MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Lea Thomas - Mirrors to the Sun (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lea Thomas - Mirrors To The Sun - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lea Thomas - Mirrors To The Sun
De Amerikaanse singer-songwriter Lea Thomas trekt nog niet heel veel aandacht met haar derde album Mirrors To The Sun, maar het is een prachtalbum dat echt alle aandacht verdient

Luister naar het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante Lea Thomas en je hoort een bijzondere mix van stijlen en overtuigende songs. Deze songs worden ook nog eens prachtig ingekleurd en voorzien van mooie vocalen. Mirrors To The Sun van Lea Thomas bevat alle ingrediënten die nodig zijn voor een album dat stevig bewierookt moet worden, maar het is nog even wachten op aandacht voor dit album. Het derde album van de muzikante uit Brooklyn kwam bij toeval op mijn pad, maar nu ik het album een paar keer heb gehoord zijn alle songs op het album me dierbaar. Lea Thomas opereert in een overvol genre, maar verdient echt een plekje in de spotlights met dit uitstekende album.

Ik weet echt maar heel weinig over de Amerikaanse muzikante Lea Thomas. Ik weet dat ze deels Japans bloed heeft, opgroeide op Hawaii, maar tegenwoordig Brooklyn, New York, als haar thuisbasis heeft. Ik weet dat het deze week verschenen Mirrors To The Sun al het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter is. En ik weet dat ze haar nieuwe album zelf produceerde en dat ze bovendien een groot deel van de instrumentatie voor haar rekening nam.

Er is verder op het Internet nog maar heel weinig opgeschreven over het album, waardoor het een klein wonder is dat ik het derde album van Lea Thomas heb opgepikt. Het is een klein wonder waar ik wel heel blij mee ben, want Mirrors To The Sun is een bijzonder lekker album, dat vooralsnog alleen maar beter wordt.

Het in New York opgenomen album is zeer smaakvol ingekleurd met vooral gitaren, maar door bijdragen van synths, orgel en trompet klinkt het album verrassend vol en veelzijdig. Mirrors To The Sun is niet alleen voorzien van een hele mooie instrumentatie, maar het is ook een instrumentatie die zich makkelijk beweegt tussen genres. Het derde album van Lea Thomas klinkt soms folky of jazzy, maar kan ook uit de voeten met pop en rock.

Het klinkt allemaal mooi en veelzijdig, maar de songs van de muzikante uit New York hebben ook iets tijdloos, zonder dat ze allemaal in hetzelfde decennium zijn te plaatsen. De klanken op Mirrors To The Sun doen het geweldig op een lome zomerdag en dat effect wordt nog eens versterkt door de stem van Lea Thomas, die minstens net zo aangenaam is als de instrumentatie op het album. De muzikante uit New York zingt vaak zacht, maar saai wordt het nergens.

Het album heeft een aangename flow die de wens tot wegdromen versterkt, maar de muziek van Lea Thomas is ook altijd spannend genoeg om aandachtig te blijven luisteren, bijvoorbeeld door het tempo hier en daar op te voeren, door lieflijke klanken om te laten slaan in voorzichtig gitaargeweld, of door de zonnestralen te verdrijven met donkere wolken.

Er is zoals gezegd nog maar heel weinig te vinden over dit album en dat is zonde. Zelfs met flink wat aandacht valt het immers al niet mee om overeind te blijven als jonge vrouwelijke singer-songwriter en zonder deze aandacht is het een 'mission impossible'. Hopelijk keert het tij nog voor Lea Thomas, want hoe vaker ik naar haar derde album luister, hoe aangenamer of zelfs verslavender het wordt.

Mirrors To The Sun is niet alleen voorzien van een mooi en veelzijdig geluid en prima vocalen, maar Lea Thomas schrijft ook nog eens uitstekende songs. Het zijn songs die zoals gezegd niet perfect passen in een hokje, maar het zijn wel songs die zich zeer makkelijk opdringen. Het zijn songs die na één keer horen kunnen worden opgeslagen in het geheugen, maar er gebeurt op het derde album van Lea Thomas ook genoeg om de fantasie te prikkelen.

Het is op het moment dringen in het land van de jonge vrouwelijke singer-songwriters, maar Lea Thomas slaagt er wat mij betreft in om zich te onderscheiden van de meeste van haar soortgenoten door een geluid neer te zetten dat anders klinkt dan alles dat er al is. Het ontbreekt nog even aan aandacht, maar als deze er komt kan de muzikante uit Brooklyn zomaar uitgroeien tot een van de smaakmakers in het overvolle genre. Erwin Zijleman

Leah Rye - Symbiosis (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leah Rye - Symbiosis - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Leah Rye - Symbiosis
De Nederlandse muzikante Leah Rye maakt diepe indruk met haar debuutalbum Symbiosis, dat in muzikaal, productioneel en vocaal opzicht excelleert en dat de fantasie eindeloos prikkelt met even aangename als avontuurlijke songs

De lat ligt in 2023 bijzonder hoog wanneer het gaat om vrouwelijke singer-songwriters van eigen bodem, maar met Leah Rye hebben we er een enorm talent bij. De Amsterdamse muzikante heeft met Symbiosis een bijzonder knap debuutalbum afgeleverd. Het is een album met een bijzonder rijk maar ook gevarieerd klinkend geluid, dat zowel elektronische als akoestische ingrediënten bevat. De songs van de Amsterdamse muzikante liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar ondertussen gebeurt er van alles in de songs, die ook nog eens opvallen door de uitstekende zang van Leah Rye. Symbiosis is een fantastisch album met internationale allure.

2023 is tot dusver een uitstekend jaar voor de Nederlandse popmuziek, waarbij opvalt dat met name de vrouwelijke muzikanten het heel erg goed doen. Robin Kester, Someone, Amber Arcades, Pitou, Roufaida, Néomi, NinaLynn, Loupe, Ismena en natuurlijk Naaz waren allemaal goed voor albums die er wat bij betreft zowel nationaal als internationaal uit sprongen en een aantal van deze albums gaat zeker terugkomen in mijn jaarlijstje over 2023.

De koek is nog niet op, want deze week debuteert Leah Rye met het uitstekende Symbiosis en ook dit is een album dat flink boven het maaiveld uitsteekt. Leah Rye is het alter ego van de Amsterdamse muzikante Lisa Rietveld, die met haar conservatorium diploma op zak begint aan een bestaan als popmuzikant. Ik kende de muziek van Leah Rye al via haar vorig jaar verschenen debuut EP, die me met hooggespannen verwachtingen deed uitkijken naar haar debuutalbum.

Met Symbiosis maakt Leah Rye deze verwachtingen meer dan waar. Symbiosis is een album dat in alle opzichten kwaliteit ademt en dat zich kan meten met de beste popalbums die dit jaar zijn verschenen. De Amsterdamse muzikante heeft lang gewerkt aan haar debuutalbum en met resultaat. Symbiosis is in muzikaal en productioneel opzicht een bijzonder mooi en razend interessant album en ook in vocaal opzicht legt Leah Rye de lat hoog op haar debuutalbum.

De songs van Leah Rye zijn, zeker op de eerste helft van het album, vooral elektronisch ingekleurd. Met de ingezette elektronica kan het echter alle kanten op, want Leah Rye zet zowel atmosferische klankentapijten als aanstekelijke beats in op Symbiosis. Zeker bij de eerste kennismaking met het album blijf je je verbazen over de variëteit op het album, want iedere track klinkt anders. De instrumentatie op Symbiosis varieert van sober en subtiel tot aanstekelijk en uitbundig, waarbij zowel elektronische als akoestische klanken worden ingezet.

De songs van Leah Rye zijn bijzonder toegankelijk, zeker wanneer ze flirten met de dansvloer, maar de Amsterdamse muzikante heeft haar songs ook volgestopt met bijzondere ingrediënten, waardoor het avontuur er van af spat. In muzikaal opzicht fascineert en intrigeert Symbiosis van de eerste tot en met de laatste track, maar ook in vocaal opzicht maakt Leah Rye flink wat indruk.

De Nederlandse muzikante beschikt over een aangenaam klinkende stem, maar ze zingt ook met veel expressie en emotie, wat je het best hoort in de meer ingetogen tracks aan het einde van het album, zoals het echt prachtige Sit Down, dat laat horen dat Leah Rye echt alle kanten op kan met haar stem. Ook de zeer persoonlijke teksten van de Amsterdamse muzikanten zijn overigens zeer de moeite waard.

Alles komt nog beter tot zijn recht wanneer je het album met de koptelefoon beluistert en van alle kanten wordt bestookt met bijzondere accenten en wonderschone passages. Het is allemaal bijzonder knap geproduceerd, wat nog extra glans krijgt wanneer je je bedenkt dat Leah Rye voor haar debuutalbum alles in eigen hand hield.

Leah Rye heeft zich voor haar debuutalbum laten beïnvloeden door uiteenlopende genres en heeft al deze invloeden op fraaie en knappe wijze aan elkaar gesmeed tot een bijzonder geluid, dat aan de ene kant direct vertrouwd klinkt, maar aan de andere kant behoorlijk eigenzinnig is. 2023 is zoals eerder gezegd een prachtig jaar voor de Nederlandse popmuziek en krijgt nog wat meer glans door het prachtige Symbiosis van Leah Rye, dat absoluut jaarlijstjeswaardig is. Erwin Zijleman

Lean Year - Lean Year (2017)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop: De krenten uit de pop: Lean Year - Lean Year - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Een jaar of 15 geleden kwam ik tijdens een road trip in de Verenigde Staten door plotseling slecht weer in Spokane, Washington, terecht.

Het desolate trailer park waar ik noodgedwongen een dag moest doorbrengen behoort zeker niet tot mijn mooiste reisherinneringen, maar toch denk ik bij Spokane vooral aan iets heel moois.

Dat is zeker niet de verdienste van de provinciestad in de grote leegte van de Verenigde Staten, maar van de gelijknamige band van regisseur Rick Alverson, die met zijn band Spokane tussen 2000 en 2007 een handvol platen vol aardedonkere, beeldende en wonderschone sadcore maakte. Het zijn overigens platen die veel meer aandacht verdienen dan ze destijds kregen.

Sinds het laatste wapenfeit van Spokane een jaar of tien geleden heeft Rick Alverson zich geconcentreerd op zijn werk als regisseur, maar onlangs keerde hij terug met een nieuwe band, Lean Year.

Het titelloze debuut van Lean Year wordt gedragen door de zich langzaam voortslepende en beeldende klanken die ook de muziek van Spokane typeerden en deze fraaie klanken krijgen vervolgens gezelschap van de mooie, ingetogen en vooral bijzondere vocalen van zangeres Emilie Rex.

Op deze vocalen kom ik later terug, want de instrumentatie op het debuut van Lean Year verdient meer aandacht dan de korte typering hierboven. Net als bij Spokane heeft Rick Alverson een voorkeur voor muziek die van het etiket slowcore of sadcore kan worden voorzien, maar Lean Year kleurt haar muziek voller in dan gebruikelijk in dit genre.

In meerdere songs duiken klassiek aandoende arrangementen van strijkers en blazers op, maar Lean Year is ook niet vies van zweverige elektronische klanken en biedt hiernaast ruimte aan de drie-eenheid van gitaar, bas en drums. Door het rijke instrumentarium gebeurt er van alles op het debuut van Lean Year, maar toch durf ik de muzikale inkleuring op de plaat sober te noemen.

Boven op het sobere en vooral stemmige instrumentarium komt de bijzondere stem van Emilie Rex. Het is een stem waar ik bij eerste beluistering van de plaat flink aan moest wennen, maar de hoge en soms wat onvast klinkende stem van Emilie Rex past uiteindelijk prachtig bij het veelkleurige en sfeervolle instrumentarium op de plaat en zorgt voor de contrasten die de muziek van Lean Year zo interessant maken.

Vanwege de wisseling van de seizoenen schieten de donkere en wat weemoedige albums momenteel als paddenstoelen uit de grond, maar het debuut van Lean Year vind ik een stuk interessanter dan de meeste andere platen die in dit genre zijn verschenen de laatste tijd.

In muzikaal opzicht is de muziek van Lean Year een stuk spannender en bezwerender, maar ook het beeldend vermogen van de muziek van de band uit Richmond, Virginia, is vele malen groter dan bij de concurrentie. De bijzondere stem van Emilie Rex zweeft op fascinerende wijze door het betoverend mooie muzikale landschap van Lean Year en voorziet de plaat van alleen maar meer toverkracht.

Het kleurt uiteraard prachtig bij de recente herfstdagen, maar de pure schoonheid van de muziek van Lean Year is uiteindelijk volstrekt tijdloos. Erwin Zijleman

Lean Year - Sides (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lean Year - Sides - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lean Year - Sides
Het Amerikaanse duo Lean Year debuteerde vijf jaar geleden fraai maar helaas vrij anoniem met een titelloos album, maar perfectioneert haar bijzondere geluid op het bijzondere en prachtige Sides

Rick Alverson en Emilie Rex lieten de afgelopen vijf jaar niet veel van zich horen, maar keren deze week terug met het bijzondere Sides. De instrumentatie is nog wat subtieler maar ook trefzekerder dan op het debuutalbum van het tweetal en Emilie Rex is ook nog eens beter gaan zingen. Sides is een behoorlijk sober ingekleurd album, maar door de inzet van nogal wat instrumenten gebeurt er van alles. Sides is een album om noot voor noot uit te pluizen, maar het is ook een zeer aangename metgezel in de kleine uurtjes. Het debuutalbum van Lean Year kreeg helaas weinig aandacht, maar deze wonderschone opvolger verdient absoluut een plekje in de schijnwerpers.

Rick Alverson maakte in de eerste tien jaar van het huidige millennium een aantal prachtige albums met zijn band Spokane. De naam van de band trok mijn aandacht omdat ik ongeveer ten tijde van de release van het debuutalbum van de band door onverwacht slecht weer met een camper was gestrand op een trailerpark in Spokane, Washington, dat alle vooroordelen over de trailerparks in de VS bevestigde. De muziek van de band Spokane bleek echter prachtig, maar helaas gaf de band er na een album of vijf de brui aan.

Rick Alverson zocht na het uit elkaar vallen van zijn band een jaar of tien zijn geluk als filmregisseur, maar vijf jaar geleden dook hij samen met zangeres Emilie Rex op als Lean Year. Het leverde een nauwelijks opgemerkt, maar wonderschoon album op, dat op mij aan het eind van 2017 in ieder geval flink wat indruk maakte. Desondanks deed de naam Lean Year na vijf jaar stilte bij mij geen belletje rinkelen, maar door de positieve woorden van met name Paste Magazine, heb ik het nieuwe album van het tweetal gelukkig niet gemist.

Het debuut van Lean Year viel op door bijzondere klanken, zeer subtiele arrangementen, bijzondere invloeden en de prachtige stem van Emilie Rex. Het zijn ook de belangrijkste ingrediënten van het deze week verschenen Sides, maar Lean Year borduurt op haar tweede album zeker niet fantasieloos voort op het debuutalbum van het tweetal. Rick Alverson en Emilie Rex hebben het geluid van Lean Year op Sides nog wat verder geperfectioneerd.

De vaak wat jazzy instrumentatie op Sides is nog wat spaarzamer en subtieler dan op het debuutalbum van het Amerikaanse duo. Emilie Rex tekent op Sides niet alleen voor prachtige zang, maar ook voor fraaie bijdragen van de Wurlitzer en de Mellotron, terwijl Rick Alverson een heel arsenaal aan instrumenten toevoegt, waaronder ook flink wat piano en keyboards. De meest in het oor springende accenten in de klanken op Sides komen van gastmuzikant Elliot Bergman, die prachtige bijdragen van de saxofoon en de klarinet toevoegt.

Er gebeurt van alles in het zeer sfeervolle en stemmige geluid van Lean Year, maar het is ook een bijna minimalistisch geluid. Het is een geluid dat me af en toe wel wat doet denken aan de slotakkoorden van Talk Talk of aan de muziek van Portishead, maar de stem van Emilie Rex is natuurlijk totaal anders dan die van Mark Hollis of Beth Gibbons.

Emilie Rex zingt op Sides nog wat meer ingetogen dan op het debuut van Lean Year, maar ik vind de zang op het tweede album van Lean Year bovengemiddeld mooi. Sides doet het verrassend goed op de achtergrond en dan met name in de kleine uurtjes, maar met oppervlakkige beluistering doe je de muziek van Lean Year te kort. Rick Alverson en Emilie Rex spelen en zingen op het tweede album van hun gezamenlijke project echt geen noot teveel, waardoor iedere noot die wel uit de speakers komt raak is.

Pitchfork vergelijkt de muziek van Lean Year met die van The Xx. Daar is qua sfeer en zang hier en daar wel wat voor te zeggen, maar de aardse klanken op Sides klinken toch flink anders dan de atmosferische klanken van The Xx. Niet vergelijken dus met de muziek van anderen, maar vooral intens genieten van de bijzondere muziek van Lean Year. Omdat ik niet veel herinnering meer had aan het debuut van het tweetal, heb ik dit album er ook nog eens bij gepakt, maar Sides is nog een stuk beter en vooral interessanter. Indrukwekkend album. Erwin Zijleman

Led Zeppelin - Houses of the Holy (1973)

poster
5,0
Recensie reissues op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Led Zeppelin - IV / Houses Of The Holy, Deluxe Editions - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er werd al jarenlang over gesproken en vooral ook gespeculeerd, maar afgelopen zomer waren ze er opeens. Ik heb het natuurlijk over de bijzonder fraai uitgevoerde reissues van de eerste drie platen van Led Zeppelin.

Het zijn reissues waar ik, en met mij vrijwel iedere andere liefhebber van rockmuziek die de geschiedenis van de popmuziek heeft veranderd, van heb gesmuld. Van het allereerste moment en tot de dag van vandaag.

De eerste drie platen van Led Zeppelin waren echter nog niet mijn favoriete platen uit het prachtige oeuvre van de Britse band, waardoor ik met nog hogere verwachtingen uit keek naar de tweede worp. Deze tweede worp lag vorige week in de winkel en roept bij mij louter superlatieven op.

Led Zeppelin IV is immers de plaat die vorm heeft gegeven aan de hardrock uit de jaren 70, maar veel meer was dan een hardrockplaat, terwijl Houses Of The Holy pas goed liet horen hoe goed en hoe veelzijdig Led Zeppelin was.

Een ieder die de twee beste platen van Led Zeppelin (maar dat is mijn mening) van de eerste tot de laatste noot kent, zit waarschijnlijk niet te wachten op mijn beschrijving van de platen. Voor deze lezers kan ik melden dat de nieuwe versies van Led Zeppelin IV en Houses Of The Holy werkelijk fantastisch klinken. Met name drummer John Bonham lijkt zo af en toe bijna bij je in de woonkamer te zitten, maar ook de rest klinkt glashelder. Geldt zowel voor de cd-versies als de versies op vinyl (waar natuurlijk de voorkeur naar uit moet gaan).

Verder kun je voor beide platen kiezen uit meerdere extra’s. Een enkeling zal genoeg hebben aan de fraai klinkende geremasterde versie, de meerderheid gaat waarschijnlijk voor de versie met een bonus-disc vol outtakes (niet onmisbaar, maar wel interessant), terwijl de ware fan diep in de buidel zal tasten voor een box met cd’s, LP’s en een lijvig boekwerk. De laatstgenoemde versie is werkelijk prachtig, maar ook met de gunstig geprijsde geremasterde versie kun je jezelf spekkoper noemen, al is het maar vanwege het fantastische geluid. Dan de platen zelf:

Led Zeppelin IV staat bekend als de plaat die aan de basis staat van de geboorte van de hardrock. Dat begrijp je wanneer opener Black Dog of vooral de tweede track Rock and Roll uit de speakers knalt, maar Led Zeppelin IV heeft absoluut meerdere gezichten.

Dat hoor je in het folky The Battle Of Evermore, met fantastische vocalen van Sandy Denny en zeker ook in het inmiddels klassieke Stairway To Heaven of het psychedelisch aandoende Going To California.

In de overige tracks geeft Led Zeppelin flink gas en imponeert het met loodzware baslijnen, moddervette drums, de huiveringwekkend mooie zang van Robert Plant en natuurlijk het unieke en veelzijdige gitaarspel van Jimmy Page, die net als zijn bondgenoten keer op keer voor kippenvel weet te zorgen.

De plaat vormt misschien de basis voor de 70s hardrock, maar het is dankzij de invloeden uit de folk, blues en psychedelica ook veel meer dan dat. Led Zeppelin IV verscheen bijna 43 jaar geleden, maar klinkt nog altijd relevant en urgent. Het was even geleden dat ik de plaat gehoord had, maar ik was direct bij eerste beluistering weer diep onder de indruk van deze klassieker uit de geschiedenis van de popmuziek. Een unieke plaat die zijn gelijke niet kent.

Nog meer onder de indruk ben ik van de nieuwe versie van Houses Of The Holy, met afstand mijn favoriete Led Zeppelin plaat.

Houses Of The Holy was in 1973 de opvolger van het zeer succesvolle Led Zeppelin IV. Led Zeppelin was opeens een hele grote band, wat het budget voor Houses Of The Holy flink opschroefde.

De platenmaatschappij van de band had ongetwijfeld gehoopt op Led Zeppelin V, maar kreeg een behoorlijk ingetogen plaat, waarop Led Zeppelin de blues en de rock voor een deel verruilde voor folky songs, deels aangekleed met strijkers, en voor songs met een portie funk en reggae. Dat moet even schrikken zijn geweest destijds.

De geweldige opener The Songs Remains The Same laat nog een mix van meer ingetogen en wat uitbundigere muziek horen, maar in het schitterende Rain Song dat volgt horen we Led Zep bijna ingetogen folk maken, bijna 8 fascinerende minuten lang. Deze folk wordt in Over The Hills And Far Away weer vermengd met rock, waarna de band in The Crunge opeens verrast met funky ritmes en muziek die pas jaren later een breed publiek zou bereiken.

Dancing Days is juist weer een stevige rocksong met flink wat bluesy accenten, maar de volgende verrassing ligt al weer op de loer. D’yer Mak’er laat een flirt met reggae horen, jaren voordat de Stones het genre zouden ontdekken. No Quarter is vervolgens weer een zwaar pyschedelische track, waarna afsluiter The Ocean toch weer terugkeert naar het geluid van de eerste vier platen van Led Zeppelin.

Qua veelzijdigheid is Houses Of The Holy een buitengewoon opvallende plaat, maar ook de vorm waarin de vier muzikanten van de band steken valt op. Ik denk niet dat ik Robert Plant nog vaak zo mooi en vooral bijzonder heb horen zingen als op Houses Of The Holy en ook het gitaarwerk van Jimmy Page is van een niveau dat maar heel weinig gitaristen gegeven is. De subtiele baslijnen en synths van John Paul Jones en het beukende maar ook veelzijdige drumwerk van John Bonham maken het unieke geluid van Led Zeppelin compleet.

Het levert een plaat op van een zeldzaam hoog niveau. Destijds misschien niet helemaal op de juiste waarde geschat, maar inmiddels een erkend klassieker. Iedereen zal zijn of haar eigen favorieten hebben in het oeuvre van Led Zeppelin, maar voor mij is er één plaat die mijlenver uitsteekt boven de rest: Houses Of The Holy. Het origineel dat ik in huis had was prachtig, maar de nieuwe versie is nog vel mooier. Kippenvel van de eerste tot de laatste noot. Erwin Zijleman

Led Zeppelin - Led Zeppelin (1969)

poster
Doe ik meestal ook, maar deze is nogal lang.

Bij deze:

Minstens een jaar geleden werd er al over gesproken en sindsdien waren de verwachtingen hooggespannen. Ik heb het natuurlijk over de reissues van de platen van Led Zeppelin.

Ik ben zelf vooral verknocht aan Houses Of The Holy, maar voor de reissue van deze plaat moet ik helaas nog wat langer geduld hebben. Vorige week verschenen immers slechts de reissues van de eerste drie platen van Led Zeppelin, die de overzichtelijke titels Led Zeppelin i, Led Zeppelin ii en Led Zeppelin iii hebben meegekregen.

Zoals inmiddels gebruikelijk bij reissues kan worden gekozen uit een groot aantal versies, variërend van de gunstig geprijsde versie op 1 cd en de versie met een extra bonus-disc tot luxere versies bestaande uit 3 LP’s of zelfs 5 schijven en een fraai boekwerk. Ik kan zelf prima uit de voeten met de versies met een extra bonus disc met live-materiaal; materiaal dat zeker wat toevoegt aan het studiomateriaal.

Van de eerste drie platen van Led Zeppelin kende ik tot dusver vooral de derde. Ik stapte wat later in wanneer het gaat om de muziek van Led Zeppelin en ging vooral voor het latere werk, maar de derde LP van de band met een hoes met een ingenieuze draaischijf kon ik destijds natuurlijk niet laten liggen. Natuurlijk ken ik van Led Zeppelin i en Led Zeppelin ii de Led Zep klassiekers, maar de rest van het materiaal op de overigens prachtig klinkende reissues heeft me aangenaam verrast.



Op Led Zeppelin i zijn alle belangrijke ingrediënten van het inmiddels uit duizenden herkenbare geluid van Led Zeppelin al aanwezig. Het veelzijdige gitaarspel van Jimmy Page, de rauwe strot van Robert Plant, de beukende drums van John Bonham en de vaak wat onderschatte baspartijen van John Paul Jones (die overigens ook de keyboards en orgels voor zijn rekening neemt).

Led Zeppelin i bevat vooral invloeden uit de psychedelica en de bluesrock en gebruikt deze invloeden om een geluid neer te zetten dat uiteindelijk zou leiden tot het ontstaan van de hardrock. Led Zeppelin bevat echter ook invloeden uit de folk, al moeten deze invloeden op deze plaat nog genoegen nemen met een bescheiden rol. Met name de bluesy tracks op de plaat klinken nog altijd fantastisch, zeker wanneer Robert Plant en Jimmy Page de ruimte en de tijd nemen. De stem van Robert Plant blijft volkomen uniek en ook de dynamiek in het gitaarspel van Jimmy Page is ongeëvenaard.

Het debuut van Led Zeppelin uit 1969, met songs als Good Times Bad Times, Dazed And Confused en Communication Breakdown, is inmiddels een onbetwiste klassieker en daar valt niets op af te dingen.



Toch vind ik Led Zeppelin ii, eveneens uit 1969, nog net wat indrukwekkender, wat in dit geval overigens iets anders is dan beter (want het debuut bevat betere songs).

Op haar tweede plaat heeft Led Zeppelin haar eigen geluid ontwikkeld. De plaat, die vooral bekend is vanwege de single Whole Lotta Love, klinkt anders dan de platen van soortgenoten van Led Zeppelin en heeft tot op de dag van vandaag invloed op iedere band die stevige rockmuziek maakt.

Led Zeppelin ii werd in een vloek en een zucht opgenomen tijdens de tour die volgde op de release van het debuut en klinkt daarom eenvoudiger en directer dan het debuut. De plaat klinkt ook consistenter dan het debuut van de band dat alle kanten op schoot, al is er ook op Led Zeppelin ii plaats voor uitbijters als een folky track of een bijna popsong.

Op de plaat domineren echter de stevige gitaarsongs en het zijn songs die nog altijd staan als een huis. Led Zeppelin heeft zich op haar tweede plaat ontwikkeld tot een band die grossiert in meedogenloze gitaarriffs en door merg en been gaande vocalen; allemaal gebouwd op het solide fundament van de ritmesectie. Het zou ongelooflijk veel invloed hebben, maar klinkt ook nog altijd bijzonder lekker.



Led Zeppelin iii uit 1970 bouwt voort op de eerste twee platen van de band, maar laat een enorme groei horen. Waar op Led Zeppelin i blues en psychedelica domineerden en op Led Zeppelin ii de hardrock werd geboren, schiet Led Zeppelin op Led Zeppelin iii alle kanten op.

De band kan nog steeds stevig rocken, maar experimenteert ook met folk en psychedelica. De elektrische gitaren maken af en toe plaats voor akoestische gitaren en krijgen gezelschap van onder andere strijkers.

Op Led Zeppelin iii weet de band haar middelen te doseren. Robert Plant kan nog steeds flink uithalen, maar zingt ook gevoelig en ingetogen. Jimmy Page kan nog steeds imposante gitaarmuren neerzetten, maar kan ook prachtige folky spelen. Dat John Bonham opeens ingetogen of complex kan drummen valt minder op, net als de prachtige bijdragen van de nog altijd zwaar onderschatte John Paul Jones. Led Zeppelin iii bevat parels als Immigrant Song, Since I’ve Been Loving You en Gallows Pole en is na al die jaren nog altijd een buitengewoon indrukwekkende plaat. Zeker de folky tracks op de plaat zijn prachtig en blijven maar intrigeren, wat mij betreft meer dan de stevigere tracks op de eerste twee platen.

Al met al ben ik zeer tevreden over deze eerste worp Led Zeppelin reissues. De verpakking is mooi, het geluid is prachtig en het bonusmateriaal is waardevol. Volgende keer iv en Houses Of The Holy dus er ligt nog veel meer moois in het verschiet. Mooi voor op de tafel, maar nog mooier uit de speakers. Erwin Zijleman

Led Zeppelin - Led Zeppelin IV (1971)

poster
5,0
Recensie reissues op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Led Zeppelin - IV / Houses Of The Holy, Deluxe Editions - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er werd al jarenlang over gesproken en vooral ook gespeculeerd, maar afgelopen zomer waren ze er opeens. Ik heb het natuurlijk over de bijzonder fraai uitgevoerde reissues van de eerste drie platen van Led Zeppelin.

Het zijn reissues waar ik, en met mij vrijwel iedere andere liefhebber van rockmuziek die de geschiedenis van de popmuziek heeft veranderd, van heb gesmuld. Van het allereerste moment en tot de dag van vandaag.

De eerste drie platen van Led Zeppelin waren echter nog niet mijn favoriete platen uit het prachtige oeuvre van de Britse band, waardoor ik met nog hogere verwachtingen uit keek naar de tweede worp. Deze tweede worp lag vorige week in de winkel en roept bij mij louter superlatieven op.

Led Zeppelin IV is immers de plaat die vorm heeft gegeven aan de hardrock uit de jaren 70, maar veel meer was dan een hardrockplaat, terwijl Houses Of The Holy pas goed liet horen hoe goed en hoe veelzijdig Led Zeppelin was.

Een ieder die de twee beste platen van Led Zeppelin (maar dat is mijn mening) van de eerste tot de laatste noot kent, zit waarschijnlijk niet te wachten op mijn beschrijving van de platen. Voor deze lezers kan ik melden dat de nieuwe versies van Led Zeppelin IV en Houses Of The Holy werkelijk fantastisch klinken. Met name drummer John Bonham lijkt zo af en toe bijna bij je in de woonkamer te zitten, maar ook de rest klinkt glashelder. Geldt zowel voor de cd-versies als de versies op vinyl (waar natuurlijk de voorkeur naar uit moet gaan).

Verder kun je voor beide platen kiezen uit meerdere extra’s. Een enkeling zal genoeg hebben aan de fraai klinkende geremasterde versie, de meerderheid gaat waarschijnlijk voor de versie met een bonus-disc vol outtakes (niet onmisbaar, maar wel interessant), terwijl de ware fan diep in de buidel zal tasten voor een box met cd’s, LP’s en een lijvig boekwerk. De laatstgenoemde versie is werkelijk prachtig, maar ook met de gunstig geprijsde geremasterde versie kun je jezelf spekkoper noemen, al is het maar vanwege het fantastische geluid. Dan de platen zelf:

Led Zeppelin IV staat bekend als de plaat die aan de basis staat van de geboorte van de hardrock. Dat begrijp je wanneer opener Black Dog of vooral de tweede track Rock and Roll uit de speakers knalt, maar Led Zeppelin IV heeft absoluut meerdere gezichten.

Dat hoor je in het folky The Battle Of Evermore, met fantastische vocalen van Sandy Denny en zeker ook in het inmiddels klassieke Stairway To Heaven of het psychedelisch aandoende Going To California.

In de overige tracks geeft Led Zeppelin flink gas en imponeert het met loodzware baslijnen, moddervette drums, de huiveringwekkend mooie zang van Robert Plant en natuurlijk het unieke en veelzijdige gitaarspel van Jimmy Page, die net als zijn bondgenoten keer op keer voor kippenvel weet te zorgen.

De plaat vormt misschien de basis voor de 70s hardrock, maar het is dankzij de invloeden uit de folk, blues en psychedelica ook veel meer dan dat. Led Zeppelin IV verscheen bijna 43 jaar geleden, maar klinkt nog altijd relevant en urgent. Het was even geleden dat ik de plaat gehoord had, maar ik was direct bij eerste beluistering weer diep onder de indruk van deze klassieker uit de geschiedenis van de popmuziek. Een unieke plaat die zijn gelijke niet kent.

Nog meer onder de indruk ben ik van de nieuwe versie van Houses Of The Holy, met afstand mijn favoriete Led Zeppelin plaat.

Houses Of The Holy was in 1973 de opvolger van het zeer succesvolle Led Zeppelin IV. Led Zeppelin was opeens een hele grote band, wat het budget voor Houses Of The Holy flink opschroefde.

De platenmaatschappij van de band had ongetwijfeld gehoopt op Led Zeppelin V, maar kreeg een behoorlijk ingetogen plaat, waarop Led Zeppelin de blues en de rock voor een deel verruilde voor folky songs, deels aangekleed met strijkers, en voor songs met een portie funk en reggae. Dat moet even schrikken zijn geweest destijds.

De geweldige opener The Songs Remains The Same laat nog een mix van meer ingetogen en wat uitbundigere muziek horen, maar in het schitterende Rain Song dat volgt horen we Led Zep bijna ingetogen folk maken, bijna 8 fascinerende minuten lang. Deze folk wordt in Over The Hills And Far Away weer vermengd met rock, waarna de band in The Crunge opeens verrast met funky ritmes en muziek die pas jaren later een breed publiek zou bereiken.

Dancing Days is juist weer een stevige rocksong met flink wat bluesy accenten, maar de volgende verrassing ligt al weer op de loer. D’yer Mak’er laat een flirt met reggae horen, jaren voordat de Stones het genre zouden ontdekken. No Quarter is vervolgens weer een zwaar pyschedelische track, waarna afsluiter The Ocean toch weer terugkeert naar het geluid van de eerste vier platen van Led Zeppelin.

Qua veelzijdigheid is Houses Of The Holy een buitengewoon opvallende plaat, maar ook de vorm waarin de vier muzikanten van de band steken valt op. Ik denk niet dat ik Robert Plant nog vaak zo mooi en vooral bijzonder heb horen zingen als op Houses Of The Holy en ook het gitaarwerk van Jimmy Page is van een niveau dat maar heel weinig gitaristen gegeven is. De subtiele baslijnen en synths van John Paul Jones en het beukende maar ook veelzijdige drumwerk van John Bonham maken het unieke geluid van Led Zeppelin compleet.

Het levert een plaat op van een zeldzaam hoog niveau. Destijds misschien niet helemaal op de juiste waarde geschat, maar inmiddels een erkend klassieker. Iedereen zal zijn of haar eigen favorieten hebben in het oeuvre van Led Zeppelin, maar voor mij is er één plaat die mijlenver uitsteekt boven de rest: Houses Of The Holy. Het origineel dat ik in huis had was prachtig, maar de nieuwe versie is nog vel mooier. Kippenvel van de eerste tot de laatste noot. Erwin Zijleman

Led Zeppelin - Physical Graffiti (1975)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Led Zeppelin - Physical Graffiti, 2015 Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De serie waarin het werk van Led Zeppelin opnieuw wordt uitgebracht is inmiddels aanbeland in 1975.

De Britse band had op dat moment al vijf klassiekers op haar naam staan. Na Led Zeppelin I, II, III, IV en Houses Of The Holy twijfelde niemand meer aan de band die in een paar jaar tijd was uitgegroeid tot één van de grootste rockbands allertijden.

Met name op Houses Of The Holy had Led Zeppelin nadrukkelijk haar vleugels uitgeslagen en geëxperimenteerd met meerdere genres, die allemaal perfect bij de band bleken te passen.

In 1975 was Led Zeppelin een geoliede machine met een briljant gitarist, een groots zanger en een ritmesectie waar andere bands alleen maar van konden dromen. Het wachten was op de volgende klassieker van de band, maar die liet op zich wachten. Led Zeppelin had na Houses Of The Holy een sabbatical genomen en bovendien tijd geïnvesteerd in het opzetten van een eigen platenlabel.

Bijna twee jaar na Houses Of The Holy en precies 40 jaar geleden verscheen echter Physical Graffiti. Omdat de band voor de afwisseling de tijd had genomen voor het opnemen van de nieuwe plaat, lag er een berg materiaal op de plank. Physical Graffiti werd dan ook een dubbelalbum en het is een dubbelalbum dat inmiddels bekend staat als één van de klassiekers uit de geschiedenis van de rockmuziek.

Physical Graffiti opent opvallend rauw en stevig. In de drie tracks op de eerste plaatkant domineert de bluesy hardrock waarmee de band een paar jaar eerder had gedebuteerd en ontbreken de uitstapjes richting andere genres. Daar is niks mis mee, want wat klinkt Led Zeppelin op deze eerste plaatkant hecht en gedreven. Het gitaarwerk is om van te watertanden, de ritmesectie is moddervet en Robert Plant zingt nog beter dan op de vorige platen van de band. Het levert monumentale muziek op.

De uitstapjes buiten de gebaande paden keerden terug op de tweede plaatkant waarop Led Zep experimenteert met wat lichtvoetigere rock, een flinke dosis funk en invloeden uit de Oosterse muziek. Met name die laatste invloeden maakten indruk en leverden uiteindelijk één van de beste Led Zeppelin tracks aller tijden op: Kashmir.

De critici waren destijds minder te spreken over de derde en vierde plaatkant van Physical Graffiti. Persoonlijk ben ik het daar niet mee eens. De derde en vierde plaatkant van de zesde plaat van Led Zeppelin zijn misschien wat minder overweldigend dan de eerste twee plaatkanten, maar er valt wel degelijk veel te genieten, zeker voor een ieder die Led Zeppelin graag buiten de lijntjes ziet kleuren.

Op de derde plaatkant van Physical Graffiti is er meer ruimte voor invloeden uit de folk en de psychedelica, terwijl op de laatste plaatkant de rauwe bluesy rock weer domineert.

Physical Graffiti is inmiddels veertig jaar oud, maar de plaat staat nog altijd als een huis. De geremasterde versie klinkt ook dit keer weer geweldig en voor de echte liefhebber staat er weer het nodige bonusmateriaal klaar. Zelf beperk ik me bij voorkeur tot de hoofdschotel en die klinkt fantastisch.

Met Physical Graffiti had Led Zeppelin zes klassiekers op haar naam staan en leek het klaar voor veel meer. Donkere wolken pakten zich echter samen boven de gevestigde orde van de rockmuziek en de volgende keer dat Led Zeppelin op zou duiken waren de tijden veranderd. Het niveau van Physical Graffiti zou Led Zeppelin nooit meer benaderen, maar op haar laatste meesterwerk presteert het op de toppen van haar kunnen. Het leverde een plaat op die nog altijd gekoesterd moet worden. Erwin Zijleman

Lee Ann Womack - The Lonely, The Lonesome & The Gone (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lee Ann Womack - The Lonely, The Lonesome & The Gone - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Bij de naam Lee Ann Womack dacht ik tot voor kort aan gladde en gepolijste en niet bijster interessante Nashville countrypop, maar ik wist eerlijk gezegd niet precies waarop dat gebaseerd was.

Ik heb geen enkele plaat van de Amerikaanse singer-songwriter in huis en ken geen van de songs die op Spotify haar bekendste songs worden genoemd.

Het was voor mij reden om toch maar eens te gaan luisteren naar haar nieuwe plaat The Lonely, The Lonesome & The Gone, die ik eerder deze week op de mat vond.

Het is maar goed dat ik dit gedaan heb, want The Lonely, The Lonesome & The Gone is een verrassend sterke rootsplaat en het is bovendien een rootsplaat die niets te maken heeft met de Nashville countrypop waarmee ik Lee Ann Womack tot voor kort associeerde.

Lee Ann Womack woonde weliswaar het grootste deel van haar inmiddels twintig jaar durende carrière in Nashville, maar is geboren en getogen in Texas en dat hoor je. Het is Houston, Texas, opgenomen The Lonely, The Lonesome & The Gone bevat de kwalitatief hoogstaande songs die je van een singer-songwriter uit Nashville mag verwachten, maar kleurt gelukkig ook regelmatig buiten de Nashville lijntjes met muziek vol invloeden uit onder andere de Texaanse rootsrock.

Dat de songs op The Lonely, The Lonesome & The Gone van hoog niveau zijn is overigens niet alleen de verdienste van Lee Ann Womack, want de helft van de plaat bestaat uit covers van songs van anderen, maar ook haar eigen songs mogen er zijn.

The Lonely, The Lonesome & The Gone is knap geproduceerd door de gelouterde Frank Liddell, overigens ook de echtgenoot van Lee Ann Womack, die de plaat heeft voorzien van een verzorgd en warmbloedig geluid. Het is een geluid dat meestal vooral invloeden uit de country verwerkt, maar Lee Ann Womack kan op haar nieuwe plaat ook uit de voeten met onder andere folk, blues, rootsrock en soul.

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal erg aangenaam, zeker wanneer de gitaristen op de plaat mogen excelleren met veelkleurig, soms heerlijk zweverig maar soms ook prachtig scheurend gitaarwerk, maar The Lonely, The Lonesome & The Gone maakt op mij vooral in vocaal opzicht indruk.

Lee Ann Womack heeft een flinke carrière in de countrymuziek achter de rug en dat hoor je. Haar stem doet het uitstekend in songs waarin invloeden uit de country domineren, maar Lee Ann Womack kan in vocaal opzicht veel meer. Wanneer haar songs wat meer rocken en een rauw randje vereisen is dat er ook en wanneer Lee Ann Womack een soulvolle strot open moet trekken doet ze dit op indrukwekkende wijze.

The Lonely, The Lonesome & The Gone bestrijkt binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet, maar maakt het de luisteraar nergens heel moeilijk. De songs van de Texaanse singer-songwriter liggen lekker in het gehoor en houden zich aan de conventies van de genres die Lee Ann Womack op The Lonely, The Lonesome & The Gone bestrijkt. De nieuwe plaat van Lee Ann Womack is daarom niet heel spannend, maar ademt continu kwaliteit.

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal erg lekker, waarna de krachtige vocalen van de gelouterde singer-songwriter Lee Ann Womack de rest doen. Op voorhand leek The Lonely, The Lonesome & The Gone me geen interessante plaat, maar het is er wel degelijk een, zeker voor de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in de breedste zin van het woord. Erwin Zijleman

Lee Fields - Emma Jean (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lee Fields & The Expressions - Emma Jean - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Lee Fields klinkt als een klassieke soulzanger uit de jaren 70. Stop Emma Jean van Lee Fields & The Expressions in de cd speler en je wordt onmiddellijk mee terug genomen naar de hoogtijdagen van Marvin Gaye, Al Green, Otis Redding, Wilson Pickett, James Brown, Curtis Mayfield en noem ze maar op.

Lee Fields debuteerde, net als alle genoemde grote soulzangers, aan het eind van de jaren 60, maar kreeg destijds geen poot aan de grond. Dit is ook wel enigszins begrijpelijk, want de concurrentie was destijds moordend.

Fields verdween daarom na een paar singles en een toch nog uitgebracht debuutalbum in 1979 bijna volledig uit beeld en was in de jaren 80 nauwelijks zichtbaar. In de jaren 90 kwam Fields wel weer boven drijven en maakte hij op het fameuze ACE label een aantal prima Southern soul platen.

De echte doorbraak van Lee Fields kwam echter pas in 2009 toen het fantastische My World verscheen. My World werd in 2012 gevolgd door het eveneens uitstekende Faithful Man en nu ligt dan Emma Jean in de winkel.

Ik zal er niet omheen draaien: Emma Jean is de beste plaat die Lee Fields tot dusver heeft afgeleverd. Dat heeft hij voor een deel te danken aan zijn fantastische band The Expressions. Net als The Dap Kings van Sharon Jones (en ook de band achter Amy Winehouse) slagen de jonge muzikanten rond Lee Fields er in om een dampend soulgeluid neer te zetten.

Het is een soulgeluid dat heerlijk authentiek klinkt, maar het is ook een soulgeluid dat citeert uit nagenoeg alle stromingen uit de soulmuziek. The Expressions kiezen over het algemeen voor een broeierig soulgeluid met krachtige blazers, maar zijn ook niet vies van zompige Southern soul, Motown soul met een vleugje disco, of juist indringende soul waarin ook invloeden uit de country, blues en psychedelica hun weg hebben gevonden.

Emma Jean is in muzikaal opzicht een fantastische en vooral ook veelkleurige plaat, waarop het ene moment plaats is voor een feestje of krachtpatserij, maar het volgende moment de intimiteit regeert.

De muziek op de nieuwe plaat van Lee Fields & The Expressions is al genoeg reden om deze prachtplaat in huis te halen, maar het mooist van alles is de werkelijk geweldige stem van Lee Fields. Fields zingt op deze plaat alsof zijn leven er van af hangt en steekt de grote voorbeelden uit het verleden naar de kroon met zang vol soul, emotie en doorleving.

Net als zijn band kan Lee Fields uitstekend doseren. In tegenstelling tot de meeste jonge soulzangers van het moment gaat Fields niet de hele tijd voluit, maar wisselt hij vocale uitbarstingen af met ingetogen momenten. Het resultaat is hemeltergend mooi.

Emma Jean overtuigt 11 tracks met een gemak dat je maar zelden ziet. Direct vanaf de eerste noten lijk je te luisteren naar een vergeten soulklassieker en het is een vergeten soulklassieker van wereldklasse. Keer op keer legt de band een geweldig geluid neer, waarop Lee Fields vervolgens mag schitteren. En dat doet hij. Lee Fields zorgt op Emma Jean voor bijna 45 minuten kippenvel. Keer op keer. Absoluut een van de beste soulplaten van het moment, maar ook in de kast staan er bij mij niet zo gek veel die zo goed zijn als deze van Lee Fields & The Expressions. Wow. Erwin Zijleman

Lee Fields & The Expressions - Special Night (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lee Fields & The Expressions - Special Night - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Zodra de temperaturen onder het vriespunt komen neemt mijn belangstelling voor soulplaten toe. Dat zullen in veel gevallen klassiekers uit het verleden zijn, maar ook in het heden wordt nog voldoende soulmuziek gemaakt die niet onder doet voor het beste uit de jaren 60 en 70.

Een van de betere soulplaten die ik de laatste tijd heb gehoord is Special Night van Lee Fields & The Expressions.

Lee Fields behoort voor de afwisseling eens niet tot de groep jonge muzikanten met een liefde voor stokoude soul, want de muzikant uit North Carolina draait al mee sinds de late jaren 60 en heeft inmiddels een carrière die bijna 50 jaar beslaat.

In zijn lange carrière domineerden de dalen lange tijd over de pieken, maar met name de laatste tien jaar is Lee Fields, bijgestaan door zijn band The Expressions, behoorlijk succesvol. Daar valt weinig op af te dingen, want de platen die Lee Fields de afgelopen tien jaar heeft uitgebracht zijn, zonder uitzondering, van hoog niveau.

Special Night is de vierde plaat van Lee Fields met The Expressions en het is de vierde voltreffer. Het is een plaat die net zo goed 40 of 50 jaar geleden gemaakt had kunnen worden en destijds de concurrentie met de platen van de grote soulzangers had aangekund.

Gezien het retro karakter van Special Night vind ik het moeilijk om heel druk te doen over deze plaat, want ik ken flink wat platen die als twee druppels water lijken op de plaat van Lee Fields. Aan de andere kant klinkt Special Night geweldig en doen Lee Fields en zijn band eigenlijk alles goed.

De band zet een moddervet soulgeluid neer met lekker veel blazers maar ook voldoende ruimte voor subtiliteit en Lee Fields zingt de longen uit zijn lijf waarbij hij herinnert aan menig groot soulzanger. Zeker in de uptempo tracks ligt de vergelijking met James Brown voor de hand, maar ook de hele stal van het fameuze Stax label draagt zinvol vergelijkingsmateriaal aan.

Special Night van Lee Fields & The Expressions laat zich misschien vergelijken met flink wat soulplaten uit het verleden, maar het gaat er bij een soulplaat vooral om of hij je raakt. Dat gaat Lee Fields vrij makkelijk af. Zijn songs liggen lekker in het gehoor en klinken fantastisch. Boven alles gaat de stem van de muzikant op leeftijd door merg en been.

Nu de meeste grote soulzangers uit de jaren 70 niet meer onder ons zijn of geen platen meer maken, zullen we het moeten doen met de vele jonkies die hun klassiekers kennen of met die enkele ouwe rot die in zijn tweede jeugd meer overtuigt dan in zijn jongere jaren. Ik weet wel waarvoor ik kies, want met Special Night blijven Lee Fields & The Expressions alle jonge concurrenten mijlenver voor. Van mij mag het nog wel even koud blijven. Erwin Zijleman

Lee Harvey Osmond - Beautiful Scars (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lee Harvey Osmond - Beautiful Scars - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Lee Harvey Osmond (de schrijfwijze LeE HARVeY OsMOND lijkt gelukkig opgegeven; ik doe er in ieder geval niet meer aan mee) imponeerde ruim twee jaar geleden met het prachtige The Folk Sinner.

The Folk Sinner werd helaas slechts in zeer kleine kring opgepikt, maar vrijwel iedereen die de plaat hoorde was er stuk van. Zo ook ik.

Lee Harvey Osmond is een band rond de Canadees Tom Wilson, die voor The Folk Sinner een beroep kon doen op een aantal beroemde landgenoten, onder wie Cowboy Junkies gitarist Michael Timmins (die de plaat ook produceerde), Cowboy Junkies zangeres Margot Timmins, muzikale duizendpoot Hawksley Workman, singer-songwriter Oh Susanna, Astrid Young (halfzus van Neil) en miskend talent Colin Linden.

Voor de nieuwe plaat van Lee Harvey Osmond deed Tom Wilson wederom een beroep op producer Michael Timmins, maar verder werd de plaat grotendeels ingespeeld met een vaste band, waardoor Beautiful Scars wat meer als een bandplaat klinkt dan The Folk Sinner en bovendien is voorzien van een wat homogener geluid.

Beautiful Scars is voorzien van een stemmige en vaak wat donkere sfeer die je zo een duistere nachtclub in sleept. De nieuwe plaat van Lee Harvey Osmond is wat meer ingetogen dan zijn voorganger, maar heeft net als deze voorganger een bijna bedwelmende sfeer.

De muziek van de band rond Tom Wilson laat zich nog steeds lastig vergelijken met de muziek van anderen en schiet ook nog steeds meerdere kanten op, waardoor je je het ene moment in een jazzy nachtclub waant en het volgende moment toch weer in de psychedelische Summer of Love.

Als ik dan toch met vergelijkingsmateriaal op de proppen moet komen, denk ik aan Tom Waits, al is de muziek van Lee Harvey Osmond een stuk toegankelijker dan de muziek die Tom Waits de laatste jaren maakt. In de psychedelische passages heeft de instrumentatie nog altijd wat van The Doors, maar wanneer de psychedelica wordt verruild voor jazz-noir verdwijnt dit vergelijkingsmateriaal als sneeuw voor de zon. Ander vergelijkingsmateriaal wordt aangedragen door Robbie Robertson en Dr. John, maar geen van de genoemde namen blijft gedurende de hele speelduur van Beautiful Scars relevant en wordt bijvoorbeeld ondergraven wanneer Tom Wilson op de proppen komt met een uiterst ingetogen folkie song of een country-noir song.

Zoals gezegd werd de vorige plaat van Lee Harvey Osmond helaas niet breed opgepikt, maar maakte de plaat in kleine kring zeer diepe indruk. Het zal voor Beautiful Scars waarschijnlijk niet anders zijn.

Lee Harvey Osmond mist de steun van een grote platenmaatschappij en maakt muziek die lastig in een hokje is te duwen, maar vrijwel iedereen die deze plaat uit de speakers laat komen zal worden gegrepen door de unieke sfeer op de plaat en door de fascinerende songs van Tom Wilson.

Zelf was ik ook direct na één keer horen helemaal om en geniet ik evenveel van de heerlijke donkere sfeer en de fraaie inzet van blazers, als van de donkere vocalen van Tom Wilson, het psychedelische geluid en zeker ook het werkelijk fantastische gitaarwerk van Aaron Goldstein, die eerder speelde met Elliot BROOD, City And Colour en Cowboy Junkies. Voor mij wederom een jaarlijstjesplaat en dit verdient navolging. Luister naar Lee Harvey Osmond en huiver. Wat een plaat. Erwin Zijleman

Lee Harvey Osmond - Mohawk (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lee Harvey Osmond - Mohawk - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lee Harvey Osmond keert na een paar jaar afwezigheid terug met een plaat die voortborduurt op zijn vorige werk maar ook nieuwe wegen in slaat

Mohawk is, net als de vorige twee platen van Lee Harvey Osmond, een plaat die makkelijk verleidt en zich makkelijk opdringt. Het is een plaat die direct bij eerste beluistering bekend in de oren klinkt, maar toch is het niet makkelijk om de muziek van de Canadese muzikant te vergelijken met muziek van anderen. Laat Mohawk uit de speakers komen en je waant je vaak in een rokerige nachtclub, waar alleen in goede films bands als Lee Harvey Osmond spelen. Het bijzondere verhaal dat Tom Wilson op de nieuwe plaat van zijn alter ego vertelt, geeft het fraaie Mohawk nog een extra dimensie.

Lee Harvey Osmond (ook een tijd lang geschreven als LeE HARVeY OsMOND) is het alter ego van de Canadese muzikant Tom Wilson. Deze Tom Wilson debuteerde in 2010 met het slechts in kleine kring opgepikte A Quiet Evil, maar maakte vervolgens veel indruk met The Folk Sinner uit 2013 en Beautiful Scars uit 2015.

De laatste twee platen vergeleek ik op deze BLOG afwisselend met het werk van Tom Waits, Robbie Robertson en Dr. John, maar het waren stuk voor stuk vergelijkingen die maar kort meegingen.

Het is een tijd stil geweest rond Lee Harvey Osmond, maar gelukkig is Tom Wilson nu terug met een nieuwe plaat. Het is een plaat met een bijzonder verhaal. Tom Wilson ging er tot zijn 53e van uit dat hij een Canadees met Ierse roots was, maar hoorde toen dat de ouders die hem hebben grootgebracht niet zijn biologische ouders zijn. Zijn biologische ouders bleken Mohawk Indianen uit het Canadese Kahnawake reservaat en sindsdien doet Tom Wilson zijn best om zich Mohawk te voelen.

In muzikaal opzicht is daar nog niet zoveel van te merken, want Mohawk ligt in het verlengde van zijn twee voorgangers. Ook op Mohawk staat Lee Harvey Osmond garant voor zwoele en wat broeierige muziek die je net zo makkelijk meeneemt naar een duistere nachtclub als naar het straatleven in New Orleans.

Mohawk werd, net als zijn twee voorgangers geproduceerd door Cowboy Junkies gitarist Michael Timmins en kent gastbijdragen van onder andere Suzie Ungerleider (Oh Susanna), die ook op de vorige plaat was te horen. Ook Mohawk laat weer raakvlakken horen met de muziek van Tom Waits, Robbie Robertson en Dr. John en hiernaast duikt af en toe een flard van Leonard Cohen (de instrumentatie, de inzet van vrouwenstemmen), J.J. Cale (de laid-back sfeer) en The Doors (de inzet van psychedelica) op.

Heel zinvol is vergelijken met de muziek van anderen echter niet, want ook op Mohawk laat Lee Harvey Osmond een opvallend eigen geluid horen. De instrumentatie op Mohawk is vaak zweterig en broeierig en veelkleurig, maar kan ook flink gas terugnemen. Het is een instrumentatie die past bij de rhythm & blues zoals die rond New Orleans wordt gemaakt, maar ook op Mohawk maakt Tom Wilson ook uitstapjes richting de Amerikaanse en Canadese rootsmuziek. Het is een instrumentatie vol fraai snarenwerk en veelkleurige blazers, waaraan subtiele accenten zijn toegevoegd.

Uiteindelijk worden onder andere folk, country, psychedelica, jazz, blues en rock aan elkaar gesmeed in het aangename geluid van Lee Harvey Osmond. Vergeleken met de vorige twee platen is de stem van de Canadese muzikant nog wat rauwer en donkerder geworden. Het past uitstekend bij de stemmige klanken op de plaat.

Het is lastig om Mohawk in een hokje te duwen en het is lastig om de plaat te vergelijken met die van anderen (het citaat "Think JJ Cale with a haunting, voodoo feel" dat ik ergens tegen kwam vond ik wel een mooie), maar desondanks is ook de nieuwe plaat van Lee Harvey Osmond er weer een die zich vrij makkelijk opdringt, zeker wanneer de avond is gevallen. Of Tom Wilson zich inmiddels wat meer Mohawk voelt kan ik op basis van de muziek niet zeggen, maar een getalenteerd muzikant is het nog altijd. Erwin Zijleman

Leigh Nash - The State I'm In (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leigh Nash - The State I'm In - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Leigh Nash zal een enkeling nog kennen als de zangeres van de band Sixpence None The Richer. Deze band was vooral in Christelijke Amerikaanse kringen zeer geliefd, maar scoorde aan het eind van de jaren 90 ook een wereldhit met het suikerzoete maar ook bijzonder verleidelijke Kiss Me.

Sixpence None The Richer bestaat al een tijd niet meer en ook met de solocarrière van Leigh Nash wil het tot dusver niet echt vlotten, maar eerder dit jaar maakte ze wel een plaat die er toe doet.

Het is een plaat die in Nederland helemaal niets heeft gedaan en die ik zonder het country jaarlijstje van The Guardian zeker zou hebben gemist.

Gelukkig is dat niet gebeurt, want Leigh Nash heeft met The State I’m In de perfecte soundtrack voor deze donkere dagen gemaakt. Voor The State I’m In keerde Leigh Nash terug naar de muziek waar ze als kind mee opgroeide. Het is het soort countrymuziek dat al heel lang niet meer wordt gemaakt. Het is het soort countrymuziek dat herinnert aan de hoogtijdagen van sterren als Patsy Cline, Brenda Lee en Loretta Lynn om maar een paar namen te noemen (denk verder aan alles tussen Jim Reeves en Roy Orbison).

The State I’m In is voorzien van een klassiek geluid vol strijkers dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 50 en 60. Het is een geluid dat zich als een warme deken om de stem van Leigh Nash heen slaat, maar het is ook een geluid dat weet te verrassen, bijvoorbeeld wanneer de mariachi trompetten aanzwellen.

Bij Leigh Nash kon ik tot voor kort alleen denken aan de honingzoete vocalen van die ene wereldhit van Sixpence None The Richer, maar op The State I’m In laat ze horen dat ze veel meer kan. De soloplaat van de van oorsprong Texaanse is voorzien van een prachtig gloedvol geluid, maar het is de stem van Leigh Nash die deze plaat naar grote hoogten tilt.

Zeker in deze laatste dagen van december klinkt de tijdloze muziek van Leigh Nash fantastisch, maar The State I’m In lijkt me ook een blijvertje. Dat heeft The Guardian weer goed gehoord. Heerlijke plaat. Erwin Zijleman

Leighton Meester - Heartstrings (2014)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leighton Meester - Heartstrings - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Leighton Meester is niet bepaald in een modelgezin opgegroeid. Toen ze werd geboren zat haar moeder nog achter de tralies en ook haar, deels Nederlandse, vader was een gevreesd drugshandelaar. De jonge Leighton Meester werd daarom vooral opgevoed door haar grootouders en vond al op jonge leeftijd een artistieke uitlaatklep.

In Nederland kennen we Leighton Meester vooral als actrice (en dan met name uit de populaire serie Gossip Girl), maar in de Verenigde Staten wordt ze ook gerespecteerd als zangeres. Haar debuut Heartstrings verscheen medio 2014 in de Verenigde Staten en is daar redelijk succesvol.

In Nederland nemen we de zoveelste zingende actrice nog niet serieus en dat is zonde. Heartstrings is namelijk een prima debuut, dat zeer in de smaak zal vallen bij de liefhebbers van lekker in het gehoor liggende Amerikaanse singer-songwriter pop.

Leighton Meester koos voor haar eerste stapjes in de muziek nog voor aanstekelijke danspop, maar heeft het roer op Heartstrings volledig omgegooid. Voor haar debuut deed de Amerikaanse een beroep op de gelouterde producer Jeff Trott, die eerder werkte met onder Colbie Caillat en Sheryl Crow. Van deze twee ligt de eerste dichter bij Leighton Meester, al kiest deze op Heartstrings gelukkig niet alleen maar voor radiovriendelijke pop.

Jeff Trott heeft het debuut van Leighton Meester voorzien van een stevige rootsinjectie, waardoor haar popliedjes zijn ontdaan van de vervelende laag plastic die zo domineert in de Amerikaanse popmuziek. Het lijkt allemaal wel wat op de popplaat die Jewel ooit maakte (0304). Nu is dat zeker niet mijn favoriete Jewel plaat, maar vergeleken met deze plaat klinkt Heartstrings ook een stuk organischer en bovendien is de muziek van Leighton Meester steviger verankerd in de singer-songwriter muziek van de jaren 70.

Alles op Heartstrings is met veel smaak gemaakt. Het geldt voor de mooie warmbloedige instrumentatie, het geldt voor de radiovriendelijke maar toch ook redelijk ingetogen productie, het geldt voor de gevarieerde maar altijd aanstekelijke popliedjes en het geldt ook zeker voor de bijzonder aangename stem van Leighton Meester.

Natuurlijk is Heartstrings geen plaat waar heel druk over moet worden gedaan, al ontstijgt het debuut van Leighton Meester de grauwe middelmaat met speels gemak. Ik heb Heartstrings zelf maanden geleden al omarmd als een ‘guilty pleasure’ en in deze categorie behoort de plaat tot mijn persoonlijke favorieten.

Nu ik de plaat heel wat keren heb gehoord hoor ik bovendien nog steeds groei en sluit ik zeker niet uit dat Leighton Meester nog eens een prachtig doorleefde rootsplaat gaat maken. Tot die tijd is Heartstrings een heerlijke ‘guilty pleasure’ en misschien zelfs wel meer dan dat. Erwin Zijleman

Leith Ross - I Can See the Future (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Leith Ross - I Can See The Future - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Leith Ross - I Can See The Future
De Canadese muzikant Leith Ross heeft met I Can See The Future een album gemaakt dat in eerste instantie misschien niet direct opvalt, maar dat mooier en zeker ook bijzonderder wordt naarmate je het vaker hoort

Probeer in de overvolle release maand september maar eens op te vallen met een album. Het lukte Leith Ross bij mij niet, maar gelukkig kreeg I Can See The Future door een jaarlijstje een tweede kans. Leith Ross maakte in het verleden vooral ingetogen folk, maar I Can See The Future laat een veelzijdiger geluid horen, dat ook uit de voeten kan met indiepop. De songs van de Canadese muzikant smeken er om meerdere keren gehoord te worden, want dan pas hoor je dat Leith Ross een verassend eigenzinnig geluid heeft. Het is een geluid dat de intieme en persoonlijke songs van de muzikant uit Winnipeg nog net wat verder optilt. Echt veel te mooi om te laten liggen dit album.

Wat verschenen er het afgelopen jaar ontzettend veel albums van met name jonge (vrouwelijke) singer-songwriters. Het is een genre dat me aan het hart ligt, maar het aanbod was af en toe zo groot dat ik op basis van hele vluchtige beluistering mijn oordeel moest bepalen.

Dat ging niet altijd goed, want ik hoorde in september bij snelle beluistering te weinig bijzonders op I Can See The Future van Leith Ross, waarna ik het album opzij legde. Gelukkig dook het album op in een enkel jaarlijstje, waarna ik het volgens mij derde album van Leith Ross toch nog een kans heb gegeven. Daar ben ik blij mee, want bij de hernieuwde kennismaking met I Can See The Future van Leith Ross hoorde ik meer dan voldoende bijzonders om het album tot krent uit de pop te bestempelen.

Leith Ross is overigens een singer-songwriter uit het Canadese Winnipeg, die zichzelf ziet als non-binair persoon en queer. Identiteit speelt een belangrijke rol in de teksten van de Canadese muzikant, die hiermee aansluit bij nogal wat andere dit jaar verschenen albums.

Ook in muzikaal opzicht sluit I Can See The Future aan bij andere dit jaar verschenen albums, maar als je het album als geheel beluistert, hoor je dat Leith Ross iets bijzonders doet. Het nieuwe album van de Canadese muzikant bevat een aantal songs met vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en met name de folk, maar I Can See The Future vindt ook aansluiting bij de indiepop van het moment en bevat ook een aantal popsongs die het zouden verdienen om grote hits te worden.

Het makkelijk schakelen tussen verschillende genres is niet het enige knappe op I Can See The Future. Leith Ross slaagt er immers bovendien in om lekker in het gehoor liggende popsongs af te wisselen met zeer intieme songs en schuwt bovendien het experiment niet. Wat op het eerste gehoor weinig bijzonder klonk een paar maanden geleden, blijkt inmiddels heel bijzonder.

Leith Ross slaat op I Can See The Future steeds weer bijzondere wegen in en kan het ene moment als Phoebe Bridgers en het volgende moment als een folkie klinken om vervolgens een geheel eigen geluid op te zoeken in een track als Stay, die met een beetje fantasie ook door Prince gemaakt zou kunnen zijn.

Het ene moment zoekt Leith Ross een sober en intiem geluid, maar niet veel later klinkt de muziek van de Canadese muzikant juist uitbundig en hitgevoelig. I Can See The Future is een album dat het verdient om vaker te worden beluisterd, want ik vind het album bij iedere nieuwe luisterbeurt interessanter en kan me inmiddels niet meer voorstellen dat ik het album een paar maanden geleden niet goed genoeg vond voor een plekje op de krenten uit de pop.

Ik heb inmiddels ook naar de vorige twee albums van de muzikant uit Winnipeg geluisterd en dat zijn albums waarop ingetogen folky songs een belangrijkere rol spelen dan op I Can See The Future. Ook het nieuwe album van Leith Ross bevat een aantal meer ingetogen songs. Het zijn de songs die me zeker in eerste instantie het meest dierbaar waren, maar uiteindelijk maakt de veelzijdigheid een bijzonder album van I Can See The Future.

Het nieuwe album van Leith Ross is uiteindelijk een album waarover je vooral niet te snel moet oordelen. Dan kom je immers waarschijnlijk uit bij mijn eerste oordeel van drie maanden geleden en daarmee doe je het talent van Leith Ross echt geen recht. Erwin Zijleman

Lemoncello - Lemoncello (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lemoncello - Lemoncello - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lemoncello - Lemoncello
Lemoncello is de nieuwste aanwinst van het bijzondere Ierse label Claddagh Records en ook het debuutalbum van Laura Quirke en Claire Kinsella is weer een album dat hoge ogen kan gaan gooien in de jaarlijstjes

Het debuutalbum van Lemoncello is een album dat door het platenlabel van het duo uit Dublin snel in het hokje traditionele Ierse folk zal worden geduwd. Daar is ook wel iets voor te zeggen, maar Laura Quirke en Claire Kinsella beperken zich zeker niet tot het keurslijf van dit genre. De instrumentatie die vooral bestaat uit cello en gitaar is niet alleen eigenzinnig, maar schuwt ook het verwerken van invloeden uit de jazz en de klassieke muziek niet. De muziek van Lemoncello kan traditioneel maar ook eigentijds klinken en het is muziek die voor een belangrijk deel wordt bepaald door de bijzondere en prachtig bij elkaar passende stemmen van Laura Quirke en Claire Kinsella. Prachtalbum.

Het label Claddagh Records dook aan het eind van de jaren 50 op en richtte zich op de promotie van traditionele Ierse folkmuziek. Aan het eind van zijn leven besloot de oprichter van het label om Claddagh Records nieuw leven in te blazen, wat heeft geresulteerd in een aantal interessante reissues. Een boek over de geschiedenis van het roemruchte label verschijnt binnenkort.

Het label is tot dusver helaas niet erg scheutig met het uitbrengen van nieuwe muziek, maar iedere nieuwe release van het fameuze label is raak. Vorig jaar leverde Claddagh Records met CYRM van ØXN een van de allerbeste albums van 2023 af en eerder dit jaar maakte het label indruk met het bijzonder fraaie Yellow Roses van Niamh Bury, dat over een maand of 7 zeker een kandidaat is voor mijn jaarlijstje. Deze week is het de beurt aan de derde nieuwe aanwinst van het Ierse label en ook het titelloze debuutalbum van Lemoncello is een voltreffer.

Lemoncello is een duo dat bestaat Laura Quirke en Claire Kinsella en dat in eigen land en in het Verenigd Koninkrijk al flink de aandacht trok met twee uitstekende EP’s. Beide Ierse muzikantes beschikken over een bijzonder mooie en ook karakteristieke stem, maar Laura Quirke speelt bovendien op bijzondere wijze gitaar, terwijl Claire Kinsella uitstekend overweg kan op de cello.

Net als ØXN en Niamh Bury maakt Lemoncello muziek die deels is geworteld in de traditionele Ierse folkmuziek, maar ook Laura Quirke en Claire Kinsella geven een eigenzinnige draai aan deze invloeden uit het verleden en slepen er bovendien invloeden uit andere genres bij, waardoor het album van Lemoncello in bredere kring in de smaak zal vallen.

De muziek van Lemoncello is vooral ingetogen, want veel meer dan gitaar en cello heeft het duo uit Dublin niet nodig. Het levert bijzondere klanken op, die in een aantal gevallen sober en ondersteunend zijn, maar die hier en daar ook wat spookachtig kunnen klinken, al is het niet zo donker en dreigend als bij ØXN.

Invloeden uit de folk in het algemeen en de Ierse folk in het bijzonder spelen een belangrijke rol op het debuutalbum van Lemoncello, maar het tweetal beperkt zich zeker niet tot de traditionele Ierse folk. Naast invloeden uit de folk van het heden zijn ook invloeden uit de jazz en de klassieke muziek hoorbaar in het geluid van Lemoncello, maar bedoeld of onbedoeld heeft het album hier en daar ook een indie vibe.

Het tempo op het album ligt laag en de instrumentatie is sfeervol en stemmig maar ook behoorlijk sober. Het zorgt er voor dat er behoorlijk veel ruimte open blijft in het geluid van Lemoncello en die ruimte wordt deels gevuld door de stemmen van Laura Quirke en Claire Kinsella. De Ierse zangeressen zingen met veel gevoel en de nodige melancholie en houden de rijke tradities van de Ierse folk in ere. Ik ben niet altijd gek op de zang in dit genre, maar de stemmen van Laura Quirke and Claire Kinsella zijn prachtig, zeker wanneer ze samen door de speakers komen.

De zang op het album versterkt het bezwerende karakter van de muziek van Lemoncello, die ik persoonlijk het mooist vind wanneer de instrumentatie bijna minimalistisch is en de zang uit de tenen komt, maar ook als de teksten van Lemoncello bijna worden voorgedragen overtuigen de songs van het duo uit Dublin me bijzonder makkelijk.

Zoals gezegd is het bijzondere Claddagh Records vooralsnog niet erg scheutig met het uitbrengen van nieuwe muziek, maar zo lang het label albums uitbrengt van het niveau van de albums van ØXN, Niamh Bury en deze week Lemoncello, hoor je mij echt niet klagen. Erwin Zijleman

Léna Bartels - The Brightest Silver Fish (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Léna Bartels - The Brightest Silver Fish - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Léna Bartels - The Brightest Silver Fish
De Amerikaanse muzikante Léna Bartels heeft met The Brightest Silver Fish een album gemaakt dat enerzijds aansluit bij de indiepop en indierock van het moment, maar anderzijds ook volop de grenzen opzoekt

De promotor van Léna Bartels heeft mij in ieder geval weten te vinden, want ik word al een aantal weken warm gemaakt voor het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante. Dat is ook gelukt, want ik ben inmiddels zeer gecharmeerd van The Brightest Silver Fish. Het is een album dat soms doet denken aan de muziek van de smaakmakers binnen de indiepop en indierock van het moment, maar Léna Bartels is gelukkig ook lekker eigenzinnig. Het levert een album vol bijzondere contrasten op, maar The Brightest Silver Fish is ook een album met aansprekende muziek, prima zang en een serie uitstekende songs. Het is dringen in het genre, maar Léna Bartels verdient absoluut een kans.

De naam Léna Bartels klinkt behoorlijk Nederlands of Vlaams, maar het is een muzikante uit Portland, Oregon, die sinds kort Brooklyn, New York als thuisbasis heeft. Naar haar wortels zal ik nog eens verder onderzoek doen, maar voorlopig gaat al mijn aandacht uit naar haar debuutalbum The Brightest Silver Fish, dat deze week is verschenen.

Mensen met een ‘grote vissen fobie’ kunnen maar beter niet naar de cover van het album kijken, maar de muziek op dit debuutalbum is zeker de moeite waard. Léna Bartels leverde een jaar of drie geleden al eens een mini-album af, maar dat ben ik nooit tegen gekomen. Over haar deze week verschenen debuutalbum heb ik talloze mails ontvangen, dus met de promotie van het album lijkt het wel goed te zitten, al lees ik nog maar weinig over The Brightest Silver Fish.

Ik ben blij dat ik het album heb ontvangen, want ik had eigenlijk direct wat met het debuutalbum van Léna Bartels en het album wordt voorlopig alleen maar beter. Het is een album dat kan worden omschreven als indierock en indiepop en dat zijn genres waarin momenteel heel veel jonge vrouwelijke singer-songwriters actief zijn.

Léna Bartels heeft zich voor haar debuutalbum laten inspireren door een aantal van de vrouwelijke singer-songwriters die haar voor gingen, waardoor een aantal songs op The Brightest Silver Fish direct vertrouwd klinken. De combinatie van zachte zang en gruizige gitaren is inmiddels bekend en ook Léna Bartels verwerkt niet alleen invloeden uit de indierock van het moment, maar grijpt ook terug op de indierock uit de jaren 90.

Ook in de wat meer naar indiepop neigende songs hoor ik wel iets bekends en duiken namen als Phoebe Bridgers, Lucy Dacus en Julien Baker op als vergelijkingsmateriaal. Léna Bartels schrijft ook nog eens persoonlijke teksten over zaken die vrouwen van haar generatie bezig houden, wat het gevoel van herkenning verder vergroot.

Op basis van het bovenstaande zou je kunnen concluderen dat The Brightest Silver Fish meer van hetzelfde is, maar dat is zeker niet het geval. De Amerikaanse muzikante zoekt in het gitaarwerk wat nadrukkelijker de grenzen op, durft in haar songs wat meer te experimenteren en verwerkt bovendien veel meer invloeden op haar debuutalbum, waardoor de indiepop en indierock van het moment ook zomaar verruild kan worden voor singer-songwriter muziek van veel langer geleden.

Het zorgt voor een lekker veelzijdig album, maar The Brightest Silver Fish is ook eigenzinniger dan het gemiddelde album in het genre. Het is een album dat bovendien mooier en interessanter wordt naarmate je het vaker hoort. In eerste instantie hoorde ik vooral de ruwere kant van de muziek van Léna Bartels, maar haar debuutalbum bevat naast ruwe en eclectische ook wonderschone passages.

Het zorgt er voor dat ik steeds meer gehecht raak aan dit debuutalbum, dat wat mij betreft absoluut iets toevoegt aan alles dat er al is. Het is dan ook doodzonde dat er tot dusver maar heel weinig aandacht is voor The Brightest Silver Fish van Léna Bartels. Misschien wordt haar naam in de Verenigde Staten als ingewikkeld ervaren, maar het is een naam die hier makkelijk moet kunnen landen en dat geldt wat mij betreft ook voor het uitstekende debuutalbum van Léna Bartels. Erwin Zijleman

Lena Hessels - If Not Now, Then When Will It, Be All I Ever Wanted (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lena Hessels - if not now, then when will it, be all i ever wanted - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Lena Hessels - if not now, then when will it, be all i ever wanted
De Nederlandse muzikante Lena Hessels levert met if not now, then when will it, be all i ever wanted een razend spannend popalbum af, dat de albums van de grote popprinsessen in artistiek opzicht de baas is
De Amsterdamse muzikante Lena Hessels bracht dit jaar een drietal EP’s uit, die vorige maand werden gecombineerd tot een album. Het is een album dat twaalf songs laat horen dat Lena Hessels een enorm groot talent is. Het is bovendien een album dat laat horen dat een album met lekker in het gehoor liggende popsongs wel degelijk kan overlopen van avontuur. Lena Hessels speelt met bijzondere ritmes en veel elektronica, maar haar popliedjes verleiden ook makkelijk met sterke melodieën en bijzonder aangename zang. Lena Hessels staat met if not now, then when will it, be all i ever wanted nog maar aan de start van haar carrière, maar het niveau ligt direct angstig hoog.

Door mijn volledige focus op albums is de muziek die de Nederlandse muzikante Lena Hessels in 2022 heeft uitgebracht me tot voor kort helaas helemaal ontgaan, maar vanaf het moment dat de drie eerder dit jaar verschenen EP’s werden gecombineerd tot een debuutalbum was ik direct bij de les. De alleen digitaal verkrijgbare EP’s if not now, then when will it en be all i ever wanted zijn vanaf eind november als het album if not now, then when will it, be all i ever wanted te vinden op de bandcamp pagina van de Amsterdamse muzikante en het album is bovendien op vinyl geperst.

Lena Hessels is de dochter van de kunstenares Emma Fischer en muzikant Terrie Hessels, die we kennen van de Nederlandse punk en avant-garde band The Ex, en groeide op in een gezin waarin conformeren aan de mainstream geen logische keuze was. Lena Hessels koos daarom op jonge leeftijd bijna vanzelfsprekend voor de meer alternatieve muziek, maar zag op een gegeven moment het licht van de pop. Met if not now, then when will it, be all i ever wanted heeft de Nederlandse muzikante een debuutalbum afgeleverd dat het etiket pop voor de volle 100% verdient, maar dat betekent nog niet dat Lena Hessels nu opeens dertien in een dozijn pop maakt.

Het debuutalbum van de Amsterdamse muzikante staat vol met vooral elektronisch ingekleurde popsongs, maar Lena Hessels voegt ook organische klanken toe aan het bijzondere muzikale landschap op haar debuutalbum. Het is een album dat af en toe associaties oproept met de muziek van Billie Eilish, zeker wanneer de ritmes stevig worden aangezet, de elektronica ruw en donker is en de zang vooral fluisterzacht. Waar Billie Eilish de mainstream pop nooit helemaal uit het oog verliest, zoekt Lena Hessels op if not now, then when will it, be all i ever wanted nadrukkelijk de grenzen op.Een aantal songs op het album klinkt verrassend toegankelijk of zelfs aanstekelijk, met hier en daar een vleugje Taylor Swift, maar Lena Hessels graaft een stuk dieper dan de Amerikaanse popprinsessen, inclusief die van het net wat alternatievere soort.

Het debuutalbum van Lena Hessels is direct vanaf de eerste noten een razend spannend album. Bijzondere ritmes en indringende elektronica draaien op bijzondere wijze om elkaar heen en worden met grote regelmaat verstoord door strijkers, waarna de fluisterzachte zang van de Amsterdamse muzikante zorgt voor nog wat meer contrast. In de songs op if not now, then when will it, be all i ever wanted kan het alle kanten op, waardoor industriële klanken zomaar kunnen worden afgewisseld met een intieme gitaar- of pianosong.

Lena Hessels doet op haar debuutalbum op geen enkele wijze concessies, maar toch is ze er in geslaagd om een popalbum te maken dat niet eens zo gek ver verwijderd is van een aantal grote popalbums van de afgelopen jaren. Het debuutalbum van Lena Hessels is wat mij betreft ook een groot popalbum, maar dan net wat anders dan je gewend bent.

De Nederlandse muzikante heeft samen met producer Tender Blom (gitarist van Pip Blom) een album gemaakt dat een torenhoge score zou moeten krijgen van Pitchfork. Zover is het nog niet, maar dat kan alleen maar een kwestie van tijd zijn. Met if not now, then when will it, be all i ever wanted heeft Lena Hessels immers een album gemaakt dat bijna 35 minuten lang opzien baart. En dan heb ik ook nog eens het idee dat er nog veel en veel meer in zit. Ga dat horen! Erwin Zijleman

Lenne Klingaman - The Heart Is the Hunter (2015)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Lenne Klingaman - The Heart Is The Hunter - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Lenne Klingaman is een Amerikaanse actrice, die een enkeling zal kennen als de ijsverkoopster in de serie Welcome to Sanditon.

Ik ken de acteerprestaties van Lenne Klingaman niet, maar het resultaat van haar andere passie weet me sinds een week of wat wel te boeien.

Dankzij een geslaagde crowdfunding campagne kon Lenne Klingaman immers een paar weken geleden haar eerste plaat afleveren en het is een prima plaat geworden.

Voor The Heart Is The Hunter wist de singer-songwriter uit Los Angeles uiteindelijk een redelijk budget te vergaren, waardoor ze een beroep kon doen op muzikanten en een producer die weten hoe een goede plaat moet klinken.

In muzikaal en productioneel opzicht is er dan ook niets aan te merken op het debuut van Lenne Klingaman en ook in vocaal opzicht overtuigt de Amerikaanse singer-songwriter vrij makkelijk. Lenne Klingaman beschikt over een krachtige en heldere maar ook zwoele en gevoelige stem, die het goed doet in meer pop georiënteerde songs, maar ook overeind blijft in songs met meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek.

Zeker in de wat meer ingetogen en zich langzaam voortslepende songs weet Lenne Klingaman me te overtuigen en betoveren met erg mooie vocalen. Deze songs zijn gelukkig zwaar in de meerderheid, want het uptempo niemendalletje aan het begin van de plaat had er bijna voor gezorgd dat The Heart Is The Hunter na een paar minuten al weer in de digitale prullenbak was verdwenen.

Dat brengt me direct bij het punt dat Lenne Klingaman nog zal moeten ontwikkelen. De singer-songwriter uit Los Angeles schreef zelf een aantal songs voor haar debuut en vertolkt hiernaast songs van Peter Gabriel, Leonard Cohen, Randy Newman en een aantal traditionals. De laatsten zijn wat overbodig, de eerste soms wat te hoog gegrepen en ook de eigen songs van Lenne Klingaman zijn niet allemaal even sterk.

Desondanks is The Heart Is The Hunter een aangenaam en bij vlagen veelbelovend debuut. In de gaten houden deze dame. Erwin Zijleman

Leon Bridges - Coming Home (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leon Bridges - Coming Home - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Leon Bridges was naar verluid één van de grote sensaties van de 2015 editie van het Texaanse South By Southwest Festival (SXSW). De Texaan maakte hier indruk met een authentiek klinkend soulgeluid, dat direct werd vergeleken met dat van grootheden als Sam Cooke en Otis Redding.

Dat klinkt natuurlijk heel mooi, maar er zijn de afgelopen decennia wel vaker soulzangers geweest die werden vergeleken met de allergrootsten uit het genre. Deze grootheden uit de geschiedenis van de soul zijn we nog altijd niet vergeten en gaan we ook nooit meer vergeten; de meeste van hun volgelingen wel.

Of we lang van Leon Bridges gaan genieten zal de tijd derhalve moeten leren, maar dat de muzikant uit Texas een prima debuut heeft afgeleverd is zeker.

Leon Bridges is geboren in 1989, maar zijn belangrijkste inspiratie heeft hij ver voor zijn geboortejaar gevonden. Coming Home staat vol met de laid-back soul zoals deze in de jaren 50 en 60 werd gemaakt. Leon Bridges weet dit geluid op bijzonder fraaie wijze te reproduceren en voorziet het vervolgens van vocalen die inderdaad zo van Sam Cooke hadden kunnen zijn.

Coming Home kun je vervolgens op twee manieren beluisteren. Je kunt de plaat kritisch beluisteren en op zoek gaan naar de vernieuwing in de muziek van Leon Bridges of je kunt gewoon genieten van het heerlijk authentieke soulgeluid op de plaat.

Ik adviseer de tweede optie, want veel vernieuwing is op Coming Home van Leon Bridges niet te vinden. De nieuwe soulsensatie leunt immers erg zwaar op het verleden en kleurt hierbij vooral netjes binnen de lijnen, al zijn er hier en daar wel wat krasjes buiten deze lijnen.

Het gebrek aan vernieuwing betekent echter niet dat er op Coming Home niets te genieten valt. De strak spelende band slaagt er in om je een paar decennia terug te laten gaan in de tijd en dat voelt aangenaam.

De ritmesectie speelt hierbij licht jazzy, terwijl de gitarist af en toe bluesy en rock 'n roll accenten legt. De blazers en het orgeltje zorgen er voor dat het uiteindelijk klinkt als pure 50s en 60s soul.

Het is soul die een prima soulzanger verdient en dat is Leon Bridges. Bridges zingt vol gevoel en zingt vooral redelijk ingetogen; een trucje dat de meeste hedendaagse soulzangers en zangeressen helaas niet meer beheersen. De vocalen van de Amerikaan hebben hierdoor het effect dat hoort bij soul uit deze periode; ver verwijderd van de huidige en vaak wat schreeuwerige tijd en bijbehorende schreeuwerige soul.

Het maakt van Coming Home een lekker lome of zelfs luie soulplaat, die het uitstekend doet bij de wat hogere temperaturen van het moment en het bovendien prima doet in de kleine uurtjes. Luister zonder referentiekader naar Coming Home en je hoort een uitstekende soulplaat vol gevoel en emotie. Het is wat mij betreft meer dan genoeg.

Leon Bridges borduurt misschien erg nadrukkelijk voort op het verleden, maar zijn meeste tijdgenoten is hij mijlenver voor met deze bijzonder aangename plaat. Of er nog veel goede en/of memorabele platen volgen is maar de vraag, maar deze neemt niemand hem meer af. Erwin Zijleman

Leon Bridges - Good Thing (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leon Bridges - Good Thing - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit Atlanta, Georgia, afkomstige Leon Bridges debuteerde al weer bijna drie jaar geleden met een heerlijke retro soulplaat.

Daar verschijnen er de afgelopen jaren wel heel erg veel van en over het algemeen voegen deze platen niet zoveel of eigenlijk helemaal niets toe aan de klassiekers die in de jaren 60 en 70 zijn verschenen.

Ook Leon Bridges deed op zijn debuut Coming Home niet zo gek veel nieuws, maar toch vond ik de plaat van de Amerikaanse soulzanger een stuk beter dan de meeste andere platen die in 2015 in dit genre verschenen, waarbij een release midden in de zomer absoluut hielp.

Ook Good Thing, de tweede plaat van Leon Bridges, verschijnt in een week met zomerse temperaturen, waardoor de soulvolle klanken van de Amerikaan het direct goed doen. Leon Bridges kreeg uiteindelijk zelfs een Grammy nominatie voor zijn debuut, waardoor hij met wat ruimere middelen aan zijn tweede plaat kon beginnen. Het levert een fraai klinkende plaat op, die over het algemeen genomen toch flink anders klinkt dan het debuut van de muzikant uit Atlanta.

Waar Leon Bridges zich op zijn debuut vooral liet inspireren door het verleden, heeft Good Thing het vizier gericht op het heden. Ook de tweede plaat van de Amerikaan bevat volop invloeden uit de soulmuziek zoals die enkele decennia geleden werd gemaakt en verwijzingen naar de muziek van oude helden als Sam Cooke, Al Green, maar de invloeden en verwijzingen zijn minder prominent aanwezig dan op het debuut van Leon Bridges.

De uptempo soul, die werd gevoed door flink wat blazers, is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor ingetogen en wat broeierige soul met invloeden uit de hedendaagse pop en R&B. Dat zijn vaak invloeden die de platen van hedendaagse soulzangers en zangeressen een stuk minder interessant maken, maar Leon Bridges blijft wat mij betreft aan de goede kant van de streep met zwoele en smaakvol ingekleurde songs.

Interessanter zijn de songs waarin de Amerikaan wat meer invloeden uit de jazz toevoegt aan zijn muziek, maar ook de wat minder aansprekende R&B songs op de plaat blijven overeind door de uitstekende stem van Leon Bridges, die op Good Thing een duidelijker eigen geluid laat horen dan op zijn debuut.

In combinatie met de overdadige zonnestralen van het moment klinkt het allemaal bijzonder lekker of onweerstaanbaar en vooralsnog ga ik er van uit dat de tweede plaat van Leon Bridges zijn kracht gaat behouden, al is het maar omdat ik de songs op de plaat na mijn aanvankelijke lichte teleurstelling steeds lekker vind, zeker als de Amerikaan stiekem ook nog even opschuift richting Prince. Erwin Zijleman

Leon Bridges - Leon (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leon Bridges - Leon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Leon Bridges - Leon
De Texaanse soulzanger Leon Bridges liet zich op zijn eerste twee albums vooral beïnvloeden door oude soul, maar kiest aan de hand van de producers van Kacey Musgraves voor een eigentijdser en veelzijdiger geluid

Na de eerste twee albums had ik het wel een beetje gehad met de muziek van Leon Bridges, die zich vooral liet gelden als een uitstekende zanger. Op zijn nieuwe album Leon laat de Amerikaanse muzikant wat mij betreft horen dat hij meer kan. Het is deels de verdienste van producers Ian Fitchuk en Daniel Tashian, die eerder al wonderen wisten te verrichten voor Kacey Musgraves en nu Leon hebben voorzien van een aangenaam en gloedvol geluid. Het is een geluid waarin de songs van Leon Bridges wat eigentijdser klinken, maar het is wat mij betreft ook een geluid waarin de soulstem van de Amerikaanse muzikant nog veel beter tot zijn recht komt.

Toen Leon Bridges in de zomer van 2015 debuteerde met Coming Home was hij de zoveelste zanger die de hoogtijdagen van de soulmuziek uit de jaren 60 wilde laten herleven. Daar slaagde de Amerikaanse muzikant overigens op overtuigende wijze in en omdat ik de stem van Leon Bridges beter vond dan die van zijn concurrenten gaf ik hem het voordeel van de twijfel. Dat deed ik ook omdat Coming Home gewoon een erg lekker soulalbum was.

Ook het in 2018 verschenen Good Thing beviel me wel, al was ook dit een album dat vooral voortborduurde op de soulmuziek en de zang van de grote soulzangers uit het verleden. Het was bovendien een album dat af en toe aan de zoetsappige kant was. Op zijn derde album, Gold-Diggers Sound nam Leon Bridges wat meer afstand van de soul uit het verleden en verwerkte hij meer invloeden uit de R&B en de jazz. Het album deed me op een of andere manier echt helemaal niets, waardoor ik ook geen vertrouwen had in het vorige week verschenen Leon.

Het nieuwe album van Leon Bridges kreeg de afgelopen week echter vooral zeer positieve recensies en verder werd mijn aandacht getrokken door de namen van Ian Fitchuk en Daniel Tashian, die het album produceerden. Het zijn de producers achter de albums van Kacey Musgraves en dat zijn albums die me dierbaar zijn.

Hier en daar wordt het geluid van Leon Bridges op Leon omschreven als countrysoul, maar dat vind ik wat overdreven. Invloeden uit de countrymuziek zijn inderdaad hoorbaar op het nieuwe album van Leon Bridges, maar zijn in de meeste tracks op Leon zeker niet dominant. Als ze dit wel zijn, zoals in het prachtige Can’t Have It All, hoor ik een geluid dat Leon Bridges van mij veel vaker mag verkennen, maar ook als de Amerikaanse muzikant dichter bij de soul blijft overtuigt zijn nieuwe album bijzonder makkelijk.

Het is deels de verdienste van de prachtige soulstem van de Texaanse muzikant, maar ook de productie van Ian Fitchuk en Daniel Tashian doet veel. Net als op bijvoorbeeld Golden Hour van Kacey Musgraves hebben de twee gewilde producers gekozen voor een gloedvol geluid, dat makkelijk schakelt tussen genres. Leon laat zich wat mij betreft beluisteren als een soulalbum, maar het is een soulalbum van deze tijd en bovendien een soulalbum dat open staat voor andere invloeden.

Leon is een warm klinkend album dat de ruimte volledig vult met aangename klanken en het zijn klanken die perfect passen bij de mooie soulstem van Leon Bridges. De Amerikaanse muzikant probeerde in het verleden nog wel eens wat teveel te klinken als de grote soulzangers uit het verleden, maar heeft op Leon een meer eigen geluid dat zowel put uit het heden als het verleden.

Alle positieve recensies van het album begrijp ik inmiddels volledig, want op Leon zet Leon Bridges een aantal grote stappen. Leon is een album dat het geweldig doet op de achtergrond, zeker als je nog wat kunt wegdromen in een aangenaam herfstzonnetje, maar het is ook een album dat in muzikaal en productioneel opzicht een stuk interessanter is dan de vorige albums van de Amerikaanse muzikant en dat ook in vocaal opzicht wat mij betreft meer indruk maakt. En zo moet ik terugkomen op mijn oorspronkelijke gedachte dat het beste er bij Leon Bridges na een paar albums wel af was. Leon is hopelijk de voorbode van nog veel meer moois. Erwin Zijleman

Leon III - Antlers in Velvet (2021)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leon III - Antlers In Velvet - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Leon III - Antlers In Velvet
De twee vaste leden van Leon III hebben een geschiedenis in de Amerikaanse rootsmuziek, maar verrijken dit genre op het fascinerende Antlers in Velvet met heel veel psychedelica en een snufje prog

Ik heb het tweede album van de Amerikaanse band Leon III eerder dit jaar over het hoofd gezien, maar dankzij een tip van een lezer heb ik me alsnog kunnen onderdompelen in de fascinerende en bedwelmende luistertrip op Antlers In Velvet. De twee leden van de band maakten in het verleden al eens indruk met de band Wrinkle Neck Mules, maar imponeren nu als Leon III. In de basis hoor je nog wel wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar invloeden uit de psychedelica domineren op dit bijzondere album, dat meer dan eens aan Pink Floyd doet denken, maar minstens net zo vaak ook helemaal niet. In de gaten houden deze band. Leon III is de naam.

Een lezer van deze BLOG adviseerde me om eens naar Antlers In Velvet van Leon III te luisteren. Het is een naam die bij mij geen belletje deed rinkelen, maar de band debuteerde al in 2018 en kon toen rekenen op zeer positieve recensies. Het eerder dit jaar verschenen Antlers In Velvet, dat in kleine kring ook zeer positief is ontvangen, is het tweede album van de band, die een paar jaar werd geleden werd geformeerd door twee leden van de Amerikaanse band Wrinkle Neck Mules.

Dat is een band die ik wel een tijdje heb gevolgd, maar uiteindelijk uit het oog ben verloren. Waar de muziek van Wrinkle Neck Mules zwaar tegen de countryrock aanleunde, kiest Leon III vooral voor invloeden uit de psychedelica. Andy Stepanian en Mason Brent, de twee vaste leden van de band, hebben deze invloeden verwerkt in een afwisselend zeer toegankelijk en lekker trippy geluid, dat me, zeker bij eerste beluistering, deed denken aan een dwarsdoorsnede uit het oeuvre van Pink Floyd.

De twee muzikanten, die opereren vanuit Houston, Texas, hebben Antlers In Velvet opgenomen met flink wat gastmuzikanten. Blazers, strijkers en een pedal steel zorgen voor mooie accenten in een geluid, dat wordt gedomineerd een batterij aan keyboards en vooral door gitaren. Ondanks het grote aantal instrumenten is het tweede album van Leon III voorzien van een aangenaam zweverig of zelfs wat atmosferisch geluid, waarin zowel ruimte is voor redelijk toegankelijke songstructuren als voor experimenteren.

De fraaie klanken op het album en zeker de wat langere tracks zorgen steeds weer voor een ontspannen sfeer, die uitnodigt tot wegdromen. De wat dromerige vocalen van Andy Stepanian en Mason Brent dragen bij aan de lome sfeer op het album en ook de hier en daar opduikende vrouwenstem draagt prachtig bij aan het zo mooie eindresultaat.

Zeker wanneer de pedal steel opduikt, hoor je nog wel wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek op het album, maar invloeden uit de Amerikaanse en vooral Britse psychedelica hebben de meeste invloed gehad op het bijzondere geluid van Leon III. Het is een geluid dat zoals gezegd af en toe associaties oproept met de muziek van Pink Floyd en het bijzondere is dat ik zowel invloeden hoor uit de psychedelische jonge jaren van de Britse band als uit de veel toegankelijkere en melodieuzere late jaren van de band.

Leon III maakt muziek die zich door alle aangename klanken makkelijk opdringt, maar wat heeft de Amerikaanse band ook veel moois verstopt in de songs op Antlers In Velvet. Gitaarsolo’s zijn wat uit de afgelopen jaren, maar Leon III weet er wel raad mee en kan zowel uit de voeten met de melodieuze gitaarsolo’s van David Gilmour als met het net wat gruizigere werk.

Door de subtiele accenten uit de Amerikaanse rootsmuziek klinkt de Leon III anders dan de meeste andere bands van het moment die raad weten met psychedelica, waardoor het onderscheidend vermogen van Antlers In Velvet groot is, zeker als hier en daar ook nog wat invloeden uit de progrock opduiken.

Een Amerikaanse website heeft voor dit album van Leon III al het hokje ‘progressive psychedelic countryrock’ bedacht, maar vraagt zich vervolgens af of er muziekliefhebbers zijn die op dit genre zitten te wachten. Ik kan niet voor anderen spreken, maar zelf kan ik deze vraag alleen maar met een volmondig JA beantwoorden. Erwin Zijleman

Leonard Cohen - Can't Forget (2015)

Alternatieve titel: A Souvenir of the Grand Tour

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leonard Cohen - Can't Forget: A Souvenir Of The Grand Tour - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Leonard Cohen brengt de afgelopen jaren bijna aan de lopende band live-albums uit, maar zo lang ze zo goed zijn als de laatste paar vergeef ik het hem graag.

Hooguit een paar maanden na het prachtige en uit 3 cd's bestaande Live In Dublin, ligt er al weer een nieuw live-album van de oude meester in de winkel.

Waar Live In Dublin een complete live-set liet horen, is Can't Forget: A Souvenir Of The Grand Tour meer een verzameling restjes. Het zijn echter wel restjes die voor een belangrijk deel tijdens soundchecks zijn opgenomen en het zijn bovendien restjes die iets toevoegen aan alles wat Leonard Cohen de afgelopen jaren al aan live-albums heeft uitgebracht.

Waar de set-list van Leonard Cohen de afgelopen jaren bijna in beton is gegoten, is er tijdens de soundchecks ruimte voor materiaal dat tijdens de reguliere sets nauwelijks meer aan bod komt en voor een aantal buitengewoon fraaie covers en nieuwe songs.

Can't Forget: A Souvenir Of The Grand Tour werd in alle uithoeken van de wereld opgenomen en opent direct met een geweldige versie van het uit 1974 stammende Field Commander Cohen; een song die in de reguliere live-set zeker niet zou misstaan. Hetzelfde geldt voor het eveneens prachtig uitgevoerde Joan Of Arc, waarin overigens de glansrol van Hattie Webb, die op indringende wijze in de huid kruipt van de Française, niet onvermeld mag blijven.

Het zijn zeker niet de makkelijkste songs uit het oeuvre van Leonard Cohen, maar wat krijgen ze een mooie uitvoering. Hetzelfde geldt voor eveneens nauwelijks gespeelde songs als Night Comes On en Light As A Breeze, die fraai kleuren in het bijzondere en veelzijdige klankentapijt dat de uit gelouterde muzikanten bestaande band weet neer te zetten.

Ook de covers op Can't Forget: A Souvenir Of The Grand Tour vallen in positieve zin op. Het maakt hierbij niet zoveel uit of Leonard Cohen aan de haal gaat met een countrysong van George Jones of met een chanson van Georges Dor; Cohen en zijn geweldige band maken er moeiteloos prachtige Leonard Cohen songs van.

Can't Forget: A Souvenir Of The Grand Tour bevat tenslotte ook nog eens twee nieuwe songs, die een fraai bluesy geluid laten horen. Het is een geluid dat aansluit bij het geluid op zijn laatste plaat Popular Problems, die de inmiddels 80 jaar oude Leonard Cohen ook nog maar even heeft gemaakt.

Waar de stem van Leonard Cohen tijdens een drie uur durende show wel eens een steekje laat vallen, klinken de vocalen tijdens de soundchecks verrassend goed. Can't Forget: A Souvenir Of The Grand Tour sluit qua geluid natuurlijk naadloos aan op de live-platen die de afgelopen jaren zijn verschenen, maar laat een aantal songs horen die de echte Leonard Cohen fan zeker niet wil missen.

Ik reken mezelf zeker niet tot de fanatieke fans van de Canadese troubadour, maar heb genoten van iedere noot op Can't Forget: A Souvenir Of The Grand Tour. De criticus zal misschien beweren dat Leonard Cohen het wat overdrijft wanneer het gaat om het uitbrengen van live-platen, maar voor de muziekliefhebber is ook dit tussendoortje weer een ware traktatie. Erwin Zijleman

Leonard Cohen - Live in Dublin (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leonard Cohen - Live In Dublin - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Leonard Cohen duikt met zijn Popular Problems de komende weken op in menig jaarlijstje dat er toe doet en dat mag best verrassend worden genoemd.

Er valt echter niets op af te dingen. Popular Problems is een overtuigende plaat met sterke songs en geweldige teksten. Hoewel de inmiddels 80-jarige Leonard Cohen al lang niet meer de grote zanger is die ooit was, weet hij zijn prachtige teksten op zulke overtuigende wijze voor te dragen, dat hij iedere willekeurige jonge nachtegaal naar de kroon steekt.

Leonard Cohen is momenteel voor de afwisseling eens niet op tournee, maar de tour die hem in 2013 ook twee keer naar Nederland bracht staat bij een ieder die er bij was nog in het geheugen gegrift. Zo ook bij mij. Ik ben dan ook heel blij met de live-registratie Live In Dublin, die deze week is verschenen.

De cover van Live In Dublin lijkt als twee druppels water op die van Live In London uit 2008, maar in muzikaal opzicht zijn de platen, ondanks een ook redelijk vergelijkbare tracklist, wel degelijk verschillend. Het laagje gruis op de stembanden van Leonard Cohen is nog wat groter geworden en verder is Cohen de laatste jaren met een net wat andere band op stap geweest.

Belangrijkste verschil is dat de blaasinstrumenten zijn vervangen door een viool en dat vind ik persoonlijk een verbetering. Leonard Cohen moet tijdens zijn ruim drie uur durende shows af en toe even op adem komen en hierdoor krijgt zijn band nog meer ruimte dan in het verleden.

Het is een band waarin naast de al genoemde violist vooral de gitaristen en de organist de aandacht trekken. Hiernaast zijn er uiteraard de prachtige achtergrondvocalen van Sharon Robinson en de briljante Webb Sisters, die de ruimte die Leonard Cohen in vocaal opzicht open laat (en dat is flink wat ruimte) op bijzonder fraaie wijze inkleuren.

Live In Dublin werd een maand voor de concerten in Rotterdam en Amsterdam opgenomen en heeft een vergelijkbare tracklist. Het is een tracklist die voert langs alle hoogtepunten in het oeuvre van Leonard Cohen. Het is een oeuvre dat zijn gelijke niet kent, want Leonard Cohen behoort tot het selecte groepje grootheden met een volstrekt uniek geluid.

Het knappe van Live In Dublin vind ik dat er geen poging is gedaan om het live-geluid wat op te poetsen. We krijgen een complete show, geen selectie uit het beste van een tour. Oppoetsen is ook niet nodig voor de subliem spelende band of voor de engelachtige vocalen van The Webb Sisters en Sharon Robinson, maar de vocalen van Leonard Cohen laten duidelijk horen dat hij inmiddels stevig op leeftijd is en ten tijde van de opnames bovendien al een jaar op tournee was.

Is het erg dat de stem van Leonard Cohen af en toe wat hapert? Ik vind het persoonlijk geen enkel probleem. Juist de kwetsbaarheid in zijn stem geeft zijn voordracht extra lading en bovendien heb ik de uitvoeringen van een nog beter zingende Leonard Cohen al lang in huis.

Live In Dublin weet 3 cd’s te boeien met geweldige songs, een fantastische band, unieke teksten (Leonard Cohen is meer een dichter dan een songwriter) en een zanger op leeftijd die zich 3 uur lang volledig geeft en je keer op keer te pakken heeft.

Live In Dublin, dat ook nog eens een DVD of Blu-Ray bevat, is een onmisbaar document voor een ieder die er vorig jaar bij was in Rotterdam of Amsterdam, maar het is ook een document dat de aandacht verdient van de critici die Leonard Cohen inmiddels hebben afgeschreven en daarom ook Popular Problems ten onrechte links hebben laten liggen. Ik behoor tot de eerste groep en heb genoten van de eerste luisterbeurt. Er zullen er nog vele volgen. Erwin Zijleman

Leonard Cohen - Popular Problems (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leonard Cohen - Popular Problems - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Leonard Cohen viert vandaag zijn 80e verjaardag, maar zijn hoge leeftijd weerhoudt hem er niet van opnieuw een nieuwe plaat uit te brengen. Deze nieuwe plaat volgt op een jarenlange, buitengewoon indrukwekkende, tour, die hem vorig jaar nog twee keer naar Nederland bracht, en is de opvolger van het in 2012 nog als slotakkoord aangekondigde Old Ideas.

Popular Problems is pas de dertiende studioplaat van Leonard Cohen, die in 1967 debuteerde met het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide Songs From Leonard Cohen en inmiddels een zeer memorabel stapeltje platen op zijn naam heeft staan, waarin zwakke schakels ontbreken (zijn zwakste plaat is waarschijnlijk Various Positions uit 1985, maar dit is wel de plaat met Hallelujah; inmiddels waarschijnlijk zijn bekendste en een van zijn meest geliefde songs).

Leonard Cohen nam in zijn lange carrière vaak de tijd voor het uitbrengen van nieuwe platen, maar is op zijn oude dag, want zo mag je het langzamerhand toch wel noemen, opvallend productief. Leonard Cohen levert bovendien uitsluitend vakwerk af, wat op zijn leeftijd een betrekkelijk zeldzaam fenomeen is. Ook Popular Problems is weer een opvallend goede plaat, die prima aansluit op de platen die Leonard Cohen de afgelopen decennia heeft gemaakt en die sinds I’m Your Man uit 1988 een opvallend consistent geluid laten horen.

Popular Problems werd gemaakt met topproducer Patrick Leonard, die een flinke vinger in de pap heeft op de plaat. Patrick Leonard is nog altijd vooral bekend van zijn werk voor Madonna, maar heeft inmiddels gewerkt met een hele waslijst aan topmuzikanten en was ook op Leonard Cohen’s Old Ideas al van de partij. De Canadese topproducer schreef mee aan flink wat songs op de plaat en was voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de instrumentatie, maar Popular Problems is uiteindelijk in alles een Leonard Cohen plaat.

Popular Problems klinkt buitengewoon ingetogen, grotendeels akoestisch en bijzonder stemmig en valt op door fraaie accenten, waaronder wonderschone accenten van de viool, die ook tijdens zijn tour zo'n belangrijke rol speelden. Hiernaast spelen ook op Popular Problems ondersteunende vrouwenstemmen weer een belangrijke rol. Leonard Cohen beperkt zich inmiddels deels tot het voordragen van zijn nog altijd bijzonder indrukwekkende teksten, waarna de vrouwenstemmen mogen zorgen voor de melodieën en de frivoliteit. Het zijn dit keer niet de zangeressen waarmee Cohen de afgelopen jaren toerde, maar het resultaat mag er zijn.

In zijn teksten bespreekt Leonard Cohen op Popular Problems net zo makkelijk persoonlijke ongemakken, terugblikken op zijn leven als de grote politieke thema’s, maar in alle gevallen doet hij dit met zoveel gevoel dat het de luisteraar niet onberoerd kan laten. In muzikaal opzicht is Popular Problems een veelzijdige plaat. Cohen schotelt de luisteraar een aantal bluesy tracks voor (waarin hij stiekem richting Tom Waits kruipt), maar kiest ook voor jazz, folk en een vleugje country; alles ingebed in het inmiddels zo herkenbare Leonard Cohen geluid.

Zeker in vocaal opzicht heeft Leonard Cohen de afgelopen jaren flink moeten inleveren, maar de sterke songs, de mooie teksten, de indringende voordracht en de prachtige instrumentatie compenseren veel. Persoonlijk vind ik zijn stem overigens nog altijd prachtig, zeker wanneer Cohen wat meer aanzet en de ruwe emotie aan de oppervlakte komt. Op een aantal momenten doet Cohen veel meer dan het voordragen van zijn teksten en weet hij nog altijd de juiste en zeker een gevoelige snaar te raken.

Leonard Cohen heeft met Popular Problems al met al een plaat gemaakt die er echt toe doet. Er zijn heel wat veel jongere muzikanten van naam en faam die dat al heel lang niet meer gelukt is, wat Popular Problems alleen maar meer glans geeft. Popular Problems bevat een aantal hele mooie songs die op fascinerend gedreven wijze worden vertolkt door de man die van geen ophouden wil weten. Een diepe buiging is op zijn plaats. Erwin Zijleman

Leonard Cohen - Thanks for the Dance (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leonard Cohen - Thanks For The Dance - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Leonard Cohen - Thanks For The Dance
Leonard Cohen keert nog één keer terug met een prachtig gearrangeerd slotakkoord dat een half uur lang de aandacht opeist en diep ontroert

Drie jaar na zijn dood keert Leonard Cohen nog één keer terug met een album. Volgens zijn zoon Adam is het echt het laatste album en het is een album waar Adam zijn ziel en zaligheid in heeft gestoken. De hele ruwe schetsen en grotendeels gesproken teksten die overbleven na de You Want It Darker sessies zijn door Adam Cohen en een heel leger aan topmuzikanten verder ingekleurd. Dat is op bijzonder smaakvolle en subtiele wijze gedaan, waardoor de intense zang en gesproken woord van Leonard Cohen centraal staan. Thanks For The Dance is echter geen dichtbundel op muziek, maar een album dat geen moment misstaat in het niet heel omvangrijke maar desondanks bijzonder indrukwekkende oeuvre van Leonard Cohen.

Het is deze maand alweer drie jaar geleden dat Leonard Cohen overleed. Het een paar weken voor zijn dood uitgebrachte You Want It Darker leek lange tijd de zwanenzang van de Canadese singer-songwriter te zijn, maar er was nog wat restmateriaal van de You Want It Darker sessies en de tijd die Leonard Cohen daarna nog restte.

Het materiaal bestond in de meeste gevallen uit ruwe schetsen of zelfs alleen uit gesproken of gezongen teksten, maar het was de missie van Leonard’s zoon Adam om er een volwaardig album van te maken. Om direct maar met de deur in huis te vallen: dat is uitstekend gelukt.

De eerste muzikant die de ruwe schetsen die Leonard Cohen ons naliet verder mocht inkleuren was zijn vaste gitarist Javier Mas, die een prominente rol speelt in de instrumentatie op het deze week verschenen Thanks For The Dance en een deel van de songs fraai inkleurt met zijn zo'n herkenbare akoestische gitaarspel.

Hier liet Adam Cohen het niet bij, want de gastenlijst werd uiteindelijk zeer imposant. In de credits duiken topmuzikanten als Beck, Matt Chamberlain, Bryce Dessner (The National), Leslie Feist, Daniel Lanois, Patrick Leonard, Dustin O'Halloran, Richard Reed Parry (The Arcade Fire), Damien Rice en Patrick Watson op en uiteraard was er ook een plekje voor oudgedienden Sharon Robinson en Jennifer Warnes, die Leonard Cohen decennia lang fraai vocaal ondersteunden. Producer Adam Cohen deed ook nog een beroep op The Stargazer Orchestra en schakelde bovendien het Berlijnse koor Cantus Domus en het uit Montreal afkomstige Shaar Hashomayim koor, dat ook op You Want It Darker was te horen, in voor Thanks For The Dance.

Ondanks het enorm grote aantal muzikanten dat bijdroeg aan het album is Thanks For The Dance een uiterst ingetogen of zelfs sober album, waarop de stem van Leonard Cohen centraal staat. De teksten worden in veel gevallen voorgedragen zoals we dat kennen van zijn laatste album en het zijn zoals altijd teksten die alle aandacht verdienen. Op basis van de eerste track die het album voor ging (The Goal), was ik een beetje bang voor een serie gedichten op muziek, maar Thanks For The Dance bevat bijna uitsluitend echte songs.

De dichter Leonard Cohen vertelt op zijn definitieve zwanenzang nog een aantal bijzondere verhalen, die met veel urgentie worden vertolkt en prachtig zijn ingekleurd. In productioneel en muzikaal opzicht is Thanks For The Dance wat mij betreft een van de mooiste albums die Leonard Cohen gemaakt heeft, maar ook de songs op het album zijn meer dan restjes van de sessies die You Want It Darker opleverden. Thanks For The Dance duurt slechts 29 minuten, maar het zijn 29 minuten waarin de Canadese muzikant je nog één keer bij de strot grijpt met zijn uit duizenden herkenbare stijl.

Leonard Cohen staat in de boeken als één van de grootste singer-songwriters uit de geschiedenis van de popmuziek, maar uiteindelijk maakte hij in een carrière die zes decennia bestrijkt maar 15 studioalbums. Twee in de jaren 60, vier in de jaren 70, twee in de jaren 80, één in de jaren 90, twee in de jaren 00 en maar liefst vier in het afgelopen decennium.

Leonard Cohen stond in de laatste jaren van zijn leven vaker op het podium dan ooit tevoren en verkeerde ook op zijn albums in een uitstekende vorm. Het geldt ook weer voor Thanks For The Dance dat in alle opzichten een prachtig slotakkoord is. De archieven van Leonard Cohen zijn volgens zijn zoon Adam nu leeg, maar Adam verdient lof en respect voor het creëren van een Leonard Cohen album dat ik echt niet had willen missen. Erwin Zijleman

Leonard Cohen - You Want It Darker (2016)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leonard Cohen - You Want It Darker - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Leonard Cohen heeft zijn nieuwe plaat flink wat lading meegegeven door onlangs te verkondigen dat hij klaar is voor de dood (een uitspraak die hij inmiddels overigens al weer heeft gerelativeerd).

You Want It Darker ontkomt hierdoor niet aan de vergelijking met David Bowie’s Blackstar en Nick Cave’s Skeleton Tree, maar waar de dood op deze platen zeer nabij was of een voldongen feit, is er bij Leonard Cohen vooral sprake van verzoening met de uiteindelijk onvermijdelijke dood.

De 82-jarige singer-songwriter gaf een paar jaar geleden nog concerten van ruim drie uur, maar oogt inmiddels broos. Stevige fysieke beperkingen hebben Leonard Cohen er niet van weerhouden om nog maar eens een plaat uit te brengen. You Want It Darker is al zijn derde studioplaat dit decennium; alleen in de jaren 70 maakte hij er meer (4).

Het is een plaat die weer anders klinkt dan voorganger Popular Problems uit 2014, waarop Cohen de stampende blues omarmde. You Want It Darker is door de thematiek (sterfelijkheid, afscheid, acceptatie en religie staan centraal) nog wat donkerder gekleurd, maar is ook veel intiemer, intenser en ingetogener dan zijn voorgangers.

Dat hoor je in de instrumentatie die vrijwel over de hele linie uiterst stemmig en sober is, met een hoofdrol voor piano, gitaar en orgel, en dat hoor je in de vocalen die breekbaar, maar ook ontspannen klinken. De songs, die Cohen samen met oudgedienden Patrick Leonard en Sharon Robinson schreef, graven bovendien wat dieper dan de songs op Popular Problems en zijn meer dan eens van een enorme schoonheid.

Voor de productie van zijn nieuwe plaat vertrouwde Leonard Cohen op de kwaliteiten van zoon Adam, die heeft gekozen voor een fraai ingetogen geluid zonder veel opsmuk. Het geeft de fascinerende stem van Leonard Cohen en zijn unieke manier van zingen of voordragen alle ruimte. Cohen klinkt misschien wat kwetsbaarder dan een paar jaar geleden, maar zijn stem is nog lang niet gebroken.

Accenten worden spaarzaam geplaatst door vrouwenstemmen (van onder andere Alison Krauss en Dana Glover), strijkers en dit keer ook door het koor van de synagoge van Montreal. Het geeft de plaat een emotionele lading die varieert van verdriet en weemoed tot rust en bewondering.

You Want It Darker telt negen songs en duurt slechts 36 minuten, maar het zijn 36 minuten vol schoonheid en ontroering. Net als David Bowie en Nick Cave dit jaar en Johnny Cash in zijn laatste jaren, heeft Leonard Cohen gevoelens over de dood kunnen vertalen naar songs die moeten worden gerekend tot zijn beste.

Of You Want It Darker uiteindelijk ook een slotakkoord is zal de tijd moeten leren, maar als het zo is, is het een groots slotakkoord dat recht doet aan de muzikant en dichter Leonard Cohen. Erwin Zijleman

Leonore - Phoenix (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Leonore - Phoenix - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Brussel is de laatste dagen vooral negatief in het nieuws, maar er komt ook veel moois uit de Belgische hoofdstad.

De Brusselse band Leonore werd aan het begin van het jaar door een gerenommeerde Belgische website uitgeroepen tot talent van het jaar en maakt dit nu meer dan waar met haar debuut Phoenix.

De basis van Leonore wordt gevormd door zangeres Chloë Nols, die met haar mooie en warme vocalen voor een belangrijk deel verantwoordelijk is voor de betovering op het debuut van Leonore.

Phoenix verrast met vooral intieme luisterliedjes en het zijn luisterliedjes vol diepgang. Die diepgang hoor je bijvoorbeeld in de bijzonder fraaie instrumentatie, waarin ingetogen klanken van gitaar en piano uitstekend samengaan met eigenzinnige arrangementen met strijkers of percussie.

De instrumentatie op Phoenix is stemmig en licht melancholisch, maar het is ook een instrumentatie vol spanning en avontuur. Het past allemaal prachtig bij de uitstekende zang van Chloë Nols, die uitstekend uit de voeten kan in intieme singer-songwriter muziek, maar ook wat complexere songs makkelijk naar een hoger plan kan tillen met veelzijdige vocalen. Chloë Nols verrast niet alleen met wonderschone zang, maar ook met bijzondere teksten, die het debuut van Leonore van nog wat meer diepgang voorzien.

Ik was direct bij eerste beluistering diep onder de indruk van de stemmige klanken op het debuut van Leonore, maar Phoenix is ook nog eens een plaat die flink lang door blijft groeien.

Als promomateriaal ontving ik één bestand met alle tracks. Dat vond ik in eerste instantie niet heel handig, maar het heeft er wel voor gezorgd dat ik Phoenix als één geheel ben gaan beluisteren en ben gaan waarderen. Dat ligt tegenwoordig wat minder voor de hand dan in het verleden, maar het voegt wel degelijk iets toe aan de luisterervaring.

Zeker als de avond valt wint Phoenix van Leonore snel aan kracht, waarbij het niet zoveel uitmaakt of de band kiest voor zeer intieme luisterliedjes of voor voorzichtige flirts met aanstekelijke pop. Op beide terreinen overtuigt de band opvallend makkelijk.

Leonore werd op basis van een enkele track in België uitgeroepen tot talent van het jaar en ik begrijp waarom. Phoenix is immers een plaat om zielsveel van te houden. Het is een plaat die verwarmt en betovert, maar het is ook een plaat die intrigeert, aanzet tot nadenken en die steeds weer nieuwe dingen laat horen.

Er is dit veel jaar al veel moois uit België gekomen, maar Phoenix van Leonore steekt er met kop en schouders boven uit. Over het algemeen weten we in Nederland wel raad met de krenten uit de Belgische popmuziek. Laat dat voor deze prachtplaat niet anders zijn. Erwin Zijleman