Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Slowdive - Everything Is Alive (2023)

4,5
7
geplaatst: 2 september 2023, 10:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Slowdive - everything is alive - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Slowdive - everything is alive
De comeback van Slowdive in 2017 leek te blijven steken op één album, maar met everything is alive laat de Britse band horen dat het nog springlevend is en levert het een album af dat niet onder doet voor haar beste werk
De Britse band Slowdive heeft op haar vijfde album niet veel tijd nodig om de luisteraar te overtuigen. Op everything is alive vertrouwt de band op een aantal beproefde ingrediënten uit het verleden, maar voegt het ook meer elektronica en wat andere invloeden toe, waaronder invloeden uit de postpunk. Het nieuwe album van de roemruchte band bevat een aantal lange en vaak lome en sfeervolle tracks, maar onderhuids kan het aardig rommelen, wat weer prachtig contrasteert met de zachte stemmen van Neil Halstead en Rachel Goswell. Slowdive maakte in de jaren 90 drie onbetwiste klassiekers, maar het nu verschenen everything is alive doet er echt niet voor onder. Prachtalbum.
De Britse band Slowdive werd in 1989 opgericht en groeide in de jaren 90 uit tot een van de vaandeldragers van de shoegaze. De band leverde met Just For A Day uit 1991, Souvlaki uit 1993 en Pygmalion uit 1995 drie geweldige albums af. Het zijn albums die worden geschaard onder de kroonjuwelen van de shoegaze, maar de Britse band liet zich zeker niet beperken door het keurslijf van het destijds gloednieuwe genre en verwerkte ook invloeden uit omliggende en wat verder weg gelegen genres, wat de albums van de band nog wat mooier en intrigerender maakte.
Ondanks de schoonheid van de albums van Slowdive werd de band gedumpt door het Creation label van Alan McGee, waarna een doorstart als Mojave 3 volgde. Mojave 3 maakte voor het roemruchte 4AD label vijf uitstekende albums, waarop het vizier net wat meer op de dreampop, slowcore en sadcore werd gericht en hiernaast waren er interessante soloprojecten van met name Rachel Goswell en Neil Halstead. Vanaf 2014 stond Slowdive weer met enige regelmaat op het podium, wat in 2017 een verassend sterk titelloos comeback album opleverde.
De opvolger van dit album werd flink vertraagd door de coronapandemie, maar deze week is met everything is alive (geen hoofdletters) dan toch nog het vijfde album van Slowdive verschenen. Het album werd gemaakt in de oerbezetting van de band met bassist Nick Chaplin, drummer Simon Scott, gitarist Christian Savill, gitarist, toetsenist en zanger Neil Halstead en zangeres Rachel Goswell.
Het album opent met aan Kraftwerk herinnerende elektronica, maar wanneer de andere instrumenten en de zang invallen klinkt het toch al snel als Slowdive. De Britse band verwerkt nog altijd invloeden uit de shoegaze in haar muziek, maar everything is alive heeft zich ook stevig laten beïnvloeden door de postpunk, zeker in de wat donkerdere tracks, die meer dan eens aan The Cure doen denken.
De combinatie van gruizige gitaarmuren met hier en daar gitaarexplosies, diepe bassen, subtiele drums, wolken met zweverige synths en de nog altijd prachtige stemmen van Rachel Goswell en Neil Halstead werkt wat mij betreft nog net zo goed als in de jaren 90, maar Slowdive is zeker niet blijven hangen in het decennium waarin het zo genadeloos werd gedumpt door haar label.
Het nieuwe album van de Britse band bevat acht tracks, waarvan de helft langer dan vijf minuten duurt en de andere helft hier dicht tegenaan zit. In de wat langere tracks is volop ruimte voor stemmige passages en het instrumentale prayer remembered heeft zelfs een filmisch karakter. Op everything is alive kan het meerdere kanten op met Slowdive, wat een uitstekend album oplevert, dat steeds weer de aandacht trekt met subtiele accenten en wonderschone passages.
Het tempo ligt op het hele album laag en de sfeer is op het eerste gehoor misschien wat dromerig maar uiteindelijk vooral donker, wat het gevolg is van de trieste persoonlijke en familieomstandigheden waarmee meerdere bandleden te maken kregen de afgelopen jaren. Het album is donker, maar zeker niet deprimerend, want achter de donkere wolken schijnt de zon.
Er zijn niet veel bands die er in slagen om na lange afwezigheid terug te keren met een geslaagd album en er zijn er nog minder die het comeback album een goed vervolg weten te geven. Slowdive slaagt hier wel in, want everything is alive klinkt geen moment overbodig en is wat mij betreft een zeer waardevolle aanvulling op het nog altijd kleine maar bijzondere oeuvre van de band. Het zou zelfs zomaar uit kunnen groeien tot een van de beste albums van de band en dat zegt wat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Slowdive - everything is alive - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Slowdive - everything is alive
De comeback van Slowdive in 2017 leek te blijven steken op één album, maar met everything is alive laat de Britse band horen dat het nog springlevend is en levert het een album af dat niet onder doet voor haar beste werk
De Britse band Slowdive heeft op haar vijfde album niet veel tijd nodig om de luisteraar te overtuigen. Op everything is alive vertrouwt de band op een aantal beproefde ingrediënten uit het verleden, maar voegt het ook meer elektronica en wat andere invloeden toe, waaronder invloeden uit de postpunk. Het nieuwe album van de roemruchte band bevat een aantal lange en vaak lome en sfeervolle tracks, maar onderhuids kan het aardig rommelen, wat weer prachtig contrasteert met de zachte stemmen van Neil Halstead en Rachel Goswell. Slowdive maakte in de jaren 90 drie onbetwiste klassiekers, maar het nu verschenen everything is alive doet er echt niet voor onder. Prachtalbum.
De Britse band Slowdive werd in 1989 opgericht en groeide in de jaren 90 uit tot een van de vaandeldragers van de shoegaze. De band leverde met Just For A Day uit 1991, Souvlaki uit 1993 en Pygmalion uit 1995 drie geweldige albums af. Het zijn albums die worden geschaard onder de kroonjuwelen van de shoegaze, maar de Britse band liet zich zeker niet beperken door het keurslijf van het destijds gloednieuwe genre en verwerkte ook invloeden uit omliggende en wat verder weg gelegen genres, wat de albums van de band nog wat mooier en intrigerender maakte.
Ondanks de schoonheid van de albums van Slowdive werd de band gedumpt door het Creation label van Alan McGee, waarna een doorstart als Mojave 3 volgde. Mojave 3 maakte voor het roemruchte 4AD label vijf uitstekende albums, waarop het vizier net wat meer op de dreampop, slowcore en sadcore werd gericht en hiernaast waren er interessante soloprojecten van met name Rachel Goswell en Neil Halstead. Vanaf 2014 stond Slowdive weer met enige regelmaat op het podium, wat in 2017 een verassend sterk titelloos comeback album opleverde.
De opvolger van dit album werd flink vertraagd door de coronapandemie, maar deze week is met everything is alive (geen hoofdletters) dan toch nog het vijfde album van Slowdive verschenen. Het album werd gemaakt in de oerbezetting van de band met bassist Nick Chaplin, drummer Simon Scott, gitarist Christian Savill, gitarist, toetsenist en zanger Neil Halstead en zangeres Rachel Goswell.
Het album opent met aan Kraftwerk herinnerende elektronica, maar wanneer de andere instrumenten en de zang invallen klinkt het toch al snel als Slowdive. De Britse band verwerkt nog altijd invloeden uit de shoegaze in haar muziek, maar everything is alive heeft zich ook stevig laten beïnvloeden door de postpunk, zeker in de wat donkerdere tracks, die meer dan eens aan The Cure doen denken.
De combinatie van gruizige gitaarmuren met hier en daar gitaarexplosies, diepe bassen, subtiele drums, wolken met zweverige synths en de nog altijd prachtige stemmen van Rachel Goswell en Neil Halstead werkt wat mij betreft nog net zo goed als in de jaren 90, maar Slowdive is zeker niet blijven hangen in het decennium waarin het zo genadeloos werd gedumpt door haar label.
Het nieuwe album van de Britse band bevat acht tracks, waarvan de helft langer dan vijf minuten duurt en de andere helft hier dicht tegenaan zit. In de wat langere tracks is volop ruimte voor stemmige passages en het instrumentale prayer remembered heeft zelfs een filmisch karakter. Op everything is alive kan het meerdere kanten op met Slowdive, wat een uitstekend album oplevert, dat steeds weer de aandacht trekt met subtiele accenten en wonderschone passages.
Het tempo ligt op het hele album laag en de sfeer is op het eerste gehoor misschien wat dromerig maar uiteindelijk vooral donker, wat het gevolg is van de trieste persoonlijke en familieomstandigheden waarmee meerdere bandleden te maken kregen de afgelopen jaren. Het album is donker, maar zeker niet deprimerend, want achter de donkere wolken schijnt de zon.
Er zijn niet veel bands die er in slagen om na lange afwezigheid terug te keren met een geslaagd album en er zijn er nog minder die het comeback album een goed vervolg weten te geven. Slowdive slaagt hier wel in, want everything is alive klinkt geen moment overbodig en is wat mij betreft een zeer waardevolle aanvulling op het nog altijd kleine maar bijzondere oeuvre van de band. Het zou zelfs zomaar uit kunnen groeien tot een van de beste albums van de band en dat zegt wat. Erwin Zijleman
Slowdive - Slowdive (2017)

4,0
0
geplaatst: 8 mei 2017, 17:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Slowdive - Slowdive - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Slowdive werd in 1989 in het Engelse Reading opgericht en maakte in de eerste helft van de jaren 90 drie briljante platen.
Just For A Day uit 1991, Souvlaki uit 1993 en Pygmalion uit 1995 (overigens als 3 cd set voor een laag bedrag te koop) staan bol van de invloeden uit de ambient, post-rock, shoegaze en dreampop en moeten in de twee laatstgenoemde genres absoluut worden gerekend tot de klassiekers.
Toen het relatief experimentele Pygmalion in 1995 verscheen was het doek voor Slowdive eigenlijk al gevallen. Neil Halstead en Rachel Goswell, de belangrijkste leden van de band, gingen verder als Mojave 3, maar wisten het hoge niveau van de platen van Slowdive niet meer te benaderen.
Bijna twintig jaar na het laatste levensteken stond Slowdive vanaf 2014 weer met enige regelmaat op het podium en nu is er dan, na een afwezigheid van 22 jaar, de vierde plaat van de Britse band.
Ik had op voorhand wel wat twijfels over de juistheid van de beslissing van de band om een nieuwe plaat op te nemen. De nagenoeg perfecte trilogie uit de jaren 90 leek immers niet te benaderen en ook de concurrentie van nieuwe bands die voortborduren op de hoogtijdagen van de shoegaze en dreampop is momenteel erg groot.
De eerste noten van de nieuwe en titelloze plaat van Slowdive nemen echter alle twijfel weg. Slowdive keert terug met wonderschone gitaarlijnen en een atmosferisch geluid vol galm dat onmiddellijk benevelt. De dromerige zang van Neil Halstead en de nog altijd engelachtige vocalen van Rachel Goswell doen de rest.
Laat de nieuwe plaat van Slowdive uit de speakers komen en je bent onmiddellijk terug in de jaren 90. Op hetzelfde moment sta je ook nog met één been in het heden, want in tegenstelling tot de meeste nieuwe shoegaze en dreampop bands, doet Slowdive op haar nieuwe plaat meer dan het reproduceren van het glorieuze geluid uit het verleden.
De leden van de band hebben sinds 1995 stevig aan de weg getimmerd met andere bands en projecten en hebben al deze ervaring meegenomen naar de studio. De nieuwe plaat van Slowdive borduurt absoluut voort op de gloriejaren van de band, maar laat ook een wat zweveriger geluid horen dat uitstekend past bij de honingzoete melodieën waarop de band nog altijd het patent lijkt te hebben. Het is overigens een geluid dat goed laat horen hoezeer bijvoorbeeld The Xx zich heeft laten beïnvloeden door de platen van Slowdive.
Bij eerste beluistering vond ik de acht, over het algemeen wat langere, tracks op de plaat nog redelijk eenvormig, maar bij herhaalde en intensieve beluistering en zeker bij beluistering met de koptelefoon openbaart zich een muzikaal landschap vol geheimen.
Slowdive maakt op haar comeback plaat wonderschone muziek vol avontuur, die meer dan eens doet vermoeden dat de tijd 22 jaar stil heeft gestaan, maar die ook gehakt maakt van alle jonge bands die een graantje mee willen pikken van de shoegaze en dreampop revival. Het gitaarwerk is zoals altijd wonderschoon en ook de zang op de plaat is prachtig. De benevelende en zoete klanken trekken de laatste twijfels over de streep. Ik had vooraf flink wat twijfels, maar de comeback plaat van Slowdive is echt betoverend mooi. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Slowdive - Slowdive - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Slowdive werd in 1989 in het Engelse Reading opgericht en maakte in de eerste helft van de jaren 90 drie briljante platen.
Just For A Day uit 1991, Souvlaki uit 1993 en Pygmalion uit 1995 (overigens als 3 cd set voor een laag bedrag te koop) staan bol van de invloeden uit de ambient, post-rock, shoegaze en dreampop en moeten in de twee laatstgenoemde genres absoluut worden gerekend tot de klassiekers.
Toen het relatief experimentele Pygmalion in 1995 verscheen was het doek voor Slowdive eigenlijk al gevallen. Neil Halstead en Rachel Goswell, de belangrijkste leden van de band, gingen verder als Mojave 3, maar wisten het hoge niveau van de platen van Slowdive niet meer te benaderen.
Bijna twintig jaar na het laatste levensteken stond Slowdive vanaf 2014 weer met enige regelmaat op het podium en nu is er dan, na een afwezigheid van 22 jaar, de vierde plaat van de Britse band.
Ik had op voorhand wel wat twijfels over de juistheid van de beslissing van de band om een nieuwe plaat op te nemen. De nagenoeg perfecte trilogie uit de jaren 90 leek immers niet te benaderen en ook de concurrentie van nieuwe bands die voortborduren op de hoogtijdagen van de shoegaze en dreampop is momenteel erg groot.
De eerste noten van de nieuwe en titelloze plaat van Slowdive nemen echter alle twijfel weg. Slowdive keert terug met wonderschone gitaarlijnen en een atmosferisch geluid vol galm dat onmiddellijk benevelt. De dromerige zang van Neil Halstead en de nog altijd engelachtige vocalen van Rachel Goswell doen de rest.
Laat de nieuwe plaat van Slowdive uit de speakers komen en je bent onmiddellijk terug in de jaren 90. Op hetzelfde moment sta je ook nog met één been in het heden, want in tegenstelling tot de meeste nieuwe shoegaze en dreampop bands, doet Slowdive op haar nieuwe plaat meer dan het reproduceren van het glorieuze geluid uit het verleden.
De leden van de band hebben sinds 1995 stevig aan de weg getimmerd met andere bands en projecten en hebben al deze ervaring meegenomen naar de studio. De nieuwe plaat van Slowdive borduurt absoluut voort op de gloriejaren van de band, maar laat ook een wat zweveriger geluid horen dat uitstekend past bij de honingzoete melodieën waarop de band nog altijd het patent lijkt te hebben. Het is overigens een geluid dat goed laat horen hoezeer bijvoorbeeld The Xx zich heeft laten beïnvloeden door de platen van Slowdive.
Bij eerste beluistering vond ik de acht, over het algemeen wat langere, tracks op de plaat nog redelijk eenvormig, maar bij herhaalde en intensieve beluistering en zeker bij beluistering met de koptelefoon openbaart zich een muzikaal landschap vol geheimen.
Slowdive maakt op haar comeback plaat wonderschone muziek vol avontuur, die meer dan eens doet vermoeden dat de tijd 22 jaar stil heeft gestaan, maar die ook gehakt maakt van alle jonge bands die een graantje mee willen pikken van de shoegaze en dreampop revival. Het gitaarwerk is zoals altijd wonderschoon en ook de zang op de plaat is prachtig. De benevelende en zoete klanken trekken de laatste twijfels over de streep. Ik had vooraf flink wat twijfels, maar de comeback plaat van Slowdive is echt betoverend mooi. Erwin Zijleman
Slowspin - Talisman (2023)

4,5
0
geplaatst: 26 mei 2023, 17:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Slowspin - TALISMAN - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Slowspin - TALISMAN
De Pakistaanse muzikante Zeerak Ahmed levert als Slowspin het fascinerende en betoverend mooie TALISMAN af, dat op bijzondere wijze een brug slaat tussen verschillende muzikale werelden
Arooj Aftab veroverde de afgelopen jaren de harten van verrassend veel muziekliefhebbers met het bijzondere Vulture Prince. Haar landgenote Zeerak Ahmed kan wel eens hetzelfde gaan doen met het onder de naam Slowspin uitgebrachte TALISMAN. Het is een album dat meerdere stijlen uit de Westerse popmuziek combineert en hier vervolgens invloeden uit de Pakistaanse en Indiase muziek aan toevoegt. De muziek van Slowspin is dromerig en subtiel, maar ook beeldend en bezwerend. TALISMAN is een album vol bijzondere geheimen, die je langzaam maar zeker gaat ontdekken. Het is een album dat niet lijkt op welk ander album dan ook en dat maakt TALISMAN heel speciaal.
Slowspin is het alter ego van de in het Pakistaanse Karachi geboren, maar al een tijd vanuit de Verenigde Staten opererende muzikante Zeerak Ahmed. Als Slowspin levert ze deze week een buitengewoon fascinerend en werkelijk wonderschoon album af. TALISMAN is mijn eerste kennismaking met de muziek van Slowspin, maar het is het tweede album van de Pakistaanse muzikante, al was het in 2015 verschenen Between Shadows In Water eerder een minialbum.
TALISMAN is zeker geen makkelijk album, maar alle tijd die je in de muziek van Slowspin investeert wordt dubbel en dwars terug betaald. Het is geen makkelijk album omdat Zeerak Ahmed haar afkomst zeker niet verloochent op TALISMAN. Slowspin zingt deels in de talen waarmee ze opgroeide, Urdu, Farsi en Purbi, maar ook de zang van Zeerak Ahmed heeft zich nadrukkelijk laten beïnvloeden door de zang uit de regio waarin ze opgroeide. Invloeden uit de Pakistaanse en Indiase muziek beperken zich niet tot de teksten en de zang, want ook de opbouw van de songs wijkt af van de in het Westen gangbare wijze.
Voor de inkleuring van haar songs vertrouwde Slowspin juist wel op het instrumentarium uit de Westerse popmuziek. De basis voor het album werd gelegd tijdens een drie dagen durende opnamesessie in een studio in Brooklyn, New York. Zeerak Ahmed nam samen met de gelouterde muzikanten Shahzad Ismaily (ook bekend van de eveneens Pakistaanse muzikante Arooj Aftaab), Grey Mcmurray, Aaron Roche en Greg Fox uitgebreid de tijd om te improviseren en experimenteren, waarna de songs op het album langzaam vorm kregen.
De songs die bestonden uit elektrische gitaren, akoestische gitaren, piano, bas en drums werden vervolgens verder ingekleurd door een aantal gastmuzikanten, die onder andere fluit, pedal steel, viool en synths toevoegden aan het mysterieuze geluid van Slowspin, dat nog wat mysterieuzer wordt door de zang. Het is een geluid dat lastig is te omschrijven, want naast invloeden uit de traditionele Pakistaanse en Indiase muziek hebben ook invloeden uit de folk, psychedelica, ambient, dreampop, jazz en avant garde hun weg gevonden naar de bijzondere muziek van Slowspin.
Die muziek klinkt op basis van het bovenstaande misschien niet heel toegankelijk, maar de muziek van Slowspin is ook zeker niet ontoegankelijk. De bijna rustgevende klanken en mooie melodieën op het album zorgen voor een bijna serene sfeer, die wordt versterkt door de teksten in exotische talen en door de bijzondere manier van zingen.
TALISMAN doet het uitstekend als rustgevende achtergrondmuziek en heeft dan een bijna meditatief karakter, maar de muziek van Zeerak Ahmed is te mooi en te interessant om er niet met volledige aandacht naar te luisteren. Iedere keer als ik luister naar het album hoor ik weer nieuwe dingen en ondanks het feit dat ik ook na vele keren horen nog lang niet alle geheimen van TALISMAN heb ontrafeld, is het album van Slowspin nu al een album dat ik koester.
Het is een album dat net als Vulture Prince van Arooj Aftab in staat moet worden geacht om een verrassend breed publiek aan te spreken, waarbij positieve recensies als die van het gerenommeerde en kritische Pitchfork zeker zullen helpen. Bijzonder album, dat is zeker en het album is voor mij echt nog lang niet uitgegroeid. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Slowspin - TALISMAN - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Slowspin - TALISMAN
De Pakistaanse muzikante Zeerak Ahmed levert als Slowspin het fascinerende en betoverend mooie TALISMAN af, dat op bijzondere wijze een brug slaat tussen verschillende muzikale werelden
Arooj Aftab veroverde de afgelopen jaren de harten van verrassend veel muziekliefhebbers met het bijzondere Vulture Prince. Haar landgenote Zeerak Ahmed kan wel eens hetzelfde gaan doen met het onder de naam Slowspin uitgebrachte TALISMAN. Het is een album dat meerdere stijlen uit de Westerse popmuziek combineert en hier vervolgens invloeden uit de Pakistaanse en Indiase muziek aan toevoegt. De muziek van Slowspin is dromerig en subtiel, maar ook beeldend en bezwerend. TALISMAN is een album vol bijzondere geheimen, die je langzaam maar zeker gaat ontdekken. Het is een album dat niet lijkt op welk ander album dan ook en dat maakt TALISMAN heel speciaal.
Slowspin is het alter ego van de in het Pakistaanse Karachi geboren, maar al een tijd vanuit de Verenigde Staten opererende muzikante Zeerak Ahmed. Als Slowspin levert ze deze week een buitengewoon fascinerend en werkelijk wonderschoon album af. TALISMAN is mijn eerste kennismaking met de muziek van Slowspin, maar het is het tweede album van de Pakistaanse muzikante, al was het in 2015 verschenen Between Shadows In Water eerder een minialbum.
TALISMAN is zeker geen makkelijk album, maar alle tijd die je in de muziek van Slowspin investeert wordt dubbel en dwars terug betaald. Het is geen makkelijk album omdat Zeerak Ahmed haar afkomst zeker niet verloochent op TALISMAN. Slowspin zingt deels in de talen waarmee ze opgroeide, Urdu, Farsi en Purbi, maar ook de zang van Zeerak Ahmed heeft zich nadrukkelijk laten beïnvloeden door de zang uit de regio waarin ze opgroeide. Invloeden uit de Pakistaanse en Indiase muziek beperken zich niet tot de teksten en de zang, want ook de opbouw van de songs wijkt af van de in het Westen gangbare wijze.
Voor de inkleuring van haar songs vertrouwde Slowspin juist wel op het instrumentarium uit de Westerse popmuziek. De basis voor het album werd gelegd tijdens een drie dagen durende opnamesessie in een studio in Brooklyn, New York. Zeerak Ahmed nam samen met de gelouterde muzikanten Shahzad Ismaily (ook bekend van de eveneens Pakistaanse muzikante Arooj Aftaab), Grey Mcmurray, Aaron Roche en Greg Fox uitgebreid de tijd om te improviseren en experimenteren, waarna de songs op het album langzaam vorm kregen.
De songs die bestonden uit elektrische gitaren, akoestische gitaren, piano, bas en drums werden vervolgens verder ingekleurd door een aantal gastmuzikanten, die onder andere fluit, pedal steel, viool en synths toevoegden aan het mysterieuze geluid van Slowspin, dat nog wat mysterieuzer wordt door de zang. Het is een geluid dat lastig is te omschrijven, want naast invloeden uit de traditionele Pakistaanse en Indiase muziek hebben ook invloeden uit de folk, psychedelica, ambient, dreampop, jazz en avant garde hun weg gevonden naar de bijzondere muziek van Slowspin.
Die muziek klinkt op basis van het bovenstaande misschien niet heel toegankelijk, maar de muziek van Slowspin is ook zeker niet ontoegankelijk. De bijna rustgevende klanken en mooie melodieën op het album zorgen voor een bijna serene sfeer, die wordt versterkt door de teksten in exotische talen en door de bijzondere manier van zingen.
TALISMAN doet het uitstekend als rustgevende achtergrondmuziek en heeft dan een bijna meditatief karakter, maar de muziek van Zeerak Ahmed is te mooi en te interessant om er niet met volledige aandacht naar te luisteren. Iedere keer als ik luister naar het album hoor ik weer nieuwe dingen en ondanks het feit dat ik ook na vele keren horen nog lang niet alle geheimen van TALISMAN heb ontrafeld, is het album van Slowspin nu al een album dat ik koester.
Het is een album dat net als Vulture Prince van Arooj Aftab in staat moet worden geacht om een verrassend breed publiek aan te spreken, waarbij positieve recensies als die van het gerenommeerde en kritische Pitchfork zeker zullen helpen. Bijzonder album, dat is zeker en het album is voor mij echt nog lang niet uitgegroeid. Erwin Zijleman
Sly & The Family Stone - There's a Riot Goin' On (1971)

4,0
0
geplaatst: 13 juli 2025, 19:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sly & The Family Stone - There's A Riot Goin' On (1971) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sly & The Family Stone - There's A Riot Goin' On (1971)
Sly & The Family Stone was maar een paar jaar succesvol, maar leverde in deze periode wel een aantal geweldige albums af, waaronder het uitstekende en zeer invloedrijke There's A Riot Goin' On uit 1971
De Amerikaanse muzikant Sylvester Stewart, beter bekend als Sly Stone, overleed vorige maand. Het is een naam die voor velen onbekend is, want de hoogtijdagen van Sly en zijn band The Family Stone waren aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 en beslaan slechts een handvol albums. Het zijn albums die goed maar vooral heel invloedrijk zijn, want velen hebben zich laten beïnvloeden door de muziek van Sly & The Family Stone, onder wie zeker Prince. Het is allemaal goed te horen op There's A Riot Goin' On, een van de beste albums van de Amerikaanse band en wat mij betreft de beste. Sly Stone is niet meer, maar zijn muzikale erfenis mag niet worden vergeten.
De dood van Sly Stone vorige maand werd helaas wat overschaduwd door de dood van Brian Wilson twee dagen later. Hij is misschien ook niet zo bekend als de man achter de meesterwerken van The Beach Boys, maar ook Sly Stone moet worden gerekend tot de grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek en bovendien als een muzikant die enorm veel invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de popmuziek.
Sly Stone was de artiestenaam van de Amerikaanse muzikant Sylvester Stewart, die al op jonge leeftijd zijn eerste stappen in de muziek zette. Het succes kwam toen hij zichzelf Sly Stone ging noemen en zijn band The Family Stone formeerde. Het debuut van Sly & The Family Stone verscheen in 1967 en deed nog niet veel. Het debuutalbum van de band klonk ook als een vrij standaard soulalbum en daar waren er destijds heel veel van.
Op het een jaar later verschenen Dance To The Music begon het geluid van Sly & The Family Stone vorm te krijgen. De soul van het debuutalbum werd verrijkt met funk, rock en psychedelica en klonk opeens een stuk opwindender en orgineler. Het is een lijn die werd doorgetrokken op de albums Life uit 1968 en Stand! uit 1969, die Sly Stone en zijn band op de kaart wisten te zetten als een van de meest opwindende bands van dat moment.
De Texaanse muzikant maakte zelf indruk, maar wist ook een aantal uitstekende muzikanten om zich heen te verzamelen, onder wie bassist Larry Graham en later ook topdrummer Andy Newmark. Het talent van Sly & The Family Stone kwam na de genoemde albums nog één keer samen op het in 1971 verschenen en politiek gekleurde There's A Riot Goin' On.
Mede door het drugsgebruik van Sly Stone ging het hierna snel bergafwaarts. De albums werden een stuk minder goed en het grote publiek verruilde de psychedelische funk van de band voor de op dat moment razend populaire disco. Het zou nooit meer goed komen met de Amerikaanse muzikant, die vorige maand op 82-jarige leeftijd overleed. De muzikale erfenis van Sly & The Family Stone werd in de jaren 80 echter opgepikt door Prince, die gretig gebruik maakte van de blauwdruk die Sly Stone aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 uitdacht.
Hoeveel invloed Sly Stone heeft gehad op Prince hoor je goed wanneer je naar There's A Riot Goin' On uit 1971 luistert. De mix van soul, psychedelica, rock en funk, de politieke maar ook seksueel getinte teksten en de diversiteit in zowel de zang als de muziek zijn ingrediënten die je ook op de beste albums van Prince hoort. Stampende funk en jankende gitaren gaan ook bij Sly & The Family Stone hand in hand en zo zijn er nog wel meer overeenkomsten te horen tussen het werk van Sly Stone en dat van Prince.
Persoonlijk vind ik het beste van Prince echt veel beter dan het beste van Sly & The Family Stone, maar There's A Riot Goin' On is absoluut een memorabel album. Het is een album dat zeker opvalt door de zeer politieke teksten, die passen in het tijdsbeeld van de vroege jaren 70, maar het is ook een album met een meedogenloze funkinjectie waarin vooral de bassen en de gitaren opvallen. Ik mis af en toe wat de songs met een kop en een staart, maar het album bevat ook een serie geweldige songs, waarin Sly Stone laat horen dat hij ook een uitstekend zanger was. Prince deed er een decennium later nadrukkelijk zijn voordeel mee, maar de grote Sly Stone mogen we ook niet vergeten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Sly & The Family Stone - There's A Riot Goin' On (1971) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sly & The Family Stone - There's A Riot Goin' On (1971)
Sly & The Family Stone was maar een paar jaar succesvol, maar leverde in deze periode wel een aantal geweldige albums af, waaronder het uitstekende en zeer invloedrijke There's A Riot Goin' On uit 1971
De Amerikaanse muzikant Sylvester Stewart, beter bekend als Sly Stone, overleed vorige maand. Het is een naam die voor velen onbekend is, want de hoogtijdagen van Sly en zijn band The Family Stone waren aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 en beslaan slechts een handvol albums. Het zijn albums die goed maar vooral heel invloedrijk zijn, want velen hebben zich laten beïnvloeden door de muziek van Sly & The Family Stone, onder wie zeker Prince. Het is allemaal goed te horen op There's A Riot Goin' On, een van de beste albums van de Amerikaanse band en wat mij betreft de beste. Sly Stone is niet meer, maar zijn muzikale erfenis mag niet worden vergeten.
De dood van Sly Stone vorige maand werd helaas wat overschaduwd door de dood van Brian Wilson twee dagen later. Hij is misschien ook niet zo bekend als de man achter de meesterwerken van The Beach Boys, maar ook Sly Stone moet worden gerekend tot de grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek en bovendien als een muzikant die enorm veel invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de popmuziek.
Sly Stone was de artiestenaam van de Amerikaanse muzikant Sylvester Stewart, die al op jonge leeftijd zijn eerste stappen in de muziek zette. Het succes kwam toen hij zichzelf Sly Stone ging noemen en zijn band The Family Stone formeerde. Het debuut van Sly & The Family Stone verscheen in 1967 en deed nog niet veel. Het debuutalbum van de band klonk ook als een vrij standaard soulalbum en daar waren er destijds heel veel van.
Op het een jaar later verschenen Dance To The Music begon het geluid van Sly & The Family Stone vorm te krijgen. De soul van het debuutalbum werd verrijkt met funk, rock en psychedelica en klonk opeens een stuk opwindender en orgineler. Het is een lijn die werd doorgetrokken op de albums Life uit 1968 en Stand! uit 1969, die Sly Stone en zijn band op de kaart wisten te zetten als een van de meest opwindende bands van dat moment.
De Texaanse muzikant maakte zelf indruk, maar wist ook een aantal uitstekende muzikanten om zich heen te verzamelen, onder wie bassist Larry Graham en later ook topdrummer Andy Newmark. Het talent van Sly & The Family Stone kwam na de genoemde albums nog één keer samen op het in 1971 verschenen en politiek gekleurde There's A Riot Goin' On.
Mede door het drugsgebruik van Sly Stone ging het hierna snel bergafwaarts. De albums werden een stuk minder goed en het grote publiek verruilde de psychedelische funk van de band voor de op dat moment razend populaire disco. Het zou nooit meer goed komen met de Amerikaanse muzikant, die vorige maand op 82-jarige leeftijd overleed. De muzikale erfenis van Sly & The Family Stone werd in de jaren 80 echter opgepikt door Prince, die gretig gebruik maakte van de blauwdruk die Sly Stone aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 uitdacht.
Hoeveel invloed Sly Stone heeft gehad op Prince hoor je goed wanneer je naar There's A Riot Goin' On uit 1971 luistert. De mix van soul, psychedelica, rock en funk, de politieke maar ook seksueel getinte teksten en de diversiteit in zowel de zang als de muziek zijn ingrediënten die je ook op de beste albums van Prince hoort. Stampende funk en jankende gitaren gaan ook bij Sly & The Family Stone hand in hand en zo zijn er nog wel meer overeenkomsten te horen tussen het werk van Sly Stone en dat van Prince.
Persoonlijk vind ik het beste van Prince echt veel beter dan het beste van Sly & The Family Stone, maar There's A Riot Goin' On is absoluut een memorabel album. Het is een album dat zeker opvalt door de zeer politieke teksten, die passen in het tijdsbeeld van de vroege jaren 70, maar het is ook een album met een meedogenloze funkinjectie waarin vooral de bassen en de gitaren opvallen. Ik mis af en toe wat de songs met een kop en een staart, maar het album bevat ook een serie geweldige songs, waarin Sly Stone laat horen dat hij ook een uitstekend zanger was. Prince deed er een decennium later nadrukkelijk zijn voordeel mee, maar de grote Sly Stone mogen we ook niet vergeten. Erwin Zijleman
Sly and The Family Stone - Live at the Fillmore East (2015)

4,5
0
geplaatst: 26 juli 2015, 11:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sly & The Family Stone - Live At The Fillmore East, October 4th & 5th - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij Live At The Fillmore East denk ik in eerste instantie aan de roemruchte live-plaat van The Allmann Brothers Band. De Southern rock band stond in het voorjaar van 1971 in de roemruchte concertzaal in New York en imponeerde met een show die uiteindelijk de basis zou vormen voor één van de beste live-platen aller tijden.
Een paar jaar eerder kon het ook al behoorlijk spoken in The Fillmore East. Op 4 en 5 oktober 19868 bijvoorbeeld toen Sly & The Family Stone op het podium stonden.
De band rond Sly Stone moest haar beste platen op dat moment nog maken, maar live stond de muziek van de band al als een huis.
Live At The Fillmore East verscheen eerder dit jaar al op gekleurd vinyl ter ere van Record Store Day, maar nu is dan ook een omvangrijkere cd-box verschenen. Live At The Fillmore East, October 4th & 5th bestaat uit 4 cd’s en bevat opnamen van vier shows. En wat voor shows.
De muziek van Sly & The Family Stone ontbreekt helaas in veel platenkasten, maar de band zou enorm veel invloed hebben, bijvoorbeeld op Prince. De live-shows van Sly & The Family Stone hebben de psychedelica, de funk en de energie van de live-shows van het genie uit Minneapolis, maar voegen een flinke hoeveelheid soul en blues toe. Het is de soul die James Brown in dezelfde periode maakte, maar de muziek van Sly & The Family Stone is rauwer en avontuurlijker.
Ik geef eerlijk toe dat ik ook niet heel veel van Sly & The Family Stone in huis heb, maar deze geweldige live-set wil ik niet meer missen. Live At The Fillmore East, October 4th & 5th is er immers in geslaagd om de rauwe energie van de live-set uit 1968 te vangen en het is een live-set die vier cd’s lang weet te imponeren.
Live At The Fillmore East, October 4th & 5th is een roller coaster ride waarin de snelheid flink wordt opgevoerd en voornamelijk hoge pieken voorbij komen. Uiteraard lang niet zo bekend als de live-set van The Allmann Brothers Band, maar in kwalitatief opzicht zeker niet veel minder. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sly & The Family Stone - Live At The Fillmore East, October 4th & 5th - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij Live At The Fillmore East denk ik in eerste instantie aan de roemruchte live-plaat van The Allmann Brothers Band. De Southern rock band stond in het voorjaar van 1971 in de roemruchte concertzaal in New York en imponeerde met een show die uiteindelijk de basis zou vormen voor één van de beste live-platen aller tijden.
Een paar jaar eerder kon het ook al behoorlijk spoken in The Fillmore East. Op 4 en 5 oktober 19868 bijvoorbeeld toen Sly & The Family Stone op het podium stonden.
De band rond Sly Stone moest haar beste platen op dat moment nog maken, maar live stond de muziek van de band al als een huis.
Live At The Fillmore East verscheen eerder dit jaar al op gekleurd vinyl ter ere van Record Store Day, maar nu is dan ook een omvangrijkere cd-box verschenen. Live At The Fillmore East, October 4th & 5th bestaat uit 4 cd’s en bevat opnamen van vier shows. En wat voor shows.
De muziek van Sly & The Family Stone ontbreekt helaas in veel platenkasten, maar de band zou enorm veel invloed hebben, bijvoorbeeld op Prince. De live-shows van Sly & The Family Stone hebben de psychedelica, de funk en de energie van de live-shows van het genie uit Minneapolis, maar voegen een flinke hoeveelheid soul en blues toe. Het is de soul die James Brown in dezelfde periode maakte, maar de muziek van Sly & The Family Stone is rauwer en avontuurlijker.
Ik geef eerlijk toe dat ik ook niet heel veel van Sly & The Family Stone in huis heb, maar deze geweldige live-set wil ik niet meer missen. Live At The Fillmore East, October 4th & 5th is er immers in geslaagd om de rauwe energie van de live-set uit 1968 te vangen en het is een live-set die vier cd’s lang weet te imponeren.
Live At The Fillmore East, October 4th & 5th is een roller coaster ride waarin de snelheid flink wordt opgevoerd en voornamelijk hoge pieken voorbij komen. Uiteraard lang niet zo bekend als de live-set van The Allmann Brothers Band, maar in kwalitatief opzicht zeker niet veel minder. Erwin Zijleman
Smerz - Big City Life (2025)

4,5
0
geplaatst: 9 december 2025, 18:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Smerz - Big city life - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Smerz - Big city life
De Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork maakt dit jaar hele bijzondere keuzes in haar jaarlijstje, maar met het eigenzinnige popalbum van het Noorse duo Smerz heeft de eigenzinnige website het bij het juiste eind
Big city life van Smerz deed het afgelopen voorjaar volgens mij niet heel veel in Nederland, maar met name in de Verenigde Staten kon het Noorse duo dat bestaat uit Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt rekenen op positieve recensies. Pitchfork was haar recensie nog niet vergeten en riep het album van Smerz vorige week uit tot het popalbum van 2025. Ik hoorde het in eerste instantie niet, maar als je de tijd neemt voor de muziek van het tweetal uit Oslo valt er veel op zijn plek. Smerz maakt eigenzinnige en soms bijna minimalistische popmuziek, maar de songs van Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt hebben ook iets aanstekelijks. Ik had tot deze week nog nooit van Smerz gehoord, maar ik heb wel wat met dit album.
Het is december en dus worden we momenteel overspoeld door een vloedgolf aan jaarlijstjes. Er zijn altijd een paar jaarlijstjes waar ik met speciale belangstelling naar uitkijk en het jaarlijstje van Pitchfork is er een van. De Amerikaanse muziekwebsite heeft er dit jaar een bijzonder lijstje van gemaakt met een top 10 waarin maar liefst zeven albums staan die ik niet ken, wat enigszins oncomfortabel voelt, maar ook de fantasie prikkelt.
Pitchfork heeft ook een lijst gemaakt met uitsluitend popalbums, maar ook hierin kom ik nogal wat onbekende albums tegen. Het is ook een wat wonderlijke lijst, want de rangorde in de lijst met popalbums is niet consistent met de lijst waarin alle genres zijn vertegenwoordigd. Het zorgt voor een, in ieder geval voor mij, hele bijzondere nummer één, want Pitchfork kiest het voor mij totaal onbekende Big city life van Smerz als beste popalbum van 2025.
Pitchfork opent haar aanprijzing van het album met de volgende zin: “Possibility, aspiration, fantasy: These are the currencies of pop music, and Smerz are making their own mint.” Hierna volgen nog een aantal alinea’s tekst waar ik geen touw aan vast kan knopen, maar dat Smerz geen dertien in een dozijn popmuziek maakt was me vervolgens wel duidelijk.
Smerz is een Noors duo dat bestaat uit Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt. De twee schreven de songs op Big city life en tekenden ook voor de uitvoering en de productie. Het is zo ongeveer alle info die is te vinden op de bandcamp pagina van het tweetal uit Oslo, dat naar verluidt een groot deel van de tijd in Kopenhagen doorbrengt.
Big city life doet het goed op een aantal eigenzinnige muziekwebsites, waaronder die van Pitchfork, maar heeft verder niet heel veel aandacht gekregen. Het is dan ook geen album dat in één adem kan en zal worden genoemd met de grote popalbums van 2025. Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt maken niet de makkelijkste muziek en maken bovendien muziek die constant van kleur verandert, waardoor de muziek van Smerz weinig houvast biedt.
Het album opent met minimalistische elektronica en de wat onderkoelde zang van de twee, waarna een piano wordt toegevoegd. In de tweede track wordt een bijzonder ritme en wat ruis op de achtergrond gecombineerd met zang en wederom klinkt het wat minimalistisch. Toch begrijp ik wel dat Pitchfork het album van Smerz als pop bestempeld, want de songs van het Noorse tweetal klinken misschien bijzonder, maar zijn zeker niet ontoegankelijk.
Ik moest absoluut wennen aan de songs van Smerz, die deels met elektronica en deels met organische instrumenten zijn ingekleurd, maar eenmaal gewend aan de bijzondere klanken, de bijzondere songstructuren en de zang van Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt begon ik te horen wat Pitchfork hoort in Big city life.
Het is knap hoe het tweetal met beperkte middelen maximaal effect weet te sorteren en het is minstens even knap hoe ritmes, elektronica piano een geheel vormen en prachtig samenvloeien met de zang. Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt gaan met dit album niet de wereld veroveren, maar liefhebbers van popmuziek die anders klinkt dan de mainstream popmuziek van het moment vinden veel van hun gading op dit bijzondere album.
Luister net een keer meer dan je eigenlijk van plan bent en alles valt op zijn plek, waarna de bijzondere songs van Smerz opeens hopeloos verslavend kunnen zijn. Dat heeft Pitchfork toch weer knap gehoord, zoals zo vaak. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Smerz - Big city life - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Smerz - Big city life
De Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork maakt dit jaar hele bijzondere keuzes in haar jaarlijstje, maar met het eigenzinnige popalbum van het Noorse duo Smerz heeft de eigenzinnige website het bij het juiste eind
Big city life van Smerz deed het afgelopen voorjaar volgens mij niet heel veel in Nederland, maar met name in de Verenigde Staten kon het Noorse duo dat bestaat uit Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt rekenen op positieve recensies. Pitchfork was haar recensie nog niet vergeten en riep het album van Smerz vorige week uit tot het popalbum van 2025. Ik hoorde het in eerste instantie niet, maar als je de tijd neemt voor de muziek van het tweetal uit Oslo valt er veel op zijn plek. Smerz maakt eigenzinnige en soms bijna minimalistische popmuziek, maar de songs van Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt hebben ook iets aanstekelijks. Ik had tot deze week nog nooit van Smerz gehoord, maar ik heb wel wat met dit album.
Het is december en dus worden we momenteel overspoeld door een vloedgolf aan jaarlijstjes. Er zijn altijd een paar jaarlijstjes waar ik met speciale belangstelling naar uitkijk en het jaarlijstje van Pitchfork is er een van. De Amerikaanse muziekwebsite heeft er dit jaar een bijzonder lijstje van gemaakt met een top 10 waarin maar liefst zeven albums staan die ik niet ken, wat enigszins oncomfortabel voelt, maar ook de fantasie prikkelt.
Pitchfork heeft ook een lijst gemaakt met uitsluitend popalbums, maar ook hierin kom ik nogal wat onbekende albums tegen. Het is ook een wat wonderlijke lijst, want de rangorde in de lijst met popalbums is niet consistent met de lijst waarin alle genres zijn vertegenwoordigd. Het zorgt voor een, in ieder geval voor mij, hele bijzondere nummer één, want Pitchfork kiest het voor mij totaal onbekende Big city life van Smerz als beste popalbum van 2025.
Pitchfork opent haar aanprijzing van het album met de volgende zin: “Possibility, aspiration, fantasy: These are the currencies of pop music, and Smerz are making their own mint.” Hierna volgen nog een aantal alinea’s tekst waar ik geen touw aan vast kan knopen, maar dat Smerz geen dertien in een dozijn popmuziek maakt was me vervolgens wel duidelijk.
Smerz is een Noors duo dat bestaat uit Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt. De twee schreven de songs op Big city life en tekenden ook voor de uitvoering en de productie. Het is zo ongeveer alle info die is te vinden op de bandcamp pagina van het tweetal uit Oslo, dat naar verluidt een groot deel van de tijd in Kopenhagen doorbrengt.
Big city life doet het goed op een aantal eigenzinnige muziekwebsites, waaronder die van Pitchfork, maar heeft verder niet heel veel aandacht gekregen. Het is dan ook geen album dat in één adem kan en zal worden genoemd met de grote popalbums van 2025. Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt maken niet de makkelijkste muziek en maken bovendien muziek die constant van kleur verandert, waardoor de muziek van Smerz weinig houvast biedt.
Het album opent met minimalistische elektronica en de wat onderkoelde zang van de twee, waarna een piano wordt toegevoegd. In de tweede track wordt een bijzonder ritme en wat ruis op de achtergrond gecombineerd met zang en wederom klinkt het wat minimalistisch. Toch begrijp ik wel dat Pitchfork het album van Smerz als pop bestempeld, want de songs van het Noorse tweetal klinken misschien bijzonder, maar zijn zeker niet ontoegankelijk.
Ik moest absoluut wennen aan de songs van Smerz, die deels met elektronica en deels met organische instrumenten zijn ingekleurd, maar eenmaal gewend aan de bijzondere klanken, de bijzondere songstructuren en de zang van Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt begon ik te horen wat Pitchfork hoort in Big city life.
Het is knap hoe het tweetal met beperkte middelen maximaal effect weet te sorteren en het is minstens even knap hoe ritmes, elektronica piano een geheel vormen en prachtig samenvloeien met de zang. Catharina Stoltenberg en Henriette Motzfeldt gaan met dit album niet de wereld veroveren, maar liefhebbers van popmuziek die anders klinkt dan de mainstream popmuziek van het moment vinden veel van hun gading op dit bijzondere album.
Luister net een keer meer dan je eigenlijk van plan bent en alles valt op zijn plek, waarna de bijzondere songs van Smerz opeens hopeloos verslavend kunnen zijn. Dat heeft Pitchfork toch weer knap gehoord, zoals zo vaak. Erwin Zijleman
Smoke Fairies - Carried in Sound (2023)

4,0
1
geplaatst: 22 november 2023, 13:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Smoke Fairies - Carried In Sound - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Smoke Fairies - Carried In Sound
De muziek van het Britse duo Smoke Fairies verschoot in het verleden al vaker van kleur en doet dat ook weer op Carried In Sound, waarop Jessica Davies en Katherine Blamire de folk weer omarmen
Jessica Davies en Katherine Blamire zijn als Smoke Fairies niet zo populair als bijvoorbeeld de Zweedse zussen Johanna en Klara Söderberg van First Aid Kit, maar ook de Britse zangeressen zijn goed voor fraaie harmonieën en bovendien hebben ze inmiddels een mooi en gevarieerd oeuvre opgebouwd. Smoke Fairies keert op haar nieuwe album Carried In Sound weer wat terug naar de folk van haar eerste albums, al is de zang dit keer wat traditioneler en de muziek juist wat moderner. Carried In Sound is een album dat je wat vaker moet horen, maar als je dit doet valt er steeds meer op zijn plek in zowel de zang als in de muziek op dit mooie album van de twee Britse muzikanten.
Toch wel enigszins tot mijn verbazing is het Britse duo Smoke Fairies met het deze week verschenen Carried In Sound al toe aan haar zesde officiële album. Met ook nog een stapeltje EP’s op hun naam zijn Jessica Davies en Katherine Blamire sinds 2010 behoorlijk productief en hiervoor maakten ze ook al twee albums in eigen beheer. Ik weet uit het verleden dat ik de muziek van Smoke Fairies meestal zeer kan waarderen, maar op een of andere manier verdwijnen de albums van de twee Britse muzikanten ook altijd weer snel uit mijn geheugen.
Ik heb mijn geheugen daarom even opgefrist en heb de vorige paar albums van Smoke Fairies weer eens beluisterd. Het zijn albums waarop Jessica Davies en Katherine Blamire begonnen bij wat traditioneel en pastoraal klinkende Britse folk, hierna wat opschoven richting blues, vervolgens meer invloeden uit de pop toe lieten, om zich op het in 2020 verschenen Darkness Brings The Wonders Home te omringen met behoorlijk stevige gitaren.
Van alle invloeden die het Britse duo de afgelopen 15 jaar omarmde bevielen de songs die zich vooral lieten beïnvloeden door Britse folk me het best en ik vind het persoonlijk dan ook goed nieuws dat Smoke Fairies zich op Carried In Sound weer wat meer laat beïnvloeden door deze Britse folk.
Het Britse duo nam haar nieuwe album op tijdens een van de lockdowns tijdens de coronapandemie. Jessica Davies en Katherine Blamire sloten zich op in een klein tuinhuis en namen de basis van de songs voor het album op met één microfoon en een laptop. Het verklaart dat Carried In Sound een stuk soberder klinkt dan het vorige album, waarop de gitaren nog zo stevig ronkten.
Op het nieuwe album van Jessica Davies en Katherine Blamire domineren de stemmen van de twee. Het zijn stemmen die flink van elkaar verschillen, waardoor de muziek van Smoke Fairies afwijkt van de muziek van alle zingende zussen die strooien met wonderschone harmonieën. De stemmen van de Britse zangeressen kleuren echter wel mooi bij elkaar, waardoor ook de harmonieën van Smoke Fairies zeer de moeite waard zijn.
De folky songs op Carried In Sound werden in het tuinhuis voorzien van bijdragen van gitaren, piano en elektronica, die de wat traditioneel klinkende songs voorzien van een eigentijds tintje. Na het afronden van de originele opnames werden nog viola partijen toegevoegd door de Britse muzikante Neil Walsh, maar verder hoor je uitsluitend Jessica Davies en Katherine Blamire.
Bij beluistering met de koptelefoon hoor je overigens veel beter hoe mooi het Britse tweetal bluesy gitaarlijnen heeft verstopt onder de traditioneel of zelfs wat pastoraal klinkende folky vocalen. Het levert een mooi contrast op tussen de traditioneel aandoende vocalen die herinneren aan oude Britse folk en de veel moderner klinkende accenten in de instrumentatie.
Carried In Sound is overigens een album dat mooier en interessanter wordt wanneer je het vaker hoort. Misschien is dat het recept om de muziek van dit interessante Britse duo langer in het geheugen te houden, want nu ik me weer wat verdiept hebt in de muziek van Smoke Fairies ben ik onder de indruk van de vocale kracht en zeker ook de muzikale veelzijdigheid van Jessica Davies en Katherine Blamire. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Smoke Fairies - Carried In Sound - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Smoke Fairies - Carried In Sound
De muziek van het Britse duo Smoke Fairies verschoot in het verleden al vaker van kleur en doet dat ook weer op Carried In Sound, waarop Jessica Davies en Katherine Blamire de folk weer omarmen
Jessica Davies en Katherine Blamire zijn als Smoke Fairies niet zo populair als bijvoorbeeld de Zweedse zussen Johanna en Klara Söderberg van First Aid Kit, maar ook de Britse zangeressen zijn goed voor fraaie harmonieën en bovendien hebben ze inmiddels een mooi en gevarieerd oeuvre opgebouwd. Smoke Fairies keert op haar nieuwe album Carried In Sound weer wat terug naar de folk van haar eerste albums, al is de zang dit keer wat traditioneler en de muziek juist wat moderner. Carried In Sound is een album dat je wat vaker moet horen, maar als je dit doet valt er steeds meer op zijn plek in zowel de zang als in de muziek op dit mooie album van de twee Britse muzikanten.
Toch wel enigszins tot mijn verbazing is het Britse duo Smoke Fairies met het deze week verschenen Carried In Sound al toe aan haar zesde officiële album. Met ook nog een stapeltje EP’s op hun naam zijn Jessica Davies en Katherine Blamire sinds 2010 behoorlijk productief en hiervoor maakten ze ook al twee albums in eigen beheer. Ik weet uit het verleden dat ik de muziek van Smoke Fairies meestal zeer kan waarderen, maar op een of andere manier verdwijnen de albums van de twee Britse muzikanten ook altijd weer snel uit mijn geheugen.
Ik heb mijn geheugen daarom even opgefrist en heb de vorige paar albums van Smoke Fairies weer eens beluisterd. Het zijn albums waarop Jessica Davies en Katherine Blamire begonnen bij wat traditioneel en pastoraal klinkende Britse folk, hierna wat opschoven richting blues, vervolgens meer invloeden uit de pop toe lieten, om zich op het in 2020 verschenen Darkness Brings The Wonders Home te omringen met behoorlijk stevige gitaren.
Van alle invloeden die het Britse duo de afgelopen 15 jaar omarmde bevielen de songs die zich vooral lieten beïnvloeden door Britse folk me het best en ik vind het persoonlijk dan ook goed nieuws dat Smoke Fairies zich op Carried In Sound weer wat meer laat beïnvloeden door deze Britse folk.
Het Britse duo nam haar nieuwe album op tijdens een van de lockdowns tijdens de coronapandemie. Jessica Davies en Katherine Blamire sloten zich op in een klein tuinhuis en namen de basis van de songs voor het album op met één microfoon en een laptop. Het verklaart dat Carried In Sound een stuk soberder klinkt dan het vorige album, waarop de gitaren nog zo stevig ronkten.
Op het nieuwe album van Jessica Davies en Katherine Blamire domineren de stemmen van de twee. Het zijn stemmen die flink van elkaar verschillen, waardoor de muziek van Smoke Fairies afwijkt van de muziek van alle zingende zussen die strooien met wonderschone harmonieën. De stemmen van de Britse zangeressen kleuren echter wel mooi bij elkaar, waardoor ook de harmonieën van Smoke Fairies zeer de moeite waard zijn.
De folky songs op Carried In Sound werden in het tuinhuis voorzien van bijdragen van gitaren, piano en elektronica, die de wat traditioneel klinkende songs voorzien van een eigentijds tintje. Na het afronden van de originele opnames werden nog viola partijen toegevoegd door de Britse muzikante Neil Walsh, maar verder hoor je uitsluitend Jessica Davies en Katherine Blamire.
Bij beluistering met de koptelefoon hoor je overigens veel beter hoe mooi het Britse tweetal bluesy gitaarlijnen heeft verstopt onder de traditioneel of zelfs wat pastoraal klinkende folky vocalen. Het levert een mooi contrast op tussen de traditioneel aandoende vocalen die herinneren aan oude Britse folk en de veel moderner klinkende accenten in de instrumentatie.
Carried In Sound is overigens een album dat mooier en interessanter wordt wanneer je het vaker hoort. Misschien is dat het recept om de muziek van dit interessante Britse duo langer in het geheugen te houden, want nu ik me weer wat verdiept hebt in de muziek van Smoke Fairies ben ik onder de indruk van de vocale kracht en zeker ook de muzikale veelzijdigheid van Jessica Davies en Katherine Blamire. Erwin Zijleman
Smoke Fairies - Darkness Brings the Wonders Home (2020)

4,5
0
geplaatst: 6 februari 2020, 16:55 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Smoke Fairies - Darkness Brings The Wonders Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Smoke Fairies - Darkness Brings The Wonders Home
Smoke Fairies drijft steeds wat verder weg van de traditionele Britse folk en combineert engelachtige vocalen dit keer met opvallend stevig gitaarwerk
Het is iedere keer weer spannend waar het Britse duo Smoke Fairies mee komt. De twee zangeressen uit Londen begonnen ooit met een album dat dicht tegen de traditionele Britse folk aan schuurde, maar op ieder nieuw album zet het duo weer een volgende stap. Op Darkness Brings The Wonders Home worden de fraaie vocalen en prachtige harmonieën van de twee gecombineerd met vaak verrassend stevig gitaarwerk en het pakt uitstekend uit. Smoke Fairies betovert ook dit keer met meeslepende popliedjes die een net andere weg kiezen dan je had verwacht. Ik vind alle albums van het duo tot dusver goed en dat geldt ook weer voor dit nieuwe album.
Album nummer vijf alweer voor het Britse duo Smoke Fairies. Jessica Davies en Katherine Blamire doken zo’n tien jaar geleden op met de bijzonder mooi ingekleurde folk op hun debuut Through Low Light And Trees. Het was nogal traditioneel aandoende Britse folk die, mede door de prachtige stemmen van de Britse zangeressen, herinnerde aan roemruchte bands als Fairport Convention, Pentangle en Steeleye Span.
Ik ben niet zo heel gek op traditionele Britse folk, maar Smoke Fairies hield haar variant spannend door een lekker volle instrumentatie met hier en daar invloeden uit de psychedelica, door mooie vaak repeterende gitaarlijnen en natuurlijk door de prachtige zang op het album.
Op Blood Speaks uit 2012 klonk Smoke Fairies weer net wat anders en kregen de nog steeds folky songs op het album een blues injectie, waarna het titelloze album uit 2014 wat opschoof richting pop en dreampop. In 2015 verscheen vervolgens het prachtig donker ingekleurde kerstalbum Wild Winter. Ik versleet het destijds voor een doorsnee kerstalbum, maar het is echt een heel mooi album waarop Jessica Davies en Katherine Blamire wat donkerder en soms wat steviger te werk gaan.
Sindsdien was het helaas stil rond het Britse duo, maar met Darkness Brings The Wonders Home is Smoke Fairies gelukkig weer terug. Iedereen die het tweetal de afgelopen tien jaar heeft gevolgd, weet dat Smoke Fairies al lang niet meer uitsluitend vasthoudt aan pastoraal klinkende Britse folk, maar toch wist het nieuwe album van Jessica Davies en Katherine Blamire me flink te verrassen.
Darkness Brings The Wonders Home opent met, voor Smoke Fairies begrippen, opvallend rauw gitaarwerk. De bluesy gitaarlick die de twee Britse zangeressen begeleidt zou niet misstaan op een album van The White Stripes of The Black Keys en past opvallend goed bij de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Jessica Davies en Katherine Blamire, die het stevigere gitaarwerk contrasteren met prachtige harmonieën.
De combinatie van de prachtige folky stemmen en het stevigere gitaarwerk wordt op een groot deel van het album in stand gehouden en riep bij mij associaties op met het werk van Cowboy Junkies en dat is een band die ik hoog heb zitten. De bijzondere combinatie van gitaren en zang doet op het eerste gehoor wat wonderlijk aan, maar het intrigeert ook. De stevige riffs en de engelachtige vocalen lijken elkaars tegenpolen, maar weten elkaar ook op bijzondere wijze te versterken en ook als de gitarist op het album los mag gaan in een stevige solo, valt het niet uit de toon. De stevige gitaren vallen natuurlijk het meest op in de instrumentatie, maar het is een instrumentatie die ook vol met andere instrumenten zit, wat je goed hoort wanneer je het album met de koptelefoon beluisterd.
Darkness Brings The Wonders Home heeft door de bijzondere combinatie van bluesy gitaren en folky zang al een bijzondere sfeer en die wordt nog eens versterkt door de teksten over magie in de meest uiteenlopende vormen. Naar verluidt is de platenmaatschappij van het Britse duo not amused met het nieuwe geluid van Jessica Davies en Katherine Blamire, maar ik vind ook de volgende stap van Smoke Fairies weer een moedige en een bijzondere. Het duo uit Londen heeft inmiddels vijf albums op haar naam staan. Ze zijn allemaal anders en allemaal goed. Ik ben daarom nu al benieuwd naar album nummers zes. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Smoke Fairies - Darkness Brings The Wonders Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Smoke Fairies - Darkness Brings The Wonders Home
Smoke Fairies drijft steeds wat verder weg van de traditionele Britse folk en combineert engelachtige vocalen dit keer met opvallend stevig gitaarwerk
Het is iedere keer weer spannend waar het Britse duo Smoke Fairies mee komt. De twee zangeressen uit Londen begonnen ooit met een album dat dicht tegen de traditionele Britse folk aan schuurde, maar op ieder nieuw album zet het duo weer een volgende stap. Op Darkness Brings The Wonders Home worden de fraaie vocalen en prachtige harmonieën van de twee gecombineerd met vaak verrassend stevig gitaarwerk en het pakt uitstekend uit. Smoke Fairies betovert ook dit keer met meeslepende popliedjes die een net andere weg kiezen dan je had verwacht. Ik vind alle albums van het duo tot dusver goed en dat geldt ook weer voor dit nieuwe album.
Album nummer vijf alweer voor het Britse duo Smoke Fairies. Jessica Davies en Katherine Blamire doken zo’n tien jaar geleden op met de bijzonder mooi ingekleurde folk op hun debuut Through Low Light And Trees. Het was nogal traditioneel aandoende Britse folk die, mede door de prachtige stemmen van de Britse zangeressen, herinnerde aan roemruchte bands als Fairport Convention, Pentangle en Steeleye Span.
Ik ben niet zo heel gek op traditionele Britse folk, maar Smoke Fairies hield haar variant spannend door een lekker volle instrumentatie met hier en daar invloeden uit de psychedelica, door mooie vaak repeterende gitaarlijnen en natuurlijk door de prachtige zang op het album.
Op Blood Speaks uit 2012 klonk Smoke Fairies weer net wat anders en kregen de nog steeds folky songs op het album een blues injectie, waarna het titelloze album uit 2014 wat opschoof richting pop en dreampop. In 2015 verscheen vervolgens het prachtig donker ingekleurde kerstalbum Wild Winter. Ik versleet het destijds voor een doorsnee kerstalbum, maar het is echt een heel mooi album waarop Jessica Davies en Katherine Blamire wat donkerder en soms wat steviger te werk gaan.
Sindsdien was het helaas stil rond het Britse duo, maar met Darkness Brings The Wonders Home is Smoke Fairies gelukkig weer terug. Iedereen die het tweetal de afgelopen tien jaar heeft gevolgd, weet dat Smoke Fairies al lang niet meer uitsluitend vasthoudt aan pastoraal klinkende Britse folk, maar toch wist het nieuwe album van Jessica Davies en Katherine Blamire me flink te verrassen.
Darkness Brings The Wonders Home opent met, voor Smoke Fairies begrippen, opvallend rauw gitaarwerk. De bluesy gitaarlick die de twee Britse zangeressen begeleidt zou niet misstaan op een album van The White Stripes of The Black Keys en past opvallend goed bij de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Jessica Davies en Katherine Blamire, die het stevigere gitaarwerk contrasteren met prachtige harmonieën.
De combinatie van de prachtige folky stemmen en het stevigere gitaarwerk wordt op een groot deel van het album in stand gehouden en riep bij mij associaties op met het werk van Cowboy Junkies en dat is een band die ik hoog heb zitten. De bijzondere combinatie van gitaren en zang doet op het eerste gehoor wat wonderlijk aan, maar het intrigeert ook. De stevige riffs en de engelachtige vocalen lijken elkaars tegenpolen, maar weten elkaar ook op bijzondere wijze te versterken en ook als de gitarist op het album los mag gaan in een stevige solo, valt het niet uit de toon. De stevige gitaren vallen natuurlijk het meest op in de instrumentatie, maar het is een instrumentatie die ook vol met andere instrumenten zit, wat je goed hoort wanneer je het album met de koptelefoon beluisterd.
Darkness Brings The Wonders Home heeft door de bijzondere combinatie van bluesy gitaren en folky zang al een bijzondere sfeer en die wordt nog eens versterkt door de teksten over magie in de meest uiteenlopende vormen. Naar verluidt is de platenmaatschappij van het Britse duo not amused met het nieuwe geluid van Jessica Davies en Katherine Blamire, maar ik vind ook de volgende stap van Smoke Fairies weer een moedige en een bijzondere. Het duo uit Londen heeft inmiddels vijf albums op haar naam staan. Ze zijn allemaal anders en allemaal goed. Ik ben daarom nu al benieuwd naar album nummers zes. Erwin Zijleman
Smoke Fairies - Smoke Fairies (2014)

4,0
0
geplaatst: 22 april 2014, 16:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Smoke Fairies - Smoke Fairies - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Smoke Fairies, het Britse duo bestaande uit Katherine Blamire en Jessica Davies, wist me een jaar of vier geleden compleet in te pakken met het fraaie Through Low Light And Trees. Op deze plaat begon het tweetal bij de Britse folk uit de jaren 70, maar sleepte het er zoveel invloeden bij dat het predicaat Britse folk uiteindelijk maar slechts ten dele van toepassing bleek. Ik zie nu pas dat Smoke Fairies twee jaar geleden al met de opvolger van Through Low Light And Trees op de proppen kwam (Blood Speaks), maar deze plaat is me om onduidelijke redenen ontgaan. Daar ga ik me in een later stadium nog wel eens druk om maken, want onlangs verscheen de titelloze vierde plaat van het Britse duo, dat de afgelopen jaren ook veel tijd heeft doorgebracht in de Verenigde Staten en Canada. Of het daar mee te maken heeft weet ik niet, maar de vierde plaat van Smoke Fairies klinkt nog een stuk minder Brits dan de plaat die ik vier jaar geleden op deze BLOG omarmde. De veelzijdigheid is gelukkig gebleven. De plaat opent met een track die herinnert aan Californische pop uit de jaren 70, maar kiest vervolgens voor een donker geluid waarin stemmige elektronica een fraaie ondergrond biedt voor de mooie stemmen van het tweetal. Ook dit geluid wordt niet vast gehouden, want Smoke Fairies citeert ook uit de wereldvreemde 80s pop van het 4AD label, uit het oeuvre van Kate Bush, om vervolgens toch weer terug te keren naar de Amerikaanse popmuziek uit met name de jaren 70. Smoke Fairies is niet vies van pure pop, houdt van folky songs, schuwt uitstapjes richting rock niet en overgiet haar toch al zo bijzondere muziek graag met een psychedelisch sausje. De veelzijdige instrumentatie kleurt steeds weer prachtig bij de mooie stemmen van Katherine Blamire en Jessica Davies, waarbij het niet zoveel uit maakt of wordt gekozen voor organische instrumenten of elektronica. Het zijn stemmen die het zonder de hulp van de ander redden, die elkaar fraai kunnen versterken of die kunnen worden gecombineerd in harmonieën die toch weer herinneren aan de hoogtijdagen van de Britse folk. Smoke Fairies haalt haar invloeden uit een aantal decennia popmuziek, maar slaagt er ook bijna altijd in om eigentijds te klinken. Het maakt van de vierde plaat van het duo een legpuzzel die weinig houvast lijkt te bieden, maar uiteindelijk passen de stukjes op meerdere manieren in elkaar. Het siert het duo dat het niet alleen kiest voor de toegankelijke popmuziek die zomaar een breed publiek zou kunnen veroveren, maar dat het ook steeds andere wegen in slaat. Ik vind het daarom bijna onmogelijk om deze plaat in een hokje te duwen en ook vergelijken is lastig, al is het maar omdat niets heel lang stand houdt. Het is knap hoe Smoke Fairies steeds weer anders weet te klinken, maar uiteindelijk toch een consistente plaat aflevert. Het is een plaat die op heel veel manieren overtuigt en je daarom snel dierbaar wordt, ook al is het niet altijd even makkelijk om deze plaat te voorzien van het juiste etiket, al is dat meer een probleem voor de criticus dan voor de luisteraar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Smoke Fairies - Smoke Fairies - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Smoke Fairies, het Britse duo bestaande uit Katherine Blamire en Jessica Davies, wist me een jaar of vier geleden compleet in te pakken met het fraaie Through Low Light And Trees. Op deze plaat begon het tweetal bij de Britse folk uit de jaren 70, maar sleepte het er zoveel invloeden bij dat het predicaat Britse folk uiteindelijk maar slechts ten dele van toepassing bleek. Ik zie nu pas dat Smoke Fairies twee jaar geleden al met de opvolger van Through Low Light And Trees op de proppen kwam (Blood Speaks), maar deze plaat is me om onduidelijke redenen ontgaan. Daar ga ik me in een later stadium nog wel eens druk om maken, want onlangs verscheen de titelloze vierde plaat van het Britse duo, dat de afgelopen jaren ook veel tijd heeft doorgebracht in de Verenigde Staten en Canada. Of het daar mee te maken heeft weet ik niet, maar de vierde plaat van Smoke Fairies klinkt nog een stuk minder Brits dan de plaat die ik vier jaar geleden op deze BLOG omarmde. De veelzijdigheid is gelukkig gebleven. De plaat opent met een track die herinnert aan Californische pop uit de jaren 70, maar kiest vervolgens voor een donker geluid waarin stemmige elektronica een fraaie ondergrond biedt voor de mooie stemmen van het tweetal. Ook dit geluid wordt niet vast gehouden, want Smoke Fairies citeert ook uit de wereldvreemde 80s pop van het 4AD label, uit het oeuvre van Kate Bush, om vervolgens toch weer terug te keren naar de Amerikaanse popmuziek uit met name de jaren 70. Smoke Fairies is niet vies van pure pop, houdt van folky songs, schuwt uitstapjes richting rock niet en overgiet haar toch al zo bijzondere muziek graag met een psychedelisch sausje. De veelzijdige instrumentatie kleurt steeds weer prachtig bij de mooie stemmen van Katherine Blamire en Jessica Davies, waarbij het niet zoveel uit maakt of wordt gekozen voor organische instrumenten of elektronica. Het zijn stemmen die het zonder de hulp van de ander redden, die elkaar fraai kunnen versterken of die kunnen worden gecombineerd in harmonieën die toch weer herinneren aan de hoogtijdagen van de Britse folk. Smoke Fairies haalt haar invloeden uit een aantal decennia popmuziek, maar slaagt er ook bijna altijd in om eigentijds te klinken. Het maakt van de vierde plaat van het duo een legpuzzel die weinig houvast lijkt te bieden, maar uiteindelijk passen de stukjes op meerdere manieren in elkaar. Het siert het duo dat het niet alleen kiest voor de toegankelijke popmuziek die zomaar een breed publiek zou kunnen veroveren, maar dat het ook steeds andere wegen in slaat. Ik vind het daarom bijna onmogelijk om deze plaat in een hokje te duwen en ook vergelijken is lastig, al is het maar omdat niets heel lang stand houdt. Het is knap hoe Smoke Fairies steeds weer anders weet te klinken, maar uiteindelijk toch een consistente plaat aflevert. Het is een plaat die op heel veel manieren overtuigt en je daarom snel dierbaar wordt, ook al is het niet altijd even makkelijk om deze plaat te voorzien van het juiste etiket, al is dat meer een probleem voor de criticus dan voor de luisteraar. Erwin Zijleman
Smokescreens - A Strange Dream (2020)

4,0
0
geplaatst: 6 november 2020, 20:02 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Smokescreens - A Strange Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Smokescreens - A Strange Dream
Er zijn meerdere middelen tegen herfstdepressies, maar er werkt niets zo goed als popliedjes vol zonnestralen en honingzoete melodieën, zoals de popliedjes op A Strange Dream van Smokescreens
Smokescreens komt uit Los Angeles en daar schijnt de zon net wat vaker dan hier. Het is goed te horen op A Strange Dream, waarop de Amerikaanse band driftig strooit met jengelende gitaren, onweerstaanbare melodieën en geweldige refreinen. Laat dit album uit de speakers komen en de zonnestralen vliegen je om de oren. Smokescreens staat garant voor volstrekt tijdloze popliedjes die als een omvallende platenkast over je uit worden gestort. Heerlijk gitaarwerk, lome zang en Californische koortjes komen samen in songs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. Het is muziek die in de herfst en winter nauwelijks wordt gemaakt, maar ach wat is het lekker.
Het zijn momenteel sombere tijden. Buiten heeft de herfst het definitief gewonnen van de zomer, het nieuws is vooral grimmig en verder komen we maar niet van het coronavirus af, waardoor we weer in een steeds strengere lockdown terecht komen. Het vraagt om albums vol stemmige klanken en melancholie, waarmee je je heerlijk kunt opsluiten en die albums zijn er momenteel in overvloed.
Het zijn er zelfs zoveel dat ik stiekem begon te verlangen naar muziek vol zonnestralen. Die muziek komt uit Los Angeles, waar de zon nu eenmaal altijd schijnt. Smokescreens is een band uit Los Angeles, maar het zou ook zomaar een band uit Australië of Nieuw-Zeeland kunnen zijn. De band laat op A Strange Dream immers horen dat het de albums van The Go-Betweens van noot tot noot kent en ook de releases op het Nieuw-Zeelandse Flying Nun Records zijn voor Smokescreens gesneden koek.
A Strange Dream is het tweede album van de Amerikaanse band, maar het eerste dat hier uit de speakers komt. Het album opent direct met heerlijk jengelende gitaren, lome zang en honingzoete melodieën. Het roept associaties op met de beste jangle pop, met The Go-Betweens en een Nieuw-Zeelandse band als The Clean (waarover later meer) en zo kan ik nog wel even doorgaan, want ook Britse bands als The La’s en The Smiths hebben sporen nagelaten op A Strange Dream en ik kan de lijst nog eindeloos aanvullen. Verder verloochent Smokescreens haar afkomst niet met een subtiel vleugje Westcoast psychedelica en Westcoast pop.
Met name het gitaarwerk op het album spreekt zeer tot de verbeelding, al is het maar omdat het gitaarwerk is dat vol zit met zonnestralen. Laat A Strange Dream uit de speakers komen en de wereld ziet er anders uit. De herfst maakt weer even plaats voor de lente, het coronavirus blijkt een boze droom en de nieuwsapp strooit opeens driftig met goed nieuws.
De zonnestralen komen niet alleen uit het gitaarwerk, want ook de dromerige zang en de bijzonder lekker klinkende koortjes op het album zijn ver verwijderd van de muzikale herfstdepressies die de laatste weken zo vaak opduiken. Hiernaast heeft Smokescreens een heel goed gevoel voor popliedjes die je onmiddellijk vrolijk maken.
Het zijn tijdloze popliedjes die zich hebben laten inspireren door een veelheid aan invloeden, maar het zijn ook popliedjes die je onmiddellijk wilt omarmen en vervolgens voorgoed wilt koesteren. De ene keer honingzoet en vol invloeden uit vervlogen tijden, de volgende keer net wat gruiziger en eigentijdser.
Het komt allemaal bijzonder lekker uit de speakers en is knap geproduceerd door ene David Kilgour, die we ook kennen als voorman van de hierboven genoemde Nieuw-Zeelandse band The Clean. Het is tussen al die stemmige herfstplaten van het moment een wat vreemde eend in de bijt, maar ach wat klinkt het allemaal lekker. Acht songs in 23 minuten. Dat is kort, maar het is op een of andere manier ook genoeg. En als het niet genoeg is zet je deze portie zonnestralen gewoon nog eens op. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Smokescreens - A Strange Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Smokescreens - A Strange Dream
Er zijn meerdere middelen tegen herfstdepressies, maar er werkt niets zo goed als popliedjes vol zonnestralen en honingzoete melodieën, zoals de popliedjes op A Strange Dream van Smokescreens
Smokescreens komt uit Los Angeles en daar schijnt de zon net wat vaker dan hier. Het is goed te horen op A Strange Dream, waarop de Amerikaanse band driftig strooit met jengelende gitaren, onweerstaanbare melodieën en geweldige refreinen. Laat dit album uit de speakers komen en de zonnestralen vliegen je om de oren. Smokescreens staat garant voor volstrekt tijdloze popliedjes die als een omvallende platenkast over je uit worden gestort. Heerlijk gitaarwerk, lome zang en Californische koortjes komen samen in songs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. Het is muziek die in de herfst en winter nauwelijks wordt gemaakt, maar ach wat is het lekker.
Het zijn momenteel sombere tijden. Buiten heeft de herfst het definitief gewonnen van de zomer, het nieuws is vooral grimmig en verder komen we maar niet van het coronavirus af, waardoor we weer in een steeds strengere lockdown terecht komen. Het vraagt om albums vol stemmige klanken en melancholie, waarmee je je heerlijk kunt opsluiten en die albums zijn er momenteel in overvloed.
Het zijn er zelfs zoveel dat ik stiekem begon te verlangen naar muziek vol zonnestralen. Die muziek komt uit Los Angeles, waar de zon nu eenmaal altijd schijnt. Smokescreens is een band uit Los Angeles, maar het zou ook zomaar een band uit Australië of Nieuw-Zeeland kunnen zijn. De band laat op A Strange Dream immers horen dat het de albums van The Go-Betweens van noot tot noot kent en ook de releases op het Nieuw-Zeelandse Flying Nun Records zijn voor Smokescreens gesneden koek.
A Strange Dream is het tweede album van de Amerikaanse band, maar het eerste dat hier uit de speakers komt. Het album opent direct met heerlijk jengelende gitaren, lome zang en honingzoete melodieën. Het roept associaties op met de beste jangle pop, met The Go-Betweens en een Nieuw-Zeelandse band als The Clean (waarover later meer) en zo kan ik nog wel even doorgaan, want ook Britse bands als The La’s en The Smiths hebben sporen nagelaten op A Strange Dream en ik kan de lijst nog eindeloos aanvullen. Verder verloochent Smokescreens haar afkomst niet met een subtiel vleugje Westcoast psychedelica en Westcoast pop.
Met name het gitaarwerk op het album spreekt zeer tot de verbeelding, al is het maar omdat het gitaarwerk is dat vol zit met zonnestralen. Laat A Strange Dream uit de speakers komen en de wereld ziet er anders uit. De herfst maakt weer even plaats voor de lente, het coronavirus blijkt een boze droom en de nieuwsapp strooit opeens driftig met goed nieuws.
De zonnestralen komen niet alleen uit het gitaarwerk, want ook de dromerige zang en de bijzonder lekker klinkende koortjes op het album zijn ver verwijderd van de muzikale herfstdepressies die de laatste weken zo vaak opduiken. Hiernaast heeft Smokescreens een heel goed gevoel voor popliedjes die je onmiddellijk vrolijk maken.
Het zijn tijdloze popliedjes die zich hebben laten inspireren door een veelheid aan invloeden, maar het zijn ook popliedjes die je onmiddellijk wilt omarmen en vervolgens voorgoed wilt koesteren. De ene keer honingzoet en vol invloeden uit vervlogen tijden, de volgende keer net wat gruiziger en eigentijdser.
Het komt allemaal bijzonder lekker uit de speakers en is knap geproduceerd door ene David Kilgour, die we ook kennen als voorman van de hierboven genoemde Nieuw-Zeelandse band The Clean. Het is tussen al die stemmige herfstplaten van het moment een wat vreemde eend in de bijt, maar ach wat klinkt het allemaal lekker. Acht songs in 23 minuten. Dat is kort, maar het is op een of andere manier ook genoeg. En als het niet genoeg is zet je deze portie zonnestralen gewoon nog eens op. Erwin Zijleman
Smut - How the Light Felt (2022)

4,0
0
geplaatst: 16 november 2022, 15:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Smut - How The Light Felt - dekrentenuitdepop.blogspot.com.
Smut - How The Light Felt
De Amerikaanse band Smut citeert op How The Light Felt driftig uit de archieven van de 90s indierock, maar voegt ook iets van zichzelf toe aan de ook nog eens bijzonder aangenaam klinkende songs op het album
Ik vond het nieuwe album van de Amerikaanse band Smut op het eerste gehoor niet heel bijzonder klinken, maar de wel buitengewoon aangename songs op How The Light Felt blijken interessanter dan in eerste instantie gedacht. De band uit Chicago maakt geen geheim van haar inspiratiebronnen, maar het zijn er wel verrassend veel, wat het album van veel diepte voorziet. Met name door het gitaarwerk en de zang dringt het nieuwe album van Smut zich direct genadeloos op, maar hoe vaker ik naar dit album luister, hoe leuker en hoe interessanter het wordt. Zeker niet de zoveelste band die fantasieloos voortborduurt op de indierock uit de jaren 90 dus.
In de Amerikaanse muziekpers was er gelukkig flink wat aandacht voor How The Light Felt van Smut, want op basis van vluchtige beluistering had ik dit album waarschijnlijk laten liggen. Dat heeft niets te maken met de kwaliteit van de muziek van de Amerikaanse band. Smut maakt op haar tweede album, het debuutalbum van de band (End of Sam-soon) is inmiddels al vijf jaar oud, immers bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes en het zijn bovendien popliedjes die prachtig worden uitgevoerd.
Het zijn ook nog eens het soort popliedjes waar ik erg van hou, maar het zijn ook popliedjes waar ik al talloze albums vol van heb. Smut grijpt op How The Light Felt terug op de indierock uit de jaren 90 en dan met name op de indierock waarin vrouwenstemmen domineerden. Net zoals zoveel bands die teruggrijpen op de rockmuziek uit de jaren 90, voegt Smut ook nog wat flarden shoegaze en dreampop toe aan haar muziek. Ook dat zijn genres waarvoor ik zeker te porren ben, maar ook genres waarin het aanbod de afgelopen jaren zo groot was, dat verzadiging op de loer ligt. Bij vluchtige beluistering waren er daarom volop redenen geweest om het album van Smut te laten liggen, maar op basis van een aantal zeer positieve recensies was ik voldoende nieuwsgierig naar het album om er eens goed naar te luisteren.
Smut maakt op How The Light Felt inderdaad geen geheim van haar inspiratiebronnen. Ik zou de rest van deze recensie moeiteloos kunnen vullen met het noemen van namen van bands die in de jaren 90 klonken als Smut klinkt op haar nieuwe album, maar laat ik dat eens niet doen en me beperken tot een paar namen. De band uit Chicago heeft zich breed laten beïnvloeden en bestrijkt op haar album het complete terrein tussen The Sundays en Juliana Hatfield of tussen Mazzy Star en Belly en sleept er stiekem ook nog wat invloeden uit de jaren 80 bij, variërend van Cocteau Twins tot The Smiths.
How The Light Felt klink wat mij betreft echter ook voldoende eigentijds, waardoor voor mij snel duidelijk was dat dit voor de afwisseling eens niet meer van hetzelfde is. Het geluid van de band wordt bepaald door heerlijk gitaarwerk en al even aangename zang. Het gitaarwerk is veelzijdig en meestal heerlijk melodieus. Het is gitaarwerk dat over het algemeen ver verwijderd blijft van de gruizige gitaarmuren uit de jaren 90, maar vooral teruggrijpt op het gitaarwerk van Johnny Marr in zijn jonge dagen of op het gitaarwerk uit de jangle pop.
In vocaal opzicht blijft Smut dichter bij de voorbeelden uit de jaren 90, maar de zeer aangename stem van Tay Roebuck betovert vrij makkelijk. How The Light Felt van Smut staat vol met lekker in het gehoor liggende popliedjes, die zich bijzonder makkelijk opdringen, zeker als je vatbaar bent voor dit genre, maar luister wat beter en je hoort dat Smut veel vaker buiten de lijntjes van de 90s indierock kleurt.
De songs van de band zijn niet alleen melodieus en aanstekelijk, maar zitten ook vol mooie accenten en verrassende invloeden, waardoor How The Light Felt steeds interessanter wordt. Het album wordt ook verslavender, want met name de stem van Tay Roebuck vind ik steeds mooier worden, zeker wanneer je dit album met een wat hoger volume afspeelt. Dat hebben de Amerikaanse muzieksites weer goed gehoord dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Smut - How The Light Felt - dekrentenuitdepop.blogspot.com.
Smut - How The Light Felt
De Amerikaanse band Smut citeert op How The Light Felt driftig uit de archieven van de 90s indierock, maar voegt ook iets van zichzelf toe aan de ook nog eens bijzonder aangenaam klinkende songs op het album
Ik vond het nieuwe album van de Amerikaanse band Smut op het eerste gehoor niet heel bijzonder klinken, maar de wel buitengewoon aangename songs op How The Light Felt blijken interessanter dan in eerste instantie gedacht. De band uit Chicago maakt geen geheim van haar inspiratiebronnen, maar het zijn er wel verrassend veel, wat het album van veel diepte voorziet. Met name door het gitaarwerk en de zang dringt het nieuwe album van Smut zich direct genadeloos op, maar hoe vaker ik naar dit album luister, hoe leuker en hoe interessanter het wordt. Zeker niet de zoveelste band die fantasieloos voortborduurt op de indierock uit de jaren 90 dus.
In de Amerikaanse muziekpers was er gelukkig flink wat aandacht voor How The Light Felt van Smut, want op basis van vluchtige beluistering had ik dit album waarschijnlijk laten liggen. Dat heeft niets te maken met de kwaliteit van de muziek van de Amerikaanse band. Smut maakt op haar tweede album, het debuutalbum van de band (End of Sam-soon) is inmiddels al vijf jaar oud, immers bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes en het zijn bovendien popliedjes die prachtig worden uitgevoerd.
Het zijn ook nog eens het soort popliedjes waar ik erg van hou, maar het zijn ook popliedjes waar ik al talloze albums vol van heb. Smut grijpt op How The Light Felt terug op de indierock uit de jaren 90 en dan met name op de indierock waarin vrouwenstemmen domineerden. Net zoals zoveel bands die teruggrijpen op de rockmuziek uit de jaren 90, voegt Smut ook nog wat flarden shoegaze en dreampop toe aan haar muziek. Ook dat zijn genres waarvoor ik zeker te porren ben, maar ook genres waarin het aanbod de afgelopen jaren zo groot was, dat verzadiging op de loer ligt. Bij vluchtige beluistering waren er daarom volop redenen geweest om het album van Smut te laten liggen, maar op basis van een aantal zeer positieve recensies was ik voldoende nieuwsgierig naar het album om er eens goed naar te luisteren.
Smut maakt op How The Light Felt inderdaad geen geheim van haar inspiratiebronnen. Ik zou de rest van deze recensie moeiteloos kunnen vullen met het noemen van namen van bands die in de jaren 90 klonken als Smut klinkt op haar nieuwe album, maar laat ik dat eens niet doen en me beperken tot een paar namen. De band uit Chicago heeft zich breed laten beïnvloeden en bestrijkt op haar album het complete terrein tussen The Sundays en Juliana Hatfield of tussen Mazzy Star en Belly en sleept er stiekem ook nog wat invloeden uit de jaren 80 bij, variërend van Cocteau Twins tot The Smiths.
How The Light Felt klink wat mij betreft echter ook voldoende eigentijds, waardoor voor mij snel duidelijk was dat dit voor de afwisseling eens niet meer van hetzelfde is. Het geluid van de band wordt bepaald door heerlijk gitaarwerk en al even aangename zang. Het gitaarwerk is veelzijdig en meestal heerlijk melodieus. Het is gitaarwerk dat over het algemeen ver verwijderd blijft van de gruizige gitaarmuren uit de jaren 90, maar vooral teruggrijpt op het gitaarwerk van Johnny Marr in zijn jonge dagen of op het gitaarwerk uit de jangle pop.
In vocaal opzicht blijft Smut dichter bij de voorbeelden uit de jaren 90, maar de zeer aangename stem van Tay Roebuck betovert vrij makkelijk. How The Light Felt van Smut staat vol met lekker in het gehoor liggende popliedjes, die zich bijzonder makkelijk opdringen, zeker als je vatbaar bent voor dit genre, maar luister wat beter en je hoort dat Smut veel vaker buiten de lijntjes van de 90s indierock kleurt.
De songs van de band zijn niet alleen melodieus en aanstekelijk, maar zitten ook vol mooie accenten en verrassende invloeden, waardoor How The Light Felt steeds interessanter wordt. Het album wordt ook verslavender, want met name de stem van Tay Roebuck vind ik steeds mooier worden, zeker wanneer je dit album met een wat hoger volume afspeelt. Dat hebben de Amerikaanse muzieksites weer goed gehoord dus. Erwin Zijleman
Smutfish - Trouble (2015)

5,0
0
geplaatst: 7 februari 2015, 10:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Smutfish - Trouble - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Smutfish en ik gaan inmiddels ver terug in de tijd. Het zal in het voorjaar van 2004 zijn geweest dat de eigenaar van Plato Den Haag, voor wie ik destijds de Plato.NL nieuwsbrief schreef, me een in eigen beheer uitgebrachte cd stuurde die hij in de winkel in zijn handen gedrukt had gekregen.
Dat gebeurde wel vaker en meestal viel zo’n plaat flink tegen, maar Lawnmower Mind van Smutfish kwam aan als een mokerslag. Stuk was ik van het geweldige debuut van de band uit Den Haag en als ik de plaat nu opzet ben ik dat nog steeds.
Nadat een tweede oplage van de plaat op het snel uit de grond gestampte Plato.NL records was verschenen, was het tijd voor een tweede plaat. Through A Slightly Open Door verscheen in 2006 en viel wat tegen, vooral omdat de verrassing er wat af was (overigens ben ik de plaat later wel enorm gaan waarderen).
Smutfish ging verder als John Dear Mowing Club en bracht in 2007 een titelloze plaat uit die het niveau van Lawnmower Mind volgens de critici weer wel wist te benaderen. Dit niveau werd vervolgens overtroffen op het in 2010 verschenen Melleville, dat een veelzijdiger geluid liet horen en bovendien fraai werd ondersteund door een prachtig boekwerk met bijzondere tekeningen.
In 2011 maakte Smutfish en John Dear Mowing Club voorman Melle de Boer samen met Henk Koorn (Hallo Venray) als Henk en Melle het eveneens bijzonder aangename Roodnoot, maar sindsdien was het helaas stil. Tot nu dan, want gisteren verscheen op het Excelsior label (!) Trouble van .... Smutfish.
Trouble herinnert absoluut aan het zo bijzondere debuut van de Haagse band, maar is als je het mij vraagt nog veel beter. In muzikaal opzicht laat de Haagse band een veelzijdiger, intenser en beter klinkend geluid horen en ook de songs spreken meer tot de verbeelding.
Smutfish maakt nog altijd de eigen variant op Amerikaanse rootsmuziek en kleurt deze op Trouble bijzonder fraai in. Gebleven is het bijzonder fraaie gitaarwerk (nog altijd van Melle de Boer en Dick Zuilhof), maar ook de buitengewoon mooie en vaak verrassende bijdragen van blazers, pedal steel en orgeltjes dragen dit keer nadrukkelijk bij aan het geluid van de band. Hiernaast zoekt Smutfish dit keer nadrukkelijker de grenzen van het genre op, waardoor de plaat verrassender is dan zijn voorgangers.
Ook in vocaal opzicht heeft Smutfish een flinke stap gezet. Natuurlijk leunt het geluid van de band nog altijd zwaar op de uit duizenden herkenbare vocalen van Melle de Boer, die nog altijd klinkt alsof hij is opgegroeid aan de zuidelijke oevers van de Mississippi en niet in de Zuid-Hollandse polder. Het toevoegen van mooie koortjes en de meer dan eens opduikende vocalen van bassist en zangeres Janneke Nijhuijs (ook bekend van The Deaf en The Indien) hebben echter absoluut meerwaarde en maken het geluid van Smutfish rijker en veelkleuriger.
Trouble staat vol met geweldige songs. Soms schuren deze dicht tegen het van Smutfish bekende alt-country geluid aan, maar er zijn ook uitstapjes richting bluesy rock zoals de Stones die in hun beste jaren maakte of richting countryrock zoals Neil Young die al heel lang niet meer maakt. Het ene moment klinkt Trouble rauw, het volgende moment uiterst ingetogen, maar altijd puur en eerlijk.
Smutfish heeft op Trouble haar volkomen unieke geluid behouden, maar weet het ook te verrijken met allerlei nieuwe invloeden. Lawnmower Mind was al weer meer dan 10 jaar geleden een klassieker, net als Melleville bijna vijf jaar geleden, maar het nu verschenen Trouble is wat mij betreft de meest overtuigende van het stel.
Het wordt alleen maar mooier wanneer je het prachtig uitgevoerde boekje met tekeningen (Melleville II) er bij pakt, waarna de soms heerlijk onnavolgbare teksten van Melle de Boer tot leven komen.
Conclusie: Volkomen briljante plaat. En hij wordt alleen maar beter en beter. Waar het eindigt? Ik durf het echt niet te zeggen, maar nu al staat Trouble van Smutfish op eenzame hoogte. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Smutfish - Trouble - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Smutfish en ik gaan inmiddels ver terug in de tijd. Het zal in het voorjaar van 2004 zijn geweest dat de eigenaar van Plato Den Haag, voor wie ik destijds de Plato.NL nieuwsbrief schreef, me een in eigen beheer uitgebrachte cd stuurde die hij in de winkel in zijn handen gedrukt had gekregen.
Dat gebeurde wel vaker en meestal viel zo’n plaat flink tegen, maar Lawnmower Mind van Smutfish kwam aan als een mokerslag. Stuk was ik van het geweldige debuut van de band uit Den Haag en als ik de plaat nu opzet ben ik dat nog steeds.
Nadat een tweede oplage van de plaat op het snel uit de grond gestampte Plato.NL records was verschenen, was het tijd voor een tweede plaat. Through A Slightly Open Door verscheen in 2006 en viel wat tegen, vooral omdat de verrassing er wat af was (overigens ben ik de plaat later wel enorm gaan waarderen).
Smutfish ging verder als John Dear Mowing Club en bracht in 2007 een titelloze plaat uit die het niveau van Lawnmower Mind volgens de critici weer wel wist te benaderen. Dit niveau werd vervolgens overtroffen op het in 2010 verschenen Melleville, dat een veelzijdiger geluid liet horen en bovendien fraai werd ondersteund door een prachtig boekwerk met bijzondere tekeningen.
In 2011 maakte Smutfish en John Dear Mowing Club voorman Melle de Boer samen met Henk Koorn (Hallo Venray) als Henk en Melle het eveneens bijzonder aangename Roodnoot, maar sindsdien was het helaas stil. Tot nu dan, want gisteren verscheen op het Excelsior label (!) Trouble van .... Smutfish.
Trouble herinnert absoluut aan het zo bijzondere debuut van de Haagse band, maar is als je het mij vraagt nog veel beter. In muzikaal opzicht laat de Haagse band een veelzijdiger, intenser en beter klinkend geluid horen en ook de songs spreken meer tot de verbeelding.
Smutfish maakt nog altijd de eigen variant op Amerikaanse rootsmuziek en kleurt deze op Trouble bijzonder fraai in. Gebleven is het bijzonder fraaie gitaarwerk (nog altijd van Melle de Boer en Dick Zuilhof), maar ook de buitengewoon mooie en vaak verrassende bijdragen van blazers, pedal steel en orgeltjes dragen dit keer nadrukkelijk bij aan het geluid van de band. Hiernaast zoekt Smutfish dit keer nadrukkelijker de grenzen van het genre op, waardoor de plaat verrassender is dan zijn voorgangers.
Ook in vocaal opzicht heeft Smutfish een flinke stap gezet. Natuurlijk leunt het geluid van de band nog altijd zwaar op de uit duizenden herkenbare vocalen van Melle de Boer, die nog altijd klinkt alsof hij is opgegroeid aan de zuidelijke oevers van de Mississippi en niet in de Zuid-Hollandse polder. Het toevoegen van mooie koortjes en de meer dan eens opduikende vocalen van bassist en zangeres Janneke Nijhuijs (ook bekend van The Deaf en The Indien) hebben echter absoluut meerwaarde en maken het geluid van Smutfish rijker en veelkleuriger.
Trouble staat vol met geweldige songs. Soms schuren deze dicht tegen het van Smutfish bekende alt-country geluid aan, maar er zijn ook uitstapjes richting bluesy rock zoals de Stones die in hun beste jaren maakte of richting countryrock zoals Neil Young die al heel lang niet meer maakt. Het ene moment klinkt Trouble rauw, het volgende moment uiterst ingetogen, maar altijd puur en eerlijk.
Smutfish heeft op Trouble haar volkomen unieke geluid behouden, maar weet het ook te verrijken met allerlei nieuwe invloeden. Lawnmower Mind was al weer meer dan 10 jaar geleden een klassieker, net als Melleville bijna vijf jaar geleden, maar het nu verschenen Trouble is wat mij betreft de meest overtuigende van het stel.
Het wordt alleen maar mooier wanneer je het prachtig uitgevoerde boekje met tekeningen (Melleville II) er bij pakt, waarna de soms heerlijk onnavolgbare teksten van Melle de Boer tot leven komen.
Conclusie: Volkomen briljante plaat. En hij wordt alleen maar beter en beter. Waar het eindigt? Ik durf het echt niet te zeggen, maar nu al staat Trouble van Smutfish op eenzame hoogte. Erwin Zijleman
Snail Mail - Lush (2018)

4,5
1
geplaatst: 9 juni 2018, 10:09 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Snail Mail - Lush - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ik heb absoluut een zwak voor jonge en enigszins introverte vrouwelijke singer-songwriters, die zich stevig onderdompelen in melancholie, maar het afgelopen jaar is het aanbod in dit genre wel erg groot geworden.
Er is dus wat meer nodig om op te vallen en over dat meer beschikt Snail Mail. Snail Mail is het alter ego van de pas 18 jaar oude Lindsey Jordan, die opgroeide in Baltimore, Maryland.
Al op de kleuterschool pakte ze de gitaar op en uiteindelijk kreeg ze gitaarles van niemand minder dan cultheld Mary Timony (Helium). Inmiddels heeft ze haar middelbare school diploma op zak en is het tijd voor het echte werk.
Op Lush, het debuut van Snail Mail, werkt Lindsey Jordan met een ritmesectie en zorgt ze zelf voor het gitaarwerk en voor bijzondere vocalen. Het zijn vocalen die vooralsnog gemengde reacties oproepen. De zang van Lindsey Jordan is hier en daar wat onvast en ze mist ook wel eens een noot of toon, maar ik vind de zang op Lush echt geweldig. Snail Mail grossiert op Lush in wat somber en melancholisch klinkende songs en in deze song komt de emotievolle zang van Lindsey Jordan uitstekend tot zijn recht.
In vocaal opzicht is het debuut van Snail Mail niet heel ver verwijderd van de platen van nieuwe helden als Phoebe Bridgers en Julien Baker, maar in muzikaal opzicht slaat Lush net wat andere wegen in. Lindsey Jordan is de gitaarlessen van Mary Timony niet vergeten en maakt op het debuut van Snail Mail indruk met veelkleurig en bij vlagen lekker rauw gitaarwerk.
Het is gitaarwerk dat me doet denken aan bands als Throwing Muses, Belly en de Pixies, maar Lindsey Jordan sluit ook aan bij collega singer-songwriters als Liz Phair en Juliana Hatfield en bij generatiegenoten als Frankie Cosmos, Jay Som en Soccer Mommy. Het is een indrukwekkend rijtje namen en ook een rijtje namen vol persoonlijke helden, maar de piepjonge Lindsey Jordan houdt zich verrassend makkelijk staande.
Het debuut van Snail Mail staat vol met aansprekende songs, die afwisselend kiezen voor een wat steviger geluid of juist een zeer ingetogen geluid, waarbij hier en daar wordt gekozen voor een verrassend mooie inkleuring met een hoofdrol voor wonderschone gitaarlijnen. Het zijn songs die niet alleen makkelijk overtuigen, maar die je ook flink weten te raken, waarbij de schoonheidsfoutjes niet dissoneren, maar alleen maar zorgen voor meer impact. Het zijn bovendien songs die nog lange tijd aan kracht winnen, bijvoorbeeld omdat Snail Mail haar songs heeft volgestopt met onderhuidse spanning.
Gezien mijn voorkeur voor singer-songwriters als Lindsey Jordan is het niet zo gek dat ik Lush direct kon waarderen, maar dat de plaat me in razend tempo bijzonder dierbaar zou worden, had ik bij eerste beluistering niet verwacht. Ik ken het debuut van Snail Mail inmiddels een week of twee, maar dat deze plaat over een maand of zes gaat opduiken in mijn jaarlijstje lijkt me een zekerheid. Wat een droomdebuut van deze pas 18 jaar oude muzikante. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Snail Mail - Lush - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ik heb absoluut een zwak voor jonge en enigszins introverte vrouwelijke singer-songwriters, die zich stevig onderdompelen in melancholie, maar het afgelopen jaar is het aanbod in dit genre wel erg groot geworden.
Er is dus wat meer nodig om op te vallen en over dat meer beschikt Snail Mail. Snail Mail is het alter ego van de pas 18 jaar oude Lindsey Jordan, die opgroeide in Baltimore, Maryland.
Al op de kleuterschool pakte ze de gitaar op en uiteindelijk kreeg ze gitaarles van niemand minder dan cultheld Mary Timony (Helium). Inmiddels heeft ze haar middelbare school diploma op zak en is het tijd voor het echte werk.
Op Lush, het debuut van Snail Mail, werkt Lindsey Jordan met een ritmesectie en zorgt ze zelf voor het gitaarwerk en voor bijzondere vocalen. Het zijn vocalen die vooralsnog gemengde reacties oproepen. De zang van Lindsey Jordan is hier en daar wat onvast en ze mist ook wel eens een noot of toon, maar ik vind de zang op Lush echt geweldig. Snail Mail grossiert op Lush in wat somber en melancholisch klinkende songs en in deze song komt de emotievolle zang van Lindsey Jordan uitstekend tot zijn recht.
In vocaal opzicht is het debuut van Snail Mail niet heel ver verwijderd van de platen van nieuwe helden als Phoebe Bridgers en Julien Baker, maar in muzikaal opzicht slaat Lush net wat andere wegen in. Lindsey Jordan is de gitaarlessen van Mary Timony niet vergeten en maakt op het debuut van Snail Mail indruk met veelkleurig en bij vlagen lekker rauw gitaarwerk.
Het is gitaarwerk dat me doet denken aan bands als Throwing Muses, Belly en de Pixies, maar Lindsey Jordan sluit ook aan bij collega singer-songwriters als Liz Phair en Juliana Hatfield en bij generatiegenoten als Frankie Cosmos, Jay Som en Soccer Mommy. Het is een indrukwekkend rijtje namen en ook een rijtje namen vol persoonlijke helden, maar de piepjonge Lindsey Jordan houdt zich verrassend makkelijk staande.
Het debuut van Snail Mail staat vol met aansprekende songs, die afwisselend kiezen voor een wat steviger geluid of juist een zeer ingetogen geluid, waarbij hier en daar wordt gekozen voor een verrassend mooie inkleuring met een hoofdrol voor wonderschone gitaarlijnen. Het zijn songs die niet alleen makkelijk overtuigen, maar die je ook flink weten te raken, waarbij de schoonheidsfoutjes niet dissoneren, maar alleen maar zorgen voor meer impact. Het zijn bovendien songs die nog lange tijd aan kracht winnen, bijvoorbeeld omdat Snail Mail haar songs heeft volgestopt met onderhuidse spanning.
Gezien mijn voorkeur voor singer-songwriters als Lindsey Jordan is het niet zo gek dat ik Lush direct kon waarderen, maar dat de plaat me in razend tempo bijzonder dierbaar zou worden, had ik bij eerste beluistering niet verwacht. Ik ken het debuut van Snail Mail inmiddels een week of twee, maar dat deze plaat over een maand of zes gaat opduiken in mijn jaarlijstje lijkt me een zekerheid. Wat een droomdebuut van deze pas 18 jaar oude muzikante. Erwin Zijleman
Snail Mail - Valentine (2021)

5,0
1
geplaatst: 6 november 2021, 11:09 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Snail Mail - Valentine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Snail Mail - Valentine
Lindsey Jordan debuteerde op 18-jarige leeftijd ijzersterk als Snail Mail, maar laat op haar tweede album horen dat ze als muzikant, zangeres, songwriter en mens enorm flink is gegroeid de afgelopen drie jaar
Lush van Snail Mail was een van de betere debuutalbums van 2018, al had ik dat zelf pas echt door toen het betreffende jaar voorbij was. Deze week verscheen het tweede album van de Amerikaanse muzikante en Valentine vind ik nog een stuk beter dan het debuut van Snail Mail. Het alter ego van Lindsey Jordan is gevormd door de diepe crisis waarin ze na het succes van haar debuut terecht kwam en keert terug met een intiem en emotioneel album, waarop we een inkijkje krijgen in de afgelopen zware jaren. In muzikaal opzicht is Valentine een stuk gevarieerder dan zijn voorganger, maar het wat ruwe en onvaste Snail Mail geluid is gelukkig gebleven. Het levert een zeer indrukwekkend album op.
Snail Mail, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Lindsey Jordan, debuteerde drieënhalf jaar geleden bijzonder knap met het album Lush. Lindsey Jordan was destijds pas 18 jaar oud en kwam net van de middelbare school. De Amerikaanse muzikante leverde als Snail Mail echter een verrassend volwassen klinkend debuutalbum af, dat niet al teveel onder deed voor de albums van de smaakmakers in het genre.
Destijds was de vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters met ambities in het indie segment al behoorlijk vol en deze vijver is sindsdien alleen maar voller geworden. De lat voor het tweede album van Snail Mail ligt daarom nog wat hoger, maar de muzikante uit Baltimore, Maryland, stelt ook met Valentine zeker niet teleur.
Lindsey Jordan schreef de songs voor haar tweede album in 2019 en 2020, maar mede door de coronapandemie liep het album wat vertraging op. Valentine bevat een aantal ingrediënten die ook op het debuutalbum van Snail Mail al een voorname rol speelden. Lindsey Jordan kreeg als tiener gitaarles van cultheld Mary Timony, vooral bekend van de band Helium, en heeft tijdens deze lessen goed opgelet. Ook het gitaarwerk op Valentine is uitstekend en hetzelfde geldt voor de zang op het nieuwe album van Snail Mail.
Op die zang was drieënhalf jaar geleden nog wel wat aan te merken, al vond ik het onvaste in de stem van de Amerikaanse muzikante juist iets charmants en bijzonders hebben. Op Valentine is Lindsey Jordan beter gaan zingen, al is het onvaste in haar stem gelukkig niet helemaal verdwenen, waardoor Snail Mail nog altijd een eigen geluid heeft, dat niet alleen charmant, maar ook puur en kwetsbaar klinkt.
Vergeleken met het debuutalbum van Snail Mail klinkt Valentine wat voller en gevarieerder, maar ik hoor toch ook nog veel terug van het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante. Waar Lush nog vooral een album vol tienerdromen en groeipijnen was, graaft Snail Mail op Valentine een stuk dieper.
De plotselinge beroemdheid ging de piepjonge muzikante niet in de koude kleren zitten, waarna een liefdesbreuk zorgde voor een extreem diepe crisis in het jonge leven van Lindsey Jordan, die haar, na een vlucht in drugs, uiteindelijk in een afkickkliniek deed belanden. Het was de voedingsbodem voor de meeste songs op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante, die in isolement werden geschreven en vervolgens in de studio van Brad Cook ( Waxahatchee, Indigo De Souza, Bon Iver) in North Carolina werden opgenomen.
Brad Cook heeft het album vakkundig geproduceerd en heeft de sterke punten van het debuut van Snail Mail behouden en wat schoonheidsfoutjes weggepoetst. Valentine is een gevarieerder en veelkleuriger album dan het vooral rock georiënteerde debuutalbum van Snail Mail, maar de muzikante uit Baltimore is er in geslaagd om haar eigen geluid te behouden en verder uit te werken in songs die op kunnen schuiven richting pop, maar ook richting ingetogen folk.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij de zoveelste worp jonge vrouwelijke singer-songwriters met enige regelmaat bij het punt van verzadiging in de buurt kom, maar het uitstekende Valentine van Snail Mail blijft hier heel ver van verwijderd en schaar ik vooralsnog onder de beste albums in het genre. Snail Mail heeft een intiem album afgeleverd vol doorleefde verhalen, maar ook vol uitstekende songs, die Lindsey Jordan op geheel eigen wijze en vol gevoel vertolkt. Razend knap album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Snail Mail - Valentine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Snail Mail - Valentine
Lindsey Jordan debuteerde op 18-jarige leeftijd ijzersterk als Snail Mail, maar laat op haar tweede album horen dat ze als muzikant, zangeres, songwriter en mens enorm flink is gegroeid de afgelopen drie jaar
Lush van Snail Mail was een van de betere debuutalbums van 2018, al had ik dat zelf pas echt door toen het betreffende jaar voorbij was. Deze week verscheen het tweede album van de Amerikaanse muzikante en Valentine vind ik nog een stuk beter dan het debuut van Snail Mail. Het alter ego van Lindsey Jordan is gevormd door de diepe crisis waarin ze na het succes van haar debuut terecht kwam en keert terug met een intiem en emotioneel album, waarop we een inkijkje krijgen in de afgelopen zware jaren. In muzikaal opzicht is Valentine een stuk gevarieerder dan zijn voorganger, maar het wat ruwe en onvaste Snail Mail geluid is gelukkig gebleven. Het levert een zeer indrukwekkend album op.
Snail Mail, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Lindsey Jordan, debuteerde drieënhalf jaar geleden bijzonder knap met het album Lush. Lindsey Jordan was destijds pas 18 jaar oud en kwam net van de middelbare school. De Amerikaanse muzikante leverde als Snail Mail echter een verrassend volwassen klinkend debuutalbum af, dat niet al teveel onder deed voor de albums van de smaakmakers in het genre.
Destijds was de vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters met ambities in het indie segment al behoorlijk vol en deze vijver is sindsdien alleen maar voller geworden. De lat voor het tweede album van Snail Mail ligt daarom nog wat hoger, maar de muzikante uit Baltimore, Maryland, stelt ook met Valentine zeker niet teleur.
Lindsey Jordan schreef de songs voor haar tweede album in 2019 en 2020, maar mede door de coronapandemie liep het album wat vertraging op. Valentine bevat een aantal ingrediënten die ook op het debuutalbum van Snail Mail al een voorname rol speelden. Lindsey Jordan kreeg als tiener gitaarles van cultheld Mary Timony, vooral bekend van de band Helium, en heeft tijdens deze lessen goed opgelet. Ook het gitaarwerk op Valentine is uitstekend en hetzelfde geldt voor de zang op het nieuwe album van Snail Mail.
Op die zang was drieënhalf jaar geleden nog wel wat aan te merken, al vond ik het onvaste in de stem van de Amerikaanse muzikante juist iets charmants en bijzonders hebben. Op Valentine is Lindsey Jordan beter gaan zingen, al is het onvaste in haar stem gelukkig niet helemaal verdwenen, waardoor Snail Mail nog altijd een eigen geluid heeft, dat niet alleen charmant, maar ook puur en kwetsbaar klinkt.
Vergeleken met het debuutalbum van Snail Mail klinkt Valentine wat voller en gevarieerder, maar ik hoor toch ook nog veel terug van het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante. Waar Lush nog vooral een album vol tienerdromen en groeipijnen was, graaft Snail Mail op Valentine een stuk dieper.
De plotselinge beroemdheid ging de piepjonge muzikante niet in de koude kleren zitten, waarna een liefdesbreuk zorgde voor een extreem diepe crisis in het jonge leven van Lindsey Jordan, die haar, na een vlucht in drugs, uiteindelijk in een afkickkliniek deed belanden. Het was de voedingsbodem voor de meeste songs op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante, die in isolement werden geschreven en vervolgens in de studio van Brad Cook ( Waxahatchee, Indigo De Souza, Bon Iver) in North Carolina werden opgenomen.
Brad Cook heeft het album vakkundig geproduceerd en heeft de sterke punten van het debuut van Snail Mail behouden en wat schoonheidsfoutjes weggepoetst. Valentine is een gevarieerder en veelkleuriger album dan het vooral rock georiënteerde debuutalbum van Snail Mail, maar de muzikante uit Baltimore is er in geslaagd om haar eigen geluid te behouden en verder uit te werken in songs die op kunnen schuiven richting pop, maar ook richting ingetogen folk.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij de zoveelste worp jonge vrouwelijke singer-songwriters met enige regelmaat bij het punt van verzadiging in de buurt kom, maar het uitstekende Valentine van Snail Mail blijft hier heel ver van verwijderd en schaar ik vooralsnog onder de beste albums in het genre. Snail Mail heeft een intiem album afgeleverd vol doorleefde verhalen, maar ook vol uitstekende songs, die Lindsey Jordan op geheel eigen wijze en vol gevoel vertolkt. Razend knap album. Erwin Zijleman
Snocaps - Snocaps (2025)

4,0
2
geplaatst: 5 november 2025, 15:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Snocaps - Snocaps - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Snocaps - Snocaps
Het was een tijd geleden dat de tweelingzussen Allison en Katie Crutchfield de krachten hadden gebundeld, maar het eerste album van Snocaps is een zeer aangename verrassing en smaakt absoluut naar veel meer
Katie Crutchfield timmerde de afgelopen jaren met veel succes aan de weg met Waxahatchee, terwijl haar tweelingzus Allison verdwenen leek uit de muziek. Onder de naam Snocaps hebben de twee zussen nu samen een album opgenomen en het is een erg interessant album geworden. Samen met producer Brad Cook en gitarist MJ Lenderman tekenen de zussen Crutchfield voor een lekker ruw geluid, maar het is ook een geluid waarin de stemmen van Allison en Katie Crutchfield goed tot zijn recht komen en waarin fraaie harmonieën nooit ver weg zijn. Ik kijk al een tijdje uit naar een nieuw album van Waxahatchee, maar ook dit tussendoortje van Snocaps mag er zeker zijn.
De tweelingzussen Allison en Katie Crutchfield formeerden hun eerste band toen ze net vijftien jaar oud waren. De zussen uit Birmingham, Alabama, timmerden aan de weg met cultbands als The Ackleys en P.S. Eliot, maar gingen uiteindelijk elk hun eigen weg in de muziek.
Allison formeerde de band Swearin', die uiteindelijk drie albums maakte en uit elkaar viel toen haar relatie met een medebandlid op de klippen liep. Ze maakte in 2017 ook nog een prima soloalbum, maar sindsdien heb ik niet veel meer gehoord van Allison Crutchfield.
Haar zus Katie deed het een stuk beter met haar project Waxahatchee. Als Waxahatchee maakte Katie Crutchfield inmiddels zes uitstekende albums, waarvan met name Saint Cloud uit 2020 en Tigers Blood uit 2024 behoorlijk succesvol waren en terecht konden rekenen op geweldige recensies. Samen met Jess Williamson maakte ze bovendien een prima album onder de naam Plains.
Voor het eerst sinds het uit elkaar vallen van P.S. Eliot in 2011 hebben Allison en Katie Crutchfield de krachten gebundeld, wat deze week een album onder de naam Snocaps oplevert. Snocaps werd gemaakt met producer Brad Cook, die de afgelopen jaren veelvuldig werkte met Waxahatchee, en ook gitarist MJ Lenderman schoof aan bij de opnames van het titelloze debuutalbum van Snocaps.
De cover van het eerste album van Snocaps ziet er wat lo-fi uit en zo klinkt het album ook. De muziek van de tweelingzussen Crutchfield klinkt lekker ruw, wat wordt versterkt door het gitaarspel van MJ Lenderman. Producer Brad Cook heeft geen poging gedaan om het geluid van Snocaps glad te strijken, maar ondertussen is het album wel mooi in balans en klinken met name de behoorlijk van elkaar verschillende stemmen van Allison en Katie Crutchfield prachtig.
De tweelingzussen schreven allebei de helft van de songs en nemen ook afwisselend de leadzang voor hun rekening. Samen staat ze garant voor mooie harmonieën, die laten horen dat trefzekere harmonieën ook gruizig kunnen klinken. De stemmen van de twee zussen passen overigens perfect bij elkaar, wat de zang op het eerste album van Snocaps nog wat mooier maakt.
Allison en Katie Crutchfield zijn inmiddels ruim twintig jaar actief in de muziek en hebben in hun persoonlijk leven de nodige pieken en dalen voorbij zien komen. Deze pieken en vooral de dalen hebben de twee geïnspireerd tot het schrijven van een serie persoonlijke en in een aantal gevallen zeer indringende songs.
Het zijn songs met afwisselend invloeden uit de roots en de rock, die vaak wat ruw worden uitgevoerd, maar de ruwe stenen van Allison en Katie Crutchfield blijken als snel blinkende diamanten. In de muziek op het album eist vooral MJ Lenderman de aandacht op met zijn verrassende gitaarspel, maar uiteindelijk geniet ik toch het meest van de stemmen van Allison en Katie Crutchfield en van de uitstekende songs die ze onder de naam Snocaps hebben opgenomen.
Katie Crutchfield heeft geen zetje in de rug nodig, want ze doet het geweldig met Waxhatchee, maar hopelijk geeft het debuutalbum van Snocaps de muzikale ambities van Allison Crutchfield wel weer een boost. Het debuutalbum van het gelegenheidsproject van de twee zussen is overigens ook veel te leuk om geen opvolging te krijgen. In Nederland is het album van Snocaps nog nauwelijks opgemerkt, maar daar is dit album echt veel te goed voor. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Snocaps - Snocaps - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Snocaps - Snocaps
Het was een tijd geleden dat de tweelingzussen Allison en Katie Crutchfield de krachten hadden gebundeld, maar het eerste album van Snocaps is een zeer aangename verrassing en smaakt absoluut naar veel meer
Katie Crutchfield timmerde de afgelopen jaren met veel succes aan de weg met Waxahatchee, terwijl haar tweelingzus Allison verdwenen leek uit de muziek. Onder de naam Snocaps hebben de twee zussen nu samen een album opgenomen en het is een erg interessant album geworden. Samen met producer Brad Cook en gitarist MJ Lenderman tekenen de zussen Crutchfield voor een lekker ruw geluid, maar het is ook een geluid waarin de stemmen van Allison en Katie Crutchfield goed tot zijn recht komen en waarin fraaie harmonieën nooit ver weg zijn. Ik kijk al een tijdje uit naar een nieuw album van Waxahatchee, maar ook dit tussendoortje van Snocaps mag er zeker zijn.
De tweelingzussen Allison en Katie Crutchfield formeerden hun eerste band toen ze net vijftien jaar oud waren. De zussen uit Birmingham, Alabama, timmerden aan de weg met cultbands als The Ackleys en P.S. Eliot, maar gingen uiteindelijk elk hun eigen weg in de muziek.
Allison formeerde de band Swearin', die uiteindelijk drie albums maakte en uit elkaar viel toen haar relatie met een medebandlid op de klippen liep. Ze maakte in 2017 ook nog een prima soloalbum, maar sindsdien heb ik niet veel meer gehoord van Allison Crutchfield.
Haar zus Katie deed het een stuk beter met haar project Waxahatchee. Als Waxahatchee maakte Katie Crutchfield inmiddels zes uitstekende albums, waarvan met name Saint Cloud uit 2020 en Tigers Blood uit 2024 behoorlijk succesvol waren en terecht konden rekenen op geweldige recensies. Samen met Jess Williamson maakte ze bovendien een prima album onder de naam Plains.
Voor het eerst sinds het uit elkaar vallen van P.S. Eliot in 2011 hebben Allison en Katie Crutchfield de krachten gebundeld, wat deze week een album onder de naam Snocaps oplevert. Snocaps werd gemaakt met producer Brad Cook, die de afgelopen jaren veelvuldig werkte met Waxahatchee, en ook gitarist MJ Lenderman schoof aan bij de opnames van het titelloze debuutalbum van Snocaps.
De cover van het eerste album van Snocaps ziet er wat lo-fi uit en zo klinkt het album ook. De muziek van de tweelingzussen Crutchfield klinkt lekker ruw, wat wordt versterkt door het gitaarspel van MJ Lenderman. Producer Brad Cook heeft geen poging gedaan om het geluid van Snocaps glad te strijken, maar ondertussen is het album wel mooi in balans en klinken met name de behoorlijk van elkaar verschillende stemmen van Allison en Katie Crutchfield prachtig.
De tweelingzussen schreven allebei de helft van de songs en nemen ook afwisselend de leadzang voor hun rekening. Samen staat ze garant voor mooie harmonieën, die laten horen dat trefzekere harmonieën ook gruizig kunnen klinken. De stemmen van de twee zussen passen overigens perfect bij elkaar, wat de zang op het eerste album van Snocaps nog wat mooier maakt.
Allison en Katie Crutchfield zijn inmiddels ruim twintig jaar actief in de muziek en hebben in hun persoonlijk leven de nodige pieken en dalen voorbij zien komen. Deze pieken en vooral de dalen hebben de twee geïnspireerd tot het schrijven van een serie persoonlijke en in een aantal gevallen zeer indringende songs.
Het zijn songs met afwisselend invloeden uit de roots en de rock, die vaak wat ruw worden uitgevoerd, maar de ruwe stenen van Allison en Katie Crutchfield blijken als snel blinkende diamanten. In de muziek op het album eist vooral MJ Lenderman de aandacht op met zijn verrassende gitaarspel, maar uiteindelijk geniet ik toch het meest van de stemmen van Allison en Katie Crutchfield en van de uitstekende songs die ze onder de naam Snocaps hebben opgenomen.
Katie Crutchfield heeft geen zetje in de rug nodig, want ze doet het geweldig met Waxhatchee, maar hopelijk geeft het debuutalbum van Snocaps de muzikale ambities van Allison Crutchfield wel weer een boost. Het debuutalbum van het gelegenheidsproject van de twee zussen is overigens ook veel te leuk om geen opvolging te krijgen. In Nederland is het album van Snocaps nog nauwelijks opgemerkt, maar daar is dit album echt veel te goed voor. Erwin Zijleman
Snowapple - Utopia (2025)

4,0
0
geplaatst: 21 juni 2025, 09:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Snowapple - Utopia - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Snowapple - Utopia
Het Amsterdamse collectief Snowapple staat garant voor indrukwekkende en uitvoerig geprezen theaterproducties, maar levert met Utopia een album af dat ook zonder het visuele aspect makkelijk indruk maakt
Bij Snowapple dacht ik tot voor kort aan drie mooie vrouwenstemmen, prachtige harmonieën en vooral invloeden uit de Britse folk en de Amerikaanse rootsmuziek. Dat heeft alles te maken met het debuutalbum van de Amsterdamse band, dat in 2013 verscheen. Snowapple heeft inmiddels zes albums op haar naam staan en laat horen dat er sinds het debuutalbum veel is veranderd. Utopia is imposant totaaltheater, maar ook als je alleen luistert naar de muziek kom je oren tekort. De muziek van het Amsterdamse collectief laat zich niet in een hokje duwen en schiet alle kanten op, maar ondanks het etiket avant-garde is de muziek van Snowapple ook verrassend toegankelijk.
Iets meer dan twaalf jaar geleden besprak ik het titelloze debuutalbum van de Nederlandse band Snowapple. De band bestond destijds uit drie zangeressen, die stuk voor stuk prachtig konden zingen, maar elkaars stemmen ook fraai wisten te versterken in bijzonder mooie harmonieën. De prachtige stemmen op het debuutalbum van Snowapple werden gecombineerd met zeer smaakvolle muziek, waarvoor flink wat akoestische instrumenten werden ingezet, die er voor zorgden dat Snowapple zowel terug kon grijpen op oude Britse folk als op klassiek aandoende muziek of Amerikaanse rootsmuziek.
Het debuutalbum van Snowapple smaakte wat mij betreft naar veel meer, maar op een of andere manier ben ik de band na het debuutalbum helemaal uit het oog verloren. Dat veranderde een aantal weken geleden toen ik het deze week verschenen nieuwe album Utopia kreeg toegestuurd. Het is een album dat laat horen dat Snowapple zich sinds het debuutalbum in meerdere richtingen heeft ontwikkeld.
Sinds het debuutalbum uit 2013 verschenen overigens nog vier albums, die mij om onduidelijke redenen allemaal zijn ontgaan en waar deze week dus nog een vijfde album aan wordt toegevoegd. Utopia bevat ruim een uur muziek en is veel meer dan een serie songs. Snowapple wordt momenteel ook wel Snowapple Collective genoemd en is inmiddels een collectief dat bestaat uit muzikanten, dansers en kunstenaars. Ik ben de naam Snowapple na het debuutalbum misschien nooit meer tegengekomen, maar met haar indrukwekkende totaaltheater sleepte het collectief meerdere prestigieuze prijzen in de wacht.
Ik heb onlangs ook weer eens geluisterd naar het debuutalbum uit 2013, maar dat lijkt echt in geen enkel opzicht op Utopia. De muziek van Snowapple is inmiddels een stuk elektronischer en experimenteler en beweegt zich in andere genres dan op het debuutalbum. De zang is deels vervangen door het gesproken woord, maar hier en daar hoor je ook nog harmonieën, al klinken ze flink anders dan op het debuutalbum.
Utopia komt waarschijnlijk het best tot zijn recht wanneer je het ziet met alle visuele hoogstandjes die het Amsterdamse collectief toevoegt aan haar muziek, maar ook zonder de visuele component blijft Utopia makkelijk overeind. De muziek van Snowapple is bij vlagen behoorlijk experimenteel, maar op hetzelfde moment wonderschoon.
Het is muziek waarin van alles wordt gecombineerd. Donkere elektronica wordt gecombineerd met stemmige strijkers en dreigende ritmes vloeien prachtig samen met mooie stemmen. Ook qua genres is de muziek van Snowapple een bonte lappendeken, die hier en daar in het hokje avant-garde wordt geduwd, maar dat is een vlag die de lading maar ten dele dekt.
Utopia is bij vlagen ver verwijderd van popsongs met een kop en een staart, maar Snowapple omarmt deze popsongs ook met grote regelmaat en klinkt dan opeens verrassend toegankelijk, overigens zonder zich te beperken tot de gebaande paden of zich te houden aan geldende conventies.
Ik ga de albums die Snowapple tussen haar debuutalbum en Utopia uitbracht ook snel eens beluisteren, maar voorlopig kan ik nog wel even vooruit met het fascinerende nieuwe album, dat laat horen dat het Amsterdamse collectief volkomen terecht wordt geprezen in binnenland en buitenland. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Snowapple - Utopia - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Snowapple - Utopia
Het Amsterdamse collectief Snowapple staat garant voor indrukwekkende en uitvoerig geprezen theaterproducties, maar levert met Utopia een album af dat ook zonder het visuele aspect makkelijk indruk maakt
Bij Snowapple dacht ik tot voor kort aan drie mooie vrouwenstemmen, prachtige harmonieën en vooral invloeden uit de Britse folk en de Amerikaanse rootsmuziek. Dat heeft alles te maken met het debuutalbum van de Amsterdamse band, dat in 2013 verscheen. Snowapple heeft inmiddels zes albums op haar naam staan en laat horen dat er sinds het debuutalbum veel is veranderd. Utopia is imposant totaaltheater, maar ook als je alleen luistert naar de muziek kom je oren tekort. De muziek van het Amsterdamse collectief laat zich niet in een hokje duwen en schiet alle kanten op, maar ondanks het etiket avant-garde is de muziek van Snowapple ook verrassend toegankelijk.
Iets meer dan twaalf jaar geleden besprak ik het titelloze debuutalbum van de Nederlandse band Snowapple. De band bestond destijds uit drie zangeressen, die stuk voor stuk prachtig konden zingen, maar elkaars stemmen ook fraai wisten te versterken in bijzonder mooie harmonieën. De prachtige stemmen op het debuutalbum van Snowapple werden gecombineerd met zeer smaakvolle muziek, waarvoor flink wat akoestische instrumenten werden ingezet, die er voor zorgden dat Snowapple zowel terug kon grijpen op oude Britse folk als op klassiek aandoende muziek of Amerikaanse rootsmuziek.
Het debuutalbum van Snowapple smaakte wat mij betreft naar veel meer, maar op een of andere manier ben ik de band na het debuutalbum helemaal uit het oog verloren. Dat veranderde een aantal weken geleden toen ik het deze week verschenen nieuwe album Utopia kreeg toegestuurd. Het is een album dat laat horen dat Snowapple zich sinds het debuutalbum in meerdere richtingen heeft ontwikkeld.
Sinds het debuutalbum uit 2013 verschenen overigens nog vier albums, die mij om onduidelijke redenen allemaal zijn ontgaan en waar deze week dus nog een vijfde album aan wordt toegevoegd. Utopia bevat ruim een uur muziek en is veel meer dan een serie songs. Snowapple wordt momenteel ook wel Snowapple Collective genoemd en is inmiddels een collectief dat bestaat uit muzikanten, dansers en kunstenaars. Ik ben de naam Snowapple na het debuutalbum misschien nooit meer tegengekomen, maar met haar indrukwekkende totaaltheater sleepte het collectief meerdere prestigieuze prijzen in de wacht.
Ik heb onlangs ook weer eens geluisterd naar het debuutalbum uit 2013, maar dat lijkt echt in geen enkel opzicht op Utopia. De muziek van Snowapple is inmiddels een stuk elektronischer en experimenteler en beweegt zich in andere genres dan op het debuutalbum. De zang is deels vervangen door het gesproken woord, maar hier en daar hoor je ook nog harmonieën, al klinken ze flink anders dan op het debuutalbum.
Utopia komt waarschijnlijk het best tot zijn recht wanneer je het ziet met alle visuele hoogstandjes die het Amsterdamse collectief toevoegt aan haar muziek, maar ook zonder de visuele component blijft Utopia makkelijk overeind. De muziek van Snowapple is bij vlagen behoorlijk experimenteel, maar op hetzelfde moment wonderschoon.
Het is muziek waarin van alles wordt gecombineerd. Donkere elektronica wordt gecombineerd met stemmige strijkers en dreigende ritmes vloeien prachtig samen met mooie stemmen. Ook qua genres is de muziek van Snowapple een bonte lappendeken, die hier en daar in het hokje avant-garde wordt geduwd, maar dat is een vlag die de lading maar ten dele dekt.
Utopia is bij vlagen ver verwijderd van popsongs met een kop en een staart, maar Snowapple omarmt deze popsongs ook met grote regelmaat en klinkt dan opeens verrassend toegankelijk, overigens zonder zich te beperken tot de gebaande paden of zich te houden aan geldende conventies.
Ik ga de albums die Snowapple tussen haar debuutalbum en Utopia uitbracht ook snel eens beluisteren, maar voorlopig kan ik nog wel even vooruit met het fascinerende nieuwe album, dat laat horen dat het Amsterdamse collectief volkomen terecht wordt geprezen in binnenland en buitenland. Erwin Zijleman
Snowgoose - The Making of You (2020)

4,5
2
geplaatst: 2 juli 2020, 15:29 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Snowgoose - The Making Of You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Snowgoose - The Making Of You
De Schotse band Snowgoose laat zich stevig beïnvloeden door Britse folk(rock) uit de jaren 60 en 70, maar vergeet ook de eigenzinnigheid van de muziekscene in Glasgow niet
Met een zangeres als Ana Sheard in de gelederen ligt het maken van authentieke Britse folk voor de hand, maar Snowgoose beperkt zich hier zeker niet toe. De band, die ook nog bestaat uit gitarist Jim McCulloch, laat zich begeleiden door flink wat smaakmakers uit de muziekscene van Glasgow en verrijkt invloeden uit de Britse folk met onder andere folkrock, psychedelica, Westcoast pop en chamber pop. Het levert een album op dat met één been in het verleden en met één been in het heden staat en dat niet alleen het oor aangenaam streelt, maar ook de fantasie uitvoerig prikkelt.
Een maand geleden werd ik zeer aangenaam verrast door het debuutalbum van de uit het Schotse Glasgow afkomstige band Avocet. Op dit album eerde de Schotse band nadrukkelijk de Britse folk uit de jaren 60 en 70, maar stond het ook open voor andere invloeden, waardoor het eerste album van Avocet zowel traditioneel en oorspronkelijk als fris en avontuurlijk klonk.
Een maand later weet het eveneens uit Glasgow afkomstige Snowgoose me net zo te verrassen. Bij de naam Snowgoose moest ik onmiddellijk denken aan het gelijknamige album van de Britse band Camel (een jeugdliefde of jeugdzonde), maar met de muziek van Camel heeft de band Snowgoose niets te maken, al hoor ik stiekem hier en daar een vleugje prog in de muziek van de band uit Glasgow. Het zal vooral mijn fantasie zijn, want The Making Of You, het tweede album van Snowgoose, bevat vooral invloeden uit de folk, folkrock en hier en daar een vleugje Westcoast pop en psychedelica.
Snowgoose komt zoals gezegd uit Glasgow en bestaat uit gitarist Jim McCulloch en zangeres Anna Sheard. Beiden maken of The Making Of You diepe indruk. Wanneer Anne Sheard zingt wordt je, of je het wilt of niet, mee terug genomen naar de hoogtijdagen van de Britse folk(rock) uit de jaren 60 en 70, waarbij ik vooral associaties heb met de muziek van Fairport Convention om de lat direct maar eens hoog te leggen. De zang van Anne Sheard is prachtig, maar ook Jim McCulloch laat in de openingstrack van zich horen met fraai gitaarwerk dat steeds wat voller en steviger wordt.
Na de prachtige openingstrack kon Snowgoose bij mij geen kwaad meer doen, maar ook de andere tracks op het tweede album van de Schotse band zijn prachtig. Snowgoose bestaat in de basis uit Anna Sheard en Jim McCulloch, maar de twee krijgen op The Making Of You gezelschap van de crème de la crème van de muziekscene in Glasgow. Leden van onder andere Teenage Fanclub, Belle & Sebastian, Arab Strap, The Bluebells, Camera Obscura, Traceyanne & Danny en The Pearlfishers voorzien de muziek van Snowgoose van een lekker vol geluid, waarin naast de prachtige gitaren ook bas, drums, orgels en strijkers excelleren.
Invloeden uit de folk zijn vanwege de prachtige stem van Anna Sheard nooit ver weg, maar de muziek van Snowgoose schiet op The Making Of You meerdere kanten op. Van veelkleurige folkrock tot bedwelmende psychedelica tot zoete chamber pop. In muzikaal en vocaal opzicht is het steeds weer smullen, maar ook de songs van Snowgoose zijn van een bijzonder hoog niveau. Het zijn songs waarin keer op keer prachtig de spanning wordt opgebouwd en meerdere genres worden verkend, maar het zijn ook songs die zo lekker in het gehoor liggen dat je er alleen maar zielsgelukkig van kunt worden. Het ene moment klinkt het gloedvol en modern, het volgende moment traditioneel en pastoraal.
Na Avocet is Snowgoose de tweede band uit Glasgow binnen een maand die laat horen dat traditionele Britse folkrock prima kan worden gecombineerd met zeer uiteenlopende andere genres en ook bij beluistering van The Making Of You zit ik alleen maar op het puntje van mijn stoel. Snowgoose heeft een album gemaakt van een unieke schoonheid en het is een album dat echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Snowgoose - The Making Of You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Snowgoose - The Making Of You
De Schotse band Snowgoose laat zich stevig beïnvloeden door Britse folk(rock) uit de jaren 60 en 70, maar vergeet ook de eigenzinnigheid van de muziekscene in Glasgow niet
Met een zangeres als Ana Sheard in de gelederen ligt het maken van authentieke Britse folk voor de hand, maar Snowgoose beperkt zich hier zeker niet toe. De band, die ook nog bestaat uit gitarist Jim McCulloch, laat zich begeleiden door flink wat smaakmakers uit de muziekscene van Glasgow en verrijkt invloeden uit de Britse folk met onder andere folkrock, psychedelica, Westcoast pop en chamber pop. Het levert een album op dat met één been in het verleden en met één been in het heden staat en dat niet alleen het oor aangenaam streelt, maar ook de fantasie uitvoerig prikkelt.
Een maand geleden werd ik zeer aangenaam verrast door het debuutalbum van de uit het Schotse Glasgow afkomstige band Avocet. Op dit album eerde de Schotse band nadrukkelijk de Britse folk uit de jaren 60 en 70, maar stond het ook open voor andere invloeden, waardoor het eerste album van Avocet zowel traditioneel en oorspronkelijk als fris en avontuurlijk klonk.
Een maand later weet het eveneens uit Glasgow afkomstige Snowgoose me net zo te verrassen. Bij de naam Snowgoose moest ik onmiddellijk denken aan het gelijknamige album van de Britse band Camel (een jeugdliefde of jeugdzonde), maar met de muziek van Camel heeft de band Snowgoose niets te maken, al hoor ik stiekem hier en daar een vleugje prog in de muziek van de band uit Glasgow. Het zal vooral mijn fantasie zijn, want The Making Of You, het tweede album van Snowgoose, bevat vooral invloeden uit de folk, folkrock en hier en daar een vleugje Westcoast pop en psychedelica.
Snowgoose komt zoals gezegd uit Glasgow en bestaat uit gitarist Jim McCulloch en zangeres Anna Sheard. Beiden maken of The Making Of You diepe indruk. Wanneer Anne Sheard zingt wordt je, of je het wilt of niet, mee terug genomen naar de hoogtijdagen van de Britse folk(rock) uit de jaren 60 en 70, waarbij ik vooral associaties heb met de muziek van Fairport Convention om de lat direct maar eens hoog te leggen. De zang van Anne Sheard is prachtig, maar ook Jim McCulloch laat in de openingstrack van zich horen met fraai gitaarwerk dat steeds wat voller en steviger wordt.
Na de prachtige openingstrack kon Snowgoose bij mij geen kwaad meer doen, maar ook de andere tracks op het tweede album van de Schotse band zijn prachtig. Snowgoose bestaat in de basis uit Anna Sheard en Jim McCulloch, maar de twee krijgen op The Making Of You gezelschap van de crème de la crème van de muziekscene in Glasgow. Leden van onder andere Teenage Fanclub, Belle & Sebastian, Arab Strap, The Bluebells, Camera Obscura, Traceyanne & Danny en The Pearlfishers voorzien de muziek van Snowgoose van een lekker vol geluid, waarin naast de prachtige gitaren ook bas, drums, orgels en strijkers excelleren.
Invloeden uit de folk zijn vanwege de prachtige stem van Anna Sheard nooit ver weg, maar de muziek van Snowgoose schiet op The Making Of You meerdere kanten op. Van veelkleurige folkrock tot bedwelmende psychedelica tot zoete chamber pop. In muzikaal en vocaal opzicht is het steeds weer smullen, maar ook de songs van Snowgoose zijn van een bijzonder hoog niveau. Het zijn songs waarin keer op keer prachtig de spanning wordt opgebouwd en meerdere genres worden verkend, maar het zijn ook songs die zo lekker in het gehoor liggen dat je er alleen maar zielsgelukkig van kunt worden. Het ene moment klinkt het gloedvol en modern, het volgende moment traditioneel en pastoraal.
Na Avocet is Snowgoose de tweede band uit Glasgow binnen een maand die laat horen dat traditionele Britse folkrock prima kan worden gecombineerd met zeer uiteenlopende andere genres en ook bij beluistering van The Making Of You zit ik alleen maar op het puntje van mijn stoel. Snowgoose heeft een album gemaakt van een unieke schoonheid en het is een album dat echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
Snowpoet - Heartstrings (2025)

4,5
1
geplaatst: 26 mei 2025, 20:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Snowpoet - Heartstrings - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Snowpoet - Heartstrings
Snowpoet uit Londen heeft al een aantal bijzonder mooie en spannende albums op haar naam staan, maar met het net wat toegankelijkere en wederom wonderschone Heartstrings legt de band de lat nog wat hoger
De eerste twee albums van de Londense band Snowpoet heb ik gemist, het derde album ontdekte ik bij toeval en ook het deze week verschenen vierde album van de band rond Lauren Kinsella en Chris Hyson had ik zomaar kunnen missen. Het zou doodzonde zijn geweest, want ook het vierde album van de Britse band is echt prachtig. Het is een album dat niet goed in een hokje past, dat continu de fantasie prikkelt met even mooie als bijzondere klanken, dat een serie bedwelmend mooie songs bevat en dat ook nog eens betovert met de bijzonder mooie stem van Lauren Kinsella. Het is een album dat ik de komende tijd intens ga koesteren en dat zouden echt veel meer mensen moeten doen.
Wait For Me, het derde album van het Britse band Snowpoet, verscheen aan het begin van 2021 in een week met een absurd aantal interessante nieuwe albums. Ik selecteerde het album in eerste instantie niet voor een plekje op de krenten uit de pop, maar het album bleef me intrigeren en uiteindelijk besprak ik Wait For Me van Snowpoet een paar weken later alsnog.
Het album van de band rond zangeres Lauren Kinsella en toetsenist Chris Hyson klonk anders dan alle andere albums van dat moment en betoverde en verwonderde met avontuurlijke maar ook wonderschone muziek. Het kleurde prachtig bij de al even mooie en bijzondere stem van Laura Kinsella, die zich in de unieke mix van folk, jazz en avant-garde als een vis in het water voelde. Met deze drie genres deed ik de muziek van Snowpoet overigens nog flink tekort en ook het aangedragen vergelijkingsmateriaal bleef niet lang houdbaar.
Een oplettende lezer wees me op het deze week verschenen nieuwe album van Snowpoet, Heartstrings. Ik ben deze lezer zeer dankbaar, want ook het nieuwe album van de band uit Londen is weer van een bijzondere schoonheid. De band rond Lauren Kinsella en toetsenist Chris Hyson vertrouwt op haar vierde album deels op de ingrediënten die we kennen van het vorige album, maar slaat ook nieuwe wegen in.
Lauren Kinsella bedwelmt en betovert je vrijwel onmiddellijk met haar bijzonder mooie stem, die ook dit keer wordt gecombineerd met zeer mooie en sfeervolle klanken. Piano en synths spelen de hoofdrol in de muziek op Heartstrings, maar de subtiel en jazzy spelende ritmesectie mag zeker niet onvermeld blijven en dat geldt ook voor de trefzekere accenten van de saxofoon.
De muziek van Snowpoet doet ook op Heartstrings jazzy aan, maar ook invloeden uit de folk en de pop spelen een belangrijke rol op een album dat je met geen enkel etiket recht doet. De muziek van de band uit Londen is nog altijd complex en fantasierijk, maar het label avant-garde is wat mij betreft niet langer van toepassing. Snowpoet tovert op haar nieuwe album immers ook de ene na de andere prachtige song uit de hoge hoed en het zijn songs die zich makkelijk opdringen en even makkelijk blijven hangen.
De band nam haar nieuwe album zo goed als live in de studio op, wat heeft gezorgd voor een toegankelijker geluid, al mocht er ook flink geïmproviseerd worden. Het is een zich redelijk langzaam voortslepend geluid dat is volgestopt met subtiele accenten en hier en daar met meerdere lagen van de mooie stem van Lauren Kinsella.
De muziek van Snowpoet heeft soms een bijna bedwelmende uitwerking, maar biedt ook de perfecte soundtrack voor de rustige start van een mooie lentedag. Heartstrings is misschien wat minder spannend dan het vorige album van Snowpoet, maar persoonlijk vind ik het wat toegankelijkere geluid op het nieuwe album net wat mooier en zeker niet minder interessant.
Luister met volledige aandacht naar het nieuwe album van Snowpoet en je blijft je verbazen over de subtiliteit en pracht van de muziek op Heartstrings, die het oor streelt maar ook de fantasie prikkelt. Minstens even mooi en subtiel is de stem van Lauren Kinsella die fraai ingetogen zingt, maar je ook maar blijft betoveren met loepzuivere noten.
Wait For Me van Snowpoet kreeg in 2021 echt veel te weinig aandacht en ook Heartstrings zal niet veel aandacht krijgen, maar iedereen die dit album een kans geeft ontdekt een album van een unieke schoonheid en kracht. Wat ben ik blij dat ik dit bijzondere album niet heb gemist. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Snowpoet - Heartstrings - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Snowpoet - Heartstrings
Snowpoet uit Londen heeft al een aantal bijzonder mooie en spannende albums op haar naam staan, maar met het net wat toegankelijkere en wederom wonderschone Heartstrings legt de band de lat nog wat hoger
De eerste twee albums van de Londense band Snowpoet heb ik gemist, het derde album ontdekte ik bij toeval en ook het deze week verschenen vierde album van de band rond Lauren Kinsella en Chris Hyson had ik zomaar kunnen missen. Het zou doodzonde zijn geweest, want ook het vierde album van de Britse band is echt prachtig. Het is een album dat niet goed in een hokje past, dat continu de fantasie prikkelt met even mooie als bijzondere klanken, dat een serie bedwelmend mooie songs bevat en dat ook nog eens betovert met de bijzonder mooie stem van Lauren Kinsella. Het is een album dat ik de komende tijd intens ga koesteren en dat zouden echt veel meer mensen moeten doen.
Wait For Me, het derde album van het Britse band Snowpoet, verscheen aan het begin van 2021 in een week met een absurd aantal interessante nieuwe albums. Ik selecteerde het album in eerste instantie niet voor een plekje op de krenten uit de pop, maar het album bleef me intrigeren en uiteindelijk besprak ik Wait For Me van Snowpoet een paar weken later alsnog.
Het album van de band rond zangeres Lauren Kinsella en toetsenist Chris Hyson klonk anders dan alle andere albums van dat moment en betoverde en verwonderde met avontuurlijke maar ook wonderschone muziek. Het kleurde prachtig bij de al even mooie en bijzondere stem van Laura Kinsella, die zich in de unieke mix van folk, jazz en avant-garde als een vis in het water voelde. Met deze drie genres deed ik de muziek van Snowpoet overigens nog flink tekort en ook het aangedragen vergelijkingsmateriaal bleef niet lang houdbaar.
Een oplettende lezer wees me op het deze week verschenen nieuwe album van Snowpoet, Heartstrings. Ik ben deze lezer zeer dankbaar, want ook het nieuwe album van de band uit Londen is weer van een bijzondere schoonheid. De band rond Lauren Kinsella en toetsenist Chris Hyson vertrouwt op haar vierde album deels op de ingrediënten die we kennen van het vorige album, maar slaat ook nieuwe wegen in.
Lauren Kinsella bedwelmt en betovert je vrijwel onmiddellijk met haar bijzonder mooie stem, die ook dit keer wordt gecombineerd met zeer mooie en sfeervolle klanken. Piano en synths spelen de hoofdrol in de muziek op Heartstrings, maar de subtiel en jazzy spelende ritmesectie mag zeker niet onvermeld blijven en dat geldt ook voor de trefzekere accenten van de saxofoon.
De muziek van Snowpoet doet ook op Heartstrings jazzy aan, maar ook invloeden uit de folk en de pop spelen een belangrijke rol op een album dat je met geen enkel etiket recht doet. De muziek van de band uit Londen is nog altijd complex en fantasierijk, maar het label avant-garde is wat mij betreft niet langer van toepassing. Snowpoet tovert op haar nieuwe album immers ook de ene na de andere prachtige song uit de hoge hoed en het zijn songs die zich makkelijk opdringen en even makkelijk blijven hangen.
De band nam haar nieuwe album zo goed als live in de studio op, wat heeft gezorgd voor een toegankelijker geluid, al mocht er ook flink geïmproviseerd worden. Het is een zich redelijk langzaam voortslepend geluid dat is volgestopt met subtiele accenten en hier en daar met meerdere lagen van de mooie stem van Lauren Kinsella.
De muziek van Snowpoet heeft soms een bijna bedwelmende uitwerking, maar biedt ook de perfecte soundtrack voor de rustige start van een mooie lentedag. Heartstrings is misschien wat minder spannend dan het vorige album van Snowpoet, maar persoonlijk vind ik het wat toegankelijkere geluid op het nieuwe album net wat mooier en zeker niet minder interessant.
Luister met volledige aandacht naar het nieuwe album van Snowpoet en je blijft je verbazen over de subtiliteit en pracht van de muziek op Heartstrings, die het oor streelt maar ook de fantasie prikkelt. Minstens even mooi en subtiel is de stem van Lauren Kinsella die fraai ingetogen zingt, maar je ook maar blijft betoveren met loepzuivere noten.
Wait For Me van Snowpoet kreeg in 2021 echt veel te weinig aandacht en ook Heartstrings zal niet veel aandacht krijgen, maar iedereen die dit album een kans geeft ontdekt een album van een unieke schoonheid en kracht. Wat ben ik blij dat ik dit bijzondere album niet heb gemist. Erwin Zijleman
Snowpoet - Wait For Me (2021)

4,5
1
geplaatst: 7 maart 2021, 09:23 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Snowpoet - Wait For Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Snowpoet - Wait For Me
Wait For Me van de Britse band Snowpoet is vorige maand helaas wat ondergesneeuwd, maar wat is het een bijzonder album met de mix van stijlen, het fascinerende geluid en de veelzijdige zang
Toen ik voor de eerste keer naar Wait For Me van Snowpoet luisterde kon ik er niet direct chocola van maken, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer ik onder de indruk raak van de muziek van de band uit Londen. Snowpoet haalt haar inspiratie uit meerdere genres en verpakt alle invloeden in een hele bijzondere instrumentatie, die echt alle kanten op schiet. Dat doet ook de zang op het album, maar Snowpoet strijkt nergens echt tegen de haren in. Integendeel, de muziek van de Britse band blijft je maar verbazen en betoveren en wordt steeds mooier en indrukwekkender. Veel aandacht heeft Wait For Me niet gekregen, maar het is een ware schatkist. Ga dat horen!
Wait For Me was een paar weken geleden mijn eerste kennismaking met de muziek van de Britse band Snowpoet. Het derde album van de band rond zangeres Lauren Kinsella en toetsenist Chris Hyson verscheen in week met een overdaad aan nieuwe releases en viel daarom in eerste instantie buiten de boot. Dat lag zeker niet aan de kwaliteit van het album, want wat is het derde album van de band uit Londen een bijzonder en spannend album.
Wait For Me is een album dat je echt meerdere keren moet horen en toen ik dat eenmaal had gedaan was ik behoorlijk onder de indruk van het derde album van Snowpoet. De band uit Londen maakt muziek die met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen. Als je dit toch probeert zal gekozen moeten worden tussen de hokjes folk, jazz en avant garde, maar met geen van deze hokjes doe je de muziek van Snowpoet recht en er zijn ook nog andere hokjes relevant.
Wait For Me laat een bijzonder spannend geluid horen waarin piano, gitaar, drums en vooral elektronica, saxofoon en viool continu strijden om de aandacht. Het is een op zijn minst fascinerend klankentapijt dat wordt gecombineerd met de zang van Lauren Kinsella, die al even veelzijdig is als de instrumentatie op het album.
Wait For Me opent jazzy, maar het is jazz met een twist. Door jazzy klanken te combineren met avontuurlijke elektronica en de afwisselend mooi volle, gesproken, of juist repeterende vocalen van Lauren Kinsella, word je alleen in de eerste vijf minuten al vaker op het verkeerde been gezet dan met een gemiddeld album dat in de categorie avontuurlijk past.
Snowpoet beweegt zich op haar derde album in alle bovengenoemde genres, maar het maakt ook beeldende muziek met hier en daar een vleugje ambient. Zeker bij eerste beluistering gebeurt er zoveel dat het je duizelt, maar bij herhaalde beluistering worden de songs van Snowpoet alleen maar mooier en interessanter. De op papier wat lastig te combineren instrumenten weten elkaar op fraaie wijze te versterken en maken onderdeel uit van een uniek geluid, dat varieert van subtiel en ingetogen tot groots en bombastisch.
Björk, Laurie Anderson en Godley & Creme worden met enige regelmaat genoemd als vergelijkingsmateriaal voor de muziek van de band rond Lauren Kinsella en Chris Hyson. Daar is wel wat voor te zeggen, al vind ik geen van de vergelijkingen echt treffend en als het al treffend is vervliegt dat snel.
Het bijzondere van Wait For Me is dat je bij eerste beluistering geen touw kunt vastknopen aan de instrumentatie, aan de zang en aan de songs, maar dat na enige gewenning alles op zijn plek valt en je muziek van een enorme schoonheid hoort.
Snowpoet heeft een uniek geluid, maar weet er ook nog eens flink mee te variëren. Soms klinkt het jazzy, soms experimenteel, maar de muziek van de Britse band kan ook soulvol klinken, al is het wel soul zoals je die nog niet eerder hoorde. In muzikaal opzicht is het smullen, maar ook de zang van Lauren Kinsella spreekt steeds meer tot de verbeelding en tilt het album nog wat verder op.
Snowpoet betovert 50 minuten lang met songs die alle kanten op schieten, maar die de fantasie eindeloos prikkelen en ondertussen ook wegdromen toestaan. Snowpoet heeft de pech dat haar album verscheen in een week met heel erg veel releases, maar het fraaie Wait For Me is echt veel te mooi en bijzonder om niet opgemerkt te worden. En als je het album gaat beluisteren, laat dan niet bij één keer, want de echte schoonheid volgt later. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Snowpoet - Wait For Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Snowpoet - Wait For Me
Wait For Me van de Britse band Snowpoet is vorige maand helaas wat ondergesneeuwd, maar wat is het een bijzonder album met de mix van stijlen, het fascinerende geluid en de veelzijdige zang
Toen ik voor de eerste keer naar Wait For Me van Snowpoet luisterde kon ik er niet direct chocola van maken, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer ik onder de indruk raak van de muziek van de band uit Londen. Snowpoet haalt haar inspiratie uit meerdere genres en verpakt alle invloeden in een hele bijzondere instrumentatie, die echt alle kanten op schiet. Dat doet ook de zang op het album, maar Snowpoet strijkt nergens echt tegen de haren in. Integendeel, de muziek van de Britse band blijft je maar verbazen en betoveren en wordt steeds mooier en indrukwekkender. Veel aandacht heeft Wait For Me niet gekregen, maar het is een ware schatkist. Ga dat horen!
Wait For Me was een paar weken geleden mijn eerste kennismaking met de muziek van de Britse band Snowpoet. Het derde album van de band rond zangeres Lauren Kinsella en toetsenist Chris Hyson verscheen in week met een overdaad aan nieuwe releases en viel daarom in eerste instantie buiten de boot. Dat lag zeker niet aan de kwaliteit van het album, want wat is het derde album van de band uit Londen een bijzonder en spannend album.
Wait For Me is een album dat je echt meerdere keren moet horen en toen ik dat eenmaal had gedaan was ik behoorlijk onder de indruk van het derde album van Snowpoet. De band uit Londen maakt muziek die met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen. Als je dit toch probeert zal gekozen moeten worden tussen de hokjes folk, jazz en avant garde, maar met geen van deze hokjes doe je de muziek van Snowpoet recht en er zijn ook nog andere hokjes relevant.
Wait For Me laat een bijzonder spannend geluid horen waarin piano, gitaar, drums en vooral elektronica, saxofoon en viool continu strijden om de aandacht. Het is een op zijn minst fascinerend klankentapijt dat wordt gecombineerd met de zang van Lauren Kinsella, die al even veelzijdig is als de instrumentatie op het album.
Wait For Me opent jazzy, maar het is jazz met een twist. Door jazzy klanken te combineren met avontuurlijke elektronica en de afwisselend mooi volle, gesproken, of juist repeterende vocalen van Lauren Kinsella, word je alleen in de eerste vijf minuten al vaker op het verkeerde been gezet dan met een gemiddeld album dat in de categorie avontuurlijk past.
Snowpoet beweegt zich op haar derde album in alle bovengenoemde genres, maar het maakt ook beeldende muziek met hier en daar een vleugje ambient. Zeker bij eerste beluistering gebeurt er zoveel dat het je duizelt, maar bij herhaalde beluistering worden de songs van Snowpoet alleen maar mooier en interessanter. De op papier wat lastig te combineren instrumenten weten elkaar op fraaie wijze te versterken en maken onderdeel uit van een uniek geluid, dat varieert van subtiel en ingetogen tot groots en bombastisch.
Björk, Laurie Anderson en Godley & Creme worden met enige regelmaat genoemd als vergelijkingsmateriaal voor de muziek van de band rond Lauren Kinsella en Chris Hyson. Daar is wel wat voor te zeggen, al vind ik geen van de vergelijkingen echt treffend en als het al treffend is vervliegt dat snel.
Het bijzondere van Wait For Me is dat je bij eerste beluistering geen touw kunt vastknopen aan de instrumentatie, aan de zang en aan de songs, maar dat na enige gewenning alles op zijn plek valt en je muziek van een enorme schoonheid hoort.
Snowpoet heeft een uniek geluid, maar weet er ook nog eens flink mee te variëren. Soms klinkt het jazzy, soms experimenteel, maar de muziek van de Britse band kan ook soulvol klinken, al is het wel soul zoals je die nog niet eerder hoorde. In muzikaal opzicht is het smullen, maar ook de zang van Lauren Kinsella spreekt steeds meer tot de verbeelding en tilt het album nog wat verder op.
Snowpoet betovert 50 minuten lang met songs die alle kanten op schieten, maar die de fantasie eindeloos prikkelen en ondertussen ook wegdromen toestaan. Snowpoet heeft de pech dat haar album verscheen in een week met heel erg veel releases, maar het fraaie Wait For Me is echt veel te mooi en bijzonder om niet opgemerkt te worden. En als je het album gaat beluisteren, laat dan niet bij één keer, want de echte schoonheid volgt later. Erwin Zijleman
SOAK - Before We Forgot How to Dream (2015)

4,5
0
geplaatst: 4 juni 2015, 14:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: SOAK - Before We Forget How To Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
SOAK is het alter ego van de pas 18 jaar oude Bridie Monds-Watson. De singer-songwriter uit het Noord-Ierse Derry werd vorig jaar al geschaard onder de grote beloften voor 2015 en laat met haar onlangs verschenen debuut Before We Forget How To Dream horen wat ze in huis heeft.
Dat blijkt heel wat, want het debuut van SOAK is een debuut dat indruk maakt. Diepe indruk durf ik inmiddels wel te beweren.
SOAK blinkt op haar debuut vooral uit in intieme, stemmige en vaak behoorlijk donker klinkende popliedjes. Producer Tommy McLaughlin heeft het debuut van SOAK fraai ingekleurd met mooie gitaarlijnen, sober pianospel, donkere elektronica en hier en daar wat strijkers en percussie.
Het levert een mooi ruimtelijk geluid op dat prachtig past bij de bijzondere stem van SOAK, die zich ergens tussen die van Julia Stone, Laura Marling, Sinéad o’Connor, Anja Plaschg (Soap & Skin) en Victoria Legrand (Beach House) in nestelt, maar ook zeker geen geheim maakt van de leeftijd van Bridie Monds-Watson. Op hetzelfde moment heeft SOAK in vocaal opzicht een geheel eigen geluid, dat ik zonder extra informatie overigens eerder in Scandinavië dan in Noord-Ierland zou hebben gepositioneerd.
Before We Forget How To Dream is niet alleen in vocaal opzicht een bijzondere plaat. De ruimtelijke en vaak bedwelmende instrumentatie op de plaat klinkt steeds weer net wat anders en varieert van intiem en folky tot verrassend lichtvoetig of juist zwaar aangezet en bijna deprimerend. Het is een instrumentatie die van Before We Forget How To Dream een verrassend veelzijdige plaat maakt, maar het is ook een instrumentatie die steeds uitstekend past bij de bijzondere stem van Bridie Monds-Watson.
Het is een stem die in eerste instantie waarschijnlijk een wat onderkoelde indruk zal maken, maar hoe vaker je naar Before We Forget How To Dream luistert, hoe meer emotie je zult horen.
Bridie Monds-Watson maakt al muziek sinds haar dertiende en gaat de demonen uit haar tienerjaren op indrukwekkende wijze te lijf. Dat levert zo nu en dan beklemmende songs op die flink wat impact hebben, maar SOAK verrast net zo makkelijk met een zorgeloos popliedjes met voorzichtige hit potentie, al zijn popliedjes uit de eerste categorie op Before We Forget How To Dream zwaar in de meerderheid.
Zeker wanneer je Before We Forget How To Dream wat vaker hebt gehoord, is het debuut van SOAK een plaat die zich steeds makkelijker opdringt en die ook steeds meer indruk maakt.
Er zijn maar weinig jonge vrouwelijke singer-songwriters die debuteren met een geheel eigen geluid, maar Bridie Monds-Watson is hier in geslaagd. Het levert een plaat op die je beetje bij beetje moet ontdekken en die vervolgens zal uitgroeien tot eens serie songs vol diepgang, schoonheid en ruwe emotie. Schrijf maar alvast op als één van de meest bijzondere debuten van 2015. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: SOAK - Before We Forget How To Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
SOAK is het alter ego van de pas 18 jaar oude Bridie Monds-Watson. De singer-songwriter uit het Noord-Ierse Derry werd vorig jaar al geschaard onder de grote beloften voor 2015 en laat met haar onlangs verschenen debuut Before We Forget How To Dream horen wat ze in huis heeft.
Dat blijkt heel wat, want het debuut van SOAK is een debuut dat indruk maakt. Diepe indruk durf ik inmiddels wel te beweren.
SOAK blinkt op haar debuut vooral uit in intieme, stemmige en vaak behoorlijk donker klinkende popliedjes. Producer Tommy McLaughlin heeft het debuut van SOAK fraai ingekleurd met mooie gitaarlijnen, sober pianospel, donkere elektronica en hier en daar wat strijkers en percussie.
Het levert een mooi ruimtelijk geluid op dat prachtig past bij de bijzondere stem van SOAK, die zich ergens tussen die van Julia Stone, Laura Marling, Sinéad o’Connor, Anja Plaschg (Soap & Skin) en Victoria Legrand (Beach House) in nestelt, maar ook zeker geen geheim maakt van de leeftijd van Bridie Monds-Watson. Op hetzelfde moment heeft SOAK in vocaal opzicht een geheel eigen geluid, dat ik zonder extra informatie overigens eerder in Scandinavië dan in Noord-Ierland zou hebben gepositioneerd.
Before We Forget How To Dream is niet alleen in vocaal opzicht een bijzondere plaat. De ruimtelijke en vaak bedwelmende instrumentatie op de plaat klinkt steeds weer net wat anders en varieert van intiem en folky tot verrassend lichtvoetig of juist zwaar aangezet en bijna deprimerend. Het is een instrumentatie die van Before We Forget How To Dream een verrassend veelzijdige plaat maakt, maar het is ook een instrumentatie die steeds uitstekend past bij de bijzondere stem van Bridie Monds-Watson.
Het is een stem die in eerste instantie waarschijnlijk een wat onderkoelde indruk zal maken, maar hoe vaker je naar Before We Forget How To Dream luistert, hoe meer emotie je zult horen.
Bridie Monds-Watson maakt al muziek sinds haar dertiende en gaat de demonen uit haar tienerjaren op indrukwekkende wijze te lijf. Dat levert zo nu en dan beklemmende songs op die flink wat impact hebben, maar SOAK verrast net zo makkelijk met een zorgeloos popliedjes met voorzichtige hit potentie, al zijn popliedjes uit de eerste categorie op Before We Forget How To Dream zwaar in de meerderheid.
Zeker wanneer je Before We Forget How To Dream wat vaker hebt gehoord, is het debuut van SOAK een plaat die zich steeds makkelijker opdringt en die ook steeds meer indruk maakt.
Er zijn maar weinig jonge vrouwelijke singer-songwriters die debuteren met een geheel eigen geluid, maar Bridie Monds-Watson is hier in geslaagd. Het levert een plaat op die je beetje bij beetje moet ontdekken en die vervolgens zal uitgroeien tot eens serie songs vol diepgang, schoonheid en ruwe emotie. Schrijf maar alvast op als één van de meest bijzondere debuten van 2015. Erwin Zijleman
SOAK - If I Never Know You Like This Again (2022)

4,0
0
geplaatst: 24 mei 2022, 16:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: SOAK - If I Never Know You Like This Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com
SOAK - If I Never Know You Like This Again
Bridie Monds-Watson laat op haar derde album als SOAK horen dat ze zich de afgelopen jaren flink heeft ontwikkeld, wat een wat steviger album oplevert, dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht indruk maakt
Ik was SOAK na haar zo indrukwekkende debuutalbum wat uit het oog verloren, maar met het deze week verschenen If I Never Know You Like This Again staat de Noord-Ierse muzikante weer op het netvlies. Het derde album van het alter ego van Bridie Monds-Watson heeft zich naar verluidt laten inspireren door een aantal indierock albums uit de jaren 90 en klinkt inderdaad steviger dan we van SOAK gewend zijn. Bridie Monds-Watson liet op haar debuut al horen dat ze zeer getalenteerd is, maar op haar derde album laat ze in meerdere opzichten flinke ontwikkeling horen. Het levert een uitstekend album op dat vooralsnog alleen maar beter wordt.
SOAK, het alter ego van de Noord-Ierse singer-songwriter Bridie Monds-Watson, begint haar nieuwe album met een diepe zucht. Opmerkelijk, al bekeek de muzikante uit Londonderry het leven op haar uit 2015 stammende debuutalbum ook al niet bepaald door een roze bril. Op dit debuutalbum ging de destijds pas 18 jaar oude singer-songwriter op indrukwekkende wijze het gevecht aan met de vele demonen uit haar jeugd, wat een bijzonder intiem en zeer emotioneel album opleverde.
Op Before We Forgot How To Dream maakte SOAK wat mij betreft indruk met zeer persoonlijke songs, die vaak in een folky jasje waren gestoken, maar die zo nu en dan ook voller waren ingekleurd. Het debuutalbum van SOAK kon in 2015 rekenen op zeer positieve recensies, al struikelde menig muziekliefhebber over haar bijzondere stem, die mij overigens wel kon bekoren, al moest ook ik er aan wennen.
SOAK keerde in het voorjaar van 2019 terug met Grim Town, maar het tweede album van de Noord-Ierse muzikante is mij om onduidelijke redenen destijds niet opgevallen, wat overigens zonde is want het is een prima album. En nu is er dus album nummer drie, If I Never Know You Like This Again.
Na de zucht waarmee het album opent, is er direct weer de nog altijd zeer karakteristieke stem van Bridie Monds-Watson, al klinkt ze inmiddels wel wat doorleefder. In muzikaal opzicht tapt de Noord-Ierse muzikante dit keer echter uit een ander vaatje. If I Never Know You Like This Again is wat meer rock georiënteerd dan haar debuutalbum, dat folky songs als basis had.
De rocksongs op het derde album van SOAK liggen bijzonder lekker in het gehoor en doen wel wat denken aan de indierock die in de jaren 90 werd gemaakt, al hoor ik ook met enige regelmaat een vleugje jaren 80 op het album. Zeker die eerste invloeden zijn niet vreemd, want Bridie Monds-Watson heeft laten weten dat ze zich bij het schrijven van de songs voor haar derde album heeft laten inspireren door albums van met name Broken Social Scene, Pavement en Radiohead.
SOAK combineert de invloeden uit de rock met mooi ingekleurde popmuziek, zoals die ook al op Grim Town was te horen weet ik inmiddels. Bridie Monds-Watson houdt nog altijd van flink wat melancholie in haar teksten, maar zeker wanneer de gitaren lekker gruizig klinken heeft haar muziek een positieve vibe.
Ik was zeer gecharmeerd van het geluid op het debuutalbum van SOAK, maar ook If I Never Know You Like This Again bevalt me erg goed. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker en de songwriting skills van de jonge Noord-Ierse muzikante hebben de afgelopen jaren zeker een boost gekregen.
Ik begreep zeven jaar geleden wel dat de stem van Bridie Monds-Watson niet bij iedereen in de smaak viel en ga er van uit dat haar zang nog steeds barrières op zal werpen, maar in vocaal opzicht heeft SOAK zich absoluut ontwikkeld. Zelf vind ik de zang op het nieuwe album van SOAK overigens alleen maar mooi.
Ik ben alles bij elkaar genomen heel blij met het derde album van SOAK en die blijdschap wordt steeds iets groter omdat de songs op If I Never Know You Like This Again makkelijk blijven hangen en ook na meerdere keren horen leuk blijven. Aan het eind van het album neemt de Noord-Ierse muzikante wat gas terug en laat ze horen dat ze ook haar ingetogen kant niet is vergeten, wat het album nog wat knapper maakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: SOAK - If I Never Know You Like This Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com
SOAK - If I Never Know You Like This Again
Bridie Monds-Watson laat op haar derde album als SOAK horen dat ze zich de afgelopen jaren flink heeft ontwikkeld, wat een wat steviger album oplevert, dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht indruk maakt
Ik was SOAK na haar zo indrukwekkende debuutalbum wat uit het oog verloren, maar met het deze week verschenen If I Never Know You Like This Again staat de Noord-Ierse muzikante weer op het netvlies. Het derde album van het alter ego van Bridie Monds-Watson heeft zich naar verluidt laten inspireren door een aantal indierock albums uit de jaren 90 en klinkt inderdaad steviger dan we van SOAK gewend zijn. Bridie Monds-Watson liet op haar debuut al horen dat ze zeer getalenteerd is, maar op haar derde album laat ze in meerdere opzichten flinke ontwikkeling horen. Het levert een uitstekend album op dat vooralsnog alleen maar beter wordt.
SOAK, het alter ego van de Noord-Ierse singer-songwriter Bridie Monds-Watson, begint haar nieuwe album met een diepe zucht. Opmerkelijk, al bekeek de muzikante uit Londonderry het leven op haar uit 2015 stammende debuutalbum ook al niet bepaald door een roze bril. Op dit debuutalbum ging de destijds pas 18 jaar oude singer-songwriter op indrukwekkende wijze het gevecht aan met de vele demonen uit haar jeugd, wat een bijzonder intiem en zeer emotioneel album opleverde.
Op Before We Forgot How To Dream maakte SOAK wat mij betreft indruk met zeer persoonlijke songs, die vaak in een folky jasje waren gestoken, maar die zo nu en dan ook voller waren ingekleurd. Het debuutalbum van SOAK kon in 2015 rekenen op zeer positieve recensies, al struikelde menig muziekliefhebber over haar bijzondere stem, die mij overigens wel kon bekoren, al moest ook ik er aan wennen.
SOAK keerde in het voorjaar van 2019 terug met Grim Town, maar het tweede album van de Noord-Ierse muzikante is mij om onduidelijke redenen destijds niet opgevallen, wat overigens zonde is want het is een prima album. En nu is er dus album nummer drie, If I Never Know You Like This Again.
Na de zucht waarmee het album opent, is er direct weer de nog altijd zeer karakteristieke stem van Bridie Monds-Watson, al klinkt ze inmiddels wel wat doorleefder. In muzikaal opzicht tapt de Noord-Ierse muzikante dit keer echter uit een ander vaatje. If I Never Know You Like This Again is wat meer rock georiënteerd dan haar debuutalbum, dat folky songs als basis had.
De rocksongs op het derde album van SOAK liggen bijzonder lekker in het gehoor en doen wel wat denken aan de indierock die in de jaren 90 werd gemaakt, al hoor ik ook met enige regelmaat een vleugje jaren 80 op het album. Zeker die eerste invloeden zijn niet vreemd, want Bridie Monds-Watson heeft laten weten dat ze zich bij het schrijven van de songs voor haar derde album heeft laten inspireren door albums van met name Broken Social Scene, Pavement en Radiohead.
SOAK combineert de invloeden uit de rock met mooi ingekleurde popmuziek, zoals die ook al op Grim Town was te horen weet ik inmiddels. Bridie Monds-Watson houdt nog altijd van flink wat melancholie in haar teksten, maar zeker wanneer de gitaren lekker gruizig klinken heeft haar muziek een positieve vibe.
Ik was zeer gecharmeerd van het geluid op het debuutalbum van SOAK, maar ook If I Never Know You Like This Again bevalt me erg goed. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker en de songwriting skills van de jonge Noord-Ierse muzikante hebben de afgelopen jaren zeker een boost gekregen.
Ik begreep zeven jaar geleden wel dat de stem van Bridie Monds-Watson niet bij iedereen in de smaak viel en ga er van uit dat haar zang nog steeds barrières op zal werpen, maar in vocaal opzicht heeft SOAK zich absoluut ontwikkeld. Zelf vind ik de zang op het nieuwe album van SOAK overigens alleen maar mooi.
Ik ben alles bij elkaar genomen heel blij met het derde album van SOAK en die blijdschap wordt steeds iets groter omdat de songs op If I Never Know You Like This Again makkelijk blijven hangen en ook na meerdere keren horen leuk blijven. Aan het eind van het album neemt de Noord-Ierse muzikante wat gas terug en laat ze horen dat ze ook haar ingetogen kant niet is vergeten, wat het album nog wat knapper maakt. Erwin Zijleman
Soap&Skin - From Gas to Solid / you are my friend (2018)

4,5
1
geplaatst: 27 oktober 2018, 10:26 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Soap&Skin - From Gas to Solid/You Are My Friend - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Soap&Skin was zes jaar weg, maar keert terug met een avontuurlijke, beangstigende en bloedstollend mooie plaat
Ik ben zeker niet bang voor donkere muziek, maar het debuut van Soap&Skin vond ik ruim negen jaar geleden wel erg donker. Na enige gewenning kwam echter de schoonheid aan de oppervlakte en groeide het gitzwarte Lovetune For Vacuum uit tot een jaarlijstjesplaat. Anja Plaschg bekijkt het leven nog altijd niet door een roze bril, maar wat heeft ze een avontuurlijke, beangstigende en bloedstollend mooie plaat gemaakt. From Gas To Solid/You Are My Friend schakelt op fascinerende wijze tussen genres en maakt muziek die goed is voor kippenvel van zowel angst, emotie als schoonheid.
Soap&Skin, het alter ego van de Oostenrijkse singer-songwriter Anja Plaschg, debuteerde in het voorjaar van 2009 met het werkelijk aardedonkere Lovetune For Vacuum. De op dat moment pas 18 jaar oude muzikante, greep je op haar debuut bij de strot met beklemmende en bijna beangstigend donkere songs, waarin ze een piano, klassiek aandoende arrangementen en wat verdwaalde elektronica combineerde met een stem vol weemoed.
De songs voor haar debuut schreef Anja Plaschg voor een belangrijk deel toen ze pas 15 jaar oud was; een leeftijd waarop je het leven toch vooral door een roze bril moet bekijken. Die roze bril was geen moment aanwezig op een plaat die je met het predicaat gitzwart nog veel te zonnig omschreef. Lovetune For Vacuum was zo donker en melancholisch dat luisteren bijna pijn deed, maar wanneer je door de pijn heen beet, merkte je dat de songs van de jonge Oostenrijkse muzikante ook wonderschoon waren. Bij mij dook de plaat dan ook op in de hoogste regionen van mijn jaarlijstje over 2009.
Aan het begin van 2012 verscheen de tweede plaat van Soap&Skin, Narrow. Narrow borduurde deels voort op het zo indrukwekkende debuut, maar koos in een aantal tracks ook voor een veel zwaarder aangezet of veel elektronischer geluid. Narrow was wat mij betreft wat minder indrukwekkend dan het debuut, maar nog altijd een bijzondere plaat.
Sinds de release van Narrow was het helaas stil rond Anja Plaschg. Ik was eerlijk gezegd bang dat ze zich nog wat verder had afgezonderd in haar persoonlijke misère of nog erger, maar naar nu blijkt was ze de afgelopen jaren een succesvol actrice en werd ze moeder en lag de focus dus gewoon even ergens anders. Met From Gas To Solid/You Are My Friend keert Anja Plaschg terug naar de muziek en dat levert een wonderschone plaat op.
Direct in de openingstrack hoor je het zo typische Soap&Skin geluid. Donkere pianoklanken, sombere strijkers en het weemoedige stemgeluid van Anja Plaschg zetten de toon. Het is nog altijd geen muziek om vrolijk van te worden, maar het raakt me weer direct.
Bij oppervlakkige beluistering borduurt From Gas To Solid/You Are My Friend voort op het debuut van Soap&Skin, maar in muzikaal opzicht is de nieuwe plaat vele malen interessanter. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe knap Anja Plaschg klassiek aandoende en opvallend rijke arrangementen combineert met uiteenlopende spannende accenten. De ene keer een bijzonder ritme, de volgende keer een elektronische laag, maar altijd is er ook de basis van piano, strijkers en de bijzondere stem van de Oostenrijkse muzikante.
Het maakt van From Gas To Solid/You Are My Friend een plaat die je tot in de kleinste details wilt ontdekken en ervaren. Hierbij moet je ook door de zure appel van hele donkere tinten en heel veel melancholie heen bijten, al kleuren de stemmige klanken natuurlijk ook prachtig bij de schoonheid van de herfst.
From Gas To Solid/You Are My Friend is ook een plaat die je moet laten groeien. Op het eerste gehoor komt het nog wat zwaar en overweldigend over, maar eenmaal gewend aan het donkere geluid van Soap&Skin komt er steeds meer schoonheid aan de oppervlakte. Soap&Skin voegt nog flink wat dimensies toe aan het bijzondere geluid van de vorige twee platen en slaat op fascinerende wijze een brug tussen klassieke muziek, filmmuziek, ambient, New Age, popmuziek en de muziek van de Scandinavische ijsprinsessen.
From Gas To Solid/You Are My Friend staat vol met muziek met een opvallend beeldend karakter, waarbij uiteindelijk naast donkere tinten ook allerlei kleuren opduiken. Ik heb de nieuwe Soap&Skin pas een paar keer gehoord en heb het idee dat mijn oordeel nog moet groeien, maar vooralsnog vind ik het al een van de meest bijzondere platen die dit jaar is verschenen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Soap&Skin - From Gas to Solid/You Are My Friend - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Soap&Skin was zes jaar weg, maar keert terug met een avontuurlijke, beangstigende en bloedstollend mooie plaat
Ik ben zeker niet bang voor donkere muziek, maar het debuut van Soap&Skin vond ik ruim negen jaar geleden wel erg donker. Na enige gewenning kwam echter de schoonheid aan de oppervlakte en groeide het gitzwarte Lovetune For Vacuum uit tot een jaarlijstjesplaat. Anja Plaschg bekijkt het leven nog altijd niet door een roze bril, maar wat heeft ze een avontuurlijke, beangstigende en bloedstollend mooie plaat gemaakt. From Gas To Solid/You Are My Friend schakelt op fascinerende wijze tussen genres en maakt muziek die goed is voor kippenvel van zowel angst, emotie als schoonheid.
Soap&Skin, het alter ego van de Oostenrijkse singer-songwriter Anja Plaschg, debuteerde in het voorjaar van 2009 met het werkelijk aardedonkere Lovetune For Vacuum. De op dat moment pas 18 jaar oude muzikante, greep je op haar debuut bij de strot met beklemmende en bijna beangstigend donkere songs, waarin ze een piano, klassiek aandoende arrangementen en wat verdwaalde elektronica combineerde met een stem vol weemoed.
De songs voor haar debuut schreef Anja Plaschg voor een belangrijk deel toen ze pas 15 jaar oud was; een leeftijd waarop je het leven toch vooral door een roze bril moet bekijken. Die roze bril was geen moment aanwezig op een plaat die je met het predicaat gitzwart nog veel te zonnig omschreef. Lovetune For Vacuum was zo donker en melancholisch dat luisteren bijna pijn deed, maar wanneer je door de pijn heen beet, merkte je dat de songs van de jonge Oostenrijkse muzikante ook wonderschoon waren. Bij mij dook de plaat dan ook op in de hoogste regionen van mijn jaarlijstje over 2009.
Aan het begin van 2012 verscheen de tweede plaat van Soap&Skin, Narrow. Narrow borduurde deels voort op het zo indrukwekkende debuut, maar koos in een aantal tracks ook voor een veel zwaarder aangezet of veel elektronischer geluid. Narrow was wat mij betreft wat minder indrukwekkend dan het debuut, maar nog altijd een bijzondere plaat.
Sinds de release van Narrow was het helaas stil rond Anja Plaschg. Ik was eerlijk gezegd bang dat ze zich nog wat verder had afgezonderd in haar persoonlijke misère of nog erger, maar naar nu blijkt was ze de afgelopen jaren een succesvol actrice en werd ze moeder en lag de focus dus gewoon even ergens anders. Met From Gas To Solid/You Are My Friend keert Anja Plaschg terug naar de muziek en dat levert een wonderschone plaat op.
Direct in de openingstrack hoor je het zo typische Soap&Skin geluid. Donkere pianoklanken, sombere strijkers en het weemoedige stemgeluid van Anja Plaschg zetten de toon. Het is nog altijd geen muziek om vrolijk van te worden, maar het raakt me weer direct.
Bij oppervlakkige beluistering borduurt From Gas To Solid/You Are My Friend voort op het debuut van Soap&Skin, maar in muzikaal opzicht is de nieuwe plaat vele malen interessanter. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe knap Anja Plaschg klassiek aandoende en opvallend rijke arrangementen combineert met uiteenlopende spannende accenten. De ene keer een bijzonder ritme, de volgende keer een elektronische laag, maar altijd is er ook de basis van piano, strijkers en de bijzondere stem van de Oostenrijkse muzikante.
Het maakt van From Gas To Solid/You Are My Friend een plaat die je tot in de kleinste details wilt ontdekken en ervaren. Hierbij moet je ook door de zure appel van hele donkere tinten en heel veel melancholie heen bijten, al kleuren de stemmige klanken natuurlijk ook prachtig bij de schoonheid van de herfst.
From Gas To Solid/You Are My Friend is ook een plaat die je moet laten groeien. Op het eerste gehoor komt het nog wat zwaar en overweldigend over, maar eenmaal gewend aan het donkere geluid van Soap&Skin komt er steeds meer schoonheid aan de oppervlakte. Soap&Skin voegt nog flink wat dimensies toe aan het bijzondere geluid van de vorige twee platen en slaat op fascinerende wijze een brug tussen klassieke muziek, filmmuziek, ambient, New Age, popmuziek en de muziek van de Scandinavische ijsprinsessen.
From Gas To Solid/You Are My Friend staat vol met muziek met een opvallend beeldend karakter, waarbij uiteindelijk naast donkere tinten ook allerlei kleuren opduiken. Ik heb de nieuwe Soap&Skin pas een paar keer gehoord en heb het idee dat mijn oordeel nog moet groeien, maar vooralsnog vind ik het al een van de meest bijzondere platen die dit jaar is verschenen. Erwin Zijleman
Soap&Skin - TORSO (2024)

4,0
0
geplaatst: 16 december 2024, 17:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Soap&Skin - TORSO - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Soap&Skin - TORSO
Soap&Skin staat inmiddels vijftien jaar garant voor uiterst donkere, indringende en dramatische, maar ook bijzonder mooie albums en ook het met louter songs van anderen gevulde TORSO is er weer een
Albums met alleen vertolkingen van songs van anderen zijn meestal weinig opwindende tussendoortjes, maar het deze week verschenen TORSO van Soap&Skin valt in een andere categorie. Het alter ego van de Oostenrijkse muzikante Anja Plaschg maakte een aantal van de donkerste albums van de afgelopen twee decennia en ook TORSO is zeker niet gevuld met zonnestralen. Ook TORSO is een album waar je tegen moet kunnen, maar als je er tegen kunt is het een fascinerend album met prachtige orkestraties, geweldige zang en vertolkingen van songs die in de meeste gevallen in bijna niets meer doen denken aan de originelen. Het is aardedonker, maar ook bijzonder mooi. Zomaar een van de meest indrukwekkende coveralbums die ik ken.
De Oostenrijkse singer-songwriter Anja Plaschg leverde in 2009 als Soap&Skin een aardedonker album af. Het in het voorjaar van 2009 verschenen Lovetune For Vacuum verdreef in één keer alle zonnestralen en vulde de lucht met gitzwarte wolken. Het debuutalbum van Soap&Skin was niet alleen angstig donker, maar ook wonderschoon, waardoor het album de boeken in ging als een van de meest indrukwekkende albums van 2009.
Wat het album nog wat indrukwekkender maakte, maar wat ook wel enigszins zorgwekkend was, is dat Anja Plaschg het album opnam tussen haar veertiende en haar achttiende. Ook op het in 2012 verschenen Narrow was Anja Plaschg zeker geen lachebekje, maar het album klonk wat minder donker en eerlijk gezegd ook wat minder indrukwekkend dan haar debuutalbum.
Met het in 2018 verschenen From Gas To Solid/You Are My Friend overtrof Anja Plaschg, op dat moment ook een succesvolle actrice, wat mij betreft haar debuutalbum. Ook From Gas To Solid/You Are My Friend was een album met vooral donkere tinten, maar de muziek van Soap&Skin kon ook sprookjesachtig mooi klinken.
De afgelopen zes jaar was het vizier van de Oostenrijkse muzikante gericht op andere zaken, maar een paar weken geleden verscheen er eindelijk weer een nieuw album van Soap&Skin. TORSO bevat bijna een uur muziek en in dat uur muziek komen twaalf songs voorbij. Het zijn allemaal songs van anderen, waardoor het album misschien aanvoelt als een tussendoortje, maar dat is het zeker niet.
Anja Plaschg vertolkte de afgelopen 15 jaar veel vaker songs van anderen, die twee jaar geleden samen kwamen in een op een festival gespeelde set. Ze staan nu ook op TORSO, dat songs bevat van onder andere Sufjan Stevens, Lana Del Rey, Cat Power, Tom Waits, David Bowie (wat een fascinerende versie van Girl Loves Me), The Velvet Underground en The Doors.
Een aantal songs op TORSO moeten het doen met het donkere pianospel en de indringende stem van Anja Plaschg, maar de Oostenrijkse muzikante werkte ook samen met een klassiek ensemble en trekt hier en daar wat beangstigende elektronica uit de kast.
TORSO bevat misschien uitsluitend songs van anderen, maar het is desondanks een typisch Soap&Skin album geworden. Het is wederom geen album om vrolijk van te worden, want de vertolkingen van Soap&Skin zijn behoorlijk intens en indringend en vooral donker van kleur.
Achter alle donkere tinten is echter ook een hoop schoonheid te vinden. De orkestraties op het album zijn behoorlijk dramatisch, maar ook bijzonder mooi. Hetzelfde kan gezegd worden van de stem van Anja Plaschg, die in meerdere songs keihard binnen komt en die enorm is gegroeid sinds haar debuutalbum.
De Oostenrijkse muzikante is er in geslaagd om van alle songs op het album Soap&Skin songs te maken. Het levert een serie songs op die soms zo donker en intens zijn dat je er bijna bang van wordt, maar het is ook razend knap hoe de muzikante uit Wenen de songs zo heeft verbouwd dat ze nauwelijks meer te herkennen zijn.
Ik ben echt niet altijd in de stemming voor dit album, maar dat was niet anders bij Lovetune For Vacuum, Narrow en From Gas To Solid/You Are My Friend. Als ik er wel voor in de stemming ben grijpt TORSO me een uur lang op ongekende wijze bij de strot en worden de vertolkingen van Anja Plaschg alleen maar mooier, bijzonderder en indrukwekkender. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Soap&Skin - TORSO - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Soap&Skin - TORSO
Soap&Skin staat inmiddels vijftien jaar garant voor uiterst donkere, indringende en dramatische, maar ook bijzonder mooie albums en ook het met louter songs van anderen gevulde TORSO is er weer een
Albums met alleen vertolkingen van songs van anderen zijn meestal weinig opwindende tussendoortjes, maar het deze week verschenen TORSO van Soap&Skin valt in een andere categorie. Het alter ego van de Oostenrijkse muzikante Anja Plaschg maakte een aantal van de donkerste albums van de afgelopen twee decennia en ook TORSO is zeker niet gevuld met zonnestralen. Ook TORSO is een album waar je tegen moet kunnen, maar als je er tegen kunt is het een fascinerend album met prachtige orkestraties, geweldige zang en vertolkingen van songs die in de meeste gevallen in bijna niets meer doen denken aan de originelen. Het is aardedonker, maar ook bijzonder mooi. Zomaar een van de meest indrukwekkende coveralbums die ik ken.
De Oostenrijkse singer-songwriter Anja Plaschg leverde in 2009 als Soap&Skin een aardedonker album af. Het in het voorjaar van 2009 verschenen Lovetune For Vacuum verdreef in één keer alle zonnestralen en vulde de lucht met gitzwarte wolken. Het debuutalbum van Soap&Skin was niet alleen angstig donker, maar ook wonderschoon, waardoor het album de boeken in ging als een van de meest indrukwekkende albums van 2009.
Wat het album nog wat indrukwekkender maakte, maar wat ook wel enigszins zorgwekkend was, is dat Anja Plaschg het album opnam tussen haar veertiende en haar achttiende. Ook op het in 2012 verschenen Narrow was Anja Plaschg zeker geen lachebekje, maar het album klonk wat minder donker en eerlijk gezegd ook wat minder indrukwekkend dan haar debuutalbum.
Met het in 2018 verschenen From Gas To Solid/You Are My Friend overtrof Anja Plaschg, op dat moment ook een succesvolle actrice, wat mij betreft haar debuutalbum. Ook From Gas To Solid/You Are My Friend was een album met vooral donkere tinten, maar de muziek van Soap&Skin kon ook sprookjesachtig mooi klinken.
De afgelopen zes jaar was het vizier van de Oostenrijkse muzikante gericht op andere zaken, maar een paar weken geleden verscheen er eindelijk weer een nieuw album van Soap&Skin. TORSO bevat bijna een uur muziek en in dat uur muziek komen twaalf songs voorbij. Het zijn allemaal songs van anderen, waardoor het album misschien aanvoelt als een tussendoortje, maar dat is het zeker niet.
Anja Plaschg vertolkte de afgelopen 15 jaar veel vaker songs van anderen, die twee jaar geleden samen kwamen in een op een festival gespeelde set. Ze staan nu ook op TORSO, dat songs bevat van onder andere Sufjan Stevens, Lana Del Rey, Cat Power, Tom Waits, David Bowie (wat een fascinerende versie van Girl Loves Me), The Velvet Underground en The Doors.
Een aantal songs op TORSO moeten het doen met het donkere pianospel en de indringende stem van Anja Plaschg, maar de Oostenrijkse muzikante werkte ook samen met een klassiek ensemble en trekt hier en daar wat beangstigende elektronica uit de kast.
TORSO bevat misschien uitsluitend songs van anderen, maar het is desondanks een typisch Soap&Skin album geworden. Het is wederom geen album om vrolijk van te worden, want de vertolkingen van Soap&Skin zijn behoorlijk intens en indringend en vooral donker van kleur.
Achter alle donkere tinten is echter ook een hoop schoonheid te vinden. De orkestraties op het album zijn behoorlijk dramatisch, maar ook bijzonder mooi. Hetzelfde kan gezegd worden van de stem van Anja Plaschg, die in meerdere songs keihard binnen komt en die enorm is gegroeid sinds haar debuutalbum.
De Oostenrijkse muzikante is er in geslaagd om van alle songs op het album Soap&Skin songs te maken. Het levert een serie songs op die soms zo donker en intens zijn dat je er bijna bang van wordt, maar het is ook razend knap hoe de muzikante uit Wenen de songs zo heeft verbouwd dat ze nauwelijks meer te herkennen zijn.
Ik ben echt niet altijd in de stemming voor dit album, maar dat was niet anders bij Lovetune For Vacuum, Narrow en From Gas To Solid/You Are My Friend. Als ik er wel voor in de stemming ben grijpt TORSO me een uur lang op ongekende wijze bij de strot en worden de vertolkingen van Anja Plaschg alleen maar mooier, bijzonderder en indrukwekkender. Erwin Zijleman
soccer mommy - Clean (2018)

4,5
0
geplaatst: 4 maart 2018, 10:05 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Soccer Mommy - Clean - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Soccer Mommy, het alter ego van de uit Nashville afkomstige Sophie Allison, maakte vorig jaar indruk met Collection.
De plaat duurde nog geen half uur en verzamelde een aantal van de songs die, de op dat moment in New York woonachtige, Sophie Allison eerder via bandcamp had uitgebracht.
Het betrof songs die de jonge Amerikaanse singer-songwriter in haar slaapkamer had opgenomen, waardoor het etiket ‘bedroom pop’ op de plaat werd geplakt.
Het was een vlag die de lading uitstekend dekte, want de songs van Soccer Mommy ontleenden een deel van hun kracht aan de intimiteit die Sophie Allison in haar muziek wist vast te leggen, al maakte de muzikante uit Nashville ook indruk met prima songs.
Collection deed me denken aan de muziek van onder andere Jay Som, Japanese Breakfast, Amy O, Girlpool, Palehound, aan de eerste platen van Waxahatchee, uit een iets verder verleden aan de donkere songs van Julie Doiron, maar de muziek van Soccer Mommy had op Collection ook zeker raakvlakken met 90s bands als Throwing Muses en Belly en met de platen van Juliana Hatfield. Het zijn allemaal namen die ook weer opduiken bij beluistering van Clean.
De nieuwe plaat van Soccer Mommy bevat tien songs en duurt net wat langer dan Collection. Het is een plaat die duidelijk in het verlengde ligt van zijn voorganger en dat is best bijzonder. Sophie Allison nam haar songs dit keer immers niet in haar slaapkamer op, maar ging met een band en producer Gabe Wax de studio in.
Gabe Wax verdiende zijn sporen, grotendeels als technicus, op de platen van The War On Drugs, Cass McCombs, Beirut en Wye Oak en laat op Clean horen dat hij ook als producer uitstekend uit de voeten kan. Clean klinkt absoluut voller dan Collection, maar gelukkig heeft Sophie Allison de intimiteit van haar vorige plaat behouden en zou ook Clean best in haar slaapkamer kunnen zijn opgenomen.
Vergeleken met Collection valt Clean niet alleen op door een wat voller en rijker geluid, wat de songs van de Amerikaanse singer-songwriter voorziet van wat meer kleur en glans, en met net wat meer invloeden uit de rock, maar zeker ook door net wat meer uitgekristalliseerde songs.
Het zijn songs waarin Soccer Mommy wederom graaft in haar persoonlijke leven, waarin mislukte relaties een grote rol spelen. Het zorgt voor een licht melancholische ondertoon, maar de intieme popliedjes van Soccer Mommy zijn ook zeker geschikt om je aan te warmen op deze koude dagen.
Clean doet me, nog wat meer dan zijn voorganger, denken aan de platen van Juliana Hatfield, die er net als Soccer Mommy altijd in slaagt om donkere wolken en zonneschijn samen te laten komen in haar songs. Het zijn de songs waarmee Soccer Mommy zich uiteindelijk kan onderscheiden van de meeste van haar soortgenoten, al vind ik ook haar stem bovengemiddeld goed en vooral aangenaam.
Met Clean treedt Soccer Mommy wat mij betreft in de voetsporen van onder andere Phoebe Bridgers en Julien Baker, voor mij de grootste verrassingen van 2017, al is de muziek van Sophie Allison wel wat zonniger. Collection stond vorig jaar nog bol van de belofte, maar met Clean maakt Soccer Mommy de belofte echt meer dan waar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Soccer Mommy - Clean - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Soccer Mommy, het alter ego van de uit Nashville afkomstige Sophie Allison, maakte vorig jaar indruk met Collection.
De plaat duurde nog geen half uur en verzamelde een aantal van de songs die, de op dat moment in New York woonachtige, Sophie Allison eerder via bandcamp had uitgebracht.
Het betrof songs die de jonge Amerikaanse singer-songwriter in haar slaapkamer had opgenomen, waardoor het etiket ‘bedroom pop’ op de plaat werd geplakt.
Het was een vlag die de lading uitstekend dekte, want de songs van Soccer Mommy ontleenden een deel van hun kracht aan de intimiteit die Sophie Allison in haar muziek wist vast te leggen, al maakte de muzikante uit Nashville ook indruk met prima songs.
Collection deed me denken aan de muziek van onder andere Jay Som, Japanese Breakfast, Amy O, Girlpool, Palehound, aan de eerste platen van Waxahatchee, uit een iets verder verleden aan de donkere songs van Julie Doiron, maar de muziek van Soccer Mommy had op Collection ook zeker raakvlakken met 90s bands als Throwing Muses en Belly en met de platen van Juliana Hatfield. Het zijn allemaal namen die ook weer opduiken bij beluistering van Clean.
De nieuwe plaat van Soccer Mommy bevat tien songs en duurt net wat langer dan Collection. Het is een plaat die duidelijk in het verlengde ligt van zijn voorganger en dat is best bijzonder. Sophie Allison nam haar songs dit keer immers niet in haar slaapkamer op, maar ging met een band en producer Gabe Wax de studio in.
Gabe Wax verdiende zijn sporen, grotendeels als technicus, op de platen van The War On Drugs, Cass McCombs, Beirut en Wye Oak en laat op Clean horen dat hij ook als producer uitstekend uit de voeten kan. Clean klinkt absoluut voller dan Collection, maar gelukkig heeft Sophie Allison de intimiteit van haar vorige plaat behouden en zou ook Clean best in haar slaapkamer kunnen zijn opgenomen.
Vergeleken met Collection valt Clean niet alleen op door een wat voller en rijker geluid, wat de songs van de Amerikaanse singer-songwriter voorziet van wat meer kleur en glans, en met net wat meer invloeden uit de rock, maar zeker ook door net wat meer uitgekristalliseerde songs.
Het zijn songs waarin Soccer Mommy wederom graaft in haar persoonlijke leven, waarin mislukte relaties een grote rol spelen. Het zorgt voor een licht melancholische ondertoon, maar de intieme popliedjes van Soccer Mommy zijn ook zeker geschikt om je aan te warmen op deze koude dagen.
Clean doet me, nog wat meer dan zijn voorganger, denken aan de platen van Juliana Hatfield, die er net als Soccer Mommy altijd in slaagt om donkere wolken en zonneschijn samen te laten komen in haar songs. Het zijn de songs waarmee Soccer Mommy zich uiteindelijk kan onderscheiden van de meeste van haar soortgenoten, al vind ik ook haar stem bovengemiddeld goed en vooral aangenaam.
Met Clean treedt Soccer Mommy wat mij betreft in de voetsporen van onder andere Phoebe Bridgers en Julien Baker, voor mij de grootste verrassingen van 2017, al is de muziek van Sophie Allison wel wat zonniger. Collection stond vorig jaar nog bol van de belofte, maar met Clean maakt Soccer Mommy de belofte echt meer dan waar. Erwin Zijleman
soccer mommy - Collection (2017)

4,0
0
geplaatst: 25 augustus 2017, 14:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Soccer Mommy - Collection - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Soccer Mommy is het alter ego van de uit Nashville afkomstige, maar tegenwoordig in New York wonende en studerende singer-songwriter Sophie Allison.
Deze Sophie Allison maakte haar thuis opgenomen muziek al een tijdje beschikbaar via bandcamp, maar nu is dan ook haar eerste echte album verschenen.
Collection bevat acht songs, gekozen uit haar eerdere werk, en duurt nog geen half uur. Dat is kort, maar het is ruim voldoende om het talent van Sophie Allison te onderkennen.
Collection van Soccer Mommy bevat zoals gezegd acht songs en het zijn acht zwoele en vrij ingetogen popliedjes. Sophie Allison speelt zeer verdienstelijk gitaar en heeft een stem die makkelijk verleidt. Een degelijke ritmesectie en subtiele bijdragen van toetsen maken het geluid van Soccer Mommy op Collection compleet.
Collection werd bij Sophie Allison thuis in elkaar geknutseld en dat hoor je. Het debuut van Soccer Mommy heeft het charmante en rammelende van veel platen die in het hokje lo-fi worden geduwd, maar in tegenstelling tot veel songs in dit genre, zijn die van Soccer Mommy allemaal voorzien van een kop en een staart.
Het doet meer dan eens denken aan de muziek van soortgenoten als Jay Som, Japanese Breakfast, Amy O, Palehound, de eerste platen van Waxahatchee en uit een iets verder verleden Julie Doiron, maar de muziek van Soccer Mommy heeft ook raakvlakken met 90s bands als Throwing Muses en Belly.
Collection werd opgenomen in de slaapkamer van Sophie Allison en klinkt zo loom als je verwacht van een op een slaapkamer opgenomen plaat. Het klinkt in muzikaal opzicht allemaal betrekkelijk eenvoudig, maar met name in het gitaarwerk hoor ik veel mooie dingen. De ingetogen gitaarloopjes van Sophie Allison klinken ruimtelijk en intiem en geven Collection een bijzondere sfeer, die af en toe ook wel wat doet denken aan de vroege platen van Elliott Smith.
De grote kracht van Sophie Allison schuilt echter in haar songs. De songs op Collection vallen op door mooie melodieën, die af en toe tegen de haren instrijken, maar toch vooral verleiden. Het zijn songs waarop je onmiddellijk verliefd kunt worden, maar vervolgens blijken de songs van Soccer Mommy ook nog eens groeibriljanten die lang winnen aan kracht en schoonheid. Ook in tekstueel opzicht maakt de jonge Amerikaanse overigens indruk met vlijmscherpe observaties.
Sophie Allison is pas net 20 en komt op de proppen met een serie songs die ze in haar tienerjaren schreef. Het zijn songs die doen uitzien naar alles dat nog komen gaat, want dat Sophie Allison zeer getalenteerd is staat na het beluisteren van Collection niet meer ter discussie. Alle reden dus om Soccer Mommy in de gaten te houden, maar ook het kleine half uur van Collection levert al meerdere songs op die je na één keer horen wilt koesteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Soccer Mommy - Collection - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Soccer Mommy is het alter ego van de uit Nashville afkomstige, maar tegenwoordig in New York wonende en studerende singer-songwriter Sophie Allison.
Deze Sophie Allison maakte haar thuis opgenomen muziek al een tijdje beschikbaar via bandcamp, maar nu is dan ook haar eerste echte album verschenen.
Collection bevat acht songs, gekozen uit haar eerdere werk, en duurt nog geen half uur. Dat is kort, maar het is ruim voldoende om het talent van Sophie Allison te onderkennen.
Collection van Soccer Mommy bevat zoals gezegd acht songs en het zijn acht zwoele en vrij ingetogen popliedjes. Sophie Allison speelt zeer verdienstelijk gitaar en heeft een stem die makkelijk verleidt. Een degelijke ritmesectie en subtiele bijdragen van toetsen maken het geluid van Soccer Mommy op Collection compleet.
Collection werd bij Sophie Allison thuis in elkaar geknutseld en dat hoor je. Het debuut van Soccer Mommy heeft het charmante en rammelende van veel platen die in het hokje lo-fi worden geduwd, maar in tegenstelling tot veel songs in dit genre, zijn die van Soccer Mommy allemaal voorzien van een kop en een staart.
Het doet meer dan eens denken aan de muziek van soortgenoten als Jay Som, Japanese Breakfast, Amy O, Palehound, de eerste platen van Waxahatchee en uit een iets verder verleden Julie Doiron, maar de muziek van Soccer Mommy heeft ook raakvlakken met 90s bands als Throwing Muses en Belly.
Collection werd opgenomen in de slaapkamer van Sophie Allison en klinkt zo loom als je verwacht van een op een slaapkamer opgenomen plaat. Het klinkt in muzikaal opzicht allemaal betrekkelijk eenvoudig, maar met name in het gitaarwerk hoor ik veel mooie dingen. De ingetogen gitaarloopjes van Sophie Allison klinken ruimtelijk en intiem en geven Collection een bijzondere sfeer, die af en toe ook wel wat doet denken aan de vroege platen van Elliott Smith.
De grote kracht van Sophie Allison schuilt echter in haar songs. De songs op Collection vallen op door mooie melodieën, die af en toe tegen de haren instrijken, maar toch vooral verleiden. Het zijn songs waarop je onmiddellijk verliefd kunt worden, maar vervolgens blijken de songs van Soccer Mommy ook nog eens groeibriljanten die lang winnen aan kracht en schoonheid. Ook in tekstueel opzicht maakt de jonge Amerikaanse overigens indruk met vlijmscherpe observaties.
Sophie Allison is pas net 20 en komt op de proppen met een serie songs die ze in haar tienerjaren schreef. Het zijn songs die doen uitzien naar alles dat nog komen gaat, want dat Sophie Allison zeer getalenteerd is staat na het beluisteren van Collection niet meer ter discussie. Alle reden dus om Soccer Mommy in de gaten te houden, maar ook het kleine half uur van Collection levert al meerdere songs op die je na één keer horen wilt koesteren. Erwin Zijleman
soccer mommy - color theory (2020)

4,0
2
geplaatst: 2 maart 2020, 16:36 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Soccer Mommy - color theory - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Soccer Mommy - color theory
Soccer Mommy stort ook dit keer de melancholie in bakken over je uit, maar wat zijn haar intieme popliedjes mooi en verslavend als je er vatbaar voor bent
De vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters met een wat donkere kijk op het leven zit al een tijdje overvol, maar desondanks houdt de stroom aan albums in het genre aan. Soccer Mommy gaat op color theory verder waar ze precies twee jaar geleden met Clean ophield. Ze kiest ook dit keer voor geluid waarin zowel plaats is voor folk als rock en combineert mooie klanken met vocalen vol weemoed. Het alter ego van Sophie Allison maakt nog altijd muziek die je verafschuwt of intens liefhebt en ik behoor ook dit keer tot de laatste groep. Soccer Mommy maakt je deelgenoot van haar ellende, maar ze maakt ook hele mooie muziek.
Jonge vrouwelijke singer-songwriters die met zachte vocalen hun leed over je uitstorten in songs die zowel folky als wat steviger kunnen klinken. Ze zijn er momenteel in alle soorten en maten en het zijn er ook nog eens heel erg veel.
Ik kan me daarom wel voorstellen dat veel muziekliefhebbers het genre wat moe beginnen te worden en zich afvragen wat de meerwaarde van het zoveelste nieuwe album is. Zelf behoor ik niet tot deze groep, want ik heb nog steeds een enorm zwak voor dit soort vrouwelijke singer-songwriters.
Het zorgde ervoor dat ik in de zomer van 2017 meedogenloos werd verleid door de huisvlijt van Soccer Mommy op Collection en precies twee jaar geleden ook viel voor de charmes van het wat stevigere Clean. Soccer Mommy is overigens het alter ego van de in Nashville, Tennessee, geboren Sophie Allison, die de afgelopen jaren vanuit New York opereerde, maar op haar bandcamp pagina nu weer Nashville als thuisbasis opgeeft.
Op Clean werkte Sophie Allison met producer Gabe Wax, die vooral bekend is van The War On Drugs, maar die ook achter de knoppen zat bij Frankie Cosmos, die muziek maakt die verwant is aan die van Soccer Mommy. Gabe Wax heeft ook color theory, het nieuwe album van Soccer Mommy, net als voorganger Clean, voorzien van een geluid waarin ruimte is voor ingetogen songs, maar waarin ook stevigere en wat rijker ingekleurde songs het goed doen.
Het is een geluid dat nog altijd wat lo-fi klinkt, maar dat natuurlijk niet meer is.
Soccer Mommy maakt op color theory muziek die aansluit bij haar vorige album, maar die ook niet ver verwijderd is van die van soortgenoten als Phoebe Bridgers, Snail Mail, Jay Som, Stella Donnelly en noem ze allemaal maar op. Het is de muziek die Juliana Hatfield dertig jaar geleden al maakte, al was haar muziek wel wat rauwer.
Soccer Mommy kiest ook op color theory weer voor een wat zompig geluid, waarin vooral wolken melancholie overdrijven. De Amerikaanse singer-songwriter bekeek het leven op haar vorige albums niet bepaald door een roze bril en doet dat ook op color theory niet. De criticus zal beweren dat het zo langzamerhand wat zeurderig klinkt, maar als je gevoelig bent voor de weemoed van Sophie Allison is ook color theory weer een album vol verleiding.
Ik ben er kennelijk zeer gevoelig voor, want Soccer Mommy overtuigde me vrijwel onmiddellijk. Ook het nieuwe album van de singer-songwriter uit Nashville staat vol met lekker in het gehoor liggende popliedjes. Het zijn popliedjes die zijn verstopt in een wat zompig geluid, waarin echter bij wat aandachtigere beluistering steeds meer mooie en veelkleurige gitaarlijnen opduiken, die weer prachtig combineren met wolken weemoedige synths.
In muzikaal opzicht voegt color theory niet zo heel veel toe aan Clean, al klinkt het album wel wat steviger, maar wat geeft het als het zo lekker klinkt. Soccer Mommy schakelt ook dit keer tussen folky songs en net wat stevigere songs en stort vrijwel continu haar ongeluk over je uit. Haar stem klinkt zacht, weemoedig en hier en daar zelfs wat verveeld, maar het stoort mij geen moment. Integendeel, Sophie Allison zingt als je het mij vraagt prachtig op haar nieuwe album.
Tien songs lang vermaakt Soccer Mommy met het geluid dat we inmiddels van haar kennen en maakt ze de muziek die inmiddels door talloze soortgenoten wordt gemaakt. Het zal niet iedereen wat doen, maar ik ben toch weer als een blok gevallen voor de donkere maar ook zoete verleiding van Sophie Allison. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Soccer Mommy - color theory - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Soccer Mommy - color theory
Soccer Mommy stort ook dit keer de melancholie in bakken over je uit, maar wat zijn haar intieme popliedjes mooi en verslavend als je er vatbaar voor bent
De vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters met een wat donkere kijk op het leven zit al een tijdje overvol, maar desondanks houdt de stroom aan albums in het genre aan. Soccer Mommy gaat op color theory verder waar ze precies twee jaar geleden met Clean ophield. Ze kiest ook dit keer voor geluid waarin zowel plaats is voor folk als rock en combineert mooie klanken met vocalen vol weemoed. Het alter ego van Sophie Allison maakt nog altijd muziek die je verafschuwt of intens liefhebt en ik behoor ook dit keer tot de laatste groep. Soccer Mommy maakt je deelgenoot van haar ellende, maar ze maakt ook hele mooie muziek.
Jonge vrouwelijke singer-songwriters die met zachte vocalen hun leed over je uitstorten in songs die zowel folky als wat steviger kunnen klinken. Ze zijn er momenteel in alle soorten en maten en het zijn er ook nog eens heel erg veel.
Ik kan me daarom wel voorstellen dat veel muziekliefhebbers het genre wat moe beginnen te worden en zich afvragen wat de meerwaarde van het zoveelste nieuwe album is. Zelf behoor ik niet tot deze groep, want ik heb nog steeds een enorm zwak voor dit soort vrouwelijke singer-songwriters.
Het zorgde ervoor dat ik in de zomer van 2017 meedogenloos werd verleid door de huisvlijt van Soccer Mommy op Collection en precies twee jaar geleden ook viel voor de charmes van het wat stevigere Clean. Soccer Mommy is overigens het alter ego van de in Nashville, Tennessee, geboren Sophie Allison, die de afgelopen jaren vanuit New York opereerde, maar op haar bandcamp pagina nu weer Nashville als thuisbasis opgeeft.
Op Clean werkte Sophie Allison met producer Gabe Wax, die vooral bekend is van The War On Drugs, maar die ook achter de knoppen zat bij Frankie Cosmos, die muziek maakt die verwant is aan die van Soccer Mommy. Gabe Wax heeft ook color theory, het nieuwe album van Soccer Mommy, net als voorganger Clean, voorzien van een geluid waarin ruimte is voor ingetogen songs, maar waarin ook stevigere en wat rijker ingekleurde songs het goed doen.
Het is een geluid dat nog altijd wat lo-fi klinkt, maar dat natuurlijk niet meer is.
Soccer Mommy maakt op color theory muziek die aansluit bij haar vorige album, maar die ook niet ver verwijderd is van die van soortgenoten als Phoebe Bridgers, Snail Mail, Jay Som, Stella Donnelly en noem ze allemaal maar op. Het is de muziek die Juliana Hatfield dertig jaar geleden al maakte, al was haar muziek wel wat rauwer.
Soccer Mommy kiest ook op color theory weer voor een wat zompig geluid, waarin vooral wolken melancholie overdrijven. De Amerikaanse singer-songwriter bekeek het leven op haar vorige albums niet bepaald door een roze bril en doet dat ook op color theory niet. De criticus zal beweren dat het zo langzamerhand wat zeurderig klinkt, maar als je gevoelig bent voor de weemoed van Sophie Allison is ook color theory weer een album vol verleiding.
Ik ben er kennelijk zeer gevoelig voor, want Soccer Mommy overtuigde me vrijwel onmiddellijk. Ook het nieuwe album van de singer-songwriter uit Nashville staat vol met lekker in het gehoor liggende popliedjes. Het zijn popliedjes die zijn verstopt in een wat zompig geluid, waarin echter bij wat aandachtigere beluistering steeds meer mooie en veelkleurige gitaarlijnen opduiken, die weer prachtig combineren met wolken weemoedige synths.
In muzikaal opzicht voegt color theory niet zo heel veel toe aan Clean, al klinkt het album wel wat steviger, maar wat geeft het als het zo lekker klinkt. Soccer Mommy schakelt ook dit keer tussen folky songs en net wat stevigere songs en stort vrijwel continu haar ongeluk over je uit. Haar stem klinkt zacht, weemoedig en hier en daar zelfs wat verveeld, maar het stoort mij geen moment. Integendeel, Sophie Allison zingt als je het mij vraagt prachtig op haar nieuwe album.
Tien songs lang vermaakt Soccer Mommy met het geluid dat we inmiddels van haar kennen en maakt ze de muziek die inmiddels door talloze soortgenoten wordt gemaakt. Het zal niet iedereen wat doen, maar ik ben toch weer als een blok gevallen voor de donkere maar ook zoete verleiding van Sophie Allison. Erwin Zijleman
Soccer Mommy - Evergreen (2024)

4,5
2
geplaatst: 29 oktober 2024, 21:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Soccer Mommy - Evergreen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Soccer Mommy - Evergreen
Sophie Allison heeft inmiddels een fraai stapeltje albums gemaakt als Soccer Mommy en ieder nieuw album is weer net wat beter, wat ook weer opgaat voor het zeer emotionele maar tegelijkertijd aanstekelijke Evergreen
Het is al een tijdje dringen in de indiepop en indierock van het moment, maar de albums van Soccer Mommy kunnen zich wat mij betreft meten met de beste albums in het genre. Het alter ego van de uit Nashville afkomstige Sophie Allison maakt inmiddels al een aantal albums flik wat indruk en doet dat ook weer met Evergreen. Het album volgt op een periode van verlies en rouw, wat je leest in de teksten, maar niet direct hoort in de muziek. De Amerikaanse muzikante experimenteerde op haar vorige album met een ander geluid, maar Evergreen klinkt weer wat meer als een indiepop en indierock album van deze tijd. De productie is mooi, de songs zijn sterk en Sophie Allison zingt prachtig. Uitstekend album weer.
Ik heb tot dusver wel wat met de muziek van Soccer Mommy. Het alter ego van de Amerikaanse muzikante Sophie Allison dook een jaar of acht geleden op met een album vol bedroom pop, maar heeft zich sindsdien ontwikkeld tot een van de vaandeldragers van de indiepop en indierock van het moment.
De muzikante uit Nashville, Tennessee, is in die acht jaar behoorlijk productief geweest, want ze heeft inmiddels zes albums op haar naam staan. Van die albums worden haar eerste twee albums hier en daar mini-albums genoemd, maar wat mij betreft zijn het (ook gezien de speelduur) volwaardige albums.
Ik vind tot dusver alle albums van Soccer Mommy goed, maar het in de zomer van 2022 verschenen Sometimes, Forever stak er voor mij tot dusver duidelijk bovenuit. Op het vorige album van Soccer Mommy klonk haar muziek net wat veelzijdiger en op een aangename manier atmosferisch en zweverig, maar ik vond vooral de songs nog een stuk beter dan we al van haar gewend waren.
Op de opvolger van Sometimes, Forever hebben we voor Soccer Mommy begrippen lang moeten wachten, al verscheen vorig jaar nog de aardige EP Karaoke Night, waarop de Amerikaanse muzikante op fraaie wijze een aantal songs van anderen vertolkte. Deze week is de echte opvolger van Sometimes, Forever verschenen en Evergreen doet wat mij betreft niet onder voor zijn uitstekende voorganger.
Soccer Mommy weet tot dusver steeds interessante producers te strikken voor haar albums en maakte haar nieuwe album samen met Ben H. Allen III, die eerder werkte met Deerhunter, Belle and Sebastian en Girl Ray. Het is misschien een wat minder grote naam dan Daniel Lopatin of Gabe Wax, met wie Sophie Allison op haar vorige albums werkte, maar de productie van Evergreen bevalt me zeer.
Soccer Mommy koos op haar vorige album voor een voller, veelzijdiger en hier en daar wat psychedelisch klinkend geluid. Dat geluid vond ik prachtig, maar het meer down to earth, organischer klinkende geluid op Evergreen is zeker niet minder en past misschien wel beter bij de stem van Sophie Allison, die zeker in de net wat meer ingehouden songs continu goed is voor kippenvel.
Evergreen werd gemaakt na een niet nader gespecificeerd groot persoonlijk verlies, waardoor het een album is dat in het teken staat van rouw. Dat merk je vooral in de teksten die hier en daar dwars door de ziel snijden. Je hoort het als je goed luistert overigens ook in de zang, want Sophie Allison zingt met meer emotie.
Op Evergreen kiest Soccer Mommy in muzikaal opzicht weer wat meer voor de indiepop en indierock die een aantal jaren geleden op de kaart is gezet door Phoebe Bridgers. Soccer Mommy zaagde al eerder aan de stoelpunten van Phoebe Bridgers en heeft met Evergreen een album gemaakt dat Phoebe Bridgers waarschijnlijk graag zou maken of graag zou moeten willen maken.
De songs van Soccer Mommy op Evergreen passen goed in de hokjes indiepop en indierock, maar Sophie Allison komt uit Nashville en sleept er daarom ook hier en daar een snufje Amerikaanse rootsmuziek en wat folk bij. In het fraai geproduceerde geluid op Evergreen staan de gitaren centraal en die komen prachtig uit de speakers. Ben H. Allen III heeft vakwerk afgeleverd met zijn productie en is er in geslaagd om het beste in Sophie Allison naar boven te halen.
Het gitaargeluid combineert fraai met de stem van de muzikante uit Nashville, die steeds beter gaat zingen en met Evergreen wat mij betreft haar meest indrukwekkende album tot dusver aflevert, al is het maar omdat ik het album, dat ik inmiddels een aantal weken in mijn bezit heb beter en beter vind worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Soccer Mommy - Evergreen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Soccer Mommy - Evergreen
Sophie Allison heeft inmiddels een fraai stapeltje albums gemaakt als Soccer Mommy en ieder nieuw album is weer net wat beter, wat ook weer opgaat voor het zeer emotionele maar tegelijkertijd aanstekelijke Evergreen
Het is al een tijdje dringen in de indiepop en indierock van het moment, maar de albums van Soccer Mommy kunnen zich wat mij betreft meten met de beste albums in het genre. Het alter ego van de uit Nashville afkomstige Sophie Allison maakt inmiddels al een aantal albums flik wat indruk en doet dat ook weer met Evergreen. Het album volgt op een periode van verlies en rouw, wat je leest in de teksten, maar niet direct hoort in de muziek. De Amerikaanse muzikante experimenteerde op haar vorige album met een ander geluid, maar Evergreen klinkt weer wat meer als een indiepop en indierock album van deze tijd. De productie is mooi, de songs zijn sterk en Sophie Allison zingt prachtig. Uitstekend album weer.
Ik heb tot dusver wel wat met de muziek van Soccer Mommy. Het alter ego van de Amerikaanse muzikante Sophie Allison dook een jaar of acht geleden op met een album vol bedroom pop, maar heeft zich sindsdien ontwikkeld tot een van de vaandeldragers van de indiepop en indierock van het moment.
De muzikante uit Nashville, Tennessee, is in die acht jaar behoorlijk productief geweest, want ze heeft inmiddels zes albums op haar naam staan. Van die albums worden haar eerste twee albums hier en daar mini-albums genoemd, maar wat mij betreft zijn het (ook gezien de speelduur) volwaardige albums.
Ik vind tot dusver alle albums van Soccer Mommy goed, maar het in de zomer van 2022 verschenen Sometimes, Forever stak er voor mij tot dusver duidelijk bovenuit. Op het vorige album van Soccer Mommy klonk haar muziek net wat veelzijdiger en op een aangename manier atmosferisch en zweverig, maar ik vond vooral de songs nog een stuk beter dan we al van haar gewend waren.
Op de opvolger van Sometimes, Forever hebben we voor Soccer Mommy begrippen lang moeten wachten, al verscheen vorig jaar nog de aardige EP Karaoke Night, waarop de Amerikaanse muzikante op fraaie wijze een aantal songs van anderen vertolkte. Deze week is de echte opvolger van Sometimes, Forever verschenen en Evergreen doet wat mij betreft niet onder voor zijn uitstekende voorganger.
Soccer Mommy weet tot dusver steeds interessante producers te strikken voor haar albums en maakte haar nieuwe album samen met Ben H. Allen III, die eerder werkte met Deerhunter, Belle and Sebastian en Girl Ray. Het is misschien een wat minder grote naam dan Daniel Lopatin of Gabe Wax, met wie Sophie Allison op haar vorige albums werkte, maar de productie van Evergreen bevalt me zeer.
Soccer Mommy koos op haar vorige album voor een voller, veelzijdiger en hier en daar wat psychedelisch klinkend geluid. Dat geluid vond ik prachtig, maar het meer down to earth, organischer klinkende geluid op Evergreen is zeker niet minder en past misschien wel beter bij de stem van Sophie Allison, die zeker in de net wat meer ingehouden songs continu goed is voor kippenvel.
Evergreen werd gemaakt na een niet nader gespecificeerd groot persoonlijk verlies, waardoor het een album is dat in het teken staat van rouw. Dat merk je vooral in de teksten die hier en daar dwars door de ziel snijden. Je hoort het als je goed luistert overigens ook in de zang, want Sophie Allison zingt met meer emotie.
Op Evergreen kiest Soccer Mommy in muzikaal opzicht weer wat meer voor de indiepop en indierock die een aantal jaren geleden op de kaart is gezet door Phoebe Bridgers. Soccer Mommy zaagde al eerder aan de stoelpunten van Phoebe Bridgers en heeft met Evergreen een album gemaakt dat Phoebe Bridgers waarschijnlijk graag zou maken of graag zou moeten willen maken.
De songs van Soccer Mommy op Evergreen passen goed in de hokjes indiepop en indierock, maar Sophie Allison komt uit Nashville en sleept er daarom ook hier en daar een snufje Amerikaanse rootsmuziek en wat folk bij. In het fraai geproduceerde geluid op Evergreen staan de gitaren centraal en die komen prachtig uit de speakers. Ben H. Allen III heeft vakwerk afgeleverd met zijn productie en is er in geslaagd om het beste in Sophie Allison naar boven te halen.
Het gitaargeluid combineert fraai met de stem van de muzikante uit Nashville, die steeds beter gaat zingen en met Evergreen wat mij betreft haar meest indrukwekkende album tot dusver aflevert, al is het maar omdat ik het album, dat ik inmiddels een aantal weken in mijn bezit heb beter en beter vind worden. Erwin Zijleman
soccer mommy - Sometimes, Forever (2022)

4,5
1
geplaatst: 30 juni 2022, 15:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Soccer Mommy - Sometimes, Forever - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Soccer Mommy - Sometimes, Forever
Soccer Mommy behoorde met haar vorige albums al tot de betere jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indie, maar met Sometimes, Forever, schaart ze zich onder de absolute top
Ik maakte een jaar of vijf geleden voor het eerst kennis met de muziek van Soccer Mommy en sindsdien hoorde ik het alter ego van Sophie Allison alleen maar beter worden. De muzikante uit Nashville keert deze week terug met Sometimes, Forever en zet ook op haar nieuwe album weer een flinke stap. Producer Daniel Lopatin heeft het geluid van Soccer Mommy verrijkt met bijzondere accenten en heeft de Amerikaanse muzikante verleid tot een aantal uitstapjes buiten de gebaande paden. Sometimes, Forever klinkt nog een stuk spannender dan zijn voorgangers, maar de aanstekelijke songs en de uitstekende zang van Sophie Allison zijn gebleven. Het beste Soccer Mommy album tot dusver en bovendien een van de beste albums in zijn soort.
De afgelopen jaren is een bijna eindeloze stroom jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indiepop en/of indierock aan ons voorbij getrokken. Hieronder flink wat jonge muzikanten die de middelmaat uiteindelijk niet of onvoldoende wisten te ontstijgen, een aantal eendagsvliegen en een aantal smaakmakers in het genre. Tot deze laatste groep reken ik ook zeker Soccer Mommy.
Het alter ego van de uit Nashville, Tennessee, afkomstige Sophie Allison trok voor het eerst de aandacht met het in 2017 verschenen Collection, dat de songs die ze op jonge leeftijd schreef verzamelde, maar maakte pas echt indruk met het in 2018 verschenen Clean, dat haar wat mij betreft schaarde onder de besten in het genre. Clean werd in 2020 gevolgd door het minstens even goede Color Theory, dat deze week wordt opgevolgd door Sometimes, Forever.
Ook op haar nieuwe album laat Sophie Allison het inmiddels bekende Soccer Mommy geluid horen, maar ze doet alles nog beter dan op haar vorige albums. Sometimes Forever werd net als Color Theory deels geproduceerd door de van The War On Drugs bekende Gabe Wax, maar de meeste productionele credits gaan dit keer naar Daniel Lopatin, die werkte met Charli XCX en FKA Twigs, maar ook met David Byrne en Moses Sumney.
Daniel Lopatin, ook bekend als Oneohtrix Point Never, heeft op het eerste gehoor niet al teveel gesleuteld aan het zo karakteristieke Soccer Mommy geluid, maar beluister Sometimes, Forever met de koptelefoon en je hoort dat het album, mede door het gebruik van meer synths, voller en ook avontuurlijker is ingekleurd dan zijn voorgangers.
Soccer Mommy laat ook op haar nieuwe album horen dat ze uit de voeten kan met lekker stevige rocksongs met een vleugje 90s indierock, maar ook niet bang is voor uitstapjes richting pop of juist richting meer folky songs. In al deze genres profiteert Sophie Allison van de zeer smaakvolle instrumentatie en productie, al komt de meeste verleiding wat mij betreft van haar stem, die de songs op Sometimes, Forever voorziet van een dromerig sfeertje. Ik was altijd al gecharmeerd van de stem van Sophie Allison, maar op het nieuwe album van Soccer Mommy klinkt de zang nog wat mooier en steekt Soccer Mommy wat mij betreft alle concurrenten naar de kroon.
Sometimes, Forever ontleent zijn kracht niet alleen aan de mooie instrumentatie, knappe productie en uitstekende zang, want ook de songs zijn van een bijzonder hoog niveau. Soccer Mommy kon op haar vorige albums nog wel eens wat wisselvallig zijn, maar Sometimes, Forever, houdt gedurende de hele speelduur een enorm hoog niveau vast. Gedurende deze speelduur kan het meerdere kanten op, want nog niet eerder klonk de muziek van Soccer Mommy zo gevarieerd.
Zeker de wat rauwere songs op het album voegen een nieuwe dimensie toe aan het geluid van Soccer Mommy, die er voor zorgt dat de muziek van de muzikante uit Nashville hier en daar zelfs een beetje tegen de muziek van PJ Harvey aan schuurt en dat had ik nog niet eerder achter Sophie Allison gezocht.
Sometimes, Forever verschijnt op een moment dat verzadiging in het genre dreigt door het momenteel echt idioot grote aanbod, maar die verzadiging gaat zeker niet op voor het nieuwe album van Soccer Mommy, dat een van de allerbeste albums in het genre is. Ondanks mijn hoge verwachtingen heeft Soccer Mommy me toch weten te verrassen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Soccer Mommy - Sometimes, Forever - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Soccer Mommy - Sometimes, Forever
Soccer Mommy behoorde met haar vorige albums al tot de betere jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indie, maar met Sometimes, Forever, schaart ze zich onder de absolute top
Ik maakte een jaar of vijf geleden voor het eerst kennis met de muziek van Soccer Mommy en sindsdien hoorde ik het alter ego van Sophie Allison alleen maar beter worden. De muzikante uit Nashville keert deze week terug met Sometimes, Forever en zet ook op haar nieuwe album weer een flinke stap. Producer Daniel Lopatin heeft het geluid van Soccer Mommy verrijkt met bijzondere accenten en heeft de Amerikaanse muzikante verleid tot een aantal uitstapjes buiten de gebaande paden. Sometimes, Forever klinkt nog een stuk spannender dan zijn voorgangers, maar de aanstekelijke songs en de uitstekende zang van Sophie Allison zijn gebleven. Het beste Soccer Mommy album tot dusver en bovendien een van de beste albums in zijn soort.
De afgelopen jaren is een bijna eindeloze stroom jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indiepop en/of indierock aan ons voorbij getrokken. Hieronder flink wat jonge muzikanten die de middelmaat uiteindelijk niet of onvoldoende wisten te ontstijgen, een aantal eendagsvliegen en een aantal smaakmakers in het genre. Tot deze laatste groep reken ik ook zeker Soccer Mommy.
Het alter ego van de uit Nashville, Tennessee, afkomstige Sophie Allison trok voor het eerst de aandacht met het in 2017 verschenen Collection, dat de songs die ze op jonge leeftijd schreef verzamelde, maar maakte pas echt indruk met het in 2018 verschenen Clean, dat haar wat mij betreft schaarde onder de besten in het genre. Clean werd in 2020 gevolgd door het minstens even goede Color Theory, dat deze week wordt opgevolgd door Sometimes, Forever.
Ook op haar nieuwe album laat Sophie Allison het inmiddels bekende Soccer Mommy geluid horen, maar ze doet alles nog beter dan op haar vorige albums. Sometimes Forever werd net als Color Theory deels geproduceerd door de van The War On Drugs bekende Gabe Wax, maar de meeste productionele credits gaan dit keer naar Daniel Lopatin, die werkte met Charli XCX en FKA Twigs, maar ook met David Byrne en Moses Sumney.
Daniel Lopatin, ook bekend als Oneohtrix Point Never, heeft op het eerste gehoor niet al teveel gesleuteld aan het zo karakteristieke Soccer Mommy geluid, maar beluister Sometimes, Forever met de koptelefoon en je hoort dat het album, mede door het gebruik van meer synths, voller en ook avontuurlijker is ingekleurd dan zijn voorgangers.
Soccer Mommy laat ook op haar nieuwe album horen dat ze uit de voeten kan met lekker stevige rocksongs met een vleugje 90s indierock, maar ook niet bang is voor uitstapjes richting pop of juist richting meer folky songs. In al deze genres profiteert Sophie Allison van de zeer smaakvolle instrumentatie en productie, al komt de meeste verleiding wat mij betreft van haar stem, die de songs op Sometimes, Forever voorziet van een dromerig sfeertje. Ik was altijd al gecharmeerd van de stem van Sophie Allison, maar op het nieuwe album van Soccer Mommy klinkt de zang nog wat mooier en steekt Soccer Mommy wat mij betreft alle concurrenten naar de kroon.
Sometimes, Forever ontleent zijn kracht niet alleen aan de mooie instrumentatie, knappe productie en uitstekende zang, want ook de songs zijn van een bijzonder hoog niveau. Soccer Mommy kon op haar vorige albums nog wel eens wat wisselvallig zijn, maar Sometimes, Forever, houdt gedurende de hele speelduur een enorm hoog niveau vast. Gedurende deze speelduur kan het meerdere kanten op, want nog niet eerder klonk de muziek van Soccer Mommy zo gevarieerd.
Zeker de wat rauwere songs op het album voegen een nieuwe dimensie toe aan het geluid van Soccer Mommy, die er voor zorgt dat de muziek van de muzikante uit Nashville hier en daar zelfs een beetje tegen de muziek van PJ Harvey aan schuurt en dat had ik nog niet eerder achter Sophie Allison gezocht.
Sometimes, Forever verschijnt op een moment dat verzadiging in het genre dreigt door het momenteel echt idioot grote aanbod, maar die verzadiging gaat zeker niet op voor het nieuwe album van Soccer Mommy, dat een van de allerbeste albums in het genre is. Ondanks mijn hoge verwachtingen heeft Soccer Mommy me toch weten te verrassen. Erwin Zijleman
Sofia Bolt - Vendredi Minuit (2024)

4,5
0
geplaatst: 15 mei 2024, 12:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sofia Bolt - Vendredi Minuit - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofia Bolt - Vendredi Minuit
De Franse muzikante Amelie Rousseaux debuteerde vijf jaar geleden als Sofia Bolt en weet het hoge niveau van haar debuutalbum te overtreffen op het bijzondere Vendredi Minuit, dat anders klinkt dan andere albums van het moment
Vendredi Minuit van Sofia Bolt is zo’n album dat vrijwel onmiddellijk de aandacht trekt. In muzikaal opzicht zit het album knapper in elkaar dan de meeste andere albums van het moment en het is bovendien een album waarop je steeds weer nieuwe verrassingen hoort. Toch zijn de songs van de Franse muzikante zeker niet ontoegankelijk. De instrumentatie op Vendredi Minuit is melodieus en past uitstekend bij de mooie stem van Amelie Rousseaux, die zich momenteel in Los Angeles heeft gevestigd, maar haar Franse afkomst zeker niet verloochent. Haar debuutalbum werd naar verluidt stevig geprezen, maar Vendredi Minuit verdient wat mij betreft nog mooiere woorden.
Sofia Bolt is een project van de van oorsprong Franse muzikante en producer Amelie Rousseaux, die zich inmiddels in Los Angeles heeft gevestigd. Haar aan het begin van 2019 verschenen debuutalbum Waves werd naar verluidt de hemel in geprezen door aansprekende muziekmedia en een aantal muzikanten van naam en faam en ik weet ook zeker dat ik onder de indruk zou zijn geweest van het album. Als ik het destijds had beluisterd tenminste, want ondanks de genoemde loftuitingen heb ik het album in 2019 niet opgemerkt.
Het is zonde, want Waves is in muzikaal opzicht een fascinerend album en Amelie Rousseaux is ook nog eens een uitstekende zangeres. Gelukkig kan ik nu de schade inhalen, want het deze week verschenen tweede album van Sofia Bolt viel me direct op. Ook op Vendredi Minuit laat Sofia Bolt horen dat ze songs schrijft die in muzikaal opzicht interessanter zijn dan die van de meeste van haar collega’s.
Op Waves vielen vooral de wat ruw klinkende gitaren op, maar Sofia Bolt opent met stemmige pianoklanken en even sfeervol klinkende strijkers. Vendredi Minuit trekt in de openingstrack direct de aandacht met de fraaie klanken, maar ook de stem van Amelie Rousseaux spreekt direct aan. Het debuutalbum van de muzikante uit Los Angeles was een verrassend veelzijdig album en ook op Vendredi Minuit kan de muziek van Sofia Bolt meerdere kanten op.
Na de sfeervolle openingstrack volgt een puntiger klinkende track met stevig aangezette baslijnen, dromerige synths en het fraaie gitaarwerk dat ook op het debuutalbum van de Franse muzikante was te horen. Dat gitaarwerk keert terug in veel songs op het album en draagt flink bij aan het bijzondere geluid van Sofia Bolt. Door het gitaarwerk heeft het album af en toe een jaren 80 of jaren 90 vibe, maar Amelie Rousseaux staat vooral met beide benen in het heden.
Het gitaarwerk is niet alleen mooi en bijzonder, maar ook veelkleurig, waardoor iedere song op Vendredi Minuit je weet te verrassen. Dat doet Sofia Bolt niet alleen met het gitaarwerk, maar ook met de bijdragen van andere instrumenten, waaronder vooral subtiele bijdragen van blazers en synths, die haar songs steeds weer een uniek karakter geven. Om de veelzijdigheid nog wat te vergroten gooit de Franse muzikante er ook nog wat Frans doorheen, waardoor Vendredi Minuit zich definitief onderscheidt van de andere deze week verschenen albums.
Dat onderscheiden doet Amelie Rousseaux ook met haar stem, die ik direct mooi vond, maar die zich naarmate ik het album heb gehoord steeds makkelijker opdringt. Het is een stem met een zacht en soms bijna lieflijk karakter, wat fraai contrasteert met de meer uitgesproken instrumentatie. De Franse muzikante schrijft ook nog eens aansprekende teksten en verwerkt in haar songs uiteenlopende invloeden, die Vendredi Minuit interessant en soms wat ongrijpbaar maken, maar ook zorgen voor een album dat je na één keer horen maar lastig los kunt laten.
Het blijft bijzonder dat ik het geweldige Waves ruim vijf jaar geleden helemaal niet heb opgemerkt, maar het is minstens even bijzonder dat het bijzonder fraaie Vendredi Minuit vooralsnog niet heel veel aandacht krijgt. Dat gaat vanzelf veranderen, want Sofia Bolt heeft een album gemaakt dat zomaar kan uitgroeien tot een van de betere en interessantere albums van het jaar, zeker voor liefhebbers van eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriters. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sofia Bolt - Vendredi Minuit - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofia Bolt - Vendredi Minuit
De Franse muzikante Amelie Rousseaux debuteerde vijf jaar geleden als Sofia Bolt en weet het hoge niveau van haar debuutalbum te overtreffen op het bijzondere Vendredi Minuit, dat anders klinkt dan andere albums van het moment
Vendredi Minuit van Sofia Bolt is zo’n album dat vrijwel onmiddellijk de aandacht trekt. In muzikaal opzicht zit het album knapper in elkaar dan de meeste andere albums van het moment en het is bovendien een album waarop je steeds weer nieuwe verrassingen hoort. Toch zijn de songs van de Franse muzikante zeker niet ontoegankelijk. De instrumentatie op Vendredi Minuit is melodieus en past uitstekend bij de mooie stem van Amelie Rousseaux, die zich momenteel in Los Angeles heeft gevestigd, maar haar Franse afkomst zeker niet verloochent. Haar debuutalbum werd naar verluidt stevig geprezen, maar Vendredi Minuit verdient wat mij betreft nog mooiere woorden.
Sofia Bolt is een project van de van oorsprong Franse muzikante en producer Amelie Rousseaux, die zich inmiddels in Los Angeles heeft gevestigd. Haar aan het begin van 2019 verschenen debuutalbum Waves werd naar verluidt de hemel in geprezen door aansprekende muziekmedia en een aantal muzikanten van naam en faam en ik weet ook zeker dat ik onder de indruk zou zijn geweest van het album. Als ik het destijds had beluisterd tenminste, want ondanks de genoemde loftuitingen heb ik het album in 2019 niet opgemerkt.
Het is zonde, want Waves is in muzikaal opzicht een fascinerend album en Amelie Rousseaux is ook nog eens een uitstekende zangeres. Gelukkig kan ik nu de schade inhalen, want het deze week verschenen tweede album van Sofia Bolt viel me direct op. Ook op Vendredi Minuit laat Sofia Bolt horen dat ze songs schrijft die in muzikaal opzicht interessanter zijn dan die van de meeste van haar collega’s.
Op Waves vielen vooral de wat ruw klinkende gitaren op, maar Sofia Bolt opent met stemmige pianoklanken en even sfeervol klinkende strijkers. Vendredi Minuit trekt in de openingstrack direct de aandacht met de fraaie klanken, maar ook de stem van Amelie Rousseaux spreekt direct aan. Het debuutalbum van de muzikante uit Los Angeles was een verrassend veelzijdig album en ook op Vendredi Minuit kan de muziek van Sofia Bolt meerdere kanten op.
Na de sfeervolle openingstrack volgt een puntiger klinkende track met stevig aangezette baslijnen, dromerige synths en het fraaie gitaarwerk dat ook op het debuutalbum van de Franse muzikante was te horen. Dat gitaarwerk keert terug in veel songs op het album en draagt flink bij aan het bijzondere geluid van Sofia Bolt. Door het gitaarwerk heeft het album af en toe een jaren 80 of jaren 90 vibe, maar Amelie Rousseaux staat vooral met beide benen in het heden.
Het gitaarwerk is niet alleen mooi en bijzonder, maar ook veelkleurig, waardoor iedere song op Vendredi Minuit je weet te verrassen. Dat doet Sofia Bolt niet alleen met het gitaarwerk, maar ook met de bijdragen van andere instrumenten, waaronder vooral subtiele bijdragen van blazers en synths, die haar songs steeds weer een uniek karakter geven. Om de veelzijdigheid nog wat te vergroten gooit de Franse muzikante er ook nog wat Frans doorheen, waardoor Vendredi Minuit zich definitief onderscheidt van de andere deze week verschenen albums.
Dat onderscheiden doet Amelie Rousseaux ook met haar stem, die ik direct mooi vond, maar die zich naarmate ik het album heb gehoord steeds makkelijker opdringt. Het is een stem met een zacht en soms bijna lieflijk karakter, wat fraai contrasteert met de meer uitgesproken instrumentatie. De Franse muzikante schrijft ook nog eens aansprekende teksten en verwerkt in haar songs uiteenlopende invloeden, die Vendredi Minuit interessant en soms wat ongrijpbaar maken, maar ook zorgen voor een album dat je na één keer horen maar lastig los kunt laten.
Het blijft bijzonder dat ik het geweldige Waves ruim vijf jaar geleden helemaal niet heb opgemerkt, maar het is minstens even bijzonder dat het bijzonder fraaie Vendredi Minuit vooralsnog niet heel veel aandacht krijgt. Dat gaat vanzelf veranderen, want Sofia Bolt heeft een album gemaakt dat zomaar kan uitgroeien tot een van de betere en interessantere albums van het jaar, zeker voor liefhebbers van eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriters. Erwin Zijleman
Sofia Dragt - I See You (2014)

4,5
0
geplaatst: 9 november 2014, 11:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sofia Dragt - I See You - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ruim een maand geleden liep ik bij toeval tegen de EP Over Rainbows van Sofia Dragt aan. Dat deze Sofia Dragt een jaar eerder de Grote Prijs van Nederland in de categorie singer-songwriter had gewonnen was me volledig ontgaan, terwijl met name deze categorie de afgelopen jaren veel talent heeft opgeleverd (Eefje de Visser, Yori Swart, Fabiana Dammers, Lucky Fonz III, Roosbeef, Charlie Dee, Marike Jager), dit in tegenstelling tot de andere categorieën, waarin ik nauwelijks namen tegen kom die me ook maar iets zeggen.
Over Rainbows bleek een bijzonder indrukwekkende EP van een groot talent. Op Over Rainbows maakte Sofia Dragt indruk met een serie piano georiënteerde popliedjes die geen geheim maakten van haar grote voorbeelden, maar ook eigenzinnig en origineel klonken. Ik keek daarom met bijna onrealistische hoge verwachtingen uit naar het eerste album van de Nederlandse singer-songwriter en dat eerste album is inmiddels verschenen.
I See You is voorzien van een mooi verzorgde verpakking, maar het gaat uiteindelijk natuurlijk om de muziek. Ook die blijkt van een opvallend hoog niveau. Op I See You trekt Sofia Dragt de lijn van Over Rainbows door. De single en wat mij betreft ook een van de sterkste tracks op de EP, Till It’s Over, keert terug op het album, dat hiernaast acht gloednieuwe tracks bevat.
Opener All Day Long laat direct horen wat Sofia Dragt in huis heeft. De track opent met mooie, breed uitwaaiende, pianoklanken en de warme en heldere stem van Sofia Dragt, maar slaat na de introductie van inventieve gitaarlijnen om in een aanstekelijk popliedje vol verrassende wendingen. Het is een track die laat horen dat Sofia Dragt kan imponeren als singer-songwriter achter de piano, maar ook over de potentie beschikt om uit te groeien tot een popprinses.
De rest van I See You schakelt tussen deze twee uitersten, met een voorkeur voor de meer ingetogen pianoliedjes. Wanneer Sofia Dragt plaats neemt achter de piano combineert ze de passie van Tori Amos met de eigenzinnigheid van Fiona Apple en het avontuur van Regina Spektor, maar sluit ze ook aan bij de perfecte popliedjes van Carole King, de ruwe emotie van Laura Nyro of de experimenteerdrang van Kate Bush. Het zijn hele grote namen die opkomen bij de beluistering van het debuut van Sofia Dragt, maar de singer-songwriter uit Wageningen kan de vergelijking aan.
I See You is een plaat met songs die makkelijk overtuigen, maar het zijn ook songs die knap in elkaar steken. Dat Sofia Dragt een klassiek geschoold pianiste is zal niemand ontgaan, maar ook de rest van de instrumentatie is bijzonder smaakvol en keer op keer zeer trefzeker. Het kleurt allemaal fraai bij de mooie stem van Sofia Dragt die opvallend helder, maar ook warm en gloedvol klinkt en ook nog eens flink kan uithalen in de hoogte, wat de plaat voorziet van flink wat dynamiek.
Het draagt allemaal bij aan de aangename luisterervaring die I See You biedt. Sofia Dragt heeft een plaat afgeleverd die vrij makkelijk overtuigt met mooi verzorgde popliedjes, maar ze heeft ook een plaat afgeleverd die maar blijft verrassen, verbazen en intrigeren. Steeds als ik naar I See You luister vind ik het debuut van Sofia Dragt weer net wat mooier en voorlopig ben ik nog niet klaar met deze bijzondere plaat.
Sofia Dragt begeeft zich met haar debuut op een terrein waarop een aantal van mijn favoriete singer-songwriters zijn te vinden. Dat legt de lat bijzonder hoog, maar Sofia Dragt kan het aan. Op basis van haar EP riep ik haar al uit tot één van de grootste talenten binnen de Nederlandse muziekscene. Met I See You maakt ze de belofte meer dan waar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sofia Dragt - I See You - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ruim een maand geleden liep ik bij toeval tegen de EP Over Rainbows van Sofia Dragt aan. Dat deze Sofia Dragt een jaar eerder de Grote Prijs van Nederland in de categorie singer-songwriter had gewonnen was me volledig ontgaan, terwijl met name deze categorie de afgelopen jaren veel talent heeft opgeleverd (Eefje de Visser, Yori Swart, Fabiana Dammers, Lucky Fonz III, Roosbeef, Charlie Dee, Marike Jager), dit in tegenstelling tot de andere categorieën, waarin ik nauwelijks namen tegen kom die me ook maar iets zeggen.
Over Rainbows bleek een bijzonder indrukwekkende EP van een groot talent. Op Over Rainbows maakte Sofia Dragt indruk met een serie piano georiënteerde popliedjes die geen geheim maakten van haar grote voorbeelden, maar ook eigenzinnig en origineel klonken. Ik keek daarom met bijna onrealistische hoge verwachtingen uit naar het eerste album van de Nederlandse singer-songwriter en dat eerste album is inmiddels verschenen.
I See You is voorzien van een mooi verzorgde verpakking, maar het gaat uiteindelijk natuurlijk om de muziek. Ook die blijkt van een opvallend hoog niveau. Op I See You trekt Sofia Dragt de lijn van Over Rainbows door. De single en wat mij betreft ook een van de sterkste tracks op de EP, Till It’s Over, keert terug op het album, dat hiernaast acht gloednieuwe tracks bevat.
Opener All Day Long laat direct horen wat Sofia Dragt in huis heeft. De track opent met mooie, breed uitwaaiende, pianoklanken en de warme en heldere stem van Sofia Dragt, maar slaat na de introductie van inventieve gitaarlijnen om in een aanstekelijk popliedje vol verrassende wendingen. Het is een track die laat horen dat Sofia Dragt kan imponeren als singer-songwriter achter de piano, maar ook over de potentie beschikt om uit te groeien tot een popprinses.
De rest van I See You schakelt tussen deze twee uitersten, met een voorkeur voor de meer ingetogen pianoliedjes. Wanneer Sofia Dragt plaats neemt achter de piano combineert ze de passie van Tori Amos met de eigenzinnigheid van Fiona Apple en het avontuur van Regina Spektor, maar sluit ze ook aan bij de perfecte popliedjes van Carole King, de ruwe emotie van Laura Nyro of de experimenteerdrang van Kate Bush. Het zijn hele grote namen die opkomen bij de beluistering van het debuut van Sofia Dragt, maar de singer-songwriter uit Wageningen kan de vergelijking aan.
I See You is een plaat met songs die makkelijk overtuigen, maar het zijn ook songs die knap in elkaar steken. Dat Sofia Dragt een klassiek geschoold pianiste is zal niemand ontgaan, maar ook de rest van de instrumentatie is bijzonder smaakvol en keer op keer zeer trefzeker. Het kleurt allemaal fraai bij de mooie stem van Sofia Dragt die opvallend helder, maar ook warm en gloedvol klinkt en ook nog eens flink kan uithalen in de hoogte, wat de plaat voorziet van flink wat dynamiek.
Het draagt allemaal bij aan de aangename luisterervaring die I See You biedt. Sofia Dragt heeft een plaat afgeleverd die vrij makkelijk overtuigt met mooi verzorgde popliedjes, maar ze heeft ook een plaat afgeleverd die maar blijft verrassen, verbazen en intrigeren. Steeds als ik naar I See You luister vind ik het debuut van Sofia Dragt weer net wat mooier en voorlopig ben ik nog niet klaar met deze bijzondere plaat.
Sofia Dragt begeeft zich met haar debuut op een terrein waarop een aantal van mijn favoriete singer-songwriters zijn te vinden. Dat legt de lat bijzonder hoog, maar Sofia Dragt kan het aan. Op basis van haar EP riep ik haar al uit tot één van de grootste talenten binnen de Nederlandse muziekscene. Met I See You maakt ze de belofte meer dan waar. Erwin Zijleman
