer Mark Howard, die eerder werkte met onder andere Bob Dylan, Tom Waits, Lucinda Williams en Emmylou Harris en Love And Murder heeft voorzien van een smaakvol en over het algemeen genomen behoorlijk ingetogen geluid. Het is een geluid dat perfect past bij de stem van Leslie Mendelson, want wat maakt de Amerikaanse indruk met haar zang, die bij mij in ieder geval garant staat voor kippenvel.

Love And Murder bevat vooral eigen songs (al citeert het fraaie Coney Island stevig uit Billy Joel’s Goodnight Saigon), maar ook de covers van Bob Dylan's Just Like a Woman en Roy Orbison's Blue Bayou zijn opvallend trefzeker.

Het zijn vooral de prachtige stem van Leslie Mendelson en haar opvallend intense en intieme songs die van Love And Murder zo’n mooie plaat maken, maar ook de fraaie productie en even mooie instrumentatie dragen bij aan het zo fraaie eindresultaat.

Ondanks de belofte van 12 jaar geleden opereert Leslie Mendelson momenteel in de anonimiteit, maar een wonderschone plaat als Love And Murder verdient een veel beter lot. Ik was de singer-songwriter al lang weer vergeten, maar wat ben ik blij dat Leslie Mendelson terug is en wat is Love And Murder een mooie en indringende plaat. Erwin Zijleman

Leslie Stevens - Leslie Stevens (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leslie Stevens - Leslie Stevens - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Leslie Stevens - Leslie Stevens
Het titelloze derde album van Leslie Stevens trekt nog niet heel veel aandacht, maar de muzikante uit Los Angeles maakt behoorlijk wat indruk met een verrassend sterk en veelzijdig countryalbum

Leslie Stevens trok slechts bescheiden aandacht met haar eerste twee albums en het blijft vooralsnog ook nog behoorlijk stil rond haar titelloze derde album. Het is een album dat over de hele linie minder traditioneel klinkt dan zijn twee voorgangers en het is bovendien een zeer gevarieerd album. Country is de gemene deler op het album, maar Leslie Stevens schakelt makkelijk tussen traditionele country en moderne countrypop en sleept er onderweg ook nog wat andere invloeden bij. In muzikaal opzicht klinkt het af en toe richting kosmische country opschuivende album heerlijk gloedvol en ook met haar stem maakt Leslie Stevens makkelijk indruk op dit uitstekende album.

Tussen het aanbod van deze week kwam ik het titelloze album van ene Leslie Stevens tegen. Het is een album dat indrukwekkend opent met het zwaar aangezette Big Time, Sucka, dat in de verte herinnert aan de producties van Phil Spector en ook wel wat heeft van de glorieuze openingstracks van het debuutalbum van Ellen Foley. Het maakte me direct nieuwsgierig naar de rest van het album en ook dat valt me zeker niet tegen.

Het viel vervolgens niet mee om meer informatie te vinden over Leslie Stevens. Dankzij Spotify weet ik inmiddels dat het deze week verschenen titelloze album het derde album is van de Amerikaanse muzikante. De vorige twee albums waren nogal traditioneel aandoende countryalbums en met name het in 2019 verschenen Sinner kreeg een aantal positieve recensies.

In de ene recensie die ik tegen kwam van het nieuwe album wordt het gepositioneerd tussen I Am Shelby Lynne van Shelby Lynne en Norman Fucking Rockwell! van Lana Del Rey, wat ik persoonlijk niet hoor, maar de recensie leerde me wel dat Leslie Stevens uit Los Angeles komt, in het verleden aan de weg timmerde met haar band Leslie & The Badgers en dat ze haar nieuwe album samen produceerde met Kevin Ratterman, die eerder werkte met My Morning Jacket, Leyla McCalla, Strand Of Oaks en Emma Ruth Rundle. Deze recensie sluit af met de woorden dat Leslie Stevens een klassiek Los Angeles popalbum heeft gemaakt en daar kan ik me weer wel in vinden.

Leslie Stevens is actief in een genre waarin het momenteel behoorlijk druk is, maar de muzikante uit Los Angeles heeft wat mij betreft genoeg te bieden om zich te kunnen onderscheiden van de concurrentie. Dat doet Leslie Stevens allereerst met haar veelzijdigheid. Het album opent zoals gezegd met licht bombastische Phil Spector girlpop, maar Leslie Stevens kan ook opschuiven richting pure folk of country en kan bovendien uitstekend uit de voeten met de kosmische countrypop die de afgelopen jaren is geperfectioneerd door Kacey Musgraves. Het zorgt er voor dat het nieuwe album van Leslie Stevens steeds weer net wat anders klinkt en hierdoor makkelijk de aandacht vast weet te houden.

Ook in kwalitatief opzicht zit het wel goed op het titelloze album van Leslie Stevens. De Amerikaanse muzikante liet op haar eerste twee albums al horen dat ze beschikt over een stem die het heel goed doet in het klassieke countryrepertoire, maar ook in de wat modernere en bij vlagen heerlijk atmosferische klanken op haar nieuwe album overtuigt Leslie Stevens met haar zang, die in alle genres die ze aantikt prachtig klinkt.

Producer Kevin Ratterman heeft het album voorzien van een gloedvol geluid dat net zo makkelijk de kant van de countrypop als de kant van de country-noir of de alt-country op gaat. Het helpt hierbij zeker dat Leslie Stevens zich heeft verzekerd van de bijdragen van een aantal uitstekende muzikanten.

Wanneer alles bij elkaar komt tikt Leslie Stevens een behoorlijk hoog niveau aan en kan ze de concurrentie met de verschillende soorten countryzangeressen van het moment aan. Ze zou misschien baat kunnen hebben bij net wat meer focus, al is de veelzijdigheid ook de kracht van dit album en zou ik niet direct weten wat nu het best past bij de Amerikaanse muzikante, die om te beginnen alle aandacht van liefhebbers van countrymuziek in de breedste zin van het woord verdient. Erwin Zijleman

Let's Eat Grandma - I'm All Ears (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Let's Eat Grandma - I'm All Ears - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rosa Walton en Jenny Hollingworth uit het Britse Norwich zijn bevriend sinds de kleuterklas en maken muziek sinds de brugklas. Op hun veertiende werd de wat melige naam Let’s Eat Grandma bedacht voor hun gezamenlijke muziekproject en twee jaar geleden verscheen het debuut van de destijds pas 17 jaar oude Britse muzikanten.

I, Gemini vond ik twee jaar geleden een buitengewoon fascinerende plaat, die absoluut liet horen dat Rosa Walton en Jenny Hollingworth over heel veel talent beschikken, maar het kwam er wat mij betreft nog niet helemaal uit. De songs van het tweetal sprongen wel erg van de hak op de tak, de stemmen van de twee Britse tieners klonken wel erg meisjesachtig en hier en daar vond ik het net wat te gekunsteld. De minpunten wogen voor mij uiteindelijk niet op tegen de eigenzinnigheid en het avontuur op het debuut van Let’s Eat Grandma, maar de belofte van het Britse tweetal was overduidelijk.

Rosa Walton en Jenny Hollingworth naderen inmiddels de twintig en hebben kunnen profiteren van alle lof die ze wisten te oogsten met hun debuut. Voor de tweede plaat van Let’s Eat Grandma konden de twee een beroep doen op meerdere aansprekende producers uit de electropop, onder wie de Schotse muzikante en producer SOPHIE en de van Frank Ocean, The Xx en Bat For Lashed bekende David Wrench. Van SOPHIE had ik eerlijk gezegd nog nooit gehoord, maar wat heeft de Schotse producer de tweede plaat van Let’s Eat Grandma voorzien van een groots klinkend elektronisch geluid.

Het debuut van Rosa Walton en Jenny Hollingworth kon afwisselend in het hokje dream pop en het hokje electropop worden geduwd, maar op I’m All Ears domineert wat mij betreft de electropop. Het is een imposant geluid dat de producers van de plaat hebben neergezet, maar ondanks het feit dat Rosa Walton en Jenny Hollingworth de twintig nog niet zijn gepasseerd, hebben ze de touwtjes gelukkig stevig in handen.

Het debuut van Let’s Eat Grandma ontleende een belangrijk deel van zijn kracht aan de eigenzinnigheid van het tweetal en ook I’m All Ears profiteert hier nadrukkelijk van. Op het debuut sloeg dit nog wel eens om in gekte of bakvissenhumor, maar Let’s Eat Grandma laat op haar tweede plaat geen steken vallen.

Zeker de songs waarin de zwaar aangezette elektronische geluidstapijten van SOPHIE domineren zullen zeer in de smaak vallen bij liefhebbers van de betere electropop van bijvoorbeeld Grimes, maar ook fans van leeftijdgenoot Lorde zullen zeker gecharmeerd zijn van de meer toegankelijke songs op de tweede plaat van Let’s Eat Grandma. De twee Britse meiden kleuren echter zeker niet alleen binnen de lijntjes en gaan ook een paar keer flink los in lange tracks die een stiekeme maar intense voorliefde voor progrock verraden of verruilen de hedendaagse electropop voor 80’s synthpop.

Hoe vaker je naar I’m All Ears luistert, hoe nadrukkelijker het avontuur op de nieuwe plaat van Let’s Eat Grandma aan de oppervlakte komt en hoe spannender de plaat wordt. Het is bijna niet te geloven dat twee meiden van 19 verantwoordelijk zijn voor een zo spannend en avontuurlijk geluid, waarin het toegankelijke electropop geluid ieder moment kan worden doorsneden door bijzondere accenten en waarin uitstapjes buiten de gebaande paden eerder regel dan uitzondering zijn, net als op de onlangs verschenen prachtplaat van Melody’s Echo Chamber, waarmee ik wel wat raakvlakken hoor. Razend knappe plaat van deze twee piepjonge meiden. Erwin Zijleman

Let's Eat Grandma - Two Ribbons (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Let's Eat Grandma - Two Ribbons - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Let's Eat Grandma - Two Ribbons
Het nog altijd piepjonge Britse duo Let’s Eat Grandma begint album nummer drie wel erg bombastisch, maar naarmate het album vordert duiken er steeds meer details en schoonheid op in de songs op Two Ribbons

Ik heb een paar maanden geleden slechts kort geluisterd naar de eerste paar tracks op Two Ribbons, het derde album van het Britse tweetal Let’s Eat Grandma. Ik had mijn oordeel vervolgens snel klaar, maar dit oordeel blijkt nu voorbarig en onjuist. Rosa Walton en Jenny Hollingworth beginnen op Two Ribbons inderdaad bij grootse en meeslepende electropop, maar in de songs die volgen wordt het alleen maar mooier. Langzaam maar zeker verandert het muzikale landschap op het derde album van Let’s Eat Grandma en wordt de torenhoge belofte van de twee vorige albums van het duo toch weer waargemaakt. Even wennen dus en vooral niet oordelen voor het album er helemaal op zit.

Zes jaar geleden verscheen I, Gemini, het debuutalbum van het Britse duo Let’s Eat Grandma. Het is een album dat bol stond van de belofte, al was het maar omdat Rosa Walton en Jenny Hollingworth bij de release van hun debuutalbum pas 17 jaar oud waren. De belofte van het nog wat wisselvallige debuutalbum werd volledig waargemaakt op het in 2018 verschenen I’m All Ears, waarop de twee bijna twintigers verrasten met elektronische popmuziek vol avontuur.

Rosa Walton en Jenny Hollingworth zijn de twintig inmiddels gepasseerd en keerden afgelopen voorjaar terug met hun derde album, Two Ribbons. In de vier jaar tussen I’m All Ears kreeg het Britse tweetal te maken met verlies. De partner van Jenny Hollingworth overleed aan een zeldzame vorm van kanker, terwijl de Schotse muzikante en producer SOPHIE, die achter de knoppen zat tijdens de opnames van I’m All Ears overleed na een ongeluk.

Het heeft er voor gezorgd dat er veel tijd tussen het tweede en het derde album van Let’s Eat Grandma zit en bovendien maakten Rosa Walton en Jenny Hollingworth eigenlijk voor het eerst los van elkaar muziek. Ik begon dit voorjaar met hoge verwachtingen aan het derde album van Let’s Eat Grandma, maar Two Ribbons wist me niet te overtuigen.

Het album opent met het bombastisch ingekleurde Happy New Year, dat ik door de batterij elektronica en beats en ook nog eens heus vuurwerk over the top vond en vind. Let’s Eat Grandma gaat op Two Ribbons in eerste instantie sowieso wat meer de kant op van de grootse en meeslepende elektronische popmuziek, maar toen ik het album een tijdje terug een nieuwe kans gaf, kon ik alleen maar concluderen dat ik het derde album van Let’s Eat Grandma afgelopen voorjaar te snel en ten onrechte heb afgeschreven.

Rosa Walton en Jenny Hollingworth zijn op Two Ribbons in een aantal tracks nog wat verder opgeschoven richting de electropop en dat is een lijn die op I’m All Ears al werd ingezet. Het is me in de openingstrack net wat teveel, al is het een perfecte track om over een maand of vijf het nieuwe jaar in te luiden, maar in de meeste tracks op Two Ribbons heeft het Britse tweetal toch weer veel moois verstopt.

Hier en daar duiken mooie gitaarsolo’s op, maar Let’s Eat Grandma moet het op Two Ribbons vooral hebben van een uit vele lagen bestaand elektronisch klankentapijt. Zeker wanneer je deze vele lagen probeert te ontrafelen komt er veel moois aan de oppervlakte. Let’s Eat Grandma laat zich net zo makkelijk door het pionierswerk van Kraftwerk of Giorgio Moroder als door de hedendaagse elektronische (dans)muziek beïnvloeden en vermengt deze invloeden in het vernieuwde Let’s Eat Grandma geluid.

Het is een geluid dat naarmate het album vordert alleen maar interessanter en beter wordt. Het eerste deel van het album wordt gedomineerd door flink wat elektronisch geweld, maar op de tweede helft van Two Ribbons verdwijnen de beats naar de achtergrond, wordt de instrumentatie veelzijdiger en wordt de zang van het Britse tweetal weer wat lieflijker.

Two Ribbons klinkt opeens weer sprookjesachtig en schuift langzaam maar zeker op richting akoestische songs, wat nog maar eens onderstreept dat je zeker niet te vroeg moet oordelen over dit album. Ik schaam me diep dat ik Two Ribbons op basis van de openingstracks heb afgeserveerd het afgelopen voorjaar, want inmiddels kan ik het alleen maar een prachtalbum noemen. Erwin Zijleman

Letitia VanSant - Circadian (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Letitia VanSant - Circadian - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Letitia VanSant - Circadian
Door de Amerikaanse website Paste uitgeroepen tot een van de muzikanten om in de gaten te houden in 2020 en Letitia VanSant maakt de belofte op Circadian meer dan waar

Het is momenteel enorm dringen in kringen van jonge vrouwelijke singer-songwriters in het rootssegment, maar Circadian van Letitia VanSant stak er de afgelopen week een stuk bovenuit. Het is de verdienste van de prachtige instrumentatie, met een hoofdrol voor snarenwonder Will Kimbrough, maar ook de prachtige stem en de doorleefde wijze waarop Letitia VanSant haar songs vertolkt dragen stevig bij aan het prachtige eindresultaat. Circadian is een rootsplaat die bijzonder makkelijk overtuigt, maar het is ook een rootsplaat die bij herhaalde beluistering nog veel beter wordt.

De afgelopen week werd ik verblijd met albums van een heel legioen aan jonge vrouwelijke singer-songwriters in het rootssegment. Hiertussen zat minstens een handvol albums die niet hadden misstaan op deze BLOG, maar ik heb in eerste instantie alleen de beste gekozen. Deze kwam de afgelopen week wat mij betreft van Letitia VanSant, die met Circadian een prachtalbum heeft afgeleverd.

Circadian is zeker niet het debuut van de singer-songwriter uit Baltimore, Maryland. Letitia VanSant debuteerde al in 2012, maakte in 2015 een album met haar band The Bonafides en trok in 2018, met name in de Verenigde Staten, flink wat aandacht met haar album Gut It To The Studs, dat overladen werd met positieve recensies.

Het album is mij destijds niet opgevallen, maar dat moet in Amerikaanse rootskringen anders zijn geweest. Voor haar nieuwe album kon de Amerikaanse singer-songwriter immers beschikken over de diensten van topgitarist Will Kimbrough, die het album met zijn fraaie gitaar en mandoline spel direct een flink stuk optilt. Met onder andere producer Neilson Hubbard (Caroline Spence, Mary Gauthier) en pedal steel en slide gitaar virtuoos Juan Solorzano beschikt Letitia VanSant overigens ook nog over een aantal andere smaakmakers uit de Amerikaanse rootsmuziek van het moment. Het wekt daarom geen verbazing dat Circadian prachtig klinkt.

Zelf pikte ik het nieuwe album van Letitia VanSant er deze week overigens direct uit omdat ze een tijdje geleden opdook in het lijstje met de 10 muzikanten die we volgens de aansprekende website Paste in de gaten moeten houden in 2020. De Amerikaanse website had het al vaker bij het juiste eind en heeft ook met Letitia VanSant weer een voltreffer in handen.

Het in Nashville opgenomen Circadian is een vrij ingetogen album dat het best past in het hokje folk, maar ook invloeden uit de country bevat. Waar veel van haar soortgenoten kiezen voor een uiterst sober geluid, kleurt Letitia VanSant haar album niet alleen in met akoestische gitaren, maar ook met elektrische gitaren, mandoline, pedal steel, bas, drums en orgel, wat een subtiel, maar ook bijzonder fraai en ruimtelijk geluid oplevert. Het is een geluid met vaak een hoofdrol voor het snarenwerk van Will Kimbrough, die al vele jaren behoort tot de besten in het genre, maar ook de pedal steel klanken zijn prachtig.

De fraaie instrumentatie krijgt gezelschap van de krachtige stem van Letitia VanSant die met veel gevoel zingt en zich hier en daar fraai laat ondersteunen door achtergrondvocalisten. Door de wat stevigere instrumentatie moet de Amerikaanse singer-songwriter hier en daar wat krachtiger zingen en dat bevalt me wel. Circadian is een fraai en doorleefd klinkend album vol uitstekende songs. Zoals het een goed folkie betaamt vertelt Letitia VanSant op haar album mooie verhalen en het zijn verhalen die zowel de persoonlijke als de politieke thema’s niet schuwen.

Circadian is door de fraaie instrumentatie, de prima productie, de uitstekende zang en de mooie verhalen een rijk album, maar het is ook een album vol songs die je vrijwel onmiddellijk dierbaar zijn. Ook ik was bij eerste beluistering behoorlijk onder de indruk van het nieuwe album van Letitia VanSant en Circadian is sindsdien zeker niet minder geworden. Integendeel zelfs. Erwin Zijleman

Levi Boon - For Days, for Hours (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Levi Boon - For Days, For Hours - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Levi Boon - For Days, For Hours
Het is momenteel flink dringen in het land van de vrouwelijke singer-songwriters, maar de Utrechtse muzikante Levi Boon heeft met haar debuutalbum For Days, For Hours een in kwalitatief opzicht zeer onderscheidend album gemaakt

Het is een beetje toeval dat ik het debuutalbum van de Nederlandse singer-songwriter Levi Boon opmerkte tussen de nieuwe albums van deze week, maar wat ben ik blij met het album. Het is een album met vooral ingetogen songs die goed passen in de hokjes singer-songwriter en folk(pop). Ondanks het beperkte budget voor het album klinkt For Days, For Hours prachtig en de muziek op het album is bovendien verrassend veelzijdig. De meeste betovering komt echter van de stem van Levi Boon. De Utrechtse muzikante zingt zacht en vaak wat loom, maar wat is de zang op het album ook mooi. Dat geldt ook voor de songs, die steeds weer de juiste snaar weten te raken en het indrukwekkende For Days, For Hours keer op keer nog wat mooier maken.

De Utrechtse singer-songwriter Levi Boon begon in de zomer van 2024 een crowdfunding campagne voor het kunnen maken van haar debuutalbum. De campagne leverde uiteindelijk net iets meer dan 4.000 euro op en dat was genoeg voor het kunnen realiseren van het deze week verschenen For Days, For Hours. Ik vind het eerlijk gezegd een redelijk bescheiden bedrag, maar meer is er kennelijk niet nodig voor het maken van een echt prachtig klinkend album.

Levi Boon ken ik van haar in 2023 uitgebrachte EP the grand theme of things, waarop ze wat mij betreft indruk maakte met intieme en prachtig gezongen folksongs. Op de bijna twee jaar oude EP hoorde ik vooral de belofte, maar die maakt Levi Boon wat mij betreft meer dan waar op haar deze week uitgebrachte debuutalbum.

For Days, For Hours opent met de akoestische gitaar en de stem van Levi Boon, maar naarmate de openingstrack vordert worden extra instrumenten toegevoegd aan het geluid van de Utrechtse muzikante. Levi Boon maakte haar debuutalbum samen met haar band, die haar songs voorziet van een warm en sfeervol geluid. Het is een geluid dat prachtig is vastgelegd door producer Viktor van Woudenberg, die tekent voor een mooi verzorgd en zeer sfeervol geluid, dat iets toevoegt aan de in de basis uiterst sobere en intieme songs van Levi Boon.

Bij beluistering van For Days, For Hours moest ik in eerste instantie denken aan een aantal singer-songwriter albums uit de jaren 70, maar Levi Boon sluit ook aan bij een aantal jonge vrouwelijke singer-songwriters van het moment. Laat ik het er maar op houden dat For Days. For Hours een tijdloos klinkend album is.

De muziek op en de productie van het album heb ik al geprezen, maar als ik naar het debuutalbum van Levi Boon luister, word ik vooral gegrepen door haar stem. De muzikante uit Utrecht zingt vooral zacht, maar vergeleken met de meeste zacht zingende zangeressen van het moment, hoor ik veel warmte en diepte in de stem van Levi Boon. Haar stem klinkt direct bij eerste kennismaking aangenaam, maar wanneer je met wat meer aandacht luistert naar de songs op For Days, For Hours hoor je ook hoeveel gevoel er in de zang zit.

For Days, For Hours is een album dat het uitstekend doet op de achtergrond, zeker op de herfstavonden van het moment, maar de ware kracht van For Days, For Hours ervaar je pas wanneer je met volledige aandacht naar het album luistert. Bij eerste beluistering van het album was ik vooral onder de indruk van de spaarzaam ingekleurde songs op het album, die wel wat doen denken aan Laura Marling, maar ook de wat voller klinkende songs op het album met wat meer popinvloeden winnen snel aan kracht.

For Days, For Hours is een persoonlijk album waarop de zoektocht naar de eigen identiteit centraal staat en het persoonlijke karakter van de songs voorziet het album van Levi Boon van extra kracht en urgentie. Er verschijnen op het moment wel meer intieme maar ook verrassend veelkleurige singer-songwriter albums, maar het debuutalbum van Levi Boon springt er wat mij betreft makkelijk uit.

De muzikante uit Utrecht moet concurreren met albums die een veelvoud hebben gekost (een zoektocht op Google leert dat het maken van het laatste album van Taylor Swift zo’n 2 miljoen dollar heeft gekost), maar ik hoor echt niets op dit prachtalbum dat beter had gekund. Buitengewoon knap gedaan. Erwin Zijleman

Leyla McCalla - A Day for the Hunter, a Day for the Prey (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leyla McCalla - A Day For The Hunter, A Day For The Prey - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Leyla McCalla groeide als kind van Haïtiaanse immigranten op in New York en New Jersey, maar vertrok na het afronden van haar cello studie aan de New Yorkse universiteit naar het broeierige en bruisende New Orleans, waar ze zich onderdompelde in de rijke (muziek)cultuur en bijverdiende als straatmuzikant.

Dat laatste leverde haar een plekje op in het bijzondere collectief The Carolina Chocolate Drops, maar inmiddels staat Leyla McCalla weer op eigen benen.

Haar eerbetoon aan Langston Hughes uit 2014 ontging me nog, maar met A Day For The Hunter, A Day For The Prey maakt Leyla McCalla diepe indruk.

Op de plaat speelt haar cello een belangrijke rol, wat direct zorgt voor een bijzonder geluid in dit genre. De cello krijgt af en toe gezelschap van een gitaar, een banjo en een viool, maar over het algemeen genomen is de instrumentatie op de plaat behoorlijk sober. Door de klanken van de cello is de instrumentatie stemmig en wat weemoedig, waardoor de plaat vooral in de kleine uurtjes uitstekend tot zijn recht komt.

De bijzondere instrumentatie past prachtig bij de stem van Leyla McCalla, die indruk maakt met indringende, veelzijdige en ook opvallend melodieuze vocalen. Het zijn vocalen die prima passen bij de door de rijke cultuur van New Orleans beïnvloedde songs, maar het zijn ook vocalen die deze instrumentatie omhoog halen en kleur geven.

Leyla McCalla verstopt zich op A Day For The Hunter, A Day For The Prey als een kameleon in de muziekcultuur van New Orleans. De in het Engels, Frans en Creools vertolkte songs, bestrijken een opvallend breed palet en doen niet alleen recht aan de cultuur van New Orleans, maar ook aan die van de wortels van Leyla McCalla in Haïti.

Leyla McCalla doet op haar nieuwe plaat veel zelf, maar als voormalig The Carolina Chocolate Drops collega Rhiannon Giddens aanschuift voor een duet wordt getekend voor een van de hoogtepunten op de plaat, net als wanneer gitarist Marc Ribot los mag gaan.

A Day For The Hunter, A Day For The Prey is door de bijzondere instrumentatie en de veelheid aan invloeden zeker geen doorsnee rootsplaat en maakt mede hierdoor indruk. Dat doet Leyla McCalla ook nog eens met haar emotievolle zang en met haar teksten die ergens over gaan en de gevoelige thema’s niet schuwen. Het zijn allemaal ingrediënten van een plaat die absoluut behoort tot één van de mooiste en één van de een meest indrukwekkende van dit moment. Erwin Zijleman

Leyla McCalla - Breaking the Thermometer (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leyla McCalla - Breaking The Thermometer - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Leyla McCalla - Breaking The Thermometer
Leyla McCalla maakte met Breaking The Thermometer een eigenzinnig album vol invloeden, waaraan ik flink moest wennen, maar dat langzaam maar zeker steeds meer mooie en bijzondere geheimen prijs geeft

Leyla McCalla dook een jaar of vijftien geleden op met de bijzondere band The Carolina Chocolate Drops, dat inmiddels vooral bekend staat als de band die Rhiannon Giddens voortbracht. Leyla McCalla mag echter ook zeker niet onderschat worden. Het eerder dit jaar verschenen Breaking The Thermometer is geen makkelijk album, maar het is een album dat je moet ontdekken en dat vervolgens alleen maar mooier wordt. Leyla McCalla eert op Breaking The Thermometer haar Haïtiaanse wortels en combineert invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek met invloeden uit de rijke Haïtiaanse muziekcultuur. Het levert fascinerende muziek op die uit verrassend veel lagen bestaat.

Leyla McCalla maakte, net als Rhiannon Giddens, deel uit van de Amerikaanse band The Carolina Chocolate Drops. De band uit New Orleans vermengde op haar albums nogal wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en uit de bijzondere smeltkroes van New Orleans in het bijzonder en kleurde haar muziek bovendien op hele bijzondere wijze in.

The Carolina Chocolate Drops bleek een zeer succesvolle springplank voor de talenten van Rhiannon Giddens, maar ook Leyla McCalla bracht inmiddels al vier soloalbums uit. Samen met Rhiannon Giddens, Amythyst Kiah en Allison Rusell maakte de Amerikaanse muzikante bovendien een album onder de naam Our Native Daughters. In mei verscheen Breaking The Thermometer, het vierde soloalbum van Leyla McCalla en het is een album waar ik de rest van het jaar tegenaan heb gehikt.

Breaking The Thermometer is zo’n album waarvan ik eigenlijk vind dat ik het goed moet vinden, maar ik vond het album, ook na herhaalde beluistering, vooral een album waarvoor ik in de stemming moest zijn en dat was ik eigenlijk nooit. Mede door de notering in een respectabel jaarlijstjes heb ik het vierde soloalbum van Leyla McCalla er onlangs toch weer bij gepakt en heb ik eens goed de tijd genomen voor het album. Ook na alle recent geïnvesteerde tijd blijf ik Breaking The Thermometer een lastig album vinden, maar ik hoor inmiddels wel veel beter wat zo goed is aan het album.

Ook op haar vierde soloalbum laat Leyla McCalla zich inspireren door alle muziek die in New Orleans wordt gemaakt, maar Breaking The Thermometer is toch vooral een zoektocht naar de afkomst van de Amerikaanse muzikante. Leyla McCalla werd geboren in New York, maar haar wortels liggen op het Caribische eiland Haïti. Het land verkeert al decennia in een crisis, maar het is ook een land met een rijke muziekcultuur.

Het is allemaal te horen op Breaking The Thermometer, waarop invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek worden gecombineerd met invloeden uit de Haïtiaanse, Cubaanse en Afrikaanse muziek en een vleugje klassiek wordt toegevoegd wanneer Leyla McCalla haar cello er bij pakt. Breaking The Thermometer is, zeker wanneer invloeden uit de Haïtiaanse, Cubaanse en Afrikaanse muziek domineren en Frans de voertaal is, redelijk ver verwijderd van het gemiddelde album met Amerikaanse rootsmuziek, maar voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die niet bang zijn voor exotische uitstapjes valt er veel te genieten op het album.

Er wordt met heel veel gevoel en in meerdere lagen muziek gemaakt en ook de zang van Leyla McCalla is bijzonder mooi. Ik noemde Breaking The Thermometer eerder in deze recensie een album waarvoor je in de stemming moet zijn, maar wanneer je de tijd neemt voor dit album brengt de muziek van Leyla McCalla je ook in een bepaalde stemming. De samples van Radio Haïti helpen hier zeker bij, al zorgen deze samples er ook voor dat het vierde soloalbum van Leyla McCalla uiteindelijk ver verwijderd is van een gemiddeld rootsalbum.

Breaking The Thermometer is en blijft voor mij een album waaraan ik flink moet wennen, maar nu ik wat langer de tijd heb genomen voor het album ben ik eindelijk overtuigd van de bijzondere schoonheid van dit eigenzinnige album en wordt Breaking The Thermometer eigenlijk alleen maar mooier en indrukwekkender. Erwin Zijleman

Leyla McCalla - Sun Without the Heat (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leyla McCalla - Sun Without The Heat - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Leyla McCalla - Sun Without The Heat
Leyla McCalla stond altijd al garant voor het verwerken van zeer uiteenlopende invloeden, maar dat doet ze nog net wat knapper op het weergaloze Sun Without The Heat, dat een fascinerend en prachtig geluid laat horen

Leyla McCalla is nog niet zo bekend als Rhiannon Giddens, met wie ze op meerdere wijzen verbonden is, maar Sun Without The Heat zou wel eens de doorbraak van de muzikante uit New Orleans kunnen zijn. Leyla McCalla vermengt ook op haar nieuwe album muziek uit alle windstreken, maar het nieuwe album klinkt wat toegankelijker dan zijn voorgangers. Dat is niet ten koste gegaan van de veelzijdigheid van de muziek van Leyla McCalla, want die is alleen maar toegenomen. Sun Without The Heat is een razend knap album vol muzikaal vuurwerk, maar het is ook een album met een serie bijzonder aansprekende songs. Hoogste tijd dat Leyla McCalla wordt geschaard onder de smaakmakers binnen de muziekscene van het moment.

De Amerikaanse band Carolina Chocolate Drops werd in 2005 opgericht in Durham, North Carolina, maakte vier albums die slechts in kleine kring werden opgepikt, maar kreeg uiteindelijk toch nog de waardering die het zo verdiende met Genuine Negro Jig uit 2010 en vooral Leaving Eden uit 2012, dat helaas direct ook de zwanenzang was van de band.

Carolina Chocolate Drops was de band van onder andere Rhiannon Giddens, die na het uit elkaar vallen van de band begon aan een fascinerende solocarrière, maar op het laatste album van de band was ook celliste Leyla McCalla te horen. Leyla McCalla maakt net als Rhiannon Giddens deel uit van de gelegenheidsband Our Native Daughters (met Allison Russell en Amythyst Kiah), maar ze heeft de afgelopen tien jaar ook een kleine handvol bijzondere albums onder haar eigen naam uitgebracht.

De muzikante New Orleans, Louisiana, heeft Amerikaanse en Haïtiaanse wortels, maar bestrijkt in muzikaal opzicht echt alle windstreken. De grote diversiteit aan invloeden zorgt er voor dat de albums van Leyla McCalla niet de makkelijkste albums zijn, maar het zijn ook albums die, wanneer je er de tijd voor neemt, een ongekende muzikale en vocale rijkdom laten horen.

Ik heb in 2022 best lang aangehikt tegen het met invloeden uit onder andere de Amerikaanse, Haïtiaanse, Cubaanse, Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse muziek gevulde Breaking The Thermometer, maar uiteindelijk was ik toch diep onder de indruk van het vierde soloalbum van Leyla McCalla. De muzikante uit New Orleans zet een volgende stap op het deze week verschenen Sun Without The Heat.

Het is een album dat zich, net als zijn voorgangers, breed laat inspireren, maar het album klinkt wat toegankelijker dan zijn voorgangers, al is toegankelijk in het geval van Leyla McCalla een relatief begrijp. Sun Without The Heat bevat voor een belangrijk deel dezelfde invloeden als voorganger Breaking The Thermometer, maar Leyla McCalla slaat dit keer wat nadrukkelijker een brug tussen de verschillende genres en schuift ook net wat meer op richting Amerikaanse rootsmuziek, al is het wel Amerikaanse rootsmuziek met een heleboel bijzondere impulsen.

Dat slaan van een brug doet Leyla McCalla echt op razend knappe wijze, want in een aantal tracks op het album schiet het echt alle kanten op, maar klinkt het op een of andere manier toch logisch. De muzikante uit New Orleans maakte haar nieuwe album met een redelijk compacte band zonder grote namen, maar er wordt geweldig gemusiceerd op het album, dat er ook nog wat invloeden uit de Tropicalia en psychedelica bij sleept.

Leyla McCalla en haar medemuzikanten laten de muziek uit alle windstreken aan de ene kant authentiek klinken, maar verwerken ze ook in een aansprekend totaalgeluid, dat ook flink uit de bocht kan schieten. Het is een fraai maar ook avontuurlijk geluid, dat prachtig kleurt bij de al even aansprekende stem van Leyla McCalla, die zingt met veel soul en gevoel.

Er was de afgelopen weken nogal wat te doen over het nieuwe album van Beyoncé, dat wat uitstapjes richting country bevatte. Het zijn uitstapjes die verbleken bij de muzikaliteit van Leyla McCalla, die laat horen dat muzikale grenzen er zijn om beslecht te worden. Rhiannon Giddens trekt momenteel de meeste aandacht met haar muzikale smeltkroes, maar die van Leyla McCalla is op het prachtige en opvallend veelkleurige Sun Without The Heat wat mij betreft nog een stuk indrukwekkender en aansprekender. Erwin Zijleman

Lhasa - La Llorona (1998)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lhasa - La Llorona (1997) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lhasa - La Llorona (1997)
Lhasa de Sela maakte helaas maar die albums voor ze veel te jong overleed en het zijn drie prachtige albums, al vind ik het volledig Spaanstalige debuutalbum La Llorona uit 1997 nog altijd het indrukwekkendst

Toen Lhasa de Sela aan het eind van de jaren 90 opdook was Mexicaanse muziek, mede door destijds populaire bands als Calexico, zeer in trek. Het debuutalbum van Lhasa kreeg dan ook lovende kritieken, al zou het nog twaalf jaar duren voor ze omarmd werd door een groot publiek. Het titelloze derde album van Lhasa, dat minder dan een jaar voor haar dood verscheen, leverde Lhasa eindelijk de zo verdiende waardering op, maar die had ze twaalf jaar eerder al verdiend met het indrukwekkende La Llorona. Het volledig Spaanstalige debuutalbum van Lhasa zat wat dichter tegen de traditionele Mexicaanse muziek aan, maar dat veranderde niets aan de diepe impact van het album.

Deze week verscheen het album First Recordings van Lhasa de Sela & Yves Desrosiers. Het is een album met opnamen die een paar jaar geleden opdoken op een cassettebandje uit de archieven van de zangeres Lhasa de Sela. Het zijn op zich geen geweldige opnames, maar ze bieden wel een goede aanleiding om weer eens aandacht te besteden aan de muziek van Lhasa de Sela, die tijdens haar te korte carrière in de muziek vooral vanuit Frankrijk en Canada opereerde.

De zangeres met zowel Amerikaanse als Mexicaanse wortels maakte helaas maar drie albums, waarna ze in 2010 op slechts 37-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van borstkanker. Aan het einde van haar te korte leven kreeg Lhasa de Sela gelukkig nog wel de erkenning die ze al veel langer verdiende met haar onder de naam Lhasa uitgebrachte muziek. Het in 2009 verschenen titelloze en grotendeels Engelstalige album werd breed opgepakt en uitvoerig geprezen. Dat was volkomen terecht, want Lhasa de Sela was een bijzondere zangeres, die haar songs met heel veel gevoel vertolkte.

Ik ben zeer gesteld op het laatste album van Lhasa en ook het in 2003 verschenen en deels Engelstalige en deels Spaanstalige The Living Road heb ik hoog zitten, maar als ik denk aan Lhasa denk ik vooral aan haar in 1997 verschenen en volledig Spaanstalige debuutalbum La Llorona.

Op haar debuutalbum laat Lhasa de Sela zich deels beïnvloeden door traditionele Mexicaanse muziek en andere wereldmuziek, maar ook de invloed van songwriters als Tom Waits en vooral Leonard Cohen en invloeden uit de jazz zijn duidelijk hoorbaar. Op La Llorona slaat Lhasa op bijzondere wijze een brug tussen traditionele Mexicaanse muziek en op Westerse leest geschoeide singer-songwriter muziek, al duurt het even voor je het laatste hoort. La Llorona valt op door weelderige arrangementen en een voornamelijk akoestisch geluid vol verwijzingen naar de Mexicaanse muziek. Het voorziet La Llorona van een warmbloedig geluid dat de zon af en toe laat schijnen, al klinkt er veel vaker weemoed door in de muziek van Lhasa.

Het gevoel van weemoed wordt versterkt door de zang van Lhasa de Sela. De Mexicaans-Amerikaanse zangeres zingt op haar debuutalbum met heel veel gevoel. Zeker wanneer ze haar zang wat zwaarder aanzet spat de passie er van af en kan kippenvel bijna niet uitblijven. De zang van Lhasa wordt nog wat mooier wanneer ze nog wat meer emotie en doorleving toevoegt en haar stem een stuk rauwer wordt. Het past allemaal prachtig bij de warmbloedige Mexicaanse klanken, die overigens vol avontuur en vol andere invloeden blijken te zitten wanneer je wat beter naar het album luistert.

Ik weet nog dat ik bij eerste beluistering diep onder de indruk was van het debuutalbum van Lhasa, waarna het album alleen maar indrukwekkender werd. De afgelopen jaren heb ik niet meer naar haar muziek geluisterd, maar bij de hernieuwde kennismaking met La Llorona was het kippenvel direct weer terug.

Als je luistert naar de drie albums die Lhasa de Sela heeft gemaakt valt op hoe groot de stappen zijn die ze in een paar jaar tijd heeft gezet. Het maakt het nog wat triester dat de Mexicaans-Amerikaanse zangeres slechts 37 jaar oud is geworden en niet verder is gekomen dan drie albums. Die albums zijn alle drie prachtig, maar ook na de hernieuwde kennismaking met het oeuvre van Lhasa blijf ik het grootste zwak houden voor het buitengewoon imponerende La Llorona uit 1997. Erwin Zijleman

Lia Ices - Family Album (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lia Ices - Family Album - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lia Ices - Family Album
Het is heel lang stil geweest rond Lia Ices, maar met het deze week verschenen Family Album keert de Amerikaanse singer-songwriter terug naar de topvorm van haar meesterwerk uit 2011

Grown Unknown van Lia Ices trek ik nog steeds met enige regelmaat uit de kast en blijft een album om te koesteren. Door de tegenvallende opvolger leek Lia Ices in de geschiedenisboeken te verdwijnen als eendagsvlieg, maar uit het niets is de Amerikaanse singer-songwriter terug met een nieuw album. Family Album omarmt de organische klanken die ze was vergeten op haar vorige album en klinkt bij vlagen weer heerlijk tijdloos. Op hetzelfde moment kleurt Lia Ices continu buiten de lijntjes van de traditionele singer-songwriter of rootsmuziek en slaagt ze er, net als met het album van alweer tien jaar geleden, in om me te betoveren met haar muziek.

Aan het begin van 2011 werd ik compleet overrompeld door Grown Unknown, het tweede album van de Amerikaanse singer-songwriter Lia Ices. Ik werd overrompeld door een sprankelend album dat aan de ene kant aansloot bij de rijke tradities van het singer-songwriter genre, maar dat aan de andere kant ook continu de grenzen en de ongebaande paden opzocht.

Als inspiratiebronnen hoorde ik onder andere Joni Mitchell (het 70s geluid), Kate Bush (het oog voor experiment), The Cocteau Twins (de sfeer), Enya (het zweverige), Sinead O’Connor (de zang), Cat Power (de onderkoelde passie), Leslie Feist (het verleidelijke) en Agnes Obel (de rijke orkestraties) en dat is een lijst waarvoor geen enkele singer-songwriter zich zal schamen. Het is dan ook niet zo gek dat ik het album ruim elf maanden na mijn eerste kennismaking met de muziek van Lia Ices niet was vergeten en Grown Unknown hoog opdook in mijn jaarlijstje over 2011.

In de herfst van 2014 keerde Lia Ices terug met Ices, dat een stuk elektronischer en minder tijdloos klonk. Na enige gewenning een aardig album, maar toch minder indrukwekkend dan zijn geweldige voorganger.

Deze week verscheen eindelijk een nieuw album van Lia Ices en dit keer concentreert de muzikante die New York inmiddels heeft verruild voor Sonoma, California, zich weer op de genres die ze op haar vorige album was vergeten. Lia Ices maakte Family Album terwijl ze zwanger was van haar eerste kind en het is een heerlijk tijdloos album geworden.

Het is een album dat van voorganger Ices verschilt als de dag van de nacht. Weg zijn de hevige flirts met elektronica, terug zijn de organische klanken en de songs die putten uit de rijke historie van het singer-songwriter genre.

Lia Ices begint Family Album met piano en zang en lijkt even zo weggelopen uit de jaren 70. Naarmate de openingstrack vordert wordt de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter wat voller ingekleurd en put Family Album niet alleen uit de archieven van de 70s singer-songwriter muziek, maar ook uit de archieven van de Amerikaanse rootsmuziek.

Het is een instrumentatie die anders klinkt dan die op de vorige twee albums van Lia Ices, maar het is wat mij betreft een uitstekende keuze. De organische klanken passen perfect bij de stem van de tegenwoordig Californische singer-songwriter, wat op zich bijzonder is, want Lia Ices beschikt over een voor dit genre wat atypische stem. Net als op de vorige twee albums is de zang van Lia Ices expressief, maar kan ze ook zomaar opschuiven richting de ijsprinsessen uit het hoge Noorden.

Family Album kan probleemloos een singer-songwriter album of zelfs een rootsalbum worden genoemd, maar Lia Ices slaagt er, net als op Grown Unknown, in om anders te klinken. Waar de magie van Grown Unknown op opvolger Ices vrijwel volledig was verdwenen, is die magie terug op het nieuwe album van Lia Ices, zeker wanneer de Amerikaanse muzikante flarden psychedelica of nog wat zweverigere invloeden toevoegt aan haar muziek.

En net als het nu al enkele malen door mijn geprezen Grown Unknown is ook het prachtig ingekleurde Family Album een album dat nog lange tijd beter wordt. Het is heel lang stil geweest rond Lia Ices, maar ik ben heel blij dat ze terug is. Erwin Zijleman

Lian Ray - Rose (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lian Ray - Rose - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lian Ray - Rose
Rose lag jaren en jaren op de plank, maar eindelijk mogen we dan kennis maken met het werkelijk wonderschone debuut van de Franse singer-songwriter Lian Ray

De liefde was in een tijd vol ellende het enige lichtpuntje in het leven van de Franse muzikant Lian Ray. Deze liefde duurde niet lang, maar Rose inspireerde Lian Ray wel tot een album vol romantiek en weemoed en een album vol prachtige songs. Het album werd al in 2012 en 2013 gemaakt, waarna de release eind vorig jaar ook nog eens werd uitgesteld, maar eindelijk kunnen we dan genieten van de smaakvol georkestreerde en prachtig gezongen songs van de Fransman, die nooit een geheim maakt van zijn bewondering voor het werk dat Serge Gainsbourg in de jaren 70 afleverde, maar ook met minstens één been in het heden staat.

Rose van de Franse singer-songwriter Lian Ray (echte naam: Aurélien Marie) heb ik al vele, vele maanden in huis. Het album zou oorspronkelijk in november van het vorig jaar verschijnen, maar destijds werd besloten dat een release in het vroege voorjaar van 2020 verstandiger zou zijn.

Ondanks de bijzondere omstandigheden van het moment werd vastgehouden aan dit plan, waardoor het debuut van Lian Ray gewoon verscheen deze week. Of dat goed uitpakt zal de tijd leren, maar Rose van Lian Ray, dat overigens is verschenen op het Nederlandse kwaliteitslabel Snowstar Records, is absoluut een album dat aandacht verdient.

Voor Lian Ray zelf waren de paar maanden uitstel waarschijnlijk niet zo heel erg, want Rose werd al in 2012 en 2013 opgenomen. Lian Ray woonde destijds in Berlijn en leefde aan de zelfkant van de maatschappij. Een van de weinige lichtpuntjes in een leven vol depressies, drugs en andere ellende was de liefde voor een vrouw met de naam Rose. De relatie met Rose hield uiteindelijk niet heel lang stand, maar inspireerde Lian Ray wel tot een album vol romantiek.

Volgens het persbericht bij het album moet Rose van Lian Ray worden gezien als een hommage aan Serge Gainsbourg’s legendarische Histoire de Melody Nelson, waarmee de lat direct hoog en waarschijnlijk onbereikbaar hoog wordt gelegd. Het album van de grootste muzikant uit de geschiedenis van de Franse popmuziek was in 1971 een eerbetoon aan zijn muse Jane Birkin, maar stiekem ook aan Vladimir Nabokov’s Lolita. Het is een album dat moet worden geschaard onder de klassiekers uit de popmuziek.

Zover is Lian Ray met zijn debuut natuurlijk nog lang niet, maar Rose is een wonderschoon album. Het is een album met zeer smaakvol en stemmig gearrangeerde songs, waarin piano en strijkers een voorname rol spelen, maar waarin ook opeens een stevige gitaar of een ander bijzonder accent kan opduiken.

In een aantal songs keert Lian Ray terug naar de Franse popmuziek van Serge Gainsbourg uit de vroege jaren 70, maar Rose heeft ook vaak een wat moderner geluid. Het debuut van Lian Ray is een voornamelijk ingetogen album, maar de Franse muzikant is ook niet vies van drama en bombast. Het doet me af en toe wel wat denken aan het glorieuze debuut van Gavin Friday, al was dat een stuk theatraler.

De songs van Lian Ray zijn over het algemeen behoorlijk toegankelijk en klinken naast Frans vooral Brits met een voorliefde voor tijdloze singer-songwriter muziek. De tegenwoordig in Amsterdam woonachtige muzikant heeft zijn songs niet alleen smaakvol ingekleurd, maar is ook voorzien van een bijzonder aangenaam stemgeluid, dat de stemmige maar ook romantische songs voorziet van veel gevoel en emotie.

Ik heb het album, zoals gezegd, al heel lang in huis en ben inmiddels behoorlijk verknocht geraakt aan de prachtige songs op het album. Het zijn momenteel bijzondere en niet altijd makkelijke tijden, maar dit prachtige album van Lian Ray zorgt met de wonderschone songs en de warme klanken absoluut voor troost. Erwin Zijleman

Liana Flores - Flower of the Soul (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Liana Flores - Flower Of The Soul - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Liana Flores - Flower Of The Soul
De Brits-Braziliaanse Liana Flores is enorm populair op TikTok en andere sociale media, maar ook daarbuiten gaat ze stevig aan de weg timmeren met haar bijzonder mooie en aangename debuutalbum

Laat Flower Of The Soul van Liana Flores door de speakers komen en de gevoelstemperatuur stijgt met minimaal een paar graden. Hiernaast zorgt het debuutalbum van de muzikante uit Londen voor een aangenaam gevoel van totale ontspanning. De Brits-Braziliaanse muzikante bereikt dit met een aantal zachte, lome en verleidelijke songs. Het zijn songs met vooral invloeden uit de jazz, Britse folk en bossa nova en het zijn songs die subtiel maar bijzonder smaakvol zijn ingekleurd. Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam, maar als Liana Flores gaat zingen verandert aangenaam in wonderschoon. Flower Of The Soul is een fraaie soundtrack voor de zomer, maar is ook veel meer dan dat.

Het is even afwachten of de zomer van 2024 de boeken in zal gaan als een mooie zomer, maar als dat zo is ligt er een hele mooie en aangename soundtrack op ons te wachten. Deze soundtrack komt van de Brits-Braziliaanse singer-songwriter Liana Flores, die deze week met Flower Of The Soul haar debuutalbum heeft afgeleverd.

Ik was de naam Liana Flores nog niet eerder tegengekomen, maar met name op een aantal sociale media platforms schijnt de muzikante uit Londen enorm populair te zijn. Dat begrijp ik wel, want zodra de muziek van Liana Flores uit de speakers komt, maakt een gevoel van rust en ontspanning zich meester van de nietsvermoedende luisteraar.

Liana Flores maakt zachte en honingzoete popliedjes, die doen verlangen naar eindeloos luieren in de zomerzon. De muziek van de Brits-Braziliaanse muzikante wordt vergeleken met die van de IJslandse muzikante Laufey en daar zit wel wat in. Net als Laufey verwerkt Liana Flores flink wat invloeden uit de jazz, folk en de klassieke muziek in haar songs en beschikt ze over een prachtige heldere stem.

Flower Of The Soul is wel wat minder jazzy dan de albums van Laufey en heeft een vleugje bossa nova als bonus. De invloeden uit de bossa nova versterken het zonnige karakter van de muziek van Liana Flores, maar haar debuutalbum heeft ook iets weemoedigs. Dat weemoedige karakter komt vooral uit de flinke hoeveelheid invloeden die Liana Flores heeft verwerkt uit de traditionele Britse folk.

Zeker in de meest ingetogen momenten, waarin de muzikante uit Londen genoeg heeft aan een akoestische gitaar, haar stem en eventueel wat strijkers, klinkt Flower Of The Soul als een authentiek Brits folkalbum, maar het is er in een aantal tracks wel een met een twist. In de meeste folky momenten is Flower Of The Soul overigens ook niet ver verwijderd van de Amerikaanse folk van lang geleden van bijvoorbeeld Vashti Bunyan, maar ook de muziek van Astrud Gilberto wordt terecht aangedragen als vergelijkingsmateriaal.

Flower Of The Soul is op het eerste gehoor een uiterst ingetogen of zelfs sober album, maar voor de productie werd een klein legioen producers (Noah Georgeson, Chris Bear, Jaques Morelenbaum en Tim Bernarde) ingeschakeld. Dat hoor je wanneer je het album met de koptelefoon beluistert en ieder subtiel detail aan de oppervlakte komt. De smaakvolle muziek blijft in de meeste tracks op het album behoorlijk zacht, waardoor de stem van Liana Flores centraal staat. De jonge Brits-Braziliaanse muzikante zingt met veel gevoel en souplesse en weet de aandacht makkelijk een heel album vast te houden.

Flower Of The Soul zou zoals gezegd zomaar de soundtrack van een mooie zomer kunnen worden, maar ook vroeg in de ochtend en laat op de avond verrichten de subtiele en prachtig gezongen songs van Liana Flores bij mij wonderen. Het is bijzonder om te zien hoe de IJslandse muzikante Laufey de afgelopen maanden vooral via de sociale media razend populair is geworden, maar met Liana Flores heeft ze er een hele serieuze concurrent bij.

Ik ben meestal snel uitgekeken op folky en jazzy songs met een snufje bossa nova, maar Flower Of The Soul is wat mij betreft interessanter dan de rest van het aanbod in het genre dankzij een serie sterke songs, bijzonder fraaie klanken en een stem die echt meedogenloos verleidt en dat met steeds meer overtuiging doet. Erwin Zijleman

Lianne La Havas - Blood (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lianne La Havas - Blood - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het precies drie jaar geleden verschenen debuut van de Britse zangeres Lianne La Havas was ik eerlijk gezegd al lang weer vergeten, zodat ik niet direct opveerde toen haar nieuwe plaat op de mat viel.

Ik vergeleek Lianne La Havas drie jaar geleden vooral met Corinne Bailey Rae, van wie ik de afgelopen drie jaar helaas niets meer heb gehoord, en roemde haar vermogen om zich continu buiten de gebaande van de soul te bewegen maar toch een goede en ontspannen soulplaat af te leveren.

De jonge Britse zangeres timmerde de afgelopen jaren met behoorlijk veel succes aan de weg, maar daarvan is niets te merken op Blood, de altijd lastige tweede plaat na een succesvol debuut.

De Britse zangeres met Grieks en Jamaicaans bloed bezocht vlak voor de opnamen van haar nieuwe plaat Jamaica, wat naar verluid veel invloed heeft gehad op haar tweede plaat. Ik hoor er persoonlijk niet zo heel veel van terug. Op Blood is wel wat reggae te horen, maar veel minder dan op de laatste plaat van Joss Stone.

Net als Joss Stone flirt Lianne La Havas op haar nieuwe plaat met uiteenlopende genres, maar vormt soul vaak de basis van haar muziek. Lianne La Havas gaat in dat flirten overigens nog veel verder dan Joss Stone, wat op Blood een veelkleurige lappendeken aan stijlen oplevert.

Dankzij het succes van haar debuut kon Lianne La Havas voor Blood een beroep doen aan een heel leger topproducers, maar gelukkig is de Britse zichzelf gebleven en klinkt Blood net zo puur en ontspannen als haar debuut.

Blood is dus net als zijn voorganger een lekker ontspannen soulplaat vol invloeden. In tegenstelling tot de meeste van haar soortgenoten kan Lianne La Havas niet alleen uithalen maar ook heerlijk laid back zingen, wat haar muziek heerlijk dromerig en broeierig maakt. In vocaal opzicht is het smullen geblazen, maar ook de instrumentatie op en de productie van Blood zijn van een opvallend hoog niveau.

Wanneer de tweede plaat van Lianne La Havas vervolgens ook nog eens niet alleen grenzeloos vermaakt, maar ook verrast en intrigeert, weet je dat Lianne La Havas de belofte van haar debuut meer dan waar heeft gemaakt. Erwin Zijleman

Lianne La Havas - Lianne La Havas (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lianne La Havas - Lianne La Havas - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lianne La Havas - Lianne La Havas
Lianne La Havas verleidt wederom met lome, zwoele en zonnige klanken en met haar geweldige stem, maar ze laat dit ook meer van zichzelf zien

Het derde album van Lianne La Havas heeft geen titel mee gekregen en wordt een breakup album genoemd. Dat hoor je ten dele in de teksten, maar in muzikaal en vocaal opzicht is ook het nieuwe album van de Britse singer-songwriter weer loom, warmbloedig, zonnig en aangenaam. In de openingstrack lijkt het nog even zwaar geproduceerd, maar langzaam maar zeker hoor je steeds meer van Lianne La Havas, die niet alleen een geweldige zangeres is, maar ook een getalenteerde muzikante en een uitstekend songwriter. Haar nieuwe album is de perfecte soundtrack voor een mooie zomeravond, maar ook een album dat verder uitpluizen verdient.

De Britse singer-songwriter Lianne La Havas neemt tot nu toe de tijd voor haar albums. Ze debuteerde acht jaar geleden met het warm onthaalde Is Your Love Big Enough? en is na Blood uit 2015 deze week pas toe aan haar derde album.

Ik moet eerlijk toegeven dat, hoewel ik zeer gecharmeerd was van de eerste twee albums van de Britse singer-songwriter, ik eigenlijk nooit meer luister naar de muziek van Lianne La Havas, waardoor haar derde album voelt als een hernieuwde kennismaking.

Het derde album van Lianne La Havas heeft geen titel mee gekregen, wat bijdraagt aan het gevoel van een nieuwe start. Toch ligt het nieuwe album van Lianne La Havas voor een belangrijk deel in het verlengde van zijn twee voorgangers. De Britse singer-songwriter gaat ook op haar nieuwe titelloze album vooral aan de haal met invloeden uit de soul, pop en R&B en opereert hiermee in hetzelfde straatje als landgenoten Corinne Bailey Rae en Joss Stone, waarvan overigens de laatste jaren maar heel weinig is vernomen.

Op het eerste gehoor is er misschien niet veel nieuws onder de zon, maar dat betekent ook dat Lianne La Havas makkelijk verleidt met heerlijk lome en zonnige klanken, die worden gedragen door haar prachtige en heerlijk soulvolle stem. Het wederom door Matt Hales (in het verleden bekend als Aqualung) geproduceerde nieuwe album voelt direct vanaf de eerste noten aan als het spreekwoordelijke warme bad en nodigt nadrukkelijk uit tot luieren op een warme zomerdag.

De zwoele en lome klanken liggen niet alleen bijzonder lekker in het gehoor maar worden ook fraai gecombineerd met de prachtige stem van Lianne La Havas, die vergeleken met de meeste jonge soulzangeressen van het moment ook prachtig zwoel en ingetogen kan zingen. Het nieuwe album van de Britse singer-songwriter is in essentie een breakup-album, maar de songs op het album blijven zeker niet steken in verdriet. Een aantal tracks op het album kijkt terug op de liefde die inmiddels achter Lianne La Havas ligt, maar nieuwe liefde ligt nadrukkelijk op de loer.

Het derde album van de muzikante uit Londen opent met een nogal zwaar aangezette productie, die uitstekend zou passen bij Joss Stone, maar ik voor Lianne La Havas net wat ze zwaar vind. Het wordt al snel aangepast in de volgende songs, waarin meer ruimte is voor het folky en jazzy gitaarspel dat we kennen van haar vorige albums en waarin het geluid net wat lichtvoetiger is.

Je hoort dan dat Lianne La Havas geen 13 in een dozijn zangeres is, maar een getalenteerd muzikante en zangeres, die interessante eigen keuzes durft te maken, waaronder het coveren van Radiohead’s Weird Fishes. Het album klinkt zoals gezegd loom, zonnig en aangenaam, maar in muzikaal en vocaal opzicht steekt het allemaal razend knap in elkaar, zeker wanneer jazzy accenten worden toegevoegd aan de muziek en ook de productie van Matt Hales verdient een pluim.

Zoals eerder gezegd was ik ook te spreken over de eerste twee albums van Lianne La Havas, maar waren het ook albums die betrekkelijk snel vervlogen. De tijd zal leren of dat dit keer anders is, maar vooralsnog heb ik goede hoop. Het derde album van Lianne La Havas laat immers nog wat meer een eigen geluid horen en bevat bovendien flink wat songs die al snel veel meer doen dan vermaken. Erwin Zijleman

Libby DeCamp - Westward and Faster (2021)

poster
4,5
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Libby DeCamp - Westward And Faster - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De jonge Amerikaanse muzikante Libby DeCamp sleept je op haar buitengewoon fascinerende debuut het diepe zuiden van de Verenigde Staten in en bovendien een aantal decennia terug in de tijd

Libby DeCamp is pas 22, maar klinkt op haar debuutalbum als een oude ziel. Ze gaat op fraaie wijze aan de haal met Amerikaanse rootsmuziek uit het verleden en smelt invloeden uit de country, folk, blues en rock ’n roll samen in een bijzonder eigen geluid. Het is een geluid vol prachtig gitaarwerk, maar het is ook een geluid vol bijzondere accenten en een geluid dat goed laat horen dat Libby DeCamp een getalenteerd zangeres is. Westward And Faster lijkt af en toe weggelopen uit een ver verleden, maar het album doet het ook in 2021 uitstekend. Direct bij eerste beluistering was ik onder de indruk, maar inmiddels vind ik Libby DeCamp geweldig en ben ik heel benieuwd wat we nog van haar kunnen verwachten.

Libby Rodenbough - Between the Blades (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Libby Rodenbough - Between The Blades - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Libby Rodenbough - Between The Blades
De vrij onbekende Amerikaanse muzikante Libby Rodenbough maakte in 2020 een jaarlijstjesalbum met Spectacle Of Love en herhaalt dit kunstje met het eveneens wonderschone Between The Blades

Het debuutalbum van de uit Durham, North Carolina, afkomstige muzikante Libby Rodenbough was voor mij een van de grote verrassingen van het muziekjaar 2020. De muzikante, die ook deel uit maakt van de eigenzinnige rootsband Mipso, keert deze week terug met haar tweede album en ook Between The Blades is een geweldig album. Dat is deels de verdienste van de eigenzinnige en werkelijk prachtige instrumentatie op het album en de al even mooie zang van Libby Rodenbough, maar ook de songs van de Amerikaanse muzikante zijn van een enorm hoog niveau. Between The Blades is een wat anonieme release deze week, maar wat is het een mooi en bijzonder album.

Ik werd in het voorjaar van 2020 compleet overrompeld door het werkelijk prachtige debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Libby Rodenbough. Het was een naam die ik op dat moment nog niet eerder was tegengekomen en ook de naam van de band waarin ze al een aantal jaren speelde, Mipso, zei me op dat moment helemaal niets. Mipso zou aan het eind van 2020 nog op mijn pad komen, maar Spectacle Of Love van Libby Rodenbough vond ik echt veel beter en haalde dan ook terecht mijn jaarlijstje over het betreffende jaar.

Het debuutalbum van Libby Rodenbough klonk als een vergeten klassieker uit de jaren 70, maar het album baarde ook opzien met een spectaculaire instrumentatie, waarin met name de strijkers en de blazers continu goed waren voor kippenvel. Dat kippenvel kwam overigens ook van de stem van de Amerikaanse muzikante, die het beste van Edie Brickell, Rickie Lee Jones en Norah Jones wist te verenigen. Een serie uitstekende songs met vooral invloeden uit de folk en de jazz maakte het fascinerende album compleet.

Libby Rodenbough, die ook als violiste is te horen op flink wat albums, keert deze week terug met haar tweede soloalbum, Between The Blades. Libby Rodenbough begon aan haar tweede album toen haar moeder ernstig ziek werd en uiteindelijk overleed, maar Between The Blades is een album dat vooral vooruit kijkt en hierbij de ogen niet sluit voor de grote problemen die we de komende decennia op zullen moeten lossen.

Between The Blades opent relatief sober met vooral gitaarlijnen en de stem van de Amerikaanse muzikante, maar naarmate de track vordert duiken er steeds meer instrumenten op. Libby Rodenbough heeft ook voor haar tweede soloalbum flink wat muzikanten ingeschakeld, wat een lekker vol geluid oplevert. Het is een geluid dat vaak net wat toegankelijker klinkt dan de bijzondere klanken op haar debuutalbum, maar ook op Between The Blades experimenteert de Amerikaanse muzikanten met bijzondere klankkleuren en eigenzinnige accenten.

De basis van de songs op het album werd live opgenomen, wat een hecht klinkend bandgeluid oplevert. Het is aangenaam en gloedvol geluid waarin de mooie stem van Libby Rodenbough uitstekend gedijt. Ook op Between The Blades hoor ik flarden Norah Jones, Edie Brickell en Rickie Lee Jones in de stem van de muzikante uit Durham, North Carolina, maar Libby Rodenbough heeft ook een karakteristiek stemgeluid.

Net als haar debuutalbum bevat ook Between The Blades echo’s uit het geleden, maar de vooral folky songs op het album zijn ook dit keer heerlijk eigenzinnig. Dat hoor je in de instrumentatie, die is volgestopt met bijzondere ingrediënten, maar je hoort het ook in de songs, die aangenaam en tijdloos klinken, maar die ook met enige regelmaat het experiment opzoeken.

Between The Blades is misschien net wat toegankelijker dan het debuut van Libby Rodenbough, maar ik vind ook haar tweede soloalbum een sensationeel goed album, dat bij iedere keer horen weer nieuwe geheimen prijs geeft. Er verschijnen op het moment heel veel albums van vrouwelijke singer-songwriters in het rootssegment, maar er zijn er maar heel weinig die in de buurt komen van het nieuwe album van Libby Rodenbough. De Amerikaanse muzikante is bij het grote publiek totaal onbekend, maar wat maakt ze mooie en bijzondere muziek. Erwin Zijleman

Libby Rodenbough - Spectacle of Love (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Libby Rodenbough - Spectacle Of Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Libby Rodenbough - Spectacle Of Love
Libby Rodenbough maakt op haar debuutalbum diepe indruk met prachtige songs, een steeds weer bijzonder smaakvol geluid en stem die dwingt tot luisteren

Ik had tot een paar dagen geleden nog nooit van Libby Rodenbough gehoord, maar inmiddels ben ik flink verslaafd aan haar deze week verschenen eerste soloalbum. Spectacle Of Love laat zich deels beluisteren als een vergeten klassieker uit het verleden, maar het is ook een album dat je steeds weer weet te verassen met bijzondere klanken en arrangementen en waarvoor je alleen maar kunt smelten wanneer Libby Rodenbough zingt. Spectacle Of Love is zo’n album waarvan je wel eens stiekem droomt of over fantaseert, maar opeens is het werkelijkheid. Absoluut een van de grote verrassingen van het moment.

Libby Rodenbough verdiende haar brood tot voor kort als zangeres en violist van de Amerikaanse band Mipso. Ik had eerlijk gezegd nog nooit van de band uit Chapel Hill, North Carolina, gehoord, maar de traditioneel aandoende rootsmuziek met moderne accenten van Mipso is absoluut de moeite waard. Het is iets om later nog eens te ontdekken, want voorlopig gaat alle aandacht uit naar Spectacle Of Love, het eerste soloalbum van Libby Rodenbough.

Spectacle Of Love is een album dat maar een paar noten nodig heeft om de aandacht te trekken. De openingstrack van het album opent met warme en tijdloze pianoklanken die je mee terug nemen naar de jaren 70, waarna een bas clarinet zorgt voor bijzondere accenten. De muziek klinkt loom en zwoel en past perfect bij de prachtige stem van Libby Rodenbough, die bij oppervlakkige beluistering afwisselend aan Norah Jones, Rickie Lee Jones en Edie Brickell doet denken. Wanneer ook nog eens flink wat strijkers worden ingezet wint het 70s gevoel verder aan terrein, al is ook direct duidelijk dat Libby Rodenbough haar eigen weg kiest op Spectacle Of Love.

Openingstrack How Come You Call Me is zo smaakvol en eigenzinnig ingekleurd en zo mooi gezongen dat Libby Rodenbough voor mij vanaf de eerste noten een gewonnen wedstrijd speelde. De Amerikaanse singer-songwriter heeft zich er echter niet makkelijk van af gemaakt en weet in iedere track opnieuw te verrassen. Spectacle Of Love is een behoorlijk ingetogen album, maar in de instrumentatie is altijd ruimte voor bijzondere accenten. Het album is ook nog eens zo mooi opgenomen dat het lijkt of Libby Rodenbough en haar medemuzikanten bij jou in de woonkamer staan.

Het warme en organische geluid op het album vertrouwt ook in de tweede track op de bas clarinet en op de prachtige stem, die zich als een warme deken om je heen slaat, maar aan het eind mogen de strijkers op bijzondere wijze ontsporen, wat ook de tweede track op het album een avontuurlijk karakter geeft. Het is een avontuurlijk karakter dat steeds blijft terugkeren op het debuutalbum van Libby Rodenbough, maar ook steeds net wat anders wordt ingevuld.

Wanneer de clarinet in de derde track ontbreekt worden de bijzondere accenten al even fraai over genomen door fraai opgenomen snarenwerk, maar altijd is de prachtige zang van Libby Rodenbough en haar emotievolle voordracht de constante. Libby Rodenbough kan op haar debuut alle kanten op. Een experimentelere track met alleen haar viool, tracks die toch wat opschuiven in de richting van haar band Mipso, een mooi jazzy popliedje, je vindt ze allemaal op dit bijzondere album.

Spectacle Of Love is niet alleen een prachtig klinkend en fraai gezongen album, maar het is ook een intiem en intens album dat alleen genoegen neemt met volledige aandacht. De songs van Libby Rodenbough zijn zo mooi en haar zang is zo trefzeker dat Spectacle Of Love net zo makkelijk een vergeten klassieker van een aantal decennia geleden zou kunnen zijn, al klinken de verrassende wendingen absoluut eigentijds.

Spectacle Of Love van Libby Rodenbough is een album om je eindeloos mee op te sluiten en continu te beluisteren, maar ook dan blijft het album wonderschoon en hoor je nog steeds nieuwe dingen. Libby Rodenbough zoekt meer dan eens het experiment op haar eerste soloalbum, maar kan ook verrassend fraai ingetogen en jazzy of juist aanstekelijk en soulvol klinken. Ik lees er bijna nergens iets over, maar het eerste soloalbum van Libby Rodenbough is een prachtig blinkende parel. Erwin Zijleman

Lichen Slow - Rest Lurks (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lichen Slow - Rest Lurks - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lichen Slow - Rest Lurks
Arab Strap lid Malcolm Middleton werkt op Rest Lurks samen met Joel Harries en als Lichen Slow overtuigen de twee muzikanten met een zowel in muzikaal als in vocaal opzicht interessant en aangenaam album

Bij Malcolm Middleton denk ik direct aan het Schotse duo Arab Strap, maar hij maakte net zoveel albums onder zijn eigen naam. De albums van Malcolm Middleton en Arab Strap krijgen nu gezelschap van het eerste album van Lichen Slow. Het duo dat Malcolm Middleton samen met de Britse muzikant Joel Harries vormt, staat op Rest Lurks garant voor mooi klinkende en makkelijk in het gehoor liggende songs, die fraai worden ingekleurd door de totaal verschillende stemmen van de twee. Het album overtuigt makkelijk, maar beschikt ook absoluut over diepgang en avontuur. Lichen Slow voegt daarom zeker iets toe aan het solowerk van Malcolm Middleton en aan het werk van Arab Strap.



Lichen Slow is een project van de Britse muzikanten Joel Harries en Malcolm Middleton. Van Joel Harries had ik echt nog nooit gehoord, maar Malcolm Middleton kennen we natuurlijk van het legendarische Schotse duo Arab Strap, dat hij sinds de tweede helft van de jaren 90 vormt met Aidan Moffat. Arab Strap keerde in 2021, na een afwezigheid van ruim zestien jaar, terug met het verrassend sterke As Days Get Dark, maar Aidan Moffat en Malcolm Middleton hebben ook al vele jaren hun eigen projecten.

Ik kan maar zelden echt goed uit de voeten met de soloprojecten van Aidan Moffat, al vond ik het kerstalbum dat hij in 2018 maakte met RM Hubbert echt geweldig, maar Malcolm Middleton maakte een aantal uitstekende soloalbums, met zijn solodebuut 5:14 Fluoxytine Seagull Alcohol John Nicotin uit 2003 voor mij als onbetwiste uitschieter. Ik moet eerlijk toegeven dat ik ook het solowerk van Malcolm Middleton het afgelopen decennium nauwelijks meer gevolgd heb, maar met zijn nieuwe project Lichen Slow trekt hij weer nadrukkelijk de aandacht.

Het album opent prachtig met wat atmosferische en zeer stemmige klanken, die worden gecombineerd met de donkere stem van Malcolm Middleton, die hier en daar wordt bijgestaan door Quincey May Brown, die in een aantal tracks tekent voor fraaie achtergrondvocalen. De stem van Malcolm Middleton wordt na enige tijd afgewisseld met de stem van Joel Harries, die beschikt over een helder, krachtig en zeer karakteristiek stemgeluid, dat een extra dimensie toevoegt aan het geluid van Lichen Slow.

In een aantal tracks op het album neemt Joel Harries juist het voortouw en kleurt Malcolm Middleton de open ruimte in met zijn fraaie Schotse tongval. Het zijn twee totaal verschillende stemmen, maar ze vullen elkaar echt prachtig aan en wat mij betreft klinkt het gebruik van twee totaal verschillende stemmen nergens op het album onlogisch.


Rest Lurks, het eerste wapenfeit van Lichen Slow, overtuigt in vocaal opzicht makkelijk, maar ook in muzikaal opzicht is het een interessant album. Het album is zeer sfeervol, maar over het algemeen ook behoorlijk uitbundig ingekleurd met zowel organische klanken als elektronica. Het zijn mooie en aangename maar vooral ook veelkleurige klanken, maar Malcolm Middleton en Joel Harries schuwen ook het avontuur niet, bijvoorbeeld door hier en daar te experimenteren met ritmes.

Rest Lurks lijkt niet direct op de muziek van Arab Strap en doet me ook niet onmiddellijk denken aan de soloalbums van Malcolm Middleton die ik ken, maar het album klinkt op een of andere manier wel direct vertrouwd en aangenaam. Het heeft alles te maken met de lekker in het gehoor liggende en heerlijk melodieuze songs van het tweetal. Het zijn songs die niet direct in de tijd of in een genre zijn te plaatsen en die me ook niet direct doen denken aan de muziek van anderen, maar in mijn geval hadden de tijdloze songs op het album maar heel weinig tijd nodig om me te overtuigen.

Mijn eerste beluistering van Rest Lurks van Lichen Slow viel samen met overtrekkende sneeuwbuien, waardoor ik het album direct bestempelde als een album voor de donkere seizoenen, maar ook in de lentezon blijkt het eerste album van Malcolm Middleton en Joel Harries het uitstekend te doen. Ik hoop echt dat er nog leven zit in Arab Strap, maar ook Lichen Slow hoop ik in de toekomst nog vaker tegen te komen. Erwin Zijleman

Lightning Bug - A Color of the Sky (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lightning Bug - A Color Of The Sky - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lightning Bug - A Color Of The Sky
De Amerikaanse band Lightning Bug neemt je op A Color Of The Sky mee naar dromenland en houdt je daar bijna veertig minuten vast met bedwelmende klanken en betoverend mooie vocalen

Het derde album van de New Yorkse band Lightning Bug wordt ergens omschreven als ‘an oasis of calm’. Dat is het inderdaad, maar droom niet te veel weg, want dan mis je heel veel moois op het album. De Amerikaanse band strooit op haar derde album zeer driftig met dromerige klanken die via meerdere lagen tot je komen. Het dromerige effect van het album wordt nog wat verder versterkt door de prachtige stem van frontvrouw Audrey Kang. Tijd heel lang achterover te leunen is er niet, want de band uit New York heeft ook nog eens veel avontuur verstopt in haar songs. Het levert een prachtig album op dat bij iedere luisterbeurt aan zeggingskracht wint.

Ik kwam vorige week min of meer bij toeval in aanraking met A Color Of The Sky van de Amerikaanse band Lightning Bug. Het is het derde album van de band uit New York, maar mijn eerste kennismaking met de muziek van Lightning Bug. Het is een kennismaking die uitstekend is bevallen, want A Color Of The Sky is een heerlijk dromerig album, dat uit meerdere en stuk voor stuk mooie lagen bestaat.

Bij eerste beluistering had ik meerdere associaties. Ik hoorde iets van de vaandeldragers van de shoegaze en met name de dreampop, ik hoorde iets van The Cranberries is hun meest ingetogen momenten, maar ik hoorde ook wel wat van de muziek van The Cocteau Twins. Dat laatste heeft alles te maken met de vaak wat zweverige klanken op het album en met de in meerdere lagen op elkaar gestapelde vocalen van frontvrouw Audrey Kang, die Lightning Bug een paar jaar geleden begon als soloproject, maar dit project inmiddels heeft getransformeerd in een volwaardige band.

Het is een band die grossiert in dromerige en vaak wat atmosferische klankentapijten met zowel keyboards als gitaren, maar in de instrumentatie zit ook altijd wel wat avontuurlijks verstopt. De breed uitwaaiende klankentapijten passen uitstekend bij de lome en dromerige vocalen van Audrey Kang, die het beste van Elizabeth Fraser (The Cocteau Twins) en Dolores O'Riordan (The Cranberries) combineert, met hier en daar een subtiel vleugje Hope Sandoval (Mazzy Star).

Lightning Bug strooit driftig met wolken keyboards en gitaren, maar het schuwt ook de wat meer ingetogen en soberder ingekleurde songs niet, al is sober in dit geval een relatief begrip. Op haar vorige twee albums was de band uit New York ook niet vies van gruizige gitaren, maar die bleven voor A Color Of The Sky opgeborgen in de koffer, misschien op één intro na. Daar lig ik persoonlijk niet wakker van, want Lightning Bug heeft op haar derde album een meer eigen geluid en bovendien zijn dromen er wat mij betreft niet om ruw verstoord te worden.

Veel bands die aan de haal gaan met invloeden uit de dreampop en omliggende genres blijven vrij dicht bij de originelen, maar Lightning Bug kiest haar eigen weg en dat siert de band. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed uit hoeveel lagen een aantal tracks op het album bestaat, maar hoor je ook beter hoe subtiel de band uit New York kan klinken als het zich beperkt tot een meer elementaire instrumentatie.

Ik heb flink wat albums als A Color Of The Sky in de kast staan en heb niet veel behoefte aan dubbelingen, maar Lightning Bug wist me snel te overtuigen door niet alleen te betoveren met mooie klanken en nog mooiere vocalen, maar ook het avontuur te zoeken. Zeker later op de avond en bij beluistering met de koptelefoon dompelt Lightning Bug je op haar derde album onder in een fascinerende sprookjeswereld.

Het is een sprookjeswereld die in eerste instantie associaties opriep met een heleboel albums die ik al in de kast heb staan, maar uiteindelijk blijft er maar weinig vergelijkingsmateriaal volledig overeind en hoor je dat Lightning Bug ook uit de voeten kan met invloeden uit onder andere de folk en de psychedelica en er in iedere songs weer in slaagt om iets nieuws toe te voegen aan hun droomwereld. Knap album. Erwin Zijleman

Lightning Dust - Spectre (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lightning Dust - Spectre - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lightning Dust - Spectre
Lightning Dust was een paar jaar uit beeld, maar keer terug met een prachtig album dat echt veel meer aandacht verdient

Lightning Dust maakte tussen 2007 en 2013 drie uitstekende album, maar de afgelopen jaren was het stil rond het gelegenheidsduo. Lightning Dust is inmiddels topprioriteit voor Amber Webber en Joshua Wells en dat hoor je op het prachtige Spectre. Het nieuwe album van Lightning Dust combineert de folkrock van de eerste albums met de elektronica van het laatste album en voegt er flarden folk-noir, psychedelica en pop aan toe. Spectre klinkt songs groots en meeslepend met uitwaaiende synths, maar klinkt net zo makkelijk ingetogen en direct, met steeds een hoofdrol voor prachtige synths en de fraaie stem van Amber Webber, die het album uiteindelijk naar zich toe trekt.

Lightning Dust begon ooit als een hobbyproject van de Black Mountain leden Amber Webber en Joshua Wells, die een uitlaatklep zochten voor de muziek die ze niet kwijt konden op de albums van Black Mountain. Na drie uitstekende albums werd het na 2013 helaas wat stil rond het Canadese duo en dook Amber Webber tijdelijk op in een ander gelegenheidsduo (Kodiak Deathbeds).

Inmiddels hebben Amber Webber en Joshua Wells Black Mountain achter zich gelaten en vol gekozen voor Lightning Dust. Met Spectre bracht het duo een maand of twee geleden haar meest ambitieuze album tot dusver uit en het is een album dat echt veel meer aandacht verdient dan het tot dusver heeft gekregen.

Lightning Dust richtte zich in eerste instantie op stemmige folkrock om hierna de elektronica te omarmen. Op Spectre komen beide werelden samen. Analoge synths spelen een belangrijke rol in de atmosferische klanken op het nieuwe album van Lightning Dust, maar het duo uit het Canadese Vancouver combineert alle elektronica met songs die een folky basis hebben. Binnen deze twee uitersten is alles toegestaan op Spectre.

Amber Webb kan met haar krachtige vocalen uit de voeten als volleerd ijsprinses of duistere priesteres in songs met een bijna bezwerende uitwerking, maar Lightning Dust flirt ook met toegankelijke pop waarvoor Fleetwood Mac zich niet geschaamd zou hebben. Op hetzelfde moment experimenteert het Canadese duo stevig op haar nieuwe album. Subtiele gitaarriffs worden gecombineerd met een fascinerend elektronisch klankentapijt dat alle kanten op waait en steeds weer net iets andere accenten legt.

Wanneer de muziek van Lightning Dust net wat minder zweeft, schuurt het duo uit Vancouver tegen de folk-noir aan, tot flarden 60s psychedelica de macht tijdelijk overnemen of plaats maken voor indierock uit recentere tijden. In de zes minuten durende openingstrack gebeurt zoveel dat het je na afloop duizelt, maar vervolgens gaat Lightning Dust nog ruim een half uur door met intrigeren.

Amber Webber en Joshua Wells hebben op Spectre een goed gehoor voor lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar alledaags zijn ze nooit. Amber Webber maakt in iedere track indruk met haar uitstekende zang en houdt je in een wurggreep met evenveel drama als gevoel. Iedere keer als het net wat te zweverig lijkt te worden plaatst de instrumentatie op het album je weer met beide benen op de grond.

Spectre is een album dat uitnodigt tot associëren want Amber Webber en Joshua Wells kennen hun klassiekers. Spectre klinkt hierdoor meer dan eens als een omgevallen platenkast, maar is ook een album met een duidelijk eigen geluid. Het is een geluid dat zich genadeloos opdringt en vervolgens alleen maar aan kracht wint. Enerzijds door de synths die hier en daar herinneren aan de progrock uit de jaren 70 en worden gecontrasteerd met stemmige pianoklanken en anderzijds door de geweldige stem van Amber Webber, die vergeleken met de eerste albums van Lightning Dust veel beter is gaan zingen.

Om de feestvreugde compleet te maken duikt Stephen Malkmus (Pavement) aan het eind op voor mooi gitaarwerk en gaat Dan Bejar (Destroyer, The New Pornographers) los op zijn orgel. Het zijn accenten die de muziek van Lightning Dust nog wat mooier maken. Met afstand het beste album tot dusver van dit bijzondere duo en een album dat alle aandacht verdient. Erwin Zijleman

Lights - Skin&Earth (2017)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lights - Skin&Earth - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik was tot dusver niet zo heel erg onder de indruk van de platen van de Canadese muzikante Valerie Poxleitner, beter bekend onder haar artiestennaam Lights.

Dat lag niet zo zeer aan de platen van de muzikante uit Timmins, Ontario, maar meer aan het genre waarin ze opereert. Lights maakt immers radiovriendelijke popmuziek en het is popmuziek die is ingekleurd met een flinke bak elektronica. Daar moet je van houden en dat doe ik lang niet altijd.

Vergeleken met de gemiddelde popprinses waren de platen van Lights echter wel een stuk interessanter en het waren bovendien platen die groei lieten horen. Lights schuurde op haar vorige plaat al dicht aan tegen in artistiek opzicht net wat interessantere soortgenoten als Ellie Goulding en Florence & The Machine en zet op haar nieuwe plaat een volgende stap vooruit.

Voor Skin&Earth werden kosten noch moeite gespaard en dat hoor je. Tijdens het opnemen van de plaat schoof een heel leger aan topproducers aan (het zijn er zoveel dat ik ze niet eens ga noemen). Dat staat garant voor een als een klok klinkende plaat, maar het is niet zonder risico. De ingeschakelde producers zijn immers niet alleen goed voor een imponerend geluid, maar ook voor eenheidsworst en dat is het laatste waarop ik zit te wachten.

Net als bijvoorbeeld Lorde op haar laatste plaat, weet Lights zich gelukkig te ontworstelen aan de vaste stramien en de inmiddels meer dan bekende trucjes van haar producers. Lights is er daarom in geslaagd om een knappe popplaat te maken; een hele knappe popplaat zelfs.

Iedereen met een allergie voor pure pop moet niet eens beginnen aan Skin&Earth, want hoe knap de songs van Lights ook in elkaar zitten, het blijft pure pop. Iedereen die zo op zijn tijd is te verleiden door knap gemaakte popmuziek, komt op Skin&Earth echter veel moois tegen.

Lights is niet vies van de grootse en meeslepende klanken die de huidige elektronische popmuziek domineren, maar ze laat op haar nieuwe plaat ook andere kanten horen. Een enkele keer worden stevige gitaren ingezet, maar veel vaker kiest Lights voor subtielere en ingetogen passages tussen al het elektronische geweld. Zeker wanneer Lights niet al te zeer vaart op de automatische piloot hoor je hoe mooi haar stem kan zijn en hoor je bovendien het talent voor het schrijven van tijdloze popliedjes. Het is een talent dat ze overigens op haar vorige platen ook liet horen en deze zijn waarschijnlijk meer geschikt voor een ieder zonder zwak voor pure pop.

Het komt er misschien nog niet altijd uit op Skin&Earth, waardoor de plaat zeker niet zo goed en memorabel is als de laatste van Lorde, maar vergeleken met de meeste van haar soortgenoten zet Lights een megastap.

Ik heb het moeten doen met een download van niet al te beste kwaliteit, maar de fysieke versie van Skin&Earth komt met een fraai stripboek dat verder vorm geeft aan de conceptplaat die Lights heeft gemaakt.

Lights kreeg voor haar vorige platen al een aantal prestigieuze Canadese muziekprijzen, waaronder de Juno. Dat vond ik destijds wat overdreven, maar na beluistering van Skin&Earth begrijp ik het. In het genre waarin Lights opereert is het een schaars lichtpuntje, dat steeds feller gaat schijnen, waarbij ook haar vorige platen opeens oplichten. Erwin Zijleman