Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Sofia Dragt - Over Rainbows (2013)

4,0
0
geplaatst: 27 september 2014, 22:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sofia Dragt - Over Rainbows - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik hou me niet zo bezig met wedstrijden en talentenjachten en ken Sofia Dragt dus niet van de Grote Prijs van Nederland, die ze in 2013 won in de categorie singer-songwriter, en ken haar ook niet van de tv-show De beste singer-songwriter van Nederland, waarin ze de finale haalde.
Ik ken Sofia Dragt van haar EP Over Rainbows, die ik ontving als voorproefje op haar debuutalbum dat later dit jaar moet verschijnen. Over Rainbows bevat maar vier tracks, maar het zijn wel vier tracks van een enorm hoog niveau.
Sofia Dragt speelt piano en deze piano speelt een belangrijke rol in haar songs. Toch is Sofia Dragt niet de zoveelste singer-songwriter achter de piano, want ze laat op Over Rainbows een bijzonder eigen geluid horen.
Sofia Dragt kan haar songs klein en breekbaar houden, maar is ook niet bang om de piano onder te laten sneeuwen in een groots en zelfs wat theatraal klinkend geluid. Wat ze met de instrumentatie kan, kan ze ook met haar stem. Sofia Dragt kan mooie ingetogen popliedjes zingen, maar ze kan ook stevig uitpakken. Ze doet dit met een stem die niet direct ergens op lijkt, wat de eigenheid van haar geluid verder vergroot.
Luister naar Over Rainbows en je hoort een EP die bol staat van de belofte. Sofia Dragt schrijft songs met internationale allure en potentie. Ze schrijft bovendien songs die durven te experimenteren, waardoor de toegankelijke openingstrack kan worden gevolgd door een track die mij doet denken aan het beste van Kate Bush (en dat is heel erg goed).
Het knappe van de songs van Sofia Dragt vind ik persoonlijk dat ze op hetzelfde moment lekker in het gehoor liggen en durven te experimenteren; een behoorlijk unieke combinatie. Het zijn songs die zeker geen voor de hand liggende patronen volgen, maar op één of andere manier klopt alles. Het maakt hierbij niet zoveel uit of Sofia Dragt kiest voor warme of zelfs zwoele klanken of voor de bijna pastorale klanken in de slottrack van de EP.
Over Rainbows is een hele knappe EP die me ongelooflijk nieuwsgierig maakt naar het debuutalbum van deze Nederlandse singer-songwriter. Dat Sofia Dragt met dit debuut binnenkort terugkeert op deze BLOG lijkt me gezien de indruk die Over Rainbows heeft gemaakt al bijna zeker. Sofia Dragt? Ik zou haar maar in de gaten houden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sofia Dragt - Over Rainbows - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik hou me niet zo bezig met wedstrijden en talentenjachten en ken Sofia Dragt dus niet van de Grote Prijs van Nederland, die ze in 2013 won in de categorie singer-songwriter, en ken haar ook niet van de tv-show De beste singer-songwriter van Nederland, waarin ze de finale haalde.
Ik ken Sofia Dragt van haar EP Over Rainbows, die ik ontving als voorproefje op haar debuutalbum dat later dit jaar moet verschijnen. Over Rainbows bevat maar vier tracks, maar het zijn wel vier tracks van een enorm hoog niveau.
Sofia Dragt speelt piano en deze piano speelt een belangrijke rol in haar songs. Toch is Sofia Dragt niet de zoveelste singer-songwriter achter de piano, want ze laat op Over Rainbows een bijzonder eigen geluid horen.
Sofia Dragt kan haar songs klein en breekbaar houden, maar is ook niet bang om de piano onder te laten sneeuwen in een groots en zelfs wat theatraal klinkend geluid. Wat ze met de instrumentatie kan, kan ze ook met haar stem. Sofia Dragt kan mooie ingetogen popliedjes zingen, maar ze kan ook stevig uitpakken. Ze doet dit met een stem die niet direct ergens op lijkt, wat de eigenheid van haar geluid verder vergroot.
Luister naar Over Rainbows en je hoort een EP die bol staat van de belofte. Sofia Dragt schrijft songs met internationale allure en potentie. Ze schrijft bovendien songs die durven te experimenteren, waardoor de toegankelijke openingstrack kan worden gevolgd door een track die mij doet denken aan het beste van Kate Bush (en dat is heel erg goed).
Het knappe van de songs van Sofia Dragt vind ik persoonlijk dat ze op hetzelfde moment lekker in het gehoor liggen en durven te experimenteren; een behoorlijk unieke combinatie. Het zijn songs die zeker geen voor de hand liggende patronen volgen, maar op één of andere manier klopt alles. Het maakt hierbij niet zoveel uit of Sofia Dragt kiest voor warme of zelfs zwoele klanken of voor de bijna pastorale klanken in de slottrack van de EP.
Over Rainbows is een hele knappe EP die me ongelooflijk nieuwsgierig maakt naar het debuutalbum van deze Nederlandse singer-songwriter. Dat Sofia Dragt met dit debuut binnenkort terugkeert op deze BLOG lijkt me gezien de indruk die Over Rainbows heeft gemaakt al bijna zeker. Sofia Dragt? Ik zou haar maar in de gaten houden. Erwin Zijleman
Sofia Kourtesis - Madres (2023)

4,0
0
geplaatst: 19 december 2023, 16:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sofia Kourtesis - Madres - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofia Kourtesis - Madres
Madres, het debuutalbum van Sofia Kourtesis, krijgt vooral het etiket house opgeplakt, maar de elektronische muziek van de muzikante uit Peru zit echt vol hele bijzondere en zeer aangename verrassingen
Het debuutalbum van de tegenwoordig vanuit Berlijn opererende Sofia Kourtesis is de afgelopen twee maanden bedolven onder de zeer positieve recensies, waardoor het album nu ook opduikt in meerdere jaarlijstjes. Het album leek me in eerste instantie vooral geschikt voor de dansvloer, maar hoe vaker ik naar Madres luister, hoe meer bijzondere dingen ik hoor. Sofia Kourtesis heeft haar muziek voorzien van avontuurlijke impulsen en bijzondere invloeden en is ook de goede popsong niet vergeten. Iedereen die Madres opzij schuift zonder er goed naar te luisteren, doet zichzelf uiteindelijk te kort. Sofia Kourtesis is een graag geziene gast in de jaarlijstjes over 2023 en dat is volkomen terecht.
Madres van Sofia Kourtesis is volgens de Amerikaanse website Paste het beste debuutalbum van 2023. Het eind oktober verschenen album duikt ook op in veel reguliere jaarlijstjes, waardoor ik het de afgelopen weken meerdere keren vluchtig beluisterde. Telkens concludeerde ik echter dat het op de dansvloer gerichte album, dat vooral in het hokje house wordt geduwd, zich te ver buiten mijn muzikale comfort zone bevond.
Dat veranderde toen ik het album voor de afwisseling met oortjes beluisterde tijdens het wandelen. De beats van Madres bleken niet alleen zeer geschikt voor het opstuwen van het tempo, maar ook de rest van het album kwam op bijzondere wijze tot leven. Inmiddels luister ik veel vaker naar het album en begrijp ik waarom de critici zo enthousiast zijn over het album.
Sofia Kourtesis is een oorspronkelijk uit Peru afkomstige producer en DJ, die inmiddels is neergestreken in Berlijn. Het verhaal achter Madres is een bijzonder verhaal. Vlak na het overlijden van haar vader werd ook de moeder van Sofia Kourtesis ernstig ziek. Een noodzakelijke operatie leek te risicovol, waardoor het de verwachting was dat ze spoedig zou overlijden. Sofia Kourtesis zocht echter contact met de beroemde neurochirurg Peter Vajkoczy, die het wel aandurfde en de moeder van Sofia Kourtesis en hiermee ook de muzikante zelfs weer een nieuw leven gaf. Het album is zowel aan Peter Vajkoczy als de moeder van Sofia Kourtesis opgedragen en is een ode aan het leven.
De muziek van de muzikante uit Peru is elektronisch en gericht op de dansvloer, maar Madres klinkt wat mij betreft toch anders dan de meeste andere albums in het genre. Sofia Kourtesis maakt hier en daar gebruik van stevig aangezette beats, maar heeft haar muziek ook voorzien van subtielere percussie, wat zorgt voor spannende ritmes.
Ook het gebruik van elektronica is niet zo standaard als op veel andere album in het genre. De elektronische impulsen zijn redelijk licht, waardoor Madres het niet alleen goed doet op de dansvloer, maar ook op de achtergrond. Wanneer je het album met de koptelefoon beluistert hoor je pas goed hoeveel bijzondere accenten Sofia Kourtesis heeft toegevoegd aan de lagen elektronica op haar debuutalbum, waarna het album de fantasie begint te prikkelen en op bijzondere wijze tot leven komt.
Madres verwerkt ook nog eens bijzondere invloeden uit met name de Latijns-Amerikaanse muziek, die de muziek van Sofia Kourtesis weer een andere kant op duwen. En omdat de muzikante uit Peru haar songs voorziet van smaakvolle zang en Spaanstalige teksten, komen ook de liefhebbers van popsongs met een kop en een staart aan hun trekken bij beluistering van het album.
Zoals gezegd hoorde ik er bij eerste beluistering niet zo veel bijzonders in, maar inmiddels komen de warme klanken van Madres bij meerdere gelegenheden tot zijn recht. Sofia Kourtesis opereert in een genre waarmee ik echt heel weinig heb, maar haar debuutalbum weet zich op verrassende en zeer fraaie wijze te onderscheiden van de meeste andere muziek in dit genre. Madres gaat het vast geweldig doen wanneer de temperaturen weer richting zomerse waarden gaan, maar ik ga er de komende weken ook flink wat wandelingen en donkere winteravonden mee opluisteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sofia Kourtesis - Madres - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofia Kourtesis - Madres
Madres, het debuutalbum van Sofia Kourtesis, krijgt vooral het etiket house opgeplakt, maar de elektronische muziek van de muzikante uit Peru zit echt vol hele bijzondere en zeer aangename verrassingen
Het debuutalbum van de tegenwoordig vanuit Berlijn opererende Sofia Kourtesis is de afgelopen twee maanden bedolven onder de zeer positieve recensies, waardoor het album nu ook opduikt in meerdere jaarlijstjes. Het album leek me in eerste instantie vooral geschikt voor de dansvloer, maar hoe vaker ik naar Madres luister, hoe meer bijzondere dingen ik hoor. Sofia Kourtesis heeft haar muziek voorzien van avontuurlijke impulsen en bijzondere invloeden en is ook de goede popsong niet vergeten. Iedereen die Madres opzij schuift zonder er goed naar te luisteren, doet zichzelf uiteindelijk te kort. Sofia Kourtesis is een graag geziene gast in de jaarlijstjes over 2023 en dat is volkomen terecht.
Madres van Sofia Kourtesis is volgens de Amerikaanse website Paste het beste debuutalbum van 2023. Het eind oktober verschenen album duikt ook op in veel reguliere jaarlijstjes, waardoor ik het de afgelopen weken meerdere keren vluchtig beluisterde. Telkens concludeerde ik echter dat het op de dansvloer gerichte album, dat vooral in het hokje house wordt geduwd, zich te ver buiten mijn muzikale comfort zone bevond.
Dat veranderde toen ik het album voor de afwisseling met oortjes beluisterde tijdens het wandelen. De beats van Madres bleken niet alleen zeer geschikt voor het opstuwen van het tempo, maar ook de rest van het album kwam op bijzondere wijze tot leven. Inmiddels luister ik veel vaker naar het album en begrijp ik waarom de critici zo enthousiast zijn over het album.
Sofia Kourtesis is een oorspronkelijk uit Peru afkomstige producer en DJ, die inmiddels is neergestreken in Berlijn. Het verhaal achter Madres is een bijzonder verhaal. Vlak na het overlijden van haar vader werd ook de moeder van Sofia Kourtesis ernstig ziek. Een noodzakelijke operatie leek te risicovol, waardoor het de verwachting was dat ze spoedig zou overlijden. Sofia Kourtesis zocht echter contact met de beroemde neurochirurg Peter Vajkoczy, die het wel aandurfde en de moeder van Sofia Kourtesis en hiermee ook de muzikante zelfs weer een nieuw leven gaf. Het album is zowel aan Peter Vajkoczy als de moeder van Sofia Kourtesis opgedragen en is een ode aan het leven.
De muziek van de muzikante uit Peru is elektronisch en gericht op de dansvloer, maar Madres klinkt wat mij betreft toch anders dan de meeste andere albums in het genre. Sofia Kourtesis maakt hier en daar gebruik van stevig aangezette beats, maar heeft haar muziek ook voorzien van subtielere percussie, wat zorgt voor spannende ritmes.
Ook het gebruik van elektronica is niet zo standaard als op veel andere album in het genre. De elektronische impulsen zijn redelijk licht, waardoor Madres het niet alleen goed doet op de dansvloer, maar ook op de achtergrond. Wanneer je het album met de koptelefoon beluistert hoor je pas goed hoeveel bijzondere accenten Sofia Kourtesis heeft toegevoegd aan de lagen elektronica op haar debuutalbum, waarna het album de fantasie begint te prikkelen en op bijzondere wijze tot leven komt.
Madres verwerkt ook nog eens bijzondere invloeden uit met name de Latijns-Amerikaanse muziek, die de muziek van Sofia Kourtesis weer een andere kant op duwen. En omdat de muzikante uit Peru haar songs voorziet van smaakvolle zang en Spaanstalige teksten, komen ook de liefhebbers van popsongs met een kop en een staart aan hun trekken bij beluistering van het album.
Zoals gezegd hoorde ik er bij eerste beluistering niet zo veel bijzonders in, maar inmiddels komen de warme klanken van Madres bij meerdere gelegenheden tot zijn recht. Sofia Kourtesis opereert in een genre waarmee ik echt heel weinig heb, maar haar debuutalbum weet zich op verrassende en zeer fraaie wijze te onderscheiden van de meeste andere muziek in dit genre. Madres gaat het vast geweldig doen wanneer de temperaturen weer richting zomerse waarden gaan, maar ik ga er de komende weken ook flink wat wandelingen en donkere winteravonden mee opluisteren. Erwin Zijleman
Sofia Mills - Baby Magic (2022)

4,5
0
geplaatst: 15 augustus 2022, 15:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sofia Mills - Baby Magic - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofia Mills - Baby Magic
Sofia Mills opereert in een genre waarin de nieuwe albums je al een tijdje om de oren vliegen, maar op haar debuutalbum Baby Magic laat de pas 19 jaar oude muzikante horen dat ze met de allerbesten mee kan
Baby Magic van Sofia Mills is vooralsnog helaas een vrij anonieme release en dat is zonde. Doodzonde zelfs, want het debuutalbum van de pas 19 jaar oude Amerikaanse muzikante ademt kwaliteit. Baby Magic is een ‘coming of age’ album waarop een aantal tienerworstelingen een plekje krijgen, maar het is ook een album vol ijzersterke en verrassend aanstekelijke songs. Het zijn prachtig klinkende en fraai geproduceerde songs, die zijn voorzien van zachte maar ook erg mooie vocalen. Zeker wanneer je het album vaker beluistert komen de songs van Sofia Mills stuk voor stuk tot leven en ontvouwt zich een debuutalbum van een enorme belofte voor de toekomst. Sofia Mills, onthouden die naam.
Eerder dit jaar verscheen de digitale versie van Baby Magic van Sofia Mills in een hele drukke week met een stortvloed aan nieuwe albums. Vorige week was het de beurt aan de fysieke versies van het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, dit keer in een week met nauwelijks interessante nieuwe releases. Het zijn niet de handigste momenten voor het in eigen beheer uitbrengen van een debuutalbum, waardoor ik tot dusver nog niet heel veel lees over het album. Dat is jammer, want Baby Magic van Sofia Mills is een heel interessant debuut.
Sofia Mills is een pas 19 jaar oude muzikante uit Rockport, Massachusetts, die zichzelf en haar debuutalbum op haar bandcamp pagina introduceert met de volgende tekst: “hi i’m sofia i write sad songs about being sad that make everyone else sad but it’s FINE”. Ondanks haar jonge leeftijd verwerkt de Amerikaanse muzikante al het nodige leed op haar eerste album. Ze kreeg, net als de meeste van haar leeftijdsgenoten, te maken met mislukte liefdes, maar ze worstelde ook met haar seksualiteit en kwam uiteindelijk uit de kast en worstelde bovendien met mentale problemen.
Het maakt van Baby Magic een wat melancholisch album, maar het is zeker niet alleen een tranendal. Sofia Mills schreef de songs op haar debuutalbum als puber en is nog altijd pas 19 jaar oud, maar laat op Baby Magic horen dat ze zeer getalenteerd is. De jonge Amerikaanse muzikante schreef alle songs op het album en tekende bovendien voor de productie, waarin ze werd bijgestaan door muzikant en producer John Mark Nelson, die onder andere bijdroeg aan de remake van Taylor Swift’s Red.
Net als Taylor Swift verstopt Sofia Mills de melancholie in bijzonder aangenaam en vaak voorzichtig opgewekte popliedjes. Ook in muzikaal en vocaal opzicht is diezelfde Taylor Swift relevant vergelijkingsmateriaal. De songs op het debuut van Sofia Mills dringen zich dankzij de mooie melodieën en aanstekelijke refreinen onmiddellijk op, maar het zijn ook songs die knap in elkaar zitten en die volwassener klinken dan je van een 19 jaar oude muzikante mag verwachten.
De muzikante uit Massachusetts heeft haar songs smaakvol ingekleurd met zowel organische als elektronische klanken en kiest vaak voor subtiele klanken en fraaie accenten, al bevat het album ook grootser ingekleurde songs. De zang op Baby Magic is net zo smaakvol als de muziek op het album. Sofia Mills zingt op haar debuutalbum vooral fluisterzacht, maar ondanks het lage volume en de beperkte dynamiek is de zang op het album zeer expressief.
‘Coming of age’ albums zijn momenteel in en ook het debuutalbum van Sofia Mills is er een, maar buiten ruwe charme hoor ik op Baby Magic vooral heel veel kwaliteit. Met deze kwaliteit weet de jonge Amerikaanse muzikante zich moeiteloos te onderscheiden van haar talloze soortgenoten, wat het extra schrijnend maakt dat het debuut van Sofia Mills vooralsnog nauwelijks wordt opgemerkt.
Bij oppervlakkige beluistering lijkt Baby Magic misschien het zoveelste album in een genre waarin verzadiging nadrukkelijk op de loer ligt, maar hoe vaker ik naar Baby Magic van Sofia Mills luister, hoe mooier en vooral indrukwekkender ik het album vind. Ik hoop dat we nog heel veel van haar gaan horen, want dit fraaie debuut smaakt echt naar veel en veel meer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sofia Mills - Baby Magic - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofia Mills - Baby Magic
Sofia Mills opereert in een genre waarin de nieuwe albums je al een tijdje om de oren vliegen, maar op haar debuutalbum Baby Magic laat de pas 19 jaar oude muzikante horen dat ze met de allerbesten mee kan
Baby Magic van Sofia Mills is vooralsnog helaas een vrij anonieme release en dat is zonde. Doodzonde zelfs, want het debuutalbum van de pas 19 jaar oude Amerikaanse muzikante ademt kwaliteit. Baby Magic is een ‘coming of age’ album waarop een aantal tienerworstelingen een plekje krijgen, maar het is ook een album vol ijzersterke en verrassend aanstekelijke songs. Het zijn prachtig klinkende en fraai geproduceerde songs, die zijn voorzien van zachte maar ook erg mooie vocalen. Zeker wanneer je het album vaker beluistert komen de songs van Sofia Mills stuk voor stuk tot leven en ontvouwt zich een debuutalbum van een enorme belofte voor de toekomst. Sofia Mills, onthouden die naam.
Eerder dit jaar verscheen de digitale versie van Baby Magic van Sofia Mills in een hele drukke week met een stortvloed aan nieuwe albums. Vorige week was het de beurt aan de fysieke versies van het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, dit keer in een week met nauwelijks interessante nieuwe releases. Het zijn niet de handigste momenten voor het in eigen beheer uitbrengen van een debuutalbum, waardoor ik tot dusver nog niet heel veel lees over het album. Dat is jammer, want Baby Magic van Sofia Mills is een heel interessant debuut.
Sofia Mills is een pas 19 jaar oude muzikante uit Rockport, Massachusetts, die zichzelf en haar debuutalbum op haar bandcamp pagina introduceert met de volgende tekst: “hi i’m sofia i write sad songs about being sad that make everyone else sad but it’s FINE”. Ondanks haar jonge leeftijd verwerkt de Amerikaanse muzikante al het nodige leed op haar eerste album. Ze kreeg, net als de meeste van haar leeftijdsgenoten, te maken met mislukte liefdes, maar ze worstelde ook met haar seksualiteit en kwam uiteindelijk uit de kast en worstelde bovendien met mentale problemen.
Het maakt van Baby Magic een wat melancholisch album, maar het is zeker niet alleen een tranendal. Sofia Mills schreef de songs op haar debuutalbum als puber en is nog altijd pas 19 jaar oud, maar laat op Baby Magic horen dat ze zeer getalenteerd is. De jonge Amerikaanse muzikante schreef alle songs op het album en tekende bovendien voor de productie, waarin ze werd bijgestaan door muzikant en producer John Mark Nelson, die onder andere bijdroeg aan de remake van Taylor Swift’s Red.
Net als Taylor Swift verstopt Sofia Mills de melancholie in bijzonder aangenaam en vaak voorzichtig opgewekte popliedjes. Ook in muzikaal en vocaal opzicht is diezelfde Taylor Swift relevant vergelijkingsmateriaal. De songs op het debuut van Sofia Mills dringen zich dankzij de mooie melodieën en aanstekelijke refreinen onmiddellijk op, maar het zijn ook songs die knap in elkaar zitten en die volwassener klinken dan je van een 19 jaar oude muzikante mag verwachten.
De muzikante uit Massachusetts heeft haar songs smaakvol ingekleurd met zowel organische als elektronische klanken en kiest vaak voor subtiele klanken en fraaie accenten, al bevat het album ook grootser ingekleurde songs. De zang op Baby Magic is net zo smaakvol als de muziek op het album. Sofia Mills zingt op haar debuutalbum vooral fluisterzacht, maar ondanks het lage volume en de beperkte dynamiek is de zang op het album zeer expressief.
‘Coming of age’ albums zijn momenteel in en ook het debuutalbum van Sofia Mills is er een, maar buiten ruwe charme hoor ik op Baby Magic vooral heel veel kwaliteit. Met deze kwaliteit weet de jonge Amerikaanse muzikante zich moeiteloos te onderscheiden van haar talloze soortgenoten, wat het extra schrijnend maakt dat het debuut van Sofia Mills vooralsnog nauwelijks wordt opgemerkt.
Bij oppervlakkige beluistering lijkt Baby Magic misschien het zoveelste album in een genre waarin verzadiging nadrukkelijk op de loer ligt, maar hoe vaker ik naar Baby Magic van Sofia Mills luister, hoe mooier en vooral indrukwekkender ik het album vind. Ik hoop dat we nog heel veel van haar gaan horen, want dit fraaie debuut smaakt echt naar veel en veel meer. Erwin Zijleman
Sofia Talvik - Center of the Universe (2023)

4,0
0
geplaatst: 18 augustus 2023, 17:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sofia Talvik - Center Of The Universe - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofia Talvik - Center Of The Universe
Sofia Talvik trok zich terug op het Zweedse platteland, maar levert met het daar opgenomen Center Of The Universe een album af dat de harten van heel veel liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek moet gaan veroveren
De Zweedse muzikante Sofia Talvik behoort inmiddels al enkele jaren tot de best bewaarde geheimen van de Zweedse popmuziek. Heel Zweeds klinkt haar muziek niet, want ook op Center Of The Universe maakt Sofia Talvik weer muziek die niet misstaat in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, al verloochent ze haar Scandinavische wortels zeker niet. Het oeuvre van de Zweedse muzikant laat al flink wat jaren een mooie groeicurve zien en die wordt doorgetrokken op Center Of The Universe, dat ik weer net wat beter vind dan de vorige albums van de Zweedse muzikante, die geweldige songs schrijft en ook nog eens is gezegend met een bijzonder mooie stem.
De Zweedse singer-songwriter Sofia Talvik debuteerde een kleine twintig jaar geleden en heeft inmiddels een flinke stapel EP’s en albums op haar naam staan. De albums van de muzikante uit Gotenburg vind ik alleen maar beter worden, waardoor ik het in 2019 verschenen Paws Of A Bear tot voor kort haar beste album vond. Van het album verscheen in 2020 nog een prima Unplugged versie, maar sindsdien was het helaas stil rond Sofia Talvik.
Die stilte wordt deze week doorbroken met de release van Center Of The Universe, als ik goed geteld heb het achtste album van de Zweedse muzikante. Ook op haar nieuwe album maakt Sofia Talvik weer muziek die is te omschrijven als Amerikaanse rootsmuziek, maar het is wel Amerikaanse rootsmuziek met een Scandinavische touch.
De Zweedse muzikante bracht de afgelopen twee decennia veel tijd door in de Verenigde Staten, maar Center Of The Universe werd gemaakt in Zweden. Samen met een aantal Zweedse en Amerikaanse muzikanten werd het isolement gezocht op het Zweedse platteland, wat een intiem klinkend album oplevert.
Ook op haar nieuwe album verwerkt Sofia Talvik flink wat invloeden uit de folk en de country, maar Center Of The Universe klinkt geen moment als een standaard rootsalbum. Het heeft deels te maken met de instrumentatie, waarin naast gitaren en de mandoline de accordeon een wat grotere rol speelt dan gebruikelijk, maar het is vooral de eerder genoemde Scandinavische touch waarmee Sofia Talvik zich weet te onderscheiden.
Het is niet eens zo makkelijk om te omschrijven wat die Scandinavische touch precies inhoudt. Je hoort het subtiel in de subtiele Zweedse tongval van Sofia Talvik, die net als bij bijvoorbeeld Sofie Zelmani vooral charmant klinkt. Verder klinken de songs op Center Of The Universe misschien net wat ruimtelijker en onderkoelder dan gebruikelijk in het genre, al zijn ook hier de verschillen met de in de Verenigde Staten gemaakte muziek subtiel.
Het zal een combinatie van kleine dingen zijn, maar het zorgt er wel voor dat Sofia Talvik weet op te vallen met haar muziek. Ik gaf hierboven aan dat ik haar albums steeds beter vind worden en dat geldt ook weer voor haar nieuwe album. In muzikaal opzicht klinkt Center Of The Universe bijzonder aangenaam met een hoofdrol voor de mandoline en de accordeon, de productie van Sofia Talvik is smetteloos en ook de zang van de Zweedse muzikante is wederom van hoog niveau. Het zijn dit keer vooral de songs die groei laten horen. Het achtste album van Sofia Talvik staat vol met aansprekende songs en het zijn songs die je in de meeste gevallen onmiddellijk wil koesteren.
Vier jaar geleden was ik onaangenaam verrast over de beperkte aandacht in Nederland voor Paws Of A Bear en ook Center Of The Universe moet het hier doen met bescheiden aandacht, terwijl het een album is dat flink wat liefhebbers van Amerikaanse (en Europese) rootsmuziek aan moet kunnen spreken.
Ik ben zelf steeds meer onder de indruk van het nieuwe album van Sofia Talvik, die betovert met haar stem en er bovendien in slaagt om muziek te maken met een eigen en al snel uit duizenden herkenbaar geluid. De eerste recensies van het album zijn dan ook terecht heel positief, maar Sofia Talvik verdient er met Center Of The Universe echt veel meer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sofia Talvik - Center Of The Universe - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofia Talvik - Center Of The Universe
Sofia Talvik trok zich terug op het Zweedse platteland, maar levert met het daar opgenomen Center Of The Universe een album af dat de harten van heel veel liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek moet gaan veroveren
De Zweedse muzikante Sofia Talvik behoort inmiddels al enkele jaren tot de best bewaarde geheimen van de Zweedse popmuziek. Heel Zweeds klinkt haar muziek niet, want ook op Center Of The Universe maakt Sofia Talvik weer muziek die niet misstaat in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, al verloochent ze haar Scandinavische wortels zeker niet. Het oeuvre van de Zweedse muzikant laat al flink wat jaren een mooie groeicurve zien en die wordt doorgetrokken op Center Of The Universe, dat ik weer net wat beter vind dan de vorige albums van de Zweedse muzikante, die geweldige songs schrijft en ook nog eens is gezegend met een bijzonder mooie stem.
De Zweedse singer-songwriter Sofia Talvik debuteerde een kleine twintig jaar geleden en heeft inmiddels een flinke stapel EP’s en albums op haar naam staan. De albums van de muzikante uit Gotenburg vind ik alleen maar beter worden, waardoor ik het in 2019 verschenen Paws Of A Bear tot voor kort haar beste album vond. Van het album verscheen in 2020 nog een prima Unplugged versie, maar sindsdien was het helaas stil rond Sofia Talvik.
Die stilte wordt deze week doorbroken met de release van Center Of The Universe, als ik goed geteld heb het achtste album van de Zweedse muzikante. Ook op haar nieuwe album maakt Sofia Talvik weer muziek die is te omschrijven als Amerikaanse rootsmuziek, maar het is wel Amerikaanse rootsmuziek met een Scandinavische touch.
De Zweedse muzikante bracht de afgelopen twee decennia veel tijd door in de Verenigde Staten, maar Center Of The Universe werd gemaakt in Zweden. Samen met een aantal Zweedse en Amerikaanse muzikanten werd het isolement gezocht op het Zweedse platteland, wat een intiem klinkend album oplevert.
Ook op haar nieuwe album verwerkt Sofia Talvik flink wat invloeden uit de folk en de country, maar Center Of The Universe klinkt geen moment als een standaard rootsalbum. Het heeft deels te maken met de instrumentatie, waarin naast gitaren en de mandoline de accordeon een wat grotere rol speelt dan gebruikelijk, maar het is vooral de eerder genoemde Scandinavische touch waarmee Sofia Talvik zich weet te onderscheiden.
Het is niet eens zo makkelijk om te omschrijven wat die Scandinavische touch precies inhoudt. Je hoort het subtiel in de subtiele Zweedse tongval van Sofia Talvik, die net als bij bijvoorbeeld Sofie Zelmani vooral charmant klinkt. Verder klinken de songs op Center Of The Universe misschien net wat ruimtelijker en onderkoelder dan gebruikelijk in het genre, al zijn ook hier de verschillen met de in de Verenigde Staten gemaakte muziek subtiel.
Het zal een combinatie van kleine dingen zijn, maar het zorgt er wel voor dat Sofia Talvik weet op te vallen met haar muziek. Ik gaf hierboven aan dat ik haar albums steeds beter vind worden en dat geldt ook weer voor haar nieuwe album. In muzikaal opzicht klinkt Center Of The Universe bijzonder aangenaam met een hoofdrol voor de mandoline en de accordeon, de productie van Sofia Talvik is smetteloos en ook de zang van de Zweedse muzikante is wederom van hoog niveau. Het zijn dit keer vooral de songs die groei laten horen. Het achtste album van Sofia Talvik staat vol met aansprekende songs en het zijn songs die je in de meeste gevallen onmiddellijk wil koesteren.
Vier jaar geleden was ik onaangenaam verrast over de beperkte aandacht in Nederland voor Paws Of A Bear en ook Center Of The Universe moet het hier doen met bescheiden aandacht, terwijl het een album is dat flink wat liefhebbers van Amerikaanse (en Europese) rootsmuziek aan moet kunnen spreken.
Ik ben zelf steeds meer onder de indruk van het nieuwe album van Sofia Talvik, die betovert met haar stem en er bovendien in slaagt om muziek te maken met een eigen en al snel uit duizenden herkenbaar geluid. De eerste recensies van het album zijn dan ook terecht heel positief, maar Sofia Talvik verdient er met Center Of The Universe echt veel meer. Erwin Zijleman
Sofia Talvik - Paws of a Bear (2019)

4,0
0
geplaatst: 13 december 2019, 15:25 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sofia Talvik - Paws Of A Bear - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofia Talvik - Paws Of A Bear
De Zweedse singer-songwriter Sofia Talvik draait al heel wat jaren mee in de Amerikaanse rootsmuziek en kan met haar nieuwe album met de besten mee
Buiten het kerstalbum van twee jaar geleden is Sofia Talvik niet op mijn BLOG te vinden, terwijl de Zweedse singer-songwriter inmiddels een aantal uitstekende albums op haar naam heeft staan. Ook het eerder dit jaar verschenen Paws Of A Bear is weer een prima album. Het is een album waarop de Zweedse singer-songwriter indruk maakt met haar emotievolle en heldere stem, met mooie persoonlijke verhalen en met een subtiele akoestische instrumentatie waarin een hoofdrol is weggelegd voor een fraai jankende pedal steel. Het levert een album op dat in rootskringen absoluut gehoord moet worden.
De Zweedse singer-songwriter Sofia Talvik timmert inmiddels al heel wat jaren aan de weg (ze debuteerde in 2005) en heeft een mooi stapeltje albums op haar naam staan. Het zijn albums die in rootskringen niet overdreven veel aandacht wisten te trekken, maar voor een kleine groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek is Sofia Talvik inmiddels een vaste waarde. En terecht.
Op deze BLOG komt de singer-songwriter uit het Zweedse Gothenburg er ook helaas wat bekaaid af. Alleen haar uitstekende kerstalbum When Winter Comes van twee jaar geleden (aanrader voor de komende weken!) wist een plekje af te dwingen, terwijl ik ook haar albums The Owls Are Not What They Seem uit 2012 en Big Sky Country uit 2015 hoog heb zitten en vaak heb beluisterd.
Ook het eerder dit jaar verschenen Paws Of A Bear leek weer tussen wal en schip te vallen, maar bij het opruimen kwam ik het album tegen en bij de beluistering die volgde was ik snel gecharmeerd van het nieuwe album van Sofia Talvik.
De Zweedse singer-songwriter maakt muziek die in het hokje Amerikaanse rootsmuziek past. Paws Of A Bear klinkt nog wat Amerikaanser dan haar vorige albums, wat ook niet zo gek is wanneer je je bedenkt dat het album geïnspireerd is door een lange reis door de Verenigde Staten, die Sofia Talvik onder andere in Wyoming, Idaho en Montana bracht. Bovendien heeft de muzikante uit Gothenburg inmiddels in nagenoeg alle Amerikaanse staten op het podium gestaan. Aan de andere kant heeft de muziek van Sofia Talvik ook op Paws Of A Bear weer iets Scandinavisch, zonder dat ik goed kan uitleggen wat het is.
Voor haar nieuwe album koos Sofia Talvik voor een betrekkelijk sobere instrumentatie en productie. De meeste songs hebben een akoestische gitaar of piano als basis, waardoor de stem van Sofia Talvik alle aandacht opeist. Het is een mooie heldere stem vol emotie en hierdoor een stem die het goed doet in het genre.
De mooie stem van de Zweedse singer-songwriter krijgt in de instrumentatie vooral gezelschap van een pedal steel, die van alle instrumenten met afstand de meest uitgesproken bijdrage levert aan Paws Of A Bear. Het levert mooie stemmige klanken op, die uitstekend passen bij het jaargetijde, bij het genre en bij het ondefinieerbare Scandinavische karakter van de muziek van Sofia Talvik. Het zijn klanken die ook prachtig kleuren bij de heldere stem van de Zweedse muzikante, die hier en daar duetten lijkt aan te gaan met de weemoedige pedal steel.
De muziek van Sofia Talvik klinkt op Paws Of A Bear niet alleen Amerikaans. Een aantal tracks op het album lijkt geïnspireerd door Britse folk en ook in dit genre komt de mooie stem van Sofia Talvik uitstekend tot zijn recht en dat geldt ook voor de songs waarin Amerikaanse rootsmuziek tijdelijk wordt verruild voor songs die herinneren aan de hoogtijdagen van de Laurel Canyon muziek.
Sofia Talvik vertelt op Paws Of A Bear mooie, persoonlijke en soms wat melancholische verhalen en ze kleurt deze verhalen prachtig in met een subtiele maar stemmige instrumentatie en met wonderschone vocalen. Paws Of A Bear heeft dit jaar helaas maar bescheiden aandacht gekregen, maar het is een album dat laat horen dat Sofia Talvik in het rootsgenre zowel in vocaal als in muzikaal opzicht met de beteren mee kan. Ik ben in ieder geval heel blij dat ik het album nog een kans heb gegeven. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sofia Talvik - Paws Of A Bear - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofia Talvik - Paws Of A Bear
De Zweedse singer-songwriter Sofia Talvik draait al heel wat jaren mee in de Amerikaanse rootsmuziek en kan met haar nieuwe album met de besten mee
Buiten het kerstalbum van twee jaar geleden is Sofia Talvik niet op mijn BLOG te vinden, terwijl de Zweedse singer-songwriter inmiddels een aantal uitstekende albums op haar naam heeft staan. Ook het eerder dit jaar verschenen Paws Of A Bear is weer een prima album. Het is een album waarop de Zweedse singer-songwriter indruk maakt met haar emotievolle en heldere stem, met mooie persoonlijke verhalen en met een subtiele akoestische instrumentatie waarin een hoofdrol is weggelegd voor een fraai jankende pedal steel. Het levert een album op dat in rootskringen absoluut gehoord moet worden.
De Zweedse singer-songwriter Sofia Talvik timmert inmiddels al heel wat jaren aan de weg (ze debuteerde in 2005) en heeft een mooi stapeltje albums op haar naam staan. Het zijn albums die in rootskringen niet overdreven veel aandacht wisten te trekken, maar voor een kleine groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek is Sofia Talvik inmiddels een vaste waarde. En terecht.
Op deze BLOG komt de singer-songwriter uit het Zweedse Gothenburg er ook helaas wat bekaaid af. Alleen haar uitstekende kerstalbum When Winter Comes van twee jaar geleden (aanrader voor de komende weken!) wist een plekje af te dwingen, terwijl ik ook haar albums The Owls Are Not What They Seem uit 2012 en Big Sky Country uit 2015 hoog heb zitten en vaak heb beluisterd.
Ook het eerder dit jaar verschenen Paws Of A Bear leek weer tussen wal en schip te vallen, maar bij het opruimen kwam ik het album tegen en bij de beluistering die volgde was ik snel gecharmeerd van het nieuwe album van Sofia Talvik.
De Zweedse singer-songwriter maakt muziek die in het hokje Amerikaanse rootsmuziek past. Paws Of A Bear klinkt nog wat Amerikaanser dan haar vorige albums, wat ook niet zo gek is wanneer je je bedenkt dat het album geïnspireerd is door een lange reis door de Verenigde Staten, die Sofia Talvik onder andere in Wyoming, Idaho en Montana bracht. Bovendien heeft de muzikante uit Gothenburg inmiddels in nagenoeg alle Amerikaanse staten op het podium gestaan. Aan de andere kant heeft de muziek van Sofia Talvik ook op Paws Of A Bear weer iets Scandinavisch, zonder dat ik goed kan uitleggen wat het is.
Voor haar nieuwe album koos Sofia Talvik voor een betrekkelijk sobere instrumentatie en productie. De meeste songs hebben een akoestische gitaar of piano als basis, waardoor de stem van Sofia Talvik alle aandacht opeist. Het is een mooie heldere stem vol emotie en hierdoor een stem die het goed doet in het genre.
De mooie stem van de Zweedse singer-songwriter krijgt in de instrumentatie vooral gezelschap van een pedal steel, die van alle instrumenten met afstand de meest uitgesproken bijdrage levert aan Paws Of A Bear. Het levert mooie stemmige klanken op, die uitstekend passen bij het jaargetijde, bij het genre en bij het ondefinieerbare Scandinavische karakter van de muziek van Sofia Talvik. Het zijn klanken die ook prachtig kleuren bij de heldere stem van de Zweedse muzikante, die hier en daar duetten lijkt aan te gaan met de weemoedige pedal steel.
De muziek van Sofia Talvik klinkt op Paws Of A Bear niet alleen Amerikaans. Een aantal tracks op het album lijkt geïnspireerd door Britse folk en ook in dit genre komt de mooie stem van Sofia Talvik uitstekend tot zijn recht en dat geldt ook voor de songs waarin Amerikaanse rootsmuziek tijdelijk wordt verruild voor songs die herinneren aan de hoogtijdagen van de Laurel Canyon muziek.
Sofia Talvik vertelt op Paws Of A Bear mooie, persoonlijke en soms wat melancholische verhalen en ze kleurt deze verhalen prachtig in met een subtiele maar stemmige instrumentatie en met wonderschone vocalen. Paws Of A Bear heeft dit jaar helaas maar bescheiden aandacht gekregen, maar het is een album dat laat horen dat Sofia Talvik in het rootsgenre zowel in vocaal als in muzikaal opzicht met de beteren mee kan. Ik ben in ieder geval heel blij dat ik het album nog een kans heb gegeven. Erwin Zijleman
Sofia Talvik - When Winter Comes (2017)
Alternatieve titel: A Christmas Album

4,0
0
geplaatst: 25 december 2017, 10:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sofia Talkvik - When Winter Comes: A Christmas Album - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik probeer ieder jaar minstens één leuke kerstplaat te vinden. Dat lijkt een eenvoudige opgave met het enorme aanbod aan nieuwe muziek van het moment, maar het valt in de praktijk zeker niet mee.
De meeste kerstplaten zijn zo zoet dat het glazuur spontaan van je tanden springt en wie zit nog te wachten op nieuwe versies van de compleet uitgemolken kerstliedjes die al vele decennia mee gaan?
Echt goede kerstplaten zijn daarom zeer schaars en zeker wanneer wordt gekozen voor het vertolken van de klassiekers, is de kans op iets fatsoenlijks heel klein. Ik grijp daarom vaak naar de fameuze kerstplaat van Phil Spector uit 1963 (!), maar gelukkig was er ook dit jaar weer één nieuw lichtpuntje te vinden.
Dit lichtpuntje komt van de Zweedse muzikante Sofia Talvik, die al een aantal jaren aan de weg timmert met album waarop het etiket ‘Amerikaanse rootsmuziek’ kan worden geplakt. Het is een etiket dat ook past op het vorige maand uitgebrachte When Winter Comes: A Christmas Album.
Het is Amerikaanse rootsmuziek waarin de lange en koude Scandinavische winter nadrukkelijk doorklinkt, wat de plaat al deels voorziet van een sfeer die past bij de kerstdagen. Sofia Talvik heeft er voor gekozen om het kerstgehalte niet verder te vergroten door een aantal kerstklassiekers van stal te halen, maar heeft haar eigen songs over de kerstperiode geschreven. When Winter Comes is hierdoor meer dan een kerstplaat, want waar de gemiddelde kerstplaat direct na tweede kerstdag achter slot en grendel kan of zelfs moet, is de kerstplaat van Sofia Talvik ook de soundtrack van een lange winter.
De songs van de Zweedse muzikanten combineren zoals gezegd invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek met de altijd wat donkere sfeer van de Scandinavische popmuziek, maar Sofia Talvik heeft ook zeker goed geluisterd naar de traditionele Britse folk, wat van When Winter Comes een verrassend veelzijdige plaat maakt.
Het is een plaat die het uitstekend doet met kerst, maar het is ook bijna jammer dat de Zweedse singer-songwriter het woord “christmas” zo veelvuldig heeft verwerkt in haar songs. When Winter Comes is immers een plaat die veel te mooi en bijzonder is om slechts een paar dagen per jaar mee te kunnen.
Sofia Talvik heeft een plaat gemaakt die goed is voor beelden van besneeuwde landschappen en eindeloze ijsvlaktes, maar de muziek van de Zweedse muzikante voelt zelf aan als een knisperend haardvuur.
Waar de oppervlakkigheid domineert op de gemiddelde kerstplaat, heeft Sofia Talvik een plaat gemaakt vol prachtige en opvallend intieme songs die de sfeer van de winter in het algemeen en de kerst in het bijzonder proberen te vangen. When Winter Comes: A Christmas Album slaagt hier glansrijk in en heeft zowel aandacht voor het mooie van deze periode als voor het vleugje melancholie dat er ook vaak bij komt kijken.
When Winter Comes: A Christmas Album van Sofia Talvik is absoluut één van de mooiste kerstplaten van de afgelopen jaren (en misschien wel de mooiste), maar zoals gezegd ook veel meer dan dat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sofia Talkvik - When Winter Comes: A Christmas Album - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik probeer ieder jaar minstens één leuke kerstplaat te vinden. Dat lijkt een eenvoudige opgave met het enorme aanbod aan nieuwe muziek van het moment, maar het valt in de praktijk zeker niet mee.
De meeste kerstplaten zijn zo zoet dat het glazuur spontaan van je tanden springt en wie zit nog te wachten op nieuwe versies van de compleet uitgemolken kerstliedjes die al vele decennia mee gaan?
Echt goede kerstplaten zijn daarom zeer schaars en zeker wanneer wordt gekozen voor het vertolken van de klassiekers, is de kans op iets fatsoenlijks heel klein. Ik grijp daarom vaak naar de fameuze kerstplaat van Phil Spector uit 1963 (!), maar gelukkig was er ook dit jaar weer één nieuw lichtpuntje te vinden.
Dit lichtpuntje komt van de Zweedse muzikante Sofia Talvik, die al een aantal jaren aan de weg timmert met album waarop het etiket ‘Amerikaanse rootsmuziek’ kan worden geplakt. Het is een etiket dat ook past op het vorige maand uitgebrachte When Winter Comes: A Christmas Album.
Het is Amerikaanse rootsmuziek waarin de lange en koude Scandinavische winter nadrukkelijk doorklinkt, wat de plaat al deels voorziet van een sfeer die past bij de kerstdagen. Sofia Talvik heeft er voor gekozen om het kerstgehalte niet verder te vergroten door een aantal kerstklassiekers van stal te halen, maar heeft haar eigen songs over de kerstperiode geschreven. When Winter Comes is hierdoor meer dan een kerstplaat, want waar de gemiddelde kerstplaat direct na tweede kerstdag achter slot en grendel kan of zelfs moet, is de kerstplaat van Sofia Talvik ook de soundtrack van een lange winter.
De songs van de Zweedse muzikanten combineren zoals gezegd invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek met de altijd wat donkere sfeer van de Scandinavische popmuziek, maar Sofia Talvik heeft ook zeker goed geluisterd naar de traditionele Britse folk, wat van When Winter Comes een verrassend veelzijdige plaat maakt.
Het is een plaat die het uitstekend doet met kerst, maar het is ook bijna jammer dat de Zweedse singer-songwriter het woord “christmas” zo veelvuldig heeft verwerkt in haar songs. When Winter Comes is immers een plaat die veel te mooi en bijzonder is om slechts een paar dagen per jaar mee te kunnen.
Sofia Talvik heeft een plaat gemaakt die goed is voor beelden van besneeuwde landschappen en eindeloze ijsvlaktes, maar de muziek van de Zweedse muzikante voelt zelf aan als een knisperend haardvuur.
Waar de oppervlakkigheid domineert op de gemiddelde kerstplaat, heeft Sofia Talvik een plaat gemaakt vol prachtige en opvallend intieme songs die de sfeer van de winter in het algemeen en de kerst in het bijzonder proberen te vangen. When Winter Comes: A Christmas Album slaagt hier glansrijk in en heeft zowel aandacht voor het mooie van deze periode als voor het vleugje melancholie dat er ook vaak bij komt kijken.
When Winter Comes: A Christmas Album van Sofia Talvik is absoluut één van de mooiste kerstplaten van de afgelopen jaren (en misschien wel de mooiste), maar zoals gezegd ook veel meer dan dat. Erwin Zijleman
Sofie - Cult Survivor (2020)

4,5
1
geplaatst: 29 juni 2020, 15:32 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sofie - Cult Survivor - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofie - Cult Survivor
Sofie heeft een persoonlijk en behoorlijk donker album gemaakt, dat de imperfectie verkiest boven de perfectie, maar dat uiteindelijk zo knap in elkaar steekt dat je je blijft verbazen
Cult Survivor wordt hier en daar een van de eerste albums uit de coronatijd genoemd. Daar is wat voor te zeggen, want Sofie maakte dit album in isolement, maar dit isolement verkoos ze niet vanwege de pandemie die de wereld inmiddels enkele maanden treft. Cult Survivor is een album dat aan alle kanten rammelt, maar dat ook een groot talent voor het schrijven van songs verraadt. In muzikaal en vocaal opzicht is het zeker niet perfect, maar wat is er veel moois verstopt in de persoonlijke popsongs van Sofie. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van dit album, maar als het je pakt, pakt het je genadeloos hard.
Sofie Fatouretchi is tot dusver vooral bekend als een gevierd DJ, die haar tijd verdeelde tussen Londen, New York en Los Angeles en is bovendien een klassiek geschoold violiste. Een relatiebreuk en ziekte in haar familie zorgden ervoor dat ze even een pas op de plaats maakte en zich terug trok in Wenen. In de Oostenrijkse hoofdstad maakte ze vervolgens Cult Survivor, waarmee ze nu debuteert als Sofie.
Het is zo’n album dat je onmiddellijk terzijde schuift of dat je onmiddellijk wilt koesteren. Ik behoor zonder enige twijfel tot de laatste categorie. Cult Survivor is een album vol popliedjes die verre van perfect zijn, maar die mij raken door het persoonlijke karakter ervan en door de verrassing die steeds weer opduikt.
Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van de eveneens vanuit Oostenrijk opererende Soap&Skin, het alter ego van Anja Plaschg. Waar de muziek van Soap&Skin voornamelijk gitzwart is, bevat de muziek van Sofie vooral grijstinten. Ook in muzikaal opzicht is de muziek van Sofie wat minder donker, maar het is absoluut muziek die beter bij een flinke onweersbui past dan bij een stralende zomerdag.
Sofie heeft zich op haar debuut als popmuzikant laten beïnvloeden door nogal uiteenlopende genres. Cult Survivor past deels in het hokje pop en elektropop, maar verwerkt ook invloeden uit de lo-fi en heeft bovendien wel wat raakvlakken met de wat donkerdere Franse popmuziek, Franse filmmuziek of klassieke singer-songwriter muziek.
Sofie is een klassiek geschoold muzikante, maar dat hoor je lang niet altijd op haar debuut, dat de imperfectie verkiest boven muzikale hoogstandjes. Ook de zang van Sofie is lang niet altijd loepzuiver, maar ze slaagt er wel in om haar songs te voorzien van een herkenbaar eigen geluid.
In deze songs schuilt het talent van Sofie. Cult Survivor bevat songs die klinken als klassieke singer-songwriter muziek, maar ze kan ook goed uit de voeten met wat elektronischer ingekleurde popsongs, die het album uiteindelijke domineren. In muzikaal opzicht is het zoals gezegd verre van perfect, maar ik was eigenlijk direct bij eerste beluistering geboeid door de persoonlijke en vaak toch behoorlijk donkere popliedjes van Sofie.
De muzikante uit Wenen slaagt er absoluut in om je deelgenoot te maken van haar donkere gedachten, maar blijkt toch ook steeds mooie en bijzondere dingen te hebben verstopt in haar muziek, die heel veel uniek talent verraadt. Cult Survivor klinkt vaak als een demo van een in potentie perfecte popplaat, maar juist het ruwe en onvaste karakter van de songs van Sofie maakt Cult Survivor uiteindelijk zo’n bijzonder album.
Bij eerste beluistering hoor je misschien de dingen die net niet kloppen in de muziek van Sofie, maar hoe vaker je het album hoort hoe meer er op zijn plek valt. Ik luister inmiddels voor de zoveelste keer naar het album en hoor eigenlijk alleen nog maar moois in de ongepolijste popsongs van Sofie.
Het zijn popsongs die hoorbaar putten uit de archieven van de jaren 69, 70 en 80, maar Cult Survivor is uiteindelijk toch vooral een album van deze tijd, al is het maar omdat het in isolement gemaakte album misschien wel een van de eerste albums is die aansluit bij de bijzondere tijd waarin we ons inmiddels enkele maanden bevinden.
Zoals gezegd een album dat je direct terzijde schuift of onmiddellijk wilt koesteren. Ik doe het laatste inmiddels al een tijdje en mijn liefde voor het debuut van Sofie wordt alleen maar sterker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sofie - Cult Survivor - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofie - Cult Survivor
Sofie heeft een persoonlijk en behoorlijk donker album gemaakt, dat de imperfectie verkiest boven de perfectie, maar dat uiteindelijk zo knap in elkaar steekt dat je je blijft verbazen
Cult Survivor wordt hier en daar een van de eerste albums uit de coronatijd genoemd. Daar is wat voor te zeggen, want Sofie maakte dit album in isolement, maar dit isolement verkoos ze niet vanwege de pandemie die de wereld inmiddels enkele maanden treft. Cult Survivor is een album dat aan alle kanten rammelt, maar dat ook een groot talent voor het schrijven van songs verraadt. In muzikaal en vocaal opzicht is het zeker niet perfect, maar wat is er veel moois verstopt in de persoonlijke popsongs van Sofie. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van dit album, maar als het je pakt, pakt het je genadeloos hard.
Sofie Fatouretchi is tot dusver vooral bekend als een gevierd DJ, die haar tijd verdeelde tussen Londen, New York en Los Angeles en is bovendien een klassiek geschoold violiste. Een relatiebreuk en ziekte in haar familie zorgden ervoor dat ze even een pas op de plaats maakte en zich terug trok in Wenen. In de Oostenrijkse hoofdstad maakte ze vervolgens Cult Survivor, waarmee ze nu debuteert als Sofie.
Het is zo’n album dat je onmiddellijk terzijde schuift of dat je onmiddellijk wilt koesteren. Ik behoor zonder enige twijfel tot de laatste categorie. Cult Survivor is een album vol popliedjes die verre van perfect zijn, maar die mij raken door het persoonlijke karakter ervan en door de verrassing die steeds weer opduikt.
Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van de eveneens vanuit Oostenrijk opererende Soap&Skin, het alter ego van Anja Plaschg. Waar de muziek van Soap&Skin voornamelijk gitzwart is, bevat de muziek van Sofie vooral grijstinten. Ook in muzikaal opzicht is de muziek van Sofie wat minder donker, maar het is absoluut muziek die beter bij een flinke onweersbui past dan bij een stralende zomerdag.
Sofie heeft zich op haar debuut als popmuzikant laten beïnvloeden door nogal uiteenlopende genres. Cult Survivor past deels in het hokje pop en elektropop, maar verwerkt ook invloeden uit de lo-fi en heeft bovendien wel wat raakvlakken met de wat donkerdere Franse popmuziek, Franse filmmuziek of klassieke singer-songwriter muziek.
Sofie is een klassiek geschoold muzikante, maar dat hoor je lang niet altijd op haar debuut, dat de imperfectie verkiest boven muzikale hoogstandjes. Ook de zang van Sofie is lang niet altijd loepzuiver, maar ze slaagt er wel in om haar songs te voorzien van een herkenbaar eigen geluid.
In deze songs schuilt het talent van Sofie. Cult Survivor bevat songs die klinken als klassieke singer-songwriter muziek, maar ze kan ook goed uit de voeten met wat elektronischer ingekleurde popsongs, die het album uiteindelijke domineren. In muzikaal opzicht is het zoals gezegd verre van perfect, maar ik was eigenlijk direct bij eerste beluistering geboeid door de persoonlijke en vaak toch behoorlijk donkere popliedjes van Sofie.
De muzikante uit Wenen slaagt er absoluut in om je deelgenoot te maken van haar donkere gedachten, maar blijkt toch ook steeds mooie en bijzondere dingen te hebben verstopt in haar muziek, die heel veel uniek talent verraadt. Cult Survivor klinkt vaak als een demo van een in potentie perfecte popplaat, maar juist het ruwe en onvaste karakter van de songs van Sofie maakt Cult Survivor uiteindelijk zo’n bijzonder album.
Bij eerste beluistering hoor je misschien de dingen die net niet kloppen in de muziek van Sofie, maar hoe vaker je het album hoort hoe meer er op zijn plek valt. Ik luister inmiddels voor de zoveelste keer naar het album en hoor eigenlijk alleen nog maar moois in de ongepolijste popsongs van Sofie.
Het zijn popsongs die hoorbaar putten uit de archieven van de jaren 69, 70 en 80, maar Cult Survivor is uiteindelijk toch vooral een album van deze tijd, al is het maar omdat het in isolement gemaakte album misschien wel een van de eerste albums is die aansluit bij de bijzondere tijd waarin we ons inmiddels enkele maanden bevinden.
Zoals gezegd een album dat je direct terzijde schuift of onmiddellijk wilt koesteren. Ik doe het laatste inmiddels al een tijdje en mijn liefde voor het debuut van Sofie wordt alleen maar sterker. Erwin Zijleman
Sofie Livebrant - Weep the Time Away: Emily Brontë (2021)

4,5
0
geplaatst: 2 maart 2022, 15:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sofie Livebrant - Weep The Time Away: Emily Brontë - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofie Livebrant - Weep The Time Away: Emily Brontë
De Zweedse muzikante Sofie Livebrant gaat aan de haal met de gedichten van de Engelse Emily Brontë en met zowel Britse als Amerikaanse folk, met een verbluffend mooi en spannend album als resultaat
Ik ben meestal niet zo gek op de wat traditionele Britse folk, maar het nieuwe album van de uit Stockholm afkomstige Emily Livebrant duwde ik te makkelijk in dit hokje. Weep The Time Away: Emily Brontë van Sofie Livebrant is immers geen moment een dertien in een dozijn folkalbum. Alle songs vallen op door een prachtige en veelkleurige instrumentatie, Sofie Livebrant zingt op haar nieuwe album prachtig en slaagt er ook nog eens in om de gedichten van Emily Brontë te vangen in songs die zowel authentiek als eigentijds klinken. Ik moest er heel even aan wennen, maar dit album wordt echt alleen maar mooier en indrukwekkender. Veel te mooi om onder te laten sneeuwen dus.
Weep The Time Away: Emily Brontë van de Zweedse muzikante Sofie Livebrant verscheen afgelopen zomer al, maar krijgt nu dan eindelijk ook een Nederlandse release. Ik was de naam van de muzikante uit Stockholm volgens mij nog niet eerder tegen gekomen, maar Weep The Time Away: Emily Brontë is al het zesde album van Sofie Livebrant. Haar vorige albums werden stuk voor stuk in het hokje folk geduwd en dat is ook het hokje waarin haar nieuwe album thuis hoort, al kan Sofie Livebrant binnen de folk op een breed terrein uit de voeten.
Op Weep The Time Away: Emily Brontë gaat Sofie Livebrant aan de slag met de gedichten van de Engelse schrijfster Emily Brontë. De telg uit de schrijversfamilie Brontë is vooral bekend van haar roman Wuthering Heights, maar voor ze op slechts 30-jarige leeftijd overleed aan tuberculose schreef ze ook een flink aantal gedichten. Sofie Livebrant draagt de gedichten van Emily Brontë (gelukkig) niet voor, maar heeft ze verwerkt in haar songs.
Het zijn songs die niet alleen fraai maar ook bijzonder zijn ingekleurd. De akoestische gitaar legt in de meeste songs op het album de basis, maar strijkers zorgen steeds voor bijzondere accenten. Het zijn accenten die de muziek van Sofie Livebrant voorzien van vooral donkere tinten, maar die ook zorgen voor een bijzondere onderhuidse spanning. Door hier en daar gebruik te maken van bijzondere percussie wordt vervolgens voldoende variatie aangebracht in de over het algemeen genomen toch redelijk sobere instrumentatie.
Met de bijzonder sfeervolle maar ook altijd bijzondere klanken op het album onderscheidt Sofie Livebrant zich eenvoudig van de meeste Britse folkalbums van het moment, al klinkt het album door de gedichten van Emily Brontë behoorlijk Brits. Brits met een bijzondere twist, dat wel.
De mooie maar ook spannende instrumentatie, met hier en daar weergaloos akoestisch gitaarspel, was voor mij de eerste reden om te blijven luisteren naar Weep The Time Away: Emily Brontë, maar langzaam maar zeker werd ik steeds meer gegrepen door de stem van Sofie Livebrant.
De Zweedse muzikante beschikt over een wat hoge stem, die af en toe herinnert aan de grootse vocale daden van Sandy Denny. Wanneer Sofie Livebrant wat opschuift van Britse naar Laurel Canyon folk, hoor ik ook wel wat van Joni Mitchell, waarmee we zeer indrukwekkend vergelijkingsmateriaal te pakken hebben. De combinatie van de fraaie instrumentatie en de mooie vocalen doet me ook wel wat denken aan de vroege albums van de Britse singer-songwriter Kathryn Williams, maar Sofie Livebrant heeft ook een bijzonder eigen geluid.
Weep The Time Away: Emily Brontë is een album dat waarschijnlijk niet overdreven veel aandacht gaat krijgen, maar het is in alle opzichten een bescheiden meesterwerk. De fraaie instrumentatie en arrangementen strelen meedogenloos het oor, maar weten je ook steeds weer te verrassen, de stem van Sofie Livebrant is prachtig en het is knap hoe ze de meer dan tweehonderd jaar oude gedichten van Emily Brontë het heden in sleept en deze opneemt in songs die geen moment te pretentieus klinken, wat vaak wel het geval is op albums met dit soort ambities.
Ik vind pure Britse folkalbums meestal net wat te traditioneel, te plechtig of pastoraal, of zelfs te saai, maar Weep The Time Away: Emily Brontë van Sofie Livebrant is een album waar ik alleen maar ademloos naar kan luisteren. En de groei is er, ook na vele keren horen, nog niet uit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sofie Livebrant - Weep The Time Away: Emily Brontë - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofie Livebrant - Weep The Time Away: Emily Brontë
De Zweedse muzikante Sofie Livebrant gaat aan de haal met de gedichten van de Engelse Emily Brontë en met zowel Britse als Amerikaanse folk, met een verbluffend mooi en spannend album als resultaat
Ik ben meestal niet zo gek op de wat traditionele Britse folk, maar het nieuwe album van de uit Stockholm afkomstige Emily Livebrant duwde ik te makkelijk in dit hokje. Weep The Time Away: Emily Brontë van Sofie Livebrant is immers geen moment een dertien in een dozijn folkalbum. Alle songs vallen op door een prachtige en veelkleurige instrumentatie, Sofie Livebrant zingt op haar nieuwe album prachtig en slaagt er ook nog eens in om de gedichten van Emily Brontë te vangen in songs die zowel authentiek als eigentijds klinken. Ik moest er heel even aan wennen, maar dit album wordt echt alleen maar mooier en indrukwekkender. Veel te mooi om onder te laten sneeuwen dus.
Weep The Time Away: Emily Brontë van de Zweedse muzikante Sofie Livebrant verscheen afgelopen zomer al, maar krijgt nu dan eindelijk ook een Nederlandse release. Ik was de naam van de muzikante uit Stockholm volgens mij nog niet eerder tegen gekomen, maar Weep The Time Away: Emily Brontë is al het zesde album van Sofie Livebrant. Haar vorige albums werden stuk voor stuk in het hokje folk geduwd en dat is ook het hokje waarin haar nieuwe album thuis hoort, al kan Sofie Livebrant binnen de folk op een breed terrein uit de voeten.
Op Weep The Time Away: Emily Brontë gaat Sofie Livebrant aan de slag met de gedichten van de Engelse schrijfster Emily Brontë. De telg uit de schrijversfamilie Brontë is vooral bekend van haar roman Wuthering Heights, maar voor ze op slechts 30-jarige leeftijd overleed aan tuberculose schreef ze ook een flink aantal gedichten. Sofie Livebrant draagt de gedichten van Emily Brontë (gelukkig) niet voor, maar heeft ze verwerkt in haar songs.
Het zijn songs die niet alleen fraai maar ook bijzonder zijn ingekleurd. De akoestische gitaar legt in de meeste songs op het album de basis, maar strijkers zorgen steeds voor bijzondere accenten. Het zijn accenten die de muziek van Sofie Livebrant voorzien van vooral donkere tinten, maar die ook zorgen voor een bijzondere onderhuidse spanning. Door hier en daar gebruik te maken van bijzondere percussie wordt vervolgens voldoende variatie aangebracht in de over het algemeen genomen toch redelijk sobere instrumentatie.
Met de bijzonder sfeervolle maar ook altijd bijzondere klanken op het album onderscheidt Sofie Livebrant zich eenvoudig van de meeste Britse folkalbums van het moment, al klinkt het album door de gedichten van Emily Brontë behoorlijk Brits. Brits met een bijzondere twist, dat wel.
De mooie maar ook spannende instrumentatie, met hier en daar weergaloos akoestisch gitaarspel, was voor mij de eerste reden om te blijven luisteren naar Weep The Time Away: Emily Brontë, maar langzaam maar zeker werd ik steeds meer gegrepen door de stem van Sofie Livebrant.
De Zweedse muzikante beschikt over een wat hoge stem, die af en toe herinnert aan de grootse vocale daden van Sandy Denny. Wanneer Sofie Livebrant wat opschuift van Britse naar Laurel Canyon folk, hoor ik ook wel wat van Joni Mitchell, waarmee we zeer indrukwekkend vergelijkingsmateriaal te pakken hebben. De combinatie van de fraaie instrumentatie en de mooie vocalen doet me ook wel wat denken aan de vroege albums van de Britse singer-songwriter Kathryn Williams, maar Sofie Livebrant heeft ook een bijzonder eigen geluid.
Weep The Time Away: Emily Brontë is een album dat waarschijnlijk niet overdreven veel aandacht gaat krijgen, maar het is in alle opzichten een bescheiden meesterwerk. De fraaie instrumentatie en arrangementen strelen meedogenloos het oor, maar weten je ook steeds weer te verrassen, de stem van Sofie Livebrant is prachtig en het is knap hoe ze de meer dan tweehonderd jaar oude gedichten van Emily Brontë het heden in sleept en deze opneemt in songs die geen moment te pretentieus klinken, wat vaak wel het geval is op albums met dit soort ambities.
Ik vind pure Britse folkalbums meestal net wat te traditioneel, te plechtig of pastoraal, of zelfs te saai, maar Weep The Time Away: Emily Brontë van Sofie Livebrant is een album waar ik alleen maar ademloos naar kan luisteren. En de groei is er, ook na vele keren horen, nog niet uit. Erwin Zijleman
Sofie Royer - Harlequin (2022)

4,0
0
geplaatst: 30 september 2022, 18:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sofie Royer - Harlequin - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofie Royer - Harlequin
Sofie Royer maakte in de eerste zomer van de coronapandemie als Sofie een van de eerste echte lockdown albums en trekt de lijn van dat album door op het net wat lichtere maar nog steeds eigenzinnige Harlequin
Cult Survivor van de Oostenrijkse Sofie (Fatouretchi Royer) kwam ruim twee jaar geleden aan als een donderslag bij heldere hemel. De jonge Oostenrijkse muzikante maakte, nadat ze was gestrand in Wenen, een aardedonker album, waarop ze genoeg had aan haar keyboards en haar stem. Het was een album dat aan alle kanten rammelde en verre van perfect was, maar het was ook een album dat onder de huid kroop. Het deze week verschenen Harlequin trekt de lijn van het geweldige debuutalbum door, maar klinkt ook wat lichter en toegankelijker, maar ook wat theatraler en minstens net zo eigenzinnig. Sofie is een blijvertje, dat is zeker.
Het in de zomer van 2020 verschenen Cult Survivor van de Oostenrijkse muzikante Sofie is achteraf bezien een van de eerste albums die werd getekend door de coronapandemie, die zich een paar maanden eerder had aangediend. Sofie Fatouretchi was voor het uitbreken van de pandemie een succesvol DJ die vooral vanuit Londen, New York en Los Angeles opereerde, maar door de lockdowns zat ze opeens opgesloten in Wenen, waar ze was opgegroeid. Ze besloot een popalbum te maken onder de naam Sofie en het is een album dat op mij diepe indruk maakte.
Sofie Fatouretchi, naast DJ ook een klassiek geschoold violiste, maakte op haar debuutalbum indruk met intieme maar ook wat stekelige en vaak wat donker getinte popliedjes, die genoeg hadden aan de keyboards en de stem van de Oostenrijkse muzikante. Het waren popliedjes die hier en daar flink rammelden en bijna lo-fi klonken, maar het waren ook van die popliedjes die je na één keer horen voorgoed wilde koesteren. De popliedjes van Sofie klonken anders dan alle andere popliedjes van dat moment, maar het waren op hetzelfde moment popliedjes vol echo’s uit een aantal decennia muziekgeschiedenis.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik Sofie al weer was vergeten, maar deze week duikt de Oostenrijkse muzikante op met haar tweede album. Sofie noemt zich inmiddels Sofie Royer en vervolgt haar carrière als popmuzikant met Harlequin. Het is een album dat in het verlengde ligt van Cult Survivor, dat ik de afgelopen week weer volledig heb omarmd, maar Sofie Royer laat ook horen dat de tijden zijn veranderd.
Cult Survivor was zoals gezegd een album dat de sfeer van de corona lockdowns perfect wist te vangen in donkere tinten en een wat beklemmende sfeer. Hoewel de wereld er momenteel zeker niet mooier uitziet dan in de zomer van 2020, integendeel zelfs, liggen de lockdowns achter ons en dat hoor je op Harlequin. Het tweede album van Sofie Royer klinkt wat lichter en opgewekter dan Cult Survivor, dat vooral loodzwaar en aardedonker klonk.
Het nog altijd grotendeels elektronisch ingekleurde Harlequin is een bij vlagen betrekkelijk lichtvoetig popalbum met wat meer uptempo songs, maar met enige regelmaat slaat de melancholie weer genadeloos toe en is het weer “Sofie and her keyboards against the world”. De muzikante uit Wenen schuwt ook dit keer de persoonlijke thema’s niet en staat uitgebreid stil bij het volwassen worden in moeilijke tijden.
Sofie Royer is geen heel groot zangeres en mist met enige regelmaat een noot, maar de zang van de Oostenrijkse muzikante doet ook dit keer van alles met me, ook als ze het Engels incidenteel verruilt voor het Duits. Harlequin heeft een wat minder hoog 80s gehalte dan Cult Survivor en klinkt hier en daar wat cabaretesk, wat ook niet zo gek is voor een album dat de Weense tradities op dit terrein eert, maar de Oostenrijkse muzikante staat ook nog altijd garant voor tijdloze popliedjes met een eigenzinnige twist.
Hier en daar sleept Sofie Royer er wat beats bij, maar Harlequin is toch vooral een album met persoonlijke en nog altijd wat weemoedige popliedjes. Sofie Royer kan de enorme verrassing van Cult Survivor natuurlijk niet evenaren, maar ze stelt wat mij betreft zeker niet teleur met een album dat aan de ene kant voortbouwt op zijn voorganger, maar aan de andere kant ook een net wat andere invalshoek kiest. Ik ben nog steeds fan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sofie Royer - Harlequin - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofie Royer - Harlequin
Sofie Royer maakte in de eerste zomer van de coronapandemie als Sofie een van de eerste echte lockdown albums en trekt de lijn van dat album door op het net wat lichtere maar nog steeds eigenzinnige Harlequin
Cult Survivor van de Oostenrijkse Sofie (Fatouretchi Royer) kwam ruim twee jaar geleden aan als een donderslag bij heldere hemel. De jonge Oostenrijkse muzikante maakte, nadat ze was gestrand in Wenen, een aardedonker album, waarop ze genoeg had aan haar keyboards en haar stem. Het was een album dat aan alle kanten rammelde en verre van perfect was, maar het was ook een album dat onder de huid kroop. Het deze week verschenen Harlequin trekt de lijn van het geweldige debuutalbum door, maar klinkt ook wat lichter en toegankelijker, maar ook wat theatraler en minstens net zo eigenzinnig. Sofie is een blijvertje, dat is zeker.
Het in de zomer van 2020 verschenen Cult Survivor van de Oostenrijkse muzikante Sofie is achteraf bezien een van de eerste albums die werd getekend door de coronapandemie, die zich een paar maanden eerder had aangediend. Sofie Fatouretchi was voor het uitbreken van de pandemie een succesvol DJ die vooral vanuit Londen, New York en Los Angeles opereerde, maar door de lockdowns zat ze opeens opgesloten in Wenen, waar ze was opgegroeid. Ze besloot een popalbum te maken onder de naam Sofie en het is een album dat op mij diepe indruk maakte.
Sofie Fatouretchi, naast DJ ook een klassiek geschoold violiste, maakte op haar debuutalbum indruk met intieme maar ook wat stekelige en vaak wat donker getinte popliedjes, die genoeg hadden aan de keyboards en de stem van de Oostenrijkse muzikante. Het waren popliedjes die hier en daar flink rammelden en bijna lo-fi klonken, maar het waren ook van die popliedjes die je na één keer horen voorgoed wilde koesteren. De popliedjes van Sofie klonken anders dan alle andere popliedjes van dat moment, maar het waren op hetzelfde moment popliedjes vol echo’s uit een aantal decennia muziekgeschiedenis.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik Sofie al weer was vergeten, maar deze week duikt de Oostenrijkse muzikante op met haar tweede album. Sofie noemt zich inmiddels Sofie Royer en vervolgt haar carrière als popmuzikant met Harlequin. Het is een album dat in het verlengde ligt van Cult Survivor, dat ik de afgelopen week weer volledig heb omarmd, maar Sofie Royer laat ook horen dat de tijden zijn veranderd.
Cult Survivor was zoals gezegd een album dat de sfeer van de corona lockdowns perfect wist te vangen in donkere tinten en een wat beklemmende sfeer. Hoewel de wereld er momenteel zeker niet mooier uitziet dan in de zomer van 2020, integendeel zelfs, liggen de lockdowns achter ons en dat hoor je op Harlequin. Het tweede album van Sofie Royer klinkt wat lichter en opgewekter dan Cult Survivor, dat vooral loodzwaar en aardedonker klonk.
Het nog altijd grotendeels elektronisch ingekleurde Harlequin is een bij vlagen betrekkelijk lichtvoetig popalbum met wat meer uptempo songs, maar met enige regelmaat slaat de melancholie weer genadeloos toe en is het weer “Sofie and her keyboards against the world”. De muzikante uit Wenen schuwt ook dit keer de persoonlijke thema’s niet en staat uitgebreid stil bij het volwassen worden in moeilijke tijden.
Sofie Royer is geen heel groot zangeres en mist met enige regelmaat een noot, maar de zang van de Oostenrijkse muzikante doet ook dit keer van alles met me, ook als ze het Engels incidenteel verruilt voor het Duits. Harlequin heeft een wat minder hoog 80s gehalte dan Cult Survivor en klinkt hier en daar wat cabaretesk, wat ook niet zo gek is voor een album dat de Weense tradities op dit terrein eert, maar de Oostenrijkse muzikante staat ook nog altijd garant voor tijdloze popliedjes met een eigenzinnige twist.
Hier en daar sleept Sofie Royer er wat beats bij, maar Harlequin is toch vooral een album met persoonlijke en nog altijd wat weemoedige popliedjes. Sofie Royer kan de enorme verrassing van Cult Survivor natuurlijk niet evenaren, maar ze stelt wat mij betreft zeker niet teleur met een album dat aan de ene kant voortbouwt op zijn voorganger, maar aan de andere kant ook een net wat andere invalshoek kiest. Ik ben nog steeds fan. Erwin Zijleman
Sofie Royer - Young-Girl Forever (2024)

4,0
1
geplaatst: 18 november 2024, 14:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sofie Royer - Young-Girl Forever - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofie Royer - Young-Girl Forever
Young-Girl Forever is alweer het derde album van de Oostenrijkse muzikante Sofie Royer, die alleen maar beter en veelzijdiger wordt en met haar nieuwe album echt een weergaloos popalbum heeft afgeleverd
Het tijdens de eerste maanden van de coronapandemie verschenen Cult Survivor werd nog door bijna iedereen over het hoofd gezien en ook opvolger Harlequin trok aan het eind van die pandemie niet overdreven veel aandacht, maar het deze week verschenen derde album van Sofie Royer verdient echt alle aandacht. Met Young-Girl Forever heeft de muzikante uit het Oostenrijkse Wenen immers een fascinerend popalbum gemaakt. Het is een popalbum vol direct memorabele songs, maar het is ook een popalbum dat overloopt van avontuur en ook nog eens verrassend veelzijdig is. Het is misschien niet zo toegankelijk als de grote popalbums van het moment, maar Young-Girl Forever is zeker niet minder goed.
De Oostenrijkse muzikante Sofie maakte een paar jaar geleden bedoeld of onbedoeld een van de donkerste, meest indringende en ook mooiste pandemie albums. Het in de zomer van 2020 verschenen Cult Survivor ving de sfeer van de destijds pas net begonnen pandemie op zeer treffende wijze, ook al verkoos de Oostenrijkse muzikante het isolement in Wenen niet vanwege de pandemie, maar vanwege een liefdesbreuk.
Sofie Fatouretchi Royer werd geboren in de verenigde Staten en heeft zowel Oostenrijks als Iraans bloed. Ze timmerde een tijd aan de weg als geschoold violiste, maar koos in 2020 voor de popmuziek. Cult Survivor was in muzikaal opzicht een razend spannend en bijzonder veelzijdig album en trok ook zeker de aandacht met de af en toe wat onvaste zang van Sofie en nog meer door haar songs die overliepen van avontuur, maar ook verrassend toegankelijk klonken.
Sofie keerde in de herfst van 2022 terug als Sofie Royer en liet op het uitstekende Harlequin horen dat haar fascinerende debuutalbum geen toevalstreffer. Met het einde van de coronapandemie in zicht koos de Oostenrijkse muzikante op haar tweede album voor een wat minder donker, maar nog altijd eigenzinnig geluid en bevestigde ze haar status als bijzondere songwriter.
We zijn inmiddels weer twee jaar verder en deze week duikt Sofie Royer op met haar derde album. Op Young-Girl Forever borduurt Sofie Royer verder op haar vorige twee albums, maar voegt ze ook weer invloeden toe aan haar eigenzinnige muzikale palet. Gebleven is de soms zwaar aangezette elektronica die in dikke lagen uit de speakers komt. Het voorziet de songs van Sofie Royer van een nostalgisch tintje, maar het zorgt ook voor een wat weemoedig effect.
Hier en daar snijden gitaarsolo’s door de lagen synths heen, wat de songs een subtiele Prince vibe geeft, maar de songs leunen hier en daar ook tegen 80s synthpop en new wave aan en zijn een enkele keer niet vies van Eurodisco. Sofie Royer is verantwoordelijk voor het grootste deel van de muziek op het album en pakt een enkele keer ook haar viool uit de koffer, wat het klankenpalet nog wat rijker maakt.
De zwaar aangezette muziek wordt ook dit keer gecombineerd met de inmiddels herkenbare zang van de Oostenrijkse muzikante, die wel steeds beter gaat zingen. Sofie Royer vermengt ook dit keer Engels, Frans en Duits in haar teksten, wat het eigenzinnige karakter van haar songs versterkt. Het laat overigens ook horen hoeveel invloed een taal heeft op het karakter van een song.
De muziek op Young-Girl Forever is nog wat zwaarder aangezet dan op de vorige albums van Sofie Royer, maar net als op Cult Survivor en Harlequin kan Sofie Royer wat donkere klanken combineren met verrassend toegankelijke of zelfs aanstekelijke popsongs. Die popsongs zijn alleen maar beter geworden, want als je eenmaal gewend bent aan de zwaar aangezette muziek en de karakteristieke stem van Oostenrijkse muzikante hoor je ook een aantal instant hits op haar nieuwe album, die zich in de meeste gevallen meedogenloos opdringen.
Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van haar landgenote Soap & Skin, al worden de donkere wolken in de muziek van Sofie Royer veel vaker verdreven door een waterig zonnetje. De vorige twee albums van de Oostenrijkse muzikante werden helaas niet heel breed opgepakt, maar dat moet echt maar eens gaan veranderen met het uitstekende Young-Girl Forever, dat echt in alle opzichten een geweldig popalbum is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sofie Royer - Young-Girl Forever - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofie Royer - Young-Girl Forever
Young-Girl Forever is alweer het derde album van de Oostenrijkse muzikante Sofie Royer, die alleen maar beter en veelzijdiger wordt en met haar nieuwe album echt een weergaloos popalbum heeft afgeleverd
Het tijdens de eerste maanden van de coronapandemie verschenen Cult Survivor werd nog door bijna iedereen over het hoofd gezien en ook opvolger Harlequin trok aan het eind van die pandemie niet overdreven veel aandacht, maar het deze week verschenen derde album van Sofie Royer verdient echt alle aandacht. Met Young-Girl Forever heeft de muzikante uit het Oostenrijkse Wenen immers een fascinerend popalbum gemaakt. Het is een popalbum vol direct memorabele songs, maar het is ook een popalbum dat overloopt van avontuur en ook nog eens verrassend veelzijdig is. Het is misschien niet zo toegankelijk als de grote popalbums van het moment, maar Young-Girl Forever is zeker niet minder goed.
De Oostenrijkse muzikante Sofie maakte een paar jaar geleden bedoeld of onbedoeld een van de donkerste, meest indringende en ook mooiste pandemie albums. Het in de zomer van 2020 verschenen Cult Survivor ving de sfeer van de destijds pas net begonnen pandemie op zeer treffende wijze, ook al verkoos de Oostenrijkse muzikante het isolement in Wenen niet vanwege de pandemie, maar vanwege een liefdesbreuk.
Sofie Fatouretchi Royer werd geboren in de verenigde Staten en heeft zowel Oostenrijks als Iraans bloed. Ze timmerde een tijd aan de weg als geschoold violiste, maar koos in 2020 voor de popmuziek. Cult Survivor was in muzikaal opzicht een razend spannend en bijzonder veelzijdig album en trok ook zeker de aandacht met de af en toe wat onvaste zang van Sofie en nog meer door haar songs die overliepen van avontuur, maar ook verrassend toegankelijk klonken.
Sofie keerde in de herfst van 2022 terug als Sofie Royer en liet op het uitstekende Harlequin horen dat haar fascinerende debuutalbum geen toevalstreffer. Met het einde van de coronapandemie in zicht koos de Oostenrijkse muzikante op haar tweede album voor een wat minder donker, maar nog altijd eigenzinnig geluid en bevestigde ze haar status als bijzondere songwriter.
We zijn inmiddels weer twee jaar verder en deze week duikt Sofie Royer op met haar derde album. Op Young-Girl Forever borduurt Sofie Royer verder op haar vorige twee albums, maar voegt ze ook weer invloeden toe aan haar eigenzinnige muzikale palet. Gebleven is de soms zwaar aangezette elektronica die in dikke lagen uit de speakers komt. Het voorziet de songs van Sofie Royer van een nostalgisch tintje, maar het zorgt ook voor een wat weemoedig effect.
Hier en daar snijden gitaarsolo’s door de lagen synths heen, wat de songs een subtiele Prince vibe geeft, maar de songs leunen hier en daar ook tegen 80s synthpop en new wave aan en zijn een enkele keer niet vies van Eurodisco. Sofie Royer is verantwoordelijk voor het grootste deel van de muziek op het album en pakt een enkele keer ook haar viool uit de koffer, wat het klankenpalet nog wat rijker maakt.
De zwaar aangezette muziek wordt ook dit keer gecombineerd met de inmiddels herkenbare zang van de Oostenrijkse muzikante, die wel steeds beter gaat zingen. Sofie Royer vermengt ook dit keer Engels, Frans en Duits in haar teksten, wat het eigenzinnige karakter van haar songs versterkt. Het laat overigens ook horen hoeveel invloed een taal heeft op het karakter van een song.
De muziek op Young-Girl Forever is nog wat zwaarder aangezet dan op de vorige albums van Sofie Royer, maar net als op Cult Survivor en Harlequin kan Sofie Royer wat donkere klanken combineren met verrassend toegankelijke of zelfs aanstekelijke popsongs. Die popsongs zijn alleen maar beter geworden, want als je eenmaal gewend bent aan de zwaar aangezette muziek en de karakteristieke stem van Oostenrijkse muzikante hoor je ook een aantal instant hits op haar nieuwe album, die zich in de meeste gevallen meedogenloos opdringen.
Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van haar landgenote Soap & Skin, al worden de donkere wolken in de muziek van Sofie Royer veel vaker verdreven door een waterig zonnetje. De vorige twee albums van de Oostenrijkse muzikante werden helaas niet heel breed opgepakt, maar dat moet echt maar eens gaan veranderen met het uitstekende Young-Girl Forever, dat echt in alle opzichten een geweldig popalbum is. Erwin Zijleman
Sofie Winterson - Southern Skies (2023)

4,0
0
geplaatst: 15 juni 2023, 16:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sofie Winterson - Southern Skies - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofie Winterson - Southern Skies
De Amsterdamse muzikante Sofie Winterson heeft samen met Benny Sings een uitstekend album gemaakt vol tijdloze maar ook eigentijds klinkende songs, die het prachtig doen bij de zomerse temperaturen van het moment
Sofie van Dijk koos een aantal jaren geleden voor een eigen weg in plaats van de weg van haar broer en zus. In plaats van My Baby werd het Sofie Winterson en dat is een wereld van verschil. De Amsterdamse muzikante is nog niet heel bekend, maar maakt nu indruk met haar nieuwe album Southern Skies, dat vol staat met verslavende popsongs. Dit is deels de verdienste van Sofie van Dijk en deels de verdienste van de Nederlandse muzikant Benny Sings, met wie ze het album maakte. Southern Skies is een album dat je direct betovert met aangename popliedjes en met een vleugje indie. Het klinkt allemaal zorgeloos en dromerig, maar ondertussen klopt alles op dit bijzonder aangename album.
De naam Sofie Winterson klonk mij op een of andere manier heel bekend in de oren, maar toen ik luisterde naar de twee albums die ze in het verleden maakte (Wires uit 2014 en Sophia Electric uit 2018), kwamen die me toch niet bekend voor. Waarschijnlijk ken ik haar van de band MICH, want de recensie van het laatste album van de Amsterdamse band is de enige post op de krenten uit de pop waarin de naam Sofie Winterson voor komt.
Sofie Winterson is het alter ego van de Amsterdamse muzikante Sofie van Dijk, die een jaar of tien geleden, samen met haar broer Joost en zus Cato, stevig aan de weg timmerde met de band The Souldiers. Cato en Joost formeerden vervolgens het zeer succesvolle My Baby, maar Sofie van Dijk koos voor Sofie Winterson. Dat dit een goede keuze was laat ze horen op het deze week verschenen Southern Skies, want wat is dit een goed album.
Sofie Winterson werkt op haar nieuwe album samen met de Nederlandse muzikant Benny Sings, met wie ze een jaar of vier geleden ook al eens een EP maakte. Benny Sings bracht een maand of drie geleden het album Young Hearts uit. Het is een album dat ik over het hoofd zag, maar langzaam maar zeker raak ik steeds meer in de ban van de tijdloze songs op dit album. Op het album van Sofie Winterson tapt Benny Sings uit hetzelfde vaatje, want ook Southern Skies is een 100% feelgood album, zeker zolang de zon zich zo veel laat zien als op het moment.
Er zijn meer raakvlakken met het laatste album van Benny Sings, want ook Sofie Winterson kiest voor een geluid dat zich door van alles en nog wat heeft laten beïnvloeden en dat vaak lekker soulvol klinkt. De songs van de Amsterdamse muzikante liggen stuk voor stuk makkelijk in het gehoor, maar net als op het laatste album van Benny Sings staat Southern Skies vol met knap in elkaar stekende en met veel zorg gemaakte muziek.
Het nieuwe album van Sofie Winterson is te vangen onder de verzamelterm indiepop en het is indiepop met een flinke dosis nostalgie. Het warme of zelfs wat broeierige geluid op Southern Skies doet het zoals gezegd uitstekend bij de zomerse temperaturen van het moment, maar het nieuwe album van Sofie Winterson is meer dan het zoveelste zomerplaatje. De Amsterdamse muzikante heeft een goed gevoel voor tijdloos klinkende songs en zingt ze met een aangename fluisterstem, die perfect past bij de warme klanken op het album.
Er verschijnen de laatste tijd wel meer albums als Southern Skies van Sofie Winterson, maar de Amsterdamse muzikante is haar internationale concurrenten makkelijk de baas met betere songs, mooiere klanken, verrassendere arrangementen en betere zang. Ik heb de eerste twee albums van Sofie Winterson ook nog even beluisterd, maar Southern Skies bevalt me toch een stuk beter, wat absoluut ook de verdienste is van Benny Sings, die net als Sofie Winterson muziek met internationale allure maakt.
Het is maar goed dat de naam Sofie Winterson me op een of andere manier bekend voor kwam, want met het enorme aanbod van het moment valt een album makkelijk tussen wal en schip en daar is Southern Skies echt veel te goed voor. Het is voor mij een van de beste soundtracks van de ontluikende zomer van 2023, maar ik heb nu al het gevoel dat Southern Skies wel eens een album voor alle seizoenen kan zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sofie Winterson - Southern Skies - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sofie Winterson - Southern Skies
De Amsterdamse muzikante Sofie Winterson heeft samen met Benny Sings een uitstekend album gemaakt vol tijdloze maar ook eigentijds klinkende songs, die het prachtig doen bij de zomerse temperaturen van het moment
Sofie van Dijk koos een aantal jaren geleden voor een eigen weg in plaats van de weg van haar broer en zus. In plaats van My Baby werd het Sofie Winterson en dat is een wereld van verschil. De Amsterdamse muzikante is nog niet heel bekend, maar maakt nu indruk met haar nieuwe album Southern Skies, dat vol staat met verslavende popsongs. Dit is deels de verdienste van Sofie van Dijk en deels de verdienste van de Nederlandse muzikant Benny Sings, met wie ze het album maakte. Southern Skies is een album dat je direct betovert met aangename popliedjes en met een vleugje indie. Het klinkt allemaal zorgeloos en dromerig, maar ondertussen klopt alles op dit bijzonder aangename album.
De naam Sofie Winterson klonk mij op een of andere manier heel bekend in de oren, maar toen ik luisterde naar de twee albums die ze in het verleden maakte (Wires uit 2014 en Sophia Electric uit 2018), kwamen die me toch niet bekend voor. Waarschijnlijk ken ik haar van de band MICH, want de recensie van het laatste album van de Amsterdamse band is de enige post op de krenten uit de pop waarin de naam Sofie Winterson voor komt.
Sofie Winterson is het alter ego van de Amsterdamse muzikante Sofie van Dijk, die een jaar of tien geleden, samen met haar broer Joost en zus Cato, stevig aan de weg timmerde met de band The Souldiers. Cato en Joost formeerden vervolgens het zeer succesvolle My Baby, maar Sofie van Dijk koos voor Sofie Winterson. Dat dit een goede keuze was laat ze horen op het deze week verschenen Southern Skies, want wat is dit een goed album.
Sofie Winterson werkt op haar nieuwe album samen met de Nederlandse muzikant Benny Sings, met wie ze een jaar of vier geleden ook al eens een EP maakte. Benny Sings bracht een maand of drie geleden het album Young Hearts uit. Het is een album dat ik over het hoofd zag, maar langzaam maar zeker raak ik steeds meer in de ban van de tijdloze songs op dit album. Op het album van Sofie Winterson tapt Benny Sings uit hetzelfde vaatje, want ook Southern Skies is een 100% feelgood album, zeker zolang de zon zich zo veel laat zien als op het moment.
Er zijn meer raakvlakken met het laatste album van Benny Sings, want ook Sofie Winterson kiest voor een geluid dat zich door van alles en nog wat heeft laten beïnvloeden en dat vaak lekker soulvol klinkt. De songs van de Amsterdamse muzikante liggen stuk voor stuk makkelijk in het gehoor, maar net als op het laatste album van Benny Sings staat Southern Skies vol met knap in elkaar stekende en met veel zorg gemaakte muziek.
Het nieuwe album van Sofie Winterson is te vangen onder de verzamelterm indiepop en het is indiepop met een flinke dosis nostalgie. Het warme of zelfs wat broeierige geluid op Southern Skies doet het zoals gezegd uitstekend bij de zomerse temperaturen van het moment, maar het nieuwe album van Sofie Winterson is meer dan het zoveelste zomerplaatje. De Amsterdamse muzikante heeft een goed gevoel voor tijdloos klinkende songs en zingt ze met een aangename fluisterstem, die perfect past bij de warme klanken op het album.
Er verschijnen de laatste tijd wel meer albums als Southern Skies van Sofie Winterson, maar de Amsterdamse muzikante is haar internationale concurrenten makkelijk de baas met betere songs, mooiere klanken, verrassendere arrangementen en betere zang. Ik heb de eerste twee albums van Sofie Winterson ook nog even beluisterd, maar Southern Skies bevalt me toch een stuk beter, wat absoluut ook de verdienste is van Benny Sings, die net als Sofie Winterson muziek met internationale allure maakt.
Het is maar goed dat de naam Sofie Winterson me op een of andere manier bekend voor kwam, want met het enorme aanbod van het moment valt een album makkelijk tussen wal en schip en daar is Southern Skies echt veel te goed voor. Het is voor mij een van de beste soundtracks van de ontluikende zomer van 2023, maar ik heb nu al het gevoel dat Southern Skies wel eens een album voor alle seizoenen kan zijn. Erwin Zijleman
Soft Plastics - Saturn Returns (2023)

4,0
1
geplaatst: 2 april 2023, 10:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Soft Plastics - Saturn Return - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Soft Plastics - Saturn Return
Saturn Return, het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band Soft Plastics, is in eigen land warm onthaald deze week, maar het mooie en veelkleurige album verdient ook hier echt alle aandacht
Ik hou de Nieuw-Zeelandse muziekpers nauwlettend in de gaten en dat levert af en toe geweldige albums op. De uit Wellington afkomstige band Soft Plastics haalt haar inspiratie in eerste instantie uit het verleden en vist daarbij deels in dezelfde vijver als veel andere bands. Op Saturn Return laat de Nieuw-Zeelandse band echter horen dat het niet kieskeurig is bij het zoeken van inspiratie en dat het bovendien in staat is om invloeden uit het verleden te verwerken in een fris en ook eigentijds geluid. De instrumentatie op Saturn Return is in de basis vaak betrekkelijk sober en solide, maar er is gelukkig alle ruimte voor fraai gitaarwerk en de mooie stem van de frontvrouw van de band, die het album flink hoog optillen.
De Nieuw-Zeelandse muziekpers keek al een tijdje reikhalzend uit naar het debuutalbum van de band Soft Plastics en nu het album deze week is verschenen begrijp ik direct waarom. Soft Plastics is een trio uit Te Whanganui-a-Tara, wat de Maori naam voor het Nieuw-Zeelandse Wellington is. De band bestaat uit Sophie Scott-Maunder, Laura Robinson en Jonathan Shirley, die samen met producer James Goldsmith een geweldig debuutalbum hebben gemaakt. Het zijn namen die bij mij geen belletje deden rinkelen, maar gezien de kwaliteit van Saturn Return ga ik er van uit dat het geen nieuwkomers in de muziek zijn.
Het knappe van het debuutalbum van Soft Plastics is dat het album onmiddellijk vertrouwd in de oren klinkt, maar toch niet direct vergelijkbaar is met andere albums. Sophie Scott-Maunder, Laura Robinson en Jonathan Shirley laten op het debuut van Soft Plastics horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kunnen en alle invloeden die worden verwerkt op Saturn Return zijn opgenomen in een duidelijk eigen geluid.
Het is een geluid waarin gitaren een belangrijke rol spelen, maar waarin de zang van Sophie Scott-Maunder de meeste aandacht opeist. De zangeres van de band tekent ook voor diepe baslijnen, die samen met de drums van Laura Robinson de solide basis vormen van de muziek van Soft Plastics. Gitarist Jonathan Shirley vult vervolgens de ruimte met zijn gitaren en dat doet hij op veelkleurige wijze.
Wanneer gruizige gitaarmuren worden opgebouwd vindt Soft Plastics aansluiting bij bands die de shoegaze kleur gaven, maar de Nieuw-Zeelandse gitarist kan de muziek van de Nieuw-Zeelandse band ook andere kanten op sturen. Vanuit de shoegaze is de stap naar de uit hetzelfde tijdperk stammende dreampop of indierock niet zo groot, maar Saturn Return kan ook opschuiven richting 80s postpunk of 70s new wave en heeft af en toe ook een duidelijke jaren 60 vibe met een vleugje surf.
Op basis van het bovenstaande concludeer je misschien makkelijk dat het debuut van Soft Plastics alle kanten op schiet, maar dat is niet het geval. De band uit Wellington gooit immers alle invloeden op één hoop en maakt er een fris geluid van vol echo’s uit het verleden. Zeker wanneer de band het tempo laag houdt en de klanken subtiel zijn, is Saturn Return een bijzonder mooi album, dat weer andere richtingen inslaat wanneer ook nog eens strijkers of synths worden toegevoegd. De instrumentatie combineert prachtig met de zang van Sophie Scott-Maunder, die beschikt over een aangenaam en warm stemgeluid, dat prachtig contrasteert met de diepe bassen en de soms gruizige gitaren op het album.
De band zelf noemt overigens vooral inspiratiebronnen uit het heden bij het beschrijven van haar muziek en ook van het lijstje Japanese Breakfast, Angel Olsen, Slowdive, Yeah, Yeah, Yeahs, The Motels, Weyes Blood en Big Thief hoor ik wel wat terug op het album, al is het maar vanwege de invloeden uit de slowcore, die me bij de eerste beluisteringen niet zo waren opgevallen.
Saturn Return van Soft Plastics komt van heel ver en moet concurreren met flink wat albums die in dezelfde vijver vissen, maar ik sla het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band net wat hoger aan, al is het maar omdat de songs op het album niet alleen makkelijk overtuigen maar ook nog eens lekker blijven hangen, Echt een zeer aangename verrassing. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Soft Plastics - Saturn Return - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Soft Plastics - Saturn Return
Saturn Return, het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band Soft Plastics, is in eigen land warm onthaald deze week, maar het mooie en veelkleurige album verdient ook hier echt alle aandacht
Ik hou de Nieuw-Zeelandse muziekpers nauwlettend in de gaten en dat levert af en toe geweldige albums op. De uit Wellington afkomstige band Soft Plastics haalt haar inspiratie in eerste instantie uit het verleden en vist daarbij deels in dezelfde vijver als veel andere bands. Op Saturn Return laat de Nieuw-Zeelandse band echter horen dat het niet kieskeurig is bij het zoeken van inspiratie en dat het bovendien in staat is om invloeden uit het verleden te verwerken in een fris en ook eigentijds geluid. De instrumentatie op Saturn Return is in de basis vaak betrekkelijk sober en solide, maar er is gelukkig alle ruimte voor fraai gitaarwerk en de mooie stem van de frontvrouw van de band, die het album flink hoog optillen.
De Nieuw-Zeelandse muziekpers keek al een tijdje reikhalzend uit naar het debuutalbum van de band Soft Plastics en nu het album deze week is verschenen begrijp ik direct waarom. Soft Plastics is een trio uit Te Whanganui-a-Tara, wat de Maori naam voor het Nieuw-Zeelandse Wellington is. De band bestaat uit Sophie Scott-Maunder, Laura Robinson en Jonathan Shirley, die samen met producer James Goldsmith een geweldig debuutalbum hebben gemaakt. Het zijn namen die bij mij geen belletje deden rinkelen, maar gezien de kwaliteit van Saturn Return ga ik er van uit dat het geen nieuwkomers in de muziek zijn.
Het knappe van het debuutalbum van Soft Plastics is dat het album onmiddellijk vertrouwd in de oren klinkt, maar toch niet direct vergelijkbaar is met andere albums. Sophie Scott-Maunder, Laura Robinson en Jonathan Shirley laten op het debuut van Soft Plastics horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kunnen en alle invloeden die worden verwerkt op Saturn Return zijn opgenomen in een duidelijk eigen geluid.
Het is een geluid waarin gitaren een belangrijke rol spelen, maar waarin de zang van Sophie Scott-Maunder de meeste aandacht opeist. De zangeres van de band tekent ook voor diepe baslijnen, die samen met de drums van Laura Robinson de solide basis vormen van de muziek van Soft Plastics. Gitarist Jonathan Shirley vult vervolgens de ruimte met zijn gitaren en dat doet hij op veelkleurige wijze.
Wanneer gruizige gitaarmuren worden opgebouwd vindt Soft Plastics aansluiting bij bands die de shoegaze kleur gaven, maar de Nieuw-Zeelandse gitarist kan de muziek van de Nieuw-Zeelandse band ook andere kanten op sturen. Vanuit de shoegaze is de stap naar de uit hetzelfde tijdperk stammende dreampop of indierock niet zo groot, maar Saturn Return kan ook opschuiven richting 80s postpunk of 70s new wave en heeft af en toe ook een duidelijke jaren 60 vibe met een vleugje surf.
Op basis van het bovenstaande concludeer je misschien makkelijk dat het debuut van Soft Plastics alle kanten op schiet, maar dat is niet het geval. De band uit Wellington gooit immers alle invloeden op één hoop en maakt er een fris geluid van vol echo’s uit het verleden. Zeker wanneer de band het tempo laag houdt en de klanken subtiel zijn, is Saturn Return een bijzonder mooi album, dat weer andere richtingen inslaat wanneer ook nog eens strijkers of synths worden toegevoegd. De instrumentatie combineert prachtig met de zang van Sophie Scott-Maunder, die beschikt over een aangenaam en warm stemgeluid, dat prachtig contrasteert met de diepe bassen en de soms gruizige gitaren op het album.
De band zelf noemt overigens vooral inspiratiebronnen uit het heden bij het beschrijven van haar muziek en ook van het lijstje Japanese Breakfast, Angel Olsen, Slowdive, Yeah, Yeah, Yeahs, The Motels, Weyes Blood en Big Thief hoor ik wel wat terug op het album, al is het maar vanwege de invloeden uit de slowcore, die me bij de eerste beluisteringen niet zo waren opgevallen.
Saturn Return van Soft Plastics komt van heel ver en moet concurreren met flink wat albums die in dezelfde vijver vissen, maar ik sla het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band net wat hoger aan, al is het maar omdat de songs op het album niet alleen makkelijk overtuigen maar ook nog eens lekker blijven hangen, Echt een zeer aangename verrassing. Erwin Zijleman
SoKo - Feel Feelings (2020)

4,5
1
geplaatst: 14 juli 2020, 16:45 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Soko - Feel Feelings - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Soko - Feel Feelings
De Franse muzikante Soko brengt haar langverwachte derde album uit en het is een album dat aan de ene kant makkelijk vermaakt, maar aan de andere kant stevig intrigeert en imponeert
Het leven van de Franse muzikante Soko stond de afgelopen jaren flink op zijn kop en dat heeft zijn weerslag op haar muziek. Feel Feelings lijkt in bijna niets op de vorige twee albums van de Franse muzikante. Het album klinkt loom en broeierig en doet me vaak denken aan de muziek die Air in haar begindagen maakte. Het is muziek die het uitstekend doet op een warme zomeravond, maar het is ook muziek die de fantasie stevig prikkelt en die bovendien een inkijkje geeft in het leven van Soko, dat lang niet altijd makkelijk was. Op het eerste gehoor vond ik het minder aansprekend dan haar vorige albums, maar Feel Feelings is absoluut een groeiplaat.
Feel Feelings van de Franse singer-songwriter Soko zou oorspronkelijk al aan het begin van de lente verschijnen, maar werd twee keer uitgesteld door de corona pandemie, die de muziekindustrie in zwaar weer heeft gebracht. Gelukkig is het album nu alsnog verschenen, want ik heb wel wat met de muziek van Soko.
Het alter ego van de Française Stéphanie Sokolinski dook in 2012 voor het eerst op met het bijzonder fraaie I Thought I Was An Alien, dat me meer dan eens deed denken aan de muziek van Mazzy Star, al gaf Soko wel een Franse twist aan haar muziek. Ook op het in 2015 verschenen My Dreams Dictate My Reality doken nog flarden Mazzy Star op, maar het album viel meer op door een duidelijke postpunk injectie.
Inmiddels zijn we vijf jaar verder en is eindelijk nieuwe muziek van de Franse muzikante, die in eigen land ook bekend is als actrice, verschenen. Feel Feelings klinkt weer flink anders dan zijn twee voorgangers. Ik geloof niet dat ik bij beluistering van het nieuwe album van Soko ook maar één keer aan Mazzy Star heb moeten denken (oké, misschien heel voorzichtig een of twee keer). Feel Feelings klinkt nog wel zwoel, maar een stuk funkier en broeieriger dan de vorige twee albums van Soko.
Er is de afgelopen jaren veel veranderd in het leven van Stéphanie Sokolinski. Ze onderging een stevige en ingrijpende vorm van therapie en werd ze moeder. Het lijkt er op dat ze zich ook meer heeft verdiept in het Franse culturele erfgoed, want waar Soko op haar eerste twee albums haar best deed om vooral niet Frans te klinken, lijkt Feel Feelings steviger beïnvloed door de muziek van Franse muzikanten.
In de enige Franstalige track op het album hoor je vrijwel onmiddellijk invloeden van de muziek die Serge Gainsbourg in zijn beste dagen maakte, terwijl veel van de elektronisch ingekleurde songs op het album lijken geïnspireerd door de lome en dromerige maar ook dansbare muziek van het uit Parijs afkomstige Air. Dat hoor je het duidelijkst wanneer Soko kiest voor een fraai ruimtelijk geluid en dat geluid duikt in flink wat tracks op Feel Feelings op.
Dat de muziek van Soko niet zo Frans klinkt is overigens niet zo gek, want ze woont al vele jaren in Los Angels en nam haar nieuwe album op in New York, hierbij geholpen door onder andere Sean Lennon en leden van de bands Beach Fossils, MGMT en DIIV, waarvan ik overigens niet zo veel terug hoor in de muziek van Soko.
Het voor de lente geplande album is door alle lome, zwoele en broeierige klanken een perfecte metgezel op mooie zomeravonden, maar graaft op hetzelfde moment dieper dan de meeste andere albums in het genre. Bij eerste beluistering van Feel Feelings had ik stiekem nog wel eens heimwee naar de muziek op I Thought I Was An Alien en My Dreams Dictate My Reality, maar het derde album is de afgelopen maanden (de promo kopie van het album ging nog wel uit van een release in de lente) flink gegroeid en is me inmiddels zeker net zo dierbaar als de vorige twee albums van de Française.
Het is niet makkelijk om muziek te maken die bijzonder aangenaam maar ook bijna pretentieloos lijkt voort te kabbelen, maar die op hetzelfde moment knap en avontuurlijk in elkaar steekt en ook nog eens ongemakkelijke persoonlijke thema’s aan snijdt. Soko slaagt hier echter glansrijk in. Feel Feelings is de soundtrack van een lome zomeravond, maar ook een album vol muzikaal avontuur en de nodige persoonlijke ontboezemingen over uiteenlopende emoties en het is een album dat laat horen dat Soko in vocaal opzicht over meerdere persoonlijkheden beschikt. Het is een album dat vraagt om tijd en energie, maar alles dat je er in stopt wordt in veelvoud terugbetaald. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Soko - Feel Feelings - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Soko - Feel Feelings
De Franse muzikante Soko brengt haar langverwachte derde album uit en het is een album dat aan de ene kant makkelijk vermaakt, maar aan de andere kant stevig intrigeert en imponeert
Het leven van de Franse muzikante Soko stond de afgelopen jaren flink op zijn kop en dat heeft zijn weerslag op haar muziek. Feel Feelings lijkt in bijna niets op de vorige twee albums van de Franse muzikante. Het album klinkt loom en broeierig en doet me vaak denken aan de muziek die Air in haar begindagen maakte. Het is muziek die het uitstekend doet op een warme zomeravond, maar het is ook muziek die de fantasie stevig prikkelt en die bovendien een inkijkje geeft in het leven van Soko, dat lang niet altijd makkelijk was. Op het eerste gehoor vond ik het minder aansprekend dan haar vorige albums, maar Feel Feelings is absoluut een groeiplaat.
Feel Feelings van de Franse singer-songwriter Soko zou oorspronkelijk al aan het begin van de lente verschijnen, maar werd twee keer uitgesteld door de corona pandemie, die de muziekindustrie in zwaar weer heeft gebracht. Gelukkig is het album nu alsnog verschenen, want ik heb wel wat met de muziek van Soko.
Het alter ego van de Française Stéphanie Sokolinski dook in 2012 voor het eerst op met het bijzonder fraaie I Thought I Was An Alien, dat me meer dan eens deed denken aan de muziek van Mazzy Star, al gaf Soko wel een Franse twist aan haar muziek. Ook op het in 2015 verschenen My Dreams Dictate My Reality doken nog flarden Mazzy Star op, maar het album viel meer op door een duidelijke postpunk injectie.
Inmiddels zijn we vijf jaar verder en is eindelijk nieuwe muziek van de Franse muzikante, die in eigen land ook bekend is als actrice, verschenen. Feel Feelings klinkt weer flink anders dan zijn twee voorgangers. Ik geloof niet dat ik bij beluistering van het nieuwe album van Soko ook maar één keer aan Mazzy Star heb moeten denken (oké, misschien heel voorzichtig een of twee keer). Feel Feelings klinkt nog wel zwoel, maar een stuk funkier en broeieriger dan de vorige twee albums van Soko.
Er is de afgelopen jaren veel veranderd in het leven van Stéphanie Sokolinski. Ze onderging een stevige en ingrijpende vorm van therapie en werd ze moeder. Het lijkt er op dat ze zich ook meer heeft verdiept in het Franse culturele erfgoed, want waar Soko op haar eerste twee albums haar best deed om vooral niet Frans te klinken, lijkt Feel Feelings steviger beïnvloed door de muziek van Franse muzikanten.
In de enige Franstalige track op het album hoor je vrijwel onmiddellijk invloeden van de muziek die Serge Gainsbourg in zijn beste dagen maakte, terwijl veel van de elektronisch ingekleurde songs op het album lijken geïnspireerd door de lome en dromerige maar ook dansbare muziek van het uit Parijs afkomstige Air. Dat hoor je het duidelijkst wanneer Soko kiest voor een fraai ruimtelijk geluid en dat geluid duikt in flink wat tracks op Feel Feelings op.
Dat de muziek van Soko niet zo Frans klinkt is overigens niet zo gek, want ze woont al vele jaren in Los Angels en nam haar nieuwe album op in New York, hierbij geholpen door onder andere Sean Lennon en leden van de bands Beach Fossils, MGMT en DIIV, waarvan ik overigens niet zo veel terug hoor in de muziek van Soko.
Het voor de lente geplande album is door alle lome, zwoele en broeierige klanken een perfecte metgezel op mooie zomeravonden, maar graaft op hetzelfde moment dieper dan de meeste andere albums in het genre. Bij eerste beluistering van Feel Feelings had ik stiekem nog wel eens heimwee naar de muziek op I Thought I Was An Alien en My Dreams Dictate My Reality, maar het derde album is de afgelopen maanden (de promo kopie van het album ging nog wel uit van een release in de lente) flink gegroeid en is me inmiddels zeker net zo dierbaar als de vorige twee albums van de Française.
Het is niet makkelijk om muziek te maken die bijzonder aangenaam maar ook bijna pretentieloos lijkt voort te kabbelen, maar die op hetzelfde moment knap en avontuurlijk in elkaar steekt en ook nog eens ongemakkelijke persoonlijke thema’s aan snijdt. Soko slaagt hier echter glansrijk in. Feel Feelings is de soundtrack van een lome zomeravond, maar ook een album vol muzikaal avontuur en de nodige persoonlijke ontboezemingen over uiteenlopende emoties en het is een album dat laat horen dat Soko in vocaal opzicht over meerdere persoonlijkheden beschikt. Het is een album dat vraagt om tijd en energie, maar alles dat je er in stopt wordt in veelvoud terugbetaald. Erwin Zijleman
SoKo - I Thought I Was an Alien (2012)

1
geplaatst: 23 maart 2014, 09:22 uur
Nogmaals eens recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Soko - I Thought I Was An Alien - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Grappig. Een maand of vier geleden was SoKo nog mijn obscure ontdekking en daar kwam ik na ruim een jaar achter. Nu heeft ze opeens een wereldhit door een filmpje waarin onbekenden met elkaar zoenen (https://www.youtube.com/watch?v=IpbDHxCV29A&feature=youtu.be&eml=2014March21/1381006/6011852). Haar plaat is er niet minder mooi om. Daarom nogmaals aandacht voor het briljante I Thought I Was An Alien.
Ik las pas een mooie column van iemand die zich vreselijk ergerde aan de aanbevelingen van Spotify (wat alleen maar erger werd toen hij Spotify op het verkeerde been probeerde te zetten). Zelf ervaar ik ook dat de aanbevelingen van Spotify de plank soms flink mis slaan, maar ik moet vooral lachen om de steeds terugkerende suggesties om Bob Dylan en Tom Waits eens te proberen. Ik heb Spotify echter alle fouten vergeven nadat de software op de proppen kwam met een gouden tip. Opeens stond het er: "Recommend for you: SoKo". Ik klikte door en kwam terecht bij haar plaat I Thought I Was An Alien; een plaat die begin vorig jaar al is verschenen, maar hier tot dusver geen aandacht heeft weten te trekken. SoKo is het alter ego van de Franse zangeres Stéphanie Sokolinski, in Frankrijk ook een behoorlijk bekende actrice (en naar verluid activiste). Als SoKo maakt ze muziek die geen moment Frans klinkt. I Thought I Was An Alien staat vol met vreemde geluiden, eenvoudige ritmes (vaak voortgebracht door een ritmebox) en zang die wel wat doet denken aan die van Mazzy Star’s Hope Sandoval (een van mijn persoonlijke favorieten). Ook in muzikaal opzicht doet de muziek van SoKo wel wat denken aan die van Mazzy Star (waardoor ik de aanbeveling van Spotify inmiddels wel begrijp), al is de muziek van de Française een stuk wereldvreemder en klinkt deze ook meer dan eens als een nog onderkoeldere versie van Cat Power oude stijl. SoKo maakt psychedelisch aandoende muziek en giet deze in folky songs. Haar intieme popliedjes worden ingekleurd met prachtige gitaarloopjes (soms eerder miniatuurtjes), een volgende overeenkomst met Mazzy Star, stemmige strijkers en hier en daar keyboards en blazers. De sobere instrumentatie wordt gecombineerd met lome en zwoele vocalen die in een aantal gevallen eerder gesproken dan gezongen worden, maar in tegenstelling tot Mazzy Star maakt SoKo geen muziek om bij weg te dromen. Hiervoor zijn haar popliedjes toch net wat te tegendraads en bieden ze te weinig houvast. Houvast of niet, de songs van SoKo hebben iets heel bijzonders, of zelfs iets magisch, en wisten mij in ieder geval volledig in te pakken. Ik heb I Thought I Was An Alien inmiddels meerdere keren gehoord, maar nog steeds hoor ik nieuwe dingen in de muziek van SoKo, en dan ben ik nog niets eens begonnen aan het doorgronden van haar Engelstalige teksten, die op het eerste gehoor een indringende, emotionele en poëtische indruk maken. Ik begrijp eigenlijk niet dat ik niet eerder op het spoor van SoKo ben gekomen, want haar zwoele, intieme en bezwerende muziek vormt een perfecte match met mijn muzieksmaak. Alle eer voor Spotify, maar vanaf nu hou ik deze eigenzinnige Franse dame zelf nauwlettend in de gaten. Ik heb immers het idee dat er nog meer meesterwerken van het kaliber I Thought I Was An Alien kunnen volgen. Of die er komen of niet, I Thought I Was An Alien blijf ik zeer waarschijnlijk voorgoed koesteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Soko - I Thought I Was An Alien - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Grappig. Een maand of vier geleden was SoKo nog mijn obscure ontdekking en daar kwam ik na ruim een jaar achter. Nu heeft ze opeens een wereldhit door een filmpje waarin onbekenden met elkaar zoenen (https://www.youtube.com/watch?v=IpbDHxCV29A&feature=youtu.be&eml=2014March21/1381006/6011852). Haar plaat is er niet minder mooi om. Daarom nogmaals aandacht voor het briljante I Thought I Was An Alien.
Ik las pas een mooie column van iemand die zich vreselijk ergerde aan de aanbevelingen van Spotify (wat alleen maar erger werd toen hij Spotify op het verkeerde been probeerde te zetten). Zelf ervaar ik ook dat de aanbevelingen van Spotify de plank soms flink mis slaan, maar ik moet vooral lachen om de steeds terugkerende suggesties om Bob Dylan en Tom Waits eens te proberen. Ik heb Spotify echter alle fouten vergeven nadat de software op de proppen kwam met een gouden tip. Opeens stond het er: "Recommend for you: SoKo". Ik klikte door en kwam terecht bij haar plaat I Thought I Was An Alien; een plaat die begin vorig jaar al is verschenen, maar hier tot dusver geen aandacht heeft weten te trekken. SoKo is het alter ego van de Franse zangeres Stéphanie Sokolinski, in Frankrijk ook een behoorlijk bekende actrice (en naar verluid activiste). Als SoKo maakt ze muziek die geen moment Frans klinkt. I Thought I Was An Alien staat vol met vreemde geluiden, eenvoudige ritmes (vaak voortgebracht door een ritmebox) en zang die wel wat doet denken aan die van Mazzy Star’s Hope Sandoval (een van mijn persoonlijke favorieten). Ook in muzikaal opzicht doet de muziek van SoKo wel wat denken aan die van Mazzy Star (waardoor ik de aanbeveling van Spotify inmiddels wel begrijp), al is de muziek van de Française een stuk wereldvreemder en klinkt deze ook meer dan eens als een nog onderkoeldere versie van Cat Power oude stijl. SoKo maakt psychedelisch aandoende muziek en giet deze in folky songs. Haar intieme popliedjes worden ingekleurd met prachtige gitaarloopjes (soms eerder miniatuurtjes), een volgende overeenkomst met Mazzy Star, stemmige strijkers en hier en daar keyboards en blazers. De sobere instrumentatie wordt gecombineerd met lome en zwoele vocalen die in een aantal gevallen eerder gesproken dan gezongen worden, maar in tegenstelling tot Mazzy Star maakt SoKo geen muziek om bij weg te dromen. Hiervoor zijn haar popliedjes toch net wat te tegendraads en bieden ze te weinig houvast. Houvast of niet, de songs van SoKo hebben iets heel bijzonders, of zelfs iets magisch, en wisten mij in ieder geval volledig in te pakken. Ik heb I Thought I Was An Alien inmiddels meerdere keren gehoord, maar nog steeds hoor ik nieuwe dingen in de muziek van SoKo, en dan ben ik nog niets eens begonnen aan het doorgronden van haar Engelstalige teksten, die op het eerste gehoor een indringende, emotionele en poëtische indruk maken. Ik begrijp eigenlijk niet dat ik niet eerder op het spoor van SoKo ben gekomen, want haar zwoele, intieme en bezwerende muziek vormt een perfecte match met mijn muzieksmaak. Alle eer voor Spotify, maar vanaf nu hou ik deze eigenzinnige Franse dame zelf nauwlettend in de gaten. Ik heb immers het idee dat er nog meer meesterwerken van het kaliber I Thought I Was An Alien kunnen volgen. Of die er komen of niet, I Thought I Was An Alien blijf ik zeer waarschijnlijk voorgoed koesteren. Erwin Zijleman
SoKo - My Dreams Dictate My Reality (2015)

4,5
0
geplaatst: 5 maart 2015, 17:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Soko - My Dreams Dictate My Reality - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Soko is het alter ego van de Française Stéphanie Sokolinski, die in eigen land bekend is als actrice, muzikante en activiste.
Soko’s debuut I Thought I Was An Alien pikte ik bij toeval op door een tip van Spotify, maar de plaat trok een jaar geleden ook in veel bredere kring aandacht dankzij een viral filmpje met zoenende mensen, waarin een track van Soko werd gebruikt ter verder vermaak.
Het debuut van Soko stond vol met zwoele, intieme en vaak ook wat donkere songs vol avontuur en smaakte wat mij betreft naar veel en veel meer. Dat meer is nu beschikbaar, want onlangs verscheen een nieuwe plaat van de Française, My Dreams Dictate My Reality.
Voor de productie van haar nieuwe plaat wist Soko één van de producers van haar favoriete band aller tijden, The Cure, te strikken. Ross Robinson produceerde in 2004 de titelloze plaat van The Cure, maar heeft verder vooral flink wat ervaring in de hoek van de stevige rock. De titelloze plaat van The Cure (het een na laatste studioalbum van de band) is zeker niet één van de betere platen van de Britse band, maar het is wel een plaat met het zo kenmerkende geluid van de band.
Het is een geluid dat zijn sporen heeft nagelaten op My Dreams Dictate My Reality. Of dat de verdienste is van Ross Robinson is maar de vraag, maar op zijn productie is verder niet veel aan te merken.
My Dreams Dictate My Reality ligt voor een beperkt deel in het verlengde van I Thought I Was An Alien. Gebleven zijn de zwoele vocalen van Stéphanie Sokolinski, de intieme sfeer van veel van haar songs en de eigenzinnigheid van de muziek van Soko. Toch is My Dreams Dictate My Reality een andere plaat dan zijn voorganger.
De plaat bevat wat meer rauwere gitaarsongs en bevat vooral meer invloeden uit de jaren 80, waarbinnen invloeden van The Cure een belangrijke rol spelen. Soko heeft zich op haar nieuwe plaat flink laten inspireren door de bas- en gitaarloopjes uit de muziek van The Cure, maar voegt er vervolgens een hoop eigen elementen aan toe.
My Dreams Dictate My Reality is een compromisloze plaat die precies doet waar Soko zin in heeft en wat valt er hierdoor veel te genieten. My Dreams Dictate My Reality bevat een aantal van de Mazzy Star achtige zwoele popliedjes die ook op het debuut van Soko waren te vinden, maar de plaat bevat vooral eigenzinnige postpunk songs die zo lijken weggelopen uit de jaren 80. Soko maakt muziek die lekker mag rammelen, want haar songs alleen maar extra charme geeft.
Frans klinkt Soko op My Dreams Dictate My Reality geen moment. In muzikaal opzicht grijpt de Française vooral terug op Britse en Amerikaanse muziek uit de late jaren 70 en vroege jaren 80, al is van het reproduceren van muziek van weleer geen moment sprake.
Soko werd na de release van haar debuut nog vergeleken met Björk, maar daarvan is niets over. Als ik nog iets hoor is het iets van Siouxsie Sioux, maar de overeenkomsten tussen de twee moeten niet overdreven worden.
Op My Dreams Dictate My Reality heeft Soko gewerkt aan een uniek eigen geluid en dat is gelukt. In twee tracks duikt Ariel Pink op voor een plekje in de schijnwerpers, maar verder staat alleen Soko in de spotlights. My Dreams Dictate My Reality is een grootse plaat, die door het rammelende karakter waarschijnlijk niet direct op de juiste waarde zal worden geschat, maar luister een paar keer naar deze plaat en je wilt niet meer zonder. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Soko - My Dreams Dictate My Reality - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Soko is het alter ego van de Française Stéphanie Sokolinski, die in eigen land bekend is als actrice, muzikante en activiste.
Soko’s debuut I Thought I Was An Alien pikte ik bij toeval op door een tip van Spotify, maar de plaat trok een jaar geleden ook in veel bredere kring aandacht dankzij een viral filmpje met zoenende mensen, waarin een track van Soko werd gebruikt ter verder vermaak.
Het debuut van Soko stond vol met zwoele, intieme en vaak ook wat donkere songs vol avontuur en smaakte wat mij betreft naar veel en veel meer. Dat meer is nu beschikbaar, want onlangs verscheen een nieuwe plaat van de Française, My Dreams Dictate My Reality.
Voor de productie van haar nieuwe plaat wist Soko één van de producers van haar favoriete band aller tijden, The Cure, te strikken. Ross Robinson produceerde in 2004 de titelloze plaat van The Cure, maar heeft verder vooral flink wat ervaring in de hoek van de stevige rock. De titelloze plaat van The Cure (het een na laatste studioalbum van de band) is zeker niet één van de betere platen van de Britse band, maar het is wel een plaat met het zo kenmerkende geluid van de band.
Het is een geluid dat zijn sporen heeft nagelaten op My Dreams Dictate My Reality. Of dat de verdienste is van Ross Robinson is maar de vraag, maar op zijn productie is verder niet veel aan te merken.
My Dreams Dictate My Reality ligt voor een beperkt deel in het verlengde van I Thought I Was An Alien. Gebleven zijn de zwoele vocalen van Stéphanie Sokolinski, de intieme sfeer van veel van haar songs en de eigenzinnigheid van de muziek van Soko. Toch is My Dreams Dictate My Reality een andere plaat dan zijn voorganger.
De plaat bevat wat meer rauwere gitaarsongs en bevat vooral meer invloeden uit de jaren 80, waarbinnen invloeden van The Cure een belangrijke rol spelen. Soko heeft zich op haar nieuwe plaat flink laten inspireren door de bas- en gitaarloopjes uit de muziek van The Cure, maar voegt er vervolgens een hoop eigen elementen aan toe.
My Dreams Dictate My Reality is een compromisloze plaat die precies doet waar Soko zin in heeft en wat valt er hierdoor veel te genieten. My Dreams Dictate My Reality bevat een aantal van de Mazzy Star achtige zwoele popliedjes die ook op het debuut van Soko waren te vinden, maar de plaat bevat vooral eigenzinnige postpunk songs die zo lijken weggelopen uit de jaren 80. Soko maakt muziek die lekker mag rammelen, want haar songs alleen maar extra charme geeft.
Frans klinkt Soko op My Dreams Dictate My Reality geen moment. In muzikaal opzicht grijpt de Française vooral terug op Britse en Amerikaanse muziek uit de late jaren 70 en vroege jaren 80, al is van het reproduceren van muziek van weleer geen moment sprake.
Soko werd na de release van haar debuut nog vergeleken met Björk, maar daarvan is niets over. Als ik nog iets hoor is het iets van Siouxsie Sioux, maar de overeenkomsten tussen de twee moeten niet overdreven worden.
Op My Dreams Dictate My Reality heeft Soko gewerkt aan een uniek eigen geluid en dat is gelukt. In twee tracks duikt Ariel Pink op voor een plekje in de schijnwerpers, maar verder staat alleen Soko in de spotlights. My Dreams Dictate My Reality is een grootse plaat, die door het rammelende karakter waarschijnlijk niet direct op de juiste waarde zal worden geschat, maar luister een paar keer naar deze plaat en je wilt niet meer zonder. Erwin Zijleman
Solange - A Seat at the Table (2016)

4,5
4
geplaatst: 28 november 2016, 16:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Solange - A Seat At The Table - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Je zou maar de zus van Beyoncé zijn. Meer dan een plekje in de schaduw van deze wereldster zit er natuurlijk niet in en een eigen carrière in de muziek lijkt op voorhand een volstrekt kansloze missie.
Solange (Knowles) is de jongere zus van Beyoncé en ze probeert inmiddels al een paar jaar om een eigen muzikale carrière van de grond te krijgen.
Dat leek tot dusver moedig maar dom, want de platen die Solange maakte trokken dankzij haar wereldberoemde zus natuurlijk wel enige aandacht, maar waren lang niet goed genoeg om de jongere Knowles telg op de kaart te zetten als een muzikant met bestaansrecht.
Dat Solange wel degelijk wat te bieden heeft laat ze horen met het onlangs verschenen A Seat At The Table. Sterker nog, met haar nieuwe plaat blijft Solange Knowles wat mij betreft haar oudere zus een paar stappen voor.
Net als Beyonce kreeg Solange de 70s soul met de paplepel ingegoten, maar ontwikkelde ze zelf een voorliefde voor R&B. Waar Beyonce deze R&B lardeert met heel veel pop, is de R&B van Solange doorspekt met invloeden uit de 70s soul en funk. Het levert een plaat op waarvan Prince daarboven heel enthousiast gaat worden, maar ook liefhebbers van vintage soul en moderne R&B komen met A Seat At The Table volop aan hun trekken.
Solange krijgt dit voor elkaar met een verrassend avontuurlijke plaat die hypermodern klinkt, maar ook meer dan eens raakvlakken met oude soulklassiekers laat horen (hier en daar hoor je flarden van What's Going On).
A Seat At The Table is hierdoor niet zo aanstekelijk en hitgevoelig als de platen van de beroemde zus van Solange, maar voor de liefhebber van avontuurlijke pop met invloeden uit de soul, funk en R&B valt er heel veel te genieten. De instrumentatie en productie van de plaat zijn fris en aangenaam, de songs van Solange zitten vol verrassende wendingen, haar teksten durven zich ook te spreken over de politieke thema’s en Solange is ook nog eens een prima zangeres met een flink bereik en gevoel voor doseren.
Ik ben zeker geen groot liefhebber van R&B, maar A Seat At The Table houdt me, net als de platen van Janelle Monáe, op het puntje van mijn stoel. De muziek van Solange is opvallend spannend. Steeds gebeuren er dingen die je niet verwacht. De ene keer zit dit in bijzondere ritmes, de andere keer in opstandige keyboards, dan weer in de fascinerende vocalen van Solange Knowles.
A Seat At The Table intrigeerde me direct bij eerste beluistering enorm, maar het is ook nog eens een plaat die beter en beter wordt. Waar ik de laatste van Beyoncé niet slecht maar ook niet bijzonder vind, is de nieuwe plaat van Solange er een die steeds meer respect afdwingt.
Verplichte kost voor liefhebbers van wat alternatievere R&B, maar ook muziekliefhebbers met een open mind kunnen wat mij betreft niet om deze plaat heen. Solange zal waarschijnlijk niet zomaar uit de schaduw van haar zus treden, maar in artistiek opzicht is ze haar met deze plaat al lang voorbij. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Solange - A Seat At The Table - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Je zou maar de zus van Beyoncé zijn. Meer dan een plekje in de schaduw van deze wereldster zit er natuurlijk niet in en een eigen carrière in de muziek lijkt op voorhand een volstrekt kansloze missie.
Solange (Knowles) is de jongere zus van Beyoncé en ze probeert inmiddels al een paar jaar om een eigen muzikale carrière van de grond te krijgen.
Dat leek tot dusver moedig maar dom, want de platen die Solange maakte trokken dankzij haar wereldberoemde zus natuurlijk wel enige aandacht, maar waren lang niet goed genoeg om de jongere Knowles telg op de kaart te zetten als een muzikant met bestaansrecht.
Dat Solange wel degelijk wat te bieden heeft laat ze horen met het onlangs verschenen A Seat At The Table. Sterker nog, met haar nieuwe plaat blijft Solange Knowles wat mij betreft haar oudere zus een paar stappen voor.
Net als Beyonce kreeg Solange de 70s soul met de paplepel ingegoten, maar ontwikkelde ze zelf een voorliefde voor R&B. Waar Beyonce deze R&B lardeert met heel veel pop, is de R&B van Solange doorspekt met invloeden uit de 70s soul en funk. Het levert een plaat op waarvan Prince daarboven heel enthousiast gaat worden, maar ook liefhebbers van vintage soul en moderne R&B komen met A Seat At The Table volop aan hun trekken.
Solange krijgt dit voor elkaar met een verrassend avontuurlijke plaat die hypermodern klinkt, maar ook meer dan eens raakvlakken met oude soulklassiekers laat horen (hier en daar hoor je flarden van What's Going On).
A Seat At The Table is hierdoor niet zo aanstekelijk en hitgevoelig als de platen van de beroemde zus van Solange, maar voor de liefhebber van avontuurlijke pop met invloeden uit de soul, funk en R&B valt er heel veel te genieten. De instrumentatie en productie van de plaat zijn fris en aangenaam, de songs van Solange zitten vol verrassende wendingen, haar teksten durven zich ook te spreken over de politieke thema’s en Solange is ook nog eens een prima zangeres met een flink bereik en gevoel voor doseren.
Ik ben zeker geen groot liefhebber van R&B, maar A Seat At The Table houdt me, net als de platen van Janelle Monáe, op het puntje van mijn stoel. De muziek van Solange is opvallend spannend. Steeds gebeuren er dingen die je niet verwacht. De ene keer zit dit in bijzondere ritmes, de andere keer in opstandige keyboards, dan weer in de fascinerende vocalen van Solange Knowles.
A Seat At The Table intrigeerde me direct bij eerste beluistering enorm, maar het is ook nog eens een plaat die beter en beter wordt. Waar ik de laatste van Beyoncé niet slecht maar ook niet bijzonder vind, is de nieuwe plaat van Solange er een die steeds meer respect afdwingt.
Verplichte kost voor liefhebbers van wat alternatievere R&B, maar ook muziekliefhebbers met een open mind kunnen wat mij betreft niet om deze plaat heen. Solange zal waarschijnlijk niet zomaar uit de schaduw van haar zus treden, maar in artistiek opzicht is ze haar met deze plaat al lang voorbij. Erwin Zijleman
Solange - When I Get Home (2019)

4,5
2
geplaatst: 2 maart 2019, 09:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Solange - When I Get Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Solange - When I Get Home
Solange komt uit het niets met een nieuwe plaat en het is een gedurfde plaat die tijd nodig heeft om begrepen en gewaardeerd te worden
Na het briljante A Seat At The Table begon het lange wachten op een nieuwe plaat van Solange. Die nieuwe plaat verscheen op 1 maart uit het niets en het is zeker geen makkelijke plaat geworden. Solange kiest op When I Get Home voor een nogal gefragmenteerd geluid en vooral schetsen van songs. Duik wat dieper in deze plaat en je hoort verschrikkelijk veel moois en je hoort bovendien dat de schetsen langzaam maar zeker bouwstenen worden van een bijzonder totaalgeluid. Het is een totaalgeluid waarin invloeden uit de R&B domineren, maar luister wat beter en je hoort dat Solange er op knappe wijze van alles bijsleept. Fascinerende plaat.
Solange (Knowles) maakte in de eerste tien jaar van het huidige millennium twee vrij kleurloze platen, die geen moment in de schaduw mochten staan van de platen van haar beroemde zus Beyoncé.
Dat veranderde met het in 2016 verschenen A Seat At The Table, dat hoog scoorde in nogal wat jaarlijstjes in 2016. Ook in mijn jaarlijstje deed Solange goede zaken en dat ondanks het feit dat ik normaal gesproken niet zo gek ben op R&B.
Solange liet op A Seat At The Table horen hoe avontuurlijk en hoe goed R&B kan zijn en achteraf bezien schat ik de plaat nog wat hoger in dan ik deed in mijn jaarlijstje over 2016, waarin al wel de top 10 werd gehaald.
Na A Seat At The Table begon het lange wachten op de nieuwe plaat van Solange en dat lange wachten werd in de nacht van 28 februari op 1 maart, toch wel wat onverwacht, beloond. In die nacht verscheen immers When I Get Home en kunnen we eindelijk horen hoe Solange zich sinds het fenomenale A Seat At The Table heeft ontwikkeld.
Solange maakt het ons na het lange wachten zeker niet makkelijk. When I Get Home is, zeker bij eerste beluistering, niet zo indrukwekkend als zijn voorganger en maakt een nogal fragmentarische indruk met vele flarden van songs.
A Seat At The Table was niet alleen een bijzonder avontuurlijke plaat, maar was ook een zeer geëngageerde plaat, die niet bang was om misstanden in de Amerikaanse samenleving aan de kaak te stellen. Waar A Seat At The Table een extraverte en op de maatschappijgerichte plaat was, is When I Get Home een meer introverte plaat. Solange kijkt op haar nieuwe plaat vooral naar zichzelf en kijkt terug op haar jeugd in Houston, Texas.
Ze doet dit met een plaat die, zeker op het eerste gehoor, zoals gezegd nogal fragmentarisch overkomt. When I Get Home duurt 39 minuten en in die 39 minuten komen maar liefst 19 songs voorbij. Het wijkt op zich niet heel erg af van A Seat Of The Table dat 21 songs in 51 minuten propte. Van de 19 songs op When I Get Home zijn er zes niet meer dan een intermezzo, maar er blijven nog flink wat songs over die de drie minuten grens niet halen.
Het is in de lo-fi de normaalste zaak van de wereld, maar op When I Get Home is het toch even wennen. When I Get Home klinkt niet alleen fragmentarisch door het grote aantal songs, maar ook door de songs zelf. Veel songs wekken de indruk niet meer dan schetsen van songs te zijn en lijken uit te doven wanneer ze net ontbrand waren.
De uit het niets verschenen nieuwe plaat van Solange was daarom in eerste instantie een nogal zware bevalling, maar na enige gewenning hoor ik wel degelijk veel moois op de nieuwe plaat van Solange. De Amerikaanse zangeres flirt een aantal keren met redelijk toegankelijke (90’s) R&B (Janet Jackson was absoluut een inspiratiebron), laat zich absoluut beïnvloeden door de hiphop die Lauryn Hill ooit op de kaart zette, maar laat ook meer jazzy, funky en soulvolle stukken horen, die wel wat van Prince hebben, maar ook niet ver zijn verwijderd van de muziek van Janelle Monaé.
When I Get Home wordt nog veel beter wanneer je de plaat met de koptelefoon beluistert. Dan hoor je hoe goed de muzikanten en de producers zijn die aan de plaat meewerkten. Luister alleen maar eens naar de geweldige bassen en drums of naar de wat psychedelisch aandoende synths. Je hoort bovendien hoe mooi, melodieus en trefzeker Solange zingt op haar nieuwe plaat. Veel songs op When I Get Home hadden van mij best drie of vier keer zo lang mogen duren, maar op een of andere manier grijpen de korte songs na enige tijd fraai in elkaar.
Ook na een paar keer horen is When I Get Home niet zo indrukwekkend als A Seat At The Table, maar gezien de groei die de plaat na een paar keer horen heeft doorgemaakt, denk ik dat de nieuwe van Solange nog flink door kan groeien. Ik raak in ieder geval steeds meer gefascineerd door deze bijzondere plaat.
Het siert Solange dat ze een plaat als When I Get Home heeft durven maken en het is razendknap dat ze alles zelf schreef en de touwtjes stevig in handen wist te houden. When I Get Home is een plaat die navelstaarderij tot kunst lijkt te hebben verheven, tot de plaat je grijpt en alles op zijn plek valt. Dat moment gaat absoluut komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Solange - When I Get Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Solange - When I Get Home
Solange komt uit het niets met een nieuwe plaat en het is een gedurfde plaat die tijd nodig heeft om begrepen en gewaardeerd te worden
Na het briljante A Seat At The Table begon het lange wachten op een nieuwe plaat van Solange. Die nieuwe plaat verscheen op 1 maart uit het niets en het is zeker geen makkelijke plaat geworden. Solange kiest op When I Get Home voor een nogal gefragmenteerd geluid en vooral schetsen van songs. Duik wat dieper in deze plaat en je hoort verschrikkelijk veel moois en je hoort bovendien dat de schetsen langzaam maar zeker bouwstenen worden van een bijzonder totaalgeluid. Het is een totaalgeluid waarin invloeden uit de R&B domineren, maar luister wat beter en je hoort dat Solange er op knappe wijze van alles bijsleept. Fascinerende plaat.
Solange (Knowles) maakte in de eerste tien jaar van het huidige millennium twee vrij kleurloze platen, die geen moment in de schaduw mochten staan van de platen van haar beroemde zus Beyoncé.
Dat veranderde met het in 2016 verschenen A Seat At The Table, dat hoog scoorde in nogal wat jaarlijstjes in 2016. Ook in mijn jaarlijstje deed Solange goede zaken en dat ondanks het feit dat ik normaal gesproken niet zo gek ben op R&B.
Solange liet op A Seat At The Table horen hoe avontuurlijk en hoe goed R&B kan zijn en achteraf bezien schat ik de plaat nog wat hoger in dan ik deed in mijn jaarlijstje over 2016, waarin al wel de top 10 werd gehaald.
Na A Seat At The Table begon het lange wachten op de nieuwe plaat van Solange en dat lange wachten werd in de nacht van 28 februari op 1 maart, toch wel wat onverwacht, beloond. In die nacht verscheen immers When I Get Home en kunnen we eindelijk horen hoe Solange zich sinds het fenomenale A Seat At The Table heeft ontwikkeld.
Solange maakt het ons na het lange wachten zeker niet makkelijk. When I Get Home is, zeker bij eerste beluistering, niet zo indrukwekkend als zijn voorganger en maakt een nogal fragmentarische indruk met vele flarden van songs.
A Seat At The Table was niet alleen een bijzonder avontuurlijke plaat, maar was ook een zeer geëngageerde plaat, die niet bang was om misstanden in de Amerikaanse samenleving aan de kaak te stellen. Waar A Seat At The Table een extraverte en op de maatschappijgerichte plaat was, is When I Get Home een meer introverte plaat. Solange kijkt op haar nieuwe plaat vooral naar zichzelf en kijkt terug op haar jeugd in Houston, Texas.
Ze doet dit met een plaat die, zeker op het eerste gehoor, zoals gezegd nogal fragmentarisch overkomt. When I Get Home duurt 39 minuten en in die 39 minuten komen maar liefst 19 songs voorbij. Het wijkt op zich niet heel erg af van A Seat Of The Table dat 21 songs in 51 minuten propte. Van de 19 songs op When I Get Home zijn er zes niet meer dan een intermezzo, maar er blijven nog flink wat songs over die de drie minuten grens niet halen.
Het is in de lo-fi de normaalste zaak van de wereld, maar op When I Get Home is het toch even wennen. When I Get Home klinkt niet alleen fragmentarisch door het grote aantal songs, maar ook door de songs zelf. Veel songs wekken de indruk niet meer dan schetsen van songs te zijn en lijken uit te doven wanneer ze net ontbrand waren.
De uit het niets verschenen nieuwe plaat van Solange was daarom in eerste instantie een nogal zware bevalling, maar na enige gewenning hoor ik wel degelijk veel moois op de nieuwe plaat van Solange. De Amerikaanse zangeres flirt een aantal keren met redelijk toegankelijke (90’s) R&B (Janet Jackson was absoluut een inspiratiebron), laat zich absoluut beïnvloeden door de hiphop die Lauryn Hill ooit op de kaart zette, maar laat ook meer jazzy, funky en soulvolle stukken horen, die wel wat van Prince hebben, maar ook niet ver zijn verwijderd van de muziek van Janelle Monaé.
When I Get Home wordt nog veel beter wanneer je de plaat met de koptelefoon beluistert. Dan hoor je hoe goed de muzikanten en de producers zijn die aan de plaat meewerkten. Luister alleen maar eens naar de geweldige bassen en drums of naar de wat psychedelisch aandoende synths. Je hoort bovendien hoe mooi, melodieus en trefzeker Solange zingt op haar nieuwe plaat. Veel songs op When I Get Home hadden van mij best drie of vier keer zo lang mogen duren, maar op een of andere manier grijpen de korte songs na enige tijd fraai in elkaar.
Ook na een paar keer horen is When I Get Home niet zo indrukwekkend als A Seat At The Table, maar gezien de groei die de plaat na een paar keer horen heeft doorgemaakt, denk ik dat de nieuwe van Solange nog flink door kan groeien. Ik raak in ieder geval steeds meer gefascineerd door deze bijzondere plaat.
Het siert Solange dat ze een plaat als When I Get Home heeft durven maken en het is razendknap dat ze alles zelf schreef en de touwtjes stevig in handen wist te houden. When I Get Home is een plaat die navelstaarderij tot kunst lijkt te hebben verheven, tot de plaat je grijpt en alles op zijn plek valt. Dat moment gaat absoluut komen. Erwin Zijleman
Someone - Orbit II (2020)

5,0
3
geplaatst: 22 juni 2020, 15:12 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Someone - ORBIT II - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Someone - ORBIT II
Someone verleidt en betovert met bijzondere, vaak wat psychedelische klanken, die de fantasie steeds wat intenser prikkelen, maar een mooie zomerdag ook prachtig dromerig inkleuren
Dat Tessa Rose Jackson veel te bieden heeft liet ze al horen op haar 7 jaar geleden debuut, waarmee ze haar soortgenoten binnen de folkpop ver achter zich liet. Als Someone zet de Amsterdamse muzikante een volgende stap. ORBIT II is voorzien van een wat elektronischer geluid vol invloeden. Elektronica, psychedelica, jazz, funk en pop vloeien samen in een geluid dat loom en zomers is, maar ook spannend en verrassend. Het levert een luistertrip op die aangename popliedjes combineert met een flinke dosis avontuur. ORBIT II is een album dat je onmiddellijk dierbaar is, maar dat vervolgens groeit en groeit en groeit. Een van de betere albums van 2020, let maar op.
Tessa Rose Jackson debuteerde alweer zeven jaar geleden met het prachtige Songs From The Sandbox. Op haar debuutalbum maakte de singer-songwriter uit Amsterdam indruk met prachtig ingekleurde popliedjes die vol verleiding en vol verrassing zaten.
Tessa Rose Jackson werd vrijwel onmiddellijk en volkomen terecht in het hokje met jonge en veelbelovende vrouwelijke singer-songwriters geduwd en een mooie toekomst in het genre leek zeker. De Amsterdamse muzikante en beeldend kunstenaar vond dit hokje zelf echter veel te beklemmend en beperkend en koos daarom voor een andere weg. Sinds een jaar of twee maakt Tessa Rose Jackson muziek als Someone en combineert ze haar muzikale talenten met haar talenten als beeldend kunstenaar. Someone debuteerde vorig jaar met de EP ORBIT en die wordt nu gevolgd door het album ORBIT II.
Het prachtig verpakte ORBIT II is zeker geen gewoon album, want een ieder die kiest voor de versie op LP krijgt er ook nog vijf fraaie kunstwerkjes bij die via een speciale augmented reality (AR) app tot leven komen. Die ervaring moet ik nog ondergaan, dus ik beperkt me vooralsnog tot de muziek van Someone en die is prachtig.
Als je luistert naar de muziek van Someone hoor je nog wel wat flarden van het zo goede debuut van Tessa Rose Jackson, maar het is ook duidelijk dat ze zich heeft ontdaan van het strakke keurslijf van de folkpop. ORBIT II is elektronischer dan de muziek die we van Tessa Rose Jackson kennen, maar ook psychedelischer en avontuurlijker. Op hetzelfde moment is de Amsterdamse muzikante de kunst van het schrijven van lekker in het gehoor liggende popliedjes niet verleerd.
Ook de songs op ORBIT II klinken bijzonder aangenaam en doen het uitstekend op een mooie zomerdag. Het zijn op hetzelfde moment spannende songs, die steeds weer net wat andere richtingen kiezen. Soms krijgt de elektronica (met af en toe wat Kraftwerk invloeden) alle ruimte, maar er zijn ook steeds weer de lome en zwoele ritmes, die de elektronica combineren met een warmere en organische basis en de muziek van Someone ook richting jazz of funk (Prince zou zeker verliefd zijn geworden op dit album) kunnen duwen.
Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam en vaak tijdloos, maar de muziek van Someone is ook spannend en vernieuwend, wat knap is. De mix van elektronica en wat psychedelisch aandoende klanken past prachtig bij de stem van Tessa Rose Jackson, die al even aangenaam klinkt als de instrumentatie op het album en het dromerige karakter van het album nog wat versterkt.
De muziek van Someone op ORBIT II is ook nog eens beeldend. Ik ben nu al benieuwd welke beelden de AR app me gaat voorschotelen, maar ook zonder deze app tovert ORBIT II mooie beelden op het netvlies, zeker wanneer de psychedelische klanken de kant van Franse filmmuziek uit de jaren 70 op gaan.
ORBIT II duurt 45 minuten en in die 45 minuten verschiet het debuut van Someone constant van kleur, maar strijkt het geen moment tegen de haren in. Hoe vaker ik naar het album luister hoe mooier en indrukwekkender het album wordt, maar ondertussen is het ook een heerlijk album om bij weg te dromen. ORBIT II verrast en betovert zo intens dat het je soms duizelt, maar de wens om je lang op te sluiten met dit album om maar niets te hoeven missen wordt ook steeds sterker. Zomaar een van de meeste memorabele debuten van 2020. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Someone - ORBIT II - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Someone - ORBIT II
Someone verleidt en betovert met bijzondere, vaak wat psychedelische klanken, die de fantasie steeds wat intenser prikkelen, maar een mooie zomerdag ook prachtig dromerig inkleuren
Dat Tessa Rose Jackson veel te bieden heeft liet ze al horen op haar 7 jaar geleden debuut, waarmee ze haar soortgenoten binnen de folkpop ver achter zich liet. Als Someone zet de Amsterdamse muzikante een volgende stap. ORBIT II is voorzien van een wat elektronischer geluid vol invloeden. Elektronica, psychedelica, jazz, funk en pop vloeien samen in een geluid dat loom en zomers is, maar ook spannend en verrassend. Het levert een luistertrip op die aangename popliedjes combineert met een flinke dosis avontuur. ORBIT II is een album dat je onmiddellijk dierbaar is, maar dat vervolgens groeit en groeit en groeit. Een van de betere albums van 2020, let maar op.
Tessa Rose Jackson debuteerde alweer zeven jaar geleden met het prachtige Songs From The Sandbox. Op haar debuutalbum maakte de singer-songwriter uit Amsterdam indruk met prachtig ingekleurde popliedjes die vol verleiding en vol verrassing zaten.
Tessa Rose Jackson werd vrijwel onmiddellijk en volkomen terecht in het hokje met jonge en veelbelovende vrouwelijke singer-songwriters geduwd en een mooie toekomst in het genre leek zeker. De Amsterdamse muzikante en beeldend kunstenaar vond dit hokje zelf echter veel te beklemmend en beperkend en koos daarom voor een andere weg. Sinds een jaar of twee maakt Tessa Rose Jackson muziek als Someone en combineert ze haar muzikale talenten met haar talenten als beeldend kunstenaar. Someone debuteerde vorig jaar met de EP ORBIT en die wordt nu gevolgd door het album ORBIT II.
Het prachtig verpakte ORBIT II is zeker geen gewoon album, want een ieder die kiest voor de versie op LP krijgt er ook nog vijf fraaie kunstwerkjes bij die via een speciale augmented reality (AR) app tot leven komen. Die ervaring moet ik nog ondergaan, dus ik beperkt me vooralsnog tot de muziek van Someone en die is prachtig.
Als je luistert naar de muziek van Someone hoor je nog wel wat flarden van het zo goede debuut van Tessa Rose Jackson, maar het is ook duidelijk dat ze zich heeft ontdaan van het strakke keurslijf van de folkpop. ORBIT II is elektronischer dan de muziek die we van Tessa Rose Jackson kennen, maar ook psychedelischer en avontuurlijker. Op hetzelfde moment is de Amsterdamse muzikante de kunst van het schrijven van lekker in het gehoor liggende popliedjes niet verleerd.
Ook de songs op ORBIT II klinken bijzonder aangenaam en doen het uitstekend op een mooie zomerdag. Het zijn op hetzelfde moment spannende songs, die steeds weer net wat andere richtingen kiezen. Soms krijgt de elektronica (met af en toe wat Kraftwerk invloeden) alle ruimte, maar er zijn ook steeds weer de lome en zwoele ritmes, die de elektronica combineren met een warmere en organische basis en de muziek van Someone ook richting jazz of funk (Prince zou zeker verliefd zijn geworden op dit album) kunnen duwen.
Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam en vaak tijdloos, maar de muziek van Someone is ook spannend en vernieuwend, wat knap is. De mix van elektronica en wat psychedelisch aandoende klanken past prachtig bij de stem van Tessa Rose Jackson, die al even aangenaam klinkt als de instrumentatie op het album en het dromerige karakter van het album nog wat versterkt.
De muziek van Someone op ORBIT II is ook nog eens beeldend. Ik ben nu al benieuwd welke beelden de AR app me gaat voorschotelen, maar ook zonder deze app tovert ORBIT II mooie beelden op het netvlies, zeker wanneer de psychedelische klanken de kant van Franse filmmuziek uit de jaren 70 op gaan.
ORBIT II duurt 45 minuten en in die 45 minuten verschiet het debuut van Someone constant van kleur, maar strijkt het geen moment tegen de haren in. Hoe vaker ik naar het album luister hoe mooier en indrukwekkender het album wordt, maar ondertussen is het ook een heerlijk album om bij weg te dromen. ORBIT II verrast en betovert zo intens dat het je soms duizelt, maar de wens om je lang op te sluiten met dit album om maar niets te hoeven missen wordt ook steeds sterker. Zomaar een van de meeste memorabele debuten van 2020. Erwin Zijleman
Someone - Owls (2023)

4,5
3
geplaatst: 4 februari 2023, 11:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Someone - Owls - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Someone - Owls
Someone maakte met Shapeshifter wat mij betreft het allerbeste album van 2021, maar met het prachtige en avontuurlijke Owls slaagt Tessa Rose Jackson er wederom in om de lat nog net wat hoger te leggen
Het is knap hoe de Amsterdamse muzikante Tessa Rose Jackson er steeds weer in slaagt om anders te klinken dan we van haar gewend zijn, zonder dat ze alle schepen achter zich heeft verbrand. Owls ligt in het verlengde van voorgangers Shapeshifter en ORBIT II, maar klinkt zeker niet hetzelfde. Vergeleken met het vorige album heeft de elektronica flink aan terrein gewonnen, maar de inventieve, dromerige en betoverend mooie popliedjes zijn gebleven. Tessa Rose Jackson staat ook op Owls garant voor songs die je direct na de eerste keer horen voorgoed in het hart wilt sluiten, maar het zijn ook songs waarin je nog lang nieuwe dingen blijft horen. Owls is het derde prachtalbum van Someone en kan nationaal en internationaal met het allerbeste mee.
Met afstand de grootste verrassing tussen de stapel nieuwe albums van deze week is voor mij het nieuwe album van Someone. Het project van de Amsterdamse muzikante en beeldend kunstenaar Tessa Rose Jackson (met dit keer ook een belangrijke rol voor Darius Timmer) eindigde met het in 2021 verschenen Shapeshifter helemaal bovenaan mijn jaarlijstje over het betreffende jaar, maar het bericht over een nieuw album was me desondanks ontgaan.
Bij Tessa Rose Jackson weet je eigenlijk nooit waar je aan toe bent, al durf ik er zo langzamerhand wel op te vertrouwen dat het met de kwaliteit goed zit. Tessa Rose Jackson debuteerde in 2013, na een aantal jaren op de roemruchte The BRIT School of Performing Arts and Technology in Londen, met het onder haar eigen naam uitgebrachte Songs From The Sandbox, dat op zijn minst bol stond van de belofte.
In 2020 bracht Tessa Rose Jackson met ORBIT II haar eerste album als Someone uit en maakte ze indruk met een avontuurlijk en wat psychedelisch geluid. ORBIT II werd in 2021 gevolgd door Shapeshifter, dat weer een andere kant van de Amsterdamse muzikante liet horen. Op Shapeshifter domineerden de ingetogen en vooral akoestisch ingekleurde popsongs, die wat mij betreft boven alles uit stegen in 2021.
Stiekem hoopte ik op een nieuw Someone album dat verder zou gaan waar Shapeshifter in 2021 ophield, maar iedereen die de muzikante Tessa Rose Jackson kent weet dat dit ijdele hoop is. Het deze week verschenen Owls klinkt daarom weer flink anders dan zijn twee voorgangers, maar klinkt gelukkig toch ook onmiskenbaar als Tessa Rose Jackson en als Someone.
Vergeleken met Shapeshifter heeft de elektronica op het door een roadtrip door de Verenigde Staten geïnspireerde Owls flink aan terrein gewonnen. De akoestische basis van Shapeshifter is er nog steeds, maar dit keer drijven er ook fraaie wolken elektronica over. Deze elektronica wordt over het algemeen subtiel ingezet, maar raakt hier en daar ook aan de futuristische klanken van ORBIT II. Tijdens de roadtrip gemaakte 'field recordings' geven het album een uniek eigen karakter.
Ik maakte me zoals eerder gezegd geen zorgen over de kwaliteit van het nieuwe album van Someone en dat blijkt terecht. Ook op Owls maakt Tessa Rose Jackson indruk met een serie prachtige popsongs, die vaak een wat dromerig karakter hebben. De Amsterdamse muzikante heeft het geluid op haar nieuwe album volgestopt met heel veel moois, maar desondanks is het een open en ruimtelijk klinkend album.
In muzikaal en productioneel opzicht is Owls minstens net zo mooi en indrukwekkend als Shapeshifter en ook de zang van Tessa Rose Jackson is wederom prachtig. Op Shapeshifter imponeerde de Nederlandse muzikante als songwriter, maar de songs op Owls zijn zo mogelijk nog beter. De veertien tracks op het nieuwe album van Someone zijn songs waar je onmiddellijk verliefd op kunt worden, maar het zijn ook songs die blijven verrassen met diepgang en avontuur.
Owls verschiet continu van kleur, maar de songs op het album klinken ook als een eenheid. Ruim drie kwartier betovert Owls met popsongs die je eindeloos wilt koesteren, met heerlijk dromerige klanken en met een stem die nog wat aan schoonheid heeft gewonnen en hierna wil je alleen maar meer Someone. Gelukkig is Owls een album dat je moeiteloos meerdere keren achter elkaar kunt beluisteren.
Ik dacht eerlijk gezegd dat Tessa Rose Jackson met Shapeshifter haar creatieve piek wel had bereikt, maar met Owls legt ze de lat weer hoger. En er is, net als bij ORBIT II, meer dan de muziek alleen, want het album op vinyl wordt geleverd met een serie kunstwerken die je met een platenspeler en een app tot leven wekt. Het maakt de fascinerende muziek van Someone nog wat mooier. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Someone - Owls - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Someone - Owls
Someone maakte met Shapeshifter wat mij betreft het allerbeste album van 2021, maar met het prachtige en avontuurlijke Owls slaagt Tessa Rose Jackson er wederom in om de lat nog net wat hoger te leggen
Het is knap hoe de Amsterdamse muzikante Tessa Rose Jackson er steeds weer in slaagt om anders te klinken dan we van haar gewend zijn, zonder dat ze alle schepen achter zich heeft verbrand. Owls ligt in het verlengde van voorgangers Shapeshifter en ORBIT II, maar klinkt zeker niet hetzelfde. Vergeleken met het vorige album heeft de elektronica flink aan terrein gewonnen, maar de inventieve, dromerige en betoverend mooie popliedjes zijn gebleven. Tessa Rose Jackson staat ook op Owls garant voor songs die je direct na de eerste keer horen voorgoed in het hart wilt sluiten, maar het zijn ook songs waarin je nog lang nieuwe dingen blijft horen. Owls is het derde prachtalbum van Someone en kan nationaal en internationaal met het allerbeste mee.
Met afstand de grootste verrassing tussen de stapel nieuwe albums van deze week is voor mij het nieuwe album van Someone. Het project van de Amsterdamse muzikante en beeldend kunstenaar Tessa Rose Jackson (met dit keer ook een belangrijke rol voor Darius Timmer) eindigde met het in 2021 verschenen Shapeshifter helemaal bovenaan mijn jaarlijstje over het betreffende jaar, maar het bericht over een nieuw album was me desondanks ontgaan.
Bij Tessa Rose Jackson weet je eigenlijk nooit waar je aan toe bent, al durf ik er zo langzamerhand wel op te vertrouwen dat het met de kwaliteit goed zit. Tessa Rose Jackson debuteerde in 2013, na een aantal jaren op de roemruchte The BRIT School of Performing Arts and Technology in Londen, met het onder haar eigen naam uitgebrachte Songs From The Sandbox, dat op zijn minst bol stond van de belofte.
In 2020 bracht Tessa Rose Jackson met ORBIT II haar eerste album als Someone uit en maakte ze indruk met een avontuurlijk en wat psychedelisch geluid. ORBIT II werd in 2021 gevolgd door Shapeshifter, dat weer een andere kant van de Amsterdamse muzikante liet horen. Op Shapeshifter domineerden de ingetogen en vooral akoestisch ingekleurde popsongs, die wat mij betreft boven alles uit stegen in 2021.
Stiekem hoopte ik op een nieuw Someone album dat verder zou gaan waar Shapeshifter in 2021 ophield, maar iedereen die de muzikante Tessa Rose Jackson kent weet dat dit ijdele hoop is. Het deze week verschenen Owls klinkt daarom weer flink anders dan zijn twee voorgangers, maar klinkt gelukkig toch ook onmiskenbaar als Tessa Rose Jackson en als Someone.
Vergeleken met Shapeshifter heeft de elektronica op het door een roadtrip door de Verenigde Staten geïnspireerde Owls flink aan terrein gewonnen. De akoestische basis van Shapeshifter is er nog steeds, maar dit keer drijven er ook fraaie wolken elektronica over. Deze elektronica wordt over het algemeen subtiel ingezet, maar raakt hier en daar ook aan de futuristische klanken van ORBIT II. Tijdens de roadtrip gemaakte 'field recordings' geven het album een uniek eigen karakter.
Ik maakte me zoals eerder gezegd geen zorgen over de kwaliteit van het nieuwe album van Someone en dat blijkt terecht. Ook op Owls maakt Tessa Rose Jackson indruk met een serie prachtige popsongs, die vaak een wat dromerig karakter hebben. De Amsterdamse muzikante heeft het geluid op haar nieuwe album volgestopt met heel veel moois, maar desondanks is het een open en ruimtelijk klinkend album.
In muzikaal en productioneel opzicht is Owls minstens net zo mooi en indrukwekkend als Shapeshifter en ook de zang van Tessa Rose Jackson is wederom prachtig. Op Shapeshifter imponeerde de Nederlandse muzikante als songwriter, maar de songs op Owls zijn zo mogelijk nog beter. De veertien tracks op het nieuwe album van Someone zijn songs waar je onmiddellijk verliefd op kunt worden, maar het zijn ook songs die blijven verrassen met diepgang en avontuur.
Owls verschiet continu van kleur, maar de songs op het album klinken ook als een eenheid. Ruim drie kwartier betovert Owls met popsongs die je eindeloos wilt koesteren, met heerlijk dromerige klanken en met een stem die nog wat aan schoonheid heeft gewonnen en hierna wil je alleen maar meer Someone. Gelukkig is Owls een album dat je moeiteloos meerdere keren achter elkaar kunt beluisteren.
Ik dacht eerlijk gezegd dat Tessa Rose Jackson met Shapeshifter haar creatieve piek wel had bereikt, maar met Owls legt ze de lat weer hoger. En er is, net als bij ORBIT II, meer dan de muziek alleen, want het album op vinyl wordt geleverd met een serie kunstwerken die je met een platenspeler en een app tot leven wekt. Het maakt de fascinerende muziek van Someone nog wat mooier. Erwin Zijleman
Someone - Shapeshifter (2021)

5,0
1
geplaatst: 14 september 2021, 15:18 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Someone - Shapeshifter - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Someone - Shapeshifter
Na het wervelende en sprankelende ORBIT II kiest Tessa Rose Jackson, wederom als Someone, voor een meer ingetogen en stemmig geluid, dat veel subtieler is volgestopt met heel veel moois
ORBIT II van Someone was een van de beste albums van 2020 en krijgt nu, bijna uit het niets, een opvolger. Shapeshifter bevat hier en daar flarden van het zo bijzondere album van vorig jaar, maar is over het algemeen genomen een intiemer, ingetogener en folkier album. Tessa Rose Jackson kiest dit keer voor een soberder en akoestischer geluid, maar het is ook dit keer een geluid vol bijzondere accenten. Het levert een intiem maar ook beeldend album op, dat net als zijn voorganger makkelijk betovert. Dat betoveren doet de Amsterdamse muzikante ook met haar stem, die wat meer ruimte krijgt en deze ruimte op fraaie wijze inneemt. Someone imponeerde een jaar geleden en doet dit nu nogmaals, alleen wat anders.
Ruim acht jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met Tessa Rose Jackson. Op haar debuutalbum Songs From The Sandbox liet de Amsterdamse muzikante horen dat ze bulkte van het talent. Songs From The Sandbox stond bol van de belofte en wakkerde het verlangen naar nieuw werk van Tessa Rose Jackson stevig aan.
De opvolger van Songs From The Sandbox verscheen vorig jaar en werd onder de naam Someone uitgebracht. ORBIT II maakte de belofte van het debuut van Tessa Rose Jackson meer dan waar en moet wat mij betreft worden geschaard onder de allerbeste albums van 2020.
Waar de Amsterdamse muzikante met haar debuutalbum met enige fantasie nog in het hokje folkpop paste, liet ORBIT II een fascinerend geluid horen dat alle kanten op schoot. ORBIT II klonk psychedelisch, zwoel, dromerig, funky, jazzy en nog veel meer en betoverde van de eerste tot de laatste noot met een mix van organische en elektronische klanken en de aangename stem van Tessa Rose Jackson. Ik noemde ORBIT II vorig jaar een album waarop Prince hopeloos verliefd zou zijn geworden en dat moet genoeg zeggen over de kwaliteit van het album.
ORBIT II kreeg deze week, toch wel wat onverwacht een opvolger, Shapeshifter, dat overigens wordt gepresenteerd als debuutalbum. Shapeshifter is een wat minder uitbundig album dan ORBIT II en opent met folky akoestische gitaren en de mooie stem van Tessa Rose Jackson. Het album heeft het intieme van zoveel albums die tijdens de coronapandemie werden opgenomen, maar het is geen echt lockdown album.
Het album opent sober en folky, maar naarmate de openingstrack vordert wordt het instrumentarium rijker en duikt ook wat van de elektronica van het vorige album van Someone op. Deze elektronica wordt wel veel spaarzamer ingezet, waardoor Shapeshifter een totaal ander album is geworden.
Ondanks mijn liefde voor ORBIT II bevalt het geluid op het nieuwe album van Someone me wel. De instrumentatie is warm en sfeervol, maar het is ook een instrumentatie vol bijzonder fraaie accenten, waaronder strijkers, die Shapeshifter niet alleen voorzien van veel verleidingskracht, maar ook van een eigen geluid.
Het is een geluid dat de mooie en vaak fluisterzachte vocalen van Tessa Rose Jackson alleen maar versterkt. Shapeshifter is veel meer een singer-songwriter album dan zijn voorganger en Tessa Rose Jackson domineert als zangeres en als songschrijver.
Hier en daar klinkt ook Shapeshifter wat psychedelisch en dit zorgt er direct voor dat de muziek van de Amsterdamse muzikante een beeldend of zelfs filmisch karakter krijgt. Shapeshifter is, net als zijn voorganger, hierdoor een album dat uitnodigt tot wegdromen en dat er in slaagt om je te bedwelmen met klanken en vocalen vol magie.
Zeker in de wat folky momenten maakt Tessa Rose Jackson geen geheim van haar muzikale helden, maar ze blijft hier zeker niet in hangen en kiest keer op keer voor bijzondere muzikale uitstapjes. Van die muzikale helden hoor ik Joni Mitchell het meest frequent opduiken, maar de cover van Dylan’s Blowin’ In The Wind staat ook niet voor niets op het album.
Het is een cover die wat mij betreft het talent van Tessa Rose Jackson onderstreept, want probeer maar eens wat toe te voegen aan een van de klassiekers van een grootheid als Bob Dylan. Ik vind de songs van Tessa Rose Jackson overigens een stuk spannender.
Shapeshifter maakt misschien niet zo’n verpletterende indruk als ORBIT II dat vorig jaar een compleet nieuw geluid liet horen, maar het is wel weer een geweldig album van Someone en onderstreept nogmaals het enorme talent van Tessa Rose Jackson. En die plek in mijn jaarlijstje? Die gaat ook dit jaar goed komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Someone - Shapeshifter - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Someone - Shapeshifter
Na het wervelende en sprankelende ORBIT II kiest Tessa Rose Jackson, wederom als Someone, voor een meer ingetogen en stemmig geluid, dat veel subtieler is volgestopt met heel veel moois
ORBIT II van Someone was een van de beste albums van 2020 en krijgt nu, bijna uit het niets, een opvolger. Shapeshifter bevat hier en daar flarden van het zo bijzondere album van vorig jaar, maar is over het algemeen genomen een intiemer, ingetogener en folkier album. Tessa Rose Jackson kiest dit keer voor een soberder en akoestischer geluid, maar het is ook dit keer een geluid vol bijzondere accenten. Het levert een intiem maar ook beeldend album op, dat net als zijn voorganger makkelijk betovert. Dat betoveren doet de Amsterdamse muzikante ook met haar stem, die wat meer ruimte krijgt en deze ruimte op fraaie wijze inneemt. Someone imponeerde een jaar geleden en doet dit nu nogmaals, alleen wat anders.
Ruim acht jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met Tessa Rose Jackson. Op haar debuutalbum Songs From The Sandbox liet de Amsterdamse muzikante horen dat ze bulkte van het talent. Songs From The Sandbox stond bol van de belofte en wakkerde het verlangen naar nieuw werk van Tessa Rose Jackson stevig aan.
De opvolger van Songs From The Sandbox verscheen vorig jaar en werd onder de naam Someone uitgebracht. ORBIT II maakte de belofte van het debuut van Tessa Rose Jackson meer dan waar en moet wat mij betreft worden geschaard onder de allerbeste albums van 2020.
Waar de Amsterdamse muzikante met haar debuutalbum met enige fantasie nog in het hokje folkpop paste, liet ORBIT II een fascinerend geluid horen dat alle kanten op schoot. ORBIT II klonk psychedelisch, zwoel, dromerig, funky, jazzy en nog veel meer en betoverde van de eerste tot de laatste noot met een mix van organische en elektronische klanken en de aangename stem van Tessa Rose Jackson. Ik noemde ORBIT II vorig jaar een album waarop Prince hopeloos verliefd zou zijn geworden en dat moet genoeg zeggen over de kwaliteit van het album.
ORBIT II kreeg deze week, toch wel wat onverwacht een opvolger, Shapeshifter, dat overigens wordt gepresenteerd als debuutalbum. Shapeshifter is een wat minder uitbundig album dan ORBIT II en opent met folky akoestische gitaren en de mooie stem van Tessa Rose Jackson. Het album heeft het intieme van zoveel albums die tijdens de coronapandemie werden opgenomen, maar het is geen echt lockdown album.
Het album opent sober en folky, maar naarmate de openingstrack vordert wordt het instrumentarium rijker en duikt ook wat van de elektronica van het vorige album van Someone op. Deze elektronica wordt wel veel spaarzamer ingezet, waardoor Shapeshifter een totaal ander album is geworden.
Ondanks mijn liefde voor ORBIT II bevalt het geluid op het nieuwe album van Someone me wel. De instrumentatie is warm en sfeervol, maar het is ook een instrumentatie vol bijzonder fraaie accenten, waaronder strijkers, die Shapeshifter niet alleen voorzien van veel verleidingskracht, maar ook van een eigen geluid.
Het is een geluid dat de mooie en vaak fluisterzachte vocalen van Tessa Rose Jackson alleen maar versterkt. Shapeshifter is veel meer een singer-songwriter album dan zijn voorganger en Tessa Rose Jackson domineert als zangeres en als songschrijver.
Hier en daar klinkt ook Shapeshifter wat psychedelisch en dit zorgt er direct voor dat de muziek van de Amsterdamse muzikante een beeldend of zelfs filmisch karakter krijgt. Shapeshifter is, net als zijn voorganger, hierdoor een album dat uitnodigt tot wegdromen en dat er in slaagt om je te bedwelmen met klanken en vocalen vol magie.
Zeker in de wat folky momenten maakt Tessa Rose Jackson geen geheim van haar muzikale helden, maar ze blijft hier zeker niet in hangen en kiest keer op keer voor bijzondere muzikale uitstapjes. Van die muzikale helden hoor ik Joni Mitchell het meest frequent opduiken, maar de cover van Dylan’s Blowin’ In The Wind staat ook niet voor niets op het album.
Het is een cover die wat mij betreft het talent van Tessa Rose Jackson onderstreept, want probeer maar eens wat toe te voegen aan een van de klassiekers van een grootheid als Bob Dylan. Ik vind de songs van Tessa Rose Jackson overigens een stuk spannender.
Shapeshifter maakt misschien niet zo’n verpletterende indruk als ORBIT II dat vorig jaar een compleet nieuw geluid liet horen, maar het is wel weer een geweldig album van Someone en onderstreept nogmaals het enorme talent van Tessa Rose Jackson. En die plek in mijn jaarlijstje? Die gaat ook dit jaar goed komen. Erwin Zijleman
Sommerhus - Is There Such a Thing as Too Much Love? (2016)

4,5
0
geplaatst: 9 februari 2016, 14:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sommerhus - Is There Such A Thing As Too Much Love? - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Met haar in 2013 verschenen titelloze debuut borduurde het Nederlands/Deense duo Sommerhus voort op het een jaar eerder verschenen prachtdebuut van het Nederlandse duo Nancy Brick.
Sommerhus en Nancy Brick zijn inmiddels de vaandeldragers van het Leidse QuiteQuiet Records, maar waar Nancy Brick nog altijd werkt aan haar tweede plaat, is de tweede plaat van Sommerhus inmiddels verschenen.
Is There Such A Thing As Too Much Love? is net als zijn voorganger een plaat met een volkomen uniek en betoverend geluid.
Het is een geluid dat wordt gedragen door de contrabas van Peter Jessen. Deze contrabas vormt de fundering van de muziek van Sommerhus, maar klinkt ook meer dan eens als een cello en is hierdoor ook voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de melodieën in de bijzondere songs van Sommerhus.
De contrabas van Peter Jessen krijgt gezelschap van het subtiele maar bijzonder fraaie gitaarspel van Vera Jessen Jührend en wordt verder ingekleurd met uiterst subtiele flarden van percussie en andere functionele toevoegingen, waaronder buitenopnamen. Het zijn klanken die prachtig passen bij de stemmen van Peter Jessen en Vera Jessen Jührend, die vaak mooi samenvloeien, maar ook krachtig en emotievol klinken.
De instrumentatie op Is There Such A Thing As Too Much Love? is op zich sober, maar het geluid van Sommerhus klinkt wel degelijk vol en dynamisch. Sommerhus maakt naar eigen zeggen kamerpop, maar persoonlijk heb ik bij de muziek van Sommerhus toch vooral associaties met weidse landschappen en donkere bossen, waar je zult moeten strijden met de elementen.
Vergeleken met het al zo fraaie debuut hebben alle onderdelen van de muziek van Sommerhus aan kracht gewonnen. De instrumentatie is trefzekerder, de zang komt dieper binnen en de songs zijn nog net wat mooier en intrigerender. De belangrijkste kracht van de muziek van Sommerhus schuilt echter in het feit dat het duo muziek maakt die zich nauwelijks of zelfs helemaal niet laat vergelijken met de muziek van anderen.
Het maakt ook van Is There Such A Thing As Too Much Love? weer een wonderschone en unieke plaat, die uitnodigt tot wegdromen naar uitgestrekte landschappen vol betovering, maar die ook gewoon de hele speelduur raak is. Alle reden om ook de tweede van Sommerhus te koesteren als een kostbaar kleinood, net als het nog altijd prachtige debuut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sommerhus - Is There Such A Thing As Too Much Love? - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Met haar in 2013 verschenen titelloze debuut borduurde het Nederlands/Deense duo Sommerhus voort op het een jaar eerder verschenen prachtdebuut van het Nederlandse duo Nancy Brick.
Sommerhus en Nancy Brick zijn inmiddels de vaandeldragers van het Leidse QuiteQuiet Records, maar waar Nancy Brick nog altijd werkt aan haar tweede plaat, is de tweede plaat van Sommerhus inmiddels verschenen.
Is There Such A Thing As Too Much Love? is net als zijn voorganger een plaat met een volkomen uniek en betoverend geluid.
Het is een geluid dat wordt gedragen door de contrabas van Peter Jessen. Deze contrabas vormt de fundering van de muziek van Sommerhus, maar klinkt ook meer dan eens als een cello en is hierdoor ook voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de melodieën in de bijzondere songs van Sommerhus.
De contrabas van Peter Jessen krijgt gezelschap van het subtiele maar bijzonder fraaie gitaarspel van Vera Jessen Jührend en wordt verder ingekleurd met uiterst subtiele flarden van percussie en andere functionele toevoegingen, waaronder buitenopnamen. Het zijn klanken die prachtig passen bij de stemmen van Peter Jessen en Vera Jessen Jührend, die vaak mooi samenvloeien, maar ook krachtig en emotievol klinken.
De instrumentatie op Is There Such A Thing As Too Much Love? is op zich sober, maar het geluid van Sommerhus klinkt wel degelijk vol en dynamisch. Sommerhus maakt naar eigen zeggen kamerpop, maar persoonlijk heb ik bij de muziek van Sommerhus toch vooral associaties met weidse landschappen en donkere bossen, waar je zult moeten strijden met de elementen.
Vergeleken met het al zo fraaie debuut hebben alle onderdelen van de muziek van Sommerhus aan kracht gewonnen. De instrumentatie is trefzekerder, de zang komt dieper binnen en de songs zijn nog net wat mooier en intrigerender. De belangrijkste kracht van de muziek van Sommerhus schuilt echter in het feit dat het duo muziek maakt die zich nauwelijks of zelfs helemaal niet laat vergelijken met de muziek van anderen.
Het maakt ook van Is There Such A Thing As Too Much Love? weer een wonderschone en unieke plaat, die uitnodigt tot wegdromen naar uitgestrekte landschappen vol betovering, maar die ook gewoon de hele speelduur raak is. Alle reden om ook de tweede van Sommerhus te koesteren als een kostbaar kleinood, net als het nog altijd prachtige debuut. Erwin Zijleman
Sommerhus - Rubix (2021)

4,0
0
geplaatst: 9 december 2021, 12:30 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sommerhus - Rubix - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sommerhus - Rubix
Het Rotterdamse duo Sommerhus leverde wat mij betreft in 2013 en 2016 jaarlijstjesalbums af, waarna het helaas stil werd, tot vorige maand het werkelijk wonderschone mini-album Rubix verscheen
Het is, in ieder geval voor mij, lang stil geweest rond het Nederlandse duo Sommerhus, maar met Rubix liet het duo vorige maand gelukkig weer eens van zich horen. Rubix bevat helaas maar zes songs en slechts 18 minuten muziek, maar het is muziek van een bijzondere schoonheid. Rubix borduurt voort op de twee prachtalbums van Sommerhus, maar laat ook horen dat de rek er nog niet uit was bij Vera Jessen Jührend en Peter Jessen. De instrumentatie klinkt wederom prachtig, de zang is wat expressiever en de songs zijn niet alleen betoverend mooi, maar ook voldoende eigenzinnig. Sommerhus moet na dit bijzonder fraaie voorproefje nu vooral heel snel dat derde album gaan maken. Ik kan niet wachten.
Het Nederlandse duo Sommerhus (Deens voor zomerhuis) dwong met haar eerste twee albums niet alleen een plekje af op de krenten uit de pop, maar wist ook zowel in 2013 als in 2016 mijn jaarlijstje te halen. Daar viel en valt echt helemaal niets op af te dingen. Zowel Sommerhus uit 2013 als Is There Such A Thing As Too Much Love? uit 2016 maakten diepe indruk met uiterst ingetogen en hier en daar bijna verstilde songs en bovendien met songs van een bijzondere schoonheid.
Vera Jessen Jührend en Peter Jessen maakten op hun eerste twee albums muziek met zowel invloeden uit de folk als uit de klassieke muziek en zochten op deze albums bovendien met enige regelmaat het experiment. De prachtige stem van met name Vera Jessen Jührend, de fraaie harmonieën van de twee en de zeer smaakvolle instrumentatie, waarin naast piano, akoestische gitaar, contrabas en drums ook ruimte was voor een aantal exotische en vaak klassiek aandoende instrumenten, leverden een serie prachtige songs op.
Sommerhus maakte twee albums lang diepe indruk met zich langzaam voortslepende en bijzonder subtiel ingekleurde songs, maar hierna werd het helaas wat stil rond het tweetal uit Rotterdam. Sinds het vorige album verschenen nog wat losse tracks, die mij eerlijk gezegd niet zijn opgevallen, maar vorige maand keerde Sommerhus gelukkig terug met een nieuwe serie songs.
Rubix is helaas geen nieuw album, maar is met zes songs en 18 minuten muziek een EP of hooguit een mini-album. Ik was na ruim vijf jaar wachten persoonlijk wel toe aan een nieuw Sommerhus album, maar gelukkig is het slechts 18 minuten durende Rubix wel 18 minuten lang prachtig.
Rubix laat voor een deel het inmiddels bekende Sommerhus geluid horen. De stem van Vera Jessen-Jührend is direct vanaf de eerste noten betoverend mooi en wordt hier en daar fraai ondersteund door de al even mooie stem van Peter Jessen. Ik vind de vocalen wel wat expressiever dan op de eerste twee albums, maar dat maakt de muziek van Sommerhus alleen maar krachtiger.
Ook in de instrumentatie is veel bekends te horen. Akoestische gitaren, piano, bas en drums vormen nog altijd de basis van de muziek van Sommerhus, waar de contrabas van Peter Jessen zo nu en dan bijna als een cello doorheen snijdt. Rubix is, dankzij de bijdragen van strijkers en de fluit, hier en daar net wat voller ingekleurd dan de eerste twee albums van de band, maar de muziek van Sommerhus blijft uiterst ingetogen.
Vera Jessen Jührend en Peter Jessen maken nog altijd muziek met zowel invloeden uit de folk als uit de klassieke muziek en ook de liefde voor het experiment is niet verdwenen, wat je vooral hoort in de eigenzinnige en wat meer uptempo titeltrack, waarin de muziek van Sommerhus wordt voorzien van een dimensie die ik nog niet kende.
Rubix is dankzij de prachtige zang, de zeer smaakvolle en sfeervolle instrumentatie en de aansprekende songs 18 minuten lang van een zeer hoog niveau. Het doet uitzien naar het volwaardige derde album van Sommerhus, maar met de zes prachtige songs op Rubix kan ik ook nog wel even vooruit. Ik was na ruim vijf jaar stilte een beetje bang dat de carrière van Sommerhus als een nachtkaars was uitgegaan, maar gelukkig is het Rotterdamse duo nog actief en laat het horen dat er na twee prachtalbums nog groei in zit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sommerhus - Rubix - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sommerhus - Rubix
Het Rotterdamse duo Sommerhus leverde wat mij betreft in 2013 en 2016 jaarlijstjesalbums af, waarna het helaas stil werd, tot vorige maand het werkelijk wonderschone mini-album Rubix verscheen
Het is, in ieder geval voor mij, lang stil geweest rond het Nederlandse duo Sommerhus, maar met Rubix liet het duo vorige maand gelukkig weer eens van zich horen. Rubix bevat helaas maar zes songs en slechts 18 minuten muziek, maar het is muziek van een bijzondere schoonheid. Rubix borduurt voort op de twee prachtalbums van Sommerhus, maar laat ook horen dat de rek er nog niet uit was bij Vera Jessen Jührend en Peter Jessen. De instrumentatie klinkt wederom prachtig, de zang is wat expressiever en de songs zijn niet alleen betoverend mooi, maar ook voldoende eigenzinnig. Sommerhus moet na dit bijzonder fraaie voorproefje nu vooral heel snel dat derde album gaan maken. Ik kan niet wachten.
Het Nederlandse duo Sommerhus (Deens voor zomerhuis) dwong met haar eerste twee albums niet alleen een plekje af op de krenten uit de pop, maar wist ook zowel in 2013 als in 2016 mijn jaarlijstje te halen. Daar viel en valt echt helemaal niets op af te dingen. Zowel Sommerhus uit 2013 als Is There Such A Thing As Too Much Love? uit 2016 maakten diepe indruk met uiterst ingetogen en hier en daar bijna verstilde songs en bovendien met songs van een bijzondere schoonheid.
Vera Jessen Jührend en Peter Jessen maakten op hun eerste twee albums muziek met zowel invloeden uit de folk als uit de klassieke muziek en zochten op deze albums bovendien met enige regelmaat het experiment. De prachtige stem van met name Vera Jessen Jührend, de fraaie harmonieën van de twee en de zeer smaakvolle instrumentatie, waarin naast piano, akoestische gitaar, contrabas en drums ook ruimte was voor een aantal exotische en vaak klassiek aandoende instrumenten, leverden een serie prachtige songs op.
Sommerhus maakte twee albums lang diepe indruk met zich langzaam voortslepende en bijzonder subtiel ingekleurde songs, maar hierna werd het helaas wat stil rond het tweetal uit Rotterdam. Sinds het vorige album verschenen nog wat losse tracks, die mij eerlijk gezegd niet zijn opgevallen, maar vorige maand keerde Sommerhus gelukkig terug met een nieuwe serie songs.
Rubix is helaas geen nieuw album, maar is met zes songs en 18 minuten muziek een EP of hooguit een mini-album. Ik was na ruim vijf jaar wachten persoonlijk wel toe aan een nieuw Sommerhus album, maar gelukkig is het slechts 18 minuten durende Rubix wel 18 minuten lang prachtig.
Rubix laat voor een deel het inmiddels bekende Sommerhus geluid horen. De stem van Vera Jessen-Jührend is direct vanaf de eerste noten betoverend mooi en wordt hier en daar fraai ondersteund door de al even mooie stem van Peter Jessen. Ik vind de vocalen wel wat expressiever dan op de eerste twee albums, maar dat maakt de muziek van Sommerhus alleen maar krachtiger.
Ook in de instrumentatie is veel bekends te horen. Akoestische gitaren, piano, bas en drums vormen nog altijd de basis van de muziek van Sommerhus, waar de contrabas van Peter Jessen zo nu en dan bijna als een cello doorheen snijdt. Rubix is, dankzij de bijdragen van strijkers en de fluit, hier en daar net wat voller ingekleurd dan de eerste twee albums van de band, maar de muziek van Sommerhus blijft uiterst ingetogen.
Vera Jessen Jührend en Peter Jessen maken nog altijd muziek met zowel invloeden uit de folk als uit de klassieke muziek en ook de liefde voor het experiment is niet verdwenen, wat je vooral hoort in de eigenzinnige en wat meer uptempo titeltrack, waarin de muziek van Sommerhus wordt voorzien van een dimensie die ik nog niet kende.
Rubix is dankzij de prachtige zang, de zeer smaakvolle en sfeervolle instrumentatie en de aansprekende songs 18 minuten lang van een zeer hoog niveau. Het doet uitzien naar het volwaardige derde album van Sommerhus, maar met de zes prachtige songs op Rubix kan ik ook nog wel even vooruit. Ik was na ruim vijf jaar stilte een beetje bang dat de carrière van Sommerhus als een nachtkaars was uitgegaan, maar gelukkig is het Rotterdamse duo nog actief en laat het horen dat er na twee prachtalbums nog groei in zit. Erwin Zijleman
Son Little - Aloha (2020)

4,0
2
geplaatst: 7 februari 2020, 17:20 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Son Little - aloha - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Son Little - aloha
Son Little kan uitstekend uit de voeten met vintage soul, maar durft op zijn nieuwe album ook nadrukkelijk buiten de lijntjes te kleuren
Son Little volg ik al een paar jaar, maar hij maakte nog nooit zoveel indruk als met zijn nieuwe album aloha. De Amerikaanse muzikant kan uit de voeten als een authentieke soulzanger die zo lijkt weggelopen uit de jaren 60, maar hij durft zijn soulmuziek ook te vernieuwen met meer eigentijdse invloeden. Het houdt het album spannend, maar aan de andere kant is er ook altijd een heerlijk broeierig soulgeluid, dat geen last lijkt te hebben van de experimenten met eigentijdse elektronica. Integendeel zelfs. De vorige albums van Son Little gingen me na een tijdje vervelen of zelfs tegen staan, aloha wordt alleen maar beter.
Son Little, het alter ego van de Amerikaanse muzikant Aaron Livingston, bracht deze week zijn derde album uit. De vorige twee vond ik in eerste instantie interessant, maar wisten me na een paar keer horen niet meer zo te boeien. Ik had al een tijdje een promo exemplaar van de man’s nieuwe album in handen en ben daarom vroeg begonnen met het beluisteren van aloha (zonder hoofdletter).
Net als bij beluistering van de vorige twee albums maakte Son Little ook dit keer snel indruk. De muzikant uit Los Angeles, die volgens zijn bandcamp pagina tegenwoordig vanuit Philadelphia, Pennsylvania, opereert, beschikt over een heerlijk soulvolle stem en maakt laid-back soul vol flarden uit het verleden.
Zeker in de eerste tracks op het album neemt Son Little je mee terug naar de hoogtijdagen van de soul. Het geluid op aloha is ingetogen en broeierig, maar ook moddervet en soulvol. Het kleurt allemaal prachtig bij de stem van Aaron Livingston, die laat horen dat hij een groot soulzanger is.
Probleem in dit genre is dat het aanbod enorm is en dat er heel veel geweldige soulplaten uit het verleden liggen. Nieuwe albums moeten zich niet alleen onderscheiden van die van de concurrentie, maar moeten ook iets toevoegen aan alles dat er al is. Daar slaagde Son Little op zijn eerste twee albums wat mij betreft onvoldoende in. Het waren absoluut prima albums waarop in muzikaal en vocaal opzicht veel klopte, maar na een paar keer horen greep ik toch liever naar een soulplaat uit een ver verleden.
Op aloha zoekt Son Little net wat nadrukkelijker de grenzen van de vintage soul op. Het album is verrijkt met invloeden uit de blues, invloeden uit de hedendaagse R&B en hier en daar hoor ik ook een klein beetje reggae. Op de momenten waarop aloha niet klinkt als een vergeten soulklassieker, en dat is in het merendeel van de songs het geval, valt het album op door een even tijdloze als speelse instrumentatie, waarin fraaie elektronische accenten zijn aangebracht en probeert Aaron Livingstone ook in vocaal opzicht voldoende variatie aan te brengen.
Son Little maakte zijn nieuwe album met de Franse producer Renaud Letang, die ik zelf vooral ken van Jamie Lidell en Feist, en dat is een prima keuze geweest. Op het in Parijs opgenomen album klinkt Son Little authentiek en soulvol, maar ook fris en eigentijds. Niet alleen in muzikaal opzicht zet Aaron Livingstone flinke stappen op zijn album, maar ook de songs zijn beter. Het zijn songs die overigens in zeer korte tijd werden geschreven, nadat een harddisk crash werk van de afgelopen twee jaar verloren deed gaan.
Door het lage tempo en de vrij ingetogen instrumentatie en zang was ik nog even bang dat aloha snel zou gaan vervelen, maar dat is vooralsnog niet het geval. De nieuwe songs van Son Little doen het heerlijk op de achtergrond, maar het zijn ook songs die iedere keer nog iets nieuws voor je in petto hebben.
In het genre is het de afgelopen jaren gebruikelijk om te kiezen voor vintage soul die teruggrijpt op de soul uit de jaren 60 en 70 of voor veel moderner klinkende neo-soul en R&B, maar Son Little laat horen dat je beide uitersten ook best kunt combineren en er nog meer invloeden aan kunt toevoegen en nog altijd een album kunt maken dat het predicaat soul verdient, want dat doet aloha. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Son Little - aloha - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Son Little - aloha
Son Little kan uitstekend uit de voeten met vintage soul, maar durft op zijn nieuwe album ook nadrukkelijk buiten de lijntjes te kleuren
Son Little volg ik al een paar jaar, maar hij maakte nog nooit zoveel indruk als met zijn nieuwe album aloha. De Amerikaanse muzikant kan uit de voeten als een authentieke soulzanger die zo lijkt weggelopen uit de jaren 60, maar hij durft zijn soulmuziek ook te vernieuwen met meer eigentijdse invloeden. Het houdt het album spannend, maar aan de andere kant is er ook altijd een heerlijk broeierig soulgeluid, dat geen last lijkt te hebben van de experimenten met eigentijdse elektronica. Integendeel zelfs. De vorige albums van Son Little gingen me na een tijdje vervelen of zelfs tegen staan, aloha wordt alleen maar beter.
Son Little, het alter ego van de Amerikaanse muzikant Aaron Livingston, bracht deze week zijn derde album uit. De vorige twee vond ik in eerste instantie interessant, maar wisten me na een paar keer horen niet meer zo te boeien. Ik had al een tijdje een promo exemplaar van de man’s nieuwe album in handen en ben daarom vroeg begonnen met het beluisteren van aloha (zonder hoofdletter).
Net als bij beluistering van de vorige twee albums maakte Son Little ook dit keer snel indruk. De muzikant uit Los Angeles, die volgens zijn bandcamp pagina tegenwoordig vanuit Philadelphia, Pennsylvania, opereert, beschikt over een heerlijk soulvolle stem en maakt laid-back soul vol flarden uit het verleden.
Zeker in de eerste tracks op het album neemt Son Little je mee terug naar de hoogtijdagen van de soul. Het geluid op aloha is ingetogen en broeierig, maar ook moddervet en soulvol. Het kleurt allemaal prachtig bij de stem van Aaron Livingston, die laat horen dat hij een groot soulzanger is.
Probleem in dit genre is dat het aanbod enorm is en dat er heel veel geweldige soulplaten uit het verleden liggen. Nieuwe albums moeten zich niet alleen onderscheiden van die van de concurrentie, maar moeten ook iets toevoegen aan alles dat er al is. Daar slaagde Son Little op zijn eerste twee albums wat mij betreft onvoldoende in. Het waren absoluut prima albums waarop in muzikaal en vocaal opzicht veel klopte, maar na een paar keer horen greep ik toch liever naar een soulplaat uit een ver verleden.
Op aloha zoekt Son Little net wat nadrukkelijker de grenzen van de vintage soul op. Het album is verrijkt met invloeden uit de blues, invloeden uit de hedendaagse R&B en hier en daar hoor ik ook een klein beetje reggae. Op de momenten waarop aloha niet klinkt als een vergeten soulklassieker, en dat is in het merendeel van de songs het geval, valt het album op door een even tijdloze als speelse instrumentatie, waarin fraaie elektronische accenten zijn aangebracht en probeert Aaron Livingstone ook in vocaal opzicht voldoende variatie aan te brengen.
Son Little maakte zijn nieuwe album met de Franse producer Renaud Letang, die ik zelf vooral ken van Jamie Lidell en Feist, en dat is een prima keuze geweest. Op het in Parijs opgenomen album klinkt Son Little authentiek en soulvol, maar ook fris en eigentijds. Niet alleen in muzikaal opzicht zet Aaron Livingstone flinke stappen op zijn album, maar ook de songs zijn beter. Het zijn songs die overigens in zeer korte tijd werden geschreven, nadat een harddisk crash werk van de afgelopen twee jaar verloren deed gaan.
Door het lage tempo en de vrij ingetogen instrumentatie en zang was ik nog even bang dat aloha snel zou gaan vervelen, maar dat is vooralsnog niet het geval. De nieuwe songs van Son Little doen het heerlijk op de achtergrond, maar het zijn ook songs die iedere keer nog iets nieuws voor je in petto hebben.
In het genre is het de afgelopen jaren gebruikelijk om te kiezen voor vintage soul die teruggrijpt op de soul uit de jaren 60 en 70 of voor veel moderner klinkende neo-soul en R&B, maar Son Little laat horen dat je beide uitersten ook best kunt combineren en er nog meer invloeden aan kunt toevoegen en nog altijd een album kunt maken dat het predicaat soul verdient, want dat doet aloha. Erwin Zijleman
Son Little - Like Neptune (2022)

3,5
0
geplaatst: 16 september 2022, 19:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Son Little - Like Neptune - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Son Little - Like Neptune
Son Little wist op zijn vorige album aloha invloeden uit de vintage soul en de hedendaagse soul op fraaie wijze met elkaar te verbinden en doet dit nog net wat beter op zijn nieuwe album Like Neptune
Like Neptune, het vierde album van de Amerikaanse muzikant Aaron Livingston, oftewel Son Little, is een album dat je makkelijk verovert met aangename soulklanken, maar het is ook een album dat knap in elkaar zit. Son Little vermengt op fraaie wijze invloeden uit het heden en het verleden en doet dit met een geluid dat soulvol klinkt, maar zeker geen dertien in een dozijn soulgeluid is. Het is een album dat het verdient om te worden uitgeplozen met behulp van de koptelefoon, maar het is ook een album dat uitermate geschikt is om deze herfst en winter te zorgen voor wat extra warmte, wat gezien de huidige gasprijzen zeer gewenst is. Bijzonder soulalbum van deze Amerikaanse muzikant.
Er verschijnen momenteel nogal wat goede soulalbums, waarvan een deel teruggrijpt op de vintage soul uit het verre verleden, terwijl een ander deel juist aansluiting zoekt bij de hedendaagse neo-soul, hiphop en R&B. Son Little, het alter ego van de Amerikaanse muzikant Aaron Livingston, deed op het begin 2020 verschenen aloha allebei, waardoor het album er wat mij betreft uitsprong in het soulgenre. Het vlak voor het uitbreken van de coronapandemie verschenen derde album van Son Little beviel me een stuk beter dan zijn twee voorgangers en heeft er voor gezorgd dat ik met hooggespannen verwachtingen begon aan de beluistering van het deze week verschenen Like Neptune.
Het vierde album van de muzikant uit Philadelphia, Pennsylvania, moet het doen zonder de verrassing van voorganger aloha, maar Son Little maakt ook dit keer wat mij betreft snel en eenvoudig indruk. Ook op Like Neptune schakelt Son Little makkelijk tussen de soul zoals die decennia geleden werd gemaakt en de neo-soul, hiphop en R&B van het moment. Het zorgt er voor dat het album tussen de verschillende tracks soms met zevenmijlslaarzen door de tijd springt, maar het knappe van Like Neptune is dat het album ook behoorlijk consistent klinkt en dat ondanks de verschillen tussen de soul van toen en nu.
Aaron Livingston laat ook op zijn vierde album horen dat hij een uitstekend zanger is. In de tracks met wat meer nostalgie herinnert hij aan de grote soulzangers van weleer, maar hij vindt net zo makkelijk aansluiting bij de meer op R&B en hiphop georiënteerde zangers van het moment, wat knap is. Like Neptune is bovendien zeker niet voorzien van een standaard soulgeluid, al hoor je wel flarden van de vintage soul van lang geleden op het album. De Amerikaanse muzikant fietst overigens net zo makkelijk maar altijd op subtiele wijze uiteenlopende invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de wereldmuziek in zijn songs.
De Amerikaanse muzikant zoekt de soul niet in temperamentvolle blazers, maar vertrouwt vooral op soepele ritmes en aanstekelijke gitaarloopjes. In veel tracks op het album eist de ritmesectie in muzikaal opzicht de hoofdrol op, maar ook de bijdragen van keyboards vallen in positieve zin op en spelen een belangrijke rol in de muzikale tijdreizen die Son Little maakt.
Voor een soulalbum is Like Neptune verrassend subtiel ingekleurd, wat een wat naar binnen gericht soulalbum oplevert, iets wat je niet vaak hoort in een bij uitstek extravert genre. Het heeft waarschijnlijk alles te maken met de wijze waarop het album tot stand is gekomen. Aaron Livingston sloot zich voor zijn nieuwe album op in een blokhut in update New York, met uitzicht op de Delaware River. In die blokhut deed de Amerikaanse muzikant echt alles zelf. Hij schreef de songs, tekende voor de instrumentatie en de vocalen en nam ook nog eens de arrangementen en de productie van Like Neptune voor zijn rekening.
Het levert een soulalbum op dat anders klinkt dan de meeste andere albums in het genre, maar dat wel de impact en urgentie van een goed soulalbum heeft. Het vierde album van Son Little is een album dat het uitstekend doet op de achtergrond, maar het is ook een album dat het verdient om met alle aandacht beluisterd te worden. Ik moet eerlijk toegeven dat ik aloha de afgelopen twee jaar nauwelijks meer uit de kast heb getrokken, maar ga er van uit het nog net wat betere Like Neptune de komende herfst en winter aardig wat speeluren gaat krijgen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Son Little - Like Neptune - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Son Little - Like Neptune
Son Little wist op zijn vorige album aloha invloeden uit de vintage soul en de hedendaagse soul op fraaie wijze met elkaar te verbinden en doet dit nog net wat beter op zijn nieuwe album Like Neptune
Like Neptune, het vierde album van de Amerikaanse muzikant Aaron Livingston, oftewel Son Little, is een album dat je makkelijk verovert met aangename soulklanken, maar het is ook een album dat knap in elkaar zit. Son Little vermengt op fraaie wijze invloeden uit het heden en het verleden en doet dit met een geluid dat soulvol klinkt, maar zeker geen dertien in een dozijn soulgeluid is. Het is een album dat het verdient om te worden uitgeplozen met behulp van de koptelefoon, maar het is ook een album dat uitermate geschikt is om deze herfst en winter te zorgen voor wat extra warmte, wat gezien de huidige gasprijzen zeer gewenst is. Bijzonder soulalbum van deze Amerikaanse muzikant.
Er verschijnen momenteel nogal wat goede soulalbums, waarvan een deel teruggrijpt op de vintage soul uit het verre verleden, terwijl een ander deel juist aansluiting zoekt bij de hedendaagse neo-soul, hiphop en R&B. Son Little, het alter ego van de Amerikaanse muzikant Aaron Livingston, deed op het begin 2020 verschenen aloha allebei, waardoor het album er wat mij betreft uitsprong in het soulgenre. Het vlak voor het uitbreken van de coronapandemie verschenen derde album van Son Little beviel me een stuk beter dan zijn twee voorgangers en heeft er voor gezorgd dat ik met hooggespannen verwachtingen begon aan de beluistering van het deze week verschenen Like Neptune.
Het vierde album van de muzikant uit Philadelphia, Pennsylvania, moet het doen zonder de verrassing van voorganger aloha, maar Son Little maakt ook dit keer wat mij betreft snel en eenvoudig indruk. Ook op Like Neptune schakelt Son Little makkelijk tussen de soul zoals die decennia geleden werd gemaakt en de neo-soul, hiphop en R&B van het moment. Het zorgt er voor dat het album tussen de verschillende tracks soms met zevenmijlslaarzen door de tijd springt, maar het knappe van Like Neptune is dat het album ook behoorlijk consistent klinkt en dat ondanks de verschillen tussen de soul van toen en nu.
Aaron Livingston laat ook op zijn vierde album horen dat hij een uitstekend zanger is. In de tracks met wat meer nostalgie herinnert hij aan de grote soulzangers van weleer, maar hij vindt net zo makkelijk aansluiting bij de meer op R&B en hiphop georiënteerde zangers van het moment, wat knap is. Like Neptune is bovendien zeker niet voorzien van een standaard soulgeluid, al hoor je wel flarden van de vintage soul van lang geleden op het album. De Amerikaanse muzikant fietst overigens net zo makkelijk maar altijd op subtiele wijze uiteenlopende invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de wereldmuziek in zijn songs.
De Amerikaanse muzikant zoekt de soul niet in temperamentvolle blazers, maar vertrouwt vooral op soepele ritmes en aanstekelijke gitaarloopjes. In veel tracks op het album eist de ritmesectie in muzikaal opzicht de hoofdrol op, maar ook de bijdragen van keyboards vallen in positieve zin op en spelen een belangrijke rol in de muzikale tijdreizen die Son Little maakt.
Voor een soulalbum is Like Neptune verrassend subtiel ingekleurd, wat een wat naar binnen gericht soulalbum oplevert, iets wat je niet vaak hoort in een bij uitstek extravert genre. Het heeft waarschijnlijk alles te maken met de wijze waarop het album tot stand is gekomen. Aaron Livingston sloot zich voor zijn nieuwe album op in een blokhut in update New York, met uitzicht op de Delaware River. In die blokhut deed de Amerikaanse muzikant echt alles zelf. Hij schreef de songs, tekende voor de instrumentatie en de vocalen en nam ook nog eens de arrangementen en de productie van Like Neptune voor zijn rekening.
Het levert een soulalbum op dat anders klinkt dan de meeste andere albums in het genre, maar dat wel de impact en urgentie van een goed soulalbum heeft. Het vierde album van Son Little is een album dat het uitstekend doet op de achtergrond, maar het is ook een album dat het verdient om met alle aandacht beluisterd te worden. Ik moet eerlijk toegeven dat ik aloha de afgelopen twee jaar nauwelijks meer uit de kast heb getrokken, maar ga er van uit het nog net wat betere Like Neptune de komende herfst en winter aardig wat speeluren gaat krijgen. Erwin Zijleman
Son Volt - Electro Melodier (2021)

4,0
0
geplaatst: 12 augustus 2021, 16:06 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Son Volt - Electro Melodier - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Son Volt - Electro Melodier
Son Volt heeft altijd in de schaduw gestaan van (Uncle Tupelo) broertje Wilco, maar met Electro Melodier maakt de band rond Jay Farrar diepe indruk met fraai ingekleurde en stemmige tracks
Son Volt klonk het afgelopen decennium wel eens wat uitgeblust, maar steeds als je de band had afgeschreven, keerde de band rond Jay Farrar sterk terug. Dat doet Son Volt met nog wat meer overtuiging op het prachtige Electro Melodier. De teksten zijn scherp, de songs zijn sterk, de instrumentatie is even stemmig als fraai en Jay Farrar zingt met veel doorleving. De invloeden van Uncle Tupelo zijn nog altijd hoorbaar, maar Electro Melodier is ook een album waarvoor Bruce Springsteen zich niet zou hoeven schamen. Trace uit 1995 was tot dusver het meesterwerk van Son Volt, maar het nieuwe album komt dicht in de buurt en gaat er wat mij betreft zelfs overheen.
Wilco en Son Volt hebben dezelfde basis, maar desondanks sla ik de band rond Jeff Tweedy (Wilco) veel hoger aan dan de band rond Jay Farrar (Son Volt). Diezelfde basis is natuurlijk de band Uncle Tupelo, die met haar debuutalbum No Depression uit 1990 een compleet nieuw genre, de alt-country, op de kaart zette. Voor Uncle Tupelo viel het doek, na vier uitstekende albums, in 1993, waarna Jeff Tweedy en Jay Farrar, na een lange vriendschap, elk hun eigen weg gingen.
Jeff Tweedy formeerde Wilco dat snel zou uitgroeien tot een veelvuldig geprezen en baanbrekende rockband, terwijl Jay Farrar met zijn nieuwe band Son Volt dichter tegen het muzikale erfgoed van Uncle Tupelo bleef aan schuren. Het debuut van de band, het in 1995 verschenen Trace, was geweldig, maar waar Wilco sinds haar beginjaren bleef pieken, vond ik de albums van Son Volt meestal wisselvallig, al waren Okemah And The Melody Of Riot uit 2005, American Central Dust uit 2009 en Honky Tonk uit 2013 sterke albums.
De afgelopen jaren ben ik Son Volt wat uit het oog verloren en het vorige album van de band heb ik zelfs niet eens beluisterd, maar het deze maand verschenen Electro Melodier is ijzersterk en misschien zelfs wel het beste album van Son Volt tot dusver. Op Electro Melodier etaleert Jay Farrar nadrukkelijk zijn talenten als songwriter.
De songs op het nieuwe album van Son Volt sluiten nog altijd goed aan op het pionierswerk dat Jay Farrar verrichtte met Uncle Tupelo, maar Electro Modier klinkt ook als een album waarvoor Bruce Springsteen zich zeker niet zou schamen. De associaties met het werk van Bruce Springsteen komen deels voort uit de overtuigende zang van Jay Farrar, maar ook de instrumentatie op het album sluit goed aan op het solowerk van Bruce Springsteen, zeker wanneer wordt gekozen voor bijna verstilde klanken. Gitarist Chris Frame speelt geweldig, maar het zijn vooral de fraaie orgel, keyboard, piano en lap steel accenten van Mark Spencer die het geluid van Son Volt prachtig inkleuren.
Nu Donald Trump is vertrokken hoeft Jay Farrar zijn giftige pijlen niet meer op deze idioot te richten, maar er zijn nog genoeg andere misstanden in de Verenigde Staten waar de Amerikaanse muzikant tegenaan kan schoppen (zoals in het sterke Living In The U.S.A.) en anders biedt ook zijn persoonlijk leven nog voldoende voer voor indringende teksten.
Ik vond Son Volt in het verleden vaak wat mat klinken, maar Electro Melodier is een vlammend album, dat laat horen dat de alt-country nog altijd springlevend is. De vergelijking tussen Wilco en Son Volt heb ik nooit een eerlijke gevonden, maar waar Son Volt in het verleden vaak het onderspit delfde, vind ik Electro Melodier sterker dan in ieder geval de laatste twee albums van Wilco.
Ik heb het album noodgedwongen wat langer laten liggen voor ik begon aan deze recensie en dat komt achteraf bezien goed uit, want het nieuwe album van Son Volt is een album dat nog lang aan kracht wint. Zeker de zich langzaam voortslepende en indringende songs dringen zich steeds genadelozer op, terwijl de wat makkelijker in het gehoor liggende songs de songwriting skills van Jay Farrar steeds nadrukkelijker onderstrepen. Ik heb Son Volt in het verleden al wel eens afgeschreven, maar Electro Melodier is een topalbum. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Son Volt - Electro Melodier - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Son Volt - Electro Melodier
Son Volt heeft altijd in de schaduw gestaan van (Uncle Tupelo) broertje Wilco, maar met Electro Melodier maakt de band rond Jay Farrar diepe indruk met fraai ingekleurde en stemmige tracks
Son Volt klonk het afgelopen decennium wel eens wat uitgeblust, maar steeds als je de band had afgeschreven, keerde de band rond Jay Farrar sterk terug. Dat doet Son Volt met nog wat meer overtuiging op het prachtige Electro Melodier. De teksten zijn scherp, de songs zijn sterk, de instrumentatie is even stemmig als fraai en Jay Farrar zingt met veel doorleving. De invloeden van Uncle Tupelo zijn nog altijd hoorbaar, maar Electro Melodier is ook een album waarvoor Bruce Springsteen zich niet zou hoeven schamen. Trace uit 1995 was tot dusver het meesterwerk van Son Volt, maar het nieuwe album komt dicht in de buurt en gaat er wat mij betreft zelfs overheen.
Wilco en Son Volt hebben dezelfde basis, maar desondanks sla ik de band rond Jeff Tweedy (Wilco) veel hoger aan dan de band rond Jay Farrar (Son Volt). Diezelfde basis is natuurlijk de band Uncle Tupelo, die met haar debuutalbum No Depression uit 1990 een compleet nieuw genre, de alt-country, op de kaart zette. Voor Uncle Tupelo viel het doek, na vier uitstekende albums, in 1993, waarna Jeff Tweedy en Jay Farrar, na een lange vriendschap, elk hun eigen weg gingen.
Jeff Tweedy formeerde Wilco dat snel zou uitgroeien tot een veelvuldig geprezen en baanbrekende rockband, terwijl Jay Farrar met zijn nieuwe band Son Volt dichter tegen het muzikale erfgoed van Uncle Tupelo bleef aan schuren. Het debuut van de band, het in 1995 verschenen Trace, was geweldig, maar waar Wilco sinds haar beginjaren bleef pieken, vond ik de albums van Son Volt meestal wisselvallig, al waren Okemah And The Melody Of Riot uit 2005, American Central Dust uit 2009 en Honky Tonk uit 2013 sterke albums.
De afgelopen jaren ben ik Son Volt wat uit het oog verloren en het vorige album van de band heb ik zelfs niet eens beluisterd, maar het deze maand verschenen Electro Melodier is ijzersterk en misschien zelfs wel het beste album van Son Volt tot dusver. Op Electro Melodier etaleert Jay Farrar nadrukkelijk zijn talenten als songwriter.
De songs op het nieuwe album van Son Volt sluiten nog altijd goed aan op het pionierswerk dat Jay Farrar verrichtte met Uncle Tupelo, maar Electro Modier klinkt ook als een album waarvoor Bruce Springsteen zich zeker niet zou schamen. De associaties met het werk van Bruce Springsteen komen deels voort uit de overtuigende zang van Jay Farrar, maar ook de instrumentatie op het album sluit goed aan op het solowerk van Bruce Springsteen, zeker wanneer wordt gekozen voor bijna verstilde klanken. Gitarist Chris Frame speelt geweldig, maar het zijn vooral de fraaie orgel, keyboard, piano en lap steel accenten van Mark Spencer die het geluid van Son Volt prachtig inkleuren.
Nu Donald Trump is vertrokken hoeft Jay Farrar zijn giftige pijlen niet meer op deze idioot te richten, maar er zijn nog genoeg andere misstanden in de Verenigde Staten waar de Amerikaanse muzikant tegenaan kan schoppen (zoals in het sterke Living In The U.S.A.) en anders biedt ook zijn persoonlijk leven nog voldoende voer voor indringende teksten.
Ik vond Son Volt in het verleden vaak wat mat klinken, maar Electro Melodier is een vlammend album, dat laat horen dat de alt-country nog altijd springlevend is. De vergelijking tussen Wilco en Son Volt heb ik nooit een eerlijke gevonden, maar waar Son Volt in het verleden vaak het onderspit delfde, vind ik Electro Melodier sterker dan in ieder geval de laatste twee albums van Wilco.
Ik heb het album noodgedwongen wat langer laten liggen voor ik begon aan deze recensie en dat komt achteraf bezien goed uit, want het nieuwe album van Son Volt is een album dat nog lang aan kracht wint. Zeker de zich langzaam voortslepende en indringende songs dringen zich steeds genadelozer op, terwijl de wat makkelijker in het gehoor liggende songs de songwriting skills van Jay Farrar steeds nadrukkelijker onderstrepen. Ik heb Son Volt in het verleden al wel eens afgeschreven, maar Electro Melodier is een topalbum. Erwin Zijleman
Son Volt - Notes of Blue (2017)

4,0
0
geplaatst: 18 februari 2017, 10:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Son Volt - Notes Of Blue - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In 1987 vormden de jeugdvrienden Jay Farrar en Jeff Tweedy in Belleville, Illinois, de band Uncle Tupelo.
In hun jongere jaren waren de twee muzikanten vooral bezig met het maken van punk, maar inmiddels was ook de interesse voor de countrymuziek gewekt.
De combinatie van beide liefdes zorgde ervoor dat Uncle Tupelo in 1990 aan de wieg stond van een gloednieuw genre, de alt-country.
No Depression, het in 1990 verschenen debuut van de band, is inmiddels één van de onbetwiste klassiekers in het genre en een plaat die geen enkele liefhebber van de alternatieve country mag missen.
Uncle Tupelo zou in drie jaar tijd nog drie platen maken (waarop de band overigens steeds dichter tegen de countryrock uit de jaren 70 aan kroop), maar viel in 1994 uit elkaar. Jeugdvrienden Jeff Tweedy en Jay Farrar gingen vervolgens hun eigen weg en formeerden beiden een nieuwe band.
Wilco, de band van Jeff Tweedy is ruim 20 jaar later een hele grote band met een aantal prachtige en zeer avontuurlijk platen op haar naam. Jay Farrar’s Son Volt heeft een veel minder imposant oeuvre op haar naam staan, maar maakte toch ook een aantal platen die er toe doen.
Het zijn platen waarop de band rond Jay Farrar de alt-country van Uncle Tupelo grotendeels trouw bleef en dat doet Son Volt nog steeds. Ook op Notes Of Blue hoor je echo’s uit de hoogtijdagen van Neil Young, The Flying Burrito Brothers en Gram Parsons, maar Jay Farrar slaat dit keer ook andere wegen in.
Jay Farrar liet zich dit keer naar eigen zeggen vooral inspireren door de folk van Nick Drake en door de blues van oude helden als Mississippi Fred McDowell en Skip James. Invloeden van Nick Drake duiken wat mij betreft slechts sporadisch op, maar de invloeden uit de blues zijn zeer nadrukkelijk aanwezig op de nieuwe plaat van Son Volt.
Jay Farrar pakt flink uit met heerlijk rauwe bluesy riffs en weet deze op bijzondere wijze te integreren in de alt-country van Son Volt. Het contrasteert prachtig met de door countryrock geïnspireerde songs en de enkele song waarin Jay Farrar in de voetsporen van Nick Drake treedt. Wat Springsteen achtige bravoure geeft de plaat een energie boost.
Son Volt wist zich lang niet altijd te onderscheiden van de concurrentie in het genre en kreeg hierdoor lang niet zoveel aandacht als het Wilco van Jeff Tweedy, maar op Notes Of Blue steekt de band rond Jay Farrar in een uitstekende vorm.
De songs op de plaat zijn stuk voor stuk van grote schoonheid, de instrumentatie is uitermate trefzeker (met een hoofdrol voor het heerlijke gitaarwerk) en Jay Farrar was en is een prima zanger.
Ik vond Son Volt op haar vorige platen lang niet altijd indrukwekkend en een stuk minder dan Uncle Tupelo en Wilco, maar met Notes Of Blue overtuigt Jay Farrar me echt volledig. Prachtplaat van een band die door menigeen wat te vroeg is afgeschreven. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Son Volt - Notes Of Blue - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In 1987 vormden de jeugdvrienden Jay Farrar en Jeff Tweedy in Belleville, Illinois, de band Uncle Tupelo.
In hun jongere jaren waren de twee muzikanten vooral bezig met het maken van punk, maar inmiddels was ook de interesse voor de countrymuziek gewekt.
De combinatie van beide liefdes zorgde ervoor dat Uncle Tupelo in 1990 aan de wieg stond van een gloednieuw genre, de alt-country.
No Depression, het in 1990 verschenen debuut van de band, is inmiddels één van de onbetwiste klassiekers in het genre en een plaat die geen enkele liefhebber van de alternatieve country mag missen.
Uncle Tupelo zou in drie jaar tijd nog drie platen maken (waarop de band overigens steeds dichter tegen de countryrock uit de jaren 70 aan kroop), maar viel in 1994 uit elkaar. Jeugdvrienden Jeff Tweedy en Jay Farrar gingen vervolgens hun eigen weg en formeerden beiden een nieuwe band.
Wilco, de band van Jeff Tweedy is ruim 20 jaar later een hele grote band met een aantal prachtige en zeer avontuurlijk platen op haar naam. Jay Farrar’s Son Volt heeft een veel minder imposant oeuvre op haar naam staan, maar maakte toch ook een aantal platen die er toe doen.
Het zijn platen waarop de band rond Jay Farrar de alt-country van Uncle Tupelo grotendeels trouw bleef en dat doet Son Volt nog steeds. Ook op Notes Of Blue hoor je echo’s uit de hoogtijdagen van Neil Young, The Flying Burrito Brothers en Gram Parsons, maar Jay Farrar slaat dit keer ook andere wegen in.
Jay Farrar liet zich dit keer naar eigen zeggen vooral inspireren door de folk van Nick Drake en door de blues van oude helden als Mississippi Fred McDowell en Skip James. Invloeden van Nick Drake duiken wat mij betreft slechts sporadisch op, maar de invloeden uit de blues zijn zeer nadrukkelijk aanwezig op de nieuwe plaat van Son Volt.
Jay Farrar pakt flink uit met heerlijk rauwe bluesy riffs en weet deze op bijzondere wijze te integreren in de alt-country van Son Volt. Het contrasteert prachtig met de door countryrock geïnspireerde songs en de enkele song waarin Jay Farrar in de voetsporen van Nick Drake treedt. Wat Springsteen achtige bravoure geeft de plaat een energie boost.
Son Volt wist zich lang niet altijd te onderscheiden van de concurrentie in het genre en kreeg hierdoor lang niet zoveel aandacht als het Wilco van Jeff Tweedy, maar op Notes Of Blue steekt de band rond Jay Farrar in een uitstekende vorm.
De songs op de plaat zijn stuk voor stuk van grote schoonheid, de instrumentatie is uitermate trefzeker (met een hoofdrol voor het heerlijke gitaarwerk) en Jay Farrar was en is een prima zanger.
Ik vond Son Volt op haar vorige platen lang niet altijd indrukwekkend en een stuk minder dan Uncle Tupelo en Wilco, maar met Notes Of Blue overtuigt Jay Farrar me echt volledig. Prachtplaat van een band die door menigeen wat te vroeg is afgeschreven. Erwin Zijleman
Songbelt - Unforetold (2017)

4,0
0
geplaatst: 11 januari 2018, 08:03 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Songbelt - Unforetold - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Precies vijf jaar geleden maakte ik kennis met de muziek van de Brabantse band Sleepwater. De band rond de broers Ad en Wil Opstals maakte met het prachtige Sunwritten direct een onuitwisbare indruk.
De uit 2012 stammende plaat, die op bijzondere of zelfs onnavolgbare wijze Amerikaanse rootsmuziek en Britse gitaarpop wist te combineren, is nog altijd het laatste wapenfeit van Sleepwater, maar de band bestaat nog steeds.
Een jaar na mijn kennismaking met Sunwritten van Sleepwater, dook Wil Opstals op met zijn andere band, Songbelt. Ook Unanswered van Songbelt bleek een uitstekende plaat.
Vergeleken met de muziek van Sleepwater was de muziek van Songbelt wat dieper geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek, maar Unanswered verraste ook met beeldende klanken en met invloeden uit de psychedelica.
Zowel de plaat van Sleepwater als die van Songbelt heb ik een paar jaar geleden veel te lang laten liggen en dat heb ik ook weer gedaan met de nieuwe plaat van Songbelt, die al in de herfst van 2017 verscheen.
De band begon al in 2015 met het opnemen van Unforetold en heeft de tijd genomen voor de nieuwe plaat. Dat hoor je, want muziek van Songbelt straalt rust uit. Net als de vorige plaat van de band is ook Unforetold geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek en dit keer heeft de Brabantse band gekozen voor behoorlijk ingetogen en akoestische klanken.
Songbelt maakte meters tijdens een sessie in de Ardennen, maar nam de plaat verder in Brabant op. Veel bands in dit genre wijken uit naar het diepe Zuiden van de Verenigde Staten of naar de Californische woestijn om het juiste geluid te vinden, maar Songbelt vond haar variant op de Amerikaanse rootsmuziek gewoon rond de Drunense duinen, waar het overigens prachtig is.
Veel songs op de plaat hebben genoeg aan een akoestische gitaar en aan de aangenaam klinkende stem van Wil Opstals, maar hier en daar worden ook onder andere vrouwenstemmen, een mondharmonica, percussie en een dwarsfluit ingezet. De laatste voorziet Unforetold van een geluid met flarden 60s en 70s en een vleugje psychedelica, maar verder kleurt Songbelt vooral binnen de lijnen van de Amerikaanse rootsmuziek en hoor ik met name bewondering voor het werk van Neil Young en voor het werk van Uncle Tupelo, dat de enige cover op de plaat heeft aangedragen. Als je goed luistert hoor je echter ook dat Wil Opstals bewondering heeft voor het werk van Nick Cave, wat de muziek van Songbelt voorziet van wat donkere tinten.
Songbelt houdt het tempo zoals gezegd laag op Unforetold, waardoor de plaat een bijna rustgevende uitwerking heeft. Op hetzelfde moment beschikken de songs van de Brabantse band over voldoende diepgang om te blijven boeien en doet de plaat niet onder voor vergelijkbare platen die in de Verenigde Staten in het genre worden gemaakt.
Omdat het tempo laag ligt duurt het misschien wel even voordat Songbelt je echt te pakken heeft met haar muziek, maar als dat eenmaal gebeurd is, laat Unforetold je niet makkelijk meer los en winnen de songs van de Brabantse band flink aan kracht.
Unforetold is al met al de derde voltreffer van Wil Opstals, die zich wat mij betreft nu weer mag richten op Sleepwater, want het dit jaar al weer zes jaar oude Sunwritten schreeuwt om een opvolger. Tot die tijd valt er genoeg te genieten op Unforetold van Songbelt, dat de aandacht van alles Nederlandse liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Songbelt - Unforetold - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Precies vijf jaar geleden maakte ik kennis met de muziek van de Brabantse band Sleepwater. De band rond de broers Ad en Wil Opstals maakte met het prachtige Sunwritten direct een onuitwisbare indruk.
De uit 2012 stammende plaat, die op bijzondere of zelfs onnavolgbare wijze Amerikaanse rootsmuziek en Britse gitaarpop wist te combineren, is nog altijd het laatste wapenfeit van Sleepwater, maar de band bestaat nog steeds.
Een jaar na mijn kennismaking met Sunwritten van Sleepwater, dook Wil Opstals op met zijn andere band, Songbelt. Ook Unanswered van Songbelt bleek een uitstekende plaat.
Vergeleken met de muziek van Sleepwater was de muziek van Songbelt wat dieper geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek, maar Unanswered verraste ook met beeldende klanken en met invloeden uit de psychedelica.
Zowel de plaat van Sleepwater als die van Songbelt heb ik een paar jaar geleden veel te lang laten liggen en dat heb ik ook weer gedaan met de nieuwe plaat van Songbelt, die al in de herfst van 2017 verscheen.
De band begon al in 2015 met het opnemen van Unforetold en heeft de tijd genomen voor de nieuwe plaat. Dat hoor je, want muziek van Songbelt straalt rust uit. Net als de vorige plaat van de band is ook Unforetold geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek en dit keer heeft de Brabantse band gekozen voor behoorlijk ingetogen en akoestische klanken.
Songbelt maakte meters tijdens een sessie in de Ardennen, maar nam de plaat verder in Brabant op. Veel bands in dit genre wijken uit naar het diepe Zuiden van de Verenigde Staten of naar de Californische woestijn om het juiste geluid te vinden, maar Songbelt vond haar variant op de Amerikaanse rootsmuziek gewoon rond de Drunense duinen, waar het overigens prachtig is.
Veel songs op de plaat hebben genoeg aan een akoestische gitaar en aan de aangenaam klinkende stem van Wil Opstals, maar hier en daar worden ook onder andere vrouwenstemmen, een mondharmonica, percussie en een dwarsfluit ingezet. De laatste voorziet Unforetold van een geluid met flarden 60s en 70s en een vleugje psychedelica, maar verder kleurt Songbelt vooral binnen de lijnen van de Amerikaanse rootsmuziek en hoor ik met name bewondering voor het werk van Neil Young en voor het werk van Uncle Tupelo, dat de enige cover op de plaat heeft aangedragen. Als je goed luistert hoor je echter ook dat Wil Opstals bewondering heeft voor het werk van Nick Cave, wat de muziek van Songbelt voorziet van wat donkere tinten.
Songbelt houdt het tempo zoals gezegd laag op Unforetold, waardoor de plaat een bijna rustgevende uitwerking heeft. Op hetzelfde moment beschikken de songs van de Brabantse band over voldoende diepgang om te blijven boeien en doet de plaat niet onder voor vergelijkbare platen die in de Verenigde Staten in het genre worden gemaakt.
Omdat het tempo laag ligt duurt het misschien wel even voordat Songbelt je echt te pakken heeft met haar muziek, maar als dat eenmaal gebeurd is, laat Unforetold je niet makkelijk meer los en winnen de songs van de Brabantse band flink aan kracht.
Unforetold is al met al de derde voltreffer van Wil Opstals, die zich wat mij betreft nu weer mag richten op Sleepwater, want het dit jaar al weer zes jaar oude Sunwritten schreeuwt om een opvolger. Tot die tijd valt er genoeg te genieten op Unforetold van Songbelt, dat de aandacht van alles Nederlandse liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek verdient. Erwin Zijleman
Songdog - Joy Street (2017)

4,0
0
geplaatst: 15 augustus 2017, 07:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Songdog - Joy Street - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Wales afkomstige band Songdog bracht in 2003 haar tweede plaat Haiku uit. Het is een plaat die in het betreffende jaar heel hoog in mijn jaarlijstje stond, maar desondanks was Haiku mijn eerste en laatste kennismaking met de muziek van de band.
Min of meer bij toeval kreeg ik vorige week de nieuwe plaat van Songdog in handen en ook Joy Street blijkt een ware parel.
Tussen Haiku en Joy Street zitten nog vijf andere platen, die ik absoluut ga beluisteren, maar voorlopig kan ik geen genoeg krijgen van Joy Street.
In mijn herinnering maakte Songdog op Haiku sfeervolle folkmuziek met uiteenlopende invloeden en dat is ook precies de muziek die de band op Joy Street maakt.
Songdog is de band rond singer-songwriter Lyndon Morgans, die ook op Joy Street weer laat horen dat hij het oude werk van Bob Dylan koestert, maar vervolgens zijn eigen ding doet met de invloeden van de oude meester. Joy Street herinnert aan de Amerikaanse en Britse folk uit de jaren 60, maar sluit ook aan op de onweerstaanbare folkpop zoals deze in de jaren 80 door bands als Aztec Camera, Del Amitri en Prefab Sprout werd gemaakt. Wanneer Songdog Keltische invloeden verwerkt in haar muziek, en dat gebeurt met enige regelmaat, duiken bovendien flarden van de muziek van The Waterboys en bands die de traditionele Ierse folkmuziek hoog hebben zitten op.
Lyndon Morgans laat zich op Joy Street gelden als een singer-songwriter die in eerste instantie verhalen vertelt. Het zijn mooie verhalen vol weemoed en melancholie, maar de muzikant uit Wales is ook niet bang voor een eenvoudig liefdesliedje.
Alle verhalen zijn verpakt in songs die zich bijzonder makkelijk opdringen, maar de muziek van Songdog graaft dieper dan die van de meeste soortgenoten van de band. Lyndon Morgans eert op Joy Street de tradities van de Britse en Amerikaanse folkmuziek, maar stopt zijn songs ook vol met uitstapjes buiten de gebaande paden. Joy Street is hierdoor een plaat die vermaakt en verrast, maar het is ook een plaat die sprankelt.
Op het eerste gehoor klinkt het allemaal niet heel bijzonder, maar wanneer je de songs op de plaat een volgende keer hoort, blijkt hoezeer de songs van Songdog zich al in het geheugen genesteld hebben en voor hoeveel plezier ze zorgen.
Het was de grote kracht van het al weer bijna 15 jaar oude Haiku en het is ook de kracht van Joy Street. Het effect dat de plaat sorteert wordt verder vergroot door de prachtige en zeer veelzijdige instrumentatie op de plaat en de glasheldere productie van Nigel Stonier, die in een ver verleden bij Fairport Convention achter de knoppen zat.
Songdog trekt met haar platen tot dusver helaas niet heel veel aandacht, maar de twee keer dat ik de band nu tegen ben gekomen heeft platen opgeleverd om zielsveel van te houden. Het kan geen toeval zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Songdog - Joy Street - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Wales afkomstige band Songdog bracht in 2003 haar tweede plaat Haiku uit. Het is een plaat die in het betreffende jaar heel hoog in mijn jaarlijstje stond, maar desondanks was Haiku mijn eerste en laatste kennismaking met de muziek van de band.
Min of meer bij toeval kreeg ik vorige week de nieuwe plaat van Songdog in handen en ook Joy Street blijkt een ware parel.
Tussen Haiku en Joy Street zitten nog vijf andere platen, die ik absoluut ga beluisteren, maar voorlopig kan ik geen genoeg krijgen van Joy Street.
In mijn herinnering maakte Songdog op Haiku sfeervolle folkmuziek met uiteenlopende invloeden en dat is ook precies de muziek die de band op Joy Street maakt.
Songdog is de band rond singer-songwriter Lyndon Morgans, die ook op Joy Street weer laat horen dat hij het oude werk van Bob Dylan koestert, maar vervolgens zijn eigen ding doet met de invloeden van de oude meester. Joy Street herinnert aan de Amerikaanse en Britse folk uit de jaren 60, maar sluit ook aan op de onweerstaanbare folkpop zoals deze in de jaren 80 door bands als Aztec Camera, Del Amitri en Prefab Sprout werd gemaakt. Wanneer Songdog Keltische invloeden verwerkt in haar muziek, en dat gebeurt met enige regelmaat, duiken bovendien flarden van de muziek van The Waterboys en bands die de traditionele Ierse folkmuziek hoog hebben zitten op.
Lyndon Morgans laat zich op Joy Street gelden als een singer-songwriter die in eerste instantie verhalen vertelt. Het zijn mooie verhalen vol weemoed en melancholie, maar de muzikant uit Wales is ook niet bang voor een eenvoudig liefdesliedje.
Alle verhalen zijn verpakt in songs die zich bijzonder makkelijk opdringen, maar de muziek van Songdog graaft dieper dan die van de meeste soortgenoten van de band. Lyndon Morgans eert op Joy Street de tradities van de Britse en Amerikaanse folkmuziek, maar stopt zijn songs ook vol met uitstapjes buiten de gebaande paden. Joy Street is hierdoor een plaat die vermaakt en verrast, maar het is ook een plaat die sprankelt.
Op het eerste gehoor klinkt het allemaal niet heel bijzonder, maar wanneer je de songs op de plaat een volgende keer hoort, blijkt hoezeer de songs van Songdog zich al in het geheugen genesteld hebben en voor hoeveel plezier ze zorgen.
Het was de grote kracht van het al weer bijna 15 jaar oude Haiku en het is ook de kracht van Joy Street. Het effect dat de plaat sorteert wordt verder vergroot door de prachtige en zeer veelzijdige instrumentatie op de plaat en de glasheldere productie van Nigel Stonier, die in een ver verleden bij Fairport Convention achter de knoppen zat.
Songdog trekt met haar platen tot dusver helaas niet heel veel aandacht, maar de twee keer dat ik de band nu tegen ben gekomen heeft platen opgeleverd om zielsveel van te houden. Het kan geen toeval zijn. Erwin Zijleman
Songhoy Blues - Héritage (2025)

0
geplaatst: 24 januari 2025, 21:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Songhoy Blues - Héritage - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Songhoy Blues - Héritage
2025 opent bijzonder mooi voor de liefhebbers van ‘woestijnblues’, want de uit het Malinese Bamako afkomstige Songhoy Blues heeft met Héritage een bijzonder rijk en sfeervol album afgeleverd
Ik heb een wat wisselende relatie met het genre ‘woestijnblues’, maar na een dipje in 2024 spreekt het genre me de laatste weken weer erg aan. Het heeft vast deels te maken met het zonnige en broeierige karakter van de albums in het genre, maar Héritage van Songhoy Blues ademt ook kwaliteit. In muzikaal opzicht is het album verrassend ingetogen, maar ook het meer akoestisch getinte snarenwerk is bijzonder mooi. Ook de zang op het album is aansprekend, zeker wanneer deze meerstemmig uit de speakers komt. Songhoy Blues klonk in het verleden wat swingender, maar het lome geluid op Héritage bevalt me wel. Een prima start van het woestijnblues seizoen.
De ‘woestijnblues’ wilde bij mij niet zo landen in 2024, maar op basis van de jaarlijstjes besprak ik in de eerste week van het nieuwe jaar alsnog twee albums die niet misstaan in het toch wat oneerbiedig klinkende hokje ‘woestijnblues’. De albums van Mdou Moctar en Aziza Brahim smaakten absoluut naar meer, waardoor ik het deze week verschenen album van Songhoy Blues direct selecteerde voor een plekje op de krenten uit de pop.
De muziek van de band uit Mali is niet helemaal nieuw voor mij, want in 2017 besprak ik al het album Resistance. Dat album haalde ik destijds uit de jaarlijstjes en daar hoorde het album wat mij betreft zeker in thuis. Het deze week verschenen Héritage is het vierde album van de Afrikaanse band en het is een album dat een wat meer ingetogen geluid laat horen dan zijn voorgangers.
Héritage klinkt toch weer flink anders dan het veelkleurige album van Aziza Brahim en het stevige album van Mdou Moctar, wat tegengas biedt voor de momenteel wat vaker gehoorde bewering dat de woestijnblues wat eenvormig begint te klinken, een bewering waaraan ik me overigens zelf ook schuldig heb gemaakt.
Songhoy Blues was op haar vorige albums niet vies van uitstapjes buiten de gebaande paden, maar op Héritage horen we toch vooral de woestijnblues die we ook kennen van bands als Tinariwen, Tamikrest en Imarhan om maar eens drie namen te noemen. Ook weer niet helemaal overigens, want Songhoy Blues kiest op haar nieuwe album voor een verrassend ingetogen en vooral akoestisch klinkend geluid.
Het gitaarwerk en de bijdragen van Afrikaanse instrumenten zorgen voor de unieke sfeer van de woestijnblues en die wordt versterkt door de zang, waarvoor zowel mannen- als vrouwenstemmen worden ingezet. Het is muziek die beelden oproept van oorden waar het in ieder geval een stuk warmer en zonniger is dan hier en waar haast een onbekend begrip is.
De wat meer ingetogen klanken van Songhoy Blues hebben een ontspannende en onthaastende uitwerking op de luisteraar, maar net zoals zoveel andere albums in het genre, heeft Héritage ook een bezwerende of zelfs hypnotiserende uitwerking, zeker wanneer je het album met wat hoger volume of met de koptelefoon beluistert.
Het is vooral de verdienste van de vaak meerstemmige zang, die zowel qua taal als qua techniek flink afwijkt van wat in de Britse, Europese en Amerikaanse popmuziek gebruikelijk is. Maar ook de bijzondere klanken van de gitaren en andere instrumenten zorgen er voor dat het nieuwe album van Songhoy Blues een bijzonder karakter heeft.
Ik was een week of drie geleden zeer gecharmeerd van het behoorlijk stevige album van Mdou Moctar, die behoorlijk uithaalde op zijn elektrische gitaren, maar wat klinken de lome en dromerige klanken van Songhoy Blues ook lekker. Doe je ogen dicht en je bent even in een compleet andere wereld, maar vergeet ook zeker niet om goed te luisteren naar de muziek en de zang op Héritage, want het zit allemaal knap in elkaar en bovendien een stuk gevarieerder dan bij vluchtige beluistering het geval lijkt.
Ik was de woestijnblues (wie verzint een betere naam?) vorig jaar echt helemaal zat, maar de liefde voor het genre is weer stevig opgelaaid. De lat ligt wel meteen hoog, want Héritage van Songhoy Blues is echt prachtig. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Songhoy Blues - Héritage - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Songhoy Blues - Héritage
2025 opent bijzonder mooi voor de liefhebbers van ‘woestijnblues’, want de uit het Malinese Bamako afkomstige Songhoy Blues heeft met Héritage een bijzonder rijk en sfeervol album afgeleverd
Ik heb een wat wisselende relatie met het genre ‘woestijnblues’, maar na een dipje in 2024 spreekt het genre me de laatste weken weer erg aan. Het heeft vast deels te maken met het zonnige en broeierige karakter van de albums in het genre, maar Héritage van Songhoy Blues ademt ook kwaliteit. In muzikaal opzicht is het album verrassend ingetogen, maar ook het meer akoestisch getinte snarenwerk is bijzonder mooi. Ook de zang op het album is aansprekend, zeker wanneer deze meerstemmig uit de speakers komt. Songhoy Blues klonk in het verleden wat swingender, maar het lome geluid op Héritage bevalt me wel. Een prima start van het woestijnblues seizoen.
De ‘woestijnblues’ wilde bij mij niet zo landen in 2024, maar op basis van de jaarlijstjes besprak ik in de eerste week van het nieuwe jaar alsnog twee albums die niet misstaan in het toch wat oneerbiedig klinkende hokje ‘woestijnblues’. De albums van Mdou Moctar en Aziza Brahim smaakten absoluut naar meer, waardoor ik het deze week verschenen album van Songhoy Blues direct selecteerde voor een plekje op de krenten uit de pop.
De muziek van de band uit Mali is niet helemaal nieuw voor mij, want in 2017 besprak ik al het album Resistance. Dat album haalde ik destijds uit de jaarlijstjes en daar hoorde het album wat mij betreft zeker in thuis. Het deze week verschenen Héritage is het vierde album van de Afrikaanse band en het is een album dat een wat meer ingetogen geluid laat horen dan zijn voorgangers.
Héritage klinkt toch weer flink anders dan het veelkleurige album van Aziza Brahim en het stevige album van Mdou Moctar, wat tegengas biedt voor de momenteel wat vaker gehoorde bewering dat de woestijnblues wat eenvormig begint te klinken, een bewering waaraan ik me overigens zelf ook schuldig heb gemaakt.
Songhoy Blues was op haar vorige albums niet vies van uitstapjes buiten de gebaande paden, maar op Héritage horen we toch vooral de woestijnblues die we ook kennen van bands als Tinariwen, Tamikrest en Imarhan om maar eens drie namen te noemen. Ook weer niet helemaal overigens, want Songhoy Blues kiest op haar nieuwe album voor een verrassend ingetogen en vooral akoestisch klinkend geluid.
Het gitaarwerk en de bijdragen van Afrikaanse instrumenten zorgen voor de unieke sfeer van de woestijnblues en die wordt versterkt door de zang, waarvoor zowel mannen- als vrouwenstemmen worden ingezet. Het is muziek die beelden oproept van oorden waar het in ieder geval een stuk warmer en zonniger is dan hier en waar haast een onbekend begrip is.
De wat meer ingetogen klanken van Songhoy Blues hebben een ontspannende en onthaastende uitwerking op de luisteraar, maar net zoals zoveel andere albums in het genre, heeft Héritage ook een bezwerende of zelfs hypnotiserende uitwerking, zeker wanneer je het album met wat hoger volume of met de koptelefoon beluistert.
Het is vooral de verdienste van de vaak meerstemmige zang, die zowel qua taal als qua techniek flink afwijkt van wat in de Britse, Europese en Amerikaanse popmuziek gebruikelijk is. Maar ook de bijzondere klanken van de gitaren en andere instrumenten zorgen er voor dat het nieuwe album van Songhoy Blues een bijzonder karakter heeft.
Ik was een week of drie geleden zeer gecharmeerd van het behoorlijk stevige album van Mdou Moctar, die behoorlijk uithaalde op zijn elektrische gitaren, maar wat klinken de lome en dromerige klanken van Songhoy Blues ook lekker. Doe je ogen dicht en je bent even in een compleet andere wereld, maar vergeet ook zeker niet om goed te luisteren naar de muziek en de zang op Héritage, want het zit allemaal knap in elkaar en bovendien een stuk gevarieerder dan bij vluchtige beluistering het geval lijkt.
Ik was de woestijnblues (wie verzint een betere naam?) vorig jaar echt helemaal zat, maar de liefde voor het genre is weer stevig opgelaaid. De lat ligt wel meteen hoog, want Héritage van Songhoy Blues is echt prachtig. Erwin Zijleman
Songhoy Blues - Resistance (2017)

4,0
0
geplaatst: 6 december 2017, 18:37 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Songhoy Blues - Résistance - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik dacht met de platen van Tinariwen en Tamikrest de beste ‘woestijnblues’ van 2017 wel te pakken te hebben, maar in de Britse en Amerikaanse jaarlijstjes kwam ik ook nog Résistance van Songhoy Blues tegen en ook dat blijkt een interessante plaat.
Songhoy Blues werd een paar jaar geleden opgericht in Bamako, in het zuiden van Mali, door muzikanten die hun hart in het noorden van het Afrikaanse land hadden liggen.
De leden van de band verlieten het door hen zo geliefde Timboektoe noodgedwongen toen Islamitische extremisten daar de macht overnamen en het maken van muziek verboden.
In Bamako werd de band snel opgepikt door de internationale muziekpers, waardoor Résistance in Londen kon worden opgenomen en met name in het Verenigd Koninkrijk warm werd onthaald.
Net als Tinariwen en Tamikrest maakt Songhoy Blues muziek die het etiket woestijnblues of Mali blues opgeplakt zal krijgen en daar is wel wat voor te zeggen. De muziek van de Malinese band is diep geworteld in de muzikale tradities van het Afrikaanse land en borduurt voort op de muzikale erfenis van Ali Farka Touré, die de Malinese muziek in de jaren 90 op de kaart zette.
Net als de soortgenoten binnen de woestijnblues maakt Songhoy Blues buitengewoon bezwerende muziek. Het is muziek die opvalt door bijzondere gitaarloopjes, bedwelmende gitaarwolken en door vocalen die anders klinken dan we in de Westerse popmuziek gewend zijn. En net als de platen van Tinariwen en Tamikrest is Résistance een plaat die alle ellende in het vaderland van de muzikanten gepassioneerd aan de kaak stelt.
Zeker nu de temperaturen zijn gedaald naar Winterse waarden maakt Songhoy Blues muziek die de temperatuur een paar graden laat stijgen. Bovendien maakt de band muziek die je makkelijk meesleept of zelfs hypnotiseert en die betovert met heerlijk gitaarspel en een soepel swingende ritmesectie.
Naast overeenkomsten met de muziek van Tinariwen en Tamikrest zijn er ook verschillen. Op Résistance ligt het tempo net wat hoger dan op de meeste andere platen met het stickertje woestijnblues en verder laat Songhoy Blues zich beïnvloeden door net wat andere genres dan bijvoorbeeld Tinariwen.
Waar Tinariwen tegen de blues en de rock uit de jaren 70 aan leunt, kiest Songhoy Blues vooral voor invloeden uit de disco, reggae en vooral de funk. Résistance klinkt hierdoor wat vrolijker dan de platen van de andere bands uit het genre, maar schijn bedriegt.
Songhoy Blues klinkt zeker op het eerste gehoor wat lichtvoetiger dan ik gewend was van bands uit Mali, maar door het bezwerende karakter van de muziek van de Malinese band en het verwerken van flink wat invloeden uit de traditionele Afrikaanse muziek, wordt het nergens te lichtvoetig.
Ik moest overigens wel wennen aan de funky impuls die de woestijnblues van Songhoy Blues heeft gekregen, maar inmiddels waardeer ik Résistance net zo zeer als de laatste platen van Tinariwen en Tamikrest, al is het maar omdat Songhoy Blues weer een nieuwe dimensie toevoegt aan dit zo bijzondere Afrikaanse genre. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Songhoy Blues - Résistance - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik dacht met de platen van Tinariwen en Tamikrest de beste ‘woestijnblues’ van 2017 wel te pakken te hebben, maar in de Britse en Amerikaanse jaarlijstjes kwam ik ook nog Résistance van Songhoy Blues tegen en ook dat blijkt een interessante plaat.
Songhoy Blues werd een paar jaar geleden opgericht in Bamako, in het zuiden van Mali, door muzikanten die hun hart in het noorden van het Afrikaanse land hadden liggen.
De leden van de band verlieten het door hen zo geliefde Timboektoe noodgedwongen toen Islamitische extremisten daar de macht overnamen en het maken van muziek verboden.
In Bamako werd de band snel opgepikt door de internationale muziekpers, waardoor Résistance in Londen kon worden opgenomen en met name in het Verenigd Koninkrijk warm werd onthaald.
Net als Tinariwen en Tamikrest maakt Songhoy Blues muziek die het etiket woestijnblues of Mali blues opgeplakt zal krijgen en daar is wel wat voor te zeggen. De muziek van de Malinese band is diep geworteld in de muzikale tradities van het Afrikaanse land en borduurt voort op de muzikale erfenis van Ali Farka Touré, die de Malinese muziek in de jaren 90 op de kaart zette.
Net als de soortgenoten binnen de woestijnblues maakt Songhoy Blues buitengewoon bezwerende muziek. Het is muziek die opvalt door bijzondere gitaarloopjes, bedwelmende gitaarwolken en door vocalen die anders klinken dan we in de Westerse popmuziek gewend zijn. En net als de platen van Tinariwen en Tamikrest is Résistance een plaat die alle ellende in het vaderland van de muzikanten gepassioneerd aan de kaak stelt.
Zeker nu de temperaturen zijn gedaald naar Winterse waarden maakt Songhoy Blues muziek die de temperatuur een paar graden laat stijgen. Bovendien maakt de band muziek die je makkelijk meesleept of zelfs hypnotiseert en die betovert met heerlijk gitaarspel en een soepel swingende ritmesectie.
Naast overeenkomsten met de muziek van Tinariwen en Tamikrest zijn er ook verschillen. Op Résistance ligt het tempo net wat hoger dan op de meeste andere platen met het stickertje woestijnblues en verder laat Songhoy Blues zich beïnvloeden door net wat andere genres dan bijvoorbeeld Tinariwen.
Waar Tinariwen tegen de blues en de rock uit de jaren 70 aan leunt, kiest Songhoy Blues vooral voor invloeden uit de disco, reggae en vooral de funk. Résistance klinkt hierdoor wat vrolijker dan de platen van de andere bands uit het genre, maar schijn bedriegt.
Songhoy Blues klinkt zeker op het eerste gehoor wat lichtvoetiger dan ik gewend was van bands uit Mali, maar door het bezwerende karakter van de muziek van de Malinese band en het verwerken van flink wat invloeden uit de traditionele Afrikaanse muziek, wordt het nergens te lichtvoetig.
Ik moest overigens wel wennen aan de funky impuls die de woestijnblues van Songhoy Blues heeft gekregen, maar inmiddels waardeer ik Résistance net zo zeer als de laatste platen van Tinariwen en Tamikrest, al is het maar omdat Songhoy Blues weer een nieuwe dimensie toevoegt aan dit zo bijzondere Afrikaanse genre. Erwin Zijleman
