MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Tirzah - Colourgrade (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tirzah - Colourgrade - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tirzah - Colourgrade
Tirzah imponeerde drie jaar geleden met broeierige maar ook behoorlijk experimentele R&B en duikt nu nog wat verder het experiment in met minimalistisch ingekleurde songs vol magie

Het Britse trio Tirzah maakte het je drie jaar geleden niet makkelijk met het terecht bejubelde Devotion, maar maakt het je nog een stuk lastiger op het deze week verschenen Colourgrade. Tirzah Mastin, Mica Levi en Coby Sey hebben hun muziek ontdaan van alle overbodige franje en beperken zich tot experimentele en over het algemeen minimalistische klanken en al even minimalistische zang. Bij eerste beluistering ben je hopeloos op zoek naar duidelijke songstructuren of ook maar enig houvast, maar na enige gewenning valt er van alles op zijn plek en wordt Colourgrade een steeds fascinerendere luistertrip.

“Geniet, maar drink met mate” was jarenlang de verplichte slogan in reclames voor alcoholische dranken. Geniet, maar met mate, gaat voor mij ook op voor albums die in het hokje R&B passen of worden geduwd. In het verleden begon ik in recensies van R&B albums standaard met de bewering dat ik helemaal niet gek ben op R&B, maar dat is na een aantal jaarlijstjesalbums, waaronder die van Janelle Monáe en Solange, niet meer vol te houden.

Devotion van Tirzah haalde mijn jaarlijstje in 2018 net niet, maar ik vond het na Janelle Monáe’s Dirty Computer wel het beste R&B album van het betreffende jaar. Deze week keert het Britse trio, dat bestaat uit zangeres Tirzah Mastin, producer Mica Levi en muzikant en DJ Coby Sey, terug met een nieuw album, Colourgrade.

Binnen het R&B genre gaat mijn voorkeur uit naar albums die het experiment zoeken en hiervoor ben ik bij Tirzah zeker aan het juiste adres. Colourgrade opent met de titeltrack van het album en dat is een track die vooral is gevuld met zwaar vervormde vocalen en experimenteel aandoende elektronica. Het is een track waarin het tevergeefs zoeken is naar een song met een kop en een staart.

Dat blijft nog even zo in de tweede track op het nieuwe album van het Britse drietal. Het is een track die opent met lang aanhoudende atmosferische klanken, maar uiteindelijk krijgen we toch een aanstekelijke beat, die na een tijdje gezelschap krijgt van nog altijd wat experimenteel aandoende elektronica en nog wat later van de stem van Tirzah Mastin, die nog steeds wat vervormd klinkt en zich beperkt tot gesproken woord.

Het is na twee tracks wel duidelijk dat Tirzah ons het niet makkelijk gaat maken met Colourgrade en zeker niet gaat strooien met honingzoete R&B songs. Een aantal tracks op het album klinkt net wat toegankelijker, maar over het algemeen moeten we het toch doen met bijna minimalistisch en over het algemeen wat experimenteel ingekleurde muziek en al even minimalistische zang, die vaak maar net boven gesproken woorden uitstijgt.

Het zal de liefhebber van de hitgevoelige R&B waarschijnlijk niet zo aanspreken, maar Colourgrade fascineert me hopeloos. Het nieuwe album van Tirzah is wel een album waarvoor je in de stemming moet zijn en het is bovendien een album waar je met minstens enige en bij voorkeur met volledige aandacht naar moet luisteren. Alleen dan hebben de vaak behoorlijk experimentele klanken op het album kans op binnen te komen en alleen dan hoor je hoe knap de minimalistische muziek op Colourgrade in elkaar steekt. Tirzah maakte al bijzondere R&B, maar dit overstijgt het genre aan alle kanten.

Ik had het persoonlijk niet erg gevonden als Tirzah hier en daar voorzichtig was opgeschoven richting popsongs met een kop en een staart, al zou dit misschien de bijzondere flow die het album nu kenmerkt verstoren.

Colourgrade is ook een album waaraan je moet wennen. Bij eerste beluistering probeer je nog vooral te bedenken wat Tirzah Mastin, Mica Levi en Coby Sey allemaal hebben weggelaten uit de songs op hun nieuwe album, maar op een gegeven moment ga je de leegte juist waarderen en hoor je de ruwe schoonheid in de ingrediënten die zijn achtergebleven. Hier en daar duikt ook nog een enigszins toegankelijk popliedje op, maar Colourgrade is vooral zware kost waarin je de schoonheid langzaam maar zeker zult ontdekken. Fascinerend album, dat is zeker. Erwin Zijleman

Tirzah - Devotion (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tirzah - Devotion - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ik ben geen groot liefhebber van R&B, maar hou het genre in de gaten sinds er ook in de R&B platen opduiken die ik kan koesteren. Het begon ooit met de platen van Amel Larrieux, maar sindsdien vond ik ook de platen van Janelle Monáe, Kelele, Xenia Rubinos en Solange goed genoeg voor mijn jaarlijstje.

De R&B platen die ik de afgelopen maanden kreeg aangereikt hadden allemaal niet de impact die de platen van het bovenstaande lijstje vrouwelijke muzikanten hadden, maar het debuut van de Britse Tirzah is voor mij weer wel een voltreffer.

Achter Tirzah gaat de uit Londen afkomstige Tirzah Mastins schuil. De jonge Britse muzikante maakt al sinds haar 13e muziek en was volgens de informatie bij haar debuut al een aantal malen zeer succesvol, zeker wanneer ze samenwerkte met de mij onbekende producer Mica Levi (ook bekend als Micachu).

Deze Mica Levi heeft ook het debuut van Tirzah geproduceerd en ik vind het een fascinerend debuut. Devotion is verschenen op het eigenzinnige Domino label, dat vaak een synoniem is voor kwaliteit. Domino is voor mij ook een synoniem voor avontuurlijke muziek en wat dat betreft zit Tirzah zeker op haar plek bij het Britse label.

De muziek van Tirzah wordt vooralsnog vooral voorzien van het label R&B. Daar is wel iets voor te zeggen, maar de jonge Britse muzikante blijft op Devotion mijlenver verwijderd van de gemiddelde R&B.

Het debuut van Tirzah is voorzien van een bijna minimalistische instrumentatie en productie. Het geluid op de plaat is vooral elektronisch, maar als je goed luistert hoor je ook organische klanken in de muziek op Devotion. Producer Mica Levi heeft gekozen voor een zeer sober geluid met hier en daar een diepe bas, drums en piano, af en toe een van veel feedback voorziene gitaar en verder vooral elektronische accenten, die hier en daar op bijzondere wijze vervormd zijn.

De instrumentatie op het debuut van Tirzah valt niet alleen op door een bijna minimalistisch karakter, maar ook door een opvallend laag tempo. De combinatie van minimalistische klanken en een laag tempo zorgt voor een ruimtelijk geluid en ik vind het persoonlijk ook een spannend geluid.

De sobere en lome klanken op Devotion worden door Tirzah zelf voorzien van al even lome vocalen. Ik moest persoonlijk wel even wennen aan de zang. Zeker in combinatie met de trage en minimalistische klanken vond ik de, hier en daar flink vervormde, zang in eerste instantie wat sloom en hier en daar zelfs wat verveeld klinken.

Na enige gewenning valt echter alles op zijn plek. De instrumentatie en productie van het debuut van Tirzah kiezen voor een bijzonder eigen geluid dat in het Engels zo mooi als ‘slow burning’ wordt omschreven. Het is een even spannend als bezwerend geluid dat langzaam maar zeker bezit van je neemt en dat steeds weer weet te verrassen met rare geluiden, bijzondere wendingen en relatief veel stilte.

Wat voor de muziek geldt, geldt ook zeker voor de zang van Tirzah. Het duurt even voor de lome en bijzondere zang van de Britse muzikante binnen komt, maar als je haar stem eenmaal weet te waarderen, hoor je dat de zang en instrumentatie op Devotion elkaar constant versterken.

Het zorgt er voor dat ik het debuut van Tirzah een steeds verslavendere plaat vind en bovendien een plaat die steeds meer respect afdwingt. Grote kans dus dat Devotion van Tirzah dit jaar de R&B plaat in mijn jaarlijstje gaat worden, al is het natuurlijk veel meer dan een R&B plaat. Erwin Zijleman

Tirzah - trip9love​.​.​.​?​?​? (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tirzah - trip9love...??? - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tirzah - trip9love...???
De Britse muzikante Tirzah Mastin rekt op haar derde album trip9love...??? de grenen van de R&B nog wat verder op, maar levert op een of andere manier ook een album af dat zich vrij makkelijk opdringt

Met haar vorige albums Devotion en Colourgrade schaarde Tirzah zich onder de meest interessante muzikanten binnen de Britse R&B scene. Ze deed dit met muziek die hier en daar raakte aan de conventionele R&B, maar vooral zijn best deed om zich te ontworstelen aan de vaste kaders van dit genre. Dat doet Tirzah ook op het deze week verschenen trip9love...???, dat net als zijn voorgangers nadrukkelijk het experiment opzoekt. Toch is het zeker geen heel ontoegankelijk album, want de mooie en bijzonder klanken op het album kunnen met name de avond prachtig inkleuren. R&B kan wat mij betreft niet experimenteel genoeg zijn en heeft er met trip9love...??? een prachtalbum bij.

De Britse muzikante Tirzah Mastin leverde met het in 2018 verschenen Devotion een bijzonder klinkend R&B album af. Het was een R&B album met een opvallend laag tempo, een bijna minimalistische instrumentatie en wat vervormde en vaak zeer lome en deels gesproken vocalen. Devotion klonk geen moment als een standaard R&B album en dat zijn over het algemeen genomen de albums die ik het meest interessant vind in dit genre.

Op het in 2021 verschenen Colourgrade klonk de muziek van Tirzah nog een stuk experimenteler. Tirzah was op dat moment overigens geen soloproject van Tirzah Mastin meer, want producer Mica Levi en muzikant en DJ Coby Sey, die ook van de partij waren op Devotion, werden genoemd als leden van het project Tirzah. Na het tussendoortje Highgrade, met remixen van de songs van Colourgrade, keert Tirzah deze week terug met album nummer drie, trip9love...???.

Tirzah Mastin werkt ook op trip9love...??? samen met producer Mica Levi, die ook op de vorige twee albums zo'n belangrijke rol speelde. Het album werd opgenomen in de huizen van de Britse muzikante en haar producer, wat trip9love...??? voorziet van een intieme sfeer. Het nieuwe album van Tirzah klinkt net wat anders dan de vorige twee albums en is voor mij net wat toegankelijker.

Toegankelijk is in het geval van Tirzah overigens een zeer relatief begrijp, want het is niet zo dat de muzikante uit Londen en haar producer nu opeens tekenen voor lekker in het gehoor liggende of zelfs hitgevoelige R&B songs. Ook het derde album van Tirzah wordt gekenmerkt door een bijna minimalistisch geluid. Hier en daar klinken wat pianoklanken, af en toe drijven wolken synths over en verder zijn er de repeterende elektronische ritmes.

De instrumentatie op trip9love...??? bestaat niet alleen uit weinig instrumenten, maar is ook op bijzondere wijze geproduceerd. De piano klinkt alsof deze ergens ver op de achtergrond staat en de mooie pianoklanken contrasteren bovendien flink met de wat eenvormige ritmes en andere elektronica, wat een heel bijzonder geluid oplevert. Het is een geluid dat wordt gecombineerd met de wederom lome zang van Tirzah Mastin, die haar teksten deels uitspreekt, maar ook prima kan zingen.

Het bovenstaande klinkt misschien niet heel toegankelijk en ook niet toegankelijker dan het geluid op de eerste twee albums van Tirzah, maar ik hoor op trip9love...??? net wat meer songs met een kop en een staart en ook wat meer aangenaam klinkende songs, al blijven het wel songs van Tirzah en hiermee songs die uitblinken door eigenzinnigheid.

De Britse muzikante kan met haar albums inmiddels rekenen op positieve recensies, maar ook trip9love...??? is weer geen album dat grote aantallen liefhebbers van R&B gaat aanspreken. Hiervoor is de muziek van Tirzah veel te eigenzinnig en bovendien te ver verwijderd van de muziek die normaal gesproken in het genre wordt gemaakt.

Het is dan ook de vraag of het etiket R&B van toepassing is op de muziek van Tirzah, al vind ik persoonlijk dat dit past. Tirzah vindt op trip9love...??? aansluiting bij een aantal andere zeer eigenzinnige muzikanten in de R&B scene en schuift als buitenbeentje nog net een stukje verder op. Het zal daarom vaak even wennen zijn, maar laat je meevoeren door de bijzondere klanken op trip9love...??? en het album krijgt langzaam maar zeker een bijna hypnotiserend karakter. Erwin Zijleman

Titanic - Hagen (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Titanic - HAGEN - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Titanic - HAGEN
Mabe Fratti fascineerde vorig jaar met een album dat verrassend veel jaarlijstjes wist te halen, maar verbaast nog wat meer als onderdeel van het duo Titanic, dat muziek maakt die de grond onder je voeten laat verdwijnen

Laat HAGEN van Titanic uit de speakers komen en je valt van de ene verbazing in de andere. De cello en de gitaren van het duo klinken af en toe als de gitaren op een deathmetal album ondersteund door percussie die klinkt als mitrailleur salvo's, maar de twee tekenen ook voor stemmige klanken. Ook met haar stem kan het alle kanten op, al is de zang op HAGEN wel bijna altijd intens en imponerend. Het zijn maar twee ingrediënten van een album dat je ook op talloze andere manieren betovert en verwondert. HAGEN is een album dat zijn gelijke niet kent en het is een album waar je waarschijnlijk wel even aan moet wennen, tot echt alles op zijn plek valt. Mabe Fratti zorgde vorig jaar voor een daverende verrassing en doet dat dit jaar opnieuw.

In 2023 verscheen Vidrio, het debuutalbum van Titanic. Ik heb destijds niet naar het album geluisterd en als ik dat wel had gedaan had ik waarschijnlijk snel geconcludeerd dat het album wel erg ver buiten mijn muzikale comfort zone lag. Als het deze week verschenen HAGEN in 2023 was verschenen was ik waarschijnlijk tot precies dezelfde conclusie gekomen, maar vorig jaar maakte ik kennis met de muziek van de uit Guatemala afkomstige muzikante Mabe Fratti.

Deze Mabe Fratti leverde met Sentir Que No Sabes een bijzonder intrigerend, maar ook bijzonder mooi album af, dat mijn fantasie tot op de dag van vandaag prikkelt. Mabe Fratti maakt ook deel uit van Titanic, dat ze vormt met de Mexicaanse muzikant Héctor Tosta, die ook muziek maakt onder de naam Il La Católica.

Allmusic.com heeft het nieuwe album van Titanic nog niet ontdekt, maar heeft grote moeite om het debuutalbum van Titanic te omschrijven en wie kan zich iets voorstellen bij een mix van jazz, chamber pop en avant garde? Ik begin er niet eens aan om het tweede album van Titanic in te delen in hokjes, want HAGEN laat zich niet zomaar definiëren.

Mabe Fratti en Héctor Tosta maken geen geheim van hun afkomst en verwerken zeker invloeden uit de muziek uit Midden-Amerika in hun songs, die zijn voorzien van Spaanstalige teksten. Vergeleken met het debuutalbum van Titanic kiezen de twee op HAGEN voor minder chamber pop, maar voor een aanmerkelijk heftiger en intenser geluid.

Het is een geluid waarin de cello van Mabe Fratti een belangrijke rol speelt. Verwacht geen stemmige cello klanken, want de muzikante uit Guatemala bespeelt haar instrument zo af en toe alsof de duivel haar op de hielen zit. Zeker de meest heftige cello uitbarstingen op HAGEN reduceren de gemiddelde gitarist van een metalband tot een schooljongen. De rest van het gitaarwerk sluit hier makkelijk op aan en voegt een randje prog toe aan het geluid van Titanic.

Het is zeker niet het enige bijzondere ingrediënt in de muziek van Titanic, want HAGEN valt ook op door bijzondere en al even heftige ritmes en complexe composities die soms jazzy klinken, maar soms ook volstrekt onnavolgbaar zijn. In de meer ingetogen passages klinkt Mabe Fratti als een Mexicaanse folkzangeres, maar ze kan ook klinken als een temperamentvolle versie van Kate Bush of als een gothrock zangeres.

Zeker bij eerste beluistering van HAGEN vond ik de muziek van Titanic veel te heftig en zeker wanneer de percussie, de gitaren en de cello los gingen duizelde het me vrijwel continu, maar net als bij beluistering van het soloalbum van Mabe Fratti vorig jaar vond ik HAGEN ook direct hopeloos intrigerend. Het album wordt alleen maar intrigerender wanneer je enigszins gewend bent geraakt aan al het muzikale geweld en ook oor begint te krijgen voor alle andere bijzondere accenten die zijn toegevoegd aan het geluid van het duo, waaronder sprookjesachtige elektronica. Wanneer in muzikaal opzicht alles op zijn plek valt krijg je ook nog wat meer bewondering voor de zang van Mabe Fratti, die echt alles uit de kast trekt op HAGEN.

Aan het begin van deze recensie gaf ik aan dat de muziek van Titanic in eerste instantie te ver buiten mijn muzikale comfort zone viel, maar ik vraag me af voor wie dat niet zo is. Titanic heeft met HAGEN een album afgeleverd dat totaal anders klinkt dan alle andere albums van het moment. Neem er de tijd voor en er ontvouwt zich een waar meesterwerk. Erwin Zijleman

Titus Andronicus - A Productive Cough (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Titus Andronicus - A Productive Cough - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse band Titus Andronicus debuteerde precies tien jaar geleden met het zeer goed ontvangen The Airing of Grievances. De band uit New Jersey heeft sindsdien een stijgende lijn te pakken en overtrof zichzelf met het in 2015 verschenen The Most Lamentable Tragedy.

Op deze plaat, die in Nederland overigens schandalig weinig aandacht heeft gekregen, pakte Titus Andronicus uit met een ruim anderhalf uur durende en uit maar liefst 29 songs bestaande rockopera.

Dit relikwie uit de jaren 70 werd door de band uit New Jersey op imponerende wijze tot leven gewekt en opgepoetst en maakte anderhalf uur diepe indruk met muziek die overduidelijk was beïnvloed door die van grootheden als staatgenoten Bruce Springsteen & The E Street Band, The Who (dat de rockopera ooit groot maakte), The Pogues, The Rolling Stones en The Clash, om maar een paar namen te noemen.

Het valt niet mee om een anderhalf uur durende rockopera qua grootsheid te overtreffen, maar het is Titus Andronicus gelukt met haar nieuwe plaat A Productive Cough. A Productive Cough moet het doen met een bescheiden aantal songs (7) en een bescheiden speelduur (46 minuten), maar verder is er niets bescheiden op de nieuwe plaat van de band rond voorman Patrick Stickles.

De band uit New Jersey werd dit keer aangevuld met maar liefst 21 extra muzikanten, die onder andere strijkers, blazers, keyboards en extra vocalen toevoegen aan het toch al imposante geluid van de band. Titus Andronicus liet zich op haar vorige platen al beïnvloeden door een groot aantal nogal ver uit elkaar liggende bands en doet er op A Productive Cough nog een schepje bovenop.

De band uit New Jersey laat zich dit keer nadrukkelijk beïnvloeden door het uitstapje richting traditionele Amerikaanse folk van Springsteen op We Shall Overcome: The Seeger Sessions, maar ook het grootse geluid van The E-Street Band, de vernieuwingsdrang van The Clash, de rauwe rock ’n roll van de Rolling Stones en de dronkemansliederen van The Pogues hebben hun sporen nagelaten op A Productive Cough.

Titus Andronicus liet op haar vorige platen ook altijd wel wat invloeden uit de punk horen, maar kiest dit keer vooral voor invloeden van eerder uit de jaren 70, waardoor de band hier en daar zomaar op kan schuiven richting de pompeuze (hard)rock waar de punks zich in de tweede helft van de jaren 70 nog zo tegen wilde afzetten, inclusief een wat overbodige en bijna negen minuten durende versie van de al door de Rolling Stones gecoverde en uitgemolken Dylan klassieker Like A Rolling Stone, waarvan de tekst voor de gelegenheid licht is aangepast (heiligschennis).

Het zijn voor een belangrijk deel dezelfde namen en invloeden die ik ook noemde in mijn recensie van de vorige plaat van Titus Andronicus, maar toch klinkt A Productive Cough flink anders dan The Most Lamentable Tragedy en de andere platen van de band.

Titus Andronicus heeft een plaat gemaakt die je hoofdschuddend terzijde schuift of die je koestert van de eerste tot de laatste noot; een tussenweg is er eigenlijk niet. Alleen op basis van de bovenstaande tekst zou ik waarschijnlijk kiezen voor de eerste reactie, maar sinds ik A Productive Cough heb beluisterd, kan ik er geen genoeg van krijgen.

Fascinerende plaat van een band die in Nederland veel te weinig aandacht krijgt. En de volgende keer graag in het voorprogramma van The Boss. Erwin Zijleman

Titus Andronicus - The Most Lamentable Tragedy (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Titus Andronicus - The Most Lamentable Tragedy - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Titus Andronicus is een Amerikaanse band die inmiddels een jaar of tien bestaat en met name in de Verenigde Status een aardige staat van dienst heeft opgebouwd.

Ik kan me vaag herinneren dat ik het debuut van de band, The Airing of Grievances uit 2008, wel eens heb gehoord, maar een onuitwisbare indruk heeft de plaat zeker niet gemaakt. Dat doet het onlangs verschenen, The Most Lamentable Tragedy wel.

De band uit Glen Rock, New Jersey, die haar naam overigens heeft ontleend aan een toneelstuk van Shakespeare, doet dat met een ruim anderhalf uur durende en uit maar liefst 29 songs bestaande rockopera (!).

Dat klinkt hopeloos pretentieus, maar pretentieus is de muziek van Titus Andronicus zeker niet. De band imponeert op The Most Lamentable Tragedy met rauwe en puntige songs, die bestaan uit gelijke delen Bruce Springsteen & The E Street Band, The Who (hoe kan het ook anders met een rockopera), Hüsker Dü, The Pogues en The Rolling Stones. Dit alles wordt vervolgens gecombineerd met een flinke dosis punk, waarin met name invloeden van The Clash opduiken.

Het doet af en toe wel wat denken aan de muziek van bands als The Hold Steady en The Gaslight Anthem, al zijn de songs van Titus Andronicus een stuk rauwer. Hierdoor lijkt het ook wel wat op Green Day al is de muziek van die band lang niet zo monumentaal.

De rauwheid zit voor een belangrijk deel in de vocalen, die vaak met veel venijn in de microfoon worden gespuugd, maar ook in muzikaal opzicht kan Titus Andronicus stevig uitpakken.

Hiernaast verrast de band met grootse en meeslepende rockmuziek die zo lijkt weggelopen uit een ver verleden en herinnert aan het beste van de hierboven genoemde grootheden (en zeker The E Street Band).

Ik moet eerlijk toegeven dat ik het verhaal van de rockopera nog niet helemaal kan doorgronden, maar in muzikaal opzicht heeft Titus Andronicus me helemaal te pakken. Toch jammer dat deze ambitieuze maar ook meedogenloze en energieke rockplaat in Nederland zo weinig aandacht krijgt. Erwin Zijleman

Titus Andronicus - The Will to Live (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Titus Andronicus - The Will To Live - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Titus Andronicus - The Will To Live
Titus Andronicus sleepte op haar vorige albums op indrukwekkende wijze een aantal decennia rockmuziek met zich mee en herhaalt dit kunstje op het uitstekende The Will To Live, dat ruim vijftig minuten een feestje is

De meeste voorbeelden van de Amerikaanse rockband Titus Andronicus rocken al lang niet meer als in hun beste jaren, maar de band uit New Jersey steekt zelf inmiddels al heel wat jaren in een uitstekende vorm. Het is een vorm die wordt doorgetrokken op The Will To Live, het zevende album van de band uit New Jersey. Ook op haar nieuwe album eert Titus Andronicus weer flink wat muzikale helden, maar de band voegt ook iets van zichzelf toe aan alle inspiratie uit het verleden. The Will To Live is een album vol tijdloos klinkende rocksongs met een hoog 70s hardrock gehalte, maar ook een vleugje punk. Het is een album waarvan je alleen maar heel blij kunt worden. Heerlijk.

Titus Andronicus debuteerde een jaar of vijftien geleden als punkband, maar de band uit New Jersey verwerkte ook op haar debuutalbum al volop invloeden uit omliggende genres, waarbij een vleugje van staatgenoot Bruce Springsteen nooit ver weg was. Zelf ontdekte ik de band overigens pas toen in 2015 The Most Lamentable Tragedy verscheen. Op dit dubbelalbum pakte Titus Andronicus uit met een ruim anderhalf uur durende rockopera, waarin het alle kanten op kon.

Ik vergeleek het album natuurlijk met de muziek van Bruce Springsteen & The E Street Band, maar ook de namen van The Who, Hüsker Dü, The Pogues, The Rolling Stones, The Clash, The Hold Steady, The Gaslight Anthem en Green Day doken veelvuldig op bij beluistering van het album, dat ik inmiddels wel een klassieker binnen het oeuvre van Titus Andronicus durf te noemen.

De band uit New Jersey hield de goede vorm vast op A Productive Cough uit 2018, dat nog net wat nadrukkelijker putte uit de archieven van de jaren 70, maar wederom niet teleurstelde. In 2019 was ik kennelijk niet in de stemming voor de ruwe rock ’n roll van de band, want het in dat jaar verschenen The Obelisk heb ik gemist. Ruim drie jaar na dit album keert de Amerikaanse band terug met The Will To Live.

Het album opent met een instrumentale track die stevig citeert uit de archieven van de 70s hardrock, waarvan Titus Andronicus ook op A Productive Cough al niet vies was. Meestal ben ik niet zo te spreken over dit soort instrumentale ouvertures, maar de openingstrack van The Will To Live bereidt je prachtig voor op alles dat komen gaat.

Het gitaarwerk uit de openingstrack wordt doorgetrokken in de tweede track, die enerzijds citeert uit de melodieuze 70s hardrock, maar die ook het inmiddels uit duizenden herkenbare Titus Andronicus geluid laat horen. Het is een geluid dat ook dit keer herinnert aan alle hierboven al genoemde namen, maar de band uit New Jersey heeft ook een bijzonder eigen geluid. Het is een geluid waarin melodieuze rockmuziek wordt gecombineerd met een punky attitude.

The Will To Live klinkt wel wat minder ruw dan het vroege werk van de band, maar persoonlijk hou ik wel van het nieuwe geluid van de band. Het is een geluid dat misschien aan van alles en nog wat doet denken, maar geen moment overbodig klinkt. Het is deels de verdienste van het ruwe en soms punky sausje waarmee Titus Andronicus haar muziek overgiet, maar het zijn uiteindelijk vooral de songs die van The Will To Live zo’n goed album maken.

Het gekke is dat ik me ook goed kan voorstellen dat er muziekliefhebbers zijn die beweren dat Titus Andronicus op haar nieuwe album wel erg fantasieloos voortborduurt op alle inspiratiebronnen uit het verleden, maar zelf ervaar ik het totaal anders. Titus Andronicus gaf me vanaf de eerste noten van The Will To Live een goed gevoel, dat pas verdween toen de laatste noten van het album na twaalf songs en ruim 51 minuten wegstierven.

Het album voegt wat mij betreft ook nog wat toe aan de directe voorgangers, die toch net wat minder waren ondergedompeld in 70s hardrock en hier en daar een beetje glamrock. Titus Andronicus heeft een album afgeleverd waar ik 51 minuten heel erg blij van wordt en dat is me heel wat waard, Geweldig album dus! Erwin Zijleman

Tiwayo - Desert Dream (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tiwayo - Desert Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tiwayo - Desert Dream
De Franse muzikant Tiwayo heeft de soundtrack van een hele mooie zomer gemaakt en het is er een die opvalt door aangename en warme klanken, betoverend mooie songs en een werkelijk prachtige soulvolle stem

Het ging opeens als een lopend vuurtje op de muziekwebsite Musicmeter. Ene Tiwayo zou een prachtig album hebben gemaakt, dat onder andere mij aan moest kunnen spreken. Dat bleek helemaal te kloppen, want vanaf de eerste noten ben ik verslaafd geraakt aan dit heerlijke album. Desert Dream staat vol tijdloze songs en het zijn songs die de sfeer van prachtige zomeravonden ademen. Tiwayo kan uit de voeten in meerdere genres en heeft een voorkeur voor de jaren 60 en 70, maar het tweede album van de Franse muzikant valt vooral op door zijn heerlijk soulvolle stem. Ik was direct verkocht toen ik Desert Dream voor het eerst hoorde, maar dit album wordt echt alleen maar beter en onweerstaanbaarder.

Op het unieke muziekplatform Musicmeter.nl ontstaat zo nu en dan een bescheiden hype rond een voor bijna iedereen totaal onbekend album. Het heeft me al een aantal geweldige tips opgeleverd, waaronder bijvoorbeeld het prachtige Illusions van Heiðrik. Deze week kwam er weer een bijzondere tip bij: Desert Dream van Tiwayo.

Op voorhand was ik vooral sceptisch, want ik hou erg van Franse zangeressen die zwoele teksten fluisteren in hun moedertaal, maar wat moest ik met een Franse muzikant, die met een serie Engelstalige songs op de proppen komt? Ik was echter snel overtuigd door Desert Dream van Tiwayo, want wat is dit een heerlijk album.

Het is een album dat doet verlangen naar een eindeloze en zorgeloze zomer, maar het is ook een album dat veel meer is dan de soundtrack van een mooie zomer. Tiwayo is een Franse muzikant, die in 2019 debuteerde met The Gypsy Soul Of Tiwayo. Het is een album dat destijds in kleine kring de hemel in werd geprezen, maar mijn eerste kennismaking met de muziek van de singer-songwriter uit Parijs is het eind april verschenen Desert Dream.

Ik wist door de aankondigingen op Musicmeter dat het een album van een Franse muzikant was, maar als ik het album zonder deze informatie had beluisterd was ik er van uit gegaan dat Tiwayo een zangeres was. De Fransman beschikt over een wat hoog maar zeer soulvol stemgeluid en het is een stemgeluid dat niet zo heel ver verwijderd is van de stem van Tracy Chapman. Dat is een stem waarvan ik zeer gecharmeerd ben en ook de stem van Tiwayo wist me onmiddellijk te overtuigen.

Dat doet de Franse muzikant ook met zijn songs, die zich door van alles en nog wat hebben laten beïnvloeden. Desert Dream is een album met een bijzondere en ook nog eens zeer aangename sfeer. De meeste songs van de Franse muzikant zijn heerlijk laidback en hebben zich laten beïnvloeden door muziek uit de jaren 60 en 70. Tiwayo kan overweg met soul en pop, maar voegt af en toe ook een snufje uit een ander genre toe aan zijn muziek.

De songs van de Franse muzikant zijn stuk voor stuk songs die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen en ook al jaren koestert. Door het toevoegen van natuurgeluiden en flink wat zwoele klanken is Desert Dream een album dat gemaakt is voor eindeloze zomeravonden. Tiwayo gebruikt gitaren als basis in vrijwel alle songs op het album en schakelt hierbij makkelijk tussen folky akoestische gitaren bluesy elektrische gitaren, zoals Chris Isaak dat kon in zijn beste dagen.

Desert Dream is door de zwoele klanken en de tijdloze songs direct vanaf de eerste noten een echt feelgood album en het goede gevoel wordt alleen maar versterkt door het af en toe rauwe, maar meestal vooral warme en soulvolle stemgeluid van de Franse muzikant. Bij eerste beluistering was ik nog bang dat het album na een paar keer horen zou gaan vervelen, maar wanneer je het tweede album van Tiwayo vaker hoort, wordt het wat mij betreft alleen maar leuker.

Het is altijd leuk als je uit het niets wordt geconfronteerd met een totaal onbekend album dat langzaam maar zeker uitgroeit tot een persoonlijke favoriet, maar bij Desert Dream van Tiwayo ging het wel erg snel. Sinds mijn kennismaking met het album kan ik alleen maar denken aan de zomer en het zou wel eens een hele mooie zomer kunnen worden. De soundtrack van Tiwayo is in ieder geval prachtig en is voor mij de verrassing van de week. Erwin Zijleman

TMGS - Ain't No Place (2018)

poster
5,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: TMGS - Ain't No Place - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Vlaamse band leverde ruim vijf jaar geleden een meesterwerk af, maar sindsdien was het stil. Tot nu dan.
Wat was ik aan het begin van 2013 onder de indruk van Rivers & Coastlines: The Ride van de Belgische band TMGS en toen ik aan het eind van het jaar mijn jaarlijstje opmaakte was ik het nog steeds. Sindsdien was het stil, maar sinds de eerste noten van de nieuwe plaat uit de speakers kwamen ben ik weer verliefd op de muziek van TMGS en blijkt dat deze muziek alleen maar aan kleur en kracht heeft gewonnen. De perfecte soundtrack voor een spaghetti western, maar ook de plaat die heel veel herfst- en winteravonden gaat voorzien van muziek die je voor eeuwig wilt koesteren. Prachtig.



Ruim vijfeneenhalf jaar geleden besprak ik op deze BLOG Rivers & Coastlines: The Ride van de Belgische band TMGS.

De band uit het Vlaamse Kalmthout en inmiddels Antwerpen, die in haar beginjaren als The Moe Green Specials door het leven ging, maakte op deze plaat diepe indruk met zonnige maar ook licht melancholische alt-country met flink wat echo’s uit de 70s countryrock.

Rivers & Coastlines: The Ride van TMGS dook uiteindelijk op in de hoogste regionen van mijn jaarlijstje over 2013, maar in de jaren die volgden ben ik de Belgische band langzaam maar zeker vergeten. De band was op haar beurt deze BLOG vergeten, maar gelukkig attendeerde een lezer me op een nieuwe plaat van TMGS. Ain’t No Place verscheen deze week en is op opvolger van de terecht zo geprezen voorganger.

Wanneer de eerste noten van The Wasted Hours uit de speakers komen, is duidelijk dat ook de nieuwe plaat van TMGS weer aanvoelt als een warm bad. De Belgische band neemt je mee terug naar de hoogtijdagen van de Amerikaanse countryrock met flarden Neil Young, The Band en Big Star, maar sluit ook aan bij de beste platen van alt-country pioniers The Jayhawks. Hier blijft het zeker niet bij, want wanneer de mariachi trompetten opduiken moet je natuurlijk denken aan Calexico, terwijl de muziek van TMGS vaak ook behoorlijk psychedelisch klinkt en opschuift richting Mercury Rev in haar beste dagen.

Je kunt er een rijtje namen aan verbinden, maar Ain’t No Place is vooral een typische TMGS plaat. Het is een plaat die net als voorganger Rivers & Coastlines: The Ride opvalt door een bijzonder fraaie instrumentatie, waarin naast de al genoemde mariachi trompetten vooral bijzonder fraai gitaarwerk en een weemoedig klinkende pedal steel de hoofdrol opeisen. TMGS kleurt haar muziek nog verder in met een zowel degelijk als avontuurlijk spelende ritmesectie en vooral met orgels en keyboards, die het geluid van de band nog wat warmer en voller maken.

TMGS sluit op Ain’t No Place wat meer aan bij de countryrock uit het verleden, maar invloeden uit de alternatievere country uit de jaren 90 zijn ook nog duidelijk hoorbaar. Hiernaast zijn invloeden uit de psychedelica belangrijker geworden, maar ik hoor hier en daar ook een bedoeld of onbedoeld randje progrock.

Vergeleken met Rivers & Coastlines: The Ride neemt TMGS op Ain’t No Place wat meer de tijd voor haar muziek en levert het niet alleen songs met een kop en een staart af, maar ook een soundtrack voor menig gemaakte of nog niet gemaakte spaghetti western.

Zowel de songs als de instrumentatie op de plaat maken indruk, maar ook in vocaal opzicht is het weer dik in orde, met over het algemeen genomen wat lome vocalen, hier en daar gebundeld in bijzonder fraaie koortjes.

De grootste kracht van de vorige plaat van TMGS was het feit dat de songs nog zo lang aan kracht wonnen en steeds aangenamer wegdromen mogelijk maakte. Het is een kracht die op Ain’t No Place alleen maar is versterkt. De gloedvolle instrumentatie slaat zich steeds weer als een warme deken om je heen, de psychedelische invloeden tekenen de mooiste beelden op het netvlies, terwijl de flarden 70s countryrock van Ain’t No Place de ultieme feelgood plaat maken. Het is muziek die prachtig kleurt bij de steeds nadrukkelijker opduikende herfstkleuren en die menige gure avond gaat voorzien van een prachtige soundtrack.

Ik was TMGS ruim vijf jaar na de vorige prachtlaat misschien wat uit het oog verloren, maar de liefde voor de band is direct weer opgebloeid sinds Ain’t No Place voor het eerst uit de speakers kwam en deze liefde wordt alleen maar heviger en intenser. Ik schrijf ook deze weer op voor mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman

Tobacco City - Horses (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tobacco City - Horses - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Tobacco City - Horses
Horses van het Amerikaanse tweetal Tobacco City wordt vergeleken met de muziek van het onvolprezen Amerikaanse duo The Handsome Family, wat de lat hoog legt, maar niet te hoog voor Lexi Goddard en Chris Coleslaw

Horses van Tobacco City kreeg drie maanden geleden flink wat positieve recensies, maar op een of andere manier heb ik het album genegeerd en ik was niet de enige. Dat is jammer, want het duo uit Chicago heeft een leuk album afgeleverd. Het is een album dat in het hokje 70s country(rock) past, maar dat net als de albums van bijvoorbeeld The Handsome Family iets toevoegt aan dit genre. Horses van Tobacco City klinkt in muzikaal opzicht erg lekker en ook de songs op het album spreken zeer tot de verbeelding. Misschien nog wel aansprekender zijn de stemmen van Lexi Goddard en Chris Coleslaw, die Horses een interessant en aansprekend eigen gezicht geven.

Horses van Tobacco City verscheen drie maanden geleden en is me toen eerlijk gezegd niet opvallen. Ik werd pas benieuwd naar het tweede album van de band uit Chicago, Illinois, toen ik een zeer positieve recensie van het album las in het gerenommeerde Britse muziektijdschrift Uncut, dat Horses schaarde onder de beste Americana albums van de maand.

Uncut vergeleek de muziek van het duo dat bestaat uit Lexi Goddard en Chris Coleslaw onder andere met de duetten van Gram Parsons en Emmylou Harris en met de muziek van The Handsome Family, dat in eerste instantie ook Chicago als thuisbasis had. Het suggereert dat Tobacco City zowel kan aansluiten bij de countryrock zoals die in de vroege jaren 70 werd gemaakt als bij de alternatieve country die aan het begin van de jaren 90 opdook en dat is knap.

Bij eerste beluistering van Horses hoorde ik vooral veel van de vroege albums van The Handsome Family en dat zijn albums die me heel dierbaar zijn. Nu waren Brett en Rennie Sparks niet vies van flink wat nostalgie in hun songs, waardoor de country van de twee regelmatig invloeden uit de jaren 60 en 70 liet horen, maar de twee gaven ook een bijzondere en vaak wat donkere en humoristische draai aan de invloeden uit het verleden.

Dat hoor ik allebei ook in de songs van Lexi Goddard en Chris Coleslaw, waardoor de associaties met de countryrock uit de jaren 70 en de alt-country van twee decennia later allebei niet zo gek zijn. Ik begrijp wel dat juist Uncut enthousiast is over het tweede album van Tobacco City, want het tijdschrift is al veel langer uiterst positief over countryalbums met een hang naar het verleden.

Ik hou zelf over het algemeen meer van wat moderner klinkende countryvarianten en heb de afgelopen twee jaar vooral een zwak voor countrypop, maar de songs op Horses hebben iets bijzonders. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal mooi en authentiek met lekker veel gitaren en uiteraard een hoofdrol voor de pedal steel. Het zorgt voor fraaie en beeldende muziek, die vooral in de zich wat langzamer voortslepende songs een bezwerende uitwerking heeft.

In muzikaal opzicht klinkt Horses door de invloeden uit het verleden direct bekend in de oren, waardoor het tweede album van Tobacco City zich makkelijk opdringt. In vocaal opzicht vind ik de songs van het Amerikaanse duo onderscheidender. Ik hoor niet direct de gouden keeltjes van Emmylou Harris en Gram Parsons, maar Lexi Goddard en Chris Coleslaw beschikken absoluut over mooie stemmen.

Het zijn, net als de stemmen van Brent en Rennie Sparks van The Handsome Family, stemmen die de songs van Tobacco City een duidelijk eigen gezicht geven. Het zijn karakteristieke stemmen die los van elkaar prima klinken, maar die ook uitstekend bij elkaar passen.

Ik was eigenlijk onmiddellijk gecharmeerd van Horses, maar vond het steeds interessanter worden naarmate het album vorderde. Ik vind Horses ook mooier en fascinerender worden naarmate ik het album vaker hoor. De muziek van Lexi Goddard en Chris Coleslaw lijkt af en toe weggelopen uit een ver verleden, maar het is ook muziek met zo af en toe een eigenzinnige twist. Ik word niet alleen steeds meer gegrepen door de gloedvolle klanken op het album, want ook de zang van Lexi Goddard en Chris Coleslaw vind ik steeds mooier worden. En de rek is er nog lang niet uit. Erwin Zijleman

Tobias Jesso Jr. - Goon (2015)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tobias Jesso Jr. - Goon - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Luister naar Goon van Tobias Jesso Jr. en je waant je onmiddellijk in de jaren 70. Nu is popmuziek uit de jaren 70 op het moment een bijzonder populaire inspiratiebron, maar zo duidelijk als op het debuut van Tobias Jesso Jr. hoor je het maar zelden.

Luister naar Goon van Tobias Jesso Jr. en je hoort flarden van de beste platen van Elton John, Paul McCartney, Randy Newman, Harry Nilsson, Billy Joel, John Lennon en, vooruit, Gilbert O'Sullivan.

Tobias Jesso Jr. bouwt zijn songs op rond zijn tijdloos klinkende pianospel en beschikt over een stem die heel veel kanten op kan.

Goon opent direct met een hopeloos verslavend popliedje. Het is een popliedje dat is gebouwd rond een paar eenvoudige maar ook betoverende pianoakkoorden, waarna de dromerige vocalen van Tobias Jesso Jr. en wat strijkers op de achtergrond de rest doen.

Goon bevat een flink aantal van dit soort tijdloze popliedjes, maar Tobias Jesso Jr. kan op Goon meerdere kanten op. Hij beschikt over een stem die raakt aan die van alle hierboven genoemde inspiratiebronnen, maar ook in muzikaal opzicht is Goon een veelzijdige plaat. Dat ligt niet direct aan het instrumentarium, waarin altijd de piano centraal staat (al zijn er op de achtergrond altijd wel wat andere instrumenten en grijpt Tobias Jesso Jr. ook een keer naar de akoestische gitaar), maar wel aan het vermogen van de Canadese singer-songwriter om schaamteloos aanstekelijke popliedjes af te wisselen met songs die wat lastiger te doorgronden zijn.

Direct bij eerste beluistering van Goon van Tobias Jesso Jr. had ik het idee dat ik naar een klassieker aan het luisteren was. Dat heeft aan de ene kant te maken met de duidelijk herkenbare inspiratiebronnen van de Canadees en zijn vermogen om volstrekt tijdloze popliedjes te schrijven, maar voor het maken van een klassieker is meer nodig.

Dat meer zit op het debuut van Tobias Jesso Jr. vooral in de emotie die de Canadees in zijn songs legt. Tobias Jesso Jr. is in de liefde zo te horen al in heel wat diepe dalen beland en maakt van zijn hart geen moordkuil. Vrijwel alle songs op de plaat gaan over de liefde en dan met name over de schaduwzijde van de liefde. Dat is al decennia lang een uitstekende voedingsbodem voor memorabele songs, maar lang niet iedereen is in staat om zoveel emotie of zelfs leed in zijn of haar songs te leggen als Tobias Jesso Jr. doet op Goon.

Goon is een plaat waar de ellende van af druipt, maar het is ook een plaat van een bijna ongekende schoonheid. Tobias Jesso Jr. grossiert op Goon in songs die je na één keer horen nooit meer wilt vergeten. Het zijn songs die door alle emotie diep onder de huid kruipen, maar het zijn songs met zo schaamteloos aanstekelijke akkoorden dat je ze na één keer horen meefluit, of je dit nu wilt of niet.

Voor Goon werd een beroep gedaan op meerdere producers, van wie Ariel Rechtshaid (Vampire Weekend, Haim) en Black Keys drummer Patrick Carney de bekendste zijn. Goon is desondanks een consistent klinkende plaat en het is een plaat die net zo goed door Bernie Taupin of George Martin geproduceerd zou kunnen zijn.

Goon komt echter het best tot zijn recht wanneer je niet steeds op zoek gaat naar vergelijkingsmateriaal uit een ver verleden. Dan hoor je immers pas hoe mooi de popliedjes van Tobias Jesso Jr. zijn en hoeveel gevoel hij in zijn songs legt. Goon klinkt uiteindelijk niet als een klassieker, maar is er ook een. 2015 is tot dusver een prima muziekjaar, maar deze plaat steekt er vooralsnog een flink stuk bovenuit. Erwin Zijleman

Tobias Jesso Jr. - Shine (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tobias Jesso Jr. - shine - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Tobias Jesso Jr. - shine
Tobias Jesso Jr. koos na zijn fantastische debuutalbum Goon voor een bestaan als songwriter voor anderen, maar ruim tien jaar na zijn glorieuze debuut keert de Canadese muzikant toch nog terug met nieuwe songs

Na ruim tien jaar wachten is de opvolger van het prachtige Goon van Tobias Jesso Jr. op het eerste gehoor wat mager met slechts acht songs en nog geen half uur muziek, maar na enige gewenning is het een mooi en bijzonder album. De Canadese muzikant schreef de wereldhits de afgelopen tien jaar voor anderen en komt op shine met een aantal zeer persoonlijke en spaarzaam ingekleurde songs op de proppen. Op shine hoor je vooral de piano van Tobias Jesso Jr. en zijn stem en de meeste songs op het album lijken eerder demo’s dan goed uitgewerkte songs. Dat valt op het eerste gehoor misschien een beetje tegen, tot je de ruwe schoonheid van de nieuwe songs van deze geweldige songwriter ontdekt.

De Canadese muzikant Tobias Jesso Jr. debuteerde in het voorjaar van 2015 met het album Goon. Het is een album dat zich stevig heeft laten beïnvloeden door de grote singer-songwriters uit de jaren 70. Daarmee liet Tobias Jesso Jr. in 2015 zeker geen uniek geluid horen, want ik heb stapels albums die de mosterd halen bij de grote voorbeelden uit het verre verleden.

Wat Goon zo uniek maakte is dat het album niet onder deed voor de klassiekers van weleer. Ik omschreef Goon als een album dat het beste van Elton John, Paul McCartney, Randy Newman, Harry Nilsson, Billy Joel, John Lennon en, vooruit, Gilbert O'Sullivan combineert en ik noemde het bovendien een album dat ook zomaar door Bernie Taupin of George Martin geproduceerd zou kunnen zijn. Dat zijn hele grote woorden, maar als ik nu naar Goon luister, sta ik er nog steeds voor 100% achter.

Tobias Jesso Jr. verdiende een hoog cijfer voor de uitvoering, maar haalde de perfecte score voor zijn geweldige songs, die ik nog altijd stuk voor stuk koester. Als ik tien jaar geleden de toekomst van de Canadese muzikant had moeten voorspellen, zou ik hebben voorspeld dat hij in 2025 een stapeltje prachtige albums op zijn naam zou hebben staan en zou zijn uitgegroeid tot een wereldster. Het liep grotendeels anders.

Tobias Jesso Jr. vond het zelf in de spotlights staan maar niets en deed een stapje terug. In plaats van zijn eigen muziek te maken begon hij met het schrijven van songs voor anderen. Dat leverde hem uiteindelijk een Grammy op en bovendien een lijst met songs voor wereldsterren waarmee ik de rest van deze recensie makkelijk kan vullen.

De muzikant Tobias Jesso Jr. leek voorgoed verdwenen, maar deze week verschijnt, in ieder geval voor mij uit het niets, een gloednieuw album van de Canadees. Na ruim tien jaar wachten is shine met slechts acht songs en net iets meer dan 29 minuten aan de korte kant, maar er is alle reden om blij te zijn met het tweede album van de songwriter uit Vancouver.

Met shine zal Tobias Jesso Jr. de wereldsterren voor wie hij songs schrijft niet in de wielen rijden, want er staan geen potentiële hits op het album, althans niet in de huidige vorm. Met shine heeft de Canadese songwriter een uiterst sober album afgeleverd, waarop vooral zijn piano en zijn stem zijn te horen. Er is wat hulp van onder andere Danielle Haim en Justin Vernon, maar het grootste deel van de tijd hoor je alleen hoor je Tobias Jesso Jr. in zijn uppie.

Het klinkt buiten de wat vreemde uitbarstingen in I Love You allemaal zo sober dat shine ook een serie ruwe demo’s zou kunnen zijn, maar ik heb het liever over ruwe diamanten. Ook op shine laat Tobias Jesso Jr. horen dat hij een groot songwriter is en dat hij zijn songs bovendien prachtig kan vertolken. Met wat meer slijpwerk had shine een album van het kaliber van Goon kunnen zijn, maar wanneer de ruwe songs op het nieuwe album binnen komen, komen ze ook hard binnen.

Het zijn persoonlijke songs over een aantal belangrijke gebeurtenissen in het leven van Tobias Jesso Jr. en ook voor een gevierd songwriter gaat het leven niet altijd over rozen. Na tien jaar wachten is shine misschien niet waarop iedereen gehoopt had, maar neem de tijd voor het tweede album van de Canadese muzikant en je komt er snel achter dat hij wederom een serie prachtige songs heeft afgeleverd. Erwin Zijleman

Todd Rundgren - Something / Anything? (1972)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Todd Rundgren - Something/Anything? (1973) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Todd Rundgren - Something/Anything? (1973)
Todd Rundgren heeft een enorme stapel albums op zijn naam staan, maar op het in 1972 verschenen dubbelalbum Something/Anything? bereikt de Amerikaanse muzikant volgens velen zijn creatieve piek

Something/Anything? van Todd Rundgren kocht ik ooit in de ramsj bij Allwave in Den Haag. Het album verdween al snel in de kast en dat is zonde, want Something/Anything? is een bijzonder album. Het is een album waarop Todd Rundgren anderhalf uur lang laat horen waartoe hij aan het begin van de jaren 70 in staat was. De Amerikaanse muzikant schuwt het experiment niet op het dubbelalbum, maar komt ook op de proppen met een aantal zeer memorabele popsongs met een vleugje blue-eyed soul. Tod Rundgren heeft inmiddels stapels albums op zijn naam staan, maar Something/Anything? blijft een van de hoogtepunten in het oeuvre van de Amerikaanse muzikant, zo niet het onbetwiste hoogtepunt.

Ik heb het de afgelopen jaren een paar keer geprobeerd met nieuwe albums van de Amerikaanse muzikant Todd Rundgren, maar hoorde op deze albums toch niet de muzikale genialiteit waarmee hij zo vaak vereenzelvigd wordt. Die hoor je wel wanneer je wat dieper in het oeuvre van Todd Rundgren duikt.

De Amerikaanse muzikant en producer (hij produceerde Bat Out Of Hell van Meat Loaf, Wave van Patti Smith en het debuutalbum van The New York Dolls, om maar eens drie legendarische albums te noemen) heeft sinds het eind van de jaren 60 een enorm oeuvre opgebouwd. Dat deed hij in eerste instantie met de band The Nazz, maar de Amerikaanse muzikant begon al snel aan een solocarrière, die hij combineerde met de progrock band Utopia.

Waar te beginnen in het omvangrijke oeuvre van Todd Rundgren? In de eigen platenkast heb ik drie albums van Utopia, die overigens nooit uitgroeiden tot mijn progrock favorieten, twee als matig bekend staande Todd Rundgren albums uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 en het dubbelalbum Something/Anything? uit 1972. Dat laatste album kocht ik ooit omdat het volgens OOR’s popencyclopedie, destijds een essentiële bron van informatie, het onbetwiste meesterwerk was van de Amerikaanse muzikant. Het was op dat moment toch niet echt mijn muziek, waardoor het album al snel in de kast verdween.

Something/Anything? is wel een mooi startpunt voor het verkennen van het werk van Todd Rundgren. Het album opent met I Saw The Light, dat destijds op single werd uitgebracht en ik nog ken uit mijn jeugd. Het is een typische jaren 70 singer-songwriter song, die laat horen dat Todd Rundgren de kunst van het schrijven van memorabele songs verstaat. Dat laat hij veel vaker horen op Something/Anything?, dat vijfentwintig songs en op een minuut na anderhalf uur muziek bevat.

Todd Rundgren was nog geen 25 toen hij Something/Anything? opnam en deed op het album vrijwel alles zelf. Dat is met alle digitale hulpmiddelen van tegenwoordig best te doen, maar aan het begin van de jaren 70 was het een enorme klus. Op zijn meesterwerk laat Todd Rundgren horen dat hij alle mogelijkheden van de studio van destijds heeft benut en in muzikaal opzicht alle kanten op kan.

Het album bevat een aantal zeer toegankelijke popsongs met vooral invloeden uit de singer-songwriter muziek van de vroege jaren 70 (denk aan Paul McCartney), maar ook invloeden uit de blue-eyed soul. Gezien de laatste invloeden is het niet zo gek dat Hall & Oates voor hun eerste albums aanklopten bij Todd Rundgren als producer. Het zijn songs met een duidelijke jaren 70 sound, maar het klinkt nog steeds lekker.

Something/Anything? is een album waarop Todd Rundgren alles uit de kast trekt. Soms is het wat meer soul met een vleugje Motown, soms is het bijna hardrock of powerpop, soms zijn het nagenoeg perfecte popsongs zoals de groten die maakten in de jaren 70, maar Todd Rundgren kan ook flink psychedelisch, elektronisch en experimenteel klinken in de anderhalf uur die Something/Anything? duurt.

Anderhalf uur is een lange zit en ik denk dat er bijna niemand is die alle songs op het album goed vindt, maar er valt absoluut veel te genieten op het album, dat pas echt tot leven komt wanneer je het met de koptelefoon beluistert. Ik heb zelf vooral een zwak voor de tijdloze popsongs op het album, maar ook als Tod Rundgren andere kanten op gaat is Something/Anything? een fascinerend album, dat terecht onder de klassiekers uit de geschiedenis van de popmuziek wordt geschaard. Erwin Zijleman

Todd Tobias - Impossible Cities (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Todd Tobias - Impossible Cities - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De naam Todd Tobias zal waarschijnlijk niet bij iedere muziekliefhebber een belletje doen rinkelen, maar toch is het waarschijnlijk dat veel muziekliefhebbers een plaat in de kast hebben staan waarop Todd Tobias zijn stempel heeft gedrukt.

Todd Tobias produceerde immers flink wat platen van Guided By Voices, een aantal soloplaten van GBV voorman Robert Pollard en maakt met diezelfde Robert Pollard deel uit van de band Circus Devils.

Met Impossible Cities heeft Todd Tobias nu een fascinerende en wat mij betreft ook wonderschone soloplaat gemaakt, al duurt het wel even voor die schoonheid aan de oppervlakte komt, althans dat was bij het geval.

Het is niet makkelijk om Impossible Cities in een hokje te duwen. Todd Tobias is gezien zijn staat van dienst natuurlijk nauw verbonden met het hokje lo-fi, maar dat dekt de lading van Impossible Cities maar zeer ten dele.

De plaat bevat 16 tracks en duurt 38 minuten. Dat klinkt als lo-fi. Verder bevat de plaat songs waarin over het algemeen geen kop en staat valt te ontdekken. Ook dat klinkt als lo-fi. Lo-fi staat echter ook bekend als een genre waarin perfecte popliedjes worden gepresenteerd in ruwe diamanten die je zelf nog mag slijpen. Hier valt Todd Tobias nadrukkelijk buiten het lo-fi hokje. De 16 tracks op Impossible Cities zijn immers geen van allen te omschrijven als popliedje.

Impossible Cities van Todd Tobias is een volledig instrumentale plaat, waarop experimentele soundscapes domineren. Het zijn soundscapes die soms worden gedragen door keyboards en meestal door gitaren. Wanneer de gitaren domineren is Todd Tobias niet vies van lekker stevige en op zich best redelijk toegankelijke gitaarriffs, maar een echt toegankelijke plaat wordt Impossible Cities nooit.

Todd Tobias heeft een behoorlijk donkere plaat gemaakt vol lastig te doorgronden maar op hetzelfde moment ook beeldende en bezwerende muziek. De onmogelijke steden van Todd Tobias mag je zelf bedenken wanneer de soundscapes uit de speakers komen. Of het steden zijn waarin je graag zou leven durf ik te betwijfelen, maar fascinerende steden zijn het zeker.

Nu ben ik wel zo eerlijk om te bekennen dat ik in eerste instantie flink wat moeite had met deze plaat. Toen mijn zoontje me vroeg of dit wel echt muziek was, kon ik wel bevestigend antwoorden, maar helemaal overtuigd was ik nog niet. Impossible Cities van Todd Tobias wint echter aan kracht wanneer je gewend bent geraakt aan de bijzondere klanken op de plaat, die vaak toch ook wel wat aan progrock of postrock doen denken.

Zoals je door je oogharen kunt kijken, moet je Impossible Cities eigenlijk door je oorharen beluisteren. Verder moet je de fantasie laten stromen. Maak je eigen film bij de fascinerende soundtrack die Todd Tobias heeft gemaakt en je zult merken dat Impossible Cities van Todd Tobias steeds bijzonderder en mooier wordt.

Een plaat voor alle momenten zal het nooit worden. Een plaat voor een breed publiek ook niet. Het siert het Utrechtse Tiny Room Records dan ook dat het het lef heeft gehad om juist deze plaat uit te brengen. En laten we wel zijn, het kwartje is bij mij eerder gevallen dan bij de laatste plaat van Daniel Lanois, terwijl ik die heel hoog heb zitten. Erwin Zijleman

Todd Tobias - Tristes Tropiques (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Todd Tobias - Tristes Tropiques - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het is nog maar net een half jaar geleden dat de eerste soloplaat van Todd Tobias hier op de mat viel. De muzikant die ik tot op dat moment vooral kende als producer van flink wat platen van lo-fi pioniers Guided By Voices en soloplaten van Guided By Voices voorman Robert Pollard, maakte na een lange periode van gewenning indruk met het volstrekt ongrijpbare Impossible Cities.

Met Impossible Cities nam Todd Tobias nadrukkelijk afscheid van de lo-fi; het genre waarmee hij gezien zijn verleden nadrukkelijk werd geassocieerd. Impossible Cities stond vol met hypnotiserende soundscapes vol verrassingen, waarbij je zelf de beelden mocht verzinnen.

Ik geef direct toe dat het even duurde voor ik chocolade kon maken van de bijzondere muziek van Todd Tobias, maar uiteindelijk was Impossible Cities de perfecte soundtrack voor veel dromerige momenten.

Todd Tobias heeft de lo-fi inmiddels misschien afgezworen, maar de bijna onwerkelijke productiviteit die kleeft aan het genre is de Amerikaanse muzikant nog niet kwijt. Met Tristes Tropiques levert Todd Tobias immers al weer een nieuwe plaat af en het is er een die zijn voorganger qua schoonheid weet te overtreffen.

Tristes Tropiques is gebaseerd op het gelijknamige boek van de Franse etnograaf en antropoloog Claude Lévi-Strauss. Dat zal de gemiddelde lezer van mijn BLOG waarschijnlijk niet zoveel zeggen, maar tijdens mijn studie was het één van de belangrijke boeken en ook een van mijn favoriete boeken. Het is overigens een boek dat leest als een roman en het is bovendien een boek dat precies 60 jaar geleden al aandacht vroeg voor de wijze waarop Indianenstammen in het Amazonegebied in de knel komen door voortschrijdende industrialisatie en verstedelijking; nog steeds een actueel thema.

Todd Tobias heeft het meesterwerk van Claude Lévi-Strauss nu voorzien van muziek en het is muziek vol toverkracht. Tristes Tropiques is toegankelijker en minder eclectisch dan Impossible Cities, maar minstens even dromerig en mysterieus.

Laat de prachtige klanken van Todd Tobias uit de speakers komen en je komt volledig tot rust. Onze gejaagde samenleving is opeens ver weg en er is alle tijd voor wegdromen. Gezien de achtergrond van de plaat droom ik zelf over de fascinerende ontdekkingsreizen van Claude Lévi-Strauss in de Tropen, maar net als bij Impossible Cities, kun je ook dit keer zelf de beelden verzinnen bij de lome en dromerige klanken van Todd Tobias.

Natuurlijk is Tristes Tropiques geen plaat die in hele brede kring zal worden omarmd, maar nog meer dan Impossible Cities is het een plaat die aandacht en vooral tijd verdient. Bij oppervlakkige beluistering zullen de atmosferische klanken op Tristes Tropiques waarschijnlijk snel vervliegen, maar duik diep in deze plaat en je hoort klanken van een bijna onwerkelijke schoonheid.

Impossible Cities vond ik uiteindelijk vooral een bijzondere plaat. Tristes Tropiques is nog bijzonderder en ook nog eens bloedmooi. Nu nog twee palmbomen en een hangmat ertussen om nog veel langer en intenser te kunnen verdwalen in deze unieke plaat. Erwin Zijleman

Tom Adams - After the Rain (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tom Adams - After The Rain - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Tom Adams - After The Rain
Tom Adams is een Britse folkie die inmiddels al heel wat jaren aan de weg timmert en ook al flink wat albums heeft afgeleverd, maar nu met After The Rain een zeer sfeervol en echt prachtig klinkend album heeft gemaakt

Ik was eigenlijk direct onder de indruk van After The Rain van de Britse singer-songwriter Tom Adams. Het is een album dat ik waarschijnlijk nooit zou hebben ontdekt als het me niet getipt was, maar ik ben blij met dit album. Tom Adams maakt op After The Rain rijkelijks versierde folksongs, maar alle versiering van onder andere strijkers is wat mij betreft altijd functioneel. De Britse muzikant beschikt over een mooie stem en schrijft aansprekende songs, maar het zijn de echt bijzonder mooie klanken die After The Rain flink verder optillen. Tom Adams heeft een beeldend en bijna rustgevend album gemaakt, maar het is ook een album waarop verschrikkelijk veel valt te ontdekken.

After The Rain van de Britse singer-songwriter Tom Adams werd me een paar weken geleden getipt op het interessante Nederlandse muziekplatform MusicMeter.nl, wat voor mij wel vaker een inspiratiebron is voor mooie nieuwe muziek. Ik ben normaal gesproken niet zo gek op mannelijke folkies, want dat is de categorie waarin dit album wordt ingedeeld, maar in het geval van Tom Adams moet ik mijn tipgever gelijk geven. After The Rain van Tom Adams is inderdaad een heel mooi en zeer sfeervol album, dat zich in mijn geval steeds nadrukkelijk opdringt.

Ik was de naam Tom (eigenlijk Tammy) Adams volgens mij nog niet eerder tegengekomen, maar After The Rain is volgens MusicMeter al het vijfde album van de Britse muzikant. Op Spotify en bandcamp zie ik nog veel meer albums van de muzikant uit Cornwall, die inmiddels al een kleine twintig jaar muziek uitbrengt. Ik ga het allemaal nog wel eens ontdekken, maar voorlopig beperk ik me nog even tot After The Rain, dat vorige maand is verschenen en waar ik nog lang niet klaar mee ben.

Het is een album dat de Britse muzikant grotendeels in zijn uppie maakte, want alleen voor de strijkers die zijn te horen op het album deed Tom Adams een beroep op ene Matt Kelly, een naam die ik wel vaker ben tegengekomen. Op de bandcamp pagina van Tom Adams is verder helaas niet zo heel veel info over het album te vinden, maar wel iets over de thematiek. “After The Rain is a reflection on the passing of time and the changing seasons”. De tijd mag van mij persoonlijk wel wat minder snel gaan, maar een wisseling van de seizoenen kan op het moment wat mij betreft niet snel genoeg komen, maar dat is mijn mening.

Terug naar de muziek. Ik noemde Tom Adams hierboven al een folkie en daarmee doe ik hem zeker recht. In de muziek van de muzikant uit Cornwall klinken invloeden uit de Britse folk nadrukkelijk door. Nu vind ik Britse folk vaak wel wat plechtstatig, maar dat etiket zou ik niet snel op After The Rain plakken. Het album klinkt naast folky ook lichtvoetig en bovendien sprookjesachtig mooi.

Wanneer de Britse muzikant zich beperkt tot zijn akoestische gitaar en zijn stem klinkt hij als veel andere folkies, maar Tom Adams beperkt zich vrijwel nooit tot zijn akoestische gitaar en zijn stem. De muziek op After The Rain wordt met grote regelmaat verrijkt met subtiele pianoakkoorden, atmosferische synths, incidenteel percussie en vooral met de weldadig ingezette strijkers. Het levert zoals gezegd sprookjesachtige klanken op, maar de muziek op After The Rain is ook ruimtelijk en beeldend.

Folkpuristen zullen waarschijnlijk beweren dat al die versiersels de pure folksong wat in de weg zitten, maar persoonlijk ben ik zeer gecharmeerd van de mooie klanken op After The Rain, die met name op de rustigere momenten van de dag wonderen verrichten. Ook met de stem van de Britse muzikant is niets mis. Tom Adams kan uitstekend uit de voeten in de folky songs op zijn albums en beschikt over een warme stem met een flink bereik.

After The Rain van Tom Adams is niet het soort album dat ik er als eerste uit pik wanneer ik een stapel nieuwe albums in handen krijg, maar ik vind het album steeds mooier en sfeervoller worden en begrijp inmiddels volledig waarom het mij getipt werd op MusicMeter. Erwin Zijleman

Tom Brosseau - Perfect Abandon (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tom Brosseau - Perfect Abandon - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Singer-songwriter muziek teruggebracht tot de essentie. Het is een omschrijving die zeker van toepassing is op Perfect Abandon van Tom Brosseau.

Tom Brosseau is een Amerikaanse singer-songwriter die in Grand Forks, North Dakota, opgroeide met stokoude folk en bluegrass muziek. Hij maakt inmiddels al ruim tien jaar platen, maar heel veel aandacht trokken deze platen tot dusver niet.

Voor Perfect Abandon verruilde Tom Brosseau zijn nieuwe thuisbasis Los Angeles tijdelijk voor het Britse Bristol, waar hij zich samen met de gerenommeerde producer John Parish (PJ Harvey, Eels, Giant Sand) opsloot in een oud theater.

In dit theater kreeg Tom Brosseau de beschikking over een beperkt aantal muzikanten en slechts één microfoon. Perfect Abandon laat naast een eenvoudige ritmesectie slechts akoestische en elektrische gitaren en de stem van Tom Brosseau horen, wat een bijzonder sober geluid oplevert.

Perfect Abandon opent met het vertellen van een verhaal, maar langzaam maar zeker gaat Tom Brosseau zingen. Het roept onmiddellijk associaties op met singer-songwriters uit een ver verleden en zeker wanneer Tom Brosseau van vertellen naar zingen gaat, is de vergelijking met een jonge Johnny Cash niet meer weg te drukken.

Perfect Abandon klinkt als een plaat die in de jaren 50 of 60 is gemaakt en komt in onvervalst mono uit de speakers. Laat de nieuwe Tom Brosseau uit de speakers en bij voorkeur uit de groeven komen en je ziet Johnny Cash spelen voor Amerikaanse gedetineerden of Elvis Presley zijn eerste plaatje opnemen in de Sun Studios.

De instrumentatie op de plaat is zoals gezegd sober, maar wel raak. De eenvoudige ritmesectie legt accenten wanneer accenten gelegd moeten worden, terwijl de gitaren steeds mooie volle akkoorden en een incidentele solo laten horen. De warme en doorleefde stem van Tom Brosseau doet het uitstekend in deze setting. Wanneer Tom Brosseau verhalen vertelt trekt hij de aandacht, wanneer hij gaat zingen kruipt zijn muziek onder de huid.

Bij platen die zijn gemaakt met zulke eenvoudige middelen slaat bij mij de verveling vaak snel toe, maar deze krijgt bij beluistering van Perfect Abandon van Tom Brosseau echt geen enkele kans.

Het gitaarwerk op de plaat is sober maar laat steeds een net wat ander geluid horen, terwijl de stem van Tom Brosseau verrassend veelkleurig blijkt en net zo makkelijk tegen die van Johnny Cash als tegen die van Roy Orbison aanschurkt.

Ook qua stijl pint Tom Brosseau zich niet vast op één geluid. Perfect Abandon bevat een aantal tracks die de sfeer van het Zuiden van de Verenigde Staten in de jaren 50 ademen, maar Tom Brosseau vindt ook aansluiting bij de Greenwhich folk uit het New York van de jaren 60, zeker wanneer hij teksten uitspuugt zoals alleen een jonge Dylan dat kon.

Perfect Abandon is een plaat die vanwege de instrumentatie en de zang niet snel verveelt, maar de intense en intieme sfeer op de plaat zorgt er voor dat de plaat je bij de strot grijpt. Steeds als de greep van de plaat iets dreigt te verslappen, doet Tom Brosseau wel iets om je weer wat steviger vast te grijpen. De ene keer fraai fingerpicking gitaarspel, de volgende keer een opgesnorde mondharmonica, dan weer net wat emotievollere zang of een volgend uitstapje in de rijke muziekgeschiedenis van de jaren 50 en 60.

Het levert alles bij elkaar een hele bijzondere plaat met uiteindelijk een enorme impact en een nauwelijks te beschrijven ruwe schoonheid op. Erwin Zijleman

Tom Cunliffe - Secret Exhibition (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tom Cunliffe - Secret Exhibition - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tom Cunliffe - Secret Exhibition
De Nieuw-Zeelandse muzikant Tom Cunliffe omarmt op Secret Exhibition op fraaie wijze de herfst met warme en sfeervolle klanken, invloeden uit de folk en de chamber pop en een bijzondere stem

Je hebt soms van die albums die bij eerste beluistering nog niet zo heel veel met je doen, maar vervolgens in sneltreinvaart uitgroeien tot een persoonlijke favoriet. Secret Exhibition van de Nieuw-Zeelandse muzikant Tom Cunliffe is zo’n album. De muzikant uit Auckland verwarmt de ruimte met melodieuze songs, volle en warme klanken en een stem die zich al snel genadeloos opdringt. Secret Exhibition springt ook nog eens op bijzondere wijze heen en weer tussen de folk van vele decennia geleden en de chamber pop van recentere datum. Er verschijnen momenteel heel wat albums voor de donkere seizoenen, maar deze verrassing van de andere kant van de wereld hoort wat mij betreft bij de mooisten.

De wekelijkse nieuwsbrief van Flying Out, mijn belangrijkste inspiratiebron wanneer het gaat om muziek uit Nieuw-Zeeland, wees me deze week op Secret Exhibition van Tom Cunliffe. Het is de zoveelste gouden tip van de muziekwinkel uit Auckland, want Secret Exhibition is een zwaar verslavend album, dat vooralsnog alleen maar aangenamer en interessanter wordt.

Tom Cunliffe is vast eerder opgedoken in de nieuwsbrief van Flying Out, want Secret Exhibition is zijn derde album. Het is een album dat deze week moet concurreren met flink wat andere albums van mannelijke singer-songwriters, maar het album van de muzikant uit Auckland springt er wat mij betreft uit deze week.

Bij eerste beluistering was ik daar overigens nog zeker niet van overtuigd. Tom Cunliffe maakt op Secret Exhibition met grote regelmaat muziek die herinnert aan de folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70, zeker wanneer de zang wat steviger is aangezet en zo nu en dan zelfs wat theatraal klinkt. Hiertegenover staan een aantal songs die een stuk eigentijdser klinken en juist deze sprongen door de tijd maken van Secret Exhibition een interessant album.

Tom Cunliffe opent zijn derde album met de tegelijkertijd zonnig en stemmig klinkende titelsong, waarin direct zijn bijzondere stem opvalt. Het is een stem die herinnert aan singer-songwriters van lang geleden, maar het is ook een stem die prachtig combineert met de warme klanken in de openingstrack.

De Nieuw-Zeelandse muzikant heeft zijn muziek in een aantal tracks behoorlijk vol maar zeer smaakvol ingekleurd. De zang van Tom Cunliffe herinnert misschien vooral aan folkies uit het verleden, maar in muzikaal opzicht wisselt de Nieuw-Zeelandse muzikant invloeden uit de folk en chamber pop af met invloeden uit de eigenzinnige popmuziek zoals die al decennia wordt gemaakt in Australië en Nieuw-Zeeland.

Secret Exhibition strooit hier en daar flink met eigentijdse klanken, maar als we het moeten doen met akoestische gitaar of piano, hier en daar de mondharmonica en de expressieve stem van Tom Cunliffe worden we decennia terug geworpen in de tijd. De muzikant uit Auckland verleidt makkelijk met warm klinkende songs, maar ook de wat meer ingetogen songs met het nodige drama trekt hij makkelijk over de streep.

De songs op Secret Exhibition zijn bijna zonder uitzondering prachtig melodieus en klinken zowel in muzikaal als in vocaal opzicht anders dan de muziek die aan deze kant van de wereld wordt gemaakt. Ik moest er absoluut even aan wennen, maar zeker de rijk ingekleurde songs van Tom Cunliffe zijn momenteel nauwelijks te weerstaan. Ik vind de muziek van de Nieuw-Zeelandse muzikant persoonlijk het mooist wanneer hij de ruimte verwarmt met volle klanken en er ook nog een blik strijkers bij opentrekt, maar ook de wat meer ingetogen songs op het album winnen snel aan kracht.

Ik kan me voorstellen dat de bijzondere stem van Tom Cunliffe niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar het is aan de andere kant ook wel een stem waarvan je moet leren houden. Ik beluister de tips van Flying Out altijd met veel interesse en aandacht, wat me al veel bijzondere muziek heeft opgeleverd, maar Secret Exhibition van Tom Cunliffe schat ik nog net wat hoger in dan de meeste andere tips van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel. Prachtalbum. Erwin Zijleman

Tom Misch & Yussef Dayes - What Kinda Music (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tom Misch & Yussef Dayes - What Kinda Music - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tom Misch & Yussef Dayes - What Kinda Music
Tom Misch en Yussef Dayes verrassen met een buitengewoon avontuurlijke mix van laid-back soul, experimentele jazz en alles er tussenin

What Kinda Music is een album dat ik in normale omstandigheden links zou hebben laten liggen. Het zijn echter geen normale omstandigheden en dat pakt nu eens goed uit. De lome en soulvolle tracks op het album verleiden vrijwel onmiddellijk, terwijl de experimentele en jazzy songs me nu eens niet de gordijnen in jagen. Er gebeurt zo idioot veel op dit album dat het je vaak duizelt, maar aan de andere kant klinkt de boeiende mix van invloeden ook volkomen logisch. In muzikaal opzicht steekt het allemaal razend knap in elkaar, maar Tom Misch en Yussef Dayes verliezen de toegankelijke songs nooit helemaal uit het oog. Mooi en verrassend plaatje dit.

In een tijd waarin heel veel dingen noodgedwongen iedere dag weer precies hetzelfde zijn, probeer ik met nieuwe muziek wat buiten mijn gebaande paden te treden.

Normaal gesproken zou ik het album van Tom Misch en Yussef Dayes waarschijnlijk niet eens beluisterd hebben of zou ik er na vluchtige beluistering geen energie meer in hebben gestoken. Het eerste is het meest waarschijnlijk, want ik had tot voor kort nog nooit van Tom Misch gehoord en ook de naam Yussef Dayes deed geen belletje rinkelen.

Eerstgenoemde is een Britse muzikant die vooralsnog vooral in de hokjes hip-hop en elektronica wordt geduwd, terwijl zijn eveneens uit Londen afkomstige metgezel vooral bekend is in jazz-kringen en dan met name van het samen met de Amerikaanse jazzmuzikant Kamaal Williams gevormde Yussef Kamaal.

Als What Kinda Music van Tom Misch en Yussef Dayes een optelsom is van de muzikale voorkeuren van de twee verwacht je een mix van jazz, hip-hop en elektronica. Hiermee zijn we inderdaad een heel eind, maar de Britse muzikanten slepen er nog flink wat genres bij, waaronder in ieder geval soul, funk en pop. Het levert een fascinerend geluid op dat continu weer andere kanten op schiet en varieert van behoorlijk experimenteel tot zeer toegankelijk. What Kinda Music van Tom Misch en Yussef Dayes is qua invloeden een bonte lappendeken, maar het is ook een album dat zich laat beluisteren als één lange luistertrip.

Zeker de lome en wat meer laid-back songs op het album dringen zich vrij makkelijk op. De twee Britse muzikanten zijn in deze tracks goed voor een gloedvolle mix van vooral soul en jazz, met flarden hiphop voor het extra avontuur. Ook in de wat toegankelijkere tracks op het album maken Tom Misch en Yussef Dayes zich er niet makkelijk van af. Met name de ritmes kiezen nooit voor de makkelijkste weg, maar ook de wijze waarop elektronica wordt ingezet loopt vrijwel continu over van avontuur, terwijl de mooie gitaarlijnen het oor maar blijven strelen.

In de tracks met wat meer invloeden uit de jazz mag Yussef Dayes los gaan met weergaloos drumwerk, maar de muziek op What Kinda Music vervalt nooit in doelloos geëxperimenteer. Tom Misch en Yussef Dayes hebben een album gemaakt dat de fantasie eindeloos prikkelt, maar What Kinda Music komt ook buitengewoon aangenaam uit de speakers.

Ik ben niet heel goed thuis in de genres waarin Tom Misch en Yussef Dayes opereren, wat vergelijken met de muziek van anderen lastig maakt, maar ik hoor heel vaak muziek die Prince in 2020 zomaar gemaakt zou kunnen hebben. Op andere momenten hoor ik ook weer muziek die Prince nooit zou maken, dus misschien is het maar het beste om de vergelijking met de muziek van anderen los te laten.

Ondertussen blijf je maar nieuwe dingen horen op dit fascinerende album. Dat er alleen maar topmuzikanten zijn te horen op What Kinda Music hoor je vrijwel onmiddellijk, maar er gebeurt zoveel dat je What Kinda Music laag voor laag wilt ontrafelen om maar niets te hoeven missen. Zeker in de wat meer jazzy tracks waarin Yussef Dayes als drummer helemaal los mag gaan gebeurt er zoveel dat het je soms duizelt, maar ook de laid-back tracks steken veel complexer in elkaar dan je bij eerste beluistering hoort. Fascinerend album, dat is zeker. Erwin Zijleman

Tom Neven - Closer (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tom Neven - Closer - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het is inmiddels al weer een aantal weken geleden dat Closer van Tom Neven op de mat viel.

De plaat viel direct op dankzij de bijgevoegde handgeschreven brief, waarin Tom Neven vertelt wie hij is en wat hij met zijn muziek wil uitdragen. Closer kon daarom direct rekenen op mijn sympathie, maar wat ik vervolgens te horen kreeg heeft mijn verwachtingen ruimschoots overtroffen.

De afgelopen weken ben ik zielsveel gaan houden van het debuut van de Brabantse singer-songwriter, die wat mij betreft de buitenlandse concurrentie naar de kroon steekt met een plaat die behoort tot het beste dat 2016 tot dusver heeft voortgebracht.

Tom Neven doet dit met opvallend intieme en zonder uitzondering wonderschone songs, die van alles met je doen. Closer valt op door een zachte en bijna tedere instrumentatie, waarin de akoestische gitaar domineert en bas, drums, elektrische gitaar, viool en dobro zorgen voor smaakvolle accenten.

Het is een instrumentatie die prachtig kleurt bij de geweldige stem van Tom Neven. De Brabantse singer-songwriter beschikt over een stem die warm en emotievol klinkt, maar ook over een rauw en doorleefd randje beschikt. Het is een stem die me heel af en toe wel wat doet denken aan die van Don Henley, maar over het algemeen genomen heeft de stem van Tom Neven een bijzondere eigen klank en kleur. Het is een stem die er voor zorgt dat de emotie uit zijn songs trefzeker wordt afgeleverd.

De instrumentatie (let op de prachtige bijdragen van de viool) en vocalen (ook de achtergrondvocalen zijn prachtig en zeer doeltreffend) op het debuut van Tom Neven zijn van hoog niveau, maar de meeste kracht ontleent Closer toch aan de geweldige songs. Tom Neven imponeert op Closer met persoonlijke en bijzonder intieme songs, die me stuk voor stuk diep weten te raken.

Ondanks de relatief eenvoudige middelen die worden ingezet, klinkt het allemaal zo mooi en helder (een groot compliment voor de productie) dat ik kippenvel meer dan eens niet kan onderdrukken. Closer bevat niet alleen songs vol emotie, maar het zijn ook songs die zo knap in elkaar steken dat de plaat maar blijft verrassen en groeien.

Het debuut van Tom Neven klinkt soms zo intiem en persoonlijk dat je je bijna schuldig voelt dat je er naar luistert, maar wat is het ongelooflijk mooi en wat doet de muziek van Tom Neven veel met de luisteraar. Er zijn in Nederland de afgelopen jaren wel vaker singer-songwriters opgedoken die mee kunnen met de internationale concurrentie, maar hetgeen dat Tom Neven laat horen gaat nog een stapje verder.

Closer is een bijzonder indrukwekkend debuut, maar ook een plaat om intens van te houden. Luister één keer naar het debuut van Tom Neven en je bent verkocht. Ik was direct onder de indruk, maar mijn bewondering voor deze prachtplaat is sindsdien alleen maar groter geworden. Erwin Zijleman

Tom Neven & the Side Effect - Soon (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tom Neven & The Side Effect - Soon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tom Neven & The Side Effect - Soon
De Brabantse muzikant Tom Neven leverde acht jaar geleden een prachtig debuutalbum af en keert nu samen met zijn band The Side Effect terug met het werkelijk prachtige en van emotie overlopende Soon

Ik moet eerlijk toegeven dat ik de naam van Tom Neven al lang weer was vergeten, maar sinds ik een paar weken geleden zijn nieuwe album ontving ben ik weer in de ban van de muziek van de Brabantse muzikant. Samen met zijn band The Side Effect heeft Tom Neven immers een prachtig album gemaakt. Soon is een akoestisch folkalbum met een aantal ingetogen en een aantal wat uitbundigere tracks, maar alle tracks vallen op door de passie waarmee muziek wordt gemaakt en de emotie waarmee Tom Neven zingt. Het debuutalbum van Tom Neven was acht jaar geleden bijzonder mooi, maar het met The Side Effect gemaakte Soon is nog een stuk mooier en indrukwekkender.

Bij de naam Tom Neven moest ik in eerste instantie flink graven in het geheugen. Dat is ook niet zo gek, want Closer, het debuutalbum van Tom Neven, verscheen bijna acht jaar geleden. Het is een album dat ik destijds ontving samen met een handgeschreven brief waarin de Brabantse muzikant uitlegde hoe het album tot stand was gekomen en wat hij met zijn muziek wilde zeggen. Het zorgde ervoor dat het album misschien net wat makkelijker mijn aandacht trok en dat is wanneer het aanbod zo groot is als in de laatste jaren zeker geen overbodige luxe.

Closer bleek vervolgens een prachtig singer-songwriter album, waarop Tom Neven indruk maakte met intieme songs, een zeer fraaie muzikale begeleiding en een stem vol gevoel. Closer wist zich in de zomer van 2016 makkelijk te onderscheiden van de meeste andere singer-songwriter albums en deed uitzien naar veel meer. Vervolgens werd het helaas stil rond Tom Neven, tot de postbode een paar weken geleden de vinyl versie van zijn nieuwe album afleverde.

De Brabantse muzikant werd na zijn debuutalbum vader, wat alle aandacht opeiste maar begon een tijdje terug met zijn band The Side Effect aan het opnemen van de opvolger van Closer. Ook het nieuwe album van Tom Neven werd weer vergezeld door een handgeschreven brief en door de foto die uiteindelijk op de fraaie en herkenbare cover van het album terecht kwam (ik heb ook nog wel wat van dit soort foto’s die lang geleden werden gemaakt tijdens gezinsuitjes naar attracties in Nederland).

In de brief is te lezen dat Tom Neven en zijn band tijdens het opnemen van Soon niet streefden naar perfectie, maar vooral het juiste gevoel vast wilden leggen. Dat is direct in de openingstrack uitstekend gelukt. De openingstrack van Soon opent met fraaie vioolklanken en een akoestische gitaar, waarna de bijzonder emotievolle stem van Tom Neven opduikt. Het is een prachtige start van het album, zeker wanneer een deel van de band de stem van Tom Neven ondersteunt en de viool ook nog eens flink mag uitpakken.

Fraai akoestisch ukelele en gitaarspel, mooie achtergrondvocalen, trefzeker baswerk, in het oor springende vioolpartijen, een enkele keer een mondharmonica, sterke achtergondvocalen en de geweldige stem van Tom Neven bepalen ook in de andere tracks op het album het geluid. Het is een geluid dat in het hokje akoestische folk past, maar vergeleken met de meeste andere albums in het genre klinkt Soon van Tom Neven & The Side Effect een stuk opwindender.

Soon is een echt bandalbum geworden, waardoor de namen van Marie de Thouars (viool, zang), Robbert van Elewout (ukulele, zang) en Rob Couweleers (basgitaar) zeker genoemd moeten worden. Dat de band niet heeft gestreefd naar perfectie is wat mij betreft nauwelijks hoorbaar, want Soon klinkt echt prachtig, maar in de poging om het gevoel goed vast te leggen zijn Tom Neven en zijn band glansrijk geslaagd. Het is gevoel dat direct overslaat op de luisteraar, want Soon is een album dat direct de volledige aandacht opeist en absoluut wat met je doet.

Het is best druk in het genre waarin Tom Neven opereert, maar net als met zijn debuutalbum geeft de Brabantse muzikant de concurrentie het nakijken met de prachtige songs op Soon, die deels persoonlijk van aard zijn, maar ook bijzondere verhalen vertellen. Met name de ingetogen songs met echt hemeltergend mooie zang grijpen je keer op keer bij de strot, maar ook in de uptempo songs bereiken Tom Neven & The Side Effect een zeer hoog niveau. Prachtalbum. Erwin Zijleman

Tom Petty & The Heartbreakers - Hypnotic Eye (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tom Petty & The Heartbreakers - Hypnotic Eye - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De naam Tom Petty wordt op deze BLOG inmiddels zo’n 30 maal genoemd, maar tot het bespreken van een cd van de muzikant uit Gainesville, Florida, is het tot dusver nog niet gekomen.

Dat is op zich niet zo vreemd, want sinds het bestaan van deze BLOG verscheen slechts één cd van de hand van de oude meester; het volgens de critici nogal teleurstellende Mojo uit 2010.

Hoewel Tom Petty inmiddels zo’n 40 jaar mee doet met de allergrootsten in de Amerikaanse muziek scene schittert zijn werk door afwezigheid in mijn toch aardig goed gevulde platenkast. Damn The Torpedoes uit 1979 heb ik uiteraard in huis, maar verder dan Full Moon Fever uit 1989 kom ik vervolgens niet.

Ik had dan ook geen hoge verwachtingen van het samen met zijn onafscheidelijke band The Heartbreakers gemaakte Hypnotic Eye, maar na de plaat een aantal keren gehoord te hebben, kan ik alleen maar concluderen dat Tom Petty een prima plaat heeft afgeleverd.
Hypnotic Eye is een lekkere rauwe plaat zonder al te veel poespas.

Petty draait zoals gezegd inmiddels zo’n 40 jaar mee en in die 40 jaar is er niet zo gek veel veranderd. Tom Petty maakt nog altijd muziek waarvoor ooit het hokje Heartland rock is bedacht; rock met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek die het uitstekend doet op de vele radiozenders die niets anders doen dan het laten horen van Amerikaanse rootsmuziek.

Hypnotic Eye voegt hier nog wat invloeden aan toe, waaronder invloeden uit de psychedelica, uit de jazz, uit de garagerock en uit de new wave. Ik ben geen groot kenner van het oeuvre van Tom Petty en heb daarom bij beluistering van Hynotic Eye vooral associaties met de muziek van anderen. Bob Dylan (de stem), Traveling Wilburys (waarvan Tom Petty zelf ook deel uit maakte), Springsteen (het grootse en meeslepende), Elvis Costello (het vleugje new wave), John Hiatt (de doorleving) en ZZ Top (de blues) zijn de namen die nu bij me op komen, maar bij volgende beluistering duiken er ook vast weer andere namen op, waarbij de garagerockers uit het verleden zeker niet mogen worden vergeten.

Hypnotic Eye bewandelt vooral bekend terrein, maar waar veel platen in dit genre het moeten hebben van grootse producties, hebben Tom Petty en zijn band een plaat gemaakt die op een verloren namiddag live lijkt ingespeeld. De muziek van Tom Petty en The Heartbreakers heeft hierdoor een rauwe energie die iets met me doet. Hypnotic Eye kan de bluesgitaren heerlijk ingetogen laten janken, maar is ook niet bang voor het stevigere werk of juist meer psychedelisch werk.

Petty komt op zijn nieuwe plaat niet op de proppen met songs die makkelijk blijven hangen. Hypnotic Eye klinkt meer dan eens als een lange jamsessie waarin het een beetje zoeken is naar de structuur, maar toch is het zeker geen ontoegankelijke plaat. Hypnotic Eye is zo’n plaat die het altijd prima doet op de achtergrond, maar het is ook een plaat die meer aandachtige beluistering verdient en de luisteraar hiervoor zal belonen.

Tom Petty steekt op zijn nieuwe plaat immers zijn nek uit en komt op de proppen met een rauwe en intense plaat die geen compromissen doet. In eerste instantie vond ik het vooral leuk, maar zo langzamerhand begin ik toch behoorlijk verslaafd te raken aan deze heerlijke rockplaat van een oude meester die net wat minder krediet krijgt dan zijn tijdgenoten, maar absoluut de aandacht van iedere muziekliefhebber verdient. Prima plaat. Echt. En hij wordt alleen maar beter. Erwin Zijleman

Tom Russell - October in the Railroad Earth (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tom Russell - October In The Railroad Earth - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tom Russell - October In The Railroad Earth
Ouwe rot met een CV om bang van te worden is nog lang niet versleten en levert nog maar eens een prima plaat

Tom Russell draait al een aantal decennia mee en niet alleen als muzikant, maar ook als schrijver, journalist, songwriter en kunstenaar. Hij heeft stapels platen gemaakt, waaronder flink wat hele goede en ook zijn nieuwe plaat mag er weer zijn. Met een aantal topmuzikanten heeft de Amerikaanse muzikant een plaat gemaakt vol muzikaal vuurwerk en prachtige verhalen en het is een plaat die binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet bestrijkt. October In The Railroad Earth eert de muzikale erfenis van Johnny Cash, maar Tom Russell kan nog veel meer en blijft een rootsmuzikant om serieus rekening mee te houden.

Tom Russell werd geboren op 5 maart, daar zijn de bronnen het wel over eens, maar of hij in 1947, 1948, 1950 of 1953 werd geboren blijft vaag. Ik hou het maar even op het gezamenlijke oordeel van de Amerikaanse Wikipedia pagina, die er van uit gaat dat de Amerikaan eerder deze maand zijn 71e of 72e verjaardag vierde.

Het is een respectabele leeftijd, maar voor Tom Russell is het nog veel te vroeg voor een plekje achter de geraniums.

De in Los Angeles geboren Tom Russell heeft sinds het eind van de jaren 60 een bijzonder indrukwekkend CV opgebouwd. Ik ken hem vooral als muzikant, maar Tom Russell heeft ook zijn sporen verdiend als schrijver, songwriter, journalist en kunstenaar.

Van de enorme stapel albums die Tom Russell heeft uitgebracht heb ik er hooguit een handvol in de kast staan, maar als ik een album van de Amerikaan in handen krijg ben ik meestal onder de indruk. De laatste keer dat dit gebeurde was bij beluistering van het in 2015 verschenen The Rose Of Roscrae. Het bleek een buitengewoon ambitieus project, want in ruim tweeënhalf uur kwam een heuse folk-opera voorbij. Geen lichte kost, maar de plaat bevatte toch flink wat memorabele songs.

Het deze week verschenen October In The Railroad Earth is gelukkig lichtere kost. Tom Russell schotelt ons dit keer slechts 11 songs voor en na zo’n drie kwartier zit het erop. De plaat opent met de titeltrack en deze titeltrack laat horen dat de erfenis van Johnny Cash bij Tom Russell in goede handen is. October In The Railroad Earth bevat meer tracks die herinneren aan de muzikale erfenis van Johnny Cash, al is het maar omdat de stem van Tom Russell nog wat tinten donkerder klinkt dan op zijn vorige platen.

Tom Russell heeft zich nooit laten beperken door hokjes en ook op zijn nieuwe plaat bestrijkt hij binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet. Country, folk, rockabilly, honky tonk, Tex-Mex, rock ’n roll, rootsrock; het komt allemaal voorbij op October In The Railroad Earth.

Tom Russell maakte de plaat niet in zijn eentje, maar haalde een rijtje illustere muzikanten naar de studio in Austin. Texas. Meestergitarist Bill Kirchen, singer-songwriter Eliza Gilkyson, pedal steel virtuoos Marty Muse, drummer Rick Richards en twee leden van Los Texmaniacs stonden Tom Russell bij en tekenen voor een authentiek klinkend geluid, dat alle kanten op kan schieten.

Na de aan Johnny Cash herinnerende track komt Tom Russell op de proppen met een track die Springsteen op zijn oude dag nog kan maken, maar niet veel later wordt de Mexicaanse grens over getrokken of krijg je een energieke portie honky tonk voor de kiezen. De band die Tom Russell bij stond in Austin speelt steeds weer de pannen van het dak, terwijl Tom Russell zelf zorgt voor fraai doorleefde vocalen.

October In The Railroad Earth heeft nog veel meer te bieden, want verhalenverteller Tom Russell staat ook dit keer garant voor prachtige verhalen, die nog een extra dimensie toevoegen aan zijn bijzondere songs.

Vergeleken met het bijzondere The Rose Of Roscrae is October In The Railroad Earth een meer rechttoe rechtaan rootsplaat, maar het is wel een hele goede rootsplaat. Ondanks de geweldige muzikanten die zijn te horen op de plaat, is het een plaat zonder al te veel opsmuk geworden. Alles draait uiteindelijk om de verhalen van Tom Russell en deze zijn zonder uitzondering prachtig en winnen bij herhaalde beluistering alleen maar aan kracht. Bijzondere plaat weer van deze veteraan en alleskunner. Erwin Zijleman

Tom Russell - The Rose of Roscrae (2015)

Alternatieve titel: A Ballad of the West

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tom Russell - The Rose Of Roscrae - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik heb The Rose of Roscrae van Tom Russell inmiddels al enkele maanden in huis en eerlijk gezegd wist ik lange tijd niet wat ik met de plaat aan moest.

Met The Rose Of Roscrae heeft de Amerikaanse muzikant immers een heuse ‘folk opera’ afgeleverd die bestaat uit maar liefst 52 songs.

Voor beluistering van The Rose Of Roscrae moet bijna tweeënhalf uur worden uitgetrokken en uit ervaring weet ik dat het wel even duurt voor het kwartje valt.

Het maakt van het ontdekken van The Rose Of Roscrae een zeer tijdrovend project en in eerste instantie ook zware kost, maar het is het waard. Tom Russell maakt de laatste tien jaar alleen maar prachtplaten en ook The Rose Of Roscrae is er weer een.

Tom Russell vertelt in zijn folk opera vanuit twee perspectieven het verhaal van een lange tocht van immigranten door de Verenigde Staten in de 19e eeuw, waarbij zowel wordt ingezoomd op de geschiedenis van de Verenigde Staten als op de misère van de hoofdpersonen. Het verhaal van The Rose Of Roscrae wordt deels verteld en deels gezongen, wat de plaat een beeldend karakter geeft.

Tom Russell vertelt het indringende verhaal niet in zijn eentje, maar heeft een imposante groep gastmuzikanten opgetrommeld. Joe Ely, Dave Olney, Jimmie Dale Gilmore, Gretchen Peters, Eliza Gilkyson, Jimmy LaFave en Ramblin' Jack Elliott zijn slechts een paar van de vele muzikanten die op de plaat zijn te horen, waardoor The Rose Of Roscrae een zeer veelzijdig karakter heeft, wat nog wordt versterkt door het inzetten van oud geluidsmateriaal van onder andere Johnny Cash en Lead Belly.

The Rose Of Roscrae bevat deels ijzersterke Amerikaanse rootsmuziek zoals Tom Russell die al zo lang maakt, maar het is door het verhaal dat wordt verteld ook een plaat die zich nauwelijks laat vergelijken met andere rootsplaten (al zal de kenner er wel een aantal kunnen noemen).

Het is zoals gezegd even doorbijten, maar uiteindelijk grijpt The Rose Of Roscrae je toch bij de strot, net zoals een goed boek over de geschiedenis van de Verenigde Staten dat kan. Iedereen die de laatste paar platen van Tom Russell koestert moet zich zeker niet laten weerhouden door de drempels van deze nieuwe plaat. Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen eigenlijk ook niet. Erwin Zijleman

Tomberlin - At Weddings (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tomberlin - At Weddings - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Achter Tomberlin gaat de Amerikaanse singer-songwriter Sarah Beth Tomberlin schuil. De jonge Amerikaanse muzikante groeide op in een streng religieus gezin op het Amerikaanse platteland, waarvan ze vervreemde in haar puberjaren.

In alle eenzaamheid schreef ze vervolgens de songs die zijn terecht gekomen op haar debuut At Weddings. Het is een debuut dat voortborduurt op een eerder in eigen beheer uitgebracht mini album, dat nu is aangevuld tot een volwaardig debuut.

Het debuut van Tomberlin is een uiterst ingetogen en zeer intieme plaat. De plaat wordt gedragen door mooi pianospel of akoestisch gitaarspel, dat vaak een repeterend karakter heeft. De plaat wordt verder ingekleurd door de mooie stem van Sarah Beth Tomberlin, die er in slaagt om alle emotie rond haar zware jeugd over te dragen op de luisteraar.

At Weddings is een uiterst ingetogen plaat, maar de productie van de plaat is belangrijker dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Voor deze productie deed Tomberlin een beroep op de Canadese muzikant en producer Owen Pallett, die het geluid op At Weddings op bijzonder subtiele wijze heeft verrijkt met onder andere strijkers en keyboards. Het zorgt voor een donker geluid vol bijzondere details.

At Weddings van Tomberlin is een plaat die je onmiddellijk bij de strot grijpt door alle emotie, intimiteit en onderhuidse spanning, maar het is ook een plaat die eindeloos groeit door alle subtiele maar zeer trefzekere details in de instrumentatie. De instrumentatie versterkt de schoonheid van de stem van de singer-songwriter uit Louisville, Kentucky, die je op indringende wijze deelgenoot maakt van haar jeugd in de Amerikaanse Bible Belt.

Qua sfeer doet At Weddings van Tomberlin wel wat denken aan de platen van Julien Baker. Het is een sfeer die in Engelstalige recensies vrijwel unaniem het predicaat “haunting” krijgt opgeplakt, wat letterlijk vertaald spookachtig betekent, terwijl bezwerend misschien meer recht doet aan de muziek van Tomberlin.

Het debuut van de jonge Amerikaanse singer-songwriter wordt verder uitvoerig vergeleken met het debuut van Bon Iver, For Emma, Forever Ago, dat net als At Weddings ver van de bewoonde wereld werd opgenomen en een net zo desolate sfeer heeft.

Er zijn veel platen als At Weddings van Tomberlin, maar het debuut van Sarah Beth Tomberlin steekt wat mij betreft flink boven het maaiveld uit. Het is knap hoe schijnbare eenvoud en een geluid dat tot in de kleinste details klopt samen gaan en het is nog knapper hoe Tomberlin je weet mee te nemen naar de beklemmende omgeving die haar jeugd bepaalde.

Natuurlijk is het zo dat ik een zwak heb voor dit soort muziek, maar ook zonder dit zwak heeft Tomberlin met At Weddings een plaat gemaakt die behoort tot de meest indrukwekkende platen van het moment. Erwin Zijleman

Tomberlin - I Don't Know Who Needs to Hear This... (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tomberlin - i don’t know who needs to hear this... - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tomberlin - i don’t know who needs to hear this...
Sarah Beth Tomberlin maakte diepe indruk met haar fraaie debuutalbum, maar haar intieme, persoonlijke en avontuurlijke tweede album is nog veel beter, wat één van de muzikale hoogtepunten van 2022 oplevert

i don’t know who needs to hear this..., het nieuwe album van Tomberlin maakt direct bij eerste beluistering indruk, maar het is een album dat je veel vaker moet horen voor je het op de juiste waarde kunt schatten. Sarah Beth Tomberlin maakt op haar nieuwe album indruk met haar prachtige stem en wederom persoonlijke teksten, maar de veelzijdige songs zijn ook nog eens fantasierijk ingekleurd. Er kwamen dit keer heel wat muzikanten naar de studio, maar de meeste tracks op het album klinken ingetogen. Naast ingetogen is de instrumentatie op i don’t know who needs to hear this... echter ook zeer smaakvol en avontuurlijk. Ik blijf nieuwe dingen horen op dit album, dat ondertussen groeit tot grote hoogten.

In de zomer van 2018 debuteerde de Amerikaanse muzikante Sarah Beth Tomberlin als Tomberlin met het werkelijk prachtige maar helaas slechts in kleine kring opgemerkte At Weddings. Op haar debuutalbum verwerkte de jonge Amerikaanse muzikante haar jeugd in een streng religieus gezin op het Amerikaanse platteland, midden in de Bible Belt, wat diepe sporen naliet.

At Weddings leek op het eerste gehoor het zoveelste intieme folkalbum van een jonge vrouwelijke singer-songwriter, maar het bleek al snel een album van jaarlijstjesniveau, enerzijds door de mooie stem en emotievolle voordracht van Sarah Beth Tomberlin en anderzijds door de productie van de Canadese muzikant en producer Owen Pallett, die het intieme geluid van Tomberlin op bijzondere wijze verrijkte met onder andere strijkers en keyboards. De wat desolate sfeer en de zeer persoonlijke teksten op het album maakten de impact van het prachtdebuut van Tomberlin nog wat groter.

Eind 2020 volgde de EP Projections, die zo mooi was dat ik onmiddellijk afweek van de regel dat ik alleen volwaardige albums bespreek op de krenten uit de pop. Projections liet vergeleken met het al zo indrukwekkende debuut groei horen en die groei is in nog veel sterkere mate te horen op het deze week verschenen tweede album van Tomberlin.

Sarah Beth Tomberlin heeft zich na enige omzwervingen inmiddels gevestigd in Brooklyn, New York, en bevestigt vanuit The Big Apple haar status als een van de meest interessante singer-songwriters van het moment. Op Projections leek de Amerikaanse muzikante te kiezen voor een wat voller geluid, maar i don’t know who needs to hear this... (geen hoofdletters) is juist weer wat soberder ingekleurd, met zeer incidenteel een voorzichtige uitbarsting.

De instrumentatie op het tweede album van Tomberlin is zeer smaakvol en klinkt door het gebruik van flink wat verschillende instrumenten bovendien zeker niet alledaags. In de openingstrack moeten we het in eerste instantie doen met percussie, bas en hier en daar wat jazzy pianoaanslagen, waardoor het aan komt op de zang van de Amerikaanse muzikante. Vergeleken met haar debuutalbum en de hier op volgende EP is Sarah Beth Tomberlin nog overtuigender gaan zingen. De openingstrack van i don’t know who needs to hear this... zorgde in ieder geval bij mij direct voor kippenvel en dat keert vaak terug bij beluistering van het album., dat deels werd geïnspireerd door de pandemie die New York een lange tijd in haar greep hield.

Het tweede album van Tomberlin werd gemaakt met flink wat gastmuzikanten, maar over het algemeen genomen is het een behoorlijk ingetogen en vooral akoestisch klinkend album met op de achtergrond vaak wat dreigende elektronica en vaak een bijzondere rol voor blazers. In muzikaal opzicht kan het overigens wel meerdere kanten op. Tomberlin laat zich niet zo makkelijk in één genre vangen en schuwt ook uitstapjes richting rock niet.

Ook in de wat voller klinkende songs wordt de instrumentatie over het algemeen subtiel ingezet en draait alles om de prachtige stem van Sarah Beth Tomberlin, die op i don’t know who needs to hear this..., wat meer de kant van de Amerikaanse rootsmuziek op gaat, zonder zich hier volledig op vast te pinnen. Binnen de Amerikaanse rootsmuziek kan het weer meerdere kanten op, want het album bevat invloeden uit de country en met name de folk en de jazz.

At Weddings beschouw ik, zeker achteraf bezien, als een van de mooiste album van 2018, maar ik vind het tweede album van de muzikante uit Brooklyn nog een stuk indrukwekkender. Producer Phil Weinrobe heeft het album voorzien van een zeer smaakvol en avontuurlijk geluid, waarin de mooie stem van Sarah Beth Tomberlin uitstekend gedijd en de songs vrijwel zonder uitzondering imponeren.

Vergeleken met haar debuutalbum klinkt i don’t know who needs to hear this... net wat minder donker en hier en daar breekt de zon zelfs voorzichtig door op een album vol geheimen die je een voor een mag ontrafelen. Het levert wat mij betreft een van de mooiste albums van het muziekjaar 2022 tot dusver op en misschien wel de mooiste. Erwin Zijleman

Tomberlin - Projections (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Tomberlin - Projections - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tomberlin - Projections
Tomberlin imponeerde twee jaar geleden met een intiem en indringend debuut en de Amerikaanse singer-songwriter laat op haar nieuwe EP horen dat er nog veel meer in zit

Ik besteed normaal gesproken op deze BLOG geen aandacht aan EP’s, zeker niet als het aanbod van nieuwe en uitstekende albums zo groot is als dit jaar vrijwel continu het geval is. Voor nieuwe EP’s van persoonlijke favorieten maak ik natuurlijk graag een uitzondering. Onlangs verscheen een nieuwe EP van Tomberlin, die twee jaar geleden debuteerde met een album dat me tot op de dag van vandaag steeds dierbaarder wordt. Projections is misschien nog wel mooier en houdt de aandacht 18 minuten lang vast met prachtig ingekleurde en vol gevoel gezongen popliedjes die overlopen van melancholie en intimiteit. Wat een talent deze Tomberlin.

Tomberlin, het alter ego van de Amerikaanse singer-songwriter Sarah Beth Tomberlin, debuteerde twee jaar geleden met At Weddings. Op haar debuut rekende Tomberlin af met haar jeugd in een streng religieus gezin op het Amerikaanse platteland, waarvan ze vervreemde in haar puberjaren. Het leverde een wonderschoon, maar ook bijzonder indringend debuut op. Het is een debuut dat ik in 2018 schaarde onder de betere albums van het jaar, maar sindsdien heeft At Weddings van Tomberlin alleen maar aan kracht en diepgang gewonnen. We moeten helaas nog even wachten op het tweede album van de jonge Amerikaanse singer-songwriter, maar onlangs verscheen wel een nieuwe EP van Tomberlin, Projections.

Op haar debuut maakte Sarah Beth Tomberlin indruk met uiterst ingetogen en zeer intieme songs vol emotie en doorleving. At Weddings leek op het eerste gehoor behoorlijk sober ingekleurd, maar het door de Canadese muzikant en producer Owen Pallett geproduceerde At Weddings bleek voorzien van een bijzonder smaakvol geluid vol mooie details. Het was een instrumentatie de mooie en indringende stem van Sarah Beth Tomberlin op fraaie wijze versterkte.

Alles dat ik twee jaar geleden opschreef over At Weddings geldt ook voor Projections, al laat Tomberlin ook groei horen. Net als At Weddings valt ook Projections op door een bijzonder smaakvolle instrumentatie en productie. Sarah Beth Tomberlin deed de productie dit keer samen met Alex G en zijn bandgenoot Sam Acchione en het geluid is nog wat mooier en veelzijdiger dan op haar debuut.

Het is een instrumentatie die bestaat uit een ingetogen akoestische onderlaag, waarop fraaie accenten van onder andere strijkers, gitaren, drums en keyboards zijn geplaatst. Het klinkt nog net wat warmer en trefzekerder dan op het debuut van Tomberlin en dat warmere geluid past perfect bij de mooie stem van de muzikante uit Los Angeles. Het is nog altijd een stem vol emotie, maar het is ook een stem die de afgelopen twee jaar flink aan kracht en schoonheid heeft gewonnen.

Sarah Beth Tomberlin is inmiddels twee jaar ouder en staat dit keer stil bij zaken die haar in het heden bezig houden en relaties maken hier een belangrijk deel van uit. Ook dit thema weet de Amerikaanse singer-songwriter te verpakken in zeer aansprekende songs vol gevoel.

Projections bevat vijf songs en heeft een speelduur van 18 minuten. Dat is niet veel, maar wat is het mooi. De vijf songs op de nieuwe EP zijn me inmiddels al net zo dierbaar als de songs op het debuut van Tomberlin en de rek is er nog lang niet uit. En het zijn songs die zoveel moois bevatten dat twee keer achter elkaar luisteren geen probleem is.

Vergeleken met haar debuut heeft Tomberlin zich de kunst van het schrijven van aansprekende songs nog wat beter aangeleerd, wat een vijftal tijdloze en wonderschone popsongs oplevert. Ik schaarde de jonge singer-songwriter twee jaar geleden al onder de grote beloften in het genre, maar Projections laat horen dat Tomberlin met de beste van haar soortgenoten mee kan. Denk hierbij aan Phoebe Bridgers, Julien Baker en noem ze maar op.

Projections doet enorm uitzien naar het tweede album van Sarah Beth Tomberlin en wanneer de Amerikaanse muzikante de lijn van deze EP weet door te trekken, kunnen we rekenen op een jaarlijstjesalbum. Zover is het nog niet helaas, maar wat is deze prachtige EP een mooi voorproefje. Erwin Zijleman

Tommy Prine - This Far South (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tommy Prine - This Far South - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tommy Prine - This Far South
Tommy Prine laat op zijn uitstekende en aangenaam eigenzinnig klinkende debuutalbum This Far South horen dat hij veel meer is dan alleen de zoon van de in 2020 overleden folk legende John Prine

Tommy Prine dook een jaar na het overlijden van zijn vader John Prine de studio in voor het opnemen van zijn eigen muziek. Dat kinderen van beroemde muzikanten het vaak niet makkelijk hebben bleek maar weer, want het album lag vervolgens lang op de stapel. Dat had niets te maken met de kwaliteit van het album, want This Far South is een uitstekend album. Het is een album waarop Tommy Prine zich heeft laten beïnvloeden door alle muziek die hij tijdens zijn jeugd met de paplepel kreeg ingegoten, maar de jonge muzikant uit Nashville tekent, samen met producer Ruston Kelly, ook voor een herkenbaar eigen geluid, dat absoluut perspectief biedt voor deze jonge Prine telg.

Kinderen van beroemde muzikanten die zelf ook een carrière in de muziek ambiëren zijn maar zeer zelden te benijden. Het zijn carrières die meestal maar moeizaam van de grond komen en als het al lukt om de eerste stappen in de muziek te zetten, blijft het succes vaak ver achter bij de successen die vader of moeder wist te boeken, waardoor de meeste carrières al knappen voor ze goed en wel begonnen zijn. Kinderen van de allergrootsten uit de geschiedenis van de popmuziek zijn meestal nog wat slechter af. Dat heeft deels te maken met net wat minder talent dan de roemruchte ouder, maar ook als dat talent er wel is, is een geslaagd bestaan als muzikant zeker niet vanzelfsprekend.

Het doet het ergste vrezen voor de ambities van Tommy Prine, die onlangs debuteerde met This Far South. Tommy Prine is de zoon van folk legende John Prine, die in het voorjaar van 2020 slachtoffer werd van het virus dat de wereld twee jaar in haar ban zou houden. Tommy Prine is de jongste zoon van John Prine en kreeg de muziek thuis in Nashville met de paplepel ingegoten. Hij begon na de dood van zijn vader aan het opnemen van zijn eerste album, waarbij hij hulp kreeg van producers Ruston Kelly en Gena Johnson.

Waar een bekende achternaam in de meeste sectoren deuren opent, merkte ook Tommy Prine al snel dat dit in de muziekwereld anders ligt. De opnames van zijn debuutalbum This Far South werden al in 2021 afgerond, maar sindsdien lag het album op de plank. Het is goed nieuws dat het album daar nu van af is gekomen, want Tommy Prine heeft een overtuigend soloalbum afgeleverd.

Kinderen van bekende muzikanten maken vaak de fout om precies zo te willen klinken als hun vader of moeder, al is dit natuurlijk ook deels via de genen doorgegeven. Tommy Prine maakt deze fout niet, want This Far South doet niet vaak denken aan de muziek van zijn legendarische vader. Het album opent met twee wat stevigere tracks en ook als Tommy Prine in de derde track kiest voor een meer ingetogen geluid heb ik niet direct associaties met de muziek van zijn vader.

This Far South is een bijzonder klinkend album, dat anders klinkt dan de meeste andere albums die momenteel in Nashville worden gemaakt. Het doet me af en toe wel wat denken aan het in Nederland helaas nauwelijks opgemerkte The Weakness van Ruston Kelly. Dat is ook niet zo gek, want Ruston Kelly heeft als producer flink zijn stempel gedrukt op het debuutalbum van Tommy Prine.

Tommy Prine heeft een aantal persoonlijke songs geschreven, die uiteraard stil staan bij het overlijden van zijn vader, maar die ook andere persoonlijke thema’s aansnijden. Je hoort op This Far South goed dat Tommy Prine is opgegroeid met veel verschillende muziek, wat zorgt voor een veelkleurig album. De Amerikaanse muzikant maakt makkelijk indruk in de wat stevigere songs, waarin hij kan leunen op het uitstekende gitaarwerk van Sadler Vaden, de gitarist van The 400 Unit, de band van Jason Isbell, maar ook met de meer ingetogen songs op het album wist de jonge Prine telg me snel te overtuigen.

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prima en ook de kwaliteit van de songs is dik in orde, maar Tommy Prine maakt wat mij betreft de meeste indruk met zijn bijzondere stem, die zijn songs een eigen geluid geeft. Zo beroemd als zijn vader gaat hij vast niet worden, maar dit debuutalbum verdient absoluut respect en aandacht. Erwin Zijleman

Tony Joe White - Bad Mouthin' (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tony Joe White - Bad Mouthin' - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Oude held maakt een uiterst ingetogen bluesplaat waar je alleen maar ademloos naar kunt luisteren
Tony Joe White is de koning van de swamp rock, maar dit keer kiest hij voor uiterst ingetogen blues uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Deels songs uit zijn eigen en goedgevulde catalogus en deels blues klassiekers, maar de muzikant uit Nashville maakt er allemaal Tony Joe White songs van met zijn herkenbare gitaarspel en zijn nog herkenbaardere stemgeluid. In eerste instantie kabbelt het wat mij betreft aangenaam maar niet al te indringend voort, maar op een gegeven moment grijpt deze plaat je bij de strot en worden de blues songs van Tony Joe White alleen maar mooier en intenser.



Er verscheen deze week niet alleen een bluesplaat van de nog betrekkelijk nieuwe held (of inmiddels held-af) Seasick Steve, maar ook een bluesplaat van oude held Tony Joe White.

Tony Joe White vierde afgelopen zomer zijn 75e verjaardag (hij wel) en maakt als sinds de tweede helft van de jaren 60 muziek. De in Goodwill, Louisiana, geboren, maar in Nashville, Tennessee, getogen muzikant debuteerde in 1968 en ontwikkelde aan het begin van de jaren 70 een eigen geluid, dat later swamp rock of swamp pop werd genoemd.

De Amerikaanse muzikant heeft inmiddels een flinke stapel platen gemaakt, maar enige voorzichtigheid is geboden wanneer je in de man’s omvangrijke oeuvre wilt duiken. Na twee klassiekers aan het begin van de jaren 70, was Tony Joe White het spoor in de tweede helft van de jaren 70 en in de jaren 80 en 90 vooral bijster en was hij al door menigeen afgeschreven.

Het nieuwe millennium heeft Tony Joe White kennelijk voorzien van nieuwe inspiratie, want sinds 2001 levert de muzikant uit Nashville met enige regelmaat geweldige platen af, met het uit 2004 stammende The Heroines als mijn persoonlijke favoriet. Het zijn vooral platen waarop Tony Joe White laat horen dat hij binnen de swamp rock op eenzame hoogte staat, maar dat doet hij op zijn nieuwe plaat voor de afwisseling eens niet.

Op Bad Mouthin’ kiest Tony Joe White voor de blues en zijn alle andere invloeden die zo vaak opduiken in zijn muziek naar de achtergrond gedrongen. Bad Mouthin’ is een verrassend sober klinkende plaat waarop Tony Joe White vaak genoeg heeft aan zijn gitaar en zijn stem. Hier en daar duikt een mondharmonica of wat eenvoudige percussie op, maar dat is het wel.

Bad Mouthin’ klinkt hierdoor en door de keuze voor de blues anders dan de vorige platen van de Amerikaanse muzikant, maar iedereen die zijn werk kent zal onmiddellijk de hand van Tony Joe White herkennen. Het gitaarspel van de muzikant uit Nashville klinkt anders dan dat van andere muzikanten en als je het gitaarspel niet herkent is er altijd nog die uit duizenden herkenbare stem.

Op Bad Mouthin’ vertolkt Tony Joe White een aantal vergeten songs uit zijn eigen catalogus en een aantal blues klassiekers. Veel collega muzikanten zouden zich met deze klassiekers niet meer kunnen onderscheiden, maar Tony Joe White maakt er op bijzondere wijze zijn eigen songs van, zelfs als het om een klassieker als Heartbreak Hotel of Baby Please Don't Go gaat.

Bad Mouthin’ bevat vooral eenvoudige blues songs die zijn voorzien van een sobere instrumentatie en de bijzondere vocalen van Tony Joe White. Het is muziek die me bij de meeste muzikanten al na een paar tracks zou vervelen, maar de nieuwe plaat van de Amerikaanse veteraan houdt de aandacht moeiteloos vast en wordt alleen maar indringender en intenser.

Nieuwe zieltjes gaat Tony Joe White vast niet winnen met deze plaat, maar iedereen die het werk van de Amerikaan de afgelopen decennia of de afgelopen 18 jaar heeft gevolgd, zal ook met deze nieuwe portie Tony Joe White zeer tevreden zijn. Erwin Zijleman

Tony Molina - Kill the Lights (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tony Molina - Kill The Lights - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ik besteed op deze BLOG over het algemeen alleen aandacht aan volwaardige albums en niet aan EP’s. Kill The Lights van Tony Molina wordt gepresenteerd en voelt ook aan als volwaardig album, al is het qua speelduur meer een EP.

Kill The Lights duurt maar net 14 minuten, maar bevat wel tien geweldige popliedjes, die ik vrijwel eindeloos op repeat kan zetten.

De naam Tony Molina deed bij mij geen belletje rinkelen, maar de muzikant uit Millbrae, California, timmert al een tijdje aan de weg.

In muzikaal opzicht is deze Tony Molina een nogal gespleten persoonlijkheid. De Amerikaanse muzikant heeft een rijk verleden in hardcore bands, maar heeft hiernaast een voorliefde voor tijdloze en schaamteloos toegankelijke popliedjes. Hiervan zijn er tien terecht gekomen op Kill The Lights.

Het zijn popliedjes die in de meeste gevallen de twee minuten grens niet overschrijden, waardoor de plaat van Tony Molina makkelijk in het hokje lo-fi wordt geduwd. Met lo-fi heeft de muziek van de Amerikaanse muzikant echter niet zo heel veel te maken. Kill The Lights staat vol met songs die zo lijken weggelopen uit een tijd waarin de popliedjes nog een stuk korter en eenvoudiger waren.

Verwacht dus geen flarden van popsongs, maar afgeronde popliedjes met een kop en een staart. Het zijn popliedjes die de mosterd vooral in de jaren 60 halen. Luister naar de derde soloplaat van Tony Molina (zijn vorige platen zijn nog korter en ook wel iets gruiziger) en je hoort flarden van The Beatles en The Byrds, maar Kill The Lights doet me ook heel vaak denken aan de muziek van Elliott Smith. Vergeleken met Elliott Smith laat Tony Molina de zon wat uitbundiger schijnen, maar een vleugje melancholie is nooit heel ver weg.

Tony Molina maakt zeker geen geheim van zijn inspiratiebronnen en citeert hier en daar vrij letterlijk uit de archieven van de popmuziek, maar het zit mij niet in de weg. Integendeel zelfs. Zodra Kill The Lights uit de speakers komt krijgt mijn humeur een positieve boost en houdt de zomer nog wat langer aan.

Natuurlijk is 14 minuten idioot kort voor een volwaardig album, maar de songs op Kill The Lights zijn zo aangenaam dat je de plaat makkelijk een paar keer achter elkaar kunt beluisteren en Kill The Lights wordt er zeker niet minder op.

Luister nog net wat beter en je hoort hoeveel moois er is verstopt in de instrumentatie, hoe verslavend de melodieën zijn en hoeveel gevoel de Amerikaan legt in zijn persoonlijke teksten. Het is maar 14 minuten muziek, maar het is wat mij betreft wel 14 minuten muziek van een bijzondere schoonheid en trefzekerheid. Ik vind het genoeg. Erwin Zijleman