Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Tori Amos - Little Earthquakes (1992)

4,5
3
geplaatst: 17 april 2015, 14:53 uur
Mooie reissue. Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tori Amos - Little Earthquakes, Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een geweldig debuut kan een verlammende of zelfs dodelijk uitwerking hebben op de carrière van een muzikant. De Amerikaanse singer-songwriter Tori Amos heeft daar gelukkig niet al te veel last van gehad, al is het wel zo dat haar debuut Little Earthquakes de lat bijzonder hoog heeft gelegd voor iedere volgende plaat.
Tori Amos heeft minstens een handvol platen op haar naam die me zeer dierbaar zijn, maar als ik er één moet kiezen, kies ik toch zonder enige twijfel voor haar debuut uit 1992. Of, beter nog, voor de luxe editie die onlangs van dit debuut is verschenen, want die voegt wel degelijk wat toe aan het origineel.
Wat is nu zo bijzonder aan Little Earthquakes? Het zijn meerdere dingen denk ik. Allereerst was het de eerste kennismaking met het bijzondere geluid van Tori Amos en het was een kennismaking om nooit meer te vergeten. Hiernaast viel het debuut van Tori Amos op door haar heerlijk kabbelende pianospel, haar expressieve stem en natuurlijk haar teksten die zich niet lieten inperken door de normen en waarden van anderen.
Hiernaast excelleert Tori Amos op haar debuut met geweldige songs. Het zijn songs die me in 1992 genadeloos bij de strot grepen en dat doen de songs van Little Earthquakes eigenlijk nog steeds. Crucify, Girl, Silent All These Years, Precious Things, Winter, Happy Phantom, China, Leather, Mother, Tear In Your Hand, Me And A Gun, Little Earthquakes; het was allemaal prachtig, het is allemaal prachtig en het zal altijd allemaal prachtig zijn.
De geremasterde versie van Little Earthquakes klinkt geweldig, al zou ik niet kunnen zeggen wat precies het verschil is met het origineel. Hoewel de pianoklanken en de stem van Tori Amos domineren op Little Earthquakes, valt de plaat ook op door een mooie productie die het geluid van Tori Amos soms kaal en direct houdt, maar net zo vaak fraai en vol inkleurt met andere instrumenten.
Little Earthquakes laat zich inmiddels beluisteren als een plaat vol lekker in het gehoor liggende popsongs, maar het zijn wel popsongs die overlopen van urgentie en emotie. Tori Amos laat op Little Earthquakes haar hart spreken en snijdt op geheel eigen wijze een aantal belangrijke thema’s aan, waaronder uiteraard relaties, maar ook religie, de positie van vrouwen in de samenleving en de ervaringen uit haar eigen jeugd, die lang niet altijd makkelijk was. Het maakt van Little Earthquakes een plaat vol demonen, maar ook een plaat vol prachtige quotes en songs die in de loop der jaren zijn uitgegroeid tot klassiekers in het oeuvre van Tori Amos.
Ik ben nooit zo heel erg onder de indruk van de extra’s die worden toegevoegd aan een Deluxe editie van een klassieker, maar de schijf met extra’s bij Little Earthquakes mag er zijn. Zo ben ik persoonlijk heel blij met de Tori Amos versie van Nirvana’s Smell Like Teen Spirit, maar ook de tracks die de plaat uiteindelijk net niet haalden en de live-tracks zijn zeer de moeite waard.
De hoofdschotel bestaat uiteraard uit de originele songs van Little Earthquakes en wat zijn die nog steeds goed. Heel goed. Het is razend knap hoe Tori Amos haar songs uiterst klein kan houden, maar opeens kan laten uitbarsten, maar ook de veelkleurigheid van de plaat maakt nog altijd diepe indruk. Er komen momenteel volop hele mooie platen uit, maar platen van het niveau van Little Earthquakes van Tori Amos zijn en blijven uiterst zeldzaam. Daarom zit deze week vooral Tori Amos in mijn cd-speler. En wat is het genieten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tori Amos - Little Earthquakes, Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een geweldig debuut kan een verlammende of zelfs dodelijk uitwerking hebben op de carrière van een muzikant. De Amerikaanse singer-songwriter Tori Amos heeft daar gelukkig niet al te veel last van gehad, al is het wel zo dat haar debuut Little Earthquakes de lat bijzonder hoog heeft gelegd voor iedere volgende plaat.
Tori Amos heeft minstens een handvol platen op haar naam die me zeer dierbaar zijn, maar als ik er één moet kiezen, kies ik toch zonder enige twijfel voor haar debuut uit 1992. Of, beter nog, voor de luxe editie die onlangs van dit debuut is verschenen, want die voegt wel degelijk wat toe aan het origineel.
Wat is nu zo bijzonder aan Little Earthquakes? Het zijn meerdere dingen denk ik. Allereerst was het de eerste kennismaking met het bijzondere geluid van Tori Amos en het was een kennismaking om nooit meer te vergeten. Hiernaast viel het debuut van Tori Amos op door haar heerlijk kabbelende pianospel, haar expressieve stem en natuurlijk haar teksten die zich niet lieten inperken door de normen en waarden van anderen.
Hiernaast excelleert Tori Amos op haar debuut met geweldige songs. Het zijn songs die me in 1992 genadeloos bij de strot grepen en dat doen de songs van Little Earthquakes eigenlijk nog steeds. Crucify, Girl, Silent All These Years, Precious Things, Winter, Happy Phantom, China, Leather, Mother, Tear In Your Hand, Me And A Gun, Little Earthquakes; het was allemaal prachtig, het is allemaal prachtig en het zal altijd allemaal prachtig zijn.
De geremasterde versie van Little Earthquakes klinkt geweldig, al zou ik niet kunnen zeggen wat precies het verschil is met het origineel. Hoewel de pianoklanken en de stem van Tori Amos domineren op Little Earthquakes, valt de plaat ook op door een mooie productie die het geluid van Tori Amos soms kaal en direct houdt, maar net zo vaak fraai en vol inkleurt met andere instrumenten.
Little Earthquakes laat zich inmiddels beluisteren als een plaat vol lekker in het gehoor liggende popsongs, maar het zijn wel popsongs die overlopen van urgentie en emotie. Tori Amos laat op Little Earthquakes haar hart spreken en snijdt op geheel eigen wijze een aantal belangrijke thema’s aan, waaronder uiteraard relaties, maar ook religie, de positie van vrouwen in de samenleving en de ervaringen uit haar eigen jeugd, die lang niet altijd makkelijk was. Het maakt van Little Earthquakes een plaat vol demonen, maar ook een plaat vol prachtige quotes en songs die in de loop der jaren zijn uitgegroeid tot klassiekers in het oeuvre van Tori Amos.
Ik ben nooit zo heel erg onder de indruk van de extra’s die worden toegevoegd aan een Deluxe editie van een klassieker, maar de schijf met extra’s bij Little Earthquakes mag er zijn. Zo ben ik persoonlijk heel blij met de Tori Amos versie van Nirvana’s Smell Like Teen Spirit, maar ook de tracks die de plaat uiteindelijk net niet haalden en de live-tracks zijn zeer de moeite waard.
De hoofdschotel bestaat uiteraard uit de originele songs van Little Earthquakes en wat zijn die nog steeds goed. Heel goed. Het is razend knap hoe Tori Amos haar songs uiterst klein kan houden, maar opeens kan laten uitbarsten, maar ook de veelkleurigheid van de plaat maakt nog altijd diepe indruk. Er komen momenteel volop hele mooie platen uit, maar platen van het niveau van Little Earthquakes van Tori Amos zijn en blijven uiterst zeldzaam. Daarom zit deze week vooral Tori Amos in mijn cd-speler. En wat is het genieten. Erwin Zijleman
Tori Amos - Ocean to Ocean (2021)

4,0
0
geplaatst: 3 december 2021, 12:31 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tori Amos - Ocean To Ocean - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tori Amos - Ocean To Ocean
Tori Amos maakte haar beste albums twintig tot dertig jaar geleden, maar op het recent verschenen Ocean To Ocean steekt de Amerikaanse singer-songwriter in een verrassend goede vorm
Mijn interesse in de muziek van Tori Amos is het afgelopen decennium flink afgenomen, waardoor ik het vorige maand verschenen Ocean To Ocean in eerste instantie heb laten liggen. Het zestiende album van de Amerikaanse singer-songwriter blijkt echter een uitstekend album. Het is een typisch Tori Amos album, maar het geluid is wat aangenamer en de zang wat minder fel. Het zorgt ervoor dat Ocean To Ocean het ook lekker doet op de achtergrond, al is het ook zeker een album dat je in detail wilt leren kennen. Ocean To Ocean is van wat constantere kwaliteit dan zijn voorgangers en is ook wat toegankelijker. Lang geleden dat ik zo heb genoten van een nieuw Tori Amos album.
Ocean To Ocean, volgens mij het zestiende album van de Amerikaanse singer-songwriter Tori Amos, heb ik in eerste instantie laten liggen, net als ik het vier jaar geleden verschenen Native Invader onaangeroerd heb gelaten. Met de albums die hiervoor verschenen heb ik het altijd wel geprobeerd, maar echt memorabele albums zaten er wat mij betreft al lange tijd niet meer tussen, al ontbraken gelukkig ook de hele slechte albums.
Als ik de muziek van Tori Amos wil horen kies ik voor Little Earthquakes uit 1992, Under The Pink uit 1994 of Boys For Pele uit 1996, incidenteel afgewisseld met From The Choirgirl Hotel uit 1998 of Scarlet’s Walk uit 2002, allemaal albums die inmiddels tussen de twintig en dertig jaar oud zijn.
Over het vorige maand verschenen Ocean To Ocean las ik echter zoveel goede berichten, dat ik het album toch maar eens heb beluisterd, waarna het nieuwe album van Tori Amos nog veel vaker voorbij is gekomen. Ook Ocean To Ocean is wat mij betreft niet zo goed als het bovengenoemde vijftal albums, maar het zestiende album van de Amerikaanse muzikante kan de concurrentie met al haar andere albums wat mij betreft aan.
Voor verrassingen ben je bij Tori Amos aan het verkeerde adres. Haar muziek is al drie decennia zeer herkenbaar, al is het maar vanwege haar unieke stem. Ook Ocean To Ocean klinkt, zeker op het eerste gehoor, als een vintage Tori Amos album, maar vergeleken met de vorige paar albums is er gelukkig ook wel wat veranderd.
De vorige albums van Tori Amos waren stuk voor stuk veel te lang en bovendien niet erg constant, waardoor de mindere tracks de albums flink naar beneden trokken. Ocean To Ocean bevat elf songs en heeft hier net iets meer dan drie kwartier voor nodig, wat meestal de optimale duur van een album is.
Zeker vergeleken met het hele vroege werk van Tori Amos valt op dat ze op Ocean To Ocean wat minder expressief zingt, waardoor het album minder tegen de haren instrijkt. Nu was dat tegen de haren instrijken vaak juist de kracht van de muziek van Tori Amos, maar ik mis het op Ocean To Ocean niet.
Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante heeft in muzikaal opzicht een net wat meer rustgevende werking (en dat ondanks een paar uitstapjes richting (soft-)rock) en daar passen de net wat meer ingetogen vocalen prima bij. Ocean To Ocean biedt vooral rustpunten en die zijn in deze hectische tijden zeer welkom.
Ocean To Ocean is bovendien een album dat kwaliteit ademt. Die kwaliteit hoor je in de smaakvolle instrumentatie, in de trefzekere productie, in de aansprekende songs, in de teksten en natuurlijk ook in de zang van Tori Amos. Het mist misschien de urgentie of het voorzichtig hysterische van de genoemde vroege albums van de Amerikaanse muzikante, maar ook Ocean To Ocean houdt de aandacht vrij makkelijk drie kwartier vast.
De muziek van Tori Amos was altijd al geïnspireerd door het werk van Kate Bush, maar op haar zestiende album hoor ik de invloeden van de Britse muzikante nog net wat duidelijker, al draagt ook Ocean To Ocean vooral het stempel van Tori Amos. Ik ging er na de vorige albums van uit dat Tori Amos haar kruit grotendeels had verschoten, maar Ocean To Ocean laat horen dat ze ook nog flink wat van dit kruit droog heeft gehouden. Sterk album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tori Amos - Ocean To Ocean - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tori Amos - Ocean To Ocean
Tori Amos maakte haar beste albums twintig tot dertig jaar geleden, maar op het recent verschenen Ocean To Ocean steekt de Amerikaanse singer-songwriter in een verrassend goede vorm
Mijn interesse in de muziek van Tori Amos is het afgelopen decennium flink afgenomen, waardoor ik het vorige maand verschenen Ocean To Ocean in eerste instantie heb laten liggen. Het zestiende album van de Amerikaanse singer-songwriter blijkt echter een uitstekend album. Het is een typisch Tori Amos album, maar het geluid is wat aangenamer en de zang wat minder fel. Het zorgt ervoor dat Ocean To Ocean het ook lekker doet op de achtergrond, al is het ook zeker een album dat je in detail wilt leren kennen. Ocean To Ocean is van wat constantere kwaliteit dan zijn voorgangers en is ook wat toegankelijker. Lang geleden dat ik zo heb genoten van een nieuw Tori Amos album.
Ocean To Ocean, volgens mij het zestiende album van de Amerikaanse singer-songwriter Tori Amos, heb ik in eerste instantie laten liggen, net als ik het vier jaar geleden verschenen Native Invader onaangeroerd heb gelaten. Met de albums die hiervoor verschenen heb ik het altijd wel geprobeerd, maar echt memorabele albums zaten er wat mij betreft al lange tijd niet meer tussen, al ontbraken gelukkig ook de hele slechte albums.
Als ik de muziek van Tori Amos wil horen kies ik voor Little Earthquakes uit 1992, Under The Pink uit 1994 of Boys For Pele uit 1996, incidenteel afgewisseld met From The Choirgirl Hotel uit 1998 of Scarlet’s Walk uit 2002, allemaal albums die inmiddels tussen de twintig en dertig jaar oud zijn.
Over het vorige maand verschenen Ocean To Ocean las ik echter zoveel goede berichten, dat ik het album toch maar eens heb beluisterd, waarna het nieuwe album van Tori Amos nog veel vaker voorbij is gekomen. Ook Ocean To Ocean is wat mij betreft niet zo goed als het bovengenoemde vijftal albums, maar het zestiende album van de Amerikaanse muzikante kan de concurrentie met al haar andere albums wat mij betreft aan.
Voor verrassingen ben je bij Tori Amos aan het verkeerde adres. Haar muziek is al drie decennia zeer herkenbaar, al is het maar vanwege haar unieke stem. Ook Ocean To Ocean klinkt, zeker op het eerste gehoor, als een vintage Tori Amos album, maar vergeleken met de vorige paar albums is er gelukkig ook wel wat veranderd.
De vorige albums van Tori Amos waren stuk voor stuk veel te lang en bovendien niet erg constant, waardoor de mindere tracks de albums flink naar beneden trokken. Ocean To Ocean bevat elf songs en heeft hier net iets meer dan drie kwartier voor nodig, wat meestal de optimale duur van een album is.
Zeker vergeleken met het hele vroege werk van Tori Amos valt op dat ze op Ocean To Ocean wat minder expressief zingt, waardoor het album minder tegen de haren instrijkt. Nu was dat tegen de haren instrijken vaak juist de kracht van de muziek van Tori Amos, maar ik mis het op Ocean To Ocean niet.
Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante heeft in muzikaal opzicht een net wat meer rustgevende werking (en dat ondanks een paar uitstapjes richting (soft-)rock) en daar passen de net wat meer ingetogen vocalen prima bij. Ocean To Ocean biedt vooral rustpunten en die zijn in deze hectische tijden zeer welkom.
Ocean To Ocean is bovendien een album dat kwaliteit ademt. Die kwaliteit hoor je in de smaakvolle instrumentatie, in de trefzekere productie, in de aansprekende songs, in de teksten en natuurlijk ook in de zang van Tori Amos. Het mist misschien de urgentie of het voorzichtig hysterische van de genoemde vroege albums van de Amerikaanse muzikante, maar ook Ocean To Ocean houdt de aandacht vrij makkelijk drie kwartier vast.
De muziek van Tori Amos was altijd al geïnspireerd door het werk van Kate Bush, maar op haar zestiende album hoor ik de invloeden van de Britse muzikante nog net wat duidelijker, al draagt ook Ocean To Ocean vooral het stempel van Tori Amos. Ik ging er na de vorige albums van uit dat Tori Amos haar kruit grotendeels had verschoten, maar Ocean To Ocean laat horen dat ze ook nog flink wat van dit kruit droog heeft gehouden. Sterk album. Erwin Zijleman
Tori Amos - Under the Pink (1994)

4,5
1
geplaatst: 24 april 2015, 15:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tori Amos - Under The Pink, Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Precies een week geleden stond ik stil bij de luxe editie van het debuut van Tori Amos, Little Eartquakes uit 1992. Gelijk met de luxe editie van het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter verscheen ook een luxe editie van haar tweede plaat, Under The Pink uit 1994.
In mijn recensie van Little Eartquakes gaf ik aan dat het debuut van Tori Amos nog altijd met kop en schouders boven haar andere platen uitsteekt, maar na herhaalde beluistering van Under The Pink, moet ik die bewering toch wel enigszins relativeren of misschien zelfs wel compleet onderuit halen.
Under The Pink werd in 1994 misschien minder beoordeeld dan het twee jaar eerder zo geprezen debuut, maar blijkt achteraf bezien een hele interessante plaat.
Dat Under The Pink niet zo succesvol was als Little Earthquakes is makkelijk te begrijpen. Waar op het debuut van Tori Amos de mooie luisterliedjes domineerden, is Under The Pink voor een belangrijk deel een stuk experimenteler. Bij beluistering van Little Earthquakes dook de vergelijking met Kate Bush hooguit een enkele keer op, maar bij beluistering van Under The Pink is de associatie met de muziek van Kate Bush vrijwel continu aanwezig.
Op hetzelfde moment werkt Tori Amos op Under The Pink nadrukkelijk aan een eigen geluid. Het is een geluid dat op de platen die zouden volgen niet altijd even goed uit de verf zou komen, maar op Under The Pink valt alles nog op zijn plaats.
Bij beluistering van Little Earthquakes viel me op dat ik de teksten nog vrijwel letterlijk kende en ik ook vrijwel iedere volgende noot foutloos kon voorspellen. Bij Under The Pink is dat veel minder het geval. Ik denk dat ook ik in 1994 teleurgesteld was door de tweede plaat van Tori Amos, maar wat vind ik hem inmiddels mooi.
Natuurlijk mis ik af en toe de mooie en bijzonder indringende luisterliedjes van het debuut van de singer-songwriter uit North Carolina, maar wat staat er veel tegenover. Ook op Under The Pink gaat Tori Amos het gevecht aan met haar inmiddels bekende demonen. Ze doet dit met haar gedreven pianospel en haar expressieve vocalen (die zeker niet door iedereen gewaardeerd worden), maar het is vooral de dosis experiment die van Under The Pink zo’n fascinerende plaat maakt.
Zeker bij eerste beluistering zijn veel van de songs op Under The Pink onnavolgbaar, wordt je gegrepen door de enorme dynamiek van de muziek van Tori Amos, die zowel fluisterzacht als zeer explosief kan zijn, en raakt Tori Amos je diep met de indrukwekkende teksten die overlopen van pijn en ellende.
Sinds de eerste beluistering al weer 21 jaar geleden was eigenlijk alleen de single Cornflake Girl me echt bijgebleven. Het is een van de wat meer toegankelijkere songs op de plaat. Under The Pink heeft er hier zeker meer van, maar het zijn de minder makkelijk te doorgronden tracks die 21 jaar later de meeste indruk maken.
Zoveel indruk dat ik inmiddels begin te twijfelen of Little Earthquakes nog wel alleen op het torenhoge voetstuk staat dat ik ooit voor de plaat heb opgericht. Little Earthquakes zette Tori Amos in 1992 op de kaart als eigenzinnig singer-songwriter, maar het merendeel van deze eigenzinnigheid moest nog komen op Under The Pink, dat ik door deze fraai uitgevoerde luxe editie met fraai bonusmateriaal alsnog heb omarmd als de klassieker die het eigenlijk als sinds 1994 is. Wat een prachtige en vooral ook gedurfde plaat. Schande dat ik dat niet veel eerder heb gehoord. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tori Amos - Under The Pink, Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Precies een week geleden stond ik stil bij de luxe editie van het debuut van Tori Amos, Little Eartquakes uit 1992. Gelijk met de luxe editie van het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter verscheen ook een luxe editie van haar tweede plaat, Under The Pink uit 1994.
In mijn recensie van Little Eartquakes gaf ik aan dat het debuut van Tori Amos nog altijd met kop en schouders boven haar andere platen uitsteekt, maar na herhaalde beluistering van Under The Pink, moet ik die bewering toch wel enigszins relativeren of misschien zelfs wel compleet onderuit halen.
Under The Pink werd in 1994 misschien minder beoordeeld dan het twee jaar eerder zo geprezen debuut, maar blijkt achteraf bezien een hele interessante plaat.
Dat Under The Pink niet zo succesvol was als Little Earthquakes is makkelijk te begrijpen. Waar op het debuut van Tori Amos de mooie luisterliedjes domineerden, is Under The Pink voor een belangrijk deel een stuk experimenteler. Bij beluistering van Little Earthquakes dook de vergelijking met Kate Bush hooguit een enkele keer op, maar bij beluistering van Under The Pink is de associatie met de muziek van Kate Bush vrijwel continu aanwezig.
Op hetzelfde moment werkt Tori Amos op Under The Pink nadrukkelijk aan een eigen geluid. Het is een geluid dat op de platen die zouden volgen niet altijd even goed uit de verf zou komen, maar op Under The Pink valt alles nog op zijn plaats.
Bij beluistering van Little Earthquakes viel me op dat ik de teksten nog vrijwel letterlijk kende en ik ook vrijwel iedere volgende noot foutloos kon voorspellen. Bij Under The Pink is dat veel minder het geval. Ik denk dat ook ik in 1994 teleurgesteld was door de tweede plaat van Tori Amos, maar wat vind ik hem inmiddels mooi.
Natuurlijk mis ik af en toe de mooie en bijzonder indringende luisterliedjes van het debuut van de singer-songwriter uit North Carolina, maar wat staat er veel tegenover. Ook op Under The Pink gaat Tori Amos het gevecht aan met haar inmiddels bekende demonen. Ze doet dit met haar gedreven pianospel en haar expressieve vocalen (die zeker niet door iedereen gewaardeerd worden), maar het is vooral de dosis experiment die van Under The Pink zo’n fascinerende plaat maakt.
Zeker bij eerste beluistering zijn veel van de songs op Under The Pink onnavolgbaar, wordt je gegrepen door de enorme dynamiek van de muziek van Tori Amos, die zowel fluisterzacht als zeer explosief kan zijn, en raakt Tori Amos je diep met de indrukwekkende teksten die overlopen van pijn en ellende.
Sinds de eerste beluistering al weer 21 jaar geleden was eigenlijk alleen de single Cornflake Girl me echt bijgebleven. Het is een van de wat meer toegankelijkere songs op de plaat. Under The Pink heeft er hier zeker meer van, maar het zijn de minder makkelijk te doorgronden tracks die 21 jaar later de meeste indruk maken.
Zoveel indruk dat ik inmiddels begin te twijfelen of Little Earthquakes nog wel alleen op het torenhoge voetstuk staat dat ik ooit voor de plaat heb opgericht. Little Earthquakes zette Tori Amos in 1992 op de kaart als eigenzinnig singer-songwriter, maar het merendeel van deze eigenzinnigheid moest nog komen op Under The Pink, dat ik door deze fraai uitgevoerde luxe editie met fraai bonusmateriaal alsnog heb omarmd als de klassieker die het eigenlijk als sinds 1994 is. Wat een prachtige en vooral ook gedurfde plaat. Schande dat ik dat niet veel eerder heb gehoord. Erwin Zijleman
Tori Amos - Unrepentant Geraldines (2014)

4,0
0
geplaatst: 13 mei 2014, 19:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tori Amos - Unrepentant Geraldines - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Tori Amos werd vorig jaar 50 en is inmiddels 27 jaar actief in de muziekindustrie. Haar debuut met de band Y Kant Tori Read is iedereen (gelukkig) al lang weer vergeten, maar haar solodebuut Little Earthquakes uit 1992 heeft inmiddels de status van klassieker verworven en is een voorbeeld voor menige eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriter.
Na Little Earthquakes maakte Tori Amos in 1994 het minstens even goede Under The Pink, maar sindsdien zijn haar platen wat wisselvalliger, al vind ik ze persoonlijk voor het merendeel de moeite waard.
De afgelopen jaren heeft Tori Amos wat atypische platen gemaakt, waarop de Amerikaanse met name flirtte met klassieke muziek. Vooral Night Of Hunters uit 2011 vond ik redelijk geslaagd, maar als ik heel eerlijk ben is de plaat de afgelopen drie jaar de kast niet meer uit geweest. Twee jaar na de samen met het Metropole orkest opgenomen live-plaat Gold Dust is Tori Amos eindelijk terug met een plaat die weer in het hokje pop past.
Op Unrepentant Geraldines (ik probeer de titel al een tijdje te onthouden maar dat lukt maar niet) staat de piano van Tori Amos weer centraal en maakt ze weer muziek die in het verlengde ligt van haar eerste platen; platen die destijds overigens werden omschreven als een mix van Joni Mitchell en Kate Bush.
Unrepentant Geraldines bevat een flink aantal tracks die met een beetje fantasie ook op Little Earthquakes hadden kunnen staan, maar bevat ook tracks waarin de experimenteerdrift die sterk aan Kate Bush herinnert centraal staat.
Persoonlijk hoor ik Tori Amos het liefst in meeslepende piano ballads met aardedonkere pianoklanken (alleen Fiona Apple speelt nog zwaarder en donkerder) en emotievolle vocalen, al zorgen de wat afwijkende songs met vaak verrassende instrumentale accenten voor de broodnodige variatie en dynamiek. Dat haar dochter weer een nummer meezingt is inmiddels vrijwel standaard, maar ook deze klinkt overtuigender dan in het verleden.
Tori Amos staat zeker niet bekend om mooie cover art en de cover van Unrepentant Geraldines (als ik goed geteld heb al weer haar veertiende studioplaat) is misschien wel de lelijkste van allemaal, maar in muzikaal opzicht ben ik toch aangenaam verrast door deze nieuwe Tori Amos plaat. De afgelopen jaren zag het er niet naar uit dat Amos terug zou keren naar de stijl en naar het niveau van haar vroege werk, maar op haar nieuwe plaat doet ze allebei.
Tori Amos maakt nog altijd muziek waar niet iedereen even goed tegen kan, maar fans van het eerste uur of fans van weleer zullen Unrepentant Geraldines vrij makkelijk omarmen en uiteindelijk snel koesteren. Als ik in mijn geheugen graaf moet ik heel ver terug om een Tori Amos plaat van het niveau van Unrepentant Geraldines te vinden, misschien zelfs wel tot Under The Pink. Tori Amos is zoals gezegd de 50 inmiddels gepasseerd, maar slaat haar jonge soortgenoten nog altijd om de oren met muziek die net wat intenser en avontuurlijker is. Een plaat om heel erg blij mee te zijn al met al. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tori Amos - Unrepentant Geraldines - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Tori Amos werd vorig jaar 50 en is inmiddels 27 jaar actief in de muziekindustrie. Haar debuut met de band Y Kant Tori Read is iedereen (gelukkig) al lang weer vergeten, maar haar solodebuut Little Earthquakes uit 1992 heeft inmiddels de status van klassieker verworven en is een voorbeeld voor menige eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriter.
Na Little Earthquakes maakte Tori Amos in 1994 het minstens even goede Under The Pink, maar sindsdien zijn haar platen wat wisselvalliger, al vind ik ze persoonlijk voor het merendeel de moeite waard.
De afgelopen jaren heeft Tori Amos wat atypische platen gemaakt, waarop de Amerikaanse met name flirtte met klassieke muziek. Vooral Night Of Hunters uit 2011 vond ik redelijk geslaagd, maar als ik heel eerlijk ben is de plaat de afgelopen drie jaar de kast niet meer uit geweest. Twee jaar na de samen met het Metropole orkest opgenomen live-plaat Gold Dust is Tori Amos eindelijk terug met een plaat die weer in het hokje pop past.
Op Unrepentant Geraldines (ik probeer de titel al een tijdje te onthouden maar dat lukt maar niet) staat de piano van Tori Amos weer centraal en maakt ze weer muziek die in het verlengde ligt van haar eerste platen; platen die destijds overigens werden omschreven als een mix van Joni Mitchell en Kate Bush.
Unrepentant Geraldines bevat een flink aantal tracks die met een beetje fantasie ook op Little Earthquakes hadden kunnen staan, maar bevat ook tracks waarin de experimenteerdrift die sterk aan Kate Bush herinnert centraal staat.
Persoonlijk hoor ik Tori Amos het liefst in meeslepende piano ballads met aardedonkere pianoklanken (alleen Fiona Apple speelt nog zwaarder en donkerder) en emotievolle vocalen, al zorgen de wat afwijkende songs met vaak verrassende instrumentale accenten voor de broodnodige variatie en dynamiek. Dat haar dochter weer een nummer meezingt is inmiddels vrijwel standaard, maar ook deze klinkt overtuigender dan in het verleden.
Tori Amos staat zeker niet bekend om mooie cover art en de cover van Unrepentant Geraldines (als ik goed geteld heb al weer haar veertiende studioplaat) is misschien wel de lelijkste van allemaal, maar in muzikaal opzicht ben ik toch aangenaam verrast door deze nieuwe Tori Amos plaat. De afgelopen jaren zag het er niet naar uit dat Amos terug zou keren naar de stijl en naar het niveau van haar vroege werk, maar op haar nieuwe plaat doet ze allebei.
Tori Amos maakt nog altijd muziek waar niet iedereen even goed tegen kan, maar fans van het eerste uur of fans van weleer zullen Unrepentant Geraldines vrij makkelijk omarmen en uiteindelijk snel koesteren. Als ik in mijn geheugen graaf moet ik heel ver terug om een Tori Amos plaat van het niveau van Unrepentant Geraldines te vinden, misschien zelfs wel tot Under The Pink. Tori Amos is zoals gezegd de 50 inmiddels gepasseerd, maar slaat haar jonge soortgenoten nog altijd om de oren met muziek die net wat intenser en avontuurlijker is. Een plaat om heel erg blij mee te zijn al met al. Erwin Zijleman
Toria Wooff - Toria Wooff (2025)

4,5
0
geplaatst: 21 maart 2025, 15:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Toria Wooff - Toria Wooff - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Toria Wooff - Toria Wooff
Er zijn momenteel zoveel jonge vrouwelijke singer-songwriters dat een nieuw album makkelijk tussen wal en schip valt, maar dat mag wat mij betreft niet gebeuren met het wonderschone debuutalbum van Toria Wooff
Luister naar het debuutalbum van de Britse muzikante Toria Wooff en je waant je zo af en toe in de jaren 70, al is het niet direct duidelijk of je op het Britse platteland, in de Laurel Canyon bij Los Angeles of in Nashville bent. Toria Wooff kan uitstekend uit de voeten met ingetogen Britse folk, maar ze kan ook in andere genres uit de voeten en beschikt bovendien over het vermogen om genres te blenden. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend en ook de songs van Toria Wooff zijn uitstekend, maar de meeste indruk maakt ze wat mij betreft toch met haar stem. De vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters is overvol, maar Toria Wooff zou ik niet laten zitten.
Ik denk vaak dat ik wel even genoeg albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters heb gehoord, maar dan duikt er toch weer een album op dat onmiddellijk een onuitwisbare indruk maakt. Het gebeurde me deze week met het titelloze debuutalbum van de Britse muzikante Toria Wooff.
Het is een album dat opent met muziek die herinnert aan de Britse folk uit de jaren 70, maar naarmate de openingstrack vordert verschiet de muziek van Toria Wooff van kleur. De sobere klanken waarmee deze openingstrack opent worden verruild voor een veel voller klinkend geluid en ook de stem van Toria Wooff klinkt opeens anders, tot de track weer klein en folky eindigt.
Toria Wooff begint op haar album wel vaker met stemmige akoestische gitaarakkoorden en een mooie stem die gemaakt lijkt voor ingetogen folksongs, maar de Britse muzikante uit Lancashire laat zich niet beperken door de conventies van de folk van lang geleden. Het is knap hoe ze haart songs steeds weer op subtiele wijze een andere kant op weet te duwen. Wanneer een pedal steel opduikt maakt Toria Wooff opeens countrymuziek, met zang die bij dit genre past, maar het kan ook andere kanten op.
De Britse muzikante blijft ver verwijderd van de indiepop van dit moment, want er zitten altijd wel wat invloeden uit de folk of de country in haar songs. Het zijn songs die altijd opvallen door bijzonder mooie muziek. In deze muziek vallen de prachtige bijdragen van gitaren op, maar ook de pedal steel, de trompet en de strijkers zorgen er voor dat het debuutalbum van Toria Wooff song na song de aandacht trekt met bijzonder mooie klanken, waarbij ook de bijdragen van keyboards en orgels niet mogen worden vergeten.
Ik heb wel wat met de uiterst ingetogen klanken op het album, maar ook als het geluid langzaam maar zeker voller wordt, valt de muziek op het album in positieve zin op. Het is knap hoe Toria Wooff haar stem laat aansluiten op de muziek, want ze kan echt prachtig ingetogen zingen, maar ook als de vollere klanken meer kracht van haar stem vragen blijft ze makkelijk overeind.
Soms klinkt het debuutalbum van Toria Wooff typisch Brits, maar het kan ook veel Amerikaanser klinken, waarbij het zowel de kant van de Laurel Canyon als de kant van Nashville op kan gaan. Toria Wooff schakelt op intrigerende wijze tussen uiterst ingetogen en net wat vollere klanken en tussen verschillende genres, maar de Britse muzikante beweegt zich ook op fascinerende wijze door de tijd. Haar debuutalbum heeft meer dan eens een duidelijke jaren 70 feel, maar kan ook verrassend eigentijds klinken.
Het nadeel van deze diversiteit in de songs van Toria Wooff kan zijn dat haar muziek bij liefhebbers van alle genres die ze bestrijkt tussen wal en schip valt. Zelf denk ik dat het debuutalbum van Toria Wooff bij al deze groepen in de smaak moet kunnen vallen. Het eerste album van Toria Wooff is een prachtig ingetogen folkalbum, een sfeervol countryalbum en een tijdloos singer-songwriter album.
Het is een album dat hier en daar het etiket (indie)pop opgeplakt heeft gekregen, maar dat is niet terecht. Ik zou het album zelf een folkalbum of een rootsalbum noemen, maar met slechts één etiket doe je dit uitstekende debuutalbum tekort. Ik lees nog bedroevend weinig over het debuutalbum van Toria Wooff, maar dit is echt een hele mooie. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Toria Wooff - Toria Wooff - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Toria Wooff - Toria Wooff
Er zijn momenteel zoveel jonge vrouwelijke singer-songwriters dat een nieuw album makkelijk tussen wal en schip valt, maar dat mag wat mij betreft niet gebeuren met het wonderschone debuutalbum van Toria Wooff
Luister naar het debuutalbum van de Britse muzikante Toria Wooff en je waant je zo af en toe in de jaren 70, al is het niet direct duidelijk of je op het Britse platteland, in de Laurel Canyon bij Los Angeles of in Nashville bent. Toria Wooff kan uitstekend uit de voeten met ingetogen Britse folk, maar ze kan ook in andere genres uit de voeten en beschikt bovendien over het vermogen om genres te blenden. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend en ook de songs van Toria Wooff zijn uitstekend, maar de meeste indruk maakt ze wat mij betreft toch met haar stem. De vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters is overvol, maar Toria Wooff zou ik niet laten zitten.
Ik denk vaak dat ik wel even genoeg albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters heb gehoord, maar dan duikt er toch weer een album op dat onmiddellijk een onuitwisbare indruk maakt. Het gebeurde me deze week met het titelloze debuutalbum van de Britse muzikante Toria Wooff.
Het is een album dat opent met muziek die herinnert aan de Britse folk uit de jaren 70, maar naarmate de openingstrack vordert verschiet de muziek van Toria Wooff van kleur. De sobere klanken waarmee deze openingstrack opent worden verruild voor een veel voller klinkend geluid en ook de stem van Toria Wooff klinkt opeens anders, tot de track weer klein en folky eindigt.
Toria Wooff begint op haar album wel vaker met stemmige akoestische gitaarakkoorden en een mooie stem die gemaakt lijkt voor ingetogen folksongs, maar de Britse muzikante uit Lancashire laat zich niet beperken door de conventies van de folk van lang geleden. Het is knap hoe ze haart songs steeds weer op subtiele wijze een andere kant op weet te duwen. Wanneer een pedal steel opduikt maakt Toria Wooff opeens countrymuziek, met zang die bij dit genre past, maar het kan ook andere kanten op.
De Britse muzikante blijft ver verwijderd van de indiepop van dit moment, want er zitten altijd wel wat invloeden uit de folk of de country in haar songs. Het zijn songs die altijd opvallen door bijzonder mooie muziek. In deze muziek vallen de prachtige bijdragen van gitaren op, maar ook de pedal steel, de trompet en de strijkers zorgen er voor dat het debuutalbum van Toria Wooff song na song de aandacht trekt met bijzonder mooie klanken, waarbij ook de bijdragen van keyboards en orgels niet mogen worden vergeten.
Ik heb wel wat met de uiterst ingetogen klanken op het album, maar ook als het geluid langzaam maar zeker voller wordt, valt de muziek op het album in positieve zin op. Het is knap hoe Toria Wooff haar stem laat aansluiten op de muziek, want ze kan echt prachtig ingetogen zingen, maar ook als de vollere klanken meer kracht van haar stem vragen blijft ze makkelijk overeind.
Soms klinkt het debuutalbum van Toria Wooff typisch Brits, maar het kan ook veel Amerikaanser klinken, waarbij het zowel de kant van de Laurel Canyon als de kant van Nashville op kan gaan. Toria Wooff schakelt op intrigerende wijze tussen uiterst ingetogen en net wat vollere klanken en tussen verschillende genres, maar de Britse muzikante beweegt zich ook op fascinerende wijze door de tijd. Haar debuutalbum heeft meer dan eens een duidelijke jaren 70 feel, maar kan ook verrassend eigentijds klinken.
Het nadeel van deze diversiteit in de songs van Toria Wooff kan zijn dat haar muziek bij liefhebbers van alle genres die ze bestrijkt tussen wal en schip valt. Zelf denk ik dat het debuutalbum van Toria Wooff bij al deze groepen in de smaak moet kunnen vallen. Het eerste album van Toria Wooff is een prachtig ingetogen folkalbum, een sfeervol countryalbum en een tijdloos singer-songwriter album.
Het is een album dat hier en daar het etiket (indie)pop opgeplakt heeft gekregen, maar dat is niet terecht. Ik zou het album zelf een folkalbum of een rootsalbum noemen, maar met slechts één etiket doe je dit uitstekende debuutalbum tekort. Ik lees nog bedroevend weinig over het debuutalbum van Toria Wooff, maar dit is echt een hele mooie. Erwin Zijleman
TORRES - Silver Tongue (2020)

4,5
0
geplaatst: 1 februari 2020, 11:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: TORRES - Silver Tongue - dekrentenuitdepop.blogspot.com
TORRES - Silver Tongue
TORRES werd aan de kant gezet door haar platenmaatschappij, maar neemt zoete wraak met een album dat van de eerste tot en met de laatste noot imponeert
Mackenzie Scott is alweer toe aan haar vierde album onder de naam TORRES en het is een fascinerend album geworden. Stekelige gitaarsongs worden afgewisseld met mysterieuze door synths gedragen songs en altijd is er de indringende stem van Mackenzie Scott. Silver Tongue is een album dat opvalt door een enorme intensiteit, maar het is ook een album dat intrigeert en bezweert. Een jonge PJ Harvey draagt relevant vergelijkingsmateriaal aan, maar TORRES heeft ook een duidelijk eigen geluid en het is een geluid dat geen enkele concessie doet. Een million seller is Silver Tongue niet, maar het is absoluut een van de interessantste albums van het prille muziekjaar 2020.
TORRES, het alter ego van de Amerikaanse singer-songwriter Mackenzie Scott, debuteerde in 2013 met een titelloos album dat voor geen meter verkocht, maar dat wel diepe indruk maakte op iedereen die het album wel een kans gaf. De uit Macon, Georgia, afkomstige singer-songwriter was in 2013 pas 22 jaar oud, maar maakte op haar debuut muziek die een stuk inventiever, urgenter, intenser, avontuurlijker en indringender was dan die van haar soortgenoten.
TORRES werd vanaf dat moment in één adem genoemd met tijdgenoten als Sharon van Etten, Angel Olsen en Waxahatchee, maar haar muziek riep ook nadrukkelijk associaties op met die van PJ Harvey in haar jonge jaren.
TORRES kon na haar debuut niet meer stuk bij de critici en een kleine groep muziekliefhebbers en bevestigde in 2015 de belofte van haar debuut met het uitstekende en door de van PJ Harvey bekende Rob Ellis geproduceerde Sprinter. Dit album leverde haar een contract op bij het roemruchte 4AD label, waarna in 2017 het uitstekende en wederom door Rob Ellis geproduceerde Three Futures volgde.
Ook het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter werd terecht met superlatieven onthaald, maar de verkoop viel wederom tegen, waarna 4AD TORRES al na één album aan de kant schoof. Ze zullen zich bij 4AD nu wel met enige regelmaat afvragen of dit een verstandig besluit was, want de wraak van Mackenzie Scott is zoet, mierzoet. Met Silver Tongue levert de inmiddels vanuit Brooklyn, New York opererende muzikante immers wederom een geweldig album af.
Het is een album dat voortborduurt op zijn drie voorgangers, maar dat ook weer een nieuwe kant van TORRES laat horen. Mackenzie Scott produceerde het vierde album van TORRES zelf en heeft knap werk geleverd. Silver Tongue is een buitengewoon avontuurlijk album, waarop van alles gebeurt. Het ene moment neemt atmosferische elektronica het voortouw, maar niet veel later zijn er toch weer opeens de stevige gitaren of nemen bezwerende ritmes de boel over.
Silver Tongue staat vol met songs die de geheimen niet direct bij eerste beluistering prijs geven. De songs van TORRES steken bijzonder knap in elkaar en zitten vol verrassende wendingen en dynamiek, waardoor Silver Tongue een spannend album is en blijft. Het album klinkt net wat zweveriger en ongrijpbaarder dan de vorige albums van de New Yorkse muzikante en dit voorziet het album van een bijzondere sfeer. De muziek van TORRES klinkt op Silver Tongue donker of zelfs dreigend, maar ook spannend en mysterieus.
Het is bovendien een intens album, wat alles te maken heeft met de zang op het album. Mackenzie Scott is weer beter gaan zingen en beschikt over een stem die onvoorwaardelijke aandacht opeist. Silver Tongue doet me, mede door de zang en misschien nog wel meer dan zijn voorgangers, denken aan de eerste albums van PJ Harvey, die dezelfde urgentie uitstraalden, maar Mackenzie Scott heeft ook een prachtig eigen geluid.
TORRES maakt het je zeker niet altijd makkelijk met haar vierde album dat ingetogen en bijna lieflijke passages binnen enkele seconden kan laten omslaan in rauwe en stekelige muziek. Silver Tongue prikkelt vanaf de eerste noten nadrukkelijk de fantasie en blijft dit doen tot de laatste noten weg ebben. In bijna 35 minuten gebeurt er van alles en grijpt Mackenzie Scott je steeds nadrukkelijker bij de strot met haar bijzondere songs. Silver Tongues is haar beste album tot dusver en het is een album dat echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: TORRES - Silver Tongue - dekrentenuitdepop.blogspot.com
TORRES - Silver Tongue
TORRES werd aan de kant gezet door haar platenmaatschappij, maar neemt zoete wraak met een album dat van de eerste tot en met de laatste noot imponeert
Mackenzie Scott is alweer toe aan haar vierde album onder de naam TORRES en het is een fascinerend album geworden. Stekelige gitaarsongs worden afgewisseld met mysterieuze door synths gedragen songs en altijd is er de indringende stem van Mackenzie Scott. Silver Tongue is een album dat opvalt door een enorme intensiteit, maar het is ook een album dat intrigeert en bezweert. Een jonge PJ Harvey draagt relevant vergelijkingsmateriaal aan, maar TORRES heeft ook een duidelijk eigen geluid en het is een geluid dat geen enkele concessie doet. Een million seller is Silver Tongue niet, maar het is absoluut een van de interessantste albums van het prille muziekjaar 2020.
TORRES, het alter ego van de Amerikaanse singer-songwriter Mackenzie Scott, debuteerde in 2013 met een titelloos album dat voor geen meter verkocht, maar dat wel diepe indruk maakte op iedereen die het album wel een kans gaf. De uit Macon, Georgia, afkomstige singer-songwriter was in 2013 pas 22 jaar oud, maar maakte op haar debuut muziek die een stuk inventiever, urgenter, intenser, avontuurlijker en indringender was dan die van haar soortgenoten.
TORRES werd vanaf dat moment in één adem genoemd met tijdgenoten als Sharon van Etten, Angel Olsen en Waxahatchee, maar haar muziek riep ook nadrukkelijk associaties op met die van PJ Harvey in haar jonge jaren.
TORRES kon na haar debuut niet meer stuk bij de critici en een kleine groep muziekliefhebbers en bevestigde in 2015 de belofte van haar debuut met het uitstekende en door de van PJ Harvey bekende Rob Ellis geproduceerde Sprinter. Dit album leverde haar een contract op bij het roemruchte 4AD label, waarna in 2017 het uitstekende en wederom door Rob Ellis geproduceerde Three Futures volgde.
Ook het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter werd terecht met superlatieven onthaald, maar de verkoop viel wederom tegen, waarna 4AD TORRES al na één album aan de kant schoof. Ze zullen zich bij 4AD nu wel met enige regelmaat afvragen of dit een verstandig besluit was, want de wraak van Mackenzie Scott is zoet, mierzoet. Met Silver Tongue levert de inmiddels vanuit Brooklyn, New York opererende muzikante immers wederom een geweldig album af.
Het is een album dat voortborduurt op zijn drie voorgangers, maar dat ook weer een nieuwe kant van TORRES laat horen. Mackenzie Scott produceerde het vierde album van TORRES zelf en heeft knap werk geleverd. Silver Tongue is een buitengewoon avontuurlijk album, waarop van alles gebeurt. Het ene moment neemt atmosferische elektronica het voortouw, maar niet veel later zijn er toch weer opeens de stevige gitaren of nemen bezwerende ritmes de boel over.
Silver Tongue staat vol met songs die de geheimen niet direct bij eerste beluistering prijs geven. De songs van TORRES steken bijzonder knap in elkaar en zitten vol verrassende wendingen en dynamiek, waardoor Silver Tongue een spannend album is en blijft. Het album klinkt net wat zweveriger en ongrijpbaarder dan de vorige albums van de New Yorkse muzikante en dit voorziet het album van een bijzondere sfeer. De muziek van TORRES klinkt op Silver Tongue donker of zelfs dreigend, maar ook spannend en mysterieus.
Het is bovendien een intens album, wat alles te maken heeft met de zang op het album. Mackenzie Scott is weer beter gaan zingen en beschikt over een stem die onvoorwaardelijke aandacht opeist. Silver Tongue doet me, mede door de zang en misschien nog wel meer dan zijn voorgangers, denken aan de eerste albums van PJ Harvey, die dezelfde urgentie uitstraalden, maar Mackenzie Scott heeft ook een prachtig eigen geluid.
TORRES maakt het je zeker niet altijd makkelijk met haar vierde album dat ingetogen en bijna lieflijke passages binnen enkele seconden kan laten omslaan in rauwe en stekelige muziek. Silver Tongue prikkelt vanaf de eerste noten nadrukkelijk de fantasie en blijft dit doen tot de laatste noten weg ebben. In bijna 35 minuten gebeurt er van alles en grijpt Mackenzie Scott je steeds nadrukkelijker bij de strot met haar bijzondere songs. Silver Tongues is haar beste album tot dusver en het is een album dat echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
TORRES - Sprinter (2015)

4,5
0
geplaatst: 18 mei 2015, 15:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Torres - Sprinter - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het titelloze debuut van Torres haalde ik eind 2013 uit een Amerikaans jaarlijstje, want de plaat werd in Nederland niet opgemerkt. Het debuut van het alter ego van Mackenzie Scott schaar ik inmiddels met terugwerkende kracht onder de beste platen van 2013, waardoor ik met hooggespannen verwachtingen uitkeek naar haar tweede plaat.
Deze is onlangs verschenen en heeft me zeker niet teleurgesteld. Integendeel zelfs. Vergeleken met het titelloze debuut is Sprinter nog wat rauwer en wat mij betreft ook net wat indrukwekkender.
Het debuut van Torres werd twee jaar geleden onder andere vergeleken met het werk van PJ Harvey en dat is een vergelijking die nog veel sterker van toepassing is op Sprinter. Torres is deze vergelijking ook zeker niet uit de weg gegaan, want ze nam haar tweede plaat op in het Engelse Dorset, met niemand minder dan voormalig PJ Harvey producer Rob Ellis achter de knoppen.
Dat lijkt geen handige zet, maar het pakt geweldig uit. De muziek van Torres roept misschien de vergelijking op met de muziek van PJ Harvey, maar het is wel muziek die PJ Harvey al heel lang niet meer heeft gemaakt, misschien zelfs wel niet sinds haar debuut Dry uit 1992.
Sprinter is een behoorlijk rauwe en tegendraadse plaat, waardoor de tweede van Torres wat meer energie van de luisteraar vraagt dan haar debuut. Het is energie die je dubbel en dwars krijgt terugbetaald, want wat klinkt Torres op haar tweede plaat energiek en gedreven en wat maakt ze bijzondere muziek. Torres maakt het de luisteraar lang niet altijd makkelijk, maar neem de tijd voor deze plaat en je hoort de ene na de andere song waar de urgentie en het avontuur van af spatten.
De muziek van Torres, die overigens ook wordt bijgestaan door Portishead’s Adrian Utley, roept niet alleen associaties op met de muziek van PJ Harvey, maar doet ook denken aan die van Sharon van Etten, Waxahatchee en Courtney Barnett; alle drie smaakmakers binnen het hedendaagse leger aan vrouwelijke singer-songwriters. Torres mogen we op basis van haar tweede plaat toevoegen aan deze smaakmakers, want met Sprinter blijft ze het merendeel van de concurrentie mijlenver voor.
Torres kiest op haar tweede plaat een aantal keren voor rauwe rock, die weer doet denken aan de muziek van Hole of zelfs aan de hoogtijdagen van Nirvana, maar Sprinter bevat ook een aantal meer ingetogen songs, die kunnen variëren van arty pop tot psychedelisch aandoende tracks tot de akoestische folky track waarmee de plaat afsluit.
Sprinter heeft je dan 9 tracks in 45 minuten voorgeschoteld en het zijn 45 minuten die je heen en weer hebben getrokken tussen meerdere genres en meerdere emoties. Het zijn ook 45 minuten waarin rauwe gitaarriffs worden afgewisseld met bijna verstilde klanken en waarin Torres zowel van zich af kan bijten als lieflijk kan fluisteren. Een vat vol tegenstrijdigheden derhalve.
Sprinter zal na eerste beluistering waarschijnlijk nog geen onuitwisbare indruk hebben gemaakt. Daarvoor zijn de songs op te plaat te divers en te complex en strijkt de muziek van Torres bovendien net wat te vaak tegen de haren in. Sprinter is een plaat die je toe moet laten tot je systeem. Wanneer je dit hebt gedaan groeien de 9 tracks op Sprinter één voor één uit tot songs die je alleen maar kunt koesteren.
Het is even afwachten of Torres op basis van deze plaat dezelfde status krijgt als Courtney Barnett, Sharon van Etten of zelfs PJ Harvey. Sprinter is er wat mij betreft goed genoeg voor. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Torres - Sprinter - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het titelloze debuut van Torres haalde ik eind 2013 uit een Amerikaans jaarlijstje, want de plaat werd in Nederland niet opgemerkt. Het debuut van het alter ego van Mackenzie Scott schaar ik inmiddels met terugwerkende kracht onder de beste platen van 2013, waardoor ik met hooggespannen verwachtingen uitkeek naar haar tweede plaat.
Deze is onlangs verschenen en heeft me zeker niet teleurgesteld. Integendeel zelfs. Vergeleken met het titelloze debuut is Sprinter nog wat rauwer en wat mij betreft ook net wat indrukwekkender.
Het debuut van Torres werd twee jaar geleden onder andere vergeleken met het werk van PJ Harvey en dat is een vergelijking die nog veel sterker van toepassing is op Sprinter. Torres is deze vergelijking ook zeker niet uit de weg gegaan, want ze nam haar tweede plaat op in het Engelse Dorset, met niemand minder dan voormalig PJ Harvey producer Rob Ellis achter de knoppen.
Dat lijkt geen handige zet, maar het pakt geweldig uit. De muziek van Torres roept misschien de vergelijking op met de muziek van PJ Harvey, maar het is wel muziek die PJ Harvey al heel lang niet meer heeft gemaakt, misschien zelfs wel niet sinds haar debuut Dry uit 1992.
Sprinter is een behoorlijk rauwe en tegendraadse plaat, waardoor de tweede van Torres wat meer energie van de luisteraar vraagt dan haar debuut. Het is energie die je dubbel en dwars krijgt terugbetaald, want wat klinkt Torres op haar tweede plaat energiek en gedreven en wat maakt ze bijzondere muziek. Torres maakt het de luisteraar lang niet altijd makkelijk, maar neem de tijd voor deze plaat en je hoort de ene na de andere song waar de urgentie en het avontuur van af spatten.
De muziek van Torres, die overigens ook wordt bijgestaan door Portishead’s Adrian Utley, roept niet alleen associaties op met de muziek van PJ Harvey, maar doet ook denken aan die van Sharon van Etten, Waxahatchee en Courtney Barnett; alle drie smaakmakers binnen het hedendaagse leger aan vrouwelijke singer-songwriters. Torres mogen we op basis van haar tweede plaat toevoegen aan deze smaakmakers, want met Sprinter blijft ze het merendeel van de concurrentie mijlenver voor.
Torres kiest op haar tweede plaat een aantal keren voor rauwe rock, die weer doet denken aan de muziek van Hole of zelfs aan de hoogtijdagen van Nirvana, maar Sprinter bevat ook een aantal meer ingetogen songs, die kunnen variëren van arty pop tot psychedelisch aandoende tracks tot de akoestische folky track waarmee de plaat afsluit.
Sprinter heeft je dan 9 tracks in 45 minuten voorgeschoteld en het zijn 45 minuten die je heen en weer hebben getrokken tussen meerdere genres en meerdere emoties. Het zijn ook 45 minuten waarin rauwe gitaarriffs worden afgewisseld met bijna verstilde klanken en waarin Torres zowel van zich af kan bijten als lieflijk kan fluisteren. Een vat vol tegenstrijdigheden derhalve.
Sprinter zal na eerste beluistering waarschijnlijk nog geen onuitwisbare indruk hebben gemaakt. Daarvoor zijn de songs op te plaat te divers en te complex en strijkt de muziek van Torres bovendien net wat te vaak tegen de haren in. Sprinter is een plaat die je toe moet laten tot je systeem. Wanneer je dit hebt gedaan groeien de 9 tracks op Sprinter één voor één uit tot songs die je alleen maar kunt koesteren.
Het is even afwachten of Torres op basis van deze plaat dezelfde status krijgt als Courtney Barnett, Sharon van Etten of zelfs PJ Harvey. Sprinter is er wat mij betreft goed genoeg voor. Erwin Zijleman
TORRES - Thirstier (2021)

4,0
0
geplaatst: 3 augustus 2021, 18:22 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: TORRES - Thirstier - dekrentenuitdepop.blogspot.com
TORRES - Thirstier
De Amerikaanse muzikante Mackenzie Scott heeft met Thirstier haar vijfde album als TORRES afgeleverd en ook dit album is weer buitengewoon veelzijdig en van een zeer hoog niveau
Ik ben inmiddels al een aantal jaren fan van de muziek van de Amerikaanse muzikante TORRES, die deze week haar vijfde album heeft afgeleverd. Op haar nieuwe album werkt TORRES wederom samen met de Britse producer Rob Ellis, die Thirstier heeft voorzien van een mooi geluid waarin de gitaren domineren, maar ook de synths een belangrijke rol hebben. TORRES laat zich ook dit keer beïnvloeden door 90s indierock, maar vrijwel iedere track op het album heeft ook uitstapjes buiten de gebaande paden. Het levert een album op dat maar eens bewijst dat Mackenzie Scott behoort tot de smaakmakers binnen de indierock van het moment. Thirstier is ook nog eens haar vijfde topalbum op rij.
Thirstier is alweer het vijfde album van TORRES, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Mackenzie Scott. Ik was zeer gecharmeerd van de vorige vier albums, waardoor ook album nummer vijf weer onmiddellijk mijn aandacht trok tussen het stapeltje releases van deze week. Dat deed Thirstier overigens niet alleen door de inmiddels opgebouwde reputatie, maar ook door de spuuglelijke hoes. Het gaat echter om de muziek en die is ook op het nieuwe album van TORRES weer uitstekend.
De Amerikaanse muzikante leek een paar jaar geleden nog verzekerd van een glanzende carrière in de muziek, maar haar muziek bleek uiteindelijk toch te eigenzinnig voor een groot publiek. Het Britse 4AD label zette haar na één album alweer aan de kant, maar de wraak van Mackenzie Scott was mierzoet. Met het avontuurlijke en door haar zelf geproduceerde Silver Tongue leverde TORESS begin vorig jaar immers haar beste album tot dat moment af.
Dat de rek er nog niet is laat de Amerikaanse muzikante horen op het deze week verschenen Thirstier. Voor haar vijfde album deed ze weer een beroep op de Britse producer Rob Ellis, die ook haar tweede en derde album produceerde. Rob Ellis is het bekendst van zijn werk met PJ Harvey en dat was een naam die in het verleden nog wel eens op kwam bij beluistering van de muziek van TORRES. Dat is bij beluistering van Thirstier niet anders, al is dat vooral vanwege de enorme veelzijdigheid van het alter ego van Mackenzie Scott.
Thirstier klinkt weer net wat anders dan zijn voorgangers, waardoor het oeuvre van TORESS een spannend oeuvre blijft. Het album opent met redelijk rechttoe rechtaan 90s indierock, maar met een bijna tropisch aandoend intermezzo zet de Amerikaanse muzikante je flink op het verkeerde been. 90s indierock is het belangrijkste bestanddeel van de muziek op Thirstier, maar TORRES komt met grote regelmaat met verrassende wendingen op de proppen. Soms is het voldoende om de gruizige gitaren af te wisselen met synthesizers, maar Mackenzie Scott lijkt dit keer ook geïnspireerd door de wat experimentelere rockmuziek.
Net als op haar vorige albums maakt TORRES muziek die lekker in het gehoor ligt, maar die nergens voor de makkelijkste weg kiest. Thirstier verschiet verrassend vaak van kleur en het verschil tussen de uitersten op het album is groot. Zeker in de songs met vooral ingrediënten uit de 90s indierock valt heel veel te genieten. Het gitaarwerk is in deze songs fantastisch en Mackenzie Scott heeft een stem die moeiteloos om kan slaan van lieflijk naar rauw, wat uitstekend past bij dit genre.
Het valt trouwens op dat TORRES op haar vijfde album nog beter is gaan zingen, wat haar muziek een boost geeft. De met enige regelmaat opduikende flirts met synths, waarvoor ook Portishead’s Adrian Utley is komen opdraven, hadden op voorhand van mij niet gehoeven, maar ze zijn zeer smaakvol en in de meeste gevallen ook zeer functioneel.
Met Thirstier heeft TORESS haar meest veelzijdige album tot dusver gemaakt. Ik ben er nog niet helemaal uit of het ook haar beste album is, maar Thirstier is hier niet ver van verwijderd en groeit ook nog wel even door denk ik. Het is het vijfde uitstekende album van een muzikante die absoluut een breed publiek verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: TORRES - Thirstier - dekrentenuitdepop.blogspot.com
TORRES - Thirstier
De Amerikaanse muzikante Mackenzie Scott heeft met Thirstier haar vijfde album als TORRES afgeleverd en ook dit album is weer buitengewoon veelzijdig en van een zeer hoog niveau
Ik ben inmiddels al een aantal jaren fan van de muziek van de Amerikaanse muzikante TORRES, die deze week haar vijfde album heeft afgeleverd. Op haar nieuwe album werkt TORRES wederom samen met de Britse producer Rob Ellis, die Thirstier heeft voorzien van een mooi geluid waarin de gitaren domineren, maar ook de synths een belangrijke rol hebben. TORRES laat zich ook dit keer beïnvloeden door 90s indierock, maar vrijwel iedere track op het album heeft ook uitstapjes buiten de gebaande paden. Het levert een album op dat maar eens bewijst dat Mackenzie Scott behoort tot de smaakmakers binnen de indierock van het moment. Thirstier is ook nog eens haar vijfde topalbum op rij.
Thirstier is alweer het vijfde album van TORRES, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Mackenzie Scott. Ik was zeer gecharmeerd van de vorige vier albums, waardoor ook album nummer vijf weer onmiddellijk mijn aandacht trok tussen het stapeltje releases van deze week. Dat deed Thirstier overigens niet alleen door de inmiddels opgebouwde reputatie, maar ook door de spuuglelijke hoes. Het gaat echter om de muziek en die is ook op het nieuwe album van TORRES weer uitstekend.
De Amerikaanse muzikante leek een paar jaar geleden nog verzekerd van een glanzende carrière in de muziek, maar haar muziek bleek uiteindelijk toch te eigenzinnig voor een groot publiek. Het Britse 4AD label zette haar na één album alweer aan de kant, maar de wraak van Mackenzie Scott was mierzoet. Met het avontuurlijke en door haar zelf geproduceerde Silver Tongue leverde TORESS begin vorig jaar immers haar beste album tot dat moment af.
Dat de rek er nog niet is laat de Amerikaanse muzikante horen op het deze week verschenen Thirstier. Voor haar vijfde album deed ze weer een beroep op de Britse producer Rob Ellis, die ook haar tweede en derde album produceerde. Rob Ellis is het bekendst van zijn werk met PJ Harvey en dat was een naam die in het verleden nog wel eens op kwam bij beluistering van de muziek van TORRES. Dat is bij beluistering van Thirstier niet anders, al is dat vooral vanwege de enorme veelzijdigheid van het alter ego van Mackenzie Scott.
Thirstier klinkt weer net wat anders dan zijn voorgangers, waardoor het oeuvre van TORESS een spannend oeuvre blijft. Het album opent met redelijk rechttoe rechtaan 90s indierock, maar met een bijna tropisch aandoend intermezzo zet de Amerikaanse muzikante je flink op het verkeerde been. 90s indierock is het belangrijkste bestanddeel van de muziek op Thirstier, maar TORRES komt met grote regelmaat met verrassende wendingen op de proppen. Soms is het voldoende om de gruizige gitaren af te wisselen met synthesizers, maar Mackenzie Scott lijkt dit keer ook geïnspireerd door de wat experimentelere rockmuziek.
Net als op haar vorige albums maakt TORRES muziek die lekker in het gehoor ligt, maar die nergens voor de makkelijkste weg kiest. Thirstier verschiet verrassend vaak van kleur en het verschil tussen de uitersten op het album is groot. Zeker in de songs met vooral ingrediënten uit de 90s indierock valt heel veel te genieten. Het gitaarwerk is in deze songs fantastisch en Mackenzie Scott heeft een stem die moeiteloos om kan slaan van lieflijk naar rauw, wat uitstekend past bij dit genre.
Het valt trouwens op dat TORRES op haar vijfde album nog beter is gaan zingen, wat haar muziek een boost geeft. De met enige regelmaat opduikende flirts met synths, waarvoor ook Portishead’s Adrian Utley is komen opdraven, hadden op voorhand van mij niet gehoeven, maar ze zijn zeer smaakvol en in de meeste gevallen ook zeer functioneel.
Met Thirstier heeft TORESS haar meest veelzijdige album tot dusver gemaakt. Ik ben er nog niet helemaal uit of het ook haar beste album is, maar Thirstier is hier niet ver van verwijderd en groeit ook nog wel even door denk ik. Het is het vijfde uitstekende album van een muzikante die absoluut een breed publiek verdient. Erwin Zijleman
TORRES - Three Futures (2017)

4,5
3
geplaatst: 30 september 2017, 10:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: TORRES - Three Futures - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Mackenzie Scott maakte als TORRES al twee uitstekende platen, waarvan met name het in 2015 verschenen Sprinter flink wat aandacht trok en hier en daar zelfs opdook in een eindejaarslijstje.
Op haar tweede plaat werkte de uit Macon, Georgia, afkomstige maar tegenwoordig vanuit Brooklyn opererende singer-songwriter samen met Portishead’s Adrian Utley en de vooral van PJ Harvey bekende producer Rob Ellis.
Rob Ellis is ook weer van de partij op de nieuwe plaat van TORRES en het is een plaat die wat mij betreft nog een stuk beter is dan de al zo overtuigende voorganger.
Three Futures is een plaat die zeker niet altijd de makkelijkste weg kiest en soms zelfs een bijna vervreemdend effect heeft, maar het is ook een opvallend broeierige en intense plaat die uiteindelijk diep onder de huid kan kruipen. Het is een plaat die je steeds op het verkeerde been zet, maar het is ook een plaat van grote schoonheid.
De instrumentatie op Three Futures bestaat in de meeste songs uit een donkere of zelfs dreigende onderlaag en het is een onderlaag die een perfecte voedingsbodem biedt voor bijzonder fraaie accenten. Deze accenten komen met name van betoverend mooie gitaarlijnen en uithalen, veelkleurige synths en speelse of tegendraadse ritmes, maar ook de rest van het klankentapijt is prachtig.
Het past uitstekend bij de bijzondere stem van Mackenzie Scott, die zich op fascinerende wijze door het avontuurlijke muzikale landschap op haar nieuwe plaat beweegt en de songs op haar plaat voorziet van emotie en urgentie.
Three Futures roept, net als zijn twee voorgangers, zo nu en dan associaties op met het werk van PJ Harvey, maar het geluid van de Amerikaanse muzikante is op haar derde plaat ook absoluut uniek te noemen. Three Futures is een opvallend dynamische plaat. Lome synths en dromerige vocalen kunnen zachtjes verleiden, maar TORRES kan niet veel later ook van zich afbijten met venijnige gitaaruithalen en al even venijnige zang.
Wat Three Futures nog fascinerender maakt is het vermogen van TORRES om zich buiten de vaste kaders van genres en tijd te bewegen. De Amerikaanse singer-songwriter schiet op haar derde plaat door een aantal decennia popmuziek en citeert uit uiteenlopende genres, waardoor haar songs allemaal anders klinken en er ook binnen de songs volop variatie is te horen.
TORRES kan aansluiten bij tijdgenoten als Sharon van Etten, Courtney Barnett, Cat Power en de al eerder genoemde PJ Harvey, maar kan ook zomaar terugkeren naar de wederopstanding van King Crimson met gitaaruithalen die doen denken aan die van Robert Fripp en Adrian Belew of juist flirten met eigentijdse elektronische popmuziek of met de bezwerende klanken van Siouxsie & The Banshees (die toch een stuk invloedrijker zijn dan ik destijds door had).
Op Three Futures gebeurt zoveel dat het je bij eerste beluistering regelmatig duizelt, maar hoe vaker je de plaat hoort, hoe meer er op zijn plek valt. De bijzondere ritmes, fascinerende en wonderschone gitaarlijnen, bezwerende klanken en intense zang, die bij eerste beluistering nog allemaal een andere kant op lijken te gaan, vloeien steeds mooier samen en tillen de ene na de andere song op de plaat naar grote hoogten.
TORRES maakt misschien geen muziek die heel makkelijk verleidt, maar als de Amerikaanse muzikante je eenmaal te pakken heeft laat ze niet meer los en houdt Three Futures je in een wurggreep waar je niet meer aan wilt ontsnappen.
Deze wurggreep is overigens het stevigst wanneer je de plaat met volledige aandacht en bij voorkeur met de koptelefoon beluistert en je volledig op kunt gaan in het bijzondere muzikale universum van TORRES. Of ze er wereldberoemd mee gaat worden durf ik te betwijfelen, maar voor liefhebbers van eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriters is het smullen van de eerste tot en met de laatste noot. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: TORRES - Three Futures - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Mackenzie Scott maakte als TORRES al twee uitstekende platen, waarvan met name het in 2015 verschenen Sprinter flink wat aandacht trok en hier en daar zelfs opdook in een eindejaarslijstje.
Op haar tweede plaat werkte de uit Macon, Georgia, afkomstige maar tegenwoordig vanuit Brooklyn opererende singer-songwriter samen met Portishead’s Adrian Utley en de vooral van PJ Harvey bekende producer Rob Ellis.
Rob Ellis is ook weer van de partij op de nieuwe plaat van TORRES en het is een plaat die wat mij betreft nog een stuk beter is dan de al zo overtuigende voorganger.
Three Futures is een plaat die zeker niet altijd de makkelijkste weg kiest en soms zelfs een bijna vervreemdend effect heeft, maar het is ook een opvallend broeierige en intense plaat die uiteindelijk diep onder de huid kan kruipen. Het is een plaat die je steeds op het verkeerde been zet, maar het is ook een plaat van grote schoonheid.
De instrumentatie op Three Futures bestaat in de meeste songs uit een donkere of zelfs dreigende onderlaag en het is een onderlaag die een perfecte voedingsbodem biedt voor bijzonder fraaie accenten. Deze accenten komen met name van betoverend mooie gitaarlijnen en uithalen, veelkleurige synths en speelse of tegendraadse ritmes, maar ook de rest van het klankentapijt is prachtig.
Het past uitstekend bij de bijzondere stem van Mackenzie Scott, die zich op fascinerende wijze door het avontuurlijke muzikale landschap op haar nieuwe plaat beweegt en de songs op haar plaat voorziet van emotie en urgentie.
Three Futures roept, net als zijn twee voorgangers, zo nu en dan associaties op met het werk van PJ Harvey, maar het geluid van de Amerikaanse muzikante is op haar derde plaat ook absoluut uniek te noemen. Three Futures is een opvallend dynamische plaat. Lome synths en dromerige vocalen kunnen zachtjes verleiden, maar TORRES kan niet veel later ook van zich afbijten met venijnige gitaaruithalen en al even venijnige zang.
Wat Three Futures nog fascinerender maakt is het vermogen van TORRES om zich buiten de vaste kaders van genres en tijd te bewegen. De Amerikaanse singer-songwriter schiet op haar derde plaat door een aantal decennia popmuziek en citeert uit uiteenlopende genres, waardoor haar songs allemaal anders klinken en er ook binnen de songs volop variatie is te horen.
TORRES kan aansluiten bij tijdgenoten als Sharon van Etten, Courtney Barnett, Cat Power en de al eerder genoemde PJ Harvey, maar kan ook zomaar terugkeren naar de wederopstanding van King Crimson met gitaaruithalen die doen denken aan die van Robert Fripp en Adrian Belew of juist flirten met eigentijdse elektronische popmuziek of met de bezwerende klanken van Siouxsie & The Banshees (die toch een stuk invloedrijker zijn dan ik destijds door had).
Op Three Futures gebeurt zoveel dat het je bij eerste beluistering regelmatig duizelt, maar hoe vaker je de plaat hoort, hoe meer er op zijn plek valt. De bijzondere ritmes, fascinerende en wonderschone gitaarlijnen, bezwerende klanken en intense zang, die bij eerste beluistering nog allemaal een andere kant op lijken te gaan, vloeien steeds mooier samen en tillen de ene na de andere song op de plaat naar grote hoogten.
TORRES maakt misschien geen muziek die heel makkelijk verleidt, maar als de Amerikaanse muzikante je eenmaal te pakken heeft laat ze niet meer los en houdt Three Futures je in een wurggreep waar je niet meer aan wilt ontsnappen.
Deze wurggreep is overigens het stevigst wanneer je de plaat met volledige aandacht en bij voorkeur met de koptelefoon beluistert en je volledig op kunt gaan in het bijzondere muzikale universum van TORRES. Of ze er wereldberoemd mee gaat worden durf ik te betwijfelen, maar voor liefhebbers van eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriters is het smullen van de eerste tot en met de laatste noot. Erwin Zijleman
TORRES - What an Enormous Room (2024)

4,0
1
geplaatst: 1 februari 2024, 15:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: TORRES - What An Enormous Room - dekrentenuitdepop.blogspot.com
TORRES - What An Enormous Room
TORRES, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Mackenzie Scott, maakte al vijf albums die moeten worden gerekend tot de beste indierock van dit moment en dat geldt ook weer voor What An Enormous Room
Bij een nieuw album van de Amerikaanse muzikante weet je twee dingen bijna zeker. De kans is heel groot dat ze een album maakt dat totaal anders klinkt dan zijn voorganger en ook de kans dat het een heel erg goed album is is bovengemiddeld groot. Het gaat ook allebei weer op voor het nieuwe album van TORRES, What An Enormous Room. Mackenzie Scott omringt zich dit keer met wat meer synths, wat een duidelijk andere geluid oplevert, maar de kwaliteit van de songs en de kwaliteit van de zang van de Amerikaanse muzikante is alleen maar omhoog gegaan. TORRES krijgt helaas nog niet overal de erkenning die ze zo verdient, maar dat heeft echt niets te maken met de kwaliteit van haar albums.
Het titelloze debuutalbum van TORRES haalde ik aan het begin van 2014 nog uit een jaarlijstje over 2013, maar alle andere albums van het alter ego van de Amerikaanse muzikante Mackenzie Scott heb ik direct bij de release opgepikt. Het zijn albums die ik stuk voor stuk zeer positief heb besproken op de krenten uit de pop en inmiddels zijn TORRES uit 2013, Sprinter uit 2015, Three Futures uit 2017, Silver Tongue uit 2020 en Thirstier uit 2021 me nog een stuk dierbaarder geworden.
Mackenzie Scott klinkt op al deze albums net wat eigenzinniger dan de meeste van haar collega’s in de indierock en ze is bovendien wat explicieter in haar teksten en wat wispelturiger in het muzikale pad dat ze bewandelt. Het spreekt allemaal in het voordeel van TORRES, die ondanks vijf wat mij betreft geweldige albums helaas wat blijft hangen in de marge. Of dat gaat veranderen met het deze week verschenen What An Enormous Room is maar de vraag, maar ik zou het persoonlijk wel terecht vinden.
Mackenzie Scott doet heel veel zelf op haar albums, maar op Sprinter, Three Futures en Thirstier werkte ze samen met de gelouterde Britse producer Rob Ellis, die vooral bekend is van zijn werk met PJ Harvey. Het was niet de enige associatie met het werk van PJ Harvey, want ook in muzikaal opzicht was met name het vroege werk van de Britse muzikante een belangrijke inspiratiebron.
TORRES vertrouwde lange tijd op een vooral gitaar georiënteerd geluid, maar op haar vorige album was de rol van synths gegroeid. Het is een lijn die wordt doorgetrokken op What An Enormous Room, waarop de balans hier en daar zelfs is doorgeslagen in de richting van synths, al zijn de gitaren zeker niet verdwenen. TORRES deed dit keer voor de afwisseling eens niet een beroep op Rob Ellis, maar produceerde haar nieuwe album samen met Sarah Jaffe, die ik eigenlijk alleen van naam ken en die vooral bekend is als muzikante.
Het levert wederom een album op dat anders klinkt dan zijn voorgangers. Het geluid is door de toegevoegde elektronica voller dan we van TORRES gewend zijn en ik vind het geluid persoonlijk nog net wat spannender. De muzikante uit New York schrijft nog altijd eigenzinnige songs waarin ze geen blad voor de mond neemt, maar de songs op What An Enormous Room zijn ook verrassend aanstekelijk. Het doet me af en toe denken aan St. Vincent in haar elektronische periode, maar de muziek van TORRES is meer rock georiënteerd.
Het vollere geluid en de bijdragen van flink wat synths vragen wat extra van de stem van de Amerikaanse muzikante en ook op dit terrein levert Mackenzie Scott. De vocalen op het album zijn krachtig wanneer het nodig is, maar kunnen ook gas terugnemen wanneer TORRES kiest voor een ingetogen en bijna folky song.
Ik heb de vorige vijf albums van TORRES zoals gezegd hoog zitten en ook What An Enormous Room is weer een bijzonder sterk album van de Amerikaanse muzikante, die met haar eigenzinnige songs een veel groter publiek verdient. Het siert TORRES dat ze op ieder album kiest voor een weer net wat ander geluid. Dat hoeft niet altijd goed uit te pakken, maar ook op What An Enormous Room levert de koerswijziging weer een uitstekend album op, dat het respect voor de muzikale weg van Mackenzie Scott nog wat verder laat groeien. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: TORRES - What An Enormous Room - dekrentenuitdepop.blogspot.com
TORRES - What An Enormous Room
TORRES, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Mackenzie Scott, maakte al vijf albums die moeten worden gerekend tot de beste indierock van dit moment en dat geldt ook weer voor What An Enormous Room
Bij een nieuw album van de Amerikaanse muzikante weet je twee dingen bijna zeker. De kans is heel groot dat ze een album maakt dat totaal anders klinkt dan zijn voorganger en ook de kans dat het een heel erg goed album is is bovengemiddeld groot. Het gaat ook allebei weer op voor het nieuwe album van TORRES, What An Enormous Room. Mackenzie Scott omringt zich dit keer met wat meer synths, wat een duidelijk andere geluid oplevert, maar de kwaliteit van de songs en de kwaliteit van de zang van de Amerikaanse muzikante is alleen maar omhoog gegaan. TORRES krijgt helaas nog niet overal de erkenning die ze zo verdient, maar dat heeft echt niets te maken met de kwaliteit van haar albums.
Het titelloze debuutalbum van TORRES haalde ik aan het begin van 2014 nog uit een jaarlijstje over 2013, maar alle andere albums van het alter ego van de Amerikaanse muzikante Mackenzie Scott heb ik direct bij de release opgepikt. Het zijn albums die ik stuk voor stuk zeer positief heb besproken op de krenten uit de pop en inmiddels zijn TORRES uit 2013, Sprinter uit 2015, Three Futures uit 2017, Silver Tongue uit 2020 en Thirstier uit 2021 me nog een stuk dierbaarder geworden.
Mackenzie Scott klinkt op al deze albums net wat eigenzinniger dan de meeste van haar collega’s in de indierock en ze is bovendien wat explicieter in haar teksten en wat wispelturiger in het muzikale pad dat ze bewandelt. Het spreekt allemaal in het voordeel van TORRES, die ondanks vijf wat mij betreft geweldige albums helaas wat blijft hangen in de marge. Of dat gaat veranderen met het deze week verschenen What An Enormous Room is maar de vraag, maar ik zou het persoonlijk wel terecht vinden.
Mackenzie Scott doet heel veel zelf op haar albums, maar op Sprinter, Three Futures en Thirstier werkte ze samen met de gelouterde Britse producer Rob Ellis, die vooral bekend is van zijn werk met PJ Harvey. Het was niet de enige associatie met het werk van PJ Harvey, want ook in muzikaal opzicht was met name het vroege werk van de Britse muzikante een belangrijke inspiratiebron.
TORRES vertrouwde lange tijd op een vooral gitaar georiënteerd geluid, maar op haar vorige album was de rol van synths gegroeid. Het is een lijn die wordt doorgetrokken op What An Enormous Room, waarop de balans hier en daar zelfs is doorgeslagen in de richting van synths, al zijn de gitaren zeker niet verdwenen. TORRES deed dit keer voor de afwisseling eens niet een beroep op Rob Ellis, maar produceerde haar nieuwe album samen met Sarah Jaffe, die ik eigenlijk alleen van naam ken en die vooral bekend is als muzikante.
Het levert wederom een album op dat anders klinkt dan zijn voorgangers. Het geluid is door de toegevoegde elektronica voller dan we van TORRES gewend zijn en ik vind het geluid persoonlijk nog net wat spannender. De muzikante uit New York schrijft nog altijd eigenzinnige songs waarin ze geen blad voor de mond neemt, maar de songs op What An Enormous Room zijn ook verrassend aanstekelijk. Het doet me af en toe denken aan St. Vincent in haar elektronische periode, maar de muziek van TORRES is meer rock georiënteerd.
Het vollere geluid en de bijdragen van flink wat synths vragen wat extra van de stem van de Amerikaanse muzikante en ook op dit terrein levert Mackenzie Scott. De vocalen op het album zijn krachtig wanneer het nodig is, maar kunnen ook gas terugnemen wanneer TORRES kiest voor een ingetogen en bijna folky song.
Ik heb de vorige vijf albums van TORRES zoals gezegd hoog zitten en ook What An Enormous Room is weer een bijzonder sterk album van de Amerikaanse muzikante, die met haar eigenzinnige songs een veel groter publiek verdient. Het siert TORRES dat ze op ieder album kiest voor een weer net wat ander geluid. Dat hoeft niet altijd goed uit te pakken, maar ook op What An Enormous Room levert de koerswijziging weer een uitstekend album op, dat het respect voor de muzikale weg van Mackenzie Scott nog wat verder laat groeien. Erwin Zijleman
Totally Mild - Down Time (2015)

4,0
0
geplaatst: 25 augustus 2015, 15:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Totally Mild - Down Time - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Down Time van de Australische band Totally Mild werd me op Spotify aangeprezen omdat ik graag luister naar Mazzy Star en Beach House.
Het is op zich relevant vergelijkingsmateriaal, al slaat de band uit Melbourne ook volop andere wegen in.
Totally Mild slaagt er op haar debuut in om nogal uiteenlopende invloeden met elkaar te vermengen.
Het gitaarwerk heeft afwisselend raakvlakken met de Surf rock uit de jaren 60 en de dream pop uit de jaren 90. Ook de vocalen doen meer dan eens denken aan de hoogtijdagen van de dream pop, maar raken hiernaast net zo makkelijk aan pastorale folk uit de jaren 60 en 70 en de girl pop uit de jaren 50 en 60 als aan de zoete indie pop van Belle & Sebastian of de dromerige muziek van Cocteau Twins of The Sundays.
De Australische band heeft op haar debuut meerdere sterke wapens in handen. Het snarenwerk van gitarist Zach Schneider is opvallend rijk en veelkleurig en hetzelfde geldt voor de bijzondere en klassiek geschoolde stem van Elizabeth Mitchell, die in meerdere genres uit de voeten kan en in al deze genres imponeert.
De instrumentatie wordt gedragen door het breed uitwaaiende gitaarwerk, maar valt ook op door spaarzame en subtiele accenten van onder andere blazers (luister naar de heerlijke saxofoon in de laatste track) en elektronica.
De zich over het algemeen langzaam voortslepende songs van de band zitten tenslotte vol geheimen en avontuur. Het zijn songs waarvoor Mazzy Star zich niet zou schamen, maar de invloeden uit de folk en psychedelica en de unieke stem van Elizabeth Mitchell maken er uiteindelijk toch typische Totally Mild songs van.
Het zijn songs die bedwelmen en betoveren en eigenlijk alleen maar beter worden. Down Time van Totally Mild krijgt buiten de eigen landsgrenzen vooralsnog niet veel aandacht, maar het is echt een razend knappe en bijzondere mooie plaat. Zomaar één van de betere debuten van 2015. Dat zal je niet vermoeden wanneer je de cover van de plaat voor het eerst ziet, maar het is echt zo. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Totally Mild - Down Time - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Down Time van de Australische band Totally Mild werd me op Spotify aangeprezen omdat ik graag luister naar Mazzy Star en Beach House.
Het is op zich relevant vergelijkingsmateriaal, al slaat de band uit Melbourne ook volop andere wegen in.
Totally Mild slaagt er op haar debuut in om nogal uiteenlopende invloeden met elkaar te vermengen.
Het gitaarwerk heeft afwisselend raakvlakken met de Surf rock uit de jaren 60 en de dream pop uit de jaren 90. Ook de vocalen doen meer dan eens denken aan de hoogtijdagen van de dream pop, maar raken hiernaast net zo makkelijk aan pastorale folk uit de jaren 60 en 70 en de girl pop uit de jaren 50 en 60 als aan de zoete indie pop van Belle & Sebastian of de dromerige muziek van Cocteau Twins of The Sundays.
De Australische band heeft op haar debuut meerdere sterke wapens in handen. Het snarenwerk van gitarist Zach Schneider is opvallend rijk en veelkleurig en hetzelfde geldt voor de bijzondere en klassiek geschoolde stem van Elizabeth Mitchell, die in meerdere genres uit de voeten kan en in al deze genres imponeert.
De instrumentatie wordt gedragen door het breed uitwaaiende gitaarwerk, maar valt ook op door spaarzame en subtiele accenten van onder andere blazers (luister naar de heerlijke saxofoon in de laatste track) en elektronica.
De zich over het algemeen langzaam voortslepende songs van de band zitten tenslotte vol geheimen en avontuur. Het zijn songs waarvoor Mazzy Star zich niet zou schamen, maar de invloeden uit de folk en psychedelica en de unieke stem van Elizabeth Mitchell maken er uiteindelijk toch typische Totally Mild songs van.
Het zijn songs die bedwelmen en betoveren en eigenlijk alleen maar beter worden. Down Time van Totally Mild krijgt buiten de eigen landsgrenzen vooralsnog niet veel aandacht, maar het is echt een razend knappe en bijzondere mooie plaat. Zomaar één van de betere debuten van 2015. Dat zal je niet vermoeden wanneer je de cover van de plaat voor het eerst ziet, maar het is echt zo. Erwin Zijleman
Totally Mild - Her (2018)

4,5
0
geplaatst: 2 maart 2018, 16:23 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Totally Mild - Her - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Australische band Totally Mild viel in de zomer van 2015 op met de wat cheesy cover van haar debuut, maar maakte uiteindelijk indruk met muziek die invloeden van Mazzy Star, Cocteau Twins, Belle & Sebastian en The Sundays combineerde met een vleugje folk en psychedelica en vooral met een eigen smoel.
De band uit Melbourne is nu terug met haar tweede plaat en laat direct zien dat het nog altijd een bijzondere smaak heeft wanneer het gaat om cover art. De lelijke cover kan me ook dit keer gestolen worden, want het gaat natuurlijk om de muziek en die is ook op de nieuwe plaat van Totally Mild dik in orde.
Op Her borduurt de Australische band voort op het verrassend sterke debuut, maar laat het nog duidelijker een eigen geluid horen. Waar op het debuut van de band de invloeden van enkele grote en hierboven genoemde voorbeelden nog veelvuldig aan de oppervlakte kwamen, roept Her veel minder vaak associaties op met de genoemde bands.
Totally Mild laat zich ook op Her beïnvloeden door lome dreampop, 80’s zweefpop en zoete indie-pop, maar op de solide basis van deze invloeden heeft Totally Mild een fraai eigen bouwwerk neergezet. Waar het debuut van de band nog met beide benen in het verleden stond, staat Her met minstens één been in het heden. Op haar nieuwe plaat maakt Totally Mild vooral zwoele en verleidelijke popmuziek, al zitten er onder het suikerlaagje ook nog wel wat donkere lagen verstopt.
Ook op Her maakt gitarist Zach Schneider indruk met veelkleurig gitaarwerk en betoverend mooie akkoorden, maar het is zangeres Elizabeth Mitchell die verantwoordelijk is voor het grootste deel van de enorme groei die Totally Mild op haar nieuwe plaat laat horen.
Elizabeth Mitchel schakelde op het debuut van de band nog tussen meerdere voorbeelden en stromingen, maar imponeert op Her met onweerstaanbare vocalen waarin alles samen komt. Elizabeth Mitchell kan klinken als de pastorale folkies uit de jaren 70, als Hope Sandoval (Mazzy Star), als Elizabeth Fraser (Cocteau Twins), als Harriet Wheeler (The Sundays), als Dolores O'Riordan (Cranberries) of als Sarah Martin (Belle & Sebastian), maar klinkt op Her vooral als zichzelf.
Het voorziet Her direct van een eigen geluid, waardoor ik de tweede plaat van Totally Mild hoger inschat dan het zo verrassende debuut van de Australische band. Her is af en toe wat lichtvoetiger dan dit debuut, maar bevat ook een aantal intieme luisterliedjes waarin Elizabeth Mitchell goed laat horen wat een geweldige zangeres ze is.
Waar op het debuut van de band nog wat vaak werd gekozen voor grootse klanken, is Her een verrassend subtiele plaat. Het voorziet de muziek van de band uit Melbourne niet alleen van een eigen geluid, maar ook van kracht.
Ik moest na het licht verteerbare debuut wel even wennen aan het toch nieuwe of andere geluid van de band, maar nu ik Her een paar keer heb beluisterd ben ik helemaal om. De ontwerper van de cover heeft er ook dit keer niet veel van gebakken, maar voor de rest maakt Totally Mild alleen maar indruk met haar nieuwe plaat en voorziet het de koude winterdagen van nog wat meer zonnestralen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Totally Mild - Her - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Australische band Totally Mild viel in de zomer van 2015 op met de wat cheesy cover van haar debuut, maar maakte uiteindelijk indruk met muziek die invloeden van Mazzy Star, Cocteau Twins, Belle & Sebastian en The Sundays combineerde met een vleugje folk en psychedelica en vooral met een eigen smoel.
De band uit Melbourne is nu terug met haar tweede plaat en laat direct zien dat het nog altijd een bijzondere smaak heeft wanneer het gaat om cover art. De lelijke cover kan me ook dit keer gestolen worden, want het gaat natuurlijk om de muziek en die is ook op de nieuwe plaat van Totally Mild dik in orde.
Op Her borduurt de Australische band voort op het verrassend sterke debuut, maar laat het nog duidelijker een eigen geluid horen. Waar op het debuut van de band de invloeden van enkele grote en hierboven genoemde voorbeelden nog veelvuldig aan de oppervlakte kwamen, roept Her veel minder vaak associaties op met de genoemde bands.
Totally Mild laat zich ook op Her beïnvloeden door lome dreampop, 80’s zweefpop en zoete indie-pop, maar op de solide basis van deze invloeden heeft Totally Mild een fraai eigen bouwwerk neergezet. Waar het debuut van de band nog met beide benen in het verleden stond, staat Her met minstens één been in het heden. Op haar nieuwe plaat maakt Totally Mild vooral zwoele en verleidelijke popmuziek, al zitten er onder het suikerlaagje ook nog wel wat donkere lagen verstopt.
Ook op Her maakt gitarist Zach Schneider indruk met veelkleurig gitaarwerk en betoverend mooie akkoorden, maar het is zangeres Elizabeth Mitchell die verantwoordelijk is voor het grootste deel van de enorme groei die Totally Mild op haar nieuwe plaat laat horen.
Elizabeth Mitchel schakelde op het debuut van de band nog tussen meerdere voorbeelden en stromingen, maar imponeert op Her met onweerstaanbare vocalen waarin alles samen komt. Elizabeth Mitchell kan klinken als de pastorale folkies uit de jaren 70, als Hope Sandoval (Mazzy Star), als Elizabeth Fraser (Cocteau Twins), als Harriet Wheeler (The Sundays), als Dolores O'Riordan (Cranberries) of als Sarah Martin (Belle & Sebastian), maar klinkt op Her vooral als zichzelf.
Het voorziet Her direct van een eigen geluid, waardoor ik de tweede plaat van Totally Mild hoger inschat dan het zo verrassende debuut van de Australische band. Her is af en toe wat lichtvoetiger dan dit debuut, maar bevat ook een aantal intieme luisterliedjes waarin Elizabeth Mitchell goed laat horen wat een geweldige zangeres ze is.
Waar op het debuut van de band nog wat vaak werd gekozen voor grootse klanken, is Her een verrassend subtiele plaat. Het voorziet de muziek van de band uit Melbourne niet alleen van een eigen geluid, maar ook van kracht.
Ik moest na het licht verteerbare debuut wel even wennen aan het toch nieuwe of andere geluid van de band, maar nu ik Her een paar keer heb beluisterd ben ik helemaal om. De ontwerper van de cover heeft er ook dit keer niet veel van gebakken, maar voor de rest maakt Totally Mild alleen maar indruk met haar nieuwe plaat en voorziet het de koude winterdagen van nog wat meer zonnestralen. Erwin Zijleman
Toto - Toto XIV (2015)

4,0
0
geplaatst: 13 april 2015, 17:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Toto - XIV - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Toto? Ik moet direct toegeven dat ik al heel lang niet meer naar een plaat van de Amerikaanse band had geluisterd.
Een blik in mijn platenkast leert me dat ik tot en met The Seventh One uit 1988 alles van de band in huis heb gehaald, maar sindsdien is er helemaal niets meer bij gekomen.
Nu was Toto de afgelopen 27 jaar ook lang niet zo productief als in de eerste tien jaar van haar bestaan, zeker wanneer we de enorme stapel live-platen die de band de afgelopen decennia heeft uitgebracht niet meetellen.
Met XIV brengt Toto immers pas haar veertiende studioplaat uit, wat betekent dat ik er sinds 1988 zes gemist heb. Of dat heel erg is weet ik niet, maar XIV mag er zeker zijn.
Een blik op de informatie in het boekje bij XIV leert me dat de samenstelling van Toto sinds het zevende album niet zo gek veel is veranderd. De bestand bestaat nog altijd uit gelouterde muzikanten, die hun sporen in de muziekgeschiedenis ruimschoots verdiend hebben. Dat was in het verleden overigens niet altijd een pre, want Toto klonk door al het muzikale vuurwerk op haar platen in het verleden ook wel eens wat plichtmatig.
Bij de beluistering van XIV moest ik een sprong in de tijd maken van 27 jaar, maar dat bleek geen enkel probleem. Op XIV klinkt Toto immers nog steeds als de band die ik ken uit het verleden. Ook XIV schakelt derhalve tussen redelijk stevige rocksongs met flink wat invloeden uit de progrock en lekker in het gehoor liggende ballads.
Eerstgenoemde songs leunen zwaar op het nog altijd fantastische gitaarwerk van Steve Lukather en de ondersteunende toetsenpartijen van Steve Porcaro (helaas de laatst overgebleven Porcaro in de band), terwijl de ballads vooral worden gedragen door de prima zangers die Toto aan boord heeft.
De criticus zal beweren dat Toto op XIV bij vlagen wel erg bombastisch klinkt en bovendien over het algemeen netjes binnen de lijnen van de arenarock of AOR kleurt. Het zijn beweringen waar wel iets voor te zeggen is, maar persoonlijk vind ik dat er bij beluistering van XIV veel te genieten valt.
In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis. Zoals altijd maken het gitaarwerk en de toetsenpartijen veel indruk, maar ook het bij vlagen heerlijk subtiele drumwerk op de plaat mag er zijn, terwijl ook de vocalen weer dik in orde zijn. Liefhebbers van rauwe rockmuziek of rockmuziek die nieuwe paden in slaat hadden in het verleden al niets bij Toto te zoeken en hebben dat nog steeds niet, al moet gezegd worden dat Toto op XIV meer een album band dan een singles band is en dat was in het verleden wel eens anders.
Voor de liefhebbers van knap in elkaar stekende rockmuziek vol muzikaal vuurwerk en ook nog eens verpakt in over het algemeen lekker in het gehoor liggende songs, is ook de veertiende van Toto weer een prima plaat. De wat meer epische tracks op de plaat zijn de slagroom op de taart.
Omdat het zo lang geleden was dat ik een hele plaat van Toto tot me had genomen, moest ik in eerste instantie wel even wennen aan het geluid op XIV, maar na enige gewenning voelt de veertiende van Toto inmiddels toch weer als het spreekwoordelijke warme bad. Niets mis mee. Helemaal niets mis mee zelfs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Toto - XIV - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Toto? Ik moet direct toegeven dat ik al heel lang niet meer naar een plaat van de Amerikaanse band had geluisterd.
Een blik in mijn platenkast leert me dat ik tot en met The Seventh One uit 1988 alles van de band in huis heb gehaald, maar sindsdien is er helemaal niets meer bij gekomen.
Nu was Toto de afgelopen 27 jaar ook lang niet zo productief als in de eerste tien jaar van haar bestaan, zeker wanneer we de enorme stapel live-platen die de band de afgelopen decennia heeft uitgebracht niet meetellen.
Met XIV brengt Toto immers pas haar veertiende studioplaat uit, wat betekent dat ik er sinds 1988 zes gemist heb. Of dat heel erg is weet ik niet, maar XIV mag er zeker zijn.
Een blik op de informatie in het boekje bij XIV leert me dat de samenstelling van Toto sinds het zevende album niet zo gek veel is veranderd. De bestand bestaat nog altijd uit gelouterde muzikanten, die hun sporen in de muziekgeschiedenis ruimschoots verdiend hebben. Dat was in het verleden overigens niet altijd een pre, want Toto klonk door al het muzikale vuurwerk op haar platen in het verleden ook wel eens wat plichtmatig.
Bij de beluistering van XIV moest ik een sprong in de tijd maken van 27 jaar, maar dat bleek geen enkel probleem. Op XIV klinkt Toto immers nog steeds als de band die ik ken uit het verleden. Ook XIV schakelt derhalve tussen redelijk stevige rocksongs met flink wat invloeden uit de progrock en lekker in het gehoor liggende ballads.
Eerstgenoemde songs leunen zwaar op het nog altijd fantastische gitaarwerk van Steve Lukather en de ondersteunende toetsenpartijen van Steve Porcaro (helaas de laatst overgebleven Porcaro in de band), terwijl de ballads vooral worden gedragen door de prima zangers die Toto aan boord heeft.
De criticus zal beweren dat Toto op XIV bij vlagen wel erg bombastisch klinkt en bovendien over het algemeen netjes binnen de lijnen van de arenarock of AOR kleurt. Het zijn beweringen waar wel iets voor te zeggen is, maar persoonlijk vind ik dat er bij beluistering van XIV veel te genieten valt.
In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis. Zoals altijd maken het gitaarwerk en de toetsenpartijen veel indruk, maar ook het bij vlagen heerlijk subtiele drumwerk op de plaat mag er zijn, terwijl ook de vocalen weer dik in orde zijn. Liefhebbers van rauwe rockmuziek of rockmuziek die nieuwe paden in slaat hadden in het verleden al niets bij Toto te zoeken en hebben dat nog steeds niet, al moet gezegd worden dat Toto op XIV meer een album band dan een singles band is en dat was in het verleden wel eens anders.
Voor de liefhebbers van knap in elkaar stekende rockmuziek vol muzikaal vuurwerk en ook nog eens verpakt in over het algemeen lekker in het gehoor liggende songs, is ook de veertiende van Toto weer een prima plaat. De wat meer epische tracks op de plaat zijn de slagroom op de taart.
Omdat het zo lang geleden was dat ik een hele plaat van Toto tot me had genomen, moest ik in eerste instantie wel even wennen aan het geluid op XIV, maar na enige gewenning voelt de veertiende van Toto inmiddels toch weer als het spreekwoordelijke warme bad. Niets mis mee. Helemaal niets mis mee zelfs. Erwin Zijleman
Towa Bird - American Hero (2024)

4,0
0
geplaatst: 8 januari 2025, 11:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Towa Bird - American Hero - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Towa Bird - American Hero
De Britse muzikante Towa Bird is naar verluidt populair op TikTok, maar verdient ook buiten dit platform respect voor het uitstekende popalbum American Hero, dat is voorzien van een aangenaam laagje indierock
Towa Bird is aangeprezen door onder andere Billie Eilish en Olivia Rodrigo en dat is niet voor niets. Op haar debuutalbum laat de Britse maar tegenwoordig vanuit Los Angeles opererende muzikante horen dat ze beschikt over het nodige talent. Ze schrijft persoonlijke songs met vaak haar queer identiteit als onderwerp. Het zijn songs die in positieve zin opvallen door de stem van Towa Bird, maar ook in muzikaal opzicht overtuigt American Hero makkelijk met een geluid dat bestaat uit meerdere delen pop en een deel indierock. Het doet af en toe denken aan de vrouwelijke indierock muzikanten uit de jaren 90, maar Towa Bird kan ook mee met de grote popzangeressen van het moment.
TikTok blijft voor mij een onbekend universum en dat wil ik ook graag zo houden gezien de zeer slechte reputatie van het social media platform, dat het niet zo nauw neemt met de privacy van de gebruikers van het platform. Het is ook wel eens jammer, want TikTok speelt in de popmuziek van het moment een behoorlijk belangrijke rol.
Populair zijn op TikTok is een garantie voor volle zalen met zeer enthousiaste fans, zoals ik het afgelopen jaar en vaak tot mijn verrassing heb kunnen merken bij de concerten van onder andere Mitski, Ethel Cain en Beabadoobee. Ook Towa Bird schijnt populair te zijn op TikTok, maar ik was haar naam volgens mij nog niet eerder tegen gekomen.
Towa Bird is een Britse singer-songwriter met zowel Britse als Filipijnse wortels die werd geboren in Hong Kong. Ze maakt al sinds haar tienerjaren muziek, maar werd bekend door de lof die ze kreeg toegezwaaid door onder andere Olivia Rodrigo en Billie Eilish en het optreden in een documentaire van eerstgenoemde.
Ik ben haar vorig jaar verschenen debuutalbum American Hero volgens mij niet eerder tegen gekomen, maar met name het Amerikaanse muziektijdschrift Rolling Stone was er heel erg enthousiast over. Ik begrijp dat wel, want American Hero is een album vol belofte dat ook nog eens lekker weg luistert.
Ik begrijp wel dat Olivia Rodrigo enthousiast is over de muziek van Towa Bird, want net als de Amerikaanse superster heeft de Britse muzikante een hoorbaar zwak voor 90s indierock, zoals die bijvoorbeeld door Avril Lavigne werd gemaakt. Rolling Stone omschreef het debuutalbum van Towa Bird vorig jaar als een verzameling pop-punk stoten op de kin. Dat vind ik persoonlijk wat overdreven, want ik hoor echt veel meer pop dan punk in de muziek van Towa Bird en weet bovendien dat de punk er in de jaren 70 heel wat ruwer tegenaan ging.
Met pop zoals Towa Bird die maakt is niets mis en zeker niet als het een serie bijzonder lekker in het gehoor liggende popsongs oplevert. De popsongs van Towa Bird hebben wel een voorzichtig ruw randje, waardoor ze net wat anders klinkt dan al die andere popzangeressen die vorig jaar met veel succes aan de weg timmerden. Het doet zeker denken aan de stevigere songs van Olivia Rodrigo, maar waar die invloeden uit de indierock slechts sporadisch laat doorklinken, houdt Towa Bird het een heel album vol.
Het klinkt in muzikaal opzicht op zijn minst lekker en het wordt nog leuker door de stem van Towa Bird, die ook weer net wat anders klinkt dan momenteel gebruikelijk en mij in ieder geval makkelijk wist te verleiden. Ook de songs van Towa Bird overtuigen makkelijk, al is enige liefde voor de popmuziek van het moment noodzakelijk om te vallen voor de charmes van American Hero.
Towa Bird identificeert zich al vanaf jonge leeftijd als queer en draagt dit, net als bijvoorbeeld Chappell Roan nadrukkelijk uit op haar album, wat interessante teksten oplevert. Ik sla Chappell Roan en de eerder genoemde Olivia Rodrigo en Billie Eilish nog een stuk hoger dan Towa Bird, maar tussen de subtoppers van het moment valt de Britse muzikante zeker op.
Towa Bird tourt dit jaar vooralsnog alleen in de Verenigde Staten, maar het lijkt me zeker interessant om haar op het podium te zien, al betekent dat vanwege de populariteit op TikTok waarschijnlijk een zaal vol gillende tienermeiden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Towa Bird - American Hero - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Towa Bird - American Hero
De Britse muzikante Towa Bird is naar verluidt populair op TikTok, maar verdient ook buiten dit platform respect voor het uitstekende popalbum American Hero, dat is voorzien van een aangenaam laagje indierock
Towa Bird is aangeprezen door onder andere Billie Eilish en Olivia Rodrigo en dat is niet voor niets. Op haar debuutalbum laat de Britse maar tegenwoordig vanuit Los Angeles opererende muzikante horen dat ze beschikt over het nodige talent. Ze schrijft persoonlijke songs met vaak haar queer identiteit als onderwerp. Het zijn songs die in positieve zin opvallen door de stem van Towa Bird, maar ook in muzikaal opzicht overtuigt American Hero makkelijk met een geluid dat bestaat uit meerdere delen pop en een deel indierock. Het doet af en toe denken aan de vrouwelijke indierock muzikanten uit de jaren 90, maar Towa Bird kan ook mee met de grote popzangeressen van het moment.
TikTok blijft voor mij een onbekend universum en dat wil ik ook graag zo houden gezien de zeer slechte reputatie van het social media platform, dat het niet zo nauw neemt met de privacy van de gebruikers van het platform. Het is ook wel eens jammer, want TikTok speelt in de popmuziek van het moment een behoorlijk belangrijke rol.
Populair zijn op TikTok is een garantie voor volle zalen met zeer enthousiaste fans, zoals ik het afgelopen jaar en vaak tot mijn verrassing heb kunnen merken bij de concerten van onder andere Mitski, Ethel Cain en Beabadoobee. Ook Towa Bird schijnt populair te zijn op TikTok, maar ik was haar naam volgens mij nog niet eerder tegen gekomen.
Towa Bird is een Britse singer-songwriter met zowel Britse als Filipijnse wortels die werd geboren in Hong Kong. Ze maakt al sinds haar tienerjaren muziek, maar werd bekend door de lof die ze kreeg toegezwaaid door onder andere Olivia Rodrigo en Billie Eilish en het optreden in een documentaire van eerstgenoemde.
Ik ben haar vorig jaar verschenen debuutalbum American Hero volgens mij niet eerder tegen gekomen, maar met name het Amerikaanse muziektijdschrift Rolling Stone was er heel erg enthousiast over. Ik begrijp dat wel, want American Hero is een album vol belofte dat ook nog eens lekker weg luistert.
Ik begrijp wel dat Olivia Rodrigo enthousiast is over de muziek van Towa Bird, want net als de Amerikaanse superster heeft de Britse muzikante een hoorbaar zwak voor 90s indierock, zoals die bijvoorbeeld door Avril Lavigne werd gemaakt. Rolling Stone omschreef het debuutalbum van Towa Bird vorig jaar als een verzameling pop-punk stoten op de kin. Dat vind ik persoonlijk wat overdreven, want ik hoor echt veel meer pop dan punk in de muziek van Towa Bird en weet bovendien dat de punk er in de jaren 70 heel wat ruwer tegenaan ging.
Met pop zoals Towa Bird die maakt is niets mis en zeker niet als het een serie bijzonder lekker in het gehoor liggende popsongs oplevert. De popsongs van Towa Bird hebben wel een voorzichtig ruw randje, waardoor ze net wat anders klinkt dan al die andere popzangeressen die vorig jaar met veel succes aan de weg timmerden. Het doet zeker denken aan de stevigere songs van Olivia Rodrigo, maar waar die invloeden uit de indierock slechts sporadisch laat doorklinken, houdt Towa Bird het een heel album vol.
Het klinkt in muzikaal opzicht op zijn minst lekker en het wordt nog leuker door de stem van Towa Bird, die ook weer net wat anders klinkt dan momenteel gebruikelijk en mij in ieder geval makkelijk wist te verleiden. Ook de songs van Towa Bird overtuigen makkelijk, al is enige liefde voor de popmuziek van het moment noodzakelijk om te vallen voor de charmes van American Hero.
Towa Bird identificeert zich al vanaf jonge leeftijd als queer en draagt dit, net als bijvoorbeeld Chappell Roan nadrukkelijk uit op haar album, wat interessante teksten oplevert. Ik sla Chappell Roan en de eerder genoemde Olivia Rodrigo en Billie Eilish nog een stuk hoger dan Towa Bird, maar tussen de subtoppers van het moment valt de Britse muzikante zeker op.
Towa Bird tourt dit jaar vooralsnog alleen in de Verenigde Staten, maar het lijkt me zeker interessant om haar op het podium te zien, al betekent dat vanwege de populariteit op TikTok waarschijnlijk een zaal vol gillende tienermeiden. Erwin Zijleman
Town of Saints - Celebrate (2018)

4,5
0
geplaatst: 10 oktober 2018, 18:21 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Town Of Saints - Celebrate - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tot een duo gereduceerde band omarmt dit keer de folk, maar blijft strooien met songs vol passie en avontuur
Na de jaarlijstjesplaat No Place Like This moest Town Of Saints maar eens door gaan breken naar een groot publiek, maar in plaats van de doorbraak volgde een periode van bezinning. Heta Salkolahti en Harmen Ridderbos gingen terug naar de basis en kiezen op Celebrate voor wat soberder klinkende songs met veel meer invloeden uit de folk. Af en toe mag de rem er echter ook af en betovert Town Of Saints toch weer met veelkleurige en avontuurlijke popmuziek, die is geworteld in de folk, maar ook alle kanten op mag schieten. Een derde prachtplaat van de Fins/Nederlandse band.
Het is precies vijf jaar geleden dat ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van Town Of Saints.
De band rond de Nederlandse muzikant Harmen Ridderbos en de Finse muzikante Heta Salkolahti, imponeerde op haar debuut Something To Fight With met avontuurlijke muziek die alle kanten op schoot.
Something To Fight With klonk zo groots en meeslepend als een band als Editors, raakte qua sprankelend avontuur aan The Arcade Fire, maar maakte ook geen geheim van haar grote liefde voor folk.
De belofte van het geweldige debuut werd volledig waargemaakt met de tweede plaat No Place Like This, die in de lente van 2016 verscheen. De tweede plaat van Town Of Saints was nog wat veelzijdiger dan het al alle kanten op springende debuut en sleepte er nog flink wat invloeden uit de jaren 80 bij.
Na de tour die volgde op de jaarlijstjesplaat No Place Like This was het echter tijd voor bezinning. Harmen Ridderbos en Heta Salkolahti bleven uiteindelijk samen over en hervonden het plezier in de muziek door met eenvoudige middelen nieuwe songs te schrijven. Een akoestische gitaar of een piano, de viool van Heta Salkolahti en de stemmen van de twee leden van het eerste uur, met een hoofdrol voor de expressieve vocalen van Harmen Riderbos, vormde de basis voor alle songs die uiteindelijk terecht zouden komen op Celebrate, dat toch weer als band werd gemaakt.
Een aantal van de songs op de nu verschenen plaat blijft waarschijnlijk betrekkelijk dicht bij de sober ingekleurde demo’s die het tweetal opnam als voorbereiding op Town Of Saints 2.0, maar een aantal andere songs op de plaat werd toch weer ingekleurd op de wijze waarmee Town Of Saints op haar eerste twee platen zoveel opzien baarde.
Het betekent echter niet dat Celebrate verder gaat waar No Place Like This twee jaar geleden ophield. Celebrate blijft veel dichter bij de folk, die de band altijd dierbaar was, maar vaak wel wat naar de achtergrond verdween, en kiest over het algemeen ook voor een wat minder uitbundige instrumentatie.
Het is een instrumentatie waarin de viool van Heta Salkolahti een voornamere rol speelt dan in het verleden, wat het folky aspect in de muziek van de band benadrukt. Zeker wanneer de instrumentatie wat uitbundiger is en Harmen Ridderbos nog net wat expressiever zingt, hoor ik nog wel wat van de oude vergelijking met The Arcade Fire, maar het is wel The Arcade Fire dat de studio in de stad heeft verruild voor een blokhut op het Canadese platteland en dat haar hart heeft verloren aan de folk.
Town Of Saints blijft een band die het avontuur en de veelzijdigheid opzoekt, want de wat meer folky songs op de plaat kunnen zich zowel laten beïnvloeden door de akoestische folk van Dylan als door de Keltische folk zoals The Waterboys die wel eens maakte en Mumford & Sons nog steeds maakt. Maar Celebrate kan ook zomaar teruggrijpen op crooners uit de jaren 50, op de uitbundige muziek van The Counting Crows, op de indringende folk-noir van 16 Horsepower of opschuiven richting stevigere songs met een punky attitude.
En zo schiet de Fins/Nederlandse band uiteindelijk toch weer alle kanten op en strooit het met songs vol avontuur, maar ook vol emotie en bezinning. De verleiding is net wat minder makkelijk dan op de eerste twee platen van de band, maar na enige gewenning vind ik Celebrate toch weer minstens net zo mooi, wat best een prestatie van formaat mag worden genoemd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Town Of Saints - Celebrate - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tot een duo gereduceerde band omarmt dit keer de folk, maar blijft strooien met songs vol passie en avontuur
Na de jaarlijstjesplaat No Place Like This moest Town Of Saints maar eens door gaan breken naar een groot publiek, maar in plaats van de doorbraak volgde een periode van bezinning. Heta Salkolahti en Harmen Ridderbos gingen terug naar de basis en kiezen op Celebrate voor wat soberder klinkende songs met veel meer invloeden uit de folk. Af en toe mag de rem er echter ook af en betovert Town Of Saints toch weer met veelkleurige en avontuurlijke popmuziek, die is geworteld in de folk, maar ook alle kanten op mag schieten. Een derde prachtplaat van de Fins/Nederlandse band.
Het is precies vijf jaar geleden dat ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van Town Of Saints.
De band rond de Nederlandse muzikant Harmen Ridderbos en de Finse muzikante Heta Salkolahti, imponeerde op haar debuut Something To Fight With met avontuurlijke muziek die alle kanten op schoot.
Something To Fight With klonk zo groots en meeslepend als een band als Editors, raakte qua sprankelend avontuur aan The Arcade Fire, maar maakte ook geen geheim van haar grote liefde voor folk.
De belofte van het geweldige debuut werd volledig waargemaakt met de tweede plaat No Place Like This, die in de lente van 2016 verscheen. De tweede plaat van Town Of Saints was nog wat veelzijdiger dan het al alle kanten op springende debuut en sleepte er nog flink wat invloeden uit de jaren 80 bij.
Na de tour die volgde op de jaarlijstjesplaat No Place Like This was het echter tijd voor bezinning. Harmen Ridderbos en Heta Salkolahti bleven uiteindelijk samen over en hervonden het plezier in de muziek door met eenvoudige middelen nieuwe songs te schrijven. Een akoestische gitaar of een piano, de viool van Heta Salkolahti en de stemmen van de twee leden van het eerste uur, met een hoofdrol voor de expressieve vocalen van Harmen Riderbos, vormde de basis voor alle songs die uiteindelijk terecht zouden komen op Celebrate, dat toch weer als band werd gemaakt.
Een aantal van de songs op de nu verschenen plaat blijft waarschijnlijk betrekkelijk dicht bij de sober ingekleurde demo’s die het tweetal opnam als voorbereiding op Town Of Saints 2.0, maar een aantal andere songs op de plaat werd toch weer ingekleurd op de wijze waarmee Town Of Saints op haar eerste twee platen zoveel opzien baarde.
Het betekent echter niet dat Celebrate verder gaat waar No Place Like This twee jaar geleden ophield. Celebrate blijft veel dichter bij de folk, die de band altijd dierbaar was, maar vaak wel wat naar de achtergrond verdween, en kiest over het algemeen ook voor een wat minder uitbundige instrumentatie.
Het is een instrumentatie waarin de viool van Heta Salkolahti een voornamere rol speelt dan in het verleden, wat het folky aspect in de muziek van de band benadrukt. Zeker wanneer de instrumentatie wat uitbundiger is en Harmen Ridderbos nog net wat expressiever zingt, hoor ik nog wel wat van de oude vergelijking met The Arcade Fire, maar het is wel The Arcade Fire dat de studio in de stad heeft verruild voor een blokhut op het Canadese platteland en dat haar hart heeft verloren aan de folk.
Town Of Saints blijft een band die het avontuur en de veelzijdigheid opzoekt, want de wat meer folky songs op de plaat kunnen zich zowel laten beïnvloeden door de akoestische folk van Dylan als door de Keltische folk zoals The Waterboys die wel eens maakte en Mumford & Sons nog steeds maakt. Maar Celebrate kan ook zomaar teruggrijpen op crooners uit de jaren 50, op de uitbundige muziek van The Counting Crows, op de indringende folk-noir van 16 Horsepower of opschuiven richting stevigere songs met een punky attitude.
En zo schiet de Fins/Nederlandse band uiteindelijk toch weer alle kanten op en strooit het met songs vol avontuur, maar ook vol emotie en bezinning. De verleiding is net wat minder makkelijk dan op de eerste twee platen van de band, maar na enige gewenning vind ik Celebrate toch weer minstens net zo mooi, wat best een prestatie van formaat mag worden genoemd. Erwin Zijleman
Town of Saints - No Place Like This (2016)

4,5
0
geplaatst: 5 april 2016, 12:53 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Town Of Saints - No Place Like This - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Fins-Nederlandse band Town Of Saints leverde in de herfst van 2013 een buitengewoon fascinerend debuut af.
Something To Fight With was met geen mogelijkheid in een hokje te duwen en sprong op onnavolgbare wijze heen en weer tussen gloedvolle folk, springerige en stekelige indie-rock en nog een handvol andere genres.
Deze veelzijdigheid en onvoorspelbaarheid heeft de vanuit Groningen opererende band gelukkig behouden op haar tweede plaat No Place Like This.
De tweede plaat van Town Of Saints schakelt misschien nog wel wat driftiger tussen uiteenlopende genres dan zijn voorganger en het levert ook dit keer een volkomen uniek geluid op.
Direct in de openingstrack laat Town Of Saints horen dat het sinds haar debuut alleen maar is gegroeid. Modern Life is heerlijk zomers en funky, maar bevat ook een onderlaag die een stuk complexer is en fraai tegen de zonnige klanken aan schuurt.
De funky gitaarloopjes keren terug in de tweede track Needle In The Hay, maar krijgen dan gezelschap van een weemoedig klinkende viool, wat meer invloeden uit de 80s, mooi bij elkaar kleurende mannen en vrouwenvocalen en een beetje van Paul Simon’s Graceland.
Wanneer No Place Like This twee tracks onderweg is ben je al meerdere keren op het verkeerde been gezet, zoals Talking Heads dat kon in haar allerbeste dagen. Je bent op dat moment ook al meedogenloos verleid, want Town Of Saints maakt muziek die je alleen maar kunt koesteren.
Town Of Saints weet het hoge niveau vervolgens vast te houden tot de laatste noten weg ebben. Tot het zover is, is No Place Like This goed voor een fascinerende roller coaster ride waarin van alles en nog wat voorbij komt. Het ene moment rockt de band rechttoe rechtaan, het volgende moment verrast de band met stekelige passages waar The Arcade Fire een moord voor zou doen of met muziek die in de jaren 80 goed was geweest voor een serie hits, maar Town Of Saints kan ook uit de voeten met meer ingetogen passages, met tijdloos klinkende popmuziek die zo lijkt weggelopen uit de 70s of met klanken waarvan de zon onmiddellijk gaat schijnen.
No Place Like This is een vat vol tegenstrijdigheden, toegankelijk en tegendraads, ingetogen en meeslepend, melodieus en stekelig, maar Town Of Saints is er in geslaagd om er een fraai geheel van te maken.
Voorganger Something To Fight With noemde ik tweeenhalf jaar geleden een plaat die wereldwijd aandacht verdiende en dat geldt in nog veel sterkere mate voor de tweede plaat van Town Of Saints. No Place Like This is een verrassende, betoverende, meeslepende, zonnige, maar ook bloedstollend mooie plaat van een niveau dat maar heel weinig bands weten te halen. Ga dat horen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Town Of Saints - No Place Like This - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Fins-Nederlandse band Town Of Saints leverde in de herfst van 2013 een buitengewoon fascinerend debuut af.
Something To Fight With was met geen mogelijkheid in een hokje te duwen en sprong op onnavolgbare wijze heen en weer tussen gloedvolle folk, springerige en stekelige indie-rock en nog een handvol andere genres.
Deze veelzijdigheid en onvoorspelbaarheid heeft de vanuit Groningen opererende band gelukkig behouden op haar tweede plaat No Place Like This.
De tweede plaat van Town Of Saints schakelt misschien nog wel wat driftiger tussen uiteenlopende genres dan zijn voorganger en het levert ook dit keer een volkomen uniek geluid op.
Direct in de openingstrack laat Town Of Saints horen dat het sinds haar debuut alleen maar is gegroeid. Modern Life is heerlijk zomers en funky, maar bevat ook een onderlaag die een stuk complexer is en fraai tegen de zonnige klanken aan schuurt.
De funky gitaarloopjes keren terug in de tweede track Needle In The Hay, maar krijgen dan gezelschap van een weemoedig klinkende viool, wat meer invloeden uit de 80s, mooi bij elkaar kleurende mannen en vrouwenvocalen en een beetje van Paul Simon’s Graceland.
Wanneer No Place Like This twee tracks onderweg is ben je al meerdere keren op het verkeerde been gezet, zoals Talking Heads dat kon in haar allerbeste dagen. Je bent op dat moment ook al meedogenloos verleid, want Town Of Saints maakt muziek die je alleen maar kunt koesteren.
Town Of Saints weet het hoge niveau vervolgens vast te houden tot de laatste noten weg ebben. Tot het zover is, is No Place Like This goed voor een fascinerende roller coaster ride waarin van alles en nog wat voorbij komt. Het ene moment rockt de band rechttoe rechtaan, het volgende moment verrast de band met stekelige passages waar The Arcade Fire een moord voor zou doen of met muziek die in de jaren 80 goed was geweest voor een serie hits, maar Town Of Saints kan ook uit de voeten met meer ingetogen passages, met tijdloos klinkende popmuziek die zo lijkt weggelopen uit de 70s of met klanken waarvan de zon onmiddellijk gaat schijnen.
No Place Like This is een vat vol tegenstrijdigheden, toegankelijk en tegendraads, ingetogen en meeslepend, melodieus en stekelig, maar Town Of Saints is er in geslaagd om er een fraai geheel van te maken.
Voorganger Something To Fight With noemde ik tweeenhalf jaar geleden een plaat die wereldwijd aandacht verdiende en dat geldt in nog veel sterkere mate voor de tweede plaat van Town Of Saints. No Place Like This is een verrassende, betoverende, meeslepende, zonnige, maar ook bloedstollend mooie plaat van een niveau dat maar heel weinig bands weten te halen. Ga dat horen. Erwin Zijleman
Tracey Thorn - Record (2018)

4,0
1
geplaatst: 7 maart 2018, 16:33 uur
recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Tracey Thorn - Record - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb een enorm zwak voor de stem van Tracey Thorn, al sinds ze helemaal aan het begin van de jaren 80 voor het eerst opdook met haar cultband Marine Girls en een paar jaar later furore maakte met Everything But The Girl.
De afgelopen jaren was het redelijk stil rond Tracey Thorn en moesten we het doen met haar, overigens geweldige, autobiografie Bedsit Disco Queen. Bijna vijfenhalf jaar na het sterke Tinsel And Lights is Tracey Thorn nu dan eindelijk terug met een nieuwe plaat.
Iedereen die de platen van Everything But The Girl en de soloplaten van Tracey Thorn kent, weet dat de Britse zangeres een zwak heeft voor akoestische jazzy klanken, maar ook niet vies is van flirts met elektronische popmuziek en de dansvloer. Op Record kiest Tracey Thorn voor de afwisseling weer eens voor de elektronica en dat vond ik op voorhand jammer.
Een wat zwaarder aangezet elektronisch klankentapijt is immers uiterst geschikt om een gebrek aan vocale capaciteiten te verdoezelen en in het geval van Tracey Thorn dus totaal onnodig. Gelukkig heeft producer Ewan Pearson het geluid op Record niet in alle tracks helemaal dichtgesmeerd, waardoor de nuance in de fraaie stem van Tracey Thorn behouden is gebleven.
Op Record werkt Tracey Thorn niet alleen samen met oudgediende Ewan Pearson, maar werkt ze ook met een band, waarin onder andere de ritmesectie van Warpaint opduikt. Record klinkt daarom voor Tracey Thorn begrippen verrassend vol, wat nog eens verder wordt versterkt door wat extra vocale bijdragen, van onder andere Corinne Bailey Rae.
Bij de eerste noten van openingstrack Queen lijkt de prachtstem van Tracey Thorn nog te verzuipen in een overdaad aan elektronica en beats, maar de bijzondere stem, die me inmiddels al ruim 35 jaar betovert, komt gelukkig snel aan de oppervlakte.
Helemaal vanzelf gaat dat niet op Record, want ik hoorde de stem van Tracey Thorn nog niet eerder in combinatie met zo’n stevig aangezet elektronisch geluid. Het is een geluid dat makkelijk verleidt en op een of andere manier ook wel fraai past bij de stem van Tracey Thorn, die net als generatiegenoot Marc Almond over het vermogen beschikt om bij zeer uiteenlopende instrumentaties en arrangementen goed uit de verf te komen.
Tracey Thorn flirt op Record meer dan eens met hitgevoelige pop en de dansvloer, maar durft een track ook op te rekken tot boven de 8 minuten, durft meer dan eens gas terug te nemen en laat bovendien horen dat ze haar klassiekers kent. Record citeert een enkele maal uit de jaren 70 catalogus van Kraftwerk en staat ook uitvoerig stil bij de elektronische popmuziek zoals die in de jaren 80 werd gemaakt.
Het zou met een gemiddelde zangeres de middelmaat waarschijnlijk niet echt ontstijgen, maar met de warme stem van Tracey Thorn krijgen alle tracks op de plaat iets bijzonders en is de instrumentatie uiteindelijk van ondergeschikt belang.
De volgende keer hoor ik Tracey Thorn liever weer eens in een meer organisch klinkende setting, maar voor deze keer voldoet het elektronische klankentapijt ook zeker, al is het maar omdat ik maar weinig zangeressen ken die me zo aangenaam raken als Tracey Thorn. Erwin Zijleman
review on: De krenten uit de pop: Tracey Thorn - Record - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb een enorm zwak voor de stem van Tracey Thorn, al sinds ze helemaal aan het begin van de jaren 80 voor het eerst opdook met haar cultband Marine Girls en een paar jaar later furore maakte met Everything But The Girl.
De afgelopen jaren was het redelijk stil rond Tracey Thorn en moesten we het doen met haar, overigens geweldige, autobiografie Bedsit Disco Queen. Bijna vijfenhalf jaar na het sterke Tinsel And Lights is Tracey Thorn nu dan eindelijk terug met een nieuwe plaat.
Iedereen die de platen van Everything But The Girl en de soloplaten van Tracey Thorn kent, weet dat de Britse zangeres een zwak heeft voor akoestische jazzy klanken, maar ook niet vies is van flirts met elektronische popmuziek en de dansvloer. Op Record kiest Tracey Thorn voor de afwisseling weer eens voor de elektronica en dat vond ik op voorhand jammer.
Een wat zwaarder aangezet elektronisch klankentapijt is immers uiterst geschikt om een gebrek aan vocale capaciteiten te verdoezelen en in het geval van Tracey Thorn dus totaal onnodig. Gelukkig heeft producer Ewan Pearson het geluid op Record niet in alle tracks helemaal dichtgesmeerd, waardoor de nuance in de fraaie stem van Tracey Thorn behouden is gebleven.
Op Record werkt Tracey Thorn niet alleen samen met oudgediende Ewan Pearson, maar werkt ze ook met een band, waarin onder andere de ritmesectie van Warpaint opduikt. Record klinkt daarom voor Tracey Thorn begrippen verrassend vol, wat nog eens verder wordt versterkt door wat extra vocale bijdragen, van onder andere Corinne Bailey Rae.
Bij de eerste noten van openingstrack Queen lijkt de prachtstem van Tracey Thorn nog te verzuipen in een overdaad aan elektronica en beats, maar de bijzondere stem, die me inmiddels al ruim 35 jaar betovert, komt gelukkig snel aan de oppervlakte.
Helemaal vanzelf gaat dat niet op Record, want ik hoorde de stem van Tracey Thorn nog niet eerder in combinatie met zo’n stevig aangezet elektronisch geluid. Het is een geluid dat makkelijk verleidt en op een of andere manier ook wel fraai past bij de stem van Tracey Thorn, die net als generatiegenoot Marc Almond over het vermogen beschikt om bij zeer uiteenlopende instrumentaties en arrangementen goed uit de verf te komen.
Tracey Thorn flirt op Record meer dan eens met hitgevoelige pop en de dansvloer, maar durft een track ook op te rekken tot boven de 8 minuten, durft meer dan eens gas terug te nemen en laat bovendien horen dat ze haar klassiekers kent. Record citeert een enkele maal uit de jaren 70 catalogus van Kraftwerk en staat ook uitvoerig stil bij de elektronische popmuziek zoals die in de jaren 80 werd gemaakt.
Het zou met een gemiddelde zangeres de middelmaat waarschijnlijk niet echt ontstijgen, maar met de warme stem van Tracey Thorn krijgen alle tracks op de plaat iets bijzonders en is de instrumentatie uiteindelijk van ondergeschikt belang.
De volgende keer hoor ik Tracey Thorn liever weer eens in een meer organisch klinkende setting, maar voor deze keer voldoet het elektronische klankentapijt ook zeker, al is het maar omdat ik maar weinig zangeressen ken die me zo aangenaam raken als Tracey Thorn. Erwin Zijleman
Tracey Thorn - Solo (2015)
Alternatieve titel: Songs and Collaborations 1982-2015

4,0
0
geplaatst: 2 november 2015, 15:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tracey Thorn - SOLO: Songs And Collaborations (1982-2015) - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik hou zielsveel van de stem van Tracey Thorn. Het is een stem die ik lange tijd vooral associeerde met de muziek van Everything But The Girl, maar het solowerk van de Britse zangeres is als je het mij vraagt nog veel interessanter.
SOLO: Songs And Collaborations (1982-2015) verzamelt het solowerk van Tracey Thorn en voegt er haar bijdragen aan het werk van anderen aan toe.
Tracey Thorn maakte tussen 1982 en 2015 vier prima soloplaten en bracht vorig jaar ook nog eens een hele bijzondere filmsoundtrack uit (Music From The Falling).
Vooral de sober geïnstrumenteerde tracks op SOLO: Songs And Collaborations (1982-2015) laten goed horen wat een geweldige en ook bijzondere zangeres Tracey Thorn is. Het maakt hierbij niet zoveel uit of ze haar eigen songs vertolkt of songs van anderen, waardoor ook de originelen van onder andere Kate Bush, Sufjan Stevens en The Magnetic Fields echte Tracy Thorn songs worden.
SOLO: Songs And Collaborations (1982-2015) opent vooral stemming en ingetogen en vormt dan een perfecte soundtrack voor de vele donkere avonden die komen gaan. Everything Girl koos op een gegeven moment voor net wat uitbundiger werk en dat hoor je ook terug in het solowerk van Tracey Thorn. Haar warme en soulvolle stem doet het ook in wat lichtvoetiger werk uitstekend en voorziet dit lichtvoetigere werk van urgentie.
Dat doet Tracy Thorn ook met de songs van anderen waaraan ze heeft bijgedragen. Hieronder uiteraard de successen die ze vierde met The Style Council en Massive Attack, maar ook minder bekende samenwerkingsverbanden komen voorbij.
Dat de stem van Tracey Thorn ook dankbaar is gebruikt in heel wat dance tracks is te horen op het laatste deel van SOLO: Songs And Collaborations (1982-2015). Het maakt zeker niet de indruk die de eerste vijf kwartier van deze verzamelaar maakt, maar het kabbelt absoluut aangenaam voort.
Al met al een mooie verzamelaar, die zeker met de eerste 25 tracks heel veel indruk maakt. Een mooie kennismaking voor een ieder die het solowerk van deze bijzondere zangeres niet kent, zeker ook gezien het zachte prijsje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tracey Thorn - SOLO: Songs And Collaborations (1982-2015) - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik hou zielsveel van de stem van Tracey Thorn. Het is een stem die ik lange tijd vooral associeerde met de muziek van Everything But The Girl, maar het solowerk van de Britse zangeres is als je het mij vraagt nog veel interessanter.
SOLO: Songs And Collaborations (1982-2015) verzamelt het solowerk van Tracey Thorn en voegt er haar bijdragen aan het werk van anderen aan toe.
Tracey Thorn maakte tussen 1982 en 2015 vier prima soloplaten en bracht vorig jaar ook nog eens een hele bijzondere filmsoundtrack uit (Music From The Falling).
Vooral de sober geïnstrumenteerde tracks op SOLO: Songs And Collaborations (1982-2015) laten goed horen wat een geweldige en ook bijzondere zangeres Tracey Thorn is. Het maakt hierbij niet zoveel uit of ze haar eigen songs vertolkt of songs van anderen, waardoor ook de originelen van onder andere Kate Bush, Sufjan Stevens en The Magnetic Fields echte Tracy Thorn songs worden.
SOLO: Songs And Collaborations (1982-2015) opent vooral stemming en ingetogen en vormt dan een perfecte soundtrack voor de vele donkere avonden die komen gaan. Everything Girl koos op een gegeven moment voor net wat uitbundiger werk en dat hoor je ook terug in het solowerk van Tracey Thorn. Haar warme en soulvolle stem doet het ook in wat lichtvoetiger werk uitstekend en voorziet dit lichtvoetigere werk van urgentie.
Dat doet Tracy Thorn ook met de songs van anderen waaraan ze heeft bijgedragen. Hieronder uiteraard de successen die ze vierde met The Style Council en Massive Attack, maar ook minder bekende samenwerkingsverbanden komen voorbij.
Dat de stem van Tracey Thorn ook dankbaar is gebruikt in heel wat dance tracks is te horen op het laatste deel van SOLO: Songs And Collaborations (1982-2015). Het maakt zeker niet de indruk die de eerste vijf kwartier van deze verzamelaar maakt, maar het kabbelt absoluut aangenaam voort.
Al met al een mooie verzamelaar, die zeker met de eerste 25 tracks heel veel indruk maakt. Een mooie kennismaking voor een ieder die het solowerk van deze bijzondere zangeres niet kent, zeker ook gezien het zachte prijsje. Erwin Zijleman
Tracey Thorn - Songs from the Falling (2015)

4,5
0
geplaatst: 28 april 2015, 22:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tracey Thorn - Songs From “The Falling” - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Songs From “The Falling” van Tracey Thorn mag absoluut een tussendoortje worden genoemd. De acht songs die de inmiddels roemruchte Britse singer-songwriter bijdroeg aan de film The Falling beslaan immers maar net iets meer dan een kwartier.
Toch is Songs From “The Falling” voor mij veel meer dan een tussendoortje. Ik heb Tracey Thorn hoog zitten als zangeres van Everything But The Girl, ik heb Tracey Thorn nog hoger zitten als soloartiest (de vier soloplaten die ze heeft uitgebracht zijn allemaal van een bijzonder hoog niveau) en ik heb twee jaar geleden genoten van haar briljante memoires in Bedsit Disco Queen: How I Grew Up And Tried To Be a Pop Star.
Ook een EPtje met net iets meer dan een kwartier muziek is voor mij iets om naar uit te zien wanneer Tracey Thorn de uitvoerende artiest is. En ze heeft me wederom niet teleurgesteld.
Songs From “The Falling” bevat 8 uiterst sobere popsongs die in lengte variëren van nog geen anderhalve minuut tot net drie minuten. Het zijn ruwe popliedjes die worden gedragen door sober pianospel of al even sober akoestisch gitaarspel, een handvol speelse accenten en natuurlijk de prachtige stem van Tracey Thorn.
Tracey Thorn was in het verleden een meester in het rijk aankleden van haar songs, maar in deze uiterst sobere setting komt haar stem misschien wel beter tot zijn recht. Tracey Thorn stond zichzelf voor iedere song slechts één take toe. Hierdoor zijn er vast wat foutjes in geslopen, maar ik hoor ze niet. Het doet er ook niet toe.
Songs From “The Falling” van Tracey Thorn maakt indruk door zijn ruwe eenvoud en pure en eerlijke songs die zijn teruggebracht tot de essentie. Het maken van muziek kan zo eenvoudig zijn, maar ach wat is het mooi. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tracey Thorn - Songs From “The Falling” - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Songs From “The Falling” van Tracey Thorn mag absoluut een tussendoortje worden genoemd. De acht songs die de inmiddels roemruchte Britse singer-songwriter bijdroeg aan de film The Falling beslaan immers maar net iets meer dan een kwartier.
Toch is Songs From “The Falling” voor mij veel meer dan een tussendoortje. Ik heb Tracey Thorn hoog zitten als zangeres van Everything But The Girl, ik heb Tracey Thorn nog hoger zitten als soloartiest (de vier soloplaten die ze heeft uitgebracht zijn allemaal van een bijzonder hoog niveau) en ik heb twee jaar geleden genoten van haar briljante memoires in Bedsit Disco Queen: How I Grew Up And Tried To Be a Pop Star.
Ook een EPtje met net iets meer dan een kwartier muziek is voor mij iets om naar uit te zien wanneer Tracey Thorn de uitvoerende artiest is. En ze heeft me wederom niet teleurgesteld.
Songs From “The Falling” bevat 8 uiterst sobere popsongs die in lengte variëren van nog geen anderhalve minuut tot net drie minuten. Het zijn ruwe popliedjes die worden gedragen door sober pianospel of al even sober akoestisch gitaarspel, een handvol speelse accenten en natuurlijk de prachtige stem van Tracey Thorn.
Tracey Thorn was in het verleden een meester in het rijk aankleden van haar songs, maar in deze uiterst sobere setting komt haar stem misschien wel beter tot zijn recht. Tracey Thorn stond zichzelf voor iedere song slechts één take toe. Hierdoor zijn er vast wat foutjes in geslopen, maar ik hoor ze niet. Het doet er ook niet toe.
Songs From “The Falling” van Tracey Thorn maakt indruk door zijn ruwe eenvoud en pure en eerlijke songs die zijn teruggebracht tot de essentie. Het maken van muziek kan zo eenvoudig zijn, maar ach wat is het mooi. Erwin Zijleman
Tracy Bonham - Modern Burdens (2017)

4,0
0
geplaatst: 4 december 2017, 16:41 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tracy Bonham - Modern Burdens - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In één van de vele Amerikaanse jaarlijstjes, in dat geval die van Rolling Stone, kwam ik Modern Burdens van Tracy Bonham tegen.
De naam Tracy Bonham was bij mij direct goed voor mooie herinneringen. In 1996 maakte de destijds 27 jaar oude Tracy Bonham met The Burdens Of Being Upright één van de betere debuten van het betreffende jaar.
Gewapend met haar viool maakte ze de belofte van het debuut ook nog eens meer dan waar op het podium, waardoor een mooie toekomst in de muziek verzekerd leek.
Tracy Bonham maakte in 2000 en 2005 nog twee prima platen, maar het momentum van haar prachtdebuut was toen al lang verdwenen. Ik verloor de Amerikaanse muzikante vervolgens volledig uit het oog, tot ik haar naam weer tegen kwam in het lijstje van Rolling Stone.
Zonder enige voorkennis begon ik aan de beluistering van Modern Burdens, dat me al snel verraste met een remake van The Burdens Of Being Upright uit 1996.
Nu zijn remakes van albums uit het verleden maar zelden geslaagd. Tijdgenoot en duidelijke inspiratiebron Alanis Morissette vertilde zich ooit volledig aan de remake van haar debuut Jagged Little Pill uit 1995 en ook The Burdens Of Being Upright had me op voorhand waarschijnlijk een plaat geleken waar je vooral van af moet blijven. Voor ik het wist zat ik er echter middenin en kwamen de songs voorbij die ik twintig jaar geleden koesterde, maar al tijden niet meer had gehoord.
Tracy Bonham heeft de remake van haar waarschijnlijk niet meer te overtreffen debuut niet alleen gemaakt, maar riep de hulp in van een groot aantal collega muzikanten. Tanya Donelly, Rachel Yamagata, Kathryn Calder (New Pornographers) en Nicole Atkins zijn slechts een aantal van de gasten op Modern Burdens, maar ondanks de goed gevulde gastenlijst is de remake van het debuut van Tracy Bonham een intieme plaat.
Op Modern Burdens vindt Tracy Bonham de songs van haar zo indrukwekkende debuut opnieuw uit en ze doet dit door de songs een stuk soberder uit te voeren dan iets meer dan 20 jaar geleden. Het is precies wat Alanis Morissette deed op de remake van haar debuut, maar waar de Canadese muzikante alle emotie uit haar songs sloeg en een volstrekt zouteloze hap serveerde, kiest Tracy Bonham weliswaar voor ingetogen versies van de bekende songs, maar heeft ze de hoeveelheid emotie en intensiteit alleen maar verder opgevoerd.
Modern Burdens moet het voor een belangrijk deel doen zonder de scheurende gitaren van The Burdens Of Being Upright, maar toch is het bij vlagen een rauwe plaat. De stem van Tracy Bonham heeft de afgelopen twintig jaar aan kracht en diepte gewonnen en blijft ook zonder de gitaarmuren makkelijk overeind.
De remake van het debuut van Tracy Bonham is een verrassend veelzijdige plaat. In de openingstrack klinkt de Amerikaanse als een doorleefde blueszangeres, maar Modern Burdens grijpt ook stevig terug op de rockmuziek zoals die in de jaren 90 door met name vrouwelijke muzikanten werd gemaakt.
Modern Burdens lijkt me een lastige plaat voor het winnen van nieuwe zieltjes, maar iedereen die, net als ik, The Burdens Of Being Upright heeft grijsgedraaid in de jaren 90, speelt Tracy Bonham direct vanaf de eerste noten een gewonnen wedstrijd. Welkom terug Tracy Bonham. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tracy Bonham - Modern Burdens - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In één van de vele Amerikaanse jaarlijstjes, in dat geval die van Rolling Stone, kwam ik Modern Burdens van Tracy Bonham tegen.
De naam Tracy Bonham was bij mij direct goed voor mooie herinneringen. In 1996 maakte de destijds 27 jaar oude Tracy Bonham met The Burdens Of Being Upright één van de betere debuten van het betreffende jaar.
Gewapend met haar viool maakte ze de belofte van het debuut ook nog eens meer dan waar op het podium, waardoor een mooie toekomst in de muziek verzekerd leek.
Tracy Bonham maakte in 2000 en 2005 nog twee prima platen, maar het momentum van haar prachtdebuut was toen al lang verdwenen. Ik verloor de Amerikaanse muzikante vervolgens volledig uit het oog, tot ik haar naam weer tegen kwam in het lijstje van Rolling Stone.
Zonder enige voorkennis begon ik aan de beluistering van Modern Burdens, dat me al snel verraste met een remake van The Burdens Of Being Upright uit 1996.
Nu zijn remakes van albums uit het verleden maar zelden geslaagd. Tijdgenoot en duidelijke inspiratiebron Alanis Morissette vertilde zich ooit volledig aan de remake van haar debuut Jagged Little Pill uit 1995 en ook The Burdens Of Being Upright had me op voorhand waarschijnlijk een plaat geleken waar je vooral van af moet blijven. Voor ik het wist zat ik er echter middenin en kwamen de songs voorbij die ik twintig jaar geleden koesterde, maar al tijden niet meer had gehoord.
Tracy Bonham heeft de remake van haar waarschijnlijk niet meer te overtreffen debuut niet alleen gemaakt, maar riep de hulp in van een groot aantal collega muzikanten. Tanya Donelly, Rachel Yamagata, Kathryn Calder (New Pornographers) en Nicole Atkins zijn slechts een aantal van de gasten op Modern Burdens, maar ondanks de goed gevulde gastenlijst is de remake van het debuut van Tracy Bonham een intieme plaat.
Op Modern Burdens vindt Tracy Bonham de songs van haar zo indrukwekkende debuut opnieuw uit en ze doet dit door de songs een stuk soberder uit te voeren dan iets meer dan 20 jaar geleden. Het is precies wat Alanis Morissette deed op de remake van haar debuut, maar waar de Canadese muzikante alle emotie uit haar songs sloeg en een volstrekt zouteloze hap serveerde, kiest Tracy Bonham weliswaar voor ingetogen versies van de bekende songs, maar heeft ze de hoeveelheid emotie en intensiteit alleen maar verder opgevoerd.
Modern Burdens moet het voor een belangrijk deel doen zonder de scheurende gitaren van The Burdens Of Being Upright, maar toch is het bij vlagen een rauwe plaat. De stem van Tracy Bonham heeft de afgelopen twintig jaar aan kracht en diepte gewonnen en blijft ook zonder de gitaarmuren makkelijk overeind.
De remake van het debuut van Tracy Bonham is een verrassend veelzijdige plaat. In de openingstrack klinkt de Amerikaanse als een doorleefde blueszangeres, maar Modern Burdens grijpt ook stevig terug op de rockmuziek zoals die in de jaren 90 door met name vrouwelijke muzikanten werd gemaakt.
Modern Burdens lijkt me een lastige plaat voor het winnen van nieuwe zieltjes, maar iedereen die, net als ik, The Burdens Of Being Upright heeft grijsgedraaid in de jaren 90, speelt Tracy Bonham direct vanaf de eerste noten een gewonnen wedstrijd. Welkom terug Tracy Bonham. Erwin Zijleman
Tracy Chapman - Tracy Chapman (1988)

4,5
1
geplaatst: 31 juli 2022, 21:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tracy Chapman - Tracy Chapman (1988) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tracy Chapman - Tracy Chapman (1988)
In eerste instantie werd het debuutalbum van Tracy Chapman nauwelijks opgemerkt, maar uiteindelijk groeide het terecht uit tot een klassieker, die 35 jaar later nog net zo urgent klinkt als op de dag van de release
Tracy Chapman kreeg bij toeval een groot podium voor haar debuutalbum en greep deze kans met beide handen aan. Haar titelloze debuutalbum groeide dankzij singles als Talkin’ Bout A Revolution, Baby Can I Hold You en vooral Fast Car uit tot een van de meest succesvolle albums van 1988 en volgens de critici was het ook een van de beste albums van het betreffende jaar. Er valt weinig tot niets op af te dingen en ook een aantal decennia later heeft het debuut van Tracy Chapman nog niets van zijn kracht verloren. Het debuut van de Amerikaanse muzikante is mooi ingekleurd en geproduceerd, valt op door de bijzondere zang, maar imponeert door de geweldige songs en teksten.
Op 11 juni 1988 was het Londense Wembley Stadium gevuld met 72.000 muziekliefhebbers voor The Nelson Mandela 70th Birthday Tribute Concert. Het concert had misschien niet de impact van het drie jaar eerder georganiseerde Live Aid, maar er zaten wereldwijd toch heel wat mensen voor de buis op de zomerdag in 1988, een dag voor het Nederlands voetbalelftal een valse start zou maken op het uiteindelijk zo goed afgelopen EK 1988.
Het eerbetoon aan Nelson Mandela, die in 1988 nog in een Zuid-Afrikaanse gevangenis zat, trok flink wat muzikanten van naam en faam, maar backstage wachtte ook de destijds nog volslagen onbekende Tracy Chapman op haar beurt. Aan het begin van het concert mocht ze drie songs spelen, maar Tracy Chapman’s eerste ’15 minutes of fame’ begonnen toen het optreden van Stevie Wonder vertraging opliep en de jonge Amerikaanse muzikante het podium op werd geduwd en Fast Car vertolkte.
Het maakte haar in één klap wereldberoemd, waardoor haar in de lente van 1988 nauwelijks opgemerkte debuutalbum alsnog zou uitgroeien tot een van de grote albums van het betreffende jaar. Het is een album dat ik al zeker 25 jaar niet meer had beluisterd, maar toen ik dat onlangs deed was ik verrast door de enorme kracht van het titelloze album.
Tracy Chapman was in 1988 24 jaar oud, maar klonk als de protestzangers die actief waren toen ze nog in de luiers zat. Op haar debuutalbum, waarvoor ze de songs schreef toen ze nog studeerde, vertolkt de Afro-Amerikaanse singer-songwriter vol vuur haar songs over onder andere werkloosheid, discriminatie, armoede en geweld tegen vrouwen in teksten met een mooie mix van uitzichtloosheid en dromen.
Tracy Chapman kan op haar debuutalbum uit de voeten met behoorlijk sober ingekleurde folksongs (waarvan ze er een a capella vertolkt), maar het album bevat ook net wat voller klinkende songs met invloeden uit de blues, country en soul. In muzikaal opzicht klinkt het na al die jaren verrassend tijdloos, maar het is de stem van de Amerikaanse muzikante die de meeste indruk maakt. Tracy Chapman klinkt strijdbaar, maar ze zingt ook met veel gevoel en beschikt bovendien over een zeer karakteristiek stemgeluid, wat van haar debuutalbum een uniek album maakt.
Ik had er zoals gezegd al heel lang niet meer naar geluisterd, maar op het debuutalbum van Tracy Chapman is echt alles goed. Dat had haar platenmaatschappij eerder gehoord, want het in eerste instantie lauwtjes ontvangen album werd gemaakt met een aantal topmuzikanten en de zeer ervaren producer David Kershenbaum, die de bijzondere songs van de Amerikaanse muzikante naar een nog wat hoger plan tilt met een werkelijk prachtige productie.
Het debuutalbum van Tracy Chapman ging in 1988 in grote aantallen over de toonbank en haalde zo ongeveer ieder jaarlijstje, maar het album hing ook als een molensteen om de nek van de jonge Amerikaanse muzikante. Het in 1989 verschenen en politiek getinte Crossroads kreeg terecht positieve recensies, maar was in commercieel opzicht een tegenvaller. De albums die volgden verkochten nog veel minder en ook de meeste fans van het eerste uur haakten af, wat overigens in lang niet alle gevallen terecht was.
Een kleine vijftien jaar geleden vond Tracy Chapman het na acht albums wel genoeg, al wordt met enige regelmaat gesproken over een comeback. Of die er nog komt gaan we afwachten, maar haar inmiddels tot een klassieker uitgegroeide prachtdebuut neemt niemand haar meer af. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tracy Chapman - Tracy Chapman (1988) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tracy Chapman - Tracy Chapman (1988)
In eerste instantie werd het debuutalbum van Tracy Chapman nauwelijks opgemerkt, maar uiteindelijk groeide het terecht uit tot een klassieker, die 35 jaar later nog net zo urgent klinkt als op de dag van de release
Tracy Chapman kreeg bij toeval een groot podium voor haar debuutalbum en greep deze kans met beide handen aan. Haar titelloze debuutalbum groeide dankzij singles als Talkin’ Bout A Revolution, Baby Can I Hold You en vooral Fast Car uit tot een van de meest succesvolle albums van 1988 en volgens de critici was het ook een van de beste albums van het betreffende jaar. Er valt weinig tot niets op af te dingen en ook een aantal decennia later heeft het debuut van Tracy Chapman nog niets van zijn kracht verloren. Het debuut van de Amerikaanse muzikante is mooi ingekleurd en geproduceerd, valt op door de bijzondere zang, maar imponeert door de geweldige songs en teksten.
Op 11 juni 1988 was het Londense Wembley Stadium gevuld met 72.000 muziekliefhebbers voor The Nelson Mandela 70th Birthday Tribute Concert. Het concert had misschien niet de impact van het drie jaar eerder georganiseerde Live Aid, maar er zaten wereldwijd toch heel wat mensen voor de buis op de zomerdag in 1988, een dag voor het Nederlands voetbalelftal een valse start zou maken op het uiteindelijk zo goed afgelopen EK 1988.
Het eerbetoon aan Nelson Mandela, die in 1988 nog in een Zuid-Afrikaanse gevangenis zat, trok flink wat muzikanten van naam en faam, maar backstage wachtte ook de destijds nog volslagen onbekende Tracy Chapman op haar beurt. Aan het begin van het concert mocht ze drie songs spelen, maar Tracy Chapman’s eerste ’15 minutes of fame’ begonnen toen het optreden van Stevie Wonder vertraging opliep en de jonge Amerikaanse muzikante het podium op werd geduwd en Fast Car vertolkte.
Het maakte haar in één klap wereldberoemd, waardoor haar in de lente van 1988 nauwelijks opgemerkte debuutalbum alsnog zou uitgroeien tot een van de grote albums van het betreffende jaar. Het is een album dat ik al zeker 25 jaar niet meer had beluisterd, maar toen ik dat onlangs deed was ik verrast door de enorme kracht van het titelloze album.
Tracy Chapman was in 1988 24 jaar oud, maar klonk als de protestzangers die actief waren toen ze nog in de luiers zat. Op haar debuutalbum, waarvoor ze de songs schreef toen ze nog studeerde, vertolkt de Afro-Amerikaanse singer-songwriter vol vuur haar songs over onder andere werkloosheid, discriminatie, armoede en geweld tegen vrouwen in teksten met een mooie mix van uitzichtloosheid en dromen.
Tracy Chapman kan op haar debuutalbum uit de voeten met behoorlijk sober ingekleurde folksongs (waarvan ze er een a capella vertolkt), maar het album bevat ook net wat voller klinkende songs met invloeden uit de blues, country en soul. In muzikaal opzicht klinkt het na al die jaren verrassend tijdloos, maar het is de stem van de Amerikaanse muzikante die de meeste indruk maakt. Tracy Chapman klinkt strijdbaar, maar ze zingt ook met veel gevoel en beschikt bovendien over een zeer karakteristiek stemgeluid, wat van haar debuutalbum een uniek album maakt.
Ik had er zoals gezegd al heel lang niet meer naar geluisterd, maar op het debuutalbum van Tracy Chapman is echt alles goed. Dat had haar platenmaatschappij eerder gehoord, want het in eerste instantie lauwtjes ontvangen album werd gemaakt met een aantal topmuzikanten en de zeer ervaren producer David Kershenbaum, die de bijzondere songs van de Amerikaanse muzikante naar een nog wat hoger plan tilt met een werkelijk prachtige productie.
Het debuutalbum van Tracy Chapman ging in 1988 in grote aantallen over de toonbank en haalde zo ongeveer ieder jaarlijstje, maar het album hing ook als een molensteen om de nek van de jonge Amerikaanse muzikante. Het in 1989 verschenen en politiek getinte Crossroads kreeg terecht positieve recensies, maar was in commercieel opzicht een tegenvaller. De albums die volgden verkochten nog veel minder en ook de meeste fans van het eerste uur haakten af, wat overigens in lang niet alle gevallen terecht was.
Een kleine vijftien jaar geleden vond Tracy Chapman het na acht albums wel genoeg, al wordt met enige regelmaat gesproken over een comeback. Of die er nog komt gaan we afwachten, maar haar inmiddels tot een klassieker uitgegroeide prachtdebuut neemt niemand haar meer af. Erwin Zijleman
Tracyanne & Danny - Tracyanne & Danny (2018)

4,5
1
geplaatst: 29 mei 2018, 17:09 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tracyanne & Danny - Tracyanne & Danny - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tracyanne & Danny is een duo dat bestaat uit Tracyanne Campbell, bekend als de frontvrouw van de band Camera Obscura, en Danny Coughlan, die in kleine kring bekend is onder de naam Crybaby.
Camera Obscura maakte een aantal platen die niet onder doen voor het allerbeste van Belle & Sebastian, waardoor ik heel nieuwsgierig was naar de verrichtingen van Tracyanne & Danny.
Toen de eerste noten van het titelloze debuut van het tweetal uit de speakers kwamen wist ik onmiddellijk dat het goed zat. Tracyanne & Danny maken op hun debuut suikerzoete popliedjes met een vleugje melancholie en het zijn popliedjes die al snel onweerstaanbaar zijn. Het zijn popliedjes die doen denken aan Belle & Sebastian en natuurlijk aan Camera Obscura, maar Danny Coughlan voegt ook nog een vleugje Richard Hawley en Roy Orbison toe aan het debuut van het Britse tweetal.
Tracyanne & Danny namen hun debuut op in de studio van Edwyn Collins in Schotland en de voormalige voorman van de Schotse cultband Orange Juice nam ook de helft van het productiewerk voor zijn rekening. Sean Read (Dexy’s Midnight Runners) tekende voor de andere helft van de productie en is onder andere verantwoordelijk voor de sfeervolle blazers op de plaat.
Deze blazers worden gecombineerd met flink wat strijkers, keyboards, gitaren en een ritmesectie, waardoor het geluid van Tracyanne & Danny lekker vol klinkt. Op hetzelfde moment klinkt het debuut van het tweetal vaak behoorlijk ingetogen en moeten de stemmen de hoofdrol opeisen. Tracyanne & Danny maken indruk met deze stemmen, die prachtig bij elkaar blijken te passen.
Vergeleken met het werk van Camera Obscura klinkt het debuut van de frontvrouw van de band net wat donkerder, wat ongetwijfeld te maken heeft met de dood van Camera Obscura bandlid Carey Lander in 2015. Gelukkig mag de zon op de plaat met Danny Coughlan ook overdadig schijnen, zeker wanneer het duo zit laat begeleiden door hemelse gitaarlijnen.
Blazers, strijkers en een pedal steel zorgen steeds voor overdrijvende wolkjes, maar op het debuut van Tracyanne & Danny wint het zoete het uiteindelijk van het bittere. De bitterzoete popsongs van het tweetal zijn hier en daar voorzien van een vleugje jaren 50, wat weer fraai combineert met de 90s indiepop van het tweetal.
Het debuut van Tracyanne & Danny is een plaat die bijzonder makkelijk verleidt met zonnige klanken en onweerstaanbare melodieën, maar het is ook een plaat die onder de verleidelijke oppervlakte veel te bieden heeft. In muzikaal opzicht steekt het allemaal knap en veelzijdig in elkaar, maar ook de zang van het tweetal dwingt, ondanks hier en daar een wat minder vaste noot, steeds meer respect af.
Tracyanne & Danny hebben een plaat gemaakt die je zorgeloos laten genieten van een zonnige dag, maar die wanneer de dag er op zit ook goed is voor een melancholisch slot. Juist de combinatie van de twee uitersten maakt van deze plaat een plaat die veel beter is dan vrijwel alles dat de afgelopen week verschenen is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Tracyanne & Danny - Tracyanne & Danny - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tracyanne & Danny is een duo dat bestaat uit Tracyanne Campbell, bekend als de frontvrouw van de band Camera Obscura, en Danny Coughlan, die in kleine kring bekend is onder de naam Crybaby.
Camera Obscura maakte een aantal platen die niet onder doen voor het allerbeste van Belle & Sebastian, waardoor ik heel nieuwsgierig was naar de verrichtingen van Tracyanne & Danny.
Toen de eerste noten van het titelloze debuut van het tweetal uit de speakers kwamen wist ik onmiddellijk dat het goed zat. Tracyanne & Danny maken op hun debuut suikerzoete popliedjes met een vleugje melancholie en het zijn popliedjes die al snel onweerstaanbaar zijn. Het zijn popliedjes die doen denken aan Belle & Sebastian en natuurlijk aan Camera Obscura, maar Danny Coughlan voegt ook nog een vleugje Richard Hawley en Roy Orbison toe aan het debuut van het Britse tweetal.
Tracyanne & Danny namen hun debuut op in de studio van Edwyn Collins in Schotland en de voormalige voorman van de Schotse cultband Orange Juice nam ook de helft van het productiewerk voor zijn rekening. Sean Read (Dexy’s Midnight Runners) tekende voor de andere helft van de productie en is onder andere verantwoordelijk voor de sfeervolle blazers op de plaat.
Deze blazers worden gecombineerd met flink wat strijkers, keyboards, gitaren en een ritmesectie, waardoor het geluid van Tracyanne & Danny lekker vol klinkt. Op hetzelfde moment klinkt het debuut van het tweetal vaak behoorlijk ingetogen en moeten de stemmen de hoofdrol opeisen. Tracyanne & Danny maken indruk met deze stemmen, die prachtig bij elkaar blijken te passen.
Vergeleken met het werk van Camera Obscura klinkt het debuut van de frontvrouw van de band net wat donkerder, wat ongetwijfeld te maken heeft met de dood van Camera Obscura bandlid Carey Lander in 2015. Gelukkig mag de zon op de plaat met Danny Coughlan ook overdadig schijnen, zeker wanneer het duo zit laat begeleiden door hemelse gitaarlijnen.
Blazers, strijkers en een pedal steel zorgen steeds voor overdrijvende wolkjes, maar op het debuut van Tracyanne & Danny wint het zoete het uiteindelijk van het bittere. De bitterzoete popsongs van het tweetal zijn hier en daar voorzien van een vleugje jaren 50, wat weer fraai combineert met de 90s indiepop van het tweetal.
Het debuut van Tracyanne & Danny is een plaat die bijzonder makkelijk verleidt met zonnige klanken en onweerstaanbare melodieën, maar het is ook een plaat die onder de verleidelijke oppervlakte veel te bieden heeft. In muzikaal opzicht steekt het allemaal knap en veelzijdig in elkaar, maar ook de zang van het tweetal dwingt, ondanks hier en daar een wat minder vaste noot, steeds meer respect af.
Tracyanne & Danny hebben een plaat gemaakt die je zorgeloos laten genieten van een zonnige dag, maar die wanneer de dag er op zit ook goed is voor een melancholisch slot. Juist de combinatie van de twee uitersten maakt van deze plaat een plaat die veel beter is dan vrijwel alles dat de afgelopen week verschenen is. Erwin Zijleman
Trampled by Turtles - Alpenglow (2022)

5,0
1
geplaatst: 30 november 2022, 19:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Trampled By Turtles - Alpenglow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Trampled By Turtles - Alpenglow
De Amerikaanse band Trampled By Turtles draait al een kleine twintig jaar mee, maar levert voor mij uit het niets een waar meesterwerk af, dat flink gaat scoren in mijn jaarlijstje over een paar weken
Alpenglow van Trampled By Turtles lag al een paar weken vrij anoniem op de stapel, maar toen het album hier af kwam was ik onmiddellijk verkocht. Verkocht door het geweldige snarenwerk waaruit het geluid van de band bestaat, verkocht door de uitstekende zang, verkocht door de songs die je na één keer horen eindeloos wilt koesteren en verkocht door de fraaie productie van Jeff Tweedy, die deze relatief onbekende Amerikaanse band een flinke duw in de rug kan geven. Het zou niet meer dan terecht zijn, want Alpenglow van Trampled By Turtles is een fantastisch album en het wordt alleen maar beter. Duluth, Minnesota, is onlosmakelijk verbonden met Bob Dylan en Low, maar nu ook met Trampled By Turtles.
Een paar dagen geleden ontdekte ik Alpenglow van Trampled By Turtles. Ik dacht even een fantastisch of zelfs sensationeel debuutalbum in handen te hebben, maar Trampled By Turtles bestaat al een kleine twintig jaar en levert met Alpenglow niet haar eerste maar haar tiende studioalbum af. Ondanks de opvallende naam van de band en de flinke staat van dienst had ik echt nog nooit van de band uit Duluth, Minnesota, gehoord, wat bijzonder is. Alpenglow is dan ook mijn eerste kennismaking met de muziek van Trampled By Turtles en het is er een die uitstekend is bevallen. Als alle albums van de band zo goed zijn als het nieuwe album, heb ik nog flink wat in te halen, maar voorlopig ben ik compleet verslingerd aan Alpenglow.
Trampled By Turtles maakt op Alpenglow muziek die past in de hokjes Americana en bluegrass. Dat laatste genre klinkt me vaak net wat te traditioneel, maar de bluegrass van Trampled By Turtles is buitengewoon opwindend. Het zit hem deels in de geweldige instrumentatie, waarvoor uitsluitend snareninstrumenten zijn gebruikt. Het levert een warm en gloedvol klankentapijt op dat naast banjo, gitaar, mandoline, duimpiano en bas bestaat uit cello en viool. Dat klinkt niet alleen fantastisch, maar ook verrassend spannend.
Alleen de muziek op Alpenglow levert al een geweldig album op, maar de band beschikt ook nog eens over een aantal prima zangers, wat geweldige leadzang en fraaie koortjes oplevert. In muzikaal en vocaal opzicht is het elf songs lang intens genieten van wonderschone klanken en intense en doorleefde zang, maar de Amerikaanse band heeft ook nog eens eens een serie ijzersterke songs geschreven. Het zijn songs die liefhebbers van wat traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek zeer zullen kunnen waarderen, maar ook muziekliefhebbers die hun rootsmuziek liever iets alternatiever hebben vinden op Alpenglow veel moois.
Tussen de songs staat trouwens een opvallende cover van Wilco’s A Lifetime To Find en dat is niet het enige van Wilco dat opduikt op het album. Niemand minder dan Wilco voorman Jeff Tweedy tekende immers voor de productie van Alpenglow en de Amerikaanse muzikant heeft vakwerk afgeleverd.
Je hebt soms van die albums waar je na een keer horen smoorverliefd op bent en het nieuwe album van Trampled By Turtles is er wat mij betreft een. Dit soort liefdes op het eerste gezicht kunnen snel vervliegen, maar mijn liefde voor Alpenglow wordt alleen maar groter en groter. Al het snarengeweld klinkt bij iedere keer horen nog wat indrukwekkender, de songs op het album worden alleen maar sterker, terwijl de zang steeds makkelijker onder de huid kruipt.
Als ik kijk naar het oeuvre van de band, valt op dat het de afgelopen vier jaar stil was rond de band uit Duluth, maar wat is Alpenglow een sensationele comeback. Ik dacht zoals gezegd even dat ik een obscuur debuutalbum had ontdekt, maar inmiddels is Alpenglow voor mij een meesterwerk van een gelouterde band. Alpenglow van Trampled By Turtles lag wat anoniem op de stapel de afgelopen maand, maar is met enorme kracht hoog mijn jaarlijstje in geknald. Waar het gaat eindigen durf ik nog niet te voorspellen, maar inmiddels is alles mogelijk voor dit fantastische album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Trampled By Turtles - Alpenglow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Trampled By Turtles - Alpenglow
De Amerikaanse band Trampled By Turtles draait al een kleine twintig jaar mee, maar levert voor mij uit het niets een waar meesterwerk af, dat flink gaat scoren in mijn jaarlijstje over een paar weken
Alpenglow van Trampled By Turtles lag al een paar weken vrij anoniem op de stapel, maar toen het album hier af kwam was ik onmiddellijk verkocht. Verkocht door het geweldige snarenwerk waaruit het geluid van de band bestaat, verkocht door de uitstekende zang, verkocht door de songs die je na één keer horen eindeloos wilt koesteren en verkocht door de fraaie productie van Jeff Tweedy, die deze relatief onbekende Amerikaanse band een flinke duw in de rug kan geven. Het zou niet meer dan terecht zijn, want Alpenglow van Trampled By Turtles is een fantastisch album en het wordt alleen maar beter. Duluth, Minnesota, is onlosmakelijk verbonden met Bob Dylan en Low, maar nu ook met Trampled By Turtles.
Een paar dagen geleden ontdekte ik Alpenglow van Trampled By Turtles. Ik dacht even een fantastisch of zelfs sensationeel debuutalbum in handen te hebben, maar Trampled By Turtles bestaat al een kleine twintig jaar en levert met Alpenglow niet haar eerste maar haar tiende studioalbum af. Ondanks de opvallende naam van de band en de flinke staat van dienst had ik echt nog nooit van de band uit Duluth, Minnesota, gehoord, wat bijzonder is. Alpenglow is dan ook mijn eerste kennismaking met de muziek van Trampled By Turtles en het is er een die uitstekend is bevallen. Als alle albums van de band zo goed zijn als het nieuwe album, heb ik nog flink wat in te halen, maar voorlopig ben ik compleet verslingerd aan Alpenglow.
Trampled By Turtles maakt op Alpenglow muziek die past in de hokjes Americana en bluegrass. Dat laatste genre klinkt me vaak net wat te traditioneel, maar de bluegrass van Trampled By Turtles is buitengewoon opwindend. Het zit hem deels in de geweldige instrumentatie, waarvoor uitsluitend snareninstrumenten zijn gebruikt. Het levert een warm en gloedvol klankentapijt op dat naast banjo, gitaar, mandoline, duimpiano en bas bestaat uit cello en viool. Dat klinkt niet alleen fantastisch, maar ook verrassend spannend.
Alleen de muziek op Alpenglow levert al een geweldig album op, maar de band beschikt ook nog eens over een aantal prima zangers, wat geweldige leadzang en fraaie koortjes oplevert. In muzikaal en vocaal opzicht is het elf songs lang intens genieten van wonderschone klanken en intense en doorleefde zang, maar de Amerikaanse band heeft ook nog eens eens een serie ijzersterke songs geschreven. Het zijn songs die liefhebbers van wat traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek zeer zullen kunnen waarderen, maar ook muziekliefhebbers die hun rootsmuziek liever iets alternatiever hebben vinden op Alpenglow veel moois.
Tussen de songs staat trouwens een opvallende cover van Wilco’s A Lifetime To Find en dat is niet het enige van Wilco dat opduikt op het album. Niemand minder dan Wilco voorman Jeff Tweedy tekende immers voor de productie van Alpenglow en de Amerikaanse muzikant heeft vakwerk afgeleverd.
Je hebt soms van die albums waar je na een keer horen smoorverliefd op bent en het nieuwe album van Trampled By Turtles is er wat mij betreft een. Dit soort liefdes op het eerste gezicht kunnen snel vervliegen, maar mijn liefde voor Alpenglow wordt alleen maar groter en groter. Al het snarengeweld klinkt bij iedere keer horen nog wat indrukwekkender, de songs op het album worden alleen maar sterker, terwijl de zang steeds makkelijker onder de huid kruipt.
Als ik kijk naar het oeuvre van de band, valt op dat het de afgelopen vier jaar stil was rond de band uit Duluth, maar wat is Alpenglow een sensationele comeback. Ik dacht zoals gezegd even dat ik een obscuur debuutalbum had ontdekt, maar inmiddels is Alpenglow voor mij een meesterwerk van een gelouterde band. Alpenglow van Trampled By Turtles lag wat anoniem op de stapel de afgelopen maand, maar is met enorme kracht hoog mijn jaarlijstje in geknald. Waar het gaat eindigen durf ik nog niet te voorspellen, maar inmiddels is alles mogelijk voor dit fantastische album. Erwin Zijleman
Transa (2024)
Alternatieve titel: TRAИƧA

4,0
0
geplaatst: 27 november 2024, 19:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Red Hot Org - TRAИƧA - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Red Hot Org - TRAИƧA
Nu het einde van het jaar nadert wordt de spoeling langzaam maar zeker wat dunner, maar het met heel veel zorg door Red Hot Organization samengestelde TRAИƧA biedt bijna vier uur lang volop muzikale inspiratie
Red Hot Organization ontstond aan het eind van de jaren 80 en bracht in 1990 met Red Hot + Blue een eerste fraaie verzamelaar uit om mensen met HIV/AIDS te kunnen ondersteunen. Dezelfde organisatie bekommert zich nu om de rechten van trans personen en heeft daarom de verzamelaar TRAИƧA samengesteld. Hierbij ging men niet over één nacht ijs, want er is jaren gewerkt aan deze verzamelaar die bijna vier uur muziek bevat. In die vier uur wordt de fantasie van de luisteraar in extreme mate geprikkeld, want wat staat er veel moois en bijzonders op het album. Zo’n 100 muzikanten werkten mee aan het album, wat een aantal prachtige samenwerkingen opleverde. Wat een cadeau dit album.
In de herfst van 1990 kocht ik de cd Red Hot + Blue, die was uitgebracht door de een jaar eerder opgericht Red Hot Organization. Deze Amerikaanse organisatie richtte zich op gelijke toegang tot de gezondheidszorg en focuste zicht in 1990 op de HIV/AIDS epidemie van dat moment.
Ik kocht Red Hot + Blue, overigens een eerbetoon aan het werk van de Amerikaanse muzikant Cole Porter, vooral vanwege de prachtige versie van I’ve Got You Under My Skin, uitgevoerd door de op dat moment stevig aan de weg timmerende Neneh Cherry. Er bleek echter veel meer moois te staan op het album, dat uiteindelijk verrassend vaak in mijn cd-speler te vinden was.
Ik ben de Red Hot Organization na de fraaie eerste release uit het oog verloren, tot ik de afgelopen week een stukje las over een nieuw project van de Amerikaanse organisatie. In de tussenliggende jaren is echt een enorme stapel Red Hot + ? albums verschenen. Ik heb er niets van meegekregen, maar als ze net zo smaakvol zijn samengesteld als Red Hot + Blue uit 1990 heb ik iets gemist.
Dat is van later zorg, want deze week verscheen TRAИƧA. Het is een project waar meer dan drie jaar aan is gewerkt en waar uiteindelijk meer dan 100 muzikanten aan hebben bijgedragen. Het resultaat mag er zijn, want TRAИƧA bevat 46 songs en in totaal een kleine vier uur muziek.
TRAИƧA is niet gericht op het ondersteunen van mensen met HIV/aids, maar richt zich op de trans gemeenschap. Het album viert de vrijheid van de trans gemeenschap, maar vraagt ook aandacht voor de rechten van trans personen en non-binaire personen. Het zijn rechten die in meerdere landen niet bestaan of zwaar onder druk staan en die ook in landen met democratische regimes zeker niet vanzelfsprekend zijn.
De meest opvallende track op het album is waarschijnlijk Young Lion, de eerste nieuwe track van zangeres Sade in vele jaren en opgedragen aan haar transzoon. Het is een van de vele tracks op het album die naar veel meer smaakt. TRAИƧA staat verder vol met bijzondere samenwerkingen en met hele mooie tracks. Het zijn in een aantal gevallen wat experimentelere tracks, maar TRAИƧA bevat ook een aantal geweldige popsongs.
Met het noemen van alle muzikanten die hebben bijgedragen aan het album kan ik deze hele recensie vullen, dus laat ik me beperken tot een aantal persoonlijke favorieten als Clairo, Cassandra Jenkins, Blake Mills, Faye Webster, Julien Baker, Julie Byrne, Sharon Van Etten, Adrianne Lenker en Kara Jackson.
Op TRAИƧA vliegen de bijzondere samenwerkingsverbanden je om de oren en ook de wat minder toegankelijke songs op het album houden je aan de speakers gekluisterd. En dan zijn er ook verrassingen als de nieuwe track van Sade en een fraaie versie van I Would Die 4 U van Prince, door zijn voormalige secondanten Wendy & Lisa aangevuld met Lauren Auder.
Transmuzikanten en non-binaire muzikanten zijn goed vertegenwoordigd op TRAИƧA, maar ook muzikanten die de transgemeenschap en de non-binaire gemeenschap een warm hart toedragen zijn goed vertegenwoordigd. TRAИƧA is met heel veel aandacht gemaakt, waardoor de kwaliteit van het album bijna vier uur lang torenhoog is. In de vier uur kan het alle kanten op, maar TRAИƧA laat zich desondanks beluisteren als één lange en buitengewoon fascinerende luistertrip. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Red Hot Org - TRAИƧA - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Red Hot Org - TRAИƧA
Nu het einde van het jaar nadert wordt de spoeling langzaam maar zeker wat dunner, maar het met heel veel zorg door Red Hot Organization samengestelde TRAИƧA biedt bijna vier uur lang volop muzikale inspiratie
Red Hot Organization ontstond aan het eind van de jaren 80 en bracht in 1990 met Red Hot + Blue een eerste fraaie verzamelaar uit om mensen met HIV/AIDS te kunnen ondersteunen. Dezelfde organisatie bekommert zich nu om de rechten van trans personen en heeft daarom de verzamelaar TRAИƧA samengesteld. Hierbij ging men niet over één nacht ijs, want er is jaren gewerkt aan deze verzamelaar die bijna vier uur muziek bevat. In die vier uur wordt de fantasie van de luisteraar in extreme mate geprikkeld, want wat staat er veel moois en bijzonders op het album. Zo’n 100 muzikanten werkten mee aan het album, wat een aantal prachtige samenwerkingen opleverde. Wat een cadeau dit album.
In de herfst van 1990 kocht ik de cd Red Hot + Blue, die was uitgebracht door de een jaar eerder opgericht Red Hot Organization. Deze Amerikaanse organisatie richtte zich op gelijke toegang tot de gezondheidszorg en focuste zicht in 1990 op de HIV/AIDS epidemie van dat moment.
Ik kocht Red Hot + Blue, overigens een eerbetoon aan het werk van de Amerikaanse muzikant Cole Porter, vooral vanwege de prachtige versie van I’ve Got You Under My Skin, uitgevoerd door de op dat moment stevig aan de weg timmerende Neneh Cherry. Er bleek echter veel meer moois te staan op het album, dat uiteindelijk verrassend vaak in mijn cd-speler te vinden was.
Ik ben de Red Hot Organization na de fraaie eerste release uit het oog verloren, tot ik de afgelopen week een stukje las over een nieuw project van de Amerikaanse organisatie. In de tussenliggende jaren is echt een enorme stapel Red Hot + ? albums verschenen. Ik heb er niets van meegekregen, maar als ze net zo smaakvol zijn samengesteld als Red Hot + Blue uit 1990 heb ik iets gemist.
Dat is van later zorg, want deze week verscheen TRAИƧA. Het is een project waar meer dan drie jaar aan is gewerkt en waar uiteindelijk meer dan 100 muzikanten aan hebben bijgedragen. Het resultaat mag er zijn, want TRAИƧA bevat 46 songs en in totaal een kleine vier uur muziek.
TRAИƧA is niet gericht op het ondersteunen van mensen met HIV/aids, maar richt zich op de trans gemeenschap. Het album viert de vrijheid van de trans gemeenschap, maar vraagt ook aandacht voor de rechten van trans personen en non-binaire personen. Het zijn rechten die in meerdere landen niet bestaan of zwaar onder druk staan en die ook in landen met democratische regimes zeker niet vanzelfsprekend zijn.
De meest opvallende track op het album is waarschijnlijk Young Lion, de eerste nieuwe track van zangeres Sade in vele jaren en opgedragen aan haar transzoon. Het is een van de vele tracks op het album die naar veel meer smaakt. TRAИƧA staat verder vol met bijzondere samenwerkingen en met hele mooie tracks. Het zijn in een aantal gevallen wat experimentelere tracks, maar TRAИƧA bevat ook een aantal geweldige popsongs.
Met het noemen van alle muzikanten die hebben bijgedragen aan het album kan ik deze hele recensie vullen, dus laat ik me beperken tot een aantal persoonlijke favorieten als Clairo, Cassandra Jenkins, Blake Mills, Faye Webster, Julien Baker, Julie Byrne, Sharon Van Etten, Adrianne Lenker en Kara Jackson.
Op TRAИƧA vliegen de bijzondere samenwerkingsverbanden je om de oren en ook de wat minder toegankelijke songs op het album houden je aan de speakers gekluisterd. En dan zijn er ook verrassingen als de nieuwe track van Sade en een fraaie versie van I Would Die 4 U van Prince, door zijn voormalige secondanten Wendy & Lisa aangevuld met Lauren Auder.
Transmuzikanten en non-binaire muzikanten zijn goed vertegenwoordigd op TRAИƧA, maar ook muzikanten die de transgemeenschap en de non-binaire gemeenschap een warm hart toedragen zijn goed vertegenwoordigd. TRAИƧA is met heel veel aandacht gemaakt, waardoor de kwaliteit van het album bijna vier uur lang torenhoog is. In de vier uur kan het alle kanten op, maar TRAИƧA laat zich desondanks beluisteren als één lange en buitengewoon fascinerende luistertrip. Erwin Zijleman
Trash Kit - Horizon (2019)

4,0
0
geplaatst: 16 juli 2019, 15:25 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Trash Kit - Horizon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Trash Kit - Horizon
Trash Kit ontworstelt zich op haar nieuwe album aan een aantal iconen uit de jaren 70 en slaagt er in om volkomen uniek te klinken
Trash Kit maakt op haar derde album bijzondere muziek. Onnavolgbare ritmes, gitaarlijnen uit de Afrikaanse muziek, post-punk baslijnen, wat onvaste zang en heel veel bijzondere accenten vloeien samen in een geluid dat af en toe wat doet denken aan het geluid van een aantal roemruchte jaren 70 vrouwenband, maar dat toch vooral volkomen uniek klinkt. Het is een geluid dat zonnig en exotisch klinkt, maar het is ook een geluid dat overloopt van avontuur. Het is niet altijd lichte kost die Trash Kit ons voorschotelt, maar het is absoluut kost die de smaakpapillen op alle mogelijke manieren prikkelt en betovert.
Horizon is het derde album van de uit Londen afkomstige band Trash Kit. De band rond drummer Rachel Horwood en gitarist Rachel Aggs maakte op mij tot dusver nog geen onuitwisbare indruk.
De eerste twee albums van de Britse band inspireerden me vooral tot het weer eens uit de kast halen van albums van jaren 70 iconen als The Au Pairs, The Raincoats en The Slits, maar bleven zelf onvoldoende hangen.
Horizon, het nieuwe album van het trio uit Londen, het eerste in vijf jaar tijd, bevalt me een stuk beter. Ook Horizon valt weer op door het bijzondere drumwerk van Rachel Horwood, die het uit principe vertikt om een normaal ritme te slaan. De inventieve ritmes passen uitstekend bij het gitaarwerk, dat zo lijkt weggelopen uit de Afrikaanse muziek.
Het gitaarwerk en drumwerk vullen elkaar prachtig aan en contrasteren met de bijzondere wijze waarop in de openingstrack strijkers worden ingezet en met de weer typisch Brits aandoende zang van de dames van Trash Kit, die overigens ook Afrikaans aandoende koortjes niet uit de weg gaan.
Het is nog altijd muziek die allerlei associaties oproept met de muziek van de eerder genoemde vrouwenbands uit de jaren 70, maar Trash Kit heeft op haar derde album ook een nadrukkelijker eigen geluid en het is een geluid dat me wel bevalt.
Horizon wordt gedomineerd door onnavolgbaar drumwerk, Afrikaans aandoende gitaarlijnen en wat onvaste zang en koortjes, maar Trash Kit voegt naast strijkers ook blazers en piano toe aan haar geluid, waardoor de band steeds weer net iets anders klinkt.
Door de ritmes doet Horizon ook wel wat denken aan de beste momenten van het zwaar onderschatte Bow Wow Wow, dat ik ooit eens in het voorprogramma van Queen de sterren van de hemel zag spelen; iets wat overigens totaal niet werd gewaardeerd door de fanatieke Queen fans, die de band met bierblikjes van het podium kegelden.
Voor een ieder die aan het einde van de jaren 70 niet onder de indruk was van de eerder genoemde bands, doet de muziek van Trash Kit waarschijnlijk wat chaotisch aan, maar ik vond, het in tegenstelling tot bij beluistering van de vorige albums van de band, direct prachtig.
Door de aan de Afrikaanse muziek ontleende gitaarlijnen klinkt de muziek van Trash Kit zonnig en zomers en ook de ritmes dragen bij aan een zomergevoel. Aan de andere kant klinkt de muziek van de band uit Londen ook typisch Brits, wat zorgt voor wat donkere wolken en een regenbuitje op Horizon, wat nog eens wordt versterkt door de donkere baslijnen op het album, waarvoor Gill Partington tekent.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon viel me op dat Trash Kit haar best heeft gedaan om de instrumentatie op Horizon te versieren met subtiele details, waardoor de muziek van de band verder aan kracht wint. Helemaal nieuw is de combinatie van Britse new wave en post-punk en exotische gitaarklanken en ritmes natuurlijk niet, maar in het aanbod van het moment klinkt Trash Kit wat mij betreft fris en avontuurlijk en hoe vaker ik naar het album luister, hoe leuker het wordt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Trash Kit - Horizon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Trash Kit - Horizon
Trash Kit ontworstelt zich op haar nieuwe album aan een aantal iconen uit de jaren 70 en slaagt er in om volkomen uniek te klinken
Trash Kit maakt op haar derde album bijzondere muziek. Onnavolgbare ritmes, gitaarlijnen uit de Afrikaanse muziek, post-punk baslijnen, wat onvaste zang en heel veel bijzondere accenten vloeien samen in een geluid dat af en toe wat doet denken aan het geluid van een aantal roemruchte jaren 70 vrouwenband, maar dat toch vooral volkomen uniek klinkt. Het is een geluid dat zonnig en exotisch klinkt, maar het is ook een geluid dat overloopt van avontuur. Het is niet altijd lichte kost die Trash Kit ons voorschotelt, maar het is absoluut kost die de smaakpapillen op alle mogelijke manieren prikkelt en betovert.
Horizon is het derde album van de uit Londen afkomstige band Trash Kit. De band rond drummer Rachel Horwood en gitarist Rachel Aggs maakte op mij tot dusver nog geen onuitwisbare indruk.
De eerste twee albums van de Britse band inspireerden me vooral tot het weer eens uit de kast halen van albums van jaren 70 iconen als The Au Pairs, The Raincoats en The Slits, maar bleven zelf onvoldoende hangen.
Horizon, het nieuwe album van het trio uit Londen, het eerste in vijf jaar tijd, bevalt me een stuk beter. Ook Horizon valt weer op door het bijzondere drumwerk van Rachel Horwood, die het uit principe vertikt om een normaal ritme te slaan. De inventieve ritmes passen uitstekend bij het gitaarwerk, dat zo lijkt weggelopen uit de Afrikaanse muziek.
Het gitaarwerk en drumwerk vullen elkaar prachtig aan en contrasteren met de bijzondere wijze waarop in de openingstrack strijkers worden ingezet en met de weer typisch Brits aandoende zang van de dames van Trash Kit, die overigens ook Afrikaans aandoende koortjes niet uit de weg gaan.
Het is nog altijd muziek die allerlei associaties oproept met de muziek van de eerder genoemde vrouwenbands uit de jaren 70, maar Trash Kit heeft op haar derde album ook een nadrukkelijker eigen geluid en het is een geluid dat me wel bevalt.
Horizon wordt gedomineerd door onnavolgbaar drumwerk, Afrikaans aandoende gitaarlijnen en wat onvaste zang en koortjes, maar Trash Kit voegt naast strijkers ook blazers en piano toe aan haar geluid, waardoor de band steeds weer net iets anders klinkt.
Door de ritmes doet Horizon ook wel wat denken aan de beste momenten van het zwaar onderschatte Bow Wow Wow, dat ik ooit eens in het voorprogramma van Queen de sterren van de hemel zag spelen; iets wat overigens totaal niet werd gewaardeerd door de fanatieke Queen fans, die de band met bierblikjes van het podium kegelden.
Voor een ieder die aan het einde van de jaren 70 niet onder de indruk was van de eerder genoemde bands, doet de muziek van Trash Kit waarschijnlijk wat chaotisch aan, maar ik vond, het in tegenstelling tot bij beluistering van de vorige albums van de band, direct prachtig.
Door de aan de Afrikaanse muziek ontleende gitaarlijnen klinkt de muziek van Trash Kit zonnig en zomers en ook de ritmes dragen bij aan een zomergevoel. Aan de andere kant klinkt de muziek van de band uit Londen ook typisch Brits, wat zorgt voor wat donkere wolken en een regenbuitje op Horizon, wat nog eens wordt versterkt door de donkere baslijnen op het album, waarvoor Gill Partington tekent.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon viel me op dat Trash Kit haar best heeft gedaan om de instrumentatie op Horizon te versieren met subtiele details, waardoor de muziek van de band verder aan kracht wint. Helemaal nieuw is de combinatie van Britse new wave en post-punk en exotische gitaarklanken en ritmes natuurlijk niet, maar in het aanbod van het moment klinkt Trash Kit wat mij betreft fris en avontuurlijk en hoe vaker ik naar het album luister, hoe leuker het wordt. Erwin Zijleman
Travis - 10 Songs (2020)

4,0
2
geplaatst: 10 oktober 2020, 10:23 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Travis - 10 Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Travis - 10 Songs
De Schotse band Travis noemt haar negende album 10 Songs en dat is ook precies wat je krijgt, tien songs en de een is nog aangenamer, melodieuzer en smaakvoller dan de ander
Ik heb een enorm zwak voor de Schotse band Travis. De band leverde 21 jaar geleden met The Man Who haar beste album af, maar de rest doet er nauwelijks voor onder. Ook 10 Songs is weer prima. Soms een beetje country, soms een beetje Britpop, soms wat Beatlesque, maar het is altijd onmiskenbaar Travis. Het geluid is warm en smaakvol, de songs zijn melodieus en aansprekend, de zang is uitstekend en iedere keer hoor je weer een popliedje dat je ondanks de melancholie een goed gevoel geeft. Travis wordt nooit gerekend tot de grootste bands, maar de Schotten hebben inmiddels een geweldig oeuvre op hun naam staan en ook 10 Songs is weer van grote klasse. Een prestatie van formaat.
Bij een nieuw album van de Schotse band Travis weet je twee dingen. Aan de ene kant is het vrijwel zeker dat de band het niveau van haar tweede album The Man Who uit 1999 niet gaat halen, maar aan de andere kant weet je ook vrijwel zeker dat je een prima album in handen hebt.
Travis bestaat dit jaar precies 30 jaar en staat sinds haar debuut Good Feeling uit 1997 garant voor kwaliteit. Twee jaar na het debuut was er de uitschieter The Man Who, die ik inmiddels best onder de klassiekers uit de jaren 90 durf te scharen, maar ook na dit geweldige album bleef de band uit Glasgow uitstekende albums uitbrengen.
Die albums zijn de afgelopen jaren net wat beter dan in de jaren direct na The Man Who en ik had daarom alle reden om met hoge verwachtingen uit te kijken naar het nieuwe album van de band. Dat album verscheen deze week en heeft de titel 10 Songs meegekregen. 10 Songs is alweer het negende album van Travis en bevat, zoals de titel al doet vermoeden, tien tracks.
Iedereen die het oeuvre van de band kent, weet dat Travis garant staat voor aangenaam klinkende popliedjes, die over het algemeen niet al te veel buiten de lijntjes kleuren. Ook 10 Songs doet dat niet, maar daar hoor je mij niet over klagen. Ook het negende album van Travis is immers weer een album dat je direct bij eerste beluistering in de armen sluit.
10 Songs opent met een typische Travis song. Een mooie melodie, een stemmige instrumentatie met warme gitaarlijnen en een heldere piano en de al even warme stem van voorman Fran Healy, die deels uit dezelfde vijver vist als Coldplay’s Chris Martin, maar de betere zanger is. Ook in muzikaal opzicht herinnert Travis aan de eerste jaren van Coldplay, maar waar de Britse band heeft gekozen voor het grote geld, is Travis oorstrelende popliedjes blijven maken.
Openingstrack Waving At The Window had op The Man Who kunnen staan, maar Travis verlegt op 10 Songs ook wel degelijk de grenzen. In het zwoele The Only Thing krijgt Fran Healy hulp van niemand minder dan Susannah Hoffs, die nog net zo verleidelijk klinkt als in haar jonge jaren. Het is een zwoel uitstapje dat wordt gevolgd door het wat rauwere en psychedelisch aandoende Valentine, dat vooral Beatlesque klinkt.
Travis flirt op 10 Songs nadrukkelijk met de rijke historie van de Britpop, maar het heeft ook altijd een zwak gehad voor Amerikaanse rootsmuziek, zoals in Butterflies, dat de archieven van de Britse popmuziek verruilt voor Amerikaanse countryrock. En zo doet Travis op 10 Songs iedere keer iets anders, maar klinkt het altijd bijzonder aangenaam, maar ook altijd als Travis.
Ook 10 Songs is weer niet van het niveau van The Man Who, maar het scheelt wat mij betreft niet zo gek veel. Travis streelt op 10 Songs bijna veertig minuten oor en laat je, ondanks de flinke vleug melancholie op het album, geloven in een mooie toekomst.
Ook dit keer vermaakt Travis niet alleen met prima songs, maar dwingt het bij mij ook respect af, want hoeveel bands zijn er die keer op keer een album van het niveau van 10 Songs maken? Niet veel wat mij betreft. 10 Songs verrijkt het oeuvre van de Schotse band met 10 uitstekende songs. Alles even melodieus, alles even mooi gearrangeerd en alles even mooi gezongen. Ik ben er weer heel blij mee. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Travis - 10 Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Travis - 10 Songs
De Schotse band Travis noemt haar negende album 10 Songs en dat is ook precies wat je krijgt, tien songs en de een is nog aangenamer, melodieuzer en smaakvoller dan de ander
Ik heb een enorm zwak voor de Schotse band Travis. De band leverde 21 jaar geleden met The Man Who haar beste album af, maar de rest doet er nauwelijks voor onder. Ook 10 Songs is weer prima. Soms een beetje country, soms een beetje Britpop, soms wat Beatlesque, maar het is altijd onmiskenbaar Travis. Het geluid is warm en smaakvol, de songs zijn melodieus en aansprekend, de zang is uitstekend en iedere keer hoor je weer een popliedje dat je ondanks de melancholie een goed gevoel geeft. Travis wordt nooit gerekend tot de grootste bands, maar de Schotten hebben inmiddels een geweldig oeuvre op hun naam staan en ook 10 Songs is weer van grote klasse. Een prestatie van formaat.
Bij een nieuw album van de Schotse band Travis weet je twee dingen. Aan de ene kant is het vrijwel zeker dat de band het niveau van haar tweede album The Man Who uit 1999 niet gaat halen, maar aan de andere kant weet je ook vrijwel zeker dat je een prima album in handen hebt.
Travis bestaat dit jaar precies 30 jaar en staat sinds haar debuut Good Feeling uit 1997 garant voor kwaliteit. Twee jaar na het debuut was er de uitschieter The Man Who, die ik inmiddels best onder de klassiekers uit de jaren 90 durf te scharen, maar ook na dit geweldige album bleef de band uit Glasgow uitstekende albums uitbrengen.
Die albums zijn de afgelopen jaren net wat beter dan in de jaren direct na The Man Who en ik had daarom alle reden om met hoge verwachtingen uit te kijken naar het nieuwe album van de band. Dat album verscheen deze week en heeft de titel 10 Songs meegekregen. 10 Songs is alweer het negende album van Travis en bevat, zoals de titel al doet vermoeden, tien tracks.
Iedereen die het oeuvre van de band kent, weet dat Travis garant staat voor aangenaam klinkende popliedjes, die over het algemeen niet al te veel buiten de lijntjes kleuren. Ook 10 Songs doet dat niet, maar daar hoor je mij niet over klagen. Ook het negende album van Travis is immers weer een album dat je direct bij eerste beluistering in de armen sluit.
10 Songs opent met een typische Travis song. Een mooie melodie, een stemmige instrumentatie met warme gitaarlijnen en een heldere piano en de al even warme stem van voorman Fran Healy, die deels uit dezelfde vijver vist als Coldplay’s Chris Martin, maar de betere zanger is. Ook in muzikaal opzicht herinnert Travis aan de eerste jaren van Coldplay, maar waar de Britse band heeft gekozen voor het grote geld, is Travis oorstrelende popliedjes blijven maken.
Openingstrack Waving At The Window had op The Man Who kunnen staan, maar Travis verlegt op 10 Songs ook wel degelijk de grenzen. In het zwoele The Only Thing krijgt Fran Healy hulp van niemand minder dan Susannah Hoffs, die nog net zo verleidelijk klinkt als in haar jonge jaren. Het is een zwoel uitstapje dat wordt gevolgd door het wat rauwere en psychedelisch aandoende Valentine, dat vooral Beatlesque klinkt.
Travis flirt op 10 Songs nadrukkelijk met de rijke historie van de Britpop, maar het heeft ook altijd een zwak gehad voor Amerikaanse rootsmuziek, zoals in Butterflies, dat de archieven van de Britse popmuziek verruilt voor Amerikaanse countryrock. En zo doet Travis op 10 Songs iedere keer iets anders, maar klinkt het altijd bijzonder aangenaam, maar ook altijd als Travis.
Ook 10 Songs is weer niet van het niveau van The Man Who, maar het scheelt wat mij betreft niet zo gek veel. Travis streelt op 10 Songs bijna veertig minuten oor en laat je, ondanks de flinke vleug melancholie op het album, geloven in een mooie toekomst.
Ook dit keer vermaakt Travis niet alleen met prima songs, maar dwingt het bij mij ook respect af, want hoeveel bands zijn er die keer op keer een album van het niveau van 10 Songs maken? Niet veel wat mij betreft. 10 Songs verrijkt het oeuvre van de Schotse band met 10 uitstekende songs. Alles even melodieus, alles even mooi gearrangeerd en alles even mooi gezongen. Ik ben er weer heel blij mee. Erwin Zijleman
Travis - Everything at Once (2016)

4,0
0
geplaatst: 10 mei 2016, 15:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Travis - Everything At Once - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Natuurlijk gaat de Schotse band Travis haar onbetwiste meesterwerk The Man Who uit 1999 nooit meer overtreffen, maar toch heb ik altijd een zwak gehouden voor de muziek van de band uit Glasgow.
Ook het onlangs verschenen Everything At Once had weer niet veel tijd nodig om me te overtuigen en is me na enkele luisterbeurten minstens net zo dierbaar als vrijwel al zijn voorgangers.
Travis heeft nog altijd het patent op popliedjes die de zon net wat feller laten schijnen, maar het zijn bovendien popliedjes die over de nodige diepgang beschikken. De muziek van Travis is hierdoor minstens net zo aanstekelijk als die van de Coldplays van deze wereld, maar is in artistiek opzicht een flink stuk interessanter.
Ook op Everything At Once strooit Travis weer driftig met vrijwel onweerstaanbare gitaarloopjes, met melodieën die na één keer horen voorgoed in je hoofd zitten en met popliedjes die je doen verlangen naar een mooie en lange zomer. Travis was nooit vies van popliedjes die de zon laten schijnen, maar zo uitbundig als op deze nieuwe plaat klonk de band nog niet zo heel vaak.
Zeker wanneer de gitaarmuren net wat hoger worden opgebouwd (wat met enige regelmaat gebeurt op deze nieuwe plaat), schuift Travis wat op richting U2, maar waar de popsongs van de Ieren de afgelopen jaren het ene oor in en het andere oor weer uitgaan, verrast Travis met het ene na het andere memorabele popliedje.
Ook op Everything At Once borduurt Travis weer voort op de platen die het inmiddels al bijna 20 jaar maakt, maar er is bij de band uit Glasgow ook altijd ruimte voor vernieuwing en experiment. De nieuwe plaat van de Schotten klinkt daarom net weer wat anders dan zijn voorgangers en heeft hierdoor absoluut bestaansrecht.
De critici serveren Travis inmiddels af als een band waarvan de houdbaarheidsdatum inmiddels een tijdje is verstreken, maar Everything At Once klinkt wat mij betreft fris en fruitig. Zeker aan het eind van de plaat heeft de band nog flink wat verrassingen in petto, waaronder het prachtige duet met Josephine Oniyama, waarin ook voorman Fran Healy weer laat horen dat hij een geweldig zanger is. Al met al genoeg redenen om blij te zijn met de achtste studioplaat van Travis. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Travis - Everything At Once - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Natuurlijk gaat de Schotse band Travis haar onbetwiste meesterwerk The Man Who uit 1999 nooit meer overtreffen, maar toch heb ik altijd een zwak gehouden voor de muziek van de band uit Glasgow.
Ook het onlangs verschenen Everything At Once had weer niet veel tijd nodig om me te overtuigen en is me na enkele luisterbeurten minstens net zo dierbaar als vrijwel al zijn voorgangers.
Travis heeft nog altijd het patent op popliedjes die de zon net wat feller laten schijnen, maar het zijn bovendien popliedjes die over de nodige diepgang beschikken. De muziek van Travis is hierdoor minstens net zo aanstekelijk als die van de Coldplays van deze wereld, maar is in artistiek opzicht een flink stuk interessanter.
Ook op Everything At Once strooit Travis weer driftig met vrijwel onweerstaanbare gitaarloopjes, met melodieën die na één keer horen voorgoed in je hoofd zitten en met popliedjes die je doen verlangen naar een mooie en lange zomer. Travis was nooit vies van popliedjes die de zon laten schijnen, maar zo uitbundig als op deze nieuwe plaat klonk de band nog niet zo heel vaak.
Zeker wanneer de gitaarmuren net wat hoger worden opgebouwd (wat met enige regelmaat gebeurt op deze nieuwe plaat), schuift Travis wat op richting U2, maar waar de popsongs van de Ieren de afgelopen jaren het ene oor in en het andere oor weer uitgaan, verrast Travis met het ene na het andere memorabele popliedje.
Ook op Everything At Once borduurt Travis weer voort op de platen die het inmiddels al bijna 20 jaar maakt, maar er is bij de band uit Glasgow ook altijd ruimte voor vernieuwing en experiment. De nieuwe plaat van de Schotten klinkt daarom net weer wat anders dan zijn voorgangers en heeft hierdoor absoluut bestaansrecht.
De critici serveren Travis inmiddels af als een band waarvan de houdbaarheidsdatum inmiddels een tijdje is verstreken, maar Everything At Once klinkt wat mij betreft fris en fruitig. Zeker aan het eind van de plaat heeft de band nog flink wat verrassingen in petto, waaronder het prachtige duet met Josephine Oniyama, waarin ook voorman Fran Healy weer laat horen dat hij een geweldig zanger is. Al met al genoeg redenen om blij te zijn met de achtste studioplaat van Travis. Erwin Zijleman
Travis - L.A. Times (2024)

4,0
0
geplaatst: 23 juli 2024, 19:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Travis - L.A. Times - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Travis - L.A. Times
De Schotse band Travis levert met L.A. Times alweer haar tiende album af en hoewel ook het nieuwe album niet zo goed is als de Travis klassieker The Man Who vermaakt ook dit album weer met een serie uitstekende songs
Een album van Travis blijft iets om naar uit te kijken. De band uit Glasgow maakt immers al meer dan 25 jaar uitstekende albums. Sinds uitschieter The Man Who uit 1999 ligt het niveau altijd ver boven de middelmaat en dat is niet anders op L.A. Times. Het is een album met een aantal typische Travis songs en wat uitstapjes buiten de gebaande paden, die misschien wat ten koste gaan van de consistentie, maar er wel voor zorgen dat ook het tiende album van Travis weer fris klinkt. De inmiddels naar Los Angeles uitgeweken Fran Healy vond de inspiratie voor L.A. Times in de City of Angels, maar Travis blijft toch ook een van de leukste en meest constante bands binnen het hokje Britpop.
De Schotse band Travis leverde 25 jaar geleden met The Man Who een onbetwist meesterwerk af. Ik reken het tweede album van de band uit Glasgow zelf tot de allerbeste albums van de jaren 90 en het is een album waar ik nog heel vaak naar luister en dat met een aantal tracks nog altijd goed is voor kippenvel.
Met het deze maand verschenen L.A. Times is de discografie van Travis inmiddels gegroeid tot tien studioalbums en ondanks het feit dat de band de afgelopen 25 jaar nooit meer heel dicht in de buurt van het prachtige The Man Who kwam stelde de band rond zanger Fran Healy me ook nooit teleur. Alle albums van de Schotse band staan immers vol met prima songs en er zitten er altijd wel een aantal tussen die memorabel zijn.
Fran Healy heeft het regenachtige Glasgow inmiddels verruild voor Los Angeles, waar hij de songs voor L.A. Times schreef. Het nieuwe album van Travis, de opvolger van het bijna vier jaar oude 10 Songs, werd geproduceerd door de gelouterde producer Tony Hoffer, die de afgelopen twee decennia al vaker liet horen dat hij uit de voeten kan met Britpop, maar ook werkte met onder andere Air en Beck.
Voor iedereen die het oeuvre van Travis kent zal ook L.A. Times weer aanvoelen als het spreekwoordelijke warme bad. Ook op L.A. Times strooit de band met lekker in het gehoor liggende popliedjes en het zijn popliedjes waarvan je over het algemeen vrolijk wordt. L.A. Times is in muzikaal opzicht een typisch Travis album en het is er ook weer een die zeker niet tegen valt, maar op hetzelfde moment niet kan tippen aan het onaantastbare The Man Who. Dat is aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant maak je een album als The Man Who maar één keer en de meeste bands is het helemaal niet gegeven om zo’n indrukwekkend album te maken.
L.A. Times bevat een aantal meer ingetogen en een aantal wat uitbundiger klinkende songs en mijn voorkeur gaat ook dit keer uit naar de songs in de eerste categorie. Prachtige popsongs als de openingstrack Bus, het fraaie Live It All Again en het nog mooiere Naked In New York City ademen wat mij betreft de sfeer van The Man Who, terwijl de andere tracks op het album laten horen dat de tijd de afgelopen 25 jaar niet heeft stil gestaan en dat Travis ook open staat voor andere invloeden, waaronder een vleugje country en een aantal songs die wat tegen de eigentijdse pop aanleunen.
Op L.A. Times reflecteert Fran Healy op zijn nieuwe leven in Los Angeles en op de staat van de Amerikaanse stad en kijkt hij terug op zijn jeugd in Schotland, wat een persoonlijk album oplevert, maar Travis is ook nog altijd een band, die naast Fran Healy al sinds het begin van de jaren 90 bestaat uit gitarist Andy Dunlop, bassist Dougie Payne en drummer Neil Primrose.
Het lijkt me voor de band best frustrerend dat ieder nieuw album zal worden vergeleken met The Man Who en het af zal leggen tegen dit album, maar deze frustratie hoor je niet in de songs op L.A. Times die fris en geïnspireerd klinken. Travis levert daarom ook met L.A. Times weer een album af dat precies voldoet aan de verwachtingen, maar waar dit bij de meeste bands na zoveel jaren wat saai zou worden, ben ik ook weer blij met het tiende album van de Schotse band. De meeste bands die de Britpop kleur gaven in de jaren 90 hebben al tijden geen memorabel album meer gemaakt, maar Travis blijft ze afleveren met als kers op de taart nog altijd die klassieker uit 1999. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Travis - L.A. Times - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Travis - L.A. Times
De Schotse band Travis levert met L.A. Times alweer haar tiende album af en hoewel ook het nieuwe album niet zo goed is als de Travis klassieker The Man Who vermaakt ook dit album weer met een serie uitstekende songs
Een album van Travis blijft iets om naar uit te kijken. De band uit Glasgow maakt immers al meer dan 25 jaar uitstekende albums. Sinds uitschieter The Man Who uit 1999 ligt het niveau altijd ver boven de middelmaat en dat is niet anders op L.A. Times. Het is een album met een aantal typische Travis songs en wat uitstapjes buiten de gebaande paden, die misschien wat ten koste gaan van de consistentie, maar er wel voor zorgen dat ook het tiende album van Travis weer fris klinkt. De inmiddels naar Los Angeles uitgeweken Fran Healy vond de inspiratie voor L.A. Times in de City of Angels, maar Travis blijft toch ook een van de leukste en meest constante bands binnen het hokje Britpop.
De Schotse band Travis leverde 25 jaar geleden met The Man Who een onbetwist meesterwerk af. Ik reken het tweede album van de band uit Glasgow zelf tot de allerbeste albums van de jaren 90 en het is een album waar ik nog heel vaak naar luister en dat met een aantal tracks nog altijd goed is voor kippenvel.
Met het deze maand verschenen L.A. Times is de discografie van Travis inmiddels gegroeid tot tien studioalbums en ondanks het feit dat de band de afgelopen 25 jaar nooit meer heel dicht in de buurt van het prachtige The Man Who kwam stelde de band rond zanger Fran Healy me ook nooit teleur. Alle albums van de Schotse band staan immers vol met prima songs en er zitten er altijd wel een aantal tussen die memorabel zijn.
Fran Healy heeft het regenachtige Glasgow inmiddels verruild voor Los Angeles, waar hij de songs voor L.A. Times schreef. Het nieuwe album van Travis, de opvolger van het bijna vier jaar oude 10 Songs, werd geproduceerd door de gelouterde producer Tony Hoffer, die de afgelopen twee decennia al vaker liet horen dat hij uit de voeten kan met Britpop, maar ook werkte met onder andere Air en Beck.
Voor iedereen die het oeuvre van Travis kent zal ook L.A. Times weer aanvoelen als het spreekwoordelijke warme bad. Ook op L.A. Times strooit de band met lekker in het gehoor liggende popliedjes en het zijn popliedjes waarvan je over het algemeen vrolijk wordt. L.A. Times is in muzikaal opzicht een typisch Travis album en het is er ook weer een die zeker niet tegen valt, maar op hetzelfde moment niet kan tippen aan het onaantastbare The Man Who. Dat is aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant maak je een album als The Man Who maar één keer en de meeste bands is het helemaal niet gegeven om zo’n indrukwekkend album te maken.
L.A. Times bevat een aantal meer ingetogen en een aantal wat uitbundiger klinkende songs en mijn voorkeur gaat ook dit keer uit naar de songs in de eerste categorie. Prachtige popsongs als de openingstrack Bus, het fraaie Live It All Again en het nog mooiere Naked In New York City ademen wat mij betreft de sfeer van The Man Who, terwijl de andere tracks op het album laten horen dat de tijd de afgelopen 25 jaar niet heeft stil gestaan en dat Travis ook open staat voor andere invloeden, waaronder een vleugje country en een aantal songs die wat tegen de eigentijdse pop aanleunen.
Op L.A. Times reflecteert Fran Healy op zijn nieuwe leven in Los Angeles en op de staat van de Amerikaanse stad en kijkt hij terug op zijn jeugd in Schotland, wat een persoonlijk album oplevert, maar Travis is ook nog altijd een band, die naast Fran Healy al sinds het begin van de jaren 90 bestaat uit gitarist Andy Dunlop, bassist Dougie Payne en drummer Neil Primrose.
Het lijkt me voor de band best frustrerend dat ieder nieuw album zal worden vergeleken met The Man Who en het af zal leggen tegen dit album, maar deze frustratie hoor je niet in de songs op L.A. Times die fris en geïnspireerd klinken. Travis levert daarom ook met L.A. Times weer een album af dat precies voldoet aan de verwachtingen, maar waar dit bij de meeste bands na zoveel jaren wat saai zou worden, ben ik ook weer blij met het tiende album van de Schotse band. De meeste bands die de Britpop kleur gaven in de jaren 90 hebben al tijden geen memorabel album meer gemaakt, maar Travis blijft ze afleveren met als kers op de taart nog altijd die klassieker uit 1999. Erwin Zijleman
Travis - The Man Who (1999)

5,0
1
geplaatst: 28 juni 2019, 20:49 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Travis - The Man Who, 20th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Travis - The Man Who, 20th Anniversary Edition
Travis maakte in 1999 een bescheiden klassieker, die twintig jaar na dato alleen maar aan kracht en schoonheid heeft gewonnen
Direct bij de eerste noten van The Man Who van Travis was ik verkocht. Dat is inmiddels alweer twintig jaar geleden en sindsdien heeft het album niets van zijn kracht verloren. Aan de hand van topproducer Nigel Godrich heeft de band het doorsnee geluid van haar debuut omgetoverd tot een geluid vol dynamiek en een geluid vol verschillende kleurschakeringen. The Man Who is bovendien een album waarop zonnestralen en donkere wolken hand in hand gaan, wat het album voorziet van een bijzondere sfeer. De reissue van het album is uiteraard voorzien van de nodige extra’s, maar alles draait natuurlijk om het nog steeds magische album van alweer twintig jaar geleden.
Dat de tijd vliegt is niet voor niets een gezegde. Afgelopen vrijdag verscheen een reissue van The Man Who van Travis en dit blijkt ter ere van alweer de twintigste verjaardag van het album.
Het tweede album van de Schotse band (het veel minder breed opgepikte debuut Good Feeling verscheen twee jaar eerder) was mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit Glasgow en sindsdien heb ik een enorm zwak voor de muziek van Travis.
De band maakte na The Man Who nog zes uitstekende albums, maar het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide album dat deze maand al twintig jaar onder ons is, blijft voor mij met afstand het beste album van Travis.
The Man Who is een album waarop alles klopt en daar is twintig jaar na de oorspronkelijke releasedatum niets aan veranderd. Het album opent met de breed uitwaaiende gitaarlijnen die in de Britse gitaarmuziek al zo vaak wisten te verleiden, maar voegt direct melancholie toe. De combinatie van zonnestralen en melancholie bepaalt voor een belangrijk deel de kracht van The Man Who, maar natuurlijk is er meer dan een combinatie van pasteltinten en grijstinten.
The Man Who is een album dat aan de ene kracht strooit met perfecte gitaarsongs, maar het is ook een introspectief album waarop ingetogen en laid-back wordt gemusiceerd. Tegenover zonnig klinkende gitaarsongs als Driftwood en Why Does It Always Rain On Me? staan meer naar binnen gekeerde songs als The Fear en As You Are. Op The Man Who is overigens niets zoals het lijkt, want het buitengewoon zonnig klinkende Why Does It Always Rain On Me? is in tekstueel opzicht een stuk minder vrolijk.
De kracht van The Man Who schuilt voor een belangrijk deel in de fraaie combinatie van zon en wolken, maar ook de productie van het album heeft flink bijgedragen aan het uiteindelijke resultaat. Voor deze productie tekende de gelouterde producer Nigel Godrich, die een beetje Radiohead toevoegde aan de zorgeloze en stadionvriendelijke Britpop van het debuut van Travis.
Nigel Godrich heeft The Man Who voorzien van een wat bedwelmend geluid met hier en daar flink wat dynamiek. In As You Are hoor je tijdens de uitbarstingen bijna Radiohead, maar niet veel later breekt de zon door en maakt Travis het soort radiovriendelijke popliedjes dat Radiohead nooit zal maken. In het door Nigel Godrich gecreëerde geluid vloeien gitaren en synths steeds prachtig samen en vormen ze de perfecte basis voor de vrij ingetogen vocalen van zanger Fran Healy, die de songs op het album nog wat verder omhoog tilt.
Ik was in 1999 direct verliefd op The Man Who van Travis en die liefde is nooit meer verdwenen. Het album van 20 jaar geleden komt nog met enige regelmaat uit de kast en krijgt nu gezelschap van de luxe reissue die uiteraard flink wat extra tracks toevoegt (helaas alleen op de versie op cd). Ik geloof zelf nog steeds heilig in de magie van een compleet album, maar hoor absoluut tracks die niet hadden misstaan op The Man Who, dat nu bovendien op vinyl beschikbaar is (maar dan zonder de bonustracks). Oude liefde kan volgens mij wel degelijk roesten, maar de liefde voor het prachtalbum van Travis is bij mij de afgelopen twintig jaar alleen maar gegroeid. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Travis - The Man Who, 20th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Travis - The Man Who, 20th Anniversary Edition
Travis maakte in 1999 een bescheiden klassieker, die twintig jaar na dato alleen maar aan kracht en schoonheid heeft gewonnen
Direct bij de eerste noten van The Man Who van Travis was ik verkocht. Dat is inmiddels alweer twintig jaar geleden en sindsdien heeft het album niets van zijn kracht verloren. Aan de hand van topproducer Nigel Godrich heeft de band het doorsnee geluid van haar debuut omgetoverd tot een geluid vol dynamiek en een geluid vol verschillende kleurschakeringen. The Man Who is bovendien een album waarop zonnestralen en donkere wolken hand in hand gaan, wat het album voorziet van een bijzondere sfeer. De reissue van het album is uiteraard voorzien van de nodige extra’s, maar alles draait natuurlijk om het nog steeds magische album van alweer twintig jaar geleden.
Dat de tijd vliegt is niet voor niets een gezegde. Afgelopen vrijdag verscheen een reissue van The Man Who van Travis en dit blijkt ter ere van alweer de twintigste verjaardag van het album.
Het tweede album van de Schotse band (het veel minder breed opgepikte debuut Good Feeling verscheen twee jaar eerder) was mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit Glasgow en sindsdien heb ik een enorm zwak voor de muziek van Travis.
De band maakte na The Man Who nog zes uitstekende albums, maar het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide album dat deze maand al twintig jaar onder ons is, blijft voor mij met afstand het beste album van Travis.
The Man Who is een album waarop alles klopt en daar is twintig jaar na de oorspronkelijke releasedatum niets aan veranderd. Het album opent met de breed uitwaaiende gitaarlijnen die in de Britse gitaarmuziek al zo vaak wisten te verleiden, maar voegt direct melancholie toe. De combinatie van zonnestralen en melancholie bepaalt voor een belangrijk deel de kracht van The Man Who, maar natuurlijk is er meer dan een combinatie van pasteltinten en grijstinten.
The Man Who is een album dat aan de ene kracht strooit met perfecte gitaarsongs, maar het is ook een introspectief album waarop ingetogen en laid-back wordt gemusiceerd. Tegenover zonnig klinkende gitaarsongs als Driftwood en Why Does It Always Rain On Me? staan meer naar binnen gekeerde songs als The Fear en As You Are. Op The Man Who is overigens niets zoals het lijkt, want het buitengewoon zonnig klinkende Why Does It Always Rain On Me? is in tekstueel opzicht een stuk minder vrolijk.
De kracht van The Man Who schuilt voor een belangrijk deel in de fraaie combinatie van zon en wolken, maar ook de productie van het album heeft flink bijgedragen aan het uiteindelijke resultaat. Voor deze productie tekende de gelouterde producer Nigel Godrich, die een beetje Radiohead toevoegde aan de zorgeloze en stadionvriendelijke Britpop van het debuut van Travis.
Nigel Godrich heeft The Man Who voorzien van een wat bedwelmend geluid met hier en daar flink wat dynamiek. In As You Are hoor je tijdens de uitbarstingen bijna Radiohead, maar niet veel later breekt de zon door en maakt Travis het soort radiovriendelijke popliedjes dat Radiohead nooit zal maken. In het door Nigel Godrich gecreëerde geluid vloeien gitaren en synths steeds prachtig samen en vormen ze de perfecte basis voor de vrij ingetogen vocalen van zanger Fran Healy, die de songs op het album nog wat verder omhoog tilt.
Ik was in 1999 direct verliefd op The Man Who van Travis en die liefde is nooit meer verdwenen. Het album van 20 jaar geleden komt nog met enige regelmaat uit de kast en krijgt nu gezelschap van de luxe reissue die uiteraard flink wat extra tracks toevoegt (helaas alleen op de versie op cd). Ik geloof zelf nog steeds heilig in de magie van een compleet album, maar hoor absoluut tracks die niet hadden misstaan op The Man Who, dat nu bovendien op vinyl beschikbaar is (maar dan zonder de bonustracks). Oude liefde kan volgens mij wel degelijk roesten, maar de liefde voor het prachtalbum van Travis is bij mij de afgelopen twintig jaar alleen maar gegroeid. Erwin Zijleman
Trees - Trees (2020)

4,5
0
geplaatst: 7 december 2020, 08:08 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Trees - Trees (50th Anniversary box-set) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Trees - Trees (50th Anniversary box-set)
De Britse band Trees timmerde vijftig jaar geleden met weinig succes aan de weg, maar maakte geweldige muziek, wat goed is te horen op de deze week verschenen en zeer fraaie box-set
Trees wordt achteraf bezien gerekend tot de pioniers van de acid-folk, maar toen de band in 1970 opdook, was het succes zo beperkt dat de band al na twee albums uit elkaar viel. Alles dat Trees heeft gemaakt is te horen op de albums in de mooie box-set Trees. Trees maakte folkrock zoals haar soortgenoten die maakten, maar verrijkte deze folkrock met invloeden uit met name de psychedelica. De gitaren mogen hier en daar flink uithalen, wat prachtig contrasteert met de heldere stem van de zangeres van de band. Ik ben normaal gesproken geen groot liefhebber van traditionele Britse folk, maar de muziek van Trees is rauw en spannend. Het is bijna niet te begrijpen dat deze band in 1970 geen voet aan de grond kreeg.
Deze week verscheen een box-set van de band Trees. Ik moet eerlijk toegeven dat ik nog nooit van de band had gehoord, maar op een of andere manier sprak de cover me aan en begon ik te luisteren naar de muziek van de Britse band, die in 1968 in Londen werd geformeerd en in 1970 debuteerde met het album The Garden of Jane Delawney. Dat album werd een jaar later gevolgd door het tweede album On The Shore, waarna de Britse band door een gebrek aan succes al snel uit elkaar viel.
Het is dus niet zo gek dat ik nog nooit van Trees had gehoord, maar 50 jaar na de release van de eerste muziek van de band, heb ik Trees alsnog ontdekt. De band uit Londen maakt muziek die absoluut thuis hoort in het hokje folk. Het is muziek die associaties oproept met die van soort- en tijdgenoten als The Fairport Convention, Steeleye Span en Pentangle, maar Trees klinkt toch ook anders.
Dat hoor je direct in de openingstrack, overigens ook de openingstrack van het debuutalbum van de band, waarin de gitaren een stuk steviger klinken dan in de meeste andere folkrock van dat moment en waarin ook meer invloeden uit de psychedelica doorklinken. Trees wordt geschaard onder de pioniers van de zogenaamde “acid folk” en waarom dat zo is wordt snel duidelijk.
Trees klinkt echter niet alleen rauw en zweverig, maar ook als een Britse folkband uit de jaren 70. Dat is vooral de verdienste van de bijzondere stem van zangeres Celia Humphris, die af en toe wel wat doet denken aan de grote Sandy Denny, maar die zich ook makkelijk staande houdt tussen de af en toe stevig klinkende gitaren.
Zeker wanneer Trees zich beperkt tot meer ingetogen klanken en alles aan komt op de pastoraal klinkende stem van de frontvrouw van de band, is Trees niet ver verwijderd van de groten uit de Britse folk en folkrock uit de vroege jaren 70, maar psychedelische uitstapjes zijn nooit ver weg. Trees staat dan garant voor geestverruimende klanken die langzaam maar zeker wegdrijven van de traditionele Britse folk en folkrock. Hier blijft het niet bij, want hier en daar klinken ook nog wat invloeden uit de symfonische rock en de jazzrock door in de muziek van de band uit Londen.
De nu verschenen box-set bevat de twee studio albums die de band uitbracht en is aangevuld met live-materiaal en restmateriaal. Het levert ruim drie uur muziek op en dat is misschien wat veel van het goede, maar met name de twee studioalbums die de band uitbracht zijn van een enorm hoog niveau.
Trees maakt overduidelijk muziek uit een ver verleden en is geen moment te vergelijken met folkrock bands van dit moment. De muziek van de band neemt je mee terug naar vervlogen tijden, maar is veel te goed om vergeten te worden en dat is helaas precies wat met de muziek van Trees is gebeurd.
Het is wat mij betreft wonderlijk dat de albums van Trees niet aansloegen in de vroege jaren 70, want de band heeft veel te bieden. De instrumentatie is van hoog niveau en verrassend veelzijdig en zangeres Celia Humphris blijft maar de sterren van de hemel zingen. Folkies die de band niet kennen moeten echt eens naar deze fraaie box-set luisteren, maar ook muziekliefhebbers die traditionele Britse folk net wat te braaf of te weinig spannend vinden, zouden zomaar eens geraakt kunnen worden door al het moois van Trees. Ik ben er in ieder geval heel blij mee. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Trees - Trees (50th Anniversary box-set) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Trees - Trees (50th Anniversary box-set)
De Britse band Trees timmerde vijftig jaar geleden met weinig succes aan de weg, maar maakte geweldige muziek, wat goed is te horen op de deze week verschenen en zeer fraaie box-set
Trees wordt achteraf bezien gerekend tot de pioniers van de acid-folk, maar toen de band in 1970 opdook, was het succes zo beperkt dat de band al na twee albums uit elkaar viel. Alles dat Trees heeft gemaakt is te horen op de albums in de mooie box-set Trees. Trees maakte folkrock zoals haar soortgenoten die maakten, maar verrijkte deze folkrock met invloeden uit met name de psychedelica. De gitaren mogen hier en daar flink uithalen, wat prachtig contrasteert met de heldere stem van de zangeres van de band. Ik ben normaal gesproken geen groot liefhebber van traditionele Britse folk, maar de muziek van Trees is rauw en spannend. Het is bijna niet te begrijpen dat deze band in 1970 geen voet aan de grond kreeg.
Deze week verscheen een box-set van de band Trees. Ik moet eerlijk toegeven dat ik nog nooit van de band had gehoord, maar op een of andere manier sprak de cover me aan en begon ik te luisteren naar de muziek van de Britse band, die in 1968 in Londen werd geformeerd en in 1970 debuteerde met het album The Garden of Jane Delawney. Dat album werd een jaar later gevolgd door het tweede album On The Shore, waarna de Britse band door een gebrek aan succes al snel uit elkaar viel.
Het is dus niet zo gek dat ik nog nooit van Trees had gehoord, maar 50 jaar na de release van de eerste muziek van de band, heb ik Trees alsnog ontdekt. De band uit Londen maakt muziek die absoluut thuis hoort in het hokje folk. Het is muziek die associaties oproept met die van soort- en tijdgenoten als The Fairport Convention, Steeleye Span en Pentangle, maar Trees klinkt toch ook anders.
Dat hoor je direct in de openingstrack, overigens ook de openingstrack van het debuutalbum van de band, waarin de gitaren een stuk steviger klinken dan in de meeste andere folkrock van dat moment en waarin ook meer invloeden uit de psychedelica doorklinken. Trees wordt geschaard onder de pioniers van de zogenaamde “acid folk” en waarom dat zo is wordt snel duidelijk.
Trees klinkt echter niet alleen rauw en zweverig, maar ook als een Britse folkband uit de jaren 70. Dat is vooral de verdienste van de bijzondere stem van zangeres Celia Humphris, die af en toe wel wat doet denken aan de grote Sandy Denny, maar die zich ook makkelijk staande houdt tussen de af en toe stevig klinkende gitaren.
Zeker wanneer Trees zich beperkt tot meer ingetogen klanken en alles aan komt op de pastoraal klinkende stem van de frontvrouw van de band, is Trees niet ver verwijderd van de groten uit de Britse folk en folkrock uit de vroege jaren 70, maar psychedelische uitstapjes zijn nooit ver weg. Trees staat dan garant voor geestverruimende klanken die langzaam maar zeker wegdrijven van de traditionele Britse folk en folkrock. Hier blijft het niet bij, want hier en daar klinken ook nog wat invloeden uit de symfonische rock en de jazzrock door in de muziek van de band uit Londen.
De nu verschenen box-set bevat de twee studio albums die de band uitbracht en is aangevuld met live-materiaal en restmateriaal. Het levert ruim drie uur muziek op en dat is misschien wat veel van het goede, maar met name de twee studioalbums die de band uitbracht zijn van een enorm hoog niveau.
Trees maakt overduidelijk muziek uit een ver verleden en is geen moment te vergelijken met folkrock bands van dit moment. De muziek van de band neemt je mee terug naar vervlogen tijden, maar is veel te goed om vergeten te worden en dat is helaas precies wat met de muziek van Trees is gebeurd.
Het is wat mij betreft wonderlijk dat de albums van Trees niet aansloegen in de vroege jaren 70, want de band heeft veel te bieden. De instrumentatie is van hoog niveau en verrassend veelzijdig en zangeres Celia Humphris blijft maar de sterren van de hemel zingen. Folkies die de band niet kennen moeten echt eens naar deze fraaie box-set luisteren, maar ook muziekliefhebbers die traditionele Britse folk net wat te braaf of te weinig spannend vinden, zouden zomaar eens geraakt kunnen worden door al het moois van Trees. Ik ben er in ieder geval heel blij mee. Erwin Zijleman
