Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Tenille Arts - Love, Heartbreak, & Everything in Between (2020)

4,0
1
geplaatst: 12 januari 2020, 10:57 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tenille Arts - Love, Heartbreak & Everything In Between - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tenille Arts - Love, Heartbreak & Everything In Between
Countrypop, je moet er van houden, maar als je er van houdt is Love, Heartbreak & Everything In Between van Tenille Arts een prima album van een uitstekende zangeres
De vijver met jonge countrypop zangeressen is de afgelopen jaren overvol en de muzikanten en albums die je er uit kunt vissen zijn lang niet altijd even interessant, zeker niet wanneer je een voorkeur hebt voor traditionelere Amerikaanse rootsmuziek. Love, Heartbreak & Everything In Between van Tenille Arts is in die overvolle vijver wel een album dat er toe doet. De Canadese singer-songwriter heeft zich omringd met gelouterde producers en songwriters, maar het is haar stem waarmee ze zich weet te onderscheiden van de meeste van haar concurrenten. Het levert een prima countrypop album met bovengemiddeld goede zang op. Ik ga er voor.
Kijk naar de cover van Love, Heartbreak & Everything In Between van Tenille Arts en je weet eigenlijk al wat je kunt verwachten: countrypop. Het is gruwel voor de puristen binnen de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar het is ook een genre dat de afgelopen jaren flink aan populariteit heeft gewonnen en dat, bijvoorbeeld via de prachtalbums van Kacey Musgraves, heeft laten horen dat er zoals iets bestaat als in artistiek opzicht interessante countrypop.
Het is een genre dat ik persoonlijk wel kan waarderen, waardoor ik met, weliswaar bescheiden, verwachtingen begon aan de beluistering van Love, Heartbreak & Everything In Between. Bescheiden verwachtingen, want countrypop kan goed tot heel goed zijn, maar ook aalglad en honingzoet.
Tenille Arts is zeker niet de zoveelste piepjonge countryzangeres die via een spoedcursus in Nashville, Tennessee, is omgetoverd tot de volgende countrypop prinses. De muzikante uit het Canadese Weyburn in de provincie Saskatchewan staat al sinds haar dertiende op de planken en bracht drie jaar geleden haar debuut uit. Na een karrenvracht aan Canadese muziekprijzen is het nu tijd om aan de stoelpoten van de meest succesvolle countrypop zangeressen van het moment te zagen.
Hiervoor zijn kosten noch moeite bespaard. Tenille Arts kon voor Love, Heartbreak & Everything In Between, dat oorspronkelijk zou bestaan uit drie afzonderlijke EP’s, een beroep doen op meerdere gelouterde producers en tekstschrijvers. Dat is overigens lang niet altijd een pre, want versnippering en egotripperij van songwriters en producers liggen op de loer.
Het zijn gevaren die Tenille Arts op knappe wijze heeft weten te omzeilen. De Canadese singer-songwriter schreef mee aan alle songs en heeft er bovendien voor gezorgd dat Love, Heartbreak & Everything In Between een consistent album met een duidelijk eigen geluid is. Tenille Arts maakt muziek die bij een ieder met een allergie voor countrypop waarschijnlijk niet in de smaak zal vallen, maar liefhebbers van het genre hebben er een nieuwe ster bij.
Love, Heartbreak & Everything In Between is voorzien van een warm en vaak wat gepolijst countrypop geluid. Het is een geluid dat, afhankelijk van de producer, net wat traditioneler kan klinken of net wat meer op kan schuiven richting pop of juist rock, maar het label countrypop past op alle songs op het album. Het geluid op het album van Tenille Arts is misschien wat gepolijst, maar het is ook vol, warm en smaakvol, waardoor Love, Heartbreak & Everything In Between zich makkelijk als een warme deken om je heen slaat.
Het belangrijkste wapen van Tenille Arts is echter haar stem. De Canadese muzikante beschikt over een krachtige stem die gemaakt is voor countrymuziek, maar vergeleken met de meeste van haar soortgenoten klinkt Tenille Arts ook soulvol. Het is een stem die, ondanks de volle instrumentatie en productie, alle ruimte krijgt en die steeds weer indruk mag maken in songs die afwisselend gaan over de liefde, liefdesverdriet en alles hier tussenin.
Ik begon zoals gezegd met bescheiden verwachtingen aan Love, Heartbreak & Everything In Between, maar het album van Tenille Arts bevalt me uitstekend en past prima tussen de countrypop albums die ik koester. In veel lijstjes genoemd als een van de country zangeressen om in de gaten te houden dit jaar en dat maakt ze wat mij betreft meer dan waar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tenille Arts - Love, Heartbreak & Everything In Between - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tenille Arts - Love, Heartbreak & Everything In Between
Countrypop, je moet er van houden, maar als je er van houdt is Love, Heartbreak & Everything In Between van Tenille Arts een prima album van een uitstekende zangeres
De vijver met jonge countrypop zangeressen is de afgelopen jaren overvol en de muzikanten en albums die je er uit kunt vissen zijn lang niet altijd even interessant, zeker niet wanneer je een voorkeur hebt voor traditionelere Amerikaanse rootsmuziek. Love, Heartbreak & Everything In Between van Tenille Arts is in die overvolle vijver wel een album dat er toe doet. De Canadese singer-songwriter heeft zich omringd met gelouterde producers en songwriters, maar het is haar stem waarmee ze zich weet te onderscheiden van de meeste van haar concurrenten. Het levert een prima countrypop album met bovengemiddeld goede zang op. Ik ga er voor.
Kijk naar de cover van Love, Heartbreak & Everything In Between van Tenille Arts en je weet eigenlijk al wat je kunt verwachten: countrypop. Het is gruwel voor de puristen binnen de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar het is ook een genre dat de afgelopen jaren flink aan populariteit heeft gewonnen en dat, bijvoorbeeld via de prachtalbums van Kacey Musgraves, heeft laten horen dat er zoals iets bestaat als in artistiek opzicht interessante countrypop.
Het is een genre dat ik persoonlijk wel kan waarderen, waardoor ik met, weliswaar bescheiden, verwachtingen begon aan de beluistering van Love, Heartbreak & Everything In Between. Bescheiden verwachtingen, want countrypop kan goed tot heel goed zijn, maar ook aalglad en honingzoet.
Tenille Arts is zeker niet de zoveelste piepjonge countryzangeres die via een spoedcursus in Nashville, Tennessee, is omgetoverd tot de volgende countrypop prinses. De muzikante uit het Canadese Weyburn in de provincie Saskatchewan staat al sinds haar dertiende op de planken en bracht drie jaar geleden haar debuut uit. Na een karrenvracht aan Canadese muziekprijzen is het nu tijd om aan de stoelpoten van de meest succesvolle countrypop zangeressen van het moment te zagen.
Hiervoor zijn kosten noch moeite bespaard. Tenille Arts kon voor Love, Heartbreak & Everything In Between, dat oorspronkelijk zou bestaan uit drie afzonderlijke EP’s, een beroep doen op meerdere gelouterde producers en tekstschrijvers. Dat is overigens lang niet altijd een pre, want versnippering en egotripperij van songwriters en producers liggen op de loer.
Het zijn gevaren die Tenille Arts op knappe wijze heeft weten te omzeilen. De Canadese singer-songwriter schreef mee aan alle songs en heeft er bovendien voor gezorgd dat Love, Heartbreak & Everything In Between een consistent album met een duidelijk eigen geluid is. Tenille Arts maakt muziek die bij een ieder met een allergie voor countrypop waarschijnlijk niet in de smaak zal vallen, maar liefhebbers van het genre hebben er een nieuwe ster bij.
Love, Heartbreak & Everything In Between is voorzien van een warm en vaak wat gepolijst countrypop geluid. Het is een geluid dat, afhankelijk van de producer, net wat traditioneler kan klinken of net wat meer op kan schuiven richting pop of juist rock, maar het label countrypop past op alle songs op het album. Het geluid op het album van Tenille Arts is misschien wat gepolijst, maar het is ook vol, warm en smaakvol, waardoor Love, Heartbreak & Everything In Between zich makkelijk als een warme deken om je heen slaat.
Het belangrijkste wapen van Tenille Arts is echter haar stem. De Canadese muzikante beschikt over een krachtige stem die gemaakt is voor countrymuziek, maar vergeleken met de meeste van haar soortgenoten klinkt Tenille Arts ook soulvol. Het is een stem die, ondanks de volle instrumentatie en productie, alle ruimte krijgt en die steeds weer indruk mag maken in songs die afwisselend gaan over de liefde, liefdesverdriet en alles hier tussenin.
Ik begon zoals gezegd met bescheiden verwachtingen aan Love, Heartbreak & Everything In Between, maar het album van Tenille Arts bevalt me uitstekend en past prima tussen de countrypop albums die ik koester. In veel lijstjes genoemd als een van de country zangeressen om in de gaten te houden dit jaar en dat maakt ze wat mij betreft meer dan waar. Erwin Zijleman
Tenille Arts - To Be Honest (2024)

3,5
0
geplaatst: 10 mei 2024, 12:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tenille Arts - To Be Honest - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tenille Arts - To Be Honest
De Canadese muzikante Tenille Arts is in Nederland nauwelijks bekend, maar laat ook op To Be Honest weer horen dat ze smaakvolle Nashville countrypop maakt, waarin roots en pop fraai in balans zijn
Ik was zeker gecharmeerd van de vorige twee albums van Tenille Arts en ook haar nieuwe album kan wat mij betreft weer mee met de beste albums binnen de countrypop van het moment en dit ondanks een beperkt aantal flirts met net wat teveel pop. Zeker in de tracks waarin de Amerikaanse rootsmuziek een groter aandeel heeft dan de pop overtuigt Tenille Arts makkelijk met lekker in het gehoor liggende songs, een vakkundig geproduceerd geluid en zeker ook met haar stem, die het uitstekend doet in het genre. In de Verenigde Staten en Canada timmert Tenille Arts inmiddels stevig aan de weg, maar ook in Nederland verdient haar countrypop zeker aandacht.
2023 was een prachtig jaar voor de countrypop en heeft me met onder andere Alana Springsteen, Ashley Cooke, Elle King en vooral Megan Moroney een aantal nieuwe persoonlijke favorieten opgeleverd. Ook in de jaren voor 2023 werd natuurlijk al uitstekende countrypop gemaakt en als ik kijk naar de oogst van 2020 en 2021, de jaren van de coronapandemie, vallen vooral de twee albums van Tenille Arts me op. Zowel op Love, Heartbreak & Everything In Between uit 2020 en Girl To Girl uit 2021, overigens het tweede en derde album van Tenille Arts, vielen bij mij zeer in de smaak.
Countrypop is er in vele soorten en maten, maar voor mij draait alles om de verhouding tussen country en pop. Ik hou van countrypop albums waarop het bestanddeel country minstens 60% van het totaal vormt en liever nog net wat meer. Dat was zeker het geval op de vorige twee albums van Tenille Arts, die mij overtuigde met countrymuziek met een aangenaam laagje pop.
De van oorsprong Canadese muzikante heeft deze week haar vierde album uitgebracht en ook op To Be Honest zijn country en pop wat mij betreft mooi in balans, wat betekent dat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek een net wat grotere rol spelen dan invloeden uit de pop. Tenille Arts speelt op haar nieuwe album wel wat met deze verhoudingen, want To Be Honest bevat een aantal songs waarin de balans nadrukkelijk doorslaat richting Amerikaanse rootsmuziek, maar ook een aantal songs die zijn voorzien van een net wat dominanter laagje pop.
Tenille Arts groeide op in het afgelegen Saskatchewan in Canada, maar is inmiddels een ster in Nashville. Dat hoor je op To Be Honest, waarvoor een blik producers, songschrijvers en gastmuzikanten werd opengetrokken. Ik loop meestal niet warm voor albums waarvoor meerdere producers zijn aangetrokken, want zeker wanneer het producers van naam en faam betreft levert het vaak wat fragmentarische albums op.
Dat geldt gelukkig maar in beperkte mate voor het nieuwe album van Tenille Arts dat in een zeer beperkt aantal songs wel erg hard aan de knoppen van de pop heeft gedraaid. Het grootste deel van To Be Honest ligt echter in het verlengde van de vorige albums van de Canadese muzikante. In de aansprekende songs op het album, en dat zijn er flink wat, trekt Tenille Arts makkelijk de aandacht met een mooie stem, die het uitstekend doet in songs met invloeden uit de countrymuziek.
In muzikaal opzicht vermaakt het album makkelijk met warme en toegankelijke klanken zonder al te veel poespas en ook de songs op To Be Honest zijn stuk voor stuk aanstekelijk. Net iets meer dan de vorige albums van Tenille Arts ademt haar nieuwe album wat gepolijste Nashville countrypop, maar vrijwel alle songs op het album blijven wat mij betreft aan de juiste kant van de streep.
Ik vind het album wel net iets minder interessant dan de albums van de genoemde smaakmakers uit 2023 en hoop dat Tenille Arts voor haar volgende album kiest voor één aansprekende producer en dat ze bovendien de Amerikaanse rootsmuziek weer net wat steviger omarmt. Dat doet ze een aantal keren op To Be Honest en dat zijn ook direct de tracks die er uit springen op het album en meer doen dan uitsluitend vermaken. To Be Honest scoort een hele dikke voldoende met uitschieters naar een heel mooi rapportcijfer, maar Tenille Arts kan meer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tenille Arts - To Be Honest - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tenille Arts - To Be Honest
De Canadese muzikante Tenille Arts is in Nederland nauwelijks bekend, maar laat ook op To Be Honest weer horen dat ze smaakvolle Nashville countrypop maakt, waarin roots en pop fraai in balans zijn
Ik was zeker gecharmeerd van de vorige twee albums van Tenille Arts en ook haar nieuwe album kan wat mij betreft weer mee met de beste albums binnen de countrypop van het moment en dit ondanks een beperkt aantal flirts met net wat teveel pop. Zeker in de tracks waarin de Amerikaanse rootsmuziek een groter aandeel heeft dan de pop overtuigt Tenille Arts makkelijk met lekker in het gehoor liggende songs, een vakkundig geproduceerd geluid en zeker ook met haar stem, die het uitstekend doet in het genre. In de Verenigde Staten en Canada timmert Tenille Arts inmiddels stevig aan de weg, maar ook in Nederland verdient haar countrypop zeker aandacht.
2023 was een prachtig jaar voor de countrypop en heeft me met onder andere Alana Springsteen, Ashley Cooke, Elle King en vooral Megan Moroney een aantal nieuwe persoonlijke favorieten opgeleverd. Ook in de jaren voor 2023 werd natuurlijk al uitstekende countrypop gemaakt en als ik kijk naar de oogst van 2020 en 2021, de jaren van de coronapandemie, vallen vooral de twee albums van Tenille Arts me op. Zowel op Love, Heartbreak & Everything In Between uit 2020 en Girl To Girl uit 2021, overigens het tweede en derde album van Tenille Arts, vielen bij mij zeer in de smaak.
Countrypop is er in vele soorten en maten, maar voor mij draait alles om de verhouding tussen country en pop. Ik hou van countrypop albums waarop het bestanddeel country minstens 60% van het totaal vormt en liever nog net wat meer. Dat was zeker het geval op de vorige twee albums van Tenille Arts, die mij overtuigde met countrymuziek met een aangenaam laagje pop.
De van oorsprong Canadese muzikante heeft deze week haar vierde album uitgebracht en ook op To Be Honest zijn country en pop wat mij betreft mooi in balans, wat betekent dat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek een net wat grotere rol spelen dan invloeden uit de pop. Tenille Arts speelt op haar nieuwe album wel wat met deze verhoudingen, want To Be Honest bevat een aantal songs waarin de balans nadrukkelijk doorslaat richting Amerikaanse rootsmuziek, maar ook een aantal songs die zijn voorzien van een net wat dominanter laagje pop.
Tenille Arts groeide op in het afgelegen Saskatchewan in Canada, maar is inmiddels een ster in Nashville. Dat hoor je op To Be Honest, waarvoor een blik producers, songschrijvers en gastmuzikanten werd opengetrokken. Ik loop meestal niet warm voor albums waarvoor meerdere producers zijn aangetrokken, want zeker wanneer het producers van naam en faam betreft levert het vaak wat fragmentarische albums op.
Dat geldt gelukkig maar in beperkte mate voor het nieuwe album van Tenille Arts dat in een zeer beperkt aantal songs wel erg hard aan de knoppen van de pop heeft gedraaid. Het grootste deel van To Be Honest ligt echter in het verlengde van de vorige albums van de Canadese muzikante. In de aansprekende songs op het album, en dat zijn er flink wat, trekt Tenille Arts makkelijk de aandacht met een mooie stem, die het uitstekend doet in songs met invloeden uit de countrymuziek.
In muzikaal opzicht vermaakt het album makkelijk met warme en toegankelijke klanken zonder al te veel poespas en ook de songs op To Be Honest zijn stuk voor stuk aanstekelijk. Net iets meer dan de vorige albums van Tenille Arts ademt haar nieuwe album wat gepolijste Nashville countrypop, maar vrijwel alle songs op het album blijven wat mij betreft aan de juiste kant van de streep.
Ik vind het album wel net iets minder interessant dan de albums van de genoemde smaakmakers uit 2023 en hoop dat Tenille Arts voor haar volgende album kiest voor één aansprekende producer en dat ze bovendien de Amerikaanse rootsmuziek weer net wat steviger omarmt. Dat doet ze een aantal keren op To Be Honest en dat zijn ook direct de tracks die er uit springen op het album en meer doen dan uitsluitend vermaken. To Be Honest scoort een hele dikke voldoende met uitschieters naar een heel mooi rapportcijfer, maar Tenille Arts kan meer. Erwin Zijleman
Tennis - Pollen (2023)

4,0
0
geplaatst: 15 februari 2023, 10:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tennis - Pollen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tennis - Pollen
Het Amerikaanse duo Tennis heeft met Pollen een bijzonder fraai klinkend album in elkaar gesleuteld, dat steeds weer nieuwe dingen laat horen, maar dat ook vermaakt met zeer aangename songs
Na twee uitstekende albums verloor ik het Amerikaanse duo Tennis uit het oog en oor, maar dat had niets te maken met de kwaliteit van de muziek van Patrick Riley en Alaina Moore. Tennis heeft altijd garant gestaan voor een flinke dosis nostalgie en een randje lo-fi, maar op Pollen klinken de songs van Tennis niet alleen wat eigentijdser, maar is bovendien gekozen voor een voller en verzorgder geluid. De songs op Pollen verwerken uiteenlopende invloeden en zitten knap in elkaar, maar het zijn vooral songs die je een heel goed gevoel geven. Bij beluistering van Pollen begint de zon onmiddellijk te schijnen, waarna je alleen maar kunt concluderen dat Tennis het weer geflikt heeft.
In 2011 besprak ik Cape Dory, het debuutalbum van het Amerikaanse duo Tennis. Het is een album dat veel aandacht kreeg en daar viel wat mij betreft niet zo heel veel op af te dingen. Patrick Riley en Alaina Moore grossierden immers in bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes, die vaak wat nostalgisch klonken en herinnerden aan de girlpop van Phil Spector uit de jaren 50 en 60, maar die ook wel wat eigentijdsere invloeden verwerkten. Cape Dory bevatte nog wel wat ruwe randjes, maar het is zo’n album dat heel snel uitgroeide van ‘leuk’ naar ‘onweerstaanbaar lekker’.
Het debuut van Tennis werd in 2012 gevolgd door Young & Old, dat in alle opzichten nog net wat beter was. Het tweede album van Tennis was beter geproduceerd door Black Keys lid Patrick Carney, bevatte nog net wat memorabelere en ook veelzijdigere songs en liet vooral betere zang van Alaina Moore horen.
Waarom het na Young & Old helemaal mis is gegaan tussen Tennis en mij kan ik met geen mogelijkheid verklaren. Ik heb Ritual In Repeat uit 2014, Yours Conditionally uit 2017 en Swimmer uit 2020 niet besproken en kan me ook niet herinneren dat ik ooit goed naar deze albums heb geluisterd. Dat heb ik de afgelopen dagen wel gedaan en ik vind het stuk voor stuk prima albums, met Yours Conditionally als uitschieter.
Het zijn albums die wat op zijn geschoven van Phil Spector girlpop uit de jaren 50 en 60 naar tijdloze singer-songwriter pop uit de jaren 70, maar daar heb ik normaal gesproken geen moeite mee, integendeel zelfs. Voordat ik begin aan het bespreken van het deze week verschenen Pollen is het daarom eerst tijd voor eerherstel voor Tennis, dat niet twee, maar vijf uitstekende albums afleverde.
Het zijn er inmiddels zes, want ook Pollen bevalt me uitstekend. Mijn hernieuwde kennismaking met de muziek van Patrick Riley en Alaina Moore laat ook weer een wat ander geluid horen, want waar op de vorig albums de jaren 70 domineerden, schakelt Tennis op Pollen tussen de jaren 70 en 80 en het heden.
Op Pollen heeft Tennis een deel van de invloeden uit het verleden verruild voor een eigentijds klinkend geluid, dat op een of andere manier nog steeds tijdloos klinkt. Pollen klinkt hierdoor een stuk minder nostalgisch dan de vorige albums van het Amerikaanse tweetal en klinkt meer dan eens als een moderne popplaat.
Hier en daar spelen de gitaren een rol van betekenis, maar Pollen is vooral elektronisch ingekleurd. Pollen klinkt fris en zou zomaar uit kunnen groeien tot de soundtrack van een mooie zomer, maar het is ook een bijzonder knap gemaakt album. Patrick Riley en Alaina Moore sleutelden ook dit album weer in elkaar in hun thuisstudio in Denver en hebben Pollen zeer smaakvol ingekleurd.
De twee hebben bovendien nog altijd het patent op feelgood popsongs, die zich in de meeste gevallen genadeloos opdringen. Het klinkt soms zo aangenaam dat je bijna vergeet om goed te luisteren, wat mogelijk een verklaring is voor het feit dat ik de vorige drie albums van het Amerikaanse duo heb laten liggen. Dat heb ik niet gedaan met Pollen en daar heb ik ook na vele keren horen nog geen moment spijt van gehad. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tennis - Pollen - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tennis - Pollen
Het Amerikaanse duo Tennis heeft met Pollen een bijzonder fraai klinkend album in elkaar gesleuteld, dat steeds weer nieuwe dingen laat horen, maar dat ook vermaakt met zeer aangename songs
Na twee uitstekende albums verloor ik het Amerikaanse duo Tennis uit het oog en oor, maar dat had niets te maken met de kwaliteit van de muziek van Patrick Riley en Alaina Moore. Tennis heeft altijd garant gestaan voor een flinke dosis nostalgie en een randje lo-fi, maar op Pollen klinken de songs van Tennis niet alleen wat eigentijdser, maar is bovendien gekozen voor een voller en verzorgder geluid. De songs op Pollen verwerken uiteenlopende invloeden en zitten knap in elkaar, maar het zijn vooral songs die je een heel goed gevoel geven. Bij beluistering van Pollen begint de zon onmiddellijk te schijnen, waarna je alleen maar kunt concluderen dat Tennis het weer geflikt heeft.
In 2011 besprak ik Cape Dory, het debuutalbum van het Amerikaanse duo Tennis. Het is een album dat veel aandacht kreeg en daar viel wat mij betreft niet zo heel veel op af te dingen. Patrick Riley en Alaina Moore grossierden immers in bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes, die vaak wat nostalgisch klonken en herinnerden aan de girlpop van Phil Spector uit de jaren 50 en 60, maar die ook wel wat eigentijdsere invloeden verwerkten. Cape Dory bevatte nog wel wat ruwe randjes, maar het is zo’n album dat heel snel uitgroeide van ‘leuk’ naar ‘onweerstaanbaar lekker’.
Het debuut van Tennis werd in 2012 gevolgd door Young & Old, dat in alle opzichten nog net wat beter was. Het tweede album van Tennis was beter geproduceerd door Black Keys lid Patrick Carney, bevatte nog net wat memorabelere en ook veelzijdigere songs en liet vooral betere zang van Alaina Moore horen.
Waarom het na Young & Old helemaal mis is gegaan tussen Tennis en mij kan ik met geen mogelijkheid verklaren. Ik heb Ritual In Repeat uit 2014, Yours Conditionally uit 2017 en Swimmer uit 2020 niet besproken en kan me ook niet herinneren dat ik ooit goed naar deze albums heb geluisterd. Dat heb ik de afgelopen dagen wel gedaan en ik vind het stuk voor stuk prima albums, met Yours Conditionally als uitschieter.
Het zijn albums die wat op zijn geschoven van Phil Spector girlpop uit de jaren 50 en 60 naar tijdloze singer-songwriter pop uit de jaren 70, maar daar heb ik normaal gesproken geen moeite mee, integendeel zelfs. Voordat ik begin aan het bespreken van het deze week verschenen Pollen is het daarom eerst tijd voor eerherstel voor Tennis, dat niet twee, maar vijf uitstekende albums afleverde.
Het zijn er inmiddels zes, want ook Pollen bevalt me uitstekend. Mijn hernieuwde kennismaking met de muziek van Patrick Riley en Alaina Moore laat ook weer een wat ander geluid horen, want waar op de vorig albums de jaren 70 domineerden, schakelt Tennis op Pollen tussen de jaren 70 en 80 en het heden.
Op Pollen heeft Tennis een deel van de invloeden uit het verleden verruild voor een eigentijds klinkend geluid, dat op een of andere manier nog steeds tijdloos klinkt. Pollen klinkt hierdoor een stuk minder nostalgisch dan de vorige albums van het Amerikaanse tweetal en klinkt meer dan eens als een moderne popplaat.
Hier en daar spelen de gitaren een rol van betekenis, maar Pollen is vooral elektronisch ingekleurd. Pollen klinkt fris en zou zomaar uit kunnen groeien tot de soundtrack van een mooie zomer, maar het is ook een bijzonder knap gemaakt album. Patrick Riley en Alaina Moore sleutelden ook dit album weer in elkaar in hun thuisstudio in Denver en hebben Pollen zeer smaakvol ingekleurd.
De twee hebben bovendien nog altijd het patent op feelgood popsongs, die zich in de meeste gevallen genadeloos opdringen. Het klinkt soms zo aangenaam dat je bijna vergeet om goed te luisteren, wat mogelijk een verklaring is voor het feit dat ik de vorige drie albums van het Amerikaanse duo heb laten liggen. Dat heb ik niet gedaan met Pollen en daar heb ik ook na vele keren horen nog geen moment spijt van gehad. Erwin Zijleman
Terrible Sons - The Raft Is Not the Shore (2023)

4,0
0
geplaatst: 3 mei 2023, 12:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Terrible Sons - The Raft Is Not The Shore - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Terrible Sons - The Raft Is Not The Shore
Ook het duo Terrible Sons uit Christchurch laat op haar debuutalbum The Raft Is Not The Shore weer horen dat er alle reden is om de Nieuw-Zeelandse muziekscene nauwlettend in de gaten te houden
Lauren en Matt Barus vormen inmiddels enkele jaren het duo Terrible Sons en trekken hiermee met name in eigen land de aandacht. Met de release van hun debuutalbum The Raft Is Not The Shore lonkt een breder publiek, want het debuutalbum van Terrible Sons is een mooi album. Het is een voornamelijk ingetogen album dat smaakvol is ingekleurd en dat is voorzien van zachte en mooi bij elkaar kleurende stemmen. The Raft Is Not The Shore is een bijna rustgevend album dat het prima doet op de achtergrond, maar dat pas echt goed tot zijn recht komt wanneer je er met volledige aandacht naar luistert. Een volgende aanwinst voor de Nieuw-Zeelandse muziekscene.
De Nieuw-Zeelandse muziekscene levert deze week niet alleen een prachtig nieuw album van een oude bekende (Tiny Ruins) op, maar lanceert ook interessant nieuw talent. The Raft Is Not The Shore is het debuutalbum van het uit het Nieuw-Zeelandse Christchurch afkomstige Terrible Sons. Het duo, dat bestaat uit het echtpaar Lauren en Matt Barus, maakte de afgelopen jaren al een aantal EP’s, die met name in eigen land flink de aandacht trokken, maar schreef elf nieuwe songs voor haar debuutalbum.
Het is een album dat gedurende een langere periode werd opgenomen in de huisstudio van het tweetal. Lauren en Matt Barus kregen in hun huisstudio in de achtertuin gezelschap van een aantal bevriende muzikanten, onder wie Tiny Ruins lid Tom Healy, die het debuutalbum van Terrible Sons produceerde (en eerder hetzelfde deed voor Nadia Reid, Marlon Williams en natuurlijk Tiny Ruins).
In een aantal songs duiken naast de basisinstrumenten wat strijkers en blazers en een keer een kinderkoor op, waardoor het toch vooral uiterst ingetogen The Raft Is Not The Shore zeker niet Spartaans klinkt. Lauren en Matt Barus hebben als Terrible Sons een mooi en bijna rustgevend album gemaakt. Het tempo ligt laag in de meeste songs op het album en dat geldt zowel voor de muziek als voor de zang. De warme ingetogen en organische klanken worden hier en daar fraai verrijkt met strijkersarrangementen en blazers, die de aardse muziek van Terrible Sons iets ruimtelijks geven.
Dat ruimtelijke komt terug in de zang, die vaak zacht, maar verrassend trefzeker is. In de zang neemt de fluisterzachte stem van Lauren Barus meestal het voortouw, waarna Matt Barus de mooie stem van zijn echtgenote fraai ondersteund met een subtiele tweede laag vocalen. Wanneer Terrible Sons het tempo in haar songs wat opvoert, klinkt de muziek van het tweetal wat lichtvoetiger en zonniger, maar het blijft stemmige muziek die uitnodigt tot ontspannen of zelfs wegdromen.
De naam van Tiny Ruins is in deze recensie al drie keer genoemd en de muziek van de band uit Auckland is ook zeker relevant vergelijkingsmateriaal voor de muziek van Terrible Sons, al hebben beide bands een herkenbaar eigen geluid en zijn er naast overeenkomsten uiteindelijk toch vooral verschillen tussen de muziek van Tiny Ruins en Terrible Sons.
Ik vind het niet zo makkelijk om te beschrijven wat de muziek van Terrible Sons zo bijzonder maakt. De band citeert uit een aantal decennia popmuziek en kan meerdere kanten op in haar songs. Het album klinkt aangenaam en dat geldt ook voor de aangename zang op het album, die ook weer niet continu garant staat voor kippenvel. Terrible Sons slaagt er vooral in om een heleboel aangename ingrediënten te combineren in songs waar je zowel rustig als vrolijk van wordt.
De songs van Lauren en Matt Barus liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar weten ook voldoende te verrassen, wat ook geldt voor de instrumentatie en voor de zang. Song na song weet Terrible Sons te overtuigen met warmbloedige popliedjes die zich aangenaam tegen je aan vlijen, zoals de songs van Kathryn Williams dat ook zo goed kunnen, en die bij herhaalde beluistering zeker niet minder worden. Ik ga er van uit dat Tiny Ruins deze week het Nieuw-Zeelandse muzieknieuws domineert, maar het debuutalbum van Terrible Sons is te mooi om te blijven liggen en te bijzonder om vergeten te worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Terrible Sons - The Raft Is Not The Shore - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Terrible Sons - The Raft Is Not The Shore
Ook het duo Terrible Sons uit Christchurch laat op haar debuutalbum The Raft Is Not The Shore weer horen dat er alle reden is om de Nieuw-Zeelandse muziekscene nauwlettend in de gaten te houden
Lauren en Matt Barus vormen inmiddels enkele jaren het duo Terrible Sons en trekken hiermee met name in eigen land de aandacht. Met de release van hun debuutalbum The Raft Is Not The Shore lonkt een breder publiek, want het debuutalbum van Terrible Sons is een mooi album. Het is een voornamelijk ingetogen album dat smaakvol is ingekleurd en dat is voorzien van zachte en mooi bij elkaar kleurende stemmen. The Raft Is Not The Shore is een bijna rustgevend album dat het prima doet op de achtergrond, maar dat pas echt goed tot zijn recht komt wanneer je er met volledige aandacht naar luistert. Een volgende aanwinst voor de Nieuw-Zeelandse muziekscene.
De Nieuw-Zeelandse muziekscene levert deze week niet alleen een prachtig nieuw album van een oude bekende (Tiny Ruins) op, maar lanceert ook interessant nieuw talent. The Raft Is Not The Shore is het debuutalbum van het uit het Nieuw-Zeelandse Christchurch afkomstige Terrible Sons. Het duo, dat bestaat uit het echtpaar Lauren en Matt Barus, maakte de afgelopen jaren al een aantal EP’s, die met name in eigen land flink de aandacht trokken, maar schreef elf nieuwe songs voor haar debuutalbum.
Het is een album dat gedurende een langere periode werd opgenomen in de huisstudio van het tweetal. Lauren en Matt Barus kregen in hun huisstudio in de achtertuin gezelschap van een aantal bevriende muzikanten, onder wie Tiny Ruins lid Tom Healy, die het debuutalbum van Terrible Sons produceerde (en eerder hetzelfde deed voor Nadia Reid, Marlon Williams en natuurlijk Tiny Ruins).
In een aantal songs duiken naast de basisinstrumenten wat strijkers en blazers en een keer een kinderkoor op, waardoor het toch vooral uiterst ingetogen The Raft Is Not The Shore zeker niet Spartaans klinkt. Lauren en Matt Barus hebben als Terrible Sons een mooi en bijna rustgevend album gemaakt. Het tempo ligt laag in de meeste songs op het album en dat geldt zowel voor de muziek als voor de zang. De warme ingetogen en organische klanken worden hier en daar fraai verrijkt met strijkersarrangementen en blazers, die de aardse muziek van Terrible Sons iets ruimtelijks geven.
Dat ruimtelijke komt terug in de zang, die vaak zacht, maar verrassend trefzeker is. In de zang neemt de fluisterzachte stem van Lauren Barus meestal het voortouw, waarna Matt Barus de mooie stem van zijn echtgenote fraai ondersteund met een subtiele tweede laag vocalen. Wanneer Terrible Sons het tempo in haar songs wat opvoert, klinkt de muziek van het tweetal wat lichtvoetiger en zonniger, maar het blijft stemmige muziek die uitnodigt tot ontspannen of zelfs wegdromen.
De naam van Tiny Ruins is in deze recensie al drie keer genoemd en de muziek van de band uit Auckland is ook zeker relevant vergelijkingsmateriaal voor de muziek van Terrible Sons, al hebben beide bands een herkenbaar eigen geluid en zijn er naast overeenkomsten uiteindelijk toch vooral verschillen tussen de muziek van Tiny Ruins en Terrible Sons.
Ik vind het niet zo makkelijk om te beschrijven wat de muziek van Terrible Sons zo bijzonder maakt. De band citeert uit een aantal decennia popmuziek en kan meerdere kanten op in haar songs. Het album klinkt aangenaam en dat geldt ook voor de aangename zang op het album, die ook weer niet continu garant staat voor kippenvel. Terrible Sons slaagt er vooral in om een heleboel aangename ingrediënten te combineren in songs waar je zowel rustig als vrolijk van wordt.
De songs van Lauren en Matt Barus liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar weten ook voldoende te verrassen, wat ook geldt voor de instrumentatie en voor de zang. Song na song weet Terrible Sons te overtuigen met warmbloedige popliedjes die zich aangenaam tegen je aan vlijen, zoals de songs van Kathryn Williams dat ook zo goed kunnen, en die bij herhaalde beluistering zeker niet minder worden. Ik ga er van uit dat Tiny Ruins deze week het Nieuw-Zeelandse muzieknieuws domineert, maar het debuutalbum van Terrible Sons is te mooi om te blijven liggen en te bijzonder om vergeten te worden. Erwin Zijleman
Terry Lee Hale - Bound, Chained, Fettered (2016)

4,0
0
geplaatst: 15 april 2016, 15:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Terry Lee Hale - Bound, Chained, Fettered - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Texaanse muzikant Terry Lee Hale heeft inmiddels een imposante staat van dienst in de muziek, maar is helaas nog altijd relatief onbekend en onbemind.
De Amerikaan verruilde Texas halverwege de jaren 80 voor Seattle, waar hij een belangrijke rol zou spelen in de muziekbeweging die uiteindelijk de grunge opleverde.
Sinds het begin van de jaren 90 maakt Terry Lee Hale platen en het zijn platen die in de meeste gevallen helaas bijzonder weinig aandacht hebben gekregen.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik Terry Lee Hale na zijn prachtdebuut O What A World uit 1993 ook vrij snel uit het oog ben verloren, maar na beluistering van zijn nieuwe plaat ben ik weer helemaal bij de les.
Met Bound, Chained, Fettered heeft Terry Lee Hale een plaat gemaakt die aankomt als een mokerslag. Het is een plaat van een enorme schoonheid en intensiteit en hierdoor een plaat die er eindelijk maar eens voor moet zorgen dat Terry Lee Hale in brede kring wordt omarmd.
Terry Lee Hale woont inmiddels enkele jaren in Frankrijk en heeft zijn nieuwe plaat opgenomen in Noord-Italië. De plaat ademt desondanks de muziek en sfeer van het Zuiden van de Verenigde Staten; de geboortegrond van Terry Lee Hale.
Bound, Chained, Fettered is voorzien van een sobere, maar bijzonder trefzekere instrumentatie. Akoestische gitaren en dobro domineren het sobere en vaak aardedonkere geluid, dat verder subtiel wordt ingekleurd door uiteenlopende instrumenten. De productie van de Italiaan Antonio Gramentieri verdient een groot compliment, want iedere noot die wordt gespeeld is raak en komt aan.
Het past prachtig bij de doorleefde en emotievolle vocalen van Terry Lee Hale. De Amerikaan klinkt als de betere Texaanse singer-songwriters, maar raakt hiernaast ook afwisselend aan Nick Cave en Lou Reed.
De combinatie van een voornamelijk ingetogen instrumentatie en doorleefde vocalen is natuurlijk een beproefde combinatie, maar de wijze waarop Terry Lee Hale hier invulling aan geeft is een bijzondere.
Bound, Chained, Fettered is een kippenvel plaat die steeds meer imponeert en intrigeert. Liefhebbers van Amerikaanse singer-songwriters in het rootssegment horen het op het moment echt niet veel beter dan dit. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Terry Lee Hale - Bound, Chained, Fettered - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Texaanse muzikant Terry Lee Hale heeft inmiddels een imposante staat van dienst in de muziek, maar is helaas nog altijd relatief onbekend en onbemind.
De Amerikaan verruilde Texas halverwege de jaren 80 voor Seattle, waar hij een belangrijke rol zou spelen in de muziekbeweging die uiteindelijk de grunge opleverde.
Sinds het begin van de jaren 90 maakt Terry Lee Hale platen en het zijn platen die in de meeste gevallen helaas bijzonder weinig aandacht hebben gekregen.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik Terry Lee Hale na zijn prachtdebuut O What A World uit 1993 ook vrij snel uit het oog ben verloren, maar na beluistering van zijn nieuwe plaat ben ik weer helemaal bij de les.
Met Bound, Chained, Fettered heeft Terry Lee Hale een plaat gemaakt die aankomt als een mokerslag. Het is een plaat van een enorme schoonheid en intensiteit en hierdoor een plaat die er eindelijk maar eens voor moet zorgen dat Terry Lee Hale in brede kring wordt omarmd.
Terry Lee Hale woont inmiddels enkele jaren in Frankrijk en heeft zijn nieuwe plaat opgenomen in Noord-Italië. De plaat ademt desondanks de muziek en sfeer van het Zuiden van de Verenigde Staten; de geboortegrond van Terry Lee Hale.
Bound, Chained, Fettered is voorzien van een sobere, maar bijzonder trefzekere instrumentatie. Akoestische gitaren en dobro domineren het sobere en vaak aardedonkere geluid, dat verder subtiel wordt ingekleurd door uiteenlopende instrumenten. De productie van de Italiaan Antonio Gramentieri verdient een groot compliment, want iedere noot die wordt gespeeld is raak en komt aan.
Het past prachtig bij de doorleefde en emotievolle vocalen van Terry Lee Hale. De Amerikaan klinkt als de betere Texaanse singer-songwriters, maar raakt hiernaast ook afwisselend aan Nick Cave en Lou Reed.
De combinatie van een voornamelijk ingetogen instrumentatie en doorleefde vocalen is natuurlijk een beproefde combinatie, maar de wijze waarop Terry Lee Hale hier invulling aan geeft is een bijzondere.
Bound, Chained, Fettered is een kippenvel plaat die steeds meer imponeert en intrigeert. Liefhebbers van Amerikaanse singer-songwriters in het rootssegment horen het op het moment echt niet veel beter dan dit. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman
Tess et les Moutons - Chansons pour Non-Francophones (2017)

4,0
0
geplaatst: 8 juni 2017, 15:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tess Et Les Moutons - Chansons Pour Non-Francophones - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Liefhebbers van Franse popmuziek die de nieuwe plaat van de bijzondere Camille net wat te eigenzinnig, te modern of te kil vinden, kunnen natuurlijk terugvallen op de rijke historie van de Franse popmuziek in het algemeen en het Franse chanson in het bijzonder.
Dat Franse zangeressen hier niet het alleenrecht op hebben is prachtig te horen op de EP Chansons Pour Non-Francophones van de vanuit Den Haag opererende band Tess Et Les Moutons.
Spil van deze band is Tess van der Zwet, ook de drijvende kracht achter de BLOG Het Chanson Offensief en al jaren druk in de weer met de promotie van het Franse chanson. Ze maakte eerder al eens een mooie EP met broeierige Americana met haar band Belle of Louisville, maar het dankzij crowdfunding gerealiseerde Chansons Pour Non-Francophones is gelukkig breder verkrijgbaar en krijgt mede hierdoor wat meer aandacht.
Nu zijn er talloze platen waarop klassiekers uit de geschiedenis van het Franse chanson worden vertolkt en zijn er natuurlijk de originelen, die nog altijd garant staan voor heel veel kippenvel. Tess Et Les Moutons hebben echter voor een andere benadering gekozen en deze heeft absoluut meerwaarde.
Op Chansons Pour Non-Francophones komen zes klassieke Franse chansons voorbij, die door Les Moutons worden voorzien van een bijzonder sfeervolle en authentiek Frans klinkende instrumentatie. Tess van der Zwet laat vervolgens horen dat ze als zangeres van het Franse levenslied uitstekend uit de voeten kan. De vocalen van de zangeres uit Den Haag zijn warm en aangenaam, maar zitten ook vol passie en andere emoties.
Als Tess van der Zwet gaat zingen gebeurt er iets. Het wat gezapige Den Haag wordt opeens de bruisende lichtstad. De in het kleine Hazerswoude geboren Tess van der Zwet wordt een wereldburger die iedere willekeurige Parijse concertzaal aan haar voeten kan krijgen.
Tot zover moet Chansons Pour Non-Francophones nog concurreren met stapels platen van Franse origine, maar Tess Et Les Moutons doen zoals gezegd iets bijzonders. Klassieke Franse chansons als La Vie En Rose, La Montagne en Les Feuilles Mortes zijn wereldberoemd in de Franse versies, maar zijn in het verleden ook in het Engels of het Nederlands vertolkt.
Zo maakte Wim Sonneveld van La Montagne in een ver verleden Het Dorp en ook de andere chansons op de plaat werden misschien nog wel bekender in het Engels of het Nederlands. Tess Et Les Moutons eren de Franstalige originelen, maar mengen de anderstalige versies er gewoon doorheen. Het leek me op voorhand een gewaagde en niet bij voorbaat geslaagd experiment, maar het pakt verrassend goed uit.
En zo is Chansons Pour Non-Francophones een EP die naar veel meer smaakt. Het is deels de verdienste van de prachtige spelende Les Moutons, maar ster van de band blijft voor mij toch Tess van der Zwet, die alle mooie, sfeervolle en gevoelige klanken voorziet van vocalen die iets met je doen en ook nog eens een verrassend eigen stempel drukt op het Franse chanson. Ga dat horen. En zien. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tess Et Les Moutons - Chansons Pour Non-Francophones - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Liefhebbers van Franse popmuziek die de nieuwe plaat van de bijzondere Camille net wat te eigenzinnig, te modern of te kil vinden, kunnen natuurlijk terugvallen op de rijke historie van de Franse popmuziek in het algemeen en het Franse chanson in het bijzonder.
Dat Franse zangeressen hier niet het alleenrecht op hebben is prachtig te horen op de EP Chansons Pour Non-Francophones van de vanuit Den Haag opererende band Tess Et Les Moutons.
Spil van deze band is Tess van der Zwet, ook de drijvende kracht achter de BLOG Het Chanson Offensief en al jaren druk in de weer met de promotie van het Franse chanson. Ze maakte eerder al eens een mooie EP met broeierige Americana met haar band Belle of Louisville, maar het dankzij crowdfunding gerealiseerde Chansons Pour Non-Francophones is gelukkig breder verkrijgbaar en krijgt mede hierdoor wat meer aandacht.
Nu zijn er talloze platen waarop klassiekers uit de geschiedenis van het Franse chanson worden vertolkt en zijn er natuurlijk de originelen, die nog altijd garant staan voor heel veel kippenvel. Tess Et Les Moutons hebben echter voor een andere benadering gekozen en deze heeft absoluut meerwaarde.
Op Chansons Pour Non-Francophones komen zes klassieke Franse chansons voorbij, die door Les Moutons worden voorzien van een bijzonder sfeervolle en authentiek Frans klinkende instrumentatie. Tess van der Zwet laat vervolgens horen dat ze als zangeres van het Franse levenslied uitstekend uit de voeten kan. De vocalen van de zangeres uit Den Haag zijn warm en aangenaam, maar zitten ook vol passie en andere emoties.
Als Tess van der Zwet gaat zingen gebeurt er iets. Het wat gezapige Den Haag wordt opeens de bruisende lichtstad. De in het kleine Hazerswoude geboren Tess van der Zwet wordt een wereldburger die iedere willekeurige Parijse concertzaal aan haar voeten kan krijgen.
Tot zover moet Chansons Pour Non-Francophones nog concurreren met stapels platen van Franse origine, maar Tess Et Les Moutons doen zoals gezegd iets bijzonders. Klassieke Franse chansons als La Vie En Rose, La Montagne en Les Feuilles Mortes zijn wereldberoemd in de Franse versies, maar zijn in het verleden ook in het Engels of het Nederlands vertolkt.
Zo maakte Wim Sonneveld van La Montagne in een ver verleden Het Dorp en ook de andere chansons op de plaat werden misschien nog wel bekender in het Engels of het Nederlands. Tess Et Les Moutons eren de Franstalige originelen, maar mengen de anderstalige versies er gewoon doorheen. Het leek me op voorhand een gewaagde en niet bij voorbaat geslaagd experiment, maar het pakt verrassend goed uit.
En zo is Chansons Pour Non-Francophones een EP die naar veel meer smaakt. Het is deels de verdienste van de prachtige spelende Les Moutons, maar ster van de band blijft voor mij toch Tess van der Zwet, die alle mooie, sfeervolle en gevoelige klanken voorziet van vocalen die iets met je doen en ook nog eens een verrassend eigen stempel drukt op het Franse chanson. Ga dat horen. En zien. Erwin Zijleman
Tess Liautaud - Blue Mind (2024)

3,5
0
geplaatst: 2 november 2024, 12:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tess Liautaud - Blue Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tess Liautaud - Blue Moon
Tess Liautaud heeft Franse en Amerikaanse wortels, maar haar muzikale geluk vond ze in Nieuw-Zeeland, waar ze deze week indruk maakt met een heerlijk album vol echo’s uit een inmiddels ver verleden
Laat Blue Mind van Tess Liautaud uit de speakers komen en je wordt een aantal decennia mee terug geworpen in de tijd. Het tweede album van de vanuit Nieuw-Zeeland opererende muzikante vindt de inspiratie vooral in de jaren 70, maar toch klinkt Blue Mind niet als een retro album. De invloeden uit de jaren 70 worden gecombineerd met wat tijdloze invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en zijn gegoten in bijzonder lekker in het gehoor liggende songs, die stuk voor stuk onmiddellijk vertrouwd klinken. In muzikaal opzicht staat het als een huis, maar Tess Liautaud is ook een prima zangeres. Wat je van ver komt is niet altijd lekkerder, maar dit is weer een aangename verrassing van de andere kant van de wereld.
De nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out Records was de afgelopen maanden niet heel scheutig met prachtalbums van Nieuw-Zeelandse bodem die mij direct wisten te overtuigen, maar de afgelopen week had de winkel en webshop uit Auckland, die me de afgelopen jaren al zoveel mooie muziek heeft opgeleverd, er weer eens een. Het gaat om Blue Mind van de vanuit Christchurch opererende Tess Liautaud, die overigens Amerikaanse en Franse wortels heeft en eerder New York en Parijs als thuisbasis had.
Blue Mind is voor zover ik weet het tweede album van Tess Liautaud en het is een album dat is gestoken in een wat nostalgisch aandoende hoes. Het is een hoes die zo uit de jaren 60 of 70 zou kunnen stammen en de hoes is niet het enige dat herinnert aan vervlogen tijden. Ook in muzikaal opzicht maakt Tess Liautaud immers muziek met een hang naar het verleden. Luister naar Blue Mind en je hoort flarden Laurel Canyon folk en 70s folkrock en countryrock.
Hier blijft het overigens niet bij, want af en toe klinkt de muziek op Blue Mind verrassend soulvol en zo zijn er nog wel wat bijzondere uitstapjes op het album. Het door gitaren gedomineerde geluid van Tess Liautaud klinkt, zeker wanneer je in een nostalgische bui bent, bijzonder lekker met hier en daar heerlijke gitaarsolo’s als kers op de taart en aangename orgeltjes als smakelijk bijgerecht.
De Frans-Amerikaanse muzikante had een crowdfunding campagne nodig om haar nieuwe album op te nemen en gelukkig werd haar talent in de rijke muziekscene van Christchurch op de juiste waarde geschat. Blue Mind is in muzikaal opzicht een heerlijk album, dat zowel nostalgisch als gloedvol klinkt. Er zijn momenteel veel meer albums die hun inspiratie vinden in een ver verleden en ook de genres waar Tess Liautaud uit put worden momenteel druk bezocht.
Toch klinkt het tweede album van de muzikante uit Christchurch wat mij betreft anders dan de meeste andere albums met vergelijkbare invloeden. Dat zit hem voor een belangrijk deel in de songs, die de tijd durven te nemen, die alle ruimte bieden aan muzikale intermezzo’s en geen moment de neiging hebben om zich te ontworstelen aan het tijdperk waarin dit soort muziek vaker werd gemaakt. Blue Mind klinkt hierdoor heerlijk authentiek, maar het album klinkt wat mij betreft geen moment gedateerd. De songs van Tess Liautaud liggen bijzonder lekker in het gehoor en een aantal songs op het album kan absoluut als aanstekelijk worden bestempeld, zeker wanneer een vleugje 70s Fleetwood Mac opduikt in de muziek.
Blue Mind is zeker niet alleen in muzikaal opzicht een interessant album, want de stem van Tess Liautaud is misschien nog wel het meest interessante ingrediënt op dit aansprekende album. De Frans-Amerikaanse muzikante beschikt over een zeer aangename en aansprekende stem, die perfect past bij de muziek die ze maakt op haar nieuwe album. Het is een stem waarin ik heel af en toe een beetje van Chrissie Hynde hoor, maar Tess Liautaud heeft ook een duidelijk eigen stemgeluid en het is er een die het wat nostalgische karakter van haar nieuwe album verder versterkt. Flying Out Records heeft me zoals gezegd al heel wat bijzondere albums opgeleverd en ook Blue Mind van Tess Liautaud is er wat mij betreft een. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tess Liautaud - Blue Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tess Liautaud - Blue Moon
Tess Liautaud heeft Franse en Amerikaanse wortels, maar haar muzikale geluk vond ze in Nieuw-Zeeland, waar ze deze week indruk maakt met een heerlijk album vol echo’s uit een inmiddels ver verleden
Laat Blue Mind van Tess Liautaud uit de speakers komen en je wordt een aantal decennia mee terug geworpen in de tijd. Het tweede album van de vanuit Nieuw-Zeeland opererende muzikante vindt de inspiratie vooral in de jaren 70, maar toch klinkt Blue Mind niet als een retro album. De invloeden uit de jaren 70 worden gecombineerd met wat tijdloze invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en zijn gegoten in bijzonder lekker in het gehoor liggende songs, die stuk voor stuk onmiddellijk vertrouwd klinken. In muzikaal opzicht staat het als een huis, maar Tess Liautaud is ook een prima zangeres. Wat je van ver komt is niet altijd lekkerder, maar dit is weer een aangename verrassing van de andere kant van de wereld.
De nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out Records was de afgelopen maanden niet heel scheutig met prachtalbums van Nieuw-Zeelandse bodem die mij direct wisten te overtuigen, maar de afgelopen week had de winkel en webshop uit Auckland, die me de afgelopen jaren al zoveel mooie muziek heeft opgeleverd, er weer eens een. Het gaat om Blue Mind van de vanuit Christchurch opererende Tess Liautaud, die overigens Amerikaanse en Franse wortels heeft en eerder New York en Parijs als thuisbasis had.
Blue Mind is voor zover ik weet het tweede album van Tess Liautaud en het is een album dat is gestoken in een wat nostalgisch aandoende hoes. Het is een hoes die zo uit de jaren 60 of 70 zou kunnen stammen en de hoes is niet het enige dat herinnert aan vervlogen tijden. Ook in muzikaal opzicht maakt Tess Liautaud immers muziek met een hang naar het verleden. Luister naar Blue Mind en je hoort flarden Laurel Canyon folk en 70s folkrock en countryrock.
Hier blijft het overigens niet bij, want af en toe klinkt de muziek op Blue Mind verrassend soulvol en zo zijn er nog wel wat bijzondere uitstapjes op het album. Het door gitaren gedomineerde geluid van Tess Liautaud klinkt, zeker wanneer je in een nostalgische bui bent, bijzonder lekker met hier en daar heerlijke gitaarsolo’s als kers op de taart en aangename orgeltjes als smakelijk bijgerecht.
De Frans-Amerikaanse muzikante had een crowdfunding campagne nodig om haar nieuwe album op te nemen en gelukkig werd haar talent in de rijke muziekscene van Christchurch op de juiste waarde geschat. Blue Mind is in muzikaal opzicht een heerlijk album, dat zowel nostalgisch als gloedvol klinkt. Er zijn momenteel veel meer albums die hun inspiratie vinden in een ver verleden en ook de genres waar Tess Liautaud uit put worden momenteel druk bezocht.
Toch klinkt het tweede album van de muzikante uit Christchurch wat mij betreft anders dan de meeste andere albums met vergelijkbare invloeden. Dat zit hem voor een belangrijk deel in de songs, die de tijd durven te nemen, die alle ruimte bieden aan muzikale intermezzo’s en geen moment de neiging hebben om zich te ontworstelen aan het tijdperk waarin dit soort muziek vaker werd gemaakt. Blue Mind klinkt hierdoor heerlijk authentiek, maar het album klinkt wat mij betreft geen moment gedateerd. De songs van Tess Liautaud liggen bijzonder lekker in het gehoor en een aantal songs op het album kan absoluut als aanstekelijk worden bestempeld, zeker wanneer een vleugje 70s Fleetwood Mac opduikt in de muziek.
Blue Mind is zeker niet alleen in muzikaal opzicht een interessant album, want de stem van Tess Liautaud is misschien nog wel het meest interessante ingrediënt op dit aansprekende album. De Frans-Amerikaanse muzikante beschikt over een zeer aangename en aansprekende stem, die perfect past bij de muziek die ze maakt op haar nieuwe album. Het is een stem waarin ik heel af en toe een beetje van Chrissie Hynde hoor, maar Tess Liautaud heeft ook een duidelijk eigen stemgeluid en het is er een die het wat nostalgische karakter van haar nieuwe album verder versterkt. Flying Out Records heeft me zoals gezegd al heel wat bijzondere albums opgeleverd en ook Blue Mind van Tess Liautaud is er wat mij betreft een. Erwin Zijleman
Tess Merlot - Laissez-moi (2021)

4,5
0
geplaatst: 29 september 2021, 16:40 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tess Merlot - Laissez-moi - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tess Merlot - Laissez-moi
De Nederlandse muzikante Tess van der Zwet transformeert als Tess Merlot in een zeer vaardig vertolkster van het Franse levenslied en strooit hierbij zowel met zonnestralen als met tranen
Je moet het maar durven om als Nederlandse muzikante een Franstalig album te maken dat van de eerste tot en met de laatste noot het erfgoed van de Franse muziek respecteert en eert. Tess van der Zwet heeft het gedurfd en levert als Tess Merlot een geweldig album af. Dat is deels de verdienste van de geweldige muzikanten die haar op Laissez-moi begeleiden, maar het zijn toch vooral de stem van Tess Merlot, haar persoonlijke verhalen en de bijzondere wijze waarop ze deze voordraagt, die van Laissez-moi zo’n indrukwekkend album maken. Tess Merlot kan overweg met de melancholie die onlosmakelijk is verbonden met het Franse chanson, maar ze laat de zon ook uitbundig schijnen. Snel boeken dat retourtje (of enkeltje) Parijs.
Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps zetten momenteel wekelijks het Franse chanson in het zonnetje in het zeker aan te bevelen tv-programma CHANSONS!. Het is een mooi podium voor het Franse chanson, maar iedereen die de afgelopen jaren heeft opgelet, weet dat we ook in eigen land een uitstekende vertolkster van het Franse levenslied hebben.
Tess van der Zwet was in 2014 de drijvende kracht achter de website Het Chanson Offensief, die vol staat met mooie verhalen over muziek uit Frankrijk. Met haar band Tess Et Les Moutons deed ze mee aan een talentenjacht op tv, maakte ze jarenlang de podia onveilig en bracht ze een prima EP uit, waarop originele Franse chansons op bijzondere wijze werden gecombineerd met de Nederlandstalige of Engelstalige bewerkingen die hier in Nederland veel bekender zijn.
Ondanks het succes van Tess Et Les Moutons was het tijd voor iets nieuws en daarom duikt de Haagse zangeres nu op als Tess Merlot. Laissez-moi is het debuutalbum van Tess Merlot en het is een album dat de liefde voor het Franse chanson na de eerste afleveringen van CHANSONS! nog wat verder aanwakkert.
Mon Paris, de single die aan het album vooraf ging, wekt onmiddellijk de niet meer te onderdrukken wens op om weer eens een bezoek te brengen aan de lichtstad of de stad van de liefde. En zo bevat Laissez-moi flink wat songs die zorgen voor een Franse zomer in de bol.
Vergeleken met het ook recent verschenen album van de Franse muzikante Barbara Pravi, kiest Tess Merlot voor een wat zonnigere invalshoek. De Nederlandse muzikant kiest een enkele keer voor het melancholische en wat dramatische Franse chanson, dat Barbara Pravi uitvoerig verkent, maar veel vaker hoor je het lichtvoetigere geluid dat we kennen uit de Franse popmuziek en dat we ook kennen van Zaz.
Ik hou persoonlijk wel van alle melancholie en dramatiek in het Franse chanson, maar zeker wanneer de zon schijnt, zijn de wat optimistischere klanken vol invloeden uit de jazz en de gipsymuziek op Laissez-moi zeer welkom.
Tess van der Zwet kan zowel uit de voeten met donkere wolken als met zonnestralen. Les Saisons de Ma Jeunesse, dat terugblikt op haar (overigens gelukkige) jeugd, Grand-père, het eerbetoon aan haar opa en Il Est Mort le Soleil, over een definitief afscheid, zijn prachtig melancholisch, maar hier staan warmbloedige tracks vol zonnestralen tegenover, zoals in het al genoemde Mon Paris.
Dat het ook buiten de Franse landsgrenzen goed toeven is hoor je in La Haye en Bruxelles. En zo bevat Laissez-moi twaalf mooie verhalen. Het zijn twaalf verhalen die keer op keer prachtig, maar ook verrassend gevarieerd, zijn ingekleurd door een groep zeer competente muzikanten, waarna Tess Merlot het mag afmaken met haar prachtige stem. En dat doet ze met verve, want was is de zang op Laissez-moi mooi en trefzeker,
Het is knap om als Nederlandse muzikante een album kan maken dat 100% Frans klinkt en het is nog veel knapper als het een album is dat niet onder doet voor de albums van de smaakmakers in de Franse muziekscene.
Het zal niet meevallen om als Tess van der Zwet naam te maken binnen het enorme aanbod van de Franse (pop)muziek, maar als Tess Merlot moet het lukken, net als het onze eigen Dave in de jaren 70 lukte. Als Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps klaar zijn met het eerste seizoen van CHANSONS!, moeten ze maar eens snel een bezoekje brengen aan Tess Merlot in Den Haag. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tess Merlot - Laissez-moi - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tess Merlot - Laissez-moi
De Nederlandse muzikante Tess van der Zwet transformeert als Tess Merlot in een zeer vaardig vertolkster van het Franse levenslied en strooit hierbij zowel met zonnestralen als met tranen
Je moet het maar durven om als Nederlandse muzikante een Franstalig album te maken dat van de eerste tot en met de laatste noot het erfgoed van de Franse muziek respecteert en eert. Tess van der Zwet heeft het gedurfd en levert als Tess Merlot een geweldig album af. Dat is deels de verdienste van de geweldige muzikanten die haar op Laissez-moi begeleiden, maar het zijn toch vooral de stem van Tess Merlot, haar persoonlijke verhalen en de bijzondere wijze waarop ze deze voordraagt, die van Laissez-moi zo’n indrukwekkend album maken. Tess Merlot kan overweg met de melancholie die onlosmakelijk is verbonden met het Franse chanson, maar ze laat de zon ook uitbundig schijnen. Snel boeken dat retourtje (of enkeltje) Parijs.
Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps zetten momenteel wekelijks het Franse chanson in het zonnetje in het zeker aan te bevelen tv-programma CHANSONS!. Het is een mooi podium voor het Franse chanson, maar iedereen die de afgelopen jaren heeft opgelet, weet dat we ook in eigen land een uitstekende vertolkster van het Franse levenslied hebben.
Tess van der Zwet was in 2014 de drijvende kracht achter de website Het Chanson Offensief, die vol staat met mooie verhalen over muziek uit Frankrijk. Met haar band Tess Et Les Moutons deed ze mee aan een talentenjacht op tv, maakte ze jarenlang de podia onveilig en bracht ze een prima EP uit, waarop originele Franse chansons op bijzondere wijze werden gecombineerd met de Nederlandstalige of Engelstalige bewerkingen die hier in Nederland veel bekender zijn.
Ondanks het succes van Tess Et Les Moutons was het tijd voor iets nieuws en daarom duikt de Haagse zangeres nu op als Tess Merlot. Laissez-moi is het debuutalbum van Tess Merlot en het is een album dat de liefde voor het Franse chanson na de eerste afleveringen van CHANSONS! nog wat verder aanwakkert.
Mon Paris, de single die aan het album vooraf ging, wekt onmiddellijk de niet meer te onderdrukken wens op om weer eens een bezoek te brengen aan de lichtstad of de stad van de liefde. En zo bevat Laissez-moi flink wat songs die zorgen voor een Franse zomer in de bol.
Vergeleken met het ook recent verschenen album van de Franse muzikante Barbara Pravi, kiest Tess Merlot voor een wat zonnigere invalshoek. De Nederlandse muzikant kiest een enkele keer voor het melancholische en wat dramatische Franse chanson, dat Barbara Pravi uitvoerig verkent, maar veel vaker hoor je het lichtvoetigere geluid dat we kennen uit de Franse popmuziek en dat we ook kennen van Zaz.
Ik hou persoonlijk wel van alle melancholie en dramatiek in het Franse chanson, maar zeker wanneer de zon schijnt, zijn de wat optimistischere klanken vol invloeden uit de jazz en de gipsymuziek op Laissez-moi zeer welkom.
Tess van der Zwet kan zowel uit de voeten met donkere wolken als met zonnestralen. Les Saisons de Ma Jeunesse, dat terugblikt op haar (overigens gelukkige) jeugd, Grand-père, het eerbetoon aan haar opa en Il Est Mort le Soleil, over een definitief afscheid, zijn prachtig melancholisch, maar hier staan warmbloedige tracks vol zonnestralen tegenover, zoals in het al genoemde Mon Paris.
Dat het ook buiten de Franse landsgrenzen goed toeven is hoor je in La Haye en Bruxelles. En zo bevat Laissez-moi twaalf mooie verhalen. Het zijn twaalf verhalen die keer op keer prachtig, maar ook verrassend gevarieerd, zijn ingekleurd door een groep zeer competente muzikanten, waarna Tess Merlot het mag afmaken met haar prachtige stem. En dat doet ze met verve, want was is de zang op Laissez-moi mooi en trefzeker,
Het is knap om als Nederlandse muzikante een album kan maken dat 100% Frans klinkt en het is nog veel knapper als het een album is dat niet onder doet voor de albums van de smaakmakers in de Franse muziekscene.
Het zal niet meevallen om als Tess van der Zwet naam te maken binnen het enorme aanbod van de Franse (pop)muziek, maar als Tess Merlot moet het lukken, net als het onze eigen Dave in de jaren 70 lukte. Als Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps klaar zijn met het eerste seizoen van CHANSONS!, moeten ze maar eens snel een bezoekje brengen aan Tess Merlot in Den Haag. Erwin Zijleman
Tess Parks - And Those Who Were Seen Dancing (2022)

4,0
0
geplaatst: 25 mei 2022, 13:12 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tess Parks - And Those Who Were Seen Dancing - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tess Parks - And Those Who Were Seen Dancing
De Canadese muzikante Tess Parks maakte twee albums met Anton Newcombe, maar levert nu een verrassend veelzijdig soloalbum af, dat echt veel beter is dan je bij oppervlakkige beluistering kunt vermoeden
Ik heb altijd een zwak gehad voor de muziek van Tess Parks, al is het maar omdat de muziek van de Canadese muzikante meer dan eens herinnert aan die van Mazzy Star. Na twee albums met de van The Brian Jonestown Massacre bekende Anton Newcombe is And Those Who Were Seen Dancing weer eens een soloalbum van Tess Parks en het is een uitstekend album geworden. De muzikante uit Toronto put nog altijd uit de archieven van de shoegaze, dreampop en psychedelica, maar geeft op haar nieuwe album vaak een verrassende en bovendien gevarieerde draai aan deze invloeden. Het levert een album op dat makkelijk verleidt, maar dat de echte schoonheid pas na een paar keer horen prijs geeft.
Het deze week verschenen And Those Who Were Seen Dancing is het tweede echte soloalbum van de Canadese muzikante Tess Parks en de opvolger van het in 2014 verschenen Blood Hot. Tussen deze twee albums maakte Tess Parks ook nog twee albums met de Amerikaanse muzikant Anton Newcombe, die we ook kennen van de cultband The Brian Jonestown Massacre.
Ik heb tot dusver wel wat met de albums van Tess Parks, al is het maar omdat ze me met grote regelmaat doen denken aan de albums van Mazzy Star. De vergelijking met Mazzy Star zit Tess Parks ook wel eens in de weg, maar persoonlijk kan ik weinig betere inspiratiebronnen bedenken dan de band rond Hope Sandoval en de in 2020 overleden David Roback. Mazzy Star blonk verder nooit uit door een hoge productiviteit, waardoor de aan de band herinnerende albums van Tess Parks zeer welkom waren en zijn.
Ook op And Those Who Were Seen Dancing doet de muziek van Tess Parks weer meer dan eens denken aan Mazzy Star, zeker wanneer invloeden uit de shoegaze en dreampop worden gecombineerd met flink wat psychedelica, gruizige gitaren worden gecombineerd met akoestische gitaren en Tess Parks op haar zwoelst zingt. De raakvlakken met de muziek van de roemruchte Amerikaanse band komen deels van de muziek op And Those Who Were Seen Dancing, maar het is toch vooral de dromerige en verleidelijke zang van Tess Parks die herinneringen oproept aan de muziek van Mazzy Star.
Het is de afgelopen vier jaar behoorlijk stil geweest rond de Canadese muzikante, maar gelukkig is ze terug met een prima album. And Those Who Were Seen Dancing is een lekker gevarieerd album, dat laat horen dat de muzikante uit Toronto, die tegenwoordig overigens in Londen woont, misschien geen geheim maakt van haar belangrijkste inspiratiebronnen, maar dat op hetzelfde moment laat horen dat Tess Parks op een breed terrein uit de voeten kan en zich bovendien blijft vernieuwen.
Op de albums die ze maakte met Anton Newcombe kreeg de muziek van Tess Parks een flinke psychedelische injectie en die heeft ze behouden op haar nieuwe album. Het voorziet And Those Who Were Seen Dancing van een lekkere lome sfeer, die ook weer goed combineert met de dromerige vocalen, die overigens ook vaak een rauw randje hebben. Ook in muzikaal opzicht heeft And Those Who Were Seen Dancing overigens zijn ruwere momenten vol gruizige gitaren die wel wat doen denken aan de muziek van The Jesus And Mary Chain van lang geleden, maar het zijn lang niet altijd de gitaren die overheersen.
Tess Parks heeft de tijd genomen voor haar nieuwe album en dat hoor je. Er is veel aandacht besteed aan de instrumentatie op en de productie van het album en hiernaast zijn de songs van een nog hoger niveau dan we al van de Canadese muzikante gewend waren. Ook de zang vind ik trouwens een stuk beter dan op de vorige albums.
And Those Who Were Seen Dancing wordt vooralsnog wat wisselend ontvangen, maar ik vind het nu al het beste album van Tess Parks tot dusver en de rek is er nog niet uit. Het is wat mij betreft jammer dat de Canadese muzikante tot dusver wat onderschat wordt en ook lang niet altijd de waardering krijgt die ze verdient, maar kwaliteit komt uiteindelijk altijd boven drijven. Het moet zeker gaan gebeuren met het fraaie And Those Who Were Seen Dancing. Erwin Zijleman [/quote]
[quote]
De krenten uit de pop: Tess Parks - And Those Who Were Seen Dancing - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tess Parks - And Those Who Were Seen Dancing
De Canadese muzikante Tess Parks maakte twee albums met Anton Newcombe, maar levert nu een verrassend veelzijdig soloalbum af, dat echt veel beter is dan je bij oppervlakkige beluistering kunt vermoeden
Ik heb altijd een zwak gehad voor de muziek van Tess Parks, al is het maar omdat de muziek van de Canadese muzikante meer dan eens herinnert aan die van Mazzy Star. Na twee albums met de van The Brian Jonestown Massacre bekende Anton Newcombe is And Those Who Were Seen Dancing weer eens een soloalbum van Tess Parks en het is een uitstekend album geworden. De muzikante uit Toronto put nog altijd uit de archieven van de shoegaze, dreampop en psychedelica, maar geeft op haar nieuwe album vaak een verrassende en bovendien gevarieerde draai aan deze invloeden. Het levert een album op dat makkelijk verleidt, maar dat de echte schoonheid pas na een paar keer horen prijs geeft.
Het deze week verschenen And Those Who Were Seen Dancing is het tweede echte soloalbum van de Canadese muzikante Tess Parks en de opvolger van het in 2014 verschenen Blood Hot. Tussen deze twee albums maakte Tess Parks ook nog twee albums met de Amerikaanse muzikant Anton Newcombe, die we ook kennen van de cultband The Brian Jonestown Massacre.
Ik heb tot dusver wel wat met de albums van Tess Parks, al is het maar omdat ze me met grote regelmaat doen denken aan de albums van Mazzy Star. De vergelijking met Mazzy Star zit Tess Parks ook wel eens in de weg, maar persoonlijk kan ik weinig betere inspiratiebronnen bedenken dan de band rond Hope Sandoval en de in 2020 overleden David Roback. Mazzy Star blonk verder nooit uit door een hoge productiviteit, waardoor de aan de band herinnerende albums van Tess Parks zeer welkom waren en zijn.
Ook op And Those Who Were Seen Dancing doet de muziek van Tess Parks weer meer dan eens denken aan Mazzy Star, zeker wanneer invloeden uit de shoegaze en dreampop worden gecombineerd met flink wat psychedelica, gruizige gitaren worden gecombineerd met akoestische gitaren en Tess Parks op haar zwoelst zingt. De raakvlakken met de muziek van de roemruchte Amerikaanse band komen deels van de muziek op And Those Who Were Seen Dancing, maar het is toch vooral de dromerige en verleidelijke zang van Tess Parks die herinneringen oproept aan de muziek van Mazzy Star.
Het is de afgelopen vier jaar behoorlijk stil geweest rond de Canadese muzikante, maar gelukkig is ze terug met een prima album. And Those Who Were Seen Dancing is een lekker gevarieerd album, dat laat horen dat de muzikante uit Toronto, die tegenwoordig overigens in Londen woont, misschien geen geheim maakt van haar belangrijkste inspiratiebronnen, maar dat op hetzelfde moment laat horen dat Tess Parks op een breed terrein uit de voeten kan en zich bovendien blijft vernieuwen.
Op de albums die ze maakte met Anton Newcombe kreeg de muziek van Tess Parks een flinke psychedelische injectie en die heeft ze behouden op haar nieuwe album. Het voorziet And Those Who Were Seen Dancing van een lekkere lome sfeer, die ook weer goed combineert met de dromerige vocalen, die overigens ook vaak een rauw randje hebben. Ook in muzikaal opzicht heeft And Those Who Were Seen Dancing overigens zijn ruwere momenten vol gruizige gitaren die wel wat doen denken aan de muziek van The Jesus And Mary Chain van lang geleden, maar het zijn lang niet altijd de gitaren die overheersen.
Tess Parks heeft de tijd genomen voor haar nieuwe album en dat hoor je. Er is veel aandacht besteed aan de instrumentatie op en de productie van het album en hiernaast zijn de songs van een nog hoger niveau dan we al van de Canadese muzikante gewend waren. Ook de zang vind ik trouwens een stuk beter dan op de vorige albums.
And Those Who Were Seen Dancing wordt vooralsnog wat wisselend ontvangen, maar ik vind het nu al het beste album van Tess Parks tot dusver en de rek is er nog niet uit. Het is wat mij betreft jammer dat de Canadese muzikante tot dusver wat onderschat wordt en ook lang niet altijd de waardering krijgt die ze verdient, maar kwaliteit komt uiteindelijk altijd boven drijven. Het moet zeker gaan gebeuren met het fraaie And Those Who Were Seen Dancing. Erwin Zijleman [/quote]
[quote]
Tess Parks - Pomegranate (2024)

4,5
0
geplaatst: 30 oktober 2024, 13:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tess Parks - Pomegranate - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tess Parks - Pomegranate
Tess Parks heeft al vier prachtige albums op haar naam staan, maar met het prachtig klinkende en zeer aangenaam benevelende Pomegranate laat de Canadese muzikante horen dat het nog wat beter kan
Als groot fan van Mazzy Star werd ik ruim tien jaar geleden direct betoverd door de stem van de Canadese muzikante Tess Parks. Na twee soloalbums en twee albums met Anton Newcombe, keert Tess Parks deze week terug met een volgend soloalbum. Pomegranate is een album dat in muzikaal opzicht makkelijk indruk maakt. Het is een album waarop invloeden uit de psychedelica domineren en die invloeden komen met steeds net wat andere klanken uit de speakers. De prachtige klanken op Pomegranate vloeien op zeer fraaie wijze samen met de lome en zwoele zang van Tess Parks, die het benevelende effect van de songs op het album nog wat verder versterkt en wederom betovert met haar songs.
Ik heb tot dusver wel wat met de albums van de Canadese muzikante Tess Parks. Zowel haar twee soloalbums, Blood Hot (2013) en And Those Who Were Seen Dancing (2022), als de twee albums die ze maakte met de van The Brian Jonestown Massacre bekende Anton Newcombe, I Declare Nothing (2015) en Tess Parks & Anton Newcombe (2018), vond ik geweldige albums, die in een flink aantal gevallen mijn jaarlijstje haalden.
Deze week keert de muzikante uit Toronto terug met haar derde soloalbum en ook Pomegranate bevalt me weer uitstekend. Pomegranate is de opvolger van het alweer tweeënhalf jaar oude And Those Who Were Seen Dancing en ligt in het verlengde van al zijn voorgangers. Ook dit keer staat de stem van Tess Parks immers centraal en het is een heerlijk zwoele en luie stem, die nog altijd onmiddellijk doet denken aan die van Mazzy Star’s Hope Sandoval.
Mazzy Star reken ik tot mijn favoriete bands aller tijden, waardoor de Mazzy Star vibe op Pomegranate direct aanvoelt als het spreekwoordelijke warme bad. Tess Parks was in het verleden niet vies van een wat steviger gitaargeluid en invloeden uit de shoegaze, maar ze heeft ook altijd een zwak gehad voor invloeden uit de psychedelica.
Ook Pomegranate opent heerlijk psychedelisch met breed uitwaaiende gitaarlijnen een dromerig spelende ritmesectie, wat andere zweverige accenten van onder andere de fluit en orgels en synths uit een ver verleden en natuurlijk de lome zang van Tess Parks zelf. Het psychedelische sfeertje van de openingstrack houdt de Canadese muzikante vast in de tracks die volgen.
Pomegranate werd opgenomen in Londen, Toronto en Los Angeles, met producer Ruari Meehan, met wie Tess Parks al eerder samenwerkte, achter de knoppen. De Britse producer heeft het nieuwe album van Tess Parks voorzien van een warm en opvallend mooi geluid. Het is een geluid dat heerlijk zweverig en psychedelisch kan klinken, maar Pomegranate heeft ook een aardse en organische basis.
In muzikaal opzicht vind ik Pomegranate weer net wat interessanter dan de vorige albums van Tess Parks en het is ook een afwisselend klinkend album, waarin steeds weer andere instrumenten het voortouw nemen. Vergeleken met de vorige albums van Tess Parks klinkt haar nieuwe album voller en minder gruizig, wat de dromerige sfeer van haar muziek alleen maar versterkt.
Het past allemaal prachtig bij de zwoele vocalen van de muzikante uit Toronto. Ook de zang op Pomegranate zal waarschijnlijk weer gemengde reacties oproepen. Ik kan me voorstellen dat de zang op het album wat slaperig en eentonig kan overkomen, maar als je vatbaar bent voor de vocale verleiding van Tess Parks, en ik ben dat zeker, is Pomegranate een kleine veertig minuten genieten.
Tess Parks was in het verleden niet vies van de nodige melancholie in haar songs. Die melancholie hoor je ook in een aantal songs op Pomegranate, maar de Canadese muzikante klinkt in een aantal songs ook verrassend opgewekt. Tess Parks heeft de lat in het verleden bijzonder hoog gelegd met vier uitstekende albums, maar ook album nummer vijf voldoet weer makkelijk aan mijn hoge verwachtingen en gaat heel wat gure herfst- en winteravonden voorzien van een prachtige soundtrack. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tess Parks - Pomegranate - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tess Parks - Pomegranate
Tess Parks heeft al vier prachtige albums op haar naam staan, maar met het prachtig klinkende en zeer aangenaam benevelende Pomegranate laat de Canadese muzikante horen dat het nog wat beter kan
Als groot fan van Mazzy Star werd ik ruim tien jaar geleden direct betoverd door de stem van de Canadese muzikante Tess Parks. Na twee soloalbums en twee albums met Anton Newcombe, keert Tess Parks deze week terug met een volgend soloalbum. Pomegranate is een album dat in muzikaal opzicht makkelijk indruk maakt. Het is een album waarop invloeden uit de psychedelica domineren en die invloeden komen met steeds net wat andere klanken uit de speakers. De prachtige klanken op Pomegranate vloeien op zeer fraaie wijze samen met de lome en zwoele zang van Tess Parks, die het benevelende effect van de songs op het album nog wat verder versterkt en wederom betovert met haar songs.
Ik heb tot dusver wel wat met de albums van de Canadese muzikante Tess Parks. Zowel haar twee soloalbums, Blood Hot (2013) en And Those Who Were Seen Dancing (2022), als de twee albums die ze maakte met de van The Brian Jonestown Massacre bekende Anton Newcombe, I Declare Nothing (2015) en Tess Parks & Anton Newcombe (2018), vond ik geweldige albums, die in een flink aantal gevallen mijn jaarlijstje haalden.
Deze week keert de muzikante uit Toronto terug met haar derde soloalbum en ook Pomegranate bevalt me weer uitstekend. Pomegranate is de opvolger van het alweer tweeënhalf jaar oude And Those Who Were Seen Dancing en ligt in het verlengde van al zijn voorgangers. Ook dit keer staat de stem van Tess Parks immers centraal en het is een heerlijk zwoele en luie stem, die nog altijd onmiddellijk doet denken aan die van Mazzy Star’s Hope Sandoval.
Mazzy Star reken ik tot mijn favoriete bands aller tijden, waardoor de Mazzy Star vibe op Pomegranate direct aanvoelt als het spreekwoordelijke warme bad. Tess Parks was in het verleden niet vies van een wat steviger gitaargeluid en invloeden uit de shoegaze, maar ze heeft ook altijd een zwak gehad voor invloeden uit de psychedelica.
Ook Pomegranate opent heerlijk psychedelisch met breed uitwaaiende gitaarlijnen een dromerig spelende ritmesectie, wat andere zweverige accenten van onder andere de fluit en orgels en synths uit een ver verleden en natuurlijk de lome zang van Tess Parks zelf. Het psychedelische sfeertje van de openingstrack houdt de Canadese muzikante vast in de tracks die volgen.
Pomegranate werd opgenomen in Londen, Toronto en Los Angeles, met producer Ruari Meehan, met wie Tess Parks al eerder samenwerkte, achter de knoppen. De Britse producer heeft het nieuwe album van Tess Parks voorzien van een warm en opvallend mooi geluid. Het is een geluid dat heerlijk zweverig en psychedelisch kan klinken, maar Pomegranate heeft ook een aardse en organische basis.
In muzikaal opzicht vind ik Pomegranate weer net wat interessanter dan de vorige albums van Tess Parks en het is ook een afwisselend klinkend album, waarin steeds weer andere instrumenten het voortouw nemen. Vergeleken met de vorige albums van Tess Parks klinkt haar nieuwe album voller en minder gruizig, wat de dromerige sfeer van haar muziek alleen maar versterkt.
Het past allemaal prachtig bij de zwoele vocalen van de muzikante uit Toronto. Ook de zang op Pomegranate zal waarschijnlijk weer gemengde reacties oproepen. Ik kan me voorstellen dat de zang op het album wat slaperig en eentonig kan overkomen, maar als je vatbaar bent voor de vocale verleiding van Tess Parks, en ik ben dat zeker, is Pomegranate een kleine veertig minuten genieten.
Tess Parks was in het verleden niet vies van de nodige melancholie in haar songs. Die melancholie hoor je ook in een aantal songs op Pomegranate, maar de Canadese muzikante klinkt in een aantal songs ook verrassend opgewekt. Tess Parks heeft de lat in het verleden bijzonder hoog gelegd met vier uitstekende albums, maar ook album nummer vijf voldoet weer makkelijk aan mijn hoge verwachtingen en gaat heel wat gure herfst- en winteravonden voorzien van een prachtige soundtrack. Erwin Zijleman
Tess Parks & Anton Newcombe - Tess Parks & Anton Newcombe (2018)

4,5
0
geplaatst: 30 oktober 2018, 15:27 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tess Parks & Anton Newcombe - Tess Parks & Anton Newcombe - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tess Parks stak vijf jaar geleden Mazzy Star al naar de kroon op haar debuut en doet dat op de tweede plaat met Anton Newcombe nog wat overtuigender
Mazzy Star reken ik tot mijn favoriete bands en omdat de band verre van productief is, was ik de afgelopen jaren heel blij met de soloplaat van Tess Parks en met de plaat die ze maakte met Anton Newcombe. Het tweetal heeft een nieuwe plaat uit en die is nog wat beter. Tess Parks en Anton Newcombe klinken rauwer, wakkerder en pyschedelischer dan Mazzy Star en verleiden negen songs lang meedogenloos met geweldig gitaarwerk, een loodzware ritmesectie, talloze psychedelische accenten en vooral de prachtige zang van Tess Parks, die me Hope Sandoval minstens even doet vergeten.
Tess Parks debuteerde in de herfst van 2013 met het verrassend sterke Blood Hot. Op haar debuut klonk de singer-songwriter uit het Canadese Toronto als een wakkere en wat rauwere versie van Mazzy Star en dat beviel mee zeer.
Soloplaten van Tess Parks zijn sindsdien helaas niet meer verschenen, maar in 2015 verscheen wel de eerste plaat waarop de Canadese muzikante samenwerkte met Anton Newcombe, die ooit aan de wieg stond van de Amerikaanse cultband The Brian Jonestown Massacre.
Ook samen met Anton Newcombe maakte Tess Parks muziek die deed denken aan die van Mazzy Star, waardoor de plaat aansloot op en niet onder deed voor haar zo sterke debuut van twee jaar eerder. Begin dit jaar verscheen een EP van Tess Parks en Anton Newcombe en nu is er dan het volwaardige album.
De titelloze plaat trekt de lijn van voorganger I Declare Nothing door, waardoor ook deze plaat weer flink wat associaties oproept met het werk van Mazzy Star. Waar de muziek van Mazzy Star vooral loom en zwoel is, is de muziek van Tess Parks en Anton Newcombe net wat rauwer, steviger en psychedelischer, terwijl ik ook wat vaker raakvlakken hoor met de invloedrijke muziek van The Velvet Underground.
Omdat ik hier en daar een vleugje Serge Gainsbourg oppik, ligt ook de vergelijking met de uitstekende plaat die The Limiñanas vorig jaar maakten voor de hand en als ik ook nog My Bloody Valentine noem, heb ik al het vergelijkingsmateriaal wel gehad.
Ook op de nieuwe plaat van Tess Parks en Anton Newcombe is de stem van Tess Parks de grootste verleider. De Canadese muzikante zingt prachtig zwoel en onderkoeld, maar kan ook rauw en gedreven klinken, waardoor ze als zangeres meer variatie in huis heeft dan het grote voorbeeld Hope Sandoval.
Ook in muzikaal opzicht is de nieuwe plaat van het Amerikaans/Canadese tweetal een gevarieerde plaat. De plaat bevat een aantal meer ingetogen en een aantal flink stevigere tracks en varieert bovendien de mate waarin invloeden uit de psychedelica toegang krijgen tot de muziek. De muziek van Tess Parks en Anton Newcombe kan hierdoor zowel loom als stevig klinken, maar ook zweverig of direct.
Zeker wanneer de gitaren lekker vol en gruizig klinken, de psychedelische orgeltjes piepen en kraken en de ritmesectie loodzwaar is, stijgt de stem van Tess Parks makkelijk naar grote hoogten en steekt ze het beste van Mazzy Star naar de kroon, maar ook in de andere tracks op de plaat overtuigt de Canadese singer-songwriter volop.
Als fan van Mazzy Star ben ik blij met deze plaat. Misschien nog wel blijer dan in het verleden, want wat Anton Newcombe en Tess Parks op hun nieuwe plaat laten horen is meer dan eens prachtig. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tess Parks & Anton Newcombe - Tess Parks & Anton Newcombe - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tess Parks stak vijf jaar geleden Mazzy Star al naar de kroon op haar debuut en doet dat op de tweede plaat met Anton Newcombe nog wat overtuigender
Mazzy Star reken ik tot mijn favoriete bands en omdat de band verre van productief is, was ik de afgelopen jaren heel blij met de soloplaat van Tess Parks en met de plaat die ze maakte met Anton Newcombe. Het tweetal heeft een nieuwe plaat uit en die is nog wat beter. Tess Parks en Anton Newcombe klinken rauwer, wakkerder en pyschedelischer dan Mazzy Star en verleiden negen songs lang meedogenloos met geweldig gitaarwerk, een loodzware ritmesectie, talloze psychedelische accenten en vooral de prachtige zang van Tess Parks, die me Hope Sandoval minstens even doet vergeten.
Tess Parks debuteerde in de herfst van 2013 met het verrassend sterke Blood Hot. Op haar debuut klonk de singer-songwriter uit het Canadese Toronto als een wakkere en wat rauwere versie van Mazzy Star en dat beviel mee zeer.
Soloplaten van Tess Parks zijn sindsdien helaas niet meer verschenen, maar in 2015 verscheen wel de eerste plaat waarop de Canadese muzikante samenwerkte met Anton Newcombe, die ooit aan de wieg stond van de Amerikaanse cultband The Brian Jonestown Massacre.
Ook samen met Anton Newcombe maakte Tess Parks muziek die deed denken aan die van Mazzy Star, waardoor de plaat aansloot op en niet onder deed voor haar zo sterke debuut van twee jaar eerder. Begin dit jaar verscheen een EP van Tess Parks en Anton Newcombe en nu is er dan het volwaardige album.
De titelloze plaat trekt de lijn van voorganger I Declare Nothing door, waardoor ook deze plaat weer flink wat associaties oproept met het werk van Mazzy Star. Waar de muziek van Mazzy Star vooral loom en zwoel is, is de muziek van Tess Parks en Anton Newcombe net wat rauwer, steviger en psychedelischer, terwijl ik ook wat vaker raakvlakken hoor met de invloedrijke muziek van The Velvet Underground.
Omdat ik hier en daar een vleugje Serge Gainsbourg oppik, ligt ook de vergelijking met de uitstekende plaat die The Limiñanas vorig jaar maakten voor de hand en als ik ook nog My Bloody Valentine noem, heb ik al het vergelijkingsmateriaal wel gehad.
Ook op de nieuwe plaat van Tess Parks en Anton Newcombe is de stem van Tess Parks de grootste verleider. De Canadese muzikante zingt prachtig zwoel en onderkoeld, maar kan ook rauw en gedreven klinken, waardoor ze als zangeres meer variatie in huis heeft dan het grote voorbeeld Hope Sandoval.
Ook in muzikaal opzicht is de nieuwe plaat van het Amerikaans/Canadese tweetal een gevarieerde plaat. De plaat bevat een aantal meer ingetogen en een aantal flink stevigere tracks en varieert bovendien de mate waarin invloeden uit de psychedelica toegang krijgen tot de muziek. De muziek van Tess Parks en Anton Newcombe kan hierdoor zowel loom als stevig klinken, maar ook zweverig of direct.
Zeker wanneer de gitaren lekker vol en gruizig klinken, de psychedelische orgeltjes piepen en kraken en de ritmesectie loodzwaar is, stijgt de stem van Tess Parks makkelijk naar grote hoogten en steekt ze het beste van Mazzy Star naar de kroon, maar ook in de andere tracks op de plaat overtuigt de Canadese singer-songwriter volop.
Als fan van Mazzy Star ben ik blij met deze plaat. Misschien nog wel blijer dan in het verleden, want wat Anton Newcombe en Tess Parks op hun nieuwe plaat laten horen is meer dan eens prachtig. Erwin Zijleman
Tess Parks and Anton Newcombe - I Declare Nothing (2015)

4,5
0
geplaatst: 15 juli 2015, 15:53 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tess Parks & Anton Newcombe - I Declare Nothing - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Tess Parks maakte aan het eind van 2013 één van de betere platen van het jaar. Het had ook de plaat kunnen zijn die Mazzy Star op dat moment al heel lang niet meer gemaakt had, ware het niet dat Mazzy Star net een paar weken eerder was opgedoken met de door niemand meer verwachte comeback plaat. Het deed overigens niets af aan de kwaliteit van Hot Blood van Tess Parks.
De Canadese muzikante keert nu terug met I Declare Nothing, dat ze samen met Anton Newcombe, één van de oprichters van de cultband The Brian Jonestown Massacre, maakte.
I Declare Nothing doet meer aan het debuut van Tess Parks dan aan de platen van Brian Jonestown Massacre denken en herinnert, net als dit debuut van Tess Parks, meer dan eens aan de muziek van Mazzy Star.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal net wat gruiziger en experimenteler, maar het zijn vooral de vocalen van Tess Parks die I Declare Nothing onderscheiden van de platen van Mazzy Star. Vergeleken met de zwoele fluistervocalen van Hope Sandoval is Tess Parks voorzien van een behoorlijk rauwe strot die de woorden soms met veel venijn en altijd met wat gruis uitspuugt.
Zeker in songs die net wat meer rammelen of net wat nadrukkelijker het experiment opzoeken, hoor je veel terug van The Velvet Underground; een band die uiteraard ook van grote invloed is geweest op Mazzy Star, maar I Declare Nothing is ook een kind van deze tijd.
Het gezicht van Tess Parks staat op de cover van de plaat en bepaalt voor een groot deel het geluid op I Declare Nothing, maar ook de rol van Anton Newcombe is van grote waarde. Newcombe heeft I Declare Nothing immers voorzien van geweldig gitaarwerk, dat zich laat beïnvloeden door een aantal decennia gitaarmuziek en hierdoor steeds weet te prikkelen.
Het is onduidelijk of I Declare Nothing nu gezien moet worden als de opvolger van Hot Blood of niet, maar een tussendoortje is het zeker niet. Daarvoor is de de plaat die Anton Newcombe en Tess Parks hebben gemaakt echt veel te goed. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tess Parks & Anton Newcombe - I Declare Nothing - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Tess Parks maakte aan het eind van 2013 één van de betere platen van het jaar. Het had ook de plaat kunnen zijn die Mazzy Star op dat moment al heel lang niet meer gemaakt had, ware het niet dat Mazzy Star net een paar weken eerder was opgedoken met de door niemand meer verwachte comeback plaat. Het deed overigens niets af aan de kwaliteit van Hot Blood van Tess Parks.
De Canadese muzikante keert nu terug met I Declare Nothing, dat ze samen met Anton Newcombe, één van de oprichters van de cultband The Brian Jonestown Massacre, maakte.
I Declare Nothing doet meer aan het debuut van Tess Parks dan aan de platen van Brian Jonestown Massacre denken en herinnert, net als dit debuut van Tess Parks, meer dan eens aan de muziek van Mazzy Star.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal net wat gruiziger en experimenteler, maar het zijn vooral de vocalen van Tess Parks die I Declare Nothing onderscheiden van de platen van Mazzy Star. Vergeleken met de zwoele fluistervocalen van Hope Sandoval is Tess Parks voorzien van een behoorlijk rauwe strot die de woorden soms met veel venijn en altijd met wat gruis uitspuugt.
Zeker in songs die net wat meer rammelen of net wat nadrukkelijker het experiment opzoeken, hoor je veel terug van The Velvet Underground; een band die uiteraard ook van grote invloed is geweest op Mazzy Star, maar I Declare Nothing is ook een kind van deze tijd.
Het gezicht van Tess Parks staat op de cover van de plaat en bepaalt voor een groot deel het geluid op I Declare Nothing, maar ook de rol van Anton Newcombe is van grote waarde. Newcombe heeft I Declare Nothing immers voorzien van geweldig gitaarwerk, dat zich laat beïnvloeden door een aantal decennia gitaarmuziek en hierdoor steeds weet te prikkelen.
Het is onduidelijk of I Declare Nothing nu gezien moet worden als de opvolger van Hot Blood of niet, maar een tussendoortje is het zeker niet. Daarvoor is de de plaat die Anton Newcombe en Tess Parks hebben gemaakt echt veel te goed. Erwin Zijleman
Tess Roby - Beacon (2018)

4,0
1
geplaatst: 24 april 2018, 15:57 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tess Roby - Beacon - dekrentenuitdepop.blogspot.hr
DINSDAG 24 APRIL 2018
Tess Roby - Beacon
Aan Beacon, het debuut van de Canadese singer-songwriter en multi-instrumentalist Tess Roby, gaat een bijzonder verhaal vooraf.
Tess Roby is een klassiek geschoold muzikante, die lange tijd deel uitmaakte van de Canadian Children's Opera Company. Haar eerste stappen in de popmuziek zette ze pas na het overlijden van haar vader in 2015.
Samen met haar broer dook ze haar vader’s studio in en maakten ze muziek met de instrumenten en apparatuur die ze daar vonden met Beacon als resultaat.
Beacon is niet alleen een eerbetoon aan de vader van Tess Roby, maar ook aan de streek waarin hij opgroeide in Engeland, met de Beacon toren op Ashurst Hill in Dalton, Lancashire, als landmark.
Beacon is een emotievol debuut van de singer-songwriter uit Montreal, maar het is ook een buitengewoon knap debuut. De eerste plaat van Tess Roby laat goed horen dat ze een geschoold muzikante is. Het ingetogen en intieme geluid op Beacon bestaat uit meerdere lagen en steekt bijzonder in elkaar. Centraal staan de ingenieuze gitaarlijnen die heerlijk dromerig en ruimtelijk klinken en worden gecombineerd met atmosferisch klinkende synths en spaarzame drums. Zeker op het eerste gehoor zitten de songs van Tess Roby complex in elkaar, maar Beacon is ook zeker een plaat om lekker bij weg te dromen.
Beacon is deels een eerbetoon aan het Engelse platteland en hier zou Tess Roby in muzikaal opzicht niet misstaan. Ze beschikt over een stem die goed past bij de ingetogen en folky klanken op de plaat, maar het is een stem die ook past bij het dromerige geluid dat Tess Roby en broer Eliot in de studio van hun overleden vader in elkaar hebben geknutseld.
Ik kwam Beacon een paar dagen geleden bij toeval tegen, maar ben inmiddels zeer gehecht aan de prachtige klanken op de plaat. Het zijn klanken die verpakt zijn in songs die uiteindelijk flink wat genres verbinden. Beacon is absoluut beïnvloed door Britse folk, maar kan ook uit de voeten met dreampop, new age en minimal music en heeft hier en daar ook nog raakvlakken met progrock en klassieke muziek, waardoor je bij beluistering van de plaat steeds nieuwe dingen blijft horen en de songs van Tess Roby je steeds wat dierbaarder worden.
Beacon van Tess Roby duurt slechts een half uur, maar maakt in dit half uur behoorlijk wat indruk en het smaakt bovendien naar veel meer. Omdat de songs van de Canadese muzikante tijd vragen is het geen probleem om Beacon meerdere keren achter elkaar uit de speakers te laten komen. Het zorgt voor een lekker lome en dromerige sfeer, maar het zorgt ook voor diepe bewondering voor het bijzondere debuut van Tess Roby. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tess Roby - Beacon - dekrentenuitdepop.blogspot.hr
DINSDAG 24 APRIL 2018
Tess Roby - Beacon
Aan Beacon, het debuut van de Canadese singer-songwriter en multi-instrumentalist Tess Roby, gaat een bijzonder verhaal vooraf.
Tess Roby is een klassiek geschoold muzikante, die lange tijd deel uitmaakte van de Canadian Children's Opera Company. Haar eerste stappen in de popmuziek zette ze pas na het overlijden van haar vader in 2015.
Samen met haar broer dook ze haar vader’s studio in en maakten ze muziek met de instrumenten en apparatuur die ze daar vonden met Beacon als resultaat.
Beacon is niet alleen een eerbetoon aan de vader van Tess Roby, maar ook aan de streek waarin hij opgroeide in Engeland, met de Beacon toren op Ashurst Hill in Dalton, Lancashire, als landmark.
Beacon is een emotievol debuut van de singer-songwriter uit Montreal, maar het is ook een buitengewoon knap debuut. De eerste plaat van Tess Roby laat goed horen dat ze een geschoold muzikante is. Het ingetogen en intieme geluid op Beacon bestaat uit meerdere lagen en steekt bijzonder in elkaar. Centraal staan de ingenieuze gitaarlijnen die heerlijk dromerig en ruimtelijk klinken en worden gecombineerd met atmosferisch klinkende synths en spaarzame drums. Zeker op het eerste gehoor zitten de songs van Tess Roby complex in elkaar, maar Beacon is ook zeker een plaat om lekker bij weg te dromen.
Beacon is deels een eerbetoon aan het Engelse platteland en hier zou Tess Roby in muzikaal opzicht niet misstaan. Ze beschikt over een stem die goed past bij de ingetogen en folky klanken op de plaat, maar het is een stem die ook past bij het dromerige geluid dat Tess Roby en broer Eliot in de studio van hun overleden vader in elkaar hebben geknutseld.
Ik kwam Beacon een paar dagen geleden bij toeval tegen, maar ben inmiddels zeer gehecht aan de prachtige klanken op de plaat. Het zijn klanken die verpakt zijn in songs die uiteindelijk flink wat genres verbinden. Beacon is absoluut beïnvloed door Britse folk, maar kan ook uit de voeten met dreampop, new age en minimal music en heeft hier en daar ook nog raakvlakken met progrock en klassieke muziek, waardoor je bij beluistering van de plaat steeds nieuwe dingen blijft horen en de songs van Tess Roby je steeds wat dierbaarder worden.
Beacon van Tess Roby duurt slechts een half uur, maar maakt in dit half uur behoorlijk wat indruk en het smaakt bovendien naar veel meer. Omdat de songs van de Canadese muzikante tijd vragen is het geen probleem om Beacon meerdere keren achter elkaar uit de speakers te laten komen. Het zorgt voor een lekker lome en dromerige sfeer, maar het zorgt ook voor diepe bewondering voor het bijzondere debuut van Tess Roby. Erwin Zijleman
Tess Roby - Ideas of Space (2022)

0
geplaatst: 25 april 2022, 17:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tess Roby - Ideas Of Space - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tess Roby - Ideas Of Space
De Canadese muzikante Tess Roby debuteerde precies vier jaar geleden knap met het fraaie Beacon en maakt nu misschien nog wel meer indruk met het bijzonder mooie en bijzondere Ideas Of Space
Bij de naam Tess Roby moest ik even graven in het geheugen, maar al snel kwam het bijzondere debuutalbum Beacon weer aan de oppervlakte. Op haar tweede album borduurt Tess Roby maar ten dele voort op haar debuut en kiest ze voor een wat zweveriger geluid waarin elektronica de hoofdrol opeist. Tess Roby kiest nog steeds niet voor de makkelijkste weg, want haar songs steken knap in elkaar en zitten vol bijzondere details. Alle elektronica past verrassend goed bij haar geschoolde stem die warmte toevoegt aan alle elektronische klanken. Ideas Of Space is een album dat met name later op de avond aan schoonheid en kracht wint en alleen maar mooier wordt.
Bijna op de dag af vier jaar geleden schreef ik over Beacon van de Canadese muzikante Tess Roby. De klassiek geschoolde en in de opera actieve muzikante uit Montreal zette op haar debuutalbum haar eerste stappen in de popmuziek en deed dit als eerbetoon aan haar overleden vader. Samen met haar broer Eliot nam ze het album op in de studio van haar vader, waarbij gebruik werd gemaakt van de instrumenten die daar beschikbaar waren.
Beacon bevatte flink wat invloeden uit de Britse folk, maar door de bijzondere inzet van elektronica klonk de muziek van Tess Roby een stuk moderner dan de meeste andere Britse folk. De songs van de Canadese muzikante zaten bovendien bijzonder knap in elkaar, waardoor Beacon uiteindelijk overliep van de belofte. Na het bijzonder veelbelovende debuut was het vier jaar stil rond Tess Roby, maar deze week is ze terug met Ideas Of Space.
“Don’t Judge A Book By Its Cover” luidt een Engels gezegde, maar de covers van de albums zeggen veel over de muziek van Tess Roby. Op de cover van Beacon ligt ze in het gras, wat goed aansluit bij het aardse en folky karakter van de muziek op het album. Op de cover van Ideas Of Space zien we de Canadese muzikante in een flitsende outfit in een donkere setting en ook dit past uitstekend bij de muziek op het album.
Ideas Of Space klinkt over het algemeen genomen flink anders dan zijn voorganger. Op het tweede album van Tess Roby speelt elektronica een veel belangrijkere rol en bovendien klinkt haar muziek wat zweveriger. Ideas Of Space is bovendien meer een album van de nacht dan van de dag.
Het levert een album op dat op veel terreinen anders klinkt dan het fraaie Beacon, maar er zijn gelukkig ook flink wat overeenkomsten. Ook op Ideas Of Space zitten de songs van Tess Roby knap in elkaar en is maar zelden direct duidelijk welke kant het op gaat. Het zijn songs die nog steeds folky kunnen klinken en die ook dit keer opvallen door mooi verzorgde en inventieve klanken en door de karakteristieke en klassiek geschoolde stem van Tess Roby, die haar muziek een bijzonder eigen geluid geeft.
Elektronica speelt een voorname rol op het album, maar de wat killere elektronische klanken worden op fraaie wijze gecombineerd met warme elektronische en organische klanken, die met name goed tot zijn recht komen wanneer de zon onder is. Hier en daar duiken flarden van de elektronica pioniers op, maar over het algemeen slaagt Tess Roby er in om haar elektronica heel bijzonder te laten klinken.
In de meest zweverige momenten schuift Tess Roby wat op richting ambient of new age, maar ze kan ook uit de voeten met net wat toegankelijkere elektropop, al is het wel altijd elektropop van het subtiele soort, die niets op heeft met de eendimensionale muziek die in het genre in grote hoeveelheden wordt gemaakt.
Zeker bij eerste beluistering vond ik Ideas Of Space bijzonder aangenaam klinken, maar vervlogen de vaak ijle klanken op het album ook makkelijk. Ideas Of Space komt het best tot zijn recht wanneer je er met volledige aandacht naar luistert. De muziek van de Canadese muzikante zit vol fraaie details en vol subtiele wendingen, waardoor de songs op het album lang aan kracht en avontuur winnen en zich een steeds fascinerendere luistertrip ontvouwt.
Na vier jaar stilte was ik Tess Roby eerlijk gezegd al lang weer vergeten, maar met Ideas Of Space maakt ze de belofte van haar zo bijzondere debuut zeker waar. De muzikante uit Montreal doet dit met een album dat anders maar al even bijzonder klinkt als zijn voorganger en uiteindelijk nog wat meer overtuigt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tess Roby - Ideas Of Space - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tess Roby - Ideas Of Space
De Canadese muzikante Tess Roby debuteerde precies vier jaar geleden knap met het fraaie Beacon en maakt nu misschien nog wel meer indruk met het bijzonder mooie en bijzondere Ideas Of Space
Bij de naam Tess Roby moest ik even graven in het geheugen, maar al snel kwam het bijzondere debuutalbum Beacon weer aan de oppervlakte. Op haar tweede album borduurt Tess Roby maar ten dele voort op haar debuut en kiest ze voor een wat zweveriger geluid waarin elektronica de hoofdrol opeist. Tess Roby kiest nog steeds niet voor de makkelijkste weg, want haar songs steken knap in elkaar en zitten vol bijzondere details. Alle elektronica past verrassend goed bij haar geschoolde stem die warmte toevoegt aan alle elektronische klanken. Ideas Of Space is een album dat met name later op de avond aan schoonheid en kracht wint en alleen maar mooier wordt.
Bijna op de dag af vier jaar geleden schreef ik over Beacon van de Canadese muzikante Tess Roby. De klassiek geschoolde en in de opera actieve muzikante uit Montreal zette op haar debuutalbum haar eerste stappen in de popmuziek en deed dit als eerbetoon aan haar overleden vader. Samen met haar broer Eliot nam ze het album op in de studio van haar vader, waarbij gebruik werd gemaakt van de instrumenten die daar beschikbaar waren.
Beacon bevatte flink wat invloeden uit de Britse folk, maar door de bijzondere inzet van elektronica klonk de muziek van Tess Roby een stuk moderner dan de meeste andere Britse folk. De songs van de Canadese muzikante zaten bovendien bijzonder knap in elkaar, waardoor Beacon uiteindelijk overliep van de belofte. Na het bijzonder veelbelovende debuut was het vier jaar stil rond Tess Roby, maar deze week is ze terug met Ideas Of Space.
“Don’t Judge A Book By Its Cover” luidt een Engels gezegde, maar de covers van de albums zeggen veel over de muziek van Tess Roby. Op de cover van Beacon ligt ze in het gras, wat goed aansluit bij het aardse en folky karakter van de muziek op het album. Op de cover van Ideas Of Space zien we de Canadese muzikante in een flitsende outfit in een donkere setting en ook dit past uitstekend bij de muziek op het album.
Ideas Of Space klinkt over het algemeen genomen flink anders dan zijn voorganger. Op het tweede album van Tess Roby speelt elektronica een veel belangrijkere rol en bovendien klinkt haar muziek wat zweveriger. Ideas Of Space is bovendien meer een album van de nacht dan van de dag.
Het levert een album op dat op veel terreinen anders klinkt dan het fraaie Beacon, maar er zijn gelukkig ook flink wat overeenkomsten. Ook op Ideas Of Space zitten de songs van Tess Roby knap in elkaar en is maar zelden direct duidelijk welke kant het op gaat. Het zijn songs die nog steeds folky kunnen klinken en die ook dit keer opvallen door mooi verzorgde en inventieve klanken en door de karakteristieke en klassiek geschoolde stem van Tess Roby, die haar muziek een bijzonder eigen geluid geeft.
Elektronica speelt een voorname rol op het album, maar de wat killere elektronische klanken worden op fraaie wijze gecombineerd met warme elektronische en organische klanken, die met name goed tot zijn recht komen wanneer de zon onder is. Hier en daar duiken flarden van de elektronica pioniers op, maar over het algemeen slaagt Tess Roby er in om haar elektronica heel bijzonder te laten klinken.
In de meest zweverige momenten schuift Tess Roby wat op richting ambient of new age, maar ze kan ook uit de voeten met net wat toegankelijkere elektropop, al is het wel altijd elektropop van het subtiele soort, die niets op heeft met de eendimensionale muziek die in het genre in grote hoeveelheden wordt gemaakt.
Zeker bij eerste beluistering vond ik Ideas Of Space bijzonder aangenaam klinken, maar vervlogen de vaak ijle klanken op het album ook makkelijk. Ideas Of Space komt het best tot zijn recht wanneer je er met volledige aandacht naar luistert. De muziek van de Canadese muzikante zit vol fraaie details en vol subtiele wendingen, waardoor de songs op het album lang aan kracht en avontuur winnen en zich een steeds fascinerendere luistertrip ontvouwt.
Na vier jaar stilte was ik Tess Roby eerlijk gezegd al lang weer vergeten, maar met Ideas Of Space maakt ze de belofte van haar zo bijzondere debuut zeker waar. De muzikante uit Montreal doet dit met een album dat anders maar al even bijzonder klinkt als zijn voorganger en uiteindelijk nog wat meer overtuigt. Erwin Zijleman
Tessa Rose Jackson - The Lighthouse (2026)

4,5
1
geplaatst: afgelopen zondag om 10:31 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tessa Rose Jackson - The Lighthouse - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Tessa Rose Jackson - The Lighthouse
Na drie wonderschone albums als Someone heeft Tessa Rose Jackson weer een album onder haar eigen naam gemaakt en ook The Lighthouse is weer een album van een bijzondere schoonheid en kwaliteit
Sinds mijn allereerste kennismaking met de muziek van Tessa Rose Jackson ben ik fan van de Brits-Nederlandse singer-songwriter. Haar albums zijn stuk voor stuk prachtig, maar het zijn ook albums die zijn volgestopt met bijzondere ingrediënten en het zijn albums die iedere keer een net wat andere weg in slaan. Shapeshifter, dat in 2021 mijn jaarlijstje aanvoerde, is mijn favoriete album van Tessa Rose Jackson of in dit geval Someone, maar het deze week verschenen The Lighthouse is me na een paar keer horen al bijna net zo dierbaar en de rek is er nog lang niet uit. Tessa Rose Jackson heeft een album gemaakt dat je na de eerste keer horen alleen maar wilt koesteren en dat vervolgens alleen maar mooier en indrukwekkender wordt.
Het is alweer bijna dertien jaar geleden dat ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van Tessa Rose Jackson. De van oorsprong Britse, maar destijds in Amsterdam woonachtige, singer-songwriter leverde na het doorlopen van de prestigieuze BRIT school met Songs From The Sandbox een prachtig debuutalbum af, dat in kleine kring terecht werd geprezen.
Op haar debuutalbum maakte Tessa Rose Jackson indruk met even fantasierijke als diepgravende folky popsongs, die opvielen door de fraaie inkleuring en de mooie en overtuigende stem van de Britse muzikante. Songs From The Sandbox was de start van veel meer moois, waarvoor Tessa Rose Jackson in eerste instantie wel een andere naam koos.
Als Someone leverde ze met ORBIT II, Shapeshifter en Owls drie wonderschone albums af. Het zijn albums die alle drie mijn jaarlijstje haalden en Shapeshifter was in 2021 zelfs mijn album van het jaar. Met het psychedelische ORBIT II, het ingetogen Shapeshifter en het elektronischer klinkende Owls leverde Tessa Rose Jackson ook nog eens drie behoorlijk verschillende albums af en schaarde ze zich wat mij betreft onder de meest interessante singer-songwriters van dat moment.
De Brits-Nederlandse muzikante laat deze week de naam Someone weer even achter zich en heeft met The Lighthouse haar tweede album onder haar eigen naam gemaakt. Het is een album dat bij mij helaas niet direct opdook in Spotify en dat ook niet alle releaselijsten heeft gehaald, maar de Britse kwaliteitskrant The Guardian heeft gelukkig wel opgelet en riep het nieuwe album van Tessa Rose Jackson gisteren uit tot folkalbum van de maand.
Het is volkomen terecht, want The Lighthouse is een prachtig album, dat nog maar eens onderstreept hoe goed Tessa Rose Jackson is. De Brits-Nederlandse muzikante nam haar nieuwe album op in Frankrijk en het is haar meest persoonlijke album tot dusver. Het is een album over leven en dood, volwassen worden en overleven in een complexe wereld en het is een album waarop Tessa Rose Jackson aan de ene kant ingetogen en folky songs maakt, maar het album bevat ook een aantal meer uptemo en voller klinkende songs.
The Lighthouse lijkt door het folky karakter het meest op het prachtige Shapeshifter, maar klinkt toch ook weer anders. Tessa Rose Jackson produceerde haar nieuwe album samen met Darius Timmer, die ook op de albums van Someone van de partij was en ze hebben er weer een bijzonder klinkend geheel van gemaakt. De arrangementen van de songs zijn niet alleen bijzonder mooi, maar ook fantasierijk, waardoor iedere song op het album een kunststukje op zich is.
De basis van gitaren en keyboards wordt op The Lighthouse verrijkt met een smaakvol spelende ritmesectie en hiernaast spelen strijkers een belangrijke rol in een aantal tracks op The Lighthouse. Het klinkt altijd mooi, intiem en warm, maar de muziek op het nieuwe album van Tessa Rose Jackson is ook avontuurlijk en doet af en toe denken aan dat van Britse smaakmakers als Rozi Plain en This Is The Kit. Het is muziek waarin je steeds weer nieuwe lagen en accenten ontdekt, waardoor de songs van de Brits-Nederlandse muzikante steeds mooier en interessanter worden.
Ik was altijd al zeer gecharmeerd van de stem van Tessa Rose Jackson, maar in de songs op The Lighthouse klinkt haar stem nog wat mooier, zeker als de muziek een stapje terug doet en de zang zacht en subtiel is. Tessa Rose Jackson zingt niet alleen mooi, maar ook met veel gevoel, wat haar songs voorziet van een bijzondere lading. Het is een stem die makkelijk betovert en dat doet de Brits-Nederlandse muzikante dan ook volop op haar nieuwe album.
Na een veelbelovend soloalbum en drie onbetwiste jaarlijstjesalbums van Someone vindt Tessa Rose Jackson zichzelf nog een keer opnieuw uit en weet ze zichzelf weer te verbeteren. Natuurlijk is het volslagen belachelijk om nog voor de eerste maand van het jaar er op zit al te beginnen over jaarlijstjes, maar ik vraag me echt af wie hier voor mij nog overheen gaat in 2026. Wat een prachtig album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Tessa Rose Jackson - The Lighthouse - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Tessa Rose Jackson - The Lighthouse
Na drie wonderschone albums als Someone heeft Tessa Rose Jackson weer een album onder haar eigen naam gemaakt en ook The Lighthouse is weer een album van een bijzondere schoonheid en kwaliteit
Sinds mijn allereerste kennismaking met de muziek van Tessa Rose Jackson ben ik fan van de Brits-Nederlandse singer-songwriter. Haar albums zijn stuk voor stuk prachtig, maar het zijn ook albums die zijn volgestopt met bijzondere ingrediënten en het zijn albums die iedere keer een net wat andere weg in slaan. Shapeshifter, dat in 2021 mijn jaarlijstje aanvoerde, is mijn favoriete album van Tessa Rose Jackson of in dit geval Someone, maar het deze week verschenen The Lighthouse is me na een paar keer horen al bijna net zo dierbaar en de rek is er nog lang niet uit. Tessa Rose Jackson heeft een album gemaakt dat je na de eerste keer horen alleen maar wilt koesteren en dat vervolgens alleen maar mooier en indrukwekkender wordt.
Het is alweer bijna dertien jaar geleden dat ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van Tessa Rose Jackson. De van oorsprong Britse, maar destijds in Amsterdam woonachtige, singer-songwriter leverde na het doorlopen van de prestigieuze BRIT school met Songs From The Sandbox een prachtig debuutalbum af, dat in kleine kring terecht werd geprezen.
Op haar debuutalbum maakte Tessa Rose Jackson indruk met even fantasierijke als diepgravende folky popsongs, die opvielen door de fraaie inkleuring en de mooie en overtuigende stem van de Britse muzikante. Songs From The Sandbox was de start van veel meer moois, waarvoor Tessa Rose Jackson in eerste instantie wel een andere naam koos.
Als Someone leverde ze met ORBIT II, Shapeshifter en Owls drie wonderschone albums af. Het zijn albums die alle drie mijn jaarlijstje haalden en Shapeshifter was in 2021 zelfs mijn album van het jaar. Met het psychedelische ORBIT II, het ingetogen Shapeshifter en het elektronischer klinkende Owls leverde Tessa Rose Jackson ook nog eens drie behoorlijk verschillende albums af en schaarde ze zich wat mij betreft onder de meest interessante singer-songwriters van dat moment.
De Brits-Nederlandse muzikante laat deze week de naam Someone weer even achter zich en heeft met The Lighthouse haar tweede album onder haar eigen naam gemaakt. Het is een album dat bij mij helaas niet direct opdook in Spotify en dat ook niet alle releaselijsten heeft gehaald, maar de Britse kwaliteitskrant The Guardian heeft gelukkig wel opgelet en riep het nieuwe album van Tessa Rose Jackson gisteren uit tot folkalbum van de maand.
Het is volkomen terecht, want The Lighthouse is een prachtig album, dat nog maar eens onderstreept hoe goed Tessa Rose Jackson is. De Brits-Nederlandse muzikante nam haar nieuwe album op in Frankrijk en het is haar meest persoonlijke album tot dusver. Het is een album over leven en dood, volwassen worden en overleven in een complexe wereld en het is een album waarop Tessa Rose Jackson aan de ene kant ingetogen en folky songs maakt, maar het album bevat ook een aantal meer uptemo en voller klinkende songs.
The Lighthouse lijkt door het folky karakter het meest op het prachtige Shapeshifter, maar klinkt toch ook weer anders. Tessa Rose Jackson produceerde haar nieuwe album samen met Darius Timmer, die ook op de albums van Someone van de partij was en ze hebben er weer een bijzonder klinkend geheel van gemaakt. De arrangementen van de songs zijn niet alleen bijzonder mooi, maar ook fantasierijk, waardoor iedere song op het album een kunststukje op zich is.
De basis van gitaren en keyboards wordt op The Lighthouse verrijkt met een smaakvol spelende ritmesectie en hiernaast spelen strijkers een belangrijke rol in een aantal tracks op The Lighthouse. Het klinkt altijd mooi, intiem en warm, maar de muziek op het nieuwe album van Tessa Rose Jackson is ook avontuurlijk en doet af en toe denken aan dat van Britse smaakmakers als Rozi Plain en This Is The Kit. Het is muziek waarin je steeds weer nieuwe lagen en accenten ontdekt, waardoor de songs van de Brits-Nederlandse muzikante steeds mooier en interessanter worden.
Ik was altijd al zeer gecharmeerd van de stem van Tessa Rose Jackson, maar in de songs op The Lighthouse klinkt haar stem nog wat mooier, zeker als de muziek een stapje terug doet en de zang zacht en subtiel is. Tessa Rose Jackson zingt niet alleen mooi, maar ook met veel gevoel, wat haar songs voorziet van een bijzondere lading. Het is een stem die makkelijk betovert en dat doet de Brits-Nederlandse muzikante dan ook volop op haar nieuwe album.
Na een veelbelovend soloalbum en drie onbetwiste jaarlijstjesalbums van Someone vindt Tessa Rose Jackson zichzelf nog een keer opnieuw uit en weet ze zichzelf weer te verbeteren. Natuurlijk is het volslagen belachelijk om nog voor de eerste maand van het jaar er op zit al te beginnen over jaarlijstjes, maar ik vraag me echt af wie hier voor mij nog overheen gaat in 2026. Wat een prachtig album. Erwin Zijleman
Thalia Zedek Band - Eve (2016)

4,0
0
geplaatst: 27 augustus 2016, 19:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Thalia Zedek Band - Eve - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Thalia Zedek speelde in de jaren 80 en 90 in een aantal cultbands (waarvan Uzi, Live Skull en vooral Come de bekendste zijn), maar maakt al sinds het begin van het huidige millennium soloplaten.
Het zijn platen van een griezelig hoog niveau, maar het zijn helaas ook platen die maar heel weinig aandacht krijgen.
Eve is de opvolger van het in 2013 verschenen Via en wordt voor de afwisseling eens uitgebracht onder de naam Thalia Zedek Band. Voor het geluid van Thalia Zedek maakt het niet zo heel veel uit.
Vrijwel iedereen die voor het eerst naar de muziek van Thalia Zedek luistert, zal associaties hebben met de muziek van Patti Smith (die ook wel eens Group achter haar naam zette). Dat heeft deels te maken met de indringende zang van Thalia Zedek, die de aandacht nadrukkelijk opeist, maar ook in muzikaal opzicht zijn er overeenkomsten met de platen van de New Yorkse legende.
De Thalia Zedek Band zorgt voor een even stemmig als donker en dreigend geluid, dat wordt bepaald door fraaie en subtiele accenten van piano en gitaar, bijzonder fraai vioolspel en een zwaar aanvoelende ritmesectie. Het is een geluid dat perfect past bij de al even donkere vocalen van Thalia Zedek, die er net als Patti Smith in slaagt om de teksten van haar songs voor te dragen als gedichten. De stem van de muzikante uit Washington D.C. zal vast niet bij iedereen in de smaak vallen, maar persoonlijk vind ik het prachtig.
Eve is zoals gezegd een plaat met een zwaar en donker geluid dat overloopt van melancholie. Het geeft de plaat op één of andere manier urgentie en een enorme impact. Eenmaal gewend aan het bijzondere geluid van Thalia Zedek zal blijken dat Eve ook een plaat van een enorme schoonheid en intensiteit is.
De instrumentatie is enorm gevarieerd, maar uiterst trefzeker, waarbij het niet zoveel uitmaakt of de lijnen worden uitgezet door gruizige gitaarlijnen, prachtig uitwaaierend pianospel of de stemmige vioolklanken. Alles past even mooi bij de unieke stem van Thalia Zedek die als een hogepriesteres bezweert met haar prachtig voorgedragen teksten.
Net als alle andere platen van Thalia Zedek is ook Eve weer een groeiplaat, ook als je inmiddels al een jaar of 15 bekend bent met haar werk. Eve doet bovendien geen moment onder voor de andere platen van Thalia Zedek en vormt met deze vijf andere platen een klein maar indrukwekkend oeuvre dat echt veel meer aandacht verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Thalia Zedek Band - Eve - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Thalia Zedek speelde in de jaren 80 en 90 in een aantal cultbands (waarvan Uzi, Live Skull en vooral Come de bekendste zijn), maar maakt al sinds het begin van het huidige millennium soloplaten.
Het zijn platen van een griezelig hoog niveau, maar het zijn helaas ook platen die maar heel weinig aandacht krijgen.
Eve is de opvolger van het in 2013 verschenen Via en wordt voor de afwisseling eens uitgebracht onder de naam Thalia Zedek Band. Voor het geluid van Thalia Zedek maakt het niet zo heel veel uit.
Vrijwel iedereen die voor het eerst naar de muziek van Thalia Zedek luistert, zal associaties hebben met de muziek van Patti Smith (die ook wel eens Group achter haar naam zette). Dat heeft deels te maken met de indringende zang van Thalia Zedek, die de aandacht nadrukkelijk opeist, maar ook in muzikaal opzicht zijn er overeenkomsten met de platen van de New Yorkse legende.
De Thalia Zedek Band zorgt voor een even stemmig als donker en dreigend geluid, dat wordt bepaald door fraaie en subtiele accenten van piano en gitaar, bijzonder fraai vioolspel en een zwaar aanvoelende ritmesectie. Het is een geluid dat perfect past bij de al even donkere vocalen van Thalia Zedek, die er net als Patti Smith in slaagt om de teksten van haar songs voor te dragen als gedichten. De stem van de muzikante uit Washington D.C. zal vast niet bij iedereen in de smaak vallen, maar persoonlijk vind ik het prachtig.
Eve is zoals gezegd een plaat met een zwaar en donker geluid dat overloopt van melancholie. Het geeft de plaat op één of andere manier urgentie en een enorme impact. Eenmaal gewend aan het bijzondere geluid van Thalia Zedek zal blijken dat Eve ook een plaat van een enorme schoonheid en intensiteit is.
De instrumentatie is enorm gevarieerd, maar uiterst trefzeker, waarbij het niet zoveel uitmaakt of de lijnen worden uitgezet door gruizige gitaarlijnen, prachtig uitwaaierend pianospel of de stemmige vioolklanken. Alles past even mooi bij de unieke stem van Thalia Zedek die als een hogepriesteres bezweert met haar prachtig voorgedragen teksten.
Net als alle andere platen van Thalia Zedek is ook Eve weer een groeiplaat, ook als je inmiddels al een jaar of 15 bekend bent met haar werk. Eve doet bovendien geen moment onder voor de andere platen van Thalia Zedek en vormt met deze vijf andere platen een klein maar indrukwekkend oeuvre dat echt veel meer aandacht verdient. Erwin Zijleman
Thalia Zedek Band - Perfect Vision (2021)

4,0
0
geplaatst: 30 augustus 2021, 16:53 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Thalia Zedek Band - Perfect Vision - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Thalia Zedek Band - Perfect Vision
Thalia Zedek moet het nog altijd doen met een cultstatus, maar ook het nieuwe album van de Thalia Zedek Band staat weer vol met songs van hoog niveau die zich genadeloos opdringen
Perfect Vision is het achtste album van Thalia Zedek of de Thalia Zedek Band en het is wederom een hele goede en wat mij betreft een van de beste van de Amerikaanse muzikante en haar band. De geweldige muzikanten op het album laten een geluid horen dat afwisselend sfeervol en stekelig is, waarna Thalia Zedek er met haar zo karakteristieke stem voor zorgt dat haar muziek een uniek geluid heeft, dat eigenlijk nergens aan doet denken, of het moet een vleugje Patti Smith zijn. Op Perfect Vision verkeert de band in topvorm, maar ook de songs op het album zijn van hoog niveau en hetzelfde geldt voor de kritische teksten. Thalia Zedek bezweert als vanouds en levert wederom een prachtalbum af.
Ik heb inmiddels al een eeuwigheid een zwak voor de Amerikaanse muzikante Thalia Zedek. Ze maakt inmiddels al twintig jaar muziek onder haar eigen naam of onder de naam Thalia Zedek Band, maar in de jaren 80 en 90 verdiende ze haar sporen in de muziek al ruimschoots met bands als Live Skull, Uzi en Come.
Als ik kijk naar haar solowerk, vind ik Been Here And Gone uit 2001 nog altijd het meest indrukwekkende album, maar een slecht album ken ik niet van Thalia Zedek, al moet ik toegeven dat ik het in 2018 verschenen Fighting Season over het hoofd heb gezien. Het deze week verschenen en onder de naam Thalia Zedek Band uitgebrachte Perfect Vision is de opvolger van het album uit 2018 en het is een typisch Thalia Zedek album.
Ook op Perfect Vision combineren Thalia Zedek en haar bandleden invloeden uit de rock en roots in een eigenzinnig geluid, dat direct vanaf de eerste noten het unieke stempel van Thalia Zedek bevat. De ijzersterke openingstrack Cranes is de enige track op het album die wordt ingekleurd met fraaie pedal steel klanken en is mede daarom ook de meest roots georiënteerde track op het album, maar het is roots met een stevige rock ’n roll injectie.
In de rest van de tracks op Perfect Vision domineert de rock nog net wat meer, maar het is zeker geen 13 in een dozijn rock die de Thalia Zedek Band maakt. Ook het nieuwe album van de band is een album waarop de gitaren domineren, maar ook de viool speelt, net als op de vorige albums van de band, een zeer belangrijke rol op het album, terwijl naast de eenmalige bijdrage van de pedal steel ook een of twee keer door cello en trompet aangebrachte accenten opduiken.
Als ik naar de muziek van Thalia Zedek luister heb ik altijd associaties met de muziek van Patti Smith, wat wordt versterkt door de zang van Thalia Zedek, die af en toe ook wel iets heeft van Patti Smith. Over de zang op Perfect Vision zullen de meningen overigens wederom verdeeld zijn. Thalia Zedek heeft een bijzondere stem, die zeker niet bij iedereen in de smaak zal vallen, zeker niet wanneer in de uithalen zo nu en dan een vleugje Nico opduikt. Zelf heb ik wel wat met de zang op het album, al is het maar omdat Thalia Zedek met veel passie en urgentie zingt.
Waar over de kwaliteit van de zang misschien nog wel te twisten valt, is de kwaliteit van de muziek op het album onomstreden. De muzikanten van de Thalia Zedek Band spelen stuk voor stuk uitstekend en zetten een rijk, sfeervol, bezwerend en tijdloos geluid neer, waarin de zang van de frontvrouw uitstekend gedijt.
Thalia Zedek schrijft ook nog eens rake teksten, waarin de nodige misstanden aan de kaak worden gesteld, met speciale aandacht voor de rol van vrouwen in de muziek en de rechten van de LHBTIQ gemeenschap. Het voorziet het geluid op Perfect Vision van nog wat meer kracht en urgentie, wat vast nog is versterkt door het feit dat het album werd afgemaakt op de dag waarop het Capitool in Washington werd bestormd door Trump aanhangers en ander gespuis.
Of Thalia Zedek Band met dit nieuwe album nog nieuwe zieltjes gaat winnen vraag ik me af, maar iedereen die de Amerikaanse muzikante, net als ik, al geruime tijd volgt zal beamen dat Perfect Vision een volgend mooi hoofdstuk is in een fascinerend oeuvre. Het is een oeuvre waarin het debuutalbum Been Here And Gone er wat mij betreft nog altijd bovenuit steekt, maar het deze week verschenen Perfect Vision zou zomaar uit kunnen groeien tot de beste van de rest. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Thalia Zedek Band - Perfect Vision - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Thalia Zedek Band - Perfect Vision
Thalia Zedek moet het nog altijd doen met een cultstatus, maar ook het nieuwe album van de Thalia Zedek Band staat weer vol met songs van hoog niveau die zich genadeloos opdringen
Perfect Vision is het achtste album van Thalia Zedek of de Thalia Zedek Band en het is wederom een hele goede en wat mij betreft een van de beste van de Amerikaanse muzikante en haar band. De geweldige muzikanten op het album laten een geluid horen dat afwisselend sfeervol en stekelig is, waarna Thalia Zedek er met haar zo karakteristieke stem voor zorgt dat haar muziek een uniek geluid heeft, dat eigenlijk nergens aan doet denken, of het moet een vleugje Patti Smith zijn. Op Perfect Vision verkeert de band in topvorm, maar ook de songs op het album zijn van hoog niveau en hetzelfde geldt voor de kritische teksten. Thalia Zedek bezweert als vanouds en levert wederom een prachtalbum af.
Ik heb inmiddels al een eeuwigheid een zwak voor de Amerikaanse muzikante Thalia Zedek. Ze maakt inmiddels al twintig jaar muziek onder haar eigen naam of onder de naam Thalia Zedek Band, maar in de jaren 80 en 90 verdiende ze haar sporen in de muziek al ruimschoots met bands als Live Skull, Uzi en Come.
Als ik kijk naar haar solowerk, vind ik Been Here And Gone uit 2001 nog altijd het meest indrukwekkende album, maar een slecht album ken ik niet van Thalia Zedek, al moet ik toegeven dat ik het in 2018 verschenen Fighting Season over het hoofd heb gezien. Het deze week verschenen en onder de naam Thalia Zedek Band uitgebrachte Perfect Vision is de opvolger van het album uit 2018 en het is een typisch Thalia Zedek album.
Ook op Perfect Vision combineren Thalia Zedek en haar bandleden invloeden uit de rock en roots in een eigenzinnig geluid, dat direct vanaf de eerste noten het unieke stempel van Thalia Zedek bevat. De ijzersterke openingstrack Cranes is de enige track op het album die wordt ingekleurd met fraaie pedal steel klanken en is mede daarom ook de meest roots georiënteerde track op het album, maar het is roots met een stevige rock ’n roll injectie.
In de rest van de tracks op Perfect Vision domineert de rock nog net wat meer, maar het is zeker geen 13 in een dozijn rock die de Thalia Zedek Band maakt. Ook het nieuwe album van de band is een album waarop de gitaren domineren, maar ook de viool speelt, net als op de vorige albums van de band, een zeer belangrijke rol op het album, terwijl naast de eenmalige bijdrage van de pedal steel ook een of twee keer door cello en trompet aangebrachte accenten opduiken.
Als ik naar de muziek van Thalia Zedek luister heb ik altijd associaties met de muziek van Patti Smith, wat wordt versterkt door de zang van Thalia Zedek, die af en toe ook wel iets heeft van Patti Smith. Over de zang op Perfect Vision zullen de meningen overigens wederom verdeeld zijn. Thalia Zedek heeft een bijzondere stem, die zeker niet bij iedereen in de smaak zal vallen, zeker niet wanneer in de uithalen zo nu en dan een vleugje Nico opduikt. Zelf heb ik wel wat met de zang op het album, al is het maar omdat Thalia Zedek met veel passie en urgentie zingt.
Waar over de kwaliteit van de zang misschien nog wel te twisten valt, is de kwaliteit van de muziek op het album onomstreden. De muzikanten van de Thalia Zedek Band spelen stuk voor stuk uitstekend en zetten een rijk, sfeervol, bezwerend en tijdloos geluid neer, waarin de zang van de frontvrouw uitstekend gedijt.
Thalia Zedek schrijft ook nog eens rake teksten, waarin de nodige misstanden aan de kaak worden gesteld, met speciale aandacht voor de rol van vrouwen in de muziek en de rechten van de LHBTIQ gemeenschap. Het voorziet het geluid op Perfect Vision van nog wat meer kracht en urgentie, wat vast nog is versterkt door het feit dat het album werd afgemaakt op de dag waarop het Capitool in Washington werd bestormd door Trump aanhangers en ander gespuis.
Of Thalia Zedek Band met dit nieuwe album nog nieuwe zieltjes gaat winnen vraag ik me af, maar iedereen die de Amerikaanse muzikante, net als ik, al geruime tijd volgt zal beamen dat Perfect Vision een volgend mooi hoofdstuk is in een fascinerend oeuvre. Het is een oeuvre waarin het debuutalbum Been Here And Gone er wat mij betreft nog altijd bovenuit steekt, maar het deze week verschenen Perfect Vision zou zomaar uit kunnen groeien tot de beste van de rest. Erwin Zijleman
Thalia Zedek Band - The Boat Outside Your Window (2025)

4,0
2
geplaatst: 29 mei 2025, 16:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Review: Thalia Zedek Band - Boat Outside Your Window - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Thalia Zedek Band - Boat Outside Your Window
Thalia Zedek heeft er inmiddels al een heel leven in de muziek op zitten, maar maakt, samen met haar band, ook op Boat Outside Your Window weer zeer aansprekende muziek met gedreven zang
Ik heb al heel lang een zwak voor de muziek van Thalia Zedek en de Amerikaanse muzikante stelt me eigenlijk nooit teleur. Dat doet ze ook niet met Boat Outside Your Windows, het nieuwe album van Thalia Zedek Band. Het is wederom een album met vooral invloeden uit de indierock en wat subtiele invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het gitaarwerk op het album is zoals altijd prachtig, maar ook de ritmesectie en de pedal steel zijn van grote waarde. Dat is zeker ook de karakteristieke stem van Thalia Zedek, die haar songs voorziet van een bijzonder eigen geluid. Het is muziek die helaas slechts in kleine kring wordt opgepikt, maar hopelijk kan ook Boat Outside Your Window weer wat nieuwe zieltjes winnen.
De Amerikaanse muzikante Thalia Zedek gaat al sinds het eind van de jaren 70 mee. Ze speelde in talloze bands, waarvan Uzi, Live Skull en Come de bekendste zijn. Sinds het begin van dit millennium maakte ze eerst muziek onder haar eigen naam en vervolgens snel onder de naam Thalia Zedek band.
Het heeft inmiddels een stapeltje uitstekende albums opgeleverd, die Thalia Zedek op zijn minst een cultstatus hebben opgeleverd. De Amerikaanse muzikante had meer verdiend, want haar op het legendarische Matador label verschenen solodebuut Been Here And Gone had alles wat nodig is om uit te groeien tot een klassieker.
De albums van Thalia Zedek band die volgden deden niet al te veel onder voor het glorieuze solodebuut en zijn stuk voor stuk albums die in de smaak zouden moeten kunnen vallen bij liefhebbers van melodieuze indierock, al is dat zeker niet het enige genre waarin Thalia Zedek zich beweegt.
De Amerikaanse muzikante, die ook de aandacht trekt met persoonlijke en maatschappelijk betrokken teksten, maakt muziek die zich niet makkelijk laat vergelijken met de muziek van anderen, al noem ik in de meeste van mijn recensies Patti Smith als vergelijkingsmateriaal. Dat heeft vooral te maken met de zang van Thalia Zedek, die niet door iedereen mooi wordt gevonden, maar die de muziek van Thalia Zedek Band wel voorziet van doorleving en urgentie.
Thalia Zedek verhuisde na haar solodebuut naar het eigenzinnige label Thrill Jockey en is dat label nog steeds trouw. Het leverde deze week het album The Boat Outside Your Window op. Het is een album dat vanaf de eerste noten klinkt als een Thalia Zedek Band album. De openingstrack is melodieus maar ook ruw en ook dit keer is de stem van de Amerikaanse muzikante sfeerbepalend. Het is een stem die zoals gezegd niet iedereen kan waarderen, maar ik heb zelf een zwak voor de gedreven zang van Thalia Zedek en haar zeer karakteristieke stem.
Het lastige van alle albums van Thalia Zedek Band is dat het op een of andere manier bekend en hierdoor vanzelfsprekend klinkt. Ook Boat Outside Your Window bevat weer indierock songs met een hang naar de jaren 90 en daar zijn er inmiddels heel veel van. Ik zit bij de songs van Thalia Zedek echter altijd vrijwel direct op het puntje van de stoel en dat is dit keer niet anders. Boat Outside Your Window klinkt inderdaad als een album dat ik in de jaren 90 ook zou hebben gekoesterd, maar het zou destijds absoluut met de betere albums mee hebben gekund.
Thalia Zedek heeft ook dit keer wat te melden in de teksten, die zijn verpakt in sterke songs. Het zijn songs die misschien niet heel vernieuwend, maar wel bijzonder mooi zijn ingekleurd. De muziek op het album verziet de songs van Thalia Zedek van veel energie en dynamiek, maar de combinatie van gitaren en de pedal steel is ook bijzonder mooi en bovendien origineel in de toch wat stevigere songs van de muzikante uit Boston, Massachusetts.
De muziek is bovendien gevangen in een fraaie productie, die prachtige wolken geluid uit de speakers laat komen. Ik ben zelf zoals gezegd een fan van de stem van Thalia Zedek en ik vind de nog net wat doorleefdere zang op Boat Outside Your Window nog mooier en indringender dan de zang op de vorige albums. Dat deze muzikante echt meer verdiend dan de cultstatus is voor mij nog altijd zeker. Erwin Zijleman
review on: De krenten uit de pop: Review: Thalia Zedek Band - Boat Outside Your Window - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Thalia Zedek Band - Boat Outside Your Window
Thalia Zedek heeft er inmiddels al een heel leven in de muziek op zitten, maar maakt, samen met haar band, ook op Boat Outside Your Window weer zeer aansprekende muziek met gedreven zang
Ik heb al heel lang een zwak voor de muziek van Thalia Zedek en de Amerikaanse muzikante stelt me eigenlijk nooit teleur. Dat doet ze ook niet met Boat Outside Your Windows, het nieuwe album van Thalia Zedek Band. Het is wederom een album met vooral invloeden uit de indierock en wat subtiele invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het gitaarwerk op het album is zoals altijd prachtig, maar ook de ritmesectie en de pedal steel zijn van grote waarde. Dat is zeker ook de karakteristieke stem van Thalia Zedek, die haar songs voorziet van een bijzonder eigen geluid. Het is muziek die helaas slechts in kleine kring wordt opgepikt, maar hopelijk kan ook Boat Outside Your Window weer wat nieuwe zieltjes winnen.
De Amerikaanse muzikante Thalia Zedek gaat al sinds het eind van de jaren 70 mee. Ze speelde in talloze bands, waarvan Uzi, Live Skull en Come de bekendste zijn. Sinds het begin van dit millennium maakte ze eerst muziek onder haar eigen naam en vervolgens snel onder de naam Thalia Zedek band.
Het heeft inmiddels een stapeltje uitstekende albums opgeleverd, die Thalia Zedek op zijn minst een cultstatus hebben opgeleverd. De Amerikaanse muzikante had meer verdiend, want haar op het legendarische Matador label verschenen solodebuut Been Here And Gone had alles wat nodig is om uit te groeien tot een klassieker.
De albums van Thalia Zedek band die volgden deden niet al te veel onder voor het glorieuze solodebuut en zijn stuk voor stuk albums die in de smaak zouden moeten kunnen vallen bij liefhebbers van melodieuze indierock, al is dat zeker niet het enige genre waarin Thalia Zedek zich beweegt.
De Amerikaanse muzikante, die ook de aandacht trekt met persoonlijke en maatschappelijk betrokken teksten, maakt muziek die zich niet makkelijk laat vergelijken met de muziek van anderen, al noem ik in de meeste van mijn recensies Patti Smith als vergelijkingsmateriaal. Dat heeft vooral te maken met de zang van Thalia Zedek, die niet door iedereen mooi wordt gevonden, maar die de muziek van Thalia Zedek Band wel voorziet van doorleving en urgentie.
Thalia Zedek verhuisde na haar solodebuut naar het eigenzinnige label Thrill Jockey en is dat label nog steeds trouw. Het leverde deze week het album The Boat Outside Your Window op. Het is een album dat vanaf de eerste noten klinkt als een Thalia Zedek Band album. De openingstrack is melodieus maar ook ruw en ook dit keer is de stem van de Amerikaanse muzikante sfeerbepalend. Het is een stem die zoals gezegd niet iedereen kan waarderen, maar ik heb zelf een zwak voor de gedreven zang van Thalia Zedek en haar zeer karakteristieke stem.
Het lastige van alle albums van Thalia Zedek Band is dat het op een of andere manier bekend en hierdoor vanzelfsprekend klinkt. Ook Boat Outside Your Window bevat weer indierock songs met een hang naar de jaren 90 en daar zijn er inmiddels heel veel van. Ik zit bij de songs van Thalia Zedek echter altijd vrijwel direct op het puntje van de stoel en dat is dit keer niet anders. Boat Outside Your Window klinkt inderdaad als een album dat ik in de jaren 90 ook zou hebben gekoesterd, maar het zou destijds absoluut met de betere albums mee hebben gekund.
Thalia Zedek heeft ook dit keer wat te melden in de teksten, die zijn verpakt in sterke songs. Het zijn songs die misschien niet heel vernieuwend, maar wel bijzonder mooi zijn ingekleurd. De muziek op het album verziet de songs van Thalia Zedek van veel energie en dynamiek, maar de combinatie van gitaren en de pedal steel is ook bijzonder mooi en bovendien origineel in de toch wat stevigere songs van de muzikante uit Boston, Massachusetts.
De muziek is bovendien gevangen in een fraaie productie, die prachtige wolken geluid uit de speakers laat komen. Ik ben zelf zoals gezegd een fan van de stem van Thalia Zedek en ik vind de nog net wat doorleefdere zang op Boat Outside Your Window nog mooier en indringender dan de zang op de vorige albums. Dat deze muzikante echt meer verdiend dan de cultstatus is voor mij nog altijd zeker. Erwin Zijleman
Thanya Iyer - KIND (2020)

4,0
0
geplaatst: 7 augustus 2020, 17:38 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Thanya Iyer - KIND - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Thanya Iyer - KIND
Thanya Iyer neemt je met haar fascinerende muziek vol invloeden mee naar surrealistische landschappen, die vervolgens sneller van kleur veranderen dan de gemiddelde kameleon
Laat KIND van Thanya Iyer voor het eerst uit de speakers komen en de kans is groot dat je er niet veel mee kunt. De muziek van de Canadese muzikante schiet alle kanten op en knoopt invloeden uit onder andere de folk, jazz, psychedelica, wereldmuziek en avant garde op buitengewoon fascinerende wijze aan elkaar. Soms loom en broeierig, soms gejaagd en tegendraads, maar altijd spannend en intrigerend. Ik ken geen ander album als KIND van Thanya Iyer en hoe vaker ik naar het album luister, hoe mooier ik het vind. Wees vooral geduldig met dit album, want er komt echt een moment dat echt alles op zijn plek valt.
Je hebt albums waarover je meteen een duidelijke mening hebt; je vindt het geweldig of je vindt het helemaal niets. Het zijn de makkelijke albums voor mij als recensent. De albums in de tweede categorie schuif ik heel snel terzijde (ik bespreek immers alleen de krenten uit de pop), terwijl ik over albums in de eerste categorie over het algemeen redelijk snel en makkelijk een recensie schrijf.
Veel lastiger zijn de albums waarover ik ook na een paar keer luisteren nog geen duidelijke mening heb en als het ook nog eens albums zijn die me op een of andere manier hopeloos intrigeren, heb ik een groot probleem. KIND van Thanya Iyer is zo’n album.
Thanya Iyer is een uit het Canadese Montreal afkomstige muzikante. De stad heeft een traditie wanneer het gaat om muziek die flink buiten de lijntjes kleurt en Thanya Iyer doet de reputatie van haar thuishaven absoluut eer aan. KIND wordt op veel plekken in het hokje folk geduwd, maar met alleen het etiket folk doe je het album flink tekort. Het tweede album van de Canadese muzikante klinkt af en toe folky, maar ik hoor minstens net zo vaak invloeden uit de jazz en hiernaast verwerkt Thanya Iyer flink wat invloeden uit de psychedelica en avant garde in haar muziek, om het met nog wat invloeden uit de Indiase muziek af te maken.
Ik kom op het Internet nog maar heel weinig recensies van het album tegen en dat begrijp ik ook wel. Zelf vind ik het ook nog altijd lastig om iets over KIND van Thanya Iyer op te schrijven. KIND is immers een vast vol tegenstrijdigheden. De Canadese muzikante beschikt over een aangenaam stemgeluid en het is een stemgeluid dat uitstekend zou passen in lome folky en jazzy popsongs. Aan deze popsongs begint de singer-songwriter uit Montreal ook met enige regelmaat, maar de songs op KIND ontsporen makkelijk. Soms in jazzy experimenten, soms in bijna klassieke klanken, maar de vooral organische klanken op het album kunnen ook zomaar omslaan in vervreemdende elektronica. Het tempo op het album ligt over het algemeen laag, maar tempowisselingen liggen altijd op de loer.
KIND is een album dat alle aandacht opeist. Als je het album op de achtergrond laat voortkabbelen ontgaan de meeste details in de muziek je en die details verdienen absoluut aandacht. Bij beluistering met de koptelefoon komt KIND van Thanya Iyer onmiddellijk tot leven. Natuurgeluiden en subtiele akoestische klanken draaien subtiel om de mooie en vooral ook bijzondere stem van de Canadese muzikante heen en als het tempo wat wordt opgevoerd hoor je hoe goed de drummer op het album is, waarna een enorme bak instrumenten over je wordt uitgestort.
KIND is een album dat je meesleurt naar surrealistische landschappen die ieder moment van kleur kunnen veranderen. Bij eerste beluistering klinkt het bijzonder ontoegankelijk, maar wanneer je toegeeft aan de muzikale wetten van Thanya Iyer valt langzaam maar zeker alles op zijn plek. KIND van Thanya Iyer is zeker geen album voor alle momenten, maar bij een zorgvuldige dosering is het een album vol magie. Ik heb er lang over gedaan, maar hoe vaker ik naar dit bijzondere album luister, hoe meer ik er van kan genieten. Dit overigens niet zonder me te verbazen, want KIND blijft ook na gewenning een buitengewoon fascinerende luistertrip vol verrassende wendingen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Thanya Iyer - KIND - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Thanya Iyer - KIND
Thanya Iyer neemt je met haar fascinerende muziek vol invloeden mee naar surrealistische landschappen, die vervolgens sneller van kleur veranderen dan de gemiddelde kameleon
Laat KIND van Thanya Iyer voor het eerst uit de speakers komen en de kans is groot dat je er niet veel mee kunt. De muziek van de Canadese muzikante schiet alle kanten op en knoopt invloeden uit onder andere de folk, jazz, psychedelica, wereldmuziek en avant garde op buitengewoon fascinerende wijze aan elkaar. Soms loom en broeierig, soms gejaagd en tegendraads, maar altijd spannend en intrigerend. Ik ken geen ander album als KIND van Thanya Iyer en hoe vaker ik naar het album luister, hoe mooier ik het vind. Wees vooral geduldig met dit album, want er komt echt een moment dat echt alles op zijn plek valt.
Je hebt albums waarover je meteen een duidelijke mening hebt; je vindt het geweldig of je vindt het helemaal niets. Het zijn de makkelijke albums voor mij als recensent. De albums in de tweede categorie schuif ik heel snel terzijde (ik bespreek immers alleen de krenten uit de pop), terwijl ik over albums in de eerste categorie over het algemeen redelijk snel en makkelijk een recensie schrijf.
Veel lastiger zijn de albums waarover ik ook na een paar keer luisteren nog geen duidelijke mening heb en als het ook nog eens albums zijn die me op een of andere manier hopeloos intrigeren, heb ik een groot probleem. KIND van Thanya Iyer is zo’n album.
Thanya Iyer is een uit het Canadese Montreal afkomstige muzikante. De stad heeft een traditie wanneer het gaat om muziek die flink buiten de lijntjes kleurt en Thanya Iyer doet de reputatie van haar thuishaven absoluut eer aan. KIND wordt op veel plekken in het hokje folk geduwd, maar met alleen het etiket folk doe je het album flink tekort. Het tweede album van de Canadese muzikante klinkt af en toe folky, maar ik hoor minstens net zo vaak invloeden uit de jazz en hiernaast verwerkt Thanya Iyer flink wat invloeden uit de psychedelica en avant garde in haar muziek, om het met nog wat invloeden uit de Indiase muziek af te maken.
Ik kom op het Internet nog maar heel weinig recensies van het album tegen en dat begrijp ik ook wel. Zelf vind ik het ook nog altijd lastig om iets over KIND van Thanya Iyer op te schrijven. KIND is immers een vast vol tegenstrijdigheden. De Canadese muzikante beschikt over een aangenaam stemgeluid en het is een stemgeluid dat uitstekend zou passen in lome folky en jazzy popsongs. Aan deze popsongs begint de singer-songwriter uit Montreal ook met enige regelmaat, maar de songs op KIND ontsporen makkelijk. Soms in jazzy experimenten, soms in bijna klassieke klanken, maar de vooral organische klanken op het album kunnen ook zomaar omslaan in vervreemdende elektronica. Het tempo op het album ligt over het algemeen laag, maar tempowisselingen liggen altijd op de loer.
KIND is een album dat alle aandacht opeist. Als je het album op de achtergrond laat voortkabbelen ontgaan de meeste details in de muziek je en die details verdienen absoluut aandacht. Bij beluistering met de koptelefoon komt KIND van Thanya Iyer onmiddellijk tot leven. Natuurgeluiden en subtiele akoestische klanken draaien subtiel om de mooie en vooral ook bijzondere stem van de Canadese muzikante heen en als het tempo wat wordt opgevoerd hoor je hoe goed de drummer op het album is, waarna een enorme bak instrumenten over je wordt uitgestort.
KIND is een album dat je meesleurt naar surrealistische landschappen die ieder moment van kleur kunnen veranderen. Bij eerste beluistering klinkt het bijzonder ontoegankelijk, maar wanneer je toegeeft aan de muzikale wetten van Thanya Iyer valt langzaam maar zeker alles op zijn plek. KIND van Thanya Iyer is zeker geen album voor alle momenten, maar bij een zorgvuldige dosering is het een album vol magie. Ik heb er lang over gedaan, maar hoe vaker ik naar dit bijzondere album luister, hoe meer ik er van kan genieten. Dit overigens niet zonder me te verbazen, want KIND blijft ook na gewenning een buitengewoon fascinerende luistertrip vol verrassende wendingen. Erwin Zijleman
Thao & The Get Down Stay Down - A Man Alive (2016)

4,0
0
geplaatst: 7 maart 2016, 16:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Thao & The Get Down Stay Down - A Man Alive - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Thao Nguyen debuteerde ruim tien jaar geleden onder haar eigen naam, maar maakt inmiddels al een jaar of acht platen als Thao & The Get Down Stay Down (tussendoor maakte ze ook nog een prima plaat met de al even eigenzinnig singer-songwriter Mirah).
De platen van Thao & The Get Down Stay Down waren tot dusver zeker niet makkelijk, maar dankzij producers als Tucker Martine en John Congleton hield de Amerikaanse singer-songwriter met Vietnamese roots haar muzikale demonen nog redelijk onder controle.
De nieuwe plaat van Thao & The Get Down Stay Down werd geproduceerd door Merrill Garbus en dan weet je dat je direct dat je geen makkelijke plaat krijgt. Merrill Garbus is de vrouw achter tUnE-yArDs en staat garant voor muziek die vrijwel uitsluitend buiten de lijntjes kleurt.
Merrill Garbus drukt nadrukkelijk haar stempel op A Man Alive, dat aanzienlijk lastiger is te doorgronden dan de vorige platen van Thao & The Get Down Stay Down. A Man Alive is een plaat die 90% van de muziekliefhebbers binnen een paar minuten terzijde zal schuiven (een deel doet dit waarschijnlijk bijna onmiddellijk), maar voor muziekliefhebbers die niet bang zijn voor een flinke dosis avontuur en eigenzinnigheid valt er op deze plaat wel degelijk veel te genieten.
De bijzondere muziek op A Man Alive bevat een deel singer-songwriter muziek, maar verrijkt deze muziek vervolgens met allerlei tegendraadse invloeden, waaronder invloeden uit de elektronische popmuziek, hiphop, funk en de avant garde.
Het is muziek die je vrijwel continu op het verkeerde been zet, maar het is ook muziek die het ene moment nog ruw tegen de haren instrijkt maar het volgende moment verrast met een memorabele gitaarriff of een aanstekelijke melodie.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon word je heen en weer geslingerd tussen 1001 goede en 1001 iets minder goede ideeën, waardoor het lastig is om chocolade te maken van de muziek van Thao Nguyen, haar band en haar bijzondere producer.
Eenmaal gewend aan de eigenzinnige muziek op A Man Alive (waarbij het helpt om niet alles serieus te nemen) valt er echter steeds meer op zijn plaats. Ondanks het feit dat ik Thao Nguyen heel hoog heb zitten heb ik heel veel energie moeten steken in deze plaat. Het heeft even geduurd, maar inmiddels vind ik het alle energie meer dan waard. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Thao & The Get Down Stay Down - A Man Alive - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Thao Nguyen debuteerde ruim tien jaar geleden onder haar eigen naam, maar maakt inmiddels al een jaar of acht platen als Thao & The Get Down Stay Down (tussendoor maakte ze ook nog een prima plaat met de al even eigenzinnig singer-songwriter Mirah).
De platen van Thao & The Get Down Stay Down waren tot dusver zeker niet makkelijk, maar dankzij producers als Tucker Martine en John Congleton hield de Amerikaanse singer-songwriter met Vietnamese roots haar muzikale demonen nog redelijk onder controle.
De nieuwe plaat van Thao & The Get Down Stay Down werd geproduceerd door Merrill Garbus en dan weet je dat je direct dat je geen makkelijke plaat krijgt. Merrill Garbus is de vrouw achter tUnE-yArDs en staat garant voor muziek die vrijwel uitsluitend buiten de lijntjes kleurt.
Merrill Garbus drukt nadrukkelijk haar stempel op A Man Alive, dat aanzienlijk lastiger is te doorgronden dan de vorige platen van Thao & The Get Down Stay Down. A Man Alive is een plaat die 90% van de muziekliefhebbers binnen een paar minuten terzijde zal schuiven (een deel doet dit waarschijnlijk bijna onmiddellijk), maar voor muziekliefhebbers die niet bang zijn voor een flinke dosis avontuur en eigenzinnigheid valt er op deze plaat wel degelijk veel te genieten.
De bijzondere muziek op A Man Alive bevat een deel singer-songwriter muziek, maar verrijkt deze muziek vervolgens met allerlei tegendraadse invloeden, waaronder invloeden uit de elektronische popmuziek, hiphop, funk en de avant garde.
Het is muziek die je vrijwel continu op het verkeerde been zet, maar het is ook muziek die het ene moment nog ruw tegen de haren instrijkt maar het volgende moment verrast met een memorabele gitaarriff of een aanstekelijke melodie.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon word je heen en weer geslingerd tussen 1001 goede en 1001 iets minder goede ideeën, waardoor het lastig is om chocolade te maken van de muziek van Thao Nguyen, haar band en haar bijzondere producer.
Eenmaal gewend aan de eigenzinnige muziek op A Man Alive (waarbij het helpt om niet alles serieus te nemen) valt er echter steeds meer op zijn plaats. Ondanks het feit dat ik Thao Nguyen heel hoog heb zitten heb ik heel veel energie moeten steken in deze plaat. Het heeft even geduurd, maar inmiddels vind ik het alle energie meer dan waard. Erwin Zijleman
that dog. - Old LP (2019)

4,0
0
geplaatst: 10 oktober 2019, 17:12 uur
recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: that dog. - Old LP - dekrentenuitdepop.blogspot.com
that dog. - Old LP
De niet meer verwachte terugkeer van that dog. was op voorhand al een aangename verrassing, maar het blijkt een verrassing die alle verwachtingen overtreft
De uit Los Angeles afkomstige band that dog. kon in de jaren 90 rekenen op uitstekende kritieken, maar was uiteindelijk toch niet meer dan een voetnoot in de geschiedschrijving van de popmuziek in het decennium. Bijna uit het niets keert that dog. nu terug met Old LP en het blijkt een album vol tijdloze en onweerstaanbaar lekkere popliedjes. Old LP herinnert nog steeds aan de leukste bandjes uit de jaren 90, maar de inmiddels tot een drietal gereduceerde band is niet stil blijven staan en maakt muziek die ook 25 jaar later fris en urgent klinkt. Ik was that dog. eerlijk gezegd al lang weer vergeten, maar wat is Old LP een leuk album en wat smaakt het naar meer.
Tussen de enorme stapel releases van deze week kwam ik een opvallende naam tegen. De naam that dog. zal lang niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar 25 jaar geleden was de band een paar jaar wereldberoemd in Los Angeles en omstreken.
that dog. werd geformeerd door Anna Waronker (dochter van de bekende producer en platenbaas Lenny Waronker) en de zussen Petra en Rachel Haden (dochters van de fameuze jazzmuzikant Charlie Haden en zussen van Spain voorman Josh Haden).
De band uit Los Angeles maakte, aangevuld met drummer Tony Maxwell, met that dog. (1994), Totally Crushed Out! (1995) en Retreat From The Sun (1997) drie uitstekende albums op het snijvlak van The Bangles, Blondie, Juliana Hatfield, The Breeders, The Go-Go’s en Throwing Muses, maar het grote succes bleef helaas uit, waarna al snel het doek viel voor de band. Anna Waronker probeerde het een paar jaar later nog eens met een prima maar helaas nauwelijks opgemerkte soloplaat, terwijl de zussen Haden opdoken in vele projecten.
Tweeëntwintig jaar na het laatste wapenfeit van that dog. is de band opeens terug. De band uit Los Angeles is door het afhaken van Petra Haden gereduceerd tot een trio, maar de resterende drie leden steken op Old LP in een blakende vorm. Bij beluistering van Old LP lijkt de tijd stil te hebben gestaan. Ook op Old LP maakt that dog. muziek die herinnert aan die van de hierboven genoemde bands, maar het drietal uit Los Angeles heeft zich sinds het voorlopige einde van that dog. in 1997 ook flink ontwikkeld.
Old LP laat een lekker veelzijdig geluid horen. Aan de ene kant zijn er de voorzichtig stekelige en gruizige, maar ook zonnige popliedjes die je zo mee terug nemen naar de jaren 90, maar that dog. durft op haar comeback album ook te experimenteren.
Anna Waronker klinkt niet meer zo meisjesachtig als 25 jaar geleden, maar klinkt nog altijd fris en verleidelijk. Old LP klinkt hierdoor volwassener dan de albums van that dog. uit de jaren 90 en ook in muzikaal opzicht zijn er stappen gezet. De band uit Los Angeles heeft nog altijd het patent op schaamteloos toegankelijke popliedjes met honingzoete refreinen, memorabele melodieën en prachtige koortjes, maar that dog. durft op Old LP ook dieper te graven.
Het levert een album op dat een brug slaat tussen de popmuziek uit de jaren 90 en de popmuziek uit het heden. Liefhebbers van de eerste drie albums van that dog. zal het niet verrassen dat de muziek van de band de tand des tijds zo goed heeft doorstaan, maar het is een knappe prestatie die maar weinig bands gegeven is. Zeker wanneer de band wat minder gruizig klinkt rijkt de brug die de band slaat niet alleen tot de jaren 90, maar zelfs tot de jaren 70, waaruit de muziek van Fleetwood Mac een hoorbare inspiratiebron is.
Het levert een prachtig en tijdloos popalbum op, dat niet onder doet voor de drie miskende albums uit de jaren 90 en wat mij betreft zelfs beter is. that dog. behoorde heel wat jaren tot de vergeten bands uit de jaren 90, maar zet zichzelf na al die jaren alsnog op de kaart met een album dat niet alleen de status uit de jaren 90 wat oppoetst, maar ook de concurrentie met de jonge honden van het moment makkelijk aan kan. Erwin Zijleman
review on: De krenten uit de pop: that dog. - Old LP - dekrentenuitdepop.blogspot.com
that dog. - Old LP
De niet meer verwachte terugkeer van that dog. was op voorhand al een aangename verrassing, maar het blijkt een verrassing die alle verwachtingen overtreft
De uit Los Angeles afkomstige band that dog. kon in de jaren 90 rekenen op uitstekende kritieken, maar was uiteindelijk toch niet meer dan een voetnoot in de geschiedschrijving van de popmuziek in het decennium. Bijna uit het niets keert that dog. nu terug met Old LP en het blijkt een album vol tijdloze en onweerstaanbaar lekkere popliedjes. Old LP herinnert nog steeds aan de leukste bandjes uit de jaren 90, maar de inmiddels tot een drietal gereduceerde band is niet stil blijven staan en maakt muziek die ook 25 jaar later fris en urgent klinkt. Ik was that dog. eerlijk gezegd al lang weer vergeten, maar wat is Old LP een leuk album en wat smaakt het naar meer.
Tussen de enorme stapel releases van deze week kwam ik een opvallende naam tegen. De naam that dog. zal lang niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar 25 jaar geleden was de band een paar jaar wereldberoemd in Los Angeles en omstreken.
that dog. werd geformeerd door Anna Waronker (dochter van de bekende producer en platenbaas Lenny Waronker) en de zussen Petra en Rachel Haden (dochters van de fameuze jazzmuzikant Charlie Haden en zussen van Spain voorman Josh Haden).
De band uit Los Angeles maakte, aangevuld met drummer Tony Maxwell, met that dog. (1994), Totally Crushed Out! (1995) en Retreat From The Sun (1997) drie uitstekende albums op het snijvlak van The Bangles, Blondie, Juliana Hatfield, The Breeders, The Go-Go’s en Throwing Muses, maar het grote succes bleef helaas uit, waarna al snel het doek viel voor de band. Anna Waronker probeerde het een paar jaar later nog eens met een prima maar helaas nauwelijks opgemerkte soloplaat, terwijl de zussen Haden opdoken in vele projecten.
Tweeëntwintig jaar na het laatste wapenfeit van that dog. is de band opeens terug. De band uit Los Angeles is door het afhaken van Petra Haden gereduceerd tot een trio, maar de resterende drie leden steken op Old LP in een blakende vorm. Bij beluistering van Old LP lijkt de tijd stil te hebben gestaan. Ook op Old LP maakt that dog. muziek die herinnert aan die van de hierboven genoemde bands, maar het drietal uit Los Angeles heeft zich sinds het voorlopige einde van that dog. in 1997 ook flink ontwikkeld.
Old LP laat een lekker veelzijdig geluid horen. Aan de ene kant zijn er de voorzichtig stekelige en gruizige, maar ook zonnige popliedjes die je zo mee terug nemen naar de jaren 90, maar that dog. durft op haar comeback album ook te experimenteren.
Anna Waronker klinkt niet meer zo meisjesachtig als 25 jaar geleden, maar klinkt nog altijd fris en verleidelijk. Old LP klinkt hierdoor volwassener dan de albums van that dog. uit de jaren 90 en ook in muzikaal opzicht zijn er stappen gezet. De band uit Los Angeles heeft nog altijd het patent op schaamteloos toegankelijke popliedjes met honingzoete refreinen, memorabele melodieën en prachtige koortjes, maar that dog. durft op Old LP ook dieper te graven.
Het levert een album op dat een brug slaat tussen de popmuziek uit de jaren 90 en de popmuziek uit het heden. Liefhebbers van de eerste drie albums van that dog. zal het niet verrassen dat de muziek van de band de tand des tijds zo goed heeft doorstaan, maar het is een knappe prestatie die maar weinig bands gegeven is. Zeker wanneer de band wat minder gruizig klinkt rijkt de brug die de band slaat niet alleen tot de jaren 90, maar zelfs tot de jaren 70, waaruit de muziek van Fleetwood Mac een hoorbare inspiratiebron is.
Het levert een prachtig en tijdloos popalbum op, dat niet onder doet voor de drie miskende albums uit de jaren 90 en wat mij betreft zelfs beter is. that dog. behoorde heel wat jaren tot de vergeten bands uit de jaren 90, maar zet zichzelf na al die jaren alsnog op de kaart met een album dat niet alleen de status uit de jaren 90 wat oppoetst, maar ook de concurrentie met de jonge honden van het moment makkelijk aan kan. Erwin Zijleman
That Woman - Find Joy (2024)

3,5
0
geplaatst: 14 augustus 2024, 11:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: That Woman - Find Joy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
That Woman - Find Joy
Josephine Vander West maakte tot dusver muziek onder de naam Oh Wonder en doet dit nu onder de naam That Woman, wat met Find Joy een wat ongrijpbaar maar absoluut interessant album oplevert
Find Joy van That Woman is zeker niet het makkelijkste album dat deze week is verschenen. Na eerste beluistering had ik echt geen idee wat ik aan moest met het soloproject van Josephine Vander West van Oh Wonder, maar langzaam maar zeker viel er meer op zijn plek. De Britse muzikante kiest vooral voor ingetogen songs, die soms sober zijn ingekleurd en soms rijk zijn georkestreerd. Alles draait om de stem van Josephine Vander West, die vaak soulvol klinkt, maar ook het experiment niet schuwt. Na een paar keer horen ben ik er nog steeds niet uit wat ik nu precies vind van Find Joy van That Woman, maar het intrigeert me op een of andere manier flink.
That Woman is een soloproject van de Britse muzikante Josephine Vander Gucht, die zich tegenwoordig Josephine Vander West noemt. Samen met haar partner Anthony West vormt ze ook het duo Oh Wonder, dat de afgelopen acht jaar een handvol albums heeft uitgebracht. Het zijn albums die ik volgens mij allemaal heb beluisterd, maar geen van de albums maakte op mij zo veel indruk dat ik ze heb besproken.
Dat lag niet zozeer aan de kwaliteit van de muziek van Oh Wonder, maar vooral aan het genre waarin het Britse duo zich beweegt. Oh Wonder maakt op haar albums vooral elektronisch ingekleurde popmuziek en hoewel de songs van het duo zeker avontuurlijk klinken, sprak het mij niet voldoende aan.
Deze week brengt Josephine Vander West een soloalbum uit onder de naam That Woman. Van een echt soloalbum is overigens geen sprake, want de Britse muzikante wordt bijgestaan door haar partner Anthony West, die het album coproduceerde. Find Joy van That Woman lijkt daarom op het eerste gezicht een Oh Wonder album onder een andere naam, maar deze andere naam zal niet voor niets zijn gekozen. Voor mij klinkt That Woman in ieder geval flink anders dan Oh Wonder, al is het maar omdat de songs op Find Joy direct iets met me deden.
Find Joy opent wat meer ingetogen dan we van Oh Wonder gewend zijn en de muziek van That Woman klinkt niet alleen soberder, maar ook wat organischer. Maar de songs van de Britse muzikante zijn vooral persoonlijker. Josephine Vander West heeft inmiddels een heel muzikaal leven achter zich, want voor Oh Wonder maakte ze ook al in meerdere gedaanten muziek. Ze had nooit de tijd om te reflecteren op haar leven, maar dat doet ze nu op Find Joy van That Woman.
Het debuutalbum van That Woman klinkt eigenlijk over de hele linie wat meer ingetogen dan de muziek van Oh Wonder en klinkt bovendien minder elektronisch, wat niet betekent dat elektronica geen enkele rol speelt op het album. In een aantal songs heeft Josephine Vander West genoeg aan de piano, in een aantal andere tracks worden flink wat strijkers ingezet, maar incidenteel duikt er ook elektronica op.
Centraal op Find Joy van That Woman staat echter de stem van Josephine Vander West. Die klinkt in veel tracks verrassend soulvol, maar wanneer de zang in meerdere lagen uit de speakers komt, klinkt het ook wat experimenteel. Josephine Vander West maakt op haar soloalbum ook met enige regelmaat gebruik van gesproken woord, wat het persoonlijke karakter van haar songs versterkt, maar wat ten koste gaat van de flow op het album.
Ik vind het nog steeds lastig om een oordeel te vellen over Find Joy van That Woman, want het schiet echt alle kanten op, maar dit is misschien ook wel kracht van het album, dat in een aantal gevallen flirt met behoorlijk toegankelijke pop, maar niet veel later een stuk dieper graaft.
Door het veelzijdige karakter van het album kan ik de muziek van That Woman vooralsnog niet makkelijk vergelijken met de muziek van anderen, wat ook iets zegt over het onderscheidend vermogen van het project van Josephine Vander West. Bij eerste beluistering ging ik er van uit dat ik niet vaak meer zou luisteren naar Find Joy, maar het eerste album van Josephine Vander West onder de naam That Woman heeft iets. Wat het precies is weet ik nog niet, maar het smaakt zeker naar meer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: That Woman - Find Joy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
That Woman - Find Joy
Josephine Vander West maakte tot dusver muziek onder de naam Oh Wonder en doet dit nu onder de naam That Woman, wat met Find Joy een wat ongrijpbaar maar absoluut interessant album oplevert
Find Joy van That Woman is zeker niet het makkelijkste album dat deze week is verschenen. Na eerste beluistering had ik echt geen idee wat ik aan moest met het soloproject van Josephine Vander West van Oh Wonder, maar langzaam maar zeker viel er meer op zijn plek. De Britse muzikante kiest vooral voor ingetogen songs, die soms sober zijn ingekleurd en soms rijk zijn georkestreerd. Alles draait om de stem van Josephine Vander West, die vaak soulvol klinkt, maar ook het experiment niet schuwt. Na een paar keer horen ben ik er nog steeds niet uit wat ik nu precies vind van Find Joy van That Woman, maar het intrigeert me op een of andere manier flink.
That Woman is een soloproject van de Britse muzikante Josephine Vander Gucht, die zich tegenwoordig Josephine Vander West noemt. Samen met haar partner Anthony West vormt ze ook het duo Oh Wonder, dat de afgelopen acht jaar een handvol albums heeft uitgebracht. Het zijn albums die ik volgens mij allemaal heb beluisterd, maar geen van de albums maakte op mij zo veel indruk dat ik ze heb besproken.
Dat lag niet zozeer aan de kwaliteit van de muziek van Oh Wonder, maar vooral aan het genre waarin het Britse duo zich beweegt. Oh Wonder maakt op haar albums vooral elektronisch ingekleurde popmuziek en hoewel de songs van het duo zeker avontuurlijk klinken, sprak het mij niet voldoende aan.
Deze week brengt Josephine Vander West een soloalbum uit onder de naam That Woman. Van een echt soloalbum is overigens geen sprake, want de Britse muzikante wordt bijgestaan door haar partner Anthony West, die het album coproduceerde. Find Joy van That Woman lijkt daarom op het eerste gezicht een Oh Wonder album onder een andere naam, maar deze andere naam zal niet voor niets zijn gekozen. Voor mij klinkt That Woman in ieder geval flink anders dan Oh Wonder, al is het maar omdat de songs op Find Joy direct iets met me deden.
Find Joy opent wat meer ingetogen dan we van Oh Wonder gewend zijn en de muziek van That Woman klinkt niet alleen soberder, maar ook wat organischer. Maar de songs van de Britse muzikante zijn vooral persoonlijker. Josephine Vander West heeft inmiddels een heel muzikaal leven achter zich, want voor Oh Wonder maakte ze ook al in meerdere gedaanten muziek. Ze had nooit de tijd om te reflecteren op haar leven, maar dat doet ze nu op Find Joy van That Woman.
Het debuutalbum van That Woman klinkt eigenlijk over de hele linie wat meer ingetogen dan de muziek van Oh Wonder en klinkt bovendien minder elektronisch, wat niet betekent dat elektronica geen enkele rol speelt op het album. In een aantal songs heeft Josephine Vander West genoeg aan de piano, in een aantal andere tracks worden flink wat strijkers ingezet, maar incidenteel duikt er ook elektronica op.
Centraal op Find Joy van That Woman staat echter de stem van Josephine Vander West. Die klinkt in veel tracks verrassend soulvol, maar wanneer de zang in meerdere lagen uit de speakers komt, klinkt het ook wat experimenteel. Josephine Vander West maakt op haar soloalbum ook met enige regelmaat gebruik van gesproken woord, wat het persoonlijke karakter van haar songs versterkt, maar wat ten koste gaat van de flow op het album.
Ik vind het nog steeds lastig om een oordeel te vellen over Find Joy van That Woman, want het schiet echt alle kanten op, maar dit is misschien ook wel kracht van het album, dat in een aantal gevallen flirt met behoorlijk toegankelijke pop, maar niet veel later een stuk dieper graaft.
Door het veelzijdige karakter van het album kan ik de muziek van That Woman vooralsnog niet makkelijk vergelijken met de muziek van anderen, wat ook iets zegt over het onderscheidend vermogen van het project van Josephine Vander West. Bij eerste beluistering ging ik er van uit dat ik niet vaak meer zou luisteren naar Find Joy, maar het eerste album van Josephine Vander West onder de naam That Woman heeft iets. Wat het precies is weet ik nog niet, maar het smaakt zeker naar meer. Erwin Zijleman
The Academic - Tales from the Backseat (2018)

4,5
2
geplaatst: 15 januari 2018, 16:11 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Academic - Tales From The Backseat - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
2017 was zeker niet het jaar van de energieke gitaarmuziek van een stel jonge honden, maar in 2018 lijkt het roer om te gaan.
Je hoort het bijvoorbeeld op Tales From The Backseat van de Ierse band The Academic. De band uit het midden in het land gelegen dorp Mullingar bracht de afgelopen jaren al een aantal veelbelovende singles uit, maar komt nu dan eindelijk met haar officiële debuut op de proppen.
De bandnaam suggereert misschien nog even dat we te maken hebben met muzikanten die dieper willen graven en niet zomaar kiezen voor de makkelijkste weg, maar de eerste noten van het debuut van de Ierse band nemen alle twijfel weg.
De leden van de band zijn de schoolbanken nog maar net ontgroeid en zingen bij voorkeur over zaken als vakantie, drank en vooral meisjes. De luchtige teksten van The Academic zijn vervolgens verpakt in songs die zich laten inspireren door de gitaarmuziek die in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten al sinds de vroege jaren 60 wordt gemaakt, al slepen de Ieren er vergeleken met de meeste van hun soortgenoten flink wat andere invloeden bij.
Zo duikt direct in de openingstrack een basloopje op dat herinnert aan de hoogtijdagen van de postpunk van New Order, sluiten veel songs aan bij het memorabele debuut van The Strokes en zo verrast vrijwel iedere song op de plaat met invloeden uit een andere periode waarin de Britse en Amerikaanse gitaarbands de popmuziek domineerden.
Het maakt Tales From The Backseat in muzikaal opzicht interessant, maar op Tales From The Backseat draait uiteindelijk alles om het plezier. De songs van de Ierse band zijn zo aanstekelijk als maar kan en strooien driftig met geweldige melodieën en catchy refreinen, die na één keer horen voorgoed in je hoofd zitten.
Nu heeft de muziek van Ierse bands altijd wat wel wat weemoedigs, maar op het debuut van The Academic schijnt alleen maar de zon. Tales From The Backseat werd opgenomen in het zonnige Los Angeles en dat hoor je in de songs van The Academic, die de wereld door een roze bril bekijken. Het maakt van Tales From The Backseat een plaat die ik maar heel lastig kan weerstaan. Gelukkig hoeft dat niet.
Het maken van volstrekt tijdloze gitaarsongs lijkt op voorhand geen hele lastige klus omdat er talloze goede voorbeelden voorhanden zijn, maar probeer het maar eens. The Academic jaagt er in iets meer dan een half uur tien deze van deze volstrekt tijdloze gitaarsongs doorheen en de een is nog beter dan de ander.
Veel van de songs hebben een punky energie, maar The Academic voegt ook flink wat pop toe aan haar songs. Het zijn bovendien songs die in muzikaal opzicht steeds weer iets leuks te bieden hebben, waarbij met name het veelkleurige gitaarwerk er in positieve zing uitspringt.
Met Tales From The Backseat van The Academic uit de speakers is het een half uur feest en het is een feestje dat ook na talloze keren horen leuk blijft. In 2017 was de spoeling in dit genre zoals gezegd dun, maar 2018 begint met een plaat die de lat in het genre direct bijzonder hoog legt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Academic - Tales From The Backseat - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
2017 was zeker niet het jaar van de energieke gitaarmuziek van een stel jonge honden, maar in 2018 lijkt het roer om te gaan.
Je hoort het bijvoorbeeld op Tales From The Backseat van de Ierse band The Academic. De band uit het midden in het land gelegen dorp Mullingar bracht de afgelopen jaren al een aantal veelbelovende singles uit, maar komt nu dan eindelijk met haar officiële debuut op de proppen.
De bandnaam suggereert misschien nog even dat we te maken hebben met muzikanten die dieper willen graven en niet zomaar kiezen voor de makkelijkste weg, maar de eerste noten van het debuut van de Ierse band nemen alle twijfel weg.
De leden van de band zijn de schoolbanken nog maar net ontgroeid en zingen bij voorkeur over zaken als vakantie, drank en vooral meisjes. De luchtige teksten van The Academic zijn vervolgens verpakt in songs die zich laten inspireren door de gitaarmuziek die in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten al sinds de vroege jaren 60 wordt gemaakt, al slepen de Ieren er vergeleken met de meeste van hun soortgenoten flink wat andere invloeden bij.
Zo duikt direct in de openingstrack een basloopje op dat herinnert aan de hoogtijdagen van de postpunk van New Order, sluiten veel songs aan bij het memorabele debuut van The Strokes en zo verrast vrijwel iedere song op de plaat met invloeden uit een andere periode waarin de Britse en Amerikaanse gitaarbands de popmuziek domineerden.
Het maakt Tales From The Backseat in muzikaal opzicht interessant, maar op Tales From The Backseat draait uiteindelijk alles om het plezier. De songs van de Ierse band zijn zo aanstekelijk als maar kan en strooien driftig met geweldige melodieën en catchy refreinen, die na één keer horen voorgoed in je hoofd zitten.
Nu heeft de muziek van Ierse bands altijd wat wel wat weemoedigs, maar op het debuut van The Academic schijnt alleen maar de zon. Tales From The Backseat werd opgenomen in het zonnige Los Angeles en dat hoor je in de songs van The Academic, die de wereld door een roze bril bekijken. Het maakt van Tales From The Backseat een plaat die ik maar heel lastig kan weerstaan. Gelukkig hoeft dat niet.
Het maken van volstrekt tijdloze gitaarsongs lijkt op voorhand geen hele lastige klus omdat er talloze goede voorbeelden voorhanden zijn, maar probeer het maar eens. The Academic jaagt er in iets meer dan een half uur tien deze van deze volstrekt tijdloze gitaarsongs doorheen en de een is nog beter dan de ander.
Veel van de songs hebben een punky energie, maar The Academic voegt ook flink wat pop toe aan haar songs. Het zijn bovendien songs die in muzikaal opzicht steeds weer iets leuks te bieden hebben, waarbij met name het veelkleurige gitaarwerk er in positieve zing uitspringt.
Met Tales From The Backseat van The Academic uit de speakers is het een half uur feest en het is een feestje dat ook na talloze keren horen leuk blijft. In 2017 was de spoeling in dit genre zoals gezegd dun, maar 2018 begint met een plaat die de lat in het genre direct bijzonder hoog legt. Erwin Zijleman
The Americans - I'll Be Yours (2017)

4,5
0
geplaatst: 10 juli 2017, 17:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Americans - I'll Be Yours - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij de bandnaam The Americans vroeg ik me, voordat ik ook maar een noot van de muziek van de band had gehoord, vooral af waarom niemand al veel eerder met deze toch wel wat voor de hand liggende naam op de proppen is gekomen.
Als iemand de bandnaam verdient is het echter wel de band uit Los Angeles, die de country- en bluesmuziek uit de vorige eeuw (wat verder weg klinkt dan het is) heeft omarmd en vervolgens heeft geïntegreerd in een energiek eigen geluid.
Het behoorlijk traditionele geluid waarmee de band een paar jaar geleden opdook, heeft op het debuut van The Americans een flinke rock ’n roll impuls gekregen. I’ll Be Yours klinkt hierdoor, zeker in de openingstrack, als de plaat die Creedence Clearwater Revival nooit heeft gemaakt en dat klinkt werkelijk fantastisch.
The Americans zijn inmiddels omarmd door onder andere Jack White (The White Stripes) en meesterproducer T Bone Burnett, wiens onderstaande citaat op het Internet inmiddels breed wordt gedeeld. "Genius twenty-first century musicians that are reinventing American heritage music for this century. And it sounds even better this century." Het zijn mooie woorden van de invloedrijke producer, maar het is ook waar.
The Americans halen de mosterd uit de Amerikaanse rootsmuziek van een aantal decennia geleden en nemen hun muziek bij voorkeur op met stokoude apparatuur, maar I’ll Be Yours klinkt niet alleen warm en authentiek maar ook fris en overweldigend. In de openingstrack voegt de band uit Los Angeles flink wat rock aan haar muziek toe en lijkt Creedence Clearwater Revival uit de as herrezen, maar wanneer in de tweede track de banjo klinkt alsof de duivel hem op de hielen zit, hoor ik opeens flarden 16 Horsepower. En zo hoor ik in iedere track wel iets bekends, maar storend is het nooit.
The Americans neemt na een behoorlijk energieke start wat gas terug en verrast dan met ingetogen rockmuziek vol invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het is muziek die je dankzij de gepassioneerde wijze waarop wordt gemusiceerd en de emotievolle vocalen van de zanger van de band genadeloos bij de strot grijpt.
Objectief bezien doen The Americans op I’ll Be Yours geen hele spannende dingen, maar de band speelt met zoveel urgentie dat ik direct bij eerste beluistering het idee had dat ik naar iets heel bijzonders aan het luisteren was. Dat idee heb ik nog steeds.
Het debuut van The Americans is dankzij alle invloeden uit het verleden niet alleen een feest van herkenning, maar het is ook een stoomwals waaraan niet te ontkomen is. I’ll Be Yours is een plaat die overloopt van energie en het is energie die overspringt op de luisteraar, net als Springsteen en The E-Street Band dit zo vaak voor elkaar krijgen.
The Americans hebben door alle bekende invloeden en de tomeloze energie een ultieme feelgood plaat gemaakt, maar het is ook een plaat die razend knap in elkaar steekt en die bij iedere luisterbeurt weer opvalt met nieuwe details van grote schoonheid. Hoogste tijd dus dat deze band uit Los Angeles ook in Nederland met veel liefde en bewondering wordt omarmd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Americans - I'll Be Yours - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij de bandnaam The Americans vroeg ik me, voordat ik ook maar een noot van de muziek van de band had gehoord, vooral af waarom niemand al veel eerder met deze toch wel wat voor de hand liggende naam op de proppen is gekomen.
Als iemand de bandnaam verdient is het echter wel de band uit Los Angeles, die de country- en bluesmuziek uit de vorige eeuw (wat verder weg klinkt dan het is) heeft omarmd en vervolgens heeft geïntegreerd in een energiek eigen geluid.
Het behoorlijk traditionele geluid waarmee de band een paar jaar geleden opdook, heeft op het debuut van The Americans een flinke rock ’n roll impuls gekregen. I’ll Be Yours klinkt hierdoor, zeker in de openingstrack, als de plaat die Creedence Clearwater Revival nooit heeft gemaakt en dat klinkt werkelijk fantastisch.
The Americans zijn inmiddels omarmd door onder andere Jack White (The White Stripes) en meesterproducer T Bone Burnett, wiens onderstaande citaat op het Internet inmiddels breed wordt gedeeld. "Genius twenty-first century musicians that are reinventing American heritage music for this century. And it sounds even better this century." Het zijn mooie woorden van de invloedrijke producer, maar het is ook waar.
The Americans halen de mosterd uit de Amerikaanse rootsmuziek van een aantal decennia geleden en nemen hun muziek bij voorkeur op met stokoude apparatuur, maar I’ll Be Yours klinkt niet alleen warm en authentiek maar ook fris en overweldigend. In de openingstrack voegt de band uit Los Angeles flink wat rock aan haar muziek toe en lijkt Creedence Clearwater Revival uit de as herrezen, maar wanneer in de tweede track de banjo klinkt alsof de duivel hem op de hielen zit, hoor ik opeens flarden 16 Horsepower. En zo hoor ik in iedere track wel iets bekends, maar storend is het nooit.
The Americans neemt na een behoorlijk energieke start wat gas terug en verrast dan met ingetogen rockmuziek vol invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het is muziek die je dankzij de gepassioneerde wijze waarop wordt gemusiceerd en de emotievolle vocalen van de zanger van de band genadeloos bij de strot grijpt.
Objectief bezien doen The Americans op I’ll Be Yours geen hele spannende dingen, maar de band speelt met zoveel urgentie dat ik direct bij eerste beluistering het idee had dat ik naar iets heel bijzonders aan het luisteren was. Dat idee heb ik nog steeds.
Het debuut van The Americans is dankzij alle invloeden uit het verleden niet alleen een feest van herkenning, maar het is ook een stoomwals waaraan niet te ontkomen is. I’ll Be Yours is een plaat die overloopt van energie en het is energie die overspringt op de luisteraar, net als Springsteen en The E-Street Band dit zo vaak voor elkaar krijgen.
The Americans hebben door alle bekende invloeden en de tomeloze energie een ultieme feelgood plaat gemaakt, maar het is ook een plaat die razend knap in elkaar steekt en die bij iedere luisterbeurt weer opvalt met nieuwe details van grote schoonheid. Hoogste tijd dus dat deze band uit Los Angeles ook in Nederland met veel liefde en bewondering wordt omarmd. Erwin Zijleman
The Anchoress - The Art of Losing (2021)

4,0
0
geplaatst: 18 maart 2021, 16:48 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Anchoress - The Art Of Losing - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Anchoress - The Art Of Losing
The Anchoress levert met The Art Of Losing haar tweede album af en het is een opvallend album dat zich zowel tekstueel, muzikaal als vocaal stevig opdringt en hierna steeds mooier wordt
Catherine Anne Davies was de afgelopen jaren druk met de Simple Minds, maar brengt na vijf jaar ook de opvolger van haar debuutalbum uit. Het is een album dat makkelijk indruk maakt wanneer de muzikante uit Wales kiest voor betrekkelijk ingetogen songs, maar ook de veel voller klinkende songs bevatten veel moois. The Anchoress heeft een album afgeleverd dat ook in vocaal opzicht indruk maakt, al is het maar vanwege alle emotie in de zeer persoonlijke teksten die vooral over verlies, rouw en verdriet gaan. Het is mijn eerste kennismaking met de muziek van het alter ego van Catherine Anne Davies en het is er een die steeds indrukwekkender wordt.
The Anchoress is het alter ego van de uit Wales afkomstige multi-instrumentalist, singer-songwriter en schrijver Catherine Anne Davies. Het is een naam die bij mij niet direct een belletje deed rinkelen, al hengelde The Anchoress flink wat prijzen binnen met haar in 2016 verschenen debuutalbum Confessions Of A Romance Novelist en maakte ze ook zo’n vijf jaar deel uit van de Simple Minds, waarvan ik kennelijk alleen de jaren 80 bezetting op het netvlies heb en dat ondanks de uitstekende albums waaraan Catherine Anne Davies bijdroeg.
Deze week verscheen het tweede album van The Anchoress, The Art Of Losing. Het album, dat verlies, verdriet en rouw als centrale thema’s heeft, opent met een stemmige track waarin alleen de piano is te horen, maar in de tweede track komt hier de mooie stem van Catherine Anne Davies bij. Het is een track die mij makkelijk overtuigde van de kwaliteiten van The Anchoress, al is het maar omdat het zowel in muzikaal als in vocaal opzicht dicht tegen de muziek van Aimee Mann aan kruipt.
Associaties met de muziek van Aimee Mann zijn voor mij altijd een pre, maar The Anchoress slaat op The Art Of Losing ook andere wegen in. The Exchange opent ook als een pianotrack, maar wordt steviger en grootser wanneer Manic Street Preachers gitarist en zanger James Dean Bradfield aanschuift voor een fraai duet. The Anchoress is sowieso niet vies van wat voller of zelfs wat bombastisch ingekleurde songs, die mijn associaties met de muziek van Aimee Mann verruilen voor associaties met bands als The Pretenders en vooral Texas.
Het klinkt zonder meer lekker, maar ik vind het toch net wat minder onderscheidend dan de songs waarin Catherine Anne Davies kiest voor meer ingetogen klanken. Die zijn vooral te horen in de meer piano georiënteerde songs, waarvan er flink wat op het album staan. Het zijn songs waarin The Anchoress een wat meer eigen geluid laat horen en het zijn bovendien songs waarin de vocale capaciteiten van de singer-songwriter uit Wales wat mij betreft veel beter tot zijn recht komen dan in de veel voller klinkende tracks.
Ook deze wat voller klinkende tracks beschikken wat mij betreft over groeipotentie, want hier en daar verrast de muzikante uit Wales met klanken die voorzichtig opschuiven richting progrock en interessanter zijn dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Dat geldt overigens ook voor de tracks waarin de strijkers mogen aanzwellen en The Anchoress ook nog een vleugje My Brightest Diamond of zelfs Kate Bush laat horen, ook al klinkt haar stem totaal anders dan die van het Britse icoon.
Zeker bij eerste beluistering twijfelde ik nog wel wat over The Art Of Losing, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer tracks er aan de goede kant van de streep terecht komen en hoe meer ik overtuigd raak van de vocale en muzikale capaciteiten van de tegenwoordig vanuit Londen opererende muzikante, die hier en daar ook nog wel wat van haar voormalige broodheer Simple Minds en invloeden uit de postpunk heeft opgepikt.
Het debuut van The Anchoress heb ik vijf jaar geleden gemist, maar de destijds al uitgesproken belofte hoor ik volop op het grootse en meeslepende The Art Of Losing, waarop minstens een handvol echte parels is te vinden. Ik zou het album zeker eens beluisteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Anchoress - The Art Of Losing - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Anchoress - The Art Of Losing
The Anchoress levert met The Art Of Losing haar tweede album af en het is een opvallend album dat zich zowel tekstueel, muzikaal als vocaal stevig opdringt en hierna steeds mooier wordt
Catherine Anne Davies was de afgelopen jaren druk met de Simple Minds, maar brengt na vijf jaar ook de opvolger van haar debuutalbum uit. Het is een album dat makkelijk indruk maakt wanneer de muzikante uit Wales kiest voor betrekkelijk ingetogen songs, maar ook de veel voller klinkende songs bevatten veel moois. The Anchoress heeft een album afgeleverd dat ook in vocaal opzicht indruk maakt, al is het maar vanwege alle emotie in de zeer persoonlijke teksten die vooral over verlies, rouw en verdriet gaan. Het is mijn eerste kennismaking met de muziek van het alter ego van Catherine Anne Davies en het is er een die steeds indrukwekkender wordt.
The Anchoress is het alter ego van de uit Wales afkomstige multi-instrumentalist, singer-songwriter en schrijver Catherine Anne Davies. Het is een naam die bij mij niet direct een belletje deed rinkelen, al hengelde The Anchoress flink wat prijzen binnen met haar in 2016 verschenen debuutalbum Confessions Of A Romance Novelist en maakte ze ook zo’n vijf jaar deel uit van de Simple Minds, waarvan ik kennelijk alleen de jaren 80 bezetting op het netvlies heb en dat ondanks de uitstekende albums waaraan Catherine Anne Davies bijdroeg.
Deze week verscheen het tweede album van The Anchoress, The Art Of Losing. Het album, dat verlies, verdriet en rouw als centrale thema’s heeft, opent met een stemmige track waarin alleen de piano is te horen, maar in de tweede track komt hier de mooie stem van Catherine Anne Davies bij. Het is een track die mij makkelijk overtuigde van de kwaliteiten van The Anchoress, al is het maar omdat het zowel in muzikaal als in vocaal opzicht dicht tegen de muziek van Aimee Mann aan kruipt.
Associaties met de muziek van Aimee Mann zijn voor mij altijd een pre, maar The Anchoress slaat op The Art Of Losing ook andere wegen in. The Exchange opent ook als een pianotrack, maar wordt steviger en grootser wanneer Manic Street Preachers gitarist en zanger James Dean Bradfield aanschuift voor een fraai duet. The Anchoress is sowieso niet vies van wat voller of zelfs wat bombastisch ingekleurde songs, die mijn associaties met de muziek van Aimee Mann verruilen voor associaties met bands als The Pretenders en vooral Texas.
Het klinkt zonder meer lekker, maar ik vind het toch net wat minder onderscheidend dan de songs waarin Catherine Anne Davies kiest voor meer ingetogen klanken. Die zijn vooral te horen in de meer piano georiënteerde songs, waarvan er flink wat op het album staan. Het zijn songs waarin The Anchoress een wat meer eigen geluid laat horen en het zijn bovendien songs waarin de vocale capaciteiten van de singer-songwriter uit Wales wat mij betreft veel beter tot zijn recht komen dan in de veel voller klinkende tracks.
Ook deze wat voller klinkende tracks beschikken wat mij betreft over groeipotentie, want hier en daar verrast de muzikante uit Wales met klanken die voorzichtig opschuiven richting progrock en interessanter zijn dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Dat geldt overigens ook voor de tracks waarin de strijkers mogen aanzwellen en The Anchoress ook nog een vleugje My Brightest Diamond of zelfs Kate Bush laat horen, ook al klinkt haar stem totaal anders dan die van het Britse icoon.
Zeker bij eerste beluistering twijfelde ik nog wel wat over The Art Of Losing, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer tracks er aan de goede kant van de streep terecht komen en hoe meer ik overtuigd raak van de vocale en muzikale capaciteiten van de tegenwoordig vanuit Londen opererende muzikante, die hier en daar ook nog wel wat van haar voormalige broodheer Simple Minds en invloeden uit de postpunk heeft opgepikt.
Het debuut van The Anchoress heb ik vijf jaar geleden gemist, maar de destijds al uitgesproken belofte hoor ik volop op het grootse en meeslepende The Art Of Losing, waarop minstens een handvol echte parels is te vinden. Ik zou het album zeker eens beluisteren. Erwin Zijleman
The Antlers - Familiars (2014)

4,0
0
geplaatst: 20 juni 2014, 16:53 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Antlers - Familiars - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is al weer bijna vijf jaar geleden dat ik compleet werd verrast door Hospice van de uit Brooklyn afkomstige band The Antlers.
Bij beluistering van Hospice, overigens de tweede plaat van de band rond Peter Silberman, hoorde ik, volgens de recensie op deze BLOG, de experimenteerdrift van Radiohead, de emotie van Jeff Buckley, de desolaatheid van Bon Iver, de stem van Antony, het bombast van The Arcade Fire, de arrangementen van Patrick Watson, het rammelende van Neutral Milk Hotel en de psychedelische inslag van bands als The Flaming Lips, Grandaddy en Grizzly Bear. Dat is een behoorlijk indrukwekkend rijtje namen en Hospice was dan ook een behoorlijk goede plaat.
Vraag me niet waarom ik de opvolger van Hospice in 2011 heb gemist, want ik weet het echt niet. Ik weet wel dat het over het hoofd geziene Burst Apart inmiddels een opvolger heeft gekregen en ook dat is weer een hele bijzondere plaat.
Familiars is, net als zijn voorgangers, een plaat die doet verlangen naar donkere herfstavonden en koude winteravonden, maar The Antlers brengen hun platen tot dusver bij voorkeur in de zomer uit. Absoluut geen reden om de platen van de band te laten liggen, want ook in de zomer wordt het een keer donker.
Wanneer ik Familiars vergelijk met Hospice valt op dat het geluid van The Antlers in de afgelopen jaren wel wat is veranderd. The Antlers maken nog steeds geen makkelijke muziek, maar de experimenteerdrift van Hospice is toch grotendeels verdwenen en hetzelfde geldt voor het rammelende karakter van de muziek van de band.
Familiars is een vooral ingetogen plaat, waarop prachtige stemmige klanken de overhand hebben. Het zijn klanken die rijkelijk zijn versierd met bijzonder fraaie blazers, een wat psychedelische sfeer en hele mooie vocalen van Peter Silberman, die nog altijd klinkt als de genoemde voorbeelden, maar inmiddels een geluid heeft gevonden dat weinig weerstand op zal roepen (waar ik bijvoorbeeld bij Antony altijd na een paar tracks last van krijg).
Waar ik in het vooral luisterde naar de blazers en de electronica, heb ik inmiddels ook het gitaarspel op de plaat ontdekt. Dit gitaarspel varieert van jazzy tot psychedelisch en kleurt de ruime vlakken die worden aangedragen door de blazers en de elektronica keer op keer prachtig in.
Een deel van het bovenstaande rijtje biedt nog steeds treffend vergelijkingsmateriaal voor de muziek van The Antlers, maar bij beluistering van Familiars komen toch vooral andere namen op. Denk hierbij aan het verstilde van Talk Talk, het zweverige van Sigur Ros, het dromerige van Mercury Rev, het bezwerende van Boards Of Canada of zelfs het meeslepende van Pink Floyd, maar Familiars klinkt net zo makkelijk als Calexico op valium of als nachtclubjazz zonder nachtclubjazz zangeres.
De tracks zijn zoals gezegd lang en slepen zich maar zeer langzaam voort. The Antlers blijft op Familiars daarom ver verwijderd van aanstekelijke popmuziek, maar ontoegankelijk is de plaat zeker niet. Familiars is een plaat waarvoor je even moet gaan zitten, maar als je dit eenmaal hebt gedaan, blijf je ook zitten. Vervolgens hoor je de intrigerende muziek van de band uit new York alleen maar mooier en fascinerender worden en vooralsnog is deze groei maar niet te stoppen. The Antlers maakten bijna vijf jaar geleden al een hele bijzonder plaat, maar met Familiars leveren ze nu een unieke plaat af. Een unieke plaat van een bijna onwerkelijke schoonheid. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Antlers - Familiars - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is al weer bijna vijf jaar geleden dat ik compleet werd verrast door Hospice van de uit Brooklyn afkomstige band The Antlers.
Bij beluistering van Hospice, overigens de tweede plaat van de band rond Peter Silberman, hoorde ik, volgens de recensie op deze BLOG, de experimenteerdrift van Radiohead, de emotie van Jeff Buckley, de desolaatheid van Bon Iver, de stem van Antony, het bombast van The Arcade Fire, de arrangementen van Patrick Watson, het rammelende van Neutral Milk Hotel en de psychedelische inslag van bands als The Flaming Lips, Grandaddy en Grizzly Bear. Dat is een behoorlijk indrukwekkend rijtje namen en Hospice was dan ook een behoorlijk goede plaat.
Vraag me niet waarom ik de opvolger van Hospice in 2011 heb gemist, want ik weet het echt niet. Ik weet wel dat het over het hoofd geziene Burst Apart inmiddels een opvolger heeft gekregen en ook dat is weer een hele bijzondere plaat.
Familiars is, net als zijn voorgangers, een plaat die doet verlangen naar donkere herfstavonden en koude winteravonden, maar The Antlers brengen hun platen tot dusver bij voorkeur in de zomer uit. Absoluut geen reden om de platen van de band te laten liggen, want ook in de zomer wordt het een keer donker.
Wanneer ik Familiars vergelijk met Hospice valt op dat het geluid van The Antlers in de afgelopen jaren wel wat is veranderd. The Antlers maken nog steeds geen makkelijke muziek, maar de experimenteerdrift van Hospice is toch grotendeels verdwenen en hetzelfde geldt voor het rammelende karakter van de muziek van de band.
Familiars is een vooral ingetogen plaat, waarop prachtige stemmige klanken de overhand hebben. Het zijn klanken die rijkelijk zijn versierd met bijzonder fraaie blazers, een wat psychedelische sfeer en hele mooie vocalen van Peter Silberman, die nog altijd klinkt als de genoemde voorbeelden, maar inmiddels een geluid heeft gevonden dat weinig weerstand op zal roepen (waar ik bijvoorbeeld bij Antony altijd na een paar tracks last van krijg).
Waar ik in het vooral luisterde naar de blazers en de electronica, heb ik inmiddels ook het gitaarspel op de plaat ontdekt. Dit gitaarspel varieert van jazzy tot psychedelisch en kleurt de ruime vlakken die worden aangedragen door de blazers en de elektronica keer op keer prachtig in.
Een deel van het bovenstaande rijtje biedt nog steeds treffend vergelijkingsmateriaal voor de muziek van The Antlers, maar bij beluistering van Familiars komen toch vooral andere namen op. Denk hierbij aan het verstilde van Talk Talk, het zweverige van Sigur Ros, het dromerige van Mercury Rev, het bezwerende van Boards Of Canada of zelfs het meeslepende van Pink Floyd, maar Familiars klinkt net zo makkelijk als Calexico op valium of als nachtclubjazz zonder nachtclubjazz zangeres.
De tracks zijn zoals gezegd lang en slepen zich maar zeer langzaam voort. The Antlers blijft op Familiars daarom ver verwijderd van aanstekelijke popmuziek, maar ontoegankelijk is de plaat zeker niet. Familiars is een plaat waarvoor je even moet gaan zitten, maar als je dit eenmaal hebt gedaan, blijf je ook zitten. Vervolgens hoor je de intrigerende muziek van de band uit new York alleen maar mooier en fascinerender worden en vooralsnog is deze groei maar niet te stoppen. The Antlers maakten bijna vijf jaar geleden al een hele bijzonder plaat, maar met Familiars leveren ze nu een unieke plaat af. Een unieke plaat van een bijna onwerkelijke schoonheid. Erwin Zijleman
The Antlers - Green to Gold (2021)

4,0
0
geplaatst: 29 maart 2021, 16:17 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Antlers - Green To Gold - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Antlers - Green To Gold
De muziek van The Antlers was vaak donker en stekelig, maar op Green To Gold omarmt de Amerikaanse band nadrukkelijk de lente met heerlijk lome songs en prachtige klankentapijten
Het is een tijd stil geweest rond The Antlers, maar deze week keert de band uit New York terug met een nieuw album. Het is een album dat uitstekend dienst kan doen als soundtrack voor de aankomende lente, want wat klinkt het allemaal aangenaam. De instrumentatie is wonderschoon en dromerig en ook de zang op het album is met deze begrippen te omschrijven. Het kabbelt allemaal bijzonder aangenaam voort, maar het steekt ook allemaal knap in elkaar. Het nieuwe album van The Antlers is een heerlijk album om de lente mee te omarmen, maar dit album kan ook de zomer en nazomer nog prima mee. Wat mij betreft een zeer aangename verrassing.
Als de weersvoorspellingen kloppen is het deze week al heel even lente, maar de echte lente komt er ook aan natuurlijk, althans daar gaan we voorlopig nog maar even van uit. De soundtrack voor een mooie lente is deze week in ieder geval alvast verschenen, want laat Green To Gold van The Antlers uit de speakers komen en de vogeltjes gaan fluiten, de insecten zoemen om je heen, de bomen beginnen te bloeien, de bloemetjes komen te voorschijn en de zon gaat schijnen.
De band uit Brooklyn, New York, haalt de lente binnen met de instrumentale openingstrack, maar wanneer ook vocalen worden toegevoegd wordt het alleen maar mooier. Het werd overigens wel weer eens tijd voor een nieuw album van The Antlers, want tot voor kort kwam het laatste wapenfeit van de band uit 2014.
Met Green To Gold levert de band haar zesde album in vijftien jaar af . Als je de vroege albums van de band er nog eens bij pakt, hoor je dat er in die vijftien jaar heel veel is veranderd. The Antlers weet op alle tot dusver verschenen albums te verrassen met bijzondere klankentapijten, maar zo toegankelijk als op Green To Gold waren ze nog nooit. Het is een klankentapijt dat niet alleen toegankelijker is dan we van de band gewend zijn, maar het klinkt ook voller en organischer.
Hiermee zijn we er nog niet, want waar de vorige albums van de band behoorlijk donker getint waren, klinkt Green To Gold zonnig en verrassend opgewekt. The Antlers zijn de afgelopen vijftien jaar in meerdere hokjes geduwd en lijken nu te solliciteren naar het hokje indiepop, al zou indiefolk ook passend zijn.
De dromerige popliedjes op Green To Gold hebben bovendien iets psychedelisch en herinneren aan de vroege albums van Mercury Rev, wat ook kan liggen aan de betrekkelijk hoge zang van voorman Peter Silberman, die we overigens ook kennen van de vorige albums van The Antlers.
De muziek van de band uit New York was in het verleden altijd avontuurlijk en vaak wat stekelig, maar op het nieuwe album domineren de betoverend mooie klanken. Het zijn dromerige klanken die het lentegevoel in grote bakken over je uit storten. Daar moet je vatbaar voor zijn natuurlijk, want ik kan me best voorstellen dat liefhebbers van de wat experimentelere albums van The Antlers het geluid op Green To Gold wel erg zoet en braafjes vinden klinken.
Ik ben zelf kennelijk wel toe aan wat lentekriebels, want ik vind het nieuwe album van de Amerikaanse band echt prachtig. Het volle en uit meerdere lagen bestaande geluid slaagt er steeds weer om een aangename sfeer te creëren en het is een sfeer die doet verlangen naar de eerste lentedagen, naar lome zomeravonden en naar een aangename nazomer. We kunnen voorlopig dus wel even vooruit met Green To Gold en dat is goed nieuws.
Het nieuwe album van The Antlers strooit niet alleen met prachtige klanken, die goed zijn voor al even fraaie beelden, maar de band heeft ook een serie interessante songs afgeleverd. die nog wel wat door kunnen groeien. Ook in het klankentapijt is overigens veel moois te ontdekken, bijvoorbeeld wanneer ook nog eens blazers worden ingezet en alles net wat steviger wordt aangezet. Ik probeer het inmiddels al een tijdje met Green To Gold van The Antlers en vooralsnog wordt het lentegevoel alleen maar sterker en het album steeds mooier. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Antlers - Green To Gold - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Antlers - Green To Gold
De muziek van The Antlers was vaak donker en stekelig, maar op Green To Gold omarmt de Amerikaanse band nadrukkelijk de lente met heerlijk lome songs en prachtige klankentapijten
Het is een tijd stil geweest rond The Antlers, maar deze week keert de band uit New York terug met een nieuw album. Het is een album dat uitstekend dienst kan doen als soundtrack voor de aankomende lente, want wat klinkt het allemaal aangenaam. De instrumentatie is wonderschoon en dromerig en ook de zang op het album is met deze begrippen te omschrijven. Het kabbelt allemaal bijzonder aangenaam voort, maar het steekt ook allemaal knap in elkaar. Het nieuwe album van The Antlers is een heerlijk album om de lente mee te omarmen, maar dit album kan ook de zomer en nazomer nog prima mee. Wat mij betreft een zeer aangename verrassing.
Als de weersvoorspellingen kloppen is het deze week al heel even lente, maar de echte lente komt er ook aan natuurlijk, althans daar gaan we voorlopig nog maar even van uit. De soundtrack voor een mooie lente is deze week in ieder geval alvast verschenen, want laat Green To Gold van The Antlers uit de speakers komen en de vogeltjes gaan fluiten, de insecten zoemen om je heen, de bomen beginnen te bloeien, de bloemetjes komen te voorschijn en de zon gaat schijnen.
De band uit Brooklyn, New York, haalt de lente binnen met de instrumentale openingstrack, maar wanneer ook vocalen worden toegevoegd wordt het alleen maar mooier. Het werd overigens wel weer eens tijd voor een nieuw album van The Antlers, want tot voor kort kwam het laatste wapenfeit van de band uit 2014.
Met Green To Gold levert de band haar zesde album in vijftien jaar af . Als je de vroege albums van de band er nog eens bij pakt, hoor je dat er in die vijftien jaar heel veel is veranderd. The Antlers weet op alle tot dusver verschenen albums te verrassen met bijzondere klankentapijten, maar zo toegankelijk als op Green To Gold waren ze nog nooit. Het is een klankentapijt dat niet alleen toegankelijker is dan we van de band gewend zijn, maar het klinkt ook voller en organischer.
Hiermee zijn we er nog niet, want waar de vorige albums van de band behoorlijk donker getint waren, klinkt Green To Gold zonnig en verrassend opgewekt. The Antlers zijn de afgelopen vijftien jaar in meerdere hokjes geduwd en lijken nu te solliciteren naar het hokje indiepop, al zou indiefolk ook passend zijn.
De dromerige popliedjes op Green To Gold hebben bovendien iets psychedelisch en herinneren aan de vroege albums van Mercury Rev, wat ook kan liggen aan de betrekkelijk hoge zang van voorman Peter Silberman, die we overigens ook kennen van de vorige albums van The Antlers.
De muziek van de band uit New York was in het verleden altijd avontuurlijk en vaak wat stekelig, maar op het nieuwe album domineren de betoverend mooie klanken. Het zijn dromerige klanken die het lentegevoel in grote bakken over je uit storten. Daar moet je vatbaar voor zijn natuurlijk, want ik kan me best voorstellen dat liefhebbers van de wat experimentelere albums van The Antlers het geluid op Green To Gold wel erg zoet en braafjes vinden klinken.
Ik ben zelf kennelijk wel toe aan wat lentekriebels, want ik vind het nieuwe album van de Amerikaanse band echt prachtig. Het volle en uit meerdere lagen bestaande geluid slaagt er steeds weer om een aangename sfeer te creëren en het is een sfeer die doet verlangen naar de eerste lentedagen, naar lome zomeravonden en naar een aangename nazomer. We kunnen voorlopig dus wel even vooruit met Green To Gold en dat is goed nieuws.
Het nieuwe album van The Antlers strooit niet alleen met prachtige klanken, die goed zijn voor al even fraaie beelden, maar de band heeft ook een serie interessante songs afgeleverd. die nog wel wat door kunnen groeien. Ook in het klankentapijt is overigens veel moois te ontdekken, bijvoorbeeld wanneer ook nog eens blazers worden ingezet en alles net wat steviger wordt aangezet. Ik probeer het inmiddels al een tijdje met Green To Gold van The Antlers en vooralsnog wordt het lentegevoel alleen maar sterker en het album steeds mooier. Erwin Zijleman
The Apartments - Fête Foraine (1996)

4,5
0
geplaatst: 21 november 2017, 14:44 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Apartments - Fête Foraine - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het Franse label Microcultures omarmde een paar jaar geleden de Australische band The Apartments, wat uiteindelijk resulteerde in het prachtige No Song No Spell No Madrigal.
De plaat haalde mijn jaarlijstje over 2015 en is nog steeds een zeer graag geziene gast op de platenspeler, zeker als de avonden donkerder en kouder worden.
Microcultures komt nu op de proppen met een reissue van Fête Foraine, dat oorspronkelijk in 1996 verscheen en het destijds vooral goed deed in Frankrijk.
Op Fête Foraine vond The Apartments voorman Peter Milton Walsh, die aan het eind van de jaren 70 ook nog even toetrad tot The Go-Betweens, bestaand werk van The Apartments opnieuw uit. De tracks op Fête Foraine zijn afkomstig van The Apartments klassiekers The Evening Visits (1985), Drift (1992) en A Life Full Of Farewells (1995) en zijn voor de gelegenheid ontdaan van alle opsmuk.
De tien songs op de plaat moeten het doen met de akoestische gitaar van Peter Milton Walsh, de piano van Chris Abrahams, de flügelhorn en trompet van Miroslav Bukovski en de good old tamboerijn van Helen Carter. De combinatie van deze drie instrumenten levert een opvallend sfeervol en stemmig geluid op.
Het is een geluid dat de bijzondere stem van Peter Milton Walsh, die in een aantal tracks gezelschap krijgt van de vrouwenstem van Carolyn Polley, naar nog grotere hoogten stuwt, waardoor Fête Foraine minstens net zoveel indruk maakt als No Song No Spell No Madrigal twee jaar geleden.
Deze plaat vergeleek ik destijds met de platen van onder andere American Music Club, Spain en Tindersticks, maar de naam van de Schotse band The Blue Nile bleef eind 2015 het meest hangen, terwijl de songs van The Apartments net zulke groeibriljanten bleken als vrijwel alle songs van The Go-Betweens.
Fête Foraine hoef ik niet meer te vergelijken met de muziek van anderen, want nadat ik twee jaar geleden The Apartments in de top 10 van mijn jaarlijstje zette, heb ik ook de rest van het oeuvre van deze bijzondere Australische band ontdekt. Fête Foraine klinkt daarom vooral als The Apartments en dat is een aanbeveling die nieuwsgierig zou moeten maken.
Microcultures heeft de 21 jaar oude plaat prachtig opgepoetst, waardoor de tien songs prachtig en glashelder uit de speakers komen. Het zijn songs die vooral in het hokje ‘chamber pop’ worden geduwd, maar persoonlijk vind ik de songs van The Apartments vooral tijdloos.
De stemmige klanken en de emotievolle vocalen van Peter Milton Walsh maken ook van Fête Foraine weer een plaat die het vooral goed doet op donkere en koude avonden, maar de songs van de Australiër zijn zo mooi en worden met zoveel gevoel vertolkt dat ze ook een mooie zomerdag moeiteloos zullen overleven.
The Apartments is buiten Frankrijk de cultstatus nooit ontstegen, maar alles dat ik tot dusver van de band heb gehoord is van hoog niveau, van zeer hoog niveau zelfs. Het gold voor de twee jaar geleden verschenen comeback plaat en het geldt nu voor het 21 jaar geleden als een tussendoortje uitgebrachte Fête Foraine. Prachtige plaat die ook in Nederland alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Apartments - Fête Foraine - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het Franse label Microcultures omarmde een paar jaar geleden de Australische band The Apartments, wat uiteindelijk resulteerde in het prachtige No Song No Spell No Madrigal.
De plaat haalde mijn jaarlijstje over 2015 en is nog steeds een zeer graag geziene gast op de platenspeler, zeker als de avonden donkerder en kouder worden.
Microcultures komt nu op de proppen met een reissue van Fête Foraine, dat oorspronkelijk in 1996 verscheen en het destijds vooral goed deed in Frankrijk.
Op Fête Foraine vond The Apartments voorman Peter Milton Walsh, die aan het eind van de jaren 70 ook nog even toetrad tot The Go-Betweens, bestaand werk van The Apartments opnieuw uit. De tracks op Fête Foraine zijn afkomstig van The Apartments klassiekers The Evening Visits (1985), Drift (1992) en A Life Full Of Farewells (1995) en zijn voor de gelegenheid ontdaan van alle opsmuk.
De tien songs op de plaat moeten het doen met de akoestische gitaar van Peter Milton Walsh, de piano van Chris Abrahams, de flügelhorn en trompet van Miroslav Bukovski en de good old tamboerijn van Helen Carter. De combinatie van deze drie instrumenten levert een opvallend sfeervol en stemmig geluid op.
Het is een geluid dat de bijzondere stem van Peter Milton Walsh, die in een aantal tracks gezelschap krijgt van de vrouwenstem van Carolyn Polley, naar nog grotere hoogten stuwt, waardoor Fête Foraine minstens net zoveel indruk maakt als No Song No Spell No Madrigal twee jaar geleden.
Deze plaat vergeleek ik destijds met de platen van onder andere American Music Club, Spain en Tindersticks, maar de naam van de Schotse band The Blue Nile bleef eind 2015 het meest hangen, terwijl de songs van The Apartments net zulke groeibriljanten bleken als vrijwel alle songs van The Go-Betweens.
Fête Foraine hoef ik niet meer te vergelijken met de muziek van anderen, want nadat ik twee jaar geleden The Apartments in de top 10 van mijn jaarlijstje zette, heb ik ook de rest van het oeuvre van deze bijzondere Australische band ontdekt. Fête Foraine klinkt daarom vooral als The Apartments en dat is een aanbeveling die nieuwsgierig zou moeten maken.
Microcultures heeft de 21 jaar oude plaat prachtig opgepoetst, waardoor de tien songs prachtig en glashelder uit de speakers komen. Het zijn songs die vooral in het hokje ‘chamber pop’ worden geduwd, maar persoonlijk vind ik de songs van The Apartments vooral tijdloos.
De stemmige klanken en de emotievolle vocalen van Peter Milton Walsh maken ook van Fête Foraine weer een plaat die het vooral goed doet op donkere en koude avonden, maar de songs van de Australiër zijn zo mooi en worden met zoveel gevoel vertolkt dat ze ook een mooie zomerdag moeiteloos zullen overleven.
The Apartments is buiten Frankrijk de cultstatus nooit ontstegen, maar alles dat ik tot dusver van de band heb gehoord is van hoog niveau, van zeer hoog niveau zelfs. Het gold voor de twee jaar geleden verschenen comeback plaat en het geldt nu voor het 21 jaar geleden als een tussendoortje uitgebrachte Fête Foraine. Prachtige plaat die ook in Nederland alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
The Apartments - In and Out of the Light (2020)

4,5
1
geplaatst: 19 september 2020, 10:50 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Apartments - In And Out Of The Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Apartments - In And Out Of The Light
De Australische band The Apartments keert na een stilte van vijf jaar terug met een stemmig album, dat de aankomende herfst en winter op ongekend fraaie wijze inkleurt
De Australische band The Apartments maakte vijf jaar geleden met No Song, No Spell, No Madrigal een van mijn favoriete albums aller tijden. De lat lag dus hoog, maar ook met het deze week verschenen In And Out Of The Light had de band rond Peter Milton Walsh me weer onmiddellijk te pakken. Het nieuwe album van de band sluit naadloos aan op zijn voorganger. Ook dit keer wordt de muziek van de band gedomineerd door stemmige klanken, zijn de melodieën wonderschoon en is er de zo karakteristieke stem van Peter Milton Walsh. Het is donkere muziek die het vooral goed doet als de zon onder is en die, net als zijn voorganger, op moet gaan duiken in de jaarlijstjes.
Ruim vijf jaar geleden verscheen No Song, No Spell, No Madrigal van de Australische band The Apartments. Het was misschien wel het mooiste album van het betreffende jaar en omdat het album in Nederland pas in 2016 officieel werd uitgebracht zette ik No Song, No Spell, No Madrigal ook nog eens in mijn jaarlijstje over 2016. De afgelopen vijf jaar was het, buiten de reissue van het al even fraaie Fête Foraine uit 1996, stil rond The Apartments, maar gelukkig is de band rond Peter Milton Walsh terug met een nieuw album.
Deze Peter Milton Walsh maakte aan het eind van de jaren 70 kort deel uit van de legendarische Australische band The Go-Betweens, maar hij verschilde uiteindelijk teveel van Robert Forster en Grant McLennan, de twee voormannen van de band, en ging zijn eigen weg. Met The Apartments maakte hij in de jaren 80 en 90 een aantal uitstekende albums, waarna het helaas lang stil was rond de band. Deze stilte werd definitief doorbroken met het prachtige No Song, No Spell, No Madrigal en nu is er In And Out Of The Light, dat ondanks de stilte van vijf jaar naadloos voortborduurt op zijn voorganger.
De leden van de band wonen in Australië, Frankrijk en Engeland en in plaats van de wereld over te reizen bleef iedereen thuis en werden de verschillende onderdelen later samengevoegd. Het is in de coronatijd een heel normale werkwijze, maar In And Out Of The Light werd net voor het uitbreken van de corona pandemie afgerond.
Iedereen die No Song, No Spell, No Madrigal vijf jaar geleden koesterde, zal ook smullen van No Song, No Spell, No Madrigal. De band van Peter Milton Walsh maakt ook dit keer buitengewoon sfeervolle muziek en tekent ook op In And Out Of The Light voor hemeltergend mooie melodieën. De instrumentatie is ook dit keer wonderschoon en vaak wat broeierig en dromerig van aard.
Zeker wanneer fraaie bijdragen van strijkers en blazers worden toegevoegd en een regen- of onweersbui losbarst, maakt The Apartments muziek van de nacht, maar de band houdt het tempo niet altijd laag en tekent ook voor veelkleurig gitaarspel en stemmige pianoklanken. De prachtige klanken op het album passen uitstekend bij de karakteristieke stem van Peter Milton Walsh, die ook dit keer indringende verhalen vertelt en de muziek van The Apartments voorziet van een ziel. Het is een ruwe ziel die prachtig wordt gecontrasteerd met de dromerige vrouwenstem van Natasha Penot.
Ook In And Out Of The Light zal weer worden vergeleken met de muziek van onder andere American Music Club, Spain en Tindersticks, maar ik vind zelf de Schotse band The Blue Nile het meest treffende vergelijkingsmateriaal, al klinkt The Apartments inmiddels vooral als zichzelf.
No Song, No Spell, No Madrigal is de afgelopen vijf jaar tot ongekende hoogten gestegen en heeft zich geschaard onder mijn favoriete albums aller tijden, maar ook In And Out Of The Light heb ik weer onmiddellijk omarmd. Het is een album om je eindeloos mee op te sluiten, dat de avond keer op keer prachtig inkleurt en dat laat horen dat je nooit genoeg songs van The Apartments kunt hebben.
Fans van de band weten al lang hoe mooi de muziek van de band van Peter Milton Walsh is, maar In And Out Of The Light verdient het om in veel bredere kring te worden opgepikt en verdient een plekje in de jaarlijstjes. Enig minpunt: met 35 minuten is het album wat kort, maar zet het nog een keer op en de bezwerende kracht is alleen maar groter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Apartments - In And Out Of The Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Apartments - In And Out Of The Light
De Australische band The Apartments keert na een stilte van vijf jaar terug met een stemmig album, dat de aankomende herfst en winter op ongekend fraaie wijze inkleurt
De Australische band The Apartments maakte vijf jaar geleden met No Song, No Spell, No Madrigal een van mijn favoriete albums aller tijden. De lat lag dus hoog, maar ook met het deze week verschenen In And Out Of The Light had de band rond Peter Milton Walsh me weer onmiddellijk te pakken. Het nieuwe album van de band sluit naadloos aan op zijn voorganger. Ook dit keer wordt de muziek van de band gedomineerd door stemmige klanken, zijn de melodieën wonderschoon en is er de zo karakteristieke stem van Peter Milton Walsh. Het is donkere muziek die het vooral goed doet als de zon onder is en die, net als zijn voorganger, op moet gaan duiken in de jaarlijstjes.
Ruim vijf jaar geleden verscheen No Song, No Spell, No Madrigal van de Australische band The Apartments. Het was misschien wel het mooiste album van het betreffende jaar en omdat het album in Nederland pas in 2016 officieel werd uitgebracht zette ik No Song, No Spell, No Madrigal ook nog eens in mijn jaarlijstje over 2016. De afgelopen vijf jaar was het, buiten de reissue van het al even fraaie Fête Foraine uit 1996, stil rond The Apartments, maar gelukkig is de band rond Peter Milton Walsh terug met een nieuw album.
Deze Peter Milton Walsh maakte aan het eind van de jaren 70 kort deel uit van de legendarische Australische band The Go-Betweens, maar hij verschilde uiteindelijk teveel van Robert Forster en Grant McLennan, de twee voormannen van de band, en ging zijn eigen weg. Met The Apartments maakte hij in de jaren 80 en 90 een aantal uitstekende albums, waarna het helaas lang stil was rond de band. Deze stilte werd definitief doorbroken met het prachtige No Song, No Spell, No Madrigal en nu is er In And Out Of The Light, dat ondanks de stilte van vijf jaar naadloos voortborduurt op zijn voorganger.
De leden van de band wonen in Australië, Frankrijk en Engeland en in plaats van de wereld over te reizen bleef iedereen thuis en werden de verschillende onderdelen later samengevoegd. Het is in de coronatijd een heel normale werkwijze, maar In And Out Of The Light werd net voor het uitbreken van de corona pandemie afgerond.
Iedereen die No Song, No Spell, No Madrigal vijf jaar geleden koesterde, zal ook smullen van No Song, No Spell, No Madrigal. De band van Peter Milton Walsh maakt ook dit keer buitengewoon sfeervolle muziek en tekent ook op In And Out Of The Light voor hemeltergend mooie melodieën. De instrumentatie is ook dit keer wonderschoon en vaak wat broeierig en dromerig van aard.
Zeker wanneer fraaie bijdragen van strijkers en blazers worden toegevoegd en een regen- of onweersbui losbarst, maakt The Apartments muziek van de nacht, maar de band houdt het tempo niet altijd laag en tekent ook voor veelkleurig gitaarspel en stemmige pianoklanken. De prachtige klanken op het album passen uitstekend bij de karakteristieke stem van Peter Milton Walsh, die ook dit keer indringende verhalen vertelt en de muziek van The Apartments voorziet van een ziel. Het is een ruwe ziel die prachtig wordt gecontrasteerd met de dromerige vrouwenstem van Natasha Penot.
Ook In And Out Of The Light zal weer worden vergeleken met de muziek van onder andere American Music Club, Spain en Tindersticks, maar ik vind zelf de Schotse band The Blue Nile het meest treffende vergelijkingsmateriaal, al klinkt The Apartments inmiddels vooral als zichzelf.
No Song, No Spell, No Madrigal is de afgelopen vijf jaar tot ongekende hoogten gestegen en heeft zich geschaard onder mijn favoriete albums aller tijden, maar ook In And Out Of The Light heb ik weer onmiddellijk omarmd. Het is een album om je eindeloos mee op te sluiten, dat de avond keer op keer prachtig inkleurt en dat laat horen dat je nooit genoeg songs van The Apartments kunt hebben.
Fans van de band weten al lang hoe mooi de muziek van de band van Peter Milton Walsh is, maar In And Out Of The Light verdient het om in veel bredere kring te worden opgepikt en verdient een plekje in de jaarlijstjes. Enig minpunt: met 35 minuten is het album wat kort, maar zet het nog een keer op en de bezwerende kracht is alleen maar groter. Erwin Zijleman
The Apartments - No Song, No Spell, No Madrigal (2015)

4,5
1
geplaatst: 10 december 2016, 10:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Apartments - No Song, No Spell, No Madrigal - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het in de zomer van 2015 verschenen No Song, No Spell, No Madrigal van de Australische band The Apartments dook bijna een jaar geleden op in mijn jaarlijstje en achteraf bezien vind ik het misschien wel de mooiste plaat van 2015.
Voor iedereen die hem vorig jaar heeft gemist, is er nu een nieuwe kans, want de in 2015 op een Frans label verschenen en in Nederland helaas nauwelijks verkrijgbare plaat is nu verschenen op een Nederlands label. Fraai verpakt en ook nog eens voorzien van twee bonustracks die het album alleen maar mooier maken.
Het was even geleden dat ik de comeback van de band van Peter Milton Walsh had beluisterd, maar direct bij de eerste noten was ik weer in de ban van een plaat die sinds de oorspronkelijke release alleen maar aan kracht heeft gewonnen. Het is bovendien een plaat die prachtig past tussen de het afgelopen jaar verschenen platen die in het teken stonden van de dood (David Bowie, Nick Cave, Leonard Cohen), want ook de comeback plaat van The Apartments wordt getekend door de dood; net als bij Nick Cave het verlies van een kind.
Alles wat ik anderhalf jaar geleden opschreef over de plaat van The Apartments staat nog overeind en kan ik dus herhalen:
Peter Milton Walsh maakte aan het eind van de jaren 70 kort deel uit van de legendarische Australische band The Go-Betweens, maar uiteindelijk werkte het niet. "Walsh is night, we are day" zeiden de twee voormannen van The Go-Betweens er ooit eens over. Het is een uitspraak die wordt onderschreven door de zwaar onderschatte platen die Peter Milton Walsh tussen 1985 en 1997 met zijn band The Apartments zou maken. Stuk voor stuk aardedonkere platen, maar ook platen van een bijna onwerkelijke schoonheid, die inmiddels hadden moeten zijn uitgegroeid tot klassiekers.
Na een stilte van 18 jaar was Peter Milton Walsh in de zomer van 2015 terug met The Apartments en het leek wel of de tijd stil had gestaan. No Song, No Spell, No Madrigal borduurt voort op de vorige platen van de band, maar legt de lat nog net een stukje hoger.
De muziek van The Apartments werd in het vorige leven van de band vooral vergeleken met de muziek van onder andere American Music Club, Leonard Cohen, Spain en Tindersticks. Het is nog steeds relevant vergelijkingsmateriaal, maar als ik slechts één naam zou mogen noemen, zou ik kiezen voor de muziek van de Schotse band The Blue Nile. Net als The Blue Nile maakt The Apartments immers muziek die het daglicht maar nauwelijks kan verdragen en van een bijna onwerkelijke schoonheid is.
De stemmige, maar bij vlagen ook zwaar georkestreerde, klanken op No Song, No Spell, No Madrigal lijken gemaakt voor lange, donkere en bij voorkeur regenachtige avonden (de sneeuw van de cover is misschien nog wel beter, maar dat is in Nederland te schaars) en doen het vooral goed wanneer melancholie het even wint van de roze bril.
Een ieder die de vorige platen van The Apartments kent weet dat Peter Milton Walsh songs schrijft die diep onder de huid kunnen kruipen en ook de songs op No Song, No Spell, No Madrigal slagen hier, mede door de extra emotionele lading, weer moeiteloos in. Deels vanwege de werkelijk prachtige instrumentatie, deels vanwege de indringende en emotievolle zang van de Australiër.
De niet meer verwachte comeback van The Apartments verscheen eerst op een klein Frans label en nu op een al even bescheiden Nederlands label, maar verdient wereldwijd erkenning. The Apartments hadden al een aantal prachtplaten op hun naam staan, maar No Song, No Spell, No Madrigal is nog mooier en indrukwekkender. Verplichte kost voor de jaarlijstjes in 2015, maar wat mij betreft komt de plaat in 2016 gewoon nog een keer terug in deze lijstjes. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Apartments - No Song, No Spell, No Madrigal - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het in de zomer van 2015 verschenen No Song, No Spell, No Madrigal van de Australische band The Apartments dook bijna een jaar geleden op in mijn jaarlijstje en achteraf bezien vind ik het misschien wel de mooiste plaat van 2015.
Voor iedereen die hem vorig jaar heeft gemist, is er nu een nieuwe kans, want de in 2015 op een Frans label verschenen en in Nederland helaas nauwelijks verkrijgbare plaat is nu verschenen op een Nederlands label. Fraai verpakt en ook nog eens voorzien van twee bonustracks die het album alleen maar mooier maken.
Het was even geleden dat ik de comeback van de band van Peter Milton Walsh had beluisterd, maar direct bij de eerste noten was ik weer in de ban van een plaat die sinds de oorspronkelijke release alleen maar aan kracht heeft gewonnen. Het is bovendien een plaat die prachtig past tussen de het afgelopen jaar verschenen platen die in het teken stonden van de dood (David Bowie, Nick Cave, Leonard Cohen), want ook de comeback plaat van The Apartments wordt getekend door de dood; net als bij Nick Cave het verlies van een kind.
Alles wat ik anderhalf jaar geleden opschreef over de plaat van The Apartments staat nog overeind en kan ik dus herhalen:
Peter Milton Walsh maakte aan het eind van de jaren 70 kort deel uit van de legendarische Australische band The Go-Betweens, maar uiteindelijk werkte het niet. "Walsh is night, we are day" zeiden de twee voormannen van The Go-Betweens er ooit eens over. Het is een uitspraak die wordt onderschreven door de zwaar onderschatte platen die Peter Milton Walsh tussen 1985 en 1997 met zijn band The Apartments zou maken. Stuk voor stuk aardedonkere platen, maar ook platen van een bijna onwerkelijke schoonheid, die inmiddels hadden moeten zijn uitgegroeid tot klassiekers.
Na een stilte van 18 jaar was Peter Milton Walsh in de zomer van 2015 terug met The Apartments en het leek wel of de tijd stil had gestaan. No Song, No Spell, No Madrigal borduurt voort op de vorige platen van de band, maar legt de lat nog net een stukje hoger.
De muziek van The Apartments werd in het vorige leven van de band vooral vergeleken met de muziek van onder andere American Music Club, Leonard Cohen, Spain en Tindersticks. Het is nog steeds relevant vergelijkingsmateriaal, maar als ik slechts één naam zou mogen noemen, zou ik kiezen voor de muziek van de Schotse band The Blue Nile. Net als The Blue Nile maakt The Apartments immers muziek die het daglicht maar nauwelijks kan verdragen en van een bijna onwerkelijke schoonheid is.
De stemmige, maar bij vlagen ook zwaar georkestreerde, klanken op No Song, No Spell, No Madrigal lijken gemaakt voor lange, donkere en bij voorkeur regenachtige avonden (de sneeuw van de cover is misschien nog wel beter, maar dat is in Nederland te schaars) en doen het vooral goed wanneer melancholie het even wint van de roze bril.
Een ieder die de vorige platen van The Apartments kent weet dat Peter Milton Walsh songs schrijft die diep onder de huid kunnen kruipen en ook de songs op No Song, No Spell, No Madrigal slagen hier, mede door de extra emotionele lading, weer moeiteloos in. Deels vanwege de werkelijk prachtige instrumentatie, deels vanwege de indringende en emotievolle zang van de Australiër.
De niet meer verwachte comeback van The Apartments verscheen eerst op een klein Frans label en nu op een al even bescheiden Nederlands label, maar verdient wereldwijd erkenning. The Apartments hadden al een aantal prachtplaten op hun naam staan, maar No Song, No Spell, No Madrigal is nog mooier en indrukwekkender. Verplichte kost voor de jaarlijstjes in 2015, maar wat mij betreft komt de plaat in 2016 gewoon nog een keer terug in deze lijstjes. Erwin Zijleman
