MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Haden Triplets - The Haden Triplets (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Haden Triplets - The Haden Triplets - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Petra, Rachel en Tanya Haden komen uit een bijzonder muzikaal nest. Vader Charlie is een legendarisch jazz bassist en broer Josh timmert al heel wat jaren aan de weg met zijn band Spain (wiens laatste plaat binnenkort ook maar eens zijn opwachting moet maken op deze BLOG). Van de drie zusjes Haden is met name Petra al enige tijd actief, wat een aantal bijzondere maar nauwelijks opgemerkte soloplaten opleverde. Op het debuut van The Haden Triplets draait alles om de prachtige stemmen van de zusjes Haden. Het zijn stemmen die stuk voor stuk bijzonder zijn, alle drie net wat anders klinken en bij elkaar gevoegd onmiddellijk een onuitwisbare indruk maken. De Haden familie heeft haar connecties in de muziekwereld en daarom heeft niemand minder dan Ry Cooder de plaat geproduceerd. Cooder nam uiteraard de nodige gitaren mee, maar wist bovendien de fameuze Ricky Skaggs te strikken voor het bespelen van de mandoline, terwijl sessiemuzikant Rene Comacho en Ry Cooder’s zoon Joachim respectievelijk plaats namen achter de bas en de drums. Buitengewoon stemmige en met mate gedoseerde strijkers doen de rest. In muzikaal opzicht is het dus smullen en vaak zelfs kwijlen, maar het zijn de zusjes Haden die voor het meeste kippenvel zorgen. De harmonieën van Petra, Rachel en Tanya zijn prachtig en raken je tot op het bot. De prachtige instrumentatie voegt alleen maar extra magie toe, waarbij het fascinerende snarenspel van Ry Cooder uiteraard de hoofdrol opeist. The Haden Triplets maken op hun debuut traditioneel aandoende rootsmuziek. Het is muziek die associaties oproept met die van bijvoorbeeld The Carter Sisters, maar waar The Carter Sisters qua genre redelijk honkvast waren, zijn The Haden Triplets van vele markten thuis. Het debuut van The Haden Triplets citeert uit de archieven van de Appalachen folk, de country en de bluegrass, maar schuwt ook uitstapjes richting blues, jazz en gospel niet. Het zijn stuk voor stuk genres die uitstekend passen bij de verbluffend mooie stemmen van de zusjes Haden. Het zijn stemmen die steeds op net iets andere wijze worden ingezet. Soms kiest het drietal voor gloedvolle en stevig aangezette harmonieën, soms zingen de drie net wat tegen elkaar in en soms wordt gekozen voor een solist met subtiele ondersteuning van de andere twee. Het is eigenlijk allemaal even mooi. De zusjes Haden beschikken immers niet alleen over prachtige stemmen, maar slagen er ook in om heel veel gevoel in hun songs te leggen, wat deze plaat enorm veel kracht geeft. Het debuut van The Haden Triplets is ook een heerlijke zondagochtend plaat. De stemmen van de zusjes Haden zorgen voor een bijna pastorale sfeer en met name het schitterende snarenwerk maken het heerlijk wegdromen compleet. Door het traditionele karakter van de muziek van The Haden Triplets zal niet iedereen smelten voor het debuut van The Haden Triplets, maar een ieder die niet bang is voor een beetje Amerikaanse muziekhistorie krijgt muziek van een zeldzaam hoog niveau voorgeschoteld. De zusjes Haden stonden tot dusver wat in de schaduw van de mannelijke leden van het gezin, maar met dit debuut stappen ze hier zelfverzekerd uit. Ik kan er eigenlijk nog maar één ding over zeggen: wat een prachtplaat! Erwin Zijleman

The Handsome Family - Hollow (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Handsome Family - Hollow - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Handsome Family - Hollow
Brett en Rennie Sparks keren bijna zeven jaar na hun laatste levensteken terug met het uitstekende Hollow, dat het inmiddels uit duizenden herkenbare geluid van The Handsome Family laat horen

Het deze week verschenen Hollow is het elfde studioalbum van het Amerikaanse duo The Handsome Family en het eerste album in zeven jaar tijd. Brett en Rennie Sparks creëerden halverwege de jaren 90 een uniek eigen geluid en hebben dat steeds verder geperfectioneerd. Het is een geluid dat wordt gedomineerd door wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek en dat de bijzondere stem van Brett Sparks en de geweldige teksten van Rennie Sparks als bepalende ingrediënten heeft. Het komt allemaal weer samen op Hollow, dat in alle opzichten een typisch The Handsome Family album is, maar dat ook opvalt door een wat voller ingekleurd geluid.

Het is bijna zeven jaar stil geweest rond het Amerikaanse duo The Handsome Family. Het echtpaar Brett en Rennie Sparks dook halverwege de jaren 90 op vanuit Chicago en wist met hun derde en vierde album, Through The Trees uit 1998 en In The Air uit 2000, de aandacht te trekken van gerenommeerde Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut, die de albums van The Handsome Family stevig bewierookten en een ereplaats gaven in hun jaarlijstjes.

Brett en Rennie Sparks verruilden Chicago aan het begin van het huidige millennium voor Albuquerque, New Mexico, en bleven geweldige albums maken, met Singing Bones uit 2003 als mijn persoonlijke favoriet. Het is ook een van hun meest succesvolle albums, mede omdat Far From Any Road de titeltrack werd van de populaire en duistere tv-serie True Detective. Na Unseen uit de herfst van 2016 werd het helaas stil rond The Handsome Family, maar deze week duikt het duo uit Albuquerque op met een nieuw album, waaraan werd begonnen toen de coronapandemie het leven eindeloos lam leek te leggen.

Hollow is in alle opzichten een typisch The Handsome Family album. Brett Sparks tekende ook dit keer voor de muziek en bepaalt met zijn donkere stem voor een belangrijk deel het geluid van het echtpaar. Rennie Sparks schreef ook voor de songs op Hollow de teksten en het zijn teksten die de wereld zeker niet door een roze bril bekijken.

Ook op Hollow bezingt The Handsome Family vooral de donkere kant van het leven, al zijn de teksten van Rennie Sparks niet altijd even ernstig. Zo is de openingstrack Joseph gebaseerd op de woorden “Come into the circle Joseph! There’s no moon tonight”, die ze in haar slaap gilde en die direct werden genoteerd door Brett, die er een geweldige song in hoorde.

In muzikaal opzicht laat The Handsome Family zich nog altijd vooral beïnvloeden door wat traditionelere countrymuziek van een aantal decennia geleden, maar Brett en Rennie Sparks hebben, mede door de bariton van Brett en de messcherpe teksten van Rennie, een uniek eigen geluid. Het is een geluid dat, onder andere door de bijdragen van gastmuzikanten Alex McMahon, Jason Toth en Dave Gutierrez, wat voller klinkt dan de vroege albums van het tweetal, maar de muziek staat nog steeds in dienst van de zang van Brett Sparks.

Vanwege de lange stilte rond The Handsome Family waren mijn verwachtingen met betrekking tot Hollow bijna onrealistisch hooggespannen, maar het album heeft me zeker niet teleurgesteld. Het nieuwe album van The Handsome Family voldoet aan de ene kant precies aan de verwachtingen, want het klinkt vanaf de eerste noten als vintage The Handsome Family, maar wanneer het gaat om de songs van de band lag de lat ontzettend hoog. Hollow moet nog even de tijd krijgen om te groeien, maar ik heb toch al weer een aantal potentiële The Handsome Family klassiekers gehoord op het nieuwe album van het duo.

Het is mijn ervaring dat je de muziek van het echtpaar uit Albuquerque geweldig vindt of totaal niet trekt en daar zal Hollow waarschijnlijk niets aan veranderen. Ik had direct vanaf de eerste noten van het nieuwe album een glimlach op mijn gezicht en die werd tijdens het beluisteren van de elf tracks van Hollow alleen maar breder. The Handsome Family is terug met een uitstekend album en dat is echt geweldig nieuws. Erwin Zijleman

The Handsome Family - Through the Trees (1998)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Handsome Family - Through The Trees (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Handsome Family - Through The Trees (1998)
Het Amerikaanse duo The Handsome Family heeft een uniek eigen geluid en het is een geluid dat op het in 1998 verschenen prachtalbum Through The Trees voor het eerst tot volle wasdom kwam

Het Amerikaanse duo The Handsome Family dook zo’n 25 jaar geleden op en veroverde onmiddellijk de harten van de critici en die van liefhebbers van eigenzinnige Amerikaanse rootsmuziek. Brett en Rennie Sparks combineerden wat traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek met de karakteristieke stem van Brett en de geweldige teksten van Rennie. De muziek van The Handsome Family is vaak aardedonker, maar ook altijd goed voor een glimlach. Het tweetal brak door met het in 1998 verschenen Through The Trees en dat is wat mij betreft nog altijd hun beste album, al zijn de verschillen met de albums die volgden niet zo heel groot. Fascinerend duo, geweldig album.

Het is alweer bijna vijfentwintig jaar geleden dat ik in het Britse muziektijdschrift Uncut een interessant artikel las over het Amerikaanse duo The Handsome Family. Het echtpaar Brett en Rennie Sparks opereerde destijds vanuit Chicago en had na een zware depressie van Brett en de hierop volgende diagnose manisch-depressief hun derde album Through The Trees opgenomen. De eerste twee albums van The Handsome Family hadden niet veel aandacht getrokken, maar dat veranderde met Through The Trees, dat met name in de Britse muziekpers kon rekenen op superlatieven.

Tussen 1998 en 2016 zou het Amerikaanse duo acht uitstekende albums maken. Het zijn albums die nauwelijks voor elkaar onderdoen en zich grotendeels in hetzelfde muzikale landschap bewegen, maar als ik er een album uit moet pikken, kies ik toch voor Through The Trees, al is het maar vanwege de sensatie van de eerste kennismaking met de bijzondere muziek van The Handsome Family.

Brett en Rennie Sparks, die Chicago na Through The Trees zouden verruilen voor het platteland van New Mexico, laten op Through The Trees een uniek eigen geluid horen. Het is een geluid dat zich stevig heeft laten beïnvloeden door zeer traditionele folk en country, maar het duo geeft wel een bijzondere twist aan de invloeden uit het verre verleden. Deze twist komt enerzijds van de donkere en zeer karakteristieke stem van Brett Sparks, maar ook de aan de ene kant aardedonkere maar aan de andere kant ook zeer humoristische teksten van Rennie Sparks voorzien de muziek van The Handsome Family van een uniek eigen karakter.

Through The Trees heeft 24 jaar na de release nog niets van zijn kracht en originaliteit verloren. Het is in muzikaal opzicht een van de soberste albums van The Handsome Family en in tekstueel opzicht een van de donkerste, maar juist in een sobere muzikale setting en een wat donkere sfeer komt de muziek van Brett en Rennie Sparks het best tot zijn recht. Er zijn de afgelopen vijfentwintig jaar talloze muzikanten geweest die invloeden uit de traditionele Amerikaanse rootsmuziek vermengden met eigentijdsere ingrediënten, maar ik ken geen muzikanten die vergelijkbaar zijn met The Handsome Family, die een volstrekt unieke sfeer creëren op hun albums.

De songs zijn stuk voor stuk geweldig, maar ook de teksten van Rennie Sparks verdienen het om uitgeplozen te worden. Het zijn teksten waarin de zelfkant van de Amerikaanse samenleving een belangrijke rol speelt, maar Brett en Rennie Sparks ontzien zichzelf zeker niet. Door de lange stilte rond The Handsome Family, het laatste album Unseen stamt uit 2016, had ik al een tijd niet meer naar de muziek van het tweetal geluisterd, maar Through The Trees beviel me direct weer uitstekend en hetzelfde geldt voor de albums die volgden.

Ik ging er eerlijk gezegd van uit dat het inmiddels zes jaar oude Unseen de zwanenzang van The Handsome Family zou zijn, maar de website van Brett en Rennie Sparks is sinds kort weer opgefrist en kondigt niet alleen een tour in 2022 (Verenigde Staten) en 2023 (Europa) aan, maar maakt ook melding van een nieuw album, waarmee de bijzondere carrière van The Handsome Family toch weer een vervolg krijgt. Ik ben nu al benieuwd, al voldoend de klassiekers van het unieke duo ook nog uitstekend. Erwin Zijleman

The Handsome Family - Unseen (2016)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Handsome Family - Unseen - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De platen van The Handsome Family pikte ik aan het eind van de jaren 90 op dankzij de vele lovende woorden van het Britse muziektijdschrift Uncut, dat zowel Through The Trees uit 1998 en uiteindelijk ook In The Air uit 2000 de hemel in prees en opnam in de jaarlijstjes.

Daar viel wat mij betreft niets op af te dingen, want het door Brett en Rennie Sparks gevormde duo uit Chicago, maakte muziek die afweek van alles dat er op dat moment was in het (alt-)country segment.

The Handsome Family verruilde Chicago vervolgens voor Albuquerque, New Mexico, maar op hun muziek had dat geen invloed. Inmiddels zijn meer dan 15 jaren verstreken sinds de release van In The Air, dat ik nog altijd de beste plaat van The Handsome Family vind.

Het duo timmert nog steeds vrij anoniem aan de weg, al gaf de bijdrage aan de soundtrack van het eerste seizoen van de HBO tv-serie True Detective (het tweede seizoen leverde ons Lera Lynn op) de band een lichte boost.

The Handsome Family maakt ook nog steeds platen die vergelijkbaar zijn met de platen die het duo destijds op de kaart hebben gezet. Het zijn platen die het traditionele country idioom combineren met een flinke dosis eigenzinnigheid en met de prachtige, vaak wat mistroostige, verhalen van Brett en Rennie Sparks. Het zijn verhalen die nog altijd fraai worden vertolkt door de donkere bariton van Brett Sparks, die ik inmiddels uit duizenden herken.

Nieuwe zieltjes gaat The Handsome Family er waarschijnlijk niet mee winnen, maar ondanks het feit dat de plaat inwisselbaar is tegen de meeste andere platen van het duo, vind ik ook Unseen weer een bijzonder aangename plaat.

Het recept mag grotendeels gelijk zijn aan de vorige platen van het duo, maar toch is er ook altijd wel iets anders op de platen van Brett en Rennie Sparks. Ook Unseen valt weer op door de bijzondere verhalen. Het zijn donkere en soms deprimerende verhalen, die op een of andere manier ook altijd goed zijn voor een glimlach. Ook in muzikaal opzicht klinkt Unseen af en toe net iets anders dan de voorganger. Het geluid is net wat veelzijdiger en de instrumentatie is ook iets verzorgder dan we gewend zijn van The Handsome Family.

Alles bij elkaar genomen is ook Unseen echter weer een plaat die gemaakt is volgens het vertrouwde huisrecept van Brett en Rennie Sparks. Vernieuwend is het al lang niet meer, maar zouden we het anders willen dan dit? Ik in ieder geval niet, want ook deze nieuwe portie Handsome Family gaat er weer in als koek. Erwin Zijleman

Let op: Unseen is tijdelijk verkrijgbaar als limited edition met een gratis verzamelaar van het beste werk van The Handsome Family.

The Hard Quartet - The Hard Quartet (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Hard Quartet - The Hard Quartet - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Hard Quartet - The Hard Quartet
Een aantal gerenommeerde en gerespecteerde muzikanten uit verschillende bands bij elkaar zetten levert maar zelden een geslaagd album op, maar het debuutalbum van The Hard Quartet mag er absoluut zijn

Stephen Malkmus, Matt Sweeney, Jim White en Emmett Kelley, het zijn zeker niet de minste muzikanten, maar zogenaamde ‘supergroepen’ hebben geen goede reputatie. Het debuutalbum van The Hard Quartet is daarom met de nodige reserves ontvangen, maar de Amerikaanse en Australische muzikanten laten horen dat het ook wel eens goed kan aflopen met een ‘supergroep’. Het titelloze debuutalbum van The Hard Quartet is namelijk een uitstekend album. Het is een album met indierock als basis, maar de vier heren zijn niet vies van een uitstapje hier of daar. Ondanks vier songwriters en vier zangers klinkt het debuutalbum van The Hard Quartet als een bandalbum en het is een album dat naar meer smaakt.

Voorzichtigheid is wat mij betreft geboden wanneer wordt gesproken over een ‘supergroep’. Enerzijds omdat dit predicaat tegenwoordig nogal snel uit de kast wordt getrokken en anderzijds omdat zogenaamde ‘supergroepen’ maar zelden aan de verwachtingen kunnen voldoen. Dat The Hard Quartet een ‘supergroep’ wordt genoemd is overigens niet zo heel gek, want de nieuwe Amerikaanse band (of gelegenheidsband, de tijd zal het leren) bestaat uit vier muzikanten die hun sporen in de muziek al ruimschoots hebben verdiend.

Gitarist en zanger Stephen Malkmus kennen we natuurlijk van de legendarische indierock band Pavement, maar hij maakte ook een aantal succesvolle soloalbums en muziek met bands als The Silver Jews en The Jicks. Gitarist en zanger Matt Sweeney is bekend van de bands Chavez en Zwan, maar hij is ook als gitarist te horen op een omvangrijke stapel in breder kring gerespecteerde albums. Dat laatste geldt ook voor drummer Jim White, die we bovendien kennen van de band Dirty Three. Gitarist en zanger Emmett Kelly kennen we tenslotte van The Cairo Gang, maar ook vanwege de samenwerking met flink wat muzikanten van naam en faam.

Er is al met al nogal wat ervaring te horen op het titelloze debuutalbum van The Hard Quartet en de band beschikt niet alleen over vier gelouterde muzikanten, maar ook over vier gerespecteerde songwriters. Het zijn een aantal ingrediënten die aan de basis stonden van de mislukking van menige ‘supergroep’, maar Stephen Malkmus, Matt Sweeney, Jim White en Emmett Kelley hebben met zijn vieren een uitstekend album afgeleverd.

Het is een album dat absoluut flarden uit het verleden van de vier muzikanten bevat en dat makkelijk schakelt tussen 90s indierock, 90s powerpop, indierock van het moment met een vleugje Americana en zeer incidenteel het ruwere werk. Met drie gitaristen (die allemaal als corvee ook de bas oppakten) is het debuutalbum van The Hard Quartet natuurlijk een gitaaralbum geworden en het is wat mij betreft een zeer geslaagd gitaaralbum.

Het is ook een heel divers gitaaralbum, wat ook haast niet anders kan met vier songwriters, vier zangeres en drie gitaristen. Desondanks vind ik het debuutalbum van The Hard Quartet niet het allegaartje dat een album van een ‘supergroep’ vaak is. Stephen Malkmus, Matt Sweeney, Jim White en Emmett Kelley spelen hoorbaar met veel plezier en hebben een echt bandalbum afgeleverd.

Ik vind niet alle songs even goed, maar het aantal uitstekende songs op het album is behoorlijk groot en echte missers staan er niet op. The Hard Quartet had er zin in tijdens de opnamen, want de band speelt niet alleen met plezier, maar had ook over inspiratie niet te klagen, waardoor er maar liefst vijftien songs staan op het album, dat ruim vijftig minuten muziek bevat.

De songs van Stephen Malkmus bevatten een Pavement vibe die me wel bevalt, maar ik heb vooral een zwak voor de wat meer ingetogen en wat psychedelisch aandoende songs op het album. Mede gezien mijn slechte ervaringen met ‘supergroepen’ in het verleden had ik geen hoge verwachtingen van het eerste album van The Hard Quartet, maar de (gelegenheids)band uit New York heeft een album afgeleverd waarop het totaal voor de afwisseling wel weer eens meer is dan de som der delen. Erwin Zijleman

The Haunted Youth - Dawn of the Freak (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Haunted Youth - Dawn Of The Freak - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Haunted Youth - Dawn Of The Freak
Zelden klonk een debuutalbum zo als een serie hits als Dawn Of The Freak van de Belgische band The Haunted Youth, die diepe indruk maakt met tien ook nog eens geweldige uitgevoerde prachtsongs

Luister naar het debuutalbum van The Haunted Youth en je hoort flarden van een aantal grote bands. De Belgische band smeedt al deze invloeden aan elkaar in een bijzonder geluid, dat op het eerste gehoor desondanks vooral bekend en aanstekelijk klinkt. Het is razend knap hoe The Haunted Youth de ene na de andere potentiële hit uit de mouw schudt, maar ook met de uitvoering is niets mis. Dawn Of The Freak combineert op fraaie wijze gitaren en elektronica en beschikt ook nog eens over een zanger met een bijzondere stem en het vermogen om een flinke bak melancholie over je uit storten. Absoluut een van de meest indrukwekkende debuutalbums van 2022.

Dawn Of The Freak van de Belgische band The Haunted Youth verscheen een paar weken geleden en kon sindsdien rekenen op zeer positieve recensies. Daar valt wat mij betreft niets op af te dingen, want het debuutalbum van de band uit het Belgische Hasselt is echt een fantastisch album. Toch had ik zelf ook nog wel wat twijfels, waardoor ik het album even heb laten liggen.

The Haunted Youth schudt op haar debuutalbum een serie bijzonder aanstekelijke songs uit de mouw. Het zijn songs waarmee de band zo in de voetsporen kan treden van een grote band als The War On Drugs en daar zat precies mijn aarzeling. Luister naar Dawn Of The Freak en je hoort een gelouterde band, die grossiert in songs die met groot gemak grote zalen of festivalweides aan hun voeten kunnen krijgen.

Grote bands zou je bij een album als Dawn On The Freak misschien gemakzucht kunnen verwijten, maar The Haunted Youth was bij de release van haar debuut natuurlijk nog helemaal geen grote band. De band rond Joachim Liebens bestaat uit een aantal jonge honden, maar het zijn jonge honden die muziek maken die de meeste bands pas gegeven is als ze het klappen van de zweep kennen.

Het debuutalbum van The Haunted Youth valt zeker niet alleen op door een serie geweldige songs. De band wordt veelvuldig vergeleken met The War On Drugs, maar ik hoor veel meer invloeden in het geluid van de band. Dawn Of The Freak klinkt als The War On Drugs dat zich afwisselend heeft laten inspireren door The Cure, Depeche Mode, U2 en OMD, maar ook door Beach House, The Flaming Lips en Slowdive.

Het is een opvallend rijtje namen, overigens nog maar het topje van de ijsberg, maar de invloeden die The Haunted Youth verwerkt op haar debuutalbum, levert een nog wat bonter rijtje op. De Belgische band kan uit de voeten met tijdloze rockmuziek, maar verwerkt ook invloeden uit de postpunk, dreampop, shoegaze, synthpop en zelfs progrock in haar vol klinkende muziek.

Het levert een prachtig klinkend album op, waarop zowel ruimte is voor breed uitwaaiend en bijzonder mooi gitaarwerk, als voor imposante wolken synths. Het wordt fraai ondersteund door de ritmesectie, die wat postpunk ingrediënten toevoegt aan de muziek van de band. Ook in vocaal opzicht maakt The Haunted Youth makkelijk indruk. Voorman Joachim Liebens beschikt over een bijzonder stemgeluid en blijkt ook nog eens een oude ziel, die flink wat doorleving in zijn over het algemeen donkere teksten legt.

The Haunted Youth maakt sowieso vrij donkere muziek, die je vaak mee terugneemt naar de jaren 80, maar die ook bijzonder eigentijds klinkt. Ik vond de aanstekelijke songs op het eerste gehoor misschien wel wat te makkelijk klinken, maar er is niets makkelijk aan het debuutalbum van de Belgische band.

The Haunted Youth levert met Dawn Of The Freak een album af waarvan de meeste jonge bands alleen maar kunnen dromen. De band verwerkt een opvallende combinatie van nogal wat invloeden, kleurt haar muziek bijzonder sfeervol maar ook krachtig in en zorgt ook met de zang voor een bijzondere sfeer. Tja, en dan nog die serie fantastische songs, waar de gemiddelde band echt vele albums voor nodig heeft. Alle aarzeling is bij mij inmiddels weg, wat een fantastisch album. Erwin Zijleman

The Heavy Heavy - One of a Kind (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Heavy Heavy - One Of A Kind - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Heavy Heavy - One Of A Kind
Zangeres Georgie Fuller en multi-instrumentalist Will Turner vormen samen het duo The Heavy Heavy en verrassen op hun debuutalbum One Of A Kind met muziek die zo lijkt weggelopen uit een ver verleden

One Of A Kind van het Britse duo The Heavy Heavy klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het is een platenkast van iemand die gek ik op psychedelische en bluesy rockmuziek uit de jaren 60 en 70. Het debuutalbum van Georgie Fuller en Will Turner nodigt uit tot het noemen van heel veel namen, maar de songs van de twee zijn zo goed dat je al deze namen al snel vergeet. One Of A Kind trekt onmiddellijk de aandacht met bijzonder lekker gitaarwerk en uitstekende zang, maar hoe vaker je naar de songs van The Heavy Heavy luistert hoe beter en verslavender ze worden. In de VS weten ze de muziek van het Britse tweetal inmiddels op de juiste waarde te schatten en de rest van de wereld moet snel gaan volgen.

Met name in de Verenigde Staten is er deze week flink wat aandacht voor One Of A Kind van The Heavy Heavy. Het is het officiële debuutalbum van het Britse duo dat bestaat uit Georgie Fuller en Will Turner. The Heavy Heavy werd een jaar of vijf geleden geformeerd in Malvern in de Britse West Midlands, waar multi-instrumentalist Will Turner en zangeres Georgie Fuller elkaar vonden in de liefde voor de muziek en vooral de liefde voor de muziek uit het verre verleden.

Met name die laatste liefde klinkt nadrukkelijk door op One Of A Kind, dat volgt op de in 2022 verschenen EP Life And Life Only. Deze EP leverde de twee Britse muzikanten een aantal optredens in veelbekeken Amerikaanse tv-shows op, wat verklaart dat het debuutalbum van The Heavy Heavy vooralsnog vooral in de Verenigde Staten wordt opgepakt. Dat moet snel gaan veranderen, want One Of A Kind is een album dat ook aan onze zijde van de Atlantische oceaan alle aandacht verdient.

AllMusic.com omschrijft de muziek van het Britse duo als een mix van “the swagger of The Rolling Stones with the hazy California psychrock and folkpop of The Byrds, Jefferson Airplane and The Mamas & The Papas”. Het zijn inderdaad allemaal namen die opkomen bij beluistering van het debuutalbum van The Heavy Heavy, maar er is veel meer. Ik hoor ook wel veel van Fleetwood Mac uit de succesvolle bezetting uit de jaren 70, maar die vervolgens wel aan de haal gaat met de muziek van de vorige editie van de van oorsprong Britse band. En ik hoor nog veel meer.

Will Turner kan op flink wat instrumenten uit de voeten, maar hij maakt wat mij betreft de meeste indruk met zijn gitaarspel. Het is lekker ruw gitaarspel dat inderdaad wel wat doet denken aan de beste momenten van The Rolling Stones, maar ik hoor ook zeker wat van Creedende Clearwater Revival. Het gitaarwerk op One Of A Kind kan overigens ook lekker bluesy of bedwelmend psychedelisch klinken.

The Heavy Heavy laat zich door nog veel meer beïnvloeden, maar vindt de inspiratie wel bijna altijd in de (psychedelische en bluesy) rockmuziek van de jaren 60 en 70. Will Turner en de andere muzikanten die op het album zijn te horen spelen song na song de pannen van het dak, maar ook de zang van Georgie Fuller mag er zijn en hetzelfde geldt voor de zang van Will Turner. Het mooist is de zang wat mij betreft wanneer de stemmen van de twee worden gecombineerd en de muziek van The Heavy Heavy een Stevie Nicks en Lindsey Buckingham vibe krijgt.

One Of A Kind klinkt in muzikaal opzicht geen moment als een album van deze tijd, maar het klinkt zeker niet als een opgewarmde prak stokoude rockmuziek. De songs van het Britse duo storten een enorme hoeveelheid power en energie over je uit, waardoor het debuutalbum van Will Turner en Georgie Fuller op een of andere manier toch ook fris klinkt.

Het debuutalbum van de twee staat vol met songs die eigenlijk onmiddellijk bekend in de oren klinken, maar ook dat zit me niet in de weg. One Of A Kind is namelijk een album met een serie uitstekende songs en het zijn songs die alleen maar beter worden wanneer het album van The Heavy Heavy helemaal geland is. Als One Of A Kind 50 of 60 jaar geleden was gemaakt had het inmiddels zomaar een klassieker kunnen zijn. Die status ziet er nu niet meer in, maar het debuutalbum van de Britse band is wel een verslavend lekker album dat in de Verenigde Staten absoluut op de juiste waarde wordt geschat. Nu hier nog. Erwin Zijleman

The Hello Darlins - The Alders & The Ashes (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Hello Darlins - The Alders & The Ashes - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Hello Darlins - The Alders & The Ashes
De Canadese band The Hello Darlins levert met The Alders & The Ashes een album af dat in muzikaal en vocaal opzicht een uur lang indruk maakt, maar dat ook zeer aangenaam vermaakt met een rijk en veelzijdig geluid

In eigen land twijfelt niemand meer aan de kwaliteiten van de Canadese band The Hello Darlins en de kans is groot dat ook Europa nu snel overstag gaat. Met het debuutalbum The Alders & The Ashes heeft de band immers indrukwekkend werk afgeleverd. De band bestaat uit een aantal uitstekende muzikanten, wat een mooi en veelzijdig geluid oplevert. The Hello Darlins beschikt in de persoon van Candace Lacina bovendien over een uitstekende zangeres, die de songs van de band flink optilt. Het zijn songs die binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kunnen, wat van The Alders & The Ashes ook nog eens een lekker veelzijdig rootsalbum maakt.

Go By Feel, het debuutalbum van de Canadese band The Hello Darlins, ontdekte ik in 2021 pas vele maanden na de release en hetzelfde geldt voor het vorig jaar verschenen mini-album In The Sundust, dat ik pas een paar weken geleden voor het eerst hoorde. The Alders & The Ashes, het deze week verschenen nieuwe album van The Hello Darlins, wordt gelukkig wat uitvoeriger gepromoot, waardoor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek met geen mogelijkheid kunnen ontsnappen aan de nieuwe muziek van de band uit Calgary. Dat is maar goed ook, want op haar nieuwe album imponeert de Canadese band ruim een uur lang.

De basis van The Hello Darlins wordt gevormd door zangeres Candace Lacina en toetsenist Mike Little, maar ook de rest van de band bestaat uit gelouterde sessiemuzikanten. Dat hoor je, want in muzikaal opzicht valt er heel veel te genieten op het zeventien songs tellende album. Het dobro- en gitaarwerk op het album is echt prachtig en hetzelfde geldt voor het toetsenwerk, maar ook in de bijdragen van de ritmesectie hoor je de hoge kwaliteit, die ook terug keert in de subtiele accenten die hier en daar worden toegevoegd aan de muziek van The Hello Darlins.

De band kan uit de voeten met sober ingekleurde songs, maar kiest vaak voor een mooi vol maar zeker niet overvol geluid, waarin gitaren en keyboards elkaar op fraaie wijze versterken. Het is een mooi verzorgd geluid, maar gelukkig klinkt de muziek van The Hello Darlins niet te gepolijst en is er ook ruimte voor net wat ruwer gitaarwerk en af en toe een solo, wat het album voorziet van dynamiek.

In muzikaal opzicht maakt de Canadese band makkelijk indruk, maar het sterkste wapen van de band is wat mij betreft zangeres Candace Lacina, die zomaar kan uitgroeien tot een van de beste zangeressen in het genre. De muzikante uit Calgary zingt met veel gevoel en precisie, excelleert in de ingetogen songs op het album en houdt zich makkelijk staande in het voller klinkende geluid van haar band.

Candace Lacina neemt de meeste zang op The Alders & The Ashes voor haar rekening, maar in een aantal tracks vertrouwt de band op mannelijke (gast)zangers. Het zorgt absoluut voor variëteit binnen het geluid van The Hello Darlins, maar persoonlijk ben ik minder gecharmeerd van de songs waarin Candace Lacina niet het voortouw neemt, ook al is er echt niets mis met de doorleefde mannenstemmen op het album.

The Alders & The Ashes is in muzikaal en vocaal opzicht een veelzijdig album, maar The Hello Darlins kan ook overweg met meerdere invloeden uit het brede spectrum van de Amerikaanse rootsmuziek. De Canadese band verwerkt invloeden uit de folk en de country, maar kan ook heerlijk bluesy of soulvol klinken en schakelt bovendien makkelijk tussen meer traditioneel klinkende rootssongs en songs met een vleugje pop.

Het is allemaal zeer smaakvol geproduceerd door de ervaren Ross Hogarth, die zorg draagt voor een mooi en authentiek klinkend geluid. The Alders & The Ashes bevat zoals gezegd ruim een uur muziek en in dit uur komen zeventien songs voorbij. Dat is misschien wat veel, zeker omdat de sterkste songs op het eerste deel van het album staan. Op het tweede deel van het album hoor je wat meer terug van de inspiratiebronnen van de band, wat ook dit deel van het album zeker interessant maakt. Alles bij elkaar ben ik zeker te spreken over het album van een band die in eigen land niet voor niets is overladen met prijzen. Erwin Zijleman

The High Line Riders - Bumping Into Nothing (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The High Line Riders - Bumping Into Nothing - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Na mijn bezoek aan New York viel de cover van Bumping Into Nothing van The High Line Riders natuurlijk onmiddellijk op en dat helpt wanneer de stapels met nieuwe muziek zo hoog zijn als op het moment.

De naam van de band deed bij mij echter geen belletje rinkelen, terwijl The High Line Riders een kleine 20 jaar geleden in rootskringen kort maar zeer nadrukkelijk aan de weg timmerden.

Na een pauze van 18 jaar is de band rond de van oorsprong Noorse singer-songwriter Ed Pettersen terug en de band uit New York maakt wat mij betreft indruk.

The High Line Riders maken op Bumping Into Nothing Amerikaanse rootsmuziek, maar het is wel Amerikaanse rootsmuziek van de grote stad. The High Line Riders vertrouwen niet op banjo’s en violen, maar kiezen nadrukkelijk voor elektrische gitaren. De schuur is verruild voor de smeltkroes van de stad.

De rootsmuziek van de band uit New York gaat daarom meer dan eens de rockkant op, waarbij zowel een band als Drive-By Truckers als Bruce Springsteen en zijn E-Street Band of Tom Petty relevant vergelijkingsmateriaal aandragen.

Toch is de muziek van The High Line niet zomaar te vergelijken met de muziek van andere bands. Bumping Into Nothing heeft de energie en kracht van grote rockbands, maar stopt net wat meer rootsinvloeden in haar muziek en durft ook te schakelen naar een ingetogen rootssong.

Zeker de wat stevigere songs op de plaat maken makkelijk indruk door de bijzondere zang, de toegankelijke songstructuren en het heerlijke gitaarwerk. Het is muziek die rockliefhebbers in de breedste zin van het woord zal aanspreken, want The High Line Riders gaan net zo makkelijk de strijd aan met een willekeurige Texaanse rootsrockband of de andere genoemde voorbeelden als met de grote (hard)rockbands van weleer (ik hoor meer dan eens wat van Aerosmith in betere tijden in de muziek van de New Yorkers).

Net als je denkt dat The High Line Riders wel erg makkelijk vertrouwen op lekker in het gehoor liggende rocksongs, stuit je op de diepgang in de muziek van de band. Ed Pettersen is met zijn doorleefde strot niet alleen een overtuigend zanger, maar vertelt ook mooie persoonlijke verhalen over een leven met de nodige ups en downs.

Verder valt er ook in de songs van The High Line Riders meer dan genoeg te beleven. De stevigere songs zijn degelijk en goed, maar wanneer de hoeveelheid invloeden uit de rootsmuziek toeneemt, neemt ook de mate waarin The High Line Riders beschikken over een eigen geluid toe. Het is een geluid dat refereert aan de eerste stapjes van de alt-country, maar dan wel de alt-country van de Big Apple en dus rauwer en grootser.

Zeker wanneer je de plaat een paar keer hebt gehoord moet je onderkennen dat The High Line Riders niet alleen een hele aangename plaat hebben gemaakt, maar ook een hele goede. Het samen met flink wat gastmuzikanten gemaakte Bumping Into Nothing zorgt al met al voor een zeer geslaagde comeback van de band rond Ed Pettersen, maar hopelijk is het ook de start van een glanzende carrière. Het ook nog eens bijzonder fraai geproduceerde Bumping Into Nothing is er absoluut goed genoeg voor. Erwin Zijleman

The Highwomen - The Highwomen (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Highwomen - The Highwomen - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Highwomen - The Highwomen
The Highwomen imponeren met geweldige vocalen en harmonieën, maar ook in muzikaal en artistiek opzicht is het debuut van deze supergroep van een bijzonder hoog niveau

Het bij elkaar zetten van vier geweldige muzikanten is nog geen garantie voor succes. Veel van de ‘supergroepen’ die in het verleden zijn geformeerd vielen uiteindelijk tegen. Het geldt gelukkig niet voor The Highwomen. Amanda Shires, Brandi Carlile, Maren Morris en Natalie Hemby blazen je van je sokken met de geweldige zang en harmonieën op het album, maar samen met topproducer Dave Cobb en een aantal geweldige muzikanten staat het viertal ook garant voor een prachtig geluid in songs die stuk voor stuk pareltjes zijn. Met de songs op het album, zouden Amanda Shires, Brandi Carlile, Maren Morris en Natalie Hemby allemaal een prachtalbum hebben gemaakt, maar het totaal overtreft in dit geval met afstand de som der delen. Geweldig album van deze gelegenheidsband.

The Highwomen is een gelegenheidsband waarvoor in de jaren 60, 70 en 80 absoluut het predicaat ‘supergroep’ uit de kast zou zijn getrokken. Amanda Shires, Brandi Carlile, Maren Morris en Natalie Hemby verdienden de afgelopen jaren allemaal hun sporen binnen de Amerikaanse rootsmuziek en zijn met zijn vieren goed voor een mooi stapeltje ijzersterke rootsalbums (waarvan de laatste van Natalie Hemby helaas niet de aandacht kreeg die het album zo verdiende).

De naam van het viertal verwijst natuurlijk naar The Highwayman, de gelegenheidsband die halverwege de jaren 80 werd geformeerd door countrysterren Johnny Cash, Willie Nelson, Waylon Jennings en Kris Kristofferson. Dat een supergroep lang niet altijd goed is voor grootse daden werd overigens bewezen door dit roemruchte kwartet, dat ondanks een aardig debuut nooit echt wist te imponeren.

Amanda Shires, Brandi Carlile, Maren Morris en Natalie Hemby doen dat wel, waarbij het natuurlijk helpt dat de vier jonge zangeressen momenteel op de toppen van hun kunnen presteren, terwijl het beste er bij een aantal van de heren van The Highwayman wel af was in de tweede helft van de jaren 80 en de ego’s een stukje groter waren dan die van The Highwomen.

De openingsnoten van het titelloze debuut van The Highwomen zijn voor soulzangeres Yola, maar hierna barst het countrygeweld los. De vier zangeressen laten individueel horen wat ze kunnen, maar het debuut van het viertal staat natuurlijk ook vol met harmonieën. Het zijn harmonieën van het soort dat goed is voor koude rillingen en kippenvel en in beide gevallen van genot.

Amanda Shires, Brandi Carlile, Maren Morris en Natalie Hemby beschikken stuk voor stuk over stemmen die gemaakt zijn voor de countrymuziek, maar klinken ook allemaal net wat anders. Dat hoor je wanneer ze een voor een het voortouw nemen in de songs op het album, maar de verschillen verdwijnen onmiddellijk wanneer de stemmen van de vier op prachtige wijze samenvloeien.

Ook in muzikaal opzicht bewandelen de vier normaal gesproken verschillende wegen. Waar Maren Morris op haar laatste album koos voor schaamteloos hitgevoelige countrypop, kennen we Natalie Hemby van wat traditioneler klinkende rootsmuziek, terwijl Amanda Shires en Brandi Carlile bij voorkeur de wat alternatievere hoeken van het genre opzoeken.

Op het debuut van de vier domineert de wat traditionelere of in ieder geval tijdloze Amerikaanse rootsmuziek en staat alles in dienste van vier geweldige stemmen. Het zijn deze stemmen die bij eerste beluisteringen van het album alle aandacht opeisen, maar luister ook zeker naar de geweldige muzikanten op het album en naar de bijzonder fraaie productie van wie anders dan Dave Cobb, die het debuut van The Highwomen heeft voorzien van het tijdloze en gloedvolle geluid dat past bij al het vocale geweld op het album. Het is een geluid dat prachtig ingetogen kan klinken, maar The Highwomen durven ook flink gas te geven, wat het album voorziet van veel passie en energie.

Met Amanda Shires, Brandi Carlile, Maren Morris en Natalie Hemby beschikken The Highwomen over vier getalenteerde songwriters, maar ook bij het schrijven van de songs werd niets aan het toeval overgelaten en droegen onder andere Jason Isbell, Ray LaMontagne, Lori McKenna en Miranda Lambert een steentje bij, terwijl natuurlijk Jimmy Webb, die 34 jaar geleden tekende voor de titeltrack van het debuut van The Highwayman, werd aangetrokken voor de titeltrack van het debuut van The Highwomen.

Enige liefde voor countrymuziek is een vereiste om te kunnen genieten van de muziek van de gelegenheidsband van Amanda Shires, Brandi Carlile, Maren Morris en Natalie Hemby, maar voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek is het smullen, terwijl muziekliefhebbers met een duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen binnen de Amerikaanse rootsmuziek zich bij beluistering van dit fraaie album alleen maar in het paradijs kunnen wanen. Erwin Zijleman

The History of Apple Pie - Feel Something (2014)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The History Of Apple Pie - Feel Something - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik was vorig jaar zeer gecharmeerd van het debuut van het uit Londen afkomstige The History Of Apple Pie. Op Out Of View keerde de band met de wat flauwe naam terug naar de hoogtijdagen van de shoegaze en dreampop en dus naar de hoogtijdagen van bands als My Bloody Valentine, Ride en met name Lush; bands die ik stuk voor stuk een warm hart toedraag en waarvan ik de laatste zelfs reken tot mijn favorieten aller tijden.

Dankzij de honingzoete vocalen van Stephanie Min en de veelkleurige gitaarmuren van Jerome Watson bleek het debuut van The History Of Apple Pie al heel snel een vrijwel onweerstaanbare plaat vol geweldige popsongs, maar het bleek uiteindelijk ook een plaat die wel degelijk iets toe wist te voegen aan de shoegaze en dreampop klassiekers uit het verleden, waardoor het debuut van The History Of Apple Pie uiteindelijk net wat meer indruk maakte dan de platen van de meeste van haar soortgenoten uit het recente verleden.

Wat vorig jaar voor Out Of View gold, geldt nu ook weer voor Feel Something. De belangrijkste inspiratiebronnen van The History Of Apple Pie komen nog altijd uit de hoogtijdagen van de shoegaze en dreampop. Stephanie Min verleidt nog altijd met honingzoete zang en het gitaarwerk van Jerome Watson is nog altijd opvallend veelzijdig en veelkleurig. Ook Feel Something is hierdoor een plaat die driftig strooit met op hetzelfde moment zoete en gruizige popliedjes en ook Feel Something blijkt uiteindelijk maar heel moeilijk te weerstaan.

Belangrijkste vragen zijn dan of The History Of Apple Pie zich ook dit keer buiten de gebaande paden van de shoegaze en dreampop durft te begeven en of de band iets toe weet te voegen aan haar debuut van een jaar geleden. Het zijn vragen die ik allebei met ja kan beantwoorden.

Op haar debuut schoof The History Of Apple Pie nog met enige regelmaat op richting noiserock en lo-fi, terwijl dit keer invloeden uit de indie-rock een belangrijkere rol spelen en hier en daar ruimte is gereserveerd voor invloeden uit de postpunk of zelfs psychedelica en West Coast pop. The History Of Apple Pie klinkt hierdoor niet alleen als Lush, My Bloody Valentine en Ride, maar bij vlagen ook als Sonic Youth, New Order, The Primal Scream, Garbage of een enkele keer zelfs als The Bangles (al moet je daar wel wat fantasie voor hebben). Het zijn zoveel namen dat The History Of Apple Pie uiteindelijk vooral klinkt als zichzelf en dat is in dit genre van de shoegaze en dreampop revival best bijzonder.

Wat vorig jaar pas na een paar keer voor Out Of View bleek te gelden, geldt nu ook weer voor Feel Something. Het lijkt in eerste instantie vooral een zoete traktatie die The History Of Apple Pie biedt, maar het blijkt er uiteindelijk een die ook wel degelijk wat culinaire hoogstandjes bevat. Hoogstandjes die met name de liefhebbers van shoegaze en dreampop goed zullen smaken, want iedereen die het in de jaren 90 niks vond vindt het waarschijnlijk nog steeds niks. Erwin Zijleman

The History of Apple Pie - Out of View (2013)

poster
4,0
Het is allemaal eerder gedaan, maar maakt dat deze plaat minder leuk? Nee, integendeel.
Heerlijke mix van shoegaze en dreampop. My Bloody Valentine meets Lush.

Lees mijn volledige recensie op:
De krenten uit de pop: The History Of Apple Pie - Out Of View - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Erwin

The Hold Steady - Open Door Policy (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Hold Steady - Open Door Policy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Hold Steady - Open Door Policy
De Amerikaanse band The Hold Steady blijft zich maar ontwikkelen en komt nu op de proppen met een groots en meeslepend rockalbum, waarop alleen maar geweldige songs staan

De eerste albums van The Hold Steady waren uitstekend, al lagen de invloeden van Springsteen’s E-Street Band er hier en daar wel wat dik op. The Hold Steady is sindsdien alleen maar gegroeid en laat nog wat extra groei horen op het deze week verschenen Open Door Policy. Het is een album vol energieke en gepassioneerde rocksongs en het zijn bovendien rocksongs die staan als een huis. Open Door Policy is een album vol muzikaal en vocaal vuurwerk en een album vol songs waar de urgentie van af spat. Na een paar keer horen durf ik al wel te beweren dat dit tot dusver het beste album is van de band uit Brooklyn en dat zegt wat. Indrukwekkend.

De Amerikaanse band The Hold Steady oogstte een jaar of vijftien geleden veel lof met de albums Separation Sunday en Boys And Girls in America, waarop de band uit Brooklyn, New York, flink wat indruk maakte met een groots geluid, dat associaties opriep met het geluid van Springsteen’s E-Street Band in goede vorm. Het was een welkom geluid in een periode waarin diezelfde E-Street Band op een laag pitje stond, waardoor beide albums konden rekenen op uitstekende recensies.

The Hold Steady is zich sindsdien blijven ontwikkelen en is uitgegroeid tot een van de betere rockbands van het moment, al is de populariteit van de band helaas wat achter gebleven, zeker gezien het zeer hoge niveau van de laatste paar albums. Zo maakte de band in 2019 met Thrashing Thru The Passion wat mij betreft haar beste album tot dusver en dat dit geen toevalstreffer was, bewijst de band deze week met Open Door Policy.

Het achtste studioalbum van de Amerikaanse band uit New York pakt direct in de openingstrack stevig uit met een song die precies laat horen wat The Hold Steady in huis heeft. The Feelers klinkt nog grootser en meeslepender dan de muziek waar de band vijftien jaar geleden mee opdook en zet direct de toon voor de rest van het album.

Hier en daar hoor je nog wel wat invloeden uit de hoogtijdagen van de E-Street Band, maar The Hold Steady heeft inmiddels ook een duidelijk eigen geluid. Het is knap hoe de band uit Brooklyn direct in de openingstrack al een paar keer van kleur verschiet en een stuk of vier memorabele rocksongs in één track propt.

In muzikaal opzicht staat het als een huis, waarbij opvalt dat de muziek van The Hold Steady niet alleen onweerstaanbaar lekker, maar ook spannend klinkt. Verder slaagt de band er in om lekker bombastische muziek te maken, die niet pompeus klinkt en steeds weer grossiert in geweldig gitaar- en pianospel. Het blijft bij The Hold Steady gelukkig altijd rock ’n roll en dat siert de band.

Het eigen geluid van de The Hold Steady wordt deels bepaald door het heerlijk volle geluid op het album, maar de vaak half gesproken zang van Craig Finn is minstens even belangrijk. De voorman van de band is de afgelopen vijftien jaar alleen maar beter gaan zingen en spuugt zijn teksten met veel gevoel en urgentie uit. In tekstueel opzicht heeft hij ook nog het een en ander te melden, wat Open Door Policy nog wat interessanter maakt.

Het achtste studioalbum van The Hold Steady is een fantastische rockplaat vol muzikaal vuurwerk, maar de songs van de band zijn niet alleen aanstekelijk, maar zitten ook nog eens zo knap in elkaar dat je nieuwe dingen blijft horen op dit album. De prachtige productie van Josh Kaufman is de kers op de taart.

Na de eerste albums werd de muziek van de band uit Brooklyn wel enigszins voorspelbaar en was het ook een tijdje stil rond The Hold Steady, maar op het twee jaar geleden verschenen Thrashing Thru The Passion brandde het heilige vuur weer als vanouds en dat heilige vuur brand nog wat krachtiger en intenser op Open Door Policy, dat makkelijk kan uitgroeien tot het beste album tot dusver van de Amerikaanse band.

Het blijft een beetje wonderlijk dat The Hold Steady nog niet door iedereen wordt gerekend tot de grootste rockbands van het moment, maar gezien de kwaliteit van het geweldige Open Door Policy kan dit alleen maar een kwestie van tijd zijn. Erwin Zijleman

The Hold Steady - Teeth Dreams (2014)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Hold Steady - Teeth Dreams - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Als ik heel eerlijk ben was ik langzaam maar zeker toch een beetje uitgekeken op The Hold Steady. Met Boys And Girls In America leverde de band in 2006 een ware klassieker af, waarop het beste van Bruce Springsteen en zijn E-Street Band, The Replacements en Thin Lizzy werd verenigd. Boys And Girls In America haalde Springsteen’s Born To Run naar het nieuwe millennium en leverde een plaat af die ook na veelvuldige beluistering nog aan kwam als een mokerslag. De platen die volgden waren zeker niet slecht, maar voelden uiteindelijk toch aan als herhalingsoefeningen, misschien met uitzondering van het sferische Heaven Is Whenever, dat bij mij uiteindelijk niet echt bleef hangen. Daarom greep ik de laatste tijd toch liever naar de klassiekers van Bruce Springsteen & The E-Street Band, The Replacements en Thin Lizzy en bleven de laatste platen van The Hold Steady in de kast staan. Wat het lot van Teeth Dreams gaat worden durf ik nog niet te voorspellen, maar voorlopig geef ik de plaat een betere kans dan zijn voorgangers. The Hold Steady doet op Teeth Dreams nog veel hetzelfde als op Boys And Girls In America. Ik hoor misschien net wat meer van The Replacements en Thin Lizzy en wat minder Springsteen, maar de invloeden die de doorbraakplaat van The Hold Steady domineerden zijn nog altijd nadrukkelijk aanwezig. Aan de andere kant is de band uit New York ook opgeschoven in de richting van een veelzijdiger en moderner geluid. Een aantal songs op de plaat schuurt nadrukkelijk tegen de successen van Kings Of Leon aan, terwijl de band in de net wat minder directe en uptempo songs ook heel veel invloeden van The Counting Crows laat horen, zeker wanneer de zang die van Counting Crows voorman Adam Duritz benadert. Teeth Dreams is een veelzijdige en prachtig geproduceerde rockplaat met songs van een hoog niveau. Vergeleken met de eerdere platen van de band is het geluid van The Hold Steady een stuk minder rauw geworden, maar ook in net wat meer ingetogen maar nog altijd grootse rocksongs kan de band uitstekend uit de voeten. Teeth Dream laat zich uiteindelijk beluisteren als een tijdreis langs een aantal decennia rockmuziek. Het is een plaat met songs die allemaal lekker in het gehoor liggen en het zijn bovendien songs die allemaal uit kunnen groeien tot songs die memorabel blijken. Aan de andere kant moet je concluderen dat The Hold Steady geen hele bijzondere dingen doet op Teeth Dreams. De uitvoering is dik in orde en nadert de perfectie, maar de punten voor de artistieke waarde liggen toch net wat lager. Omdat Teeth Dreams zo verdomd lekker klinkt en groei laat horen ten opzichte van de vorige platen, geef ik The Hold Steady voorlopig het voordeel van de twijfel. Dat is niet moeilijk, want de plaat knalt werkelijk uit de speakers en met name het gitaarwerk is fenomenaal, maar voor de volgende plaat is er echt meer nodig. Maak ik me daar nu al druk om? Nee. Erwin Zijleman

The Hold Steady - The Price of Progress (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Hold Steady - The Price Of Progress - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Hold Steady - The Price Of Progress
The Hold Steady heeft de uitstekende vorm van het ijzersterke Open Door Policy weten te behouden op The Price Of Progress, waarop het zo karakteristieke geluid van de band nog verder is verrijkt

Na de eerste drie albums was ik wat uitgekeken op de muziek van de Amerikaanse band The Hold Steady, maar de afgelopen tien jaar levert de band uit New York het ene na het andere prachtalbum af. Open Door Policy was twee jaar geleden een hoogtepunt in het oeuvre van de band, maar ook op The Price Of Progress verkeert de band weer in topvorm. Ook op haar nieuwe album staat The Hold Steady weer garant voor lekker vol ingekleurde rocksongs met af en toe een punky attitude, maar de band slaat dit keer ook nieuwe wegen in en staat dankzij songwriter Craig Finn ook altijd garant voor mooie verhalen. De energie en urgentie spatten er er ook dit keer bijna veertig minuten van af en na afloop weet je dat The Hold Steady zich weer heeft verbeterd.

Toen de Amerikaanse band The Hold Steady bijna twintig jaar geleden opdook met haar debuutalbum Almost Killed Me, werd de muziek van de band uit New York vrijwel onmiddellijk vergeleken met die van Bruce Springsteen’s E-Street Band. Dat was op dat moment gewenst vergelijkingsmateriaal, want Springsteen had zijn band tijdelijk op een zijspoor gezet, waardoor The Hold Steady een gapende leegte opvulde.

Met de vergelijking met de E-Street Band deed je het eerste album van The Hold Steady overigens wel wat te kort, want er waren veel meer invloeden te horen op het album. AllMusic.com vat het mooi samen door het album te omschrijven als “The E Street Band after they slipped into the gutter, Thin Lizzy if they got fat and American, and a hundred other bands from Southside Johnny to the early-'70s Kinks that liked to party, but did it with the occasional tear-filled eyes and desperate hearts”.

Ook met albums als Separation Sunday uit 2005 en Boys And Girls In America uit 2006 wist The Hold Steady zich niet te ontworstelen aan de vergelijking met de E Street Band, maar op hetzelfde moment schaarde de band uit New York zich onder de interessantere rockbands van dat moment. Inmiddels zijn we een kleine twintig jaar verder en heeft The Hold Steady een flink stapeltje albums op haar naam staan.

Het is een stapeltje waar wat mij betreft geen zwak album tussen zit en persoonlijk vind ik de albums van de band alleen maar beter worden. Ik vond het in 2021 verschenen Open Door Policy dan ook het voorlopige hoogtepunt binnen het oeuvre van The Hold Steady en dat album krijgt deze week serieuze concurrentie van The Price Of Progress, alweer het negende studioalbum van de band.

Open Door Policy verscheen midden in de coronapandemie, waardoor de band na de release van het album niet veel meer kon doen dan direct weer de studio in duiken. The Price Of Progress verschilt dan ook niet al te veel van Open Door Policy, werd wederom geproduceerd door Josh Kaufman en laat een band in topvorm horen.

The Hold Steady laat zich al lang niet meer volledig vergelijken met de E Street Band, maar is getransformeerd in een veelzijdige rockband met een gevarieerd en duidelijk eigen geluid. Dat eigen geluid wordt voor een belangrijk deel bepaald door de zang van Craig Finn, die zijn teksten bijna voordraagt. Het zijn ook dit keer prachtige teksten, want Craig Finn is een getalenteerd verhalenverteller.

De bijna gesproken zang wordt gecombineerd met een behoorlijk vol en overweldigend geluid, waarvoor flink wat instrumenten uit de kast zijn getrokken, waaronder dit keer ook strijkers en blazers. Het is een geluid waarin de gitaren alle ruimte krijgen, maar ook de keyboards van de een paar jaar geleden teruggekeerde Franz Nicolay hebben aan terrein gewonnen.

The Hold Steady stapt op The Price Of Progress met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de rockmuziek, wat een veelzijdig en dynamisch album oplevert. De band heeft inmiddels een prachtig oeuvre op zijn naam staan en voegt hier weer een sterk album aan toe. Hoe ik The Price Of Progress binnen dit oeuvre ga waarderen zal de tijd moeten leren, maar het zou niet verbazen als het Open Door Policy uiteindelijk nog voorbij gaat, al is het maar omdat The Hold Steady op haar nieuwe album met succes nog wat meer invloeden en geluiden verkent. Erwin Zijleman

The Hold Steady - Thrashing Thru the Passion (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Hold Steady - Trashing Thru The Passion - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Hold Steady - Trashing Thru The Passion
The Hold Steady raakte de afgelopen jaren wat uit vorm, maar keerde vorig jaar terug met een geweldig album, dat de concurrentie met de beste albums van de band aan kan

Ik was wat uitgekeken op The Hold Steady waardoor ik het laatste band van de album links liet liggen vorig jaar, maar toen ik het onlangs toch probeerde had ik daar ontzettend veel spijt van. The Hold Steady klinkt op Trashing Thru The Passion immers minstens net zo energiek en geïnspireerd als in haar beste dagen. Ruim 35 minuten imponeert de band met een portie heerlijke rock ’n roll. Trashing Thru The Passion is rauw, maar valt ook op door de rijke instrumentatie en arrangementen, die nog steeds aan Bruce Springsteen’s E-Street Band doen denken. The Hold Steady was wat uit vorm de afgelopen jaren, maar de vorm op haar laatste album kan alleen maar als blakend worden omschreven.

Vlak voor de jaarwisseling pikte ik het vorig jaar verschenen soloalbum van The Hold Steady voorman Craig Finn op. Het bleek een verassend sterk album, dat sindsdien met enige regelmaat uit de speakers komt.

De band van Craig Finn bracht vorig jaar ook een nieuw album uit en ook dat album bleef op de stapel liggen. Op zich niet zo gek, want The Hold Steady raakte de afgelopen jaren wat uit vorm en schitterde vooral door afwezigheid.

Met name in het eerste decennium van de huidige eeuw maakte de band uit Brooklyn, New York, een aantal geweldige albums. Het zijn albums die in eerste instantie herinnerden aan de E-Street Band in grootse vorm, maar The Hold Steady bleek ook interessant genoeg om zonder de vergelijking met de band van Bruce Springsteen overeind te blijven. De laatste jaren was het vooral stil rond de band, die in 2014 met Teeth Dreams haar laatste wapenfeit en direct ook haar minste album afleverde.

Op het vorig jaar verschenen Trashing Thru The Passion klinkt de Amerikaanse band gelukkig weer energiek en geïnspireerd en herleven de gouden tijden van albums als Separation Sunday uit 2005 en Boys And Girls In America uit 2006.

Ook bij beluistering van Trashing Thru The Passion is de associatie met de muziek van Bruce Springsteen en zijn E-Street Band en met name het werk uit de jaren 70 nauwelijks te onderdrukken. Dat heeft vooral te maken met het lekker volle geluid van The Hold Steady en met het energieniveau waarmee de band uit Brooklyn muziek maakt. En als dan ook nog een saxofoon en een orgeltje opduiken waan je je in Springsteen’s New Jersey uit de jaren 70.

The Hold Steady is echter veel meer dan een E-Street Band tribute band. Ook op Trashing Thru The Passion staat de band uit New York weer garant voor een serie geweldige songs, die met veel passie worden vertolkt. In muzikaal opzicht zijn de verschillen met de vorige albums niet eens zo heel groot, maar het heilige vuur brandt weer net zo intens als in de genoemde gloriejaren van de band.

Trashing Thru The Passion herinnert zeker niet alleen aan de muziek van Springsteen, maar klinkt hier en daar als een omgevallen platenkast uit de jaren 70, waarin zeker albums van Randy Newman, The Rolling Stones en ons eigen Herman Brood in zijn beste dagen opduiken, maar ook The Replacements moeten worden genoemd.

Craig Finn liet op zijn soloalbum al horen dat hij moet worden gerekend tot de meest getalenteerde songwriters van het moment en ook voor zijn band heeft hij een aantal ijzersterke songs geschreven. Het zijn songs die prachtig worden uitgevoerd, waarbij zowel de intensiteit van de vocalen als de prachtige arrangementen en instrumentatie opvallen.

Die instrumentatie klinkt net wat voller dan de vorige albums van de band, wat mede het gevolg is van de terugkeer van verloren zoon Franz Nicolay. De vergelijking met de E-Street Band kan geen moment worden onderdrukt, maar ook Humo heeft gelijk wanneer het stelt dat Trashing Thru The Passion klinkt als The Replacements met Springsteen als voorman. De E-Street Band aangevoerd door Paul Westerberg voldoet overigens even goed.

The Hold Steady is op haar nieuwe album goed voor 35 minuten energieke rock ’n roll en het is rock ’n roll waar de passie, inspiratie en urgentie van af spatten. Het levert een album op dat niet onder doet voor de beste albums van de band uit Brooklyn. Erwin Zijleman

The Hollering Pines - Moments in Between (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Hollering Pines - Moments In Between - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Hollering Pines - Moments In Between
The Hollering Pines is een in Nederland vrij onbekende rootsband, die op haar derde album over flink wat ijzersterke wapens blijkt te beschikken

Wederom een album dat heel lang op de stapel heeft gelegen, maar dat bij eerste beluistering direct flinke indruk wist te maken. The Hollering Pines laat op Moments In Between een mooi geluid horen waarin vooral de snareninstrumenten mogen excelleren. De band kan bovendien uit de voeten met traditioneel klinkende country en countryrock, maar schuwt ook uitstapjes richting pop niet. En tot slot zijn er ook nog eens twee geweldige zangeressen, die garant staan voor geweldige harmonieën. Het is dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek op het moment, maar deze relatief onbekende band uit Utah blijft verrassend makkelijk overeind.

The Hollering Pines is een band uit Salt Lake City, Utah, die eerder dit jaar in eigen beheer haar derde album uitbracht. Ik heb het album al vele maanden in huis, maar was er nog niet toe gekomen om er naar te luisteren. Toen ik dat een week geleden voor het eerst deed, viel ik direct als een blok voor de muziek van de Amerikaanse rootsband.

The Hollering Pines heeft twee geweldige zangeressen, die individueel imponeren, maar vooral samen prachtig klinken. Het zijn zangeressen die stevig uit kunnen halen, maar die ook prachtig gedoseerd kunnen zingen. Het zijn bovendien zangeressen met stemmen die gemaakt zijn voor Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en country en countryrock in het bijzonder.

Vanaf het moment dat Marie Bradshaw en Kiki Jane Sieger begonnen te zingen speelde The Hollering Pines een gewonnen wedstrijd. De harmonieën op het album zijn uitermate trefzeker en de stemmen van de twee zangeressen van de band kleuren zo goed bij elkaar dat het wel haast de stemmen van zussen moeten zijn, wat ook inderdaad het geval blijkt.

De stemmen van de twee zangeressen zijn zeker niet de enige twee sterke wapens van The Hollering Pines. De band uit Salt Lake City laat op Moments In Between een fraai en vaak wat broeierig rootsgeluid horen. Het derde album van de Amerikaanse band zou geproduceerd kunnen zijn door Daniel Lanois, maar de fraaie productie komt van de band zelf.

Moments In Between ademt de sfeer van het zuiden van de Verenigde Staten en streelt het oor met prachtig en vaak breed uitwaaiend snarenwerk. De band trekt een heel arsenaal aan gitaren uit de kast en dat levert een prachtig geluid op. Het is een geluid dat verder wordt verrijkt door twee pedal steel gitaristen van wereldklasse, Gary Morse en uiteraard Greg Leisz. Het levert een wat loom geluid op, maar het is ook een geluid van een bijzondere schoonheid. De band speelt op Moments In Between over het algemeen ingetogen, wat de stemmen van de twee geweldige zangeressen van The Hollering Pines alle ruimte geeft. Hier weten Marie Bradshaw en Kiki Jane Sieger wel raad mee.

In vocaal en muzikaal opzicht is het smullen voor de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar ook de songs van de band uit Utah zijn van hoog niveau. The Hollering Pines beweegt op haar derde album vooral binnen de grenzen van de Amerikaanse rootsmuziek, maar schuwt uitstapjes richting pop niet volledig, waardoor een aantal songs op het album klinkt als Fleetwood Mac dat de weelde van Los Angeles aan het eind van de jaren 70 even heeft verlaten voor het uitgestrekte Utah.

Ik heb dit jaar heel veel rootsalbums beluisterd, waaronder ook flink wat in eigen beheer uitgebrachte albums, maar tussen al deze albums houdt Moments In Between van The Hollering Pines zich vrij makkelijk staande. Het is een album dat liefhebbers van traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek makkelijk zal overtuigen, maar ook de liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek met een wat bredere smaak zal zomaar kunnen vallen voor het derde album van The Hollering Pines. Ik was bij eerste beluistering nog bang dat het na een paar keer horen zou gaan vervelen, maar Moments In Between wordt alleen maar beter. Prachtplaat! Erwin Zijleman

The Human League - A Very British Synthesizer Group (2016)

Alternatieve titel: Anthology

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Human League - A Very British Synthesizer Group (Anthology) - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Een week of twee geleden stond de Britse band The Human League nog in een uitverkocht Paradiso.

Dat zag er misschien uit als een (fout) jaren 80 feestje, maar zeker achteraf bezien moet worden geconcludeerd dat The Human League een zeer invloedrijke 80s band is geweest en veel meer dan de eendagsvlieg van de hitsingle Don’t You Want Me.

Het is allemaal goed te horen op de onlangs verschenen verzamelaar met de fraaie titel A Very British Synthesizer Group (ondertitel: Anthology). De uit twee cd's bestaande luxe editie van deze verzamelaar geeft een mooi beeld van de lange carrière van The Human League en het is een carrière met vele gezichten.

The Human League brak in 1981 door met het succesvolle Dare! en de nog succesvollere hitsingle Don’t You Want Me, maar had toen met Reproduction (1979) en Travelogue (1980) al twee bijzondere platen afgeleverd. Het zijn platen die ver zijn verwijderd van de succesformule van Dare! en een verrassend experimenteel geluid laten horen.

Het is een geluid dat zeer sterk is beïnvloed door de muziek van Kraftwerk, maar het popliedje met een kop en een staart nog veel verder uit het oog heeft verloren dan de Duitse band aandurfde in de jaren 70. De songs van de eerste twee platen van The Human League bevatten overigens niet alleen volop referenties naar de muziek van Kraftwerk, maar zijn ook hoorbaar beïnvloed door de muziek van een andere baanbrekende Duitse band uit de jaren 70: Tangerine Dream.

Vanaf Dare! moest zanger Philip Oakey het doen zonder de creatieve breinen van versie 1.0 van The Human League (Martyn Ware en Ian Craig Marsh, die vervolgens in de band Heaven 17 zouden opduiken) en rekruteerde hij twee zangeressen, Susanne Sulley en Joanne Catherall. Het bleek een gouden greep, want het door Martin Rushent geproduceerde Dare! zorgde, mede dankzij een aantal hitgevoelige singles, voor het succes dat was uitgebleven na de release van de eerste twee platen.

Don’t You Want Me was van deze singles met afstand de meest succesvolle, maar het is zeker niet de beste track op het zeer overtuigende Dare! dat veel experimenteler is dan de aanstekelijke single doet vermoeden.

Het succes van Dare! steeg The Human League aan het begin van de jaren naar het hoofd, want voor opvolger Hysteria versleet de band minstens twee topproducers en experimenteerde het bovendien ver buiten de kaders van de elektronische popmuziek die het zo goed beheerste. Hysteria is hierdoor een plaat van momenten en uiteraard zijn die vertegenwoordigd op deze verzamelaar.

The Human League zou vervolgens nog vijf platen maken die in heel veel platenkasten ontbreken, maar die, mede door de sterke zang van Oakey, iedere keer altijd wel één of twee echt memorabele popliedjes opleverden.

Het maakt van de beluistering van A Very British Synthesizer Group een verrassend aangename bezigheid. Mijn waardering voor The Human League is door deze mooie compilatie in ieder geval flink gestegen en nog steeds hoor ik geweldige nieuwe dingen op de verzamelaar, die in de nog luxere versies kan worden uitgebreid tot uren beeld en geluid.

The Human League is absoluut “a very British synthesizer group”, maar het is ook een verrassend invloedrijke en verrassend goede synthesizer group. Erwin Zijleman

The Icicle Works - The Icicle Works (1984)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Icicle Works - The Icicle Works (1984) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Icicle Works - The Icicle Works (1984)
De Britse band The Icicle Works is nooit een hele grote band geworden, maar als ik luister naar het geweldige debuutalbum van de band uit 1984 denk ik dat er veel meer in had moeten zitten voor de band

Het kan soms raar lopen in de muziek. Met haar debuutalbum was The Icicle Works uit Liverpool in 1984 een stuk beter dan andere startende bands, maar waar een aantal van deze bands in de loop van de jaren 80 stadions zouden vullen, bleef de band rond Ian McNabb een wat obscuur bandje. Het is een band die na het briljante debuut ver terugviel en het moest hebben van een paar aardige singles, maar het debuut van de band blijft een prachtalbum. Het is bovendien een prachtalbum dat de tand des tijds verrassend goed heeft doorstaan en echt een flink stuk beter dan veel vergelijkbare albums uit het decennium. Hoogste tijd dus voor eerherstel.

Toen ik onlangs wat rondneusde tussen mijn lp’s uit de jaren 80, kwam ik het titelloze debuutalbum van de Britse band The Icicle Works uit 1984 tegen. De band scoorde later in de jaren 80 een culthit met Understanding Jane, maar speelde verder een kleine rol in het decennium. De band uit Liverpool zou uiteindelijk vijf albums uitbrengen, maar toen de laatste van het stel in 1990 verscheen was de band al op sterven na dood.

Voorman Ian McNabb begon vervolgens aan een solocarrière die in 1995 piekte met het samen met leden van The Crazy Horse gemaakte Head Like A Rock (helaas niet te vinden op de streaming media diensten) en in 1996 een prima vervolg kreeg met Merseybeast. De rest van het solowerk van de Britse muzikant kabbelt wat voort en dat geldt ook voor de laatste vier albums van zijn band The Icicle Works. Het titelloze debuut van de band uit 1984 is echter een prachtplaat.

Op basis van het debuutalbum werd The Icicle Works een minstens net zo glanzende carrière voorspeld als bijvoorbeeld The Simple Minds en U2, maar het zou er nooit van komen. Aan de kwaliteit van het album lag het zeker niet, want het debuutalbum van The Icicle Works is wat mij betreft een van de betere albums uit de jaren 80.

Net als bijvoorbeeld The Sound, dat enigszins vergelijkbare muziek maakte, moest The Icicle Works het doen met wat culthits, maar inmiddels is het debuutalbum van de Britse band vrijwel door iedereen vergeten. Ook door mij overigens, maar vrijwel onmiddellijk nadat ik de lp uit 1984 op de platenspeler had gelegd, was ik weer onder de indruk van de muziek van The Icicle Works.

De band laat direct vanaf de eerste noten van haar debuut een fraai en betrekkelijk rijk ingekleurd geluid horen, waarin zowel ruimte is voor synths als voor gitaren en waarin de ritmesectie de boel aardig opzweept. Het is een avontuurlijk klinkend geluid, maar de muziek van The Icicle Works laat ook de grootse en meeslepende muziek horen die in de jaren 80 zo populair was.

De openingstrack Chop The Tree wordt gevolgd door een van de mooiste popliedjes uit de jaren 80, Love Is A Wonderful Colour. Het is een grootse en heerlijk melodieuze popsong, die opvalt door fraaie tempowisselingen, een vleugje psychedelica en door de uit duizenden herkenbare stem van Ian McNabb, die een album lang laat horen dat hij beter zingt dan de meeste zangers van de bands die wel groot werden in de jaren 80.

Bij beluistering van muziek uit de jaren 80 valt me vaak op dat de vaak van veel galm voorziene muziek uit het decennium de tand des tijds maar moeizaam heeft doorstaan. Het geldt ook voor de latere albums van The Icicle Works, maar wat mij betreft niet voor het debuutalbum van de band.

De popsongs van de band uit Liverpool zijn net wat avontuurlijker dan die van de meeste andere bands uit deze periode en The Icicle Works verwerkt bovendien meer invloeden in haar muziek, waaronder het al genoemde vleugje psychedelica en invloeden uit de postpunk. Met name door de psychedelische invloeden klinkt de band wat minder Brits.

Ik was het grootste deel van het debuut van de Britse band al lang weer vergeten, maar de melodieuze songs op het album drongen zich eigenlijk direct op. The Icicle Works klinkt op haar debuutalbum als een mix van alles dat ik leuk vond in de jaren 80: Simple Minds, U2, Echo & The Bunnymen, Teardrop Explodes, The Sound, The Chameleons en ga zo maar door. Het levert een geweldig debuutalbum op dat echt een veel beter lot had verdiend. Erwin Zijleman

The Icypoles - My World Was Made for You (2014)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Icypoles - My World Was Made For You - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het zijn de subjaarlijstjes naar genre van de Amerikaanse muzieksite PopMatters die me dit jaar de leukste tips opleveren. Uit het lijstje met de leukste indie-pop heb ik zelfs twee gouden tips gehaald, die allebei deze week aan bod komen op mijn BLOG.

De meest bijzondere van de twee is ongetwijfeld My World Is Made For You van The Icypoles. The Icypoles is een Australische band die bestaat uit vier zangeressen.

De stemmen van deze zangeressen staan centraal op My World Is Made For You, want de instrumentatie is in de meeste songs uiterst sober of zelfs minimalistisch. Het levert hele bijzondere muziek op die soms behoorlijk experimenteel is, maar zomaar om kan slaan in bijzonder toegankelijke popmuziek.

Het zijn op het eerste gehoor simpele songs die The Icypoles op hun debuut hebben gezet, maar wat zit het allemaal knap in elkaar. The Icypoles hebben hun songs teruggebracht tot de essentie. Dat hoor je in de instrumentatie waarin ieder gitaarloopje of basloopje er toe doet, maar je hoort het ook in de vocalen die nooit overdadig zijn en waarin doseren een belangrijke rol speelt.

Slechts spaarzaam worden alle stemmen tegelijk ingezet, wat ook direct de meest toegankelijke songs oplevert. Het zijn songs die vooral geïnspireerd lijken door de meisjesgroepen uit de jaren 50 en 60, maar het heeft af en toe ook wat van Bananarama (en uiteraard Bananarama in de beginjaren, toen het nog best een leuke guilty pleasure was).

My World Is Made For You schakelt ook binnen de over het algemeen korte songs tussen frisse popmuziek, riot Grrl emotie, bijzonder experimentele tracks en dromerige en wat spookachtige songs die het goed zullen doen in de nieuwe Twin Peaks serie die volgend jaar moet verschijnen en soms wel wat hebben van The Xx.

Heel soms lijken het wel kinderliedjes die The Icypoles uit de speakers toveren, maar hiertegenover staan prachtige momenten die ook de serieuze en veeleisende muziekliefhebber zullen laten smelten.

In eerste instantie vond ik My World Is Made For You van The Icypoles vooral leuk omdat de muziek van het Australische viertal zo anders is, maar na enige gewenning ontdekte ik ook de schoonheid in de muziek van The Icypoles en viel steeds meer op zijn plek.

The Icypoles zijn het best wanneer ze kiezen voor dromerige en donkere zwijmelpop, maar ook als het viertal kiest voor een wat stekeliger geluid of juist voor schaamteloze popmuziek valt er veel te genieten op My World Is Made For You van The Icypoles. Natuurlijk blijven er ook nog wel wat momenten over waar ik minder makkelijk chocolade kan maken, maar ik ben er van overtuigd dat ook die songs me nog wel in gaan pakken, zeker nu ik zielsveel begin te houden van de meeste andere songs op deze bijzondere of zelfs unieke plaat.

My World Is Made For You van The Icypoles heeft in Nederland tot dusver helemaal niets gedaan, maar hopelijk geeft de steun van één van de meest invloedrijke muzieksites van het moment het viertal een zetje in de goede richting.

Overigens is deze plaat nog veel mooier en intrigerender wanneer je de plaat met de koptelefoon beluistert omdat dan de kracht van de subtiele details pas echt aan de oppervlakte komt. Bijzondere plaat dit en een erg mooie en aangename plaat bovendien. Erwin Zijleman

The Infamous Stringdusters - Ladies & Gentlemen (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Infamous Stringdusters - Ladies & Gentlemen - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

The Infamous Stringdusters is een bluegrass band uit Nashville, Tennessee, die inmiddels al ruim tien jaar aan de weg timmert en vooral haar naam eer aan doet.

Mijn cd speler wisten de Amerikaanse snarenwonders daarom tot dusver dan ook niet te vinden, maar dat ik naar Ladies & Gentlemen wilde luisteren, wist ik direct toen ik het persbericht ter promotie van deze plaat een aantal weken geleden in mijn mailbox zag.

Voor haar zesde plaat heeft de band uit Nashville immers een flink aantal geweldige zangeressen van naam en faam weten te strikken.

Joan Osborne, Sarah Jarosz, Joss Stone, Nicki Bluhm, Mary Chapin Carpenter, Sara Watkins, Aoife O’Donovan en Abigail Washburn reken ik stuk voor stuk tot mijn favorieten en ook de resterende zangeressen op de plaat (Lee Ann Womack, Celia Woodsmith en de zeer overtuigende Claire Lynch) voorzien Ladies & Gentlemen van flink wat vocaal vuurwerk. Dat combineert prachtig met de geweldige instrumentatie, want het dobro, gitaar, banjo, bas en vioolspel op de plaat zijn van een bijzonder hoog niveau.

The Infamous Stringdusters blijven de bluegrass trouw op Ladies & Gentlemen, maar worden af en toe gedwongen tot kleine uitstapjes buiten de gebaande paden. Zo dwingen ze Joss Stone in het keurslijf van de bluegrass, maar trekt de Britse zangeres de band ook voorzichtig richting de soul, net als de gelouterde Mary Chapin Carpenter de band richting haar vertrouwde geluid beweegt.

Ik had op voorhand enige angst dat iedere keer een andere zangeres achter de microfoon zou leiden tot een wat gefragmenteerde en onevenwichtige plaat, maar dat is zeker niet het geval. Ladies & Gentlemen wordt steeds gedragen door virtuoze muzikanten, die iedere keer een net wat andere, maar altijd uitstekende zangeres naar grote hoogten tillen.

Dat Ladies & Gentlemen zo’n aangename plaat is, is voor een belangrijk deel de verdienste van de zangeressen op de plaat, al dwingt de virtuoze maar altijd functionele instrumentatie op de plaat ook steeds meer respect af.

Op basis van het persbericht verwachte ik een interessante plaat. Dat is Ladies & Gentlemen zeker, maar het is ook meer dan dat. Mooie en bijzondere plaat voor een ieder die niet bang is voor een beetje bluegrass en gek is op vrouwenstemmen en het betere snarenwerk. Erwin Zijleman

The Infamous Stringdusters - Laws of Gravity (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Infamous Stringdusters - Laws Of Gravity - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

The Infamous Stringdusters is een bluegrass band uit Nashville, Tennessee, die tot vorig jaar vooral haar naam eer aan deed.

Voor het bijna een jaar geleden verschenen Ladies & Gentlemen kozen de snarenwonders uit Nashville echter een andere benadering en werd een heel legioen aan geweldige zangeressen uitgenodigd.

Met een persbericht met namen als Joan Osborne, Sarah Jarosz, Joss Stone, Nicki Bluhm, Mary Chapin Carpenter, Sara Watkins, Aoife O’Donovan en Abigail Washburn was mijn interesse direct gewekt en Ladies & Gentlemen hield deze interesse ook moeiteloos vast.

Kortom, experiment geslaagd, maar hoe nu verder? Op de nieuwe plaat van The Infamous Stringdusters, Laws Of Gravity, doet de band het weer zonder de gouden keeltjes van naam en faam (al waren de mij minder bekende zangeressen misschien nog wel overtuigender) en bespelen de heren van de band niet alleen een flink arsenaal aan snareninstrumenten, maar nemen ze ook de vocalen voor hun rekening.

Laws Of Gravity is daarom niet zo opvallend als zijn voorganger en klinkt ook een stuk eenvormiger en traditioneler. Dat klinkt misschien niet erg positief, maar Laws Of Gravity is een prima plaat.

De bluegrass van de band uit Nashville klinkt misschien traditioneel, maar het snarenwerk op onder andere gitaar, banjo, bas en vioolspel is weergaloos, soms onnavolgbaar en razendsnel. Zeker wanneer het tempo hoog ligt, klinkt de band moderner dan je op basis van het bovenstaande doet vermoeden en wordt een bandje als Mumford & Sons op alle fronten verpulverd.

Laws Of Gravity vereist, meer dan zijn voorganger, enige liefde voor bluegrass, maar als je iets kunt met dat genre valt er op de nieuwe plaat van The Infamous Stringdusters heel veel te genieten.

In muzikaal opzicht zit het allemaal geweldig in elkaar en wordt bovendien gekozen voor voldoende variatie om het voldoende onvoorspelbaar te houden (wat in de bluegrass nog wel eens een probleem is). In vocaal opzicht moet de band het natuurlijk afleggen tegen de geweldige zangeressen van de vorige plaat, maar blijft Laws Of Gravity wel overeind.

Ten tijde van de O Brother, Where Art Thou? soundtrack werden we overvoerd met bluegrass platen en sloeg de verzadiging op een gegeven moment toe. Nu bluegrass platen in Europa weer wat minder gangbaar zijn is een krent uit de bluegrass pap zo af en toe wel interessant en Laws Of Gravity van The Infamous Stringdusters is er zeker een. Misschien niet zo opzienbarend als de voorganger, maar wel gewoon goed. Heel goed zelfs. Erwin Zijleman

The Innocence Mission - Midwinter Swimmers (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Innocence Mission - Midwinter Swimmers - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: The Innocence Mission - Midwinter Swimmers
Karen en Don Perris maken als The Innocence Mission inmiddels al 35 jaar prachtige albums en leveren nu met het zeer sfeervolle Midwinter Swimmers misschien wel hun mooiste album tot dusver af

Midwinter Swimmers van The Innocence Mission was echt pas een paar noten onderweg, maar ik was al verkocht. Het was het resultaat van de buitengewoon sfeervolle klanken waar de Amerikaanse band inmiddels het patent op heeft en zeker ook van de unieke stem van Karen Peris, die je moeilijk kan verdragen of waar je zielsveel van houdt. Ik ben al 35 jaar zeer gecharmeerd van de zang van Karen Peris, maar in de fraaie instrumentatie op en bijzondere productie van Midwinter Swimmers komt haar zo karakteristieke stem nog veel beter tot zijn recht. Het levert de perfecte soundtrack op voor een hele lange en koude winter. The Innocence Mission heeft wederom een werkelijk wonderschoon album afgeleverd.

De Amerikaanse band The Innocence Mission gaat inmiddels ruim 35 jaar mee en is met het deze week verschenen Midwinter Swimmers toe aan haar veertiende album. De band, met het echtpaar Karen en Don Perris als belangrijkste leden, maakte haar mooiste album wat mij betreft met het in 1995 uitgebrachte Glow, maar ook de laatste twee albums van de band uit Lancaster, Pennsylvania, vond ik heel erg mooi.

Zowel op Sun On The Square uit 2018 als See You Tomorrow uit 2020 maakte The Innocence Mission zeer sfeervolle en vaak wat folky muziek, die van een speciaal karakter werd voorzien door de bijzondere stem van Karen Perris, die klinkt als een mix van Edie Brickell en Harriet Wheeler (The Sundays), maar ook iets heeft van Joni Mitchell en Natalie Merchant. De muziek van The Innocence Mission raakte op de vorige twee albums soms aan 10,000 Maniacs en soms aan Mazzy Star, maar had ook het unieke karakter dat de albums van The Innocence Mission al zo lang kenmerkt.

De Amerikaanse band heeft voor haar nieuwe album onderdak gevonden bij het Britse Bella Union label, dat een compliment verdient voor de goede smaak. Het deze week verschenen Midwinter Swimmers volgt op een album met kinderliedjes van Karen Perris, dat overigens ook zeer geschikt was voor volwassenen. Midwinter Swimmers komt voor mij wat uit de lucht vallen, maar over dit soort surprises hoor je mij niet klagen.

Het album opent met een track die wel wat aan Mazzy Star doet denken, maar dan wel met de stem van Karen Perris in plaats van die van Hope Sandoval. Uit de bovenstaande omschrijving blijkt al wel dat Karen Perris beschikt over een bijzondere stem en het is een stem die ook dit keer niet iedereen mooi zal vinden. Zelf heb ik inmiddels al 35 jaar een zwak voor de stem van de Amerikaanse muzikante en het is een stem die in al die jaren alleen maar mooier is geworden.

De stem van Karen Perris staat op het nieuwe album van The Innocence Mission net wat meer in de spotlights, want de muziek op Midwinter Swimmers is op zich behoorlijk ingetogen. The Innocence Mission staat bekend om zeer smaakvolle muziek en die hoor je ook op het nieuwe album, dat lijkt gemaakt voor donkere en koude winteravonden. De muzikale basis bestaat vooral uit akoestische gitaren en piano, maar de sfeervolle accenten zijn ook dit keer niet vergeten, met hier en daar een hoofdrol voor wonderschone arrangementen, fraai elektrisch gitaarwerk en beeldende orkestraties.

Wat direct opvalt bij beluistering van het nieuwe album van de Amerikaanse band is de bijzondere productie. De Britse kwaliteitskrant The Guardian noemt het een lo-fi productie, maar ik vind het album vooral nostalgisch klinken met vaak een jaren 60 sfeer. Het past allemaal prachtig bij de unieke stem van Karen Perris, die qua stem ook wel wat heeft van de psychedelische folkies uit de jaren 60.

Een album van The Innocence Mission is voor mij altijd een album om naar uit te kijken, maar Midwinter Swimmers heeft mijn hoge verwachtingen makkelijk overtroffen. Karen en Don Perris hebben hun nieuwe album voorzien van een buitengewoon stemmig en ook gloedvol geluid, dat de ruimte op bijzondere wijze vult en dat alleen maar mooier wordt. Ik heb Glow uit 1995 er ook nog maar eens bij gepakt, maar ik vind Midwinter Swimmers eigenlijk beter en dat zegt wat. Erwin Zijleman

The Innocence Mission - See You Tomorrow (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Innocence Mission - See You Tomorrow - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Innocence Mission - See You Tomorrow
The Innocence Mission maakt inmiddels al meer dan 30 jaar bijzondere muziek en ook op het nieuwe album van het Amerikaanse duo zijn de songs weer wonderschoon

The Innocence Mission is na 30 jaar nog steeds niet wereldberoemd, maar de fans van de band koesteren ieder nieuw album. See You Tomorrow is nog wat mooier dan de terecht geprezen voorganger en combineert mooie stemmige klanken met de expressieve stem van Karen Peris. De muziek van The Innocence Mission klinkt op See You Tomorrow ontspannen, ruimtelijk, weemoedig en dromerig en sleurt je mee naar het bijzondere muzikale universum van de band uit Pennsylvania. Niet iedereen zal er ontvankelijk voor zijn, maar als dit album je raakt, raakt het je stevig.

The Innocence Mission is een band uit Lancaster, Pennsylvania, die inmiddels al meer dan 30 jaar garant staat voor hele mooie muziek. De band rond het echtpaar Karen en Don Peris debuteerde in 1989 en is dit jaar alweer toe aan haar dertiende album.

De vorige twaalf waren niet allemaal even goed, maar het Amerikaanse duo is inmiddels toch goed voor een zeer ruime handvol albums van een bijzonder hoog niveau. See You Tomorrow is de opvolger van het in 2018 verschenen Sun On The Square, dat ik een stuk beter vond dan zijn directe voorgangers. Het nieuwe album van het Amerikaanse duo vind ik nog net wat mooier en is nog zeker niet uitgegroeid.

See You Tomorrow laat het inmiddels herkenbare geluid van The Innocence Mission horen. Don en Karen Peris zorgen voor buitengewoon sfeervolle klanken, die meestal ook wel wat weemoedig klinken. Door het grotendeels akoestische geluid van The Innocence Mission, dat wordt gedomineerd door piano en akoestische gitaar en vervolgens is aangevuld met keyboards, percussie en strijkers, doet de muziek van de band op het eerste gehoor wat folky aan.

Waar het geluid van de band uit Pennsylvania vooral sfeervol en ingetogen is, trekt de stem van Karen Peris ook op het nieuwe album van de band weer nadrukkelijk de aandacht. Het is een stem die altijd al bestond uit gelijke delen Edie Brickell en Harriet Wheeler (The Sundays), maar het is ook een stem vol emotie, die in de verte iets heeft van Joni Mitchell. Het is een stem die niet iedereen mooi zal vinden, maar mij had Karen Peris direct weer te pakken.

De combinatie van uiterst sfeervolle klanken en een expressieve stem zorgt er voor dat de muziek van The Innocence Mission soms wel wat heeft van 10,000 Maniacs, maar ik heb ook altijd wel wat associaties met Mazzy Star. Boven alles heeft The Innocence Mission een eigen geluid en het is een geluid dat op See You Tomorrow prachtig klinkt.

Karen en Don Peris namen het nieuwe album van hun band thuis op en deden dat in alle rust. Het zorgt ervoor dat de muziek van het tweetal ontspannen klinkt, maar je hoort ook dat er veel zorg is besteed aan de instrumentatie. Het is een instrumentatie die zoals gezegd stemmig en wat weemoedig is, maar The Innocence Mission heeft het geluid op haar nieuwe album ook prachtig ingekleurd.

De instrumentatie is bovendien volledig in balans met de bijzondere stem van Karen Peris, die nog wat extra melancholie kan toevoegen aan de songs op See You Tomorrow, maar die ook mooi dromerig kan zingen.

Als ik naar de muziek van The Innocence Mission luister verwonder ik me altijd over het feit dat de band uit Pennsylvania na al die jaren nog zo onbekend is. Na beluistering van See You Tomorrow doe ik dat nog wat meer, want wat is het een mooi en bijzonder album. De breed uitwaaiende klanken en de emotievolle vocalen slepen je direct bij de eerste noten mee naar een ander muzikaal universum en laten pas weer los wanneer het album na 11 songs en 34 minuten ophoudt.

See You Tomorrow is hiermee geen heel lang album, maar het is wel een album dat 34 minuten lang betovert met muziek zoals alleen The Innocence Mission die kan maken. Het feit dat het album werd opgenomen in een aantal ruimtes in het huis van Karen en Don Peris voorziet See You Tomorrow ook nog eens van een ruimtelijk en beeldend geluid en het is bovendien een intiem geluid. Als je de band niet kent zal het even wennen zijn, maar voor de fans van het eerste uur is het weer smullen. Erwin Zijleman

The Innocence Mission - Sun on the Square (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Innocence Mission - Sun On The Square - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Innocence Mission debuteerde in 1989 en heeft inmiddels een dozijn platen op haar naam staan. Het zijn voor een deel platen die ik koester, maar voor een deel ook platen die ik helemaal niet ken.

De band uit Lancaster, Pennsylvania, trok met een aantal van haar platen veel aandacht en oogstte terecht lovende recensies, maar bracht net zo vaak platen uit die totaal onopgemerkt bleven. Het geldt gelukkig niet voor het onlangs verschenen Sun On The Square, dat al ruim voor de release onder mijn aandacht werd gebracht.

The Innocence Mission maakte op haar op al weer bijna 30 jaar oude debuut vooral ingetogen muziek met flink wat invloeden uit de folk. Deze invloeden zijn gebleven, maar de muziek van de Amerikaanse band is in de loop der jaren alleen maar ingetogener geworden.

Sun On The Square wordt gedragen door de mooie stem van zangeres Karen Peris, die met haar stem ergens tussen Edie Brickell en Harriet Wheeler (The Sundays) in zit. De mooie en heldere vocalen op de plaat worden omgeven door een spaarzaam ingezet arsenaal aan instrumenten. In het instrumentarium van de band staan akoestische gitaren centraal, maar de band verrijkt haar geluid op subtiele wijze met vooral strijkers en piano.

De inzet van flink wat instrumenten voorziet het geluid van The Innocence Mission van verrassend veel kleur, maar het zijn uiterst subtiele kleuren. Sun On The Square is een sobere plaat waarop vooral de details van belang zijn. Deze details komen voor een deel van Karen Peris, die meer variatie aanbrengt in haar zang dan je bij eerste beluistering zult vermoeden. De rest van de band, aangevoerd door Don Peris, kleurt prachtig om de mooie vocalen heen en voorziet de nieuwe plaat van de band uit Pennsylvania van een geluid dat varieert van pastoraal tot sprookjesachtig.

The Innocence Mission maakt muziek die in flink wat tracks dicht tegen traditionele folk aan zit, maar de band klinkt toch net wat anders dan de gemiddelde folkies. Toen ik de plaat op de achtergrond liet voortkabbelen had ik het na een paar tracks wel gehoord en sloeg de verveling toe, maar toen ik de plaat wat later met volledige aandacht beluisterde, kwamen alle songs op fascinerende wijze tot leven.

De soms wat lieflijk en soms pastoraal klinkende stem van Karen Peris zal niet iedereen kunnen waarderen, maar ik vind het al die jaren na het zo bijzondere debuut nog steeds prachtig. Hetzelfde geldt voor de instrumentatie, die op uiterst subtiele wijze indrukwekkende spanningsbogen weet op te zetten en de zang van Karen Peris voorziet van de perfecte ondergrond.

The Innocence Mission doet op Sun On The Square misschien geen hele spannende dingen, maar het spreekt me toch net wat meer aan dan de vorige platen van de band, die in muzikaal opzicht minder boeiden en ook minder indruk maakten met de songs.

Het uiterst ingetogen Sun On The Square is zeker geen plaat voor alle momenten, maar zeker op de late avond of vroege ochtend betovert The Innocence Mission met songs die steeds meer aan diepte winnen en die laten horen dat de band uit Pennsylvania ook na bijna dertig jaar nog altijd bestaansrecht heeft en platen maakt die behoren tot het mooiste dat in het genre wordt gemaakt. Erwin Zijleman

The Jam - Fire and Skill (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Jam - Fire & Skill: The Jam Live - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

The Jam zette tussen 1977 en 1982 het Verenigd Koninkrijk volledig op zijn kop.

In Nederland moesten we echter niet zo heel veel hebben van de band, waardoor ook ik de platen van The Jam in eerste instantie volledig heb gemist.

Die schade heb ik later gelukkig in kunnen halen met een serie bijzonder fraaie reissues, waardoor ik de band inmiddels wel op de juiste waarde kan schatten.

De band, die ik inmiddels schaar onder de beste Britse bands aller tijden, nog eens live zien gaat normaal gesproken niet meer lukken, maar dankzij de vorige week verschenen box-set Fire & Skill heb ik inmiddels toch een aardig beeld van de podiumprestaties van de band rond Paul Weller.

Fire & Skill bestaat uit maar liefst 6 cd’s en bevat bijna zesenhalf uur muziek. Dat lijkt wat overdreven, zeker voor een ieder die al wat live-werk van de band in huis heeft, maar ik vind het persoonlijk een mooi en ook waardevol document.

De 6 cd’s in het boxje bevatten allemaal één live-set en iedere set stamt uit een ander jaar van de 6 jaar durende carrière van The Jam. Fire & Skill laat hierdoor goed horen hoe The Jam zich gedurende deze carrière heeft ontwikkeld. Van de rauwe en flink door punk geïnspireerde band die kleine zaaltjes op zijn kop zette, tot de gelouterde band die de Wembley Arena vijf avonden achter elkaar plat speelde.

Veel songs komen meerdere keren terug en in vrijwel alle gevallen zijn de versies zeer verschillend. Na de periode waarin punk domineerde, eerde The Jam nadrukkelijk de grote helden uit de jaren 60 (The Beatles, The Who, maar vooral The Kinks), terwijl de band in haar nadagen nadrukkelijk flirtte met de muziek van Motown. In al deze periodes klonk de band opvallend energiek en gedreven.

Natuurlijk ga ik dit live-document niet zo vaak uit de kast halen als de tot klassiekers uitgegroeide studioplaten, maar zo op zijn tijd klinkt deze portie pure energie en gedrevenheid bijzonder lekker. Erwin Zijleman

The Jam - Setting Sons (1979)

poster
4,5
Mooie reissue. Eindelijk ontdekt.

Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Jam - Setting Sons, Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Vraag een muziekliefhebber in Engeland naar de beste en meest invloedrijke bands uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 en ik weet bijna zeker dat hij of zij The Jam zal noemen. Stel dezelfde vraag aan een Nederlandse muziekliefhebber en ik weet bijna zeker dat hij of zij The Jam niet zal noemen.

In Nederland moesten we nooit zoveel hebben van de band van Rick Buckler, Bruce Foxton en Paul Weller. Wanneer in Engeland een nieuwe release van The Jam zorgde voor hysterische toestanden haalden we in Nederland onze schouders op. Wanneer de Engelse critici strooiden met superlatieven waren we in Nederland zeer zuinig met positieve woorden. En toen The Jam in 1980 The Jam Pinkpop mocht afsluiten, gingen de meeste Nederlanders alvast naar huis, want het was natuurlijk een takkeneind vanuit Geleen.

Ik heb me hier zelf ook schuldig aan gemaakt en heb de schade nooit helemaal ingehaald. Natuurlijk heb ik ver na het uit elkaar vallen van The Jam wel eens een verzamelaar van de band in huis gehaald, maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit een regulier album van de band van de eerste tot de laatste noot heb beluisterd.

Het is er vorige week toch nog van gekomen, want toen verscheen de re-issue van Setting Sons, de vierde plaat van de band uit Engeland. Setting Sons verscheen in 1979 en was de opvolger van het in 1978 verschenen All Mod Cons, dat in Engeland had gezorgd voor de definitieve doorbraak van The Jam. Setting Sons zorgde ook voor succes in de Verenigde Staten, maar in Nederland deed de plaat niet veel.

Het is achteraf bezien onbegrijpelijk, want wat is Setting Sons een goede plaat. Een waanzinnig goede plaat zelfs. De originele versie van Setting Sons bevat 10 songs en het zijn 10 songs die behoren tot het beste dat in de Britse muziekgeschiedenis is gemaakt. The Jam debuteerde in het jaar van de punk (1977) en invloeden uit de punk zijn ook op Setting Sons nog nadrukkelijk aanwezig. De plaat citeert echter ook nadrukkelijk uit de archieven van de Britse popmuziek en met name uit de archieven van The Kinks.

Op Setting Sons maakt The Jam gitaarpop die is teruggebracht tot de essentie. Gitaar, bas, drums en vocalen, meer is er niet nodig voor de popsong met een kop en een staart (al duiken ook een keer strijkers op). Meer is er niet nodig voor een popsong die na één keer horen voorgoed in het geheugen is opgeslagen.

De ritmesectie is superstrak, terwijl het gitaarwerk van Paul Weller verrassend gevarieerd is. Hierbovenop komen de gedreven vocalen van diezelfde Paul Weller, de ijzersterke melodieën en de onweerstaanbare refreinen.

Setting Sons is in alle opzichten een klassieker. Een plaat die in geen enkele platenkast mag ontbreken, een plaat die niet onder doet voor die van de beste Britse bands uit de jaren 60, 70, 80 en 90. De luxe versie van de re-issue van Setting Sons bevat heel veel extra materiaal (waaronder al even overtuigend live-materiaal), maar de 10 songs van het origineel maken uiteindelijk de meeste indruk. Het is natuurlijk belachelijk laat, maar Setting Sons schaar ik alsnog onder de meesterwerken van de jaren 70. Dat zouden meer mensen moeten doen, zeker in Nederland. Erwin Zijleman

The James Hunter Six - Off the Fence (2026)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The James Hunter Six - Off The Fence - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: The James Hunter Six - Off The Fence
De Britse muzikant James Hunter maakt inmiddels al een aantal decennia albums die klinken als legendarische soulalbums uit een nog wat verder verleden en doet dat op het uitstekende Off The Fence nog net wat beter

Bij James Hunter en zijn band The James Hunter Six weet je zo langzamerhand wel waar je aan toe bent. De albums van de Britse muzikant en zijn band herinneren aan de muziek van grote soulzangeres uit de jaren 60 en dat doet ook het deze week verschenen Off The Fence. Nu valt het niet mee om in de voetsporen te treden van grootheden als Sam Cooke, maar op het nieuwe album van The James Hunter Six steken de Britse muzikant en zijn bandleden in een uitstekende vorm. In muzikaal opzicht is het smullen en de zang is zoals gewoonlijk geweldig, maar James Hunter heeft dit keer ook een aantal geweldige songs geschreven, wat Off The Fence nog wat beter maakt.

Ik heb in het verleden met enige regelmaat geluisterd naar de muziek van James Hunter en The James Hunter Six. De Britse muzikant draait met zijn band al mee sinds de 90, wat inmiddels een respectabel aantal albums heeft opgeleverd. Het zijn albums waarop James Hunter laat horen dat hij een prima songwriter en een uitstekende gitarist is, maar wat vooral opvalt bij beluistering van zijn albums is zijn stem. James Hunter wordt meestal een blue-eyed soulzanger genoemd, maar zijn stem is echt gitzwart. Luister naar de stem van James Hunter en je hoort echo’s van legendarische soulzangers als Sam Cooke en Jackie Wilson en dat zijn zeker niet de minsten.

Bij de stapel albums die ik inmiddels ken van de Britse muzikant heb ik vrijwel altijd dezelfde ervaring. Vanaf de eerste noten ben ik onder de indruk van de geweldige soulstem van de Britse muzikant en geniet ik van het authentiek klinkende soulgeluid, maar ik heb het na een tijdje vaak ook wel gehoord en begin dan stiekem te verlangen naar een album van Sam Cooke of een andere grootheid uit het verleden.

Het was deels niet anders bij beluistering van het deze week verschenen Off The Fence. Ook het nieuwe album van The James Hunter Six klinkt vanaf de eerste noten als een verloren geraakte klassieker van Sam Cooke en dat klinkt weer heerlijk, maar bij eerste beluistering van het album vroeg ik me wel af hoe lang ik het interessant zou blijven vinden. Een deel van de critici geeft aan dat de aandacht ook dit keer snel verslapt, maar zelf heb ik dit keer een andere ervaring.

James Hunter stond lang onder contract bij het fameuze soul label Daptone, maar is verhuisd naar het label van Dan Auerbach. Veel gevolgen voor het geluid van James Hunter en zijn band heeft het niet gehad. De Britse muzikant en zijn bandleden vormen inmiddels al geruime tijd een hecht team en ook Daptone huisproducer en platenbaas Bosco Mann is gewoon van de partij op Off The Fence.

Vergeleken met de vorige albums van The James Hunter Six vind ik de songs net wat beter. Het zijn songs die zo lijken weggelopen uit de hoogtijdagen van de Amerikaanse soul, maar het klinkt geen moment gedateerd. James Hunter laat zich misschien vooral beïnvloeden door de soul van weleer, maar verwerkt ook invloeden uit andere genres in zijn songs.

De Britse muzikant en zijn band laten op het nieuwe album bovendien een wat gevarieerder geluid horen. De songs op Off The Fence zijn hierdoor wat mij betreft net wat aansprekender en blijven ook makkelijker hangen en dat levert in combinatie met het vakwerk van de Britse muzikant en zijn band een uitstekend album op.

In muzikaal opzicht staat het als een huis. Het gitaarwerk van James Hunter was altijd al mooi en is ook dit keer weer subtiel en prachtig, maar ook de vertrouwde ritmesectie speelt geweldig op Off The Fence., zeker wanneer de songs wat swingender klinken. Ook het orgelspel is bijzonder trefzeker, waarna de bijdragen van twee saxofonisten de kers op de taart zijn.

Het mooist blijft echter de stem van James Hunter, die steeds dichter tegen de grote soulzangers uit het verleden aan kruipt. Off The Fence is al met al een hedendaags maar ook authentiek klinkend soulalbum, waarop zowel qua muziek als zang veel te genieten valt en dat de aandacht dit keer verrassend makkelijk vasthoudt. Erwin Zijleman

The Japanese House - Good at Falling (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Japanese House - Good At Falling - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Japanese House - Good At Falling
Het debuut van The Japanese House opent groots en aanstekelijk, maar wordt steeds intiemer, introspectiever, diepgravender en interessanter

The Japanese House heeft een plaat gemaakt die zich voorzichtig laat beïnvloeden door dreampop van weleer, maar geeft vervolgens een geheel eigen draai aan deze muziek uit de jaren 90. De plaat opent groots, maar wordt naarmate het tempo omlaag gaat steeds interessanter. Langzaam maar zeker ontvouwt zich een indringende breakup plaat, die steeds dieper graaft en steeds mooier wordt. Het alter ego van de Britse Amber Bain heeft zeker geen makkelijke plaat gemaakt, maar neem er de tijd voor en Good At Falling wordt mooier en mooier.

The Japanese House is het alter ego van de Britse singer-songwriter Amber Bain. De muzikante uit Londen overtuigde eerder al met een serie prima EP’s en singles en nu is er dan het volwaardige album.

Good At Falling opent met een intro met erg veel elektronica en autotune, maar wanneer de echte openingstrack Maybe You’re The Reason uit de speakers komt, is duidelijk dat The Japanese House haar mix van dreampop en elektronica is trouw gebleven.

Ik heb persoonlijk een enorm zwak voor dreampop, maar vind ook dat het genre de afgelopen decennia wel erg is uitgemolken en vooral voortborduurt op de muziek die de pioniers binnen het genre in de jaren 90 maakten.

De muziek van The Japanese House bevat onmiskenbaar ingrediënten uit de dreampop, maar klinkt ook totaal anders dan de muziek van de pioniers uit de jaren 90. De muziek van het alter ego van Amber Bain is loom en dromerig, verleidt hier en daar met engelachtige zang en combineert flink wat elektronica met hier en daar mooie gitaarlijnen, maar vergeleken met de dreampop van weleer klinkt de muziek van The Japanese House een stuk moderner.

Good At Falling zet wat modernere elektronica in en flirt wat nadrukkelijker met invloeden uit andere genres, maar verrast toch ook steeds weer met flarden dreampop. Amber Bain kan prima uit de voeten als dreampop zangeres, maar zet haar stem op meerdere manieren in, waardoor haar debuut net zo makkelijk folky als meer dance-georiënteerd kan klinken.

Zeker de eerste tracks op de plaat klinken wel erg aanstekelijk, hitgevoelig en groots, maar Good At Falling is zeker niet zo’n makkelijke plaat als het in eerste instantie lijkt. Amber Bain kan in de wat grootser klinkende songs mee met de popprinsessen uit de electropop van het moment, maar is ook een stuk eigenzinniger en graaft een stuk dieper met haar muziek dan de meeste van haar soortgenoten.

Ook in tekstueel opzicht is Amber Bain haar soort- en leeftijdsgenoten ver voor. Good At Falling is een indringende plaat over liefde en verlies, die door de teksten wordt voorzien van een donkere onderlaag, vooral wanneer het einde van haar relatie met folkie Marika Hackman wordt bezongen.

De plaat, die samen met George Daniel en Matty Healy van The 1975 en producer BJ Burton werd gemaakt opent met een aantal groots en meeslepend klinkende songs, maar wordt interessanter wanneer Amber Bain na een aantal tracks gas terugneemt en kiest voor intiemere en persoonlijkere songs. Het zijn songs die overlopen van emotie en die in muzikaal opzicht interessante terreinen verkennen. Het zijn bovendien songs die in vocaal en muzikaal opzicht de fantasie prikkelen en die ontroeren.

Het zijn geen songs die zich onmiddellijk opdringen, maar wanneer je ze vaker hoort worden ze alleen maar interessanter. Liefdesbreuken leveren wel vaker memorabele platen of zelfs klassiekers op. Good At Falling van The Japanese House valt voorlopig in de eerste categorie, maar de rek is er voorlopig nog niet uit. Erwin Zijleman

The Japanese House - In the End It Always Does (2023)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Japanese House - In The End It Always Does - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Japanese House - In The End It Always Does
Amber Bain keert ruim vier jaar na haar debuutalbum Good At Falling terug met het tweede album van haar alter ego The Japanese House en maakt dit keer nog wat meer indruk met een mooi en avontuurlijk breakup album

Bij eerste beluistering van In The End It Always Does van The Japanese House kabbelde het album vooral aangenaam voort, maar wanneer je er met volledige aandacht naar luistert, hoor je dat Amber Bain wederom een uitstekend album heeft afgeleverd. Op In The End It Always Does is de zang veel beter dan op het debuutalbum van The Japanese House en hetzelfde geldt voor de muziek, de songs en vooral ook de productie. Het levert een eigentijds maar ook eigenzinnig popalbum op, dat voor een breakup album overigens verassend optimistisch klinkt. Het is een album dat tot leven komt wanneer je het met de koptelefoon beluistert en steeds meer moois aan de oppervlakte komt.

Ik had een paar jaar geleden wat moeite om The Japanese House en Japanese Breakfast uit elkaar te houden, maar sinds laatstgenoemde in 2021 met Jubilee de hoogste regionen van mijn jaarlijstje haalde staat Japanese Breakfast, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Michelle Zauner, helder op mijn netvlies en trommelvlies. Voor The Japanese House moest ik even stevig graven in het geheugen en in de archieven van de krenten uit de pop, waarna ik er achter kwam dat ik in 2019 behoorlijk positief was over Good At Falling, het debuutalbum van het alter ego van de Britse muzikante Amber Bain.

Ik had eerlijk gezegd geen actieve herinneringen meer aan dit album, maar toen ik het vorige week weer uit de speakers liet komen beviel de mix van 80s pop, 90s dreampop en hedendaagse popmuziek me wederom prima, waarbij het ingetogen en sfeervolle tweede deel van het album overigens veel meer indruk maakte dan het vaak wat grootse en meeslepende eerste deel.

Amber Bain keert deze week terug als The Japanese House met het album In The End It Always Does. Direct vanaf de openingstrack is duidelijk dat Amber Bain er een ambitieus album van heeft gemaakt. In deze openingstrack (Spot Dog) verschiet de muziek van The Japanese House meerdere keren van kleur en trekt Amber Bain van alles uit de kast, variërend van tegendraadse elektronica en vervormde stemmetjes tot aanzwellende strijkers en wonderschone melodieën.

Het is een popsong die je meerdere keren op het verkeerde been zet en die de fantasie uitvoerig prikkelt, maar het is ook een track die doet uitzien naar alles dat nog komen gaat. Dat is overigens niet zo extreem als in de openingstrack. In muzikaal opzicht ligt In The End It Always Does in het verlengde van het debuutalbum van The Japanese House, wat betekent dat invloeden uit een aantal decennia popmuziek worden verwerkt in songs die soms zeer toegankelijk en aanstekelijk klinken, maar soms ook wat dieper durven te graven.

Vergeleken met haar debuutalbum klinkt Amber Bain op het tweede album van The Japanese House wel een stuk zelfverzekerder. Dat hoor je vooral in haar zang die mooier, beter en gevarieerder klinkt, maar je hoort het ook in de songs die volwassener en veelzijdiger klinken dan die op het debuutalbum. Ik hoor nog steeds vlagen 80s en 90s in de muziek van The Japanese House, maar In The End It Always Does is toch vooral een eigentijds popalbum.

Het is een eigentijds popalbum dat van veel glans wordt voorzien door een smaakvolle, trefzekere en avontuurlijke productie. Net als op Good At Falling overtuigt Amber Bain wat mij betreft het meest wanneer ze het tempo laag houdt, haar songs betrekkelijk bescheiden inkleurt en buiten de lijntjes van de toegankelijke pop probeert te kleuren. Dit doet ze op In The End It Always Does met grote regelmaat, waardoor ik zeer gecharmeerd ben van het tweede album van The Japanese House.

Op hetzelfde moment is het een album dat wat moeilijk is te duiden. Amber Bain heeft ook op het tweede album van haar band, waarop ze vooral samenwerkt met George Daniel van The 1975, een duidelijk eigen geluid dat ook nog eens meerdere kanten op kan, wat soms weinig houvast geeft. In The End It Always Does is zoals gezegd een breakup album, maar vergeleken met de meeste andere breakup albums is het zeker geen tranendal. Net als het debuutalbum van The Japanese House is ook album nummer twee een album dat je langzaam maar zeker steeds meer gaat waarderen en waarin steeds meer moois te ontdekken valt. Erwin Zijleman